Vak 28
illrii
amp;J-
yc$
HET KOORKNAAP JE.
Nuttige en practische wenken,
e«( $lgt;
t\[ vncuil
lu-m
Derde, herziene Uitgave.
i B U E G ,
; E. K. Jongensweeshuis. I, F. H. J. Bekker.
26
X(5
3^
^ â¦, ⢠⦠⦠⦠â¦
Prijs fl 0,17 i/2
â¢2i te.
HET KOORKNAAPJE.
Nuttige en practische wenken,
f!?quot;t tlooï «![ fl fïwslq «q trtientl
T1 L B ü E G ,
Stoomdruk van het R. K. Jod gene weeshuis. AMSTERDAM, F. fl. J. Bekker.
amp;-
IMPE1MATÃE.
Tilburgi, 1 Augusti 1898.
M. F. DE BEER, Sup. Oen. ad hoc delegatus
St
W
JHet liefde en innig genoegen, mijne vriendjes, héb ik dit hoekske voor u geschreven.
Moogt gij, van uwen kant, het met evenveel genoegen en liefde doorlezen. En als ik u, kinderen, iets vragen mag, dan is het dit: Leest, leest nogmaals en herleest dikwijls deze weinige bladzijden ; prent ze diep in uw geheugen, in uw hart, en brengt ze zoo trouw mogelijk in toepassing ! Dan zal de geringe moeite, die ik mij voor u getroost heb, overvloedig beloond zijn; want ik zal veel bijgedragen hebben tot opluistering van Gods eeredienst in onze kerken.
G. Walpot , Pr.
Feest van 't H. Hart 1893.
VOOR DEN TWEEDEN DEUK.
et «Koorknaapjequot; is gunstig ontvangen !
Gode zij eere en dank!
Moge ook deze herdruk zijn weg vinden onder onze koorknaapjes , en zij , volgzaam en geivillig aan hunne geestelijke leiders, de geloovigen hunner parochie stichten en ten voorbeeld wezen!
O. L. Vrouw Lichtmis '94. De Scheijveb.
VOOR DEN DEEDEN DEUK.
aan onzen wensch tot de koorknaapjes hij de eerste uitgave gericht « Leest en herleest deze weinige bladzijden dikwijlsquot; gehoor werd gegeven, bewijst deze 3de druk!
Met eenige kleine verbeteringen hevelen wij het boekje onzen Nederlandschen misdienaren nogmaals aan, en schenken allen onzen priesterlijken zegen!
St.-VincentiuB-dag '98. De Scheijveb.
'â¢jX
INLEIDING.
oen de goede Jesns nog op deze aarde leefde, gebeurde het op zekeren dag, «â¢aarop Hij het volk van Judea langen tijd onderwezen had, dat men de kleine kinderen tot Hem bracht, opdat Hij, de Friend der kleinen, hen zonde zegenen.
Met vaderlijke teederheid ontving Hij hen, streelde en liefkoosde ze, verlustigde zich in hun onschuldige , openhartige, kinderlijke blikken , en schonk hun inderdaad herhaalde malen Zijn Goddelijken Zegen.
De Apostelen nu, ziende, hoe dat kleine, woelige volkje den Goddelijken Kindervriend, niettegenstaande Hij zeer vermoeid was, bleef bezighouden , en zoo Hem belette de noodige rust te nemen , wilden ontevreden degenen, die de kinderkens tot Jesus gebracht hadden, wegjagen.
Maar niet zoodra had Jesus dit bemerkt, of Hij gaf hun een teeken met de hand en sprak liefderijk : â Laat die kleinen gerust tot Mij komen.... want denzulken is het Rijk der Hemelen !quot;
Telkens als ik u, koorknaapjes, aan het altaar zie, hetzij ge daar een H. Mis of het Lof dient, hetzij ge er bidt of een andere handeling
W
*k
verricht, meen ik van uit het H. Tabernakel die woorden te hooren : â Laat die kleinen tot Mij komen.quot; W ant zeer zeker, in onze kerken passen dagelijks deze woorden geheel op a, kinderen , gij , die het geluk en de eer hebt, misdienaars, koorknapen te zijn.
Let maar eens op, dan znlt ge dit al aanstonds begrijpen : Uwe ouders, broeders, zusters en vrienden, ze mogen allen in de kerk komen ; en hoe meer ze er komen , des te beter! Maar in het koor, bij het altaar! dat niet. En waarom niet P Uit eerbied voor Jesus Christus, die, zooals gij weet, daar wezenlijk en waarachtig in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig is.
Vooral mogen er geen vrouwen komen. Daarom blijven zij allen ook uit eerbied voor Jesus Christus er vandaan; en dat is zoo Jesus' wil. Maar van u schijnt Hij te zeggen : â O, laat â dien kleine maar gerust tot Mij komen; hem â behoeft ge niet te verwijderen ; integendeel, â hij mag zelfs zeer dicht bij Mij komen om, âals het ware, 'tallereerst in mijne zegeningen â te deelen !quot;
Ziet ge nu wel, wat een groote eer, wat een geluk het is, koorknaap te zijn , kinderen P
Na den Priester, die natuurlijk geheel bovenaan staat, die den God van Hemel en aarde mag aanraken , uitdeelen en dragen , waarheen en tot wien hij wil; na den Priester zijt gij
|Sf
9
dS.
het, die dagelijks zoo nabij mogelijk bij uw God moogt vertoeven.
Gij gaat vlak vóór het H. Tabernakel door, waar Jesus Christus, God en mensch , wezenlijk rnst; wordt het H. Tabernakel geopend, dan zijt gij het alweer, die den Priester wierook aanbiedt en voor de altaartrap met hem in aanbidding nederknielt; onder de H. Mis, de waardigste, de verhevenste, de heiligste handeling , als de Godmensch door het woord des Priesters op het altaar nederdaalt en duizenden Engelen den offeren den Priester omgeven, zit gij het allerdichtst bij dien uit den Hemel nederdalenden God; nuttigt de Priester het kostbaar Bloed, gij staat naast hem; wordt Jesus rondgedragen in de processie, naar een zieke of stervende gebracht , gij gaat den Priester onmiddellijk vooraf; wordt de H. Communie uitgereikt aan de geloovigen, gij moet als om vergiffenis vragen voor de zonden der menschen, n gaat het eerst Jesus Christus voorbij !
Nog eens. na den Priester, hebt gij de grootste , de meeste eer in onze kerken. Wij lezen dan ook van verschillende koningen, keizers en voorname personen, dat zij het zich als de grootste eer rekenden een H. Mis te mogen dienen. Degenen , die den priester aan het altaar behulpzaam zijn, behoorden daarvoor eigenlijk gewijd te wezen , welke wijding, zooals ge weet, tot de mindere orden behoort.
'â¢J5?
10
Gij moogt due wel trotsck zijn, koorknaapjes, op uwe heilige bediening, daar gij, buiten zooveel anderen, uitverkoren zijt, en Jeans u geroepen heeft, zeggende: â Laat die kleinen tot Mij komen maar luistert eens : Onze Lieve Zaligmaker voegt er terstond bij : â want voor dezulken is het Bijk der Hemelen !quot;
Weest nu eens oprecht, en zegt mij eens, mijne vriendjes, kan de goede Jesus, na u geroepen te hebben: â Laat deze kinderen tot Mij komenook er bij voegen: â want voor hen , voor deze misdienaars , is de Hemel Pquot; Met andere woorden : gedraagt gij u zóó gedurende de H. Mis, onder het Lof, in processies enz., dat uw Goddelijke Vriend, als belooning u den Hemel moet geven , omdat gij voor en bij Hem alles zoo schoon, zoo stichtend, zoo ingetogen , zoo eerbiedig mogelijk doet P
Om u daarin te helpen , schreef ik jnist dit boekje. Dus, als gij nu hierin niet alleen vlijtig zult lezen , maar vooral, als gij altijd en overal zoo goed mogelijk zult doen, wat ik u erin ga zeggen, dan kunt gij zeker zijn, dat de goede Jesus u, die Hij allen zoozeer bemint, zoo innig liefheeft, zal beloonen hier reeds, maar voornamelijk hierboven in den schoonen Hemel!
Daarenboven, misschien heeft de een of ander onder u al eens bij zich zeiven gedacht, als hij Mijnheer Pastoor of Kapelaan hoorde preeken: â Ik zou ook wel eens op dien preekstoel willen
11
5$ * ^
staan; wat zou ik het goed en dnidelijk zeggen, wat zon ik veel goeds in onze parochie stichten!quot;
Dat is een zeer prijzenswaardig verlangen, en bid God maar vurig, mijn jongen , dat het eenmaal in u verwezenlijkt moge worden, als dit uw heilige roeping is! Maar gelooft ge wel, als ge wilt, kunt gij nu reeds zeer goed preeken en heel veel goeds doen.
Dien maar eerbiedig en ingetogen de H. Mis; ga met eerbied door de kerk; kniel altijd zóó, dat men zien kan, dat gij wezenlijk weet en gelooft voor Wien gij knielt, en gij zult preeken, luide en met zeer veel nut, voor allen , die u zien in de kerk. Want dan zeggen uwe ouders, broeders, zusters en bekenden : â Ziet eens, hoe eerbiedig , met gevouwen handjes, neergeslagen oogen , Jantje, Klaasje of Pietje altijd voor het altaar doorgaat; hoe ijverig hij immer bidt in zijn kerkboekje, aan zijn rozenkrans, als hij daar in stilte in het koor zit, ook dan, als hem niemand ziet. Dat doet mij goed; ik zal ook zoo eerbiedig en ingetogen zijn als hij.quot;
Ziet ge wel, dat gij aldus gepreekt hebt F En niet alleen hen, maar zelfs den Priester, dien gij dient, zult gij stichten; hij zal des te meer van u houden, juist omdat gij u zoo voorbeeldig gedraagt.
Ik heb eens in een gesticht de H. Mis gelezen ; een der studentjes diende mij ; maar zoo
12
netjes, zoo eerbiedig , zoo devoot, dat ik tot mij zeiven zeggen moest: Priester, als dat kind, dat slechts dienaar is bij het H. Misoffer, zoo diep doordrongen is van de verheven heiligheid dier groote handeling , hoe eerbiedig en ingetogen moet gij, die de offeraar zijt, dan niet wezen P
Laat ik u, als bewijs hoeveel goeds gij doen knnt, eens een klein voorbeeld verhalen.
VOORBEELD.
Er leefde te E. eene protestantsche, zeer rijke dame. Die dame nn had hooren vertellen , dat in al de kerken der Katholieken â Ons Heerquot; in het H. Tabernakel rust. Zij, als protestante, geloofde daar natuurlijk niet aan. Nu, dat kon niemand verwonderen. W at men haar echter kwalijk nemen kon, was, dat ze beweerde: â De Katholieken gelooven er zelf niet aan. Ik wil mij daarvan overtuigenquot;, zei ze op een avond. W at doet ze P Zij wandelt dien avond naar eene Hoomsche kerk , en gaat daar geduldig in een hoekje zitten, wachtend totdat iemand in de kerk zou komen. Nadat ze daar een kwartiertje gezeten had, zie, daar gaat de deur open, en een der koorjongens, die des morgens zijn halsdoek in de sacristie vergeten had, komt de kerk binnen. Als een brave, flinke jongen, neemt hij eerst gewijd water en zegent zich eerbiedig ; daarna gaat hij (niet loopend, maar
«JSf
13
langzaam) naar het koor. De dame zag hem oplettend na. Boven gekomen, gaat hij tot midden vóór het altaar, knielt eenvoudig, maar vol geloof met één knie tot op den grond (zooals hem dit Mijnheer Kapelaan geleerd had) en zegt halfluid: â Geloofd zij Jesus Christus.quot; Vervolgens treedt hij de sacristie binnen, komt na eenige minuten terug, knielt weer op dezelfde wijze, en verlaat dan eerbiedig de kerk.
De dame was zoozeer getroffen door dat levendig geloof aan de wezenlijke tegenwoordigheid van God in het H. Sacrament, dat ze den kleine naging en hem vroeg, wie hij was Toen ze vernam, dat hij tot eene arme familie behoorde, en hij gaarne Priester wilde worden , liet zij hem terstond op hare kosten studeeren ; en later heeft zij zich tot den katholieken godsdienst bekeerd.
Een Priester zon al heel mooi en goed moeten preeken, om zooveel goeds op eens te doen, als die kleine jongen daar door zijn stichtend gedrag deed! En wat die koorknaap gedaan heeft, kan ieder uwer eveneens, min of meer, doen. Daarom zullen wij eens te samen nagaan, hoe een brave , godvruchtige, flinke koorknaap zich gedragen moet.
I. In de Sacristie.
TT Tn dn tert ) a-) baiten de H- Diensten. ' '\ b) gedurende de H. Diensten.
111. In processies, ziekenbedieningen, enz.
14
I. IN DE SACIilSTIE.
e sacristie, beste jongens, maakt wel terdege een deel van het kerkgebouw uit, en daarom moet men zich ook in een sacristie eerbiedig en ingetogen gedragen. Immers, zij grenst het dichtst aan het koor, waarin het hoofdaltaar staat, dat de troon van den God van Hemel en aarde is !
Op de eerste plaats nn moet een flinke koorjongen , als hij er wezen moet, immer op tijd in de sacristie zijn. Op tijd ! Wat wil dat zeggen P Niet al te vroeg en niet te laat.
Niet al te vroeg. Want wat gebeurt er dan P Als ge met meer zijt, dan kan het niet anderst
15
42i
of ge raakt aan 't praten, aan 't vertellen ; steeds inider en luider; en ge krijgt onvermijdelijk ruzie onder elkaar of met den koster.
Komt ge te laat, natuurlijk , dan heeft men op u moeten wachten of ge stoort de heele kerk.
Dus moet ge zorgen steeds, ongeveer ten minste, op tijd aanwezig te zijn.
En vooral bedoel ik en spreek ik hier tot diegenen , die altijd te laat komen, of te laat komen door eigen schuld; die op tijd van huis gaan, maar op straat blijven spelen, knikkeren enz.
Het kan een enkelen keer gebeuren , dat de klok eens wat achter staat, of er andere goede redenen zijn, dat men te laat komt. Dit is zoo erg niet.
Maar als ge nu in de sacristie zijt â hetzij dan dat ge te vroeg van huis waart gegaan , hetzij tusschen de H. diensten, â hoe moet gij er u dan gedragen P
J5?
Ben paar bemerkingen vooraf.
Alvorens de sacristie binnen te gaan, moet gij er aan denken de voeten af te vegen, want gij begrijpt, als het vuil, nat weer is, en gij vooral buiten op het land, ver geloopen hebt, dan zijn uw schoenen vol klei en modder. Waar ge nu komt, overal blijven er sporen van uw vuile schoenen achter : in de sacristie, doch dat zou nog zoo heel erg niet zijn ; maar als ge het
w
16
koor ingaat en daar, b.r. op de feestdagen, een prachtig vloerkleed , loopere en tapijten liggen , dan bederft gij er al die mooie zaken. Nn, dat kunt ge voorkomen door uw voeten zooveel mogelijk schoon te maken.
Hetzelfde geldt voor uwe handen ; zorgt, dat gij die waacht, alvorens naar de kerk te komen ; ge moet immers de miskleeren van den Friester en uw eigen koorkleeren aanraken.
Eindelijk moet ge ook in de nabijheid der sacristie of kerk niet roepen, schreeuwen of leven maken; dat hindert of verstrooit degenen , die in de kerk zijn, en daar in stilte wenschen te bidden; dat verbiedt u de eerbied, dien gij den goeden Jesns verschuldigd zijt.
Dat gij in de sacristie niet zondt mogen praten, dan vooral als ge er nog al een tijdje moet doorbrengen, zou zeker wat al te streng zijn. Douh doe het dan zachtjes, stil, zóó, dat het niemand stoort.
Het spreekt van zelf, spelen, loopen. jammer, stoeien of vechten mag er nooit, nimmer gebeuren ; ik zeide u reeds, ge zijt er in de kerk Dns weest er zoo bedaard , zoo stil mogelijk Neemt b. v. dit boekje en leest er hier of daar eens in , om u weer te herinneren , wat en hoe ge doen moet en brengt het straks eens mooi in toepassing; dan hebt ge zelfs niet alleen goed, maar ook nuttig uw tijd besteed.
M5e
17
*{.
Gij moet er ook niet iedereen, zooals men zegt, in de voeten loopen ; blijft daarom op de plaats, die voor a bestemd is, rustig bij elkaar, totdat men n noodig heeft.
Nog een Toornaam pontje is dit: gij moet gaarne een E. Mis dienen en het een of ander voor het altaar verrichten. Men vindt van die jongens, die altijd znre, lange gezichten zetten, als ze bniten hun beurt moeten dienen; dat is zeker geen teeken van een goed koorknaap, en de Goddelijke Kindervriend zal van hen niet gaarne zeggen : â denznlken is het rijk der Hemelen.quot;
't Is altijd een goed teeken , als een jongen gaarne en goed de H. Mis dient. Overigens daar zijn ook alle redenen toe:
]2L
Zegt me eens : waarom zijt ge dan toch misdienaar geworden P Bovendien, hij , die de H. Mis dient, deelt overvloediger dan anderen in al de genaden, die door die verheven handeling van den Hemel verkregen worden. De goede God loont dat, als ge gaarne en goed dient, ook reeds hier in het leven Gij kent misschien het volgende voorval, dat dit duidelijk bewijst.
2
VOORBEELD.
Een vijftienjarige jongeling, die vroeger koorknaap geweest was, en nn op een kantoor schreef, werd op zekeren dag door zijn patroon naar de fabriek gestuurd. Zijn weg liep langs eene kerk,
K.
ts?
18
St.
en daar hij dien morgen geen H. Mis had kunnen hooren, (zooals hij gewoon was) liep hij even de kerk binnen om Jesus in het Allerheiligste Sacrament een klein bezoek te brengen.
Juist begon een vreemde Priester de H. Mis, en daar de koster onzen jongen Tan vroeger nog kende, vroeg hij hem, daar er geen koorknapen meer in de sacristie waren, of hij niet even wilde dienen.
Kom, dacht de jongeling bij zich zeiven , ik zal aanstonds wat flinker doorstappen, dan haal ik den verloren tijd weer in. Hij was den Priester dan behulpzaam, en spoedde zich na de H. Mis terstond naar de fabriek.
Maar nauwelijks was hij de straat genaderd , of hij bemerkte eene menigte menschen bij elkaar ; er scheen een ongeluk gebeurd te zijn.
En inderdaad : daar hoorde hij vertellen, hoe eenige oogenblikken geleden een gedeelte der fabriek ingestort was, en bij nader onderzoek bleek, dat het juist die vertrekken waren, waarheen zijn patroon hem gezonden had.
Ware hij dus eenige minuten vroeger daar geweest, dan ook was hij zeker met de anderen verongelukt; nu echter, omdat hij zich in de kerk een half uurtje had opgehouden door het dienen van eene H. Mis, was hij aan een wissen dood ontsnapt. Zeer zeker eene belooning van den goeden God!
gt;
W *
52F
19
Sfc
Er is nog iets anders, waarop ik uwe aandacht moet vestigen, en dat is : dat ge toeh netjes op uw kleeren past. Vooreerst op uw eigen hoed, jas, enï. Hangt die, waar ze hangen moeten, waar er u de plaats voor aangewezen is , en werpt ze niet in een hoek op den grond of op eene kast; er moet orde in uw zaakjes zijn.
Zoo ook op uw toogjes en koorhemdjes ; wanneer ge ze gebruikt hebt, trekt ze dan bedaard uit en hangt ze daar , waar ze thuis hooren , dan ziet ge er ook altijd proper en netjes uit; dan zal er minder gevaar zijn om ze te scheuren en is, ook wat u aangaat, in de sacristie altijd alles netjes op orde.
Weest ook den Priester behulpzaam, als hij zich kleedt, en de koster er niet zijn zou; ziet, of alles goed zit (ook geldt dit voor u onder elkaar), of de albe (het witte kleed) niet sleept, maar overal even ver van den vloer hangt, enz.
is
15?
20
II. IN DE KERR.
A. Buiten de H. Diensten.
oodra ge n in de kerk vertoont, beste kinderen , moet ge in geheel uugt; uiterlijk toonen , dat ge levendig gelooft aan de waarachtige tegenwoordigheid van Jesns in het Allerheiligste Sacrament des Altaars ; en als ge n daar diep, diep van zoekt te doordringen, dan zult ge dit ook toonen , niet alleen als ge gezien wordt, maar zelfs dan , als ge er geheel alleen zondt zijn.
Ik zeg dan; in geheel aw niterlijk, in gansch uwe houding.
Gang. Wat aw gang betreft: nooit moogt gij loopen in de kerk , maar altijd moet gij er bedaard en langzaam gaan, niet zijdelings, niet achterwaarts , maar geheel omgekeerd , vooruit.
Handen. Wat nw handen aangaat, waacht ze, voordat gij in de sacristie komt, zooals ik n reeds zeide ; en houdt ze altijd netjes, goed te zamen, als gij ze niet tot het een of ander behoeft te gebruiken. Ziethier hoe het behoort: Houdt de palmen der handen plat tegen elkaar , van den pols tot aan de toppen der vingers, die
xt*quot;
21
»5fc.
te zamen, vereenigd, (niet van elkander) moeten zijn. De duimen moeten een kruisje vormen ; die van de linker hand onder, die van de rechter boven. De overige vingertoppen moeten naar boven gericht zijn ; aldus te zamen gevoegd, houdt de handen vóór de borst, zonder kin of mond aan te raken.
Oogen. Ten opzichte van uw oogen: kijkt niet rond, wie in de kerk ia, wat daar gebeurt; maar slaat ze voortdurend zedig neer.
Knielen, In uw knielen : Als het H. Sacrament is uitgesteld, knielt dan op Iwee knieën, en maakt tevens een diepe buiging met het hoofd, niet ruw, niet wild, maar plechtig en langzaam. Is het Tabernakel echter gesloten , dan behoeft gij slechts op één knie te knielen, maar zóó, dat uw knie den grond raakt; (want meestal als men u knielen ziet, lijkt ge wel te struikelen of te vallen;) keert daarbij het gezicht altijd naar het Allerheiligste of kruisbeeld , en niet (zooala ik dat al zeer dikwijls opgemerkt heb) ter loops, ter zijde, naar den muur , naar het volk of naar een bank.
Ziehier, hoe het behoort te gebeuren :
Twee knieën. (1) Om op twee knieën te knielen,
ISc
1
Deze kniebuiging maakt men dan, als het Allerheiligste is uitgesteld. Blijft gij echter bij het altaar om te dienen, dan behoeft ge ze alleen te maken, als gij in het priesterkoor komt of hetzelve verlaat; in de overige gevallen maar op één knie.
22
.4*
St
buigt gij het eerst de knie van het rechter been, tot op den grond, en dan die van het linker , eveneens tot op den grond; [en dus niet de twee knieën te gelijk.) Dan buigt ge hoofd en lichaam te gelijk, bedaard en plechtig ; op gelijke wijze staat gij weer op; eerst het lichaam en hoofd opheffend, dan de rechter-, vervolgens de linkerknie.
Let ook wel, als gij b. v. van de eerBte trede van de altaartrap op den vloer moet gaan zitten, dat gij u eerst geheel en al opricht, en gij n niet, nog half' geknield, op den vloer laat neervallen.
Ãén knie. Om op één knie te knielen, buigt ge de knie van het rechterbeen , (die gij den vloer laat raken,) zóó, dat die knie naast den hiel van uw linkerbeen komt.
Hooding. Merkt wel 00, dat pij het lichaam, als ge knielt, altijd kaarsrecht moet honden. Nooit moogt gij den rug naar het Allerheiligste of kruisbeeld keeren, tenzij het niet anders zou gaan. Staat ook altijd recht, dat is: houdt lichaam en hoofd rechtop. â Hangtquot; niet, zooals men dat zegt van luie , slaperige jongens, en rust ook niet, als gij geknield zit, op uwe hakken; ook dan behoort gij het lichaam recht te houden. Vertoont u als koorknaap immer met eene groote netheid , een zekere deftigheid.
Met licht. Bij het ontsteken of uitdoen der
|5f
23
kaarsen : zorgt ook hier alles goed en voorzichtig te doen; dat wil zeggen: dat ge het altaarlinnen niet bederft, geen brand maakt of kaarsen breekt; en dat alles knnt ge voorkomen, als gij het oplettend en langzaam doet. Dan zal men u ook vertrouwen en uitkiezen, als er iets van meer gewicht moet gedaan worden.
Onthoudt nu eens, dat gij altijd de kaarsen aan de evangeliezijde (rechts van het altaar) het eerst en die van de epistelzijde het laatst moet aansteken, en omgekeerd uitdoen; (eerst epistel-dan evangeliezijde.)
Behoort gij er meer dan één aan iederen kant aan te maken, begint dan met diegene, die 't dichtst bij het Tabernakel of kruisbeeld staat. Zóó is het voorgeschreven, dus zóó behoort het ook te gebeuren ; overigens , 't is evenveel moeite, of liever even gemakkelijk.
Eindelijk zorgt altijd aan het altaar te verschijnen zindelijk en rein van aangezicht en hoofdhaar , en met zuiver schoeisel.
*
5*quot;
24
B. Gedurende de H. Diensten.
Ik spreek hier niet over de wijze om b. v. de H. Mig te dienen; die zal ik n hierachter aangeven. We zullen alléén maar uw voornaamste bezigheden, als dienaar van het H. Altaar, nagaan.
STILLE MIS.
1. Wanneer ge de sacristie verlaat, om de H. Mis, het lof enz. te gaan dienen, moet gij u altijd eerst met gewijd water zegenen ; daarom hangt er bij den ingang dat wijwatersvaatje; dat doet de Priester ook, en 't is zeer goed, als gij den Priester, alvorens n zeiven te zegenen, eerbiedig, met de hand, het gewijd water aanreikt.
2. Denkt er ook aan , alvorens een H. Mis te gaan dienen, altijd eerst met een panr woordjes te zeggen of te denken : Ik ga die H. Mis dienen of bijwonen voor mij zeioen, mijn ouders, weldoeners, enz.; dan hebt gij telkens veel meer verdiensten van uw werk.
VOOBBEELD.
Toen ik nog op studie was, â zoo verhaalde mij eens een pater â ben ik op een wonderbare wijze aan een groot ongeluk ontsnapt, hetgeen ik nergens aan toeschrijf, dan dat ik 's morgens mijn intentie in de H. Mis gemaakt had.
r*
25
St
't Was groote vacantie. Den morgen van het vertrek mocht niemand onzer het gesticht verlaten , voordat hij de H. Mis gehoord had. Daar ik bijna 12 nren per spoor afleggen moest, en mijne brave moeder mij altijd op het hart gedrukt had, dat ik mij telkens eerst de H. Maagd moest aanbevelen, als ik op reis ging, zoo hoorde ik dien vacantiemorgen de H. Mis, om door mijne goede Hemelsuhe Moeder op die reis van alle ongelukken bevrijd te blijven.
Ik was een dergenen, die het verst af woonden van het college. Tn het begin , toen ik nog in gezelschap mijner medestudenten was, ging de reis vroolijk, zelfs ietwat luidruchtig, zooals dit van op vacantie-gaande studenten te verwachten is. Maar later, toen allen mij verlaten hadden, veranderde dit en werd ik zelfs min of meer droefgeestig, te meer, daar ik in B. bijna ó kwartier te wachten had. Dit verveling wandelde ik de stad in, en, tot overmaat van rampen , (zooals ik eerst meende) verliep ik mij, en miste miju trein. Maar dit was juist de bescherming van O. L. Vrouw, wier Moederlijke liefde ik mij 's morgens aanbevolen had; want nog geen half uur vertrokken, kwam reeds het vreeselijk bericht, dat de afreizende trein in botsing gekomen was met een goederentrein en er verschillende zware ongelukken te betreuren waren.
26
2St
3. De sacristie uitkomend, gaat ge den Priester altijd vooraf naar het altaar. (*) Toont dan
(*) Moet gij een altaar voorbijgaan , waar het H. Sacrament is uitgesteld, de H. Communie wordt uitgereikt of een H. Mis wordt opgedragen, welke juist tot de opheffing (elevatie) genaderd is, blijft dan ter rechterzijde van den Priester, naar het Allerheiligste gekeerd, op twee knieën, even lang als de Priester, zitten.
Gaat gij voorbij het hoogaltaar, of voorbij een altaar waar het H. Sacrament, hetzij gedurende of buiten de H. Mis , rust, zoo kniel op één knie.
I*
Vergezelt de Priester u niet, zooals buiten de H. Mis, en gaat gij een zij-altaar voorbij , of het beeld b. v, van O. L. Vrouw, enz., maakt dan een kleine hoofdbuiging.
â¢3*
VOORBEELD.
Een heilige monnik, Bernardus geheeten, had de godvruchtige gewoonte aangenomen , telkens als hij een Moeder-Gods-bceld zou voorbijgaan, het te groeten met deze paar woordjes : â Ave Maria quot; wees gegroet , Maria 1 Op zekeren dag nu gebeurde het, dat hij een Mariabeeld voorbijging zonder hetzelve te bemerken. En ziet gt; wat er geschiedt! Een zachte, wonderbare , hemelzoete stem , zooals er nooit een op aarde gehoord werd, sprak duidelijk uit het beeld : âwees gegroety Bernardusquot; De monnik stond verslagen , en sedert dien tijd is hij zijn heilige gewoonte nooit weer ontrouw geweest.
w
27
aan iedereen, dat ge weet, begrijpt en er van overtuigd zijt, welk een gewichtige , heilige handeling gij gaat verrichten.
4. Aan het altaar gekomen, wacht aan de rechterhand des Priesters met knielen, totdat hij knielt of buigt.
5. Neemt eerbiedig zijn bonnet aan , en legt ze nooit op het tafeltje, waar hel kruisbeeld, de ampullen, enz. staan , maar op een andere, gepaste plaats.
6. Zoo er vóór den Priester een kussen ligt, neemt het dan even weg , als hij de altaartrap op- of afgaat, opdat het hem niet hindere.
7. Uw plaats in de H. Mis is altijd aan de tegenovergestelde zijde van die, waar het boek staat: b. v. staat het misboek links, dan moet gij rechts zitten , en omgekeerd ; behalve op het einde der H. Mis , na den zegen , bij het laatste evangelie ; omdat het evangelieraampje dan de plaats van het misboek inneemt.
8. Als de Priester buigt, (behalve onder zijn â Confiteorquot;) zich zegent of op de borst klopt, moet gij dit met hem doen , ten minste zoo gij niet door het een en ander belet zijt.
9. Als ge gedurende de H. Mis, enz. voor het midden des altaars doorgaat (ook als er het Allerheiligste niet rust) moet gij altijd op één knie knielen, en dat immer op den vloer, niet op de trede van de altaartrap.
10. Houdt uwe handen altijd te zamen ge
|5c
28
25fï.
Toegd, zooaU ik a dit hierboven leerde; behalve natuurlijk , als ge iets te verrichten hebt Als ge maar ééne hand behoeft te gebruiken , houdt ge de andere altijd plat, met bijeengevoegde vingers , op de borst.
11. Bij het heen en weer gaan, moet ge nooit een kerkboekje of rozenkrans in de handen houden ; dan kunt ge ze immers niet te zamen voegen , zooals het hoort.
12. Moet gij een kruisteeken maken, doet het dan, zooals u dit geleerd is : de linkerhand op de borat houdend, trekt de geheele rechterhand (niet een of twee vingers), van het voorhoofd tot de borst, van de linker naar de rechterzijde , terwijl gij voorhoofd, borst en zijden met de vingertoppen moet aanraken. (1)
13. Antwoordt juist, duidelijk en niet te gauw, noch binnensmonds. Gij behoeft daarom niet te schreeuwen ; maar doet het zóó, dat de Priester u kan verstaan.
Gij moet ook antwoorden ; dus niet te gelijk met den Priester spreken , maar wachten, totdat hij geëindigd heeft.
42S
Om nu altijd klaar en duidelijk te blijven antwoorden, moet ge van tijd tot tijd, b. v. elke maand,
1
Moet gij echter op de borst kloppen, ioo doet het, met den daim en de vingertoppen vereenigd, terwijl gij de linkerhand, met vingers en duim aaneengesloten, ook plat op de borst houdt, maar nu een weinig lager.
29
425,
Sip.
de mis-antwoorden met aandacht nalezen, en zien , of ge niets overslaat, verkeerd uitspreekt, enz.
14. Onder de H. Mis moet gij voortdurend goed opletten, zoodat, van uwen kant, alles op tijd gebeurt en de Priester niet op n behoeft te wachten.
15. Het omdragen van het misboek geschiedt op de volgende wijze:
Opstaande van uwe plaats, gaat gij eerst op één knie vóór de onderste trede van de altaar-trap knielen; vervolgens nadert gij tot bij den Priester. Hier wacht gij, met gevouwen handen, en den rug naar het volk gekeerd , totdat hij naar het midden gaat. Nu komt gij tot vóór het boek en neemt het lessenaartje: de linkerhand van vóór, rechts, de rechter van achter, links. Zoo draagt gij bet gemakkelijk en goed. Eindelijk gaat gij naar beneden, knielt op één knie, gaat dan naar boven en zet het boek netjes op zijn plaats.
Gij moet dui immer den grooten keer maken, dat wil zeggen : terzij van het altaar naar beneden gaan en ook terzij weer opkomen, zóó , dat ge op den vloer geweest zijt. Zorgt hier vooral niet den rug naar het Allerheiligste of kruisbeeld te keeren.
Als de Priester het evangelie gaat lezen, hetzij in het begin , hetzij op het einde der H. Mis, plaatst dan het lessenaartje altijd wat schuin; in de overige gevallen echter altijd recht.
^5?
30
16. Onder de evangelies maakt gij met uw duim een kruisje, (goed begrepen : een kruisje) op voorhoofd , mond en borst 3-1 en blijft gedurende de evangelies staan. 2
17. W at de ampullen betreft, zorgt vooral, te niet te verwisselen. Biedt ze zóó aan , dat de Priester ze gemakkelijk kan nemen ; namelijk: het oortje van de wijnampul naar den Priester gekeerd. Alvorens deze wijnampul aan te bieden, kust gij ze eerbiedig in het midden (behalve in een zwarte Mis of als het Allerheiligste is uitgesteld;) eveneens als ge ze terugontvangt. Bij het handen wassohen blijft gij, als het H. Sacrament is uitgesteld, onder staan, den rug naar het volk gekeerd; anders gaat gij naar boven, het aangezicht naar den Priester gekeerd houdend, en giet langzaam water over zijn vingertoppen ; hangt het vingerdoekje over uw linkerarm en wacht, totdat gij het terugbekomt; vóór en na maakt gij, naar den Priester gekeerd, eene kleine hoofdbuiging.
18. Het antwoord â Suscipiat Dominusquot;, moet gij, even als ieder ander antwoord, nooit geven, als gij van de eene naar de andere plaats gaat, maar wacht, totdat gij op uwe plaats gezeten zijt.
19. Het bellen verschilt op vele plaatsen; onthoudt dit; maakt nooit te veel beweging (leven); een paar tikjes is voldoende. Dat bellen dient om de menschen opmerkzaam te maken, dat de
31
121
Toornaamste deelen der H. Mis beginnen, of dat de zegen gegeven wordt; ala gij nu te lang, te veel of te hard belt, dan ontsticht en verstrooit gij de geloovigen.
20. Vóór de Consecratie gaat gij achter den Priester zitten, en buigt het hoofd onder de Elevatie of opheffing van de fl. Hostie en het Kostbaar Bloed. Nn vooral behoort gij eerbiedig te zijn. Niemand toch, die zich thans zoo dicht bevindt bij Onzen Lieven Heer , die uit den Hemel nederdaalt, als gij. Heft het misgewaad van den Priester voorzichtig een weinig op. Na de opheffing van den kelk, staat gij onmiddellijk op, knielt onder op den vloer, en keert weer naar uwe plaats , waar gij nu goed en vurig moet bidden, b.v. de akten van geloof, hoop en liefde; of het gebed op Bldz. 57.
O ! lieve kinderen , bidt toch vurig gedurende die kostbare oogenblikken; vraagt dan veel, zeer veel. Neen, de lieve Jesus, uw goddelijke Vriend, kan u dan niets weigeren. Zegt Hem dan alles, wat u op het hart ligt, en Hij zal u troosten en u zijn rijkste zegeningen mede-deelen.
15?
VOORBEELD.
Eenigen tijd geleden werd een jongeling Priester gewijd ; eerst had hij advokaat willen worden , doch eensklaps was hij geheel van ïin veranderd ; hij trad in het Seminarie om zich
SF
32
*k
tot het H. Priesterschap voor te bereiden.
Niemand, en hij zelf nog het minst, wist in het begin, waaraan dien plotaelingen ommekeer toe te schrijven. Maar den nacht voordat hij zijn eerste H. Mis zon gaan opdragen , meende hij, in zijn droom, vóór het beeld der H. Maagd neergeknield te zijn. Vurig vroeg hijhetJesns-Kindje, dat Maria op de armen droeg, hem toch te zeggen , waaraan hij dat groote gelnk, dat hij den volgenden dag smaken zon, te danken had.
En nn meende hij het Kindje te hooren antwoorden :
â Toen gij nog een koorknaapje waart, mijn â vriend, hebt gij altijd zoo gaarne en zoo goed â de H. Mis gediend. Dan hebt gij altijd zoo â dringend gebeden, vooral van de Elevatie tot â de H. Communie, om datgene te mogen wor-â den, wat u zalig zou zijn, en wat God van u ver-,, langde. Zulk een gebed kon Ik niet onver-â hoord laten ; en als belooning heb Ik u geroepen, â om voortaan als Priester mijner kerk mijn rijk â op aarde nit te breiden. Ga dan met moed â aan het werk, mijn vriend, Ik zegen u.quot;
121
Nog eens, mijne kinderen, bidt dan toch godvruchtig! Wie weet, of de goede Jesus u ook niet eens dat zelfde gelnk zal geven. Er zijn immers tegenwoordig zooveel kloosters, waar ge zóó voordeelig en gemakkelijk tot het H.
5JF
33
amp; *k
amp;
Priesterschap kunt voorbereid worden ! Bidt dan hier gedurig om nvr H. roeping te leeren kennen!
En in ieder geval, Gods zegen hebt ge toch altijd noodig, wat gij ook wilt en zult worden; welnu, die zegen wordt hier met kwistige hand uitgereikt!
21 Bij de nuttiging der H. Communie moet gij u diep buigen. Tracht u ook telkens met den communiceerenden Priester te vereenigen, door b. v. een geestelijke Communie te doen, zooals gij die op blz. 63 kunt vinden.
Vóór de nuttiging van het H. Bloed, als de Priester den kelk ontdekt, staat gij op en gaat de ampullen hnlen. Bij den Priester teruggekeerd, knielt gij eerbiedig op één knie aan zijne zijde ; dan blijft gij daar staan , den rug naar het volk gekeerd , doch buigt diep (*) onder de nuttiging van den kelk. Toont zoo uw innige godsvrucht voor bet kostbaar Bloed en bidt:
3
GEBED.
Wiach , o dierbare Jesus! door uw kostbaar Bloed, mijne zonden en die der geheele wereld uit en ontsteek in de plaats daarvan een vurige liefde tot ü in onze harten!
(â¢) Door âdiep buigenquot; verstaat men ; het lichaam zóó buigen , dat de beide hauden de knieën kunnen raktm.
K.
* 52^
34
12?
Vervolgens giet gij eerst wijn in den kelk, gaat een weinig bezij , buigt, geheel naar den Priester gekeerd, even (1) het hoofd , giet eerst wijn en dan wat meer water over de toppen zijner vingers, bnigt andermaal even het hoofd, en brengt de ampullen weer op hare plaats terug.
22. Als de H. Communie onder (of ook buiten) de H. Mis moet uitgedeeld worden, gaat gij links, op zij , op de laagste trede van de altaartrap zitten, bnigt diep en bidt met gevouwen handen, halfluid het â Confiteorquot; ; antwoordt den Priester, en blijft gebogen , totdat de Priester u voorbij is. Dan richt gij u op , en blijft eerbiedig met samengevoegde handen, daar zitten, zonder de kerk in te zien; gij moogt dan niet weggaan of rondloopen. Keert de Priester terug, bnigt dan, als hij u voorbijgaat, diep, en blijft zitten , totdat hij het tabernakel gesloten heeft.
23. Het inschenken van den wijn en het water moet vooral langzaam gebeuren , opdat gij niets langs of naast den kelk stort, of de Priester verplicht zoude zijn, meer te nuttigen, dan hij verlangt of passend is.
24. Zorgt verder, dat gij met de handen noch aan den kelk, noch aan de pateen , noch aan een ander voorwerp komt, dat gij niet moogt
15?
1
Door â even buigenquot;, verstaat men alleen het buigen van het hoofd.
35
.ÃL
*k
aanraken. Wacht daarom na de nuttiging, totdat de Priester den kelk tot zich genomen heeft, alvorens het boek om te dragen. Let er op bij het plaatsen van het lessenaartje, dat de Priester ook het kelkkleedje gemakkelijk kan vatten ; 't is dus het best te wachten , totdat hij het kelkkleedje genomen heeft, en dan eerst het misboek neer te zetten.
25. Om den zegen te ontvangen , knielt gij , op twee knieën , wederom met veel eerbied, in het midden vóór het altaar op den vloer. buigt diep, terwijl de zegen gegeven wordt, antwoordt en maakt dan eerst een kruis. Moet het boek voor het laatste evangelie nogmaals omgedragen worden, (1) dan kunt ge dit vóór den zegen doen; maar blijft dan geknield met het boek onder wachten en eerst na geantwoord te hebben, gaat ge naar boven.
Volgt deze regels stipt, ik zou bijna zeggen: angstvallig, op ; en dat zult gij zeker doen, wanneer ik u 't volgende uit de levensgeschiedenis van den H. Coenraad verteld heb.
Toen deze misdienaar was, diende hij in 't begin wel juist niet oneerbiedig, maar toch niet met eerbied genoeg znlk een H. handeling waardig , als het H. Misoffer is.
w
IS?
v
1
Gij kunt zien of het boek moet omgedragen worden , als de Priester het laat open liggen.
36
2Sk
Eens was hij zelfa onder de Consecratie zeer verstrooid. Doch wat gebeurt P 't schijnt Coen-raad toe, als opent zich de hemel; gansche scharen van Engelen dalen neer bij het altaar.
Ze knielen allen eerbiedig rondom den Priester, terwijl ze hun aangezichten eerbiedig ter aarde gericht houden ; en de H. Maagd zelfs, die hij onder hen aanschouwde, zonk neer in diepe aanbidding voor de opgeheven H. Hostie.
Gij kunt denken , dat Coenraad ontsteld was en welk voornemen hij maakte om in de toekomst de H. Mis te dienen.
HOOGMIS,
Hier dient ge altijd met twee of meer.
Vooral moet gij dan zorgen, dat alles gelijk, netje té zamen gaat. Dat sticht de menschen , dat maakt de H. Diensten plechtig en indrukwekkend, een eer, die wij den grooten God verschuldigd zijn.
1. Knielt recht en te gelijk; staat evenzoo recht en te gelijk op ; zorgt zooveel mogelijk altijd in een rechte lijn te staan.
Dat is zoo moeilijk niet, als men zich dat wel voorstelt, al zijt gij dan ook met vier of zes. Wanneer de een wat op den ander let, gaat dit als van zelf.
2. Wat het wierookvat aangaat, dat dient
I*
w
37
niet om er mee te spelen of u te vermaken ; neen, door den wierook wordt aan Jesua Christus goddelijke eer gebracht, daar men eigenlijk voor God allen» wierook brandt.
De sacristie uitkomend, moet ge het wierookvat aldus dragen : de linkerhand, met den duim door den vasten ring van het wierookvat gestoken , moet plat op de borst rusten . terwijl de rechterhand den ketting zoo dicht mogelijk aan het vat ophoudt.
Zorgt, dat het altijd goed aan is, en dat gij er goed en genoeg vuur in hebt.
Beweegt het zacht en zoo goed gij kunt, (daarom dient gij u echter eerst te oefenen) zonder wild of ruw er mee om te gaan ; staat met de beenen naast, niet van elkaar en altijd stil met lichaam en hoofd ; beweegt alleen de armen.
3. Moet ge «oor u uit wierooken, houdt dan het bovenste des kettings (uw duim in den vasten ring) mat de linkerhand plat tegen de borst, en neemt met de rechter den ketting zoo die.ht mogelijk bij het vat. Dan wierookt gij het gemakkelijkst en zal er niet zoo dikwijls vuur op den grond of op het vloerkleed vallen, waar gij vooral op dient te letten.
4. Hebt gij met het wierookvat ook het scheepje, dan geeft gij dit het eerst , met een kleine hoofdbuiging, geopend aan den Priester of diaken af; opent vervolgens het wierookvat om het daarna met de rechterhand zoo hoog
IS
38
___.
op te heffen, dat de Priester er gemakkelijk wierook in kan doen.
6. Dp wierook wordt altijd gezegend. Als echter alleen het H. Sacrament (bij de nitstel-ling van het Allerheiligste of vóór den zegen) bewierookt wordt, gebeurt dit niet. Gij moet dns telkens wachten , voordat gij het wierookvat slnit, totdat de Priester er een kruisje over gemaakt heeft.
6. Als gij flambouwen of licht draagt, weest dan voorzichtig uwe kleederen niet te bederven. Let er ook op, dat gij de kaarsen of flambouwen ongeveer op gelijke hoogte draagt.
7. Draagt de kandelaars op deze wijze : neemt ze altijd met de rechterhand op; hij, die aan den rechterkant gaat, houdt de linkerhand aan den voet, de rechter aan den bol in het midden van den kandelaar. Hij, die aan den linkerkant gaat, houdt den bol met de linker-, den voet met de rechterhand iaat.
Wat de flambouwen (toortsen) betreft, moet hij, die rechts gaat, ze in de rechter-â¢. hij, die links gaat, ze in de linkerhand dragen. De andere hand wordt plat op de borst gehouden. Aan het altaar geknield, houdt gij ze met beide handen , ongeveer in het midaen vast, en laat het onderste gedeelte op den grond rusten.
8. Vooral moogt gij hier niet praten met elkaar. Zeker, gij hebt er nu meer gelegenheid toe , maar weest daarom des te meer op
«jSf
39
IX
nwe hoede. Zoo ook als gij naar de sacristie gaat om flarabouvren enz. te halen of weg te dragen ; doet het ingetogen , eerbiedig , zonder stooten , stoeien , vechten, of wat weet ik meer.
Dat is een allergewichtigst en zeer voornaam puntje, waar ge goed op moet letten.
9. Gaat niet meer dan noodzakelijk is van uwe plaats, om het een of' ander te halen ; dat staat leelijk en hindert altijd. Moet het gebeuren , (b. v om het bankje vóór het tabernakel te zetten of weg te nemen, om de bonnetten der Priesters op haar plaats te brengen , enz.) doet het dan langzaam en eerbiedig.
10. Alléén onder de Consecratie moeten de flambouwdragers ter zijde van het altaar gaan zitten op den vloer.
Zij blijven er echter tot na de nuttiging van het H. Bloed
a.) als de H. Communie onder de Mis wordt uitgedeeld :
b.) onder iedere zwarte Mis.
Insgelijks onder het â Tantum ergo.quot;
11. Na de H. Mis gediend te hebben, zou het zeer prijzenswaardig zijn, dat gij , alvorens de kerk te verlaten, al ware het slechts een paar oogenblikjes, vóór het Allerheiligste neerknieldet om den goeden God vergiffenis te vragen en de beste voornemens voor de toekomst te maken. Ziet achter : â de wijze om de E. Mis te dienen' een zeer mooi gebedje, dat u daarvoor dienen kan.
w
40
VESPERS en LOF
Paar gij in de vespers en het lof minder te dienen hebt dan gedurende een H. Mis, liebt ge hier ook meer tijd om rustig te blijven zitten en goed te bidden. Dat moet ge dan ook doen. Ziet eens; dan is âOns Beerquot; ter aanbidding uitgesteld. Hij is door duizenden en duizenden engelen omringd, en onder dezen hebt gij , als het ware , een eervolle plaats!
Gij moogt er u dan wel eerbiedig en ingetogen gedragen , niet waar P
1. Wat het âsamen- of alléén knielen,quot; «ie-rooken , samengevoegde handen , enz. aannaat, 't spreekt van zelf, dat het hier even netjes en stichtend gebeuren moet als onder de H. Mis
2. Gij moet het hoofd buigen:
a) in de Vespers: telkens gedurende de woorden ; â Gloria Patri et Filio et Spiritui Sancloquot;
b) gedurende de woorden : â Tantum eryo Sa-cramtntum veneremur cernui.quot;
3. Als de Priester opstaat en zingt, staat gij ook op , behalve onder het laatste â oremusquot;
4. Als er geen diaken aanwezig is, hangt één uwer den Priester het schoudervelnm om en neemt het ook weer af.
5. Onder den zegen wordt het Allerheiligste bewierookt, zooais dit bij de opheffing (elevatie) onder de H. Mis gescbiedt.
Sl
41
|
* |
* | |
|
III. K PIIOCESSIES, ZIHISN-BMIM, ENZ. XM^^BronderBtBlt eens, mijne kinderen, dat een groot heer of koning, in een prach-tig rijtuig met vurige paarden bespannen . in uwe geboorteplaats zou komen , en u, terwijl gij daar op scraat stond , vriendelijk bij den naam zou roepen; dat hij stilhield en u roeliet liem op zijn rijtoertje te vergezellen. Daarin zoudt gij zeker zeer veel eer stellen! Gij zoudt het zoo spoedig mogelijk rondvertellen, en uwe ouders, broeders en zusters zouden niet minder trotsch zijn dan gij. Neen, dat vergaat gij geheel uw leven niet! En toch, koorknaapjes, gij hebt eene veel grootere eer, als ge nw Jesus, geen aardsch of wereldsch koning , maar deu God van hemel en aarde, in processies of ziekenbedieningen moogt begeleiden ! Doordringt u derhalve daar toch goed van ! Hoe eerbiedig en ingetogen zoudt gij u niet gedragen naast dien vorst! Welnu, meer, oneindig meer eerbied moet ge aan den dag leggen , als gij naast of vóór den Koning |
r* | |
|
* |
^ */ |
42
*stj.
der kouingen , Jeaus Christus, gaat! Dan moeten de menschen, die u zien voorbijgaan, knnnen zeggen : â Ziet eens, hoe devoot, hoe diep doordrongen dat kind is; 't doet goed hem te zien!quot;
Ik zal niet zeggen , dat gij geheel dien tijd bidden moet, vooral als de weg wat lang is. Dat zou misschien wel wat te veel gevergd zijn Maar toch van tiji tot tijd, na weer wat gerust te hebben, moet ge ten minste eenige schietgebedjes , wees gegroetjes, enz. bidden
De goede Jesus toch gaat dan, zooals in zijn sterfelijk leven, weldoende rond, en deelt, met kwistige hand, vele en rijke zegeningen uit, vooral aau diegenen, die er Hem om vragen !
Ziet derhalve niet voortdurend rond, nu links dan rechts. Foei! dat staat zoo leelijk ! Neen, kijkt netjes, zedig voor u , en tracht niet alles nieuwsgierig op te merken.
In de processies moet gij tamelijk langzaam gaan ; doch bij zieken bedieningen kunt ge wat sneller doorstappen , maar toch altijd eerbiedig. Verwijdert u niet, tenzij in hooge noodzakelijkheid , uit de processies , en, moet dit gebeuren, zorgt dan niemand te storen of te hinderen.
In de huizen , waar gij komt, en in de kerk, geeft overal het voorbeeld aan de menschen , door uw ingetogen gedrag en zedige houding; preekt, zooals ik u reeds zeide , tot iedereen , die u ziet of bespiedt; dan houden Onze Lieve Heer, mijnheer Pastoor en Kapelaan, uwe ouders
15«
w
43
en al de geloovigen veel van u, en zal Oods zegen nu en later ongetwijfeld op n rusten.
VOORBEELD.
Niet lang geleden werd er op een dorp in Limburg, eene Miesie gegeven. Den tweeden dag, 'gavonds laat, kwam men aan de pastorie aanbellen, en één der Paters verzoeken zoo spoedig mogelijk mee te komen; een stervende moesten de laatste H. Sacramenten toegediend worden, doch er was groote haast bij. â Koep dan een misdienaar,quot; zei de Pater, terwijl hij naar de kerk spoedde. De knaap nu, die de boodschap gebracht had , bood zich gewillig als dusdanig aan, te meer , daar de stervende zijn dierbare grootvader was.
Wat was de goede Pater echter teleurgesteld, toen hij, de sterfkamer binnengetreden, terstond merkte, dat hij hier met een verstokten zondaar te doen had! De oude man, wiens dood zeer nabij scheen , wilde van geen Biecht, noch H. Oliesel hooren. Met afgrijzen wendde hij zich van den Priester af. Deze nu beval den bedroefden omstanders vurig de Litanie van O. L. Vrouw te bidden, waaraan allen, doch het meest het koorkraapje , gehoor gaven.
Voor het H. Sacrament, dat op een versierd tafeltje stond , neergeknield , bad hij snikkend tot den lieven Jesus om de bekeering van zijn grootvader. Allen zagen met innig medelijden
W
44
|
' | ||
|
den bedroefden knaap bidden , en voelden «oh nog meer aangezet hunne gebeden met de zijne te vereetiigen. â Wie weent daar zoo bitter Fquot; vroeg onver-waohts een zwakke stem uit het bed, terwijl de zieke zich omkeerde. â 't Is de kleine Joseph , uw neefje, vriend ; hij bidt voor uquot; , sprak de Pater medelijdend. De grootvader antwoordde niets, maar bleef met strakken blik een minuut of tien den kleine beschouwen, die daar als een engel, in biddende houding , lag neergeknield. Toen hij gekomen was aan : â Toevlucht der zondaren , b. v. o.quot; herhaalde hij tot driemaal toe, steeds luider en luider, deze boorden. Nauwelijks had hij ze ten derden male uitgesproken , of ook de grootvader begon hevig te snikken en riep met stervende stem : â Pater , ik wil biechten ; ja , spoedig , spoedig ; mijn Joseph , dat kind heeft me bekeerd quot; Na een kwartiertje stierf een rouwmoedig zondaar , en kon de kleine Joseph er op roemen een ziel voor den Hemel gewonnen te hebben. Nog een enkel puntje , dat ik liever niet had aangestipt, maar waar ik u toch even op wijzen moet , is: Weest toch, ook als koorknaap, eerlijk en rechtoaardig , en eigent u hoegenaamd niets toe, wat aan de kerk of sacristie behoort, opdat men u in alles, altijd en overal vertrouwen kan. | ||
|
⢠|
45
Als toemaatje bij deze derde uitgave nog de volgende niet onaardige geschiedenis â¢. {*)
Fridolinus was een verstandig knaapje; in de school had hij nog nooit straf gekregen, uitgezonderd enkele malen ter oorzake zijner praatzucht ; bij het godsdienstonderwijs en waar verder iets van bniten te leeren viel, had hij alle antwoorden steeds even vlot gekend als het â Onze Vader.quot; Mijnheer Pastoor had hem dan ook als misdienaar aangenomen en hem met zortr alles geleerd, wat tot die heilige bediening wordt vereischt, benevens de gebeden , die een brave jongen vóór en na de U. Mis, bij de Offerande, de Consecratie en de Nnttiging verricht. Frido-iinns woonde twintig minnten van de kerk, doch zelden kwam hij te laat; als het in den winter sneeuwde, als soms de wind de vlokken hier en daar bij elkaar had gpjaagd , zoodat hij tot over de knieën in de sneeuw zakte, toch ontbrak hij nooit aan het altaar. â De goede God zal u eenmaal voor uw misdienen rijkelijk beloonen,quot; had Mijnheer Pastoor hem eens gezegd en aan dat groot loon in den hemel dacht Fridolinus dikwijls, ja, hij droomde er zelfs somtijds van. Zoo scheen het hem op zekeren keer, als kwam hij in zijn rooden toog met het witte koorhemdje daarover heen voor de poort des hemels. Hij belt aan; daar verschijnt de
â De Engelbewaarderquot; 12de jaargang.
46
H. Petrus met den sleutelbos en vraagt vriendelijk , wat hij verlangt.
âWel, in den hemel binnengelaten te worden ; ik ben misdienaar, kent gij mij niet P Ik heb reeds meer dan duizend heilige missen gediend, gij zult mij dus niet buitensluiten.quot;
â Ik zal eerst eens zien, hernam St. Petrus ernstig, wat er in het gouden zakje is, waarin uwe goede werken bewaard worden ; want jelui, misdienaars , hebt er meestal groote gaten in , zoodat nagenoeg alles er uit valt; komt ge hier aan , dan meent ge een grooten schat van verdiensten verzameld te hebben , maar ge hebt niet bemerkt, hoe alles reeds door de openingen naar beneden viel en door den duivel werd opgeraapt.quot;
Daarop onderzoekt de H. Petrus het zakje, keert het om , speurt in alle vouwen en toont den knaap, wat hij vindt. Hoe stond Fridoli-nus verslagen! Nauwelijks twintig missen waren er nog over; de andere waren stellig door de groote gaten gevallen. Vervolgens sloeg de H. Petrus ook het schuldboekje eens open en toonde het blad aan den ontstelden kleine. Daar stonden veel, zeer veel getallen, welke de bedreven en nog niet uitgeboete zonden aangaven, alsook het aantal uren, die hij in het vagevuur moest doorbrengen.
St. Petrus las den doodsbleeken knaap de volgende lijst voor: â Schulden gemaakt door
I5t
*F
47
ijdelheid, schulden ook door twist; 140 maal hebt gij het schoonste kleed voor u genomen en het mindere den anderen gegeven, 50 maal daarbij getwist; 200 maal hebt gij de voornaamste bij het dienen willen zijn, ofschoon Mijnheer Pastoor verlangt, dat dit om beurten ga. Op feestdagen en als er veel volk ter kerke was gekomen, dacht gij 231 maal: Wat zullen de menschen wel denken, als ze mij zoo schoon de mis zien dienen P Wat sta ik ver boven de andere jongeus ! Hoe juist past mij de nieuwe, roode toog! . . . Als gij met tweeën diendet, wildet gij altijd cfen wijn inschenken , nooit het water. Immer moest gij de beste altaarschel hebben ; ziehier , hoe dikwijls wel Bij de hoog-diensten hebt gij 20 maal getwist, omdat gij het wierookvat wildet dragen in plaats van het scheepje. Als Mijnheer Pastoor u waarschuwde, schooft gij telkens de schuld op een ander. Tweemaal hadt gij een heftigen woordenstrijd met de anderen, toen een vreemde priester, die speelcenten gaf, de H. Mis wilde lezen. Twintigmaal hebt gij gediend alleen om het loon , 4 maal hebt gij onnoodig omgezien en daardoor aan 300 kinderen ergernis gegeven, 70 maal veel te vlug het âConfiteorquot; opgezegd en de woorden dooreengehaspeld, terwijl toch meer dan duizend engelen u omgaven, 1 maal hebt gij volstrekt niet gebeden op het oogenblik der H. Consecratie, 50 maal niet bij de Nuttiging,
ISf
W
48
M
gt;
730 maal te haastig en te slordig geknield, zonder het aangezicht naar het tabernakel te keeren.
Poor de 20 EL Missen, die gij volkomen goed gediend hebt, komt gij twintig treden hoog in den hemel. Van de overige 980 H. Missen te zamen blijft toch nog wel iets goads over, zoo-dat gij 30 treden hoog komt. O, hadt gij die 1000 H. Missen zonder ijdele gedachten gediend en niet getwist; hadt gij liever het minder schoone kleed gedragen, den nederigsten dienst verricht, anderen den voorrang gegeven, niet om wille der menschen gediend, de berisping geduldig aangenomen , voorzeker , Fridolhms, gij zondt in heerlijkheid gindschen engel daar boven u verre overtreffen en meer aohitteren dan die koning , die na 200 jaar in het vagevnnr geleden te hebben, thans ten hemel opstijgt. Nu echter moet gij zoovele nren in het vagevuur toeven, als het aantal bedraagt van al die slecht gediende Missen. gevoegd bij dat der zonden, waarover gij nog geen berouw gehad hebt of die nog niet in de biecht beleden zijn. Hebt gij echter de zonden gebiecht, die gij door uwe ijdelheid hebt bedreven en zijn ze u van harte leed, dan behoeft ge niet zoo lang in deze plaats van folteringen te blijven.quot; Zoo sprak de H. Petrus.
Fridolinus zag ver beneden zich eene zee van vlammen, waarvan de rook tienmaal zoo hoog steeg als een kerktoren. Zijne plaats was reeds
gt;
W
49
4*
aangewezen; de vlammen sloegen al om hem heen ... Plotseling ontwaakt hij uit zijnen ern-stigen droom. Van dien oogenblik af hoedde hij zich voor alle ijdelheid, verheugde zich zelfs, als anderen boven hem gesteld werden, diende de H. Mis zoo eerbiedig als een engel, biechtte ook de foaten, bij dit heilig werk bedreven en .... hij verzamelt na niet meer in eenen zak met gaten.
Niet waar, jongens P thans heb ik den spijker op den kop geslagen. Verbetert n dus ook zonder uitstel, indien gij het mocht noodig hebben.
4
K.
50
iethier, beste jongens, waar ik n op wilde wijzen.
Nog eens dan : leest en herleest dit boekje dikwijls. Natuurlijk , niet in één keer, maar nu eens dit, dan weer dat; onthoudt het goed, maar vooral brengt het trouw in toepassing, zoo juist, zoo goed , zoo dikwijls mogelijk.
O ! wat zult ge dan toch Teel bijdragen , om alles plechtig en stichtend in onze kerken te doen plaats vinden!
Neen, dan zal men niet meer hooreu klagen, zooals dit nog al eens gebeurt: Foei! wat gedragen zich onze koorknapen toch slecht en oneerbiedig ! Gaarne geef ik u toe, dat het wel wat moeite en inspanning kosten, zelfs wat lastig zijn zal! Maar dan herinner ik u : Denkt er aan, dat de Goddelijke Kindervriend ugeroepen beeft: â Laat die kleinen tot Mij komen!quot; maar er ook aanstonds bijvoegde : â voor dezulken is het Rijk der Hemelen lquot;
Daarenboven, als gij u nu, terwijl ge nog een kleine jongen zijt, diep leert doordringen van de grootheid en verhevenheid van onzen H. Godsdienst, dan zal u dit, wat gij dan ook in de wereld worden moogt, later immer bijblijven , en zult gij u zeker altijd eerbiedig en stichtend in Gods huis gedragen.
A. M. D. G.
51
WIJZE H DE H. MIS TE DIENEN.
N.B. 1. A1b de Priester gedurende de H. Mis zich zegend, het, hoofd buigt, op de borst klopt, enz. doet gij dit ook ; zie boven blz. 27 , n» 8.
N.B. 2. Spreekt in de Latijnsohe woorden de se als uit, b. v. Marite = Mariee; de c als b, b. V. judica = judika ; de q» alsbw , b.v. quia â kwia, quoniam = kwoniam. Het woord Coelum als Seelum.
Als de Priester het teeken tot uitgaan geeft, maakt gij een diepe buiging voor het kruis; dan een hoofdbuiging naar den Priester en gaat hem naar het altaar vooraf; biedt den Priester een weinig wijwater aan , zegent u zeiven, en geef met de bel, bij de sacristie aanwezig, een teeken.
Aan het altaar gekomen , blijft gij aan den epistelkant (links van het altaar) staan, en laat den Priester voor u doorgaan , indien ge van dezen kant naar het altaar gaat; komt ge van den anderen kant (evangeliezijde) in het koor, dan gaat gij door, zonder voor het M, Sacrament of kruis te knielen of te huigen. Met andere woorden : zorg aanstonds aan de rechterhand des Priesters te zijn.
S?F
52
amp;
Neem zijn bonnet aan, en kniel dan op den grond. Breng vervolgens de bonnet naar haar plaats, keer terug naar de evangeliezijde, in het midden vóór het altaar knielend, en wacht daar geknield, op de laagste trede van de altaartrap.
Daalt de Priester van de altaartrap af, zoo staat gij op ; wanneer hij nu knielt of buigt, knielt gij eveneens en blijft dan, een weinig achter hem, op twee knieën zitten op den vloer.
Maak, terwijl de Priester het boek open legt enz., uwe intentie: waarom, of voor wien gij deze H. Mis gaat hooren.
|
Pr. In nomine Patris, et Filii, et Spiritus Sancti. Amen. Introibo ad altare Dei. D. (1) Ad Uenm qui Iffltificat juventutem me-am. Pr. Jndicame, Deus, et discerne causam me-am de gente non sanc-ta : ab homine iniqno, |
In den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen. Ik zal ingaan tot het altaar Gods. Tot God, die jeugd verblijdt. Oordeel mij. God, en onderscheid mijne zaak van het onheilig volk, verlos mij van den on- |
1
Bij de woorden van twee lettergrepen moet de nadtuk altijd op de eerste gelegd worden; bij de woorden van meer dan twee, op de lettergreep, welke geteekeud is.
53
42«
|
et doloso erne me. D. Quia tu es Deus fortitude mea: quare me repulisti P et quare tristis incédo, dum affli-git me iuimicna F Pr. Emitte lucem tu-am, et veritatem tuam, ipsa me deduxerunt, et adduxernnt in montem sanctum tunm et in ta-berna.cnia tua. D. Et introibo ad altare Dei: ad Deum qui laetifieat juventutem meam. Pr. Confitebor tibi in citbara (â¦) Deus, Deus mens, quare tristis es anima mea, et quare conturbas me P D. Spera in Deo, quoniam adhuc oonü-tébor illi; salutare vul-tus mei, et Deus mens. |
gerecliti«eu en bedrieglijken menech. Want Gij. o öod, zijt mijn sterkte: waarom hebt Gij mij ver-stooten, en waarom treed ik droevig voort, terwijl de vijand mij verdrukt P Zend uw licht en uwe waarheid uit ; zij hebben mij geleid en voort-geleid naar uwen H. berg en naar uwe woon-tenten Ik zal ü op de citer loven. God, mijn God: waarom zij1 gij bedroefd , mijne ziel en waarom ontstelt gij mijp Hoop op God ! want ik zal Hem nog lofprijzen ; tot heil van mijn aanschijn, en mijn God. |
W'-
'l*
1
Niet kitara maar : sit ara.
54
P. (1) Gloria Patri,
et Filio, et Spiritui Sancto.
D. Sicut erat in prin-cipio , et nunc et semper, et in saécula saecu-lórum. Amen.
Pr. Introibo ad altare Dei.
D. Ad Deum qui lEeti-ficat juventiitem meam.
In zwarte Missen en somtijds in den Passietijd, wordt de psalm ; â ,Tudicnquot; tot â â¢Tuventutem tneamquot; weggelaten.
Pr. (2) Adjutorium nostrum in nomine Do-mini.
D. Qui fecit caelum et terram. (3)
Pr. Confiteor... Deum nostrum.
D. (Keert zich naar den Priester, het hoofd een weinig naar hem gebogen houdend:)
(1) De misdienaar make hier eene diepe hoofdbuiging, (jedure.nde al die woorden.
(2) De dieuaar make hier met den Priester een kruis.
(3) Hier niet zeggen : teternam , zooals de meesten dit doen.
Eere zij den Vader, en den Zoon en den H. Geest.
Gelijk het was in den beginne , en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Onze hulp is in den naam des Heeren.
Die hemel en aarde gemaakt heeft.
5$
66
|
Misereatur tni omni-poteus Deua, et dimis-sis peccatis tuis, per-ducat te ad vitam ®ter- A.men. nam. Pr. |
De almogende God ontferme zieh over u , vergeve uwe zonden en geleide u ten eeuwigen leven. Amen. |
13. (diep gebogen naar het altaar gekeerd:)
|
Confiteor Deo omni-poiénli, beatae Mariae semper Virgini, beato Michaéli Archangelo, beato Joanni Baptist», Sanctis Apostolis Petro et Paulo, omnibus Sanctis, et tibi(1) Pater, quia peccavi nimis cogitati-óne, verbo et ópere : mea culpa , mea culpa, mea maxima culpa. (klopt driemaal op de borst.) Ideo precor beatam Ma-nam semper Virginem, beatum Micbaélem Ar-ehangelnm, beatum Jo-annem Baptistam, sanc- |
Ik belijd voor God almachtig de H. Maria, altijd Maagd, den H. Aartsengel Michaël, den fl. Joannes den Dooper, de H. Apostelen Petrus en Paulus, alle heiligen eu voor U, Vader, dat ik zeer gezondigd heb, met gedachten , woorden en werken , door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld. Daarom bid ik de H. Maria , altijd Maagd, den H. Aartsengel Mi- |
5^quot;
1
De misdienaar keert zich een weinig naar den Priester ; zoo ook straks bij de woorden : âet te Pater.quot;
56
.a
|
tOB Apóstolos Petrum et Panlnm, omoes sanctos et te, Pater , orare pro me ad Dó-minnm Deum nostrnm. Pr. Mieereatnr vestri omnipotens Dans, et di-missis peccatig vestris, perdncat vos ad vitam seternam. D. Amen. Ric/it zich Pr. Indulgentiam , absolutionem, et remis-sionem peccatorum nos-trorum tribnat nobis omnipotens et miseri-cors Dominns. |
ohaël, den H. Joannes den Dooper, de H. Apostelen Petrus en Paulas , alle Eteiluen en U, Vader, den Heer onzen God. voor mij te willen bidden. De dienaar blijft gebogen. op. Kwijtschelding, ontbinding en vergiffenis van onze zonden , ver-leene ons de almachtige en barmhartige Heer. |
Zegen u, terwijl de Prieüer een krui» maukt. 1). Amen.
Buig nu diep, naar het altaar gekeerd, totdat de Priester de trappen van het altaar opgaat.
Pr. Deus, ta conver-
bub vivificabis nos.
D. Et plebs tua Ite-tabitur in te.
Gij , God , tot ons gekeerd, zult ons levend maken.
En uw volk zal zich in U verheugen.
57
Zk
|
Pr. Ostende nobis, Domimquot;, misericordiam tuam. D. Et salutare tuum da nobis. Pr. Domine, exaudi orationem meam D. Et clamor mens ad te véaiat. Pr. Dominns vobis-cnm. U tuo. Pr. Et cum spiritu Oremus |
Toon ons, Heer, uwe barmhartigheid. Kn uw heil, geef het ons. Heer, verhoor mijn gebed. En mijn geroep kome tot ü. De Heer zij met u-lieden. En met uwen geest. Laten wij bidden. |
Sta nu op , en zonder eerst in 't midden te gaan knielen, ga op de onderste trede op de knieën, zitten, tot na den epistel.
Pr. Kyrie eleison.
D. Kyrie eléison
Pr. Kyrie eleison.
D. Christe eléison.
Pr. Christe eleison.
D. Christe eléison.
Pr. Kyrie eleison.
D. Kyrie eleison.
Heer, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, ontf. U onzer.
Let er op â Kyriequot; en â Christequot; niet te vermis-selen. (*)
Pr. Kyrie eleison.
in het midden
58
Pr. Dominns vobis-cum.
D. Et cum spiritu too.
Pr. Oremus.....sseula sseculorum.
D. Amen. (Aldus nd elk : â siecula seeculorum.quot;) Zegt de Priester : â Flectamus genuaquot; laten wij knielen , dan antwoordt gij; â levatequot; staat op.
Als de Priester de stem laat dalen of een teeken geeft:
D. Deo gratiag. Gode zij dank.
Ga dan, met kniebuiging voor het midden des altaars, naar de epistelzijde en wacht hier met den rufj naar het volk gekeerd, totdat de Priester naar het midden des altaars gaat, (Zoude Priester knielen, terwijl gij er wacht, doe dan insgelijks.) Neem vervolgens het lessenaartje, ga terzij naar beneden, u links omkeerend, kniel in het midden op den vloer, en ga terzij weer naar boven; plaats hier het lessenaartje eeu weinig schuin naar den Priester en wacht er, den rug naar het volk gekeerd.
Pr. Dominus robis-etim.
D. Et cum spiritu tuo.
Pr. Sequentia (initi- Maak een kruisje, met
um) sancti evangelii den duim, op voorhoofd, secundum N. mond en borst.
69
*h.
D. Gloria tibi, Domi- Eere zij U , o Heer! ne.
Ga daarna, rechts omkeerend, naar de epistel-zijde, â na, in het midden geknield te hebben â en blijf er staan.
Bij het einde , antwoord :
D. Lans tibi, Christe. Lof zij U, ChriatuB. Pr. Dommaa vobia-
(jum.
D. Et cnm apiritu tuo.
Als de Priester den kelk ontdekt, gaat gij terstond, dus zonder eerst in het midden te gaan knielen, de ampullen nemen, op de
volgende wijze:
De wijnampul in de rechterhand, (zoo , dat het oortje gemakkelijk door den Briester kan aangevat worden;) de waterampul in de linkerhand, bij het oortje. U links omkeerend, gaat ge de altaartrap-pen op. Boven gekomen, keert gij u naar het altaar en wacht, totdat de Priester het midden verlaat. Daarna keert ge u enen naar den Priester, en biedt hem de wijnampul aan , ze eerst eerbiedig kussend.
Als de Priester deze aangenomen heeft, neemt gij de waterampul in de rechterhand, en neemt met de linker- de wijnampul terug, ze weder eerbiedig kussend, (uitgenomen in een zwarte Mis, en bij uitstelling van het Allerheiligste.) Nu biedt ge hem de waterampul aan en wacht, totdat hij het ovenloe-
5^quot;
60
I*
dige leater heeft leruggegeoen, en keert dan rechtsom naar de plaats der ampullen terug. Hier zet ge de wijnampul neer , neemt de waterampul bij het oortje in de rechter- en het schenkblaadje op de linkerhand, terwijl gij het vingerdoekje over den linkerarm hangt. Vervolgens gaat gij tot op één na de bovenste trede, maakt een hoofdbuiging naar den Priester en giet langzaam wat water over zijne duimen en wijsvingers , buigt weder het hoofd, en gaat rechts-omheerend weer alles op zijne plaats zetten om daarna naar de uwe terug te keeren.
Is het Allerheiligste uitgesteld, dan moogt ge niet naar boven gaan, maar blijft onder staan, met den ruft naar het volk gekeerd.
Pr. Orate fratres Bidt, Broeders.
D. Suscipiat (1) Domi- De Heer neme deze nnB aacrificium de ma- offerande uit uwe han-nibus tuis, ad laadem den aan , tot lof en et gloriam nóminis sui, glorie van zijnen naam, ad utilitatf-m quoque tot nut ook van ons noetram, totiusque Ec- en van geheel zijne H. eiésiae suse sanctae. Kerk.
(Onder dit âsuscipiatquot; moet gij noch het lichaam, noch het hoofd buigen.)
Pr. Per omnia s»- Door alle eeuwen der cula eseuulornm. eeuwen.
D. Amen. Amen.
1
Hier weer niet : Suskipiat maar SusSipiat; even eeus niet Sakrifikium maar : Sakrijisium.
61
4*
Pr. Dominns vobis-cum.
D. Et cam spirita tuo.
Pr. Snrsam corda. Omhoog de harten.
D. Habémns ad Dó- Wij hebben ze tot minnm. den Heer verheven.
Pr. Gratias agamus Danken wij den fleer Domino Deo nostro. onzen God.
D. Dignnm et jus- Dat is billijk en reoht-tnm est. vaardig.
Zegt de Priester op het einde der â preefatiequot; â Sanctus, sanctus, sanctus,quot; geef dan drie tikjes met de schel, terwijl ge een weinig buigt.
Als de Priester verschillende kruisteekens over den kelk maakt, kunt ge een teeken met de schel geven, om ze daarna op de bovenste trede van de altaartrap neer te zetten.
Sta daarna op, ga (u geheel omkeerend) naar het midden, kniel op den vloer en zet u op de bovenste trede, een weinig linhs , neer. Als de l'riester gaat knielen, licht gij den boord van de kazuifel met de linkerhand een weinig op, en schelt drie tikjes met de rechter- ('t eerste , als hij knielt ; 't tweede, als hij de H. Hostie opheft; 't derde, als hij weer knielt.) Zoo ook bij het opheffen van den kelk.
Dan gaat ge onmiddellijk naar beneden, links omkeerend; knielt op den vloer op één knie en gaat naar uwe plaats.
62
GtEBED.
Mijn Jesus! ik aanbid TJ met al de engelen, die U hier thans eerbiedig omringen ; ik geloof in U; ik hoop op U , ik bemin U uit geheel mijn hart. Zegen, lieve Jesas, mij en mijne fam'lie, nu Gij hier nederdaalt om uwe rijke gunsten uit te deelen ; geef ons alles wat ons noodig is naar ziel en lichaam en maak, dat wij altijd uw H. Wil volbrengen ! â Dat uw kostbaar Bloed voor niemand onzer tevergeefs vergoten zij ; integendeel, dat Het ons allen geluk en zegen aanbrenge! H. Maagd en Moeder Gods Maria, H. Joseph, H. Bewaarengel en alle Gods lieve Heiligen, vereenigt uwe bede met de mijne, opdat ik de beloften van Christus immer meer en meer waardig worde! Amen.
Als de Priester de H. Hostie met den kelk een weinig omhoog heft, kunt ge een teeken met de sehel geven.
|
Pr. Per omnia sebcu-la Bseculomm. D. Amen. Pr. Oremus ____et ne nos inducas in ten-tationem. D. Sed libera nos a malo. |
Laten we bidden.... en leid ons niet in bekoring. Maar verlos ons van den kwade. |
63
Q___â
P. Per omnia ssecu-la HSBculorum.
D. Amen.
Pr. Pax Domini sit De vrede des fleeren semper vobiscnm. zij altijd met nlieden.
D. Et cum spiritu En met uwen geest, tuo.
Zegt de Priester driemaal âDomine non sum dignus,quot; dan kunt ge telkens een teeken met de schel genen. Onder de Communie van den Priester moet ge een weinig he', hoofd buigen.
GEESTELIJKE COMMUNIE.
O lieve Jesus! Ik zou mij thans zoo gaarne met U vereenigen in de H. Communie. Daar ik echter niet waardig genoeg ben, zoo verlang ik vurig dit op geestelijke wijze te doen.
Ik geloof in U, en vraag U vergiffenis voor al mijne zonden , fouten en gebreken! O! dat toch, als het oogenblik daar ia, waarop ik TJ in werkelijkheid zal ontvangen, mijn hart zuiver, rein en goed voorbereid zij ! Ondertusschen zal ik trachten U altijd innig, vurig te beminnen.
(Als de B. Communie moet uitgereikt Korden, zie boven bldz. 34 , w 22 )
Wanneer de Priester den kelk ontdekt, en voor het H. Bloed knielt, staat gij op en begeeft u, zonder eerst in het midden te gaan knie-
-If'
6i
len, naar de plaats der ampullen, neemt er de beide ampullen, bij de oortjes, (wijn in de rechter-, water in de linkerhand.) Keer nu links om, ga de trap op en blijf, na geknield te hebben, naast den Priester staan , (den rug naar het volk gekeerd,) diep buigend onder de nuttiging van het Kostbaar Bloed.
Als de Priester u den kelk toereikt, giet gij voorzichtig een weinig wijn in den kelk. Vervolgens gaat gij een weinig terug, en blijft op de tweede trede staan, het gezicht naar den Priester gekeerd.
Als deze tot u komt, en u andermaal den kelk toereikt, giet ge voorzichtig eerst wat wijn en dan wat meer water over zijne duimen en wijsvingers, vóór en na, eene kleine hoofdbuiging makend.
Qa daarna de ampullen weer op hare plaats zetten, keer naar het midden des altaars terug, kniel daar op den vloer en ga het boek nemen. Trek het voorzichtig eerst een weinig naar u toe, vat het aan en keer rechts om,
In het midden, naar het tabernakel of kruisbeeld gekeerd, knielt ge op den vloer, en gaat dan naar boven. Terugkeerend, knielt ge weer op dezelfde wijze, in het midden, en gaat naar uwe plaats tegenovergesteld aan het boek.
(Denk aan het kelkkleedje.)
Pr. cnm
DominuB vobis-
65
D. Et cum spiritu tno.
Pr. Per omnia bsb-cnla BiEculorum.
D. Amen
Pr. DominuB vobia-cnm.
D. Et cnm spiritu
tuó.
Fr. Ite Missa est. Gaat, de Mis is ge-
of: eindigd.
BeDedicamns Domino. Laat ons den Heer
dankzeggen. D. Deo gratias. Gode zij dank.
(In den Paaschtijd, wanneer de Priester tweemaal â Allelujaquot; zegt, doet de dienaar insgelijks.)
Ga nu, met of zonder het boek, op twee knieën midden ooor het altaar op den vloer zitten.
Pr. Benedicat vos .... et Spiritus Sanctus.
D. Amen.
Eindelijk staat ge op, moet ge het boek boven gaan plaatsen, zoo doe het; anders ga aan den epistelkant staan.
In zwarte Missen zegt de Priester, in plaats van : â Ite Missa est.quot; ;
Pr. Keqniescant in Zij rusten in vrede, pace.
D. Amen.
5
K.
2F
66
__:
Daarna staat gij terstond op en gaat naar den epistelkant, in het midden van het altaar knielend.
Pr. Dominus vobis-cam.
D. Et cum spiritu tuo.
Pr. Initium (sequen-tia) sanoti Evangelii secundum Nquot;.
D. Gloria tibi, Domi-ne.
GEBED
Aanbiddelijke Majesteit van mijn God, nederig aan uwe voeten eeknield, aanbid ik TJ met den diepsten eerbied , en bedank U voor al de genaden, welke ik ooit van ü ontvangen heb, vooral echter, omdat Gij mij in uwe H. tegenwoordigheid geduld en tot de bediening uwer H. Altaren toegelaten hebt. Ik vraag U vergiffenis , o mijn God, voor de fouten , die ik gedurende deze H. Mis mocht begaan hebben, door te weinig aandacht, eerbied, ingetogen heid en godsvrucht. Ik neem mij vastelijk voor, met de hulp uwer genade, mij te beteren , en deze H. bediening voortaan met godsvrucht te vervullen, overtuigd als ik ben, dat geene handeling van onzen H. Godsdienst zoo groot, zoo heilig, zoo verheven is als de H. Mis; en daar men heilig moet zijn, om ü zoo nabij te nade-
67
A*
ren, zal ik trachten van nu af een braaf, christelijk leven te leiden. Geef mij deze genade, lieve Jeans! en verhoor goedgunstig de gebeden, die ik voor mij en al mijne dierbaren gestort heb ! Zegen ons met uwe rijkste zegeningen!
Heilige N., wiens feest wij vandaag vieren, bid voor ons. Amen.
(Op iet einde van het Evangelie); Deo gr atlas.
Na de gebeden ; 3 weesgegroetjes, enz. knielt ge met den Friester, en gaat hem vóór naar de sacristie, waar ge knielt om zijn zegen te ontvangen.
Aanmerking: Zijt gij eenmaal begonnen eene H. Mis te dienen , ga dan voort, tot het einde toe, zonder u aan de opheffing, zegen , enz., die aan de andere altaren zouden plaats hebben , te storen. Evenwel, gedurende de Hoogmis , processie in de kerk , of: âabsoutequot; (plechtigheden bij de lijkbaar) moogt ge niet schellen.
H. MIS MET TWEE MISDIENAREN.
Mochten er, bij de parochiale Mis, die dient voor hoogmis, enz. twee misdienaren aanwezig zijn, dan letten zij nog op het volgende:
Aanmerking. Denkt er aan, alles netjes gelijk te doen, en op al de puntjes, vroeger aangestipt, te letten.
1. Zij plaatsen zich in de sacristie aan weers-
fit
gt;2F
68
*h.
zijden, een weinig achter den Priester, en maken te zamen een hoofdbuiging, eerst naar het kruis, dan naar den Priester.
2. Hij, die het eerst is uitgegaan, (2^ misdienaar) , gaat, aan het altaar gekomen , aan de evangelie-, de andere (Ist0 misdienaar) aan de epistelzijde. De 2de geeft wijwater aan den eersten, deze aan den Priester.
3. Nooit behoeven zij van plaats te vermsxelen.
4. Eén van beiden, (naarmate men van de epistel- of evangeliezijde het koor inkomt), laat, aan het altaar gekomen, den Priester vóór zich doorgaan , terwijl hij dan eene kleine hoofdbuiging maakt.
6. De Ist' misdienaar (aan de rechterzijde des Priesters) neemt de bonnet aan.
6. Hun plaats, gedurende de H. Mis, is op de onderste trede van de altaartrap , waar zij zich, als de Priester naar boven gaat, zonder eerst in het midden te gaan knielen, op de knieën zetten.
7. Zij antwoorden gelijktijdig.
8. Wanneer beiden , of één van beiden, van zijn plaats moet, om het een of ander te verrichten , komen ze vóór en na, in het midden des altaars knielen.
9. Den eersten keer draagt de l'te misdienaar het boek om, terwijl de 2de beneden wacht; de 2de laat den 1quot;⢠vóór zich doorgaan , na eerst te zamen geknield te hebben.
C
69
10. Bij de offerande neemt de 1»quot; de wijn-ampul; de 2dâ¢, die aan de linkerhand van den l'quot;quot; moet staan, de waterampnl; bij het heengaan keeren zij elkaar het gezicht toe, en gaan dan naar beneden. Vervolgens neemt de 2lt;le de water-ampul en het schenkblaadje; de lquot;te biedt het vingerdoekje aan.
11. Ze maken altijd samen de hoofdbuigingen.
12. Beiden honden onder de Elevatie de kazuifel op; de l»te heeft de schel.
13. Moet de H. Communie uitgereikt worden, dan knielen beiden aan weerszijden van het altaar.
14. Na de H. Communie draagt de 2lle het boek om, terwijl de lquot;te het kelkkleedje neemt, dat hij naar de evangeliezijde draagt, waar hij het netjes neerlegt.
15. Moet voor het laatste evangelie nogmaals het boek omgedragen worden , zie n» 9.
16. Bij het terugkeeren naar de sacristie gaat de 2de misdienaar weer voorop.
Geloofd zij Jesus Christus !
GEBEDEN NA ELKE STILLE H MIS.
(Voorgeschreven ea met een aflaat van 300 dagen verrijkt door Z. H. Paus Leo XIII.)
De Priester bidde driemaal met het volk het Wees gegroet, Maria.
Vervolgens:
Wees gegroet. Koningin, Moeder van harm-
70
IS
hartigheid, cms leven , onze zoetheid en onze hoop , wees gegroet.
Tot U roepen wij , ballingen, kinderen van Eva.
Tot U verzuchten wij, klagende en weenende in dit tranendal.
Welaan dan, onze Voorspreekster, sla nwe zoo barmhartige blikken op ons neder.
En toon ons, na deze ballingschap , de gezegende vrncht uws lichaams, Jeans.
O goedertierene, o liefdevolle, o zoete Maagd Maria.
Bid voor ons, H. Moeder Gods.
Hj. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
I5c
Laten wij bidden.
God , onze toevlncht en kracht, zie genadig neer op het volk , dat tot U roept; en verhoor in uwe barmhartigheid en goedertierenheid, door de voorspraak van de glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Goda Maria, van den gelukzaligen Jozef, haren Bruidegom, van uwe gelukzalige Apostelen Petrus en Panlus en alle Heiligen , de gebeden , die wij storten voor de bekeering der zondaars, voor de vrijheid en de verheffing van osze Moeder de H. Kerk. Door Christus onzen Heer. â Amen.
W
71
Baarbij voegt men de volgende aanroeping ;
Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd; wees onze bescherming tegen de boosheid en de lagen des dnivels. Dat God hem gebiede; daarom bidden wij ootmoediglijk, en Gij , aanvoerder der hemelaehe legerscharen, verdrijf door de kracht Gods den satan naar de hel met de andere booze geesten, die tot verderf der zielen in de wereld rondzwerven. Am.
52F
15?
tJ
72
IL IT .A_ 3Sr IE
VAN p, y, p. VAN |_ORETTO.
|
Kyrie eleison. Christe eleison. Kyrie eleison. Christe audi nos. Christe exaadi nos. Pater de coelis Dens, miserere nobis. Fili Eederaptor mnndi Deus, miserere nobis. Spiritus Sancte Deus, miserere nobis. Saucta Trinitas, unus Deus, miserere nobis. Sancta Maria, ora pro nobis. Sancta Dei Genitrix, ora pro nobis. Sancta Virgo Virginnm, ora pro nobis. |
Heer, ontferm U onzer. Christus, ontf. U onzer. fleer, ontferm U onzer. Christus , hoor ons. Christus , verhoor ons. God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievaldigheid, één God , ontf. ü onzer. fl. Maria, bid voor ons. H. Moeder Gods, bid voor ons. S. Maagd der Maagden, bid voor ons. |
5?;'
73
|
Mater Christi, ora pro nobis. Mater divinse gratiee, Mater purissima, Mater castiasima , Mater inviolata, Mater intemerata, Mater amabiliB , Mater admirabilis, Mater Creatoria, Mater Salvatoris , g CD Virgo prudentissima, T, O Virgo veneranda , g Virgo prsedicanda, Virgo potens , quot; Virgo clemens, Virgo fidelis, Speculum justitisB, Sedes sapientiae , Causa nostrse Isetitise, V as spirituale , Vas honorabile, Vas insigne devo- tionis, Rosa mystica, Turris l)avidica , Turris eburnea, |
Moeder van Christus , bid voor ons. Moeder der Goddelijke genade, Allerreinste Moeder, Allerzuiverste Moeder , Ongeschonden Moeder , Onbevlekte Moeder, Minnelijke Moeder, Wonderlijke Moeder , Moeder des Scheppers , Moeder des Zalig- gt makers, ^ Allervoorzichtigste 2 Maagd, S Eerwaardige Maagd, o Lofwaardige Maagd, S Machtige Maagd , Goedertierene Maagd, Getrouwe Maagd , Spiegel der rechtvaardigheid , Stoel der wijsheid , Oorzaak onzer blijdschap , Geestelijk vat, Eerwaardig vat, Uitmuntend vat van godsvrucht, Geestelijke roos, Toren van David , Ivoren toren , |
74
|
Domus aurea, ora pro no bis. Foederis area, Janna coeli, Stella matatina, Salns infirmorum, Eefngium peccato- rnm , Consolatrix afflicto-rum, Anxüium Christiano-rnm, Segiua Angelorum , Eegina Patriarcha-⢠rum , g Eegina Prophetaram, ^ â¢-1 Eegina Apostolornm, 0 o Eegina Martyrnm, St Eegina Confessorum , Eegina Virginum, Eegina Sanctorum omnium, Eegina sina labe original! concepta, Eegina Saoratiasimi Eosarii, Agnus Dei, qui tollis |
Gulden huis, bid voor ons. Ark des verbonds, Deur des Hemels, Morgenster, Behoudenis der kran-ken , Toevlucht der zondaren , Troosteres der bedrukten , Hulp der christenen, Koningin der Engelen , Koningin der Patri- 3-archen, 5.' Koningin der Pro- lt; feten, § Koningin der Apos- ^ len , § Koningin der Mar- â¢quot; telaren , Koningin der Belijders , Koningin der Maagden , Koningin van alle Heiligen, Koningin zonder erf-smet ontvangen , Koningin van den allerheiligsten Eo-zenkrans, Lam Goda, dat de zon- |
l
75
|
peecata mnndi, paree nobis, Domine. Agnue Dei , qui tollis peccata mnndi, exau-di nos, Domine. Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis. Christe , audi nos. Christe , exaudi nos. Kyrie, eleison. Christe, eleison. Kyrie , eleison. Pater noster. (Secreto.) if. Et ne nos inducas in tentationem. Sed libera nos a malo. Sub tuum prsesidium confugimus, sancta Dei Genitrix: nostras depre-cationes ne despicias in necessitatibus noetris; sad a periculis cunctis libera nos semper, Virgo gloriosa et benedic-ta Domina nostra, mediatrix nostra, advocata nostra, tuo Filio nos reconcilia, tuo Filio nos commenda, tuo Filio nos reprsesenta. |
den der wereld wegneemt , spaar ons, fleer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt , verhoor ons, Heer. Lam Gods, dal de zonden der wereld wegneemt, ontf. U onzer. Christus, hoor ons. Christus , verhoor ons. fleer, ontferm TT onzer. Christus, ontf. LI onzer. fleer, ontferm U onzer. Onze Vader, enz. Antiphoon. Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o EL Moeder Gods : verstoot onze ge beden niet in onzen nood; maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd. Onze Vrouw, onze Middelares , onze Voorspreekster , verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon. |
76
|
* | ||
|
Ora pro nobis, sane- Bid voor ons, H. ta Dei Genitrix. Moeder Gods. Ut digni efficiamnr m Opdat wij der be-promissionibus Chris- loften van Christus, ti. waardig worden Oremus. Laat ons bidden. Gratiam tuam , quse- Wij bidden u, oHeer, sumns Domine menti- stort uwe genade in bus nostris infunde: onze harten, opdat wij, ut qui, Angelo nunti- die door de boodschap ante, Christi Filii tui des Engels de mensch-incarnationem cognovi- wording van Christus, mus, per pasionem uwen Zoon, gekend ejus et crucem ad resur- hebben, door zijn lijden rectionis gloriam perdu- en kruis tot de glorie camur. Per enmdetn der verrijzenis gebracht Christum Dominutn worden, door denzelf-nogtrum. den Jesus Christus, on-Amen. zen Heer. Amen. Divinum auxilium maneat semper no-biscum. Amen. Pideliumanima; per misercordiam Dei re-quiescant in pace. %. Amen. | ||
|
tJ | ||
77
j3LADWIJZEI\.
Bldz. 7 Inleiding.
â 14 In de Sacristie.
â 20 In de kerk. A. Buiten de H. Diensten.
â 24 In de kerk. B. Gedurende de H.
Diensten. I. Stille Mis.
â 36 II. Hoogmis.
â 40 Vespers en lof.
â 41 In processies, ziekenbedieningen. enz.
â 51 Wijze om de H. Mis te dienen.
â 67 Mis met twee misdienaren.
â 69 Gebeden na elke stille H. Mis.
â 73 Litanie van O. L. V. van Loretto.
: Ter Drukkerij van het R. K. JongeDSirefshnis ; te Tilburg zijn de volgende werkjes
j verkrijgbaar ;
; Jyfitltolic.'ic Khxlet'tain, of legenden voor â kinderen, door Fr. 8. Hattler , S. J. Met vergun-:ning des Subrijvers nit het Hoogduitech vertaald [door J. M. Viucent. 4 deeleu, prijs per deel in ⢠linnen prachtbacd..........fl 0,80
Liefde om Liefde, of de weldaden van Jesna' : H. Hart en onse wederliefde. Godvruchtige lezin : gen voor iederea dag der maand Jnni. Benevenfi : gebeden onder de H, Mis, het lof, enz. S» druk.
â In linnen bandje.......... . Ji 0,60
Voorrevltten en Deiiyden van de Allerh. : Maagd en Moeder Gods Maria, in godvruchtige : lezingen voor iederen dag der maand Mei. Bene-Jvens gebeden onder de H. Mis, het Lof, enz.
â 4e druk. In linnen baadje.......jl 0,60
De II. â Jozef. Voorbeeld van het christelijk ; leven. Godvruchtige lezingen voor iederen dag j der maand Maart. Alsmede verschillende gebeden.
â 3« druk. In linnen bandje......./? 0,60
I)e Engelbewaarder. Maandschrift voor de : Kath. Jeugd. De prijs van 't abonnement is voor j Nederland (franco) fl 1,20 per jaargang.
'â¢AAAAAA/VVNA/VVVVV'VS'VSAAAAAA'VVVVS/VNA/VWVVNAAA/VVVNAA/VVVVVVVNAAA/VVVVSA'