1°
rW
^lomG voor de poorten!
,lt;⢠ri
Dr. A. W. BRONSVELD.
mm
»-F' â '/' gt;©8*;
: r;;
J
? i.
BIBLIOTHEEK NED. HERV. KERK
NIJ M KG EN Firma H. TEN HOET.
n ATo
^ome voor de poortenl
Toen de nieuwe Kieswet door de beide Kamers onzer Volksvertegenwoordiging aangenomen, en door de Koningin-Regentes bekrachtigd was, ontdekte men eerst bij onze natie weinig belangstelling in deze toch zoo gewichtige gebeurtenis. De eenige partij, die terstond aan 't werk toog, was de Roomsch-Katholieke. Rusteloos trok Dr. Schaepman ons land door, overal oproepende tot organisatie, tot dichte aaneensluiting.
De antirevolutionairen deden eerst niet veel van zich hooren, doch het bleef niet verborgen, dat zij zich begonnen toe te rusten, en aanstuurden op krachtige centralisatie.
De liberalen waren, naar het bleek, wanhopig verdeeld. De meesten kwamen niet uit hun tent, en zij, die te voorschijn traden, streden tegen hun dissentieerende broeders.
Toen zijn eenige vrienden van het Protestantisme en van de Ned. Herv. Kerk bijeengekomen, en hebben de vraag overwogen, wat hun in dezen ernstigen, voor land en volk waarlijk kritieken toestand te doen stond.
Moest men het lijdelijk aanzien, dat de Roomschen, door eendracht sterk, in de regeeringskringen een macht gingen veroveren, gansch onevenredig aan hun getalsterkte, en allerminst tehuis behoorende op dezen ouden, Protestantschen bodem ?
4
Moest nu niet een poging gewaagd worden, om geloovige Protestanten, die ten diepste waren beleedigd door den feilen vijand van onze vaderlandsehe kerk, te onttrekken aan het leger, dat steeds optrok achter Dr. Kuyper ? Het ging toch niet aan, langer politieke macht, misschien overmacht, te helpen bezorgen aan den man, die, ofschoon met de meest godvruchtige leuzen en redenen optredende, gedurig zondigde tegen de allereerste beginselen van het Evangelie.
Voor het Protestantisme en de Ned. Herv. Kerk had men natuurlijk van Dr. Kuyper en de zijnen niets goeds te hopen. De geschiedenis van den Amsterdamschen Gemeenteraad, waar Roomschen, antirevolutionairen en radicalen meer dan eens hadden samengespannen, had duidelijk geleerd, wat men van Dr. Kuyper en zijn volgelingen te wachten had.
Ook over die Kamerleden, die in 1894 zich hadden gesteld tegenover den voorzitter van 't Centraal-Comité, was men ontevreden. Men kon zich niet goed verklaren dat samengaan met den heer Lohman, die voorheen zoo beslist partjj had gekozen tegen de Ned. Herv. Kerk, en van wien men eigenlijk niet goed wist, waarheen hjj nu de zijnen wilde leiden Ook was men geërgerd over de meer dan gedweeë houding, door de mannen der fractie-Lohman aangenomen in de Kamer tegenover aanmatigingen der Roomsche kerk.
De mannen die samenkwamen, werden waarlijk niet gedreven door den lust, om een godsdienststrijd in 't leven te roepen. Zij verklaarden eenvoudig tegenover de zich aaneensluitende Roomschen: âGij wilt in ons land het Protestantisme krachteloos maken: welnu, wij willen trachten het te verhinderen; wij sluiten ons ook aaneen.quot;
Bladen, als het Handelsblad en het Utrechtsch Dar/blad, noemden dat liefdeloos, en aankweeken van godsdiensthaat, en stelden daar tegenover den allerzachtmoedigsten brief van
5
Haarlem's bisschop; maar de mannen, die den toegeworpen handschoen van Dr. Schaepman en zijne Jezuïeten opnamen, lieten zich door zulk flauw, met roomschen coquetteerend gebeuzel, niet weerhouden. Zij werden uitgedaagd en maakten tegenover Rome front.
Maar ook tegenover de partij van Dr. Kuyper, welker kern de âdoleerendenquot; zjjn, of juister gezegd, de tot fusie gekomen ,gereformeerdenquot; van allerlei slag, nam men positie. Jn den grond der zaak is ook die partij in hart en nieren kerkelijk. âDit heeft zy,quot; dat zij de Ned. Herv. haat met een theologischen haat. En theologisch staat hier niet ver van diabolisch.
Eenige jaren achtereen heeft de heer de Savornin Loh-man in zijn blad De Nederlander, en in afzonder!jjke geschriften telkens met de stukken aangewezen, hoe die kerkelijk-politieke partij in onwaarachtigheid en sluwheid slechts overtroffen wordt door de Jezuïeten.
De mannen, van wie wij hier spreken, werden met weerzin en droefheid vervuld bij de gedachte, dat ons land zou worden overgeleverd aan de verbonden Ãoomschen en antirevolutionairen, en dat onze Koningin bij haar troonsbeklimming een ministerraad zou aantreffen van Roomschen en zoogenaamde âKalvinisten.quot;
Viel er van de âliberalenquot; dan niets te hopen, maar alles te vreezen voor Protestantisme en Kerk?
Men wachtte zich wel voor het overnemen van de zeer onwaarachtige voorstelling, alsof âliberaalquot; eensluidend is met âongeloovig,quot; of vijandig aan allen godsdienst. Men was reeds lang genezen van de verblinding, die in de antirevolutionairen de aangewezen belijders en verdedigers ziet van ons allerheiligst geloof.
Maar men betreurde het, dat een doctrinair liberalisme in zoo menigen tak van staatsbestuur, niet het minst op het gebied van het onderwijs, zoo weinig hart had betoond
6
voor de hoogfire en geestelijke belangen van ons volk. Daarom kon men niet besluiten, om zich te voegen bij de liberale partij; maar wel verzweeg men het niet, dat mannen, die kerk en evangelie lief hadden, dóch in politieke dingen liberaal waren, de voorkeur verdienen boven Roora-schen en bondgenooten van Roomschen.
Het was daarom, dat men besloot tot het vormen van een groep land- en geloofsgenooten. Protestanten in den historischen zin des woords, die naar onze Kamer mannen willen afvaardigen, die voor onze Protestantsche vrijheden en tegenover Roomsehe aanmatiging pal staan, en van wie wjj verwachten, dat zij in hun politiek eerlijk en trouw zich zullen leiden laten door de beginselen van het Evangelie van Jezus Christus. En dat men daarbij de Ned. Herv. Kerk op den voorgrond stelde, was omdat men in haar de krachtigste, de historische belichaming heeft van het Protestantisme in ons vaderland.
En uit deze overwegingen ontstond de Christelijk-Histo-rische Kiezershoiid.
liet vermoeden, dat Roomsch-Katholieken en antirevolutionairen bij de verkiezing in Juni elkander zouden helpen en bjjstaan, is bewaarheid geworden. Het zal zelfs plaats hebben in veel sterker mate, en openlijker dan wij zulks hadden durven denken.
Het eerste bewijs ervan was het antirevolutionaire âprogram van actie.quot; Het was kennelijk opgesteld met één oog gekeerd naar Roomsehe wenschen en gevoeligheden. Het werd dan ook in de ultramontaansche pers met teekenen van goedkeuring-ontvangen. 't Gaf niet alles, wat de Roomschen wenschten, maar tóch genoeg, om voorshands er meê tevreden te zijn.
Hoe men in het Roomsehe kamp over de samenwerking met de antirevolutionairen denkt, is onbewimpeld uitgesproken op de vergadering van Roomsch-Katholieke Kamerleden en afgevaardigden van dito-kiesvereenigingen, den 5 Mei jl. te Utrecht gehouden.
7
Die dag is een der merkwaardigste dagen geweest in het politieke leven van Dr. Schaepman Heel de Roornsch-Katholieke partjj stapte over in zijn schuitje, schaarde zich onder zijn banier. Onder luid gejuich verklaarde pastoor Kerstens dat hij âtot het bondgenootschap met de antirevolutionairen bekeerd was.quot;
De bondgenootschap was door Dr. Schaepman dan ook dringend aanbevolen. De antirevolutionairen waren wel niet altijd, zoo zeide hjj, âbeminnelijke menschenquot;, maar op staatkundig gebied zijn zjj goede christenen, vertrouwbaar, eerlijk, bereid om offers te brengen voor hun overtuiging.
Welnu, wat kan men, als goed ultramontaan, meer van dusgenoemde Protestanten, ja, van âCalvinistenquot; verlangen? Hun program van actie was, op enkele formules na, aan 't Roomsch-Katholieke bijna geheel gelijk.
Derhalve coaliseeren met de antirevolutionairen ! De twee geestelijke heeren, Schaepman en Kuyper, de man, die onlangs geïnterviewd door de redactie van de âElsevier'''' tartend uitriep, dat hij een kweekeling der Jezuïeten was, én de man, die te pas en te onpas doet verluiden, dat hij een âgereformeerdequot; is, zóó dat hij ten slotte het zelf is gaan gelooven: deze twee, komende van twee verschillende polen, zij vliegen aan, en spannen samen om het liberalisme in ons vaderland te vermorzelen â en een âchristelijke staatkundequot; alhier te doen triomfeeren.
De Standaard is met den uitslag van dien Roomsch-Katholieken landdag hoogelijk ingenomen. Zijn oude bondgenoot Dr. Schaepman is meester der leiding, en met hem kon men zaken doen. Wel dringt ook hij nu aan, in vierkanten strijd met zijn verleden, op onvoorwaardelijke afkeuring van den persoonlijken dienstplicht, maar Dr. Kuyper wil dat ourlogsros wel een poos op stal zetten.
De Stand, vindt de taktiek der Roomschen zoo bijzonder goed. Nu âtwee joden weten wat een bril kost.quot; Rome en Genève beloven bij handslag, dat zij elkander getrouwelijk
8
zullen helpen in alle dingen, die tot een gewenscht âstera-bus-resultaatquot; zullen leiden kunnen.
En Dr. Schaepman verwacht van de aangeprezen taktiek zulk een schitterend gevolg, dat hij nu reeds roemt als een die âzich ontgordt.quot; Immers schrijft het Centrum:
«Volgt men den weg, die in de hoofdstad van het Sticht werd aangewezen â en er kan geen enkel geldig motief bestaan, om dien weg niet te volgen â dan is de positie der Katholieken sterker dan ooit en zal de eerste vrucht der kiesrechtuitbreiding voor ons zijn; het herwinnen der meerderheid, der leiding van 's lands zaken.
Inderdaad, zulk een vooruitzicht is c. q. wel eenige kleine oifers van eigenliefde of te ver gedreven fierheid waard!quot;
In gedachten ziet Dr. Schaepman den tijd reeds weder-keeren, waarin hij met ministers als de heeren Mackay en Godin de Beaufort, âde leiding van 's lands zakenquot; in handen heeft.
En, ofschoon er door de uitbreiding van het kiezerspersoneel, nog veel onzekerheid heerscht, zoo zal toch niemand kunnen ontkennen, dat de gecoaliseerde anti-revolutionairen en roomschen een cjroote macht zullen ontwikkelen.
Rome staat voor de poorten van het Protestantsche Nederland, gelijk Hannibal eenmaal voor de poorten van het oude Rome. De afschuwelijkste Vereeniging, welke in de Christelijke kerk bestaat, de Orde, die het Protestantisme heeft uitgemoord in Spanje, Italië, Oostenrijk, Polen en Frankrijk1), en getracht heeft het te doen in ons land; de Vereeniging, die den moord van Willem van Oranje heelt toegejuicht, en met list en leugen nog overal het toelegt op den ondergang der kerken, uit de Hervorming voortge-
,) Zie het pas verschenen werk van J. H. Maronier. De geschiedenis van het Protestantisme, Dl. I. en mej. Naber's treffelijk boek âNaast de Kroonquot;.
9
komen: zij grijpt naar âde leiding van 's lands zakenquot;, op een tijdstip, waarop een jonge, onervaren koningin de teugels van het bewind zullen zijn toevertrouwd.
Jaagt die gedachte ons niet het bloed naar het aangezicht? En indien wij daarbij bedenken dat mannen, die zich het nakroost noemen van Calvjjn, helpen willen, om vorstin en volk over te leveren aan het beleid der verfoeilijke zonen van Loyola, dan vragen wij : is het geen tijd dat ieder eerlijk Nederlander opwaakt, en zich opmaakt tegen dat gruwelijk bondgenootschap, tegen dezen demoni-schen toeleg?
Indien de coalitie Kuyper-Schaepman zegeviert, dan zijn wij feitelijk overgeleverd aan de ultramontanen. Zij zullen dan in de coalitie niet alleen numeriek de meerderheid uitmaken, maar ook 'zedelijke overmacht bezitten over de anti-revolutionaire Kamerleden, wier politieke levensdraad in hun handen is. Wij zullen dan hebben een Boomsche Kamer, een Roomsch ministerie.
Het zou kunnen wezen, dat iemand vroeg: ducht gij nu voor ons land zulk een groot gevaar van een regeering, welke feitelijk in de macht is derKoomschen? Wat zouden zij voor kwaad kunnen doen? Zij zijn wijs en slim genoeg, om te bedenken, dat Nederland toch nog altijd een Protes-tantsch land is, en dat zij daardoor als van zelf worden gedwongen tot voorzichtigheid en gematigdheid.
Wij zouden hierop reeds terstond kunnen antwoorden, dat wij het gezag over ons land liever niet zien toevertrouwd aan de Roomsche kerk, daarbij denkende: zij zal niet al het kwaad durven doen, dat zij zou kunnen doen. Wij halen liever geen tijger in huis, ook al is hij gemuilband.
Doch zoo onschuldig en goedig zal een Roomsche regeering, die rekenen kan op een levensduur van 4 jaar, zich niet betoonen. Negatief en positief kan en zal zij veel kwaad doen.
Zal zij niet de invoering tegenhouden van den persoonlijken
10
dienstplicht, het eerst en krachtigst middel, om het gehalte van ons leger te verbeteren ?
Zal zij niet ons leiden op protectionistische wegen, ondanks al de bezwaren, daartegen door wetenschap en ervaring ingebracht?
Zal zij het kunnen nalaten, om bij de benoeming van ambtenaren, en van magistraatspersonen te vragen naar hun kerkelijke belijdenis, en daarvan in laatster instantie de keuze te doen afhangen?
Zal niet door haar overwicht over hen, die zich âgereformeerdquot; noemen, de kracht gebroken, of althans verzwakt worden van het Protestantisme in ons vaderland?
Wij denken er niet aan, Roomsch-Katholieken in den lande te berooven van de grondwettige rechten, die zij thans bezitten; maar hun kerk, hun geestelijken hebben altijd en overal zich gekenmerkt door aanmatiging, en hun wenschen trachten te verkrijgen tenkoste van de rechten van anderen. Wat zij in West-Indië gepoogd hebben te verkrijgen, en verkregen heiben ten aanzien van de verpleging der melaatschen, is algemeen bekend. Waar zij maar eenigs-zins kunnen, maken zij een einde aan den godsdienstvrede, trachten zij heer en meester te worden, en maken zij den andersdenkenden het leven onverdragelijk.
Men neme eens kennis van hetgeen de Jezuïeten thans doen op Madagascar!
Zij zullen, indien zij bij ons rekenen kunnen op den steun der regeering, dingen doen, welke wij thans onmogelijk en ondenkbaar achten. Dr. Schaepman heeft het gezegd te Utrecht: de invloed van dit eerst-volgend viertal jaren kan en zal even ver reiken als het jaar 1848. Hij en zijn medestanders hopen dus ons land gedurende 50 jaar onder hun macht te hebben. Dat zal hun vooral gelukken, als zij geholpen door den Heer de Savornin Lobman en de geheele anti-revolutionaire partij, het onderwijs, lager, middelbaar en hooger, zullen hebben âvrijgemaaktquot;.
11
Wat de heer Groen van Prinsterer indertijd, vóór 1830, adviseerde aan Koning Willem I, verdient nog altijd behartiging: âNaar mijn oordeel zou er geen noodlottiger maatregel kunnen genomen worden dan volkomen vrijheid van onderwijs, ten gevalle der R-K. kerk te verleenen.quot;
En daarop wordt aangestuurd. Niet het belang van 't onderwijs, maar het belang der kerk moet worden behartigd. En de kerk heeft er belang bij, dat onze historische universiteiten worden ontvolkt, en daarnaast verrijzen âvrijequot; universiteiten, waar men leeren zal de vrijheid van geweten, de vrijheid van godsdienst, de vrijheid van het woord te vloeken in den naam van den onfeilbaren paus, die over deze vrijheden het anathema uitsprak.
Reeds nu wordt door deskundigen geconstateerd, dat de Roomsche lagere scholen veel te wenschen overlaten. Dat zal erger worden, indien die âvrijequot; scholen hoe langer hoe meer âvrijheidquot; verkrijgen en hoe langer hoe meer subsidie. Zoo zootjens aan gaan wij dan gelijken op speci-fiek-Roomsche landen.
Is hetgeen wij noemden niet genoeg?
Maar nu spraken wij nog niet van het anti-nationale karakter der ultramontanen. Immers niet alleen heeft de Maasbode, meermalen heeft ook de meer bezadigde Tijd, o. a toen onze koningin belijdenis aflegde van haar geloof, zich uitgelaten op een wijze, die voor ons Protestautsch gevoel uitermate krenkend was, en niet minder voor onze gehechtheid aan het stamhuis van Oranje.
Het kan niet anders, of die anti-nationale en anti-Oranje-lievende gezindheid zal dieper doordringen in onze natie, wanneer het hoogst gezag zal zijn in de handen van mannen, die de Roomsche geestelijkheid naar de oogen moeten zien, en voor wie de pauselijke vlag dierbaarder is, dan de vader-landsche driekleur.
Wij hebben nergens in de geschiedenis een volk aangetroffen, dat is weigevaren omdat het geregeerd werd open-
12
lijk of iu 'fc verborgen door Roorasche priesters. De Kerkelijke Staat is het tegendeel geweest van een idealen toestand, en de vorsten, die door hun biechtvaders zich lieten leiden, zijn allen ongelukkig geworden.
Schande over de Protestanten in ons vaderland, die nu openlijk de poging wagen, ora ons land te brengen in de macht der Roomsche kerk, welke, om met den heer Groen van 't jaar 1871 te spreken, âin het constitutioneel staatsrecht de voortreffelijkheid der Christelijk-Historische hoofdlijnen miskent, waardoor de geschiedenis ook van ons eigen vaderland schitterend tegen die van Frankrijk, Spanje, Oostenrijk, Italië, van landen, die bij uitnemendheid de bakermat der revolutie geweest zijn, afsteekt.quot; {Ned-Ged. III, p. 247). âAnti-revolutionairen,quot; heulend met een kerk, die overal waar zij oppermachtig was, eerst de Protestanten verjoeg of vermoordde, en dan de revolutie in 't leven riep â en dat onbeschroomd, en onbeschaamd in het Nederland der Oranje's! Wij zouden het een verraad kunnen noemen aan de zaak van Dynastie, Evangelie en Hervorming.
Niet met Rome, niet met de anti-revolutionairen! âDus met de liberalen?quot; Die konkluzie wordt ons telkens opgedrongen, maar door ons wordt zij niet aanvaard, dan onder benefice van inventaris. Verstaat men onder liberaal, vijandschap of onverschilligheid ten aanzien van onze hoogste geestelijke belangen, het streven om uit school en volksleven alles te verbannen, wat herinnert aan het Christelijk karakter onzer natie, neen, dan zijn wij niet liberaal, maar beslist er tegen. In het program van den Christelijk-Historischen Kiezersbond is dit zeer klaar uitgesproken.
Maar waren Elout, Keuchenius en Mackay van Ophemert, op koloniaal gebied, geen liberalen, ja, zelfs âradicalen?quot; Is het door dr. Kuyper met zooveel talent verdedigd beginsel, dat âdwaling niet strafbaar is,quot; niet een âliberaalquot; axioma? Heeft de Ned. Herv. Kerk niet aan liberalen haar
13
vrijmaking te danken van staatsbemoeiing met haar bestuur en beheer? Is na 1848 niet onbegrijpelijk veel verbeterd op materieel en sociaal gebied? Zeker, in die 50 jaren na '48 zijn grove misslagen begaan; heeft een doctrinair-liberalisme ons in menig opzicht getyranniseerd, en getracht te moderniseeren; maar daarmeê is niet gezegd, dat wij allen, die tot de liberale partij gerekend worden, sluiten buiten de erve des geloofs, met miskenning van hun onverholen sympathie voor hetgeen strekt tot uitbreiding van Gods Koninkrijk in ons midden.
De liberalen zijn, door schade en schande, op sommige aangelegen punten wijzer geworden, en velen hebben op schoolgebied tot een âpacificatiequot; meegewerkt. En wat zij ook mogen willen â ons beginsel van gewetensvrijheid, ons protest tegen een heerschen van de Kerk over den Staat â het wordt door de liberalen beaamd. Reeds daardoor hebben wij van hen minder te vreezen dan van de Roomschen. Laat ons hier een bladzijde overnemen uit een brief, dien Da Costa in 1854 schreef aan Groen van Prinsterer. (Brieven 2de Deel, p. 221.)
â¢)Van de oude en beproefde beginselen van Gods woord, toegepast ook op de ordening en de behoefte der menschelijke maatschappij, steeds nieuwe en versche werkingen en uitwerksels te winnen, ziedaar juist een der wezenlijkste wensohen en pogingen onzer in haar waarheid opgevatte Christelijk-Historische richting. Ook wij willen (met God en Zijn waarheid en Zijn zegen!) niet achterwaarts, maar voorwaarts!
Alles wat, hetzij dan door goede of door kwade werktuigen, onder het hooge Godsbestuur eenmaal in waarheid eene blijkbaar gevestigde en in Zijnen raad opgenomene zaak geworden is, dat nemen wij gaarne, dat nemen wij gretig en dankbaar en geloovig ook in onze stelsels of uitzichten voor het welzijn, de toekomst van kerk en wereld en vaderland op. Geen enkele van onwaarheid overtuigde stelling of bewijsvoering verlangen wij in onze Godsdienst of Godgeleerdheid, in onze Staatsleer of hare toepassing, terug. Geen enkele waarheid door de
14
wrijving en schudding der tijden en der partijen aan het licht gekomen, wenschen wij ter zijde te leggen, onbemerkt en ongebruikt te laten. Geen enkel recht, ook door middel of tusschenkomst van in zich-zelf niet prijzenswaardige revolutie eenmaal verkregen of gevestigd, wenschen wij terug genomen. Wij gunnen van ganscher harte hunne, sedert bijna zestig jaar in Nederland verzekerde, burger- en staatsburgerrechteu, zoowel aan den Israëliet als aan den Koomschgezinde, al het dat wij, waar her de vraag geldt tie jure constitaendo, in Groot-Brittanje bijv. bezwaar zouden maken in de algeheele politieke gelijkstelling van alle godsdiensien in een wettelijk verklaarden Christelijk Protestantschen staat, en schoon, omgekeerd uit de geljjkstelling van alle godsdiensten in het burgerlijke en staatsburgerlijke, naar onze innigste overtuiging niet volgt, dat dan nu ook Christendom en Protestantisme alle wezenlijke betrekking tot den Staat zouden hebben verloren.
Tegen de meest nauwgezette eerbiediging der rechten, evenmin van Israëliet als van Koomschgezinde, is nimmer, zooveel ik weet, iets door u gezegd, geschreven ; ik durf er bijvoegen, in de verte gedacht, al is het dat wij overigens met al de kracht onzer Christelijk-Nederlandsche overtuigingen, èn als schrijvers, en als kiezers, en als volksvertegenwoordigers, niets anders mogen doen, dan eiken toeleg om hetzij het Protestantsche, hetzij in het geheel het Christelijke levensbeginsel in den Staat Ie ondermijnen, evenzeer tegenover den Lichtvriend, als tegenover den Ultramontaan, openbaar en standvastig, te wederstreven.quot;
Wij zien geen kans ons Christelijk-Historisch standpunt beter te formuleeren dan het hier is gedaan door den edelen Da Costa. Welnu, laat ons dan, âals kiezersquot;, overeenkomstig die beginselen handelen !
Op geen ultramontaan, en geen bondgenoot van ultra-montanen worde door ons gestemd! Geen vrienden van dr. Kuyper, van mr. Lohman, van dr. Schaepman worden door ons gesteund! Wij hebben in hen vijanden te zien van het Protestantisme, van onze dierbaarste vrijheden en
15
goederen. Hetzij de HH. lid zijn van een âgereformeerdquot; of van het Ned. Herv. Kerkgenootschap, hetzij ze Heemskerk heeten of de Vries, Donner of van der Borch â die coaliseert met Rome is niet Christelijk-Historisch, maar een voorstander van hetgeen onchristelijk en anti-historisch heeten mag in ons dierbaar Nederland.
Geen enkele stem van leden van den Chr.-Hist. Kiezers-bond worde op hen uitgebracht!
Neen, treden wij tegen hen op met mannen, die ons program onderschrijven! Met eerlijke mannen, die liever buiten de Kamer zijn, dan er binnen komen gedragen op de schouders van dr. Schaepman.
Liever Turksch dan paapsch! Dat wil nü zeggen: liever mannen, die niet alles zijn, wat wij wenschen, maar in vele zaken het goede willen, dan Roomschen en Roomschen-genooten, van wie wij voor Evangelie eu kerk niets te hopen, maar alles te vreezen hebben.
Heeft men, slecht voorgelicht of door vrees geleid, onderhandelingen aangeknoopt met anti-revolutionairen, type-Kuyper, of type-Lohinan, â men breke de onderhandeling af! Nog is het tijd, maar de tijd is kort.
Romit staat voor de poorten!