ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

r.frf 1 OPtaS

(y^

■ r-'.

A—y/ ■ /

v---- amp;C / /-z ~c.:i i^e- t i

'e^t/

irifyeter/ct op c/etr e^/acjf uivei aanneming /o/ /tc/maaf i'an c/e QCec/et /anc/sciïe oTiet voimc/e C^emeeii fe.

.5 - a ven /laye, c/en ■?-amp; v /Scyj/

Mit naant c/en oT^Pt^eMiaac/c*,

Predikant.

Ondei'l'mg.

* (^— * . 2o TA ^-S

ocr page 6
ocr page 7

Tot een aandenken aan uwe belijdenis.

Het was eene heilige ure, waarin gij de belijdenis van nw geloof hebt afgelegd. Uit belangstelling in uw eeuwig heil wordt dit woord van herinneriny u aangeboden, om het menigmaal te herlezen en er uw gedrag aan te toetsen. Wil het. vooral bij ieder Avondmaal en op eiken verjaardag uwer belijdenis, overwegen met getrouwe zelfbeproeving en onder ootmoedig gebed om de verlichting des H. Greestes. Daardoor wenschen uwe leeraars gedurig u voor den geest te roepen:

WAT GIJ EENMAAL HEBT BELEDEN EN BELOOFD; OP WELK EENE WIJZE DIT DOOE U JS GEDAAN ; ell HOE GIJ HIERAAN BEANTWOORDT.

In de gewichtigste levensure gaaft gij niet alleen rekenschap van uwe vorderingen in christelijke kennis, maar ook van de gevoelens, van de gezindheden en van de voornemens, die u bezielden.

In den naam en in de Legenwoordigheid van God is u plechtig afgevraagd:

1°. Belijdt gij te gelooven in God den Vader, den almachtige, Schepper des hemels en der aarde; en in Jezus Christus zijnen eeniggeboren Zoon, onzen Heer, en in den Heiligen Geest?

2°. Zijt gij des zins en willens bij deze belijdenis door Gods genade te volharden, de zonden te ver-

ocr page 8

4

zaken, le slreven naar heiligmakiwj en uwen Heiland in voorspoed en tegenspoed, in leven en in sterven getrouw te volgen, gelijk aan zijne ware belijders betaamt ?

3°. Belooft gij tot den bloei van het Godsrijk in het algemeen en van de Nederlandsche Hervormde kerk m het bijzonder, met opvolging van hare verordeningen, naar uw vermogen volijverig mede te werken?

Vour het oogquot; der gemeente, met liet oog op den alwetenden God en op Ohristüs den Heer, die u oordeelt, hebt gij vrijwillig die vragen met een plegtig Ja! — beantwoord. Zoo hebt gij n /elven de dierbaarste beloften toegeëigend, als ook aan u gedaan, en de dure verplichtingen op u genomen, die op u rusten, omdat gij zijt gedoopt in den uaam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes.

(Ons doopformulier wijst u aan wat dit beteekent.) Hooge eer en genade! Onuitsprekelijk voorrecht, om, als lidmaat van Jezus kerk, in zulk eene verbintenis des geloofs en der liefde te treden, met Christus zeiven en met God zijnen Vader! Dat is oen verbond voor uw leven! ja voor do eeuwigheid! Het worde telken reize vernieuwd en bekrachtigd bij de viering des H. Avondmaals. Bedenk daartoe wat de ware zelfbeproeving eischt, zoo als ons formulier het u voorhoudt. Uw hart en geweten beantwoorde dan de vragen der voorbereiding des H. Avondmaals:

1. Of gij van harte gelooft, dat de waarachtige en volkomene leer der zaligheid, ons van Gods

ocr page 9

5

wege geopenbaard, vervat is in de boeken des O. en N. VerbondsP

2. Of gij van harte gelooft, dat gij door uwe zonden diep bedorven en voor God strafwaardig zijt, en u zei ven deswege mishaagt met ootmoed en berouw P

3. Of gij van harte gelooft, dat God uit loutere genade ons zijnen eeniggeboren Zoon Jezus Christus heeft geschonken tot onzen eenigen en volkomen Zaligmaker, wiens lichaam voor ons verbroken en wiens bloed voor ons vergoten is tot vergeving der zonden; — en of gij Hem voor u zeiven met een geloovig hart aanneemt tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing!'

4. Of gij, overeenkomstig de verplichting, die bij uwen Doop op u gelegd is, een oprecht voornemen hebt, om, door de kracht des H. Geestes, bij deze belijdenis te volharden, uw geloof te sterken, uw leven te beteren, in ware liefde en eenigheid met uwen naaste te leven en alzoo Gode waarachtige dankbaarheid voor zijne genade te bewijzen?

Herinner u verder op welk eene wijze die belijde-denis en belofte door u is gedaan.

Gij hebt immers Christus niet slechts beieden in navolging van anderen. uit gewoonte of om tijdelijk voordeel? Het moet de oprechte begeerte van uw eigen hart zijn om Jezus alzoo «te belijden voor

Matth. X : 3'2, 33. — Matth. VII : 21. — Rom. X. : !), 10 -Zie ook 1 Cor. VI : 20 en Hand. VIII. : 13, 21. — Joh. XVII: 3.— Rom. X : 14, 17.

ocr page 10

de inenschen, dat w Hij ook u belijde voor zijnen Vader in de hemelen.quot; Gij weet het: betuigingen en beloften zijn niet genoeg voor Hem, die het hart aanziet en let op onze paden. Hij zelf verklaarde: v Niet een iegenlijk die tot mij zegt: Heere! O Heere ! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen;« gelijk zijn apostel getuigde: v indien gij met uwen n mond belijden zult den Heere Jezus en (ook) «met uw hart gelooven. dat God Hem uit de n dooden heeft opgewekt, zoo zult gij zalig wor-ii den. a Hiertoe is de rechte kennis van God en den Heere Jezus Christus voor u onontbeerlijk: want daarin «is het eeuwige leven, — en hoe zullen zij ;/ Hem aanroepen in welken zij niet geloofd hebben? ;f Hoe zullen zij in Hem gelooven, van welke zij niet ii gehoord hebben ? Zoo is dan het geloof uit het ff gehoor, en het gehoor door het woord Gods.quot;

Vergeet het nooit: Gods genade in Christus kan dan alleen u boven alles dierbaar zijn, wanneer gij u zeiven recht hebt leeren kennen, zoo schuldig en diep bedorven, zoo geheel verloren door de zonde, als wij van nature zijn; want wallen hebben ge-ii zondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden //om niet gerechtvaardigd, uit zijne genade, door «/de verlossing die in Christus Jezus is.quot;

Alleen het geloof in den Heere Christus, waaruit

Rom, III : 23, 24, V : 6--H , VII : 48, VIII : 7, 8. Eph. II : 1—5. Tit. Ill : 3—5. — Joh. XV ; 1—8. — Joh. Ill : 5. 2 Cor. XIII : 5. Hebv. XI : 6. Eph. VI ; 22—24. — Hehr. Xü : 25, 11 : 3. — Openb. Ill : 1, 3, 15—22.

ocr page 11

de bekeering- tot God en zijnen dienst noodzakelijk voortvloeit, maakt it in waarheid tot Christen, tot een levend lidmaat van de gemeente des Heeren, met Hem ten nauwste verbonden, als de rank met den wijnstok. Hoe nadrukkelijk verkondigt dit de taal des Evangeliums; » Voorwaar, voorwaar zeg «ik u, zoo iemand niet geboren wordt uit water quot; en Geest, hij kan in het koninkrijk van God niet f» ingaan. Onderzoekt u zeiven, of gij in het geloove n zijt; beproeft u zeiven, of kent gij u zeiven niet, fgt; dat Jezus Christus in u is?quot;

Wij wenschen om uw eeuwig heil, dat het alzoo bij u moge geweest zijn in de ure uwer belijdenis. Bleef echter dit een en ander u geheel vreemd, zij dan het woord u ter waarschuwing: « Zie toe, dat a gij Dien die spreekt niet verwerpt; want wij zullen ii niet ontvlieden zoo wij ons van Dien afkeeren, i' die van de hemelen is, en op zoo groote zaligheid ff geen acht nemen.quot; Immers ook tot u spreekt Hij nog uit zijnen hemel: w Bedenkt hoe gij het ont-ii vangen hebt en bewaart het, en bekeert u!quot;

Maar wij willen van n hopen, dat in die heilige oogenblikken uw hart bewogen en gestemd was tot christelijke voornemens en gezindheden. Dank daarvoor Gods goeden Geest en genade! Doch stel u zelvea hiermede niet tevreden, want bloesems zijn nog geen vruchten, waaruit de boom wordt gekend. De Heer zelf drukt u op het harte: » Aan hunne „ vruchten zult gij ze kennen. Leest men ook drui-ii ven van doornen of vijgen van distelen? Alzoo

ocr page 12

de menschen, dat »Hij ook u belijde voor zijnen Vader in de hemelen.quot; Gij weet het: betuigingen en beloften zijn niet genoeg voor Hem, die het hart aanziet en let op onze paden. Hij zelf verklaarde; i' Niet een iegenlijk die tot mij zegt: Heere! a Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen;quot; gelijk zijn apostel getuigde: n indien gij met uwen w mond belijden zult den Heei-e Jezus en (ook) ii met uw hart gelooven. dat God Hem uit de ff dooden heeft opgewekt, zoo zult gij zalig wor-ii den.« Hiertoe is de rechte kennis van God en den Heere Jezus Christus voor u onontbeerlijk: want daarin »is het eeuwige leven, — en hoe zullen zij w Hem aanroepen in welken zij niet geloofd hebben ? ii Hoe zullen zij in Hem gelooven, van welke zij niet ii gehoord hebben ? Zoo is dan het geloof uit het ff gehoor, en het gehoor door het woord Gods.quot;

Vergeet het nooit: Gods genade in Christus kan dan alleen u boven alles dierbaar zijn, wanneer gij u zeiven recht hebt leeren kennen, zoo schuldig en diep bedorven, zoo geheel verloren door de zonde, als wij van nature zijn: want «allen hebben ge-ii zondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden ff om niet gerechtvaardigd, uit zijne genade, door •/de verlossing die in Christus Jezus is.quot;

Alleen het geloof in den Heere Christus waaruit

Rom. III : 23, 24, V : 6--11, VII ; 18, VIII : 7, 8. Eph. ü : i—5. Tit. Ill ; 3—5. — Joh. XV ; 1—8. — Joh. III ; 5. 2 Cor. XIII : 5. Hebr. XI : 6. Eph. VI : 22—24. — Hebr. XII : 25, II ; 3, — Openb. III ; 1. 3, 45-22.

ocr page 13

7

de bekeering- tot God en zijnen dienst noodzakelijk voortvloeit, maakt u in waarheid tot Christen, tot een levend lidmaat van de gemeente des Heeren, met Hem ten nauwste verbonden, als de rank niet den wijnstok. Hoe nadrukkelijk verkondigt dit de taal des Evangeliums; «Voorwaar, voorwaar zeg a ik u, zoo iemand niet geboren wordt uit water quot; en Geest, hij kan in het koninkrijk van God niet a ingaan. Onderzoekt u zeiven, of gij in het geloove ii zijt; beproeft u zeiven, of kent gij u zeiven niet, » dat Jezus Christus in u is?quot;

Wij wenschen om uw eeuwig heil, dat het alzoo bij u moge geweest zijn in de ure uwer belijdenis. Bleef echter dit een en ander u geheel vreemd, zij dan het woord u ter waarschuwing: n Zie toe, dat ii gij Dien die spreekt niet verwerpt; want wij zullen n niet ontvlieden zoo wij ons van Dien afkeeren, ii die van de hemelen is, en op zoo groote zaligheid a geen acht nemen.quot; Immers ook tot u spreekt Hij nog uit zijnen hemel: «Bedenkt hoe gij het ont-n vangen hebt en bewaart het, en bekeert u!quot;

Maar wij willen van u hopen, dat in die heilige oogenblikken uw hart bewogen en gestemd was tot christelijke voornemens en gezindheden. Dank daarvoor Gods goeden Geest en genade! Doch stel u zeiven hiermede niet tevreden, want bloesems zijn nog geen vruchten, waaruit de boom wordt gekend. De Heer zelf drukt u op het harte: « Aan hunne „ vruchten zult gij ze kennen. Leest men ook drui-n ven van doornen of vijgen van distelen? Alzoo

ocr page 14

8

quot; een ieder goede boom brengt voort goede vrucli-w ten en een kwade boom brengt voort kwade vruch-wten. Een goede boom kan geen kwade, noch een n kwade boom goede vruchten voortbrengen. De «boom, die geen goede vrncht voortbrengt, wordt quot; uitgehouwen en in 't vuur geworpen. Zoo zult gi] u dezelve aan hunne vruchten kennen.quot;

De groote vraag, die alles voor u beslist, blijft dus altijd:

Hoe beantwoordt gij aan uwe belijdenis?

De dienst van God, waaraan gij u hebt toegewijd, is geen lichte en geringe zaak. De Heer gaf het wachtwoord : „ Strijd om in te gaan door de enge «poort! quot;Wie achter mij wil komen, verloochene «zich zeiven, en neme zijn kruis op, en volge mij!quot;

Maar dit is geen harde en treurige slavernij Neen, gewisselijk! want daarin alleen vinden wij rust voor onze zielen, \vm-e vrijheid, onuitsprekelijke, heerlijke vreuijde en zalige vertroosting en versterking tot onbedriegelijke hope.

Heiliging van hart en wandel zij u het zekere kenmerk van de oprechtheid uws geloofs; want «De «vrucht des Geestes is liefde, blijdschap. vrede, «lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, ge-«loove, zachtmoedigheid, matigheid. Tegen zooda-ii nigen is de wet niet. Maar die van Christus zijn ,

Matth. VII : '16- -20. Luc. Xlll : '24. Mare. Vdl : -14. — Matth. XI : 28—30. Joh VIII : 31—36. I Pefr. I : 8 Rom. 5 : I -8. — Gal. V: -22-25. — Tit. II : 11—14. Joh. II : 3—0. Matth XXIV : 13. Openb. II : 10. — Joh. XV : 5.

ocr page 15

9

» hebben bot vlcoscb gekruisigd met de bewegingen «en begeerlijkheden. Indien wij door deu Geest quot;leven, zoo laat uns ook door den Geest wandelen.quot;

Zonder volstandigheid en trouwe is er geen vaste hoop der zaligheid. »Wie volharden zal tot den quot;einde, die zal zalig worden. Zijt getrouw tot den «dood, en ik zal u geven de kroon des leven.quot;

Bij vordering op den weg der godzaligheid, zal de ervaring u leerén steeds dieper inzien, dat wij in eigene wijsheid en kracht niets vermogen; maar bij nauwgezetten ijver de gedurige bewaring en versterking van Gods Geest behoeven quot; Werkt uws quot; zelfs zaligheid met vreezen en beven! want het is r» God die in u werkt, beide het willen en het quot; werken, naar zijn welbehagen!quot;

Daarom wordt het u door den Heer en zijne apostelen te allen tijde ernstig aanbevolen: «Waakt «en bidt opdat gij niet in verzoeking valt!quot;

De Heer zelf make u dan zoo getrouw aan uwe belijdenis, Hem en zijnen Vader tot eer, ons tot vreugde, u tot zaligheid!

Neem daartoe ook de volgende opwekkingen onzer liefde gedurig ter harte!

Blijf u bestendig oefenen in de kennis der waarheid die naar de godzaligheid is. Onderzoek dagelijks met ernstig en biddend nadenken de 11. Schriften, en wees nauwgezet in het bijwonen van den opezibaren godsdienst, vooral ook van de Catechismus- en Belijdenispredikatiën. Verzuim nimmer

ocr page 16

10

de oriistigc voorbereiding voor on de viering van dus Boeren Avondmaal, en heilig den ganschen rustdag, wekelijks, als den dag des Hoeren.

Vereenig u dagelijks met uwe huisgenooten tot huwelijken godsdienst. Vooral wanneer gij aan het hoofd van een gezin door God geplaatst zijt, is deze zorg u aau bevolen

Zie wel toe, met wie gij omgaat, welke (jezelschappeu en plaatsen,, welke boeken en uitspanningen gij zoekt en kiest, opdat gij geen schade lijdt aan uwe ziel.

Stel in uw dagelijkseh werk en bedrijf u den Heer gedurig voor oogen, en dien Hem met ootmoedigheid in den stand en kring, waarin Hij u plaatste Hem zijt gij rekenschap schuldig van alles.

Laat nimmer iets gewichtigs door u besloten, gekozen of ondernomen worden , zouder het gebed tut God. Bovenal geleide u de christelijke bedachtzaamheid bij eene huwelijkskeuze. Vergeet ook daarbij uwe Bervormde belijdenis niet, en zorg niet alleen voor uw tijdelijk, maar allermeest voor uw geestelijk en eeuwig welzijn.

De ervaring waarschuwt met zoo vele voorbeelden tegen de gevaren van het gemengde huwelijk, waardoor niet alleen de huiselijke rust en vrede, vroeger of later kan worden verwoest, maar ook het heil van volgende geslachten wordt bedreigd. Wij moeten u

Philipp. 11 ; l'i. Vergelijk ook Phil. 1 : 6 met vs. '27. Kph. 111 : 16 en 17 met IV : 25-32. '2 Cor. VU : met 1 ïhess. V : 23. 1 Peti-. 1 ; 5 met Jud. 20 en 21, — Matth. XXVI : 41 - Eph VI : 13- 18. 1 Petr. V : 8.

ocr page 17

II

dus ernstig in bedenking geven, om nimnier znllc eene verbintenis aan te gaan. Zoo gij echter toch u verbindt of reeds verbonden zijt met een Roomsch-gezinde, verzuim dan de tijdige zorg en vaste schikking- omtrent de christelijke opvoeding dei-kinderen niet.

Het goddelijk Evangelie, waarvoor de vaderen hun goed en bloed ten offer brachten, zij en blijve n boven alles dierbaar, terwijl gij afkeerig van godsdienst-twist en godsdienst-haat, 1/de waarheid a betracht in liefde, en altijd bereid zijt tot verant-11 woording aan eten ieder, die rekenschap vraagt va n a de hope, die in u is, met zachtmoedigheid en vreeze.quot;

Laat nooit, in plaats van Gods heilig woord, u eenig juk opleggen van menschelijke inzettingen en overleveringen of tot het verlaten uwer kerk verleiden.

Maar niet minder dan tegen alle bijc/eloof moet gij u wapenen tegen het ongeloof van onze dagen, dat noch den Zoon, noch den Vader, noch zijne getuigenis kent; dat met de hemelsohe afkomst en de goddelijke heerlijkheid des Heilands, ook zijne wonderen en zijn verlossingswerk, zijne herleving uit het graf en zijne Hemelvaart en koninklijke heerschappij verdonkert en verloochent.

Raadpleeg openhartig eenen uwer leeraars of

Eph. [V : 15. — 1 Pet. III : 15. — Matth. XV : 6, 9—13. — Gal. I : 6-12. Ill : 10—14. V ; 1—9. — Coll. II : 20—23. — 1 Timoth IV : 1—5. — Joh. VIII : 14—24. — 1 Cor. 1 : 18-31. XV : 1—28.—Col. II : 6—10. —2 Tim. II : 8, 16—23. — 1 Joh. I : 1 — 4. 11 :18-26. IV : 1—6.

ocr page 18

12

opzieners, wanneer immer bedenking- bij u oprees omtrent, nwe Hervormde belijdenis, en geef er hnn kennis van zoodra men n of' anderen daarvan tracht af te trekken.

Zoek dagelijks de eenzaamheid, om u zeiven voor God te beproeven en de heiliging van hart en leven af te smeeken, opdat gij getrouw en voorzichtig handelt met uwe ziel, en oprecht zijt voor God.

Vernieuw en bevestig gedurig in ootmoed en boetvaardigheid uwe belijdenis en keus, biddende om de leiding des H. Geestes, onder de vreugde en smarte des levens en te midden van de verleiding der wereld. Denk aan uwe belijdenis, ook wanneer gij in de zonde valt, opdat gij daarin niet blijven moogt, maar u voor God verootmoedigende in geloove wederkeert tot den genadigen Heer en getrouwen Zaligmaker, aan wien gij n hebt toegewijd en verbonden. Bereid u zoo voor den dood en voor het toekomstig oordeel.

En hiermede geliefde Broeder of Zuster, die tot de gemeente zijt toegetreden, welke tot zaligheid is geroepen, bevelen wij u aan de genade van onzen Heer Jezus Christus, aan de liefde Gods en aan de gemeenschap des Heiligen Geestes!

NB. Dit woord van herinnering en vermaning kan nimmer dienen als bewijs van Lidmaatschap. Rij vertrek naar elders, muet eene kerkelijke attestatie ten spoedigste door u worden gevraagd en ingeleverd.

ocr page 19
ocr page 20