ocr page 1

/1/^9

ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4

®,.; quot;■1 -y i /: ■ gt;:;^ W ^ Kv, ^ 1 ^.:

gt; r^x-I

% :^Vquot; ^

':'^y:kyr:-: ^

c .■■„■. V gt; — , -;.: . , /,;;„quot;V^.' ■,.; ^ .;

V:*^- v- ^ .quot;• V ';-gt;.

' ;.. ' ---.' . ■ . : ; • * '• •:•■• . • :-gt; . • rquot; f,.--.- ~ '• .. ■: ' , ' •• „ i, ^ ] ' lt;}

■,--■ quot;7:, - - ■■'■ ,■• -' ■■' •- '■■.::: ■- .■■■:■ —:

C-'-quot; ?gt; ■ *;-' ' ■ ' i:' - , - 'v-: e''S '^■•\ i • . -': - ^'''''quot;■} 't,--Vr ■'

■ yó}

ocr page 5

p

HANDBOEKJE

VAN DE

Geschiedenis der Zending.

.....^ *

JSDn

ocr page 6
ocr page 7

INLEIDING.

't Is een gunstig verschijnsel in onze dagen, dat meer dan ooit de christelijke zending wordt besproken, en opmerkelijk is het voorzeker, dat in een tijd, waarin het Christendom door menigeen als verouderd wordt beschouwd, de zending de schoonste bewijzen oplevert, dat het zijne levensvatbaarheid geenszins heeft verloren, maar in ieder land, onder elk volk, levenwekkend en vernieuwend optreedt.

Betrekkelijk klein is evenwel nog het getal van hen, die werkelijk kermis hebben van den toestand der heidensche volken en van de wijze, waarop de zendelingen onder hen arbeiden. Vandaar bij menigen goedgezinden, om van tegenstanders niet te spreken, die overdreven hooge verwachting van dadelijke, rijke en schoone vruchten op den zendingakker, en de daaraan geëvenredigde onverschilligheid, ja tegenstand, waar men in zijne verwachting wordt teleurgesteld. Vandaar aan den anderen kant, die geringe gedachte betrekkelijk de zending, als nauwelijks waard om er zijne aandacht op te vestigen. Een getrouw overzicht van de geschiedenis der zending is het beste behoedmiddel tegen zoodanige overdrijving. Ook hier, zoo als op elk gebied, zal de waarheid vrij maken, vrij van onbillijke eischen en illusies, vrij van even onbillijk vooroordeel.

Het was voorzeker niet gemakkelijk in korte trekken een eenigszins levend beeld te geven op een zoo rijk en geestvol gebied als de zending, en ik verwijs daarom elk, die meer van nabij wil kennis maken met de hoofdfiguren, naar de bronnen, waaruit ik getracht heb alles met de meest mogelijke nauwkeurigheid, naar waarheid te schetsen. Eenige van de voornaamste bronnen worden opgegeven aan het einde van dit boekje.

ocr page 8

4

Hoogst wenschelijk zou liet zeker zijn, dat de zending-geschiedenis meer opzettelijk werd behandeld en wel met de meest ontwikkelde en verstgevorderde kweekelingen der gemeente. Daartoe moge dit handboekje behulpzaam zijn, als een geschikte leiddraad bij verhalend onderwijs op catechisaties en zondagscholen. Ook zal het gebied dei-zending eene welkome afwisseling geven in de leerstof, waartoe het door zijne grootsche iigureu een rijk veld vol leven en handelingen aanbiedt.

Niet om den leerling te bezwaren met namen en jaartallen of om woordelijk te laten van buiten leeren, worde deze handleiding gebruikt, daar de zending niet zoo zeer eene zaak is van het geheugen dan wel van hel oordeel en allermeest eene zaak des harten. De zoo rijke zending-geschiedenis zal den onderwijzer overvloedige stof geven om door belangrijke, boeiende verhalen, dit overzicht uit te breiden en alzoo in het gemoed van den leerling liefde en belangstelling op te wekken. Als de leefwijze en de gewoonten van den kanibaalschen Zuidzee-eilander, van den verdierlijkten Betsjoeaan, van den bijgeloovigen Javaan, naar waarheid worden geschilderd en het lieflijk beeld van een Williams, een Moffat, een Jellesma, diep wordt ingedrukt in het hart van den jeugdigen Christen, dan zal gewis het hooge belang der zending zijn leven lang hem bijblijven, en als ooit twijfel hem mocht bestormen over de geheel eenige voortreffelijkheid van het Christendom, dan zal hij in de hedendaagsche zending ontdekken, wat in de geschiedenis der christelijke Kerk te vaak is voorbij gezien, dat het Christendom bij alle volken de drager is van ware beschaving en humaniteit, van orde en welvaart, van kunsten en wetenschappen, in één woord, dat het Christendom overal ontwikkelend en hervormend optreedt voor den enkelen mensch, het huisgezin en de maatschappij, en vrede en blijdschap uitstort in de ziel van eiken belijder van Christus.

Dat de Heer het gebruik van dit werkje zegene , is de wensch van

de Schrijfster.

ocr page 9

De Heer der zending.

1. Jezus Christus is de Heer der Zending, daar Hij de stichter is van het Godsrijk op aarde, de eerste zendelingen heeft opgeleid, en van Hem het gebod is uitgegaan; „Gaat henen, onderwijst al de volken . . ., leerende hen onderhouden, wat ik U geboden heb,quot; Matth. 28; 19, terwijl Hij de evangelieboden, die voortdurend in zijnen naam worden uitgezonden, met zijn geest blijft voorlichten en versterken, om zijn heerlijk doel te bereiken. „Gelijker-wijs Gij mij gezonden hebt in de wereld, alzoo heb ik hen ook in de wereld gezonden,quot; Joh. 17 ; 18. „Ziet ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereldquot;, Matth. 28 : 20.

2. De zending omvat alle volken der aarde, blijkens aard en strekking van het Christendom, als ook volgens Jezus bedoeling. „Gaat heen in de geheele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen,quot; Mark. 16 ; 15. „Gij zult mijne getuigen zijn, zoo te Jeruzalem als in geheel Judea en Samaria en tot aan het uiterste der aarde,quot; Hand. 1 : 8. „Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs gij Vader in mij en ik in U, dat ook zij in ons één zijn, opdat de wereld geloove, dat gij mij gezonden hebt,quot; Joh. 17 ; 21. Zie voorts de gelijkenissen van het mosterdzaad en het zuurdeeg. Matth. 13 : 31-33.

3. Jezus voorzag de bezwaren aan het zendingwerk verbonden. „Ziet, ik zend u als schapen in 't midden der wolven,quot; Matth. 10 : 16. „Zij zullen u overleveren

ocr page 10

r.

in de raadsvergaderingen en in de synagogen; gij zult

geslagen worden en voor stadhouders en koningen zult gij op

gesteld worden, om mijnentwil, hun tot een getuigenis,quot; ve

Mark. 13 : 9. „Een dienstknecht is niet meerder dan zijn or

heer. Indien zij mij vervolgd hebben, zij zullen ook u H vervolgen,quot; Joh. 15 : 20. Zie voorts: Matth. 24 : 9,

Luk. 21 ; 12. ni

4. Jezus vertroostte de zendelingen, zeggende: „Een w iegelijk, die mij belijden zal voor de menschen, dien zal vi ik ook belijden voor mijnen Vader die in de Hemelen is,quot;

Matth. 10 : 32. „In de wereld zult gij verdrukking hebben, J

maar hebt goeden moed; Ik heb de wereld overwonnen,quot; h

Joh. 16 : 33. „Zalig zijt gij als u de menschen smaden 5

en vervolgen en liegende alle kwaad tegen u spreken om t

mijnentwil. Verblijdt en verheugt u, want uw loon is f_

groot in de Hemelen; want alzóó hebben zij vervolgd de 1

profeten, die vóór u geweest zijn,quot; Matth. 5 : 11, 12. 1

Zie verder: Matth. 10 : 32 en Joh. 14 : 3, 26. 1

5. Jezus voorspelde de zegepraal van het Godsrijk.

„Dit Evangelie des Koningrijks zal in de geheele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken en dan zal het einde komen,quot; Matth. 14 : 14. „Het zal worden ééne kudde, één herder,quot; Joh. 10 : 16.

II.

De eerste zendelingen.

1. De eerste zendelingen waren de twaalf apostelen en de zeventig leerlingen, door Jezus uitgezonden om onder zijn opzicht, eene zendingreis te doen ter hunner oefening. Matth. 10 : 1 , Mark. 3 : 13, Mark. 6:7, Luk. 6 : 13, Luk. 9-10.

ocr page 11

7

'uit 2. De leerlingen traden als zendelingen zelfstandig

gij op, toen zij op het Pinksterfeest met den Heiligen Geest

s,quot; vervuld werden, en wel eerst onder de Joden, later ook

:ijn onder Samaritanen en heidenen. Mark. 16: 20, Hand. 2,

u Hand. 8: 14.

9, 3. De apostelen beschouwden de heidenen eerst, als

niet bestemd om te deelen in den zegen van het Godsrijk, en want zij dachten, dat de Messias alleen gekomen was tot

:al verlossing van Israël. Hand. 11.

,quot; 4. De apostelen kwamen tot beter inzicht, nadat

n, Jezus, door zijne opvoedende wijsheid, hen langzamerhand

,quot; had voorbereid, om dit vooroordeel af te leggen, (Matth. 10:

:n 5, 6, Mark. 7: 25-29, Luk. 7: 9, Luk. 24: 47, 48)

Ti terwijl Petrus door eene bijzondere openbaring werd

is geleid, om het eerst in het huis van een heiden het

le Evangelie te prediken en wel bij den heidenschen hoofd-

J. man Cornelius , waarna de andere apostelen volgden.

Hand. 10, Hand. 11 : 18.

5. De Heiden-apostel bij uitnemendheid was Paulus, 3 eerst een hevig vervolger der christenen, maar door den i Heer bestemd en geroepen, om zijn naam te dragen, vooral i onder de heidenen. Hand. 9: 15, 22; 21, Gal. 1: 15.

6. Paulus heeft drie zendingreizen gedaan. Telkens door do christengemeente te Antiochië uitgezonden, stichtte hij in Klein-Azië verscheidene gemeenten, en als de eerste zendeling in Europa, bezocht hij ook Macedonië en Grieken

land. Tweemaal keerde Paul us naar Antiochië terug en verhaalde wat groote teekenen en wonderen God door hem en zijne medehelpers onder de heidenen had gedaan. Op zijne derde reis, naar Antiochië gaande, werd hij te Jeruzalem, ten gevolge van den haat der Joden, gevangen genomen en naar Rome gevoerd. - le reis Hand. 13-14, 2' reis Hand. 15: 40- 18: 22, 3e reis Hand. 18: 23-21: 19.

ocr page 12

8

7. Paulus bleef voor de nieuwe gemeenten zorgen

door het aanstellen van opzieners en het schrijven van brieven aan hen en de gemeenten, om hen te leeren, te vermanen en te vertroosten, terwijl hij met zijne belangstelling en gebeden voortdurend bij hen bleef. De zendbrieven, die hij en de andere apostelen schreven, werkten na hun dood krachtig mede tot uitbreiding en bevestiging van het Christendom. 2 Gor. 11 : 28, Ephez. 1 : 16, Filipp. 1 : 4.

8. Na zijne gevangenschap te Rome is Paulus nog

verscheidene jaren werkzaam geweest en heeft hij waarschijnlijk ook Spanje bezocht; doch weder te Rome gekomen, werd hij, op bevel van den wreeden Keizer Nero , onthoofd, in het jaar 67.

9. Paulus werkzaamheid als zendeling begon op het Pinksterfeest, toen hij zóó krachtig van den Heer getuigde, dat 3000 Joden voor het Godsrijk werden gewonnen; hij genas later den kreupele aan de poort, beleed den naam van Ghristus voor den Hoogen Raad en ging uit tot Samaritanen en heidenen. Hij had veel van de Joden te verduren, ■ en werd eindelijk, wellicht te Rome, op bevel van Nero aan het kruis genageld. Joh. 21 : 18, 19, Hand. 2, 3, 4.

10. De eerste zendeling, die den marteldood stierf, was Jacobus de zoon van Zebedeüs. Herodes liet hem door het zwaard dooden. Hand. 12 : 2. Jacobus, de broeder des Heeren, van wien wij nog een belangrijken brief bezitten, is, om zijne vrijmoedige belijdenis van Ghristus, door de Joden uit den tempel geworpen en gesteenigd, in het jaar 62. Stervende riep hij uit; „Ik bid u, o Heer! mijn God en Vader voor dezen; want zij weten niet wat zij doen.quot;

11. Van andere apostelen weten wij, dat zij, getrouw

ocr page 13

9

aan het bevel huns Heeren, om het Evangelie aan alle volken te prediken, zijn doorgedrongen in de heidenlanden van Azië en Afrika, waar zij bijna allen een geweldigen dood zijn gestorven.

12. De apostelen waren getroost te midden van hun lijden. Zoo betuigt Paulus voor allen: „In dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, die ons heeft lief gehad.quot; Rom. 8 : 37-39. En met den dood voor oogen juichte hij: „Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden. Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid.quot; 2 Tim. 4 ; 7, 8.

13. Johannes is de eenige der 12 apostelen, van wien ons is overgeleverd, dat hij zijn natuurlijken dood gestorven is, en wel te Epheze, in omtrent 100 jarigen ouderdom. De apostel der liefde heïft tot aan zijn einde niet opgehouden de Christenen te vermanen; „Kin-derkens! hebt liefde onder elkander.quot;

III.

De verdere zending in Europa.

1. De leerlingen der apostelen traden vervolgens.ztlf op als apostelen en leeraars en ook zij hadden, met hunne gemeenten, van de heidenen de wreedste vervolging te verduren.

2. De meest bekende martelaren zijn: Ignatius , een leerling van den apostel Johannes en opziener van do gemeente te Antiochië, die om zijne belijdenis van Christus te Rome voor de wilde dieren geworpen werd, in het jaar 11G en Polycarpus, mede een leerling van Johannes en opziener van de gemeente te Smyrna, die in hoogen ouder-

ocr page 14

10

dom levend werd verbrand, omdat hij Christus niet wilde verloochenen.

3. In 323 werd Keizer Gonstantun de Groote tot het Ghristendoin bekeerd, en het Ghristendom, nu gewettigd, werd op het einde der 4de eeuw, in het geheele Romeinsche rijk de heerschende godsdienst en verbreidde zich nu over vele landen.

4. In Engeland was reeds vroeg het Christendom bekend en de Oud-Britsche kerk, onafhankelijk van Rome, gevestigd. De heidensche Angel-Saksen, die het Ghristendom grootendeels verdrongen, werden in de G'le eeuw bekeerd door den abt Augustinus met 40 medehelpers, door paus Gregorius I de groote afgezonden, waardoor evenwel de Oud-Britsche kerk zeer werd benadeeld.

5. In Ierland werd door Patricius het Evangelie verkondigd in de eerste helft der 5a' eeuw. Schot van geboorte, werd hij als jongeling door zeeroovers naar Ierland gevoerd, waar hij eenige jaren als slaaf doorbracht, om later als Apostel van Ierland daar terug te keeren en dat land godsdienstig en maatschappelijk te hervormen. Overal stichtte hij scholen en de kloosters van Patricius werden de kweekplaatsen van tal van zendelingen, die later in Germanië en Gallië het Evangelie hebben gepredikt.

6. In Schotland onder de Pieten predikte Columba, leerling van Patricius en afstammeling der oude vorsten van Ierland. Hij verkoos het zwervend leven van den zendeling boven aardsche grootheid. Zelfs ging hij over de zee, om op de nog woeste Hebridische eilanden het woord des vredes te verkondigen en na veel tegenstand, smaakte hij de voldoening, dat de geheele noordelijke stam der Pieten tot het Ghristendom werd gebracht. Op het eiland Jona, hem door den vorst geschonken, stichtte hij een klooster, dat een beroemde kweekplaats werd van

ocr page 15

11

wetenschap en godsdienst en waaruit tal van eerbiedwaardige zendelingen voortkwamen.

7. In het Frankische rijk werd het Christendom de heerschende godsdienst, toen in 496 zijn koning Clovis zich liet doopen. In 't laatst der ()''e eeuw kwam Columbanus uit Ierland met 12 medehelpers in Frankenland, om daar onder de nog heidensche stammen en voormalige christenen, die in bijgeloof en zedeloosheid waren verzonken, nieuw leven te wekken. „Het vuur, dat de Heer op aarde geworpen heeft, gloeit in mijn borstquot;, zoo sprak de ijverige apostel, en hij en de zijnen waren niet slechts Evangelie-predikers, maar ook pioniers der beschaving. Waar deze monniken verschenen, werden bosschen ontgonnen en werd de wildernis herschapen in vruchtbare akkers. Het volk begroette hem met geestdrift; verbazend was zijn invloed, maar de koning kon den boetprediker en de Frankische priesters konden den zendeling, onafhankelijk van Rome, niet dulden, zoodat hij met zijn leerling en vriend Gallus, Gallië moest verlaten.

Eene eeuw later treedt de lersche monnik Kilianus onder de Franken op en nog eene eeuw later wordt keizer Karel de groote, in zijn uitgestrekt gebied, een ijverig bevorderaar van het Christendom, schoon geholpen door de macht van het zwaard.

8. Onder de Germaansche volksstammen werd de Evangelie-verkondiging in de 4'II! eeuw reeds zeer bevorderd door bisschop Ulfilas, die den Bijbel het eerst in de landtaal overzette. Columbanus, uit Gallië verdreven, ging den Rijn op naar Constanz, waar de woeste grond door hem en zijne helpers werd ontgonnen en tevens het zaad des Evangelies met milde hand werd uitgestrooid. Later ging hij naar Italië, waar hij bij Pavia een klooster stichtte en in 615 zijn loopbaan eindigde. Hij was beminnelijk

ocr page 16

13

van karakter, vurig van geest, een geloofsheld als weinigen. Zijn vriend Gallus stichtte over de Bodenzee in het dichte woud het klooster St. Gallen, weldra het brandpunt van christelijke wetenschap en kunst.

Van de 7'le tot de 9ae eeuw volgden tal van zendelingen in verschillende oorden van Germanië als: Amandus, zendeling van Gent, Clryllus ± 869 en Methodus ± 886, apostels van Moravië en Rupertus apostel van Beijeren, sedert het verdrag van Verdun in 843.

9. Bonifacius heeft de verspreide Christenen in Dultschland vereenlgd onder Bome's oppergezag en vooral in Hessen en Thüringen de kracht van het Heidendom verbroken. Groot was zijn invloed. Op zijne prediking vielen de afgodsbosschen neêr; kloosters en kerken werden gesticht en met hem was het Christendom in Duitschland voor goed gevestigd, schoon onder de organisatie der R. K. hierarchic.

In 745 werd hij benoemd tot aartsbisschop van Mentz, om 9 jaar later in Friesland de martelaarskroon te verwerven.

10. In Denemarken en Zweden werd in de 9'1|! eeuw het Evangelie verkondigd door Ansgar. Frank van geboorte en opgevoed in een klooster van Karei, de Groote, wordt reeds vroeg een vurig verlangen in hem wakker, om de grenzen van het Christendom verre uit te breiden, even als bij zijn vorst, maar door de macht van het woord. Afgezant van Lodewijk de Vrome, is hij weldra de ziel van het klooster Nieuw-Corvey, in 822 gesticht in Picardië aan de Weser, waar hij een groot aantal leerlingen uit omliggende plaatsen onderwijst. Maar zijn hart dringt hem meer tot de heidenen en hij wordt do geschikte man bevonden om in Denemarken en onder de Noormannen in Zweden als zendeling op te treden. Na vele moeilijkheden en heftigen tegenstand van de woeste Noormannen, mocht hij

ocr page 17

13

het nog beleven, dat het lieflijk licht des Evangelies deze landen bescheen. Ansgar stierf in 865 als bisschop van Bremen, omringd door een groot aantal vereerders en vrienden. Hij verdient ten volle den eerenaam van apostel van het Noorden.

11. In de andere tanden van ons werelddeel werd achtereenvolgens het Christendom aangenomen. Niet zoo zeer door de werkzaamheid van zendelingen, opzettelijk daartoe uitgezonden, dan wel door den invloed van christelijke krijgsgevangenen, kooplieden, geestelijken, enz., die bij gelegenheid het Evangelie bekend maakten, werd het verbreid in Hongarije, Polen en Pruisen. Het drong door in Noorwegen en van daar in IJsland en Groenland. Ook Olga, de beheerscheres van Rusland, werd lot het geloof in Christus bekeerd, zoodat in het jaar 1000 met weinig uitzondering, het Christendom over geheel Europa was verbreid.

IV.

De zendelingen in ons vaderland.

1. Onze voorouders waren eertijds heidenen; zij stelden zich de natuurkrachten voor als personen, die als goden werden vereerd. Ook zon, maan enz. werden door hen en de naburige volken aangebeden en met offers gediend. Zij waren verstoken van de kennis en beschaving, den vrede en de blijdschap, die het Christendom aanbrengt. Niemand kon lezen of schrijven en geen handwerk werd beoefend; jagen, visschen en strijdvoeren waren de voornaamste bezigheden. Toch waren goede trouw en gastvrijheid bij hen geëerde deugden, waardoor zij te spoediger vatbaar waren voor den zegen des Christendoms.

ocr page 18

14

2. De eerste zendeling in ons land was Eliglus, een

aanzienlijk goudsmid in Frankrijk, die tot zegen van onze voorvaderen werkzaam was, door in tijd van oorlog vele hunner gevangenen van zijnen koning te koopen. Hij liet ze naar hun land terugkeeren, na hen eerst in het Evangelie te hebben onderwezen. Later bisschop geworden, kwam hij in 't Zuiden van ons land, om daar het licht des Evangelies te doen schijnen. Ellgius stierf in 659.

3. De eerste christenkerk in ons land, de Thomaskapel, werd gebouwd te Utrecht in 631 door Dagobert I, ongeveer ter plaatse, waai- nu de Domkerk staat, door Willebrord gebouwd.

4. De grondvester van het Christendom in ons land was vooral Willebrord. In Engeland geboren, kwam hij met vele medehelpers in ons land, waar vroeger, o.a. door Wilfried, ± 709, het Christendom reeds eenigszins was bekend gemaakt; met ijver predikte hij het Evangelie, roeide afgodsbosschen uit en vernielde heidensche beelden en tempels. Des zomers ging hij met zijne leerlingen het land door om te prediken en des winters onderwees hij hen in de kloosterschool te Utrecht in alle wijsheid der Schrift.

5. De kloosters waren in ouden tijd de steunpunten voor het werk der zendelingen. Daar werden de jonge leeraars, ook inlandsche predikers, gevormd; daar had men scholen voor heidensche kinderen; daar vonden nieuwbekeerden, als zij vervolgd werden, een veilig toevluchtsoord.

6. Willebrord ondervond veel tegenstand. Toen hij eens op het eiland Walcheren een afgodsbeeld vernietigde en daarbij krachtig als Evangelie-prediker optrad, trachtten de heidenen hem van het leven te berooven, en op soortgelijke wijze was hij meermalen in doodsgevaar, tot

ocr page 19

15

dat hij, de apostel van Nederland, na bijna 50 jarigen arbeid, mocht ingaan in de vreugde zijns Heeren (739).

7. Winfried, ook Bonifiacius, een aanzienlijk edelman, in Engeland, gevoelde reeds als knaap lust om zendeling te worden, door de verhalen der reizende geestelijken, die bij zijn vader gastvrij werden ontvangen. Na in een klooster tot geestelijke te zijn opgeleid, was hij met Willebrord drie jaren in ons land werkzaam van 719-722.

8. Bonifacius kwam in ons land terug na den dood van Willebrord, op 75 jarigen leeftijd, vergrijsd in de dienst der Katholieke kerk. Nog eenmaal bezocht hij Friesland, de droom zijner jeugd, maar om daar te sterven als martelaar. In 754 werd hij door eene bende woeste heidenen vermoord met 53 medehelpers, en wel in de nabijheid van het riviertje de Borne, tusscben Oostergo en Westergo.

9. De geleerde Willehad, apostel van Drenthe, kwam in ons land, 18 jaar na den moord van Bonifacius. Tot een aanzienlijk geslacht in Engeland behoorende, vestigde hij zich in Friesland en vond daar de harten verzacht en voorbereid om het licht des Evangelies te ontvangen. Later ging hij naar Drenthe, waar nog dikke duisternis heerschte en arbeidde daar vele jaren met vrucht, doch niet zonder heftigen tegenstand. Willehad stierf in 789 als bisschop van Bremen en toen bij zijn sterfbed vele vrienden treurden, sprak hij: „Roept mij niet terug van het aangezicht des Heeren. De kudde, die Hij aan mijne zorg had toevertrouwd, heb ik aan zijne bescherming aanbevolen; het goede, dat ik moge gedaan hebben, heb ik in zijne kracht gedaan en de genade van Hem, van wiens goedertierenheid de aarde vol is, zal u niet verlaten.quot;

10. Lébuïnus, apostel van Overijsel, Brit van geboorte, werd uitgezonden door Gregorius van Utrecht en

ocr page 20

16

predikte aan de oevers van den Usel. Wel ondervond hij veel tegenstand van de heidensche Saksers, die o.a. de kerk te Deventer in brand staken en hem met den dood dreigden, maar toch erkenden velen in hem een gezant des Allerhoogsten. De tegenwoordige Lebuïnus-kerk te Deventer is een waardig monument, te zijner nagedachtenis alzoo genoemd.

11. Ludger, apostel der Friezen en Saksers, een Friesch edelman, door den edelen abt Gregorius in Willebrords school en later in Engeland opgeleid, was in Friesland en Groningen ijverig werkzaam aan de uitbreiding van het Christendom en later in Westfalen, waar hij te Weiden aan de Ruhr, eene abdij stichtte, die als kweekschool van christelijke beschaving zeer beroand is geworden. Vooral door de hulp van Karel de Groote mocht hij op zijne prediking veel vrucht aanschouwen. Ludger stierf als bisschop van Munster, na dien zelfden dag nog te Koesfeld en te Billerbeck te hebben gepredikt (809).

12. Het Christendom was in ons land gevestigd in de elfde eeuw. Hoewel nog vele heidensche beginselen in de harten der groote menigte waren overgebleven, kon men toen met Paulus zeggen: „De nacht is voorbij gegaan en de dag is nabij.quot; Rom. 13 : 12.

V.

Zendeling- en Bijbelgenootschappen.

1. in de volgende eeuwen heeft de Katholieke kerk altijd zendelingen voor de bekeering der heidenen gehad en vele predikers uitgezonden, waaronder geleerde en edele mannen als: Xaveriüs, de Nobili en vele andere. Maar deze ijverden vaak meer om leden te winnen voor de

ocr page 21

17

kerk, dan om harten te brengen tot het levend geloof in Christus. Vooral hebben de Jezuiten (de orde werd gesticht in 1540) in dien geest gewerkt.

2. Na de Hervorming schenen de Protestanten anderhalve eeuw lang het gebod des Heeren bijna geheel te vergeten, maar in de l?3quot; en IS36 eeuw ontstonden er in Engeland, Nederland, Denemarken en Duitschland ver-eenigingen, die evangeliepredikers uitzonden in hunne buiten-landsche bezittingen. Mannen als Elliot (zie hoofdstuk Xll - 3) uit Engeland, Ziegenbalg (zie hoofdstuk X-20J uit Denemarken, Egede (zie hoofdstuk XII-10) uit Noorwegen en Schwartz (zie hoofdstuk X-21) uit Pruisen, onderscheidden zich door een levend geloof, in liefde krachtig werkzaam, tot bekeering der heidenen, nog vóór de oprichting van de Zendelinggenootschappen.

3. Eenige Evangelische vorsten als: Gustaaf Wasa en Gustaaf Adolf, koningen van Zweden, Willem 111 van Oranje, koning van Engeland met zijne gemalin Maria, Frederik IV, koning van Denemarken en zijn opvolger Ghristiaan VI hebben de zending krachtig bevorderd.

4. De Broedergemeente is ontstaan uit eenige Evangelische Ghristenen, afstammelingen van de Waldenzen en de Hussieten, die in hun vaderland Moravië door de Roomschen bloedig vervolgd, van Nicolaas Lodewijk graaf van Zlnzendorf verlof ontvingen, om op zijn landgoed in Saksen te gaan wonen. Daar bouwden deze arme vluchtelingen het stadje Herrnhut, waarnaar zij Herrnhutters heeten, en toen vele Ghristenen van verschillende geloofsbelijdenis zich daarbij voegden, vereenigde de graaf deze allen tot ééne gemeente, de Broedergemeente genaamd. (1727)

5. De Herrnhutters deden veel voor de zending. Toen in het midden der vorige eeuw de Evangelische kerk lijdende

2

ocr page 22

18

was aan lauwheid en ongeloof, waren het de Herrnliuüers die begrepen, dat de gansche christelijke gemeente en ieder Christen in quot;t bijzonder, schuldig is, aan de heidenen het Evangelie te helpen verkondigen.

6. Met onbegrijpelijke zelfverloochening hebben de Herrnhutters, bijna allen zendelingen of zendingvrienden, gewerkt in de verzengende hitte van West-Indië, sedert 1732, zoowel als in de verstijvende koude van Groenland, sinds 1733. Er is geen werelddeel, waar zij niet met zegen hebben gearbeid en nog arbeiden, om de boodschap des heils den heidenen te brengen. In de eerste 100 jaren van haar bestaan heeft de Broedergemeente 740 broeders en 459 zusters onder do heidenen uitgezonden.

7. De Graaf van Zinzendorf, als hoofd en verzorger der Broedergemeente, reisde naar alle oorden der wereld en alzoo werden vervuld de droom zijner jeugd en de gelofte aan de hoogeschool te Halle gedaan, om namelijk aan de heidenen het Evangelie te verkondigen en wel aan de diepst verachten: de Negerslaven, de Groenlanders, de Esquimoos en de Hottentotten. Hij stierf in 1760. Zijn vertrouwde vriend, levensbeschrijver en opvolger was August Gottlieb Spangenberg.

8. De eerste zendelinggenootschappen zijn opgericht in Engeland, waar elk kerkgenootschap het weldra zijne roeping achtte onder de heidenen te werken. Ook ver-eenigden zich vrienden tot ondernemingen in een bijzonder deel der heidenwereld; vrouwenvereenigingen beoogden het onderwijs aan Indische, Syrische, Egyptische enz. meisjes; in Edenburg ontstond eene vereeniging, die artsen vormde ten dienste der zending, en voor weinige jaren kwam er eene beweging onder de studenten, zoodat door hen opwekkende voordrachten werden gehouden, ja velen (in Dublin 30) besloten zelf als zendeling uit te gaan.

9. Engeland's voorbeeld werd weldra gevolgd, zoodat

ocr page 23

19

thans de volgende genootschappen beslaan, samen werkende met 2694 zendelingen;

Jaartal

oprichting, ENGELAND. zeud^gèn.

1702. Gen. voor Ev. verbreiding in vreemdelanden. 210.

1792. „ der Baptisten.........115.

1795. Londensch Gen. door Bogue gesticht . . . 150.

1799. Kerkelijk Gen........................247.

1814. Wesleyaansch Gen. of dat der Methodisten

naar John Wesley.........98.

terwijl nog 19 kleinere genootschappen in

Engeland, Schotland en Ierland zijn opgericht. 287.

samen. . . 1107. DU1TSGHLAND EN ZW1TSEBLAND. 1732. Broedergemeente . . ........148.

1815. Bazelsch Gen............123.

1823. Berlijnsch „ ...........60.

1828. Bijnsch „ te Barmen.......68.

1836. N.Duitsch „ te Bremen..............8.

1836. Gossnersche vereeniging........19.

1836. Leipziger „ ........22.

1849. Hermannsburger „ door L. Harms. . . 69.

voorts nog 8 kleinere genootschappen . . . 30.

samen. . . 547.

AMEBIKA.

1810. Gen. der Gongregationalisten te Bostonl

(American board)........

1814. Vereeniging der Baptisten te Boston . 1819. „ van de Methodistische Episcopale!

kerk te New-York.........' jgy

1835. Vereeniging van de Protestantsche Episcopale!

kerk te New-York.........1

1837. Vereeniging van de Presbyterianen ... .1 Voorts nog 20 kleinere genootschappen . ./

2*

ocr page 24

20

Jaartal ... Aantal

tier SKANDINAV1Ë. zendelingen.

oprichting.

1821. Deensche zendingvereeniging......14.

1842. Noorweegsche „ (zeer bloeiend). . 40.

1858. Finlandsche vereeniging................6.

18CO. Zweedsclie „ (in vele vereenigingen

gesplitst)............34.

samen. . . 94.

FRANKRIJK.

1824. Parijsche zendel. Gen.........29.

1875. Fransch-Zwitsersch Gen. der vrije kerken. . 6.

samen. . . 35. NEDERLAND (zie blz. 21).

beeft 10 zendel. vereenigingen met .... 44. Ten slotte zijn er nog koloniale genootschappen in Kanada, Australië en Z.-Afrika, die in bun kring onder de heidenen arbeiden met pl.m. 100.

10. Bijbel- en zendelinggenootschappen heipen elkander in het vertalen en verspreiden der Heilige Schrift. Het Britsche en Buitenlandsche Bijbelgenootschap, opgericht in 1804, heeft den Bijbel reeds in 110 .alen of tongvallen doen overzetten en 71 millioen bijbels of gedeelten daarvan verspreid. Naar het voorbeeld van Engeland zijn zulke

enootschappen in verscllillende landen opgericht; zij zijn thans 78 in getal, die samen niet minder dan 250 bijbelvertalingen hebben tot stand gebracht, waarvan 200 in talen of tongvallen, te voren geheel onbekend.

11. Het Nederlandsche Bijbelgenootschap, opgericht in 1814, beeft in 't afgeloopen jaar 77,409 bijbels, N. testamenten en kerkboeken afgeleverd, behalve een groot aantal door middel zijner depots in O.-Indie.

b

ocr page 25

21

Het heeft ter perse de Madoereesche vert, van liet N. T. van Dr, Esser; de Soendaneesche bijbelvertaling van Goolsma; bevordert de vertaling in het Makassaarsch en Boegineesch, door Dr. Matthes , die van het Sangineesch, door Mej. C. Steller, en besloot het N. T. in de Niastaal, bewerkt door Sunderman, te laten drukken en aan den zendeling Schwarz te Sonder, in de Minahassa, de bearbeiding eener Alifoersche vertaling van het N. T. op te dragen.

VI.

Zendelinggenootschappen in Nederland.

1. Het Nederlandsche Zendelinggenootschap werd opgericht den I9d0n December 1797, toen ons volk dooide Fransche omwenteling en den oorlog met Engeland, in hoogst moeielijke omstandigheden verkeerde. Nadat reeds vele vrome en aanzienlijke mannen elkander hadden aangespoord om handen aan het werk te slaan, was het de opwekking van Johannes Tiieodorus van der Kemp, die het Genootschap tot stand deed komen.

2. Van der Kemp was de zoon van een geacht predikant, te Rotterdam; hij kwam in zijne jeugd op een weg van lichtzinnigheid en ongeloof, maar door de opmerkelijke leiding der Voorzienigheid, werd hij tot een hartelijk geloof gebracht. Bij het omslaan eener boot namelijk, op de Maas, verdwenen zijne vrouw en eenig kind in de diepte, terwijl hij zelf van den oever des doods werd gered.

3. Door innige dankbaarheid gedreven, wilde van der Kemp nu zijn leven den Heer wijden en trad hij in dienst van het Londensch genootschap. Vóór hij als zendeling Europa verliet, bezocht hij nog eens zijn vaderland, en

ocr page 26

22

in naam van liet Londensch zendelinggenootschap wekte hij de om hem vergaderde vrienden krachtig op tot deelneming aan het zendingwerk. Een 40tal ijverige christenen vereenigde zich hiertoe onder biddend opzien tot God, en het Nederlandsche zendelinggenootschap werd gesticht. Dit geschiedde te Rotterdam, en was een klein maar krachtig begin.

4. Er was reeds vroeger in ons land een en ander gedaan voor de Evangelieverbreiding. Toen Nederland in de Oost-Indiën rijke bezittingen kreeg, en de groote handelsvereeniging, de Oost-Indische Compagnie genaamd, sedert het begin der Wquot; eeuw, rijke schatten van daar haalde, beschouwde deze het ook terstond als haar plicht, in de geestelijke behoeften der bevolking te voorzien. Er werden predikanten en onderwijzers in de Oost aangesteld, maar deze waren te weinig in aantal en meest ongeschikt tot hun werk. Toen de winsten der Oost-Indische Compagnie begonnen te verminderen, werd er al spoedig weinig meer ten koste gelegd aan het geestelijk heil van de inwoners onzer Oost-Indische bezittingen.

5. Het Nederlandsche zendelinggenootschap vereenigt Protestantsche christenen van alle gezindten, om samen, in de kracht van éénen Heer, tot één doel werkzaam te zijn, en stelt zich voor, het ware en werkdadige Christendom eenvoudig en oprecht in de harten der menschen in te planten. Daartoe worden de zendelingen opgeleid en uitgezonden.

6. Tot aspirant-zendeling-kweekelingen worden bij voorkeur toegelaten: knapen van 15 jarigen leeftijd, die de lagere school goed hebben doorloopen en bij wie men zaden van ware godsvrucht mag veronderstellen.

7. De zendeling-kweekelingen worden opgeleid in een zendelinghuis, waar zij onder de liefderijke zorg van den

ocr page 27

director J. C. Neurdenburg en adjunct-director J. W. Roskes een vriendelijk te huis vinden en eene degelijke opvoeding ontvangen. Het onderwijs omvat, behalve alles wat zij als evangeliepredikers noodig hebben, ook het Maleisch en Javaansch, benevens, naar hun aanleg, een of meer andere vakken, als; geneeskunde, onderwijs, timmeren, boekdrukkunst, enz., waardoor zij de onbeschaafde volken, niet slechts tot de kennis van het Evangelie brengen, maar hun tevens al den zegen eener christelijke beschaving kunnen mededeelen.

S. Het arbeidsveld van het Nederiandsche zendelinggenootschap is geweest: Aan de Kaap de goede Hoop, toen deze nog eene Nederiandsche kolonie was; later ook nog, met Engelsche zendelingen en voor rekening van het Londensch zendelinggenootschap, in Vóór-Indië, totdat onze bezittingen aldaar, bij het tractaat van 1824, aan de Engel-schen vervielen en onze zendelingen aldaar (in 1827) in dienst van 't Londensch genootschap overgingen, en in Suriname, doch 't meest in onze Oost-Indische bezittingen, op de eilanden Ambon, Timor, Rotti, de Zuidwestereilanden, Celebes en Java.

9. Thans werkt het Nederiandsche zendelinggenootschap met 10 zendelingen, en ongeveer 140 inlandsche onderwijzers en voorgangers op Gelebes, Java, Savoe en Sumatra.

10. Behalve het Nederiandsche zendelinggenootschap zijn nog 9 vereenigingen in ons land opgericht om het Evangelie van Christus onder de heidenen te verkondigen.

Jaartal

flfjr Aantal

oprichting. zendelingen.

1849. Doopsgezinde Vereenig., op Java en Sumatra 4.

1854. Java-Comité, op Java en Sumatra .... 3.

1859. Zend. gemeente te Ermeloo, op Java ... 1.

1859. Nederl. Zend. vereeniging, op West-Java . . 8.

ocr page 28

24

Jaartal

der Aantal

oprichting. zendelingen.

1859. Utrechtsche Zend. Vereenig., op Nieuw-Guinea ,

Almaheira en Boeroe........ 8.

1859. Nederl. Gereformeerde Vereeniging op Java. . 4. 1872. Zendlngvereenig. der Ghr. Gereformeerde kerk,

op Java en Soemba........ 2.

1882. Evang. Luth. Genootschap, op deBatoe-eilanden. 2. 1886. Vereeniging tot uitbreiding van het Evangelie

in Egypte............ 2.

samen. . . 3i.

11. De geldmiddelen om zendelingen op te leiden, uit te zenden en te onderhouden, ontvangen de genootschappen voornamelijk door leden en begunstigers, die vaste jaarlijk-sche bijdragen geven; voorts zijn er vele hulpggenootschappen en vereenigingen opgericht, die door het verzamelen van kleine bijdragen, belangrijke sommen bijeenbrengen. In vele gemeenten wordt eene Pinkster- Kerst- of andere feest-collecte gehouden en giften en legaten worden door de vrienden des Heeren geschonken. Zoo zijn geloof en liefde het kapitaal, waardoor de zending bestaat.

12. Wij kunnen bekend worden met de werkzaamheid der zendelingen, doordien zij dagboeken houden, waaruit wij het belangrijkste vernemen in de Berichten, die maandelijks , vooral voor de leden , worden gedrukt. Ook de „Mededeelingen van het Nederlandsch Zendelinggenootschapquot; en het „Nederlandsch Zendingstijdschriftquot;, uitgegeven door het Comité voor Nederlandsche Zendings conferenties, verdienen hier genoemd te worden. Voorts worden er zending-bidstonden, afdeelings-vergaderingen, zendingsfeesten en andere bijeenkomsten gehouden, waar men kan hooren van de moeite en teleurstelling, maar ook van de heerlijke vruchten op het zendingveld. Belangrijke boeken, geschriften

ocr page 29

25

en zendingkaarten zijn mede daartoe dienstbaar. Ook schrijven de zendelingen brieven aan familie en vrienden, en komen somtijds in hun vaderland terug, om te verhalen van hunne ondervinding.

VII.

De zending op Java.

1. Java is een van de voornaamste der Oost-Indische eilanden met ruim 20 millioen inwoners. Het is een land van licht en kleuren, waar de edelste vruchten rijpeni de prachtigste bloemen bloeien en de vogels schitteren met de schoonste kleuren. Java, waar bergen, stroomen en wouden luide hunnen schepper verkondigen, is een van de bekoorlijkste en vruchtbaarste landen der wereld.

2. De Javanen zijn oorspronkelijk een krachtig volk, maar onder eeuwenlange overheerscliing en dwingelandij, vooral van hunne inlandsche vorsten, zijn ze slaafsch en kruipend geworden. Ze zijn listig, wraakzuchtig en wreed, als zij met geweld of wantrouwen worden behandeld, maar christelijke liefde wekt bij hen een vertrouwen en eene gehechtheid, die tot geheele opoffering in staat stelt.

3. De godsdienst der Javanen is de mohammedaansche voor het uitwendige, maar in den grond des harten is de Javaan heiden. Steeds waant hij zich omringd door goede en booze geesten; overal in de natuur ziet hij voorteekenen, die hem geluk of ongeluk voorspellen; aan gewijde plaatsen legt hij spijzen, bloemen of geldstukken neêr, als offers, en daarbij hecht hij veel aan allerlei spreuken en formules, wier kennis hem voorspoed bezorgen en tegen onheil behoeden kan. Dit alles is in strijd met het Mohammedanisme, dat tegen het veelgodendom gericht is.

ocr page 30

26

4. Mohammedanen zijn: de volgelingen van Mohammed, die belijden: „Er is maar één God en Mohammed is zijn Profeetquot;. Zij gelooven aan een onveranderlijk noodlot. Bidden, vasten en aalmoezen geven leidt ten hemel; maar voor het geloof te strijden en vele ongeloovigen te dooden, voert tot de hoogste zaligheid. Het bezoeken van het graf van den profeet te Mekka verschaft hun den roep van heiligheid. Zulke bedevaartgangers heeten op Java hadji's; bet zijn menschen, die zonder bepaalde werkzaamheid meestal ten koste van de bevolking leven. In de 7ao eeuw, toen de christelijke kerk zeer was verbasterd, werd de Islam in Arabië gesticht, en sedert in veie landen verbreid. Thans vindt men circa 200 mil-lioen Mohammedanen op aarde. Vóór 450 jaar is die godsdienst met geweld op Java ingevoerd.

5. De eerste zendeling op Java was Jelle Eeltjes Jetlesma uit Friesland. Vooraf had hij vier jaren op Geram gearbeid (zie hoofdstuk IX-3) en met den inspecteur van Rhijn al onze zendingposten bezocht. Op Java en wel te Soerabaja vond hij reeds eenige Ghristenen (opgeleid door de heeren Emde en Goolen), en met geduld en volharding arbeidde Jellesma in zijn nieuwen, moeilijken werkkring. Módjö-Warnó, een nieuw dorp, door eenige Javaansche christenen in het binnenland gesticht, werd weldra het middelpunt van zijn arbeid. Daar vestigde bij ook eene school voor inlandsche meesters en hulpzendelingen, die schoone vruchten droeg. Na 10 jarige werkzaamheid op Java, werd hij door den Heer afgeroepen, in 1858. Jellesma, de grondlegger van de zending op Java, wordt met recht Apostel van Java genoemd.

6. Op Oost-Java werkt het Nederl. zendelinggenootschap en wel;

a. In de bloeiende gemeente Mödjó-Warnó en 9 omliggende gemeenten (residentie Soerabaja), waar J. Kruyt sedert

ocr page 31

27

1859 in geloof en liefde werkzaam is als opvolger van Jellesma, en sedert 1882 geholpen door zijn zoon Arie Kruyt, thans met 8 inlandsche voorgangers. De scholen worden geleid door 15 onderwijzers on 4 aspirant-onderwijzers, terwijl de kweekschool 12 kweekelingen telt. De 10 gemeenten tellen samen ruim 3000 zielen waarvan een derde avondmaalgangers.

h. Voorts in Kediri, waar sedert 1800 C. Poensen het licht des Evangelies laat schijnen en nu werkt in 23 gemeenten met 7 inlandsche voorgangers en onderwijzers.

c. Verder is J. Kreemer sedert 1869 in de residentie Pasoeroean in het Malangsche en wel eerst te Swaroe en thans te Kendal-pajak bij Malang. Hij telt 6 gemeenten met 18 inlandsche helpers en onderwijzers.

d. W. Hoezoo, de oudste zendeling van het Nederlandsche zendelinggenootschap, in 1849 uitgezonden, in Samarang werkzaam om met onbezweken trouw het zaad des levens uit te strooien. In zijn werkkring verdient naast Samarang Kajoe-Apoe onze belangstelling, eene kleine belangstellende gemeente 11 uur Oostwaarts van Samarang.

e. De zendeling Bieger, eerst in dienst van de Nederl. Geref. vereeniging, nu in dienst van het Nederl. zendelinggenootschap, is geplaatst te Madioen.

Deze 6 zendelingen werken, behalve door godsdienstonderwijs en Evangelieprediking, vooral door schoolonderwijs, opleiding van inlandsche meesters en hulpzendelingen en door krankenverpleging. Door de zendelingen Kruyt alleen worden jaarlijks pl.m. 600 ooglijders en 2000 andere zieken behandeld, en in 1889 17389 keer geneesmiddelen verstrekt. Niet het minst komen in aanmerking de invloed, die uitgaat van hun dagelijksch verkeer mei de inlanders, en hun

ocr page 32

28

liefdevol deelen als vriend en raadsman in al hunne huiselijke en maatschappelijke belangen.

7. Op Oost-Java werkt ook de Vereeniging der Doops gezinden en wel in de residentie Japara. P. Jansz heeft 30 jaren gewerkt in de hoofdstad van dien naam, en met scholen in omliggende plaatsen, waar inlandsche meesters les gaven. Hij is in 1880 opgevolgd door zijn zoon P. A. Jansz, wien het in 1882, met behulp van zendingvrienden gelukt is een lang gekoesterd plan zijns vaders ten uitvoer te brengen door een stuk land ter ontginning aan te koopen en daarheen de zending van Japara te verplaatsen. Van deze nieuwe christen-kolonie, vrij van onmiddellijke mo-hammedaansche en heidensche invloeden, wordt voor de gemeente veel goeds verwacht. Zij is gelegen in Poentjil en genoemd: Mergó-redjü (weg tot geluk). In 1888 is P. A. Ja.nsz verblijd door de overkomst van J. Fast, die met zijne echtgenoote, zuster van P. A. Jansz, hem tot hulp en steun zal zijn in zijne vele werkzaamheden en tot een troost na het verlies zijner vrouw en beide zoontjes.

De afgetreden P. Jansz is, hoewel bejaard en zwak van gezondheid, nog werkzaam, aan eene nieuwe Javaansche bijbelvertaling, in dienst van het Britsche en Buitenlandsche Bijbelgenootschap, waarvan het N. T. is afgedrukt en het O. T. zijne voltooiing nadert.

Ook de oud-zendeling N. D. Schuurmans, hoewel steeds lijdende, besteedt zijne krachten zooveel mogelijk in dienst der Java-zending, door het schrijven van menig opwekkend woord, ook tot bestrijding van het opium schuiven, een der grootste kwalen van Java's bevolking.

8. Op West-Java is de Nederlandschezending vereeniging werkzaam onder de Soendaneezen en heeft aan hen van den beginne hare krachten gewijd. Onder veel tegenstand

ocr page 33

29

en bittere leleurstelling is zij moedig voortgegaan met haren arbeid en werkt thans met 8 zendelingen en 24 inlandsche helpers op 23 zending-posten.

De zendelingen zijn volgens jaarverslag 1890;

Jaar der uitzending.

18G2. C. Albers te Meester Gornelis, Residentie Batavia. 1863. A. Dijkstra te Gheribon, „ Gheribon.

1870. J. L. Zegers (1) te Indratnajoe, „ „

1876. J. Verhoeven te Tjideres, „ „

1880. A. de Haan te Soemedang, „ Preanger Reg.

1882. S. van Eendenburg te Soekaboemi, „ „ „ 1886. L. Tiemersma te Tanggeran, „ Batavia.

1890. A. de Voogd te Soemedang, „ Preanger Reg.

Een der grootste hinderpalen voor het Christendom is de invloed van de mohammedaansche geestelijken, die vijandig staan tegenover het Christendom, zoodat men ook hier begint te begrijpen, dat de jeugdige christen-gemeenten zich alleen kunnen staande houden, als ze onttrokken worden aan den onmiddellijken invloed van den Islam.

9. Voorts werken op Java: Het Java-Gomité melde zendelingen Haag en van der Spiegel in Batavia en Besoeki; de Zendingsgemeente te Ermcloo, in verband met de Neukirchen-Mission, die zendelingen heeft in de Residentie Samarang; de Neder 1. Gereformeerde zendingvereeniging met 3 zendelingen in Banjoemaas, Bagelen en Pekalongan, en de Christelijk Gereformeerde Kerk .met 2 zendelingen te Batavia en Soerabaja.

10. In 1877 is te Depok een Seminarie opgericht tot opleiding van inlanders, van de verschillende Oost-Indische eilanden, tot onderwijzers en Evangeliepredikers om als zoodanig

(1). Thans aan het hoofd van de inrichting voor epileptici te Heemstede.

ocr page 34

30

naar hun eigen land terug le keeren. Hiervoor is in Indië en Nederland ruim 300.000 gulden bijeengebracht. Er zijn thans meer dan 70 kweekelingen, onder leiding van den Directeur J. Pu. Hennemann en 2 onderwijzers.

11. Wat de vruchten der Java-zending betreft: in den korten tijd, dat de zendelingen op Java werkzaam waren, hebben zij een schat van kennis opgedaan omtrent Java en zijne bewoners, en de moeilijke Javaansche taal is door hen geleerd en bestudeerd, welke kennis en ervaring, gepaard met een vast geloof en eene hartelijke liefde voor den Javaan, eene heerlijke toekomst voor Java opent. Reeds zijn er eenige duizende javaansche christenen als getuigen van de vatbaarheid voor hoogere ontwikkeling, en indien er blijdschap is in den Hemel over éénen zondaar, die zich bekeert, dan moeten wij ons verheugen over die duizenden, die door hel Evangelie zijn toegebracht tot hunnen Zaligmaker. Maar wat zijn een 30 zendelingen voor 20 millioen heidenen! Mocht toch in Nederland meer en meer een apostolische geest ontwaken, opdat de Java-zending met kracht worde voortgezet.

VIII.

De zending op Celebes.

1. De Minahassa is het Noord-Oostelijk gedeelte van het vreemd gevormde eiland Celebes en eene Nederlandsche bezetting met ruim 145,000 inwoners. Aldaar is de natuur niet minder rijk en heerlijk dan op Java.

2. De bewoners van de Minahassa, Alifoeren, zijn van nature goedhartig, maar zwak van karakter. Met zachte hand geleid, blijkt het, dat zij een uitmuntenden aanleg bezitten en vatbaar zijn voor degelijke ontwikkeling, naar verstand en hart.

ocr page 35

31

3. De godsdienst der Minahassers was bij do komst der zendelingen een geesteloos heidendom. Zedelooze feesten, fosso's genaamd, het barbaarsch koppensnellen, het bouwen van huizen op menschen-schedels, allerlei bijge-loovige plechtigheden, waren de middelen waardoor zij, gehoorzaam aan hunne priesters, de booze geesten wilden verdrijven of verzoenen en hun geweten zochten gerust le stellen. Diep onkundig, bijna naakt, lui en morsig liepen ze als wilden, gewapend rond, altijd vreezende voor overval van hunne naburen.

4. De zendeling, die het eerst onvermoeid werkzaam was om leven te wekken onder de heidenen en enkele naamchristenen, was Hellendoom, een man des geloofs en des Heiligen Geestes, door de Regeering lol predikant te Menado aangesteld. Hij trok als vredebode de gansche Minahassa rond, richtte scholen op en drong onophoudelijk aan op de overkomst van zendelingen. Heliendoorn stierf in 1839, toen, reeds sedert 1829, krachtige medearbeiders, de zendelingen Schwarz en Riedel, waren aangekomen.

5. De eigenlijke grondleggers van de zending in de Minahassa zijn Johann Gottlieb Schwarz en Johann Friedrioh Riedel, beide Duitschers van geboorte. Zij zijn eerst opgeleid door den vromen predikant Janicke te Berlijn, die bij zijn overig werk, uit eigen beweging, jongelingen bekwaam maakte voor den zendingarbeid , om ze dan aan zendelinggenootschappen in Engeland of Nederland over te dragen. Zoo kwamen Schwarz en Riedel in Rotterdam, en door het Nederl. zendelinggenootschap uil-gezonden, hebben zij de zending in de Minahassa gevestigd. Zij waren de rechte mannen voor de rechte plaats en weinig zendelingen hebben met meer blijkbaren zegen gearbeid dan Schwarz gedurende 28 en Riedel gedurende 29 jaren.

ocr page 36

32

G. De hoofdzaak van het onderwijs aan de Minahassers

is de kennis van den eenigen waarachtigen God en Jezus Christus, dien Hij gezonden heeft, de grondslag van ware beschaving en ontwikkeling. Grondig schoolonderwijs is daartoe mede dienstig en het bouwen van goede huizen, het aanleggen van nette tuinen, timmeren, smeden enz., ja alles wat een christelijk beschaafd volk noodig heeft te weten, leeren de zendelingen aan de Minahassers. Sinds 1869 is er een drukpers, waarvan de zendelingen veel dienst hebben voor de schoolboeken en liederen, door hen vervaardigd en waardoor een blad wordt uitgegeven: Tjahaja Sijang (Glans van het daglicht) dat, eerst een maandblad, nu om de 14 dagen verschijnt; daarin schrijven ook inlandsche christenen heel aardige stukken. Het tweede in de maand uitkomende nummer is bijna uitsluitend aan godsdienstige belangen gewijd.

7. Van de scholen wordt veel gebruik gemaakt, opdat verstand en hart der jonge Minahassers vroegtijdig worden ontwikkeld.

De 119 genootschapsscholen en een groot aantal gouver-nementsscholen, sedert 1882 van het Genootschap overgenomen, staan onder leiding van inlandsche onderwijzers, die hunne opleiding ontvangen in eene kweekschool, in 1851 opgericht door het Nederlandsche zendelinggenootschap en gevestigd eerst te Tanawangko, thans te Tomohon.

Directeur dezer kweekschool was tot 1883 N. Graafland, die veel werk maakte van vierstemmig gezang voor kerk en school en die het onderwijs in handenarbeid als; vlechten, houtzagen, houtsnijden, draaien enz., heeft ingevoerd. Benoemd tot Adjunct-Inspecteur van het inlandsch onderwijs in dienst van het Gouvernement, is hij opgevolgd door H. C. Kruyt (zie hoofstuk IX-1) die tijdelijk vervangen is door A. Hulstra, om in 1891 te worden opgevolgd door

ocr page 37

33

J. H. Hiebink, Rooker. Aan deze school zijn verbonden 2 inlandsche onderwijzers.

Het onderwijs geschiedt evenals de prediking in de Maleische taal.

Op de gouvernementsscholen mag nu ook, sedert 1888, gedurende den schooltijd onderwijs worden gegeven in Bijbelsche geschiedenis.

8. In de Minahassa bestaat sedert 1881 eene bloeiende kost- en dagschool voor dochters van inlandsche hooiden en aanzienlijken, teneinde haar hij degelijk onderwijs eene zorgvuldige opvoeding te geven en ze zoo te vormen voor huisgezin en maatschappij. Eene hoofdonderwijzeres als Directrice wordt daar bijgestaan door 2 onderwijzeressen. Gevestigd te Tomohon, telt deze school thans 30 kost- en 4 dagleerlingen.

9. De zendelingen en hunne vrouwen nemen een aantal jongens en meisjes aan huis, ten einde hen in allerlei arbeid te onderrichten en hen op te voeden tot christelijke burgers. Velen dezer jongens gaan later naaide kweekschool voor onderwijzers of naar de inrichting voor inlandsche hulppredikers, terwijl de meisjes degelijke huismoeders kunnen worden, die in haar kring haar licht laten schijnen.

10. De opleiding van inlandsche hulppredikers, voor de Minahassa en naburige eilanden is door het Indisch kerkbestuur opgedragen aan Louwerier, die daarbij voor het onderwijs geholpen wordt door 2 inlandsche hulppredikers. Reeds zijn daar een groot aantal inlandsche hulppredikers opgeleid, die ieder 3, 4 a 0 gemeenten bedienen in de uitgestrekte werkkringen der hulppredikers en zendelingen.

In de gemeenten, waar ook hunne hulp tekort schiet, zijn het de onderwijzers, zoowel van gouvernements- als

3

ocr page 38

3i

zendingscholen, die des Zondags de godsdienstoefening leiden, in de week godsdienstonderwijs geven, kranken bezoeken, in een woord de godsdienstige belangen in hunne dorpen behartigen.

11. De meeste zendelingen in de Minahassa zijn sedert 1875 als hulppredikers aan het 0.-lndisch kerkbestuur verbonden en verzorgen dezelfde gemeenten, waar zij te voren als zendelingen waren, nu evenwel bezoldigd door liet Gouvernement.

De Minahassa is thans verdeeld in 10 kerkelijke ressorten en wel:

Aantal

gemeenten

Tondano geleid

door H. Rooker ....

25

Ajermadidi „

„ H. J. Tendeloo . .

. . 22

Sonder „

„ J. A. T. Schwarz .

. . 14

Amoerang „

„ G. J. v. d. Liefde .

. . 10

Tornohon „

„ J. Louwerier . . .

28

Langowan „

„ M. Brouwer . . .

22

Maoembi „

„ J. TEN Hove . . .

9

Ratahan „

„ N. Rinnooy;. . . .

19

Tanawangko „

„ E. W. G. Graafland

. . 14

Koemelemboeaai „

„ J. S. de Vries . .

. . 24

M. H. Schippers, vroeger in de Minahassa, is thans tot hulpprediker op Ternate en Batjan aangesteld, terwijl A. de Lange nog in dienst van het genootschap, sedert 1873 aan de drukpers te Tanawangko werkzaam is.

12. De Minahassa is thans van een heidensch land met al zijne gruwelen, herschapen in een Christenland met zijne zegeningen en dit door het Evangelie, dat eene kracht Gods is tot zaligheid voor een iegelijk die gelooft. Reizigers, die de Minahassa bezoeken, onverschilligen, zoowel als vrienden der zending, zooals de natuurvorscher

ocr page 39

35

Wallace , de industrieel Stork, enz. worden allen evenzeer verrast door wat ze daar zien en liooren. 't Is hun als een paradijs te midden der wildernis. Maar hartroerend is het vooral en welsprekender dan iets anders, als men verneemt, hoe de Minahassers zeiven hunne dankbaarheid betuigen voor de liefde van den Heer en van de Christenen in Nederland, en hoe zij, arm naar de wereld, al het mogelijke bijeenbrengen om hunne heidensche broeders in denzelfden zegen te doen dealen; in 1889, behalve belangrijke bijdragen voor „Onderling hulpbetoon'quot;, nog f 3500 voor de kas van het Nederl. zendelinggenootschap en wel voor de nieuwe zending Gorontalo-Posso, waarvan alleen in het ressort Tondano f 2700, geofferd werd. Ook hier zijn evenwel nog heidenen, en de Minahassa kan den steun van het Genootschap nog niet missen, dat vooral door zijne scholen een' krachtigen invloed blijft oefenen tot wering van roomsche en mohammedaansche invloeden en tot aankweeking van den christelijken geest. (1) 13. Bolaang-Mongondou, dat grenst aan de Minahassa, is een rijkje met 40,000 inwoners , die, na gedaan onderzoek van wege het Nederl. zendelinggenootschap, even vatbaar schijnen te zijn voor de zegeningen van het Christendom als de Minahassers. In het begin dezer eeuw, en vroeger waren er reeds eenige christenen onder de heidenen, die van 1830-40 een eigen onderwijzer hadden. Na diens dood verzocht de radja om een nieuwen onderwijzer, maar toen aan dal verzoek niet is voldaan, heeft het hof, en voor en na bijna de geheele bevolking, zich overgegeven aan de priesters van Mohammed. Het Nederl. zendeling-

(1) Volgens de jongste berichten zijn ■viel' Mlnahassisclie voorgangers met liunne vrouwen met den Zendeling H. C. Kkuijt naar Ueli vertrokken, om daar met dezen onder de heidensche Uataks werkzaam te zijn.

3*

ocr page 40

36

genootschap heeft reeds eenige jaren plan gehad zendelingen daar heen te zenden vóór het Mohammedanisme aldaar alles beheerscht, en zal nu trachten mettertijd van Gorontalo uit daar heen te trekken.

14. Het Nederlandsche Zendelinggenootschap heeft dan ook dit jaar eene nieuwe zending geopend in Gorontalo en Posso, twee rijkjes op Gelebes; het eerste, waar het Mohammedanisme reeds post gevat heeft, het tweede nog geheel heidensch, waarvoor bestemd zijn; A. C. Kmyt en A. Hulstra, die reeds zullen zijn aangekomen.

IX.

De zending op Sumatra, Borneo, Timor enz.

1. Op Sumatra onder de Bataks heeft het Rheinsche zendelinggenootschap, vooral nadat in 1859 hunne zendelingen van Borneo zijn verdreven, een' bloeienden werkkring nabij en ten Zuiden van het Toba-meer, met 13 hoofd- en 32 buiten-stations, waar 16 zendelingen en eene groote schare, meest onbezoldigde inlandsche medehelpers, arbeiden met vele scholen, die sedert eenige jaren den steun van het Gouvernement mogen ondervinden.

In verschillende opstanden van de bevolking, waarbij de zendelingen met hunne gemeenten veel hadden te lijden, hebben de christenen zich telkens gunstig onderscheiden.

Mede aan Sumatra's Westkust, risidentie Tapanoeli, heeft de Doopsgezinde Vereeniging, sedert 1871, een zendingpost te Pakanten, opgericht door H. Dirks, (thans reizend zendeling-prediker onder de Doopsgezinden in Zuid-Rusland) verder geleid door van Irle (sinds

ocr page 41

37

het vorige jaar werkzaam in dienst van het Rheinsche genootschap) en sedert 1888 onder leiding van G. Nikkel. De gemeente blijft nog klein door de tegenkanting van het Mohammedanisme.

Op 3 uur afstand van Pakanten heeft N. Wiebe zich dit jaar gevestigd en wel te Moeari Sipongi, hoofdstad van het land der Oeloes, een stam, waaronder de Islam nog weinig bekeerlingen maakte. Moge daar de zegen grooter zijn !

In dezelfde residentie is sedert vele jaren de zendeling Dammerboer werkzaam, van wege het Java-comité en wel in Oeta Rimbaroe en omliggende plaatsen.

Op het eilandje Nias, ten Westen van Sumatra, heeft het Rheinsche genootschap 3 posten, met een hulpseminarie tot opleiding van inlandsche onderwijzers, onder leiding van Sunderman, die ook eene bijbelvertaling onder handen heeft. Ook onder de Niassers, naar Padang verhuisd, is eene kleine gemeente gevestigd.

Ten Zuiden van Nias op het eiland Tello, zijn in 1889 van wege het Evangelisch Luthersch genootschap 2 zendelingen aangekomen, opgeleid in Barmen, en wel: Kersten en Frickenschmidt.

Ten slotte heeft het Nederl. zendelinggenootschap in 1890 voor rekening der Deli-maatschappij eene zending in de Battalanden op Oost-Sumatra geopend door toezending van H. C. Kruyt.

Alzoo zijn op Sumatra circa 22 zendelingen werkzaam , maar dat is weinig op eenige millioenen inwoners en tegenover de reuzenmacht van den Islam, de groote vijand van het Christendom.

Het N. T. is reeds in 2 Battasche dialecten overgezet.

2. Op Borneo met pl. m. 2 millioen inwoners, vindt men aan de kusten Maleijers en Ghineezen, en in het

ocr page 42

38

binnenland Dajakkers, de oorspronkelijke bewoners, in vele stammen verdeeld. Zij vereeren, door bemiddeling van priesters, tal van geesten, die zij met offers trachten te verzoenen en waarbij het koppensnellen tot voor kort een groote rol speelde. Dit laatste is nu van gouver-nementswege verboden en de gewoonte zijn huis met hoofden en schedels van gevangene vijanden te versieren, kroeg onlangs een gevoeligen knak, doordien een invloedrijk hoofdman al die zegeteekenen zijner voorvaderen uit zijn huis heeft verbannen. Ook andere heidensche gewoonten verdwijnen, zoodat de weg gebaand is voor de invoering van het Christendom.

Het Rheinsche zendelinggenootschap heeft hier sedert 1835 gearbeid. Barnstein was de eerste zendeling, waarop vele anderen volgden. In 1859 werden in een opstand 4 zendelingen en 3 hunner vrouwen jammerlijk vermoord en de gemeenten verstrooid. Twee der overgebleven zendelingen, Beijer in 186G en Zimtner in 1869, in Europa teruggekeerd, hebben ook in ons land verhaald van den nood der Dajaks, ter wier bekeering zij veel beproeving maar niet minder hulp en zegen hadden ondervonden. In 1866 is de zending op nieuw begonnen en zijn er nu 8 zendelingen op 6 stations, waarvan Bandjermasin de hoofdplaats is, met 7 kerken door de gemeenten zelf gebouwd. Hardeland heeft in 1858 den Bijbel in de landtaal voltooid.

In 't N.W. van Borneo in Sarawak bestaat sedert 1881 onder leiding van Rev. G. F. Hose , opvolger van bisschop Chambers , eene bloeiende Protestantsche zending met 9 zendelingen op 8 posten. Een meisjesschool is geopend en sedert 1888 wordt met een nieuwe drukpers ijverig gewerkt om te voorzien in de behoefte aan Dajaksche leer- lees- en zangboeken.

ocr page 43

39

In 1888 is in Sandakan do Noordpunt van Borneo, een nieuw zendingveld geopend met 1 zendeling.

3. Op Ambon, Ceratn, Timor en de Zuidwestereilanden

onder de heidenen en de sedert de dagen der O.-Indische Compagnie bestaande gemeenten heeft liet Nederl. zendelinggenootschap vele zendelingen gezonden. In de eerste plaats mag genoemd worden Jozef Kam, die gedurende 18 jaren in zijn eigen scheepje de Moluksche eilanden geregeld doorreisde.

Verder vinden wij daar nog Gericke, de Keijzer en Roskott, later Luijke en anderen, die sedert Hulppredikers zijn geworden. Op Geram is Jellesma 4 jaar werkzaam geweest onder de wilde Berg-Alifoeren. Hij vereenigde een 140 tal van uit de ontoegankelijke binnenlanden naaide kust en stichtte daar Damey (vredestad), waar hij aller liefde en vertrouwen won. Door zijn vertrek naar Java is deze post opgeheven.

Op Timor, waar vroeger door onze zendelingen reeds gemeenten zijn gesticht. die van wcge het Gouvernement door hulppredikers worden geleid, hoopt het Nederl. zendelinggenootschap een nieuwen post te vestigen. En wel te Bau-mata.

Op de Zuidwestereilanden werkten tol 1842 verscheidene zendelingen van het Nederlandsche zendelinggenootschap, als Luijke, Heijmering, enz.

4. Savoe bij Timor heeft sedert 1872 eene treffende hervorming ondergaan door den ijver en de liefdevolle zorg van den zendeling Teffer en zijne waarde echtgenoote, van het Nederlandsche zendelinggenootschap. Onder de bewoners zijn reeds verscheidene bloeiende gemeenten, waar de geest van Ghristus heerscht, die gedurende een verschrikkelijken hongersnood zich heerlijk vertoonde in onderling hulpbetoon en opofferende liefde. Toen Teffer

ocr page 44

40

om zijne gezondheid Savoe moest verlaten, bleven eenige inlandsehe voorgangers daar werkzaam, onder opzicht van den hulpprediker Niks te Koepang op Timor en later van den hulpprediker G. de Vries en den zendeling Bieger.

Sedert 1889 is J. K. Wijngaarden hier als zendeling gevestigd.

De 2 gemeenten, door Tefl'er op hel ten Westen van Savoe gelegen eiland Soemba gesticht, zijn sedert 1888 overgedragen aan de Christelijk gereformeerde zending, die daar werkzaam is, met de zendelingen van Alphen en Pos.

5. Op Nieuw-Guinea onder de woeste Papoea's heeft de Utrechtsche zendingvereoniging den moed gehad eene zending te openen, zoodat daar sedert 30 jaren eenig licht opgaat in de diepe duisternis en wel aan de Groote Geelvink-baai en de Doreh-baai. Vreeselijk is aan deze lage kusten de worsteling tegen de moeraskoortsen, die, even als op de kust van Guinea in Afrika, reeds velen hebben weggemaaid, maar erger nog de strijd met de wilde, ontembare natuur van het volk, welks honderden stammen in aanhoudende veeten elkander vermoorden, verslinden of in slavernij doen zuchten. De 5 zendelingen: van Hasselt, sedert 18G2 te Bethel, Woelders, sedert 18(37 te Andai, Bink, sedert 1870 op het eilandje Rhoon, Jens, sedert 187G te Doreh en van Balen, sedert 1882 te Wendessie, hebben den meesten invloed door het koopen van weezen en slaven-kinderen en dezen aan huis op te voeden.

In de Noefoorsche taal, waarin onderwezen wordt, hebben de zendelingen enkele bijbelboeken en een liederboekje gedrukt. Nieuw-Guinea is 29 maal zoo groot als Nederland.

Op Almaheira en Boeroe zijn 3 zendelingen van

ocr page 45

41

de Utrechlsche vereeniging, en wel: H. Dijken, M. J. v. Baarda en H. Hendriks.

6. Op de Sangi-eilanden, de noordelijkste onzer O.-I. bezittingen, hebben geruimen tijd de Gossnersche zendelingen in alle stilte gewerkt in dienst der Neder-landsche regeering, zoodat daar vele bloeiende gemeenten bestaan, geleid door de zendelingen Steller, Keiling en Taufman, alsmede door verscheidene inlandsche helpers.

In 1887 is van wege de Nederl. en Utrechtsche zending-vereenigingen en het Java-comité, het Comité voor de Sangi- en Talaut-zending opgericht, ten einde de uitzending te bekostigen van meerdere zendelingen, die verder door de regeering worden bezoldigd. Zoo zijn thans een drietal werkzaam, met name M. Keiling Jr., Ottow en Fonk) terwijl P. Keiling Jr. op het seminarie te Depok zich voorbereidt tot Directeur eener kweekschool voor inlandsche onderwijzers ten dienste van de 25 gouvernements- en 3G zendingscholen, op de Sangi-eilanden verspreid.

Mej. C. Steller houdt zich bezig met de bewerking en uitgaaf van eenige bijbelboeken in het Sangireesch, voor rekening van het Nederlandsch Bijbelgenootschap.

7. In Nederl. Indië zijn in 't geheel 78 zendelingen en wel 44 van wege de verschillende Nederlandsche zendingvereenigingen en 34 Duitsche zendelingen; maar wat zijn deze op 27 millioen zielen!

X.

De verdere zending in Azië.

1. Het Keizerrijk China, 363 maal zoo groot als Nederland, met 478 millioen inwoners, is het grootste en

ocr page 46

42

meestbevolkte land der aarde en daardoor ook voor de zending het belangrijkste.

2. De Chineezen waren wellicht eerden* beschaafd

dan een der thans levende volken. Toen onze voorouders nog in dierenhuiden rondliepen, gingen de Chineezen reeds in zijde gekleed. Vele onzer kunsten en wetenschappen, ja, onzer kinderspelen werden toen reeds in China beoefend. Geen natie is zóó kunstvaardig als de Chineezen en bij geen volk wordt lezen en schrijven zóó algemeen gekend, hoewel de meisjes van het onderwijs geheel zijn uitgesloten. Zij staan evenwel bekend als trotsch en waanwijs, zoodat zij China ook het Hemelsche rijk noemen. De binnenlanden van China zijn betrekkelijk nog weinig bekend. Men vindt bijna in alle streken van de wereld Chineezen, die hun land verlieten om den broode. Deze zijn doorgaans geldzuchtig, leugenachtig en bedriegelijk. Geld is voor hen alles en daarvoor getroosten zij zich den zwaarsten arbeid.

3. De godsdienst der Chineezen is voor een groot deel het Boeddhisme, d. i. ze zijn navolgers en vereerders van Boeddha, die in China Fo heet. Die godsdienst is echter geheel verbasterd. Zij kent geen goden, en toch is bet aantal der Chineesche afgoden ontelbaar. Afgodsbeelden, groot en klein, van goud, zilver, koper of hout, zijn voor elk te koop, en zoo zijn de Chineezen geestelijk geheel verstompt en leven enkel voor het stoffelijke. De geleerden en aanzienlijken hebben, als navolgers van Confucius , geen godsdienst maar een zedeleer; toch zijn zij zeer bijgeloovig. Gehoorzaamheid aan de ouders wordt als een der eerste plichten beschouwd en de godsdienst bestaat dan ook vooral in de vereering der voorvaderen; 200Ü tempels zijn aan Confucius gewijd en schoon hij zelf geen beelden wilde, wordt zijn beeld in elk zijner tempels gevonden en vereerd. Men vergete

ocr page 47

43

hierbij niet, dat het uiterst moeilijk is zich eene juiste voorstelling van dit alles te maken, en dat er alle grond is aan te nemen, dal de Chineezen in de vroegste tijden Tsjang-ti, den hemel als God vereerden. Deze naam wordt dan ook in de Ghineesche Bijbelvertaling voor God gebruikt.

4. Het volgend teven stellen vele Chineezen zich voor

als een koud, eenzaam en vervelend verblijf der dooden in de onderwereld. De levenden geven daarom aan de dooden allerlei huisraad, kleederen, spijzen en veel goudpapier mede, door het te verbranden, want dan zal het na de verbranding, in de onderwereld weder veranderen in werkelijk goud en goed, dat de arme, beroofde zielen volstrekt noodig hebben. Schatten gelds worden door de bloedverwanten aan de priesters ter hand gesteld, opdat deze de ziel vrij koopen van hare richters en als de priester betuigt: „De ziel is vrij!quot; dan heeft de familie rust, daar ze dan niet meer behoeft te vreezen voor de lastige bezoeken van de onrustige geesten der afgestorvenen. Die priesters zijn de Bonzen, eene soort van monniken, die op een zeer lagen trap van zedelijkheid staan.

5. In China hebben de Roomsch-Katholieke zendelingen met volharding gearbeid. De Franciscaner Corvino in 1299 en later de Jezuit Ricci van 1582-1G10, die veel ingang vond, doordat hij de vereering der voorvaderen en beeldendienst toeliet, mits elk beeld met een kruis werd versierd; anders een voortreffelijk man, die ook de Evangeliën in 't Ghineesch vertaalde ; op zijn graf wordt nog wierook gebrand en licht en bloemen aangebracht. Adam SchalI 1628-66 maakte zich bij den keizer onmisbaar, door het teekenen van kaarten, door sterrekundige berekeningen) het gieten van kanonnen enz. Keizer Kanghi, 1662-1723 verklaarde den christelijken godsdienst voor goed. Zijn

ocr page 48

44

zoon evenwel, die vreesde dat de macht des Pausen gevaarlijk voor hem werd, verbood in 1723 de prediking van hel Christendom, en sedert hadden de Christenen veel vervolging te verduren. In 1860 evenwel hebben ze hunne goederen terug ontvangen en telt men thans 450,000 Katholieken met 320 Fransche en Italiaansche en 203 Ghineesche priesters.

6. De eerste Evangelische zendeling was de Engelschman Robert Morrisson 1807-1834, die den Bijbel het eerst in de Chineesche taal overbracht, een reuzenwerk, dat met onnoemelijke bezwaren gepaard ging. De Chinees, die hem onderwees, droeg vergif bij zich, om in geval van ontdekking, aan de pijniging te kunnen ontkomen.

7. Karei GiitzlafT uit Pruissen, ontving zijne eerste opleiding tot heidenbode op het Zending-Instituut te Berlijn, onder leiding van Jünicke en werd verder door het Nederl. zendelinggenootschap bekwaam gemaakt en uitgezonden. Buitengewoon begaafd, vooral tot het aan-leeren van talen en vervuld met een brandenden ijver, om Christus te verkondigen, was het hem niet genoeg naar Sumatra te gaan, waarvoor het genootschap hem bestemd had. Het groote, bijna ontoegankelijke China, daar te prediken, was zijn ideaal en daarheen vertrok hij dan ook en daar werkte hij gedurende 20 jaren tot zijn dood in 1851. Giitzlaff heeft een jaar vóór zijn dood Europa doorreisd, om in Nederland en elders eene gemeenschappelijke werkzaamheid voor China tot stand te brengen.

8. Om in China te worden toegelaten, moest Gützlalf den Chineezen een Chinees worden, en daartoe bereidde hij zich in Siam drie jaar voor. In China gekomen, geleek hij dan ook geheel een Chinees en als geneesheer en geleerde werd hij in China hoog geschat. Daar ver-

ocr page 49

45

spreidde hij duizenden bijbels, traktaatjes en andere boeken; daar leidde liij Ghineesche Evangeliepredikers op. Met gretigheid werden zijne geschriften ontvangen, zelfs de keizer begeerde boeken en verklaarde den Bijbel voor een goed boek. Was het Gützlalf's leuze: „Ik moet werken zoolang het dag isquot;, waarlijk hij was daaraan getrouw in de kracht van zijnen Heer, van wien alleen hij den zegen verwachtte. Bij de Engelsche regeering maakt hij zich als tolk verdienstelijk.

9. Thans zijn in de 18 provinciën van China 520 zendelingen, uitgezonden door 35 vereenigingen van Amerika, Engeland en Duitschland. Op de zendingconferentie in 1877, te Shanghai gehouden, door vertegenwoordigers dier verschillende vereenigingen, bleek het aantal zendelingen nog maar 230 te zijn, en verblijdend is het, dat de Christenen uit verschillende kerkgenootschappen elkander daar nader staan dan de leden dier zelfde genootschappen in het vaderland. In 320 gemeenten zijn reeds geordende inlandsche predikers en de Bijbel is 7 maal vertaald of grondig herzien.

Zijn vele christenen nog zwak in 't geloof, van vele gemeenten kan toch gezegd worden, wat eens van de gemeente in Hong-Kong werd getuigd; Er is geen opium-rooker, speler of drinker.

10. Vele Europeesche invloeden werken mede om den weg te banen voor eene christelijke beschaving en ontwikkeling en de hardnekkige aankanting tegen elke verandering in 't Staatsbestuur en volksleven te verbreken. De invoering van spoor- en telegraaf banen, het daarstellen van de Engelsch-Ghineesche inrichting voor onderwijs in Peking voor 300 studenten, met een zendeling tot directeur; de bepaling dat een deel der Westersche wetenschap verplichtend is bij Staatsexamens; het zenden van diplo-

ocr page 50

46

maten en militairen naar Europa tot hunne verdere ontwikkeling, mogen als zoodanig worden beschouwd.

In de verhouding van de hoogere Ghineesche ambtenaren met betrekking tot de zendelingen is eene besliste verbetering merkbaar en de verschillende regeeringen hebben verdragen met China aangegaan, waarbij de vrije Evangelieprediking is gewaarborgd.

11. Japan met 36 millioen inwoners, meestal Boeddhisten, was vroeger gesloten voor Christendom en beschaving. Sedert 1637 heerschte daar de wet: „Zoo lang de zon zal schijnen, zal geen vreemdeling den bodem van Japan betreden en leven; geen inboorling zal het land verlaten, op straffe des doods; wie het waagt een brief van buitenslands aan te brengen of terug te keeren nadat hij gebannen is, zal met zijne gansche familie worden om het leven gebracht!quot;

12. Roomsch-Katholieke zendelingen hebben in Japan, even als in China gearbeid in de eeuw en 1£ millioen Boeddhisten tot de Christelijke kerk gebracht. Toen in 1589 de keizer beval, dat alle christenen in zijn land moesten sterven of terugkeeren tot het heidendom, en dit bevel ten strengste werd uitgevoerd, stierven duizenden Christenen standvastig den marteldood. In 1871 nog werd een inlandsch onderwijzer gevangen gezet, omdat hij het N. T. in het Chineesch gelezen had.

13. Gützlaff deed eene poging om in Japan te landen met 7 Japaneezen, die in China schipbreuk hadden geleden en van wie Gützlaff de Japansche taal had geleerd. Zij waren door Gützlaff met het Evangelie bekend geworden, en toen zij naar hun vaderland wilden terugkeeren, was de moedige Gützlaff bereid, hen daarheen te vergezellen. Met 2 andere zendelingen kwam hij weldra nabij Japan, maar in welke haven zij ook poogden te landen, overal werden zij met kanonskogels begroet.

ocr page 51

47

14. Sedert 1873 is Japan voor het Evangelie geopend.

20 Februari werd bevolen de borden, op welke de bevelschriften tegen de Christenen waren geschreven, door het gansche rijk weg te nemen, nadat ze daar 236 jaar gestaan hadden. In dat zelfde jaar werden 2000 Roomsch-Katholieken uit de gevangenis ontslagen, na 4 jaren daarin te hebben doorgebracht. Van verschillende zijden, vooral uit Amerika, kwamen zendelingen over, die met blijdschap werden ontvangen. In 1877 werd in Tokio eene conferentie gehouden van de verschillende zendelinggenootschappen , waar 46 zendelingen verschenen om te spreken over eene bijbelvertaling. Dergelijke conferentie was in 1883 te Osaka.

Inrichtingen van hooger onderwijs verrezen, die in 1888 287 studenten in de theologie telden. In dat jaar was de bijbelvertaling voltooid.

De kosten van het zendingwerk worden voor een groot deel door de Japanneezen gedragen, zoodat in 1887 reeds 73 gemeenten geheel zelfstandig werkzaam waren.

15. Thans werken in Japan 25 zendelinggenootschappen met 177 zendelingen en 142 geordende inlandsche leeraars en telt men 24!) gemeenten met 24000 leden, die op eene vrije, zelfstandige belijdenis gesteld zijn, zoodat zij van de verschillende belijdenissen en formulieren slechts den hoofdinhoud overnemen en als verbindend achten.

Op de zendingscholen gaan 10000 kinderen en ook op de 30000 staatsscholen met 3 millioen kinderen, waartoe volgens het nieuwe schoolstelsel ook de meisjes behooren, moet het N. T. worden gebruikt. Zelfs is in Tokio gedeeltelijk op staatskosten eene hoogere school voor meisjes opgericht, onder leiding van christelijke dames. De vooroordeelen tegen 't Christendom zijn grooten-deels geweken en van verschillende zijden wordt het Evangelie gezocht.

ocr page 52

48

Toch moet de strijd niet gering worden geacht tegen heidensche zedeloosheid en dronkenschap; tegen liet Boeddhismus, dat, van den troon gestooten, zich niet gewonnen geeft, maar op allerlei wijze zich zoekt te herstellen, en tegen het Europeesche materialisme en rationalisme, die met de beschaving overgekomen, in Japan een vruchtbaren bodem vinden.

IC. Een merkwaardig streven naar vooruitgang op elk gebied bevordert zeer het Christendom. In 1881 is bepaald dat in 1890 eene door het volk gekozene vertegenwoordiging zou worden ingesteld. In 1882 werd het lijfstraffelijk wetboek Napoleon ingevoerd. Sedert 1873 begon men naar den nieuwen kalender den tijd te rekenen en werd de Zondag tot een natio-nalen rustdag verheven. Het land wordt thans doorsneden met spoorwegen en telegraaflijnen, en de posterijen, in 1871 ingevoerd, behooren met postwissels en postspaarbank tot de beste der wereld. In 1871 verscheen het eerste nieuwsblad en nu worden er meer dan 300 uitgegeven. Waarlijk Japan gaat eene schoone toekomst tegemoet.

17. In Voor-lndië met 240 millioen inwoners, waar menige streek, vooral het gebied van de Ganges, om hare schoonheid en vruchtbaarheid als een paradijs wordt geroemd, wonen de Hindoes, iti ouden lijd reeds een beschaafd volk met vele geleerde en bekwame mannen, terwijl ook vele andere volksstammen over dit land zijn verspreid. Sedert eeuwen zijn de Hindoes verdeeld in 4 standen of kasten, die streng zijn gescheiden, dat eene groote belemmering is voor de ontwikkeling. De Brah-minen of priesters vormen de hoogste, de heilige kaste; zij die tot geen kaste behooren en Paria's genoemd worden, mogen zelfs niet in de schaduw van den Brahmien staan.

ocr page 53

49

18. Oe godsdienst der Hindoes, het Brahmaisme,

is niet minder treurig clan het Boeddhisme der Chineezen. Het telt drie hoofdgoden: Brahma de schepper, Visclmoe de onderhouder, en Siwa de verdelger, waarvan wel 360 millioen goden afstammen. Om velen dezer te verzoenen en de zaligheid te verkrijgen, getroosten de ongelukkige Hindoes zich de vreeselijkste martelingen en zwaarste offers. Vroeger lieten velen zich verpletteren onder de raderen van de kar van Jaggernauth. De Ganges, die hun heilig is , omdat ze vloeit van 't hooggebergte , waar de goden troonen, eischte duizenden menschenoffers; van meer dan honderd uur ver kwamen arme pelgrims onder vreeselijke zelfkwelling, om van het heilige water te scheppen, en stervenden werden hierheen vervoerd, om den laatsten adem uit te blazen. De heilige boeken der Hindoes heeten veda's. In de oudste van dezen komt veel voor, dat aan eene vrije, zuivere gods-vereering doet denken.

19. Bij de Hindoes gelooft men aan de zielsverhuizing, en denkt, dat de ziel van den mensch na den dood overgaat in het lichaam van een dier of van een mensch uit eene hoogere kaste. Dit is afhankelijk van zijn gedrag-op aarde. Het toppunt bereikt de ziel in het lichaam van een Brahmien, en als deze dan, afgezonderd van de wereld, zich verliest in godsdienstige bespiegelingen, dan gaat zijne ziel over in het Nirvana, dat zoo veel wil zeggen als dat zij alle persoonlijk bestaan verliest; anders gezegd: verzwindt, ophoudt te bestaan.

20. De toestand der vrouw is uiterst treurig. Op zeer jeugdigen leeftijd uitgehuwlijkt, is zij de slavin van den man; weduwe geworden, liet zij zich met het lijk van haar man verbranden om niet aan verachting te worden prijs gegeven. Dit is nu door de Engelsche regeering

4

ocr page 54

50

verboden, hoewel het in afgelegen streken nog schijnt voor te komen. De weduwe mag niet hertrouwen, en keert terug tot hare eigene familie, waar zij het geringste werk heeft te verrichten en geminacht wordt. De vrouw is uitgesloten van alle medische hulp en geen zendeling heeft toegang tot haar.

Eene jonge Indische weduwe, geleerd in het Sanskriet, Pandita Ramabai, die in Engeland in de medicijnen studeerde en tot het Christendom overging, heeft onlangs veel gedaan om den onwaardigen toestand der vrouw in 't licht te stellen, en thans trachten vrouwen-zendelingen, ook geoefend in de geneeskunst, toegang tot de vrouw te verkrijgen en wel met gunstig gevolg.

21. Door de Engelsche regeering is reeds veel gedaan voor de Hindoes, door het aanleggen van spoorwegen en waterwerken, ter bevloeiing vau de akkers, het oprichten van scholen, het afschaffen van vele heidensche gruwelen, zoo als: het verbranden der weduwen en het offeren van kinderen in de Ganges, hoewel dit toch nu en dan nog voorkomt. Maar worden ook de uitwendige openbaringen des heidendoms bestreden, dan blijft toch het hart des volks heidensch en de behoefte aan verzoening en verlossing, die zoo luide spreekt in de zwaarste offers en boetedoeningen, roept tot ons om de verkondiging van Jezus Christus, „die eene verzoening is voor onze zonden en niet alleen voor de onze maar ook voor de zonden der geheele wereldquot;. I Joh. 2 : 2.

22. De eerste zendeling in Voor-lndië was Bartho-lotneüs Ziegenbalg. In de school van den onvergetelijken Francke te Halle opgeleid, werd hij door Frederik IV, koning van Denemarken, uitgezonden naar de Deensche bezitting Tranquebar in 1705. Om de moeilijke Tamielsche taal te leeren, schaamde hij zich niet in Indië met de

ocr page 55

51

kinderen op de schoolbanken te zitten, en het gelukte liem, voor 't eerst in die taal den Bijbel over te zetten. Onder de zwaarste beproevingen, waaronder tegenwerking van de Engelsche Oost-Indische compagnie, bleef hij volharden , en zag hij zijn geloof en zijne liefde op de schoonste wijze bekroond, hoewel hij reeds in zijn 35st'' jaar tot hooger werkkring werd opgeroepen, in 1719.

23. De voornaamste zendeling in Vóór-lndië was Christiaan Friederich Schwartz, uit Pruissen. Dooi zijne vroeg gestorvene moeder op haar sterfbed aan den Heer gewijd, begon hij als zendeling zijn werk, in de door Ziegenbalg gestichte gemeenten. Nadat ook hij zich de moeilijke talen had eigen gemaakt, reisde hij vele jaren lang over geheel Zuid-Oostelijk Indië; in stad en land, onder vijanden en vrienden, in vrede en oorlog, bij dag en nacht altijd en overal getuigende van zijn Heiland, en zijne broederen, kinderen van éénen Vader, bezwerende: „Laat ii met God verzoenenquot;, zoodat zelfs een Hindoe betuigde: „Gij zijl een priester Gods voor alle volken!'' Vooral het volkrijke Tanjore was zijn werkkring, en tot voogd van den kroonprins aldaar aangesteld, was Schwartz de raadsman en helper der inboorlingen van alle rangen en standen. Vijftig jaar lang mocht hij pal staan op zijn post, en toen hij in 1798 de aarde verliet, was zijne gemeente ontroostbaar; het luid geween bij zijn graf maakte het aanheffen van een lied onmogelijk. Üe prins vereerde zijn vaderlijken vriend met een marmeren gedenk-teeken, maar het kostbaarste gedenkteeken is de schare, die niemand tellen kan, door hem tot Christus gebracht.

24. Met veel zegen arbeidde ook in Vóór-lndië Alfred Francois la Croix, uit Zwitserland, in 1820 door het Nederl. zendelinggenootschap uitgezonden. Toen hij iu 1842 Europa eens weder bezocht, sprak hij hoopvol over

4*

ocr page 56

52

de toekomst van Indië. Het volk werd meer en meer los van het bijgeloof, en de woede der priesters, die de prediking des Evangelies meer vreesden dan de cholera, begon hier en daar machteloos te worden.

Sedert zijn vele zendelingen uitgegaan, vooral van Engelsche en Amerikaansche genootschappen, om door prediking, scholen, het uitgeven van boeken en geschriften, het vertalsn en verspreiden van bijbelboeken, ja door hun geheele leven, den weg te bereiden voor den Heiland der wereld.

Honderde gemeenten getuigen van hunne werkzaamheid, vooral in Madras, Bombay en Calcutta. Het aantal zendelingen bedraagt thans ruim 700, gesteund door pl.m. 600 inlandsche christenleeraars met tal van inlandsche onderwijzers, werkzaam in 5000 zendingscholen.

25. In Achter-lndie, met 37 milloen inwoners, is vooral aan de kusten door zendelingen van verschillende genootschappen het Evangelie verkondigd. Judson, Apostel der Birmanen, werkte daar verscheidene jaren in 't begin dezer eeuw, onder veel bezwaren en teleurstelling, terwijl Gutzlaff 3 jaren in Siam het Evangelie verkondigde; voorts is er een bloeiende zending onder de Gareenen, waar van de 528 gemeenten 316 zelf de kosten dragen voor hunne kerkelijke behoeften en eenigen zelfs zendelingen uitzenden naar omliggende heidensche volken.

2G. Ook in 't westen van Azie. in Klein-Azië, in Syrië en Palestina, zijn verschillende genootschappen werkzaam onder heidenen, Joden en Mohammedanen. Het grootste deel der bevolking van Azië evenwel kent den naam des Heeren nog niet, en heeft nooit van den Zaligmaker gehoord. „En hoe zullen zij dan in Hem gelooven, van wien zij niet hebben gehoord? En hoe

ocr page 57

zullen zij hooren, zonder dat iemand predikt ? En hoe zullen er prediken, indien er niet gezonden worden?quot; Rom. 10 : 14-16.

De zending in Afrika. 'quot;-C,''quot; ••

1. In West- en Midden-Afrika wonen de eigenlijke Negervolken ten getale van wel 150, met even zooveel verschillende talen. In vele opzichten zijn ze diep ongelukkig, vooral waar despotische vorsten gruwelen bedrijven, zoo afschuwelijk als zich nauwelijks laat denken. Wil men den koning van Dahomey eeren, dan zegt men: „de koning gaat in bloed van zijn troon tot aan zijn graf.quot; Zijn paleis is versierd met duizenden menschenschedels. Duizenden menschen worden geofferd op overwinningsfeesten en op gedenkdagen ter eere van de voorvaderen des vorsten. Sterft de koning van Ashanti, dan worden 24 van zijne duizend vrouwen met hem begraven. Veelwijverij is algemeen, de vrouwen worden als koopwaar behandeld, schuldenaren worden huisslaven en het dagelijksch loven wordt beheerscht door vrees en bijgeloof.

2. Vele Negerstammen zijn Fetiesjdienaars. Zij hebben een duister besef van een oppersten God, die goed is. Het wereldbestuur is opgedragen aan ondergoden en geesten, van wie men meer vreest dan hoopt, en dezen te verzoenen door offers, ook menschen-offers, dat is hun eigenlijke godsdienst. Hun afgod of toovermiddel is alles, wat door een toovenaar is gewijd, waarin dus een geest zijn verblijf heeft: een steentje, een pot, een slang of stok, in één woord, alles kan heilig worden en heet dan Fetiesj. Ieder land, dorp, huis of mensch heeft zijn

ocr page 58

54

Fetiesj, die het kwade moet verhoeden en het goede bewerken.

3. De slavenhandel bestond reeds bij de oude Egyp-tenaren, duizende jaren vóór Christus; vóór 700 jaar werden, door de Mohammedanen, Negers uit de binnenlanden gevoerd en Christenvolken hebben zich daaraan gruwelijk bezondigd, sinds in 1442 de Portugeezen de Negerkusten bereikten en van daar goud en slaven haalden, waarvan een tiental den Paus werd vereerd. Na de ontdekking van Amerika brachten alle zeevarende naties van Europa, Negers als slaven naar de West-Indische koloniën, zoodat er jaarlijks wel 150,000 werden uitgevoerd. Oorspronkelijk waren het krijgsgevangenen, die verkocht werden, maar later maakten de inlandsche vorsten opzettelijk oorlog en verbrandden geheele dorpen om jacht te maken op Negers van naburige stammen, of ze verkochten hunne eigene onderdanen. Hartverscheurend zijn de tooneelen, die daarbij plaats hebben en niet zonder ijzing denkt men aan de slavenschepen en slavenmarkten.

4. Voor de afschaffing van den slavenhandel heeft de edele Wilberforce jaren lang geijverd. In 1838, vijf jaar na zijn dood, is op voorstel van Lord Stanley de afschaffing voor de Engelsche bezittingen tot wet verheven, en voor en na volgden alle natiën dit voorbeeld. Het bevrijdingsjaar van de slaven in de Nederlandsche bezittingen is 1863. Onder de Mohammedanen zijn er evenwel nog vele slavenhandelaars, en zendelingen als Livingstone en reizigers als Bürton, Speke, Sweinfurth, Stanley en vele anderen hebben de gruwelen van den binnenlandschen slavenhandel aan 't licht gebracht, zoodat men poogt ook daaraan een einde te maken.

5. Aan de Westkust van Afrika: Senegambie, Sierra-Leone, Liberia, Goudkust, Slavenkust, zijn sinds korter

ocr page 59

55

of langer tijd tal van zendingposten opgericht, vooral van Engolsche en Amerikaansche genootschappen, maar vele negers stellen zich tevreden met een naam-christendom en uitwendige beschaving en vervallen gedurig tot zedeloosheid, waarbij de brandewijn en andere europeesche invloeden uiterst verderfelijk zijn.

6. Het ongezond klimaat aan de Westkust van Afrika is eene groote belemmering voor den zendingarbeid. Op de kust van Guinea ziet men eene rij grafheuvels van zendelingen, die kort na hunne aankomst door de landkoorts werden aangetast. In Sierra-Leone stierven in 1823 12 zendelingen in 8 maanden. Telkens trokken nieuwe strijders heen van verschillende genootschappen en toen aan de kweekelingen van het Bazelsch genootschap werd gevraagd: „Zou één uwer den moed hebben zich nog aan dien post te wijden?quot; was het antwoord: „Wij zullen allen gaan, als men ons henen zendtquot; en de Methodisten zendeling Cox, gestorven in Liberia in 1833, wenschte tot grafschrift: „Laat duizend zendelingen sterven eer Afrika wordt opgegeven.quot;

7. Inlandsche predikers en onderwijzers zijn reeds in verschillende gemeenten werkzaam. De eereplaats komt toe aan Crowther, in 1SG4 benoemd tot Engelsch bisschop van Britsch-West-Afrika, gevestigd in Lagos aan den Niger. Vele kweekscholen voor predikers zijn opgericht, zooals: bij Freetown in Sierra-Leone in 1828, in Akropang aan de Goudkust, in Liberia de Alexandra-Hoogeschool in 1849, in Ashanti een Seminarie en in Sierra-Leone een zendelingkweekschool , eene hoogere-meisjesschool en een seminarie in verband met de hoogeschool te Durham.

8. Sierra-Leone en Liberia zijn vrije Negerstaten, de eerste in 1787 door Sharp en andere menschenvrienden gesticht, als een toevluchtsoord voor de negers, bevrijd

ocr page 60

56

uit de handen der slavenhandelaars. Duitsche zendolingen in Engelschen dienst, Renner, Nylander e. a. waren de eerste leeraars sedert 1804. Bij elke nieuwe bezending Negers verviel de gemeente weder tot barbaarschheid en zedeloosheid. De Hanoveraan Janssen werkte van 181C-23 met goed gevolg in Regentstown, dat een model-gemeente werd. Sommige rijke Negers zenden hunne kinderen ter opleiding naar Engeland en van uit de gemeenten te Sierra-Leone wordt veel zendingwerk in den omtrek verricht.

De tweede, Liberia, is in 1822 gesticht door de Amerikanen voor de 200,000 vrijgemaakte Negerslaven uit Amerika. Ook daar zijn scholen en kerken verrezen en Negers opgeleid tot predikers en onderwijzers; en treffend is het uit hun mond de dankbaarheid te vernemen voor hunne tijdelijke en eeuwige verlossing. Toch is de zuurdeesem van het Evangelie nog op verre na niet doorgedrongen en zonder het goede en edele voorbij te zien, moet met smart worden erkend dat er, vooral in de oude gemeenten van Liberia, veel zedeloosheid heerscht onder een waas van christendom en beschaving.

9. Van de Niger-zending wordt veel goeds verwacht,

als zijnde meer binnen 's lands en dus gezonder en verder van schadelijke Europeesche invloeden. Waar vóór 30 jaar nog het heidendom heerschte met al zijn gruwelen van mensihenoffers en kannibalisme, schijnt nu het lieflijk licht des Evangelies in dienende harten. Eene reeks zendingposten, die vooral sedert 1878 voortdurend toenemen, staan onder toezicht van den ouden eerwaarden Crowther, stichter dezer zending, die ze in zijne stoomboot jaarlijks rondreist. Er zijn Europeesche zendelingen werkzaam en een aantal Neger-predikers en onderwijzers, in Sierra-Leone opgeleid; terwijl de geheele zending in 2 deelen is te onderscheiden: de beneden-Niger onder Crowther Jr. te

ocr page 61

57

Tuwon en do boven-Nigcr onder Johnson te Lokodseha, een taalgeleerde. Aldaar is ook een seminarie opgericht en bewijst een drukpers goede diensten.

In deze schoone zending zijn ook reeds Roomsch-Katholieken ingedrongen.

10. De Kongo-zending werd begonnen door den zendeling Comber met drie medezendelingen van het genootschap der Engelsche Baptisten. Mede opgewekt dooide ontdekkingen van Stanley, vestigden zij zich te San-Salvador, 80 uur stroomopwaarts, om van daar uit verder de binnenlanden in te gaan. Ook de zendelingen deden ontdekkingstochten en vestigden zendingposten, tot zelfs aan het Stanley-meer de post Arthington, genaamd naar een warm zendingvriend, die de zending mede bevorderde door het schenken van de stoomboot „Peacequot; (vrede), waarmee vooral Grenfell moedige tochten ondernam langs de boven-Kongo en hare bijstroomen, waar in 1866 het station Liverpool onstond. De Kongo-zending der Engelsche Baptisten telt thans 22 zendelingen. Verder hebben de Amerikaansche Baptisten 6 posten aan de boven-Kongo, waarvan Bansa-Mantiki de voornaamste is.

Sedert 1881 heeft het American Board eene zending in 't hoogland Bailunda aan de andere zijde der Portugeesche kolome Benguella met 5 zendelingen, een arts en eenige helpsters.

Al deze posten zijn nog in den aanvang, maar de inlanders beginnen te begrijpen wat de zendelingen bedoelen en op vele plaatsen verlangt men naar Evangelieboden.

11. Verdere zendingen aan de Westkust van Afrika zijn : In Alt-Kalabar sedert 40 jaar: nu met 6 zendingposten en 21 buitenposten. In Kamerun heeft hel Bazelsche genootschap sedert 1884 eenige kleine posten, terwijl op Fernando-Po 3 stations zijn. In Gabun en Korisko (Fransch

ocr page 62

gebied) zijn Fransche onderwijzers in dienst van de Amerikaansche zendelingen, die van daaruit langs de boven-Ogowe, 36 duitsche mijlen van de monding, de post Kangwe hebben gevestigd en nog 18 mijlen hooger Talagugu, in welk afgelegen oord Dr. Nassau en zijne zuster volijverig werkzaam zijn.

12. Vele Bijbelvertalingen zijn mede een vrucht der zending in West-Afrika. In Sierra-Leone, waar wel 100 Negerstammen met even zooveel talen vertegenwoordigd zijn, behielp men zich eerst met de Engelsche taal voor het onderwijs, maar vóór en na is de Bijbel vertaald: in do Tschitaal door Christaller, in de Efik- de Dula- en de Susutaal, het Nieuwe Testament in lbo- en Hausa-taal en door Schön in de Mende-taal en in 1877 in de Ewe-taal terwijl bijna de geheele Bijbel in de Joruba- en Temne-taal, is overgezet. Voorts heeft Dr. Kölle belangrijke studiën in 't licht gegeven over de verschillende Afrikaan-sche talen (Polyglotta Africana) en de zendeling Reichardt zich in 't bijzonder toegelegd op de Fula-taal, als waarschijnlijk de meest verbreide in 't binnenland.

Johnson bezorgt de 4 Evangeliën in de Rupa-, het N. T. in de Igbira- en enkele bijbelboeken in de Igara-taal, terwijl H. Bentley een gramatica en lexicon van de Kongo-taal in 't licht gaf. Zoo nadert steeds meer de tijd, wanneer alle volken in hunne eigene taal de groote werken Gods hooren verkondigen.

13. Onder de oorspronkelijke bewoners der Kaapkolonie (Hottentotten) heeft de Broedergemeente reeds in 1737 zendelingen gezonden en 4 gemeenten gesticht, waar vlijt en zindelijkheid zich begonnen te vertoonen. Later reisde van der Kemp met zijne medearbeiders onder de Hottentotten rond, maar door de tegenwerking der kolonisten kon hij zich nergens op den duur vestigen, tot dat hij eindelijk.

ocr page 63

5'J

200 uur van de Kaapstad, Bethelsdorp stichtte, van waar licht en leven in den omtrek uitgingen. Pacalt uit Bohemen, door Janicke te Berlijn opgeleid, was in dienst van 't Londensch zendelinggenootschap werkzaam in de gemeente Hoogkraal, later Pacaltsdorp genaamd, en groot was de verandering, die hij daar van 1813-18 mocht ondervinden. De Inspecteur John Campbell vond daar in 1813 geen enkele goede woning of tuin en de menschen sliepen tot ze door den honger werden opgejaagd en getuigden zelf: „wij weten niets meer dan de beestenquot;. Pacalt werd daar geplaatst en toen na diens dood Campbell in 1819 terug kwam, welk eene verandering! Goede huizen met nette tuinen, Hottentotten goed gekleed, met vriendelijk lachende gezichten, die wisten in wien zij geloofden, en eene kerk, die 200 menschen kon bevatten en waar Hottentotten plechtig zongen ter eere Gods.

14. Thans is in het Kaapland geen ruw heidendom meer. Door den invloed van zendelingen en kolonisten, van verschillende belijdenis, met hunne vele kerken en scholen, hebben ook de inlanders Europeesche gewoonten aangenomen en gaan door voor christenen, hoewel er nog veel onkunde heerscht. De zendinggemeenten in Kaapland, Kafferland, Natal en Oranje-Vrijstaat zijn meestal zelfstandig geworden met eigen predikanten. Op afgelegen plaatsen zijn evenwel nog zendelingen werkzaam. Zoo heeft de Broedergemeente nog eene bloeiende zending in Gnadenthal en sedert 1884 ook kerken en scholen in do Kaapstad onder de arbeiders, die het verarmde Gnadenthal hebben verlaten.

De stations van 't Bijnsche genootschap zijn nagenoeg finantieel zelfstandig en ontvangen van 't genootschap predikanten. Door verschil van secten kan er geen sprake zijn van kerkelijke zelfstandigheid.

De zending, uitgaande van de Nederlandsche kerk in

ocr page 64

60

Kaapland, heeft aldaar 15 stations, een seminarie in Wellington, alsmede zendelingen in de Transvaal.

15. In Z.W. Afrika, het Namaqualand, is met vrucht gearbeid. Het Londensch genootschap had in 1865 reeds 12 zelfstandige gemeenten, terwijl ook het Berlijnsche en Parijsche genootschap, de Methodisten en de Anglikaansche kerk hunne zendelingen derwaarts hebben gezonden; vooral het Rijnsche genootschap met 17 zendelingen is hier krachtig werkzaam. Een zijner ijverigste zendelingen was Hugo Hahn, een Rus van geboorte, die vooral door zijne onvermoeide reizen in de binnenlanden onder de Namaqua's, o.a. in gezelschap van Dr. Barth , bekend is geworden. Hoogst belangrijk, ja aandoenlijk was het hem te hooren, toen hij na 20 jarigen arbeid eens in Europa komende, ook ons land bezocht en verhaalde van de tallooze gevaren, die hij had doorgestaan, maar ook van de wonderbare hulp, door den Heer hem telkens geschonken, en van de vruchten op zijn arbeid. Zoo was bijv. de rooverhoofd-man Afrikaner , een warm Christen, een groote steun voor de zending geworden. Hahn is de stichter van Nieuw-Barmen. Scheppman in 1845 aangekomen, was met vrucht werkzaam bij de Walvischbaai, waar Scheppmans-dorf nog van hem getuigt.

Behalve het Rijnsche is hier ook het Finsche genootschap werkzaam met 6 zendelingen.

16. Tot bekeering der Kaffers deed de onvermoeide van der Kemp reeds eene poging, die evenwel mislukte, maar sedert 1820 hebben verschillende genootschappen de belangen der Kafferstammen met goed gevolg ter harte genomen. In de oorlogen van 1878 en '81 hebben de gemeenten veel geleden, maar nog erger vijand is de brandewijn, die dreigt het arme volk geheel ten gronde te richten. De vrije Schotsche kerk heeft in Lovedale

ocr page 65

Cl

een uitstekend instituut voor 4 a 500 kweekelingen uit verschillende stammen, waar ook liooger onderwijs wordt gegeven. Ook te Blythwood is een dergelijk instituut op kleiner schaal, terwijl ook handwerkscholen zijn opgericht.

De Bijbelvertaling in de Xosataal, onder leiding van Knopf, is na 19 jarigen arbeid gereed.

De volgende genootschappen zijn thans onder de Kaffers werkzaam: De vrije Schotsche kerk met 9, de Presbyterianen met 11, de Broedergemeente met 7, hel Berlijnsch genootschap met 10 en het Engelsch genootschap met 21 posten, terwijl er 53 zelfstandige gemeenten zijn.

In Britsch Kafferland zijn de zendinggemeenten meestal zelfstandig en de inlandsche christenen worden gesteund door de kolonisten.

17. In Natal onder de Zoeloe-negers begon in 1834 kapitein Gardener zijn zendingsloopbaan, dien hij besloot met den hongerdood in Vuurland. Ten N. van Port-Nata] vooral hebben de Hermannsburger zendelingen en kolonisten zich gevestigd, terwijl zij ook ten W. van de Transvaal verscheidene stations hebben met de hoofdgemeente Bethanië. De opstand van den Zoeloe-koning Getawajo, die alle blanken, ook de zendelingen verdreef, bracht groote verwarring, die later evenwel werd hersteld.

Behalve de Hermannsburgers met 23 zendelingen, zijn in Natal en het Zoeloeland nog ruim 50 andere zendelingen uit Engeland, Noorwegen , Amerika, Schotland, Zweden en Duitschland.

18. Onder de Bechuanen in West-Griqualand werkte sedert 1817 Robert Moffat van 't Londensch genootschap. Met onuitputtelijk geduld en onverminderde liefde verkeerde hij meer dan een halve eeuw onder dat smerige, diefachtige volk. Na jaren vol gebrek en ellende te Koeroeman werk-

ocr page 66

G2

zaam te zijn geweest, zag hij nog weinig vracht, maar eindelijk begonnen de harten zich te openen voor liet lieflijk licht des Evangelies. Vorst Mathibi begeerde gedoopt te worden. Mosjé , opperhoofd der Koranna's, bracht hem een bezoek en getroffen door het Evangelie, smeekte hij Moffat, ook in zijn gebied te komen. Mosilikatse, koning der Matabielen, de schrik van den omtrek, verzocht om zendelingen, die hem dan ook in 1858 werden gezonden en niet zonder vracht werkzaam zijn, onder bescherming van dien vorst, eenmaal de leeuw der woestijn. Scholen bloeien, het N. T. werd in hun taal gedrukt en gelezen en Moffat's schoonzoon Livingstone, ± 1873, baande den weg voor nieuwe zendingposten. Het MoFFAT-instituut te Koeroeman, waar inlandsche predikers worden opgeleid, is naar hem genoemd.

Later is deze zending achteruitgegaan door oorlog en overstrooming van vreemdelingen, na de ontdekking van diamantvelden.

Van de noordelijkste posten komen nog geen gunstige berichten. De hoofdman Khame nam doortastende maatregelen tegen den brandewijn. In 1887 waren er 10 zendelingen op 7 posten.

Onder de Matabielen heeft het Londensch genootschap nog 2 zendelingen op de grens, maar ziet na 30 jarigen arbeid nog weinig vrucht. Overgang tot het Christendom wordt met den dood bedreigd. Aan de baai van Inhambane (sedert 1883 eene Portugeesche kolonie) heeft het Ameri-kaansch genootschap 2 zendelingen met 2 inlandsche helpers en 5 scholen.

19. Onder de Bechuanen en wel onder de Zuid-Bassuto's werkt sedert 1820 de Parijsche zending met veel vrucht.

Ondanks oorlogen met Hollandsche boeren, ging het werk vooruit en treffend was op het 50 jarig feest de

ocr page 67

63

vergelijking van het heden met vóór een halve eeuw door ouden van dagen geschetst. De strijd in den boezem der gemeente tegen het gif van den brandewijn en de groote offers, die de Bechuanen zich getroosten voor de Sambezie-zending, getuigt gunstig voor de gemeenten. Er zijn thans 19 zendelingen op 17 posten.

De Sambezie-zending is in 1884, ondanks groote bezwaren, opgericht door Coillard en had in 1888 2 stations met 7 zendelingen.

20. Onder de Bechuanen in Oranje-Vrijstaat en Transvaal

heeft de Berlijnsche zending sedert 1835 gewerkt en onderscheidt aldaar 3 synodale kringen: 1. Oranje-Vrijstaat, 2. Noord-Transvaal; 3. Zuid-Transvaal.

De ontdekking van goudvelden houdt de bevolking in spanning, toch gaan de gemeenten vooruit. Er zijn thans 35 zendelingen werkzaam op 30 posten, met ongeveer 300 bezoldigde en onbezoldigde inlandsche helpers. De verhouding tot de regeering is zeer vriendschappelijk.

In Oranje-Vrijstaat zijn de hoofdstations: Pniël, Bethanië, Kimberley, Beaconsfield, Adamshoop en Bloemfontein. Door grondbezit in beide eerstgenoemde stations, is deze zending finantieel onafhankelijk maar nog niet kerkelijk zelfstandig.

De zending in Noord-Transvaal werkt nog onder ruw heidendom. In Mphome, het hoofdstation, is een seminarie, waar ook de Zwitsersche zendelingen hunne kweekelingen heenzenden.

Het noodelijkste station is Georgenholz in de heete zone; daar heeft men nog te strijden tegen veelwijverij, toovenarij en de wispelturigheid der hoofden. De S e s u t o-bijbel-vertaling is door Knothe voltooid.

Zuid-Transvaal met de hoofdstad Pretoria heeft 13 bloeiende posten, ook onder Hollandsch sprekende inlanders. Te Botschabelo is een zeer goed seminarie voor inlandsche helpers.

ocr page 68

64

Behalve de Berlijnsche verdient ook de Hermanns-burger zending vermelding, met 24 zendelingen op 18 posten, waarvan Bethanië de voornaamste is. In Berseba heeft zij eene school voor inlandsche helpers. Na lang ingespannen zaaien, verblijdt zij zich over eenen goeden oogst, zooals ook in 1888 bleek uit de rondreis van den Inspecteur Harms en pastor Haccius langs alle posten, zoowel hier als in Natal. Verder heeft nog de Wesleyaansche en de Zwitsersche zending en de Hollandsche kerk van 't Kaapland verscheidene posten onder de Bechuanen.

21. Op Zanzibar, waar tot 1873 een slavenmarkt werd gehouden voor Arabische en Indische kooplieden, verrijst thans een kathedraal, en zijn nu scholen voor bevrijde slavenkinderen. Mackenzie, bisschop van midden Afrika, van de Anglikaansche zending, stichtte Magomero met door hem zelf vrijgekochte Negerslaven, welk station in 1864 door zijn opvolger Tozen naar Zanzibar werd verplaatst. Deze maakte vooral veel werk van het schoolonderwijs en onder Bisschop Dr. Steere, t 1882, die ook gedeelten der H. S. in de kusttaal overzette, is de zending-aanzienlijk toegenomen. Op het vasteland, op weg naar het Nyassa-meer, zijn nog een paar posten, die ook een stoomboot ter beschikking hebben.

22. Aan het heerlijke Schirma of Nyassa-meer, 150 uur lang, is in 1875 door eene Schotsche expeditie onder Dr. Laws Livingstonia gesticht, waarop 9 andere stations zijn gevolgd tot schrik der slavenhandelaars, die overal hunne sporen vertoonen in verwoeste dorpen en verspreide doodsbeenderen.

Deze zending werkt mede door goede scholen, geneeskundige hulp en de Tschinganscha vertaling van het N. T. door Dr. Laws. De Schotsche staatskerk heeft eene gemeente te Blantyne, die om het gezond klimaat ook door

ocr page 69

65

de zendelingen van de vrije Schotsche kerk als herstellingsoord wordt gebruikt.

De Eng else lie zending stichtte in 1874 tegenover Mombasa eene wijkplaats voor bevrijde slaven van Oost-Afrika, Freeretown genoemd, gevolgd door kleine zendingposten.

Onder de Galla-negers is in 1878 eene zending gevestigd door de Methodisten met de post Golbanti aan de Tana, die veel te verduren heeft, maar, ondanks den marteldood van Houghton en diens eclitgenoote in 1886, niet wordt opgegeven.

Eindelijk heeft do Londensche zending sedert 1878 eenige stations aan het Tanganyica-meer en ook de Ev. Luthersche zending heeft 2 posten in Oost-Afrika.

23. Madagascar werd sedert 1820 door Engelsche zendelingen bezocht, die door den koning Radama I met open armen werden ontvangen. Hij hielp de H. S. in de landstaal overbrengen, richtte scholen op en bevorderde elk middel tot ontwikkeling, hoewel hij den christelijken godsdienst niet genegen was. Na zijn dood evenwel verscheen in 1836 een bevelschrift van zijne bloeddorstige weduwe, waardoor alle Christenen met den dood werden bedreigd en gruwzaam werden vervolgd en gemarteld.

24. Na 25 jaren van wreede vervolging is eindelijk in 1861 de standvastigheid der Christenen heerlijk bekroond. Radama II besteeg den troon en ontsloot kerken en kluisters. Het Londensche zendelinggenootschap, dat aanstonds weer zendelingen zond, bouwde op de graven der martelaren gedachteniskerken. Ook de grijze zendeling Ellis keerde terug in de hoofdstad Tananariva, met blijdschap begroet door eene gemeente van 7000 Christenen. In 1868, onder Ranawolo II, werd de constitutioneele regeeringsvorm ingevoerd en vrijheid van godsdienst daardoor verzekerd.

5

ocr page 70

66

De koningin met haar gemaal en ministers werden gedoopt, afgodsbeelden uit tempels en huizen werden verbrand en duizenden volgden het hof. In 1879 werden alle slaven vrij verklaard en schoolplicht is ingevoerd, waarbij de keuze van school is vrijgelaten. De Noorweegsche zending heeft eene 2dquot; kweekschool voor onderwijzers opgericht en de Londensche zending werkt vooral door opleiding van predikanten, waaraan bij de snelle uitbreiding der gemeenten groote behoefte bestaat. Door de gezamentlijke genootschappen is onlangs eene herziene bijbelvertaling in 't licht verschenen.

De gemeenten in Madagascar, samen met 330.000 Ev. Christenen, dragen allen een groot deel der kosten, terwijl de genootschappen een klein deel bijdragen om invloed te behouden bij de aanstelling van leeraars, die door de gemeenten worden gekozen.

Gedurende den oorlog, ontstaan door Fransche Jezuïtische woelingen van 1883-86, bleven de Ev. Christenen pal staan en heeft Madagascar zijne onafhankelijkheid glansrijk behouden. Wel zijn nog de meeste inwoners heidenen, maar de Christen-inlanders werken ijverig voort tot voltooiing van het groote hervormingswerk op Madagascar, dat de schoonste kan genoemd worden in de rij der Afrikaansche zendingen.

25. Noord-Afrika, waar eens bloeiende gemeenten waren, is nagenoeg geheel in Mohamedaansche doodschheid gehuld.

In Abessinië, waar in 1885 de zending is verboden, houdt Zweden op de grenzen nog met moeite 2 stations.

In Boven- en Midden-Egypte wonen Koptische Christenen , wier joodsch Christendom onder bijgeloof als begraven ligt. Hun Patriarch liet in 1866 de bijbellezers streng vervolgen en vele bijbels verbranden. De vraag naar bijbels vermeerderde evenwel en geheime bijbellezingen

ocr page 71

67

werden gehouden op straffe van uit de kerk verbannen te worden. Een Indisch prins Dalip Sing , gehuwd met eene Koptische onderwijzeres aan de school te Kaïro, ondersteunde de protestantsche zending met eene jaarlijksche gift van f 12,000.

De zending der Amerikaansche Presbyterianen heeft er 84 scholen en II zendelingen met een zendingschip „Ibisquot; waarin zendeling-woning en kerk.

In Kaïro hebben de Engelschen sedert 1882 eene zending-met 2 scholen, terwijl de hospitalen der Diaconessen van Kaiserswerth te Alexandrië en Kaïro haar vriendelijk licht laten schijnen. Ook de scholen voor 600, meest Moham-medaansche, kinderen en hel hospitaal te Kaïro, door Mejufvrouw Whateley 28 jaar bestuurd, worden na haar dood met liefde onderhouden.

XII.

De zending in Amerika.

1. De oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika zijn voornamelijk Indianen (Roodhuiden), die, in talrijke stammen verdeeld, in taal, gewoonten en denkbeelden zeer uiteen-loopen en gedurig met elkaar krijg voeren. In hunne onmetelijke velden, prairiën genaamd, waar, tusschen het ellenhooge gras, geheele kudden wild vee hun verblijf houden, zijti zij de beste jagers, en daarbij worden zij geroemd als gastvrij, eerlijk en ouderlievend, terwijl hunne beschaafde taal en groote gave van welsprekendheid doen vermoeden, dat zij eenmaal op een hoogen trap van ontwikkeling gestaan hebben.

Deze Indianen hebben geen afgodsbeelden of tempels, maar hun godsdienst bestaat, voor het uitwendige, voor-

ocr page 72

68

namelijk in het bezweren van booze geesten. Hunne eenvoudige volksverhalen spreken veel van den G r o o l e n Geest, den Schepper der wereld, die zich vooral openbaart in de grootsche natuur, b.v. in den reusachtigen waterval van de Niagara. Zij vereeren evenwel de zon en de geestelijke macht der dieren (Manito); zij volgen gaarne droomen als ingeving hunner beschermgeesten en hebben hunne toovenaars en wonderdokters; zij hopen op een volgend leven met de heerlijkste jachtvelden.

2. Nadat in 1492 Amerika door Columbus was ontdekt, en de Europeanen hoorden van het goud, daar te vinden, stroomden duizenden derwaarts, door gouddorst gedreven, en de arme inwoners moesten, vooral die van Mexico, Peru en Venezuela weldra voor hunne overmacht bukken. Zoo wreedaardig werden dezen opgejaagd uit hunne steden en dorpen, tot levenslangen slavenarbeid gedwongen of doodgemarteld, dat verscheiden stammen der oorspronkelijke bewoners zijn uitgestorven.

Van de Roodhuiden zijn na 2 a 300 jaren van mishandeling meer dan 2/3 verdwenen. In de Engelsche koloniën werden de Indianen tegen mishandeling beschermd.

3. De Apostel der Indianen was John Elliot uit Engeland. Hij was sedert 1631 als predikant bij eene Engelsche kolonie te Roxburg in Noord-Amerika gevestigd, maar zijn verlangen strekte zich uit naar de dichte wouden, en onweerstaanbaar voelde hij zich tot de Indianen getrokken, die in dezen „dichten hof Godsquot; nog in de duisternis des heidendoms leefden. Met uitnemende vermogens en stalen vlijt, volhardend werkzaam, gelukte het hem in weinige jaren de moeilijk te leeren taal der Indianen machtig te worden.

Elliot doorreisde Nieuw-Engeland over uitgestrekte sneeuwvelden, door donkere wouden, waar het wild gedierte brulde, over steile bergen en door sterk stroomende rivieren,

ocr page 73

69

om overal de Indianen op te zoeken. Door zijne bezielde taal en een blik, waaruit geloof en liefde sprak, vermocht hij de hardste harten te roeren en zijn verstand wist hunne scherpzinnigste vragen op te lossen, 't Mocht hem dan ook gelukken vele woeste horden in 14 vaste steden te vereenigen en, onder goede wetten, aan alle huiselijke en maatschappelijke deugden te gewennen, en bovenal hen te leiden tot dien vrede en die vreugde, die slechts in Christus te vinden zijn. Veel hiervan werd door de Engelschen evenwel verwoest. Toen hij 86 jaar oud, zijn einde voelde naderen, bad hij nog tot God: „Laat slechts het werk onder de Indianen voortleven, als ik sterf!quot; Daarop ontsliep Elliot en geheel Nieuw-Engeland treurde, alsof het een vader had verloren.

4. De Indianen In de Vereenlgde Staten zijn in 1838 door militaire macht verdreven tot aan de overzijde van de Missisippi waar Texas, Arkansas en Kansas hun tot woonplaats werd aangewezen onder den naam van „Indian territoryquot;, (Indiaansch grondgebied) welk gebied later, door verkoop aan de regeering, veel is verkleind. Van de 265.000 Indianen zijn 80 a 90.000 christenen, die meestal nog niet aan zich zelf kunnen worden overgelaten. Overigens wonen nog Indianen op voor hen gereserveerde terreinen en op staatsdomein! Gebrek aan jachtvelden heeft hen verarmd, aan volhardende landbouw hebben velen geen lust, terwijl het „vuurwaterquot; (de sterke drank) verderf aanbrengt.

De nog heidensche Indianen zijn vijandig tegen den godsdienst der blanken om het geleden en nog te lijden onrecht; er heerscht verbittering, moedeloosheid, stompheid en een vastklemmen aan de gewoonten der vaderen, hoewel uit hunne feesten de godsdienstige geest is verdwenen.

12 verschillende genootschappen met 96 geordende

ocr page 74

70

zendelingen zijn werkzaam in „Indian territoryquot; en onder de stammen in Wisconsin, Jowa, Nieuw-Mexico en vooral onder de Dacota-Indianen, onder welke laatste reeds 8 zelfstandige gemeenten zijn, die de hulp der zending niet meer behoeven. Dr. Williamson quot;f 1879, na 44 jaren ijverigen arbeid, maakte zich verdienstelijk mede door eene bijbelvertaling in de Dacota-taal. Waar de zending arbeidt, vooral door tal van scholen, is ook vooruitgang in uitwen-digen bloei, naar mate het Christendom toeneemt.

Te betreuren is het evenwel, dat de Indianen-zending door de Amerikaansche genootschappen te veel beschouwd wordt als „inwendige zendingquot; en daardoor de zendelingen meer gewone Evangelisten dan grondig daarvoor opgeleide zendelingen zijn, berekend voor hun veel omvattend werk.

5. In „Indian territoryquot; zijn een 5 tal stammen, waar de zending haar werk heeft voltooid. In eene proclamatie van 1881 van den hoofdman van een dier stammen (de Tscheroki's) komt voor: „Wij zijn gezegend met 102 lagere scholen op eene snel toenemende bevolking van 20.000 burgers, met 2 hoogere scholen voor knapen en meisjes, een weeshuis, een asyl voor ongelukkigen, krankzinnigen en blinden, met 45 kerken en evenzooveel inlandsche Evangeliedienaars, 150 inlandsche onderwijzers, eene geschrevene grondwet, eene regeering, die uit eene wetgevende, besturende en rechterlijke macht bestaat, die haren plicht verstaat, met een vreedzaam volk, dat in bloei toeneemt, zich zelf geheel onderhoudt en nog slechts 5 visschers en 15 jagers telt, als het laatste overblijfsel van een wilden toestand, waaruit het sinds menschengeheugenis door Gods voorzienige goedheid is opgeheven.quot;

6. Oe Indianen in Nieuw-Engeland of N. W. Amerika waren het eerst gezegend met het Evangelie en wel in 't byzonder aan de Roode rivier, waar nu meest allen Chris-

ocr page 75

71

tenen zijn, p.m. 14,000, te midden van een stroom kolonisten. In Winnepeg is het St. Johns-college voor inlandsche predikers. In de provincie Manitoba is het zendingwerk voltooid. Meer noordwaarts vindt men zendingposten te midden van ruw heidendom, zooals sedert 1880 bij het fort Mac-Leod onder de Bloed-Indianen, die bij den zonnedans zich zelf afgrijslijk martelen, terwijl ook bij de Zwartvoeten eene nieuwe zending is geopend en in hun taal het Ev. van Mattheus en een gezangboek is verschenen.

In de uitgestrekte vlakten der Athabaska-Indianen, ten N. van de Vrede-rivier, liggen de zendingposten ver uit elkaar. In dit koude klimaat, waar bijna geen kolonisten zich vestigen, is geruimen tijd met groote toewijding gearbeid, zoodat van de 10.000 reeds 4/5 Christenen zijn, waarvan trouwens de helft Roomsch-Katholiek. Zij hebben een armoedig bestaan en zijn mede daardoor nog op een lagen trap van ontwikkeling. Nog bezwaarlijker is de zending meer noordwaarts rondom het Groote-Slaven-meer tot aan de IJszee, waar de onvermoeide bisschop Bompas sedert 1865 zijn bisdom doorreist langs alle posten, in eene boot, te voet of op sneeuwschoenen, te midden van allerlei gevaren, vinnige koude en onbeschrijfelijke ontberingen. Ook heeft hij de voornaamste gedeelten uit den Bijbel in 7 dialecten vertaald.

Meer westelijk, aan de overzijde van 't gebergte, is eene vruchtbare zending onder Tukudh-Indianen, waar de macht van 't heidendom schijnt gebroken te zijn. Mac-Donald vertaalde voor hen het N. T.

In Britsch Columbia worden de Indianen door blanke en Chineesche kolonisten verdrongen, behalve in de zendinggemeenten, waar 7 zendelingen onder 35.000 Indianen werken, o. a. op Koningin-Gharlotten- en van Couver-eiland en wel met verblijdende uitkomst. Ten N. van Columbia,

ocr page 76

72

in Alaska, werken ook zendelingen onder Indianen en Esquimo's.

7. Oe Indianen in Kanada, p.m. 30.000, zijn door welwillende behandeling der Engelsche kolonisten en dooiden invloed van Methodistische en Anglikaansche zendelingen (sinds 1822) die der Vereenigde Staten vooruit in beschaving en ontwikkeling; zij hebben hun zwervend leven laten varen om zich op den landbouw toe jte leggenj, waartoe eene landbouwschool te Mount-Elgin behulpzaam is. Nagenoeg allen Christenen, kunnen zij den steun der zendelingen toch nog niet missen, die op 24 stations werkzaam zijn.

8. Onder de Indianen aan de Hudsonsbaai is door Engelsche zendelingen jaren lang het Evangelie verkondigd en veel gedaan tot ontwikkeling van Indianen en kolonisten. Sedert 1872 zetelt in Moose-Fort bisschop John Horden, die door zijne Indianen, deels nog zwervende stammen, zeer wordt bemind en een steun is voor de zendelingen op de verschillende posten ten W. en ten Z. van de Hudsonsbaai. Ten O. van de baai aan de kleine walvisch-rivier is sedert 1877 de zendeling Peck werkzaam onder de Esquimo's, terwijl hij tevens met zijn stoomboot de Indianen in den omtrek bezoekt. Hij bestudeerde aldaar het Esquimo-dialect en maakte een woordenboek van 10.000 woorden, terwijl bisschop Horden de Handelingen der Apostelen in de Kri-taal overbracht met gebeden-en gezangboek.

9. De zending onder de Indianen in Zuid-Amerika is werkzaam:

a. In Britsch Guiana, onder leiding van den Engelschen bisschop D. Austin, die, geholpen door een paar zendelingen, sedert 1842 met grooten ijver zijn taak volbrengt. Hij staat niet slechts kerkelijk maar ook burgerlijk aan het hoofd en vindt steun bij de Engelsche regeering, zoodat

ocr page 77

73

met vrucht steeds nieuwe posten worden geopend onder leiding van tal van godsdienstonderwijzers.

h. Aan de Mosquito-kust, een vrije Indianenstaat, waar 9 zendelingen arbeiden, die geen moeite doen om de Indianen te Europeaniseeren, maar de hoop koesteren, dat de macht van het Evangelie hun volksleven in zijne eigenaardigheden zal doordringen.

c. In Vuurland, de Zuidpunt van Zuid Amerika, waar halve barbaren in de grootste onkunde wonen. Zij kennen geen anderen godsdienst dan de gedachte aan een grooten zwarten man, die in het dichte woud rondwaart, boosaardig, geweldig, alwetend. Aan droomen hechten'zij veel. Van de dooden spreken zij tot geen prijs; het ombrengen van jonge vogels wordt zeer gevaarlijk geacht. De vrouw is, zoo als algemeen bij de heidenen, de slavin des mans. De Vuurlanders verdienen den naam van dieven en vraten.

Een Engelsch zeeofficier, Allan Gardiner, die in Vuurland reeds eenige kennis had aangeknoopt, begaf zich met zes andere geloofshelden derwaarts, om het Evangelie te verkondigen. Nauwelijks hier aangekomen, betoonden zich de inboorlingen zoo vijandig, dat het niet mogelijk was zich ergens te vestigen. Na veel jammer en ellende, kwamen zij allen om het leven, uit gebrek aan voedsel. Aandoenlijk is het, hun dagboek te lezen, door een hunner opgesteld, en weemoedig het verhaal te hooren van kapitein Moreshead, in 1852 op verzoek van het Engelsche zendelinggenootschap uitgezonden, om de vrienden op te sporen. Op het eiland Picton richtte hij een eenvoudig gedenk-teeken op, voor deze zeven zendeling-martelaren.

Thans is het Evangelie daar een zwak licht, maar toch een licht. Fransche en Italiaansche landontdekkers geven een eervol getuigenis van het zendingwerk, waarbij de stoomboot „Allan Gardinerquot; goede diensten bewijst. Land-

ocr page 78

74

bouw en veeteelt nemen toe met behulp eener landbouwschool op Koppel-eiland met 26 leerlingen; bijgeloof, strijdlust en andere ondeugden nemen opmerkelijk af, terwijl 2 inlandsche helpers reeds medewerken; het N. T. is voor een groot deel vertaald. De regeering van Argentinia, waaronder Vuurland staat, is de zending gunstig en heeft den brandewijn verboden.

d. In Paraguay, waar sinds 1888 de Evangelische zending arbeidt. Reeds in 1609, toen de Europeanen met hun gouddorst nog niet waren doorgedrongen tot in Paraguay, begaven zich daarheen eenige vrome geestelijken uit Spanje, met de belofte des konings, dat de wilden, die zij om zich zouden verzamelen, vrij zouden zijn onder hunne leiding. Gewapend met kruis en gebedenboek en een vast vertrouwen op God, baanden zij zich een weg door eeuwenoude bosschen en terwijl sommigen van honger stierven of door de wilden werden vermoord en opgegeten; gelukte het anderen, na ongehoorde bezwaren, eene menigte wilden in 30 dorpen te verzamelen, welke samen een Ghristen-gemeenebest uitmaakten. Maar helaas na 150 jaren kwamen de Spanjaarden ook hier en dwongen de vrije inwoners tot slavenarbeid, zoodat ze in de mijnen hard moesten werken of weder ronddolen in de bosschen. Maar alles kon niet vernield worden; het goede zaad, eens uitgestrooid, ontkiemde hier en daar op nieuw, vooral sedert in 1810 Paraguay met andere staten is vrij geworden, en de tegenwoordige zending hoopt daarop voort te houwen.

10. Onder de Esquimo's in Groenland was Hans Egede de eerste die het woord des Evangelies liet hooren. In 1717 trok hij derwaarts onder bescherming van Frederik IV en groot waren de bezwaren, maar groot ook de volharding, waarmeê hij de taal van dit volk machtig werd en dit traag en onverschillig volk overal opzocht.

ocr page 79

75

Het gelukte Hans Egede veler vertroawen te winnen; ook door het genezen hunner kranken, en veler harten te openen voor het licht des Evangelies. Na 15-jarigen arbeid keerde hij, afgemat en krank, naar zijn vaderland terug, waar hij een belangrijk werk schreef over Groenland, terwijl zijn zoon met andere zendelingen in Groenland achterbleef. Na Egede, Apostel van Groenland, hebben de Hernhutters er 100 jaar het zaad des levens uitgestrooid en vele gemeenten gesticht, en nog heden zetten zij aldaar onvermoeid hun moeilijk werk voort, maar nu meer als predikanten dan als zendelingen. De Christenen staan evenwel nog laag en zelfs de inlandsche helpers, die het hoogste staan, missen die vastheid van karakter, noodig om zelfstandig als leidslieden op te treden. Een eigentlijke zendingpost wordt enkel nog gevonden in 't Zuiden van Groenland in Friedrichsthal.

De Deensche zending is ook reeds vele jaren in Groenland werkzaam, waarvan zendeling Kleinschmidt f 1886 vooral bekend is door zijne Groenlandsche spraakkunst en zijn woordenboek. De krachten zijn evenwel te gering om ook maar de voornaamste plaatsen te bezetten.

11. Onder de Esquimo's in Labrador is op aansporing van stuurman Ehrhardt ook reeds in de vorige eeuw eene zending gevestigd. In 1781 was de Bijbel in de volkstaal gereed en thans zijn er weinig eigentlijke heidenen meer, zoodat alleen in 't N. in Rama een eigentlijke zendingpost is te vinden. Evenals de Groenlanders zijn ook deze Esquimo's traag, zorgeloos en onverschillig, zoodat zij noch in het tijdelijke, noch in het geestelijke veel vooruitgaan en er nog geen zelfstandige inlandsche helpers zijn. Ook de drankzucht werkt de belangstelling in het Evangelie tegen.

De zendelingen in de zuidelijke gemeenten, met name Hoffenthal, vinden een zeer gewaardeerden arbeid onder

ocr page 80

76

Europeesche on Amerikaansche kolonisten , die daar een leven leiden vol ontbering, terwijl zij aan de zee rijke schatten ontwoekeren; alsmede onder de manschappen der talrijke Engelsche schepen en ten slotte onder de Indianen, die geregeld in Hoffenthal hun pelswerk komen aanbieden.

12. Voor de 5 millioen Negers in de Vereenigde Staten, vrij geworden in den burgeroorlog van 1861-65, wordt veel gedaan tot hunne geestelijke ontwikkeling. Meer dan 1000 kerken zijn voor hen gebouwd en niet minder scholen. Duizenden Negers worden in normaalscholen tot onderwijzers opgeleid en overal ontstaan seminariums tot opleiding van Neger-predikanten, o.a. 8 hoogescholen van de Amerikaansche zendingvereeniging, waarvan de Fisk-Universiteit te Nashville inzonderheid bekend is door de Jubilézangers, die in 1877 Europa hebben doorreisd, om door middel van hun heerlijken zang, gelden daarvoor te verzamelen. Het is bemoedigend te vernemen hoe aan de besten onder de Negers, hunne eigene vorming ter harte gaat.

13. Onder de Negerslaven in West-lndië, eerst op de eilanden der kleine Antillen; St. Thomas, St. Jean en St. Croix, later op Jamaica en het vasteland, hebben de Hernhutters met zelfverloochenende liefde gearbeid. In 1732 begaven zich de eersten derwaarts, spoedig door anderen gevolgd, die des daags werkten voor hun onderhoud en des avonds predikten voor de Negers der plantages. Tegenwerking van de slavenhouders, onvatbaarheid van vele Negers, het heete klimaat en ziekten, maakten hun toestand zeer bezwaarlijk. Na 31 jaren waren reeds 50 Broeders en Zusters op die eilanden begraven. Niets evenwel was in staat hen af te schrikken, ja zelfs lieten sommigen zich als slaaf verkoopen, om zoo op hunne medeslaven te werken.

ocr page 81

77

Na jaren volhardende prediking bleek het, dat ook de

Negers vatbaar zijn voor het lieflijk licht des Evangelies; de planters zagen in, dat Christenen de trouwste en vlijtigste slaven waren, de zegen werd overvloedig en duizenden Negers konden, in slavenketenen geboeid; juichen; „Het Evangelie maakt ons vrij ! quot;

Eene halve eeuw na de Hernhutters kwamen ook de zendelingen der Methodisten in de West aan, en deze hadden weldra niet minder zending-posten en niet minder zegen op hunne prediking. Ook andere Engelsche genootschappen hebben hier zendelingen. Niet minder dan 150 Evangelische zendingposten zijn onder de Negers in Amerika gevestigd, maar dit aantal is nog gering in betrekking tot de nog altijd groote menigte Negers, die mede door de schuld der Europeanen zoo diep gezonken zijn.

Hoewel de Negers in West-Indie nu meestal Christenen heeten, staan zij zedelijk toch nog zeer laag en maken zij zich veel schuldig aan overspel, terwijl de aangeboren traagheid en ijdelheid gedurig boven komt. Door deze traagheid en gebrek aan zelfstandig oordeel, heerscht er veel armoede, vooral na de vrijlating der slaven, daar ze nog niet in staat schijnen te zijn, als zelfstandige burgers in eene samengestelde maatschappij zich een weg te banen.

14. Onder de negers in Suriname heeft de Broedergemeente de voornaamste zending in Zuid-Amerika. De hoofdstad Paramaribo, waar in 1776 de eersteling werd gedoopt, is de grootste aller Broedergemeenten.

Op den eersten Juli 1863 verkondigden 21 kanonschoten, dat de dag der vrijheid voor onze slaven was aangebroken; Paramaribo had toen het voorkomen van een Zondag. Alles was vroolijkheid, zonder uitgelatenheid, 's Morgens en 's middags godsdienstoefening en 's avonds feestmuziek, waarbij vele duizenden Negers, in 't wit gekleed, ook de

ocr page 82

78

Gouverneur en andere hooge personen tegenwoordig waren. Des nachts bescheen de heldere maan de rustige straten der stad. Deze goede orde en christelijke feestviering waren voornamelijk te danken aan de zendelingen uit de Broedergemeente.

Na de vrijlating vertoonde zich ook de schaduwzijde der vrijheid in gebrek aan eerbied voor goddelijke en menschelijke wetten, en de macht van 't heidendom brak hier en daar weer uit in bijgeloof, toovenarij en vleeschelijke zonden; het is toen gebleken dat de Neger-christen algemeen nog op een zeer laag zedelijk pijl staat. Ook heerscht er veel armoede, daar de plantages niet meer kunnen bestaan en de kolonie aan Nederland meer kost dan zij opbrengt.

Door de volharding der Broedergemeente, thans met 34 zendelingen, begint er in de laatste jaren weer meer vrucht op den geestelijken akker te komen en is er hier en daar verlangen naar Gods woord. Een Nederlandsch onderwijzer en het prediken in de Nederlandsclie taal schijnt wel te bevallen in plaats Neger-Engelsch.

De zendelingen zijn mede werkzaam onder de Indische en Ghineesche koelies. Ghineesche Christenen blijken veel hooger te staan dan Neger-christenen en zijn in de Negergemeenten tot een steun en voorbeeld.

15. De Boschnegers zijn nakomelingen van ontvluchte slaven, die in de bosschen eene schuilplaats vonden. Deze Negers, door het Nederlandsch bestuur, in 1703, vrij en onafhankelijk verklaard, hebben hun eigene wetten. Zij hebben zendelingen van de Broedergemeente uitgenoodigd, die daar sedert vele jaren met vrucht werkzaam zijn, zoodat de Boschnegers thans eene Ghristengemeente uitmaken te midden van de heidenen, thans ruim 600 gemeenteleden tellende met inlandsche predikanten, terwijl de zendelingen er nu en dan een bezoek brengen.

ocr page 83

79

16. Onder de Negers in Detnerari heeft de Broedergemeente sedert 1878 eene bloeiende zending. Aldaar heeft ook de Engelsche zending onder leiding van bisschop D. Austin een veelbelovenden werkkring onder de 80.000 O.-lndische en 7000 Chineesche koelies. Er zijn o. a. 3 zendelingen, die in Oost-lndië geweest zijn en de taal verstaan. Ook is er een Seminarie tot opleiding van bekwame godsdienstonderwijzers.

XIII.

De zending in Australië.

1. Op het schoone en vruchtbare Nieuw-Zeeland en

de meeste andere Zuidzee-eilanden woont het Polynesische ras, schoon en krachtig van gestalte en bruin van kleur. Zij hadden vroeger een groot aantal goden en halfgoden, waarvan ze monsterachtige beelden maakten, terwijl ook vele dieren hun heilig waren, als woningen van geesten. Schrikkelijk is het aantal menschen en kinderen dat aan deze goden werd geofferd. Nergens werd met meer verwoedheid oorlog gevoerd, dan op Nieuw-Zeeland, waar de vijanden, als verscheurende dieren, hunne gevangenen verslonden. Kindermoord, zelfmoord, dronkenschap en slavernij waren daar heerschende, en de ellende van het taboe, ging alle beschrijving te boven.

2. Taboe beteekent heilig, gewijd, en wat door de priesters of vorsten taboe is verklaard, mag door onge-wijden niet worden aangeraakt, op straffe des doods. Spijzen, gereedschappen, menschen, huizen, ja, geheele eilanden, kunnen taboe worden verklaard en mogen dan niet worden aangeraakt. Ook de man kan zijne vrouw

ocr page 84

80

het taboe opleggen en zelfs de koning kan onder het taboe komen. Het is niet uit te spreken, hoe deze heilige ban hot arme volk kwelt en beangst.

3. Van het volgend leven hadden de Nieuw-Zeelanders

eene treurige voorstelling. De koningen, helden en priesters achtte men na hun dood zalig, in gemeenschap met de goden, maar al de anderen zeiden: „Wij gaan in den nacht, waar onze zielen door de goden opgegeten worden, of naar eene plaats, waar wij van hagedissen en vlinders moeten leven.quot; De droefheid der achterblijvenden was dan ook gewoonlijk boven alle denkbeeld groot.

4. Op het Kerstfeest van 1814 werd voor het eerst op Nieuw-Zeeland de boodschap des vredes gehoord: „Ziet ik verkondig u groote blijdschap, die al den volke wezen zalquot;; op dat Nieuw-Zeeland, waar de naderende schepen werden uitgemoord en geplunderd, en waar geen vreemdeling het waagde te landen. Satnuël Marsden, die als predikant op Nieuw-Holland reeds de liefde van enkele Nieuw-Zeelanders gewonnen had, was daar met drie zendelingen aangekomen en als vriend en vader met blijdschap begroet.

5. Met de grootste volharding werd nu door de zendelingen gearbeid aan het eeuwig en tijdelijk heil dier ellendigen, hoewel die halfnaakte wilden onder de oogen der zendelingen hunne gevangenen slachtten en hoewel op de palen der tuinschutting bloedige hoofden gestoken werden ten spot der zendelingen. Scholen en kerken werden opgericht en het gelukte Marsden een vredeverbond te sluiten met den koning, zoodat deze op zijn sterfbed sprak; „Laat de zendelingen hier in vrede wonen, want zij hebben ons niets dan goed gedaan.quot;

6. Verrassend is het te zien wat daar in 30 jaren is uitgewerkt door de kracht des Evangelies. In 1821

ocr page 85

81

werd de eerste Nieuw-Zeelander gedoopt en 34 jaar later waren onder de 100,000 inwoners, slechts zeer weinig heidenen overgebleven: in plaats van menschen-eters een Christen-volk. In 1837, toen vader Marsden daar voor quot;t laatst aankwam, werd hij met vreugdetranen en geweerschoten verwelkomd, en toen hij vertrok, weerklonk een luid geween aan het strand van Nieuw-Zeeland. Een jaar later ontsliep deze Apostel van Nieuw-Zeeland, 74 jaren oud.

Op het noordelijk eiland hebben thans de zendelingen plaats gemaakt voor, meestal inlandsche, predikanten, ter wier opleiding sedert 1884 een seminarie is gesticht te Gisborne. Op 't zuidelijk eiland werken nog Engelsche zendelingen, maar de inlanders maken hoe langs hoe meer plaats voor kolonisten, hier zoowel als op andere Zuidzee-eilanden.

7. De geschiedenis van den Nieuw-Zeelandschen bijbel

is hoogst merkwaardig. Nooit hadden de Nieuw-Zeelanders, vóór de komst der zendelingen,, een boek gezien en zij noemden dit: „het linnen dat spreken kan.quot; Met volharding waren de zendelingen jaren lang werkzaam om Nieuw-Zeelandsche woorden te verzamelen, en eindelijk mocht het den zendeling Maunsell gelukken, niet slechts het Nieuwe Testament in die taal over te brengen, maar in 1844 lag ook het Oude Testament voor den druk gereed. Doch helaas! zijn huis en al wat er in was, ook het Oude Testament, werd een prooi der vlammen; 14 jaar later eerst had hij deze schade hersteld, en toen werd op Nieuw-Zeeland een bijbelfeest gehouden. Daar betuigden zendelingen en Nieuw-Zeelanders bij beurten op roerende wijze hunne dankbaarheid; een Nieuw-Zeelandsch lied werd aangeheven en ten behoeve' van de bijbelverspreiding werd f 115 ingezameld.

6

ocr page 86

82

8. Op de Societeits-eilanden of Gezelschaps-eilanden

arbeidden de eerste zendelingen van het Londensche zendelinggenootschap, voornamelijk op het grootste dier eilanden Tahiti; maar 16 jaren lang zagen zij niet de minste vrucht onder deze afgodendienaars. In 1819 werd de eerste inlander op Tahiti gedoopt, en deze was de koning Pomare. Onder zijne bescherming vond de evangelieprediking nu een' verbazenden ingang, zoodat in 1821 op 13 eilanden de afgodendienst was vaarwel gezegd. Van hunne monsterachtige beelden werden enkele naar Europa gezonden.

Sedert Tahiti in 1881 onder Fransch bestuur kwam, werkt op de Gezelschaps-eilanden voornamelijk het Parijsche genootschap; maar de meeste gemeenten zijn nu zelfstandig onder 230 inlandsche predikers, terwijl hunnentwege in een seminarie op Rajatea zendelingen worden opgeleid voor Nieuw-Guinea en de Markesas-eilanden. De nieuwe bijbelvertaling, onlangs verschenen, vindt veel aftrek, evenals een christelijk tijdschrift „L'Arc en Cielquot; (de regenboog). Onder de vele zendelingen, die hier hebben gewerkt, mag vooral Williams genoemd worden.

9. John Williams, in 1796 nabij Londen geboren, groeide op onder 't oog eener vrome moeder en godvruchtige grootmoeder; veertien jaar oud, bij een ijzerfabrikant op het kantoor gedaan, stond Williams liefst onder de knechten bij het aanbeeld, en overtrof weldra velen in handigheid en kunstvaardigheid. Eerst geneigd tot een lichtzinnig leven, door den omgang met onbezonnen makkers, werd hij door Gods vaderlijke leiding tot nadenken gebracht en aanvankelijk gevormd, door deel te nemen aan de werkzaamheden eener jongelingsvereeniging. De zendeling-biduren ontstaken hem in vuur; eene zondagschool werd door hem gehouden, en het verlangen om zelf zen-

ocr page 87

83

deling te worden onder de heidenen, werd onweerstaanbaar in hem. In 1816 meldde Williams zich aan bij het Londensche zendelinggenootschap, en na korten proeftijd werd hij uitgezonden.

In 1817 afgevaardigd naar de Zuidzee-eilanden, vestigde hij zich op Rajateja, een van de Gezelschaps-eilanden. Van daar bezocht hij sedert 1825 in een eigengebouwd schip, de Vredebode, vele andere eilanden inde Zuidzee, Overal predikende met kracht en eene onverflauwde liefde, overal bij zijne prediking ook kundigheden en beschaving aanbrengende, duizenden ten zegen, is hij met recht genoemd: Apostel der Zuidzee.

10. Williams stierf den marteldood in 1840. Zijne laatste woonplaats was Oepoeloe, een der Schippers-eilanden. Van daar zou hij eene reis ondernemen naar de Nieuwe-Hebriden, bewoond door zeer woeste volkstammen. Hoogst treffend en aandoenlijk was het afscheid van Oepoeloe voor gemeente en leeraar beiden, onder een voorgevoel, dat ze voor 't laatst elkanders aangezicht zagen. Toen hij zijne voortreffelijke gade met hunne kinderen in zijne armen drukte, smeekte zij hem, toch niet op Eromango aan land te gaan. Williams ging, en dewijl hij op andere eilanden goed was ontvangen, besloot hij ook op Eromango te landen, doch nauwelijks was hij met zijne helpers aan wal, of de inboorlingen vielen op hem aan, en Eromango was besproeid met het martelaarsbloed van Williams.

Toen de treurmare van Williams dood in den nacht van 24 Maart 1840 bekend werd op Oepoeloe, hoorde men niets dan luid geween. De hoofden, de leeraars en eene schare van inboorlingen verzamelden zich om Williams woning en jammerden : „Ach Williams! ach vader!quot; Zelfs de heidenen deelden in de algemeene droefheid. Wraak wilden de inlandsche Christenen nemen op die gruwzame

■6*

ocr page 88

84

moordenaars, christelijke wraak! Zij, nog pas uit het heidendom herboren, gingen naar het eiland, waar hun dierbare leeraar was vermoord, en stichtten daar een zendingpost.

11. Thans werken op de Nieuwe Hebriden zendelingen uit Kanada, uit de Australische kolonies en uil Nieuw-Zeeland in broederlijke eendracht met 115 inlandsche helpers. Op Eromango heeft het Christendom vasten wortel geschoten en vindt men 1000 Christenen eu 1500 heidenen onder leiding van zendeling H. A. Robertson uit Kanada, die ook de bijbelvertaling bijna heeft voltooid, waarvan de drukkosten door de inlanders worden bestreden. Onder de 35 inlandsche onderwijzers zijn twee broeders, wier vader vóór oO jaai Williams heeft vermoord. Nog voorspoediger gaat het op Efat, waar de zendeling-artsen Mackenzie en Macdonald werken en de heidenen nagenoeg zijn verdwenen. Zoo is op vele dezer eilanden de kracht van het heidendom gebroken en heeft het plaats gemaakt voor het lieflijk licht des Evangelies. In 1887 gaven de Christenen voor kerk en zending 3650 pond arrowroot, ter waarde van ruim f 2000. Zendeling Lawrie schrijft en drukt veel in de volkstaal en Fraser op Api vertaalde het Evangelie van Markus. In 1887 zijn op de noordelijkste eilanden 3 nieuwe stations gevestigd en is een stoombootje aangeschaft om de verschillende

eilanden te bezoeken.

12. De Sandwichs-eilanden, in 1778 ontdekt door den zeereiziger Cook, zijn vooral merkwaardig door hunne prachtige vuurspuwende bergen. De grootste, die nog werkt, is de Maunaloa, G000 voet boven de oppervlakte dei-zee, en zijn krater, waarin de vuurzee golft, heeft 4 uur in omvang. Wel 80 voet hoog schieten zijne vuurstralen in de lucht. Vuurvallen tot 50 voet breed, breken al schuimend tegen de klippen, of stroomen als een vuurvloed

ocr page 89

85

statig daarheen, en donderend rollen de gloeiende baren door de duistere holen der bergen. Vooral des nachts levert dit een majestueus schouwspel op.

13. De godsdienst op de Sandwichs-eilanden was natuurvergoding, waarin de vuurspuwende bergen eene groote rol speelden. Pélé, de hoofdgodin, zetelde met hare wraakgoden in den krater van den Kilaoeëa en vertoonde telkens hare woede in het losbarsten van vuur-stroomen. Menschenoffers werden haar ten zoen gebracht, en de ongelukkigen tot dit offer bestemd, werden door den priester onverhoeds overvallen, voortgesleept en in den gapenden vuurmond geslingerd. Aan afgrijselijke afgodsbeelden bracht men hulde in ruwe tempels, en de priesters hadden het volk geheel in hunne macht.

14. Vóór de komst der zendelingen zagen de Sandwichs-eilanders reeds verlangend naar hen uit; want twee Engel-sche matrozen, door hun' kapitein aldaar achtergelaten, werkten reeds vroeger weldadig op den Koning Kame-hameha I, een man van groote geestkracht, maar woest en schrikwekkend. Daarna leerde kapitein van Couver, vroeger een van Cook's tochtgenooten, den koning vele nuttige zaken, om zijn volk goed te regeeren en gelukkig te maken, en won als Christen zoo zeer het vertrouwen van den vorst, dat deze om Christen-leeraars verzocht.

15. In 1820 kwamen uit Amerika de eerste zendelingen op Hawaii', het voornaamste der 13 eilanden, en welk eene verrassing! Het taboe was reeds verbroken, tempels omver gehaald, afgodsbeelden verbrand, en met open armen werden zij door vorst en volk ontvangen. Eene schare van Engelsche en Amerikaansche zendelingen volgde hen, en rijk gezegend werd hun woord, want de velden waren wit om te oogsten.

16. Het geloof aan de onverzoenlijke godin Pélé,

ocr page 90

86

was bij vorst en volk nog diep geworteld, en wie haar naderde, zou sterven. Wie zou den kamp wagen? Capiolani, Hawaii's edele koningin, toog in 1825 naar den zetel van Pélé, niettegenstaande de smeekingen en gebeden van vrienden en bloedverwanten, ja van den koning, hoewel een Christen. Zij beklimt den vuurberg, brengt door hare bezielde toespraak Pélé's priesteres tot zwijgen, daalt af in Pélé's kloof en ziet, ongedeerd keert zij terug! Het aloude bijgeloof heeft den doodsteek ontvangen.

17. Verbazend is de geheele omkeering, door het Evangelie uitgewerkt in het leven van dit vroeger zoo diep gezonken volk. In 1840 kon het hoofd der rechterlijke macht naar waarheid aan den koning berichten: „In geen land ter wereld genieten leven en eigendom eene betere bescherming. Moord, diefstal met geweld en andere soortgelijke misdaden zijn hier onbekend.quot; Een rechtsgeleerde uit Boston, de heer Dana , was verbaasd over de veiligheid in dit land, maar merkt tevens op: „Ik vond ook niet ééne hut zonder Bijbel en gezangboek, en de huiselijke godsdienst en het tafelgebed, zelfs bij het soberste maal, waren algemeen.quot; De geheele maatschappelijke en huiselijke toestand, beschaving en kundigheden op Hawaii', behoeven thans niet onder te doen voor den toestand van de verst gevorderde natie in Europa, en de zending aldaar heeft haar taak volbracht; alleen heeft de American-Board (het Amerikaansche genootschap te Boston) er nog een paar zendelingen. Sedert 1877 is in Honoloeloe, de hoofdstad van Hawaiiquot;, onder leiding van Dr. Hyde een seminarie voor in-landsche predikanten en tevens voor zendelingen met het oog op Micronezië. Ook bestaat er eene zending onder de vele Ghineezen, die met Noorwegers, Japanners en Microneezen het oorspronkelijk volk „de Kanakenquot; dreigen te verdringen. De R. Katholieken nemen hier toe.

ocr page 91

87

18. In de Carolinen-Marchal- en Gilberts-archipel

bezoekt Dr. Pease met het schip de „Morning Starquot; de verschillende eilanden terwijl daar tevens zendelingen van de Hawaii'-zending en inlandsche predikers werkzaam zijn, welke laatste hunne opleiding ontvangen in de kweekschool te Kusaie, waar ook eene hoogere school voor meisjes is. Nog is er strijd tusschen het licht des Evangelies en de barbaarschheid des heidendoms, hoewel enkele eilanden zooals Ebon, één der Marchal-eilanden en vooral eenige van de Carolinen geheel christelijk kunnen genoemd worden.

19. De zending op de Samoa-eilanden werkt voortdurend gunstig, hoewel zij te lijden heeft van den strijd tusschen Duitschers, Engelschen en Amerikanen, die allen hun invloed laten gelden, terwijl de blanke handelaars, op enkele uitzonderingen na, alles doen om de met zooveel moeite ingebrachte begrippen van zedelijkheid te vernietigen en het volk brandewijn leeren drinken als water. Voor het vrouwelijk geslacht wordt nog niet genoeg gedaan, zoodat de zendelingen aandringen op inrichtingen tot opvoeding van meisjes. De opvoeding der knapen is veel beter en het Seminarie in Maloea is een glanspunt van de Samoa-zending. Daar worden sedert 1844 inlandsche predikanten voor de gemeenten opgeleid. Thans zijn er ruim 100 kweekelingen, meest gehuwd, terwijl hunne vrouwen door de vrouwen der zendelingen worden onderricht. De degelijke predikanten, daar gevormd, hebben een gunstigen invloed. Van de Samoa-eilanden uit bezoeken de zendelingen in de „John Williamsquot; jaarlijks de 16 eilanden van de Tokolaoe- Ellice- en Gilberts-groep, waar Polynesische leeraars gevestigd zijn.

20. De Hervey-eilanden, sedert 1888 onder Engelsch bestuur, zijn langer dan 50 jaren door het licht des Evangelies beschenen en geven met hunne Europeesche winkels en

ocr page 92

88

industrie duu indruk van beschaving. Toch is het geestelijk en zedelijk leven der gemeenten nog zwak. Op Nine de woonplaats van zendeling F. W. Lawes is het meeste geestelijk leven. Hij werkt in dezen afgelegen hoek als een vader te midden zijner bruine kinderen, o. a. met een klein Seminarie ter opleiding van zendelingen voor N. Guinea en door zijne bijbelvertaling. Ook op Rarotonga is sinds geruimen tijd eene kweekschool voor zendelingen. Inlandsche hoofden maakten eene wet tegen den sterken drank.

21. Op de Fidsji-eilanden werd in 1885 het halve eeuwfeest der zending gevierd. De grijze zendeling Calvert had toen de bijbelvertaling gereed met behulp van t Londensch-Traktaatgenootschap; en Engeland schonk als feestgave 4000 prentebijbels. Welk een verschil! Vóór 50 jaren woeste kannibalen en nn bijna geen heidenen meer, nog slechts enkele zendelingen en overigens inlandsche predikanten.

Nog is het Evangelie niet genoeg tot de diepte doorgedrongen, nog kunnen velen zich niet losmaken van de vrees voor gewaande geesten, nog is er strijd tegen onkuisch-heid en drankzucht, maar het goed ingerichte schoolwezen, met tal van lagere scholen (samen met 44,000 leerlingen), verscheidene middelbare scholen en een degelijk Seminarie te Navoeloa met 118 kweekelingen, geven hoop op eene grondige vernieuwing.

22. In Melanesië arbeidde vooral John Coleridge Patteson, uitmuntende door geleerdheid eu vroomheid. Hij heeft van 1855-1871, eerst aan de zijde van bisschop Selwijn en later als diens opvolger, zich geheel toegewijd aan de belangen van de heidenen in Melanesië, vooral op de Nieuwe Hebriden, Loyalty-, Salomons-, Banks- en Santa-Gruz-eilanden, totdat hij op 44-jarigen leeftijd op Naekapoe, een van de Santa-Cruz-eilanden, den marteldood stierf.

ocr page 93

89

Telken jare deed Patteson eene reis langs de 60 a 80

eilanden van zijn bisdom, op velen waarvan nog nooit een Europeaan was geland, zocht overal vriendschapsbetrekkingen aan te knoopen, en de eerste zaden van een beter leven op den woesten akker uit te strooien, maar vooral jongelieden mede te nemen, ten einde hen in een opvoedings-instituut te vormen tot christelijke onderwijzers voor hunne eigene eilanden. Deze school was gevestigd eerst bij Auckland op Nieuw-Zeeland en later op Norfolk. Een 60-tal inlanders van 24 eilanden, die elk hunne eigene taal spraken, bracht hij bijeen, als tot een christelijk huisgezin. Toegerust met eene bijzondere taalgave, werd hij dra hunne talen machtig en bracht die in schrift, terwijl hij in de taal van het eiland Mota, een van de Banks-ei'anden, allen onderwees en daarin een groot deel der Heilige Schrift vertaalde en liederen vervaardigde. Als taalkenner was hij een vriend van den beroemden taalgeleerde Max Muller ; als ervaren zeeman en als uitstekend onderwijzer en opvoeder, verdient hij onze opmerkzaamheid, maar vooral door zijn beminnelijk, nederig karakter, zijne teedere liefde voor de heidenen, in de kracht van zijn gemeenschapsleven met God, bekleedt hij eene waardige plaats in de rij van Christus Apostelen.

In 1871 kwam Patteson op het eiland Noekapoe (Santa-cruz-archipel) om het leven, als slachtoffer van de wraak der bewoners wegens de gruwelen door Europeesche handelaars te hunnen aanzien gepleegd.

23. Thans is in Melanesië weder een bisschop Selwijn, gesteund door verscheidene zendelingen, die in „Het Zuider-Kruisquot; en nog eene kleinere stoomboot, vooral de Bank-, Torres- en Salomons-eilanden bezoeken. Op vele plaatsen, waar het vóór 10 jaar nog gevaarlijk was te landen, worden zij nu met blijdschap ontvangen om er

ocr page 94

90

gedurende eenige weken te prediken en vooral de onderwijzers en leden der gemeente verder te onderrichten. Op de 11 voornaamste eilanden zijn 80 scholen met 16t, onderwijzers en eenige inlandsche predikanten. Men gaat voort met op iedere rondreis jonge mannen en nu ook vrouwen en meisjes mede te nemen naar Norfolk, ver van den heidenschen dampkring, om onderwezen en opgevoed te worden.

In het ongezonde jaargetij, als het reizen gevaarlijk is, vinden de zendelingen op het gezonde Norfolk overvloedig werk en het moet een verheffend schouwspel zijn als de bruine gemeente aldaar de nette Barnabaskerk vult, een hunner het orgel bespeelt en een ander hunner bij wijle de godsdienstoefening leidt.

24. Op Nieuw-Holland of het vasteland van Australië, waar langs de kusten de inlanders meer en meer verdwijnen onder de kolonisten, zijn nog enkele zending-stations van de Broedergemeente, Hermannsburg, de Luthersche zending, als ook van Engelsche zendelingen.

In Quiensland, Victoria en Nieuw Zuid Wales zijn zendelingen onder de Chineezen, wier aantal in de Australische koloniën in 1884 is berekend op S3.000.

25. De invloed van Europeesche zeelieden en handelaars, sedert de ontdekking der Zuidzee-eilanden tot op onzen tijd, is algemeen treurig en hoogst verderfelijk voor de inboorlingen. Door hunne zedeloosheid brengen zij vroeger ongekende ellende onder de heidenen, door hunne hebzucht en wreedheid wekken zij wantrouwen jegens eiken blanke en diens godsdienst, ja prikkelen zij tot wraakzucht, waarvan menig onschuldig reiziger en zendeling, het slachtoffer is geworden. Ook het halen van zoogenaamde vrije arbeiders van vele eilanden om te werken in de plantaadjes op Nieuw-Caledonië, de Fidsji-eilanden, in Sidney, enz., is

ocr page 95

91

sedert 1869 een groote hinderpaal voor de verbreiding van het Evangelie.

26. Behalve op de reeds genoemde eilanden, arbeiden nog tal van Evangelische zendelingen op van Diemensland, Nieuw Guinea, de Bismarcks-eilanden, Nieuw-Galedonië, de Vriendschapseilanden, enz. Rijken zegen heeft het Evangelie in de Zuidzee reeds aangebracht; evenwel zijn er nog vele eilanden-groepen, die in den nacht des heidendoms verkeeren. Van eene talrijke bevolking der Zuidzee-eilanden moet nog gezegd worden, wat Paulus van de heidenen betuigde; „Zij hebben de heerlijkheid des onvergankelijken Gods verwisseld met de gelijkenis van het beeld van een vergankelijk mensch en van vogelen en van viervoetige dieren en van kruipend gedierte.quot; Rom. 1 ; 23. Maar ook daar zal eens de profetie van Jezaja vervuld worden: „De menigte der zee zal tot U gekeerd worden, het heir der heidenen zal tot U komen.quot; Jez. 60 : 5.

XIV.

Onze zendingarbeid.

1. Het aantal heidenen bedraagt nog ruim 800 mil-lioen d. i. bijna 2/3 van de 1400 millioen aardbewoners, terwijl 355 millioen Christenen (waarvan 180 millioen Roomsch Katholiek, 95 millioen Protestant en 80 millioen Grieksch) 200 millioen Mohammedanen en 5 millioen Joden, de overige bewoners uitmaken.

2. Wij worden gedrongen tot bevordering der Evangelieprediking onder de heidenen, door dankbaarheid aan God, die ook ons volk door zendelingen uit de duisternis gebracht heeft tot het licht, en door medelijden met onze ongelukkige medemenschen, die nog in duisternis rondtasten en vooral door ons christelijk bewustzijn, dat wc geroepen worden over anderen het licht te doen opgaan, waarin wij mogen wandelen.

ocr page 96

92

3. De middelen waardoor wij het zendingwerk kunnen bevorderen zijn: liet aankweeken van geloof en liefde in ons zelf en anderen, als de bron van alle christelijk werk en voorts door met het zendingwerk bekend te worden en deze kennis bij anderen te verbreiden; alsdan zullen onze gaven en gebeden steeds overvloediger en gezegender zijn. „Zijl standvastig, onbeweeglijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet, dat uw arbeid niet ij del is in den Heer. 1 Cor. 15 : 58; 1 Joh. 3 : 18; Hebr. 13 : 21.

4. De uitwendige zending behoeft niet te wachten tot de inwendige zending is voltooid; anders was het Christendom nog niet verder dan Jeruzalem en dus ook ons land nog in heidensche duisternis. Die het meest Gods Koningrijk bevordert in zijne naaste omgeving, houdt zijn hart niet gesloten voor zijne ongelukkige broeders in de verte; getuigen mannen als Franckeen Whitefield. Omgekeerd is het ook waar wat Gützlaff zeide: „IJver voor de zending onder de heidenen en verwaarloozing van de onkundigen rondom ons, kunnen niet samen gaan.quot;

5. De zending werkt ook gezegend terug op de christelijke gemeente. Zij is een baud, die Christenen van verschillende zienswijze aan elkander verbindt en deze gemeenschappelijke werkzaamheid in dienst van éénen Heer, voor één heerlijk doel, bevordert krachtdadig het geestelijk leven der christelijke gemeente. De bezwaren aan dit grootsche werk verbonden, houden de gemeente te meer vereenigd met de bron van alle kracht. Het zien op de zegenrijke vruchten van haren arbeid is voor haar eene bron van reine vreugde en eene gedurige bevestiging van haar geloof in de kracht van het eeuwig Evangelie; en het kinderlijk geloof, de blijdschap en de ijver van menigen bekeerden heiden dient velen Christenen onder ons tot beschaming en tot het wekken van edelen naijver.

ocr page 97

93

6. De christelijke gemeente heeft een vast vertrouwen op de eindelijke zegepraal van het Godsrijk, gesteund door het geloof in God, die niet laat varen het werk zijner handen, het geloof aan de macht van het goede als sterker dan het kwade, het geloof aan de bezielende en levenwekkende kracht van den geest van Christus, en door de ervaring van hetgeen in den loop der eeuwen reeds door het Christendom is uitgewerkt.

„Als de Heere God eens alles En in allen alles is Zal het liclit zijn, eeuwig liclit zijn Licht uit licht en duisternis.quot;

I

ocr page 98

Eenige geschriften die tot toelichting of uitbreiding van dit Handboekje kunnen gebruikt worden.

W. Leipoldt, Geschiedenis der christelijke kerk.

E. J. Diest Lorgion, Levensschetsen van invloedrijke christenen in Nederland tot aan de vestiging der Hervorming. Tc Groningen, hij H. E. Roelfsema.

De zending onder de volken der aarde. (Stukjes van het Vrouwen-hulpgenootschap, Ns. 173, 174. 176, 177, 179, 180, 181, 186, 188, 191, 198. (1)

Over zending-methode (Zelfde stukjes, Ns. 169, 170, 172).

Nederlandsch Oost-Indië en het Nederlandsche Zendelinggenootschap (Ns. 106, 108, 110, 112, 113 en 113 van dezelfde Stukjes). Met of zonder feestplaat.

Christendom op de Sandwich-eilanden (No. 104 als hoven).

Levensherigt van J. E. Jellesma (Stukjes Vrouw.-hulpg. No. 194).

J. F. Riedel, een levensbeeld (id. No. 192 en eenige volgende).

Mededeelingen van de zendelingen ülfers en van de Liefde (id. No. 167, 168, 183 en 184).

(Men raadplege verder de lijst van deze stukjes in de Maandberichten van het Nederl. Zendelinggen. Jaarg. 1875, pag. 18 e. v.)

Brieven van M. Brouwer, zendeling van het Nederlandsche Zendelinggenootschap. (Een twaalftal stukjes, uitgegeven hij A. Jongbloed, te Leeuwarden.)

W. Th. van Griethuijsen, Merkwaardige zegeteekenen op de Wereldtentoonstelling te Parijs in 1867, bij H. Nijgh, Rotterdam.

Vliegende Blaadjes, uitgegeven door het Nederl. Zend. Genootschap.

Dr. S. K. Thoden van Velzen, Kom over en help ons! te Leeuwarden bij A. Meijer (Firma H. Kuipers en J. G. AArester). Tweede geheel herziene uitgave, 1887-

(1) Deze en de volgende stukjes zijn uitgegeven bij M. Wyt amp; Zonen.

ocr page 99

95

A. i . Reitsma, Geschiedkundig overzigt van de vestiging en uitbreiding des Christendoms op aarde. Te Groningen, bij A. L. Scholtens, 1856.

C. P. L. Rutgers, Nieuw-Zeeland, bij denzelfden, 1856.

J. Douwes Jr. Het leven en werken van Dr. W. Carey, (Bengalen) bij denzelfden 1856.

N. Beets. Des Christens schuld aan den Heiden. Te Haarlem bij Erven F. Bohn, 1848.

Leven van Alph. Fr. Lacroix, Calcutta, te Rotterdam bij M. Wyt amp; Zonen, 1863.

Dr. G. Warneck, Nacht en morgen op Sumatra. Te Amsterdam bij Höveker amp; Zoon, 1873.

H. J. van Lummel. Lief en leed uit de zending onder de heidenen. Te Utrecht bij Kemink amp; Zoon, 1873.

Mrs. Harriet Warner Ellis, Strijd en overwinning. Te Utrecht bij Kemink amp; Zoon, 1864.

Daniel C. Eddy, Heldinnen der Zendingzaak. Te Zutphen bij A. E. C. van Someren, 1851.

Nacht en morgen. Verhalen uit de geschiedenis der Evangelische zending onder de heidenen, door T. Looman. Te Zwolle, bij J. P. van Dijk.

Tafereelen uit de geschiedenis der zending onder de Heidenen, uitgegeven door de Calwervereeniging. Vertaald door J. H. van Linschoten. Te Zutphen, bij A. E. C. van Someren, 1869.

G. R. Erdbrink. Gützlaff, de Apostel der Chinezen. Te Rotterdam bij M. Wyt amp; Zonen, 1850.

Hofstede de Groot, de zending in China. Groningen, 1850.

Miss Tucker, The southern cross and southern crown (New-Zeeland). London, James Nisbet and Co. 18r)8.

Miss Tucker, The Rainbow iu the North (Rupert's laud). London, James Nisbet and Co. 1856.

Miss Brightwell, Romance of modern missions. London, Religious tract society.

A life's labours in South Africa, the story of the lifework of Robert MolTal. London, John Snow amp; Co.

Dr. R. Grundemann, Johanu Friedrich Riedel. Gütersloh, Druck u. V. von C. Bertelsmann, 1873.

ocr page 100

96

Gustav Leonliardi. Die Missioiis-gescliiclite der alten Kirclien. Cultur und Lebensbilder. Leipzig, Verl. v. Ernst Bredt, 1870.

Dr. G. E. Burkhardt, kleine Missions bibliotheek. Zweite Auflage von Dr. 11. Grundemann, 1867 e.v. Vier lijvige deelen.

Dr. R. Grundemann, Missions-atlas. Gotha, Perthes.

N. Ponlain, l'oeuvre des Missions evangeliqnes au point de vue de la divinité du christianisme. Genève, Julien, Paris, Grassart, 1867.

Hetzelfde werk vertaald door J. Riemens. Te Utrecht bij Kemink amp; Zoon, 1867.

S. Descombas, Histoire des Missions évangéliqnes. Paris, Ch. Meijrueis amp; Co., 1860.

J. Craandijk, Het Zendelinggenootschap in zijn willen en werken. Te Rotterdam bij M. Wyt amp; Zonen, 1869.

N. Graafland, de Minahassa. Te Rotterdam, bij M. Wyt amp; Zonen, 1867.

P. Jansz, landontginning en Evangelisatie op Java, 1874.

Dr. Gustav Warneck, Historische schets der Protestantsche zending van den tijd der kerkhervorming tot op heden. Naar het Hoogduitsch door A. A. Looijen, director der Utrechtsche zendingvereeniging 1882.

S. Coolsma, Twaalf voorlezingen over West-Java.

J. C. Neurdenburg, Geschiedenis tegenover kritiek, bij M. Wyt amp; Zonen, 1864.

Idem. Proeve eener handleiding bij het bespreken der zending-wetenschap 1879, bij dezelfden.

Idem. De christelijke zending der Nederlanders in de 17de en 18de eeuw bij dezelfden, 1891.

J. N. Wiersma, Ervaringen gedurende mijn twaalfjarig zending-1 even 1871.

Ds. J. C. Schagen van Soelen, De steenen christenkerk te Módjo-warno.

Idem. Oost-Indiën en de zending, Amsterdam, Tj. van Holkema, 1886.

J. H. Brauer, Beitrage zur Geschichte der Heidenbekehrung. Altona. J. F. Hammerich, 1847. (Eliot und die Familie Mayhew, Barth. Ziegenbalg u. s. Mitarbeiter in Trankebar, Thom. von Westen und Hans Egede, Benj. Schultze.)

Dr. C. Ch. G. Schmidt, Kurzgefasste Lebensbeschreibungen, Leipzig, Hinrichsschen Buchh. 1836-1842. (Schwartz, H. Martin, St. Schultz, W. Carey, D. Schmidt, B. Ziegenbalg, J. E. Gründler, J. F. van

ocr page 101

97

der Kemp, J. Fisk, D. Zeisberger, J. Eliot, D. Brainerd, Rhenius, C. Buchanan.)

E. Bornbauin, Ev. Missionsgeschiclite in Biographien, Düsseldorf, W. H. Scheller, 1858.

Eb. Prout, Memoirs of the life of the Rev. John Williams, London, John Snow, 1846.

H. G. Adams, The life and adventures of Dr. Livingstone, London, James Blackwood amp; Co.

M. Lelievre, vie de John Hunt, missionaire aux iles Fidji, Lausanne, George Bridel.

Ch. Mary Yonge, Life of John Coleridge Patteson, London Macmillan amp; Co., 1874.

Mr. D. C. van der Kemp, Levensgeschiedenis van den Med. Dr. Joh. Theod. van der Kemp.

G. van der Berg, Personen en feiten uit de geschiedenis der Zending, 2 deeltjes. Zeist, C. Avia Jz. 1887.

J. L. van Hasselt, Gedenkboek van een 25-jarig zendelings-leven op Nieuw-Guinea (1862—1887) Utrecht, Kemink amp; Zoon 1888.

H. Dijkstra, Het Evangelie in onze Oost, Eerste Deel. Leiden, H. Donner, 1892.

Casalis, Mes Souvenirs, 4m ed. Paris, Fischbacher 1886.

John G. Paton, Zendeling op de Nieuwe Hebriden. Amsterdam, Jacques Dusseau 1889.

Work and adventure in New-Guinea bij James Chalmers and W. Wijatt Gill, Religious tract Society, 1885.

Wm. Robson, James Chalmers Missionary explorer. London, S. W. Partridge amp; Co.

R. Merensky. (Erinneringen aus dem Missionsleben von) Bielefeld und Leipzig, 1888.

M. A. Sherring, the history of Protestant missions in India 1706—1881. Religions tractsociety 1884.

Th. Jousse, la mission francaise évangélique au sud de PAfrique.

Voorts worde hier nog de aandacht gevestigd op de volgende tijdschriften :

De Maandberichten van het Nederlandsche Zendelinggenootschap. Mededeelingen van wege het Nederlandsche Zendelinggenootschap.

ocr page 102

98

Maandberichten van de Utvechtsehe Zendingvereeniging.

Nederlandsch Zendingstijdschrift.

Orgaan der Nederlandscte Zendingvereeniging, Rotterdam.

Berichten uit de Heidenwereld, te Zeist.

Geïllustreerd Zendingblad, van Lobman, Amsterdam.

Berichten uit het Godsrijk op Aarde, Utrecht.

Berliner Missionsberichte.

Berichte der Rheinischen Missionsgesellschaft.

The chronicle of the Xondon Missionary-society.

Naehrichten aus der Brüdergemeinde.

Journal des missions Evangéliques.

Dr. G. Warneck, Allgemeine Missions-zeitschrift. Evangelisches Missions-Magazin, Basel.

BIBLIO i -IMED. Hl::.

f

ocr page 103

INHOUD.

liladz.

I. De Heer der Zending.........5.

II. De eerste Zendelingen.........6.

III. De verdere Zending in Europa......9.

IV. De Zendelingen in ons vaderland.....13.

V. Zendeling- en Bijbelgenootschappen . . . .16. VI. Zendelinggenootschappen in Nederland. . .21. VII. De Zending op Java.........25.

VIII. De Zending op Gelebes........30.

IX. De Zending op Sumatra, Borneo, Timor enz. 36.

X. De verdere Zending in Azië.......41.

XI. De Zending in Afrika.........53.

XII. De Zending in Amerika........67.

XIII. De Zending in Australië........79.

XIV. Onze zendingarbeid..........91.

Eenige geschriften die tot toelichting of uitbreiding van dit Handboekje kunnen gebruikt worden.............94.

ocr page 104
ocr page 105
ocr page 106

Mededeelingen van wege het Nederlandsche Zendelinggenootschap.

Dit Tijdschrift bevat een aantal artikelen van zendelingen en anderen, waarvan gebruik te maken is bij voordrachten over de zending. Van vroegere jaargangen voor zoover voorhanden, zijn nog exx. verkrijgbaar tegen den prijs van ƒ 2,40 per jaargang.

ocr page 107
ocr page 108