ocr page 1

448

am JUDILÉ-BOEKJE

Voor

18 8 6,

BEVATTENDE

Onderrichtingen, Gebeden en Gezangen.

KKN tt. IC. jeKlIESTKK..

KKRRELIJK GOEDGEKEURD.

TE 's Gravenhage bij M GO VERS.

Vak 57

ocr page 2

Wamp;êMËSÊÊ.

■ .

ocr page 3

^VM

HET JÜBILÉ-BOEKJE

lt;

iVOOR

-4

mh

Onderrichtingen, Gebeden en Gezangen.

DOOB

ocr page 4

IMPRIMATUE.

Voorschoten, M. Bernsen,

die 21 Febr. 1886. . Libr. Censor.

Bi iliOTH1 JsK DER , Rij KS', * ïRSlTEiT

| UTRECHT

1 COLL. TH0MAA8SE

ocr page 5

HOOFDSTUK I.

O \ 1» K K K I t II 'I' I V i: \.

In het eerste hoofdstuk van dit jubilé-boekje wenschte ik, geachte lezer, het antwoord u te geven op deze drie vragen:

1°. Wat is een aflaat?

2°. Wat is een jubile-atlaat?

3°. Wat wordt er van ons gevorderd om den jubilé-aflaat van 1886 te verdienen?

1. Wat is een aflaat t

Door een aflaat verstaan v. ij; kwijtschelding van tijdelijke straf, die wij voor onze zonden moesten lijden.

Wanneer wij zondigen , dan verdienen wij draf van den rechtvaardigen God. Die straf is eene eeuwige óf slechts eene tijdelijke-, de eeuwige straf wordt geleden in de onblusohbare vlammen der hel; de tijdelijke straf wordt ondergaan in dit leven hier op aarde, of na dit leven in het Vagevuur. Hebben wij nu tegen God gezondigd en daardoor Zijne straffen verdiend , dan zal het dikwijls gebeuren , dat wij vergiffenis van zonden-

ocr page 6

schuld verkrijgen, terwijl er toch nog tijdelijke straffen te boeten'overblijven; want hoewel met de zondensc/«lt;tó de eeuwige of hehche straf wordt kwijtgescholden, blijven er echter doorgaans nog tijdelijke straffen over, die wij hier of hiernamaals moeten boeten.

Eeeds in de Heilige Schrift van het Oude-Verbond vinden wij van zulke, na de vergiffenis der zondenschuld nog overblijvende tijdelijke straffen, een duidelijk sprekend voorbeeld. Toen Koning David zwaar tegen God had gezondigd en de profeet Nathan tot hem gezonden werd , toen beleed die diepgevallen Koning vol berouw zijne schuld aan Gods afgezant en de Barmhartige Ood nam den rouwmoedigen vorst weder iir ontferming op : Nathan verklaarde aan Koning David, dat God hem zijne zonde had vergeven. Maar ook na die vergiffenis van zijne zondeschuld, zou Koning David toch nog dcor God worden gestraft'. „de zoon, die u geboren is, zal stervenquot; sprak de Profeet. En nauwelijks had Nathan het paleis verlaten, of de hand des Heeren sloeg het kind van Bethsabee met eene gevaarlijke ziekte. Toen zonderde David zich af op eene eenzame plaats; hij vastte en omgorde zich met een boetekleed en wierp zich plat ter aarde neder, om God te smeeken, dat het leven van het kind nog mocht worden gespaard; maar zijn kind stierf op den zevenden dag. Dat voorbeeld, godvruchtige lezer, leert ons duidelijk, dat met de zondeschuld niet

ocr page 7

altijd elke straf wordt uitgevvischt; David had vergiffenis van zijne zondeschuld verworven, maar toch werd hij nog daarna door den rechtvaardigen God voor zijne zonde gestraft; het kan ook met ons gemakkelijk gebeuren, dat wij door het waardig ontvangen van het Sacrament der Biecht vergiffenis van zondenschuld en daarmede kwijtschelding van de eeuwige, van de helsche straffen hebben ontvangen , doch dat wij toch nog voor onze zonden Gods straffende hand, hier op aarde, of na onzen dood in het Vagevuur zullen gevoelen.

Die overgeblevene tijdelijke straffen worden ons kwijtgescholden door de verdiende aflaten. Christus heeft de macht, om die kwijtschelding van overgebleven tijdelijke straffen te verleenen , aan Zijne Kerk geschonken ; — dit is de in het Concilie van Trente uitgesproken geloofsleer der Kerk en die geloofsleer wordt bewezen uit het woord Gods, uit de Heilige Schriftuur van het Nieuwe Verbond.

Tot Petrus zeide Christus: (Math. XVI, 19). „Ik zal U de sleutelen geven van het Rijk der

„hemelen.....alles, wat Gij op de aarde zult

„ontbinden, zal ook in den hemel ontbonden „zijn.quot; — Bn tot al de Apostelen te zamen sprak onze Dierbare Verlosser: (Math. XVIII, 18) „Voorwaar ik zeg [7........ „al wat Gij ontbonden zult hebben op de aarde, dat zal ook „ontbonden zijn in den hemel.quot;

ocr page 8

Welnu, de na de zondenvergiffenis nog overgeblevene tijdelijke straf is een band die ons een tijd lang belet, binnen te gaan in het Rijk der hemelen ; de Kerk heeft den wil, om door het verleenen van aflaten , dien band te ontbinden ; volgens de onfeilbare belofte van Christus alzoo zal dan ook door den verdienden aflaat die band der overgeblevene tijdelijke straffen ontbonden zijn in den hemel.

Het gebruik der aflaten is, dus gelijk het Concilie van Trente leerde, voor het Christen volk ten hoogste voordeelig

Om aan dat voordeel der aflaten deelachtig te worden moeten wij zorgen voor de vervulling van twee voorwaarden.

Op de eerste plaats moeten wij zorgen, dat wij zijn in staat van genade. Terwijl wij in staat van doodzonde zijn, kunnen wij voor ons zeiven geene aflaten, geen kwijtschelding van tijdelijke straffen verdienen, omdat wij in staat van doodzonde aan de eeuwige straffen schuldig zijn; wij moeten eerst zorgen , dat de eeuwige straffen , die ons voor de doodzonde wachten, met de zondeschuld worden uit-gewischt , eerst daarna kunnen wij trachten, om ook kwijtschelding van tijdelijke straffen te ver krijgen. Ook voor de overledenen kunnen wij in staat van doodzonde overeenkomstig het gevoelen van vele godgeleerden , geene aflaten verdienen , want het toevoegen der aflaten aan de geloovige zielen geschiedt bij wijze van voorbede ; er wordt aan God gevraagd, dat de door ons verdiende

ocr page 9

7

aflaten , door Hem zullen worden toegepast op do zielen in het Vagevuur : eerst moeten wij dus zelve die aflaten verdienen , vóór deze door ons kunnen worden weggeschonken aan anderen, want niemand kan iets wegschenken aan anderen, waarover hij niet heeft te beschikken.

Is nu door ons aan die eerste voorwaarde voldaan, zijn wij in staat van heilig makende genade d. i. vrij van doodzonde, dan moeten wij als tweede voorwaarde voor het verdienen van aflaten, datgene doen, wat de Paus of andere overheden der Kerk, die aflaten kunnen geven , daartoe vereisohen. Wordt dus voor het verdienen van een aflaat , een gehed, eene versterving of eenig ander goed werk gevorderd , dan moeten wij , om aan dien aflaat deelachtig te worden , dat gebed hidden , die versterving ons getroosten, of dat andere voorgeschreve.ne goede werk volbrengen. Tot die „andere goede werkenquot; behoort ook somtijds : het geven van eene aalmoes. Door zulk eene aalmoes koopen wij dan geen vergiffenis van zonden , om de eenvoudige reden , Jat de aflaat geen vergiffenis van zonde is, maar de verkregene vergiffenis van zonden vóór het verdienen van den aflaat reeds wordt gevorderd. Door zulk eene aalmoes verrichten wij een werk van naastenliefde, dus een goed werk, waarvoor de H. Kerk ons, evenals voor dat gebed, of voor die versterving , beloont met een aflaat, eene kwijtschelding van nog overgebleven lijdelijke straf.

ocr page 10

............F

Met zulk eene kwijtschelding van tijdelijke straf, wordt, volgens de bemerking van den H. Thomas „niet de minste inbreuk gemaakt op de Godde-«lijke Gerechtigheid, daar er niets van de straf „wordt afgedaan, maar de boetvaardigheid van «den een aan den ander te stade komt.quot; De Kerk geeft namelijk bij het verleenen van aflaten aan ons, uit de onuitputtelijke schatten der voldoening van Christus, van Zijne H. Moeder Maria en van zooveel andere Heiligen, waarvan de uit-deeling Haar als schatbewaarster is toevertrouwd, aan de Goddelijke Eechtvaardigheid voldoening voor ons.

Bij die uitdeeling der Haar toevertrouwde geestelijke schatten, verleent de II. Kerk somtijds gedeeltelijke, somtijds volkomene of algeheels kwijtschelding van overgeblevene tijdelijke straffen. Gedeeltelijke kwijtschelding, gedeeltelijke aflaat is b. v. een aflaat van 7 jaren en 7 Cjuadragenen of 7 maal 40 dagen, d w. z. zooveel kwijtschelding van tijdelijke straffen, als wij zouden kunnen afdoen door eene boetedoening van 7 jaren en 7 maal 40 dagen volgens de oude kerkelijke regels. Volkomene kwijtschelding of volle aflaat beteekent: kwijtschelding van alle tijdelijke straffen, als had rnt'ii (ilgeheeh: voldoeninrj daarvoor gebracht Onder die volle aflaten is bijzonder merkwaardig de volle aflaat van het jübilé, waarover wij nu tot U gaan spreken.

ocr page 11

9

2. Wat is eeu jubilé-aflaat 3

Hoor een „juhilc-aflaatquot; verstaan wij: een vuile aflaat, waaraan bijzondere plechtigheden en voorrechten zijn verbonden.

Het woord jubilé, dat naar het grondwoord geschal beteekent, dat woord herinnert aan het groote feestjaar, hetwelk door de Joden op Gods bevel om de vijftig jaren moest worden gevierd. (Lev. XXV.) Dan ontving de slaaf zijne vrijheid weder; verkochte erfgoederen kwamen aan de vorige bezitters terug; bet veld bleef onbebouwd en wat er van zelf groeide, viel den arme ten deel; het was een jaar van vrijlating en kwijtschelding van buitengewone gunsten en zegeningen, van algemeener godsvereering en feestelijke verblijding. Zulk een jaar werd met bazvAn-geschal aangekondigd.

Het jubeljaar in de Katholieke Kerk heeft er in zooverre overeenkomst mede, dat ook dit een tijdkring is van bijzondere voorrechten en genaden. van hooger godsdienstig leven. Dan ontsluit het zichtbaar Hoofd der Kerk de geestelijke schatten, van welke hem door den Heer en Stichter der Kerk de uitdeeling is toevertrouwd. Dan vooral ziet men geestelijke schulden gedelgd, zielen uit de slavenketenen van den Satan verlost en in het bezit der verloren hemelsche goederen hersteld ; een volle aflaat wordt onder de gestelde voorwaarden verleend en het is boven-

ocr page 12

10

dien een tijd van bijzondere godsdienstige opwekking en geestelijke vreugde, riet voor één volk alleen, maar voor de gansche Katholieke wereld. Die bijzondere feesttijd wordt met bijzondere plechtigheden geopend, voortgezet en gesloten. Al die dagen is de gansche Kerk in eenparig en vurig gebed, zich voor God vernederend in vaste en boete. De geloovigen storten eene buitengewone aalmoes in den schoot der armen; zij snellen op bijzondere tijden ter kerk, waar ook Gods woord hen nog meer dan anders opwekt, zoodat zij smeekende harten en handen tot den Vader van alle barmhartigheid opheffen, om in alle oot-moedigheij en rouwinoedigheid Hem te verzoenen en te verbidden en met zuivere harten hun gebed voor het doeleinde van het jubilé aan te bieden. Dan ziet en hoort, ja voelt men het, wat buitengewone genadewerking er door de gansche Kerk rondgaat; wonderbare bekeeringen hebben plaats en de biechtvaders zijn van uitgebreider volmachten voorzien om de bezwaarde gewetens te verlichten en zelfs eenige ge lane beloften te veranderen of zelfs geheel op te heffen.

Men kan het jubilé in een gewoon en een buitengewoon onderscheiden.

Het gewone jubilé wordt sedert Paus Sixtus IV alle 25 jaren gevierd. Vroeger had Bonifacius VIII na het groote jubeljaar van 1300 bepaald, dat voortaan alle 100 jaren zulk een jubilé zou worden gevierd; doch Clemens bracht die zoo lange tijd-

ocr page 13

11

ruimte in 1343 op 50 jaren; Urbanus VI stelde het jubile, ter gedachtenis van Christus' levensjaren, op alle 33 jaren; terwijl Paulus II en Sixtus IV het op alle 25 jaren vaststelden. Zóó is het voor het eerst in 1475 en verder tot heden toe, het laatst nog onder Pius IX in 1875 gehouden

Het buitengewone jubilé wordt in bijzondere omstandigheden uitgeschreven; na de troonsbeklimming van een nieuwen Paus; bij eenigen grooten nood hetzij van de gansche Kerk of van eenig bepaald rijk of volk; of tot afwending van openbare rampen en om andere groote doeleinden. Aldus schreef Leo XIII een buitengewoon jubilé uit bij zijne verheffing tot den Pauselijken zetel en daarna op nieuw in 1881 om den nood der Kerk Waarom het buitengewoon jubilé voor dit jaar 1886 werd uitgeschreven zal U blijken uit de woorden van het Pauselijk schrijven, gegeven te Kome bij St. Pieter, den 22n December 1885. Dat schrijven „aan de Patriarchen, Primaten, „Aartsbisschoppen, Bisschoppen en andere Kerk-//vorsten, die in gemeenschap zijn met den H. ,/Stoel,quot; vangt aan als volgt:

,, Reeds een en andermaal hebben wij voor de „gansche christenwereld een buitengewoon Jubeljaar uitgeschreven, onder aanbieding der hemel-i/Sche genadeschatten, welker uitdeeling ter Onzer «beschikking is; het behaagt ons, dit ook voor „het volgend jaar uil te schrijven. Het nut hier-

ocr page 14

12

van kan u, Eerwaardige Rroeders, die tijden en «zeden kent, ongetwijfeld niet ontgaan: maar „toch is er een geheel bijzondere reden, waarom «het nemen van dit Ons besluit, thans meer wellicht dan ooit, wenschelijk moet geacht wor-„den. Immers uit de onderwijzing in Onze vorige «Encycliek gegeven, van welk belang het namelijk „is voor den Staat, om zich aan de waarheid en „den vorm van het Christendom nauw aan te „sluiten , kan men gemakkelijk beseffen, hoezeer „het overeenkomt met het doel, door ons bij die „onderwijzing beoogd, dat Wij uit al Ons ver-„mogen trachten, de menschen tot de oefening „der Christelijke deugden op te wekken of terug „te brengen. Want de Staat heeft dien vorm, „welken de zeden des volks er aan geven; en „gelijk de deugdelijkheid van een schip of van „een gebouw afhangt van de deugdelijkheid aller „onderdeden en van hun onderling verband, „evenzoo nagenoeg kan de maatschappij geen „geregelden en onverstoorden loop hebben, wan-„neer de burgers den rechten levensweg niet „bewandelen. De staatsregeling zelve, en alle „handelingen van het openbaar staatsleven hebben „hunne wording zoowel als hunne afschaffing aan „het toedoen der menschen te danken: de men-„schen nu hebben de gewoonte, hunne meeningen „en zeden daarin uit te drukken en af te spiegelen. „Opdat derhalve de door Ons gegevene voor-„schrilten ingaan in het hart der bijzondere per-

ocr page 15

18

;/soneii, en — waar het eigenlijk op aankomt-— ,/regel worden voor hun dagelijksch leven, moet «men trachten, hen te doen besluiten, om Chris-„telijk te denken en Christelijk te handelen, even „goed in het openbaar en maatschappelijk, als „in het huiselijk leven.

„En zooveel te ijveriger moet hiernaar ge-„streefd worden, naarmate grooter gevaren zich „overal dreigend verheffen. Want van de voor-„vaderlijke deugden is niet weinig verloren ge-„gaan; de ongeregelde driften, uit haren aard „reeds zoo machtig, zijn door te groote vrijheid „in kracht toegenomen; de ongerijmdheid van „allerlei meeniugen, door niets of niet genoeg „beteugeld, breidt zich met iederen dag verder „uit; zelfs onder hen, die goede gevoelens hebben, „durven velen, door valsche schaamte weerhouden, „hunne gevoelens niet vrijmoedig belijden, veel „minder nog in overeenstemming daarmede te „handelen; de verderfelijkste voorbeelden krijgen „overal grooter invloed op de zeden der volken; „en de vroeger door Ons aangewezene kwade „genootschappen, in misdadige kunstgrepen volleerd, trachten het volk te misleiden en de „mensehen, zooveel '/ij maar kunnen, van God, „van hunne heiligste plichten en van het Chris-„telijk geloof af te trekken en te vervreemden.

„Bij den druk derhalve van zooveel kwaad, „dat door zijn langen duur steeds voortwoekert, „mogen Wij niels verzuimen, wat eenige hoop

ocr page 16

14

//Op verlichting brengt. Daarom, en met die «hoop, gaan Wij een heilig Jubilé uitschrijven, //allen, wieu hunne zaligheid ter harte gaat, ver-//inanende en aansporende, om een weinig in zich „zeiven te keeren en hunne in het aardsche ver-//zonkene gedachten tot hooger zaken op te heffen. //Heilzaam zal dat werken niet alleen voor de „bijzondere personen, maar ook voor het alge-„meen belang: daar het openbaar leven en de „algemcene zeden in eer en deugd zóóveel zullen „winnen, als iedereen in zelfvolmaking zal zijn „vooruitgegaan.quot;

Om dat doel te bereiken verlangt Z. H. dat de geloovigen door vrome en voor iedereen bevattelijke toespraken onderricht en vooral tot boetvaardigheid en versterving opgewekt zullen worden. En „daar de eenige hoop op redding „uit den grooten nood, waarin menschen en „volken verkeereu, op de bescherming en hoede „van onzen Vader in den hemel gevestigd is,1' gaat Z. H. voort, ,/Zoo wenschen Wij bovendien „een aanhoudenden en vertrouwvollen ijver voor //het gebed te zien herleven, [n elk voor het ,/christendom gewichtig oogenblik, en zoo dikwijls „de Kerk door gevaren van buiten, of door „inwendige beroeringen gedrukt ging, toonden „onze voorouders, door de oogen smeekend hemel-r/waarts te heffen, ons op schitterende wijze, hoe „en van waar wij licht voor den geest, kracht „voor de deugd en ware hulp in den nood

ocr page 17

15

„moesten trachten te verkrijgen Want diep was «hun hart doordrongen van de voorschriften des „Heeren; „vraagt, en u zal gegeven worden-, altijd „moet men bidden en niet ophoudenquot; Even zoo „luidt het woord der Apostelen: nbidt zonder „ophouden; ik smeek derhalve, vooral dal allen „smeekingen, gebeden, verzoeken, dankzeggingen „doen voor alle menschen.quot; quot;

Terwijl de H. Vader aldus niet slechts tot versterving, maar ook tot gebed opwekt, beveelt Hij opnieuw het gebed aan van den allerheilig sten rozekrans. Ongetwijfeld zullen aller wegen, naar het verlangen des Pausen, opwekkingen tot versterving en gebed in dit jubilé-jaar worden gehouden, daarom, godvruchtige lezer, gaan wij in dit ons //Onderrichtquot; oniniddelijk over tot de derde vraag, die wij zouden beantwoorden

3. Wat wordt er van ons gevorderd om den jubilé-aflaat van 1886 te verdienen.

1°. De aflaat van het Jubilé kan verdiend worden tut aan den laakten dag van het jaar 1886.

2°. Het kerkbezoek moet zesmaal geschieden. Waar meer dan drie kerken zijn, moet men drie kerken, aan te wijzen door de Bisschoppen of hunne daartoe gevolmachtigden, tweemaal bezoeken; waar slechts twee kerken zijn, moet men deze twee kerken ieder driemaal bezoeken; waar slechts ééne kerk is, moet men deze eenc kerk

ocr page 18

16

zesmaal bezoeken. Bij zulk kerkbezoek verlangt Z. H. dat wij „eenigen tijd aandachtig tot God ,/Zullen bidden voor het heil en de verheffing ,/der Katholieke Kerk en van dezen Aposlolischen /;Stoel, voor de uitroeiing der ketterijen en de „bekeering aller dvvalenden, voor de eendracht „der Christen Vorsten en den vrede en de eenheid „van geheel het geloovige volk.quot;

3quot;. Men zal op twee dagen moeten msteu en zich onthouden, even als op Goeden Vrijdag (indien er voor zulke onthouding als op Goeden Vrijdag niet gedispenseerd is

4°. Eene aalmoes moet gegeven worden voor eenig goed werk, dat de voortplanting en den bloei van het Katholiek geloof ten doel heeft. De H. Vader heeft bepaaldelijk twee goede werken aangeprezen, namelijk de bijzondere scholen voor lager onderwijs en de seminariën.

50. Men moet eenmaal na eene rouwmoedige biecht de H Communie ontvangen. Hieraan voldoet men niet door de H. Paasch-Communie.

Voor kloosterlingen, gevangenen en zieken kunnen door den Biechtvader de bovengenoemde voorwaarden van kerkbezoek en vasten in andere werken van godsvrucht worden veranderd.

Voor kinderen die nog niet tot de le H. Communie zijn toegelaten, kan door den Biechtvader, wat aangaat de voorwaarde van het Communiceren , worden gedispenseerd.

ocr page 19

HOOFDSTUK II.

«EBEDEIII.

1. Opdracht bij het Morgengebed.

Geloofd zij Jesus Chuistüs. Amen.

Mijn God en mijn Zaligmaker Jesus Christus, ik vereenig mij op dit oogenblik met alle godvruchtige oefeningen , met alle verstervingen , en goede werken, welke in deze genadedagen hier en over de gansche wereld geschieden ; ik bied het Uw beminnelijk en aanbiddelijk Hart aan : tot eerherstel voor allen u aangedanen smaad, inzonderheid door ongeloof en godslastering; ik bied het uw goddelijk Hart aan tot eene U welgevallige voorbede voor Uwe Bruid, onze Moeder de il. Kerk; voor onzen H. Vader den Paus; voor de bekeering van alle ongeloovigen , dwalenden en zondaren , inzonderheid van . . . . ; voor mij zeiven, om de genade van eene ware boetvaardigheid en gelukzalige volharding. Ik vraag het uw goddelijk Hart, door de voorspraak van uwe Onbevlekt Ontvangen Moeder en van

ocr page 20

18

den H. Josef, van de Apostelen Petrus en Paulus, van den H. Willebrordus, apostel en Patroon van ons Vaderland, van alle onze Geloofsverkondigers , onze Martelaren van Gorkum en al Uwe Heiligen. Amen.

Éeu tientje ter eere van Maria, Koningin van den allerheiligsten Rozekrans.

2. Oefening bij het Avondgebed.

Geloofd zij Jesüs Christus. Amen.

Goedertierene God, barmhartige Zaligmaker, Heer Jesus Christus , ik draag bij het einde van dezen dag aan Uw van liefde brandend Hart alles op, wat heden ter Uwer aanbidding en verheerlijking over de gansehe aarde is geschi 1 neem het als een welbehagelijk smeekgebed aa. voor uwe Bruid, onze Moeder de H. Kerk; voor onzen H. Vader ; voor de bekeering van alle ongeloovigen, dwalenden en zondaren, inzonderheid van . . . ; voor mij zeiven om de genade van eene ware boetvaardigheid en gelukz-dige volharding. Ik vraag het uw goddelijk Hart, door de voorspraak van uwe Onbevlekt Ontvangen Moeder, van de Apostelen Petrus en Paulus, van den H. Willibrordus, apostel en Patroon van ons Vaderland , onze Martelaren van Gorkum, en al Uw,; Heiligen. Amen.

Één tientje ter eere der H. Maagd, Koningin van den allerheiligsten Rozekrans.

ocr page 21

19

III. Misgebeden.

Opdracht bij het begin der H. Mis.

God, hetnelsche Vader, die mij naar Uw beeld hebt geschapen; God, de Zoon, die om mij te verlossen, de menschelijke natuur aangenomen, uw kostbaar bloed vergoten en den bitteren kruisdood gestorven zijt; God de H. Geest, die mij in het H. Doopsel geheiligd, en tot het ware geloof geleid hebt; o Gij, allerheiligste Drieëenheid, geef mij de genade, dat ik dit H. Misoffer godvruchtig bijwone, en het met den priester, in vereeniging met alle offeranden over de gansche aarde, aan uwe goddelijke majesteit opdrage;

1. tot eer en glorie van Uwen H. Naam, om te belijden, dat Gij de eenige God en Opperheer over ons menschen en alle schepselen zijt, wien alléén dit offer toekomt;

2. tot dankbare gedachtenis, gekruiste Jesus, van uw bitter lijden en sterven;

3. tot eerherstel voor allen smaad, hetzij door ongeloof, door dwaling, door heiligschennis of andere zonden U, goede .lesus, aangedaan, inzonderheid hier, .... en in ons Vaderland;

4. tot dankzegging voor alle genaden en weldaden , vooral aan mij, onwaardige, bewezen;

5. tot voldoening voor al mijne zonden, overtredingen en ondankbaarheden ; tot bekeering van alle ongeloovigen, dwalenden, inzonderheid van ..;

ocr page 22

20

m

6. tot verwerving (Jwer goddelijke hulp voor Uwe dierbare Bruid, onze Moeder de H. Kerk; voor onzen H. Vader; voor onzen beminden Bisschop; voor onze herders, zielzorgers en al onze geestelijke en tijdelijke overheden; voor alle ge-loovigen en bijzonder voor hen die vervolging lijden om uwen H. Naam;

7. tot heiliging, of tot herstel van het Christelijk huisgezin; tot bevestiging der dierbare jeugd in geloof, onschuld en deugd; voor de behoefte onzer geliefde ouders, bloedverwanten, vrienden en weldoeners, bepaaldelijk voor...; voor mij zeiven, om -de genade van eene ware boetvaardigheid, gelukkige volharding en een zalig sterfuur;

8. voor allen en inzonderheid voor de zondaars die op dii oogenblik in doodstrijd zijn, en o God! aanstonds voor Uw oordeel gaan verschijnen;

9. voor alle overledenen , bijzonder voor .. .; ook voor hen die de eerste pijnen van het vagevuur verduren, en die het meest verlaten zijn.

Neem, barmhartige God, dit offer goedgunstig aan; laat deze opdracht U welbehagelijk zijn, en verhoor mijn gebed, door onzen lieer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Acten van eerherstel.

Gezegend zij God.

Gezegend zij zijn Heilige Naam.

A

ocr page 23

21

Gezegend zij Jesus Christus, waarachtig God en waarachtig mensch.

Gezegend zij de Naam van Jesus,

Gezegend zij Jesus in het Allerheiligte Sakra-ment des Altaars.

Gezegend zij de onvergelijkelijke Moeder van God, de allerheiligste Maagd Maria.

Gezegend zij hare heilige en Onbevlekte Ontvangenis.

Gezegend zij de naam van Maria, Maagd en Moeder.

Gezegend zij God in zijne Engelen en Heiligen. A.men.

Acte van eereboete.

Barmhartige Jesus, tot eenig eerherstel voor al den smaad, door mij en anderen U zoo dikwerf aangedaan, spreek ik hier, in uw heilige tegenwoordigheid, met een opgewekt en levendig geloof tot U: Gij zijt de Christus, Gij de Zoon van den levenden God! Ach, versterk mij, opdat ik mij toch nooit schame, ü ook voor de menschen te belijden. Want Gij zijt mijn Opperheer, Gij mijn oorsprong en mijn laatste einde: ik aanbid U als den Heer van leven en dood ; ik wensch U te aanbidden met al de aanbidding, welke Uwe gezegende Moeder Maria, alle Heiligen en hemelsche Geesten U ooit toebrachten , nog toebrengen, in alle eeuwigheid toebrengen zullen.

ocr page 24

22

Dat heel de aarde Ü aanbid de en verheffe; dat zij een lofzang zinge aan uwen Naam, o Heer! Aan U zij eer en glorie van alle schepselen nu en altijd. Amen.

Verheerlijking der Allerheiligste Drie-eenheid.

Glorie zij fiod den Vader, die mij door Zijne almacht naar Zijn eigen beeld heeft geschapen.

Glorie zij God den Zoon, die mij door Zijne eeuwige wijsheid uit dood en hel heeft verlost en de poorten des hemels ontsloten.

Glorie zij God den H. Geest, die mij in Zijne goddelijke liefde door het Doopsel heeft geheiligd, en nog onophoudelijk mijne heiliging werkt door al die genaden welke Zijne oneindige goedheid mij eiken dag verleent.

Glorie zij aan de drie aanbiddelijke Personen der Allerheiligste Drieëenheid.

Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd , en in de eeuwen der eeuwen. Amen,

Heilige Drievuldigheid, één God, wij aanbidden U, wij verheerlijken U; wij danken U allerootmoedigst , wijl het U heeft behaagd, ons dit glorierijke en verheven geheim te openbaren. Wij smeeken U, dat wij door eene standvastige belijdenis van dit geloof eens mogen aanschouwen en verheerlijken in den hemel wat wij hier ge-looven op aarde; één God in drie Personen, den Vader , den Zoon' en den H. Geest, Amen.

ocr page 25

Gebeden

die volgens voorschrift van Zijne Heiligheid Paus Leo XIII 6 Jan. 1884 na elke gelezene Mis moeten gebeden worden en waaraan 300 dagen aflaat verbonden zijn.

Driemaal het Wees gegroet Maria , enz. Daarna eenmaal:

„Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid !

„Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet.

z/Tot ü roepen wij , ballingen, kinderen van Eva.

/,Tot U smeeken wij , zuchtend en weenend in dit dal van tranen.

,/Daarom dan , onze Voorspreekster , ach , sla op ons Uwe zoo barmhartige oogen.

„En toon ons, na deze ballingschap, Jesus , de gezegende vrucht Uws liehaams.

„O goedertierene, o meêdoogende, o zoete maagd Maria.

„Bid voor ons, 11. Moeder Gods,

„Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Laat ons bidden.

O God, onze toevlucht en onze kracht, verhoor de godvruchtige gebeden Uwer Kerk en geef dat wij door de voorspraak der glorierijke en onbe-

ocr page 26

24

vlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den II. Joseph, van Uwe gelukzalige Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen , datgene raet der daad mogen Verwerven, wat wij in de tegenwoordige behoeften ootmoedig vragen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

4. Gebeden bg het kerkbezoek

Aanbidding van het H. Sacrament.

Geloofd, aanbeden en gedankt zij ten allen tijde het Allerh. Sacrament des Altaars, Amen.

Ik geloof. Lieve Jesus, dat Gij hier onder ons in het Geheim van Liefde zelf tegenwoordig zij t; ik aanbid ü uit den afgrond van mijn niet en bedank U voor al Uwe weldaden, maar in het bijzonder voor die weldaad, dat Gij dit H. Sacrament hebt ingesteld; dat Gij mij de genade van het geloof aan Uwe tegenwoordigheid in dit H. Geheim hebt geschonken, en dat Gij mij geroepen hebt om U hier thans te komen aanbidden. Vermeerder, Dierbare Verlosser, mijn geloof en wek in mijn hart op eene dankbare wederliefde. Amen.

Gebed voor onzen Heiligen Vader den Paüs.

Wij smeeken u, o God I Herder en bestierder aller geloovigen, zie genadiglijk neder op uwen

ocr page 27

25

dienaar Leo XIII, dien Gij als Opperherder Uwer Kerk hebt willen aanstellen; verleen hem, dat hij met woord en voorbeeld de hem onder-hoorige geloovigen moge stichten, opdat hij eens, met de hem toevertrouwde kudde, tot het eeuwig leven moge ingaan. Door Christus onzen Heer. Amen.

Tot uitroeiing der kettehijen.

O Jesus! waarachtig licht, dat eiken mensch verlicht, die in deze wereld komt, verdrijf, bid ik U, door de onschatbare kracht van Uw lijden en dood, al de duisternis der dwaling en geloofsverdeeldheid, en geef, dat alle schepselen Uwe waarheid omhelzen en in den liefdevollen schoot Uwer eenig ware Kerk terugkeeren. Goede Herder, die uw leven hebt ten beste gegeven voor uwe schapen, bescherm Uwe kudde en hoed en verzorg ons als de uitverkorene lammeren uwer weide ; beveilig ons tegen de macht en de hinderlagen van hen, die als valsche Profeten zich in schaaps-kleederen aan ons voordoen, maar die inwendig grijpende wolven zijn. Geef, dat allen slechts een eenigen en denzelfden Herder, Jesus Christus namelijk en Zijn Plaatsbekleeder op aarde, den Paus, erkennen en dat allen slechts eene eenige kudde uitmaken. Blijf met ons, Heer, gedachtig aan de belofte, die gij zelf ons gedaan hebt: ;/Ziet, ik ben met u al de dagen tot aan de

ocr page 28

26

voleinding der eeuweuquot; Toon, dat Uwe Kerk gegrondvest is op de steenrots en dat de poorten der hel niets tegen baar vermogen Amen. .

Onze Vader — Wees gegroet.

Om de eendracht te verwerven der Christen Vorsten.

O God, uit Wien alle heilige begeerten, alle goede voornemens en alle werken van rechtvaardigheid hunnen oorsprong nemen, verleen aan uwe dienaren dien vrede, welken de wereld niet geven kan, opdat wij in volle onderwerping aan Uwe geboden en bevrijd van alle vreeze voor onze vijanden, onder uwe bescherming vreedzame dagen mogen beleven. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met u leeft en heerscht, een met den H. Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Gebed van den H. Fuanciscüs Xaverius vooh alle ongeloovigen.

Eeuwige God, Schepper van al wat bestaat, gedenk dat de zielen der ongeloovigen door ü geschapen en ook naar Uw beeld en gelijkenis geschapen zijn. Zie, Heer, U ten smaad, wordt de hel met die zielen gevuld. Gedenk dat Jesus, uw Zoon, voor het heil dier ongelukkigen den bittersten dood gestorven is. Gedoog, bid ik U,

ocr page 29

27

uiet langer, dat Uw Zoon door de ongeloovigen geminacht worde, maar, verzoend door de gebeden der heiligen en der Kerk, de Bruid van Uw allerheiligsten Zoon, wees Uwer barmhartigheid indachtig en, hunne afgoderij en hun ongeloof vergetend, bewerk, dat ook zij eenmaal erkennen, dien Gij gezonden hebt. onzen Heer Jesus Christus, die in onze zaligheid, ons leven en ouze verrijzenis, door Wien wij verlost en bevrijd zijn en aan Wien zij heerlijkheid door de eindelooze eeuwen der eeuwen Amen.

300 dagen nfl. Pius IX, 24 Mei 1847.

6. Gebed op de dagen dat men Tast.

Almachtige en barmhartige Heer, die liever wilt, dat alle boetvaardige ziel welke U hare schuld belijdt, zich verbetere dan dat zij verloren ga; zie op ons. Uwe dienaren, neder, en wend, om de offerande van versterving, onthouding en vasten, welke wij U tot boete voor onze schulden aanbieden, de gramschap Uwer verontwaardiging van ons af, en vergeef ons al onze zonden.

Wij bidden U, Heer, geef ons, dat wij, door het heilrijke vasten geleerd, ons van alle ondeugden onthouden, en Uwe erbarming verwerven.

Stort, bidden wij U, Heer, Uwe genade goedgunstig in onze harten uit, opdat wij, liever in den tijd ons vleesch tuchtigen, dan dat wij naar de eeuwige straffen verwezen worden Ver-

ocr page 30

28

hoor ons, barmhartige Vader. Door Jesus Christus, uwen Zoon. Amen.

6. Opdracht der aalmoes.

Goddelijke Zaligmaker die ons hebt geleerd „geef en U zal gegeven wordenquot; zie goedgunstig neder op de liefdegave, die wij naar het verlangen van Uwen Stedenhouder op aarde offeren; neem dat offer aan tot' dankbaarheid voor het offer van U zei ven voor ons; neem het aan tot welzijn der jeugd, die aan zoovele gevaren is blootgesteld en verleen ons, dat wij meer en meer onthecht aan de goederen dezer aarde, matig, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven en de eeuwige goederen des hemels deelachtig worden. Door Christus onzen Heer. Amen.

7. Tóór de Biecht.

Dierbare Verlosser, om deelachtig te worden aan den Jubilé-aflaat, mij door Uw Stedehouder aangeboden, is het een eerste vereische, dat ik mij van alle zonde zuivere, liet Sacrament daartoe door U ingesteld, wensch ik dan ook met bijzondere voorbereiding te ontvangen; help mij, dat voornemen volbrengen : verlicht mijn verstand opdat ik mijne zonden kenne; tref mijn hart opdat ik ze oprecht verfoeie; open mijnen mond om ze

ocr page 31

29

naar waarheid te belijden en schenk mij de kracht om ze nimmermeer te bedrijven. Amen.

1 tientje ter eere van O. L. V. Koningin van den allerh. Rozukrans.

8. Na de Biecht.

Heb dank, o barmhartige God, voor de onuitsprekelijke blijken Uwer liefde: Gij hebt mij niet in mijne zonden laten sterven, maar in Uwe onbegrijpelijke Langmoedigheid hebt Gij mij verdragen; — in Uwe nooit volprezene Goedheid hebt Gij mij uitgenoodigd, mij met U weder te verzoenen; — vol van Barmhartigheid hebt Gij mij, toen ik gehoor gaf aan Uwe uitnoodiging, terstond weder als Uw kind aangenomen. Neen, o mijn God, nimmermeer zal ik U door eene vrijwillige zonde beleedigen; ik zal over mij zeiven en over de mij omringende gevaren waken ; ik zal de middelen gebruiken, die de Biechtvader ter mijner verbetering mij heeft aangeraden. Ach, Barmhartige God, geef toch dat ik dit mijn oprecht gemeend voornemen volbrenge. Amen.

(Tientje ter eere van O. L. V., Koningin van den Allerh. Rozekrans.)

9. Yóór de H. Communie.

Ik geloof, o mijn God, dat Gij één zijt in wezen en drievuldig in personen; ik geloof dat

ocr page 32

30

de tweede persoon der H, Drievuldigheid voor ons is mensch geworden en dat Gij de looner rijt van het goed en de straffer van het kwaad; ik geloof alles, wat Gij ons hebt geopenbaard en door Uwe H. Kerk te gelooven voorstelt; —ik geloof daarom in de waarachtige tegenwoordigheid van Jesus Christus in het aanbiddelijk Sacrament, dat ik ga ontvangen.

Ik hoop en vertrouw op U, o mijn God, om door de verdiensten van Jesus Christus den hemel te zullen bekomen en alle middelen te zullen verkrijgen, die daartoe noodig zijn.

Ik bemin U, liefdevolle God, uit geheel mijn hart, omdat Gij boven alles beminnelijk zijt; ik bemin mijne naasten, gelijk mij zeiven, omdat Gij mij zulks bevolen hi bt.

Ach Heer, terwijl ik zeg, dat ik U bemin, moet ik denken op zoovele afwijkingen en zonden in mijn vroeger leven, daarom roep ik U toe met Uw Apostel: Heer ga van mij weg, want ik ben maar esn zoncug mensch; — met den hoofdman zeg ik tot U: Heer, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak. Maar, ach Heer, Gij kent mij, Gij weet wie ik ben en toch noodigt gij mij uit; Komt allen tot mij, die belast zijt en beladen en ik zal U verkwikken. Gij dwingt mij zelfs, om tot U te komen, want Gij roept mij toe: „indien gij het vleesch van den Zoon des menschen niet eet en Zijn bloed niet drinkt, zult gij het leven niet in U hebben.

ocr page 33

31

Daarom dan Heer, omdat Gij mij uitnoodigt, daarom kom ik tot U en roep ik ü toe met onbeperkt vertrouwen: spreek maar eéu woord en mijne ziel zal gezond worden. Kom spoedig Heer, ik verlang naar U, gelijk een dorstend hert verlangt naar de frissclie waterbronnen! Kom Heer, kom spoedig, ik kan niet leven zonder U.

10. Na de H. Commnuie.

Duizendmaal dank, lieve Jesus, voor die onuitsprekelijke weldaad. Gij bij mij! en ik bij ü! Hoe gelukkig gevoel ik mij in Uwe goddelijke tegenwoordigheid! Maar eer ik verder tot ü spreek, ach Heer, wisch eerst alles in mij uit, wat in mij nog aan U mishaagt en vul alles aan, wat mij nog ontbreekt in Uw heilig oog.

En nu smeek ik ü voor allen die mij dierbaar zijn: zegen Heer, onzen H. Vader den Paus, onzen Bisschop en allen, die Gij aan het hoofd Uwer Kerk hebt gesteld; zegen mijne ouders, bloedverwanten en vrienden; zegen hen allen en get f toch, dat zij ü kennen, dienen en beminnen en allen eenmaal zalig mogen worden. Bekeer de zondaren, verlicht de ongeloovigen, bescherm ae jeugd, die aan zoovele gevaren, vooral in onze dagen is blootgesteld. God van goedheid en van medelijden, ontferm U toch over de geloovige zielen in het vagevuur; vooral over diegenen, die hier op de wereld met mij verbonden waren

ocr page 34

32

en ook over hen, die hier geheel vergelen zijn en die dus aan hulp de meeste behoefte hebben: Heer, geef de geloovige zielen de eeuwige ruat en het eeuwig licht verlichte hen, dat zij rusten in vrede.

Zegen ook mij, dien Gij thans bezoekt in de H. Communie; zegen mij naar lichaam en ziel; bewaar mij toch voor zonden en, — ja thans durf ik het U te vragen, — ach, wanneer eenmaal het uur van sterven voor mij is gekomen, bewaar mij dan toch voor een haastigen en on-voorzienen dood; laat mij eerst bediend worden met de HH. Sacramenten; kroon dan Heer, op dien laatsten dag van mijn leven Uwe tallooze weldaden, kom Gij zelf dan tot mij in de H. Communie, als reisspijze naar de eeuwigheid, opdat in mij vervuld worde het woord van Uwe belofte : die mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, heeft het eeuwige leven. Ja dan hoop ik Ü voor eeuwig in den Hemel te bezitten, dienzelfden God, dien ik nu bezit in de H. Communie, maar dan niet meer, zooals nu, verborgen onder die nederige gedaante, maar dan openlijk in Uw glorie, zooals gij de vreugde der engelen en het loon zijt der zaligen Dat hoop ik; dat smeek ik U; zóó zij het! Amen.

ocr page 35

33

11. Geheimen om te gedenken by het bidden Tan den Bozekrans.

Blijde geheimen :

1quot;. de boodschap des engels;

2°. bezoek van Maria aan Elisabeth;

3°. geboorte van Christus;

4°. opdracht van Christus in den tempel;

5°. terugvinding van het kind Jesus in Jeru-ïalem.

Droevige geheimen ;

1°. doodsangst in den hof Getbsemani; 2quot;. geeseling van Christus, 3°. doornenkrooning;

•tquot;. Christus neemt het kruis op Zijne schouderen ;

5o, Christus sterft op Calvarië.

Glorievolle geheimen :

1°. verrijzenis van Christus;

2quot;. hemelvaart des Heeren;

3°. zending des H. Geestes; 4° ten hemelopneming van Maria; 5quot;. krooning van Maria.

ocr page 36

HOOFDSTUK III.

[Bij de opgaveu der zangwijzen, duiden de letters (V. M. de Nieuwe Me/odiën, M. de Melodiën aan, in het R. K. Jongenshuis te Tilburg gedrukt, en alom voor geringen prijs te verkrijgen ; — II. wijst op de Gezangen, door J. brfcrendonk te Amsterdam uitgegeven.]

1. Smeekzan? tot den H. Geest.

VENI CREATOR SPIRITUS.

Wijzen : Creator al me siderum, en andere kerkzangen ; — O Deus, ego amo Te; — O Moeder Gods, o reinste Maagd! — M. 27, 69, en vele melodiën.

Kom, Schepper, kom, o Heil'ge Geest! Bezoek de harten die Ge U riept,

En met Uw hemelsche gena,

Vervul de zielen die Gij schiept.

ocr page 37

35

Dien men als Trooster, als de Gaaf Van God den Allerhoogste roemt; En Levensbron, en Liefde, Vuur, En geestelijke Zalving noemt;

Gij, die met zevenvoude gaaf. Des Vaders rechtervinger blijkt,

Eu als zijn trouw beloftewoord Den mond met milde spraak verrijkt;

Ontsteek de zinnen door uw licht. Stort in de harten liefde neer;

En naar de krankten van ons vleesch, Versterk ons altijd meer en meer.

Verdrijf den vijand ver van ons,

Voer ons den vrede spoedig aan: Dat wij aldus door U geleid.

Al wat ons schaden kan, ontgaan.

Geef, dat een elk den Vader kenn', En God den Zoon met ons belijd', Dat wij in U, als Beider Geest, Gelooven nu en t' allen tijd.

Aan God den Vader lof en eer, Aan Zijn uit 't graf verrezen Zoon! Zij lof en eer den Trooster ook Door aller eeuwen eeuw geboon.

ocr page 38

36

2. Danklied na dc H. Mi'.

Wijzen, als Lied l.

Zoo is dan 't offer van het Kruis Hier weer gebracht in 's Heeren huis, Het Lam, dat op Calvarie stierf,

Ons 't leven door zijn dood verwierf.

't Was Jesus, onze Middelaar,

Die Oifer zelf en Offeraar,

Zich onder schijn van wijn en brood, Voor ons den eeuw'gen Vader bood.

Hij bracht aan 's levens Opperheer In onzen naam oneindige eer.

Den dank aan aller gaven Bron,

Zooals geen schepsel brengen kon.

Hij vroeg aan God, door ons vergramd. Op ons te rechl in toorn ontvlamd, Vergeving door zijn offerbloed.

En heeft ons, zondaars, weer behoed.

Hij bad met heel de Christenschaar, Thans neêrgeknie'd voor 't smeekaltaar. Bij Zijn verzoenden Vader meê, En vroeg verhooring onzer beê.

ocr page 39

37

O Godlijk Lam, voor ons geslacht !

U dan zij onze dank gebracht; Wij smeeken door Uw dierbaar Bloed, Dat Ge ons voor alle kwaad behoedt.

3. Aan Jesus eer!

KA DE H COMMUNIE.

Wijze; Dal Jesus lev'! B., en M. 16 1.

Aan Jesus eer!

Zoo stijge ons dankbaar smeeken,

ij Aan Jesus eer! door aarde en hemelheer! O zoete naam, dien ik nimmer kan spreken, Of 'k voel te feller in liefde me ontsteken, Aan Jesus eer! (6is.)

2.

Aan Jesus eer!

Is 't lied der Christen scharen.

Aan Jesus eer! Hem onzen God en Heer, Die al wie trouw om Hem henen vergaren, Trouw in den strijd voor zijn naam zal bewaren, Aan Jesus eer! (iis.)

ocr page 40

38

3.

Aan Jesus eer!

Mog ook de zondaar zuchten,

En tot zijn Heer ga Hij rouwmoedig weer; Geen boet'ling, neen! heeft zijn wrake te duchten, Hij heeft alleen in zijne armen te vluchten. Aan Jesus eer! (bis.)

4.

Aan Jesus eer!

Is 't lied van 't zielsvertrouwen,

Aan Jesus eer! zoo roepen we immer weer; Hoe langer toch wij Zijn wonden beschouwen, Hoe méér ons ook onze zonden berouwen, Aan Jesus eer! (bis.)

5.

Aan Jesus eer!

Is 't lied der hemelzalen.

En 't Eng'lenkoor valt diep aanbiddend neêr; Dat moet heel de aard' met haar tongen en talen, Dat al wat is door alle eeuwen herhalen. Aan Jesus eer! (bis.{

6.

Aan Jesus eer!

Nog eens het aangeheven!

Aan Jesus eer! en immer, immer meer!

ocr page 41

39

Aan Hem alléén zij van nü af ons leven! Aan Hem gehéél ons ten offer gegeven! Aan Jesus eer! (bis.)

7.

Aan Jesus eer!

Zoo blijve ons danklied stroornen, Aan Jesus eer! voor eeuwig onzen Heer! Hij zelf, Hij zélf is nu in ons gekomen, Hij zelf heeft ons tot de zijnen genomen. Aan Jesus eer! [bis.)

4. Maria onbevlekt ontvangen.

Lieve Moeder van den Heer!

Laat ons om Uw zetel dringen,

Laat Uw kind'ren ü ter eer 'tZielverrukkend feestlied zingen,

't Moet weêrklinken luid en blij: 1 Moeder onbevlekt zijt gij! f is

't Heeft reeds 't wijde wereldrond En herscheppend overklonken

't Woord door Pius' mond verkond; En uw kind'ren vreugdedronken

Jub'len op Uw feestgetij; 1 ^

Moeder, onbevlekt zijt gij! \ 1

Neen dat loflied zwijgt niet meer: Tot aan 's werelds verste palen Zullen met het hemelsch heer

ocr page 42

40

Al Uw kind'ren 't luid herhalen 't Woord van 't zalig jubdtij : Moeder, onbevlekt zut gij !

En we voegen dank en beê Aan de blijde feestgezangen;

Wie, wie dankt niet met ons mee Voor al 't. heil door U ontvangen

In het zalig jubeltij .

Moeüer, onbevlekt zut gjj!

Zonnezuiv're Moedermaagd!

Om de glorie ü gegeven,

Hoor ook wat ons hart U vraagt: Dat we na een schuldloos leven Eeuwig jub'len aan üw zij':

Moedeu, Onbevlekt zut gij!

5. Aau den H. Josef.

Wijze: M. 64, als het Oostenrijksch volkslied, andere melodiën.

1.

Eenigen. Heil'ge Josef! trouwe hoeder

Van Uw god'lijk Voedsterkind, Die Uw' Jesus heel Uw leven Onuitspreeklijk hebt bemind: ( Heil'ge Josef! vraag dat wij e quot; l Hem beminnen zoo als gij.

ocr page 43

41

2.

Eenigen. Heil'ge Josef! die Uw' Jesus In Uw stulpje met U hadt,

Vaak van d' arbeid tot Hem opziend, Stil en inuig Hem aanbadt: . ƒ Heil'ge Josef! vraag dat wij l Jesus dienen zoo als gij.

3.

Eenigen. Heil'ge Josef! door Gods Zone In Uw ned'rig werk verlicht, Daar Maria 't oog vol liefde

Op haar Kind en Bruigom richt: 1 Vraag, dat in hun aanschijn wij | Ons verblijden zoo als Gij.

4.

Eenigen. Heil'ge Josef! die in de armen

Van Uw Bruid en Pleegkind stierft, En voor Uw getrouwe liefde

't Loon der eeuwigheid verwierft; , ( Heil'ge Josef! vraag dat wij \ Zalig sterven zoo als Gij.

ocr page 44

42

fl. Aan de HH. Apostelen Petrus en Fanlns.

DECOKA LUX.

Wjjze: o. a.: 0 Moeder Gods, o reinste Maagd 1 doch het 5e vers op de herhaling van den ieii muzlek-regel, — of; Maria! Kees gebenedijd.

Het heerlijk licht der eeuwigheid Heeft zijn welzalig vuur verbreid En mild den gulden dag bespreid ,

Die beide A postel vorsten kroont,

Der schuld den open heilweg toont.

Gij, groote Leeraar dezer aard'!

En Gij, die 's hemels poort bewaart Die, Vaders, 't nieuwe Home sticht, En Rechters, voor Uw aangezicht De volken van Uw zetels richt.

Waar de een door 't zwaard zijn leven geeft, En de ander door den kruisdood sneeft, Verwinnen beiden door den dood.

Die hun de gloriepalraen bood ,

En 's levens Vorstenraad ontsloot.

O zalig Rome, als gij zijt!

Door zulk een kostb'ren vloed gewijd :

Twee Vorsten sierden door hun bloed U met zóó schoon een purpergloed,

Dat ge alle schoon hier zwichten doet,

ocr page 45

43

Zij glorie U , Drievuldigheid !

En zonder einde toebereid;

Eer, macht en jubel U alleen ,

Die 't Al regeert, van wezen één,

Door al der eeuwen eeuwen heen.

7. Smeeklied aan den H. TVillibrordns, Apostel en Patroon der Nederlanden.

Wijzen, als Lied I.

O Willibrord, die van omhoog Ons gaslaat met beschermend oog ,

Hoor 't nageslacht der vad'ren aan , Met wie Gij zelf hebt omgegaan.

Z'.e Neerland aan, U w roem en kroon, Gij onze Apostel en Patroon !

Hier hebt Gij, moedig Godsgezant,

Hier Jesus heilbanier geplant.

Hier half een eeuw zijn naam verbreid , Zijn Bruid een' zetel toebereid ;

Hier door Uw ijver en gebed Mijn vad'ren uit den dood gered.

Ach! elfmaal ging een eeuwkring rond, Sinds Gij hier Satans rijk verwont, En nu! ach meer dan 't half geslacht Het zonk terug in 's vijands macht.

ocr page 46

44

Geliefde Vnder en Patroon !

Zie Neerland aan, Uw roem en kroon: Bid, Willibrord! bid bij den Heer,

Dat al wie doolt eens wederkeer.

Ach voer hen met Uw trouw gezin , Ach voer ook hén uw glorie in:

O G ij die 't Kruis hier hebt geplant Bid voor Uw dierbaar Nederland !

8. Jubellied aan de HH. XIX Martelaren van Gorkum.

Wijzen , als Lied I. en B. 60.

Tot U, o Gorkums Heldental!

Weerklinke luid mijn lofgeschal;

Tot U, door wie mijn ziel ontgloeit, Van dankb'ren jubel overvloeit.

Gedenk ik , hoe Ge op onzen grond Uwe onverwelkb're kroonen wont,

Dan juich ik bij Uw heldenmoed:

Ook ik ben van Uw Neêrlandsch bloed !

Ik juich, als Ge in den dood niet buigt. Maar trouw voor 't Hoofd der Kerk getuigt. En nu, door 's Pausen hand gekroond, Als Heil'gen in Gods glorie troont.

ocr page 47

45

Ik juich, als Gij zoo onversaagd Maria Moeder prijst en Maagd,

En onze en 's hemels Koningin:

Verrukt stemt heel mijn ziel het in !

Maar sterft Gij voor 't Geheimenis ,

Waar Jesus zelf ons voedsel is: Dan, naamloos is mijn ziel verblijd.

Dat ik het ook met ü belijd.

Dat ik met U één God, één Heer, Eén Geest, één lichaam, doop en leer In de ééne Moederkerk beken,

En onverdiend haar kind ook ben.

Drie eeuwen vloden sedert heen ,

En ons en Uw geloof is één :

O voer' het, bij één hoop, één min,

Ook ons Uw Kerk der glorie in !

9. Loflied tot onzen Heiligen Engelbewaarder.

Wijzk: Creator alme siderum of O Moeder Gods.

Luid klinke een loflied ü ter eer,

Verheven dienaar van den Heer,

U , die mij steeds hebt bijgestaan ,

Op heel mijn aardsche levensbaan.

ocr page 48

46

Als Satan , vol van grimmigheid ,

Mijn ziel tot zonden ooit verleidt, Dan jaagt Gij op mijn eersten zucht, Den helschen vijand op de vlucht.

Roep ik tot God in angst of smart, Of prijs ik Hem met dankbaar hart, Dan wordt mijn bede voor zijn troon Door U , mijn engel, aangeboón.

Zoo doet Gij tot mijn laatsten snik , Om in dat vrees'lijk oogenblik,

Waarop ik dikwijls angstig staar , Mij bij te staan in 't laatst gevaar.

Heb dank , o God, die onverdiend, Uit liefde alleen mij zulk een vriend Geschonken hebt, om aan Zijn hand, Te naad'ren 's hemelsch vaderland.

Haar in dien hemel, naamloos schoon , In Uw geselschap bij Gods troon ,

Daar zal ik , engel die mij leidt, U danken in alle eeuwigheid.

ocr page 49

47

10. Smcekzang der jeugd tot den H. StanlslaUs.

wijze; Creator Alme en o Moeder Gods.

Wij zingen jub'lend U ter eer, 0 Stakislaüs , die veel meer Als jongeling God hebt bemind ,

Dan al wat de aard bemin'lijk vindt,

Geen rijkdom , eer, beroemde naam Het menseh'lijk opzicht al te zaam, Vermochten ooit dien liefdegloed Te dooven in uw rein gemoed.

Het heerlijk schoon der eng'lendetigd Schonk ü een voorsmaak van de vreugd, Die God ons allen heeft bereid ,

In 't rijk der eeuw'ge zaligheid.

Hem die daar in Zijn glorie troont,

Doch onder ons verborgen woont,

Hebt Gij met Godsvrucht, naam'loos groot Aanbeden onder schijn van brood.

Maria hebt gij teer bemind,

Zij was uw Moeder, — Gij haar kind, Geleid door hare moederhand,

Kwaamt Gij in 't hemelsch vaderland.

O Heil'ge Gods, wij smeeken U ,

Ach in Uw glorie, denk daar nu Aan ons, en vraagt den lieven Heer, Dat wij Hem minnen meer en meer.

ocr page 50

48

11. Lofzang tot den H. Aloysins.

wijze : O talig Heilig Bethlehem I

1.

Daalt Eng'len, daalt van 't hemelsch hof, Met zoet gezang en zegevanen:

Een andere Engel vraagt uw lof, Een Engel uit ons dal van tranen ;

Als Noë's duif, vloog hij 't gevaar Der ongestuime wereld over;

Komt, zingt zijn lof met ons te gaar, En kroont zijn hoofd met gouden loover.

3

Zijn strijd was kort, manr groot Zijn moed, Die roemrijk Hem deed zegepralen;

Hij trad de kroon hier met den voet, Om met de hemelkrcon te stralen.

Vergeefs zocht met haar weidsche pracht De wereld Hem tot zich te trekken:

Als slijk heeft Mij haar goed geacht, Het kon geen wijl Zijne aandacht wekken.

3.

O Aloysius! gij waart Maria's kind van zegeningen ,

Een zuivere Engel reeds op aard'. Het toonbeeld aller jongelingen.

ocr page 51

49

Aan God gaaft Ge U ten offerand' , En leefdet ver van alle zonden;

De lelietak bleef in Uw hand Ganseh ongerept en ongeschonden.

4.

Beminde Schutspatroon der jeugd !

O toonbeeld van een hemelsch leven I Beveilig onze zwakke deugd ,

En leer ons naar den hemel streven ;

Vraag , engelreine jongeling !

Zoo wij, helaas ! Uwe onschuld derven , Dat wij de vreugd van d'Eng'lenkring Door ware boete nog verwerven.

12. Smeekzang aan alle heiligen.

PLACARE, CHBISTE, SERVULIS.

wijze: O Jesus! vleeschgeworden Woord of ook, als L i e d 1.

Sla , Christus ! weer verzoend ons ga , Nu, bij Uw zetel van gena, ,

Zij voor ons spreekt, de teed're Maagd, En vrijspraak van *den Vader vraagt, (t e r.)

Gij , in Uw negen voude sfeer,

Bescherm ons, zalig Eng'lenheer !

Weer wat ons schaadde, nóg ons schaadt, Weer al het ons *nog dreigend kwaad. (ter).

ocr page 52

50

Apostel- en Profetental!

Verbidt den Rechter van 't heelal, Dat Hij, wie waarlijk schuld beween', Erbarming en •gena verleen', (t e r.)

Gij, Mart'laars in Uw purpergloor 1 Gij , meêbekroond Belijd'renkoor !

Reikt aan ons , ballingen , de hand ,

Roept ons tot U *in 't vaderland (ter.)

Gij , Maagdenkoor, zoo rein en blij ! En wie de diepe woestenij Ten hemel zond : vraagt bij Gods troon , Een plaats voor ons *in 's hemels woon.

Het trouweloos geslacht ontwijk'

Uit alle grens van Christus' rijk ,

Dat ons , één Schaapstal als weleer. Één Herder weer * vereend regeer', (ter.)

Zij God den Vader lof geboon , En 's Vaders Ééngeboren Zoon ;

Zij lof den Trooster ook bereid,

Van nu af tot •ic eeuwigheid, (t e r.)

ocr page 53

51

13. De Vijftien Geheimen Tan den Rozekrans.

I.

De vijf Blijde Geheimen.

Wijze: M. 56; en: Wij groeien u, o tuiv're Maagd!

Eenigen. Gods vaderoog sloeg de aarde ga , Een Engel daalt met spoed : „Weesquot;, sprak hij, „o gij vol gena, //Maria! wees gegroet''. ... ( Maria, Koninginne !

en' j O gij vol moederminne !

En zoo | Sta ons bij in allen nood ,

vervolgens. I In den dood Maria ! (bu.)

1.

Naauw heeft ze uit Gods gezant gehoord,

Wat 's Heeren wil behaagt:

Of zij stemt in , - en 't eeuwig Woord Nam 't Vleeseh aan uit de Maagd. Allen. Maria Koninginne ! enz.

2.

En zij , die 's werelds Schepper droeg,

Is tot haar nicht gegaan ,

Om dienend waar de nood het vroeg, Aan hare zij te staan.

Allen. Maria Koninginne ! enz.

ocr page 54

52

3.

Zij trekt naar Davids kleine stad,

Daar baart zij 't god'lijk Kind!

Dat mét haar 't hemelsoh heir aanbad, En zij in doeken windt.

Allen. Maria Koninginne ! enz.

4

Zij bood Het God ten offer weer In Salems tempelstee:

«Laat nuquot;, sprak Simeon, «o Heer! z/Uw dienaar gaan in vreequot;.

Allen. Maria, Koninginne! enz.

5

Wat blijdschap voelde uw moederhart, Maria ! nu ge uw Kind,

Zoo lang gezocht met zooveel smart,

In 's Heeren tempel vindt.

Allen. Maria , Koninginne ! enz.

11.

De vijf Deoevige Geheimen.

Wijze : M. 57.

Wie is er , Moeder ! die het meldt, Hoe u het harte brak,

Toen 't zwaard , van Simeon voorspeld , U zevenwerf doorstak.

Allen. Maria , Koninginne ! enz.

ocr page 55

53

1.

Gij zaagt den Heer, Gethsemané ! Bedroefd tot in den dood;

Hoe 't bloed, dat de angst Hem storten dee, Op de aarde nedervloot.

Allen. Maria , Koninginne ! enz.

2.

Mijn Jesus! ach, wat foltering!

'k Zie diepe wond bij wond,

De striemen van de geeseling,

Die Gij voor ons doorstondt.

Allen. Maria , Koninginne ! enz.

3.

Nu mengt de moedwil pijn en hoon Wreedaardig ondereen :

Euw vlecht de beul een doornen kroon Om 's Heeren hoofd nog heen !

Allen. Maria, Koninginne! enz.

4.

Mijn Jesus sleept, bedekt met bloed,

Zijn kruis naar Golgotha;

Wie onzer draagt niet welgemoed Voortaan zijn kruis Hem na.

Allen. Maria , Koninginne ! enz.

ocr page 56

54

5.

Hij sterft aan 't smart'lijk kruis gehecht. Zijn moeder ziet het aan !

Ach, toen is 't zwaard, zoo lang voorzegd. Diep door haar ziel gegaan!

Allen. Maria , Koninginne ! enz,

III.

De vijf Glorierijke Geheimen.

Wijze: M. 58 en 59.

Juich, Moeder! juich, uw Zoon regeert In opperheerschappij:

Uw droefheid is in vreugd verkeerd, Gij heerscht nu aan zijn zij.

Allen. Maria, Koninginne! enz.

1.

De Heer, de Heer is opgestaan,

En leeft nu voor altijd!

O dood! gij jaagt geen vrees meer aan : Uw prikkel gingt ge kwijt.

Allen. Maria, Koninginne! enz.

2.

Daar klimt Hij door de sterrenbaan , Een Eng'lenpaar daalt neêr.

En kondigt d' elf Apost'len aan: „Zoo keert Hij eenmaal weerquot;.

Allen, Maria , Koninginne ! enz.

ocr page 57

55

3.

Hij zendt hun d' afgebeden Geest, Die licht en krachten geeft;

De Apost'leu tuigen 't onbevreesd, Dat Jesus weder leeft.

Allen. Maria , Koninginne ! enz.

4.

Toen gij, o Maagd! van liefde stierft, Schonk Hij u 't rijksgebied,

Dat ge in uw mart'laarschap verwierft, En thans met Hem geniet.

Allen. Maria, Koninginne! enz.

5.

Daar werdt gij door uw eigen Zoon Gekroond tot Koningin,

En schittert naast zijn glorietroon Voor uwe moedermin.

Allen. Maria , Koninginne! enz.

11. Magnificat.

Lofzang vjln Makia.

Magnificat anima mea Dominum.

Et exultavit spiritus meus * in Deo salutari meo.

Quia respexit humilitatem ancillae suae: * ecce enim ex hoc beatam me dicent omnesgene-rationes.

ocr page 58

56

Quia fecit mihi magna qui potens est, * et sanctum nomen ejus.

Et misericordia ejus a progenie in progenies, * timentibus eum.

fecit potentiam in brachio suo; * dispersit superbos mente cordis sui.

Deposuitpotentes de sede, * et exaltavit humiles.

Esurientes implevit bonis, et divites dimisit inanes.

Suscepit Israël puerum suum, * recordatus misericordiae suae.

Sicut locutus est ad patres nostros ,* Abraham et semini ejus in saecula.

Gloria Patri, etc.

15. Moro Te.

Adoro Te devote, latens Deitas,

Quae sub his figuris vere latitas;

Tibi se cor meum totum subjicit,

Quia Te contemplans totum deficit,

(Koor.) Ave Jesu, Pastor fidelium,

Adauge fidem omnium in Te credentium.

In cruce iatebat sola Deitas,

Sed hie latet simul et humanitas;

ocr page 59

57

Ambo tarnen credens atque confitens,

Peto quod petivit latro poenitens.

{Koor.) Ave Jesu, Pastor fidelium,

Adauge fidem omnium in Te credentium.

Pie Pelicane, Jesu Domine,

Me immundum munda tuo sanguine,

Cujus una stilla salvura facere Totum mundum quit ab omni scelere.

[Koor.) Ave Jesu, Pastor fidelium,

Adauge fidem omnium in Te credentium.

16. Lofzang Te Denm.

Te Deum laudamus; Te Dominum confitémur. Te aetérnum Patrem: omnis terra veneratur. Tibi oranes Angeli: Tibi coeli, et universae potestates,

Tibi Cherubim et Seraphim: incessabili voce proclamant;

Sanctus, Sanctus, Sanctus, Dominus Deus Sabaoth.

Pleni sunt coeli et terra; majestatis gloriae tuae. Te gloriosus Apostolorum chorus, Te Prophetarum laudabilis numerus, Te Martyrum eandidatus laudat exércitus. Te per orbem terrarum, sancta confitétur Ecclesia ,

Patrem immensae majestatis,

Venerandum tuum varum et unicum Filium ,

ocr page 60

58

Sanctum quoque Paraclitum Spiritum,

Tu rex gloriae, Christe.

Tu Patris sempitemus es Filius.

ïu ad liberandum susoepturus hominem: non horruisli Virginia üterum.

Tu devicto mortis aouleo: aperuisti credentibus ragna coeiorum.

Tu ad dexteram Dei sedes; in gloria Patris

Judex créderis esse venturus.

— Te ergo quaesumus, tuis famulis sübveni: quos pretioso sanguine redemisti.

Aeterna fac cum sanctis tuis: in gloria numerari.

Salvum fac populum tuum, Domine: et bene-dic hereditati tuae.

Et rege eos: et extólle illos usque in aetérnum.

Per singulos dies, benedicimus Te.

Et laudamus nomen tuum in saeculum: et in saeculum saeculi.

Dignare, Domine, die isto: sine peccato nos custodire.

Miserere nostri, Domine: miserere nostri.

Fiat misericordia tua, Domine, super nos: quemadmodum speravimus in Te.

In Te, Domine , speravi: non confundar in aetérnum.

ocr page 61

INHOUD.

HOOFDSTUK I.

ONDERRICHTIKGEN.

Bh.

1. Wat is een aflaat?.......3

2. Wat is een Jubile-aflaat......9

3. Wat wordt er van ons gevorderd tot het verdienen van den Jubilé aflaat in 1886? 15

HOOFDSTUK II.

GEBEDEN.

1. Opdracht bij het morgengebed .... 17

8. Oefening bij het avondgebed.....18

3. Misgebeden..........19

4. Gebeden bij het Kerkbezoek.....24

5. Gebed op de dagen waarop men vast . 27

6. Opdracht der aalmoes.......28

7. Vóór de Biecht.........28

8. Na de Biecht.........29

ocr page 62

60

Biz.

9. Vóór de H. Communie.....,29

10. Na de H. Communie.......31

11. Geheimen te bedenken bij Let bidden van den Rozekrans........33

HOOFDSTUK III.

GEZANGEN.

1. Smeeklied tot den H. Geest. — VeniCreator. 34

2. Danklied na de H. Mis......36

3. Aan Jesus eer! ........37

4. Jubellied aan Maria, Onbevlekt Ontvangen. 39

5. Aan den H. Joseph.......40

6. Aan de H. H. Apostelen Petrus en Paulus. 42

7. Smeeklied aan den H Willibrordus, Apostel

en Patroon van Nederland.....43

8. Jubellied aan de H. H. XIX Martelaren van Gorkum..........44

9. Loflied tot onzen H. Engelbewaarder. . 46

10. Smeeklied der jeugd tot den H. Stanislaüs. 47

11. Lofzang op den H, Aloysius . . . .48

12. Smeekzang aan alle Heiligen .... 49

13. üe vijftien gebeden van den Rozekrans . 51

14. Magnificat. ...........55

15. Adoro Te...........56

16. Te Deum...........57

ocr page 63

Bij den Uitgever dezes is mede verkrijgbaar:

De Maand van Maria, naar het ^Italiuansch,

door een R. K. Pr..........ƒ 0*40

Idem in linnen...............n 0.65

Jesus onze liefde. Nieuw Communieboekje voor Godminnende zielen, door H. J. de Jong,

Pastoor te Delden. In linnen band , . . ■ w 0.75

Idem in chagrin goud op snee....... 1*^0

Vraagt en gij zult verkrijgen. Verzameling van gebeden in alle omstandigheden des levens.

In linnen band. ........ • • quot;

Het leven van de H. Maagd, volgens de beschouwingen van Anna Caïharina van

Emmerich . . . .......... 1*75

De glorie van Maria', door Alp. M. de Liguori. « 1.— De Bruid des Konings, door W. van Nieuwen-

hoff S. J. . %.....• ■ - • li

De^vvare Bruid van Jesus Christus , door H.

Alp. M. de Liguori. 2 deelen.....,,1.50

Maria Moeder van Jesus. Geschiedenis der Allerh. Maagd en Moeder Gods, door C. H. F. Jamar............. 2.

Schapuliers, Missie Kruisjes en Medailles.