ocr page 1

111 r, I {nil (ii I uln li m m' I ii I li i rnHigt;iii ilii 1111»111 Ki in i J mi i n in.i in,

o 4 ■' f ^ V;

p. l^Ï ; '0M: I

rquot; . ;

ocr page 2
ocr page 3

gt; der fed

^ ^ ■f' V?

SIBL/otheek S IC N°-

ZONLAGSIEILiei

3gt; quot;V

V équot;

LiJ TOEGEVEN

van wege het Nederlandseh Genootschap tot bevordering1 van de Christelyke heiliging van den Zondag

S'fvestiard te 's (Tfravenhag'e.

'

,/V

ocr page 4

Het Bestuur van het Nederlandscli Genootschap tot bevordering van de Christelijke heiliging van den Zondag, bestaat uit de Heeren:

J.E.N.Bar.Sehimmelpenninek v.d.Oye v. Hoevelaken, Voorz. Den Haag'. A. W. P. Sterkman, Penningmeester. ,

Mp. G. Delprat.

Ds. G. A. Rademaker. ,

L. J. Wysman.

Dr. L. Heldring. Rotterdam.

Ds. G. L. v. d. Broek. Sehiedam.

Ds. H. J. James. Vlaardingen.

Ds. is. Montag'ne. Vlissingen.

Ds. A. Voorhoeve. Arasterdam.

G. B. van Aaken Bzn., Secretaris. Den Haag.

ocr page 5

YOORWOORl).

Dit geschrift Leeft zijn ontstaan te danken aan een Prijsvraag, die in 1893 van wege het Nederlandseh Genootschap tot bevordering van de Christelijke heiliging van den Zondag werd uitgeschreven en welke luidde als volgt:

Op welke wijze eu door welke middelen kau de lieili^iu? van den Zondag door liet Genootseliap bevorderd worden 1

Op deze Prijsvraag kwamen 9 antwoorden in, voor het meerendeel van schrijvers uit het Buitenland. Grooten dank is het Bestuur van het Genootschap verschuldigd aan de Hoog Geleerde Heeren: Dr. J. J. P. Valeton Jr., Prof. te Utrecht, Dr. E. F. Kruijf, Prof. te Groningen en Dr. P. J. Mullek, voormalig Prof. te Amsterdam, voor de welwillendheid waarmede zij zich belast hebben met de taak der beoordeeling dezer geschriften. Zij waren eenstemmig van gevoelen, dat geen der ingekomen antwoorden voor eene bekrooning in aanmerking konde komen, vooreerst: omdat de schrijvers daarbij niet genoeg gelet hadden op de vraag, op welke wijze en door welke middelen door het Genootschap de heiliging van den Zondag kan bevorderd worden, en: omdat zij te weinig rekening gehouden hadden met de toestanden hier te lande.

ocr page 6

Toch wareu er ouder de antwoorden twee, die inderdaad nuttige wenken over het onderwerp bevatten en en waarvan de schrijvers, zoo al niet voor eene bekrooning , dan toch voor eene belooning in aanmerking konden komen.

Bij de opening bleken ze afkomstig te zijn van de Heeren Prediger Liedtke, Pr. Holland, Ost Preussen, onder het motto: „Dein Reich kommequot; en Superintendent Spliïïgerbek, Sonnewalde Prov. Brandenburg, getiteld: „Heiligkeit ist die Zierde Deines Hauses ewigiichquot;.

Met de toekenning eener beloouing werd aan deze Heeren tevens de toestemming gevraagd om van hun geschriften een vrij gebruik te mogen maken voor de samenstelling van een boekske over Zondagsheiliging. Deze arbeid werd opgedragen aan Mevr. de Wed. H. Wimjkbokr—Luitinoh, die zich welwillend belast heeft met deze taak, waarvoor haar den dank van het Bestuur wordt gebracht.

Moge Gods onmisbare zegen rusten op dit boekske, dat onder den titel: ,Zondagsheiligingquot; het licht ziet en van wege het Genootschap aan de leden ten geschenke wordt aangeboden in de hoop, dat zij daarvan kennis genomen hebbende, het in grooten getale zullen helpen verspreiden tot den geringen prijs, waarvoor het verkrijgbaar gesteld wordt aan de Druk-kerij van het Doorgangshuis te Hoenderloo, hij Beekbergen.

ocr page 7

ZOOAGrSHEILIGrlN G.

In een der Duitsehe Christelijke blaadjes, geschreven voor kinderen stond onlangs het volgende verhaaltje: voor vele jaren leefde in een klein plaatsje van Noord-Amerika een arme, vrome man, vader H. genaamd, die alom bekend was door zijn ijver voor de zaak des Hee-ren. Deze arme man had een buurman, die het zich tot gewoonte had gemaakt al het hout, dat hij voorde fjeheele week van noode had, des Zondaars klein te

O 7 o

hakken of te zagen.

Het voortdurend gedruisch aan deze werkzaamheid verbonden, stoorde den ouden Christen zeer in zijne godsdienstige overdenkingen en meer dan eenmaal bracht hij zijn buurman het verkeerde zijner handelingen onder het oog. Doch — niets mocht baten.

Daarom greep vader H. op eenmaal een ander middel aan. Toen de buurman op zekeren Zaterdag middag-van zijn werkplaats wederkeerde, vond hij den ouden man bij zijn houtstapel aan den arbeid. Hoe oud hij ook was, toch had hij zich dapper geweerd en een groote voorraad lag reeds als brandhout gereed. Zeer verbaasd vroeg de buurman aan vader H. „wat deze bij zijn houtstapel te doen had?quot; „Achquot;, zeide deze, „gij gebruikt altijd den dag des Heeren om uw hout klein te maken en dat doet mij zoo bitter leed. Daarom heb ik mij voorgenomen het heden middag voor u te doen, dan zijt gij zelf daartoe morgen niet in de verzoeking.quot;

De Zondagschender was door de daad van den ouden man diep beschaamd. „Neenquot; zeide hij, „gij zult het niet meer doen. Zelf wil ik mijn hout klein maken; maar ik zal u in de toekomst nimmermeer reden tot klagen geven, omdat ik den dag des Heeren door houthakken ontheilig,quot;

ocr page 8

2

Tut zoover de mededeeling van èen middel, dat men jaren geleden bezigde om iemand van Zondagsontheiliging te genezen. Is in dit eenvoudige verhaaltje niet volkomen weergegeven, wat ook in onzen tijd zoo menig Christen denkt en gevoelt? Komt hij ook niet met ve-, len in aanraking, die niet alleen door allerlei arbeid en bezigheid den Zondag met de dagen der week gelijk stellen, maar die zich bovendien er niet om bekommeren , dat de Christen op den dag des Heeren in de heiligste en plechtigste verrichtingen wordt gestoord en door velerlei luidruchtigen werelddienst daarin wordt gehinderd?

O, hoe gaarne zouden wij dezulken overtuigen van het verkeerde hunner handelingen en hen deelgenooten maken van de vreugde, die gelegen is in de onderhouding van Gods gebod. Hoe menigeen peinst over middelen om anderen den eigen zin te leeren verzaken en alleen te leven naar Gods wil en Woord, wetende dat daarin groot loon verborgen is. Stemmen niet allen, die daarvan de rijkste vruchten smaken, volgaarne met den dichter in, die zingt:

„Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten?quot;

Met den wensch om , ware het mogelijk, velen daartoe op te wekken, willen wij in de volgende regelen spreken over een der kostelijkste gaven Gods, namelijk: over den Zondag en over de middelen , die kunnen aangewend worden om dien dag te heiligen naar den eisch van Gods gebod. Werd door eene eenvoudige daad jaren geleden iemand tot het besluit gebracht om voortaan dien dag in eere te houden, een eenvoudig woord kan door Gods zegen dezelfde uitwerking hebben in onzen tijd. Hoe zou het ons verblijden, indien velen tot de besliste verklaring mochten komen: „Ik zal in de toekomst nimmermeer reden geven tot klagen, dat ik den dag des Heeren door mijne handelingen heb ontheiligd.quot;

ocr page 9

3

I. Het goddelijk gebod en zijn zegen.

Het was ongetwijfeld een der droevigste oogenblikken in de geschiedenis der menschheid, toen de menscli naar Gods beeld en gelijkenis geschapen, door zijn val en zijne ongehoorzaamheid den schoonen hof van Eden moest verlaten om daarbuiten in de onbekende wereld een woonplaats te zoeken. Uitgedreven door dezelfde Hand, die hem zooveel schoons had bereid, in zijn terugkeer verhinderd door het vlammend lemmer eens zwaards, mocht hij wel in waarheid een door eigen schuld verloren zoon heeten, aan al de ellende van een leven buiten het Vaderhuis overgegeven.

O O

Maar ook hier was een Vader, die zich over den verlorene ontfermde. Niet zonder erfdeel liet God den mensch heengaan. Twee schatten althans werden medegegeven , die het eerste menschenpaar aan den vroe-geren, zaligen toestand van het Paradijs zouden herinneren; het huwelijk of het familieleven , en de Sabbat of rustdag.

Beide gaven zijn dus van goddelijken oorsprong en onvergankelijk, waardoor zij kracht en zegen zullen behouden, zoolang de wereld bestaat en de mensch leeft.

Niet altijd werden deze gaven in eere gehouden, en zoodra de menschheid gevaar liep beiden te verliezen, heeft de Heer ze als inzettingen of geboden op steenen tafelen laten griffen. Israël, het uitverkoren volk van God, werd daardoor van alle volken der wereld afgezonderd en wist dat de beide geboden ; ,Gedenkt den Sabbat, dat gij dien heiligt,quot; en; „Eert iivven vader en uwe moederquot; elkander onmiddellijk opvolgen.

Christus, die alle gerechtigheid vervulde, heeft ook deze geboden den menschen in het hart geschreven. Den Zondag maakte Hij tot den dag der 023standing, den dag der genade ; terwijl van de teedere zorg voor zijne moeder zijn stervensure nog het aandoenlijkst bewijs gaf.

Dat inderdaad aan de instandhoudinor dezer inzettingr,

O O '

ocr page 10

4

èn aardsch geluk èn welvaart verbonden zijn, is door alle eeuwen heen bewezen. Een volk, dat deze beide schatten heilig acht, kan niet gansch m verval geraken

of ten ondergaan. .

Over het huwelijk of het familieleven willen wij hier niet spreken, maar wij zouden bovenstaande bewering omtrent de heiliging van den Zondag met feiten kunnen staven. Uit vele mogen wij om ons kort bestek slechts

een enkel noemen. 11 t

De Engelsche geschiedschrijver Macaulay verklaart,

dat het Engelsche volk rijk en machtig geworden is door de strenge Zondagsheiliging. In datzelfde land werd een hoogbejaard staatsman door een biutenlandscn diplomaat geluk gewenscht met zijn onverzwakte veerkracht, die niettegenstaande zijn hoogen ouderdom dezelfde was gebleven. Het antwoord van den grijsaard was, dat hij zulks alleen dankte aan zijn strenge viering

van den Zondag. p v • t ±

Bii gelegenheid, dat een der Rijnsche fabriekanten

ziin jubilé vierde, werd door hem openlijk erkend,

dat hij den bijzonderen zegen op zijn arbeid te danken

had aan de streng doorgevoerde Zondagsrust.

Maar ook in ons eigen Vaderland is voor de waarheid,

dat in het houden van Gods gebod groot loon geleden is, een treffend getuigenis afgelegd.

DDe weduwe van een der grootste en algemeen geachte industrieelen deelde daaromtrent in een particulier gesprek het volgende mede; ,

Teruf ziende op den weg, dien zi] had afgelegd en dankbaar erkennende dat Gods bijzondere zegen op het werk van haren echtgenoot gerust had, waardoor zij van lieverlede tot groote eer en veel rijkdom geklommen waren, zeide zij o. m.: .Wij hebben altijd getracht den dag des Heeren in hooge eere te houden, want daaraan dankten wij beiden onzen voorspoed en zegen. In het beo-in van ons huwelijksleven hadden wij m een stadie van.0ons Vaderland een zeer klein winkeltje, en op den eersten Zondag, dat wij daar woonden, trad een

ocr page 11

5

heer ons huis binnen om een belangrijken inkoop te doen. Eenige oogenblikken overlegden wij samen wat wij zonden doen, maar onze beslissing was spoedig genomen. Mijn echtgenoot ging naar den winkel en zeide zeer vriendelijk; „Mijnheer, ik zou gaarne het gevraagde willen yerkoopen, maar daar het heden Zondag is, kan ik het niet doen. Als gij in de week terug wilt komen zult gij mij een groot genoegen doen.quot;

üe kooper vertrok onmiddellijk, maar tot onze groote blijdschap keerde hij den volgenden dag weder en kocht al het noodige. Sedert dien tijd heeft de Heer ons altijd in rijke, mate gezegend en hebben wij nooit iets op den Zondag verkocht.quot;

Ofschoon wij dit voorbeeld met vele andere zouden kunnen vermeerderen, toch is het bovenstaande voldoende om te erkennen, dat de Heer getrouw is in de vervulling Zijner beloften en Zijn zegen niet onthoudt aan degenen, die Hem belijden voor de menschen. Maar boven allen tijdelijken voorspoed en alle aardsch geluk staat het geestelijk goed, dat het deel is van een iegelijk, die den Zondag als een gave Gods beschouwt en gebruikt. Gedachtig aan het woord der Schrift: „Gedenkt den Sabbatdag, dat gij dien heiligt; want God zelf rustte ten zevenden dage; daarom zegende de Heer den Sabbatdag en heiligde denzelve,quot; wil de Christen dat hooge voorbeeld volgen en stemt hij gaarne met den lofzang in:

Wees gegroet, gij eersteling der dagen.

Morgen der verrijzenis!

Bij wiens licht de macht der hel verslagen En de dood vernietigd is!

Voor oogenblikken als losgemaakt en ontheven van allen last der aarde geniet hij op dien dag de bijzondere gemeenschap met zijnen Heer, die hem dan inzonderheid roept om in Zijn huis door de prediking des Woords, door gebed en gezang van Zijn tegenwoordigheid te genieten en op nieuw tot den strijd des levens gesterkt te worden.

ocr page 12

6

II. De overtreding van Gods gebod en haar vloek.

Daartegenover staat, dat wanneer de mensch deze steunpilaren van alle waarachtig geluk omverhaalt verbreking en verval het gevolg moeten zijn. In families, die vroeger getrouw te zamen het huis des gebeds bezochten, heerschte welvaart en vrede. Waar men thans niemand van hen meer in de kerk ontmoet, zoekt men ook in hunne woningen te vergeefs den vorigen zegen. Ja, wie met open oogen den achteruitgang, den werelddienst en de zedeloosheid in alle landen der wereld beschouwt en de daaruitvoortvloeiende sociale nooden ziet naderen, zal het niet meer betwijfelen, dat zij het gevolg zijn van de verachtering in het honden der geboden Gods, en tevens, dat van den terugkeer tot Zijne instellingen alleen heil en zegen voor de menschheid te wachten zijn.

Tegelijkertijd en als 't ware hand aan hand met de zonde der Zondagsontheiliging treedt in de verschillende landen der wereld op onderscheidene wijze een achteruitgang in het licht; en naarmate zij voortgaat nemen ook de overtredingen toe. Onmatigheid , ontucht en geweld brengen velen naar de gerechtszalen. Zoo is het in verschillende landen o. a. in Duitschlaud duidelijk aangetoond , dat deze misdaden op het nauwst verbonden waren aan het misbruik van den Zondag. In 61 Duitsche gevangenissen waren er van 23000 gevangenen 5165 wegens zware misdaden gevat. Van dit aantal was 1/5 op den Zondag, de helft op Zaterdagavond , Zondag en Maandag gepleegd, en bij die allen bleek het uit de bekentenissen aan de geestelijken, dat de ontwijding van denZondag in het nauwste verband stond met het gepleegde kwaad.

Zou het in ons Vaderland ten deze beter gesteld zijn ? Zou een nauwkeurig onderzoek van het booze, dat in ons midden geschiedt, niet aan het licht brengen, dat zij , die het bedrijven evenmin rekening houden met Gods .gebod? Van menig vermaak, dat lichtzinnig doorgezet, met misdrijf of wandaden eindigde, mocht men ook hier

ocr page 13

7

te lande bij de vermelding in de dagbladen beginnen met den droevigen aanhef; Zondag 1.1. geschiedde, enz.

En schoon bij ons volk misschien meer dan elders de goede gewoonte stand houdt om des Zaterdags huizen en straten te reinigen en daaraan voor den volgenden Zondag een feestelijk aanzien te geven, op welke wijze bereidt men het hart toe voor dien Koning der dagen ? Kunnen wij zonder angst en schrik denken aan de zonden en overtredingen, waaraan ons volk zich op den Zaterdag avond schuldig maakt? Zoude ons het hart niet in een krimpen zoo wij bekend waren met de zondelijst van eene stadV En hoe groot moet die niet zijn van «en geheel land! Wel willen wij dankbaar erkennen, dat men zich hier meer dan elders beijvert om de rust van den Zondag te bevorderen, maar kwam het daarmede ten onzent ook tot meerdere heiliging van den dag des Heeren? Wij gelooven het niet. Wilden wrj menschen dit feit verzwijgen dan zouden de steenen haast spreken. Of klagen de ledige kerken op den Zondag ons Christenvolk niet aan? Weerklinkt wel ergens met blijde opgewektheid de juichtoon; „Hoe liefelijk zijn Uwe woningen, o Heere Zebaoth?quot; Toonen de volle koffiehuizen op den Zondagavond geen achteruitgang in Gods vereering en toenemende vooruitgang van den dienst der wereld? Neemt het aantal gelegenheden niet toe, waar men samenkomt om zich op den Zondag te vermaken in alles, behalve in den dienst van Hem, die voor ons welzijn dien gezegenden dag heeft ingesteld ? En is het niet van algemeene bekendheid, dat vooral de jeugd hoe langer hoe meer den Zondag misbruikt voor het volgen van eigen zin en wil. De toenemende beoefening van sport is een middel tot voortdurende ontwijding van den rustdag, en waar gelegenheid is om ook daardoor op dien dag de inkomsten van trams en omnibussen te vermeerderen, daar is men maar al te zeer bereid het publiek ter wille te zijn en den dienst op den Zondag te verdubbelen, in stede van te verminderen.

Wij mogen het derhalve niet loochenen dat ook in

ocr page 14

8

ons land de Zoudagsontheiliging toeneemt, en wanneer wij de waarheid dezer feiten erkennen en betreuren, dan zal elk, die zich daartoe geroepen acht, dit kwaad met alle kracht wenschen te bestrijden. Op allerlei wijzen en door allerlei middelen zal men de waarschuwende stem laten hooren; „Land, land, land, hoor des Heeren Woord!quot;

III. Hulpmiddelen tot bevordering van de Christelijke heiliging van den Zondag.

Het kan niet anders of ieder, die met belangstelling het bovenstaande heeft gelezen zal de vraag in zich ■voelen oprijzen: wie zal in dezen helpen'?

Ue beantwoording van deze vraag is voor de Christelijke heiliging van den Zondag van het grootste belang. Ofschoon het ook hierin tot ieder Christen heeten zal: „niemand onttrekke zich,quot; zoo hangt in dit geval toch het rechte welslagen af van een goed begrip en een helder inzicht omtrent den aard der werkzaamheden , en zijn vooral vereenigde pogingen op dit gebied van groote beteekenis. Toch zijn wij gewoon in de eerste plaats aan drie factoren te denken, die hand aan hand, elk op hun gebied en op hunne wijze de middelen tot verbetering en terugkeer moeten aanwenden. Deze drie zijn: de Staat, de Kerk, en het Huisgezin. Aan deze heeft God elk voor zijn deel de bewaring van den Zondag, den grootsten schat der menschheid, toevertrouwd. Daartoe heeft de Staat het uitwendige, de KeiK het inwendige of zieleleven te behoeden en te verzorgen; terwijl het Huisgezin het door de Kerk geplante innerlijke leven heeft te ontvouwen en te bewaren. In weinig woorden zouden wij kunnen zeggen: de Staat heelt te zorgen voor Zondagsrust; de Kerk voor Zondagsheiliging; het Huisgezin voor het rechte Zondagsleven in liefde en in vrede.

Is dat overal op de rechte wijze geschied? Wij meenen

ocr page 15

9

te mogen antwoorden: neen! Ofschoon wij de oorzaak der Zondagsontheiliging niet bij één dezer drie factoren alléén willen zoeken, zoo gelooven wij toch, dat bij allen tezamen de algemeene achteruitgang te bespeuren was en geen genoegzame steun werd gevonden voor hen, die de Zondagsheiliging ten zeerste begeerden.

Het is vrij algemeen erkend, dut de Staat niet altijd medewerkte om de rust van den Zondag te bevorderen voor allen en alles wat tot zijn gebied behoort. De Kerk heeft verzuimd het ontbrekende aan te vullen; want al droeg zij zorg voor de prediking van Gods Woord in het huis des Heeren, zij heeft niet genoeg gevraagd, waarmede de leden der (Temeente zich het overige gedeelte van den Zondag onledig hielden; en doordien zij vaak te weinig getuigenis gaf van de vreugde in den Heer noch op dien dag deelnam aan den arbeid der ('liris-telijke liefde, kou zij óók niet verhinderen, dat men op eigen inzicht en gezag zich zelf en anderen genoegens bereidde , die maar al te vaak het stempel droegen der wereld en barer begeerlijkheden. Het Huisgezin eindelijk, zelf lijdende onder den drang eener genot zoekende wereld, kon, waar de Kerk geen genoegzamen steun verleende, geen goeden invloed oefenen op het leven en de omgeving en deelde derhalve in den algemeenen achteruitgang.

Op welke wijze deze drie factoren het verzuimde kunnen goedmaken hopen wij straks aan te toouen. \ an hunne roeping ontslagen zijn zij niet, en God geve, dat zij dit ook nimmer zullen denken. Toch weet de Heer genadig te rechter tijd middelen en wegen aan te wijzen, die niemand kan verwachten en waardoor het hart dat Hem dient met vreugde den arbeid des Koninkrijks gaat verrichten.

Ook in zake de Zondagsheiliging gaf Hij in den drang van het gevaar de hulp die noodig was. Een vierde factor, de Inwendige Zending trad op. Deze heeft het belang van den Zondag van den beginne at aan behartigd met alle liefde en kracht. Het kan zijn nut hebben

ocr page 16

10

met enkele woorden hare geschiedenis in zake Zondagsheiliging mede te deelen vooral met betrekking tot ons land. Bij de beschouwing der middelen, welke zij heeft gebrnikt, kan men wellicht tot een duidelijk inzicht komen van hetgeen noodig is voor de toekomst, ook omdat een terugblik op de ontwikkeling eener zaak het beste onderwijs is, dat noodig is voor hare voorzetting en voleinding.

IV. Vereenigingen tot bevordering van de heiliging van den Zondag.

De geboorteplaats der I 'ereeniging voor Zondagsheiliging is Zwitserland. Toch was de behoefte aan zulk een Vereeniging reeds vroeger in Duitschland ter sprake gekomen en voorbereid. In 1830 kwamen eenige personen bijeen tot verspreiding van Christelijke traktaatjes over Zondagsheiliging. Te gelijker tijd werd de zaak ook in Engeland en Schotland besproken, tengevolge waarvan de beweging grooten voortgang maakte. Voor een prijsvraag in 1851 door Dr. Mariott uit Bazel uitgeschreven, zonden de vrienden uit Engeland het geld. Na tien jaren ontstond de eerste Vereeniging voor Zondagsheiliging , die binnen korten tijd door tal van andere gevolgd werd. In 1871 vormde zich uit deze Vereenigingen een Centraal Comité, waarvan de zetel te Genève was, onder leiding van den ij verigen bankier Alexandre Lombard. Door de samenwerking der verschillende afdeelingen was het mogelijk spoedig invloed te oefenen op den toestand der spoor-, post- en telegraafbeambten, en, behalve dat, beijverde men zich om door middel van toespraken en traktaatverspeiding de Zondagsheiliging alom te bevorderen. Pas gehuwde paren ontvingen een geschrift dat betrekking had op den Zondag; prijsvragen werden uitgeschreven en vooral invloed geoefend op de pers, voor zooverre dit mogelijk was.

De gevolgen bleven niet uit. De Zwitzérschen richtten hunnen blik ook over de grenzen van hun land. Het Gen-

ocr page 17

11

traal Comité zond gedrukte geschriften aan buitenlandsche Regeeringen, die daarop weinig aclit sloegen, totdat de Duitsche Keizer Wilhelm I door middel zijner gezanten zijne warme instemming met de zaak liet betuigen. Nog beter steun ontving de Zwitsersche Vereeniging in 1876, toen bij gelegenheid van het Zondagscongres in Genève , waar zich alle natiën vertegenwoordigden, de Duitsche Keizer, de Koning van Wnrtenburg en de Groothertog van Baden bewijzen van instemming gaven. Op dat Congres ontstond dan ook de Internationale Bond ter bevordering van Zondagsrust, welke zich sedert dien heeft beijverd de bestaande Zondagsvereenigingen onder alle natiën te verzamelen en nieuwe te stichten.

V. Het Nederlaudsch (genootschap tot bevordering van de Christelijke heiliging van den Zondag.

Intusschen was reeds eenige jaren vroeger in 1867 de beweging voor Zondagsheiliging ook in ons land ter sprake gebracht. Bij gelegenheid van de Evangelische Alliantie , destijds in Amsterdam gehouden , had de bovengenoemde leider der Zwitsersche Vereeniging Alexandre Lombard de zaak bepleit en zijn woord vond gereeden ingang. Een Comité werd gevormd en reeds in 1869 werd hier te lande de eerste Vereeniging tot bevordering van de Christelijke heiliging van den Zondag opgericht onder voorzitterschap van wijlen den Heer Mr. J. W. Gefken, die twaalf jaren achtereen met ijver en liefde hare belangen behartigde. Arbeidende op den voet der Zwitsersche Vereeniging, bleef evenwel haar pogen vooral in den beginne tamelijk binnen een beperkten kring en openbaarde zich nog zoo weinig naar buiten, dat spoedig een ander Comité zich vormde en onder leiding van wijlen den Hoogleeraar Hofstede de Groot een nieuwe Vereeniging in het leven riep , die onder den naam van Nederlandschen Zondacjshond zich beijverde om de Zondagsrust te bevorderen.

ocr page 18

12

Dit schaadde echter de Vereenigiiig voor Zondagshei-lionriff niet, inteorendeel haar bestaan werd nu meer

O O ' O

alom bekend gemaakt en besproken, en ook Tooral door de bemoeiingen van den ijverigen secretaris wijlen Jhr. L. C. Quarles van Ufford trachtte de Vereeniging op allerlei wijze propaganda te maken voor Zondagsheiliging. In 188(5 werd een Agent aangesteld, die op verschillende plaatsen in ons land de belangen der vereeniging bepleitte. Door het verspreiden van geschriften, door de ijverige bemoeiingen ook van de Vereeniging voor Zondagsrust werd veel goeds tot stand gebracht en meer en meer ontwaakte in ons land eenige belangstelling in deze kostelijke zaak.

Onder het bestuur van den Heer A. Baron Schimmel-penninck v. d. Oye van Nijenbeek, die in plaats van Mr. J. W. Gefken als voorzitter optrad, zette de Vereeniaring hare werkzaamheden voort. Onder het

O O

voorzitterschap) van diens opvolger wijlen Mr. Ph. H. Verbeek, werd de aandacht van het bestuur gevestigd op een arbeid van den Hofprediker Stacker uit Berlijn, die door middel van preekverspreiding op uitnemende wijze het Evangelie ouder alle standen der maatschappij wist te brengen, voornamelijk onder hen, die door beroepsbezigheden van de openbare godsdienstoefeningen verstoken bleven. Weldra gelukte het de Vereeniging dat schoone voorbeeld te volgen. In een klein geschrift, getiteld: „Het Evangelie en het Folkquot; wees Dr. L. Heldring, predikant te Rotterdam, bestuurder van het Genootschap op de wenschelijkheid en mogelijkheid om ook hier te lande, evenals te Berlijn, door het verspreiden van preeken het Evangelie tot hen te brengen, die willens of onwillens zich van de openbare prediking afkeeren of daarbij niet tegenwoordig kunnen zijn.

Zijn woord vond weerklank in veler harten en op uitnemende wijze is men geslaagd hieraan gevolg te geven.

Sedert 2 jaren werden van wege het Genootschap preeken uitgegeven geschreven door Professoren en Predikanten van verschillende Kerkgenootschappen en

ocr page 19

13

gedrukt in de drukkerij van het Doorgangshuis te Hoenderloo. Reeds in het eerste jaar, in 1894, bedroeg de oplaag ruim 200,000 exemplaren, welk cijfer in 1895 steeg tot ruim 300,000. Zij worden niet alleen gezonden naar Noord- en Zuid, Oost en West in ons Vaderland; maar ook naar Parijs, Londen, Brussel, Antwerpen, Meclielen, Freiburg (Baden); naar Oo^t-Indie en de Zuid Afrikaansche Republiek (Transvaal), terwijl nog pogingen worden aangewend om ze in Suiquot;i-name en Curasao verspreiden.

De preeken kosten slechts ƒ1.— 'sjaars, terwijl aan vereenigingen, die zo gratis wenschen te verspreiden nog eene aanzienlijke reductie wordt toegestaan, indien minstens 25 exemplaren per week worden genomen. Deze gratisverspreiding geschiedt onder politieagenten, huurkoetsiers, spoor- en trambeambten, soldaten, brandwachten , kellners en schippers; voorts in gast- en ziekenhuizen en gevangenissen, en eindelijk aan allen, die op deze wijze met het Woord Gods in aanraking willen komen.

Treffend zijn de berichten omtrent den zegen, die op dezen arbeid rust. Van de-mededeelingen, die daarvan tot ons kwamen, mogen de volgende worden vermeld.

Het is nu ongeveer twee jaar geleden, zoo verhaalt een der mede-arbeidende broeders, dat ik door mijne werkzaamheid als Evangelist in kennis kwam met een verlamde vrouw, die in een der achterbuurten een zeer armoedig leven leidde. Zij was weduwe, en door den dood van haren man tot groote armoede vervallen. Zij had zich verhard onder de kastijdende hand des Heeren, en was dus in dubbelen zin beklagenswaardig. Het eerste, wat zij mij toevoegde, leunende op den arm van een jongen man, toen ik haar een traktaatje aanbood, was: Js0dat Recht voor Allen?quot; Op mijn, misschien wel wat zonderling antwoord: „De groote kapitalist Jezus Christus is van dit blad de Redacteur,quot; keek zij mij vreemd aan en zeide: ,Nou, k wil 't wel eens lezen, hoewel ik voor mij niet gelooven kan, dat God Liefde is, als Hij mij zoo hard behandelt, dat ik mijn kost-

ocr page 20

14

winner verliezen moest!quot; Ik sprak een woord van liefde en ernst met baar., en beloofde haar een bezoek te zullen brengen. Dit deed ik, zorgde geregeld voor goede lectuur, en mocht de vreugde smaken, dat zij zeer belangstellend werd.

Ruim dertien maanden geleden bracht ik haar een van de toen pas verschenen , Preeken voor den Zondag.'''' Nooit zal ik den Zondag vergeten, toen ik haar kwam bezoeken, en zij mij met tranen in de oogen haren dank betuigde, omdat ik haar „de kerk in huisquot; had gebracht. In den laatsten tijd had zij het gemis van de openbare godsdienstoefening ten gevolge van hare verlamming diep gevoeld. „Ochquot;, zoo sprak zij, „zorg toch vooral, dat ik iedere week in mijne eenzaamheid zoo'n heerlijke verkwikking mag ontvangen!quot; Dit stugge gemoed was verteederd door de liefde van dien God, die tuchtigt om te genezen en die tot haar had gesproken door deze eenvoudige preeken.

Een andere medewerker in een van onze groote steden verklaart, dat verschillende gestationneerde koetsiers verlangend naar de preeken uitzien. Een kellner van een der hotels ontvangt wekelijks een preek van een der op arbeid wachtenden en laat deze ook aan het keuken-personeel lezen. Het is ongeveer drie maanden geleden, zoo vertelt onze medewerker nog, dat een jonge, armoedig gekleede vrouw mij vraagt of ik haar wekelijks bij de bladen, die ik haar geef, ook zulk een boekje wil geven, waarop staat: Voor den Zondag. Op mijne vraag waarom zij daarop zoo gesteld is, antwoordde zij: „ach. Mijnheer, mijn man brengt altijd van die leelijke „papieren en kranten thuis; op zijn werk zetten ze hem „tegen alles op. Verleden week heb ik dat boekje (de „preek) op tafel laten liggen zonder erg; 's Zondags „gaat mijn man er in lezen, eerst onverschillig, maar „'s avonds zegt hij: wil ik je dat eens voorlezen? dat „is toch wel een aardig ding en er staan aardige vers-„jes ook in. Ziet u. Mijnheer , als ik nu geregeld zoo'n „preek thuis had, dan zou mijn man nog wel eensan-

ocr page 21

15

, ders gaan denken, want 't is een beste man, maar hij „wordt opgeruid.quot;

Voorts, vertelt deze zelfde medewerker, heb ik twee schoenpoetsers, van welke een zóó verlangt naar het groene boekje, zooals hij de preek om de kleur van den omslag noemt, dat hij mij reeds een paar maal, toen ik er geen voor hem had, zeide: „Mijnheer, houd „er elke week een voor mij vast, want ik lees de preek „aan mijne vrouw en moeder 's avonds voor en die vin-„den het zoo mooi.quot; De andere schoenpoetser betaalt wekelijks een cent en geeft de preek na lezing aan zijne dochter, die haar weder aan een ander leent.

Van andere zijden vernemen we dat een der correspondenten , die vlijtig met de preeken werkt, er een bracht in het huis van een arbeider, die hem echter met dreigen en vloeken de deur wees. Hij zelf had geen begeerte naar God en zijne huisgenooten moesten het ook maar zonder het Evangelie stellen. De vrouw echter ontving de preeken met blijdschap, drong op geregelde bezorging aan en offerde ook haar penningske. Langzamerhand brak de tegenstand van haar man; hij vloekt niet meer als de preek wordt gebracht en kijkt af en toe de preeken ook in. „We zijn aan het winnen,quot; zegt de berichtgever, „en God geve dat we overwinnen.quot;

In de wachtkamer aan zeker station , ontmoette een der medewerkers een der ambtenaren van zekere spoorwegmaatschappij. Onze vriend bracht het gesprek op het spoorwegpersoneel en informeerde naar den gods-dienstigen toestand. „Watquot; zeide de spoorwegambtenaar, „godsdienst, weet u dan niet, dat de groote hoop socialistisch is; ze spot met alles en doe je daaraan niet mee, dan wordt het leven zuur gemaakt.quot; — „Maar er zijn toch zeker wel uitzonderingen ?quot; vroeg de medewerker. „Zeker, meer dan vroeger zelfs,quot; luidde het antwoord.

„Dus er is verbetering?quot;

„Ja, er zijn er, die gaarne die groene boekjes „ Foor den Zondag'1'1 lezen.quot;

„Kent ii 7» 9quot;

ocr page 22

16

„Ik geloof bet wel,quot; was het antwoord, „en wordt daar-meé niet gespot?quot;

„Weinig! Weet u, dat begin, „In den naam des Vadersquot; enz. is daarvoor een domper, dat laat geen spotten toe.quot; Onze medewerker maakte zich toen bekend en kreeg bet verzoek nog maar wat meer preeken te sturen.

Een der Godsdienstonderwijzers, die onlangs in een kleine Gemeente sprak in een Evangelisatielokaal, vroeg aan een der aanwezigen: „Hebt n geregeld Zondags een spreker? — „O neen,quot; was bet antwoord ; „er gaan soms twee en meer Zondagen voorbij, dat we niemand hebben.quot;

„En is uw lokaal dan gesloten?quot;

„Neen, zeker niet, we hebben toch dienst. Een van ons is ingeteekend op die welbekende Zondagspreeken. Die woi-den dan voorgelezen; het gebed wordt gebeden en de gezangen en psalmen gezongen en ten slotte gedankt. Zeer dikwijls hebben we op die wijze een gezegend samenzijn gehad.quot;

Een dame, die buiten woont en den Zondag in een onzer steden doorbrengt, verspreidt bij hare aankomst aan bet station de preeken onder de koetsiers.

In een oogenblik staat een kring dezer mannen om

O O

haar heen, die begeerig de handen uitstrekken en nu niet om een vrachtje, maar om een preek. Zij kennen deze dame en wachten haar Zaterdags af. Het gebeurt wel, dat er voor ieder geen preek is, maar geen nood! Fluks stappen twee of drie hunner in één rijtuig, de hoeden gaan af en een hunner leest de preek en zoo hooren zij ook het aller aanneming waardige woord, dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken.

Een onzer predikanten vertelde, dat hij in het hospitaal een militair bezocht, die echter van eenige toespraak niets wilde hooren, maar deze op zeer onhebbelijke wijze beantwoordde. Wilde bij van het Woord niet hooren, dan moest hij het maar lezen, dacht de predikant, en liet hem onze preeken achter.

ocr page 23

17

Maar stel u voor de blijdschap vau dezeu leeraar, toen na eenigen tijd, de soldaat hersteld het hospitaal verliet en verzocht, voor zijn vertrek naar Oost-Indie, eenigen voorraad van die preeken te mogen hebben.

Een onzer bezorgde bij een aanzienlijke dame een preek. De heer des huizes is zeer afkeerig van alles wat God en godsdienst aangaat, en langzamerhand was ook zijne echtgenoote onder zijn invloed gekomen. Vroeger gewoon getrouw ter kerk te gaan, was dit allengs nagelaten en dacht zij er niet meer aan om kerkwaarts te gaan.

Onlangs wilde zij mededeelen aan onzen medehelper, dien zij niet thuis trof, „dat ze weer naar de kerk was geweestquot; en liet toen de boodschap achter , Zeg aan je vader dat hij, door die groene boekjes, mij weer in de kerk heeft gebracht.quot;

Deze weinige voorbeelden, die wij met tal van anderen zouden kunnen vermeerderen, toonen aan, dat deze preeken voor velen een zegen zijn. 't Zij ten bewijze dat God in genade op deze poging nederziet om Zijn Woord te verbreiden en Zijn dag te heiligen.

Met deze mededeeling hebben wij reeds een middel genoemd, waarop wij in ons land het eerst den blik mogen vestigen. Inderdaad , de Vcreeniging tut bevordering van de Christelijke heiliging van den Zondag heeft een schoone roeping, en waar zij naar vermogen streeft haar in Gods kracht te vervullen, kan zij ook verzekerd zijn dat de vruchten niet zullen uitblijven. Maar zij heeft tegelijkertijd ook een arbeid in eigen kring.

VU. De werkzaamheid vau het Oeuootschap in eigeu kring.

Gelijk alle arbeid voor Gods Koninkrijk, met de inwendige zending van het eigen hart moet beginnen, zoo moet ook .de Vereeniging tot heiliging van den Zondagquot; den arbeid in haar eigen midden, bij hare eigene leden

ocr page 24

18

aaiivaug.eu. Ook in deze moet liaar toeuemeii iu alles opeubaar zijn, want niet dadelijk heeft zij de volle mate van toewijding bereikt. Ook voor zulk een Vereeniging geldt liet woord van Paulus: „Niet dat ik het aireede verkregen heb, of aireede volmaakt ben; maar ik jaag er naar of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen beu.quot;

Zoo heeft ieder lid der Vereeniging de verplichting te aanvaarden, om voor zich zelf, voor zijne familie en zijne onderhoorigen een goed voorbeeld te zijn. Vooreerst door een getrouw bezoek der openbare godsdienstoefening en het gebruik der sacramenten, maar ook dooide openlijke belijdenis van zijn Christendom door woord en daad. Als de leden der Vereeniging een zout zijn, dat niet smakeloos wordt, kunnen zij ook een reinigende kracht worden voor eene door de zonde bezoedelde wereld. Zoo zij den rijkdom in Christus deelachtig zijn, moeten zij dit ook toonen tegenover hen, die zich voeden met den draf der wereld. Vleeschelijke gezindheid is de dood van alle geestelijk leven; en de Christen, die hiervan overtuigd is, tracht in gemeenschap met zijn Heer door het geloof, de wereld in en om zich te overwinnen, waartoe de Heilige Geest hem de rechte bezieling schenken wil. Moge hij niet sterk zijn, en het zwaard des Geestes niet altijd krachtig voeren, hij zal toch in ijver en sterkte toenemen. Begaafdheden in dezen arbeid doen veel, maar geloof en getrouwheid alles.

Niet hoog genoeg te waardeeren is de invloed van een Christelijke persoonlijkheid, van een degelijk karakter, op zijn omgeving. Ons volk is in onzen tijd jegens de Kerk en hare dienaren meermalen wantrouwend gezind. Als de leeraren tot Zondagsheiliging vermanen, meenen velen dat zulks uit eigenbelang of zelfzucht geschiedt; worden zij echter daartoe opgewekt door iemand, die in de wereld geen bijzondere plaats bekleedt, zoo heeft dit gemeenlijk meer ingang.

Wel mogen wij hier het eerst wijzen op het voorbeeld van den jongen Duitschen Keizer Wilhelm II, die

ocr page 25

19

op zijne reizen aan boord zelf den manschappen eene preek voorleest; ook op dat der Dnitsche Keizerin, die persoonlijk zicli inlaat met den bouw der kerken, die in Berlijn noodig zijn. Niet minder roemen wij de wijze, waarop in ons Vaderland onze geëerbiedigde Koningin Regentes hare voorliefde toont voor het huis des Heeren, en de recht Christelijke opvoeding, die onze gelietde jeugdige Koningin door hare bemiddeling ontvangt. In al die feiten vernemen wij met blijdschap de betuiging; „Ik schaam mij het Evangelie van Christus niet,quot; en veler oog is daardoor voor die gezegende waarheid geopend.

Veel hangt dus af van het goede voorbeeld der leden , en hoe hoogerzij gejdaatst ziju, hoe rijker hun invloed en hoe grooter de zegen zal wezen. Elkeen, die eene waardigheid of een ambt in kerk of maatschappij bekleedt, gevoele zich daartoe geroepen, en mag bij getrouwe plichtsbetrachting op heilzame gevolgen rekenen.

Het spreekt van zelf, dat, waar de leden aldus den innerlijken arbeid des harten niet voorbijzien, het Genootschap voor den uiterlijken heeft te zorgen. Zullen de werkzaamheden niet in het zand verloopen, of gelijken op een druppel op een gloeienden steen, maar veeleer op een boom, die zaadkorrels om zich werpt en allengs een woud vormt, dan moet het Genootschap ook weten hoe men verzamelen en bijeen houden kan. Nog andere werkzaamheden moeten er van uitgaan, hetzij door Commissies of door Correspondenten, die met de hoofdvereeniging moeten verbonden blijven. Want hier moet het hart kloppen, hierheen moeten de berichten gezonden en hieraan de ervaringen medegedeeld worden. Van wege het Genootschap moet een reizend Agent gezonden worden tot allo grootere en kleinere samenkomsten in het land, waar hij gelegenheid heeft door degelijke toespraken de belangen van den Zondag te behandelen.

Men kan ook openlijke samenkomsten houden, dio geregeld wederkeeren, vooral op plaatsen waar men vroeger nauwelijks met de Zondagsheiliging bekend was.

ocr page 26

20

Omtrent de wijze, waarop men een zaak bekend kan maken, kunnen de kinderen Gods van de kinderen der wereld zeker nog veel leeren; hnn moed en beleid eischt vaak bewondering. Tevens kunnen zij van hen menigmaal de middelen afzien, die ook den Christen geoorloofd zijn, wil hij voor het Rijk des Heeren arbeiden. Hoeveel is er nog te doen, eer het woord der Schrift geen aanklacht meer bevat; „Hoe zullen zij in Hem gelooven,van welkenzij niet gehoord hebben?quot; Rom.10:14.

YIII. Zondagsheiliging en de pers.

Nog gewichtiger dan het gesproken woord in samenkomsten of onderling verkeer is het gedrukte woord. Men heeft de pers de grootste macht der wereld genoemd , en terecht! Hoeveel vermag zij! Het gesproken woord bereikt honderden, het geschreven woord dringt door tot duizenden en tienduizenden. Ware de pers voor de Zondagsheiliging gewonnen r dan was men van het gansche volk gewis.

Welk een arbeidsveld voor het Genootschap tot heiliging van den Zondag! Zou het niet met vereende pogingen mogelijk zijn, om invloed te oefenen op de dagbladen ? Wat mogelijk is voor Engeland en Amerika, is dat onbereikbaar voor Nederland? Sommige politieke bladen aldaar plaatsen des Zondags een godsdienstig voorwoord in hun eerste kolommen en op deze wijze hebben zij de predikatiën van den beroemden prediker Spurgeon ter lezing gegeven aan velen, die hem des Zondags niet konden hooren. Ook de Nedei-lander en andere bladen brengen wekelijks aan hunne lezers een korte, Bijbelsche overdenking, en leert op deze wijze verstaan, dat de godsdienst een macht is, waarmede men te rekenen heeft. De Christelijke bladen komen gewoonlijk in huisgezinnen, waar de Zondag gevierd wordt; dubbel noodig is het, dat een lichtstraal der eeuwigheid ook in die huisgezinnen valle, die bet hoogere leven, den vrede en de

ocr page 27

21

Treugde daarvan, zelfs niet bij name kennen.

Maar al brengt men het in den eersten tijd zoover nog niet, het worde daarom niet geschrapt van de lijst der goede dingen, die men voor de toekomst hoopt . De somtijds zeer lezenswaardige voorstukken in het „Nieuws van den dagquot; doen ons vermoeden, dat de be hoefte ontwaakt, om den menschelijken geest boven den sleur van het alledaagsche te verheffen.

Dringt het besef der verantwoordeliikheid bij de re-daktie eener courant dieper door, dan kan zij niet rustig blijven bij de gedachte, dat het in het vermogen harer hand is, het wel of wee van duizenden bevorderlijk te zijn.

Het Genootschap heeft echter nog een ander arbeidsveld. Hiertoe behoort het drukken en verspreiden, (dit laatste ook door tusschenkomst van Christelijke jonge-lings- of jongedochtervereenigingen),van geschikte boekjes en blaadjes over den Zondag. Elk blaadje kan in de hand des Heeren tot een legermacht worden tegen onverschilligheid en zonde.

Hier verdient het voorbeeld genoemd te worden van den heer Lombard van Genéve, die in vereeniging met Engelsche en Amerikaansche vrienden, ten tijde der Pa-xijsche tentoonstelling in 1878, ruim 200.000 brochures over den Zondag onder de volksmassa heeft uitgedeeld.

Zoo zouden wij ook nog uit vele andere landen voorbeelden kunnen aanhalen, waaruitblijkt, hoe overal door Vereenigingen voor Zondagsheiliging wordt beproefd, door goede lectuur op het volk te werken. Vooral de Vereenigingen te Genève en Stuttgart munten daarin uit. ïe Genève heeft men een eigen orgaan, dat op uitstekende wijze naar de behoeften des volks geschreven is en overal gaarne wordt gelezen. Het verschijnt slechts drie of viermaal per jaar en bevat een schat van lectuur, die juist voor den Zondag geschikt is.

Niet m:.nder lofwaardig is hetgeen in Engeland heeft plaats gegrepen. Daar is de quaestie van den Zondag tot alle standen der maatschappij doorgedrongen. Voor

ocr page 28

22

een prijsvraag, die uitgeschreven was over de beste wijze van Zondagsheiliging, werden drie prijzen uitgeloofd en binnen korten tijd werden daarover 1045 geschriften ontvangen. Weldra kwam het tot dien heerlijken uitslag dat een boekdrukkersknecht; John Allen Quinton', den grootsten prijs won door zijn geschrift: „Het tegengift des hemels tegen den vloek van den arbeid.quot;

Het is gemakkelijk te begrijpen, dat groote zegen van deze onderneming uitging. In alle kringen werd het vraagstuk van den Zondag een onderwerp der gesprekken , en elkeen , van Koningin Victoria tot den ge-ringsten onderdaan , stelde belangin den afloop dezer zaak.

Naast soortgelijke meer andere pogingen tot bevordering der Christelijke heiliging van den Zondag, vorcfert ook nog eene andere taak do ernstigste overweging, welke evenzeer op haren weg ligt. Welkeen groote behoefte bestaat er allerwege en ook in ons land aangeschikte lectuur voor den Zondag! Een Zondagsblad, geheel ingericht naar de behoeften van groot en klein, een blad, dat voor allen een boodschap bevat, tot welken leeftijd , of tot welken rang of stand de lezer ook moge behooren, is een wezenlijke behoefte van onzen tijd. Ware het mogelijk daardoor een dam op te werpen tegen de zedelooze en zielbedervende lectuur, die nog alom wordt verspreid, welk een gezegend werk zou dan worden verricht.

Niet minder noodzakelijk is de oprichting van geschikte bibliotheken waar het volk tegen zéér geringe, vergoeding zich lectuur voor den Zondag zou kunnen verschaffen. Hoe veel bezwaren en werkzaamheden aan dezen arbeid ook mogen verbonden zijn, hij, die in de kracht Gods zich aangordt tot deze taalr, die het geheele volk ten goede komt, zal ongetwijfeld op den zegen des Heeren en den steun der menschen kunnen rekenen.

Zoo zonde er nog buiten den eigen kring eener ver-eeniging tot bevordering van Zondagheiliging veel te noemen zijn . dat tot haar arbeidsveld behoort. Doch

ocr page 29

23

wij keereu thans nog een oogenblik terug tot hare roeping tegenover den Staat, de Kerk en het Huisgezin, of, in haar verschillende werking aangeduid : tot de Zondagsrust, de Zondagsheiliging en het rechte Zondagsleven.

IX. Zondagsheiliging en de Staat.

Dat men van den Staat , zonder onbillijk te zijn , weinig hulp en steun kan wachten, is algemeen bekend.

Toch komt het menigmaal voor, dat niet alles in het werk wordt gesteld om de Zondagsrust te bewaren en te bevorderen, en in zulke gevallen is het goed, dat het Genootschap acht geeft op alles, wat in het rond geschiedt. Met het noodige geduld gewapend, kan men verzoekschriften indienen om daar, waar zich gevallen voordoen, die ergernis verwekken, handelend en afkeurend tusschen beide te treden ; men kan, door daarvan in het openbaar mededeeling te doen , de wereld overtuigen , dat men Gods gebod niet straffeloos kan overtreden. Een opmerking of waarschuwing, die men van de Kerk niet hooren wil wordt misschien ter harte genomen, wanneer zij komt van een Genootschap, dat Zondagsheiliging in zijn vaandel heeft geschreven. De Staat met zijne dienaren en organen kan met zulke mededeelingen winst doen, daar de tegenwoordige maatschappelijke inrichting vaak te weinig met het werkelijke leven in aanraking komt. Niet zelden zijn dan ook invloedrijke staatsmannen dankbaar voor zulke inlichtingen ! Het was zeer zeker een verblijdend getuigenis, toen een Belgisch Minister in 1880 openlijk zijne tevredenheid uitsprak over de verordeningen betreffende meerdere Zondagsrust, welke de beste resultaten hadden opgeleverd , zonder dat er eenige storing had plaats gevonden en zoo dat alle beambten daarvoor dankbaar waren.

Evenzoo verblijdend was het feit, dat de spoorweg-direkteur van hetzelfde land Baron Prisse, op het spoorwegcongres in Brussel gehouden, de zaak warm be-

ocr page 30

24

pleitte en het een slavernij noemde als vastaangestelden jaar in jaar uit gedurende de week en den Zondag van den vroegen morgen tot den laten avond toe dienst deden.

Kan het Genootschap dermate op hooggeplaatste personen invloed oefenen, dat zij meer en meer-overtuigd worden, dat de mensch slechts dan met vrucht en zegen zal arbeiden, als de rust aan den Zondag hem gewaarborgd is, dit zon reeds een voorname stap vooruitzijn in de goede richting. Nog altijd blijft de meening hierover verdeeld, en maar al te velen zijn in hun hart het gevoelen toegedaan, eenmaal door Napoleon uitgesproken, die beweerde: „Wie den arbeid op Zondag verbiedt, heeft ook de roeping de lieden, die uiet arbeiden op Zondag te onderhouden.quot; Ook andere regeerende personen hebben zich ten gunste van een zevendaagschen arbeid uitgelaten, en het kan wellicht van geen enkele overheid gezegd worden, dat zij van deze verkeerde opvatting geheel is bevrijd.

Zeer leerrijk is inderdaad, wat daaromtrent in 1882 door een commissie in het Eugelsche ministerie werd erkend, die uitgezonden was om de gevolgen te onderzoeken van den zevendaagschen en zesdaagschen arbeid. Eenparig gaven de leden het getuigenis, dat de laatste ontegenzeggelijk den voorrang behield. Vooral in Noord Amerika had men met duizenden menschen en dieren, die werkzaam waren op de straten of op de kanaalbooten de proef genomen, en altijd was het goede gevolg van den zevendaagschen arbeid veel geringer geweest dan dat van den zesdaagschen. Ook een Engelsche rijtuigmaatschappij had de proef genomen. De helft der aanwezige paarden werd tot zesdaagschen, de andere helft tot zevendaagschen arbeid bestemd, en ten slotte bleek, dat de sterke krachtsvermindering der laatsten meer schade veroorzaakte dan de winst kon goedmaken.

Dit alles zijn beproefde feiten, die echter te weinig bekend zijn en met het volste recht hun kunnen voorgelegd worden, die in alles slechtsop de stoffelijke zijde der dingen zien.

ocr page 31

25

Hoe volkomen tocli wordt door deze mededeelingen de waarheid bewezen Tan het spreekwoord: „Wat de Zondag verwerft, wat de Maandag bederft.quot;

X. Zondagsheiliging en de Kerk.

Met meer vrucht zal van de Kerh medewerking in den strijd voor Zondagsheiliging kunnen verwacht worden. Hare heerlijke roeping, om te zorgen dat het Woord Gods helder van den kandelaar lichte en overal schijne, is een zoo sehoone taak, dat het een eere is voor elk harer leden, daartoe te mogen medewerken. Wat men ook tot de rechte Zondagsvierinor mogre rekenen, Gods Woord

O O O 7

is en blijft de hoofdzaak van elke poging en elk overleg. Een Zondag zonder de opening van dat Woord, is een dag zonder zonnelicht. Door dat Woord ontvangt de eerste dag der week zijne Hemelsche wijding en Goddelijken glans. Wel behoort tot de rechte heiliging van den Zondag ook de uitoefening van Christelijke liefdewerken, zooals dat in Jac. 1:27 uitdrukkelijk is aangegeven, maar zonder Gods Woord wordt onze liefde spoedig koud en mat; zonder dat Woord de blijdschap spoedig veranderd in wereldgelijkvormigheid.

Daarom heeft het Genootschap voor Zondagsheiliging ook mede te werken tot de instandhouding der ojDenba-re Godsdienstoefeningen. Geen andere samenkomsten mogen daarvoor in de plaats, maar veeleer alles in het werk gesteld worden om de menschen met ijver en liefde voor den dienst des heiligdoms te vervullen.

Kan de Kerk door hare organen niet mede opwekken tot meerdere waardeering van den dag des Heeren? Wordt op dit belang wel genoeg gewezen in de prediking, en ter juister tijd en ter rechter plaatse met ernst op de noodzakelijkheid gewezen voor ouders en kinderen, om dit gebod Gods niet licht te achten V Wij gelooven het niet! Zoude het bij een achteruitgang, die aller-wege zóó groot is, niet meer dan gewenscht zijn, indien

ocr page 32

26

deze zaak tot een bijzonder onderwerp des gebeds werd gemaakt, b. v. aan den vooravond van den rustdag of bij gelegenheid der openbare Godsdienstoefening zelve.

In vorige tijden wei-den veelvuldige bidstonden afgekondigd; zouden wij die niet wederom kunnen invoeren? Welk een zegen kunnen zij aanbrengen! Is het niet een bekende waarheid dat men een zaak liefkrijgt, waarvoor men bidt. Wanneer het Engelsche methodistne, evenzeer als de Hollandsche lang wij ligheid hierbij worden vermeden, zijn bidstonden de meest gezegende uren van samenzijn voor de Gemeente. Niet de menschelijke arbeid, wijsheid of kracht geven toch de goede uitkomsten , maar Gods genade en gunst, waaraan alles is gelegen. In gemeenschappelijk gebed worden de vermoeide krachten opgewekt: de bezwaren, die diep worden gevoeld, door goddelijke leiding ongevraagd aan het licht gebracht en uitgesproken, en door de kracht des Heiligen Geestes nieuw leven gewekt of geschonken voor den arbeid, die wel niet verdrieten kan maar toch gevoelen doet, dat men hier in het strijdperk is en vaak ten bloede toe heeft tegen te staan.

Zoo verschillend als de landen der wereld zijn. zoo verschillend zijn ook de middelen die de Kerk tot Zondagsheiliging heeft te bezigen. Maar er doet zich gelijktijdig in alle beschaafde landen der wereld een zelfde verschijnsel voor: namelijk de vervreemding van geheele massa's van de Kerk en de verwildering der jeugd. Dat kwaad dient gemeenschappelijk te worden bestreden. Het zwaartepunt van den arbeid moet op dit euvel gelegd worden, en, waar de Kerk in krachten te kort schiet, moet een leger Christelijke vrijwilligers haar gaarne ter wille zijn en de hulp der Inwendige Zending zich moedig openbaren.

In de bovenste en de onderste lagen des volks is het getal dergenen, die Gods Woord verachten en van de Kerk niets meer willen weten, het grootst. Bij de eersten is het zaad des Woords, in de jeugd in hunne harten geplant, door de strikken des rijkdoms en de grootsch-

ocr page 33

27

beid des levens verstikt; bii de anderen geschiedde zulks door de zorgen en bezwaren des levens. De kostelijke parel des geloofs werd bij allen opgelost in den smeltkroes eener naturalistiscbe wereldbescbonwing.

Waar dezulken niet meer ter Kerk komen, moet de Kerk tot ben komen. Het Evangelie moet meer dan tot biertoe onder het volk gebracht worden, en daartoe van den kansel afdalen in bet leven. Wij hebben reeds medegedeeld, met welke heerlijke gevolgen dit door middel van de preeken voor den Zondag in ons land geschiedt, maar nog eenmaal willen wij bet herbalen, de medewerking moet hierin noor algemeener worden. In

O O O

buisgezinnen met kinderen; bij ouden en zwakken in weldadigheids-gestichten en ziekenverplegingen; in tehuizen voor dakloozen en zwervende bevolking, overal moet de Kerk de blijde boodschap brengen, hetzij door de verkondiging des Woords of in leesbaar schrift.

En veel meer dan tot beden is geschied, moet de aandacht gevestigd worden op de duizenden om ons heen, die wij wel Zondagloozen mogen noemen : a. d. z. koetsiers, kelluers, dienstboden, maar ook zij die in gevangenissen , kazernen en fabrieken vertoeven. Konden toch alle krachten samenwerken, om aan die allen door middel der preekverspreiding, gratis bet Woord Gods te brengen , welk een vrucht ten eeuwigen leven zou daarvan gezien worden. Niet minder is het aan te bevelen, dat de Kerk bij elke huwelijksinzegening behalve den Bijbel ook een geschikt boekske over Zondagsheiliging uitreike.

Maar behalve de zorg voor ben die van de Kerk vervreemd zijn. moet de Zondag voor de jeugd weder een gezegende dag worden. „Wie de jeugd heeft, heeft de toekomstquot;' is meermalen en terecht gezegd, en ook de jeugd kan later veel steun verleenen. Welk een zegen op de Zondagsscholen rust, is meer dan eenmaal op uitnemende wijze aangetoond, maar ook op andere wijze kan men de jeugd bearbeiden. Menigmaal is bet gebleken , dat de kinderen hunne van de Kerk vervreemde ouders tot den dienst des Hoeren terugbrachten. Hieruit volgt

ocr page 34

28

van zelf, dat zij derhalve van der jeugd aan ook bij het onderwijs op de catechisatiën op het gewicht der zaak moeten gewezen worden.

Ja, dat de jeugdige harten vaak groote liefde koesteren voor het Huis en het Woord des Heeren, is bekend. Maar o, hoe spoedig sterft dit uit als voor deze planting geen zorg wordt gedragen. Catechisanten en aan-nemelingen zijn aan zoo velerlei verzoekingen blootgesteld, dat wij bij allen, die anderen onderwijzen en leiden moeten, de herderzorg gaarne verdubbeld zagen. Welk een arbeidsveld is daar geopend voor hen, die willen medewerken om de jeugd te verzamelen, hen vaiii de wereld af te trekken en hun te tooneu, dat men zich van harte verheugen kan zonder in de zonde te vervallen. Niet enkel stichting, maar ook leering en onderhouding moeten daarbij afwisselen, om niet door langwijligheid, die de dood van alle leven is, veel te bederven. Kan de Kerk door hare organen, vooral in kleinere plaatsen, medewerken tot verspreiding van goede lectuur en haie zorg vooral des Zondags wijden aan de jeugdigen van jaren, zoo doet zij een gezegend werk. Waar de Zondag als een schat aan de jeugd wordt toevertrouwd, daar zal zij die als een gewijde herinnering en tevens als een vruchtbare zaadkorrel in de toekomst medenemen.

XL Zondagsheiliging en het Huisgezin.

Van de Zondagsrust en Zondagsheiliging komen wij ten slotte nog tot de bespreking van het Zondagsleven.

Daarvoor heeft inzonderheid het Huisgezin te zorgen. Elk gezin, waar de Zondag wordt geheiligd, leeft tot zegen voor anderen, en omdat wij dit gelooven, kunnen wij niet ernstig genoeg begeeren , dat de Zondagsheiliging meer en meer in de familie worde besproken en betracht.

Het behoeft nauwelijks herinnerd te worden, dat het de roeping van elk lid des gezins is om deel te nemen aan de openbare godsdienstoefening. Welk een zegen

ocr page 35

29

voor de kinderen, als de ouders hun duidelijk maken, dat de diepste behoeften van het menschelijk hart slechts kunnen bevredigd worden door de hoogste middelen. Een weinig verstrooing en gezelligheid heiligen den Zondag niet én geven het hart geen vrede. Zij, die zich door Christus zelf in Zijn Heiligdom laten onderwijzen en voorlichten, ontvangen daar en nemen van daar mede een groet uit de eeuwigheid, waarvan de klank het hart vervult en verblijdt, meer dan iets anders zulks kan doen.

In zulke gezinnen hoort men des Zondags ook later over het gehoorde spreken en het lied des Tofs nog eens herhalen. Of, gedachtig aan het woord der Schrift omtrent den zuiveren en onbevlekten Godsdienst, zoekt men gelegenheid om weduwen en weezen te bezoeken in hunne verdrukking, en hun zoo mogelijk voor den Zondag een plaats aan te bieden in den eigen gezelligen huise-lijken kring.

Want, tot de Zondagsheiliging behoort ook de Zondagsvreugde en ontspanning. Zij moet in den schoot of aan de hand der familie gekweekt worden. Het men-schenhart heeft behoefte aan vreugde, en wordt dit voorbijgezien, zoo sluit het zich toe en ook de heiliging vindt geen ruimte. Het Christendom is een Godsdienst der blijdschap. Brengt het Evangelie den menschen geen vreugde, zoo zoeken zij deze in de wereld, waar alles met zonde is besmet. De ware Christelijke blijdschap streeft naar het heilige en daartoe heeft God aan den mensch den Zondag gegeven. Dan mag men alle zorgen en bezwaren van zich werpen, mag men vroolijk en vrij ademhalen, en zoo zal en mag de Zondag een Zonnedag in iedere beteekenis zijn.

Op dien dag zich niet in eigen engen kring op te sluiten en slechts aan eigen genoegen te denkeu, is zeker in onzen tijd van wereldschgezindheid en wereld-dienst de roeping van ieder Christen. Gewis, wij weten het, dat het den ernstigen geloovige niet gemakkelijk valt uit de overdenkingen in de eenzaamheid naar buiten

ocr page 36

30

te treden, maar ouze tijd beeft eischen, waar men vroeger niet aan behoefde te denken. Wat voor enkele personen goed is, is vaak aan een geheel volk verspild. Wie dus niet alleen aan zich zelf denkt, maar ook liefde heeft voor zijn volk, die daalt tot de menschen af, en als hij ziet, dat zij een genot najagen, dat gevaarlijk is, zal hij trachten hen te toonen, hoe men zich waarlijk verblijden kan in geheel anderen zin. Men is al te zeer gewoon geraakt wegens de overschrijding der vreugde, de vreugde zelve te veroordeelen.

Een blik op den Zondag en op het volk, toont ons op welk een verkeerde baan de Zondagsvreugde en ontspanning zich besveegt. Koffiehuisbezoek, drankgebruik en kaartspel bij de minste volksklasse; diners, gezelschappen en partijen bij de hoogste. Dans en spel bij rijk en arm, dat zijn de Zondagsgenoegens waaraan velen zich overgeven. De behoefte aan gezelligheid zoekt bevrediging in sport of allerlei dingen, waarbij de kunst en vaardigheid gewoonlijk alleen middelen zijn om onchristelijk genot te smaken. Hierin ligt voor het volk het grootste gevaar voor lichaam, ziel en geest. Het overdreven zoeken naar genot eischt meer offers aan tijd en geld als met den tegenwoordigen huishou-delijken nood te vereenigen is, het geestesleven verflauwt en verzwakt en de ziel gaat licht onder in de verzoekingen en lijdt schade voor de eeuwigheid.

O, voor hoeveel duizenden van ons volk werd daardoor deze dag van zegen tot een dag des vloeks. Mogen wij het rustig aanzien? Neen, leeren wij allen, met wie wij omgaan en met wie wij in aanraking komen, op welke wijze men zich verheugen kan, zonder door naberouw gekweld te worden, en die schatten te verzamelen van vrede en vreugde, die de Heer zoo rijkelijk voor de menschenkinderen heeft beschikt.

Het huisgezin heeft hierin het meeste werk te doen, daar de Zondag ook een familiedag is. Hoevele mannen

O O

zijn er, die gedurende de week door arbeid of beroep verhinderd zijn zich aan hunne gezinnen te wijden, of

ocr page 37

31

die zelfs wel de geheele week van hen verwijderd zijn. De Zondag brengt de huisgenooten te zamen. Dan kunnen echtgenooten met elkander, de kinderen met de ouders lief en leed bespreken en leert men meer dan anders elkanders liefde kennen. Dan slingert zich op dien dag1 de band der liefde om de leden van het gezin en bloeit en rijpt tevredenheid en geluk. Niets gaat boven de vreugde van het gelukkig familieleven. Telkens mag dit weder voor de wereld uitgesproken worden.

Van hoeveel gewicht is de hnlp der huisvrouwen in deze zaak. Een goede, vrome, vriendelijke huisvrouw is eigenlijk het beste geneesmiddel voor rechte Zondagsverhoudingen en Zondagsvreugde. Voert de arbeid des daags de huisgenooten in het stof des levens, de moeder zor-ge, dat zij zelve, zoowel als man en kroost daarvan gereinigd worden, zoo dat allen zich daarover kunnen verheugen. Het leven in de week voert hen vele ernstige, bezorgde vaak norsche aangezichten tegen ; de huisvrouw toone daarom des Zondags een blijmoedig hartinnemend gelaat, waar man en kroost gaarne op staren. In de week verneemt men menig ruw , onvriendelijk woord; welk een behoefte derhalve, om op den Zondag deel te hebben aan een vriendelijk, aangenaam onderhoud.

De huisvrouw zelf zal bij dit streven niet alleen anderen gelukkig maken, zij zal ook het middel gevonden hebben tot vermeerdering van eigen geluk. De vrouw, die aldus haar huis tot een plaats van rust en vrede weet te maken, zal gemakkelijk voorkomen, dat haaiman de toevlucht neemt tot die andere opene deur, de deur der herberg, waarheen hij zich spoedig zal begeven, als in zijn huis onordelijkheid, onrust en onvriendelijke blikken te zien zijn.

Tot de familie behooren ook de dienstboden. Zoo moet het althans zijn in de Christelijke huisgezinnen , en waar het niet zoo is, daar klage men ook niet over slechte dienstboden. Zij hebben ook recht om den Zondag te vieren even als ieder ander lid der familie. Het gaat inderdaad niet waarlijk goed in een huis, waar

ocr page 38

32

men zich vermaakt ten koste der Zondagsrust van de dienstboden. Daarom ook, schoon het wenschelijk is, famielifeesten in den hniselijken kring te vieren, zoo moeten deze zooveel mogelijk eenvoudig zijn. Matigheid moet op eiken dag, maar inzonderheid des Zondags betracht worden.

Hebben wij te voren van de vreugde der familie in haar eigen kring gesproken, zoo kunnen wij die toch niet tot haar alleen beperken, want de familie bepaalt zich niet tot één huis. Zij breidt zich uit door bloedverwantschap en vriendschap, ja, gaat over in de gemeenschap der volken. Daarom zij elk Christelijk huisgezin, ook een tehuis voor anderen, die des Zondags zulk een innige behoefte hebben aan den zegen van een Christelijk samenzijn. Aan eiken disch zij een plaats bereid voor een eenzame of stille in den lande, voor wie men gaarne hart en huis ontsluit als voor een, door den Heiland zelf ons toevertrouwd.

Van het grootste gewicht voor ouders en kinderen is ook de wijze waarop men den Zondagavond doorbrengt. Is men in de gelegenheid nogmaals ter kerk te gaan zoo worde dit geenzins verzuimd. Daarna met elkander, in liefde en blijdschap vereenigd, kan een schoon lied of goed gesprek het hart verruimen en ontsluiten en in zulke uren inzonderheid het woord des Apostels betracht worden: „Voorts, broeders! al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat welluidt, aoo er eenige deugd is, en zoo er eenige lof is, bedenkt hetzelve.quot;

Een onberekenbare invloed ten goede gaat van zulke familie-avonden uit. Geen Christen, die daarvan in zijn jeugd den rijken zegen genoten heeft, kan er in later tijd van zwijgen en het nalaten om voor zich zelf en de zijnen diezelfde vreugde te begeeren en te zoeken. Filippensen 4 : 8.

Is het mogelijk om op de een of andere wijze in flinke ruime lokalen des avonds na kerktijd het volk te verzamelen tot een gezellig samenzijn, zoo verzuimenie-

ocr page 39

33

mand deze gelegenheid te baat te nemen. Het zou een heerlijke zaak zijn iets bij te dragen om de klove aan te vullen die heden ten dage het volk overal scheidt, en allen te leeren zich te beschouwen als meer bij elkander behoorende, als eene familie. Stijg tot het volk af en verheug u met hen, zoo kunt gij het tot u optrekken en het zal beter worden. Niet alleen des Zondags voormiddags in Gods huis, zullen rijk en arm hunne knieën buigen voor den Heer der Heeren, maar ook in het leven, in leed en vreugde zal men meer één zijn. Dan zou de dag des Heeren ook een Verzoenings-daor voor alle standen kunnen worden. De Zondagf

O _ O

toch wil het volk vrij maken van den druk der wereld en vroolijk maken in den Heer. Menschelijke traagheid en vooroordeel verhinderen nog om waarlijk met vreugde aan het mogelijke van dezen toestand te denken. Moge het Genootschap tot bevordering van Zondagsheiliging ook medewerken om deze dingen tot vervulling te brengen! Er zijn moeielijkheden, zelfs gevaren aan verbonden. Men moet krachten hebben in de Gemeente, die dezen arbeid willen steunen, en opgewekte, geestelijke personen, die zich zelf hieraan willen geven, opdat geen oppervlakkigheid of wereldschgezindheid de samenkomsten bederven. Maar, toegerust met een ruim hart en een eng geweten, teruggetrokken van de wereld, maar niet van de menschen zal gewis ook deze arbeid voor Gods Koninkrijk dengene, die hem ten uitvoer brengt, gelukken.

Zondagsheiliging eu de Zaterdagavond.

Wat wij hierboven voor den Zondagavond hebben aangegeven, zal menigeen wat onbereikbaar voorkomen. Laat zulks niet het geval wezen met de laatste zaak, die wij willen bespreken: de Zaterdagavond. Dat in alle plaatsen de wenschen daaromtrent gekoesterd, toch spoedig in vervulling mogen treden, spreken wij hier

ocr page 40

34

gaarne als onze vurige hoop uit; en elk Christen, die tijd, talenten en gaven beschikbaar heeft, moge zich als een geroepene voor deze zaak beschouwen.

Hoe noodig is het toch, dat op den Zaterdagavond overal lokalen worden opengesteld tot ontvangst van allen die hun dag- eu weektaak geeindigd hebben en in waarheid naar lichaam en ziel vermoeid, thans behoefte hebben aan rust en verpoozing. Hoe verlangt de werkman daarnaar, en het is maar al te waar, dat hem die in de meeste gezinnen niet wordt bereid. Op den Zaterdagavond is er geen rust en vrede in dekringen, waar men die het meest behoeft. Ovei'al wordt gewerkt, gesloofd en voor alles is plaats behalve voor den huisvader, die noodig heeft, dat men hem dan door reinheid, orde en vriendelijkheid het hart verkwikt.

Welk een genot als hi] weet, dat er iu een of ander lokaal voor hem plaats is, waar hij verwacht wordt, waar hij geschikte lectuur vindt, die hem op de hoogte brengt van alles wat in de afgeloopen week geschied is; waar een vriendelijke hand hem verkwikking biedt en een meer ontwikkelde dan hij zelf, hem wil voorlichten in de dingen des eeuwigen en des tijdelijken levens, en waar hij door muziek en zang zich in een andere wereld verplaatst gevoelt. Zoude hij er nietkomen? O gewis! En hij zal daar gezegend worden, en vandaar een zegen medenemen, die hem zal opwekken om den volgenden Zondag niet te blijven rusten, maar op te gaan naar het Huis des gebeds, waarvan hij reeds een voorsmaak heeft gehad op den vorigen avond.

Wij hebben over veel en velerlei in de voorgaande regelen gesproken , en wellicht zal menigeen denken aan zooveel arbeid niet te kunnen medewerken. Maar hebben wij niet te doen met een God , die op het gewillige hart ziet, en dat gaarne aanneemt voor Zijn dienst? Hij kan door veel of door weinig zegenen, geloof en trouw zal Hij kroon en.

Gezegend de ziel die aldus wil medewerken om Gods gebod hoog in eere te houden en te volbrengen. Hij

ocr page 41

35

zal ervaren, dat Hemelsche poëzie het ruwe proza des levens doordringt, en bespeuren dat Zondagsvrede en Zondagszegen het leven verhelderen. Men heeft den Zondag „de Parel der dagenquot; en „den Koning der dagenquot; genoemd. Zijn dat schoone namen, ijdele woorden? Neen! Als de Zondag geheiligd wordt naar 's Heeren Woord, dan is hij werkelijk, wat hij naar Gods bestemming zijn zal: „de laatste zonnestraal iait het Paradijs, die zijn schijnsel werpt tot in de heilige rust van den eeuwigen Sabbat.quot;

Die dag zal eenmaal komen. Welgelukzalig allen, die op den aardschen rustdag met het vooruitzicht op den eeuwigen willen getroost en versterkt worden, als aller oogen den Koning zullen zien in Zijn schoonheid, en aller lied Hem zal verheerlijken, die ons Gode heeft gekocht met Zijn bloed.

Wetende en belijdende dat elke Zondag van dien heerlijken feesttijd den voorsmaak geeft, worde op dien dag het lied vermenigvuldigd:

Roemt 's Vaders welbehaoren,

O 7

Geeft Jezus lof en eer;

Daar is de Kroon der dagen.

De dag des Heeren weêr!

Stelt met de hemelkoren Het heilig feestlied in:

Ook wij, ook wij behooren Tot 's Vaders huisgezin.

ocr page 42

De preeken ,¥oor den Zondagquot;, uitgegeven door het Genootschap tot bevordering van de Christelijke heiliging van den Zondag, zijn te verkrijgen voor ƒ 1,30 per jaar franco per post hij onderstaande H.Ë. Correspondenten:

Te Almeloo, „ Amsterdam, „ Antwerpen, „ Arnhem, „ Batavia, B Bodegraven , Delft „ Dordr,echt, B Enschede, „ Erica, „ Ginneken, jf Gouda, , 's G raven hage, , Haarlem, , Hilversum, „ lerseke, jj Joure, , Meppel, , Middelburg, , N ij kerk, , Nijmegen, , Roosendaal, j, Rotterdam, s Schiedam,

S. Pape,

J. Muller Jr,

J. Pijl.

a. h. Volkskoffiehuis,

G. Geisler,

W. Hart.

S. v. d. Heide.

firma J. de Zeeuw,

Johan Drost,

H. Visscher.

Ds. F. W. Stutterheim.

Ds. Berkelbach v. d. Sprenkel.

W. C. Verboog, Princegrachfc 4.

J. F. Dobben , Boekhandelaar.

Vereeniging tot Evangelisatie.

D. Vogel.

Ds. L. W.'Bakhuijzen v. d. Brink. J. Koning Gz., Woldstraat.

H. L. E. Dormaar, St. Pieterstraat A 75. G. F. Callenbach.

Ds. E. A. G. van Hoogenhuyze.

Evangelist. Zanddwarsstraat 3.

Doelenstraat. Zendelinir.

Voorstraat. Achterstraat.

Hulsdonksche weg. Gen. v.d.Heides.22.

H. Pouwlus,

'J. Zeverboom,

Ds. C. L. v. d. Broek.

Sleen (Drente), B. Robers,

Tricht. N. de Jong,

Utrecht, .......

Vlaardingen, J. Bot,

Vlissingen, Ds. Is. Montague,

Waterval-Boven H. J. A. Simons de Ruijter.

Zuid-Afr. Republiek.

Woudenberg, H. G. C. Meijer, Godsdienstonderw.

Zutphen, M. B. Niesink, Hoogstraatje.

Zwolle, A. v. d. Waa, Brink 29.

Evangelist.

Portier S. S.

Erf van Maarleveld.


ocr page 43
ocr page 44