VAN DE
BROEDEII SCHAP
DER
Leidschc procGssio
KE YEL. AAR
gevestigd in de Parochiekerk
VAN
lt;D. ürouiw ©ntrraiujxnis.
Liturgisci v
Aartsbisdom
Volgnii mrn0Bibi.ot'noök
Gedrukt bij T. M. H. Leonards, Leiden,
VOORBE RICH T.
Bij het samenstellen van dit nieuwe Handboekje der Leidsche Processie naar Kevelaar hehbea icij gemeend de Gebeden en Gezangen van het vorige Pelgrimsboekje te moeten behouden, en daarin alleen datgene te wijzigen, wat noodif/ is gebleken, en er sommirje gebeden en nientce gezangen nan toe te voegen., die over het algemeen door de Pelgrims verlangd werden.
Vooral hebben wij getracht dit boekje, zoo in te richten, dat het niet alleen, van dienst kan zijn gedurende de dagen der jaarlijksche Bedevaart, maar dat hef ook voortdurend als Gebeden boek gebruikt kan worden. Daarom ook zijn er de meeste gezanrjen. in opgenomen, welke gedurende het geheele jaar inde Broederschapsterk gezongen worden.
Wij hebben er alles uitgelaten, wat op reisplan en dagorde betrekking heeft, omdat dit te dikwijls aan verandering onderhevig is, en. bovendien telken, jare tijdig door het Bestuur der Broederschap wordt aangekondigd.
In de hoop dat wij een nuttig werk verricht hebben, eindigen wij dit voorbericht met den wensch, dut dit hoekje, onder Gods zegen bewerkt, moge strekken Ud grooter gerief en godsvrucht der Pelgrims, tot algt-meene stichting, en vooral tot meerdere eer van Jezus en Maria.
Oil is hel qpreqle afbeeldsel van t^Iirakeleus Hecld, óeplaatst den 1 Juni 1642 in de Kapél te Kevelaar.
Ware afbeelding
VAN HET WONDKRRAAR
MARIABEELD TE KEVELAAR.
Het miraculeus Heekl van nnze lieve Vrouw van Kevelaar werdt, in liet jaar 1(541, door tw ee Hessische soldaten, die uit Luxemburg kwamen, naar Gelder overgebracht Daar kwam het door eene wonderbare beschikking der Voorzienigheid in het bezit van een braaf Katholiek, Buschmann genaamd. â- Hij het zoogenaamde hagelkruis te Kevelaar, waar de vrome man zeer dikwijls bad, hooide hij eene stem. die hem toeriep: ,,Hier moet gij Mij eene Kapel bouwen !quot; Van zijne eigene, met moeite verzamelde spaarpenningen, liet nu Buschmann zulk een Kapelletje oprichten, en spoedig stroomde nu eene groote menigte men-schen, die langzamerhand tot 100,000 jaarlijks aangroeide, derwaarts, om de hooggezegende Moeder üods, de Troosteres der Bedroefden, in hare Beeltenis aan te roepen en te vereeren. Sedert dien tijd heeft God niet alleen door deze beeltenis, maar zelfs door de afbeeldingen daarvan, op gansch bijzondere wijze zijne wondermacht getoond.
Moge de devotie tot deze hulpvaardige Moeder diepe wortelen in ons hart schieten.
H. Maria, O. L. Vrouw van Kevelaar, Troosteres der Bedrukten,
l);d voor ons nu en in liet uur van onzen dood AMEN.
Kom jaarlijks, vrome Pelgrimssehaar,
Kaar 't u zoo dierbaar oord. Dat lofzang aan gebed zich paar Op uwen tocht naar Kevelaar!
Want zij, de toevlucht in gevaar.
Laat niemand onverhoord.
Komt, Pelgrims! komt, op uwen tocht
Gods zegen afgevraagd. Dan Kevelaars kapel bezocht.
Die vaak getuige wezen mocht Van wond'ren, door Gods hand gewrocht liij 't beeld der Moedermaagd.
Broederschap van de Allerheiligste Maagd Maria, gezegd der Leidsche Processie naar Kevelaar, gevestigd in de Parochie-Kerk van O. L. Vr. Onbeirl. Ontv. te Leiden.
BEPALINGEN;
1quot;. Degene, die zich in de Broederschap laten inschrijven, zuilen op den dag hunner inschrijving, mits gebiecht en gecommuniceerd hebbende, vollen aflaat verdienen.
3°. De broeders en zusters, die gebiecht en gecommuniceerd hebben , of dit niet kunnende, ten minste een oprecht leedwezen over hunne zonden gevoelen, en den naam Jezus aanroepen, verdienen vollen atlaat in het uur des doods. 3*. Vollen aflaat op den 15 Augustus, zijnde de feestdag van Maria Hemelvaart, vergund aan de broeders en zusters van de Broederschap, die na gebiecht en gecommuniceerd te hebben
VIII
zullen bidden tot intentie van onze Moedei-de H. Kerk.
4°. Aan de broeders en zusters wordt jaarlijks volle aflaat vergund op den feestdag van Maria Lichtmis (zijnde de voornaamste feestdag van de Broederschap) mits zij. na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, bidden tot intentie van onze Moeder de H. Kerk. 5°. Een atlaat van zeven jaren en zeven quadra-genen wordt toegestaan aan dezelfde broeders en zusters 's jaarlijks op de navolgende dagen ; te weten, op den tweeden Zondag in de Vasten, op den tweeden Zondag in de maand Juli, op den tweeden Zondag in de maand September, en O)) den Zondag onder de octaaf der Onbevlekte Ontvangenis van de allerheiligste Maagd en Moeder Gods Makia.
En eindelijk verleent Zijne Heiligheid 00 dagen aflaat aan de broeders en zusters (welke aflaat ook aan de overledenen kan worden toegevoegd), die in de Kerk van de Broederschap samen Mis hoeren, die de gewone of buitengewone proeessiën bijwonen, die het heilig Sacrament des Altaars, als het naar een zieken wordt gedragen, vergezellen, die de zieken bezoeken en hen in hun lijden vertroosten.
Verder dient tot naricht, dat tot geluk dei-levende, en lafenis der overledene leden van deze Broederschap op onderscheidene plaatsen worden gedaan de volgende heilige Missen, als:
In de Broederschaps kerk.
1 H. Mis alle Zaterdagen van iedere week voor lt;le overledenen, ten 10 ure.
IX
6 Snlemneele H. Missen op de aflaatsdagen tot intentie van de Broederschap.
1 H. Mis tot voorbereiding voor hen, die met de processie naar K e v e I a a r gaan.
1 H. Mis tot dankbaarheid voor hen, die naar K e v e 1 a a r zijn geweest.
1 Soiemneele H. Mis te Kevelaar voorde Pelgrims en voor de levende leden der Broederschap.
1 Soiemneele Keqniem-Mis te Kevelaar voorde overledene leden der Broederschap.
Op de (i aflaatsdagen wordt de solemneel H. Mis opgedragen tot intentie van de Hroederschap, waarna plechtige Processie en één tientje van den Rozenkrans.
Op de Maria dagen branden er 15 kaarsen ter eere van de 15 Mijsteriën, en 5 kaarsen Ier eere van dn 5 bloedige wonden van onzen Verlosser en Zaligmaker, en 1 groote kaars.
1 H. Mis iedere maand in de Kerken van Maria Hemelvaart en den //. Petrus te Lei d e n, voor de levende broeders, zusters en weldoeners.
3 H. Missen vooreik overleden lid in zijne Parochie. 2fi H. Missen voor de levenden te Zoeterwoude. 12 H. Missen voor de overledenen te Leiderdorp. 1 2 H. Missen voor de overledenen te Oegstgeest. 12 H. Missen voor de overledenen te Ri/piuetering. 12 H. Missen voorde overledenen te Wassenaar. 12 H. Missen voor de overledenen te heemstede. 1 2 H. Missen voor de overledenen te Lisse. 12 H. Missen voor de overledenen te Warmond. 12 H. Missen voor de overledenen te Noordivijker-hout.
T
6 H. Missen voor de overledenen te Kouderkerlc. C H. Missen voor de overledenen te Groenendijk. 6 H. Missen voor de overledenen te Sassenheim. 3 H. Missen voor de overledenen te Katwijk. 3 H. Missen voor de overledenen te Voorhout. Er wordt elk jaar eene groote kaars geofferd
te Kevel aar ter eere van onze Lieve Vrouw, a]
behalve vele andere kaarsen, die op onderscheidene ^
plaatsen branden ter eere van het Allerheiligste sl
Sacrament en van onze Lieve Vrouw en andere d
Heiligen. 1
Na den 15 Augustus zal de Processie, geleid si
door een of meer Priesters, jaarlijks uit de Broe- ei
derschaps kerk te Leiden, na de H. dienst, naar lt;»
K e velaar vertrekken; dag en uur zullen bij tijds ii
worden bekend gemaakt.
Zondags daarna 's avonds ten 7 ure zal in de Broederschapskerk een plechtig Lof van dank-zegging worden gehouden met Predikatie, Processie «n den lofzang Te Deum Laudamus.
Inlichtingen betreffende de reis en de godsdienstoefeningen kunnen verkregen worden bij de Broe-â dermeesters.
De inschrijving in de Broederschap zal worden â¢verricht, door de Broedermeesters alsmede door de Lijsthouders, die hunne lijst aan den Penningmeester moeten ter hand stellen.
De jaarlijksehe contributie is 50 Cent.
Zij, die meer dan 50 jaren oud zijn, betalen Lij de inschrijving nog extra als volgt;
Van 50 tot 53 Jaren Æ 0,50 Extra. ii 53 // 5 6 // H 1,00 // // 56 (/ 59 u //1,50 // // 59 // 61 // // 2,00 //
Van 61 tot 63 Jaren Æ 2,50 Extra. n 63 // 65 n a 3,00 n U 65 ;/ 67 H u 3,50 n ii 67 a 69 n a 4,00 w ii 70 en daarboven â 4,50 â
Allen, die zich in dit heilzaam, met zoovele aflaten verrijkt Broederschap laten inschrijven, waarin men tot niets verplicht wordt dan tot het storten van het geringe jaarlijksche offer, worden deelachtig' aan alle gebeden, goede werken en 1J.H. Missen, welke zoo veelvuldig in deze Broederschap geschieden tot heil der levenden en tot troost en lafenis der zielen in het vagevuur, waarom wij â¢onze Pelgrims dan ook dringend aansporen zich in deze Broederschap te laten inschrijven.
Leve Jezus! Leve Zijne H. Moeder Maria!
EERSTE GEDEELTE.
a K i K ® K m.
MORGENGEBED.
Kom, H. Geest, vervul de harten uwer geloovigen, en ontsteek in hen het vuur uwer liefde.
v. Zend uwen Geest uit en zij zullen herboren worden.
r. En Gij zidt het aanschijn der aarde vernieuwen,
Laat ons bidden.
God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest hebt onderricht, geef ons, dat wij in denzelfden lt;ieest, de ware wijsheid erlangen, en ons door zijne vertroosting gedurig mogen verblijden. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Stellen wij ons in Gods aanbiddelijke tegeiivvoordiglieid.
Wij gelooven vastelijk, o God, dat Gij hier tegenwoordig zijt, ons ziet, en hoort; dat al de gedachten en de genegenheden.
MORGENGEBED.
ja de verborgenste bewegingen van ons hart U bekend zijn, en dat Gij bereid zijt, ons gebed te verhoeren.
Laten wij God voor alle ontvangene weldaden bedanken, en wijden wij ons geheel aan zijnen dienst toe.
Mijn Heer en mijn God, wij bedanken U zeer ootmoedig voor al de genaden, die Gij, in uwe overgroote barmhartigheid, ons tot lieden toe verleend hebt; en wet voornamelijk , dat Gij ons gedurende deze dagen zoovele en buitengewone middelen ter hand stelt, om U, o goede God! ijverig te kunnen dienen; is het niet wederom een uitwerksel uwer goedheid, dat wij dezen dag mogen beleven? Daarom willen â wij dien geheel tot uwen dienst besteden. Wij dragen U alle gedachten, woorden en werken er van op. ZegeiT ze, o mijn God , opdat er geene zijn, die niet bezield worden door uwe liefde en niet strekken tot uwe meerdere eer.
Laten wij een vast voornemen maken, om de zonden te vluehten en de deugd te beoefenen.
Aanbiddelijke Jezus, goddelijk voorbeeld der volmaaktheid, naar hetwelk wij moeten leven; wij willen alles aanwenden, om ons meer en meer aan U gelijkvormig te
MORGENGEBED. amp;
is maken: ootmoedig, zuiver, geduldig, ijverig id in het gebed, verdraagzaam en zachtmoedig jegens elkander, en in alles onderworpen aan uwen heiligen wil; wij zullen ⢠ons bevlijtigen om niet meer iu die zonden te vallen, welke wij zoo dikwerf bedreven Ml hebben, en die wij oprecht verlangen te verbeteren.
' y
1 r Smeeken wij hiertoe den bijstand dei-
et goddelijke genade af.
se Maar, mijn God, Gij kent onze zwak-
m heid, wij vermogen niets zonder den bij-ig stand uwer genade; weiger ons die toch
in niet, verleen hulp naar onze behoefte;
'ij geef ons genoegzame kracht, om al het
'ii goed te beoefenen, dat Gij van ons ver-
n. wacht, en om met geduld al de moeielijk-311 heden en tegenspoeden te verdragen, die ju het U zal believen ons over te zenden. Amen.
ld Onze Vader. Wees gegroet. 11- geloof in -u God den Vader, enz.
^ Laten wij de akten van Geloof, Hoop
en Liefde verwekken.
ju.
](| akte van geloof.
en Ik geloof, o mijn God, dat Gij één zijt gt;n\ in wezen en drievuldig in personen; dat te de tweede persoon der Heilige Drievuldig-
4 MORGENGEBED.
heid voor ons is meiisch geworden, en dat Gij het goede loont en liet kwade straft: dit en alles wat Gij ons door de Heilige Kerk te gelooven voorstelt, geloof ik vas-telijk, omdat Gij de eeuwige waarheid zijt, die dit alles geopenbaard hebt. In en voor dit geloof wil ik leven en sterven.
AKTE van hoop.
O barmhartige God, ik hoop niet een vast vertrouwen door de verdiensten van Jez,us Christus van U te zullen verkrijgen liet eeuwig leven en alles wat ons daartoe helpen kan: dit hoop ik omdat Gij oneindig goed jegens ons, almachtig en getrouw in uwe beloften zijt. In deze hoop wil ik leven eu sterven.
AKTE VAN LIEFDE.
O mijn God, ik bemin U boven al uit geheel mijn hart, omdat Gij het opperste goed in U zeiven en alle liefde waardig zijt: ik bemin mijn evennaaste gelijk mij zeiven om U, en wensch dat alle mensehen U beminnen. In deze liefde wil ik leven eu sterven.
O driemaal Heilige God! Ik aanbid U, ik bemin U, ik loof U door het H, Hart
MORGENGEBED. 5
van Jezus in bet Allerheigste Sacrament des Altaars. Ik ofïer ü op, door de gezegende handen der Onbevlekte Maagd Maria, alle H.H. Hostiën, welke op onze Altaren en in onze Tabernakelen berusten, tot een Sacrifitie van voldoening, van herstelling en van eerboete voor alle heiligschennissen, onteeringen, goddeloosheden , godslasteringen en gruweldaden, die U door de geheele wereld beleedigen.
(300 dagen aflaat, 9 Juli 1859.)
rt
OPDRACHT AAN MARIA.
O mijne Oppervorstin! 0 mijne Moeder! ik ofïer mij geheel aan U op, en om te bewijzen dat ik geheel aan U toebehoor, wijd ik U heden toe mijne oogen, mijne ooren, mijn mond, mijn hart, ja mij zeiven geheel en al. En daar ik U alzoo geheel toebehoor, o goede Moeder, zoo bewaar en bescherm mij als uw goed en uw eigendom.
(100 dagen aflaat, o Augustas 1851.)
2
6 MORGENGEBED.
Litanie van den Allerh. Naam Jezus.
Heer, ontferm U onzer,
Christus, ontferm U onzer,
Heer, ontferm U onzer,
Jezus, hoor ons.
Jezus, verhoor ons.
God , hemelsche Vader, ontferm T onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, Heilige Geest, ontferm U onzer. Heilige Drievuldigheid , een God, ontferm
U onzer,
Jezus, glans des Vaders,
Jesus, gloed van het eenwig licht,
Jezus, Koning der glorie,
Jezus, zon der rechtvaardigheid,
Jezus, Zoon der Alaagd Maria, o
Beminnelijke Jezus, ~
Wonderbare Jezus, g
Jezus, sterke God,
Jezus, Vader der toekomende eeuw, 1 Jezus, Verkondiger van het groote g raadsbesluit, o
Allermachtigste Jezus,
Allergeduldigste Jezus,
Allergehnorzaamste Jezus,
Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van harte,
8
MORGENGEBED. 7
Jezus, Minnaar der zuiverheid,
Onze Minnaar,
God des v red es.
Oorsprong des levens.
Toonbeeld der deugden,
LI veraar der zielen,
Onze God,
Onze toevlucht,
Vader der armen, c.
Schat der geloovigen, ^
Goede Herder, £
g Waarachtig licht, S
S Eeuwige wijsheid, r:
Oneindige goedheid, c
Onze Aveg en ons leven. S
Vreugd der Engelen.
K on i ng der A art 1 s va ders,
Meester der Apostelen,
Leeraar der Evangelisten Sterkte der Martelaren,
Licht der Belijders,
Zuiverheid der Maagden,
Kroon van alle Heiligen,
Wees genadig, spaar ons, Jezus.
Wees genadig, verhoor ons, Jezus. Van alle kwaad, verlos ons, Jezus. Van alle zonden,
Van uwe gramschap.
Van de listen des duivels.
8 MORGENGEBED
Van den geest der onkuisclilieid,
Van den eeuwigen dood,
Van liet verwaarloozen uwer inspraken.
Door het geheim uwer H. Mensch-
wording,
Door uwe geboorte,
Door uwe kiudsehheid,
Door uw goddelijk leven,
Door uwen arbeid.
Door uw doodstrijd en lijden,
Door uw kruis en uwe verlatenheid,
Door uwe smarten.
Door uwen dood en uwe begrafenis,
Door uwe verrijzenis,
Door uwe hemelvaart.
Door uwe vreugden,
Door uwe glorie,
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons, Jezus, Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons, Jezus. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer, Jezus. Jezus, hoor ons.
Je/.us, verhoor ons.
Laat ons bidden.
Heer Jezus Christus, die gezegd hebt; vraagt en gij zult verkrijgen, zoekt en gij
lt;
ft
o
C/l'
a cs
MORGENGEBED.
zult vinden, klopt en u zal geopend worden : wij smeeken U, verleen ons, op ons bidden, het vuur uwer goddelijke liefde, opdat wij CJ met geheel ons hart, onzen mond en onze werken beminnen en nimmer ophouden U te loven.
Geef, Heer, dat wij eene voortdurende vrees en liefde hebben voer uwen H. Naam ; want nooit berooft Gij hen van uwe leiding, die Gij in de hechtheid uwer liefde vestigt. Door onzen Heer J. C., uwen Zoon, die met ü leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
O Engel Gods, die mijn Bewaarder zijt, en aan Wiens zorg ik door de Opperste Goedheid ben toevertrouwd, gewaardig U mij te verlichten, te bewaren, te geleide: t en te besturen. Amen.
i)
1
!®i®aisss®iMa@aa
MSSGSSSBSJ».
DE HEILIGE MIS,
gelijk de Priester die aan het H. Altaar leest.
De Priester aan den voet des Altaars.
In den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Amen. Ik zal ingaan tot liet Altaar Gods. De Diekaar in naam des volks: Tot God, die mijne jeugd verblijdt.
pk. Oordeel mij, God, en beslis mijne zaak tegen het onheilig volk; red mij van den ongerechtigen en listigen men scli.
dr. Want Gij, God, zijt mijne sterkte, waarom hebt Gij mij verstooten? en waarom treed ik droevig heen, terwijl de vijand mij kwelt ?
pr. Zend uw licht uit en uwe waarheid: deze hebben mij uitgeleid en voort-geleid naar uwen heiligen berg en in uwe woontent.
I
misgebeukn. 11
dr.. En ik zal ingaan tot liet altaar Gods,
tot God, die mijne jeugd verblijdt. pr. Ik zal U op de citer belijden, God, mijn God! waarom zijt gij bedroefd, mijne ziel? en waarom ontroert gij mij? dr. Hoop op God; want nog eenmaal zal ik Hem belijden, liet heil van mijn aanschijn en mijn God.
PR. Glorie zij den Vader, en den Zoon,
en den H. Geest.
dr. Gelijk het was in den beginne, en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
pr. Ik zal ingaan tot het altaar Gods. 3)r. ïot God, die mijne jeugd verblijdt. pr. Onze hulp is in den naam des Heeren. dr. Die hemel en aarde gemaakt heeft. pk. Ik belijd voor den almachtigen God, voor de heilige Maria, altijd Maagd, voor den Heiligen Aartsengel Michael, den H. Joannes den Dooper, de Heilige Apostelen Petrus en Paules, voor alle Heiligen en voor u, broeders! dat ik zeer gezondigd heb met gedachten, woorden en werken, door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld. Daarom bid ik de Heilige Maria, altijd Maagd, den Heiligen Aartsengel Michaël, den H..
12 MISGEBEDEN,
Joannes den Dooper, de Heilige Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en u, broeders! tot den Heer onzen God voor mij te bidden. dr. De almogende God ontferme zich over u, vergeve u uwe zonden en geleide u ten eeuwigen leven. pk. Amen.
dr. Ik belijd enz.-, maar voor broeders!
zegt hij: Vader!
pr. De almogende God ontferme zich over u, vergeve u uwe zonden en geleide u ten eeuwigen leven. dr. Amen.
pr. De almachtige en barmhartige God verleene ons kwijtschelding, ontbinding en vergiffenis van onze zonden. dr, Amen.
PR. Wend u tot ons, o God! en Gij zult
ons levend maken,
dr. En uw volk zal zich in U verblijden. pr. Toon ons, Heer, uwe barmhartigheid. dr. En geef ons uw heil.
PR. Heer, verhoor mijn gebed.
dr. En mijn geroep kome tot U.
PR. De Heer zij met u.
dr. En met uwen geest.
De Priester bij het opgaan naar het Altaar.
Neem, Heer. bidden wij LI, onze onge-
mtsgebeden.
rechtigheden van ons weg, opdat wij met zuivere harten tot het heilige der heiligen mogen ingaan. Door Christus, onzen Heer.. Amen.
De Priester buigt in het midden des Altaars en zegt:
Wij bidden U, Heer door de verdiensten van uwe Heiligen , wier overblijfselen hier rusten, en van alle Heiligen, dat Gij mij al mijne zonden wilt vergeven. Amen. De Priester aan de Epistelzijde.
Hij heeft hen met de bloem der tarwe-gespijsd, en met honig uit de steenrots verzaad. Juicht voor God onzen helper,, jubelt voor den God van Jakob.
Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest.
De Priester in het midden des Altaars.
pr. Heer, ontferm U onzer.
dr. Heer, ontferm U onzer.
PR. Heer, ontferm U onzer.
dr. Christus, ontferm U onzer.
pr. Christus, ontferm U onzer.
dr. Christus, ontferm ü onzer.
pr. Heer, ontferm U onzer.
dr. Heer, ontferm U onzer.
pr. Heer, ontferm U onzer.
13
MISGEBEDEN,
Gloria.
Glorie aan God in den allerhoogste, en a'rede op aarde den menschen van goeden wil. Wij loven U; wij zegenen U; wij aanbidden U; wij danken U voor uwe groote glorie. Heer God, hemelsche Koning. God, almachtige Vader. Heer Jezus Christus, ééniggeboren Zoon. Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders. Die de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer. Die de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer, neem onze, smeeking aan. Die aan de rechterhand des Vaders gezeten zijl , ontferm U onzer. Want Gij alleen zijt de Heilige, Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste, Jezus Christus, met den H. Geest in de glorie van God den Vader. Amen.
pk. De Heer zij met u.
dr. En met uwen geest.
Laat ons bidden.
God, die ons onder het wonderbare Sakrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten, verleen ons bidden wij U, de heilige geheimen van uw lichaam en bloed zóó te vereeren, dat wij de vruchten uwer verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. Die leeft en regeert met God den
14
MISGKUEDEN.
Vader in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eenwen der eeuwen. Amen,
Les uit den Eersten Brief van den H. Apostel Paulus aan de Corintliiërs.
Broeders, ik heb het immers van den Heer ontvangen wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heer Jezus in den nacht waarin Hij geleverd werd, het brood nam, en dankende het brak, en zeide: Neemt, en eet, dit is mijn lichaam, dat voor u zal geleverd worden, doet dit tot mijne gedachtenis. Desgelijks ook den kelk, nadat Hij het avondmaal genomen had , zeggende: Deze kelk is het Nieuwe Testament in mijn bloed; doet dit, zoo dikwijls gij dien zult drinken, tot mijne gedachtenis. Want zoo dikwijls gij dit brood zult eten, enden kelk drinken , zult gij den dood des Heeren verkondigen, totdat Hij kome. Derhalve, alwie onwaardig dit brood zal gegeten, of den kelk des Heeren gedronken hebben, hij zal schuldig zijn aan het lichaam en het bloed des Heeren. Doch de mensch beproeve zich zeiven, en zóó ete hij van dat brood, en drinke van den kelk, Want wie onwaardig eet en drinkt, hij eet en drinkt zich het oordeel, wijl hij niet onderscheidt het lichaam des Heeren.
15
JIISGEBKDKN.
Pr. (4od zij dank.
PR. Aller oogen hopen op U, Heer: en (rij
geeft hun spijs ten bekwamen tijde, v. Gij opent uwe hand, en vervult alle schepselen met zegening.
Mijn vleesch is waarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank: die mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij, en Ik in hem.
Evangelie van den M. Joannes. H. VI.
In dien tijde, zeide Jezus tot de scharen der Joden ; Mijn vleesch is waarlijk spijsr en mijn bloed is waarlijk drank. Die mijn vleesch eet, en mijn bloed drinkt, blijft in Mij. en Ik in hem. Gelijk de levende Vader mij gezonden heeft en Ik leef om den Vader, zoo zal ook hij die Mij eet om Mij leven. Dit is het brood, dat uit den hemel is nedergedaald. Niet gelijk uwe vaderen het manna gegeten hebben, en gestorven zijn. Wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.
dr. Lof zij IJ, Christus.
Credo.
Ik geloof in één God, den almachtigen Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in
16
MTSGEBFDEN.
17
één lieer Jezus Christus, Gods ééniggeboren Zoon, en uit den Vader vóór allen eeuwen geboren; God van God, licht van licht, Avaarachtig God van waarachtig God, voortgebracht, niet gemaakt, medezelfstandig met den Vader, door wien alles gemaakt is. Die om ons menschen, en oin onze zaligheid is nedergedaald van de hemelen. En is vleezcl (/moorden door den H. Geest uit de Maagd Maria en is mensch r/etoorden. Hij is ook gekruist voor ons: onder Pontius Pilatus heeft Hij geleden en is begraven; en Hij is ten derden dage, volgens de Schriften, verrezen. En Hij is opgeklommen ten heinel, zit aan de rechterhand des Vaders. En weder zal Hij komen in glorie om teoordeelen de levenden en de dooden; aan wiens rijk geen einde zal zijn Ik geloof in den H. Geest, den Heer en levendmakende, die uit den Vader en den Zoon voortkomt; die met den Vader, en den Zoon te zamen aangebeden en medever-heerlijkt wordt; die door de Profeten ge-sproken heeft. â Ik geloof in ééne Heilige Katholieke en Apostolische Kerk. Ik belijd één doopsel tot vergeving der zonden. En ilc verwacht de verrijzenis der dooden, en iict leven der toekomende eeuw. Amen.
misgebehen.
De Offerande.
pr. De lieer zij met u.
dr. En met nwen geest.
pr. Laat ons bidden.
De priesters des lleeren dragen aan God wierook en brood op, en daarom zullen zij heilig zijn voor hun (gt;od, en zijnen naam niet bezoedelen.
Bij het offeren van het Brood.
Neem, Heilige Vader, almachtige eeuwige God, dit onbevlekte offer aan, hetwelk ik, uwe onwaardige dienaar, U, mijnen levenden en waarachtigen God, opdraag voor mijne ontelbare zonden en beleedigingeu en nalatigheden: en voor alle omstanders; maar ook voor alle geloovige Chiistenen , levenden en overledenen, opdat het mij en Imn tot heil verstrekke ten eeuwige leven. Amen.
Bij liet vermengen van liet water mei den wijn.
God, die de waardigheid der mensche-lijke natuur wonderbaar geschapen , en nog wonderbaarder vernieuwd hebt, geef ons door het geheim dezes waters en wijns deelgenoot te worden in de godheid ran ilcm, die zich verwaardigd heeft, in onze menschheid te deelen , Jezus Christus, im-Zoon, onze Heer, die met 1' leeft en
18
MISGEBEDF.K.
regeert in de eenheid des Heiligen Geesfes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Bij liet offeren van den kelk.
Wij offeren U, [Teer, den kelk des heils en smeeken uwe goedertierenheid, dat dit offer voor het aanschijn uwer goddelijke Majesteit tot ons heil en het heil der ganse he wereld met een geur van zoetheid opstijge.
(Met yeboyen hoofd.) Gelief, Heer, ons, die in een geest van ootmoedigheid en met een verbrijzeld hart tot U komen, aan te nemen : en zuó worde heden ons offer voor uw aanschijn gebracht, dat hetübehage. Heer God! Kom, heiligmakende, almachtige eeuwige God, zegen dit offer, voor uwen heiligen naam bereid.
Bij het wassehen der handen.
Ik zal onder de onschuldigen mijne handen wassehen, en uw altaar omgeven, Heer.
Opdat ik de stem van lof hoore en al uwe wonderheden verhale.
Heer! ik heb den luister van uw huis bemind, en de woonplaats uwer glorie.
Verderf, o God, mijne ziel niet met de goddeloozen, noch mijn leven met de mannen des bloeds.
19
MISGEBEDEN.
In wier handen ongereclitiglieden zijn, wier reciiterliand vervuld is van giften.
Doch ik wandelde in mijne onschuld: verlos mij en ontferm U mijner.
Mijn voet bleef op den rechten weg staan : in de vergaderingen wil ik T' zegenen, Heer.
Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest.
Gelijk het was in den beginne, en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
De Priester in het midden des Altaars.
Neem, H. Drievuldigheid, dit offer aan hetwelk wij U opdragen ter gedachtenis van het lijden, de verrijzenis en de hemelvaart onzes lleeren Jezus Christus, ter eere van de zalige Maria, altijd Maagd, en van den H. Joannes den Dooper, en de H.H. Apostelen Petrus en Paulus, en van deze en van alle Heiligen, opdat het hun strekke tot eer en ons tot heil, en zij in den hemel voor ons gelieven te bidden, wier gedachtenis wij houden op aarde. Door denzelfden Christus, onzen lieer, Amen.
De Priester wendt zich tol het volk en zegt:
Bidt, broeders, opdat mijne en uwe
20
MISGEBEDEN.
offei-ande welgevallig zij aan God den al machtigen Vader.
dr. De Heer neme de offerande uit uwe handen aan tot lof en glorie van zijn naam, alsook tot nut van oils en van zijne gansche H. Kerk.
pp. Amen.
De stille gebeden.
Verleen, bidden wij U, Heer, aan uwe Kerk genadig de gaven van eenheid en vrede, die door deze offerande geestelijker wijze beteekend worden. Door onzen Heer Jezus Christus, uwen Zoon , die met U leeft on regeert in de eenheid des H. Geestes, God door alle eeuwen der eenwen. dr. Amen.
PR. De Heer zij met u.
dr. En met uwen geest.
PR. Harten omhoog.
dr. Wij hebben ze tot den Heer. pr. Danken wij den Heer onzen God. dr. Dat is waardig en rechtvaardig. pr. Waarlijk het is waardig en rechtvaardig, billijk en heilrijk, dat wij U altijd en overal danken: Heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God. Wijl door het geheim van het vleeschgeworden Woord een nieuw licht uwer heerlijkheid de oogen onzes
3
21
MISGKBEDKN.
geestes heeft beschenen: opdat wij, terwijl re
wij God op zichtbare wijze kennen, door h(
Hem tot de liefde van liet onzichtbare gl
vervoerd worden. En daarom is het, dat v;
w met de Engelen en Aartsengelen. met t( de Troonen en Heerschappijen, en met ge- . h
heel de hemelsche Heerschare, den lofzang b
uwer glorie zingen en zonder einde zeggen ; ^
Heilig , heilig, heilig, is de lieer God der heerscharen. Vol zijn de hemelen en de
aarde van uwe glorie. Hosanna in den hooge. g
Gezegend Hij die komt in den naam des g
Heeren. Hosanna in den hooge. v
U dan, goedertierenste Vader, bidden en n
smeeken wij ootmoedig door Jezus Christus e
uwen Zoon, onzen Heer: dat Gij deze gaven, .1
deze geschenken, deze heilige, onbevlekte p
offeranden goedgunstig wilt aannemen en ri
zrgenen; inzonderheid die welke wij T'op- 1 dragen voor uwe heilige. Katholieke Kerk.1
gelief haar over den ganschen aardbodem \
in vrede te bewaren, te behoeden , te ver- d
eenigen en te besturen, te zamen met uwen i
dienaar onzen Paus..., en onzen Bisschop. ., 1
en alle rechtgeloovigen, en vereerders van lt;_ het Katholieke en Apostolische geloof.
23
Gedachtenis der levenden.
Gedenk, Heer, al uwe dienaren en diena.
f
MISGEBKDEN.
ressen... eu alle oraslandors, wier geloof 1' bekend en wier godsvrucht U Jiiet verborgen is , voor wie wij, of die T deze offerande van lof opdragen voor zich en ui de luinnen tot verlossing Ininner zielen tot hoop van hun heil en behoud, en die hnnne geloften brengen aan U, den eeuwigen, levendenen waarachtigen God.
Gedachtenis der Heiligen.
(En dit doen wij) in gemeenschap en de gedachtenis vierende, inzonderheid van d'-glorierijke JVlaria, altijd Maagd, de Moeder van onzen God en Heer Jezus Christus; maar ook van uwe gelukzalige Apostelen en Martelaren, Petrus en Paulus, Andreas, Jacobus, Joannes, Thomas, Jacobus, Philip-pns, Bartholomaeus, Matthaeus, Simon en Thaddaeus.- Linus, Cletus, Xystus, Cornelius, Cyprianus, Laurentius, Chrysogonus, Joannes en Paulus, Cosmas en Damiaimsen van al uwe Heiligen: wil om hunne verdiensten en voorbeden verleenen, dat wij in alles door de hulp uwer bescherming beveiligd worden. Door den zelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Vóór de Consecratie.
Neem dan, bidden wij l'. Heer, dit offer der dienstbaarheid van ons, maar ook van
23
SIISGF.BEDRN.
uw ganscli gezin, in genade aan, en beschik onze dagen in uwen vrede, en Iaat ons aan de eeuwige verwerping ontrukt en onder de schare uwer uitverkorenen geteld worden. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Gelief Gij, bidden wij IJ, o God, dit offer in alles gezegend, aangenomen, bekrachtigd, redelijk en welbehagelijk te maken, opdat, liet voor ons het Lichaam en Bloed worde van uwen allergeliefeten Zoon onzen Heer Jezus Christus.
Gebed bij de opheffing der H. Hostie.
Heer, Gij zijt de Christus, de Zoon van den levenden God. Gij zelf zijt hier waarachtig tegenwoordig. Ik aanbid U met den diepsten eerbied en in alle ootmoedigheid.
Gij, mijne toevlucht, mijne hoop, mijne liefde! Gij zijt mijn God en mijn al! Aan II draag ik mijn hart op; moge ik van nu af geheel voor U leven. Amen.
Bij de ophefluig van den kelk.
O waarachtig en levend bloed van Jezus Christus! Ik aanbid U met alle Engelen en Heiligen. Gij werdt tot mijn heil en tot verzoening vergoten. Wasch de menigte mijner zonden af, reinig en versterk mijne ziel tot het eeuwige leven. Amen.
24
MISGEBEUEN.
Na de Consecratie.
Daarom dan ook, Heer, zijn wij, uwe dienaren , alsmede uw heilig volk , het zalig lijden, en de verrijzenis uit het graf en de glorierijke lenhemelopklimming van denzelfden Christus, uwen Zoon, onzen Heer, gedachtig, en brengen aan uwe verhevene Majesteit van uwe gaven en geschenken een zuiver offer, een heilig offer, een onbevlekt offer, liet heilig brood des eeuwigen levens en den kelk van het altijddurend heil.
Wil op dit offer met een genadig en gunstig aanschijn nederzien, en laat het u welgevallig zijn, gelijk Gij eenmaal welgevallen hadt in de geschenken van uwen rechtvaardigen dienaar Abel, en in de offerande van onzen Aartsvader Abraham , en in de heilige offerande, het onbevlekte offer, door uwen hoogepriester Melchisedech aan U opgedragen.
Ootmoedig smeeken wij U, almachtige God, laat dit offer door de handen van uwen heiligen Engel op uw verheven altaar, voor het aanschijn uwer goddelijke Majesteit worden gebracht: opdat zoovelen wij, door deze deelneming aan het altaar, het hoogheilig Lichaam en Bloed van uwen Zoon zullen ontvangen, met alle hemelsche zege-
25
26 MÃSGEBRDRN.
ning en genade mogen vervuld worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Geciaelilenis der Overledenen.
Gedenk ook, Heer, uwe dienaren en
dienaressen,.....welke ons met het teeken
des geloofs zijn voorgegaan, en in den slaap des vredes rusten. Verleen hun en allen die in Christus rusten, de plaats der verkwikking, des lichts en des vredes. Door den-zeilden Christus, onzen Heer. Amen.
Ook ons, zondaars, uwen dienaren, die op di' menigte uwer ontfermingen hopen, wil ook ons eenig deel en gezelschap schenken met uwe heilige Apostelen en Martelaren : met Joannes, Stephanus, Mathias, Barnabas, Ignatius, Alexander, Marcellinus, Petrus, Felicitas, Perpetua, Agatha, Lucia, Agnes, Caecilia, Anastasia, en al uwe Heiligen. Neem ons, bidden wij TI, in hunne gemeenschap op, niet met onze verdiensten te schatten, maar met kwijtschelding te wrleenen. Door Christus, onzen Heer. Door wien Gij dit alles, Heer, altijd voor ons goed schept, heiligt, levend maakt, zegent, en aan ons verleent. Door Hem. en met Hem en in Hem, is U, God, den al machtigen Vader, in de eenheid des H.
MISGEBEDEN.
Geestes alle eer en glorie. Door alle eeuwen der eeuwen.
im. Amen.
i'R. Laat ons bidden. Door heilrijke voorschriften vermaand, en door goddelijke onderrichtingen geleerd, durven wij zeggen:
Onze Vader, enz.
En leid ons niet in bekoring, m. Maar verlos ons van den kwade. pr. Amen.
Verlos ons, bidden wij U, Heer, van alle verleden, tegenwoordig en toekomstig kwaad; en geef ons, op de voorspraak van di' gelukzalige en glorierijke Moeder Gods Maria, altijd Maagd, en van uwe gelukzalige Apostelen Petrus en Paulus, Andreas en van alle Heiligen, genadiglijk vrede in onze dagen; opdat wij door uwe barmhartigheid geholpen, altijd vrij mogen zijn van zonde en veilig voor alle ontsteltenis. Door denzelfden Jezus Christus, onzen Heer, uwen Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen,
nu. Amen.
pr. De vrede des Hoeren zij altijd met u, dr. En met uwen geest.
27
^IISGEBKUÃN.
Pe Priester laat een gedeelte der H. Hostie in den kelk vallen en zegt:
Deze vermenging en offer wijding van het Lichaam en Bloed onzes Heeren Jezus Christus strekke ons bij het ontvangen ten eeuwigen leven. Amen.
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm IJ onzer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geef ons vrede.
Vóór de H. Communie.
Pil. Heer Jezus Christus, die tot uwe Apostelen gezegd hebt: Ik laat u den vrede, mijnen vrede geef Ik u: zie niet op mijne zonden, maar op het geloof uwer Kerk, en gelief haar volgens uwen wil vrede en eenheid te geven. Die leeft en regeert, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Heer Jezus Christus, Zoon van den levenden God, die naar den wil uws Vaders, met medewerking des Heiligen Geestes , door uwen dood de wereld hebt levend gemaakt, verlos mij, door dit uw Hoogheilig Lichaam en Bloed, van al mijne ongerechtigheden en van alle kwaad; en
28
1-
MISGEBEDEN. 29'
doe mij altijd uwe geboden naleven, en laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden in worde. Die met denzelfden God den Vader us en den H. Geest leeft en regeert. God, in 3n alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Laat, Heer Jezus Christus, het ontvangen ld van uw Lichaam, hetwelk ik onwaardige mij vermeet te nuttigen, mij niet tot ver-Id oordeeling en verwerping wezen; maar naar uwe goedertierenheid, zij liet mij tot ld beveiliging van ziel en lichaam en tot middel van heil. Die leeft en regeert met God den Vader in de eenheid des H. .e Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. ,ll Amen.
et Communie.
Ik zal het hemelsch brood ontvangen en den naam des Heeren aanroepen.
, De Priester zegt driemaal:
Heer, ik ben niet waardig dat Gij ingaat u onder mijn dak, maar spreek slechts een quot;s woord en mijne ziel zal gezond worden.
j(- Het Lichaam onzes Heeren Jezus Christus
iV beware mijne ziel ten eeuwige leven. Amen.
10 Wat zal ik den Heer wedergeven voor
n al hetgeen Hij mij bewezen heeft? Ik zal
MISGEHRDEN.
den kelk des heils nemen, en den naam des Heeren aanroepen. Lofprijzend zal ik den Heer aanroepen en ik zal van mijne vijanden verlost zijn.
Het bloed onzes Heeren Jezus Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.
Ka de H. Communie.
Laat ons, Heer, wat wij met den mond nuttigden met een rein hart bewaren, en van eene tijdelijke gave worde het ons een altijddurend middel van heil.
Uw lichaam. Heer, dat ik genuttigd heb, en uw Bloed, dat ik gedronken heb, blijve in mijn binnenste; en geef, dat in mij, nu ik met de zuivere en heilige Sakramenten verkwikt ben, geen vlek van misdaden overblijve. Die leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Zoo dikwijls gij dit brood zult eten, en den kelk drinken, zult gij den dood des Heeren verkondigen, totdat Hij kome: derhalve, alwie onwaardig dit brood zal gegeten, of den kelk des Heeren gedronken hebben, hij zal schuldig zijn aan liet lichaam en bloed des Heeren.
i'R. De Heer zij met u.
du. En met uwen geest.
30
MrSGI'.BEDF.N.
Laat ons bidden.
Geef, bidden wij U, Heer, dat wij door liet altijddurend genot van uwe Godheid vervuld worden, gelijk liet door het tijdelijk ontvangen van uw kostbaar Lichaam en Bloed wordt afgebeeld. Die leeft en regeert met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen.
nil. Amen.
PR. De Heer zij met u.
dr. En met uwen geest.
pa. Gaat, het offer is volbracht.
dr. God zij dank.
PR. Laat U, H. Drievuldigheid, de hulde mijner dienstbaarheid behagen, en geef, dat het offer, hetwelk ik, onwaardige, voor de oogen uwer Majesteit heb opgedragen, U welgevallig, en mij en allen, voor wie ik het opgedragen heb, door uwe erbarming, tot verzoening zij. Door Christus onzen Heer. Amen.
De Zegen.
pr. Zegene u de almachtige God de Vader, en de Zoon, en de H. Geest, dr. Amen.
31
MISGKBÃDKN.
PR. De Heer zij met u.
dr. En met uwen geest.
pa. Begin van het H. Evangelie naar
Joannes.
dr. Glorie zij U, Heer.
pr. In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alles is door het Woord gemaakt, en zonder Hem is niets gemaakt, war gemaakt is ; in Hem wes het leven , en het leven was het licht der men-schen : en het licht scheen in de duisternissen , en de duisternissen hebben het niet aangenomen. Er was een mensch van God gezonden , wiens naam was Joannes. Deze kwam lot getuigenis, om getuigenis te geven van het licht, opdat allen door Hem ge-looven zouden. Hij was het licht niet, maar om getuigenis te geven van het licht. Het ware licht was , dat allen mensch verlicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hein niet gekend. In zijn eigendom kwam Hij, en de zijnen namen Hem niet aan. Duch zoovelen
32
MISGEBEDEK.
33
Hem aannamen, hun gaf Hij macht om kinderen Gods te worden , hun die in Zijnen naam gelooven, dieniet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. En het Woord is v 1 e e s c li geworden en Het heeft onder ons gewoond, en wij hebben zijne glorie gezien, eene glorie als des Ãéniggeborenen van den Vader, vol genade en waarheid. dr. God zij dank.
GEBEDEN NA DE H. MIS.
GEBEDEN KA IEDERE GELEZENE H. MIS GEKNIELD TE VERRICHTEN,
voorgeschreven door onzen H. Vader LEO XIII
en door Z. IL met 3ÃO daycn aflaat verrijkt.
Driemaal liet Wees gegroet Maria eii.~. Daarna eenmaal:
Wees gegroet, o Koningin, Moeder van
barmliartigheid ,
Ons leven, onze zoetheid en onze hoop,
wees gegroet;
Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva;
Tot IJ smeeken wij, zuchtend en weenend
in dit dal van tranen.
Daarom dan, onze Voorspreekster, ach sla
op ons uwe zoo barmhartige oogen, En toon ons, na deze ballingschap, Jezus
de gezegende vrucht Uvvs lichaams; O goedertierene, o meêdoogende, o zoete
maagd Maria.
Bid voor ons, H, Moeder Gods.
Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
Laat ons bidden.
O God, onze toevlucht en onze kracht, zie genadig neder op het volk, dat tot U
S4
GEBEDEN NA DE If. MIS.
35
smeekt; en verhoor barmhartig en goedgunstig â door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den H. Jozef, Haren Bruidegom, Uwe HH. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen â de gebeden die wij storten voor de bekeering der zondaren ,, vooi' de vrijheid en de verliefïing onzer Moeder de H. Kerk. Door Christus onzen lieer. Amen.
H. Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd ; wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen des duivels. God gebiede hem, smeeken wij ootmoedig; en Gij, Vorst der hemelsche legermacht, drijf Satan en de andere booze geesten, die tot verderf der zielen over de wereld rondgaan, door de Goddelijke kracht in de Hel terug, Amen.
Gebed tot den Heiligen Jozef.
Tot U, heilige Jozef, vluchten wij, in onze beproeving, en na de hulp uwer allerheiligste Bruid te hebben ingeroepen , smeeken wij met vertrouwen ook uwe bescherming af. Wij bidden U ootmoedig, bij
GEBEDEN NA DE H. MIS.
die liefde, die U met de onbevlekte Maagd en Moeder Gods vereenigd heeft, en bij de vaderlijke teederheid, waarmede gij het Kind Jezus hebt omhelsd, dat gij goedgunstig nederziet op het erfdeel, hetwelk Jezus Christus zich verworven heeft door zijn bloed, en ons in den nood met uwe sterkte en bijstand te hulp komt.
O zorgvolle Bewaarder van het Goddelijk Gezin , behoed het uitverkoren kroost van Jezus Christus; o liefdevolle Vader, zie toe dat geen dwalingen of zonden ons besmetten ; o onze machtige beschermer, sta ons uit den hemel genadig bij in dezen strijd met de heerschappij der duisternis; en gelijk gij weleer het Kind Jezus aan het grootste levensgevaar ontrukt hebt, bevrijd tiians evenzoo de heilige Kerk Gods van de vijandelijke lagen en allen ramspoed ; en beschut ieder onzer met uwe altijddurende bescherming, opdat wij naar uw voorbeeld en ondersteund door uwe hulp, heilig kunnen leven, zalig sterven en het eeuwig geluk in den hemel verkrijgen. Ameu.
[Aflaal van ^ jaren en ^ quadragenen.]
36
Hort© Biechtgebedexx.
VOOR DE BIECHT.
Dank God voor zijne weldaden.
Ik dank U, mijn God, voor al uwe weldaden, en bijzonder voor de groote genade van het ware geloof'. Ik dank U, dat Gij mij zoo dikwerf in de genademiddelen uwer H. Kerk doet deelen ; en ik smeek onze lieve Moeder Maria, dat zij mij lielpe danken, en bidden, om deze biecht met veel vrucht te mogen doen.
Vraag licht om uwe zonden wel te kennen.
Barmhartige Zaligmaker, die het ware licht zijt en allen mensch verlicht, die in deze wereld komt: verlicht mijn geest en mijn hart, opdat ik al mijne overtredingen en verzuinieiiissen wel moge inzien, rouwmoedig beweene, en openhartig aan uwen dienaar als aan U zelveu belijde.
4
38 KOE TE BIECHTOF.BKDF.K.
Onderzoek nu oplettend uw geweten: wat (/ij (j cd acht, ff esproken, gedaan of verzuimd hebt; ga ook de plichten van meen staat ev uwe hoofdfout na. en spreekt vervolgens aldus.-
Heer Jezus Christus, waarachtig (iod en waarachtig mensch, mijn Schepper en Verlosser, het is mij leed uit deu gror.d yan mijn hart, dat ik U, mijn Heer en mijn God, beleedigd heb, U, dien ik, als-het Opperste Goed, bovenal moest beminnen en nu ook zóó wensch te beminnen.
Ik neem mij vastelijk voor, niet meer te zondigen, alle gelegenheden van zonde te vermijden, rouwmoedig te biechten, en de boete,' die mij opgelegd zal worden, godvruchtig te volbrengen.
En tot voldoening voor mijne zonden r draag ik U uw heilig leven, lijden en sterven en al den prijs van uw voor ons vergoten bloed op, met al de verdiensten van uwe Onbevlekt Ontvangene Moeder Maria, A'an uwen beminden Voedstervader Jozef, van onze geliefde Beschermheiligen, en van al uwe Heiligen.
En ik vertrouw Aran uwe oneindijre bar in hartigheid, dat Gij mij al mijne schulden zult vergeven, en genade verleen en, om een heilig leven te leiden en U ten einde toe getrouw te dienen.
KOliTK BIECHTGF.BIÃDEN.
God, wees mij, zondaar, genadig.
Jezus, Davids Zoon, ontferm U mijner.
Erbarming, mijn Jezus. Amen.
Ga vu tot den Priester en kniel voor hem veder, alsof fjij voor Christus zeiven, wiens plaats hij bekleedt, nederkrneldet.
NA DE BIECHT.
Ik dank U, allerbarmliartigste Jezus, dat Gij met mij, onwaardigen zondaar, zooveel medednogen en gedidd hebt getoond, mij tot U getrokken en mij in uwe goedertierenheid weder vergiffenis en kwijtschelding van schuld verleend hebt.
Neem, Heer, deze mijne ootmoedige schuldbelijdenis goedgunstig aan : en wat er ontbroken mocht hebben aan het openleggen mijner zonden, of aan mijn berouw , gelief dit door uwe oneindige barmhartigheid aan te vullen, eu mij voor geheel ontbonden te houden in den hemel.
Geef mij uwe hulp, dat ik U niet meer mishage, maar U getrouw dione; geef het Heer, op de voorspraak van uwe glorierijke Moeder, altijd Maagd, van onze GorkumscheMartelaren, die dit H. Sakra-ment met zooveel godsvrucht ontvingen, en van alle uwe Heiligen, die van het
39
KORTE BIECHÃGEBEDEN.
begin der wereld U hebben behaagd, God van ontferming, die leeft en regeert door al de eeuwen der eeuwen. Amen.
Opdracbt van Christus' H leven en lijden.
Allerbeminnelijkste Vader, tot voldoe- f Tting voor mijne zonden en tot verbetering mijns levens, draag ik lquot; liet volmaakte leven op van uwen Eéngeboren Zoon, en al het lijden, hetwelk Hij voor ons, ondankbaren, verduurd heeft van het. eerste oogenblik zijner Menschwording af, tot liet oogenblik dat Hij aan het kruis, met luid geroep en gebogen hoofd, U zijnen geest overgaf: en ik smeek U, om zijne oneindige verdiensten, dat Gij al mijne zonden uitdelgt, en mij de genade verleent van liever duizendmaal te sterven, dan 1' mijn Opperste Goed, mijn allerbeminnelijkste Vader, op nieuw te beleedigen; geef, dat ik van nu af U alleen beminne, aan U alleen zoeke te behagen, die alleen alle liefde van alle schepselen verdient. Amen.
Geloofd zij Jezus Christus. Amen.
40
Gommume-Oefemxxgen.
Dierbare Jezus, Goddelijke Verlosser en Zaligmaker mijner ziel: o wat gezegend oogenblik is weder voor mij aangebroken ; andermaal zal ik mijne ziel mogen spijzigen met n\v kostbaar vleesch en bloed. Van waar, o mijn God! komt mij dat onuitsprekelijk geluk? Wie ben ik toch, dat ik liet durf wagen, zoo dikwerf aan uwe H. Tafel te gaan aanzitten, en mijne ziel te voeden met liet brood der Engelen? Welaan, Heer, ik beken voor U, dat ik zondaar ben, en mij, door mijne menigvuldige zonden en overtredingen, deze weldaad geheel onwaardig heb gemaakt. Het is maar al te waar, o mijn God! dat mijne tallooze ongerechtigheden mij van uwe Heilige Tafel moesten verwijderen ; neen. Heer, ik ben niet waardig, dat Gij in mijn hart komt; want niet alleen zijn mijne zonden zoo menigvuldig, maar ook zoo groot ns mijne ondankbaarheid, dat, alhoewel ik reeds zoo menigmaal mijne ziel heb mogen voeden met die kostbare
COMMUNIE-OEFENING RN.
spijs, ik tot lieden toe nog zoo weinig nut daaruit heb getrokken. Ik beken het voor U met schaamte, o mijn (iod ! nog altijd ben ik dezelfde lauwe en onverschillige Christen, die de nietigheden dezer wereld hooger acht, dan het belang mijner ziel. Doch daarom, Heer, wijl ik U zoozeer behoef, wil ik toch tot U naderen, om door die hemelsche spijs versterkt te worden; oin kracht te erlangen tegen de gevaren der zonden, en voortaan alleen te leven voor uwe eer en de zaligheid mijner ziel. Ik zal dan, goede Jezus, tot U naderen met een groot vertrouwen op uwe oneindige barmhartigheid; van U de genade afsmeekende, dat deze H. Communie mij niet ten oordeel, maar ten eeuwigen heil moge strekken. Ik vraag U dit, o mijn Jezus, niet alleen voor mij zeiven, maar ook voor mijne broeders en zusters, die met mij aan deze groote weldaad zullen deelachtig worden; laat ons, vereenigd in uwe liefde, gesterkt door deze heilige spijs, enkel leven voor U en de zaligheid onzer ziel. Amen.
AUle vau Geloof.
Beminnelijke Jezus! ik geloof en belijd vastelijk uit geheel mijn hart, dat Gij
42
COMMUNIE-OEFENINGEN.
wezenlijk en waarachtig tegenwoordig zijt in het Allerheiligste Sacrament des Altaars. â Gij zijt daar verborgen onder de nederige gedaante van brood. Gij, dezelfde God, â die voor ons hebt willen geboren worden, â en sterren aan het kruis; Gij die thans aan de rechterhand des Vaders in heerlijkheid zijt gezeten, en eenmaal als rechter zidt komen om de wereld te oordeelen; Gij zijt hier tegenwoordig met Godheid en menschheid, met ziel en lichaam, met vleesch en bloed. Dit alles geloof ik vaste-iijk, omdat Gij, die de opperste waarheid zijt, ons dit hebt geopenbaard, en uw onfeilbaar woord ons niet laat twijfelen. In dit vaste geloof uwer Kerk werp ik mij, in diepen eerbied, voor U neder en hoop in datzelfde geloof te leven en te sterven.
Van ganscher harte geloof ik, en beleid ik hier voor uw aanschijn, dat Gij, mijn goede Jezus! die aan den Vader in macht â en heerlijkheid gelijk zijt, waarachtig met godheid en menschheid in het heilig tabernakel geheel in mijne nabijheid woont en verblijft; Gij, die in de doeken der kribbe geweend hebt, en als slachtoffer voor mij aan het kruis gestorven zijt; Gij die als voorspreker aan de rechterhand des Vaders
43
COMMÃNIE-OIFENINGKN.
zit, en als rechter eenmaal zult komen; Gij, die als verborgen God in de enge ruimte des tabernakels woont, en omleiden schijn van brood uw heilig vleesch en bloed, uw lichaam en ziel, uwe godheid en menschheid, uwe glorie en onmetelijke grootheid verborgen houdt. Dat alles geloof ik zoo zeker en onwankelbaar, alsof ik het met mijne oogen zag. In dit geloot werp ik mij vol eerbied voor U neder, en aanbid U als mijn schepper en Verlosser, als mijn hoogste goed. In dit geloof wil ik leven en sterven. Heer, versterk en vermeerder dit mijn geloof.
Akte van Hoop.
Goddelijke Zaligmaker, die ons zoo liefderijk uitnoodigt, om tot U te komen, daar Gij tot ons zegt: komt allen tot Mij, die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal n verkwikken : wat mogen wij niet hopen van uwe oneindige barmhartigheid? Welk een overvloed van hemelsche zegeningen stort Gij over dengene uit, die met een nederig hart en in het gevoel zijner onwaardigheid tot U nadert. Gij zijt de Almachtige, die altijd helpen kunt. Gij zijt de Barmhartige, die altijd helpen wilt. Gij schept er vermaak in, de schatten
44
COMMUNIE-OEFENINGEN.
uwer genade uit te deelen aan hen, die er U met ootmoedigheid om vragen. Vol vertrouwen naderen wij dan uw heilig altaar, en smeeken van uwe oneindige barmhartigheid de genade af, die ons tot ons eeuwig zieleheil zoo noodzakelijk is. Gij kent, Heer, in liet bijzonder de behoefte onzer ziel. Gij weet. Heer, aan welke zwakheid wij het meest onderhevig zijn; daarom hoop ik door deze H. Communie meer en meer versterkt te worden in de deugd. Laat, Heer, mijne hoop en mijn vertrouwen op U niet beschaamd worden.
Akte van Liefde.
Beminnelijke Jezus, goddelijk voorbeeld der volmaakte liefde! hoe verre toch heeft uwe liefde tot ons U niet gebracht! Kiet tevreden, met voor ons uw dierbaar bloed tot den laatsten druppel te vergieten, gewaardigt Gij U nog, U zei ven geheel en al aan ons te geven in dit H. Sakra-ment. Mijn God! hoe eindeloos toch is uwe liefde? welk hart moet niet branden van wederliefde en dankbaarheid jegens U? Ja mijn Jezus! ik bemin ü uit geheel mijn hart, ten minste ik verlang U te beminnen met al die vurigheid, waartoe mijn zwak en zondig hart met uwe hu
45-
COMMU NIE- OI FE N ING EN.
zit, en als rechter eenmaal zult komen; Gij, die als verborgen God in de enge ruimte des tabernakels woont, en onder den schijn van brood uw heilig vleesch en bloed, uw lichaam en ziel, uwe godheid en menschheid, uwe glorie en onmetelijke grootheid verborgen houdt. Dat alles geloof ik zoo zeker en onwankelbaar, alsof ik het met mijne oogen zag. In dit geloof werp ik mij vol eerbied voor U neder, en aanbid ü als mijn schepper en Verlosser, als mijn hoogste goed. In dit geloof wil ik leven en sterven. Heer, versterk en vermeerder dit mijn geloof.
Akte van Hoop.
Goddelijke Zaligmaker, die ons zoo liefderijk uitnoodigt, om tot U te komen, daar Gij tot ons zegt: komt allen tot Mij, die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken: wat mogen wij niet hopen van uwe oneindige barmhartigheid? Welk een overvloed van hemelsche zegeningen stort Gij over dengene uit, die met een nederig hart en in het gevoel zijner onwaardigheid tot U nadert. Gij zijt de Almachtige, die altijd helpen kunt. Gij zijt de Barmhartige, die altijd helpen wilt. Gij schept er vermaak in, de schatten
44
COMMÃME-OEFISMNGEN.
uwer genade uit te deelen aan hen, die er IJ met ootmoedigheid om vragen. Vol vertrouwen naderen wij dan uw heilig altaar, en smeeken van uwe oneindige barmhartigheid de genade af, die ons tot ons eeuwig zieleheil zoo noodzakelijk is. Gij kent, Heer, in het bijzonderde behoefte onzer ziel. Gij weet. Heer, aan welke zwakheid wij het meest onderhevig zijn; daarom hoop ik door deze H. Communie meer en meer versterkt te worden in de deugd. Laat, Heer, mijne hoop en mijn vertrouwen op U niet beschaamd worden.
Akte van Liefde.
Beminnelijke Jezus, goddelijk voorbeeld der volmaakte liefde! hoe verre toch heeft uwe liefde tot ons U niet gebracht! INiet tevreden, met voor ons uw dierbaar bloed tot den laatsten druppel te vergieten, gewaardigt Gij U nog, U zeiven geheel en al aan ons te geven in dit H. Sakra-ment. Mijn God! hoe eindeloos toch is uwe liefde? welk hart moet niet branden van wederliefde en dankbaarheid jegens U? Ja mijn Jezus! ik bemin U uit geheel mijn hart, ten minste ik verlang U te beminnen met al die vurigheid, waartoe mijn zwak en zondig hart met uwe hu
C( )M M U N1E-0 K F E NIN G E N.
in staat is. O hoe koud en ongevoelig moet het hart zijn, dat U geene liefde toedraagt. Ik bemin U om U zeiven, en om uwe eindelooze beminnelijkheden; ook mijnen evennaaste bemin ik uit liefde tot U; en van ganscher harte vergeef ik aan hen, die mij mochten beleedigd, of iets tegen mij misdaan hebben; Heer, in deze liefde wil ik leven en sterven.
Akte van Berouw.
Barmhartige God, voordat ik tot U kom, moet ik IJ eerst mijn leedwezen betuigen over mijne menigvuldige zonden en zwakheden. Heiaas, Heer! ik beken het met schaamte, dat ik mij aan vele overtredingen heb schuldig gemaakt. Gij hebt mij met weldaden overladen, en ik bedreef aanhoudend nieuwe zonden, waardoor ik U, mijn God en Schepper, dikwerf zoo grootelijks beleedigde. Maar, mijn God! voortaan geen zonde meer! liever sterven dan U ooit weer beleedigen!
Ik ben reeds gezuiverd, zooals ik hoop, van mijne zonden en gebreken door het H. Sakrament der Biecht, maar zuiver mij nog meer, dat in mijne ziel niet de minste vlek der zonde blijve. Schep in mij een nieuw en zuiver hart en geef
40
COMML'NIE-OKfENIKGEN.
mij die onschuld, die mij in staat zal stellen, U waardig te ontvangen.
Akte van verlangen.
Mijne ziel! het oogenblik nadert, waarop gij u met uwen God gaat vereenigen; verheug u , want de Heer is nabij. Ja, mijn Jezus, nog slechts weinige oogen-blikken en Gij komt in mijn hart! Kom spoedig, mijn Zaligmaker! want mijn hart verlangt naar U met al de vurigheid eener beminnende ziel. Wie zal mij vleugelen der liefde geven , om tot U heen te snellen? Kom dan, geliefde mijner ziel! dat ik in uwe liefde uitruste. Gij verlangt U aan mij te geven: ik wensch U vurig te ontvangen. Heer, verzadig mij met den rijkdom van mv huis; naar U zucht en smacht mijne ziel. Liefelijk bovenal is uwe woning, en zalig is het in uwe nabijheid. Kom, o Koning der heerlijkheid! kom en heersch in mijne ziel, vertoef, Heer, niet langer en mijne wenschen zijn verhoord. Mijn God nadert: Heer, ik ben niet waardig, dat Gij ingaat onder mijn dak, maar spreekt slechts een woord, en mijne ziel zal gezond worden.
47
COMMÃM K-OEFENING EN.
Tot de H. Maagd.
Ook tot IJ, H. Maagd! bid ik in dit genaderijk oogenblik om hulp en bijstand. Wij zijn in deze heilige plaats gekomen, om uwe bijzondere voorspraak in te roepen laat de eerste der genaden, die wij door uwe tusschenkomst verwerven, deze zijn, dat w ij met reine harten naderen tot den troon van het Onbevlekte Lam. Verkrijg* voor ons. Onbevlekte Maagd! dat deze H. Communie, welke wij op het punt zijn van te ontvangen, strekken moge tot meerdere eer van God , tot zaligheid onzer ziel, tot verbetering van ons leven, en dat wij de vruchten daarvan mogen genieten iu eeuwigheid. Amen.
48
COMMUNIE-OEFENINGEN. 49
NA DE H. COMMUNIE.
Blijf eenige oogenblikken in overweging van het groote geluk dat u is ten deel gevallen ; verwek in uw hart de levendigste gevoelens van eerbied en lielde; zie u aan als het levende tabernakel waarin het Heilige der heiligen rust. Keer u inwendig tot Jezus en verwek de volgende
Gevoelens van bewondering, liefde en dank.
Het wonder van Gods liefde en alraaclit is in mij voltrokken. De God van hemel en aarde woont in mijn hart! waar zal ik woorden vinden om Hem te danken voor die onuitsprekelijk weldaad? O mijne ziel! verhef den Heer, en mijn geest! verheug u in God uwen Zaligmaker. Lieve Jezus! hoe verre brengt U toch uwe onbegrijpelijke liefde, dat Gij U gewaardigt, de spijs onzer ziel te worden. Wat kan ik anders doen, dan U beminnen, en mij verheugen over de groote weldaad, welke de Heer, die machtig is, aan mij heeft gedaan. O Jezus! mijne eeuwige liefde blijf bij mij; U dank ik, U zegen ik, U wil ik beminnen in eeuwigheid; wat zal ik U wedergeven voor al hetgeen gij mij gedaan hebt? Gij hebt mij alles gegeven, wat Gij mij geven kunt; uw eigen vleesch en bloed, geheel U zeiven bezit ik in mijn
COMMUNIE-OEFENINGEN.
hart. Wat bon ik in staat U aan te bieden ? Wat kan ik, nietig mensch, U wedergeven uit dankbaarheid voor zulk eene weldaad , voor zoo groot een geschenk? Het eenigewat ik U geven kan, is mijn hart, met al zijne begeerten en genegenheden: dat offer ik ü op, en ik bid ö,het tewillen veranderen,zuiveren en vernieuwen, opdat het voor IJ alleen blijve kloppen en ü behoore in eeuwigheid.
Gebed.
Goddelijke Jezus, Gij hebt ü dan ge-waardigd, mij aan het grootste uwer liefdeblijken deelachtig te maken. Gij hebt in mijn hart willen komen, om de volheid uwer genade over mij uit te storten; wat mag ik dan niet hopen en verwachten van uwe oneindige barmhartigheid? Ik heb zooveel te vragen van uwe liefde; de behoefte mijner ziel is zeer groot; het is waar. Heer, Gij kent mijne behoeften nog beter dan ik zelf; maar het is uw wil, dat wij met nederigheid zouden vragen. Het eerste dan wat ik van uwe oneindige barmhartigheid afsmeek, is: de kennis mijner kwalen. Gij weet, barmhartige God! hoe menigmaal ik U heb beleedigd; hoe diep de wonden zijn, die de zonden in mijne ziel heeft geslagen. O! laat ik door die hemelsche spijs ver-
50
COMMUNIE-OEFENINGEN.
51
sterkt worden tegen de gevaren, die mij van alle kanten bedreigen; doe mij de zonde vluchten, en er mij ver van verwijderd blijven, opdat ik U met eene standvastige getrouwheid diene, al de dagen mijns levens. Laat dit. Heer. de eersteen voornaamste vrucht zijn der pelgrimsreize, die ik tot uw lof en glorie, en ter eere uwer H. Moeder aanvaard heb. Maar nog-andere belangen zijn er, dierbare Jezus .f die ik uwer liefde aanbeveel: Gij weet. Heer! wat ik te vragen heb. Gij weet, met welk doel ik deze pelgrimsreis ondernomen heb. O mijn God! geef mij toch datgene wat ik zoozeer behoef; zult Gij mij dit kunnen weigeren , na dit zoo groote bewijs-uwer liefde, dat ik zooeven van U ontvangen heb? Maar ik bid niet alleen voor mij zeiven; ik vraag ook uwe gunsten en genade voor anderen, en wel voornamelijk voor mijne bloedverwanten en betrekkingen .-verleen hun uwen goddelijken bijstand, en die genade welke zij het meeste noodig hebben. Gij kent ze, mijn God, in wie ik bijzonder verplicht ben belang te stellen: schenk hun toch al hetgeen hun naar ziel en lichaam, voor tijd en eeuwigheid noodzakelijk of voordeelig is. Stort ook, bid ik
5 2 COMMUNIE-OEFENINGEN.
U, de vollieid van uwen zegen uit over 1
mijne broeders en zusters, die met mij op 2
deze plaats gekomen zijn, en aan uwe H. t
Tafel mochten aanzitten. God van goedheid, i
verhoor toch de gebeden, die zij tot den i
troon uwer barmhartigheid opzenden; dat i
hunne verlangens vervuld worden , opdat j
zij uwe barmhartigheid in alle eeuwigheid c
mogen loven. Laat ons allen, Heer, in lt;
' den geest van liefde en eensgezindheid \ onze pelgrimsreize volbrengen: dat wij
elkander tot troost en stichting mogen ver- z
strekken, en eenmaal de vruchten onzer l
goede werken in eeuwigheid genieten. Ten c
laatste roep ik ook uwe barmhartigheid I
in voor de zielen van mijne afgestorvene c
betrekkingen, mijne bloedverwanten en s
allen die mij bijzonder aangaan, en vooral j.
de zielen der afgestorven leden onzer \
Broederschap; opdat zij allen, door onze 1
gebeden geholpen, spoedig uwe heerlijkheid gt;
ingaan. Amen. i
Aanroeping der H. Maagd. gt; O vlekkelooze Maagd en Moeder Gods,
Maria, zeker ook aan uwe machtige voorspraak heb ik het te danken, dat ik het gt; geluk gehad heb, met het goddelijk vleescli 1 en bloed van uwen Zoon gespijsd te weiden. 1
*
COMMUNIE-OEFENINGEN. 53
;r Ik weet het, Moeder, dat uw goddelijke
p Zoon er behagen in neemt, al zijne gunsten
I. en genaden door uwe handen aan ons
, «it te deelen; wat mogen wij dan van uwe
n moederlijke teederheid niet verwachten?
it met welk een oog van moederliefde ziet
it gij ons nu vereenigd met uwen welbemin-
d den Zoon? Ja voorzeker, 11. Maagd, meer
n dan ooit durf ik mij heden aan uwe machtige
d voorspraak aanbevelen, verhoor mij dan,
ij en alien die ter uwer eer hier vergaderd
r- zijn, die de wenschen hunner harten open-
ir baren; hier op deze plaats toont gij meer
n dan elders de liefde van uw moederlijk
d hart; verhoor de smeekingen van zoo velen,
e die hier als broeders vergaderd, uwe voor-
n spraak komen inroepen. Toon ons allen, dat
il gij onze Moeder zijt; maar vooral verkrijg
;r voor ons, H. Maagd, dat wij met zuivere
ie harten wandelen voor uwe oogen, dat wij de
d zonden vluchten, de deugd beoefenen en eens na onze pelgrimsreize , de vreugd des eeuwigen levens mogen binnengaan. Amen.
jquot;,' Gebed van den H. Ignatius van Loyola.
.t Ziel van Christus, heilig mij.
;li Lichaam van Christus, maak mij zalig.
i. Bloed van Christus, verheug mij.
5
COMMUNIE-OEF KN1NGEN.
Water der zijde van Christus, wasch mij. Lijden van Christus, versterk mij. O goede Jezus, verhoor mij.
In Uwe wonden verberg mij.
Gedoog niet dat ik van U gescheiden worde. Tegen den boozen geest bescherm mij. In het uur des doods roep mij.
Opdat ik U love met Uwe Heiligen. In alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Gebed met vollen aflaat, toevoegelijk aan de overledenen, mits Ie bieeliten, te com-municeerep, het onderstaand gebed vom-een kruisbeeld te lezen, en daarenboven eenigen tijd te bidden volgens het inzicht van den Paus van Rome.
Decreet van 31 Juli 1868-
O goede en allerzoetste Jezus, zie ik buig mijne knieën in uwe tegenwoordigheid; ik bid en ik smeek ü met de grootste vurigheid van mijnen geest, dat gij U gewaar-lt;11 pet in mijn hart te drukken levende gevoelens van geloof, hoop en liefde, een waar berouw over mijne zonden en eenen zeer vasten wil om mij te beteren, terwijl ik met groote aandoening en droefheid bij
54
G0MMUNIE-0KFEN1NGEN.
mij zei ven overweeg, en in den geest aanschouw uwe vijf wonden, hebbende voor oogen hetgeen de profeet David eertijds van U, o goede Jezus, uitsprak : Zij hebben mvjne handen en voeten doorboord en al mijne beenderen geteld. Ps. XXI. 18.
T
3, T 0! ïf » O E B E 33 .
Stellen wij ons in de aanbiddelijke tegenwoordigheid Gods.
Wij gelooveu vastelijk, o God, dat Gij liitïr tegenwoordig zijt, ons ziet en hoort; dat al de gedachten , de genegenheden , en de verborgenste bewegingen van ons hart U bekend zijn, dat Gij bereid zijt oiis gebed te verhooren.
Bedanken wij God voor zijne weldaden.
Hemelsche Vader! welk een dank zullen wij U brengen voor al liet goede, wat wij van U genoten hebben. Gij hebt ons geschapen, met het dierbaar bloed van uwen Zoon verlost, en zelfs lieden heeft uwe goedheid ons naar lichaam en ziel nog zoo milddadig gespijsd; want hoe vele en buitengewone gunsten en genaden mochten wij dezen dag van uwe Vaderlijke goedheid ontvangen. Geel' o God , dat wij aan zooveel weldaden met een dankbaar hart beantwoorden , U oprecht dienen en beminnen, en nooit ophouden U te loven. Amen.
01 bt Ik al
zi ni vt
oi
g(
ü'l ii( 111 bi te zc
vc H D
er zc w
AVONDGEBED. 57
Bidden wij om de kennis onzer zonden.
Heilige Geest;, verlicht onze harten , maak ons het kwaad indachtig, dat wij van daag bedreven, en het goed, dat wij verzuimd hebben , en geef ons een groot berouw over al onze zonden.
Akte van berouw.
Mijn Heer en mijn God, mijne zonden zijn mij leed uit den grond van mijn hart, niet alleen omdat ik daardoor den Hemel verloren en de hel verdiend heb, maar ook omdat ik daardoor U, die mijn opperste goed en alle liefde waardig zijt, heb vergramd: ik haat en verzaak de zonden uit liefde tot U, en ik neem mij vast voor, met de hulp uwer genade mijne zonden te biechten, mijn leven te beteren, en liever te sterven dan U ooit met eenige doodzonde te vergrammen.
Wij belijden voor den almachtigen God, voor de H. Maria, altijd Maagd, voorden H. Aartsengel Michael, den H. Joannes den Dooper, de HH. Apostelen Petrus en Paulns, en voor alle Heiligen: dat wij zeer gezondigd hebben met gedachten , woorden en werken , door onze schuld, door onze schuld.
AVONDGFBE».
door onze allergrootste schuld. Daarom smeeken wij de H. Maria, altijd Maagd,
den H Aartsengel Michael, den H. Joannes q
den Dooper, de 11H. Apostelen Petrus en p
Paulus, en alle Heiligen, tot den lieer (
onzen God voor ons te bidden. (
De almogende God ontferme zich over (
ons, vergeve ons onze zonden, en geleide f ons ten eeuwigen leven. Amen.
De almachtige en barmhartige Heer (
verleene ons kwijtschelding, ontbinding j en vergiffenis van onze zonden. Amen.
5S
Laat ons bidden voor de levenden en overledenen. 1
Stort., Heer, uwe genade uit over onze ouders, bloedverwanten, weldoeners, vrienden en vijanden ; bescherm al onze overheden, zoo geestelijke als wereldlijke; help de armen, de gevangenen, de bedroefden, de reizigers, de zieken en de stervenden; bekeer de zondaars, en onze dwalende broeders, en verlicht de ongeloovigen. God van goedheid en genade! heb ook medelijden met de zielen in het vagevuur, maak een einde aan hare pijnen en geef aan allen de eeuwige rust. Amen.
é
AVONOGEBKD.
Litanie tot de H. Maagd Maria.
Heer, ontferm U onzer,
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer,
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsehe Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, Heilige Geest, ontferm U onzer. Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm
U onzer.
Heilige Maria, bid voor ons.
Heilige Moeder Gods,
Heilige Maagd der Maagden,
Moeder van Christus,
Moeder der goddelijke genade.
Allerreinste Moeder, 5^
Allerzuiverste Moeder, ^
Ongeschondene Moeder, o
Onbevlekte Moeder, °
^Minnelijke Moeder, o
Wonderbare Moeder, i»
Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste Maagd,
Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
59
GO avokugebbu.
Machtige Maagd,
Goedertierene Maagd,
Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid,
Zetel der wijsheid,
Oorzaak onzer blijdschap.
Geestelijk vat.
Eerwaardig vat.
Uitmuntend vat van godsvrucht.
Geheimzinnige roos.
Toren van David,
Ivoren toren.
Gulden huis.
Ark des verbonds.
Deur des hemels,
Morgenster,
Behoud der kranken.
Toevlucht der zondaren.
Troosteres der bedrukten,
Hulp der Christenen,
Koningin der Engelen,
Koningin der Aartsvaders,
Koningin der Profeten,
Koningin der Apostelen,
Koningin der Martelaren,
Koningin der Belijders,
Koningin der Maagden,
Koningin van alle Heiligen,
Koningin zonder erfsmet ontvangen.
AVONDGEBKD.
Koningin van den Allerh. Rozenkrans, bid voor ons.
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons. Heer,
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onze Vader, enz.
Gebed.
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, Heilige Moeder Gods! verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar-verlos ons altijd van alle gevaren , o glorierijke en gezegende Maagd.
Wij bidden ü. Heer, bezoek onze woningen, en verdrijf verre van haar alle listen des vijands; dat uwe heilige engelen daarin wonen, om ons in uwen vrede te bewaren; en dat uw zegen altijd over ons blijve. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Bewaar ons. Heer, terwijl wij waken, en behoed ons terwijl wij slapen, opdat wij met Christus gewaakt hebbende, in vrede mogen rusten.
Bid voor ons. Heilige Bewaarengelen,
61
LITANIE TOT JESUS
Dat Gij ons van alle ketterij, onge- lt; loovigheid en verblindheid des har- quot;^1 ten wilt bevrijden, SI
Dat het ü believe, ons aan de kostelijke f en hemelsche vruchten van dit pi H Sakrainent deelachtig te maken. Dat het U believe, ons in het uur des S doods niet deze hemelsche spijs te r' versterken en te beschermen, 2
Zoon Gods, fquot;
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld , verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Oïïze Vader, enz.
Laat ons bidden.
O God! die ons onder dit wonderbare Sakrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten, wij bidden U, geef, dat wij de heilige geheimen van uw Lichaam en Bloed zoo eerbiedig eeren, dat wij de
66
IN HET ALLEKH. SAKRAMENT.
vrucht uwer verlossing gedurig in ons mogen gevoelen, die met den Vader in de eenheid des H. Geestes leeft en heerscht. God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Litanie van het Lijden onzes Heersn Jezas Christus.
Heer, ontferm LT onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm t) onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm ü onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld.
God, H. Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God,
Jezus, die, nadat Gij den lofzang gezegd hebt, naar den Olijfberg zijt 2 uitgegaan om te bidden,
Jezus, die door de levendige voor- -stelling van uw lijden benauwd, bedroefd en zeer beangst werdt.
Jezus, die TJ aan den wil des Vaders § volkomen onderworpen hebt, re
Jezus, die in uwen doodstrijd water en
bloed hebt gezweet,
Jezus, die door eenen Engel gesterkt zijt.
67
LITANIE VAN
Jezus, die dooi' Judas met een kus verraden werdt,
Jezus, die door gerechtsdienaars met
koorden gebonden werdt,
Jezus, die door uwe leerlingen ver-
verlateu werdt,
Jezus, die gebonden tot Annas en Kaï-
plicis gebracht zijt,
Jezus, die van eenen dienaar een
kaakslag hebt ontvangen,
Jezus, die door valsche getuigen beschuldigd werdt,
Jezus, die toen Gij getuigenis der waarheid gaaft, als een godslasteraar ter dood werdt veroordeeld,
Jezus, die Petrus, na U verloochend te hebben, met een blik van medelijden en ontferming aangezien en bekeerd hebt,
Jezus, die aan Pilatus, een heiden,
zijt overgeleverd,
Jezus, die tot Herodes gezonden, door
hem en zijn volk bespot zijt, Jezus, die achter Barabbas gesteld werdt,
Jezus, die uit spot met een purperen
mantel werdt omhangen,
Jezus, die met doornen gekroond werdf,
lt;38
HET LIJDEN ONZES HEKKEN JEZUS CHRISTUS.
Jezus, die in uwe hand een riet tot
een scheptei* hebt ontvangen,
Jezus, die onschuldig door de Joden met een groot geroeo tot het kruis geëischt zijt,
Jezus, die door Pilatus tot den schandelijken kruisdood veroordeelden aan den wil der Joden overgeleverd vverdt, Jezus, die met uw kruis beladen, naar
den berg Calvarië gegaan zijt, Jezus, die als een schaap ter slachtbank werdt geleid,
Jezus, die onder den last des kruises
bezweken zijt,
Jezus, die van uwe kleederen beroofd werd t,
Jezus, die wreedaardig aan het kruis
zijt genageld,
Jezus, die uwen Vader voor uwen vijanden hebt gebeden,
Jezus, die met booswichten werdt gelijk gesteld,
Jezus, die aan het kruis gelasterd en
bespot werdt,
Jezus, die den boetvaardigen moordenaar in genade aangenomen, en hem liet Paradijs beloofd hebt,
Jezus, die uwe Moeder aan den Heiligen Joannes hebt aanbevolen.
70 LITANIE VAN
Jezus, die aan het kruis geroepen hebt: -ya
//Mijn God, mijn God, waarom hebt y£
Gij mij verlaten!quot;
Jezus, die in uwen dood met gal en Vt
edik gelaafd werdt, y;
Jezus, die getuigd hebt, dat al wa t er van \.c
V geschreven stond, volbracht was,
Jezus, die stervende uwen geest in de j),
handen uws Vaders hebt bevolen,
Jezus, die, uw hoofd buigende, met een p,
luid geroep den geest hebt gegeven, o Jezus, door wiens dood de honderdman â p, en velen van het volk bekeerd zijn, § p Jezus, wiens zijde met een speer door- quot; j)
stoken is, ^
Jezus, uit wiens zijde water en bloed o p vloeiden, g D
Jezus, die van het kruis afgenomen
en begraven zijt, .
Jezus, die na uwen dood zijt neder- ^
gedaald ter helle,
Jezus, die ten derden dage uit den j]
dood zijt verrezen,
Jezus. die levenden en dooden zult 01 ii deelen,
AVees genadig, spaar ons, Jezus. j
ees genadig, verhoor ons, Jezus.
Van alle kwaad, verlos ons, Jezus.
HET LIJDEN OXZES HEKKEN JEZUS CHHISTUS.
Yan alle zonde, verlos ons, Jezus. Van een haastigen en onvoorzienen dood.
Van de listen des duivels, Van gramschap, haat en allen kwaden wil. Van pest, hongersnood en oorlog. Van den eeuwigen dood.
Door uwen doodstrijd en uw bloedig zweet.
Door uwe geledene kaakslagen en
geeseling.
Door uwe doornen kroon,
Door uw kruis en lijden.
Door uwen dorst, uwe tranen en
naaktheid,
Door uwen dood en uwe begrafenis. Door uwe heilige verrijzenis,
In den dag des oordeels.
Wij zondaars, wij bidden IJ, verhoor ons. Dat (lij ons de vruchten van uwen
kruisdood wilt deelachtig maken. Dat wij eene groote genegenheid mogen hebben , om uw lijden en uwen dood dikwijls met dankbaarheid te overdenken ,
Dat wij de dwaasheid van het kruis liooger achten dan alle wijsheid dei-wereld.
LITANIE VAN
Dat wij, eens van de zonden gezuiverd zijnde, U, o Jezus! niet weder kruisigen , en ten spot en schande maken, Dat wij door uw kruis de wederwaardigheden des levens leeren verdragen. Dat wij altijd ons vertrouwen op de i verdiensten van uw lijden en uwen ^ kruisdood .stellen, waardoor wij de ST verlossing, het leven en de zaligheid S bekomen, p
Dat wij, het voorbeeld van uw lijden ons staeds voor oogen stellende, uwe voetstappen navolgen, ^
Dat wij ons vleesch kruisigen met al 5quot; zijne driften en begeerlijkheden, ° Dat wij uit uw lijden leeren kennen, o hoe afgrijselijk de zonde is, S
Dat Gij door uwen kruisdood ons wilt troosten en versterken in het uur van onzen dood.
Dat Gij ons door uwe verdiensten de eeuwigezaliglieidwiltdoen verwerven. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, Jezus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons, Jezus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei wereld, ontferm U onzer, Jezus.
72
II KT LIJDKN ON ZES II KEU EN JEZUS CUiilSTUS,
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
On-e Vader, enz.
Heer, verhoor mijn gebed.
En mijn geroep kome tot 1 .
Laat ons bidden.
Almachtige, eeuwige God, die onzen Zaligmaker het vleesch hebt doen aannemen en den dood des krnises ondergaan , opdat de mensch het voorbeeld van zijne ootmoedigheid zou navolgen : geef genadiglijk, dat wij naar de lessen zijner lijdzaamheid leven en deel verwerven in zijne verrijzenis. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen. _
Litanie van het Heilige Hart van Jezus.
(Door Z. H. Fans Leo Xlll met 300 dagen aflaat verrijkt en ook voor openbaar gebmik goedgekeurd.)
lieer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld.
God Heilige Geest,
H. Drievuldigheid, één God,
73
à J- LITANIE TOT HET
Hart van Jezus, den Zoon des eeuwigen Vaders,
in den schoot der Moeder-Maagd door den H. Geest gevormd, met liet \\'uord Godsin eénen
persoon vereenigd,
vol oneindige heerlijkheid,
heilige tempel Gods,
woon lent des Allerhoogsten,
huis Gods en poort des hemels,
oven brandend van liefde, schatkamer van gerechtigheid o s en liefde, ^
J3 vol goedheid en liefde, §
= afgrond van alle deugden, ^
5 allen lof overvvaardig, â e beheerscher en middelpunt aller o â¢3 harten, S
in hetwelk alle schatten van ?â
wijsheid en wetenschap zijn, in hetwelk de gansche volheid
der godheid woont,
in hetwelk de Vader zijn welbehagen gevonden heeft, van welks volheid wij allen
ontvangen hebben,
verlangen der eeuwige heuvelen, geduldig en groot in barmhartigheid.
AIXEIIHKILIGSÃE HAKT VAN .TICZUS. 7»
rijk voor allen, die U aanroepen,
bron van leven en heiligheid, verzoening voor onze zonden, verzadigd met versmadingen,
gebroken om onze misdaden, § = gehoorzaam geworden tot den .2? dood, 3
met een lans doorstoken, ^
js bi'on van alle vertroosting, ^ ons leven en onze verrijzenis, 3 S onze vrede en onze verzoening, o ^ slachtoffer voor de zondaren,
heil van die op U hopen,
hoop van die in IJ sterven,
wellust van alle Heiligen, Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons, lieer!
Lam God, dat wegneemt de zonden dei-wereld, verhoor ons, lieer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, ontferm U onzer!
V. Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van Harte,
A. Maak ons hart gelijkvormig aan uw Hart.
Laat ons bidden.
Almachtige, eeuwige God, sla uwe blikken op het Hart van uwen allerliefsten Zoon, en op de lofprijzingen en voldoeningen, die
LITANIE TOT 1IRT
het U gebracht heeft in naam der zondaren, en verleen Gij aan dezen, waar ze uwe barmhartigheid afsmeeken, goedgunstig vergiffenis in naam van denzelfden Jezus Christus, uwen Zoon, die met ü leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Acte van toewijding aan het Allerh. Hart v. Jezus.
Allerzoetste Jezus, Verlosser van het men-schelijk geslacht, zie ons in alle nederigheid voor Uw altaar neergeknield. Wij zijn de T wen, wij willen de Uwen zijn : maar om des te inniger met U vereenigd te worden, wijdt ieder onzer zich heden aan Uw Allerheiligst Hart toe. Zoovelen hebben U nimmer gekend: zoovelen hebben U door het verachten Uwer geboden verstooten. Ontferm U over hen allen, o allergoedertierenste Jezus: en trek allen tot uw heilig Hart. O, Heer, wees Gij Koningnietenkeloverde getrouwen, die nooit van U zijn afgeweken, maar ook over de verloren zonen, die U verlaten hebben; doe hen spoedig terngkeeren naar het huis huns Vaders, opdat zij niet van ellende en honger omkomen. Wees Gij Koning over hen, die óf wel door dwalingen misleid óf door scheuring van ons gescheiden zijn en roep hen terug tot de haven der waarheid
76
ALLEKHEILIGSTE IIAUÃ VAN JKZLS. 77
en de eenheid des geloofs, opdat het weldra worde één schaapstal en één herder. Wees ook Koning over allen, dienogonidolenin het oude heidensche bijgeloof en gewaard ig U hen te voeren nitdednisternis tot het lichten liet rijk van God. Verleen, Heer, aan Uwe kerk ongestoorde vrijheid en veiligheid : geef aan alle volkeren vrede en rust: maak, dat over geheel de aarde deze ééne kreet weerklinke: Geloofd zij het Goddelijk Hart, Dat ons de zaligheid iieeft gebracht: aan het Goddelijk Hart zij roem en eere in eeuwigheid. Amen.
Akte van eerherstel.
Liefderijke Jezus, die om onzent wil in het allerheiligste Sacrament wezenlijk tegenwoordig zijt, en door eene wonderbare liefde den glans uwer Majesteit voor onzeoogen verbergt; wiens hart zal niet met droefheid vervuld worden, wanneer men overweegt hoe verachtelijk en smadelijk de ondankbare menschen met U handelen ! Welken gruwel en moedwilligheid hebben de heidenen, joden en ketters sedert meer dan achttien honderd jaren niet gepleegd; nog uitzinniger zijn vele booze kinderen van uwe H. Kerk, die niet alleen U vergeten, verlaten, verachten, maar ook in uwe tegenwoordigheid en voor uwe
AKTE VAN EEIUIEUSTEL.
78
oogen met U den spot drijven! ja zich zelfs verstouten U met onreinen mond en hart te ontvangen. Zoo behandelt men U, o groote God! zoo vergeldt men uwe liefde! Hoe moet nw Hart gesteld zijn, o minnaar der men-schen! wanneer Gij zulks ziet. Ik zelf, o mijn Jezus! heb dikwijls uw gezegend hart bedroefd en uwe liefde met ondank betaald. Hoe durf ik mijnen mond voor ü openen, en mijne oogen tot U verheffen! Ach! Uw liefderijk en zachtmoedig Hart troost mij, en brengt inij voor uwen genadetroon, om barmhartigheid en vergiffenis c»f te smeeken voor den smaad en de oneer, welke ik en anderen U aangedaan hebben. Verleen dan goeder-tierenste Jezus! om uwe oneindige goedheid, vergiffenis aan de ongeloovigen ; verlicht en bekeer hen, die nog in de duisternissen en in de schaduw des doods zijn; verleen vergiffenis aan de Joden; neem de duisternissen, die hunnen geest en hun hart bedekken, weg, wasch hen af in het dierbaar bloed, dat zij vergoten hebben ; verleen vergiffenis aan de Ketters, doe hen wederkeeren tot den schoot van uwe Kerk, welker eenheid zij gebroken hebben; verleen vergiffenis aan diegenen, die in uwe H. Kerk zoo onmenschelijk niet ö handelen, en bekeer hen; verleen vergiffenis
AKTE VAN EERHERSTEL.
aan alle lauwe en koelhartlge Christenen, en ontsteek hen met het vuur uwer liefde; verleen vergiffenis aan mij , uw ondankbaar schepsel, en ontferm U mijner. Zie niet op onze strafwaardigheid, maai' op uwe groote barmhartigheid; gedenk dat Gij over ons geene wraak kunt nemen, zonder den prijs te verliezen van uw bitter lijden en dierbaar bloed, dat uit uw liefdevol Hart gevloeid is. Het is waar, wij verdienen niets anders dan gestraft en gekastijd te worden; maar uwe barmhartigheid is ons niet onbekend; en zoo lang wij de opene wonde uws Harten kunnen aanschouwen, weten wij dat daar nog gei iade en barmhartigheid te vinden is. Gij hebt U in dit liefderijk Sacrament verborgen, om ons in dit tranendal te troosten en van onze zonden te bevrijden, Gij, die niet gekomen zijt om de zondaren te oordeelen, maar om hen zalig te maken. Wij smeeken U dan, o Jezus, ter liefde van Uw Goddelijk Hart, wees ons genadig, en geef'dat wij Uwe barmhartigheid zingen in eeuwigheid. Amen.
Litanie ter esre van het H. Hart van Maria.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer,
Christus, hoor ons.
79
LITANIE ïlill EKKK VAN
Christus, vei-hoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon Verlosser der wereld, ontferm
U onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
Hart van Maria, vol van genade, bid v. ons. Hart van Maria, onder alle harten
gezegend,
Ootmoedigst Hart van Maria,
Zuiverst Hart van Maria,
Beminnelijkst Hart van Maria,
Hart van Maria, heilige rustplaats van
de allerheiligste Drievuldigheid,
Hart van Maria, tabernakel van God =r; mensch geworden op den dag uwer ~ boodschap, o*
Hart van Maria, overgoten met blijd- 2 schap in de geboorte van Jezus, o Hart van Maria, vol van verwon- ?
dering in de aanbidding der Wijzen ,
Hart van Maria, doorstoken met het zwaard van droefheid door de voorzegging van den H. Simeon b:j uwe zuivering,
Hart van Maria, vol van zorg en angst in de vlucht naar Egypte,
80
IIF.T H. HART VAX MARIA.
Hart van Maria, bedrukt over het verlies van Jezus, en weder verblijd over zijne vinding in den tempel,
Hart van Maria, met dat van Jezus, bevangen van droefheid in den hof der Olijven,
Hart van Maria, wreed verscheurd
in zijne geeseling.
Hart van Maria, inwendig met doornen doorstoken in zijne krooning. Hart van Maria, vol angst en benauwdheid in de ontmoeting van Jezus zijn kruis dragende.
Hart van Maria, deelnemende in al de
pijnen en smarten van Jezus,
Hart van Maria, met Jezus aan het
kruis genageld.
Hart van Maria, overgegoten van droefheid in den dood van Jezus,
Hart van Maria, overgoten van blijdschap in de verrijzenis van Jezus. Hart van Maria, verrukt dooi liefde in de verschijning van den verrezen Jezus,
Hart van Maria, vervuld door eene onuitsprekelijke vreugd in de hemelvaart van Jezus,
LITAKIE TEII EEBE VAN
Hart van Maria, door een nieuwen overvloed van genade geheiligd in de noderdaling van den H. Geest,
Hart van Maria, boven alle geluk- _ zaligen verheven op den dag uwer ÃL hemelvaart, lt;
Hart van Maria, gesteld aan de rechter- §
hand van Jezus in den Hemel,
Hart van Maria, toevlucht derzondaren, = Hart van Maria, bescherming dei-
rechtvaardigen ,
Hart van Maria, wellust der Maagden,
Hart van Maria, troost der bedrukten.
Hart van Maria, blijdschap der Engelen
en Heiligen,
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons, Jezus, Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons, Jezus. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer, Jezus, v. O H. Maagd i gedoog dat ik n love, ii. Geef mij sterkte tegen uwe vijanden.
Laat ons bidden.
H. Maria, Moeder van onzen Heer Jezus Christus, die niemand verlaat, noch verstoot, aanzie mij met een genadig oog.
82
HET H. HAKT VAN MAUIA.
bekom mij door de verdiensten van uw heilig en onbevlekt Hart de vergiffenis van al mijne zonden, en maak dat mijn hart gelijkvormig zij aan dat van uwen lieven Zoon, die met den Vader in de eenheid des H. Geestes leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Litanie
ter eere van Onze lieve vrouw van Kevelaar.
Heer, ontferm U onzer,
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer,
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God , hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, Heilige Geest, ontferm U onzer. Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer, â
Heilige Maria, bid voor ons. ^
lleiliae Moeder Gods, lt;
H. Maria van Kevelaar, Troosteres der = bedroefden, 0
TI. Maagd der maagden, p
Eerwaardigste en liefderijkste Maagd,
LITANIE TE I! EEKE VAN
Ootmoedigste en zachtmoedigste Maagd, Zuiverste en lofwaardigste Maagd, Gezegende onder alle vrouwen, Grootste van alle moeders, Hooggeprezene door alle volken. Dienstvaardige Vriendin der mensclien, Medelijdenste Moeder der armen. Liefderijkste Troosteres der bedrukten. Toevlucht der boetvaardige zondaren. Machtige Beschermster der reine zielen, Beste Moeder uwer ware vereerders, Vreugde van den geheelen hemel. Door de hartelijke liefde, waarmede Gij uw goddelijk Kind verzorgd hebt. Door uwe innige deelneming in al het
lijden van onzen Verlosser,
Door de moederlijke liefde, waarmede Gij onder liet kruis van uwen stervenden Zoon gestaan hebt,
Door de eindelooze blijdschap, welke Gij nu en voor eeuwig bij den troon van uwen goddelijken Zoon geniet, H. Maria, zaligste aller zaligen, Dat ook wij spoedig genade bij God
mogen vinden ,
Dat wij aan de zonden afsterven en slechts voor God en de deugd mogen leven ,
84
ONZE LIEVE VROUW VAN KEVELAAR.
Dat ook wij God steeds in geest en 07 waarheid mogen aanbidden, g ^
Dat ook wij eenmaal getroost en zalig v § mogen sterven, S
H. Maria, Moeder Gods! â Bid voor ons,
nu en in het nar van onzen dood. Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei*
wereld, spaar ons, Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons! Christus, verhoor ons! v. Bid voor ons, H. Moeder Gods, r. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus,
Gebed.
85
O God, Uitdeeler aller genaden, laten wij, die onze toevlucht tot Maria nemen, in allen nood en in alle omstandigheden door hare moederlijke handen goeden raad, hulp en bijstand erlangen. Door Christus, onzen Heer. Amen.
ï
GEBEDEN.
Gebed om zich (e stellen onder besclierming van de Allerheiligste Maagd, gemaakt dooiden H. Aloysius van Gonzaga.
Heilige Maagd Maria, mijne Geleidster, mijne Meesteres, ik kom mij werpen in den schoot van uwe barmhartigheid, en mijne ziel en mijn lichaam van dit oogen-blik en voor altijd stellen onder uwe bewaring en bijzondere bescherming. Ik betrouw en stel in uwe handen al mijne hoop en troost, al mijne pijnen en smarten, mijn leven en deszelfs einde, opdat door uwe verdiensten al mijne werken bestuurd worden naar uwen en uw Zoons wil.
Gebed gemaakt uit de gevoelens van den U. Bernaidus.
Gedenk , o genadigste Maagd Maria! dat men nooit gehoord heeft, dat iemand tot u vluchtende, uwen bijstand verzoekende of uwe voorspraak vragende, verlaten is geweest. Aangemoedigd door dit vertrouwen o Maagd der maagden! loop ik tot n, en zuchtende onder het gewicht mijner zonden werp ik mij voor uwe voeten neder. O j'.loeder des woords! versmaad mijne gebeden niet, maar neem ze genadig aan en gewaardig ze te verhooren.
86
LITANIE TER F.EKE VAN DEN' II. JOZEF.
»n Litanie ter eere van den H. Jozef.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
'' Heer, ontferm U onzer.
n Christus, hoor ons.
11 Christus , verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
U onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm l ' onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der Maagden,
H. Jozef,
j Beschermer van Jezus, _
Bruidegom van Maria, cL
Man naar Gods hart, lt;
Getrouwe en wijze dienaar, c
Bewaarder der zuiverheid van Maria, Medehulp van Maria, S
Leidsman en troost van Maria,
Die om Maria met bijzondere genade
begunstigd zijt.
Allerzuiverste in zuiverheid, Allernederigste in ootmoedigheid. Allervurigste in liefde,
87
LITANIE ãR EE UK
Allerverlicvenste in beschouwing, Die door den H. Geest zelven rechtvaardig zijt verklaart,
Die in de goddelijke verborgenheden boven anderen verlicht zijt geweest, Die door den Engel in het geheim der menschwording onderwezen zijt. Die niet Maria uwe bruid, naar
Bethlehem gereisd zijt,
Die in de herberg geeneplaats vindende, in eenen stal zijt gaan vernachten. Die waardig geacht zijt bij Christus te wezen toen hij geboren en in eene krib gelegd werd.
Die met Maria het kind Jezus in den
tempel hebt opgeofferd.
Die op het woord van den Engel met Jezus en zijne Moeder naar Egypte gevlucht zijt,
Die na den dood van Herodes met Jezus en zijne Moeder naar het land van Israël wedergekeerd zijt. Die , toen het kind Jezus te Jerusalem gebleven was, het met Maria zijne Moeder vnl droefheid gezocht hebt, Die Hem na drie dagen met blijdschap gevonden hebt, zittende in het midden der Leeraren,
88
VAN DEN H. JOZEF. 89
Aan wien de Heer der lieeren op de Et
aarde onderdanig geweest is,
Bruidegom van Maria, nit welke Jezus 6 geboren is, quot;-
Wiens lof in liet Evangelie vermeld 2 wordt,
Onze voorspreker, hoor ons, H. Jozef.
Onze beschermer, verhoor ons, H. Jozef.
In al onzen nood, help ons, H. Jozef.
In al onze benauwdheden, â
In het uur van onzen dood, ^
Door uwe allerzuiverste trouw.
Door uwe vaderlijke zorg en teederheid, y.
Door al uwen arbeid en zweet, â
Door al uwe deugden,
Door al uwe verdiensten, s
Door uw eeuwig geluk,
Wij, die u als beschermer aanroepen,
wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij Jezus wilt bidden, om ver-
giffenis onzer zonden, cr
Dat gij ons aan Jezus en Maria ge-
lieft aan te bevelen, £
Dat gij voor alle maagden en onge- = huwden de gaaf van zuiverheid wilt lt; verwerven, rL
Dat gij voor de gehuwden eene on- ^ bevlekte getrouwheid en heilige â = eendracht wilt verkrijgen,
DO LITANIE TER EEKR
Dat gij voor alle vergaderingen eene volmaakte liefde en overeenstemming wilt. verwerven,
Dat gij de vaders der huisgezinnen in het christelijk opvoeden hunner ^ kinderen wilt behulpzaam wezen, ^ Dat gij alle oversten in de bestiering ^ der hun toevertrouwden wilt onder- S
O
steunen, h
Dat gij alle vergaderingen, die u 0 bijzonderlijk toegedaan zijn, wilt lt;. begunstigen, ^
Dat gij allen, die op uwe hulp be- o trouwen, altijd en overal wilt be- ^ schermen, g
Dat gij alle geloovige zielen door uwe ®
voorbede wilt helpen.
Beschermer van Jezus,
Bruidegom van Maria,
Heilige Jozef,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld , ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
VAN DEN II. .IOZIÃF.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Onze Vader, enz.
Laat ons bidden.
Wij bidden IJ, Heer! dat wij door de verdiensten van den bruidegom uwer allerheiligste Moeder geholpen worden, opdat ons door zijne voorspraak gegeven worde, hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen bekomen, die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Litanie ter eere van den H, Franoiscus van Assïsie.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God liemelsche Vader, die Franciscus tot uwen dienaar verkoren hebt, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, die Franciscus met de teekens van uwe heilige vijf wonden bezegeld hebt, ontferm U onzer. God H. Geest, die Franciscus met vele zoetigheden gezalfd hebt, ontferm U onzer.
91
fl3 LITANIE Tl;II F,KUB VAN
H. Drievuldigheid één God, die Franciscns in uwe glorie ontvangen hebt, ontferm U onzer.
H. Maria, overgroote zoetigheid van Fran-
ciscus, bid voor ons.
H. Moeder Gods, gestadige toevlucht van
Franciscus,
H. Maagd der maagden, Voorspreekster van de gansche orde van Franciscus, O seraphijnsche Vader Franciscus, Minnelijksfe Vader Franciscus, Goedertierenste Vader Franciscus, H. Franciscus, vader der armen. Vaandrager van Christus,
Ruiter van den gekruisten Jezus, 2t Fornuis van liefde,
Ark van heiligheid, d
Versraader der wereld, ^
52 Spiegel der boetvaardigheid, « Verwinnaar der boosheden, ?
'o Navolger van Christus,
os Voorbeeld der ootmoedigen ,
Leidsman der dwalenden, [_⢠Onderstand der H. Kerk,
Meester der gehoorzaamheid. Liefhebber van den vrede.
Licht uws vaderlands.
Schilddrager van den allerhoog-sten Koning,
DEN H. ritAKCISCUS VAN ASSISIE.
Martelaar met de begeerte, Voorganger der zuiverheid, _
Predikant der schepselen Gods, SI Bestormer der booze geesten, lt; Dienaar der melaatschen , c
Genezer der zieken , ^
Verwekker der dooden, |
Helper van die tot u hunne toevlucht nemen.
Bezoek goedertierenlijk uwe godvruchtige dienaars, o II. Vader Franciscns. Verwek hen allen nit den slaap des doods. Laat ons bidden.
^ Heer Jezus Christus, die, als de wereld BI verflauwde, om onze harten door het vnur lt; uwer liefde te ontsteken, de heilige merk-| teekens uws lijdens in het lichaam van den gelukzaligen Franciscus vernieuwd = hebt, vergun genadiglijk dat wij, door zijne verdiensten en gebeden, het kruis gestadig-lijk mogen dragen en waardige vruchten van boetvaardigheid doen; die met den Vader leeft en heerscht in de eenheid des Heiligen Geestes in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Gebed.
hetivelk de IT. Franciscus gesproken heeft voor een Kruis in de Kerk van den H. Damianus.
o Groote en glorierijke God, mijn Heer
93
KUS rm
m-
CJ
5
v.
E.
LITANIE TICK EKUE V. D. H. I'liAKCISCUS V. ASSISIE.
Jezus Christus, ik bid U, verlicht de duisternissen van mijn verstand, geef mij een oprecht geloof, eene zekere en vasté hoop en eene volkomene liefde: verleen mij, o Heer, dat ik U alzoo moge kennen, dat ik alles volbrenge naar uwen waarach-tigen wil. Amen.
Litanie ter eere van den H. Antonius van Padua,
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer. Cod Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
ü onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, moeder en beschermster van den
H. Antonius, bid voor ons. H. Franciscus, vader en onderwijzer van
den H. Antonius, bid voor ons. H. Antonius van Padua, cr
Zalige vrucht van Spanje, o ^
Nieuw licht van Italië, o
Beschermer en luister van Padua, 2
LITANIE TER KEI!F. VAN DEN H. ANTONIUS VAN PADÃA. 95
Apostel van Frankrijk,
Navolger van den H. Franciscus,
Lelie van zuiverheid,
Kostelijke parel der armoede, Klaarschijnend licht van gehoorzaamheid, Spiegel van boetvaardigheid,
Roos van geduld,
Blakende vlam van liefde.
Zuiver vat van heiligheid.
Pilaar der H. Kerk,
Verkondiger der genade.
Uitroeier der zonden,
'Verheffer van Gods glorie.
Ootmoedige verberger der wijsheid, Leeraar der waarheid,
Blinkende ster van de serafijnsche Orde, o Ark des verbunds,
Trompet van den Allerhoogste,
Verdediger des geloofs van het hoogwaardige Sacrament,
Brandende naar den marteldood,
Ueesel der ketters.
Schrik der ongeloovigen,
Roede der dwingelanden,
Uverige liefhebber van Gods huis, IJveraar der zielen,
Wonderbare mirakeldoener.
Patroon in verlorene zaken.
Toevlucht der armen,
O
lt;)ö LITANIE TRR EKKE VAN
Gezondheid der zieken , Do^
Vertrooster der bedrukten. Do
Hof van deugden, i
Kenner der harten, St In
Voorzegger der toekomende dingen, â W: Verwekker der dooden, c Da
Schrik der duivelen, =
IS.1 avolger der Patriarchen en Profeten , c Da Afbeeldsel der Apostelen, ?-
Uitstekende onder de Leeraren, Dt
Luister der Heiligen.
Getrouwe beschermer en voorspreker-
van hen , die u aanroepen, Dc
Jezus, wees genadig, spaar ons, Heer.
Jezus, wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle kwaad, verlos ons, Heer. Dlt;
Van alle zonden.
Van de macht en listen des duivels,
Van pest, hongersnood en oorlog, D
Van den eeuwigen dood, £
Doorde verdiensten van den H. Antonius, ââ
Door zijne brandende liefde, rjl D
Door zijnen grooten ijver voor de be- 2
keering der zondaren, quot;
Door zijne vurige begeerte tot den G D
marteldood, 2
Door het standvastig onderhouden quot; .1,
zijner beloften van gehoorzaamheid ,
armoede en zuiverheid,
DEN H. ANTONIUü VAN' PADUA.
Door zijnen on vermoeiden arbeid, ^ Door de zeldzame verscheidenheid en £? Squot;
menigte zijner wonderen, ^ ®
In den dag des oordeels, â = Wij zondaren, wij bidden u, verhoor ons. Dat gij ons tot een waarachtig leedwezen over onze zonden wilt brengen. Dat gij het vuur der goddelijke liefde
in onze harten wilt ontsteken.
Dat gij ons deelachtig wilt maken aan de verdiensten en voorspraak
van den H. Antonius, ^
Dat gij dit land onder de. bescherming ==:
van den H. Antonius wilt stellen jr
en behouden, Sr Dat gij aan hen, die tot den H. Antonius §
hunne toevlucht nemen, gezondheid ^ naar ziel en lichaam wilt verleenen. Dat wij door de verdiensten en voor- 2
spraak van den H. Antonius in 5^
alle deugden mogen voortgaan, §
Dat gij alle dienaars van den H. o
Antonius in alles met uwen zegen S
O â¢
wilt voorkomen.
Dat gij u gewaardigt ons te ver-hooren,
Jezus Christus, Zoon van den levenden God,
97
98 LITANIE TER EERE VAN DEN H. ANTONICS V. PADUA.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld ; verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer.
Cliristus, hoor ons.
Christus. verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Onze Vader, enz.
v. Bid voor ons, H. Antonius.
r. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
Laat ons bidden.
O goedertierenste Jezus, die uwen belijder den H. Antonius door gedurige mirakelen wonderbaar hebt doen uitschijnen , verleen ons genadig, dat wij door zijne voorspraak en verdiensten met zekerheid mogen verkrijgen hetgeen wij met vertrouwen verzoeken. Dit vragen wij 1 , die leeft en heerscht met den Vader en lt;len H. Geest in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Oefening van den H. Kruisweg.
A
VOORBEREIDEND GEBED.
Met den diepsten eerbied werp ik mij voor U ter aarde. Verlosser van den zondigen mensch! en innig getroffen over het lijden, dat ü mijne verlossing gekost heeft, wil ik mij in deze oogenblikken met dat wonder van liefde bezig honden, door U in den geest op uwen bloedigen Kruisweg te vergezellen. Maar hoe zal ilc dit op eene waardige wijze verrichten kunnen? Ik, die U zoo dikwerf beleedigde, uw lijden niet zelden vernieuwde? Ja, mijn Jezus! ik beken het, ik ben zondaar, een onwaardige : maar Gij kunt mij rechtvaardig en uwer liefde waardig maken. Ontferm U dan over mij; verwerp mij niet van uw aanschijn en vergeef den boctvaardigen zondaar, die LI als het hoogste goed boven al bemint en juist daarom berouw heeft over zijne zonden. Niet meer, mijn God l
100 H. KRUISWEG.
niet meer zal ik zondigen, maar ü steeds zoo beminnen, dat ik éénmaal onder diegenen gerangschikt worde, voor wien uw bloed niet vruchteloos vergoten werd.
Tot voldoening voor mijne misdrijven offer ik U deze oefening op. Stort, gedurende dezen bloedigen tocht, in mij den goeden geest , en geef dat ik , door uw ; lijden bewogen , tot uwe navolging aangespoord worde; maak mij deelgenoot aan de verleende aflaten, opdat zij mij behulpzaam zijn, om in dit leven uwe erbarming en hierna uwe heerlijkheid van aanschijn tot aanschijn te genieten. Amen.
I STATIE.
Jezus wordt ter dood veroordeeld.
Wij aanbidden U, Christus en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg, mijne ziel, met welke gevoelens Jezus dit vonnis ontvangt; zie, hoe gewillig Hij zich aan hetzelve, uit liefde tot u, onderwerpt. Ach dat gij u toch eens schaaindet! gij, die zoo dikwerf het vonnis des eeuwigen doods verdiendet, gij gewaardigt u naauwelijks eene geringe versterving aan te nemen, totj welke hij,
H. KRUISWEG. 101
die Gods plaats bekleedt, u soms veroordeelt. Welaan dan, wend u vol schaamte tot Jezus, uwen Bruidegom, en zeg Hem met een hart vol liefde;
GEIÃF.I).
Dierbare Jezus! uwe onschuld en de liefde, waarmede Gij U, zonder eenige tegenspraak, aan hel onrechtvaardigste vonnis onderwerpt, doen mij blozen; het is mij leed, dat ik mij bij het ontvangen van eene geringe beleediging, bij bet hooren van een smadelijk woord, tot hiertoe zoo verontwaardigd toonde; ja, dit smart mij, en ik maak een vast voornemen, om voortaan met uwe heilige hulp elke versmading, hoe onrechtvaardig, hoe smartelijk die ook zijn moge, gaarne te verduren.
Onze Vader â Wees gegroet.
Ontferm ü onzer, Heer! ontferm ü onzer.
o God, wees ons zondaars genadig.
II STATIE.
Jezus neemt het lends op zijne schouders.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Mijne ziel, beschouw uwen Jezus! zie
8
11. KItülSAVKG.
met welk een teederheid Hij liet Kruis omhelst, met welk een kalmte en gelatenheid Hij den moedwil der woeste bende verdraagt. Ach, bloos over die ongeduldigheid, waaraan gij u bij het verschijnen van het geringste kruisje van tegenspoed zoo vaardig overgeeft. Kom, vergezel uwen met het Kruis beladen Jezus, en zeg Hem:
GEBED.
Met reden schaam ik mij, lieve Jezus â wanneer ik U het Kruis, het door mijne ondankbaarheid, door mijne zonden vervaardigd Kruis, zoo liefderijk zie omhelzen, terwijl ik aarzel die lichte, die aangename kruisjes op te nemen, welke uwe oneindige liefde mij vormde en door zoo vele genade-hulp dragelijk maakte. Vergeef liet mij, bid ik ü, vermits ik een vast besluit maak, niet alleen om dezelve voortaan gaarne te omhelzen, maar daarenboven met mve geliefde Heilige Theresia V onophoudelijk te smeeken: of lijden of sterven, het kruis of' de dood.
0/, Vader â- Wees yeyroet.
Ontferm U onzer, lieer! ontferm U onzer.
o God, tcees ons zondaars yenadiy.
102
H. KRUIST FG.
III STATIE.
Jezus valt de eerste maal onder het Kruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
Omdat Gij door uw I [. Kruis de wereld verlost hebt.
Mijne ziel, ziet gij de beleedigingen niet. welke uw gevallen Jezus te verduren heeft? En echter zwijgt Hij, en echter verdraagt Hij alles uit liefde tot u; en hoe ongeduldig zijt gij niet, wanneer eene lichte ziekte u aantast, Avanneer een gering ongeval u treft, hoe bitter beklaagt gij u dan niet! Ach, werp u met tranen van berouw voor Jezus voeten nedei- en bid Item:
GEBED,
Beminnelijke Jezus! met leedwezen werp ik mij voor U ter aarde, omdat ik 1'zoo dikwerf door mijn ongeduld beleedigde. Ach, schenk mij de genade, om te kunnen opstaan, den weg des Kruizes met liefde en vreugde te vervolgen, en alle rampslagen gaarne te verduren.
Onze Vader â TFees nraroeL
Ontferm U onzer, lieer.' ontferm l' onzer.
o God, wees ons zondaars (jenadiy.
103
H. KRUISWEG.
IV STATIE.
Jezus ontmoet zijne H. Moeder.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Ach, welk eene hevige smart doorboorde het hart van Maria, en wie kan de folteringen opiioenieu, waarmede Jezus lijden bij deze ontmoeting verzwaard werd? Ween, mijne ziel! ween bij dit zielroerend schouwspel en troost de bedroefde Moeder en den lijdenden Zoon op deze wijze:
GEBED.
Liefderijke Moeder! ik ben het, die uwen geliefden Zoon, uwen Jezus, aan die bar-baarschen handen van ruwe krijgsknechten overleverde. Toen ik zondigde, juist toen vormde ik het zwaard van droefheid, dat uw moederhart doorboorde. Ach, ik heb er berouw over en smeek U beiden om erbarming en vergeving; erbarming, heilige Maria! Mijn Jezus, erbarming met eenen zondaar, die het besluit maakt om niet meer te zondigen, en lot dat einde de smarten dikwijls te overwegen van Jezus en Maria.
Onze Vader â IFees y eg roet.
Out ferm U onzer. Heer.' ontferm U onzer.
o God, wees ons zondaars genadig.
104.
'-
H. KRUISWEG. 105
V STATIE.
Jezus wordt door Simon van tyrene in liet
U Kruisdrar/en geholpen.
ild Wij aanbidden U, Christus, en loven 1quot;,
Omdat Gij door uw H, Kruis de wereld de verlost hebt.
e- Denk eens na, mijne ziel, welke be-
in leediging de Cyreneër Jezus aandeed, dooi-n. Hem in bet Kruisdagen zijne hulp te v- weigeren. Maar beleedigt gij Hem niet meer, â n als gij het kruis, dat Jezus u overzendt, gedwongen en niet met liefde torscht, als gij het nasleept en zelfs durft ontvluchten? n Ach, verfoei uwe dwaling en bid uwen f. liefhebbenden Jezus:
11 GKBEI).
u Liefdevolle Jezus! ik beleid liet, ik was
t die Cyreneër, ik, die slechts gedwongen r het kruis der wederwaardigheden gedragen en altijd getracht heb hetzelve te ontij vluchten. Ach, ik erken mijne misdaad, i ik smeek om vergeving en genade voor t de toekomst! Zend mij vrij die kruizen, i welke U zoo dierbaar zijn : met uwe hulp zal ik ze volgaarne omhelzen.
Onze Vader â TFees gegroet.
Ontferm TJ onzer, Heer! ontferm U onzer, o God, wees ons zondaars genadig.
H. KRUISWEG.
VI STATIE.
feronica droogt Jezus aanscljn met eenen zweetdoek.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Ls bet mogelijk, mijne ziel! dat gijniet van liefde en teedeiiieid wegsmelt, bij de overweging van de belooning, welke de goede Jezus aan de vrome Veronica uitreikte, voor hare aau Hem betoonde daad v;in medelijden? Hij stelde haar in het bezit van zijne in den zweetdoek ingedrukte, aanbiddelijke gelaatstrekken. Zou Hij niet op dezelide wijze ook met u handelen, door zijn heilig Wezen in uw hart te drukken, /00 gij dikwerf uw medelijden jegens Hem opwektet! Ach, geef' dan van dit gemis aan n zeiven alleen de schuld en zeg Hem;
GEBED.
Gefolterde Godmensch! zoo Gij niet in mijn hart gedrukt zijt, is de schuld niet aan U; neen, aan mij zeiven, aan mijne ongevoeligheid moet ik het dank wijten. Immers, gevoel ik wel ooit medelijden jegens I , overweeg ik wel ooit uwe smarten ? Ach, ik verfoei mijne handelwijze en wil voortaan
106
H. KRUISWEG. 107
uw bitter lijden dikwijls overwegen, opdat Gij met onuitwisbare letteren in mijn hart moogt gegrift blijven.
Onze Vader â fFees yeyroet.
Ontferm Uonzer, Heer! ontferm Uonzer, o God, wees ons zondaars genadig.
et VII STATIE.
IG -
Jezus valt ten tweede male onder het Kruis.
Ie
(. Wij aanbidden ü, Christus, en loven ü,
i(] Omdat Gij door u w II. Kruis de wereld
it verlost hebt.
Ach mijne ziel, hoe ongevoelig zijtgij! 3t Ziet gij niet, dat het uwe trotschheid is.
die Jezus ook nu op den grond doet neder-vallen, daar gij uwen Heiland met voeten (reedt, om u zeiven te verhellen? Ach, verfoei toch eens dien hoogmoed, en beloof uwen gevallen Vriend beterschap:
GEBED.
Ja, mijn Jezus, ik beween mijne trotschheid , waardoor ik steeds boven anderen den voorrang begeerde, en dewijl ik hierdoor oorzaak van uwen val was, besluit ik, mij ook voor mijne minderen te vernederen , altijd met nederigheid en onderwerping te spreken en allen hoogmoed uit
II. KRUISWEG.
mijn hart te verbannen. Help mij hierin U 1
door uwe vermogende genade. de
Onze Vader â IFees gegroet. 'ie'
Ontferm Uonzer, lieer! ontferm Uonzer. w
o God, wees ons zondaars genadig. (
VIII STATIE. '
c
Jezus troost de weenende Vrouwen.
Wij aanbidden U, Christus, en loven (:,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld ^e-
verlost hebt. 1
Zie, mijne ziel, hoe de voor Jezus ge- (
plengde tranen met de door Hem gegevene vei vertroostingen gepaard gaan. Nauwelijks
ween en Jeruzalems Vrouwen, of Jezus ver- ine
troost haar. Overweeg eens, dat, zoo gij val tot hiertoe van Hem nog geenen troost
ontvangen hebt, het een sprekend bewijs is, ba;
dat gij nog geene tranen van medelijden over tot
uwen lijdenden Zaligmaker gestort hebt. on
GEBED. 'O
Beminnelijke Verlosser! al te wel gevoel ik mijne verplichting, om over mijne ondankbaarheid en zondige werken te schreien, uv maar des te meer beween ik dezelve, i za omdat zij oorzaak van uw lijden waren. i sle .Zoo dan de tranen der bedroefde Vrouwen be
108
11. KKUJSAVKG.
U welgevallig waren, o versmaad dan ook de mijne niet, opdat ik zoowel nu als in het uur van mijnen dood door U getroost worde.
Onze Vader â Wees gegroet.
Ontferm ü onzer. Heer! ontferm U onzer,
o God, wees ons zondaars genadig.
IX STATIE.
Jezus valt ten derde male onder het Kruis.
Wij aanbidden 11, Christus, en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Beschouw, mijne ziel, beschouw uwen hier ten derde male op den grond gevallen Jezus. Uwe zonden deden Hem bezwijken , Hij kon den last uwer ondankbaarheid niet langer torschen. Maak dan toch eenmaal het besluit, om niet mear ondankbaar te zijn, en uwen Verlosser op te beuren. Zeg Hem met geheel uw hart:
GEBED.
Goede Jezus! het is maar al te waar, uw herhaald vallen werd door mij veroorzaakt doordien ik aan uwe genade zoo slecht beantwoordde: maar zie, ik hebei-berouw over en neem mij voor, om in het
109
110 H. KRUISWEG.
vervolg geene genade onbeantwoord te laten. Dit echter kan ik niet zonder uwen bijstand. Help mij dan, om uit dien afgrond van ondankbaarheid op te staan en nooit meer uit uwe genade te geraken.
Onze Vader â â- Wees (/egroet.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm Uonzer.
o Gvd, wees ons zondaars yenadiy.
X STATIE.
Jezus wordt ontkleed en met yat yelaafd.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg mijne ziel, hoe Jezus maagdelijke zedigheid hier beleedigd, hoe zijn smaak hier verbitterd werd. Ach uwe on-beschaamdheid, uwe zinnelijke kleeding, uwe ijdelheid beroofden u van uwe onschuld, rukten Jezus de kleederen van het lijf; uwe onmatigheid verbitterde den smaak van uwen Heer. Welaan dan, spreek Hem rouwmoedig aan zeggende:
GEBED.
Lijdende Jezus! ja ik beween mijuijdel pogen om in de wereld eene vertooning te maken, ik verwensch mijne onwaardige
H. KHUISWRG. Ill
begeerten, ik verfoei alle gehechtheid aan de wereld; geef dat ik mij voortaan nooit meer van liet kleed der onschuld beroove; dat ik mij nooit meer aan overdaad plich-tig make en door de eenvoudigheid mijner kleeding de zedigheid mijns harten levendig uitdrukke.
Onze Vader â Wees gegroet.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm TI onzer.
o God, wees ons zondaars genadig.
XI STATIE.
Jezus wordt aan het Kruis genageld.
Wij aanbidden ü, Christus, en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Eindelijk, mijne ziel, eindelijk wordt uw vermoeide, afgematte Jezus aan het vloekhout geklonken. Ween hier bij de herinnering, dat uwe zoo gekoesterde hartstochten die scherpe nagelen waren, waarmede zijne handen en voeten doorboord werden, dat uw bedorven wil de hamer was, welks slagen Golgotha weergalmen deden. Ach smeek Hem hiervoor vergeving door te zeggen:
GEBED.
Mijn gekruiste Jezus! duld dat ik vol
] [2 H. KKUJSWEG.
drooflieid en leedwezen mijne zonden en waf
ondankbaarheid in uwe doorboorde handen verf
legge, niet om U opnieuw te kruisigen r toe,
maar opdat mijne trouweloosheid met U vew
gekruist zijnde, van weedom sterve, om mijl
in eene eeuwige trouw te veranderen. moe
Onze Vader â Wees gegroet. ik
Ontferm U onzer. Heer! ontferm Uonzer, 'iai'1
o God, wees ons zondaars genadig. om
wel
XII STATIE.
Jllclt
Jezus bidt al stervende voor zijne kruisigers. lliet
Wij aanbidden U, Christus en loven ü, (
Omdat Gij door uw M. Kruis de wereld (
verlost hebt. n
Beschouw mijne ziel, beschomv nogmaals uwen aan het Kruis gehechten Jezus. Zie,
Iioe treiïelijk Hij den eeuwigen Vader bidt
voor u, die Hem zoo schandelijk hoondet; ^
en gij aarzelt nog vergeving te schenken aan ( hen, die u soms verongelijkten, die u belee-
digden. En echter gij zijt het, die den Zoon ^ van God niet slechts beleedigd, maar zelfs gekruist hebt. Welaan verhef dan vol be-
rouw over zoo vele zonden uwe stem tot ^
Jezus en zeg Hem: , â¢
D hei
GEBED. val
Beminnelijke Zaligmaker! uwe stem, bi'!
H. KRUISWEG.
waarmede Gij den Vader voor mij om vergeving badt, roept mij onophoudelijk toe, dat ik niet alleen mijnen naasten alle verongelijking vergeven, maar ook LT voor mijne beleedigers om vergeving smeeken moet. Gehoorzaam aan die stem, verfoei ik dan ook mijne tot hiertoe gevolgde hardvochtigheid en maak het voornemen, om hun , die mij verongelijking aandoen , weldaden te bewijzen, opdat ik ook eenmaal van U hooren moge: heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.
Onze Vader â llrees gegroet.
Ontferm Uonzer, Heer! ontferm Uonzer, o God, wees ons zondaars genadig.
XIII STATIE.
Jezus wordt van het Kruis genomen.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U, Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Gij waart het, mijne ziel, die den gestorven Jezus in Maria's schoot legdet, zoo dikwerf gij Hem iti liet H. Sacrament met weinig godsvrucht, mogelijk wel op eene heiligschendende wijze, in uw hart ontvangen liebt en Hein zoodoende in uw binnenste deedt sterven. Ach, vraag Jezus
113
H. KRUISWEG.
hiervoor vergeving, bid Maria om hare voorspraak.
GEBED.
.Ta mijn God! het is waar, ik was ongevoelig genoeg om zulk een droevig schouwspel te vertoonen dewijl ik zoo dikwerf uwe heilige Tafel naderde, zoo niet met een door zonden bezoedeld geweten, dan toch met weinig Godsvrucht en met een aan het aardsche gehecht hart. Ach, dit berouwt mij en spoort mij tevens aan , om voortaan het Brood der Engelen zoo te ontvangen, dat het voor mij een onderpand worde dn-toekomstige heerlijkheid.
Onze Vader â Wees yeyroel.
Ontferm U onzer, lieer I ontferm. Uonzer.
o God, wees ons zondaars yenaduj.
XIV STATIE.
Jezus wordt in het yraf yel yd.
Wij aanbidden U, Christus, en loven l'.
Omdat Gij door uw H. Kruis.de wereld verlost hebt.
Overweeg, mijne ziel, hoedanig het gr:if was, waarin uw ontzielde Verlosser gelegd werd. Het was een nieuw graf, en met kostbaar reukwerk gebalsemd, werd Hij in
114
H. KRUISWEG. 115
hetzelve nedergelegd. Dan helaas, uw hart is voor uwen Jezus geen nienw graf meer, daar gij der zonde in hetzelve eerst eene plaats hebt ingeruimd. Welaan, tracht het dan nu ten minste te vernieuwen, en liid ITem, dat Hij in u een geheel nieuw hart scheppe.
GEBED.
Liefde mijner ziel! ik belijd het, mijn hart was lot hiertoe een door zoovele zonden en onvolmaaktheden bezoedeld graf, maatvol schaamte en berouw bid ik U: Schep in mij een nieuw en zuiver hart, en geef, dat ik hetzelve met den balsem van de gedachtenis aan uw lijden zalve, en met liet reukwerk der deugden verfraaie. Dan zult Gij altijd in mijn hart rusten als in een graf,, dat heerlijk, U welgevallig is. Amen.
Onze Vader â â- IFees gegroet.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm TJ onzer.
o God, wees ons zondaars genadig.
S L U I T G E B E D.
Hartelijk dank zij U, o Heer! vonr alle uwe weldaden en inzonderheid voor die weldaad, welke Gij mij nu weder be-
II. KRUISWEG.
wezen hebt, door mij op dezen Kruisweg te ondersteunen. Ik mocht mij dan gedurende dezen tijd eens van het aardsche losscheuren, mij in de geheimen van uw lijden verdiepen en daaruit heilrijke lessen inzamelen. O dat deze oefening dan ook werkelijk strekke tot verbetering van mijnen wandel, tot zaligheid mijner ziel. Geef goede Jezus, dat zij ook aan die afgestorvene geloovigen voordeelig zij, voor welke ik dezelve heb opgedragen; en mochten deze die aflaten niet noodig gehad hebben, ge-waardig U dan, dezelve aan die zielen toe te voegen, voor welke geene bijzondere gebeden gestort worden en die aan mijne hulp de meeste behoefte hebben: beschik over dezelve gelijk het IJ behaagt.
Eindelijk, verleen mij, dat ik uw H lijden bestendig in mijne gedachten hebben, mijnen wandel daarnaar regelen en tot den laatsten adem mijns levens in de deugd volharden moge. Amen.
Hierna zal men lidden zes malen het Onze Vader, het Wees gegroet met Glorie zij den Vader enz. tot intentie van Z. TL üen Fans.
116
33e H.
De Rozenkrans der Leidsche Broederschap van O. L. Vr. van Kevelaar wordt voor de volgend© intenties gebeden:
De 5 blijde geheimen voor de levende Broeders, Zusters cm Weldoeners der Broederschap.
De 5 droevige geheimen voor de overledene Broeders, Zusters «n Weldoeners der Broederschap. Na ieder tientje zegt men; Heer geef hun de eeuwige rust.
De 5 verheerlijkte geheimen voor onzen TT. Vader den Paus, tot bekeering der zondaars en voor den bloei onzer Broederschap,
In naam des Vaders, enz.
Ik geloof in God den Vader enz.
Glorie zij den Vader, enz.
Onze Vader, enz.
Ik groet u. Dochter van God den Vader,
Wees gegroet, enz.
Ik groet u. Moeder van God den Zoon,.
Wees gegroet, enz.
Ik groet u. Bruid van God den H. Geest,
Wees gegroet, enz.
Glorie zij den Vader, enz.
9
118 DE H. ROZESKUANS.
De Vijf Blijde Mysteriën,
I. De Boodschap des Engels.
De vamen van Jezus en Maria moeten zijn yehenedijd. van nu af tot in eeuwiyheicL Onze Vader, enz.
1. De H. Drievuldigheid heeft toegestemd in de menschwording van Christus, Wees gegroet, enz.
2. Maria is tot Moeder van Christus verkoren,
3. De Engel Gabriel brengt Maria de blijde Boodschap,
4. Maria was in de eenzaamheid in haar gebed, ^
5. De Engel zeide: Wees gegroet vol | van gratie, de Heer is met u, ^
(i. Maria was verbaasd als zij den cj= Engel hoorde, o
7. De Engel zeide: Maria wil niet vreezen , want gij zult ontvangen co door den H. Geest, 5
8. Maria zeide: Zie de dienstmaagd des lleereii: mij gesciiiede naar uw woord,
i). Maria is van den H. Geest over-lommerd geworden,
DE H. EOZENKBANS. 11!»
10. En het Woord is vleesch geworden, en het heeft onder ons gewoond, Wees gegroet, enz.
Glorie zij den Vader, enz.
II. Het Bezoek van Maria aan hare nicht Elisabeth.
De namen van Jezus en Maria moeten :ijn (gebenedijd, enz. Onze Vader, enz.
1. Maria gaat uit ootmoedigheid iiare nicht Elisabeth bezoeken, Wees gegroet, enz.
2. Maria bestiert door den li. Geest,
3. Maria met allen haast opstaande,
gaat over liet gebergte,
4. Maria werd met veel liefde van hare nicht Elisabeth ontvangen, ^
5. Joannes is gezuiverd en van blijd- oquot;quot; schap opgesprongen in den schoot S zijner moeder, 03
(). Elisabeth zeide: gebenedijd is de aJ vrucht uws liciiaams, §
7. Maria heeft uitgeroepen: mijne ziel maakt groot den Heer, §
8. Elisabeth zeide; wat geluk pe-schiedt mij, dat de Moeder des Heeren tot mij komt,
9. Het lm is van Zacharias is door de komst van Jezus en Maria gezegend.
DE H. KOZEN KRANS.
10. Maria heeft hare nicht drie maanden met veel liefde gediend, Wees gegroet, enz.
Glorie zij den Vader, enz.
III. De geboorte van Christus.
De namen van Jezus en Maria moeten zijn (/ehenedijd, enz. Onze Vader, enz. 1. Maria heeft gebaard en zij is Maagd
gebleven. Wees gegroet, enz. ü,. Maria heeft Jezus in eenen stal gebaard en in doeken gewonden, 8. Maria heeft Jezus met liefde en
verwondering aanschouwd,
4. Maria heeft Jezus omhelsd en aan
haar hart gedrukt, ^
ö. Maria heeft Jezus met heilige g borsten gevoed, ^
(i. Maria heeft Jezus in eene kribbe ^ gelegd, o
7. Jezus lag op hooi en stroo tus-schen os en ezel, ®
8. De Engelen hebben gezongen : S Glorie zij aan God in den hoogste,
en op de aarde vrede aan de men-schen, die van goeden wil zijn,
9. De herders hebben liet kind komen bezoeken,
120
DE II. ROZENKRANS 121
10. De drie koningen hebben het kind komen aanbidden en hunne giften geofferd. Wees gegroet , enz.
Glorie zij den Vader, enz.
IV. De Opdracht van Christus in den tempel.
De namen van Jezus en Maria moeten zij// gebenedijd, enz. Onze Vader, enz.
1. Maria gaat om haar H. Kind te offeren. Wees gegroet, enz.
2. Jezus en Maria onderwerpen zich aan de wet van Mozes,
3. Maria gaat door moeielijke wegen naar Jerusalem,
4. Maria heeft Jezus op hare armen ^ gedingen, S
5. Maria vervolgt al biddende haren ^ weg, a|
0. Maria heeft Jezus in den tempel 3 geofferd, ~
7. Maria heeft aan de wet voldaan a met de offergift der arme men- n schen,
8. Anna de Profetesse loofde God voor de verlossing van Israël,
9. De oude Simeon heeft Jezus omhelsd en op zijne armen genomen,
132 de h. rozenkrans,
10. Simeon zeide .⢠lieer, laat uwen dienaar gaan in vrede naar uw woord. Wees gegroet, enz.
Glorie zij den Vader, enz.
V. De Vinding van het Verloren Kind Jezus.
De namen vat) Jezus en Maria moeien zijn gebenedijd, enz. Onze Vader, enz.
1. Maria heeft haar lief kind verloren. Wees gegroet, enz.
2. Maria heeft haren schat gemist,
3. Maria heeft Hein met veel droefheid gezocht,
4. Maria heeft Jezus langs alle wegen
en straten gaan zoeken, ^
5. Maria heeft Jezus na drie dagen ^ gevonden,
6. Maria vindt Jezus in den tempel, op?
7. Jezus, twaalf jaren oud, onder-wees de leeraren, g
8. Maria zeide; Zoon, waarom hebt
gij ons bedroefd? £
!). Jezus is met hen medegegaan, en P1 was hun onderdanig,
10. Maria bewaarde al de woorden in haar hart, die Jezus tot haar sprak. Glorie zij den Vader, enz.
DR H. BOZEKKRANS.
Laat ons bidden,
O Maria! allergoedertierenste Moeder, verkrijg voor mijn hart droefheid, en voor mijne oogen tranen van berouw, om te beweenen, dat ik Jezus door de zonden zoo dikwijls heb verloren; gun mij Hem wederom te vinden en altijd te behouden. Amen.
123
DE H. KOZENKKANS.
De Vijf Droevige Mysteriën.
I. De Benauwdheid van Christus in Gethsemani.
Be namen van Jezus en Maria moeten zijn gebenedijd, van nu af tot in eeuwigheid. Onze Vader, enz.
1. Jezus gaat naar den hof van Oli veten. Wees gegroet, enz.
2. Jezus valt plat ter aarde neder,
3. Jezus volhardt in het gebed,
4. Jezus is bedroefd tot den dood toe,
5. Jezus zweet water en bloed, ^
6. .lezus stelt zijnen wil in den wil g* van zijnen hemelschen Vader,
7. Jezus vermaant zijne discipelen ^ om te waken en te bidden, 5
8. Jezus wordt van zijnen Apostel S-door een kus geleverd, ^
9. Jezus wordt van zijn bemind volk -f gevangen,
10. Jezus werd vreeselijk gebonden en gesleurd van den eenen rechter tot den anderen,
.Zoo lief heeft God den mensch gehad, dat Hij zijnen eenigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem geleverd heeft ter dood, ja, tot den dood des kruises.
124
DE H. KOZEXKKANS.
II. De Geeaeling van Christus.
Be namen van Jezus en Maria moeten zijn gebenedijd, enz. Onz;e Vader, enz,
1. Jezus werd van de Joden aan de Heidenen overgeleverd. Wees gegroet, enz.
2. Jezus werd bij Pilatus valsch beschuldigd ,
3. Jezus wordt door zijn volk achter Barrabas gesteld, ^
4. Jezus, alhoewel onschuldig ver- ^ klaard, werd geleverd om gegeeseld £ te worden. eg
5. Jezus kleederen werden uitgerukt, ^
6. Jezus stond daar naakt en bloot,
7. Jezus aan eene kolom gebonden,
8. Jezus wereld vreeselijk gegeeseld, §
9. Jezus bloed vloeit langs de ^ aarde,
10. Jezus is gewond om onze zonden ,
Zoo lief heeft God, enz.
III. De Kroning van Christus.
Be namen van Jezus en Maria moeten zijn gebenedijd, enz. Onze Vader, enz.
1. De soldaten hebben Jezus eene doornen kroon bereid. Wees gegroet, enz.
135-
DE H, ROZENKRANS.
2. Zij hebben de doornen kroon in Jezus hoofd gedrukt. Wees gegroet, enz.
3. Jezus hoofd langs alle kanten doorwond,
4. Jezus hoofd zijpende van het bloed,
5. Jezus met een purperen mantel bespot,
0. Zij hebben Jezus een riet voor schepter in de hand gegeven, aQ
7. Zij hebben met het riet op het ge- cg kroond hoofd van Jezus geslagen, o
8. Zij hebben in Jezus gebenedijd aangezicht gespuwd, cd
9. Jezus is met smaadheden overladen K 10. Pilatus heeft Jezus aan het volk
vertoond, zeggende: aanzie den mensch,
Zoo lief heeft God, enz.
IV. De Kruisdraging van Christus.
De namen van Jezus en Maria moeten zijn gebenedijd, enz. Onze Vader, enz.
1. Jezus werd veroordeeld om gekruist te worden. Wees gegroet, enz.
2. Jezus heeft zijn kruis met liefde omhelsd,
3. Jezus heeft zijn kruis op zijne doorwonde schouders gedragen.
126
DE H. ROZENKRANS. 137
4. Jezus wordt tusschen twee moordenaars opgeleid. Wees gegroet, enz.
5. Jezus bezwijkt onder het kruis om onze zonden,
0. Jezus beladen met zijn kruis, ontmoet zijne bedroefde Moeder, ^
7. Jezus wordt beweend door de god- § vruchtige vrouwen van Jeruzalem, 03
8. Jezus zeide haar: handelt men zoo met het groene hout, wat zal g met het dorre geschieden? 2-
9. Niemand wilde Jezus zijn kruis cd helpen dragen, p
10. Jezus klimt voor ons op den berg van Kalvarië,
Zoo lief heeft God, enz.
V. Kruisiging van Christus.
De namen van Jezus en Maria moeten zijn-
yebenedijd, enz. Onze Vader, enz.
1. Jezus werd wreedelijk op het kruis uitgestrekt. Wees gegroet, enz.
3. Jezus handen en voeten doornao-eld, a
O 3 ^
3. Jezus werd aan het kruis opge- 03 recht, en zijne wonden vloeiden ^ van het bloed, g
4. Jezus bidt voor zijne vijanden, S-
5. Jezus belooft den moordenaar het 2 Paradijs, ?
DE II. liOZEKKRANS.
6. .Tezus beveelt den H. Joannes aan zijne Moeder, Wees gegroet, enz.
7. .Tezus dorst hebbende is met gal ^ en edik gelaafd, g
8. Jezus heeft uitgeroepen: Mijn God! ^ mijn God! waarom hebt Gij Mij a9 verlaten ? o
9. Jezus zeide: het is volbracht, ~ 10. Jezus heeft zijn geest gegeven, g
en zijn hart voor ons laten openen, F Zoo lief heeft God, enz.
Laat ons bidden.
O Jezus, ik bid U door al uwe sniarfen en bitteren dood, door uwe doornagelde handen, doorboorde voeten, doorstokene zijde, en al uwe gezegende Wonden, ontfenn ü mijner, en druk uw H. Lijden zoo in mijn hart, dat mij niets anders behage, dan Gij mijn Jezus, die voor mij gekruist zijt. Amen.
128
DE H. ROZENKRANS.
De vijf Glorierijke Mysteriën.
I. De Verrijzenis van Christus.
De namen van Jezus en Maria moeten zijn gebenedijd, van nu af tot in eeuwigheid. Onze Vader, enz.
1. Jezus is den derden dag roemrijk verrezen , Wees gegroet, enz.
2. Jezus heeftdood en hel overwonnen,
4. Jezus lieeft de Oudvaders getroost
en verlost,
4. Jezus verblijdt zijne H. Moeder,
5. Jezus als een hovenier verschijnt ^ aan Maria Magdalena, g
lt;), Jezus vertoont zich aan Petrus, ^
7. De discipelen van Eminaüs zeiden: ^ waren onze harten niet van liefde g brandende, als Hij tot ons sprak? g-
S. Jezus staat in liet midden van zijne discipelen, en wenscht hun p den vrede,
IJ. Jezus toont zijne glorieuze Wonden aan den H. Thomas,
10. Thomas roept uit: mijn Heer en mijn God,
Geloofd' en gedankt zij ten allen tijde het allerheiligste en goddelijk Sacrament.
129
DE H. KOZEN KUANS.
IV. Hemelvaart van Maria.
Be namen van Jezus en Maria moeten zijn
gebenedijd, enz. Onze Vader, enz.
1. Maria is opgenomen ten hemel. Wees gegroet, enz.
2. De hemelsche Vader ontvangt zijne beminde Dochter,
'S. Jezus omhelst zijne lieve Moeder,
4. De H. Geest verwelkomt zijne ^ lieve Bruid, o
5. De Seraphijnen groeten Maria, '
6. De Engelen dienen Maria, ^
7. Heel de hemel is verblijd door S Maria, 2-
8. Maria zit het naaste bij Jezus, ^
9. Maria is onze moeder en middela- ^ res in den hemel,
10. Maria is onze voorspreekster bij haren lieven Zoon,
Geloofd en gedankt, enz.
V. De Kroning van Maria.
De 'namen van Jezus en Maria moeten zijn
gebenedijd, enz. Onze Vader, enz.
1. Maria is met glorie gekroond in den Hemel, Wees gegroet, enz.
132
DE H. ROZENKRANS.
2. Maria gekroond om hare seraphijnsche liefde,
S. Maria gekroond om hare engelachtige zuiverheid,
4. Maria gekroond om hare groote ootmoedigheid,
5. Maria gekroond om hare volmaakte gehoorzaamheid, 5*
6. Maria gekroond om haar heilige S
. , 0 CZ3
voorzichtigheid, ao
7. Maria gekroond om hare ijverige cr| verduldigheid, o
8. Maria gekroond om hare ijverige dankbaarheid, _ ^
9. Maria gekroond om hare volhar- g ding in alle deugden,
10. Maria boven alle Engelen en Heiligen in den hemel gekroond, gelijk de moeder van God toekomt. Geloofd en gedankt, enz.
Ik offer u, allerzuiverste Maagd, aller-roemwaardigste Moeder Gods Maria, in de vereeniging van al uwe deugden, verdiensten en volmaaktheden, deze geestelijke kroon van gebeden en groetenissen; ge-waardig u dezelve te ontvangen met al do lofzangen, die op de aarde en in den hemel gedaan worden, en verkrijg mij en al
133
10
UE H. KOZKNKHANS.
degenen, voor welke ik gehouden ben te bidden, van uwen lieven Zoon genade om wel te leven en zalig te sterven. Amen.
Een Onze Vader, tot dankbaarheid dat God ons de gratie gedaan heeft van den Rozenkrans te lezen. Onze Vader, enz.
Een Wees yeyroet, opdat Maria ons verstand opdrage aan den hemelschen Vader, en wij in eeuwigheid zijne barmhartigheid mogen gedenken. Wees yeyroet, enz.
Een Wees yeyroet, opdat Maria onze memorie opofïere aan haren Zoon, en wij gedurig zijn leven en bitter lijden indachtig mogen wezen. Wees yeyroet, enz.
Een Wees yeyroet, opdat Maria onzen Mil toeeigene aan den H. Geest, en dat Hij gedurig in ons van liefde moge branden.
Het Geloof zullen wij bidden, opdat ons gebed aan God aangenaam moge zijn, dal het moge strekken tot zijne meerdere eer en glorie, tot welzijn van de H. Kerk, tot bekeering der zondaren en afgevallene christenen , en tot welstand der gemeente. Jk yetoof in God den Vader, enz.
1S4
DE H. ROZENKRANS. 135
De almogendheid des Vaders beware ons. De wijsheid des Zoons onderwijze ons. De liefde des H. Geestes ontvlamine in ons. In den naam des Vaders, enz.
EINDE VAN HET EERSTE DEE],.
TWEEDE GEDEELTE.
ftigAHOlE
VENI CREATOR.
Smeekzang tot den H. Geest.
Veni, Creator Spiritus, Mentes tuornm visita,
Imple superna gratia,
Quae tu creasti pectora.
Qui diceris Paraclitus, Altissimi donum Dei,
Fons vivus, ignis, charitas, Et spiritalis unetio.
Tu septiformis munere, Digitus paternae dexterae, Tu rite promissum Patris, Serraone ditans guttura.
Accende lumen sensibus, Infunde amorem cordibus, Infirma nostri corporis Virtute firmans perpeti.
GEZANGEN.
Hostem repellas longius, Pacemque dones protinus, Ductore sic te praevio, Vitemus omne uoxium.
Per te sciainus, da Patrem, Noscatnus atque Filium, Teque utriusque Spiritum, Credamus omni tempore.
Deo Patri sit gloria, Et Filio, qui a mortuis Surrexit, ac Paraclito, In saeculorum saecula. Amen.
A D 0 R 0 TE.
Adoro Te devote, latens Deitas,
Quae sub his figuris vere latitas;
Tibi se cor meum totum subjicit.
Quia te conternplans totum deficit.
Ave Jesu, Pastor fidelium,
Adauge fidem omnium in te credentium.
In cruce latebat sola Dei tas.
Sod hie latet si in ui et humanitas:
Ambo tarnen credens atque confitens, Peto, quod petivit latro poenitens,
13S
GEZANGEN.
Ave Jesu, Pastor fideliura,
Adauge fidem omnium in te credentium.
Pie pellicane, Jesu Domine,
Me immundum munda tuo sanguine,
Cujus una stilla salvum facere
Totum mundum quit, ab omni scelere.
Ave Jesu, Pastor fideiiurn,
Adauge fidem omnium in te credentium.
Tantum ergo Sacramentum
Ven er e in u r eer n ui, Et antiquum documentum
Novo cedat ritui;
Praestet fides suppleinentum Sensuura defectui.
Genitori, Genitoque Lans et jubiiatio,
Salus, honor, virtus quoque.
Sit et benedictio, Procedenti ab utroque Compar sit laudatio.
139
GEZANGEN.
MAGNIFICAT.
Magnificat* anima mea Dominurn.
Allen herhalen: Magnificat anima mea Do-rainum.
Et exulfavit spiritus meus* in Deo salu-tari meo.
Allen: Magnificat, enz.
Quia respexit humiliatem ancillae suae ;* ecce enim, ex hoc beatam me dicent omnes generationes.
Allen: Magnificat.
Quia fecit mihi magna qui potens est :* et sanctum nomen ejus.
Allen: Magnificat.
Et misericordia ejus a progenie in progenies ,* timentibus enm.
Allen: Magnificat.
Fecit potentiam in brachiosuo:* disper-sit superbos mente cordis sui.
Allen: Magnificat.
Deposuit potentes de sede,* et exalravit humiles.
Allen: Magnificat.
Esurientes implevit bonis,* et divites di-misit inanes,
Allen: Magnificat.
Suscepit Israël puerum suum,* recordatus misericordiae suae.
140
GEZANGEN'.
Allen: Magnificat.
Sicut locutus est ad patres nostros,* Abraham, et semini ejus in saecula.
Allen: Magnificat.
Gloria Patri et Filio et Spiritui Sancto.
Allen: Magnificat.
Sicnt erat in principio, et. nunc et semper :* et in saecula saeculorum. Amen.
Allen-, Magnificat.
De Litanie van Onze Lieve Vrouw.
Kyrie, eleison.
Christe, eleison.
Cliriste, audi nos.
Christe, exaudi nos.
Maria, Maria! wij bidden U: Ach help ons nu, en in den dood, O allerzuiverste Maagd Maria!
Pater de coelis, Deus,
Miserere nobis.
Fili redemptor mundi. Deus,
Miserere nobis.
Maria, enz Spiritus Sancte, Deus.
Miserere nobis.
141
1 ^2 GEZANGEV.
Sancta Trinitas, unus Deus,
Miserere nobis.
Maria, enz.
Sancta Maria,
Sancta Dei Genitrix ,
Sancta Virgo Virginum, Ora pro nobis. Maria, enz.
Mater Christi,
Mater divinae gratiae,
-Mater purissima, Ora pro nobis.
Maria, enz.
Mater castissima.
Mater inviolata.
Mater intemerata, Ora pro nobis.
Maria, enz.
Mater amabilis,
Mater admirabilis,
Mater Creatoris, Ora pro nobis,
Maria, enz.
Mater Salvatoris,
quot;Virgo prudentissima,
Virgo veneranda, Ora pro nobis.
Maria, enz.
Virgo praedicanda,
Virgo potens,
Virgo clemens, Ora pro nobis.
Maria, enz.
Virgo fidelis.
Speculum justitiae.
GEZANGEN. 143
Sedes sapientiae, Ora pro nobis.
Maria, enz.
Causa nostrae laetitiae,
Vas spirituale,
Vas honorabile, Ora pro nobis.
Maria, enz.
Vas insigne devotionis,
Rosa inystica,
Turris Davidica, Ora pro nobis.
Maria, enz.
Turris eburnea ,
Domns aurea,
Foederis area, Ora pro nobis.
Maria, enz.
Janua coeli,
Stella matiitina,
Salus infirmorum, Ora pro nobis.
Maria, enz.
Refugium peccatorura,
Consolatrix afflictorum,
Auxiliutn Christianorum, Ora pro nobis.
Maria, enz.
Regina Angelorum,
Regina Patriarcharum,
Regina Prophetarum, Ora pro nobis.
Maria, enz.
Regina Apostolorum,
Regina Matyrum,
Regina Confessorum, Ora pro nobis.
GEZANGEN.
Maria, enz.
Regina Virginum, Ora pro nobis.
Regina Sanctorum omnium, Ora pro nobis
Maria, enz.
Regina sineiabeoriginaliconcepta, Ora pr. n Regina Sacratissimi Rosarii, Ora pro nobis
Maria, enz.
Agnus Dei, -â- qui tollisâpeccata mundi,â Paree nobis, Domine.
Maria, enz.
Agnus Dei, â qui tollis â peccata mundi,â-Exaudi nos, Domine.
Maria, evz.
Agnus Dei, â qui tollis â peccata mundi,-â Miserere nobis.
Maria, enz.
Christe, audi nos.
Christe, exaudi nos.
Ky rie, eleison.
Christe, eleison.
Maria, enz.
Litanie van het H. Kruis.
Ontferm U over ons, o Heer!
Kyrie, eleiamp;on. Zie gunstig op ons smeeken neer.
Kyrie, eleison.
144
GEZANGEN.
Hoor, Christus ! niet uw volk begaan, Hoor onze pelgrimsbeden aan.
f Kyrie, Kyrie, Kyrie, eleison.
God, Vader! in des hemels woon.
Kyrie eleison. Wij knielen neder voor uw troon.
Kyrie eleison. God, Zoon! die met uw kostbaar bloed Voor 's werelds schulden hebt geboet. | Kyrie, Kyrie, Kyrie, eleison.
God, Heiige Geest! die Trooster zij t. En met uw gaven ons verblijdt. Drieeenig, eeuwig Opperheer!
U geven aarde en hemel eer. f
o Heilig Kruis! wees ons gegroet. Gepurperd met het kostbaarst bloed.
Wij groeten u, o eed'le stam ! jrj
Gij, altaar van het god'lijk Lam. f 'j
5'
O levensboom, wiens vrucht ons voedt ^
Eu voor den eeuvv'gen dood behoedt, ST
O zsgeteeken van den Held, o
Die dood en heimacht heeft geveld, f ?
O heilbanier! die vrede schenkt.
Die ons ook ter verwinning wenkt,
145
GEZANGEN.
O sterfbed van des menschen Zoon! Een offer- en een glorietroon. f
O zoete troost in 's levens smart! Verkwikking voor 't gebroken hart. O trouwe leerstoel aller deugd, En milde bron van ziele vreugd! f
O gids op onze pelgrimsbaan! Gij wijst den weg ten hemel aan. Gij wolk bij dag, Gij licht bij nacht. Die onzen pelgrimstocht verzacht, f
O al verwervend zoenaltaar!
Gij hoop en heil der Christen schaar. ]k sla mijn blikken naar omhoog: Gij staat in glorie voor mijn oog. f
Gij zijt der Zaal'gen Zielsgenenut, Gij aller Eng'len eeuw'ge vreugd. Gij 't reddingsteeken na den val, Voorspeld door 't oud Profetentai. f
O schepter van den Middelaar f O heilstaf der A postel schaar! Der Martelaren kracht en kroon, Hun luister en onsterflijk loon. f
146
gezakgen.
O vreugde van het Paradijs!
Gij, der Belijd'ren roem en prijs.
Die 't Maagdenkoor in 't blanke kleed ,
Haar Bruidegom steeds volgen deedt. f
O rijksbanier van 't hemelsch heer! En aller Heü'gen lof en eer;
U zweeren wij voor immer trouw, U bidden wij vol zielsberouw: f
5'
O god'lijk Lam! dat voor ons stierft, ^ Ons 't leven aan het kruis verwierft, «t Wanneer mijn stervensuur zal slaan, o Laat dan mijn ziel in vrede gaan. f
Ach! dat uw kruis dan voor ons pleit'. En onze ziel ten hemel leid';
Dan open' 't kruis in onze hand Ons, Pelgrims, 't eeuwig vaderland! f
JEZUS EER.
Wijze: Dat Jezus leev'.
Aan Jezus eer!
Zoo stijge ons dankbaar sineeken. Aan Jezus eer! door aarde en hemelheer! O zoete naam, dien ik nimmer kan spreken. Of 'k voel te feller in liefde me ontsteken,. Aan Jezus eer! {dis.)
14T
GEZANGEN.
Aan Jezus eer!
Is 't lied der Cliristens scharen. Aan Jezus eer! Hem, onzen God en Heer, Die al wie trouw om hem henen vergaren, Trouw in den strijd voor zijn naam zal
bewaren.
Aan Jezus eer! (bis.)
Aan Jezus eer!
Mag ook de zondaar zuchten,
En tot zijn Heer ga hij rouwmoedig weer; Geen boet'ling, neen! heeft zijn wrake te
duchten.
Hij heeft alleen in zijne armen te vluchten. Aan Jezus eer ! (bis.)
Aan Jezus eer!
Is 't lied van 't zielsvertrouwen. Aan Jezus eer! zoo roepen we immer weer; Hoe langer toch wi j zijn wonden beschouwen, Hoe meer ons ook onze zonden berouwen. Aan Jezus eer! (bis.)
Aan Jezus eer!
Is 't Lied der hemelzalen, En 't Eng'lenheer valt diep aanbiddend neer; Dat moet heel de aard met haar tongen
en talen.
Dat al wat is door alle eeuwen herhalen, Aau Jezus eer! (bis).
148
gezangen.
Aan Jezus eer!
Nog eens het aangeheven!
Aan Jezus eer! en immer, immer meer! Aan Hem alléén zij van nu af ons leven. Aan Hem gehéél ons ten offer gegeven! Aan Jezus eer! (bis.)
Aan Jezus eer!
Zoo blijve ons danklied stroomen. Aan Jezus eer! voor eeuwig onzen Heer! Hij zélf is reeds in ons harte gekomen. Hij zélf heeft ons tot de zijnen genomen; Aan Jezus eer! (bis.)
Yóór de H. Communie.
Mijn gastmaal is bereid,
'k Wenscli feest met u te houwen;
Vergeet Mijn majesteit En nader met vertrouwen.
Ik wacht met ongeduld;
Kom, mijn geliefde, kom;
Beminnen wij elkaar Als bruid en bruidegom.
O kostelijke disc Ij,
Waar 't Vleesch en Bloed mijns Heeren
Der zielen feestmaal is;
Wie zou u niet begeeren ?
149
11
GEZANGEN.
'k Ben arm en hongerig.
Mijn ziel vergaat van dorst; Ach, spijs haar, lesch haar toch En druk haar aan uw borst.
Versterk mijn zwak geloof! Wat ook de zinnen tuigen,
'k Blijf voor hnn stemme doof; 'k Moet voor uw waarheid buigen. Mijn God is waarlijk spijs In 't heilig Sakrament;
O liefde niet bemind,
O liefde uiet gekend!
Welaan, het uur is daar;
Mijn bruidegom gaat komen: Hij wacht mij op 't altaar. De hand vol zegenstroomen.
Hier ben ik, kom, mijn God f Maria, sta mij bij.
Ontvlam me in liefdevuur! O Eng'len bidt voor mij!
Hü ï3L. C0ÃÃÃTOÃK.
De God-Mensch woont in mij:
Mijn ziel, besef uw waarde.
Aanbid uw Bruidegom,
Verhef u boven de aarde;
150
GEZANGEN.
Keer gansch'Ujk in u zelf. Verzamel hart en geest,
Dank Jezus, die voor u Zoo lieflijk is geweest. ) ï8'
Een God met mij! kan 't zijn? Zoo niet 't geloof mij leerde;
Met mij, die vroeger Hem Zoo stout den rug toekeerde! O Godheid zonder peil, Verheven boven smaad, Gij haat den zondaar niet: , ,. De zonde is 't, die Gij haat. !
Ik bid U need'rigaan. Vernietigd en verlegen,
Mijn God, mijn Bruidegom; Vervul mij met uw zegen! Gij geeft me uw eigen zelf. Het meerdere, hoe dan Is 't moog'lijk, dat uw hart \ ,. Mij'tmind'reweig'renkan? IJgt;s'
Wijk, wereld, zonde, wijk! Vergeefs komt gij bekoren;
Ik had om u helaas!
Mijn goeden God verloren;
151
GEZANG EK.
Doch van deez' stonde af aan Ben ik voor eeuwigheid Geheel en onverdeeld ( ^ Aan Jezus toegewijd, i
O held're nacht, die ver de schoonste dagen
In hoogen roem en luister overstraalt; () schoone nacht, waarin én rein beliagen ^ ^ Ãn zoete vreugd in onze harten daalt, j
Een Moedermaagd, uit Juda's stam verkoren.
Vereert ons met een Goddelijken schat; Gods eeuwig Woord, uit haar als mensch â
geboren, | 6is Verschijnt voor ons in Davids oude stad.)
O Israël met uwe nageslachten.
Staak uw gezucht; o Jacobs telg, schep
moed:
De Heiland, dien uw vaad'ren lang i
verwachten, . bis Is opgestaan uit Jesse's edel bloed. )
Maar neen, de held, tot koning ons geschonken,
Is niet vergund aan Jacobs zaad alleen;
152
GEZANGEN.
Zoover alsooit de zon en sterren blonken, j Wordt haast zijn rijk aan ieder volk : his
gemeen. )
O Vredevorst, o Koning aller vorsten!
Dat Satans rijk voor Uw vermogen zwicht'! O Heiland laat onshart niet langer dorsten j ^ Naar 't zoet genot van uw genadelicht, i y'
O ja, Gods Zoon, doe de oude boosheid wijken Voor godsdienst en voor ware zaligheid : Dus staat Uw rijk tot heil van alle rijken ) En groeit en bloeit en praalt in een wig-1 faW
held. )
mmmBThiEB.
Herders! hoe, ontwaakt gijniet? Wat is op dit uur geschied? Eene stem van hemellingen Klonk door de ongemeten kringen: Gloria! Gloria!
O wat wonder mag deez' nacht Op den aardbol zijn volbracht! Want een vreugdevolle glans Straalde van den hemeltrans.
153
GEZANGEN'.
Ach I ik hoorde een eng'lenstem. Zij riep ons naar Bethlehem; Van een Maagd, door God verkoren, Is daar 't heilig Kind geboren.
Gloria! Gloria! O, de Schepper van 't heelal.
Ligt daar in een beestenstal,
Laat ons spoeden naar dat Kind, Toonen dat ons hart Het mint.
Wat geschenken neem ik meê? Denk toch aan geen offervee; Slechts n\v hart kan 't Kind behagen. Dit moet gij Het op gaan dragen. Gloria! Gloria!
Ach, welk offer is te groot Voor dat Kind, dat God ons bood! Komt laat ons te zamen gaan, Biddend voor Zijn wiegje staan.
Welkom, Kindje, wees gegroet, Daar Ge uw liefde ons blijken doet: Welkom, dierbaar Kind, in 't leven, Mogen we U ons harten geven! God'lijk Kind, dat ons mint.
Voor ons vloeit uw eerste traan, Neem onz.' harten gunstig aan, Voor uw krib, o Opperheer,
Leggen wij deez' giften neer.
GEZANGEN.
Lieve Moeder van dit Wicht, Dat in 't arme wiegje ligt. Boven allen uitgelezen,
Moest gij Jezus' Moeder wezen: Zuivre Maagd, Moeder maagd ! Als ge' in liefd'gevoel verrukt, 't Lieve Kind aan 't harte drukt, Bied Het dan de harten aan, Die voor U en Jezus slaan.
TER EERE VAN JEZUS' GODDELIJK HART.
De roode roos van Jezus hartewonde,
In geur en kleur verrukkelijk en schoon ; Zij roept ons toe toe: O kind'ren vluchtdezonde En zoekt uw heil in Jezus' liefdewoon. iis
De doornenkrans, zoo bloedig afgeteekend Om 't open Hart van Christus, onzen Heer, ]lij noodigt ons zoo goddelijk welsprekend : Geef Hem uw hart met heel zijn liefde
weer. ói'-s.
Het gloeiend vuur, dat oprijst langs de wonden
Van 't God'lijk Hart, en in zijn volsten
gloed
155
GEZANGEN.
Om 't heilig bout des krnises staat te branden. Doorvlamt met kracbt bet allerkondst
gemoed, bis.
O Jezus lief, aan 't krnishont weggezonken
Als in een zee van eindelooze smart, Verwarm ons steeds door uwe liefdevonken. En sta ons toe te wonen in Uw Hart. bis.
Bij het teelcL van het H. Hart van Jezus.
O hoe liefderijk en teeder
Ziet dat beeld van 't Heilig Hart Van mijn Jezus op mij neder;
In dien blik wat liefde en smart. Zacht schijnt wel die mond te klagen:
Ach, Mijn liefde wordt miskend; Wederliefde wil Hij vragen.
Oog en Hart naar mij gewend, bis.
Ziet hoe gloriestralen glanzen
Om dat Hart in gouden gloed; Wreede doornen Het omkransen.
Roodgekleurd in 't God'lijk Bloed ; Ziet dat reddend kruishout, boven Op het vlammend Hart geplant, In de vlam, door niets te dooven. Van Zijn feilen liefdebrand, bis.
156
GEZANGEN.
Uit die breede wond ter zijde
Druipt de laatste druppel bloed; O, dat aller hart zich wijde
Aan uw Hart, o Jezus zoet! Ach, mij dunkt, ik hoor U spreken:
Zie mijn Hart, dat zoo bemint, En toch, hoe Ik moge smeeken, Veel te weinig liefde vindt. bis.
God'lijk Hart, vol liefde en smarte,
Ik begrijp wat. Gij begeert: Ik zal ijv'ren, dat uw Ilarle
Word' gekend, bemind, geëerd. Harten ga ik voor U winnen ,
IJv'ren voor nw liefde en eer: Mochten allen U beminnen, U vereeren meer en meer. his.
ttu tutu jbrn' %
Voor Jezus' Harte zinge
Mijn ziel in mingeneugt;
Door alle wolken dringe
De luide toon der vreugd. Geëerd ten allen tijde
Zij Jezus' Heilig Hart! Dat aller hart zich wijde Aan 't Hart vol liefde en smart.
157
158 GEZANGEN.
O Hart voor mij gebroken Uit louter liefdepijn,
Om mijne schuld doorstoken. Wilt Gij mijnscliuilplaatszijn.
Geëerd enz.
Uit uwe Hartewonde
Sprong water en ook bloed.
Hoezeer stroomt sinds die stonde Ons uw genadevloed.
Geëerd enz.
Heer Jezus, ééne bede,
Slechts ééne, gun ze mij:
Schenk mij een zoeten vrede In uw doorstoken zij.
Geëerd enz.
Laat daar mij immer rusten Daar rust ik zacht en vrij.
Bevrijd van 's werelds lusten, Daar leef en sterf ik blij.
Geëerd enz.
Smeekzang tot Jezus' H. Hart.
O God van liefde, hoor het biddend smeeken Van 't kind, dat voor uw troon ligt neergeknield !
GEZANGEN.
Voor mij liet Gij Uw Hart aan 't kruis
doorsteken.
Voor mij werdt Gij bespot, gewond, ontzield. God van erbarmen.
Toon ons Uw Hart,
En sluit ons in Uw armen,
Daar zijn wij vrij van smart.
Uw Godd'lijkHart, van liefdevlam omgeven, Toont door dien gloed hoezeer Het mij
bemint.
En roept mij toe; Ik schonk voor u Mijn leven. Schenk mij dan toch uw teeder hart.
Mijn kind. God van erbarmen enz.
Uw Harte met eendoornenkransomwonden. Zegt mij, wat Ge in Uw liefde voor mij leedt; En 't kruis, waaraan Gij stierft voor mijne
zonden.
Wil dat ik nooit Uw liefde en dood vergeet. God van erbarmen enz.
DE VIJF WONDEN.
Zing, mijn ziel! het vijftal wonden. Die uw God draagt voor uw zonden. Eens aan 't kruis bebloed, gehoond. Thans met heerlijkheid gekroond, f Heer! ontferm U onzer.
159
GEZANGEN.
O Maria, Koninginne!
Moeder Gods en Kruisheldinne! Gij, die met inv Zoon gewond. Onder 't bloedig kruishout stond 7 Bid voor ons, Maria !
De Smartelijke Wonden.
I.
Wees gegroet dan, vijftal bronnen. Waar het bloed kwam uitgeronnen Dat eens 's werelds heil beslist En haar schuld heeft uitgewischt f Heer! ontferm U onzer. O Maria, Koninginne ! enz,
'k Wil in 't stof mij nederbtiigen Voor die wonden, die mij tuigen, Hoe in 't kruisgeheimenis.
Zelfs een God mijn oflfer is. f Heer ! ontferm U on/.er. o Maria
O ik zie het, hoe Ge uwe armen Tot mij uitstrekt in erbarmen, Dat ik, zondaar, vol van rouw Jezus! tot U vluchten zou. -f Heer! ontferm U onzer, o Maria
160
GEZANGEN.
'k Zie uw handen openscheuren,
Heel den last uws lichaams beuren. Opgezwollen , uitgerekt, . . .
Mij, ja mij nog toegestrekt!
f Heer! ontferm U onzer, o Maria.
't Is, o 't is, opdat uw zegen Uit die bronnen nederregen'.
En we ons wasschen in den vloed Van uw alverzoenend bloed.
-f Heer! ontferm U onzer, o Maria.
God zijt Gij! . . . en 't zijn uw handen. Die de onmeetb're heein'len spanden, 't Spoor beschreven, dat nog de aard, Met haar zonnenheir bewaart.
f Heer! ontferm U onzer, o Maria.
En gij, zondaar 'â dorst het wagen, Naag'len door dat vleesch te jagen. Dat van pijnen krimpt en rilt.
En uw hand heeft niet getrild? . .. f Heer! ontferm U onzer, o Maria.
Wil toch om uw zonden treuren.
Die uw hand en ziel besmeuren,
't Vleesch verscheuren van uw God: Tot hoe lang met Hém gespot? . . . f Heer! ontferm U onzer, o Maria.
161
gezangen.
Lof zij God in drie Personen,
Lof zij Hem, wien doornen kroonen7 Die het vijftal Wonden draagt ; Lof zijn Moeder, altijd Maagd ! f Heer! ontferm C onzer. O Maria, Koninginne! enz.
II.
Goede Jezus! laat mij groeten Uw zoo diep doorboorde voeten ; Ach, lioe zwollen zij niet op Van den wreeden liamerklop! f Heer! ontferm U onzer. O Maria,
Toen de hand U niet kon dragen. Moest de voet uw lichaam schragen ; Ach hoe vlijmend was dan 't wee Dat uw scheurend vleesch doorsnêe f Heer! ontferm U onzer. O Maria.
O dat ik met Magdalene,
Jezus! aan uw voeten weene.
Laat de tranen van mijn hart Balsem drupp'len in uw smart, f Heer! ontferm U onzer. O Maria.
'k Zou mijn lippen in verrukken j\lét haar op uw wonden drukken.
162
GEZANGEN.
Kon ik slechts, mijn God en Heer 'k Zou ze kussen keer op keer. f Heer! ontferm U onzer. O Maria.
Dierb're voeten! die zoo bloeddet, Toen Gij 't zwervend lam naspoeddet En niet rusttet, hoe gewond, Tot ge 't schaapje wedervondl, f Heer! ontferm U onzer. O Maria.
En gij, zondaar! dorst het wagen, Naag'len door dat vleesch te jagen. Dat van pijnen krimpt en rilt: En uw hand heeft niet getrild? ... f Heer! ontferm U onzer. O Maria.
Ach, wil in u zeiven treden,
Hoe gij zondigt met uw schreden. Zie nog eens die wond, dat bloed. Val, o val uw God te voet. f Heer! ontferm U onzer. O Maria.
Lof zij God in drie Personen,
Lof zij Hem, wien doornen kroonen. Die het vijftal Wonden draagt; Lof zijn Moeder, altijd Maagd! f Heer! ontferm U onzer. O Maria.
GEZAKGEN.
III.
Wees gegroet, doorstoken borste! Hartewond, waar ik naar dorste, Gij, o teed're Pelikaan !
Biedt uw bloed ter laving aan. â f Heer! ontferm U onzer. O Maria.
Open zij'! voor mij doorstooten, Waaruit bloed en water vloten, 'k Ving reeds zoeten drop bij drop Uit uw heil'ge bronwel op. f Heer! ontferm U onzer. O Maria.
'k Liet soms over de open lippen d' Ademtocht niet henen glippen, 't Was als ik in stilte zweeg. Of een zucht uw hart ontsteeg; t Heer! ontferm U onzer. O Maria.
't Was, of bij 't eerbiedig luist'ren. Ik een stemme hoorde fluist'ren ; Minzaam vroeg en zuchtte zij: Kind, mijn kind ! bemint gij Mij ? f Heer! ontferm U onzer. O Maria.
En gij, zondaar! dorst het wagen, In die zijde een speer te jagen,
164
GEZANGEN.
't Harte door, dat niet meer leeft: En uw hand heeft niet gebeefd ?... -f- Heer! ontferm U onzer. O Maria.
Ach, doorwond uw hart van binnen. Om alleen uw God te minnen. Dat het Hem ter offerand Van ondoofb're liefde brand', -j- Heer! ontferm U onzer. O Maria.
Lof zij God in drie Personen,
Lof zij Hem, wien doornen kroonen. Die het vijftal wonden draagt, Lof zijn Moeder, altijd Maagd! -f Heer! ontferm U onzer. O Maria.
IV.
Mocht ik dieper nog doorgronden 't Eind'loos lijden al dier wonden, Maat'loos als uw boezempijn, Jezus! moest mijn liefde zijn. f Heer! ontferm U onzer. O Maria.
J 'k Heb gezegd: 'k wii nu beginnen.
Met mijn' Heer en God te minnen; 'k Draag met eiken aderklop Hand en voet en hart ü op; f Heer! ontferm U onzer. O Maria.
165
12
GEZANGEN.
Dat ik U alleen behage,
Uwe wonden met ü drage.
Immer om mijn zonden treur'.
Nimmer weer mijn ziel besmeur'. xi f Heer! ontferm U onzer. O Maria. d£
Goede Jezus! door uw wonden.
Zuiver mij van al mijn zonden,
Handen, voeten, open zij'!
Vijftal bronnen! heiligt mij. ^
f lieer! ontferm U onzer. 0 Maria. ]\k
Dat ik met mijn Jezus strijde.
Dat ik om zijn liefde lijde, .
Handen, voeten, open zij'!
Vijftal stemmen! spreekt voor mi), O
f Heer! ontferm U onzer. O Maria. Tc
Laat mij stervend U nog groeten,
Dierb're handen, dierb're voeten! .
Jezus' dan mijn veegen mond Klemmen op uw hartewond.
f Heer! ontferm U onzer. O Maria. ]V1(
Lof zij God in drie Personen,
Lof zij Hem, wien doornen kroonen, -j. Die het Vijftal Wonden draagt.
Lof zijn Moeder, altijd Maagd! 'k
f Heer! ontferm U onzer. O Maria.
166
GEZANGEN.
De Verheerlijkte Wonden.
I.
Lieve Jezus! wil gedoogen,
Dat ik nu mijn bevende oogen,
Waar Gij heerscht in de opperste eer Naar uw schitt'rend lichaam keer', f Heer! ontferm U onzer. O Maria.
quot;k Zie geen strijden, 'k zie geen lijden. Maar verwinnen, zielsverblijden, Vijfmaal springt een stralenvloed. Die Gods hemelen juichen doet. f Heer! ontferm U onzer, ü Maria.
O die wonden drupten zegen.
Toen Gij uit het graf gestegen. En verwinnaar van den dood,
^t Oog aan 't ongeloof ontsloot, f Heer! ontferm U onzer. O Maria.
Ach in twijfeling verloren.
Moge ik, als uw leerling, hooren: âBreng uw vingeren hier bij, ,/Leg uw hand in mijne zij.quot;
t lieer! ontferm U onzer. O Maria.
'k Zal als Thomas nederbuigen, L'we Godheid luid getuigen:
1
1(58 GEZANGEN.
'k Stort mij aan uw voeten neêr, 'k Roep als li ij: //Mijn God en Heer!quot; f Heer! ontferm ü onzer. 0 Maria.
Hier straalt eind'loos alvermogen In mijne overscliitterde oogen,
Goddelijk geheimenis :
Dat in wonden 't leven is!
f Heer! ontferm U onzer. G Maria.
't Leven uit u heengevloten, . . .
't Leven nit u voortgesproten,...
Heiige wonden! 'k hoor uw taal: 't Sterven is de zegepraal!
f Heer! ontferm U onzer. G Maria.
Lof zij God in drie Personen,
Lof zij Hem, wien doornen kroonen , Die het Vijftal Wonden draagt, Lof zijn Moeder, altijd Maagd!
t Heer! ontferm ü onzer. O Maria.
.
II.
Dierbre wonden! 'k zal niet vreezen. Wat op aard' mijn deel moog' wezen; Ziekte, smarten, wond of pijn,
Moet Ciij toch mijn glorie zijn. t lieer! ontferm U onzer. G Maria.
GEZANGEN.
Wordt mijn liehciam ook doorstoken, quot;quot;t Stervend harte mij gebroken,
Daal ik, Heer! met U in 't graf; 'k Schud dan de aardsche boeien af. t Heer! ontferm U onzer. O Maria.
Uwe wonden zijn genezen,
Uit den dood zijt Ge opgerezen, Wonden zijn de levensbron,
't Graf gaat vóór de gloriezon, t Heer! ontferm U onzer. O Maria.
Waarom, Heer! ik mag 't U vragen. De aardsche wonden nog gedragen. Nu Gij in uw rijksgebied Reeds de Koningskroon geniet?. ... t Heer! ontferm U onzer. O Maria.
O ze zijn ten glorieteeken,
Daar zij van uw zege spreken Over zonde, hel en dood,
Die den hemel ons ontsloot.
t Heer! ontferm fJ onzer. O Maria.
Blijft dan, wonden, zegepralen.
Schiet dan uit in gloriestralen.
Laat ons voor Gods aangezicht. Juichen in uw zaal'gend licht, t Heer! ontferm LT onzer. O Maria.
] 70 GEZANGEN.
Want ook zij die hier verwinnen. Varen ze eens uw hemel binnen, Danken 't eeuwig heilgenot Aan de wonden van hun God. t Heer! ontferm U onzer. 0 Maria.
Lof zij God in drie Personen,
Lof zij Hein, wien doornen kroonen. Die het vijftal wonden draagt, Lof zijn Moeder, altijd Maagd! t Heer! ontferm U onzer. O Maria.
111.
Waarom, Heer! ik mag 't U vragen. De aardsche wonden nng gedragen. Nu Gij in uw rijksgebied Reeds de gloriekroon geniet? . .. t Heer! ontferm U onzer. O-Maria.
't Is, opdat de zaal'ge kringen 's Heeren zegepraal bezingen.
Baden in dien purp'ren vloed, Die hen eeuwig juichen doet, t Heer! ontferm U onzer, o Maria.
't Is, opdat do godgetrouwen Op zijn glorie blijven schouwen.
GEZANGEN.
Als soms in hun droeve ziel Angst en kwelling nederviel:
Heer! ontferm U on zer. O Maria.
Maar ook, die hun God doorwondden. Hem herkruisten door hun zonden. Die het god'lijk offerbloed Spottend traden met den voet; â t Heer! ontferm ü onzer. O Maria.
Ook de geesten, die er vielen.
En de duizend, duizend zielen.
Langs de breede zondebaan In de hellenacht gegaan: â
t Heer! ontferm U onzer. O Maria.
Zij ook zullen saamvergaren.
Om die wonden aan te staren.
Maar ten vloek!... als vlammend licht Slaat om ''t hoop'loos aangezicht!... t Heer! ontferm L onzer. O Maria.
Lof zij God in drie Personen,
Lof zij Hem, wien doornen kroonen. Die het vijftal Wonden draagt,
Lof zijn Moeder altijd Maagd!
t Heer ontferm U onzer. O Maria.
171
GEZANGEN.
IV.
Strenge Rechter! als uw wonden 't Hellevonnis meêverkonden;
//Weg, vervloekten! weg van Mij Als zij zinken aan uw zij'; â t Heer! ontferm U onzer. O Maria.
Als uw goddelijke luister Heel den nacht van 's afgronds duister. Uw gehoond zich wrekend bloed Al hun boosheid peilen doet.
t Heer! ontferm U onzer. 0 Maria.
God van eindeloos erbarmen! Ach, ontvang ons in uwe armen. Om uw wonden dan, 0 Heer! Zie genadig op ons neer.
f Heer! ontferm U onzer. O Maria.
Laat nog eenmaal mij U groeten, Dierb're handen, dierb're voeten!
Open wond van Jezus zij'!
Heiligt, heiligt, heiligt mij!
t Heer! ontferm U onzer. O Maria.
Lof zij God in drie Personen,
Lof zij Hem, wien doornen kroonen,
173
gezangen.
Die het vijftal Wonden draagt, Lof zijn Moeder, altijd Maagd! t Heer! ontferm U onzer.
O Maria, Koninginne!
Moeder Gods en Kruisheldinnei Gij die met uw Zoon gewond, Onder 't bloedig kruishout stond. Bid voor ons, Maria!
opwekkingsl;ed tot de pelgrims.
Wijze: Jrsu clulcis memoria.
Komt, Pelgrims! ijlings opgestaan! Verheft bet kruis, ontrolt de vaan. De heilbanier der Christenheid,
Dat ze ons naar Kevelaar geleid'.
Gegroet, gegroet, o heilig kruis.
Door ons vereerd in 's Heeren Huis; Wees ons ten steun op 't pelgrimspad En breng ons naar Maria's stad.
Breng ons vereend tot onzen Heer, En voer ons hier blijmoedig weêr. En gansch van alle schuld gered. Die soms nog onze ziel besmet.
na
174 GEZANGEN.
Verdelg daar, Heer! door uwe kracht. Verdelg er alle zondemacht,
Dat wij geen kwaad ooit meer begaan. Maar tot den bloede wederstaan.
Wat satans list of woede poog'. Uw dienaar heft uw kruis omhoog. Waarmee hij onbezweken strijdt, En zich, ook stervend, nog verblijdt.
Door 't kruis is alle last hem zoet; Een balsem wordt voor hem uw bloed; De naag'len in uw voet en hand. Zij strekken hem tot liefdepand.
De wonden in uw heilig Hart Verzachten hem de stervenssmart; En zal hij voor uw oordeel staan. Hij ziet ze vol vertrouwen aan!
Ach Jezus! spaar 't geknakte riet. Verstoot een droeven zondaar niet.
Maar stel ons aan uw rechterhand En geef ons deel in 't Vaderland.
O! dat ook deze pelgrimstocht Ons dit geluk bereiden mocht.
En wij, van 't aardsche stof ontdaan, In 't bruiloftskleed dan vóór U staan.
gezangen.
O Gij, die door uw kruis verwint. En ons ten einde toe bemint,
Verlosser op uw glorietroon!
Geef aan uw Pelgrims 't hemelsch loon.
Morgenlied der Jelgrimè.
Wijze : Wees gegroet op kindertoon.
0 wat blijdschap voelt mijn hart! Zoete dag van 't pelgrimsleven!
Neen, mijn ziel kent hier geen smart In deez' stille, heil'ge dreven.
Waar het hart van liefde brandt / ^ En verzucht naar 't Vaderland. (
Laat ons samen op deez' grond Voor den Schepper nederknielen;
Danken wij mer, hart en mond,
Uit het innigst onzer zielen.
Hem, die ons zijn liefde toont, / ^ God, die in deez' tenten woont, i
Dank zij U dan toegebracht.
Goede Vader, op deez'morgen;
Wil toch in uw liefde en macht Altijd voor uw kind'ren zorgen;
Leid ons, veilig voor gevaar,j ^
Naar het dierbaar Kevelaar. i
175
GEZANGEN'.
Laat ons nu in vrede gaan.
Laat uw zegen öns verblijden
Op onze aardsche pelgrirasbaan. Dat wij overwinnend strijden
Tegen wereld, vleesch en hel, | ^ â En des vijands zielsgekwel. ' '
Wees gegroet, o Moedermaagd!
Naar wier lusthof we opwaarts trekken,
Leer ons al wat U behaagt.
Al wat ons tot dengd kan wekken, U te zoeken is de zucht, I , - ^ ü te vindon zij de vrucht.' M'
Dank en glorie zij aan God,
Eén in wezen, drie Pei sonen!
Die met eeuwig heilgenot 's Levens pelgrimschap zal loonen ;
Strijdt dan Pelgrims! om den prijs, ( Die u wacht in 't Paradijs, )
HET WEES GEGROET.
Wees gegroet op kindertoon,
Wees gegroet, Maria! Moeder
Van Gods Eéngeboren Zoon,
Onze menschgeworden Broeder;
U, die onze Moeder zijt, |
ü zij ook mijn lied gewijd! i AS''
176
GEZANGEN.
Alle gunst vondt gij bij God,
Alle volheid van genaden;
Ach, zij ook zijn gunstgenot JVIij ten troost op 's levens paden!
Moeder Gods! o bid voor mij, ( £â¢
Dat ik Hem gevallig zij. i
Mét U is uw God en Heer! Wie zou u geen glorie geven?
O mocht ik ook Hem ter eer.
Altijd in zijn liefde leven!
Bid, Maria! bid voor mij, / 7.
Dat dit al mijn streven zij. i
Wie zal ons uw heiige jeugd, Wie, gezegendste aller vrouwen!
Vol genade en vol van deugd. Al uw heerlijkheid ontvouwen?
Bid, Maria! bid voor mij, /
Dat ook ik gezegend zij. i
Ja, dat mij uw God en Zoon,
Aller Zaligmaker, zegen'!
Stroom' zijn liefde en gunstbetoon Op uw smeekgebed mij tegen!
Moeder Gods! 0 bid voor mij, { ^
Dat uw Zoon mijn Jkzüs zij. i
GEZANGEN.
Lieve Moeder' o mijn vreugd! Bid voor mij, en bid voor allen,
Die door godsvrucht, reine deugd. Streven naar uw welgevallen; Bid voor ons in allen nood, j ^ En in 't uur van onzen dood. i
Ter eere van Maria.
O beeld van 't reinste leven,
Maria, Jozefs Bruid'
Zoo wij ons hart u geven, Gij deelt uw gunsten uit. Ach, dat ik U beminne,
In blijdschap en in smart; Druk diep mijn Koning'mne! Uw beelt'nis in mijn hart.
O Jozefs Bruid, mijn Moeder!
Mijn trouwe toeverlaat!
Werd niet uw Zoon mijn Bn ieder. Die nooit uw beê versm iadt? Ach, dat ik U beminne, enz.
Ach, was ik rein van zonden,
O vlekkelooze maagd'
Ik zou uw lof verkonden.
Gelijk het U behaagt. Ach, dat ik U beminne, enz.
178
GEZANGEN.
'k Zou met uwe trouwe scharen.
En 't juichend hemelheer,
Mijn dankbaar loflied paren.
En jub'len U ter eer.
Ach, dat ik U beminne, enz.
Helaas hoe moet ik klagen,
Dat ik onwaardig mensch,
ü zoo niet kan behagen.
Als ik het vurig wensch.
Ach, dat ik IJ beminne, enz.
Maar 'k wil mij alle dagen.
Mijn Moeder! U ter eer. Godvruchtiger gedragen.
En dienen mijnen Heer.
Ach, dat ik U beminne, enz.
Loflied tot de H. Moeder Gods.
w ijze : Ave, rosa, sine spina.
Welkom, trouwe Pelgrimscharen ! Die hier weer, als zooveel jaren. Om uw Moeder komt vergaren. Aan üaria onze groet!
Liefste Jezus! uwe Moeder Schonk ons eenmaal U als Broeder, Als Verlosser en Behoeder;
O Maria! wees gegroet.
17»
GEZANGEN.
Wees gegroet, o lang verbeide! Wie ons eeuw aan eeuw voorzeide. Die het leven ons bereidde,
Jezus' Moeder! wees gegroet.
Gij, o Maagd uit koningsbloede,
Heilig schild, dat ons behoedde Tegen Satans list en woede,
O Maria! bid voor ons.
Oij zoudt boven alle vrouwen,
Om uw vroomheid en vertrouwen. God eens als uw kind aanschouwen: Jezus' Moeder! wees gegroet.
's Heeren Engel uit den hoogen Zaagt gij, Moeder! ingetogen Aan uw voeten neergebogen,
O Maria! wees gegroet.
Toen Gij op uw raaagd'lijk schromen, 't Groote wonder hadt vernomen, Is het Woord tot U gekomen;
Maagd en Moeder! wees gegroet.
IS'egen maanden zijn vervlogen, En wat zie ik voor mijn oogen! Hij, uw Kind, de God des hoogen!... 's Heeren Moeder! wees gegroet.
180
GEZANGEN.
O wat zit Gij daar bewogen, Vol van moederlijk meêdoogen, Jezus' tranen af te droogen:
Droeve Moeder! bid voor ons.
En uw Bruidegom verslagen,
Voegt zich bij uw teeder klagen Om den hemel hulp te vragen : Droeve Jozef! bid voor ons.
Maar de juichende Engelenkoren Doen hun vreugdezangen hooren Voor het Kindjen, ons geboren: Blijde Moeder! bid voor ons.
Luid weerklinkt het op de velden ; Herders, die van 't licht ontstelden, Hooren eer en vrede melden;
Blijde Moeder! bid voor ons.
Om verheugd U hier te ontmoeten. En vour onze schuld te boeten, Dat nu voert ons aan uw voeten; O Maria! bid voor ons.
Dat wij nooit uw liefde derven. Maar altijd uw gunst verwerven, In ons leven en ons sterven : Moeder! dat is onze beê.
is
Ig2 GEZANGEN.
Geef ons Moeder1 nooit volprezen. Hier te leven zonder vreezen, Eenwig eens met ü te wezen, In des hemels zaal'gen vree.
Wees Gegroet.
Wees gegroet. Gij vol genade,
O ^laria. Moedermaagd^ (bis.)
Die van alle Jnda's doclit'ren
't Meest den Schepper hebt behaagd, (his.f
Gij, die onder alle vrouwen Uitverkoren zijt geweest, (bis.)
Om den Zoon van God te baren,
Door de werking van zijn Geest, (his.)
Mét U zij de Vrucht gezegend.
Die, door uwen maagdenschoot (his.)
Aan de zuchtende aard' geschonken , Ons verloste van den dood. {bis.)
O Maria! om uw deugden.
Thans verheven bij Gods troon, (bis.)
Stort, o Moeder! uw gebeden
Voor ons, zondaars, tot uw Zoon. (bis?)
gezangen'.
Bid, zoolang we in zielsgevaren Zwerven in dit aardsche dal; (Sis.)
Maar vooral wil ons gedenken,
Als de dood ons naken zal. (Sts.)
Bied, o Moeder! bied uw kind'ren Zóó uw liefderijke hand, (i/'-s.)
Dat wij veilig door dit leven
Opgaan naar ons Vaderland. (iü\)
Amen, Amen! het geschiedde.
Wat ons kinderhart U vraagt; (ó/s.)
O dan juichen we eeuwig, eeuwig Met U, glorierijke Maagd! (6/-s.)
Smeeklied,
w ij ze : ATato Deo.
Welkom, Pelgrims! bij ons blij ontmoeten Zingt hier, juicht hier' wilt hier Jezus groeten W ant zijn liefde kent voor u geeu palen Hoort Hem roepen, duizend duizend malen f Komt tot Mij, gij allen!
Die door heilloos schuldbedrijf Waart gestoten En geslolen Uit mijn hemelsch lustverblijf.
IS-t GEZANGEN'.
Plengt hier tranen, laat uw droefheid hooren: 'k Werd voor u uit eene Maagd geboren ; 'k Heb voor u den dood van 't kruis geleden. Stervend nog heb ik voor u gebeden, f Komt tot Mij, gij allen! enz.
O ik wil u al het mijne geven, U verwerft mijn bloed, en dood het leven, Zoo gij slechts met Mij uw kruis wilt dragen. Niet meer over leed en last wilt klagen, f Komt tot Mij, gij allen! enz.
Zijl gij, zondaar! nog zoo diep gevallen. Klimt uw schuld ook boven maat en tallen: Wil niet vreezen, zoo ge u gaat bekeeren, Kom dan! Ik zal u mijn wegen leeren. t Komt tot Mij, gij allen ! enz.
Zegt vaarwel aan al uw euveldaden, Waar ge u thans nog mede voelt beladen; Zijt gij eenmaal van uw schuld ontbonden. Keert dan, keert niet weder tot uwe zonden, f Komt tot Mij, gij allen! enz.
Nooit zal Ik uw misdaad meer gedenken, 'k Zal ii weder al mijn liefde schenken ; Wil dan welgemoed te beevaart spoeden, 'k Zal u weder op uw tocht behoeden, f Komt tot Mij, gij allen! enz.
GEZANGEN. 185
Dank, o Jezus! voor uw gunstbewijzen, Immer zal mijn loflied tot ü rijzen; 'k Ga mijn vreugd aan uwe Moeder melden, Vroolijk trek ik over land en velden; f Daar roep ik: Maria!
Jezus' Moeder! uw gebed , Zoo lieftallig,
Godgevallig,
Heeft mij van den dood gered.
Zoo dan hoop ik, weer gena te ontvangen. En ik spoed in vurig zielsverlangen, Jezus! naar de Kevelaarsche dreven. Om uwe lieve Moeder lof te geven, f Daar roep ik: Maria! enz.
Laat ons, nu wij't heilig doel meer naken. Meer als ware Pelgrims op ons waken; Dan zal 's Heeren geest ons ook verzeilen. Blijde ons voor Maria's beelt'nis stellen, f- Daar roep ik: Maria! enz.
Neem hier, Jezus! onze laatste groeten. Maar om U nog menigmaal te ontmoeten; Jjaat uw Engel ons den weg bereiden, Veilig ons naar Kevelaar geleiden: Zoo roep ik: o Jezus!
Wees in 't Heilig Sacrament,
Wees op heden,
W ees aanbeden,
Door 't geloof ons welbekend.
gezangen.
Maria's Tenhemelopneming.
Wijze : Maria, Moeder Jesu Christ!
Maria, Moeder van Gods Zoon,
Ave Maria.
Ging heden op naar 's hemels woon.
Ave Maria. Sinds prijkt zij met de gloriekroon. Gezeten op haar eenw'gen troon. Ave, ave, ave Maria.
(lod zond zijne Eng'len tot haar af. Om haar te wekken uit het graf. Zij voeren met hun Koningin, Verrukt den open hemel in.
Daar komt met heel een Eng'lenstoet, De Zoon zijn Moeder in 't gemoet. Wat onuitspreek'lijk heilgenot! Zij ziet Hem, haren Zoon en God!
Elkaar zien Zoon en Moeder aan : En zwijgend bleven de Eng'len staan!... ^u treedt zij in een zonnegloor, Aan Jezus hand de heem'len door.
186
gezangen.
Een maagdelijke sterrenglans Staat om haar hoofd in stillen glans. Zij, vol genade als vol van deugd, Geniet de volheid aller vreugd!
Zij zetelt op den eeretroon,
Naast Jezus, haren God en Zoon. Zoo is zij 's hemels Koningin,
Maar Moeder ook van 't aardsch gezin.
Zoo kliram' tot haar ons smeekend lied: Vergeet ons, arme Pelgrims, niet! Verwerf ons bij uw Zoon gena. Wij zingen Hem Alleluja!
lofzang aan de H. Maagd Maria.
Wijze; J^ieve Moeder van den Heer!
O Avat zalig zielsgevoel Bij den troon hier onzer Moeder!
Hier nu zwijge 't aardsch gewoelt Jezus zegt; Ziet hier uw Broeder! Diep gebogen in het stof Zingen wij Maria's lof. * tS'
GEZ.VNGEN.
Open, open vrij uw hart, Hoe ook onder 't leed gebogen,
Hier is troost voor alle smart; Heft hier vol vertrouwen de oogen Tot uw Moeder zonder smet, lt; ^ Die op onze zuchten let. I
't Eerst dan wat ik vragen zal, 't Is de kennis mijner kwalen. Zonden wellicht zonder tal. Die ik niet kan achterhalen;
Dit Maria, is mijn nood, / ^ Dreigt mij met onzaargen dood. I
Ach Maria! zie ons aan;
't Leven is vol zielsgevaren,
Waar zoovelen in vergaan; Wil toch, Moeder! ons bewaren, O Maria, ster der zee! / ^
Hoed ons voor het eeuwig wee. i
Zie met tranen in het oog.
Staren wij op vroeger wegen;
Gaat soms onze blik omhoog, 's Heeren gramschap vlamt ons tegen O Maria! bid voor mij, / ,. Dat ik óók nog zalig zij. i 18'
188
GEZANGEN.
Bid, o Moeder! bid uw Kind, Dat ik om zijn bloed en wonden,
Dat ik toch genade vind' En vergeving mijner zonden;
Voor de kracht van uw gebed / ,. Staat de gansche hel ontzet, i
Onbevlekte Moedermaagd !
't Is tot U dan dat wij vluchten. Gij verhoort wie tot U klaagt.
Laat geen zondaars troost'loos zuchten; Maagd en Moeder,goed en trouw! | Vraag voor ons een waar berouw. \ hs'
Reeds genaken wij het oord Van uw zoetste zegeningen.
Waar gij de arme Pelgrims hoort. Die daar uwe liefde zingen;
Leid ons veilig voor gevaar, (
Naar uw dierbaar Kevelaar. *
Moeder! hoor nog eens ons aan: Als we op 't einde van ons leven
Voor den rechter zullen staan. Om Hem rekenschap te geven:
Help ons in dien jongsten nood I In het uur van onzen dood. gt;
189
G F,ZANGEN.
S M K K K. Z Jk K G,
voor het Mirakuleuse beeld te Kevelaar.
WlJZE: Zondaars! homt, wilt u hekeeren.
Zalig uur! dat ons geleidde
Naar dit heilig pelgrimsoord, Waar ons zulk een rust verbeidde
En geen wereld ons bekoort; Verre van haar zielsgevaren. Waar zoo menig in vergaat. Moge God ons steeds bewaren En ons hoeden voor het kwaad.
Adi, wie bracht ons tot die dreven. Voor den troon dier reine Maagd, Waar de ziel zich voelt ontheven
Van de smarten, hier geklaagd? 't Is Gods Moeder uitverkoren
Om haar vroomheid en gebed: Want het Kind, uit haar geboren. Heeft de zondige aard' gered.
U zij onze dank en hulde,
Moeder van barmhartigheid! Die ons hart met hoop vervulde Op het heil, zoo lang verbeid.
190
GEZANG KM.
Zie nu niet op onze zonden,
Maar op onzen zielenood: Ach! bij zoovéél droeve wonden. Vreezen wij te recht den dood.
Zonden uit vervlogen tijden
Grimmen ons nog dreigend aan. Toen wij, verre van te strijden,
't Lokkend kwaad zijn ingegaan! Ach, waar bleef ons jeugdig leven,
Dat verwijtend vóór ons staat En geen vruchten heeft gegeven ? Ach wij zuchten, maar te laat!
Wij beproefden duizendwerven.
Ons van onze schuld te ontslaan. En wij spraken: Liever sterven.
Dan die zonde weer begaan! En wij waakten, en wij streden En weerstonden menig tijd: God zag neer op onze beden, O wat was ons hart verblijd!
Maar de driften, maar de zinnen,
's Werelds Inst en schijngenot. Satans listen, â zij verwinnen! . ..
't Is weêr zonden tegen God! Bleef men waken,bleef men vluchten Vol van afschuw voor hetkwaad.
191
GEZANGEN.
Bleef men trouwtotGod verzuchten 't Kwam niet tot dien jammerstaat
Toch niet van gena verstoken, Zagen wij naai- redding uit. En het hart van rouw gebroken. Snellen wij naar Jozefs Bruid; Tot Maria, die ons wachtte
't In 't gezegend Kevelaar, Baden wij bij dag en nachte: Red ons uit ons doodsgevaar ?
God zij lof! wij zien u weder,
Moeder van barmhartigheid Zie ontfermend op ons neder.
Gij die voor de zondaars pleit: Ja, Gezegendste aller vrouwen,
Wij, al is de schuld ook grootT Wij toch komen vol vertrouwen Red uw kind'ren uit den dood *
Wil dan in deez' boetedagen,
Nu wij zuchten voor uw troon Wil voor ons vergeving vragen.
Moeder, bij uw lieven Zoon ; Vraag het om zijn diepe wonden. Want als gij geen redding biedt Toont de boosheid onzer zonden Ons de hel reeds in 't verschiet
GEZANGEN.
Maar gij, Moeder! blijft nog spreken
Voor een diep gevallen kind; Gij zult 's Heeren gramschap breken
Dat ik nóg ontferming vind',
Neen, 't is nimmer nog vernomen,
Dat ge een zondaar hebt versmaad Zie ook ons dan tot u komen. Om verlossing van ons kwaad.
Eens ook, als ons oog verduistert,
't Hoofd reetls in den dood zich buigt. Als de mond nauw 't woord meer fluistert
Dat van zielsberouw getuigt; Als de ziel zich gaat ontbinden
Tot de reis der eeuwigheid.
Laat ons, Moeder! u nog vinden. Die ons aan uw hand geleidt'.
't Is ook, Moeder! voor die dagen.
Als ons alle kracht ontzinkt. Dat we nu reeds bijstand vragen,
Dat reeds nu ons smeeklied klinkt; Zóó nog hopen we eens te sterven
In de liefde van Uw Zoon:
Laat ons hier die gunst verwerven. Hier bij uw genadetroon.
gezangen.
AVONDBEDE
tot uk
ALLERHEILIGSTE MAAGD.
Wijze: Marias heeld te midden.
Komt, nóg een groet en bede
Maria toegebracht,
En dan in 's Heeren vrede
Den slaap weêr ingewacht.
Gerust en wel te moede.
Vertrouwend op Laar hoede,
Maria, Maria, Moeder! zegen ons.
In 't beeld omgloord van stralen,
]\let dat gelaat zoo zachi.
Zien we U in 's Hemels zalen. Van waar ge ons tegenlacht. Ons die hier aan nw voeu u U, lieve Moeder! groeten,
Maria, Maria, Moeder! zegen ons.
Maria, zoo vermogend!
Bid gij voor ons den Heer, Ach Moeder! zie. meêdoogend Op d^ armen zondaar neer;
194
GEZANGEN.
Geleid dei- zwakken schreden,
Hoor aller vrome beden,
Maria, Maria, Moeder! bid voor ons.
Wij bidden U te gader.
Bij 't einde van deez' dag, Vraag, Moeder! onzen Vader, Wiens wakend oog ons zag. Dat Hij ons kwaad verschoone, Het goede ons eenmaal loone, Maria, Maria, Moeder! bid voor ons.
Beveilig uwe kind'ren.
Waak, Moeder! dezen naclit. Dan zal geen ramp ons hind'ren.
Dan is ons rusten zacht; Dan ziet ge ons spoedig weder, O Moeder goed en teeder!
Maria, Maria, Moeder' wees gegroet.
Gegroet, gij vol genade.
Gij Moeder van den Heer! Het, klinke, â wie u smade. â
Te luider u ter eer.
O wil met de Eng'lenzangen, Ook onzen groet ontvangen ,
Maria, Maria, Moeder, wees gegroet!
19
gezangen.
LOFLIED.
op
MARIA'S TENHEMELOPNEMING.
Wijze : Wie zie 'k hier van de aard' vertrekken.
Wie, wie zie ik opwaarts zweven,
Van het zonnelicht omvloeid.
Van een kvoongesternte omgeven.
Dat haar om het voorhoofd gloeit? Eng'len dartelen en spreijen
Edens bloemen voor haar voet.
Waar zij onder 't blij geleien jSIaar haar Welbeminde spoedt.
't Is de Maagd, van God verkoren. Door der vad'ren stem voorzeid, Die uit Davids stam geboren,
Eeuwen zuchtend was verbeid ;
⢠Zij, na zooveel bange jaren,
Zij moest in een herderstal,
quot;t Wichtje door een wonder baren. Dat de God was van 't heelal.
Blij dan zij haar lof gezongen;
Van geslachte lot geslacht W orde door ontelb're tongen
's Werelds dank haar toegebracht:
196
GEZANGEN.
Zij , zij is het, die aan de aarde Heil en vrede wedergaf;
Want het Wichtie , dat zij baarde. Sloeg ons Satans kluisters af.
O dat we immer met vertrouwen, In het leven , in den dood ,
Opwaarts naar Maria schouwen , Die haar kind'ren nooit verstoot;
Waar Gods Eng'len neergebogen, Staan om d' eeuw'gen glorietroon.
Deelt zij Jezus' rijksvermogen.
En beveelt ze ons aan haar Zoon.
Luide moet ons lied dan rijzen Om de glorie, die haar kroont.
Luide .Jezus' liefde prijzen, Die oneindig haar beloont.
Heden dan met de Eng'lenkringen Juichen wij, vervoerd van min;
197
Maar, nog aardsche bannelingen. Roepen we ook haar voorspraak in.
l-t
GEZANGEN.
MARIA, TROOSTERESSE.
Moeder des Heeren !
'k Wil U vereeren,
O troost voor 't hart in smart;
Groot als iivv lijden,
Is uw verblijden,
O gij zoo goed, zoo zoet! (bis.)
Gij schenkt verkwikking aan de zielen, Die tot U roepen in den nood;
Gij pleit voor, wie in zonden vielen. En redt hen van den eenw'gen dood.
Moeder des Heeren! enz.
Uw teed're hand droogt onze tranen , Uw zoete stem verzacht ons wee;
W ie zich het diepst verlaten wanen. Gij zijt hun bij met uwe beê.
Moeder des Heeren! enz.
Uw moederhart, zoo vol meêdoogen, Is met ons aller leed begaan;
Gij ziet ons met verblijdende oogen, Jn leven en in sterven aan.
Moeder des Heeren! enz.
198
GSZAXGEN.
Wat ramp of kruisen mij dan treffen. Ik wijd ze aan U, mijn Moeder! toe; Ik zal tot U mijn blik verheffen. En blijf in smart nog blij te moe. Moeder des Heeren ! enz.
STAB AT MATER.
Naast het kruis, met schreiende oogen. Stond de Moeder, diep bewogen.
Daar de Zoon te sterven hing; En haar door het zuchtend harte. Overstelpt van wee en smarte, 't Zevenvoudig slagwaard ging.
O hoe droef, hoe vol van rouwe, Was die zegenrijkste Vrouwe Om Gods Eéngeboren Zoon, Ach, hoe streed zij! ach, hoe kreet zij. En wat volteringen leed zij
Bij 't aanschouwen van dien hoon!
W ie, die hier niet schreien zoude, Die het grievend leed aanschouwde.
Dat Maria's ziel verscheurt? Wie kan, zonder mee le weenen, Christus' Moeder hooren stenen.
Daar zij met haar Zoon hier treurt?
199
GEZAKGF.N.
Voor de zonden van de zijnen.
Zag zij Jezus zoo in pijnen En in wreede geeselstraf;
Zag haar lieven Zoon zoo lijden,
Heel alleen den doodkamp strijden. Tot Hij zijnen geest hergaf.
Oeef, o IMoeder! bron van liefde. Dat ik voele wat u griefde,
Dat ik met n medeklaag';
Dat mij 't hart ontgloei' van binnen. Om mijn God en Heer te minnen, Dat ik Hem alleen behaag'.
ITeil'ge iMoeder! wil mij hooren!
Met de wonden mij doorboren,
Die Hij aan liet krnishont leed Ach, dat ik de pijn gevoelde.
Die uw' lieven Zoon doorwoelde,
Toen Hij stervend voor mij streed.
Mnclit ik klagen al mijn dagen, En mijn plagen waarlijk dragen
Tot mijn jongste stervenssmart,
Met ii onder 'I kruis Ie weenen, Met uw rouwe mij vereenen,
Dat verlangt mijn weenend hart.
30
GEZANGKN.
Maagd der maagden ! nooit volprezen. Wil mij nu niet tegen wezen.
Laat mij treuren aan uw zij';
Laat mij al de wreede plagen En den dood van Christus dragen. Laat mij sterven zoo als Hij.
Laat mij, in zijn kruis verslonden. Laat zijn wonden mij doorwonden.
Om de liefde van uw Zoon. Dan, in wederliefde ontstoken.
Worde ik door u voorgesproken. Moeder' voor zijn rechtertroon.
Maak, dat mij het kruis beware. En dat Christus' dood mij spare.
Dat Hij mij gena bewijz'.
En als 't lichaam eens zal sterven. Laat mij dan de glorie erven Van het hemelsch Paradijs.
Uitnoodiging tot Maria's lof.
Komt, spoedt u! komt Maria prijzen.
Zij is zoo groot;
Wilt haar uw hulde en eer bewijzen Tot aan den dood.
201
203 GEZANGEN.
Pelgrims (Christ'nen) zingt toch Haar ter eer'
Looft de Moeder van den Heer,
En verheft Haar altijd meer:
Wees gegroet, wees gegroet, wees gegroet
Maria.
Lokt uit uw speeltuig zoete klanken,
Zij is zoo goed;
En laat uw slem haar zingend danken Met blij gemoed.
Pelgrims (Christ'nen), enz.
Vlecht, maagden ! om haar hoog te eeren Een leliekrans.
Eens moge uw leliewit verkeeren In hemelglans.
Pelgrims, (Christ'nen), enz.
O jong'ling, wijd uw schoonste jareu Aan deze Maagd;
Zij redt uw onschuld uit gevaren,
Zoo gij 't Haar vraagt.
Pelgrims, (Christ'nen), enz.
Moeders, uwe zuigelingen Zijn haar gewijd;
Vrij moogt gij hare zorg bezingen Zij waakt altijd.
Pelgrims, (Christ'nen), enz.
GEZANGEN.
Oij vaders, hoe vermoeid van 't zwoegen.
Zingt haar ter eer:
't Wordt offerande en zielsgenoegen,
Wat wilt gij meer?
Pelgrims, (Christ'nen), enz.
Als de ochtendzonne met haar stralen
In 't Oosten glimt.
Dan hoort Zij hoe tot Haar driemalen
Het Avé klimt.
Pelgrims, (Christ'nen), enz.
En spreidt de middagzon in 't Zuiden
Haar glans en gloed,
Dan moet de klok weêr driemaal luiden
Het wees gegroet-Pelgrims, (Christ'nen), enz.
Zinkt de avondzon in 't Westen neder
En daalt de nacht,
Driemaal verkondt het klokje weder
Maria's macht.
Pelgrims, (Christ'nen), enz.
Wij, op deez' aarde zwervelingen.
Zijn vaak in nood.
Daarom laat ons Maria zingen
Tot in den dood.
Pelgrims, (Christ'nen), enz.
203
gezangen.
ePuljtUicb aan jibria, onfimlrKt ontuanjiftr.
Wijze: Wees yegroet op kindertoon.
Lieve moeder van den Heer!
Laat ons om uw zetel dringen,
Laat uw kind'ren üquot; ter eer 't Zielsverrukkend feestlied zingen, 't Moet weerklinken luid en blij: Moeder, onbevlekt zijt gij!
't Heeft reeds 't wijde wereldrond. En herscheppend overklonken,
't Woord door Pms' mond verkond ; En uw kind'ren, vreugdedronken, Jub'len op uw feestgetij:
Moeder, onbevlekt zijt gij!
Keen, dat loflied zwijgt niet meer-Tot aan 's werelds verste palen. Zullen met het hemelsch heer Al uw kind'ren 't luid herhalen, 't Woord van 't zalig jubeltij: Moeder, onbevlekt zijt gij!
En wij voegen dank en beê Aan de blijde feestgezangen;
Wie, wie dankt er met ons mee Voor al 't heil door U ontvangen, In het zalig jubeltij:
Moeder, onbevlekt zijt gij!
204
GEZANGEN.
Zonnezuiv're Moedermaagd!
Om de glorie U gegeven,
Hoor ook wat ons hart ü vraagt: Dat wij na een scludd'loos leven Eeuwig .Tubren aan uw zij': Moeder, onbevlekt zijt gij!
Toewijding aan Maria.
Moeder! vol van teederlieid. Vol van zoete majesteit,
ü, onze hoop en vreugd! U wijden we onze deugd.
Onze gansdie levenstijd.
Zij o Moeder! u gewijd; Dan wachten wij ten loon Eene onverwelkb're kroon.
Met een leven half-vergaan. Welk een olfer biedt men aan? Een roos verflenst van kleur. En zonder glans of geur.
Moeder! van uw teed're jeugd, Bloeidet gij in alle deugd; Zóó doe, wie niet in schijn Maria's kind wil zijn.
205-
206 gezangen.
Geef, o goede Moeder! geef, Dat in ons uw liefde leev' Getrouw in vreugd en nood. Getrouw tot in den dood.
AAN MARIA EERI
Wijze; Maria leev'!
Maria eer! wat liefde en luister ineng'len Zich in dit hart, van alle smetten vrij! Maria eer! U, Koningin der Eng'len,
U, Moeder vol gena! ü zingen wij. o
Maria, Moeder! lt;
Ach, hoor uw kind;
Eer aan Maria!
Die ons zoo teêr bemint. u
Maria eer! komt, laat ons nederknielen.
Ze is Dochter Gods, Gods Moeder, Godes
Bruid;
Maria eer! de toevlucht onzer zielen:
Door hare hand stort God zijn gunsten uit. Maria, Moeder! enz.
Maria eer! zou ik Haar ooit vergeten?
'k Zonk liever neêr in 't immerzwijgend Wij
graf; O
GEZANGEN. 207
En zou ik eens geen dankbaar kind meer
heeten.
Breek liever dan, o God! mijn dagen af. Maria, Moeder.' enz.
Maria eer! zoo 'k in haar liefde leve, 'k Ben, als haar kind, voor kwaad noch
dood beducht;
De laatste klank, die van mijn lippen zweve. Zij, Moeder! nog een teed're liefdezucht. Maria, Moeder! enz.
itan lid ^ tfa^
O Maagd, o schoonheid nooit volprezen! O Moeder van 't oneindig Wezen, Wat luister schittert van uw troon; n De Seraf, aan zich zelf onttogen,
l(jes Juicht, voor uw glorie neêrgebogen: ,1(1- O Koningin! wat zijt Gij schoon, (óis.)
uit. Wij derven in het aardsche duister 't Genot nog van uw hemelluister.
Maar smaken toch uw liefdegloed; De Seraf zinge uw heerlijkheden, Wij dan, wij juichen hierbeneden: O Moedermaagd! wat zijt goed. fiisj
f
GEZANGEN'.
Ach, konden onze kinderklanken U voor de ontelb're gaven danken. Ons toegevloeid door uwe hand; Ontvang voor al die zegeningen,
Maria! van uw gunstelingen,
Hun hart ten eeuwig liefdepand, {bis.)
Zie, Moeder, altoos goed en teeder!
O zie met welbehagen neder.
Op 't ofïer van ons kinderhart!
O moog' het immer 't uwe wezen.
Geen onheil is ons dan te vreezen: Wij zijn getroost in alle smart, {bis.)
Dan spann' de wereld vrij haar strikken. Dan dreig' de hel ons met haar schrikken.
Wat vijand onze ziel bestrijd': Wij weten, wij, op wie wij hopen, Uw moederhart staat voor ons open, O Gij, die onze toevlucht zijt! {bis.)
Met ü dan zullen wij verwinnen. Wij blijven eeuwig U beminnen.
En zien U op uw glorietroon; Dan zullen met de hemelkringen. Ook wij, o Moeder! eeuwig zingen:
Wat zijt Gij goed, wat zijt Gij schoon, {hts)
208
GEZANGEN'. 209
Gegroet zijt Gij, Maria!
O Hemelkoningin!
Ik zing met hart en zin:
Gegroet zijt gij, Maria!
Wat heil heeft niet voor de aard Dat liemelsch woord gebaard.--Gegroet zijt gij, Maria!
De heimacht staat ontsteld, Nu U Gods Engel meldt;
Gegroet zijt gij, Maria!
Die groet had liet begin Van 's werelds redding in :
Gegroet zijt gij, Maria!
Daarom zong luid en blijcl.
De Kerk ten allen tijd ;
Gegroet zijt gij, Maria!
Nog zingt in vreugd en smart, Elk dankbaar kinderhart:
Gegroet zijt gij, Maria!
Ja, Moeder van Gods Zoon! Wie juicht niet voor uw troon:
Gegroet zijt gij, Maria!
gezangen.
De hemel gaat ons voor.
Daar zingt heel 't Eng'lenkoor r Gegroet zijt gij, Maria!
En wij in 't aardsche stof, Wij zingen tot uw lof: Gegroet zijt gij, Maria!
Als Satan ons bekoort,
Wij spreken 't machtig woord:
Gegroet zijt gij, Maria!
En luid in allen nood,
Roep ik tot in den dood: Gegroet zijt gij, Maria!
En lig ik stervend neer, Dan zucht ik nog te meer: Gegroet zijt gij, Maria!
Ten einde bidt uw kind. Dat altijd U bemint:
Gegroet zijt gij, Maria!
Daarna in 's hemel» steê. Dan juich ik eeuwig mee: Gegroet zijt gij, Maria!
210
GEZA.NO EN.
DANKLIED AAN 0. L V. VAN KEVELAAR,
Wijze : Je.su, dulcis memoria
Zie, Moeder! Leiden's Pelgrimsscliaar In 't U geliefde Kevelaar,
Zij brengt hier, voor uw troon geknield. Den dank, die aller hart bezielt.
Gij, onze hoop en toeverlaat!
Gij hoedt ons tróuw voor alle kwaad; Gij bidt hij uwen lieven Zoon,
Dat Hij ons zijn gena betoon'.
O Moeder Gods en altoos Maagd! Gij hebt voor eeuwig Hem behaagd; Verborgen Roos! der maagden bloem. Gij 's werelds vreugd en 's hemels roem.
Gij zijt de tent, waar God in rust!
Mijn zoete hoop en zielerust;
In U, die aller toevlucht zijt,
Is ook n\v Pelgrimsscliaar verblijd.
O Koningin van 's hemels hof'!
Gods Eng'len zingen daar uw lof.
En wij te dezer Heiige stee.
Wij zingen niet hun Koren meê.
21 L
212 GEZANGEN.
Laat Cherubijn en Serafijn De tolken onzer liefde zijn:
Wij zondaars, vallen voor U neer, lt;) Moeder van den Opperheer'...
Maar toch, Gij hoort ons Pelgrimslied. Versmaad ons dankgestamel niet.
Vertoon ons aan uw lieven Zoon Gij zijl zoo dicht bij zijnen troon.
Maria, o vergeet ons niet.
O zaal'ge Moeder van den Heer, Zie gunstig op uw kind ren neer;
Maria, Maria, Maria, o vergeet ons niet ; Maria, o vergeet ons niet;
Maria, Maria, Maria, o vergeet ons niet. Wanneer wij biddend naar omhoog Tot U verheffen 't smeekend oog,
Maria, Maria, Maria, o vergeet ons niet, Maria, o vergeet ons niet, vergeet ons niet,
vergeet ons niet; Maria, o vergeet ons niet, vergeet ons niet,
vergeet ons niet.
Wanneer de tegenspoed ons kwelt, Wanneer de droefheid ons ontstelt,
Maria, enz.
GEZANGEN.
Wanneer de duivel ons bekoort,
Door zondestorm onz' zielrust stoort, Maria, enz.
Wanneer ge in ons de zucht naar de aard' En 't schijnschoon, wat ze biedt, ontwaart, Maria, enz.
Wanneer het vleescli tot wellust leidt En tot 't verlies der zuiverheid,
Maria, enz.
Wanneer de godsvrucht ons begeeft. Ons hart niet meer naar deugden streeft, Maria, enz.
Wanneer uw liefde 't menschdom streelt. Uw milde hand genaden geeft,
Maria, enz.
Wanneer het leven ons verlaat.
Wanneer het uur van scheiden slaat, Maria, enz.
Wanneer gij tot uw lieven Zoon Voor de uwen vraagt om 't eeuwig loon, Maria, enz.
213
GEZANGEN.
rcagclc Tan ^yfaina'^ ^}ffar
Gij slaapt mi, mijn Jezus,
Mijn Kind en mijn God!
Gij slaapt, en ik sterve Van Moedergenot!
Ave, ave, ave Maria. bis.
1 '\v blozend gezichtje Vervoert mij zoozeer.
Dat ik als van liel'de Verkwijn en verteer.
Ave, enz.
't Ontwaakt nu en opent Zijn oogjes zoo zacht.
En staart dan zoo minzaam Naar moeder, en lacht.
Ave, enz.
0 fonkelende oogen, O lachende mond,
Gij slaat van de liefde Nog dieper de wond !
Ave, enz.
Mijn ziel, hoe, gij gloeit niet Voor Moeder en Zoon?
GEZANGEN. 215
Gij ziet dan hardvochtig Dat schouwspel zoo schoon?
Ave, enz.
Wat toeft ge? De schoonheid Der aard is slechts schijn;
Beslis nu, uw liefde Voor wien zal zij zijn?
Ave, enz.
Voor U, o mijn Jezus!
Maria, voor u!
Ja, Gij hebt verwonnen.
Bezit mij dan nu.
Ave, enz.
Ja, 't Kind en de Moeder, De Moeder en 't Kind,
De roos en de lelie Moet beide bemind!
Ave, enz.
Ik vraag hier op aarde Geen schatten, geen kroon,
U minnen is alles,
U minnen mijn loon!
Ave, enz.
31(5 GEZANGEN.
SALVE R E Gr I INT A,
Wees, eed'le Koningin, gegroet, 0 Maria!
Gij, die zoo machtig zijt en goed, O Maria!
Jubelt, gij Cherubijn,
Looft Haar, gij Serafijn!
Groet uw hooge Koningin.
Salve, salve, salve Regina!
G Moeder, vol barmhartigheid, ü Maria!
Die mensch en engel steeds verblijdt, G Maria!
Jubelt, enz.
Tot U, die ons zoo teeder mint, G Maria!
AVendt zich het arme Eva's kind, G Maria!
Jubelt, enz.
Verkrijg voor ons bij Godes troon, G Maria!
Vergiffenis van uwen Zoon, G Maria!
Jubelt, enz.
GEZANGEN. 217
Smeek, dat wij ook na dezen tijd,
O Maria!
Eens Jezus zien in heerlijkheid, O Maria!
.lubelt, enz.
(Ãidn (3. U. van hei S'f. cJ'tarf.
O schitterende sterre.
Ons lichtend van verre,
In 't treuroord van smart; O Maagd, t' allen stonde Gevrijwaard van zonde,
O Onze' Lieve Vrouwe van 't Heilige Hart! O Moeder, hoe praalt gij, O Moeder, hoe straalt gij
In de eeuwige woon! Wat schittrende glansen Omringen, omkransen U,onz' LieveV rouwe van 'til art van uw Zoon!
Wat liefde, wat zoetheid. Wat min'lijke goedheid
Straalt, Maagd van uw troon! Wat vloeit er een zegen. Uw kinderen tegen,
O schatten bewaarster van 'tHartvan uwZoon!
GEZANGEN,
Tn zonden verzonken,
In boeien geklonken
Door satans geweld,
Is al ons betrouwen,
O schoonste der vrouwen,
In uw macht op 't Heilige Harte gesteld.
Blijf immer ons sterken,
In bidden en werken
Voor 't Hart van uw Zoon; Kom eenmaal ons halen In de eeuwige zalen,
Om eeuwig te jubquot;len,o Maagd, voor uw troon. Laat ons dan aanschouwen, O schoonste der vrouwen,
Uws Zoons Heilig hart;
En eeuwig met de englen Ons dankakkoord menglen:
âGegroet, onze Vrouwe van 't Heilige Hart!''
VOOR MARIA'S ALTAAR.
Maria's beeld, te midden
Van vroolijk schitt'rend licht. Noodt ons te komen bidden
Bij 't altaar. Haar gesticht. Kom laat ons tot Haar ijlen. Een kleine poos daar wijlen.
Maria, Maria, Moeder zegen ons!
â¢218
Ti
GEZANGEN.
Wij vallen IJ te voeten,
Neem ons genadig aan ; Ontvang eerst onze groeten,
Voordat wij huiswaarts gaan; Dan gaan wij blij te moede, Vertrouwend op uw hoede.
Maria, enz.
U wijden we nnze harten
Voor 't goede, dat ge ons doet; In blijdschap en in smarten,
In voor- en tegenspoed.
Steeds willen we U vereeren En uwen roem verraeeren.
Maria, enz.
Stort met uw moederhanden
Uw zegen op ons neer; Verbreek des zondaars banden. En breng tot God hem weer. Dan ziet ge ons morgen weder, O Moeder, goed en feeder.
Maria, enz.
DE SMARTVOLLE MOEDER.
Er vloeide langs den kruisstam,
Uit Jezus open zij, Een overvloed van leven, Een hemelsche artsenij ;
219
GEZANGEN.
En aan den voet des kruises.
Uit eindelooze smart, Ontsprong een bron van tranen Aan Moeders schreiend hart.
Zij stroomden beide samen
Tot eenen kostb'ren vloed, Maria's zilv'ren tranen
En Jezus purper bloed;
Mijn ziel wil zich verliezen
In deze zee van smart, Die gutste uit Jezus wonde. Die welde uit Moeders hart.
Ik kniel berouwvol neder
Voor 't kruishout van mijn Heeiv En kus met Magdalena
Zijn wonden keer op keer. En schrijf Zijn bitt're pijnen
En ook mijn Moeders smart, ATol dankb're kinderliefde, In mijn vermorzeld hart.
Jutnbrrtn aan JHarta.
Kind'ren van Maria,
Zingt Haar lof om strijd,.. Blijft uw goede Moeder Immer toegewijd.
220
GEZANGEN.
Richt uw smeekgebeden Tot Maria's troon,
Daar in 't zalig Eden Bidt zij tot Haar Zoon.
Kind'ren enz.
Op die Moederbede
Tot Haar Zoon en Heer
Vloeit een stroom van vrede Op Haar kind'ren neêr.
Kind'ren enz.
Ster der duisternissen, Helderscliijnend licht,
't Spoor kan men niet missen, 't Oog op Haar gericht.
Kind'ren enz.
Zij beschouwt ons lijden, Hoort ons kermen aan.
Zij, Zij helpt ons strijden. Voert ter zegebaan.
Kind'ren enz.
Roept op al uw wegen Haar als Moeder aan;
Met haar Moederzegen Kunt gij nooit vergaan.
Kind'ren enz.
GEZANGEN.
Moeder vol erbarmen,
Rijk aan liefdevuur,
Sluit ons in uw armen Bij hei stervensuur. Kind'ren enz.
Leid ons met U binnen
In de Hemelwoon,
Waar we ü eeuwig minnen Met uw dierb'ren Zoon. Kind'ren enz.
Wij allen zijn Maria's kind'ren.
Onder 't Kruis nam Zij ons aan :
Door Haar gesteund kan niets ons liind'ren Neen! haar kind kan nooit vergaan. Maria!
Zie toch immer op uw kind'ren.
Maria!
Blijf ons steeds gadeslaan.
O Vrouw, gehuld in zonnestralen ,
De schoone maan vertredend met uw voet Terwijl uw slapen blinkend pralen
In eenen krans van held'ren starrengloed Wij allen zijn enz.
222
GEZANGEN
De helsche slang, die door haar lagen Den zwakken menscli zoo dikwijls afbreuk doet,
Wordt door uw wondermacht verslagen. Ligt inacht'loos neer, verpletterd door
uw voet.
Wij allen zijn enz.
Komt angst de rust des harten storen, Wordt onze ziel door helsche list gekweld.
Wil vleesch of wereld ons bekoren, Op uwe macht is onze hoop gesteld.
Wij allen zijn enz.
Wij zien U staan met open armen.
De moederhand omstraald met Hemelsch
licht.
Ach! wil steeds onzer U erbarmen
Vanafuw troon,naast Gods troon opgericht.
Wij allen zijn enz.
Laat toch uw kind'ren niet in lijden. Die zoo getrouw verkonden uwen lof.
Maar geef, dat ze eeuwig zicli verblijden. Met ü, o Maagd, Vorstin van 't Hemelsch hof.
Wij allen zijn enz.
223
GEZANGEN.
BETROUWEN OP MARIA
Maria, mijne lieve Moeder,
Heb medelijden met uw kind,
Gij schenkt uw Jezus mij tot broeder, Ach , toon dat Gij mij nog bemint.
De wereld wil uw kind misleiden, O, Moederlief, sta mij tocb bij;
Niets mag een kind van moeder scheiden,)^ Reik maar uw hand, en ik ben vrij.)
Ik zie door U den mensch herleven ,
Door ü begint het rijk der deugd.
Met uwen Zoon hebt ge ons gegeven Den vrede Gods, de ware vreugd. De wereld wil enz.
Wie heeft er niet door U gevonden Verlichting, vrede, troost, geluk?
Door TJ blijft de onschuld ongeschonden. Gij trekt den zondaar uit den druk, De wereld wil enz.
Gelukkig hij, die alle dagen ,
U, Koningin der Eng'len, dient.
Die met U, Moeder, te behagen.
Uw Jezus beeft tot zijnen vriend;
324
GEZANGEN.
De wereld kan hem niet verleiden,
De vrede woont in zijn gemoed,
Niets kan hem van Maria scheiden, Hoe dreigend hel of duivel woedt. )
Heersch, Koningin der hemelscharen,
Heersch over ons, U toegewijd.
Hij moet de wereld laten varen,
Die voor uw zegevaandel strijdt.
De wereld wil enz.
Blijf mijner immer U erbarmen.
En bid in 't stervensuur voor mij,
Laat mij ontslapen in uw armen.
Dan vrees ik niets, dan sterf ik blij. Dan kan geen wereld mij verleiden,
Maria strijdt aan mijne zij.
Met vreugd ga 'k van de wereld scheiden )^ Ik reis naar 'i zalig jubeltij. )
DE ENOEL DES HEEREISr.
Gezant aan Maria
Is de Engel geweest;
En Zij heeft ontvangen
Van den Heil'gen Geest. Ave, Ave, Maria Ave! bis
225
GEZANGEN.
Zij sprak: Zie de dienstmaagd Des Heeren, zij hoort;
Het moge geschieden
Met mij naar uw woord.
Ave, enz.
En vleesch is geworden Het Woord, God de Zoon,
Het nam in ons midden Zijn blijvende woon.
Ave, enz.
Wil Gij voor ons bidden. Die God hebt gebaard,
Zoo worden wij Christus' Beloften eens waard.
Ave, enz.
O iSaam! zoo zoet in de uuren
Van wie Maria mint; O Naam! zoo innig dierbaar
Aan 't harte van haar kind. Geef, dat uw Naam, Maria, Steeds in mijn ziele leev', En stervend op mijn lippen Uw Naam, o Moeder! zweev'..
226
GEZANGEN.
O Naam! die de Onbevlekte In al haar grootheid prijst;
O Naam ! die op de Moeder Der zeven smarten wijst.
Geef, dat, enz.
O Naam! die ons de liefde Der Lieve Vrouwe noemt;
O Naam! die ^t alvermogen Der Koninginne roemt.
Geef, dat, enz.
O Naam! een milde balsem Voor ied're zielskwetsnnr.
En telkens nieuwe voeding-Voor 't blakend liefdevuur.
Geef, dat, enz.
O krijgsleus in het strijden; O hulpkreet in den nood;
O Onderpand der zege In leven en in dood!
Geef, dat, enz.
gezangen.
AFSCHEIDSLIED,
Wijze : O beeld van 't reinste leven.
Vaarwel, o goede Moeder! En blijve in allen nood
Uw Zoon ons tot behoeder In leven en in dood.
Vaarwel, vaarwel, wij scheiden Gezegend Kevelaar !
Kon zij hier langer beiden, Nog bleef de Pelgrimsschaar.
Doch schoon wij huiswaarts streven. Wij laten 't harte daar;
Zoo zoet is 't ons te leven In 't vriend'lijk Kevelaar.
Vaarwel, vaarwel, enz.
O mocht hij, die vermeten Durft spotten met ons lied,
O mochte hij 't eens weten, Wat daar de ziel geniet!
Vaarwel, vaarwel, enz.
Dat teeder klagen, kermen. Dat heiligsmeekgeweld.
228
GEZANGEN.
Die kreten om ontfermen:
Geen tong die 'timmer meldt!
Vaarwel, vaarwel, enz.
quot;quot;t Geloof dier smeekelingen, Hun hoop tot in den dood,
Hun liefdevlammend zingen, Waar 't harte vol bij schoot.
Vaarwel, vaarwel, enz,
l^og trillen ons die klanken Van 't machtig pelgrimskoor.
Dat loven, smeeken, danken De ontroerde ziele, door.
Vaarwel, vaarwel, enz.
Wij zullen 't luid verkonden, In 't vaderland gekeerd ,
Hoe daar uit duizend monden Gods Moeder wordt vereerd.
Vaarwel, vaarwel, enz.
Door Rijnland's vruchtbre dreven Weerklinke 't pelgrimslied.
En neen! zoolang wij leven, Zwijge onze lofzang niet.
Vaarwel, vaarwel, enz.
229
230 GEZANGEN.
Moge aller harten gloeien zij,
Van trouwe kindermin, Aai
En deugd en godsvrucht bloeien Dalt;
In ieder huisgezin. ( Vaarwel, vaarwel, wij scheiden,
O dierbaar Keveiaar! Me'
Mnng' (iod ons hier weêr leiden 't ]
Te beevaart, 't ander jaar! Loc
(
rii
Groet aan Maria. Ha
Ki
W lize: Bosschen, velden, heuvels, dalen.
Wees gegroet, o Koninginne! W
Weesgegroet, Gij heilvorstlime! Mc
Dat ik eeuwig U beininne, W Eeuwig zinge; Weesgegroet! {bis.)
Laten wij Maria prijzen, Dc
Haar steeds eer en dank bewijzen, D;
Laat den groet ten Hemel rijzen: St O Maria wees gegroet! {bis.)
Zij is onder duizendtallen M
Uitverkoren boven allen, In
Daarom moet ons lied weèrschallen : Oi O Maria wees gegroet ! {bis.)
L
GEZANGEN.
Zij, Zij mocht de bron van 't leven Aan het menschdora wedergeven. Daarom 't loflied aangeheven: O Maria wees gegroet, (ó/s.)
Met haar Zoon heeft Zij gestreden, 't Helsch serpent den kop vertreden. Looft Haar steeds in uw gebeden: O Maria wees gegroet! (6is.)
Christus heeft aan 't Kruis verheven Haar tot Moeder ons gegeven; Kind'ren jubelt heel uw leven: Heil'ge Moeder wees gegroet, (éis.)
Wees gegroet. Gij vol genaden, Met Gods gunsten rijk beladen, Wil uw kind'ren niet versmaden. Die steeds juichen: Wees gegroet!
Dat die groet steeds in mij leve. Dagelijks ten Hemel streve,
Stervend op mijn lippen zweve: O Maria wees gegroet! (óis.)
Mogen wij Haar eens zien pralen In haar kleed van zonnestralen. Om dan eeuwig te herhalen: O Maria wees gegroet! (iü-.)
gez.vngen,
Lof- en Smeekzang tot Maria.
Wijze'; 0 Moeder Gods, o reinste Maagd.
0 reine Maagd!
Daar 't God behaagt,
Dat wij uw lof verkonden, Zoo zingen wij,
En juichen blij Met geest en hart en monden.
Naast uwen Zoon Zijt Gij ten troon In 't Hemelrijk verheven. En welk een macht. En Avonderkracht
Is IT daar niet gegeven!
â¢
Stijge onze toon Tot aan den troon Der zaligste aller vrouwen! Maagd! hoor ons lied.
Toon dat wij niet Vergeefs op U vertrouwen.
Wij zijn in nood Tot aan den dood,
Maria ! help ons strijden;
Zie op uw kroost Wees het ten troost In al zijn bitter lijden.
â¢7
GEZANGEN.
De duivel tracht Door list en macht Ons hart steeds te besmetten;
O' Maagd zoo goed,
Wil met uw voet,
Zijn helschen kop verpletten.
De wereld wil Door pracht en gril Ons aan de deugd onttrekken ;
Ach, sta ons bij,
Bewaar ons vrij Voor 's werelds vuige vlekken.
Wij smeeken U,
Bescherm ons nu,
En in het uur van sterven.
Wij leven vrij,
En sterven blij Zoo we uwen troost niet derven.
*
O neen, het kind.
Door U bemind,
Zal niet in zonden sterven.
Gij staat het bij.
Aan uwe zij Zal het den Hernel erven.
233
gezangen.
Daar zal 't met vreugd, In zielsgeneugt.
Met alle hemellingen Op 't eeuwig feest. Met blijden geest. Uw grootheid blijven zingen.
Maria onze MoederJ
Wijze ; 0 hellicj Huisgezin.
O Hemelkoningin,
Vol teed're moedermin, Zie gunstig op uw kind'ren neer. Wij zijn U toegewijd.
Toon dat Gij Moeder zijt Beveel ons aan uw Zoon en Heer.
Ons smeekend lied klinke U ter eer. Verheven Moeder van den Heer, Gezeten op uw Hemeltroon Bij Jezus uwen God en Zoon. O Hemelkoningin enz.
Een schitterende sterrenkrans Prijkt om uw hoofd in held'ren glans Gij zijt des Hemels Koningin,
Maar moeder ook van 't aardsch gezin O Hemelkoningin enz.
234
GEZANGEN.
Uw Zoon, gehecht aan 't bloedig hout. Heeft U met stervend oog aanschouwd , En sprak : Ziedaar mv Zoon o Vrouw, Dien ik uw liefde toevertrouw. O Hemelkoningin enz.
En tot zijn leerling sprak de Heer:
Aan u schenk ik mijn Moeder weêr;
Zorg dat ge als moeder Haar bemint. Wees gij Haar trouw en dierbaar kind. O Hemelkoningin enz.
Dat woord was ook tot ons gezegd, Gaf ook aan ons hetzelfde recht.
Wij zijn de broeders van den Heer, Maria's kind'ren; welk een eer! O Hemelkoningin enz.
O Moeder van de christenschaar, Cw kind'ren zijn in zielsgevaar, Ach Moeder, help uw kind in nood, Bewaar en red het van den dood. O Hemelkoningin enz.
Als 't wederspannig vleesch ons kwelt, Als satan aanvalt met geweld.
Of als de wereld ons verleidt.
Toon dan ons uw barmhartigheid. O Hemelkoningin enz.
235
236 GEZANGEN.
Hoor Moeder, hoor ons smeekend lied,. Verlaat uw dierb're kind'ren niet, Bewaar ons op liet pad der dengd, Geleid ons tot de Hemelvreugd. O Hemelkoningin enz.
0 Jozef, Voedstervader.
O Jozef, voedstervader
Van Jezus, onzen Heer,
Eens knieldet gij vol blijdschap
Bij 't arme kribje neêr.
Als gij de traantjes droogdet.
Door 't God'lijk Kind geschreid. Dan stroomde er door uw ziele Een zee van zaligheid, (bis.)
Gij mocht als bruid begroeten
Der heem'len Koningin, O steun en trouwe leidsman
Van 't heilig huisgezin. Zij eerden u te zamen,
Maria en haar Zoon,
En beider dankb're liefde
Vlocht U een eerekroon. (bis.}
O heil'ge Voedstervader En kuische Bruidegom; .
gezangen.
Wij zingen uwe glorie In Jezus' heiligdom.
Zie uit des hemels zalen
Op 't ii zoo dierbaar kroost; Bij leven en bij sterven,
Wees onze hulp en tróóst, (bis.)
Wees gegroet, o Jozef.
Wees gegroet, o Jozef, voedstervader Yan Maria's lief en God'lijk Kind!
Na uw bruid was niemand Gode nader. Werd ook niemand zoo door Hem bemind, bis
Wees gegroet, o Bruidegom der Moeder,. Die door Jezus ons het leven schonk!
Waart Gij Haar op aard een trouwehoeder, Gansch haar hart was U één liefdevonk, bis.
Wees gegroet, vermogende Beschermer, Van de Kerk, op Petrus' rots gesticht!
Bid. o bid, dat de Allerhoogste Ontfermer Vol gena haar zwaren strijd verlicht', bis.
Wees gegroet, Patroon in stervensstonde! Bij uw dood stond Jezus U ter zij;
Weer de hel van onze stervenssponde, In het uur des doods sta ons dan bij. bis.
237
GEZANGEN.
Wees gegroet, o Jozef, die door de orden Li
Van Franciscus altijd werdt gegroet! Sc
Mogen wij uw hulp meer waardig worden. Dan zijn wij van alle kwaad behoed, bis. D( __Di
FRANCISCUS EN HET H, HART.
Hemelsch beeld der schoonste liefde. Ware Seraf, U doorkliefde
't Heilig zwaard der liefdesmart; (bis.) Liefde was U eenig streven ,
Liefde mocht in U ons geven
't Evenbeeld van 't God'lijk Hart. (bis.)
Voor het kruisbeeld neergezonken , Had uw hart de liefdevonken
üit het God'lijk Hart gegaard, {bis.) Snellend toen naar dorre streken,
Gingt gij 't liefdevuur ontsteken In het koude hart der aard. (bis)
Eikenkruinen, korenhalmen,
Luist'rend naar uw liefdepsalmen.
Bogen bij dit hemelsch lied: {bis.)
Vogels, visschen stemden mede.
Voor den zondaar was die bede;
Hij toch minde Jezus niet. {bis.)
2.3S
gezangen.
Liefdezon in 's werelds duister, Schitt'rend was uw glans en luister In het need'rig boetekleed; (bisj Door uw gloed werd 't dorre teeder. Duizend zondaars knielden neder. Stilden Jezus' liefdekreet, (bis.)
Vader, leer ons 'i Harte minnen. Koude harten voor Hem winnen.
Gloeien door uw liefdevuur; {bis,) Kom met ons uit Jezus' oogen Smarten vegen, tranen drogen, Bij Hem waken in dit uur. {bis.)
PEANCISCUS , 0 VADEE.
Wjjze: Sur cette colline.
Franciscus, o Vader,
Wat zetelt Gij hoog!
Duld dat ik U nader.
Met blijdschap in 't oog. Ave, ave, o Vader ave. {dis.)
Ik hoorde op onze aarde
Den lof uwer deugd; Nu zie ik haar waarde. De hemelsche vreugd. Ave, enz.
239
GEZANGEN.
Ik hoorde gewagen
Van cel en van kluis.
Van lijden verdragen , Van liefde voor 't kruis.
Ave, enz.
En thans is de woning-Der eng'len uw woon,
't Verblijden belooning, Het kruis uwe kroon.
Ave, enz.
Ik zag ü in 't leven Vernederd, bespot;
Thans zijt Gij verheven , Nu heerscht Gij bij God.
Ave, enz.
Franciscus, zoo heilig, Bij God onze tolk.
Bewaar ons, beveilig Ons, bid voor uw volk.
Ave, enz.
240
GEZANGEN.
O FRANCISCUS, O VADER DER ARMEN.
O Franciscus, o Vader der armen,
O Franciscus, bid voor ons! O Franciscus, o wil U erbarmen, Heil'ge Vader, zagen ons!
Sla uwe blikken, zoo lieflijk, zoo feeder, Op uwe kind'ren uit 't hemelrijk neder. O Franciscus, bid voor ons!
Heilige Vader, zegen ons!
O Franciscus, in deugden verheven,
O Franciscus, bid voor ons! O Franciscus, o let op ons streven, Heil'ge Vader, zie op ons!
Help ons èn ons èn de wereld verachten; Doe ons de liefde van Jezus betrachten. O Franciscus, bid voor ons!
Heil'ge Vader, zie op ons!
O Franciscus, verkrijg ons genade ,
O Franciscus, bid voor ons ! O Franciscus, ach, sla ons steeds gade, Heil'ge Vader, wees met ons! Machtige vriend van den hemelsehen Vader, Toon uwe macht aan uw kind'ren fe gader. O Franciscus, bid voor ons!
Heil'ge Vader, wees met ons!
241
GEZANGEN.
O S era fijn sche Vader.
O Serafljnsclie Vader,
Wij minnen U zoo teer:
Van uit uw gloriewoning
Zie op uw kind'ren neêf.
Met uw doorboorde handen O zegen uwe panden:
Franciscus, Franciscus, o Vader, zegen ons
De goed'ren dezer aarde
Vertreedt Gij als het slijk, Om 't eeuwig goed te winnen
In 't hemelsch koningrijk.
Met uw enz.
De liev'lingsdeugd van Jezus
De vorstelijke vrouw.
Die Hij op aarde huwde,
Schenkt Gij uw hand en ironw. Met uw enz.
Zij hing om uwe schoud'ren
Een arme, grove pij,
En sloeg een ruwe koorde
Oin uw verstorven zij.
Met uw enz.
S42
gezangen.
Zij wees u op de kribbe
In d' armen beestenstal.
Op Jezus aan Zijn kruishout
Met wonden zonder tal.
Met uw enz,
Daar strekte Jezus teeder
Zijn armen naar haar uit, En schonk ook U, Franciscus,
Zijn armoe tot uw bruid.
Met uw enz.
Leer ons, o dierb're Vader,
Verheven Serafijn,
Ons hart aan de aarde onthechten.
En gansch aan Jezus zijn.
Geel', dat wij Hem beminnen En kruisen onze zinnen.
Franciscus, Franciscus, o Vader, zegen ons.
a e z a k a s w
OP HET FEEST VAN PORTIUNCULA.
I.
Wijze : Pius Nonus.
Heft nu blijde jubelzangen.
Kind'ren van den Serafijn,
Op dit feest zoo vol ontferming
Moet uw hart vol vreugde zijn.
244 GEZANGEN.
Hoort, hoe de Eng'len van hierboven
Op hun gouden harpen slaan, Met hun feestlied moet het onze In één zangtoon samengaan.
Heil'ge nacht, waarin Franciseus,
Neêgeknield in 't Heiligdom, In verrukking mocht aanschouwen
Zijner ziele Bruidegom.
Wat al licht mocht Gij verspreiden
Uit het klein Portiuncula,
Over gansch de wereld henen , Wat al stroomen van genu.
Als de zon, die uit haar lichtgloed
Telkens nieuwe stralen zendt, Glanst, o naclit, uw blij gesternte
Aan het hemelsch firmament.
Dank Franciseus, arme Vader,
Die in 's levens schoonsten nacht. Uit Portiuncula's kapelle.
Ons des Hemel's rijkdom bracht.
Ja wij heffen jubelzangen
Boven uw verheerlijkt graf. En wij smeeken uwen zegen.
Over Vader Leo at.
gezangen'.
Zie goedgunstig op Hem neder,
Hoogverheven Serafijn,
Wil in droefheid zijn Vertrooster, En in nood zijn toevlucht zijn.
11.
Wijze; Sur ceite CoJliue.
Wij groeten van verre Met dankbaar gemoed,
Portiimcula's muren Ontvangt onzen groet.
Ave, Ave, Franciscus, Ave. {bis.)
Daar daalt op uw altaar, Met glansrijk gelaat.
De Koning der Eeuwen, In sclntt'rend gewaad.
Ave, Ave, Franciscus, Ave. {bis.)
Terzijde van Jezus
Knielt 's Hemels Vorstin,
En de Eng'len zweven Het Heiligdom in.
Ave, Ave, Franciscus, Ave. {bis.)
Daar nadert Franciscus, En stort zicli ter neer,
245
17
246 GEZANGEN.
In heiige vervoering,
Voor Jezus zijn Heer.
Ave, Ave, Franciscus, Ave. {bis.)
Zijn hart zwelt van liefde,
Zijn blind geweend oog
Staart, schreiend van vreugde. Naar Jezus omhoog.
Ave, Ave, Franciscus, Ave. (bis.)
Hij smeekt voor den zondaar lu rouw en in druk,
Vergifï'nis en leven.
En eeuwig geluk.
Ave, Ave, Franciscus, Ave, (bis.)*
De liefd'rijke Jezus Verhoort nauwgezet.
Op Moeders verlangen, Franciscus' gebed.
Ave, Ave, Franciscus, Ave. {bis.)
Wij danken te zamen,
U, Heil'ge zoo groot.
En smeeken uw zegen,
In leven en dood.
Ave, Ave, Franciscus, Ave. {bis.)
GEZANGEN.
H. Antonius, bid voor mij
Heil'ge minnaar van den Heer, I^aat ons om uw zetel dringen,
Laat mv dienaars ü ter eer Voor uw beeld een loflied zingen.
O wij smeeken luid en blij:
Heil'ge Antonius, bid voor mij!
Rein, onschuldig was uw jeugd, Lissabon kon het verkonden ;
Uwe ziel, versierd met deugd. Prijzen thans ons aller monden.
O wij smeeken enz.
Gij bemindet Jezus teêr,
Jezus' liefde mocht Gij winnen;
Maak dat wij ook meer en meer Uwen Jezus hart'lijk minnen.
O wij smeeken enz.
Ziet, met welke liefde Gij 't Kindje Jezus in uw armen
Mocht aanschouwen van nabij Moog' Jezus onzer zich erbarmen
O wij smeeken enz.
Voor uw beeld hier neergekniel( Op den schoonen dag van lieden
GEZANGEN.
Storten wij met hoop bezield, Voor uw troon de vuur'ge beden. O wij smeeken enz.
Breng ons hulp in allen nood; Wil ons steeds een vader wezen;
Help vooral ons in den dood , Als wij voor Gods oordeel vreezen. O wij smeeken enz.
O, als kind'ren bidden wij, Dat wij, na een Christ'lijk leven.
Eeuwig deelen aan uw zij In de glorie, U gegeven. 0 wij smeeken enz.
Den rozengaard der heil'gen.
Door 's Serafs zorg geplant . Siert eene roos, zijn glorie In 't hemelsch vaderland. Op d' ademtocht der liefde
Draagt zij haar geuren voort; De rijkdom harer kleuren / ^ Heeft ieders oog bekoord. 1
GEZANGEN.
Gepurperd in den bloedstroom,
Die vloeit uit Jezus' Hart, Stilt zij door lionigdrupp'len
En ziels- (n lichaamssmart,-Wie is toch wel die Heil'ge,
Omgord met hooger kracht. Die tranen weet te drogen,/,. Die zooveel leed verzacht ? 1 M
Zijn beeltenis, zoo vrieud'lijk.
Met 't kindje, dat Hem streelt. En 't Godd'lijk oog doet schilt'ren
In 't zuiver evenbeeld: 't Is waarlijk een verschijning.
Die 't hart met troost vervult. Den duist'ren nacht des lijdens In hemelsch daglicht hult. !
De Christen heeft in rampen Bij Hein zijn hulp gezocht, En roemt verheugd de wond'ren, Diede Almacht door Hem wrocht. Dien man vol medelijden,
Op zijnen glorietroon ,
Antonius geheeten , ( , Zij aller eerbetoon, i M
34!»
GEZANGEN.
Mf ©SÃBB, 1©© MÃMMMM»
Gij waart Franciscus waardig. Ju ootmoed Hem gelijk,
Nu juicht Ge, als Hij verheerlijkt, In Jezus' koningrijk.
Antonius, zoo machtig. i
O hoor ons dankbaar lied;
Gezeteld in Gods glorie, l Vergeet uw kind'ren niet. !
Gij zocht, om Jezus' liefde.
Als de arme Serafijn,
In armoe hier te leven.
Om eeuwig rijk te zijn.
Antonius, enz.
Hier schitterde in uw ziele De zuiv're lelieglans;
En vormt thans om uw voorhoofd Den schoonsten gloriekrans
Antonius, enz.
Daar daalde uit 's Hemels woning In 't midden van den nacht
De zoete lieve Vrouwe,
Die 's werelds Licht ons bracht.
Antonius, enz.
GEZANGEN.
'Zij droeg aan 't moederharte
Het Kind van Bethlehem, En groette U eind'loos minzaam
Met wonderzoete stem.
Antonius, enz.
En Jezus, Hij, de oneindige, De onmeetb're Hemelheer,
Zette als lieftallig Kindje
Zich op uwe armen neer. Antonius, enz.
O help ons Jezus volgen
In blijdschap en in smart, Opdat ook wij eens rusten
Aan Zijn bemin'lijk Hart. Antonius, enz.
ANTONIUS YAN PADUA.
Antonius van Padua,
Zoo heilig en zoo goed;
Wij loven God , die door uw hand Zoovele wond'ren doet.
Geen geur en kleur van bloemen is Zoo aangenaam en lijn,
Als voor een ziel, die God bemint. Uw schoone deugden zijn.
Antonius, enz.
251
GEZANGEN.
De liefde Gods en Godes eer Bewogen uwe tong,
Waardoor berouw en zaal'ge vrees: In alle harten drong.
Antonins, enz.
Gij waart een schild en zijt het nog Voor de onschuld in gevaar;
Al wie U bidt wordt uwe hulp In eiken nood gewaar.
Antonins, enz.
Antonins, Gij menschenvriend, En vriend van God den Heer,
Wij smeeken U met vurigheid: Zie gunstig op ons neer.
Antonins , enz.
Al komen wij ook telkens weer Voor vijand, of voor vriend,
Of voor ons zelv', toon dat men U Niet vruchtloos eer en dient.
Antonins, enz.
TOT ü, O GORKUMS HELDENTAL.
Tot U, o Gorkums heldental,
Weerklinke luid mijn lofgeschal;
Tot U, door wie mijn ziel ontgloeit.
Van dankb'reR jubel overvloeit.
283
GEZANGEN.
Gedenk ik, hoe Ge op onzen grond Uwe onvenvelkb're kronen wont, Dan juich ik bij uw heldenmoed: Ook ik ben van uw Neerlandsch bloed. Ik juich als Gein den nood niet buigt, Maar trouw voor 't Hoofd der Kerk getuigt Dat Pins, die U heilig roemt.
Ook ons zijn dierb're kinderen noemt. Tot U, enz.
Ik juich als Gij zoo onversaagd Maria moeder prijst en maagd,
En onze en 's hemel's koningin;
Verrukt stemt heel mijn ziel het in. Maar sterft Gij voor 't Geheimenis, YV aar Jezus zelf ons voedsel is, Dan naam'loos is mijn ziel verblijd, Dat ik het ook met u belijd.
Tot U, enz.
Dat ik met U één God, één Heer, Eén Geest, één lichaam, doop en leer, In de ééne Moederkerk beken. En onverdiend haar kind ook ben.
Drie eeuwen vloden sedert heen.
En ons en uw geloof is één:
O voer' het, bij één hoop, één min, Ook ons uw Kerk der glorie in!
Tot U, enz.
GEZANGEN.
Ittfiï ftr tcrt ««in iifit Baröara.
Barbara, Gij schittert schoon
In der maagden reine reien Gij, de Bruid van Godes Zoon,
Moogt ü in zijn heil verblijen. Zie, o reine Maagd, ook wij. Willen heilig zijn als Gij!
Lelie, door de reine hand
Van Gods engel van beneden Naar het hemelrijk verplant.
Sieraad van Gods heilig Eden , Zie met 't oog, zoo rein en teer Medelijdend op ons neer!
Toen de dood mv blned vergoot.
En uw zuiv're ziele kleurde Met der schoonste rozen rood,
Toen de hel uw ziel verbeurde; Toen o Maagd hebt Ge ons geleerd Wat de liefde wel begeert.
O, ontsteek dat liefdevuur In de liefdelooze harten,
Opdat we in ons stervensuur
Vleesch en hel en duivel tarten. Barbara, ach hoor, 0 Maagd,
Hoe ons hart die gunst ü vraagt.
4
GEZANGEN.
Hoep ons tot den glorietroon
Waarop Gij tlmns zijt verheven; En verkrijg ons 't heerlijk loon,
Dat God U reeds heeft gegeven! O, bereid ons tot den dood,
Die U de eeuw'ge vreugde bood.
Laat ons vóór ons sterven blij
Jezus in een hart ontvangen. Dat, van alle zonden vrij,
Juichen zal in eeuw'ge zangen: âU mijn Jezus, God en Heer U zij hulde, dank en eer!quot;
Ill o ^ s a n g lol aria.
w UZE: O Franciscus, o Vader der armen.
O Maria, o dierbare Moeder,
O Maria, reine Maagd,
O Maria, uw Zoon is mijn Broeder, Vraag Hem, wat uw kind U vraagt. Yan uwen Zoon kunt Gij alles verkrijgen, Spreek voor uw kind, wil, o Moeder, niet O Maria, sta mij bij, (zwijgen.
Heiige Moeder, spreek voor mij.
O Maria, Gij vol van genade,
O Maria, hoor mijn lied,
O Maria, sla immer mij gade.
Moeder lief, vergeet mij niet.
255
GEZANGEN.
Machtige Moeder van God, en der mensehen Hoor mijne beden, vervul mijne wenscheu. O Maria, sta mij bij,
Heil'ge Moeder, bid voor mij.
O Maria, gezegende Vrouwe,
O Maria, help uw kind,
Zie, o Moeder, uw kind is in rouwe. Toon dat Gij het nog bemint. Ach! hoor uw kind in dit tranendal zuchten Laat in uw armen, o Moeder, mij vluchten O Maria, sta mij bij,
Heil'ge Moeder, strijd voor mij.
O Maria, Gij zijt hoog verheven Bij uw Zoon in zaal'gen vree.
Ik, uw kind , moet in angsten hier leven Moeder, hoor mijn kinderbeê: Kom mij te hulp in het lijden en strijden Voer mij eens op naar het eeuwig verblijden Laat mij juub'len aan uw zij Op het zalig jubel tij.
236
gezangen. 257
Jubellied bij aankomst te Kevelaar.
Wijze : O God van liefde. Ons jubellied moet hoog ten Hemel rijzen,
Als huldeen dankder blijde pelgrimsschaar; Ons jubellied moet luid Maria prijzen, Bij onze komst in 't dierbaar Kevelaar. Maria Moeder!
Aanvaard ons lied,
Duld dat wij jublend zingen , j ^ Versmaad dien lofzang niet. i
Eens deed uw stem in deze streek zich
hooren:
âSticht Mij ter eer hier een bidkapel;quot; En aanstonds werd, ter plaats door U verkoren ,
Een bedehuis gesticht naar uw bevel: Daarom, Maria 'â
Klinkt hier ons lied.
Ach wil den zang aanhooren, ( , â
Dien U ons harte biedt. i
Van heinde en ver snelden de pelgrimsscharen
En knielden neer voor Uwe beeltenis; Gijvvaartlum steun,hun toevlucht ingevaren» Gij blijft hun troost in leed en droefenis. , Troost der bedrukten!
Hoor naar ons lied ,
Hoor, hoe wij tof. U zuchten, / ,â â O Maagd! verlaat ons niet. (
GEZANGEN.
Reeds is het meer dan vijf maal vijftig jaren. Dat Kevelaar mv roem en grootheid deelt; Trotsch mag het dus op uwen jubel staren, En opwaarts zien naar 't rijk gekroonde
Gekroonde Vrouwe! (beeld, V:m Kevelaar,
Ontvang de jubelklanken, j ^ Der Leidsche Pelgrimsschaar. i
Aan U zij lof in deze Heil'ge dreven,
Waar uwe macht zoo vele wond'ren doet; Hier biedt Gij troost, hier schenkt Gij kracht
(en leven.
Aan ieder, die vertrouwend tot U spoedt. O goede Moeder!
U dankt ons lied,
U blijft het dringend smeeken, i ,â Verlaat Uw kind'ren niet. i
O Moedermaagd! nog meer dan ooit te voren Smeeken wij U: ach reik ons toch de hand; Zonder uw steun zijn wij belaas ' verloren, Ãvv hand voert ons naar 't Hemelsch
Daar o Maria! (Vaderland. Ruischt 't eeuwig lied.
Ach, sluit de Hemelpoorten | ^
Voor ons, Uw kind'ren, niet. 1
258
gezangen.
L O F- EN SM EEKZANG.
Wijze: Fins JVuiius.
Hef uw Wijdste jubelzangen,
Opgetogen pelgiimsschaar,
Onze lieve Vrouw ter eere In het dierbaar Kevelaar.
Hier is Zij een troost in smarten,
Eene toevlucht in gevaar.
Ja, de hoop der hoopeloozen,
Meer dan vijf maal vijftig jaar.
O Maria! wil gedenken,
â Zoo klinkt Sint Bernardus woord â Dat men nimmer tot ü smeekte,
Of die bede werd verhoord;
. Geldt dit woord voor alle plaatsen ,
flier, in dit bevoorrecht oord,
Brengt Maria's macht en liefde Steeds de rijkste vruchten voort.
Al wie hier in nood en lijden
Met geloof om redding vraagt. Wie, met zondenschuld beladen.
Opziet tot de Wondermaagd,
Wie door 'swerelds ijd'le listen,
Vleesch ot duivel wordt belaagd, En hier smeekt tot 'sHeeren Moeder, W ordt met kracht door Haar geschraagd.
259
GEZANGEN.
Van haar troon, zoo rijk aan glorie.
Ziet Zij ons goedgunstig aan,
En in blijdschap en in smarten Bijft haar oog ons gadeslaan. Zij geleidt ons aller schreden Veilig langs de levensbaan.
Ware kind'ren van Maria Zullen nooit verloren gaan.
Opgewekt door dit vertrouwen,
Komen wij in Kevelaar,
Hoopvol knielen wij hier neder
Voor Maria's feestaltaar. Wij vermengen onze stemmen
Met zoo meen'ge pelgrimsschaar, En bezingen hare glorie
Luider steeds van jaar tot jaar.
Heil'ge Maagd! zie uit den Hemel,
Gunstig op uw kind'ren neer.
Hoor ons bidden, hoor ons smeeken ,
Bid met ons tot God den Heer. Blijf ons bij geheel ons leven,
Voer ons op naar hooger sfeer; Om daar 't eeuwig lied te zingen, Uwen Zoon en U ter eer.
Kerkelijke Goedkeuring.
] M P It 1 M A T U K.
Haki,ion , ]j. DA XKELMAM ,
die 19 JuJii 1890. Lib)'. Censor»
260
INHOUD.
Blüdz.
Voorbericht............m
Ware afbeelding....................v
H. Maria, O. L. Vrouw van Kevelaar ... vr Broederschap van de Allerh. Maagd Maria . vir Eerste gedeelte â Gebeden.
Morgengebed........................1
Litanie van den Allerh. Naam Jezus ... G
Misgebeden.............K)
Gebeden na de JL Mis........3-t
Oebed tot den H. Jozef........85
Korte biechlgebeden.........37
Communie-oefeningen.........-11
Gebed van den H. ignatius.......53
Gebed met vollen allaat........5-t
Avondgebed............5 6
Litanie tot de H. Maagd Maria.....59
Litanie tot Jezus ij] liet Allerh. Sakrament . 03
Litanie van het lijden onzes Heeren J. C. . 67
Litanie tot het Allerh. Hart van Jezus. . . 73
Akte van toewijding.........76
Akte van eerherstel.........77
Litanie ter eere van het H. Mart van Maria, 79 Litanie ter eere van 0. L. Vrouw van Kevelaar . 83 Gebed om zich te stellen onder Maria's bescherming ............86
Gebed van den H. Bernardus tot Maria . . 86
Litanie (er eere van den H. Jozef .... 87
Litanie ter eere van den H. Franciscus van Assisië Ã1
Gebed van den H Franciscus van Assisië. . 93
Litanie ter eere van den H. Antonius van Padua 9-t
Oefening van den H. Kruisweg.....99
Ue H. Rozenkrans..........117
Tweede gedeelte. â Gezangen.
Bladz.
Veni Creator . . .........137
Adoro Te............138
Henedictie............139
Magnificat............140
Litanie van Onze Lieve ^ rouw.....143
Litanie van het H. Kruis.......144
Aan Jezus eer...........147
Vóór de H. Communie........14!)
Ka de H. Communie.........150
Kerstlied.............
Kerstlied........⢠153
Ter eere van Jezus' Goddelijk Hart . . 155
Hij liet beeld van het H. Hart van Jezus . 15(1
Loflied ter eere van Jezus' H. Hart . . . 157
Smeekzang tot Jezus' H. Hart.....158
De vijf' Wonden..........159
Opwekkingslied tot de pelgrims.....173
Morgenlied der pelgrims.......175
Het Wees gegroet.........17R
Ter eere van Maria.........178
Loflied tot de H, Moeder Gods.....179
Wees gegroet..........,182
Smeeklied............183
Maria's Tenhemelopneming......180
Lofzang aan de H. Maagd Maria.....187
Smeekzang voor het Mirakuleus beeld . . 190
Avondbede tot de Allerheiligste Maagd . . 194
Loflied op Maria's Tenhemelopneming. . . 190
Maria Troosteresse.............198
Ptabat Mater ...........199
üitnoodiging tot Maria's lof......301
Jubellied aan Maria Onbevlekt Ontvangen . 204
Toewijding aan Maria........205
Aan Maria eer...........20C:
Danklied aan Ã. L. Vr. van Maria, o vergeet ons niet . Vreugde van Maria's Hart.
Salve Kegina . ... Aan 0. L. Vr. van het H. H Voor Maria's altaar . De Smartvolle Moeder .
Kinderen van Maria .
Maria's Kinderen .... Betrouwen op Maria.
De engel des Heeren. . .
Maria's naam.....
Afscheidsleid.....
Groet aan Maria ....
Lof- en Smeekzang tot Maria Maria onze Moeder . . .
O Jozef, Voedstervader . .
Wees gegroet, o Jozef .
Franciseus en lief H. Hart. Kraneiscus, o Vader .
lt;gt; Franeiscus, o Vader der ar
O Serafijnsche Vader.....
Op het leest van Portiuncula 1 . het feest van Portiuncula 11. Antonius, bid v(]or mij. H. Antonius van Padua . Antonius zoo machtig ....
Antonius van Padua.....
Tot U, o Gorkums Heldental .
Lied ter eere van de H. Barbara
Lofzang tot Maria......
Jubellied bij aankomst te Kevelaai Lof- en Smeekzanquot;
Bladz.
307 20!)
311
312 214 216 217
318
319
320 323 22 223 236 228 230 232 Z3i
236
237
238
239 340 343 243 345 247 348 350 251
253
254
255 257 259
Lofzang aan liet H. Hart van Maria Oegroef, zijt Gij, Maria .
Kevelaar
irt.
Op H. De
1-,
'
gt; â
m- .
â ; ïL.
,igt; ; . K. '
.; i:
gt;â 'â â â
â â
-
gg»: :x;;. ^
I
sS-Jd?-:# i
â