ocr page 1

IE-Ï. XjOIDIE'W'uk; .

quot;Utoninj van frankrijk.

G. 2e S. No. 10.

ocr page 2

IHIET XjE'VEZST

/, ! y r ■.. ^VAN DI;N

jCoNING VAN pRANKRIJK.

DOOR

ID- -A.. Ivü.

- , ^M/quot;\ u . )

TWEEDE DRUK.

BREDA,

EDTJAUD 'V.A.ZNquot; quot;WEES,

Snelpers Bock- cd lluziekdrukkerij.

1891- 3ibIfotheo;.

'..H«IDER3R0EDcRS WEERT.

ocr page 3

IIIVIFIRJIIMIA.TTJIR,.

Datum in HOEVEN, hac 5a Nov. 1879.

C. VAN DER VEEKEN,

Libr. Censor.

Snelpersdruk, Eduard van Wees, Breda.

ocr page 4

HET Xj E E HST

van den

HEILIGEN LODE WIJK,

Koning van Frankrijk.

HoofdstnU 1.

ij willen in deze bladzijden niet de geschiedenis beschrijven der regee-«) ring van den H. Lodewijk, maar zijn heilig en godvruchtig leven. Stap voor stap zullen wij al zijne handelingen volgen, zonder echter af te dalen tot staatkundige bijzonderheden, waarvan het verhaal tot de algemeene geschiedenis van het Fransche volk behoort. Wij willen minder de deugden toonen van den Koning, dan van den Christen. Desniettemin zal naast den Heilige ook de Koning schitteren; men zal hem zien in de veldslagen, zoowel als in zijne bidplaats, en hij zal door verschillende voorbeelden aantoonen, hoe de godsdienst alle deugden inboezemt en

ocr page 5

HET LEVEN VAN DEN

alle daden heiligt, in welken staat de mensch ook door God geplaatst is.

Nadat koning Lodewijk VIII de stad Avignon op de kettersche Albigenzen veroverd en een gedeelte van Languedoc aan zijn gezag had onderworpen, viel hij op zijn zegevierenden terugtocht naar Parijs te Montpensier in Auvergne ziek. Al spoedig gevoelde hg dat zgn laatste oogenblik was genaderd. Daarom ontbood hij den aartsbisschop van Sens, verscheidene andere bisschoppen en vele groote heeren bij zich, en liet hen bij eede bezweren, zgn oudsten zoon Lodewijk als hun koning te zullen erkennen en hem onmiddelijk te doen zalven. Den 26'1 November 1226 stierf hij, het regentschap over het koninkrijk en tevens de zorg voor de opvoeding zijner kinderen nalatende aan zijne gemalin Blanca.

Deze vorstin, de oudste dochter van Alphon-sus IV, koning van Castilië, was in het jaar 1200 in het huwelijk getreden met prins Lodewijk, tijdens het leven van zgn vader Philips August. Hare bevalligheid en verstand namen iedereen voor haar in: de fierheid, aan de Spaansche natie eigen, werd in haar gematigd door zachte manieren. Koning Philips August, trotsch op zijne vele overwinningen, achtte het niet beneden zich somtijds den raad zijner schoondochter in te winnen en dien op te volgen. De koning, haar gemaal ondernam

4

ocr page 6

HEILIGEN LODKWIJK

niets zonder haar te raadplegen en zes en twintig jaar lang leefden zij met elkander in volkomene eensgezindheid. Diep werd Blanca dan ook getroffen door de tijding van den dood baars gemaals en zij had al hare christelijke sterk-moedigheid en grootheid van ziel noodig, om zich niet aan eene bovenmatige droefheid over te geven. Slechts korten tijd mocht zij dan ook haren tranen den vrijen loop laten, want spoedig brak de tijd aan, dat zij al hare geestkracht noodig had, om de gevaren, die haar bedreigden, af te wenden. Hoewel vreemdelinge en belast met de zorg voor hare kinderen, waarvan de oudste nog slechts twaalf jaar telde, durfde zij het regentschap op zich nemen in een land, waar de vrouwen altijd beschouwd waren geworden als onbekwaam tot regeeren. Zonder aan de prinsen , die met eenigen grond aanspraak konden maken op het regentschap, den tijd te gunnen om zich te bezinnen, maakte zij zich aanstonds van het opperste gezag meester, trok de bisschoppen en den kanselier op hare hand, verzekerde zich van het leger en liet overal afkondigen, dat zij handelde volgens de bevelen van den overleden koning. Deze stoutmoedige handelwijze gelukte haar volkomen, en hare bevelen werden ten uitvoer gebracht, zonder dat het iemand in den zin kwam er zich tegen te verzetten.

Nadat Lodewijk VIII in de koninklijke graf-

5

ocr page 7

HET LEVJSN VAN BEN

kelders van St. Denis naast zijn vader Philips August was ter aarde besteld, riep de regentes alle rijksgrooten tegen den lu December 1226 naar llheirns, om daar tegenwoordig te zijn bij de zalving van den jeugdigen koning Lodewijk IX. Deze was den 24u April 1215 te Poissy geboren. De koningin bad hem van zijne vroegste jeugd met de meeste zorg onderwezen en hem vroegtijdig de waarheden van den godsdienst in geest en hart gedrukt. Daar zij in hem de hoedanigheid van christen hooger schatte, dan die van erfgenaam van een machtig koninkrgk, had zij er zich op toegelegd hem de plichten eens christen eerder te doen kennen, dan die eens konings. Lodewjjk, die van nature een zachtmoedig en gemakkelijk ten goede te leiden karakter bezat, beantwoordde geheel en al aan de vrome bedoelingen zijner moeder. Hij was welgemaakt van lichaam en ofschoon hij nog slechts twaalf jaren oud was, gaf reeds toen zijn goed ontwikkeld verstand en het gebruik, dat hij van de onderrichtingen der koninginmoeder wist te maken, het recht groote en heerlijke dingen van hem te verwachten.

Dewijl de bisschoppelijke stoel van Rheims ledig stond, werd de jeugdige vorst gezalfd door den bisschop van Soissom. Bij die zalving scheen Lodewijk levendig al bet gewicht te gevoelen van den last, dien de Voorzienigheid hem op de schouders legde en uit het diepste zijns

ö

ocr page 8

HEILIGEN LODEWIJK

harten sprak hij de woorden van den konink-lijken profeet David: Mijn God, ik heb mijne ziel tot ü opgeheven en op ü heb ik mijn betrouwen gesteld.

Onmiddelgk na de zalving legden al de rijksgrooten den eed van getrouwheid aan hem af, eveneens als aan de regentes voor den tgd van haar regentschap.

Daags na de zalving keerde de koninginweduwe, nu regentes, naar Parijs terug en begon troepen aan te werven; zij voorzag genoegzaam, dat zij die spoedig zou noodig hebben. Een vorst van zoo jeugdigen leeftijd en eene vrouw aan het hoofd des bestuurs schenen aan verscheidene woelgeesten eene gunstige gelegenheid om de vaan des oproers op te steken. Zij grepen die dan ook gretig aan. De machtigste heeren des rijks, in stede van •de zalving des konings bij te wonen, zooals het zou betaamd hebben, traden met elkander in bondgenootschap en vatten de wapenen op. Men telde onder hen den graaf van Boulogne, den graaf van Bretagne, een prins van koninklijken bloede, Hugo van Lusignan, graaf van Champagne, die later koning werd van Navarre.

De regentes liet geen tijd verloren gaan. Zij stelde zich met haar zoon aan het hoofd van een leger en trok Champagne binnen, waar zij graaf Thibault weldra tot zijn plicht had teruggebracht. Dit eerste krachtig optreden maakte

7

ocr page 9

HET LEVEK VAN DEN

zulk eeu indruk op de overige bondgenooteu, dat zg zich haastten binnen hunne staten terug te trekken. Toen zij echter eenigszins van hunnen eersten schrik waren bekomen, beraamden zij het plan zich met geweld van den persoon des konings meester te maken, en het scheelde weinig of zij volvoerden hun boos opzet op den weg van Orleans naar Parijs. Gelukkig werd de koningin in tijds van alles verwittigd en Lodewijk vond eene bergplaats in het kasteel van Monthlery. Zoodra de inwoners van Parijs en omstreken kennis droegen van het gevaar, waaraan hun koning had blootgestaan, kwamen zij met een geheel leger opdagen en voerden hem onder de uitbundigste toejuichingen naar de hoofdstad terug.

Deze gebeurtenis boezemde Lodewijk smaak in voor de zachte ontroeringen van een koning, die zich in de liefde van zijn volk verheugen mag; hij dacht er steeds met genoegen aan en sprak er dikwijls over, terwijl hij er ook geheel zijn leven lang naar streefde door zijne rechtvaardigheid, zijne zachtmoedigheid en zijne overige koninklijke deugden de liefde en de toegenegenheid zijner onderdanen te winnen.

De verbondene edelen, hun slag gemist hebbende, hielden zich nu eenigen tijd rustig en de regentes, zonder zich de moeite te geven hen verder voor hunne ontrouw te straffen t wijdde zich geheel en al aan de opvoeding barer

8

ocr page 10

HEILIGEN LODEWIJK

kinderen toe. Zij liet zich in hare taak door godvruchtige en wijze leermeesters bijstaan, doch verloor zelve geen oogenblik de leiding, vooral van den jeugdigen koning, uit het oog, Zg hield hem dagelijks de grootheid van God en de nietigheid van den mensch voor oogen en zegde dikwijls tot hem: mijn zoon, ik zou u liever zien sterven, dan eene enkele doodzonde zien bedrijven. Bewonderenswaardige woorden , die zoo diep in het hart van den vorst gegrift werden, dat toen hij eens aan den heer de Joinville gevraagd had, wat hij liever wenschte, melaatsch te zijn (dit was eene zeer gewone ziekte in die dagen), of eene doodzonde bedreven te hebben en deze hem ten antwoord gaf, dat hij liever dertig doodzonden zou bedreven hebben dan melaatsch te zijn, hij met nadruk uitriep: »A ch! Joinville, wat weet gij slecht wat het is God beleedigd te hebben! Er is geen grooter ongeluk dan in staat van doodzonde te zijn!

Nadat de koningin haren zoon geleerd had, wat hg schuldig was aan God en hoe noodzakelijk het is aan den godsdienst de voorkeur te geven boven de staatkunde, leerde zij hem nu ook de verplichtingen jegens zijn volk kennen. De koning, zegde zij hem, is geboren om zijne onderdanen te dienen, zonder een enkel oogenblik voor zichzelven te mogen houden; indien hij eenige ontspanning neemt, dan moet dit slechts

ocr page 11

HET LEVEN VAN DEN

zijn met het doel om een weinig van zgnen aanhoudenden arbeid uit te rusten. Hij moet over alles een waakzaam oog laten gaan en trachten ieders verdiensten en bekwaamheden te leeren kennen. Vooral moet hij op zijn hoede zijn tegen de vleierij, die hem van alle kanten omringt, en wel onderscheid maken tusschen de deugden van een koning en die van een onderdaan.

Zulke goede onderrichtingen uit den mond eener liefderijke moeder opgevangen, werden door den jeugdigen Lodewijk trouw en stipt in oefening gebracht. Vooreerst legde hij zich met den meesten ijver op de studie toe, ten einde de kennis op te zamelen, die hem naderhand te stade zou kunnen komen. Zijn buitengewone ijver voor de studie belette hem niet deel te nemen aan al de onschuldige genoegens van de jeugd. Hij hield veel van de jacht en visch-vangst en van alie lichaamsoefeningen, waarin hij ook zeer bedreven was. Indien het gure weder of een lichte ongesteldheid hem verplichtten binnen te blijven, dan liet hg zich door zijne hofjonkers eenige liederen voorzingen, waarbij hij echter zorg droeg alle lichtvaardige of wereldsche gezangen streng te weren. Hij hield ook veel van het schaakspel, hetwelk hij als eene oefening des verstands beschouwde.

Zijne bezigheden en vermaken hielden hem niet terug van de vervulling zijner plichten.

10

ocr page 12

HEILIGEN LODE WIJK

Dikwijls bracht hij een zeer groot gedeelte van den nacht in het gebed door, doch altijd wist hij het zoo te schikken, dat daardoor aan de belangen van zijn volk geen tijd onttrokken werd. Lodewijk was te zeer doordrongen van de waarheid, dat elke godsvrucht die de vervulling onzer plichten in den weg treedt, slechts eene valsche godsvrucht is.

Intusschen hielden de groote leenmannen gedurende Lodewijks minderjarigheid niet op, nu hier dan daar, onlusten te verwekken. Doch de voorzichtigheid en werkzaamheid der koningin verijdelden al hunne plannen. Raymond, graaf van Toulouse, benevens de graaf van Bretagne werden geheel tot onderwerping gebracht, terwijl ook Hendrik III, koning van Engeland zich gedwongen zag een wapenstilstand te sluiten voor den tijd van drie jaren.

Toen alzoo het inwendige van het rijk tot rust gebracht en een eervolle vrede gesloten was met het buitenland, keerde Lodewijk wederom naar Parijs terug en bevestigde meer en meer zijn gezag. Daartoe wendde hij zeer krachtdadige middelen aan. Eene bekoorlijke zachtmoedigheid, eene onverstoorbare gelijkheid van karakter, eene groote liefde voor de rechtvaardigheid, eene bijzondere waakzaamheid om alle onlusten te voorkomen of ze bij bun ontstaan den kop in te drukken, maar vooral de teederste godsvrucht hielpen hem de harten zijner onderdanen winnen.

11

ocr page 13

HET LEVEN VAN DEN

De hooge roem van wysheid, dien hij reeds verworven had, deed hem meer dan eens door de vreemdelingen tot scheidsrechter benoemen en steeds wist hg na een grondig onderzoek van het geöehilpunt eene oplossing te vinden, die alle partijen bevredigde.

Waar het noodig was, een aan de koninklijke waardigheid geëvenredigden luister ten toon spreidende, had de jeugdige vorst echter de spaarzaamheid lief en gaf in alle zaken de voorkeur aan de grootste eenvoudigheid. Zgne kleederen, zijne tafel, zijne geheele hofhouding alles kondigde een vorst aan, die waarlijk een vijand was van ijdele praal. Na een goed gedeelte van zijn tijd aan de staatszaken besteed te hebben, onderhield hij zich gaarne met godvruchtige en heilige personen en steeds behandelde hij de priesters en religieuzen met den grootsten eerbied en liefde.

Zich geheel en al toewijdende aan zijn volk en slechts aan de middelen denkende om het gelukkig te maken, maakte hij zichzelven een grief van elk uur, dat hij aan zijn eigen vermaak wijdde. Weldra verminderde zijne zucht voor de jacht; de tijd van een koning, zeide hij, was te kostbaar. Hij begon reeds onderscheidene reizen te doen naar de verschillende deelen van Frankrijk om den toestand der provinciën na te gaan en overal liet hij de blijken zijner goedheid achter. De koningin-

12

ocr page 14

HEILIGEN LODEWIJK

moeder hield haar gewoon verblyf te Parijs, waar het staatsbestuur gevestigd was; de koning kwam haar van tijd tot tijd verslag doen van zijne verrichtingen en keerde vervolgens rikar Poissy, zijn geboorteplaats terug, waaraan hij zeer gehecht was. Somtijds zelfs onderteekende hij de brieven aan zgne vrienden * Louis de Poissy.quot; Eens dat hij zich daar met eenigen zijner hovelingen bevond en hun zegde: »hier is mij het hoogst geluk mijns levens ten deel gevallen,quot; gaven sommigen hem ten antwoord, dat hij toch te Rheims gekroond en gezalfd was; doch de vorst hernam: »dat is waar, doch ik ben te Poissy gedoopt.quot;

Lodewijk gaf blijken van de innigste godsvrucht. Wanneer hij aan den voet eens altaars lag neergeknield, zou men hem gehouden hebben Toor een engel voor den troon des Allerhoogsten neergezonken, zoo groot was ziine ingetogenheid. Hij besteedde eiken dag verscheidene uren aan zijne godsdienstoefeningen; en toen men hem daarover een verwijt wilde maken, zeggende dat hij er te veel tijd aan wijdde, antwoordde hij op zachtmoedigen toon: »de menschen zijn toch vreemd en zonderling; men verwijt mij mijn ijver voor het gebed, doch men zou geen enkel af keurend woord vinden, indien ik al de uren doorbracht bij het spel, of op de herten-of valkenjacht.quot;

Wat zou onze eeuw zeggen, indien wg breed-

13

ocr page 15

HET LEVEN VAN DEK

.voerig uitweidden over hetgeen de geschied-schrijvers van den H. Lodewijk eenstemmig verklaren omtrent ziine gestrengheden? Wat een verschil inderdaad tusschen de zeden van den tegenwoordigen tijd en die van een jeugdigen koning, met een haren kleed bedekt, zijn lichaam overgevende aan alle oefeningen van boetvaardigheid, de hospitalen bezoekende en dikwijls in eigen persoon de zieken dienende met eene goedheid en liefde, welke door den godsdienst alleen kunnen ingeboezemd worden. Door de heilzame gedachte aan de eeuwigheid bezield en boven alle valsche verfijning verheven, volgde Lodewijk met een heilig vuur al de bewegingen zijner medelijdende ziel. Ook werd Wj, zoowel door het volk als door den adel, met zegeningen overladen. Nooit werd een vorst beter gehoorzaamd dan hij. De zachtheid van zijn bestuur en de macht der deugd bleven altijd dè hechtste steunen van zijn troon.

Bij de hoedanigheden, die een groot koning vormen, voegde de H. Lodewijk de beminnelijkste eigenschappen. In den dagelijkschen omgang was hij zeer lieftallig. De vrede zijner ziel verspreidde over zijn geheele wezen die hemelsche bekoorlijkheden , die zelfs indruk maken op de ondeugd. Van nature levendig en vroolijk, was hij in het gezelschap zijner vrienden, die hij met zorg koos, niet afkeerig van gepaste scherts. In een woord, al wat een vorst dierbaar kan maken

14

ocr page 16

HEILIGEN LODEWIJK

aan zijn volk, al wat hero, een uitstekende plaats onder de helden kan verschaffen, al wat zijne gedachtenis in de jaarboeken van den godsdienst in heiligen eerbied kan houden, dat alles bezat de H. Lode wijk in hooge mate.

De koningin begon, na het onderdrukken der partijschappen, er ernstig aan te denken haar zoon uit te huwelijken. Zij liet haar oog vallen op Margaretha, de oudste dochter van den graaf van Provence, welke hare drie zusters in bevalligheid, in gaven van geest en hart, en vooral in godsvrucht overtrof. De koning ging haar tot Sens te gemoet, waar de huwelijksplechtigheid plaats had en de nieuwe koningin door den aartsbisschop van Sens in de hoofdkerk gekroond werd. De jonggehuwden namen nu op het voorbeeld van Tobias en Sara hunne toevlucht tot het gebed om hunne verbintenis nog meer te heiligen.

Intusschen had de vorst den ouderdom van twintig jaren bereikt en nam nu zelfs de teugels van het bewind in handen. Hij koesterde echter zulk een diepen eerbied voor zijne moeder, dat bij niets ondernam zonder haar te raadplegen. Voortdurend leefden moeder en zoon met elkander in de beste verstandhouding, zoozeer zelfs, dat sommigen er den zoon een verwijt van maakten, dat hij in alles te zeer ouderworpen was aan zijne moeder: een zeer onrechtvaardig verwijt, wanneer zulk eene natuurlijke onder-

ocr page 17

HET LEVEN VAN DEN

werping slechts ten goede strekt en op zulk eene uitstekende verdienste als die van koningin Blanca gegrondvest is.

Lodewijk VIII had in zijn testament vastgesteld, dat de opbrengst zijner juweelen besteed zou worden tot het bouwen van een klooster. Zijn zoon legde stiptelijk dien uitersten wil ten uitvoer. Hij vermeerderde nog door zijne milddadigheid de door zijn vader bepaalde som en liet de beroemde abdij van Royaumont bouwen. Somtijds zelfs evenzeer uit godsvrucht als uit zucht tot ontspanning, hielp hij de werklieden bij het bouwen der kerk. Naderhand bracht hij in dit klooster nu en dan eenige dagen door, om er van de drukte der staatszaken uit te rasten en er God om hulp en bijstand te smeeken. Het vasten, het gebed en de verstervingen maakten er zijne grootste genoegens uit. Het welzijn van den staat leed nooit onder zijne liefde voor de eenzaamheid: weldra zal men hem, met al de hoedanigheden van een held uitgerust, aan het hoofd der legers zien verschijnen.

Zijne onuitputtelijke liefdadigheid bleef niet tot de ongelukkigen en armen zijner staten beperkt. De Christenen van Palestina en van het geheele Oosten ondervonden meer dan eens zijne vrome liefdadigheid.

Om hem zijne dankbaarheid te betuigen bood Boudewijn II, keizer van Constantinopel, hem

16

ocr page 18

HEILIGEN LODEWIJK

in 1239, de doornenkroon aan. De uiterste nood, ■waarin deze keizer gedurende het beleg zijner hoofdstad verkeerde, had hem gedwongen deze kostbare kroon te verpanden aan de Ve-netiërs, die he.n eene aanzienlijke som gelds geleend hadden. Dezen vorderde de betaling dier som en de H. Lodewijk, het aanbod van Boudewijn aannemende, verstrekte het noodige geld om dit eerbiedwaardige lijdenswerktuig Onzes Heeren aan hunne handen te onttrekken.

Toen hij het bericht ontving, dat de Dominicanen, die met de overbrenging der doornenkroon belast waren, naderden, trok hij hun tot op vijf uren afstands van Sens te gemoet, vergezeld van geheel zijn hof en een talrijken stoet geeste-lijken. Bij het zien dier heilige kroon smolt hg in tranen, zoodat alle toeschouwers er door ontroerd werden. Vervolgens bracht hij blootsvoets en te midden van een ontzaggelijken toeloop volks de heilige kroon naar de St. Stepha-nuskerk van Sens. Met dezelfde gevoelens van eerbied en dezelfde plechtigheid liet hij vervolgens dit kostbare overblijfsel naar Parijs overbrengen en in de kapel van zijn paleis plaatsen. Eenige doornen echter gaf hij ten geschenke aan de kerk van Toledo, aan die van Seez en aan de abdij van den H. Eligius bij Arras.

Eenige jaren later verkreeg de koning nog een stuk van het H. Kruis van de Venetiërs, hetwelk hun verpand was door Jan van Brienne,

2

17

ocr page 19

HET LEVEN VAN DEN

koning van Jerusalem, benevens eenige andere reliquiën, welke hij in met edelgesteenten bezette kasten deed plaatsen. Hij bouwde vervolgens binnen de muren van Parijs de Heilige Kapel, zooals zij heden ten dage nog bestaat. Elk jaar begaf de godvruchtige koning zich op Goeden Vrijdag naar de Heilige Kapel en stelde er, met al den luister van het Koningschap omgeven, het partikel van het H. Kruis aan de vereering der geloovigen voor. Met den diepsten eerbied naderde hij dit werktuig onzer zaligheid. Hoofd en voeten ontbloot, zonder gordel of degen, wierp hij zich eerst eenige oogen-blikken in gebed op de knieën neer, trad vervolgens eenige schreden vooruit, hield nogmaals stil om te bidden en eindelijk het Kruis naderende aanbad hij het voor de derde maal, wierp zich ter aarde en drukte met eene voorbeeldige nederigheid zijne lippen op de eerbiedwaardige relikwie, aldus aan zijne hovelingen een voorbeeld gevende, hetwelk zij zonder moeite volgden.

Koningin Blanca was verrukt, toen zij die innige godsvrucht haars zoons aanschouwde. Met hoe meer ijver de koning zich ook op den dienst des Heeren toelegde , hoe meer eerbied en liefde hij zijne moeder betoonde. Hij kon, zegde hij, nooit genoeg de verplichtingen erkennen, die hij had jegens eene moeder, welke hem van zijne vroegste jeugd af de liefde en de vrees des Heeren in het hart geprent had.

18

ocr page 20

HEILIGEN LODEWIJK

Voortdurend wijdde hij ook zijne beste zorgen aan de verschillende takken van bestuur en zijn geheel regeeringsbeleid bewijst, dat hij voor het minst even waardig was de kroon te drageu al welke ook zijner voorouders. Doch niets bewijst dit meer dan de kreten van ontevredenheid, die onder de volgende regeeringen door de misnoegden werden aangeheven. En wat was de eisch dezer misnoegden ? Zij eischten , dat de rechtspraak op dezelfde wijze plaats zou hebben, als onder de regeering van den H. Lodewijk.

Deze vorst vaardigde zeer strenge wetten uit tegen de woekeraars en de godslasteraars. Hij verplichtte de joden de sommen terug te geven , die zij met schreeuwend onrechtvaardigen woeker hadden afgeperst, en indien de wettige eigenaars dier gelden niet te vinden waren , dan besteedde hij ze tot goede werken. In een besluit, dat hij uitvaardigde tegen de godslasteringen, gebood hij, dat de personen, die zich aan die misdaad schuldig maakten, met een gloeiend ijzer op de lippen zouden gebrandmerkt worden: hij Het deze straf toepassen op een der voornaamste burgers van Parijs, dien men op de openbare straat eene godslastering had hooren uitspreken. Hij wilde op die wijze de schuldigen onophoudelijk aan de misdaad herinneren, waardoor zij zich die straf op den hals hadden gehaald , en hen tevens aan anderen

19

ocr page 21

HET LEVEN VAN DEN

tot voorbeeld doen strekken. Het volk morde over zulke gestrengheid en voer zelfs in belee-digende woorden uit, doch de H. Lodewijk liet niemand wegens die beleedigingen vervolgen, zeggende: »Zy zijn slechts tegen mij uitgevaren. Mocht het God behagen , dat ik de godslastering uit mijn koninkrijk kon verbannen, door zelf de door mijne wet bepaalde straf te ondergaan!quot; Toen hij eenigen tijd daarna de toejuichingen des volks hoorde over de ondersteuning, die hij aan eenige openbare werken verleend had, riep hij uit: »Ik hoop dat de Hemel mij veel meer beloonen zal voor de beleedigingen, waarmede men mij overladen heeft, wegens de straffen, die ik op de godslasteraars heb doen toepassen.quot; Op de vertoogen van Paus Clemens IV trok hij echter de wet wederom in, en in eene vergadering van zijn parlement in 1269 eene redevoering gehouden hebbende over al het gruwelijke der godslastering, vaardigde hij eene nieuwe wet uit, waarbij de godslasteraars gestraft werden met eene geldboete, of wel met gevangenis of zweepslagen, al naar gelang den aard van hunne misdaad en volgens hun rang en ouderdom.

Niets was te dier tijde een meer gewoon verschijnsel, dan dat de heeren hunne leenmannen of onderhoorigen onderdrukten en door barbaarsche handelwijzen zichzelven recht verschaften. Enguerrand de Couci, een der mach-

20

ocr page 22

HEILIGEN LODE WIJK

tigsten onder hen, liet eens, op eigen gezag, drie jonge edellieden ophangen, welke in zijne bosschen hadden gejaagd. Lodewyk liet hem gevangen nemen en in het kasteel van he*, Louvre opsluiten. Vervolgens, in plaats van hem, zooals hij vroeg, te doen oordeelen door zgne gelijken, leverde hij hem aan de gevvone rechters over, die hem tot de straffe des doods veroordeelden. Op aandringen echter van de groote heeren des rijks werd deze straf door den koning gewijzigd: de heer de Couci verloor een gedeelte zijner staten, waarvan de opbrengst voor vsrschillende liefdadige en godvruchtige werken besteed werd.

Het was ook nog een gewoonte der heeren van dien tijd, dat zg op bloedige wijze hunne bijzondere twisten en veeten beslisten. Lodewijk stelde een einde aan die vijandelijkheden en verbood onder bedreiging der strengste straffen alle daden van geweld. De graaf van Marche had het plan gevormd de stad Orleans in de asch te leggen, om den dood te wreken van eenigen zijner onderhoorigen, welke in die stad studeerden. Reeds stond hij aan het hoofd van een leger om dit plan ten uitvoer te leggen. Door zijne zachtmoedigheid bracht de H. Lodewijk de gemoederen tot bedaren en deed den storm voorbijdrijven.

Even trouw aan zijn woord als de overige vorsten van zijn tijd het weinig waren, had

21

ocr page 23

HET LEVEN VA.N DEN

Lodewijk ieders vertrouwen gewonnen. Meer dan eens werd hij door verschillende mogendheden tot scheidsrechter gekozen, en bij alle onderhandelingen bemerkte men steeds in hem eene onkrenkbare trouw en rechtschapenheid. Niemand onder zijne raadslieden bezat een scherper verstand en helderder doorzicht dan hij. Aldus vereenigde hij alle hoedanigheden , die hem dierbaar konden maken in de oogen van zijn volk, geducht voor zijne vijanden en de bewondering der vreemdelingen waardig.

Zijne talenten voor den krijg hadden daartoe niet weinig bijgedragen. De graven van Marclie, Bvetagne, Toulouse en Champagne, hadden even als de koning van Engeland meer dan eens het gewicht zijner wapenen gevoeld. Beurtelings veldheer en soldaat, had hij bewijzen gegeven van zijne krijgskunst en tevens van zijn moed te midden der gevaren. Hij had den graaf van Marclie tot onderwerping gebracht, door achtereenvolgens zijne verschillende vestingen in te nemen. De stad Fontenay onder anderen was na eene hardnekkige verdediging stormenderhand ingenomen. Volgens de wetten van dien tijd had het geheele garnizoen, onder hetwelk men veertig ridders telde en hetwelk door een zoon van den graaf van Marclie werd aangevoerd, ter dood gebracht moeten worden. De H. Lodewijk echter bracht zijn wraakzuchtig leger onder het oog, dat zulk eene straf te streng was voor

22

ocr page 24

HEILIGEN LODEWIJK

een zoon en voor leenmaunen, die slechts gehoorzaamd hadden aan de bevelen van hun vader en leenheer. Hij zond daarom zijue overwonnen vijanden naar verschillende plaatsen van zijn koninkrijk in gevangenschap.

Hugues de Lusignan, dit was de naam van den oproerigen graaf van Marche, had de weduwe gehuwd van Jan Zonder Land, vader van Hendrik III, koning van Engeland. De graaf stond geheel onder den invloed van deze heersch-zuchtige vrouw. Zij was het, die hem tot oproer gebracht had, en die, wanhopig over den slechten uitslag harer wapenen, te vergeefs zich van vergif wilde bedienen om den zegevierenden koning uit den weg te ruimen. De booswichten die zij daartoe last gegeven had, werden in tyds ontdekt en gestraft. Toen de heersch-zuchtige vrouw aldus dit middel zag mislukken, liet zij niets onbeproefd, ten einde haar zoon, Hendrik III, over te halen met een machtig leger naar Frankrijk over te komen. De koning van Engeland echter kon onder dit opzicht niets van zjjne baronnen verkrijgen: de nog levendige herinnering aan zijn ongelukkigen tocht in Bretugne, en het algemeen onder de Engelschen heerschende ongenoegen waren de redenen, waarom hem manschappen en geld voor een krijgstocht werden geweigerd. Desniettemin stak Hendrik met driehonderd ridders naar Frankrijk over, in de hoop dat de koning van Arragon,

23

ocr page 25

HEX LEVEN VAN DEN

de graaf van Toulouse en andere heeren hem met hunne soldaten ondersteunen zouden.

Koning Lodewijk sloeg met een rustig oog al die bewegingen gade en hij regelde alles om den oorlog tegen Lusignan met nog meer kracht door te zetten. Hendrik III intusschen bespiedde de gelegenheid om aan den franschen vorst het overschrijden der bepaling van het vredesverdrag te kunnen verwijten; doch Lodewgk alle bepalingen getrouw nalevende, liet zijnen tegenstander zelfs niet het minste voorwendsel om het verdrag te verbreken. Toen liet de Engelsche vorst, te vergeefs op eene schending des verdrags van den kant van Lodewijk wachtende en zijn ongeduld niet meer meester, den oorlog verklaren. De Franschen slaagden er spoedig in al het land tot onderwerping te brengen tot aan Faillelourg toe, een vesting aan de Charente, waar Lodewijk met zijne officieren zijnen intrek nam. Het Fransche leger sloeg zijne tenten op tegenover het Engelsche, zoodat de beide kampen slechts door de rivier gescheiden werden.

De rivier was niet doorwaadbaar en de steenen brug die er over lag, was zoo smal, dat er nauwelijks vier personen naast elkander over konden gaan. Daarenboven werd deze brug verdedigd door eenige torens, die door de Engel-schen bezet waren. Koning Lodewijk liet zijn troepen op de beschikbare schuiten overvoeren.

24

ocr page 26

HEILIGEN LODKWIJK 25

ofschoon op den anderen oever Engelsche kruis-boogschutters waren opgesteld. Terzelfder tijd gelastte hij een aanval op de brug. Het gelukte den Frauschen ze te bezetten, doch zij werden spoedig weder teruggedreven. Toen steeg de koning, slechts zijne dapperheid raadplegende, van het paard, drong gevolgd van acht ridders, op de brug vooruit en veroverde met den degen in de hand alle verschansingen. Zijn gunstig uitkomende gestalte, zijn innemend gelaat, zgne golvende haren, zijne oogen, schitterende van fierheid, alles in hem ademde de overwinning; met meer dan menschelijke kracht scheen hij bezield en eenige oogenblikken lang hield hg bijna geheel alleen tegen de aanvallen van geheele scharen Engelschen stand. Eindelijk bereikten zijne troepen op verschillende punten den tegenovergestelden oever en kon hij ze in slagorde scharen. Weldra begonnen de Engelschen te wijken en hun aftocht in de richting der stad Saintes ontaardde weldra in eene wilde en ordelooze vlucht. Dit geschiedde den 20 Juli 1242.

Den volgenden dag ontspon zich uit eene schermutseling tnsschen de voorposten een algemeen gevecht. De beide vorsten bevonden zich te midden der strijders. Eindelijk verklaarde zich de overwinning ten gunste der Franschen. Hendrik trok, met schrik geslagen, ainaar Bordèau en Lusignan gaf zich op genade of ongenade aan zijn wettigen

ocr page 27

HET LEVEN VAN DEN

vorst en koning over. Lodewijk behandelde hem met goedheid, maar legde den oproerigen leenman evenwel voorwaarden op, die hard genoeg waren om allen af te schrikken, die genegenheid mochten gevoelen zijne oproerige woelingen na te volgen.

Toch had dit voorbeeld reeds aanstekelgk gewerkt op Raimond, graaf van Toulouse, die door verscheidene andere groote leenmannen der Frausche kroon in zijn verzet gestijfd, de vaan des oproers in het zuiden opstak, terwijl de graaf van Marche zijne troepen met die van den Engelschen vorst vereenigde. Doch ook hij zag zich genoodzaakt den koring zijne onderwerping aan te bieden.

Er werd nu een wapenstilstand voor den tijd van vijfjaren met Engeland gesloten en Lodewijk ontving vijfduizend pond sterling voor oorlogskosten, Alzoo eindigde een oorlog, welke in den aanvang Frankrijk met verderf en ondergang scheen te bedreigen. Dat alles gebeurde in de jaren 1242 en 1243, toen Lodewijk nog nauwelijks den ouderdom van acht-en-twintig jaren bereikt had.

26

ocr page 28

Jf Jooftlsttilj; 11.

et was nu zeventieu jaar geleden , dat Lodewijk den troon beklommen had, en eindelijk werd zijn lang gekoesterde vurige wensch vervuld, waarvoor hij zoovele goede werken verricht en zoovele gebeden ten hemel had gestuurd. God schonk hem uamelijk een zoon en troonopvolger, die bij het H. Doopsel den naam zijns vaders ontving. Deze goede tijding werd in het geheels koninkrijk met vreugde begroet en de inwoners werden niet moede God te bedanken, in de hoop, dat hunne kinderen even gelukkig zouden zyn als zij en even goed zouden geregeerd worden door de opvolgers van hun heiligen koning. De koning van zijnen kant dankte God met al de vurigheid zijns harten voor deze heugelijke gebeurtenis, overtuigd als hij was, dat, indien een goed Christen de vernederingen en tegenspoeden met geduld moet aanvaarden, hij zich ook verheugen mag over zijn geluk, het be-schou\vende als een blijk der liefde, die God hem toedraagt.

Koningin Blanca had in het begin van het jaar 1244 de abdij Maubuisson bij Pordoise gesticht, en daar hare grafplaats uitgekozen. Hare gewone opgeruimdheid en helderheid van geest werd daardoor volstrekt niet verminderd; de

ocr page 29

flET LEVEN VAN DEN

gedachte aan den dood heeft niets afschrikwekkends, indien men er zich vroegtijdig mede bezighoudt. De koning ging er dikwijls heen en liet er eene kapel bouwen. En daar hij aan de armen van den omtrek vele aalmoezen gaf, noemde men Pontoise, waar de abdij gelegen was, de voorstad der Aalmoezen. Hij bevestigde al de schenkingen van zijn moeder en vermeerderde ze zelfs. Gaarne had hij gezien, dat een zgner dochters zich daar aan den Heer toewijdde, maar deze gunst des hemels was voorbehouden aan zijne zuster Isabella. De keizer van Daitschland vroeg deze laatste ten huwelijk voor zijn zoon Koenraad, eenig erfgenaam der koninkrijken Sicilië en Jerusalem en van al de erflanden van het Zwabische huis in Duitschland, en die reeds tot Roomsch koning gekozen was. De keizer verlangde sterk naar deze echtverbintenis en ook de koning wenschte haar tot stand te zien komen. Isabella alleen verklaarde, dat zij den dienst des Heeren hooger achtte dan alle wereldsche grootheid en zich daarom geheel aan Hem wilde toewijden.

In hetzelfde jaar 12^4 werd de koning in de maand December door eene hevige koorts aangetast. Van nature zwak van gestel. had hij bovendien in den laatsten oorlog veel geleden. Hij had zelf orde willen stellen op alle zaken en had evenmin als de geringste soldaat tegen de zwaarste vermoeienissen opgezien. Daarbij

28

ocr page 30

HEILIGEN X,ODEWIJK

bracht hij steeds vele uren in het gebed door, droeg een haren boetekleed en leverde zijn lichaam aan de strengste boeteoefeniDgen over. Zijne jeugd en moed hielden hem langen tijd staande. maar eindelijk viel hij ziek te Pontaise in de nabijheid van Parijs. Zijne kwaal greep hem met zooveel hevigheid aan , dat hij reeds in de eerste dagen zijn einde nabij waande. Hij bereidde zich aanstonds om voor den oppersten Rechterstoel te verschijnen en vroeg uit eigen beweging de H. Sacramenten der stervenden, die hij met zijne gewone vurige godsvrucht ontving. Hij gaf vervolgens eenige bevelen voor het welzijn van den staat en van de koninklijke familie , waarna hij plotseling in eene bezwijming viel, die hem alle bewustzijn ontnam.

De tijding van de ziekte des konings was weldra in Parijs en het geheele koninkrijk verspreid en veroorzaakte overal eene diepe verslagenheid. Het volk gevoelde zich gelukkig onder zijn bestuur en de vrees zulk een goed koning te zullen verliezen , deed nog meer het geluk gevoelen van hem te bezitten. Van alle kanten stegen vurige gebeden voor het behoud van den geliefden vorst ten hemel op. En zie , tegen alle menschelijke verwachtingen verhoorde God de gebeden van de onderdanen der Fransche kroon. De koning, wiens lichaam reeds geheel koud geworden was, ten gevolge waarvan het nieuws van zijnen dood zich door het paleis

29

ocr page 31

HET LEVEN VAN DEN

30

verspreid had, stond uit zijne bezwijming op en de oogen openende, sprak hij met heldere stem de volgende woorden uit: »Het licht van het Oosten is door de genade des Heeren uit den hemel op mij nedergedaald en heeft mij van de dooden doen wederkomen.quot; De koning ontbood nu Willem van Auvergne, bisschop van Parijs en wenschte uit zijne handen het kruis te ontvangen en de gelofte af te leggen van naar het H. Land te gaan. Tevergeefs stelde de bisschop den koning de gevolgen voor van zulk een verbintenis; de laatste vroeg het kruis met zulk een aandrang, dat men hem onmogelijk het eenige kon weigeren, dat hem, volgens zijn vast vertrouwen, de gezondheid terug kon schenken. De bisschop willigde nu zijne bede in, waarop Lodewijkzoozeerinbeterschap toenam, dat hij na verloop van eene maand geheel hersteld was en te midden van het gejuich van zijne dankbare onderdanen zijn intocht kon houden in Parijs. Zoo mogelijk met meer ijver nog dan vroeger legde hij zich nu op de vervulling der plichten van het koningschap toe. Hij woonde geregeld alle vergaderingen van zijne raads-heeren bij en verloor nimmer de strengste en stipste rechtvaardigheid en onpartijdigheid uit het oog. Van tijd tot tijd zond hij bekwame en rechtschapene mannen naar de verschillende provinciën des rijks, om langs dien weg vertrouwbare inlichtingen in te winnen nopens de

ocr page 32

HEILIGEN LODE WIJK

wijze, waarop door zijne ambtenaren de belastingen geïnd werden en indien het bleek, dat er machtsmisbruik of geldafpersingen hadden plaats gehad, dan werden de schuldigen tot teruggave van het te veel gevorderde verplicht.

Terwijl hij aldus de belangen van zijn volk behartigde, verloor hij de afgelegde belofte niet uit het oog; het kruis dat op zijne schouders was vastgehecht, was hem een voortdurende herinnering. Het Heilige Land, eertijds zoo bloeiend, bevond zich in den treurigsten toestand. Langdurige en rampzalige oorlogen hadden de Christenen onder het harde juk der musel-mannen gebracht. De koning liet hun berichten dat hij zoo spoedig mogelijk hun ter hulp snellen zou. Alle maatregelen om den kruistocht voor te bereiden werden genomen en Lodewijk wakkerde door zijn voorbeeld geheel den adel aan. Te midden dier toebereidselen zag Frankrijk zijnen geliefden vorst een tweeden zoon geboren worden, die het later onder den naam van Philips den Stoute als gebieder huldigde.

In hetzelfde jaar 1245 zag Paus Innocentins IV, die in strijd gewikkeld was met keizer Frederik van Diiitschland, zich genoodzaakt Italië te verlaten om zichzelven in veiligheid te brengen. Hij vond eene schuilplaats te Lijon, waar hij onmiddellijk na zyne aankomst een Algemeen Concilie bijeenriep. Honderdveertig bisschoppen en abten , benevens een groot aantal wereldlijke

31

ocr page 33

HET LEVEN VAN DEN

vorsten kwamen er bij elkander en keizer Frederik werd er van den keizerlijken troon vervallen verklaard. De heilige Koning stelde nog pogingen in het werk om eene schikking tusschen Paus en Keizer te weeg te brengen, doch alles stuitte op des keizers onverzettelijkheid af. Buitendien vraagde de voorgenomen kruistocht Lode wij ks onverdeelde zorgen en tijd, zoodat hij het tot betere dagen uitstelde nogmaals te beproeven, om met behulp van den Paus paal en perk te stellen aan de rampzalige twisten die de Christelijke wereld verscheurden.

De aanzienlijkste heeren van het koninkrijk hadden reeds de gelofte afgelegd den kruistocht te zullen medemaken. Men telde onder hen de drie broeders des konings, verscheidene hertogen en graven en een groote menigte edellieden van minderen rang, allen even aanbevelenswaardig door hunne persoonlijke hoedanigheden als door de roemvolle daden hunner voorouders. Maar niemand hunner verdient met meer recht genoemd te worden dan de Sire de Joinville, een man van uitstekende dapperheid, die als ooggetuige met waarheidlievende nauwgezetheid de gebeurtenissen aan dezen kruistocht heeft beschreven en wiens vertrouwbaar en omstandig verhaal wij bij de beschrijving der heldendaden en ongelukken des konings ten grondslag zullen leggen.

oo

Terwijl alles nu met den meesten spoed voor

32

ocr page 34

HEILIGKN I,ODEWIJK 33

den kruistocht in gereedheid werd gebracht, voorzag Lodewijk in de veiligheid zijner staten voor den tijd zijner afwezigheid. Dewijl die edelen, welke hem vroeger vijandig gezind waren, hem vergezellen zouden, liet hij geene gevaarlijke tegenstanders in Frankrijk zelf achter. Buiten het rijk kon slechts de koning van Engeland hem eenige ongerustheid inboezemen. Lodewijk nu liet dezen vorst voorstellen van vrede doen en na velerlei onderhandelingen werd tusschen beide vorsten een overeenkomst gesloten , dat gedurende den kruistocht alle vijandelijkheden tusschen Frankrijk en Engeland gestaakt zouden blijven. Bij al die voorzorgen eener wijze en voorzichtige staatkunde voegde de koning onmiskenbare bewijzen van een nauwgezet en schroomvallig geweten. Hij zond namelijk naar alle provinciën boden uit om te vernemen of in zijnen naam soms aan iemand onrecht gepleegd was. Korten tijd daarna zond hij met hetzelfde doel godvruchtige geestelijken uit, om alzoo tot de zekerheid te komen of diegenen , welke hij het eerst had uitgezonden , zijn vertrouwen wel ten volle verdienden. Er kwamen slechts weinige klachten over gepleegd onrecht in en die, welke gegrond bleken te zijn, werden op ruime en onbekrompen wijze hersteld.

Intusschen was de tijd, voor het vertrek bepaald, aangebroken en de koning vernomen hebbende, dat reeds een groot aantal kruis-

3

ocr page 35

34 HET LEVEN VAN DEN

ridders zich op weg begeven had, besloot, hen onmiddellijk te volgen. Hij smaakte echter eerst nog het genoegen den bouw van de Heilige Kapel te Parijs voltrokken te zien. Het bovengedeelte der kapel werd toegewijd aan het Heilig Kruis door den Kardinaal Legaat en het benedengedeelte aan de H. Maagd door Philippus Berruger, Aartsbisschop van Bourges. De koning woonde de verhevene en indrukwekkende plechtigheden der kerkwijding bij. Den 12quot; Juni 1248 ging hij naar Saint-Denis een laatst bezoek brengen aan de heilige Martelaren, zooals men zich destijds uitdrukte, en ontving er uit de handen van den pauselelijken legaat den koninklijken standaard en de pelgrimstasch. V ervolgens naar Parijs terugkeerende steeg hij, na de Mis te hebben bijgewoond in de Lieve Vrouwe kerk, voor de abdij van den H. Antonius te paard, onder de luide toejuichingen van zijn volk, dat niet moede werd hem een voorspoe-dicen tocht toe te wenschen. Hij ging dien

O . i ••

eersten dag niet verder dan Corbe.il, waar hy koningin Blanca tot regentes van het koninkrijk verklaarde. Hij droeg haar het regentschap met te grootere macht op, omdat hy wel overtuigd was, dat zij er geen misbruik van maken zou. Bovendien was zij reeds gedurende 's konings minderjarigheid met de staatszaken vertrouwd geworden.

Den volgenden dag zette de koning zijne reis

ocr page 36

HEILIGEN LODEAVIJK

voort; de regentes vergezelde hem tot Cluny en in weerwil van hare diepe godsvrucht en moedig karakter nam zij onder het storten van een vloed van tranen afscheid van haren hei-Kgen zoon, dien zij, zegde zij, op deze wereld niet meer zou wederzien. De koning liet zijne moeder behalve het staatsbestuur ook aoor de

O

zorg over voor zijne kinderen Lodewijk, Philips en Isabella, welke laatste nog slechts zes jaar oud was. Prins Jan, zijn laatstgeborene, was maar eenige maanden oud geworden en in deze omstandigheid , evenals in alle andere zijns levens, had Lodewijk zich zonder morren aan de beschikkingen der Voorzienigheid onderworpen.

De koningin, hare zwakheid vergetende, had besloten, haren man op zijnen kruistocht te vergezellen.

Lodewijk maakte zijne reis over Lyon om daar van den heiligen Vader den pauselijken zegen te ontvangen, waarna hij den weg insloeg van Aiguemortes om daar scheep te gaan. In de nabijheid van Avignon vernam hij, dat de bewoners dier stad, verbitterd omdat de Fran-schen hen Albigenzen genoemd hadden, verscheidene van 's konings onderdanen vermoord hadden. Vele ridders van 's konings gevolg wilden , dat men deze stad, die niet in staat was een langdurigen weerstand te bieden, zou gaan belegeren, maar de koning toonde zich niet genegen hun verlangen in te willigen, hoewel

35

ocr page 37

HET LEVEN VAN DEN

hem voorgehouden werd, dat Lodewijk VIII in deze stad door vergif om het leven was gebracht. »Ik wilquot;, antwoordde hij, »de he-leedigingen mij en mijn geslacht aangedaan niet wreken; ik heb het kruis op mgne borst gehecht om de beleedigingen te wreken, welke de ongeloovigen onzen Heer Jesus Christus aandoen.quot;

Den 25n Augustus 1248 ging de koning met zijn gevolg te Aiguemortes scheep en stak, onder het aanheffen van den lofzang Veni Creator Spiritus, in zee.

De vaart was zeer voorspoedig. Binnen twee en twintig dagen bereikte men het eiland Chyprus, terwijl men slechts het verlies te betreuren had van een enkel vaartuig, hetwelk in het gezicht van bet eiland op een klip gestooten was. De koning van dit eiland, Hendrik van Lusignan, kwam den Franschen vorst bij de aankomst verwelkommen. Hij geleidde vervolgens zijnen hoogen bezoeker naar Nicosia, de hoofdstad van het eiland, en bood hem zijn eigen paleis tot verblijf aan. In de volgende dagen zette het geheele leger voet aan wal, om er van de vermoeienissen der zeereis uit te rusten. Reeds twee jaren te voren had Lodewijk op dit eiland voorraad van levensmiddelen by een doen brengen, om die van hieruit verder naar Egypte te doen verschepen.

De troepen waren nu spoedig uitgerust en

36

ocr page 38

HEILIGEN LODEWIJK

37

haakten er naar met de Sarracenen in het strijdperk te treden. Lodewijk liet nu in de vlakte van Nicosia een kamp opslaan en om de krijgstucht onder zijne soldaten te handhaven, gelastte hy dat allen het betrekken zouden. Eiken dag ging hij hun persoonlijk toespreken. Hij bracht hun onder het oog, dat diegenen, welke ter kruistocht togen, zich in zekeren zin als martelaars moesten beschouwen, en dat zg tot eene strengere onthouding verplicht waren dan de overige Christenen, zij gingen, zegde tij, hun leven voor de eer van hunnen God ten offer brengen, eu daarom moesten zij zorgen, dat dit offer zuiver en onbevlekt was. Doch spoedig bemerkte hij, dat op den duur al zijne vermaningen zonder gevolg zouden blijven. Daarom wilde hij zoo spoedig mogelijk zijnen tocht voortzetten, ofschoon de helft der kruisvaarders nog niet was aangekomen. Verscheidene zijner leenmannen brachten hem echter het vermetele van dit plan onder het oog en op hun aanraden werd een krijgsraad belegd, waarin met eenparige stemmen besloten werd den winter in Chyprus door te brengen en eerst in het voorjaar te vertrekken. Omtrent de verdere krijgsplannen liepen de gevoelens ver uiteen. Sommigen stelden voor, het leger aan land te brengen in de nabybeid der stad Acre en beweerden , dat het gemakkelijk zou vallen het geheele koninkrijk Jerusalem terug te winnen, en dat

ocr page 39

HET LEVEN VAN DEN

38

men vervolgens de vestingwerken der stad Jerusalem weder opbouwen moest, want dat dit het hoofddoel was der kruistochten. De roem des konings zou alle tijden door weergalmen , indien hij den dienst van den waren God herstellen kon in die plaatsen, waarin het heil der wereld bewerkt was geworden. De tempelen hospitaalridders ondersteunden deze meening ten sterkste, hetzij zij werkelijk uit overtuiging of slechts uit eigenbelang spraken. De koning van Chypnis echter, die namens den Paus tot koning van Jerusalem was gekroond, was deze meening niet toegedaan, ofschoon zij het meest met zijne belangen scheen te strooken; hij beweerde, dat men tot den wortel van het kwaad moest doordringen; dat de verovering van het koninkrijk Jerusalem wel is waar gemakkelijk was, omdat al deszelfs vestingen ontmanteld waren , doch niet kon gehandhaafd worden tegen de macht van den sultan van Egypte. Volgens zijne meening moest men eerst in Egypte zelf de macht der sultans fnuiken, en dat men zich vervolgens in het bezit van Palestina kon stellen en handhaven, zonder dat iemand er zich tegen verzetten kon. Deze redenen kwamen den koning gegrond voor en nadat Hendrik van Lusignan, koning van Chyprus, benevens de voornaamste edelen van het eiland verklaard hadden den kruistocht mede ie zullen maken, werd vastgesteld dat men

ocr page 40

HEILIGEN LODETVIJK

Damiate in Egypte zou gaan belegeren en de voornaamste aanvoerders van het leger kregen in last zich gereed te houden om onmiddellijk na Paschen te vertrekken.

Ongelukkig braken reeds in het begin des winters verschillende ziekten onder de troepen uit; de verandering van lucht, het slechte water en misschien de weelderige levenswijze en velerlei uitspattingen, veroorzaakten eene soort van pest, welke vele soldaten ten grave sleepte.

Koning Lodewijk spaarde zichzelven niet in die droevige omstandigheden. In persoon ging hg de zieken bezoeken en verzorgen, hen met aandrang vermanende hec offer van hun leven te brengen aan God, die, zegde hij , tevreden met hun goeden wil, hen reeds kroonde voor zij nog gestreden hadden. Zoo bracht Lodewijk den geheelen winter in die treurige, doch heilige zorgen door, terwijl hij daarenboven nog voortdurend de geschillen had bg te leggen , die onder de kruisvaarders ontstonden. Hij was gequot; noodzaakt hierbij met veel omzichtigheid te werk te gaan. De meeste groote edelen, die zich immer trotsch toonden op hunne hooge geboorte en voor het meerendeel op eigen kosten den kruistocht medemaakten, gehoorzaamden slechts ten halve. Hen vooral moest men ontzien en dit wist de koning met wonderlijk beleid te doen; zonder te vergeten, dat hij hun koning en meester was, deed hij h«n gevoelen, dat hij

39

ocr page 41

HET LEVEN VAN DEN

hun vriend was. -Terwijl zij meenden hun eigen zin te volgen, wist hij hen ongevoelig op de baan van hun plicht te geleiden en zonder geweld te gebruiken , slaagde hij er in hen tot gehoorzaamheid en onderwerping van zijnen wil te brengen. Hij won spoedig hetzelfde vertrouwen onder de bewoners van het eiland en bemerkte, dat velen die het grieksche schisma aankleefden, hunne dwalingen afzwoeren. Hij herstelde ook de eensgezindheid tusschen de Tempel- en Hospitaalridders en deed hen inzien, dat zij zich te vergeefs aan den dienst van God hadden toegewijd, indien zij door hunne onderlinge twisten de schoone daden uitwischten, welke zij in den stryd tegen de ongeloovigen verricht hadden. Zijne godsvrucht, die in alle handelingen zijns levens uitblonk, gaf hem eene groote macht op de gemoederen der menschen; men kon hem niet met zooveel innigheid zien bidden, zonder getroffen te worden. Zijn heilig voorbeeld werkte zoo sterk , dat verscheidene Sarracenen, die als krijgsgevangenen op het eiland Chyprus vertoefden, door de genade Gods getroffen werden en verzochten in den schoot der katholieke Kerk te worden opgenomen.

Intusschen kwamen nog van verschillende kanten versterkingen toe. De dappere graaf van Salisbury onder anderen, landde met tweehonderd Engelsche ridders op het eiland Chyprus. Toen eindelgk alles voor het vertrek in gereedheid

40

ocr page 42

HE1LIGEW LODEWIJK

was, zond Lodewijk eeu oorlogsverklaring naar den sultan van Egypte, ingeval deze weigerde aan de Christenen de steden en plaatsen terug te geven, die hun ontnomen waren. Zooals men verwacht had, weigerde de trotsche Muselmati en bereidde aich van zijnen kant op den oorlog voor. De vloot der kruisvaarders verliet alsdan het eiland Chyprus en kwam na een storm doorstaan te hebben, die verscheidene schepen verstrooide , in het gezicht der stad Damiate* Deze stad op een eiland, tnsschen twee armen van den Nijl gelegen , was een der sterkste van geheel Egypte. De kruisvaarders hadden er dus het grootste belang bij zich van deze stad meester te maken. De Sultan, voor wien het van niet minder belang was haar te behouden , deed een groot aantal schepen in de beide armen der rivier post vatten , om de Christen te beletten dezelve op te varen , en stelde een geducht leger op den oever op om hunne landing te keer te gaan.

Zoodra de vloot in het gezicht der Sarracenen was gekomen, liet koning Lodewijk het anker werpen en belegde eenen krijgsraad. Zijne generaals waren van meening dat de landing moest uitgesteld worden, totdat de door den storm verstrooide schepen zich weder met de vloot zouden vereenigd hebben. Doch de koning bracht daartegen in, dat het niet raadzaam was op zulk eene stormachtige kust voor anker te blijven

41

ocr page 43

HET LEVEN VAN DEN

42

liggen. Hij deed ook opmerken, dat zulk een uitstel al te zeer den eersten ijver bekoelen zon, die gewoonlgk zooveel tot de overwinning bgdraagt. Bovendien konden de vijanden al dat dralen aan vrees toeschreven. Die verschillende redenen en bijzonder de warme overtuiging, waarmede de koning ze aanvoerde, haalden alle aanvoerders tot zijn gevoelen over, zoodat de aanval voor den volgenden dag werd vastgesteld.

Floofdstiik: IJl.

e eerste stralen van den dageraad waren het teeken om het gevecht aan te vangen. Prinsen , riddürs , soldaten , allen drongen voort in de richting van het strand. De koning zelf wierp zich geheel gewapend in zee en het water reikte hem tot aan de schouders. De lucht weergalmde van het krijgsgeschreeuw en spoedig was de oever met Franschen overdekt. De dappere Joinville was een der eersten , die aan land trad; dreef met zijne manschappen eene sterke af-deeling van het Sarraceensche leger terug. Dit

ocr page 44

HEILIGEN LODEWIJK

gaf aan de overige Fransche troepen gelegenheid «veneens voet aan wal te zetten en weldra was nu het gevecht algemeen. Het vijandelijk leger bood lang gedachten weerstand, maar moest eindelijk met verlies van vele dooden en gekwetsten van het slagveld wijken. De verschansingen van het Sarraceensche leger werden veroverd en het overschot van het nog kort te voren zoo talrijke leger der ongeloovigen moest in allerijl een schuilplaats zoeken in destadZgt;amic^e.

Intusschen tastte de vloot der kruisvaarders op krachtige wijze die der ongeloovigen aan. Ook hier was het gevecht hevig en hardnekkig, doch de Christenen behaalden een volkomene overwinning. Verscheidene vijandelijke schepen werden in den grond geboord of geënterd en buitgemaakt; de overige voeren de Nijl weder op, aldus aan de overwinnaars de monding vrijlatende. Alzoo behaalde Lodewijk dien dag eene dubbele zegepraal en bleef hij meester van de brug, die naar Damiate voerden. Den volgenden morgen zag men in deze stad de vlammen opgaan en eenige Christen-slaven brachten spoedig daarop in het kamp de tijding van de overhaaste vlucht der rfarracenen. Hunne nederlaag van den vorigen dag, alsook het gerucht, dat zich verspreid had van den dood huns sultans, sloeg hen zoodanig met schrik, dat zij deze gewichtige vesting verlieten, na dezelve aan •de vlammen te hebben prijsgegeven.

43

ocr page 45

HET LEVEN VAN DEN

Lodewijk nam alle noodige voorzorgen om niet in de strikken te vallen van een listigen vijand. Na de stad door eene afdeeling soldaten te hebben doen bezetten, terwijl andere bezig waren den brand te blnsschen, deed hij zijnen intocht, niet met de teekenen der zegepraal , maar met alle blijken der diepste nederigheid en der teederste godsvrucht. Blootshoofds en barrevoets begaf hij zich, gevolgd door zijne familie en de voornaamste legerhoofden , naar de hoofdmoskée, waar na de in zulke gevallen gebruikelijke zuiveringen, het H. Misoffer werd opgedragen. Van alle kanten stroomden vreugdetranen en aller hart was ontroerd door zulk een on ver wachten goeden uitslag. Aan den voet des altaars neergeknield , betuigde Lodewijk , hoewel met al den roem der helden overdekt, dat hij geen deel aan de overwinning had en alleen aan God de roem en eer toekwam.

Toen Sultan Melech-Sala de verovering zijner stad Damiate vernam, liet hij onmiddelijk vier en vijftig van de voornaamste officieren om hunne schandelijke vlucht ophangen. Vervolgens al zijne troepen verzamelende, liet hij den Franschen vorst tegen den 25quot; Juni een veldslag aanbieden. Doch Lodewijk gaf ten antwoord, dat hij geen vooraf bepaalden dag aannam, doch den sultan als vijand zou behandelen, waar en wanneer hij hem ook ontmoette. Buitendien hoopte hij partij te trekken van de verwarring»

44

ocr page 46

HEILIGEN LODEWIJK

die onvermijilelijk op den dood des sultans volgen zou; want hij wist, dat deze door eene ongeneeslijke ziekte was aangetast en daarom verschanste hij zich in zijne legerplaats.

Lodewijk volgde hierin den raad zijner voornaamste generaals, die het voortzetten van den oorlog gevaarlijk achtten, zoolang niet de versterkingen waren aangekomen, die onder hevel van den graaf van Poitiers in aantocht waren. Zij wezen ook op de brandende zomerhitte van Egypte en op het naderen der jaarlijksche overstrooming van den Nijl. De overvloedige regens namelijk, die gedurende de maanden Mei en Juni in de verzengde luchtstreek vallen, doen de wateren dezer rivier zoo sterk zwellen, dat de vloed buiten zijne oevers treedt en dat van de eerste helft van Juni af tot in het begin van September geheel Beneden-Egypte overstroomd is, welke overstroomingen juist de bron 'zijn van de vruchtbaarheid dezer landstreek.

De koning bracht derhalve het overige van den zomer te Damiate door. Met leedwezen zag hij echter hoe overvloed en ledigheid de krijgstucht in zijn leger verslapten, en, niettegenstaande de goede voorbeelden des heiligen konings en de waakzame zorgen der hoofdofficieren, gaven vele jeugdige ridders zich aan allerlei ongeregeldheden over. Lodewijk betreurde die ongebondenheid ten sterkste en trachtte door gepaste middelen de verdere verbreiding er van

45

ocr page 47

HET LKVEN VAN DEN

te stuiten. Toen echter de hevigste hitte voorbij was en de rivier wederom in hare bedding was teruggekeerd, liet hij zijne echtgenoote, koningin Margaretha, benevens de vrouwen, die baar gevolg uitmaakten, onder bescherming van een sterk garnizoen te Damiate achter en sloeg met zijn leger den weg naar Cairo in. Men was nu in de maand November. De versterking, door den graaf van Poitiers aangevoerd, had zich met het leger vereenigd , hetwelk nu over de zestigduizend strijders telde, waaronder twintigduizend ruiters. Den twintigsten dier maand zette men zich tegen den vijand in beweging, welke zijn kamp had opgeslagen op het punt waar de twee takken van den Nijl bij elkander schieten en die vastbesloten scheen met geweld den overtocht der rivier te keer te gaan.

Sultan Melech-Sela stierf den 26quot; November, na zijn zoon Almoadan tot opvolger benoemd te hebben. Deze was vroeger door zijn vader naar Mesopotamië verbannen en daarom moest volgens bevel des overleden sultans zijn dood tot aan de aankomst van dien opvolger geheim blijven. Het bevel van het muselmansche leger werd intusschen in handen gesteld van Facardin^ volgens getuigenis van Joinville de dapperste en bekwaamste veldheer der ongeloovigen. Facar-din rechtvaardigde maar al te zeer die keus. Onophoudelijk liet hij door snelle en kleine aanvallen het leger der kruisvaarders afmatten.

46

ocr page 48

HEILIGEN LODEWIJK

Door behendige bewegingen vertraagde hij hunnen marsch , vernielde hunne verdedigingswerken , onderschepte den toevoer van krijgsvoorraad en levensmiddelen en ontnam hun als het ware de hoop, dat zij ooit den oever zouden bereiken, waar hij gekampeerd was. Vooral de Bedouinen gaven den Christenen de handen vol werk. Deze Bedouinen waren een Arabische stam , die in de woestijn rondzwierf en van plundering, roof en moord leefden. Daar zij hun leven voor niets telden en buitendien doordrongen waren van het heidensch begrip, dat alles wat geschiedde, plaats had door eene onherroepelijke beschikking van het on veranderlik noodlot, stelden zij zich blindelings aan de grootste gevaren bloot. De wijze van oorlogvoeren dier woeste horde verplichtte de Christenen tot eene voortdurende en onophoudelijke waakzaamheid. Niet zelden gebeurde het, dat zij in het duistere van den nacht de legerplaats der kruisvaarders binnenslopen , ten einde de belooning te verdienen , die de sultan op het aanbrengen van het hoofd eens Christen gesteld had.

Zoo stonden de zaken toen de kruisvaarders reeds uitgeput van vermoeienis en ontmoedigd door de vruchtelooze pogingen, welke zij sinds drie maanden aanwendden om den overtocht over de Nijl te bewerkstelligen , er reeds aan begonnen te denkeu naar Damiate terug te keeren. Er kwam gebrek aan levensmiddelen en

47

ocr page 49

HET LEVEN VAN DEN

het leger werd met eiken dag zwakker door de herhaalde gevechten, die hoewel vrij moorddadig, toch tot geene beslissing leidden. Zij wouden dit plan ongetwijfeld ten uitvoer gebracht hebben, hadde niet een Bedouïen aangeboden hun voor eene zekere som gelds eene waadbare plaats aan te wgzen, waar de geheele ruiterij doortrekken kon. Men hield dien man aan zgn woord. De koning verlangde niets liever dan handgemeen te worden en meende zeker te zgn van de overwinning, mits hij slechts aan de overzijde der rivier ware.

Den volgenden dag, 8 Februari 1250, werd de overtocht bewerkstelligd. De graaf van Ai'tois, broeder des konings, drong daarbij tegen de bevelen van Lodewijk in, te ver vooruit. Gevolgd door de Tempeliers en Hospitaalridders , benevens door den graaf van Salisbury met zijne Engelschen, overrompelden zij het kamp der Sarracenen, waarbij dezer opperbevelhebber Fa-cardin sneuvelde, verstrooide de vijanden aller-wege en drong door tot in de stad Massoure. Nu echter bemerkten de Sarraceensche legeraanvoerders, dat zij slechts met eene handvol Franschen te doen hadden, Zij verzamelden zich onder Bondocdar, den bevelhebber der Mame-lukken, overvielen de Franschen, die door geheel de stad verspreid waren, en behaalden, ondersteund door de burgers der stad eene gemakkelijke zegepraal. De graaf van Artois moest zijne ver-

48

ocr page 50

HJSILIGEN LODEWIJK

metele ongehoorzaamheid aan de bevelen des konings met den dood bekoopen. Met hem vielen ook de graaf van Salisbury en eene groote menigte ridders en soldaten en slechts weinigen mocht het gelukken aan de verschrikkelijke wraak der Muselmannen te ontsnappen.

De koning had dit ongeluk voorzien; zoodra hij den graaf van Artois met zoo weinig soldaten op den vijand zag afgaan, haastte hij zich het geheele leger aan de overzijde der rivier te brengen , ten einde zijn broeder ter hulp te snellen. Zonder tegenstand te ontmoeten drong hy in het kamp der Sarracenen door, maar spoedig werd hij van alle kanten door eene ontelbare menigte barbaren aangetast. Bondocdar liet overal rondroepen. dat de koning der Pranschen in Massoure den dood gevonden had, en ten bewijze hiervan liet hij den met leliën bestikten wapenrok van den graaf van Artois voor zich uitdragen. Nu kwamen de Sarracenen, van hun schrik bekomen, van alle zijden opzetten om den dood van hunnen veldheer Fa-cardin te wreken. Koning Lodewijk verrichtte dien dag wonderen van dapperheid en nam de meest geschikte maatregelen om zich in het bezit van het veroverde legerkamp staande te houden. Eindelijk maakte de invallende nacht een einde aan het gevecht. Bondocdar trok zich onder de muren van Massoure terug en Lodewijk

4

49

ocr page 51

50 HET LEVEN VAN DEN

bleef meester van het kamp en de oorlogswerktuigen zijner vijanden. Doch toen hg des nachts alleen in zijne tent was en de geledene verliezen hem voor den geest kwamen, kon hg zijne tranen niet meer bedwingen en vond slechts rust in een vurig gebed voor de zielen zijner gesneuvelde wapenbroeders.

Dien nacht bleef het niet geheel rustig. De Sar-racenen beproefden herhaaldelijk hunne oorlogswerktuigen te hernemen , doch gelukkig werden hunne aanvallen afgeslagen. Drie dagen daarna echter kwam Bondocdar, die de eer eener overwinning op de Franschen niet aan den nieuwen Sultan wilde overlaten en daarom al zgne strijdkrachten verzameld had, de Franschen in het kamp zelf bespringen. Zoodra de koning dit opzet bemerkte , verdeelde hij zijn geheel leger in acht afdeelingen voetvolk. In de laatste gevechten waren bijna alle paarden gedood r zoodat er slechts enkelen voor de aanvoerders overbleven.

De barbaren kwamen in ontzettende drommen opdagen en trachtten door het werpen van grieksch vuur de gelederen der Christen strijders te verbreken en overhoop te werpen. Doch de Franschen, door het voorbeeld huns konings aangemoedigd, sloegen de meest verwoede aanvallen af en zonder ruiterij behaalden zij eene schitterende overwinning op een viermaal sterkeren vijand.

ocr page 52

HEILIGEN LODE WIJK

Het behaalde voordeel was groot, doch het kwam er op aan er nog verder partij van te trekken. Het leger was tot op de helit versmolten en daarom kon men niet beter doen dan naar Damiate terug te keeren en daar hulp te wachten uit Europa. De koning was meester van de beide oevers van den Tanis (een arm van de Nijl,) er was een brug om de gemeenschap te onderhouden en na het verlies van twee veldslagen waren de Sarracenen niet in staat er zoo spoedig een derden te leveren. Dit was het eenige wat er te doen viel, doch in stede daarvan bleef het geheele leger der Christenen gedurende het overige van den vasten op dezelfde plaats gekampeerd.

Intusschen was de nieuwe sultan Almoadan te Massoure aangekomen, waar zijn leger ziender-oogen toenam , want het stond vast bij de Sarracenen, dat de Franschen door den nieuwen sultan zouden geslagen worden.

In het Christen leger braken middelerwijl besmettelijke ziekten uit. Men had alle gesneuvelden in de rivier de Tanis geworpen, zoodat zich op verschillende plaatsen hoopen van lijken gevormd hadden, welke in staat van ontbinding verkeerende, de lucht verpestten. Tot overmaat van ramp onderschepten de Sarracenen, nu de sterksten geworden, allen toevoer van levensmiddelen . die de koningin uit Damiate afzond , zoodat aldra het scherpe zwaard van den

51

ocr page 53

HET LEVEN VAN DEN

honger zich iu het legerkamp deed gevoelen.

De koning , die door de behaalde overwinningen niet opgeblazen was geworden, werd door zoovele rampen niet neergedrukt. Zich zeiven als vermenigvuldigende stelde hij niet alleen zooveel mogelijk op alle zaken orde, hij verpleegde ook met eigen hand de zieken en gekwetsten. Eindelijk echter bezweek hij onder de vermoeienissen en werd gevaarlijk ziek. In dezen uitersten nood stelde men den ongeloovigen een wapenstilstand voor, doch daar zij den koning zeiven als gijzelaar eischten, werden alle onderhandelingen afgebroken. De kruisvaarders verklaarden, dat zij zich eerder tot den laatsten man toe zouden laten dnoden, liever dan hun koning overleveren. Het Fransche leger zag zich nu genoodzaakt over de rivier terug te trekken. Doch ook hier lieten de Sarracenen hen niet gerust; zij achtervolgden de kruisvaarders, die al strijdende terugweken tot aan Casel, eene kleine stad , waarin zij meenden eenige verademing te zullen vinden. De Sarracenen sloten nu de stad in en namen den koning met het overschot van zijn leger gevangen, terwijl zij de zieken en gekwetsten, die op schepen naar Damiate vervoerd werden , wreedaardig vermoordden. Men voerde de krijgsgevangenen naar Massoure, waar allen, de koning uitgezonderd, aan wien men eene afzonderlgke tent gaf en een enkel bediende liet, op een groot plein in

52

ocr page 54

HEILIGEN LODEWIJK

de open lucht gelegerd en bewaakt werden.

In zijn gevangenschap scheen koning Lodewijk even groot als in zijne gelukkigste veldslagen; de ongelukken , die hem troflen , namen zijn grootmoedige kalmte niet weg. Hij dankte God, dat Hij hem waardig oordeelde voor zijne eer te lijden en met standvastigheid bleef' hij alle voorstellen weigeren, die tegen zijn geweten of zijne eer indruischten. Tevergeefs bedreigde hem de sultan hem naar den kalit van Babylon te zullen zenden, die hem in een kerker zou werpen, dien nog nooit een gevangene levend verlaten had; niets was in staat zijne standvastigheid aan het wankelen te brengen; de afgrijselijkste straffen, waarmede men hem bedreigde , maakten niet den minsten indruk op zijnen geest en wanneer men hem over den hevigen toorn van den sultan sprak, dan antwoordde hij met bescheidenheid: »Ik ben zijn gevangene, hij kan met mij handelen naar goedvinden. Alleen in den godsdienst zocht de koning zijnen troost. »Slechts Gij, o mijn Godquot;, riep Lodewijk nu en dan uit, » slechts Gij zijt waardig gediend te worden, zelfs dan als Gij uwe dienaars slaat.quot;

De krijgsgevangenen, wier getal zeer groot was, waren in de eerste dagen vooral op zeer barbaarsche wijze behandeld; de zieken en gekwetsten wierp men in het water, terwijl men de gezonden met een verschrikkelijken dood

53

ocr page 55

HET LEVEN VAN DEN

dreigde, indien zij den Islam niet wilden aannemen. Doch spoedig stelde de sultan paal en perk aan die gewelddadigheden, niet uit mensch-lievendheid, maar omdat hg hoopte langs den weg van zachtheid eerder in het bezit te zullen geraken van Damiate en de overige plaatsen , die de Christenen in het Oosten bezet hielden. Hij zond den koning een geneesheer en veroorloofde hem den patriarch van Jerusalem uit Damiate te doen komen , ten einde over den vrede te onderhandelen. Bij de voornaamste krijgsgevangenen liet hij vernemen , hoeveel losgeld zij ongeveer konden betalen.

Toen Lodewijk dit laatste vernam, liet hij hun boodschappen, dat zij geene voorstellen van dien aard moesten aannemen. »Alleen de rijken zouden zich kunnen vrijkoopen; dat allen vertrouwen hebben op mijquot;, zeide de koning, »ik zal niet aan mijne eigene vrijheid denken, voordat die van alle overigen verzekerd is.quot;

Daar het nu den koning , uit het verslag , hetwelk de patriarch van Jerusalem hem deed, volkomen duidelijk werd, dat Damiate bij den eersten stoot bezwijken zou, werd er een wapenstilstand gesloten, waarbg de koning met alle krijgsgevangenen de vrijheid terugkreeg, tegen overgave van Damiate en betaling van eene vrij aanzienlijke som in goud. Van weerszijde bereidde men zich nu tot uitvoering van het vredesverdrag voor, toen Almoadan door de

54

ocr page 56

HEILIGKN LODEWIJK

Mamelukken vermoord werd. Een hunner, Octaï genaamd, rukte den verslagen vorst het hart uit het lichaam en met nog bebloede handen in de tent des konings doordringende, zegde hy : » Wat zult gij er mij voor geven, dat ik u ontslagen heb van een vijand, die u naar het leven stond?quot; Door schrik en afgrijzen aangegrepen, gewaardigde zich Lodewijk hem niet te antwoorden. Daarop zette de woesteling hem de punt zijns degens op de borst en riep: »Gij hebt de keus te sterven door mijne hand, of mij op staanden voet tot ridder te slaan.quot; — » Word Christenquot;, antwoordde de onverschrokken vorst, »en ik zal u ridder maken.quot; Deze krachtdadigheid bracht den barbaar van zijn stuk, hij durfde zijne bedreiging niet ten uitvoer brengen en trok in stilte af.

Een oogenblik daarna drongen de andere moordenaars des sultans in des konings tent binnen, doch in zijne tegenwoordigheid gekomen, legden zij hunne woestheid af en voor hem nederknielende, zegden zij: »Vrees niets, heer koning, gij zijt volkomen in veiligheid; wij eischen slechts de uitvoering van het gemaakte verdrag.quot; De koning had niet de minste moeite hen te overtuigen, dat hij zijn woord houden zou. Voor zijn invrijheidstelling moest hij Damiate overleveren en vierhonderd duizend gouden byzantijnen betalen. De vierhonderd duizend Byzantijnen zou hij uit Acre afzenden, wanneer hij

55

ocr page 57

56 HET LEVEN VAN DEN

een gedeelte der krijgsgevangenen, hetwelk de sultan, tegen zijne belofte in, naar Cairo had laten voeren, liet afhalen. Ook de oorlogswerktuigen moest hij tot onderpand te Damiate achterlaten. Nu echter ontstond er eene moeie-lijkheid, daar de emirs, om zich van de naleving des verdrags te verzekeren, een godslasterenden eed van hem vorderden. Doch de koning, de bedreigingen der emirs voor niets achtende, kwam door zijne geestkracht ook deze moeielijk-heid te boven en de ongeloovigen waren verplicht hun onrechtvaardigen eisch te laten vallen.

De emirs waren door Lodewijks krachtdadigheid zelfs zoozeer getroffen, dat zij er over beraadslaagden hem tot sultan uit te roepen. Alleen de gedachte, dat hij op het punt van den godsdienst onverzettelijk zou zijn en spoedig hunne moskeen zou omverwerpen om den chris-telijken godsdienst te herstellen, weerhield hen.

De koning scheepte zich nu met de overige krijgsgevangenen, te Massoure aanwezig, in en de schepen zetten koers naar Damiate. Zoodra men in het gezicht dier stad gekomen was, kwam de koningin haren koninklijken gemaal te gemoet en wei'den de sleutels der stad aan de emirs ter hand gesteld. Onmiddelijk stormden nu de barbaarsche troepen de stacl in en vermoordden , ondanks de bepalingen van het gesloten verdrag een aanzienlijk gedeelte van het Fransche leger. Ook den koning en den overige

ocr page 58

HEILIGEN LODEWIJK

krijgsgevangen werd door de woeste horden der emirs hetzelfde lot toegedacht, en zij zouden ongetwijfeld hun boos opzet volvoerd hebben , indien niet een wel is waar zwak, maar nog niet geheel afgelegd gevoel van schaamte, gevoegd bij het verlangen naar de vierhonderdduizend gouden byzantijnen , die de koning hun uit Acre moest toezenden, hen weerhouden had.

Eenigen tijd daarna vertrok Lodewijk naar Palestina, ofschoon hij slechts een slecht ingericht vaartuig te zijner beschikking had en nog niet geheel hersteld was van zijne laatste ziekte. De overtocht duurde zes dagen. De geheele bevolking der stad Acre kwam den koning en de zijnen tegemoet. Hier hoopten nu de kruisvaarders na zoovele vermoeienissen eenige verademing te vinden. Maar weldra richtte de pest, die zij uit Egypte hadden meegebracht, grootere verwoestingen onder hen aan dan het zwaard der Sarracenen.

In deze verschrikkelijke omstandigheden verliet de koning zyne soldaten niet; geneesmiddelen geld, woorden van troost en opbeuring, zijn eigen persoon, — niets was hem te lief, als het er op aankwam den nood zijner soldaten te lenigen. Het gezicht van zoovele ellenden wekte in het hart des konings de gedachte aan den betreurenswaardigen toestand, waarin hij wel besefte, dat zijne krijgsgevangen landge-nooten in Egypte verkeerden. Hij zond der-

57

ocr page 59

HET LEVEN VAN DEN

halve de vierhonderdduizend gouden byzantijnen, die nog te betalen bleven. Doch zijne gezanten kwamen bijria onverrichter zake terug. De Sar-racenen gevoelden spijt, dat zij den koning voor zulk in hun oog onbeduidend losgeld ontslagen hadden, en, in weerwil van het door hen met eede bezworen verdrag, hadden zg alle oorlogswerktuigen van het leger der kruisvaarders verbrand en de krijgsgevangenen onder elkander verdeeld, die nu op onmenschelijke wijze behandeld werden. Alle zieken en gekwetsten waren vermoord. Niet weinigen waren bij het zien der mishandelingen, waaronder hunne makkers als martelaars voor het geloof stierven, afvallig geworden en hadden de leer van den valschen profeet Mahomet omhelsd, zoodat de afgevaardigden des konings tegen betaling van een hoog losgeld er slechts vierhonderd uit hunne harde slavernij konden ontslaan.

De koning zag nu in, dat hij de vijandelijkheden zou moeten hervatten, omdat de emirs van Egypte het verdrag niet naleefden. Hij riep nu eenen krijgsraad bijeen en legde omstandig den staat van zaken bloot. Hij ontvouwde de redenen, die hem noopten naar Frankrijk terug te keeren, er op wijzende, dat hij over slechts weinige troepen in het Heilig Land beschikken kon en dat de koning van Engeland op het punt stond den oorlog tegen zijn koninkrijk te hernieuwen. Van de andere zijde schilderde hij de

58

ocr page 60

HEILIGEN LOÜRWIJK

trouweloosheid der Egyptenaars en den ellendigen toestand der krijgsgevangenen, die hij bij zijn vertrek naar Europa aan de barbaarsche woede der ongeloovigen zou prijsgeven. Over acht dagen zeide de koning tot zijne generaals, zou hij hen nogmaals bijeenroepen om hun gevoelen te hooren.

Toen de acht dagen verstreken waren, werd de vergadering gehouden en de meerderheid verklaarde er zich voor, dat de koning zoo spoedig mogelijk naar Frankrijk terugkeeren zou. Wel verhieven zich eenige welsprekende stemmen tegen dezen raad, doch ieder bleef bij zijn gevoelen. Lodewijk evenwel stelde de beslissing acht dagen uh. Op deze derde vergadering verklaarde de koning, dat hij overtuigd was, dat ieder volgens zijn geweten gesproken had; dat hij niet minder dank zegde aan hen , die op zijn spoedigen terugkeer naar Frankrijk aandrongen, als aan hen, die hein aanraadden in Palestina te big ven; dat hem echter zijne tegenwoordigheid in zijn koninkrijk niet volstrekt noodzakelijk toescheen, dewijl de koninginmoeder voortging het land met beleid en voorzichtigheid te besturen. Daarom was hij besloten nog eenigen tijd in Palestina te blijven , niet alleen ter wille zijner krijgsgevangen onderdanen, maar ook om hulp te verschaffen aan de bewoners van het Heilig Land. Hij voegde er bij, dat hij niemand wilde dwingen, maar dat hij

59

ocr page 61

HET LEVEN VAN DEN

evenwel zeer dankbaar zijn zou aan diegenen r welke bleven wilden.

Dit besluit verwonderde velen , en slechts eenigen der aanzienlijkste edelen veranderden van meening. De overigen gebruik makende van de vrijheid, welke Lodewijk aan ieder verleende, brachten alles voor een spoedig vertrek naar Europa in gereedheid. De heilige koning benuttigde deze gelegenheid om een brief te richten aan zijne landgenooten, waarvan wij hier aanhef en slot laten volgen, dewijl het overige slechts een kort verslag is van de gebeurtenissen r die wij reeds in dit hoofdstuk verhaald hebben. Men zal daarin zulke verhevene en christelijke gevoelens opmerken, dat men gevoelen zal, dat alleen een koning, door de geest Gods bezield,, zulk een taal kan voeren.

»LODEWIJK, door de gratie Gods koning der Franschen, aan al onze waarde en getrouwe onderdanen, prelaten , baronnen , krijgslieden , burgers en aan al degenen, die deze letteren zien zullen, heil en groete. Verlangende ons tot eer en roem van Gods heiligen naam te kwijten van de gelofte, die wij hebben afgelegd, toen wij het kruis op onze borst hechtten, hebben wg gemeend aan u allen het volgende ter kennis te moeten brengen.

Na de verovering van Darmate, hetwelk onze Heer Jesus Christus in zijne oneindige barmhartigheid als door een wonder in onze handen

60

ocr page 62

HEILIGEN I.ODEWIJK

tad geleverd , (1).................

Wij hadden gemeend, dat na den gesloten wapenstilstand, de krijgsgevangenen in vrijheid gesteld zouden worden en het Heilig Land tien jaren in rust zou verkeeren, en daarom hadden wij besloten naar Frankrijk terug te keeren , voor welken terugkeer reeds alle schikkingen getroffen waren. Edoch duidelijk ziende, zooals uit ons verhaal genoegzaam blijkt, dat de emirs , zonder zich door hunnen eed gebonden te achten , den wapenstilstand schonden, hebben wg den raad ingewonnen der Fransche baronnen, der prelaten , der Tempel- en Hospitaalridders en van de ridders der Duitsche orde, alsmede van de baronnen van het koninkrijk Jerusalem. De meesten hebben betuigd, dat hen in de tegenwoordige hachelijke omstandigheden te verlaten , gelijk zou staan met hen in de handen der Sarracenen over te leveren en voor altijd de krijgsgevangenen aan hun ellendig lot over te laten; terwijl integendeel uit ons blijven met Gods hulp groot nut en voordeel kon voortspruiten : de veiligheid der plaatsen , die nog in het bezit der Christenen zijn, de verlossing der krijgsgevangenen en wellicht nog verdere voordeelen, ter oorzake van den oorlog, die nu

(l) Hier volgt het verhaal van de reeds in dit hoofdstak beschreven gebeurtenissen. Dit gedeelte van den brief mag dus veilig achterwege blijven.

61

ocr page 63

HET I.EVEN VAN DEN

onlangs tusscben den sultan van Aleppo en de Egyptenaars ontstoken is, daar de sultan reeds Damascus heeft ingenomen en zich gereed maakt naar Egypte te trekken, ten einde den moord van Almoadan te wreken. Al die zaken rijpelijk overwogen hebbende, in aanmerking genomen ook den jammerlijken staat van het Heilig Land, tot welks bulp wij Europa verlieten, en ook doordrongen van medelijden met de krijgsgevangenen , die misschien het geloof zouden verzaken , indien zij ons zagen vertrekken, hebben wij, tegen den raad van verscheidene edelen in, het besluit opgevat nog eenigen tijd in Syrië te vertoeven, totdat wij zooveel mogelijk orde en rust hersteld ea de bevrijding der gevangenen zullen bewerkt hebben. Wij zenden nu onze waarde broeders, de graven van Poitiers en Anjou naar Frankrijk terug, tot troost van onze' zeer dierbare moeder en van het geheele koninkrijk.

Alle Christenen moeten met ijver voor onze zaak bezield zijn en gij vooral, eerwaarde geestelijken, die de opvolgers zijt van die uitgekozen mannen, welke God zich in het Heilig Land bijzonder had toegewijd; wij noodigen u uit Dengene te komen dienen, welke om u zalig te maken, zijn bloed heeft willen storten op het kruishout, dat geheiligde hout, hetwelk de ongeloovigen, tot schande van den christelyken naam, eiken dag met voeten durven treden. Moed dus , soldaten van Jesus Christus, volgt

62

ocr page 64

HEILIGEN LODEWIJK

het voorbeeld uwer voorouders, die ter verdediging van den godsdienst het heelal vervuld hebben met de mare hunner grootsche daden. Wij zgn u voorgegaan, komt, volgt ons, en met Gods barmhartigheid zult gij de belooning erlangen , die de vader des huisgezins uit het Evangelie evenzeer uitdeelt aan de laatsten al» aan de eersten. Behalve dat gij, indien gij zeiven komt of ons troepen toezendt, de algemeene aflaten zult verdienen, aan de kruisvaarders verleend , zult gij u bovendien aanbevelenswaardig maken voor God en de menschen. Haast u derhalve, opdat diegenen, wien God de goede gedachte inboezemt ons ter hulp te komen, gereed zijn te vertrekken in de maand April of Mei aanstaande of ten laatste met St. Jan; de zaak vereischt wel dat men spoed make. En gg , prelaten en andere getrouwen van Jesus Christus, bidt voor ons en voor het Heilig Land en maakt dat de Heer aan uwe gebeden en aan die der deugdzamen , welke aan uw gezag onderworpen zijn, verleene wat de menigte onzer zonden belet, dat Hij aan onze gebeden en smeekingen verleene.

Gegeven te Acre, in het jaar O. H. duizend tweehonderd en vijftig, in de maand Augustus.

ea

ocr page 65

fJoofdstuk IV.

a het vertrek der graven van Poitiers en Avjou dacht de koning ernstig aan het werven van troepen, doch zijne pogingen hiertoe bleven zoo goed als quot;vruchteloos. Intusschen wist hij meesterlijk partij te trekken van een twist, die tusschen de on-geloovigen zeiven onstaan was. De sultan van Damascus namelijk liet Lodewijk het voorstel doen zich met hem te vereenigen, om de emirs uit te delgen, die hun vorst vermoord hadden en nooit de vredesverdragen eerbiedigden. De koning gaf ten antwoord. dat hij nog eene poging bij hen zou in het werk stellen om te zien, of zij genegen waren in het vervolg stipter hunne verbintenissen na te komen en dat hij zich, ingeval van weigering van hunnen kant, bg den sultan voegen zou. Hg vaardigde Jan van Valence, een der dapperste en verstandigste ridders van zijn leger naar hen af, om de uitvoering van het verdrag van Damiate van hen te vorderen, of hun den oorlog te verklaren. Hij zelf bleef intusschen niet werkeloos, maar liet met alle kracht aan de versterkingen werken van de stad Acre, het voornaamste bolwerk der Christenen in die streken.

Omtrent dien tijd ook bracht hij met bedaard

ocr page 66

HEILIGEN LODEWIJK

overleg en gepaste maatregelen het opperhoofd van een woesten bergstam tot rede, zoodat deze in stede van Lodewijk de geschenken af te persen, welke hij gewoon was geweest te ontvangen, niet alleen van den keizer van Duitschland en den koning van Hongarije, maar ook van den sultan van Babyion en andere vorsten, aan Lodewijk zeiven prachtige geschenken liet aanbieden.

De koning smaakte er eene groote voldoening over, dat hij dezen barbaar genoodzaakt had zich te vernederen en erkende de hand Gods in zulk eene buitengewone gebeurtenis. Hij werd daardoor nog zachtmoediger en legde zich nog met grooteren ijver er op toe zijne gebreken af te leggen. Hy wist dat men de koningen nooit voor hunne gebreken waarschuwt, dat men hen slechts over hunne deugden en goede hoedanigheden spreekt. Daarom koos hij, ten einde de vleierij te vermijden en zichzelven grondig te leeren kennen, onder zijne hovelingen een man van eer uit, wien hij den last opdroeg hem alles mede te deelen, wat er van hem gezegd werd en hem tevens te waarschuwen voor zijne fouten en gebreken, opdat hij zich verbeteren konde. En hoe bitter die vermaningen ook waren, hij ontving ze met zachtzinnigheid en trachtte er zijn voordeel mede te doen. Lodewijk toonde ook een diepen eerbied voor zgn biechtvader, Geoffroi de Beaulieu. Eens

5

65

ocr page 67

HET LEVEN VAN DEN

dat hij in zijne kapel zijne biecht sprak en damp; deur openging, stond de koning op, om ze te gaan sluiten, zeggende: »Gg zijt mijn vader, ik ben uw zoon, dus moet ik u dienen.quot;

Lodewijk, een streng en onpartijdig rechter in de zaken van anderen, legde een bewonderenswaardig geduld aan den dag in alles wat zijn eigen persoon betrof. Zijne bedienden hadden nooit over drift of korzeligheid te klagen, hij verontschuldigde integendeel hunne fouten. Eens dat een zijner kamerknechten hem een druppel brandende was op zgn been liet vallen , ontlokte de hevige pijn hem slechts de volgende woorden. »Mijn grootvader heeft u vroeger voor eene veel mindere fout uit zijn dienst ontslagen.quot;

Intusschen verwierf de afgevaardigde des konings bjj de Egyptische emirs den gewenschten uitslag. Al aanstonds werden meer dan twee honderd ridders uit de gevangenschap ontslagen en de emirs zonden tegelijkertijd afgezanten naar Lodewijk om hem zijne vriendschap en steun af te smeeken. De koning beloofde bun die, op voorwaarde, dat zij onmiddelijk alle krijgsgevangenen zouden in vrijheid stellen, dat zg de christenkinderen zouden terugzenden,, die men verplicht had de wet van Mahomet te omhelzen, en dat het koninkrijk Jerusalem zou teruggegeven worden. Jan van Valence werd naar Cairo gezonden om dit nieuwe ver-

66

ocr page 68

HEILIGEN LODEWIJK

drag te slniten. Lodewijk benuttigde intusschen den bloedigen oorlog tnsschen de Sarracenen van Egypte en die van Syrië uitgebarsten , om verscheidene belangrijke steden te versterken.

De koning wachtte er zich echter voor te veel op de getrouwheid van een van beide partijen te rekenen. Hij was voortdurend op zijne hoede en de uitkomst rechtvaardigde maar al te zeer zijne bezorgheid. Na herhaalde en bloedige veldslagen, sloten de sultan en de emirs vrede met elkander en keerden nu ver-eenigd hunne wapenen tegen de christenen. Weldra verscheen de sultan onder de muren van Acre. Echter niets tegen de stad zelve durvende ondernemen, koelde hij zijne woede op tweeduizend arbeiders, die bezig waren de muren van Sidon op te bouwen. Die onge-lukkigen werden tot den laatsten man vermoord , de stad werd geplunderd en de opgerichte versterkingswerken geslecht. Gelukkig had Lodewijk nog bij tijds eene schuilplaats kunnen vinden in een nabijgelegen kasteel, dat door de zee omringd werd.

Zoodra de sultan afgetrokken was, verliet de vrome koning het kasteel om het toezicht te houden over de begrafenis van de lijken der verslagenen en daarbij zelf de behulpzame hand te bieden. Vervolgens hervatte men den aanleg der verdedigingswerken van Sidon en in korten tijd waren de muren opgetrokken. Lodewijk

67

ocr page 69

HET LKVEN VA.N DEN

spaarde geene kosten, hoe hoog zij ook liepen. Toen men hem eens de tijding kwam brengen, dat een schip met veel geld geladen, schipbreuk had geleden , gaf hij eenvoudig ten antwoord: »Noch dit verlies, noch eenig ander kan mij aftrekken van den dienst, dien ik mijnen God verschuldigd ben.quot;

Intusschen waren de graven van Anjou en Poitiers in Frankrijk aangekomen , waar zij door hunne moeder, koningin Blanca, met veel liefde ontvangen waren. Hare gezondheid was sedert eenige jaren zeer verzwakt. De regeeringszorgen hadden hare krachten geknakt, en daar zij zich in geweten verplicht rekende alle gewichtige zaken met eigen oogen na te gaan, genoot zij nooit eene voldoende rust.

Van tijd tot tijd zond de regentes aan den koning bericht omtrent den gan;? der zaken en drong op zijne terugkomst aan. Sedert het vertrek baars zoons had zij altijd een voorgevoel gehad, dat zij hem niet zou wederzien. En inderdaad tegen het einde der maand November 1252 namen hare krachten zichtbaar af en begon zij zich met bijzonderen ernst tot den dood te bereiden , die haar kort daarna trof.

De graven van Anjou en van Poitiers namen nu de teugels van het bewind in handen en schreven naar het Heilig Land welk een groot verlies Frankrijk geleden had. De pauselijke

68

ocr page 70

HEILIGEN LODEWIJK

69

legaat ontving het eerst die droevige tijding en wetende wat eene teedere liefde de koning voor zijne moeder koesterde , meende hij hem met omzichtigheid te moeten mededeelen , welk een slag hem getroffen had. Hij begaf zich naar den koning met diens biechtvader en den aartsbisschop vau Tyrus. De koning bemerkte onmiddelijk aan het gelaat van den pauselijken legaat, dat deze hem een treurig nieuws had mede te deelen eu begaf zich met zijne bezoekers naar de koninklijke kapel. Toen stelde de legaat den koning voor, welke groote verplichtingen hij had aan God, dat Hij hem zulk eene goede moeder geschonken had, welke hem zoo goed had onderwezen en zijne staten met zooveel beleid en zorg bestuurd had. Vervolgens voegde hij er met eene snikkende stem by, dat die goede moeder nu in den hemel was. De koning wierp zich onder het storten van tranen voor het altaar en de handen samenvouwende sprak hij: »Ik dank u, myn God, dat gij mij zulk eene goede moeder zoolang gelaten hebt, als het u heeft behaagd; het is waar, Heer, dat ik haar teeder liefhad, doch nu het ü behaagt haar mij te ontnemen, dat uw naam gezegend zij in alle eeuwen der eeuwen.quot; De legaat deed vervolgens de gebeden voor de ziel der overledene, waarna de koning verklaarde, dat hy gaarne alleen wilde zijn. De legaat en de aartsbisschop gingen nu heen

ocr page 71

HET LEVEN TAN DEN

en alleen de biechtvader bleef by den koning. De koning bleef eenigen tijd in overweging voor het altaar knielen, vervolgens zong hij met zijn biechtvader het officie voor de overledenen , waarna hij zichtbaar getroost opstond. Vervolgens woonde hij eiken dag der week eene gelezene mis bij voor de zielerust der koningin.

Naarmate Lodewijk voor zijne moeder liet bidden, voelde hij zijne smart verminderen; de gedachte aan hare uitstekende deugden en innige godsvrucht versterkte zijne hoop, dat hij haar eenmaal in den hemel zou wederzien. De gedachten aan het eeuwig geluk, dat hem altoos voor den geest stond, wischten langzamerhand in zyn geest de gedachten aan aardsche zaken uit en zoo smaakte hij ook den grooten en innigen troost, dien de deugdzamen in alle ongelukken des levens vinden, door ze te beschouwen als een uitwerksel van den aan-biddelijken wil Gods.

Het was nu bijna zes jaar geleden , dat Lodewyk Frankrijk verlaten had en zijne moeder Blanca regeerde niet meer om het in zijnen naam te besturen. De koning van Engeland dreigde met een vredebreuk; de oorlog was in Vlaanderen uitgebroken , — alles liep dus samen om Lodewijk naar zijne staten terug te roepen. Hg scheepte zich nu te Saint-Jean-d1 Acre in , te midden van eene tallooze menigte christenen ,

70

ocr page 72

HEILIGEN LODEWIJK

•uit geheel Palestina samengestroomd om hem nog eenmaal te aanschouwen. Allen noemden den. koning hun vader, allen overlaadden hem met zegeningen en smolten in tranen. Lodewijk riep hun allen een teeder vaarwel toe en betuigde hun zij;a leedwezen dat hij moest vertrekken , voordat hij alles voor hen gedaan had wat hij gewenscht had voor hen te doen.

Lodewijk nam zijne reis over Chyprus en landde na een vrij voorspoedigen tocht den 10quot; Juli 1253 op de Hyerische eilanden in de nabijheid van de kust van Provence, van waar hij den 5n September van hetzelfde jaar Vin-■cennes bereikte. Reeds den volgenden dag begaf hij zich naar Saint-Denis om op het graf der heilige martelaren te bidden. Eenige dagen daarna deed hij zijnen intocht binnen Parijs onder de toejuichingen van het volk, dat nu tranen stortte van vreugde , gelijk het er by zgn vertrek gestort had van droefheid.

Van zijne teederste jeugd af had Lodewijk bewijzen gegeven van heiligheid. Onder den invloed eener godvruchtige opvoeding had zijne gelukkige inborst zich zoodanig ontwikkeld, dat hij spoedig de hartstochten en zwakheden aan de menschelijke natuur eigen, overwonnen had; de jacht, de vischvangst en de muziek hadden slechts korten tijd zijne aandacht sterk getrokken. Nauwelijks had hij den leeftijd bereikt, waarin de meeste menschen de genoegens en

71

ocr page 73

HET LKVEN VAN DEN

plezieren najagen of hij versmaadde ze, en zich geheel aan zijne plichten toewijdend, was hij begonnen met datgene, waarmede de grootste koningen eindigen. Doch toen hij de vijanden des geloofs bestreden had, verdubbelde zgn ijver. Bij de terugkeer uit het Heilig Land scheen hij van meening, dat de vermoeienissen , die hy daarvoor Jesus-Christus geleden had, hem tot een gestrenger en meer verstorven leven verplichtten. Zich herinnerende, dat hij naar de eer gestreefd had een martelaar te zgn, wilde hg op dien weg niet terugdeinzen ea hij was gelukkig genoeg dit zgn geheele leven niet te vergeten.

Nadat hg eenige dagen gewijd had aan zijne onderdanen, die allen den geliefden vorst, van wien men hun zooveel schoons en goeds verhaald had, aanschouwen wilden, legde hg zich met de borst er op toe de misbruiken te doen ophouden, welke gedurende zgne afwezigheid waren ingeslopen; want hoe bekwaam de regentes ook geweest ware, zg had niet in alles kunnen voorzien. Hij liet in het geheele koninkrijk een bevel afkondigen , om de afpersingen der rechters te onderdrukken, om den spoedigen gang der rechtsgedingen te bevorderen en om den woeker, de godslasteringen, de kansspelen en andere ongeregeldheden meer, tegen te gaan. Zijn raad bestond slechts uit verlichte en deugdzame mannen. Om meer van nabij de behoeiten van

72

ocr page 74

HEILIGEN LODEWIJK

zijn volk te leeren kennen, besloot hij zelf zijne verschillende staten te doorreizen. Ouder een dier reizen kwam de Sire de Joinville voor Thibaut V, graaf van Champagne en koning van Navarre aan Lodewijk de hand vragen zijner dochter Isabella, Lodewijk antwoordde, dat hij niet in dit huwelijk zou toestemmen, tenzij Thibaut recht liet wedervaren aan zijne zuster, de gravin van Bretagne, die groote grondeigendommen van hem opeischte. Zoo groot was des konings nauwgezetheid in alles wat de rechtvaardigheid kon kwetsen. Thibaut maakte eene schikking met zijne zuster en verwierf nu de hand van Isabella.

Tegen het einde van het jaar 1264, richtte de koning van Engeland, die een einde wilde stellen aan de onlusten, welke in Gascogne waren uitgebroken , aan Lodewijk het verzoek om door diens staten te mogen trekken. Lodewgk willigde niet slechts dit verzoek in, maar zorgde ook dat aan den Engelschen vorst overal de hulde werd bewezen , die aan zijn rang toekwam. Hij ging hem in persoon, vergezeld van een schitterenden hofstoet, te gemoet tot aan Chartres, en spreidde bij die gelegenheid, even als altijd wanneer zulks noodzakelijk was, eene waarlijk koninklijke pracht ten toon. Na de samenkomst sloegen de beide vorsten den weg in naar Parijs, waar zij onder de luide toejuichingen eener tallooze menigte ontvangen.

73

ocr page 75

74 HET LEVEN VAN DEN

werden. In een dier gesprekken, die hy met Hendrik van Engeland voerde, zegde Lodewyk, dat hij zich veel gelukkiger achtte nu hij met gelatenheid al de ongelukken van zijnen kruistocht verdragen had, dan wanneer hij de geheele quot;wereld aan zijn gebied hadde onderworpen.

Het volgende jaar werd de wapenstilstand met Engeland voor drie jaren hernieuwd, wat den heiligen koning gelegenheid verschafte zgne reizen door de verschillende provinciën des rijks voort te zetten. Beurtelings bezocht hij nu Vlaanderen, Artois en Champagne, Overal strooide hij de bewijzen zijner goedheid rond. Hij zond naar die provinciën, welke hij niet in eigen persoon bezoeken kon, afgevaardigden, die in last hadden alles te vergoeden wat onder de regeering van zijn grootvader Philips Augustus onrechtvaardig genomen was, en ook al het ongelijk te herstellen, dat in zijn eigen naam mocht bedreven zijn.

Hij was zeer gehecht aan het lezen der heilige boeken, en zegde dat hij er altgd hulp en troost in vond tegen de moeielijkheden des levens en de ijdelheden der wereld- Na des morgens zich met de staatszaken onledig te hebben gehouden, wijdde hij den namiddag grootelijks aan het lezen van de H. Schrift, van de werken des H. Augustinus en van eenige andere kerkvaders. De groote feestdagen bracht hg bijna geheel in de kerk door, waar vooral op die

ocr page 76

HEILIGEN LODEWIJK

dagen door 's konings zorgen alles beantwoordde aan de grootheid en heerlijkheid van den God die er aanbeden wordt.

Omtrent dien tijd bloeiden in de Kerk twee geestelijke orden, die der Dominicanen en die der minderbroeders van den H. Franeiscns van Assise. De H. Dominicus Guzman had de eersten ingesteld, wier regelen in 1216 door paus Honorius III waren goedgekeurd. De H. Fran-ciscus van Assise, uit het hertogdom Spoleto, had bijna terzelfder tijd de minderbroeders ingesteld, wier orde in 1215 door het vierde algemeen concilie van Latranen goedgekeurd werd. De ijver voor het heil der zielen, de gestrenge levenswijze en eene volkomene onbaatzuchtigheid hadden in weinige jaren eenen grooten luister over die beide orden verbreid. Reeds in het jaar 1219 waren op een algemeen kapittel, door den H. Pranciscus gehouden, vijfduizend religieuzen verschenen. Lodewijk, een walg hebbende van de wereld en van de staatsbe-■slommeringen, die hem verhinderden zich volgens zijn verlangen geheel aan God te wijden, vatte het voornemen op in een der beide orden den kloosterlijken staat te omhelzen. Hij wilde aan zijn zoon, zoodra deze bekwaam zou zijn , de teugels van het bewind in handen geven; doch hij kon vooreerst zijne keuze niet bepalen. Hij droeg die beide orden een gelijke genegenheid toe en zegde, dat, indien hij zyn lichaam in

7b

ocr page 77

HET LKVEN quot;VAN DEN

tweeën kon scheiden, hij er een deel van geven zou aan de kinderen van den H. Franciscus en het andere aan die van den H. Dominicus.

Zonder dit plan aan iemand mede te deelen, bleef hij het een gernimen tijd overwegen. Hy wist dat de staat der vorsten gevaarlek is voor de zaligheid, dat de gemakkelijkheid in het bedrijven eener misdaad en de straffeloosheid daarna, verzoekingen zijn , waaraan de koningen meer dan andere menschen blootstaan, en dat, zelfs in de meest onschuldige vermaken der hoven , alles den geest der wereld ademt, die van God verwijdert. Eindelijk besloot hij zijn plan ten uitvoer te leggen, en sprak er over met de koningin, overtuigd als hij was , dat zg in hare groote godsvrucht er zich niet tegen verzetten zou. Hierin echter rekende hy mis; zij verzette er zich tegen met eene krachtdadige zachtmoedigheid en stelde hem den staat zijner kinderen voor, die nog al zijne zorgen behoefden. Zij hield hem voor, dat het misschien slechts eene gevaarlijke beproeving was, die eerder uit gemakzucht voortsproot dan uit de begeerte om God te dienen; dat een koning even goed zijne zaligheid kon bewerken als een kloosterling en dat hij zich van het koninklijk gezag, dat in zijne handen berustte, bedienen moest nog meer voor het welzijn van anderen dan voor zijn eigen welzijn.

Die redenen deden hem besluiten den staat.

76

ocr page 78

HEILIGEN LODE WIJK

77

fen -waarin 'toJ hem gesteld had, niet te verlaten, en Hij verdubbelde nu echter zijnen ijver in alle godsdienstige oefeningen; de wereld, die hij nliad willen verlaten, trok hem niet meer aan. 3ij Hij verstierf zich in de kleinste zaken om zgn )or wil altijd onderworpen te houden, en weerstond iet dikwijls aan zijne onschuldigste neigingen. Hij ;id vergeleek het leven eens Christen by een strgd en en daar de veldheeren hunne soldaten gedurende it, den vrede oefenen , opdat zij beter in staat mogen Ier zijn, als het noodig is, aan de gegeven bevelen lie te gehoorzamen, zoo gewende hij er ook zgne jn hartstochten aan, hem in de meest onverschillige er zaken te gehoorzamen, om zekerder te zijn hen at te kunnen bedwingen , als het den roem Gods Jn en den dienst van den evennaaste gold. Hij 3 j vastte en biechtte alle vrijdagen , en at des ?e Woensdags geen vleesch. Daags voor de feesten er der H. Maagd vastte hij op water en brood en Q. dat alles deed bij in het geheim zonder eenige ts gemaaktheid, maar ook zonder den schijn aan it te nemen, alsof hij de genoegens der aarde m beminde, terwijl hij slechts naar die des hemels ie streefde. Hij wist, dat de koningen tot voorin beeld kunnen dienen aan hunne onderdanen; in dat al hunne handelingen door het volk bespied er worden , en daar de meeste menschen van nature n tot navolging geneigd zijn , volgen zij vooral diegenen na , welke over hen heerschen. Ge-t, lokkig dus mag het volk genoemd worden,

ocr page 79

HET LEVEN VAN DEN

wanneer de vorsten en voornamen hun goede voorbeelden geven. Aldus leefde Lodewijk te midden van het hof zoo ingetogen als een kluizenaar, van wien hij al den eenvoud had. Gezeggelijk tot in de boetvaardigheid toe , gehoorzaamde hy aan zijn biechtvader, telken male , dat deze hem eene versterving, als te ver gedreven, verbood. Hij wist, dat de liefde tot God en tot den evennaaste het wezen des Christendoms uitmaakt en dat, volgens de woorden van onzen goddelijken Zaligmaker, in die liefde vervat zgn de wet en de profeten. Overtuigd dat alle handelingen des Christen tot eenig doel moeten hebben, God en den naaste te beminnen, oefende hij slechts verstervingen met dit inzicht en wanneer hij zich geheel gekweten had van de verplichtingen, welke het koningschap hem oplegde.

Na zich echter in het gebed voor God vernederd te hebben, toonde bij zijn ijver in uitwendige werken; zijn hart was gevoelig getroffen zoodra hij een arme zag, en alle dagen spijsde hij er meer dan honderd in zijn paleis. Niet zelden bediende hij hen in persoon, want tij beschouwde hen als de lidmaten van Jesus Christus. Behalve dezen aten eiken dag aan zijne tafel drie arme grijsaards, aan wie hij nog bij het einde van den maaltijd eenig geld liet uitreiken. En opdat zijne liefdadigheid zich over alle provinciën zou uitstrekken , stichtte hij op

78

ocr page 80

HEILIGEN I. O DE WIJK

verscheidene plaatsen hospitalen, en bekommerde zich weinig om sehoone paleizen, mits de armen die hij als zijne broeders beschouwde, goed gehuisvest waren.

Toen hij zich eens op een goeden vrijdag te Compiegne bevond en volgens zijne gewoonte alle kerken der stad te voet bezocht, viel hem een arme melaatsche in het oog, welke hem om eene aalmoes vroeg. Zonder aarzelen trad de koning naar hem toe, en de hand van den melaatsche kussende , gaf hij hem eene milde aalmoes en spoorde hem aan ter liefde Gods zijne kwaal met geduld te verdragen.

Van tijd tot tijd stelde hij zijn invloed in het werk om de twisten en veeten bij te leggen r die tusschen de leenmannen van zijn rijk ontstaan waren. Zoo wist hij o. a. eene verzoening te bewerkstelligen tusschen de wederzijdsche aanspraken der Avennes en Dampierres, welke elkander sedert geruimen tijd het bezit van het graafschap Henegouwen betwistten. Ook wist hij den weerspannigen zoon van den graaf van Chalons tot onderwerping aan het vaderlijk gezag te dwingen.

»Sommigen zijner raadsheeren berispten hem nu en dan, zegt Joinville, omdat hij zich aldus groote moeite gaf, de twisten der vreemdelingen bij te leggen en dat hij verkeerd handelde met hen niet onder elkander te laten oorlogen, dewijl het alsdan veel gemakkelijker zijn zou naderhand

7^

ocr page 81

SO HET LEVEN VAN DEN

met kracht tusschen de twistende partijen op te treden.quot; Doch Lodewijk, die zich in alles naar de voorschriften van het Evangelie gedroeg, antwoordde hun, dat naar het woord des Zaligmakers , diegenen zalig zgn, welke den vrede liefhebben en dien onder hunne naburen bewerken ; en dat buitendien eene wijze staatkunde wilde, dat een koning al zijne naburen in gelijke macht hield, zonder te veroorloven , dat een hunner, door op de overige te drukken, te machtig en te geducht werd.

De koning legde ook een grooten yver aan den dag voor de gewijde letteren; overal liet hij opsporingen doen naar exemplaren van de ft. Schrift en van de boeken der Kerkvaders, om ze vervolgens te laten afschrijven en in de bibliotheek der H. Kapel te doen plaatsen , waarin iedereen verlof had te komen studeeren. Somtijds ging hij daar zelf heen als een eenvoudig bezoeker, en stelde er zijn genoegen in, moeilgke plaatsen uit te leggen aan diegenen, welke daar belang in stelden en die dikwijls naar zijne lessen luisterden, zonder te weten , dat die zoo zachtmoedige en geduldige meester hun koning was.

De stichtingen des konings hadden een zeer nuttig doel. Te Fontainehleau vestigde hij een klooster van religieuzen der Allerheiligste Drievuldigheid voor de vrijkooping der gevangenen. Het volk noemde ze reeds Mathurinen naar den

ocr page 82

HEILIGEN LODEWIJK

H. Mathurinus, patroon hunner kerk in Parijs. Zij hadden het leger der kruisvaarders naar Chyprus en naar Egypte gevolgd en hadden zulke groote diensten bewezen bij het verzorgen der zieken en gekwetsten, dat de koning bij zijn terugkeer hur., met toestemming van den aartsbisschop van Sens, eene kerk liet bouwen in het kasteel van Fontainebleau, ten einde hen altijd in zijne nabijheid te hebben.

Voor het einde van den wapenstilstand tusschen Frankrijk en Engeland, wilde Lodewijk de eendracht tusschen beide staten door een hechten vrede bevestigen. Met dat doel stond hij aan Hendrik van Engeland de rechten af op verscheidene provinciën, terwijl deze, van zijn kant, zijne aanspraken op eenige andere provinciën liet varen, en zich verbond den koning van Frankrijk als leenheer te erkennen , voor de provinciën, welke hij in dit rijk bezat. De vrede werd daarop met wederzijdsche goede trouw gesloten. Daar verscheidene aanzienlijke heeren pogingen in het werk stelden, om Lodewijk van den voorgenomen afstand van sommige streken lands te weerhouden , antwoordde hg hun: »Ik weet wel dat de koning van Engeland eigenlijk geen wettig recht kan doen gelden op de gronden, die ik hem afsta; maar wij zijn schoonbroeders en onze kinderen volle neven, en daarom wil ik, dat er vrede en eendracht heersche tusschen ons beider landen.

81

6

ocr page 83

HET LEVEN VAN DEN

Eenigen tijd daarna kwam Hendrik, gevolgd door de aanzienlijkste leden van den engelschen adel, naar Frankrijk om den koning hulde te-bewijzen. Dit was de eerste voorwaarde van het verdrag en daarmede moeat deszelfs uitvoering beginnen. Lodewijk liet den engelschen vorst, bij zijne aankomst te Parijs groote eer bewijzen, en onthaalde hem eenige dagen in het Louvre. Vervolgens veroorloofde hg hem zijn intrek te nemen in de abdij van Saint-Denis. Hier vertoefde Hendrik eene geheele maand, totdat alle nog bestaande moeielijkheden uit den weg geruimd waren. Toen eindelek het verdrag bekrachtigd was, bewees de koning van Engelaitd, met zijn koninklijk gewaad omhangen, aan Lodewijk zijne hulde voor de leengoederen van Guy enne, Bordeaux, Bayonne en het land van Gascogne, en voor alle landstreken, die hem bij het verdrag in de bisdommen Limoges, Peri-gneaux en Saintes werden afgestaan. Daarna nam Hendrik, met geschenken overladen, afscheid van koning Lodewijk om naar Engeland terug te keeren.

Doch zijn vertrek werd vertraagd door eene droevige gebeurtenis, welke geheel Frankrijk in rouw dompelde. De oudste zoon des konings, evenals hij zelf Lodewijk genoemd, stierf op den leeftijd van zestien jaar, diep betreurd door al degenen, welke hem van nabij gekend hadden. Hg was welgemaakt van leden en zacht-

82

ocr page 84

HEILIGEN LODEWIJK

moedig van aard. Koning Lodewijk had zgnen zoon innig lief; en wel verre van hem de hoedanigheden der helden toe te weuschen, die even dikwyls den roem der vorsten als het ongeluk der volken uitmaken, beminde bijzin zyn zoon een vreedzame inborst, die recht gaf een zacht en stil bestuur van hem te verwachten.

De jeugdige prins overleed met alle gevoelens van godsvrucht, die zijn vader hem had ingeboezemd. Men voerde zijn lijk naar Saint-Denis en van daar naar Royaumont, waar de koning wilde, dat de begrafenis zou plaats hebben. De lijkplechtigheden hadden plaats met onge-meene praal en luister; de koning van Engeland zelf wilde eeuigen tijd de lijkbaar helpen dragen en alle aanzienlijke edelen van Frankrijk en Engeland wisselden daarin elkander af. Dit bewys vau eerbied en toegenegenheid maakte een diepen indrak op Lodewgk; hij hield Hendrik den geheelen vasten bij zich en deed hem uitgeleide tot St. Omer, waar zij den Paaschtgd doorbrachten en ten hoogste over elkander voldaan, eindelijk afscheid namen.

83

ocr page 85

EloofdsJtnli quot;V,

oodra de koning van Engeland vertrokken was, begon Lodewgk opnieuw het onderzoek naar den toestand in de verschillende deelen van zijn rijk. Hij had nu geen oorlog met het buitenland meer te vreezen, en daar hij zijn gezag geheel versterkt en bevestigd gevoelde, ging hij met meer kracht dan vroeger te werk, en liet nieuwe ordonnanciën afkondigen , zonder dat iemand er zich tegen verzetten durfde. Voor alles hield hij het oog gericht op de vermeerdering van de welvaart in zijn rijk, en om den handel te doen bloeien en het geld uit vreemde landen te trekken, verleende hij vele voorrechten aan de kooplieden, welke hij even noodzakelijk oordeelde om den staat te verrijken, als de soldaten het zijn om hem te verdedigen.

Omtrent dien tijd trok prinses Isabella, de zuster des konings , na haar leven in werken van godsvrucht te hebben doorgebracht, zich terug in de abdij van Longchamps, welke door den koning rijkelijk begiftigd werd, evenals andere godsdienstige stichtingen, niet alleen in Parijs en de omstreken dezer stad, maar ook in het geheele koninkrijk. Vele gast- en armenhuizen , reeds vroeger opgericht, doch na

ocr page 86

HEILIGEN LO DEW IJK

verloop van tgd wegens de toenemende bevolking te klein geworden, werden op bevel des konings uitgebreid en van rijke inkomsten voorzien.

Zijne commissarissen zetten ook in de provinciën hunne nasporingen voort omtrent de mogelijke afpersingen van de pachters der geldmiddelen, en indien de rechtmatige bezitters ot hunne erfgenamen niet meer te vinden waren, dan werden op last van Lodewijk de voor de teruggave bestemde sommen onder de armen uitgedeeld.

Lodewijk strekte ook zijnen ijver uit over de kinderen der joden, die hij liet doopen en onderwijzen en in wier stoffelijk onderhoud hij voorzag. Hij had de vaders ter oorzake van den woeker, dien zij dreven, uit het land doen jagen; alle groote heeren hadden zich tegen dien maatregel verzet, dewijl zij dikwijls van de joden geschenken ontvingen en zy in onvoorziene omstandigheden , of wanneer zij in geldgebrek verkeerden , bij die woekeraars ge-reedelijk een schijn van hulp vonden. Doch het volk werd door hunne woekerwinsten uitgezogen en daarom aarzelde Lodewijk niet dat kwaad met tak en wortel uit te roeien. Sommige zijner raadslieden hielden den koning voor , dat dit besluit schadelijk werken zou voor den handel, dat het in zulk een uitgestrekt gebied moeielijk was den woeker tegen te gaan en dat het beter

85

ocr page 87

HET LEVEN VAN DEN

was, dat de woeker gedreven werd door de joden dan door de christenen. Lodewijk echter antwoordde hun: » Den Bisschoppen voegt het den woeker tegen te gaan bij de christenen, den koning voegt het dien tegen te gaan hg de joden, daar deze geen andere overste hebben dan hem.quot;

Zijne ministers klaagden er dikwgls over, dat hij te milde aalmoezen gaf; zijn kamerheer du Perron, in wien hij een groot vertrouwen stelde, sprak er hem eens over met vrijmoedigheid en de koning sloot hem den mond met de woorden: »Een koning moet het geld, dat hij van zijn volk trekt, wederom in omloop brengen, en ik wil dat liever doen in den vorm van aalmoezen dan in den vorm van overtollige en wereldsche uitgaven.

Eiken dag hoorde hij twee missen, de eene in het openbaar en de andere in zijne bidkapel in tegenwoordigheid van zyn biechtvader , dien hij steeds bij zich wilde hebben. Hij was gewoon eiken Vrijdag te biechten te gaan, overtuigd dat het veelvuldig gebruik der HH. Sacramenten een der beste oefeningen van den godsdienst is. Dagelijks las hij ook met zijn aalmoezenier de getijden der Kerk en het officie der H. Maagd ; zelfs op zijne reizen onderhield hij dit en hij wilde daarin niet onderbroken worden dan voor zaken van zeer groot gewicht. Vooral echter vond hij een grooten smaak en troost in het lezen der Psalmen van den konink-1 ij ken profeet David.

86

ocr page 88

HEILIGEN LODEWIJK

87

Als eene der belangrijkste zaken beschouwde ■de koning de opvoeding zijner kinderen, vooral die van zijn oudsten zoon en vermoedelijken troonopvolger. Hij stelde er zich niet enkel mede tevreden hun godvruchtige en geleerde onder-quot;wyzers te bezorgen, maar liet hen des avonds in zgne kamer komen, om hen op zijn gemak te ondervragen. Hij verhaalde hun de daden hunner voorouders , en wenschte zich geluk, als zij uit zichzelven lof toezwaaiden aan de verdienste en hun afschuw uitdrukten voor de ondeugd. Hij wilde door dit middel hun oordeel vormen en hen vroegtijdig gewennen om juist te redeneeren, Hij had tot stelregel, dat men slechts de natuur de hand moet bieden. Hij zegde, dat de meeste opvoeders en onderwgzers zich by de kinderen niet bemind weten te maken, omdat zij door eene gepaste zachtmoedigheid den geest der kinderen niet weten te winnen en omdat zij altgd willen heerschen, terwijl zij enkel behoeven te volgen en te helpen, wanneer zij zien, dat de kinderen van zelve tot de deugd geneigd zijn. Hij liet ook zijne kinderen de meest belangwekkende plaatsen uit de geschiedenis herhalen, gaf hun eene gepaste belooning, wanneer zij zich behoorlijk van die taak gekweten hadden en verzuimde nooit te sluiten met eenige woorden van stichting «n opwekking.

ocr page 89

HET LEVEN VAN DEN

Terwijl Lodewgk aldus over de opvoeding

zijner kinderen waakte , omgaf hg zijn eigen de

persoon van heilige geestelijken en waardige he

ministers, welke in last hadden hem te waar- vo

schuwen voor zijne fouten en gebreken en hem ge

behulpzaam te zijn in het opsporen der armen. ge

Onder hen onderscheidde zich vooral Robert, ho

genaamd de Sorbonne, doctor in de godgeleerd- of

heid, beroemd geworden door de vestiging van ve

het huis van dien naam. Het was een heilige ge

priester, die zich geheel wijdde aan zijne heilige lai

bediening. Van arme ouders geboren en er be

slechts met de grootste moeite in geslaagd te zijnde zijne stadiën te voltooien, vatte hij het

lofwaardig plan op, om jeugdige studenten, die en

zich aan den geestelgken staat wilden toewgden, ree

van de noodige middelen te voorzien om hunne bu

studiën voort te zetten. Lodewijk vereerde hem zo:

reeds met zijn vertrouwen en wilde hem ter ha

zijde staan met zijne weldaden. Hij bracht edel- mc

moedig er toe bij het opgevatte plan te helpen »]V

verwezenlijken en de Sorbonne heeft er altijd mi

roem opgedragen haar oorsprong te dagteekenen de

van de regeering en de milddadigheid van zulk bk

een heiligen koning. Uit dit huis zijn sedert ni(

vijf eeuwen zoovele diepzinnige godgeleerden en de:

ijverige geestelijken voortgekomen, die zooveel we

hebben bijgedragen tot de handhaving en de zij

verdediging des geloofs en tot het onderwijs hei

der jongelingschap. en

88

ocr page 90

HEILIGEN LODEWIJK

Intusschen drukten alle provinciën des rijks den wensch uit hunnen koning te aien en daarom besloot deze zijne reizen door het koninkrgk voort te zetten. De stoet, die den koning vergezelde was zeer talrijk en overal werd veel geld verspreid, terwijl men niet beducht behoefde te zijn, dat eenige daad van willekeur of geweld gepleegd zou worden. In elke stad vertoefde hij eenigen tijd, verleende iedereen gehoor en onderzocht op welke wijze zijn landvoogden de hun toevertrouwde gewesten bestuurden, nooit nalatende hen te straffen of te beloonen volgens bunne verdiensten.

Hij eischte ook, dat iedereen naar zijn stand en leeftijd gekleed ginge. Toen hij eens een reeds bejaarde vrouw van het hof zag, die met buitengewone zorg opgetooid, hem om eene bijzondere audiëntie kwam verzoeken, voegde hg haar, nadat zij hare zaak had voorgedragen , met waardigen ernst de volgende woorden toe: »Mevrouw, ik zal zorg dragen voor uwe zaak, mits gij ook zorg draget voor uwe zaligheid; de schoonheid des lichaams verwelkt als de bloem des velds. Eens verdwenen, komt zij niet terug. Men moet denken aan de schoonheid der ziel, die nooit verwelken zal.quot; De vrouw werd door die woorden zoozeer getrofien , dat zij eene zediger kleeding aannam en boetvaardigheid deed voor de ergernis, die zij gegeven had en voor den tijd in ijdelen opschik doorgebracht..

89

ocr page 91

HET LEVEN VAN DEN

Voornamelijk echter in het uitdeelen van het recht vervulde de koning op de stiptste wijze zijn plichten. Overtuigd dat een koning de eerste en voornaamste rechter in zijn rijk moet zijn, wijdde hij zooveel mogelijk zgn tgd aan de rechtspraak. Elke week waren daarvoor eenige dagen vastgesteld en bij verschillende gelegenheden blonk deze yver voor eene goede rechts-bedeeling glansrijk uit.

De graaf van An jou had een rechtsgeding tegen een zgner leenmannen, een edelman van minderen rang. De rechters van Angers deden uitspraak ten voordeele van den graaf, doch de edelman wilde zich aan die uitspraak niet onderwerpen en kwam in beroep bij den koning. De graaf over die stoutmoedigheid verstoord , liet hem in de gevangenis werpen. Zoodra dit feit aan Lodewijk ter oore kwam, ontbood hij den graaf bij zich. »Meent gij, zoo sprak Lodewijk hem met een streng gelaat toe , dat er meer dan een koning in Frankrijk zijn moet, en dat gij u boven de wet kunt stellen, omdat gij mijn broeder zijt?quot; Hij gelastte nu, den edelman op siaanden voet in vrijheid te stellen en de zaak aan het oordeel van het parlement of hoog gerechtshof te onderwerpen. De edelman kon echter niemand vinden, die zijn zaak wilde verdedigen, zoodat de koning zelf hem een pleitbezorger toevoegde en na een langdurig

■90

ocr page 92

HEILIGEN LODEWIJK

onderzoek won de edelman het geding en werd 's konings broeder veroordeeld.

Het spreekt van zelf dat een vorst, die de rechtvaardigheid zoozeer liefhad , er zich wel voor wachtte, het goed van anderen onder zich te houden. De roem van 's konings streng begrip van recht en billijkheid verspreidde zich dan ook overal heen. Geen wonder dus dat velen uit naburige staten zich in Frankrijk kwamen vestigen. Sedert verscheidene jaren reeds verkeerde dit rijk in volkomen rust, terwijl Engeland, Duitscldand en Italië door burgeroorlogen verscheurd werden. De handel bloeide en de koning leefde van de opbrengst zijner domeinen en slechts nu en dan werden de steden en gemeenten met eene buitengewone belasting getroffen om in de behoeften van den Staat te voorzien. Die belastingen echter werden slechts in moeielijke tgden geheven en de ingezetenen betaalden ze des te gewilliger, omdat zij overtuigd waren , dat de koning hen zoodra mogelijk er van ontheffen zou.

Sedert eenigen tijd reeds was de koning van Engeland in een hevig geschil gewikkeld met zijne baronnen. Van weerszijden was de verbittering zoo hoog gestegen, dat het tusschen den koning en zijne onderdanen tot een openbaren oorlog was gekomen. Eindelijk kwamen de twee partijen, de droevige gevolgen van den burgeroorlog inziende, overeen, dat zij hun

91

ocr page 93

HET LEVEN VA.N DEN

geschil aan het oordeel van den Franschen vorst onderwerpen en in zij ne uitspraak berusten zouden.. Te Amiens werd nu eene groote vergadering belegd en iedereen legde er breedvoerig zijne grieven en redenen bloot. Na de zaak njpelijk onderzocht te hebben, besliste Lodewijk ten gunste van Hendrik van Engeland, herstelde hem in zijn rechten, vernietigde de besluiten, die men te Oxford tegen hem had opgesteld. Daarenboven stelde hij vast, dat niemand om hetgeen er in den oorlog tusschen den koning en zijne baronnen gebeurd was, verontrust zou worden en dat de laatsten enkel in het bezit zouden big ven van de voorrechten, die zij reeds genoten voor het ontstaan van het geschil. Dit besluit kwam den meesten baronnen zoo billijk voor, dat zij van verder verzet afzagen en tot hun plicht terugkeerden. De overige, die weerspannig bleven, werden naderhand door geweld van wapenen tot gehoorzaamheid en onderwerping gedwongen.

Terwgl de heilige koning aldus aan het welzgn van zijn eigen volk en aan de rust en eensgezindheid in naburige staten arbeidde, smeedde Bondocdar , het hoofd der Mamelukken een plan om de Christenen geheel uit te roeien. Na tweemaal zgne handen in het bloed zijner meesters gedoopt te hebben , had hjj hunnen troon beklommen. Bij eenige schitterende hoedanigheden voegde deze barbaar een afschuwelijke

92

ocr page 94

HEILIGEN LODEWIJK

trouweloosheid, terwijl hii geen grooter genoegen tende dan in het bloed te baden. Hij begon met zich meester te maken van verscheidene steden, die nog in het bezit der Christenen waren en met onmeedoogen alle inwoners te vermoorden, welke weigerden de valsche leer van Mahomet te omhelzen. Verdrag noch overeenkomst heilig achtende, bedreigde hij het land met de verschrikkelijkste verwoesting. Daarby kwam nog dat de Christenen nog met nieuwe rampen bedreigd werden door de nadering der Tartaren, een barbaarsch volk, dat reeds het grootste gedeelte van Azie aan zich onderworpen had. En wat den toestand nog verergerde, de Christenen zeiven waren onderling verdeeld. De inwoners van Venetie en Genua namelijk, de Tempel- en Hospitaalridders verkeerden in openlijken krijg.

Deze treurige tijdingen wekten opnieuw den ijver der kruisvaarders op. De Paus richtte brieven aan alle Christen vorsten en spoorde hen aan zich in persoon naar het Heilig Land te begeven of wel er hulp in manschappen of geld heen te zenden. Z. H. richtte dit verzoek om hulp met meer vertrouwen tot Lodewijk dan tot andere vorsten, zonder hem nochtans voor te stellen zelf de wapenen op te nemen. Hij was van oordeel dat 's konings tegenwoordigheid in zijne staten volstrekt noodzakelijk was, om er de goede orde te handhaven, die hij had ingevoerd. Buitendien scheen Lodewijk's

93

ocr page 95

HKT LEVEN VAN DEN

zwak gestel en wankelende gezondheid er zich tegen te verzetten, dat hij zulk eene verre en moeielijke reis zou ondernemen. Desniettemin gevoelde de koning grooten lust nogmaals ten behoeve der Christenen van Azië het zwaard aan te gorden; de dienst van God en ook de roem van den Franschen naam, waarvoor hij zeer gevoelig was, dreven hem aan te beproeven of hg de geledene verliezen herstellen kon. Er heerschte vrede in het rijk; hij werd bemind door zijn volk en ontzien door zijn naburen. De geldmiddelen waren in goeden staat en hij zag rondom zich een jongen adel, die naar den oorlog haakte. Hij meende zelfs dat zijne gezondheid hem nog veroorloven zou de vermoeienissen van den krijg te doorstaan en ofschoon hg de kracht niet meer gevoelde in persoon op de slagvelden te strjjden, bedacht hij dat ook een zwak en ziekelijk generaal uit zijne tent het gevecht kan regelen en besturen. Vol van die gedachten en den dood in zulk een heilige onderneming als iets zeer begeerlyks beschouwende, schreef hij naar den Paus, die niet kon nalaten zijn voornemen goed te keuren en hem aan te sporen aan de roeping Gods te beantwoorden.

De koning nam nu aanstonds een vast besluit en hij ontbood alle groote edelen des rijks tegen den 25n Maart 1269 te Parijs om daar met den koning over eene gewichtige zaak te beraadslagen.

94

ocr page 96

HEILIGEN LODE WIJK

ïh De bijeenkomst was zeer talrijk. Ook de

en pauselijke legaat bevond er zich, doch niemand

in kende nog het doel der samenkomst. Toen men

en echter den koning verschijnen zag met de doornen-

r(J kroon , die hij in de H. Kapel gehaald had,

de in de hand, vermoedde men reeds met welk

aij oogmerk Lodewijk deze vergadering belegd had.

en De koning begon nu met eene treffende wei-

Er sprekendheid de ongelukken te betreuren, die Heilige Land teisterden. Hij zeide vastbe-

gt;n. sloten te zijn den Christenen, zijne broeders ,

bij ter hulp te snellen en maande alle ware Chris-

iar tenen aan zijn voorbeeld te volgen. De pauselijke

ne legaat predikte vervolgens met al den ijver,,

ie- die zulk eene heilige onderneming eischte, en

on gaf met eigene hand het kruis aan den koning,

op aan de drie oudste zonen des konings, aan de

ok graven van Vlaanderen en Bretagne en aan een

iet groote menigte edelen.

iJie Nauwelijks was het genomen besluit rucht-er- baar geworden, of van alle kanten snelde de de, adel toe om den koning te volgen. Vreemdelingen ;en zelfs haastten zich cmder zijne vaandels te verte schijnen en verscheidene vorsten hechtten het en. kruis op hunne borst, ten teeken dat zij wenschten uit te strijden onder de bevelen van een koning,. jen die door geheel Europa bemind en geëerbiedigd □et werd. Van alle zgden werden groote toebe-be- reidselen gemaakt en de kruistocht werd bepaald voor het jaar 1270. Dewijl echter 's konings

95

ocr page 97

HET LEVEN VAN DEN

gezondheid van dag tot dag zwakker werd, meende bij vóór zijn vertrek zijne laatste schikkingen te moeten nemen. Hg gaf dus Igfrenten aan zijne vier zonen en een bruidschat aan zijne nog ongehuwde dochters, eene weduwgift aan koningin Margaretha en aanzienlijke aalmoezen aan achthonderd leprozenhuizen en aan de meeste hospitalen en kloosters van zyn rijk. De armen voorzag hij van kleederen en door de fortuin niet begunstigde studenten van de noodige middelen om hunne studiën voort te zetten. Hij vergat ook de weduwen, de weezen en de kerken niet. Zijn vaderlijk hart omvatte alle rangen en standen en ieders behoeften hield hij in het oog. Even goed meester als goed koning, beloonde bij ook op onbekrompen wijze diegenen, welke meer bijzonder aan zijn dienst verbonden waren geweest.

Deze verschillende zorgen beletten Lodewijk niet zijne aandacht te wgden aan hetgeen meer bgzonder de eer van God aanging. Sinds eenige jaren reeds had men hem het uitzicht geopend op de bekeering van den koning van Tunis. Deze mahomedaansche vorst scheen niet sterk aan den leer van den valschen profeet gehecht, hg zond aan Lodewijk gezanten en geschenken en scheen slechts naar eene gunstige gelegenheid te wachten om het Christendom aan te nemen. De Fransche vorst vat. zijn kant onderhield zeer vriendschappelijke betrekkingen met

96

ocr page 98

HKIL1GEN LODEWIJK

bem en beloofde hem hulp en bescherming tegen zijne naburen. Tegen het einde van het jaar 1269 bevonden zich gezanten van Tunis te Parijs, men behandelde hen op verlangen des konings met groote voorkomenheid en zij woonden alle plechtigheden bij. Gedurende hun verblijf in de Fransche hoofdstad werd in de kerk van Saint Denis een aanzienlijk Israëliet, door den koning, die hem zijn naam gaf, ten doop geheven. Toen Lodewijk opmerkte, dat de gezanten van Tunis de doopplechtigheden met belangstelling gadesloegen, wendde hij zich met een ontroerd gelaat tot hen,, zeggende: »Mocht het God behagen , dat uw meester dit voorbeeld volgde , gaarne zon ik daarvoor mijn leven in de gevangenis van Babylon doorbrengen.quot;

Eindelijk was het jaar, voor den kruistocht bepaald, aangekomen en Lodewijk stelde nu zyn uitersten wil op.

De koningin, de wankelbare gezondheid des konings ziende, had wel ge wenscht hem te vergezellen «p dezen nieuwen tocht, doch de koning willigde baar verzoek niet in. Hij herinnerde zich wat zij op de eerste reis geleden had, en verklaarde haar op dit punt zoo uitdrukkelijk zijnen wil, dat zij er niet meer aan dacht.

De koning droeg voor den tijd zijner afwezigheid het regentschap over het koninkrijk op aan den abt van Saint Denis en aan Simon de Clermont, heer van Nede, beiden wel in

7

97

ocr page 99

HET LEVEN VAN DEN

staat zulk een belangrijken last te torschen. Vervolgens ging hg volgens de gewoonte zijner voorouders de graven der H. Martelaren te Saint Denis bezoeken en ontving er uit de handen van den pauselgken legaat het kruis en de pelgrimstasch. Den volgenden dag ging hg r door zijne zonen gevolgd, blootsvoets van het paleis naar de kerk Notre Dame en legde daarbij eene nederigheid aan den dag, die zijne koninklijke majesteit nog meer deed uitkomen. Iedereen stortte tranen en maakte er zich een verwgt van, zulk een groot vorst niet ten kruistocht te volgen.

Hij nam nu afscheid van de koningin. Hunne scheiding was zeer smartelijk, men zou gezegd hebben, dat zij er een voorgevoel van hadden dat dit vaarwel het laatste zijn zou.

Toen de koning te Aiguemortes aankwam r waren er nog slechts weinig kruisvaarders ver-eenigd Men meende niet, dat de koning zoo stipt op den bepaalden tijd zou aankomen. De bewoners van Provence hadden een vrij groot aantal vaartuigen uitgerust en waren daarmede naar de havens van Sicilië en Napels gestevend, om er het leger in te schepen, dat koning Karei van Anjou, hun graaf, op de been zou brengen. Ook deze vorst had beloofd den kruistocht mede te zullen maken, doch men kon niet vast op zgn woord rekenen. De onverzadelijke heerschzucht, die hem verteerde was oorzaak r

98

ocr page 100

HEILIGEN LODEWIJK

dat hij gedurig weder nieuwe ondernemingen beraamde en men twijfelde er niet aan, of hg zou zich daarheen begeven, waar voor hem het meeste voordeel te behalen was. Na het konink-rijk Siciliii veroverd, en aan bijna geheel Italië de wet te hebben voorgeschreven, streefde hg nu naar de heerschappij over het Oostersche rijk. Keizer Boudewijn , op wien de Grieken Consiantinopel heroverd hadden, droeg een gedeelte zijner rechten aan hem over en om de banden van bondgenootschap nog nauwer tusschen hen toe te halen, zou Philips, de zoon en erfgenaam van Boudewijn, in het huwelijk treden met Kareis dochter Beatrix.

De koning, die zijn broeder Karei ondanks zijne gebreken beminde, verzuimde niet hem aan te sporen tot een spoedig vertrek en maakte van zijnen kant alle toebereidselen tot de inscheping. Eiken dag kwamen nu nieuwe kruisvaarders aan, ongelukkig echter werden vele te Aiguemortes ziek. Ook was het niet mogeljjk zich in te schepen wegens het onvoldoende aantal vaartuigen. De schuld hiervan lag groo-tendeels aan de Genueezen, die hadden aangenomen het leger over te voeren en zich nu al te lang lieten wachten.

Intusschen beraadslaagde men over de regeling van den kruistocht en drie verschillende meeningen lieten zich hieromtrent gelden. Sommigen wilden naar Acre gaan; dit was de

99

ocr page 101

HET LEVEN VAN DEN

eenige aanzienlijke plaats, welke den Christenen in de Levant nog toebehoorde. De sultan van Egypte dreigde dit laatste bolwerk der Christenen te komen belegeren. Het scheen ook zeer voordeelig, dat de kruisvaarders voet aan wal zouden gaan zetten in zulk eene goede haven als Acre, waar het leger allerlei soort van voorraad vinden zou, benevens de oude sedert lang in den krijg geharde troepen der Oostersche Christenen, die nu zeker met te meer dapperheid zouden strijden, omdat zij in den uitersten nood verkeerden. Anderen wilden , dat men recht naar Egypte gaan zou als naar de bron yan het kwaad en dat men trachten moest zich meester te maken van Alexandri'è, terwijl nog anderen van oordeel waren, dat men naar Tunis stevenen moest.

Nadat het voor en tegen van die verschillende plannen besproken en overwogen was, nam de koning het besluit koers te zetten naar Tunis. Liever ware hij naar Egypte getrokken; deze onderneming kwam hem gevaarlijker en bijgevolg zijner meer waardig voor. Doch de hoop op de bekeering van een vorst en van een geheel land behield de overhand in zgn hart. gt;0!quot; riep hij uit, »indien ik eens de peter van een mahomedaansch koning zgn mocht!quot; Hij vleide zich met de stellige hoop, dat de koning van Tunis Christen zou worden, en dat hij , na den godsdienst te hebben hersteld in een

100

ocr page 102

HEILIGEN LODE WIJK

land, waar deze in de eerste eeuwen des Christendoms zulk een hoogen trap van bloei had bereikt, naar Egypte zou kunnen trekken om de vroegere geledene verliezen te herstellen. Bovendien vernam Lodewijk, dat Bondocdar, de sultan van Egypte, zijn been gebroken had en dus vooreerst niet aan het beleg van Acre dacht.

Na twee maanden wachtens kwamen de Genueezen eimielijk met hunne vaartuigen aan, hetzij dan dat zij werkelijk niet spoediger gereed waren, hetzij zij den koning wilden doen gevoelen . dat zij zeer goed wisten, dat hij slechts uit nood met hen onderhandeld had, na zulks te vergeefs beproefd te hebben met de Venetiërs. Er was geen tijd te verliezen, het jaargetyde was reeds ver gevorderd en de groote zomerwarmte was voor den tocht naar Tunis niet gunstig. Men dacht er dus aan zich onmiddelgk in te schepen. De koning schreef aan de regentes des rijks en beval hun zijne onderdanen aan, die hij als zijne kinderen beschouwde. Den ln Juli 1270 besteeg de koning zijn schip, na de kruisvaarders vurig te hebben vermaand, dat zij zich wel zouden wachten Jesus Christus te beleedigen, terwyl zij hun leven voor zijne eer in de waagschaal gingen stellen. Met het aanbreken van den dag ging men met gunstigen wind onder zeil en alle schepen kregen bevel, zich naar de haven van Cagliari op het eiland

101

ocr page 103

HET LEVEN VAK DEN

Sardinië te begeven, hetwelk als de algemeene vereenigingplaats van het Christenleger was aangewezen.

JFJoofdntixli Vl.

auwelijks had de vloot de haven van Aiguemortes verlaten, of er stak een hevige wind op. De schepen werden '■sf- uit elkander geslagen en vierentwintig uren lang had men een hevigen storm te verduren. Toen de zee weder kalm was, zetten de stuurlieden op nieuw koers naar het eiland Sardinië. Doch de storm verhief zich op nieuw en eerst na verscheidene dagen van eene zeer gevaarlijke overvaart liepen de schepen in de haven van Cagliari binnen.

De koning zond een gezantschap naar den gouverneur van het eiland om hem verlof te vragen de zieken aan land te zetten en nieuwen voorraad te koopen. Doch elk aanzoek werd op ruwe wijze van de hand geslagen. Die van Pisa waren destijds meester van de stad en daar zij in oorlog waren met de Genueezen en hunne banieren zagen, vreesden zij voor eene verrassing

102

ocr page 104

HEILIGKN LODEWIJK

«n wilden niet met de Franschen in betrekking komen. Dezen, ongeduldig en opvliegend, meenden, dat zij slechts met geweld van wapenen moesten nemen, omdat zij daartoe in staat waren, wat hun zoo onbeschaamd geweigerd werd. Doch Lodewijk, die het kruis niet op zijne borst had gehecht om oorlog te voeren met •Christenen, wilde eerst alle zachte middelen uitputten Hij zond nogmaals een gezantschap .naar Cagliari, hetwelk er eindelijk in slaagde met den gouverneur een overeenkomst te sluiten, waarbij het toegestaan werd de zieken aan land te brengen, en waarbij de bewoners zich verbonden het leger tegen een redelyken prijs van levensmiddelen te voorzien.

In de volgende dagen kwamen de koning van Navarre, de graven van Poitiers en Vlaanderen en eene menigte andere kruisvaarders de haven binnen. Men belegde nu een krijgsraad en Lodewijk las een brief voor van zijn broeder Karei, koning van Sicilië, waarin deze beloofde .zich onverwijld met een machtig leger naar Tunis te begeven. Dientengevolge werd er bevel gegeven tot de inscheping. De meeste zieken waren intusschen hersteld, het verblijf aan land en eenige ververschingen hadden een goeden invloed op hen uitgeoefend.

Zoodra de gouverneur van Cagliari zag, dat de Franschen ernstige toebereidselen maakten tot hun vertrek, nam hij aanstonds eene even

103

ocr page 105

104 HET LEVEN TAN DEN

beleefde en welwillende houding aan, als hij iu den beginne koel en terugstootend was geweest.

Hg zond den koning eene groote hoeveelheid griekschen wijn toe, maar Lodewijk weigerde

dien aan te nemen en vroeg hem slechts, zorg 1 te dragen voor de weinige zieken, die achter

moesten blijven. Men ging na onder zeil en j

na drie dagen varens kreeg men de kust van s

Afrika in het gezicht. 1

De Sarracenen wilden de ontscheping der 1

Franschen beletten. Niets weerhield toen den 1

moed der kruisvaarders; met den degen in de- (

hand wierpen zij zich in lichte bootjes en hadden 1

nauwelijks den wal bereikt, of de barbaren sloegen op de vlucht en trokken het gebergte-in. Aanstonds kondigde nu een aalmoezenier deamp; konings de inbezitneming van den grond in naam van Lodewijk af. Vervolgens sloeg men de tenten op. Kort daarna maakte men zich meester van eene vesting, gelegen bij de bouwvallen der oude stad Carthago , en men bracht alles in gereedheid om de stad Tunis te belegeren ; want men wist nu wat te denken van het voorgewende verlangen des trouweloozen vorst om het Christendom aan te nemen Hij zond aan Lodewijk twee Spaansche ridders, die hun geloof verzaakt hadden, om hem aan te kondigen.. dat, indien de kruisvaarders zijne stad kwamen belegeren, hg alle Christenen in zijne staten zou doen vermoorden. De koning onthaalde diamp;

ocr page 106

HEILIGEN LODEWIJK

ridders met veel hoffelijkheid, gaf hun geschenken mede voor hun vorst, doch liet hem tevens boodschappen, dat, indien hij op barbaarsche wijze oorlog voerde, hij op gelijke wijze zou behandeld worden.

Het waren echter de Sarracenen niet die het meest te vreezen waren, het aantal zieken nam steeds toe; de soldaten, niet gewoon aan de brandende zon van Afrika, klaagden over lusteloosheid. Men at nog slechts gezouten vleesch, het water der putten werd bijna ondrinkbaar en somtijds ontbrak het geheel en al. Met de lucht ademde men tevens een verschroeiend en zeer fijn zand in, hetwelk de longen opdroogde. Een zeer groot aantal kruisvaarders bezweek onder de ontberingen en vermoeienissen van allerlei aard. Te midden eindelijk van al die gevaren moest men voortdurend onder de wapens zijn. De Sarracenen namen dikwijls de houding aan, alsof zij slag wilden leveren. En ofschoon de moed der kruisvaarders hun altijd ontzag inboezemde en zij in de gedurig herhaalde schermutselingen steeds het onderspit moesten delven , waren de christenen toch verplicht voortdurend op hunne hoede te zijn, omdat de Sarracenen met hunne vlugge paarden eensklaps op een of ander gedeelte van het leger instormden , wanneer men er het minst op bedacht was, en dan somtijds een vreeselijk bloedbad aanrichtten.

105

ocr page 107

HET LEVEN VAN DEN

Men wachtte nog slechts om het beleg te ^jj

beginnen, op de aankomst van den koning van 0p

Sicilië, die zijn broeder eene aanzienlijke ver- Zy1

sterking moest toevoeren. Intusschen beveiligde j)e,

men het kamp door breede en diepe grachten jjg,

en sterk paalwerk tegen de onverhoedsche aan- aai

vallen des vijands. Het was echter niet mogelyk jjej

zich te beschutten tegen de buitengewone en aar

brandende hitte. juc

In de eerste dagen reeds gevoelde Lodewijk ma

dat de ziekte, waardoor hij aangetast was, ^e2

doodelijk zijn zou. Nooit echter scheen hij grooter nje

dan in de laatste dagen zijns levens. Geen we

zijner plichten als koning verzuimde hij, zoolang ^

hij nog eenige krachten gevoelde, bleef hij zijne er

bevelen geven, hij dacht meer aan de rampen wo van anderen dan aan zijne eigene en hij spaarde

geene moeite om den nood zijner soldaten te ^e]

lenigen. Eindelijk werd hij door eene hevige koorts ge]

aangevallen en moest hg te bed blijven. Prins yj

Philippus, zijn oudste zoon, ofschoon zelf aan ^

de koorts lijdende, stond steeds aan de sponde ^ des konings. Lodewijk beminde hem en beschouw-

de hem als zijn opvolger, doch vooral koesterde Qj.

hij eene buitengewone teederheid voor den graaf j)£

van Nevers. Deze jonge prins, gedurende de z0

gevangenschap des konings te Damiate geboren, ^e]

was nog slechts een-en-twintig jaren oud, en in gp

een leeftijd, waarin de mensch zich zoo ge- fe]

makkelijk tot het kwaad laat verleiden, had is

106

ocr page 108

HEILIGEN LODEWIJK

zijne onschuld bewaard en beantwoordde op waardige wgze aan de zorgen, die de koning, zijn vader, voor zijne opvoeding gedragen had. Deze jeugdige vorst werd nu door zulk een hevige koorts aangetast, dat men al spoedig aan zijn herstel wanhoopte. De geneesheeren lieten hem naar zijn schip vervoeren, om hem aan den schadelijken invloed van de verpeste lucht in het kamp te onttrekken. Doch deze maatregel was vruchteloos en de jeugdige vorst bezweek aan zijne ziekte. Toen de koning hem niet meer aan zijn bed zag, vermoedde hij wel, welk zwaar verlies hem getroffen had. Zgn biechtvader bekende hem de waarheid en stond er over verwonderd, Lodewijk zoo geheel onderworpen te zien aan Gods wil,

Hoewel de koning zyn benarden toestand kende, scheen hij niet geheel tot moedeloosheid gebracht. Met de oogen des geloofs beschouwde hij het einde des levens als het begin van een eindeloos geluk. Hij beijverde zich nu ook de noodige maatregelen te nemen om na zijn dood de uitvoering zijner ordonnanciën te verzekeren. Op dit punt hing alles af van zijn opvolger. Daarom richtte hij zich nu tot zijn oudsten zoon en in zijn onbezweken moed de krachten terugvindende, die hem begonnen te ontbreken, sprak hij hem op zulk eene christelgke en treffende wijze toe, dat Willem van Beaulieu, quot;quot;s konings biechtvader, die daarbij tegenwoordig

107

ocr page 109

I!

108 HET LEVEN VAN DEN

quot;WOO

was, gemeend heeft eenen grooten dienst aan Uefd de nakomelingschap te bewijzen door de laatste de woorden van zulk een groot en heilig koning volg op te teekenen.

»Mgn waarde zoon, zeide Lodewyk, bemin God uit geheel uw hart en uit al uwe krachten T want zonder dat is de zaligheid onmogelijk. Vermijd alles wat Gode mishagen kan, en inzonderheid elke doodzonde. Wees vastbesloten liever alle denkbare kwellingen te verduren, dan een enkele doodzonde te bedrijven. Indien God u eene of andere beproeving overzendt,

lijd ze dan met geduld en zachtmoedigheid^

dank Hem voor alles, bedenk dat het tot uwe zaligheid strekt en dat gy misschien die kwellingen en beproevingen wel verdiend hebt.

Indien Hij u voorspoed overzendt, verneder u dan, mijn zoon; hoed u voor ijdele roemzucht en bedien u niet van dezelfde goederen, die gij van Gods goedheid hebt ontvangen om Hem te beleedigen. Ga dikwijls te biechten en kies wijze biechtvaders, die u zeggen zullen , wat gij te doen of te vermijden hebt. Gedraag u zoodanig ten opzichte van uwe biechtvaders r dat zij u met vrijmoedigheid en vriendschap berispen kunnen. Woon dikwijls en met godsvracht de heilige diensten bij, zie niet links of rechts en spreek niet over ijdele zaken, maar bid God met hart en mond. Wees vooral aandachtig op het oogenblik, dat de priester de

é

ocr page 110

HEILIGEN LODEWIJK 109

■woorden uitspreekt der consecratie. Toon u liefdadig jegens de armen, de ongelukkigen en atste de bedroefden , sta hen bij en vertroost hen ning volgens uw vermogen Indien gij door eenige droefheid gekweld wordt, leg uw toestand bloot emin aan uw biechtvader en gij zult u zeiven verlicht ten t voelen. Tracht altgd deugdzame lieden by u te hebben, geestelijke of wereldlijke; onderhoud u dikwijls met hen en hoed er u steeds voor, de boozen en goddeloozen in uwe omgeving toe ren t te laten. Woon de sermonen met aandacht bij dien en leg er u op toe de aflaten van onze Moeder -der H. Kerk te verdienen. Bemin het goede in uwen evennaasten en haat het kwade. Duld niet, lt;Jat men in uw bijzijn kwaadspreke of lastere, wel- en indien iemand ongelukkig genoeg ware God lebt. of Zijne Heiligen te lasteren, laat niet na zoo iemand op voorbeeldige wijze te straffen. Herinner u steeds de weldaden, die gij van God ontvangen hebt, wees er steeds dankbaar voor en maak u daardoor nog meerdere weldaden waardig. Laat al uwen onderdanen recht wedervaren; hel, zoolang de volle waarheid a niet bekend is, eerder tot de zijde der armen, dan tot die der rijken over. Indien men u iets betwist, begin met aan te nemen, dat gg ongelijk hebt en onderzoek de zaak vervolgens. Daardoor zult gij bewerken, dat uwe raadslieden niet schromen zullen, zich te verklaren voor hetgeen rechtvaardig en billijk is, al

ocr page 111

HET LEVEN VAN DEN

110

zou het ook tegen u zijn. Indien gij met zekerheid weet, dat gij, hoe dan ook, goederen van een ander bezit, stel de teruggave daarvan geen oogenblik nit; is de zaak twijfelachtig, laat dan door bekwame lieden een grondig onderzoek instellen. Beijver u den vrede te doen heerschen onder al uwe onderdanen en voornamelijk onder de geestelijken en kloosterlingen. Sta de armamp; kloosterlingen in hunne behoeften by, zij zijn het die de meeste eer bewijzen aan God. Eer uwe ouders en herinner u, wat zij u bevolen hebben. Wacht er u voor, mijn zoon, zonder grondige en gewichtige redenen oorlog te voeren met Christenen. Kunt gij niet anders, handel dan zooveel mogelijk zoodanig, dat de onschuldigen er niet onder lijden en sluit zoo spoedig mogelgk vrede. Draag er zorg voor in uw gebied goede rechters te hebben en houd een waakzaam oog over bun gedrag. Wees gehoorzaam en onderworpen aan onze Moeder, de H. Kerk en aan den Paus van Rome, nw geestelyken vader. Leg er u op toe de zonden uit uw koninkrijk te verbannen en voornamelijk de godslasteringen en de ketterijen. Waak er ook voor, dat de uitgaven voor uw huis niet te groot zgn Eindelijk, mijn zoon, bid ik u nog God voor de rust myner ziel te laten bidden en mij deel te geven in al uwe goede werken. Ik geef u ook al den zegen, dien een goed vader over zijn dierbaren zoon zal uitspreken. Ik smeek de

ocr page 112

HEILIGEN I,ODEWIJK

H Drievuldigheid en alle Heiligen u te behoeden voor alle kwaad; dat God u de genade verleene, mijn zoon, dat gij in alles Zijnen H. Wil vol-brenget, opdat wij hem te samen na dit leven mogen aanschouwen , prijzen en beminnen in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Deze woorden, zooals gemakkelijk te begrijpen valt, maakten op den geest van Philippus een zeer diepen indruk, die hem zijn geheele leven bijbleef. Lodewijk wendde zich vervolgens tot de koningin van Navarre, zijne dochter, en bracht haar hare bijzondere plichten onder het oog haar met bijzondere teederheid aanbevelende zorg te dragen voor den koning haren gemaal, die ernstig ongesteld was. Daarna, zich slechts met God alleen willende bezighouden, omhelsde hij zijne kinderen voor de laatste maal, en verzocht hij , dat men hem alleen zou laten met zijn biechtvader. Zoolang het hem mogeli)k was geweest, had hij de H. Mis bijgewoond en in de laatste dagen liet hij zijne aalmoezeniers aan z:jn bed komen, om zi]ne gebeden met de hunne te vereenigen. Voortdurend had hij de oogen op het kruisbeeld gevestigd, en van tijd tot tijd liet hij het zich aanreiken om zijne lippen te drukken op de voeten van het beeld des gekruisigden Verlossers. Gedurende zijne ziekte ontving hij verscheidene malen het Lichaam en Bloed Onzes Heeren, en toen hg gevoelde, dat zijne krachten hem begonnen te begeven,

111

ocr page 113

HET LEVEN VAN DEN

112

verzocht hij om de H. Teerspijze. Van zwakte kon hg nauwelijks het hoofd opheffen en toch richtte hij zich geheel alleen op en knielde vol eerbied neer, toen men met het Allerheiligste naderde. » Gelooft gij vastelgk, vroeg hem zijn biechtvader dat dit waarlijk het Lichaam van Jesus Christus is?quot; »Ja, antwoordde de koning, even vastelgk als zag ik hem even als de Apostelen op den dag zijner hemelvaart.quot; Nadat hem ook het H. Oliesel was toegediend, viel hij ten gevolge der groote krachtsinspanning, in eene diepe uitputting. Vrij langen tijd bleef hij liggen, zonder een enkel woord te spreken. Men meende nu dat zijn laatste uur gekomen was en in het gansche leger vloeiden tranen. Tegen den avond echter scheen hij eenigszins bij te komen en begon hij wederom luid op te bidden. »Heerquot;, zoo smeekte hij met krachtiger stem dan zijn toestand scheen te veroorloven, » Heer, bewaar en heilig uw volk!quot; Hg wendde zich vervolgens tot den H. Dionisius, inwien hij altijd een byzonder vertrouwen had gesteld, en vroeg hem zijne tusschenkomst bij God ten behoeve van Frankrijk. Den nacht bracht de koning vrg kalm door, zijne pijnen verminderden en hi j sliep in. Doch daar zijn hoofd vol was van de gedachte aan het Heilig Land hoorde men hem verscheidene malen deze woorden herhalen: wij zullen naar Jerusalem gaan; daarmede misschien het hemelsche Jerusalem bedoelende hetwelk hij als zijn wezenlijk vaderland beschouwde.

ocr page 114

HEILIGEN LODE WIJK

Eindelijk verloor hij de spraak en voelende dat de dood naderde, gaf hij een teeken dat men hem een haren boetekleed zou aantrekken en op een met asch bestrooid bed zou neerleggen. Daarop bracht hij zijne laatste uren door, terwijl hij van den eenen kant in den geest verschrikt door de gedachte aan het oordeel Gods , van den anderen kant moed en vertrouwen schepte in de barmhartigheid des Heeren en de verdiensten van Jesus Christus. Tegen drie uren in den namiddag deed hg een laatste krachtsinspanning en met eene duidelijke stem deze woorden van David uitsprekende: »Heer, ik zal binnengaan in üw huis, ik zal IJ aanbidden in Uwen heiligen tempel en Uwen Naam verheerlijkenquot;, gaf de heilige koning zijnen geest den 25u Augustus 1270, in den ouderdom van vijfenvijftig jaar, waarvan hij er bijna vierenveertig geregeerd had.

Zoo stierf de heilige koning Lodewijk, wiens leven eene aaneenschakeling is van wonderlijke en heilige daden. Even dapper was hij als de grootste krijgshelden der oudheid en zijne daden evenaren — zoo niet overtreffen — alles wat de dichtkunst en de geschiedenis ooit schoons en heerlijks verhaald hebben. Doch grooter is hij, zelfs in de oogen der menschen, door de zuiverheid zijner zeden , door de getrouwheid in de vervulling zijner plichten en door de liefde voor zijn volk. Terwijl hy overvloed wist te

8

113

ocr page 115

HET LEVEN VAN DEN

114

doen heerschen in zijne staten, vond hij tevens het middel de machtigste vorst te zijn van Europa. Hij verlangde slechts naar rijkdommen om ze onder de ongelukkigen uit te deelen; zijne schatten waren in het hart zijner onderdanen, en ofschoon hij gedurende de kruistochten groote uitgaven te doen had, leed hij toch nooit geldgebrek , daar ieder gaarne zijn beurs opende voor een koning, die zijne uitgaven zoo wgselijk wist te regelen. Zijne tegenstanders hebben hem verweten, dat hij twee belangrijke ondernemingen heeft gedaan; die beide een ongelukkigen afloop hadden; maar is het billijk hem te ver-oordeelen, terwijl het hem noch aan moed, noch aan voorzichtigheid ontbrak? Moet men niet veeleer zeggen, dat de mensehelijke geest hier voor een der ondoorgrondelijke raadsbesluiten der goddelijke Voorzienigheid staat? Aan het hoofd van vijftigduizend Franschen moest Lodewijk, groot als koning en heilig als mensch, naar allen schijn, Egypte en het H. Land veroveren: maar in Zijne ondoorgrondelijke wijsheid beschikte God het anders en heiligde Lodewijk door het lijden. Waren zijne kruistochten met den gewenschten uitslag bekroond geworden, dan zou de nakomelingschap Lode wij k's staatkundig beleid bewonderd hebben. Doch niet in den goeden uitslag ligt de ware roem , en de heilige koning zal altijd de eer hebben , een onvermoeiden ijver aan den dag gelegd te hebben

ocr page 116

HEILIGEN LODEWIJK

voor den roem der Christelijke wapenen , en voor de vrijheid der Christenen in Palestina.

De tijding van des konings dood verspreidde in het leger eene algemeene verslagenheid. Terwijl sommigen tranen stortten, beschuldigden anderen luide den koning van Sicilië, dat bij zijn broeder had laten omkomen; doch allen spraken over de schoon e hoedanigheden en de deugden van den overleden vorst. Men verdrong zich in zijne tent om een laatsten blik te werpen op zijn stoffelijk overschot. Hij lag nog uitgestrekt op de asch, waarop hg den laatsten adem had willen uitblazen. Men zon gezegd hebben, dat hg slechts sluimerde en de zoete uitdrukking van rust op zijn gelaat teekende reeds het geluk, dat hij in den hemel genoot.

Maar even had Lodewijk den geest gegeven, toen men het trompetgeschal hoorde van het leger van 's konings broeder, Karei van Anjon, koning van Sicilië. Karei was in de nabijheid van het oude Carthago met flink uitgeruste troepen geland. Hij was nu niet weinig verwonderd , dat niemand hem te gemoet kwam. Vermoedende, dat er een groot ongeluk geschied was, liet hij zijn leger onder bevel zijner generaals, snelde met lossen tengel naar het kamp en trad de tent des konings binnen. Het smartelijk schouwspel, dat daar zijne blikken trof, maakte een diepen indruk op zijne ziel. Hij wierp zich ter aarde en kuste onder een vloed van tranen

115

ocr page 117

HET LEVEN VAN DEN

de voeten van zijn heiligen broeder. Hij hielp vervolgens de maatregelen nemen om den koning de laatste eer te bewijzen. De stoffelijke overblijfselen van den heiligen vorst werden in twee verschillende kisten gesloten. Prins Philippus die door de fransche edelen tot koning uitgeroepen was , wilde beide kisten in zijn bezit nemen, doch hij liet zich verbidden door de smeekingen van den koning van Sicilië, aan wien hij eene der twee kisten afstond, welke deze aan de abdij van Montreal bij Palermo ter bewaring zond.

Intusschen moest ook in de veiligheid van het leger voorzien worden. Philippus en Karei vereenigden tot dat doel hunne krachten. De dood des konings had de Sarracenen met nieuwen moed bezield; zij kwamen den slag aanbieden en de kruisvaarders namen dat aanbod aan. De Sarracenen werden verslagen en toen zij eenigen tijd naderhand terugkwamen, leden zij eene zoo volkomene nederlaag, dat zij zich niet meer in het open veld durfden vertoonen. De kruisvaarders vatten toen het plan op zich meester te maken van Tunis. Terwijl zij zich bezig hielden met de toebereidselen voor het beleg, liet de mohammedtiansche vorst den vrede vragen , zijne onderwerping aanbiedende op voorwaarden even bezwarend voor hem als voordeelig voor de kruisvaarders. Men nam die voorwaarden aan en er werd nu voor den tijd van tien jaren een

116

ocr page 118

HEIIJGEN LODEWIJK

wapenstilstand gesloten onder de volgende bepalingen: alle christen gevangenen zouden in vrijheid gesteld worden; de Christenen kregen het recht tot het bouwen van kerken en tot volkomen vrije uitoefening van hun godsdienst; er mocht geen hinderpaal in den weg gesteld worden a.m de bekeering der muselmannen; de sultan van Tunis zou elk jaar aan den koning van Sicilië eene schatting betalen van vijfduizend kronen en aan den Franschen vorst en zijn edelen al de kosten vergoeden , die zij sedert het begin van den oorlog gemaakt hadden, welke kosten tweehonderdtienduizend onzen gouds beliepen, waarvan de helft aanstonds en de andere helft binnen twee maanden moest betaald worden.

Zoodanig was het einde van den achtsten en laatsten kruistocht. De Franschen scheepten zich terzelfder tgd als de Sicilianen in , het heilig overschot van Lodewijk medevoerende. Karei van Anjou liet met den meesten luister dat gedeelte, hetwelk hem te beurt was gevallen , ter aarde bestellen. Het ander gedeelte werd naar Frankrijk gevoerd en in de abdij van Saint-Denis begraven. Koning Philippus wilde de kist zelf langs een gedeelte van den weg op zijne schouders dragen; overal was er ook een groote toeloop van volk om den overleden heiligen vorst een laatste bewijs van hulde en eerbied te brengen. De twee abdijen van Montreal en Saint-Denis

117

ocr page 119

HET LEVEN VAN DEN

zijn langen tijd door de geloovigen bezocht geworden , die er de voorspraak van den heiligen koning kwamen afsmeeken en er dikwijls mi-rakeleuze genezingen verwierven.

Philips de Schoone schonk een gedeelte der beenderen van den heilige aan de Kathedraal van Parijs en het hoofd aan de Heilige Kapel in dezelfde stad.

De koningin-weduwe was in diepen rouw gedompeld over haar verlies, doch zij vond troost in den godsdienst. Zij kon er niet aan twijfelen, of haar deugdzame echtgenoot was reeds in het verblijf der gelukzaligen opgenomen , en er nog slechts aan denkende zich met hem te vereenigen, wanneer God het bevelen zou , bracht zij het overige haars levens in goede werken door en overleed dertien jaar later in een door haar gesticht klooster, waarin zij zich teruggetrokken had.

Intusschen deden de menigvuldige wonderen aan het graf van Lodewijk te Montreal en te Sainl-Denis voorgevallen het verlangen ontstaan naar zgne heiligverklaring. Van verschillende kanten kwamen tot dat einde verzoekschriften in bg den H. Stoel en na een grondig onderzoek , onder de regeeringen van verscheidene pausen voortgezet, nam eindelijk Bonifacius VIII koning Lodewijk, in het jaar 1297 onder het getal der Heiligen op.

118

ocr page 120

HEILIGEN LODE WIJK

De heldhaftige deugden van dezen grooten koning, den heiligsten en rechtvaardigsten, die ooit eene kroon gedragen heeft, schitterden met meer glans in de boeien zijner gevangenschap dan te midden zijner schoonste zegepralen. Hij verlangde er vurig naar, het rijk van Jesus Christus over de geheele aarde verspreid te zien, maar voornamelijk in die streken, welke de goddelijke Zaligmaker door zijne tegenwoordigheid geheiligd had en die reeds sedert lang onder de dwingeland^ van hunne barbaarsche overweldigers zuchtten. Hij kon dat edel en heilig verlangen niet bevredigen, de Hemel had het anders beschikt, doch Lodewijk aanbad tot zijn laatsten zucht de raadsbesluiten van Gods heiligen Wil. Niets was in staat zijne onderwerping aan den aanbiddelijken Wil Gods te doen wankelen , niets kon hem een klacht of gemor van ontevredenheid ontrukken. Boven alle tegenspoeden verheven, werd zijne groote ziel nooit terneergeslagen door het mislukken zijner plannen of het verlies zijner vrijheid. Meermalen bekende hg aan diegenen, welke hij met zijne vriendschap vereerde, dat hij meer vreugde had gesmaakt in zijne gevangenis, dan al hadde hij het heelal aan zijne wetten onderworpen.

Laat ons dus de wijsheid en de barmhartigheid Gods bewonderen op de wegen , langs welke Hij zijn getrouwste dienaars leidt. Lodewijk, de zachtmoedigste, de wijsste en de godvruchtigste

119

ocr page 121

KcfZÓb l amp; l

120 HET LEVEN VAN DEN H. LODEWIJK

der menschen , wordt door den hitteraten tegenspoed beproefd, en zijne ziel wordt er slechts getrouwer en zuiverder door. Op God alleen ö hlijft zijn vertrouwen te midden van al zijne li ongelukken; te midden zelfs van de schaduwen des doods blijft Hij alleen het voorwerp zijner liefde. Dat zijn voorbeeld in ons teweegbrenge eene moedige berusting in al wat ons droevigs op deze wereld overkomen kan. Dit is het vol-maaktste offer, dat wij aan den Heer kunnen opdragen; het is de volmaakte werking der , : genade in onze zielen , de zekerste zegepraal f c over onze hartstochten, het anker onzer zaligheid onder alle lotsverwisselingen, de zuiverste bron van een onverstoorbaren vrede, het is deze ^ berusting eindelijk, die ons, gedurende de dagen r van onzen pelgrimstocht, in de armen der ^ Voorzienigheid plaatsende, alleen de bitterheid van ons verdriet verzachten, en ons geleiden kan naar het hemelsche vaderland.

m N ü E

:,l-,! ft

■sK

r iC. tfisL'

.

ocr page 122

nardus amp; P. M. Godvr. Leiding op denKruisw. / 0.05

ie tot de EL Vijf Wonden. . . . - 0.05

jchtigheid der Eerkwijding. . . . - 0.25

loekje H. Familie......- 0.20

.ve Maria der Congreganisten. . . - 0.20

izangen op de Tien Geboden Gods. . - 0.20

oekje H; Familie, 3 boekjes bijeen ingebond - 0.60

a voor Congr. O. L. Vr.....- 0.60

ën op de Gezangen van het Handboekje der

H. Familie en Congregatie O. L. Vrouw. - 0.30

op de Gezangen van de Tien Geboden. - 0.30

» » » het Ave Maria , - 0.30

landboekje met de Melodiën, ingebonden. - 1.50 .ën en Eefreinen, Feijen, met aec. van

10 of Orgel.......- 1.85

jen voor R. K. Militairen Vereeniging. . - 0.10

igelen der aarde.......- 0.25

!r ook Engelen op aarde. . . . - 0.25

fvklokje of de drie Doopsels. . . . - 0.25

in het Tabernakel.....- 0.15

GODVRUCHTIGE ZAKBOEKJES.

Mecum, verzameling der meest bekende devotiën. baar Handboekje der Godvruchtige Zielen.

t en gij zult verkrijgen, devotiën tot Heiligen wier rspraak wordt ingeroepen in vers. omstandigheden. )oek der devotie tot de H. Moeder Anna.

[aand van Aanbidding of de Maand voor alle inden des jaars.

)oekje der dienaren van O. L. Vr. van Goeden Raad.

Heer Jezus, dertig Communie-oefeningen.

'de van het H. Hart van Jezus tot zijne schepselen.

in der liefde tot den gekrnisten Juzus.

tod in afzondering, gebedenboek voor R. K Zieken,

irekkigen en Zwakken, die verhinderd zijn de

Isdienst-oefeningen bij te wonen.

L Sacrament onze Schat, 3e Communie-Oefeningen.

rige vereerder van den H. Antonius van Padua.

tot den H. Antonius van Padua.

31k dezer Zakboekjes in linnen band. . . ƒ 0.50

ocr page 123

DE GALERIJ OER HEILIGEN

verschijnt in Seriën van 10 Deelen.

Elk deel is op zich zelve compleet en bevat een geheel leven.

Elke serie kost bij inteekening f 3,50. Afzonderlijke levens kosten 40 Cents. Tien Ex. van eenzelfde leven f 3.«gt;0.

De Eerste Serie bevat de volgende levens; De H. Vincentius a Paulo. - DeH. Füanciscus Xavekius. - De H. Bekedictus.- De H. Philomena. De H. Catharina van Zweden. - De H. Antokids vanPadua.- DeH.Petrus, Apostel.-DeH. Cecilia. DeH.JozsF. - DeH.AlphonsusMariadeLiguori. In de Tweede Serie zijn verschenen : H. Elisabeth van Hongarije. — H. Aloysius van Gonzaga.-H.Stanislaus Kostka.- H.Germana. H. Brigitta.—H.Genoveva.—H. Drie-Koningen. Gz. Margaretha Maria Alacoque. - H. Ben. Jos. Labrk. - H. Lodewijk, Koning van Frankrijk. hi de Derde Serie zijn verschenen : De H. Ursula en hare elfduizend Maagden.— Zuster Maria Bernard. — H. Angela Merici. De H. Agustinus , Bisschop van Hippone. — H. Johanna de Chantal. — De H. Philippus Nerius. — H. Clara. — H. Maagd Maria. Margaretha v. h. H. Sakram. — O. H. Jesus Christus.

In de vierde Serie zijn verschenen : Delevens van de Vaders der Woestijnen 10 deelen. Idem in twee deelen half lederen band. f 3.50.

In de vijfde Serie zijn verschenen : De H. Barbara. — De H. Joseph k Li;onissa, DeH. Joannes van Nepomuk. — DeH. Francisous van Assisik. — Zuster Rosalie. — H. Catha-rina. — H. Laurentius v. Brindisi. — H. Gode-liva v. Ghistel. Pater Herman, ongeschoeide Karmeliet. — H. JöANNES BeRCHMANS. —

lie Vijf seriën té zamen f lO.—

1T WTTaamp;TOBs'

ocr page 124
ocr page 125
ocr page 126
ocr page 127