591
Vak 57
gt;
Broederschap der Hllerh. Maagd
ONDKR DEN TITEL VAN
O. L. VROUW VAN KEVELAAR
GEVESTIGD IN DE
Parochiekerk van den H. Bonaventura te Woerden.
---«â -âââ
1. Om lid der Broéderschap te worden en dus deelachtig te zijn aan de Aflaten, H.H. Missen, Kaarsoffers en andere veelvuldige goede werken, die in deze Broederschap zoo voer de levende als overledene leden worden opgedragen, moet men ingeschreven worden bij een der Broedermeesters of Lijsthouders.
3. Voor ieder lid wordt betaald bij inschrijving en verder jaarlijks een contributie van f0.50; daarenboven wordt bij inschrijving gevraagd een vrijwillige bijdrage volgens verinogen en godsvrucht jegens de Allerh. Moeder Gods. In ziekte of op zestigjarigen leeftijd wordt niemand als lid aangenomen, tenzij met vooruitbetaling van vijf gulden.
3. De leden der broederschap hebben het recht tegen een gift in eens van zes gulden een hunner overleden nabestaanden voor den tijd van twintig jaren te doen inschrijven als deelgenoot aan de gemeenschappelijke geestelijke voordeelen der Broederschap.
4. De jaarlijksche contributies zullen door de^ Broedermeesters en Lijsthouders omtrent de maand Augustus worden opgehaald; bij niet betalen daarvan vervalt het lidmaatschap.
5. De geldelijke inkomsten der liroederschap zullen strekken tot het doen opdragen van H. Missen
voor de leden en tot bestrijding van de onkosten der Proccesies en verder tot bevordering der devotie jegens de Allerh. Maagd.
6. Jaarlijks, tenzij volgens oordeel van den Pastoor-Directeur de omstandigheden anders eischen, zullen worden opgedragen; op den dag van vertrek der Pelgrims naar Kevela;ir een H. Mis voor een gelukkige reis; bij gelegenheid der Bedevaart te Kevelaar of althans in de maand September een plechtige Hoogmis voor de levende en een H. Mis voor de overleden leden der Broederschap; na terugkeer uit Kevelaar, op telkens te bepalen dag, een gezongen H. Mis tot dankzegging; in November een gezongen Requiem voor de overleden leden der Broederschap; maandelijks een H. Mis voor de levende en overleden leden der Broederschap; enz
7. Bovendien zullen voor elk der Broeders en Zusters, na kennisgeving van overlijden aan den eigen Broedermeester, drie H. Missen voor hunne ziele-rust worden opgedragen.
8. De namen der overleden Broeders en Zusters zullen in het jaar van overlijden, op vier verschillende feestdagen der Allerh. Maagd worden afgelezen ter aanbeveling in de gebeden der geloovigen; evenzoo drie achtereenvolgende jaren bij feestgelegenheid in September.
Woerden, Mei 1908. A. J. M. LOGUAARD.
Pastoor- TJirectenr.
VERLEENDE AFLATEN.
Z. H. Paus Pius VII heeft op 7 en 12 Maart 1817 aan deze Broederschap, gevestigd in de kerk van den H. Bonaventura te Woerden voor altijd verleend de volgende aflaten;
1. Volle aflaat aan alle geloovigen op den dag hunner inschrijving, onder voorwaarde van Bieclit, Communie en gebed volgens intentie van den Paus.
2. Volle aflaat aan alle Broeders en Zusters, die in gevaar van sterven gebiecht en gecommuniceerd hebbende of, dit niet kunnende, met oprecht leedwezen over hunne zonden den H. Naam Jezus aanroepen.
3. Volle aflaat aan alle Broeders eu Zusters op den bijzonderen feestdag der Broederschap (Onb. Ontv. der Allerh. Maagd, 8 Dec) na gebischt en gecommuniceerd en inde Broederschaps-kerk tot intentie van den Paus gebeden te hebben.
4. Aflaat van zeven jaren en zooveel qua-dragenen of zooveel maal veertig dagen op . de feestdagen van Paschen, Pinksteren, Allerheiligen en Kerstmis aan alle Broeders en Zusters, na gebiecht en gecommuniceerd te hebben en gebeden tot intentie van den Paus.
5. Aflaat van zestig dagen, zoo dikwijls de Broeders en Zusters in de Broederschapskerk te zamen de H. Mis of andere Kerkelijke diensten bijwonen of bijeenkomen om eenig goed werk te verrichten.
6. Aflaat van zestig dagen, wanneer de Broeders of Zusters het begraven der dooden godvruchtig bijwonen of het H. Sacrament naar een zieke vergezellen of, dit niet kunnende, een Onze Vader en Wees Gegroet bidden voor de rust der zielen.
7. Aflaat van zestig dagen aan alle Broeders en Zusters voor elk dezer werken van barmhartigheid : arme vreemdelingen herbergen of met aalmoezen en hulp bijstaan; zieken bezoeken en in hun lijden troosten; onwetenden de Geboden Gods en wat ter zaligheid noodig is leeren; een dolende op den weg der zaligheid terugbrengen ; tusschen twistenden liefde en vrede herstellen.
8. Aflaat van zestig dagen aan alle Broeders en Zusters, die vijfmaal het Gebed des Heeren en vijfmaal de Groetenis des Engels voor de rust van de afgestorven leden der Broederschap bidden of eenig geestelijk of lichamelijk werk van barmhartigheid verrichten.
9. Volle aflaat op O. L. Vr. Lichtmis, Maria-Boodschap, Opneming ten Hemel, Geboorte en Onb. Ontvangenis van Maria aan alle ge-loovigen, die in de liroederschapskerk gebiecht en gecommuniceerd hebbende, bidden tot intentie van den Paus; â op Maria-Visitatie (2 Juli) en Maria Praesentatie (31 Nov.) een aflaat van zeven jaren en zeven quadragenen of zevenmaal veertig dagen. Deze aflaat kan ook worden toegevoegd aan de zielen des Vagevuurs.
De publiceering dezer aflaten wordt door Ons toegestaan. Haarlem, i Juli 1908. f AUGUSTINUS, JOSEPHUS.
Bisschop v. Haarlem.
--«-
Ah lid dezer Broederschap is ingeschreven
19
Broedermeester.
Woerden
,1 â
'5 7 ;;
Kerkelijke Goedkeuring.
Aa
Hot nj de:
IMPRIMATUR
enige )roiigi Vof lie in
lt;gt;lt;gt;o| , eta],
jij z j-eber tezar Ve
ïebei
A m s te 1 o (1., A. M. C. van Cootii
die iü Junii 1891. Libr. Cons.
Aan de godvruchtige Pelgrims.
Hot is nuttig en wenscheiijk gebleken om bij deze nieuwe uitgave van uw Pelgrimsboekje 'OTii,lenige vermeerdering en verandering aan to brengen.
Vooreerst zult gij in dit boekje de gebeden, Bie in de vroegere uitgave slechts beperkt in rgetal waren, met verschillende vermeerderd zien. (üj zult daarin het Morgengebed en het Avondgebed aantreffen, dat de Pelgrims gewoon zijn gezamenlijk te verrichten.
Vervolgens Gebeden onder de H. Mis, Biecht-iebeden. Gebeden vóór en na de H. Communie
IS.
IV
en daai'enboven cenige Litanien en Gebeden ter cere van het Allerheiligste Sacrament, ter eere van het Allerheiligst Hart, het bitter Lij'len on/.es Heeren ; eindelijk verschillende Litanien en toepasselijke Gebeden ter eere van de Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, van den li. Jozef, van de H. Moeder Anna en voor de Geloovige Zielen in hot Vagevuur,
Kan men zich van deze gebeden bedienen om aan eigen godsvrucht te voldoen, Gij zult ze ook zeer geschikt bevinden om dooi'U gezamenlijk verricht te worden, vooral bij die geestelijke oeleningen, die de Pelgiims met elkander gewoon zijn te doen bij bezoek van het Allerheiligste, bij het Roode Kruis, bij Maria in den Nood, in de Parochiekerk te Oud-Kevelaar, enz. enz.
Wat de Gezangen betreft, ook hierin is eene verandering aangebracht.
Weliswaai zijn de meeste Liederen, die in
I
311 ; de vorige uitgave w.ïfiien aiuigetroffen en die er voor een groot gedeelte uit de meesterlijke pen ju van den Zeereerwaarden Zeergeleerden (leer in P. van deii Ploeg, z. g., zijn gevloeid, in m- hun oorspronkelijk geheel gebleven. Hierop au tocli is te veel do stempel van den godsdienen tigen eenvoud en van de eerbiedwaardigen oudheid gedrukt, dan dat wij liet zouden hebben en willen of durven wagen ze achterwege te laten, uit Doch eenige /ijn gewijzigd en vermeerderd *e- hetwelk ook geschied is met het oog op de quot; die \ gewoonte, dat ze in Kevelaar gezongen worden iet met begeleiding van muziekinstrumenten. 'f111 Eindelijk zijn ook aan dit gedeelte eenige ,j\i gansch nieuwe Gezangen toegevoegd, o. a.: te eenige Liederen ter eere van hot Allerheiligst Hart van .Ifsns. ter eere van de H. Moeder is Gods, van den H. Josef, van den H. Joannes den Dooper, Patroon der Stad Gouda, van den in H. Vader Franciscus, welke bijzonder in de
1
vi
Broedersclmpskerk vereerd wordt en van de H. Liduina, de Hollandsche Heilige, wier openbare vereering ten vorige jare bijzonder is | goedgekeurd en bekrachtigd.
«Gebruikt dan, waarde Pelgrims !quot; zoo zeggen wij U met den bovengenoemden Schrijver, in zijne voorrede voor de uitgave van 1870. «gebruikt dan, waarde Pelgrims! deze nieuwe en vermeerderde uitgave met veel geestelijke vruchtquot;, en gedenken wij elkander, in leven en dood, bij onze Goede Moeder Maria, die in Kevelaar bijzonder vereerd wordt onder den titel van âTROOSTERES DER BEDRUKTENquot;.
Gouda, Feestdag van het Allerh. Hart v. Jesus, 5 Juni 1891.
Zijne Heiligheid Paus Clemens XIV heeft op den 28 November 1769 aan dit Broederschap de volgende aflaten verleend;
Ten eerste. Alle Ucomsch Katholieke geloovigen zullen op den dag hunner inschrijving, zoo zij biechten, coinmuniceeren en hidden naar de gewone meening zijner Heiligh eid, verdienen v o l l e n v f l a a t.
Ten tweede. De Ãroeders en Zusters, die, in gevaar van sterven, gebiecht en gecommuniceerd hebben; of', dit niet kunnende, met een oprecht berouw over hunne zonden, met den mond, , of, dit niet kunnende, met het harl den Allerheiligsten Naam Jesus aanroepen, zullen verdienen volle-s aflaat.
Ten derde. Aan alle Broeders en Zusters, die op den voornaamsten feestdag van dit Broederschap ( Maria-Geboorte) gebiecht, gecommuniceerd en in de Broederschaps-kerk tot vermeld einde gebeden hebben, wordt verleend v o r, l k a f l a a t.
Ten vierde. Wordt verleend aan de Broeders en Zusters, die op de feestdagen van Maria-Zuive-ring, den II. Joannes den Dooper, Maria-Tenhemel-opneming, en op den laatsten Zondag van September gebiecht, gecommuniceerd, en in de Broederschaps-kerk, als boven, gebeden hebben, een allaat van z e v e n j a a e n en z o o v e e l q u a d u a gene n.
Vlll
Ton vijlde. Zoo dikwijls do Broedois oCZustcrs f In de Broedeischaps-lieili te zamen de II. Mis, ol j andere kerkelijke dionsten bijwonen, ol bijeenkomen om cenig goed werk Ie dnen, of de gewone of buitengewone procession liijwonen, verdienen zij voor elke hier gonoemdc oefeidng /. icstu; dagkn allaat.
Ten zesde. Zoo een lid van dit Broederschap bij do begrafenis van een overledene godvruchtig tegenwoordig is, ol' hel II Sacrament naar een zieke vergezelt, of, hierin helot, knielende één Onze Vader en Wees Gegroet voor den zieke bidt, verdient hij zestig hagen allaat.
Ten zevende. Broeders ol Zusters, eenig werk van barmhartigheid verrichtende, als: arme vreemde-linfen herbergen, of met aalmoezen bijstaan; zieken bezoeken en hen in hun lijden troosten; onwetenden Gods geboden cn wat ter zaligheid noodig is leeren: vrede maken mot zijne vijanden of do liefde en vrede tnsschen verwijderden herstellen, â verdienen voor elk dier werken /.estu: iiacen allaat.
Ten achtste. Wordt verleend aan de Broeders en Zusters die vijfmaal bet Onze \ ader en Wees Ges roet voor de zielen der afgestorvene Broeders of Zusters bidden, ol' die eenig geestelijk ol lichamelijk werk van barmhartigheid doen, zestig dagen allaat.
Eindelijk heeft dezelfde Paus Clemens NtV verleend, dat bovengenoemde allaten ook aan de geloo-vige zielen in het vagevuur kunnen toegevoegd worden.
T
tors a
'ljui- . lx Xi JO Jamp;t
^ 12 ^ T
voor :
laat.
pbij MORGENGEBED.
£ren-
'ieke
nze Gezegend zij de Allerheiligste Drievuldigheid b'di, en onverdeelbare Drieënheid; wij willen Haar bedanken, omdat Zij ons barmhartigheid heeft llu,,. bewezen en ons tot het begin van dezen dag eken heeft laten komen. Amen.
kv 01
ndo-
utlon iron: rede voor
stellen wij ons in gods heilige tegenwoordigheid.
Wij gelooven vastelijk, o God, dat gij ideis 1 hier tegenwoordig zijt, ons gadeslaat en ons jders hoort; dat al de gedachten en genegenheden, iclia- 'i'1 (ie verborgenste bewegingen van ons hart U gen bekend zijn, en dat Gij bereid zijt naar ons gebed te luisteren en hetzelve te verhooren.
ver- 5
cloü- laten wij god voor zijne
weldaden bedanken.
Wij aanbidden U, o God, in dit vroege morgenuur en erkennen U voor onzen Schep-
'2
per en Opperheer. ^ATij bedfinken IJ ootmoedig voor al de genaden, die Gij in uwe oveigroote barmhartigheid, ons tot heden hebt verieenu ,
en wel voornanieiijk omdat Ãij ons gedurende dezen nacht hebt bewaard en wij dezen dag mogen beleven. Is het niet wederom een uitwerksel uwer goedheid, dat Gij ons gedurende deze dagen zoovele en bijzondere middelen ter hand stelt, om U, o goede God, ijverig te kunnen dienen? Wij willen van daag trachten U al de eer te bewijzen, die wij aan uwe Goddelijke Majesteit verschuldigd zijn.
AANBIDDEN WIJ OOD EN HEILIGEN WIJ HEM DEZEN DAG TOE.
O God, Vader en Schepper van hemel en aarde, in ootmoed des harten aanbidden wij U met de Engelen en Heiligen. Help ons dezen dag uitsluitend voor uwe glorie en onze zaligheid te besteden: iloe ons daarom steeds aan uwe aanbiddelijke Alomtegenwoordigheid denken; onderhoud in ons die zalige vrees,
welke, vereenigd met de liefde, ons iedere â vrijwillige zonde doet verafschuwen en vluchten. â ; D
te L
O Jesus, Zoon van den eeuwigen Vader, wij met Hem één in wezen, ook U aanbidden wij. S0quot;1 Wij vereenigen onze goede werken met al uwe f. ^''o meeningen en verlangens, tot zaligheid van; eeuv
i
3
ons en van alle rnenschen; wij offeren ü dezelve op in vereeniging met uw H. lijden en sterven, voor den bloei der H. Kerk, voor de bekeering der zondaren, tot herstelling der heiligschennissen, tot voldoening onzer eigene
_____ zonden, tot lafenis der geloovige zielen, tot
nde % heil van al degenen die ons dierbaar zijn en 3len jf. die zich in onze gebeden hebben aanbevolen, erig 5lt; Ontvang en verberg ons in uw Goddelijk Bart, ich- opdat wij op het nauwst met ü vereenigd, uwe 1 nooit van U gescheiden worden; opdat wij, gelijk Gij, dierbare .lesus, door ootmoed, zuiverheid, zachtmoedigheid door alle deugden mogen toenemen in aangenaamheid bij God en de rnenschen
en O, 11. Geest, God met den Vader en den wij Zoon, ook U aanbidden wij in vereeniging ons | met Hen. Kom en verlicht ons verstand, ver-Hize i VU1 onze harten en ontsteek daarin het vuur eeds I Uwer liefde. Sterk ons om elke bekoring te beid | overwinnen, geef ons kracht om U in zuiver-â¢ees, i hei'1 'les harten te dienen en steeds getrouw dere 1 te blijven.
â dig iüte nu ; nde dag een
iten. Dit, o Vader, Zoon en H. Geest, smeeken ider, , wij U, opdat wij na 0 hier met volharding wij. ; gediend en bemind te hebben, U mogen aan-uwe B schouwen en bezitten in alle eeuwen der van i eeuwen. -.4111611,
l
LATEN WIJ ACTEN VAN
GELOOF, HOOP EN LIEFDE VERWEKKEN.
ACTE VAN GELOOF.
Mijn heer en mijn God, ik geloof dat Gij één God zijt in wezen en drievuldig in personen ; dat de tweede Persoon der Heilige Drievuldigheid voor ons is mensch geworden, en dat Gij het goede loont en het kwade straft: dit en alles wat Gij geopenbaard hebt en dooide Heilige Kerk te gelooven voorstelt, geloof ik vast; omdat Gij de oneindige waarheid zijt, die alles weet en niemand kan bedriegen. In en voor dit geloof wil ik leven en sterven.
Heer, vermeerder mijn geloof.
ACTE VAN HOOP.
Mijn Heer en mijn God, ik hoop met een vast betrouwen door de verdiensten van Jesus van U te zullen verkrijgen den Hemel en alle middelen daartoe noodig: dit hoop ik omdat Gij het beloofd hebt, die oneindig machtig, goed en getrouw in uwe beloften zijt. In deze hoop wil ik leven en sterven.
Heer, vermeerder mijne hoop,
ACTE VAN LIEFDE.
Mijn Heer en mijn God, ik bemin U hoven
al uit geheel mijn hart, omdat Gij het opperste goed en alle liefde waardig zijt: ik bemin mijnen evennaaste gelijk mij zelve om U. In deze liefde wil ik leven en sterven.
Heer, vermeerder mijne liefde.
LITANIE VAN DEN ALLERH. NAAM JE3US.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm L' onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer,
God, Zoon, Verlosser der wereld,
God, H. Geest,
H. Drievuldigheid, een God,
Jesus, Zoon van den levenden God, o
Jesus, stralend licht des Vaders, 3-
Jesus, glans van het eeuwig licht, 2
Jesus, koning der glorie, ^
Jesus, zon der rechtvaardigheid, a
Jesus, Zoon van de Maagd Maria, o
Allerliefste Jesus, S
Wonderbare Jesus, ~
Jesus, sterke God,
Jesus, Vader der toekomende eeuw,
Jesus, verkondiger van Gods verheven raad,
Allermachtigste Jesus,
6
Allerverdukligste Jesus, ontferm U onzer.
Allergelioorzaarnste Jesus,
Jesus, zacht en ootmoedig van hart,
Jesns, minnaar der zuiverheiil,
Jesus, onze liefde,
Jesus, minnaar des vredes,
Jesus, oorsprong des levens.
Jesus, voorbeeld der deugden,
Jesus, geleider onzer zielen,
Jesus, onze God,
Jesus, onze toevlucht,
Jesus, vader der armen,
Jesus, schat der geloovigen
Jesus, goede herder
Jesus, waarachtig licht,
Jesus, eeuwige wijsheid,
Jesus, oneindige goedheid,
Jesus, onze weg en ons leven,
Jesus, blijdschap der Engelen,
Jesus. Koning der Patriarchen,
Jesus, meester der Apostelen,
Jesus, leeraar der Evangelisten,
Jesus, sterkte der Martelaren,
Jesus, licht der Belijders,
Jesus, bruidegom der Maagden,
Jesus, kroon van alle Heiligen,
Wees genadig, spaar ons, Jesus,
Wees genadig, verhoor ons, Jesus,
7
Van alle kwaad, verlos ons, Jesus.
V;\n alle zonden,
Van uwe gramschap,
Van de listen en lagen des duivels.
Van den geest der onkuischheid.
Van den eeuwigen doorl.
Van het verouachtzamen uwer inspraken, c
Door het geheim uwer menschwording,
Dooi' uwe geboorte, S
Door uwe kindsheid, o
Dooi- uw allergoddelijkst leven, S
Door uwer arheid, c_
Door uwen doodstrijd en uw lijden, %
Door uw kruis en uw verlatenheid, ?
Door uwe smarten.
Door uwen dood en uwe begrafenis.
Door uwe verrijzenis.
Door uwe Hemelvaart,
Door uwe vreugden,
Uoor uwe glorie,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Jesus.
Lam üods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt do zonden der wereld, ontferm U onzer, Jesus.
Jesus, hooi1 ons.
Jesus, verhoor ons.
LAAT ONS BIDDEN.
Heer Jesus Christus, die gezegd hebt: vraagt en gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden. klopt en er zal u opengedaan worden, wij bidden U, verleen ons op onze smeekingen, uwe allergoddelijkste lietde, opdat wij U uit gansch ons hart, door woorden en werken mogen beminnen en nimmer ophouden van U te loven.
Maak, o Heer, dat wij te zamen de vrees en de liefde van uwen heiligen naam in der eeuwigheid mogen bezitten, omdat Gij nooit van uwe bestiering berooft, alwie Gij U ge-waardigt in de kracht uwer liefde te vestigen. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
DE ENGEL DES HEEREN.
De engel des Heeren heeft Ma-ia geboodschapt.
En zij heeft ontvangen van der; H. Geest. Wees gegroet enz.
Zie de dienstmaagd des Heeren.
9
Mij gescliiede naar uw woord. Wees gegroet enz
En het Woord is vleesch geworden.
En Het heeft onder ons gewoond. Wees gegroet enz.
Bid voor ons, H. Moeder Gods.
Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden U, o Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap iles engels, de menschwording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, dooi' zijn lijden en kruis tot de glorie der verrijzenis mogen komen. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
O heilige Maagd, Moeder van God, Koningin der engelen, ik begeer U te vereeren uit geheel mijn hart, zoo als uw Zoon wil dat Gij geëerd wordet in den hemel en op de aarde. O, Moeder van barmhartigheid, ik verkies U heden tot mijne moeder. Aanzie mij, behandel mij als uw kind. O, bron van leven en genade, toevlucht der zondaren, verkrijg mij door uwe machtige voorspraak dat ik moge verlost wezen van de zonde, en bevrijd van den eeuwigen dood. Amen.
10
BIDDEN quot;U'IJ DRIEMAAL HET WEES GEGROET, TER EER li VAN DE ONBEVLEKTE ONTVANGENIS DER ALLERHEILIGSTE MAAGD.
Wees gegroet, enz , 3 maal.
O Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons, die onze toevlucht tot U nemen.
O Heilige Engel Gods, die mijn bewaarder zijt, aan wiens zorg ik floor de goedheid van God ben toevertrouwd, gewaardig U mij te verlichten, te bewaren, te geleiden en te bestieren.
H. Joseph, Bruidegom van Maria, wees ook mijn verzorger, gelijk gij het van .lesus waart.
IJ Patronen, alle 11 Engelen en Heiligen, bidt voor ons.
Dat de zielen der overledene geloovigen door de barmhartiaheid Gods in vrede rusten. Amen.
AVONDGEBED.
STELLEN WIJ ONS IN GODS HEILIGE TEGENWOORDIGHEID.
Met de innigste dankbaarheid, o God, kom ik, voor ik mij ter ruste begeve, U nogmaals mijne hulde brengen Ik geloof vastelijk o God, dat Gij hier tegenwoordig zijt, mij gade-
11
slfiat en mij hooit, en dat al de gedachten en genegenheden, ja de verborgenste bewegingen van mijn hart U bekend zijn en dat Gij bereid zijl, naar mijn gebed te luisteren en het ie verhooren.
LATEN WIJ GOD VOOR ZIJNE WELDADEN BEDANKEN.
lli bedank U, o mijn God, voor de weldaden, die Gij mij bewezen hebt! Gij hebt mij geschapen, Gij hebv, mij tot dezen dag bewaard; Gij hebt zoo menigmaal mijne zonden vergeven, Hoe zal ik U mijne dankbaarheid â bewijzen voor al deze weldaden ? llemelsche : geesten, vervoegt u met mij, om den God van barmhartigheid te loven, die niet ophoudt het onwaardigste zijner schepselen met weldaden te overladen.
AANBIDDEN WIJ GOD EN VRAGEN WIJ HEM VERGIFFENIS OVEI! ONZE ZONDEN.
Ik aanbid U, o mijn God! met de onderwerping, welke de tegenwoordigheid van uwe goddelijke majesteit mij inboezemt; ik geloof in U, omdat Gij de waarheid zelve zijt;ik hoop in U, omdat Gij tot ons oneindig goed, almachtig en getrouw zijt in uwe beloften; ik bemin U nit geheel mijn hart, omdat Gij oneindig beminnelijk zijt. en ik bemin mijnen naaste uil
12
liefde tot U. Wie ook is mijne liefde meer waardig dan Gij, zoo beminnelijk, zoo goed zoo liefdevol'? .Maar ach! is het wel waar dat ik dezen dag 'J met al mijne vermogens heb bemind? Heb ik wel altijd aan U gedacht? Heb ik wel alles voor uwe glorie gedaan ? Heb ik U in niets bedroefd en beleedigd?
Eeuwige bron van licht, H. Geest, doe mij het getal en de boosheid mijner zonden kennen ; opdat ik daartegen eenen grooten afschuw moge opvatten, en dezelve nooit meer bedrijve.
ONDERZOEK UW GEWETEN, EN ZEG DAARNA:
Voor uwe voeten nedcrgeworpen, o mijn God, kom ik mijne zonden verfoeien, en U mijn leedwezen daarover betoonen ; ik heb mij ondankbaar getoond voor de overvloedige weldaden waarmede Gij mij steeds hebt overladen ; ik heb niet beantwoord aan de overgroote liefde met welke Gij uw dierbaar bloed voor mij hebt vergoten. O ! ik vraag U vergiffenis over mijne snoode ondankbaarheid, en ik kom U ootmoe-diglijk de genade eener oprechte boet vaardigheid afsmeeken.
O mijn God, ik wensch U nooit vergramd te hebben ! Ik wil van dit oogenolik af aan de zonden verzaken, bijzonderlijk aan deze in welke ik zoo dikwijls het ongeluk heb gehad te
13
vallen: ik wil zorgvuldiglijk alle gelegenheid van zonden vluchten. Verleen mij uwe genade, opdat voortaan niets bekwaam zij, mij te beletten, 0111 de plichten van mijnen staat behoorlijk te vervullen. Onze Vader. Wees gegroet. Ik geloof in God den Vader enz.
Behoud ons, Heer, terwijl wij waken ; bewaar ons terwijl wij slapen, opdat wij waken met Christus en in vrede rusten.
Bewaar ons. Heer, als den appel van uwe oogen en bescherm ons onder de schaduw uwer vleugelen.
Gewaardig U, Heer, ons dezen nacht te bewaren van alle zonden. Wees ons genadig, o Heer, wees ons genadig.
Dat uwe barmhartigheid over ons kome, volgens dat wij op U betrouwen hebben.
Heer, verhoor mijn gebed eu mijn geroep kome tot U.
Wij bidden U, Heer, dat Gij U gewaardigt onze rustplaats te bezoeken, en al de listen des vijands verre van daar te verdrijven; dat Uwe heilige Engelen daarin wonen, om ons in vrede te bewaren, en dat Uw zegen altijd over ons zij. Door Jesus Christus onzen Heer. Amen.
0 mijn God, o mijn Vader, hemel en aarde verkondigen uwen lof: ik vereenig mij met al uwe schepselen, om uwe majesteitteaanbidden ;
14
ik erken à voor mijnen God en voor mijnen oppersten ileer; in het begin van dezen lt;l:ig, heb ik IJ al mijne werken toegewijd, en ik begeer ook den dag te eindigen, met mijn lichaam, mijne ziel, mijn leven en alles wat ik bezit in uwe handen te bevelen.
Bewaar mij ten tijde van mijne., slaap, en verwijder van mijne rustplaats de lagen van den duivel, mijnen vijand: bevrijd mij van alles, wat naar ziel en lichaam in mij aan ü zou kunnen mishagen, en gewaardig U mijne rust te heiligen en verleen mij de genade om, na de duisternissen van dit leven, het rijk van licht en vrede te mogen binnentreden. Amen-
GEBED vooll DE LEVENDEN EN DE DOODEN,
O Heer, stort uwe genaden over mijne ouders, bloedverwanten, weldoeners, vrienden en vijanden ; bescherm al degenen die Gij op aarde tot mijne oversten hebt aangesteld; help de armen, de gevangenen, de bedroefden, de reizigers, de zieken en de stervenden Bekeer de ketters en verlicht de ongeloovigen.
God van goedheid en barmhartigheid, ontferm U genadiglijk over de zielen der geloovigen die in het vagevuur lijden; stel een einde aan hunne pijnen en geef aan deze voor welke ik
15
bijzonderlijk gehouden ben te bidden, het bezit der eeuwige zaligheid.
BIDDEN WIJ DRIEMAAL HET WEES GEOIiOEÃ, TER EERE VAN DE ONBEVLEKTE ONTVANGENIS DEK ALLERHEILIGSTE MAAGD
Wees gegroet enz., 'â gt; maal.
à Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons, die onze toevlucht tot U nemen.
LITANIE DER ALLERHEILIGSTE MAAGD EN MOEDER GODS MARIA.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser dei'wereld, ontferm U onzer.
God, Heilige Geest, ontferm ü onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm à onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods, jT
H. Maagd der Maagden, ~
Moeder van Christus, g
Moeder der goddelijke genade,
Allerreinste Moeder, 2
Allerzuiverste Moeder. ?
16
üngeschoiulene Moeder, bid voor ons. Onbevlekte Moeder,
Minnelijke Moeder,
Wonderbare Moeder,
Moeder des ScheppersT*
Moeder des Zaligmakers^ Allervooi'zichtigste quot;M^igd?quot;
Eei'waurdige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd,
Zachtmoedige Maagd,
Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid,
Stoel der wijsheid.
Oorzaak onzer blijdschap.
Geestelijk vat.
Eerwaardig vat.
Schoon vat van godvruchtigheid. Verborgene roos,
Toren van David,
Ivoren toren.
Gulden huis.
Ark des verbonds,
Deur des Hemels,
Morgenster,
Behoudenis der kranken.
Toevlucht der zondaren,
Troosteres der bedrukten.
|
Hulp | |
|
Konit | |
|
Konii | |
|
Koni | |
|
Koni | |
|
Koni | |
|
| Koni | |
|
Koni | |
|
Koni | |
|
; Koni | |
|
Koni | |
|
cr |
Lam |
|
c_ |
wt |
|
O |
Lam |
|
O | |
|
W( | |
|
O s |
Lam |
|
w | |
|
Chri | |
|
v Chri | |
|
0 | |
|
B | |
|
0 | |
|
Chri | |
y^y .Ct (ft
17
Hulp der Christenen, bid voor ons.
Koningin der Engelen,
Koningin der Patriarchen,
Koningin der Profeten,
Koningin der Apostelen,
Koningin der Martelaren,
Koningin der Belijders,
Koningin iler Maagden,
Koningin van alle Heiligen,
Koningin zonder vlok ontvangen, **
Koningin van den Allerheiligsten RozekriuiV-' Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verboor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verboor ons Onze Vader. Wees gegroet.
Bid voor ons H. Moeder Gods.
Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LATEN WIJ BIDDEN.
O God van barmhartigheid, ondersteun onze zwakheid, opdat wij, die op aarde de gedachtenis der Moeder Gods vereeren, door de hulp
-s
O O
18
barer voorspraak, uit onze ongerecbtigbeden mogen opstaan. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
Goede Engel, welke God mij tot bewaarder heeft gegeven, houd de oogen uwer liefde on-ophoudelijk over mij open, om mij dezen nacht te bewaren tegen alle rampspoeden; verwerf mij, bevrijd te zijn van een schielijken dood, en dit leven niette verlaten dan naeene oprechte boetvaardigheid gedaan te hebben over mijne zonden.
Groote IL Joseph, zuivere bruidegom van Maria en voedstervader van haren aanbiddelij-ken Zoon, neem ons onder uwe bescherming, opdat wij, na hier op aarde God getrouwelijk gediend te hebben, Hem met U mogen bezitten in het eeuwig vaderland.
II Patronen, alle H. Engelen en Heiligen, bidt voor ons.
Dat de zielen der overledene geloovigen door de barmhartigheid Gods in vrede rusten. Amen.
pEBEDEN ONDER DE Æquot;}. J^AlS.
GEBED VÃÃR DE H. MIS,
Kom, o Heilige Geest! vervul de harten uwer geloovigen en ontsteek in hen het vuur uwer goddelijke liefde, Gij, die in weerwil der verscheidenheid van alle talen de volken in de eenheid des geloofs vereenigd. en rondom de ééne offerande der nieuwe wet, die wordt opgedragen van den opgang der zon tot haren ondergang, vergaderd hebt!
Zend uit, o Heer, uwen Geest en alles zal herschapen worden.
En Gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
O God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest onderwezen hebt, geef dat wij in dien zelfden Geest verstaan wat recht is ; en ons altijd over Zijne vertroosting mogen verblijden. Door Christus onzen Heer. Amen.
ACTE VAN GELOOF.
Ik geloof vastelijk, o mijn God ! dat de
IJ. Mis de onbloedige offerande is der Nieuwe Wet, waarin het dierbaar Lichaam en Bloed van Jesus Christus, onzen goddelijken Zaligmaker, Uwen Zoon, onder de gedaanten van brood en wijn, aan U, o hemelsche Vader, wordt opgeofferd.
O geef mij, smeek ik U, dat ik daarbij heden tegenwoordig moge zijn, met die diepe aandacht, eerbied en vreeze, en met die teedere en hartelijke godsvrucht, welke zulk een ontzaglijk en liefdevol Geheim van mij eischt.
MEENING.
Ik vereenig mij, o God, met den priester en geheel uwe H. Kerk, om uwer goddelijke Majesteit dit H. Offer met eerbied op te dragen; 1. Tot meerdere eer en verheerlijking van U, wien alleen dit offer mag worden opgedragen. '2. Ter gedachtenis van uw lijden en uwen dood, o minnelijke Verlosser, gelijk Gij zelf geboden hebt, dat zulks geschieden zou bij dit II. Offer. 3. Tot dankzegging voor alle weldaden die Gij mij bewezen hebt. 4. Tot voldoening der straffen, die ik voor mijne zonden verdiend heb, en die ik in dit Offer door uw heilig bloed hoop jit te wis-schen. 5. Tot verkrijging van uwe genade en hulp in die zaak...... G. Voor mijne
ouders, bloedverwanten, vrienden en weldoeners, bijzonder voor......7. Voor de zielen
der overledenen, voornamelijk voor .... Neem, o Heer! deze mijne meening genadig aan en verhoor mij.
Dooi' Jesus Christus onzen Heer. Amen.
GEBEDEN AAN DEN VOET DES ALTAARS.
In den naam des Vaders en des Zoons en des II. Geestes. Amen.
Psalm Judica.
Ik kom tot uw altaar, Heer, die het licht zijt van die in de duisternissen zijn, en mijne toevlucht in de ellenden die mij omringen. Gewaardig U mijne ziel te bezoeken en mij de zaligheid te schenken, naar welken ik verzucht. Wolken des hemels, zendt ons den Rechtvaardige en dat de aarde den Zaligmaker voortbrenge.
Heilige Geest, teedere en edelmoedige Vertrooster, geef mij gebeden in, die waardig zijn verhoord te worden ; bestier mijnen wil, versterk mijnen moed, opdat ik moge zegepralen over de wereld en over mij zeiven: geef dat ik altijd gehoorzame aan uwe inspraken, bovenal dat ik U beminnel
22
Confiteor.
Hoewel Gij, o mijn God! om mijne zonden te kennen niet van noode hebt, dat ik U dezelve belijde, en Gij in mijn hart al mijne ongerechtigheden leest, belijd ik die nochtans voor het aanschijn van hemel en aarde; ik beken dat ik tegen U heb gezondigd door mijne gedachten, mijne woorden en mijne werken. Ik beschuldig mij van dezelve en vraag er U ootmoedig vergiffenis over. Heilige Maagd, Engelen en Heiligen des hemels, bidt voor ons, en terwijl wij zuchten in dit dal van tranen eu ellenden, spreekt voor ons en verkrijgt ons vergiffenis van onze zonden.
Misereatur.
O Jesus! verleen mij de dierbare gave van leedwezen en van vergiffenis, welke Gij zelf aan de grootste zondaren hebt beloofd, zoodra als zij vóór U hunne ongerechtigheden belijden en zuchten, omdat zij uwe oneindige goedheid vergramd en uwe heiligheid en onbepaalde beminnelijkheid miskend hebben.
UE PRIESTER GAAT HET ALTAAR OP.
Gelukkig degene, die in zijne zwakheid, ondersteund door uwe genade, zal waardig zijn
23
tot uwe altaren te naderen ! Geef mij, fleer, deze gunst, door de verdiensten der Heiligen, die zoo veel deel hebben in uwe glorie.
HIJ KUST IiET ALTAAR.
En gewaardig U aan ons, de opvolgers in hun geloof en hunne heilige betrachtingen, de genade van verzoening te geven, die hier beneden het begin was van den vrede, welken zij nu in den hemel genieten.
GEBEDEN BIJ HET INTROÃTUS, TOT AAN DE OFFERANDE.
Introïtus.
Gij zijt het, Heer, die de Heiligen van het oud Testament zoo vurige begeerten hebt ingegeven van uwen eenigen Zoon te zien nederdalen op de aarde; maak ons deelachtig van die heilige vurigheid, en geef dat ik, ondanks de ellenden en bekommernissen van dit leven, in mij eenen heiligen ijver gevoele om mij met U door de vurigste liefde te vereenigen.
Kyrie eleïson.
Nooit, o Heer! kunnen wij, om de menigvuldigheid onzer zonden, tot U genoeg zeggen ; ontferm U onzer. Wij bidden U om deze
PA
genade met het geroep van den blinde van Jericho, met de volharding der chananeesche vrouw, met de vurigheid van allen, welke Gij hebt willen verhoeren, als zij bleven volharden in tot U te roepen: Heer, ontferm U onzer.
Gloria in excelsis.
Glorie zij aan God in het hoogste en op de aarde vrede aan de menschen van goeden wil. Wij loven U, wij prijzen Ã, wij aanbidden U, wij verheerlijken IJ, wij danken U om uwe grooteglorie, o Jleer, God! hemelsche Koning! God Vader almachtig! o Meer! Jesus Christus, eeniggeboren Zoon ; o Heer God ! Lam Gods, Zoon des Vaders ! die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer: die wegneemt de zonden der wereld, neem ons smeekgebed aan. Want gij zijt alléén heilig, Gij zijt alléén de Heer, Gij zijt alléén de Allerhoogste, Jesus Christus met den H. Geest in de glorie van God den Vader. Amen.
Dominus vohiscum.
Wees met ons, Heer! en met uwen bedienaar, opdat wij bidden met godvruchtigheid en van U mogen verhoord worden tot uwe glorie en onze zaligheid.
Oremus.
Ontvang, lieer! de gebeden die U voor ons
25
worden toegestierd; verleen ons de genaden en deugden, welke de H. Kerk ü, door de bediening van den priester, voor ons vraagt. Het is waar dat wij niet verdienen verhoord te worden, maar merk aan dat wij U al deze genaden vragen door Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Geef mij, lieer, de heilige vermorzeling des harten, opdat ik aan den voet van uw altaar mijne lange afdwalingen en mijne misdadige zwakheid beweene: bekleed mij met uwe sterkte, opdat de arbeid, de gevaren, de beletselen, de vervolgingen der menschen mij nimmer van U afscheiden.
Ik vraag U deze genaden door de oneindige verdiensten van Jesus Christus, mijnen Zaligmaker. Amen.
Epistel.
Ik aanzie dezen Epistel, o mijn God, als eenen brief, die tot mij uit den hemel komt, om mij uwen aanbiddelijken wil te leeren. Verleen mij, bid ik U, de sterkte die mij noodig is, om te volbrengen hetgeen gij mij gebiedt. Gij zijt, het, Heer, die uwe Profeten en Apostelen hebt ingegeven hetgene zij hebben geschreven : deel mij een straaltje hunner ver-
26
lichtingen mede en stel in mijn hart een vonksken van het heilig vuur, dat hen verteerde, opdat ik U, naar hun voorbeeld, be-minne en hier op de aarde diene.
Gradueel.
Uwe lessen onderwijzen en behagen mij, lieer, -zij verheugen mij, omdat zij mij doen hopen dat ik U eens zal aanschouwen in den hemel mijn vaderland.
HET BOEK quot;WORDT OVERGEDRAGEN VAN DE RECHTER TOT DE LINKER ZIJDE.
Maar om dit hemelsch vaderland te verdienen, reinig, o lieer, dit hart waarin Gij moet wonen, reinig mijne lippen met de gloeiende kool, met welke Gij die van den Profeet Isaïas reinigdet: opdat Gij mij na uwe glorie waardiglijk op de aarde verkondigd te hebben, eens opneme om die te verkondigen in den hemel. O mijn God, bewaar mij van de on-geloovigheid, die haar venijn rondom mij uitspreidt, en straf mij nooit met mij de fakkel van het geloof te ontnemen.
Dominus vohiscum, voor het Evungclie.
Leer mij. Heer, uwe heilige geboden kennen; spreek, mijn God! uw dienaar luistert naar U.
27
He.t Evangelie.
Ik sta op, o opperste Wetgever, om te betuigen dat ik bereid ben, ook ten koste van mijn leven, de eeuwige waarheden te verdedigen, welke uw heilig Evangelie behelst Gij leert ons. dat allen die zeggen : Heer, lieer, (dat is: voor wie het genoeg is het Evangelie te belijden met den mond zonder een vasten wil te hebben van het te beoefenen), niet zullen gaan in het rijk .Ier hemelen, maar dat er deze zullen ingaan, die hunne werken gelijkvormig maken aan uwe geboden.
Vergun mij dan de genade, dat ik zoo getrouw zij, om uw goddelijk woord te volbrengen, als Gij mij standvastigheid indrukt om het te gelooven. Wat zou het mij, helaas! baten, als ik voor U zal verschijnen, het geloof te hebben zonder de verdiensten der liefde en goede werken, tenzij om mijn vonnis nog schroomelijker, mijn eeuwig lot nog vervaar-lijker te maken? O God der barmhartigheden ! oordeel mij niet op de onophoudelijke tegenstrijdigheid, die ik gesteld heb tusschen uwe grondregels en mijn gedrag, en druk mij den moed in van te beoefenen hetgene ik geloof! Aan U, [leer! zal er al de glorie van komen.
28
Credo.
Ikgeloofin éénen God, den almachtigenVader, Schepper van hemel en van aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in éénen lieer Jesus Christus, den eeniggeboren Zoon Gods, en uit den Vader voor alle eeuwen geboren : God van God, licht van licht, waarachfigen God van waar-achtigen God, geboren en niet gemaakt, mede-zelfstandig met den Vader, door Wien alle dingen gemaakt zijn. Die om ons menschen en om onze zaligheid nedergedaald is uit den hemel, en {onder deze woorden knielt men) het vleesch
HEEFT AANGENOMEN HOOR PEN tl. GEEST, UIT T)à MAAGD MARIA, EN IS MENSCH GEWORDEN. I lij is ook voor ons gekruist onder Pontius Pilatus: Hij heeft geleden- en is begraven. En Hij is, volgens de schriftuur, ten derde dage verrezen. En hij is opgeklommen ten hemel. Hij zit aan de rechterhand des Vaders. En 1 lij zal wederkomen met glorie, om te oordeelen de levenden en de dooden; van wiens rijk geen einde zal zijn. En in den H. Geest, den Keer en levendmakende, Die uit den Vader en den Zoon voorkomt. Die met den Vader en den Zoon te zamen aanbeden en mede verheerlijkt wordt; Die door de Profeten gesproken heeft. En ééne heilige. Katholieke en Apostolische Kerk. Ik
29
belijde een doopsel tot vergiffenis der zonde, en ik verwacht de varnj/.enis der dooden en het leven der toekomstige eeuw. Amen.
Dominus vohiscum.
Mijn God ! uwe genade zij met ons en met den priester uwen bedienaar, om U deze offerande heiliglijk op te dragen.
HET BEGIN DER OFFERANDE OF DE OPOFFERING.
Dat de hemel en de aarde de getuigen zijn van mijne genegenheid, en van de vreugd, die ik zou hebben van U mijn eigen leven te geven, om U mijne liefde en mijne getrouwheid te betoonen.
OPOFFERING DER HOSTIE.
Ontvang, o heilige Vader! eeuwige en almogende God! deze vlekkelooze Hostie, die wij U opdragen, hoe onwaardig wij ook zijn van U die voor te stellen. Ik offer U die op, Heer, als aan mijnen levenden en waren God, voor mijne ontallijke zonden, misdaden en verzui-menissen: als ook voor al de geloovige christenen, levenden en dooden, opdat zij aan hen en aan mij strekke tot de eeuwige zaligheid.
DE PRIESTER DOET WIJN EN WATER IN DEN KELK.
O God! die, door een wondervol uitwerksel
T
uwer almogentllieid, den mensch hebt gescha- 1 pen in eenen verheven graad van volmaaktheid,
en door een nog meer verbazend wonder van en j goedheid, het werk uwer handen na zijnen
val hebt willen herstellen, vergun mij, door t)(gt;n
het geheim, dat deze vermenging van wijn en zoo
water ons verbeeldt, de genade van te mogen y
deel hebben aan de Godheid van .lesus Christus, te ^
uwen Zoon, die aan onze menschheid heeft t|ee]
willen deel nemen; Hij, die God zijnde, met ⢠sin8
U, in de eenheid van den H. Geest leeft en uwt
heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen. otK]
mai
OPOFFERING VAN BEN KELK. , jut
VOâ¬
Heer, ik offer U met uwen bedienaar den | ver
kelk van zaligheid op, uwe goedheid smeekende ' (]ie
dat hij, als een aangename geur, moge op- vel
klimmen tot den troon van uwe goddelijke gc}
Majesteit, voor mijne zaligheid en voor die nl£
der geheele wereld. Amen. z0]
Ik vertoon mij voor U, Heer, met eenen wf
vernederden geest en een berouwvol hart, ont- ⢠zu
vang mij, bid ik U, en geef dat de opoffering ^ die ik U doe van mij zeiven, in vereeniging met die van Jesus Christus, heden voor U voltrokken worde op eene wijze, die U, o Heer, onze God ! dezelve aangenaam make.
31
DE PRIESTER AVASCIIT ZIJNE VINGEREN.
Mijn God, gewaardig inijne ziel te wasschen en haar te reinigen van alle vlekken der zonde: vernietig in mij de minste onvolmaaktheden en maak, door uwe genade, mijne ziel zoo zuiver, als /.ij hel was na het doopsel.
Vergun mij, Heer, de gratie van deze wereld te vergeten, die eens de strengheid uwer oor-deelen moet ondergaan, van de aarde te versmaden, die zal verteerd worden door het vuur uwer wraak, en geen acht te slaan op al die ondernemingen, die heimelijke ontwerpen, die maar éénen dag, eénen minuut, één oogenblik duren! Doe mij die eerbewijzingen met den voettreden die tot niets baten, die gevaarlijke vermaken die ons misleiden, die ijdele goederen die verderven, die valsche begaafdheden die verhoo vaardigen, dien ijdelen ophef van vriendschap en hoogachting, die zoo vele slachtoffers maakt; en dat de eerste en vurigste van mijne zorgen zij den dag uwer wraak te voorkomen, wanneer Gij eene zoo vervaarlijke rekening zult vragen van uwe genaden en weldaden ! ik vraag U dit, o God, door de oneindige verdiensten van Jesus Christus. Amen.
Oratc, fratres.
Heer! verhoor de gebeden van al uwe ge-
32
loovigen, die vereenigd zijn om U deze gfoote diens'
offerande op te dragen, welke wij U smeeken onzei te ontvangen tot de glorie van uwen naam, tot ons bijzonder voordeel en tot weizijn van geheel uwe Kerk. Gewaardig ü in ons hart de noo-
dige gesteldheid te drukken om dit werk van ^
onzen heiligen Godsdienst voordeelig bij te wo- waai
nen; heilig den Priester, die uwe goddelijke Jesl1
Mysteriën opdraagt, en reinig zijne handen en niet:
zijn hart, opdat hij bekwaam zij om uwe ge- den
nade over zich zeiven en over ons te trekken. naai
der
Secreten. UWI
dar
Verander, o mijn God ! deze offerande in uw li- bas
chaam en bloed, en herschep in U onze harten door kei
de macht van dit aanbiddelijk Mysterie, laat uw dal
heilig woord nederdalen op onze offeranden, opdat on
zij een heilzaam slachtoffer worden,dataan uwe va
Majesteit behage en door do toepassing van het ov
bloed van Jesus Christus aan uwe dienaren j Cl
nuttig zij. ^
Laat door deze offerande eenen overvloedigen l11
zegen nederdalen over uwe geloovigen ; veran- d der door dezelve hunne harten, vernietig er
de zonden en alle aardsche genegenheden in en g
bereid er ü een aangenaam en verblijvend ^
brandoffer, in de vereeniging en door de ver- (
33
diensten van Jesus Christus, uwen Zoon en onzen Heer, die met U leeft en heerscht. Amen.
Prefatie.
Eeuwige Vader, liet oogenblik breekt aan, waarop uw goddelijke Zoon, onze Zaligmaker Jesus Christus, gaat nederdalen op dit altaar ; niets dat aardsch is mag mij nog bezig houden; mijn hart mag niet meer verzuchten dan naar dit zoo rein slachtoffer, dat de zonden der wereld wegneemt; zuiver het door het vuur uwer liefde, opdat het geenen smaak meer vinde dan in de hemelsche goederen. Met welke dankbaarheid zal ik ooit uwe weldaden kunnen erkennen, vooral van ons een zoenoffer te geven, dat dagelijks en meermalen op eiken dag voor ons de offerande herhaalt, welke op den Calvarieberg is opgedragen om uwe barmhartigheid over ons te trekken? Het is door Jesus Christus, uwen welbeminden Zoon, o eeuwige Vader! dat al de gelukzalige geesten U verheerlijken en U hunne hulde opdragen. Gewaar-dig. Heer, toe te laten dat wij zondaren, onze lofzangen vereenigen met die der hemelsche geesten, en ons met geest en hart bij hen vervoegende, in vervoering van vreugd, van liefde, dankbaarheid en verwondering uwen lof zingen.
34 \
Scüïctus, ; ZOO
Heilig, oneindig heilig, alleen waarlijk hei- diert
lig is fle lleej' onze God! het heelal is vol - ziele'
van zijne glorie. Dut de gelukzaligen Hein luim
prijzen in den hemel, terwijl wij op de aarde eeUV
Dengene zullen aanbidden. Die op do aarde ?
gaat nederdalen, aan Hem zij eer en glorie
in alle eeuwen. 3 .
li
Canon. !leil ^ ij srneeken ü dan, allerbarrnhartigste Va- lerl' der, en bidden U, door onzen Heer .lesus Chi Christus, deze ofTerande, dit zuiver en onbe- . hik vlekt slachtolTer, dat wij U voor uwe heilige ' Pat katholieke Kerk opdragen, gunstig te ontvan- .lac gen, opdat het ü behage haar den vrede te | Sir geven, haar te bewaren, te vestigen in de ; Xy eendracht en te bestieren over de geheelo aarde, | so! en met haar uwen dienaar onzen Paus N . . , mi onzen Bisschop N. . . , ook al de ware ge- ge loovigen, dat is. die het katholiek en apos- ' bi tolisch geloof belijden. ! vr gedachtenis der levenden. â 01 Gedenk, Heer, aan uwe dienaren en diena- ' ressen NN .. . , en aan allen die hier tegenwoordig zijn, welker geloof en godvruchtigheid h U bekend zijn, voor welke wij U dit dank- ⢠d offer opdragen, of die zelve het U opdragen, u
zoo voor zich als voor anderen, die hun dierbaar zijn; voor de verlossing van hunne zielen, voor de hoop van hunne zaligheid en hunne behoudenis, en aan IJ, als aan den eeuwigen, levenden en waren God, hunne hulde opdragen.
GEDACHTENIS DER HEILIGEN.
In gemeenschap vereenigd zijnde metal uwe Heiligen, eeren wij de gedachtenis van de allerheiligste Maagd Maria, de Moeder van .lesus Chngt;tiis, onzen Heer en God, en van uwe gelukzalige Apostelen en Martelaren, Petrus en Paul us, Andreas, Jacobus, Joannes, Thomas, Jacobus, Philippus, Bartholomeus, Matheus, Simon en Thadileus, Linus, Cletus, Clemens, Xystus, Cornelius, Cyprianus, Laurentius, Chry-sogomus, Joannes en Pan lus, Cosmas en Da-mianus, en van al uwe Heiligen, door welker gebeden wij U smeeken van ons in alles, den bijstand uwer beschenning te verleen en : dit vragen wij U door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
BETROUWEN OP DE OFFERANDE.
Wij bidden P dan, lieer, goedgunstig de hulde te ontvangen, die wij U geven door deze offerande, die ook de offerande is van geheel uwe Kerk ; verleen ons tijdens dit sterfelijk leven
36
flen vrede, die van U komt; bewaar ons van de eeuwige verdoemenis, en stel ons onder het getal uwer uitverkorenen. Door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
Wij bidden U, o God! deze offerande te zegenen, haar onder het getal te stellen dergenen die U behagen, dezelve aan te nemen, er een slachtoffer van te maken, waardig door U ontvangen te worden en door hetwelk wij U eenen redelijken en geestelijken eeredienst bewijzen : opdat zij voor ons het Lichaam en het Bloed worde van uwen welbeminden Zoon Jesus Christus, onzen Heer.
Consecratie.
Dat de hemel zich opene en de Rechtvaardige nederdale op aarde, en dat de zondaren den troost hebben van den Verlosser te zien. Kom, Heer, kom. Hersteller der wereld: kom een geheim voltrekken dat als het kort begrip is van al uwe wonderen : kom eene verandering uitwerken, die verbazender is dan de schepping der wereld.
Elevatie.
O salutaris Ziosfia... O slachtoffer der zaligheid, dat ons den hemel opent! de geest der duisternissen randt ons wreedelijk aan, versterk ons tegen zijne aanvallen.
37
Ecre panis Antjelorum... Zie het brood fier Engelen, dat de spijs geworden is der menschen : het is waarlijk her, brood der kinderen, dat aan de honden niet mag voorgeworpen worden.
Bone Pastor. ,. Goede Herder, waarachtig brood, .Tesus, ontferm U onzer, wees ons voedsel en onze stenn, doe ons de ware goederen in het land der levenden genieten. Wees onze leidsman naar het hemelsch vaderland, toon ons altijd den weg die er naar toe geleidt, breng ons op denzelve weder als wij er van afwijken: bewaar ons op het pad der deugd, tot dat wij het hemelrijk ingaan, waar Gij het groote loon zijt van uwe getrouwe dienaren.
NA DE ELEVATIE.
Daarom, o Heer! zijn wij, uwe dienaren, en mot ons uw heilig volk, gedachtig aan het gelukzalig lijden van Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer, aan zijne verrijzenis, als Ilij, zegepralend over de hel, uit het graf is opgestaan, aan zijne roemvolle hemelvaart, en offeren wij aan uwe onvergelijkelijke Majesteit het geschenk zelf, dat Gij ons hebt gegeven, het rein, het heilig, het vlekkeloos slachtoffer, het heilig brood des levens dat geen einde zal hebben, en den kelk der eeuwige zaligheid.
Gewaardig dan. Heer, op dit heilig en onbe-
38
vlekt slachtoffer, dat wij U opdragen, gunstig_ neder te zien: gelijk Gij hebt willen aannemen de geschenken van uwen dienaar den rechtvaardigen Abel, de offerande vau onzen Patriarch Abraham, en die van Melchisedech uwen Opperpriester.
Wij smeeken U, o almogende God I te gebieden dat onze smeekingen door de handen van uwen heiligen Engel gedragen worden op uw verheven altaar, voor het aanschijn van uwe goddelijke Majesteit; opd,;t wij allen, die aan het offer van het altaar deelnemende, het Lichaam en Bloed van uwen Zoon zullen ontvangen hebben, vervuld worden met al de zegeningen en genaden des hemels. Door onzen Heer Jesus Christus. Amen.
GEDACHTENIS DER OVERLEDENEN.
Gedenk ook. Heer, uwe dienaren en dienaressen N.N. die geteekend met het zegel van het geloof, reeds hun sterfelijk leven hebben geëindigd, om te ontslapen in den slaap van vrede.
Wij smeeken U, Heei, aan uwe dienaren en aan allen die rusten in Jesus Christus door uwe barmhartigheid te verleenen de plaats van lafenis, van verlichting en van vrede. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Keer. Amen.
39
tig_ gt; GEBED VOOR DE OMSTAANDE GELOOVIGEN.
en
it- Gewaardig Lquot; ook ons, zondaren, die uwe
jn dienaren zijn en hopen op uwe groote barm-
;h hartigheid, deel te geven in uw hemelsch erfdeel
gt; met uwe H. Apostelen en Martelaren, met 2- Joannes, Stephanus, Mathias, Barnabas,Ignatius,
in : Alexander. Marcellinus, Petrus, Felicitas, Per-ip petua, Agatha, Lucia, Agnes, Cecilia, Anastasia,
n en met al uwe Heiligen. Wil ons in hun heilig
ie gezelschap aannemen, niet volgens onze ver-
't diensten, maai' dooi uwe goedertierenheid tot
ii ons. Door onzen I leer Jesus Christus, door VVien
e Gij altijd al deze goederen voortbrengt, heiligt,
r levendig maakt, zegent en ons geeft. Dat door
Hem, met Hem en ia Hem alle eer en glorie gegeven worden aan ⢠U, o God, almogende Vader! in de eenheid van den II. Geest. Door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Pater noster,
i
i Vermaand zijnde door het heilzaam gebod
, van .lesus Christus en door het heilig onderricht dat Mij er ons van gegeven heeft, durven wij zeggen ;
Onze Vader, enz.
Mijn God, verlos mij van de zonden, die ik in mijn vorig leven heb gedaan, en voor
â k
40
welke ik schuldenaar ben aan uwe rechtvaardigheid: trek mij uit mijne kwade gewoonten, en uit mijne begeerlijkheid, die mij altijd bijblijft en een aanloksel tot het kwaad is. Eindelijk, mijn God! verlos mij van de bekoringen van den duivel, de wereld en het vleesch en van den eeuwigen dood.
Agnus Dei.
Mijn Zaligmaker, .lesus Christus ! Gij zijl het waarachtig Lam Gods, dat geslachtolToid is om onze zonden af te wasschen. Geef ons, dat wij, na de vergiffenis van onze zonden bekomen te hebben, een nieuw leven leiden, en verleen ons de liefde en den vrede met onze naasten, welke Gij ons zoo zeer hebt aanbevolen en welke zoo noodzakelijk zijn om deelachtig te worden aan de genaden der H. Communie.
Communie.
ACTE VAN GEESTELIJKE COMMUNIE.
Heer .lesus, ik erken dat Gij het waarachtig levende brood zijt, dat van den hemel is gedaald en dat Gij. door eene wondere goedheid, eene minnelijke barmhartigheid en eene verbazende macht, wezenlijk met ziel en lichaam met godheid en menschheid teger woordig zijt
41
onder den schijn van brood en wijn ; om ons te voeden met uw goddelijk vleesch en bloed. Ik aanbid U in al de oprechtheid van mijn hart.
Ik geloof dat Gij in dit aanbiddelijk Sacrament oneindige schatten van hemelsche genaden uitstort, aan welke mijne arme en ellendige ziel vurig wenscht deelachtig te worden.
Ik geloof in deze woorden, welke Gij gezegd hebt: Die mijn vleasch eet en mijn bloed drinkt., blijft in Mij en Ik in hem. . â ., hij zal in eeuwigheid leven. Zie mij hier dan, o levend Brood, vol van ellenden en kwijnend van honger en dorst, onderworpen aan duizende zwakheden ; ach ! hoezeer wensch ik U, te ontvangen, opdat ik, vereenigd zijnde met U, o opperste Geneesheer van onze zielen, ten volle en waarlijk van uw leven moge leven.
Ik belijd nochtans met schaamte en een diep leedwezen over mijne zonden, dat ik niet waardig ben dat Gij in mijne woning komt; ik durf U, met wezenlijk uw II. Lichaam te ontvangen, niet inleiden in mijne ziel om aldaar te verblijven ; maar ik weet en geloof met den honderdman, dat Gij, hoewel afwezig, dat is, zonder de dadelijke Communie, mijne ziel met een enkel woord kunt reinigen van alles wat mij onwaardig maakt van L1 te ontvangen.
Ach! gewaardig dit woord van sterkte en,
heiligmaking nit te spreken ; genees mijne kranke ziel, door de almogende zalving van uwe genade, en spoed U ei' uw verblijf te komen vestigen, om haar te voeden in haren honger en te versterken in hare uiterste zwakheid, Gij, die door den wil uws Vaders met de medewerking van den II. Geest, aan de wereld liet leven hebt gegeven dooi' uwen dood; voed haar, verlevendig en heilig haar door uw heilig lichaam en dierbaar bloed.
O, geheel beminnelijke God ! Gij, wien ik voortaan wil beminnen boven al, geef dat ik U nimmermeer vergramme : verleen mij de genade van die of die zonde. . , in welke ik meest herval, niet meer te bedrijven, hecht mij aan IJ door de banden der vurigste liefde, en maak, dat ik [J getrouw blijve hier beneden, opdat ik eens het onuitsprekelijk geluk heb, van U te beminnen en te bezitten in eeuwigheid.
Deze acte van geestelijke Communie kan ilienen voor de bezoeken Ijij het H. Sacrament, ten tijde van den dag, Ijij voorbeeld; onder het Lof.
DE DANKZEGGINGEN1.
De laatste gebeden.
Wat zal ik U wedergeven. Heer, voor al de â weldaden, waarmede Gij mij hebt vervuld? Hoe â U ooit de dankbaarheid kunnen betoonen voor
43
hetgene ik U voor zooveel liefde en goedheid schuldig ben? Ik bied ü, om de zwakheid der mijne aan te vullen, de dankzeggingen nan van al uwe rechtvaardigen op de aarde; van de allerheiligste Maria, de zuiverste der Maagden, van al uwe Engelen en Heiligen in den Hemel; gewaardig U, dezelve goedgunstig aan te nemen.
Ik verwijder mij, zoo ik hoop, gereinigd dooi' uwe heilige geheimen. Door uwe genade geholpen, zal ik mij trachten te bewaren van alles, wat mij opnieuw zou kunnen bevlekken; ik zal waken overal mijne zinnen, opdat de dood niet wederom in mijne ziel kome door de zonde, en niet ophouden te bidden met vurigheid en ootmoedigheid, opdat Gij mij tot mijnen laatsten zucht beschermet tegen de vijanden van mijne zaligheid. Uoe mij getrouw zijn aan deze heilige voornemens, o mijn God, mijn Vader! Gij, die dezelve hebt ingegeven. Ik smeek er U om, door.Iesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer.
GEniiD
terwijl de priester in het midden van het altaar neilergebogen bidt, vóór dat hij den zegen geelt.
O mijn God! sla geen acht op mijne onwaardigheid; maar slechts lettend op uwe onuitputtelijke barmhartigheden en de oneindige verdiensten van het goddelijk slachtoffer, dat
u
op het altaar is opgedragen om de zonden der wereld uit te wisschen, doe den overvloed uwer zegeningen over mij nederdalen.
ONDER HET LAATSTE EVANGELIE.
Eeuwig Woord, door wien alles gemaakt is, en dat, in de voltrekking der tijden voor ons rneiiscli geworden zijnde, deze verhevene offerande hebt ingesteld, wij bedanken er U ootmoedig voor. Dat al de Engelen en Heiligen er U om loven in den hemel, en geef dat wij zelve U beminnen en zegenen op de aarde, met ons zoo te gedragen, dat wij verdienen door U in genade te worden aangenomen, ten tijde van dezen dag en al den tijd dien Gij ons nog wilt lalen beleven in deze wereld. Amen.
GEBED NA DE H. MIS.
Ik dank U, lieer, voor de genade welke Gij mij verleend hebt, met te gedoogen dat ik van daag bij de II. Offerende der Mis ben tegenwoordig geweest, buiten zoo vele anderen, die dit geluk niet gehad hebben: ik vraag U vergiffenis over al de gebreken, die ik in dezelve door mijne lafhartigheid en verstrooidheden bedreven heb.
Ik ga met betrouwen mijne verdere geestelijke oefeningen en bezigheden verrichten, tot
45
welke uw goddelijke wil mij roept; ik zal geheel den dag herdenken de gunst die Gij mij bewezen hebt, en ik zal trachten dat er mij niet één woord, niet één werk, niet ééne gedachte, noch ééne begeerte ontvalle, die mij de vrucht zou kunnen doen verliezen van de oor ]j. Mis die ik nu heb bijgewoond. Dit is sne aietgeen ik mij voorstel met de hulp uwer
U goddelijke genade. Amen.
ren !
GEBEDEN
; na iedere gole/.ene II. Mis geknield to verrichten, voorgeschreven door onzen H. Vader Leo XIII en door Z. H. met 300 dagen allaat verrijkt.
Driemaal het Wees gegroet Maria, enz. Daarna eenmaal:
Wees gegroet, o Koningin, Moeder van jbarmhartigheid.
Ons leven, onze zoetheid, onze hoop, wees gegroet;
Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva;
Tot ü smeeken wij, zuchtend en weenend in dit dal van tranen.
Daarom dan, onze voorspreekster, ach, sla op ons Uwe zoo barmhartige oogen,
En toon ons, na deze ballingschap, Jesus, de gezegende vrucht Uws lichaams;
46
O goedettierone, o meèdoogende, o zoete Maagd Maria.
Bid voor on#, II. Moeder Gods.
Opdat wij de belof'teit van Christus waar dig worden.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, onze toevlucht en onze kracht, zie genadig neder op hot volk, dat tot U smeekt; en verhoor barmhartig en goedgunstig â door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den II. Joseph, haren Bruidegom, Uwe illl. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen âde gebeden die wij storten voor de bekeering der zondaren, voor de vrijheid en de verheffing onzer Moeder de il Kerk. Door Christus onzen lieer. Amen
II. Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd ; wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen des duivels. God gebiede hem, smeeken wij ootmoedig; en Gij, Vorst der hemelsche legermacht, drijf Satan en de andere booze geesten, die tot verderf der zielen over de wereld rondgaan, door de Goddelijke kracht in de hel terug. Amen.
T i
KORTE BÃECHTGEBEQEfl
Vóór de Biecht.
Dank God voor zijne weidaden.
Ik dank U, mijn God, voor al uwe weldaden, en bijzonder voor de groote genade van het ware gelooh Ik dank IJ, dat. Gij mij zoo-dikwerf in de genademiddelen uwer 11. Kerk doet deelen ; en ik smeek onze lieve Moeder Maria, dat zij mij helpe danken en bidden, om deze biecht met veel vrucht to mogen doen.
Vraag licht era uwe zonden wel te kennen.
Barmhartige Zaligmaker, die het ware licht zijt en allen mensch verlicht, die in deze wereld komt: verlicht mijn geest en mijn hart, opdat ik al mijne overtredingen en verzuime-nissen wel moge inzien, rouwmoedig beweene, en openhartig aan uwen dienaar, u!s aan U zeiven, belijde.
Onderzoek nu oplettend uw geweten: wat gij gedacht, gesproken, gedaan of' verzuimt hebt;
ga ook de plichten van uwen staat en uwe hoofdfout na en spreek vervolgens aldus:
lieer Jesus Christus, waarachtiquot; God er
t
i
â
48
â waarachtig mensch, mijn Schepper en Verlosser, liet is mij leed uit den grond van mijn hart, dat ik U, mijn Heer en mijn God, be-leedigd heb, U, Wien ik als het Opperste Goed, bovenal moest beminnen 'en nu ook zóó wensch te beminnen.
Ik neem mij vastelijk voor, niet meer te zondigen, alle gelegenheden van zonden te vermijden, nu rouwmoedig en openhartig te biechten, en de boete, die mij opgelegd zal worden godvruchtig te volbrengen.
En tot voldoening voor mijne zonden, draag ik U uw heilig leven, lijden en sterven en al den prijs van uw voor ons vergoten bloed op, met al de verdiensten van uwe Onbevlekt Ontvangen Moeder Maria, van uwen beminden Voedstervader Josef, van onze geliefde Beschermheiligen, en van al uwe Heiligen.
En ik vertrouw van uwe oneindige barm-hartigheid, dat Gij mij al mijne schulden zult vergeven, en genade verleenen, om een heilig leven te leiden en U, ten einde toe, getrouw â te dienen.
God, wees mij, zondaar, genadig.
Jesus, Davids Zoon, ontferm U mijner.
Erbarming, mijn Jesus. Amen.
0 Maria, toevlucht der zondaren, vraag voor mij deze genade.
49
Ga nu tot don Priester en kniel voor hem neder, alsof gij voor Christus zeiven,
wiens plaats hij bekleedt, nederknieldet.
Na de Biecht.
Ik dank u, allerbarmhartigste Jesus, dat Gij met mij, onwaardigen zondaar, zooveel tnededoogen en geduld hebt getoond, mij tot U getrokken en mij in uwe goedertierenheid weder vergiffenis en kwijtschelding van schuld verleend hebt.
Neem, Heer, deze mijne ootmoedige schuldbelijdenis goedgunstig aan ; en wat er ontbroken mocht hebben aan het openleggen mijner zonden, of aan mijn berouw, gelief dit door uwe oneindige barmhartigheid aan te vullen, en mij, voor geheel ontbonden te houden in den hemel. Geef mij uwe hulp, dat ik U niet meer mishage, maar U getrouw diene: geef het Heer, op de voorspraak van uwe glorierijke Moeder, altijd Maagd, en van al uwe Heiligen, die van het begin der wereld U hebben behaagd. God van ontferming, die leeft en regeert door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
OPDRACHT VAN CHRISTUS' H. LEVEN EN LIJDEN.
Allerbeminnelijkste Vader, tot voldoening voor mijne zonden en tot verbetering mijns levens, draag ik U het volmaakte leven op
50
van uwen Ãéngeboren Zoon, en al wat Hij voor ons, ondankbaren, verduurd heeft van het eerste oogenblik zijner Menschwording af, tot het oogenblik dat Hij aan het kruis met luid geroep en gebogen hoofd, U zijnen geest overgaf, en ik smeek U, om zijne oneindige verdiensten, dat Gij al mijne zonden uitdelgt en mij de genade verleent van liever duizendmaal te sterven, dan U, mijn Opperste Goed, mijn allerbeminnelijkste Vader, opnieuw te beleedigen.
Geef, dat ik van nu af U alleen beminne, aan U alleen zoeke te behagen, die alleen alle liefde van alle schepselen verdient. Amen.
Geloofd en gedankt zij onzen lieer Jesus Christus. Amen.
iiMMïiiiiiim
Gebeden vóór de H. Communie.
GEBED VAX DEN H. AMBROSIUS.
Bij de gedachte dat ik, zondig mensch, tot de tafel van uw allerzoetst gastmaal zal naderen, o goedertierendste Jesus, niet krachtens eigene verdiensten, maar slechts vertrouwend op uwe barmhartigheid en goedheid, word ik met vreeze
en siddering bevangen. Want mijn hart en mijn lichaam zijn met veelvuldige misdaden bezoedeld, en mijne ziel en mijne tong heb ik niet onbesmet bewaard. Ik ellendige, begeef mij dan, o aanbiddenswaardige Goedheid, o ontzaglijke Majesteit, in de vreeze die mij benauwt, tot U, de bron der barmhartigheid; tot U snel ik om genezing te erlangen, onder uwe bescherming vlucht ik; en Dien ik als mijnen Rechter ducht. Dien verlang ik als mijnen Verlosser te bezitten ! Aan U, o Heer, toon ik mijne wonden; voor U leg ik geheel mijne verachtelijkheid bloot. Ik ken de veelheid en de grootte mijner zonden en zij jagen mij schrik aan. Maar ik hoop op uwe ontfermingen, wier getal onuitsprekelijk is. Zie dan neer op mij met de oogen uwer bai iiihartigheid, o Heere Jesus Christus, eeuwige Koning, God-mensch, Gekruiste voor den mensch! Verhoor mij, die hoop op U, en heb medelijden met mij, die vervuld ben van alle ellende en zonde: Gij, die de bron uwer ontfermingen altijd doet vloeien, neig een gunstig oor naar mijne smeekingen ! Wees gegroet, o Slachtoffer des heils, voor mij en geheel het men-schelijk geslacht, op het altaar des kruises geofferd ! Wees gegroet, o edel en kostbaar Bloed, dat stroomt uit de wonden van mijnen
52
gekruisten Heer Jesus Christus, en afwascht de zonden der gansche wereld! Gedenk o Heer, uw schepsel, dat Gij hebt vrijgekocht met uw onschatbaar Bloed ! O, het smart mij gezondigd te hebben, ik verlang vurig alles te herstellen wat ik misdeed 1 Neem dan weg van mij, o allergoedertierendste Vader, al mijne ongerechtigheden en zonden, opdat ik, gereinigd naar ziel en lichaam, waardiglijk moge nuttigen het Heilige der Heiligen, en geef dat het genot van uw Lichaam en Bloed, hetwelk ik onwaardige voornemens ben te ontvangen, mij moge verstrekken tot vergiffenis mijner zonden, tot volmaakte zuivering van alle smet, tot verdrijving van alle schandelijke gedachten, tot verwekking van goede gevoelens, tot krachtdadige hulp ter oefening van U welgevallige werken, tot onverwinnelijke verdediging van ziel en lichaam, tegen al de aanslagen mijner vijanden. Amen.
GEBED VAN DEN H. BERNARDUS TOT DE H. MAAGD.
Door U mogen wij geleid worden tot uwen Zoon; door U, o gezegende; die genade gevonden hebt bij God, die het Leven hebt gebaard, en de Moeder onzes heils geworden zijt, opdat Hij ons aanneme door U, die door U aan ons gegeven is. â Uwe ongeschon-
53
jt denheid wissche uit bij Hem de vlek onzer o bedorvenheid, en uwe nederigheid, zoo welge-1t vallig aan God, verkrijge vergiffenis voor onze iij ijdelheid en hoovaardij. Uwe overvloedige liefde te bedekke het groot getal onzer zonden, en uwe .rr roemrijke vruchtbaarheid verschaffe ons vruchtje baarheid aan verdiensten O, onze Meesteresse, onze Voorspreekster, beveel ons aan uwen Zoon, 7e verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan ef uwen Zoon. Verwerf, o Gezegende! door de â t- genade die Gij gevonden, dooi' de waardigheid d- die Gij verdiend en door de barmhartigheid ijs die Gij gebaard hebt, dat Hij, die zich gein waardigd heeft door uwe bemiddeling deelach-ke tig te worden aan onze krankheid en ellende, iS) ons ook door uwe tusschenkomst deelachtig make aan zijne zaligheid en zijne glorie, Jesus ji_ Christus, uw Zoon, onzen Fleer, boven alles n- verheven en gezegend, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
UJ. ACTE VAN GELOOF.
en O mijn goddelijke Zaligmaker, ik geloof
e- vasteiijk, dat Gij het zelf zijt, dien ik zal
â e- ontvangen in het H. Sacrament des Altaars,
en met uw Lichaam, uwe Ziel en uwe Godheid,
or Gij zelf, die in den stal te Bethlehem geboren
n- werdt, die voor mij hebt willen sterven aan
54
het kruis, en die glorievol tronende in den zor
hemel, U gewaardigt door een wonder uwer aar
almacht en liefde, onder de nederige gedaante het
van dit H. Sacrament waarlijk, werkelijk en rer)
wezenlijk tegenwoordig te zijn. ;nn
Dit geloof ik, o mijn God! en uw woord ree
verzekerd mij meer van uwe tegenwoordigheid in
in dit Hoogheilig Geheim, dan wanneer ik U en
met eigen oogen ontwaarde Ja, ik geloof dat toe
ik, onder den schijn van brood, zal ontvangen eri
mijnen Zaligmaker, den waren Zoon Gods, den ge^
Meester en Heer van het heelal, den Rechter ste
van levenden en dooden. Ik geloof het, o f{ei
mijn God, en al moest ik duizendmaal den var
dood ondergaan tot verdediging dezer waarheid, Jei
ik zou liever willen sterven dan in dit punt ^at
mijnen godsdienst en mijn geloof te verzaken. ste
ACTK VAN OOTMOEDIGHEID. tot
Vle
Wie ben ik, o God van glorie en majesteit,
wie ben ik, dat Gij U gewaardigt tot mij te komen! Hoe ! ik zondaar, ik ellendige aardworm, ik, verachtelijker dan het niet, mag ik
tot een zoo heiligen God naderen, het Brood en
der Engelen eten, mij spijzen met een godde- hel
lijk Vleesch 1 â Ach ! Heer, dit verdien ik hei
niet, neen nooit kan ik zulk een eerwaardig ^
zijn. Ga van mij o Heer, want ik ben een rel
55
zondig mensch. â Koning van Hemel en aarde, voor Wien gansch het heelal is alsof het niet ware, hoe waag ik het tot U te naderen, plaats te nemen aan uwe tafel, mij zoo inniglijk met U te vereenigen ? Is het niet reeds veel voor mij, het geluk te hebben, U in uwen heiligen tempel te mogen aanbidden en U mijne wenschen te mogen aanbieden? Dit toch is al wat Gij aan de Engelen vergunt, en ik, stof en asch, ik verachtelijk en zondig schepsel, zal den God aller majesteit, den on-sterfelijken Koning der eeuwen, den oppersten Rechter van levenden en dooden mogen ontvangen'? Ach! hoe zou ik tot ü durven naderen, indien Gij zelf het mij niet geboden hadt en indien uw goddelijke Geest door de stem der H. Kerk mij niet uitnoodigde dikwerf tot het aanbiddelijk Sacrament van uw dierbaar Vleesch en Bloed mijne toevlucht te nemen ?
ACTE VAN BEROUW.
Hoe zou het mogelijk zijn, o God, bij het aanzien der groote eer, die Gij mij bewijst, en der teedere liefde, die gij mij betoont in het H. Altaar-Sacrament, geene oprechte droefheid te gevoelen over mijne zonden, waarmede ik U, dien God van goedheid en liefde gedurende mijn leven zoo dikwijls vergramd heb.......
56
Ach! het smart mij, het doet mij leed uit den grond mijns harten, dat ik U, mijn God en vader, beleedigd heb! Ik verzaak en verfoei de zonden die ik ooit bedreef met al den afkeer waarvoor mijn gemoed vatbaar is, en ik bid U ootmoediglijk om genadige vergiffenis.
Vergeef mij de zonden,, o mijn Vader, o allergoedertierendste Vader, Gij die uwe liefde jegens mij, ellendige en onwaardige, zoo verre drijft, dat Gij mij heden uitnoodigt orn tot U te komen, ik smeek U, vergeef ze mij.
Ik ben reeds gelijk ik hoop, door het Sacrament van boetvaardigheid van mijne zonden gezuiverd, maar zuiver mij meer en meer, o mijn God, schep in mij een nieuw haft en vernieuw in mij den geest van rechtvaardigheid, onschuld en heiligheid, die aan uwe goddelijke Majesteit zoo aangenaam is.
ACTE VAN HOOP.
Gij komt tot ray, o goddelijke Zaligmaker! Wat moet ik niet verwachten van Hem die Zich geheel aan mij geeft.
Ik verschijn dan voor U, o God ! met al het vertrouwen dat uwe oneindige almacht en goedheid mij inboezemen. Gij kent al mijne noodwendigheden ; Gij kunt en wilt er in voorzien. Gij noopt mij tot U te komen. Gij belooft
57
uit mij te heipon. Welaan, mijn God, zie mij od hier, ik kom op uw woord. Ik verschijn voor ;r- U met al mijne krankheid, met mijne verblinden heid en geheel mijne ellende; ik hoop dat Gij en mij zult versterken, dat Gij mij geheel zult is. vernieuwen. Ik hoop het, zonder vrees van
o in die hoop bedrogen te worden! 'de Want zijt Gij niet mijn God ? Zijt Gij niet
Te de Almachtige? Zijt Gij niet een God vol liefde U en goedheid? Zijt Gij niet de meester van mijn hart? En wanneer zal mijn hart meer in uwe gt;a- macht zijn, dan wanneer Gij in mij zult wezen? en
ACTE VAN' VEULANGEN.
O
en Is het dan mogelijk, o God van goedheid,
id, dat Gij tot mij komt, en dit met eene onein-ke dige begeerte, om mij met U te vereenigen?
Ach kom, welbeminde mijns harten, kom, Lam Gods, aanbiddelijk Vleesch, dierbaar Bloed, mijns Zaligmakers, kom en verstrek ir! mijne ziel tot geestelijke spijze.
lie Dat ik U bezitte, o God mijns harte, mij
ne vreugde, mijn wellust, mijne hoop en mijne iet liefde, mijn God, mijn Schepper en mijn al!' d- Wie zal mij vleugelen geven om tot U te d- vliegen ? Gij alleen zijt in staat om mijne be-n. geerte te voldoen; verre van U versmacht )ft mijne ziel, gelijk de dorstende haakt naar ver-
58
kwikUende waterbronen, alzoo verlang ik naar U, o mijn God, mijn eenig goed, mijn troost en mijne hoop, mijn schat, mijn geluk en mijn leven, mijn God en mijn al!
Kom dan, minnelijke Zaligmaker, kom tot mij, niettegenstaande mijne onwaardigheid en mijne ellende. Sla geen acht op mijne verle-dene zonden, denk alleen aan uwe liefde. Mijn hart is bereid, goddelijke Jesus, en indien het niet bereid ware, door een enkele oogopslag kunt Gij het bereiden, bewegen en ontsteken. Kom, Meer Jesus, kom vervu! mij met uwe liefde. Amen.
Gebeden na de H. Communie.
Ik leef, doch nu niet meer ik, maar Christus leeft in mij.
ACTE VAN AANBIDDING.
Het is dan waar, dat ik in dit oogenblik in mijn hart bezit. Hem, Dien het heelal niet bevatten kan. Aanbiddelijke Majesteit van mijn God! voor Wien al wat groot is in den hemel en op aarde, zich onwaardig acht te verschijnen, wat anders kan ik in dit oogenblik doen, dan mij met eene diepe nederigheid te verootmoedigen, bij het beschouwen van het wonderbaar geheim van almacht en liefde dat in mij
59
voltrokken is. Ik aanbid U, o God van Majesteit, met al den eerbied, waartoe ik in staat ben; en, om mijn onvermogen te vergoeden, draag ik U de aanbidding op, die Gij onophoudelijk ontvangt van de rechtvaardige zielen op aarde en van de Engelen en Heiligen in den Hemel. Aan U alleen, o groote God, onsterfelijke Koning der eeuwen, aan U alleen komt toe alle eer en glorie; eer, heil en zegen aan Hem, die komt in den naam des Heeren. Gezegend zij de eeuwige Zoon van den Allerhoogste, die heden tot mij kwam om zich met mij zoo innig te vereenigen en bezit te nemen van een hart, dat Zijner geheel onwaardig is.
ACTE VAN LIEFDE.
Ik heb dan eindelijk het geluk U te bezitten, o God van liefde. Welk eene goedheid! O konde ik daaraan beantwoorden!
Ware geheel mijn hart van liefde brandende, om U te beminnen, om ü te beminnen zooveel als Gij beminnelijk zijt, en om U alleen te beminnen. Mijn Welbeminde behoort mij, ik quot; bezit Jesus, den beminnelijken Jesus! Moeder van mijn God, Gelukzalige Engelen, Heiligen des hemels en der aarde, leent mij uwe harten, geeft mij de liefde, om Jesus, mijn beminnelijken Jesus, te beminnen. Ja, ik bemin Ur
60
o God mijns harten! Ik bemin U uit geheel mijne ziel, ik bemin U uit al mijne krachten, en met een vast voornemen van nimmer iets te beminnen buiten U. Bevestig Gij zelf mijn voornemen, o mijn God, en laat niet toe dat ik U ooit een hart ontneme, dat in dit oogen-blik geheel het uwe is.
GEBED DAT DE H. IGNATIUS DIKWIJLS BAD.
Ziel van Christus, heilig mij.
Lichaam van Christus, maak rnij zalig.
Bloed van Christus, maak mij verheugd.
Water der zijde van Christus, wasch mij.
Lijden van Christus, versterk mij.
O goede Jesus! verhoor mij.
In uwe wonden verberg mij.
Laat mij niet van uw gescheiden worden.
Verdedig mij tegen den boozen vijand.
Roep mij in de ure des doods.
En beveel mij tot LI te komen,
Om U met uwe Heiligen te loven,
In de eeuwen der eeuwen. Amen.
ACTE VAN VERZOEK.
Gedoog nu, o goddelijke Jesus, dat ik U mijne noodwendigheden blootlegge en tot U mijne gebeden richte. Ach, aanzie mijne krankheden en mijne ellenden Liefdadige Samaritaan,
61
genees de wonden mijner ziel; goede Herder, laat niet toe dat uw schaap zich nog van den schaapstal verwijdere; Jesus mijn Zaligmaker, wees mijn Jesus!
Ach, ik vraag U hier op aarde noch eer, noch rijkdom, noch genoegens ; ik vraag U, o mijn God, uwe vrees en uwe liefde. Maak, o Heer, dat mijne oogen, welke de H. Hostie zoo van nabij gezien hebben, zich nooit op onbetamelijke of gevaarlijke voorwerpen vestigen ; dat mijne tong, welke U heeft aangeraakt, niets dan zuivere en stichtende woorden spreke, dat mijn hart hetwelk Gij zoo aanstonds in bezit genomen hebt, niets dan eerbare en zedelijke begeerte koestere.
Zuiver mijn lichaam door uw allerheiligst Vleesch, vervul mijne ziel met uwen godde-lijken Geest; geef mij de zegepraal over mijne hartstochten, leef in mij, opdat ik leve In U door U en voor U in eeuwigheid.
O, minnelijken Zaligmaker, verleen dezelfde genaden aan hen, voor wie ik verplicht ben te bidden. Zoudt Gij inij iets kunnen weigeren, na de genade, die Gij mij heden doet van U zeiven aan mij te geven ?
ACTE VAN OPDRACHT.
Gij vervult mij met uwe gaven, o God vau
62
barmhartigheid, en U aan mij gevende, wilt V001
Gij dat ik slechts leve voor U. Dit is ook waal
mijn grootste begeerte, o mijn God, ik wil U wee:
geheel toebehooren : ik wil dat al mijne gedach- eetn
ten, mijne voornemens en al mijn doen, over- aa.1}
eenkomen met de volmaakte onderwerping, ,nlJr
welke ik aan U verschuldigd ben. Ik draag
U onherroepelijk op al wat ik heb, gezondheid,
kracht, verstand, begaafdheden en goeden
naam. O Koning van mijn hart, onderwerp rr
aan U al de vermogens mijner ziel; heersch
volkomen over mijnen wil; ik zal niet gedoo- nat':
gen dat er iets in mij zij, dat U niet onher- ''e^'
roepelijk en geheel toebehoort. ^ee'
derc
ACTE VAN DANKZEGGING. met
Welke dankzegging, o mijn God, zal uwe ^1quot;'
weldaden kunnen evenaren. Niet tevreden met 'lal| mij tot den dood toe bemind te hebben, o God
van goedheid, gewaardig Gij U nog mij met uw ten
bezoek te vereeren, mij te voeden met uw hei- ^'el
lig Lichaam, dat voor mijne zaligheid aan het 'ie^
kruis werd geklonken, met uw goddelijk Bloed, ..u^
dat op Golgotha vergoten werd. J
O mijne ziel, verheerlijk den Heer, uwen
God, erken zijne goedheid, verhef zijne heer- rHri' lijkheid. O mijn lieve Zaligmaker, ik dank
U met een hart vol liefde en erkentelijkheid, 008
63
voor de onuitsprekelijke genade, die Gij U ge-waardigt mij te bewijzen. Ik ben ontrouw geweest, maar ondankbaar wil ik niet zijn. In eeuwigheid wil ik gedenken, dat Gij U heden aan mij gegeven hebt en gedurende het overige mijns levens zal ik toonen, hoezeer ik besef, dat ik verplicht ben mij geheel aan U te geven.
ACTE VAN GOED VOORNEMEN,
O teederste en edelmoedigste aller vrienden ! Wie zou mij voortaan van U kunnen scheiden, nadat Gij mij zulk een treffend bewijs van uwe liefde gegeven hebt? Ach! ik verzaak uit geheel mijn hart, al wat mij ooit van U verwijderd heeft, en ik neem het vaste voornemen, met de hulp uwer genade, niet meer te hervullen in de zonden, die zoo menigwcrf uw hart bedroefd hebben.
Van nu af aan, o mijn God, geene gedachten meer, geene begeerten, geene woorden noch werken, strijdig met de zuiverheid of met de liefde: geene ongeduldigheden, geene vloeken, leugens, twist noch achterklap; geen mensche-lijk opzicht meer, geen gevaarlijke omgang, geene verzuimenissen mijner christelijker! oefeningen, geene schuldige vergetelheid mijner plichten, liever sterven, o mijn God, liever op dit oogenblik den geest geven, dan U ooit mishagen.
6'*,
Gij zijt in het binnenste van mijn hart, o goddelijke Jesus. In uwen tegenwoordigheid, maak ik deze voornemens, opdat Gij ze zoudt bevestigen, in uw aanbiddelijk Sacrament, hetwelk ik zooeven ontvangen heb, er als het zegel van zij, dat ik nooit zal mogen verbreken. Bevestig dan, o God van goedheid, het verlangen dat ik heb, van U alleen toe te ^be-hooren, en niet meer te leven dan om U te verheerlijken en om U te dienen. Amen.
GEBED TOT DE ALLERHEILIGSTE MAAGD.
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o roemrijke en gezegende Maagd, onze Oppervorstin, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel on« aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.
GEBED.
(Volle allaat toevoeftelijk aan de geloovige zielen, na gebiecht, en gecommuniceerd te hebben,
voor een Kruisbeeld te lezen.)
Zie mij hier, o goede en zoetste Jesus, voor uw aanschijn nedergeknield: mat de grootste vurigheid mijner ziel bid en smeek ik U, dat Gij U gewaardigt levendige gevoelens van ge-
65
I 0 loof, hoop en liefde, met een waar berouw over
,](] mijne zonden en een vasten wil om mij er van
njj te verbeteren in mijn hart te drukken, terwijl ik
iet. met groote liefde en droefheid bij mij zei ven over-
âgj weeg en in den geest aanschouw uwe If. vijfwon-
gn den, voor oogen hebbende de woorden, welke de
er- Profeet David U reeds in den mond legde, omtrent
be- U, o goede Jesus : »Zij hebben mijne handen en voeten doorboord en al mijne heenderen geteldquot;.
Vijfmaal hot onze Vader en Wees gegroet, tot intentie van Z. 11. den Paus.
1ZG
'Ot REX.SGE'BEDEN;.
er-
ke Antiph. Op den weg des \ redes.
7P
LOFZANG VAN ZACIIARIAS.
ns
in. Gezegend zij de Heer, de God van Israël,
want Hij heeft zijn volk bezocht en er verlossing voor gewerkt;
En hij heeft eenon hoorn van heil ons opgericht in het huis van Uuvid, zijnen dienstknecht. Gelijk Hij gesproken heeft dooi' den mond or zijner heilige aloude Profeten : ite Redding van onze vijanden, en uit de hand
van allen, die ons haten; e. Om barmhartigheid te doen aan onze vaderen.
66
en gedachtig te wezen aan zijn heilig verbond ;
Aan den eed, dien Hij zwoer aan Abraham, onzen vader, dat Hij ons zoude geven,
Dat wij, uit de hand onzer vijanden verlost. Hem zonder vreeze dienen,
In heiligheid en gerechtigheid voor zijn aanschijn, al onze dagen.
En, gij, kind! een Profeet des Allerhoog-sten zult gij genoemd worden; want gij zult voor het aangezicht des Heeren voorafgaan, om zijne wegen te bereiden;
Om aan zijn volk kennis des heils te geven ter vergiffenis hunner zonden,
Door de grondelooze barmhartigheid van onzen God, door welke Hij ons bezocht heeft, de Opgang uit den hooge,
Om te verlichten degenen, die in duisternis gezeten zijn en in schaduwe des doods; ten einde onze voeten te richten op den weg des vredes.
Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest; gelijk het was in den beginne, en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Op den weg des vredes en des voorspoeds geleide ons de almachtige en barmhartige Heer; de Engel Raphael vergezelle ons op den weg, opdat wij in gezondheid, vrede en vreugde ten onzent wederkeeren.
|
1 |
67 | |
|
gt;nd; |
Heer, ontfera U onzer. | |
|
am, |
Christus, ontferm U onzer. | |
|
Heer, ontferm ü onzer. | ||
|
ost. |
Onze Vader, enz. | |
|
;an- |
V. |
Maak uwe dienaars zalig; |
|
A. |
Mijn God, die in U hopen. | |
|
0ff- |
V. |
Zend ons hulp uit uw heiligdom, |
|
!Ult |
A. |
En uit Sion beseherin ons. |
|
om |
V. |
Heer, wees ons een sterke toren. |
|
A. |
Tegen onze vijanden. | |
|
/en |
V. |
Laat de vijand niets tegen ons vermogen. |
|
K. |
En laat de zoon der boosheid ons geen | |
|
'an |
nadeel toebrengen. | |
|
V. |
Gezegend zij de Heer ten allen tijde. | |
|
A. |
De God onzes heils geve ons eene voor | |
|
nis |
spoedige reis. | |
|
de |
V. |
Heer, toon ons uwe wegen. |
|
3S. |
A. |
En leer ons uwe paden kennen. |
|
en |
V. |
Ach, of onze wegen bestuurd werden. |
|
ÃU |
A. |
Om te bewaren uwe gerechtigheid. |
|
n. |
V. |
De kromme wegen zullen recht worden. |
|
A. |
En de oneffen wegen zullen effen worden. | |
|
ds |
V. |
God heeft zijne Engelen bevolen. |
|
r; |
A. |
Dat zij uw bewaren zouden in al uwe |
|
g, |
wegen. | |
|
Ie |
V. |
Heer, verhoor ons gebed. |
|
A. |
En ons geroep kome tot U. | |
68
LATEN WIJ BIDDEN.
God, die de kinderen van Israël droogvoets door het midden der zee hebt doen gaan, en aan de drie Wijzen dooi- eene ster den weg tot U hebt aangewezen: geef ons smeeken wij U, eene voorspoedige reis, opdat wij onder het geleide van uwen H. Engel op de plaats, waarheen wij ons begeven, en eindelijk in de haven der eeuwige zaligheid gelukkig mogen aankomen.
God, die uwen dienaar Abraham uit het land des ongeloof's en der boosheid hebt teruggevoerd en hem op al de wegen zijner vreemdelingschap ongedeerd bewaard hebt; wij bidden U, dat Gij U gewaardigt, ons uwe dienaren te behoeden. Wees voor ons. Heer, bij de reisvaardigheid eene bemoediging, op den weg eene vertroosting, in hitte eene beschaduwing, in regen en koude eene bedekking in tegenspoed een steun, in glibberigheid een staf; opdat wij onder uwe geleide voorspoedig aankomen op de plaats, waarheen wij ons begeven, en daarna behouden ten onzent wederkeeren.
Wij bidden U, Heer, verhoor onze smeekingen, en bestier den weg uwer dienaren in den voorspoed uws heils ; opdat wij bij al de wisselingen van weg en leven altoos door uwe hulp beschermd worden.
69
Geef ons, bidden wij, almachtige God, dat uw gezin den weg des heils bewandele en de vermaningen van den voorlooper, den H. Joannes volgende, rustig moge komen tot Den-gene, Wien hij verkondigt heeft, onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des Fl. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
v. Laat ons in vrede voortgaan.
a. In den naam des TIeeren. Amen.
Litanie van het Allerheiligste Sacrament.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
!o Christus, hoor ons.
?gt; . Christus, verhoor ons.
God Vader in den hemel, ontferm LI onzer. F* * r
â ' God Zoon, Verlosser der wereld.
God H. Geest. §
'gt; H. Drievuldigheid, één God, §!
'⢠Levend Brood, hetwelk van den Kemel §
zijt nedergedaald,
1 Verborgen God en Zaligmaker, c
Tarwe der Uitverkorenen, g
Wijn, die Maagden kweekt, ^
Voortreffelijk Brood en geneugte der Koningen,
ets en â¢eg wij iet ir-en in. iet
rr-o
n-
70
Gedurig offer, ontferm U onzer.
Reine spijs-offerande,
Onbevlekt Lam,
Allerreinste tafel,
Spijze der Engelen,
Verborgen Manna,
Gedenkstuk van Gods wonderen. Bovennatuurlijk Brood,
Vleeschgeworden Woord, onder ons wonende. Heilige offerande,
Drinkbeker der zegening, o
Geheim des geloofs, ^
Hoogwaardig en uitmuntend Sacrament, ? Allerheiligste Offerande, ^
Zoenoffer voor levenden en dooden, G
Hemelsch behoedmiddel, door hetwelk wij o voor de zonden bewaard blijven, g
Wonder van Gods wonderen,
Allerheiligste gedachtenis van het lijden
des Heeren,
Geschenk dat alle volmaaktheid te boven gaat,
Voortreffelijk gedenkteeken der goddelijke liefde,
Overvloeiende bron van Gods mildadigheid, Allerheiligst en doorluchtig geheim,
Krachtige spijs der onsterfelijkheid, Aanbiddelijk en levendmakend Sacrament,
71
Broed, hetwelk door de almogendheid des
, Woords zijt Vleesch geworden, ontf. U onz. Onbloedig Offer,
Tafelgerecht en Gastheer, o
Allerheiligste Maaltijd, bij welken de En- ^
gelen tegenwoordig zijn en dienen, ?
Teeken van genade, ^
Band van liefde, G
Hoogepriester, die zelf het Offer zijt, o
Verkwikking der heilige zielen, S
o o ' (TD
Teerspijze dergenen die in den Heer sterven, T
Onderpand der toekomende glorie,
Wees genadig, spaar ons, Heer!
Wees genadig, verhoor ons, Heer!
Van het onwaardig nuttigen uws lichaams en
bloed, verlos ons. Heer!
Van de begeerlijkheid des vleesches.
Van de begeerlijkheid der oogen,
Van de hooverdij des levens, lt;
Van alle ongeloo vigheid en verblindheid des s.
harten en ketterij, °
Van alle oneerbiedigheid, en misbruik ten o opzichte tot dit Hoogheilig Sacrament, jquot; Van alle zwakheden en zonden, welke de ^ zalige uitwerkselen van dit aanbiddelijk g Sacrament kunnen verminderen en te-^ genhouden,
Van alle gelegenheid tot zondigen,
72
Door de groote begeerte, die gij hadt, om dit Paaschlam met uwe leerlingen te eten, verlos ons, Heer.
Door den diepen ootmoed, waarmede üij c de voeten uwer leerlingen waschtet, §. Door de allervurigste liefde, met welke ° Gij dit heilige Sacrament hebt ingesteld, o Door uw dierbaar Bloed, hetwelk Gij voor m ons op het altaar hebt nagelaten, ^
Door de vijf kruiswonden, welke Gij in g het allerheiligste lichaam, dat Gij voorquot;' ons aannaamt, hebt ontvangen, Wij, zondaren, wij bidden ü, verhoor ons. Dat het U behage in ons het geloof, den eerbied en godsdienstige gemoedstemming, ten opzichte van dit wonderbaar Sacra- ^ ment te onderhouden en te vermeerderen, Dat het U behage, ons door eene ware S! belijdenis onzer zonden, tot het dikwijls a. nuttigen dezer geestelijke spijs voor te s bereiden, C
Dat het U behage, de kostbare, hemelsche lt; vruchten van dit allerheiligste Sacrament £ in ons overvloedig uit te storten,
Dat het U behage, ons in het uur van onzen ° dood, met deze hemelsche spijze tot de o reize naar de eeuwigheid te versterken, « Zoon Gods!
73
Lam Gods, dat wegneemt de
wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de
wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de wereld, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
Heer, verhoor mijn gebed.
En mijn geroep kome tot U.
LAAT ONS BIDDEN.
Heer Jesus, die ons in dit wonderbaar Sacrament, eene altoosdurende gedachtenis aan uwe liefde en van uw lijden en sterven hebt nagelaten geef, dat wij de geheimen van uw Lichaam en Bloed met zulk eene ware godsvrucht vereeren, dat wij al den zegen en al de heilrijke gevolgen van onze verlossing onophoudelijk mogen ontwaren. Gij, die met den Vader en den heiligen Geest, één eenig God, leeft en regeert in eeuwigheid. Amen.
Acte van Aanbidding en Groetenis aan Jesus in het H. Sacrament.
Met den diepsten eerbied, welke het geloof mij inboezemt, aanbid ik U, o mijn God, en Zaligmaker Jesus Christus, waarachtig God en mensch in het Allerheiligste Sacrament des
zonden der zonden der zonden der
74
Altaars verborgen, ter vergoeding van alle ijo-sti
oneerbiedigheden, onteeringen en ontheiligingen versi
die ik het ongeluk gehad heb tot dusverre }iari
jegens U begaan, en van al degenen, die door Vooi anderen begaan zijn of in de toekomst begaan kunnen worden.
Ik aanbid ü, o mijn God, wel is waar niet G zoo als Gij het waardig zijt; ook niet zoo als heb ik het verschuldigd ben, maar toch zoo als ik hen het vermag te doen; ik wenschte het met die dra volmaaktheid te kunnen doen, waartoe alleen offt uwe Engelen en Heiligen in staat zijn. Het ] is mijn streven U nu en altijd aanbiddend te ten vereeren, niet alleen voor alle Katholieke Christenen, die U niet aanbidden en U niet be- en minnen, maar ook tot uitboeting en voor de he1 bekeering der ongeloovigen, goddeloozen, gods- t,ei lasteraars, godloochenaars en heiligschenners. o-e Daarom, neem, allergenadigste en zoetste Jesus, tel mijne groetenis, aanbidding en huldebetoon dg genadig aan. tn Wees geprezen, o liefdevolle Jesus, van mij, yc den onwaardigsten van al uw schepselen, in r£ dezelfde liefde waarmede Gij, door den H. Geest o-i in den reinen schoot van Maria zijt gevormd 0 geworden. ti Geprezen, o allerzoetst Hart van Jesus, in e dezelfde liefde, waarmede Gij door de allerhei- e
]
75
ligste Drieëenheid met alle hemelsche gaven versierd zyt geworden. Geprezen, o allermildst Hart van Jesus, in dezelfde liefde, waarvan Gij voor het heil der menschen gebrand hebt. Amen.
Gebed van Verzoek.
Goddelijke Zaligmaker, Jesus Christus, Gij hebt U voor het heil der menschen aan den hemelschen Vader op het kruis ten offer opgedragen en nog dagelijks vernieuwt Gij dat offer op onze altaren.
Laat dat oneindig liefdeoffer alle menschen ten goede gedijen.
Bewaar, bescherm er; bestuur uwe H. Kerk en haar Opperhoofd den Paus. Vereenig met het Opperhoofd de Bisschoppen, met de Priesters de geloovigen, opdat zij te zamen één geestelijk gebouw uitmaken, waarvan de Apostelen de grondslagen. Petrus de rots en Gij de hoeksteen zijt. Verdrijf verre van uwe H. gemeente valsche leer, tweespalt, ergernis, vervolging en onverschilligheid. Bescherm alle regeerders en overheden, opdat zij door uwe genade geholpen, met wijsheid en kracht hunne onderdanen, in vrede en eenheid, in gerechtigheid en liefde en in ware godsdienstigheid en tijdelijke welvaart mogen bewaren en tot de eeuwige zaligheid geleiden. Verleen aan alle
j
76
ouders de genade om hunne kinderen ter uwer eer en tot eigen heil op te voeden; om hen tot kinderen Gods en tot erfgenamen des hemels in onschuld en deugd op te leiden.
Geef ook aan alle kinderen gehoorzaamheid, eerbied, dankbaarheid en liefde voor hunne ouders; dat uw goddt^jke Vaderzegen rijkelijk over hen nederdale. Schenk ook den dienstboden getrouwheid en eerlijkheid in de vervulling hunner plichten, geduld en ootmoed en in reinheid van wandel de vreugde des H. Geestes. Bewaar, bid ik U, o lieer! de onschuldige jeugd, sterk de boetvaardiger! en bekeer de zondaars, zuiver de wereld van dwalingen, neem de ziekten weg, keer den hongersnood af, open de kerkers en verbreek de boeien der onschuldig gevangenen; geef, bid ik U, o Heer! den reizenden eeue gelukkige wederkomst, den zieken de gezondheid, den strijdenden voor uwen Naam eene glorievolle overwinning.
Verneder de vijanden van uw rijk en breng hen in uwen schaapstal terug.
Breid de kennis van uwen goddelijken Naam meer en meer uit, opdat alle menschen tot de kermis der waarheid komen en zalig worden.
Eindelijk bevelen wij alle menschen in uwe Vaderlijke zorg, ontferm U ook over de zie-
LITANIE EN GEBEDEN
^IIeif|ciliriot ijiut uait Jrcous
i(tt f01111 ui in- üiiit ilc ^Ijte unit xlocuiijiliitti
voorgescl/reren door Z. 11. den Paus in de Encycliek: âOver de toewijding van het menschdom aan het Allerheiligst Hart van Jesusquot;.
Delft,
Snelpersdruk A. M. van Dijk amp; Zoon. 1899.
Litanie Yan liet Heilig Hart Tan Jem, *)
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld. God, heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God,
Hart van Jesus, den Zoon des eeuwigen
Vaders, 0
Hart van Jesus, in den schoot der Moeder- ^ Maagd door den H. Geest gevormd, _ .g? Hart van Jesus, met het Woord Clods in g
éénen persoon vereenigd.
Hart van Jesus, vol oneindige heerlijkheid, ^ Hart van Jesus, heilige tempel Gods, o Hart van Jesus, woontent des Allerhoogsten, n Hart van Jesus, huis Gods en poort des ^ hemels.
1) Sanctissimus Doniinus Noster, ut Litanise Sao ratissimi Cordis Jesu jam probatse (S. R. Cong. Deer. 27 Junii J898) et indulgentiis tercentum dierum auctse, ubique terrarum turn privatim turn publico recitari et decantari in posterum valeant. concedere dignatus e.st. (S. R. Cong. Deer. 2 Aprilis 1899).
Zijne Heiligheid heeft goedgunstig toegestaan, dat de Litanie van het Allerheiligst Hart van Jesus, reeds goedgekeurd (hij Decreet der II. Congr. der Bit. 27 Juni 1898) en met een aflaat van 800 dagen verrijkt, in het vervolg overal ter icereld, zoo privaat ais publiek, mag gebeden en gezongen worden. {Decreet der II. Congr eg. der Rit. 2 April 1899.)
IV
Hart van Jesus, oven brandend van liefde, Hart van Jesus, schatkamer van gerechtigheid en liefde.
Hart van Jesus, vol goedheid en liefde. Hart van Jesus, afgrond van alle deugden. Hart van Jesus, allen lof overwaardig. Hart van Jesus, beheerscher en .niddel-punt aller harten.
Hart van Jesus, in hetwelk alle schatten van wijsheid en wetenschap zijn,
Hart van Jesus, in hetwelk de gansche volheid der godheid woont.
Hart van Jesus, in hetwelk de Vader zijn welbehagen gevonden heeft.
Hart van Jesus, van welks volheid wij O allen ontvangen hebben, iï
Hart van Jesus, verlangen der eeuwige £' heuvelen, g
Hart van Jesus, geduldig en groot in ^ barmhartigheid,
Hart van Jesus, rijk voor allen die ü § aanroepen, o
Hart van Jesus, bron van leven en hei- r' ligheid.
Hart van Jesus, verzoening voor onze zonden.
Hart van Jesus, verzadigd met versmadingen.
Hart van Jesus, gebroken om onze misdaden,
Hart van Jesus, gehoorzaam geworden tot den dood.
Hart van Jesus, met een lans doorstoken.
Hart van Jesus, bron van allo vertroosting) Hart van Jesus, ons leven en onze verrijzenis, o Hart van Jesus, onze vrede en onze ver- S; zoening,
Hart van Jesus,slaclitoffervoordezondaren, ^ Hart van Jesus, heil van die op U hopen, 2 Hart van Jesus, hoop van die in U sterven, g Hart van Jesus, wellust van alle Heiligen,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei wereld, spaar ons. Heer!
I^ain Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer I
V. Jesus, zachtmoedig en ootmoedig vanHarte. A. Maak ons hart gelijkvormig aan uw Hart.
Laat ons bidden.
Almachtige, eeuwige God, sla uwe blikken op het Hart van uwen allerliefsten Zoon, en op de lofprijzingen en voldoeningen, die liet U gebracht heeft in naam der zondaren, tn verleen Gij aan dezen, waar ze uwe barmhartigheid afsmeektn, goedgunstig vergiffenis in naam van denzelfden Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
VI
ACTE VAN TOEWIJDMt AAN HET ALLEEHEILIGST KART VAN JESUS.
Allerzoetste Jesus, Verlosser van het men-sclielijk geslacht, zie ons in alle nederigheid voor' Uw altaar neergeknield. Wij zijn de Uwen, wij willen de Uwen zijn: maar om des te inniger met U vereenigd te worden, wiidt ieder onzer zich heden aan Uw Allerheiligst Hart toe. Zoovolen hebben U nimmer gekend: zoovelen hebben ü door het verachten Uwer geboden verstoeten. Ontferm U over hen allen, o allergoedertierenste Jesns; en trek allen tot Uw Heilig Hart. O Heer, wees Gij Koning, niet enkel over de getrouwen, die nooit van U zijn afgeweken, maar ook over de verloren zonen, die U verlaten hebben: doe hen spoedig terugkeeren naar het huis huns Vaders, opdat zij niet van ellende en honger omkomen. Wees Gij Koning over hen die öf wel door dwalingen misleid of door scheuring van ons gescheiden zijn en roep hen terug tot de haven der waarheid en de eenheid des geloofs, opdat het weldra worde één schaapstal en één herder. Wees ook Koning over allen, die nog omdolen in het oude heidensche bijgeloof en gewaardig U hen te voeren uit de duisternis tot het
VII
licht en het rijk van Grod. Verleen, Heer, aan Uwe Kerk ongestoorde vrijheid en veiligheid: geef aan alle volkeren vrede en rust: maak dat over geheel de aarde deze ééne kreet weerklinke: Geloofd zij het Goddelijk Hart, Dat ons de zaligheid heeft gebracht: aan het Goddelijk Hart zij roem en eere in eeuwigheid. Amen.
Dese copie stemt woordelijk overeen met den officieelen tekst voor het Bisdom Haarlem.
H. L. 3POOEMAX,
Deken.
77
len in het vagevuur, en wel bijzonder over ;de zielen van hen die in hun leven tot onze Broederschap behoord hebben, alsook over die zielen, voor welke geene bijzondere gebeden gestort worden.
Ontferm ü ook, o Heer, over mijne ouders, bloedverwanten, vrienden en weldoeners, alsook over hen, die ik in hun leven aanleiding tot zonden heb gegeven en die in het 'agevuur moeten afboeten; laat hen allen tot lene spoedige aanschouwing van uw goddelijk lanschiin geraken. Gij die leeft en regeert met Irod den Vader in eenheid des H. Geestes, jod van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Litanie van het H. Hart van Jesus.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, Heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
78
1
Han van Jesus, met het woord Gods zelf- Hart
standig vereenigd, ontferm U onzer. stei
Heiligdom der üodheid, Hart
Afgrond van wijsheid, uw
Tempel der H. Drieëenheid, Hart
Oceaan van goedheid, onl
Troon der barmhartigheid, Hart
Nooit uitgeputte schat, noi
Wiens overvloed ons allen verrijkt, Lam
Onze vrede en onze verzoening, rel
Toonbeeld van alle deugden, Lam
Oneindig beminnend en oneindig bemin- o rel
uT nenswaardig, Lam
S Springader des eeuwigen levens, 2 rel
Waarin de Vader zijn behagen schept, = Chris
g Verzoeningsaltaar voor onze zonden, ^ Chris
gt; Voor ons met bitterheid gelaafd, g He
â £ In Gethsemane tot stervens toe benauwd, g Or
K Met verguizingen verzadigd, voor Van liefde gewond,
Dat al uw bloed aan het kruis vergoot,
Verbrijzeld om onze snoodheden. Al
Nu nog door ondankbaren verscheurd, ons,
Toevlucht der zondaren, Uws
Sterkte der zwakken, en d
Troost der bedrukten, liefd
Volharding der rechtvaardigen, vruc
Heilbron voor die op U vertrouwen, dens
1
79
Hart van Jesus, plechtanker voor die in U
sterven, ontferm ü onzer.
Hart van Jesus, troostvolle bescherming voor
uwe vereerders, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, geneugte van alle Heiligen,
ontferm U onzer.
Hart van Jesus, onze hulp in overstelpenden
nood, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Christus hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Hart van Jesus, brandende van liefde voor ons. Ontvlam in ons hart eene brandende liefde voor U.
LAAT ONS BIDDEN.
Almachtige God, wij bidden U, verleen ons, dat wij, die in het allerheiligst Hart Uws geliefden Zoons al onzen roem stellen, en daaraan de voornaamste weldaden van Zijne liefde dank weten, ook in de werking en vrucht daarvan ons mogen verblijden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
80
Acte van toewijding aan het Allerheiligste Hart van Jesus.
O, aanbiddelijk Hart van mijn Jesus! liet teederste, het beminnelijkste en het edelmoedigste van alle harten, doordrongen van dankbaarheid bij de overdenking Uwer weldaden, kom ik mij geheel en voor altijd aan U toewijden. Ik wil al mijne krachten inspannen om 'Uwe vereering uit te breiden en om, zoo zulks mogelijk is, alle harten voor U te winnen. O Jesus, ontvang heden mijn hart, of liever, neem Gij het zelf', verander het, zuiver het, om liet Uwer meer en meer waardig te doen worden, en maak mijn hart gelijk aan het Uwe, ootmoedig, zachtzinnig, geduldig, vol van heilige en edelmoedige liefde. Verberg mijn hart met al de harten die U beminnen in het Uwe, en laat nimmer toe dat ik het terugueme. Ja, ik wil veeleer sterven dan ooit Uw aanbiddelijk Hart bedroeven. Hart van Jesus! hot verlangen mijns harten is, U altijd te beminnen, U altijd te eeren, U altijd te dienen, U altijd toe te behooren! en in het leven, en in den dood en in alle eeuwigheid. Amen.
Acte van Eereboete.
Goddelijker! Jesus, Verlosser van aLe men-
81
schen, zie hier eenige ondankbaren ootmoedig voor U nedergeknield, doordrongen van de bitterste droef lieid bij het herdenken der schrikkelijke beleedigingen, welke U aangedaan zijn en nog dagelijks aangedaan worden. Gedoog dat wij door de oprechtheid onzer hulde, al die ongetrouwheid, al die ondankbaarheid waaraan wij ons schuldig erkennen, zooveel mogelijk vergoeden. Hart van Jesus ! het heiligste, het teederste, het beminnelijkste aller harten, wat hebt gij niet gedaan om van ons bemind te worden. Voor ons, o Goddelijke Verlosser! hebt Gij U van den glans uwer Goddelijke Majesteit ontdaan ; voor ons zijt Gij mensch, zijt Gij een klein kind geworden; voor ons hebt Gij alles verlaten, alles ten offer gebracht; voor ons hebt Gij U met geesels laten verscheuren, met doornen laten kroonen ; voor ons hebt Gij U laten nagelen aan het kruis, om daar te midden van de onbegrijpelijkste smarten ons ter zaliging den laatsten druppel van uw Bloed te vergieten. En dit was nog weinig voor uwe liefde.
Door eene werking van uwe almacht en door eene onbegrijpelijke uitvinding uwer goedheid, hebt Gij een middel gevonden om, ofschoon tot uwen Vader teruggekeerd, tot de voleinding der eeuwen in ons midden te wonen, om ons
82
in deze woestijn des levens tot troost, tot beschutting, tot lichtbnak, tot voedsel te verstrekken. Mijn God, kon Uwe almacht meer voor ons doen ? . . . . En wij, wat hebben wij gedaan, om aan zooveel liefde te beantwoorden? Engelen des Hemels, staat verbaasd .. . en gij, Miichten des Hemels, siddert van verontwaardiging.
In plaats van liefde met wederliefde te vergelden, houden wij niet op Hem te vergrammen.
.legens elk ander weldoener willen wij dankbaar zijn, doch wanneer het U geldt, o aanbiddelijke Heiland, dan is het als of men het zich tot eer rekent om ondankbaar te zijn, om de grootste weldaden met den grootsten ondank te vergelden.
Vergeving dan, o .lesus! vergeving.
Vergeving, o vrijmachtig Heer dezer wereld!
Vergeving voor al de beleedigingen Uwer opperste Majesteit aangedaan. Vergeving, o onsterfelijke Koning! voor aide verguizingen, â waaraan zoovele goddelooze wereldslaven zich jegens U plicbtig maken. Vergeving voor de vermetelen, die zelfs U aan den voet van Uwen heiligen troon durven trotseeren. Vergeving, o God der heiligheid, vergeving voor zoovele heiligschennissen, voor zoovele onwaardige Communiën. Vergeving, o goedertierende Herder!
83
tlie niets kent dan beminnen en lijden. O, vergeving ook voor ons, vergeving voor de bitterheid, waarmede ook wij U heilig Hart laven, vergeving voor onze onverschilligheid jegens U, voor onze koele en flauwe Communiën, voor onze oneerbiedigheden in de kerk, voor het verzuim der heilige missen, vergeving voor ons zinnelijk, onverstorven en wereldsch leven ....
Getrouwe zielen die over de ongetrouwheden van Israël zucht, vereenigt u met mij ; komt, werpen wij ons voor den troon der oneindige barmhartigheid, verzuchten wij te samen over de wonden aan het heilig en liefdevol Hart van Jesus toegebracht; betreuren wij het dat wij een zoo teeder en beminnelijk Hart hebben bedroefd.
O .lesus! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, vergeet al onze ondankbaarheid, al onze misdaden, al onze snoodheid. O, laat nog eenmaal uw heilig Bloed ons ten gunste spreken; het zal luider roepen dan al onze boosheden.
Mocht de rechtvaardigheid van uwen Hemel-schen Vader voldoening van ons vorderen ; wij die hier voor uwe voeten liggen, zijn bereid die, in vereeniging met uwe verdiensten, te geven. O, konden wij met onze harten de harten van alle
84
menschen vereenigen, om die allen op het altaar der liefde ten offer brengen 1 Liefderijke Jesus ! mochten wij hierdoor de straffen, die wij zoozeer verdiend hebben, van ons afwenden, en, verzoend met uwen Vader, eenmaal waardig geacht worden om met U in den Hemel gelukkig te leven. Amen.
O liefderijk Hart van mijnen Jesus, geef dat ik U altijd meer en meer beminne. Amen.
OEFENINGEN
TER EERE VAN DEN
LIJDENDEN HEILAND.
Litanie van hel Lijden onzes Heeren Jesus Christus.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon Verlosser der wereld, ontf. U onz.
God, H. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontf. U onzer.
Jesus, om onze zonden in den hof der Olijven
85
benauwd en bedroefd tot den dood toe, ontferm U onzer.
Jesus, door eenen Engel versterkt, opdat wij in allen nood onze hulp van den hemel zouden leeren verwachten,
Jesus, die uwen verrader minzaam hebt ontvangen, om ons de zachtmoedigheid te leeren,
Jesus, van uwe discipelen verlaten, opdat wij op God alleenzoudenleeren betrouwen, Jesus, van de Joden gebonden, om ons van
de zonden te ontbinden, o
Jesus, voor Annas en Caiphas valschelijk 3-beschuldigd, opdat wij alle ongelijk zou- ^ den leeren verdragen, ~
Jesus. door Petrus verloochend, opdat wij onze krankheid zouden leeren kennen, o en ons zeiven mistrouwen, g
Jesus, door Herodes met een wit kleed be- r1 spot, omdat wij het kleed der onschuld verloren hadden,
Jesus, achter Barabas gesteld, opdat wij ons nooit boven anderen zouden verheffen, Jesus, wreedelijk gegeeseld en met doornen gekroond, opdat wij het gemak en alle eerzucht zouden verfoeien,
Jesus, gelasterd, bespogen en geslagen, opdat wij onze zinnen zouden versterven,
86
Jesus, aan het volk ten toon gesteld, opdat wij uw voorbeeld zouden voor oogen hebben en naar hetzelve leven, ontferm U onzer. Jesus, van Pilatus aan uwe vijanden geleverd, om ons van onze vijanden te verlossen,
Jesus, met het kruis beladen, om ons te leeren, ons kruis met geduld te dragen, Jesus, aan het kruis genageld, opdat wij het vleesch met deszelfs driften en begeerlijkheden zouden kruisen,
Jesus, tusschen twee moordenaars gekruist, om o ons de beleedigingen te leeren beminnen, s; Jesus, die den goeden moordenaar in ge- q nade hebt ontvangen, opdat wij nooit ^ zouden wanhopen, ^
Jesus, die aan het kruis hangende, voor g uwe vijanden hebt gebeden, om ons te g leeren onze vijanden te beminnen,
Jesus, met gal en mirrhe gelaafd, opdat wij onze tong van alle zonden zouden bewaren, Jesus, die stervende uwen geest in de handen uws Vaders bevolen hebt, opdat wij, stervende, onzen geest ook in uwe en zijne handen zouden bevelen,
Jesus, die voor ons den bitteren dood gestorven zijt, om ons de boosheid onzer zonden te doen kennen,
87
Jesus, die door uwen dood ons liet leven gegeven hebt. opdat wij niet voor ons maar voor U zouden leven, ontferm U onzer, o Jesus, wiens zijde na uwen dood geopend 5-is, om in dezelve on/e zonden en krank-2? lieden te verbergen, 3
Jesus, begraven en ten derden dage verre- C zen. opdat wij gestorven en begraven o aan de zonden, tot een deugdzaam Ie- S ven zouden verrijzen, ^
Wees genadig, spaar ons, Heer.
Wees genadig, verhoor otis, Heer.
Van alle kwaad, verlos ons. Heer.
Van alle zonden.
Door uw bloedig zweet,
Door uwe geeseling, ^
Door uwe doornenkroon, |f
Door uw kruis en lijden, o
Door uwe allerheiligste vijf wonden, S
Door uwen dood en uwe begrafenis,
Door uwe heilige verrijzenis, ö1
Door uwe wonderbare Hemelvaart, ~
In den dag des oordeels.
Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat uw heilig lijden ons leere, hoe zwaar en schrikkelijk de zonde is, om welke Gij zoo veel geleden hebt, wij bidden U, verhoor ons.
88
Dat wij door het overdenken van uwe pijnen Dat
en smarten, alle ziekten, pijnen en tegsn- glt;
spoed geduldig mogen verdragen, wij Md- Dat
den U, verhoor ons. di
Dat wij in allen angst, droefheid en nood k-
ons tot U keeren en uwe hulp afsmeeken. Dat
Dat wij alle schande, verachting en tegen- ' h
spoed met overgeving aan Gods wil mo- Lan
gen ontvangen, w
Dat wij de valsche beschuldigingen en on- Lan
rechtvaardige oordeelen, naar uw voor-^ v
beeld, triogen verdragen, tquot;quot; Lan
Dat Gij ons de vruchten van uw kruis |j v
wilt medcdeelen, 2- Chi
. 7 (P
Dat wij door de kracht van uw kruis den ~ Chi
duivel, de wereld en het vleesch mogen G lt; overwinnen, ^
Dat wij in uw Bloed van alle zonden mo- 2 gen gereinigd worden, o
Dat Gij ons wilt verleenen, ons kruis dagelijks ^ J
op te nemen, en U gaarne na te volgen, § ligi
Dat wij eene genegenheid mogen krijgen om ï» en
uw H. Lijden met liefde en dankbaarheid opi dikwijls te overdenken, * mc
Dat wij, dagelijks overwegende, dat Gij uit \vr
liefdevoor ons gestorven zijt, door eene we- en
derliefde onstoken worden, om niet voor do
ons zeiven maar ten uwen dienste te leven, Ar
89
Dat wij onzen troost in uwe H. Wonden mogen vinden, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij ons door uw kruis en uwen bitteren dood in het uur onzes doods wilt versterken, \vij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons door uw kruis in uwe heerlijkheid wilt brengen, wij bidden U, verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onze Vader, enz.
LAAT ONS BIDDEN.
Almachtige, eeuwige God! die onzen Zaligmaker het vleesch hebt doen aannemen, en den dood des kruises hebt doen lijden, opdat de mensch het voorbeeld zijner ootmoedigheid zou navolgen ; geef genadig, dat wij naar de lessen zijner lijdzaamheid leven, en deel mogen hebben aan zijne verrijzenis, door denzelfden Jesus Christus onzen Heer. Amen.
90
Teedere gevoelens voor het beeld van den Gekruisigden Heiland.
O kostbaar Zoenoffei', dat voor mijne zaligheid aan het kruis gestorven zijt, ik aanbid U. Vernederd bij den aanblik mijner zonden, smeek ik U om barmhartigheid en bid U, zuiver mijn hart van alle zonden dooi- liet goddelijk Bloed, dat Gij te dien einde tot den laatsten druppel vergoten hebt. O oneindige Goedheid, die mij tot nu toe zoo langmoedig verdragen hebt, verlaat mij niet. O heilige Mond, die mij zoo dikwijls en met zooveel liefde tot U geroepen hebt, veroordeel mij niet. O heilige Handen, die mij geschapen en gevormd hebt, stort mij niet weder in het niet terug. O heilige Voeten, die U hebt laten doorboren, om mij te zoeken, weest mijne toevlucht. O zoet Hart, dat voor den rouw-moedigen zondaar steeds geopend zijt, neem mij op. Voor mij zijt Gij gestorven, o mijn Jesus, voor U wil ik dan ook leven. O goddelijke Majesteit, wel is waar zijn de schulden, die ik U te betalen heb, bovenmate groot, verdien ik eene eeuwige straf, maar sla uwe oogen op uwen innig geliefden Zoon, die zich als een offer voor alle menschen aanbiedt, die zich van het kruis af' smeekend ten Hemel
91
verheft en voor mij om barmhartigheid bidt. Beschouw alles, wat Hij geleden heeft, om U te bevredigen en aan uwe rechtvaardigheid te voldoen; weeg zijn lijden tegen over mijne zonden, en zie hoe het gewicht zijner smarten den last mijner zonden overtreft.
Hoe zal ik U echter, o mijn Heiland, naar waarde dankzeggen, wanneer ik alles overweeg, wat Gij voor mij hebt gedaan! Gij hebt onnoemelijke pijnen onderstaan, om mij uit de ellende mijner zonden te verlossen. Gij zijt gestorven, opdat ik zou leven; ik ben dus om twee redenen uw eigendom, èn omdat Gij mij geschapen èn omdat Gij mij verlost hebt. Ik kan U deze weldaden niet anders vergelden dan door mij zeiven geheel aan U over te geven en U mijne ziel op te offeren, die Gij zoo duur hebt vrijgekocht. Ik zal U voortaan beminnen uit geheel mijne ziel, uit geheel mijn hart en uit al mijne krachten. Doch, daar ik niets kan zonder U, zoo hecht ik mij zeiven geheel aan U, opdat Gij mij moogt sterken en heiligen.
Neem, o goddelijke Verlosser! deze ootmoedige hulde aan. Eerbiedig vereer ik dat kruis, het altaar, waarop Gij geslachtofferd zijt; de nagelen, die uwe Handen en Voeten doorboorden ; de lans, waarmee uw Hart door-
92
stoken is; al deze werktuigen uwer liefde vereer ik met dankbare wederliefde, en inzonderheid ook de Vijf Wonden, waardoor de wonden mijner ziel genezen zijn. Gij neigt uw Hoofd, om mij den vredekus te geven; Gij strekt uwe Armen uit om mij te omhelzen; Gij opent uw Hart om mij daarin op te nemen ; Gij hebt uw lichaam tot prijs mijner verlossing gegeven, waarvoor uwe verdiensten mij zijn toegekomen. Vergeef, o, God, eene rouwmoedige ziel, die U gekruisigd heeft, maar die nu aan uwe Voeten nederligt. Jesus, mijn Verlosser, om mijnentwille zijt Gij gestorven ; ach mocht ik nu van droefheid en leedwezen voor U sterven ! Mocht ik niet slechts met mijne tranen, maai' ook met mijn bloed de zonden afwasschen, waarmede ik mijne ziel heb besmeurd! Steeds meer wil ik ze verafschuwen, en ik neem thans het vaste besluit, om in het vervolg liever te sterven dan uw lijden en uwen dood nog meer door mijne zonden te vernieuwen. Amen.
Litanie tot de vijf H. Wonden onzes Heeren Jesus Christus.
Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer.
93
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, een God, ontferm U onzer.
Heilige Wonden van onzen Verlosser, geneest ons.
Geneesmiddel onzer zielen,
Oorsprong der deugden,
g Troost der bedrukten,
quot;g Toevlucht der verdoolde zielen,
jS Troost der rechtvaardigen in het oordeel, ^ Beschaming der boozen in het oordeel, q bD Beschermers der zondaren, 2
S Plaatsen van toevlucht, -t
QP CC
S Anker van al onze hoop.
Wapenen der zielen.
Panden der liefde,
alle eer en aanbidding waardig.
Heilige Handen van onzen Verlosser,
a die de wereld geschapen hebt,
â a voor ons gebonden en uitgerekt,
i voor ons doorstoken met nagelen,
1^- voor ons aan het kruis gehecht.
O 3
94
Heilige Handen, vervuld met verborgen schatten, geneest ons.
Heilige Handen, in welke de namen der
uitverkorenen geschreven staan,
H. Handen, alle eer en aanbidding waardig. Heilige voeten van onzen Verlosser,
die de aarde tot voetbank hebt,
£ minnelijk om ons den vrede te verkondigen, 3 waardig met tranen gewasschen te worden, ko waardig omhelsd en aanbeden te worden, die onder het lijden van vele smarten tp den Cal varie-Berg beklommen hebt, a5 ^ voor ons doorboord met nagelen, £
â voor ons aan hot kruis gehecht, S
alle eer en aanbidding waardig, ^
Heilige Zijde van onzen Verlosser, g
geopend door eene lans, !quot;
Water en Bloed stortende,
,7 Oorsprong der zaligheid,
~Ader des levens,
^ Hoop der mistroostigen,
spToevlucht en woonplaats onzer ziel, â quot;l Rustplaats der Godminnenden,
E Sterkte der Martelaren,
gloeiende oven der liefde,
alle eer en aanbidding waardig,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, door uwe H. Wonden, spaar ons, Heer.
95
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, door uwe II. Wonden, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneem.: de zonden der wereld door uwe H. Wonden, ontferm U onzer, v. Hij is gewond om onze boosheden. a. En gekwetst om onze misdaden.
gebed.
O almachtigen God! wij bidden U, vergun ons, dat de allerbitterste Wonden van uwen allerliefsten Zoon Jesus Christus, onzen lieer, in onze harten mogen gedrukt worden, dat zij ons verstand verlichten, en ons in uwen dienst door liefde vurig maken, door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
Gebeden tot de Vijf Heilige Wonden onzes Zaligmakers.
voorbereidend gebed.
O, beminnelijken Jesus! die U gewaardigd hebt voor mij een Bruidegom des Bloeds te worden, zie, ik werp mij voor uwe voeten neder, om U mijne liefde en verschuldigde dankbaarheid te betoonen. Maar wat zal ik wedergeven, o mijn Jesus! U, die mij ten einde toe
96
bemind hebt? Gij hebt mij in uwe handen en voeten, ja zelfs in uw hart geschreven. Wie zal mij geven, dat ik U, gelijk Gij mij, in mijn hart geschreven drage, en ik uwer, gelijk Gij mijner, altijd gedachtig blijve? O Jesus ! met welk eene overmaat van liefde hebt Gij mij bemind. Gij hebt niet alleen uwe handen en voeten, maar ook uw hart voor mij laten openen, opdat het mijne met den onuit-putbaren overvloed uwer hemelsche gaven vervuld zoude worden; ontvang mijne smeekingen, die ik ter eere van uwe Vijf H. Wonden uitstort, in de hoop dat Gij mij, ellendige, den toegang tot deze dierbare bronnen des levens niet zult weigeren. Amen.
TOT DE H. WONDE VAN DEN LINKER VOET,
0 heilige Wonde van den linker Voet mijns Zaligmakers! vol eerbied omhels ik U in den geest. Dierbare Jesus ! ik bid ü uit geheel mijn hart, trek door de verdiensten dezer If. Wonde, mijne voeten uit den strik, die mijne vijanden mij gespannen hebben, en behoed mijne ziel voor den val. Dat de voet der hoovaardigheid geenen ingang bij mij vinde, dat ik geene groote dingen, die boven mijne macht zijn, onderneme, maar altijd in uwe tegenwoordigheid, in de eenvoudigheid mijns harter; wan-
97
dele, opdat ik aldus Tan U in genade ontvangen worde.
Voor deze heilige Wonde leg ik al mijne kwellingen neder en vereenig die met uw lijden en kruis ; geef mij de genade, om al mijne tegenspoeden en ellenden uit liefde tot U te verdragen en mij altijd naar uwen heiligen wil te voegen. Amen.
Onze Vader, Wees gegroet, enz.
TOT DE II. WONDE VAN DEN RECHTER VOET.
O heilige Wonde van den rechter Voet mijns Zaligmakers! vol eerbied omhels ik U in den geest. Bestuur, o mijn Jesus! bid ik U uit ganscher harte, bestuur door de verdiensten dezer H. Wonde, mijnen gang op den weg uwer geboden, opdat ik van de eene deugd moge voortgaan tot de andere, tot dat ik U, mynen God en Heer! in Sion aanschouwe.
Voor deze heilige Wonde breng ik al mijn geluk en al den voorspoed, welke uwe goddelijke Voorzienigheid mij genadiglijk geschonken heeft, opdat tnijn gemoed daardoor niet te zeer verheven worde, noch U, mijn opperste Goed! tot gramschap verwekke. Amen.
Onze Vader, Wees gegroet, enz.
TOT DE H. WONDE VAN DE LINKER HAND.
O heilige Wonde van de linker Hand mijns-
98
Zaligmakers! vol eerbied omhels ik U in ilen geest. O mijn Jesus! ik bid U uil gansclier harte, door de verdiensten dezer 11. Wonde, heb medelijden met mijne zwakheid en onstandvastigheid, versterk mij in alle goede voornemens en bewijs mij alleen deze liefde, dat ik moge zeggen; Zijne linker Hand is onder inijn hoofd en zijne rechter zal mij omhelzen. (Cant. 11.)
Al mijne zonden, die ik wetende of onwetende bedreven heb, leg ik voor deze heilige Wonde neder: gewaardig U die uit te wis-schen, o mijn Jesus! opdat zij in den dag des oordeels het vonnis der verdoemenis tegen mij niet eischen.
Onze Vader, Wees gegroet, enz.
TOT DE H. WONDE VAN DE RECHTER HAND.
O heilige Wonde van de rechter Hand mijns Zaligmakers ! vol eerbied omhels ik U in den geest. O Heer Jesus! ik bid U uit ganscher harte, geef mij door de verdiensten dezer H. Wonde, krachten tegen al mijne zichtbare en onzichtbare vijanden en stel mij in den jongsten dag aan uwe rechter Hand, opdat ik van U in vreugde moge hooren : Kom t, gij gezegenden mijns Vaders, en bezit het rijk, hetwelk U van het begin der wereld bereid is. (Matth. XXV.)
99
en Voor deze heilige Wonde leg ik neder en
ler offer ik U op, al mijne goede werken, en bid
ie, U ootmoediglijk, mijn Jesus! dat gij die met uwe
in- allerheiligste werken wilt vereenigen, aan uwen
de hemelschen Vader opofferen en mijne gebreken
Ie, door uwe volmaaktheden vergoeden. Amen.
is Onze Vader, Wees gegroet enz.
n~ TOT DE H. WONDE VAN DE ZIJDE.
e- O heilige Wonde van de zijde mijns Zaligde makers! o bron van liefde! o onwaardeerbare s- schat! o lustplaats mijner ziel! o liefste Jesus ig zoude ik durven naderen tot dit geheiligd al-m taar en uw door liefde brandend hart kussen ?
Goedertieren Jesus! beroof mij niet, bid ik U, door uwe oneindige goedheid, beroof mij niet van dezen troost: verstoot mij niet van deze eenige schuilplaats mijner ziel. Welaan dan,
s mijne ziel ! nader met betrouwen tot den troon
n van uwen geliefden Bruidegom ; ontlast u daar
r van alle kwellingen waaronder gij gedrukt
[. wordt; vervul hier uwe heilige begeerten, en
i rust daar in den gewenschten vrede. Het
i dunkt mij. o Jesus! dat uwe liefde mij door
i deze minnelijke Wonde den toegang tot uw
i JJart opent. Hier bid ik U, in den diepsten
i ootmoed mij alles te vergeven, waarin ik ooit
) met hart, mond of werken tegen U gezondigd
400
heb. Reinig, zuiver, o Jesus! mijn hart in dit bail van uw dierbaar Bloed, druk er de gedaante van uw Hart in, ontsteek het door het vuur uwer liefde; opdat ik voortaan buiten U niets berninne, niets begeere.
Voor deze heilige Wonde leg ik al de begeerten van mijn hart neder, en bid U, .lesus dat mijn hart zoo vast aan het uwe gehecht worde, dat zij nooit van een gescheiden worden, opdat ik waarlijk met den Apostel kunne uitroepen : Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? verdrukking of benauwdheid, of honger, of naaktheid, of gevaar, of vervolging, of het zwaard! Ik hen verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch Engelen, noch Vorstendommen, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch sterkte, noch hoogte, noch diepte, nog eenig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Jesus Christus, onzen Heer. (Rom. VIII.)
Onze Vader, Wees gegroet, enz.
GEBED VAN DEN H. VADER FRANCISCUS VAN ASSISIÃ.
Ik smeek U, Heere Jesus, dat het geweld van uwe liefde, veel heviger dan het vuur en zoeter dan honig mijne ziel verslinde, opdat
lül
ik sterve door de ïiefde, om uwe liefde. O Gij! die U gewaardigd hebt te sterven uit liefde om mijne liefde.
O groote en glorierijke God, mijn Heer Jesus Christus! ik bid U, verlicht de duisternissen van mijn vorstand, geef mij een oprecht geloof, eene vaste hoop en eene volmaakte liefde! verleen mij, Heer! dat ik U alzoo mag kennen, dat ik in alles uwen H. wil moge volbrengen. Amen.
GEBED VAN DEN U. BONAVENTURA.
O .lesus, die uit liefde voor mij, U zeiven niet gespaard hebt, druk uw lijden in mijn hart, opdat ik, overal waar ik zal gaan, altijd uwe Wonden voor oogen hebbe, en noch rust, noch troost vinde dan in het overdenken van uwe pijnen. Amen.
Litanie van het Lijden, den Doodstrijd en den Dood onzes Heeren Jesus Christus.
Gewoonlijk genoemd Litanie van den goeden dood.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ong.
40'2
God, liemflsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld.
God, heilige üeest,
Heilige Drievuldigheid, één God,
Jesus, Zoon van den levenden God,
Woord des Vaders, mensch geworden. Die ten uiterste begeerd hebt te lijden, Die bevreesd en bedroefd hebt willen wezen.
Wiens ziel bedroefd is geweest, tot den dood.
Die in den doodstrijd langer gebeden c hebt, ga
Die biddend, bloed gezweet hebt, ^
Die in den bloedigen doodstrijd door een s Engel hebt willen versterkt worden, C | Die voor dertig zilverlingen verkocht o M zijnde, door Judas met een kus ver- | raden zijt,
Die, van uwe Discipelen verlaten, door de handen der goddeloozen gebonden zijt,
Die, door valsche getuigen beschuldigd, ten dood veroordeeld zijt geworden. Die met vuisten geslagen en bespogen
hebt willen worden.
Die met een wit kleed versmaad en met een purper bespot zijt.
103
Jesus, Die achter Barabas zijt gesteld geweest, ontferm U onzer.
Die dooi' geeselen verscheurd en met
doornen zijt gekroond geweest,
Die tot den nllerschandelijksten dood zijt
verwezen geweest.
Die, met liet kiuis beladen, den berg
van Calvarië zijt opgeklommen.
Die ids een lam ten dood zijt geleid o
geweest, 3-
£ Man van smarten, ?
S Die naakt tusschen twee moordenaars ^
zijt gekruist geweest, Ã
Die drie uren in den doodstrijd zijto
geweest, n
. ..
Die met gal en azijn zijt gelaafd geweest, T-
Die aan het kruis voor uwe vijanden
hebt gebeden.
Die tot den dood des kruises zijt gehoorzaam geweest,
Die aan het kruis zijt gestorven,
Wees genadig, spaar ons, Jesus.
Wees genadig, verhoor ons, Jesus.
Van alle zonden, verlos ons, Jesus.
Van eenen haastigen en onvoorzienen dood,
verlos ons, Jesus.
Van de listen des vijands, in den doodstrijd, verlos ons, Jesus.
104
Van alle kwade gedachten en begeerten, verlos ons, .lesus.
Van de gevaarlijke bekoring der wanhoop, Van den geest der hoovaardij en vermetelheid. Van den eeuwigen dood.
Door uw onuitsprekelijk geduld.
Door uwe onoverwinnelijke zachtmoedigheid, Door uwe allergrootste zedigheid, lt;â
Dooi' uwe wonderbare stilzwijgendheid,
Door uwe uiterste armoede, °
Door uwe allerdiepste ootmoedigheid, o Dooi- uwe allerstandvasligste gehoorzaam-S held,
Door uwe onbegrijpelijke liefde, S
Door uwen doodstrijd en uw lijden, Squot;
Door uw kruis en uwe verlatenheid.
Door uwe krachteloosheid.
Door uwen dood en uwe begrafenis,
Door de droefheden van uwe allerliefste
Moeder, met U mede lijdende,
In het uur des doods, wij bidden U, verhoor ons.
Opdat het verre van ons zij te roemen, dan
in uw kruis, wij bidden U, verhoor ons. Opdat, door uwe liefde, de wereld aan ons gekruist zij, en wij aan de wereld, wij bidden U, verhoor ons.
Opdat wij ons vleesch met deszelfs begeerlijk-
105
heden aan liet kruis hechten, wij bidden ü, verhoor ons.
Opdat wij, uw lijden naar het lichaam volgende, met dezelfde gedachten gewapend worden in de ziel, g
Opdat wij dagelijks ons kruis dragen en U^;
navolgen, al
Opdat wij U, gekruiste Jesus! voor alles
zoeken te kennen, ^
Opdat Gij U gewaardigt ons, in den dood--strijd zijnde, aan de verdiensten van uw 2 lijden en uwen dood deelachtig te maken, gquot; Opdat wij, gelijk in liet lijden, zoo ook £2 deelgenooten mogen wezen in de ver- g troostingen, V
Opdat wij voor U leven en in U sterven. Lam Gods, dal wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, wees ons barmhartig, Jesus.
GEBED.
Heere Jesus Christus! die onder de allerbitterste pijnen des kiuises, U gewaardigd hebt voor ons te sterven: door uwen allerheiligsten doodstrijd bidden wij U ootmoedig dat
-106
tJij uwe dienaren en dienaressen, die met den dood strijden, na hunnen dood met vreugde in het Hemelsch Paradijs wilt ontvangen. Amen.
Gebed van de H. Geertrudis.
Ik offer U, o goede Jesus en ik geef U geheel mijn alleronwaardigst hart. ik smeek U het te wasschen in het kostbaar water, dat de goddelijke liefde heeft doen vloeien uit de edele roze van uw allerzoetst Hart, van dit Hart, dat een braudoven der goddelijke liefde is. Gewaardig U mijn arm hart te besproeien en te versterken door er den zoeten wijn van uw allerheiligst Bloed op neder te laten druppen, van dat H. Bloed, dat in de pers van het kruis, uit de druif van uw goddelijke Hart is geperst. Vergeef mij alles, o goede Jesus, en voldoe zelf voor al mijne nalatigheden, o mijn. zoete Jesus, mijn eenig heil en mijn eenige troost. Amen.
Wijze om den H. Kruisweg te bidden.
(Volgens den H. Leonanius a Portu Mauritio.)
VOORBEREIDEND GEBED.
Met den diepsten eerbied werp ik mij voor U ter aarde. Verlosser van den zondigen inensch: en innig getroffen over liet lijden,
107
dat U mijne verlossing gekost heeft, wil ik mij in deze oogenblikken met dat wonder van liefde bezig houden, door U in den geest op uwen bloedigen Kruisweg te vergezellen. Maar hoe zal ik dit op eene waardige wijze verrichten kunnen? Ik, die ü zoo dikwerf beleedigde, uw lijden niet zelden vernieuwde? Ja, mijn .lesus! ik beken het, ik ben een zondaar, een onwaardige, maar Gij kunt mij rechtvaardig en uwer liefde waardig maken. Ontferm U dan over mij, verwerp mij niet van uw aanschijn en vergeef den boetvaardigen zondaar, die U als het hoogste goed hoven alles bemint, en juist daarom berouw heeft over zijne zonden. Niet meer, mijn God! niet meer zal ik zondigen, maar U steeds zoo beminnen, dat ik éénmaal onder diegenen gerangschikt worde, voor wie uw Bloed niet vruchteloos veigoten werd.
Tot voldoening voor mijne misdrijven, offer-ik U deze oefening op. Stort, gedurende dezen bloedigen tocht, in mij den goeden geest, en geef dat ik, door uw lijden bewogen, tot uwe navolging aangespoord worde: maak mij deelgenoot aan de verleende aflaten, opdat zij mij behulpzaam zijn, om in dit leven uwe erbarming en hierna uwe heerlijkheid van aanschijn tot aanschijn te genieten. Amen.
108
1ste STATIE.
Jesus wordt ten dood veroordeeld.
Wij nanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost licht.
Overweeg, mijne ziel! met welke gevoelens Jesus dit vonnis ontvangt; zie, hoe gewillig Hij zich aan hetzelve, uit liefde tot u, onderwerpt. Ach! dat gij u toch eens schaamdet, gij, die zoo dikwerf' het vonnis des eeuwigen doods verdiendet, gij gewaardigt u nauwelijks eene geringe versterving aan te nemen, tot welke hij, die Gods plaats bekleed, u soms veroordeelt. Welaan dan, wend u vol schaamte tot Jesus, uwen Bruidegom, en zeg Hem met een hart vol liefde :
GEBED.
Dierbare Jesus! öwe onschuld en de liefde, waarmede Gij U, zonder eenige tegenspraak, aan het onrechtvaardigste vonnis onderwerpt, doen mij bloozen: het is mijn leed, dat ik mij bij het ontvangen van eene geringe beleedi-ging, bij het hooren van een smadelijk woord, tot hiertoe zoo verontwaardigd toonde ; ja, dit smart mij, en ik maak een vast voornemen om voortaan, met uwe heilige hulp, elke ver-
109
srnading, hoe onrechtvaardig, hoe smartelijk die ook zijn moge, gaarne te verduren.
Onze Vader, â Wees gegroet, â Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer.
2de STATIE.
Jesus neemt het Kruis op zijne schouderen.
Wij aanbidden U, Christus en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Mijne ziel, beschouw uwen .lesus ! zie met welk eene teerderheid Hij het Ivruis omhelst, met welk eene kalmte en gelatenheid Hij den moedwil der woeste bende verdraagt. Ach! bloos over die onverduldigheid, waaraan gij u bij het verschijnen van het geringste kruisje van tegenspoed zoo vaardig overgeeft. Kom, vergezel uwen met het Kruis beladen .lesus, en zeg Hem :
GEBED.
Met reden schaam ik mij, lieve Jesus! wanneer ik U het Kruis, het door mijne ondankbaarheid, door mijne zonden vervaardigd Kruis, zoo liefderijk zie omhelzen, terwijl ik aarzel die lichte, die aangename kruisjes op te nemen,
1-JO
welke uwe oneindige liefde mij vormde en door zoo vele genadeliulp dragelijk maakte. Vergeef het inij, bid ik (J, vermits ik een vast besluit maak, niet alleen om dezelve voortaan gaarne te omhelzen, maar daarenboven met uwe geliefde heilige Theresia U onophoudelijk te smeeken: of lijden of sterven, het kruis of de flood.
Onze Vader, â Wees gegroet, â Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
3de STATIE.
Jesus valt de eerste maal onder het Kruis,
Wij aanbidden U Christus en loven U, Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt,
Mijne ziel, ziet gij de beleedigingen niet, welke uw gevallen Jesus te verduren heeft? En echter zwijgt Hij, en echter verdraagt Hij alles uit liefde tot u: en hoe ongeduldig zijt gij niet, wanneer eene lichte ziekte u aantast, wanneer een gering ongeval u treft, hoe bitter beklaagt gij u dan niet! Ach, werp u met tranen van berouw voor Jesus voeten, en bid Hem:
Ill
GEBED.
Beminnelijke .lesus! met leedwezen werp ik ik mij voor U ter aarde, omdat ik U zoo dikwerf door mijn ongeduld beleedigde. Ach, schenk mij de genade om te knnnen opstaan, den weg des Kruises met liefde en vreugde te vervolgen, en alle rampspoeden .gaarne te verduren.
Onze Vader, â Wees gegroet, â Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, lieer! ontferm U onzer.
4de STATIE.
Jesus ontmoet zijne II. Moeder.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Ach, welk eene hevige smart doorboorde het hart van Maria, en wie kan de folteringen opnoemen, waarmede Jesus lijden bij deze ontmoeting verzwaard werd? Ween, mijne ziel, ween bij dit hartverscheurend schouwspel en troost de bedroefde Moeder en den lijdenden Zoon op deze wijze:
GEBED.
Liefderijke Moeder, ik ben het, die uwen
112
geliefden Zoon, uwen Jesus, aan die barbaar-sche handen van ruwe krijgsknechten overleverde. Toen ik zondigde, juist toen vormde ik het zwaard van droefheid dat uw moederhart doorboorde. Ach, ik heb er berouw over en smeek U beiden om erbarming en vergeving; erbiirming, heilige Maria! mijn Jesus, erbarming met eenen zondaar, die het besluit maakt om niet meer te zondigen, en tot dat einde dikwijls te overwogen de smarten van Jesus en Maria.
Onze Vader, â Wees gegroet, â Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm ü onzer.
5de STATIE.
Jesus wordt door Simon van Cijrene in het kruisdragen geholpen.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Denk eens na mijne ziel, welke beleediging de Cyreneër Jesus aandeed, door Hem in^het kruisdragen zijne hulp te weigeren. Maar be-leedigt gij Hem niet meer, als gij het kruis, dat Jesus U overzendt, gedwongen en niet met liefde torscht, als gij het nasleept en
H3
zelfs durft ontvluchten? Ach! verfoei uwe dwaling en bid uwen liefhebbenden Jesus;
GEBED
Liefdevolle Jesus! ik belijd het, ik was die Cyreneer, ik, die slechts gedwongen het kruis der wederwaardigheden gedragen, en altijd getracht iieb hetzelve te ontvluchten. Ach! ik erken mijne misdaad, ik smeek om vergeving en genade voor de toekomst! Zend mij vrij die kruisen, welke U zoo dierbaar zijn ; met uwe hulp zal ik ze volgaarne omhelzen.
Onze Vader, â Wees gegroet, â Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer.
6de STATIE.
Veronica droogt Jesus' aamchijn meteenen zweetdoek.
Wij aanbidden U Christus! en loven U,
Omdat gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Is het mogelijk, mijne ziel, dat gij niet van liefde en teederheid wegsmelt, bij de overweging van de belooning, welke de goede Jesus aan de vrome Veronica uitreikte, voor hare aan Hein betoonde daad van medelijden ? Hij
114
stelde hnar in liet bezit van zijne in den zweetdoek ingedrukte, aanbiddelijke gelaatstrekken. Zon liij niet op dezelfde wijze ook met ii handelen, door zijn heilig Wezen in uw hart te drukken, zoo gij dikwerf uw medelijden jegens Hem opwektet? Ach ! geef dan van dit gemis aan u zeiven alleen de schuld, en zeg Hem;
GEBED.
Gefolterde Godmensch ! zoo Gij niet in mijn hart gedrukt zijt, is de schuld niet aan U, neen, aan mij zeiven, aan mijne ongevoeligheid moet ik het wijten. Immers, gevoel ik wel ooit medelijden jegens U, overweeg ik wel ooit uwe smarten? Ach! ik verfoei mijne handelwijze en wil voortaan uw bitter lijden dikwijls overwegen, opdat Gij met onuitwischbare letteren in mijn hart moogt gegrift worden.
Onze Vader, â Wees gegroet, â Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, fleer! ontferm U onzer.
7de STATIE.
Jesus valt ten tweede male onder het Kruis.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
115
Ach! mijne ziel, hoe ongevoelig zijt gij ! Ziet gij niet, dat het uwe trotscheid is, die Jesus ook nu op den grond doet nedervallen, daar gij uwen Heiland met voeten treedt, om u zeiven te verheffen ? Ach , verfoei toch eens dien hoogmoed, en beloof uwen gevallen Vriend beterschap.
GEBED.
â¢la. mijn Jesus ! ik beween mijne trotschheid, waardoor ik steeds boven anderen den voorrang begeerde, en dewijl ik hierdoor oorzaak van uwen val was, besluit ik, mij ook voor mijne minderen te vernederen, altijd met nederigheid en onderwerping te spreken en allen hoogmoed uit mijn hart te verbannen. Help mij hierin door uwe vermogende genade.
Onze Vader, â Wees gegroet, â Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer.
8ste STATIE.
Jesus troost de wecnende vrouwen.
Wij aanbidden U, Christus en loven ü,
Omdat gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Zie, mijne ziel! hoe de voor Jesus geplengde
116
tranen met de door Hem gegeven vertroostingen gepaard gaan. Nauwelijks weenen Jerusalem's Vrouwen, of Jesus vertroost haar. Overweeg eens, dat, zoo gij tot hiertoe van Hem nog geenen troost ontvangen hebt, het een sprekend bewijs is, dat gij nog geene tranen van medelijden over uwen lijdenden Zaligmaker gestort hebt.
GEUED
Beminnelijke Verlosser! al te wel gevoel ik mijne verplichting, om over mijne ondankbaarheid en zondige werken te schreien, maar des te meer beween ik dezelve, omdat zij oorzaak van uw lijden waren. Zoo dan de tranen der bedroefde Vrouwen U welgevallig waren, o versmaad dan ook de mijne niet, opdat ik zoo wel nu als in het uur van mijnen dood door U getroost worden.
Onze Vader, â Wees gegroet, â Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer.
9de STATIE.
Jesus valt ten derde male onder hei Kruis.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
147
Beschouw, mijne ziel, beschouw uwen hier ten derde male op den grond gevallen .lesus. Uwe zonden deden Hem bezwijken, Hij kon den last uwer ondankbaarheid niet langer torschen. Maak dan toch eenmaal het besluit om niet meer ondankbaar te zijn, en uwen Verlosser op te beuren. Zeg Hem met geheel uw hart;
GEBED.
Goede lesus! het is maai- nl te waar, uw herhaald vallen werd door mij veroorzaakt, doordien ik aan uwe genade zoo slecht be-antwoordde; maar zie, ik heb er berouw over en neem mij voor, om in het vervolg geene genade onbeantwoord te laten. Dit echter kan ik niet zonder uwen bijstand. Help mij dan om uit dien afgrond van ondankbaarheid op te staan en nooit meer uit uwe genade te geraken.
Onze Vader, â Wees gegroet, â Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm à onzer, lieer! ontferm U onzer.
10de STATIE.
Jesus wordt ontkleed en met gal gelaafd.
Wij aanbidden U, Christus ! en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
118
Overweeg, mijne ziel! hoe Jesus maagdelijke zedigheid hier beleedigd, hoe zijn smaak hier verbitterd werd. Ach, uwe onbeschaamdheid, uwe zinnelijke kleeding, uwe ijdelheid beloofden u van uwe onschuld, rukten Jesus de kleederen van het lijf; uwe onmatigheid verbitterde den smaak van uwen Heer. Welaan dan, spreek lleai rouwmoedig aan, zeggende : GEBED.
Lijdende Jesus ! ja, ik beween mijn ijdel p02en, om in (Ie wereld eene vertooning te maken; ik verwensch mijne onwaardige begeerten, ik verfoei alle gehechtheid aan de wereld; geef dat ik mij voortaan nooit meer van het kleed der onschuld beroove, dat ik mij nooit meer aan overdaad plichtig make, en door de eenvoudigheid mijner kleeding, de zedigheid mijns harten levendig uitdrukke.
Onze Vader, â Wees gegroet, -â Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
11de STATIE.
Jesus wordt aan het Kruis genageld.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
119
Eindelijk, mijne ziel! eindelijk wordt uw vermoeide, af'geniiitte .lesiis aan liet vloekhout, geklonken. Ween hier hij de herinnering, dat uwe zoo gekoesterde hurtstochten die scherpe nagelen waren, waarmede zijne handen en voeten doorboord werden, dat uwe bedorven wil de hamer was, welks slagen Golgotha weergalmen deden. Ach smeek Hem hiervoor vergeving, door te zeggen:
GEBED.
Mijn gekruiste Jesüs! duld dat ik vol droefheid en leedwezen mijne zonden en ondank-baaiheid in uwe doorboorde handen legge, niet om U op nieuw te kruisigen, maar opdat mijne trouweloosheid met U gekruist zijnde, van weedom sterve, om in een eeuwigen trouw te veranderen.
Onze Vader, â Wees gegroet, â Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, lieer! ontferm U onzer.
12de STATIE.
Jesus bidt voor zijne kruisigers.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
120
Beschouw, mijne ziel! beschouw nogmaals uwen aan het kruis gehechten Jesus. Zie, hoe treffelijk Hij den eeuwigen Vader bid voor u, die Hem zoo schandelijk hoondet; en gij aarzelt nog, vergeving te schenken aan hen, die u soms verongelijkten, die 11 beleedigden. En echter gij zijt het die den Zoon van God niet slechts beleedigd, maar zelfs gekruist hebt. Welaan, verhef dan vol berouw over zoovele zonden uwe stem tot Jesus, en zeg Hem:
GEKED.
Beminnelijke Zaligmaker! uwe stem waarmede Gij den Vader voor mij om vergeving badt, roept mij onophoudelijk toe, dat ik niet alleen mijnen naasten alle verongelijking vergeven, maar ook U voor mijne beleedigers om vergeving smeeken moet. Gehoorzaam aan die stem, verfoei ik dan ook mijne tot hiertoe gevolgde hartvochtigheid en maak het voornemen om hun die mij verongelijking aandoen, weldaden te bewijzen, opdat ik ook eenmaal van (J hooren moge: heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.
Onze Vader, â Wees gegroet, â Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm ü onzer, Heer! ontferm U onzer.
1'21
13de STATIE.
Jesus wordt van Ju. t Kruis genomen.
Wij aanbidden U, Christus! en loven ü,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld' verlost hebt.
Gij waart het, mijne ziel ! die den gestorven Jesus in Maria's schoot legdet, zoo dikwerf gij Hem in het H. Sacrament rnet weinig godsvrucht, mogelijk wel op eene heiligschendende wijze, in uw hart ontvangen hebt en Hem zoodoende in uw binnenste deed sterven. Ach, vraagjesus hiervoor vergeving: bid Maria om hare voorspraak.
GEBED.
Ja mijn God, het is waar, ik was ongevoelig genoeg, om zulk een droevig schouwspel daar te stellen, dewijl ik zoo dikwerf' uwe heilige Tafel naderde, zoo niet met een door zonde bezoedeld geweten, dan toch met weinig godsvrucht en met een aan het aardsche gehecht hart. Ach ! dit berouwt mij en spoort mij tevens aan, om voortaan het Brood der Engelen zoodanig te ontvangen, dat het voor mij een onderpand worde der toekomstige heei lijkheid.
Onze Vader, â Wees gegroet, â Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
1
122
14de STATIE.
Jesus wordt in het graf jelegd.
Wij aanbidden Q, Christus! en loven U,
Omdat üij door uw H. Kruis de wereld verlost liuht.
Overweeg mijne ziel i hoed.iiiig het graf was, waarin uwe ontzielde Verlosser gelegd werd. Het was een nieuw graf' en met kostbaar reukwerk gebalsemd, werd Hij in hetzelve nedergelegd. Dan helaas! uw hart is voor uwen Jesus geen nieuw graf meer, daar gij der zonde in hetzelfde eene plaats hebt ingeruimd. Welaan, tracht het dan nu ten minste te vernieuwen, en bid Hem, dat Hij in u een geheel ander hart scheppe.
GEBED.
Liefde mijner ziel! ik belijde het, mijn hart was tot hiertoe een dooi' zoo vele zonden en onvolmaaktheden bezoedeld graf, maar vol schaamte en berouw bid ik U: schep in mij een nieuw en zuiver hart, en geef, dat ik, hetzelve met den balsem van de gedachtenis aan uw lijden zalve, en met het reukwerk der deugden verfraaie. Dan zult Gij altijd in mijn hart rusten als in een graf, dat heerlijk, U welgevallig is. Amen.
123
Onze Vader, â Wees gegroet, â Glorie zij tien Vader, enz.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer.
SLUITGEBED.
Hartelijken dank zij U, o üeer! vooi' al uwe weldaden, en inzonderheid, voor die, welke Gij mij nu weder bewezen hebt, door mij op dezen Kruisweg te ondersteunen. Ik mocht mij dan gedurende dezen tijd eens van hetaardsche losscheuren, mij in de geheimen van uw lijden verdiepen en daaruit heilrijke lessen inzamelen. O, dat deze oefening dan ook werkelijk stiekke totverbetering van mijnen wandel, tot zaligheid mijner ziel. Geef, goede Jesus I dat zij ook aan die afgestorvene geloovigen voordeelig zij, voor welke ik dezelve heb opgedragen: en mochten deze die aflaten niet noodig gehad hebben, gewaardig IJ dan, dezelven aan die zielen toe te voegen, voor welke geene bijzondere gebeden gestort worden en die aan mijne hulp de meeste behoefte hebben: beschik over dezelven gelijk het U behaagt.
Eindelijk, verleen mij, dat ik uw heilig lijden bestendigin mijne gedachten hebbe, mijnen wandel daarnaar regelen en tot den laatsten adem mijns levens in de deugd volharden moge. Amen.
Zesmaal Onze Vader, â Wees gegroet, en Glorie zij den Vader, enz.
124
OEFENINGEN
TER EERE VAN DE
AliaiEBSTE MAC!) ES SI
Litanie tof onze Lieve Vrouw van het H. Hart van Jesus.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U on/er.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, Heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm à onzer. Onze Lieve Vrouw van het H. Hort, bid ^voor ons.
â £ Koningin des vredes en der goedertie-â renheid.
O 3
51
n: Uitdeelster van Gods gaven, _£ Veroveraarster der harten gt; Moeder der barmhartigheid, ^ Moeder der goddelijke genade j Zoet geschenk des Hemels, q Opperste Weldoenster,
1
125
Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart, Onver-gelijkelijkste Sehatmeesteres, bid voor ons. Doorluchtige Middelares,
â¢e Zekere hulp in alle gevaren,
1^ Hoop en Bijstand der hopeloozen,
tpMoeder der weezen en veriatenen. â quot;$ Gij, die de geslachten zegenen,
33 Gij, wier lieflijkheid de zoetheid van _ j| honig overtreft, 5;
= Gij, wier gebeden bij den Almachtige lt; 5 alles vermogen, o
^ Gezegende aarde, die de Vrucht des o g Levens hebt voortgebracht, =
O O ' Ui
^ Onbevlekte lelie, welker geuren het heelal
cu vervullen,
. . .
Geheimzinnige bron,
Veilige schuilplaats tegen de gevaren der S wereld,
q Zuiverste en beminnelijkste der schepselen,
Dat het U behage onze lofzangen aan te nemen en onze smeekingen te verhooren, O. L. Vrouw van het Heilig Hart.
Dat de Hemel ü eere, O. L. Vr. v. h. H. Hart. Dat de aarde uwe weldaden verkondige, Onze
Lieve Vrouw van het Heilig Hart.
Dat de jeugd onder uwen maagdelijke mantel schuile, O. L. Vrouw van het H. Hart.
420
Dat de moeders U hare familie toevertrouwen,
Onze lieve Vrouw van het Heilig Hart. Dat de grijsaards U aanroepen en zegenen, Verkrijg de bekeering der vei hardste zondaars,
Vraag de vermorseling onzer harten,
Verwed ons tranen van berouw,
Wees onze wapenrustingals satan ons belaagt, O Dat het U behage ons in 't heiligen van n
O lt;-gt; Q
ons leed behulpzaam te wezen. ^
Dat het U behage Gods zegen over onze 5quot; werkzaamheden af' te smeeken, ro
Dat het U behage ons onder uwe bescherm- lt; ming te bewaren, %
Laat U bewegen door onze wonden, ge- ^ varen en kwalen, g
Dat uwe liefde ons uwe arme ten toe- ^ vluchtsoord moge openen, S
Dat uwe meèwarigheid ons helpe onze fou- âj ten te verbeteren, 2;
Dat uwe teederheid ons nimmer moge ver-ciq laten, ^
Dat uwe nederigheid over onzen hoogmoed 2-
moge zegepralen,
Dat uwe liefde ons tot het Mart van Jesus moge geleiden.
Dat uw gebed ons in het laatste uur moge bijstaan,
127
I
Dat uwe verdediging ons voor Gods rechterstoel moge besdicrrne-i, Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart,
Bewaar door uwe tusschenkomst den Pausâe Koning, ü
Verkrijg dat het ware geloof in ons va-10 derland steeds bloeie, =
Verkrijg, dat de Bisschopen en de gees-^ telijkheid op den weg der heiligheid be-^ stierd worden, J:
Bescherm de Wereld tegen de pogingen der S goddeloosheid, ^
Breng door uwe voorspraak de ketters en 1 scheurmakers terug tot de Kerk van £ Christus,
Verwerf, dat liet licht des Evangelies schit--^ tere voor de oogen der geloovigen, O Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
A
I
128
v. Bid voor ons, vermogende en onver-quot;winnelijke Vrouw van het H. Hart
a. Opdat wij door U, verhevene hoop der hopeloozen, mogen waardig worden de beloften van Jesus Christus, uwen Zoon.
laat ons bidden.
O God, die om de zegepraal uwer barmhartigheid en het heil onzer zielen, aan Maria de onbevlekte maagd, den grootsten invloed hebt willen geven op het Hart van Jesus; verleen ons, door hare gebeden en tusschen-komst, de genade in uwe heilige liefde te leven en te sterven. Wij vragen het U, door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
HET bMEMORARE®
van o. l. vrouw van het h. ha ut van jesus.
100 dagen aflaat (pius ix 13 juni 1870.)
üedenk. Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart, den onuitsprekelijken invloed, dien uw goddelijke Zoon U heeft gegeven op zijn aanbiddelijk Hart. Vol vertrouwen op uwe verdiensten komen wij uwe bescherming afsmeeken, liefderijke Moeder van Jesus, die de onuitputbare bron van alle genade is, welke Gij na welgevallen kunt openen, om er over 't menschdom
129
te doen uitstroomen de schatten van liefde en barmhartigheid, van licht en zaligheid, die er in zijn opgesloten. Verleen ons, smeeken wij U, de gunsten die wij verzoeken Neen, wij zullen niet afgewezen worden, en, omdat Gij onze Moeder zijt, Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, neem onze gebeden gunstig aan, en gelief ze te verhooren Amen.
Dank en Smeekgebed tot de Troosteres der bedrukten.
Verhevene en zoete Maagd Maria ! wanneer ik uw wondervol genadebeeld aanschouw, komen mij alle weldaden te binnen, welke ik van U ontvangen heb. Dan denk ik aan de moederlijke liefde, die Gij steeds voor mij getoond hebt; aan het geduld, waarmede Gij mijne ondankbaarheid verdragen hebt en aan al het goede, wat ik dooi' uwe machtige voorspraak bekomen heb Voor al deze onverdiende blijken van liefde, betuig ik U, allereinste Maagd, uit den grond mijns harten mijnen innigsten dank, en door do goedheid, welke Gij mij tot hiertoe bewezen hebt, aangemoedigd, durf ik II al mijnen nood klagen, al mijne beden tot U opzenden. Zie, Gij hebt aan mij gedacht, zelfs toen ik U niet afmriep en ondankbaar was voor de weldaden, door Li
-130
aan mij geschonken. Hoe! zoudt Gij mij dan niet verhooren, wanneer ik aanhoudend uwe barmhartigheid afsmeek en uwe hulp inroep? Hoe! zoudt Gij uwen bijstand niet verleenen op de plaats, die U zoo dierbaar is en waar Gij U meer dan tweehonderd jaren de Troosteres der bedrukten hebt getoond!
O heilige Maagd! mijne ziel wordt meteen onbegrensd vertrouwen op uwe goedheid vervuld, wanneer ik zie, hoe op deze plaats door uwe voorspraak blinden het gezicht, stommen de spraak, dooven het gehoor, lammen het gebruik hunner ledematen herkregen hebben ; hoe verstokte zondaars hier bekeerd, de boet-vnardigen gesterkt en de bedroefden getroost zijn Ik weet ook, Gij zult op mij met barmhartigheid neèrzien en voor mij de genade verwerven, waaraan ik het meest behoefte heb. Geef mij een waar en levendig geloof, opdat ik mijn leven inrichte naar de leerstellingen van het heilig Evangelie, een vaste hoop, om in het lijden en de beproeving niet te bezwijken, een vurige liefde tot Jesus, om liever alles te verliezen dan Hem nog door de zonden te vergrammen. Verkrijg voor mij de genade om de plichten van mijnen staat getrouw te vervullen: sta mij bij in alle bekoringen en bijzonder in deze, waardoor ik het meest be-
131
vochten word..... en duld niet, dat ik de
goede voornemens, op deze plaats gemaakt, trouweloos verbreke.
Aan uw moederlijk hart beveel ik vooral dit
lijden, deze zaak aan.....omdat ik weet, dat
alles, wat gij van God zult vragen, U zal gegeven worden ; laat mijn vertrouwen mij daarom niet beschamen en mij niet ongetroost van U heengaan. Indien het echter de aanbiddelijke wil van God is, dat ik dit kruis nog langer torsche, verkrijg dan voor mij het geduld, dat ik noodig heb, om met onderwerping te lijden.
O heilige Maagd! ik verdien weliswaar niet, dat Gij mijne bede in willigt, maar ik vertrouw toch dat zij, vereenigd met de gebeden van zoovele vromepelgrims, van zooveleeerbiedwaar-dige priesters, religieuzen en zoovele godvruchtige geloovigen, door U zal verhoord worden.
O hemelsche Vader i toon uwe macht door uwe geliefde Dochter Maria en laat mij door hare voorspraak genade bij U vinden.
O goddelijke Verlosser! verheerlijk uwe dierbare Moeder en schenk mij door hare tusschenkomst hulp en redding in mijnen nood.
O Heilige Geest! verhef uwe uitverkoren Bruid en troost door haar mijne arme ziel nu en in het uur van mijnen dood. Amen.
132
Smeekgebed.
Ileinelsche Troosteres der bedrukten! strek uwe btirmhartige handen over mij uit en laat den dauw der genade op mij neêrkomen. Wees de geleidster der dwalenden, de toevlucht der zondaren, de behoudenis der zieken, de troost der bedroefden, de hulp der Christenen.
Neem vooral hen onder uwe hoede, voor wie ik bijzonder ver plicht ben te bidden; mijne ouders, broeders, zusters, bloedverwanten, oversten, onderdanen, weldoeners, vrienden en vijanden, en degenen die ik ooit beieedigd of geërgerd heb.
Gedenk, o machtige Maagd! dat het nooit is gehoord, dat iemand, die tot U zijne toevlucht nam, en zich onder uwe bescherming heeft gesteld, verloren is gegaan. Daarom ga ik vol vertrouwen tot U en smeek ik IJ, wees voor mij eene machtige beschermster bij uwen lieven Zoon, wend de straffende hand Gods af en voer mij door do stormen dezes levens naar de have der eeuwige zaligheid. Amen.
Begroeting en vereering van hef Miraculeus Beeld.
Wees gegroet, Koningin des Hemels ! Milli-oenen knieën hebben zich reeds eerbiedig voor U gebogen, millioenen oogen met vertrouwen
133
naar U opgezien, millioenen handen zich smee-kend naar U verheven, millioenen harten zich ek voorU uitgestort, millioenen bedroefden hebben
lat bij U troost en opbeuring gevonden en met tra-
es nen van dankbaarheid van U afscheid genomen,
er O heilige Maagd en Moeder Gods! zie dan
ist ook liefdevol op mij neder, die hier voor uw
genadebeeld lig neèrgeknield en mij verheug rie over al de eer, die U hier bewezen wordt;
ne over a! de gebeden en gezangen, die hier tot
U opstijgen; over al den dank, dien Gij hier ;n ontvangt, en over al de goede voornemens,
of die hier gemaakt worden. Noem ook mijn ge
bed aan, gelief het te verhoeren en schenk mij is den troost dien ik bij U kom zoeken. Amen.
Bezoek bij het beeld van de H. Maagd.
ol Ik betuig U mijnen diepsten eerbied, o onver-ji- gelijkelijke Maagd en Moeder van mijn Verin losser; ik loof U met alle zalige bewoners des m Hemels en met alle geloovigen dezer aarde ; ik n' verblijd mij over uwe heerlijkheid en glorie.
Ik vereenig deze eerbewijzing met de liefde, die Jesus, uw Zoon, U toedraagt, en met de liefde des II. Geestes, die U de volheid der genaden geschonken heeft. Ik bedank U, o mijn God, voor alle gaven, voorrechten en genaden, die Gij aan Maria geschonken hebt.
134
alsook omdat Gij mij Maria tot Moeder gegeven hebt.
Lieve Moeder, om mijne groote ondankbaarheid en mijne weinige godsvrucht tot U ben ik niet waardig, hier voor uw beeld te liggen neêrgeknield. Maar voortaan zal ik U meer beminnen en ijveriger dienen; daarmede hoop ik U en uw Zoon te behagen en voor mij en anderen verdiensten te vergaderen. En waarom ook zou ik IJ niet beminnen? Ben ook ik niet uw kind, is uw lieve Zoon ook niet voor mij gestorven, heeft Hij aan het kruis ü ook niet aan mij tot Moeder gegeven.
Met kinderlijk vertrouwen nader ik U, om mijn hart voor U uit te storten en U mijne ellende kenbaar te maken. Ik ben loom en traag in den godsdienst en de oefening der deugd ; ik bemin de wereld nog; ik zoek wereldsche vermaken en de voldoening mijner zinnen. Mijn geloofis zwak, mijn hoop wankelend, mijne liefde koel. O Gij kunt ai die ellende door uwe machtige voorspraak verhelpen. Jesus kan U niets weigeren, van wie Hij zijn lichaam heeft willen ontvangen. Gij verkrijgt alles door Hem, die ons door U alles heeft willen geven.
Ik smeek U dan, o Maria, mijn lieve Moeder, mij al mijne onvolmaaktheden, mijne gebreken en ondeugden te helpen verbeteren.
435
;n Stort in mij een vurigen ijver, om uwe deugden en vooral uwe liefde tot .lesus na te vol-
r- gen. Ik bid U om licht en genade, om in
m dit dal van tranen godvruchtig te leven. Leer
n mij de bekoringen des duivels, het bedrog der
!r wereld en de aanlokselen des vleesschcs over-
p winnen. Geef mij, dat ik tot aan het einde
n mijns levens in de deugd volharde en in uwe
n heilige armen zalig sterven.
k Bid ooi; uwen Zoon voor Zijne Bruid de r H. Kerk: neem haar onder uwe bescherming k en verdedig haar tegen het woest geweld harer overmoedige vij inden. Wees voor alle geil loovigen een krachtige hulp in den strijd, en e een zoete troost bij tegenheden, en verwerf i voor de zielen des vagevuurs kwijtschelding i harer stralfen en verlossing uit haar duisteren i kerker. Spreek, bid ik U, bij uw Zoon voor , de verlichting der ongeloovigen, voor de ver-j murwing der verharde joden, voor de bekeering
der zondaars, voor de verbetering de!' lauwe christenen, voor mijn vaderland, voor mijne overheden, voor mijne bloedverwanten, vrienden en vijanden. Leer mij uwe grootheid kennen, uwe liefde waardeeren, en uwe heiligheid navolgen. Zegen deze beden, die ingestort zijn door het besof' mijner ellende, door de kennis uwer macht, en het vertrouwen op
136
uwe liefde. Ach help ons, Koningin van hemel en aarde, Moeder van barmhartigheid, ons leven, onze zoetheid en onze hoop. Help ons allen, help mij vooral nu en in het uur van mijnen dood. opdat wij ü gedurende de gansche eeuwigheid kunnen bedanken. Amen.
Smeekgebed tot de Allerheiligste Maagd Maria, Koningin aller Heiligen.
(Voor haar lieeld te Kevelaar.)
Ik N., armste en onwaardigste mensch, en grootste zondaar, neem mijne toevlucht tot u, en met een kinderlijk en vast vertrouwen, buig ik mijne zondige knieën voor uw heilig beeld met een genegen hart en bedrukt gemoed, zuchtende, weenende en biddende, dat gij, o ver-hevenste, nochtans ootmoedige Vrouwe en me-delijdenste, liefste Moeder, mij ellendigste en onwaardigste, op dit uur en oogenblik in mijne allergrootste benauwdheid wilt verhooren ; dat gij mij wilt wezen tot eene allerkrachtigste Verzoeneresse bij God den Vader, wiens aller-geliefdste Dochter gij zijt, tot de gewenschte voorspreekster bij God den Zoon, die u niets weigert, want gij zijt zijne welgevalligste Moeder, en tot een hulpverwerfster bij God den H Geest, want gij zijt zijne waardigste Bruid.
Dal füj, o verhevenste, uit de hoogte des
137
hemels, met een meèdoogend oog wilt aanschouwen, niet mijne zonden maar benauwdheid, niet mijne verdiende straffen, maar behoefte, niet mijne onwaardigheid, maar uiterstebedruktheid. Dat gij wilt behouden door uwe-sterke hulp, die anders zou verloren gaan. Dat gij wilt ondersteunen, die anders moet; vallen. Dat gij wilt vertroosten, die, van ieder verlaten, anders zoude wanhopen.
Ach, teederhartige Moeder! tot wie zal ik. in deze mijne benauwdheid komen dan tot u, gelijk een kind tot zijne moeder als het zijnen vader vergramd heeft.
Tot u, zeg ik, Moeder van .lesus, die de oorzaak onzer blijdschap, het behoud der' kran-ken, de toevlucht der zondaren, troost der bedrukten, hoop der kleinmoedigen en bijstand der Christenen zijt.
O Allerheiligste Maagd ! gij kunt, gij wilt mij: helpen, ja, ik duif het zeggen, gij zult mij helpen.
Gij kunt mij helpen, want gij zijt de ver-mogenste bij God, en één zucht van uw maagdelijk hart voor den zondaar, is in staat hem te redden.
Gij wilt mij helpen, want gij zijt vol liefde-tot de menschen, en vooral tot de zondaren.
Gij zult mij helpen, want wij zijn u aanbevolen.
438
Gij zult mij helpen, want daar gij de Moeder zijt van uwen lieven Zoon, die naar de menschheid onze Broeder is, zoo zijt gij ook .mijne Moeder.
üij zult mij helpen; want gij hebt meer anderen, aan mij in zonden gelijk, door uwe heilige voorspraak geholpen.
Gij hebt voor zondaars, die langen tijd God lasterden, berouw en leedwezen over hunne zonden verkregen.
Gij hebt moordenaars gebracht tot bekeering, ja tot heiligheid; en gij hebt voor openbare zondaressen een zuiver leven verworven.
Gij hebt ongelukkiger!, die zich geheel aan satan hadden overgegeven, uit zijne klauwen verlost.
Gij hebt voor wanhopende vergiffenis, en eene vaste hoop van zaligheid verkregen.
Waarom zoinll gij mij alverworpenste dan ook niet helpen? Ik ben geschapen door denzelfden God, verlost door hetzelfde dierbaar bloed : gij zijt zoowel voorspreekster en moeder voor mij als voor anderen, gij zijt dezelfde nu, die gij waart ie voren. Uwe liefde is gelijk, uwe barmhartigheid is dezelfde, uw ijver om iemand te helpen is niet verminderd. Waarom zoudt gij mij dan niet bijstaan ?
Gij wijst geene persoon af, die u zouden
139
)e- f aanroepen; want iedereen, klein en groot, rijk de en arm, rechtvaardigen en zondaars, mogen ok uwen bijstand vragen. Nooit is het te laat, want gij zijt altijd gereed. Altijd staan uwe er armen open om zondaars te ontvangen. Zie ve dan, o Koninginne ! allerreinste Maagd ! hierop mijn vertrouwen stellende, zoo bid ik oot-)d moedig, hartelijk en standvastig om troost en
ie hulp, bewaring, en verlossing, bijzonder van
deze, .... en deze mijne ellenden. . . », Ach allergenadigste 1 keer uw vriendelijk,,
â¢e gewenscht aanschijn niet van deze mijne on
waardige gebeden, maar ik bid u, verhoor ze n ook zonder verdiensten. En laat mij niet op-
n staan zonder verhoord te zijn, noch van u
weggaan zonder troost. Dat u daartoe bewegen ii alle blijdschappen, die uw maagdelijk hart
gevoelde bij de Boodschap des Engels, 't be-i zoek van uwe Nicht Elisabeth, in de geboorte,
r opdracht en wedervinding van Jesus in den
r tempel. Heb toch medelijden met mijne tegen-
r woordige droefheid, dooi al de onuitsprekelijke
, weeën, tranen en verlatenheid, welke uwe tee-
, dere ziel gevoeld heeft in 't bitter lijden van
i uwen lieven Zoon Jesus Christus, eeuwig geze
gend. Verheug mijn nedergedrukt en benauwd hart, met mij te verhoeren door al uwe onuitsprekelijke vreugde, door al uwen goddelijken
(
140
troost, door alle genaden, u ingestort van den hemel, door al de glorie, waarmede de Allerheiligste Diievuldigheid u heeft vereerd; door de glorieiijlio Verrijzenis en wonderbare Hemelvaart van uwen Zoon, door liet troostelijk afdalen des H. Geestcs en uwe opvoering ten hemel met ziel en lichaam, o verhevenste Koningin. Ik bid, ik roep, ik smeek tot u, o Maria. Ik verzoek met al mijn hart geholpen te worden door uwe krachtige voorspraak. Ik verzoek, door al hetgene uw teêr gemoed kan of mag bewegen, door alle liefde van Jesus tot u en van u tot Hem ; ik verzoek door alle gebeden van de Heiligen, door al den lof van de Engelen, dooi' alle dienst, die u van de menschen wordt aangedaan, die ooit tot uwe eer geschiedt is, of geschieden zal. Ik verzoek en ik bid met een woord al hetgene u aangenaam is te hooien.
Dat gij mij, mistroostige, wilt troosten, en verkrijgen van uwen lieven Zoon, dat ik geholpen worde in mijnen nood. O Maria, ik laat niet af van te bidden, of gij zult mij helpen. Allerheiligste, allerwaardigste, aller-verhevenste, allerootmoedigste, aliermeêdoo-gendste en allerliefste ! verhoor mij. Ik loof, ik groet en prijs u door den mond van al wie u prijzen kunnen. Ik wensch u om God alle grootmaking, verheffing, en alle gedien-
141
stigheid. Dat alle redelijke schepselen u kennen, beminnen en dienen als waarachtige en eenige liefste Moeder van God den Allerhoogste. Ik verheug mij over al uwe, zoo geestelijke als lichamelijke gaven, en het is mij van harte leed, dat iemand die of eenige andere, u toekomende waardigheid vermindert.
Hierom, allerliefste! gij, die niet een Wees gegroet, tot u gestort, ongeloond laat: ik groet u duizend, duizend en duizendmaal; aan u alle goed en glorie toewenschende, die nochtans alle goed bezit, en ik verzoek minnelijk van u verhoord te worden.
Waarom wilt gij langer vertoeven, allertoe- * genegenste Vorstin? Houden mijne zonden u tegen? O ze zijn mij van harte leed; ik veracht en verzaak ze met al mijn verstand en wil; heb ik u te voren traag gediend: zie, ik neem mij voor, u alle dagen te dienen, en iets te doen tot uwen lof.
Aanschouw dan mijn zuchtend hart en goede genegenheid, o Moeder van goeden wille. Zal uw teeder, moederlijk hart gedoogen, dat ik ellendige ongetroost blijve, dat mijne ziel verloren ga, die Jesus, uw lieve Zoon, zoo duur gekocht heeft? O neen, lieve Moeder! gij hebt meer liefde tot de menschen, dan de menschen kunnen denken.
142
Welaan dan, alleibarmhartigste! tot u blijf ik zuchten, ontferm u over mijne ellenden en over mij allerellendigste. Dat wensch ik en zal ik blijven wenschen, zoo menigmaal mijn adem ingehaald of uitgeblazen wordt, alle uren, alle oogenblikken, bij dagen en nachten.
Daarenboven, allervermogendste en mildste Koningin! wijl niemand van u te veel kan vragen, zoo verkrijg mij door uwe voorbede een levendig geloof, eene standvastige hoop en eene volmaakte liefde tot God, tot u, en alle menschen om God.
Verkrijg mij de gave van tranen, voortko-* mende uit do bron van dezelfde zuivere goddelijke liefde, om voortaan mijne en een anders zonden te beweenen, en alle zonde te vermijden. Verkrijg mij een volmaakt Christelijk leven overeenkomstig het onbevlekt leven van uwen lieven Zoon, en van u ; verkrijg mij hulp, genade, bewaring en bescherming in al wat mij naar ziel en lichaam op deze wereld overkomt. Verkrijg mij de deugd van volharding in alle goed tot het laatste van mijn leven.
Verkrijg mij een gelukzalig sterven in uwe beschermende tegenwoordigheid; en alsdan bid ik u, zoo mijne verdiensten te kort komen, wil ze met de uwe aanvullen, mijne onwetende en vreemde zonden, onvolkomeneBiechten en Com-
143
muniën ontschuldigen, mijne helsche vijanden-afweren ; opdat mijne arme ziel, aan mijri' sterfelijk lichaam ontgaande, in de handen moge komen van Hem, die haar heeft geschapen, en moge rusten in vrede, om u, o allerzoetste en minnelijkste Moeder! altijd te aanschouwen met uwen liefsten Zoon, van aanschijn tot aanschijn, in de gelukzalig eeuwigheid. Amen.
Dat geschiede, dat geschiede, o Maria!
Afscheid van het Genadebeeld.
O zoete Troosteres der bedrukten, nog eenmaal verschijn ik voor uw roemrijk genadebeeld en betuig ü mijnen innigen dank voor het' geluk, dat ik U hier mocht bezoeken en voor al de genaden, welke ik door uw moederlijke hand ontvangen heb. Vergeef mij welwillend mijne lauwheid en verstrooidheid, waarmede ik mijne oefeningen van godsvrucht verricht heb en maak, dat deze bedevaart vruchten1 van zaligheid bij mij moge voortbrengen. Sta mij bij, opdat ik met meer ijver aan het heil mijner ziel arbeide, U vuriger vereere en laat niet toe, dat ik de goede voornemens welke ik op deze plaats gemaakt heb, vergete en ooit uw Goddelijken zoon, Jesus, door eene enkele doodzonde beleedige
144
Uruk uwe verhevene beeltenis diep in mij-men geest, opdat ik in alle omstandigheden â¢des levens mijne toevlucht tot u neme en in het uur des doods door U moge getroost worden. 0 zoete Moeder Maria! schenk mij tot afscheid uwen moederlijken zegen, opdat ik mijn pelgrimsreis gelukkig volbrengen rno-.ge. Amen.
Litanie van het heilig Hart van Maria.
Heer, ontf'mn U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
'Christus, verhoor ons.
God hetnelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontf. u onzer. God H. Geest, ontferm ü onzer. -H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Hart van Maria, zonder vlek ontvangen, bid voor ons.
.2 Vol van genade, cr
Onder alle harten gezegend, ^
Allerootmoedigst Hart, g
| Allerzuiverst Hart, °
Allerminnelijkst Hart, o
^ H. rustplaats van de H. Drievuldigheid, p
445
Hart van Maria, zeer gelijkende aan het allerheiligste Hart van Jesus, bid voor ons. Tabernakel van God, mensch geworden
op den dag uwer boodschap, Met nieuwe genaden vervuld in uwe Visitatie,
Woonplaats van Jesus, gedurende den
tijd van negen maanden.
Overgoten met blijdschap in de geboorte
van Jesus,
Vol verwondering in de aanbidding der ^ Wijzen,
'C Doorstoken met het zwaard van droef-;g heid, volgens de voorzegging van den jr _ H. Simeon in uwe zuivering, lt;
g Vol zorg en vermoeienis in de vlucht § â e naar Egypte, ^
S Bedrukt om hot verlies van Jesus, en d
.. .... C/3
wederom verblijd om zijne vinding in * 3 den Tempel,
Bevangen van droefheid met Jesus in
den hof der Oliveten,
Inwendig doorscheurd in zijne geeseling, Met doornen doorstoken in zijne krooning,
Vol angst en benauwdheid in de ontmoeting van Jesus, dragende zijn kruis.
446
II. Hart van Maria, deelhebbende in al de pijnen en smarten van uwen lieven Jesus, bid voor ons.
Met Jesus aan liet kruis genageld, Overgoten met droefheid in den dood van Jesus,
Met Jesus in den geest gestorven en in
het graf gelegd.
Mot blijdschap in de verrijzenis van Je-sus verrezen,
= Vervoerd van liefde in de openbaring
en hemelvaart van Jesus, Ht
§ Door nieuwe genaden geheiligd in de ^ komst van den H. Geest, g
Boven alle gelukzaligen op den dag uwer ~-En hemelvaart verheven, §
Aan de rechterhand van Jesus in den !quot; â Hemel gesteld.
Toevlucht der zondaren.
Steun der rechtvaardigen,
Blijdschap dei- Maagden,
Troost der bedrukten en zieken.
Hoop der stervenden.
Blijdschap der Engelen,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.
m
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, ontferm U onzer.
v. O H. Maagd, gedoog, dat ik U love, ii. Verleen mij sterkte tegen uwe vijanden.
GEBED.
O H. Maria, Moeder van onzen Heer Jesus Christus, en Koningin der wereld, die niemand verlaat noch verstoot, aanzie mij met een oog van genade en barmhartigheid; o verhevene Vrouw! verkrijg mij bij uwen lieven Zoon vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik nu in den geest met alle mogelijke liefde den lof en de verdiensten van uw heilig en onbevlekt Hart overwege, en hiernamaals de kroon der eeuwige zaligheid verkrijge door onzen Heer Jesus Christus, die leeft en regeert met God den Vader, in de eenheid des H. Geestes, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Gebed van den H. Bernardus.
Gedenk, o goedertierenste Maagd Maria, dat het nooit gehoord is, dat iemand, die zich onder uwe bescherming stelde, U om bijstand smeekte en uwe voorspraak inriep, van U verlaten werd. Door dit vertrouwen bezield, o Moeder en Maagd der maagden, kom ik tot U. Zie mij, zuchtende over mijne zonden,
448
aan uwe voeten; o Moeder van het Eeuwig Woord, versmaad mijne smeekingen niet, maar hoor mij genadig aan en gewaardig U mij te verhooren. Amen.
Litanie der Onbevlekte Ontvangenis.
Heer, ontferm U onzer.
Jesus Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Jesus Christus, hoor ons.
Jesus Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, Heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontf. U onzer. Heilige Maria, Maagd zonder zonde ontvangen, bid voor ons.
Heilige onbevlekte Maagd,
Onbevlekte Dochter van God den Vader, 2t Onbevlekte Moeder van God den Zoon, Onbevlekte Bruid van God den H. Geest, g Onbevlekte Maagd, zetel der H. Drievul-quot; digheid, §
Onbevlekte Maagd, beeld van Gods wijs-quot; heid,
149
Onbevlekte Maagd, die uit het koninklijke bloed van David gesproten zijt, bid voor ons.
Die den kop van den helschen slang verpletterd hebt,
Die voor ons over de erfzonde hebt ae-
zegeprnald.
Dageraad van de zon der gerechtigheid, Levende ark, die het dierbaar Lichaam
van onzen Zaligmaker bevat,
Weg, die ons tot Jesus leidt.
Koningin des hemels en der aarde, â ^Uitdeelster der genade, 2!
« Haven van het Hemelsch Jerusalem,
CO . 7 lt;
S Bruid van den kuischen Jozef, g
O Schitterende ster die de wereld verblijdt, ~ Onoverwinnelijk bolwerk van de strij- 2 ~ dende Kerk, quot;
rO Roos in het midden der doornen, q Olijfboom der velden,
Voorbeeld van alle volmaaktheid,
Steun van ons geloof.
Bron van goddelijke liefde, Onwedersprekelijk teeken van voorbeschikking,
Regel van de volmaakste gehoorzaamheid.
Anker onzer behoudenis.
150
Onbevlekte Maagd, licht der Engelen, bid voor ons.
Kroon der Aartsvaderen,
Roem der Profeten,
Koningin dei' Apostelen,
-eSterktc der Martelaren,
|cDeugd der Belijders, Squot;-
g Zuiverheid der Maagden, ~
dj Vreugd van hen, die in U hopen, g
S Genezing der kranken, ~
-gt; Voorspraak van alle zondaren, g
Vrees der ketters, quot;
lt;£, Teedere beschermster van alle Bi-oeder-schappen en Instellingen ter uwer eer opgericht,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, lieer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, ontferm U onzer.
Jesus Christus, hoor ons.
Jesus Christus, verhoor ons.
O Maagd, onbevlekt in uwe Ontvangenis, Ijid voor ons.
Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
15 J
GEBED.
Almachtige, eeuwige God, die aan uwe Kerk vergunt, de Onbevlekte Ontvangenis van de Moeder uws Zoons te vleien; verleen, srneeken wij U, dat degenen, die liier op aarde godvruchtig de gedachtenis daarvan houden, eenmaal in den Hemel de eeuwige vreugde mogen genieten, waarmede Gij de uitverkorenen overlaadt. Door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
Gebed tot de Onbevlekte Maagd.
Hier sta ik aan uwe voeten, o onbevlekte Maagd; ik verheug mij met U, wijl Gij van alle eeuwigheid verkozen zijt, lot Moeder van het eeuwig Woord, en om van de vlek der erfzonde bevrijd te zijn. Ik dank en loof de Heilige Drievuldigheid, die U met zulke glorierijke voorrechten heeft verrijkt, op den dag van uwe Ontvangenis; en ik bid U, ootmoedig mij de genade te verwerven, om over de droevige gevolgen der erfzonde te zegevieren. Mochte ik dooi' uwe tusschenkomst daarin slagen, en nimmer ophouden mijnen God te beminnen !
Gebed tot Maria, onbevlekt ontvangen.
O onbevlekte Maagd, met welke innige
152
vreugde dank ik den Schepper, dat Hij U reeds in het eerste oogenblik van uw bestaan met de heiligmakende genade versierd heeft, zoodat de smet der erfzonde geen oogenblik op uwe reine zie! heeft gekleefd. God bevoorrechtte U aldus boven alle kinderen van Adam omdat Hij U tot Moeder van zijn Zoon had uitverkoren, die de zonden der wereld zou wegnemen. Omdat Gij de Moeder zoudt zijn van den Oorsprong aller heiligheid, zoo wilde God ook, dat in U slechts heiligheid en deugd zou zijn. Dit kon alleen geschieden in verwachting van de verdiensten uws Zoons, onzen Heer en Heiland, zoodat Gij deze uitgelezene genade aan uw goddelijk moederschap te danken hebt. Hoe dank ik God den Vader voor dit groote voorrecht! Hoe prijs ik God den Zoon voor zijne oneindige verdiensten, die ook voor U de bron aller genaden geweest zijn! Hoe goedertieren heeft God, die U voor de erfzonde bewaard heeft, ook mij van deze zon-desmet bevrijd! Uw Zoon heeft ons wedergegeven, wat Adam door zijn ongelukkigen val voor zich en al zijne nakomelingen verloren had. Door Hom worden wij kinderen Gods. Met innige liefde wil ik steeds overdenken, wat de apostel Paulus zegt: âGelijk door de zonde van éénen (Adam) de vervloeking over
153
alle menschen gekomen is, zoo kwam ook door de gerechtigheid van éénen (Jesus Christus) over alle menschen de rechtvaardiging des levensquot;. Moeder van mijn Verlosser, bid voor mij bij God dooi' de oneindige verdiensten van uw Zoon, onzen Verlosser, dat ik mij niet wederom door de zonde ongelukkig make, maar dat ik zoo leve, dat ik eenmaal onder hen hehoore, van wie dezelfde apostel zegti âZij, die de genade en de gave der rechtvaardigheid bewaren, zullen door dien eénenr Jesus Christus, in het (eeuwige) leven heer-schenquot;. Amen.
Litanie van de Zeven Weeën van de H. Maria,
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Jesus Christus, hoor ons.
Jesus Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Bedroefde Moeder, bid voor ons.
154
iBedioefde Moeder, die te Bethlehem in de herberg geen plaats hebt gevonden, bid voor ons.
Die in een stnl hebt moeten blijven, Die uwen eeniggeboren Zoon in eene
kribbe hebt gelegd,
Die de besnijdenis uws Zoons met mede-
lijden hebt aangezien,
Die gehoord hebt dat uw Zoon tot een teeken gesteld was, dat vele zouden tegenspreken.
Die van den ouden Simeon verstaan hebt 2 dat uw Hart met een zwaard zoude quot;g doorstoken worden, St
^ Die met uwen Zoon naar Egypte zijt ^ gevlucht, en daar met het kind in S 2 armoede hebt geleefd, ~
o Die den moord rler onnoozele kinderen 2 â S beweend hebt, f
3h Die uwen verloren Zoon drie dagen gezocht, en in den tempel gevonden hebt, Die zuchtende waart over den gedurigen haat en nijd der Joden tegen uwen Zoon, Die na 't Avondmaal van uwen Zoon
een droevig afscheid hebt genomen, Die verstaan hebt dat uw Zoon van Judas verraden en van de joden gevangen was,
155
Bedroefde Moeder, die verstaan hebt dat uw Zoon als een misdadiger aan de Hoogepries-ters geleverd was, bill voor ons. Die gehoord hebt dat uw Zoon valsche-
lijk aangeklaagd was,
Die gezien hebt dat uw Zoon door de
Joden ter dood geëischt werd.
Die uwen Zoon gegeeseld en met doornen gekroond hebt aangezien, en het onrechtvaardige vonnis tegen uwen Zoon liebt hooien uitspreken,
jTDie uwen Zoon (met het kruis beladen) £ te gemoet zijt gegaan,
42 Die de gezegende handen en voeten van
uwen gezegenden Zoon met nagelen ^ 5= hebt zien doorboren, E!
p Die de laatsten woorden van uwen Zoon lt; â gehoord en in uw hart gehouden hebt, o S Die bij uwen Zoon zijt gebleven tot dat o Hij zijnen geest heeft gegeven, =
Die het doode lichaam van uwen Zoonquot; o)) uwen moederlijken schoot ontvangen hebt.
Die van het begraven lichaam uws Zoons ten eenmaal bedroefd naar huis gekeerd zijt,
O Spiegel van alle bedroefde harten, O Bijstand der zieken.
156
O Troosteresse der kleinmoedigen, bid voor ons.
O Toevlucht der zondaren, bid voor ons.
O allennedelijdenste Moeder, bid voor ons.
O Koni ngin der Martelaren, bid voor ons.
Door het allerbitterste lijden en dood uws Zoons, verlos ons. Koningin der Martelaren,
Door het bitter scheiden uws Zoons, verlos ons. Koningin der Martelaren.
Van overmatige droefheid, verlos ons, Koningin der Martelaren.
Van gevaarlijke kleinmoedigheid, verlos ons. Koningin der Martelaren.
Van alle gelegenheid tot zondigen, verlos ons, Koningin dor Martelaren.
Van de listen des duivels, verlos ons. Koningin der Martelaren.
Van versteendheid des harten, verlos ons. Koningin der Martelaren.
Van de onboetvaardigheid, verlos ons. Koningin der Martelaren.
Van een haastigen dood, verlos ons Koningin, der Martelaren.
Van de eeuwige verdoemenis, verlos ons, Koningin der Martelaren.
Wij zondaren, wij bidden U verhoor ons.
Dat Gij in ons het ware geloof, hoop en liefde wilt bewaren, wij bidden U verhoor ons.
157
Dat Gij ons vergiffenis onzer zonden bij uwen Zoon wilt verwerven, wij bidden U verh. ons. Dat Gij ons in onze benauwdheden wilt bijstaan, wij bidden U verhoor ons.
Dat Gij ons in de ure des doods wilt bewaren, wij bidden U verhoor ons.
Dat Gij ons een gelukkig einde wilt verwerven, wij bidden U verhoor ons.
Moeder Gods, wij bidden U, verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons lieer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
v. In al onze droefheid en benauwdheid. A. Kom ons te hulp, o allerheiligste Maagd Maria.
GEBED.
Verleen ons genadiglijk, o Heer Jesus Christus, dat de allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, ons bij uwe goddelijke Ma-
158
jesteit, in de ure onzes doods eene vriendelijke voorspraak zij, wier allerheiligste ziel in de ure uws lijdens het zwaard der droefheid heeft doorstoken ; door U Jesus Christus, Verlosser der wereld, die met den Vader en den H. Geest leeft en regeert in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Gebed om door tusschenkomst van de
Troosteres der Bedrukten voor zich en voor anderen eene bijzondere genade te verkrijgen.
Heilige Maria, Moeder van barmhartigheid, hoop en troost aller bedrukten ! ik bid U bij het zwaard van droefheid, dat uwe ziel doorboorde, toen Gij uwen lieven Zoon vol smart aan het kruis zaagt hangen, bij het medelijden, dat Hij in zijne kinderlijke liefde met uwe moederlijke smarten gevoelde, bij de liefderijke zorg, waarmede Hij stervend (J aan zijnen dierbaren leerling aanbeval, schenk mij uwe hulp in deze of geene omstandigheid ,. . Tot wie zal ik, arme en hulpelooze, mij anders wenden dan tot U, machtige Maagd! Neig uw oor met die goedheid, welke U eigen is, naar mijne bede. Ik bid U bij de onuitputtelijke barmhartigheid van Jesus, uwen god-delijken Zoon, bij den doodsangst, dien Hij voor ons in den Olijfhof heeft doorstaan, by
de standvastigheid en de naarnlooze smart waarmede Gij Hem op zijnen lijdensweg gevolgd zijt, bij liet geduld, waarmede Hij de vernederingen en de folteringen van zijnen kruisdood heeft verdragen, bij de barmhartigheid, waarmede Hij stervend voor zijne vijanden heeft gebeden, bij zijnen bitteren dood, zijne glorierijke verrijzenis en de vreugdevolle verschijning, waardoor Hij U troostte, bij zijne-wondervolle Hemelvaart, bij de gaven van den H. Geest, die over U en de Aposteien nederdaalde, ik bid U, heilige Maagd, bij al de smart, welke Gij getrouw met uwen Zoon gedeeld hebt, bij de onuitsprekelijke vreugde, waarmede Hij U bij zijne Hemelvaart heeft vervuld, bij uwe kroning in den Hemel, schenk mij uwe hulp en uwen bijstand. Ik kom tot U, o teederste aller moeders, toon dat Gij mijne Moeder zijt; heb medelijden met mij en verhoor de ootmoedige bede, die het vast vertrouwen op uwe goedheid mij ingeeft. (Hier bid men om een bijzondere genade.) O Maria ! ik werp mij voor uwe voeten neder om door uwe milde tusschenkomst, indien het Gode behagelijk is, dien troost en die hulp te verkrijgen, welke ik verlang, vast overtuigd als ik ben, dat uw goddelijke Zoon U niets weigeren zal. U, o heilige Maagd! zal ik.
160
danken, ü vereeren met vernieuwden ijver en grooter vertrouwen, en voortaan trachten, door â een deugdzaam leven mij uwe liefde en uwe weldaden waardig te maken. Amen.
Gebed om Maria tot Moeder en bijzondere Patrones te verkiezen.
O Koningin des Hemels, Moeder van barm-'hartigheid, toen uw Goddelijke Zoon aan het kruis hing, heeft Hij bij testament U nan mij â tot Moeder gegeven, toen Hij tot Joannes zeide: âZiedaar uwe Moederquot;. Zie, nu neem ik ü op nieuw als mijne Moeder aan. Gij zult steeds mijne lieve Moedei- wezen. Ik zal U altijd den diepsten eerbied en teederste liefde toedragen en (J, zooveel ik zulks vermag, ook door anderen doen eerbiedigen en als eene moeder eeren. Ik zal uwe verhevene deugden trachten na te volgen ; ik zal gedurig uwe voorbede inroepen en steeds een bijzonder vertrouwen stellen op uwe machtige voorspraak. Welk een geluk voor mij, dat ik eene zoo machtige, zoo rijke en goede moeder heb! En welk eene goedheid van Jesus, die aan mij dacht in eene zee van pijnen en versmading, toen Hij worstelde met den dood! Gij nu, allerheiligste Maagd Maria, wees mij «ene moeder, neem mij als uw kind aan. Schenk
164
mij uwe liefde, bescherm mij, bid voor mij, opdat ik een rechtgeaard kind wezen moge. Geef mij vooral een vurigen ijver om uwe deugden na te volgen. Och, mocht ik dat levendig en werkdadig geloof hebben dat zoo wonderlijk in U werkte, en waardoor Gij alle woorden van Jesus in uw hart bewaardet. Verwerf mij ook, Maria, die hemelsche zuiverheid en onvergelijkelijke ootmoedigheid, die Gij in zóó verheven graad hebt beoefend, dat Gij daardoor waardig bevonden zijt, om de moeder van God te worden, boven alle schepselen verheven. quot;Wat onverstooi bïiar geduld hebt Gij geoefend in alle smart, die Gij leedt, en in alle rampen, die U troffen I Hoe volmaakt gehoorzaam waart Gij aan de bevelen des Heeren! Wat liefde tot uwen Jesus! En welk eene standvastigheid in lijden, die U tot zelfs onder het kruis van uwen Zoon deed staan ! O, verwerf voor mij een vurigen ijver, om mij in al deze deugden te oefenen. Nooit hoorde men, dat iemand van U verstoeten werd, als hij met vertrouwen tot U zijne toevlucht nam. Hoe zult Gij mij dan verstoeten, die U wil beminnen en dienen.
Lieve Moeder, vermeerder mijn vertrouwen en verhoor mij. Amen.
162
ANDEK GEBED.
Heilige Maria, Moeder van God, Moeder aller christenen. Gij zijt de heiligste en zaligste onder alle menschen. Gij zijt de uitverkorene Gods; de lingel Gabriël groette U als vol van genade, de gansche H. Kerk vereert U als de koningin van het heelal. Wie zou U niet eeren, daar God zelf U eert? Wie zou U niet beminnen, daar God zelf U bemint? Wie zou geen vertrouwen stellen op uwe moederlijke liefde en voorspraak, daar Gij dooide overschaduwing dos H. Geestes moeder zijt geworden van Gods Zoon? Bid daarom God, o Moeder van onzen Heiland, om erbarming voor ons, arme zondaren. Trouwe Maagd, bid onzen Meer, dat wij ons met getrouwheid en ootmoedigheid aan zijn heiligen dienst mogen toewijden. Godvruchtige Maagd, die de woorden uws Zoons in uw hart over-woogt, bid voor ons; zwakke en verblinde menschen, om een levendig geloof Gij stond onder het kruis van uw Zoon en een zwaard van droefheid doorboorde volgens de voorzegging van Simeon uw moederhart; door dit bitter lijden bid
voor ons, die hier op aarde roet tegenspoed te kampen hebben, opdat wij naar uw voorbeeld de â¢wederwaardigheden met geduld en voor God
163
mogen verduren. O Moeder aller geloovigen, die op aarde zooveel verdiensten hebt vergaderd en die nu in den Hemel aan de rechterhand van uw Zoon in glorie en heerlijkheid gezeten zijt, bid voor ons om volharding in het goede; bid voor ons om een zalig stervensuur en het erfdeel der kinderen Gods, dat ons door de gezegende vrucht uws liehaams is bereid, opdat wij onzen God, die zulke groote dingen in ü heeft uitgewerkt, in eeuwigheid met U mogen loven, prijzen en genieten. Amen.
Gebed tot Maria, voor de Levende Leden van het Broederschap.
O allergoedertierenste Moeder, die met welgevallen nedei ziet op onze ootmoedige pogingen, gewaardig U de hulde te ontvangen, welke wij, in den geest van liefde vereenigd, aan den voet van uwen troon brengen. Neem ons Broederschap in uwe weldadige bescherming, en laat onze broeders en zusters den invloed van uwe bescherming ondervinden. Laat ons door U toegang hebben tot den Zoon, o Gezegende! die genade gevonden hebt, en de Moeder van het leven en ' van de zaligheid zijt; opdat Hij ons door U ontvange, die door U aan ons gegeven is. Uwe volmaaktheid verschoone bij Hem de schuld van ons bederf:
464
en uwe ootmoedigheid, aan God zoo aangenaam, verwerve vergiffenis voor onze IJdelheid en hoovaardigheid. bat tocli uwe overgroote liefde bedekke de menigte onzer zonden, en dat uwe verhevene vruchtbaarheid ons aan-brenge de vruchtbaarheid van verdiensten.
O onze Meesteresse, onze Middelaresse, onze Voorsprekeresse! beveel ons aan uwen Zoon, verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon. Maak o gezegende Maagd, door de genade die Gij hebt gevonden, door het voorrecht dat U is gegeven, door de barmhartigheid die Gij hebt genoten, dat Jesus, uw Zoon, onze Heer, ons door uwe tusschenspraak, aan zijne zaligheid en glorie deelachtig make, gelijk Hij door U onze krankheid en ellende heeft aangenomen. Amen.
Manier om den Heiligen Rozenkrans godvruchtig te lezen.
In den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Amen.
Ik geloof in God, den Vader almachtig, enz. Glorie zij den Vader, enz.
Onze Vader, die in den hemelen zijt, enz. Ik groet U, Dochter van God, dea Vader. Wees gegroet, enz.
165
Ik groet u, Moeder van God, den Zoon. Wees gegroet, enz.
Ik groet u. Bruid van God, den H. Geest. Wees gegroet, enz.
Glorie zij den Vader, en den Zoon en den Heiligen Geest; gelijk het was in don beginne, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
DE VIJF BLIJDE GEHEIMEN.
I- DE BOODSCHAP DES ENGEI.S.
OVERDENKING.
Maria wordt door den engel gegroet, die haar boodschapt, dat zij den Zoon Gods zal ontvangen; bedenk: hoe zuiver van zonden, hoe ootmoedig van harte, hoe vol van liefde zij was, daar God in haar is nedergedaald.
Dut de namen van Jesus en Maria zijn gezegend: van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1. De H. Drievuldigheid heeft besloten tot de rnenschwording van Christus. Wees gegroet, enz.
2. Maria is tot Moeder van Christus verkozen. Wees gegroet, enz.
3. De Engel Gabriel brengt Maria de blijde boodschap. Wees gegroet, enz.
466
4 Maria is in de eenzaamheid in haar gebed. Wees gegroet, enz.
5. üe Engel zegt: âWees gegroet, vol van genade; de Heer is met u!'
6. Maria was verbaasd toen zij den Engel hoorde. . ^
7. De Engel zegt: âVrees niet, Maria; m want gij zult door den Heiligen Geest^ ontvangen.quot; ^
8. Maria zegt: âZie de dienstmaagd des 3 Heeren, mij geschiede naar uw woord. jB.
9. Maria is van den Heiligen Geest over- ^ lommerd geworden. S
10. âEn het Woord is vleesch geworden en het heeft onder ons gewoond.quot;
Glorie zij den Vader, enz.
GEBED.
O Moeder der goddelijke genade, verkrijg mij een zoo zuiver, zoo ootmoedig en godminnend hart, dat ik uwen zoon Jesus, onzen Heer, in mij waardig ontvangen en altijd behouden moge. Amen.
II. HET BEZOEK VAN MARIA AAN HARE NICHT ELISABETH.
OVERDENKING.
Maria bevrucht zijnde van den Zoon Gods,
-167
bezoekt hare nicht Elisabeth; op de stem harer groetenis wordt het kindje Joannes in den moederschoot geheiligd; en van vreugde opspringende, belijdt het zijns Heeren tegenwoordigheid. Denk: hoe gij u altijd in de goddelijke tegenwoordigheid bevindt, en gij leeft alsof gij Hom niet keivdet.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend : van nu af tot in eeuwigheid.
Onze V;ider, enz.
1. Maria gaat uit ootmoedigheid hare nicht Elisabeth bezoeken. Wees gegroet, enz.
2. Maria wordt bestierd van den Heiligen Geest.
3. Maria, met haast opstaande, gaat over het gebergte.
4. Maria werd met veel liefde door hare ^ nicht Elisabeth ontvangen, §
5. De H. Joannes is gezuiverd, en van quot;
, Cf3
blijdschap in den moederschoot opge-^s sprongen. g
6. Elisabeth zeide: âGezegend is de vrucht lt;£. uws lichaams,quot; ^
7. Maria heeft in verrukking uitgeroepen: = âMijne ziel maakt groot den Heer!quot;
8. Elisabeth zeide: âWelk geluk geschiedt mij, dat de Moeder des Heeren tot mij komt!quot;
468
9. Het huis van Zacharias is door de komst van Jesus en Maria gezegend. Weesgegroet, enz.
40. Maria heeft hare nicht drie maanden met veel liefde gediend. Wees gegroet, enz.
Glorie zij den Vader, enz.
GEBED.
Heilige Maagd en Moeder Gods, Maria, bezoek mij toch dikwijls met uwen Jesus, opdat mijne arme ziel gezuiverd worde van sonden en mijn geest zich verheuge in God, mijnen Zaligmaker. Amen.
Hl. DE GEBOORTE VAN CHRISTUS.
OVERDENKING.
Maria baart, zonder smart of verlies harer maagdelijke zuiverheid, den Zaligmaker der wereld, de blijdschap des aardrijks, de vreugde des Hemels; windt Hem in doeken en legt Hem in eene kribbe. Zie, God wordt in een stal geboren, omdat Hij geene plaats vindt in eene herberg, noch in de harten der menschen.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend: van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
4. Maria heeft gebaard en is maagd gebleven. Wees gegroet, enz.
169
2. Maria heeft Jesus in een stal gebaard en in doeken gewonden. Wees gegroet, enz.
3. Maria heeft Jesus met veel liefde en verwondering aanschouwd.
4. Maria heeft Jesus omhelsd en aan haar hart gedrukt.
5. Maria heeft Jesus uls eene moeder gevoed. ^
6. Maria heeft Jesus in eene kribbe ge- S legd, die Jozef daartoe had bereid. 01
7. Jesus lag op hooi en stroo, tusschen0'?
, r 05
os en ezel. g
8. De Engelen hebben gezongen: âGlorie S-zij God in den allerhoogste, en vrede ^ den menschen van goeden wil!quot;
9. De herders zijn het kind komen be-quot; zoeken.
10, De koningen zijn het kind komen aanbidden en hebben hunne giften geofferd.
Glorie zij den Vader, enz.
GEBED
O Maria, verkrijg mij dat geluk, dat Jesus zijne intrede in mijn hart neme, en daarin ruste, opdat mijn hart zich in Hem verkwikke, die alléén de ware rust is. O liefste Jesus, mijn hart is bereid.
170
IV. DE OPDRACHT VAN CHRISTUS IN DEN TEMPEL. OVEÃDENKING.
Maria draagt haren Zoon Jesus in den tempel op. De H. Simeon ontvangt Hein met blijdschap in zijne armen en omhelst Hem teeder. Verzoek; Hem ook met de armen uwer liefdevolle verlangens te mogen omhelzen.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend; van nu at' tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1. Maria gaat om haar H. Kind te offeren. Wees gegroet, enz.
2. Jesus en Maria onderwerpen zicli aan de Wet.
o. Maria gaat door moeielijke wegen naar Jerusalem. ^
4. Maria heeft Jesus op hare armen ge- S
A 0 CO
dragen. aQ
5. Maria al biddende vervolgt haren weg.^ (5. Maria heeft Jesus in den tempel op- 3
geofferd. S-
7. Maria heeft Jesus met vijf sikkelen â herkocht. p
8. Anna was verblijd, dat hare voorzegging volbracht werd.
1). De oude Simeon heeft Jesus omhelsd en op zijne armen gedragen.
171
10. Simeon zeide: ,,Heer! laat nu uwen dienaar gaan in vrede volgens uw woord.quot; Wees gegroet, enz.
Glorie zij den Vader, enz.
GEBED.
Heilige Maagd Maria, gelief mij aan Jesus, de gezegende vrucht uvvs lichaams, aan te bieden; maak Hem mij genadig, en laat mij niet sterven, zonder eerst mijnen Zaligmaker te zien, opdat ik Hem moge aanschouwen in de eeuwigheid. Amen.
V. DE VINDING VAN HET VERLOREN KIND JESUS. OVERDENKING.
Maria en Jozef zoeken het verloren Kind Jesus met groote droefheid en vinden het in verrukking van blijdschap in het midden der leeraren. Denk: hoe dikwijls gij Jesus door de zonden verloren hebt ; maak een vast voornemen u te beteren en Jesus uit geheel uw ⢠hart te zoeken.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend: van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1. Maria heeft haar lief Kind verloren. Wees gegroet, enz.
172
2. Maria heeft haren schat gemist. Wees gegroet, enz.
3. Maria hoeft Hem overal gezocht.
4. Maria hooft Jesus langs alle wegen en straten gezocht.
5. Maria heeft Jesus na drie dagen ge- ^ vonden. J
6. Maria vindt Jesus in den tempel.
7. Jesus, twaalf jaren oud, hoort en|p vraagt de leeraren. g
8. Maria zeide: âZoon! waarom hebt Gij 5-ons bedroefd?quot; tc
9. Jesus is met hen gegaan en was hun n onderdanig.
10. Maria bewaarde al deze woorden welke Jesus tot haar sprak, in haar hart.
Glorie zij den Vader, enz.
GEBED.
O Maria, allergoedortierendste Moeder, verkrijg voor mijn hart eene ware droefheid, en voor mijne oogon tranen van rouw om het verlies te beweenen van mijnen Jesus, dien ik zoo dikwijls door de zonden verloren heb: gun mij Hem weder te vinden en altijd te behouden. Amen.
473
DE VIJF DROEVIGE GEHEIMEN'.
I. DE BENAUWDHEID VAN CHRISTUS IN DEN HOF.
OVERDENKING.
Jesus, benauwd tot den dood, valt neder op de aarde met zijn heilig aangezicht, en zweet druppelen bloeds. Stel u, o niensch! in het binnenste van dit benauwd hart; zie, hoe het wordt geprangd, zoo door de aanstaande pijnen als door uwe zonden.
Zoo lief heeft God den mensch gehad, dat Hij zijnen eenigen Zooa niet heeft gespaard, maar Hem heeft geleverd tot den dood, ja, tot den dood des kruises.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend; van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1. Jesus gaat naar den hof van Olijven. Wees gegroet, enz.
2. Jesus valt plat ter aarde neder. ^
3. Jesus volhardt in het gebed. ^
4. Jesus is bedroefd tot den dood. ^
5. Jesus zweet water en bloed. 'ra
CfQ
6. Jesus stelt zijnen wil in den wil van g zijnen hemelschen Vader, 2-
7. Jesus vermaant zijne leerlingen om te ra waken en te bidden. p
174
8. Jesus wordt van zijnen apostel door een kus geleverd. Wees gegroet, enz.
9. Jesus wordt van zijn bemind volk gevangen. Wees gegroet, enz.
dO. .lesus wordt wreedelijk gebonden en gesleurd van den eenen rechter tot den anderen. Wees gegroet, enz.
Zoo lief heeft God, enz. bladz. 173.
GEBED.
Vergeef, o Jesus, door uw bloedig zweet al onze zonden: zij zijn ons leed uit den grond onzes harten, omdat wij U daardoor hebben vergramd. Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.
II. DE GEESELING VAN CHRISTUS.
OVERDENKING.
Jesus, de Verlosser der wereld, aan eenen geeselpaal gebonden, wordt wreedelijk gegee-seld en ontvangt menigvuldige wonden. Denk, o zondaar, of het redelijk is, dat gij uwe kwade lusten nog zult zoeken in te volgen, daar de Zoon Gods om uwe zonden aldus met geeselen verscheurd wordt.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend: van nu af tot in eeuwigheid.
175
Onze Vader, enz.
1. Jesus wordt overgeleverd om gegeeseld te-worden. Wees gegroet, enz.
2. Jesus wordt valschelijk beschuldigd.
3. Jesus' kleederen worden uitgerukt. ^3
4. Jesus staat ter geeseling ontbloot. o
5. Jesus wordt aan een paal gebonden. quot;
6 Jesus wordt met zweepen geslagen. ^
7. Jesus wordt met roeden gegeeseld. 3
8. Jesus' vleesch wordt met scherpe haken S verscheurd. n,
9. Jesus' bloed vloeit langs de anrde. S 10. Jesus, ontbonden zijnde, kruipt naar*
zijne kleederen.
Zoo lief heeft God, enz. bladz. 173.
GEBED.
O minnelijke Jesus, blusch door dit vloeiende bloed het blakende vuur onzer doodelijke wellusten. H. Maria, Moeder Gods, verkrijg voor ons bij uwen lieven Zoon, dat wij met de banden zijner liefde gebonden zijnde, de roede zijner tijdelijke kastijdingen gaarne voor onze zonden mogen verdragen. Amen.
UI DE DOORNENKROONING VAN CHRISTUS.
OVERDENKING.
Jesus wordt gekroond met eene doornen,
176
kroon, die met eene onverdragelijke pijn in zijn gezegend hoofd gedrukt wordt. Zoo groot, o mensch! is uwe duivelsche hoovaardigheid, dat zij met zulke versrnaadheid, door den Zoon Gods moet genezen worden.
Dat de namen van .lesus en Maria zijn gezegend van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1. .lesus wordt verwezen om gekroond te worden. Wees gegroet, enz.
2. Zij hebben Jesus eene doornen kroon bereid.
3. Zij hebben de doornen kroon in Jesus' hoofd gedrukt. ^
4. Jesus' hoofd wordt aan alle kanten $ doorwond.
CTQ
5. Jesus' hoofd druipt van bloed. $
6. Jesus' voorhoofd is met bloed bedekt. 3
7. Jesus' oogen zijn niet tranen overgoten.
8. Jesus' gelaat vertrekt van pijn. m
9. Jesus wordt met een purperen mantel S bespot.
10. Jesus is wreedelijk mishandeld: âAanzie den mensch.quot;
Zoo lief heeft God, enz. bhtdz. 173.
GEBED.
O Jesus, Koning mijner ziel, leer mij door
177
uw heilig voorbeeld de versinadingen verdragen, de ijdelheid verachten, en de hoovaardigheid verzaken. Heilige Maria, bid voor mij, opdat Jesus door de verdiensten zijner doornenkroon mij de kroon der eeuwige heerlijkheid gelieve te verleenen.
IV. DE KRÃISDRAGINtt VAN CHRISTUS.
OVEIIDENKING.
Jesus, dragende zijn kruis naar den Calvarieberg, ontmoet zijne gezegende Moeder. Denk: hoe Zij elkanders harten doorwondden met het zwaard van droefheid, voornamelijk toen Maria Hem zoo dikwijls zag bezwijken onder zijn kruis.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend: van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
'1. Jesus wordt veroordeeld om gekruist te worden. Wees gegroet, enz.
2. Jesus heeft zijn kruis met liefde omhelsd, q
3. Jesus heeft zijn kruis op zijne door- 5 wonde schouders gedragen. 'o
4. Jesus bezwijkt onder het kruis om0'? onze zonden. ro
5. Jesus met zijn kruis beladen, ontmoeto zijne bedroefde Moeder. p
-178
6. Jesus drukt zijn gezegend aangezicht in den doek. Wees gegroet, enz.
7. Jesus zeide: âHandelt men zoo met het groene hout, wat zal er dan aan ^ het dorre geschieden.'' g
8. Niemand wil .lesus zijn kruis helpen^ dragen. oq
9. .lesus valt aan den voet des bergs 5 neder. -T
10. Jesus beklimt voor ons den Cal varia-g berg.
Zoo lief heeft God, enz. bladz. 173.
GEBED.
O Maria, goedertierene Moeder, verwerf mij, dat ik mijn kruis gewillig diage, en altijd wandele in de bloedige voetstappen van Jesus Christus; opdat het leven en lijden mijns Zaligmakers in mij uitgedrukt en vertoond worde. Amen.
V. IJE KUUIS1GING VAN CHRISTUS.
OVERDENKING.
Jesus, van het hoofd tot de voeten doorwond, wordt aan het kruis genageld ; en hangende tusschen twee moordenaars, sterft Hij den allerschandelijksten dood, om u het leven te geven.
179
Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend: van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
4. Jesus wordt wreedelijk aan het kruis uitgerekt. Wees gegroet, enz.
2. Jesus' handen en voeten worden door-nageld.
3. Jesus wordt aan het kruis opgericht en zijne wonden vloeien van bloed.
4. Jesus bidt voor zijne vijanden.
5. Jesus belooft den moordenaar het pa- lt; radijs. |
6. Jesus beveelt den 'i. Joannes aan zijnego Moeder. a?
7. Jesus, dorst hebbende, is met gal en o edik gelaafd. r-
8. Jesus heeft uitgeroepen: âMijn God! 2 mijn God! waarom hebt Gij Mij ver- S laten ?quot;
9. Jesus zeide: âMet is volbracht!quot;
10. Jesus heeft zijnen geest gegeven en zijn hart voor ons geopend.
Zoo lief heeft God, enz. bladz. i73.
GEBl'-D.
0 Jesus, ik bid U, door al uwe smarten en door uwen bitteren dood, door uwe doornagelde handen, doorboorde voeten, doorstoken
180
zijde en door al uwe gezegende wonden, ontferm L1 mijner, en druk uw H. Lijden zoo diep in mijn hart, dat mij niets anders behage dan Gij, mijn Jesus, die voor mij gekruist zijt. Amen.
DE VIJF VERHEERLIJKTE GEHEIMEN.
1. DE VERRIJZENIS VAN CHRISTUS.
OVERDENKING.
Jesus verrijst luisterrijk van den dood en vertoont zich terstond aan Maria; denk met welk eene onuitsprekelijke blijdschap de Moeder overgoten is geweest, toen zij haren Zoon zegevierend verrezen zag, Dien zij drie dagen te voren zoo schandelijk had zien sterven aan het kruis.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend : van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1. Jesus is den derden dag opgestaan. Wees gegroet, enz. ^
2. Jesus heeft den dood en de hel over- re wonnen. ^
3. Jesus troost en verlost de oudvaders. gre
4. Jesus is heerlijk verrezen. 5
5. Jesus verblijdt zijne H. Moeder. 2-
18]
6. Jesus vertoont zich als een hovenier aan Maria Magdalena. Wees gegroet, enz.
7. Jesus vertoont zieli aan Petrus en heeft hem gezegend. ^
8. De leerlingen van Emmaus zeiden: S âWaren onze harten niet van liefde
. CfQ
brandende, toen Mij tot ons sprak?quot; ^
9. .lesus staat in het midden zijner leer-g lingen en wenscht hun allen den vrede. S-
10. Jesus toont zijne verheerlijkte wonden n, aan den H. Thomas. S
Geloofd en gezegend zij Jesus Christus in het allerheiligste Sacrament des altaars, en deszelfs voorstander de H. Vader Dominicus met zooveel lofzangen er. eer als Hij waardigis.
GISBRD.
O Maria, allergelukkigste Moeder, ik bid U door de blijdschap, die uw moederlijk hart gevoeld heeft, toen Gij uwen beminden, van den dood verrezen Zoon aanschonwdet, verkrijg mij, dat mijne ziel met Jlem geestelijker wijze verrijze tot het leven der genade, en nooit den dood der zonde meer sterve. Amen.
11. DE HEMELVAART VAN' CHRISTUS.
OVERDENKING.
Jesus, vergezeld van vele zalige zielen, klimt
182
zegevierend ten hemel. Denk hoe Maria Hem van ganscher harte en met zoete tranen is gevolgd.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend; van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1. De heerlijke hemelvaart van Jesus. Wees gegroet, enz.
2. ,lesus neemt afscheid van zijne lieve vrienden.
3. Maria omhelst haren lieven Zoon.
4. Magdalena werpt zich aan de voeten lt; van Jesus. $
5. Jesus klimt op door zijne eigene macht.^
6. De leerlingen hebben Jesus aanschouwd^ en Hij heeft hen allen gezegend. o
7. Jesus heeft voor ons den hemel geopend.
8. Jesus zit aan de rechterhand zijns he- g melschen Vader. f
9. Jesus toont zijne Heilige Wonden voor ons aan zijnen hemelschen Vader.
10. Jesus is onze Middelaar in den hemel.
Geloofd en gezegend, enz. bladz. 181.
GEBED.
Verwerf mij, o goedertierene Moeder en Maagd Maria, dat ik uwen Zoon Jesus Christus, die in zegepraal ten hemel is opgeklommen, van ganscher harte moge navolgen, en
183
met eene liefdevolle ziel onophoudelijk en brandend naar Hem verlange. Amen.
III- DE ZENDIKfi VAN DE H. GEEST.
OVERDENKING,
Jesus, zittend aan de rechterhand zijns Vaders, zendt den H. Geest over zijne Apostelen, die te samen met Maria volharden in het gebed. Denk, met wat een zoeten brand van liefde de harten vervuld waren, toen dat goddelijke vuur daarin nederdaalde; bid, dat het aldus ook op u moge nederdalen.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend: van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1. Jesus heeft zijnen H. Geest beloofd. Wees gegroet, enz.
2. Jesus heeft den Trooster gezonden.
3. Jesus heeft het vuur op de wereld ^ gezonden. et
4. De H. Geest heeft de harten met01 liefde ontstoken. lt;5
gq
5. De H. Geest heeft de verstanden 5 verlicht 3-
6. De H. Geest heeft de harten versterkt. Q
7. De H. Geest heeft verscheidene talen g doen spreken.
184
8. De H. Geest heeft zijne gaven medegedeeld. Wees gegroet, enz.
9. Kom, H. Geest! bezoek de harten uwer geloovigen. Wees gegroet, enz.
10. Kom, H. Geest! ontsteek in ons iiet vuur uwer liefde. Wees gegroet, enz.
Geloofd en gezegend, enz. bladz. 181.
GEBED.
Kom nu ook, II. Geest! vervul mijn hart en ontsteek in mij het vuur uwer liefde, opdat ik U zaliglijk kenne, vuriglijk heminne en behagelijk diene. II. Maria, verkrijg mij deze genade. Amen.
IV. LIE OPNEMING VAN MARIA TEN HEMEL.
OVERDENKING.
Maria, rustende op haren Welbeminde, wordt in heerlijkheid opgevoerd ten hemel en verheven boven alle koren der Engelen. Verblijd u, omdat gij nu in den hemel niet alleen Jesus hebt, die aan zijnen Vader zijne wonden toont, maar' ook Maria, die voor u bij haren Zoon spreekt.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend; van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
185
1. Maria is opgenomen ten hemel. Wees gegroet, enz.
2. De hemelsche Vader ontvangt zijne beminde Dochter.
3. Jesus verwelkomt zijn lieve Moeder. ^
4. De H. Geest omhelst zijne lieve Bruid. S
5. Do Serafijnen groeten Maria.
6. De Engelen dienen Maria. lt;5
7. Geheel de hemel is verblijd dooi- Maria, g
8. Maria zit bij haren lieven Zoon. 2.
9. Maria is onze Voorspreekster in den _ hemel. 5
40. Maria is onze Moeder en Middelares bij haren Zoon.
Geloofd en gezegend, enz. bladz. 181.
GEBED.
0 Maria, Moeder der barmhartigheid, wij roepen tot U, zuchtende en weenende, in dit dal van tranen. Welaan dan, onze Voorspreekster! keer uwe barmhartige oogen tot ons, en bid voor ons bij God, uwen Zoon, opdat wij hier van Hem vergiffenis onzer zonden verwerven, en hierna het eeuwige leven. Amen.
V. DE KROONING VAN MARIA.
OVERDENKING.
Maria wordt door de H. Drievuldigheid als
186
Koningin des hemels gekroond. Denk, met welk eene verheerlijking en blijdschap der zaligen deze krooning is geschied ; tracht ook deze nieuwgekroonde Koningin met iets te vereeren, â en schenk Haar ten dien einde het Rozehoedje, dat gij bidt.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend: van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1. Maria is met heerlijkheid in den hemel gekroond. Wees gegroet, enz.
2. Maria is gekroond door hare Serafijn-sche liefde.
3. Maria is gekroond door hare engelachtige zuiverheid.
4. Maria is gekroond door hare groote ^ ootmoedigheid.
CD
5. Maria is gekroond door hare volmaakte » gehoorzaamheid. ^
6. Maria is gekroond door hare heilige^ voorzichtigheid. o
7. Maria is gekroond door hare grooter1quot; verduldigheid. m
... 3
8. Maria is gekroond door hare ijverige n dankbaarheid.
9. Maria is gekroond door hare volharding in alle deugden.
-187
10. Maria is gekroond boven alle Engelen en Heiligen in den Hemel, gelijk de Moeder van God toekomt. Wees gegroet, enz.
Geloofd en gezegend, enz. bladz. 181.
GE3ED.
Ik offer U, allerzuiverste en roemwaardigste Moeder Gods, Maria, in vereeniging met al uwe deugden, verdiensten en volmaaktheden, deze geestelijke kroon van gebeden en groete-nissen; gewaardig U, haar te ontvangen, met al de lofzangen, die op aarde en in den hemel gedaan worden; verkrijg mij en allen, voor wie ik gehouden ben te bidden, van uwen lieven Zoon de genade om wel te leven en zalig te sterven. Amen.
Een Onze Vader, tot dankbaarheid, dat God ons de genade gegeven heeft, den Ro-zekrans te bidden. Onze Vader, enz.
Een Wees gegroet, dat Maria ons verstand wille opdragen aan den hemelschen Vader, opdat wij in eeuwigheid zijne barmhartigheid mogen gedenken. Wees gegroet, enz.
Een Wees gegroet, dat Maria ons geheugen wille opofferen aan haren Zoon, opdat wij gedurig zijn heilig leven en bitter lijden indachtig mogen zijn. Wees gegroet, enz.
Een Wees gegroet, dat Maria onzen wil
188
gelieve toe te eigenen aan den JI. Geest, opdat Hij gedurig in ons van liefde brande. Wees gegroet, enz.
Wij zullen het Geloof bidden, opdat ons gebed aan God aangenaam zij, dat liet strekken moge ter zijner verheerlijking, tot welstand der II. Kerk, tot bekeering der zondaren en der afgevallene Christenen en tot welstand der gemeente. Ik geloof in God, den Vader, enz.
Do almogendheid des Vaders beware ons, de wijsheid des Zoons onderwijze ons, en de liefde des II. Geestes ontsteke ons.
In den naam des Vaders, en des Zoons, en des II. Geestes. Amen.
Litanie van tien H. Jozef.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Jesus Christus, hoor ons.
Jesus Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontf. IJ onzer.
God, II. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods, bid voor ons.
189
H. Maagd der maagden, bid voor ons. H. Jozef',
Beschermer van Jesus,
Bruidegom van Maria,
Man naar Gods hart,
Getrouwe en wijze dienaar.
Bewaarder der zuiverheid van Maria, Medehulp van Maria,
Leidsman en troost van Maria,
Die orn Maria met bijzondere genaden begunstigd zijt,
Allerreinste in zuiverheid,
Allernederigste in ootmoedigheid. Allervurigste in liefde,
Allerverhevenste in beschouwing.
Die door den H. Geest zeiven rechtvaardig
zijt verklaard.
Die in de goddelijke verborgenheden boven
anderen verlicht zijt geweest.
Die door den Engel in het geheim der
menschwording onderwezen zijt,
Die met Maria, uwe Bruid, naar Bethlemen
zijt gereisd.
Die, in de herberg geene plaats vindende,
in een stal zijt gaan vernachten, Die waardig geacht zijt bij Christus te wezen, toen Hij geboren en in een kribbe gelegd werd.
190
Die met Maria het kind Jesus in den tempel
hebt geofferd, bid voor ons.
Die op het woord van den Engel met Jesus en zijne Moeder naar Egypte gevlucht zijt,
Die na den dood van Herodes met Jesus en zijne Moeder naar het land van Israël zijt wedergekeerd,
Die het kind Jesus, te Jerusalem gebleven zijnde, met Maria, zijne Moeder, vol ~ droefheid gezocht hebt, §
Die Het na drie dagen met blijdschap ge- ~ vonden hebt, zittende in het midden der 2 Leeraars, quot;
Aan wien de lieer der heeren op aarde
onderdanig was.
Bruidegom van Maria, uit wien Jesus geboren is.
Wiens lof in het Evangelie vermeld wordt, Onze Voorspreker, hoor ons, li. Jozef!
Onze Beschermer, verhoor ons, H. Jozef! In al onzen nood, help ons, H. Jozef!
In al onze benauwdheden, help ons, H. Jozef! In het uur van onzen dood, help ons, H. Jozef! Door uwe allerzuiverste trouw, help ons, H. Jozef.
Door uwe vaderlijke zorg en teederheid, help ons, H. Jozef.
191
Door al uw arbeid en zweet, help ons, H. Jozef. Door al uwe deugden, help ons, H. Jozef. Door al uwe verdiensten, help ons, H. Jozef. Door uw eeuwig geluk, help ons, H. Jozef. Wij, die U als beschermer aanroepen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij Jesus om vergiffenis onzer zonden
wilt bidden,
Dat Gij ons aan Jesus en Maria gelievet
aan te bevelen,
Dat Gij voor alle maagden en ongehuwden
de gave van zuiverheid wilt verwerven, Dat Gij voor de gehuwden eene onbevlekte ^
trouw en heilige eendracht wilt verkrijgen, Dat Gij voor alle vergaderingen eene vol-maakte liefde en overeenstemming wilt verwerven, -
Dat Gij de huisvaders in het christelijk lt; opvoeden hunner kinderen wilt behulp- g, zaam zijn, §
Dat Gij alle oversten in het bestuur der quot; hun toevertrouwden wilt behulpzaam zijn, £ Dat Gij alle vergaderingen, die U in het bij-quot;
zonder zijn toegedaan, wilt begunstigen, Dat Gij allen, die op uwe hulp betrouwen,
altijd en overal wilt beschermen.
Dat Gij alle geloovige zielen door uwe voorbede wilt helpen,
492
Beschermer van Jesus, wij bidden U, verhoor ons. Bruidegom van Maria, wij bidden U, verhoor ons. Heilige Jozef, wij bidden U, verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, lieer.
Lam Gods, dat wegneemt wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dut wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer.
Jesus Christus, hoor ons.
Jesus Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
GEBED.
Wij bidden U, Heer! dat wij door de verdiensten van den Bruidegom uwer allerheiligste Moeder geholpen worden, opdat ons, door zijne voorspraak gegeven worde, dat wij door ons zeiven niet kunnen bekomen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
de zonden der
Litanie ter eere van de H. Moeder Anna.
Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Chiistus, hoor ons.
1
193
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontf. U onzer Ood, Heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontf. U onzer H. Anna, bid voor ons.
Grootmoeder van onzen Zaligmaker, Moeder van de H. Maagd en Moeder
Gods Maria,
Ark van Noë,
Regenboog des Verbonds,
Wortel van Jesse,
Vruchtbare Wijngaard,
Van koninklijke afkomst, ET
Blijdschap der Engelen,
g Dochter der Patriarchen, o
Vervuld met genade, °
_ Spiegel van gehoorzaamheid, §
K Spiegel van verduldigheid, quot;
Spiegel van barmhartigheid,
Spiegel van godvruchtigheid,
Bolwerk dei- H. Kerk,
Verlosseres der gevangenen.
Toevlucht der zondaren,
Troost der gehuwden.
Moeder der weduwen.
Moeder der Maagden,
Hulp der zieken,
-194
H. Anna, Haven der reizenden, bid voor ons.
Licht der blinden,
§ Tong der stommen, lt;
j= Oor der dooven, °
| Vertroosteres der bedrukten, o
^ Helpster der menschen, die U aanroepen, m Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dut wegneemt de zonden dei-
wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onze Vader, enz.
v. De Heer heelt de H. Anna bemind. a. En Hij heeft hare schoonheid liefgehad.
Gebed tot de H. Moeder Anna.
O God, die U hebt gewaardigd aan de H. Anna de genade te verleenen dat Zij verdienen zou de Moeder te worden van Haar die uwen eenigen Zoon heeft gebaard, verleen ons goedgunstig, dal wij hare gedachtenis eerende, door hare bescherming bij U mogen worden geholpen. Amen.
quot;â a
195
OEFENINGEN,
welke de Pelgrims gewoon zijn te houden in de Parochie-kerk van Oud-Kevelaar.
Afkondiging van de Overledenen, met die der twee vorige jaren, waarvoor 5 maal Onze Vader en Wees gegroet. Heer, geef hunne zielen de eeuwige rust.
5 maal Onze Vader en Wees gegroet voor de zieken, gebrekkiger, en ouden van dagen van de Broederschap, waarna: Glorie zij den Vader, enz.
5 maal Onze Vader en Wees gegroet voor diegenen, welke zich in onze gebeden hebben aanbevolen, waarna: Glorie zij den Vader, enz.
5 maal Onze Vader en Wees gegroet, om God te bedanken voor de genade dit jaar weder de Bedevaart te mogen houden, waarna; Glorie zij den Vader, enz.
7 maal Onze Vader en Wees gegroet, om den Aflaat te verdienen, achter ieder Wees gegroet: Glorie zij den Vader, enz.
196
Gaande uit de Parochie-kerk naar het Kerkhof. Smeeklied voor de Overledenen.
Wijze : O vijf wa'alds lilctva lichteH»
1. Uit de diepe boetenkolken
Dringt de weeklacht naar de wolken Al der dooden, die dit uur Lijden in liet lout'rend vuur:
Heer! ontferm IJ hunner, f En gij, Moeder der genade!
Sla hun smart'lijk zuchten gade, Ach, wil hun ten toevlucht zijn, Jn hun onuitspreekb're pijn;
Bid voor hen, Maria!
'2. Aan des levens leed ontheven,
Is aan 't lichaam rust gegeven;
Maar de ziel zij rust niet eer.
Voor zij opgaat tot den Heer:
Heer! ontferm L1 hunner, -j- En gij. Moeder der genade, enz.
3. Wil, genadig God! vergeven Wat zij tegen U misdreven.
Eindig, eindig hunne straf,
Wisch hun laatste smetten af;
Heer! ontferm U hunner, f En gij. Moeder der genade, enz.
197
4. Nóg eens voor ü neêrgebogen,
Smeeken we U : Heb mededoogen!
Voer hen uit den langen naclit In de glorie die hen wacht:
Fleer! ontferm U hunner.
En gij, Moeder der genade, en/.
GEBED.
O God, hemelsche Vader, wij bidden U, dat Gij door het bitter lijden en sterven van uwen lieven Zoon, en door de verdiensten en voorspraak van de allerzaligste Maagd Maria. en van alle Heiligen, de overledenen van ons Broederschap, van onze Processie, van onze vrienden en weldoeners, en alle zielen, die in het vagevuur zijn, tot de eeuwige gelukzaligheid wilt laten komen; Gij, die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen. v. lieer, geef haar de eeuwige rust. b. En het eeuwige licht verlichte haar. v. Dat zij in vrede rusten. Amen.
Litanie voor de Zielen in het Vagevuur.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
198
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U over de
lijdende zielen.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U
over de lijdende zielen.
God, U. Geest, ontferm U over de lijdende zielen. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U over
de lijdende zielen.
H. Maria, bid voor de lijdende zielen. H. Moeder Gods,
H. Maagd der Maagden,
H. Michaël,
Alle HH. Engelen en Aartsengelen,
Alle HH. Koren der zalige geesten, H. Joannes Baptista,
H. Jozef,
Alle HH. Patriarchen en Profeten,
H. Petrus,
H. Paulus,
H. Andreas,
Alle HH. Apostelen en Evangelisten, H. Stephanus,
H. Laurentius,
Alle HH. Martelaren,
H, Gregorius,
H. Ambrosius,
H. Augustinus,
H. Hieronimus,
cr
SI lt;
O O -!
ci-
CD
O-
CD ö
'199
Alle HH. Bisschoppen en Belijders, bidt voor
de lijdende zielen.
Alle HH. Leeraars, ö;
Alle HH. Priesters en Levieten, g
Alle HH Monniken en Kluizenaars, S?
H. Maria Magdalena,
H. Catharina, tH:
H. Barbara,
Alle HH. Maagden en Weduwen,
Alle Gods lieve Heiligen, g
vVees genadig, spaar haar. Heer.
Wees genadig, verhoor ons. Heer.
Van alle kwaad, verlos haar. Heer.
Van uwe gramschap,
Van de strengheid uwer rechtvaardigheid, Van den knagenden worm des gewetens, Van de verschrikkelijke duisternissen. Van hare tranen en zuchten, ro
Door uwe menschwording, 変
Door uwe H. geboorte.
Door uwen allerzoetsten Naam, £
Door uw H. doopsel en vasten, ?
Door uwe diepe ootmoedigheid, -q
Door uwe groote gehoorzaamheid.
Door uwe oneindige liefde.
Door uwen doodsangst en uwe smarten, Door uw bloedig zweet.
Door uwe banden en boeien,
to a
200
Dooi' uwe doornenkroon, verlos haar, Heer. Door uwen schandelijken dood, ^
Door uwe allerheiligste Wonden,
Dooi' uw kruis en bitter lijden,
Door uwe II. Verrijzenis, g
Door uwe wonderbare Hemelvaart,
Door de nederdaling van den H. Geest, o? In den dag des oordeels,
Wij, zondaars, wij bidden U, verhoor ons. Gij, die de zondares vergiffenis geschonken en den goeden moordenaar verhoord hebt, Gij, die door genade zalig maakt.
Gij, die de sleutels van dood en hel hebt, ^ Dat liet U behage, onze nabestaanden,^-vrienden en weldoeners, van de schrik- Ht
G. O-
Dat het U behage, al de overledene geloo- § vigen van hunne pijnen te verlossen, c; Dat liet U behage, U te ontfermen over^, al degenen, die geene bijzondere voor- £ sprekers in deze wereld hebben,
Dat het U behage aan allen genade te schen-
ken en haar uit hare pijnen te verlossen, o Dat het U behage, hare verlangens te ver- S vullen.
Dat het U behage, haar onder het getal
'iwer uitverkorenen te ontvangen,
Koning van ontzaglijke Majesteit,
kelijke vlammen te verlossen.
201
Zoon Gods, wij bidden U, verhoor ons. Lam Gods dat wegneemt de zonden der
wereld, geef' haar rust.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, geef haar rust.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef' haar de eeuwige rust. Christus, hoor ons.
Cliristus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
|
De prof'undis cla-mavi ad te, Domine,* Domine exaudi vocem meam. Fiant aures tua^ in-tendentes, * in vocem deprecationis mese. Si iniquitates obser-vaveris, Domine: * Domine, quis sustinebit ? Quia apud te propi-tiatio est: * et propter legem tuam sustinui te Domine. Sustinuit anima mea in verbo ejus; * spera- |
Uit de diepten roep ik tot U, o Heer: lieer, geef gehoor aan mijne stem. Laat uwe ooren luisteren naar de stem mijner smeeking. Indien Gij de ongerechtigheden gadeslaat, o I leer, wie lieer, zal bestaan? Maar bij U is vergeving, en ter oorzaak van uwe wet, o Heer, vertrouw ik op U. Mijne ziel vertrouwt op zijn woord; mijne |
202
|
â vit anima mea in Domino. A custodia matutina usque ad noctem, * spe-ret Israël in Domino, Quia apudDorninum misericordia, * et co-piosa apud eum re-demptio. Et ispe redimet Israël * ex omnibus ini-quitatibus ejus. Requiem seternam * dona eis Domine, Et lux perpetua ' luceat eis. Pater noster. v. Et ne nos inducas in tentationem. R. Sed libera nos a malo. v. A porta inferi. it. Erue, Domine, ani- rnos eorum. v. Requiescantin pace, u. Amen. |
ziel hoopt op den Heer, Van den dageraad af tot in den nacht toe, hope Israël op den Heer. Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem is overvloedige verlossing. En Hij, Hij zal Israël verlossen van al zijne ongerechtigheden. Heer geef haar de eeuwige rust. En het eeuwige licht verlichte haar. Onze Vader, v. En leid ons niet in bekoring. A. Maar verlos ons van den kwade. v. Van de poorten der hel. A. Verlos, o Heer, hunne zielen. v. Dat zij rusten in vrede. Amen. |
203
|
v. Domine, exaudi ora- tionem meam. r. Et clamor mens ad Te veniat. v. Dominus vobiscum. r. Et cum spiritu tuo. orf.mus. |
v. Heer, verhoor mijn gebed. a. En mijn geroep ko- me tot U. v. De Heer zij met u. a. En met uwen geest. laten wij bidden. |
Deus, venise largitor, O God, die ver-et humansesalutis ama-| giffenis schenkt en tor, quocsumusdeinen- de zaligheid der men-tiam tuam, ut nostrtc | schen bemint, wij smee-congregationis fratres, .ien uwe goedertieren-propinquos et bene-- held dat Gij aan de broe-factores, qui ex hoe ders, bloedverwanten sfficulo transierunt, en weldoeners onzer Beata Maria semper Broederschap, die uit Virgine intercedente deze wereld gescheiden cum omnibus Sanctis zijn, door de voortuis, ad perpetuaj bea- spraak van de zalige tidudinis consortium Maria, altijd Maagd, pervenire concedas. en van al uwe heiligen, verleen et, dat zij tot de gemeenschap der eeuwige zaligheid geraken.
Fidelium, Deus, om- O God, Schepper en nium Conditor et Re- Verlosser aller geloovi-demptor, anirnabus fa- gen, verleen aan de zie-
204
mulorum famularum- len van uwe dienaren que tunrum remissio- en dienaressen de ver-nern cunctorum tribue giffenis van alle zon-peccatoi um : ut indul- den, opdat zij de kwijt-gentiam, quam semper schelding, welke zij at-optaverunt, pils sup- tijd verlangd hebben, plicationibus uonse- dooi' godvruchtige quantur. Qui vivis et ! smeekingen verwel ven, regnas in steculo slocu- Die leeft en heerschtin lorum. de eeuwen der eeuwen.
h. Amen. a. Amen.
v, Requiem seternam i v. lieer, geef haar de
dona eis, Domine. eeuwige rust. r. Et lux perpetua lu- a. En het eeuwige ceat eis. licht verlichte haar.
v. Requiescantinpace. v. Dat zij rusten in
vrede.
r. Amen. a. Amen.
Gebed voor de afgestorvene Leden van het Broederschap.
Barmhartige Vader van al uwe kinderen, die in den hemel, op de aarde en onder de aarde zijn, ik bid U voor mijne broeders en zusters, die in het geloof aan uwe vaderlijke liefde ontslapen zijn, en nog niet de volle vruchten huns geloofs genieten. Ik weet, o God, dat al uwe daden wijsheid zijn; maar
205
Gij zult toch ook mijne bede niet versmaden ; ik mag bidden voor hen die in uwe liefde deze aai de verlaten hebben; Gij zijt nog hun Vader, zij zijn nog uwe kinderen, vrijgekocht door het bloed van uwen Zoon, bezielt hen het verlangen om zalig te worden. Ach, Vader, ik smeek U bij uwen naam van Vader, ontferm U over die lijdende zielen, laat hare reiniging kortstondig zijn, vervul haar vurig verlangen naar uw Aanschijn : dit bidden wij U om de verdiensten van Jesus Christus, uwen Zoon. Amen.
-CfeoSO------
1.
Smeekzang aan den H, Geest.
Veni Creator Spiritus.
Kom, Schepper, [leil'ge Geest! bezoek De zielen die Ge U riept;
Vervul met hemelsche gena De harten die Gij schiept.
Dien men als Trooster, als de Gaaf Des Allerhoogsten roemt;
En Levensbron, en Liefde, Vuur, Des geestes zalving noemt.
Gij, die met zevenvoude gaaf Des Vaders vinger blijkt;
En als zijn trouw beloftewoord
Den mond met spraak verrijkt.
Ontsteek de zinnen door uw licht; Stort liefde in 't harte neèr;
En naar de krankten van ons vleesch, Versterk ons altoos meer.
207
5. Verdrijf den vijand ver van ons,
Voer dra den vrede ons aan; Dat wij, aldus door U geleid.
Al wat ons schaadt ontgaan.
6. Geef dat een elk den Vader kenn'.
Met ons den Zoon belijd'.
En wij in U, als Beider Geest,
Gelooven t' allen tijd.
7. Zij God den vader lof en eer,
En zijn verrezen Zoon ;
Zij lof en eer den Trooster ook Door eeuw aan eeuw geboón.
2.
Vóór het H. Misoffer.
Wijze: Nato Deo.
I. Wie naar 't heilig altaar op komt treden, Zie daar vóór zich bij zijn smeekgebeden 't Kruis, den Berg, waar Jesus heeft geleden, En den doodkarnp voor ons heil volstreden. Laat ons ingetogen Broeders, naar deez' Kruisberg gaan, Daar onze oogen Zielsbewogen Op het godlijk offer slaan.
208
2. Schoon onblopdig, niet bij hoorbaar klagen, Als aan 't kruis in Jesus' lijdensdagen, Toch door d' eigen Zoon van Gods behagen Wordt hier 't offer voor ons opgedragen.
Laat ons, en/.
3. Hier op 't altaar wordt den Heer van 't leven Eindelooze hulde en dank gegeven ;
Hier voldaan voor't kwaad, door ons misdreven Dat wij stervend niet voor 't oordeel beven. Laat ons, enz.
4. Hier ook is het, dat we om Jesus' wonden. Om zijn dood, dien telkens wij verkonden, Onverdiend zoovéél genaden vonden :
Ach I nog heeft zijn liefde ons niet verslonden. Laat ons, enz.
5. Dat we aanbidden, danken duizendmalen. Dat we ons zoen- en smeekgebed herhalen! Hier komt Jesus uit zijn gloriezalen. â¢Ons ten heil op 't altaar nederdalen.
Laat ons, enz.
209
Na het H. Misoffer.
Wijze; Creator alme sidarum, en vele andere kerkzangen.
1. Zoo is clan 't offer van het Kruis Hier weêr gebracht in 's He er en huis; Het Lam, dat op Calvarie stierf',
Ons 't leven door den dood verwierf.
2. 't Was Jesus, onze Middelaar,
Die, offer zelf en offeraar.
Zich onder schijn van wijn en brood Voor ons den eeuw'gen Vader bood.
3. Hij bracht aan 's levens Opperheer In onzen naam oneindige eer,
Den dank aan aller gaven Bron,
Zooals geen schepsel brengen kon.
4. Hij vroeg aan God, door ons vergramd, Op ons te recht in toorn ontvlamd, Vergeving door zijn offerbloed.
En heeft ons, zondaars, weêr behoed.
5. Hij bad met onze broederschaar,
Hier neêrgeknield voor zijn altaar. Bij zijn verzoenden Vader meê,
En vroeg verhooring onzer beê.
210
6. O godlijk Lam! voor ons geslacht, U dan zij onze dank gebracht, Wij smeeken door uw dierbaar bloed, Dat Ge ons voor alle kwaad behoedt.
4.
Aan Jesus eer! Na de H. Communie.
Wijze: üat Jesus leev'!
1. x\an .lesus eer!
Zoo stijge ons dankbaar smeeken. Aan Jesus eer! door aarde en hemelsfeer, O zoete naam, dien ik nimmer kan spreken , Of 'k voel te feller in liefde me ontsteken. Aan Jesus eer! bis.
2. Aan Jesus eer!
Is 't lied der Christen scharen, Aan Jesus eer! ilem, onzen God en Heer Die al wie trouw om Hem henen vergaren. Trouw in den strijd voor zijn naam zal bewaren, Aan Jesus eer! bis.
3. Aan Jesus eer!
Mag ook de zondaar zuchter.
En tot zijn Heer ga hij rouwmoedig weêr;
211
Geenboet'ling neen! heeft zijne wrake te duchten, Hij heeft alleen in zijne armen te vluchten, Aan Jesus eer! bis.
4. Aan Jesus eer!
Is 't lied van 't zielsvertrouwen, Aan Jesus eer! roepen we immer weêr; Hoe langer toch wij zijn wonden beschouwen, Hoe méér ons ook onze zonden berouwen. Aan Jesus eer! bis.
5. Aan Jesus eer!
Is 't lied der hemelzalen, En 't Eng'lenkoor valt diep aanbiddend neèr; Dat moet heel de aard' met haar tongen talen, Dat al wat is door alle eeuwen herhalen. Aan Jesus eer! bis.
6. Aan Jesus eer!
Nog eens het aangeheven !
Aan Jesus eer! en irnmer, immer meer! Aan Hem alléén zij van nu af ons leven! Aan Hem geheel ons ten offer gegeven !
Aan Jesus eer ! bis.
7. Aan Jesus eer!
Zoo blijve ons danklied stroomen. Aan Jesus eer ! voor eeuwig onzen Heer!
T
212
Hij zélf, Hij zélf, is nu in ons gekomen, Hij zélf heeft ons tot de zijnen genomen: Aan Jesus eer! bis.
5.
Ter eere van den Zoeten Naam Jesus-
Wijze: Nato Deo.
1. Jesus' Naam, vóór de eeuwen uitverkoren. Door den Engel reeds genoemd te voren, Jesus' Naam klinkt wonderzoet in de ooren: 't Eeuwig heil is ons er door beschoren.
Heilig, driewerf heilig!
Zingen aarde en hemel saam, En herhalen Duizendmalen:
Heilig, heilig Jesus' Naam!
2. Naam van Jesus! nooit genoeg te prijzen, 't Is in U, dat aller beè moet rijzen;
't Is aan U, de hoop van jeugd en grijzen. Dat we eenparig eer en dank bewijzen. Heilig, enz.
3. Jesus, onze Jesus wilt Gij wezen,
En uw Naam wordt niet alom geprezen.
213
Is van zondaars die uw macht niet vreezen Ach, ontheiligd tot U opgerezen !
Heilig, enz.
4. Zoete Naam! mijn toevlucht in dit leven; Waar ons alle heil in is gegeven.
Waar de machten van de hel voor beven Als ik sterf, Blijf op mijn lippen zweven. Heilig, enz.
6.
Aan Jesus' H. Hart.
Wuzii: Lieve Moeder van den Heer! en vele melodiën.
1. Hart van mijn gekruisten Heer!
Beeld en bron der hoogste liefde,
Hart van Jesus, toen een speer U nog in den dood doorgriefde,
Boodt Gij water ons en bloed, Tot een dubb'len levensvloed.
2. Zaal'gend Hart van d' Offeraar! Heilfontein van liefde en leven.
Nog blijft Ge altijd op 't altaar U voor ons ten offer geven,
Zijt Ge ons. Heer! op wond're wij?,. Daar ten zoen en zielespijs.
214
Teeder Hart! voor ons doorwond, Breid uw stroomen van genade Wijder uit met eiken stond,
Dat er alle ziel in bade,
Godlijk Hart, dat eind'loos mint. En zoo weinig liefde vindt.
üeef het, Jesus! nu nog meer; Wij zijn immers U te nader.
Min'lijk Hart van onzen Heer! Sinds ons aller dierb're Vader, Die zich reeds bij U verblijdt. Ons aan U heeft toegewijd. Wij dan, hoe de vijand woedt. Wij dan blijven op U hopen,
Uodlijk Hart! oneindig goed,
Altijd voor ons, zondaars, o^en, Beeld en Bron der eeuw'ge min! Zegen ons en ons Gezin.
7.
Aan Jesus' H. Hart.
Wijze: Leo-Lied.
Wees gekend, geloofd, aanbeden,
Heilig Hart, zoo vlekloos schoon. Bron der reinste en hoogste liefde. Ons getoond door 's Vaders Zoon!
215
Mucht heel de aarde 't loflied zingen,
't Dankend lied, verruk'lijk zoet: âWees geprezen. Hart van .lesus! ) . . âHart van .lesus, wees gegroet!quot; ) 1
Met uw kruis in liefdevlammen.
Met uw wonden, diep en breed. Met uw krans van wreede doornen
Meldt gij wat mijn Jesus leedt.
Blijft gij klagend ons herhalen :
âHoe zijn Hart den mensch bemint, ,,En voor al zijn liefdegaven ) ^ âNergens wederliefde vindt.quot; )
't Heilig kruis, in vlammen stralend,
Spreekt van lijden, naamloos groot: Zegt ons, hoe de Bron des levens
Door zijn dood ons 't leven bood. Leer mij dan het kruis beminnen.
Minn'lijk Hart van mijnen God! Om U lijden zij mijn vreugde, ) ^ Om U sterven 't hoogst genot. )
Doornen, om het Hart gestrengeld.
Dat uit breede wonden bloedt, O! doorwondt ook onze harten
En ontsteekt ze in liefdegloed!
Hecht ons vaster steeds aan Jesus! Doe ons deelen in zijn smart.
216
Dan zal niets ons kunnen scheiden ) ^.s Van de liefde van zijn Hart. )
5. Laat ons schuilen in de wonden
Van uw minnend Hart, o God! Dan trotseeren wij de wereld, ,
Hellemacht en zingenot; '
Srneekend hebt Gij ons gebeden:
âGeef, o kind, uw hart aan Mijquot;,
't Wordt U blijde weggeschonken, )
U alleen beminnen wij. )
6. Niet tot ons zij dan gesproken: l!
,.Zie het Hart, dat u bemint,
âEn voor al zijn liefdegaven
âNergens wederliefde vindt.quot;
Wij, wij zullen U beminnen,
Godd'lijk Hart, zoo maatloos zoet; Wij herhalen alle dagen: )
âHart van Jesus, wees gegroet!quot;)
8.
Ter eere van Jesus' Goddelijk Hart. Æ
Wijze : Maria, mijne lieve Moeder. 1. De roos van Jesus' hartewonde,
In geur en kleur verrukk'lijk schoon, Zij roept ons toe: vermijdt de zonden. En vlucht in Jesus' liefdewoon.
217
O Hart van Jesus, voor de menschen.
Van liefde ontvlamd, aan deugden rijk; Ach, maak ons hart zoo als wij wenschen, )^.g In liefde en deugd aan U gelijk. )
2. De scherpe doornenkrans, geteekend
Om 't bloedend Hart van onzen Heer, Hij noodigt allen zoo welsprekend,
Geeft Hem uw hart en liefde weer. O Hart van Jesus, enz.
3. Het vuur, dat blakend langs de wonden
Van 't godd'lijk Hart, in vollen gloed Om 't heilig km.shout staat te branden. Doorvlamt met kracht het koudst gemoed. O Hart van Jesus, enz.
4. O Jesus, stervend weggezonken
Als in een zee van bitt're smart. Verwarm ons door uw liefdevonken. Verberg ons in uw goddelijk Hart, O Hart van Jesus, enz.
9.
Litanie tot het H. Kruis.
Bu het trekken naar het Roode Kruis, Wijze: Maria, Moeder Jesu Christ.
4. Ontferm U over ons, o Heer!
Kyrie eleison.
218
Zie, Christus! op ons smeeken neêr.
Kyrie eleison.
2. God Vader! in des hemels woon, Wij knielen neder voor uw troon.
3. God Zoon ! die met uw kostbaar bloed Voor 's werelds schulden hebt geboet.
4. God, Heii'ge Geest! die Trooster zijt. En met uw gaven ons verblijdt.
5. Drieëenig, eeuwig Opperheer!
U geven aaide en hemel eer.
6. O heilig Kruis! wees ons gegroet, ^ Bepurperd met het kostbaarst bloed, 2.
7. Wij groeten u, o eedle stam !
Gij, altaar van het godlijk Lam. 2-
8. O levensboom, wiens vrucht ons voedt, § En voor den eeuw'gen dood behoedt,
9. O zegeteeken van den Held!
Die dood en heimacht heeft geveld.
10. Die ons ook ter verwinning wenkt, O heilbanier, die vrede schenkt.
11. O sterfbed van des Menschen Zoon, Een offer- en een glorietroon.
12. O zoete troost in 's levens smart. Verkwikking voor 't gebroken hart.
219
13. O trouwe leerstoel aller deugd,
Kyrie elelson. En milde bron van zielevreugd.
Kjrie eleison.
14. O Gids op onze pelgrimsbaan !
Gij wijst den weg ten hemel aan.
15. Gij wolk bij dag, Gij licht bij nacht, Die onzen pelgrimstocht verzacht.
16. O alverwervend zoenaltaar !
Gij hoop en heil der Christenschaar.
17. Ik sla mijn blikken naar omhoog;
Gij staat in glorie voor mijn oog. ^
18. Gij zijt der zaal gen zielsgeneugt, B' Gij aller Kng'len eeuw'ge vreugd.
fD
19. Gij 't reddingsteeken na den val, g' Voorspeld van 't oud Profetental. =
20. O schepter van den Middelaar! O heilstaf der Apostelschaar.
21. Der Martelaren kracht en kroon, Hun luister en ontsterfelijk loon.
22. O vreugde van het Paradijs!
Gij, der Belijd'ren roem er. prijs.
23. Die 't Maagdenkoor in 't blanke kleed. Haar Bruidegom steeds volgen deedt.
220
24. O Rijksbanier van 's hemels Heer!
Kyrie eleison. En aller Heil'gen lof en eer.
Kyrie eleison.
25. U zweren wij voor immer trouw, En roepen, ach! vol zielsberouw;
26. O godlijk Lam! dat voor ons stierft, ^ Ons 't leven aan het kruis verwierft: S'
27. Wanneer mijn stervensuur zal slaan, Laat dan mijn ziel in vrede gaan. g'
28. Dan opeiv 't kruis in onze hand. Ons, Pelgrims 't eeuwig vaderland.
10.
Lofzang tot het H. Kruis.
(vexilla regis.)
Wijze : Vexilla Regis, of Creator alrne siderum en andere kerkzangen.
1. Des Konings rijksbanier treedt voort, Het heilgeheim van 't Kruis ontgloort. Waaraan het leven ging ter Jood,
En door den dood ons 't leven bood.
2. Het heeft, door 't staal der lans gewond. Om ons van alle smet der zond'
221
Te wasschen in dien rnilden vloed, Gestroomd van water en van bloed.
Vervuld is 't, wat in 't trouwe lied Ons Uavid toezong in 't verschiet,
Waar hij aan alle volken leert:
âVan 't Hout is 't, dat de Heer regeert!quot;
O schoone boom! die glansrijk straalt. En met des Konings purper praalt; Verkoren Stuni! lt;iie 't voorrecht smaakt. Dat Gij zoo heil'ge leden raakt.
Welzalige! aan uwe armen hing De losprijs van deez' wereldkring; Gij weegschaal, waaraan t lichaam woog. Dat aan de hel haar buit onttoog.
O kruis! dat de een'ge hope zijt.
Gegroet in dezen lijdenstijd ;
Stort heilkracht op de vromen af. En delg der boozen schuld en straf.
U, bron des heils, Drievuldigheid !
Zij lof door allen geest bereid:
Schenk wie de kruistriomf verblij', Schenk hun den glorieprijs er bij.
222
11.
Ter eere van het H. Kruis.
Wijze: Nato Deo.
1. Laat ons, Broeders 1 't heilig Kruis des Heeren, Dat ons wenkt en zegent, hier vereeren: 't Zal ons veilig op doen gaan en keeren, En den pelgrimsweg ten hemel leeren.
Door uw kruis en lijden,
Hoed ons, Heer! voor's vijands macht Wil na 't strijden Ons verblijden.
Waar Ge ons in uw glorie wacht.
2. Ach, dat wij om Jesus kruis en wonden Van al 't kwaad, door ons gepleegd, ontbonden En tot Hem van wedermin verslonden, Nu en in den dood genade vonden!
-j- Door uw kruis, enz.
3. Naar het oord, door uwe gunst beschenen Trekken, Moeder! weêr uw kinrl'ren henen Wil uw trouwe voorspraak hun verleenen Onder 't kruis met hen u weêr vereenen.
Door uw kruis, enz.
4. Daar dan weer, of wij met u het zagen, Tellen wij de striemen en de slagen,
223
Al de wonden, door uw Zoon gedragen, Hooren wij van 't kruis uw' Jesus klagen, â¢j- Door uw kruis, enz.
5. Laat het toch ons hart in liefde ontsteken. Dat we i'uv hart en Jesus hart zien breken, Hem tot (Jod in tranen hooren spreken, En verpuving voor ons, zondaars srneeken.
Door uw kruis, enz.
6. Ach! o:n 't bloed, o Jesus! toen vergoten, Om den smaad, waarmeê Gij werd verstoeten. Om den snik, uw stervend hart onschoten: Maak uw Pelgrims tot uw rijksgenooten.
Door uw kruis, enz.
7. Laat ons dit van uw gena verwerven: Dat wij uwe liefde nimmer derven ;
Dat we U zien, o Jesus! als wij sterven. Dan door 't kruis uw hemelglorie erven, -j- Door uw kruis, enz.
12.
BÃ het aanvaarden van de Pelgrimsreize.
Wijze: Nato Deo.
Heil'ge Moeder! Gouda's broederleden Komen samen, met gezang en beden,
224
U ter eer naar Kevelaar getreden: Hemelsterre! leid, leid onze schrede. Pelgrims! dat Maria Ons als heden altoos wijz',
Hoe door 't leven Heen te streven.
Naar het hemelsch Paradijs.
Heden gaan we, o Moeder zonder vlekken Weèr ter plaatse die uw liefde wekken. Gunst bij gunst op ons mocht nedertrekken. Menig uur gebed en lofzang rekken, j Pelgrims! dat Maria, enz.
3. Wil nog eens, gelijk reeds zooveel Jaren, Gouda's u getrouwe pelgrirnscharen
Op hun tocht voor lijfs- en zielsgevaren. Moeder, wil uw kinderen bewaren, -j- Pelgrims! dat Maria, enz.
4. Laat de zon ons 't bloote voorhoofd schroeien, Of de regen van de leden vloeien,
't Lange pad ons onder 't gaan vermoeien: 't Zal ons hart in hooger liefde ontgloeien. Pelgrims! dat Maria, enz.
5. Luider klinke ons loflied onder 't prijzen; Luider steeds moet onze smeekbeê rijzen :
225
Wil, o wil aan jongeling en grijzen, Moedermaagd! uw zoete gunst bewijzen. Pelgrims! dat Maria, enz.
6. Wil, Maria! wil op maagd en vrouwen, Die haar hoop met kinderlijk vertrouwen Op uw nooit-verstooten voorspraak bouwen, Met een oog van liefde nederschouwen.
j Pelgrims! dat Maria, enz.
7. Uw gebed vindt bij uw Zoon behagen:
't Zal ons troost in 's levens droeve dagen, 't Zal ons kracht bij welverdiende slagen, 't Zal ons al, wat zalig is Hem vragen, j Pelgrims! dat Maria, enz.
8.'t Dorstig hei t spoedt sneller bij't genaken Van de laafbron: wij ook, Moeder! blaken Van verlangen naar uw tempeldaken. Waar uw kind'rer; zooveel zoetheid smaken.
-]- Pelgrims! dat Maria, enz.
9. Als wij daar dan, voor uw beeld gebogen, Of vereend om uw Kapel getogen,
Of bij 't Kruis U, Moeder! bidden mogen, Sla op ons een blik van mededoogen. -J- Pelgrims! dat Maria, enz.
10. Wil voor ons de deugden die we derven, Wil gena voor alle schuld verwerven ;
226
Vraag, dat we eensin Jesus'lieftle sterven, En met U zijn hemelglorie erven.
-[- Pelgrims! dat Maria! enz.
13.
Stabat Mater.
Wijze: als het Latijn.
Naast het kruis met schreiende oogen. Stond de Moeder, diep bewogen,
Daar de Zoon te sterven hing;
En haar door het zuchtend harte. Overstelpt van wee en smalte, 't Zevenvoudig slagzwaard ging.
O hoe droef, hoe vol van rouwe,
Was die zegenrijkste vrouwe Om Gods Ãéngeboren Zoon.
Ach, hoe streed zij ! ach, hoe kreet zij, En wat folteringen leed zij
Rij 't aanschouwen van dien hoon!
Wie, die hier niet schreien zoude.
Die het grievend leed aanschouwde. Dat Maria's ziel verscheurt?
2'27
Wie kan, zonder meê te weenen, Christus' Moeder hoeren stenen,
Daar zij met haar Zoon hier treurt?
Voor de zonden van de zijnen.
Zag zij Jesus zoo in pijnen En in wreede geeselstraf!
Zag haar lieven Zoon zoo lijden,
Tleel alleen den dood kamp strijden. Tot Hij zijnen geest hergaf.
Geef, o Moeder, bron van liefde.
Dat ik voele wat u griefde.
Dat ik met u tnedeklaag';
Dat mij 't hart ontgloei' van binnen In mijn God en lieer te minnen. Dat ik Hem alleen behaag'.
Heii'ge Moeder, wil mij hooren !
Met fle wonden mij doorboren.
Die Hij aan het kruishout leed;
Ach, dat ik de pijn gevoelde Die uw lieven Zoon doorwoelde.
Toen Hij stervend voor mij streed.
Mocht ik klagen al mijn dagen.
En zijn plagen waarlijk dragen Tot mijn jongste stervenssmart.
228
Met u onder 't kruis te weenen,
Met uw rouwe mij vereenen,
Dat verlangt mijn droevig hart.
Maagd der maagden, nooit volprezen, Wil nu niet mij tegen wezen.
Laat mij treuren aan uw zij':
Laat mij al de wreede plagen En den dood van Christus dragen.
Laat mij sterven zoo als Hij.
Laat mij, in zijn kruis verslonden,
Laat zijn wonden mij doorwonden Om de liefde van uw Zoon.
Dan, in wederliefde ontstoken.
Worde ik door u voorgesproken.
Moeder, voor zijn rechtertroon.
Maak, dat mij het kruis beware,
Dat dan Christus' dood mij spare,
Dat Hij mij gena bewijz';
En als 't lichaam eens zal sterven. Doe mij dan de glorie erven Van het hemelsch Paradijs.
GEBED.
Wij bidden ü. Heer Jesus Christus, dat de allerzaligste Maagd Maria, uwe Moeder,
229
voor ons nu en in het uur van onzen dood bij uwe goedertierenheid tusschenbeide kome; zij wier allerheiligste ziel met het zwaard van droefheid doorstoken is. Door U, Jesus Christus, Zaligmaker der wereld, die met den Vader en den H. Geest leelt. en regeert in de eeuwen der eeuwen. Amen.
14.
Smeekzang tot de Moeder der Zeven Smarten.
Onder het optrekken naar het Roode Kruis.
Wijze: Stabat Mater.
1. Zie, gezegendste aller vrouwen !
Gouda's Pelgrims vol vertrouwen
Weêr eenstemmig tot u gaan ; Smeekend naar uw beêhuis trekken. Smeekend tot u de armen strekken. Hoor, ach hoor uw kind'ren aan!
2. Hoor, ach hoor ons om de smarte.
Die u sneed door 't moederharte
Bij het woord van Simeon; Hoe doorgriefde u 't vreeslijk lijden, Dat uw Jesus door moest strijden: Eer Hij dood en hel verwon.
230
Hoor, ach hoor ons om do smarte,
Die u sneed door 't moederharte,
Toen gij Beth'lein om den dood Van zijn wichtjes hoordet karmen,
En gij met uw kindje in de armen Bevend naar Kgypte vioodt.
Hoor, ach hoor ons om de smarte,
Die ii sneed door 't moederharte Bij 't verliezen van uw Kind;
Dat ge eerst na drie lange dagen.
Na veel vragen en veel klagen,
In den tempel wedervindt.
Hoor, ach hoor ons om de smarte.
Die u sneed door 't moederharte.
Toon ge uw Zoon ter dood zaagt gaan. En Hem, onder 't kruishout hijgend, Afgemarteld, nederzijgend,
't Smart'lijk oog op u zaagt slaan. Hoor, ach hoor ons om de smarte.
Die u sneed door 't moederharte.
Toen gij met uw Zoon gewond. Mét Hem al zijn pijnen lijdend.
En den wreeden doodkamp strijdend.
Onder 't bloedig kruishovr; stond. Hoor, ach hoor ons om de smarte.
Die u sneed door 't moederharte,
Toen, als alles was volbracht,
231
Gij uw Zoon, van 't kruis genomen, In uwe armen neêr zaagt komen.
Toen aan al uw kind'ren dacht.
8. Hoor ach hoor ons om tie smarte. Die ii sneed door 't moederharte,
ïoen ge uw Zoon, in 't graf geleid. Aan uwe oogen heel onttogen,
Diep bewogen neêrgebogen.
Eenzaam Moeder ! hebt besclireid.
9. Moeder dan der Zeven Smarten, Trouwe troost der droeve harten,
Sta, o sta n\v kind'ren bij,
Dat we dragen al de dagen 's Levens plagen zonder klagen.
Leer ons lijden zooais gij.
40. Maar, o Moeder, mag hot wezen. Dat zij van het ziekbed rezen
Voor wie wij ter beêvaart gaan; Dat we ons innigst zielsverlangen Op deez' pelgrimstocht ontvangen. Hoor dan, hoor uw kind'ren aan. i\. Ach, dat ik genezing vonde Van de wonde mijner zonde.
Die ik pleegde keer op keer;
Voer, o Moeder van erbarmen!
Voer mij in de broederarmen !
Van uw lieven Jesus weèr.
'232
12. Ach, dat mij uw beê verwerve, Dat ik leve, dat ik sterve
In de liefde van uw' Zoon ; Dat ik, zegenrijkste Vrouwe !
Eens uw heerlijkheid aanschouwe Waar gij zetelt naast zijn troon.
15.
Pelgrimslied ter eere van de Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria.
Gedurende de Bedevaart.
Wijze: O Koningin, vol heerlijkheid.
1. Wij groeten U, o zuiv're Maagd,
Maria!
Door wie ons 't heillicht is gedaagd,
Maria!
Moeder van Gods een'gen Zoon.
Wees gegroet op uwen troon ! â f- O help ons strijden Op alle tijden,
In allen nood tot aan den dood,
Maria!
2. O reine Maagd, o eedle bloem ! M. Vol hemelgeur, der maagden roem ! M.
233
Smettelooze heilfontein,
Als kristal zoo sehitt'rend rein!
O help ons strijden, enz.
3. O zetel, waar de Wijsheid straalt, M. quot;Waar 't eeuwig Woord is neêrgedaald, M.
Dat ons deugd en waarheid leert, In zijn kerk steeds triomfeert, j O help ons strijden, enz.
4. Geen wereld- of geen hellemacht, M. Of wat er opstond uit den nacht, M.
Heeft ooit Christus Kerk beroofd, Van de waarheid, haar beloofd, j O help ons strijden, enz.
5. Gij zijt die onbevlekte Maagd, M.
Wier moederbeê aan God behaagt; M.
Die vermogend in den strijd.
Uwer kind'ren toevlucht zijt.
-{- O help ons strijden, enz.
6. Gij, oorzaak onzer zielevreugd, M.
Wier komst heel de aarde hoeft verheugd, Moeder, onze liefdegroet [M.
Stijgt uit kinderlijk gemoed.
-|- O help ons strijden, enz.
7. Beveel ons aan uw godlijk Kind, M. Dat ons ten eind' toe heeft bemind, M.
232
12. Ach, dat mij uw beê verwerve, Dat ik leve, dat ik starve
In de liefde van uw' Zoon ; Dat ik, zegenrijkste Vrouwe !
Eens uw heerlijkheid aanschouwe Waar gij zetelt naast zijn troon.
15.
Pelgrimslied ter eere van de Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria.
Gedurende de Bedevaart.
Wijze: O Koningin, vol heerlijkheid.
1. Wij groeten U, o zuiv're Maagd,
Maria!
Door wie ons 't heillicht is gedaagd,
Maria!
Moeder van Gods een'gen Zoon.
Wees gegroet op uwen troon ! -j- O help ons strijden Op alle tijden,
In allen nood tot aan den dood,
Maria!
2. O reine Maagd, o eedle bloem ! M. Vol hemelgeur, der maagden roem ! M.
233
Smettelooze heilfontein,
Als kristal zoo schitt'rend rein! -j- O help ons strijJen, enz.
3. O zetel, waar de Wijsheid straalt, M. Waar 't eeuwig Woord is neèrgedaald, M.
Dat ons deugd en waarheid leert, In zijn kerk steeds triomfeert, j O help ons strijden, enz.
4. Geen wereld- of geen hellemacht, M. Of wat er opstond uit den nacht, M.
Heeft ooit Christus Kerk beroofd, Van de waarheid, haar beloofd, -j- O help ons strijden, enz.
5. Gij zijt die onbevlekte Maagd, M.
Wier moederbeê aan God behaagt; M.
Die vermogend in den strijd.
Uwer kind'ren toevlucht zijt.
y O help ons strijden, enz.
6. Gij, oorzaak onzer zielevreugd, M.
Wier komst heel de aarde heeft verheugd, Moeder, onze liefdegroet [M.
Stijgt uit kinderlijk gemoed.
-j- O help ons strijden, enz.
7. Beveel ons aan uw godlijk Kind, M. Dat ons ten eind' toe heeft bemind, M.
234
Dat in lijden tot den dood,
Al zijn bloed voor ons vergoot, -j- O help ons stiijden, enz.
S. O Davids toren van ivoor! M.
Wijd schitt'rend in den zonnegloor, M. L)oor de hand van God gesticht,
Waar de hellemacht voor zwicht, -j- O help ons strijden, enz.
9. Gij, Arke van het Nieuw Verbond! M. Op u is mijne hoop gegrond; M. 't Gulden Huis van d' Opperheer, Hielden de eng'len hoog in eer. -j- O help ons strijden, enz.
40. O Hemelpoorte! rijk en schoon, M. Door u kwam de ongeschapen Zoon, M.
't Eeuwig Woord, Hij werd uw Kind, Zoo zeer heeft Hij ons bemind, -j- O help ons strijden, enz.
41. O Morgensterre! lieflijk-zacht: M. Na zulk een eeuwen langen nacht M.
Kondigt gij het heillicht aan,
Dat voor 't aardrijk op zal gaan. -j- O help ons strijden, enz.
12. Gij, toevlucht der verloren ziel, M. Die jammerlijk van God verviel, M.
235
Troosteres in allen nood !
Red ons van den eeuw'gen dood. -j- O help ons strijden, enz.
43. 0 hulp van 't Christelijk gezin, M. Gij, aller Heil'geii Koningin ! M.
Toon in onzen jungsten strijd,
Dat gij onze Moeder zijt.
O help ons strijden, enz.
14. Hooi-, Moeder! op hun pelgriinsbaan, M. Hoor de u gegeven kind'ren aan; M.
Jesus iieeft hun schuld geboet,
Goede Moeder! wees gegroet, -j- O help ons strijden, enz.
15. Gegroet, Gods Dochter op uw troon ! M. Gij, Moeder van Gods eeuw'gen Zoon ! M.
Bruid van God den Heil'gen Geest! Die zijt altijd maagd geweest. -{- O help ons strijden, enz.
16.
Litanie der H. Moeder Gods.
Wijze: Maria te minnen, tout zalig genot.
1. Ontferm, lieer, U onzer en zie op ons neêr Wees ons, uwe kind'ren genadig o Heer.
236
â¢j- Maria, o Moeder,
Tot U roepen wij :
Ach, bid voor ons zondaars En sta ons ter zij.
2. Neig, lieer, naar ons smeeken goedgunstig
| liet oor:
Nu wij tot U spreken hoor ons! en verhoor ! j Maria, o Moeder, enz.
3. God, hemelsche Vader, wij komen tot U Met smeekzangen nader, ontferm U dan nu.
y Maria, o Moeder, enz.
â¢4. Verlosser der wereld, hoor ons God de Zoon: 't Gebed van ons, pelgrims, stijge op voor uw â¢j- Maria, o Moeder, enz. | troon.
5. God, Heilige Geest, ook tot U roepen wij ; Ontferm U toch onzer, en sta ons steeds bij.
-J- Maria, o Moeder, enz.
6. Eer! Glorie! den Vader, den eenigen Zoon, Den heiligen Geest in der zaligen woon.
-j- Maria, o Moeder, enz.
7. Hoor, heil'ge Maria, Gods Moeder, ons lied : Verstoot, Maagd der maagden, uw kind'ren
Maria, o Moeder, enz. [toch niet.
237
8. Wij groeten U, Moeder van Christus: Gij waart Dergodd'lijkegratie getrouw steeds op aard.
-j- Maria, o Moeder, enz.
9. Gij hebt allerreinste, o allerzuiverste op aard. Den Heiland der menschen, den Zoon Gods
-}- Maria, o Moeder, enz. [gebaard.
'10. Gij bleeft ongeschonden,Gij bleeftonbesmet: O minn'lijke Moeder, verhoor ons gebed, -j- Maria, o Moeder, enz.
11. In U, wondervolle, koos Jesus zijn woon; O Moeder des Scheppers, Gij noemt Hem uw
Maria, o Moeder, enz. [Zoon.
12. De Godd'lijke Heiland van 't mensch'lijk ge
slacht.
Eert U als zijn Moeder, dus groot is uw -j- Maria, o Moedei', enz. [macht.
13. Voorzichtige Maagd,Gij hebt God steeds be-
[haagd:
Gij zijt eerbiedwaardig, lofwaardige Maagd. -{- Maria, o Moeder, enz.
14. God weigert U nimmer, wat Gij voor ons
[vraagt;
Gij zijt goedertieren, aan God trouwe Maagd, -j- Maria, o Moeder, enz.
238
15. Rochtvaardigheidsspiegel, o Toonbeeld van
[deugd,
0 Zetel der wijsheid, Gij oorzaak der vreugd. â¢]- Maria, o Moeder, enz.
1(5. U, geestelijk Vat, prijst de pelgrim verheugd ; O Vat eerbiedwaardig om voorrecht en deugd. Maria, o Moeder, enz.
17. O Vat van devotie, geheimzinn'ge Roos, O Toren van David, Gij zijt vlekkeloos.
j- Maria, o Moeder, enz.
18. Maria, Gij Toren van kostbaar ivoor. Geleid, Gulden Huis, ons op 't hemelsche
-j- Maria, o Moeder, enz. [spoor.
19. I3id, Ark des Verbonds, bid voor ons bij uw
[Zoon.
Wees ons. Deur des Hemels de weg naar -j- Maria, o Moeder, enz. [zijn troon.
20. Gij, ster aan den hemel, verlichtonzeschreên, Behoud'nis dei- kranken, stil pijn en geween.
j- Maria, o Moeder, enz.
21. Wees, Toevlucht der zondaars, bedrukten ten
[troost.
Bid, bijstand der Christ'nen, voor ons on-Maria, o Moeder, enz. [verpoosd.
239
22. U roemen al de Eng'len hungroote Vorstin,. En de Patriarchen ais hun Koningin.
-j- Maria, o Moeder, enz.
23. Vorstin der Profeten, sta ons altijd bij: Sterk ons, Koningin der Apostelenrij.
Maria, o Moeder, enz.
24. Het leger der mart'iaars voert Gij moedig aan: Vorstin der Belijders, zie ons voor U staan.
-|L Maria, o Moeder, enz.
25. O vleklooze Moeder, der maagden Vorstin, Voer ons, uwe kind'ren, de hemelwoon in.
-j- Maria, o Moeder, enz.
26. Vorstin aller Heil'gen, Gij zijt zonder smet; Gij hebt. Onbevlekte, den duivel verplet.
-j- Maria, o Moeder, enz.
27. Nog eens stijg' de bede, uit dankbaar gemoed: Wees door ons, Vorstin van den Roz'krans
-j- Maria, o Moeder, enz. [gegroet.
28. Dat wegneemt de zonden. Lam Gods, spaar
[ons, [leer :
Verhoor ons, ontferm U, o God, meer en y Maria, o Moeder, enz. [meer.
240
â 29. Verhoor, Heer, ons bede, hooi-, Christus
[ons aan;
Ontferm, Heer, U onzer, dan zijn wij â¢f- Maria, o Moeder, enz. [voldaan.
17.
Litanie der H. Moeder Gods.
Wijze : Franciscus,o Vader,wat zetelt Gij hoog.
4. Ontferm, [Jeer, U onzen en zie op ons neèr ; Wees ons, uwe Idnd'ren, genadig, o Heer. Rkfrein. O fiid, i
O Hid bis.
Voor ons, Maria! I
(Achter iedere Strophe te herhalen )
2. Neig, Heer, naar ons smeeken, enz.
Zie bladz 236.
18.
Aan Maria eer!
Wijze; Maria leev'!
4. Maria eer! wat liefde en luister rneng'len Zich in dit hart, van alle smetten vrij! Maria eer ! u Koningin der eng'Ien, U, Moeder vol gena! u zingen wij.
241
Maria, Moeder!
Ach, hoor uw kind;
Eer aan Maria!
Die ons zoo teêr bemint. '
2. Maria eer! kornt laat ons nederknielen.
Ze is Dochter Gods, Gods Moeder Godes Maria eer! de toevlucht onzer zielen : [Eiruid. Door hare hand stort God zijn gunsten uit; Maria, Moeder! enz.
3. Maria eer! zoo ruischen de gezangen ;
En t dankend lied van Gouda's pelgrims-
| schaar.
Die telken jaar, met innig zielsverlangen. Haar heiligdom bezoekt in Kevelaar. Maria, Moeder! enz.
4. Wie meldt, wat gunst, wat heil en zegeningen,
Maria aan de pelgrims mededeelt.
Die in dit oord haar heiligdom omringen. Geknield in 't stof voor haar genadebeeld. Maria, Moeder! enz
3. Zij troost van hen, die onder kruisen zuchten. Heelt lichaamspijn, en lenigt zielesmart; Zij, bijstand van, die in haar armen vluchten. Stort balsem uit, in 't diepst gewonde Maria, Moeder! enz. [hart.
242
6. Gelukkig hij, die bij haar heul komt vragen,
Zich tot haar wendt in rampen of gevaar: Maria toont zich Moeder, alle dngen,
In ieder oord, doch 't meest in Kevelaar. Maria, Moeder! enz.
7. Maria eer! writ smarten, ziekten, kwalen.
Genazen op haar voorspraak en haar beê: Haar macht is groot haar goedheid heeft geen
[palen,
Zij heelt den zieke en schenkt haar kin-
[d'ren vreè.
Maria, Moeder! enz.
8. Komt, pelgrims, komt en zingt in blijde tonen
Maria's lof en prijst haar deugden luid, Naast Jesus' troon mag zij in Siontroonen En strekt ze op ons de handen zeegnend uit. Maria, Moeder! enz.
9. Juicht, pelgrims, juicht, zingt met de Cheru-
[bijnen.
Met 't Eng'ienkoor, Maria's lof en eer. Verheft uw zang met 't lied der Setaphijnen : Maria leef! de Moeder van den Heer! Maria, Moeder! enz.
10. Maria eer! zou ik haar ooit vergeten?
'kZonk liever neèr in 'timmer zwijgend graf;
243
En zouikeensgee'i dankbaar kind meerheeten, Breek liever dan, o God, mijn dagen af.
Maria, Moeder! enz.
12. Maria eer! zoo 'k in haar liefde leve,
'k Ben, als haar kind, voor kwaad noch
[dood beducht;
De laatste klank, die van mijn lippen zweve, Zij, Moeder! nog een teed're liefdezucht.
Maria, Moedei ! enz.
19.
Salve Regina.
Wijze : O vijf werelds klare lichten.
1. Wees gegroet, o Koninginne!
Moeder, gij vol teed're minne.
Gij, ons leven, hoop, zoo zoet,
Wees, Maria! wees gegroet.
Bid voor ons, Maria!
2. 't Is tot ü dan, dat wij vluchten.
Onder tranen en veel zuchten,
Tót u rijst ons klaaggeschal In dit aardsche tranendal.
Bid voor ons, Maria!
3. Zie wij heffen hart en oogen.
Tot u, vol van mededoogen ;
244
Gij stort balsem in het hart, Bij u vindt men troost in smart, Bid voor ons, Maria!
4. Wil, Maria, ons aanschouwen, Die vol hoop op u vertrouwen.
Smeek op uw genadetroon.
Voor ons zondaars bij uw Zoon. Bid voor ons, Maria !
5. Help ons tegen satan strijden, Die tot kwaad ons wil verleiden.
Drijf den duivel op de vlucht. Hij is voor uw macht beducht. Bid voor ons, Maria!
6. Moeder, vol van medelijden,
Geef ons in 't geween verblijden, Zaal'ge moeder van den Heer, Zie toch op uw kind'ren neèr. Bid voor ons, Maria ^
7. Bijstand, gij, in zielsgevaren, Wil voor zonden ons bewaren.
Wend de schrikb're zondestraf En Gods gramschap van ons af. Bid voor ons, Maria!
8. Als de duivel ons wil kwellen,
's Levens last ons komt beknellenj
245
Schenk ons door uw moederbeê, Zielerust en zoeten vreê.
Bid voor ons, Maria !
9. Machtig schil l bij al ons strijden,
Blijf steeds onze troost in 't lijden,
Onze toevlucht in den nood.
Nu en in 't uur van onzen dood. Bid voor ons, Maria!
10. Als we uw heil'gen naam uitspreken, Of voor uwe beeldt'nis smeeken,
Wijkt de droefheid uit ons hart. Want gij schenkt ons troost in smart. Bid voor ons, Maria!
41. O dan nu, wil voor ons spreken,
't Goedig oog slaan op ons smeeken. Gij, die altijd voor ons pleit,
Moeder van barmhartigheid!
Bid voor ons, Maria!
12. En na dit ons ballingsleven.
Toon ons Jesus, hoog verheven,
Heil'ge vrucht van uwen schoot.
Toon Hem ons bij onzen dood. Bid voor ons, Maria!
13. O gezegendste aller vrouwen,
Laat ons niet vergeefs vertrouwen.
246
Leidsvrouw richt tocli onze schreên, Naar de woon der zaal'gen heen. Bid voor ons, Maria!
14, O dan, Moeder vol ontferming.
Toon ons, kind'ren, uw bescherming, O gij Maagd, zoo vroom, zoo zoet, Wees, Maria, wees gegroet.
Bid voor ons, Maria!
20.
De XV Geheimen van den Rozenkrans.
Wijze ; Maria, Moeder Jesu Christ.
1. de vu f blijde geheimen.
1. Wij groeten u, o reine Maagd!
Ave Maria. Gij, die uw' Schepper hebt behaagd.
Ave Maria.
2. Ge ontvingt in u des Vaders Zoon,
Hij daalde in u van 's hemels troon, gt;
ngt;
3. Gij gingt een langen weg te voet,
£n hebt uw blijde Nicht begroet, p
4. Gij hebt den Redder dezer aard', ? Te Bethl'em in een stal gebaard.
247
5. Ootmoedig naar Gods huis gegaan,
Ave Maria. Boodt gij uw Zoon ten offer aan,
Ave Maria.
(5. Drie dagen trokt gij zoekend rond, Eer gij uw Jesus wedervondt.
II. DE VIJF DROEVIGE GEHEIMEN.
7. 0 droeve Moeder, vol van smart! Wat diepe wonden droeg uw hart,
8. O Moeder, welk een zielewee!
Bij 't bloedzweet in Gethseraané,
9. 0 Moeder, welk een foltering!
Bij Jesus' wreede geeseling,
10. O Moeder, welk een pijn en hoon ! 0 Uw Jesus draagt een doornenkroon,
11. O Moederhart, op nieuw doorboord! £quot; Uw Jesus sleept zijn kruishout voort,
12. O Moeder, welk een marteling!
Toen Hij aan 't kruis te sterven hing,
III. DE VIJF GLORIERIJKE GEHEIMEN.
13. Verheug u: na die lange smart:
Verrukt de vreugd uw moederhart,
14. Verrezen is des levens Heer,
Maria ziet haar Jesus weêr.
248
15. Uw Zoon ging in zijn heerlijkheid,
Ave Maria. quot;Waar Hij een plaats ons toebereidt,
Ave Maria.
16. Toen is zijn Geest op aard' gedaald. Die met zijn licht Gods Kerk bestraalt,
17. Uw Zoon zendt u een Engelrij,
En juichend voert ze u aan zijn zij',
18. Uw Zoon geeft u de gloriekroon, Nu heerscht gij op uw hemeltroon,
GEBED.
19. O gij, uw glorie ingegaan, gt;â
Hoor 't smeeken uwer kind'ren aan, 0
g
20. Bid voor de Kerk, voor Jesus' Bruid, g Straal' zijne glorie in haar uit, »'
21. Bid voor 't beminde Hoofd der Kerk, Dat Jesus hem verlichte en sterk',
22. Bid, dat uw Zoon de herderschaar, In zijn getrouwen dienst bewaar',
23. Bid, dat hun kudde tot hun vreugd, Moog bloeien, groeien in de deugd,
24. Bid, dat geen Christen Vorst of Staat, Aan 't heil van Kerk of zielen schaadt,
249
25. Weer, Moeder! alle zonde en straf,
Ave Maria, Weer alle geesels van ons af,
Ave Maria,
26. Bid, bid voor ons in allen nood,
Ave Maria. En blijf ons bij tot in den dood.
Ave Maria,
21.
Lofzang ter eere van het H. en Onbevlekt Hart van Maria.
Wijze : Wees gegroet op kindertoon, en vele melodiën.
I. VÃÃR JESUS' LIJDEN.
1. Laat nu de aarde op blijden toon 't Duizendstemmig feestlied zingen,
Reeds weerklinkt om 's Heeren troon 't Lofgezang der hemellingen;
't Ruisch' der moeder van den Heer En haar heilig Hart ter eer!
2. Spiegel, gij! van Godes macht.
Die voor de erfsmet u beveiligd.
En u onder 't aardsch geslacht
250
Zich ten woontent heeft geheiligd, Heiligdom van Gods gena,
Tempel zonder wederga!
3. Vlekloos Hart! wie zal uw lof, Wie uw zaligheid bezingen!
De Eng'len van het hemelsch hof Spieken in hun hooge kringen,
Neen zij spreken nimmer uit,
Wat dit heilig Hart omsluit
4. Voor het machtig zonnelicht Wijkt de stille sterrenluister;
Maar de zon haalt 't aangezicht En haar stralen weg in 't duister Vooi' de glorie van de Maagd,
Die aan 't hart van God behaagt.
5. Reinei' dan ooit sneeuwvlok viel. Waardig hier haar God te aanschouwen,
Was de nederige ziel Der gezegendste aller vrouwen;
Op die schoonheid zag de Heer Van zijn hoogen zetel neêr.
II. BIJ JESUS' LIJDEN.
6. Toen nu 't Woord in uwen schoot, Moedermaagd! was neêrgekcmen.
En, bereid ten offerdood,
251
Knechtsgestalt had aangenomen,
O wat hebt ge een liefdegloed In uw Moederhart gevoed.
7. Hoe was toen uw Hart verheugd, En in liefdevuur verslonden.
Want gij droegt der heem'len vreugd; Maar, o Moeder! eens ook wonden A! de stichten van de smart Uw beminnend Moederhart.
8. U doorgriefde wond bij wond Door geheel uw ïijdend leven;
Maar toen ge onder 't kruishout stondt. En uw' Zoon den geest zaagt geven, En een speer zijn zij' doorstak. Ach, wie meldt, hoe 't Hart u brak.
9. Uit dat lichaam, zoo verscheurd. Vloeit een bloedstroom voor haar neder;
Wie, wie is er die niet treurt Met een Moederhart zoo teeder: Maatloos als de onmeetb're zee. Is Maria's boezemwee.
10. Ach, droog hare tranen af.
Rijs, o K oning van het leven!
Rijs weèr uit het duister graf;
252
En van glorielicht omgeven,
Trooste uw aangezicht de smart Van 't gebroken Moederhart.
lil. NA JESUS' LIJDEN.
11. Wees, Maria! wees getroost.
Lang zal 't lijdensuur niet wezen,
Eer de derde morgen bloost,
Ziet ge uw Zoon uit 't graf gerezen, Vrij van smart en vrij van smaad, In 't onsterflijk lichtgewaad.
12. Daar, daar ziet zij reeds haar God, Haar beminden Zoon genaken.
En een nameloos genot Voelt zij nu haar Hart doorblaken. Tot Hij, in triumf gekeerd.
Aan des Vaders zij' regeert.
13. Rust'loos zucht haar minnend Hart, Nu ze op aard' nog moet verwijlen;
O! zij wil van liefdesmart Opwaarts naar heur Jesus ijlen.
Die in 's Vaders heerlijkheid Reeds haar zetel toebereidt.
14. Als het maagd'lijk Was voor 't vuur. Voelde zij haar Hart verteren,
En versmacht naar 't zalig uur.
253
Dat de stem haar roep' des Heeren; Toen kwam Jesus haar te moet, En zij stierf van liefdegloed.
Heilig Harte! vrij van smet,
Troost voor wie op u vertrouwen.
Hoor ons kinderlijk gebed, O gezegenste aller vrouwen!
Vraagt nu, vraag van 't godlijk Lam, Dat zijn liefde ons hart ontvlamm .
22.
Ter eere van Maria.
Wijze; O beeld der schoone liefde.
O beeld van 't reinste leven,
Maria, Jozefs Bruid!
Zoo wij ons hart u geven.
Gij stort uw gunsten uit. Ach, dat ik u beminne, j
In blijdschap en in smart; I Druk diep, mijn Koninginne! | Uw beeldt'nis in mijn hart.
O Josefs Bruid, mijn Moeder!
Mijn trouwe toeverlaat!
Werd niet uw Zoon mijn Broeder, Die nooit uw beè versmaadt?
Ach, dat ik u beminne, enz.
Ach, was ik rein van zonden, 0 vlekkelooze Maagd!
Ik zou uw lof verkonden,
Gelijk het u behaagt.
Ach, dat ik u beminne, enz.
'k Zou met uw trouwe scharen. En 't juichend hemelheer.
Mijn dankbaar loflied paren En jub'Ien u ter eer.
Ach. dat ik u beminne enz.
Helaas! hoe moet ik klagen.
Daar ik, onwaardig mensch,
U zóó niet kan behagen,
Als ik het vurig wensch.
Ach, dat ik u beminne, enz.
Maar 'k wil mij alle dagen.
Mijn Moeder! u ter eer.
Godvruchtige!' gedragen En dienen mijnen Heer.
Ach, dat ik u beminne, enz.
255
23.
Avondgroet aan Maria.
1. Maria's beeld, te midden
Van vroolijk flikk'rend licht, Het noodt ons, hier te bidden
Bij 't altaar haar gesticht. Komt laat ons tot haar ijlen, En biddend daar verwijlen, Maria, Maria, Moeder! zegen ons.
2. Komt, nog een kinderbede
Maria toegebracht,
En dan in 's Heeren vrede.
Den slaap weer ingewacht: Gerust en wél te moede. Vertrouwend op haar hoede, Maria, Maria, Moeder! zegen ons.
3. Wij bidden u te gader.
Bij 't einde van deez' dag: Vraag, Moeder! onzen Vader,
Wiens wakend oog ons zag. Dat Hij ons kwaad verschoone, liet goede ons eenmaal loone, Maria, Maria, Moeder! bid voor ons.
Beveilig uwe kind'ren, O Moeder! dezen nacht;
4.
256
Dan zal geen kwaad ons hind'ren,
Dan is ons slapen zacht; Dan ziet ge ons morgen weder, O Moeder, goed en teeder!
Maria, Maria, Moeder ! wees gegroet.
24.
Hulde en Bede aan Maria.
Eigen Wijze, en ook : Wien Neêrlundsch bloed
4. Komt! heffen wij een loflied aan,
Luid klimm' het op van de aard' Tot voor den troon, waar de Eng'len staan
't Zij met hun lied gepaard. Wij zingen op den toon van 't stof.
En knielen voor u néér. Wij staam'len dankbaar uwen lof, 0 Moeder van den Heer! bis.
2, Dat onze lof u niet mishaag', O Henrielkoningin!
Al is de toon van 't stof te laag,
Hij dring' ten hemel in. Wat sterv'ling, die zoovéél vermocht.
Wat haalt er bij uw eer:
Nooit is uw hulp vergeefs gezocht, O Moeder van den Heer. bis.
257
Uw ootmoed was zoo weêrgaloos,
Zoo minn'lijk in Gods oog,
Dat u zijn Zoon tot Moeder koos
En neerkwam van omhoog; O Morgenster der zaligheid!
Hij daalde op aarde neêr, De Redder, eeuwenlang verbeid, O Moeder van den Heer! bis.
In woede sloeg de ontroerde hel Om 't heil van ons geslacht.
Toen u de Aartsengel Gabriël
De hemelboodschap bracht. Hoe satan dreig' bij eiken tred,
Wij vreezen hem niet meer: Uw Zoon heeft hem den kop verplet, O Moeder van den Heer! bis.
Hoe lieflijk klonk der Eng'Ien toon Voor de eerste maal op aard'.
Toen gij, o zuiv're Maagd, Gods Zoon
In Bethl'em hebt gebaard; Het hemelkoor juichte in ons lot
En daalde om 't kribje neer: Het zag â een mensch geworden God!
U â Moeder van den Heer! bis.
Wij roepen nóg met heel de Kerk Door de eeuwen heen u aan;
258
Heeft Jesus 't eerste wonderwerk
Niet op uw beè gedaan ?
Ach, zie beschermend van omhoog
Hier op uw Uind'ren neêr, Aanschouw ons met meèdoogend oog, 0 Moeder van den Heer. bis.
7. Toen .Tesus aan hel kruishout hing,
Ons 't eeuwig hei! verwierf. Gaf Hij u aan zijn lieveling,
Eer Hij voor allen stierf; Gij werdt zijn Moeder, Hij uw kind,
Wij deelen in die eer:
En óns hebt gij als Hém bemind, O Moeder van den Heer! bis.
8. Uw Moeder is zij, pelgrimschaar!
Die u getrouw bemint ;
Zeg, zeg in alle zielsgevaar:
Ach Moeder! hoor uw kind! Zie, lieve Moeder vol genal
Zie op uw Pelgrims neêr; Uw liefde heeft geen wederga,
O Moeder van den Heer! bis,
9. Ach, Moeder van barmhartigheid!
Onttrek uw hulp ons niet; Als ons de wereld lokt en vleit En gij ons wank'len ziet,
259
Of satnn ons zijn strikken zet
Door wellust, goud of eer:
Ach, dat uw voorspraak ons dan redd', O Moeder van den Heer! bis.
Wanneer behoefte ons dreigt of drukt,
Of ramp bij ramp ons slaat; Als wat we ook pogen wreed mislukt,
Ons alle hoop vergaat;
Als ons deze aard' geen troost meer biedt,
Zie gij dan op ons neèr,
En weiger ons uw hulp toch niet, O Moeder van den Heer! bis.
Als 't albeslissend sterfuur slaat. En 's levens licht verdwijnt Voor de eeuwigheid, die opengaat
En aan de ziel verschijnt:
Ach, dat ik dan mijn brekend oog.
Mijn Moeder! tot u keer'. Uw zoeten blik ontmoete omhoog, O Moeder van den Heer! bis.
Bescherm uw Pelgrims op hun baan
En waak aan onze zij';
Hoor, Moeder! hoor uw kind'ren aan
En blijf ons altoos bij.
Wat ook ons lot zij in den tijd.
U zingen wij ter eer;
260
U zingen we eens in eeuwigheid, O Moeder van den Heer! bis.
Lofzang aan het H. Hart van Maria.
Eigen Wijze.
1.0 Maagd, o schoonheid nooit volprezen! 0 Moeder van 't oneindig Wezen!
Wat luister schittert van uw troon; De Seraf, aan zich zelf onttogen.
Juicht voor uw glorie neergebogen : 0 Koningin! wat zijt gij schoon, bis.
2. Wij derven in het aardsche duister 't Genot nog van uw hernelluister.
Maar smaken toch uw liefdegloed; De Seraf zinge uw heerlijkheden:
Wij dan, wij juichen hier beneden;
O Moedermaagd! wat zijt gij goed. bis.
3. Ach, konden onze kind erklanken
U voor de ontelb're ga\en danken, Ons toegevloeid door uwe hand; Ontvang voor al die zegeningen,
Maria! van uw gunstelingen.
Hun hart ten eeuwig liefdepand, bis.
264
4. Zie, Moeder, altoos goed en teeder!
O zie met welbehagen neder
Op 't offer van ons kinderhart;
O moog' het immer 't uwe wezen,
Geen onheil is ons dan te vreezen; Wij zijn getroost in alle smart. bis.
5. Dan spann' de wereld vrij hiiar strikken. Dan dreig' de hel ons met haar schrikken,
Wat vijand onze ziel bestrijd': Wij weten, wij, op wie wij hopen. Uw moederhart staat voor ons open,
O gij, die onze toevlucht zijt! bis.
6. Met u dan zullen wij verwinnen, Wij blijven eeuwig u beminnen,
En zien u op uw glorietroon ;
Dan zullen met de hemelkringen.
Ook wij, o Moeder! eeuwig zingen;
Wat zijt gij goed, wat zijt gij schoon ! bis.
26.
Danklied van Maria's kinderen.
Wijze: Kind'ren van Maria.
refrein. Kind'ren van Maria!
Bij uw zegevaan.
Heft nu 't Alleluja,
Heft uw danklied aan.
262
Op haar moederbede
Tot haar Zoon en Heer,
Daalt zijn liefde en vrede In de harten neêr.
Kind'ren van Maria, enz.
's Vijands legerscharen Vlieden vol van schrik;
Ons blijft zij bewaren Met haar moederblik.
Kind'ren van Maria, enz.
Haar zijn wij gegeven,
Toen haar Jesus stierf.
En ons 't eeuwig leven üoor zijn dood verwierf.
Kind'ren van Maria, enz.
Roept op al uw wegen.
Roept uw Moeder in;
Nooit, neen, zonder zegen Laat zij haar Gezin.
Kind'ren van Maria, enz.
Moeder! blijf ons leiden Naar de hemelwoon;
Breng ons, bij 't verscheiden, Tot uw God en Zoon.
Kind'ren van Maria, enz.
263
27.
De Onbevlekte Ontvangenis van Maria.
Wijze : Pius Nonus â Leo-Lied en vele melodiën.
1. Laat mij nog een lofzang wekken,
Schoonste! wie de hernel mint; Blanke Lelie zonder vlekken.
Roze, die geen weèrga vindt!
Held're ster â¢â¢lan 's hemels kimmen,
Smettelooze morgengloor!
Laat mijn zai gtoon tot u klimmen. Bloem van Juda's maagdenkoor!
2. U mocht nooit het vonnis treffen.
Dat er kleeft aan 't aardsch geslacht God wilde u den vloek ontheffen. Die ons doemt in satans macht. Hij, die vóór alle eeuw regeerde.
Heer van leven is en dood,
Hij was 't, die zijn Moeder eerde.
Toen zij werd in Anna's schoot.
3. Haar zou de eeuw'ge Geest omzweven.
En zijn Bruid mocht niet bevlekt, In wie Hij den God van 't leven.
Eens het aardsche leven wekt.
264
Goddelijk, Drieëenig Wezen!
Vader, Zoon en Heil'ge Geest! Eeuwig zij de gunst geprezen. Die Gij aan dit kind beweest.
4. Satan sloeg in nieuwe woede.
Toen hij 't vreemd geheimnis zag. En zijn nederlaag vermoedde
Dit Maria's wordingsdag.
Was hij nimmer nog geweken.
Greep hij 't kiemend leven aan: Hier, hier is zijn macht bezweken. Hier hem de eerste buit ontgaan.
5. 't Is de Maagd, van God verkoren.
Door der vad'ren stem voorzeid. Die uit Davids stam geboren
Eeuwen zuchtend was verbeid ; Zij, na zooveel bange jaren.
Zij moest in een herderstal 't Wichtje door een wonder baren, Dat de God was van 't heelal.
6. Blij dan zij haar lof gezongen.
Van geslachte tot geslacht.
Worde door ontelb're tongen
's Werelds dank haar toegebracht Zij, zij is het, die aan de aarde Heil en vrede wedergaf.
265
Want het wichtje dat zij baarde,
Sloeg ons satans kluisters af.
7. O, dat we immer met vertrouwen,
In het leven, in den dood,
Opwaarts naar Maria, schouwen.
Die haar kind'ren nooit verstoot; Waar Gods eng'len neergebogen
Staan om d' eeuw'gen glorietroon,. Deelt zij Jesus' rijksvermogen,
En beveelt ze ons aan haar Zoon.
8. Luide moet ons lied dan rijzen
Om de glorie die haar kroont,
Luide Jesus' liefde prijzen,
Die oneindig haar beloont.
Heden dan met de eng'lenkringen Juichen, wij vervoerd van min;
Maar nog aardsche bannelingen.
Roepen we ook haar voorspraak in^
9. God van eindeloos ontfermen I
Zie ons aan met vaderoog; Wil voor satan ons beschermen, Die ons vaak aan U onttoog; En gijl Moeder vol genade!
Die de helslang hebt verplet.
Vraag, dat ons geen zonde schade, Maagd! ontvangen vrij van smet»
266
28.
Jubellied aan Maria, Onbevlekt Ontvangen.
Wijze : Wees gegroet op kindertoon, en vele melodien.
quot;4. Lieve Moeder van den Heer!
Laat ons om uw zetel dringen,
Laat uw kind'ren ü ter eer 't Zielverrukkend feestlied zingen: 't Moet weerklinken luid en blij: Moeder, onbevlekt zijt gij!
2. 't Heeft reeds 't wijde wereldrond, En herscheppend, overklonken
't Woord door Pius: mond verkond; En uw kind'ren, vreugdedronken, Jub'len op uw feestgetij;
Moeder, onbevlekt zijt (Jij!
3. Neen dat loflied zwijgt niet meer: Tot aan 's werelds verste palen,
Zullen niet het hemelsch heer Al uw kind'ren 't luid herhalen, 't Woord van 't zalig jubeltij; Moeder, onbevlekt zijt Gij !
4. En we voegen dank en beê Aan de blijde feestgezangen:
267
Wie, wie dankt niet met ons meê Voor al 't heil door u ontvangen In het zalig jubeltij,
Moeder, onbevlekt zijt gij!
5. Zonnezuiv're Moedermaagd!
Om de glorie u gegeven,
Hoor ook wat ons hart u vraagt: Dat wij na een schuldloos leven Eeuwig jub'len aan uw zij': Moeder, onbevlekt zijt gij i
29.
Betrouwen op Maria.
Eigen Wijze.
4. Maria, mijn lieve Moeder,
Heb medelijden met uw kind. Gij schenkt uw Jesus mij tot Broeder;
Ach! toon dat gij mij nog bemint. De wereld wil uw kind misleiden.
O Moederlief, sta mij toch bij;
Niets mag een kind van moeder scheiden.) Reik maar uw hand en ik ben vrij.)
2. Ik zie door u den mensch herleven, Door u begint het rijk der deugd,
268
Met uwen Zoon hebt ge ons gegeven,
Den vrede Gods, de ware vreugd. De wereld, enz.
3. Wie heeft er niet door u gevonden,
Verlichting, vrede, troost, geluk? De deugd door u blijft ongeschonden, Gij trekt den zondaar uit den druk. De wereld, enz,
4. Blijf nog als Moeder mij beschermen,
In stervensnood sta nevens mij,
Mag ik ontslapen in uwe armen.
Dan vrees ik niets, dan sterf ik blij. De wereld enz.
30.
Loflied aan de Onbevlekte Moedermaagd.
Eigen Wijze.
i. Wij prijzen vol vreugde de zuiverste Maagd, In onze nooit-z wijgen de zangen ;
Haar schoonheid heeft God haren Schepper
[behaagd: Zij werd zonder erfsrnet ontvangen. O reinste der maagden ! u love mijn lied, Versmaad, ach versmaad mijne zangen toch
[niet,
269
2. Van't hoogste der heem'len zag God op u neer.
Zijn oog sloeg u liefderijk gade;
Reeds voor uw geboorte werd gij door den Heer
Vervuld met de rijkste genade; Ook bleeft gij van iedere zonden bevrijd, En immer uw Heer en uw schepper gewijd.
3. Gelijk onder doornen de lelie bekoort,
Zoo zijt gij het sieraad der vrouwen; Ach mocht ik, o Moeder van 't eeuwige Woord f
Eens al uwe schoonheid aanschouwen; O vleklooze Moeder! wat zijt gij toch schoon; Gij deelt in de glorie van Jesus' uw Zoon.
4. Nu leeft gij daaiboven in eindlooze vreugd.
Waar de eng'len u juichend omringen ; De hemel wordt thans door uw schoonheid
[verheugd. Die Cherubs en Serafs bezingen; O luister des hemels! gij schittert van licht: God zélf heeft uw troon naast den zijnen
[gesticht.
5. O maagd'lijke Moeder, o vleklooze Maagd!
Tot boven de sterren verheven, Verwerf ons die deugd, die het meest u behaagt
Geleid ons ten eeuwigen leven! Dan juichen wij immer rondom uwen troon : O reinste der maagden ! wat zijtgij toch schoon.
270
31.
Naar Kevelaar.
Eigen Wijze,
1. O Driewerf schoone dag,
zoo vurig afgebeden! Gij hoort niet langer tot
het rijk der toekomst meer! Wij zullen in uw licht
den zaal'gen weg betreden, Naar 't heilig zegenoord
der Moeder van den Heer!
REFREIN.
Naar Kevelaar, de plaats,
waar onze goede Moeder Haar gunsten mededeelt
aan ieder, die ze vraagt; Waai' zij vergeving smeekt
aan God, den Albehoeder, Dien zij zoo teeder in
haar moederarmen draagt. Naar Kevelaar! Naar Kevelaar! Naar Kevelaar!
2. O onbevlekte Maagd !
zie hoe wij nederknielen In deze heil'ge plaats,
met eerbied voor Gods troon !
271
Wij allen zijn bereid,
gezuiverd onze zielen ;
Zie, goede Moeder, zie,
wij snellen naar uw woon.
Naar Kevelaar! Naar Kevelaar!
waar onze goede Moeder, enz»
Nog slechts een weinig tijds,
en zie wij liggen allen
Voor uw genadebeeld
ootmoedig in het stof;
Dan zal uir, aller borst
de schoone juichtoon schallen ::
Maria-Kevelaar
zij glorie eer en lof.
Naar Kevelaar ! Naar Kevelaar !
waar onze goede Moeder, enz.
Dan zal uw moederblik
ons aller hart verrukken;
Die lach, als honing zoet,
die 't kinderhart zoo streelt;.
Maar ook wij zullen daar
dan onze lippen drukken
Met warme geestdrift op
uw heilig wonderbeeld.
Naar Kevelaar! Naar Kevelaar!
waar onze goede Moeder, enz.
272
1). Zend dus uw zegen af!
o hoor toch onze beden, Bescherm ons op de reis,
keer van ons e!k gevaar. En leid ons aan uw hand,
naar 't zoo bekoorlijk Eden, Waar gij vereerd wilt zijn,
naar 't heilig Kevelaar.
Naar Kevelaar! Naar Kevelaar!
waar onze goede Moeder, enz.
32.
Feestlied op Maria-Tenhemelopneming.
Wijze : Nato Deo.
4. Laat ons blij Gods lieve Moeder eeren: Zij zal de oogen liefd'rijk tot ons keeren: Wat we ootmoedig in 't gebed begeeren Met ons vragen voor den troon des Heeren.
Moeder, hoogverheven!
Ach, verwerf ons bij uw Zoon.
Als wij sterven,
Dat wij erven 't Eeuwigdurend hemelloon.
:2. Ze is verheugd ten hemel opgenomen; Al de zaal'gen doen hun zangen stroomen
273
Haar ter eer; hoe zou een kind nu schromen, Heden voor naar moedertroon te komen.
-j- Moeder, hoogverheven! enz.
3. Moeder nog, gelijk zij was op aarde, Heerscht zij naast den Zoon, dien zij ons baarde; Smaakt zij 't loon, dat zij zich hier vergaarde, Die zijn woorden in haar hart bewaarde.
7 Moeder, hoogverheven! enz.
4. Hij, die imar tot Moeder heeft verkoren. Die haar Zoon is, uit haar schoot geboren, Die haar nu zijn glorie hoeft beschoren: Hij: Hij znl haar moederbeé verhooren.
-J- Moeder, hoogverheven! enz.
5. Welk een macht en liefde hier verbonden ! Die om strijd uit duizend duizend monden Al de heem'len en deze aard verkonden: Wie, wie bad en heeft geen hulp gevonden ?
-{- Moeder, hoogverheven, enz.
6. Wij dan. Gouda's oude broederleden. Komen, heil'ge Maagd en Moeder, heden, Juichend, vol vertrouwen toegetreden Met een krans van kinderlijke beden.
â }quot; Moeder, hoogverheven ! enz.
7. Wees geloofd, o Moeder! nooit volpreren. Luistervol, ten glorietroon gerezen;
274
Moeder Gods! van eeuwig uitgelezen; Ja, gij zult ook onze Moeder wezen, -j- Moeder, hoogverheven! enz.
33.
Ter eere van den H. Naam van Maria.
Eigen Wijze.
1. Uw' zoeten naam,
Maria, 'k heb dien 't eerst geweten;
Uw' zoeten naam Aanriep ik reeds de handjes saam. Nog staamlend in de wieg gezeten; En 'k zal in 't doodsuur niet vergeten Uw' zoeten naam.
2. Uw zoete naam
Is allerliefst muziek in de ooren;
Uw zoete naam Is meer dan honig aangenaam. De duiv'len kunnen hem niet hooren; Hij is het werk der uitverkoornen Uw zoete naam.
3. Uw zoete naam
Staat eeuwig in mijn hart geschreven, Uw zoete naam Is zielespijs en drank te saam.
275
Hoe troostelijk verlaat ik 't leven!
Nog op mijn doode lip zal zweven Uw zoete naam.
34.
Ave Maris Stella.
Bij alle feestgelegenheden.
Wijze: 0 Deus, ego amo te; of: Creator alme siderum, en andere kerkzangen.
4. Gegroet gij, Sterre van het meer! Verheven Moeder van den Heer,
En altoos Maagd ; gij hemelpoort,
Die ons 't verbeide heil beschoort.
2. Wat Gabriel u heeft verkond,
Neem 't A v e van zijn Eng'lenmond;
Keer E v a's naam ten zegengroet,
Dat ge ons in vrede vest en hoedt.
3. Wil zondaars van hun boei ontslaan. Breng voor de blinden 't heillicht aan; Verdrijf ons kwaad met alle straf,
Smeek al het goede voor ons af.
4. O toon ons, dat gij Moeder zijt,
Dat Hij, die zich uw Zoon belijdt,
Door u eens tot ons heil gebaard,
Door u ook ons gebed aanvaard'.
276
5. Der Maagden zonderlinge bloem, Zachtmoedige! der zacliten roem,
Ik bid, dat ge onze schuldboei slaakt, Zachtmoedig ons en zuiver maakt.
6. Verleen een reine levensbaan,
Beveilig 't pad waarop we gaan,
Opdat wij, Jesus ziend', verheugd
Te saam steeds juichen in zijn vreugd.
7. Zij God den Vader lof en eer,
Met Christus, d' allerhoogsten Heer;
Zij de eigen roem den Geest bereid. Den Drie ééne eer in eeuwigheid!
35.
Lofzang ter eere van Maria.
Wijze: Maria, Moeder Jesu Christ.
ave regina coelorum.
1. Gegroet, o Hemelkoningin !
Ave Maria.
Gegroet, der Engelen Vorstin!
Ave Maria.
2. Heil u, o spruit! o zaal'ge schoot! gt; Waaruit der wereld 't licht ontsproot. ^
3. Wees, glorierijke Maagd! verblijd, » Die onder allen 't schoonste zijt. S'
277
4. üegrnet, o gij, zoo vol van eer!
Ave Maria. En bid voor ons bij God den Heer.
Ave Maria.
REGINA UOELI.
5. Verblijd u, 's hemels Koningin I
Alleluja!
Want dien gij droegt vol moedermin !
Alleluja!
0. Hij, naar zijn woord, slond op uit 't graf, ^ Bid God arenade voor ons af'. =
O CD
7. De Heer verrees: o wees verblijd,
Maria! die zijn Moeder zijt. ?
ALMA REDEMPÃORIS MATER.
8. Verheven Moeder, uit wier schoot
Ora pro nobis. Ons aller Zaligmaker sproot;
Ora pro nobis.
9. Gij, Hemelpoort! die open staat, Gij, Zeester! die ons niet verlaat,
10. Breng 't vallend volk, dat op wil staan, ? Breng gij het uwen bijstand aan. ^
11. Die, waar natuur verbaasd op staart, 3 Uw heil'gen Schepper hebt gebaard: s
12. Gij, Maagd, zoo vóór als na dien stond, Ht Neem 't Ave van des Engels mond, quot;
278
43. En zie, o Moeder van den Heer!
Ora pro nobis. Ontfermend op ons, zondaars, neêr.
Ora pro nobis,
36.
Afscheidslied.
Wijze; Wees gegroet op kindertoon, en vele melodien.
4. Wees nog eens, o Kruis, gegroet, Zielverkwikkend liefdeteeken!
Dat, besproeid met godd'lijk bloed, Nog voor ons gena blijft smeeken, Troostend zijt ge ons voorgegaan. Wees gegroet, o zegevaan !
2. Weest aan 't eind van onzen tocht, Weest gegroet, geliefde vanen!
'k Heb zoo vaak het beeld gezocht. Dat er wegdook in uw banen:
't Vriend'lijk beeld, dat ons behaagt, Van de lieve Moedermaagd.
3. Wees van Gouda's pelgrimschaar. Eer zij uittreedt uit haar rangen,
Voor uw plechtig feestaltaar.
Wees met nog vereende zangen,
279
Die de liefde stijgen doet,
Wees, o Moedermaagd! gegroet.
O die zoete bedevaart!
O die zangen en dat srneeken!
Dat ons ophief boven de aard', 't Smart ons dat we 't onderbreken. Hier reeds de optocht zich ontbind, En ik straks de wereld vind.
Ziet ge. Pelgrims! 't Kruis niet meer, Dat uw wenkte voor uw rijen:
Onder 'z Kruis toch van den Heer Blijven we al ons leven strijen; U, te beêvaart, u te huis Volgen wij, o dierbaar Kruis!
Zien we, o teed're Moedermaagd! In uw gouden feestbanieren.
Nu het uur der scheiding daagt.
Niet uw naam of' beeld meer zwieren: U wijdt Gouda's huisgezin,
U een eeuw'ge kindermin.
Wordt niet bij den schittergloor Van ontelb're vlammentongen,
Niet met duizendstemrnig koor.
Moeder Gods! uw lof gezongen:
280
Afstand scheidt de harten niet, Die gij voor « branden ziet.
8. Toeven 's werelds zorgen weer, Dreige weer 't geweld der zonden;
Gij, o Moeder van den Heer!
Is de beèvaart ook ontbonden.
Waar de pelgrimschare zij.
Gij toch blijft uw kind'ren bij.
9. Broeders! neen, 't ontga ons niet: Pelgrims zijn we heel ons leven,
Hij, die 's hemels rust u biedt. Heeft als vreemd'ling hier verbleven: Goddelijke Pelgrim ! Gij,
Blijf ons, aardsche Pelgrims, bij!
37.
Danklied na de Bedevaart.
Wijze: Nato Deo.
Heil'ge Maagd ! weêr zien deGouwschezoomen Uwe pelgrims blijde weêrgekomen,
Die uit dank, niet langer in te toornen. Heden om Gods altaar samenstroomen. -{- Gij waart onze Sterre,
Op de heil'ge pelgrimsbaan ;
281
Met behagen,
Al die dagen,
Zaagt ge ons uit den hemel aan.
2. Heil'ge Maagd en Moeder! hoor dan heden. Hoor de vuur'ge dank- en smeekgebeden. Aan ons brandend pelgrirnshart ontgleden, Zegen ons, nvv trouwe broederleden !
Gij waart onze Sterre, enz.
3. Koningin der zaal'ge hemelhoven !
Waar uw gloriezangen nooit verdooven. Duld, dat we u, met de Eng'len Gods daarboven,
Schoon dan ook in zwakke klanken loven, -j- Gij waart onze Sterre, enz.
4. Teed're Maagd en Moeder onzes Heeren! Die we als toevlucht voor ons zondaars eeren, Gij, gij bleef't Gods strafzwaard van ons weren. Gij ook deedt tot Hem ons wederkeeren.
-j- Gij waart onze Sterre, enz.
5. Goede Moeder! moge uw liefde ons geven. Dat we nu van alle schuld ontheven. Slechts voor 't één, wat noodig is hier leven, Dag aan dag naar hooger godsvrucht streven.
-j- Gij waart onze Sterre, enz.
'282
6.Reine Maagd! wij weten 't van ;t verleden, Zwak zijn wij en wankel onze schreden, Toon ons 't pad, waarop wij veilig treden, Trouwe Moeder! sterk ons door uw beden.
â¢j- Gij waart onze Sterre, enz.
7. Moedermaagd en Hemelkoninginne !
't Zij mijn dank, dat 'k vurig nu beginne, Wat er zondig in mijn is verwinne, U getrouw en altoos meer beminne.
quot;iquot; Gij waart onze Sterre, enz.
38.
Smeeklied tot den H. Jozef.
Wijze : Moeder Gods de dankb're bede,
1. Heil'ge Jozef, vol betrouwen
Brengen we U ons need'rig lied:
Want van aangenomen kind'ren
Smaadt ge 't dringen smeeken niet. -j- Waker van den kleinen Jesus, ) , . Trouwe leidsman zijner jeugd: ) 1S' Bruidegom van 's Heeren Moeder,) .. Leid ons op het pad der deugd. ) 1S'
2. Mogen we altijd Jesus volgen.
Van de wieg tot aan het graf,
283
Die van ootmoed en van liefde Ons het schoonste voorbeeld gaf. -j- Waker van den kleinen Jesus, enz.
3. Ach, bescherm ons heel ons leven, Sta ons bij in ramp en smart:
Toon ons altijd, beste leidsman.
Toon ons steeds uw vaderhart. Waker van den kleinen Jesus, enz.
39.
Bede aan den H. Jozef.
Wijze : Vaarwel, vaarwel wij scheiden.
1. O Jozef! Voedstervader
Van Jesus, onzen Heer,
Wij treden biddend nader.
En knielen voor u neêr;
Want in uw vaderarmen
Draagt gij het godlijk Kind;
't Zal onzer zich erbarmen.
Wijl 't uw gebed bemint.
2. Wil, Jozef! voor ons vragen.
Dat wij in 's levens lot Ons naar zijn wil gedragen.
Getrouw aan zijn gebod.
284
Wil door uw beè verwerven.
0 trouwe toeverlaat!
Dat wij den hemel erven,
Als eens ons sterfuur slaat.
3. Wij srneeken u te gader,
Patroon van Jesus' Kerk!
Blijf, Jozef! ons ten vader,
Ten steun bij al ons werk :
Vraag ons, met .Jesus' Moeder,
Zijn hulp in allen nood,
En blijf ons trouw ten hoeder, Van nn tot in den dood.
40.
Loflied aan de H. Moeder Anna.
Wijze : Wees gegroet op kindertoon, en andera wijzen.
1. Moeder Anna! luid en blij Moet tot u mijn loflied rijzen;
Moeder van Gods Moeder, gij, 'k Moet uw nieuwe glorie prijzen; Straalt er op de dochter eer, 't Schittert op de moeder weêr.
2. Ver reeds al de lichtstraal schiet. Vloeit van duizend dankb're tongen.
285
't Nauw-verkondigd zegelied;
't Wordt door de Eng'len ineêgezongen, 't Godlijk-stil geheimenis,
Dat in u voltrokken is.
3. Wonder zonder wederga!
Vlekloos hebt gij haar ontvangen,
Door uws Hoeren heilgena,
't Kind dat ge aan uw hart mocht prangen, Anna! ja alleen uw kind,
Is aldus door God bemind !
4. En ik zon niet luid en blij U in uwe dochter prijzen ;
Moet niet alle eeuwen rij 't Loflied voor U op doen rijzen?
Wie is als uw vlekloos kind.
Wie ooit heeft als zij bemind?
5. Van uw dochter zonder smet Straalt de weerglans op u neder;
Keert, o Anna! uw gebed Tot haar Zoon ooit vruchtloos weder? Moeder van Gods Moeder gij,
Bid dan, Anna ! bid voor mij.
286
41.
Lofzang ter eere van den H. Johannes den Dooper,
Patroon der Stad Gouda.
Wijze: Lieve Jesus, en andere melodiën.
1. Sint Joannes, wij verheffün
Uwen lof, o Boetgezant!
Mart'laar, grootste der profeten,
Jesns' heil'ge bloedver want.
2. Zouden wij u niet vereeren !
Jesus heeft met eigen mond U geprezen op deze aarde,
En uw hoogen lof verkond.
3. Nog in moeders schoot omsloten,
Sprongt gij op, van vreugd vervuld. Eer ge 't levenslicht aanschouwdet,
Reeds gereinigd van de schuld.
4. Hoe verstorven was uw leven
In uw vroegsten levenstijd ;
Gij, profeet des Heeren, preektet 't Doopsel der boetvaardigheid.
5. Dooptet gij in den Jordaan niet?
Roepend luide in de woestijn: ,,0 bereidt den weg des Heeren,
âDat zijn paden effen zijnquot;.
287
6, Spot Herotles met Gods wetten,
Durft hij doen, wat God verbiedt, Gij bedreigt hem en vermaant hem En vreest 's konings wraakzucht niet.
7. Onverschrokken sterft ge, 't offer
Van'Herodes euvelmoed;
En zoo wint gij in den kerker 's Hemels loon in eigen bloed.
8. Groot zijt gij thans in den hemel.
Groot waart ge eenmaal hier op aard;. Geen der zonen van de vrouwen Heeft u ooit geëvenaard.
9, Gij, Joannes, hebt eens Jesus
Met den vinger aangetoond;
Spreek voor ons bij Hem ten beste. Nu gij naast zijn zetel troont.
42.
Lofzang ter eere van den H. Vader Pranciscus.
Wijze : Sur ceite colline.
4. Franciscus, o Vader,
Wat zetelt gij hoog!
288
Duld, dat ik u nader, Met blijdschap in 't oog, Ave, ave, o Vader, ave ! bis.
Ik hoorde op onze aarde Den lof' uwer deugd ;
Nu zie ik haar waarde, De hemelsche vreugd. Ave, enz.
Ik hoorde gewagen Van cel en van kluis.
Van lijden verdragen, Van lieftle voor 't kruis Ave, enz.
En thans is de woning Der eng'len uw woon,
't Verblijden belooning. Het kruis uwe kroon. Ave, enz.
Ik zag u in 't leven Vernederd, bespot;
Thans zijt gij verheven, Nu heerscht gij bij God. Ave, enz.
289
6. Frar.ciscus, zoo heilig,
Bij God onze tolk,
Bewaar ons, beveilig Ons, bid voor uw volk! Ave, enz.
43.
Smeeklied tot den H. Vader Franciscus.
Eigen Wijze.
1. 0 Franciscus, o Vader der armen,
O Franciscus, bid voor ons! O Franciscus, o wil u erbarmen,
Heil'ge Vader, zegen ons! Sla uwe blikken, zoo lieflijk, zoo teeder, Op uwe kind'ren uit 't hemelrijk neder; O Franciscus, bid voor ons! Heil'ge Vader, zegen ons!
2. 0 Franciscus, in deugden verheven,
O Franciscus, bid voor ons: O Franciscus, o let op ons streven, Heil'ge Vader, zie op ons!
Help ons én ons én de wereld verachten, Doe ons de liefde van Jesus betrachten; O Franciscus, bid voor ons! Heil'ge Vader, zie op ons!
290
3. O Franciscus, verkrijg ons genade,
O Franciscus, bid voor ons!
O Franciscus, bewaar ons voor schade, ^
Hei'ge Vader, wees met ons!
Machtige vriend van den hemelschen Vader,
Wees onze helper, beschermer en rader; O Franciscus, bid voor ons!
Heil'ge Vader, wees met ons!
44.
Franciscus het toonbeeld van deugd. ^
Wijze : Juicht nu blijde Sion's koren,
1. Laat uw zang door Sions zalen,
Seraphijnen, luid herhalen;
't Zal een heerlijk loflied zijn Van een and'ren Seraphijn,
Van Franciscus, om zijn deugden Thans beloond in de eeuw'ge vreugden;
Om zijn diepe ootmoedigheid 5
Is hem 's hemels loon bereid,
2. Verre boven 's levens rozen Heeft hij de armoede uitgekozen,
Haar verkiest hij tot zijn bruid,
Haai' verheft en prijst hij luid.
Hij zoekt zijn geluk in deugden,
Niet in zondige aardsche vreugden.
291
En om zijn gehoorzaamheid Looft hem ieder wijd en zijd.
Hij wil naar volmaaktheid streven, Volgens 't Evangelie leven,
En gelijk in smart en pijn Aan zijn dierb'ren Heiland zijn. In een harig kleed van boeten. Zonder schoeisel aan de voeten, Vraagt hij, beedlend, zonder trots Orn zijn brood ter liefde Gods.
Om de zondaars te bekeeren, Hun hot pad der deugd te leeren, ITeeft hij leven, alles veil.
Tot hun eeuwig zieleheil.
Door zijn voorbeeld en zijn leering Volgt hem menig in ontbering.
Zoekt geluk en glorie blij In Franciscus' boetepij.
Heil'ge Seraphijnsche Vader,
Hoor, wij treden biddend nader, Wij vertrouwen op uw beè,
Deel ons uwen zegen mee. Bid, dat wij toch in ons leven Niet ons hart aan 't aardsche geven Maar aan God, aan God alleen, Leid ons naar den Hemel heen!
292
45.
Heiland, wie kan zonder smart.
Wijze ; Laat nu de aarde op blijden toon.
1. Heiland, wie kan zonder smart Aan het Kruishout U aanschouwen?
Sint Franciscus voelde 't hart Op 't gezicht uws lijdens rouwen,
Als hij dankbaar, dag en nacht, Aan uw liefde en lijden dacht. bis.
2. Hij vond zijn geluk en troost In uw heilige vijf wonden,
En dan riep hij onverpoosd; âO ondankbaarheid der zonde!
âJesus, hoe bemint Ge uw kind, âEn uw liefde is niet bemind!quot; bis.
3. In uw wond van 't God'lijk Hart Rustte Sint Franciscus veilig,
Overwoog uw liefde en werd Seraphijn van liefde en heilig;
God'lijk Hart! Gij waart zijn vreugd En zijn spiegel voor de deugd. bis.
A. Niet in eer die de aarde biedt,
Maar in ü, zocht hij zijn glorie,
And're roem behaagde 'm niet Dan op 't Kruishout der victorie;
293
Daag'lijks meer aan U gelijk,
Werd hij ook uw gunsten rijk. bis.
5. Hij zag U omstraald van licht Op Alverr.e in God verslonden:
Hij verrukte op dat gezicht En ontving vijf heil'ge wonden,
Aan de zijde, hand en voet,
In zijn hart een liefdegloed, bis.
6. Feller werd zijn liefdesmart.
Liefde en lijden was zijn streven ;
Met een liefdezucht in 't hart Nam hij afscheid van dit leven.
Thans mint hij in eeuwigheid, 's Hemels vreugd is hem bereid, bis.
46.
Smeeklied tot den EL Willibrordus, Apostel en Patroon van Nederland.
Wijze; Creator alme siderum en andere kerkzangen.
1. O Willibrord ! die van omhoog Ons gaslaat met beschermend oog,
Hoor 't nageslacht der vad'ren aan. Met wie gij zélf hebt omgegaan.
294
2. Zie Neêrland aan, uw roem en kroon,
Gij! onze Apostel en Patroon!
Hier hebt gij, moedig Godsgezant, gj
Hier Jesus' heilbanier geplant. ^
3. Hier half een eeuw zijn naam verbreid.
Zijn Bruid een' zetel toebereid,
Hier door uw ijver en gebed Mijn vad'ren uit den dood gered.
4. Ach! elfmaal ging een eeuwkring rond.
Sinds gij hier satans rijk verwont, 2.
En nu! ach meer dan 't half geslacht â Het zonk terug in 's vijands macht.
5. Geliefde Vader en Patroon! 3. Zie Neêrland aan, uw roem en kroon.
Bid, Wiliibrord! bid bij den Heer,
Dat al wie doolt eens wederkeer'.
4
6. Ach, voer hen met uw trouw gezin.
Ach, voer ook hén uw glorie in:
O gij, die 't kruis hier hebt geplant.
Bid voor uw dierbaar Nederland!
5.
295
47.
Jubellied aan de HH. XIX Martelaren van Gorkum.
Wijze: VexiUa Regis prodeunt, of Creator aline siderum, of Lucis Creator optime, en andere kerkzangen,
1. Tot u, o Gorkums Heldental!
Weerklinke luid mijn lofgeschal;
ïot u, door wie mijn ziel ontgloeit, Van dankb'ren jubel overvloeit.
2. Gedenk ik, hoe ge op onzen grond Uwe onverwelkb're kroonen wont, Dan juich ik bij uw heldenmoed :
Ook ik ben van uw Neèrlandsch bloed.
3. Ik juich, daar ge in den dood niet buigt, Maar trouw voor 't hoofd der kerk getuigt, En nu, door Pins' hand gekroond,
Als Heil'gen in Gods glorie troont.
4. Ik juich, als gij zoo onversaagd Maria Moeder prijst en Maagd En onze en 's hemels Koningin :
Verrukt stemt heel mijn ziel het in!
Maar sterft gij voor 't Geheimenis,
Waar Jesus zelf ons voedsel is. Dan, naamloos is mijn ziel verblijd.
Dat ik het ook met u belijd.
296
6. Dat ik met u één God, één Heer, Ãén Geest, één lichaam, doop en leer In de ééne Moederkerk beken.
En onverdiend haar kind ook ben.
7, Drie eeuwen vloden sedert heen.
En ons en uw geloof is één;
O voer' het, bij één hoop, één min, Ook ons uw Kerk der glorie in!
48.
Loflied ter eere van de H. Liduina.
Wijze; Pius Nonus â Leo-Cantate en andere melodien.
1, Pelgrims, juicht in jubeltoonen.
Zingt ter eere van de maagd.
Die na lijden en beproeving
Thans de kroon der Heil'gen draagt. Hoe verblijdend was de tijding,
Die uit Rome tot ons kwam:
In de rij der hemellingen
Juicht Liduina van Schiedam.
2. Wordt de held vaak hoog verheven
Om zijn dapperheid en moed.
Of een koningstelg geprezen
En geëerd om 't geen hij doet;
297
Grooter lof verdient Liduina,
De getrouwe en zuiv're maagd, Die om haar geduld in 't lijden Steeds aan Jesus heeft behaagd.
Aan den dienst van God verbonden
Reeds in hare prille jeugd,
Is zij in haar schuldloos leven
't Toonbeeld op het pad der deugd. In de zaal'ge rij der maagden
Zingt zij nu het hemelsch lied: 't Lijden is in vreugd veranderd En in glorie het verdriet.
Zie Liduina, in den hemel
Om uw deugden hoog in eer. Op den vaderlandschen bodem,
Zie op Neèrlandsch Christ'nen neêr. Bid, dat wij, uw voetspoor drukkend,
Steeds volharden in de deugd: Dan wacht ons na kruis en lijden Ook de zaal'ge hemelvreugd.
49.
De Zuiverheid.
Eigen Wijze.
Laat de wereldling hier pralen Met zijn goud en keurgesteent;
298
Wat kan bij de schoonheid halen,
Die de zuiverheid verleent? Si
REFREIN. .
1.
Aller monden,
Zij verkonden Luide uw lof, o zuiverheid.
Aardsche luister Is als duister,
Waar ge uw hemelglans verspreidt.
2. Helpt ons elke deugd genaken
Tot der Heil'gen gloriehof:
Hier een mensch ten engel maken, 2.
Zuiverheid dat is uw lof.
3. Weerschijn is des menschen wezen
Van Gods eigen beeltenis;
Maar wie doet haar schooner lezen
Dan de ziel die zuiver is? 3
4. O besmeuren wij toch nimmer
Die zoo teedere eng'lendeugd;
Maar bewaren wij haar immer.
Ons ten luister en ten vreugd.
4.
299
50.
Smeeklied voor de Overledenen.
Wijze: O vijf wevelds klare lichten!
1. Uit de diepe boetekolken
Dringt de weeklacht naar de wolken Al der dooden, die dit uur Lijden in het lout'rend vuur:
Heer! ontferm U hunner.
En gij, Moeder der genade!
Sla hun smart'lyk zuchten gade. Ach, wil hun ten toevlucht zijn, In hun onuitspreekb're pijn; Rid voor hen Maria 1
2. Aan des levens leed ontheven,
Is aan 't lichaam rust gegeven;
Maar de ziel! zij rust niet eer.
Voor zij opgaat tot den Heer:
Heer! ontferm U hunner, f En gij, Moeder der genade, enz.
3. Uit Gods ademing ontsproten.
Uit zijn leven voortgevloten,
Is voor haar geen heilgenot Dan in 't blij gezicht van God: Heer! ontferm U hunner, f En gij. Moeder der genade, enz.
4. Wat al smart de ziel ook drage, Hoe de wroeging rustloos knage.
300
Verre van haar God te zijn, Is haar de allerfelste pijn!
Heer! ontferm U hunner. En gij, Moeder der genade, enz.
5. Hoe doorfolterd ook van binnen, God toch, God alléén beminnen
En Hem derven !... wat gemis!.. Groot, ach! als Gods glorie is: Heer! ontferm U hunner. En gij. Moeder der genade, enz.
6. Of zij zuchten, smeeken, kermen. Rustloos roepen om ontfermen.
Neen; het baat bij Gods gemis, 't Baat hun tot geen lafenis:
Heer ! ontferm U hunner. -}- En gij. Moeder der genade, enz.
7. Zij dan, in hun onvermogen,
Klagen ons met smeekende oogen:
âWist gij, die op aarde zijt,
âWist gij, wat een ziel hier lijdt!' Heer ! ontferm U hunner, -}- En gij, Moeder der genade, enz.
8. Zij, ach! die zoo droevig klagen,
't Zijn onze ouders, kind'ren, magen
301
't Is een ziel, die ons het wyt, Dat zij zooveel smarten lijdt!... Heer! ontferm ü hunner, f En gij, Moeder der genade, enz.
9. God, o God! wil toch bevrijden Die door mijne schuld zoo lijden, Ach, dat deze pelgrimstocht Aller straf volboeten mocht! Heer! ontferm U hunner, f En gij. Moeder der genade, enz.
10. Wil genadig God! vergeven Wat wij tegen U misdreven.
Eindig, eindig hunne straf, Wisch hun laatste smetten af: Heer! ontferm U hunner. En gij. Moeder der genade, enz.
11. Laat hen, die toch U beminden Laat hen nu ontferming vinden:
Om het lijden van uw Zoon, Geef hun 't langverbeide loon: Heer! ontferm ü hunner. -}⢠En gij. Moeder der genade, enz.
12. Geef hun, die in kerkernachten Naar uw vaderblik versmachten.
302
Geef hun in uw aangezicht De eeuw'ge rust en 't eeuw'ge licht: Heer! ontferm U hunner.
-}- En gij, Moeder der genade, enz.
13. Nog eens, voor u neêrgebogen,
Smeeken we u: Heb mededoogen,
Voer hen uit den langen nacht In de glorie die hen wacht:
Heer! ontferm U hunner.
En gij, Moeder der genade, enz.
gkbed.
O God, hemelsche Vader, wij bidden U, dat Gij door liet bitter lijden en sterven van uwen lieven Zoon, en door de verdiensten en voorspraak van de allerzaligste Maagd Maria, en van alle Heiligen, de overledenen van ons Broederschap, van onze Processie, van onze vrienden en weldoeners, en alle zielen, die in het vagevuur zijn, tot de eeuwige gelukzaligheid wilt laten komen ; Gij, die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen. v. Heer, geef haar de eeuwige rust. a. En het eeuwige licht verlichte haar, v. Dat zij in vrede rusten. Amen.
303
LATIJNSCIIE KERKZANGEN.
Veni Creator Spiritus.
4. Veni Creator Spiritus, Mentes tuorum visita,
Imple superna gratia,
Quse tu creasti pectora.
2. Qui (liceris Paraclitus, Altissimi donum Dei,
Fons vivus, ignis, charitas, Et spiritalis unctio.
3. Tu septifbrmis munere. Digitus Paternae dexterae, Tu rite promissum Patris, Serinone ditans guttura.
4. Accende lumen sensibus, Infunde amorem cordibus, In firma nostri corporis, Virtute firmans perpeti.
5. Hostem repellas longius, Pacemque dones protinus, Ductore sic te praevio, Vitemus omne noxium.
304
Per te sciamus da Patrem, Noscamus atque Filium, Teque utriusque Spiritum, Credamus omni tempore.
Deo Patri sit gloria,
Ejusque soli Filio, Cum Spiritu Paraclito,
Nunc et per omne saeculum. Amen.
2.
Pange lingua.
Pange lingua gloriosi Corporis mysterium, Sanguinisque pretiosi, Quern in mundi pretium, Fructus ventris generosi, Rex effudit gentium.
Nobis datus, nobis natus Ex intacta Virgine,
Et in mundo conversatus, Sparso verbi setnine, Sui moras incolatus Miro clausit ordine.
305
3. In supremae nocte coenae, Recumbens cum fratribus, Observata lege plenè,
Cibis in legalibus,
Cibutn turbae duodenae, Se dat suis manibus.
4. Verbum Caro, Panem verum Verbo carnem efficit :
Fitque Sanguis Christi merum, Et si sensus deficit,
Ad firmandum cor sincerum, Sola fides sufficit.
5. Tantum ergo Sacramentem Veneremur cernui,
Et antiquum documentum Novo cedat ritui,
Praestet fides supplementum Sensuum defectui.
6. Genitori, Genitoque,
Laus et jubilatio:
Salus, honor, virtus quoque Sit et benedictio:
Procedenti ab utroque, Compar sit laudatio.
Amen.
306
3.
Ecce Panis Angelorum.
1. Ecce Panis Angelorum, Factus cibus viatorum,
Vere Panis Filiorum, Non mittendus canibus.
2. In Figuris praesignatur, Cum Isaac immolatur,
Agnus Paschae deputatur, Datur Manna Patribus.
3. Bone pastor, Panis vere, Jesu, nostri miserere,
Tu nos pasce, nos luere, Tu nos bona fac videre In terra viventium.
4. Tu, qui cuncta seis et vales, Qui nos pascis hie mortales: Tu nos ibi commensales; Cohaeredes et sodales,
Fac sanctorum civium. Amen.
307
4.
Defensor noster.
Defensor noster, aspice, Insidiantes réprime; Guberna tuos famulos.
Quos sanguine mercatus es. Defensor etc. Driemaal. Amen.
5.
Ave Maris Stella,
1. A.ve maris Stella, Dei Mater alma,
Atque semper Virgo, Felix coeli porta.
2. Sumens illud Ave, Gabriëlis ore,
Funtla nos in pace, Mutans Hevae nomen.
3. Solve vincla reis. Prefer lunern caesis. Mala nostra pelle. Bona cuncta posce.
308
4. Monstra te esse Matrem, Sumat per te preces, Qui pro nobis natus, Tulit esse tuus.
5. Virgo singularis,
Inter omnes mitis, Nos culpis solutos,
Mites fac et eastos.
6. Vitam praesta puram,
Iter para tutum,
Ut videntes Jesum, Semper eoliaetemur.
7. Sit laus Deo Patri, Summo Christo decus, Spiritui Sancto,
Tribus honor unus.
Amen.
6.
Magnificat.
Magnificat anima mea Dominum; Et exultavit spiritus meus in Deo salutari meo.
309
Quia respexit humilitatem ancillae suae, ecce enim ex hoc beatam me dicent omnes generationes.
Quia fecit rnihi magna qui potens est, et sanctum Nomen ejus.
Et misericordia ejus a progenia in progenies, timentibus eum.
Fecit potentiam in brachio suo, dispersit superbos mente cordis sui.
Deposuit potentes de sede, et exaltavit hu-miles.
Esurientes implevit bonis, et divites dimisit inanes.
Suscepit Israel puerum suum, recordatus misericordiae suae.
Sicut locutus est ad patres nostros, Abraham, et semini ejus in saecula.
Gloria Patri, et Fiiio, et Spiritui Sancto.
Sicut erat in principio, et nunc, et semper, et in saecula saeculorum. Amen.
7.
Salve Regina.
Salve Regina, Mater misericordiae: ari Vita, dulcedo, et spes nostra, salve, Ad te clamamus exules, filii Evae.
310
Ad te suspiramus gementes et flentes in hac lacrymarum valle.
Eja ergo advocata nostra, illos tuos miseri-cordes oculos ad nos converte.
Et Jesum, benedictum fructum ventris tui, nobis post hoe exilium ostende.
O clemens, ó pia, ó dalcis Virgo Maria.
8.
O Sanctissima.
O sanctissima, o piissima, duleis Virgo Maria. bis. Mater amata, intemerata, era, ora pro nobis, bis.
9.
Ave Maria.
Ave Maria, gratia plena, Dominus tecum, benedicta tu in mulieribus.
Ave Maria, enz. tot driemaal. Et bene-dictus fructus ventris tui Jesus. Sancta Maria, Mater Dei, ora pro nobis, peccatoribus, nunc et in hora mortis nostrae. Amen.
311
10.
Litaniae Lauretanae.
Met dit antwoord;
O Maria! o Maria! wij bidden u:
Ach, help ons nu en in den dood, O allerzuiverste Moeder Maria!
Kyrie, eleison.
Christe, eleison.
Kyrie eleison.
miserere nobis. O Maria! enz.
Christe, audi nos.
Christe, exaudi nos.
Pater de coelis. Deus,
miserere nobis. O Maria! enz.
Fili, Rederaptor muudi, Deus,
Spiritus Suncte, Deus,
Sancta Trinitas, unus Deus,
miserere nobis. O Maria! enz.
Sancta Maria,
Sancta Dei Genitrix,
Sancta Virgo Virginum,
ora pro nobis. O Maria! enz.
Mater Christi,
Mater divinae gratiae,
Mater purissima,
era pro nobis. O Maria! enz.
312
Mater castissima, Ti
Mater inviolata, p,
Mater intemerata, jrc
ora pro nobis. O Maria! enz.
Mater amabilis, j,l
Mater admirabilis, yt
Mater Creatoris, Ss
ora pro nobis. O Maria! enz.
Mater Saivatoris,
Virgo prudentissima, Cc
Virgo veneranda, Cc
ora pro nobis. O Maria! enz.
Virgo praedicanda, Ai
Virgo potens,
Virgo clemens, j{e
ora pro nobis. O Maria! enz.
Virgo fidelis,
Speculum justitiae, f{e
Sedes sapientiae, f{e
ora pro nobis. O Maria! enz.
Causa nostrae laetitiae, Re
Vas spirituale,
Vas honorabile,
ora pro nobis. O Maria! enz.
Vas insigne devotionis, Re
Rosa mystica, Or
Turris Davidica,
ora pro nobis. O Maria! enz.
313
Turris eburnea,
Domus aurea,
Foerleris area,
ora pro nobis. O Maria! enz. Janua coeli,
Stella matutina,
Salus infirmorum,
ora pro nobis. O Maria! enz. Refngiurn peccatorum,
Consolatrix afflictorum, Consolatrix afflictorum,
ora pro nobis. O Maria! enz. Auxilium Christianorum,
Regina Angelorum,
Regina Patriarcharum,
ora pro nobis. O Maria! enz. Regina Prophetarum,
Regina Apostolorum,
Regina Martyrum,
ora pro nobis. O Maria! enz. Regina Confessorum,
Regina Virginurn,
Regina Sanctorum omnium.
ora pro nobis. O Maria ! enz. Regina sine labe concepta, Ora pro nobis,
Regina sacratissimi Rosarii,
ora pro nobis. O Maria! enz.
314
Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, parce
nobis, Domine. O Maria! enz.
Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, exaudi
nos Domine. O Maria! enz.
Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis. O Maria! enz.
AVE MARIA.
Sub tuum praesidium confugimus, sancta Dei Genitrix, nostras deprecationes ne despi-cias in necessitatibus nostris: sad a periculis cunctis libera nos semper, Virgo gloriosa et benedicta, Domina nostra, Advocata nostra, Mediatrix nostra, tuo Filio nos reconcilia, tuo Filio nos commenda, tuo Filio nos repraesenta. v. Ora pro nobis, sancta Dei Genitrix. k. Ut digni efficiamur promissionibus Christi.
o R EMUS.
Gratiam tuam, quaesumus, Domine menti-bus nostris infunde, ut qui angelo nuntiante Christi Filii tui incarnationem cognovimus, per passionem ejus et crucem ad resurrectionis gloriam perducarnur. Per eumdem Christum Dominum nostrum. Amen.
315
A. Ave Maria.
Wij brengen, als de Engel,
U, Moeder! zoo zoet, Met teedere liefde Den dierbaren groet: Ave, ave, ave Maria ! bis.
Zoodra in het Oosten
Het morgenlicht daagt,
Looft 't kleppen der Ang'lus ü, Moeder en Maagd: Ave, ave, ave Maria! bis.
Weer klinkt op den middag
Die bede zoo zoet,
Zendt de aarde aan Maria Den minlijken groet: Ave, ave, ave Maria! bis.
En daalt weer de scheem'ring
Van 't avond uur neer.
Door 't duister nog ruischt het, Gods Moeder ter eer: Ave, ave, ave Maria! bis.
Door dalen en wouden,
Langs bergen en vliet.
Klinkt de eer van Maria In 't hemelsche lied: Ave, ave, ave Maria' bis.
316
De talen der volken Verheffen haar naam ;
Zij smelten in 't ave Maria te zaam :
Ave, ave, ave Maria! bis.
Aanvaard dan de hulde O, Moeder, zoo goed.
De hulde uwer kind'ren. Aanhoor onzen groet: Ave, ave, ave Maria! bis.
Zoo blijft, o, Maria, In vreugd en in smart,
In leven en sterven
De kreet van ons hart: Ave, ave, ave Maria! bis.
Die groet zij de laatste, Door 't hart nog geuit.
Wanneer in het sterven De mond zich reeds sluit Ave, ave, ave Maria! bis.
Maar dan door Maria Geleid tot haar Zoon,
Herhalen wij eeuwig.
Geschaard om haar troon
317
B. De kinderen van Maria.
Wij allen zijn Maria's kind'ren!
Onder 't kruis nam zij ons aan;
Zijn wij bij haar, niets kan ons hind'ren, Onze harten zijn voldaan!
M aria,
Allen zijn wij uwe kind'ren,
Maria,
Lach ons als Moeder aan.
We aanschouwen U, met de armen open, De hand omstraald met 't noodig gratie-licht;
Wat mag uw kind van ü niet hopen? God heeft uw troon naast Zijnen troon gesticht. Wij allen zijn Maria's kind'ren enz.
Een sterrenkrans blinkt om uw schedel, Uw glans verdooft den felsten zonnegloed,
Gij trapt de maan, zoo lief, zoo edel, â De helsche draak ligt plassend in zijn bloed. Wij allen zijn Maria's kind'ren ! enz.
Komt schrik ons teeder hart bespringen, Op 't zien van satan's list en boos geweld...,
Wie kan ons uit uw armen wringen ? Uw liefde, uw macht is tegen hem gesteld. Wij allen zijn Maria's kind'ren! enz.
De wereld toont haar broze goed'ren. Roem 't schijngeluk dat hare minnaars streelt,
318
Terwijl Gij, Moeder aller moed!ren, Het ware goed aan uwe kind'ren deelt. Wij allen zijn Maria's kind'ren! enz.
Weg, ver van hier, gij schandvermaken, Die lach en dans met zucht en tranen paart!
Men kan uw doodend gift niet naken, Waar Jesus liefde ons ware vreugde gaart. Wij allen zijn Maria's kind'ren! enz.
Trek steeds tot U ons hart en zinnen, O, Koningin van 't zalig hemelhof,
Dat wij, naast Jesus, U beminnen En eeuwig meer verheffen uwen lof. Wij allen zijn Maria's kind'ren ! enz.
C. Salve Retina.
Wees eed'le Koningin, gegroet, o Maria! Gij, die zoo machtig zijt en goed, o Maria!
REFREIN.
Jubel, gij Cherubijn!
Loof haar, gij Serafijn !
Groet uw hooge Koningin.
Salve, Salve, Salve Regina.
O Moeder, vol barmhartigheid, o Maria ! Die mensch en engel steeds verblijdt, o Maria ! Jubel, gij enz.
31!)
Tot u, die ons zoo teeder mint, o Maria! Wendt zich het arrne Eva's kind, o Maria! Jubel, gij enz.
Verkrijg voor ons bij Godes troon, o Maria! Vergiffenis van uwen Zoon, o Maria!
Jubel, gij enz.
Smeek, dat wij ook na dezen tijd, o Maria! Eens Jesus zien in heerlijkheid, o Maria! Jubel, gij enz.
D. Loflied op den H. Antonius van Padua.
Wijze : Lied van het H. Hart.
Antonius, uw deugd werd nooit verzwegen, Geen werelds held werd meer dan Gij genoemd, Door heiligheid hebt Gij een naam verkregen, In Christus' Kerk alom bekend, beroemd.
| bis.
refrein.
Gi'oote Wonderdoener
Van Padua, Verheven Minderbroeder Verwerf ons gena.
j
320
Voor iedereen waart Gij gestaag te nad'ren; Getroost, gesterkt was elk, die henenging; Men zag om U en jong en oud vergad ren; Wie telt het goed, dat elk van U ontving? Groote Wonderdoener enz.
Ge aanhoort de beê van hem, die U wil eeren. En draagt die op aan Jesus die U mint. Uw vriend kan steeds, wat hij ook moog ontberen Verzekerd zijn, dat hij verhooring vindt. Groote Wonderdoener enz.
Verkrijg voor ons, dat wij gehoor steeds geven Aan Gods gena, en voortgaan in de deugd. Met U vereend eens in den hemel leven En daar in God genieten eeuw'ge vreugd. Groote Wonderdoener enz
-OêogO
wiiü.
filatlz.
Kerkelijke Goedkeuring......ii
Voorbericht..........in
Verleende Aflaten........vu
Gebeden.
Morgengebed ................1
Avondgebed..........40
Gebeden onder de II. Mis .... 19
Gebeden na iedere gelezene. H. Mis , . 45
Korte Biechtgebeden.......47
Communiegebeden ........ 50
Gebeden vóór de li. Cominunic ... 50
Gebeden na de M. Communie .... 58
Gebed met vollen aflaat, voor een Kruisbeeld te lezen...... .64
Reisgebeden..........65
Litanie van het Allerheiligste Sacrament 69 Acte van Aanbidding en Groetenis aan
Jesus in het H. Sacrament . . , . 73
Ue Litanie van den Allerh. Naam Jesus,
staat in liet Morgengebed, bladz. . 5 De Litanie van de Allerh. Maagd en Moeder Gods Maria, staat in het
Avondgebed, bladz..........15
Gebed van Verzoek.......75
322
Litanie van het H. Hart van Jesus . . 77 Acte van toewijding aan het Allerheiligst
Hart van Jesus . Acte van Eereboete
Litanie van liet lijden Onzes Heeren Jesus
Christus...........^
ïeedere gevoelens voor het beeld van
den Gekruisigden Heiland ... .90 Litanie tot de Vijf Heilige Wonden onzes
Heeren Jesus Christus......92
Gebeden tot de Vijf Heilige Wonden
onzes Zaligmakers.......95
Gebed van den H. Vader Franciscus van
Assisië...........I quot;9
Gebed van den H. Bonavontura . . '101 Litanie van het Lijden, den Doodstrijd en den dood onzes Heeren Jesus
101
Christu;
(Gewoonl. genoemd Litanie v. d. Goeden dood.) Gebed van de H. Geertrudis . . . .106 Wijze om den II. Kruisweg te bidden . lüü Litanie tot onze Lieve Vrouw van het
H. Hart van Jesus '124
Het âMemorarequot; van onze Lieve Vrouw
van het H. Hart van Jesus . . . .128 Dank- en Smeekgebed tot de troosteres
der bedrukten.........129
Smeekgebed......... ⢠132
. 80 . 80
323
Begroeting en vereering van liet Miraculeus Beeld...... . , . 132
Bezoek bij het beekl van de H. Maagd . 133 Smeekgebed tot de Allerheiligste Maagd
Maria, Koningin aller Heiligen . . . 136 Afscheid van het Genadebeeld .... 143 Litanie van het If. Hart van Maria . . 144/ Gebed van den H. Bernardus .... 147 Litanie der Onbevlekte Ontvangenis . . 148 Gebed tot de Onbevlekte Maagd . . . 151 Gebed tot Maria, onbevlekt ontvangen . 151 Litanie van de Zeven Weeën van de
II Maria..........153
Gebed om door tnsschenkonist van de Troosteres der bedrukten voor zich en voor anderen eene bijzondere genade
te verkrijgen.........158
Gebed om Maria tot Moeder en bijzondere
Patrones te verkiezen .....160
Ander Gebed..........162
Gebed tot Maria, voor de levende Leden
van het Broederschap......163
Manier om den H. Rozenkrans godvruchtig te lezen.........164
I. De vijf blijde) Geheimen .... 105
II. De vijf droevige Gelieimen , . . 173 III. Do vijf verheerlijkte Geheimen . . 180
Litanie van den H. Jozef......188
324
192
195 190 197
204
1.
200 207
209
210
212
213
214 210 217
3,
4.
de II
Naan
(3.
7.
8.
9. 10,
li.
12.
Hart
220 222
van het aanvaarde gnmsreize Stahat Matei' .
Pel
223 220
Litanie ter eere vim (Ie H. Moeder Anna Oefeningen welke de Pelgrims gewoon zijn te houden in do Parochie-kerk van Oud-Kevelaar .......
Smeeklied voor de Overledenen Litanie voor de Zielen in liet Vagevuur . Gebed voor de afgestorvene Leden van het Broederschap ......
Gezangen.
Smeekzang aan den II. Geest
V e n i Creator S pi r i t u s Vóór het H. Misoffer Na het H. Misoffer . .
Aan ,1 e s u s eer! â Na
Communie.....
Ter eere van den zoeten
â¢lesus.......
Aan .lesus' H. Hart Aan Jesus' H. Hart ïcr eere van Jesus' Goddelijk Litanie tot het H. Kruis Lofzang tol het 11. Kruis. -
x i I I a Regis Ter eere van het II. Kruis Bij het aanvaarden van de
13
325
14. Smeekzang tot de Moeder der Zeven
Smarten. â Onder het optrekken naar liet Roode Kruis .... 229
15. Pelgrimslied ter eere van de Al
lerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria. â Gedurende de bedevaart........232
16. Litanie der II. Moeder Gods . . . 2.j5
17. Litanie der H. Moeder Gods . . . 240
18. Aan Maria eer!.......240
19. Salve Regina........243
20. De XV Geheimen van den Rozen
krans ..........^46
21. Lofzang ter eere van het II. en
Onbevlekt Hart van Maria . . . 249
22. Ter eere van Maria......253
23. Avondgroet aan Maria...... 255
24. Hulde en Bede aan Maria .... 256
25. Lofzang aan het H. Hart van Maria 260
26. Danklied van Maria's kindoren . 201
27. De Onbevlekte ontvangenis van Maria 26.3
28. Jubellied aan Maria, Onbevlekt
Ontvangen ......2(36
29. Betrouwen op Maria......26/
30. Loflied aan de Onbevlekte Moeder
maagd ..........2bb
31. Naar Kevelaar........270
32. Feestlied op Maria-Tenhemelopneming 272
326
2.
6.
7.
8. g.
den Dooper Patroon der Stad ''
Gouda..........286
42. Lofzang ter eere van den H. Vader
Franciscus........287
43. Smeeklied tot den H. Vader Fran
ciscus .... ......289
44 Franciscus liet toonbeeld van deugd 290
45. Heiland wie kan zonder smart . . 292
46. Smeeklied tot den II. Willibrordus.
Apostel en Patroon van Nederland 293
47. Jubellied aan de HH. XIX Marte
laren van Gorkuin......295
48. Loflied ter eere van de H. Liduina 296
49. De Zuiverheid........297
50. Smeeklied voor de Overledenen . . 299
Latijnsche Kerkzangen.
i. Veni Creator Spiritus......303
(Do vertaling 3p bladz. 206.;
33. Ter eere van den H. Naam van Maria 274
34. Ave Maris Stella.......275
35. Lofzang ter eere van Maria . . . 276
36. Afscheidslied.........278
37. Danklied na de Bedevaart .... 280
38. Smeeklied tot den H. Jozef . . 282
39. Bede aan den H. Jozef.....283
40. Loflied aan de H. Moeder Anna . . 284
41. Lofzang ter eere van den li Joannes
3.
4.
5.
A.
13.
C.
D.
327
2. Pange lingua......
3. Ecce Panis Angelorum .
4. Defensor noster.....
5. Ave Maris Stella.....
(De vertaling op IjlacJz. 275.J G. Magnificat.....
7. Salve Regina.....
8. O sanctissitna ....
9. Ave Maria.....
10 Litaniae Lauretanae. Met antwoord.
A. Ave Maria.....
B. De kinderen van Maria .
C. Salve Regina.....
304
306
307 307
308
309
310
310
311 315
317
318
319
D. Loflied op don II. Antonins van Padua
-
' ^erv ®
303
â-
_____