ocr page 1

A

119

ocr page 2

. J. ROEFFS, HERNEN bij Wijchen.

ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5
ocr page 6

'■ -i /

: *

*sgt;

*•

V *' .1

' J r quot; ' *

^ i .t*

r tgt;

ocr page 7

P. J. Hoeffs

' quot; O. F. M.\

Meimaand der Genade=Oorden.

f

CONV. WIlCHENS

IL 8«^ f R . «in

X

ocr page 8

X

ocr page 9
ocr page 10
ocr page 11

Vak 5'/

iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiminii

|k

aP

(a^xg^g^g^^

MEIMAAND

DER

isiirf-i«|iriii#

OF

jHaarta'? (Praatljcbcn, Itcbcii cn ^ScbnaiTccljtc l^cilirthLininicn

('s-Bosch, Roermond, Uden, Handel, Aarle-Rixtel, ^Feerveldhoven, Om-mel, Oirschot, Maastricht, Sit-tard-Issoudun, Scherpenheuvel, Oostrum, Kevelaar, Lourdes, Parijs, Rome, Loreto,)

ij c

GODVRUCHTIGE LEZINGEN

voor eiken dag der maand Mei,

bewerkt door

A. B. en L. O., R. K. Pr. en Kap.

•jl TWEEIE, VSÜMSESIEEIS PIIGAVE. §£

ocr page 12

I ATP RrMA 7UR.

Haaren, 6 Febr. 1897.

L. BERKVENS, Libror. Censor.

ocr page 13

X-

©OOlTEbC»

ifSy.oe beter men de Heilige Maagd f Ik| ^ent) ^68 te meer bemint men haar. èjl^ Wij hebben dan gemeend een v quot; nuttig werk te verrichten met eene MAAND VAN MARIA samen te stellen, waarin — voor zoover het kort bestek van zulk werk gedoogt — de geschiedenis der Moeder van God wordt weergegeven.

Deze geschiedenis hebben wij geput: wat het eerste gedeelte aangaat uit de voorzeggingen en voorafbeeldingen van het Oude Verbond. Dit gedeelte moge als voorbereidende lezing dienen gedurende de laatste dagen van de maand April.

Wat het eigenlijke Leven betreft, hebben wij het Nieuwe Testament en de Schriftuurverklaarders geraadpleegd, terwijl wij met zorg alles hebben vermeden, wat niet door hen was opgenomen en geijkt.

Voor het derde gedeelte hadden wij eene overvloedige keus in de annalen der Bedevaartplaatsen der Moeder Gods, waar hare glorie in gouden letters staat beschreven.

Uit deze twee laatste gedeelten wordt de lezing voor eiken dag genomen. Telkens echter gaat eene korte verhandeling over

ocr page 14

8 meimaand dkr genade-oorden.

de grootheden van Maria vooraf, bij wijze van inleiding.

Aldus bevat iedere dag onzer Meimaand :

1. Eene korte verhandeling over de Heerlijkheden en Voorrechten van Maria.

2. Een hoofdstuk over het leven der Heilige Maagd.

3. Een verhaal, betreffende een harer bedevaartplaatsen. Verhalen, die te lang zouden zijn voor ééne lezing, •— zooals die der Zoete-Lieve-Vrouw van 's-Bosch, van O. L. Vr. van Lourdes, Loreto en andere — zullen over twee of meer dagen verdeeld worden. Iedere dag zal zoodoende zijne eigene oefening hebben, zonder nochtans te veel tijd in beslag te nemenv

Moge het doel, dat wij ons hierbij voorstelden, worden bereikt; mogen de vereerders van Maria door vermeerderde kennis van de wonderbare Moeder des Heeren tot meer innige liefde en getrouwere vereering jegens haar worden opgewekt, en het boekje al het verhoopte goed stichten.

©oor ben vClncchni ©ruft.

gCSpoediger dan wij mochten hopen, vond de éfo eerste druk dezer Meimaand-Oefeningen zijn weg onder de vereerders der H. Maagd.

Tevens was het ons geene geringe voldoening van hooggeachte zijde menig woord

#c

X' %

ocr page 15

9

van ingenomenheid met deze uitgave te ontvangen.

In den thans verschenen tweeden druk werden enkele veranderingen aangebracht: i De „Besluitenquot; aan het einde van eiken dag zijn door een kort Gebed vervangen • onder de bevoorrechte Genade-Oorden is dé beschrijving opgenomen van het heiligdom van O. L. Vrouw te Oostrum (parochie | \ enray); en het boekje is öm aan veler | verlangen te voldoen met meerdere gebeden ! verrijkt.

i Moge hierdoor deze Meimaand in bruik-I baarheid hebben gewonnen. en aan de i godsvrucht tot de hoogverhevene, nooit vol-| prezene hemelsche Moeder meer en meer ; bevorderlijk zijn.

l^culiianiut.

0ns onderwerpende aan het decreet van i Sjy- Paus L rbanus \ III, verklaren wij, dat i wij aan de wonderdadige gebeurtenissen, | wonderen enz., in dit werk verhaald, geen i ander gezag willen toegekend hebben, dan ae H. Kerk er aan toekent.

ocr page 16

5C

Oftyamp;rarljt aan inaria.

/quot;A allerheiligste Maagd en verhevene Moe-vy-: der, wij, uwe nederige en onwaardige dienaren, leggen dit werkje met het levendigste geloof, met het volste vertrouwen en met den diepsten eerbied aan uwe eerbiedwaardige en heilige voeten neer. Gewaardig, bidden wij U, de toewijding er van te aanvaarden, het onder uwe allerheiligste bescherming te stellen, het te doen aannemen door uwen goddelijken Zoon, en het de beste vruchten te doen dragen.

Op het Feest van Maria Lichtmis, 2 Februari 1S97.

De Bewerkers.

-sfcf

ocr page 17

^ X

©DurüEi-LMöcubc ;3lc5iiUT.

i.

Ociiiije JiKaagb baar Ijarc IfDinst op aarbc.

^w.akia, door den ScHEPPKR aan AüAM s^r» beloofd. — God had den mensch onsterfelijk geschapen, en — hij sterft. Hij had hem zijne geboden gegeven om een gelukkig leven te bezitten, en hij wordt onderworpen aan allerlei beproevingen, smarten en ellenden gedurende zijn doortocht op aarde. Adam, onze stamvader stond op tegen (iod, daartoe verleid door de vrouw, die geluisterd had naar de inspraken des duivels.

Deze zonde onzer eerste ouders was oorzaak der veroordeeling van hen en van geheel hun nageslacht. quot; Daarvan ondervinden wij nog dagelijks de verschrikkelijke gevolgen; immers wij worden geboren met de smet der erfzonde.

ocr page 18

meimaand der genade-oorden.

Door de belofte van den Messias echter ; deed de barmhartige God de hoop in 't i menschelijk hart herleven; de slang, die oor-| zaak was van al het kwaad, werd gevloekt i en veroordeeld om te kruipen op haren buik, en het stof der aarde te eten. Eene onverzoenbare vijandschap, een eeuwige I haat werd afgekondigd tusschen de Vrouw i en haar. Daarbij gaf de Almachtige de verzekering, dat de Vrouw den kop van I het serpent zou verpletteren, ondanks zijne pogingen om haar den hiel te belagen. B. d. Schepp. in. 14—15.

De Vrouw heeft inderdaad den kop van het serpent verplet; Maria namelijk heeft deze heerlijke taak, voor haar van 't begin der wereld weggelegd, vervuld, toen zij ons den Verlosser schonk. Eva had ons door hare zwakheid in 't verderf gestort en was oorzaak geweest van onzen dood ; en van al onze ellenden. Maria heeft ons gered en aan ons, door hare deugden en door hare medewerking aan de Verlossing met haren goddelijken Zoon, het leven i weergegeven. Dit is de leer der HH. Kerk-

1 vaders.

I

Maria door de Profeten voorspeld. i — Isaiits sprak op bevel des Heeren aldus 1 tot den ongeloovigen Achaz, koning over 1 tie tien stammen van Israël : „Luister, huis van David !.... De Heer zelf zal U een teeken

gt;c_ 1 12

ocr page 19

VOO R); ER F. ID EM) E LEZING.

geven : Zie I De Maagd zal ontvangen en eenen Zoon baren, en deze zal Emmanuel heetenquot;; dat is. God met ons. Het is boven allen twijfel verheven, dat de profeet hier van de Heilige Maagd spreekt, zooals ook de Evangelist Mattheus verklaart, als hij aan het verhaal der menschwording van het U oord in den zuiveren schoot van Maria, deze woorden toevoegt : „Dit is geschied ter vervulling van hetgeen de Heer door den profeet heeft voorspeldquot;.. .

V olgens den heiligen Hieronymus is de maagd, waarvan de profeet spreekt, geene gewone maagd, maar eene maagd bij uit-ne.i.enheid, die geene andere kan zijn dan de Moeder van God. Isaiils voorspelde, nog duidelijker omschrijvende, aldus: „Er zal een twijg ontspruiten uit den wortel van Jesse, en eene bloem zal opschieten uit dien wortel. En de Geest des Heer en zal op Hem rustenquot;.

Welnu, de wortel van Jesse, zegt Ter-tullianus, beteekent het geslacht van David; de twijg, die uit dezen wortel ontspruit, is Jezus, de zoon van Maria. De geslachtslijst van Jezus toch luidt letterlijk : Salmon gewon Booz; Booz gewon Obed; Obed gewon Jesse; Jesse gewon David. In gevoelvolle woorden drukt de heilige Ber-nardus, met de hem eigene verhevene godsvrucht en wonderbare welsprekendheid, zijn geloof uit jegens deze profetie.

Micheas, een der twaalf kleine profeten.

ocr page 20

X.

14 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

duidt met wonderbare nauwkeurigheid de plaats aan, waar de Heilige Maagd bij de kribbe des Heeren zou zijn gezeten : „En gij, Bethlehem Ephrata, klein zijt gij onder de duizenden van Juda! Uit u zal Mij voortkomen, die heerscher zal zijn in Israël, en zijne uitgangen zijn van den beginne, van de dagen der eeuwigheidquot;. God alleen heeft deze voorzegging kunnen ingeven, en geen ander dan Hij kon ze vervullen.

Jeremias is niet minder kernachtig juist: ! „Ephraïm, hoor, wat de Heer belooft!... De Heer heeft iets nieuws geschapen op aarde : eene vrouw zal eenen man omsluiten. ; Dit zegt de Heer der heerscharen, de God : van Israël : Nog zal dit woord gesproken : worden in het land van Juda en in zijne steden, als ik hunne gevangenen heb teruggevoerd : u zegene de Heer, u glans der rechtvaardigheid, heilige berg!quot; Er ligt in deze woorden eene wondere en diepe kracht; er is niet slechts spraak van een wonder of van eene schorsing der wetten van de schepping, maar de profeet belooft uit naam van God meer dan dat, namelijk eene nieuwe schepping, „creavit novum.quot; In de wonderdadige menschwording van het Woord in den maagdelijken schoot van Maria — zegt de H. Bernardus — moeten wij deze nieuwe schepping erkennen, moeten wij de vrouw zien, die omsluit den man Jezus, de gezegende vrucht haars lichaams. Zoo hebben de profeten, door Gods geest

X

ocr page 21

voorbereidende lezing

gedreven, ofschoon op verschillende tijden en in verschillende bewoordingen, dezelfde zaak voorspeld.

Maria in de Heilige Schriftuur voor-afgebeeld. — God zelf heeft ten allen tijde behagen genomen in het verkondigen van den lof der maagdelijke Moeder des Verlossers. Geheel het Oude Testament is vol verhalen, die in de oogen der Kerkvaders even zooveel trekken zijn van Maria's beeltenis. Zoo beschouwen zij als haar sprekend beeld het brandende braam-bosch, dat Mozes op den berg Horeb aanschouwde, terwijl het niet door de vlammen verteerd werd. Dit gevoelen drukt ook de Kerk uit, waar zij in de getijden ter eere der H. Maagd deze lofspreuk zingt; Tn hei braambosch, dat Mozes zag branden zonder ie verteren, erkennen wij het behoud moer lofwaardige maagdelijkheid, o Maria! Het goddelijk vuur was voor Maria een verfrisschende dauw ; zij bracht het Vuur en het Licht voort, zonder er eenigermate door gehinderd te zijn.

Bijna alle Kerkvaders erkennen in den amandeltwijg, die door de H. Schriftuur de wonderbare roede van Aaron genoemd wordt, een heerlijk afbeeldsel der vruchtbare maagdelijkheid van Maria. De hoofden der twaalf stammen Israels brachten elk hun staf, waarop hun naam gegrift stond.

X

Xquot;

ocr page 22

x r

16 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

bij Mozes. Aaron deed insgelijks, üp bevel van God werden deze staven in den Tabernakel neergelegd ; bij, wiens staf zou bloeien, was aangewezen als hoogepriester. Den volgenden dag haalde Mozes, ten aanzien der menigte, de staven te voorschijn; die van Aaron droeg bladeren, bloemen en vruchten; gevolgelijk werd hij gekozen verklaard en de wonderbare staf met heilige zorg in de Ark des Verbonds bewaard.

Deze amandelstaf met zijne bladeren, bloemen en vruchten verbeeldt ons de Moeder van God, die naar het getuigenis van Isaiits, de twijg uit den wortel van Jesse is, en die tegelijk met de bloem der maagdelijkheid de vrucht van den boom des levens voortbrengt. De amandeltwijg van Aaron deed in éénen nacht, wat natuurlijkerwijze het werk van meerdere jaren is; zoo bracht Maria in één oogenblik het meesterstuk van alle eeuwen voort.

De Kerkvaders erkennen als zinnebeeldige voorstellingen en voorafbeeldingen der heilige Maagd, het vel van Gedeon, dat alléén door den dauw des hemels werd bevochtigd, terwijl de geheele dorschvloer in den omtrek droog bleef; — de Ark des Verbonds, uit onbederfelijk hout vervaardigd,eerbiedwaardig voor priesters, volkeren en koningen; — den troon van Salomon, van zuiver goud en helder wit ivoor gemaakt; — de poort van Ezechiel, voor eeuwig verzegeld door haren maagdom, — de Ster, verrezen uit

'A.

X

ocr page 23

17

%__

VOORBEREIDENI)E LEZING.

facob ter verlichting der wereld; — de geheimzinnige /avtóv', die Jacob zag op zijne reis naar Mesopotamië, waarvan het eene einde op de aarde stond, terwijl het andere aan den hemel reikte; — de kleine wolk van Elias, die op zijn gebed na drie jaren van droogte en hongersnood, de aarde kwam drenken en verkwikken. De ware beteekenis van deze schoone zinnebeelden is zoo gemakkelijk te vatten, dat zij geene verklaring behoeven.

mg AR IA AFGEBEELD DOOR DE BEROEMDE VROUWEN VAN HET OUDE TESTAMENT.— De beroemde vrouwen van het Oude Verbond blijven, wanneer men eene vergelijking maakt, allen ver beneden Maria ; — ieder van haar biedt in de oogen der gewijde schrijvers slechts eenige trekken van gelijkenis aan met dat goddelijk meesterstuk. De eene vertoont de zedigheid harer oogen, de andere hare voorzichtigheid in 't spreken, of is een beeld harer grootheid of harer brandende liefde ; allen te samen zijn zij de gelijkenis van eenige harer deugden. Zoodanigen zijn :

Sara, wier naam beteekent Meesteres. Zij redde door eene onschuldige list, bij de ballingschap in Egypte, het leven van Abraham, haren man, en ofschoon oud en afgeleefd, schonk zij onder wonderbare omstandigheden aan dezen Aartsvader zijnen zoon Izaak, den erfgenaam van al zijne

Meimaand Genade-Oorden

ocr page 24

^----------------------- _

18 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

bezittingen. Welnu, Maria heeft het men-schelijk geslacht gered door met haren goddelijken Zoon deel te nemen aan de Verlossing en op wonderbare wijze heeft zij den Zoon Gods, den waren Izaak, door wien alle volkeren gezegend zijn, aan deze aarde geschonken.

Rebekka, de dochter van Bathuël, gelijkt door hare schoonheid, hare bevalligheid, hare goedheid en zachtmoedigheid op Maria. Zij was door Gods bijzondere beschikking met deze gaven toegerust, om de echtgenoote van Izaak te worden, en eveneens was Maria van't begin der wereld af voorbestemd en voorbereid om de Moeder I des Verlossers te zijn.

M a r i a, de zuster van Mozes, is een der oudste voorafbeeldingen van de Moeder | Gods; zij draagt denzelfden naam, leefde i eveneens in den maagdelijken staat, en stortte haar gemoed gelijk zij in een lofzang uit, aan 't hoofd der koren van zangeressen in Israël. Maria, de Moeder van Jezus, prees in haren profetischen zang den Heer ! als den eenig Heilige en Machtige, terwijl ! zij hare verheffing door alle geslachten voorspelde. Wij zien er de uitkomst van, nu zij boven alle koren der engelen en heiligen verheven is.

Jahel, wier naam in zijne afleiding be-teekent „degene, die opklimt.quot; steeg werkelijk hoog in achting en aanzien bij het volk Gods, door hef van de verdrukking j

quot; X

ocr page 25

JC-

sK

VOOREKKF.IJ lEXI )K LEZING.

: der Kanaaneërs te bevrijden, en de overheden des volks, Debbora en Barak, prezen haar als gezegend onder de vrouwen. De Aartsengel Gabriel zeide hetzelfde met meer recht van Maria. Zij is op aarde in aanzien gestegen door de bevrijding der volkeren, en is in den hemel verheven als heerscheres en beschermster harer kinderen en getrouwe dienaren, die over de geheele wereld zijn verspreid.

Abigail ging David, die in toorn ontstoken was tegen Nabal, te gemoet en ontwapende zijne gramschap. Deze godvruchtige krijgsman zegende haar, omdat zij hem verhinderd had menschenbloed te vergieten.

Welnu, volgens den H. Bonaventura, is Xabal de zondaar; David de vertoornde God ; Abigail de heilige Maagd, die door hare tusschenkomst van haren goddelijken Zoon voor den zondaar genade verkrijgt.

Judith, de zoo schoone, zedige en welsprekende vrouw, zoo vol bevalligheid en moed, zonder nochtans trotsch te zijn, be-■ vrijdde haar volk van de overheersching der Assyriërs. Zij sloeg Holofernes, den aanvoer-! der des legers, het hoofd af, en werd bij hare terugkomst begroet als de roemvolle redster van het volk, als de glorie van Jerusalem en als de vreugde van Israël. Maria wierp den duivel neder, verpletterde den kop van het serpent en dreef de helsche legerscharen op de vlucht, waarom zij de roem, de glorie en de vreugde is der kinderen Gods.

%

gt;c

ocr page 26

20 MEIMAAND DKR GENA])E-OORI)KX.

Om Rachel, de dochter van Laban te 1 bekomen, diende Jacob haren vader gedu-i rende tweemaal zeven jaren. Zij werd na ' langen tijd kinderloos te zijn geweest, de gelukkige moeder van jozef, later onderkoning van Egypte. De gewijde schrijvers zien in de schoone Rachel het beeld van Maria, en in den geliefden Jozef het beeld van Jezus.

Ruth, wier naam genoemd wordt inde geslachtslijst der voorouders van Jezus, zoo zachtmoedig en nederig van gemoed, vond gratie bij Booz, gelijk Maria bij God ; zij zamelde op de velden van dien man de achtergelatene korenaren, gelijk Maria op het veld van Gods barmhartigheid de zielen vergadert, die in de zonde zijn gevallen en hare hulp inroepen.

De godvruchtige Debbora verbeeldt ons door hare overwinning op Sisara, den vijand van Gods volk, de overwinning van Maria op den helschen vijand ; A n n a, de moeder van Samuel, is een beeld van hare godsvrucht; P^sther van hare schoonheid en bevalligheid, en de moeder der Mach abeën van haren bewonderenswaar-digen moed.

Zoo schijnt de Almachtige aan de mensch-: heid slechts stuk voor stuk het wonderbaar tafereel te hebben ontrold, dat door Maria's : deugden wordt voorgesteld.

X

X-

ocr page 27

II.

Picrinij tier .Jtèdnunnti-

is ile heerlijke Meimaand, waarin (fti-i, tie natuur uit haren winterslaap ontwaakt en al hare schoonheid ontu ikkelt. De Mei is de schoonste van alle, de koningin der maanden des jaars. Zij is de feestmaand der natuur en der geschapene wezens. De valleien, de vlakten en de heuvelen tooien zich met groen; de ontluikende bloemen vervullen de lucht met aangenamen geur en het melodieuze gezang van den nachtegaal en den leeuwerik weerklinkt over bosschen- en velden. In grootheid en rijke pracht gaat het schouwspel der ver-jeugdigde natuur alles te boven, wat de verbeeldingskracht van den mensch zich scheppen kan : het groene gras en het donzige mos is uitgespreid als tapijt, het blauwe hemelgewelf strekt tot paviljoen en als sieraden dienen de duizenden bewonderenswaardige gezichtspunten, door de zon des Allerhoogsten verlicht en gekleurd.

De Mei is de bloem der maanden en de maand der bloemen; eveneens is Maria het pronkstuk van Gods werken en tie bloem j der menschheid.

Ziedaar, waarom de Meimaand de maand van Maria is, en waarom God gewild'heeft,

ocr page 28

22 MEIMAAND DER GEXADE-OORDEN.

dat deze schoone maand aan de Allerheiligste Maagd zou zijn toegewijd.

Is het niet billijk, dat wij in dit schoone jaargetijde, waarin alles in blijde hoop herleeft, Haar verheerlijken, die ons terugriep tot het eeuwig leven, en die uit het hoogste der hemelen met volle handen hare gaven, gunsten en genaden over ons uitstort ?

Geen wonder dan ook, dat de geheele Christenwereld de godvruchtige viering dezer maand ter eere der Koningin des hemels met geestdrift heeft aangenomen, zoodat er om zoo te spreken geene kerk of kapel meer is, waar niet het beeld van Maria met luister wordt omgeven. Indien derhalve de eer van de H. Maagd ook ons ter harte gaat, zoo wij wenschen dat Maria's moederlijk oog een liefdevolien blik op ons richte, zoo wij wenschen te deelen in de bijzondere bescherming dier hemelsche Koningin, vereenigen wij ons dan met de geheele Christenheid en geven wij haar in ! deze maand bijzondere blijken van eerbied | en liefde. Tot eene godvruchtige viering dezer maand moge men de drie volgende ; punten onderhouden :

iquot;. Nemen wij ons vast voor te harer eer en uit liefde voor haren goddelijken Zoon, alle doodzonden zorgvuldig te vermijden en ons te beteren van die dagelij ksche zonden, waaraan wij ons veelvul-diger plichtig maken, 't zij oneerbiedigheid in het gebed, ongehoorzaamheid of

ocr page 29

VIERING DER MEIMAAND

liefdeloosheid, 't zij leugentaal, kwaadspreken, gramschap, enz.

2°. Brengen wij een offertje tot ver-Siering harer beeltenis en geven wij, zoo mogelijk, ook eene aalmoes aan de armen.

3quot;. Vragen wij aan de H. Maagd met vertrouwen eenige geestelijke gunsten voor ons zeiven, voor de H. Kerk, voor de zondaars ; — bieden wij Haar tot dat einde dagelijks onze hulde, onze vereering, onze Meimaand-oefening aan.

Gelukkig de getrouwe dienaar of dienares, die aldus waakt aan de poorten van haar paleis, die zoo de wacht houdt aan de stijlen dier deur des Hemels. Hij zal Maria's machtige bescherming ondervinden, en deze dagen zullen met gouden letters in het boek zijns levens staan aangeteekend.

N.B. Zijne Heiligheid Paus I'ius VII verleende aan alle geloovigen, die gedurende deze maand de allerheiligste Maagd en Moeder Gods, door eerbiedige huldebetooning, door godvruchtige gebeden of andere oefeningen van deugd zouden vereeren : lo. Een aflaat van 300 dagen voor iederen dag: en 20. Één vollen aflaat, ééns in die maand, op eenen dag naar verkiezing, te verdienen, mits men biechte, communiceere en bidde tot intentie van Z. Heiligheid. (Raccolta 1S84. bl. 296.)

ocr page 30

€ci*£tc ^aij.

43rDDttjcbcn li au iBaria.

DE IÏROX VAX DE GROOTHEDEN DER H. MAAGD IS HAAR TITEL VAN MOEDER GODS.

SgÉfl-et de Heilige Kerk zeggen, dat Maria is de Moeder Gods, is alles zeggen met één enkel woord. Inderdaad, er is geene hoogere waardigheid, er bestaat geen grooter lof voor een schepsel dan deze, en de welsprekendste redenaar kan er niets bijvoegen. De grootste vernuften der wereld, de voornaamste en meest verlichte heiligen waren bevreesd, als zij hare lofrede wilden samenstellen. De Heilige Gregorius, bijgenaamd de Wonderdoener, zoo machtig in woord en werk, bekent, dat hij een kind is en geen woorden kan vinden, wanneer hij over de Moeder Gods moet spreken. De heilige Epi-phanius verklaart, dat de beschouwing harer glorie hem met vrees bevangen heeft, en dat er geen verstand zoo machtig, geen taal zoo schoon en kernachtig is, om zulke wonderwerken naar waarde te prijzen. De Heilige Bernardus vreesde zijne hoorders te misleiden, met hun eene toespraak over dit onuitsprekelijk onderwerp te beloven.

Na op alle wijzen den lof van de

X

ocr page 31

%______

eerste j )ag ■ 25

Allerheiligste Maagd verkondigd te hebben, zoo zegt de H. Bernardinus van Siëna, na haar beschouwd te hebben als de zuiverste bron van alle deugden, als het volmaaktste werk van den Schepper, als een oceaan van gratie, quot;als een wonder van glorie, als het meesterstuk van Gods almacht, als den troon der Godheid, is men verplicht tot den oorsprong dezer voorrechten terug te keeren en te belijden, dat zij eenig en alleen afhangen van haar goddelijk Moederschap.

Maria's grootheden en vereering hebben hare grondslagen op de heilige bergen, en het zou een zwak geloof verraden, wanneer wij meenden, dat God ten opzichte van haar niets kon doen, wat ons verstand te boven gaat.

quot;Cclicn ölt i). ilïaagö.

Hare Onbevlekte Ontvangenis.

®il;et tijdstip, voor de verlossing der men-schen bepaald, naderde meer en meer, en bij de Hebreen waren reeds duidelijk de voorteekenen dezer groote gebeurtenis aanwezig. Het godsdienstig en maatschappelijk leven der Joodsche natie nam zichtbaar af, de troon lag omver, de koninklijke schepter was in de handen eens vreemde-lings ; tempel en altaar wankelden ; alles

ocr page 32

26 meimaand der genade-oorden.

was geschokt, en in beroering. De Verlosser van 't begin der eeuwen beloofd, naar wiens komst de patriarchen zoozeer verzuchtten, die door den mond der profeten zoo dikwijls was aangekondigd, zou ter wereld komen, om de bouwvallen van Sion te herstellen, om een einde te maken aan de heerschappij der zonde, om de eeuwige rechtvaardigheid aan te brengen en de visioenen en voorspellingen der profeten te vervullen. Het heelal is in gespannen verwachting en bereidt zich voor om de groote omkeering te ondergaan, die door Hem zal bewerkt worden De Eeuwige zal, zonder vermindering zijner grootheid ot almacht, en zonder zijn troon te veriaten, die in het hoogste der hemelen is gevestigd, op aarde nederdalen: Hij zal zich onder dj nederige gedaante .van een klein kind aan de oogen der stervelingen vertoonen, want er is voorspeld, dat Hij zal verschijnen als mensch, onderworpen aan alle ellenden der menschen.

Noodwendig moest de Godmensch eene moeder hebben zijner waardig. \Vdar echter eene vrouw te vinden, die alle mogelijke volmaaktheid in zich vereenigde?

Slechts ééne is er geweest, en deze is Maria. I )e profeten hebben van haar voorspeld , dat eene maagdelijke vrouw de Moeder des Verlossers zoude zijn : eene maagd, die hare zuiverheid en maagdelijkheid ongeschonden zoude bewaren. Maar

ocr page 33

'

^ I X.

EERSTE DAG

I ook de maagden zijn niet vrij van de erfzonde. Deze altijd maagdelijke Moeder i echter mocht niet besmeurd worden met die ! algemeene smet, maar moest in allen deele j vlekkeloos zijn en blijven Daarom moest ! Maria het kind der gratie zijn, die tegelijker-I tijd dat zij kind der mensquot;hen werd, ook waarlijk kind Gods mocht heeten. Ware de Messias slechts een machtige koning geweest, zooals de Joden zich inbeeldden, dan voorzeker had Hij kunnen volstaan, met eene moeder, die in het paleis der Cesars op-i gevoed, met alle groote gaven van geest en | hart ware toegerust geweest.

Maar het gold hier den beloofden Ver-! losser ter wereld te brengen, den Messias, ' den Heer des hemels en der aarde, den God van alle heiligheid Daarom moest bij Maria's J voorrechten de heiligheid voorop staan en moest alles medewerken om in haar de | volmaaktste gelijkenis te vormen met haren goddelijken Zoon. Deze volmaakte heiligheid moest haar noodzakelijk vrijwaren van de smet der erfzonde, waarmede wij allen geboren worden. Van het begin der wereld aangekondigd als degene, die den kop van het serpent zou verpletteren, kon de Moeder des Verlossers niet door zijn beet getroffen zijn

De Kerkleeraars hebben steeds ten aan-hoore der wereld Maria's voorrecht van onbevlekt ontvangen te zijn verkondigd en verdedigd.

quot;X

ocr page 34

28 MKIMAANII DER GEXADE-OORDI'.N'

Gedurende de achttien eerste eeuwen des Christendoms was dit geloofspunt in de harten aller Christenen gevestigd, totdat Zijne Heiligheid Pius IX, roemwaardiger nagedachtenis, aan het algemeen verlangen der geloovigen voldoening gaf, en plechtig als geloofswaarheid door allen te houden afkondigde, dat de Allerheiligs/e Maagd ' cn Moeder Gods Maria door een bijzonder ' voorrecht Gods, ten aanzien der verdiensten \ van haren goddelijken Zoon, van de smet der | erfzonde onbevlekt is bewaard gebleven. i

Bemerking. — De wereld was sinds j Adams val in een ongelukkiffen staat. Maria ■

O O ^ j

kwam door hare Onbevlekte Ontvangenis de Verlossing voorbereiden. Om daaraan deelachtig te worden hebben wij slechts ! den weg der onschuld te volgen, ons door i de H. Maagd aangewezen.

Pc rroXirli i^iDm uln li au quot;o^ooclj.

en zijn zeer verschil-

menschen. Roemen

dezen al wat groot en aanzienlijk is op deze aarde, en stellen zij daarop hun vertrouwen, God kiest niet zelden het kleine, zwakke en onedele dezer wereld uit, om zijne grootste werken te volvoeren, „ffet dwaze der 'wereld, schrijft de Apostel, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen. ... en het verachte heeft God

ocr page 35

%

eerste dag.

uitverkoren cn hetgeen me/s is, om hetgeen iets is, te niet te doenquot;

Heeft Hij David, den schaapherder, den laatsten van Isaïs zonen, niel van de kudde opgenomen en met terzijdestelling zijner oudere broeders, tot koning over Israël gezalfd? Heeft de Zoon Gods zich niet eene arme, nederige maagd tot glorievolle Moeder verkoren, en wilde Hij niet in een verlaten stal op Bethlehems velden ter wereld komen om in de kribbe op hooi en stroo te worden neergelegd ?

Verkoos Hij niet twaalf ongeleerde mannen, meest allen arme visschers, tot apostelen, om aan de volkeren de leering van den gekruisigden Godmensch te verkondigen en het aanschijn der aarde te veranderen ?

Voorzeker, God heeft het zwakke en het dwaze uitgekozen om de machtigen en de wijzen dezer wereld te beschamen, opdat zijne kracht zoude uitschijnen in de zwakheid en tie onbeholpenheid van het werktuig. Hetzelfde ziet men niet zelden plaats grijpen in de geschiedenis der bevoorrechte genade-oorden der Allerheiligste Maagd. .

Een _ der oudste en eerbiedwaardigste miraculeuze beelden der Heilige Maagd op Nederlandschen bodem is voorzeker het beeld der Zoete-Lieve-Vrouw . van 's-Hosch.

Bij de herstelling der piachtige aloude

x

gt;c

ocr page 36

----

30 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN

St. Janskerk, in het jaav 1280 begonnen, aan welker restauratie meer dan eene eeuw besteed werd, geraakte dit beeld, dat vroeger eene plaats in die kerk innam, in de bouwloods onder puin en stof bedolven. Nog in de eerste dagen van 1380 lag het daar. Het was oud en onooglijk geworden, zoodat niemand er eenige waarde aan hechtte. Op zekeren kouden winterdag stond een werkman met de bijl gereed, om het tot spaanders te hakken, ten einde het vuur te stoken, toen juist de bouwmeester de loods binnentrad en hem weerhield, zeggende, dat zulks niet mocht gebeuren, daar het de beeltenis was der schoone Maagd Maria. Zoo bleef het, ofschoon gespaard voor het vuur, ongeacht en versmaad in de bouwloods staan. Op Witten Donderdag i daaraanvolgende bracht dezelfde werkman, { als om zijn vergrijp te herstellen, het beeld ! van stof gezuiverd, naar de kerk, om met de andere beelden, die bij het H. Graf werden geplaatst, zooals de wachters, de engelen, de godvruchtige vrouwen, enz., als eerewacht en versiering te dienen. Omdat het echter te onoeglijk was, werd het afgewezen en voorloopig in een hoek der kerk neergezet Korten tijd daarna werd het door den koster aan zekeren broeder Wouter ten geschenke afgestaan. Dan, eerst omstreeks Lichtmis van het volgende jaar 1381 kwam broeder Wouter om zijn beeld te halen. Toen hij echter

X ....... 'X

ocr page 37

X

X-

eerste dag.

beproefde het weg te dragen, werd het hem zoo zwaar, dat hij zich genoodzaakt zag het in de kerk achter te laten. Men bracht het naar het ü. L. Vrouwe choor. waarschijnlijk de tegenwoordige O. L. Vrouwekapel, waar het overigens geheel verwaarloosd werd.

Het beeld, uit eikenbout gesneden, ongeveer 1,15 meter hoog, stelt de moeder Gods in staande houding voor, dragende op den linkerarm het Kindje Jezus, dat zij met de rechterhand den symbolischen appel, de vrucht der gehoorzaamheid en des levens, aanbiedt. Naar de bewerking van het geheel te oordeelen, is het een der eerste voortbrengselen der gothieke kunst uit het begin der dertiende eeuw.

Gebed tot de Zoete-Lieve-Vrouw.

glorievolle Moeder Gods, onovertroffen | meesterstuk der schepping, geheel schoon en zonder erfsmet ontvangen, — dieU ge-waardigd hebt te's-Bosch een onaanzienlijk beeld te verheffen en tot uwe goedertieren { inzichten te bezigen, verkrijg ons door uwe machtige voorbede de groote gaaf van ootmoedigheid, opdat wij ons zeiven vernederend door God mogen verheven worden. Amen.

ocr page 38

X__________X

Oucctic öXiij.

(j3raotïjcbcn lian jllnri.i.

Zij is dk Dochter des Eeuwigen Vaders, de Moeder van God den Zoon, de Bruid van den Heiligen Geest, en

tegelijkertijd de moeder, de

Zuster, de Beschermvrouwe der Christenen.

•Ijpen kind, een dochtertje, een zwak (§1 menschelijk wezen wordt geboren. Uit teeder wicht, dat onder hare voorvaderen Salomon, David en Abraham telt, voert bij hare geboorte de eenvoudigheid, de zedigheid, de nederigheid in haar hofstoet mede; het heeft geen reden om aardsche praal te verlangen, maar zal voor ons het toonbeeld van alle deugden zijn.

Welke vorstin echter kan met dit bevoorrecht kind in vergelijking komen ?

Diodorus Siculus verhaalt ons, dat de moeder van Simandius, koning van Egypte, op hare graftombe met drie kronen stond afgebeeld, om te beduiden, dat zij echt-genoote, dochter en moeder eens konings was. Galla Placidia overtrof haar, dewijl zij de dochter van Keizer Theodosius den Groote, de zuster van keizer Honorius, de echtgenoote van Constantijn en de moeder van keizer Valentinianus was.

ocr page 39

33

Deze bijzondere titels, zoo zeldzaam in één persoon vereenigd, kunnen echter niet halen bij de eeretitels van het kind, waarvan wij spreken ; immers de aardsche grootheid dier vorstelijke vrouwen was van voor-bijgaanden aard, terwijl de voorrechten der kleine Maria eeuwigdurend zijn. Wat hare aardsche afstamming aangaat, hebben wij alle redenen om daarover met rechtmatigen trots te juichen : zij is de nazaat der patriarchen en der koningen : maar wat beteekent dit tegenover hare verwantschap met God ! Als het kunststuk der schepping is zij de volmaakte Dochter des hemelschen Vaders, terwijl zij in het schoonste werk Gods, onze Verlossing, : tot Moeder van God den Zoon en i Bruid des Heiligen Geestes werd \ uitgekozen. Dientengevolge is zij tevens de zuster, de moeder, de Beschermvrouwe der Christenen geworden. Wij zijn allen broeders en zusters in Jezus Christus, dus is ook Maria onze zuster en tevens onze moeder. Van de stervende lippen des Verlossers op het kruis vloeiden i de zoo zoete woorden : ,, Vrome' ziedaar inv \ zoon, — zoon, ziedaar uwe moederquot; I waardoor Hij haar aan ons tot moeder gaf ! en ons tot hare kinderen aanwees : en ge-! durende meer dan achttien eeuwen heeft Maria bewijzen te over geleverd, dat zij | ons in waarheid heeft aangenomen en onder | hare bescherming geplaatst.

M ei m a an d Genade-Oord en.

ocr page 40

-.X

34 meimaand der genade-oorden.

Xcbrn her Uj. aïSaagb.

De Geboorte.

fEe Nazareth, een stadje in Galilea, niet 'f^!5 ver van den berg Karmel gelegen, leefde een heilig man, Joachim genaamd, uit den stam van Juda, uit het geslacht van David door Nathan : zijne vrouw, volgens het gevoelen van den H. Augustinus, uit het priesterlijk geslacht gesproten, heette Anna, welke naam, in het Hebreeuwsch, de „bevalligequot; beteekent. Deze echtgenooten leefden volgens de wet en onderhielden nauwgezet de geboden van God. Aan hun huwelijk ontbrak echter eene groote zegening; zij waren tot dan toe kinderloos, wat bij de Israëlieten als eene schande werd aangezien. Dan, de goddelijke Voorzienigheid, wier beschikkingen ondoorgrondelijk zijn, bereidde hun eene groote belooning en eene onbeschrijfelijke vreugde. Twintig jaren na hun huwelijk werd Anna de bevoorrechte moeder van het gelukkige kind, zoo aangenaam in Gods oogen, dewijl Hij het voorbestemd had om aan de wereld den lang verwachten Verlosser te schenken.

In het begin der maand Tisri, wanneer de brandoffers voor de zonden des volks werden opgedragen, werd de Maagd geboren, wier Goddelijke Zoon de misdaad onzer eerste ouders zoude herstellen.

quot;X

ocr page 41

X

TWEEDE DAG,

De datum dezer groote gebeurtenis valt volgens den feestdag, door de Heilige Kerk ingesteld, op den S5quot;1' September.

De geboorte van Maria had niet plaats te midden van wereldsche praal. De geheimzinnige roos, later door den H. Johannes aanschouwd, omkleed met de zon als in een stralenglans, moest in den verzengenden wind der tegenspoeden op een armen en ontblooten tak ontluiken. De grootste eenvoud heerschte om de kribbe van haar, die voorbeschikt was, de koningin des Hemels te zijn. Bij de geboorte van dit wondervol kind vond men noch goud, noch rijk borduurwerk, noch de kostbare reukwerken van het Oosten. De wieg was van gevlochten hout vervaardigd, en windsels van grof linnen omsloten de kleine armen, die eenmaal den Zaligmaker der wereld zoo zacht zouden omvatten.

Zien de kinderen der koningen, in purperen windselen gehuld, de rijksgrooten voor zich nederbuigen en hooren zij zich door hen als Heer begroeten, — de vrouw, die de Bruid en de Moeder van God moest worden, ontving de eerste liefkozingen van arme vrouwen uit het gewone volk.

Maar in de oogen van de Heiligen en de Engelen was de geboorte van Maria glorievol en schitterend.

Den achtsten dag na de geboorte gaf Joachim aan zijne dochter den naam van

35

X

Xquot;

ocr page 42

36 meimaand der genade-oorden.

Miriam (Maria), hetgeen naar het Syriaksch „rronw, Meesteres, Heerscheresquot; en naar het Hebreemvsch „Ster der Zeequot; beteekent.

En waarlijk, zegt de H. Bernardus, de Moeder Gods kon geen naam dragen, die haar beter paste, of hare hooge waardigheid schooner uitdrukte. Maria is inderdaad die schoone en schitterende ster, die over ' de groote en stormachtige wereldzee hare stralen schiet.

Bemerking. Zoowel Maria als haar goddelijke Zoon wordt in armoede geboren. Hoe nietig zijn in Gods oog de goederen der aarde.

IV Sni-tc*ÏC-irUigt;JBruiiln ban 's postij.

( Vervolg)

I ..-Qdlcen broeder Wouter bleef eenige aan-I fldacht aan zijn beeld wijden. In den \ zomer van 13S1, toen de geheele kapel ■ var boven tot beneden beschilderd werd doo: „meester Jan van Vlijmenquot;, verzocht i hij hem ook zijn beeld te beschilderen. I Déze weigerde en verklaarde het daarvoor niet geschikt. Toen ondernam onze bi .cder, met behulp van den zoon des • schilders, zelf het beeld te kleuren en op tc halen, waardoor het, gelijk licht begrijpelijk is, een zeer potsierlijk aanzien verkreeg. Het geheel, doch vooral het gelaat was opzichtelijk geel, zoodat het volk den spot er mee begon te drijven, te meer toen

\ )

gt;c

ocr page 43

JC

—

rwiv.DE hag

onze broeder het nog met een mantel van gebloemde witte stof had omhangen en een kindje Jezus, aan de handen van spelende kinderen ontnomen, O. L. Vrouw op den arm had geplaatst.

Het oogenblik was echter gekomen, waarop dit beeld aan de vergetelheid en de versmading zou worden onttrokken, want het was dit, om zoo te spreken, verworpen beeld, dat de H. Maagd wilde verheffen en tot hare goedgunstige inzichten bezigen. De oude rijmkroniek verhaalt, dat onder anderen zekere burgeres zich in de kapel de spotternij had veroorloofd: „Jezus, wat is dat beeld misvormd en vergeeld!quot;.... Uenzelfden nacht verscheen haar de Heilige Maagd, omgeven van een hemelsch licht en sprak tot haar: „ Waarom hebt gij gezegd, dat ik misvormd ben ? Ik die schoon ben in het eeuwige leven, in het hoogste des hemels! Tk beveel U dus, dat gij tot mij. uwe toevlucht neemt om uw lijden te hoven te komen en het eeuwige leven te verwerven.quot; Door deze bestraffing gansch ontsteld, spoedde zij zich des morgens naar de kapel, waar zij eene jonkvrouw bij het beeld in gebed vond. Zij verzocht deze de goedheid te willen hebben het beeld der Zoete-Lieve-Vrouw te doen beschilderen en den arm van het kindje Jezus te doen herstellen, verklarende, dat zij bereid was daarvoor eene ruime gift bij te dragen.

Middelerwijl kwam eene andere vróuw

37

X

X

ocr page 44

38 meimaand der genade-oorden.

de kapel binnen, die zich weder eene spotternij over de gele kleur van ü. I/. Vrouw veroorloofde. Doch „haar was wee te moede!quot; zegt het handschrift; zij viel ter aarde, en moest naar huis gedragen worden. Slechts na veertien dagen op het ziekbed te zijn uitgestrekt, en eveneens eene gift ter versiering van het beeld te hebben geofferd, herkreeg zij de gezondheid.

De wonderbare genezing van zekere vrouw Timmermans, die bijna drie jaren verlamd was geweest, was de aanleiding, dat besloten werd om het wonderbare beeld der koningin j des hemels in eere te herstellen en rijk j te doen versieren. En toen het daarna, I schitterend van kleuren, in de kerk terugkwam, plaatste men het in de kapel, waar ■ het nog staat, links van het hoofdportaal : der kerk, waar het op een prachtigen troon verheven onder den titel van de ZoETE-lteve-vrouw een voorwerp van al-gemeene vereering in deze gewesten is geworden. -

X

Gebed.

Verhevene Moeder Gods, en tevens quot;Spr mijne Moeder, ik wensch niets vuriger dan eenmaal aan uw geluk in den hemel deelachtig te worden. Verkrijg mij de genade naar uw voorbeeld de aardsche goederen en grootheden te versmaden. Richt mijn geest en hart steeds hemelwaarts, opdat ik mij schatten vergadere, die door geen roest of mot verteerd worden. Amen.

gt;c

ocr page 45

^Dcvbc iPaij.

g?rtintV}cbrn Uaii .J©ana.

Hare uitverkiezing van eeuwigheid.

IpSe H. Bernardus roept bij de beschou-wing van Maria's grootheden in heilige vervoering uit; „Uitgelezen zijt gij, verhevene Maagd, als de zon; ik spreek echter niet van deze, die boven onze hoofden schittert, maar van den Schepper daarvan ; uitgelezen is Hij boven de millioenen van inenschen, en gij boven de millioenen der vrouwen; uitgelezen is Hij onder al wat bestaat, en gij onder al, wat Hij gemaakt heeft.quot; De H. Bonaventura verklaart, dat alle heiligen te zamen, wanneer ieder in zijn rang de hoogst mogelijke volmaaktheid bekwam, de volmaaktheden der Moeder Gods niet zouden evenaren. De heiligheid en de gratiën zijn onder hen verdeeld, en ieder hunner heeft zijne bijzondere gave ontvangen, maar de Heilige Maagd heeft met haren Zoon en door Hem deel aan de volheid der heiligheid, der gratiën en grootheden üods. Daarom noemt de H. Augus-tinus haar „het werk van een eeuwig raadsbesluit;quot; als wilde hij zeggen, dat, bijaldien God voor de uitvoering zijner

X

X

ocr page 46

40 meimaand der genade-oordenquot;.

werken tijd tot overdenking noodig had, \ de eeuwigheid niet te lang zou zijn voor | de vorming van een zoo edel en verheven | schepsel.

Xclicn her ö. .JBaaaiJ.

Uf kinderjaren van Maria.

Cp)e oude wet verplichtte de Joodsche Jf» vrouwen tot eene plechtige zuivering in den tempel, waarbij zij haar eerstgeboren kind moesten opdragen. Anna volbracht dit wettelijk voorschrift tachtig dagen na de geboorte van Maria. De offerande aan den Heer bestond, naar gelang de ouders rijk of arm waren, in een lam en een tortelduif, of in twee tortelduiven. Maar de godvreezende Anna bepaalde zich niet bij de gebruikelijke offerande; waardig om op ééne lijn gesteld te worden met Anna, de moeder van Samuël, bood zij aan den Heer een reiner slachtoffer aan, eene duif, onschuldiger dan die, welke stuiptrekkend en bloedend onder het offermes viel; zij had geen gouden kroon, om deze uit dankbaarheid aan den tempelwand op te hangen; maar zij legde aan de voeten des Allerhoogsten de kroon van haren ouderdom neer, het kind, waarmede Hij haar gezegend had; zij bood Hem hare eenige dochter aan, en verbond zich plechtig deze naar den tempel terug te voeren en

K

ocr page 47

DERDE DAG.

aan den dienst der heilige plaats toe te wijden, zoodra zij daartoe naar lichaam en geest geschikt zoude zijn bevonden.

Joachim, de „rechtvaardige,quot; de vader van Maria, bekrachtigde deze gelofte, die alzoo onaflosbaar verplichtend werd voor hem en zijne echtgenoote.

Xadat de plechtigheid der zuivering was geschied, en de gelofte der opdracht van Maria uitgesproken, hernamen de echtgenooten den weg naar hun geboortegrond, de landstreek Galilea.

Gelijk het algemeen gebruikelijk was onder de vrouwen van Juda, voedsterde Anna zelf haar gezegend kind, dat als met de moedermelk ook hare deugden overnam. Het kind van genade was in die prilste jaren de vreugde der familie en het groeide op als eene lelie, die met den zoeten geur , der hoop, zooals de H. Bernardus het dichterlijk uitdrukt, de lucht komt balsemen.

De beminnelijke Maria groeide op in jaren en in wijsheid voor God en hare ouders. Had Anna haar het voedsel geschonken, dan deelde zij haar ook in treffende lessen, geschikt om geest en hart te vormen, de spijs der ziel mede. Alle dagen werd de leesles, die in de middeleeuwen tot zooveel bevallige schilderstukjes aanleiding heeft gegeven, herhaald. Dan zat Joachims echtgenoote in een leuningstoel op eene verhevenheid neder, opende de gewijde bladen der heilige boeken en

ocr page 48

X-

42 meimaand der genade-oorden.

prentte haar kind de eerste beginselen in van godsdienst en deugd. Het zachtaardig en bevallig kind, door bovennatuurlijk licht bestraald, wist zich de lessen door de Heilige Anna gegeven, op bewonderenswaardige wijze ten nutte te maken. Om hare vroegtijdige rijpheid van oordeel en wijsheid in woorden, op een tijdstip dat andere kinderen nog het gebruik van hun verstand missen, kon men van haar zeggen, dat zij als 't ware geen dageraad heeft gehad, maar van 't begin harer opkomst in vollen glans heeft geschitterd, gelijk de zon in de tropische gewesten.

Bemerking. — Het is onze plicht de heilige Anna na te volgen en ook aan onze kinderen, van hunne teederste jaren af, de gehoorzaamheid aan God ên de liefde voor zijne heilige geboden in te prenten.

SoctcsTCicbc^miln üan 'a^osrlj.

De Omgang. (1)

( Vervolg.)

|?0ndoenlijk is het, hier een overzicht, sjv zelfs eene optelling tegeven der wonderen, die van het laatst van 13S1 af aan de

X

1

Deze beschrijving, alsook vele andere verhalen dezer Meimaand, is genomen uit het standaardwerk : „Maria's Heiligdommen,quot; waartoe ons door de „Katholieke Illustratiequot; welwillend de vrijheid werd verleend. Wij stellen er prijs op hoar daarvoor openlijk onzen hartelijken dank te betuigen.

ocr page 49

5C

DERDE DAG.

voeten van het beeld der Zoete-Lieve-Vrouw plaats grepen. Treffend is het die wonderen in het oorspronkelijke te lezen, met al de persoonlijke bijzonderheden, die er bij vermeld worden. In 13S2 en vooral ih 1383 volgden die wonderen elkander op met eene snelheid, die de tijdgenooten met verbazing moet vervuld hebben ; van alle kanten kwamen pelgrims opdagen om het wonderbeeld te vereeren en te verhalen welke weldaden zij door Maria's voorbede genoten hadden.

De kapel der Zoete-Lieve-Vrouw werd een heiligdom, eerbiedwaardig boven alle andere, en niets was te kostbaar om den luister te verhoogen, die er het wonderbeeld omringde. Een bijzonder feest werd er voor ingesteld, de „Ommegangquot;, wanneer het werd rondgevoerd door de straten der stad, die de H. Maagd tot hare beschermvrouwe had gekozen. Moeilijk is het eene beschrijving te geven van dat schitterende volksfeest, dat zich in den loop der eeuwen min of meer wijzigde, maar altijd luisterrijker werd. Onder een gehemelte van goudlaken werd het beeld gedragen, dat omhangen was met een koninklijken mantel van hermelijn; de regeering der stad in plechtgewaad volgde het, met het kapittel der hoofdkerk en de kapelaans, die prachtige koorkappen droegen en vergulde heiligenbeelden in de hand hielden ; de klposter-orden sloten zich bij den stoet aan met

43

ocr page 50

------■X

44 MEIMAAND DF.R GENADE-OORDEN.

de begijnen, die in witte taliën gehuld waren. Al de ambachten der stad trokken vooruit met brandende kaarsen ; zij waren gekleed in lange mantels, die alleen bij deze omgangen mochten gedragen worden, en aan het hoofd van iedere gilde verscheen haar banier en patroonheilige; de schutterijen kwamen op, in volle harnas, van top tot teen gewapend. De inwoners van Or-then, Vucht, Den Dungen en Hintham namen aan den optocht deel, in hunne eigenaardige kleederdracht, met de beelden en beschermheiligen van die gemeenten, en gewoonlijk waren ook vreemde hooge geestelijken, zooals de abten van Bern, Tongerloo, enz., bij het feest tegenwoordig. Maar behalve dit, verschenen in den omgang een aantal historische personen en voorstellingen, die met de H. Maagd in betrekking staan ; zoo zag men er de profeten Isaias. Jeremias, enz, die haar voorspeld hadden; de Apostelen, de Drie Koningen, omringd van een stoet dienaars en krijgsknechten ; koning David, Sint Christoffel met het Christus-kind beladen, en de kluizenaars ; eindelijk volgden op wagens eene reeks tafereelen uit het lijden des Heeren, zooals de geeseling, de kroning en de kruisdraging. Schitterend was deze optocht door zijne decoratiën en rijke kleedijen; een onnoemlijk getal pelgrims en vreemdelingen werden er elk jaar door naar Den Bosch gelokt. Bovendien verschenen

ocr page 51

derde dag

45

dikwijls boetelingen uit verre plaatsen, die in een lang linnen gewaad vóór het beeld gingen, hetzij om zich van eene gelofte te kwijten, hetzij uit godsvrucht en boetvaardigheid. Op de markt was een groot prachtig altaar opgeslagen, versierd met festoens van pau-wenveeren en bloemen ; engelen, die velerlei speeltuig bespeelden, werden daarop geplaatst en hier hield de omgang rust. Het beeld werd op de estrade verheven, lofzangen en muziek weergalmden door de lucht en geheel die opgetogen menigte bracht hare hulde aan de Koningin der Engelen, met eene heerlijkheid en praal, die later nooit meer in de grijze hertogstad is gezien

Gf.bei gt;.

:7- j-itgelezene Maagd Maria, van alle eeu-wigheid uitverkoren en gezegend boven alle vrouwen, ik werp mij vol betrouwen aan uwe voeten neder en smeek U met vurigen aandrang, in mijn hart te willen overstorten een vonkje der godsvrucht en der liefde, waarvan uwe ziel reeds in uwe eerste levensjaren gloeide. Verleen mij de volkomene toewijding van lichaam en ziel aan uwe glorie en aan den dienst des Heeren. Amen.

ocr page 52

•-y» t-y* »-^-« »-!--• »-4--* »-4-^ »4-^ »4^ *~i^ •~i^» »-4-» »~ï^

J?icrbc Pan.

4?raattjctirti ban .UI ar ia.

Zij wordt door den H. Geest op eene

onuitsprekelijke wijze beschermd.

SSe Heilige Kerkvaders zijn algemeen van «Y?' gevoelen, dat de Heilige Maagd inderdaad de beschermelinge is van den H. Geest, die, volgens den H. Anselmus, in haar is nedergedaald, en haar boven alle schepselen als zijne woonplaats heeft uitverkoren.

Een Engel Gods openbaarde aan de H. Brigitta, dat de H. Geest verbleef bij Maria, evenals eene bij reeds in den vroegen morgen de wacht houdt bij eene bloeiende roos, om zoodra de roos zich opent haren honig te vergaderen. De Engel voegde er nog bij, dat de H. Geest als de smeltoven was, waardoor Maria bekwaam gemaakt moest worden om Gods heilige oogmerken te dienen. — De H. Maagd zelve verklaarde aan de H. Brigitta, dat, naarmate zij toenam in jaren, ook de H. Geest, die in haar woonde, hare ziel met kostbare geestesgaven verrijkte; en de H. Joannes Damascenus getuigt, dat zij in het huis Gods was geplant als een kostbare olijfboom, die de heerlijkste vruchten der heldhaftigste deugden voortbracht.

X

X'

ocr page 53

X

vierde hag

%cltcn bcc L5). .iBaagb.

Maria's opdracht in den tempel.

, IftLOg slechts drie jaren oud wist het : wonderbare kind Maria, dat gehoorzaamheid de eerste deugd der jeugdige maagd moet zijn. — „Nu is het uur gekomen, Lieve Ouders, — zoo hooren wij haar zeggen, — om God het offer te brengen, dat gij Hem zoo plechtig beloofd hebt. Laat alle jonge maagden van onzen stam bij elkander komen en mij vergezellen naar het Huis des Heeren.quot;

Daar gaat nu de heilige stoet. Eene dubbele rei van maagden in feestgewaad en met fakkels in de hand, gaat vooruit; Joachim en Anna met nog meerdere bloedverwanten volgen met de kleine Maria. Thans mag de gelukzalige Joachim, vrij van hoon, fier het hoofd opbeuren, en met de Heilige Anna, wier droefheid in vreugde veranderd is, bij de aanschouwing van Jeruzalem zijn hart lucht geven in rechtmatige vreugde.

47

Bij den tempel aangekomen koopen Joachim en Anna een lam zonder vlek en een gomor tarwebloem, om aldus volgens voorschrift der wet hun offer op te dragen. De vader en de moeder van de geliefde Bruid des Heeren geleiden de kuische Maagd bij de hand, en terwijl hare gezellinnen lofzangen aanheffen bestijgt zij alleen, zonder

'X

X'

ocr page 54

-ftK

X

48 MEIMAAND DER GENADE OORDEN.

hulp, met statige snelheid de vijftien marmeren trappen des tempels, en spreekt: „God zal mijn deel en mijne vreugde zijn.quot; Daar zit de opperpriester op zijn kostbaren troon, omringd van eene menigte jonge maagden, die ook aan den dienst des Heeren zijn verbonden, — terwijl een ontelbare schare van zalige geesten van het hemelsch Jeruzalem naar het aardsche afdalen, om getuigen te zijn van de zielroerende opdracht hunner Koningin. Maria's teerminnende ouders dragen haar den Heer op, zeggende : „Wij offeren aan God het geschenk, dat Hij zelf ons gegeven heeft.quot;

De hoogepriester nam met vreugde het dierbare pand, dat hem door God werd toevertrouwd aan, en sprak zijnen zegen uit over de heilige echtgenooten Joachim en Anna, evenals weleer in gelijke omstandigheden de zegenende hand van Heli nederdaalde over den godvreezenden Elkana en de niet minder deugdzame Anna, de gelukkige ouders van den jeugdigen Samuël. De plechtigheid eindigde met den hooge-priesterlijken zegen, die over de neergebogen menigte werd uitgesproken: „O Israël, de Eeuwige God schenke u voorspoed in alle ondernemingen en ten allen tijd den vrede !quot; Nog een laatste jubel- en danklied op keurige wijze door de harpenaren begeleid, en de plechtige opdracht der H. Maagd in den tempel van Sion is geschied. Daar werd nu deze hemelsche schat bewaard, gering

'X

X

gt;

ocr page 55

vierde dag.

onder hare gezellinnen, maar groot in de oogen van God en der hemelingen. Deze erkenden het teedere kindje als de Maagd door Isaias voorspeld, — de Beminde uit het Hooglied van Salomon, — de nieuwe Èva, die kwam om de schuld der eerste Eva met hare tranen uit te wisschen; — de lang beloofde vrouw die den Verwachte van alle eeuwen, den Verlosser van het menschelijk geslacht, aan de wereld zou schenken.

De Heilige Joachim en Anna keerden terug ' naar hunne nederige woning te Nazareth, die door de afwezigheid van Maria wel veel van hare aantrekkelijkheid had verloren, maar waar toch ieder voorwerp herinnerde aan de teedere Maagd, welke daar verbleven had.

Bemerking. Maria, Joachim en Anna geven ons hier een treffend voorbeeld van gehoorzaamheid, toewijding en zelfverloochening. Volgen wij hen na, in zooverre het mogelijk is; onderwerpen wij ons gaarne aan den wil des Heeren en bewonderen wij in iedere gebeurtenis de wegen van Gods voorzienigheid.

vPt SnctcsTC-iclic^Bmili' Uan 'o 23a(irlj.

(S/o/.)

gn)nafgebroken bleef gedurende twee eeu-sp wen, in den gulden katholieken tijd der middeleeuwen, de vereering der Zoete-Lieve-Vrouw te 's Bosch voortduren. De

49

ocr page 56

K

50 MEIMAAND' DER GENADE-OORDEN.

geschiedenis verhaalt ons menige gebeurtenis, waaruit blijkt, hoe hare vereering ook in den vreemde verbreid was, en zich ver buiten Noordbrabants grondgebied uitstrekte. Zoo melden ons de jaarboeken i der stad, hoe de ongelukkige hertog Ar-noud van Gelder, door zijn ontaarden zoon gevangen genomen en zes jaren lang in het kasteel te Buren opgesloten, uit zijne gevangenis verlost, ter bedevaart toog naar ] 's Bosch en daar de Zoete Moeder voor zijne bevrijding kwam danken.

Eveneens bracht Johanna van Castilie bij haar huwelijk met Filips den Schoone, den I toekomstigen vorst van een groot deel der I Nederlanden, eene bijzondere hulde aan ; de Zoete-Lieve-Vrouw; uit het verre Spanje zond zij haar bruidskleed, een zeer kostbaar weefsel van goudlaken, aan de kapel ten geschenke.

Dan, op de jaren van heiligen godsdienstzin, van vrede en rust voor het katholieke Nederland, gingen jaren van woeling en oproer, ja, van waanzinnigen godsdiensthaat volgen; en het is zeker niet zonder eene bijzondere voorzienigheid Gods geschied, dat gedurende die troebele jaren het miraculeus beeld van de Zoete-Lieve-Vrouw voor ons is bewaard gebleven. Heviger dan het vernielend vuur, dat tot viermaal toe, bij verschillende branden van kerk of kapel, het beeld der Zoete Moeder bedreigde, woedde de vervolging in de laatste helft

T

-

X

ocr page 57

xc

VIERDE DAG

'X

der ió^ eeuw tegen den katholieken godsdienst en vooral tegen den eeredienst der beelden. Het was als een geweldige stormwind, die met vernielende kracht alles omverwierp. Binnen korten tijd waren meer dan vierhonderd der prachtigste kerken op bijna onherstelbare wijze verwoest; ook de St. Janskerk viel in de handen der beeldstormers. En ziet, terwijl van 'de overige beelden en sieraden der kerk een brandstapel werd opgericht, bleef het beeld der Zoete-Lieve-Vrouw, dat eveneens in hunne handen was gevallen, voor het vuur en de vernieling bewaard. Ofschoon voor korten tijd weder in eere hersteld, brak spoedig het tijdstip aan, waarop het beeld zijne bevoorrechte stad voor langen tijd zou verlaten. Bij het beleg en de overgave van 's Bosch op 14 September 1629 mocht het aan Bisschop Ophovius met moeite gelukken, het zoo hoog geëerde wonderbeeld in veiligheid te brengen. Het werd naar Brussel overgevoerd. Daar bleef het gedurende meer dan twee eeuwen in de kerk van Koudenberg, waar het door de Brusselaars in hooge eer werd gehouden. Toen er daarna voor de Katholieken in Noord-Nederland rustiger tijden waren aangebroken, mocht het Zijne Doorl. Hoogw. Mgr. Zwijsen z.g. gelukken op 27 December van het jaar 1853 het wonderbeeld wederom zegevierend de St. Janskerk binnen te voeren. Vijfentwintig jaren nadien, op

Xquot;

ocr page 58

53 meimaand der genade-oorden.

a, beminde Bruid des

27 December iSySwerdhetwonderbeeld,onder uiting van de uitbundige vreugde der gansche stad, door Mgr. Adr. Godschalk, uit naam van Z. H. Leo XIII op plechtige wijze gekroond. Blijve de Zoete-Lieve-Vrouw in Noordbrabants hoofdstad zetelen en door haar zachten invloed en wondere macht, gelijk weleer, het H. Geloof in veler harten bevestigen!

Gebed.

geestelijke Roos met he-

melschen dauw bevrucht, met diepen eerbied kniel ik aan uwe voeten neder, om de gaaf van een levendig geloof af te smeeken. Door den H. Geest geleid, hebt gij u zelve van uwe eerste jaren af aan den dienst des Heeren toegewijd. O, mochten ook wij uit het geloof leven en ons leven toewijden aan den dienst van onzen Schepper en Heer. Amen.

ocr page 59

Anoottjcbcn ban jBaria.

Over de vermeerdering der genade in de Allerheiligste Maagd.

fpV weg des vromen, ■—- zoo lezen wij in het Boek der Spreuken iv. 18, — is als een vonkelend licht, dat gedurig toeneemt tot op den vollen middag.quot; Voorzeker mogen wij deze woorden toepassen op Maria. De H. Schriftuur leert ons, dat zij in genade heeft kunnen toenemen, en dat hare ziel geheel haar leven door met meer genaden verrijkt is geworden. De genade werkt oogenblikkelijk; zij is als een zaad, dat in den schoot der aarde geworpen, in eens opschiet en vruchten voortbrengt. Wanneer eene ziel, door Gods I genade getroffen, daaraan beantwoordt, dan opent God onmiddellijk de schatkamer zijner barmhartige liefde en ontvangt de ziel een krachtigen stoot om de verhevenste heldendaden van christelijke deugd te verrichten. Aanschouw eene H. Magdalena, een H. Alexius en zoovele andere Heiligen, die hunne heiligheid danken aan dat oogen-blik, waarop zij den moed hadden de stem der genade te volgen. Zoo zal eveneens de eene ziel door eene akte van edelmoedige

ocr page 60

X-

54 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

liefde tot Ciod in één oogenblik tot hooger volmaaktheid komen dan de andere, na jaren lang hare gewone oefeningen van godsvrucht verricht te hebben.

De Heilige Kerkvaders toonen ons aan, dat de genade in Maria onophoudelijk werkzaam is geweest en vermeerderd is. De grootste Heiligen hebben uren, soms dagen gekend, waarop de genade in hen geen voortgang maakte. Maria kende zulke oogenblikken niet; bij iedere schrede, die zij deed, bij iedere gedachte, welke zij in ; haren geest vormde, werd de genade in haar vermeerderd. Vooral moest Maria in genade toenemen gedurende haar verblijf in den tempel; haar zielverheffende overwegingen, haar brandende liefde, haar geestelijke samenspraken met de Engelen des Hemels, hare aanhoudende beoefening der heldhaftigste deugden, de blijvende invloed des H. Geestes maakten, dat Maria in dit aanvallige tijdperk haars levens het volmaakste en gelukkigste schepsel der aarde was. Maria had een afschuw van het geringste kwaad, en dewijl zij ook in de kleinste zaken met stipte nauwkeurigheid den wil van God volbracht, mag men op haar toepassen, wat de koninklijke profeet zegt: „Geene plaag zal tot uwe tente naderenquot;. (Ps. xc. ie.) Met eene zoete zielskalmte bewandelde Maria in engelachtigen vrede den weg der volmaaktheid.

ocr page 61

vijfde dag.

Xcbcn bet l?. jEaagb.

Maria in den iempel.

JpSij de Israëlieten, waar het eene oneer was kinderloos te sterven, werd de maagdelijke staat slechts beleefd in de jeugd, en reeds zoo spoedig mogelijk besloten de jongelieden tot een eerzaam huwelijk. Toch droeg men den jongedochters, die in maagdelijke zuiverheid leefden, ware hoogachting toe, te meer nog dewijl men verwachtte, dat de Verlosser der wereld uit eene maagd zou geboren worden. Men leest daarom reeds van maagden, die aan den dienst van God waren toegewijd, vóór nog de godsdienstoefeningen in den tempel te Jeruzalem plaats hadden. Later bewoonde deze een afzonderlijk gebouw, als het ware een klooster in den tempel, stonden onder toezicht der godvruchtige vrouwen, die in den weduwlijken staat haar overige dagen wilden doorbrengen en in den tempel in gestrenge afzondering leefden. — De opvoeding van Maria in den tempel was geheel in overeenstemming met de omgeving, waarin zij leefde. Zij hield zich het meest bezig met huiselijke werkzaamheden. Wat een verschil tusschen de dochters van de koningen en grooten dezer aarde, die zich gaarne baden in wellust en geneugten van allerlei aard, en de dochter van God den Vader, de Koningin des Hemels! — Opgevoed volgens

ocr page 62

■

x.

56 meimaand der genade-oorden.

de Wet en getrouw aan de overleveringen van haar volk, stond Maria reeds in den vroegen morgen op, om haar gebed te storten dan, wanneer „de booze Engelen zwijgen, en de gebeden gereeder verhoord wordenquot;. Vervolgens hernam zij met hare gezellinnen ijverig haar dagelijksch werk. Velen der maagden sponnen vlas of wol, anderen hielden zich onledig met weven; sommigen leerden borduren of wisten op ! kunstige wijzen de stoffen te verven of te versieren met gouddraad of ander borduurwerk. En Maria, zegt de H. Epiphanius, vond haar vermaak in de bezigheden, die het bewerken der wollen- en linnenstoffen haar gaven. Zij overtrof alle andere maagden door haar vlijt en kunde zoozeer, dat zij aller bewondering wegdroeg. Vandaar dat men Maria wel eens afgebeeld vindt met een spinrok voor zich, beladen met kostbaren wollen draad, dien Maria op behaaglijke wijze door de vingers laat glijden. Ter herinnering aan de werkzaamheden door de Koningin der Engelen niet versmaad, wijdden eertijds de godvruchtige Christen-maagden, wanneer zij verloofd waren, aan Maria een spinrok toe, dat dan met kostbaar purper bekleed en beladen was met zuivere wol. Volgens den H. Ambrosius was Maria vlijtig aan den arbeid, maar ook tevens zeer naarstig in het lezen der H. Schriftuur. De schoonste der lofzangen, het Magnificat toont ons, wat diepe kennis

quot;X gt;

gt;c

ocr page 63

-.X

57

VIJFDE DAG,

en welke verhevene gedachten Maria's geest vervulden. Toch wilde Maria, met zulke buitengewone kundigheden toegerust, zich niet boven de andere maagden verheffen. Met alle zorg vluchtte zij de loftuitingen der menschen en zoo was zij gelijk aan eene heerlijk glanzende ster, achter het wolkenfloers verborgen.

Bemerking. — Voor eene ziel, die gelijk Maria, God vurig bemint, is geen offer te groot. De liefde maakt alles licht.

vDnsc 'ïtidic fèrouhi in quot;t JSanb tc Hncrtaanh.

fAnder de heiligdommen van Maria in Nederland, welke door talrijke pelgrims godvruchtig worden bezocht, bekleedt dat van Onze Lieve Vrouw in 't Zand te Roermond eene eerste plaats. Eene breede laan van lindeboomen, die in den zomer door hun schaduwrijk gewelf eene aangename wandelplaats vormen, geleidt den vromen pelgrim naar het gehucht „het Zandquot; genoemd. Daar bevindt zich de kapel, waarnaast het klooster der Eerw. Paters Redemptoristen, die met den dienstin dezelve belast zijn. In deze kapel, nog pas geheel nieuw in sierlijken stijl opgetrokken, wordt een miraculeus beeld vereerd van Onze Lieve Vrouw, met het kind Jezus op den rechterarm. Het kleine beeld is uit eikenhout gesneden, nog geheel ongeschonden

X

gt;c

ocr page 64

JC________________

58 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

en bezit de natuurlijke houtkleur. Eertijds was het evenwel geschilderd, wat men nog duidelijk kan zien aan de overblijfsels van verschillende verf en van het verguldsel. Een tamelijk zware krans, met schuine banden en edelgesteenten, omringt het hoofd van Onze Lieve Vrouw, dat ongesluierd is. en waarlangs losse haarlokken weelderig ne-derhangen. Het kleed is dat der nA eeuw. Jezus is voorgesteld blootshoofds, in een eenvoudig kleedje gehuld en met een appel in de linkerhand; de voetjes van het kind worden door de linkerhand der moeder ondersteund. Beiden dragen thans eene sierlijke gouden kroon op het hoofd. — In het jaar 1877 werd te Roermond een dubbel jubilé gevierd. Het was toen 75 jaren geleden, dat de kapel van 't Zand (nl. in 1802) wederom geopend was en tevens waren 50 jaren verloopen sinds Z. D. H. Mgr. Paredis z. g. als rector dei-kapel werd aangesteld. Naar aanleiding van dit feest machtigde Z. H. Paus Pius ix Mgr. Paredis om het beeld van O. L. V. in 't Zand plechtig te kronen, — een voorrecht, dat niet aan alle beelden van Maria geschonken wordt.—De beteekenis der plechtige kroning van een beeld van O. L. V. moge hier eene verklaring vinden. — De Heiligen des Hemels worden door God gekroond, d. i. Hij schenkt hun het wonderbare licht der glorie, waardoor zij in staat zijn God zeiven te aanschouwen en in zijne

gt;r

ocr page 65

X__________

VIJFDE DAG. 59

aanschouwing eene onuitsprekelijkezaligheid te genieten. God kroont ook zijne uitver- ' korenen in den Hemel zóó, dat de ziel en ; later ook het verrezen lichaam glorie en I heerlijkheid ontvangt. Wat God nu doet , in den Hemel, dat bootst de H. Kerk op aarde na, dewijl zij begrijpt, dat zij in hare godsdienstige plechtigheden een afbeeldsel moet zijn van de zegepralende Kerk en haar eeuwigen godsdienst in den Hemel. Vandaar zien wij om het hoofd der Heiligen den nimbus of de stralenkroon, en vandaar ook in de Kerk het gebruik om bij buitengewone gelegenheden bijzonder bevoorrechte beelden, vooral beelden van Onze Lieve Vrouw, met eene kostbare gouden kroon te versieren, en aldus aan de H. Moeder Gods dankbare hulde te brengen en den luister van het genadebeeld te verhoogen. —

Volgens het gevoelen van velen is de eerste openbare vereering van O. L. V. in 't Zand begonnen in 1435, ofschoon in twee akten van 1418 reeds melding gemaakt wordt van eene kapel in 't Zand. Hoe dit zij, omtrent den oorsprong van het miraculeus beeld meldt de overlevering het volgende. Een herder, die menigmaal zijne schapen langs den weg, waar nu de kapel ligt, liet grazen, haalde dit beeld op uit denzelfden put, waaruit thans de pomp, die zich in den gang der kapel bevindt, haar water ontvangt. Vanwaar net beeld gekomen

quot;X

ocr page 66

60 meimaand der genade-oorden.

is, bleef een geheim. De herder vond in een zoogenaamd heiligenhuisje aan een boom langs den weg eene geschikte plaats om het beeld door de geloovigen te laten vereeren. Spoedig werd de wonderbare vinding van het beeld bekend en toen het God behaagde door zichtbare genezingen en wonderen het beeld van O. L. V. daar ter plaatse te verheerlijken, wérd de devotie tot O. L. V. in 't Zand algemeen.

Weldra werd men door veelvuldige bijdragen in staat gesteld eene steenen kapel te bouwen; deze werd met menige stichting begiftigd, en talrijke bedevaarten zag men toestroomen om Maria te Roermond te vereeren en te huldigen.

Gebed,

/palig zijt gij, o mijne koningin Maria, want gij waart in al uwe daden volkomen aan den wil Gods onderworpen. Gij naamt toe in heiligheid, gelijk de zon in glans tot op den vollen middag. Mogen ook wij naar het voorbeeld van godsdienstigheid, door u in den tempel gegeven, een waarlijk godsdienstig leven leiden en gedurig toenemen in de liefde tot onzen Schepper. Amen.

X

ocr page 67

X.

Ecsöc T'aij.

Ojrootljebru ban .ilquot;5ana.

Maria, onze hulp ix hei stervensuur.

jK)m ons eene allerheilzaamste les te geven S5gt;' en te laten zien, dat het leven van iederen mensch, hij moge zelfs koning of keizer zijn, in zijne hand is, zond God den Profeet Isaias tot den godvreezenden koning Ezechias, met de boodschap; „S/e/ orde op de zaken van irw huis, wan/ gij zult stervenquot;. (Is. xxvm i.) Allen, die onverwachts door den dood overvallen worden, zonder dat zij nog ernstig aan het werk hunner zaligheid gearbeid hebben, sterven, zooals de Heiligen zeggen, in het midden hunner dagen. Zij kunnen niet spreken, zooals Jezus ; „//' heb het werk mij opgelegd volbrachtquot;, of met den Apostel Paulus: „Ik heb mijn levensloop voleindquot;. De HH. Kerkvaders noemen Maria „de deludes Hemelsquot;, omdat alle goed, dat wij van God ontvangen, ons door Maria's hand wordt toegedeeld, en omdat allen, die den Hemel binnentreden, door tusschenkomst van Maria hunne zaligheid verwerven. Een waar dienaar van Maria mag rekenen op het troostvol voorrecht van een zacht en

X X

ocr page 68

X-

62 MKIMAAXD DER GENADE-OORDEN.

gerust stervensuur, terwijl zij die haren dienst blijven versmaden, in die gewichtige stonde niet op haar machtigen bijstand mogen vertrouwen. Gelijk zij het leven van hare ware vereerders immer met welgevallen heeft gadegeslagen, zoo zal zij ook niet nalaten in het uur van hunnen dood tegenwoordig te zijn, hen te ondersteunen in den laatsten strijd en hen te brengen naar den Hemel, waar zij zullen beloond worden voor de deugden, welke zij op het voorbeeld van Maria beoefend hebben.

Als eene welkome hemelbode zal Maria plaats nemen aan de stervenssponde harer vereerders en hnnne ziel de troostvolle woorden toefluisteren van den Apostel der liefde: „Zalig zijn de d00den., die in den-Heer sterven. Van nn af reeds, zeg/ de Gees/, zullen zij rns/en van hunnen arbeid, want hunne werken volgen henquot;. Openb. xiv. — Maria zegt hun, dat nu in hen vervuld worden de woorden uit het Hoek Job 11. 16: „Des avonds zal uw licht als eene middagzon schijnen, en als gij meen/, dat het met 11 gedaan is, rijst gij op als eene morgens terquot;; dat wil zeggen; in zijn stervensuur zal de rechtvaardige zich reeds verblijden in de zoete verwachting der eeuwige vreugde, welke hem wacht; en terwijl de booze tranen weent van bittere spijt, zal de brave getroost worden door Jezus en Maria, op wie hij zijn vertrouwen gesteld heeft.— In de levens van verschillende

- _____

.

X

ocr page 69

X

zesde dat;.

heiligen vinden wij vermeld, hoe zij het voorrecht ontvingen in het uur van hunnen dood op zichtbare wijze door Maria geholpen te worden.

%cltcii bcr U^. inaaijti.

Maria ouderloos.

Taria mocht zich beroemen op alle hoe-^danigheden, die haar bij hare stam-genooten in hooge eer konden brengen, en het zou haar, toegerust als zij was met buitengewone gaven naar ziel en lichaam, geene moeite gekost hebben om door iedereen vereerd te worden en een schitterend huwelijk aan te gaan. Doch Maria koos God tof Bruidegom door het afleggen der belofte van zuiverheid. Door deze belofte brak Maria met de gebruiken der Oude Wet en was zij de voorbodes der Nieuwe Wet. Gelijk de H. Johannes de Dooper uitverkozen was om de voorlooper te zijn | des Verlossers, zoo was Maria's zuiverheid als eene voorspelling van de verhevene deugden, waartoe het Evangelie den- mensch [ zou aansporen en als een frissche en heldere morgenstond voor den dag des heils, die ging aanbreken.

„ Waar de schai der mcnschen is, daar is ook zijn hartquot;, zoo verklaart ons de H. Schriftuur. Joachim was reeds oud geworden.

ocr page 70

64 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

en niet meer in staat om met eigen handen zijn vaderlijk erfgoed te bearbeiden. Dewijl hij dus tot eene soort van werkeloosheid gedwongen was en hem niets meer trok, om te Nazareth te blijven wonen, verliet hij, mede op verlangen van Anna, het land van Galilea en ging met haar wonen in de nabijheid van den tempel, waar hunne dochter verbleef.

Niet lang echter genoten de beide ouders dit zaligend bewustzijn. De H. Joachim werd door God weldra tot een beter leven opgeroepen en stierf, volgens eene geloofwaardige legende, in zijn 8ost,: levensjaar, toen Maria haar i2cll: jaar was ingetreden.

Toch daalde hij niet in het graf, alvorens hij eene openbaring ontvangen had omtrent de hooge waardigheid, waartoe zijn eenig kind geroepen was, noch voordat hij met eigen oogen de Engelen gezien had, die over zijne dochter waakten.

Deze eerste droevige gebeurtenis werd spoedig door eene andere gevolgd, die nog meer het kinderlijk hart van Maria treffen moest. De godvruchtige Anna volgde spoedig haren man in het graf. Zoo wilde God, dat de banden des bloeds, welke de Heilige Bruid des Heeren nog aan de aarde konden hechten, zouden verbroken worden, en zij alleen bij Hem troost en versterking zoude vinden. Dit begreep Maria, en hoe groot hare droefheid ook mag geweest zijn, hare volkomene onderwerping

gt;c

ocr page 71

_JK

65

zesde dag.

aan Gods wil leed daaronder niet. Zoo leerde zij ons, dat beide stemmingen des gemoeds zeer goed samengaan. De gelatenheid en de stille berusting in de beschikkingen van God dooven het gevoel der menschelijke natuur niet uit: integendeel, zij adelen en heiligen het.

Bemerking. In tegenspoed en droefheid zij steeds ons gebed; Heer, mv wil geschiede ; de Naam des Heeren zij gezegend.

ÏC-iclir ©rauhi in 't iSanb tr lïomnanb.

{Slóf.)

(|p)e openhare vereering van Ü. L. \T. in 't Zand werd in den loop der tijden dikwijls onderbroken. Tengevolge van herhaalde belegeringen der stad had hare kapel veel te lijden ; telkens evenwel werd deze door de goede zorgen der geestelijkheid en der geloovigen hersteld. — De geschiedenis vermeldt ons twee feiten, waaruit blijkt, hoe algemeen in de i7de eeuw de vereering was van O. L. V. in 't Zand. Bij gelegenheid der jaarlijksche processie door de stad op het feest der H. Drievuldigheid ontstond erin 1665 een vreeselijke brand, waardoor kerken, kloosters, vele huizen, ook het paleis van den Bisschop werden in asch gelegd. Waar zou de Bisschop met zijn volk troost gaan zoeken ? Bij O. L. Vr. in 't Zand. En Maria schonk

Meimaand lt; quot;lenade-Oorden.

ocr page 72

66 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

uitkomst; op raad van den Bisschop verspreidden zich de geloovigen in de omlig-! gende plaatsen en vonden daar een liefdevol i bnderkomen. — In 16S3 had de bekende belegering plaats van Weenen door de Turken. Om den zegen over de Christenwapenen af te smeeken werd het beeld I van O. L. V. in 't Zand, op aanraden van eene vrome vrouw, Johanna van Randen-■ raedt geheeten, beurtelings in de verschillende kerken der stad Roermond met groote plechtigheid vereerd. En de uitkomst ? De Turken werden verslagen en op het oogen-blik dat de overwinning plaats had, kreeg de godvruchtige Johanna door openbaring daarvan kennis. — Zooals begrijpelijk is, werd de toeloop der pelgrims door deze buitengewone gebeurtenis in niet geringe I mate vermeerderd. —

De ruimte ontbreekt ons om de verdere lotgevallen der kapel van O. L. V. in 't Zand I op den voet te volgen.

AJleen willen wij nog wijzen op de breede I vlucht, die de vereering van het wonderbeeld ! in den laatsten tijd genomen heeft. Tal-1 rijke processien met honderden pelgrims verdringen zich telken jare om de „Hulp der Christenenquot;. Vooral bij de plechtige kroning van het genadebeeld op 19 Augustus 1877 vvas toeloop van pelgrims uitgelezen en groot. Tallooze geestelijken, waaronder Z. E. de Pauselijke Internuntius, Mgr. Capri, woonden de plechtigheid bij,

quot;X

gt;c

ocr page 73

-----^

67

welke verricht werd door Mgr. Paradis z.g. te midden van duizenden geloovigen, die godvruchtig rondom Maria's beeltenis lagen neergeknield. Niet minder talrijk waren de processiën bij gelegenheid van het 450-jarig feest der vereering van het wonderbeeld. Duizenden pelgrims, zoo uit Nederland als Pruisen, togen door de rijk versierde stad en de in gouden glans stralende ka-pellerlaan naar Maria's genadeoord. Menigvuldige genezingen en wondervolle ge-bedsverhooringen hadden plaats en Maria's genadestroomen vloeiden milder dan ooit in de harten van hen, die haar hunne hulde kwamen bieden. Zoowel de dankbaarheid dergenen, die Maria's hulp mochten ondervinden, als de voortdurende wonderbare genezingen, en de uitkomst in de moeilijkste zaken, welke aldaar verkregen worden, trekken steeds meer pelgrims tot deze bevoorrechte plek.

Geded.

^liefdevolle Moeder Maria, ik uw arm kind kom u eene buitengewone groote genade vragen, namelijk die van een zaligen dood. Ik weet, dat het eenig middel om daartoe te komen is, een heilig leven. Daarom vraag ik door uwe voorspraak den tijd, die mij nog te leven overblijft, in heiligheid door te brengen, om daarna zalig te sterven. Amen.

X

ocr page 74

^C;

I

;

Ecliciibc

oBraDtFjcben ban jBaria.

Als bruid van den1 H. Jozef.

§~cn de ortle der natuur wordt ons oog \ bekoord, wanneer wij zien, hoe de wijngaard rijkelijk met druiven beladen is en een ruimen oogst belooft; — in de orde der genade is de lelie der maagdelijke zuiverheid de bekoorlijke bloem, welke ! den tuin der Heilige Kerk versiert. Maar het voorrecht, dat Maria alléén mocht bezitten, haar Maagdelijk Moederschap, overtreft alles. Onze Heer Jezus Christus wilde, dat Maria een voorbeeld zou wezen voor eiken staat, waarin de kinderen van haar geslacht kunnen leven, en dat zij ook zou uitblinken in die deugden, welke een sieraad zijn voor elke christelijke huismoeder. — Is er wel bijna schooner levenstaak denkbaar, dan die eener zorgvuldige moeder en echtgenoote ? Hoe gaarne vermelden wij de eerbewijzing, waarmede Sara haren man Abraham overlaadde, en hoe Abraham wederkeerig haar ware hoogachting en toegenegenheid toedroeg. Hoe aangenaam is het ons te wijzen op eene Heilige Monica, die ondanks de verkeerde inborst van haren man, hem toch met de teederste liefde beminde.~cn de ortle der natuur wordt ons oog \ bekoord, wanneer wij zien, hoe de wijngaard rijkelijk met druiven beladen is en een ruimen oogst belooft; — in de orde der genade is de lelie der maagdelijke zuiverheid de bekoorlijke bloem, welke ! den tuin der Heilige Kerk versiert. Maar het voorrecht, dat Maria alléén mocht bezitten, haar Maagdelijk Moederschap, overtreft alles. Onze Heer Jezus Christus wilde, dat Maria een voorbeeld zou wezen voor eiken staat, waarin de kinderen van haar geslacht kunnen leven, en dat zij ook zou uitblinken in die deugden, welke een sieraad zijn voor elke christelijke huismoeder. — Is er wel bijna schooner levenstaak denkbaar, dan die eener zorgvuldige moeder en echtgenoote ? Hoe gaarne vermelden wij de eerbewijzing, waarmede Sara haren man Abraham overlaadde, en hoe Abraham wederkeerig haar ware hoogachting en toegenegenheid toedroeg. Hoe aangenaam is het ons te wijzen op eene Heilige Monica, die ondanks de verkeerde inborst van haren man, hem toch met de teederste liefde beminde.

i

Xquot;

ocr page 75

69

ZEVENDE DAG

ïC

Doch het schoonste voorbeeld levert ons Maria. Zonder twijfel stond de Heilige Jozef in allerlei opzichten ver beneden haar: toch erkende Maria in hem den drager van het gezag en immer gedroeg zij zich als zijne nederige, gehoorzame, eerbiedige dienares. Waakzaam op hare tong, ingetogen en eenvoudig, wisselde zij haar handwerk met gebed af. Geen arbeid achtte zij beneden zich en juist door hare diepe nederigheid heeft zij zich de schoonste parel verworven, welke hare hemelsche kroon versiert. De legende verhaalt ons, dat Maria steeds wollen kleederen droeg, die zij zelve gesponnen en gemaakt had. (1) Maria, de Koningin des hemels en der aarde verkwistte haar tijd niet met zich op te tooien, zooals sommige wereldsche vrouwen doen, ten einde, zooals zij voorgeven, haren mannen te behagen. De gehoorzaamheid,de zedigheid, den eenvoud der H.Maagd navolgen, ziedaar een plicht der christelijke echtgenoote.

Maria vluchtte de wereld en leefde in de eenzaamheid, alléén met goddelijke zaken bezig, en herhaalde dikwijls bij zich zelve: „Gij, o Heer, zijt de God mijns hartenquot;.

X

1

Ook het kleed zonder naad dat Onze Heer Jezus Christus gedragen heeft en waarvan in het Evangelie sprake is, zou door Maria's handen gemaakt zijn.

ocr page 76

70 meimaand der genade oorden.

■ICcltcn her ïf. JBaarjb.

Maria als jonge dochter.

«pvTa den dood van Maria's ouders droeg Zacharias, de man der H. Elisabeth, de naaste bloedverwant van Maria, die tevens priester was, zorg voor haar; de hoogepriester des tempels stond hem in deze ter zijde. Toen Maria nu haar 14de jaar nabij was, gaf de Hoogepriester aan haar, evenals aan de andere maagden des tempels, verlof Om naar hare vorige woonplaats terug te keeren en daar, volgens het algemeen gebruik des lands een huwelijk aan te gaan. Doch hoe kon Maria zich naar dit landsgebruik schikken, wijl zij zich onherroepelijk aan den Heer had toegewijd ? De Hoogepriester geraakte daardoor niet weinig in verlegenheid. Van den eenen kant mocht hij Maria niet nood- j zaken hare beloften te verbreken, en van den anderen kant was het ongehoord en betaamde het niet, dat eene huwbare maagd haar leven in den tempel doorbracht. Daarom wist de hoogepriester niet beter te doen, dan de voornaamste bloedverwanten van Maria en eenige andere aanzienlijke personen bij zich te ontbieden, ten einde te beraadslagen, wat in het onderhavige geval gedaan moest worden. Men besloot door een gezamenlijk gebed God te raadplegen; en hun allen werd

X

ocr page 77

zevende dag.

door den Hemel ingegeven.dat zij de jeugdige maagd moesten verloven aan iemand, die zich verplichten zou hare belofte van eeuwige zuiverheid te eerbiedigen. (H. Greg, van Nyss. Over de Geboorte.) — Zooals eene vrome legende (') vermeldt, werd op Gods ingeving de keuze door het lot bepaald en aldus werd de Heilige Jozef als bruidegom van Maria aangewezen. De H. Hieronymus verhaalt ons, dat de Hemel deze uitverkiezing door een wonder bekrachtigde. De verschillende mannen, die volgens de Wet recht hadden om Maria tot bruid te ontvangen, zouden des avonds hunne wandelstaven neergelegd hebben in den tempel. Degene, wiens staf den volgenden morgen bloeide, zou de gelukkige bruidegom wezen. En zie, gelijk eenmaal de amandelroede van Ailron, zoo bloeide nu de roede van den H. Jozef, den oudste en den armste van allen, aan wien men het minst gedacht zou hebben. — In de geschiedenis der Karmelieten-orde lezen wij, dat op het zien van dit wonder een rijke jongeling, die ook de hand van Maria begeerde, van teleurstelling zijne roede in stukken brak en zich in eene der spelonken van den berg Karmel bij de volgelingen van Elias aansloot.

Bemerking. — Evenals wij in het leven van Maria zichtbaar de leiding Gods

(') S. Germ. CP. De Oblat.Virg.

X

X

ocr page 78

------

72 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

erkennen, en Maria zich gaarne naar deze voegde; zoo geschiedt ook al wat ons over komt niet zonder den wil of de toelating Gods, en moet ook ons gedrag overeenkomen met het gebed dat wij dagelijks bidden: ,, Lhv wil geschiedequot;.

^n5E%icUc ©louhi Ccc Xiiihc tc litbcn.

/gelijk menigwerf het geval ré met de vTf eerste geschiedenis van een wonderbeeld, ligt ook de oorsprong van het genadebeeld van O. L. Vr. Ter Linde te Uden in het duister. Voor den eenvou-digen geloovige is het intusschen voldoende te weten, dat de almachtige God bij voorkeur onze gebeden verhoort, als wij neerknielen voor dusdanig Maria beeld, om dit te maken tot een voorwerp onzer godsdienstige vereering.

Eene eerbiedwaardige overlevering verzekert, dat ter plaatse, waar zich nu de ronde kapel bevindt, vroeger een lindeboom stond, waarin het houten beeld van Onze Lieve Vrouw gevonden werd. De volksmond verhaalt, dat het beeld uit dezen boom gegroeid is. Dit is zeker, dat het overoude beeld uit lindenhout bestaat, en uitmunt door eenvoud en schoonheid. — Wat een treffende gelijkenis in de gelaatstrekken van Maria en het kleine Kind Jezus! Wat een uitdrukking van liefde en

ocr page 79

X.---

ZEVENDE DAG.

barmhartigheid 1 Met recht zoekt men in zulk beeld meer dan menschelijke kunst !

Reeds in het midden der i5d= eeuw was de vereering van O. L. V. Ter Linde in den omtrek van Uden algemeen, zooals blijkt uit verschillende stukken van dien tijd. — Zij verspreidde zich nog meer, toen later, omstreeks 1650, de Eerwaarde Kruis-heeren met de bediening der Onze-I,ieve-Vrouwe-kapel belast werden. Deze kloosterlingen, wier orde nog in onze dagen „door kloosterdeugd en regeltucht bloeit en den goeden geur van Christus verspreidtquot;, (!) werden na de inname van 's Bosch door Frederik Hendrik in 1629 uit de stad verdreven. Eenigen tijd verbleven zij te Schijndel en vonden daarna een toevluchtsoord te Uden in het Land van Ravenstein. Eenige jaren nadat het heiligdom van Maria aan de zorg der Kruisheeren was toevertrouwd, bouwden zij een nieuw klooster in de nabijheid der O. L. Vrouwe-kapel. Deze oude kapel werd ook door een nieuwe vervangen, die, in Romaanschen stijl opgetrokken.

(!) Aldus het maandschrift „de Rozenkransquot;, bij gelegenheid der bevestiging van het buitengewoon voorrecht der Kruisheeren, om Pater-nosters te wijden, waaraan voor het bidden van een „Onze Vaderquot; of „Wees Gegroe:quot; een aflaat van 500 dagen verbonden is. Ora dezen aflaat te verdienen is het niet noodig een geheel Rozenhoedje te bidden, zooals dat bij andere Pater-nosters wél vereischt wordt.

J .

ocr page 80

--sJK

74 MEIMAAND DER GEXADE-OORDEX.

vooral na de inwendige keurige beschildering een waardig verblijf voor het wonderbeeld mag genoemd worden. — Honderd jaren zijn verloopen, gedurende welke, ten gevolge van verschillende den godsdienst vijandige wetten, het bestaan der Kruisheeren en tevens de openbare vereering van O. L. Vrouw Ter Linde werd bedreigd. Maar God waakte over Maria's eeredienst, en na een tijdperk van betrekkelijke kwijning zien wij èn de Orde van het H. Kruis, èn de vereering van O. L. Vrouw Ter Linde weder groeien en bloeien en de heilzaamste vruchten voor tijd en eeuwigheid afwerpen.

Talrijke processies en godvruchtige ver-eenigingen bezoeken jaarlijks dit Heiligdom van Maria. Wij noemen slechts de 's Bossche processie, die sedert eeuwen reeds bestaat, en in het jaar 1724 als Broederschap werd opgericht. Bij gelegenheid van het 150-jarig bestaan dezer Broederschap werd in den muur der kapel van Onze Lieve Vrouw een gedenksteen geplaatst, waarop het miraculeus beeld, staande in een lindeboom, is uitgehouwen. •—- De Nijmeegsche processie bezoekt ook jaarlijks met hare talrijke pelgrims O. L. Vrouw Ter linde en trekt tevens onder het luiden der klokken niet hare ontplooide banieren en fraaie ornamenten naar de verschillende kerken van Uden. Het naburige Zeeland bezoekt eveneens jaarlijks processies-gewijze

ocr page 81

x.

zevende dag.

O. L. V. Ter Linde, terwijl de Udenaren zelf om de twee jaren gezamenlijk een bezoek brengen aan hunne veelgeliefde Moeder. Of er ook wonderbare genezingen zijn geschied op voorspraak van O. L. Vrouw Ter Linde ?

De geschiedenis vermeldt er vele. Doch wiltgij Maria'sgunsten en wondere genaden kennen, vraag het dan aan iedere katholieke moeder te Uden en in den omtrek, waar hare tranen gedroogd, haar zielewee verzacht, hare wenschen vervuld werden, en zij zal u wijzen naar O. L. Vrouw Ter Linde.

Wilt ook gij, godvruchtige Lezer, u overtuigen van Maria's macht en goedertierenheid, hoe zij te recht als „Behoudenis der krankenquot; en ^Toevlucht der zondarenquot; te Uden wordt vereerd, ga dan zelf ter bedevaart naar O. L. Vrouw Ter Linde, en zij zal ook in u toonen, dat hare moederliefde geene grenzen kent!

Gebed tot O. L. V. Ter Linde. TA goede Moeder Maria ! ik zie, hoe gij

in uwe jeugd het gebed met den arbeid vereenigd hebt en het gebod desTïïfeeren hebt vervuld: „Mi'ii moei aUiJd'hiddenquot;. Ik smeek u mijne zwakheid te bndersteunen' opdat ik immer veel liefdequot; hebbe voor het gebed en mijn dagelijkschen arbeid 'heilige doordien immer te verrichten tot meerdere eer en glorie van God. Amen.

T

Tl

X

ocr page 82

... _ .

jJroatljEbcn btin .lEaiia.

Ix DEN nUWKLlJKEX STAAT.

'Mffanneei de oude bevolking van Jeruza-'■quot;Cr. ! lem zag hoe de straten der stad verlaten, hare poorten geslecht, aan hun volk alle oppermacht was ontnomen en hunne kinderen als slaven waren der vreemdelingen, die hen bespotten, minachtten en de uitoefening van hunnen godsdienst belemmerden, dan schreide zij droevige tranen. De verwarring in het Jpodsche Rijk was algemeen. Doch de tijd was gekomen, van alle eeuwigheid door den Almachtigen God bepaald, waarop de H. Maagd, die aan de wereld den lang verwachten Verlosser moest schenken, van den Heiligen Geest ontvangen zou. — Wij kunnen ons voorstellen, hoe God de aandacht der hemel-sche geesten vestigt op Maria, die zijn uitverkoren werktuig zal zijn in het Verlossingswerk, en hoe hij tot hen zegt: gelijk er zonder mij niets gemaakt is, zoo zal er zonder haar niets worden hersteld.

De H. Geest zal afdalen over Maria en zij zal door Diens werking Moeder worden van Jezus Christus, den Verlosser der wereld, en tevens Maagd blijven. De H. Jozef

ocr page 83

achtste dag. 7 7

toch was, zooals de H. Gregorius de Wonderdoener zegt, niets anders dan de bewaarder der zuiverheid van Maria. Een zuivere Geest, zegt de H. Petrus Chryso-logus zal tot de Heilige Maagd nederdalen, nadat Hij door een getrouwen dienaar (den Engel) zich heeft laten aankondigen, en Maria zich dus heeft voorbereid tot de groote dingen, welke God in haar zal uitwerken. Evenals het morgenrood de zon, de soldaat zijn overste, de bode de komst van een gezant aankondigt, zoo kondigde de Engel des Hemels de komst des H. Geestes aan. Doch wij spreken hier over een geheim, dat wij moeten gelooven, niet onderzoeken, dat wij moeten aanbidden, maar niet kunnen begrijpen. — Hier neemt een God in Maria de menschelijke natuur aan, hier omsluit Maria een Goddelijken Persoon ; hier heeft het grootste wonder der eeuwen plaats.

quot;ÏCclien tuT D. jBaartb.

Maria als jeugdige echtgenoote.

gpegelijkertijd, dat God op wonderbare vrj wijze een bruidegom voor Maria liet uitkiezen, maakte Hij aan de jeugdige maagd bekend, dat deze man was rechtvaardig, bejaard en rijk in ondervinding, en dat hij voor haar zou wezen een trouwe beschermer.

ocr page 84

js meimaand der genade-oorden.

een liefderijke vader, die, evenals zij, beloofd had in eeuwige zuiverheid televen. Toen dan Maria geroepen werd om zich met den H. Jozef te verloven, was zij aanstonds bereid. Nu zij eenmaal den wil van God kende, aarzelde zij geen oogenblik om den prachtigen tempel met zijne zielverheffende plechtigheden en zijne welrie kende reukwerken vaarwel te zeggen.

Na de viering van het huwelijk sloegen Maria en Jozef, begeleid van eenige dienaren des tempels en van hunne bloedver-i wanten den weg in naar Nazareth, waar voor een groot gedeelte de bezittingen der H. Maagd lagen en de woning van hare overledene ouders stond. Eenvoud was het grootste sieraad van dit huisje, hetwelk zich in niets van de anderen onderscheidde. Leunend tegen de helling des bergs, was het voorste deel van steenen opgetrokken, terwijl het achterhuis aansloot bij eene spelonk, die in een rots was uitgehouwen.

Bemerking. — Maria werd niet verblind door de ijdelheden der wereld. Jeugdige jaren, noch lichamelijke schoonheid, — rijkdom noch eeretitels, zijn in staat om haar te doen wankelen in het voornemen van in maagdelijke zuiverheid te leven. Hare belofte gaat voor alles. De arme en nederige grijsaard, haar door God aangewezen, is haar uitverkoren bruidegom ; deze zal hare maagdelijke zuiverheid beschermen.

X

ocr page 85

____

79

Een voorbeeld, dat al onze aandacht verdient ! Als wij naar Maria's voorbeeld ons aan Gods heiligen wil overgeven, dan zullen ook wij, welken staat wij ook beleven, waarlijk gelukkig en tevreden zijn.

vOn.^c 'ïticli; ©raulu ban l^anbrï.

't Is nu achtmael vijftig Jaeren,

Xoch zooveel mael tien daarbij, Dat Maria's beeld ervaren Door Mirakels ons maekt blij.

,:T;oo las men weleer op een gedenksteen quot;ip in den gevel der kapel van Handel, waarboven het jaarschrift nog heden het gètal 1700 aangeeft.

Blijkens dat opschrift dagteekent de vereering van O. L. Vrouw van Handel van omstreeks het jaar 1220, hetgeen door de „Brabantia Marianaquot; van Wichmans bevestigd wordt. Daarom mag dit eenvoudig, stil gehucht een der oudste bedevaartplaatsen in het tegenwoordige Bisdom van 's Bosch genoemd worden.

Een breede weg, die hier en daar langs bouwlanden en dennenbosschen kronkelt, meestal echter rechtlijnig en eentonig voortgaat, voert ons van het om zijne Latijnsche school alom bekende Gemert in een uur

ocr page 86

-___ sK

So MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

gaans naar dit bevoorrecht oord der H. Moeder Gods. Duidelijk draagt hij een alouden katholieken stempel en bij den eersten aanblik ziet de geschiedkundige de toestanden van vervlogene eeuwen weder voor zijnen geest oprijzen en herinnert zich, dat Gemert met Handel, als vrije heerlijkheid der Dnitsche ridders, slechts korten tijd den druk der zoogenaamde Reformatie in de troebele jaren der i6de en i7deeeuw heeft gevoeld.

Nauwelijks heeft de pelgrim eenige schreden afgelegd, of' hij ziet links aan den weg een klein steenen kapelletje, kort geleden oud, grijs en bouwvallig, thans door de goede zorgen van Handels ij verigen Rector J. van de Laarschot, vernieuwd en naar eisch hersteld. Niet zelden zal men eene moeder met haar kind in 't zand neergeknield, een arbeider van 't werk huiswaarts keerend, met ontbloot hoofd een kort gebed stortende, daarbij aantreffen.

Zulke kapelletjes vindt men langs den geheelen weg van Gemert naar Handel op geringen afstand van elkander. Zij zijn gebouwd ter eere van het lijden der H. Maagd in hare zeven bitterste smarten. Zonder deze statiën der zeven weeën zou de vreemdeling den langen weg eentonig vinden en hem wellicht vaak huiverend betreden, — nu gevoelt hij zich daar opgewekt en veilig onder de hoede der Moederdes Heeren. Een indrukwekkend schouwspel

ocr page 87

5C

ACHTSTE DAG

biedt hij aan, op de dagen, dat de processies, volgens oud gebruik onder het zingen van Maria's lof, optrekken naar de kapel, waar het miraculeus beeld bewaard wordt. Dan rijzen de gestalten der voorvaderen, die reeds vóór zes eeuwen op dezelfde wijze hunne vereering aan de H. Maagd betoonden, dankbaar voor onzen geest op, en klopt ons het hart met meer fierheid in den boezem.

Naar de geschiedenis meldt, werd het beeldje der Moeder Gods met het Kindje op den arm, dat den schat van Handel uitmaakt, aldaar „op eenen doornenstockquot; gevonden. Jammer, dat de bescheiden aangaande de wonderdadige gebeurtenissen, die daar in 't begin plaats vonden, voor ons zijn verloren gegaan; merkwaardige bladzijden voorzeker moet de geschiedenis der Lelie onder de doornen, der Moeder van Smarten te Handel opgeleverd hebben, getuige de groote vermaardheid van haar heiligdom,-en niet het minst de vele processies uit verwijderde plaatsen, als Rotterdam, Bergen op Zoom, enz., die in bedevaart naar Handel togen.

Er bevindt zich bij de kapel ook een put, de Heilige put genaamd, welks water de pelgrims steeds met vertrouwen dronken.

8l

Ook het ontstaan van dezen put ligt in het onzekere. Zeker echter is het, dat velen door het water op wonderbare wijze genezing verkrijgen mochten. In het Handboekje

Meimaand Genade-Oorden.

ocr page 88

^c

82 meimaand der genade-oorden.

voor de pelgrims van O. L. Vrouw van Handel, vindt men uit het dagboek van Rector Luyten, die op het laatst der i7de eeuw de zorg der kapel waarnam, achttien wonderbare genezingen aangetee-kend, allen onder dezes Rectoraat voorgevallen. Verder wordt vermeld, dat op den feestdag der Heilige Apostelen Petrus en Paulus van her jaar 1628, in weerwil der rampzalige oorlogstijden, meer dan vierduizend pelgrims Handel bezochten. Is de toeloop zoo groot niet meer als vroeger, dit oude genade-oord dei' H. Maagd wordt nog jaarlijks door duizenden en duizenden bezocht, die daar de machtige hulp der Moeder des Heeren in hunne noodwendigheden naar lichaam en ziel ondervinden.

Gebed tot O. L. V. van Handel.

ftp) Maria! gij die een voorbeeld zijt ge-weest van alle deugden, verkrijg ons den geest van versterving en boetvaardigheid. Toen de Heer U elders riep, hebt gij gaarne den tempel verlaten; verkrijg voor ons, dat wij ons eveneens naar den wil des Heeren schikken en steeds op de inwendige versterving toeleggen. Amen.

X

Xquot; %

ocr page 89

^cijcnamp;c IDag.

^rontgrbm ban jlEaria.

In het aanbiddelijk geheim der mensch-wording is zij de tempel gods.

was Hoogfeest in den Hemel, ten dage dat Maria den Verlosser der wereld ontving; het was de vervulling der belofte, door den Schepper vóór vele eeuwen aan het menschdom gedaan. „De Heer is met iiquot;, zoo luidde de groet des Engels. In waarheid: God de Vader was met de onbevlekt geschapene Maagd, zijne beminde dochter, wier maagdelijkheid het goddelijk moederschap moest vergezellen; God de Zoon was eveneens met haar, uit wie Hij zijn lichaam aannam; de Heilige Geest was het evenzeer; Hij heeft in haar het goddelijk mysterie bewerkstelligd. De allerheiligste Drieëenheid rustte in haar. Bij de beschouwing der menschwording van het Woord in den zuiveren schoot van Maria noemen haar de Kerkvaders het verheven heiligdom der geheele heilige Drievuldigheid.

ocr page 90

84 meimaand der genade-oorden.

tecucn bcr ï|. .fbacigb.

De Boodschap.

i^poen Maria weder het ouderlijke huis ''4gt; ging bewonen, nam zij de armoede aan als een door God haar toegezonden eerekleed. De vermoeiende zorgen, de eentonige bezigheden van een klein gezin, waar de meesteres des huizes geene dienaars heeft, werden het deel der dochter van koninklijken stam, van haar, die de Moeder Gods moest worden.

In de gelijkenissen van Onzen Heer Jezus Christus vinden wij menige toespeling op het werkzame leven en de gewoonten van Maria: de zorgvuldige huisvrouw, die haar zuurdeeg in drie maten meel kneedde, haar huis veegde om het kleinste verloren voorwerp terug te vinden, of in huishoudelijke zuinigheid een oud kleed verstelde, —- zijn beelden uit de kinderjaren van den Verlosser. En als de Godmensch eene gelijkenis zoekt, om de zuiverheid des harten aan te prijzen, vindt Hij die in de zindelijkheid van haar, die zorgvuldig „het binnenste en het buitenste van den drinkbeker zuivertquot;; en ook aan Maria dacht Hij, toen Hij de gift der weduwe verhief, „die niet van haren overvloed gaf, maar van hetgeen zij noodig hadquot;.

Weldra sloeg het uur, door den Eeuwige in zijne goddelijke raadsbesluiten voor de

X

ocr page 91

NEGENDE DAG.

menschwording van zijnen Gezalfde bepacald. De Aartsengel Gabriël, een der zeven, die voor den Heer staan, ontving zijne geheira-nisvolle zending; hij omkleedt zich met een lichaam van licht, waarmede zich de zuivere geesten gewoonlijk aan onze oogen vertoonen, daalt uit de hemelen op aarde neder, treedt het huis der heilige Maagd binnen, en dringt door tot in het nederig kamertje, waar Maria, in getrouwe onderhouding der godvruchtige gebruiken van haar volk, met het aangezicht tempelwaarts gericht, hare gebeden stortte. —

„ Wees gegroet, gij vol van gratiequot;, spreekt de hemelbode, „de Heer is mei u ; gezegend ziji gij hoven alle vrouwenquot;.

De Engel zag hare ontsteltenis en sprak op zachten toon: „Vrees niet, Maria! luani gij hebt genade gevonden hij God: Zie, gij zuli in uwen schoot ontvangen en eenen Zoon haren, en zijnen naam zult gij Jezus heet en. Deze zal groot zijn, en de Zoon des A lier hoogs ten genoemd worden; en de Heere God zal Hem den troon geven van David, zijnen Vader ; en Hij zal heerschen over Jacobs huis in eeuwigheid, en zijn koninkrijk zal geen einde hebbenquot;. Bij deze woorden, die iedere andere vrouw van vreugde hadden doen opspringen, dacht de zedige en voorzichtige Maria slechts aan hare sneeuwwitte maagdelijke kroon, en vroeg, hoe deze verhevene voorzegging zou vervuld worden. De schroomvallige schaamte

85

X

ocr page 92

X

86 meimaand der genade-oorden.

van eene jeugdige dochter is eene in de oogen der engelen zoo heilige zaak, dat Gabriël, om Maria gerust te stellen, niet aarzelde den sluier, die over het mysterie der menschwording hing, op te lichten.

„De kracht des Allerhoogsten zal u overlommeren, — zeide hij, — daarom zal het Jieilige, dat uit u zal geboren worden, de Zoon Gods genoemd ivordenquot;. Dan gaf hij haar, volgens gebruik der gezanten Gods, een teeken, dat zijne woorden bevestigde. „Elizabeth, uwe nicht, heeft ook zelve een zoon ontvangen in haren ouden dag, want bij God is geene zaak onmogelijkquot;.

Maria, nu begrijpende, dat zij èn de Moeder des Verlossers zoude worden, èn hare maagdelijke zuiverheid zou behouden, antwoordde op eerbiedigen toon: „Ziehier de dienstmaagd des Heer en, mij geschiede naar uw woordquot;.

Bemerking. — Het zwakke menschelijk verstand buige zich neder voor dit verheven goddelijk mysterie; alleen dankbare liefde is onze plicht.

(Crocijstnrcs bcr 25cbriiliften tc KcUclaar. (1)

e v e 1 a a r! Machtig woord, dat eene zoete aantrekkingskracht op onze harten

gt;c

1

Naar het verhaal van den Eerw. Heer Aenstoots, vroeger koordirecteur te Kevelaar.

ocr page 93

NEGENDE DAG.

uitoefent! Welke vereerder van Maria heeft het niet met heilige geestdrift en verheffende godsvrucht bezocht? Wiens hart werd daar niet opgebeurd en gesterkt? Te Kevelaar ziet men bidden in den volsten zin des woords. Daar openbaart zich vrijmoedig het vertrouwvolle, smeekende hart; daar geeft het godsdienstig gemoed zich lucht in het volle licht van den dag; daar is de biddende schare niet besloten in de enge ruimte der kerkgebouwen; — neen, geheel de bodem dier plaats is gewijde grond, geheel Kevelaar, door het blauw gewelf des hemels gedekt, is door Maria tot bedehuis en tempel gewijd.

Gering en onaanzienlijk was die plaats, toen het voor ruim 250 jaren aan de H. Maagd behaagde, zich deze tot een bevoorrecht genade-oord uit te kiezen. Nog heden kan men dit opmaken uit de onaanzienlijkheid der oude Parochiekerk, niet ver van het station in Oud-Kevelaar gelegen. Ter plaatse waar thans de genade-kapel prijkt, noodigde te dien tijde slechts een eenvoudig kruis, in de kale dorre heide ter bevrijding voor hagel en onweder opgericht, den voorbijganger tot bidden uit.

Voor dit kruis knielde omstreeks Kerstmis van het jaar 1641, volgens zijne gewoonte, een koopman uit Gelder neder, Hendrik Buschmann genaamd, die de grondlegger van Kevelaar's heiligdom zoude zijn. Hij was, evenals zijne echtgenoote Mechtildis

lt; gt;c

ocr page 94

88 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

Scholten, naar het oordeel der geestelijkheid en dat zijner medeburgers, rechtschapen, godsdienstig en vroom; zij leidden een christelijk, heilig leven. Buschmann bezat een kleinen winkel, welken hij aan de zorgen zijner vrouw overliet, terwijl hij zelf in den omtrek zijne waren te koop ging bieden. Op zulk eene reis knielde hij voor dat kruis biddend neer. Hij was geheel alleen; ver in den omtrek verhief zich op de met sneeuw bedekte heide noch boom noch struik; geen levend wezen was nabij, hij was alleen met God, tot wien hij bad, toen hij plotseling eene stem hoorde, die luid en duidelijk tot hem sprak : „Hier zult gij mij een kapelletje botnuenquot;.

Verschrikt zag hij om, maar bemerkte niemand. Ontsteld richtte hij zich op, en zette zijn weg voort, vol verwondering nadenkend over de stem, die hij van den hemel meende vernomen te hebben.

Nog tweemaal, bij twee andere reizen, hoorde hij, voor het hagelkruis geknield, dezelfde stem, dezelfde woorden. Hij twijfelde nu niet meer, dat de goede God of een heilige des hemels hem had opgedragen daar ter plaatse een bedehuisje te bouwen, en na overleg met zijne vrouw besloot hij ook deze opdracht ten uitvoer te brengen, ofschoon de kosten, ongeveer 100 gulden, voor hem en zijn armoedige omstandigheden, zeer aanzienlijk waren. Zijne vrouw zou eiken dag twee a drie stuivers uit den

X

ocr page 95

( 1 X.

negende dag.

winkel terugleggen. Euschmann begon te bouwen, doch vorderde slechts langzaam, wijl hij alleen daaraan werkte en dikwijls door zijne nering verhinderd werd. Toch slaagde hij er in reeds in den zomer van het jaar 1642 de hem gedane opdracht te vervullen en het kapelletje te voltooien. Ondertusschen dacht hij dikwijls na, welk heiligenbeeld in het bedehuisje vereerd zou moeten worden.

Deze vraag zou weldra op wonderbare wijze worden opgelost.

89

Gebed tot O. L. Vrouw van Kevelaar.

X

jSpl'oogbegenadigde Moeder des Heeren, (sfts hoe juichte het koor der Engelen,

toen gij uwe toestemming gaaft tot de menschwording van Gods Zoon. Gaarne sluiten wij ons aan bij de hulde, die u op dat oogenblik door de Engelen werd gebracht, terwijl wij door uwe voorspraak aan God vragen deelachtig te worden aan de verdiensten van uwen Zoon. Amen.

X

ocr page 96

^TiEnbe Dag.

a?roatljri3rn ban j®acia.

De blijdschap van den voorlooper des Messias bij Maria's bezoek aan Elizabeth.

|pie ark des Verbonds, waarin de Kerk-rp vaders eene duidelijke afbeelding zien der H. Maagd, bleef drie maanden in het huis van Obededom en was voor hem eene overvloeiende bron van zegening. Maria, meer verheven dan de ark des Verbonds, verbleef drie maanden bij de heilige Elizabeth, die zij op het woord des Engels bezocht, en trok over dezer huisgezin een stroom van hemelsche zegeningen af. Op het aanschouwen der Maagd, werd hare nicht door Gods Geest vervuld en groette zij haar in profetische woorden, terwijl de heilige Johannes de Dooper, bij de nadering van Maria, de tegenwoordigheid van het vleeschgeworden Woord erkende en van vreugde opsprong in den schoot zijner moeder. Door den H. Geest bezield, stortte Maria toen haar hart uit in het wonder-schoone Magnificat, dat verheven lofgedicht, hetwelk door de Kerk zoo dikwijls herhaald wordt en steeds met onweerstaanbare kracht het gemoed aangrijpt.

X

X

ocr page 97

tiende dag.

Ëcn bcc ïj. jBaartb.

Het bezoek.

fn 't volste vertrouwen op de woorden des Engels vertrok Maria met spoed naar het gebergte naar de stad van Juda, waar hare nicht Elizabeth, de echtgenoote van Zach arias woonde.n 't volste vertrouwen op de woorden des Engels vertrok Maria met spoed naar het gebergte naar de stad van Juda, waar hare nicht Elizabeth, de echtgenoote van Zach arias woonde.

De heilige Schrift meldt ons niet, hoe deze weg, die vier of vijf dagreizen duurde, werd afgelegd. Hij liep deels door Galilea, deels door het vijandelijke Samaria en door bijna het gansche land van Juda. Het land was bergachtig, doorsneden met beken en stroomen en bezaaid met eenzame woestijnen. De groote wegen, later door de Romeinen geëffend, waren onder den zwaren stap der kameelen omwoeld, waardoor de gang zeer bemoeilijkt werd. Des avonds was men genoodzaakt een onderkomen te zoeken in eene herberg, waar men in een eng vertrek op een gevlochten mat de zoo noodzakelijke rust moest nemen.

Eindelijk in de priesterlijke stad, waar Zacharias, uit den stam van Levi, met zijne vrouw Elizabeth zijne woning had, aangekomen, begaf zich Maria zonder dralen naar het haar welbekende huis.

Bij hare intrede boog de jeugdige Maagd en groette Elizabeth met den beminnelij ken groet van het Oosten: „Vrede zij u!quot;

En zie, als Elizabeth den vriendelijken

X

ocr page 98

1)2 meimaand der genade-oorden.

groet van Maria hoorde, werd zij vervuld met den H. Geest. Zij erkent het geheim, dat in hare heilige bloedverwante dooide kracht des Allerhoogsten was voltrokken en opgetogen roept zij uit; „Gezegend zij t gij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht mus lichaams. En vanwaar geschiedt mij dit, dat de moeder mijns Heer en tot mij komt ? Want, zie, toen de stem van uwen groet in mijne oor en kwam, sprong het kindje in vreugde op in mijn schoot. En zalig zij! gij, die geloofd hebt, dewijl zij vervuld zullen worden de dingen, welke 11 van den Heer gezegd zijnquot;.

Het antwoord van Maria was de verheven lofzang „Magnificatquot;, het eerste gezang van 't Nieuwe Testament en het schoonste lofgedicht der Heilige Schriftuur. „Mijn ziel verheft den Heer, mijn geest heeft

zich verblijd ïn U, o groote God, die mij ten heile zijt; Want Hij heeft liefdevol, met zegenend behagen Op de geringheid van zijn dienstmaagd 't oog

geslagen.

Zie. van af dezen stond noemt Adams kindrenrij Mij de gezegende, de zalige; wijl Hij Die machtig is, wiens Naam als heilig moet geprezen. Mij groote dingen wrocht. Dengenen, die Hem

vreezen

Is Hij barmhartig van geslachte tot geslacht... Zijn arm heerscht wijd en zijd met onweer-

staanbre kracht.

De trotsche legerschaar heeft Hij uiteengedreven. De machtigen onttroond, de needrigen verheven. De hongrigen gespijsd, met goedren overldan. En rijken ledig en in armoè laten gaan ;

ocr page 99

tiende dag.

Nam Israël, zijn zoon, ontfermend in zijn armen En kwam zijn volk te hulp, indachtig zijn erbarmen Voorheen herhaaldelijk ons vaad'ren toegezeid Aan Abraham, en zijn geslacht in eeuwigheidquot;.

Zoo aanschouwde de H. Maagd plotseling, door bovennatuurlijk licht bestraald, en meer verlicht en bevoorrecht dan alle profeten te zamen, de vervulling der eeuwenoude profetieën.

Te recht wordt deze schoone lofzang door den H. Ambrosius de „verrukking van Maria's ootmoedigheidquot; genoemd. Zonder deze hadden wij misschien ons verbeeld, dat Maria noch het begrip, noch het gevoel harer grootheden bezat. Hier echter schittert zij voor ons oog in den luister eener wonderbare ootmoedigheid, vereenigd met het innige besef harer hemelsche voorrechten.

Bemerking. — De H. Bernardus omschrijft volgenderwijze het begin van dezen lofzang; „Gij Elizabeth, gij verheft de Moeder des Heeren, doch mijne ziel dwingt mij den Allerhoogste te prijzenquot;.

Zoo vermaande ons later de H. Geest, bij monde van den apostel Paulus: „Hij. die roemt, roeme op den Heer, wanf mei hij, die zich zeiven prijst is een beproefde, maar dien de Heer prijstquot;. n Cor. x, 17—18.

93

X' %

ocr page 100

-S^

94 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

3?c (Cvaoótcreé bcr 25cbrufttcn ix ïtclicïaar.

( Vervolg.)

^V/Middelerwijl Buschmann aan de voltooiing van het kapelletje werkte, kwamen op zekeren dag twee soldaten, die van Luxemburg naar Kempen marcheerden, te Gelder bij de vrouw van Buschmann aan, en verzochten daar een wijle te rusten. Deze hadden een afbeeldsel van 't wonderbeeld te Luxemburg bij zich, bestemd voor hunnen luitenant. Zij wilden 't echter graag ver-koopen, omdat zij zelfs aan 't noodzakelijkste gebrek leden, en boden het voor een blaumüser (ongeveer een dubbeltje) te koop aan. Dat prentje maakte een buitengewonen indruk op vrouw Buschmann: graag zou zij het gekocht hebben, doch de prijs kwam aan die spaarzame huisvrouw te hoog voor. De soldaten namen dus hun prentje weer mee.

Den volgenden nacht geschiedde iets buitengewoons in het huis van vrouw Buschmann. Zij zag eensklaps hare kamer helder verlicht, en midden in den lichtglans een kapelletje, gelijk haar man het een bouwde, en in hetzelve aanschouwde zij een prentje der Moeder Gods, gelijk aan hetgene de twee soldaten bij zich droegen.

Ook de buren zagen het licht en meenden dat Buschmann's huis in brand stond.

X

gt;c

ocr page 101

TIENDE DAG.

zoodat zij van alle kanten toestroomden om het vuur te blusschen. Het licht verdween echter allengs, en door vrouw Buschmann gerustgesteld gingen zij weder heen, ofschoon zij niet konden begrijpen, waarom deze vrouw des nachts in afwezigheid van haren man haar huis zoo verlicht had. Ook den volgenden dag kregen zij van de vrouw geene nadere inlichting over het gebeurde. Zij wilde dit alles geheim houden, totdat zij het aan haar man had medegedeeld. Deze zag daarin den wil Gods, die dat beeldje in het nieuwe kapelletje te Kevelaar wilde geplaatst hebben. Hij zond daarom zijn vrouw uit, om de beide soldaten op te sporen en het prentje van hen te koopen; doch de soldaten hadden het reeds te Kempen aan hun luitenant ter hand gesteld. Deze was in den beginne niet geneigd aan liet verzoek van vrouw Buschmann te voldoen, doch toen hij alles gehoord had, wat er wonderbaars was voorgevallen, stond hij het eindelijk, ofschoon ongaarne, aan haar af.

Te Gelder, waar intusschen veel van dat alles was bekend geworden, oefende het prentje reeds aanstonds eene groote aantrekkingskracht uit. Het huis van Buschmann werd als bestormd door nieuwsgierigen, die het wilden zien en vereeren.

Dit verdroot echter Buschmann, en hij bracht het beeldje, op een houten plankje gehecht, naar de paters Capucijnen, opdat

95

'X

ocr page 102

..X

96 meimaand der genade-oorden.

het bij hen in bewaring zou blijven tot het kapelletje voltooid was.

Ook hier stroomden de menschen in menigte toe, zoodat reeds na drie dagen de paters verlangden, dat het beeldje uit hunne kerk weggenomen en naar zijne bestemde plaats zou gebracht worden.

Dit geschiedde op Zondag 1 Juni 1642. Na het bisschoppelijk gezag te hebben geraadpleegd, haalde de pastoor van Kevelaar Joannes Schink het beeldje op Zaterdagavond in alle stilte uit het klooster en plaatste het des morgens vroeg met eigen hand in het voltooide kapelletje.

Zoo was dus aan de roepstem gehoor gegeven ; het kapelletje gebouwd, en daarin troonde in een onaanzienlijk beeldje de hemelkoningin als „Troosteres der Bedruktenquot;.

Gebed.

iïp\ Maria, die als Troosteres der Bedruk-sp ten te Kevelaar vereerd wordt, wij werpen ons in den geest voor uw genadebeeld neder. Wij smeeken U ons in tij-delijken en geestelijken nood de behulpzame hand te bieden. Verwerf ons kracht in onze zwakheid, — standvastigheid in de bekoring en de overwinning over alle vijanden onzer ziel. Amen.

X-

ocr page 103

Cïföc

g5raotïjcbru ban Jfêiaria.

De Moeder Gods heeft het voorrecht

allen te verheffen, die met haar in aanraking komen; zij zelve ontvangt nieuwen luister uit de grootheid van haren heiligen echtgenoot.

fSp^et huwelijk van Maria en Jozef was éQv eene maagdelijke en hemelsche echt-vereeniging. Toen onze Heer Jezus Christus wilde geboren worden uit de Allerheiligste Maagd Maria, nam Hij den H. Jozef tot zijn voedstervader en bewaarder. In waarheid eene vóorbeeldelooze waardigheid, zooals nooit een sterveling te beurt viel. De Verlosser moest eene geheel eenige vrouw, met alle mogelijke volmaaktheid begiftigd, tot moeder hebben; maar ook Maria moest een echtgenoot hebben harer waardig, die ter wille van dit verheven ambt met buitengewone genaden was bedeeld. De maagdelijke Moeder kon slechts een maagdelijken bruidegom tot echtgenoot hebben.

De H. Geest doet de afkomst van Jozef langs eene onafzienbare rij van Patriarchen, Rechters en Koningen tot de schepping der wereld opklimmen, „zoodat de patriarchale, rechterlijke en koninklijke waardigheid

Meimaand Genade-Oorden.

ocr page 104

98 meimaand der genade-oorden.

van doorluchte voorvaderen in hem als in de topbloem van zijn stamboom samenvloeide en eindigdequot;. (S. Bernardinus, Sermo de Sto Joseph.) Niet onwaarschijnlijk kwam ook aan Jozef, door recht van eerstgeboorte, de schepter van David toe, en ging door hem, zoowel als door Maria, de koningskroon van Juda op den Heiland over. (Corn, a Lap. in Matth. 1. 16.)

De H. Geest noemt hem in de H. Schriftuur „een rechtvaardigequot; of „heiligequot;, wat volgens den H. Chrysostomus beteekent „een man uitschitterend door alle mogelijke deugdenquot;. Men mag op hem de woorden toepassen door de H. Schrift gebezigd ten opzichte van den Aartsvader Jozef: „God was met hem; Jozef vond genade in de oogen van Godquot;. Onnoodig op te merken, hoever de Jozef van het Nieuwe Verbond zijnen zinnebeeldigen voorganger in deugden, begaafdheden en bestemming overtrof.

Xcbcn her ï|. aJSaagb.

Het verblijf bij Elizabeth.

X

(pie H. Maagd bracht hoofdzakelijk haar lp bezoek aan Elizabeth om haar bij te staan en te dienen. Dit is het gevoelen zoowel van den H. Bonaventura, als van den H. Ambrosius en andere gewijde schrijvers. Wie zal derhalve de liefdevolle en nederige diensten vermelden door Maria aan hare

K

ocr page 105

X.

ELFDE DAG.

nicht, die reeds hoog bejaard was, bewezen ? Wie zal ons het inwendige liefdevuur doen kennen, dat bij elke, ook de geringste liefdedienst in haar brandde? Wie zal ook , de verlegenheid van Elizabeth kunnen beschrijven, als zij de Moeder des Heeren zich tot de nederigste werken zag leenen en zich uitputten in liefde en voorkomendheid jegens haar? Hoe dikwijls zal zij haar gesmeekt hebben om zelve haar te mogen dienen? Doch vruchteloos! Dan gaf Maria ten antwoord, wat later haar Goddelijke Zoon bij zijnen doop aan den zoon van Elizabeth toevoegde: zóó behoort het nu te geschieden, zóó moet door ons de wet der liefde vervuld worden.

Wat al genadeschatten verbond God aan Maria's verblijf in de woning van Elizabeth! Zegende God weleer zichtbaar en ruimschoots het huis van Obededom ter wille van de Ark des Verbonds, die drie maanden in zijn huis berustte, wat al hemelsche gunsten heeft Hij niet uitgestort over de woning van Elizabeth, tijdens dat in tijdduur gelijk verblijf der Ark van het Nieuwe Verbond. Niet alleen de beoefening der naastenliefde en der ootmoedigheid weerhield Maria in de woning harer nicht, ook de heiliging van dit huisgezin was het liefderijk doel, dat God daarmede beoogde.

De dag van scheiden vervulde het gemoed van Zacharias en Elizabeth met droefheid; hoe gaarne zouden zij de hemelsche

99

ocr page 106

ioo meimaand der genade oorden.

gesprekken der goedhartige, geërbiedigde Moeder des Heeren nog gedurende langeren tijd hebben genoten; hoe waren zij steeds onverzadigd in het aanschouwen van haar engelachtig gelaat, den spiegel aller deugden; hoe vloeiden hunne tranen bij Maria's laat-sten groet; „Vrede zij met uquot;. Ach, zie die twee heilige echtgenooten op hunne knieën nederzitten, om haar hunnen innig-sten dank te betuigen voor de hun medegedeelde genadegunsten. Met betraande oogen staren zij nog Maria na, tot zoolang de kromming van den weg haar aan hunne oogen onttrekt.

Bemerking. — De gezegende, verhevene Moeder des Heeren, de spiegel aller deugden, wilde de ootmoedige dienstmaagd van Elizabeth zijn.

De deugd adelt; zij verheft ons in Gods oogen; alleen de zonde verlaagt den mensch.

(CroaGtcrcö bri- gebruikten tc UtclTclaac.

{Slo/.)

|Pvfquot;iet zoodra was het bekend geworden, dat het kapelletje voltooid en daarin de veel besproken beeltenis van de Troosteres der Bedrukten ter vereering was uitgesteld, of van heinde en ver stroomden

X

ocr page 107

ELFDE DAG.

reeds van de eerste dagen af, de pelgrims toe, om daar te bidden en troost en huljj in hunne noodwendigheden af te smeeken. De H. Maagd, die zich deze plaats tot een genade-oord had uitverkoren, toonde op tastbare wijze hoe aangenaam haar daar ter plaatse deze hulde was. Velen werden er plotseling genezen van langdurige ziekten en ongeneeslijke kwalen, hetgeen ten gevolge had dat de nieuwe bedevaart altijd verdere vermaardheid kreeg. Reeds het eerstvolgende jaar was de oude parochie-kerk geheel ontoereikend om de scharen van godvruchtige pelgrims te bevatten. Daarom werd op 22 Oct. 1643 de eerste steen gelegd eener nieuwe parochiekerk, tegenwoordig „de kaarsen-kapelquot; geheeten; en drie jaren daarna werden de Paters Oratorianen met de zielzorg der talrijke pelgrims belast. Deze bouwden het nog bestaande klooster of de pastorie en tevens de thans in en uitwendig kostbaar bewerkte zeshoekige genade-kapel rond het bedehuis van Buschmann.

Ofschoon er bij niemand gegronde twijfel kon bestaan, of de bouw der kapel, de vereering der beeltenis en dus ook de pelgrimstochten naar die uitverkoren plek stemden met Gods wil overeen, toch had de Kerk in deze nog geen uitspraak gedaan. Dit zou geschieden in eene Synode, door den Bisschop van Roermond in 't jaar 1647 1:6 Venlo belegd. Daarin hadden

quot;X

X'

ocr page 108

X__

102 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

twintig meest allen hooggeplaatste geestelijken zitting, alsmede vier geneeskundigen.

Op de eerste plaats werd Buschmann gehoord aangaande het bevel, dat hij van den Hemel had ontvangen. Op bondige wijze verhaalde hij alles, en bekrachtigde zijne gezegden met eed. Daarna ging men over tot het onderzoek der wonderen, waarbij alleen die in aanmerking kwamen, die tusschen de jaren 1642—45 waren geschied en aldus van genoegzamen duur bleken te zijn. Toen nu alles tot in de kleinste bijzonderheden onderzocht en overwogen was, legde de gansche vergadering over acht wonderen de verklaring af, dat deze slechts door bovennatuurlijke kracht konden bewerkt zijn en daarom als echte wonderen moesten beschouwd worden.

Aldus verkreeg de bedevaart naar Kevelaar de kerkelijke goedkeuring. Wonderbaar nam zij toe, en reeds in de eerste jaren zag men op sommige dagen nagenoeg 20,000 pelgrims bij 't genadebeeldje bidden. De wonderbare macht, door 't kleine beeldje uitgeoefend op alle standen der maatschappij, was onweerstaanbaar.

Het waren later geen duizenden, maar millioenen die daar hulp en troost hebben gezocht en gevonden. Ja, het is aan God alleen bekend, hoevelen daar tot inkeer kwamen, hoevelen daar getroost en gesterkt zijn geworden en den vrede des harten hebben gevonden, dien de wereld niet geven kan.

ïf------------- 'k

ocr page 109

X

elfdp: dag.

103

Op 1 Juni 1892 vierde Kevelaar in feestdos en opgetogen vreugde den 2 5osllt;:n gedenkdag van 't begin der bedevaarten. Onder goedkeuring van Z. H. Leo XIII - werd toen het wonderbeeld der „Troosteres der Bedruktenquot; door Z. D. H. den Bisschop van Munster kerkelijk gekroond.

Gebed.

^j^an uwe voeten neergeknield, o Troosteres der Bedrukten, smeeken wij U om sterkte in de moeilijkheden, die wij op onze pelgrimsreis naar den Hemel ondervinden. Gij hebt het zoete gezelschap van uwen beminden echtgenoot, uw huis en haard verlaten om uwe nicht Elizabeth ten dienste te zijn. Blakend van liefde vvildet gij haar de nederigste diensten bewijzen. O Maria, ondersteun ook ons in de moeilijkheden des levens en vertroost ons in onze ellenden. Amen.

X

ocr page 110

Ctoaaïfbe lgt;ag.

oBraatgebcii ban JIEaria.

Hare bewonderenswaardige

gehoorzaamheid.

jjp^ene der ware grootheden van Maria is gelegen in hare bewonderenswaardige gehoorzaamheid, zoowel aan de ingevingen des Allerhoogsten als aan de machten der aarde.

Gedurende de twaalf jaren van haar verblijf in den tempel gaf zij aanhoudend blijk van de ootmoedigste onderdanigheid. Door het sluiten van haar huwelijk met den H. Jozef gehoorzaamde zij tegelijk aan Gods ingeving, aan den raad harer voogden en aan het bevel der priesters naar luid der wet van Mozes. Zij vergezelde haren echtgenoot naar Bethlehem, om gehoorzaam te zijn zoowel aan het bevelschrift van den Romeinschen keizer, als aan de inwendige ingeving van God, die aldus het woord van zijn profeet wilde vervullen. En in haar verder leven gehoorzaamde Maria aan haren echtgenoot, als aan het hoofd des huisgezins in alles zonder tegenspraak, ofschoon zij hem in vele opzichten verre overtrof.

x

gt;e

i

ocr page 111

twaalfde dag.

XclJEn bcr lij. jnaaaflb.

De reis naar Bethlehem.

-■rwtidicas, een der twaalf kleine profeten, had meer dan 700 jaren vóór de geboortevan den Messias aangekondigd, dat degene die heerscher zijn zou in Israël, uit Bethlehem zou voortkomen; de Verlosser der wereld is inderdaad te Bethlehem geboren.

Ziehier het geschiedkundig feit, dat de Allerhoogste gebruikte ter vervulling van zijn goddelijk raadsbesluit.

Men telde het jaar 747 sedert de stichting van Rome. In Judea werd een bevelschrift van Caesar Augustus afgekondigd, waarbij telling gelast werd der aan zijn schepter onderworpen volken. Om aan dit bevel van den beheerscher der aarde te voldoen, moest Jozef zich naar Bethlehem begeven, naar de stad, welke de afstammelingen van David als hunne geboortestad en de bakermat van hun stamhuis beschouwden.

Ofschoon ook Maria,, als erfdochter, moest opgeschreven worden, was zij, naar het schijnt, niet verplicht om in het gure jaargetijde door een bergachtig land gelijk Palestina, in hare omstandigheden deze zeer bezwarende reis te ondernemen.

Maar Jozef wilde haar niet alleen achterlaten, en Maria wilde geen oorzaak zijn, dat haar echtgenoot het bevel niet volbrengen

ocr page 112

X

106 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

zou. Wat gedaan ? Zij vroegen God om raad. En genoegzaam bekend als Maria was met al de bijzonderheden der H. Schrift, om te weten dat Bethlehem de geboorteplaats van den Messias moest wezen, begrepen zij, dat de;;e lastige reis met de geheime oogmerken der Voorzienigheid strookte. Zij besloten ondanks de moeie-lijkheden te zamen deze reis te ondernemen. De noodige toebereidselen waren spoedig gemaakt, daar zij als armoedige menschen slechts weinig hadden mede te voeren; hoogstwaarschijnlijk bestonden de mondbehoeften in wat gerstebrooden en gedroogde visschen, het gewone voedsel des volks in den winter, en zorgde Maria tevens voor lijnwaad en kleederen. Zij verlieten Nazareth tegen het midden der maand December, gedurende den winter-regentijd. Dan heerscht er vooral des nachts meestal eene scherpe koude. Langzaam trok de H. Maagd over de gebergten van Galilea, Samaria en Judea voort —naar de overlevering zegt — op eenen ezel gezeten, die door den H. Jozef werd geleid. De lendenen omgord, den aartsvaderlijken staf in de ééne, de leidsels in de andere hand schreed deze meestal in godvruchtig zwijgen, in gebed en overweging der wonderbare inzichten Gods, naast zijne heilige echtgenoote voort.

Wie zal ons de bewondering schetsen, die Jozef voor haar gevoelde, als hij haar met de grootste kalmte en gelatenheid zich

X

X

ocr page 113

X

twaalfde dag,

de vermoeienissen en ontberingen, die de reis mede bracht, zag getroosten. Verheven van ziel, standvastig en moedig van geest, verhief zij zich niet in voorspoed en grootheid, en wist zij zich ook in tegenspoed en moeilijkheden stilzwijgend aan Gods heiligen wil te onderwerpen.

Na vier lastige dagreizen, zagen eindelijk de vermoeide echtgenooten het doel hunner reis, het oude eerbiedwaardige Bethlehem, omtrent drie uren gaans ten zuiden van Jeruzalem gelegen, voor hunne oogen opdagen.

Bemerking. — Gods hand leidt den loop der wereldgebeurtenissen; zijne beloften worden onfeilbaar vervuld.

a?n.ic %icUe ©ranhi in 't Sanb tc Sïarlc^iiïiFtEl.

.£pn vroegere, meer christelijke eeuwen, ©ij zag men op vele plaatsen langs de wegen kruisen opgericht, die de voorbijgangers tot gebed opwekten en in hen de gedachte aan 's menschen hoogere bestemming levendig hielden. Zoo stond in de vijftiende eeuw ook te Aarle-Rixtel, een dorp ongeveer een uur gaans van Helmond, aan de Zuid-Willemsvaart gelegen, langs den weg een groot houten kruis, waarin een beeldje van O. L. Vrouw.

Op zekeren dag nam een inwoner van het dorp, in plaats van zich aan de

107

'X

ocr page 114

loS MEIMAAND D?:R GENADE-OORDEN.

^ bescherming van Maria aan te bevelen, het beeldje van O. L. Vrouw met zich naar huis, om het als speelgoed aan zijne kinderen te geven. Deze on teering bleef echter niet ongestraft.

Van het oogenblik af, dat hij het geroofde beeldje in zijn huis bracht en het minachtend en smadelijk als had weggeworpen, trad een onverklaarbare en onweerstaanbare angst zijn huis binnen. Ofschoon hij zich daartegen verzette en deze vrees als ij dele inbeelding trachtte te verwerpen,— hij, noch de zijnen konden de gewenschte rust en kalmte vinden. Hij verwijderde dan het beeldje uit zijne oogen en bracht het naar eene onaanzienlijke plaats in zijn huis, om niet door het gezicht daarvan aan zijn onteerend schelmstuk te worden herinnerd. De toestand bleef echter dezelfde; angst en vrees vervolgden hem altoos.

Ten einde raad besloot hij het beeldje weder ter plaatse, waar hij het geroofd had, terug te brengen, en met oprechte droefheid over zijne schandelijke daad bezield, liet hij rondom het kruis een ijzeren traliewerk aanbrengen. Zoo wilde hij door meerder eerbetoon zijne fout herstellen. En zie, hierna keerde de kalmte en rust in zijn huisgezin terug.—Van dezen tijd af dag-teekent de bijzondere vereering van het beeld van O. L. Vrouw in't Zand te Aarle-Rixtel.

Zoodra het voorval bekend werd, trok het kleine beeldje, dat door de Moeder

X

gt;c

ocr page 115

lt;

TWAALFDE DAG.

Gods zoo wonderbaar en krachtig beschermd was, aller aandacht. Uit het gebeurde besloot men. dat het aan de Moeder des Heereri aangenaam was daar ter plaatse vereerd te worden, — welke vereering spoedig door talrijke genadegunsten en wonderen bestendigd werd.

Het schoone boekje van den Eerw. Heer A. J. Fritsen „De Pelgrim, inzonderheid naar O. L. Vrouw in 't Zand te Aarle-Rixtelquot;, bevat het treffende verhaal van ongeveer dertig wonderbare genezingen van veelal ongeneeslijk verklaarde zieken, die op de aanroeping en godvruchtige vereering van O. I.. Vrouw aldaar zijn geschied, en onder verklaring van geloofwaardige getuigen opgeteekend werden.

Reeds omtrent het jaar 1500 werd ter plaatse, waar het kruis gestaan had, eene kapel gebouwd aan de vereering van het wonderbeeldje gewijd. Menigvuldige treurige lotgevallen heeft dorp en kapel evenals de geheele Meierij sinds doorleefd, maar noch de langdurige oorlogen waarin de eerste kapel verwoest werd, noch de sluiting der kapel bij haren overgang in handen der Reformatie, vermochten de vereering van het wonderbeeld te Aarle te stuiten. Het beeldje bleef in handen der Katholieken en berustte in de schuurkerk der parochie, waar het steeds in stilte door velen bezocht werd.

Toen eindelijk in rustiger tijden de kapel door de Katholieken was teruggekocht en

109

lt; gt;c

ocr page 116

iio meimaand df.r genade-oorden.

hersteld, wilde Mgr. J. Zwijsen z. g. zelf het vereerde beeldje naar de aan Maria zoo dierbare plek in de kapel terugvoeren. Vergezeld van eene groote priesterschare en van een aanzienlijk getal geloovigen, bracht hij het miraculeus beeldje naar de kapel over en plaatste het op een fraaien troon. Hierna hield hij eene roerende toespraak, waarin hij, na de geschiedenis van het wonderbeeld te hebben aangestipt, de geloovigen opwekte om met hetzelfde vertrouwen als weleer hunne voorouders, O. L. Vrouw te dier plaatse te komen eeren en aanroepen.

Vermelding verdient nog het opmerkenswaardig feit, dat in 1866 tijdens het woeden der cholera in het naburige Helmond, zich te Aarle-Rixtel geen gevallen dier gevreesde ziekte hebben voorgedaan, en naar gezegd wordt, niemand van hen, die de voorspraak van Maria te Aarle zijn komen inroepen, aan die kwaadaardige ziekte bezweken is.

Gebed.

f mijne beminde Koningin en Moeder van den gekruisigden God-mensch, bid Jesus voor ons en verkrijg ons de deugd van gehoorzaamheid aan onze ouders en oversten. Gij waart, volgens den H. Ber-nardus altijd in beschouwing van Gods heiligen wil, verkrijg ons door de verdiensten uwer gehoorzaamheid den vasten wil steeds vaardig Gods geboden te volbrengen. Amen. mijne beminde Koningin en Moeder van den gekruisigden God-mensch, bid Jesus voor ons en verkrijg ons de deugd van gehoorzaamheid aan onze ouders en oversten. Gij waart, volgens den H. Ber-nardus altijd in beschouwing van Gods heiligen wil, verkrijg ons door de verdiensten uwer gehoorzaamheid den vasten wil steeds vaardig Gods geboden te volbrengen. Amen.

X

ocr page 117

__

^crticnbc ^a0.

aProDtljchcn ban .ilElaria.

Haar machtige invloed.

|p)e natuur geeft ons wondere werkingen te aanschouwen. De magneet trekt het ijzer aan; de barnsteen haalt stroo en papier tot zich; de zon keert de bloem om, die hieraan haren naam van zonnebloem ontleent; de maan veroorzaakt ebbe en vloed; de magneetnaald richt zich steeds naar het noorden; het goud neemt het kwikzilver op. Wij zien deze werkingen dagelijks, maar weten wij ook de juiste oorzaken daarvan aan te geven?

Deze bewondering^wekkende verschijnselen zijn slechts flauwe beelden van den machtigen invloed, dien Maria in den hemel uitoefent, om de genadegunsten Gods tot zich te trekken, ten einde ze daarna over het menschdom uit te storten. De H. Bernardus maakt de bemerking, dat uit het hart des Eeuwigen Vaders eene Bron des Levens ontsprongen is, namelijk het Eeuwig Woord, waarvan alle hemelsche planten besproeiing en wasdom ontvangen; en hij voegt er aan toe, dat onze aarde ofschoon smachtend naar dat heilzame water, hetwelk haar zoo noodzakelijk was,

gt;r

ocr page 118

112 meimaand der genade-oorden.

het kanaal miste, waardoor het haar moest toevloeien, zoodat zij steeds droog en dorstig bleef. De H. Maagd heeft ons echter dezen dienst bewezen en Gods zegeningen overvloedig over ons doen af-stroomen.

ICclmi brr !■?. jllaaob.

De Geboorte des Zaligmakers.

f\ra verscheidene moeilijke dagreizen aan-schouwden de reizigers in de verte het bekende Bethlehem, de stad der koningen, schilderachtig op eene hoogte gelegen, omringd door lachende velden met wijngaarden, bosschen van olijfboomen en met kreupelhout beplant.

Zij zagen lieden van allen stand en ouderdom stadwaarts opgaan; adellijke vrouwen in 't purper gekleed, met een witten sluier om het hoofd, op hare kameelen gezeten ; jongelingen, die in gestrekten draf op hunne arabische paarden voortrenden; grijsaards, door schoone witte ezels gedragen, tusschen eenige menigte voetgangers, die evenals zij naar de koninklijke stad voortreisden.

Op kleinen afstand buiten de stad verhief zich een groot vierkant gebouw, welks witte muren scherp afstaken tegen het bleeke groen der olijfboomen, die de heuvelen overschaduwden. Het was het stads-gebouw tot verblijfplaats der reizigers.

gt;c

ocr page 119

-X

DERTIENDE DAG.

waar op het uitgestrekte voorplein een groot aantal dienaars heen en weer liepen. Jozef deed het lastdier der H. Maagd den pas wat versnellen en reed derwaarts, ■in de hoop nog tijdig aan te komen om een der vele enge vertrekken te kunnen bezetten. Maar het wemelde er van reizigers en kooplieden, door den toeloop van menschen, die om de volkstelling te Bethlehem moesten samenkomen, derwaarts gelokt. In de druk bezochte herberg was geen plaatsje onbezet; voor ruil van goud had men wellicht er een kunnen bekomen ; maar Jozef had geen goud.

De patriarch keerde met een bedrukt gelaat tot Maria weder, die hem met een gelaten glimlach antwoordde. Hij nam dan het arme lastdier bij den teugel en begon door de straten en pleinen der stad rond te dwalen, in de hoop dat wellicht een liefderijke inwoner hun ter liefde Gods een nachtverblijf zoude aanbieden. Doch te vergeefs : de stad was overvol met vreemdelingen en reizigers en niemand bekommerde zich om hen. De koude avondwind blies bijtend en scherp door de straten, het gelaat der H. Maagd werd bleek, en ofschoon zij geene klacht deed hooren, had zij, bijna verkleumd van koude, moeite om rechtop te blijven zitten. De nacht viel in; de twee echtgenooten, zich door allen verstoeten ziende, en zonder hoop van in de stad hunner voorvaderen een

113

Meimaand Genade-Oorden.

gt;r

X

ocr page 120

114 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

onderkomen te vinden, verlieten Bethlehem, en sloegen den weg in naar het buiten gelegen veld.

Terwijl zij zich van de stad verwijderden, bemerkte Jozef in eene heuvelachtige rots eene verlaten spelonk, die aan de herders van Bethlehem tot stalling voor hun vee en tot- schuilplaats diende bij een } stormachtigen nacht. De twee echtge-nooten dankten God voor deze natuurlijke beschutting hun verleend, traden de grot binnen, en bereidden na een weinig voedsel te hebben genomen, hunne nachtelijke legerstede.

En ziedaar de tijd eindelijk aangebroken, i door de Eeuwige Wijsheid ter menschwor-i ding van het Eeuwig Woord bepaald. In dien verlaten stal werd op het tijdstip, dat de heldere hemel met sterren bezaaid was en te Bethlehem alles in diepe rust verkeerde, de Zaligmaker der wereld geboren. De zuivere Maagd Maria, dronken van liefde en vervoerd door eene onbeschrijfelijke vreugde, aanbidt den Zoon des Allerhoogsten, haar zoon geworden, — den Verlosser, aan de patriarchen beloofd, en aan haar geschonken, — dengene, dien David zijnen Heer noemt en dien de engelen in het hoogst der hemelen aanbidden ; en zij legt het hemelsch schoone goddelijke Kind in doeken gewikkeld in de kribbe op hooi en stroo neder.

ocr page 121

^----

dertiende dag. 115

Bemerking. ■— Wat aangrijpende stof ter overweging biedt ons, Christenen, de Verlosser aan. Geboren in een verlaten stal, in 't midden van den winter, arm - en van alles verstoken neergelegd in een krib, wijst Hij ons op de versmading, de armoede en het lijden als zijne drie gezellen.

Oii.se %iclic JBmiUi Ccl' viEiit tc jBcerbctbljolJEn. (*)

®e godsvrucht tot O. L. Vrouw is in het 'pf* bisdom van 's Bosch van af de vroegste tijden zeer vermaard, en God schijnt er vermaak in geschept te hebben om op vele plaatsen de teedere liefde tot Maria te vermeerderen. Aan haar schrijft men naast God de bewaring van het voorvaderlijk geloof in deze gewesten toe, waarom nog dagelijks na elke H. Mis, de Litanie van O. L. Vrouw van Loreto tot dankzegging voor het behoud des geloofs, door den priester gebeden wordt. Naast de Zoete-Lieve-Vrouw van 's Bosch worden er een aantal miraculeuze beelden der H. Maagd met groote godsvrucht bezocht en vereerd, waaronder O. L. Vrouw ter Eik te Meer-veldhoven.

Het kleine dorpje, ruim een uur gaans van Eindhoven, gelegen aan den fraaien

(*) Naar Schutjes. „Geschiedenis van het Bisdom van 's Boschquot;.

X X

ocr page 122

----

Il6 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

K

kunstweg, die de gemeenten Gestel-Blaar-them enVeldhoven metelkander verbindt,— dankt zijne vermaardheid aan een op wonderbare wijze gevonden beeldje van O. L. Vrouw, dat daar sedert vele eeuwen met de meeste zorgvuldigheid bewaard en door eene menigte pelgrims godvruchtig vereerd wordt.

In 't jaar 1265 bemerkte een inwoner van het dorp in een eikeboom een beeldje van O. L. Vrouw. Hij nam het mede naar huis als een gevonden voorwerp. Den volgenden dag was het uit zijne woning verdwenen en stond het weder terzelfder plaatseinden eik. Nogmaals nam hij, ten hoogste hierover verbaasd, het beeldje mede naar zijne woning, maar vond het 's anderendaags in denzelfden boom terug. Toen zich dit daarna voor den derden keer herhaalde, maakten de inwoners hieruit op, dat de H. Maagd voorzeker daar ter plaatse bijzonder wilde geëerd worden. Zij kapten dus van den boom, waarin de H. Maagd haar zetel had verkoren, de onderste takken af, en bouwden er een klein kapelletje rondom, zoodat de boom in het midden der kapel kwam staan.

De dorpelingen hadden in deze zaak blijkbaar volgens de inzichten der goede Moeder des Heeren gehandeld, want spoedig werd het kapelletje van O. L. Vrouw Ter Eik vermaard om de talrijke genezingen, die daar plaats grepen. De mare dier

ocr page 123

-sX

X

DERTIENDE DAG,

wonderbare gebeurtenissen verspreidde zich niet alleen in de buurtschap, maar tot in de Luiksche en Vlaamsche gouwen, waardoor vooral op den feestdag van O. L. Vrouw Visitatie talrijke processies zich rondom het beeld der H. Maagd te Meer-veldhoven verdrongen, om een bezoek te brengen aan haar, die, zooals voorheen hare nicht Elizabeth, thans ook hare eenvoudige dienaren te Meerveldhoven wonderdadig en goedgunstig had bezocht.

Van 1269 tot 1648 bleef, nagenoeg ongestoord, de vereering van O. L. Vrouw Ter Eik te Meerveldhoven voortduren; doch toen in laatstgenoemd jaar de 80-jarige oorlog met den vrede van Munster besloten was, werd de uitoefening van den godsdienst aan de Katholieken verboden en zagen zij hunne bedehuizen sluiten. Ook de kapel van Meerveldhoven onderging dit lot. Reeds langen tijd te voren echter was het miraculeuze beeld op het slot te Blaarthem in veiligheid gebracht.

Zoodra de Katholieken door den inval der Franschen in 1672 eenige verademing kregen, werd het beeld naar zijne uitverkoren plaats teruggevoerd, en bleef er steeds—nu eens meer, dan minder openlijk— een voorwerp van vertrouwvolle vereering. In de kapel van Meerveldhoven, waarnaast thans door de onvermoeide zorg van den Eerw. Heer P. van Schendel eene sierlijke kerk verrezen is, prijkt nog het oude beeld

117

X

ocr page 124

X.

-■X

il8 meimaand der genade-oorden.

van O. L. Vrouw, in het midden van een eikeboom, die zijne takken rechts en links uitspreidt en aan welks stam talrijke ex-voto's, zilveren harten, handen, krukken, enz. zijn opgehangen als blijvende getuigen der daar door Maria's voorbede verkregen gunsten.

Gebed tot O. J,. Vrouw Ter Eik. igjWjroeder Gods en mijne Moeder, Maria!

ik bewijs u mijne vereering, ik wensch dat alle menschen uwen machtigen invloed bij den Allerhoogste kenden en U als Moeder Gods hulde- en eerbetooning brachten. Heb medelijden met ons, arme zondaars, bannelingen in het dal van tranen. Machtige Koningin, bid voor ons, opdat wij naar Jezus' toonbeeld, de armoede, het lijden en de versmading die hier ons deel mochten zijn, tot heil onzer zielen moedig mogen aanvaarden en verdragen. Amen.

X

gt;c

ocr page 125

J^ccrticnöc ^ari.

iProatljcbrn ban jEaria.

Zij IS DE GLORIE VAN HEMEL EX AARDE.

lt;|ge geleerde Hugo a Sancto Victore zegt, éfS dat onze Heer Jezus Christus de zon der menschheid is, en dat zijne Allerheiligste Moeder de dageraad is, die Hem voorafgaat.

Volgens de schoone gedachten van dezen geleerden schrijver, is Maria eene bloem door hare schoonheid, een honiggraat door hare zoetheid, een viooltje door hare nederigheid, eene roos door hare liefde, eene lelie door hare zuiverheid, een wijnstok door hare vruchtbaarheid, een welriekende balsem door den geur harer deugden, eene burcht door hare sterkte, eene kolom door hare rechtschapenheid; — en hij voegt daaraan toe, dat haar titel van bruid hare getrouwheid aanduidt; dat zij, maagd en moeder tevens, ons door hare maagdelijke vruchtbaarheid den Verlosser heeft geschonken en Heerscheresse is door hare macht en majesteit.

Men kan met het volste recht zeggen, dat Maria de glorie is van hemel en aarde.

X

ocr page 126

120 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

%cUni her 1^. jlSaagh.

DE AANBIDDING DER HERDERS.

fSoA had voor de kribbe van zijn eenigen ™ Zoon gezorgd. Maria legde het kind, in doeken gewikkeld, in de kribbe neder en aanbad met haren heiligen echtgenoot den pasgeboren menschgeworden God. Zoo ontving de aartsvader Jozef, — de schoonste voorafbeelding van Jezus Christus, — weleer de eerbewijzingen van zijnen vader en zijne moeder. Onuitsprekelijk geheim! Welke woorden tot dit Kind-God te spreken. Hij is niet een sterveling; Hij is ontvangen door Gods kracht. Maar Hij heeft een menschelijk lichaam. O wonderbare tegenstelling ! de hemel is zijn verblijf en zijne moeder draagt Hem op de knieën! Hij is op aarde en — Hij is niet gescheiden van de bewoners der hemelsche gewesten; de hemelen zijn met Hem !....

Aldus zijn, volgens de verklaring van den H. Basilius, de groote voorspellingen van Micheas en Isaias vervuld.

God en mensch te zamen zal Jezus als mensch aan alle menschelijke ellende op aarde onderworpen zijn en den dood ondergaan; als God zal Hij eeuwig heerschen in den hemel en op aarde.

Op het tijdstip, dat de goddelijke Verlosser ter wereld kwam, brachten de herders in de omstreken van Bethlehem in het veld

ocr page 127

X

VEKRTIEXDE DAG.

den nacht door ter bewaring hunner kudden. Eensklaps verscheen hun een engel des Heeren, en zagen zij zich tot hunne groote vrees door een hemelsch licht om-■geven. De engel sprak tot hen: Wil/1 niet vreezen,\ wani zie, ik kondig n ecne groote vreugdetijding aan, eene reden van blijdschap voor al het volk: heden is u de verlosser geboren, die Christus de Heer is, in de stad van David. En dit zij u het te eken, waaraan gij hem herkent: gij zult een kindje vinden, in doeken gewonden en liggende in eene kribbequot;. Terzelfder stond voegde zich bij den engel eene menigte van hemelsche geesten, God lovende en zeggende: Glorie aan God in den hooge en op aarde vrede aan de menschen van goeden wil.

Het wonderbaar visioen verdween, de hemelsche gezangen hielden op, en nog stonden de herders, van verbazing bevangen, leunend op hunne knoestige stokken, ademloos in bewondering te luisteren. Tot bezinning gekomen, hielden zij raad en zeiden tot elkander: Laat ons doorgaan tot Bethlehem en deze zaak zien, die geschied is, welke de Heer ons bekend gemaakt heeft. Dan richtten zij, bij het heldere sterrenlicht, hunne schreden naar het kleine stadje van David. Bij den aanblik der grot, voelden ze, evenals de leerlingen van Emmaüs, hun hart branden en door Gods geest verlicht traden zij den armen stal

I 2

Xquot;

ocr page 128

122 meimaand der genade-oorden.

binnen, waar de Heer pas geboren was.

De maagd, over het kind Jezus neergebogen, aanbad het met treftende, diepe nederigheid. Daarnaast boog Jozef het grijze hoofd voor zijn Voedsterkind, dat God was. Een bundel zachte stralen der maan verlichtte dit hemelsch drietal, dat omlijst werd door de roodachtige rotswanden. De herders naderden met eerbied, wierpen zich voor de kribbe neder, die den Koning der koningen bevatte, en boden den in armoede geboren God-mensch hunne eerbiedige hulde aan.

Daarna verhaalden zij de verschijning der engelen, hunne verrukkende gezangen, hunne woorden van hoop, liefde en vrede. Jozef bewonderde deze openbaring Gods, en Maria, die stilzwijgend naar hun ongekunsteld verhaal luisterde, bewaarde daarvan alle woorden en overdacht ze in haar hart.

Bemerking. •— Bewonderen wij dit levendig geloof, deze eenvoudige, treffende godsvrucht der herders, en bezielen wij ons met dezelfde gevoelens, als wij Jezus Christus in de tabernakelen onzer kerken gaan aanbidden.

Xiclic fëmün ban Annuel. (1)

ft^p ongeveer twee uur gaans van Helmond tusschen de welvarende gemeenten

X

1

Naar het Handboekje voor de Pelgrims.

ocr page 129

VEERTIENDE UAG,

Deurne en Asten, ligt het eertijds, ter oorzake van een wonderdadig beeldje der Moeder Gods, zoo vermaarde Ommel.

Op den stijl van een hek, naar verhaald wordt en door Wichmans in zijn „Brabantia Marianaquot; wordt vermeld, vonden de inwoners (het moet omstreeks het jaar 1400 zijn geweest) op zekeren dag een lief beeldje van de Moeder Gods, dragende haar Goddelijk Kind op den rechterarm. Niet wetende, hoe het daar gekomen was, brachten zij het naar hunne parochiekerk te Asten, meenende, dat het daar beter op zijne plaats was. Dan, o wonder, den volgenden morgen vonden zij het beeldje op hetzelfde hek. Toen zulks op dezelfde wijze nog meermalen plaats greep, stelden de bewoners, hierover ten zeerste verwonderd, hunnen geestelijken herder met dit alles in kennis en brachten het beeld nogmaals naar de kerk terug.

De pastoor wilde zich nu zelf overtuigen. Hij plaatste het beeldje op het altaar van O. L. Vrouw, sloot met zorg de kerk en hield de sleutels bij zich in de kamer. Tot zijne groote verbazing was het beeld des morgens van het altaar verdwenen en kon men het als te voren op het afsluitingshek terugvinden. Hieruit besloot hij, dat de H. Maagd die plaats tot haar be-• voorrecht oord had gekozen. Hij liet onverwijld een houten kastje maken, bevestigde dit op de plaats waar het beeld gevonden

123

K

ocr page 130

124 meimaand dek genade-oorden.

werd en plaatste hetzelve daarin ter openbare vereering.

Nauwelijks was de mare hiervan verspreid of uit de naburige dorpen stroomden talrijke bezoekers naar Ommel, om het wonderbare beeldje te vereeren.

Weinige jaren nadien kwam een merkwaardig wonderbaar voorval de devotie tot O. L. Vrouw van Ommel niet weinig versterken en verbreiden. Zeker rijk koopman in ijzer, een zeevaarder, Jan van Haven genaamd, verkeerde ten gevolge van een hevigen storm in het grootste gevaar van in de golven den dood te vinden. Zijn zwaar gehavend schip niet meer kunnende besturen, zag hij al zijne pogingen om de kust te bereiken, mislukken. Zijne levensmiddelen raakten uitgeput en spoedig zou hij van honger en ellende zijn omgekomen, zoo niet de Moeder Gods hem ware ter hulp gesneld. Hij zag in den slaap een hemelsch visioen en hoorde zich in dier voege toespreken; „Jan van Haven, indien gij dit gevaar wili ontkomen, dan moei gij naar Ommel gaan, daar zult gij een klein Moeder-Godsbeeldje vinden, dat moet gij verheffen, zorg daan'oor en gij zult dit gevaar ontkomenquot;. Nu herleefde zijn moed; hij deed de belofte om, wanneer hij werkelijk het gevaar ontkwam, zoo spoedig mogelijk het beeldje te Ommel * te gaan zoeken en al het mogelijke te doen om het te verheffen. En ziet, nauwelijks

54 gt;

X'

ocr page 131

lt; X.

VEERTIENDE DAG.

I25

had hij aldus gesproken, of een gunstige wind stak op en dreef zijn schip naar het gewenschte strand. Nu reisde hij, zijne belofte indachtig, zoolang, tot hij eindelijk, onder Asten, Ommel vond met het wonderdadig beeld van haar, die hem van een wissen dood gered had. Jan van Haven stortte voor hetzelve zijn hart in vurige dankgebeden uit, en stelde, ter vervulling zijner belofte een groote som gelds beschikbaar om daar ter plaatse eene kapel te bouwen en het beeld te doen vergulden. De kapel verrees weldra, doch welke moeite en kosten aan het vergulden van het beeld besteed werden, het wilde niet gelukken, zoodat het onveranderd de eikenhoutkleur behield. Tot aandenking zijner redding liet hij ook eene schilderij vervaardigen, waarin zijn wedervaren geschetst wordt. Deze schilderij, te Ommel in het altaar van O. I.. Vrouw geplaatst, stelt voor; een ontredderd schip in volle zee ten tijde van den storm — op het dek een man in biddende houding — een man aan den oever in spaansche kleeding — een Lieve Vrouwebeeld in een kastje aan den stijl van een hek en een kapelletje. Rondom leest men: Jan van Haven heeft vereerd O. L. Vrouw van Ommel. Van dien tijd af werd de vereering van het wonderbaar beeld wijd en zijd verbreid en talrijk waren de gunsten, waarmede de H. Maagd het vertrouwen der pelgrims beloonde.

! X

ocr page 132

-aK

126 meimaand der genade-oorden.

De wonderbare genezingen in vorige eeuwen aldaar gewrocht, ten getale van 120 door getuigen plechtig bevestigd en door den Eerw. Heer Jacobus van den Boomen, rector van Maria-Schoot, in één bundel vereenigd, zijn in 1882 in bovenvermeld Handboekje opnieuw in het licht gegeven.

Volgens het verhaal van geloofwaardige personen zijn ook in de laatste jaren in de kapel merkwaardige genezingen geschied, en men ziet er vooral op de feestdagen van O. L. Vrouw en gedurende de maand Mei, eene ontelbare schare van geloovigen zich verdringen bij het beeld der H. Maagd, om voor haar hun hart vertrouwvol uit te storten.

Gebed tot O. L. Vrouw van Ommel. '((P) minnelijke, o bewonderenswaardige Maagd Maria, gij hebt het Hart van uwen God gewonnen ; gij hadt het geluk Hem in den stal van Bethlehem aan uw hart te drukken en vol vreugde aan de Herders en Wijzen te toonen — en even als weleer schept gij nog steeds er een bijzonder behagen in voorgesteld en vèreerd te worden als de Moeder van God. Dit getuigt ons uwe wonderbare beeltenis te Ommel waar gij het goddelijk Kind op uwe armen draagt. O Moeder des Heeren, laat niet af uwen goddelijken Zoon en zijne H. Kerk te verheffen en aan de volkeren in stralenden luister te toonen. Amen.

X

gt;c

ocr page 133

X.

Vijftien be l?a0.

aPtoDtfjebcn ban jBaria.

De drie wonderbare leliën. @®e Hemel bedient zich niet zelden van tfp- de eenvoudigste zaken, om de meest verhevene door den mensch te doen ge-looven. Wat al wonderen verrichtte Hij, om aan de zwakken van geloof een bewijs te geven van Maria's grootheden !

De gelukzalige broeder Gilles, metgezel van den H. Franciscus, kwam eens in gesprek met iemand, die twijfelde aan de ongeschonden maagdelijkheid der H. Moeder Gods. In heiligen ijver ontstoken sloeg broeder Gilles met zijn stok op den grond en sprak met een vlammend gelaat, waarop een geloof, dat bergen kan verzetten, zich afteekende : „Mijn broeder, dc Moeder Gods was maagd vóór de geboorte van het Goddelijk Kindquot;, — en terstond schoot eene schoone lelie uit op de plaats, waar hij geslagen had. „Zij is maagdquot;, zeide hij, „bij de geboortequot;, en andermaal sloeg hij op den grond, met hetzelfde gevolg. En hij voegde er bij : „Zij is maagd na de geboortequot;, en te derden male bracht de aarde eene lelie voort.

Het getal drie duidt volmaaktheid aan, iets dat zonder eenig gebrek is ; het wonder

ocr page 134

aC_____________ ______________^

128 meimaand der genade-oorden'.

der drie leliën, die uit de aarde ontsproten, om het woord van den gelukzaligen Gilles te bevestigen, geschiedde ter eere der onvergelijkelijke zuiverheid van de Koningin der Maagden, en tot getuigenis der waarheid, zoo vol gelocf door haren trouwen dienaar bevestigd.

Ttclicn bcr li). ^lEaartb.

de aanbidding der wijzen.

^V/T,et een goedwillig hart begaven deeen-'T-lii- voudige herders zich op de roepstem der engelen naar de kribbe van het Goddelijk Kind, om hun eenigst stoffelijk goed, de melk hunner schapen aan te bieden. De nederige herders gingen voor, weldra zouden op hunne beurt Wijzen en Konin gen volgen. — Nauwelijks hadden in het Oosten drie Wijzen de wondere ster ontwaard, waarvan de profeet Balaam spreekt en die ons ook door Jacob als de bode der geboorte van den Verlosser wordt aangewezen, of zij begaven zich met een talrijk gevolg op weg. Terwijl zij des nachts hunnen tocht voortzetten, rust hun oog met welgevallen en vertrouwen op het gesternte, dat zich steeds naar het Westen voortbeweegt en stilstaat, wanneer zij gedurende den dag om de brandende hitte der zon, genoodzaakt zijn te rusten. Zoo kwam de

ocr page 135

VIJFTIENDE DAG.

grootsche karavaan allengs in Judea, bij Jeruzalem, — maar het hemelteeken was verdwenen. Wat was natuurlijker, dan dat zij meenden het doel hunner reis bereikt quot;te hebben, nu de Hemel de geleidende ster aan hun oog onttrok. Met spoed reden zij de versterkte poort binnen en weldra zag de stad den van rijkdom schitterenden stoet door de hoofdstraten voort trekken.

Hunne onverwachte verschijning trok aller aandacht. Dan, de nieuwsgierigheid der inwoners naar het doel van zoo vorstelijke karavaan, werd spoedig bevredigd, toen de O', stersche reizigers vroegen : „ Waar is tic koning der Joden, die geboren is? want wij hebben zijne ster in het Oosten gezien en zijn gekomen om Hein te aanbiddenquot;. Deze zoo onverwachte vraag moest bij de inwoners van Jeruzalem het grootste opzien baren — Een koning der Joden?— Welke koning ? — Zij immers kenden er maar eenen : Herodes. — Terwijl deze raadselachtige vraag het onderwerp werd aller gesprekken, richtten de Wijzen hunnen tocht naar het oude paleis van David. In de nabijheid daarvan sloegen zij hunne tenten op, ten einde te overnachten.

129

Koning Herodeswist, hoezeer hij zich door zijne talrijke misdaden en moorden bij zijn volk gevreesd en gehaat had gemaakt. Daarom vreesde hij, zoodra hij vernam met welk doel de voorname vreemdelingen

Meimaand Genade-Oorden. 9.

ocr page 136

130 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

in zijne stad waren gekomen, dat eene samenzwering tegen zijn troon en leven zou gesmeed zijn. — Hij liet aanstonds de vreemdelingen bij zich ontbieden, om hen met passende eerbewijzingen in zijn paleis te ontvangen. — De Wijzen verhaalden hem alles : hoe vóór eeuwen eene voorspelling was gedaan, hoe de ster was verschenen en wederom aan hun oog was onttrokken, welk het doel hunner zoo lange en kostbare reis was. Herodes ontstelde en beefde meer dan ooit; en dadelijk rijpte bij hem het plan om dezen gevaarlijken mededinger naar zijn troon om het leven te brengen. Met staatkundige sluwheid veinst hij de vorstelijke vreemdelingen in alles ten dienste te staan en ondervraagt hen, alsof nij niets vuriger wenscht, dan ook zoodra mogelijk aan den nieuwen koning zijne hulde te brengen. Hij roept dus alle overpriesters en schriftgeleerden bijeen, en vraagt hen, waar de Christus moest geboren worden. Het antwoord kan niet moeilijk zijn : „Te Bethlehem, eene s/ad gelegen in „den siam van Judaquot; ; en ten bewijze daarvan wordt de voorspelling van den Profeet aangehaald: ,,Gij Bethlehem, land van Jicda, „sijt geenszins de minste onder de hoofdlieden van Juda, want uitmal de Heer-„seher voortkomen, Die mijn volk besturen „zalquot;. (') Nu wist de wreedaard genoeg; met geveinsden glimlach op het gelaat

(1) Mich. V. 2.

X

Xquot;

ocr page 137

H_______________________K

VIJFTIENDE DAG. 131

sprak hij de Wijzen toe: „Gaai en on-„derzoek/ nauwkeurig naar hei kind, en als hei zuli gevonden hebben, boodschapi hei mij, opdai ook ik konie en het aanbid de.quot; Zonder argwaan te koesteren, beloofden de Wijzen aan het verlangen van Herodes te zullen voldoen, en vertrokken zij in de grootste stilte uit Jeruzalem. Het was reed;; nacht, toen zij op hunne kameelèn het trotsche paleis van Herodes verlieten en den weg naar Bethlehem insloegen. Zie, daar tusschen die duizenden flikkerende sterren fonkelt ook weder met helderen glans het geliefde en aanstonds in het oog vallend gesternte, dat zij in het Oosten hadden gezien, en dat nu hun gids zal zijn tot op de plaats, waar het door een buitengewoon teeken — door welk weten wij niet met zekerheid — aanwijst, waar het goddelijk Kind nederligt. Zij tieden binnen in den stal, het paleis van den verborgen God, knielen voor Hem neder, aanbidden Hem, openen hunne schatten en offeren Hem ten geschenke : goud, wierook en mirre. Spoedig ondernemen zij de teiugreis, echter niet alvorens een Engel des Heeren hen met de booze plannen van Herodes bekend gemaakt en bevolen had langs een anderen weg dan zij gekomen waren, naar hun vaderland terug te keeren. Gehoorzamende aan de stem des Hemels, kwamen de Wijzen niet meer te Jeruzalem.

ocr page 138

X.

X

)

132 meimaand der gexade-oordex.

Bemerking. — God waakt steeds over degenen, die Hem van harte dienen, en de listigste plannen tegen hen gesmeed, worden verijdeld.

(©n.ic %icbc ©routa ban ben l^ciliBcn vt-üi tc

flicaar eene bestendige traditie getuigt.

heeft de vereering van Onze Lieve Vrouw te Oirschot nagenoeg onder dezelfde omstandigheden een aanvang genomen als die van Meerveldhoven. Een klein beeld der H, Maagd, door twee koeherders tegen een eik geplaatst en door de bewoners van een naburig dorp weggenomen, werd 's anderendaags op dezelfde plaats teruggevonden. Dit wonder voorval gaf aanleiding om daar ter plaatse O. L. Vrouw bijzonder te vereeren. Het duurde niet lang of ook te Oirschot toonde de Koningin des Hemels haar groot vermogen door wonderbare genezingen.

Met machtiging der kerkelijke overheid werd eene processie naar O. L. Vrouw van den Heiligen Eik ingesteld, die jaarlijks op Zaterdag voor het feest van den H. Johannes den Dooper gehouden werd. Hierbij werd eertijds in de open lucht gepredikt, gebeden en gezongen; in het jaar 1606 echter werd eene steenen kapel opgericht. — Alsdan noodigde pastoor Vladeracus van den preekstoel

gt;c

\ *

%

ocr page 139

vijftiende dag.

133

allen uit om getuigenis te komen afleggen van de wonderbare genezingen, die zij door Maria's hulp meenden verkregen te hebben. Velen beantwoordden aan deze oproeping. Onder eede, ten overstaan van Schout en Schepenen, van den Pastoor, een Kanunnik en een Notaris werden hunne verklaringen afgelegd ; en de herder mocht het genoegen smaken persoonlijk elf wonderdadige genezingen voor het nageslacht op te teekenen.

Niettegenstaande de slooping der kapel in het jaar 1649 bleef de vereering van O. L. Vrouw van den H. Eik voortduren. De geloovigen wierpen eerst eene bidplaats op van graszoden en stichtten eindelijk wederom eene kapel, sedert 1854 door een sierlijk bedehuis vervangen. Hierdoor in haren vroegeren luister hersteld, herleefde sedert meer en meer de devotie tot Onze Lieve Vrouw van den Heiligen Eik.

Gebed.

.linWlerzniverste Moeder en Maagd, gelijk Syj?' eene lelie tusschen de doornen munt gij uit onder de maagden. Vol eerbied naderen wij u, en door uwe voorspraak smee-ken wij de bekeering van zoovele ongeluk-kigen af, die door den duivel der onzuiverheid zijn geketend. Ach, verbreek de banden hunner zondige gewoonten. Maak dat zij in de bekoring niet ophouden tot u te roepen, en verkrijg hun de overwinning in dezen moeilijken strijd. Amen.

X

ocr page 140

Ecétknbc

a?raatljcbcn Uan jBaria.

Openbaring aan de H. Brigitta.

lezen in het Eerste Boek der Open-baringen van de H. Brigitta, dat de Verlosser zijne Heilige Moeder vergelijkt bij eene wonderbare bloem, opgeschoten in een dal tusschen vijf bergen gelegen. Deze bloem had drie wortels en een enkelen recht opgaanden steel zonder geledingen. Uit dezen steel ontsproten vijf bladeren, die een wonderbaren geur verspreidden. Naarmate de bloem groeide — en dat was wel het grootste wonder — verhief zich ook het dal gelijkmatig in de hoogte, zoodat de bloem eindelijk prijkte boven de bergen en hare bladeren den hemel schenen te raken. — De H. Brigitta luisterde met gespannen aandacht naar de verklaring welke onze Heer Jezus Christus haar van deze geheimvolle voorstelling gaf. —■ De vijf bergen waren vijf der beroemdste mannen van het Oude verbond : M o z e s, de gezaghebbende gezant Gods, — E1 i a s, uitmuntende door de reinheid zijns levens,— Samson, vermaard om zijne meer dan menschelijke sterkte,— David, een toonbeeld van zachtmoedigheid,— Salomon,

ocr page 141

zestiende dag,

de wijste der menschen. — De H. Maagd Maria heeft hen allen overtroften : zij immers was de moeder van den Wetgever zeiven, Mo zes was slechts zijn dienaar;— zij is - door hare hemelsche reinheid de Koningin der Engelen, en daarom ver boven E 1 i a s verheven ; — zij heeft eene grootere overwinning behaald dan die van Samson op de Filistijnen, door den kop van de helsche slang te vermorzelen ; — zij heeft het geduld en de zachtmoedigheid in veel hoo-geren graad beoefend dan David, — zij heeft nooit, zooals Salomon, de ware wijsheid verloren. — De drie wortels dier geheimzinnige bloem waren de gehoorzaamheid, de kuischheid en de godsvrucht; de rechtopgaande stengel de goede, oprechte meening. De vijf bladeren beteekenden haar ongeschondene maagdelijkheid, haar medelijdend hart, hare goedheid, schoonheid en liefde tot God.

%ctiEn her 1^. JtEaagb.

De zuivering.

135

a^et maagdelijk moederschap van Maria (SjpF was geheel onbekend aan de menschen en daarom, zegt de groote Bossuet, wilde Maria zich gaarne onderwerpen aan de wet van Mozes, die voorschreef, dat eene vrouw, welke moeder was geworden, zou gezuiverd

X

ocr page 142

136 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

worden. Deze wet was niet verplichtend voor de zuivere Bruid van den H. Geest, die haar van alle smet had gevrijwaard, maar Deze wilde, dat ook hare nederigheid en onderwerping door de toekomstige geslachten zouden worden bewonderd en nagevolgd. — Verre van hare onbevlekte ontvangenis en haar maagdelijk moederschap bekend te maken, wilde Maria getrouw — zooals de andere moeders — de wet vervullen en vertrok zij naar Jeruzalem.

Maria, zoo verhaalt ons eene algemeen verspreide legende, rustte op hare reis naar Jeruzalem onder een terpentijnboom, ten einde haar goddelijk Kind het noodige voedsel te schenken. Van dien tijd af bezat die boom eene geheime kracht, om ziekten op eene onverklaarbare wijze te genezen. Nog vóór tweehonderd jaren stond die boom in de hoogste eer en werd hij door vele pelgrims bezocht.

Wij kunnen ons voorstellen, hoe de heilige echtgenooten in het voorbijgaan hunne gebeden stortten bij het graf van Rachel, dat op hunnen weg lag. Toen konden zij nog niet denken, dat de treurende moeder van Jozef en Benjamin eene voorafbeelding was van de moeders, welke eenige dagen later op de bergen van Juda hare kinderen zouden beweenen, die om Jezus' wille vermoord zouden worden. — Op denzelfden tocht kwam het H. Huisgezin voorbij een treurenden olijfboom, en de H. Maagd

Xquot; %

ocr page 143

X

zestiende dag.

hoorde een zacht, maar droevig gedruisch, dat niet ongelijk scheen aan een mensche-lijken klaagtoon en dat eene koude rilling door al hare leden deed gaan. De boom, zoo ■zegt de legende verder, werd geschuwd door de vogels, omdat daaruit later het kruishout is vervaardigd, waaraan Jezus zijn bloed vergoten heeft.

Bemerking. — De H. Maagd geeft ons steeds een voorbeeld van nederigheid en gehoorzaamheid. Wat schoone les voor ons, zwakke, hoovaardige, verwaande schepselen ! Laten wij onzen hoogmoed fnuiken, al onze driften beteugelen en naar best vermogen de deugden der H. Moeder Gods navolgen.

137

%tcbc $rnuta ban %anrbcs.

11 Februari 1858.

3Ki'et is op dezen gedenkwaardigen dag, éili dat de Onbevlekt Ontvangene Maagd en Moeder Gods Maria zich gewaardigde aan een eenvoudig onschuldig kind, Ber-nadette Maria Soubirous, in de rots van Massabielle nabij de stad Lourdes te verschijnen.

De naam dezer kleine stad, van ongeveer 8000 zielen, in het Zuiden van Frankrijk, schilderachtig gelegen aan den voet der Pyreneen, die Frankrijk van Spanje scheiden, was vóór dezen merkwaardigen dag in de wereld schier onbekend ; en thans : geen

X

Xquot;

ocr page 144

X

138 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

katholiek kind, dat Lourdes niet kent; geen huisgezin, waar niet de beeltenis van O. L. Vrouw van Lourdes binnendrong; geene plaats van beteekenis, waar niet meerdere vrome pelgrims zich ter bedevaart naar het verre Lourdes vereenigden. Want te Lourdes is Maria verschenen en heeft zij zich getoond als de Onbevlekt Ontvangene, de minnelijke Moeder des Heeren, de Machtige Maagd, de Behoudenis der Kranken, de Hulp der Christenen, de Moeder der wonderen. „Lonrdesquot; — zoo schrijft Z. D. H. Mgr. Germain, bisschop van Cou-tances, in een zijner herderlijke brieven — „hetcckeni /hans : he/ genade-oord van he/ mirakel, he/ onwraakbare bewijs van Gods Almach/. He/ mirakel /och, overal elders eene ui/zondering, word/ dddr als een gewoon fei/, gij on/moe/ he/ bij iedere schrede, gij voel/ he/quot;.

Wat is er te Lourdes geschied ?

Een weinig buiten het stadje woonde te dien tijde een eenvoudige daglooner, Francois Soubirous genaamd, gehuwd en vader van vier jeugdige kinderen, van welke Ber-nadette de oudste was. Zij was een eenvoudig, oprecht, onschuldig meisje, doch zwak en teeder van lichaamsgestel, en had den leeftijd van 14 jaren bereikt.

Op 11 Februari dan van het jaar 1858—-Donderdag voor de Vasten — had Berna-dette van hare moeder verlof bekomen, om in gezelschap van hare jongere zuster Maria

X'

ocr page 145

-■X

ZESTIENDE DAG.

en nog een kind uit de buurt, Johanna ge-heeten, droog hout te gaan verzamelen aan de boorden der rivier de Gave, die stroomt langs de bergen en rotsen in de nabijheid der stad. Een weinig van hare speelgenooten afgeweken en ter plaatse gekomen, waar de rotsberg den naam van Massabielle draagt, hoort zij plotseling het geluid als van een hevigen wind. Zij slaat hare blikken opwaarts naar den top der populieren aan de oevers der rivier, doch ziet verbaasd, dat hunne takken zich niet bewegen, en alles rondom haar in rust is. Het jeugdige kind meende zich te hebben vergist, toen zij weldra wederom een hevig suizen, als van den wind, waarnam. Nu had zij opgemerkt van waar het ruischen tot haar kwam, en hare blikken richtend naar eene holte in den overhellenden rotswand van den steilen berg, aanschouwt Bernadette in deze grot, te midden van een schitterend maar zacht licht, eene vrouw van verrukkende schoonheid, in een sneeuwwit kleed, door een blauwen gordel omstrengeld, terwijl een blanke sluier van het hoofd over de schouders nederhangt; de oogen zijn hemelwaarts gericht, de handen voor de borst samengevouwen, en een Rozenkrans met gulden kruis hangt aan den rechterarm ; hare voeten rusten op den wilden rozelaar, die tegen de rots groeit, en dragen elk eene schoone witte roze. Zij wenkt haar te naderen.

X

ocr page 146

Ms_______'----^

140 MEIMAAND DER GENADE OORDEN.

Het eenvoudige kind waande zich aan zinsbedrog onderhevig, wreef zich de oogen, aanschouwde echter niet minder duidelijk, wat zij gezien had. Zij waagt het dan „De Schoone Vrouwequot; te naderen, gaat enkele schreden voort, maar staat, van eerbied vervuld, plotseling stil als aan die plaats gebonden. Bernadette valt op de knieën, de oogen onafgebroken naar „De Schoone Vrouwequot; gericht, die de koralen van den Rozenkrans langzaam door de vingeren laat glijden. Hierop haalt ook het kind den Rozenkrans uit den zak. De Verschijning maakt zelve het kruisteeken, als om haar tot bidden aan te sporen, en het meisje begint den Rozenkrans, bijna het eenige gebed dat zij kende, te bidden. Bij het voortzetten van dit gebed toont haar de Vrouwe een meer en meer lieftallig gelaat, en speelt een engelachtig zoete glimlach om hare lippen. Eindelijk, na het eindigen van het gebed, dat ongeveer een kwartier kan geduurd hebben, verdwijnt zij uit de oogen van het kind, terwijl de zachte lichtglans nog eenige oogenblikken aanhoudt.

Bernadette stond uit hare vervoering op. Haar gelaat droeg nog den indruk der verschijning, toen zij zich weder bij hare gezellinnen voegde, die, ofschoon in de nabijheid, niets gehoord of gezien hadden.

Bernadette stond hierover zeer verwonderd, en ofschoon aarzelend, verhaalde zij op dringend verzoek der beide kinderen

X %

ocr page 147

^ X.

zestiende dag.

alles, wat zij gezien had. Ofschoon deze haar eerst geheimhouding beloofd hadden, konden zij niet zwijgen en draalden niet te huis alles te vertellen, wat Bernadette quot;hun had medegedeeld. Niemand echter sloeg er geloof aan ; ja de moeder verbood haar kind, nog terug te gaan naar de grot.

Gebed tot O. L. Vrouw van Lourdes.

allerzuiverste Maagd Maria, ik beken ■ ^ gaarne voor u en voor geheel het hemelsche hof, dat ik een zwakke, ellendige zondaar ben. Reeds menigmaal heb ik het H. Hart van uwen goddelijken Zoon bedroefd door mijne zonden. Ach ! ik smeek u sta mij bij, opdat ik mij in het vervolg mijns levens niet meer zoo ondankbaar toone en zuiver van harte leve. Amen.

UI

X %

ocr page 148

X gt;

X

^cbcnticnbc ^ag.

orrootfjchDn ban Jüïaria.

Haar deelgenootschap in Gods volmaaktheden.

Iple Allerheiligste Maagd gaf op zekeren pp dag aan de H. Brigitta eene gedachte van hare verhevene volmaaktheden, verklarende dat haar lichaam en geest reiner zijn dan de zon en dat zij al het geschapene in schoonheid overtreft. Zij zeide ook, dat wie haar beschouwde, de drie Personen der H. Drievuldigheid zag, die op eene onuitsprekelijke wijze haar tot eene rustplaats hebben uitgekozen en haar eeni-germate deelachtig hebben gemaakt aan hunne volmaaktheden. Volgens den H. Bo-naventura is Maria zoo nabij God, is hare heiligheid zoo schitterend en is zij zoo hoog verheven, dat het onmogelijk is een volmaakter schepsel te vinden, noch eene meer geschikte deelgenoote van de goederen des Scheppers. — Door zijne onmetelijkheid en ondeelbare eenheid is God overal tegenwoordig, ziet Hij alles, omvat Hij alles. Als Moeder Gods en als Koningin des Hemels en der aarde heerscht Maria over de geheele uitgestrektheid van het Gods-gebied. In heiligheid overtreft zij al de

Xquot;

5t

0

ocr page 149

-SÉ^

zeventiende dag,

andere Heiligen. Hare goedheid is zoo groot, dat zij die van God het meest nabij komt en onuitsprekelijk mag genoemd worden. Door het goddelijk geheim der mensch-quot;wording is zij moeder geworden en maagd gebleven, twee hoedanigheden reeds verheven in zich zelve, die door een eenig voorrecht in Maria vereenigd, haar tot eene onbeschrijfelijke waardigheid verheffen. Daarom mag men met recht zeggen, dat Maria — wanneer men de allerheiligste Menschheid van haren goddelijken Zoon buiten beschouwing laat — het allerschoonste schepsel is, dat uit Gods hand is voortgekomen.

Xcücn bcr .aKaartij.

De opoffering van Jezus in den tempel.

JJ^ot gedachtenis van dien merkwaardigen nacht, waarin alle eerstgeborenen van Egypte door den Engel des doods werden geslagen, de Israëlieten echter gespaard bleven, had de wet bepaald dat alle eerstgeborene zonen in den tempel moesten worden opgedragen en toegewijd aan den dienst des Heeren. Het was den ouders echter vergund ze weder vrij te koopen voor een zekeren losprijs, bepaald op vijf sikkels.

Den dag na de geboorte van Jezus,

kwamen Jozef en Maria den tempel van

143

ocr page 150

5C

144 MEIMAAND DKK .GENADE OORDEN.

Jeruzalem bezoeken, als oftergift aanbiedende twee duiven, eene als dank-, eene als zoen- of reinigingsoffer en de vijf sikkels tot vrijkooping van hun Kind.

En ziet! er leefde te Jeruzalem een grijsaard, wiens naam was Simeon, die van den H. Geest eene openbaring had ontvangen, dat hij den dood niet zou zien, alvorens hij den Gezalfde des Heeren had aanschouwd. — Door hooger toedoen was deze godvreezende man in den tempel, toen de H. Familie daar aanwezig was om de wet te volbrengen; — de Geest Gods getuigde hem dat daar was de Messias dei-wereld. Wie zal ons beschrijven, met welke innige vertrouwelijkheid en met welke tee-dere liefde hij den kleinen Jezus van den arm zijner moeder overnam, — hoe hij Hem aan het hart drukte, met welgevallen zijne oogen op het bevallige Kind liet rusten, en hoe de vreugdetranen vloeiden over zijn eerbiedwaardig gelaat. — Zie hem daar staan den vromen grijsaard, zijne betraande oogen hemelwaarts heffende; hoor hem zijne ziel uitstorten in den lofzang : „Heer nu laat Gij naar uw woord uwen dienaar in vrede gaan; want mijne oogen hebben uw heil aanschouwd, hetwelk Gij bereid hebt voor het aangezicht aller volkeren ; een licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van uw volk Israëlquot;. — Verheugd ontvingen de ouders hun lieveling weder, en Simeon zegende

x

gt;r

ocr page 151

ZEVENTIENDE DAG.

hen en noemde hen gelukkig niet zulk een Kind. Dan tot Maria alleen het woord richtende, voorspelde hij, dat dit Kind voor velen een steen des aanstoots, voor velen quot;ook de opstanding zoude zijn; dat de boosheid des volks het zoude versmaden, en dat een zwaard van droefheid ook hare eigene ziel zoude doorboren.

Vreeselijk woord, dat nu reeds het moederlijk hart van Maria moest wonden en haar een voortdurend martelaarschap deed doorstaan. Wel daalde Simeon niet in bijzonderheden af, doch juist dit deed Maria te meer vreezen en lijden. Niet ééne smart, ééne foltering, één dood, — maar duizend pijnen,duizend martelingen, duizend dooden stonden reeds dreigend voor haren geest, gereed om haar eenig Kind te treffen. Doch hoe groot het lijden ook was, dat haar thans overviel en haar zou blijven vergezellen, zij onderwierp zich nederig aan den wil des Heeren en zuchtte droevig ; „Heer, i/w wil geschiedequot;. De nakomelinge van Abraham droeg, even als hij, haar eigen Zoon als een slachtoffer aan den Heer op, met dit onderscheid, dat Deze haar offer zeker zoude aannemen en zij de moede r van het slachtoffer was.

__

i4S

Terwijl dit plaats greep, naderde ook eene hoogbejaarde profetes, met name Anna, dochter van Phanuël, uit den stam van Aser. Ook zij erkende in het Kind van Maria den Zaligmaker der wereld. Zij

Meimaand Genade-Oorden. 10.

ocr page 152

146 meimaand der genade-oorden.

loofde den Heer en sprak van Hem tot allen, die de verlossing van Israël verwachtten.

Toen Maria en Jozef alles naar de Wel des Heer en volbracht hadden, verlieten zij den tempel en keerden terug naar Nazareth in Ga li lea, waar zij vroeger gewoond hadden (Luc. II. 39).

Bemerking. — God openbaart zijne geheimen slechts aan hen, die een inwendig, verstorven en ingetogen leven leiden. Het was den priester, die in den tempel dienst deed, niet gegeven om in dit kind Den-gene te erkennen, Die het aanschijn der aarde zou veranderen; — een eenvoudige grijsaard en eene vrouw, oud van jaren, mochten door ingeving des H. Geestes den Zaligmaker erkennen.

%

jpin^c %icbc ©foulu üan Xourbcé.

( Vervolg.)

Spirie dagen na de eerste verschijning kre-gen de drie kinderen (het was op den Zondag) nogmaals verlof naar de Massa-bielle-rotsen te gaan. Zij traden echter eerst de kerk binnen om te bidden en gewijd water in een fleschje mede te nemen. In de nabijheid der grot gekomen, verscheen de geheimzinnige Vrouw wederom aan Ber-nadette, die alléén van het drietal haar

ocr page 153

X

ZEVENTIENDE DAG.

I-f?

.f

aanschouwt; maar de kinderen, die naast haar staan en den glans aanschouwen, die de vervoering aan haar gelaat mededeelt, twijfelen geen oogenblik aan de werkelijkheid der verschijning. In kinderlijken eenvoud hadden zij Bernadette het middel aangewezen om den boozen geest te verdrijven, indien deze soms die verschijning bewerkte, en haar raad opvolgend, besprenkelde het kind „De Schoone Vrouwequot; driemaal met wijwater. Deze echter naderde haar, lachte het meisje minzaam toe, en verdween eindelijk als de eerste maal zonder tot haar te spreken.

Bernadette ging een derde maal naar de grot op den eersten Donderdag in de Vasten, nu vergezeld van twee godvreezende personen, Mejuffrouw Peyret en Mevrouw Millet. Men verlangde te weten, wie die „Schoone Vrouwequot; was, die op deze wijze aan de onschuldige Bernadette verscheen. „Gij moet aan de Vrouwe vragen — zeiden zij — wie zij is en wat zij wil; en als gij het niet goed begrijpt, dat zij het voor u opschrijve, wij zullen schrijf-benoodigdheden medenemenquot;.

Verlangend om op de plaats der verschijning te zijn, was Bernadette hare gezellinnen een eind vooruit geloopen en lag reeds geknield den Rozenkrans te bidden, de oogen naar de grot heengericht, toen deze aankwamen. Eensklaps slaakte zij een gil, hief hare handen omhoog en

x

Xquot;

ocr page 154

X

148 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

riep uit: „Zij is er, zij is er, zij wenkt mij ie naderenquot;. Mejuffrouw Peyret en Mevrouw Millet hadden intusschen eene gewijde kaars ontstoken en zagen sprakeloos het kind aan, dat geheel in verrukking was. Eindelijk reikten zij Bernadette papier met pen en inkt over en zeiden : Ga dichter bij de Vrouwe, en vraag haar op hei papier haren naam te schrijven en wat haar verlangen isquot;. Het kind naderde den rozelaar, hief zich op de teenen omhoog en bood de Vrouwe de schrijfbehoeften aan. De Verschijning glimlachte en antwoordde aan het kind : „ JFat ik 11 heb mede ie deelen, behoef ik niet te schrijven ; doe mij het genoegen van gedurende veertien dagen hier terug ie komenquot;. — „Tk beloof hei uquot;, antwoordde Bernadette. — „En ikquot;, zoo vervolgde de Vrouwe, „ik beloof u gelukkig te zullen /naken, niet in deze wereld, maar in de anderequot;. Bernadette keerde, zonder echter het oog van de Verschijning af te wenden, naar hare gezellinnen terug en bemerkte, dat „De Schoone Vrouwquot; een goedgunstigen blik wierp op Mejuffrouw Peyret, die lid was van de C o n-gregatie der Kinderen van Maria; „Zij ziet u op het oogenblik aanquot;, zeide het kind, waardoor deze zoozeer getroffen was, dat de zoete herinnering daaraan haar nooit heeft verlaten.

Bernadette verhaalde dan, wat zij vernomen had. De twee dames stelden haar

Xquot;

ocr page 155

5C

zeventiende dag,

149

voor aan de Vrouwe te vragen of zij haar gedurende die veertien dagen mochten vergezellen, en toen Bernadette deze vraag aan de Verschijning overbracht, ontving zij ten antwoord ; „Zij mogen mei u komen en ook anderen, wani ik wensch hier een grooien toeloop van volk ie zienquot;.

Gebed,

^telT.aria, machtige Maagd, die gedurende kWquot; uw leven zooveel vermogen hebt gehad op Jezus' H. Hart, en nu daarboven in den hemel naast Hem zetelt als „eetie smeekende almachiquot;, zie goedgunstig neder op ons die nog zuchten in dit dal van tranen. Verwerf voor ons een waar christelijk leven, maar vooral een zalig sterven. Amen.

X

ocr page 156

X

Stcljtticnöc

a?inatljrbcii ban JBaria.

Zij is de tempel gods.

#1 wat uit den mond der gezegende Moeder Gods voortkwam, ademde wijsheid, zedigheid, godsvrucht en liefde, even zoovele deugden, welke hare ziel versierden. De H.H. Vaders noemen haar den tempel Gods, den levenden, heiligen, wonderbaren tempel, die waardig is de verblijfplaats te wezen van Gods glorie. — Menigmaal vergelijkt men haar bij den tempel van Salomon met zijne vier afdeelin-gen : het dubbele voorhof, het inwendige of het heilige, en het heilige der heiligen.1 wat uit den mond der gezegende Moeder Gods voortkwam, ademde wijsheid, zedigheid, godsvrucht en liefde, even zoovele deugden, welke hare ziel versierden. De H.H. Vaders noemen haar den tempel Gods, den levenden, heiligen, wonderbaren tempel, die waardig is de verblijfplaats te wezen van Gods glorie. — Menigmaal vergelijkt men haar bij den tempel van Salomon met zijne vier afdeelin-gen : het dubbele voorhof, het inwendige of het heilige, en het heilige der heiligen.

Zoo vindt men ook in Maria het voorhof der heidenen. Alle volkeren der aarde, zonder eenige uitzondering — zij mogen dan nog zoo diep in de duisternis van het heidendom verzonken liggen en nooit een straaltje van het licht der Waarheid aanschouwd hebben, — vinden bij haar bescherming; hare moederliefde — zij is immers de moeder aller menschen — sluit niemand uit; zij neemt allen op en kent hier geen aanzien van personen.

Daarop volgt het voorhof van Israël, waar Maria de ware geloovigen, haar

x

gt;r

ocr page 157

achttiende dag.

dubbel dierbaar als de aangenomen kinderen en mede-erfgenamen van Jezus Christus, ontvangt en hun eene plaats aanwijst, volgens de maat van hunne godsvrucht en hun ijver in den dienst des Heeren

De met goud bekleede tafelj de toon-brooden, — het reukaltaar, de kandelaar met zeven armen en het veelkleurig zijden voorhangsel des tempels beteekenen haar levendig geloof, — haar volhardend gebed, de zeven gaven van den H. Geest en de andere deugden welke zij in alle volheid en volmaaktheid bezit.

Het heilige der heiligen, waar de Hooge-priester slechts eenmaal in het jaar binnentrad, is haar kuische schoot, haar heilig en onbevlekt Hart, de heilige ziel dier goddelijke Moeder, waarin Jezus Christus zijne intrede deed op het oogenblik zijner menschwording.

TCcbcn bcr 4®aagb.

De vlucht naar Egypte.

Rauwelijks waren Maria en Jozef in Neder-Galilea wedergekeerd of zij moesten eene lange en gevaarlijke reis ondernemen naar het oord van ballingschap. Des nachts verscheen een Engel des Heeren aan Jozef in den slaap en sprak hem toe : „S/a op, en neem hef Kind en zijne Moeder en vlucht naai' Egypte,

SÉüft---—--*-sw

ocr page 158

152 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

en blijf aldaar, totdat ik het u sal zeggen. Want Herodes gaat het Kind zoeken, om het ie do ad enquot;. — Wanneer de eerste droevige indruk, welke deze woorden op Jozef maken, voorbij is, aanbidt hij Gods heiligen wil en gaat Maria wekken, die bij de kribbe van Jezus den zoeten en zachten slaap der Engelen sliep. Spoedig maakte Jozef haar met de verpletterende tijding bekend.

Maria werpt een blik vol mededoogen op haar lieveling, verzamelt spoedig het hoog noodige voor de reis, eenige doeken en kleederen; de getrouwe ezel stond spoedig gereed, en daar gaat in alle stilte de H. Familie, begunstigd door een helderen sterrenhemel, op reis naar het land der ballingschap, naar Egypte. — De H. Jozef leidt het dier, waarop Maria met haar Kind op den arm gezeten is, en stapt met vluggen tred voort. Zoo gaat reeds nu de voorzegging van Simeon in vervulling. Nauwelijks geboren wordt Jezus, nog in de kribbe liggend, achtervolgd door den wreeden koning, en is genoodzaakt met zijne moeder, zoo teeder, zoo jeugdig, zoo heilig, te vluchten in het midden van den nacht, alleen beschermd door den bejaarden Jozef. Toen de bode des Hemels aan Jozef het bevel kwam brengen om te vertrekken, gaf hij niet de verzekering, dat hij hen tegen alle gevaren zou beschermen, zooals weleer de Aartsengel Rafael beloofde aan den jongen

ocr page 159

X..

ACHTTIENDE DAG,

153

reiziger naar Rages. Toch wist de H. Jozef, dat God de H. Familie in haar droevig lot niet zou verlaten en hij onderwierp zich aan des Heeren aanbiddelijken wil. • , Men was in het koude jaargetijde; de weg was lang, ongebaand en oneffen; struikgewas belette menigmaal het voortgaan en maakte een omweg noodzakelijk. „En watquot; — vraagt de H. Bonaventura — „vonden zij op hun tocht te eten ? Waar konden zij des nachts uitrusten ? Waar werd hun een onderkomen aangeboden ? Ach, zij hadden geene andere spijze dan een stuk droog brood ; onder den blooten hemel of onder een boom of achter struiken moesten zij den nacht doorbrengen.quot; Zoo trokken zij voort met den kwellenden angst van vluchtelingen en met de nijpende armoede van bannelingen. Na alzoo een weg van minstens honderd mijlen te hebben afgelegd, welke een inspanning van hen vorderde van zeker dertig dagen, kwamen zij eindelijk te Heliopolis in Egypte aan. Eene schoone legende omtrent deze reis der H. Familie mag hier niet onvermeld blijven. — Eens rustte de H. Familie des nachts in de grot van een roover. De vrouw van den hoofdman der bende — misschien bewogen door de bange smart, welke haar kwelde — ontving ze met ruwe, doch hartelijke gastvrijheid. Zij had een schoon kind, het leven harer ziel, het eenig schuldeloos wezen onder al deze

X %

ocr page 160

X

154 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

booswichten. Dat kind was met raelaatsch-heid geslagen, en dit vervulde haar hart met vrees en droefheid. Maria verzocht om water, ten einde Jezus te wasschen. De vrouw des roovers bracht het haar, en Jezus werd gewasschen. Hierna wiesch ook de moeder den kleinen melaatschen Dismas in hetzelfde water, en zie, zijn vleesch werd rooskleurig, frischen zuiver, —het kind was genezen en het moederhart getroost. I .ange jaren verliepen na dit voorval. Het kind ontwies aan de armen der moeder, en de jeugdige Dismas werd bij de roo-versbende ingelijfd. Zijn leven werd eene aaneenschakeling van misdaden. Eindelijk werd hij gevankelijk naar Jeruzalem gevoerd en ter kruisdood veroordeeld. En — o wonder van Gods barmhartigheid — naast hem hing, op hetzelfde uur, Jezus, die sterven ging voor zijn volk. En hij, die nu nog met deerlijker melaatschheid was geslagen, werd in Jezus' bloed gereinigd; voor de gastvrijheid eener ellendige grot gewerd hem de gastvrijheid van het paradijs ; en de liefde zijner moeder werd door de liefde van de Moeder der Smarten vergolden. (')

Bij de poort van Heliopolis, waar de Joden eene volkplanting hadden, stond een reusachtige boom, aan welken de Arabieren

%

('■) Vergelijk het degelijk werk „Leven van Jezusquot; door den Zeereerw. lieer Van Etten.

ocr page 161

X.

achttiende dag.

155

eene zekere vereering bewezen. Bij de nadering der H. Familie — zoo luidt de legende — boog deze afgodsboom zijne trotsche takken om het kind van Maria te groeten, en — mag men een heidensch geschiedschrijver gelooven — alle afgodsbeelden, die zich in de nabijheid der stad bevonden, zijn voorover ter aarde neergeworpen, op het oogenblik dat de heilige reizigers binnentraden onder de granieten gewelven der poort van Heliopolis. Maria en Jozef verbleven eenigen tijd in deze stad bij hunne landgenooten en vestigden zich vervolgens te Matarieh, een bevallig stadje, bekend om zijne menigvuldige vijgeboomen en de eenige zoetwaterfontein van den omtrek. (') Daar verbleef de H. Familie in vrede, ver van den wreeden Herodes.

Bemerking. — Talloos zijn in dit aardsche leven de moeielijkheden, waaruit de menschen ons niet kunnen helpen, maar

(') Volgens Ch. Kieckens „Dagboek mijner reize naar het H. Landquot;, is uit den stam van den sycomore, waaronder de H. Familie gerust heeft dezelfde moerbezie-vijgeboom opgeschoten, die nu nog vereerd wordt. — Het zoete water dei-fontein bij den Maria-boom zou oorspronkelijk bitterzout zijn geweest, maar — naar de legende verhaalt — in zoet drinkwater veranderd zijn, toen Maria het Kindje Jezus daarin waschte.

'X

ocr page 162

X

X

156 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

waaruit alléén de voorzienigheid Gods ons redden kan. Laten wij ons in alle omstandigheden aan Gods heiligen wil onderwerpen ; stellen wij ons onder Maria's bescherming en vragen wij, dat zij voor ons moge verkrijgen, steeds te doen wat God wil en zooals Hij het wil.

4IM13C Xiclic ©rauta üan TGourhca.

( Vervolg.)

nSernadette ging overeenkomstig hare (ÈP belofte aan „De Schoone Vrouwequot; gedaan, dagelijks naar de grot, door eene immer aangroeiende menigte volks verge-

zeld.

Den 21sten Februari, den eersten Zondag in de Vasten, vertoonde zich de Vrouwe naar gewoonte, maar met droefheid op het gelaat, en men zag ook Bernadette weenen. Dien dag beval haar de Verschijning ; „ Ge moei voor de zondaars hidden .... gij moei den grond kussen voor de bekeering der zondaars,'.

Dinsdag, 23 Februari, deelde de geheimzinnige Vrouwe aan Bernadette een persoonlijk geheim mede en vervolgde; „En nu Bernadette, ga aan de priesters'zeggen, dat ik hier eene kapel wil gebouwd hebben en processien hierheen wil zien komenquot;. Als

%

ocr page 163

-ï^

ACHTTIENDE DAG,

157

gt;r

het bevoorrechte kind dit aan den Eerw. Heer Peyramale, deken van Lourdes, — een innig godvruchtig, doch voorzichtig herder, — bekend maakte, zond hij haar weg en sprak : „Zeg namens mij aan de Vrouwe, da/zij mij een ieeken geve van hare macht en, daar wij in Februari zijn, den rozelaar aan haren voet doe bloeienquot;. Woensdag, 24 Februari, bracht Bernadette, terwijl eene ontzaglijke menigte haar omringde en zij in vervoering was, deze woorden aan de Vrouwe over. Deze glimlachte en beval haar te bidden voor de bekeering der zondaars en deed haar op de knieën in het binnenste der benedenste grot kruipen, terwijl zij uitriep : „Boetvaardigheid ! boetvaardigheid ! boetvaardigheid!quot; Nadat Bernadette dit volbracht had, openbaarde haar de Verschijning een tweede geheim. Donderdag, 25 Februari, werd het gevraagde bewijs van hoogere macht gegeven, niet een van voorbijgaanden aard, zooals gevraagd was, door het bloeien van den rozelaar, maar een blijvend teeken, dat door wonderkracht de gemoederen zou overweldigen. Na aan Bernadette een derde geheim te hebben medegedeeld sprak de Vrouwe; „En nu mijne dochter, ga drinken aan de bron en er u wasschen ; en eet van het gras, dat daar groeitquot;. Het kind wilde zich dan naar de rivier begeven, maar zij hield haar met een gebaar terug en zeide ; „Ga daar niet; ik heb niet

ocr page 164

.4^

158 MEIMAAND DER GENADE- OOR DEN,

gezegd aan de Gave ie drinken; ga naar de bron, zij is hierquot;. En zij wees met de hand naar tie plaats. Bernadette zag er geene bron, wel enkele grasspiertjes, die daar groeiden.

Om te gehoorzamen begon zij den grond los te krabben en een kuiltje te maken. En ziet! het kuiltje vulde zich met water, dat onder hare hand opborrelde. Eerst was het drabbig, zoodat Bernadette er van walgde en het niet drinken kon; slechts den derden keer vermocht zij het vocht door te halen, spoedig echter werd het klaar en helder. Zij waschte er zich mede en at van het gras dier plaats. Intusschen borrelde het water meer en meer op ; in 't eerst met een fijn straaltje, dat al grooter en sterker wordende, weldra eene overvloedige bron vormde, die thans meer dan honderdduizend liter per dag geeft en waaruit duizenden en duizenden met vreugde water scheppen ter laving en wassching, tot heil van lichaam en ziel. Reeds 's anderendaags verhaalde men genezingen, door het aanwenden van dit water geschied. Een steenhouwer, Louis Bourriëtte, had in 1S38 — dus twintig jaar geleden — het ongeluk, dat in de mijn zijn rechteroog door een steen werd verbrijzeld, waardoor hij het gebruik van dit zintuig sedert dien totaal miste. En ziet, bij de eerste wassching ontving hij plotseling het gezicht weder. Dienzelfden avond zag men dan

X

X

ocr page 165

K ^

achttiende dag

159

ook de steenhouwers, -quot;net Bourriëtte aan het hoofd, optrekken naar de grot, om een effen pad te kappen en een langwerpigen vergaderbak te delven, teneinde het overvloedig stroomende water der pas ontsprongen bron op te vangen.

Steeds groeide de menigte aan, die van de vervoering der kleine Bernadette bij de verschijningen getuige wenschte te zijn; het getal werd op den laatsten der veertien dagen op 20,000 menschen geschat.

Gebed.

/pie, o goede Moeder Maria, gij wordt ■épe genoemd de „Moeder der goddelijke genadequot;, omdat wij door uwe tusschen-komst alle genaden van God kunnen verkrijgen. Welaan dan, als een kind tot zijne moeder, kom ik met het volste vertrouwen tot u, en bid u om eene ware boetvaardigheid over mijne zonden en de volharding in het goede. Amen.

gt;Cquot;

'X

1 k

ocr page 166

J^cgcntitnbc ^ag.

^rootliEbni ban jBaria.

Zij is de stad Gods.

gVjTele H.H. Vaders zijn van oordeel, dat ■Sp de H. Moeder Gods die verhevene stad is, welke door David genoemd wordt „de stad Godsquot;. — De H. Germanus, Patriarch van Constantinopel, zegt ons — in eene preek, gehouden op den dag, dat de gordel der H.Maagd vereerd werd, — dat zij is uitverkoren om de woonplaats te wezen van den Koning der koningen : niet om de schoone huizen, niet om de vorstelijke paleizen, welke zij Hem kon aanbieden, maar om hare tallooze en verhevene deugden.

De „koninklijke stadquot;, van welke de Psalmist spreekt, is de hoofdstad van geheel de wereld; het middelpunt van Gods volk ; de verblij fplaats der vorsten ; de stad, waar over vrede en oorlog wordt beslist; de stad, onovertroften in schoonheid en eene eer voor andere steden. Ziedaar even zoovele figuren van de Moeder Gods.

Toen weleer de eerste steen gelegd werd van de versterkingen, welke ter verdediging van Jeruzalem werden opgericht, werd er

'X

ocr page 167

X

negentiende dag.

een groot en algemeen vreugdefeest gehouden. Met veel meer recht mogen wij ons tot vreugde stemmen op den dag. waarop de almachtige God Maria aan de wereld schonk, in welke eenmaal de Messias, zijn Eenige Zoon, zijn verblijf zou vestigen en waarop Hij haar met deugden en genadegaven heeft overladen ten gunste van het geheele menschdom.

Maria is de onoverwinnelijke stad, waarvan de Koning-Profeet gezegd heeft: ..God is in haar midden, zij zal niet wankelenquot; ; zij is het „die verwijlt onder de bescherming van den God des hemelsquot;. Psalm xi.v 6 ; xc. i.

%clJtn brr JKciaijti.

Maria in ballingschap.

f||oen Herodes de Wijzen niet zag we-derkeeren en zich dus zag teleurgesteld, werd hij zeer vergramd. Kon hij door sluwe middelen niet tot zijn doel geraken — nu zou hij voor geen openlijke vervolging .terugdeinzen om het goddelijk Kind uit den weg te ruimen. — Dewijl hij niet wist, hoe den nieuwen koning van andere kinderen te onderscheiden, besloot hij in zijne heerschzuchtige wreedheid een algemeen bloedbad aan te richten. Hij zond dan zijne dienaren af, om in Bethlehem en in deszelfs omstreken alle knaapjes van twee jaar en daar beneden te dooden. De

161

Mei maand Gen ade-C 'orden,

quot;X

gt;r

ocr page 168

162 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

kleine Jezus was gelukkig buiten het bereik der beulen ; maar aan wat razende wanhoop moeten die talrijke moeders ter prooi geweest zijn, wier kinderen aan haar hijgenden boezem, uit hare beschermende armen werden weggerukt, en vermoord !

Vele godvruchtige schrijvers en ook eene alleszins geloofwaardige overlevering melden ons, dat de Heilige Familie gedurende zeven jaren in Egypte verbleef. Nog heden ten dage worden eenige merkwaardigheden als de sporen van hun verblijf aldaar aangewezen ; zoo b.v. de bron, waar Maria de doeken van het Kind ging wasschen, — de met kreupelhout begroeide heuvel, waar hunne kleederen in de zon werden gedroogd, — de vijgeboom, waaronder zij zoo menigmaal met haar lieveling lag neergeknield. De vrome pelgrim, ja zelfs de ongeloovige Egyptenaar heeft eerbied voor deze plaatsen. Geene plek bijna in den omtrek van Matariëh of eene of andere legende ten opzichte der Heilige Familie is er aan verbonden.

Te Nazareth had Maria een verborgen,, werkzaam leven geleid; hier te Matariëh, zou zij dikwerf het hoog noodige moeten missen. Het moet hun groote moeite gekost hebben, om hun dagelijksch brood te verdienen te midden van een volk, dat een vreemdeling niet de minste achting toedroeg en zijne eigene landzaten op alle wijzen begunstigde. — De H. Basilius

X'

ocr page 169

_______

NEGENTIENDE DAG. 163

merkt ons hier op, dat Maria en Jozef arm waren, en wij het dus niet kunnen betwijfelen, dat zij alleen door harden arbeid in hunne dagelijksche behoeften hebben .kunnen voorzien. En menigmaal — voegt Ludolfus de Saxonia er bij — vroeg het goddelijk Kind aan zijne Moeder eene bete broods en kon Maria het slechts tranen aanbieden.

Eindelijk was de dag daar, waarop door God de ballingschap der H. Familie werd opgeheven. De onmenschelijke Herodes stierf aan eene walgelijke ziekte en werd reeds in zijn leven door de wormen verteerd. Vervloekt door de Joden, verafschuwd door allen, verlaten van God en de menschen, wist hij dat velen zich over zijn dood zouden verheugen. Om dit nu te verhinderen smeekte hij, alvorens te sterven, zijne zuster Salome — verhard in de boosheid zooals hij — eene uitgelezene schaar Joden, welke hij reeds bijtijds gevangen had laten nemen, ter dood te doen brengen, zoodra hij zou gestorven zijn. Zoo zou men, tegen wil en dank,

toch moeten treuren op den dag zijner begrafenis.

Nu verscheen des nachts in een droom weder een Engel des Heeren aan Jozef, met het bevel om naar het land van Israël terug te keeren. Jozef ondernam met Maria en haar Kind de terugreis, met het doel zich naar Bethlehem in Judea te

X X

ocr page 170

X %

X

164 meimaand der genade-oorden.

begeven: „maar /oen hij vernam, da/ A rchelaiis, een zoon van Her odes, in Judea regeerde, vreesde hij der waar/s /e gaan, en in den droom onder rich/ zijnde, ver/rok hij naar de s/reken van Galileaquot;. (]\Iatth. n. 22.)

Bemerking. — Is er wel iemand onder ons, die zich met recht kan beklagen over den staat of stand waarin hij leeft, als hij ziet, hoe de allerheiligste Maagd en haar goddelijke Zoon zoo droevige lotgevallen moeten beleven, allerlei smart en ellende moeten verdragen ? Heeft God ons daardoor niet een krachtig voorbeeld en eene heilzame les willen geven ? — Aan ons nu, deze tot ons geestelijk welzijn aan te nemen, indien wij door de moeilijkheden en het lijden dezer wereld de onschatbare goederen des eeuwigen levens willen bekomen.

a?ii3c %icljc ©rouju lian TCnurbrs.

(Slo/)

S^e verschijningen hielden op tot op den 2 5steu Maart, feestdag der Boodschap. Op dien blijden dag beantwoordde de Verschijning aan het dringend verlangen van Bernadette en maakte zij haren naam bekend. „O mijne Vrouwequot;, zoo smeekte de kleine in vervoering, „ik hid 7/, heb de goedheid mij /e zeggen, wie gij zij/ en hoe uw naam

X'

ocr page 171

negentiende dag. 165

isquot;? De Vrouwe liet dan den Rozenkrans op den rechterarm glijden, strekte hare armen naar beneden uit, om vervolgens hare handen ten hemel te verheffen, als ■ nam zij God tot getuige harer verklaring en antwoordde : „Ik ben de Onbevlekte Ontvangenisquot;. Na dit gezegd te hebben verdween zij.

Nog tweemaal mocht het bevoorrechte kind de Onbevlekte in hemelsche schoonheid aanschouwen : op den 2cIequot; Paaschdag, toen meer dan 10.000 personen van de verrukking van het eenvoudige kind getuigen waren, en de laatste maal op 16 Juli, feest van Onze Lieve Vrouw van den berg Karmel. De ()nbevlekte Ontvangenis strekte alsdan zegenend hare handen over Bernadette uit, boog het hoofd als ten afscheid, en was verdwenen. Deze was de i Sdc en laatste verschijning.

Door het water der bron bleven intus-schen voortdurend wonderen geschieden. Menschen met allerlei ellenden, zieken van allerlei aard, wier genezing door de genees-hèeren was opgegeven, dronken dit water, wasschten zich in het bad, en werden plotseling volkomen genezen. Nog had de kerkelijke overheid over dit alles geene uitspraak gedaan ; volgens hare gewone voorzichtigheid en wijsheid hield de geestelijkheid eene streng afwachtende houding. Eindelijk, na zes maanden vol wonderbare voorvallen, besloot Z. D. H. Mgr. Laurence,

ocr page 172

166 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

bisschop van het Diocese, een plechtig onderzoek naar de gebeurtenissen, die zouden hebben plaats gehad, te doen instellen. Eene Commissie werd benoemd uit mannen, kundig in godgeleerdheid, geneeskunde, enz. Eerst het volgend jaar bracht deze, na rijp onderzoek, haar verslag uit. En nog verliepen drie jaren van overweging en gebed, alvorens de Bisschop zijn goedkeurend oordeel uitsprak en in zijn bekend schrijven verklaarde, „dat de Onbevlekte Maagd Maria, Moeder Gods, waarlijk verschenen is aan Bernadette Soubirous, den ii Februari 1858 en volgende dagen tot 18 malen toe; dat de verschijning alle teekenen der waarheid bezit, en dat de geloo-vigen gerechtigd zijn, die voor waar te houden. Onze overtuiging, schrijft hij, is gegrond op de getuigenis van Bernadette, maar vooral op de voorgevallen feiten, die slechts door goddelijke tusschenkomst kunnen verklaard wordenquot;.

Hoe is thans na ongeveer 40 jaren de toestand ?

De Koningin des Hemels sprak tot de eenvoudige herderin : „//' w// hier eene kapel gebouwd hebben, ik 7vil hier veel volk en processies zienquot;. Deze wil is vervuld. Ondanks de moeilijkheden van het terrein is een tempel verrezen op de rots boven de grot, een meesterstuk van stijl en uitvoering ; — en ontelbare pelgrims zijn geestdriftig opwaarts getogen naar de heilige

X X

Xquot;

ocr page 173

NEGENTIENDE DAG.

plaats, door Maria als haar geliefd genadeoord uitgekozen. Ondanks de tegenwerking der wereldsche overheid, trots den spot en hoon van lichtzinnige wereldlingen, nog ■aangehitst door de woede van Satan en den laster zijner trawanten, nam de grot van Lourdes immer meer in beroemdheid toe. üe genezingen geschied zoowel daar als op andere plaatsen, waarheen het water der wonderbare bron gezonden wordt, zijn zoo talrijk, dat hun aantal niet te benaderen is, — zoo treffend, dat de waarheid dier feiten voor eiken onbevooroordeelden onderzoeker niet te loochenen valt.

Ziehier ééne bekentenis, door Dominee M. J. van der Hoogt in een artikel; „De Lourdes-V/onderenquot; in 1895 afgelegd. Op de vraag — „Gelooft gij aan de Lourdes-wonderen ?quot; — luidt zijn antwoord ; „Zeker, geloof ik daaraan. Ik zal mij niet vermeten tegen te spreken, wat door minstens driehonderd geneesheeren als feit is geconstateerd, nl. dat er tal van genezingen hebben plaats gehad, waarbij bepaaldelijk

aan een wonder moet worden gedacht____

De feiten te loochenen gaat niet aan.quot;

Eene rondborstige bekentenis, waarop steeds door de Katholieken met voldoening kan worden gewezen. Eenmaal te meer blijkt hier de waarheid van het woord des profeten :

„Bewonderenswaardig, o Heer, zijn uwe daden, daarom schept mijne ziel vermaak

y%.

%

ocr page 174

l68 meimaand der genade-oorden.

in deze te doorzoeken ; het openbaren uwer werken verspreidt licht, maar strekt alleen de n e d e r i g e n tot onderricht.'' Ps. cxviii, 129.

Bijzonder schoone nabootsingen der grot van Lourdes vindt men op vele plaatsen in Belgie en Nederland, o. a. te Oostacker, te Meerlo-Tienray, te Oerle en te Katwijk a/d Maas.

X \ gt;

Gebed,

gn allerzuiverste Maagd Maria, met een r- groot vertrouwen op uwe moederlijke goedheid, kniel ik in den geest bij de wondergrot van Lourdes neder. Hier hebt gij verklaard : ,,/Z' ben de Onbevlekte Oni-vangenisquot; ; hier zien wij bevestigd, dat er geene smet in u is. — Wij vragen u, zie goedgunstig op ons neder en verkrijg voor ons, dat wij zuiver van harte leven, om eenmaal met u God in alle eeuwigheid te zien. Amen.

ocr page 175

-M

Ouintigétc ^aij.

4?raarijcbcn ban .lEana.

Zij is de troon Gods.

j|n££ij zouden met vrees bevangen worden — zoo zegt een godvruchtig schrijver — door de bliksems, de stemmen en de donders, welke de H. Johannes (Openb. iv. 5.) van den troon Gods zag uitgaan, ware het niet, dat wij in dezen troon een beeld zagen van de allerheiligste Maagd en dus ook in dat vuur en dien donder de liefde en de vreugde zagen, welke zij ons mededeelt. Geheel de oudheid heeft haar genoemd den troon Gods, maar van eene verbazende hoogte, — een troon van vuur, op welken de Heer der heerscharen gezeten is, — de koninklijke, heilige en glorievolle troon, — de troon der tronen, die als rustplaats gediend heeft voor onzen Heer Jezus Christus. — Al de koren der Engelen stonden als verstomd en eenigermate beschaamd, toen zij zagen hoe hun Koning den troon der Cherubijnen ging verlaten, om zich den schoot eener maagd tot rustplaats te kiezen.

De H. Thomas, de H. Dionysius, de H. Johannes en meer anderen zijn van oordeel, dat Maria waarlijk de troon Gods

X

Xquot;

ocr page 176

i70 meimaand der genade-ooks)en.

is, door Hem in zijne almacht gemaakt, volgens zijne raadsbesluiten en zijne oneindige goedheid. Van dien troon, die ongetwijfeld Dengene waardig moest zijn. Die er op zetelt, stroomen ons alle genadegunsten des Hemels toe.

XeUcn bcr 1£. atöaagb.

De terugkeer uit Egypte.

f elijk het verblijf in het vaderland doorgaans aangenaam is, zoo is de ballingschap een oord van droefheid, en wanneer zij langen tijd duurt, zoo bitter als de dood. — De H. Familie ontving evenwel bijstand van Boven, om de droevige ballingschap met gelatenheid te verdragen en wist, dat God niemand boven zijne krachten beproeft. elijk het verblijf in het vaderland doorgaans aangenaam is, zoo is de ballingschap een oord van droefheid, en wanneer zij langen tijd duurt, zoo bitter als de dood. — De H. Familie ontving evenwel bijstand van Boven, om de droevige ballingschap met gelatenheid te verdragen en wist, dat God niemand boven zijne krachten beproeft. „S/a opquot;, ■— zoo luidde het woord des Engels, — „en neem he/ Kind „en zijne Moeder, en ga naar het land van „Israël, want zij, die hei Kind naar het „leven stonden,zijn gestorvenquot;. (Matth. u. 19.) De heilige pleegvader stond op, zegt het Evangelie, nam het Kind en zijne Moeder en begaf zich met hen op weg. En, zooals de Hemel hen onderrichtte, ging hij met Maria en Jezus in Galilea wonen.

Hoe groot zal de vreugde dier heilige echtgenooten geweest zijn, toen zij het land van Kanailn, hun geboortegrond, terug zagen ! — Om een Hauw begrip hiervan te hebben moet ons hart, evenals dat van Maria

Xquot;

ocr page 177

TWINTIGSTE DAG,

en Jozef kloppen niet alleen van liefde tot God, maar ook van vaderlandsliefde. — Wij stellen ons voor, hoe na zoo lange afwezigheid in hare vorige woonplaats teruggekeerd, de H. Familie door velen werd gelukgewenscht. — hoe zij bestormd werd door nieuwsgierige vragen omtrent hare heen- en terugreis en haar verblijf in het vreemde land, — hoe zij door hare naastbestaanden werd bezocht en een sober vreugdemaal werd aangelegd. Toch mochten Jozef en Maria — naar den mensch gesproken, — geene onvermengde vreugde genieten. — De woning, welke het H. Huisgezin voor zeven jaren verlaten had, was nauwelijks bewoonbaar ; door het vervallen dak lieten regen en wind zich deerlijk gevoelen; het lager gelegen vertrek was koud, vochtig en had een slecht aanzien ; in de geheimnisvolle en heilige plaats, waar het Woord was vleesch geworden, hadden de vogels zich genesteld, — het onkruid groeide weelderig in den kleinen tuin : — in één woord, het huisje, dat toch reeds de sporen droeg van den knagenden tand des tijds, was nu eene ruïne gelijk geworden. Onnoodig te zeggen, dat spoedig de meest dringende herstellingen werden aangebracht en het oude gereedschap en de meubels, die geheel versleten waren, door nieuwe moesten worden vervangen. Wellicht heeft de H. Jozef , toen het stukje land, dat hem bij erfenis

ocr page 178

X I ?-

172 meimaand der genade oorden.

toebehoorde, moeten verkoopen. Daar stond nu de H. Familie ! Het eenige wat haar overbleef, was : het bouwvallige huisje van Nazareth, de werkwinkel van den H. jozef en — hunne handen. Doch ook Jezus was er bij. Hoi jeugdig ook, nam Hij het gereedschap en volgde zijn heiligen pleegvader in de vlekken en dorpen van Galilea. Daar vonden zij werk en de Zoon Gods voorzag door eigen handenarbeid in zijne dagelijksche behoefte. Welstand kon vooreerst het deel niet zijn van het werkzame huisgezin ; maar door menige ontbering, door van den morgen tot den avond te arbeiden, kon men zich toch het meest noodzakelijke aanschaffen. — Jezus, Maria en Jozef moesten dus naarstig werken, en Hij, die over legioenen van Engelen kon bevelen, vroeg aan God voor zich en de : zijnen nooit iets anders, dan zijn dagelijksch I brood.

I Bemerking. — Wat leerzaam voorbeeld i wordt ons hier gegeven door het Goddelijk Kind, den Verlosser der wereld, en zijne I Heilige Moeder! Laten wij ons dikwijls : in den geest verplaatsen naar het huisje van Xazareth ; daar zullen wij kracht vinden om de lasten des levens met christelijken moed te dragen en getroost worden in al onze moeilijkheden.

gt;c

X '

ocr page 179

----^

173

On,;c 'ÏCidir Bnntlii ban ^cljcrtJcnijculicl.

g^mtrent de herkomst van het wonderbeeld, [

dat te Scherpenheuvel vereerd wordt, ■zwijgt de geschiedenis. In eene oude kro-nijk echter wordt vermeld, dat in 1304 groote bijeenkomsten plaats hadden bij een kruiswijs gewassen eikeboom, in de nabijheid van het stadje Sichem. Daarheen stroomde eene menigte volks, voorzien van „scherpe ende stafquot; (van reiszak en pelgrimsstaf), als ter bedevaart samen. Sommigen zagen hierin eene bijgeloovigheid en be- i schouwden deze vereering als een overblijfsel uit het heidendom. Wat er van moge wezen, in lateren tijd, — dit weet men ' met zekerheid, — was er aan een eikeboom O]) den Scherpenheuvel een beeldje der H. Maagd bevestigd, waarheen ontelbare bedevaartgangers hunne schreden richtten. Door wien, — wanneer, — om welkereden het geplaatst is, weten wij niet. •— Nu-man {His/oric enz. Hoofdst. rx. bl. 28—30.) verhaalt ons, hoe zeker schaapherder, terwijl hij zijne kudde liet grazen in den omtrek van den Scherpenheuvel, daar een beeldje vond van de H. Maagd Maria, en dit met zich naar huis wilde nemen. Maar op eens werd het beeldje zóó zwaar, dat hij het . onmogelijk verder kon dragen, en tegelijkertijd stond hij zelf onbeweeglijk, als aan den grond vastgenageld. De eigenaar der schapen begreep niet, waarom de knecht, ^

ocr page 180

174 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

tegen zijne gewoonte in, zoo lang uitbleef en ging hem zelf zoeken. Hij vond hem, nog belast met het beeldje, hetwelk men op den Scherpenheuvel aan den eik vereerde, „midts welcken die meestere 't selve „aen veen lende heeft dat sonder eenige swa-„richevt oft moeyte opden voors(eiden) .,boom wederomme gestelt, ende die Schaeps-,,hardere, gelyck oft hij van eenige banden „ontlost hadde geweest, es met zyne schae-„pen naar huys gegaanquot;. In steeds wijder kring werd het wonderbeeld bekend en van heinde en ver kwamen pelgrims hier Maria's hulp afsmeeken, vooral om genezing van de koorts te erlangen.

Dank zij de vrome pogingen van Sichems Pastoor, den eerbiedwaardigen Godfried van Thienwinckel, werd in 1602 naast den ouden eik een planken kapelletje opgeslagen, waarin het wonderbeeld, verloren, maar weder teruggevonden, op een altaar geplaatst werd. Op 3 Januari 1Ó03 had een wonder plaats, dat wel verdiende opgetee-kend te worden. Er parelden namelijk bloeddruppels op de lippen van het beeld ; en nauwelijks had een van de aanwezigen ze afgewischt of telkens kwamen ze wederom opnieuw tevoorschijn. Nooit was het beeld geverfd geweest, en natuurlijk vocht kon evenmin de oorzaak van dit wonderbaar verschijnsel wezen.

Den j 2den Juni 1604 werd door den Aartsbisschop van Mechelen een nieuw

L

'X

ocr page 181

175

TWINTIGSTE DAG.

bedehuis ingewijd. Drie maanden later echter werd dit heiligdom door de geuzen bestormd; het beeld der H. Maagd werd ; evenwel in veiligheid gebracht door den Provinciaal der Paters Jesuieten, terwijl de beroemde Cornelius a 1 -apide met het Allerheiligste Sacrament in de bosschen vluchtte. I Wellicht had bij dezen inval het wonder plaats, dat ons door pater G. van Monte-naken {Hisiorie, enz.) wordt verhaald. Zekere Antoon Laenen, een Hollandsch soldaat, bereed een blind paard. Toen hij aan de kapel van Onze Lieve Vrouw kwam om haar met zijne bende te plunderen, daagde hij Maria spottend uit om zijn paard ziende te maken. Hij werd onmiddellijk verhoord ; maar zóó, dat zijn paard het gezicht terug kreeg, en hij zelf met blindheid werd geslagen. Later kwam de vermetele spotter tot inkeer en heeft zelf dit wonder in het openbaar bekend gemaakt.

Toen de steenen kapel te klein was geworden, werd op last der aartshertogen Albertus en Isabella de nieuwe kerk opgetrokken, naar welke wij nu nog met bewondering opzien.

Het beeld van Maria met haar goddelijk Kind op den linkerarm rust boven het tabernakel van het hoogaltaar dezer kerk op een troontje van massief goud. Het beeld is bijna 50 centimeter hoog. „De „tijd heeft het een weinig zwart gemaakt, „maar de uitdrukking der trekken is zacht

X

gt;c

ocr page 182

JC_____________________

176 meimaand der genade-oorden.

„gebleven en aanvallig. Maria's naam „staat in diamanten letteren op een zilve-i „ren voetstuk. De kronen der beelden ! „fonkelen van kostbare gesteenten, en „prachtige juweelen versieren hunne gouden „kleederen.quot; (Dr. A. van Weddingen. Notre-Dame de Montaigu.)

In onzen tijd is Scherpenheuvel de geliefde bedevaartplaats veler pelgrims, zoodat het getal dergenen, die jaarlijks Scherpenheuvel bezoeken, veilig op 300.000 mag geschat worden.

Gebed.

ï0) Maria, die in de Litanie van Lorette I5* geroemd wordt als de „Allervoorzichtigste Maagdquot;, leer mij de goederen dezer wereld zoo gebruiken, dat mijne ziel niet door zonden besmeurd worde. — Uwe wijze voorzichtigheid deed u beseften, dat alle tijdelijke goederen slechts middelen zijn, om de eeuwige goederen te bekomen : verwerf van de goddelijke Goedheid, dat mijn hart met dezelfde gevoelens als het uwe bezield zij, en de goederen dezer aarde zoo gebruike, dat ik de eeuwige niet verlieze. Amen.

ocr page 183

_____^

.

€cii LMi tUnntiijstc iDaij.

(Civocitfjcbcn lian jBnria.

Wij moeten haar beminnen, eeren

en dienen.

gTV/Jen zou een geheel boekdeel kunnen life schrijven over deze drie plichten, welke wij jegens Maria te vervullen hebben. — Bepalen wij ons met te zeggen, dat wij haar moeten liefhebben, dewijl zij het volmaakte schepsel is, door God aan de wereld geschonken, om door middel van het verlossingswerk den mensch redding te brengen. .Hare schoonheid, hare genaden, de weerglans der Godheid, welken wij in haar zien, overtreften verre het heldere licht der zon. Haar rustig gemoed, haar edel en kalm hart is vrij van die ongeregelde neigingen, welke zoo menigmaal 's menschen ziel bestormen. Hare verhevene en verlichte ziel is de zetelplaats van alle deugden. In de orde der natuur is Maria gesproten uit het koninklijk geslacht van David ; en in welke innige betrekking staat zij, in de orde der genade, met de drie Goddelijke Personen der Allerheiligste Diie-vuldigheid !

Onder de grootste mannen, die door hunne wetenschap en deugd de wereld

Meimaand Genade-Oorden.

ocr page 184

X.

■

| 178 meimaand der genade-oorden.

' hebben verbaasd, vinden wij er, die het ; betreuren, dat zij maar ééne ziel bezitten : om Maria te beminnen.

Maria heeft ook recht op onzen eerbied. Wij moeten onze hulde brengen aan de : Dochter van Gorl den Vader, de Moeder van (rod den Zoon en de Bruid van den H. Geest, — aan het wonder der natuur en der genade, — aan haar die alléén onbevlekt, geheel schoon en boven allen behaaglijk is in de oogen van Hem, die haar volgens zijn hartewensch geschapen heeft.

Wij zijn verplicht Maria te dienen ; dit vorderen hare groote verdiensten, dit zegt ons de natuurlijke rede, dit leeren wij uit het voorbeeld van Jezus Christus zelf. En hoe zouden wij weigeren haar te dienen, wanneer wij zien, dat de Engelen in den Hemel met zoo eerbiedige vaardigheid hare | bevelen volbrengen! Alle ware dienaars I van God zijn ook dienaars van Maria.

öclquot; ï). jiEaagh.

Jezus in het midden der leeraren. iwendig leven der H. Familie is

menschen onbekend; het is gelijk

een waterstroom, die zich in eene dicht begroeide wildernis verliest, — gelijk het Heilige der heiligen met zijn welriekenden geur en zijn dubbel voorhangsel. Maar

'X

gt;c

0

ocr page 185

^----^

KEN F.Nquot; TWINTIGSTE DAG. 179

uit het openbaar leven van Jezus kunnen wij eenigszins opmaken, hoedanig zijn ver- '' borgen leven geweest is. Wij begrijpen, dat de Zaligmaker in zijne jeugd niet door andere menschen behoefde onderwezen te worden; immers als Godmensch was Hij de oneindige en ongeschapen Wijsheid. Door den dag, zoowel als bij nacht, was Jezus' ziel in het inwendig gebed verdiept, en noch uiterlijke bezigheden, van welken aard ook, noch zelfs de verkwikkende slaap, -— waaraan Hij slechts weinige uren schonk, — vermochten Hem te storen of zijn geest af te trekken van zijnen Hemel-schen Vader en het doel zijner mensch-wording.

De volgende gebeurtenis, die in het begin i van Jezus' jongelingsjaren plaats greep,

laat ons een blik werpen in het godsdienstig leven der H. Familie, en geeft ons I tevens een droevig tafereel uit het leven ; van Maria.

Jozef en Maria onderhielden in alles met de meeste nauwgezetheid en met de innigste liefde de voorschriften van hun heiligen godsdienst. Daarom gingen zij telken jare met het Paaschfeest naar Jeruzalem om den tempel te bezoeken. Moesten zij vroeger, toen de zoon van den kinder-moorder Herodes regeerde, heimelijk en in het verborgen deze pelgrimsreize maken, nu Archelaüs verbannen was en het land onder het onmiddellijk bestuurder Romeinen

x .............X

ocr page 186

iSo MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

stond, was zij veel gemakkelijker geworden. Ofschoon Jezus eerst het volgende jaar | tot deze reis verplicht was, namen toch I zijne ouders Hem nu reeds mede naar I Jeruzalem.

Eene groote menigte verliet Nazareth en trok onder het zingen van psalmen naar Jeruzalem op; in verschillende groepen, i volgens ouderdom en geslacht verdeeld, I legde men den weg af ; de mannen waren ! gescheiden van de vrouwen, de jongelingen van de maagden. Bij Maria zien wij: Maria, Cleophas' vrouw en schoonzuster van Jozef : eene „andere Mariaquot;; Salome, vrouw van Zebedeüs ; Joanna, de vrouw van Chusa en vele andere vrouwen van hare maagschap en kennissen. — Jezus bevond zich te midden zijner stadgenooten, die tevens zijne naaste bloedverwanten waren en daarom volgens het gebruik der Hebreeuwsche taal zijne broeders genoemd worden. — De Heilige Jozef zal gevolgd zijn met de schare der ouderlingen uit zijnen stam, terwijl hij nu en dan met den visscher Zebedeüs een godsdienstig gesprek aanknoopte.

De pelgrimsreize spoedde ten einde ; de huisgezinnen kwamen bij elkander om het paaschlam te eten en na afloop van het feest verliet men weder de heilige stad in dezelfde orde, als men gekomen was. Op het einde der reize van den eersten dag zochten de leden van hetzelfde huisgezin elkander op ; Maria en Jozef zochten ook

X

ocr page 187

EEN EN TWINTIGSTE DAG. l8l

hun geliefden Zoon, doch te vergeefs. Hij was niet te vinden. Wat droefheid, wat kommer en angst, welke pijnlijke onzekerheid! Terugkeeren naar Jeruzalem was het eenige, wat zij doen konden. Zij zochten Hem gedurende den nacht, gedurende den dag daarop volgende, en ondervraagden angstig de reizigers, die zij ontmoetten, of zij niet eenige inlichtingen omtrent hun Zoon konden geven; — maar te vergeefs. Op den tweeden dag kwamen zij te Jeruzalem terug. Wat was natuurlijker, dan dat zij het eerst gingen naar den tempel, waar zij Hem met zulk een heilig vuur zijnen he-melschen Vader hadden zien aanbidden.

Aan het voorhof der heidenen grensde de groote Synagoge-school, Beth Misdrach genaamd; hier hielden de voornaamste leeraars van Israël vooral in de feesttijden hunne voordrachten, en bevonden zich ook gewoonlijk verscheidene leerlingen, die eerbiedig bleven staan of zich aan de voeten der leeraren neerzetten om hunne leer te hooren. De leerlingen werden ondervraagd en mochten op hunne beurt vragen stellen ; ja, somtijds zelfs geheele voordrachten houden. Maria en Jozef zochten Jezus overal; zou Hij misschien hier onder de leerlingen kunnen zijn? — Werkelijk, daar zat Jezus; en de leeraars hadden zich rondom Hem geschaard; want allen, die Hem hoorden waren buiten zich zeiven over zijne wijsheid en zijne antwoorden. Een straaltje

JC

X

ocr page 188

182 meimaand der genade-oorden.

zijner heerlijkheid brak reeds door de nevelen zijner kindsheid. Zoodra de jeugdige moeder haren beminden Jezus zag, trad zij tot Hem nader en sprak: „Zoon, waarom hcbf gij ons soa gedaan ? Zie, j me vader en ik hebben 11 met smart ge-! zochiquot;. Wat teedere liefde, wat zachtzinnigheid, wat nederigheid straalt uit dit woord van Maria! Jezus' antwoord was eene opheldering en eene geruststelling voor zijne ontstelde ouders; Hij sprak: „ Waarom zocht gij mij ? Wist gij dan niet dat ik moest zijn, in hetgeen Mijns Vaders is?quot; Nu vertrokken Maria en Jozef en Jezus met hen ; en zij woonden te Nazareth.

„Maria bewaarde al deze woorden in haar hart, en Jezus nam toe in jaren en behaaglijkheid bij God en bij de nienschenquot;.

Bemerking. — Niet zelden is men ontroerd, ontsteld, beangstigd, terwijl slechts eene akte van liefde en vertrouwen noodig is, om de zoetste kalmte in onze ziel te doen wederkeeren. Zijn wij uit ons zei ven zwak, wij kunnen alles in God, die ons versterkt, op Hem dus ons vertrouwen gesteld.

K

ocr page 189

X.

een en twintigste dag.

On^c quot;ICiclir ©rouln lian Oaptnim.

(Venray.)

Winder de bedevaartplaatsen ter eere der H. Maagd, die in het van oudsher godsdienstige Limburg op meerdere plaatsen worden aangetroft'en, mogen wij niet nalaten te vermelden de genadekapel van O. L. Vrouw te Oostrum, een gehucht der uitgestrekte gemeente Venray. Deze heeft het voorrecht een beeld der H. Moeder Gods te bezitten, dat reeds gedurende vele eeuwen op bijzondere wijze de vereering der geloovigen tot zich trok en waaraan niet zeer lang geleden de onderscheiding der plechtige kroning van wege Z. H. den Paus ten deel viel.

Ten opzichte van het miraculeuze beeldje verhaalt de mond des volks het volgende: Een welgesteld landbouwer der plaats vond bij het wieden van zijn vlas het beeldje van O. L. Vrouw; terzelfder tijd hoorde hij eene stem die hem toesprak: Hier wil ik rusten. Hij nam het beeldje mede naar huis, vertoonde het aan zijne huisgenooten en geburen en sprak:

Bijaldien mijn vlas op den akker goed gelukt, zal ik ter eere der H. Moeder Gods op dezelfde plaats een kapelletje bouwen, om daarin haar beeld te plaatsen. En ziet, wat geschiedde ? Toen hij 's anderendaags naar zijn akker wederkeerde, vond hij het vlas reeds welig opgeschoten en in bloei.

ocr page 190

s€.-

184 MEIMAAND DER GENADE-OORDENquot;.

De oogst gelukte volkomen, waarom de verheugde eigenaar niet draalde zijne belofte te volbrengen. Hij deed voor het gevonden Moeder-Gods-beeldje op dienzelfden akker een lief kapelletje bouwen. Van het bestaan dezer kapel, die waarschijnlijk van 1350 dagteekent, wordt reeds i volgens een oud handschrift melding gemaakt in 't jaar 1400, terwijl in het jaar 1519 reeds sprake is van aflaten aan voornoemde kapel vergund. In het oud kapel-register van 't jaar 1630 wordt hare bekendheid als bedevaartplaats aldus om-: schreven: „Die capelle is van alden tiden een platze van groote devotie ter eeren van de H. Moeder Godts en de Magt Maria, die seer placht gevisiteerd en de gefrequenteerd te worden, van alle Quar-tieren.

De godvruchtige vereering van O. L. Vrouw te Oostrum bleef in den loop der tijden onverzwakt voortduren en talrijk waren de genade-gunsten door Maria's voorbede in dit heiligdom verkregen.

Om de godsvrucht tot de H. Maagd op deze bevoorrechte plaats te bevorderen hebben de plaatsbekleeders van Jezus op aarde, de Pausen van Rome, niet geaarzeld aan haar bezoek meerdere aflaten te verbinden. Z. H. Pius IX verleende in't jaar 1868 aan al degenen, die deze kapel godvruchtig bezoeken, een gedeeltelijken aflaat van zeven jaren, voor eiken dag der maand

X

ocr page 191

_

i85

Mei, voor de dagen van 15 Augustus tot 15 September, en voor de zeven feestdagen der H. Maagd. Z. H. Leo XIII verleende daarenboven een vollen aflaat aan de bezoekers dezer genade-kapel eens in het jaar te verdienen op de gewone voorwaarden.

Moge de H. Maagd hare zegeningen over haar geliefkoosd Oostrum blijven uitstorten en mogen tal van pelgrims aldaar de machtige voorbede dier Moeder van het goddelijk Kind, dat zij op hare armen draagt, in geestelijken en tijdelijken nood ondervinden.

1

Geised.

{Q Maria, die met uwen Bruidegom, den H. jozef, in groote droefheid uwen lieven Zoon hebt gezocht, maar toch op Gods wijze voorzienigheid bleeft vertrouwen ; leer mij naar uw voorbeeld altijd met den wil des Heeren tevreden te zijn en op Hem mijn vertrouwen te stellen, opdat ik in eeuwigheid niet teleurgesteld worde. Amen.

ocr page 192

x

y^f-

m ;t; ;t; ;tgt; lt;t; ;t; ;t; ;t; tt4 tfó

Clucc cn tluintigstc *Daij.

(Praatïjcbrn ban .JBaria.

Hare waakzame zorg voor hare

getrouwe dienaren.

4Pij, die met woord en daad getrouwe die-vp naren van Maria zijn, mogen verwachten op bijzondere wijze door haar bevoorrecht te worden. Zonder onbescheiden te zijn, beroemde de H. Dominicus er zich op, dat hij nooit iets van de Moeder der Barmhartigheid gevraagd had, of hij had het verkregen. Pater Cesar Baronius, de naderhand zoo geleerde Kardinaal, lag eens gevaarlijk ziek. De H. Philippus Nerius, die vreesde zulk verdienstelijk lid voor zijne pas ontluikende Congregatie der üratorianen te verliezen, vroeg aan God met heilig vertrouwen de genezing van Pater Baronius. Zijn gebed scheen evenwel niet verhoord te zullen worden; want in de ziekte kwam niet de geringste wending ten goede. Nu nam Philippus zijne toevlucht tot de H. Maagd, en zie, de kranke herstelde spoedig. Doch waar zouden wij eindigen, indien wij alle dergelijke feiten wilden verhalen ?

De H. Epiphanius wil ons een beeld schetsen van de moederlijke waakzaamheid, welke Maria ten opzichte van hare

X

ocr page 193

X-

TWEE EN TWINTIGSTE DAG.

187

getrouwe dienaren aan den dag legt. Hij vergelijkt Maria's zorgvolle waakzaamheid met de geheimzinnige dieren, — welke de profeet Ezechiël (X. 12.) en de H. Johannes .(Openb. IV. 6.) zagen, -— die van alle zijden met oogen waren overdekt. Deze groote menigte oogen beteekenen Maria's waakzame zorg voor hare getrouwe kinderen en den voortdurenden ijver, dien zij aanwendt om aan God hunne behoeften bloot te leggen. De H. Bernardus vergelijkt Maria bij de sterke vrouw, zooals weleer de wijze Salomon ons deze geschilderd heeft; vooral past hij op Maria toe de waakzaamheid dier vrouw en de altijd brandende lamp, welke zij met groote zorg onderhoudt, dat wil zeggen : Maria heeft altijd hare moederlijke oogen op hare dienaren gevestigd ; zij verlicht hen op den weg der zaligheid en bewaart hen steeds veilig in hare tegenwoordigheid. Maria is het voorwerp der liefde, hoogachting en toegenegenheid van alle schepselen. Zij wordt door de Heiligen in den Hemel met eerbied omringd; tot haar verheften de stervelingen hunne smee-kende stem; op hare bemiddeling hopen de zielen in het vagevuur; tot haar namen onze voorouders hunne toevlucht; onder hare moederlijke schutse zullen onze kinderen en kindskinderen veilig zijn in alle gevaren.

ocr page 194

^C:________________

I l8S mkimaanij der genade-oorden.

%clicii tier ï). jlSaagb.

Dood van den H. Jozef.

•^Tezus had den ouderdom van negentien :• jaren bereikt. De H. Jozef, die van den H. Geest zelf den eerenaam van „de i rechtvaardigequot; ontving, had zijne zending om Maria en haar goddelijk Kind te geleiden en te beschermen, volbracht. De H. Schriftuur laat ons duidelijk zien, dat deze rechtvaardige man door Gods voorzienigheid alléén voor deze heilige taak op aarde was gezonden. Nu Jezus zijne zorg niet meer noodig had, was voor hem de tijd aangebroken om de eeuwige rust te gaan genieten en in het voorgeborchte de blijde tijding der nabijzijnde verlossing te gaan aankondigen, om daarna de eeuwige belooning des Hemels voor zijne trouwe zorgen te ontvangen. De Pingel des doods daalde dan neder in de woning der Heilige Familie.

Wij zullen alle deugden, waardoor de H. Jozef heeft uitgemunt, niet vermelden, maar alleen de aandacht vestigen op zijn levendig geloof, zijn onbezweken vertrouwen op God en zijne nederige eenvoudigheid. Wat een zoete dood moet het geweest zijn voor Jozef, dewijl hij zijn brekend oog mocht sluiten en den geest geven in de armen van Jezus en Maria! Wat een zoete dood, die aan deze vlekkelooze ziel de

'X

ocr page 195

X

twee en twintigste dag. 189

gelukzalige eeuwigheid schonk ! — Duizenden wereldlingen worden met grooter praalvertoon en droever rouwgeklaag grafwaarts gedragen, terwijl men den lof en roem -hunner daden wil vereeuwigen door woord en schrift en hunne daden beitelt in het koude marmer; maar geen enkele kan met zooveel vertrouwen zijn hoofd buigen voor , de wet des doods, geen enkele neemt zoo ! stellige hoop op een eeuwig geluk mede in het graf, als de nederige timmerman van Nazareth. — De begrafenis van den H. Jozef 1 had met den meesten eenvoud plaats. Jezus en Maria betreurden hun beschermer vol- j gens de voorschriften der wet. Nooit werd een keizerlijke lijkstoet door zoo hooggeplaatste personen vergezeld als de lijkstoet van Jozef.

Bemerking. —De H. Jozef is door God j aan den mensch als een voorbeeld ter navolging gegeven. Geheel zijn leven was eene voortdurende toewijding aan God, al ; zijne handelingen verrichtte hij overeen- 1 komstig Gods heiligen wil. Wanneer wij ; hem daarin navolgen, dan mogen wij vertrouwen, dat in het laatste uur des levens I ons de bijstand van Jezus en Maria niet zal ontbreken.

lt; gt;C

%

ocr page 196

X

I go meimaand der genade-oorden.

%irlic ©roulu ban Jiaaaotiitljt.

„De Ster der Zeequot; (1)

uitrent de herkomst van het vermaarde beeld van Onze Lieve Vrouw, dat onder den titel van „De Sier der Zeequot; in de Lieve-Vrouwe-kerk te Maastricht vereerd wordt, is men het niet eens. Sommigen meenen, dat het beeld eerst omstreeks 1480 aan de kerk der paters Minderbroeders is gegeven; anderen nemen aan, dat het een geschenk is van het gilde der looiers, die zich door eene bijzondere godsvrucht tot de H. Maagd onderscheidden. — Wederom anderen wijzen op eene kapel van Onze Lieve Vrouw aan den Oever, waarin reeds de H. Hubertus dikwijls kwam bidden en waarin het beeld van Onze Lieve Vrouw „Sier der Zeequot; vereerd werd. — Dewijl de kapel allengs te klein was voor de talrijke bezoekers en om tevens eene gunst te bewijzen aan de Paters Minderbroeders schonk het Kapittel der Onze Lieve-Vrouwe-kerk (in 1234) het zoo eerbiedwaardige beeld aan de voormelde Paters, die het eene eervolle plaats gaven in hunne nieuwe kerk. Deze is voor eenige jaren door den wijdberoemden architect Cuijpers in haren vroegeren luister hersteld. Aan de rechterzijde van het koor heeft men de kapel

Xquot;

1

Naar „Maria's Heiligdommenquot;.

ocr page 197

TWEE EN TWINTIGSTE DAG. 191

van Onze Lieve Vrouw. Wie de talrijke lotgevallen van het beeld van Onze Lieve Vrouw „S/er der Zeequot; nauwkeurig wil kennen en daarbij eenige belangwekkende tafe-reelen uit de geschiedenis der stad Maastricht wil genieten, hij leze de bron, naar welke wij deze schets vervaardigd hebben. Hier moge het voldoende zijn te vermelden, dat het beeld van Onze Lieve Vrouw „Sier der Zeequot; in 1578 bij de inname van Maastricht door de Calvinisten, in veiligheid werd gebracht op een zolder bij de Maagden op den Nieuwenhof. Daar werd het ontdekt door een soldaat, die onmiddellijk zijn degen trok, om het beeld aan stukken te slaan. Doch terstond werd zijn arm stijf en beweegloos. Hevig ontsteld liep de soldaat naar beneden en verhaalde het voorval aan zijn kapitein. Deze schold hem een bloodaard, die schrik had jvan een afgodsbeeld en snelde nu zelf naar boven om met zijn zwaard het beeld te vernielen. Maar hem trof dezelfde straf als den soldaat. In woede ontstoken Jiep hij naar de Overste van het klooster, overlaadde haar met scheldwoorden en bedreigingen en noemde haar eene tooveraarster, die hem en den soldaat een oogenblik be-tooverd had. — Zoo strafte God hen, die zijne Heilige Moeder wilden onteeren.

Na het beleg van Maastricht door Alexander de Farnese, hertog van Panna, werd het beeld wederom geplaatst in de kapel

X

ocr page 198

:X X

X

192 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

der Paters Minderbroeders in de St. Pieterstraat. In 1639 (Frederik Hendrik was meester van de stad) vond het beeld eene schuilplaats te'J'ongeren, waar het bleef tot 1675 en waar God het grootste wonder deed, dat : uit de geschiedenis van Onze Lieve Vrouw „S/er der Zeequot; bekend is. TeBisschopswilré leefden twee godvruchtige echtelieden, Jacob Lehault en Isabella Radoux. Langen tijd -hadden zij God gevraagd, dat Hij hun huwelijk zou gelieven te zegenen. Hun gebed werd verhoord, en op 18 April 1649 zou er vreugde in hun huis geweest zijn, indien niet het zoo lang verwachte kindje levenloos ter wereld ware gekomen. De priester, die in allerijl ontboden was, kon alleen het woord der vroedvrouw bevestigen. De bedoelde moeder echter, die een geloof bezat, in staat om bergen te verzetten, en gedachtig de opwekking van Jezus' vriend Lazarus, waagde het ook aan den Almach-tigen God de herleving van haar kind te vragen door de tusschenkomst van Maria. Dan zou het ten minste het H. Doopsel kunnen ontvangen. — Zij liet het lijkje plaatsen in de kerk der Paters Minderbroeders te Tongeren, vlak voor het altaar van Onze Lieve Vrouw. Zes dagen en zes nachten bleef het daar, zoodat het allengs tot ontbinding begon over te gaan. Spoedig zou men het lijkje uit de kerk moeten verwijderen. Eenige vrienden wisten evenwel den Pater Vicarius Somers te

'% gt;1

ocr page 199

_«IC

TWEE EN TWINTIGSTE DAG. 193

bewegen om op 25 April zich nogmaals met het gebed der ouders te vereenigen en tot hunne intentie de H. Mis op te dragen. Na de H. Mis ging de Vicarius zijne dankzegging verrichten voor het beeld van Onze Lieve Vrouw „S/er de}- Zee' en begaf zich vervolgens naar zijn biechtstoel. Ongeveer een half uur daarna hoort hij in de kerk roepen: „hei kind leeff, het kind leef/!quot; Een ander Pater las op het oogenblik de H. Mis aan het altaar der H. Maagd. Meer dan vijf minuten moest hij wegens het gedrang en het gedruisch der menigte het H. Offer onderbreken. Het kind was inderdaad weer levend geworden, en in plaats van de akelige doodskleur, teekende een frisch rozerood de wangen, het ademde, het bewoog zichtbaar de lippen. Duizenden snelden toe en verdrongen zich om het wonder te aanschouwen; en in tegenwoordigheid dier groote menigte diende Pater Somers aan het kind het H. Doopsel toe. Alle pogingen werden aangewend om dat wonderbaar herkregen leven te behouden, maar tevergeefs. Omstreeks vijf uur des namiddags begon de doodskleur weder terug te keeren op het gelaat, en weldra was het kind voor goed een lijkje.

Meimaand Gen ad e-Oorden.

ocr page 200

.X x.

194 meimaand der genade-oorden.

Gebed tot O. L. Vr. van Maastricht. ftfl) Maria, in den geest nederknielende

voor uw beeld, dat door de geloovigen van Maastricht zoo hoog in eere wordt gehouden, kom ik u vragen, dat ik gedurende de stormen, welke mijne ziel bedreigen zullen, mijn oog op 11 gevestigd houde. Geef, dat ik uwe deugden navolge, uwe voorspraak inroepe en besefte, dat uwe trouwe vereering een onderpand is van het eeuwig geluk des Hemels. Amen.

__

gt;r

ocr page 201

3rgt;nc en tluintig^tc ^Dag.

(j?raattjcbcn ban Jfflaaria.

Hare zorg in weinig beduidende zaken.

ffSoor ^laria's voorspraak geschieden groote é^s wonderen, maar zij acht liet ook niet beneden zich, om in kleine zaken aan hare getrouwe dienaars hulp te verleenen.

Pater Lodewijk van Grenada vermeldt een geval, dat plaats had met de vrouw van een Portugeeschen edelman, die driftig en opvliegend van karakter was. — De edelman, een liefhebber van de visscherij, vroeg eens naar zijn hengel. Een knecht haalde dien, maar terwijl hij hem onderweg wilde reinigen, brak hij hem. Niet wetende, wat aan te vangen en bevreesd voor haar man, nam de edele vrouw hare toevlucht tot de H. Maagd, en ziet, op het oogenblik voegden de stukken zich samen, zoodat alléén nog aan een klein wit kringetje zichtbaar bleef, waar hij gebroken was geweest. Onnoodig te zeggen, dat de vrouw en hare kinderen, die getuigen waren geweest der zonderlinge gebeurtenis, hare verbazing niet konden verbergen. De man kwam daardoor ook spoedig het feit te weten. Uit godvruchtigen eerbied wilde hij den hengel niet meer gebruiken en gaf dien aan Pater Lodewijk van Grenada.

jji--------------55

ocr page 202

X

196 meimaand der genade-oordex.

In het leven van den H. Philippus Ne-rius wordt ons verhaald, dat deze Heilige in het jaar 1576 op zekeren nacht zag, hoe de Heilige Moeder Gods met hare handen het waggelende dak ondersteunde der kapel van de Paters Oratorianen te Rome. Des anderen daags kwam men tot de ontdekking, dat een zware balk, waarop het dak grootendeels steunde, van den muur was afgeschoven en er aldus het grootste gevaar was, dat het geheele dak zou instorten. Om alle ongelukken te voorkomen werd het dak aanstonds gesloopt.

Xrtten brv ïj.

Maria op de bruiloft van Kana en

bij de prediking van jezus.

„Sy-'et oogenblik is gekomen, waarop het ffU? verborgen leven van den Zoon Gods een einde neemt en zijn openbaar leven gaat beginnen.

Jezus verlaat Nazareth en begeeft zich naar de oevers van den Jordaan om door Johannes gedoopt te worden. Niet zonder bange vrees ziet Maria haren Zoon heengaan. Wie weet, wat Hij zal te lijden hebben, nu Hij de geveinsdheid der Phariseën ontmaskeren en den haat en de hardnekkigheid der Joden gaat berispen.

Daarna verblijft Jezus veertig dagen in de woestijn, —■ veertig dagen, die Maria

%

ocr page 203

5C

URIE EX TWINTIGSTE DAG,

even zoovele eeuwen toeschijnen. Na deze voorbereiding begint Jezus' openbaar leven met de bruiloft van Kana.

Hoogstwaarschijnlijk waren bruid of bruidegom met de allerheiligste Maagd en haar goddelijken Zoon vermaagschapt; daarom werden zij en ook Jezus' leerlingen ter bruiloft genoodigd. Deze hartelijke uitnoo-diging wordt door allen aangenomen. Men schijnt niet op zoo groote deelneming voorbereid te zijn geweest; want spoedig bleek de voorraad wijn onvoldoende. De liefderijke oplettendheid van Jezus' heilige Moeder bemerkte aanstonds dit gebrek. Haar liefdevol hart had medelijden mét de verlegenheid, waarin het bruidspaar verkeerde, en zocht hulp te verschaffen.

Zij kende Jezus' goddelijke almacht, en wetejide, dat Hij geheel en al liefde was, wendde zij zich met vertrouwen tot Hem, zeggende: „Zij hebben geen wijnquot;. Wat deelnemende liefde schittert in die bede; hoe toont Maria reeds nu de medelijdende Voorspraak te zijn van zoovele ongeluk-kigen ! — Op haar minzaam verzoek antwoordde Jezus : „ Vrouw, wat is er iusschen u en Mij 1 Nog is mijn uur niet gekomenquot; ;

— d. i.: Vrouw, — dit was een woord van eerbied en achting bij de Israëlieten

— laat dit aan Mij over; het uur Mij door mijnen Vader gesteld om wonderen te doen, is nog niet gekomen. Maria wist, dat dit woord geene weigering insloot

197

X

X

ocr page 204

X

198 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

en begreep er uit, dat door hare tusschen-komst Jezus' almacht zich spoediger zou openbaren. Zij liet daarom alles aan Jezus over en met een geloovig vertrouwen, dat alles van God kan verkrijgen, zeide zij tot de dienaren : „doet al hetgeen Hij 11 zeggen salquot;. Er stonden buiten de bruiloftszaal zes groote kruiken, welke dienden om het water te bevatten, dat voor de Joodsche reinigingen bij den maaltijd noodig was. Deze kruiken werden op last van Jezus gevuld met water uit eene naburige heldere bron ; en toen de dienaren dit gedaan hadden, gaf Jezus, door wiens almacht het watèr op hetzelfde oogenblik in wijn veranderd was, het tweede bevel: „Schept mi en brengt het den hofmeester'quot;. Deze — onkundig van het wonder — proefde, en gaf zijne verbazing te kennen over den keu-rigen wijn, die nu eerst werd aangeboden. „Een ieder, zeide hij tot den bruidegom, zet eerst den goeden wijn voor, en, als zij genoeg hebben gedronken, dan den mindere, maar gij hebt den goede tot nn bewaardquot;.— Zoo verhaastte Jezus op Maria's verlangen het uur zijner wonderen.

In het vervolg van Jezus' leven zien wij Maria tegenwoordig bij zijne goddelijke prediking. Dertig jaren lang had zij Hem met innige moederliefde hare diensten bewezen, zoowel in den vreemde als in het vaderland ; zij had voor Hem gewerkt, om Hemgeweend, met Hem geleden ; zij had Hem het eerst

ocr page 205

drie en twintigste dag. 199

aanbeden en als een zwak en teeder kind in de kribbe gelegd ; nu was het oogenblik gekomen, waarop zij haar godsdienstig gemoed zou kunnen versterken door Jezus' goddelijk woord, om zich voor te bereiden tot de gebeurtenissen, die Simeons voorspelling in algeheele vervulling zouden doen gaan. Maria zou immers als Moeder van Jezus deel en in de vermoeienissen en smarten, — moeten getuige zijn van de verguizingen der Phariseön en de ondankbaarheid der Joden ; en meer dan iemand zou haar hart het grievende daarvan gevoelen. Doch Maria toonde te midden dezer wederwaardigheden, dat zij niet alleen was een zachte duif, die zich in de rotsspleten verbergt, — eene zuivere maagd, wier roeping het was een hemelsch kind te voeden en te koesteren; maar ook de sterke vrouw, door God geplaatst in verschillende moeilijkheden des levens, opdat alle dochters van Eva in haar een toonbeeld zouden hebben van berusting in Gods heiligen wil.

Bemerking. — Maria verkreeg van haren goddelijken Zoon, dat Hij zijn openbaar optreden verhaastte en het water in wijn veranderde. — Dit moge ons opwekken om van Maria met het volste vertrouwen te vragen, ons leven te beteren, zoodat onze gebeden plaats maken voor deugden, en wij de waarachtige en eeuwige goederen kiezen boven de vergankelijke dezer aarde.

.X ï'.

X %

ocr page 206

200 meimaand der genade-oorden.

^c

vOn.ic Xirbc ©roulu ban jBaastncljt.

De „Ster der Zeequot;.

( Vervolg)

dertig jaren werd, tengevolge van den 'ïfö inval der Franschen en der verovering van Maastricht, de katholieke godsdienst in volle vrijheid hersteld. Wat was natuurlijker en meer gewettigd dan het verlangen der Maastrichtenaren, hunnen schat weder in hun midden te bezitten ? Gehoor gevende aan dien vurigen hartewensch togen zij dan in onafzienbare scharen naar Tongeren, om het miraculeuze beeld terug te voeren naar de aloude plaats zijner vereering. Groote verslagenheid heerschte onder de inwoners van Tongeren, die ruim dertig jaren de gelukkige getuigen waren eener reeks van wonderen en allen zoo vaak in duistere en hachelijke oogenblikken des levens de lichtende genadestralen dier roemvolle „Sier der Zeequot; hadden mogen ontvangen. In plechtige processie, onder geestdriftige gezangen, zoowel der bewoners van Tongeren, welke hunne harten luchtten in dankende afscheidsliederen, als van de steeds aangroeiende menigte, die met blijde juich- en jubeltonen hunnen eerbiedwaardigen schat verwelkomden, werd het genadebeeld naar zijne oude stad teruggevoerd en achtereenvolgens geplaatst in de St. Servatius-kerk, in die van St. Jacobus en in de nieuwe

X %

ocr page 207

— 20I

kerk der Minderbroeders. Op iedere plaats, waar het beeld eene wijl vereerd werd, geschiedden wonderbare genezingen en ge-bedsverhooringen. Niet te verwonderen, .dat de aloude godsvrucht dan ook nog met den dag aangroeide en steeds breeder scharen zich kwamen nederwerpen voor Maria's wonderbeeld. De inwoners van Tongeren waren zeker niet de laatsten of de minsten in getal, welke ter vereering van de immer wondervolle „Sier der Zeequot; kwamen opdagen. Nog te versch lag het zegenrijk verblijf van Maria's genadebeeld in hun geheugen, te overvloedig waren de gunsten en genaden door haar uitgedeeld onder die ijverige Maria kinderen, dan dat zij niet met de Maastrichtenaren zouden wedijveren om hun aller Moeder het meest te vereeren en aan te roepen. Nieuwe wonderen lieten zich dan ook niet wachten ! Maria wilde in goedertierenheid niet onderdoen voor de offervaardigheid harer trouwe dienaren. Gunsten zonder tal spreidde zij rond, en allen, die voor haar beeld kwamen nederknielen, mochten hare moederlijke goedheid ondervinden.

Nog eenmaal, het was in 1794, braken droevige en onheilvolle dagen aan.

Maastricht viel in handen der Franschen, die nu — in tegenstelling van twee eeuwen vroeger — als verdierlijkte aanbidders der Rede, zich tot taak rekenden den katholieken godsdienst uit te roeien. Het beeld

X

ocr page 208

quot; ! y,

X

202 meimaand der genade-oorden.

van O. L. Vrouw, „S/er der Zeequot; moest bij de geloovigen in veiligheid worden gebracht. Dan, betere dagen braken aan en de Maria-vereerder kon zich weder voor het beeld „der Genadevollequot; gaan neder-werpen. In 1837 werd het miraculeuze beeld geplaatst in de O. Ij. Vrouwe-kerk, een der merkwaardigste tempels van ons land. Daar in het linker dwarsschip staat het altaar, waarop thans de „S/er der Zeequot; troont en in onverstoorde vereering moge blijven I Ziedaar, godvruchtige Maria-vereerder, de geschiedenis van C). L. V. „S/er der Zeequot; in het kort medegedeeld. Moge door het lezen van dit verhaal menig Christen worden opgewekt om in de stormen der holle wereldzee met een vast vertrouwen oog en hart te verheffen tot deze flikkerende „S/erquot;, wier stralen niet alleen licht, maar ook hulp en redding schenken !

Gebed.

§ goede Moeder Maria! gij weet veel beter dan ik zelf, aan hoe groote gevaren ik ben blootgesteld; gij kent mijne zwakheid, beter dan ik ze u verklaren kan.— Welnu, ik kom weder uwen machtigen bijstand inroepen en vragen, dat mij immer moge bijblijven de gedachte aan Gods heilige tegenwoordigheid. Algoede God ! geef, door de voorspraak der allerheiligste Maagd, dat de gedachte goede Moeder Maria! gij weet veel beter dan ik zelf, aan hoe groote gevaren ik ben blootgesteld; gij kent mijne zwakheid, beter dan ik ze u verklaren kan.— Welnu, ik kom weder uwen machtigen bijstand inroepen en vragen, dat mij immer moge bijblijven de gedachte aan Gods heilige tegenwoordigheid. Algoede God ! geef, door de voorspraak der allerheiligste Maagd, dat de gedachte „God zie/ mijquot; mij nooit verlate. Amen.

X'

X

A

ocr page 209

X____________X

I

l^icr cn tluintiiTGtc ^aij.

gjraotljcbcn ban jBana.

Hare milddadigheid.

liefde en de gierigheid zijn blind, .ffé Een heidensch wijsgeer stelde de liefde voor in een verscheurd en haveloos kleed en zonder schoeisel, als een wonderbaar wezen, dat alles geeft en niets voor zich zeiven behoudt.

Dan, wat is de menschelijke liefde in vergelijking met de goddelijke ! God toont den menschen zijne liefde door den rijkdom en de menigte zijner gaven. Welnu, onder alle schepselen komt de H. Maagd Gode het meest nabij. Daarom is zij hoogst milddadig, vooral jegens hare getrouwe dienaren.

Ofschoon er altijd een oneindig verschil en een oneindige afstand is tusschen God, de bron van alle goed en de H. Maagd, die het kanaal is, hetwelk door deze bron gevoed wordt, blijft het toch altijd waar, dat hij, die Maria gevonden heeft, alle soorten van goederen vinden mocht.

Pharao zond weleer allen, die hem eenige gunst kwamen vragen tot Jozef, en deze noodigde al zijne broeders uit, zijn gelukkig lot te komen deelen. Op gelijke wijze

ocr page 210

204 meimaand der genade oorden.

zendt de Zaligmaker allen, die zijne genadegunsten behoeven, naar zijne Moeder. En deze verhevene Moeder roept de haren liefdevol uitnoodigende toe : „Komt, mijne kinderen, ik zal u de schatten uitdeelen, waaraan ik deelachtig ben geworden. Hij, die mij vindt, zal het leven vinden, en zaligheid scheppen van den Heer.quot;

'Xclmi bcr jBaatjb.

Maria mj het lijden.

/gedurende ruim drie en dertig jaren mocht j Maria eene hemelsche zoetheid en vreugde smaken in den beminnelijken omgang met haar goddelijk Kind.

Het uur was nu geslagen, waarop de voorspelling van Simeon in algeheele vervulling zou gaan : .,Ook zal ecu zwaard uwe ziel doorborenquot;. Haar goddelijke Zoon zou den weg des kruises afleggen en Maria zou in zijn lijden niet van Hem gescheiden worden; als de kloeke vrouw, de Koningin der Martelaren, zal zij den kelk des lijdens tot den bodem toe ledigen.

In het gevolg van den Verlosser trad zij Jeruzalem binnen, om het laatste Paasch-feest met Hem te vieren.

Zoodra het Paaschlam was gegeten en de ceremoniën der Oude Wet waren volbracht, omgordde zich Jezus met een linnen doek en wiesch de voeten zijner

%

yi

ocr page 211

____^

VIER EN TWINTIGSTE DAG. 205

apostelen. -— Daarna stelde Hij dat wonderbaar Sacrament zijner liefde in, het middelpunt van onzen H. Godsdienst, den schat der heilige zielen, het onderpand der he-melsche zaligheid. Volgens vele beroemde godgeleerden en kerkelijke schrijvers, was Maria daarbij tegenwoordig, wat ons voorzeker niet bevreemden kan, als wij bedenken, hoe innig de wederzijdsche liefde tusschen Jezus en Maria was.

En ziet, nog dienzelfden nacht moest Maria het verraad van Judas en de daarop gevolgde gevangenneming haars Zoons vernemen.

Jezus had den kelk des lijdens aan de lippen gezet; Hij zou hem drinken tot den laatsten druppel. De grievendste vernederingen, de laagste bespottingen, de wreedste pijnen en smarten zouden elkander opvolgen en tegelijk den weerslag doen gevoelen in Maria's van droefheid bloedend hart. De droevigste tijdingen gewerden haar;

„Onder slagen, bespottingen en verguizingen sleurden de soldaten Jezus ■ voort naar het paleis van den Hoogepriester;

daar vergaderde de Hooge-Raad en werd uw goddelijk Kind valsch beschuldigd, in 't aangezicht geslagen en des doods schuldig verklaard; dan hebberf zij Hem geblinddoekt, bespuwd, beschimpt; Petrus loochende tot driemaal toe zijn leerling te zijn. — In den morgen leverden de Joden

gt;r quot;x

ocr page 212

X___________________________

I 206 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

uwen beminden Zoon aan de heidenen over. Eene onstuimige opgezweepte menigte eischte van Pilatus zijn dood aan het kruis. — IJselijke kreten weerklonken: ' „Kruisig Hem, kruisig Hem. Laat ons den moordenaar Barrabas losquot;. De heidenen hebben Hem gegeeseld en eene kroon van doornen op het hoofd gedrukt.

Na zeven malen zijne onschuld te hebben beleden, heeft Pilatus het doodvonnis uitgesproken ; uw dierbaar Kind gaat met zijn eigen kruis beladen naar den berg van Calvarië om gekruisigd te wordenquot;.

O welke tijdingen voor deze teederste der moeders! Welk een schrikkelijke dag! Wat al stroomen van tranen heeft zij toen vergoten! Ja, een orkaan van smarten kwam over haar, die echter niet in staat zou wezen haar heldenmoed te breken. Het betaamde en God wilde, dat Maria, de tweede Eva, deelnam aan de Verlossing door Christus, den tweeden Adam, bewerkt. Ziet, de Moeder van Jezus, de Koningin der Martelaren, begeeft zich in gezelschap van den beminden leerling Johannes, en van eenige godvruchtige vrouwen naar den weg, dien Jezus moet volgen, en neemt daar eene plaats in, waar zij haren geliefden Zoon van nabij zal kunnen aanschouwen. Reeds klinkt door de straat de trompet der soldaten, die het goddelijk Slachtoffer begeleiden; in de verte ziet men de woelende menigte, die zich rondom Jezus

PK

ocr page 213

K a.

VIER EN TWINTIGSTE DAG

verdringt, al meer en meer naderen. Het is alsof geheel Jeruzalem op de been is; de straten vullen zich met nieuwsgierigen, zelfs de daken zijn bezet met volk. Ach, hoe •krimpt het hart van Maria bij het dolzinnig schouwspel, dat Jeruzalem oplevert, van smart ineen !. ... Daar nadert de heraut, die het doodvonnis draagt. Daar stappen meerdere gerechtsdienaars vooruit met ladders, houweelen, hamers, nagelen en andere benoodigdheden tot de kruisiging. Vreeselijke oogenblikken doorleefde Maria. De menigte met haren Zoon komt nader, en daar erkent zij Jezus, gebogen onder den balk des kruises. Eene kroon van doornen verscheurt zijn hoofd. Zijn aangezicht is gezwollen, bleek en met bloed bevlekt. Wankelend treedt hij voort. Wat diepe wonde sloeg dit beeld in het hart van Maria! Wie zal de diepte harer smarten peilen!

Daar gaat Jezus voorbij. Hij werpt van onder de doornenkroon een liefdevollen blik op zijne Moeder, een blik, getuigend van smart maar tevens van medelijden.

207

Wat diepe ontroering grijpt haar aan! Hoe smartelijk dringt die blik door in haar moederlijk hart! Het vreeselijk lijden van haren Zoon prent zich in eens in al zijne uitgestrektheid in haren geest en dringt als een scherp zwaard in haar teeder moederhart. — Doch zij wist de hevigheid harer smartelijke aandoeningen te

K X'

ocr page 214

X ^

X

208 meimaand der genade-oorden.

onderdrukken, verborg hare benauwdheid in 't diepste des harten en volgde, als weleer Abraham, sprakeloos den nieuwen Izaak, haren Zoon, naar den berg van Calvarie.

Bemerking. — Wie onzer zou nog over zijn lijden durven klagen, als hij het mees't door God beminde schepsel in zulke droefheid ziet gedompeld!

%iclic Bmtlu Uan Ijct li^airt,

vereerd te issoudun en te slttard.

^WT.en schreef 8 December 1854. 't Is deze dag, die in ieder katholiek hart een gevoel van dankbaarheid doet opwellen jegens Paus Pius IX z.g., omdat hij als leeraar aller geloovigen op dien heugelij ken ' dag plechtig als geloofspunt vaststelde, dat 1 Maria is sender erf sine/ ontvangen. Op 1 dezen gedenkwaardigen dag eindigden twee godvreezende priesters uit het aartsbisdom van Bourges, beiden kapelaans te Issoudun, eene Novene, welke zij gehouden hadden om van het goddelijk Hart van Jezus, door de voorspraak van de onbevlekte Moedermaagd, de oprichting af te smeeken van eene Vereeniging, die genoemd zou worden „Congregatie der Missionarissen 7'an het H. Hartquot;. Gedachtig het woord door Jezus tot zijne gelukzalige bruid Marga-reta Maria Alacoque gesproken: „Mijn hart bevat alle genaden, die noodig zijn

ï; x

Xquot;

ocr page 215

^ - — ------------—..... K

\'IER EN TWINTIGSTE DAG. 209

om de menschen uit den afgrond des ver-derfs op te beurenquot;, — meenden zij in het goddelijk Hart van Jezus het zekere middel te vinden om tallooze zielen van ■een wissen ondergang te redden. Maar wat kunnen twee priesters te midden van eene ongeloovige en losbandige wereld. Geen nood ! Zij hadden schriftelijk beloofd, om Maria op eene bijzondere wijze te vereeren. indien zij door hare machtige voorspraak de gevraagde genade verwierven. — De laatste dag der Novene was daar. Na de Hoogmis komt aan de pastorie een heer uit de stad, namens een onbekende de som van twintigduizend francs overhandigen, om te Issoudun een goed werk te stichten. — „Maar welk goed werk?quot; —„„Juist zooals de Eerw. Heeren verkiezen, maar eene Congregatie van Missionarissen zou den weldoener zeker aangenaam zijn.quot;quot;— Men begrijpt de heilige ontroering, welke zich van die ijverige priesters meester maakt; daar ontvouwt zich voor hen wel is waar eene toekomst van opofferingen er. ontberingen, van strijd en beproeving, maar zij offeren zich zelf op als een levend brandoffer, om tot Gods eer en glorie te arbeiden onder de schutse van het H. Hart van Jezus en zijner H. Moeder.

üp Zondag, 9September tSss, ontvingen de nieuwe Missionarissen den naam van „Missionarissen van het H. Hart van Jezusquot; en op denzelfden dag (feestdag van den

gt;f

Meimaand Genade-Oorden. 14..

ocr page 216

2io meimaand l ier genade-oorden.

H. Naam van Maria) gaven zij, verlangend om aan Maria hunne dankbaarheid te betuigen en tevens haren invloed op het Hart van Jezus uit te drukken, haar in hunne gebeden den titel van „Onze Lieve Vrouw van hei ff. Hartquot;. Weinige dagen na hunne vestiging plaatsten de Missionarissen in hunnen tuin een beeld van Maria Onbevlekt Ontvangen, met het nieuwe opschrift: „Onze Lieve Vrouw van hei H. FTari, bid voor onsquot;. In i860 werd het hoogaltaar in de nieuwe kerk te Issoudun aan Onze Lieve Vrouw van het H. Hart toegewijd en niet lang duurde het, of met goedkeuring der kerkelijke overheid werd eene Broederschap opgericht, die ten doel heeft Onze Lieve Vrouw van het H. Hart in moeilijke en wanhopige zaken aan te roepen. Deze Broederschap heeft zich over de geheele wereld verspreid en telt hare leden bij millioenen. Voor Nederland is de hoofdzetel dezer Broederschap te Sittard gevestigd.

Gebed.

der smarten, ik heb het lijden

/rrV/f.oeder

X

isnir» vitii uw innig geliefden Zoon en ook het uwe overwogen. Wat akelige nacht I wat droevige tijdingen ! wat woeste kreten ! En dat alles voor mijne zaligheid. Gedenk, o goede Moeder, vooral in het uur van mijnen dood, dat uw Zoon Jezus ook voor mijne ziel zooveel geleden heeft. Amen.

X'

ocr page 217

J^ijf en tluintig^tc

i'vantïjcbcn ban jRaria.

Zij verlaat hare dienaars niet.

/gelijk ile geschiedenis getuigt en het Ro-?!r' meinsch Brevier mededeelt, heeft de Christelijke maatschappij aan de bijzondere tusschenkomst der H. Maagd meermalen hare redding te danken gehad.

De bloeddorstige Mahomedanen, die vijanden van den Christennaam, hadden op het laatst der i6de eeuw eene ontzettende macht verworven. Zij drongen steeds verder en verder in Europa door, overal waar het mogelijk was, den christelijken godsdienst vernietigend en de Christenen tot slaven makend. De katholieke vorsten, onderling verdeeld, waren te zwak om hun het hoofd te bieden. Zij dreigden geheel Europa te overweldigen en de Kerk van Christus tot slavin te maken.

In die benarde omstandigheden namen de Christenen met buitengewonen aandrang hunne toevlucht tot de H. Moeder Cods. Alom werden openbare gebeden verricht en steeg het Rozenkransgebed tot den troon van Maria op. Dan bracht de H. Vader, Pius V, in vereeniging met de vorsten ter hulp bereid, een leger en eene vloot bijeen

^: 5C

X «

ocr page 218

2 12 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

om den overmachtigen vijand te bekampen. En ziet, terwijl de Broederschappen van den H. Rozenkrans door geheel de wereld de gestelde gebeden verrichtten, werd in den zeeslag te Lepanto eene volkomen overwinning op de Turken behaald. Sedert eeuwen was dergelijke zegepraal niet bevochten. Zij had ten gevolge, dat weldra de christelijke Europeesche staten van het dreigend juk dier barbaarsche horden waren bevrijd.

Nog een enkele maal, vele jaren daarna, in het begin der i8d,: eeuw, staken zij dreigend het hoofd op. Zij hadden hunne verliezen hersteld, en een ander overweldiger voerde hen aan tegen de Christenrijken. Wederom werd de allerheiligste Maagd nederig ter hulp geroepen; openbare gebeden werden vooral te Rome onder grooten toeloop van menschen voor de nederlaag der Turken tot God opgezonden ; en de leden van den H. Rozenkrans volhardden in de aanroeping van de „Hulp der Christenenquot;.

Op den feestdag van Onze Lieve Vrouw Ter Sneeuw werd toen ten tweeden male eene wonderbare overwinning op de vijan- ! den behaald. Keizer Karei VI versloeg hen in Hongarije, en verdreef hen voor goed uit het christelijk Europa.

%

ocr page 219

vijf fx twintigste dag. 213

'TGcbcn bcr I|. JKaartb.

Maria op den Calvarieberg. j^ndanks de* vertogen der getrouwen, die de Moederdes Heeren aan het bloedig schouwtooneel op de kruin van Golgotha wilden ontrukken, beklom de H. Maagd den steilen weg, die naar den bergtop voert, üp de plaats der kruisiging gekomen, ziet zij de toebereidselen. Dan rukken de beulen Jezus de kleederen van het bloedende lichaam en strekken Hem uit op het schandhout. De kruisiging van haar kind is al te verschrikkelijk voor het oog eener moeder. Wij mogen veronderstellen, dat Johannes en Maria Magdelena de Moeder der smarten een weinig ter zijde nemen ; maar toch hoort zij het woelen der menigte en de felle hamerslagen, waardoor haar goddelijke Zoon aan het kruis wordt vastgeklonken. Maria . . . beeft over geheel haar lichaam ; het koude zweet breekt haar uit. Ook zij wordt gekruisigd ; iedere hamerslag treft ook haar tot in het diepste haars harten.

Nadat Jezus gekruist was, trokken zij Hem omhoog, en richtten het kruis op. Ziedaar den Zoon des menschen als een standaard op de aarde geplant, rondom welken zich de uitverkorenen scharen !

Maria, doodsbleek van smart, naderde tot aan den voet des kruises : sprakeloos stond zij te weenen. Droevige uren, ijzingwekkende

-s€^

ocr page 220

a x

214 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

stonden, waarvan de christen-ziel zich slechts eene flauwe gedachte kan vormen, doorleefde Maria. Het zwaard van droefheid doorsneed hare zuchtende, diepbedroefde ziel. Al de pijnen van Jezus waren ook de pijnen van Maria; want. zegt de H. Hieronymus, zoovele wonden als aan het lichaam van Jezus waren, zoovele wonden waren ook in het hart van Maria. Wie zich dan op den Calvarieberg hadde bevonden, zegt de H. Chrysostomus, zou twee groote altaren gezien hebben, waarop twee offeranden opgedragen werden, het eene in het lichaam van Jezus, het andere in het hart van Maria. De reden hiervan is, zegt de H. Bernardus, dat de liefde in het hart van Maria voortbracht, hetgeen de nagels aan het lichaam van Jezus uitwerkten. De Eeuwige Vader vroeg aan Maria in te stemmen met het ofter van haren goddelijken Zoon; — en van die stonde af werd Maria onze moeder. Van het kruishout sloeg Jezus een betee-kenisvollen, liefderijken oogslag op zijne moeder en zijn beminden leerling, die alsdan al degenen vertegenwoordigde, welke in Christus zouden gelooven. Dan sprak de Verlosser tot Maria: „Vrouw, ziedaar uiveji zoonquot; ; en tot Johannes: „Zoon,ziedaar uwe moederquot;.

Uit kracht van dit testament des Heeren is Maria voor ons de teederste, zorgvuldigste en meest vermogende moeder.

-%

VS' P'K

ocr page 221

aK

vijf en twintigste dag. 215

Bemerking. — Blijkbaar echter hebben wij slechts recht op de teederheid, de toewijding en de bescherming der Moeder van Onzen Heer Jezus Christus, in zooverre quot;ook wij zelf jegens haar teerminnende, onderdanige en getrouwe kinderen zijn.

TEiclir Wcmlu lian Ijcr Ifart,

vereerd te Is^oudun ex te slttard.

(Vervolg)

S®e ontelbare wéldaden naar lichaam en ziel, welke dopr de godsvrucht tot Onze Lieve Vrouw van het H. Hart verkregen zijn, hebben de oprechte geloovigen aangespoord, verschillende kerken en kloosters, ja vele huizen £elfs met een beeld van Onze Lieve Vrotiw van het H. Hart te versieren. Aldus werd ook onder de zichtbare leiding der goddelijke Voorzienigheid te Sittard de Broederschap van Onze Lieve Vrouw van het p'. Hart opgericht en eene Basiliek gebouwd, tot welker stichting zoowel de nederige cïaglooner als de schatrijke handelsman het hunne hebben bijgedragen. — Wij zeiden zooeven ,,onder de zichtbare leiding der goddelijke Voorzienigheidquot; ; — want ziehier het eerste begin dezer devotie te Sittard.

Een meisje, op kostschool bij de Eerw. Zusters Ursulineil, had het ongeluk eene

X

gt;c

ocr page 222

_

216 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

fijne naainaald naar binnen te slikken. De geneesheeren deden al het mogelijke om het gevaarlijke voorwerp te verwijderen, maar tevergeefs. Een harer vriendinnetjes, ook op het pensionnaat, had van hare moeder het schiedgebedje geleerd : „Onze Lieve Vrouw van hei //. Hart, bid voor onsquot; / De kleine lijderes zou ook in deze hachelijke omstandigheden dit nieuwe gebed uitspreken, de medaille van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart omhangen, en alle Zusters en pensionnairen zouden zich met haar in het gebed vereenigen. En ziet I het meisje begint te hoesten en tot verbazing van allen, die er bij tegenwoordig waren, komt op de smeekbede: „Onze Lieve Vromu van hei //. Hari, bid voor onsquot;, de naald te voorschijn. Zoo straalde in haar begin als een klein vonkje de devotie tot Onze Lieve Vrouw van het H. Hart in Nederland !

Geen wonder, dat de Zusters met hare leerlingen voortgingen de H. Maagd onder haren nieuwen titel te vereeren ; 't was immers den tol der dankbaarheid brengen en nieuwe genaden vragen. Ter eere van de drie en dertig jaren, die onze goddelijke Zaligmaker op aarde geleefd heeft, werd Maria als Onze Lieve Vrouw van hei //. Hari dagelijks drie en dertig malen aangeroepen. Dit gebruik werd van Juni tot December 1S67 gevolgd, zonder dat men nog wist, wat toch de oorzaak dier

ocr page 223

5C________________

VIJF EN TWINTIGSTE DAG. 217

nieuwe devotie was. — Op zekeren dag komt eene Zuster Ursuline uit Engeland te Sittard over. Zij verneemt wat geschied is en hetgeen niemand had kunnen denken, — zij weet den stroom en den oorsprong aan te wijzen van die nieuwe genadebron. Zij wist te verhalen van Issoudun en van het heiligdom, waar reeds zoovelen in moeilijke en wanhopige zaken Maria hadden aangeroepen en verhooring hadden gevonden. Met heilige geestdrift werd de bekendmaking van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart gevierd.

De beide vriendinnen, zoowel zij, die het nieuwe gebed en de medaille in het klooster bracht, als de andere, die zoo wonderbaar werd gered, hebben later de wereld vaarwel gezegd en den religieuzen staat omhelsd.

Weldra stelden de Ursulinen van Sittard zich in verbinding met de hoofdzetel der Broederschap te Issoudun, en nu wies het nederige zaadje weldra op tot een grooten boom, onder wiens lommerrijk gebladerte de wanhopige en terneergeslagen Christen moed en opbeuri ng vindt. Op 11 Dec. 1S73 werd het beeld van Onze lieve Vrouw van het H. Hart te Sittard gekroond. Toen vooral bleek, dat de kapel der Eerwaarde Zusters veel te klein was; — reden, waarom eenigen tijd daarna werd besloten tot den bouw der Basiliek van Onze lieve Vrouw van het H. Hart, waarin thans de Broederschap gevestigd is.

x—.................. X

ocr page 224

___________

218 MELMAAXD DER GENADE-OORDEN'.

GE BED.

I „ggjedaar uwe Moederquot;, zuo huilt het woord van uw stervenden Zoon, o Maria! MilHoenen malen is dit woord voor ons herhaald, opdat wij tot u, als onze Moeder, onze toevlucht zoude nemen in al de gevaren onzer ziel. Geef, dat ik nimmer vergete, dat gij mijne Moeder geworden zijt toen Jezus voor mij stierf aan het kruis, en dus er aan denke, hoe kostbaar mijne ziel- is. Amen.

'X

ocr page 225

X_ ______________________________M

Â¥

£cg en tluiutujórc T»aij.

j3raatljcbcu bau jBarta.

j Maria is mach iioer dax kkx cieheel leckr.

I l^mstreeks het jaar 620 was de Christen-ly^ Keizer Heraclius in oorlog met de Perzen, en hij zelf was aan het hoofd zijner troepen opgetrokken. Van dezen j toestand van zaken maakte koning Chos- I roes gebruik om ook de Hunnen, de ge- 1 zworen vijanden van Heraclius, tegen hem op te ruien. Dit gelukte, en de vereenigde legers sloegen het beleg voor Constantinopel, | dat geheel van bezetting ontbloot was en | zich dus bijna niet kon verdedigen.

Maar de stad der oude Christenkeizers j was zoo gelukkig Maria als beschermheilige j te bezitten, en hare tusschenkomst zou | redding brengen.

Op zekeren dag, terwijl de zon hare | eerste morgenstralen over het aardrijk uit- j goot, —• daar zagen de belegeraars uit j eene der stadspoorten eene vrouw vol majesteit te voorschijn treden, omringd door eenen grooten stoet van hovelingen. Zij \ meenden niet anders of het was de Keizerin, { die met haren hofstoet zich naar den | koning begaf om den vrede af te smeeken. Zij lieten haar dus eerbiedig doorgaan.

ocr page 226

220 meimaand der gexade-oorden.

'1'oen zij evenwel bemerkten, dat de vorstelijke vrouw den weg naar het verblijf des konings niet insloeg, en dus niet kwam om den vrede te vragen, wilden zij haar achtervolgen en gevangen nemen. Doch eensklaps was zij uit hunne oogen verdwenen.

Zoodanige ontzetting en verblindheid greep allen aan, dat zij hunne makkers als vijanden aanzagen en in ouderlingen strijd elkander doodden. — Ook de vloot der verbondene ongeloovigen werd dooreen vernielenden orkaan overvallen en leed zoo zware verliezen, dat het beleg werd opgeheven. — Een ieder begreep, dat het de Koningin des Hemels geweest was, die door hare verschijning zulken schrik in het kamp verspreid had, en de belegeraars tot den aftocht had genoodzaakt.

ÏGriicn bcr '19. jUaagb.

Dood des Zaligmakers. |p|et allergewichtigst oogenblik is daar;

de Zoon Gods gaat de overwinning behalen over de wereld, over dood en hel, ja zelfs over Gods gestrenge rechtvaardigheid. De vervulling der voorspellingen, de verwerping der offeranden, onze eeuwige verlossing gaan voltrokken worden.

„Ik heb dorstquot;, sprak Jezus: en zij brachten aan zijnen, mond eene spons in azijn gedoopt. Jezus weigerde die, en sprak zijn

x

X

ocr page 227

ZES EN TWINTIGSTE DAG.

laatste woord : „Hef is volbrachtquot;. — Nu wil Hij toonen, dat Hij niet voor de wet des doods zwicht, maar geheel uit vrijen wil zijn leven geeft; Hij buigt zijn hoofd en sterft! —- Toen werd de voorspelling van den Profeet Amos werkelijkheid en werd de aarde op klaarlichten dag met duisternis overdekt.

Wie schetst ons het zielewee, dat Maria's moederhart overstelpte, toen zij haren teerbeminden Zoon smeekend hoorde uitroepen : „//i heb dorstquot; ! De meeste moeders hebben de kracht niet het oog te vestigen op hunne stervende kinderen of missen althans den moed hun laatsten snik op te vangen. Staat eene moeder evenwel aan de stervenssponde van haar kind, dan tracht zij het alle mogelijke verlichting te verschaffen en vindt daarin eene opbeuring van haar bedroefd gemoed. Maria stond naast haar eenigen Zoon, die op zijn sterfbed, het schandhout des kruises was uitgestrekt: maar het was haar niet vergund. Hem eenige verkwikking aan te bieden. Hij heeft dorst, — en geen druppel water kan zij Hem geven, om dien brandenden dorst te lesschen. Pijnlijker nog voor haar moederhart moet zij zien, dat Hem de zure azijn als drank wordt aangeboden. Welk een zoete balsem van troost zou uitgestort zijn in haar door droefheid overstelpt gemoed, hadde zij dien smachtenden dorst van haar stervend kind mogen laven. Doch helaas! zij kon Hem

221

X

ocr page 228

222 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

niets aanbieden dan de tranen, welke overvloedig haar moederoog ontvloeiden !

Wij zien Maria nog onder het kruis, als de krijgsknechten naderen om zich te over-! tuigen of Jezus inderdaad gestorven is. Een soldaat opent de zijde van Jezus, die wel den smaad, maar niet de smart daarvan gevoelde; deze was Maria's deel, en wel in zoo hevige mate, dat volgens eene openbaring aan de H. Brigitta, Maria zonder Gods wonderbare tusschenkomst daarvan zou gestorven zijn. In hare vorige smarten vond zij steeds een deelgenoot in het lijden, haar medelijdenden Zoon; nu moest zij ook deze bron van troost missen.

Jozef van Arimathea en Nicodemus verkregen van Pilatus verlof om het doode lichaam van Jezus van het kruis te nemen en te begraven. Zij leggen den kostbaren last in de armen van Maria. Wat een schouwspel voor zulk een teergevoelige moeder! Die geopende mond, die verduisterde oogen, die opengereten wonden, die ont-vleeschde ledematen, die doorboorde handen en voeten van haar goddelijk Kind !

Vol eerbied nemen de vrome mannen het gezegend lichaam van Maria's schoot, balsemen het met welriekende kruiden en wikkelen het in een linnen doek.

De droevige lijkstatie komt bij het nieuwe graf, waar Jezus' lichaam zal rusten, en Maria werpt nog een laatsten blik op haar dierbaren schat. De leerlingen dragen het

X

ocr page 229

1

zes ex twintigste dag.

lijk huns meesters in de grafstede, die kort daarna wordt gesloten, verzegeld en door de soldaten bewaakt, opdat niemand het Heilig Lichaam zou kunnen wegnemen en zeggen: „Jezus is verrezen, zooals Hij voorspeld heeftquot;.

Bemerking. — Verbeelden wij ons bij den kruisdood van Jezus Christus tegenwoordig te zijn, en hoe vervolgens de Moeder der smarten met gebroken hart zijn ontzield lichaam aan haren boezem drukt. Door elke doodzonde vooral her-kruisigen wij Jezus, zooveel in ons is, en hernieuwen wij Maria's grievende smarten.

Onsc %iclic Broulw brr ©bcrhiinningcn tc parijs.

fEfen der beroemdste heiligdommen van (Éfl Onze Lieve Vrouw in Frankrijk is zonder twijfel dat van Oi^e Lieve Vrouw der Overwinningen. Deze kerk werd gebouwd op last van Lode wijk XIII, tot dankzegging voor de inname van La Roebelle, het laatste bolwerk der ketterij.

De ligging der parochie van Onze Lieve Vrouw der overwinningen, te midden van eene wijk, waar de wellust zijn troon heeft opgeslagen, brengt mede, dat zelfs op hooge feestdagen de kerk zeer spaarzaam bezocht wordt, dat het ongeloof daar weelderig zijne wortelen schiet en dat er bijna geen

223

gt;r

%

IK

ocr page 230

^c

224 MEIMAAND DER GENADEOORDEN.

;

gevoel voor godsdienstige zaken te bespeuren is. Dit was vooral het geval omstreeks het jaar 1830, toen de Eenv. Heer Desge-nettes Pastoor der parochie was. Met zijne medewerkers in den wijngaard des Heeren, als eene andere Abraham zijne handen smeekend ten Hemel verheffen, opdat de barmhartige God zich gewaardige een genadig oog te slaan op de diep gezonkene parochie, was alles, wat de van ijver brandende herder doen kon. Vooral bij het H. Misoffer bad de vrome priester tot den goddelijken Verlosser en zijne H. Moeder, opdat aan dien béklagenswaardigen toestand een einde mocht komen. Eens, het was op den 3dlt;:quot;. December 1836. feestdag van den H. Franciscus Xaverius, den grooten Missionaris, las de Pastoor de H. Mis aan het Maria-altaar. Aan de grootste neerslachtigheid en verstrooiing overgegeven, was hij genaderd tot de H. Consecratie. Terwijl hij al ^e krachten van zijn geest verzamelt om met de noodige oplettendheid de heilige woorden uit te spreken, verneemt hij in zijn binnenste met alle duidelijkheid deze woorden : JVi/'d uwe parochie toe aan het onbevlekt Hart van Mariaquot;. Wat moeite hij ook doet, deze woorden komen hem telkens in de gedachte terug, vooral na de H. Mis bij de dankzegging. Ten laatste zet hij zich neder, neemt pen en papier en maakt een soort van reglement op voor de Broederschap, welke hij

gt;c

E

ocr page 231

^

ZES EX TWINTIGSTE DAG. 225

in zijne parochie wil oprichten. Hij zal eene poging wagen en mag zijne onderneming niet het gewenschte gevolg hebben, hij heeft dan toch zijn best gedaan.

Den iiden December, op den 3den Zondag van den Advent, kondigde hij in de Hoogmis, waarin 60 tot 70 personen tegenwoordig waren, aan, dat des avonds om 7 uur de eerste oefening der nieuwe Broederschap van het Onbevlekt Hart van Maria zou plaats hebben. Wat niet kon verwacht worden, geschiedde. Om zeven uur waren 500 tot 600 personen vergaderd, die elkander met verbazing aanzagen, zelf niet wetende hoe zij daar in zoo grooten getale bij elkander waren. Onder het Lof, wanneer de woorden der Litanie van Onze Lieve Vrouw „Toevlucht der zondaren, bid voor onsquot;, worden gezongen, valt al het volk als één man op de knieën, en tot driemaal toe wordt dit smeekgebed herhaald. De ijverige herder, weenend van aandoening, werpt zich voor het altaar van Maria neder en smeekt: „O mijne goede Moeder, gij hoort „die kreten van liefde en vertrouwen, gij „zult de arme zondaars redden, die tot u „hunne toevlucht nemen. O Maria, „neem deze vereeniging aan, en schenk „mij tot teeken de bekeering van den heer „Joly. Morgen ga ik hem in uwen naam bezoekenquot;. — Deze heer Joly was oudminister van Lodewijk XVI, meer dan tachtig jaren oud, lag gevaarlijk ziek, maar

Meimaand Genade-Oorden. 15.

ocr page 232

220 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

wilde als volgeling van den goddeloozen Voltaire, niets van priesterlijken bijstand weten. Herhaaldelijk had hij den pastoor afgewezen. Den volgenden dag (12 Dec.) gelukt het dezen na veel moeite toegang tot den zieke te verkrijgen. En ziet! Door het vriendelijk woord des priesters komt de man zoover, dat hij den zegen verlangt, en spoedig Gods barmhartigheid verheerlijkt door eene schitterende en oprechte bekeering. Hij bleef nog eenige maanden in het leven en stierf vol geloof en vertrouwen op God.

Met bliksemsnelheid verspreidde zich daarna de Broederschap van het Onbevlekt Hart van Maria door geheel de wereld, zoodat men thans met recht mag zeggen, dat O. L. Vrouw der Overwinningen, de zekere Toevlucht der zondaren, over den geheelen aardbol vereerd en aangeroepen wordt.

Gebed tot O. L. Vr. der Overwinningen.

f allerheiligste Maagd Maria, ik zie, hoe gij ook te midden van het wufte Parijs een troon van genade hebt opgeslagen en in de Broederschap van uw Onbevlekt Hart een krachtig middel hebt geschonken om tallooze afgedwaalden tot Christus terug te brengen. Laat mij vooral in gevaren van zonde denken aan de smarten, die gij en uw goddelijke Zoon in uwe Heilige Harten geleden hebt. Amen. allerheiligste Maagd Maria, ik zie, hoe gij ook te midden van het wufte Parijs een troon van genade hebt opgeslagen en in de Broederschap van uw Onbevlekt Hart een krachtig middel hebt geschonken om tallooze afgedwaalden tot Christus terug te brengen. Laat mij vooral in gevaren van zonde denken aan de smarten, die gij en uw goddelijke Zoon in uwe Heilige Harten geleden hebt. Amen.

ocr page 233

2cbcn cu tlmntig^tc

gt;j?rootifjcijcn ban jX^aria.

Zij schenkt aan de Kerk groote Heiligen

en aan de maatschappij beroemde mannen.

..|f|tnna, de moeder van den H. Stephanas ffüfL den Jongere — wiens feestdag den 28ste11 September gevierd wordt — vroeg aan God door Maria's voorspraak een mannelijke spruit. Onder haar gebed overmande haar de slaap. Nu zag zij eene schoone vrouw, die haar zachtjes met den voet aanraakte en zeide; „S/a op, want de zoon, dien gij vraagt, zal u gegeven wordenquot;. Die zoon werd naderhand een Heilige en een Martelaar.

Ook de H. Ildefonsus dankte aan de vurige godsvrucht zijner ouders jegens de H. Maagd zijn leven; daarom hield hij niet op Maria zijne teederste liefde en innigste dankbaarheid te betuigen.

De geschiedenis verhaalt, dat Anna van Oostenrijk reeds zestien jaren met Lodewijk XIII, koning van Frankrijk, door het huwelijk was verbonden en nog geen troonopvolger aan Frankrijk had geschonken. Onder een vloed van tranen smeekte de koningin om 's Heeren zegening ; zij stichtte kloosters en deelde met milde hand

X

ocr page 234

22S MEIMAAND DER GEXADE-OORDEX.

aalmoezen uit, opdat zij moeder zou mogen worden van een zoon. — Een ieder was begaan met de droef heid der edele vorstin, niet het minst zekere broeder Fiacre uit het klooster der Augustijnen van O. L. Vr. der Overwinningen. Deze eenvoudige kloosterling, die om zijne buitengewone godsvrucht en gestrenge versterving zelfs aan het hof in hoogachting stond, besloot zijne toevlucht te nemen tot Jezus' Heilige Moeder en van haar een erfgenaam voor Frank-rijk's troon af te smeeken. — Wat geschiedt ? Op den 3den November 1637, 's morgens vroeg om twee uur heeft broeder Fiacre nauwelijks zijn gebed begonnen, of daar hoort hij een , klein kindje schreien. Hij ziet op, — en ontwaart de H. Maagd met een kindje op haar schoot.

Maria spreekt hem toe: „ Vrees niet mijn zoon, ik ben de Moede?- Godsquot;. De broeder, meenende dat Maria haar goddelijk Kind op den arm had, wilde nederknielen om zijnen God en Zaligmaker te aanbidden. Zij echter onderrichtte hem en zeide : „Dit is mijn Zoon niet, maar de kroonprins, dien God aan Frankrijk geven wilquot;. Tot viermaal toe herhaalde zich deze verschijning ; den vierden keer gaf Maria te kennen, dat de koningin drie Novenen moest houden ter eere van O. L. Vr. van Gratie te Provence.

De vorstin kreeg kennis van deze verschijningen. Terstond werden de drie

X'

ocr page 235

JC

zeven en twintigste dag. 229

Novenen begonnen en niet zeer lang daarna, den 6cIen September 163S, was er in het koninklijk paleis en in geheel Frankrijk uitbundige vreugde over de geboorte van eenen prins.

quot;TCclicn her ïf. JBaartb.

Maria bij de verrijzenis.

.^Tezus had voorspeld, dat Hij den derden ■ïfi- dag na zijnen dood uit het graf zou opstaan.

Nog spreidt de nacht, die den Zondag voorafgaat, zijne donkere nevelen uit over het aardrijk, doch weldra zal hij plaats moeten maken voor het glorende zonnelicht van den blijden Paaschmorgen. — De ziel van den Godmensch, uit het voorgebergte der hel teruggekeerd, vereenigt zich weder met het Goddelijk Lichaam, dat daar levenloos nederligt in het graf. De majesteit van den eeuwig levenden Zoon des Vaders deelt zich mede aan het koude en met wonden overdekte lijk.... De dood moet zwichten voor een eindeloos leven, de bleeke lijkkleur voor schitterenden glans ; de vijf wonden fonkelen als kostbare edelgesteenten en in het duistere graf straalt de luister der Godheid .... Jezus werpt den grafsluier af en zonder den sluitsteen te verwijderen, zonder de rotsgewelven te scheuren, dringt Hij — als een zonnestraal door het heldere

X

Xquot;

ocr page 236

X

230 MEIMAAND DER GENADE-OORDENquot;.

kristal — door het gesteente heen en is tot een nieuw en onsterfelijk leven herboren.

Alleluja ! De Heer is waarlijk verrezen ! Juich thans, o schare der hemelingen 1 De feestklaroen weerklinke nu bij de zegepraal van den Koning des Hemels !

Verheuge zich de aarde, bestraald met den glorieglans des Allerhoogsten! Maar ook gij. Moeder des Heeren, Koningin des Hemels, verheug u en verblijd u, „want Hij, Dien gij verdiend hebt te dragen, is verrezen, zooals Hij gezegd heeft. Alleluja !quot;

Ongetwijfeld is de verrezen Zaligmaker het eerst aan zijne H. Moeder verschenen. De Evangelisten hebben ons deze verschijning wel niet geboekt, maar toch is zij boven allen twijfel verheven.

, Jezus verscheen aan Mariaquot; — zegt dë H. Antoninus —- „alvorens aan iemand anders te verschijnen, dewijl zij, die het meeste met Hem had geleden, de vvettigste aanspraak kon doen gelden om het eerst door Hem getroost te worden.quot; Alle Heiligen en katholieke schrijvers, die dit punt als onderwerp van hunne bespreking kozen, stemmen met deze woorden in en hebben de verschijning van Jezus aan Maria als het algemeen gevoelen der Kerk voorgesteld.

Welk eene ontmoeting tusschen den verrezen Jezus en zijne blijde Moeder! Hoe geheel anders dan op den weg naar Golgotha ! Moest zij Hem daar zien, mishandeld, bespot, geslagen en gebukt den zwaren

X %

ocr page 237

X-

zeven en twintigste dag. 231

last des kruises dragende — thans staat Jezus voor haar als de Eerstgeborene onder de levenden, „verheerlijkt en vol glorie, in een schitterend gewaad, met een gelaat stralend van vreugde Iquot; (H. Bonaventura.)

Wat onuitsprekelijke moedervreugde moet Maria's hart op dat oogenblik doorstroomd hebben 1 Was het een uur van ongekende vreugde voor den grijzen Jacob, toen hij vernam, dat zijn zoon Jozef, dien hij door een wild dier verscheurd waande, nog in leven en zelfs onderkoning van Egypte was, — wat zalige stonde moet het dan voor Maria zijn, nu zij met ongestoorde blijdschap mag rusten aan het Hart van haren verrezen God en Zoon.

Inderdaad die afwisseling van droefheid en vreugde gaat het begrip der Engelen te boven. Ja, geen Serafijn kent de liefde, noch de smart, noch de blijdschap, welke Maria's deel waren.

Bemerking. •—• Na lijden komt verblijden. — Voorwaar, deze verandering in Maria's zieletoestand is wel een krachtige spoorslag voor ons, om ook de smartelijkste teleurstellingen, de grievendste miskenningen met gelatenheid te verdragen en ons oog te vestigen op de toekomstige heerlijkheid, waarmede vergeleken het lijden dezes levens niets te beduiden heeft.

X

X'

ocr page 238

--^

232 meimaand der genade-oorden.

.iBana'é K^ciligijommen tc Home.

Sancta Maria in Ara Coeli. -

In het middelpunt van den katholieken godsdienst, te Rome, de hartader des Christendoms, heeft de H. Maagd Maria meermalen en van de vroegste tijden af, zich op merkwaardige wijze als de Machtige Maagd, de Bijstand der Christenen getoond.

De overlevering meldt ons eene wonderbare verschijning aan Keizer Augustus. Hij zag den hemel geopend en op een altaar eene overschoone maagd met een klein kind op den arm, terwijl zich eene stem deed hooren: „Dit is het altaar van Gods Zoonquot;. Dientengevolge richtte deze keizer op het Kapitool in den tempel een altaar op, toegewijd aan deze maagd met het kind. De tegenwoordige Maria-kerk, daar ter plaatse verrezen, ontleent daaraan den naam van : „Sancta Maria in Ara Coeli. De Heilige Maria op het altaar des hemels.quot;

Links van het hoogaltaar bevindt zich de kapel der H. Helena; langs den rand van den troonhemel leest men het opschrift: „Deze kapel. Ara Coeli genaamd, is volgens de overlevering gebouwd ter plaatse, waar men gelooft, dat de allerheiligste Maagd en Moeder Gods, met haren Zoon in den arm, zich aan keizer Augustus in den hemel, te midden van een gouden kring, vertoond heeftquot;.

ocr page 239

.slK

zeven en twintigste dag. 233

Maria de Meerdere.

Tender het Pausschap van Liberius (in 352) Sj* — aldus meldt het Romeinsch Brevier — hadden twee adellijke echtgenoo-ten, Johannes en zijne vrouw, beiden uit het geslacht der Patriciërs, hunne nalatenschap aan de H. Moeder Gods toegewijd. Zij smeekten haar met aandrang en volharding, door eenig teeken te willen openbaren, tot welk goed einde zij dat geld wilde besteed zien.

Hunne belofte en gebeden werden door de H. Maagd gunstig aangenomen. Wat toch geschiedde ? Den 5den Augustus, — als te Rome de grootste hitte pleegt te heer-schen, -— werd des nachts een gedeelte van den Esquilijnschen heuvel met sneeuw bedekt. Dienzelfden nacht vermaande de H. Maagd de twee echtgenooten elk afzonderlijk, te harer eer eene kerk te bouwen op de plaats, welke zij des morgens met sneeuw zouden bedekt vinden. Op deze wijze wilde zij de erfenis hunner goederen aanvaarden. Johannes stelde Paus Liberius daarvan in kennis.

Deze verklaarde hem eene zelfde openbaring in den droom te hebben gehad. Men besloot nu het duidelijk verlangen der H. Maagd te volbrengen. In plechti-gen optocht toog de Paus, vergezeld van eene schare priesters en geloovigen, naar den met sneeuw bedekten heuvel en wees

K Xquot;

%

ocr page 240

234 meimaand der genade-oorden.

daar de plaats aan, waar door de twee edellieden de kerk ter eere der H. Maagd zou gebouwd worden.

Dit heiligdom later door Paus Xystus III hersteld, draagt den naam van ; „De basiliek van O. L. Vr. Ter Sneeuwquot; oi „Maria de Meerderequot; voornamelijk ter oorzake van het wonderbare en ongehoorde feit, waaraan deze kerk haar ontstaan te danken heeft. Zij bezit de oudste en eerbiedwaardigste miraculeuze beeltenis der H. Moeder Gods, volgens eene vrome overlevering door den H. Evangelist Lucas geschilderd.

De beeltenis van O. L. Vrouw van Altijddurenden Bijstand,

Ipteze beeltenis —■ tegenwoordig in de kerk (Ifs van den H. Alphonsus vereerd — werd in het jaar 1480 door een koopman, die voor de Turken vluchtte, van het éiland Creta (Candia) naar Rome overgebracht. Op Creta reeds werd het beeld als miraculeus vereerd. Te Rome bleef het aanvankelijk in het geheim bewaard; doch ziek geworden en stervende beval de koopman aan zijn gastheer en vriend: „Neem hei miraculeus beeld en laai hei in een der kerken der siad openlijk vereerenquot;. De last des stervenden werd aangenomen, maar niet volbracht; de schilderij beviel zoodanig aan de echtgenoote van den Romein dat zij ze volstrekt voor zich wilde behouden.

'X

ocr page 241

x.

ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG. 235

Tot driemaal toe werd de man door de H. Maagd vermaand om den opgedragen last te volbrengen; maar tevergeefs. In de vierde verschijning zeide hem Maria: „Ik zie, dat ik niet eerder 21.it uw huis zal koinen, vooraleer gij er uit gedragen zijtquot;. — De man stierf kort daarop; toch bleef de vrouw de schilderij behouden. Op zekeren dag kwam haar onschuldig dochtertje haar zeggen: „Moeder, ik heb in ons huis eene vrouw gezien, zoo schoon als er in Rome geene te vinden is. Deze zeide mij: boodschap aan uwe moeder en aan uw grootvader, dat de Moeder van Altijd-durenden Bijstand wil, dat hare beeltenis in eene kerk van Rome worde uitgesteldquot;.

Dit trof de vrouw; en nadat Maria had verklaard, waar zij wilde vereerd worden — nl. in de kerk van den H. Mattheüs — werd de schilderij den 2 7en Maart 1499 met goedkeuring van Paus Alexander VI, op plechtige wijze daarheen overgebracht.

De vereering van het beeld, van den beginne af door vele wonderen bevestigd, bleef daar in bloei tot aan het einde der vorige eeuw. De kerk van den H. Mattheüs geraakte toen allengs in verval en werd eindelijk gesloopt.

De miraculeuze schilderij vond eene veilige bewaring in het klooster der Augustijnen, totdat zij op bevel van Z. H. Paus Pius IX z. g. naar de oude plaats — tusschen Maria de Meerdere en St. Jan van

.X

'X

ocr page 242

236 meimaand der genade-oorden.

X

Lateranen — in de kerk der paters Redemptoristen overgebracht werd. Sedert is de devotie jegens O. L. Vrouw van Altijddurenden Bijstand in haar vroegeren bloei hersteld; de Aartsbroederschap, onder dezen titel in voornoemde kerk opgericht, telthare leden over den geheelen aardbodem.

* •* *

Verklaring der vreemde letters bij de beeltenis. De letters naast het Kind beteekenen: Jezus Christus, — die boven den Engel links van O. L. V.: de aartsengel Gabriel, — rechts: de aartsengel Michaël. — De groote letters boven aan : Moeder Gods.

Gebed.

ftp) allerzaligste Maagd, die te Rome in verschillende Heiligdommen vereerd wordt, wij sluiten ons aan bij de hulde, die u daar dagelijks door uwe kinderen wordt gebracht, en smeeken tot u met den H. Augustinus : help de ongelukkigen, ondersteun de kleinmoedigen, vertroost de bedroefden, bid voor liet volk, wees de voorspreekster der geestelijkheid en der Gode toegewijde vrouwen, laat allen, die uwe hulp inroepen, uwen zoeten bijstand gevoelen en zie goedgunstig neder op de vurige gebeden van allen, die u vereeren. Amen.

X

ocr page 243

%t\}t tn ^aiT.

q5vD0tijEticn ban jBaria.

Zij schenkt aan hare beschermelingen

de ware wijsheid.

|p)e H. Kerk past op Maria toe deze 'éf? woorden der H. Schriftuur (Spr. vm.) „/Z', de wijsheid, bewoon de voorzichtigheid, en bij schrandere overleggingen ben ik tegenwoordig. Die mij gevonden heeft, zal leven vinden, en heil verwerven van den Heerquot;.

Door Maria's voorspraak kunnen wij verkrijgen de gave der voorzichtige wijsheid, zoo te recht genoemd de wetenschap der Heiligen. De uitgebreidste kennis toch op welke iemand mag roemen, zal hem niet baten, wanneer hij daarvan niet met de noodige voorzichtigheid gebruik maakt. — Niet zelden zien wij mannen, die in hunne jeugdige jaren naar de wereld geene ontwikkelde opvoeding genoten hebben, toch in lateren leeftijd, door hunne degelijke bekwaamheid op velerlei gebied uitmuntende menschen worden. Edoch, zij waren vurige vereerders van Maria, en déze wist van „den Heer, den God der wetenschappenquot; (i Kon. 11. 3.), — Die ze naar welgevallen uitdeelt en bij Wien alleen

gt;r

ocr page 244

X.

238 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

de ware wetenschap te vinden is, — dit alles te verkrijgen. Voor deze een woord van wijsheid, — voor gene een woord van kennis om ook anderen de wetenschap des heils te leeren, — voor een derde geloof, om, bezield met een krachtig vertrouwen op Gods almacht, wonderen te doen, — voor een ander de gaaf des woords, om dit met ijver te verkondigen, en door zijne overtuigende taal ook de verstoktste zondaars tot inkeer te brengen.

Ten allen tijde en overal zijn er mannen geweest, die, ofschoon soms zwak van lichaam, uitmuntten door een edelmoedig hart en een forschen wil, om voor Gods eer en glorie tot aan hun laatsten ademtocht werkzaam te blijven. Hoe zag men en ziet men nog zulke mannen nieuwe krachten verzamelen om door woord en daad Gods eer en 's naasten welzijn te bevorderen ? Is het niet neergeknield en een nederig maar betrouwvol gebed stortend voor het beeld hunner Heilige Moeder Maria, welke zij zoo gaarne aanroepen als den „Zetel der Wijsheidquot; ? Zóó vraagden zij en vragen ook de tegenwoordige navolgers van hunnen ijver, dat Maria eene straal der voorzichtige wijsheid, waardoor zij heeft uitgemunt, in hun gemoed moge doen neerdalen.

X

X-

ocr page 245

acht en twintigste dag. 239

%cucn bcr 1|. JBaagb.

Maria bij de Hemelvaart.

lossingswerk was voltrokken. Door

opstanding uit den dood tot het

eeuwig leven had de Verlosser zijnen Apostelen een doorslaand bewijs gegeven, dat Hij waarlijk God was en hen dus met het noodige gezag kon uitzenden om zijne nieuwe leer te gaan prediken.

Nu is het uur geslagen waarop, volgens de eeuwige raadsbesluiten des Allerhoog-sten, de Christus ten Hemel moet klimmen. Maria en de bevoorrechte leerlingen, die in Galilea Jezus hadden mogen zien en aanbidden, hebben zich naar Jeruzalem begeven. Daar verschijnt eensklaps de Zaligmaker te midden der vergaderden. Hij beveelt hun daar in het gebed vereenigd te blijven in afwachting des Vertroosters en daarna gaat Hij hen voor, den weg op van Bethanië. —Waarheen ? Naar den Olijfberg; daar heeft de Verlosser in het holle van den nacht, ver van het gewoel der wereld, zijnen Vader zoo menigmaal gebeden, daar lag Hij nog voor eenige dagen in bitteren doodstrijd plat ter aarde neder. Daar heeft Hij den kelk des lijdens uit de hand zijns Vaders aangenomen, van daar wil Hij ook zijne glorie binnentreden ; nabij de plaats waar straks zijn bloed met doodszweet vermengd de aarde drenkte, zal zijn voet het laatst de aarde drukken.

X

ocr page 246

1

240 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

Jezus en Maria met de leerlingen komen op de hoogste kruin van den Olijfberg; deze is als de plaats van Jezus' verscheiden uitgekozen. Van af deze hoogte kan men een blik werpen over geheel Judea. Hier ziet men in de verte zoowel de breede wateren der Middellandsche Zee als het bergland van Samaria met zijn Garizim en Hebal; ons oog rust op den zilveren waterspiegel van den kronkelenden Jordaan en de blauwe oppervlakte der Doode Zee — sprekende getuigenis van Gods straffende gerechtigheid — terwijl de reuzenpalmen van Jericho hunne kruinen hoog ten hemel heften, als wilden zij geheel onze aandacht tot zich trekken.

Daar strekt Jezus, naar de wijze der Oudvaderen zijne doorboorde handen uit over de schare en schenkt haar voor de laatste maal zijn goddelijken zegen. Nog eens werpt Hij een blik van teedere liefde op de aanwezigen, vooral op Maria. En zie ! Nu rijst Hij op van de aarde, „zonder iemands hulp, door zijne eigene macht.quot; Hooger en hooger stijgt Hij op in het luchtruim. Een glansrijke stoet van heilige Oudvaders, -— sommigen sedert eeuwen in gespannen verwachting, dat de „Verlangde voor alle volkerenquot; (1) voor hen de poorten des Hemels zal komen ontsluiten, — voegt zich bij den zegepralenden

X gt;

ocr page 247

ACHT EN TWINTIGSTE DAG.

Verlosser. Daar zien wij een H. Jozef, een H. Joachim, eene H. Anna met Jezus ten Hemel opstijgen. — Wat gelukkigen troostvol oogenblik voor Maria!

Vol bewondering volgen de gelukkige getuigen van 'sHeeren Hemelvaart met hun oog den zegevierenden Zaligmaker, totdat eene glanzende wolk Hem onttrekt aan hunne oogen. Terwijl de Apostelen en die met hen waren nog met begeerigen blik staren in de richting, waar Jezus verdween, staan eensklaps twee mannen in helderwitte kleederen aan hunne zijde. Het waren Engelen Gods, die tot hen spraken : „Mannen van Galilea ! wat staat gij hemelwaarts te zien ? Deze Jezus, Die va7i 11 opgenomen is ten Hemel, zal alzoo (ten oordeel) komen, gelijk gij Hem hebt zien ten Hemel varenquot;.

Hierop keeren Maria en de Apostelen naar Jeruzalem terug, waar gewis de luistervolle gebeurtenis, die zooeven plaats vond, nog dikwerf het onderwerp hunner gesprekken geweest is.

-^

241

Volgens eene oude overlevering wordt nu nog de plaats aangewezen en vereerd, waar Jezus den afdruk van zijn linkervoet en ook gedeeltelijk van zijn rechter- heeft achtergelaten. Vroeger stond op deze plek eene prachtige kerk, door de H. Helena gebouwd. Nu bevindt zich terzelfder plaatse een ronde koepel, omgeven door een ringmuur, die u door hun onooglijk uitzicht en vervallen toestand duidelijk te verstaan

Meimaand Genade-Oorden.

ocr page 248

X.

-S^

242 meimaand der genade-oorden.

geven, dat ook deze plaats het eigendom der Turken is.

Bemerking. — Was een H. Paulus reeds zóó onthecht aan de aarde, dat hij wenschte „ontbonden te worden en met Christus te wezenquot; (Philipp. I. 23), hoe zal Maria dan bij Jezus' Hemelvaart een walg gehad hebben van de aarde, denkende aan de eeuwige goederen. —• Volg hun voorbeeld na.

l|ct ï|ciïis ban jSa^arctg,

thans vereerd te loreto in italië.

JK)nder al de Heiligdommen, welke den ^ Christen dierbaar zijn, is er wel geen, dat zoozeer moet op prijs gesteld worden en zóó onze aandacht verdient, als het H. Huis van Nazareth. Dit is immers de woning, die getuige is geweest van het wonder der wonderen, van de menschwor-ding van den Zoon Gods.

Het nederige stadje Nazareth, (1) waar zich de woning der H. Familie bevond.

gt;r

%

p

1

Ch. Kieckens „Dagboekquot; enz. schrijft: „Nazareth heeft 2400 Katholieken, 2000 Grieksche Schismatieken, 1500 Mahomedanen, 150 Protestanten en geen enkelen Jood; een Jood wordt hier als Hebreër gescholden en, met steenen uit de plaats verdreven. Nazareth en Bethlehem zijn de eenige plaatsen uit het H. Land, waar de Katholieken in aantal inwoners de overhand hebbenquot;.

ocr page 249

X

i K

ACHT EN TWINTIGSTE DAG. 243

werd in het jaar 74 na Christus op vreesdij ke wijze door den veroveraar Titus getuchtigd. De Almachtige God waakte evenwel over de kostbare woning, waarin zijn eenige Zoon een groot gedeelte van zijn leven op aarde had doorgebracht.

Onder de huizen, die van de verwoesting gespaard bleven, was ook het Heilig Huis, dat wel aan eenigen als zoodanig bekend was en door dezen vereerd werd, maar toch niet een voorwerp was van algeheele vereering. Deze nam eerst een aanvang onder Constantijn den Groote, wiens moeder, de H. Helena, ter bedevaart toog naar Palestina's heilige plaatsen. Door Gods hand geleid vond zij weldra, onder de ruïnen van het verwoeste stadje Nazareth, de plaats, waar het huis der Heilige Maagd stond. Aan de armoedige muren, den kleinen haard en het weinige, wat van het eenvoudig huisraad was overgebleven, maar vooral aan het altaar, dat zich daar bevond en den welriekenden geur, die er zich verspreidde, erkende zij spoedig, dat dit het huis was, waarin Jezus, Maria en Jozef gewoond hadden. Aanvankelijk meende zij alles in denzelfden toestand te laten, waarin zij het gevonden had, en alleen het altaar, welks steenen verspreid lagen, weder te herstellen. Het verlangen evenwel om de heilige plaats zooveel mogelijk tegen den schadelijken invloed der elementen te beschutten, deed haar besluiten een

£ X'quot;

X

i

ocr page 250

244 MEIMAAND DER GENADEOORDEN.

prachtigen tempel over het Huisje heen te i bouwen; en zij gelastte, dat in den marmeren gevel der basiliek de woorden zouden prijken : Haec est ara in qua primo jactum est hnmanae sa lui is fundamentum, „dit is ; „het heiligdom, waar de eerste grondsteen „werd gelegd van het heil der wereldquot;.

De tijding, dat het Heilig Huis van Nazareth door een luisterrijken tempel om- i sloten was, verspreidde zich over de ge-heele wereld, en duizenden Christenen begaven zich ter bedevaart om het huis, waar de Koningin des Hemels had gewoond, de bakermat des Christendoms, te bezoeken. Mannen en vrouwen, zoowel door hunne geboorte als door hun heilig leven beroemd, namen den pelgrimsstaf ter hand en togen heen naar Nazareth. Daar zien wij een H. Hieronymus met zijn jongeren broeder Paulinianus nederknielen, — daar ontmoeten wij de H. Paula met hare heilige dochter Eustochium; later zien wij daar een H. Franciscus van Assisië en een H. Lodewijk, koning van Frankrijk, verschijnen. Deze laatste kwam den 24sten Maart 1252 (vooravond van Maria-Bood-schap) te Nazareth aan. Toen hij de heilige plaats in de verte ontwaarde, steeg hij van zijn paard, viel ootmoedig op zijne knieën neder, en legde verder te voet den weg af tot op de plaats, waar het heiligdom stond. Ofschoon hij eene zeer vermoeiende reis gemaakt had, vastte hij dien dag op

ocr page 251

acht en twintigste dag. 245

x

water en brood. — Op de heilige plaats aangekomen vereerde hij onder een vloed van liefdetranen het Heilig Huis, woonde er de Heilige Mis bij en ontving daar het j Brood der Engelen.

Gebed.

ftv) God van goedheid en barmhartigheid, ^ die ons in de godsvrucht tot de H.H. Harten van Jezus en Maria een uitstekend middel tot zaligheid hebt geschonken, wij bidden U door de voorspraak der H. Maagd Maria altijd zoo te leven, dat wij ten minste het Goddelijk Hart van Jezus nooit door eene groote zonde bedroeven. Amen.

gt;r

ocr page 252

JÊeijcn tn ttuintisstc

n?raotgcbcn ban aBarta.

Maria verwerft ons deugden.

^Ijjaria's goedheid is niet tevreden met ffSP' de ziekten en zwakheden onzes li-chaams te genezen, ■—- zij wil ook voor hare getrouwe dienaren het ware leven der ziel, de heiligmakende genade, verwerven ; zij wil hun de kracht schenken om heldhaftige liefdewerken te verrichten, om met moed en voorzichtigheid de eer van God te bevorderen; kortom, zij verwerft voor iederen Christen de deugden, die hij noo-dig heeft.

De deugd is „de boom des levensquot; van welken de H. Johannes in het Boek der Openbaringen spreekt. De vruchten van dezen boom zijn wonderlijk schoon op het gezicht, maar nog heerlijker van smaak. Deze vruchten zijn : de ware wijsheid, om den gulden middelweg te houden, — de stille berusting in tegenspoed, — het zoete genot van een goed geweten, — een vast vertrouwen op Gods Voorzienigheid, —■ eene ware vrijheid des geestes, die alléén het goede wil, — de onschatbare vrede des harten, — de geest des gebeds, — en een zalige dood.

X

ocr page 253

negen en twintigste dag. 247

De deugd is eene zoo goede en heilige genegenheid der ziel, dat men er geen misbruik van kan maken, of het is geene deugd meer, maar eene ondeugd, een gebrek; iets, wat men van geen enkele andere zaak op aarde kan zeggen. — En zou nu Maria er niet veel meer vermaak in vinden, er niet grooter eer in stellen, ja, het zich ten plicht rekenen, hare kinderen te begunstigen met een schat van deugden, dan wel met tijdelijke weldaden ? Gene kunnen ze alleen aanwenden tot hun eeuwig geluk, terwijl tijdelijke goederen door den mensch kunnen gebruikt worden tot zijn eeuwig ongeluk.

Welnu, als wij de Heiligen gelooven mogen, — en dezen spreken uit ondervinding, — dan is er geene enkele deugd of wij kunnen haar door Maria van God verkrijgen. — Kind van Maria! vraag dan een levendig geloof, een onwrikbare hoop, eene brandende liefde, eene engelachtige kuischheid, eene nederige gehoorzaamheid, den geest des gebeds en de volharding in het goede tot in uw stervensuur!

%ctiEn her ï|. jUSaagb.

Maria bij de nederdaling v. d. H. Geest.

cpSe vijftigste dag na de Opstanding, de ïfé tiende na de Hemelvaart was aangebroken. Maria met de Apostelen en de

xc-

Xquot;

ocr page 254

I 248 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

andere leerlingen waren in ééne plaats vergaderd, hoogstwaarschijnlijk in de zaal des Avondraaals.

„De Vader des huisgezins heeft, bij zijn heengaan naar den Hemel, zijne liefdevolle Moeder op aarde gelaten, opdat zij zijne plaats zou innemen als Moeder der Apostelen en van alle geloovigenquot;. (1) Geen wonder dus, dat wij ook hier Maria, de Bruid des H. Geestes, ontmoeten, terwijl zij met hare kinderen al biddende den H. Geest met zijne gaven verwacht. Nu ging het woord bewaarheid worden: „Gij zult gedoopt worden met den H. Geest niet lang na deze dagenquot;. (2) — Het Hoogfeest van Pinksteren was aangebroken. Omtrent het uur der morgenoffers, d. i. omstreeks 9 uur, „ontstond er plotseling uit den Hemel een geluid als van een hevigen wind, en het vervulde hei geheele huis, waarin zij gezeten waren. En er verschenen hun verdeelde tongen als van vuur en op ieder van hen zette het zich neder. En allen werden vervuld met den H. Geest en begonnen te spreken in verschillende talen, naar dat de H. Geest hun gaf uit te spreken.quot; (3) — Nu had er eene verandering plaats in de Apostelen en leerlingen, eenig in de geschiedenis van Gods kerk. Straks nog waren zij bevreesd en beangstigd en

(1) A Lapide, Hand. I. 14. {2) Hand. I. 5. (3) Hand. II. 1.

ocr page 255

NEGEN EX TWINTIGSTE DAG. 249

beefden zij als een riet uit vrees voor de Joden, — nu zullen zij de wereld verbazen door den onverschrokken moed, waarmede zij openlijk voor den gekruisten Christus en zijne leer uitkomen, nu vreezen zij lijden noch dood. Hun geest werd in eens verrijkt met de volmaakte kennis der ver-hevenste waarheden, welke de geleerdste mannen niet dan na jarenlange inspanning en dan nog onvolmaakt kunnen verkrijgen. Zij spraken nieuwe talen, die zij nooit geleerd hadden, en toen zij spraken, hoorden menschen van verschillende landen, die op het wonderbaar geluid waren toegestroomd, ieder hunne eigene taal. — Onder den invloed van dien herscheppenden Geest begint Petrus, de menschenvisscher, aanstonds zijne netten uit te werpen en den Gekruiste te prediken, met eene vrijheid en eene overtuigingskracht zoo groot, dat op dienzelfden dag drieduizend mannen lidmaat worden van Christus' kerk.

Wat zullen wij zeggen van de H. Maagd, de Bruid des H. Geestes, die kwam nederdalen ? Wat anders, dan dat zij alléén zooveel genaden ontvangt als al de anderen te zamen ? Zij immers is de bij uitstek ootmoedige, die met brandend verlangen heeft verzucht naar de mededeeling van Gods gaven; zij werd door God bemind met eene liefde, niet te evenaren; zij was de Moeder van Gods Zoon, en dat zegt alles. Was zij daarenboven niet de

^c

X

ocr page 256

X.

•S^

■«

250 meimaand der genade-oorden.

11

I

aangewezen bijstand der Apostelen en der eerste geloovigen ? — Moest zij nog niet een tijd op aarde blijven om de Apostelen te bevestigen in hun geloof? Moest zij niet wezen het voorbeeld der maagden, der echtgenooten, der weduwen ? Zou zij niet in de verklaring van vele geheimen worden geraadpleegd., zij, die alléén van geheel het leven des Verlossers getuige was geweest ? —- Even zoovele vragen, die ons doen besluiten, dat Maria „eene goede, en neergedrukte, en geschudde en overloopende maatquot; (i) van genade heeft ontvangen ; eene maat, uit wier volheid al hare kinderen hun deel niet missen. Is het wonder, dat sommige schrijvers in hunne godsvrucht tot de H. Maagd niet aarzelen te beweren, dat de H. Geest op het Pinksterfeest op Maria nederdaalde als een groot schitterend vuur, dat zich vervolgens in vurige vlammen verdeelde en zich in den vorm van tongen op de vergaderden nederzette ? Ja, het is waar wat de H. Epiphanius zegt: „Bij den zondvloed stortten de wateren des hemels zoo overvloedig neder, dat de zee buiten hare oevers trad en de gansche aarde overstroomde; even overvloedig ontving Maria de gaven des H. Geestes, en wel in die mate, dat zij die genaden over de ge-heele wereld kan uitdeelen.quot;

Bemerking. — Het hangt van ons zeiven

O Luc. VI, 38.

ocr page 257

X.

NEGEN EN TWINTIGSTE DAG. 25 I

af, of ook wij de gaven des H. Geestes ontvangen. Wanneer wij deze met een goed gesteld hart afsmeeken, dan is ook hier waar : „vraagt en gij zult verkrijgen.quot;

l|ct 1|CÜI0 l^uis ban Basacctlj,

THANS VEREERD TE LORETO IN ITALIË.

( Vervolg.)

(ptoor de invallen van vreemde vorsten, de plunderzucht der Turken en Muzelmannen, doch vooral ook door het losbandig en ongebonden leven der Christenen werden de plaatsen, door het leven en lijden van Jezus en Maria geheiligd, op de gruwelijkste wijze onteerd. De steden werden veroverd en verwoest en de heilige plaatsen, aan de zorg en waakzaamheid der Christenen toevertrouwd, verlaten, geschonden en vernield. Ook Nazareth zou hetzelfde lot ondergaan en de prachtige kerk met het H. Huis, waar „/tct Woord is vleesch gewordenquot; zou geslecht worden. Doch de almachtige God waakte wederom óver dit heiligdom der H. Maagd. Door engelen des Hemels laat Hij het opnemen en neerzetten tusschen Tersatto en Fiume in Dalmatië, in de nabijheid der Adriatische zee.

De eerste verplaatsing van het heiligdom werd bekend op den ioden Mei 1291, ondei* het Pausschap van Nicolaas IV. In het vroege morgenuur van dezen dag ontwaarden

X

ocr page 258

yL.

252 MEIMAAND DER GEXADE-OORDEN.

eenige lieden op een zacht glooienden heuvel, gelegen onder de parochie Tersatto, op eene plek waar nog nooit een huis of wat daarnaar geleek gestaan had, een klein gebouw. Hunne verbazing steeg ten top, toen zij het vreemde huisje nader in oogen-schouw namen. Het was een vierkant gebouw, zonder fundamenten, rustend op den lossen bodem. En inwendig ? — Een klein altaar met den muur vereenigd, daarboven een Grieksch kruisbeeld, en daarnaast in eene nis een sierlijk uit cederhout gesneden beeld, van de H. Maagd met het goddelijk kindje op den linkerarm. De gelukkige ontdekkers van dit kostbaar heiligdom spoedden zich naar hunne woonsteden, om de heuglijke tijding te verspreiden. Allereerst werd deze gebracht aan den eerbiedwaardigen pastoor van Tersatto, Alexander di Giorgio, die om zijne buitengewone godsvrucht tot de H. Maagd algemeen bekend was en nu, door eene zware ziekte verhinderd, zich niet in persoon van het wonderlijke feit kon overtuigen. Te midden van den nacht, terwijl de pastoor half slapende was, werd zijn vertrek vervuld van een hemelsch licht. De H. Maagd verscheen hem en sprak hem minzaam in dezer voege toe; „Wees wel te moede, „mijn zoon. Het heiligdom, dat binnen •„de grenzen uwer parochie werd nedergezet, „is het huis, waarin ik eertijds werd geboren „en opgevoed. Daar werd mij de blijde

X 1 gt;

Xquot;

ocr page 259

•s

NEGEN EN TWINTIGSTE DAG. 253

„boodschap gebracht door den Aartsengel „Gabriël, daar ontving ik Gods Zoon door „de werking van den Heiligen Geest. Daar „is het Woord vleesch geworden. Na mijn „verscheiden van deze aarde hebben de „Apostelen deze woning, die door zoovele „geheimen werd bevoorrecht, toegewijd aan „den dienst des Heeren en er menigmaal „het H. Misoffer opgedragen. Het altaar, „dat zich daar bevindt en met de woning „werd verplaatst, is hetzelfde, waarop de ,,H. Petrus het eerst de H. Offerande ver-„richtte. Het kruisbeeld boven het altaar „werd daar door de Apostelen geplaatst. „Het cederhouten beeld werd door den „H. Lucas vervaardigd. Dit huis nu, „waarop de Hemel met welgevallen nederwiet en dat gedurende eeuwen in Galilea „hoog vereerd werd, is nu, dewijl het „Christendom daar ten gronde gaat, naar „hier overgebracht door de macht Gods, „bij Wien niets onmogelijk is. En nu, — „opdat gij getuige en verkondiger van dit „wonder moogt wezen, — word genezen ! „Uwe plotselinge en onverwachte genezing „zal eene bevestiging zijn van al, wat ik „u gezegd heb.quot; — De grijsaard ontwaakt, voelt zich geheel hersteld, staat op en snelt naar de plaats, waar de heilige woning staat, om daar in het openbaar het wondervolle voorrecht hem te beurt gevallen, te verkondigen en alles te verhalen, wat Maria hem gezegd had.

lt; U

'X

ocr page 260

-S^

X

254 meimaand der genade-oorden.

Reeds stroomden van alle kanten de ge-loovigen heen naar Tersatto; de Prefect der landstreek dacht er reeds aan, om het H. Huis op waardige wijze te versieren en had het bereids met een houten gebouw omgeven, toen het, na drie jaren en zeven maanden daar gestaan te hebben, weder werd weggenomen.

Gebed.

mijne goede Moeder, het is u bekend, ^ hoe het menschelijk opzicht een sterk middel is in de handen des duivels om ons tot zonden te brengen. Nu kom ik u vragen, dat ik, evenals gij, bij al mijne werken den wil van God als richtsnoer kieze en het menschelijk opzicht verachte, opdat ik bij het einde mijns levens van den rechtvaardigen Rechter de kroon der gerechtigheid moge erlangen. Amen.

X

ocr page 261

a?toatl)cbcn ban jBarta.

Troosteres der bedrukten, Hoop der

hopeloozen.

^u£at eene zonsverduistering is voor de aarde, — wat een orkaan is voor den oogst, — wat de ziekten zijn voor het lichaam, dat is de moedeloosheid of neerslachtigheid voor 's menschen geest. Zij is als eene verlamming, die de werking der ziel belemmert,—als eene beneveling, die het verstand verduistert, — als eene ijskorst, die den wil verstijft, — als eene koorts der verbeelding, die akelige droomen en nare bespiegelingen ten gevolge heeft, — zij is het uur van den vorst der duisternis, waarin de mensch zich zeiven niet meer meester schijnt.

In dezen toestand verkeerde de heilige man Job, toen hij wenschte, dat de dag waarop hij geboren werd, nooit was gekomen. Deze was de toestand van Mozes, die het gemor zijns volks moede, gaarne zou gestorven zijn; — van een godvreezenden Ezechias, die bitter weende, toen hij zijn stervensuur zag naderen ; — van den braven Tobias, die bezocht door allerlei rampen, aan God vroeg om zijne ziel tot Zich te

ocr page 262

JC

MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

nemen ; — van den profeet Elias, toen hij zuchtte : „Heer, laat mij sterven, want ik ben niet beter dan mijne voorvadere?iquot; ; — van een koning David, toen hij bad : „ Verstoot mij niet in mijnen ouderdom, thans, nu mijne krachten mij begeven, verlaat mij nietquot;. Ps. LXX, 9.

Ziedaar nu een toestand, waarin ook wij kunnen komen, en waarin de steun des Hemels allernoodzakelijkst voor ons is. — Tot wie zullen wij ons dan wenden om bemiddeling tusschen ons en den goeden God, „die ons troost in al onze kwellingquot; ? Tot wie anders, dan tot haar, die is de Moeder der Barmhartigheid, ons leven en onze hoop, tot haar, die door de H. Kerk wordt begroet als de Troosteres der bedrukten. Ja, al zou ons zielewee zoo groot zijn, dat wij meenden wanhopig te worden, —• de naam van Maria is genoeg om onze borst te vervullen met heldenmoed, om ons op te beuren uit dien schrikbaren den afgrond. Zij weet ons als een nieuw leven te schenken, door ons een onbeperkt vertrouwen op Gods goedheid en barmhartigheid in te boezemen. Honderden bewijzen levert ons daarvan deda-gelijksche zielestrijd en overwinning van zoovelen.

Inderdaad, o goede Moeder Maria, wat zal er van ons komen, indien gij, die het leven en de geest zijt der geloovigen, ophoudt ons te beschermen ?

256

ocr page 263

--

dertigste dag. 257

Ëcn tier jBaagb.

Maria's zalig verscheiden.

|Ma de zending van den H. Geest ont-moeten wij de Apostelen nog dikwijls met Maria, de Moeder des Heeren, in hun midden, vergaderd te Jeruzalem.

Het is eene zeer oude overlevering, dat Maria in deze stad, in tegenwoordigheid der Apostelen, overleed. Volgens het algemeen gevoelen van gezaghebbende schrijvers, zoowel van vroegeren als van lateren tijd, neemt men aan, dat Maria den ouderdom van 72 jaren bereikt heeft. — Maria's zending op aarde was vervuld. De ontluikende kerk had reeds kracht en wasdom genoeg om nieuwe wortelen te schieten.

Werd aan vele Heiligen het uur van scheiden uit deze wereld te voren bekend gemaakt, dan mocht voorzeker Maria, de Koningin aller Heiligen niet door den dood worden verrast. De Engel Gabriel -— zoo vermeldt eene overlevering — komt haar veertien dagen voor haar sterven de tijding brengen, dat zij weldra voor eeuwig met haren goddelijken Zoon zal vereenigd worden in den Hemel. Welk antwoord kunnen wij van de nederigste en heiligste der maagden verwachten dan dat, hetwelk wij reeds bij de Boodschap van haar vernamen : „Zie de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw ivoordquot; ?

17.

Meimaand Genade-Oorden.

ocr page 264

X.

258 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

Het laat zich denken wat droevigen indruk deze tijding moet gemaakt hebben op de Apostelen, vooral op den H. Johannes, den getrouwen leerling, die gedurende vier en twintig jaren bij Maria de plaats van Jezus innam, met haar gedurende de vervolging naar Ephese gevlucht was en lief en leed met haar had gedeeld ! Wat smartelijke tijding ook voor de heilige vrouwen, Maria's vriendinnen en voor alle geloovigen ! — Terwijl allen treurden om het aanstaande afscheid, maakte Maria in opgetogene stemming zich gereed om het tijdelijke te verlaten en het eeuwige te gaan genieten. De legende verhaalt ons, dat zij hare twee kleederen — haar eenigen rijkdom—verdeelde tusschen twee heilige arme vrouwen. Meer voorbereiding was voor de onbevlekte Maagd, die geene zonde gekend had, onnoodig.

In statige houding op haar rustbed neerliggende, strekt Maria nogmaals hare handen zegenend over de Apostelen uit, laat ze rustig en eerbiedig nederdalen, beveelt hare ziel in 's Heeren handen en geeft zonder ziekte, zonder lijden, zonder smart, zonder moeite of doodstrijd, in heilige verrukking hare onbevlekte ziel aan haren Schepper over.

Maria is niet dood; zij is overgegaan tot een slaap, zooals met recht Maria's dood door de ouden genoemd wordt. Want ofschoon de vereeniging tusschen ziel en

'X

ocr page 265

^ x

X

dertigste dag.

lichaam ook bij Maria verbroken werd, zou toch haar heilig lichaam het bederf niet zien, zoodat Maria's dood veeleer eene zoete sluimering genoemd mag worden. Vandaar die hemelsche vrede, die engelachtige blos, welke zich teekende op het maagdelijk gelaat der Heilige Moeder des Heeren. — Toch weenden de Apostelen, nu zij daar dood nederlag, van wie het Leven was uitgegaan; toch kende aanvankelijk de droefheid der Christenen geene grenzen, nu zij hunne Troosteres en hunne Toevlucht verloren hadden. Niet lang zal deze droefheid duren, want de Gever des levens zal het heilig lichaam zijner Dochter weldra in glorie en luister verheffen.

Bemerking. — Maria's woonplaats is de Hemel. De aarde was voor haar een ballingsoord, waarin zij mede voor onze zaligheid heeft willen leven. Dit moet ons tot het besef brengen, dat wij haar wederliefde, eerbied en dankbaarheid verschuldigd zijn.

l^ct ïfEiïig lliuis ban .fèasaccttj,

thans vereerd te loreto in italië.

( Vervolg.)

|p)e tweede verplaatsing van het H. Huis Jp geschiedde onder de volgende omstandigheden.

In den nacht van den ioden December

259

gt;j a

x

ocr page 266

260 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

des jaars 1294 hielden eenige herders de wacht bij hunne kudden in de nabijheid van een overoud bosch, dat in eigendom toebehoorde aan eene aanzienlijke vrouw van Recanati in Italië, Laureta genaamd Omstreeks drie uren na middernacht bemerkten deze herders een ongewoon, helder glanzend licht boven en in het woud. Door nieuwsgierigheid gedreven drongen zij het bosch binnen en wie schetst hunne verbazing, toen zij daar, midden in het bosch, op eene plek, waar nog nooit een huis gestaan had, eene woning aantroffen. Sommigen van hen hadden hoog in de lucht, boven de zee reeds een licht zien schitteren en meenden daardoor de richting te kunnen aanwijzen, vanwaar het geheimzinnig huis gekomen was.

Toen meerdere personen door denzelfden lichtglans getrokken, van verschillende zijden bijeengekomen waren, besloten zij in vol vertrouwen op Gods goedheid het Heiligdom eerbiedig binnen te treden en het overige van den nacht daarin biddende door te brengen.

Bij het krieken van den dag spoedden zij zich naar de stad, waar men in het eerst aan het verwonderlijk verhaal geen geloof sloeg. Ten laatste werd besloten een onderzoek op de plaats zelve te gaan instellen. Hoe werden zij daar door bewondering en eerbied aangegrepen bij het zien van dat vreemde huis, uit onbekende

X

ocr page 267

DERTIGSTE DAG.

201

steensoort opgetrokken, van die ongeschonden muren, die daar zonder fundamenten en zonder vioer op den ongelijken bodera rustten, van het kleine altaar met zijn I Grieksch kruisbeeld en van het beeld der H. Maagd met haar goddelijk Kindje vol minzaamheid en liefde op den arm. Verwonderd zagen zij elkander aan; allen erkenden, dat de vinger Gods hier werkzaam was, dat het kleine huis niet door menschenhanden daar was neergezet, en aan menig hart ontwelde een traan van dankbare aandoening. Niemand wist evenwel, welk huis dat was, van waar het kwam, hoe en om welke reden het daar eene plaats gevonden had. Gelijk weleer aan den pastoor van Tersatto, zoo verscheen Maria nu ook, in denzelfden nacht der overbrenging van haar huis, aan twee dienaren Gods, hun verklarende, dat het huis door haar te Nazareth bewoond, door de Engelen was overgedragen. Een dier mannen was de H. Nicolaas van Tolentijn, een sieraad van de Orde der Augustijnen, die te Recanati woonde; de andere was broeder Paulus van het woud, een kluizenaar, die in de nabijheid een heilig leven leidde. Spoedig was de tijding der wondervolle gebeurtenis verspreid en overal en door iedereen hoorde men spreken over het woud van Laureta en het Heilig Huis van Nazareth. Zoowel bij nacht als bij dag trokken tal van geloovigen van allerlei

X

ocr page 268

X

;

202 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

leeftijd en stand naar het Heiligdom om met lof- en dankliederen den God des Hemels te prijzen voor het groote voorrecht hun geschonken.

De oude vijand van God en de menschen sliep evenwel niet; het duurde niet lang of onder satanischen invloed vestigde zich in de nabijheid van het Heiligdom eene bende roovers, die de godvruchtige pelgrims aanhielden, beroofden, en zelfs vermoordden. Dientengevolge dorst weldra niemand meer het Heiligdom bezoeken, zoodat het spoedig bijna geheel verlaten was. Slechts acht maanden bleef het Heilig Huis in het woud van Laureta ; toen werd het door Gods beschikking ten derden male op wonderbare wijze overgebracht naar een zacht glooienden heuvel, gelegen op ongeveer duizend schreden van het woud, en toebehoorende aan twee broeders van Recanati. De toeloop van geloovigen werd nu nog grooter dan te voren. Doch helaas ! van de vele geschenken, welke de milddadige pelgrims aanbrachten voor het H. Huis, wilden de hebzuchtige broeders zich eene bron van inkomsten vormen. Er ontstond dientengevolge verdeeldheid onder hen, en weinig scheelde het, of er was broederbloed gevloeid in de nabijheid van het Huis, waar alle menschelijke boosheid zwijgen, alle haat in liefde veranderen moest.

Gods lankmoedigheid was ten einde, en nu werd het H. Huis ten vierden male

K

ocr page 269

_X

263

dertigste dag.

overgebracht naar een anderen bevalligen heuvel, buiten het landgoed der broeders gelegen, nauwelijks een boogscheut van de vorige plaats verwijderd. Thans staat het Heiligdom midden op den openbaren weg, ongeveer twee duizend passen van de zee. — Deze laatste overbrenging had volgens het algemeen gevoelen plaats op de Vigilie van O. L. Vr. Geboorte, den 7den September 1295.

Gebed tot O. L. Vr. van Loreto.

f Maria, met de talrijke Christenschaar die reeds eeuwen lang uwe beeltenis in het H. Huis te Loreto bezocht heeft, kom ik u in den geest mijne hulde en dankbaarheid betuigen. Ik kniel neder in het gezegende Huis, door het veeljarig verblijf van u en uwen goddelijken Zoon geheiligd en stel mij voor, hoe gij daar uwen dagelijkschen arbeid steeds hebt verricht tot meerdere eer en glorie van God. Geef, dat ik uw voorbeeld navolge en de leuze : „alles tot meerdere eer en glorie van Godquot; ook de mijne zij. Amen. Maria, met de talrijke Christenschaar die reeds eeuwen lang uwe beeltenis in het H. Huis te Loreto bezocht heeft, kom ik u in den geest mijne hulde en dankbaarheid betuigen. Ik kniel neder in het gezegende Huis, door het veeljarig verblijf van u en uwen goddelijken Zoon geheiligd en stel mij voor, hoe gij daar uwen dagelijkschen arbeid steeds hebt verricht tot meerdere eer en glorie van God. Geef, dat ik uw voorbeeld navolge en de leuze : „alles tot meerdere eer en glorie van Godquot; ook de mijne zij. Amen.

quot;X

C

ocr page 270

amp;cn cn bcrtig^tc

a5iquot;ontljcbcn ban jUSaria.

Zij IS EER EN GLORIE WAARDIG.

zijn aan Maria overgroote liefde JC|rlt;. verschuldigd ; doch nooit mogen wij uit het oog verliezen, dat een ieder, wie hij ook zijn moge, ook verplicht is Maria, de Moeder Gods, te eeren.

Zij toch wordt door de H. Kerk genoemd de eerwaardige en lofwaardige Maagd.

Het moet ons niet genoeg zijn, alleen in ons hart de H. Maagd hoog te achten en te beminnen, wij moeten ook naar best vermogen medewerken tot de uitwendige vereering van Maria, hetzij door het bijwonen van godvruchtige oefeningen haar ter eere gehouden, hetzij door in de kerk of te huis bij te dragen tot de versiering harer beeltenis, of eindelijk door deel te nemen aan de plechtige bedevaarten, die alom naar Maria's genade-oorden ondernomen worden. — Een waar vereerder van Maria vindt immer tijd en gelegenheid om op deze of andere manieren tot Maria's openbare vereering mede te werken, en aldus, zoo niet door woorden, dan toch door daden Maria's lof te verkondigen.

Xquot; %

ocr page 271

een en dertigste dag. 265

Onze leuze moge dan wezen : ,,U w 1 o f, — o Maria! — zal niet \v ij k e n uit den mond der menschen; alles tot glorie van God en ter eere van Maria.quot; (Vgl. Judith, xiii. 26.)

Ëcii bcr £). iBaagb.

Hemelvaart van Maria.

feen enkel teeken des doods mocht het maagdelijk lichaam van Maria, waarin de Zoon Gods gewoond had, ontsieren : het rustte als in de zachte en vreedzame sluimering van den zoetsten slaap, terwijl het van hoogeren glans schitterde, dan toen de ziel het bewoonde.een enkel teeken des doods mocht het maagdelijk lichaam van Maria, waarin de Zoon Gods gewoond had, ontsieren : het rustte als in de zachte en vreedzame sluimering van den zoetsten slaap, terwijl het van hoogeren glans schitterde, dan toen de ziel het bewoonde.

De Apostelen en leerlingen, ofschoon het geleden verlies betreurende, begrepen al ras, dat bij het sterfbed der onbevlekte Moeder Gods veeleer welluidende jubeltonen, dan droevige klaagliederen moesten worden aangeheven.

Zooals de H. Hieronymus zegt, deed geheel de hemelsche legerschaar bij het kostbaar overschot der Moeder Gods zegeliederen hooren, wier verrukkende tonen door alle aanwezigen gehoord werden.

De geloovigen brachten welriekende reukwerken en fijne linnen doeken aan om de Koningin der maagden naar oostersche wijze te balsemen en te begraven. Doch meer dan deze reukwerken verspreidde het

%

gt;r

ocr page 272

X-

266 MEIMAAND DER GENADE OORDEN.

heilig lichaam zelf een alleraangenaamsten geur, die geheel de zaal vervulde. Met den meesten eerbied legde men het lichaam der H. Maagd, in een sneeuwwit kleed gehuld op eene draagbaar, — en nu bewoog de lijkstoet zich statig en ingetogen naar Gethsemane. De eerste Paus, de eerste Bisschoppen en Leeraars en alle geloovigen maakten deel uit van den stoet, terwijl zij, met brandende fakkels in de hand, hunne stemmen paarden aan de lofzangen der Engelenkoren, die door het luchtruim weerklonken. — Den derden dag nadat Maria in het graf was gelegd, terwijl de Apostelen er nog beurtelings de wacht bij houden, maar het engelengezang heeft opgehouden, — zie, daar nadert ook de H. Thomas, wiens gelaat verschroeid is door de zonnehitte en overdekt met het zweet van het verre Indië, het oord zijner prediking. Hij wilde nogmaals de Moeder zijns Meesters vereeren. Doch Maria is reeds ontslapen en haar graf met den zwaren sluitsteen gesloten. — Op aandringen van Thomas wordt de steen weggenomen. — Welk verbazend schouwspel! Zij vinden een ledig graf; alleen de linnen doeken, waarin het lichaam gewikkeld was, en die nu een allerheerlijksten geur verspreiden, zijn overgebleven. — Is het te verwonderen, dat de Apostelen tot het besluit komen, dat Hij, — die het Woord des Vaders is en de Koning der glorie, die uit Maria

X

ocr page 273

een en dertigste dag.

zijn lichaam heeft aangenomen en haar immer ongeschonden heeft bewaard, — ook na den dood haar van het bederf heeft bevrijd en gewild, dat het maagdelijk lichaam zijner Moeder spoedig in de eeuwige heerlijkheid harer heilige ziel zou deelen ? — Inderdaad, dit is de leer der Kerk, — welke wij niet zonder roekelooze dwaling kunnen verwerpen,— dat het lichaam van Maria door de Engelen is opgenomen ten Hemel, en daar met hare ziel lof en eer in eeuwigheid ontvangt.

Bij hare intrede in het verblijf der zaligen wordt zij door den Almachtigen Drieeenigen God ontvangen en gekroond met den glorieglans, die van alle eeuwen voor haar bereid is.

Daar zetelt zij, aan de rechterhand van haren Zoon, boven de koren der Engelen verheven, als Koningin van hemel en aarde. Op haar gebed verandert de toorn des Heeien in barmhartigheid, — op haar woord snellen de Engelen hare beschermelingen te hulp, — op haar verzoek worden de rampen van het menschdom afgeweerd, — door haren bijstand wordt de duivel machteloos, de hel gesloten en de Hemel voor ons geopend. Het zij zoo!

267

Bemerking. — Maria is in den Hemel, zoolang de wereld zal bestaan, de toevlucht der zondaren, de troost der bedrukten, de sterkte der zwakken, het heil der kran-ken, de beschermster der volkeren, de

X

Xquot;

ocr page 274

----------^

268 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

weldoenster van allen. Zij verkrijgt alles, wat zij vraagt, en wordt daarom te recht door den H. Bernardus genoemd : de s m e e-kende almacht. Welaan, godvruchtige vereerder of vereerster van Maria, bid, bid, bid, en door Maria's hulp wordt gij zalig.

ï^ct 1^in? ban .Basamfj,

THANS VEREERD TE LORETO IN ITALIË.

(S/O/.)

gfijugellicht is de godvruchtige lezer ver-langend te weten, welke de tegenwoordige toestand is van het H. Huis. Wij zullen trachten aan zijn verlangen te voldoen, met in korte woorden eenig denkbeeld te geven van het Heiligdom, zooals het tegenwoordig bestaat.

Het Heilig Huis is thans geplaatst onder den achtzijdigen koepel eener kunstig gebouwde basiliek. Evenals eene reliquie in haar schrijn bewaard wordt, zoo is de Casa Santa (Heilig Huis) bedekt met eene bekleeding van marmer. Welke aandoening den geloovigen pelgrim aangrijpt, wanneer hij daar voor zijne oogen het heiligdom ziet, waar het Woord is vleesch geworden, waar het H. Huisgezin gewoond heeft, laat zich beter denken dan beschrijven. De H. woning is een langwerpig vierkant gebouw van ongeveer fj1/^ bij 4 Meter. De muren rusten zonder fundamenten op den lossen

ocr page 275

^ K-

EEN EN DERTIGSTE DAG.

269

en oneffen bodem en steunen ook niet tegen bet marmeren omkleedsel.

In den westelijken muur bevindt zich het eenige venster, gewoonlijk het venster des Engels genaamd; de Engel Gabriel zou door dit venster het heilig verblijf zijn binnengetreden. Boven dit venster hangt het Grieksch kruis, waarvan reeds vroeger sprake was. Meer dan eene poging werd aangewend, om dit kruis op eene andere eervolle plaats te brengen, maar telkens werd het op geheimzinnige wijze weder in de heilige woning teruggebracht. — De zuidelijke wand prijkt nog met de overblijfselen eener fresco-schildering van gewijde tafereelen. — Ongeveer vier voet van den oostelijken muur staat het tegenwoordige altaar, dat het oude, hetwelk tegelijkertijd met het H. Huis van Nazareth werd overgebracht, omsluit. Niet ver van de evangelie-zijde des altaars wordt onze aandacht getrokken door eene tamelijk groote kast. Deze dient tot bewaring der kleinere kast, waarin nog twee komvormige schalen van gebakken aarde worden bewaard, die ten tijde, dat het H. Huisgezin leefde, in gebruik waren. Achter het altaar komen wij in de ruimte, welke genoemd wordt Sacro Camino, heilige haard; — wij bevinden ons in het eetvertrek der H. Familie. Hier mogen wij ook de heilige schaal vereeren, welke door bijzondere bescherming Gods is ontkomen aan de handen

1 y

gt;r

ocr page 276

270 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

der roovende benden, die het H. Huis in den loop der tijden geplunderd hebben. Voorwaar een onschatbaar overblijfsel van het huisraad der Heilige Familie ! Onze ruimte laat niet toe, om eene nadere beschrijving te geven van het beeld zelf van O. L. Vr. van Loreto. (ï) Alleen zij hier nog gew ;zen op het rijk geborduurd gewaad, waarin de beelden van Maria en het goddelijk Kind bijna geheel verdwijnen, en dat van boven tot beneden is bezet met kostbare edelgesteenten en verschillende glanzende sieraden, even zoovele bewijzen van dankbaarheid en kinderlijke liefde jegens Maria.

Het is een voorrecht, niet aan allen gegeven, te mogen gaan neerknielen binnen de heilige wanden van het H. Huis, waar zoo groote geheimen hebben plaats gehad en waar Maria zoo overvloedige zegeningen en genaden uitdeelt; doch, godvruchtige lezer, moet gij dat voorrecht missen en een te groote afstand u scheiden van dit heilig verblijf, — kniel dan met een levendig geloof en een onbegrensd vertrouwen op Gods barmhartigheid en de voorbede van Maria, in den geest voor het Heilig Huis van Loreto neder. God, die den wil aanneemt voor de daad, zal u — gij moogt het met grond vertrouwen — geen enkele

(i) Vgl, bl. 253.

Xquot; %

ocr page 277

X.

een en dertigste dag.

der gunsten onthouden, welke gij te Lo-reto komend, zoudt hebben verkregen.

Gebed tot O. L. Vr. van Loreto.

f) Allerheiligste Maagd, bij het einde der ) Allerheiligste Maagd, bij het einde der s Meimaand kom ik u eene gunst vragen, die gij mij zeker gaarne zult geven. Deze is, om altijd in uwen dienst te volharden, tot eer van God en tot mijne eigene zaligheid. Het wordt mij immers zoo dikwerf op het hart gedrukt: Een waar kind van Maria gaat niet verloren. Daarom, o Maria, wees gij mijn teerbeminde Moeder in leven en dood. Amen.

271

x

gt;r

ocr page 278

X..

écliebcn onbcr tc vlHiG.

Voorbereiding.

In den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen.

De priester gaa/ naar hei altaar.

Jezus gaai naar den hof van Olijven.

fm U, o mijn God, den verschuldigden dank te brengen, wil ik bij deze heilige Offerande der Mis tegenwoordig zijn.m U, o mijn God, den verschuldigden dank te brengen, wil ik bij deze heilige Offerande der Mis tegenwoordig zijn.

Gedoog, o mijn Verlosser en Zaligmaker, die U hier door den priester aan uwen Hemelschen Vader gaat opdragen, dat ik mij met U vereenige. Ik draag deze H. Mis op tot erkentenis van Gods opperheerschappij over alle schepselen, — tot dankzegging voor al zijne weldaden, — tot voldoening voor alle zonden, — en om nieuwe weldaden van Hem te verkrijgen, zoo voor mij als voor allen, die mij dierbaar zijn ....

H. Maria, geef dat ik bezield zij met dezelfde gevoelens als gij, toen gij op den berg van Calvarië bij den kruisdood van uwen Zoon tegenwoordig waart.

ocr page 279

X_K

GEBEDEN ONDER DE H. MIS. 273

De priester bidt aan den voet van het altaar en belijdt zijne zonden.

Christus bidt, en zweet water en bloed.

is niet noodig, o mijn God, dat ik Sols' mijne zonden voor U belijde : Gij weet immers veel beter dan ik zelf, aan hoe groote en menigvuldige zonden ik mij heb plichtig gemaakt. Toch wil ik, om mij zeiven te vernederen, hier openlijk eene droevige bekentenis mijner zonden afleggen.

In tegenwoordigheid van hemel en aarde belijd ik, dat ik U grootelijks beleedigd heb door gedachten, woorden en werken, en de eeuwige straffen der hel verdiend heb door mijne schuld, mijne schuld, mijne allergrootste schuld. Heer! verhoor mijn gebed om vergiffenis mijner zonden door de verdiensten van Jezus' lijden en dood.

Heilige Maria, Toevlucht der zondaren, alle Heiligen des Hemels, bidt voor mij bij den Vader der barmhartigheden.

De priester gaat op, kust het altaar, leest den Introïtus en Kyrie e le is on.

Jezus wordt door Judas verraden en gevankelijk weggevoerd.

^|eer Jezus Christus, die, in het volle Si|k' bewustzijn uwer onschuld, uwe vijanden in den hof van Olijven onverschrokken te gemoet zijt gegaan ; geef, dat ik op uwen

ocr page 280

274 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

bijstand vertrouwe, wanneer de vijanden onzer zaligheid mijne ziel aanvallen, om haar in de boeien der zonde te slaan.

O machtige God, sta ons bij ! Wij kunnen alles, indien Gij ons versterkt! — O Christus, Zoon van den levenden God, versterk ons door de gedachte aan uw heilig lijden. — O Heilige Geest, vervul de harten uwer geloovigen, en geef dat wij in de hevigheid van den strijd ons over uwe vertroosting mogen verheugen.

De priester bidt {of zingt) „Gloria in excelsisquot;, een jubellied. (')

Herinner n de blijdschap der Joden bij Jezus' gevangenneming.

iplorie aan God in den hooge en vrede =§! op aarde aan de menschen van goeden wil! Wij loven U; wij prijzen U; wij aanbidden U: wij verheerlijken U; wij danken U, om uwe groote glorie. Heer God, Hemelsche Koning, God, Almachtige Vader ; Heer Jezus Christus, Eeniggeboren Zoon des Vaders. Die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Die wegneemt de zonden der wereld, neem onze smeeking aan. Die aan de rechterhand des Vaders gezeten zijt, ontferm U

{1} Deze vreugdezang wordt somtijds weggelaten.

ocr page 281

GEBEDEN ONDER DE H. MIS. 275

onzer. Want Gij alleen zijt de Heilige, Gij alleen de Heer, Gij alleen de allerhoogste, Jezus Christus. Met den H. Geest, in de glorie van God den Vader. Amen.

Gebed.

Liefdevolle God, geef mij de genade om altijd tot uwe eer te spreken, — mijne tong nooit te misbruiken tot godslasteringen, onzuivere en ergeniswekkende gesprekken, opdat ik U in alle eeuwigheid lof en dank moge brengen.

De priester zegt: „Dominus vobiscuniquot;.

Jezus ontmoet Petrus.

Laat ons bidden:

fiSeef ons, o Heer, door de voorspraak der H. Maagd en der Heiligen, die wij eeren, al de genaden, welke uw dienaar, de Priester, U vraagt voor zich zeiven en voor ons. Ik vereenig mij met hem en stort hetzelfde gebed voor allen, voor wie ik verplicht ben te bidden, en ik vraag U voor hen en voor mij al de genademiddelen, welke gij weet, dat wij noodig hebben, om het eeuwig leven te bekomen, in den naam van Jezus Christus, onzen Heer.

H. Maria, Moeder der Smarten, geef tranen aan mijne oogen om evenals Petrus, er over te weenen, dat ik zoo menigmaal het gevaar bemind heb. Amen.

'X

gt;c

ocr page 282

X-----^

276 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

Dc priester leest {of zingt) den Epistel.

Jezus naar Pilatus gezonden.

foede God, boven zoovele duizenden hebt gij mij tot de kennis uwer heilige wet geroepen. Ik beloof U, dat uwe heilige geboden immer het richtsnoer zullen zijn van al mijne handelingen, dat ik met eerbied en onderwerping uwe zalige ingevingen zal volgen, en zal beminnen wat Gij gebiedt, haten wat Gij verbiedt.oede God, boven zoovele duizenden hebt gij mij tot de kennis uwer heilige wet geroepen. Ik beloof U, dat uwe heilige geboden immer het richtsnoer zullen zijn van al mijne handelingen, dat ik met eerbied en onderwerping uwe zalige ingevingen zal volgen, en zal beminnen wat Gij gebiedt, haten wat Gij verbiedt.

De priester buigt zich voorover en leest {of zingt) het Evangelie.

Jezus door Herodes bespot en naar Pilatus teruggebracht.

jp/Cu komt mij, o mijn God, uw Eenige 'iff Zoon zelf mijne plichten voorhouden ; het woord des Evangelies is Z ij n woord. Maar wat zal het mij baten het woord des Heeren aangehoord en geloofd te hebben, indien ik niet volgens dat woord leef? Wat helpt het mij, het ware geloof te hebben, indien ik niet door mijne goede werken, door het dikwerf ontvangen der Heilige Sacramenten aan de verdiensten van uwen Zoon deelachtig wordt ? Inderdaad, hoe dikwijls heb ik geleefd, alsof ik niet geloofde, of een ander Evangelie dan het uwe erkende!

Oordeel mij niet, o God, volgens uwe gestrenge rechtvaardigheid, en geef, dat ik mijn geloof ook door de daden toone.

gt;c

ocr page 283

GEBEDEN ONDER DE H. MIS. 277

De priester bidt {of zingt) „Credoquot;. (}) Christus voor Pilatus.

..JX-k geloof in éénen God, den almachtigen (s-f Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in éénen Heer Jezus Christus, Gods Eengeboren Zoon ; en uit den Vader vóór alle eeuwen geboren ; God van God, licht van licht, waarachtig God van den waarachtiger) God ; geboren en niet gemaakt, van ééne zelfstandigheid met den Vader, door wien alles gemaakt is. Die om ons menschen, en om onze zaligheid is nedergedaald van den Hemel. En is Vleesch geworden door den H. Geest, uit de Maagd Maria: En is Mensch geworden. Hij is ook gekruist voor ons onder Pontius Pilatus, Hij heeft geleden en is begraven; en Hij is ten derden dage verrezen volgens de Schriften ; en Hij is opgeklommen ten Hemel; zit aan de rechterhand des Vaders; vandaar zal Hij wederkomen in glorie, om te oordeelen de levenden en de dooden; wiens rijk geen einde zal hebben.

Ik geloof in den H. Geest, den Heere en levendmakende, die uit den Vader en den Zoon voortkomt; die met den Vader en den Zoon te zamen aangebeden en mede verheerlijkt wordt ; die door de Profeten gesproken heeft.

En ééne heilige, katholieke en apostolieke

(1) „Ik geloof.quot;

X

ocr page 284

278 meimaand der genade-oorden.

Kerk. Ik belijd één doopsel ter vergeving der zonden. En ik verwaclit de verrijzenis der dooden en het leven der toekomende wereld. Amen.

De Offerande.

De priester ontdekt den kelk, — offert en zegent brood en wijn —en bedekt weder den kelk met den pallas.

Jezus wordt ontkleed, gegeeseld en met doornen gekroond.

«RiCog enkele oogenblikken, o Hemelsche Hl Vader, en het brood en de wijn, die U door den priester worden aangeboden, zullen door de woorden der H. Consecratie veranderd worden in het Lichaam en Bloed van Jezus Christus. Deze, uw welbeminde Zoon, zal zich opnieuw aan U opdragen, om ons aan zijne verdiensten deelachtig te maken. — In vereeniging met Hem, offer ik U deze H. Mis op om voor mij, mijne naastbestaanden, mijne weldoeners en vrienden alle genaden en weldaden te bekomen, zoo naar ziel als naar lichaam. Deze genaden kunnen ons niet gegeven worden, dan door de verdiensten van Christus. Gij, o Heer, kent al onze ellenden ; gij weet, welke gevaren wij het meest moeten vluchten, welke deugden voor ons het meest noodig zijn. Vergeet ook, o barmhartige God, uwe en mijne vijanden niet! Heb medelijden met alle ongeloovigen, ketters

5C

%

ocr page 285

-sX

^c

GEBEDEN ONDER DE H. MIS. 279

en zondaars ; zegen allen, die mij haten, en vergeef mij en allen onze zonden. Amen.

De priester wascJii zijne handen.

Christus wordt door Pilatns nogmaals onschuldig verklaard.

7®! mijn God, hoe menigmaal heb ik mijne ^ zonden willen verontschuldigen, evenals de ongelukkige Pilatus. Help mij, om dit nooit meer te doen, en vooral wanneer ik het H. Sacrament der Biecht ontvang, met een oprecht en nederig hart mijne zonden te belijden.

Neen, mijn God, liever sterven, dan eene groote zonde in de Biecht te verzwijgen !

De priester naar het volk gekeerd, zegt: „ Orate frairesquot; (')

Jezus wordt aan het volk vertoond, terwijl Pilatus zegt: „Ecce homoquot;, „Ziet den menschquot;.

ieve Jezus, hoe aandoenlijk moet het

tooneel zijn geweest, toen Gij met doornen gekroond, met een purperen mantel omhangen, door Pilatus aan het volk werd voorgesteld ! En toch bleven de Joden in hunne versteendheid volharden! Geef, dat, indien ik onverhoopt in zonde mocht vallen, ik toch aanstonds er uit

(I) Bidt Broeders, opdat deze offerande aangenaam zij aan den Almaclitigen God.

X'

ocr page 286

y%

280 meimaand der genade-oorden.

moge opstaan en boetvaardigheid doen, en met in vijandschap met U blijve voortleven.

De priester bidt {of zingï) de Praefatie. (') Christiis ter dood veroordeeld.

J^Ket oogenblik, waarop de Koning des Hemels op het altaar komt, is nabij. Vervul, o Heer, mijn hart, opdat het alléén aan U denke en alle aardsche zorgen late rusten. Ik gevoel mij verplicht om U, den Schepper van hemel en aarde, den oneindigen, almachtigen en eeuwigen God, te loven en te danken. Niets is redelijker, niets is heilzamer voor mij, dan mij met Jezus te vereenigen om der allerheiligste Drievuldigheid toe te zingen : Heilig, heilig, heilig is de Heer, de God der Heerscharen ! Hemel en aarde zijn vol van uwe heerlijkheid. Hosanna in den hooge ! Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren ! Hosanna in den hooge !

De Canon. (2)

De priester buigt zich een oogenblik voorover. Jezus draagt zijn kruis.

tCEi] smeeken U ootmoedig en vurig, o p'-! goedertierenste Vader, door JezusCEi] smeeken U ootmoedig en vurig, o p'-! goedertierenste Vader, door Jezus

(1) Beteekent voorbereiding tot de H. Communie.

(2) Canon — regel, omdat dit gedeelte (van Sanctus tot Nutting) in den regel hetzelfde blijft in alle Missen, terwijl in andere gedeelten der Mis vaak eene aanmerkelijke verandering voorkomt.

Chrii an de welk Kath te l H. ^ allen

W

cicin,

onze doen en : H. I ons U a; voor de alle

D het

J'

der

bid

van

mij,

gevf

krui

% X

ocr page 287

GEBEDEN ONDER DE H. MIS. 281

Christus, uwen Zoon, onzen Heer, de Offerande gunstig aan te nemen en te zegenen, welke wij U opdragen voor de geheele Katholieke Kerk, opdat het U believe haar te bewaren en te besturen, met onzen H. Vader den Paus, onzen Bisschop en allen, die het ware geloof belijden.

Wij bevelen U in het bijzonder allen aan, voor wie wij verplicht zijn te bidden: onze ouders, bloedverwanten, vrienden, weldoeners, ook onze vijanden niet uitgesloten, en al degenen, voor wie de priester de H. Mis opdraagt en de zieken, voor wie ons gebed verzocht is. Moge ons gebed U aangenaam zijn ; dit-vragen wij door de voorspraak der allerheiligste Maagd, van de HH. Apostelen en Martelaren en van alle Heiligen.

De priester sireki zijne handen uit over het brood en den wijn.

Jezus wordt gekruisigd.

Sie mij hier neergeknield, o hemelsche Wi Vader, om bij het onbloedig Sacrificie der Nieuwe Wet tegenwoordig te zijn. Ik bid en smeek U nogmaals uit den grond van mijn hart, medelijden te hebben met mij, armen zondaar, en mij de genade te geven aan de verdiensten van den ge-kruisten Jezus deelachtig te worden.

x

ocr page 288

282 meimaand der genade-oorden.

De H. Consecratie.

Jezus sterft aan het kruis.

Sluit uw kerkboek, bid met den meesten eerbied en het grootste vertrouwen om al, wat gij wilt verkrijgen voor levenden en dooden.

Bij de opheffing der H. Hostie en van den Kelk, zeg telkens :

®|am Gods, dat wegneemt de zonden der •-ip wereld, spaar ons. Heer, — verhoor ons. Heer, — ontferm U onzer.

Na de Consecratie bidt de priester in stilte.

Jezus wordt beweend.

feloofd en gedankt zij ten allen tijde het allerheiligste en goddelijk Sacrament.eloofd en gedankt zij ten allen tijde het allerheiligste en goddelijk Sacrament.

(100 dagen aflaat onder iedere Mis.

7 December 1819.)

Eeuwige Vader, ik offer U het allerkostbaarst Bloed van Jezus Christus, tot voldoening mijner zonden en voor de behoeften der Heilige Kerk.

(100 dagen aflaat, telkens. 22 Sept. 1817.)

Zie, o Hemelsche Vader, op het altaar neder, waar Jezus, uw welbeminde Zoon, zich voor onze zonden opdraagt, en wees onzer om zijnentwil genadig. — Ja, hier is oneindig meer dan al de offeranden van

X

Xquot;

ocr page 289

y^f._——

GEBEDEN ONDER DE H. MIS. 283

uwen deugdzamen dienaar Abel, van den geloovigen Abraham, van den Hoogepries-ter Melchisedech ; hier is de eenige offerande, die U kan behagen, onze Heer Jezus Christus. Wij smeeken u deemoedig, dat deze heilige offerande ons allen heilzaam moge zijn en ons vergiffenis onzer zonden en nieuwe genaden moge verkrijgen.

Gedenk ook, o Heer, de zielen uwer dienaren en dienaressen, die ons in het H. Geloof zijn voorgegaan, als oprechte Christenen zijn gestorven en nu uwe barmhartigheid zoozeer noodig hebben ; gedenk de zielen in het Vagevuur, vooral die mijner ouders, mijner bloedverwanten, vrienden en vijanden en ook die, voor welke door den priester onze gebeden zijn verzocht.

Genadige God, heb medelijden met haar, opdat zij spoedig met de Engelen en Heiligen des Hemels U eeuwig lof en dank mogen brengen. Amen.

De priester bidt (of zingt) „Pater nosterquot;. (')

De zeven woorden van Jezus aan het kruis.

.-||Jv.lmachtige, eeuwige God ! Gij hebt ons door uwen Zoon geleerd, hoe wij moeten bidden; vol vertrouwen op zijne verdiensten durven wij zeggen ; Onze Vader, die in de hemelen zijt, enz.

(1) „Onze Vader.quot;

ocr page 290

284 MEIMAAND DER GENADEOORDEN.

De priester breekt de ff. Hostie en laat — na „Pax Dominiquot; (') een gedeelte in den Kelk vallen.

De ziel van Christus, met de Godheid vereenigd, daalt neder in het voorgebergte der hel.

Jfö) Heer, verlos ons, bidden wij U, van 84^ alle kwaad, dat verleden, dat tegenwoordig, dat nog aanstaande is ; en verleen ons door de voorspraak van de zalige en roemwaardige Moeder Gods Maria, altijd Maagd, van de HH. Apostelen Petrus en Paulus en Andreas en alle Heiligen genadig vrede in onze dagen, opdat wij door den bijstand uwer barmhartigheid geholpen, ten allen tijde vrij mogen blijven van zonden en van alles, wat onzen vrede zou storen. Door denzelfden Jezus Christus, onzen Heer, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

De priester bidt „Agnus Dei.quot; (1)

Christus wordt als de Zoon Gods erkend.

tam Gods, voor mij geslachtofferd, wees mij genadig. — Aanbiddelijk offer mijner zaligheid, maak mij zalig. — Goddelijke Middelaar, verwerf mij genade bij uwen Vader en geef mij uwen vrede.am Gods, voor mij geslachtofferd, wees mij genadig. — Aanbiddelijk offer mijner zaligheid, maak mij zalig. — Goddelijke Middelaar, verwerf mij genade bij uwen Vader en geef mij uwen vrede.

Xquot;

1

„Lam Godsquot; enz.

ocr page 291

X-

gebeden onder de h. mis. 285

De Nutting.

De priester ontvangt de H. Communie onder de gedaanten van brood en wijn.

Christus wordt begraven.

'(Q\ mijn liefderijke Zaligmaker, wat geluk zou het voor mij zijn, indien ik aan dezen heiligen Maaltijd kon deelnemen en met een zuiver geweten en eene teedere godsvrucht tot de H. Tafel kon naderen. Het spijt mij, dat ik dit nu niet doen kan. Ik bid U evenwel mij aan de uitwerkselen der H. Communie deelachtig te maken; verlos mij van mijne zonden, ondersteun mij in mijne zwakheid en geef, dat ik mij nooit meer van U scheide.

O lieve Jesus! de H. Communie des priesters herinnert mij aan uwen dood, maar doet mij ook gedenken, dat ook ik eenmaal zal sterven; wanneer? hoe? waar ? — Ik weet het niet; zal ik de laatste heilige Sacramenten, de Biecht, de H. Communie en het Heilig Oliesel ontvangen ? Het is mij niet bekend. In al deze onzekerheden, vraag ik U, o mijn God, om een zalig afsterven ; geef, dat ik de laatste HH. Sacramenten met volle kennis moge ontvangen en in vol vertrouwen op uwe oneindige goedheid en barmhartigheid het huis mijner eeuwigheid moge ingaan.

Dit vraag ik U door de voorspraak van uwe H. Moeder, van uwen voedstervader den H. Jozef en van de H. Barbara.

K

ocr page 292

286 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

Ziel van Christus, heilig mij.

Lichaam van Christus, maak mij zalig.

Bloed van Christus, verzadig mij.

Water van Christus' zijde, reinig mij.

Lijden van Christus, versterk mij.

O goede Jezus, verhoor mij.

Laat niet toe, dat ik van U gescheiden worde.

Tegen den boozen vijand, verdedig mij.

In het uur van mijnen dood, roep mij.

Doe mij dan tot U komen.

Opdat ik met uwe heiligen U love,

In de eeuwen der eeuwen. Amen.

^300 dagen aflaat telkens. Na de H. Communie ontvangen te hebben: 7 jaalquot;' 611 voor die het dagelijks bidden eens in de maand een volle aflaat, op de gewone voorwaarden, mits men ook kerkbezoek daarbij voege.)

Posicommunie (1) en Laatsie Gebeden.

Christus verrijst en onderricht zijne Apostelen.

Den derden dag na uwen dood, o Jezus, zijt Gij glorievol uit uw graf opgestaan. In de veertig dagen na uwe verrij zenis hebt

Gij groote waarheden, die wij anders niet zouden kennen, aan uwe leerlingen verklaard, en verschillende HH. Sacramenten ingesteld. Geef, dat wij de verhevene waarheden van onzen H. Godsdienst immer met een geloovig hart aannemen, en de HH. Sacramenten altijd met de vereischte gesteltenis mogen ontvangen.

Xquot;

1

Gebed na de H. Communie.

ocr page 293

^ X

GEBEDEN ONDER DE H. MIS. 287

„Ite mis sa estquot; (i) en Zegen.

Hemelvaart van Jezus.

Zegen, o Heer, de goede voornemens gemaakt door mij en allen, die hier tegenwoordig zijn ; zegen mijne dierbare ouders, en bloedverwanten, den Paus, de Bisschoppen en alle priesters, zegen ook de zielen in het vagevuur; dit vraag ik U in den naam des Vaders, en des Zoons en des H. Geestes. Amen.

Het laatste Evangelie.

Zending van den H. Geest.

Begin van het H. Evangelie volgens Johannes.

In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Dat is er niets gemaakt van hetgeen er gemaakt is. Daarin was het leven, en het leven was het licht der menschen; en het licht schijnt in de duisternissen en de duisternissen hebben het niet begrepen. Er v/as een mensch van God gezonden, wiens naam was Johannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis van het licht te geven, opdat allen door hem gelooven zouden. Hij zelf was het licht niet, maar om getuigenis van het licht te geven. Dit was

(1) Gij kunt gaan, het offer is volbracht.

ocr page 294

288 meimaand der genade-oorden.

het waarachtige licht, hetwelk allen mensch verlicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in zijn eigendom, doch de zijnen hebben Hem niet aangenomen, maar allen, die Hem aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden; dengenen, die in zijnen Naam gelooven, die niet uit den bloede, noch uit den wille des vleesches, noch uit den wille des mans, maar uit God geboren zijn. Eu het Woord is vlccsch geworden en Het heeft onder ons gewoond. En wij hebben zijne glorie gezien, eene glorie als van den Eengeborene des Vaders, vol genade en waarheid.

God zij gedankt voor al het goede, dat Hij mij geschonken heeft.

In den naam des Vaders enz.

Met den priester bidt men godvruchtig driemaal „Wees gegroetquot; met „Wees

gegroet, o koningin, moeder van barmhartigheid enz.quot; — en de Litanie van Onze Lieve Vrouw van Loreto. Zie bladz. 292.

gt;r

ocr page 295

5tgt; AfA *.♦gt; A.fgt; *,*rgt; lt;f

a5clicbcn nnbcr jjct lüuf.

Gebed to-j- Jezus in het Allerheiligste

Sacrament.

J^feer Jezus Christus, om de liefde, welke èkfii Gij den menschen toedraagt, verblijft Gij dag en nacht in dit Sacrament, terwijl Gij daar, geheel vervuld van goedheid en liefde, allen afwacht, uitnoodigt en ontvangt, die U komen bezoeken. Ik geloof, dat Gij in dit Sacrament des Altaars tegenwoordig zijt, ik aanbid U uit den afgrond van mijn niet, en ik dank U voor zoovele mij reeds bewezen genaden, en wel voornamelijk hiervoor, dat Gij mij U zeiven in dit Heilig Geheim geschonken, mij uwe allerheiligste- Moeder Maria tot voorspreekster gegeven en mij geroepen hebt, om U in deze kerk te bezoeken.

Ik groet in dit oogenblik uw zoo liefdevol Hart, en ik heb de meening het te groeten om eene drievoudige reden : ten eerste, om U dank te zeggen voor deze groote weldaad ; — ten tweede, om U vergoeding te geven voor alle beleedigingen, welke Gij in dit Heilig Geheim van al uwe vijanden te dulden hebt; — ten derde maak ik de meening, om U door dit bezoek te aanbidden op alle plaatsen der wereld, waar Gij in uw H. Sacrament minder vereerd en meer verlaten zijt. Ik bemin

19-

Meimaand Genade-Oorden.

ocr page 296

.X

290 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

'X

U, mijn Jezus, uit geheel mijn hart. Het doet mij leed, dat ik uwe oneindige goedheid voorheen zoo dikwijls mishaagd heb. Met de hulp uwer genade neem ik mij voor, U voortaan nooit meer te beleedigen, en van dit oogenblik wijd ik mij, hoe ellendig ik dan ook ben, geheel en al aan U toe; ik geef U en ik sta U af geheel mijn wil, mijne neigingen, mijne verlangens, en alles, wat mij toebehoort. Doe voortaan alles, wat U behaagt, met mij en met al het mijne ! Ik smeek U alleen om uwe heilige liefde, om de volharding in het goede ten einde toe, en om eene volmaakte vervulling van uwen heiligen wil. Ik beveel U aan de zielen van het vagevuur, van hen voornamelijk, die de meeste godsvrucht hadden tot het allerheiligste Sacrament en tot de heilige Maagd Maria. Ook de ongelukkige zondaars beveel ikU aan ! Eindelijk, o mijn dierbare Verlosser, vereenig ik al de gevoelens van mijn hart met die van uw liefdevol Hart, en zoo vereenigd offer ik ze op aan uwen hemelschen Vader en bid Hem in uwen naam, die uit liefde tot U aan te nemen en te verhooren.

(100 dagen aflaat, telkens.)

O heilige Maaltijd, in welken Christus genuttigd, de gedachtenis van zijn lijden gehouden, de ziel met genade vervuld en ons het onderpand der toekomstige glorie gegeven wordt.

x-

ocr page 297

------^

gebeden onder het lof. 291

Zie, tot hoever uwe overgroote liefde, o mijn dierbaarste Jezus, is geklommen. Gij hebt, om U geheel aan mij te geven, eenen goddelijken maaltijd van uw dierbaar Vleesch en Bloed bereid. Wat heeft U toch tot zulke vervoering van liefde bewogen ? Zeker niets anders, dan uw allerbeminnelijkst Hart! O aanbiddenswaardig Hart van mijnen Jezus! brandende oven van de goddelijke liefde, ontvang mijne ziel in uwe heilige Wonden ; opdat ik in die school van liefde dien God waarlijk leere beminnen, die mij zoo wondervolle bewijzen zijner liefde gegeven heeft. Amen.

(100 dagen aflaat, eens daags. 9 Kebr. 1818.)

Memorare.

(gedenk, o allergoedertierenste Maagd Maria, dat het nooit gehoord is, dat iemand, die tot U zijne toevlucht nam, uwen bijstand verzocht, of uwe voorspraak inriep, door u verlaten is geworden. Aangemoedigd door dit vertrouwen, snel ik en kom ik tot u, o Maagd der maagden, mijne Moeder, en sta ik voor U zuchtende onder het gewicht mijner zonden; o Moeder des Woords, versmaad mijne gebeden niet, maar hoor ze goedgunstig aan en verhoor ze. Amen.

(300 dagen aflaat, telkens. Voor het dagelijks bidden eenmaal in de maand een volle aflaat, op de gewone voorwaarden met kerkbezoek.)

ocr page 298

-•Ix V'

^c

292 meimaand der genade-oorden.

Litanie tot O. L. Vrouw van Loreto. (!)

Svtfeer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemeische Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm

U onzer.

God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods,

H. Maagd der maagden,

Moeder van Christus,

Moeder der goddelijke Genade, Allerreinste Moeder,

Allerzuiverste Moeder,

Ongeschonden Moeder,

Onbevlekte Moeder, ~

Beminnelijke Moeder, c

Wonderbare Moeder,

Moeder des Scheppers, £

Moeder des Zaligmakers, ?

Allervoorzichtigste Maagd.

Eerwaardige Maagd,

Lofwaardige Maagd,

Machtige Maagd,

Goedertieren Maagd.

Getrouwe Maagd,

Spiegel der rechtvaardigheid.

{l) (300 dagen aflaat, telkens.)

x

'% a

ocr page 299

GEBEDEN ONDER HET LOF. 293

Stoel der wijsheid, bid voor ons,

Oorzaak onzer blijdschap,

Geestelijk vat.

Eerwaardig vat.

Uitmuntend vat van devotie,

Geestelijke roos,

Toren van David,

Ivoren Toren,

Gulden huis,

Arke des verbonds,

Deur des Hemels, 5quot;.

Morgenster,

Behoudenis der kranken, o

Toevlucht der zondaren, °

Troosteres der bedrukten, o

Hulp der Christenen, y

Koningin der Engelen,

Koningin der Patriarchen,

Koningin der Profeten,

Koningin der Apostelen,

Koningin der Martelaren,

Koningin der Belijders,

Koningin der Maagden,

Koningin van alle Heiligen,

Koningin zonder erfsmet ontvangen.

Koningin van den allerheiligsten rozenkrans,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

quot; gt;e

'X

L

ocr page 300

jamp;C

294 meimaand der genade-oorden.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Onze Vader, enz.

Antiphoon.

Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o H. Moeder Gods: verstoot onze gebeden niet in onzen nood; maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd. Onze Meesteres, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon. v. Bid voor ons,' H. Moeder Gods. k. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Laat ons bidden.

Wij bidden U, o Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de raenschwording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door zijn lijden en kruis tot de heerlijkheid der verrijzenis gebracht worden, door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

Aanbidding en Eereboete aan Jezus

in het allerheiligste sacrament.

I. Ik aanbid U met diepen eerbied, o mijn Jezus in het allerheiligste Sacrament; ik erken U als waarlijk God en waarlijk mensch. Door deze akte van aanbidding

X

ocr page 301

GEBEDEN ONDER HET LOF. 295

heb ik de meening vergoeding te geven voor de onverschilligheid van zoovele Christenen, die, als zij uwe Tempels en soms zelfs het heilig Tabernakel voorbijgaan, waar Gij in uwe goedheid ten allen tijde verblijft in liefdevol ongeduld om U aan ons mede te deelen, zich zelfs niet verwaardigen U te groeten, en die zich door hunne onverschilligheid, evenals de Joden in de woestijn, vol walging toonen voor dit hemelsch manna. Ik offer U het allerkostbaarst bloed op, dat Gij uit de wonde van uw linkervoet hebt vergoten, tot eereboete voor zoo verregaande lauwheid en in die heilige Wonde verborgen, herhaal ik duizend en duizend malen :

Geloofd en gedankt zij ieder oogenblik hei allerheiligste en aller verhevens ie Sacrament.

Onze Vader. Wees gegroet. Glorie zij ' den Vader, enz.

II. Ik aanbid U met diepen eerbied, o mijn Jezus. Ik geloof, dat Gij in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig zijt, en door deze akte van aanbidding stel ik mij voor, de ondankbaarheid te vergoeden van zoovele Christenen, die U, als zij U naar de arme zieken zien gedragen worden, om hun steun te zijn op de groote reis naar de eeuwigheid, onvergezeld laten, en zich nauwelijks gewaardigen U door eene uitwendige akte van aanbidding te eeren. Ik bied U, tot eereboete voor zooveel lauwheid, het allerkostbaarst bloed aan, dat uit

X'

ocr page 302

296 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

de wonde van uw rechtervoet is gevloeid, en in deze heilige Wonde verborgen, herhaal ik duizend en duizend maal;

Geloof d en gedankt zij ieder oogenblikhet allerheiligste en allerverhevenste Sacrament.

Onze Vader. JVees gegroet. Glorie enz.

III. Ik aanbid U met diepen eerbied, o mijn Jezus, waarachtig brood des eeuwigen levens; en door deze akte van aanbidding stel ik mij voor, U schadeloos te stellen voor zooveel wonden, die uw hart iederen dag ontvangt, door de onteering der kerken, waar Gij U gewaardigt onder de sacramenteele gedaanten te verblijven, ten einde door uwe getrouwen aangebeden en bemind te worden ; ik biedU tot eereboete voor zooveel oneerbiedigheden het allerkostbaarste bloed aan, dat uit de wond van uwe linkerhand gevloeid is en in deze heilige Wonde verborgen herhaal ik ieder oogenblik :

Geloof d en gedankt zij ieder oogenblik het allerheiligste en allerverhevenste Sacrament.

Onze Vader. Wees gegroet. Glorie enz.

IV. Ik aanbid U met diepen eerbied, o mijn Jezus, waarachtig levend brood uit den hemel neergedaald, en door deze akte van aanbidding stel ik mij voor, vergoeding te geven voor zoovele oneerbiedigheden, die uwe getrouwen dagelijks begaan, wanneer zij zonder godsvrucht de H. Mis bijwonen, waarin Gij door eene uiterste lietde, hetzelfde offer, ofschoon op onbloedige

X

ocr page 303

GEBEDEN ONDER HET LOF. 297

wijze herhaalt, dat gij eertijds voor onze zaligheid op den Calvarieberg hebt opgedragen. Ik offer U tot eereboete voor zooveel ondankbaarheid het allerkostbaarst bloed op, dat Gij uit de wond van uw rechterhand hebt vergoten; en verborgen in deze heilige Wonde vereenig ik mijne stem met die der Engelen, die U godvruchtig omringen en zeg ik met hen :

Geloof d en gedankt zij ieder oogenblik hei a lier heiligs ie en a llerverhevensie Sacravieni. Onze Vader. Wees gegroet. Glorie enz. V. Ik aanbid U met diepen eerbied, o mijn Jezus, waarachtig slachtoffer der verzoening voor onze zonden ; ik offer U deze akte van aanbidding op ter vergoeding voor de heiligschennende beleedigingen, die Gij van die ondankbare Christenen ontvangt, die U durven naderen en in de H. Communie ontvangen met de doodzonde op het geweten. Tot eereboete voor zoo gruwelijke heiligschennissen offer ik U de laatste druppels van het allerkostbaarste bloed, dat Gij uit de wonde van uwe zijde vergoten hebt, en in deze heilige Wonde verborgen, aanbid ik U daar, ik zegen U en ik bemin U, en ik herhaal met alle zielen, die godsvrucht hebben tot uw heilig Sacrament: Geloofd en gedankt zij ieder oogenhlik het allerheiligste en allerverhevenste Sacrament. Onze Vader. Wees gegroet. Glorie enz.

(300 dagen aflaat telkens, in vereeniging met het volgende gebed.)

quot;X

Xquot;

ocr page 304

y^i

298 meimaand der genade-oorden.

Zegen met het Ai.lerheiligste.

Aanbidden wij dan, eerbiedig neergebogen, dit verheven Sacrament: de eeredienst der Oude Wet wijke voor dien der Nieuwe : het geloof vuile aan, wat buiten het bereik der zintuigen valt.

Lof en jubelzang, heil, eer en alvermogen, zoowel als zegening, zij den Vaderen den Zoon ; aan Dengene, die van Beiden voortkomt zij gelijke lof gebracht.

v. Gij hebt hun een brood van den hemel gegeven.

r. Dat allerlei aangenamen smaak had.

%

Laat ons bidden.

O God, die ons in dit wonderbaar Sacrament de gedachtenis van uw Lijden hebt nagelaten; geef ons, smeeken wij U, de heilige Geheimen van uw Lichaam en Bloed zóó te vereeren, dat wij de vrucht uwer Verlossing voortdurend in ons mogen ontwaren. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

(100 dagen aflaat, eenmaal daags.)

„laudate dominumquot;.

„Looft den Heer, alle natiën ! looft Hem alle volkeren.

Want groot is zijne barmhartigheid jegens ons, en eeuwig duurt des Heeren trouw.

Glorie zij den Vaderquot;, enz.

x

ocr page 305

ïtnii5luE0^efcmni][.

Bid eerst eene goede „Akte van Berouwquot;.

(Zie bladz. 308.)

God! — Ik wil deze oefening van den Kruisweg verrichten met het inzicht al de aflaten te verdienen, die er aan verbonden zijn en deze toe te voegen aan de zielen van.....

Eerste Statie.

Jezus wordt ter dood veroordeeld.

v. Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

r. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

Ach Jezus, door dat onrechtvaardig doodvonnis, hetwelk ik zoo menigmaal door mijne zonden onderteekend heb, bevrijd mij van het vonnis des eeuwigen doods, dat ik zoo dikwijls verdiend heb.

Onze Vader. Wees gegroet.

v. Ontferm U onzer, Heer ! r. Ontferm U onzer !

Terwijl men van de eene Statie naar de andere gaat, zegt men :

O Moeder der Smarten, maak dat de wonden des Zaligmakers diep in mijn hart gegrift zijn.

•lt; a

K : gt;C

_________

quot;X

ocr page 306

300 .meimaand der genade oorden.

Tweede Statie.

[ezus wordt beladen met zijn kruis.

v. Wij aanbidden U, enz.

Gij, o mijn Jezus, die bereidwillig een zwaar kruis, het werk mijner zonden, hebt gedragen, doe mij het grievende mijner misslagen kennen, opdat ik ze al de dagen mijns levens beweene.

Onze Vader. Wees gegroet. Ontferm U onzer, enz.

Derde Statie.

Jezus valt ten eersten male onder het kruis.

v. Wij aanbidden U, enz.

Het groote gewicht mijner zonden, o mijn Jezus, deed U bezwijken onder het kruis. Ik haat en verfoei ze, en vraag u steeds meer om ze mij te vergeven ; met de hulp uwer genade wil ik ze in het vervolg niet meer bedrijven.

Onze Vader. Wees gegroet. Ontferm U onzer, enz.

Vierde Statie.

Jezus ontmoet zijne allerheiligste Moeder.

v. Wij aanbidden U, enz.

Allerbedroefdste Jezus ! O Maria, Moeder der Smarten ! Al zijn ook vroeger mijne zonden de oorzaak geweest uwer pijnen en uwer smarten, met de hulp van God zal dit in het vervolg mijns levens niet

ocr page 307

krüisweg-oefexixg.

meer zijn; maar ik zal u getrouwelijk liefhebben tot aan mijnen dood.

Onze Vader. Wees gegroet. Ontferm U onzer, enz.

Vijfde Statie.

Simon -van Cyrene hclpf Jezus zijn kruis dragen.

v. Wij aanbidden U, enz.

O mijn Jezus, hoe gelukkig is Simon van Cyrene, die U het kruis mocht helpen dragen! Hoe gelukkig zou ook ik zijn, indien ik U het kruis hielp dragen, door geduldig en gaarne die kruisen te verduren, welke gij mij in den loop mijns levens zult overzenden! O mijn Jezus, geef mij deze genade.

Onze Vader. Wees gegroet. Ontferm U onzer, enz.

Zesde Statie.

Veronica droogt hef. aangezicht van Jezus af.

v. Wij aanbidden U, enz.

O allerzoetste Jezus, die U gewaardigd hebt de trekken van uw aanbiddelijk gelaat op den doek, waarmede Veronica U afdroogde, af te drukken; ach! ik bid U, druk in mijne ziel de onuitwischbare gedachte aan uwe allerwreedste smarten.

Onze Vader. Wees gegroet. Ontferm U onzer, enz.

ocr page 308

302 meimaand der genade-oorden.

Zevende Statie.

[eziis vali ten tweeden male.

v. Wij aanbidden U, enz.

Mijne herhaalde misdaden, o mijn Jezus, deden U op nieuw onder den last des kruises nedervallen; ach! help mij, om de middelen aan te wenden, welke de kracht bezitten om niet meer in de zonde te vallen.

Onze Vader. Wees gegroet. Ontferm U onzer, enz.

Achtste Statie.

Jezus troost de weenende vrouwen.

v. Wij aanbidden U, enz.

O mijn Jezus! Gij, die de godvruchtige vrouwen van Jeruzalem getroost hebt, toen zij, u aldus in smarte ziende, weenden; vertroost mijne ziel met uwe barmhartigheid, waarop ik alleen wil vertrouwen en waaraan ik altijd wil beantwoorden.

Onze Vader. Wees gegroet. Ontferm U onzer, enz.

Negende Statie.

Jezus valt ten derde male onder het kruis.

v. Wij aanbidden U, enz.

O mijn Jezus, die voor den derden maal onder den last des kruises nedervalt; maak, smeek ik U bij de versmadingen, welke Gij hebt moeten lijden, dat ik niet meer

'X gt;

xquot;

ocr page 309

kruisweg-oefening.

in de zonde hervalle. Ja, mijn Jezus, liever sterven, dan U opnieuw te beleedigen.

Onze Vader. Wees gegroet. Ontferm U onzer, enz.

Tiende Statie.

Jezus wordt ontkleed en mei gal gelaafd.

v. Wij aanbidden U, enz.

Gij, mijn Jezus, die van uwe kleederen zijt beroofd en met gal gelaafd; neem van mij weg de genegenheden voor aardsche zaken en maak, dat ik alles wat wereldsch en zondig is verafschuwe.

Onze Vader. Wees gegroet. Ontferm U onzer, enz.

Elfde Statie.

Jezus wordt aan het kruis gehecht.

v. Wij aanbidden ü, enz.

Door de wreede pijnen, die Gij uitstondt, o mijn Jezus, toen uwe handen en voeten werden doorboord en toen gij zoo on-menschelijk werd gekruisigd; maak, dat ik mijn lichaam altijd kruisige door den geest eener christelijke versterving.

Onze Vader. Wees gegroet. Ontferm U onzer, enz.

Twaalfde Statie.

Jezus sterft aan hei kruis.

v. Wij aanbidden U, enz.

O mijn Jezus, Gij, die na drie uren van den smartelijksten doodstrijd, voor mij aan

3°3

X

ocr page 310

304 meimaand der genade-oorden.

het kruis zijt gestorven, ach ! laat mij sterven voor dat ik het ongeluk hebbe, om in de zonde te hervallen; en moet ik blijven leven, dit moge dan alléén zijn om Ü te beminnen en om U getrouw te dienen.

Onze Vader. Wees gegroet. Ontferm U onzer, enz.

Dertiende Statie.

Jezus wordt van het kruis afgenome)i en op den schooi zijner Moeder gelegd.

v. Wij aanbidden Ü, enz.

Ach Maria, allerbedroefdste Moeder ! wat zwaard van droefheid voor U, in uwe armen het ontzielde lichaam van uw teerbeminden Zoon Jezus te beschouwen. Ach ! verkrijg voor mij, de zonde meer en meer te verafschuwen ; deze zijn de oorzaak van zijn dood en van uwe smarten ; en maak dat ik in het vervolg als een waar christen leve en aldus het eeuwige leven bekome.

Onze Vader. Wees gegroet. Ontferm U onzer, enz.

veertiende statie. '/ezm wordt in het graf gelegd.

v. Wij aanbidden U, enz.

O mijn Jezus, ik wil voortaan U toebe-hooren en geheel en al voor mij zeiven gestorven zijn ; en zoo ik leef, wil ik leven

'X

gt;c

ocr page 311

gt;1

kruisweg-oefening.

voor U, om hiernamaals met U in den Hemel de vruchten te genieten van uw lijden en van uwen bitteren dood. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet. Ontferm U onzer, enz.

Laat ons bidden.

O Gkgt;d, die door het kostbaar Bloed van uwen Eeniggeboren Zoon den standaard van het levendmakend Kruis hebt willen heiligen : geef, bidden wij U, dat zij, die zich verheugen over de verheerlijking van datzelfde Heilig Kruis, zich ook overal in uwe bescherming mogen verblijden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

Men kan hierbij nog één Onze Vader en Wees Gegroet voegen tot intentie van Z. H. den Paus.

Gebed.

Lieve Jezus, ik dank U voor de genaden mij gedurende deze Heilige Oefening van den Kruisweg geschonken en ik hoop, dat ik U nog dikwijls op den droevigen lijdensweg mag volgen. Amen.

Lof aan de HH. Harten van Jezus en Maria.

Gekend, geprezen, gezegend, bemind, gediend en verheerlijkt zij ten allen tijde en overal het goddelijk Hart van Jezus en het onbevlekt Hart van Maria.

3°5

(60 dagen afl., eens daags.)

X

Meimaand Genade-Oorden.

ocr page 312

!25iccötgcücamp;cn.

©óór be

Sn den naam des Vaders, enz.

i. Mijn Heer en Mijn God, ik bedank U voor alle weldaden, bijzonderlijk dat Gij mij sedert mijne laatste Biecht in het leven behouden hebt, en mij nu in de gelegenheid stelt, nogmaals van mijne zonden ontslagen te worden. Duizenden menschen, die nu voor altijd van uw zalig aanschouwen verstoken zijn en voor eeuwig in de vlammen der hel branden, zouden in den Hemel U loven en danken, indien zij, zooals ik nu, nog eenmaal het H. Sacrament der Biecht hadden kunnen ontvangen.

2. Kom, o Heilige Geest, verlicht mijn verstand om mijne zonden te kennen; geef mij de genade van een oprecht berouw over dezelve en van ze alle goed en naar behooren te biechten.

3. Welke zonden heb ik gedaan tegen de Tien Geboden Gods ? — tegen de Vijf Geboden der H. Kerk ? — tegen de plichten van mijnen staat ? — ben ik waakzaam geweest over kinderen en dienstboden ? — is iemand van mijne zonde getuige geweest ? — heb ik daardoor ergernis gegeven ? aan hoeveel personen ? enz.

X *

ocr page 313

BIECHTGEBEDEN. 307

4. Geloof. ■— Ik geloof: ten iste, dat er één God isj —- ten 2de, dat er drie Goddelijke Personen zijn : God de Vader, God de Zoon en God de H. Geest, en dat al deze drie Goddelijke Personen waarlijk God zijn, even oud of eeuwig, even wijs of alwetend, even machtig of alvermogend. Ik geloof ten 3de, dat God de Zoon, de tweede Persoon der H. Drievuldigheid, voor ons is mensch geworden, dat wil zeggen ; een menschelijk lichaam en eene men-schelijke ziel heeft aangenomen; ik geloof, dat Maria zijne moeder is geweest en dat Hij voor mij en voor alle menschen heeft geleden en gestorven is aan het kruis op den berg van Calvarie.

Ik geloof ten 4de, dat Gij, o mijn God, vol liefde zijt voor de braven en voor de boetvaardige zondaars, en dat Gij de deugd beloont in dit, maar vooral in het andere leven, dat eeuwig zal duren ; — maar dat Gij ook zijt vol gestrenge rechtvaardigheid jegens de boozen en de hardnekkige zondaars, die hier op aarde, maar vooral in de hel, door U gestraft worden.

Ik geloof ten 5d,:, dat er zeven Heilige Sacramenten zijn, door Christus zelf ingesteld, opdat wij hier een heilig leven zouden leiden en naderhand zalig zouden worden. — Ik geloof, dat onder deze zeven Heilige Sacramenten eene voorname plaats bekleedt de Biecht, waardoor wij vergiffenis kunnen krijgen van alle zonden.

ocr page 314

308 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

Hoop. —Mijn Heer en mijn God, met een vast vertrouwen hoop ik, door de verdiensten van mijnen Zaligmaker Jezus Christus de vergiffenis mijner zonden te verkrijgen, dewijl gij almachtig zijt, en dus de zonde kunt vergeven, — oneindig goed tot mij en dus ze wilt vergeven, — en dit beloofd hebt en dus ze zult vergeven, indien ik met de noodige gesteltenis dit Sacrament ontvang.

Liefde. — O mijn God ! ik bemin U uit geheel mijn hart en boven alles, dewijl Gij het hoogste, beminnenswaardigste goed in U zelven zijt. — Ook hoop en verlang ik U voor eeuwig te bezitten, dewijl Gij alleen mijn hoogste goed en al mijne gelukzaligheid uitmaakt.

Berouw. — Mijn Heer en mijn God, al mijne zonden zijn mij van harte leed, niet alleen omdat ik mij daardoor onwaardig heb gemaakt nog meer genaden van U te ontvangen en uwe rechtvaardige straf in dit en het andere leven verdiend heb, — maar vooral heb ik er spijt over omdat ik U, die het hoogste, het volmaakste en be-minnenwaardigste goed zijt, wien ik nu boven al bemin, heb beleedigd. Ik haat en verfoei al mijne zonden en maak het vaste voornemen, om U, mijn beminnens-waardigen God, niet meer te beleedigen en de gelegenheden der zonden zorgvuldig te vermijden.

ocr page 315

r k.

biechïgebeden.

H. Maria, H. Jozef, HH. Patronen, H. Engelbewaarder, staat mij bij, om al mijne zonden oprecht te belijden en een goed berouw er over te hebben.

In den Biechtstoel.

„Vader, gelief mij den zegen te gevenquot;....

Voorbiechi. „Ik belijd mijne schuld voor „God almachtig, voor de H. Maagd Maria, „voor alle Heiligen en U, Vader, dat ik zeer „gezondigd heb door gedachten, woorden „en werken; het is mijne schuld, mijne „allergrootste schuld; mijne laatste biecht „is geweestquot;......

Belijdenis. „Ik heb zoo dikwijlsquot;......

„Ik beschuldig mij nog van de zonden „van mijn voorgaand leven, vooral tegen „de gehoorzaamheid, de godsdienstigheid „en de zuiverheid.quot;

NabiecJii. „Van deze en al mijne zonden „die ik niet indachtig ben, belijd ik mijne „schuld; ik bid God om vergiffenis door „de verdiensten van Christus, en U, Vader, „om eene zalige penitentie en absolutie, „indien ik het waardig benquot;.

Luisteren naar de vermaning van den Biechtvader, — opletten, welke penitetitie gij ontvangt ■— en onder het geven der H. Absolutie nogmaals een waar berouw verwekken.

3°9

lt; a

ocr page 316

X,

meimaand der genade-oorden.

he 25iErgt.

O barmhartige en liefdevolle God, ik bedank U voor de groote genade, van wederom vergiffenis te hebben bekomen van mijne zonden. Ik maak het vaste besluit, nooit eene doodzonde (of deze of die vrijwillige dagelijksche zonde) meer te doen, en ik wil u getrouw dienen tot aan mijnen dood.

De penitentie volbrengen, en — zoo men gevoeglijk kan — vijfmaal „Onze Vaderquot; en „ Wees gegroetquot; bidden ter eere der vijf Wonden van Jezus.

Schietgebeden.

Zoet Hart van Jezus, maak dat ik U immer meer en meer beminne.

(300 d. afl., telkens. 26 Nov. 1876.)

Mijn Jezus, barmhartigheid.

(100 d. afl., telkens. 24 Sept. 1846.)

Allerzoetste Jezus, wil mij geen Rechter, maar een Zaligmaker zijn.

(50 d. afl., telkens. 11 Aug. 1851.)

Bemind zij overal het H. Hart van Jezus.

(100 d. afl., eens daags. 23 Sept. i860.)

Jezus, mijn God, ik bemin U bovenal.

(50 d. afl., telkens. 7 Mei 1854.)

Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van Harte, maak mijn hart gelijk aan het uwe.

(300 d. afl., eens daags. 25 Jan. 1868.)

Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.

(300 dag. afl., telkens. 27 Nov. 1876.)

310

ocr page 317

X

Communtc^cfeningcn.

©óór bc Communie.

1. Verzuchting om den goddelijken bijstand. Jezus Christus, Zoon van den levenden God! In dit zalig oogenblik mijns levens, kniel ik in uwe tegenwoordigheid neder. Groot is het werk, waartoe ik mij voorbereid. Niet voor een sterfelijken koning dezer wereld, — maar voor U, den onsterfelijken en onzichtbaren God, den Koning der koningen, wien hemel en aarde toebehooren, wil ik een verblijf gereed maken. Ik gevoel mijne onmacht en mijne zwakheid; — hoe zal ik zulken verheven Gast waardig ontvangen! Sta mij bij, o Heer! en versier zelf de woning, welke Gij wilt binnentreden! Reinig mijn hart in uw heilig Bloed; beziel hetzelve met een vurig verlangen, om met U vereenigd te worden, opdat het gansch verheugd U ontvange, en U geheel en al toebehoore.

2. Geloof. — Van ganscher harte geloof en belijd ik, dat Gij, mijn goede Jezus, — die met den Vader en den H. Geest in macht en heerlijkheid gelijk staat, — waarlijk, met Godheid en menschheid, met ziel en lichaam, met vleesch en bloed, levend en onsterfelijk, hier in het tabernakel tegenwoordig .zijt onder den schijn van brood.

r

lt; X

X

ocr page 318

312 MEIMAAND DER GENADEOORDEN.

Gij zijt dezelfde Jezus, die in doeken gewikkeld en in de kribbe nederliggend, geweend hebt en later voor mij zijt gestorven aan het kruis. Gij zijt dezelfde God de Zoon, die nu door de bewoners des Hemels wordt aangebeden en verheerlijkt, en eenmaal zult komen op de wolken des Hemels om ons allen te oordeelen. Steunend op uw heilig woord, geloof ik dit alles zoo zeker en onwankelbaar, alsof ik het met mijne eigene oogen zag. Daarom kniel ik met den diepsten eerbied voor U neder, en aanbid ik U als mijn God en Zaligmaker. — In dit geloof wil ik leven, wil ik sterven.

3. Hoop. — O Jezus! mijn God en mijn Heer, hier in het Tabernakel tegenwoordig, wat kan en mag ik van U niet verwachten ! Gij zijt de Almachtige, die immer helpen kunt; Gij zijt de Algoede, de Barmhartige, die zoo gaarne helpen wilt, wiens genoegen het is, genaden en zegeningen uit te deelen. Gij staat aan de deur van mijn hart en verlangt binnen gelaten te worden, om U zei ven met de volheid uwer genaden aan ons te geven, O, wat mag ik nu van U verwachten, allerliefste Jezus, nu Gij U zei ven met al wat Gij zijt en bezit aan mij geeft! Gij zijt mijne toevlucht, mijne hoop, mijn heil, mijn leven, mijne zaligheid ! Gij hebt beloofd allen, die belast en beladen zijn, te zullen verkwikken. Gij hebt de woorden des eeuwigen levens, en zult dus ook aan mij uw woord houden.

K

ocr page 319

\ yb.

COMMUNIE-OEFENINGEN,

Gij hebt mij uwe Tafel bereid, in weerwil van allen, die mij vrees aanjoegen, in weerwil van al de vijanden mijner zaligheid. Daarom hoop ik in deze heilige spijze, in dezen heilzamen drank van uw Lichaam en Bloed, sterkte te vinden, om te strijden en te overwinnen. Gij hebt mij deze spijs gegeven als een noodzakelijk middel om eeuwig te leven ; daarom nader ik tot U, in de hoop eene gelukzalige eeuwigheid van U te verkrijgen. In deze hoop wil ik leven, wil ik sterven.

4. Liefde. — Allerliefste Jezus ! onder de gedaanten van brood en wijn in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig, — Gij zijt het voorwerp mijner liefde. Gij, de Zoon des Allerhoogsten, zijt van den troon uwer heerlijkheid neergedaald en hebt hier op deze armoedige aarde onder de menschen willen wonen. Het was U niet genoeg, eenige jaren onder de stervelingen te verblijven; neen, Gij wildet met hen zijn, zoolang de wereld bestaat. Gij wildet niet éénmaal aan het kruis onder schrikkelijke smarten sterven, maar U dagelijks voor ons slachtofferen. O onmetelijke afgrond van Jezus' liefde, hoe koud en gevoelloos moet het hart zijn, dat U geene wederliefde toedraagt! Daarom, o mijn Jezus! ik bemin U; ik verlang ten minste Ü te beminnen, niet alleen met den mond, maar ook met het hart en met daden, zooals Gij het verdient. Laat het vuur uwer

313

%

i y

ocr page 320

X

314 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

liefde in mij branden, zoodat ik liever sterve, dan uwe liefde nog door de zonde te verliezen. —■ Neen, niets zal mij nog van uwe liefde kunnen berooven : geen verlangen om te leven, geene vrees voor den dood, geene wereldsche vermaken, geen wellust des vleesches, geen lijden en geene smart! In deze liefde wil ik volharden tot het laatste oogenblik mijns levens. U, o Jezus, wil ik toebehooren in tijd en eeuwigheid !

5. Verlangen. — Kom dan, gij Geliefde mijner ziel; dat ik in U te beminnen mijne rust vinde! Gij verlangt dezen Maaltijd met mij te houden en ik verlang vurig aan uwe H. Tafel aan te zitten ! Versterk mij aan dezen heiligen disch, opdat ik nieuwe zielskrachten ontvange op den gevaarlijken weg des levens, en eenmaal met uwe uitverkorenen bij het eeuwig vreugde-maal moge tegenwoordig zijn. Heer! verzadig mij met den overvloed van uw huis ! Naar U zucht en versmacht geheel mijne ziel. Liefelijk bovenal is uwe heilige woning en zalig is uwe tegenwoordigheid. Kom, o Koning des Hemels, Vorst des vredes, en heersch in mijne ziel, — zij is uw eigendom, — en aarzel niet langer aan mijn verlangen te voldoen.

6. Ootmoedigheid. — Kom evenwel, o mijn Jezus! zooals Gij binnen Jeruzalem uw intocht hield, — als een zachtmoedige en ootmoedige koning! Anders durf ik mij

ocr page 321

■i x

COMMUNIE-OEFENINGEN,

niet in mijne armoede en naaktheid aan U vertoonen. VoorU beven de Engelenkoren des Hemels, voor U trilt de aarde, op uw wenk ratelen de donders, flikkeren de bliksems ; Gij zijt mijn God en mijn Schepper! En ik — ik ben uw schepsel, het werk uwer handen, een aardworm, ellendig stof en asch. Gij zijt de heiligheid zelve en ik — ik ben een slaaf der zonde. O Heer, geef dus geen acht op mijne onwaardigheid, maar alleen op mijn verlangen. Gij zelf toch roept mij, —■ en moet ik dan niet komen ? Ik nader dan verlangend en ootmoedig, vertrouwende op de oneindige liefde, waarmede Gij de zondaars genadig ontvangt.

Versterk mij met uw H. Lichaam en Bloed. Amen.

O allerheiligste Maagd Maria! Gij, die denzelfden Jezus, tot welken ik nu nader, in uwen kuischen schoot hebt ontvangen en gedragen ; smeek voor mij de genade af, om Hem ook waardig in dit H. Sacrament te ontvangen en in mijn hart te bewaren.

H. Jozef, alle Heiligen Gods, vooral gij mijne Patronen, H. Engelbewaarder, weest mijne voorsprekers bij Jezus Christus, opdat ik Hem thans zoo moge ontvangen, dat ik Hem eenmaal van aanschijn tot aanschijn met u aanschouwen mag. Amen.

315

%

ocr page 322

X

316 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

Wacht op uwe plaats, biddende, totdat gij zonder stoornis naar de H. Tafel kunt gaan. — Verwek nogmaals gevoelens van verlangen, geloof, hoop, liefde en ootmoedigheid ; belijd nogmaals uwe zonden, met een rouwmoedig hart;— zeg driemaal: „Heer ik ben niet waardigquot;, enz., en ontvang eerbiedig het Lichaam en Bloed des Heeren.

a^clicbcn na be 1®. Communie.

Van de communie-bank eerbiedig op moe plaats teruggekeerd, bid eenige oogenblikken bij u zeiven, zonder u aan iemand te storen. Ver rich t vervolgens langzaam en m e t aandacht de oefeningen van :

1. Aanbidding. — Mijne ziel maakt groot den Heer, en mijn geest is opgesprongen van vreugde in God, mijn heil! — Gij, o onuitsprekelijke en ondoorgrondelijke God, — dien hemel en aarde niet kunnen bevatten, zijt waarlijk in mij tegenwoordig ! O Jezus, mijne liefde, mijn God en mijn al. Zoon des Allerhoogsten, Koning van het heelal! Gij hebt mijn hart tot uwe woning gemaakt. Ik aanbid U ! In alle eeuwigheid moet ieder schepsel U loven voor uwe liefde, die geene grenzen kent. Ik, een klein, nietig wezen uwer schepping, zal niet ophouden uwe goedheid te prijzen, uwen naam te verheerlijken. Als weleer de H. Maagd Maria uwen lof verkondigde,

gt;r

ocr page 323

X

X

COMMUNIE-OEFENINGEN,

toen zij, de zuiverste der maagden, uwe moeder geworden was, — hoe moet ik U dan niet loven, nu Gij in mijn armzalig hart uw intrek hebt willen nemen! O liefdevolle vriend, o machtige God! wat kan ik meer verlangen, dan U te bezitten! Blijf met uwe genade in mij tot het einde mijns levens.

2. Dankzegging. — Wat zal ik den Heer wedergeven voor alles wat Hij mij geschonken heeft! — O Heer, Gij verlangt iets, wat wij U allen kunnen geven, hoe arm wij ook zijn, namelijk ons hart. „Mijn kind, geef mij uw hartquot;, zoo spreekt Gij mij toe. — Zie, lieve Jezus, hier is het, neem het aan. Moge het altijd van zuivere liefde voor U branden ! moge het toch nimmer meer door zondige begeerten bevlekt en ontheiligd worden ! Moge ik — evenals een levende en vruchtbare rank met den wijnstok— ook met U door den band der innigste liefde vereenigd blijven, en rijke vruchten van deugd en goede werken voortbrengen ! Ja, dat verlang ik, mijn Zaligmaker; deze is mijn vurigste wensch; dit beloof ik U heden plechtig. Daardoor alleen kan ik U mijne dankbaarheid betuigen voor uwe overgroote liefde.

317

3- Opoffering. — O mijn God! Gij in mij, ik in U; — wie zal mij van uwe liefde scheiden ? U behoor ik geheel en al. Ontvang mijn lichaam en mijne ziel, al mijne vermogens en bekwaamheden, mijne begeerten en wenschen, mijne gedachten

'X

X

ocr page 324

318 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

en handelingen. Ik wil mij zeiven geheel verloochenen, en U alléén toebehooren ! — slechts aan U wil ik denken, — naar U alleen wenschen, — slechts voor U wil ik werken, — voor U alleen wil ik leven ! Uwe wil zal de mijne zijn; uwe geboden zullen de leiddraad zijn van mijn leven; de naleving uwer heilige wet zal mijne spijs en drank wezen.

4. Gebed. — Maar, o mijn Jezus ! wie zegt mij, dat ik mijne beloften zal nakomen ? Gij hebt mij den goeden wil gegeven ; geef mij nu ook de kracht om mijne voornemens te volbrengen. Zonder U vermag ik niets. Gij woont nu als een teedergeliefde vriend in mijn hart en wacht slechts op mijne bede, om dadelijk daaraan te voldoen. Ziehier dan, lieve Jezus, ik vraag U niet om de goederen dezer aarde, maar alleen om uwe genade, om uwe almachtige hulp! Laat deze met mij zijn, met mij arbeiden, en met mij volharden tot het einde toe ! Vermeerder in mij het geloof, bevestig de hoop, volmaak de liefde; laat mij de deugd niet alleen prijzen en bewonderen, maar dezelve ook beoefenen ! Laat mij ook alle menschen zonder onderscheid waarlijk liefhebben ! Wees Gij mijne troost in droefheid, mijn redder in de gevaren des levens, mijne kracht in den strijd. Bevrijd mij van alle personen en gelegenheden, die mij tot zonde brengen. Laat mij dagelijks toenemen in ware

gt;c

ocr page 325

COMMUNIE-OEFENINGEN. 319

godsvrucht en eenvoud des harten, help mij

om voornamelijk de deugd van........ te

verkrijgen, welke ik tot nu toe zoo moeilijk kon beoefenen. Laat mij de zonde als het grootste, het eenigste kwaad vluchten, voornamelijk de zonde van......, waarin

ik zoo dikwijls hervallen ben! Geene ongodsdienstigheid, geene godslastering, geene onkuischheid, geene enkele doodzonde meer! Laat het ontvangen van dit heilig Lichaam en Bloed mij niet tot mijn oordeel en mijne verdoemenis strekken, maar tot geluk van lichaam en ziel, tot vergiffenis mijner zonden, tot sterkte mijner zwakheid, tot vermeerdering aller deugden, tot eene innige vereeniging met U, en eindelijk tot mijne eeuwige zaligheid! Amen.

5. Gebed voor anderen. — O goede Jezus, in dit genadevolle oogenblik bid ik U voor al mijne bloedverwanten, vrienden én weldoeners; voor allen, die mij verzocht hebben voor hen te bidden; voor alle leden der Katholieke Kerk, voor alle levenden en dooden. Houd de braven op den goeden weg, versterk de zwakken, bekeer de zondaars! Troost alle bedroefden, neem de armen onder uwe hoede. Wees de beschermer en vader van weduwen en weezen. Geef den zieken genezing en verzachting hunner smarten. Zegen de vruchten der aarde, behoud den vrede onder de volkeren, verhef uwe heilige Kerk, breng alle menschen tot het ware Geloof, — en geleid

ocr page 326

__

320 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

ons allen tot U, om U eeuwig te loven en te bezitten in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Dit verleene ons de hemelsche Vader, die met God den Zoon, onzen Heer Jezus Christus en den H. Geest leeft en heerscht

van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

-----

GEBED

waaraan een volle aflaat verbonden is, wanneer men het, — na waardig gebiecht en gecommuniceerd te hebben, — voor eene afbeelding van den gekruisten Zaligmaker bidt.

fie mij hier, o goede en allerzoetste Jezus, voor uw aanschijn werp ik mij op mijne knieën neder, en smeek en bid U met al de vurigheid mijner ziel, dat Gij in mijn hart wilt drukken levendige gevoelens van geloof, hoop en liefde met een waar berouw over mijne zonden en den vasten wil mij daarvan te beteren; terwijl ik met groote aandoening en droefheid des harten uwe vijf Wonden bij mij zeiven overweeg en in den geest beschouw, datgene voor oogen hebbende, wat reeds de profeet David U over U zeiven in den mond legde, o goede Jezus : „zij hebben mijne handen en voeten doorboord; zij hebben al mijne beenderen geteld.quot; (Psalm xxi. 17—18.)ie mij hier, o goede en allerzoetste Jezus, voor uw aanschijn werp ik mij op mijne knieën neder, en smeek en bid U met al de vurigheid mijner ziel, dat Gij in mijn hart wilt drukken levendige gevoelens van geloof, hoop en liefde met een waar berouw over mijne zonden en den vasten wil mij daarvan te beteren; terwijl ik met groote aandoening en droefheid des harten uwe vijf Wonden bij mij zeiven overweeg en in den geest beschouw, datgene voor oogen hebbende, wat reeds de profeet David U over U zeiven in den mond legde, o goede Jezus : „zij hebben mijne handen en voeten doorboord; zij hebben al mijne beenderen geteld.quot; (Psalm xxi. 17—18.)

ocr page 327

X_X

communie-oefeningen. 321

Vervolgens bidt vien tot intentie van Z. H. den Paus vijfmaal „Onze Vaderquot; en „Wees gegroetquot; ; of wel het volgende

Gebed.

f Jezus, mijn Heer en mijn God, doordrongen van het levendigst berouw over mijne zonden, draag ik deze zwakke en ootmoedige gebeden op voor uwe eer en uwe verheerlijking en voor het welzijn der heilige Kerk. Heilig dit gebed, geef dat het door uwe genade eenige waarde erlange. Ik verlang mij in algeheele overeenstemming te brengen met de inzichten van Zijne Heiligheid den Paus, die dezen aflaat voor het heil der geloovigen heeft toegestaan. Op uwe oneindige goedheid mij beroepende, durf ik U smeeken. dat Gij gelievet de ketterijen van de aarde weg te nemen, een duurzamen vrede, eene ware eendracht tusschen de christen-vorsten te onderhouden, opdat èn vorst èn volk U dienen in zuiverheid des harten, in onderlinge liefde en heilige eensgezindheid. Jezus, mijn Heer en mijn God, doordrongen van het levendigst berouw over mijne zonden, draag ik deze zwakke en ootmoedige gebeden op voor uwe eer en uwe verheerlijking en voor het welzijn der heilige Kerk. Heilig dit gebed, geef dat het door uwe genade eenige waarde erlange. Ik verlang mij in algeheele overeenstemming te brengen met de inzichten van Zijne Heiligheid den Paus, die dezen aflaat voor het heil der geloovigen heeft toegestaan. Op uwe oneindige goedheid mij beroepende, durf ik U smeeken. dat Gij gelievet de ketterijen van de aarde weg te nemen, een duurzamen vrede, eene ware eendracht tusschen de christen-vorsten te onderhouden, opdat èn vorst èn volk U dienen in zuiverheid des harten, in onderlinge liefde en heilige eensgezindheid.

Vervul Z. H. den Paus met uwen geest, wend van hem alle listen en lagen af, bewaar hem lange jaren. Gewaardig U, minnelijke Zaligmaker, door de verdiensten der allerheiligste Maagd Maria en van alle heiligen des hemels, mij deel te doen hebben in den schat, waarmede Gij uwe Kerk verrijkt hebt, door voor haar uw dierbaar

Meimaand Genade-Oorden. 21.

ocr page 328

322 meimaand der genade oorden.

bloed te vergieten; verleen mij heden de vrucht van dezen vollen aflaat.

Geef, o mijn God, dat de straffen, die ik voor mijne zonden verdiend heb, en in dit of het andere leven moet boeten, mij door uwe eindelooze barmhartigheid worden kwijtgescholden. Ik maak een vast voornemen, om van dit oogenblik af aan met de hulp uwer genade een boetvaardig en verstorven leven te leiden. Ik neem het besluit om zooveel in mijn vermogen ligt, aan uwe rechtvaardigheid te voldoen, de zonden met afschrik te vermijden, en boven alles, als de grootste aller rampen, te verafschuwen, daar zij eenen God beleedigen, die oneindig beminnelijk is, en dien ik nu ook hartelijk liefheb, en immer boven alles zal beminnen. Amen.

Schietgebeden.

Ik aanbid U ieder oogenblik, o Brood van het hemelsch leven, o goddelijk Sacrament !

Goddelijke Jezus, Hart van Maria, ik bid U, zegent mij!

O zoete Jezus, mijn goede Verlosser, ik geef U voor altijd mijn hart.

{200 dagen afl., telkens.)

X

ocr page 329

l^cr^iUenbc ^cfoticn.

Gebed tot den H. Iozef.

heilige Jozef, Bewaker en Vader der «5»' maagden, aan wiens trouwe hoede Christus Jezus, de onschuld zelve en de Maagd der maagden zijn toevertrouwd geweest, ik bid en smeek U door Jezus en Maria, die U zoo dierbare panden, maak, dat ik van alle onzuiverheid bewaard, met een onbesmeurd hart en een zuiver lichaam Jezus en Maria ten allen tijde allerzuiverst moge dienen. Amen.

(ioo dagen aflaat, eens daags.)

H. Jozef, vriend van het H. Hart, bid VOO! ons. (IOO dagen aflaat, eens daags.)

Gebed tot den H. Antonius van Padua.

a^-eilige Antonius, groote gunsteling des Heeren, tot u verheft zich mijn hart. Gij zijt de getrouwe beschermer der ziele, die naar het inwendige, God behagelijke leven haakt. Daarom verzucht mijn hart tot u, en werp ik mij, steunende op uwe krachtige voorbede te midden mijner menigvuldige behoeften, beproevingen en smarten voor uwe voeten neder. Mijn geest en mijn lichaam, mijn denken en handelen, ja, al de oogenblikken mijns levens betrouw ik aan uwe zorg en hoede.

X

ocr page 330

X.

224 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

Help mij door uwe voorbede; verwerf mij daardoor sterkte in zwakheden, troost in lijden, hulp in tegenspoed. Werk steeds ijverig aan mijne bekeering en aan mijnen vooruitgang op den weg der deugd, aan de volmaking en veredeling mijns harten. Geef, dat ik, wanneer ik ooit het ongeluk mocht hebben de goddelijke genade te verliezen, dien grootsten schat met uwen bijstand terstond terugvinde. Bid voor mij, opdat ik nooit iemand eenige ergernis geve of van den dienst des Heeren afhoude, maar dat ik door een vromen levenswandel mijne evennaasten stichte en meer en meer tot den dienst van God opwekke. Verwerf mij, H. Antonius van Padua, door de kracht uwer gebeden, al wat ik naar ziel of lichaam noodig heb. Verwerf mij gezondheid, bevrijding van alle kwalen, rampspoeden of ongelukken. Bevredig steeds de goddelijke gramschap, die ik zoo dikwijls door mijne overtredingen opwek, en smeek voor mij de genade af, die mij noodzakelijk is tot volharding en standvastigheid in het geloof; tot vooruitgang in de beoefening der deugden; tot het onderhouden of verwerven van een onschuldig, rein gemoed, van een zuiver geweten, van een gerusten geest; tot vermeerdering van geduld bij al de beproevingen aan ons leven door God verbonden. Maar vooral bid ik u, verheven heilige Antonius van Padua, met een ootmoedig hart, dat gij

ocr page 331

verschillende gebeden. 325

mij in de laatste oogenblikken des levens niet wilt verlaten, maar mij bij den bitteren doodstrijd wilt ter zijde staan en hulp bieden, opdat ik voor wanhoop en zonde bevrijd blijve. Bid dan zonder ophouden voor mij, opdat ik niet verloren ga, maar het eeuwige leven verwerve.

Help in die stonde ook al mijne bloedverwanten, vrienden en bekenden, al mijne broeders en zusters in Jezus, opdat niemand uit het rijk van onzen Hemelschen Vader uitgesloten worde. Amen.

gt;r

Gebed tot den H. Aloysius.

gp) heilige Aloysius, met engelachtige deugden versierd, ik, uw trouwe, ofschoon zeer onwaardige dienaar, beveel u op eene bijzondere wijze aan de zuiverheid van mijne ziel en van mijn lichaam. Ik bid u door uwe engelachtige zuiverheid, mij aan te bevelen bij Jezus Christus, het Lam zonder vlek, en bij zijne allerheiligste Moeder, de Maagd der maagden, en de gratie te verwerven van alle zonden bevrijd te blijven.

Laat niet toe, dat ik mij ooit door eenige zonde van onzuiverheid besmeure, maar wanneer gij mij aan de bekoring of het gevaar van zonden zult zien blootgesteld, verwijder dan uit mijn hart alle onkuische genegenheden wek in mij de herinnering aan de eeuwigheid en aan den gekruisigden Jezus, druk

ocr page 332

X

326 meimaand der genade-oorden.

in mijn hart het gevoel eener heilige vreeze Gods, en ontsteek in mij het vuur der goddelijke liefde, opdat ik, u navolgende op aarde, moge verdienen met u in den hemel het bezit van God te genieten. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet. Glorie zij den Vader, enz. (100 dag. afl., eens daags.)

Gebed tot de H. Agnes,

Maagd en Martelares.

allerzoetste Heer Jezus Christus, bron vny aller deugden, beminnaar der maagden, machtige verwinnaar der duivels, gestrenge verdelger der ondeugden; ach, werp een genadigen oogslag op mijne zwakheid, en verleen mij door de tusschenkomst der gelukzalige Moeder en Maagd Maria, en van uwe welbeminde bruid, de eerbiedwaardige maagd en martelares de H. Agnes, de bovennatuurlijke • hulp uwer genade, opdat ik de aardsche dingen wete te minachten en de hemelsche te beminnen; te weerstaan aan de ondeugden en bekoringen; mij standvastig te houden in de deugd en niet de eerbe wij zingen te zoeken; de vermaken te vermijden; de zonden te be-weenen, die ik het allergrootst ongeluk heb gehad te bedrijven ; de gevaarlijke gelegenheden te vluchten en mij daarvan verre verwijderd te houden ; mij van alle slechte gewoonte te onthouden ; omgang te hebben met de goeden en in het goede te volharden,

X

ocr page 333

X_x

verschillende gebeden. 327

en dat ik op deze wijze, door de gaaf uwer genade verdiene, de onvergankelijke kroon des eeuwigen levens te bezitten met de H. Agnes en alle heiligen gedurende de gansche eeuwigheid. Zoo zij het.

(100 dagen aflaat, eens daags.)

Gebed om een zaligen levensstaat.

JfSarmhartige God, doe mij kennen in welken staat gij wenscht, dat ik U diene; verlicht mijn verstand, opdat ik dat beroep kieze, in hetwelk ik het zekerst mijne zaligheid zal bewerken.

O heilige Geest, trek mij door uwe goddelijke ingevingen tot dien staat des levens, in welken ik U het meest behagen zal.

O heilige Maagd, verwerf voor mij de genade van den staat te mogen kennen, waarin uw welbeminde Zoon wil dat ik Hem diene.

Mijn heilige Engelbewaarder, sta mij bij in de verkiezing van eenen staat, om steeds als een gehoorzaam kind, overeenkomstig den wil van God te handelen en mijne zaligheid te bewerken. Amen.

Gebed tot de H. Barbara.

^Meilige Barbara, bijzondere patrones en (Sap beschermster der stervenden,die vanGod boven andere heiligen het voorrecht hebt verkregen, om zieken en stervenden bij te

xr

ocr page 334

32S meimaand der genade-oorden.

staan, bid voor mij, opdat ik uit deze wereld niet scheide zonder de laatste heilige Sacramenten waardig te hebben ontvangen. Amen.

Gebed ter verkrijging van een

zaligen dood.

fifi) Maria, zonder de erfsmet ontvangen, ^ bid voor ons, die tot u vluchten, o toeverlaat der zondaren, moeder der stervenden, wil ons niet verlaten in het uur van onzen dood, maar verkrijg voor ons eene volmaakte droefheid, een oprecht berouw, de vergeving onzer zonden, het waardig ontvangen der allerheiligste Teerspijze, de versterking van het Sacrament des laatsten Oliesels, opdat wij alzoo waardig kunnen verschijnen voor den troon van den rechtvaardigen maar ook barmhartigen Rechter, onzen God en Zaligmaker. Amen.

(100 dagen aflaat, eens daags.

Pius IX, II Maart 1856.)

Gebed voor zijne ouders.

froote God, die mij toelaat U mijn Vader te noemen en het inderdaad ook zijt, gedenk degenen, die hier op aarde deze zoete benaming met U deelen en uwe plaatsbe-kleeders voor mij zijn. Behoud voor mij die zoo dierbare personen, aan wie ik na U al de gunsten en genaden te danken heb, die hier mijn deel zijn.roote God, die mij toelaat U mijn Vader te noemen en het inderdaad ook zijt, gedenk degenen, die hier op aarde deze zoete benaming met U deelen en uwe plaatsbe-kleeders voor mij zijn. Behoud voor mij die zoo dierbare personen, aan wie ik na U al de gunsten en genaden te danken heb, die hier mijn deel zijn.

X

X

ocr page 335

y%

verschillende gebeden. 329

Stort over hen allerlei geestelijke en tijdelijke zegeningen uit, maar behoed hen vooral voor het grootste aller onheilen, de zonde. Laat mij, o mijn God, in hunne waakzaamheid en in hunne zorgen eenen raad, eene toevlucht, eenen steun voor het vervolg mijns levens vinden, zooals ik hun in mijne volmaakte gehoorzaamheid, — met hunne verlangens zelfs te voorkomen, — al den troost hoop te verschaffen, welken zij met recht van mij mogen verwachten. Zorg inzonderheid dat hunne liefde door ware wijsheid geregeld zij, en heilig de plannen die zij te mijnen opzichte vormen, zonder dat ooit mijne tijdelijke belangen eenigszins mijn eeuwig geluk in den weg staan. Bekroon eindelijk al uwe gaven, door de grootste uwer genaden, en geef, dat een en hetzelfde geluk immer in den hemel vereenige hen, die zoovele banden op de aarde zoo nauw met elkander verbinden. Amen.

Gebed om de genade der volharding. (Naar den H. Alphonsus.)

^M.ijn God, ik dank U, dat gij, gelijk ik hoop, mij al de beleedigingen hebt vergeven, die ik U heb aangedaan. Ik bemin U boven alles, en het spijt mij meer dan eenig kwaad, dat ik uwe oneindige Majesteit zoo versmaad heb. Ik maak het voornemen liever te sterven, dan U ooit

X

X

ocr page 336

X

230 MEIMAAND DER GENADE-OORDEN.

weder te vergrammen; doch ik vrees wegens mijne zwakheid andermaal uwe genade te verliezen. Ach, ik bid U door de verdiensten van Jezus Christus, laat niet toe dat ik ooit weder in ongenade valle. En laat Gij, 0 Jezus, mijn Verlosser, dewijl Gij aan het kruis gestorven zijt om mij zalig te maken alzoo niet toe, dat ik mij van U gescheiden zie.

Mijn Jezus, mijn Jezus, verhoor mij, laat niet toe, dat ik van U gescheiden worde. Dit hoop ik door het bloed, dat Gij met zooveel smart voor mij hebt vergoten. En gij, mijne Moeder en mijne hoop, Maria bid voor mij : en als gij mij door eenige bekoring ziet aangevallen, verwerf mij dan de genade, om aanstonds mijne toevlucht te nemen tot uwen Zoon, met de woorden : Help mij, mijn Jezus l mijne Moeder, sla mij bij, opdat ik God niet verlieze; dus doende hoop ik te sterven. God en U beminnende, om U eeuwig te beminnen in den hemel. Amen.

ocr page 337

i X

INHOUD.

Voorrede Opdracht

Voorbereidende Lezing:

Maria door den Schepper beloofd ... II Maria door de profeten voorspeld . . . 12 Maria Voorafgebeeld in de verhalen des

Bijbels............15

Maria voorafgebeeld door de beroemde

vrouwen des Bijbels.......17

Viering der Meimaand........21

24

1.

Grootheden van Maria.

Dag.

Maria, de Moeder Gods

2. De Dochter des Vaders, de Moeder des

Zoons, de Bruid des H. Geestes; de Zuster, de Moeder, de Beschermvrouwe der Christenen.........32

3. Hare uitverkiezing van eeuwigheid . . 39

4. Zij is de beschermelinge des H. Geestes. 46

5. Zij nam voortdurend toe in genade . . 53

6. Maria, onze hulp in het stervensuur . . 61

7. Maria, de getrouwe bruid van den H. Jozef. 68

8. De Engel Gabrifil brengt haar de blijde

boodschap..........76

9. In het geheim der menschwording is zij

de tempel Gods........83

10. De Voorlooper des Messias wordt bij haar

bezoek aan Elizabeth geheiligd ... 90

11. Zij verheft al degenen, die haar naderen,

en ontvangt nieuwen luister uit de grootheid van haren heiligen echtgenoot. 97

12. Hare gehoorzaamheid.......104

13. Haar machtige invloed ten onzen gunste, m

14. Zij is de glorie van hemel en aarde . .119

Bladz. • 7 10

X

K

ocr page 338

INHOUD.

daü.

bladz.

'S-

Zij is altijd maagd gebleven . .

127

16.

Zij overtreft de beroemdste mannen

van

het Oude Verbond.....

'34

17-

Zij is deelgenoote in Gods volmaaktheden.

142

18.

Zij is afgebeeld door den tempel

van

Salomon.........

150

quot;9-

Zij is de stad Gods......

160

20.

Zij is de troon Gods.....

169

21.

Wij moeten Maria beminnen, eeïen en

dienen..........

177

22.

Maria's waakzame zorg voor hare

ge-

trouwe dienaren......

186

23-

Maria's zorg in geringe zaken .

195

24.

Maria's milddadigheid.....

203

25-

Maria verlaat hare dienaren niet .

211

26.

Maria is machtiger dan een geheel leger.

219

27.

Maria schenkt groote Heiligen en

be-

roemde mannen.......

227

28.

Maria schenkt de ware wijsheid .

237

29.

Maria verwerft ons deugden . .

246

30-

Troosteres der bedrukten, Hoop

der

hopeloozen........

255

3i-

Maria is eer en glorie waardig . .

264

Leven der H. maagd.

dag. -

bladz.

i.

Hare onbevlekte ontvangenis . .

25

2.

De geboorte........

34

3-

De eerste jaren.......

40

4-

De opdracht in den tempel . . .

47

5-

Haar leven in den tempel

55

6.

Maria ouderloos.......

63

7-

De verloving........

70

S.

Maria als jeugdige echtgenoote . .

77

9-

De boodschap des Engels ....

84

id.

Het bezoek aan Elizabeth ....

91

ii.

Het verblijf bij Elizabeth ....

98

12.

De reis naar Bethlehem ....

105

X

X

ocr page 339

INHOUD.

Dag. Bladz.

13. De geboorte des Zaligmakers . . . .112

14. De aanbidding der herders.....120

15. De aanbidding der Wijzen.....12S

16. De zuivering van Maria......135

17. De opoffering van Jezus......143

18. De vlucht naar Kgypte......151

19. Maria in ballingschap.......161

20. De terugkeer uit Egypte......170

21. Jezus in het midden der leeraren . . . 178

22. De dood van den H. Jozef.....1S8

23. De bruiloft van Kana en de prediking . 196

24. Maria bij het lijden........204

25. Maria op den Calvarieberg.....213

26. De dood des Zaligmakers.....220

27. Maria bij de verrijzenis......229

28. Maria bij de hemelvaart......239

29. De nederdaling van den H. Geest . . 247

30. Maria's zalig verscheiden......257

31. De hemelvaart van Maria......265

Genade-oorden van Maria. Dag. Bladz.

1-4. De Zoete-Lieve-Vrouw van 's Bosch. 28,

36, 42, 49

5-6. O. L. Vr. in 't Zand te Roermond. 57i ^5

7. O. L. Vr. Ter Linde te Uden ... 72

8. O. L. Vr. van Handel......79

9-11. De Troosteres der Bedrukten te

Kevelaar.......86, 94, 100

12. O. L. Vr. in 't Zand te Aarle-Rixtel. 107

13. O. L. Vr. Ter Eik te Meerveldhoven. 115

14. O. L. Vr. van Ommel......122

15. O. L. Vr. van den Heiligen Eik te

Oirschot..........132

16-19. O. L. Vr. van Lourdes 137, 146, 156, 164

20. O. L. Vr. van Scherpenheuvel . . .173

21. O. L. Vr. van Oostrum.....183

jC-

ocr page 340

INHOUD.

Dag. Bladz.

22-23. O- L. Vr. van Maastricht „Ster dei-

Zeequot;.........190, 200

24. O. L. Vr. van het H. Hart. (Issoudun). 208 25- » « » » » » (Sittard). 215

26. O. L. Vr. der Overwinningen te Parijs. 223

27. Maria's Heiligdommen te Rome :

Sancta Maria in Ara Coeli . . . 232

Maria-de-Meerdere......233

O. L. Vr. van Altijddurenden Bijstand. 234 2S-31. Het H. Huis van Nazareth {Loreto) 242,

251, 259, 268

Verschillende Gebeden.

Bladz.

Gebeden onder de H. Mis.......272

Gebeden onder het Lof:

Gebeden tot het allerheiligste Sacrament 289

Memorare............291

Litanie van Loreto.........292

Aanbidding en Eereboete......294

Zegen met het Allerheiligste.....298

Laudate Dominum.........298

Kruisweg-oefening..........299

Lof aan de HH. Harten van Jezus en Maria 305

Biechtgebeden ...........306

Schietgebeden............310

Communie-oefeningen.........311

Gebed met vollen aflaat........320

Gebed tot intentie van Z. H. den Paus . .321

Gebed tot den H. Jozef........323

Gebed tot den H. Antonius van Padua . . 323

Gebed tot den H. Aloysius.......325

Gebed tot de H. Agnes........ 326

Gebed om een zaligen levensstaat .... 327

Gebed tot de H. Barbara.......327

Gebed om een zaligen dood.......328

Gebed voor zijne ouders........328

Gebed om de genade der volharding . . . 329

n-.

ocr page 341
ocr page 342
ocr page 343
ocr page 344
ocr page 345
ocr page 346