ocr page 1

Vak 56

ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5
ocr page 6

n. KÜHLCN, M GLACDACH

COR JE5U HUMILLIMUM ETMITISSIMUM

MISERERE NOBIS !

ocr page 7

S(gt; No. J s.

*(2^.

IF 1 it

f)

DE WELDADEN VAN JESUS' H HART EN ONZE WEDERLIEFDE.

Godvruchtige lezingen voor iederen dag der maand Juni.

DOOR KEN PIUESTEU VAN DE CONCjnEGAT1E DER KRATERS VAN O. L. V. MOEDER VAN BARMHARTIGHEID.

VIJFDE DRUK^j'

lir

Tl 1. V, U R (T , j

Stoomdrukkerij vnn het H. K. J'óü'gen.s-quot;\\ree1f!ih(Ut§,.' l

1896.

I n

amp;

ocr page 8

■yty, if —^-------^

Â¥-

IMPRIMATUR.

*j M. \lt;\ DK BEER, Su/gt;. Gen.

ad lio(! clelequot;alii.s. Datum Tildurgi, 21 Septembris 1896.

F

ocr page 9

1 Hart van .lestis.quot; Wanneer zullen iie ; gelukkige dagen eens aanbreken, dat die ! vvenscb geschreven staat aan liet hoofd der \ staatswetten, op den titel der boeken, j in den gevel der openbare gebouwen, in 1 de wapperende banieren des legers en in I de paleizen der groeten Wat bij i

^ de nienschen onmogelijk is, is mogelijk K, 'H bij God, »en, zoo heeft Onze Heer gezegd, (V heersehen zal mijn Hart, ondanks allen tegenstand.quot;

Och, ot' ten minste die wensch geschre-J ven stond in de horten aller Christenen! Daartoe het onze bijdragen door aan de geloovigen te doen /.ien, welke liefde Jesus' ; ! H. Hart in de Verlossing, in zijn II. Sacrament, in zijn II Lijden en in duizend vx andere weldaden betoond heelt, zie- [,

daar geheel de reden van bestaan van 'N: dit werkje ; en deze reden zal ons verschooning doen vinden in het oog des vromen lezers; want wie zijn wij, om zulk een i verhevi n taak met zoo zwakke krachten te beproeven?

Wat het plan van hel werkje betrett, 1 dit is hoogst eenvoudig en ligt geheel en

______________________________Â¥

\r O O R R K rgt; E.

i

ocr page 10

■V- ¥

I

al in den titel : «Liefde om Liefde,quot; reeds opgesloten. Wij moeten liet H Hart van Jesus beminnen; doch waarom Omdat a Het ons h* t eerst bemind beeft en ons daarvan de bewijzen bij menigte gaf, Hoe 'X moeten wij op onze beurt dat H. Hart liefde betuigen? Door aanbidding, eerherstel en navolging. Ziedaar bet gebeele verloop. Op eenvoudige, duidelijke wijze hebben ' wij getracht deze gedachte uiteen te zetten, i In hoeverre wij daarin geslaagd zijn en ) eenig vuur van wederliefde in de harten ; hebben mogen ontsteken, oordeelen God en v: de vrome lezer. iV

r 4

Voor» de Vijfde Uitgave.

r i

Bij het verschijnen dezer 5° uitgave, (voorwaar in Nederland iets buitengewoons), I mogen wij niet nalaten een woord van ; oprechten dank te brengen aan de ver-I schillende recensenten in onze Katholieke , Dagbladen en Tijdschriften, die door hunne welwillende aanbevelingen onzen nederigen ^ arbeid een succes hebben bezorgd, dat niet ■ anders strekken kan dan tot meerdere eer i en verheerlijking van het Goddelijk Hart. Naar best vermogen hebben wij in deze uitgave getracht, de vlekjes en teilen weg te nemen, in gemelde tijdschriften zoo | heuschelijk aangewezen.

quot;k'

ocr page 11

ï LIEFDE OM LIEFDE,

j

ï

i\

OF

DE WELDADEN VAN JESUS' H. HART EN ONZE WEDERLIEFDE.

Kort Overzicht der Geschiedenis van de devotie tot Jesus' H. Hart.

s deze devotie nieuw in de II, Kerk V lebbende Heiligenen godvruchtige personen van vroeger eeuwen haar gekend en beoefend ? Als men bedenkt, wat vooral het, doel is van deze devotie, nl. zooals de uitspraken van Rome zeggen : „de oneindige liefde te eeren, waarmede „de Zoon Gods zich voor ons, mensehen, „ter dood overleverde en zich zeiven aan

gt;7^

ocr page 12

-----2^_______54gt;L____amp;■

VI

ï

„ons in 'tH. Sacrament ten spijze gaf1),quot;' — dan kan men er niet aan twijfelen, of deze ; ttodsvrucht is zoo oud als het christendom K zelf. Van ilen H. Joannes Evangelist ai, «' die in hel laatste Avondmaal datH.Harl i van liefde voelde kloppen, tol op onze dagen, zijn er altijd heilige en uilverkoren i zielen geweest, die deze liefde vereerden; j ook hebben Kerkvaders van de hoogsle ; oudheid ons in hunne schril'ten gesproken over de liefde van Jesus' H. Hart, zooals

quot;V

•S een II. Augustinus, een II. Bernardus, i een H. Franciscus van Sales en anderen ; I terwijl heilige Maagden, als Mechtildis, Lutgardis, Gertrudis, ons de zoetheid dier i liefde met de teederste woorden hebben beschreven. „Maar,quot; zoo zegt Pius IX z. g in zijne bulle van zaligverklaring der | Zalige Margareta Maria, „de Stichter en V „Voltrekker van ons geloof, JesusChristus, A „had geen vuriger verlangen, dan de vlam „der liefde, die in zijn eigen Hart brandde, i „ook in de harten der mensehen te onl-1 „steken. Reeds in het Evangelie leeren

7V

j 1) In positione causae Instit. festi SS. Cordis j a. 1(597.

ocr page 13

________Â¥

Vll

„wij dit; wanl, Hij daar, Ik heb

„nen vuur op de wereld gebracht en wat „wil Ik anders, dan dat het ontstoken „worde? Om echter meer en meer dat „vuur der liefde te ontsteken, wilde Hij „in zijne Kerk den eeretliensl van zijn „//. ïluri deen nixlcl/cn en bevorderen. „En om dien heilzamen cci-edicnsl in Ie „richten en overal te verspreiden, gewaar-„digde Zich Onze lieer zijne eerbiedwaar-„dige dienares Margareta Maria Alacoque „uil t»; kiezen .... Terwijl zij voor hel „Allerheiligste Sacrament in gebed verslon-„den was, werd haar door den Heer „gezegd, dat hel Hem alleraangenaamst „zou zijn, zoo er een bijzondere ccretlwnsl „werd ingericht ter eere van zijn 11. Harl, „dat van liefde tot de mensehen verteerd „wordt. En aan haar droeg Hij de zorg „hiervoor op.quot;

Dit had plaats op het einde der l?'1'quot; eeuw. Hevig was de tegenstand, dien deze godsvrucht in den beginne ondervond, zoowel van wege de godvruchtigen, welke daarin eene tot nu loe ongekende nieuwigheid meenden te zien, als ook van wege.

ocr page 14

^ 3^

VIII

de Jansenislen en ongeloovigen, die misschien in/.agen, wat machtig middel deze ^ devotie worden zou om geloof en liefde y 9^ weder in de harten der Christenen te 1 doen bloeien. De vromen waren natuurlijk j spoedig tot andere gevoelens gebracht; | maar de steeds aangroeiende haat der I ongeloovigen leverde liet bewijs, dat deze • godsvrucht inderdaad het werk Uods was; I hun tegenstand diende slechts om de leer ! der Kerk aangaande dit punt duidelijker te Sj doen omschrijven en overal te verspreiden. ^ '] En thans, op de dagen, die wij beleven, 1 ; is deze godsvrucht beoefend over de ge-: heele wereld; uit alle oorden der aarde 1 slijgen lofzangen op Ier eere van hel H.

Hart van Jesus. Zoowel de fijnbeschaafde ' inwoner onzer groote steden, als de half , wilde Indiaan van Amerika en Australië ^ eeren en aanbidden dat Hart. Overal ter / TC wereld verkondigen prachtige kerken met A-' ranke torens aan de wereld de waarheid dezer voorspelling des Heeren: „Heerschen zal mijn Hart, ondanks allen tegenstand.1' En wie zegt ons, waar die overwinning des H. Harten eindigen zal ? Ja, minne-

it

ocr page 15

_______^

IX

lijke Jesus, wij vereenigen onze vurige verlangens met de uwe : moge de geheele ^ wereld terugkeeren tot het geloof der va-deren, en alle volkeren en talen van Europa, Azië, Amerika, Afrika en Australië samenstemmen lot één machtig loflied, een loflied ter eere van uw Heilig en aanbiddelijk Hart!

Talrijke boeken en boekjes werden geschreven om deze devotie, haren aard,

haar voorwerp, hare voordeelen, bare V'. beoefening duidelijk voor de geloovigen

uiteen te zetten en zoo door meerdere ^ kennis der godsvrucht, ook meerdere liefde te verspreiden. Het waren vooral de leden j der doorluchtige Sociëteit van Jesus, die I het machtige zwaard van hun geschreven en gesproken woord gebruikten, om aan deze devotie in alle standen der maat-v schappij eenen weg te banen en ze tegen aanvallen te verdedigen. Zij oogstten daarvoor den dank van alle weidenkenden en i tevens de belooning, die de wereld niet kent of niet acht, nl. lijden en vervol-I ging ; maar ook te gelijk den troost, het getal der vereerders en navolgers van bet

ocr page 16

T

Allerheiligste Harl ieder jaar tezien aangroeien. De eerste Vrijdag der maand, . de Feestdag van het Allerh. llarl, de ji Eeriierstellende Communie, de Eerewacht, i hel. Apostolaat des Geheds en nog andere oefeningen worden steeds meer verspreid.

Een machtige stool voor deze heilzame devotie is voorzeker het besluit van Z. H. Leo XIli, van den 28st™ Juni 1S89, waarbij het feest van hel H. Hart wordt ; verheven tot den hoogsten rang der Kerkelijke Feesten. Dat zelfde besluit, slaat. Sj; insgelijks aan de priesters toe, (behoudens zekere voorwaarden) in de kerken of kapellen, waar op den morgen van den eersten Vrijdag van iedere maand bijzondere god-vrurhlige oefeningen plaats hebben, daaraan toe te voegen de voliefmis van hel H. Hart. Heerlijk is de toekomst, eener devotie, waaraan het hoogste kerkelijk gezag aldus zijn zegel hecht !

'f

gt;'7-

Wquot;

m

ocr page 17

^___^_____Y

AFLATEN

If'

VHRhON.'JliN AAN DK

VIERING DER JUNIMAAND

'i. H. Paus l'ius IX liij Decreet van de II. Congregatie iter Allaten, 8 Mei 187^, vergnnde aan alle geloovigen, die in lt;le .limi-niaand, luslzij in 'l openliaar ut in 'l Lijzonder, ] ten minste met een rouwmoedig hurl bijzondere gebeden ol godvruchtige akten van vereering Ier eere van het Allerli. Hart J van Jesus verrichten : v

Ken ajlaal van 7 jaren eens per dag te j verdienen.

h'eti vallen ajlaal, op een dag naar verkiezing in gemelde maand, mits men, na waarlijk rouwmoedig te hebben gebiecht en gecommuniceerd, eene kerk of openbare bedeplaats bezoeke, eu daar een tijdlang met godsvrucht bidde volgens de ineeniiig van Z. 11.

4

ocr page 18

Eerste Dag.

Wat vereeren wij, als wij het H. Hart vereeren ?

ANNEER ('e P^grim, die de over-blijfrt'len derSerafljnsehe H. ïere-quot; ^ siavereerenwii,dealoude kerk van

Alba de Tonne/, in Spanje binnentreedt en vraagl naar de relikwieën der Heilige dan toont men hem eene kristallen vaas in den vorm van een menschelijk hart, en in die vaas het hart der maagdelijke Te-i resia, omringd van doornen. Hij ziet de wonde, welke een Serafijn met gloeienden schicht daarin maakle, en zoo het hem I toegelaten wordt, drukt de pelgrim zijne lippen op het kristal, om zulk eene kosl-bare relikwie te vereeren1).

1

Houix. Vie de Ste. Térèse,

ocr page 19

!

EERSTE DAG.

Een ander feit. — Wanneer schilders of beeldhouwers den H. Augustinus, dien grooten bekeerling en Kerkleeraar, willen voorstellen, beelden zij hem af, in zijne rechterhand zijn hart dragende, dat vlammen uitslaat. Waarom ? Heeft dan de H. Augustinus tijdens zijn leven ooit zijn hart in zijne hand gedragen ? Of heeft ooit op deze werelo zijn hart gebrand? Neen, maar schilder- en beeldhouwkunst geven daardoor te kennen, dat de liefde des H. Augustinus bijzonder groot was, en om die liefde aanschouwelijk voor te stellen, kenden zij geen beter zinnebeeld dan een hart, dat vlammen uitslnat.

In beide bovenstaande gevallen is er sprake van een hart, maar met een zeer groot onderscheid. Bij de H. Teresia ziet men haar eigen, natuurlijk, vleeschelijk hart, dat tijdens haar leven in haar boezem klopte en haar deed leven en handelen voor (lod Bij den H. Augustinus echter ziet men niet een hart van vleesch zenuwen en bloed, maar een zinnebeeldig hart, een hart, dat gesteld is in de plaats der liefde en ons aan de liefde doet den-

13

i

quot;7^

ocr page 20

^___________ipL

1

I 11 EERSTK DAG.

kon. De liefde toch is iets onzichtbaars on kan door geen beitel of penseel worden Vi weergegeven. JV

Dit onderscheid nn heeft men ook bij de ]V ; vereering van 'til. Hart niet uil betoog Ie verliezen. Ileschonwt men dat H. Hart 1 gelijk Het was tijdens het sterfelijk leven des Moeren, toen Het klopte in de borst des Zaligmakers en in alles gelijk was i aan het hart der overige menschon; beschouwt men het quot;olijk Het nu noquot; of- !

•.O* ~ •' # 0 fjf

yi schoon verheerlijkt, klopt en h^efl in den ^ Hemel, en in het H Sacrament, — zeer ! zeker, dan verdient dat Hart onze diepste ' voreering en aanbidding; want Het is niet hot Hart van een gewoon mensch, maar hot Hart van een mensch, die te gelijk God is, dus een inderdaad ^or/r/c////!//«/7. En gelijk wij ons overgelukkig zouden geacht V hebben, zoo hot ons gegeven ware geweest, do aanbiddelijke voeten dos Zaligmakers te kussen, zooals do HH. Vrouwen, — of zijn H. Aangezicht te mogen afdrogen, zooals Vorunica, zoo ook mogen en moeien wij dat H. Hart vereoren en aanbidden in de borst des Zaligmakers, als een deel, en

quot;'/T

ocr page 21

EERSTE DAG.

wel het edelste deel van het lichaam des Heeren, waarvan de aanschouwing de Engelen voor eeuwig gelukkig doet zijn.

Maar nog iets meer vereeren wij in het H. Hart. De liefde namelijk: de liefde, waarmede de Zoon Gods ons bemind heeft tot den dood, ja, lot den dood des kruises; de liefde, waarmede Hij zich aan ons gaf in zijn H. Sacrament; de liefde, waarmede Hij zich daar lievei aan ontelbare belee-digingen wilde blootstellen lot aan hel einde der eeuwen toe, dan ons het bewijs te onthouden, 'l welk ons loonen moei, lol wat uilersle Hij ons bemint.

15

Vi 7!

Maar kunnen wij ons die liefde, des Heeren wel verbeelden? De iiilwerkseleii dier liefde ondervinden wij; maar hoedanig is die liefde zelf'? Och,, wij stoffelijke men-schen, wij hebben in onze voorstellingen altijd ook iels stofielijks, iels zichtbaars noo-dig, om, zooals de H. Kerk zingl, door hel zichtbare lot hel onzichtbare gebracht le worden'). Hoe ons dan de liefde des Hee-

1

l) Praefatio de Nativ. : Ut dum visibililer Doum cognoscimus^ per hunc' in irivisibllium aiuorem rapia-mur.

ocr page 22

EERSTE DAG.

ren voorgesteld ? Gelijk de liefde des H. Augustinus: onder het zinnebeeld zijns Harten. Zien wij dal Hart, dan weten wij, dat de Heer ons bemind heeft; zien wij dat Hart, dan beschouwen wij als in éénen oogopslag geheel die lange rij van weldaden, waaruit zijn leven op aarde eenmaal bestond, en nog bestaat in het H; Sacrament ; zien wij dat Hart, dan weten wij, waarom de Heer van koude wilde schreien in de kribbe van Bethlehem, waarom Hij zich vermoeide en uitputte bij zijne Evangeliereizen, waarom Hij zich bloot gaf aan den haat van Schriftgeleerden en Farizeërs, waarom Hij zich aan eene kolom liet geeselen, aan een kruis liet verheffen en doorsteken ; dat Hart zegt u dit alles zonder woorden: omdat Hij ons menschen beminde.

En met welk eene liefde ! O, 't is eene liefde, die alle tijden en plaatsen en personen omvat en waarop wij de woorden der H. Schrift volkomen kunnnen toepassen: zij is oii/iictelijk als de zee. En wie overziet de 1 lengte, wie meet de breedte, wie peilt de \ diepte der zee V Toen de H. Paulus de

Id

7

ocr page 23

V£ vix _ -Jijr _i/

T

EERSTE DAG. 17 1

liefde beschreef, die de Christenen van | Corintiie moesten hebben, toen hij verkondigde : de liefde is geduldig, de liefde is jv zachtzinnig, de liefde is niet naijverig, zij [Vquot; praalt niet, zij is niet opgeblazen, zij is niet eerzuchtig, zij zoekt het hare niel, zij verbittert zich niel, zij rekent het kwade niet toe, zij verblijdt zich niet over de ongerechtigheid, maar verblijdt zich mei de waarheid ; zij verdraagt alles, gelooft alles, hoopt alles, verduurt alles, — wiens •. liefde zweefde loen als een toonbeeld voor zijnen geest ? De liefde van Hem, van wien Paulus ook zegde: weest mijne na- ' volgers, gelijk ik het ben van Christus1). 1 Welnu, die liefde, die vlam, dien gloed i vereeren wij, als wij het H. Hart van Jesus vereeren. o Waardig Voorwerp onzer godsvrucht ! Wat zullen wij beminnen, zoo wij dat Hart niet beminnen, .fy dat ons aan zooveel liefde doet denken? Als een zoon het porlret vereert, dal hem aan zijn overleden vader herinnert, — als eene bruid den ring bewaart, die haar

1) 1 Cor. \ .

F\ •ysc 7*,

ocr page 24

EERSTE DAG.

een ver verwijderden bruidegom in het geheugen terugroept, — ais eene dochter de haarlokken eener diepbetreurde moeder op het hart draagt, — waarom zouden wij dan U niet vereeren, o Goddelijk Hart, dat voor ons meer zijt dan een kostbare ring, meer dan alle rijkdommen des Hemels en der aarde! Gij zijt een goddelijke Seliat, het zinnebeeld, de gedachtenis eener liefde, die niet grooter zijn kon ! Ontvang dan onze hulde en aanbidding, tegelijk met de hulde en aan-bidding, die de Engelen en Heiligen U de geheele eeuwigheid door zullen brengen !

Voornemens.

do Dikwijls door den dag herhalen: Bemind /ij overal het II. Hart van Jesus. (100 dagen Aflaat eens per dag, 23 Sept. 18(30.)

■ 2o Het IT. Hart bedanken voor de liefde, die Het JT ons hetoond heeft en nog voortdurend betoont. ' 3o Een gord voornemen maken, om gedurende 1 geheel deze maand de zonde, zooveel onze zwakheid • toelaat, te vermijden.

18

ocr page 25

^____^__

EERSTE DAG. 19

VOORBEELD. (1)

Eerste verschijning van Jesus' II. Hart aan de gelukzalige Margareta Maria Alacoque.

\

-j De gelukzalige Margareta Maria verhaalt zelve aldus: Eens lag ik voor het H. Sacrament neergeknield; ik gevoelde mij geheel doordrongen van : de goddelijke tegenwoordigheid, en wel zoozeer, dat ik mij zelve en de plaats, waar ik was, geheel vergat; ik gaf mijn har. geheel over aan de j werking van Jesus' liefde. Onze Heer deed mij langen tijd rusten op zijne borst en ontdekte mij alstoen de wonderen van zijne liefde en de onuit-legbare geheimen van zijn H. Hart, welke Hij K voor mij tot dan toe verborgen had gehouden. Hij sprak: „Mijn goddelijk Hart is zoozeer verboerd van liefde voor de menschen, dat het de „vlammen van zijne liefde niet meer kan inhou-„den cn dezelve door uwe tusschenkomst wil „verspreiden. Het heeft behoefte, zich aan de „menschen te openbaren, ten einde hen te ver-„rijken met zijne schatten, die Ik thans aan u - „bekend maak; zij bevatten alle genaden van -.1 „zaligheid, welke noodig zijn, om hen uit den „afgrond van verderf te trekken. En u, die een j „afgrond zijt van onwaardigheid en onwetendheid, „heb Ik uitgekozen tot verwezenlijking van dit

U Vie et Oeuvres de la H. Marg. Marie, vol. 11. pag. 379. (cfr. vol. 1 105. Publication du monaslère de Paray-le-Mouial.)

^---

quot;k vgt;'

ocr page 26

Y---------^--—---f—

20 EERSTE DAG.

„groene plan; maar alles zal door Mij gedaan „worden.quot; Daarna vroeg Hij mij mijn hart. Ik smeekte Hem het zelf te nemen. Hij deed zulks en plaatste het in zijn aanbiddelijk Hart, waarin I/ '■ Hij het mij liet zien als een klein stofje, hetwelk ^ verteerd werd in dat brandend fornuis. Hij nam het er uit als een vurige vlam in den vorm van 1 een hart en stelde haA weder op de plaats, waaruit Hij het genomen had, terwijl Hij zeide: } „Ziedaar, mijne Welbeminde, een kostbaar.onder-„pand van mijne liefde. ... En tot teeken, dat „de groote gunst, die Ik u bewezen heb, niet „een spel is der verbeelding, en dat zij de

-f\ iiamp;l'on(^^aS is van gunslen» 11 noamp; V

„zal betonnen, zal u de smart, hoewel Ik de

i '

„wonde in uwe zijde gesloten heb, er altijd van „bijblijven.quot; En inderdaad zoo gebeurde het ,

GEBED

voor een beeld van 'I II. Hart.

Ik N. N. . . . om U mijne erkentelijkheid te toonen en al mijne ongetrouwheden te herstellen, jr, -^| schenk U mijn hart en wijd mij geheel aan U j toe, o mijn beminnelijke Jesus; en niet uwe j hulp neem ik mij voor niet meer te zondigen. | (Afi. ioo dag. eens per dag; Pius VII, 9 Juni 1S07.)

! [

quot;h ~^fL quot;'quot; w ■ .......~

ocr page 27

^-----

Tweede Dag.

Waarom vereeren wij het H. Hart! (1)

■

weleer de Egyptenaar zijne quot;^'velden overstroomd zag niet het vruchtbare water des Nijls, dan blikte hij dankbaar op naar de bronnen van dien stroom, die /.ooveel zegen over Egypte verspreidde, en die bronnen werden hem een voorwerp van afgodische vereering. Arme heidenen, zij klommen niet op tot do hoogste Bron van allen zegen, die God is !

Daar is een andere vruchtbare stroom,

r

X

1

Het kan onze meening niet zijn, hier op eenigeriei wijze eene vraag te beslissen, welke de geleerden verdeelt, nl. : (s liet hart des mensehen (en dus ook Jesüs' II. Hart, de zetelplaats, het werktuig der liefde, en is het hart het beginsel of medebeginsel onzer handelingen { Van weerszijden wordt niet te versmaden gezag aangehaald.

ocr page 28

v

'quot;i ~ I

TWEEDE DACi.

die niet slechts één land besproeit met tijdelijken zegen, maar geheel de wereld overstroomt met geestelijke gunsten, 't Is de stroom der weldaden van Jesus Christus. Zie, geheel de wereld geniet van dien zegen, die ons door het Verlossingswerk, door de H. Kerk, door de HH. Sacramenten, doorde Allerheiligste Maagd Maria geworden is. Zullen ook wij niet dankbaar opzien tot de bron van al die gunsten?

Maar waar die bron te vinden ? Christen, zie op tot het H. Hart van Jesus ; daar is de bron, waaraan al die weldaden als een breede stroom ontvloeiden, om geheel de wereld te overdekken. Met dat Hart heeft Jesus Christus de Zoon des eeuwigen Vaders, ons bemind ; zijne liefde schonk ons al die gunsten, waarmede

Sr

:V 'k

91

Is er dus hier of in het vervolg van dit werkje sprake van de zetelplaats, liet werktuig der liefde enz., men versta dit dan /00, dat het hart het eerst en het meest den weerslag aller aandoeningen der ziel gevoelt, iets wat allen toegeven. Wij meenden deze verklaring aan den meer ontwikkelden lezer verschuldigd te zijn, hem voor het overige naar werken van wetenschappelijken aard verwijzende.

/ %

Tv

ocr page 29

■*1 if

TWEEDE DAG. 23

iedere voetstap in zijn leven geteekend was; waar wij eene gave zien, waarin zijne liefde bijzonder uitschijnt, daar mogen wij zeggen : dit is eene gave zijns Harten.

In het hart des menschen, zegt de H. Franoiscus van Sales1), zetelt de liefde als eene koningin ; dat hart heeft vele bewegingen, maar de liefde beheerscht die alle. Vandaar dan ook, dat «zijn hart schenken'' hetzelfde beteekent als: zijne liefde schenken, en als God zelf in de H. % Schrift onze liefde vraagt, dan doet Hij het , met deze woorden: «Mijn kind, geef Mij »uw /uirt.quot; Inderdaad, wat baten ons alle giften en geschenken, zoo zij niet voortkomen uit het hart, d. i. uit oprechte liefde en toegenegenheid ? Wat baten ons vriendelijke woorden en plichtplegingen, . zoo wij niet weten, dat zij van harte ■y! gemeend zijn ? Welnu, wanneer Jesus Christus ons geschenken geeft, die alle menscheüjke gaven verre overtreffen, is het dan mogelijk, dat zijn Hart daar niet bij i zou zijn ? Zijn Hart en zijne liefde zijn één ; waar zijne liefde uitschijnt, daar is

1) Directions Spir. Ghaumont torn I.

'jhfi quot;quot; quot;'yyï f

ocr page 30

V ^ -ax. ii.

-f-—--------—1----rquot;

24 TW.EEDE DAG..

zijn Hart het werktuig, het kannal, de bron geweest.

. Het H. Hart is, om eene aanschouwe-iijke vergelijking te gebruiken, gelijk aan de bewegende veer van een kunstig samengesteld uurwerk. Zulk een uurwerk bestaat uit vele radertjes, die alle worden in beweging gebracht en gehouden door eene veer. Deze wordt op hare beurt in beweging gebracht en gehouden door het menschelijk vernuft, dat haar doet werken. Zoo gaat de beweging van elk radertje uit van écne oorzaak, die geene andere is dan het kleine maar machtige stukje metaal, dat wij veer noemen. Zoo is het eveneens met het Allerh. Hart. Dat Hart is slechts een klein, maar edel deel van het H. Lichaam des Heeren ; in dat Hart nu woont de Goddelijke en men-schelijke liefde van Jesus Christus. Gelijk het menschelijk vernuft als het ware de metalen veer bezielt en deze hare eigene werking mededeelt aan de tallooze radertjes, zoo deelt de Goddelijke en men-schelijke liefde des Heeren het eerst hare werkingen mede aan Jesus' H. Hart. Dit

' W K

ocr page 31

-Â¥

TWEEOK DAG.

geraakt in beweging en deelt zijne eigene beweging mede aan de verdere deelen van zijn H. Lichaam. Ja, dat H. Hart bewoog . 'sHeeren voeten, als zij zich voor ons heil voortspoedden over de bergen en vlakten van Judea ; Het bewoog zijne heilige handen, als zij zich zegenend en genezend uitstrekten over zieken en kinderen ; Het bewoog zijne lippen, als zij de stroomen zijner vertroosting en onderrichting zoo mild deden vloeien.

Dat Hart was van 's Heeren Lichaam het eerste deel, hetwelk leefde, zooals reeds de oude wijsgeeren van iederen mensch leerden'); het hart ook leeft in den mensch het langst, en houdt het hart op te kloppen, dan staat geheel de werking van het lichaamstil. Kort dus nadat de Engel aan Maria de Menschwording van Gods Zoon had aangekondigd, klopte reeds dat H. Hart, en toen aan 't kruis de uiterste deelen van 's Heeren Lichaam reeds koud en levenloos werden, toen klopte, ofschoon verzwakt, nog altijd zijn H. Hart vol liefde

-7

A

1) Aristoteles, de Genei*, anim. 1. II. e. G Pli-nius 1. IX. cap. 37.

---Vr ^7^quot;

2D

•1

ocr page 32

TWEEDE DAG.

tot ons. Welnu, al die handelingen van Jesus, welke liggen tusschen die allereerste klopping in Maria's schoot, tot aan die t laatste klopping aan het kruis, wij danken ze alle aan zijn H. Hart; dat Hart beminde ons, en alles wat liet verrichtte, of het lichaam deed verrichten, dat deed Het uit liefde tot ons.

Zouden wij dan dat H. Hart niet vereeren en aanbidden als de zegenrijke Bron van zooveel goeds ? Wij eeren de kribbe, gt; waarop het goddelijk Kind te Bethlehem Vquot; neerlag ; veel meer dus moeten wij dat Hart vereeren, waarop zijne liefde zetelde als op een troon. Wij eeren Maria, omdat uit haar is opgegaan de Zon van gerechtigheid ; omdat op haar stam de bloem van Jesse, Jesus Christus, is ontloken ; omdat uit haar en door haar die stroomen van genade gevloeid zijn, die de wereld hebben gered ; omdat zij de zetel geweest is der Eeuwige Wijsheid. Veel meer reden hebben wij dan, om het H. Hart te vereeren, omdat daar de goddelijke en menschelijke liefde des Heeren zetelde.

Daar werkte zij, daar verwarmde en

26

? c

ocr page 33

TWEEDE DAft. 27

verlichtte zij als eene zon allen mensch, rlie in deze wereld komt; daar gloeit zij nog als eene vlam ; daar is het brandpunt van dat vuur, hetwelk de geheele wereld moet ontvonken van liefde tot God.

«Ontvang dan onze hulde, o onuitspre- ; »kehjk Hart, o allerwaardigste zetelplaats j «der eeuwige, ongeschapen liefde1)!quot;

Voornemens;

j

1°. Aan de liefde onzes harten dikwijls nieuw , voedsel geven door dit schietgebed te herhalen: ; „Zoet Hart van Jesus, maak dat ik U immer meer j en meer beminne.quot; Uoo dagen aflaat telkens. 20 1 Nov. 1S76.)

20. Alles vermijden wat die liefde zou kunnen verflauwen of uitdooven.

VOORBEELD. ^

Tweede verschijning van Jesus' ff. Hart aan dc Zalige Margate la j\faria.

Dal H. Hart, zoo zegt de gelukzalige zelve, werd mij verlocnd als eene zon, schitterend van licht ; hare vurige stralen schoten recht op mijn hart neer. Dit voelde zich terstond ontgloeid

1

Exercitium approbatum a Judice Romano.

2quot; Op. eit. vol. II pag. 381 seq.

ocr page 34

____

T WEK DE DAG.

28

door een vuur zoo hevig, dat het mij voorkwam, als werd het tot asch verleerd. Bijzonder in die oogenblikken onderrichtte mijn Godddelijke Meesier mij in he'geen Hij van mij wilde, en openbaarde Hij mij de geheimen van dat aanbiddelijk Hart» Eenmaal, onder andere, was het M. Sacrament uitgesteld; ik was geheel in mij zelve gekeerd; toen verscheen mij Jesus Christus, mijn zoete Meeseer, geheel schitterend van glorie; Hij droeg de vijf wondteekenen als vijf stialende zonnen ; van alle kanten sloegen de vlammen uitzijn H Lichaam» maar vooral uit zijn aanbiddelijke borst, die aan een vuuroven geleek. Zijn boezem ontdekkende, toonde Hij mij zijn geheel beminnend en beminn -lijk Han, dat de levende Bron was van al die vlammen. Toen openbaarde Hij mij, tot welk uiterste Hij zich had lalen vervoeren in zijne liefde tot de menschen ; toch ontving Hij van hen niets dan ondankbaarheid en miskenning, „en dit is.quot; zeide Hij, „nog smartelijker dan al hetgeen Ik ir. mijn „lijden heb onderstaan. Als zij maar eenige weder-„lieJde bewezen, dan zou Ik al wat Ik voor hen „gedaan heb, als niets achten, en, zoo mogelijk, „zou Ik nog meer willen doen ; doch tegenover mijne „ijverige pogingen, om hun goed te doen, betoenen „zij niets dan koelheid en terughouding ; maar gij „ten minste, doe Mij het genoegen van zooveel gij „kunt hnnne ondankbaarheid te herstellen.quot; En toen ik ;mijne onmacht betuigde, antwoorde Hij : „Zie-

ocr page 35

TWEEDE DAG.

„daar, waardoor gij kunt aanvullen wat u ont-„breekt.quot; Te gelijker tijd opende zich zijn goddelijk Hart ; en er schoot zulk eene vurige vlam uit, dat ik dacht er door verteerd te worden. Ik bad Mem medelijden te hebben met mijne zwakheid. „Ik zal uwe kracht zijn.quot; sprak Mij, „vrees niet....quot; Hij gaf haar nu onderscheidene bevelen en voorspelde haar vele smarten, maar voegde er bij : „Doe niets zonder de goedkeuring „dergenen die u geleiden, opdat, wanneer het „gezag der gehoorzaamheid met u is, de Satan „u niet kunne bedriegen; want hij heeft geen ver-„mogen op de gehoorzame zielen.quot;'

GEBED.

o Goddelijk Mart van Jesus, o Bron van zooveel weldaden, stort in ons hart de vurigste wederliefde, opdat wij ü hiei en hiernamaals de dankbaarheid betoonen, waarop uwe weldaden U recht geven.

Heilig Mart mijns Vaders, bestier mij.

Heilig Hart mijns Konings, bezit mij.

Heilig Hart mijns Meesters, onderricht mij.

Heilig Hart mijns Geleiders, wijs mij den weg. Heilig Hart mijns GeneeSheers, genees mij. * Heilig Hart mijns Rechters, vergeef mij.

Heilig Hart mijns Verlossers, red mij.

Heilig Hart van mijnen God, wees gansch aan mij, en ik aan U.

20

ocr page 36

Derde Dag.

Wat voordeel geeft ons de vereering van Jesus' H. Hart?

w

k recht mogen wij ons de vraag ^p^stelien: welk voordeel brengt mij de devotie tot Jesus' H. Ilart? Voorzeker, ilat liet H. Hart een goddelijk \ Hart is, aanbeden door de Engelen en Sera-1 iïjnen, dal Het een zinnebeeld, de zetelplaats, en het we/'A/w/g-is der Goddelijke liefde, moest meer dan genoeg zijn, om ons tot die vereering te brengen ; maar hoe zijn wij menschen? Wij zijn gewoon de waarde der zaken te beoordeelen naar het voordeel, dat zij ons aanbrengen, en eene devotie, die slechts eer zou geven aan üod, zonder ook aan ons, menschen, voordeelig tezijn, zij zou, helaas, slechts door

w TÏ

ocr page 37

31

^jr

DERDE DAG.

weinig uitverkoren zielen beoefend worden. Wij vergelen, dat ook ten opzichte van (jod zelf het woord des Heeren waar blijft: «'t Is beter te geven dan te ontvangen,quot; d. w. z.'tis beter Gode lot te geven, dan zijne weldaden le ontvangen. Nu wij mensehen eenmaal zoo zijn, is nu niet lt;//e devotie de beste, welke aan God de grootste eer en aan ons het meeste geestelijk voordeel bezorgt? Ëene dier devotiën is de godsvrucht tot het H. Hart van Jesus, ja zelfs, eene der voornaamste.

Konden wij het eens zien, wal zegenrijke vruchten zij reeds in de zielen, die haar beoefenden, heeft voortgebracht; konden die vruchten eens getoond worden aan allen, die nog aarzelen deze devotie aan te nemen, — dan zou weldra ieder Christen een vereerder zijn van het H. Hart, gelijk thans ieder Katholiek een vereerder is van Maria.

%

Doch geven wij hier hef woord aan iemand, die het goddelijk Hart in zijn luister aanschouwde endoor Jesus Christus zelf met de verspreiding dier devotie belast werd: «Ik weet nietquot;, zegt de zalige

A

ocr page 38

2^,

32 DERDE DAG.

Margareta Maria Alacoque, «of er ééne „godsvrucht bestaat, die beter geschikt is, , „om in weinig tijds eene ziel tot de -/ „hoogste heiligheid op te voeren en om „haar de ware vreugde te doen smaken, i „die aan den dienst van God verbonden ! „is. Ja, ik zeg het met nadruk: als | „men wist, hoe aangenaam deze gods-„vrucht aan Jesus Christus is, dan zou „er geen Christen zijn, die ze niet volijverig beoefende. De aan God toegewijde ^ „personen zullen er een onfeilbaar middel „in vinden, om hunne vurigheid te be-,,houden, te vermeerderen of terug te „bekomen. De personen, die in de wereld „leven, zullen er al de genaden vinden, „die zij in hunnen staat noodig hebben: „den vrede in hunne huisgezinnen, hulp „in hunne werken en den zegen des „Hemels in al hunne ondernemingen. In ij „dat Hart zullen zij een toevlucht vinden i „gedurende bun leven, maar bovenal in „het uur des doods. O, wat is liet zoet „te sterven, wanneer men eene sts.ndvas-„tige godsvrucht gehad heeft tot hst Hart „van Hem, die Gtns oordeelen moet Iquot;

ocr page 39

DERDE DAG.

Eeuwen reeds vóór deze dienares Gods had het de H. Petrus Damianus gezegd : »ln dal Hart vinden wij wapenen, om -gt;ons te verdedigen, geneesmiddelen voor »onze kwalen, machtige hulp tegen de

• bekoring, de zoetste vertroosting in onze

• droefheid en de zuiverste vreugde in »dit dal van tranen. Zijt gij bedroefd ? «Of kweltu de gedachte aan uwe zonden?

• Is uw hart bewogen door hevige driften V »0, werp u in het Hart van Jesus; 't is »een veilige schuilplaats, de toevlucht »der ongelukkigen en de veiligheid van

• alle Christenen !'' — Wat kunnen wij nog meer verlangen ? En welke godsvrucht ter wereld zal ons meer kunnen geven ?

Het streven van iederen christen moet zijn: steeds meer en meer den aanbiddelij-ken Persoon van Jesus Christus te leeren beminnen en te vertrouwen op diens goedheid. Maar zal er iets beter in staat zijn om die liefde en dat vertrouwen te vermeerderen, dan de godsvrucht lot dat van liefde brandend Hart ? „Uit liefde heeft Hij zijne zijde geopendquot;, zegt de

33

ocr page 40

_______

H4 DERDE DAG

II. Honavenlura, „om u zijn Mart kf geven1)en Pi us IX ■/.. g zegt van deze gudsvnieht : „Wie zou zoo ijzerhard en ^ „versteend kunnen zijn, dat hij niet be- \-,,wogen wordt om wederliefde te betuigen , „aan dat Harl, 't welk slechts doorsto-„ken en doorwond is om aan onze ziel „eene zekere schuilplaats en toevlucht le „verschaffen, waar zij zich voor de aan-,,vallen en hinderlagen der vijanden beveiligen kan?quot;2)

Ken groot, welsprekend Bisschop onzer f dagen zegt: Wilt gij sterkte in uwe ^ moeilijkheden en strijden ? (iaat lot het Hart van Jesus ; Hij zal u sterkte geven.

Ilij heeft den kelk des lijdens gedronken, gedronken tot den bodem ; de ondervinding onzer smarten heeft Hem geleerd, ze le verzachten. Verlangt gij vertroostingen ^ godsvrucht? Gaat tot het Hart van Jesus. ') Welke vertroosting, meent ge, zult gij V daar vinden? O, ik kan het u niet met woorden beschrijven, maar neemt er zelf de proef van en gij zult het ondervinden ;

i) gt;. Uoiiav. Stim. amor. p. J. c. 1.

2 Pius IX. In Brevi Beatif. Ven. Marg. Mar.

ocr page 41

DERDE DAG. 35

of als gij nog twijfelt, gelooft dan de Heiligen, geloofl hunne woorden vol geestdrift en verrukking, waarbij de taal der menschelijke geestdrift verstomt: „Neen,quot; ■/.00 roept de H. Bonaventura o. a. uit, »neen, ik wil niet van Jesus gescheiden »worden ; want hel is mij goed bij Hem te »zijn ; en in Hem wil ik drie tenten bou-»wen: eene in zijne handen, eene in zijne -voeten, maar de zoe'ste en altijddurende »in 'zijne zijde. Daar zal ik tot zijn Hart «spreken, en al wat ik verlang, zal ik »verkrijgen, o Beminnenswaardige wonde »mijns Verlossers! o Wonde, die de »harten treft en ze doet overvloeien van »liefde! o Zalige lans, die waardig waart, »dien schat der goddelijke Wijsheid te »openen en deze bron der genade, deze «fontein, waaruit de levende wateren der «eeuwige liefde voortkomen, te doenvloei-«en ! 0, was ik in de plaats der lans «geweest, neen, ik zou niet meer uit de «zijde des Heeren hebben willen uitgaan, «maar ik zou gezegd hebben: hier is «mijne rust voor eeuwig, hier wil ik «wonen, want deze plaats heb ik uitge-

W' -rffr- jk-

ocr page 42

%____2Sgt;L___

3fi DERDE DAR.

«kozen !quot; Zoekt, s^ij een schild legen de gerechtigheid Gods ? Vlucht in het Hart van Jesus; daar is plaats voor allen, voor zondaren en rechtvaardigen. Verlangt gij een toevluchtsoord legen de verschrikkingen des doods? Wel is het vreeselijk )e vallen m de handen van den levenden God, maar zoet is het, den geest Ie geven in het Hart vau .lesus ; o, dan is het waar, dat de dood maar een slaap is, en men is zeker in den Hemel Ie ontwaken: want de gansche Hemel rust in het H. Hart van.lesus'). f

„o H. Hart van Jesus, o Bron der hoog-»ste liefde,quot; zoo roept de H. Franciscus van Sales uit, gt;wie kan U ooit genoeg-■ zaam zegenen ? Wie II ooil genoegzame «liefde voor liefde geven ? Gij zijt de Bron •vhii alle genaden. Met de nagelen zijn ■ »wij geschreven in .lesus' handen, maar ^■j «met de lans in zijn Hart.''

De ondervinding komt deze uitspraken len volle hevesligen. Waar men dezegods-vrucht kent, daar plukt men er de gezegende vruchten van, en 'I is dan cok niel zonder eene blijkbare voldoening ries

: Jy Kardinaal (liraud. Senu. sur Ic S. G.

i

ocr page 43

DKRI)I; DAG.

harten, dal de groote Pius IX voor geheel de wereld getuigl: „Deze godsvruchl is ,.mel grool voordeel voor de zielen in de „Kerk vermeerderd en verbreid1).'' AHalen en gunslen werden er in groote inenigle aan verbonden ; en de hardnekkige hesirij-tling, die zij ondervond van ongeloovigen en ketters, zegt meer nog dan de groolsfe lofprijzingen, hoezeer de duivelen haar haten en hoe groot voordeel zij aan de zielen aanbrengt2).

V oornemen s.

io Het I I. 1 lai I bidden om eene ware yodsvi uchi en vniige lielde,

2^ Binnen den kring onzer oing« ving de gods-viuclit tol Jesns 11. Manbevordeion vn vei spreiden.

3« Ken beeld van hei 11. Man vei sieren oi vereert n.

vooRiiKKLD.

/ h'vde vtTsch ij ii in a.

„Op den feestdag van Si. Jan Jv/angelisi. zoo

37

1

Tn Brevi heatilic, Mar^f. Mar.

2

2 Zie de Beloften van Jesus' H. Hart na den vijfden dag.

ocr page 44

DERDE DAG.

38

schrijft de zalige Margareta Maria, werd het Goddelijk Hart mij vertoond als op een troon van vuur en vlammen, van alle kanten stralen uitschietende, schitterender dan de zon, en doorschijnend als kristal. üe wonde, die Het op het kruis ontving,was er duidelijk zichtbaar. Een kroon van doornen omringde dat H. Hart en een kruis stond er boven op. De werktuigen van zijn lijden beteekenden, dat zijne onmetelijke liefde voor de menschen de oorzaak van al het lijden en van al de vernederingen was, die Hij voor ons heelt willen uitstaan ; dat van het eersïe oogenblik zijner Menschwordingafal die pijnigingen en versmadingen voor zijnen geest hadden gestaan, en dat in dit eerste oogenblik, het kruis als 't ware in zijn Hart geplant werd; om ons zijne liefde te betoonen, aanvaarde Hij van toen at al die ver- | nederingen, die armoede, die smarten, welke zijne H. Menschheid gedurende geheel zijn levensloop moest lijden, en de versmadingen, waaraan de liefde Hem lot aan hel einde der eeuwen zou blootstellen in het Allerh. Sacrament des Altaars. — Vervolgens deed Hij mij verstaan, dat zijn vurig verlangen om van de menschen volmaaktelijk bemind te worden. Hem had doen besluiten hun zijn hart te openbaren, hun al de schatten te openen.die Het bevat, schatten van liefde, van barmhartigheid, van genade, | van heiligmaking en zaligheid. Hij verzeketde mij, j dat Hij er een bijzonder genoegen in stelde vereerd

ocr page 45

derdë DAG.

te worden onder de afbeelding van dit lichamelijk Hart; Hij wilde, dat deze afbeelding in't openbaar weid ten toon gesteld, om, zoo zeide Hij, het onge voelig hart der menschen daardoor te treffen. De Verlosser beloofde mij, in overvloed de gaven, waarmede het vervuld is over te stillen stonen in het hart van hen, die Het vereeren, en dat overal waar dit beeld is uitgesteld de rijkste zegeningen zouden nederdalen. — Eindelijk zeide Hij mij, dat deze devotie een laatste poging was zijner liefde, waardoor Hij ele Christenen in deze laatste eeuwen wilcle begunstigen . . .

GEBED.

39

ï

s

1

O Heer Je sus Chiistus, mijn gekiuisigde Meeste r, Zoon der allerh. Maagd Ma; ia, open uw Hart ontvang het mijne en vei hooi n.ij in al datgene, wat ik van U \ raag, indien dit het welbehagen is van uwe n allei heiligsten Wil. — o Hart van Je sus, in den Hemel aanbeden, op do aaide aangeioepen, in ele hel gevieesd, heersch en er alle harten, heei sch voor altijd in de g'.enie. Amen.

%

t'

/V / \

ocr page 46

Vierde Dag.

Wat liefde het H. Hart ons betoonde in het Verlossingswerk.

, A

%

Jlv ; OUT na de schepping der wereld, zwierf op aarde een man rond, die in alles wat liij hoorde en zag de wraak van God meende te bespeuren ; het ritselen van een boomblad, bef. geloei van den wind, het gezicht zijner medemensehen, alles deed hem vreezen. 'tVVas Caïn, de broedermoorder. — (ielijk Caïn in alles de wraak Gods, zoo moeien wij in alles de liefde Gods zien, niet alleen de liefde, waarmede God ons het aanzijn gaf en ons schiep, maar ook de liefde, waarmede Hij ons van den eeuwigen dood verloste, toen wij in de slavernij des duivels gevallen waren. O hoe ongelukkig was toen toch 's mensehen toestand ! De

^4#

•.v'

ocr page 47

yiy,_____

VIKKDK OA(l. tl

\

/.ondige menscli was onbekwaam, om zich y.ulven te redden ; de vriendschap niet God was verbroken, — dezelve herwinnen kon iiij niet; slaaf des duivels was hij, -die slavenketenen verbreken kon hij evenmin als zich zeiven vrijkoüpen ; de erfenis des Hemels was verloren, — die terugwinnen was hem onmogelijk; de hel slondopen, — een middel om ze Ie sluiten had hij niet ; Gods vloek rustte op des menschen hoofd, — en de mensch was niet bij machle dien vloek weg te nemen, veel minder hein in ze- gt;' gen te veranderen, o Ongelukkige mensch,, hoe zult gij zalig wordenV... /üi hd II oord is vlccsch gcwo/den en Het htlt;'jl otulf.r ons gewoond1); Jesus beminde ons, en met zijn eigen bloed heeft Hij ons van onze zonden gezuiverd2) : ziedaar het antwoord. God werd mensch, Jesus C.hrislus V voldeed voor onze zonden ; wat wij niet -y konden, dal deed zijne almachtige lielde ; ; de vriendschap Gods werd hersteld, de slavernij des duivels vernietigd, de erfenis des Hemels teruggegeven, de hel gesloten

1 Jois. I. 14.

2 Vgl. (Jal. II. 20.

ocr page 48

42 VIER] IE DAG.

! ~

en de vloek, die op den menseh rustle, in zegen veranderd. Hoe deed Hij zulks V.. . Hoor, daar /uelit een Jvind, in een kouden,

V. ï

'I open slal; eene arme maagd en een liand- '\-werksman zitten naast Hetzelve ; het Kind beeft van koude, weent van droefheid, spreekt geen woord, strekt zijne mach-

telooze handjes uit.....Dat Kind zal dit

alles bewerken en is er in zijn armen stal reeds mede bezig. J)e H. Kerk vraagt in hare lofzangen aan haren Goddelijken Bruidegom, die niemand anders is dan dit Kind : '/ „Hoe hebt Gij U vol goedheid laten bewe- ^ „gen, om onze zonden op IJ te nemen onschuldig voor ons den dood te ondergaan, „om ons van den dood te verlossen ?'' Als wij die zelfde vraag aan het Kind in de kribbe gedaan hadden, dan had Het met zijn teedere handjes ons op zijne borst kunnen wijzen en ons zeggen ; Met eene eeuwige y liefde heli Ik u hemind; hier klopt een y Hart, dat de menschen bemint, dat bereid is alles voor hen te doen ; één druppel van mijn Bloed zou voldoende zijn, om geheel de wereld van alle zonden schoon te wasschen, één zucht mijner borst, één

ocr page 49

VIERDE UAG. 43 I

___________I

gebed mijner lippen waren meer dan toereikend; maar dit Hart wil meer dan verlossen. Het wil ook zijne liefde toonen ; ,f daarvoor lig Ik hier als een zwak en hulpeloos Kind ; daarvoor heb Ik bij mijne intrede in de wereld tol den Vader gezegd: „Slaohtolïers en offeranden wildetCij niet, „maar een lichaam hebt Gij Mij toebereid : „brandoffers voor de zonden behaagden U „niet. Toen sprak Ik: zie Ik kom.... „om uwen wil te doen, o God1)!quot; — Maar, o, wat kwam Hem die aanbieding, die liefde duur te staan! Daarvoor wilde dat Kind steelsgewijze op de armen zijner beangstigde Moeder worden weggevoerd in ballingschap, om te ontkomen aan het zwaard van een afgunstigen koning. Door die liefde gedreven, wilde Hij, de Erfgenaam van Davids troon en schepter, werken aan de schaafbank van Jozef' en in het zweet zijns aanschijns een karig stuk brood,zijn werkmansloon, verdienen! Door die liefde aangezet, wilde Hij zich onl trekken aan de liefdevolle zorgen eener teedere Moeder, — wilde Hij, de Gebieder

1) Ps. 3y, 7 — 9 ; Uelir. X. ;gt; — 7.

ocr page 50

jAJL..

V

-T-

____.

VII'IKDK IJ AG

it

ST-

der wereld, leven van aalmoezen op zijne reizen, en, wal vogelen en andere dieren niel missen, dal wilde J lij nog derven: een vasle woonplaats, een steen om zijn vermoeid hoofd Ier ruste neer te leggen! /iel Hem Paleslina's valleien en vlakten doorkruisen, overal liel zaad van't(iod-delijk woord strooiende; ziet Hem omringd van kreupelen en kranken, lastiggevallen door de aanhoudende verzoeken van duizenden ongelukkigen ; ziet Hem in aanraking mei Seinillgeleerden en Farizeërs, op wier gelaat nijd en afgunst Ie lezen slaan; ziel Hem zijne onwetende, onvolmaakte leerlingen onderwijzende, steeds opnieuw heginnende, totdat zij heteindelijk ten halve begrepen hebben; ziel Hem den quot; 'nar en de zondan sals verloren scliaap-jes opzoekende; ziet llem omringd van tollenaars en zondaars, ziet Hem zweelen v en zwoegen onder een brandende zon en, vraagt: wat zette Hem lot dat alles aan? Gelijk eertijds in de kribbe, zoo kon Hi.1, geheel zijn leven door, u wijzen op zijne borst; want daar klopte en brandde zijn Hart van liefde tot den mensch, dien Hij

W

ocr page 51

V

VIERDE DAG

was komen verlossen ; «1 die liandelingen waren slechts bewegingen, veroorzaakt door de liefde zijns Harten 1

't Was de liefde, die Hem voor onze zonden zóó overvloedig deed voldoen, dat de H. Kerk, vervoerd van vreugde, in hare gebeden uitroept: Gelukkige schuld van Adam, die ons zulk eenen Verlosser bezorgd heeft! als wilde zij zeggen: had Adam niet gezondigd, nooit zouden wij zooveel bewijzen vnn liefde ontvangen hebben ; wij zouden God hebben mogen eeren als onzen Schepper, maar niet als onzen liefdevollen Verlosser.

45

r

4

quot;A

ff

o Goddelijke Zaligmaker, heb dank voor al die liefdebewijzen, die IJ door uw Hart zijn ingegeven. O, wat moet dat Hart van liefde gebrand hebben, om zooveel goeds te doen aan menschen, die, bij God vergeleken, nog minder zijn dan aardwormen ! Voor God toch zijn alle volkeren, volgens de uitdrukking des Profeets, maar als een verloren druppel water, die aan den rand van een emmer hangt1). Ons kleed van genade was gescheurd door de zonde, en

%

1, Vgl. Lsaias, Ah. 15.

ocr page 52

VIERDE DAG

zie, liet Goddelijke Hart herstelt niet alleen die schade, maar versiert dat kleed met al den glans, die zijne verdiensten aan eene ziel kunnen geven. Ons genadekleed was bezoedeld; het H. Hart wiesoh het niet alleen in de eerste druppelen van zijn bloed, vergoten in de Besnijdenis; maar dat kleed werd nog versierd door de paarlen van 's Heeren zweet, die het in alle eeuwigheid zullen doen glinsteren met een licht, waarbij alle aardsche luister slechts duisternis zijn zal 1

Voornemens.

iquot; Bedank Jesus voor de weldaad der Verlossing.

2° Bid daarom mei bijzondere vut igheid d« innaai daags het Angelus of De Engel des Heeren.

3quot; Herhaal mei den mond en met hel hart; „Hart „van jesus, brandend van liefde tol ons, ontvlam ons „hart van liefde 101 U.quot;

VOORBEELD.

In het jaar 288 na Christus, siond ie Rome voor de rechtbank van den landvoogd Chiomatias een eerbiedwaardig grijs tard. Nog slechts weinige dagen geleden was hij gedoopt. Met geestdrift verdedigde

4r.

ocr page 53

-*1/

VI KR I) Is DAG.

hij de leer van Christus en de landvoogd luisterde naar zijne woorden. Eéne waarheid kwam aan Chro-inan'us nochtans onaannemelijk voor en wel : hoe de onsterfelijke God een s erfelijk lichaam had kunnen aannemen, uit liefde voor de menschen. Toen sprak Tranquillinus, — want dit was de naam des grijsaards, — terwijl het licht des H. Geestes hem bestraalde en welsprekend 'naakte : Veronderstel, o Landvoogd, dat uw gouden ring, waarin een kostbare diamant gevat is, in een riool viel. Gij zendt uwe dienaren, om hem er uit te halen, maar al wat zij kunnen, is; zich zeiven en hunne kleederen bezoedelen. Alsdan komt gij zelf ; gij legt uwe prachtige kleederen af, gij bekleedt u met de kleederen van een slaaf, gij daalt neer in het donkere riool, gij zoekt, gij vermoeit u, maar eindelijk zijt gij zoo gelukkig uw kostbaren ring te vinden ; met vreug ie stijgt gij op uil de duisternis; en de ling is u nu dierbaarder, naarmate het zoeken u meer moeite en kommer gekost heeft. —

Chromatiuslriisterde aandachtig. Tranquillinus ging voort: Ziedaar, wat Jesus Christus voor de menschen gedaan heeft. Met goud, waarvan ik sprak, is het lichaam der menschen ; de kostbare diamant zijne ziel. De mensch was gevallen in het slijk der zonde-God zond Engelen en Profeten. Ach zij vermochten niei diiii mensch ie redden ! Toen kwam de tweede Persoon der tl. Drievuldigheid, Jesus Christus; Hij legde den luister zijnei Godheid voor een wijle af en naiw de gedaante aan van een slaaf; zoo

47

ocr page 54

48

.....

VIERDE DAG.

heefi Hij in deze wereldgeaibeid, gebeden, gezucht, om den mensch te ret'den; daarvoor biierf Hij aan een kruis, tot Hij eindelijk zegevierend ten Hemel kon stijgen, waar de mensch Hem nu destedier-baarder is, naarmatedeze Hem meer arbeid en lijden gekost heeft !

GEBED.

O God, wiens Kengeboren Zoon in de zelfstandigheid van ons vleesch vei schenen is, get^f, bidden wij U, dat wij waardig worden door Hem, dien wij uitwendig als geheel aar. ons gelijk hebben leeren kennen, inwendig naar den geest vernieuwd te worden. Die met U leeft enheerscht inde eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 55

Vquot;jfde Dag.

Het H. Hart en «ie Christelijke Geloofsleer.

rjl^E H. Antonius, Kluizenaar, ontving eens een brief, aan liem geriolu dooi' den Romeinschen keizer en de keizerlijke prinsen. Zijne leerlingen waren uitermate verheugd over de hoogeeer, welke de keizer aan hunnen meester bewees ; maar de H. Antoniuszegde hun: „Gij noemt „het eene eer, dat de keizer, die maar „een sterfelijk mensch is, mij een brief „toezendt; verheugt u veeleer, dat God, ,,de Meester der koningen, u van uit den Hemel een brief gezonden heeft; n l.de „christelijke leering, waardoor wij kunnen „zalig worden.quot;' Waaraan danken wij

ocr page 56

50 VIJFDE DAG.

dien briof? Aan de liefde, die Jesus'H. Hart ons toedroeg.

Wat was liet menschelijk geslacht, toen onxe Heer als een kind op aarde ver- V scheen ? Och, de wereld was als eene uitgestrekte woonplaats voor blinden, niet naar het lichaam, maar naar den geest en het hart. Duisternis, dikke duisternis bedekte geheel de aarde. En als het Kin-deke .lesus van uit zijne kribbe, door de wanden van de grot heen, zijn alziend oog over de bergen, over de zeeën, over de koninkrijken der wereld liet gaan, wat zag Het dan ? Ach, dat bijna alle volkeren der aarde de kennis van den waren God verloren hadden ! Overal ter wereld verrezen afgodsbeelden van hout en steen, en tot deze zegde men : „Gij zijt mijn God, gij moet mij helpen in den oorlog en in den handel.quot; Ja, zelfs aan nog levende menschen bewees men goddelijke eer, en als was dit nog niet genoeg, ook aan rede-looze dieren bracht men offers en men brandde er wierook voor. Alles werd ver- \ eerd als God, behalve God zelf. o Duisternis, veel dikker dan die, welke eenmaal

ocr page 57

yL*

M

VIJFDE DAG.

de Egyptenaren boeide met onzichtbare ketenen1)!

En wat zag dat Kind in liet hart der mensehen ? Nieis dan roof en ontucht. Het menschdom volgde den weg des vleesches, en zóóver was het gekomen, dat men meende een aan de goden welgevallig werk te doen met verfoeilijke zonden te bedrijven. Wouden en tempels weerklonken meermalen van de smartkreten der menschelijke slachtoffers; en dat de koperen beelden, wier armen werden gloeiend gemaakt, onschuldige kinderen verslonden, is maar één voorbeeld van de duizenden gruwelen, die dagelijks over de wereld plaats grepen ! Hoe blind was niet een geslacht, datlol zulke dingen instaatwas ! —

Onze Heer gevoelde zijn Hart door medelijden bewogen worden met zooveel onge-lukkigen, die hier op aardeleefden, zonder te weten, waarvoor zij geschapen waren, en nog een ijselijker ongeluk in de eeuwigheid te gemoet gingen. Wat zal Hij doen? Wat zal zijn liefdevol Hart Hem ingeven?...

Het Kind van Bethlehem groeide op,

1} Vgl. Sa]). XVII. 20.

51

%

ocr page 58

52 VIJFDE DAfi.

de mannelijke leeftijd was daar. Toen verliet Hij de zoete rust van Nazareth en bet gezelschap van de teederste der moeders, om door woord en daad eene nieuwe leer te verkondigen. Hij doorkruiste Palestina, Hij leerde den mensehen hunne bestemming. Hij leerde hun opnieuw dat er maar één God is, drievuldig in Personen, hoe zij hunnen God moesten dienen en vereeren : Het grootste aller ge-hoilcn is : Er is cén God... En gij zult den Heer nwen God hegt;/iinnen uit geheel u w iuu t, uit geheel uwe ziel, uit geheel /m' verstond en met al uwe kracht. Dit is het grootste en eerste gebod. Het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uweu iianste henunnen als u zeiven. Ten grooter gebod dan deze is er niet. (M. XII. Mt. XXII.) Hij leerde bun, welke weg ten Hemel geleidt, wat hen wacht, die deugdzaam leven en sterven, wat straffen lereid zijn voor hen, die hunne bestemming niet bereiken ; en dat alles vermengde Hij met zóó hartroerende en duidelijke gelijkenissen ; van een mos-'aardzaadje, van een zuurdeesem, vf n een

ocr page 59

VIJFDE DAG.

huis op de rots gebouwd, van den armen Lazarus en den rijken vrek, van de wijze en dwaze maagden, van een onvruclitba-ren vijgeboom; dat alles droeg Hij voor met zóóveel liefde en nadruk, dal men zich inderdaad vrijwillig een blinddoek voorde oogen moest binden om het volle licht van zooveel waarheid niet te zien. Die leer prentte Hij met veel moeite en zorg zijnen leerlingen in; Hij gaf hun den last, ze over geheel de wereld, lot aan de uiterste grenzen der aarde te verkondigen ; Hij beloofde hun zijn H. Geest, en aan hunne Opvolgers zijn eeuwigdurenden bijstand om die leer ongeschonden te kunnen bewaren; Hij bevestigde haar met verbazende wonderen: dooden verrezen, zieken genazen, brooden werden vermenigvuldigd en stormen bedaard.

En nu ? Dank aan God, dank aan de liefde van Jesus' H. H.ui, dal zich over de scharen ontfermde en medelijden met haar had ! Nu weten wij, wie wij zijn, waarvoor wij bestemd zijn, hoe wij God moeten dienen; nu welen wij, dat het beter is, alles te verliezen dan schade te lijden aan onze ziel;

53

ocr page 60

~Â¥-I

VIJFDE DAG.

nu weten wij, wat wij te doen en te laten hebben om eeuwig zalig te kannen zijn in den Hemel, die voor ons bereid is.

Als in de zee, dicht bij het land, een gevaarlijke plaats is, waar dikwijls schepen vergaan, dan richt men bij die plaats een vuurtoren op, dat is : een hooge toren, op welks hoogste punt een groot licht brandt. Dit licht werpt dan zijne stralen over de oppervlakte des waters, en de schepelingen, die er op letten, kunnen nu weten, waar zij varen moeten om behouden, zonder ongelukken, de haven te bereiken. Heeft nu hij, die zulk een vuurtoren oprichl, geen recht op de dankbaarheid van de schepelingen, die anders bijna zeker zouden vergaan zijn ? Wij allen zijn reizigers naar den Hemel. De wereld is eene woeste, donkere, gevaarlijke zee, vol klippen en rotsen. Duizenden, die vóór ons die zee bevoeren, zijn vergaan ; — maar met ons heeft het H. Hart medelijden gehad, voor ons heeft Het een vuut toren opgericht, die zijn licht verspreidt over de geheele zee. Die vuurtoren met dat licht, 't is de christelijke leerinL;, de

54

r-

amp; v

ry

y

ocr page 61

\ lf

-^r

V-

T

VIjFDE dag.

55

Â¥

i

leering, die Jesus ons verkondigd heeft. De H. Cyprianus vraagt ergens : waarom de christenen van zijnen tijd vergaderden niet des daags, maar des nachts? Het is, zegt hij, omdat zij Christus erkennen als het ware licht, als de Zon, die geen ondergang kent, „want, zoo zegt de Heer, Ik »ben het licht der wereld, en die Mij volgt, „wandelt niet in de duisternissen.quot; In dat licht kunnen wij van verre de haven, d. i. den Hemel, zien; in dat licht zien wij de klippen en afgronden, d.i. de hel, die wij te vermijden hebben ; dat licht geleidt en bemoedigt ons, en zonder dat licht gingen wij verloren gelijk duizenden en millioenen vóór ons. o Heer Jesus Christu-, hieraan zien wij, dat uw Hart ons liefheeft. In die goddelijke leer hebt Gij ons het bewijs gegeven, dat uw 11. Hart een milde bron, een rijke schat is van liefde, waaruit Gij ons mededeelt, wat wij voor onze zielen noodig hebben. Wees eeuwig geloofd en geprezen !

Maar wij, wij zijn ook uit dankbaarheid verplicht, die leer aan te nemen, er ons in te doen onderrichten, ze te volgen, koste

I'S

ocr page 62

VIJF] IK DAG

wat het ko.st. Wat zal liet ons baten, dat het H. Hart stralen van licht uitschlel, als wij vrijwillig ile uogen sluiten V En nu mogen al sommige voorschriften dier leer hard schijnen aan onze natuur, nog harder zal het zijn, gelijk Thomas a Kempis zegl, als wij naderhand tol straf onzer ondankbaarheid zouden moeten hooren : gaat weg van Mij, vervloekten, in liet eeuwige vuur! „Leeren wij dan ook,quot; zegt de II. Augustinus, „de rijkdommen „der wereld te verachten, de genoegens „van den tegenwoordigen tijd niet te be-,,minnen, te verlangen naar 't eeuwig Kijk, „niets boven Christus te stellen, maar in „alles aan zijne geboden te gehoorzamen, „de armoede te beminnen, rijk te zijn „aan deugd. Trachten wij een schat van „wijsheid te verkrijgen, geestelijke vreug-„den Ie zoeken, niemand te benijden, „maar alle menschen te beminnen, de „vrienden in God, de vijanden om God, „want dit en dit alleen is ware liefde.

V oornemens.

iu. Hel H. Hart bedanken voor de liefde, .vaar-incdc Hel ons zijne leeringen schonk.

5ü

ocr page 63

VIJFDE DAG.

2°. Met eerbied de onderrichtingenen predika-i tiön aanhooren; onderdanen of allen, op wie wij invloed hebben, in die leering onderwijzen of doen onderwijzen.

VOORBEELD. (1)

Vierde vcrschijninf) aan de Gelul;z.

Margareta Maria •

„Op een dag onder de octaaf van het Allerh. I „Sacrament, zoo schrijft de Gelukzalige, liet de | „Heer, terwijl ik voor liet altaar lag neergeknield, i „mij zijn Goddelijk Hart aanschouwen, en sprak : „Ziedaar het Hart, dat de menschen zoozéér be-„mind heeft, dat Het niets spaarde en zich uit-„geput en verteerd heeft, om hun zijne liefde , „te betoonen; en tot vergelding ontvang Ik van „het meerendeel niets dan ondankbaarheid door ' „hunne oneerbiedigheden cn heiligschennissen, en „door de koelheid en onverschilligheid, die ze Mij „betoonen in dit H. Sacrament van liefde. Maar, wat „Mij nog gevoeliger treft, is, dat harten, die Mij zijn „toegewijd. Mij aldus bejegenen. Hierom vraag Ik u, „dat de eerste Vrijdag na de octaaf van 't Heilig „Sacrament aan een bijzonder feest ter eere van „mijn H. Hart zij toegewijd, dat men dien dag de „H. Communie ontvange en aan Hetzelve eerherstel „geve ter vergoeding voor al de onwaardige beje-„geningen, waardoor Het beleedigd wordt in den tijd, „dat het H. Sacrament op de altaren is uitgesteld.

1) Gallllct. 2 p. Gap. 1. art. 1. ct seq.

'jf-

57

ocr page 64

V ^ ^ ^

58 VIJFDE DAG.

„Ik beloof u ook, dat mijn Hart zich z\l verwijden „om in overvloed de uitwerksels van zijne Goddelijke liefde te doen gevoelen aan allen, die

^ „aan Hetzelve die eer zullen bewijzen, en zorg ^ „zullen dragen, dit die eer aan Hetzelve bewezen „woidt.quot;

Ziehier wat het H. Hart aan zijne vereerders belooft:

r. ik z.il hun al de gen.\den schenken, welke zij in hun sta\t behoeven.

2. Ik zal vrede brengen in hunne huisgezinnen.

3. Ik zil hen troosten in al hu mi zwarigheden.

4. ik zal hun eene veilige schuilplaats zijn in het leven en vooral in den dood.

5. Ik zal overvloedige zegeningen uisstorten over al hunne ondernemingen.

6. De zondaars zullen in mijn Hart vinden de bron en den eindeloozen oceaan der Barmhartigheid.

7. Dj lauwe zielen zullen vurig worden.

8. De vurige zielen zullen spoedig tot eene hooge volmaaktheid geraken.

9. Ik zal zelfs de huizen zegenen, waav de beeltenis van mijn Heilig Hart zal uitgesteld en vereerd worden.

10. Den priesters zal Ik de gave verleeaen.om de veisiokste harten te treffen.

rr. De naim van diegenen, welke deze devotie zullen uitbreiden, zal in mijn Hart geschre/en en daar nooit uitgewischt worden.

vf V

'Wquot; ^

ocr page 65

VIJFDE DAG.

GEBED.

o Allerheiligst H irt van Jesus, Gij zijt niet alleen een bron van vv-irmta voor het hart, maar ook van licht voor den geasr. Verlicht ons verstand, opda'. het onze schreden richte, en verwarm ons hart door het vuur uwer liefde, opdat wij met blijdschap voort u i m op den weg uwer geboden en het einddoel bereik ;n : de gelukzalige eeuwigheid. Amen.

Heer Je.sus, Stichter en voltrekker van ons Gelo jf, heb medelijden met onze afgedwaalde Broeders in dit deel uwer erfenis, waar wij geboren zijn en levan. Verlicht hun vejstand, tref hun hart, opdat zij de waarheid inzien en den moed hebben ze te volgen. Wij smeeken het U door de voorspraak van zoovcU Heiligen, die dezen grond met hun zweet en bloed bevochtigden. Amen.

59

ocr page 66

Zesde Dag.

Het H. Hart en zijne Voorbeelden.

•■.quot;fS?' AT 1,011 men van een ge-

neesheer, die aan hel ziekbed van 'r een lijder staande, hem een bitte

ren drank toebereidt, maar wetend, dat de zieke veel tegenzin zal hebben, om dien te gebruiken, zelf eerst den drank aan zijne eigene lippen brengt en zoo den lijder tot navolging aanspoort V De toegenegenheid en lietde van dien geneesheer zou groot moeten zijn. Wat geen geneesheer ter x wereld doen zal, dat heeft onze Heer.Jesus ^ Christus gedaan, zegt de H. Auguslinus. ,,liij maakt u onmogelijk te zeggen: ik „kan liet geneesmiddel (bet lijden) niet „verdragen, dien bitteren drank niet drin-„ken ; want Hij heeft het eerst er van „gedronken, opdat de zieke mensch niet

' ï\ ~ quot; '

ocr page 67

^L.H.

ZESDE DAG.

61

„aarzelen zou1).quot; Waarom? Omdat de liefde zijns Harten grooter is dan die van alle mensehen. Hij kwam op de wereld, om als een liefdevolle Geneesheer alle kwa-len te heelen, vooral den hoogmoed des mensehen. Als God wist Hij, hoe diep die hoogmoed in quot;s mensehen hart geworteld , is ; Hij wist, nog veel beter dan wij het ondervinden, hoe afkeerig van vernedering ieder mensehenkind is, hoe de mensch aües doet, wat hij kan, om vernedering te ontkomen, en hoe hij er altijd en overal op uit is, zelfs zonder dat hij het bemerkt, zifh boven zijne medemenschen te verheffen. Dien hoogmoed wilde onze Heer komen genezen. Sinds 4000 jaren had die ondeugd vrij worlel kunnen schieten en welig mogen tieren in 's mensehen hart; oordeel daaruit, wat pijn het moest kosten, haar te laten uitrukken ; wat tegenzin de mensch moest gevoelen, om dien bitteren drank der vernedering te drinken. Wat zal de Heer doen quot;? Zal Hij ons dreigen met zware straffen, zoo wij zijne voorschriften van ootmoedigheid niet opvolgen ? Of zal Hij ons |

1

S. Serm. OS. lt;Ilt;- Tomp.

ocr page 68

ZESDE DAG.

ontheffen van een juk, dat ons ondraaglijk schijnt'? Neen, geheel iets anders geeft Hem de liefde zijns Harten in. Ons dreigen zon de handelwijze zijn van een strengen wetgever, maar de liefde zijns Harten toont Hem den weg aan van den medelijdenden geneesheer: zij raadt Hem, zelf eerst den bitteren heildrank te drinken, om zoo ook ons den moed te geven dien kelk aan onze lippen te hrengen. Hij heeft hem gedronken en gedronken tot op den bodem toe. En met welk gevolg ? Hij heeft aan de vernedering hare bitterheid nietontnomen, want dat zou onze verdiensten verminderd hebben ; maar, sinds Hij ons het voorbeeld gegeven heeft, kunnen wij dien beker ook drinken ; dat voorbeeld heeft den moed gestort in menige ziel, die eerst de vernedering en ootmoedigheid als onaannemelijk van zich afstiet. Wat deed Hem zoo handelen ? De liefde zijns Harten voor ons Cd'pit j'dcerc. cl docere. Eerst deed Hij en toen leerde Hij. Eerst vernederde Hij zich, gehoorzaam geworden tot den dood, ja, tot den dood des kruises ; ook ons leerde Hij daardoor : verneder u onder de mach-

ocr page 69

M______

ZESDE DAG. 63

tige hand Gods en neem liet juk der gehoorzaamheid blijmoedig op uwe schouders.

Van koning Alexander den Grooten leest men, dat hij altijd de eerste was in den strijd; moest eene vesting bestormd worden, hij was het eerst op de ladders en op de muren; moesten er lange tochten worden afgelegd door woestijnen, hij ging voor, en klaagden zijne soldaten van honger of dorst, dan legde hij ook zich zeiven eene vrijwillige vasten op. Daardoor werd de moed zijner soldaten zóó groot, dat zij hem volgden tot aan de grenzen der aarde. Wat de eerzucht aan Alexander ingaf, dat gaf de liefde aan Jesus Christus in. Ook ons heelt Hij eene stad ter verovering aangewezen, eene stad gebouwd op eenen hoogen berg; kronkelende, gevaarvolle wegen geleiden daarheen : de voeten worden op die wegen gewond door distels en doornen ; honger en dorst en allerlei vermoeienis moet er verdragen worden. Duivel, wereld en vleesch leggen ons hinderlagen.

Die stad is de Hemel. Wie zal die kronkelende, doornige paden durven bestijgen? Wie zal voor dien strijd moeds

ocr page 70

O i ZKSDE DAT,.

genoeg hebben? Onze Heer JesusChristus | vond in de liefde zijns Harten liet middel om ons dien moed te geven. Als een koning stelt Hij zich aan het hoofd der ^ zijnen. Hij toonl hun de stad Gods, den Hemel, en al de glorie en het geluk, die daar genoten worden, en Hij roept ons toe: „Het rijk der Hemelen lijdt geweld en „de geweldigen alleen nemen het in,quot; en vol moed begint hij de steile hoogten te bestijgen met den wapenkreet: »Die zijn „kruis niet opneemt en -\lij niet volgt, is # „Mijner niet waardig.quot; Wel pijnigen Hem V' de doornen van armoede en versterving; de onlbering, de vernedering, de natuurlijke zucht om Ie leven en 't lijden te ontvluchten, zij trachten Hem den weg te versperren ; moeilijkheden van allerlei aard rijzen op ; zelfs verlokkingen van zijn vijand, den duivel, die Hem al de koninkrijken der aarde aanbiedt, met alle schatten en wellusten der wereld, — moedeloosheid, verdriet, verveling, walging, en onbeschrijflijke zielesmarten, vrees en angsf bestormen Hem; doch niet voor zich zeiven alleen beslijgt Hij die hoogden ; ook

ocr page 71

ZESDE HAG.

65

voor ons ; 't is zijn liefderijk Hart vooral te doen, om ons den moed te geven diezelfde paden te betreden, geen doornen van armoede en versterving, geen verlokkingen van den vijand, geen strijd, geen moeite te vreezen, om het rijk zijns Vaders te veroveren en eeuwig met Hem te kunnen heerschen. „Geheel het leven des „Heeren was zulk een leerschool van „deugd,quot; zegt de H. Augustinus. „De be-,,minnaars der wereld jagen du rijkdommen „na, — Hij wilde arm zijn; zij verlangen „geëerd te worden en bevel te voeren — „////onlvluehtledekoninklijke waardigheid; „zij achten het een grool goed, kinderen Ie „hebben, — ////wilde maagd zijn; van vernederingen hebben zij in hunne trotsehheid „een onbeschrijfelijken afkeer, — Hij om-„helsde alle slag van vernedering; zij „houden de beleedigingen voor ondraaglijk, — maar was er eene grootere „beleediging mogelijk dan onschuldig veroordeeld te worden ? Zij vluchten de „lichaamssmarten, — ////liet zich geese-„len en martelen; zij vreezen te sterven,— „Hij werd ter dood veroordeeld ; zij

ocr page 72

V___2^____gt;i.X__

'

' 66 ZESDE DAG.

„hielden den kruisdood voor allerschan-„delijkst, — Hij liet zich kruisigen.quot;

Heb dank, o Goddelijk Hart, wij willen / U volgen ; o, trek ons op uwe paden, want ons hart is bevreesd ; maar 't zou j eeno lafheid zijn U niet te volgen, waar j Gij met zooveel liefde ons voorgaat.

Niet alleen om ons moed in te boezemen, i

'

heeft het H. Hart ons zijne voorbeelden I gegeven ; maar ook om ons den kortsten en veiligsten weg te toonen, dien wij te -volgen hebben. Daar leiden vele wegen tot God ; sommige zijn veilig, andere gevaarvol ; daar zijn ook vele dwaalwegen, die in het begin tot God schijnen te voeren, maar eindelijk uitloopen op den broeden weg des verderfs. Wat doet i men hier op de wereld, wanneer verschillende wegen elkander kruisen? Men

V, plaatst er een houten of steenen weg- gt; wijzer, die de plaats aangeeft, waarheen y de weg geleidt, en tevens, hoever men nog van het doel der reis verwijderd is. Zoo bespaart men aan de reizigers veel moeite en behoedt men hen voor 't gevaar van verdoold te geraken. Zoo deed ook Onze

i

ocr page 73

-Â¥

■AS,

■

ZESDÊ DAG

Heer. Hij zag ons, stervelingen, op de wereld ronddolen. Wij zochten God, maar wisten niet langs welken weg het zekerst tot Hem en tot zijne glorie te komen. Het Goddelijk Hart had medelijden met ons, en zie, als een wegwijzer aan een kruisweg, zoo stelde Hij zijne voorbeelden : Volgt dezen weg, roepen zij ons toe, en binnen zeer korten tijd zult gij uwe bestemming bereikt hebben ! Dien weg volgden alle Heiligen ; de H. Vincentius, onder anderen, vroeg zich steeds af: Hoe zou Jesus Christus hier gehandeld hebben ? Dan deed hij ook zoo als Jesus zou gedaan hebben, en daardoor kwam hij tot die hooge volmaaktheid, welke wij in hem bewonderen.

Hoe zullen wij die voorbeelden kennen? Ook daarvoor heeft de liefde van Jesus' H. Hart gezorgd; want Hij heeft zijnen leerlingen en den Evangelisten ingegeven, die voorbeelden in bijzonderheden op te teekenen en te bewaren voor 't verste nageslacht in de vier 1111. Evangeliën.

Zou het H. Hart van ons nu wel eene andere dankbaarheid verwachten, dan dat wij met moed en volharding die voorbeel-

67

N

V.

91

k

7^quot;

ocr page 74

ZESDE DAG.

(k*n navolgen, on ook den sraallen weg opgaan, ten einde eens de poort des Hemels te kunnen binnentreden ?

V oornemens.

iquot; Ons zeiven eene versterving opleggen.

2U De vernederingen en moeilijkheden die ons overkomen of door anderen worden aangedaan, gelaten verdragen, denkende: Die zijn kruis niet opneemt en Jesus niet volgt, is Zijner niet waardig.

3quot; Dikwijls door den dag herhalen: Mijn Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte, maak mijn hart gelijk aan hel uwe. (Afl, van 300 dagen eens per dag. Pius IX 25 Jan. 1868.)

VOORBEELD.

De H. Kerk zegt op den feestdag van St. ]an Evangelist: „Deze is de leerling, dien Jesus be-„minde, en dis in 't Avondmaal op 's Heeren „boezem rustte.quot; Het Evangelie spreekt insgelijks. Wat deed Joannes op de borst des Meeren? Hij voelde het H. Hart kloppen en gloeien van liefde, en, zegt de H. Kerk, de stroomen des Evangelies heeft hij uit de bron van 's Heeren borst zelf als gedronken.

Eens verscheen hij aan de H. Gertrudis. Deze vroeg hem, waarom hij, wiens hoofd op de borst des Heeren gerust had, tot onze onderrichting niet iets over de kloppingen van 't H, Hart ge-

ö8

ocr page 75

ZESDE DAG.

schreven had. De welbeminde Leerling antwoordde: Mij was gelast de opkomende Kerk te onderwijzen aangaande de leer van 't Ongeschapen Woord, en de waarheid er van aan de volgende eeuwen over te maken; maar wat de zoete bewegingen van dat Hart betreft, God heeft zich voorbehouden die zoetheid aan de laatste tijden, als de wereld zal afgeleefd zijn, te openbaren, om door dat middel de liefde, die dan merkelijk zal bekoeld zijn, weder te doen ontvlammen.

Ofschoon Johannes er niet over schreef, gaf hij toch door zijne voorbeelden wel te kennen, wat liefde hij in dat Hart geput had ; zoo verhaalt b. v. de H. Hieronymus: Toen de H. Johannes reeds hoogbejaard te Ephese verbleef en, door zijne leerlingen geleid, nog maar nauwelijks meer ter kerke kon gaan en geen lange redevoeringen meer kon houden, zegde hij bij iedere vergadering nooit iets anders dan: Mijne kindertjes, bemint elkander. Toen het zijne leerlingen en broeders begon te vervelen, altijd hetzelfde te hooren, zeiden zij ; Meester, waarom zegt gij altijd hetzelfde? Hij antwoordde (en dit antwoord was 7 joannes waardig) : Omdat zulks het bevel des Ileeren is; en, als dit maar geschiedt, is het genoeg.

GEBED.

Geef, bidden wij U, almachtige God, dat wij, die in het Allerh. Hart van uwen geliefden Zoon

ocr page 76

—f----------____

70 ZESDE DAG

onzen roem stellen en de voornaamste weldaden zijner liefde jegens ons herdenken, geef, dat wij, ons over het schenken dier weldaden en over hare vruchten mogen verheugen. Door denzelt-den Christus, onzen Heer. Amen. /

1

ocr page 77

Â¥

Zevende Dag.

Het. H. Hart ons leerende bidden.

%

?linden zijn ongelnkkigen, die ons S}! medelijden ten volle verdienen; als 'gij hen daar lienen ziet gaan, al tastende en in een voortdurenden nacht gedompeld, dan wordt het u leed om het hart. Maar als zulk een blinde ook nog de gave der spraak miste, als hij niet naar don weg kon vragen of zijn nood klagen aan ouders en vrienden, zou hij dan niet dubbel beklagenswaardig zijn? ■ Zoo was hel mensehdom, toen Onze Heer op do wereld kwam. Blind was de mensch naar den geest, omdat hij God niet konde, en stom naar de ziel, omdat hij niet met God wist te spreken, zijne behoeften niet wist te openbaren, geen hulp ging vragen, zijn nood niet wist te klagen aan zijnen

%

ocr page 78

¥______^ _____ji/ü___u.

72 ZEVENDE DAG.

liefderijken Vader in den Hemel, o Droevige toestand!

Van de blindheid genas hem de lieer door zijne Goddelijke leering; ook met de V geestelijke stomheid had zijn liefdevol Hart medelijden ; Hij genas ze door den menseh te leeren hidden.

De liefde is vindingrijk en daalt lot de minste bijzonderheden af; zij is niet tevreden voordat zij alles gedaan heeft, wal zij kan. Zoo ook de medelijdende liefde van Jesus' II. Hart. Gelijk eene moeder, wier klein kind begint te stamelen, aan dat kind me( liefde en geduld de wijze van spreken leert, het kind vóórspreekt, het verbetert en opmerkzaam maakt op gebreken, zoo deed ook Onze Heer. Hij leerde de menschen spreken met God, maar Hij drukte hun op het hart, zoo zij hunne taal aan God behaaglijk willen maken, met nederigheid lot God te spreken. En als was zijne verzekering niet genoeg, drong Hij daar op aan in de gelijkenis van den Tollenaar en den Parizeer ; opdat wij niet tevergeefs zouden bidden, openbaarde Hij ons, dat de Tollenaar, die nederig bad en op zijne borst

'ïX '/'f 'fT

ocr page 79

____^___ïkJL___

ZÉVENDE DAG. 73

klopte, gerechtvaardigd naar huis ging, terwijl de Farizeër, die groot ging op zijne goede werken, schuldiger heenging, dan hij gekomen was.

(Jok door te weinig vertrouwen of al Ie geringe volharding kon ons gebed soms zonder uitwerksel blijven. Daarop wijst | ons de liefdevolle Verlosser, en als was Hij beducht, dat wij bij eene niet oogen-blikkelijke verhooring lii^t gebed zouden achterlaten, zegt Hij ons: hidl en houdt niet op; slechts voor hem, die blijft klop- / pen, wordt opengedaan; slechts hij, die blijft zoeken, zal vinden, wat hij zoekt. En Hij bevestigt die leer door tal van gelijkenissen, waarbij Hij zelfs niet vreest zich te vergelijken bij een onrechtvaardigen rechter, die zich ten laatste laat vermurwen door het lastig aanhouden van een arme weduwe. Hij vergelijkt zich bij een vriend, die ook des nachts opstaat om hel aanhouden en kloppen van zijn vriend; bij een vader, die zijne kinderen op hunne bede geen steen zal geven voor brood en geen schorpioen voor viseh.

Omhaal van woorden zou ook in ons

- Vr^- ~ ----7%'

ocr page 80

\f____________________2^______

74 zevende dag.

1 gebed aan God kunnen mishagen; gebruik geen omhaal van woorden, zegl ons aan-■ stonds zijn medelijdend Hart, want de v Vader in den Hemel kent beter uwe be- f/

• I' ... fr*

! hoeften dan gij zelf; en als gij bidt, doe [' i het dan niet met te veel vertoon, aan de , hoeken der straten, of gelijk de huichelaars luide in den tempel; want behalve dat het u verstrooien zou, de ijdelheid ; zou de vrucht van uw gebed verhinderen ; maar als gij bidt, doe het dan in 't vei-„ borgen, in uwe binnenkamer, in uw hart, y i waar Gods oog alleen u ziet. (,*

Nog andere middelen gaf Hij aan, om zeker verhoord te worden ; Bid, zegde Hij, | bid in mijnen Naam en al wat gij dan i den Vader vraagt, zal u gegeven worden. Vereenig u in uw gebed met anderen, en Ik beloof u: waar twee of drie in mijnen Naam vergaderen, daar zal Ik in hun midden zijn. '

Doch eene moeder doet haar kind, dat 1 begint te stamelen, ook zelve voor, hoe het spreken moet. Ook daartoe wil de liefde des Heeren afdalen. De Apostelen vroegen Hem; „Heer, leer ons biddenquot;; als wilden

I

ocr page 81

____^__ ___-

ZEVENDE DAG. 75

Vi

I

i zij zeggen: hoe zullen wij zoo tot God I spreken, dat al die eigenschappen in ons gebed worden aangetroffen, en God ons 1 genadiglijk verhoort'? En zie, de Heer opent de lippen, om doortocht te geven aan de woorden, dio uit zijn Goddelijk Hart ontsproten, en de luisterende Apos- | telen vernamen dit verheven gebed: Onze • / ader, die in de Hemelen zijl, enz.

Eeuwige dank aan de welwillende liefde ; van 't Goddelijk Hart ! Nu hebben wij een Xj gebed, dat den Vader behagen muei; want het is niet ons gebed, maar !t gebed van zijnen eenigen Zoon ; 't is niet een smeekschrift, dat wij zeiven hebben opge- j steld, maar een smeekschrift, dat Gods Zoon ons in handen gaf en dat door Hein ; zeiven is samengesteld !

De H. Kerk herinnert ons in iedere H. „ Mis aan die weldaad, als zij het Onze / ader {Putei- Nosier) met deze woorden inleidt: „Door heilrijke lessen opgewekt en door „goddelijke onderrichting geleerd, wagen „wij het, te zeggen: (hize Vader.quot; 't Is alsof de H. Kerk zegt: H. Vader, onze gebeden zijn niet waardig U te worden

A

Tv

ocr page 82

ZEVENDE DAG.

aangeboden, maar mv Zoon, uw Eenige, lieefl. ons een brief in handen gegeven, door Hem zeiven opgesteld ; en wij die hel niet wagen zouden, U zoo aan te spreken, wij doen het, omdat Hij ons in zijne medelijdende liefde geleerd heeft, hoe Gij in uw ongenaakbaar licht verlangt toegesproken te worden.

Niet alleen heeft Hij ons, geestelijk slommen, met God leeren spreken; ook zelf is Hij, vol medelijden voor ons opgetreden bij den Vader. Kon die woestijn, waar Hij 40 dagen vastte en bad, ons eens zeggen, wat Hij daar voor ons vroeg; konden die eenzame rotsen, die stille meren van Palestina, de maan, die Hem zoo vaak met haar zilveren licht bescheen, ons eens verhalen, van welke vurige gebeden voor ons heil zij in 'I nachtelijk uur getuigen waren !

Eens, — '( was kort voor zijn lijden, — stond Hij in 't midden der zijnen; Hij sloeg de oogen omhoog en bad: „1 dtlrf, „Ik vraag II ook voor hen, die in Mij ge-,,looven zullen,.... opdat zij allen één zijn, „gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in (J.. .

7ü

ocr page 83

U*___________2^___

ZEVENLE DAG. 77

„Vader, Ik begeer, dat waar Ik ben, ook „zij, die Gij Mij gegeven hebt, met Mij „zijn, opdat zij mijne heerlijkheid aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt. . „dat de liefde, waarmede Gij Mij hebt „liefgehad, in hen zij, en Ik in hen1).quot; Zoo kan slechts een Hart bidden, vervuld van liefde voor den mensch !

Wat deed Jesus in den hof van Olijven en op het smartbed des kruises? Ach, zijn eigen lijden vergetend, bad Hij voor ons. Zijn Hart was overstelpt van be-nauwdheid aan het kruis, zijn Lichaam bloedde uit duizend wonden: toen verhiel' Hij onder vele tranen en mot krachtig geroep zijne stemme en door de stilte en de duisternis, die op Golgotha heerschten, klonk het: „Vader, vergeef het hun, want „zij weten niet wat zij doen 1quot; o Mensch, o wereld, dat gebed was uw behoud! Dat was eene bede van oneindige waarde; Gods toorn was opgewekt, maar dat gebed deed de schaal der barmhartigheid doorslaan: het was het gebed van een menschi

1 Jois. XVII. 20 20.

•♦7- -SF

ocr page 84

Â¥

-yt.*,

Â¥-

j.iy

ZEVENDE DAG.

die te gelijk Gods eengeboren Zoon was, een goddelijk gebed!

X; Zoo leerde ons de lieer, aangezet door ^ de liefde zijns Harten, die groote kunst van bidden; zoo gaf Hij ons den sleutel des Hemels en der hemelsehe schatten in handen. Zullen wij dien sleutel ongebruikt i laten liggen? Dan hebben wij onze geestelijke armoede slechts aan ons zeiven te wijten.

vl Voornemens. V.,

V fV

i0 Niet zoozeer hetonzer gebeden verdub- \ beien, als wel de aandacht en vurigheid, waar- | mede wij ze doen.

20 Dikwijs door den dag ons hart tot God verheffen; b. v. bij het slaan der klok, bij het i binnentreden eener kamer.

30 Al ons werk doen met een zuiver inzicht, om er zoodoende een voortdurend gebed van te maken.

V VOORBEELD. gt;

v; V

I 78

1 „Heden zult ge met Mij zijn in 't Paradijs,quot; | I zoo sprak de liefdevolle stem des Heeren aan j het kruis tot den moordenaar aan zijne zijde. Deze ! was een man beladen met misdaden; hij had een [ leven van gruwelen achter zich. Maar 't Goddelijk Hart had medelijden met hem en beloofde hem na zulk een leven op aarde, het eeuwig leven in

K

ix 'Tf

ocr page 85

____^_______jty.____^

1 quot; | ZEVENDE DAG. 79

't Paradijs. „Maar, vraagt de H. Augustinus, j „Petrus heeft de sleutels van 't hemelsch rijk, V, nen zoolang de Heer niet voor allen gestorven y „is, kan Petrus dat rijk niet openen. Hoe kwam „er dan de goede moordenaar?quot; O, zoo antwoordt hij, „door de zijdewonde, die Longinus den Heere | „toebiacht.quot; Komt allen daarin, gaat de Kerkleeraar, tot zijne geloovigen van Hippo sprekend, voort, „komt allen daarin, gij die het Paradijs „liefhebt. Deze moordenaar toont ons den weg, i „dien wij moeten inslaan. Hij leert door zijn . „voorbeeld, dat niemand moet wanhopen. Beijvert IV „w, zegt de Heer, om in te gaan. door de enge ^ npoort. (*) Wat is er enger dan die opening, „die een soldaat in 's Heeren zijde maakte ? En „toch door die enge opening is reeds bijna heel „de wereld binnengegaan quot;

Weldra ging door die opening ook de soldaat binnen, die ze maakte. Zijn naam was Longinus. Door Pilatus gezonden, doorslak hij de zijde des ' Heeren. Maar de teekenen ziende, die 's Heeren dood vergezelden, hoe de zon verduisterde en de y aarde beefde, geloofde hij in Jesus Christus en '/ ^ op zijn borst kloppende, riep hij uit: Waarlijk, .V deze is de Zoon Gods! H ij deed zich door de Apostelen onderwijzen in de leer des Gekruisten j en leidde voortaan een boetvaardig leven. — Toen hij den ouderdom van 88 jaren bereikt had, getuigde hij het openlijk voor de rechtbank van

H Luc. XIII. 24.

ocr page 86

ZEVENDE DAG.

den landvoogd Octavius, dat hij aan die zijdewonde des Hecrcn zijn geloof te danken had. „Hoe heet gij?quot; sprak de landvoogd. — „Ik ben Christen, zegde Longinus; want ik moet eerst die genadegave verkondigen.quot; — Hoe heet ge nog meer? — Longinus. — Zijt gij vrij man of slaaf? — Toen antwoordde Longinus; Vroeger was ik een slaaf der zonde; maar de genadige Heer Jesus Christus heeft mij door het mysterie van zijn H. Kruis en door het bloed en water zijner zijde tweemaal vrijgemaakt: eerst door het water en den H. Geest, en nu, zoo ik volhard, door het vergieten van mijn eigen bloed. . .. Mijn Meester is een meester vol zachtheid, zuiverheid en liefde, nederig en goed. Hij voert naar 't eeuwige leven.quot;— Dat eeuwige leven werd hem spoedig gegeven door den dood en nu aanbidt hij in eeuwigheid die gezegende hartewonde , waardoor hij zich zeiven en milüoenen anderen eenen weg ter heerlijkheid baande. (1)

GEBED.

80

o Goddelijk Hart van Jesus, dat door woord en voorbeeld ons hebt leeren bidden, om over de gevaren der bekoringen te zegevieren, geef genadiglijk, dat wij altijd biddende mogen zijn en de overvloedige vruchten van 't gebed genieten. Die leeft en he-srscht in eeuwigheid. Amen.

1

Vgl. Aelu Sanct. Bolland, toni. 8. pag. olS.

ocr page 87

M.

Achtste Dag.

Het H. Hart, Bron van Vrede.

If

| ens, — 't was kort vóór zijn dood. 5— zat onze Heer te midden zijner leerlingen en op liefdevollen toon sprak Hij hun toe : Ik hint u mijnen vrede. Ik geef li mijnen vrede ; niet ge/ijk de wereld dien geeft, geef Ik u dien1). Was dit nu de vervulling van den heerlijken wensch, dien de Engelen al jubelend aan het mensehdom hadden toegezongen, toen de Heer als een kind te Bethlehem werd geboren? Toen klonk door de onmetelijke ruimte der lucht: Glorie aan God in den hooge en vrede op aarde aan de menschen van goeden wil!

Kort na zijne verrijzenis stond de Heer wederom in het midden der zijnen.

V'

6

ocr page 88

^_________U.

82 ACHTSTE DAG.

Toen geleek hij aan fle zachte duif, die door Noë uitgezonden, terugkeerde, dragende het olijftakje des vredes Zoo ver- i ^ scheen nu de Heer, niet met het ziinte-bce/i/ des vredes in den mond, maar mei | den vrede zelf op de lippen, want Hij zegde ; / 'rcile zij aan u lieden1) ! Zou onze Heer, wiens hart zijne leerlingen zoozee'quot; beminde, hun iets beters hebben kunnen toevvenschen? Dan zou Hij het ongetwijfeld gedaan hebben.

V Eenige jaren later schreef de H. Paulus die gloeide van liefde en zich beroemde, de navolger te zijn van Christus, zijne brieven; bijna altijd begint hij die met de woorden: / rede zij u van God, onzen Vader.

In het verloop der tijden waren er tal-looze Heiligen, o. a. de H. Franciscus van Assisië en de H. Ignatius, die bij het Y': groeten altijd den vrede toewenschten. Wanneer wij in eene H. Mis tegenwoordig zijn, zal de H. Kerk nooit nalaten ons de woorden toe te stieren: Dewec/cdes Heeren zij altijd, altijd met u. En alvorens zij 1) Luo. XXIV, 36.

i

ix quot;^7- ;

ocr page 89

M.

ACHTSTE DAG.

voor goed afscheidt neemt van hare over-ledene kinderen, die onder het lijkkleed rusten of op het punt zijn in het koude graf te worden neergelaten, — richt /.ij nog op luiden toon dezen wensch tot hen : Dat zij rusten in vrede.

Daar moet dus in dien vrede een goed gelegen zijn, dat wij ot nu toe daarin misschien niet zochten. Zeer zeker, daar ligt voor ons een schat in opgesloten, een onwaardeerbare schat, die ons al de liefde van Jesus' H. Hart openbaart.

Toen Jesus op de wereld kwam en met zijn liefdevol Hart de menschen beminde, hoe beschouwde Hij toen God en hoe den mensch ? Aan den eenen kant zag Hij, hoe God, zijn Vader, op de menschen rechtmatig vertoornd was en in zijn toorn den Hemel, het Paradijs, voor iedereen gesloten hield. De boetvaardigheid van Adam kon die poort des Hemels niet openen ; noch de heiligheid van een Noë, noch het geloof van Abraham, noch het geduld van Isaac, noch de deugden van Jacob of David of Elizeüs, of van wie dan ook konden de belooningen des Hemels ont-

83

$

quot;W

Wquot;

TT

ocr page 90

^______Jamp;L.___

ACHTSTE DAG.

vangen, of de poorten der hel sluiten. Dat kon alleen de oneindige voldoening van Hem, die als Middelaar zou optreden tusschen God en de menschen, van Jesus Christus, God en mensch. Zijne voldoeningen bewerkten, wat geen ander mensch bewerken kon : zij herstelden den vrede tusschen God en de wereld.

Diens H. Hart had medelijden met ons. Pas dan ook begon Het te kloppen in de kribbe, ot aanstonds liet het door de Engelen van 't Hemelseh hof aan de wereld verkondigen, dal weldra de vrede met God

7

ging hersteld worden : Vrede op aarde den menschen van goeden wille !

De vrede werd volkomen hersteld, toen de Heer op het doodsbed des kruises den duivel verwon, en een laatste lanssteek in hel H. Hart bewezen had, dal dit goddelijk offer voltrokken en het menschdom dus */ vrij was van den vloek, die op hetzelve -4000 jaren rustte en de poorten des Paradijzes gesloten hield. Gelijk weleer de regenboog als een bode van vrede aan Noë verkondigde, dal God de aarde niet meer door water zou verdelgen, zoo be-

1 ' I .......'gt;gt; quot;

\'

84

ocr page 91

\/ _-.i. tT

ACHTSTE DAG. 85

J zitten ook wij thans een teeken, dat de I vredti met God is hersteld, 't Is liet l

Goddelijk Hart van Jesus, waar de gerech-i tigheid en de vrede elkander ontmoeten') en waarvan de geopende wonde ons zegt: Zoozeer heb Ik u, o mensch, liefgehad, dat Ik, om aan de wereld den vrede te ge- ■ ! ven, zelfs mijn Hart liet doorboren op het , kruis. „Want,quot; zegt de H. Cyprianus, „die j i „geopende zijde is als een zegel op den ^1 „brief onzer kwijtschelding.quot; O, welk y een zoete geur van vrede gaat er uit van ^ die H. Wonde! „Onze Heerquot;, zegt de H. Ambrosias, „is gelijk aan den boom der „woestijn, die, als zijne schors wordt gekwetst, den liefelijksten geur uitwasemt. „Zoo werd de zijde des Heeren gekwetst „aan het kruis, en zie, geheel de wereld y, „wordt vervuld van een aangenatnen geur, Y „die opstijgt tot voor den troon van God, „en aan de wereld zegt, dat de vrede „haar is weergegeven.quot;

-i

*

Toen onze Heer op de wereld kwam, hoe stond het toen met den vrede der menschen

i) Ps. 84, 77.

ocr page 92

ACHTSTE DAG.

onderling ? Daar was geen vrede, geen liefde meer op aarde. Het recht van den sterkste, dat was de hoogste wet; een menschenleven bezat geen waarde ; koningen en meesters vergoten liet bloed hunner onderdanen bij stroomen; wraak bloedige wraak was geoor-loofd, ja eervol; naastenliefde, oc-h, men had er geen begrip van ! ,,0quot;, zegt de H. Gre-gorius de Groote, ,,wat wist de oude „mensch anders te doen, dan, als hij kon, „een andermans goed, (ook vrouwen en „kinderen) te stelen, of kon hij zulks niet, „ze dan te begeeren ?quot; Onze Heer verweet zulks aan de Farizeërs ; u we yooroudci-s hehhen u gezegd (en gij beoefent dat): u wen vriend zult gij heniinneniiiiKcr uwen vijand zuh ge hdlcn.'quot; Wat een akelige toestand, wat treurige samenleving ! .. ..

/00 zou nog onze toestand zijn, zonder de medelijdende liefde van Jesus' H. Hart.

Wat gaf Het ons in de plaats ? De zoete leer des vredes, der liefde I „Mijne „kinderen, zegde Hij. een nieuw gebod „geef Ik u, dat gij elkander liefheb;, en „vrede houdt onder elkander1). En als

1) Mr. IX, 49.

86

ocr page 93

ACHTSTE DAG.

»gij een huis zult binnentreden, zegt »dan: vrede zij over dit huis en over al «zijne bewoners. De ouden hebben u ge-»zegd : uwen vijand zult gij haten, maar »Ik zeg u: doet wel aan die u haten, • bidt voor die u vervolgen en vergeldt »het kwade met goed . en alles wat gij aan »den minste der mijnen gedaan hebt,dat gt;hebt gij aan Mij gedaan. Hebt elkander »lief, alle goed aan elkander wenschende, »on doende, wat gij aan u zeiven doet sen wenscht!quot;' Aan die leering en aan de voorbeelden door zijn H. Hart er bijgevoegd, danken wij het nu, dat de geheele wereld de vruchten plukt van den heerlijken boom der naastenliefde, die geworteld is in het H. Hart van Jesusgt; de eerste en rijkste bron van vrede en liefde op aarde.

Nog een andere vrede is er, dien wij aan de liefde van het H. Hart danken; 't is de vrede met ons zeiven, de gerustheid des harten. Die vrede gaat alle gevoel te boven, zegt de H. Paulus1), en de H. Geest getuigt, dat zulk eene gerustheid

1) Philii». IV, 7

87

ocr page 94

Y-___^____^__-Â¥-

88 ACHTSTE DAG.

een voortdurend vreugdemaal is1). De zonde brengt onrust en wroeging, zooals de H. Geest en de ondervinding getuigen: daar is voor den goddelooze geen vrede2). ' Maar hebben wij dien vrede des harten door de zonde verloren, waar hem terug te vinden V In de stroomen, die aan de geopende zijde des Heeren ontvlieten: in de HH. Sacramenten en nergens anders. Zoo ontspruit alle vrede hier op aarde uit het H. Hart. Het heeft ons door dien vrede een onschatbare weldaad aangebracht, waarvoor wij Hetzelve wel dankbaar mogen zijn, en waaraan wij in alle eeuwigheid de vruchten nog hopen te genieten in het rijk des eeuwigen vredes, dat ons bereid is in den Hemel.

Voornemens.

iquot; Al het mogelijke doen, om den vrede met den evennaaste, met ons zeiven, met God te be-hcuden of te herstellen.

2quot; Te dien einde onzen evennaaste alle liefde op de liefderijkste wijze betoonen; de doodzonde, vermijden, want „voor de zondaars is cr geen vrede''

. 1) Prov. XV, 15.

2 Isaïas -18, 22.

ocr page 95

hf.____ AS-_______ AS-______y

}

i

ACHTSTE DAG. 89

VOORBEELD.

Wij lezen in 't leven van den H. Franciscus van Assislö: Daar was eens een jeudig ridder V van hoogen huize getreden in de Orde der Franciscanen, die pas ontlook. In de wereld had hij een leven geleid van weelde. Geen wonder dat hem de eenvoudige kloos;erkost smakeloos en onverdraaglijk voorkwam. Hij besloot in de wereld terug te keeren. Op zekeren morgen verlaat hij zonder gerucht zijn celletje, gaat naar de kapel en stort een laatste gebed aan den voet van een kruisbeeld. Daar verschijnt hem eensklaps de Heer Jesus, vergezeld van zijne glorierijke Moeder Maria. „Mijn zoon, zegt de beminnelijke Verlosser, verzaakt gij dan aan uwen roep?quot; „Heer, j antwoordde de novice, dit leven is al te streng voor mij.quot; Zonder iets te zeggen, nam de Heer een stuk zwart brood, doopte het in de wonde der zijde en zegde: „Eet dit brood.quot; De novice deed het en vond het brood nu overheerlijk. Het visioen verdween en de jongeling trad welgemoed '/ zijne cel weer binnen. Telkens als hij nu in het ^ vervolg door den duivel bekoord werd, beschouwde i hij in den geest de liefderijke wonde van Jesus' H. Hart en aanstonds veranderden zijne kwellingen in vertroosting, en de vrede zijns harten was hersteld.

(De Chérancé, Vie de St. Fran^. d'Ass, Cliai). XIV).

w w

ocr page 96

ACHTSTE DAG.

GEBED.

o Goddelijk Hart van Jesus, o Bron van allen vrede, stort die hemelsche gaven in mijn zondig hart, dat door bekoringen en driften geslingerd wordt. Help mij dat hart in vrede te bewaren, — zoo het ooit den vrede verliest, dien zoo spoedig mogelijk te herstellen, — en in den Hemel den vrede te bekomen, die eeuwig zal duren. Amen.

DO

ocr page 97

Negende Dag.

Het H. Hart en de H. Kerk.

amp;dam sliep... Toun naderde hem k^FGod, de Schepper van alle dingen. 'Hij nam een ribbe van Adam en vormde daaruit Eva, die de moeder werd van alle levenden.

Onze Heer Jesus Christus sliep aan hol kruis den slaap des doods. Zijn hoofd hing voorover, zijn oog was gesloten, zijne lippen loodkleurig, zijn lichaam koud. Toen naderde hem een soldaat, doorboorde zijne zijde, en bloed en water vloeiden er uit.

Wat zien de HH. Vaders hierin V Zie, •zegt de H. Augustinus, gelijk de ribbe genomen is uit Adams zijde en daarvan Eva werd gevormd, zoo werd hier uit 'slleeren zijdede Kerk gevormd, die zijne

ocr page 98

NEGENDE DAG.

Bruid zou zijn zonder vlek of rimpel, en de Moeder zou worden aller levenden over de geheele aarde. „Dat de Bruidegom zich verheffe op zijne legerstede, zegt hij, Hij bestijge de plaats zijner ruste, dat Hij inslape in den dood ; laat zijne zijde geopend worden om doortocht te geven aan de maagdelijke Kerk ; zoo kwam ook Eva uit Adams zijde, toen hij sliep 1).

H. Kerk, o liefdevolle gave bij uitnemendheid, voortgekomen uit de zijde des Heeren, hoe zullen wij u prijzen, hoe aan 't Goddelijk Hart, uwe Bron, genoegzame dankbaarheid toonen! Wel rijk aan liefde moet hel Hart zijn, dat zulke gave weet te schenken!

Men deed eens aan Pius IX z. g. het voorstel, de H. Kerk toe te wijden aan ,{ liet H. Hart van Jesus. Z. H. wees dit voorstel van de hand, zeggende, dat wel de geheele wereld, maar niet de H. Kerk aan het H. Hart behoefde toegewijd te worden, wijl de Kerk reeds in eigendom aan Hetzelve toebehoort; zij was er immers uit voortgekomen. De straal

4) De Symbolo, Ad Cutcchuinenos. Cap. VI.

-Tr. —

92

ocr page 99

NEGENDE DAG.

behoort aan de zen, waaruit liij voortkomt, de vrucht aan den boom ; zoo behoort de Kerk aan 't H. Hart.

Neen,'taardsehe Paradijs is nog niet van de wereld verdwenen ; wel dat Paradijs, waar Adam en Eva leefden ; maar dooide liefde van het H. Hart is op aarde een andere lusttuin ingericht, waarvan de toegang voor allen openslaat; geen Cherubijn met vlammend zwaard verspert den ingang, zooals de H Honaventura zegt: Zie, geopend is de deur des Paradijzes en dooide lans van den soldaat is 't vlammend zwaard verwijderd.quot;

Dat aardsche Paradijs is de H, Kerk. Heerlijke stroomen besproeien het met het Bloed, dat ons vrijkocht en om genade roept tot den troon van God. Die stroomen zijn de HH. Sacramenten. En zie, besproeid door dat Bloed, brengt die lusttuin de heerlijkste vruchten voort. Hier groeien de leliën der maagden, die bij duizenden de Kerk versieren ; daar bloeien de palmen der ontelbare martelaren; ginds ontluiken de rozen van liefde, die de belijders in hunne handen dragen ; in één

93

X!

—Jt-,

7\

ocr page 100

Â¥- gt;4^

NEGENDE DA(i

woord, alle deugden bloeien en groeien er i'n noodlgen uit lol navolging. Daar is geen onderscheid van rijken en armen, van slaven en vrijen, van grooten en kleinen ; neen, allen genieten de vruchten van dien tuin en worden er van verzadigd. Wie hongert naar leering, wordt gespijzigd mei het brood van het woord Gods, dat nooit ontbreekt en aan allen wordt uitgedeeld ; wie dorst naar genade en wijsheid, kan zich daar naar hartelust laven aan de wateren des heils.

Hoe zalig is het te leven in dit Paradijs, de II. Kerk ! Wat is de wereld daarbuiten? Kene woestijn, waar niets groeit en waar het koud is voor de ziel die naar liefde haakt. Zie hen, die buiten dat Paradijs ronddolen. 'I Zijn of wel heidenen, die de behoeften huns harten aan liefde en medelijden zoeken te voldoen niet troost en hulp te vragen aan beelden van hout en steen, — of wel 't zijn ver blinden, die meenen te zien en toch niet zien, en al hun troost moei zoeken in een vervalschten, verminkten bijbel , zij gelijken aan wolken, die gedreven worden

94

£

4

ï

Wquot;

■/V

71

ocr page 101

_____________y

NEGENDE DAG 95

dooi' allen wind, nu rechts, dan links, allijd in beweging, nooit in rust.

Maar in de ware Kerk, de Kerk van •Jesus' H. Hart? Daar spreken Petrus en zijne opvolgers niet onfeilbaar gezag; zij beslissen, en wij, wij zijn gerust, omdat wij welen, dat de H Geest spreekt door hunnen mond.

Van de wieg tot ann het graf, ja tot aan gene zijde des grafs, spreidt die Kerk de vleugelen harer liefde uit over hare kinderen Het kind reeds zegent zij; zij ^ onderwijst het; zij geleidt het aan de hand door het leven; zij sluit ons de oogen, als 't uur van sterven daar is. zij bidt, zij waakt, zij troost, zij beurt op, zij berispt en vermaant, zij straft ook met liefde; en heeft de dood ons doen overgaan tot een ander leven, dan nog zal zij voor on.s bidden en doen bidden; zij beveelt nog, dal de aarde gezegend worde, waarin wij lot aan den laatsten dag sluimeren zullen, en als laatste bewijs harer teederheid plaatst zij het kruis op ons graf, om ons te beschermen tot aan den grooten oordeelsdag. Maar die Kerk heeft vele vijanden; zij

/•t

T-iF' W7quot;

ocr page 102

..\f.___^___:

I

quot;JB NEGENDK DAG.

doun liun best, om dat Paradijs van de aarde te doen verdwijnen; zij zijn machtig . en talrijk. En als zij slagen, wat blijft ^ 'ï er dan van deze liefdegave van Jesus' H. V Hart? — Geen nood! Ook hiervoor heeft Jesns' liefde gezorgd; de Kerk, die uit zijn Hart voortkwam, zal onvergankelijk ! zijn. Neen, de weldaden, die ons van de H. Kerk toevloeien, (en door de H. Kerk ] van Jesus' Hart) zullen nooit ontbreken!

Zijn woord is ons ten waarborg Ik ben mei u tol ((((H hel einde der lijden ! Vreest ' niet, al zijn de vijanden der Kerk machtig; sterker is de liefde van Jesus' Hart voor zijne getrouwe Bruid. Toen die Kerk nog maar een klein vonkje was, konden de hevigste vervolgingen het niet uitblus- i ! schen, zegt deH. Joannes Chrysostomus1) ' hoe dan nu, nu dat vonkje is aangegroeid V lot een vuur, dat de geheele wereld ont- » '• vlamd heeft V Een teeder plantje konden zij niet vertreden, veel minder zullen zij 1 een lusthof kunnen vernietigen, die gansch de aarde overdekt. Wel misschien kunnen de herhaalde pogingen harer vijanden een

I 1) Sermo antequam in exilium iret.

I '

quot;A Vr-'quot; Vt5-'quot;

ocr page 103

97

hoekje van dien lusttuin verwoesten misschien zelfs een groot gedeelte, maar toeh, zoo zegt diezelfde Heilige'), al bestond de Kerk ook nog slechts uit één geloovige, toch zou ze nog onoverwinnelijk en onvergankelijk zijn.

Die Kerk, die onvergankelijke, onfeilbare Kerk, die Moeder, dia zoo bezorgd is voor het heil onzer zielen, zij kwam voort uit Jesus' H. Hart; en daarom kunnen wij dal H. Hart nooit genoegzamen dank daarvoor betuigen. Maar ook op onze licluuiwu vloeiden die weldaden neer ! Vrouw, wat zoudt gij zijn, zoo nietJesus' H. Hart voor u de H. Kerk gesticht had? Eene slavin, eene verstootelinge, eene uitgeworpene uit de maatschappij en de samenleving. — Man, wat zoudt gij zijn zonder die liefde van Jesus' H. Hart? Misschien waart gij dan in uwe jeugd weggeworpen voor de wilde dieren, gelijk zoovele duizenden kinderen in China en andere afgodische landen; en zoo dat uw lot niet geweest was, gij zoudt een heiden zijn, verzonken in al de ondeugden van wreedheid en

1) Ibid.

ocr page 104

if--------jiA__^

I

98 NEGENDE DAG.

1

wellust, aan 't heidendom eigen. Dienstboden, wat zoudt gij zijn ? Slaven, die nietals redelijke schepselen Gods, maar als gt; het verachtelijk vee behandeld werden; l* dat ware uw toestand zonder die II. Kerk, uit Jesus' Hart geboren; want van haar slechts leerden de meesters hunne dienst- ; boden als gelijken behandelen, van haar leerde de man zijne vrouw beminnen als een deel van zich zeiven, en leerden de moeders hare kinderen waardeeren als i onschatbare geschenken des Hemels. Wat zegt gij dan van die liefde van : Jesus' H. Hart, waarmede Het zulke gaven weet te schenken ? o H. Hart, wees j eeuwig geloofd en geprezen, dat uwe ; liefde zulk een paradijs op aarde heeft aan-1 gebracht; maar ook daarvoor, dat Gij ons I onverdiend geroepen hebt om het tebe-x wonen en ons alzoo geplaatst hebt in het gt;

eenige voorportaal van dat andere Paradijs, V

waar wij eeuwig uwe liefde zullen kunnen aanbidden en danken.

Voornemens.

1° Bidden voor de uitbreiding dev li. Kerk. 2° De geboden der H. Kerk aangaande vasten- en

ocr page 105

NE'JENDE DAG.

99

omhoudingsdagen, hei Mis hooren en Zondag-vieren allerstiptsi onderhouden en doen onderhouden.

3° Zoo mogelijk door aalmoezen meewerken tot de uiibieiding der Kerk.

VOORBEELD. 1

In 'i leven der Gelukzalige Reconigi, Dominicanes, wordt \erhaald, dat zij dikwijls di: woord van den Koninklijken Profeet David in den mond had: ^Schep, o God, in mij een zuiver hart.quot; Zij herhaalde al vveenend die woord n zoo dikwijls, dat onze Heer haar versch-cn, en haar langen tijd onderhield over verschillende geheimen, die Hij haar openbaarde. Toen zegd Hij; ,.lk wil „uwe verlangens vervulleii.quot; Hij opende nu de zijde der Zalige, nam haat hart daaruit, zuiverde het, en stelde hot \v\der op zijne plaats, na er deze drie woorden ingegrifi te hebben ; ^Jesus, ^inijne hoop.quot; Tot driemaal toe herhaalde de Heer dit wonder. Eens elfs hield Hij dat hart eenigen tijd bij zich zonder het lerug ic geven. Maar eindelijk verscheen de Heer haar opnieuw, plaats'e met zijn rechterhand haar hart wederom op zijne natuurlijke plaats en zegde haar : „Gij „weet, mijne welbeminde Bruid, dat Ik de eeu-„wige Wijsheid ben, die all- dingen uit niets „gemaakt heb, en dat ik naar mijne verkiezing „het hart van mijne vrienden kan maken en

l1 Vies de Saintes et l ienli. tllles de I'ordre de St. Dominique I- I. liv. '1. lt;•. ö. p. 433—435.

—J=-

ocr page 106

____________

100 NEGENDE DAG.

„vermaken. Nu geef Ik u uw hart terug, dat uêÜ mij zoo dikwijls hebt opgedragen en toege-„wijd; zie, 't is nu schooner, zuiverder, vuriger „dan ooit ie voren.quot; — o God, schep ook in ons een nieuw en zuiver hartl Vquot;

GEBED.

O aanbiddelijk Hart van Jesus, wij danken U voor de liefde, die U ingaf de H. Kerk te stichten. Hervorm onze harten, opdat wij getrouwe kinderen zijn dier Kerk, welke U zoo nauw aan 't harte ligt, en lot welke Gij ons door eene goedheid, die wij niet verdienden, geroepen hebt. o Goddelijk l Hart, bescherm de Kerk en haar zichtbaar Opper-hoofd, den Paus met alle Bisschoppenen Priesters. ^ Amen.

£

'A quot; ......7V

ocr page 107

Tiende Dag.

Het H. Hart en de HH Sacramenten

-ruchtbare stroomen doorsneden weleer het aardsche Paradijs in alle richtingen ; zij onderhielden daalde frischheid der lente in al hare schoonheid. Die stroomen zijn voorafbeeldingen van de HH. Sacramenten, o (laven van Jesus' H. Hart! o Bewijzen zijner liefde! Iedere druppel van het kostbaar Bloed, dat gij bevat, getuigt het luide : zie, hoezeer Jesus' H. Hart den mensch beminde !

Daar was in ons leven een dag, dat wij, nog onbewust van alles, op de armen onzer dierbaren ter kerke werden gedragen. Gods oog wendde zich toen van ons af; want Hij zag zijn eigendom, geschapen

' M

[V

£

!/ V

-Js-, / ^

»

*

ocr page 108

Â¥_____244-__-________

102 TIENDE DAG.

naar zijn beeld en gelijkenis, in de macht van Satan ; de duivel heerschte in onze ziel als op zijn troon. Doch daar vloeide door de hand des priesters het waterover ons hoofd : de duivel vluchtte, God daalde neder in onze ziel, de ketenen der erfzonde werden verbroken, de vlek van Adam uit-gewischl ; Engelen omringden ons, en wij, die als kinderen van gramschap ter kerke waren gedragen, wij keerden als kinderen des vredes en der zegening huiswaarts. Wat heeft die verandering teweeggebracht? ' Ue liefde van Jesus' H. Hart. Toen dat Hart | doorboord werd aan hel. kruis, vloeiden ! daaruit bloed en water, Ier afbeelding, zeggen de HH. Vaders, van dat water, 5t welk j in het Doopsel over ons liOHfd vloeit; maar ook ter afbeelding van dat bloed,'t welk tegelijkertijd onze zielen zuivert van alle , vlek der erfzonde. Het H. Hart had deer-nis met onze arme zielen in slavernij, en zie, 1 het H. Doopsel was het geneesmiddel, dat zijne liefde Hem ingaf.

j\let de heiligmakende genade daalde ook de nooit genoeg gewaardeerde scha: van geloof, van hoop en van liefde in onze ziel.

ocr page 109

TIENDE DAG.

Toen werd de kiem daarvan gelegd, in afwachting, dat zij zou opschieten en vruchten dragen.

Maar stormen zouden die kiem trachten te vernietigen, bekoringen zouden hel onl-Inikend en opkomend geloof met ondergang bedreigen. Geenvreeze! De liefde van Jesus' H. Hart, kende hel middel, om zulks te voorkomen. Hij gaf on- hel //. / onnsel, en hiermede de volheid des II. Geestes, die met zijne gaven nederdaal! en de ziel vooral sterkte geefl, om hel geloof als een kostbaren schat tegen alle aanvallen te verdedigen. Daarom zegt de groote H. Thomas: flJil hel overvolle Harl van Christus, vloeit »de olie aller genade tol behoud der ziel1).quot; En die olie voedt, verlicht en versterkt.

De H. Franciscus van Sales, de beminnelijkste der latere Heiligen, zegt: ,,l)e communiebank en de biechtstoel zijn geschen »ken van Jesusquot; H. Hart.quot; Zou het waarzijnV Maakt zich die beminnelijke Heilige hier niet aan eene godvruchtige overdrijving schuldig? Wat de 11. Communie betreft, daar zal niemand aan twijfelen: maar de

IV S. Thom. Aq. Opusc. de SS. Sacr.

'k

r-=*;—

/V

103

ocr page 110

TIKNDK DAd

Biecht? De Biecht een geschenk van Jesus' liefderijk Hart? De biechtstoel, die ons afschrikt, eene gave zijner liefde? Onmogelijk !

(jij, die zoo spreekt, zijt gij een zondaar of een rechtvaardige? Een van beiden. Zijt of waart gij zondaar, herinner u dan eens dat ongelukkig oogenblik, waarop de duivel weer bezit genomen had van uwe ziel en de hel met al hare verschrikkingen al gapende voor u openstond. Angst en onrust en wroeging was in uw hart. Waar rust te vinden? Gij zocht ze misschien in de vermaken der wereld. — Gij vondt ze niet. ïoen kwam een hooge feestdag; — een godvruchtig menschelijk opzicht, Iegelijk met uw berouw, dreef u naar den

biechtstoel; daar knieldet gij neer......

Wien vond gij daar? Den plaatsbekleeder van Hem, die zegde ; Kom! allen tol Mij, die. hdast cu beladen zijl, en fk zal u verkwikken ; — den vertegenwoordiger van Hem, die aan eene overspelige Samaritaan-sche vergiffenis schonk, — van Hem, die eene onteerde Magdalena ontving, — van Hem, die at en dronk met zondaars, die tot

ocr page 111

_______-AHL.____

TiKNÜK DAG. 105

eene zondige vrouw zoo liefdevol zegde : Ik zal u niet veroordeelen, ga, en wil voortaan niet meer zondigen, — van Hem, die aan Petrus vergiffenis schonk en voor een stervenden moordenaar de poorten van het Paradijs opende, — van Hem, die steeds sprak van medelijden jegens den zondaar, —• van Hem, aan wiens Hart de zielroerende parabelen ontwelden van een verloren zoon, van een verloren schaapje, van een zoekgeraakt geldstuk. Diens plaats-bekleeder vondt gij in de stille en in de ^ duisternis van den biechtstoel .... Gij be- gt;' leedt uwe schuld, hij sprak u moed in ; gij vroegt vergeving ; hij hief zijne hand op en, scheppend in de milde bron van Jesus' H. Hart, wiesch hij uwe ziel met Goddelijk Bloed ; wat de heele wereld u niet geven kon : rust en vrede, dat gaf u een enkel woord : Ik ontsla u van uwe ■zonden. Verlicht stondt gij op op ; gij waart een ander mensch geworden, de hel was gesloten en God verzoend. Zeg ons, was voor u de Biecht geen weldaad, geen liefdebewijs van Jesus'H. Hart, waarin zij ontstond ? Wat zij voor u was, dat was

yf- T\

ocr page 112

Â¥----_________

10G TIEMDF, DAG.

zij voor niillioenen anderen : een redplank na de schipbreuk.

Doch, gij waart of zijt misschien een I gt; rechtvaardige; misschien behoort gij tot de '£ gelukkigen, die nooit hunne onschuld verloren. God geve het! Maar ook dan was ! de biechtstoel voor u een geschenk van Jesus' H. Hart. Waar, na de H. Communie, vondt gij ooit zooveel sterkte in bekoringen, zooveel troost in het lijden, zooveel opwekking tot deugd ? Ja, het *. Provinciaal Concilie van Utrecht aarzelt niet te zeggen, dal al het goede, wat in j de H. Kerk gevonden wordt, in stand wordt gehouden door het H. Sacrament der Biecht. Vraag hel aan duizenden Zaligen, die er hunne zaligheid aan danken ; vraag het aan millioenen verdoemden, die het versmaadden ; het gejuich der eenen, en v het gejammer, de spijt der anderen zullen ■/; u zeggen, wat weldaad Jesus' liefde u \ bewezen heeft met u hel H. Sac rament der Biecht Ie schenken.

Wat te zeggen van het ƒ/. Oliesel'? He uitgestrektheid van dat liefdebewijs zullen wij eerst ten volle begrijpen als wij.

ocr page 113

_________Â¥

TIEXDE DAG. 107

klam van het doodzweet, door duizend angsten benauwd, op ons doodsbed liggend, den laatsten snik en — o vreeze ! — het oordeel Gods verwachten. Als dan de priester, — zelf eene weldaad van Jesus' H. Hart, — onze leden zalft, bij onze sponde biddend neerknielt, den balsem zijner vertroostende en bemoedigende woorden in onze ziel stor , o, dan zullen wij het aan den vrede, die in ons heerscht bemerken, dat Jesus'H. Hart ons beminde, toen Het ons dit H. Sacrament schonk.

En het Huwelijk o Ciod, wat zoude samenleving zijn zonder dit H. Sacrament ? Eene hel hier op aarde, gevolgd door eene hel hiernamaals. Wal zou er geworden van de opvoeding der kinderen ? Hoe zou het mogelijk zijn, zonder de genaden van dit H. Sacrament, in liefde en vrede te leven V Hoe zouden de duizenden lasten en plichten, aan den huwelijksstaat verbonden, kunnen gedragen worden ?

En zoo de liefde van Jesus' H. Hart ons ! geen Prirslerscha/i gegeven had, wie zou ons onze zonden vergeven, wie liet Hoogheilig Offer der Mis opdragen, wie ons

T\

ocr page 114

108

leeren, ons troosten, ons geleiden en bemoedigen '?

Genoeg, o H. Hart, genoeg ! Heb dank voor die vruchtbare stroomen van uw H. Bloed, die den tuin uwer H. Kerk besprooien, en overal nieuw leven, nieuwe groeikraflit en nieuwe vruchten doen verschijnen !

V oornemens.

iquot; Het H. Hart voor de instelling der II. Sacramenten bedanken.

2° Ze ontvangen met allen eerbied, waartoe wij in staat zijn, en, zoo mogelijk, aan anderen de groote weldaad ervan doen inzien.

VOORBEELD.

Wat liefde het ontvangen der II. Sicramenten in 't Hart der Heiligen teweegbracht, kan de H. Agnes ons leeren. De zoon des stadhouders van Rome dong naar de hand der edele en sohoone maagd. Hij bood haar ten bruidschat goud, parelen, edele steenen en kostbare kleederen, en beloofde haar het gansche erigoed van zijnen vader. Maar de Maagd verwierp alles en zeide; „Laat af van mij, gij spijze des doods; nooit kan ik de uwe worden, want ik ben reeds aan een s.nder verloofd.quot; Teleurgesteld antwoordde de jongeiing: „Gij zijt nog zoo jong, en gij zoudt reeds verloofd

ocr page 115

__ vi,#_____________________v

TIENDE DAG. lü'J

•«

zijn ? Dat geloof ik nooit. En al ware dit zoo, ben ik niet de zoon van den eerste na den keizer? Wie waagt het met mij naar dezelfde bruid te ■J staan? Wie durft zich met mij vergelijken in afkomst, schoonheid en rijkdom ?quot; Agnes werd verstoord bij deze woorden en begon haren hemel-schen Bruidegom en zijne voortreffelijkheid te prijzen. „Schoon, zeide zij, is mijn Bruidegom,

veel schooner dan alle s erfelijke jongelingen. Hij is als melk en bloed, aanvallig en heerlijk.

Over zijne schoonheid staat de zonne verwonderd en de maan is verstomd. Mijn Beminde is waar-M' lijk van hooge afkomst. Zijne Moeder is eene '} Maagd en zijn Vader kent geene vrouw. Hoe machtig is mijn Bruidegom; voor Hem sidderen de vorsten en de Engelen dienen Hein, de hemel is zijn troon en de aarde de voetbank zijner voeten. Als Hij de bergen aanraakt dan looken zij; dreigt Hij de zee, dan leggen zich de schuimende golven te ruste; zijn adem geneest de zieken, zijn woord wekt de dooden op tot het leven. Spreek mij niet van rijkdom ; alleen mijn Beminde is rijk ; Hem

behooren de kostbaai heden der aarde en de schat-

' •

' ten der zee ; van Hem is al het goud der bergen, de parelen der vloeden, en alle edelsteenen van den opgang der zon tot aan den ondergang. Alleen mijn Bruidegom bezit ware innige liefde, wan! niemand kan hartelijker en trouwer beminnen I ! lan Hij. Alles gaf Hij voor zijne arme bruid.

jjTer iefde van mij heelt Hij de vreugde des Hemels

7^ '?fc~ k.'

ocr page 116

^_____^

110 TIENDE DAG.

opgeofferd en z(ifs zijn leven aan den bittersten dood overgegeven. Zie, niet een gouden ring ^ heeft hij zich aan mij verloofd. Hij tooit mij ;•

Y 0P niet Prachtige gewaden, welke kostbaarder ^ zijn dan die, welke de doc'Uers der koningen dragen. Ik heb reeds het prachtige bruidskleed van schitterende zijde; Hij heeft mij omkleed met eenen breeden gordel van goud; mijne ooien zijn behangen met onschatbare juweelen, mijn hals met parelen en mijne handen met sieraden en om mijn hoofd is een onverwelkbaren bruidskrans

j gevlochten. Nog grootere schatten heeft Hij mij X| vertoond, en die alle zal Hij mij geven, zoo ik V- Hem getrouw blijf. Hoe zou ik zulk eenen Brui- V degom kunnen verlaten, met wien ik voor eeuwig door trouwe liefde vereenigd ben ?quot; Zoc loofde j de H. Agnes vol geestdrift haren Bruidegom en j toonde een hait te hebben vol liefde voor dat ! Hart dat haar het eerst beminde.

1 (Hugues. Levens en daden van Gods heiligen ' 2i [anuari.)

V GEBKD. x(g o H. Hart des Hoeren, o Bron, waaraan de

HH. Sacramenten ontvloeid zijn, geef, dat wij de ; waarde dier weldaden beseffende, ons zeiven dikwijls laven en wasschen aan die heilrijk? s'roo-men, opdat wij, gewasschen door uw Bloed, o Goddelijk Lam, de eeuwige vreugden mogen genieten. Amen.

----^

ocr page 117

^ 1 I

■¥

Elfde Dag.

Het H. Harl en het H. Misoffer.

'^:C7 •

amp;f%5y ie kent niet de Navolging van rjm Christus door Thomas a Kempis?

gen s(.[looner boek, de I i. Schrift uitgezonderd, bestaat er niet, tiet werd samengesteld nu bijna 400 jaar geleden, en het handschrift, door Thomas zelf geschreven, bestaat nog. .Maar daarenboven zijn duizenden en millioenen afdrukken daarvan over de wereld verspreid in alle landen, in steden en dorpen, in hutten en in paleizen. Als ik nu vrucht wil trekken uit de leering, die dal boek bevat, is het dan noodig, dal ik het handschrift, door Thomas zelf geschreven, aandachtig lees ? Gelukkig neen ; want dat is ver van hier ; maar een afdruk is even goed ; die is in mijne nabijheid, de

V!

f

ocr page 118

¥- ■ - 'ii

ELFDE DAG.

leering is juist dezelfde, dezelfde vruchten kan Ik er uit trekken en op hetzelfde oogenblik kunnen duizenden en duizenden hetzelfde voordeel genieten.

Zoo is het ook met de weldaad welke Jesus' liefderijk Hart ons geschonken heefl in het H. Misoffer1). Eéns slierf Hij voor ons aan het Kruis, toen duizend wonden zijn gezegend Lichaam bedekten en Hij zijnen geest aan zijnen Vader aanbeval. Toen werd de duivel overwonnen; het menschdom was verlost; de vloek in zegen veranderd ; stroomen van genaden gingen van Calvarië over de wereld, en zalig zij, die gewasschen werden in het Bloed van het Lam, dal voor onze zonden geslachtofferd is van het begin der wereld af. Doch M'ij waren daarbij niet tegenwoordig, en zij, die na ons komen zullen, zijn er nog verder van verwijderd. Zullen wij nu niet deelachtig worden aan de vruchten van die oneindig heilige Slachtofferande van Calvarië ? Zullen wij niet besproeid worden met het bloed van het Lam, dat de zonden der wereld wegneemt ?

1) Vgl. Alban Stolz. Die H. Elisabeth, s. 88.

J12

V, M,

ocr page 119

ELFDE DAG.

Dank zij aan Jesus' liefderijk Hart! Evenals nu iedereen kan plukken van den boom, dien de vrome Thomas a Kempis door zijn boekje geplant heelt, evenzoo kunnen ook wij nu genieten van de vruchten des Kruises: want zie, wat Jesus op bloedige wijze op Calvarië deed, dat vernieuwt Hij duizenden malen daags op onbloedige wijze in de H. Mis. o Onwaardeerbare weldaad, o onschatbare gave, waartoe stelt gij ons in staat!

V 't Is voor ons, menschen, een strenge ■! plicht God te aanhidilen en te danken-Dien plicht gevoelt iedere mensch, in zijn eigen hart; zóó zelfs, dat de mensch, die den waren God niet kent, zich neder\v( rpt voor hout en steen en die aanbidt. Maar hoe dien plicht op waardige wijze te vervullen ? Uit ons zeiven zijn wij stof en asch, nietige schepselen en daarenboven ■. vol zonden en gebreken. Al waren wij Engelen, al waren wij in verdiensten gelijk aan de allerh. Maagd Maria, dan nog zou onze aanbidding en dankzegging niet zijn, wat ze zijn moest ; want geen schepsel kan den Oneindige vereeren, gelijk Hij

113

ocr page 120

¥■

3 a

ELEDli DAG,

het verdient. Doch de liefde van Jesus' H. Hart stelt er ons toe in staal. Hij plaatst zich in de H. Mis in onze handen ; Hij draagt zich daar voor onze zonden op aan den Vader; Hij, God en mensch tegelijk, Hij bidt in onze plaats en geeft aan God de eer, die wij niet geven kunnen; oneindige eer, aanbiflding en dankzegging.

Ook voldoening voor onze zonden zijn wij aan God verschuldigd. Wij hebben Gods oneindige eer gekrenkt; wij hebben bij Heineene onmetelijke schuld aangegaan, en wij hebben volstrekt niets om ze te betalen. Toch eischt God in zijne rechtvaardigheid voldoening. Arme menseh ! Tot den laatsten penning moet gij voldoen, en gij hebt niets om te betalen, niets om de hel of het vagevuur, die u wachten, te sluiten!

Dat zou aldus zijn zonder de liefde van ■lesus' H. Hart! Maar zie, in het H. Misoffer stelt Hij zich in onze plaats; zijne eigene verdiensten past Hij op ons toe ; Hij draagt zich op aan den Vader ais een offer van goeden geur. Hij smeekt voor ons met luid geroep en onder tranen, hij

114

ocr page 121

____

ELFDE DAG.

hecht, als 't ware, opnieuw den schuldbrief, die tegen ons getuigt, aan zijn kruis, Hij biedt zijnen Vader den prijs aan van zijn vergoten bloed, zijne doorgestane smarten, zijn allerpijnlijksten dood en.....

Gods gekrenkte eer is hersteld, (iods toorn, die straffend op ons ging neerkomen, is bedaard; barmhartigheid en rechtvaardigheid zijn verzoend en geven elkander den kus van vrede in Christus .lesus, onzen Middelaar!

Vi

Talrijk zijn onze behoeften op deze wereld ; het lichaam heeft er vele, de ziel nog meer. Hoe zullen wij de genade ter zaligheid noodig verkrijgen ? Het staat ons vrij, ze aan God te vragen. Maar zal ons gebed doordringen tot zijne ooren V 't Is zulks niet waardig, want het is zoo onvolmaakt en komt uit zoo zondige harten-Schep moed, o zondige mensch ! Jesus' H. Hart heeft gezorgd, dat gij bij God verhooring vinden zult; want in de H. Mis is Hij niet alleen een dank- en zoenoffer, maar ook een smeekojfer, dat altijd verhooring vindt. Onze Heer zegde zelf: «1 ddf.r, Ik wist, dat Gij Mijultijdver-

W

ocr page 122

ELFDE DAG.

«hoort1),quot; en de H. Geest getuigt van Hnn ; » Om zijne eerbiedigheid jegens God, om /.ijne gehoorzame onderwerping aan den wil zijns Vaders, is Hij verhoord geworden®).quot;

Daar, in het H. Misofter, bidt nu Jesus' H. Hart voor ons, en . .. duizenden genaden stroomen als een weldoende regen op ons neer. Het bidt... en zelfs tijdelijke gunsten worden ons in overvloed geschonken, Het bidt ... en de duivelen worden verjaagd, de bekoringen verminderd of V weggenomen, zieken herstellen, deugden bloeien op, de H. Kerk breidt zich uit. zondaars bekeeren zich, ergernissen worden weggenomen, zielen uit het vagevuur verlost; in één woord, alle gunsten en genaden naar ziel en lichaam worden ons gegeven, omdat Deze voor ons bidt, die zonder zonde is en waardig is bij God verhooring te vinden om zijne eerbiedigheid. \

Is dan het H. Misoffer niet eene weldaad, die alleen kon voortkomen uit een Harr, dat van liefde overvloeit ? Moeten wij het _________________ i

1' Jois XI. 42.

2) Hebr. V. 7.

116

ocr page 123

/

ELFDE DAG. 117

1 : ■ dan ook niet als eene ondankbaarheid en als een onherstelbaar verlies betreuren, •» dat wij zoovele HH. Missen, die wij zoo y '! gemakkelijk hadden kunnen bijwonen, ' ! verzuimden ? Ja, als wij wisten, dat er aan het uiteinde der fardé één priester was, die éénmaal slechts die H. Offerande kon opdragen, zou dan ons leven niet goed besteed zijn, zoo wij hef geheel en al gebruikten, om naar die plaats te reizen, ten einde ten minste eenmaal in ons leven bij zulk een Hoogheilig Offer tegenwoordig i,-1 te kunnen zijn ? En nu, nu wij zoovele priesters in onze nabijheid hebben, nu er dagelijks zoovele HH. Missen gelezen wor-; den, nu is eene geringe moeite, eene ver-i meende tijdelijke schade, eene nietige ongesteldheid, ja een ijdel vermaak dikwerf genoeg, om ons de H. Mis te doen verzuimen! V, O, beseffen wij het wel, wat weldaad I/ het H. Hart van Jesus ons door dit H. 'v Offer doel ! De boosheid der wereld is | groot, grooter wellicht dan len tijde des zondvloeds; zonder dat Offer zou misschien sinds lang de wereld vergaan zijn door het vuur; maar de H. Mis houdt den

7r- ;V

ocr page 124

___

ELFDE DAG.

straffemlen arm Gods tegen, en 't is een algemeen gevoelen der Godgeleerden, dat het eerste werk van den Antichrist, bij het einde der tijden, zijn zal, dit H. Ofler in de wereld te doen ophouden. Op dit Offer zouden Gods woorden bij Isaïas kunnen worden toegepast: Ik heb gezworen, zegt de Heer, dat Ik over de aarde niet meer vertoornd zal worden, want bergen en heuvelen zullen mijne Gerechtigheid (d. i. Jesus Christus) dragen.

Voornemens

if

iquot; Uil dankbaarheid voor dc weldaad der H. Mis er een veelvuldig gebruik van maken.

-2° De H. iMis zoo aandaehiig en eerbiedig mogelijk bijwonen tn ons vereenigen met het Offer van lof, dank, verzoening en smeeking, 'i welk hel M. Han opdraagl, overal waar een i priester het altaar bestijgt, d. i. dagelijks op bijna 400,000 plaatsen.

VOÜKliKELD.

I

P. Burke verhaalt in zijn preek over lt;/lt;.• Verborgen Uciligcn .uiu Ierland het volgende:

Ik bevond mij op de westkust des eilands, te midden van mijn volk, toen het den almachtigen God behaagde, zijne laatste en vreeselijkste beproe-

118

'V

iV

ï

7^

ocr page 125

ELFDE DAG.

ving over ons los te laten ; de Engel van hongersnood en sterlte sloeg de vleugelen uit en een donkere schaduw viel over het land. . . . o God, om uwe barmhartigheid, laat mij nooit meer zulke

dingen zien vóór mijnen dood!.....

Op een paar mijlen afstands van Gahvay woonde eene vrouw, die eiken eersten Zondag van iedere maand tot de H. Tafel ging. Toen de hongersnood kwam, was zij al op jaren. Hare oudere zonen waren heengegaan, om werk te zoeken. Nu leefde zij alleen met haar jongste kind, een knaap van 14 jaar. De nood steeg zoo hoog, dat het kind om brood schreide en de moeder nieis meer te geven had. Zi] zag hem wegteren voor hare oogen, — zij had niets, er was nieis, en de jongen lei bel hoold tegen de borst zijner moeder en stierf. Zij was zoo uitgeput van honger, en de buren woonden zoo ver, dat zij niemand kon gaan roepen om haar kind te begraven. Twee dagen lag het lijk op den grond en zij er naast, stervend van smarte, stervend van honger en dorst. Op den morgen van den derden dag, hoort zij de klok luiden voor de H. Mis ; '1 was Zondag. Op handen en voeten kruipt zij uit hare hut, den weg op naar de kapel eene mijl verre. Driemalen bezweek zij onder den weg. Medelijdende voorbijgangers zetten haar met den rug tegen eene heg en gaven haar uit de beek te drinken. Zij stond op, en al viel ze telkens, zij kroop ^con en kwam eindeliik zoo dicht bij de kapel, dat zij

119

ocr page 126

ELFDE DAG.

door de geopende deur den priester kon zien aan 't altaar bij de opdracht der H. Geheimen. Toen sloeg zij hare oogen en handen ten hemel en riep uit: Eeuwigen lof aan den gezegenden Zoon der 'r Maagd! Daarop zonk ze ineen en stieif. Toen het volk uit de Mis kwam, vonden zij het lijk der vrouw, wier laatste poging geweest was, te | kruipen naar hel altaar, dat God de bee harer stervende lippen mocht verhooren. (W. v. Nieu-wenhoff. Vijf Levensschetsen, p. 250 en vlg.

GEBED.

o Liefdevol Hart van Jesus, dat ons in 't H. Sacrificie der Mis in slaat gesteld hebt, aan God waardige hulde te brengen, geef, dat wij, de uit- * gestrektheid dier weldaad beseffende, dagelijks overvloediger deelachtig worden aan de genaden, | die Gij door dii middel aan 'i menschdom wilt doen toekomen. Wij vragen het U door de voor spraak van Maria.

120

ocr page 127

Twaalfde Dag.

Het H. Hart en de H. Communie.

oe heerlijk bloeide in hel aardsche Paradijs de boom des Levens! Wijd zal hij zijne takken hebben

uitgespreid, als wilde hij aan de geheele aarde zijne vrucht, die onsterfelijk maakte, toereiken. Zulk een Boom des levens, maar veel edeler en gemakkelijker te bereiken, verheft zich ook in den lusthof der H. Kerk. 't Is de H. Communie, die eeuwig, onvergankelijk leven geeft aan de zielen, gelijk de eerste aan de lichamen.

Wie zal naar waarde beschrijven, wat weldaad het H. Hart van Jesus ons met die gaven geschonken heeft'? Hier, hier heeft zijne liefde de uiterste grens bereikt.

Daaraan dacht de H. Augustinus, toen

ocr page 128

\f_ ^____jOL ______^

122 TWAALFDE DAG.

liij in bewondering uitriep : Jesus Christus is almachtig, maar iets grooters geven kon Hij niet; Hij is oneindig wijs, maar iets beters kende Hij niet; Hij is oneindig -rijk, maar grooter goed bezat Hij niet1). En de eerbiedwaardige Kerkvergadering van Trente bevestigt die uitspraak met Goddelijk gezag, als zij zegt; „Wanneer „onze Zaligmaker uit deze wereld naar „zijnen Vader zou gaan, stelde Hij dit „H. Sacrament in, waarin Hij de schatten „zijner Goddelijke liefde n/x iiitgestoi-l

Jwefty

Wat heeft Jesus Christus ons dan gegeven, toen Hij stralend van liefde neerzat in bet midden der zijnen en op plechtigen toon den Vader dankte, het brood zegende en zijnen Apostelen overgaf, zeggende : Neemt en eet ?

Ik geef u een nieuw gebod. Ik geefu mijnen vrede, had Hij kort te voren ge- V zegd ; maar nu ? Nu geeft Hij aan hen en aan ons zich -ch'cn '/Ach zeiven geheel en al, met zijne aanbiddelijke God-

1

S. Aug. !r. SI in .loöm.

ocr page 129

f

Â¥

TWAALFDE DAG.

heul, met zijne allerheiligste Menschheid, met zijn maagdelijk Lichaam, met zijne goddelijke Ziel! »ü,quot; zegt de 11. Joannes gt;• Chrysostomus, «hoevelen zijn er, die zeg- ■' »gen : ik zou Jesus Christus willlen zien, »zijn gelaat aanschouwen, zijne kieedertn »aanraken, zijn schoeisel kussen! Maar »gij ziet Hem, gij raakt Hem aan, gij

»nuttigt Hem......Wat de Engelen al

»bevend aanschouwen, ja, waarnaar zij

123

« r-gt;iii♦ rlni'irör» rwrwiör» wroc rl/^n xmi'Kl ir»-

;gt;tot één lichaam en één vleesch. Waar »is de herder, die zijne schapen voedt gt;met zijn eigen bloed V Wat zeg ik : een • herder V Zelfs vele moeders geven hare »kinderen aan anderen ter voeding! Niet »zoo onze Heer; want zijn eigen Bloed V »geeft Hij ons tot sterkenden drank1),quot; Wie onzer heeft zijne naaste betrekkingen niet lief, een vader, eene moeder, een kind ? Bemint ze zooveel gij will, hecht u aan hen met alle mogelijke teeder-heid; maar altijd aan hunne zijde blijven,

1 Hom. OU atl pojml. Anliocli,

w

ocr page 130

l 'i-i- TWAAKFDE DAG.

meer dan eens uw leven geven voor hen, die gij liefhebt, dat kunt gij niet Ze bij u inlijven, ze doen leven van uw leven, ,» uwe kracht in hen doen overgaan, 't is ^ j eene onmogelijkheid, zelfs voor eene moeder ! Onmogelijk voor iedere andere liefde,

niet voor de liefde van Jesus' H. Hart, : Nader tot de H. Tafel, neem en eet, en onder de gedaante van brood komt het Lichaam en Bloed, de Ziel, de Godheid van .lesus Christus in u en leeft in u, , zoodat gij zeggen kunt: niet ik leef, maar \-Christus leeft in mij1).

In welke omstandigheden gaf Hij ons I die liefdegave der H. Communie? Hij deed gelijk een stervende moeder, die | met bevende hand aan hare kinderen een : laatste gedachtenis uitreikt. Welke waarde wordt daaraan niet gehecht! 't Was de

£

vooravond van zijn bitter lijden, de laatste quot; maaltijd, dien Hij nemen zou. Ook Judas ^ was daar. Jesus doorschouwde diens hart tot op den bodem; Hij zag daar de plannen van verraad ; Hij wist, dat die ziel

1! Gal. II. 14. Vgl. P. Monsabré: Sermon sur le S. Gceur.

'Tr- W ' 7\

ocr page 131

TWAALFDE DAG.

een afgrond van bederf was, waarin Hij /,ou moeten neerdalen. Toch aat Hij zich zeiven lot spijs — Petrus zal Hem dien-zelfden dag verloochenen; de andere Apostelen zullen als kaf voor den wind uiteenstuiven bij het minste gevaar ; — Farizeërs en Schriftgeleerden waakten ; koorden, lantaarnon, stokken en zwaarden werden in gereedheid gebracht, — Jesus zag dat met zijn alziend oog. Toch schonk Hij zich en met de meeste liefde !

Geheel de wereld zag Hij op dat oogen-blik verzonken in afgoderij en zedeloosheid ; in de toekomst voorzag Hij, dat Hij nog duizend en duizendmalen zou moeten neerdalen in de harten van nieuwe Judassen, en dat Hij zou worden neergelegd op tongen, die kort te voren nog (iod lasterden of door onzedige taai bezoedeld werden. Schrikte dat alles Hem niet af? Neen, neen, Hij gaf zich zeiven lot sterkte der zwakken, tot onderpand, ten borg onzer eeuwige glorie ; en dat niet op ééne plaats der aarde of aan zijne Apostelen alleen, ook niet alleen aan den Paus, zijn plaatsbekleeder, of slechts aan Heili-

125

1

ocr page 132

yiA -ay i/

----------------T

I

12C TWAALFDE DAG.

-i

gen ; neen, overal waar zich een tabernakel zal bevinden en een priester, die het opent, daar geeft Hij zijn Lichaam •f lot spijs, zijn Bloed tot drank, ten be- V wijze, dat Hij ons bemint met onvergelijkelijke liefde.

Nog verder gaat Hij. Niet alleen noodigl Hij ons minzaam uit, om deel te nemen aan dien H. Maaltijd ; maar zijne liefde dwingt ons, Hij dreigt ons met eeuwige straffen, zoo wij zijn H. Lichaam en Bloed quot; niet nuttigen; o God, was het dan niet / genoeg, ons toe te staan U te ontvangen, en moesten wij niet in vrede kunnen I sterven, zoo wij U eens in ons leven ont-; vangen mochten ? Neon, want zijne liefde weet, welke behoefte wij aan Hem hebben. Eens zelfs herhaalde Hij zesmaal het, gebod, die H. spijze te nuttigen : fnclien gij het Vleesch vuu den Zoon des Men-schen niet eet, zult gij het leven in u t niet hebben*).

Wat is de mensch, dat Gij hem gedachtig zijtquot;), zoo bad David tot God. Wat

1) .lois VI. rgt;4.

2; Ps. VIII. rgt;.

, _ 1

'ik st

ocr page 133

^_______^

TWAALFDE DAG. 127

k

zou die groote koning gezegd hebben ais liij eens had kunnen zien, dat diezelfde (iod eenmaal naar de aarde zou afdalen en zich zeiven den mensch tot spijs gevenV Zoude hij zijne schoonste psalmen niet hebben doen klinken, om de lieide te verheerlijken, die zulke weldaden ingaf. Maar zou hij ook zijne vreeselijkste vervloekingen1) niet hebben uitgesproken tegen de ondankbaren, — en och, hoe talrijk zijn ze ! — die weigeren hun Heer en God !e ontvangen; of indien zij Hem ontvangen. Hem meer beleedigen dan eeren, en zoo de liefde miskennen en verijdelen, waarmede Hij zich gewaardigt lot ons te komen ?

En waartoe komt Hij ? Om ons te troosten; want, zoo zegt de H Kerk; Een hemelsch Brood, hebt Gij hun gegeven, een Brood, dat alle genoegens in zich bevat; om ons te sterken in den strijd tegen duivel, wereld en vleesch ; want het is het Brood der sterken en de Wijn, die maagden voortbrengt; om ons onsterfelijk te maken en eeuwige glorie te doen ge-

1) Vgl. Ps,. 48.

w~

%

VY

ocr page 134

TWAALFDE DAG.

nielen, want ; die mij eet, zal om Mi] leven, zegt Jesus zelf. En als na het algemeen Oordeel onze lichamen met onze zielen vereenigd zullen zijn en zij deelen in dezer onsterfelijkheid en glorie, waaraan zullen zij dan die onsterfelijkheid danken ? Aan die goddelijke spijze, die onwaardeerbare weldaad, waarvan de H. Kerk zingt: o H. Gastmaal, waar Christus genuttigd, zijn lijden herdacht, de ziel met genade vervuld, en ons een onderpand der toekomstige glorie gegeven wordt!

Voornemens.

1° Zoo dikwijls als het ons door den bestierder onzer ziel wordt toegelaten, naderen tot de H. tafel.

2° Alle zorg besteden aan de voorbereiding en dankzegging.

3 Het H. Hart bedanken voor die onwaar-dierbare gave van liefde,

VOORBELD.

De laatste Preek van Pater Bur te

De beroemde lersehe Dominicaan, P. T. Bnrke was aan liet einde zijner dagen. Op een ivond

128

ocr page 135

. Y_______yL-Jt___

TWAALFDE DAG. 129

j was hij zoo uitgeput, dat tot het laatste oogcn-! blik toe, preeken onmogelijk scheen. Toen hij ^ evenwel vernam, dat de kerk vol was en de menschen hem verwachtten, overwon hij zijne zwakheid. Op den kansel gekomen, moest hij zich vaslhonden aan den rand. Bijgekomen, stortte hij nu geheel -zijne ziel uit in eene roerende opwekking tot geloof in en liefde voor 't H. Sacrament. „O,quot; zegde hij, „lot in het uur des doods komt Jesus in de H. Teerspijze om onze zielen tot zich te nemen ; dan gaat het lichaam geheiligd ten grave, om er te blijven tot den laatsten dag. wanneer Jesus zelf komt om het op te wekken en te drukken aan zijn H. Hart.quot; Toen hield de redenaar op. Na eene pooze ging hij voort ; 1 „Zijn er hier tegenwoordig, die ons geloof niet deelen in dit aanbiddelijk geheim ? is er een ten minste? Welnu, laat mij hem slechts dit i nog zeggen. Geef, bid ik u, acht op hetgeen wij ! lezen in het i4de hoofdstuk van den H.Mattheus: ' De leerlingen waren midden op zee in een schip, door de golven geslingerd. In de duisternis van den nacht zagen zij een witte, lichtende gedaante wandelen op hei water. Niet één van hen kon onderscheiden, dat het de Heer was, en zij waren vol vrees. Toen sprak Hij tot hen: Ik ben het, vreest niet. En de moedige, minnende Petrus riep uit: Heer, indien Gij het zijt, gebied mij tot U te komen. En Jesus zeide; kom. En Petrus wierp zich uit het schip en wandelde op

9

ocr page 136

TWAALFDE DAG.

de golven naar Jesus heen. — Nu, binnen weinige oogenblikken zult gij de lichten zien branden op het altaar; eene witte, lichtende gedaante, van stralen omringd, zal worden opgeheven, en al wie gelooft, zal aanbidden. En gij, al wat ik van u vraag, is, dat gij Petrus' woord nazegt : Heer, indien Gij het zijt, roep mij, en gebied mij tol U te komen. En als gij dan de zoete stem van Jesus in uw hart verneemt, die u zegt : Ik ben het, kom, — o, stel dan niet uit. Werp u met Petrus op de wateren en haast u neer te knielen aan den voet van uwen gezegenden Heer. Hij zal u boven houden, uwe schreden ondersteunen, de golven van twijfel en bekoring doen stollen i onder uw voet ; en gij zult gelooven en zijne wezenlijke tegenwoordigheid aanbidden gelijk Petrus, en opgenomen worden bij zijne trouwe kudde op aarde en in zijne glorie in den Hemel.quot;

Eens Protestantsche Dame had dien avond enkel uit nieuwsgierigheid de godsdienstoefening bijgewoond. Wat zij meende te zien onder den zegen met het Allerheiligste, maakte zoo geweldigen indruk op haar, dal zij de kerk verliet met een vast en onwankelbaar geloof in de wezenlijke tegenwoordigheid. Aanstonds liet zij zich onderrichten en werd weldra opgenomen in de Katholieke kerk. (Vgl. W. v. Nieuwenhoff. Vijf levensschetsen.)

130

ocr page 137

^________^__Â¥

TWAALFDE DAG. 131

GEHED der H. Kerk.

Geef, o God, dat wij vervuld worden met de {/ eeuwige genieting uwer Godheid, waarvan hel ' ^genwoordig ontvangen van uw koslbaar Lichaam en Bloed eene voorafbeelding is. Die leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen.

Aan het heilig, goddelijk, aanbiddelijk Hart van Jesus, hel heiligste, beminnelijkste, het eenigst aanbiddelijke aller harten, zij eer, lof, dank betoond in de gansche wereld, op de vol-maakste wijze, met de vurigste gevoelens, door alle schepselen, gedurende alle eeuwen, in alle eeuwigheid. Amen.

7K

ocr page 138

Jif______A'.:_______^__V-

'gt;\ Dertiende Dag.

Het H. Hart en de H. Teerspijze

NS stervensuur ! Wie huivert niet,

y als hij aan die beslissende stonde '/

-1' • ■ .V. , •• '»♦

denkt? Wij mogen zondaars zijn of rechtvaardigen, dat uur is voor iederen mensch een uur van vrees en benauwdheid. ; 't Is vim dit uur, dat David ons de be- ! schrijving geeft, als hij zegt; «De pijnen des doods omringden mij ; de stroomen der zonde brachten mij in verwarring; de strikken des doods hebben mij onvat1).quot; *jlt; Het verledene, het tegenwoordige, het ' toekomstige, alles, alles zal samenspannen, om ons te beangstigen; de duivel zi l zijne pogingen verdubbelen, om ons in zijne ; netten te verstrikken, wel wetende, dat I

1) Ps. XVII. ü. Seqq.

------------------vf..... ^

ocr page 139

DERTIENDE DAG. 133 j

I

wij voor eeuwig zijn eigendom, of het. j eigendom van God worden, o Heer, kom • ons te liulp in dit verschrikkelijk oogen- l blik; red ons, wij vergaan! quot;i

Wees gerust, christelijke ziel. Jesus' liefde waakt over u. Zijn medelijdend Ifarl weet, dat de nood, waarin gij u bevinden zult, groot is; gij zult Hem aanroepen ten dage uwer kwelling, en Hij zal tot u i neerdalen, om in die duistere oogenblik-ken uw licht, in dien heeten strijd uw bijstand, in die smarten uwe verkwik- 'y, king, in dien nood van ziel en lichaam ! uwe hulp te zijn.

„Komt allen lot Mij. die belast en beladen zijt1),quot; zoo sprak Hij eertijds 'en spreekl I Hij nog in 't H. Sacrament. Maar, Heer, i zoo mogen wij Hem vragen, hoe zal een 1 stervende zieke tot II komen om verkwik-, king bij U te vinden? o Liefde zijns | Harten ! blij zelf zal tot den zieke komen ; 1 gedragen door de hand des priesters, ver-; borgen onder diens kleed, treedt Hij de i woning des zieken binnen, terwijl Hij door j den mond des priesters zegt: „Vrede zij i) ut. xr. 2S.

ocr page 140

___________

134 DEIITIENDE DAG.

i

over dil huis en over allen, die het bewonen.quot; Nu mag dat huis een nederig hutje zijn of een armoedig zolderkamertje of een |y dompige kelder, toch nadert Hij tot de onzindelijke bedden der armen en vervult Hij het woord van den profeet David: Voor mijne oogen hebt Gij een maaltijd bereid tegen hen, die mij kwellen1), o Liefde ! o Nederigheid!

Waar zijn op aarde de koningen, die | zich zoozeer vernederen zullen, dat zij ! tot een armen zieke gaan, als deze niet ' tot hen kan komen, om zijn nood te klagen? Reeds veel is het, zoo zij ook aan hun minsten onderdaan goedgunstig gehoor verleenen in hun paleis; maar tot hem gaan, hem bezoeken en troosten in zijne ziekte, dat is ongehoord! Zoo handelt nociilans Jesus, gedreven door de liefde zijns Harten.

Spoedig is het aan den zieke te zien, dat de Heer niet tevergeefs genoemd wordt: „de (loci van alle vertioosiiiig9').quot; Rust en verkwikking schenkt Hij aan de

1) rs. xxu. ü.

2) 2 Cor. I. 3.

yx--K

ocr page 141

f

DERTIENDE DAG.

ziel, Hij verzacht haar inwendig lijden, bemoedigt haar door een zoet vertrouwen op de goddelijke barmhartigheid en geeft haar kracht en genade, om in die laatste uren nog veel van het verledene goed te maken, en door gebed en geduld nog veel te verdienen voor de toekomst.

»o Heilzame Offerande,quot; zoo zingt deH. Kerk, »Gij opent de deur des Hemels: »zie, de vijanden dringen van alle kanten »op ons aan ; geef ons kracht tegen hun ; »kom ons te hulp1).quot; In die laatste ure zal ons de waarheid dier woorden blijken en die bede niet onverhoord blijven. Ongelukkige ziel des menschen, zoo gij in dien laatsten stond alleen gelaten werdt! Hoe zoudt gij bestand zijn tegen den duivel met zijne duizenden listen en lagen ? Ach, tijdens uwe gezonde dagen waart gij zoo zwak, dat gij b^jna geen duivel noodig hadt, om u te bekoren, gij zondig-det reeds uit eigen zwakheid ; iioe zult gij nu staande blijven ? Leve Jesus en zijne

1) O Salutaris lioslia,

Quce coeli pandis ostium ;

Bella premunt hostilia.

Da robur, fer auxilium.

135

1)

Xl

X

-k

v'r-

é

ocr page 142

lt;_______

DERTIENDE DAfi.

v;

4

Sl-quot;/J

.V

'i

liefde ! Wat de ziel uit zicli zelve niet kan, dat zal zij kunnen door de kracht Gods; want Hij, die den duivel overwon op het kruis. Hij voor wien de ge-heele hel gedwongen de knie buigt, als zijn naam wordt uitgesproken, Hij komt tot de ziel, om haar steun en hare kracht te zijn. Nu mag de ziel gerustelijk den duivel tartend uitdagen en niet David uilroepen : »AI stonden er heirlegers tegen »niij op, mijn hart zal niet vreezen1), »omdal Gij, lleere, met mij zijt2)want, zoo zegt de H. Joannes Ghrysostomus, «als Jesus Christus in ons is, dan gelij-»ken wij op vuurspuwende leeuwen, die »den duivel met schrik en ontzetting » vervullen3).quot;

H. Teerspijze of Reisspijze wordt deze liefdevolle gave van Jesus' H. Hart genoemd. Ja, dat is zij! Zij sterkt ons op de reis van den tijd naar de eeuwigheid ; zij geeft ons kracht om den borg te bestijgen, waarop het hemelsch Jeruzalem gebouwd

IHC,

1

Ps. XXVI. 24.

2

2 Ps. XXII.

3

Hom. 01 ad popul. Antioch.

ocr page 143

4^

vlt;

DERTIENDE DAG.

is. o Gelukkig uur, waarop ook ons vergund zal worden den God der hemelen van aanschijn tot aanschijn teaansehoiiwen! o Blijde stond, waarop wij geroepen /.lillen worden lol de eeuwige Bruiloft van het Lam /.onder vlek!

Maar /.uilen wij dat geluk ooit smaken ? Mijne ziel, nieuwe vree/.e vervult u ; want gij denkt aan het oordeel, het schrikkelijk oordeel, dat u wacht, (lij zult gewogen worden, en zult gij niet Ie licht zijn 'P o Schrikkelijke onzekerheid !

Bewonder hier de liefde van Jesus'11. Hart! Hij komt tot de ziel, om haar te sterken, te bemoedigen, te geleiden op den weg, dien zij moet alleggen. Hij zegt haar als '1 ware: „Wat vreest gij, ,,o ziel? Zie, Ik, die u oordeelen moet, „Ik kom tol ii om u Ie troosten. Wat „hebt (iij Ie vreezen? Ik, uw Rechter, „bemin u. Ik geel' mij aan u, Ik wil uwe „laatste spijze zijn. Wat zijl. gij dan „kleinmoedig?quot;

En zie, de ziel wordt bekleed met de verdiensten van Jesus Christus, (iofls eenigen Zoon; nu mag zij gerustelijk voor

137

1/

X;

f

■f

I

ocr page 144

Â¥-

DERTIENDE DAG.

den rechterstoel van God verschijnen; Jesus Christus zal hare verdeding op zich nemen en de Vader zal vergeven Ier wille der verdiensten van zijnen eenigen Zoon ; „want,quot;' zegt de H. Kerk, „in dit H. Gast-„maal wordt Christus genuttigd en aan „ons een onderpand, een waarborg ge-„goven der eeuwige glorie !quot;

Wat kunnen wij doen om zeker aan die weldaad van Jesus' H. Hart deelachtig te worden? Reeds gedurende dit leven dat allerminzaamst Hart vereeren en navolgen; want Jesus heeft aan de zalige Marga-reta Maria beloofd, dat zij, die eene standvastige godsvrucht tot zijn H. Hart hebben betoond, deze wereld niet zullen verlaten, zonder eerst hunne IIH. Sacramenten ontvangen te hebben.

o Goddelijk Hart, van ganscher harte dank voor zooveel medelijdende lie'de! Sluit ons op in uwe H. Wonde ; daar zijn wij veilig als Noë in zijne ark; daar zullen wij den zondvloed ontkomen; want uw Hart is eene ark des behouds. Uwe liefde heeft daarin eene deur gemaakt; door die deur, die de wonde is van uw

138

iv V

i

ï

1\

/V

ocr page 145

______

DEt^TlENDE DAG. 13!)

Hart, hopen wij Ijinnen te treden in fle vreugde der Engelen en Heiligen, om U daar eeuwig voor uwe liefde te danken!

Voornemens.

iquot; Het H. Hart bedanken voor zijne vindingrijke liefde, die ons tot 't laatste uur nog vergezelt.

2° Het H. Mart bidden, dat wij niet sterven mogen zonder de H. Teerspijze ontvangen ie hebben.

3° Bid voor al degenen, die heden in doodstrijd zullen komen.

VOORBEELD.

In 't leven van den H, Franciscus van Sales wordt verhaald, dat onder al de bezigheden der H. Bediening er eene bijzonder dierbaar aan zijn hart was, nl. het brengen van de H. Communie aan zieken Dewijl het in het land van Chablais niet geoorloofd was het H. Sacrament openlijk te dragen, deed hij het in een zilveren doos, die hij uitsluitend daarvoor had laten vervaardigen ; deze hing hij met een keten van 't zelfde metaal om zijn hals, wikkelde zich in zijnen mantel en begaf zich naar het huis van den zieke met een ernstig gelaat, eene ingetogen houding, zonder 'emand te groeten, alleen bezig met zijn God en Zaligmaker, dien hij het geluk had te dragen. Dan vertoonde zich het vuur zijns harten cp zijn

ocr page 146

____gt;4^._______-i.gt;;

140 DKR TIENDE DAG.

I

gelaat, dat vlammend scheen als 'i gelaal van een Cherubijn: „O mijn Verlosserquot;, zeide hij, „heersch in het midden uwer vijanden.quot; Dikwijls ook bracht hem de liefde deze woorden op de V lippen : „Mijn Welbeminde is bij mij. Hij rust „aan mijn boezem. De musch vindt een toevlucht, „en de tortel een nest voor hare jongen ; o Ko- 1 „ningin des Hemels, hoe komt het dan toch, dat „uw Goddelijke Zoon mijne borst tot rustplaats „verkozen heeft!quot; Het smartte hem bijzonder^ verplicht te zijn, dit Sacrament van liefde voor de blikken der rnenschen te verbergen ;

maar om het gemis van openlijk eerebetoon eenigs.

zins te vergoeden, had bij de geloovigen gewaar, (jt schuwd, dat, wanneer men hem diep ernstig, zonder iemand te groeten en gewikkeld in zijn mangel, over straat zag gaan, dat dit een tceken was, dat hij den God van majesteit droeg ; zij moesten dan alles verlaten en hem van verre volgen, zonder iets aan de ketters te doen gissen. Zij deden het inderdaad, begaven zich in stilte naar het huis van den zieke en daar aan hunne godsvrucht den vrijen loop latende, boden zij V, Jesus Christus de vurigste eerbcwijzingen aan.

(Mamon. Vie de St. Fr. de Sales )

Op gelijke wijze wordt in bijna geheel Nederland het H. Sacrament naar de zieken gebracht. Als we dan weten of aan den priester kunnen bespeuren, dat hij Ons-Heer draagt,

laat ons dan grooten eerbied betonnen, ophouden

''*r- ' Vr' '

\c

ocr page 147

DERTIENDE DAG.

lil

I

met spreken, Jesus Christus eerbiedig groeten door liet hoofd te ontblooten of te zeggen ; Geloofd zij Jesus Christus!

GEBED.

1

o Goddelijk Hart van Jesus, Gij hebt ons in uwe liefde het Allerh. Sacrament gegeven, opdat, wij daardoor gevoed zouden worden in dit leven en gesterkt in den dood ; o geef, dat wij door een veelvuldig gebruik van die hemelsehe Spijze ons zeiven waardig maken ze in volmaakte gesteltenis te ontvangen in 't uur van onzen dood en dat wij zoo. gevoed met uw kostbaar vleesch en Bloed, gerustelijk het vreeselijk oordeel mogen afwachten. Amen.

ï

7F

quot;TV

ocr page 148

Veertiende Dag.

Het H. Hart in 't H. Sacrament onder ons verblijvende.

iWAIET ö'J in f''6 sti'le en verlaten ^'-- ^jfkerk dal eenvoudig Tabernakel?

Een flikkerend lichtje brandt er. Stilte heerscht rondom. Geen sterveling knielt neer. Buiten woelt en beweegt zich alles. In de huizen der grooten gaal en komt men. — Bevindt zich dan wel iemand in die kerk? ....

5

i

xj

Ja, daar woont iemand, bij wien vergeleken, de rijkste en meest vereerde koning dezer aarde, slechts een geringe dienaar is. 't Is daar in dien tempel, die ons verlaten toeschijnt, niet eenzaam; neen, als de oogen onzer ziel konden opengaan, wij zouden daar eene ontelbare hofhouding van hemelsche geesten zien,die aanbiddend

I?

~ 'quot;tw ' quot;ifr- T\

ocr page 149

-Â¥

VEERTIENDE HAM.

liggen neergeknield, zich het aangezicht met hunne vleugelen bedekken en onophoudelijk hun jubelend: Heilig, Heilig, quot;i Heilig, herhalen. I

Wie is daar dan tegenwoordig? Jesus Christus, met Godheid en Menschheid, met ziel en lichaam, gelijkt Hij verheerlijkt in den Hemel is!

Jesus Christus onder ons tegenwoordig? Jesus Christus dag en nacht bij ons onder zoo nederige gedaante? En waarvoor? S o Vereerder van Jesus' H. Hart, waarom \ verwondert gij i? Wat kan u nog bevreemden en wat moogt gijniet verwachten, nadat gij weet, dat de H. üeest omtrent Jesus Christus heeft doen neerschrijven: „Daar hij de zijnen beminde, heeft Hij „hen bemind lot het einde1); — en dat de H. Alphonsus en vele andere Heiligen zeggen, dat de Heer Jesus als dwaas geworden is van liefde tot ons? Ja, wel groot moet zijne liefde zijn om zoo onder ons te willen verblijven! Hier hebben wij eene liefdegave zijns harten bij uitnemendheid, en 't mag ons niet verwonderen, dat

1) Jois, XIII. i. .»v /V

I-W

ocr page 150

Â¥-

VEERTIEDE DAG.

du miskenning dier gave zooveel droefheid aan 't H. Hart veroorzaakt, gelijk Het zelf getuigde.

Is Hij niet de Koning der eeuwige glorie, wiens licht de zalen des Hemels vervuld? Is de schoonheid van zijne H. Menschheid niel zoo groot, dat duizend miilioenen Engelen en Heiligen daardoor voor eeuwig gelukkig zijn? Waarom is Hij hier dan onder zoo nederige gedaante? oMensch, uil liefde lot u. Zoudt gij, die een zondaar zijl, het wagen eene kerk binnen te treden, waar gij wist dat uw Rechter in vollen luister zetelde? Hij die zich in zijn sterfelijk leven ontdeed van zijne glorie en zich den kinderen en zondaars allerminzaamst beloonde, Hij wilde zich ook bier onldoen van allen luister, om u niet af te schrikken en allen tot zijnen troon te zien naderen.

Maar is hel mogelijk, dat die groole God daar voortdurend tegenwoordig is? Aanbidden en bewonderen wij! Zoo groot is Jesus' liefde, dat Hij voor de grootste wonderen niet terugschrikt, om mogelijk te maken, dat Hij, de God van Hemel en

1 i4

Â¥

r

71

ocr page 151

M______________Y ■

VEERTIENDE DAG. 145

Waarde, onder ons kunne verblijven. Wat in geen mensehelijk brein ooit zou zijn opgekomen, het kwam op in zijn liefderijk Hart. Zijne almacht vereenigd met zijne ;V liefde bracht her, wonder tot stand, dat wij met rle H. Kerk gelooven en belijden, als wij zeggen : Geloofd en gedankt zij te allen tijde Jesus Christus in het H. Sacrament des Altaars.

Wel meent het oog daar brood te zien, maar 't is slechts schijn, geen werkelijkheid ; ieder deeltje, hoe gering ook, bevat geheel dat aanbiddelijk Lichaam; niet op ééne plaats is Hij tegenwoordig, maar waar een altaar zich verheft en een priester het bestijgt, op duizenden plaatsen te gelijk, daar is Jesus Christus, o Wonder boven alle wonder! o Mirakel grooter dan de verandering van water in wijn te Cana, grooter dan de opwekking van Lazarus of de vermenigvuldiging van brooden! Ja, zegt de H. Thomas, dit wonder is 't grootste mirakel des Heeren1)!

Wat gaf aan 't Goddelijk Hart die wonderen van vernedering en almacht in ?

i S. Thom. Aq. In opusc. 57.

J[_______^____ 1

a'Tquot; /t

10

ocr page 152

14-6 VÊERTIËNDE DAG.

Zijne liefde. Wel voorzag Het, dat de ondankbaarheid der menselien uit die wonderbare liefde aanleiding zou nomen, om Hel op de grievendste wijze te beleedigen; v toch wil Het onder ons wonen, toch blijft Het de woorden herhalen : „'t Is mijn ge-,,noegen, met de kinderen der mensehen „te zijn1),quot; Wie telt de zonden, bedreven in zijne H. tegenwoordigheid? Wie telt de gruwelen, begaan in de onmiddellijke nabijheid zijner tempels? Als bergen zoo hoog verheffen zic-h die zond- n ; maar de f liefde van Jesus' H. Hart steeg hooger dan die bergen; Het voorzag dat alles en duizendmaal meer, en toch wil het onder ons blijven tot aan het einde der eeuwen !

Maar, Heer zoo zouden wij mogen vragen, waartoe blijft Gij zoo liefdevol onder ons? — Kort vóór zijn dood gaf Hij ons het antwoord. Hij zat neer te midden zijner bedroefde Apostelen. Hij had hun 1 gesproken van zijn aanstaand lijden en heengaan lot den Vader. Toen klonk het bemoedigend van zijne goddelijke lippen: „Mijne kinderen, Ikzttl u niet als weezen

1) Prov VJII. 31.

■=hr

ocr page 153

VEERTIENDE DAG.

„(iclilerlriien.quot; Lijden en heengaan tot den Vader, dat moest gebeuren ; slechts op die voorwaarde zou Hij ons verlossen en zalig maken; maar zijne Apostelen verlaten, neen, dat zou niet gebeuren. Maar hoe dit heengaan en dit blijven overeen te brengen'? Voor ons zou dat een onoplosbaar raadsel geweest zijn; niet zoo voor 't liefdevol Hart van Jesus. Hij stelde het H. Sacrament, des Altaars in, en zoo bleef Hij niet ons, gelijk Hij voorzegde: Ikzul mei u zijn lol uan hel einde der eeuwen.

En nu, zoolang de H, Kerk zal staan, zoolang er in die kerk nog één priester is, die de H. j\lis zal opdragen, zóólang zal Hij met ons zijn en blijven, om gelijk een liefdevolle Vader voor zijne kinderen te zorgen. Hier werd Hij wederom alles voor allen, gelijk Hij zulks was, toen Hij al weldoende de velden en steden van Palestina doorlrok, en allen met volle banden de vreugde, den vrede en de zaligheid konden putten uit de bronden des Zaligmakers.

Zijn wij zondaren, — Hij is daar onze Middelaar, die voor ons leeft en bij den

147

ï

1

ocr page 154

-f n- i*

1

148 VEERTIENDE DAG.

Vader bidt met onuitsprekelijke verzuchtingen; — zijn wij zwak, Hij is daar onze kracht; — gaan wij gebukt onder ;/ den last van moeilijkheden en kruisen, Hij roept ons toe: „Komt allen lot Mij, „die belast en beladen zijt.quot; Dat kon ook een ander medelijdend menschenvriend zeggen; maar Jesus voegt er bij, wat God alleen kan: „en Ik zal u verkwikken.quot;—-Worden wij bestreden door duivel, wereld en vleesch, Hij heeft de wereld en den duivel overwonnen. — Zijn wij krank, Hij is de liefderijkste Geneesheer, die met één woord èn lichaam èn ziel genezen kan. —

Zijn wij bedroefd, Hij is de Trooster, de beste der vrienden. Is onze geest verduisterd, Hij is bet Licht, dat allen mensch verlicht, die in deze wereld komt. — Zijn wij beducht voor den dood, Hij is het

; Leven; — verlangen wij naar den Hemel, Hij is de Weg daarheen. Ieder uur van den dag is Hij bereid ons aan te hooren en te helpen. Als wij nu nog van armoede en geestelijke ellende verkwijnen, zijn wij dan niet gelijk aan een dorstige, die bij een frissche bron van dorst sterft ? Als

ƒ V ^ gt;rf^ /*,

ocr page 155

149

\fï

VEERTIENDE DAG.

zulke liefde ons niet aanspoort tot dankbaarheid, wat zal dan in staat zijn ons te bewegen V , y

Voornemens.

i0 Nooit eene kerk voorbijgaan zonder het H. Sacrament te groeten met eene verzuchting des harten of door een kort bezoek.

2° Den grootst mogelijken eerbied voor dat H. Saciament aan den dag leggen in de kerken.

Stipt zijn, wat betreit het jaarlijksch of maande-lijksch biduur.

3quot; In moeilijkheden eerst van Jesus in 't II-Sacrament hulp vragen, vóór wij andere middelen gebruiken.

VOORBEELD. (1)

„'t Is moeilijk uit te drukken,quot; zegt het Romein-sche Brevier, ,.hoe groot en hoe vurig de gods/rucht was van den H. Paschalis Baylon voor dit hoogheilig Sacrament.quot; Inderdaad, niet alleen tijdens zijn leven, maar zelfs, door een voorrecht, dat bijna eenig is in de geschiedenis der Heiligen, '* ook na zijnen dood gaf hij daar de duidelijkste , gt; bewijzen van.

Vóór zijne intrede in de Franciscaner-orde, | waarin hij als eenvoudig 1 eekebroeder stierf, was hij herder. Zijne meesters maakten hem het

1) Bolland, torn. 17. pag. 92. s. 108.

M

i

amp; ■i-

ocr page 156

VEERTIENDE DAG.

hooren der H. Mis zoo gemakkelijk mogelijk. Gretig maakte hij dan ook van de gelegenheid gebruik; tcch speet het hem, dat hij, om niet ,, aan zijn plicht te kort te blijven, soms spoedig moest terugkeeren; soms ook kon hij de II. Mis in 1 het geheel niet hooren; maar dan lette hij zorg.

vuldig op het luiden der klok bij de Consecratie, , en was daarbij dan met den geest tegenwoordig. [ Die godsvrucht wilde God beloonen. Dikwijls j verscheen hem in de wolken het Allerh. Sacrament' door Engelenhanden in een Monstrans gedragen. Als Paschalis dat zag, dan kon hij zich niet inhouden van vreugde; hij riep dan de andere , herders, om getuige te zijn van dit schouwspel.

„Daar, daar is het,quot; zegde hun Paschalis, en 1 hij wees hun met den vinger de plaats aan den ! hemel. Zij zagen niets, maar durfden toch geenszins twijfelen aan hetgeen hij zegde.

Kloos erling geworden zijnde, werd hij aangesteld als portier. Had hij een oogenblik viij, dan i werd hij als met geweld naar het H. Tabernakel getrokken; duizendmalen spoedde hij er heen, , en duizendmalen werd hij er door de gehoor-| zaamheid en de stem der bel afgeroepen. Uit I die godsvrucht kwam ook de eerbied voort, dien hij den priesters betoonde, 't Was schoon te zien, hoe hij die aan de deur onlv;ng. Op beide knieën knielend nam hij hunne rechterhand, kuste die hartelijk en bracht ze aan zijn gelaat, de oogen en den mond.

150

ocr page 157

VEEHTllïNDE DAG,

Na zijn heilig afsterven werd hij in een open kist gelegd en de II Mis in zijne tegenwoordigheid opgedragen. En zie, o wonder, bij de Consecratie opende hij tweemaal de oogen en sloo* die weer, als wilde hij het H. Sacrament groeten, gelijk hij in zijn leven zoo ijverig gedaan h.\d.

GEBED.

der //. Kerk.

o God, die ons in dit wondervol Sacrament de gedachtenis van uw Lijden hebt achtergelaten, geef, bi lden wij U, dat wij de HH. Geheimen van uw Lichaam en Blo^d zoo mogen vereeren, da' wij de vrucht uwer verlossing voortdurend in ons ondervinden. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

151

ocr page 158

Vijftiende Dag.

Het H. Hart, zijne Verdiensten, zijn Lijden, zijn Bloed.

iPpl^AT was er noodig om ons uit de sla-/svSpiS vernij des duivels te verlossen ?

Alseens alle nakomelingen van A-dam zich eene strenge boete hadden opgelegd, als zij zich allen eene levenswijze hadden voorgeschreven gelijk aan die van Joannes den Dooper in de woestijn, als zij die levenswijze eens hadden voortgezet, niet jaren, maar eeuwen door, — zou dat V voldoende geweest zijn, om voor's men-schen zonden te voldoen ? Neen, en al hadden millioenen menschen duizendmaal meer gedaan, 't zou niet opgewogen hebben tegen de schuld, die de mensch bij God had ; 't zou nog geen druppel geweest

{x

ocr page 159

VIJFTIENDE DAG.

zijn, geworpen in de onmetelijke zee...

Maar als gij eens tegenwoordig waart geweest bij de besnijdenis van het Kindje Jesus in den stal van Bethlehem, dan zoudt gij dat kleine Kind hebben hooren weenen en de eerste druppelen van zijn Bloed hebben zien storten ; als gij nu eens één traantje, één druppeltje Bloeds had mogen opvangen en gij hadt dan gevraagd ; welke waarde voor de verlossing der wereld heeft deze traan en dit druppeltje Bloed, — dan zou men u hebben kunnen antwoorden : zij kunnen meer dan alle boete-werken van alle menschen ; deze traan en deze bloeddruppel kunnen voor de zonden der wereld ten volle voldoen en aan den oneindig heiligen en rechtvaardigen God de overvloedigste voldoening geven.

153

v: -«

Verwondert u dit ? Bedenk dan, dat alle menschen voor God slechts geringe schepselen, nietige wezens zijn. Gods oneindige eer was geschonden, en een schepsel kon die oneindige eer niet herstellen ; dat kon alleen een persoon, die God was, en dat is Jesus, het Kindje in de kribbe ; daarom geeft één traan uit zijn oog, één

quot;W

ocr page 160

______UX iif

---^

154 VIJFTIENDE PAi}.

druppel uit zijne aderen oneindige kracht1).

iUaar verhalen ons de H. Evangeliën niet, dat Jesus niet enkel één traan, één druppel Bloed vergoten heeft, maar dat ;r Hij stroomen van tranen en Bloed stortte, ja, nog op het kruis zijn laatsten druppel gaf, toen bloed en water op den lansstoot des soldaals volgden ? Waartoe dan die mildheid ?

o Christene ziel, als gij bedenkt wat Jesus' H. Hart is, dan zal u die mildheid niet verwonderen, 't Is immers eene over- f vloeiende bron, eene zee, een onmetelijke oceaan der teederste liefde. Één traan, één druppel Bloed, ja, zij waren genoeg, 1 om u te verlossen en van allen vloek te : ontheffen, maar niet genoeg voor het H. Hart van Jesus, om u zijne liefde te loonen. Iedere traan van zijn oog, iedere zucht zijner borst, iedere druppel var. zijn over- V kostbaar Bloed, moest een getuige worden Vquot; zijner liefde, die u onophoudelijk zou kunnen toeroepen: Jlfd eene eeuwige liefde

1) Ciijus una stilla salvum facere totum nmn-diiiu quit ab oinni scelere. S. Thomas. Aq. in 11 yin no ; Acloro le.

ocr page 161

VI.IFTIÊNDE DAG, 155

heh Ik ii bemind. Daarvoor leed Hij reeds in zijne wieg, die eene harde kribbe was: daarvoor leed Hij in zijn lichaan door ar-i moede en vermoeienis, maar onzeglijk veel meer in zijne ziel door de ondankbaarheid, tegenwerking en verachting der menschen. Was het noodig, dat Hij in den Hof van Olijven van droefheid overstelpt, door i angst neergedrukt, van walging verzadigd werd en den sehrikkelijksten doodstrijd uitstond, dien ooit een mensch geleden * heeft? Was het noodig, dat Hij, de Rechtvaardige, verlaten werd door de zijnen, verraden door zijn leerling, overgeleverd aan zijne felste vijanden, veroordeeld tegen alle recht, met geesels verscheurd, met doornen gekroond, gesleept door de straten, gevloekt door het volk, geklonken aan het kruis ? v Neen, 't was niet noodig, maar zijne liefde tot ons spoorde er Hem toe aan !

Als wij op den eersten Goeden-Vrijdag-avond door Jeruzalems straten gekomen wa-1 ren, wat zouden wij gezien hebben ? Een 1 spoor van bloed op den grond; dat spoor ging uit van den Olijfhof, het slingerde door

ocr page 162

156

_____it,'-.

VIJFTIENDE DAG.

de straten der stad tot aan het paleis van Annas, van daar naar Caïphas. van Caïphas steeds grooter wordende naarPilatus' rechthuis ; daar zou een bloedplas u de plaats der wreeds geeseling gewezen hebben ; van daar ging het voort, steeds voort, totdat het eindigde in breede stroomen op den sehandberg Calvarië ! o Heer, waartoe dit verlies van uw kostbaar Bloed ? Zijne liefde tot ons is er de schuld van.

„ïe groot is die liefde, waarmede de „Heer ons bemint, roept de H. Benardus1) uit. „De Vader spaarde den Zoon niet, „maar ook de Zoon spaarde zich zelven „niet om ons te verlossen ! Ja waarlijk „ie groot' is die liefde ; want alle grenzen „gaat zij te buiten. Wel zegt de Heer : „niemund heeft eenegrootere liefde, dan „die zijn teven geeft voor zijne vrienden, „maar Gij zelf, o Heer, Gij hadt eene „grootere; Gij gaaft uw leven zelfs voor „uwe vijanden ! Vijanden, ja, dat waren „wij, maar door uwen dood zijn wij met „den Vader verzoend! Waar was, of is, „ot zal ooil eene liefde zijn aan deze gelijk ? 1) Serino de Pass, fer, 4. Hebdom* Sanoe.

rV

r

ï-

?

TV

ocr page 163

157

Bezwaarlijk sterft iemand voor „eenen gerechte (Rom. V. 7.); maar Gij „leedt voor de ongerechten, stervend om „onze misdaden; Gij zijt gekomen, om ons, „zondaars, rechtvaardig te maken; dat niet „alleen, maar van slaven hebt gij ons „verheven tot broeders, van gevangenen „tot medeërfgenamen, van arme ballingen „tot groote koningen!quot;'

Wel dierbaar moet Hem dan onze wederliefde zijn, om ze tot zulk eenen prijs te koopen! Door dat Lijden en dat Bloed heeft Hij ons eenen schat bezorgd, die, zoolang de wereld staan zal, nimmer uitgeput zal wezen, den oneindigen schat zijner verdiensten. Nu hebben wij, al zijn wij de geringsten der aarde, voortaan het recht, met volle handen te putten uit dien schat, en die verdiensten op ons toe te passen Zijne onmetelijke verdiensten zijn nu waarlijk voortaan de onze; Hij zelf heeft ze niet noodig, maar ons, behoefti-gen, schonk Hij ze met vrijgevige liefde. Telkens als wij tegenwoordig zijn bij de H. Mis, het Allerheiligste bezoeken, een H. Sacrament ontvangen, een gebed stor-

ocr page 164

V___yt.A_______M.,

158 VIJFTIENDE DAG.

V

ten, een gewijd voorwerp met eerbied gebruiken, een kruisje met wijwater maken, een nllaat verdienen, telkens wordt ons een * deel dier onschatbare verdiensten gesehon- gt;' ken. Honderden malen mag de H. Kerk zich op die verdiensten beroepen; al waren de boosheden der wereld duizendmaal grooter dan zij nu zijn, die schat der verdiensten is groot genoeg, om ze uit te delgen ; en zoo wij eenmaal het geluk hebben, om ^ aan de gapende afgronden derhelteont-snappen en zegevierend de zalendes Hemels '(■ binnen te treden, waardoor zal het zijn ? Door de verdiensten van Jesus' Lijden, dat Hij uit liefde tot ons onderstond, en door de kracht van hel Bloed, dat Hij tot den laatsten druppel voor ons vergoot!

Voornemens.

„

V i Met H. Hart bedanken voor dien schat van 4 K oneindige waarde, waarover Hij de Kerk als uit- K deelster heeft aangesteld.

2° Dikwijls dat H. Bloed ter voldoening onzer zonden en van die der wereld aan den Hemelschen Vader opdragen.

3° Zooveel mogelijk de aflaten, docr de H.

Kerk verleend, verdienen.

^---

* T

ocr page 165

VIJFTIENDE DAG. 159

VOO k BEELD.

De Vaders van de uveede Algemeene Kerkvergadering van Nicea hebben in de Acten van liet Concilie het volgende leit doen opteekenen, waarin de Heer zelfs door de levenlooze stof getuigenis aflegt van de liefae zijns Harten.

Te Beynuh, cene stad in Phenicië, hadden in de achtste eeuw de Joden eene beeltenis van onzen Heer Jesus Christus gevonden en in hunne synagoge ten toon gesteld ; zij wilden aan die beeltenis den haat koelen, dien zij dan Per-scon des Verlossers liet konden doen gevoelen. Zij schaalden zich rome om ds beeltenis en begonnen een voor een al de martelingen te herhalen, die hunne voorvaderen onzen ge/.egenden Heer hadden doen ondergaan. Zij spuwden Hem in het aangezicht, zij sloegen Hem met vuisten, zij gaven Hem een rieistok in de hand en bogen al spottend de knie voor Hem. Alles liet zich de Heer, gelijk eertijds te Jeruzalem, welgevallen Eindelijk grijpen de ongelukkigen eene lans en willen, gelijk vroeger Longinus, de borst des Zaligmakeis doorboren. Maar toen openbaarde zich de macht en de Godheid van Hem, dien zij hoonden ; niet door vuur, dat straalde uit zijne oogen om hen te verteren, niet door het openscheuren van den grond, niet door het instorten

van hunne synagoge; maar..... uit de plaats.

waar de lans het beeld gewond had, vloeide rijkelijk, evenals vroeger op Calvarië, bloed en

ocr page 166

VIJFTIÉN DE DAG.

water. Stom van verbazing zien het de Joden; maar hun ongeloof geeft zich niet over. Zij nemen van het bloed en brengen het bij zieken, om zijne wonderkracht te beproeven, o Versteendheid van 't menschelijk hart! Kon er dan uit het harde hout bloed en water vloeien ? Waartoe dus een nieuw wonder verlangd? Waar de hardnekkigheid der menschen overvloedig was, daar was ook de goedheid des Heeren overvloedig bovenmate. Hij bewerkt ook dit wonder. Zoovele zieken een druppel van dit wonderbloed op hunne long ontvingen, zoovelen werden oogen-blikkelijk van al hunne krankheden bevrijd. En toen eindelijk openden de Joden de oogen; zij klopten op hunne oorst en riepen: Waarlijk, de Gekruisigde was Gods Zoon.

(Mansi, Canc. Item. S. Athanasius ) GEBED der H. Kerk.

Almachtige, eeuwige God, die uwen Eengeboren Zoon tot Verlosser der wereld hebt aangesteld en door zijn Bloed hebt willen verzoend worden, verleen ons, bidden wij U, den prijs onzer zaligheid zoo te vereeren en door deszelfs kracht op aarde tegen de rampen van dit leven zoo te worden beveiligd, dat wij ons in den Hemel voor eeuwig over deszelfs vrucht mogen verblijden. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid van den H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 167

Zestiende Dag.

Het H. Hart en Maria.

ND1EX liet waar is, dat aan een kind

amp; die gedachtenis het dierbaarste is, «£• welke het ontving uit de bevende

iiand van een stervende vader of moeder hoe dierbaar moet ons dan niet het geschenk zijn, dat Onze Heer op het doodsbed des kruises nog schonk aan zijne beminde kinderen. Richt uwe blikken naar Calvarië. Daar ziet gij het Lam zonder vlek hangen aan het schandhout des kruises, bloedend uit duizend wonden, gekneusd en verpletterd, den dood nabij. Nog klopte zijn Hart; flauwer en flauwer werden de slagen. Maar zijne liefde? Neen, zij verflauwde niet! Zij dacht er nog over, ons

10

ocr page 168

■¥-

ZKSTIENDIi DAG.

een geschenk te geven, een aandenken van onvergelijkelijke waarde.

Maar wat zal Hij ons nog kunnen geven, nu Hij daar van alles ontbloot aan het kruis hangt ? Zich zeiven heeft Hij reeds gegeven hij 't laatste avondmaal, in 't H. Sacrament. Zijne leer, zijne voorbeelden, zijn bloed en duizend andere weldaden strooide hij met kwistige hand over ons uit; wat blijft Hem nog over ? ....

Onder 't kruis met schreiende oogen Stond de Moeder diepbewogen,

Daar de Zoon te sterven hing1)! Zijne moeder, die onbevlekt ontvangen was, die als eene blanke lelie in deze wereld van bederf gebloeid had, zijne Moeder, die Hem gebaard, gevoed, verzorgd, verdedigd had, zijne Moeder, die lijden en vermoeienis met Hem deelde en nu nog in den dood Hem niet verlaten kon, die Moeder zou Hij ook ons tot moeder geven.

1(J2

X

:V

V]

:y

,,/k zal ii niet als weezen (u h/crhUen,quot; zeide Hij voor weinige dagen tot zijne Apostelen. Hij zelf zou met hen jlijven als Vader ; Maria als liefdevolle Moeder.

1 ïStabat Muter dolorosa.

quot;-IrW

ocr page 169

V______4/

-Â¥

ZESTIENDE DAG

Toen opende Hij de stervende lippen en sprak die woorden, welke voor het laatst ons nou; zeggen, hoezeer Hij ons beminde : „Vrouw, ziedaar uw zoon; zoon, ziedaar ,,11 we Moeder.quot;

Neen, 11. Joannes, zij is niet alleen u we moeder geworden door die woorden, en ^ij zijt niet. nlU'.cii aan Jlaria tot kind gegeven in dat plechtige oogenblik: ook onze moeder is zij en n'//zijn ook hare kinderen ; want gij steldet op Caivarië ons voor, gij waart onze vertegenwoordiger, en wat zijn liefde aan n gaf, dat gaf zij ook ons, zoo ge-luigen de 1111. Kerkvaders van allo lijden.

163

i\

o Welk eene weldaad heeft ons het H. Hart door die gave bewezen 1 Maria, onze Moeder! Hoe vele liefelijke gewaarwordingen gevoelt de ziel bij dat woord! Wat gaf Jesus ons in haarV Een schal, waarop wij met de H. Kerk ten volle de woorden ties H. Geestes mogen toepassen: zij is een schat .... en zij die daarvan gebruik maken, zullen aan de vriendschap Gods deelachtig worden1), een schat waaruit wij niet volle handen het heil kunnen

?!

«il». Vil. 11.

ocr page 170

ZESTIENDE DAG.

puiten, een schat, waarvoor wij alles zouden moeten opofferen en verkoopen, om, zoo hij niet in ons bezit was, hem in ons bezit te krijgen1). Hij gaf ons in haar tot beschermster, niet alleen eene Heilige, verheven boven Engelen en Serafijnen en schitterend in den glans van nooit overtroffen deugd, niet enkel eene Vrouw, verheven lot de hoogste waardigheid na die van God; neen, Hij gaf ons in haar eene Moeder-Wat kan in vergelijking komen met eene moeder, en zulk eene moeder? Is erin eene moeder iels, dat niet aan haar kind behoort? Zij voedt het aan haren boezem; hare armen dragen het, hare handen klee-den en streelen het, hare oogen worden nooit moede over hetzelve te waken, haar mond spreekt tot hetzelve de zoete woorden der liefde; hare lippen drukt zij op zijn voorhoofd en zij lachen haren lieveling tegen ; hare krachten besteedt zij geheel en ai voor zijn welzijn, ja, zij zou zelf den dood willen sterven, om het leven te redden aan de vrucht van haren schoot! Alles wat eene moeder is voor haar kind, dat I Vgl. Muttli. XIII, 44.

ocr page 171

'r_________yljf^___^

ZESTIENDE DAG. 165

T

I_____I

I

is Maria voor ons. Wat zeg ik ? Eene aardsche moeder kan nooit haar kind beminnen gelijk Maria ons lief heeft !

Zij is onze seiiat, waar wij alles vinden, wat wij noodig hebben : zij draagt ons in haar hart geschreven, haar oog waakt over ons, haar mond lacht ons loe en bidt onophoudelijk voor ons, hare handen strooien weldaden rondom haar : hulp in den nood, sterkte in zwakte, genezing in ziekte, troost in droefheid en opbeuring bij den val. Dj3 schat staat open voor gt; kleinen en grooten, voor rijken en armen,

voor rechtvaardigen en zondaars. Gelijk eene fontein hare wateren niet kan inhouden, maar ze in breede stralen rondom zich verspreidt, zoo kan ook Maria de schatten van genaden, die in haar zijn,

niet bij zich houden ; zij verlangt ze rondom zich te verspreiden ; en zoo wij ze niet ^ vragen, dan roept zij ons dringend met iV de woorden der H. Schrift: „Xuu ieimmtl „klein is in verdiensten en genaden, hij „konic lui mip) ; komt, mijne welbeminden, eet van mijn brood en drinkt van

1) Prov. IX, 4.

ocr page 172

£________2^____A

I6f) ZESTIENDE DAG.

„den wijn, dien ik voor n bereid heb. „verzadigt n van mijne vruchten. Aan ; „mij is de rijkdom, aan mij de wetenschap, aan mij de glorie, aan mij alle „genoegens1) 1quot; En die Moeder is ons door het Goddelijk Hart van Je sus geschonken !

Maar wat zou ons die teedere Moeder baten, als hare macht niet aan hare goedheid beantwoordde, als zij ons wel alle goed zou willen doen, maar het niet kun doen V Ook daarin heelt de liefde van Jesus' | , H. Hart voorzien. Hij heell die goede (y ^■j Moeder machtig gemaakt boven alleandere {v

Heiligen, ja volgens de overbekende uil-j drukking van een Kerkleeraar, almachtig I door haar gebed, lin om ons daarvan Ie overtuigen heeft Jesus gedurende zijn leven ; wonderen gedaan op haar verzoek, zelfs j eer nog de lijd van wonderen Ie doen j voor Hem gekomen was Hij heeft haar gesteld tot middelares lussehen Hem en de menschen, tot voorspreekster van geheel hel menschelijk geslacht; en als wij door onze zonden zijn toorn hebben gaande gemaakt en wij ons voor Hem niet durven

1 Ibid. ix. rgt;.

ocr page 173

____rt-A, _______Vquot;

ZESTIENDE DAG. 107

i------:---

verloonen, lt;liin lieeft Hij ons Maria aan-i gewezen ais eene veilige vrijstad, als eene toevlucht, als eene verdedigster, die al , •j zijn toorn bedaren en genade voor ons ft-verwerven kan. Wel mogen wij dan met den H. Thomas van Villanova zeggen: ,.AI „veranderden alle sterren des hemels in „longen en al konden alle zandkorrels op „den oever der zee woorden voortbrengen, ,,'t zon niet voldoende zijn, om Maria, (die i „weldaad van lesus' liefde) naar waarde v „te prijzen!quot; gt;

' Daaraan zien wij, dat .lesus' H. Hart ons beminde, daar Hij ons op het sterfbed zijns krui® met bevende en gebroken 1 stem nog zulk een aandenken wist te geven, o Goddelijk Hart, wij hebben U begrepen : (iij verlangt van ons, dat wij dat geschenk in eere houden al de dagen onzes levens, lotdat de dood onze oogen sluit en wij ^ '/j eerst voorgoed gaan inzien, wat weldaad Vquot; Gij ons gedaan hebt. met ons zulk eene teedere en tegelijk machtige Moeder Ie ge-j ven ! o Maria, loon, dat, gij onze Moeder zijt; wij zullen trachten ons uwe ware 1 kinderen te beloonen.

ocr page 174

168 ZESTIENDE DAG.

Voornemens

1° Maria begroeten als onze Moeder en met bij/.ondere aandacht het „Wees gegroetquot; bidden.

2° Maria vragen, dat zij ons leero Jesus' H. Hart te beminnen en na te volgen, gelijk zij het bemind en nagevolgd heeft.

3° Haar vragen, dat zij ons opsluite in de wonde van dat H. Hart en ons aldus den Hemel-schen Vader aanbiede.

VOORBEELD.

Een gouverneur van Avignon lag zwaar ziek in het jaar 1600. Tot dan toe was zijn leven weinig stichtend geweest. Op het punt van te sterven wendt hij zich tot de H. Maagd en belooft zijn leven te zullen beteren, zoo zij hem de gezondheid terugschenkt. Daar ziet hij op eens de H. Maagd, maar met vertoornd gelaat en hem berispend over zijne misslagen. Nu laat hij spoedig een priester roepen en begint te biechten. De ziekte verheft zich wederom plotseling en belet hem voort te gaan. Nogmaals ziet hij de H. Maagd, hem even ernstig en streng aanziende als den eer-sten keer. Nu is zij echter niet alleen. Voor haar en haar Goddelijken Zoon, die bij haar is^ ligt een Heilige op de knieën ; 't is Ignatius, die toen nog slechts zalig verklaard was; deze badi maar Maria bedekte met hare hand de wonde van Jesits zijde. Och, dacht de zieke al bevend, zoo wordt dan de bron van barmhartigheid zelve, mij

ocr page 175

169

A*..

ZESTIENDE DAG,

door de Moeder der barmhartigheid toegesloten ? Ignatius ging intusschen voort met bidden, stelde zich borg voor den ongelukkige en beloofde voor hem, dat hij voortaan een christelijker leven zou leiden. Eindelijk liet Maria zich verbidden, /ij wendde zich met zachteren blik tot den zieke en vroeg hem, welk leven hij in't vervolg wilde leiden-Bevend en in tranen badend, beloofde hij alles te zullen doen, wat de H. Ignatius in zijnen naam beloofd had. Nu legde de Moeder Gods hare hand in de open zijde van haren Zoon, nam alsdan een weinig bloed uit het H. quot;Hart van Jesus en besproeide daarmede den armen zieke. Op 't zelfde oogenblik hield de verschijning op. De zieke was volkomen genezen en, wat meer zegt, voorgoed bekeerd. (Bartoli. Vie de St. Ignace.)

GEBED.

o Allerh. Hart van Jesus, Gij hebt ons in uwe H. Moeder een uwer kostbaarste geschenken gegeven. Verleen ons de genade, in alles hare heilige voorbeelden en heilzame inspraken te volgen en zoo deelachtig te worden aan de vruchten harer voorspraak, die alles op U vermag, dewijl Gij haar de sleutels van de schatkamer uws Harten hebt in handen gesteld, o Heer, laat U te onzen voordeele verbidden door haar, die Gij op deze wereld als uwe Moeder hebt willen eeren-Amen.

ocr page 176

Zeventiende Dag.

Het H. Hart en zijne Beloften.

mag dn TT. Kerk dikwijls her-halen: „Bitl voor ons, //• Moeder (j0lls^ opdulwij wdtiriligwonlen I' tier helofleu van Christusquot; Ook die belof-lnn '/ijn bewijzen der liefde van zijn Goddelijk llaii. 'I Was voor daf Hart niel genoeg ons zijne liefdevolle leer en voorschriften gegeven te hebben ; 't was niet genoeg, dal Mei Ireurde bij het zien van des zondaars ongevoeligheid en over hem en Jeruzalem klaagde: „Hoe dikwijls heb Ik n willen „vergaderen gelijk eene hen hare kui-,,kens onder hare vleugelen verzameltquot; ; '1 was niel genoeg, dat Hij uit liefde strenge straffen vaststelde, om als 't ware de rnen-schen lol het onderhouden zijner heilzame

ocr page 177

_________^_____M

ZEVENTIIiNDE DAG. 171

I

i geboden te dwingen en onze zwakheid dooide vrees te hulp te komen; — neen, gelijk eene liefdevolle moeder aan haar ^ kind belooningen belooft, als het vlijtig leert en ijverig is in deugd en gebed, zoo wilde ook het liefderijke Hart van Jesus lo werk gaan met ons. En wat heelt Het i ons beloofd, zoo wij aan de liefde zijns ■ Harten beantwoorden, en kinderen zijn, leerlingen volgens zijn Hart?

Leert van Mij, dat Ik zaehtmoedig en y ootmoedig van Harte ben en ... . gi/ -uil y i iisl vinden voor uwe zielen1). Zalig zijl ^ lt;;lj, o armen, want nun u is hel rijk der lieniclen^). Zidig de zaehtmoedigen, want zij zullen ile uurde hezttten. Zalig zij die weenen; want zij zullen verIroos! worden. Zalig de barmhartigen, hiiri/iliurli^iieid zullen ook zij ondervinden. — Zaligde ^ zuiveren van harte, want zij zullen God 5 zien. Zalig de vreedzamen, — kinderen Gods zullen zij genoemd worden*). Doet wel, geeft ter leen, niets lerugverwach-

I Malt. XI. 20.

2; I,uu. \i. 20.

3) Mattli. li en vlugg.

quot;^7^1 h'

ocr page 178

_____

ZEVENTIENDE DAG.

t.ende, en uw loon zal groot zijn en gi], gij zul/ kinderen zijn des Allerhoogsten. Geeft en u zdlgegeven \\'orden;eenegoedeenneergedrukte en geschudde en overloopende numt zul men in uwen schoot geven, (iij, die nlles verlaten hebt. gij zult optronen zit-tenenoorileelendetw'diilfstninineii Israels. Gaat, verkoopl alles, en gij zult een onver-gnnkelijken schat in den Tlemelbezitten1)!

Koninklijke beloften voorwaar, die het Goddelijk Hart vol liefde ons doet! Hierin verschilt het van alle vorsten en wetgevers dezer wereld. Als dezen eene wet afkondigen, dan bepalen zij straffen voor de overtreders, zij houden hunne volkeren slechts in bedwang door de vrees; maar waar ter wereld vindt men den wetgever of vorst, die aan zijne onderdanen belooft, hen schitterend te zullen beloonen, zoo zij zijne wetten onderhouden? Daartoe is alleen de liefde van Jesus' H. Hart in staat; J zijne wet is geene wet van vrees, maar eene koninklijke wet van liefde, „o Liefde van Jesus Christus! roept, de welsprekende H. Joannes Chrysostomus uit: ,,'t was den

1 Luc. XII. 33.

ocr page 179

ZEVÊNTIENDE DAG. 173

Heere niet genoeg den dood te ondergaan en dien te ondergaan aan het kruis, Hij wilde in den persoon der armen nog arm worden en vreemdeling zijn, zonder onderkomen en naakt; Hij wilde krank en in de gevangenis opgesloten zijn, om u zoo ten minste voor zich te winnen; en Hij belooft ii: »Wal gij nu aan den minste gt;der mijnen gedaan hebt, dat hebt gij »Mij gedaan, en een glas koud water zal «niet zonder loon blijven.... Ik vraag u »geen groote dingen, zegt Hij; Ik bid u »slechts om eene bete broods, om een wei--nig deksel tegen de koude en guurheid; »slechts een paar vriendelijke woorden gt;van troost! Laat u dit nog ongeroerd, »o, laat u dan treffen door de belooning vvan 't eeuwig rijk, dat Ik u beloofd 'heb.... Al hebt gij Mij duizend en • duizend bewijzen van liefde te vergelden, .Ik verlang nochtans niets van u, alsof gij »het Mij schuldig zijt; maar Ik beloon u «voor alles, alsof gij het Mij uit vrije «keuze gegeven hadt, en voor dingen »zonder waarde geef Ik u het eeuwige

gt;leven. Ik zeg niet; maak aan mijne

77

ocr page 180

5^________i/

17-1 ZEVENI'IKNDU DAÜ.

{ „armoede een einde, ot help mij om rijk „te worden, maar Ik vraag u slechts een •» „weinig brood, een kieedingstuk, eene f* t „verkwikking in mijnen honger. En als 'Vquot; „Ik in de gevangenis zucht, verlang Ik „niet, dat gij mijne ketenen verbreekt en „Mij verlost, maar Ik vraag u slechts, „dat gij l\lij bezoekt ; dat is Mij liefde-bewijs genoeg en daarvoor schenk Ik u „den Hemel. Ik kon u ook zonder dat ^; „alles de eeuwige kroon geven ; maar Ik «/gt; „wil ze u schuldig zijn, opdat gij ze met iy „grootere vreugde zoudt dragen. Ook „daarom ga Ik over de wereld rond en „vraag Ik aalmoezen en wacht ik aan uwe j „deur en'steek ik bedelend mijne hand ; „uit; Ik kon mij zeiven spijzen, maar Ik : „wil door u gespijsd worden; omdat Ik „u zoo innig liefheb, daarom kom Ik zoo V „gaarne bij u ter tafel als bij een vriend ' „en ik ben er trotsch op met uden maal- ' „lijd te mogen gebruiken. En als eenmaal „de geheele wereld rondom M j verzameld „is, dan verkondig Ik luide voor alle men-„schen, wat gij aan Mij gedaan hebt, en „Ik zal ii voorstellen als mijn weldoener.quot;

ikquot;

-rfrr- - - -ffz

ocr page 181

ZEVENTIENDE I)A(.i

„o Christenen, als ons iemand ondersteu-„ning en voedsel verschaft, dan schamen „wij er ons over en zoeken het zooveel [• „mogelijk geheim te houden; maar de f „Zoon (iods, die ons zoo innig, innig „liefheeft, verkondigt eens, al zwijgen „wij er zelf van, met groeten lof, openlijk alles, wat wij voor Hem gedaan heb-„ben, en Hij schaamt zich niet aan alle j „Engelen en menschen te zeggen, dat „wij Hem gekleed hebben, toen Hij niets V „had om zich te dekken ; dat wij Hem ;V „gespijsd hebben, toen Hij geen brood „had om zijnen honger te stillen1).quot;

En welk loon belooft Hij ons in zijne liefde V Bij de menschen is alle loon onzeker en zij, die zich bij hen het verdienstelijkste maakten, ontvangen dikwijls niets, of slechts ondank tot loon Niet zoo bij onzen liefderijken Koning Jesus Christus, y' Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijne woorden zullen niet voorbijgaan, zoo gewaardigt Hij zich geruststellend te beloven ; vreest niet, uw loon zult gij niet missen. Dat loon zal groot, overgroot zijn ;

1) S. Joes Chrys. Hum sup. Rom. Vlll. 28—30. i

ocr page 182

ZEVENTIENDE DAG.

't zal geen einde nemen met het einde der eeuwen, hot zal niet begrepen kunnen worden door een rnenschelijk versland ; want geen oor heeft gehoord, geen oog heeft gezien en in geen mensehenverstand is het opgekomen, wat God bereid heeft voor wie Hem liefheeft.

Verwondert u dit ? Maar bedenkt dan, dat hel Goddelijk Hart vol liefde u zegt: Ik zelf '. Ik, de God van Hemel en aarde, Ik, de Schepper van al het goede en schoone der wereld, Ik zul uw overgroot loon zijn' Saül meende reeds veel te beloven, toen hij aan David tot loon zijner dapperheid zijne dochter ten huwelijk beloofde. Maar meer belooft Onze Heer. Hij belooft ons zich zeiven met alles wat Hij is en wat Hij heeft, met alle de schatten zijner eeuwige wijsheid, met al het licht zijner oneindige glorie, met al den luister zijner aanbiddelijke schoonheid !

De H. Kerk erkent met dankbaarheid, dat de Heer ons door die beloften eene weldaad zijner liefde getoond heeft, even groot als door de Menschwording en het H. Sacrament des Altaars. „Ziet, zoo

176

ocr page 183

I

zkvextiendf. dag

juicht '/.ij in hare lofzangen1), in fle kribbe gaf Hij zich als metgezel aan ons, men-sehen; in het laatste Avondmaal gaf Hij zich ten spijs, aan 't kruis (en zoenoffer, en in den Hemel, daar geeft Hij zich zeiven tot belooning.quot;

Wie zal dan het koninklijk Hart niet wederkeerig beminnen, dat zulke belooningen belooft, om onze liefde tot eiken prijs te koopen ? Wie zal kunnen weigeren de les van den Apostel Paulus op te volgen : , „Dewijl wij dan deze belofte hebben, 1 „allerliefsten, zoo laten wij ons zeiven ' „rei ligen van alle besmetting des vleesehes „en des geestes, onze heiligmaking voltooiende in de vreeze Gods2)

1° Altijd met bijzondere aandacht deze woorden uiispreken ; Bid voor ons, H. Moeder Gods, opdat 7Cgt;/j ■waardig loorden de beloften van Christus

2quot; Van onzen kant ons beijveren, om door het beminnen en navolgen van Jesus' H. Hart, j ons die beloften waardig te maken.

1 In Hymno ; Verbum .S'upornum : Se nascens

dediL soeium. eonvescens in edulium, se inoriens in prelium, se regnans dat in priemimn.

2) 2 Cor. A ll, 1.

t------yzC y-C -

1V/

12

ocr page 184

____________^

178 ZEVENTIENDE DAG.

3° Lees hier nog eens aandachiig de beloften, welke Onze Heer deed aan de Gelukz. Margareta Maria. Zie bladz. 58.

VOORBEELD.

■■

De H. Gertrudis was eene vurige vereerster van het H. Hart van Jesus. De Heer zelf verklaarde van haar aan eene godvruchtige ziel, dat voor Hem het liefste en zoetste verblijf op aarde het H. Sacrament des Altaars was, en na dit, het hart zijner bruid Gertrudis en harer zuster Mech-tildis.

Op zekeren dag hoorde Gertrudis een sermoon. De kloosterling, die het predikte, zegde onder andere: De liefde Gods is een gouden pijl, waarmede de mensch als eigendom verkrijgt al wat hij daarmede treft en doorboort. Bij deze woorden voelde zich de H. Gerdrudis geheel en al ontvlamd en riep uit: „o Eenige Bruidegom mijner ziel, Heer Jesus Christus, o, had ik dien pijl! Aanstonds doorboorde ik dan uw Hart, om het als eigendom voor eeuwig te mogen bezitten.quot; Als zij dit gezegd had, werd zij in den geest verrukt en zag haar goddelijken Zaligmaker. Hij had een gouden pijl in de hand, met de punt naar Gertrudis gericht en Hij zegde haar: „Ziet gij den pijl, dien gij verlangt ? Ik bezit dezen pijl en u wil ik er mede treffen. ' De heer trof er haar inderdaad mede, en verkreeg Gertrudis tot zijn eigendom, want Hij zelf openbaarde, dat

ocr page 185

4^.

ZETENTIENDE IIAG.

179

's lichaams ledematen niet zoo nauw met het hart verbonden waren, noch ook 's menschen bewegingen met diens wil, — als de wil van Gertrudis verbonden en vereenigd was met zijn wil. — o Goddelijk Hart, doorboor ook mij met dien pijl der liefde.

GEBED.

o Beminnelijk Hart van Jesus, dat in den schat uwer liefde de schoonste beloften gevonden en aan ons geopenbaard hebt, wij bidden U door de voorspraak uwer gezegende Moeder, geef, dat wij zoo leven op deze wereld, dat wij waardig worden, om de heerlijke vervulling uwer beloften in den Hemel eeuwig te genieten, Amen.

9Â¥-'

ocr page 186

Achttiende Dag.

Wat verlangt het H. Hart van ons ?

ODVRUCHTiGK vereerden1 vnn 'I H

«•v^'Hari, wat dunkt n, is het billijk en rechtvaardig, dal wij dankbaar zijn jegens een Hart, waaruit zooveel wel daden voor ons ontsproten? En mag al hetgeen de menschen van alle tijden en plaatsen uit dankbaarheid doen kunnen, lïiag dat in vergelijking komen met hetgeen wij ontvingen? Leg al de verdiensten der mensehen tegen deze liefdebe-wijzen van 't H. Hart in de weegschaal, en 't is alsof gij een zandkorrel legt legen-over een hemelhoogen berg. Zijn wij daardoor ontslagen van den plicht, om onze dankbaarheid te betuigen? Verre vandaar. Al kunnen wij n et doen, wat dat H. Hart verdient. Het verlangt ten

ocr page 187

ACHTTIENDE UAG.

minste, dat wij doen, wat wij kunnen. Eene andere eerbrengt aan God de hoogste Serafijn, eene andere hel kleinste insect; maar alle schepselen moeten doen wat in hunne macht is, om den Schepper te verheerlijken; y.uu ook moeten wij het H. Hart die eer geven, welke in onze macht is, en die Het uitdrukkelijk van ons vraagt. En wat verlangt het van onsV Aanhid-(/iiifi, — lu'/he: 's/fl, —

I. VANBIDDIXG

(lelukkige H. Joannes, die in het laatste Avondmaal mocht rusten op het 11 Hart van Jesus! Gelukkige Engelen, die het II. Hart, thans schitterend van glorie en hernelschen luister, mogen aanschouwen! Waar vinden wij dat Hart, hetwelk de II. Johannes voelde kloppen, en dat de Engelen aanbidden? Niet alleen in de zaal van het laatste Avondmaal, niet alleen in de ongenaakbare vreugdezalen des Hemels; maar bij ons, in onze onmiddelijke nabijheid; niet op ééne plaats, maar op zoovele plaatsen, als er tabernakels zijn, waar 't H. Sacrament bewaard wordt.

181

ocr page 188

ACHTTIENDE DAG.

Daar klopt ook thans nog dat Hart; daar xijn nog du blikken van alle koren dei-Engelen aanbiddend gericht op dien schat, waarin de Godheid woont!

Waarvoor is het H. Hart daar tegenwoordig'? Is het om daar vergeten en alléén gelaten te worden? Neen. Het is daar tegenwoordig, om onze bezoeken en onze aanbiddingen te ontvangen en gunsten zonder tal over ons uit te storten. Daar zetelt Jesus als een liefdevolle Koning, die tot zelfs den minsten zijner onderdanen uilnoodigt en toeroept: Komt allen lot Mij.

182

Welk een verschil met de koningen dezer aarde! Hovelingen, edelen en grooten hebben toegang tot hun persoon; maar wil een geringe of arme burger tot hen doordringen, hoeveel offers, moeilijkheden, afwijzingen, vernederingen heeft hij zich dan te getroosten! Hoe lam; heeft hij te wachten, hoe vele anderen zijn hem voor, hoe kort moet het onderhoud zijn, daar weer anderen met ongeduld wachten — hoe veel vormen en plichtplegingen zijn er tu onderhouden ! Alle vertrouwelijkheid is verboden, en hij moet zich verwijderen.

j r

* r

ocr page 189

ACHTTIENDE DAG.

misschien met de gedachte van nooit meer dezelfde gunst te zullen genieten.

Niet zoo liet Goddelijk en beminnelijk Hart van Jesus. Overal ter wereld heeft Hij zijn paleis; op ieder uur van den dag verleent Hij gehoor ; geen andere plichtplegingen zijn voorgeschreven dan liefde en eerbied in zijne tegenwoordigheid ; geen smeekschrift wijst Hij af; Hij ontvangt ze niet één voor één, maar zelfs duizenden tegelijk, en door Hem gehoord worden, is zooveel als door Hem verhoord worden.

183

Geen wonder. Is in dit H. Sacrament niet het Hart van Hem, die tijdens zijn sterfelijk leven al weldoende rondging, geen enkele bede of verzoek afweei, maar zielen en lichamen genas ; ja, van wien een groot Bisschop en uitstekend redenaar1) zegde ; „als in een plaats van Palestina „geen zieken of gebrekkigen meer waren, „dan was dat een teeken, dat Jesus „Christus daar was voorbijgegaan.quot; 't Is hetzelfde Hart van Hem, die medelijden en liefdevolle woorden had voor de verachte Publikanen, voor de overspelige

1) Bossuet,

ocr page 190

I

ACHIT1ENDE DAG.

Samarilaansclie, voor de onteerde Magda-Irna, voor zijn verraderlijken leerling .ludas, voor den stervenden moordenaar!

Maar geven wij aan dat H. Hart daar al de aanbidding, die Het van ons ver-waclil V Als Het in de H. Mis onder ons I neerdaalt, zijn wij er dan om Het te begroeten bij zijne komst V Als Het op liet Altaar is uitgesteld, gedurende het Lof, liet Veertig-urengebed, zoekt ons .lesns i Cliristus dan niet tevergeefs rondom zijn *■' troon? Als Hij in plechtige procession , onder ons wordt rondgedragen, zijn wij | dan tegenwoordig om eene eerewacht te I vormen, die Hem begeleidt of ten minste j begroet ? Maar al te dikwijls is het waar, : dat de menschen, en ook wij misschien, i aan dien grooten Koning van vrede en ! liefde zelfs die eer niet geven, welke zij aan huns gelijken bewijzen ! Hij komt ons bezoeken, en men verwaardigt zich niet 'lt; Hem met een tegenbezoek te vereeren, ' eene oplettendheid, die men aan menschen niet weigert! Honderden gaan zijn goddelijk paleis, de kerk, voorbij; zij konden gemakkelijk even binnentreden ; maar zij

I Hi

ocr page 191

achttiende dag. 185

groelyn nitit en denken aim alleri,

behalve aan Hem, die uit liefde tot hen op het altaar verblijfl, en dien /.ij toch /.oozeer noodig hebben.

Is het u nooit overkomen, als gij de wonderen en weldaden des Heeren tijdens y.ijn sterfelijk leven laast of hoordet ver-I kondigen en gij daarbij /.aagt, hoe koud en onverschillig, hoe weinig belangstellend, ' ja, hoe vijandig de Joden bleven, - is liet u dan nooit overkomen, dat gij verontwaardigd werdt over zooveel ondankbaarheid V LI we verontwaardiging was billijk; maar zie wel toe, of ge ze ook niet I tegen u /.elven moet keeren; of misschien ook op u deze woorden niet van toepassing zijn : //.v er céti ui uw //uihlcri-, dwn gij uict kt'ii/1). Hij kwam in zijn eigciu/«iii en 'l(' zijnen hebhen licni incl (Hilviuigcn^)l Weet gij niet, hoe u te gedragen in de tegenwoordigheid van dit aanbiddellijk Hart? Wat doet een arme bij een rijke, een zieke bij een geneesheer, een onwetende bij een raadsman en leeraar, een

1 Jois 1. ?G.

2) Jois 1.11.

ocr page 192

---^

ACHTTIENDE DAG.

vervolgde bij een machtigen verdediger? Wat is eenvoudiger? Gij aanbidt dat Hart met de Engelen, die het Tabernakel om- ./ geven; gij offert u zeiven op aan Hem, die zich geheel en al voor u heeft geslachtofferd ; gij dankt Hem voor de liefde, ons bewezen, vooral in zijn H. Sacrament; gij vereenigt u met de oneindig waardige ge-heden, die dat Goddelijk Hart onophoudelijk uit alle Tabernakelen der wereld tot den Hemelschen Vader opzendt; gij spreek! Hem in eenvoudige, ongekunstelde, kinderlijke taal over uwe ellenden van ziel en lichaam, over uwe geestelijke en tijdelijke behoeften, over uwe plannen en ondernemingen, over uwe plichten en moeilijkheden, over uwe strijden met de wereld, den duivel en uwe hartstochten. Mijn God, hoe kan ooit de stof, om ons met U te onderhouden, ontbreken ?

Een nieuwe wereld scheppen met zon en maan en millioenen sterren, veel schooner dan die wij nu zien, zou aan Jesus Christus slechts één woord kosten ; en wat is de wegneming onzer kruisjes, vergeleken bij het scheppen eener nieuwe wereld ?

186

ocr page 193

ACHTTIENDE DAG.

Welaan clan, bezoeken, begroeten en aanbidden wij het H. Hart, zooveel en zoo dikwijls wij kunnen in het groot en nooit volprezen Sacrament onzer altaren!

Voornemens.

i0 Het H. Hart aanbidden van verre en nabij, in de kerk en daarbutten. Geene kerk voorbijgaan zonder, zoo mogelijk, even binnen te treden ol althans met hei hart Jesus Christus fe groeten.

2e Bij 't 40-urengebed, bij de uiistelling van 't H. ^aerament, bij maandelijksche of jaarlijksche biduren nooit ontbreken, en in de kerk altijd den giootst mogelijken eerbied betoenen.

VOORBEELD.

Wonderbaar was de godsviucht der H. Rosa van Lima voor dit hoogheilig Sacrament. Geen H. Mis kon in de kerk der Predikheeren, tot wier Derde Oide zij behoorde, worden opgedragen, of zij was er bij tegenwoordig. Daar bleef zij dan dikwijls den geheelen voormiddag, onbeweeglijk als een beeld. De H. Hostie was haar middelpunt ; daarheen richtte zij overal hare blikken; zoodat zij uren kon zitten zonder nauwelijks een enkele maal haar oogleden te bewegen, veel minder haar gezicht van 't altaar af te wenden. Bekenden en onbekenden gingen haar voorbij, liepen haar als 't ware in 't oog, zij zag ze niet; : alleen wat op het altaar geschiedde, dat boeide

187

ocr page 194

ACHTTIENDE DAG.

188

bare aandachi. Was het H. Sacrament voortdurend uitgesteld, zooals met het 40-urengebed, dun week zij niet u:t de kerk ; zoo bleef zij ook j geheel de octaaf van Sacramentsdag voor het U. , Tabernakel, zonder spijs of drank te nutiigen, ! tot groote verwondering van allen, die haar zagen-j De vier laatste jaren van haar laven ging zij nog j verder. In de Goede Week bleef zij dan ook des 1 nachts in de kerk, en van de plaats, waar zij met ( Witten Donderdag was neergeknield, stond zij ! niet op, voordat op Goeden Vrijdag die Goddelijke ' Schat in processie naar het Tabernakel terug - gebracht werd. Honger, dorst, vermoeienis, alles | vergal zij, en 24 uren bleef zij daar in de eerbic-I digste houding, zonder ook een enkel oogénblik te gaan zitten ol legen den muur te leunen. Hoorde zij den naam van 't Heilig Sacrament noemen, dan boog zij vol eerbied het hoofd ; hoorde zij de klok luiden bij de Consecratie, dan werd haar hart vervuld met eeno vreugde, die zij kwalijk verbergen kon. Nooit kon zij vetzadigd worden van het aanhooren van sermonen van dat mysterie, en had zij eenmaal een preek daarover gehoord, dan kon zij deze nog jaren daarna me: wonderlijke juistheid ternggeven. Geen werk was haar aangenamer dan het vervaardigen van sieraden voor 't altaar, vooral in de Goede Week voor 't H. Graf. Corporalen, altaarkleedon, kelk-doekjts vervaardigde zij met voorliefde. Met levende bloemen was zij niet tevreden. zij ver-

ocr page 195

achttiende dag. 189

vaardigde er nog- aiuierc van zijd^i in de meest verschillende kleuren. Kon zij zulks overdag niet, dan deed zij het des nachts en zegde dan ; 't Is voor den Bruidegom mijner ziel; wel mag ik iets voor Hem lijden ; want is er wel céne gehuwde vrouw voor welke het ie veel is. dit zij den nacht moet besteden aan t vervaardigen van sieraden of kleederen, om zoo haren man in staat te stellen, 'sanderendaags fatsoenlijk te verschijnen? (i)

0 Liefde der Heiligen! o Koudheid onzer harten!

GEBED.

Ziedaar, geliefde Jesus, hoever uwe bovenmatige liefde is gegaan. Om U geheel aan mij , te schenken, hebt Gij mij van uw Vleesch en | allerkostbaarst Bloed een goddelijken maaltijd aan- j gerecht. Wat toch heeft U tot zulke vervoering ! van liefde gebracht? Niets anders voo-zeker dan uw liefdevol Hart. o Aanbiddelijk Hart van mijnen jesus, brandend fornuis der goddelijke liefde, ontvang mijne ziel in uwe allerheiligste Wonde, opdat ik in die school van liefde den God leero wederbeminnen, die mij zoo wondervolle bewijzen zijner liefde schonk. Amen.

(100 dagen afl. eens per dag Pius Vil, 9 Febr. 1818.)

1 Holl. Ad. Sorict. torn. 39. pag. 95a.

-'Tf-------i

ocr page 196

Negentiende Dag.

De Eerewacht.

S' t

%

i

If

$

$

j^Ls een geëerbiedigde en beminde koning zich gewaardigt zijn paleis ' te veriaten om een bezoek te brengen aan eene stad van zijn rijk, wat ziel men dan ? Aanstonds sluiten zich de voornaamste ingezetenen der stad aaneen en vormen een eerewacht, die den koning ontvangt bij zijne komst, hem vergezelt op al zijn gangen, hem bewaakt en alle eer tracht te bewijzen.

En in de stad waar de koning zijn gewoon verblijf houdt ? Daar bestaat eene blijvende eerewacht, die altijd den koning omgeeft en hem de hulde brengt van eerbied en getrouwheid.

Onder ons woont ook een Konin umoter

I

ocr page 197

________ ^

NEGENTIENDE DAG. 191

k

en rijker dan Sulomon. 't Is Jesus Christus in 't H. Sacrament. Hij is omgeven van eene eerewacht van ontelbare geesten, die Hem al knielend aanbidden, en 't nimmer eindigend «Heiligquot; toezingen.

Maar die eerewacht is onzichtbaar. Wat verlangt Hij nu van ons Dat ook wij ons aaneensluiten tot eene eerewacht, die Hem nooit verlaat. Een aardschen koning of keizer zou men geen grootere belee-ging kunnen aandoen, dan hem alleen te laten, als had men hem niet noodig, als was het zijnen onderdanen te veel door hunne tegenwoordigheid te betuigen, dat. zij hem eerbied en liefde toedragen.

Wat men een aardschen koning niet zal aandoen, helaas, voortdurend doet men het den Koning der koningen aan ! Men keert Hem den rug toe, men bewijst Hem geen eerbied, men laat Hem alleen! Nu doet Hij een beroep op zijne getrouwste onderdanen, op hen, die door het vervullen hunner christelijke plichten Hem dagelijks de blijken hunner getrouwheid geven, en Hij zegt hun: «Wilt ook gij gt;heengaan y De wereld keert Mij den rug

ocr page 198

192 NlïfiËNTIENDE DAG.

»loe; maar gij, mijne getrouwen, komt »gij tot Mij en geeft gij Mij de eer, die »de wereld Mij weigert; komt en houdt ^ gt;de wacht rondom mijn troon, waarop Ik •-»uit liefde tot u in ieder tabernakel zetel.quot;

Verlangt het H. Hart dan, dat wij niet van zijn altaar wijken en hetzelve nooit verlaten V Dit zou voor ons, menschen, onmogelijk zijn, en het H. Hart, dat ons zoovele plichten heeft opgelegd, zou het eerste zijn om eene hulde af te wijzen, die te kort zou doen aan de rechten, welke •/ anderen op ons hebben. Neen, Het ver- 1 langt, dat wij hetzelfde doen, wat aan de koninklijke hoven geschiedt. Daar lossen de hovelingen elkander van uur tot uur af, maar zoo, dat de geëerbiedigde persoon des konings nooit alleen is en nooit vragend behoeft rond te zien; waar zijn mijne getrouwen ? Zoo kunnen ook wij ,, ons aaneensluiten tot eene blijvende eere-wacht, waarvan de leden elkander voort-durend aflossen en waarvan er altijd een ! voldoend aantal op hun post zijn, om aan den oppersten Koning eene rechtmatige hulde te bewijzen;

ocr page 199

M_________________^

NEGENTIENDE DAG. 103

Doch ook d t zou nog velen onmogelijk zijn. Dagelijks zijne werkzaamheden onderbreken, meermalen voor 't heilig SacramenI een biduur houden, daar dikwijls tegenwoordig zijn en zorgen, dat de Koning onzer harten nooit of nimmer alleen is, zon dat de eenvoudige werkman, de zorgvolle huismoeder, de met arbeid overladen huisvader, ja zelfs menige priester en kloosterling, die leeft voor 't heil des naasten, altijd kunnen V 't Ware wenschelijk, en oprechte, innige toegenegenheid zou in dit opzicht veel vermogen ; maar toch voor velen zou het bepaald onmogelijk zijn.

Welnu, luistert dan, getrouwe vereerders van Jesus' H. Hart. Voor eenige jaren werd er eene vrome broederschap opgericht, die zich ten doel stelde, eene blijvende eerewacht te vormen rondom het Allerh. Hart van Jesus, brandend van liefde lot ons in 't H. Sacrament Er om het aan geloovigen van allerlei stand en rang mogelijk te maken, aan die eerewacht deel te nemen, werd als eenige voorwaarde vastgesteld : „Dc leilcit kiezen één uur van den dagcdswtichlunr uil. fn claUatr Iruchlcn

I

ocr page 200

NEGENTIENDE DAG.

quot;//, zelfs zonder iets in hunne werkzanm-heden te veranderen, nu en dein eens te denken dan .lesus Christus, onzen Heer, en dragen aan zijn doorwond Hart op bijzondere wijze al hunne gedachten, woorden, werken en moeilijkheden o/),quot;' Wat is er gemakkelijker ?

•lesus Christus is geen koning dezer aarde : Koning hen ik, /.egt Hij, maar mijn rijk is niet van deze wereld1). Dat, toont Hij allerduidelijkst door de eerewacht waarmede Hij wil omringd zijn.

I )e aardsche koningen verlangen daarvoor de personen van den hoogsten adel. .lesus Christus ziet slechts op den adel der ziel, en al zetelt die ziel in een lichaam, dat door den arbeid met stof en door de armoede met lompen hedekt is, toch roept Hij allen en zegt : Komt tot Mij allen, en aan zijne dienaren gelast Hij : „Gaat spoedig naar de wijken en straten der stad en brengt armen en zwakken en blinden en kreupelen hierheen2).quot; Dal is zijne eerewacht ; zij was het tijdens zijn sterfelijk

ij Vgl. .lois. XVIII. 37.

2) Vgl. Luc. XIV. 21.

ocr page 201

.ts

-%

195

NEOËNTIENDK DAO.

ievon ; zij is hot ook nu nog in 't Li. Sacrament.

Do; koningen dezer aarde verlangen hunne wacht in hunne onmiddellijke nabijheid ; och, hun oog reikt niet verder; de gevoelens des harten blijven hun onbekend, en een hoveling, die slechts in den geest en met den wil zijne opwachting zou maken, zou den toorn van den vorst beloopen-Niet zoo is onze Koning Jesus Christus. Zijn alziend oog dringt door de lichamen, en zelf op den grootsten afstand en te midden onzer drukste bezigheden ziet Hij, waarmede onze harten bezig zijn.

Dat wachtuur nu kan voor den priester het uur zijn, waarop hij het altaar bestijgt, deHH. Sacramenten toedient, zijne getijden bidt of zijne zieken bezoekt; — voor huisvaders en huismoeders de tijd van hun dagelijksch werk ; — voor den onderwijzer het uur van zijn onderricht, — voor den landbouwer en werkman het uur van zijn zwaren arbeid, — voor den scholier de schooltijd, — voor den zieke het uur van lijden, — voor de ziekenverplegers de tijd van hun nachtwaken. Waarom niet?

w

ocr page 202

ay.

NEGENTIENDE DAG.

Jesus Christus ziet op verren afstand, Hij ziel het hart. En wanneer dan op deze plaats voor den eenen het uur van zijn eerepost eindigt, dan begint weer elders voor een ander het vastgesteld waehtuur, zoodat het H. Hart nooit zonder aanbidders is, die aan Hetzelve de hulde hunner getrouwheid en liefde zonder tussehenpoozen brengen.

Deze eerewacht, — de vrucht der liefde welke de getrouwe zielen aan Jesus' H Hart toedragen, — is thans over de gansehe wereld verspreid, ,,'t Is,quot; zooals een klein geschriftje hierover zegt,„geen eenvoudige „wacht meer, maar 't is een goed geregeld, „een in slagorde geschaard, ontzettend „leger. Zoowel de beschaafde Europeaan, „die zich regelt naar zijn horloge, als de „bekeerde wilde in Canada, die zijn wacht-„uur bepaalt, volgens den s'.and der zon, „nemen er dienst in. . . . Allen herhalen „het luide door hunne daden en woorden : „Komt, laat ons in eeuwigheid het Allerheiligste Hart van Jesus aanbidden. En „aan de spits van dat ontzaglijk leger „staat als veldheer, maar (och ook als

196

i

6:

ocr page 203

___^_____^___

! NEGENTIENDE DAG. 197

„gewoon soldnaf, de groote Paus Leo XIII,

„rlie ons (door talrijke aflalen) aanmoe-y „digend toeroept en uilnoodigt; Ook ik y quot;i ik li(L der Tterewacht; DKumdclijks t'quot;

„ontvang ik mijn mcuindhrief je. .. . ik „hond dagelijks h ouw mijn Wdcliluur1.quot; \

En wij, zullen wij aarzelen deel te nemen aan die vrome eerewaeht ? Of zoo wij leden zijn, en missc hien onze ijver verflauwd is, moeten wij dan, dat alles bedenkend, aan het H, Hart niet de hulde eenerver-^ nieuwde vurigheid en blijvende getrouw-1 beid brengen ?

Voornemens.

iquot; Trachten een ijverig lid te zijn van de Aartsbroederschap der Eerewaeht. (Om inlichtingen wende men zich tot een der plaatsen, waar die broederschap is opgericht, of tot den hoofdzetel „Kapel in 't Zand, bij Roermond.quot;)

2° Bij de plechtigheden ter eere van 't H. ^ Sacrament, zooals bij 't Veertig-urengebed, op Witten-Donderdagj bij Processiën enz. aliijd eerbiedig tegenwoordig zijn.

VOORBEELD.

Eenige jaren geleden ontving de stad Orleans j in Frankrijk een nieuw regiment soldaten in gar-

1) Woorden des H. Vaders.

quot;W ïk'

ocr page 204

v____________________________^

198 NEGENTIENDE DAG.

nizoen. Sedert dien tijd merkte de pastoor der kathedraal met verwondering op, dat een zeker soldaat zich geregeld 's namiddags van één tot diie uur in de kerk bevond. Daar stond hij dan twee uren lang, stil, onbeweeglijk, in eene | militaire, maar levens eerbiedige houding voor 1 het traliehek van het hoogkoor. — De pastoor verlangde zeer de reden dezer buitengewone handelwijze te kennen. Op zekeren dag kwam een kapitein met zijne vrouw de kerk bezichtigen. | In de sacristij verhaalde hem de pastoor, wat hy dagelijks zag, en voegde er bij: „Wacht hier nog !. even; het zal zoo ac.ns!onds één uur slaan, en ' dan komt hij altijd.'' Het sloeg op de torenkloki en oogenblikkelijk was de soldaat cp zijn post. ; Zoodra de kapitein hem zag, zeide hij tot den pastoor: „Wel, mijnheer pastoor, dien man ken ik van nabij: het is een uitmuntend soldaat die al mijn vertrouwen met recht geniet, een der beste van mijne compagnie.quot; Daarop riep hij den soldaat bij zich en vroeg: „Maar, man, wat . doet gij hier toch?quot; „Kapiteinquot;, was het ant-woord, „ik houd hier een paar uren de wacht voor het H. Sacrament. Schildwachten zijn er, immers overal '• te Parijs heeft er de President wel vier, twee slaan er hier bij mijn Generaal, en één bij den Kolonel; bij den Stadsprefect ook al een schildwacht. . .. Als ik nu hier in de kerk kom, zeg ik bij mij zeiven: Is mijn Heer en God, die hier in het H. Sacrament rust, dar.

ocr page 205

NEGENTIENDE DAG.

niet duizendmaal meer, dan alle prefecten, kolonels, generaals, ja dan alle koningen en keizers der gansche wereld? En met dat al beeft Hij toch geen enkel man, die de wacht bij Hem betrekt. Zie, kapitein, dat was niet zooals 't behoorde; dat kon ik niet hebben. Nu ga ik, als ik vrijen tijd heb, hier voor Onzen Lieven Heer op post staan, en ik verzeker u, dat de uren mij niet te lang vallen; want ik bemin God van ganscher harte.quot;

De soldaat groette vriendelijk, liet den pastoor en den kapitein vol bewondering achter en begaf zich naar zijne p aats in de kerk, totdat zijne wachturen verstreken waren.

GEBED

o Allerh. Hart van Jesus, ik aanbid U van ganscher harte, niet alleen hier, maar in alle tabernakelen en in alle geconsacreerde Hostiën der geheele wereld. Och, waarom kennen en aanbidden U niet alle menschen! Wat mij betreft, ik bedank en aanbid U voor al degenen, die U niet kennen of niet danken, en ik beloof U alles ' te doen, wat in mijn vermogen is, om uwe kennis en uwe liefde te verbreiden. Ontvang mijne hulde; en kan ik niet lichamelijk bij uw H. Tabernakel tegenwoordig zijn, dan draag ik U toch mijne werkzaamheden, al mijne ademhalingen en al de kloppingen mijns harten op, als zoovele akten van aanbidding en dankzegging!

199

ocr page 206

Twintigste Dag.

Wat verlangt Jesus' H Hart van ons ?

tl. EERHERSTEL.

ffA N nuJ gij inwoners van Jeruzalem, y „gij mannen van Juda, oordeelt, nu V „lusschen Mij en mijnen wijngaard ! „Wat moest Ik meer gedaan hebben aan „mijn wijngaard, dat Ik daar niet aan gedaan „heb Vquot; Och, de Heer verwachtte zoete druiven, maar niets dan bittere vruchten mocht Hij plukken1). — Wien komt deze klacht niet in den geest, als hij vele eeuwen later Jesus Christus aan eene Bruid zijns ^ Harten hoort zeggen : „Ziedaar hel Hart, „dat de menschen zoozeer bemind heeft, „dat Het niets spaarde, ja, zich heeft „uitgeput en verteerd, om hun zijne liefde „te toonen.quot; „Maar,quot; zoo voegt de Heer

1) Vgl. Is. V, 3. en vlg.

'/X W Vw quot; 7\

A

«r*

ocr page 207

TWINTIGSTE DAG.

201 i

er klagend bij: ,,tot vergelding ontvang ; „Ik van het mserendeel niets dan ondank-„baarheid, door hunne oneerbiediaheden gt; „en heiligschennissen, door do koudheid v „en verachting, die zij voor Mij hebben „in het Sacrament mijner liefde.quot;

Zijt gij ooil, godvruchtige lexer, tegenwoordig geweest bij de morgenplechtigheden van Goeden Vrijdag? Dan hebt gij ook gezien, hoe de priester het Crucifix nam, het onde.' eene diepe buiging de y voelen kuste en ter vereering der bedie- 1* naren en der geloovigen openlijk in het priesterkoor neerlegde. Maar wellicht hebt gij niet de woorden begrepen, die de II. Kerk dan den priester in den mond legt. Hij spreekt in den naam van Christus: „Mijn volk, Ik voerde u uit Kgypte, „maar gij hebt Mij, uwen Verlosser, een

„kruis bereid. — Ik geleidde u door de

„woestijn, veertig jaren lang ; Ik spijsde „u met manna en bracht u in een goed „land, en gij? Een kruis hebt gij Mij „bereid. Ik plantte u als een uitverkoren „wijngaard, en gij, gij zijt Mij, o, zoo bitter „geworden ; want mijn dorst hebt gij met

In*

ifT-

7\

ocr page 208

V£_____ytjf; ____________a

202 TWINTIGSTE DAG.

„azijn gelaafd en met eene lans hebt gij „de zijde uws Verlossers doorstoken ! Ik „sloeg om uwentwil Egypte met zijne „eerstgeborenen, en gij hebt Mij gegeeseld V „en overgeleverd. Ik opende u de zee, „en gij hebt Mij de zijde geopend. Ik 1 „voedde u met manna in de woestijn, en gij, „gij overlaadt Mij met slagen en geesels. „Ik laafde n met water des heils uit de „steenrots, en gij hebt Mij gekrenkt met „gal en azijn. Ik sloeg om uwentwil de „koningen van Chanaan, en gij sloegt met „een rietslok op mijn hoofd. Ik schonk „u een koningsschepter, en gij gaaft Mij „eene doornenkroon. Met groote macht „heb Ik u verheven, en gij, gij hebt Mij opgeheven aan den schandpaal des kruises. „Mijn volk, wat heb Ik u misdaan, of „waarin heb Ik u bedroefd ? Mijn volk,

„antwoord Mij1).....quot;

Wie wordt niet tot in de ziel getroffen bij het hooren van zulke klachten? üod, wat spreekt, er uit die woorden een droef-heid, een pijnlijk gevoel over de ondankbaarheid van 't uitverkoren volk !

1 Romeinscli Missaal op Goeden Vrijdag.

1______^______^_____1

/V 7%

ocr page 209

yt-Jf.........____^

TWINTIGSTE DAG. 203

Nog klink! die stem uit ieder Tabernakel ! Nog richt zich de Heer tot een uitverkoren volk, dat Hij met weldaden overlaadde, en hetwelk slechts ondank voor ;V vergelding gaf. Mijn volk, mijne Christenen, zoo weeklaagt Hij, — en och, of zijne woorden tot in hel diepste onzer zielen doordrongen! — mijn dierbaar Christenvolk, Ik, de Zoon van God, ben voor u allen mensch geworden; en gij, gij vergeet de weldaad, die Ik u daardoor bewezen hel). Driemaal daags herinnert de klok ,1 aan dat groot Mysterie, en wie denkt er aan? Mijn volk, overal ziet gij mijn kruis; in uwe woning, in de kerk, hoog in de lucht; en verre van aan mijn lijden i dankbaar te denken, onteert men het | kruis, en men zou het van de wereld willen verbannen.

In 't II. Sacrament ben Ik tegenwoordig; [/ mijn volk, 'tis voor u; daar oller Ik mij in de H. Mis voor u op aan den Vader, en gij? (iij zijl afwezig, of zoo gij er zijl, gij schijnt, door uwe lauwheid en oneerbiedigheid, slechts gekomen om Mij te hoonen en Ie beleedigen! — Hier ben Ik

ocr page 210

-V____^_____________

204 TWINTIGSTE DAG.

dag en nachf, om u te ontvangen, te hooren, Ie helpen, en gij V Gij gaat mijnen y\ lf'ni|jel voorbij zonder Mij zelf-s te groeten. ■; Acli, de os kent zijnen meester en de ezel de kribbe zijns heeren ; maar gij, mijn volk, gij kent Mij niet, gij begrijpt niets van mijne liefde1). Hier heb ik voor u een maaltijd aangerecht, heerlijk en wonderbaar, en gij, gij weigert te komen. Met het Manna des Hemels spijs Ik u, en gij ? Mei heiligschennis, met het verraad van 'j Judas, vergeldt gij mijne liefde. Is dat f. dan het loon voor zooveel toegenegenheid ? Mijn volk, mijn dierbare wijnstok, o, wat zijn de druiven, die gij voortbrengt, bitter !

Ik gaf ii mijne leer, als een licht te \ midden uwer duisternis, en gij, gij versmaadt die leer, gij zijl er onwetend in 1 en gij doet geene moeite om er n in Ie v laten onderrichten. Ik gaf u mijne H. v ' Kerk als eene teedere moeder, en gij, gij *■' verscheurt haren schoot, gij Ireedt hare wetten met voeten. Behalve mijn H. Liefdegeheim gaf Ik u zoovele andere HH. Sacramenten; Ik gal u de Biecht, en gij ontvlucht

1) Vgl. Is. I. 3.

quot;*k W W /\

ocr page 211

^__-A*_____^___

I I

TWINTIGSTE DAG. 205

t

V

ze ; !k gaf n het H. Oliesel, en gij wacht met liet te ontvangen totdat het te iaat is ; Ik gaf u den priester als vader, als 7 trooster, als leeraar, als verzorger uwer Rquot; ziel, en gij, gij eert hem niet en luistert niet naar zijne woorden ! Ik gaf u mijn Bloed en mijne verdiensten, en gij verspilt ze ; Ik gaf u mijne voorbeelden en gij volgt ze niet na ; Ik schonk u mijnen vrede, dien de wereld niet kenl, on gij, gij wilt den i valschen vrede en de genoegensder wereld, 1 g'j F11quot;' haar ijdele en gevaarlijke ver- '/f. maken hartstochtelijk na; Ik gafu mijne f Moeder tot uwe Moeder, en gij vereert haar zoo flauw ; Ik beloofde u mijn rijk en mijne eeuwige liefde, en gij ? Ach, gij stelt de vergankelijke goederen dezer wereld boven mijn eeuwig rijk, en gij weigert Mij te erkennen in den armen, die y; uw medelijden inroept! Waar heb Ik het 'I verdiend, mijn volk, of waarin heb Ik u V bedroefd? Mijn volk, antwoord Mij!quot;

Wat zullen wij antwoorden ? Te meer daar het Goddelijk Hart daar nog zou kunnen bijvoegen ; niet ketters en onge-loovigen alleen handelen zoo, maar „rla/ir-

ocr page 212

TWINTIGSTE DAG

mede hen ik gewond in Iwl huis van hen, dw !/// iicf li(ul(lc}il) ' Had mijn vijand Mij gehoond, l k zou I/ij voor hem verher-gen : maar gij, o niensch, gezind gelijk Ik ... mijn verhouweling, gij, die aangenaam met Mij sju'jsdefi)... Wat zullen wij antwoorden V Och, of wij de woorden begrepen, die dat H. Hart tot de Zalige .Margareta Maria sprak : ,,Zal er dan nie-„mand zijn, die medelijden met Mij heeft, ,,niemand, die met Mij lijdt en deelneemt „in de droefheid, waartoe de zondaars „Mij brengen'? Gij ten minste verschaf „Mij de vreugde, van de ondankbaarheid „der zondaars te herstellen.quot; En de Zalige, getroffen door dat woord, deed wal ze kon-

Maar zullen ons die klachten koud laten? I Dan moesten wij hardvochtiger zijn dan rotsen en steenen ; want deze scheurden bij den dood des Heeren ten teeken van rouw !

Maar hoe die eer, die gekrenkte eer van 't H. Hart te herstellen ? Ze volledig herstellen kunnen wij niet, maar dan ten minste met verdubbelden ijver het H.Sacra-

1) y.M-.ii. \u.

Ps. quot;gt;4, 14.

206

^ 1

ocr page 213

TWINTIGSTE DAG. '207

ment be/iOcht, de H. Communie ontvangen, de H. Mis bijgewoond, onze gebeden ver-rieht, onze plichten vervuld, en dat goddelijk Hart, dar een glas koud water niet onbeloond laat, zal ons voor den liefdedienst dankbaar blijven dc gelieele eeuwigheid door.

Voorne mens.

i0 Aan 't II. II?,rt dikwijls eerherstel aanbieden voor de ondankbaarheid der wereld; ons daarom wachten, d e ondankbaarheid door onze eigene zonden te vergrooten.

2° Op den eersten Vrijdag der maand of Zondags daarna, tot eerherstel de H- Communie ontvangen.

VOORBEELD.

Sedert twaalf jaar offerde de Gelukz. Margareta Maria aan haren Goddelijken Meesterde Communie van den eersten Vrijdag op, toen de Eerw. Moeder Melin meende haar deze godvruchtige oefening te moeten verbieden. De Overste ondervond weldra dat zij tegen de inzichten des Heeren handelde. Inderdaad, eene harer jongste Religieuzen die veel beloofde, zuster Rosalie Verchère, werd ziek en bevond zich na weinige dagen in levensgevaar. Margareta .Vlaria smeekte van Jesus Christus de genezing der kranke af, Zij kreeg

ocr page 214

^___ykS______

208 twintigstk dag.

*■

tot antwoord, dat, zoolang de Overste haar de Comnmnie van den eersten Vrijdag weigerde, de 1 zieke voortdurend zou lijden ; zij moest hiervan de Ferw. Moeder verwittigen. Toen stond deze de gewenschte Communie toe, maar op voor-waarde, dat do Gelukzalige voor de genezing van j Zuster Rosalie zou bidden. Zij deed het, en de j zieke, die in hopelooren toestand verkeerde, bevond zich aans'onds buiten gevaar.

Nochtans durfde Magareta Maria op den eersten Vrijdag niet voortgaan lot de H. Tafel te naderen, omdat zij de woorden harer Overste slechts als eene belofte onder voorwaarde had aangezien. Daarom ook bleef Zuster Rosalie veel lijden, zoodat de geneesheeren er niets van begrepen. 1 Vijf of zes maanden was zij reeds in de ziekenkamer. De Gelukzalige smeekte Jesus* H. Hart,

haar eene volkomen gezondheid te verleenen • maar Onze Heer verklaarde haar stellig, dat, in-i dien zij wilde verhoord worden, zij hare Commu-1 niën moest hernemen. Nu besloot zij er opnieuw i hare Overste over te spreken. Deze wachtte zich wel, nog langer Gods wil te wederstaan ; zij gaf V ^an Margareta het gevraagde verlof en op hetzelfde gt;V oogenblik was Zuster Verchère genezen.

(D-iniel. Vie de la B, Marg. Marie.)

1

GEBED.

Ik aanbid U met den diepsten eerbied, o mijn Jesus, verborgen in het H. Sacramonl ; ik erken

-T-*

y\

i

ocr page 215

TV71NTIGSTE DAG.

209

■jf'i

U voor waarachtig God en waarachtig Mensch, en met deze akte van aanbidding stel ik mij voor, te voldoen voor de koelheid van zoovele Christenen, die, wanneer zij uwe HH. Tempels, en soms zslfs het H. Tabernakel voorbijgaan, U niet eens groeten en zich door hunne onverschilligheid gelijk de Joden in de weestijn, van 't Hemelsoh Manna afkeerig toonen. Ik offer U tot eerherstel voor eene zoo verregaande lauwheid, het allerkostbaarst Bloed, dat Gij vergoten hebt, en ik herhaal duizend en duizend malen : Geprezen en gedankt zij op ieder oogenblik het allerheiligste en allergoddelijkste Sacrament.

iTr

14

ocr page 216

^___

Een en twintigste Dag.

Wat verlangt het H. Hart van ons'

111. NAVOLGING.

. God, /.00 bidt de H. Kerk op den

L^^amp;»Oct,aafdag van Driekoningen, ,,o /rilgt;^^',,God, wiens eenige Zoon in ons „vleesch verscheen, geef, smeeken wij U „dat wij door Hem, dien wij uiterlijk op „ons zien gelijken, inwendig mogen hervormd worden.quot; Hiermede drukt de H. Kerk, die Bruid van 't H. Hart, een verlangen uit, hetwelk zij in het Hart van haren Bruidegrom gelezen heeft, nl. dat ons hart op liet zijne moge gelijken. Inderdaad ile eeredienst van 't H. Hart bestaat voornamelijk in de navolging van het H. Hart. In dit punt bedriegen zich vele godvruchtige zielen. Zij meenen de godsvrucht tot het

|r

2* 1

IrF

ocr page 217

______quot;U-X-___^

ÈËN EN TVVINTIGSTÊ DAG. 211

H. Hart te bezitten, omdat zij een beeld van het H. Hart godvruchtig vereeren,— omdat zij op den eersten vrijdag der maand de H Gonimunieontvangen, —omdatzijlid zijn van verschillende Broederschappen: o. a. van V H. Utu-, de Eerewdchl, enz. — omdat zij gaarne sermonen hooren over het H. Hart, — omdat zij gevoelig aan- : gedaan zijn, wanneer zij denken aan de 1 liefde, waarmede dat Hart zich heeft laten doorboren op het kruis. jv

Zeker, deze personen bezitten iets, maar 'X niet alles van deze heilzame godsvrucht; zij hebben eene kiem, eene plant, een boom misschien, met bladeren en bloemen, — de viucht hebben zij nog niet; als zij bij dat alles onverstorven zijn, als zij lastig in den omgang, driftig en opvliegend blijven, als zij zich nog hoovaardig verheffen op vermeende of wezenlijke goede hoedanigheden als zij gehecht blijven aan het aardsche en het juk der gehoorzaamheid bij elke gelegenheid trachten af te schudden, wat is dan hunne godsvrucht V Een stroo-vuur, dat geen stand houdt; zij bepalen zich tot middelen en venvaarloozen het

----^ fx

ocr page 218

■ 'f-' I

212 EEN EN TWINTIGSTE DAG.

doel. Hoort, wat de zachte en beminnelijke H. Franeiscus van Sales tot dezulken zegt1); v .,De H. Paulus vermaant de geloovigen ^ A ,,van Philippi: Broeders,die gezindheid zij j „in ii, welke ook in Christus Jesus was. i 1 „Wat wil de groote heilige Paulus met I „die woorden zeggen? Wil hij, dat wij „voor onzen Verlosser die teedere en ge- i j „voelige liefde hebben, die Hij voor ons j | „gevoelde op het kruis? Wil Hij dat wij i .-j „van medelijden om zijne smarten tranen y „storten? Neen, onze Heer vraagt van yC „ons niet die teedere en gevoelige liefde, 1 „die ons tranen doet storten en in ons j „zoo vele verlangens zonder gevolgen doet „opkomen! De hel is vol van deze ver-| „langens, en ijdel zijn die teederheden, j „die wij wenschen te gevoelen, alsof ons „heil daarvan afhing. Men moet ze niet v „verlangen of niet zoeken, want gewoonlijk 'f/ '] „dienen ze slechts tot vermaak en zijn fr ; „alleen goed voor zwakke geesten. Maar | „wilt gij weten, welke gezindheid van ,,.lesus Christus de H. Paulus in ons ver-

i

1

l'ü rrlions Spir. de S. Fr. de S. p; r Chnnmont, lom. II. chap. XII.

ocr page 219

213

EÊM ÉN TWINTIGSTE DAG.

; „langt te zien? De gezindheid, waar-i „door de Heer zich vernederd, zich ver-„nietigd, zich ontledigd heeft. Met ons •)\ „terug te brengen tot ons niet, met ons „te ledigen van ons zeiven, dat is : van „al onze driften, neigingen, afgekeerd-„heden en al onzen tegenzin voor het : „goede, niet ons zeiven on onze eigenliefde voortdurend te versterven, daardoor „moeten wij komen tot dien toestand, waar-„van de H. Paulus zegt: ik leef niet „meer, m(«ir Christus leeft nt mij.

Ja, zoo moet het zijn ; Christus moet in ons leven ; de deugden van zijn H. Hart | moeten onze deugden worden. Wat be-] teekent anders onze liefde ? Als wij in ons j hart de zonden koesteren en de ondeugden j als onkruid welig laten tieren, zal dan de i Bruidegom van onze zielen met welgevallen X', in den luin onzes harten rondwandelen ? 'K Daar staat van Hem geschreven, dat Hij slechts weidt onder de leliën.

„Weest mijne navolgers, gel.jk ik het „ben van Christus,quot; zegt wederom de groote H. Paulus. En hoe was hij de navolger van Christus ? Dat zegt ons zijn

7^-W

if

K*

ï

;V

ocr page 220

Â¥________2^___M.

214 EEN EN TWINTIGSTE DAG.

i groote bewonderaar, de H. Joannes Chry-sostomus: „Kon ik het hart van Paulus „eens zien, dat ruime hart, hetwelk steden, -y „provinciën en koninkrijken omvatte ; dat „wonderbare hart. verheven als de hemel, „schitterender dan de zon, vuriger dan „vlammen, sterker dan diamant; voor-„wunr, hel hart van Paulus, was hel „harl van Chrislus zelf!quot;

Paulus had dus zijn hart gelijk gemaakt I aan 't H. Hart van Jesus. De liefde, het medelijden, de ijver, de zachtmoedigheid, de nederigheid, de verachting van't aard- ' sche, hef geduld, al die deugden, welke als lichtende stralen het H. Hart van Jesus versieren, zij waren overgegaan in het hart van Paulus, en na dat alles zegt Hij ons: „weest mijne navolgers, gelijk ik het ben „van Christus.quot; Ons hart moet dus gelijk-vormig worden aan 't H. Hart van Jesus, 'i'. en zoolang in ons nog ééne ondeugd wor- V j telt, zoolang er ons nog ééne deugd ont-; breekt, of er ten minstede werkdadige wil niet is, om die ondeugd uit te roeien en die deugd te verkrijgen, zoolang kunnen wij niet j zeggen, dat de waarachtige, wezenlijkegt;

ik

ocr page 221

v,_______V'

een en twintigste dag. 215

v

V

geheele godsvrucht tot het H. Hart in onze ziel is.

Ons hart is ons gegeven, zou men kunnen zeggen, als een ruwe, ongebeitelde marmersteen, zonder vorm of andere schoonheid, dan die welke er God zelf ingelegd heeft bij het H. Doopsel Het kan een afbeeldsel van 't H. Hart worden, maar 't is er nog ver af. Wat hebben wij te doen? Dien steen onophoudelijk te bewerken met den beitel der versterving, der vernede-■, ring, des gedulds. Voortdurend moeten , wij ons oog gevestigd houden op het voorbeeld, dat ons gegeven is in 't H.Hart, door slag op slag, stuk voor stuk moet alle ruwheid en oneffenheid verdwijnen, totdat eindelijk het heerlijke beeld van Jesus' H. Hart met al zijne deugden ook in ons hart zichtbaar wordt. En och, of wij dien arbeid voltooid mochten hebben ^ op den dag, dat wij worden opgeroepen

f/\f lr»r\n or\ fnt rln PPllWlCTP. OTiafsclltil-

tot ons loon en tot de eeuwige onafscheidelijke vereeniging met het H. Hart van Jesus! Dit bedoelde de H. Paulus, toen hij uitriep: „Mijne kinderen, andermaal „lijd ik voor u de smarten der ba-

--w w k*

ocr page 222

V

!!r-

?

216 ÊÉN EN TWINTIGSTE DAG.

„ring, tot Christus in u gevormd zij1).quot; En zou er voor ons iets eervoller kun-_r nen zijn, dan te gelijken op Jesus Christus, ^ l\ den God der Hemelen? „Gij zult als \-„Goden zijn,quot; had eenmaal de slang gezegd tol onze eerste ouders, en zij waren dwaas genoeg het te gelooven. Gelijk zijn aan God, neen, die eer is voor een menseh te groot! Wat in het Oude Testament vermetelheid was, dat is in het Nieuwe Testament, onder de liefdewet van Jesus Chris-V tus, gebod. Hij werd aan ons gelijk. Hij £ daalde van de hooge Hemelen tot ons neer, en wij, wij mogen niet alleen, maar wij woe- 1 len tot Hem opklimmen, Hem trachten te gelijken In deugd en heiligheid. Welk eene eer, zegt de H. Cyprianus, aan God gelijkte zijn ! Wat geluk, als eene deugd te mogen bezitten, wat in God zelf geprezen wordt2). Tot die eer en dat geluk zijn wij geroepen door de liefdevolle verwaardiging van Hem ,V die tot ons in het Evangelie zegt: Zoo iemand zijn kruis niet opneemt en Mij met i'olgt, deze is Mijner niet waardig!

1! Gal. IV. 19.

2) S. Cypr. lib. de bono patientise,

I

quot;k

ocr page 223

_____-A£.___

EEN EN TWINTIGSTE DAG. 217

't

Ï

Voornemens.

1 i0 Met kracht gaan arbeiden aan de gelijk-^ vormigheid met Jesus door zachtmoedigheid, ^ ootmoedigheid, verdraagzaamheid, versterving, enz.

2° Dikwijls herhalen ; Mijn Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte, maak mijn hart gelijk aan het uwe. (100 dagen aflaat, eens per dag.)

i

VOORBEELD.

PARABEL.

! [Naar ecne gedachte v. d. H. Franciscus van Sales.)

Vj 'i

Eene moeder had een kind van enkele jaren ;

't was hare vreugde en zij de vreugde van he^

kind. Doch zie, daar nadert den tijd der jaar-i lijksche aderlating, zooals die vroeger algemeen j gebruikelijk was. Op vooraf bepaalden dag treedt de geneesheer binnen. Hel kind heeft een appel ontvangen en vermaakt zich daarmede. De ge-, neesheer haalt zijne werktuigen ie voorschijn en | begint zijne bewerking op de moeder. Het kind .i v ziet toe zonder spreken. Daar vloeit eensklaps ■ het bloed der moeder en de geneesheer haast zich • het in een bekken op te vangen. Dat was te veel voor 't minnend kinderhart. Het bloed zijner moeder zien strcomen en daarbij ongeroerd blijven, dat was niet mogelijk; tranen vulden zijne te voren zoo glinsterende oogen en luide jammerkreten, als wilde men zijne moeder dooden, weerklonken door het vertrek. — De geneesheer

- ^ V?- -Tr* 7V

ocr page 224

V-

_ -jijt, _ __^

218 EEN EN TWINTIGSTE DA.G.

stuit eindelijk het bloed, verzorgt de wonde en vertrekt. Bleek en eenigszins verzwakt zit de moeder neder ; de tranen in 't kinderoog beginnen te drogen. Toen vroeg de moeder aan t kind ^ den appel, waarmede het speelde; maar, zijne pas betuigde liefde vergetende, weigerde het kind, en zoodoende deed het de moeder meer lijden door die j weigering, dan de geneesheer door zijne heilzame wonde.

nat kind, zegt de H. Franciscus van Sales,

zijn wij. Ook wij worden gevoelig getroffen, als wij Longinus zijne lans zien opheffen,

zien toestooten, Jesus' Hart doorboren, en bloed en water uit dat minnend Hart zien vloeien, i, Maar als dat Hart een offertje van ons vraagt, y ^ een bedwingen van ons ongeduld, eene vernedering, ^ eene kleine versterving, een vurig gebed, waarmede 1 wij Het zouden kunnen vertroosten, dan weigeren ! wij Het en bedroeven alzoo dat minzaam Hart, dat zooveel Helde, zooveel dankbaarheid van ons verwachten mocht.

GEBED.

o Bewonderenswaardig Hart van Jesus, Bron en Toonbeeld aller deugden, o Spiegel, waarin \r \ ik mijne eigene gebreken en onvolmaaktheden zoo £ ■ duidelijk zie, zend een straal van uw licht

ien een vonk van uw \utit op mijn hart, opdat die vlam daar alle roest van zonden moge wegbranden.en een vonk van uw \utit op mijn hart, opdat die vlam daar alle roest van zonden moge wegbranden.

ocr page 225

gt; Twee en twintigste Dag.

£

ff

xr

Het H. Hart van Jesus. ons Voorbeeld van Zachtmoedigheid.

et moet een schoon gezicht geweest zijn, den beminneiijken Verlosser te zien neerzitten op de groene heuvelen van Palestina, omringd van zijne luisterende leerlingen, op hunne beurt omringd van eene talrijke schare, die in steeds breeder kringen zich uitbreidde, en waarvan zelfs de verstafstaande nog een klank trachtte op te vangen van die hemelsche slem, die met onweerstaanbare zachtheid en toch met nadruk zoo schoone waarheden verkondigde. Weer zat Hij neder en schoone gelijkenissen ontrolden aan zi jne lippen. Toen zond Hij twee en zeventig der zijnen naar alle stad en plaats, waar

71

ocr page 226

I

220 TWEE EN TWINTIGSTE DAG.

Hij zelf zou komen1). Geld of goed gaf Hij hun niet mede, maar leeringen zoo gt;gt; . schoon en toch zoo eenvoudig, dat godde-^ lijke wijsheid in ieder woord doorstraalde. Hij besloot ze met deze woorden : „ Neem/ „mijn juk op u, en leerl van Mij, dut /k „zdchhnoedic en nederig van. hurte ben, en „gij zuil rust vinden voorn we zielen;-W(int „mijn juk is zoet, en mijn lust is licht.

Leert van Mij zachtmoedig 'zijn! Wat trok die scharen met zoo onweerstaanbare ~j macht tot zijn iandelijken leerstoel? Wat trok de zondares Magdalena tot den Heer, | met zooveel kracht, dat zij eene vurige ! minnares des kruises werd? 't Was, zegt de H. Augustinus, zijne zachtmoedigheid i die te lezen stond in den blik zijner oogen, i in de woorden zijner lippen, in de gebaren ; zijner hand, in den nooit gestoorden glim-v lach van zijn mond. Voorwaar, gelijk de ^ bijen om den honig, zoo verzamelen zich de mensehen om de zachtmoedigen.

Wat is zachtmoedigheid ? 't Is die kalme gemoedsgesteldheid, waardoor wij zonder

1) Iaic. X, 1 ol seqq.

yx---quot; W 7T

ocr page 227

______-AJL-__V

TWEE ÊN TWINTIGSTE DAG. 221

onrust al het onaangename verdragen, wat ons overkomt. Dat onaangename mag ons aangedaan worden door onwil of onwetendheid van anderen, of wel worden meegebracht door een samenloop van omstandigheden, waaraan de mensch niets veranderen kan, de zachtmoedige blijft kalm, gelijk aan die rotsen in de zee, welke door golf en storm voortdurend worden gegeeseld, maar te midden van alle gewoel rustig daar staan, als gebeurde rondom niets. ^ Zoo was het Goddelijk Hart. Welk hart is ooit meer gefolterd door allerlei lijden, dat werd aangedaan door den onwil der eenen, door de onwetendheid der anderen? Welk hart verkeerde ooit in pijnlijker omstandigheden ? Als maar de wil zijns Hemelschen Vaders geschiedde, dan kon de geheele wereld samenspannen, om Jesus V, le doen lijden. Hem Ie beleedigen, Hem het bitterste verdriet aan te doen,— zijn goddelijk Hart bleef kalm, zacht, zonder bitterheid, gelijk aan die parelschelpen in de zee, welke door het zeewater zijn omringd en geslingerd worden naar alle kanten, maar nooit een enkel druppeltje

ocr page 228

______^___^

■¥-

I

222 TWEE EN TWINTIGSTE DAG.

van bitter zeewater in zich opnemen1) In de armoede te Bethlehem, in de ontberingen van de bange vlucht naar Egypte, bij het zure brood der ballingschap in dat land, aan de schaafbank van Jozef, i te raidden van ontelbare volksmenigten, omringd door Pharizeërs, gefolterd door beulen, verlaten op Calvarie, altijd was dal Hart even rustig en kalm, als toen Jesus te midden van storm en on weder in Petrus' , ^ scheepje sluimerend neerlag. y

God, welk een verschil met ons gedrag ! A' Wij zoeken ons zeiven, ons eigen gemak en voldoening, en wij wenden het oog af van den wil en de glorie Gods. Vandaar onrust, onverduldigheid, driftigheid, die in ons opkomen en waaraan wij toegeven, zoodra de omstandigheden aan ons gemak en onze eigene voldoening in den weg staan. En o, wat is er dan weinig noodig, om ^ al onze voornemens van zachtmoedigheid in rook te doen opgaan ! Verandering van weer, hitte of koude, regen of zor neschijn, teleurstelling in verwachtingen, ongesteldheid en ziekte, tegenval in den arbeid.

ik'

1) H. Franc, v. Sales.

ocr page 229

TWEE EN TWINTIGSTE DAG. 223

een misstap, een fout, een gebrek, een woord, een gebaar, och, hoe dikwijls doen zij in ons hart een storm ontstaan, dien wij bij alle pogingen niet kunnen bedwingen en waarvan aanstonds ons gelaat de teekenen draagt!

Hoe gedroeg zich het H. Hart ten opzichte van anderen ? Daar is geen klas van personen, met wie onze Heer meer omging, dan met het geringe volk. Armen omringden Hem, zieken lieten Hem geen rust; de meesten zijner Apostelen waren ruwe, ongeletterde, ja door en door onwetende mannen, goed van bedoeling, maar vol gebreken; Hij wijdde aan hen moeite en zorgen, om hen te onderrichten. Hij herhaalde hun zijne gezegden, kleedde zijne leer in bevattelijke gelijkenissen, en wanneer Hij zich alzoo vermoeid had, dan r toonden zij door hun gedrag en hunne £ woorden, dat zij weinig of niets van zijne leer begrepen hadden. Ondank was zeer dikwijls zijn deel, smadelijke behandeling | van Schriftgeleerden en Pharizeërs zijn da-gelijksch brood ; de Samaritanen beleedig-

den Hem zoozeer, dat Joannes en Jacobus ^ ^ %

ocr page 230

V________2^1___

224 TWEE EN TWINTIGSTE t)AG.

verontwaardigdigd het vuur uit den Hemel wilden doen neervallen op hunne stad ; de schijnheiligheid der Schriftgeleerden, de '/ spotternijen der Sadduceën, de kaakslag ^ bij Kaiphas, de pijnigingen der beulen, de veroordeeling door Pilatus, de laste- | ringen van den moordenaar aan 't kruis, waren allerbitterst, en het duizendste gedeelte zou voldoende geweest zijn, om de | zachtmoedigheid van een Heilige aan 't wankelen te brengen. Maar 't H. Hart ? Kalm verschijnt het overal te midden dier stormen, rustig, zonder wrevel, zonder bitterheid, zacht en gedwee, gelijk een onschuldig lam te midden van grijpende wolven, die het van alle kanten omringen, als een schaap, dat ter slachtbank geleid wordt, zonder zelfs den mond te openen. Ja, zoo groot was die zachtmoedigheid, dat V de H. Paulus de Christenen van Corinthe 'J bad en bezwoer «bij de zachtmoedigheid |' 1 »en goedheid van Christus1);quot; hij ver- j

onderstelde, dat zij van die zachtmoedig-| beid een onuitwischbaar beeld in hunne i ! zielen droegen.

1 i (Jur. X, 1.

rTquot; \ * / ^gt;

ocr page 231

_____^

TWEE EN TWINTIGSTE DAG 225

Soms toch zien wij 's Hecren oog fonkelen ; zijne stem trilde, zijne handen hief V; Hij op en geesels deed Hij neerkomen op de koopers en verkoopers in den tempel. Waarvoor was het? Om ons te leeren, dat deze les van David zeer goed uitvoerbaar is: worth gram en zondigt niet1) om ons te leeren, dat heilige verontwaardiging geheel iets anders is, dan drift en opvliegendheid.

Dat H. Hart was zacht, wanneer Jozef f en Maria hunne lieftallige bevelen gaven; 1 geen wonder; welk hart zou bij zulk een omgang niet zacht zijn? Juist daarom heeft dat H. Hart ook zacht en kalm willen blijver, toen onrechtvaardige rechters en wreede beulen Hem barschbevalen het kruis op zijne schouderen te nemen en zich er op uit te strekken, om ons te \ leeren niet alleen zachtmoedig te zijn ten opzichte van welwillende personen, maar ook ten opzichte van vijanden en vervolgers, en geen drift te laten blijken, al geeft men ons op bar schen toon bevelen, die men misschien het recht niet heeft ons

1) Ps. IV? 5.

H

7^

15

ocr page 232

te geven, o Waarlijk goddelijke zachtmoedigheid !

Hoe gedraagt zich ons hart in den om-£ gang met anderen? Waar menschen zijn, daar zijn menschelijke gebreken te verdragen, daar valt altijd iets te lijden; maar hoe lijden wij het? Hoe dikwijls toonen wij dan in den omgang, zelfs met onze vrienden, dat het zoo moeilijk is zich zeiven te bezitten en altijd gelaten en kalm te zijn, wat ons ook overkome. Och, of wij toch eens leerden van het Goddelijk Hart, dat het geene kunst ol deugd is, om te gaan met personen zonder gebreken, maar dat het waarlijk deugdzaam en verdienstelijk is om te gaan met personen, die veel gebreken hebben, die ons doen lijden, en ons tegenwerken, dikwijls zonder dat zij het zelf bespeuren Hoe gerust y zouden wij dan ons leven slijten, volgens 'A de woorden van 't H. Hart zelf; /.(dig zijn de zach /moedigen, wan t zij zid/cit deaarde bezitten, en: leert van Mij zachtmoedigen ootmoedig te zijn, en gij zult rust vinden voor uwe zielen1).

l) Mt. Xf. 20.

(,* iV

?•

ocr page 233

^_________^__Â¥

TWEE EN TWINTIGSTE DAG. 227

Voo rn e m ens.

^ i* Alle ongeduld zorgvuldig bedwingen en ^ kwaad met goed vergelden.

2° Alle hevigheid en onrust in handelen vermijden.

3° Dikwijls herhalen : Mijn Jesus, zachtmoedig en ooimoedig van Harte, maak mijn hart gelijk aan het uwe. (All. 300 dagen, eens per dag.)

VOORBEELD.

\l Niemand der latere Heiligen heeft het wellicht rl in de navolging der zachtmoedigigheid des Heeren 1 verder gebracht dan de beminnelijke H Francis, cus van Sales; men behoeft zijne levensbeschrijving slechts open te slaan, om op iedore bladzijde de bewijzen er van tc vinden.

Eens was hij te Geneve en had daar mei den predikant Lafaye eene openbare twistrede over het ! geloof, welke drie uren duurde. Het dispuut liep - over de eenheid der Kerk, over het H, Sacrament, ■51 des Altaars en de H. Mis, over de goede werken, het vagevuur, de vereering der Heiligen en nog andere leerstukken. De predikant werd op alle punten geslagen. In plaats van zich gewonnen te geven, barstte hij in hevigen toorn uit en begon een stortvloed van scheldwoorden tegen Franciscus uit te braken. Drogredenaar, toove-

^----w

ocr page 234

V___^____^

1

228 TWEE EN TWINTIGSTE DAG,

naar, valsche profeet, die door zijne gladde tong de volkeren verleidde, dat alles en nog meer moest Franciscus hooren. Deze bleef zoo kalm, alsof die uitbarsting van toorn hem niet in het minste aanging. Sommige Katholieken, die er tegenwoordig waren schenen echter met deze handelwijze van Franciscus in 't geheel niet ingenomen en klaagden over zijne bedaardheid; zij zouden gewild hebben, dat hij den predikant met gelijke munt betaald had en zich zoo in 't openbaar niet ongestraft had moeten laten be-leedigen. Maar Franciscus antwoordde hun : „On-

„ze Heer heeft immers de ware leer altijd opeene

l5-

1

*); „beminnelijke wijze verkondigd, en ik moet toch \' „de bewonderenswaardige en zeer voorzichtige „leerwijze mijns Meesters tot voorbeeld nemen. •iHij loch is de opperste Wijsheid, die zich niet „bedriegen kan. Nooit heb ik mij van scherpe „antwoorden bediend, of ik heb er naderhand „spijt van gehad. Men wint de menschen veel ' „meer door liefde, dan door strengheid; wij „moeten niet slechts goed, maar zeer goed • rzyn- ' — Als dan ook de ketters hem op straat / nariepen en hem beleedigende scheldnamen gaven, dan deed hij juist alsof hij het niet hoorde en antwoordde niet anders dan door minzaam zijn hoed af te nemen of hen, die hem beleedigden,

zeer beleefd te groeten, (i)

dj Hamon, Vie de St. Fr. de S.

ocr page 235

^ gt;4-^ ^

TWEE EN TWINTIGSTE DAG. 229

GEBED.

der H. Kerk.

o God, die door het geduld van uwen Eenge-boren Zoon, den hoogmoed van den ouden vijand hebt vernederd, geef ons, smeeken wij, dat wij al hetgeen Hij voor ons verdroeg, waardiglijk mogen overwegen en zoo naar zijn voorbeeld al wat ons tegengaat met gelatenheid mogen verdragen. Door denzelfden Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer, die met U leeft en heerscht in de eenheid van den H. Geest, God in alle

^ is:

ocr page 236

Drie en twintigste Dag.

Het H. Hart, ons Toonbeeld van Ootmoedigheid.

r is geene ondeugd op de wereld ï'/oo algemeen als dehoovaardig-heid, zegt de H. Fransiscus van Sa-: les. Alle mensclien hebben die overgeërfd van onze eerste ouders,die zich uit hoovaar-digheid, uit verlangen om aan God gelijk te zijn, tot hunne eerste zonde lieten ver-v leiden. Daarom, zegt diezelfde Heilige, •jl kwam Onze Heer op de wereld, om daar in plaats van den trotsehen boom der hoovaardigheid een nederig plantje te zetten; dat plantje heet ootmoedigheid. Hij verzorgde het met teedere oplettendheid, om het wortel te doen schieten

en welig te doen groeien ; daarom gaf

^

ocr page 237

I

_ y'ïfy_____

DRIE EN TWINTiGSTE DAG.

i zijn H. Hart ons de schoonste voorbeelden en lessen der allerdiepste ootmoedigheid. ^ Leert van Mi] dat Ik .... ootmoe- ^ •j dig van harte hen. rV

Ja, waarlijk, de Heer mocht zich ten voorbeeld stellen van ootmoedigheid ; want gelijk Hij volgens zijne goddelijke natuur verheven was boven alles, wat geschapen is, zoo heeft Hij zich volgens zijne men-schelijke natuur beneden alle schepsels vernederd door zijne ootmoedigheid. gt;Hij »heeft zich vernederd,quot; zegt de H. Pau-lus, ^gehoorzaam geworden tot den dood, »ja tot den dood des kruises; daarom »ook heeft God Hem verheven en Hem »een naam gegeven, die boven alle namen gt;is, opdat in zijn naam alle knie gebogen »worde van die in den Hemel, op de »aarde en onder de aarde zijn1).quot;

Leert van Mij ootmoedig zijn. Hoort gij het? zegt de H. Auguslinus ; de Heer zegt niet: leert van mij een wereld vormen, en al wat er is, zichtbaar of onzichtbaar, uit niet voortbrengen, — of wonderen doen op de wereld, — of dooden

1 Philip. IT. 9.

----W h

_M

231

ocr page 238

-----^____________gt;jL

232 DRIE EN TWINTIGSTE DAG.

verwekken, maar : leert van Mij zachtmoedig en ootmoedig te zijn.

Waar leerde het H. Hart ons die ootmoedigheid ? Ga naar den stal van Bethlehem en vraag aan dat arme Kind, dat daar ligt: o Zoon van God, waar is uw troon, uw paleis, uw tempel, uwe eerewacht ? Het zal u zeggen : De men-schen beroemen zich op hunne geboorte ; mijn roem is, door te gaan voor den zoon van een armen handwerksman. Mijn troon is eene kribbe; mijn paleis en mijn tempel een stal ; mijne eerewacht een os en een ezel! Ga naar den werkwinkel van Jozef en vraag daar aan dien Jongeling met hemelsche gelaatstrekken: o Zoon 7an David, waar is uw koningsschepter ? En Hij zal u eene schaaf of een beitel toonen, zeggende : de menschen beroemen zich op hunne rijkdo.nnmn, mijn roem is arm te zijn, zoo arm, dat ik weldra geen steen zal bezitten, om mijn hoold daarop neer te leggen.— De rnenseh beroemt zich op zijn verstand ; — Jesus verbergt zijne goddelijke wijsheid onder het uiterlijke van een kind ; — de mensch

ocr page 239

DRIE EN TWINTIGSTE DAG.

verlangt naar eer en aanzien, en.lesus? Hij vlucht als men hem koning wil maken. — De mensen verlangt, datdeheele wereld zijne goede daden kenne, Jesus doet zijne wonderen liefst in stilte; — de menseh verlangt gediend te worden door anderen, Jesus zegt luide: fk hen ?iietgekomen,o??igedientl te worden ,miinr om le dienen1), en Hij bewees dan ook zijnen Apostelen den illernederigsten dienst der voetwassehing. De menschen ontvluchten alle vernederingen; zij willen de eersten zijn, de meest geprezenen, en Jesus? Gelijk de menschen de eer najagen, zoo betrachtte zijn Hart de vernedering, Hij dorstte er naar, Hij zocht ze overal op, zij was zijne trouwe gezellin tot aan zijn laatsten snik; want tot op het kruis wilde Hij, de Rechtvaardigheid zelve, nog doorgaan voor een misdadiger en hangen tusschen twee boosdoeners, als was Hij de grootste van allen! ,,o Laat-„ste en hoogste der menschen, o Nede-,,rige en verhevene ! o Schande der men-„schen en glorie der Engelen! Voor-

1 Marc. X. 45.

233

ocr page 240

----^_______^

234 DRIE EN TWINTIGSTE DAG.

„waar niemand is zoo verheven en nie-,.niand zoo vernederd !quot; roept de H. Ber-, nardus nit; en de H. Augustinns zegt: # P „Wanneer ik den naam van Christus V „slechts noem, dan beveel ik reeds de „ootmoedigheid aan.quot; Hoe zouden wij dan bij zulke voorheelden, zijne lessen niet aannemen?

„Die zich verheft, zal vernederd worden en die zich vernedert, zal verheven wordeti1)quot; zoo leerde Hij. En toen zijne ) leerlingen eens twistten om den voorrang, {£ zeide Hij hun : „Indien gij niet wordt als „kleine kinderen, zult gij het rijk der He-„melen niet /«gwiv/;2),quot; Als kinderen moesten zij worden, zonder hoogmoed, zonder eigendunk, zonder vrees voor vernedering. En bij eene andere gelegenheid vermaande Hij hen dringend : „Dat degene, diedeeer-

V »ste wil zijn, de dienaar worde van '(/

V „allen3).quot; |V

En wat anders zou zijn doel geweest zijn met de parabel van den Parizeer en den Tollenaar, dan aan zijne leerlingen en

1) Luo. xiv. u.

2) Mt. XVIII. 3.

3) Vgl, Mt. XX. 20.

/V ^7= VT

Â¥-

ocr page 241

•vt^_

M

235

DRIE EN TWINTIGSTE DAG.

aan ons aanschouwelijk voor te stellen, dat wij nederig moeten zijn ten opzichte van (ï-od en van den evennaaste ? Zie, zoo scheen de Heer te zeggen, de Farizeër verkreeg niets, omdat hij in zich zeiven behagen nam en zich beter achtte dan den tollenaar. Deze echter erkende voor God een zondaar te zijn, hij klopte op zijne borst, vernederde zich en ging gerechtvaardigd heen.

Ootmoedigheid is waarheid, zegt de H. ïeresia. Dat wil zeggen : de ootmoedige behoeft niet blind te zijn voor de goede eigenschappen, deugden en genaden, die hij bezit ; neen, ook het Goddelijk Hart erkende in zijne menschelijke natuur eigenschappen en voorrechten, die Hem de achting van Engelen en menschen waardig maakten ; maar om ons in alles ten voorbeeld te zijn, zocht dat Goddelijk Hart die achting niet, en als men ze Hem weigerde, beklaagde Hij er zich niet over, maar verdroeg het in stilte ; van al wat Hij in zijne menschelijke natuur bezat, gaf Hij de glorie aan God, zijnen Vader.

En Hij deed dit tot onze onderrichting-

Si:

TT

7V

*T

ocr page 242

-V______^_____^________

236 DRIE EN TWINTIGSTE DAG.

Zoo God ons gaven en genaden schenkt, die ons boven anderen doen uitschijnen, wat hebben wij dan te doen ? Die gaven en genaden bij de menschen te doen gelden ? Er de eer en achting voor te eischen. waarop zij ons recht schijnen te geven ? Dat heeft het H. Hart ons anders geleerd door woord en voorbeeld, ja zelfs door zijne bedreigingen; want met eene zekerheid, die nooit falen kan, zegt Hij : Die zich verhef /, zal vernederd worden. Zullen wij ons dan beklagen, als men ons de eer en achting niet geeft, waarop wij recht meenen te hebben ? Neen, zegt ons het H. Hart, neen-, want cds gij alles zuil gedaan hebben, wat gij moest doen, zegt dan nog: wij zijn onnutte dienstknechten, die enkel gedaan hebben, wal wij moesten doen1). Wat gij ook doet, of wat gij ook aan deugd bezit, 'tzijn gaven van God, die ze even goed aan een ander had kunnen geven. 'X Beroem u er niet op ; want heeft een beitel wel het recht zich te beroemen op het beeld, dat de meester door zijn toedoen

1

I.uc. XVII. 10. Tv VF

ocr page 243

^ 5^

I

DRIE EN TWINTIGSTE DAG. 237

•i

S

ƒ V

gebeeldhouwd heeft; of heeft het penseel reden om groot te gaan op het schilderstuk, dat de hand van den schilder vervaardig- ( de? En, zegt de H. Paulus, wal hebt gij, dat gij niet ontvangen hebt .' En als gij het ontvangen hebt, waarom verheft gij er ii dan op, alsoj gij het niet ontvangen hebt1) ?

Wat vraagt dan het H. Hart van ons? Dat wij de nederigheid liefhebben, niet echter de nederigheid, die enkel in woorden bestaat, maar in daden, in het beminnen der vernederingen en der berispingen; want zoolang men deze niet bemint en in dank van Gods hand aanneemt, is men niet waarlijk ootmoedig, En, zegt de H. Bernardus, velen zijn nederig in woorden, maar weinigen in het hart. Geef glorie aan God alleen, schrijf aan Hem het welslagen uwer pogingen toe; en erken het in alle oprechtheid, dat gij slechts stof en asch zijt, die geene eer en achting waardig zijt, maar enkel, gelijk de H. Paulus zegt, verdient behandeld te worden als het uitvaagsel der wereld, dat vertreden en

1

I Cor. IV. 7.

—W----h

ocr page 244

___2L4L._______^

j 238 J)RIF, EN TWINTIGSTE DAG.

weggeworpen wordt. 0 Ootmoedig Hart van Jesus, genees door uwe nederigheid. v de hoovaardigheid onzer harten!

Voornemen!-

10 Nooit zonder noodzakelijkheid van ons zel-vcn spreken, 'i zij goed of kwaad.

2quot; Zich in zijne eigene achting niet op iets j verheffen; maar oij voorspoed alle glorie aan God geven en bij tegenspoed alle vernedering kalm aanvaarden-%i 3° Vurig bidden om de deugd van ootmoedig-^ heid.

i r

VOORBEELD.

Eens sp'-ak de Gelukz. Margareta Maria van j zich zelve en gaf daarbij toe aan een gevoel van eigenliefde. Toen zij alleen was, verscheen haar de Zaligmaker met een streng gelaat en berispte haar ernstig: „Wat hebt gij. stof en asch, waar-over gij u kunt beroemen ? Gij hebt van u zelve . y slechts nietighe'd en elhnde; dit moogt gij niet ■' uit het oog verliezen. Maar opdat gij door de grootheid mijner gaven u zelve niet zoudt miskennen, zal ik u de gesteltenis uwer zie) latpn zien.quot; ! Toen zag zij in een tafereel al hare zonden, gebreken en onvolmaaktheden. Dit gezichi veroorzaakte haar een zoo levendigen ai keer van zich zelve, dat zij bijna in onmacht viel. Zij riep

^----

ocr page 245

DRIE EN TWINTIGSTE DAG. 239

uit; „o Mijn God, doe mij sterven of veiberg mij dit gezicht; ik kan bij het zien ervan niet leven.'' Zij ging zich nu van hare fouten beschul-y digen bij hare Overste en verzocht haar om eene penitentie. Hoe streng deze ook was, zij kwam aan Margaretha uiterst zacht voor, in vergelijking met die, welke de Heer haar door dat gezicht had opgelegd. (Vie de la B. M. M. Alac.)

GEBED.

der H. Kerk.

%

O God, die aan de hoogmoedigen weerstaat en uwe genade verleent aan de nederigen, geef ons de dt.ugd eener ware ootmoedigheid; uw eenige Zoon heeft daarvan aan de geloovigen in zich zeiven een beeld getoond ; geef ook, dat wij nooit door onzen hoogmoed uwen toorn gaande maken, maar veeleer door onze nederigheid de gaven uwer genade mogen verwerven. Doo.'denzelfden Jesus Christus, uwen Zoon, on/:en lieer die met U leef en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 246

-----^L.

Vier en twintigste Dag.

Het H. Hart, ons voorbeeid van medelijdende naastenliefde.

r/

i k ben niet gekomen om gediend i Ie worden, maar om te dienen1),quot; •vzegde eens de Heer tot zijneApos-telen ; door die woorden gaf Hij te kennen, dat zijn Hart te allen tijde bereid was, om allen in alles van dienst te zijn. Niemand zondert Hij uit, aan allen zal Hij zijne diensten bewijzen; ook geen dienst zal Hem te zwaar, te vernederend of te moeilijk zijn; Hij zal zich geheel toewijden aan den dienst van zijnen medemenseh; alle gelegenheden zal Hij zoeken en te baat nemen, om de meest mogelijke l efde op de liefderijkste wijze te betoontn. Wij mensehen, wij zien dikwijls op het uiter-

1

Mt. XX. 24. seq.

ocr page 247

lijke alleen; en wij meenen voor hel heil des naasten al veel gedaan te hebben, zoo wij de armen in hunnen liehamelijken nood bijstaan; voor hunne zielen te zorgen, dat meent men meestal aan priesters en kloosterlingen te mogen overlaten. Maar tot beide, tot ziel en lichaam, strekte zich de medelijdende liefde van Jesus' H. Hart uit, en daarin was het ons aller voorbeeld, want, zoo zegde Hij ons allen: Bemint elkander, gelijk Ik u heb liefgehad.

Welnu, hoe beminde het H. Hart van £ Jesus den naaste ? Zonder onderscheid van personen. Daar waren onder degenen aan wie Hij weldeed, armen en rijken, zondaars en rechtvaardigen, wijzen eh onwijzen, vrienden en vijanden. Allen beschouwde Hij als kinderen van zijnen Hemelsehen Vader, in wier zielen het beeld van God onuitwischbaar gedrukt was. Hij .!gt; zag door het lichaam heen, en of nu dat V lichaam bedekt was met lompen of met rijke kleederen. — of iemands manieren hem deden kennen als van hooge geboorte of wel als behoorende tot de lagere volksklassen, zijne liefde was dezelfde.

t

16

ocr page 248

242 VIER EN TWINTIGSTE DAG.

En wij? Welk groot deel onzer achting en liefde wordt ingenomen door stand, rijkdom en vertoon, terwijl de arme en geringe zoo dikwijls uit de hoogte wordt behandeld, als hij niet wordt veracht!

Op wie daalden de weldaden des Heeren in ruime mate neer? Op menschen van allen stand ; maar bij voorkeur op dezulke, van welke Hij geen vergelding verwachten kon. Kreupelen, lammen, bezetenen en melaatschen waren dikwijls zijne omgeving. Waar leest men, dat Hij er ooit een enkelen heeft afgewezen? Verbeeld u dien bemin-nelijken Verlosser, omringd van dat leger van zieken; zie, hoe Hij voor allen een minzamen glimlach, een troostend woord over heeft; al zijne manieren kenmerken wel een hooger wezen en boezemen eerbied in; maar niets strengs, niets afschrikkends in zijne wijze van doen ; aan niemand laat Hij zijne meerderheid gevoelen. Was het Hem ooit te veel, wat men Hem vroeg? Dat zouden ons de Apostelen kunnen zeggen, welke op dien merkwaardigen avond, toen de Heer vermoeid neerzat, de moeders met hare kinderen wilden beletten te naderen.

ocr page 249

VIER EN TWINTIGSTE DAG. 243

„Laai de kleinen tot Mij komen,'' zoo gelastte de Heer en Hij vergat zijne vermoeienis om hunnentwil.

En wat kon Hij voor dat alles terug verwachten? Niets, of wel het gewone loon der wereld ; ondank. Maar Hij wilde ons daardoor een voorbeeld geven van lgt;e-langelooze liefde. Och, of dat voorbeeld ons leerde, ook in de bewijzen van liefde, die wij den naasten geven, altijd belangeloos te zijn. Wellicht is op ons dikwijls-dat woord des Heeren toepasselijk: A/s gij aan hen weldoet, die u weldoen, wat loon hebt gij dan.' Dat doen ook de heidenen1).

Dikwijls, zeer dikwijls riep Jesus zijne wondermacht te hulp, om zijne liefde te toonen. Bij den ingang der stad Naïm ziet Hij eene weduwe, die weent over den dood van haar eenigen zoon. Medelijden vervult Jesus'Hart,en zelfs zonder gevraagd te zijn schonk Hij aan den zoon het leven en aan de moeder de vreugde weder. Hij ziet de scharen, die Hem volgen;zij hebben honger en zullen misschien bezwijken....

1) Mt. v. 47.

UT W

ocr page 250

_________^__

24-i VIER EN TWINTIGSTE DAG.

I

V

Tot tweemaal toe doet Hij, vervuld van medelijden, de woestijn getuige zijn van yj eene wonderbare broodvermenigvuldiging. ^ De opwekking van Lazarus, van Jaïrus' V* dochtertje, en honderd andere wonderen, die de H. Schriftuur vermeldt, deed Hij, om ons te toonen, dat Hij den evenmensch beminde, en dat ook wij, in navolging Van Hem, onzen evenmensch beminnen en dienen moeten.

Wat zouden wij zeggen van een konings-zoon, die het paleis zijns vaders verliet ^ en zich toewijdde aan den dienst van een ' doodarm huisgezin? Wel groot moet de liefde van dien prins zijn voor die arme lieden. Welnu, dat heeft Jesus gedaan en met de meeste bereidvaardigheid. Zie, Nicodemus vraagt om in den nacht bij Hem te mogen komen: en Jesus was ook des nachts bereid, om Nicodemus te onder- * richten. De menigte drong Jesus om Hem X te naderen, men liet Hem geen rust, zoodat zelfs zijne dierbare Moeder moeite had om tot Hem door te dringen1).

Wat de christelijke naastenliefde ook

1) Luc. XI. 27.

^ VF 7\-

ocr page 251

VIER EN TWINTIGSTE DAG. 245

doe, wat wonderen zij ook uitwerke aan het ziekbed, in de verpeste lucht dei-gasthuizen, in den rook der slagvelden, altijd zal zij ver beneden die liefde blijven, welke Jesus' H, Hart den evennaaste bewezen heeft ; omdat zijne liefde, zijn medelijden het voorbeeld is, waarnaar alle andere liefdezich regelt, en die wij wel bewonderen en prijzen, maar nooit ten volle evenaren kunnen, al waren wij een H. Vincentius a Paulo of een St. Jan de Deo.

Maar wat te zeggen van zijne medelijdende liefde voor de zielen, voor de zondaars, niet alleen die toen leefden, maar voor allen, die in den loop der eeuwen dien ongelukkigen naam zouden dragen ?

Denken wij eens terug aan de dagen, dat de Heer nog op deze wereld van stad tot stad ging en uit zijn Hart zoete woorden op zijne lippen kwamen. Als Hij wandelt over de heuvelen en vlakten van Judeaj omringd van zondaars en tollenaars, hoe noemt Hij zich? Een herder, die zoekt en roept en zich vermoeit, om het verloren schaapje weer te vinden; een vader, die reikhalzend uitziet naar zijn schuldigen,

ocr page 252

_____^___________Â¥

246 VIER EN TWINTIGSTE DAG.

maar terugkeerenden zoon; — eene huismoeder, die het verloren geldstuk opzoekt, licht ontsteekt, hare woning uitveegt en zich verheugl, als zij het vindt. Ja zelfs, — o wonder der onuitputteiijkste teederheid! — Hij vergelijkt zich bij eene teedere hen, die hare kuikens onder hare moederlijke vleugels wil verzamelen. Ja, het Goddelijk Hart beminde de zondige zielen. Het zocht ze op, Het riep ze, Het belegerde ze als 't ware, gelijk een veldheer eene stad, om ze in te nemen en te bezetten Hij at met hen, overlaadde ze met goedheid, bewoog hun hart, om hun te kunnen zeggen: uwe zouden worden u vergeven. Datbewees Hij aan eene onteerde Magdalena, aan verachte tollenaars, aan schuldige vrouwen, aan den moordenaar op het kruis; daarvoor stortteHij zijn zweet, vergoot Hij zijnBloed, beklom het kruis en liet ten teeken zijner liefde, nog zijn Hart doorboren, opdat die zichtbare wonde ons ten eeuwigen dage zou leeren, wat onzichtbare liefde cot den mensch in dat hart besloten was.

Zullen wij dan den evennaaste niet naar ziel en lichaam beminnen en belangeloos

ocr page 253

AOL

Â¥

VIER EN TWINTIGSTE DAG. 247

en bereidvaardig en medelijdend hem alle liefdediensten bewijzen, die in onze macht

zijn ?

V oornemens.

1° Onze medemenschen, vooral diegenen jegens welke wij eenigen afkeer gevoelen, de grootst mogelijke liefde op de liefderijkste wijze betoonen.

'2n In zonde met vertrouwen tot Jesus gaan» vergiftenis verhopen en beterschap beloven.

VOORBEELD.

Hoort, hoe een dichterlijk schrijver uit onzen Xt' tijd (i) de ontmoeting van Jesus en Maria Mag- '/{ dalena beschrijft.

Een andermaal is het eenc slechte en bekende zondares, gekomen om Hem te hooren, niet met den wensch om zich te beteren, maar dewijl hare zuster Martha haar daartoe heelt aangespoord. Zij gaat door de stralen in de praal en onbeschaamdheid harer schoonheid, met schitterende juweelen in het haar, schaamtelooze oogslagen rondom zich werpend, met de zonde in eiken blik en in elk gebaar. Zij is gekomen, om des Nazareners macht te 'trotseeren. Zij komt binnen het bereik van zijn invloed, hare oogen vestigen zich op Hem en het zoete geluid zijner woorden treft haar oor. O, welk eene verandering ondergaat

Dalgairns. Devotie tot het Hart v, Jesus. Hoofdst. III.

ocr page 254

248 VIER EN TWINTIGSTE DAG.

zij; hare oogen zijn strak op Hem gevestigd, hare kleur komt op en verdwijnt.... Verschrikt en bevreesd door die ongewone ontroering, snelt zij naar huis terug.... Maar eene onuitsprekelijke liefde had zich meester gemaakt van hare ziel, en zij moest die hemelsche gedaante wederzien. Zij wist, dat Hij een maaltijd zou bijwonen ; hare tegenwoordigheid zou op allen een indruk maken als die van ecne melaatsche, maar zij bekreunde zich daar niet om. Zij had haar zijden gewaad afgelegd en haar slechtste kleed aangetrokken ; zij nam de juvveelen uit de haren en vertrad ze met den voet. Met loshangende haren en een albasten vaas met kostbaren balsem in hare handen, snelt zij door de straten naar het huis van den Farizeër. De gasten staren haar met verbazing aan, als zij in die verschijning met bleek gelaat en hangende haren de „Ma-dalenaquot; herkennen. Maar zij ziet niemand dan Jesur. Aller oogen zijn met nog grooter verwondering op Dezen gevestigd, toen zij op hare knieen achter Hem neerviel, terwijl Hij volgens Romeinsch gebiuik, op het rustbed nederligt-Allen denken, dat Hij zal terugdeinzen; maar zie, zij wordt stoutmoediger, hare lippen naderen zijne voeten. Nu zal Hij s'ellig opstaan un haar met verachting van zi.h afstooten! Neen, Hij verdraagt de aanraking haren bezoedelde lippen, en het arme verdwaalde schepsel verbreekt haar vaas en stort den balsem op zijne voeten uit,

ocr page 255

. ____gt;4gt;v

VIER EN TWINTIGSTE DAG.

terwijl hare losbarstende tranen ze vrij besproeien en hare lange haarlokken ze afdrogen. Zoo had die Goddelijke Verlosser tot haar hart gesproken ! Nu wendt Hij zijne oogen tot haar en te midden van de ademlooze stilte der omstanders, noodigt het lieftallig eeluid zijner stem hen uit, die vrouw te aar schouwen, en verkondigt het luide, dat zij vergiffenis heeft verkregen omdat zij Hem bemint.

GEBED.

O Allerh. Hart van Jesus, dat ons in uw sterfelijk leven de heerlijkste voorbeelden van naastenliefde gegeven habt, maak dat wij onzen evennaaste beminnen gelijk ons zeiven om God, en dat niets in staat zij die liefde in ons hart te verminderen, opdat wij eeuwig gelukkig mogen zijn met hen, die eenzelfde zaligheid als wij verwachlen. Amen.

ocr page 256

Vijf en twintigste Dag.

Het H. Hart ons voorbeeld in 't verachten der aardsche goederen.

:i.AX wien is het beat de waarde OjVeener zaak bekend? Aan hem, gt;

V

die ze maakte. Wie zal dan het best de waarde der rijkdommen kennen ? Hij, die xe schiep, Onze Heer Jesus Christus, van wien geschreven staat, dat r///es door Hem gemaakt is, en zonder Hem mets is gemaakt1). Hij gaf dus aan het goud zijne waarde, Hij gelastte aan den diamant te schitteren en aan den zijdeworm de zijde te spinnen.

Maar toen Hij mensch geworden was, waarop schatte Hij toen in zijn goddelijk Hart dat alles ? Hij wilde er niets van voor zich, maar gaf het met volle hand

1) Joes I. 3.

--^

Wquot;

n

ocr page 257

VIJF EN TWINIGSTE DAG. 251

aan zijne vijanden, de zondaars, die er zich over verheugen, alsof zij daarmede het geluk veroverd hebben. De vreugde •werd Hem voorgesteld, zegt de H. Paulus, maar Hij, Hij onderstond het kruis1), het kruis op Calvarië niet alleen, maar geheel zijn leven het zware kruis der ontbering en der armoede. 0, zijn Hart beminde die ontbering en die armoede ! Hij wist, dat de menseh een natuurlijken afkeer daarvan heeft: de erfzonde brengt dien afkeer voort; daarom wilde zijn goddelijk Hart dien staat van armoede omhelzen en beminnen, om ons Ie leeren, hoe wij dien staat moeten beschouwen. Vragen wij het niet aan de wereld, wat het is, arm te zijn; zij zal ons zeggen : „zalig zijn de „bezitters, zalig zijn zij, die het meeste „kunnen genieten, en geld en goed in „overvloed hebben ; ongelukkigis de arme, „die leeft te midden der ontberingen.quot;

Daartegenover stelt het Goddelijk Hart eene andere zaligspreking, lijnrecht in strijd met de grondregels der wereld : Xu-lig zijn de (innen van geest. Overeen-

1) Hcbr. XII. 2.

ocr page 258

___A£l.______

252 VIJF EN TWINTIGSTE DAG.

£

komstig zijn altijd gevolgden regel (leed Hij het voorbeeld aan de leering voorafgaan . en begon Hij reeds zijn leven in een armen y verlaten stal, terwijl Hij eene kribbe voor t legerstedej een hand vol stroo voor bed, schamele doekjes voor deksel had.

Daar in de luibbe vierde hij als 't ware met de armoede eene geestelijke bruiloft; zij werd zijne bruid, die Hem overal vergezelde, waar Hij ook den voet zette ; zij was bij Hem inEgypte ; zij verliet Hem niet te Nazareth, zij volgde Hem door Galilea ê en Judea, zoodat Hij op zijne reizen in waarheid getuigen kon : de vossen hehheu gt; hiinneholen en de vogelen des hemels hunne nesten, nmar de Zoon des n/enschen heeft niets, (zelfs geen steen) om zijn hoofd dacirop te laten rusten1).

Wie volgden Hom en maakten zijn dier-yl baarst gezelschap uit ? Waren het rijken Y; dezer aarde? 't Waren twaalf armeen-wetende visschers.

Hij beminde zeer zeker zijne Moeder, , maar meer nabij, gestadiger bij Hem was

; de Armoede; ja, toen die allerplechtigste

| ----------

1) Luc. IX. 58.

ik--VF 'TF

ocr page 259

. Y_____2^_____________V

VIJF ËN TWINTIGSTE DAG. 253

I

ure aanbrak, die over het lot der wereld beslissen zou, en de Heer den top van V' Calvarië bereikt had, wat gebeurde toen ?

* Hij bezat nog ééne zaak, die Hem over-dierbaar zijn moest, omdat geliefde handen deze voor Hem gemaakt hadden, 't Was het kleed zonder naad, vervaardigd door Maria. Ook dat zal Hij afleggen, om ons te leeren, van alles, zelfs het dierbaarste wat wij hebben, onthecht te zijn, ten s, einde de eeuwige goederen te kunnen ver- L krijgen.

Het kruis werd opgericht. Maria stond aan den voet van hetzelve. Wie mocht bij Hem komen op dien koninklijken troon? Was het zijne Moeder? Neen, 't was de armoede. Zij was zijne bruid, j zij mocht met Hem zegepralen ; ontbloot van alles wilde Hij sterven ; arm was Hij i o tot in den laatsten snik, ja nog na zijn ^ dood; want niet in zijn eigen lijkkleed '' werd Hij gewikkeld, niet zijn eigen graf ( ontving Hem; in geleende doeken en in eens anders graf werd Hij neergelegd.

Zoo waren zijne voorbeelden. En zijne | leering? Zalig cle armen van geest. Waar-

W ?V

ocr page 260

.:h___^_ vtx

l

; 254 VIJF EN TWINTIGSTE DAG

7!

om, o Heer ? PT' anth unner is het rijk der Hemelen*) ! Zullen de armen dan gemakkelijker het rijk der Hemelen verkrijgen? Hadden wij onzen Heer eens kunnen zien, toen op een zekeren dag een jongeling bij Hem geweest was, dien Hij voor de Evangelische armoede en de verachting der aard-; sche goederen had willen winnen! Die jongeling was rijk, maar gehecht aan zijne goederen; hij ging treurig heen, toen de Heer hem voorstelde zijne goederen te ' verkoopen en den prijs aan de armen uit , te deelen. Alsdan wendde zich Jesus met bedroefd hart tot zijne leerlingen, zeggende : „O, hoe moeilijk is het voor eenen „rijke, om zalig te worden. Voorwaar, „Tk zeg u. 't is voor een rijke moeilijk j „om het rijk der Hemelen binnen te gaan.quot; Zijne leerlingen stonden verbaasd over die woorden. Maar Jesus hernam: „Nog-„maals zeg Ik u, mijne kinderen, wat „is het moeilijk voor hen, dis op het „geld vertrouwen, den Hemel binnen te „gaan! 't Is gemakkelijker voor eenen „kameel door het oog eener naald te gaan,

1) Mt. V. 3.

ik'

ocr page 261

3^ ^

VIJF EN TWINTIGSTE DAG. 255

„dan voor eenen rijke om het Hemelrijk „te verwerven1).quot;

Maar, Heer, zouden wij hebben kunnen zeggen: Waarom is het zoo moeilijk, om te midden der rijkdommen zalig te worden ? En de Heer kon ons antwoorden: 't Is zoo moeilijk met slijk om te gaan en er niet door besmeurd te worden; 'tis zoo moeilijk zijn hart niet aan den rijkdom te hechten; 't is zoo moeilijk niet zinnelijk te zijn te midden der weelde ; en nochtans het K rijk der Hemelen lijdt geweld en de ge- JV weldigen alleen nemen het in. Het rijk der Hemelen is gelijk aan eene stad op een hoogen, steilen berg gelegen. Die stad moet gij innemen, na den berg beklommen te hebben. En wie zal hem gemakkelijker beklimmen: hij, die gebukt gaat onder duizend zorgen voor aanzien, ,,„j stand, landerijen en huizen, — of hij, die, ontdaan van alles, niets heeft wat hem : drukt? Ik ben u voorgegaan op dien j berg, zonder rijkdommen,zonder goederen, alleen belast met mijne dierbare armoede.

Zoo had de Heer ons kunnen antwoor-

1) Ml. XIX. 24; Mr. X. 25; XIII. 25.

7*---------Vf quot;'Y-------k'

t

$

ocr page 262

________

VIJF EN TWINTIGSTE DAG.

V

den. En zie, duizenden Heiligen zijn den Heer op die baan gevolgd; zij verlieten koninkrijken en rijkdommen, en verkozen de armoede van Christus tot hun deel, om gemakkelijker, ontdaan van alles,

dien berg van 't Hemelrijk te bestijgen en die stad in te nemen, welke alleen dooide geweldigen kan genomen worden.

„Zalig zij,quot; zoo spreekt hun de H. Ber-nardus toe, „gelukkig zij, die van alles „ontlast zijn en met vluggen tred, zonder 'j-. „belemmering, den Heer volgen!quot; „O,quot;

zegt diezelfde Heilige, „dat een heiden „naar rijkdom verlangt, verwondert mij „zoozeer niet; hij leeft zonder God; — „of dat een Jood verlangt rijk te zijn, „geen wonder: hij heeft van üod slechts „aardsche beloften ontvangen; — maar „hoe een Christen nog kan begeeren, ' „om uit den staat der armoede te gera- f£. „ken, nadat Jesus Christus door woord „en voorbeeld gezegd heeft; „Zalig zijn „de armen,quot; dat gaat mijn verstand te bo-„ven. Jesus toch was arm in de kribbe, ar-„mer in zijn leven, allerarmst bij zijn dood quot; Hoe in ons hart gesteld ten opzichte

/v W /'f TV

_

256

ocr page 263

___

VUB' EN TWINTIGSTE DAG. 257

der rijkdommen van deze wereld V De Heer verbiedt ons niet, eene behoorlijke zorg te hebben voor huisgezin en toekomst; neen, Hij iieeft daar zelfs een plicht van gemaakt; maar Hij waarschuwt ons legen al te groote bekommering en gehechtheid aan het aardsche. Die gehechtheid doet naar rijkdom verlangen als men arm is; en is men rijk, dan wil men steeds rijker worden en vreest men te verliezen wat men heeft, „o Mensch,quot; zegt Hij, „wat „baat het u toch, dat gij de heele wereld „wint, als gij uwe ziel verliest!quot; Het rijk Gods, de zaligheid, de eeuwige goederen, die moeten wij zoeken en najagen; daarvoor zijn wij geschapen, en de rijkdom ■ men zijn slechts een beletsel, om tot die eeuwige goederen te komen.

Wat verlangen wij er dan naarV Waarom ze dan gezocht met een ijver, eene betere zaak waardig? Och, of wij zooveel voor onze ziel gedaan hadden! In één geval slechts kunnen zij ons helpen om den Hemel te veroveren; 'tis als wij die les van Jesus' H. Hart opvolgen : „Maakt u vrienden van den Mammon

17

ocr page 264

-------------

258 VIJF EN TWINTIGSTE DAG.

„der ongerechtigheid; deel uwe schatten „uit aan de armen en gij zult een schat „in den Hemel hebben, waar dieven hem „niet stelen kannen en de mot hem niet ,,verteren zal; een glas koud water, in „mijnen naam gegeven, zal zijn loon niet „missen.quot; o H. Hart, leer ons uwe lessen begrijpen en help ons uwe voorbeelden op het pad der armoede volgen!

Vooniemeii ^s.

■ ■' k iü Tevreden zijn met helgene God ons geefti

hoe weinig het ook zij. ^

Onzen evennaaste helpen zooveel wij kunnen . 3quot; Bidden om den geest van onthechting aan 'taardsehe. „Zalig zijn de armen van geest.^

VOORBEELD.

Eens stond de H. Franciscus van Assisië voor ; den Paus Innoeenüus III. Hij droeg aanZ.M.dc volgende parabel voor: Heilige Vader, er was eene allerschoonste, doch arme dochter, die in -• V eene woestijn woonde. Een groot koning be- gt;' merkte haar. Hare schoonheid trof zoodanig zijn oog en zijn hart, dat hij ze lot zijne bruid nam, Eenige jaren verbleef hij met haar en uil die verbintenis werden lahijke kinderen geboren. Dezen hadden al de trekken van den vader en al de schoonheid der moeder. Toen keerde de grootc

gt;■

ocr page 265

^_____AJL.____^__If

VIJF EN TWINTIGSTE DAG. 259

koning terug naar zijn paleis. De moeder nu kweekte hare kinderen met alle zorg op. En als zij opgegroeid warer, sprak zij: „Mijne kinderen, gij zijt de zonen van een groot koning ; gaat naar zijn hof en hij zal u ontvangen met al het aanzien, dat uwe geboorte vereischt.quot; De kinderen verlieten dan de woestijn en kwamen naar het hof des konings. De koning zag, hoe schoon en edel hunne gelaatstrekken waren en hij . roeg hun : „Wiens zonen zijt gij?quot; „Wij zijn,quot; antwoordden zij, ,.de zonen dier arme vrouw, die verlaten in de woestijn woont,quot; En terstond omhelsde hen de koning met teederheid, zeggende : „Vreest niets, gij zijt mijne zonen; indien mijne bedienden van de spijzen mijner tafel eten, hoeveel te meer zal ik zorg dragen voor u.die mijne kinderen zijt,quot;

Die koning. Heilige Vader, is onze Heer Jesus Christus. Die beminnelijke, schoone maagd ;s de Armoede. Van alle menschen verlaten en veracht, woonde zij hier op r.arde als in eene woestijn De Koning der koningen, uit het hoogste der Hemelen op deze wereld nederdalende werd zoo- | •V zeer door liefde voor haar bezield, dat hij ze tot bruid en echtgcnootc nam in de kribbe. Zijne f kinderen in de woestijn dezer aarde waren talrijk: • de apostelen, de kluizenaars, de monniken en ; eindelijk in onze ongelukkige tijdon uw nederige dienaar en zijne leerlingen. En Hij zelf heeft mij

si

~k----' '■TWquot;

ocr page 266

260 VIJF EN TWINTIGSTE DAG.

voorzien, gelijk Hij het gedaan heeft voor onze oudere broeders; Hij heeft mij gezegd : indien Ik huurlingen en dienaren spijzig, ja zelfs aan de vijanden van mijnen Naam hun voedsel niet weiger, hoeveel te meer zal Ik dan zorgen voor mijne zonen en mijne erfgenamen. En komen zij eens in zijn eeuwig Paleis, den Hemel, dan zal Hij hen op tronen plaatsen en hen, ter üefde hunner moeder, met eere en glorie bekleeden.

(De Chérancé, St. Fr. d'Ass. chap. V.)

GEBED.

o Allerh. Hart van Jesus, dat hier op aarde uw behagen naamt in armoede en ontbering en daarvan de schoonste lessen en voorbeelden hebt nagelaten, geef ons de genade, dat wij naar uw voorbeeld, niet alleen de armen en ongelukkigen, maar ook de armoede en ontberingen zelve beminnen, wanneer wij deze ondervinden, of ten minste ons han niet hechten aan de vergankelijke goederen dezer wereld ; maak ons rijk in verdiensten en in eeuwige goederen, die alleen onze achting verdienen. Amen.

ocr page 267

Zes en twintigste Dag.

gave, cliquot;cle

Het biddend Hart van Jesus.

ene onberekenbare weldaad was het dat de Heer ons leerde bidden tot (iod; 't was een onwaardeerbare dat Hij ons zijne leering verkonen wie zal zeggen, wat gunst Hij ons doet met ons zijne leer voortdurend in de Kerk te doen prediken? Daar zijn christenen, wien het vreemd voorkomt, dat de Heer Jesus slechts drie jaren besteedde aan het strooien van het zaad zijns woords, aan de onderrichting zijner leerlingen, aan het doen zijner wonderen. Waarom, zoo denken zij, niet eerder dat leven van ijver begonnen, en waarom niet eer aan de wereld die schatten van hemel-sche wijsheid medegedeeld, die in zijn

^ T

ocr page 268

jAgt;L.____^

ZES EN TWINTIGSTE DAG.

Goddelijk Hart waren opgesloten ? Was dan, zoo vragen zij, dat leven 't welk Hij in de stilte van Nazerelhs woning leidde, was dat dan niet voor 't heil dei-wereld verloren ? Kunnen die 30 jaren, in vergetelheid doorgebracht, wel in ver- 1 gelijking komen met de 3 jaren van zijn openlijk optreden ?

Neen, die stille jaren waren voor het heil der wereld niet verloren; en even krachtig, ofschoon niet zoo openlijk, werkte Jesus aan onze zaligheid te Bethlehem, in Egypte, te Nazareth, als naderhand in 't zweet zijns aanschijns op de vlakten en heuvelen van Galilea en in de straten van 't ondankbare Jeruzalem.

Wat schonk ons dan het II. Hart in dien üjd, behalve de voorbeelden van verheven deugd, die Het ons gaf V Hel bad. Desjnorgen, des middags,des avonds, in 't midden van den nacht steeg van dat H. Hart, als van een reukaltaar, de geu-rigste wierook des gebeds ten Hemel; en zoo legde Het in de stilte van Nazareth den grondslag van dat leven van wonderen en leering, dat met des Heeren 30ste

262

ocr page 269

gt;4-^______gt;4^/____^

ZES EN TWINTIGSTE DAG 26

(m

jaar beginnen moest; de grondslag toch is voor een gebouw van evenveel belang, als muren en dak. Daar bad Het reeds voor de toekomstige Apostelen, daar bad Het voor het Joodsche volk, opdat de blinddoek mocht wegvallen van hunne oogen, voor de toekomstige Kerk met al hare Pausen en Bisschoppen en priesters en geloovi-gen tot aan het einde der lijden ; daar bad Het voor al die duizenden belangen, die Het heeft in de zielen, voor de glorie zijns Vaders, voor de uitbreiding van zijn toe-komstig rijk. Daar bad Het, in gezelschap van twee allerzuiverste zielen, Maria en Josef ; en van die nederige woning te Nazareth ging eene kracht uit over de aarde, waarvan niemand eenig vermoeden, of kennis had, dan God alleen, maar die veel grooter was dan de macht, die op datzelfde tijdstip uitging van het paleis der -j^ oppermachtige keizers van Rome.

Toen Jesus' openbaar leven begonnen was, hield dat leven van gebed niet op, maar ondersteude de bediening des woords, welke nu meer op den voorgrond trad. Hoe dikwijls (rok de Heer zich terug in de

..................vf /%

ocr page 270

—SkfL

264 ZES EN TWINTIGSTE DAG.

eenzaamheid, om een vrijen loop te geven aan de gevoelens zijns Harten, waarvan iedere zucht, iedere verheffing tot (iod een oneindige waarde had voor 't heil der wereld.

Jesus was gewoon eerst te doen en dan te leeren ; wanneer Hij ons dus zegt: men moet (illijd hulden en nooit nphomlen^), dan moeten wij besluiten, dat Jesus' H. Hart altijd biddende was, zelfs te midden dei-drukste bezigheden ; de scharen mochten Hem dringen, de Apostelen door hunne onwetendheid Hem steedsnieuwen arbeid verschaffen, altijd was er tusschen zijn men-schelijk Hart en zijne Goddelijke Natuur een voortdurend, nooit onderbroken verkeer van aanbiddingen, dankzeggingen en smeekingen ; en om zulks aan alle toekomende eeuwen te bewijzen, liet Hij in de H. Evangeliën opteekenen, dat Hij bad bij

iedere gelegenheid, zoowel bij de opwekking van Lazarus, als bij het afscheid van zijne leerlingen, zoowel in den hof van Olijven, als op Calvarië.

Waarom bad het Goddelijk Hart aldus |

1) Luc. XVIII. I.

w

7

n

VF

ocr page 271

ZKS E.\T TWINTIGSTE DAG. 265

gediiremln zooveel jaren V Niel alleen om ons Ie leeren ootmoedig en verborgen Ie zijn en in alles liet oogenblik der Voorzit-nigheid af te wachten, maar ook om ons te leeren het gebed ten grondslag te leggen aan alle werken van ijver, die wij zeiven of anderen verrichten.

Wat deed het H. Hart, terwijl de 72 leerlingen zich over Galilea verspreidden en de boodschap des heils in alle vlek en -tad verkondigden? Het bad endeed van verre voor de vruchtbaarheid van hun arbeid meer, dan hunne vermoeienis en hun zweet deden.

Wat doet het Goddelijk Hart nog voortdurend in 'ML Sacrament? Daar leefl Jesus Christus in de stilte en de duisternis van het tabernakel; ijzeren deuren sluiten Hem naar den schijn van de buitenwereld af; maar door die afsluitingen heen stijg! een voortdurend gebed tot den Hemelschen Vader; dat gebed vraagt vergiffenis, zeer zeker, voor de nimmer eindigende zonden der wereld; maar ook smeekt het om hulp en genade voor den priester, die in de slilte van den biechtstoel tot de boelvaar-

ocr page 272

266 ZES EN TWINTIGSTE DAG.

! dige ziel spreekt; en zie, diens fluisterend woord ontvangt de kracht om steenen «, harten te verbrijzelen. Het bidt voor den ^ verkondiger der waarheid, die op den predikstoel zich vermoeit of den kleinen de christelijke leering uitlegt, en diens woorden vinden weerklank tot in de binnenste schuilhoeken der ziel; Het bidt voor den priester, die zich over het smartbed van den ziekeheenbuigt en dezen gevoelens van gelatenheid en opoffering in het hart ; stort; Het bidt voor den missionaris, die aan het verre, verre strand van Oost of West aan ruwe heidenen het licht der waarheid aanbrengt, en bij menigten vragen zij het H. Doopsel; in één woord, wat het H. Hart deed tijdens zijn verborgen leven van Nazareth, dat doet het ook nu nog in het verborgen leven van het V tabernakel: Het bidt en werkt voor het 1 heil der wereld meer dan de menschen het vermoeden, en de laatsie dag zal ons toonen, welke vruchten van zaligheid dat } gebed door alle eeuwen heeft uitgewerkt.

Is nooit in ons de begeert»; opgekomen, i om evenals de ijverige priesters, de moedige

gt;quot;r:

ocr page 273

ZES F.N TWINTIGSTE DAfi.

missionarissen, de martelaren in verre streken, ook zooveel le doen voor de zaligheid der zielen en voor de glorie van 't Goddelijk Hart ? Maar misschien maken stand, familie, geslac-ht, plichten of onverbreekbare verbintenissen ons zulks onmogelijk, Hoe dan mede te werken aan dat apostolaat van zoovele moedige zielen? Door onze aalmoezen in geld? Gelukkig zij, die aan God dat bewijs van liefde geven kunnen en zoodoende als 't ware plaatsvervangers stellen in den dienst van den oppersten Koning. Maar ook dat kan niet iedereen.

God dank, daar is nog een ander middel. Het Apostolaat van het woord of van de daad is niet mogelijk aan iedereen, maar wel het sfpos/alnri/ des Geheds. O, wij kunnen ons vereenigen met het oneindig waardig, nimmer onderbroken gebed van Jesus' H. Hart, dat Het stortte te Nazareth, te Jeruzalem, op Calvarie, en nog voortdurend stort in 't H. Sacrament. Wij kunnen aan den Hemelschen Vader ons lijden, onze werken, onze gebeden opdragen in vereeniging met de H. inzichten,

267

W

—i-.

quot;TT

ocr page 274

............ftML_______________________^

2()iS ZES KN TWINTIGSTE DAG.

waarmede dal H. Hart voortdurend bad ijn nog bidt, waarmede het leed en werkte en nog voortdurend arbeidt voor 't heil der wereld.

En welk gevolg zal deze vereeniging hebben ? Bedenken wij het wel; wij zullen ware apostelen zijn, niet door het woord of door de daad, maar door het gebed. Iedere voetslap, iedere hartslag, iedere ademtocht, ieder werk, iedere smart, die anders misschien zonder waarde zijn zouden, worden daardoor als vergoddelijkt; onnuttig stofwordt veranderd in'l zuiverste goud; op de volmaakste wijze zullen wij het gebod des Heeren volbracht hebben: men moet altijd bidden; — en, dal de zondaars Ijnkeeren, de heidenen in den schoot dei-Kerk worden opgenomen, dat de Paus in 'I. bestuur der H. Kerk verlicht wordt, dat het woord der Bisschopptn en priesters vrucht draagt, 't zal ons werk zijn,'t zal o//.v tot verdienste worden toegerekend, omdat wij ons vereenigd hebben met het biddend Hart van Jesus; en, zegt de H. Franciscus van Sales, gelijk een druppel water geen kracht heeft op zich zelf, maar

ocr page 275

ZES KN TWINTIGSTE DAG. 269

geworpen in een vat kraehtigen wijn, deelt in al rle eigenschappen van dien wijn, zoo ook zijn onze gebeden en goede weiken zonder waarde, op zich zelf beschouwd; maar geworpen in dien oneindig kostbaren vloed, die aan Jesus' li. Hart ontstroomt, deelen zij in de kracht daarvan en werken mede tot het grootste aller werken: de zaligmaking der zielen.

Voornemens.

iquot; Trachten wij ijverige leden tc zijn van de Vereeniging, die zich noemt ; het Apostolaat des Ge beds.

2° Dikwijls door den dag de opdrach: vernieuwen van al onze wei kon ; ze verrichten in vereeniging met de inzichten van 't H. Hart.

VOORBEELD.

Het leven van den H. Franciscus Xaverius is een voortdurend Apostolaat geweest, Millioenen heidenen heeft hij binnengevoerd in den schaapstal van Christus. Hoe brandde zijn hart van verlangen naar de zaligheid der zielen ! Werelddeelen doorreisde hij, zeeën stak hij over, bergen beklom hij, oveial predikte hij Christus en Dien gekruisigd, Indië

ocr page 276

If___AA___AS-___Y-

270 ZES EN TWINTIGSTE DAG.

•i

zag hem, Japan vernam zijne stern ; hij stierf in het gezicht van China. . . . Alexander de Groote weende, toen hij eens aan den oever der zee stond en de zee hem belette nog verder zijne veroveringen uit te strekken ; de wereld was te klein voor zijne heerschzueht. Zoo was de wereld te klein voor den zielenijver van Franciscus Xaverius. Pas haalde hij een oogst binnen, o( hij sloeg weer vurige blikken naar andere velden voor zijnen ijver. — Ziedaar het Apostelschap der daad. — Eeuige jaren later leefde er in Spanje eene eenvoudige religieuze, verborgen achter dc traliën van het klooster van A'ba de Tormez. Zij bad, zij weende, zij offerde zich op voor de zaligheid der zielen ; maar zij verliet nooit hare eenzaamheid, dan om noodzakelijke reizen te doen van het eene klooster naar het andere. Het was de H. Teresia van Jesus. Zoo ging haar leven voorbij. Maar na haren dood werd aan eene heilige ziel geopenbaard, dat de H. Teresia door haar gebed evenveel zielen voor God gewonnen had als de H. Franciscus Xaverius door zijne V prediking en zijne wonderen. Ziedaar het Apos- ♦quot; A tolaat des gebeds. jV

GEBED.

)

Beminnelijke Heer Jesus, uw Hart is een altaar vanwaar een voortdurend gebed ten Hemel op-stijgt; wij vereenigen van ganscher harte onze

I

it ^ sf-—■—'h

ocr page 277

ZES EN TWINTIGSTE DAG. 271

l

onvolmaakte gebeden met uw allerheiligst gebed ; zij zijn niet waardig den Vader in den Hemel te worden aangeboden, maar geef Gij hun door die vereeniging kracht en waarde, en maak ook ,/ van ons hart zulk een altaar, waarop zonder A tusschenpoozen de wierook des gebeds ten Hemel stijgt. Amen,

ocr page 278

jAJL

■ ■»quot;

Â¥-

Zeven en twintigste Dag.

r

Het H. Hart haat de zonde.

r!t

y\

oen Jesus liol kruis word uan-^geboden, waarom omhelsde Hij het toen met liefde, terwijl Hij den bittofen drank, die Hem op Calvarië werd gegeven, weigerde ? Zouden wij hierin niet eene geheimzinnige beteekenis mogen zoekenV Het kruis beteekende de slruf der zonde van de wereld; en ja, die stra/' nam Jesus blijmoedig op zicli: Zic.hcALam Guils^dal ilczomlenderwerehhvegneeini1', daarvoor was Hij gekomen, daarvoor had Hij zich vrijwillig den Vader aangeboden. Maar die bittere drankbeteekende Afzonde zelve, en daarom wilde de Heer er niet van drinken; Hij wilde ons zeggen; gelijk die

1

,Tois I. 21).

ocr page 279

vigt;-.

ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG. 273

drank bilter en walgelijk is voor mijn mond, zoo is de zonde bitter voor mijn Hart.

Waarom is de zonde zoo bitter voor dat goddelijk Hart? Is het, omdat de zonde oorzaak was van al zijn lijden ? Zekerlijk, dit vervulde zijn Hart met bitterheid ; maar de liefde zijns Harten voor ons was zoo groot, dat Hij volgaarne nog meer zou geleden hebben, als zijn Vader het geëiseht had ; ja, Hij verklaarde zelf aan de Zalige Alargareta Maria, dat Hij bereid zou zijn om alles, en duizendmaal meer, nog eens te lijden, om zoo onze liefde te winnen. Dit lijden dus was niet de eenige oorzaak van die bitterheid. Neen, 't was, omdat Hij wist, wat kwaad de zonde is. Hij zag al de zonden, die er ooit gebeurd zijn van Adams zonde af, en nog gebeuren zullen, totdat de laatste zondaar der wereld bij zijne laatste zonde door het oordeel zal verrast worden. Zijne Goddelijke Natuur deelde aan zijne H. Menschheid verlichtingen aangaande de zonde mede, waardoor zijn Hart ineenkromp van smart. Geen wonder; als reeds een H. Stanislaus in

1/

IV

■sii

sr

/■4

* \

JT

18

ocr page 280

^_____gt;4^ ____-AJL.___

274 7RVÊX EX TWINT1GSTË DAG.

onmacht viel op 't hoeren alleen van een onbetamelijk woord, als de H. Teresia huiverde van schrik, als zij dacht aan de gt; verschijning eener ziel in doodzonde, die zij gezien had; hoe moet dan Jesus'H.Harl te dien opzichte gesteld zijn geweest, daar Hij er al de oneindige boosheid van inzag, en de zonde tegen zijne eigene goddelijke Natuur als een moordwapen ge- ' richt was!

Wat zag Hij in de zonde V Eene verachting van God, een kaakslag toegebracht ' ■ aan de Goddelijke Wajesteit. Iedere zonde herhaalt, wat de knecht des Hoogepriesters ten aanschouwe van den ganschen Raad Hem deed lijden. Hij zag de zonde als j een opstand van den mensch tegen God, van den mensch, het eenige schepsel, dat aan zijn Schepper de eer en onderdanig-- beid weigert, die Hem toekomen. Hij zag / de zonde als een zwaard onseheven fecen

V.

de zonde als een zwaard opgeheven tegen God, den Oneindige, en dat door een nie-tigen mensch, welke door dienzelfden God met weldaden overladen, met verstand en vrijen wil begaafd is, maar juist dat versland en dien wil tracht te gebruiken,

é\

ocr page 281

gt;4^___Â¥

Zëvèn en twintigste dag 275

om God, den Onsterfi^lijke, te dooden. Ja, te dooden ; de zondaar doet van zijnen kant genoeg om aan Godsmoord schuldig te zijn ; hij kan God met zijne zonde niet bereiken of schaden ; maar is een zoon niet schuldig, als liij zijn arm opheft tegen zijnen vader, of hij dezen treft of niet ? Meer nog. God gewaardigde zioheene ster-felijkenatuur aan te nemen. De tweede Persoon der H. Drieëenheid nam een lichaam gelijk aan het onze; Hij spreidde weldaden bij elk zijner schreden, Hij bood zich aan den Vader aan tol zoenoffer der wereld En wat deed de zondige mensch ? Moeten wij het vragen, terwijl de Heer na nameloos lijden, na verguizing, bespotting en laster eindelijk, den Calvarieberg bereikt heeft, waar een kruis de armen naar zijn slachtoffer uitstak V Is het wonder, dat de Heer dien beker met gal en azijn van zich afwees en er niet van drinken wilde ? O, zijn Hart gevoelde al de bitterheid der zonde, die zulke gruwelen kon uitwerken-Slechts eens in den loop aller eeuwen was God sterfelijk en binnen het bereik der menschen, en zie, in dien tijd hebben zij

---W--- ^------

-A*.

ll

$

'K

i

ocr page 282

276 ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.

Hein door hunne zonden gedood, gedood arm het kruis ! . ...

Maar ook uitliefde tot ons haat Jesus' Hart de zonde. Hij kwam op aarde, om 'I beeld van God in vollen luister te herstellen in onze zielen ; — de zonde rukt dat heeld daar wederom uit en werpt het in het slijk. Hij kwam om ons den Hemel te ontsluiten en ons het recht te geven op het eeuwig rijk; — wij sluilen ons dien Hemel met zooveel grendels, als wij doodzonden bedrijven. Hij kwam om aan onze zielen een schat van verdiensten te bezorgen en ons aan zijne eigene verdiensten deelachtig te maken ; doch als een dief vlucht de zonde met die verdiensten weg, ons arm en van alles oniblooi achterlatend, ons zelfs de macht niel lalend, om nieuwe verdiensten te verkrijgen. Hij kwam orn ons vrij te maken van de slavernij des duivels; — de zonde legt wederom de slavenketenen aan onze polsen en de duivel geleidt ons waar hij wil; want de zondige ziel is zijn eigendom : „Atwie sou digi, is de

ocr page 283

•i

T

ZÈ^'Equot;) ICN TWINTIGSTE DAG. 277

slaaf der zoude1)'.quot; Hij kwam, om voor ons de hel te sluiten en zie, de zonde opent ze weer voor onze voeten ; reeds ziet Hij in zijne alwetendheid, wat droevig lot den zondaren in de toekomst beschoren is ; reeds hoort Hij de vlammen der hel onder hen knetteren ; de duivelen ziet li ij gereed staan om hen op te vangen bij hun val in de vlammen, gelijk de leeuwen de benijders van Daniël opvingen ; reeds hoort Hij het tandengeknars der verdoemden. Hij weet het, wat wanhopige kreten zij zullen slaken, als Hij in den laats1 en dag in volle majesteit en glorie op de wolken des hemels verschijnen zal, hoe zij dan zullen roepen : bergen, valt op ons, en heuvelen bedekt ons, want wij kunnen den glans van dat aanschijn niet verdragen; o, Hij weet dat alles, en zijn werk en o?is geluk door de zonde ziende verwoesten, zucht Hij medelijdend op den kruisweg: „Weent niet over Mij, maar over u zeiven ,,en over uwe kinderen ; want indien men „zoo handelt met het groene hout, wat zal

i; .lois vin. at.

Wquot;

V]

T

1

gt;1

TT

*

ocr page 284

^___

■* t, t

278 ZEVEN EN TWIINTIGSTE DAG.

„er dan van het dorre geworden1)!quot; Veilig mogen wij dan zeggen : zoo groot de liefde zijner H. Menschheid was voor zijne goddelijke Natuur, zoo groot de liefde was, die Hij ons inenschen bedroeg en nog toedraagt, zoo groot is ook zijn haat voor de zonde ; zij moge in ons door de driften verblind oog klein zijn of groo!, de haat van Jesus' H Hart voor dezelve is oneindig, omdat zij God beletdigt en ons ongelukkig maakt voor tijd en eeuwigheid.

,,// ie zal Mijyun zonde over lui gen9)/' vroeg de Heer in zijn sterfelijk leven en met recht mocht Hij zoo spreken. Mogen wij het Hem nazeggen ? Misschien niet wat het verleden betreft. En voor het tegenwoordige ? O, de menschelijke zwakheid is zoo groot ! En voor de toekomst ? o Goddelijk Hart, deze is nog ongeschonden ; ik heb ze nog in mijne macht ; hoor dan mijn voornemen : Heer, Gij haat do zonde, ook ik wil ze haten : noen. Heer, geene zonden meer. in eeuwigheid geene zonden meer : maar sterk mij door uwe Goddelijke kracht!

M

V1

k

7A

1

I.uo. XXIII. 31.

ocr page 285

M__________

ZEVEN EM TWINTIGSTE DAG. 279

Voornemens.

iquot; De /.onden, die wij bedreven, in de bittcr-

S. heid onzes harten betreuren.

'1 2,quot; Ons best doen, om onze hoofddrift, — die bron van zoovele zonden, — te bestrijden,

3quot; Bidden voor de bekeering der ongelukkige zondaais.

VOORBEELD.

Wat de liefde in 't hart der Heiligen kan uitwerken, vinden wij verhaald in 't leven der H. Clara de Monlefaico, door Paus Leo XIII heilig verklaard.

■7, Na haren dood onderzocht men haar hart. liet eerste wat men daarin vond, was een volmaakt afgewerkt kruisbeeld. „Mirakel, mirakel!quot; was de eerste uitroep, die aan alle aanwezigen ontsnapte. De Vicaris Generaal des Bisschops, deze wonderbare zaak vernomen hebbende, begaf zicli naar het klooster, waar Clara gestorven was, en, voorbarigheid vreezende, ging hij tot eene ernstige onderzoeking over.

Nu vond hij behalve het kruisbeeld ook de geeselroede, de kolom, de doornenkroon, drie nagelen, de lans en den rietstok met de spons er op, en zoo duidelijk, dat, toen hij de punt der lans tegen zijn vinger drukte, hij eene scherpte gevoelde als van een ijzeren spits. Elk der genoemde voorworpen was van vleeseh en zenuwen gevormd' doch onderling verschillend van hardheid en kleur.

-Â¥

ocr page 286

gt;-f_________

28Ü ZKVEN EN TWINTIGSTE DAG.

Alles zat op zulk eene wijze met fijne vezelen aan de wanden van het hart vast, dat het stuk voor stuk kon losgemaakt worden en afzonderlijk beschouwd. Het lichaam van het kruisbeeld, zoo groot als de duim eener kleine hand. was loodkleurig, doch aan de zijdewonde rood getint. De lendenen waren bedekt met een weefsel, dat naar linnen geleek.

Dit hart van Clara de Montefalco wordt nog altijd ongeschonden zonder bederf bewaard, gelijk het was voot 500 jaren. Ieder jaar vertoont men te Montefalco deze wonderen van Gods almogende liefde. Dan neemt de priester het hart der maagd '/ in de handen, opent het en haalt er kruisbeeld en geeselroe uit te voorschijn; en ondanks deze herhaalde behandeling blijven hart en lijdensteekenen onverlet in denzelfden staat.

(Vgl. P. W. v. Nieuwenhoff. Vijf Levensschetsen.)

GEBED.

o Goddelijk Hart van Jesus, dat de zonde haat, als het groolsle kwaad; o, doe ons deelen in dien afkeer, opdat wij, door uwe genade gehol- t,quot; pen, in de toekomst de zonde vluchten als eene slang ; en door gestadige boetvaardigheid trachten uit te boeten, wat wij in het vellede 1 e misdaan hebben. Amen.

ocr page 287

gt;4^ -Â¥

Acht en twintigste Dag^

w 7

f

Het H. Hart ons voorbeeld van Boetvaardigheid.

jen heeft gezegd, dat de devotie ' tot liet Goddelijk Hart het geneesmiddel bevat voor al de kwalen van onzen tijd. Daar is in onzen tijd ééne kwaal, waartegen Paus en Bisschoppen met alle kracht hunne stem verhieven, namelijk de zucht naar zingenot en vermaak en de daaruitvolgende veronachtzaming der christelijke deugd van boetvaardigheid. Stel aan de wereld voor, een nieuwen vreugdedag in te voeren, luiden bijval zult gij inoogsten ; spreek echter van boetvaardigheid en versterving, en men zal de woorden herhalen der ongeloovige Joden : „Die taal is hard, en wie kan ze aanhoorenVquot;

TT

ocr page 288

V______^ _V-

i

282 ac;ht kn twintigste dag.

(/

Welke zijn de gevoelens van Jesus' H. Hart hieromtrent? Dit kan met één woord gezegd worden: liet H. Hart van Jesus is een boetvaardig Hart en als zoodanig is Het door zijne lessen en voorbeelden liet geneesmiddel voor die heersehende kwaal van onzen tijd.

Zijne boetvaardigheid begon reeds in de kribbe te Bethlehem; niet voor eigen zonden had Hij te voldoen; „want,1-zegt de H. Paulus, „Hij is geen Hooge-

priester..... die, eer dat Hij aan God

voor liet volk offert, eerst voor zijne eigene zonden voldoen moet1),quot; neen. Hij was de Heiligheid zelve; maar onze schulden heeft Hij op zich genomen en om onze zonden heeft Hij geleden. In die kribbe te Bethlehem leed Hij vrijwillig koude, ontbering en de grievendste vernedering, en bereidvaardig onderwierp Hij */■ later aan al de voorschriften der

Mozaïsche wet; denken wij slechts aan de pijnlijke besni jdenis en de telken jare herhaalde bedevaart naar Jeruzalem. Wat zal

1

Jlebr. V. vtrl. I — y.

ocr page 289

ACHT EN TWINTIGSTE DAG.

283

Hij gedaan hubben in hot huis van Nazareth? In 't zweet zijns aanschijns verdiende Hij er met Jozef zijn brood. Die zweetdrop-pelen droog Hij op aan den Vader tot y boeting der zonden, en de Engelen maakten er paarlen van, om de hemelzalen te versieren. — De tijd van zijn openbaar leven brak aan. Hij verliet Nazareth, zijne H. | Moeder, zijne bloedverwanten. Welken weg slaat Hij in ? Den weg, die ter woes- ! tijn geleidt. Ziet Hem, die alles weet, hoe Hij die ongekende bergpaden volgt, ' die Hem voeren naar de plaats, die Hij zich in don geest heeft uitgekozen. Daar verbleef Hij veertig dagen en veertig nach- j ton, geen voedsel of verkwikking aan zijn lichaam gunnende, geen woord met eenig sterveling wisselend; alleen sprekende mot God, zijnon Vader, over het heil en de verlossing van ons, inenschen. Wat moot „• het een wonderbaar schouwspel geweest 'A' zijn voor de Engelen des Hemels, daar hun God te zien neerliggen tor aarde, j biddend en zuchtend ; wat zullen zij elkander gezegd hebben : „o wonderbare bootvaardigheid I o gelukkige mensch, voor

ocr page 290

284 ACHT EN TWINTIGSTE DAfi.

wiens zonden Gods Zoon voldoening geeft! o Gelukkige schuld, die zulk eenen Verlosser verdiende !quot; Na die 40 dagen begon een leven van vermoeienis, van reizen en prediken, waarbij Hij zoo dikwijls den nacht doorbracht onder den blooten hemel 1 en Hij, volgens zijn eigen woord, niets i bezat om zijn hoofd daarop te laten rus- ï ten. In zijn Hart droeg Hij al die vermoeienis op aan zijnen Vader, Hij legde al dat ziel- en lichaamslijden op het altaar zijns Harten neer, waar het eene offerande werd van zoeten geur, die aan God zijnen Vader behaagde.

Toen brak het uur zijns lijdens aan. O, wat heeft het H. Hart van Jesus toen vrijwillig voor ons veel geleden ! in den Hof van Olijven werd Het geperst door droefheid, gelijk eene druif inde wijnpers. Toen zag Het alle zonden, die er ooit bedreven zijn: de zonde van Adam, den broedermoord van Cai'n, de vleeschelijke zonden van diens nageslacht, ds misdaad van Cham, het herhaalde afvallen en morren der Israëlieten, het overspel van David, alles, alles wat tot dien tijd misdreven was.

ocr page 291

^____AJL.__________Â¥

ACHT EN TWINTIGSTE DAG. 285

V

Hij zag alles, wat in dat uur gebeurde; de plannen der Joodsche Oversten, het. verraad van Judas, de zedeloosheid en afgoderij van bijna alle bewoners der aarde-Zijn blik doorschouwde de toekomst: de zonden en ketterijen van alle eenwen, ook onze zonden lagen als een boek voor Hem open. Van den anderen kant zag Hij al het lijden, dat Hem wachtte; Hij zag de boeien, die Hem knellen zouden, de geesels die zijn vleesch moesten verscheuren, de doornen, die zijn hoofd doorsteken, het j/ kruis, dal Hem dragen, de lans en de nagelen, die Hem doorboren zouden, en daarbij de wreede ondankbaarheid van duizenden, voor wie zijn Bloed verspild,

zijn lijden nutteloos zou wezen. Dat alles werd Hem voorgesteld door zijne Goddelijke Alwetendheid. 'tWas als een kelk, s die vóór Hem werd geplaatst, om hem te ; i] ledigen. Was het wonder, dat Hij huiverde ? Zal Hij den kelk aannemen of weigeren ? Zoo Hij hem weigert, wat zal er dan geworden van 't zondige mensehen-geslacht? Zoo Hij hem aanneemt en drinkt, dan zijn wij gered en vrijgekocht en rijk

— yY

ocr page 292

\f___jsLjL sis,____

2è6 ACHT EN' TWINTiGSTE DAG.

begiftigd; want, al zijn de zonden der wereld ontelbaar en onmetelijk beo?, talrijker en grooter zijn dan Jesus' verdiensten; dan beeft Hij onze schulden geboet en uitgedelgd door zijne boetvaardigheid van eindelooze waarde !

Vader, zoo verzucht zijn beklemd Hart, Vader, indien het mogelijk is, laat dan dien kelk van Mij heengaan! Maar denkend aan de zonden, die Hij moet uitboe-ten ten koste van zich zeiven, voegt Hij ; er aanstonds bij: „Doch niet mijn wil geschiede, maar de uwe!quot; Welnu, de wil des Vaders was, dat Hij den kelk zou drmken en ledigen tot op den bodem. Het boetvaardig Hart des Heeren is dan ook bereid; Het stemt toe, overstroomd te worden door die onmetelijke zee der allerfelste smarten, die eindigen zouden op het kruis met zijn laatsten snik en met de doorboring zijner zijde. O gelukkige boetvaardigheid, die ons den Hi'mel heeft ontsloten ! o Zalige boete, waarmee voor ons zulk eene verhevene plaats in'teeuwig Koninkrijk gekocht is ! —

Maar 't H. Hart zet dat leven van boet-

^ ^-----k'

ocr page 293

\i

Acht en twintigste pag, 28V

|f

vaardigheid nog immer voort. Waar? In 't H. Sacrament des Altaars. Daar, — o, vergeten wij liet niet! — daar draagt Het zich voortdurend aan den Vader op; daar, in dien nederiger, verlaten toestand, boet het nog de zonden der wereld in 't Offer der Mis, en de wereld zou misschien sinds lang door Gods toorn vergaan zijn, zoo niet die oneindig heilige boete van Jesus' Hart, dagelijks op zoovele plaatsen den Hemelschen Vader werd aangeboden!

Maar, hoe is het met die deugd van boetvaardigheid in ons hart gesteld ? Jesus boette voor de zonde van anderen, terwijl Hij zelf onschuldig was. En wij? De zonden, die wij bedreven, zijn misschien talrijker dan de haren van ons hoofd ; van schaamte moesten wij ons aan. gezicht bedekken ; en waar is onze boet-waardigheid? O, de vermaken, die wij najagen, zullen onze schuld voor üod niet verminderen, wel vermeerderen misschien! En wie zal met meer gerustheid kunnen sterven ; hij die volop de wereld genoten heeft, of hij, die de boetvaardigheid van Jesus' H. Hart, heeft nagevolgd? Och, of wij

vrsxzr

ocr page 294

2^

288 ACHT EN TWINTIGSTE DAG.

len minste uit boetvaardigheid het lijden aannamen, dat God ons overzendt!

Vo o rn e m ens.

1° De vasten- en onthoudingsdagen der H. Kerk stipt onderhouden ; zoo wij dit niet kunnen, zulks door eene vrijwillige versterving trachten te vergoeden.

2° Alle kwellingen en moeilijkheden des levens met gelatenheid dragen, denkende, dat wij ze verdiend hebben om onze zonden, dat het rijk der Hemelen geweld lijdt en dat allee?: de geweldigen het innemen.

VOORBEELD.

In het leven van een onzer vaderlandsche Heiligen, de H Maagd Lutgardis, lezen wij het volgende in de Acta Sanciorum der Bollandisten (i): De liefde der wereld had eenigermate bezit genomen van Lutgardis' gemoed en menig rijk jongeling dong naar hare hand. Eens, terwijl Lutgardis bezig was met een gesprek, dat wereldsche liefde tot onderwerp had, verscheen haar de Heer in de gedaante, waarin hij eenmaal op aarde rondwandelde. Hij toonde haar de wonde zijner zijde versch bloed stroomde er uit; tegelijk zegde haar de Heer: „Zoek niet langer de nietige eer dezer „wereld; zie hier, wat gij beminnen moet. Ik „beloof u, dat gij hier de allerzuiverste genoegens

(1) Tom. XXIV. In vita S. Lutg. a Thom. Cantipr.

ocr page 295

ACHT EN TWINTIGSTE DAG. 289

„zult vinden.quot; Lutgardis verschrok; een licht ging voor haren gees: op; zij zag al de duisternis, waarin zij tot nu toe gedompeld was geweest. Als cene duif in de spleten der rots, zoo vloog zij met den geest in die harlewonde des Meeren ; zij kon er hare blikken niet van afwenden ; en toen weldra een wereldschgezind persoon hare liefde kwam afbedelen, sprak zij als een andere H. Agnes: „Ga weg van mij, spijze des doods, voedsel der ongerechtigheid, ga weg, want een ander heeft al mijne liefde geroofd!quot;

Eens was Lutgardis ongesteld ('t was ten tijde, dat zij reeds den sluier der bruiden van Jesus Christus in 't klooster van St. Truiden had aan-genomenV Zij meende het bed te moeten houden-Maar weldra vernam zij eene stem, die haar toeriep ; „Sta op, gij moet boetvaardigheid doen „voor de zondaren, die in 't slijk hunner zonden „blijven liggen.quot; Verschrikt stond zij op- Reeds hadden de andere zusters de Metten aangeheven, toen zij aan de kerkdeur kwam. Daar verscheen haar eensklaps de Heer, bloedend aan het kruis hangend Hij maakte een arm van het kruis los, en bracht Lutgardis* mond daarmede aan de wonde der zijde. En zooveel zoetheid putte zij daar, dat zij geheel haar leven daardoor sterker en ijveriger in den dienst des Heeren bleef. Zij getuigde zelf, dat nog lang daarna het speeksel van haar mond de zoetheid des honigs verre overtrof. Zoo werd het woord vervuld, dat geschreven staat : Mijne bruid,

1!)

ocr page 296

2'-)ü ACHT EN TWINTIGSTE DAG.

uwe lippen zijn als afdruipende honigraat, en honig en melk zijn onder uwe tong. (i)

GEBED.

o Boetvaardig Hart van mijn gekruisigden Heer, Gij waart onschuldig en Gij zocht het lijden ; ik ben schuldig en ik vlucht het. Neem die tegenstrijdigheid van gevoelens weg, die er bestaat lusschen uw Hart en het mijne. Geef mij de kracht om alle lijden uit boetvaardigheid te dragen, en, in navolging van U, niet van het kruis af te komen, voordat d^ dood mij de oogen gesloten heeft. Die leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen.

xt

£

ocr page 297

^ V

Negen en twintigste Dag.

Het stervend Hart van Jesus.

I -w

'^J'ESüS was in de wereld gekomen, yj al onze ellenden op zich Ie ne-

i\ men en ze te verzachten. Maar is

itj 1

er één ellende grooter, ééne vrucht der zonde bitterder dan :1e dood V Do dood ! O. wat al kommer is daarmee verbonden ! Scheiden van alles wat ons dierbaar iSj gefolterd worden door ziekten en lijden, neergeworpen zijn op een smartbed, in den bloei des levens misschien, strijd tusschen ziel en lichaam ! De ziel wil zich losmaken van hare banden en opvliegen naar een andere wereld; het lichaam wil haar niet loslaten, o Droevige toestand ! Het H. Hart had die smarten voorzien, en zijne liefde beijverde zich om ze te verzachten. Zelf

quot;k-----^ -ifw

ocr page 298

sir

21)0 ACHT EN TWINTIGSTE DAG.

uwe lippen zijn als afdruipende honigraat, en honig en melk zijn onder uwe tong. (i)

GEBED.

\/

o Boetvaardig Hart van mijn gekruisigden Hoer, Gij waart onschuldig en Gij zocht het lijden ; ik ben schuldig en ik vlucht het. Neem die tegenstrijdigheid van gevoelens weg, die er bestaat Uisschen uw Hart en het mijne. Geef mij de kracht om alle lijden uit boetvaardigheid te dragen, en, in navolging van U, niet van het kruis af te komen, voordat de dood mij de oogen gesloten heeft. Die leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen.

\'

%

Â¥

Tvquot;

t-

I Cant. IV. 11.

ocr page 299

T

-Â¥

Negen en twintigste Dag.

Het stervend Hart van Jesus.

'

^•Jjesus was in n»! werelrl gekomen, al onze ellenden op zich Ie no-j ;=w men en ze te verzachten. Maar is er één ellende grooter, ééne vrucht der zonde bitterder dan de dood '? De dood I 0. wat al kommer is daarmee verbonden ! Scheiden van alles wat ons dierbaar is, gefolterd worden door ziekten en lijden, neergeworpen zijn op een smartbed, in den bloei des levens misschien, strijd tnsschen ziel en lichaam ! De ziel wil zich losmaken van hare banden en opvliegen naar een andere wereld; het lichaam wil haar niet loslaten, o Droevige toestand ! Het H. Hart had die smarten voorzien, en zijne liefde beijverde zich om ze te verzachten. Zelf

Vi

r,

ocr page 300

ACHT EN TWINTIGSTE DAG.

uwe lippen zijn als afdruipende honigraat, en honig en melk zijn onder uwe tong. (i)

GEBED.

2U0

o Boetvaardig Hart van mijn gekruisigden Heer, Gij waart onschuldig en Gij zocht het lijden ; ik ben schuldig en ik vlucht het. Neem die tegen-strijdigheid van gevoelens weg, die er bestaat tusschen uw Hart en het mijne. Geef mij de kracht om alle lijden uit boetvaardigheid te dragen, en, in navolging van U, niet van het kruis af te komen, voordat de dood mij de oogen gesloten heeft. Die leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen.

ï

/H;

1 C;ml. IV. 11.

quot;^T

ocr page 301

-Â¥

Negen en twintigste Dag.

Het stervend Hart van Jesus.

im

'fji ESUS was in rlr wercMfl gekomen, al onze ellenden op zich Ie ne-men en ze te verzachten. Maar is er één ellende grooter, ééne vrucht dei-zonde bitterder dan de dood ? De dood ! O. wat al kommer is daarmee verbonden ! Scheiden van alles wat ons dierbaar is, gefolterd worden door ziekten en lijden, neergeworpen zijn op een smartbed, in den bloei des levens misschien, strijd tusschen ziel en lichaam ! De ziel wil zich losmaken van hare banden en opvliegen naar een andere wereld; het lichaam wil haar niet loslaten, o Droevige toestand ! Het H. Hart had die smarten voorzien, en zijne liefde beijverde zich om ze te verzachten. Zelf

v

i

vt

tl

i

ocr page 302

292 NEGI5N UN TWINTIGSTE DAG.

wilde Het al de benauwdheden des doods onderstaan, om ons de genade van een troostvol sterven te verdienen.

(ia naar Calvarië. Wat ziet gij daar ? Gij ziet het Lam, dat de zonden der wereld wegneemt, aan het kruis. „Gij hoort den „smaad der scheldwoorden, gij ziet zijn „aanschijn overdekt met walgelijke uitwer p-„selen; ach, nog kort geleden gaf Hij met „zijn speeksel aan een blinde liet gezicht!

„Hij is met doornen gekroond, die de „martelaren mot eeuwige bloemen versiert. „Met gal is Hij gespijsd, die pa.s een hemel-„soijze had ingesteld, en met azijn is Hij „gelaafd, die ons een zoo heilrijken beker „had toegediend. De onschuldige, de „rechtvaardige, ja de onschuld en rechtvaardigheid zelve, is onder de boos-„doeners gerekt nd; Hij, die oordeelcn zal, „is zelf geoordeeld en 't Woord van God „is zwijgend ter slachtbank geleid. Bij „dit kruis zijn de sterren beschaamd, de „nacht maakt een einde aan den dag; „de zon h.mdt hare stralen in, om geen „getuige te moeten zijn van zulk eene

ocr page 303

KliGEN EN TWINTIGSTE DAG. 293

_____________________________________ I

„misdaad; Hij echter spreekt niet, Hij „dreigt niet en vertoont niets van zijne „majesteit.quot; Zoo beschrijft de H. Gypria-nus den dood des Heeren. Was die dood noodzakelijk? Had de Heer hem niet kunnen ontkomen?

Ik nccni mi ju leven en Ik leg hel wederom up), had Hij vroeger gezegd Zoo was het. Hij zelf had de macht den band tusschen ziel en lichaam Ie breken of te behouden en nauwer toe te halen, te leven of te sterven, en de dood kon niet tol Hem naderen, tenzij met zijn eigen toelating en bevel. Welnu, dat bevel, die toelating gaf Hij, uit liefde tot ons; niet alleen opdat zijn offer volmaakt zou zijn en bezegeld door den dood ; maar ook om voor ons de scheiding van ziel en lichaam draaglijker Ie maken. De liefde zijns Harten gaf Hem daarbij in, een dood te ondergaan, vergezeld van zulke omstandigheden, dat nooit een sterven pijnlijker geweest is of nooit zijn zal.

Wat maakte dat sterven zoo pijnlijk en

i) Jois X. 17,

ocr page 304

202 NEGIÏN EN TWINTIGSTE DAG.

wilde Hut al (ie benauwdheden des doods onderstaan, om on^ de genade van een Ii'üo-jIvoI sterven te verdienen.

(ia naar Galvarië. Wat ziet gij daar ? Gij ziet het Lam, dat de zonden der wereld Wegneemt, aan het kruis. „Gij hoort den „smaad der scheldwoorden, gij ziet zijn „aanschijn overdekt met walgelijke uitwer p-„selen; ach, nog kortgeleden gaf Hij met „zijn speeksel aan een blinde het gezicht!

„Hij is met doornen gekroond, die de „martelaren mot eeuwige bloemen versiert. „Met gal is Hij gespijsd, die pas een hemel-„soijze had ingesteld, en met azijn is Hij „gelpafd, die ons een zoo heilrijken beker „had toegediend. De onschuldige, de „rechtvaardige, ja de onschuld en rechtvaardigheid zelve, is onder de boos-„doeners gerekend; Hij, die oordeelen zal, „is zelf geoordeeld en 't Woord van God „is zwijgend ter slachtbank geleid. Bij „dit kruis zijn de sterren beschaamd, de „nacht maakt een einde aan den dag; „de zon h.mdt hare slralen in, om geen „geinige te moeien zijn van zulk eenc

ocr page 305

IS KG EN EN TWINTIGSTE DAG. 293

„misdaad; Hij echter spreekt niet, Hij „dreigt niet en vertoont niets van zijne „maje.steit.quot; /00 besehrijft de H. Cypria-nus den dood des Heeren. Was die dood noodzakelijk? Had de Heer hem niet kunnen ontkomen?

/ /i 11 cc 111 mi ju /even en l k les het wederom (tp), had Hij vroeger gezegd Zoo was het. Hij zelf had de mac-ht den hand tussehen ziel en lir-haam te breken of te behouden en nauwer loe te halen, te leven of te sterven, en de dood kon niet lol Hem naderen, tenzij met zijn eigen toelating en bevel. Welnu, dat hevel, die toelaling gaf Hij, uit liefde lot ons; niet alleen opdat zijn offer volmaakt zou zijn en bezegeld door den dood ; maar ook om voor ons de scheiding van ziel en lichaam draaglijker Ie maken. De liefde zijns Harten gaf Hem daarbij in, een dood te ondergaan, vergezeld van zulke omslandigheden, dat nooit een sterven pijnlijker geweest is of nooit zijn zal.

Wat maakte dat sterven zoo pijnlijk en

d) Jo:s X. 17,

ocr page 306

yk/y .

-li*

yi.K

2di NEGEN l-.N TWINTIGSTE DAG.

waarom leed /^ijn Hart in die ure zoo vree-selijk V Zie. zijne overdierbare Moeder stond bij Hem; aan baar hing gansch zijne ziel. Wie zal voortaan voor haar zorgen V Joannes zal zeker zijn best doen; maar wat zullen zijne zorgen beteekenen in vergelijking met de liefde, die Maria tot nu ondervond ? Die scheiding viel Hem pijnlijk, doch hij onderwierp zich aan den wil des Vaders. Wat wilde Hij er mede verdienen? Dat het u, o christenmensch eenmaal mogelijk zijn zou aan (lod het ofler van uwe dierbaren te brengen. Eenmaal zult gij neerliggen op een bed van smarlen; de dood zal zich bij u neerzetten; dan zullen kinderen, echlgenoot, vrienden, broeders en zusters u omringen. Van hen te scheiden zal u zwaar vallen, omdat zoo teedere banden u aan elkander verbinden. Als gij dan zelf den moed zult hebben hen te troosten en zelf uw offer met gelatenheid brengt, aan wien zult gij hel danken? Aan 't stervend Hart vi n Jesus, dat voor u die genade verdiende.

Wat moet de mensch nog meer verlaten? Zijn geld en goed, die misschien zulk een

'k

W~

TV

ocr page 307

-Â¥

NICGEN ENT TWINTIGSTE DAG. 295

ruime plaats van zijn hart innemen. Jesus bezit ze niet; maar toch heeft Hij iets van 't pijnlijke dier scheiding willen gevoelen, om ons, menschen, het verlaten van huis, van akker, van werkplaats, van wat ook, te vergemakkelijken. Alvorens het kruis te bestijgen, ja, bezat Hij nog iets, dat Hem overdierbaar was, het kleed zonder naad, door Maria vervaardigd. Hij scheidde er van, en, dat het aan zijne wonden was vastgekleefd, o, 't was een beeld van de gehechtheid zijns Harten aan die dierbare gedachtenis ; Hij liet het nochtans gewillig over aan de beulen, die er het lot om wierpen. — Ah gij op uw sterfbed al het ijdele van 'taardsche inziet en de scheiding van die goederen u niet zoo smartelijk zal voorkomen, als zij u nu toeschijnt, wie heeft het voor u verdiend ? Het stervend Hart van uwen medelijdenden Verlosser, die eeuwen vooruit uwe moeilijkheden kende en er in voorzag.

Jesus op het kruis was verlaten van de menschen, en de tegenwoordigheid van de weinige getrouwen onder zijn kruis, diende slechts, om Hem de afwezigheid van de

'h

gt; r-

i v

gt;quot;r

ocr page 308

290 NEGEN ICN TWINTIGSTE DAG.

anderen levendiger te herinneren. En wat konden die weinige getrouwen nog doen ? Wat men aan de grootste boosdoeners niet zou geweigerd hebben, een verkwikkenden drank, weigerde men aan Jesus; gal en azijn kwamen zijne smarten vermeerderen. De doornen staken Hem, zijne wonden brandden en pijnigden Hem, zijne handen en voelen trokken krampachlig samen, verlatenheid overviel Hem, zijn sterfbed was het kruis, hel harde kruis Waartoe die liehaams- en die zielesmarlen. o Heer? 'I Was om ons de genade te verdienen, de smarten onzer laatste ziekte niet gelatenheid en onderwerping te kunnen dragen. Als gij een priester bij uw sterfbed zult zien staan, die u troost en bemoedigt, uwe zonden vergeeft en de heerlijke gebeden der Kerk aan uwe zijde ten Hemel zendt, als bloedverwanten en vrienden u verplegen en duizend zorgen aan u besteden, gij zult het te danken hebben aan de liefde van Jesus' Hart, dat voor u, in uwe plaats, aan 't kruis zooveel leed en verlaten was door de mensehen. Door die genade gesterkt, zult gij geduldig blijven te midden

ocr page 309

NEGEN LN TWINTIGSTE DAG. 207

uwer smarten, en het den Heere met onderwerping kunnen nazeggen : Vader, in uwe handen beveel ik mijnen geest.

Ook door God was Jesüs veriaten. Wat moet het pijnlijk indrukwekkend geweest zijn, door de stille en de duisternis van Calvarië de stem, het klagend geroep van dien stervenden Godmensch, te hoeren : Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij J\lij verlaten ? o Pijnlijke toestand, veel wreeder dan de dood zelf! Walg en vreest en verveling overviel Hem, veel vreeselijker dan in den Hof van Olijven Maar waartoe leed Hij het? Omdat Hij voorzag, (lat wij in ons laatste uur bestormd zallen worden door allerlei bekoringen ; de duivel, wetende, dat er eene ziel op het spel staat, zal zijne pogingen verdubbelen, en wee ons in die vreeselijke oogenblikken! Doch geen vrees ; Jesus heeft in zijne liefde alle genaden verdiend, die wij dan zullen noodig hebben. Hij zal ons niet verlaten. Hij zal tol ons komen, en gesterkt door zijne genade, gevoed met zijn Lichaam, gedrenkt met zijn Bloed, zullen wij de gansche hel in bedwang houden ; want door zijn dood

ocr page 310

^___________^

298 NEGEN EN TWINTIGSTE OAO.

V

heeft Hij den duivel en xijn aanhang overwonnen!

Dan zullen ook wij kunnen zeggen, wat Hij /.elf eenmaal zeide van zijnen Vader : Hij /jee// mij niel alleen gelaten, cinildl Ik al lijd doe, wal Tlem behaaglijk /.v1). Mijne ziel, doe dan altijd, watdenHeere behaaglijk is, en dan zal dat Hart niet zijne wonde voor u de deur zijn, waardoor gij de eeuwige glorie binnengaat.

Voornemens.

io Bedank Jesus voor de liefde, waarmede Hij onzen dood heeft willen verzachten.

20 Bid voor al degenen, die op sterven liggen, en beveel hen aan 't stervende Hart van Jesus.

30 Zoo mogelijk, ahijd des namiddags te drie uur, drie Onze Vaders en Wees gegroeten voor de stervenden bidden.

VOORBEELD.

PARABEL.

, [Naar cene gedachte v. d. H. quot;Joannes Chrysostomns) ' fVgl. Matth. XIII, 45 J

! In de verre streken van het zengende Oosten woonde eens een koopman, die handel dreef in

1

Jois VIII. 29.

ocr page 311

JVi_______3^____

NEGEN RN TWINTIGSTE DAG. 299

kostbare paarlen. Lange reizen, vei moeiende tochten ondernam hij, en verheugd keerde hij huis-vj waarts, zoo hij ecne parel gevonden had, waar-mede hij hoopte later eene keizerskroon te kunnen 1 versieren. Weer was hij op reis, toen hij in een vreemde stad vernam, dat daar «ene parel gevonden was zoo groot, zoo schitterend schoon, | dal in zijn hart de vurigste begeerte ontstond ze 1 te bezitten. Groote schatten nam hij met zich I en ging naar de plaats, die men hem aanwees als j 't huis van den bezitter dier parel. Daar aange-\ komen, verneemt hij o» zijne grcote teleurstelling, \ dat zij daags te voren verkocht is. voor een ge-

ringen prijs, eene nietigheid, aan eenen gierigaard, der stad. Vermoeid van de reis zijnde, zond hij, herhaaldelijk zijne dienaren naar den gierigaard om over den koop der parel te onderhandelen; hij deed zich intussohen door den vorigen bezitter het kleinood beschrijven en alles wat hij hoorde, vermeerderde zijne begeerte om die parel te bezitten. — Zijne dienaren keerden onverrichter zake terug; de gierigaard wilde de parel niet afstaan. Toen ging de koopman zelf tot hem, bood hem deerne kostbaarheid na dc andere, putte de meegebrachte schatten uit totdat hij eindelijk niets meer overhield dan één allerkostbaarst kleinood, 't welk hem zoo dierbaar was, dat hij er niet dan in den uitersten nood van zou willen scheiden. Maar de gierigaard gal de parel niet. Toch wilde de koopman ze bezitten. Toen besloot hij ook nog

Tv--^ W f\

ocr page 312

-------sfciSL_____________

300 NKGEN EN TWINTIGSTE DAG.

dit laatste kleinood af le staan ; het kostte hem moeite en harteleed ; maar riii»nschools werd hem dit vergoed, toen findelijk de gierigaard zich liet bewegen, hem de parel overgaf, die hij nu met zich voerde naar zijn land en aan al zijne vrienden en bekenden vol blijdschap vertoonde.

Die parel is onze ziel, zegt de H. Joannes Chrys. O. H. Jesus is die koopman, die haar bezitten wilde. Hij verliet zijn land, den Hemel, en kwam in den vreemde, op aarde. Daar vond Hij die parel, welke Hij zocht, maar zij was verkocht aan den duivel. Reeds had hij vele zijner dienaren gezonden, om ze te koopen, zij bekwamen ze niet ; toen ging Hij zelf met den duivel een strijd aan om onze ziel. Hij bood voor dezelve den oneindig kostbaren prijs van zijn Bloed. Eerst gaf Hij een deel in zijr.e Besnijdenis, een ander deel in den Hof van Olijven, een deel onder de gcesels van Pilatus, een deel onder de doornen van zijn hoofd, een deel door de wonden der nagelen in handen en voeten. Nog slechts één deel hield hij over; 't was weinig, maar allerkostbaarst. Toen beschouwde Hij ce schoonheid onzer ziel; Hij wilde ze koopen lot eiken prijs en zijn laats'.e kleinood er voor geven ; toan . . . nam de soldaat zijne kns, doorstak het Hart des Ileeren en bloed en water vloeiden daaruit. De laatste druppel was vergoten en onze ziel opnieuw het eigendom van Hem, die haar tot eiken prijs wilde bezitten.

ocr page 313

_ ______

NEUF.N EN TWINTIGSTE D.VG. 301

GEBED.

o Stervend Hart mijns Verlossers, om den vvreeden doodstrijd, dien Gij onderstondt in den Hof van Olijven en op uw smartelijk doodsbed d- s kruises, heb medelijden met aUe stervenden, maar inzonderheid met mij ; opdat ik, als mijn uur gekomen is, onthecht van het aardsehe, met een gezuiveid geweien, en vol hoop op uwe barmhartigheid, den overgang vin den tijd naar de eeuwigheid moge maken, Amen.

Stervend Hart van Jesus, ontferm U over de stervenden !

ocr page 314

Dertigste Dag.

M 1

Het Beeld van 't H. Hart.

sr

oen koning DavidJeruzalom voor z'-in oprourigen zoon Absalon ontruimde, liet hij in het koninklijk paleis geen bezetting van soldaten achter, maar onverdedigd gaf hij het aan Absalom over. Waarom deed hij zulks? vraagt de H. Joannes Chrysostomus. Opdat, zoo zegt die H. Leeraar, Absalom aanstonds dat paleis zou binnentreden en door de vele bewijzen van de liefde ziins vaders ■zou getroffen worden. Daar toch was Absalom geboren en opgevoed, daar zag hij de tallooze geschenken, die Davids liefde hem bij iedere gelegenheid gegeven bad, alsook de personen, aan welke zijne

I

ocr page 315

Jtf___AJC.___AJL _____Â¥

DERTIGSTE DAG. 303 i

opvoeding vroeger was toevertrouwd. — Gelijk David, rioo deed ook eenigsziiw Onze Heer met zijn aanbiddelijk Hart. ^ Dat Hart is een paleis, vervuld met ko- (-' ninklijken luister. Wijd heeft Hij du r deur van dat paleis opengesteld, toen Hij aan het kruis toeliet, dat een soldaat zijne zijde doorboorde; Hij verwacht, dat wij dat paleis zullen binnentreden en ge- i troffen zullen worden door de duizenden , bewijzen van liefde, die wij daar aan-^ schouwen. De Kerkvaders van alle eeuwen , V; hebben het ons gezegd : daarmede bedoelde V de Heer, ons eene toevlucht, eene schuilplaats te openen, waarin wij zouden kunnen vluchten, gelijk Noë in de zijde der Ark en gelijk eene vervolgde duif in de spleten der steenrots. Was de stem dier eerbiedwaardige Kerkvaders niet voldoende, om ons van die waarheid ^ te overtuigen ? Of was men misschien j£ die stem vergeten V Zooveel is zeker, dut onze beminnelijke Verlosser in het midden der 17lle eeuw noodig oordeelde op die waarheid nogmaals te wijzen, aan zijne beminde Bruid, de Zalige Margareta ;

w w k-

ocr page 316

V..

304 DERTiGSTK DAG

Maria Alacoque, zijn Goddelijk Hart ver-loonde, de rijkste zegeningen beloofde, aan die Het vereeren zouden, en zelfs zijnen zegen verbond aan iedere plaats, waar het Beeld zijns Hnr/cn zou zijn ten loon gesleld.

Is bet H. Hart zelf eene Ark van Noë, waar alltn aan den zondvloed der wereld kunnen ontsnappen, —ook bet hecld van liet H. Hart gelijkt aan eene andere ark, waarvan de H. Schrift zoo herhaaldelijk spreekt. Wat deed zoo rijken zegen neerdalen over het huis van Obededom, den Leviet? Was het niet de Ark des Verbonds? Maar wat was die Ark des Verbonds anders dan eene afbeelding, een schaduw van hetgeen ons later in de Nieuwe Wet gegeven zou worden, wanneer de tweede Persoon der H. Drievuldigheid de menscbelijke naiuur zou aangenomen hebben? Dat zegt ons de H. Kerk zelf in hare lofzangen: ,,Do ,,Ark des Verbonds hield de Wet der oude „dienstbaarheid in; maar Gij, o Godde-„lijk Hart, (jij besluit de Nieuwe Wet „der genade, der liefde en barmhartig-

ocr page 317

DERTIGSTE DAG.

„heitl1).quot; Maar als die Ark des Verbonds reeds zooveel zegen aanbracht in het huis van den Leviet, wat zegen mogen wij dan niet verwachten van het beeld van 't H. Hart ?

Doch waartoe deze redeneering? Hebben wij niet de belofte aan Marg. Maria Alaeo-i que gedaan, welke luidt: Ik zal de plaatsen zegenen, waar mijn beeld in eere wordt ] gehouden2) ? Bedenken wij, dat dit niet de woorden zijn van een gewoon sterveling, maar van Hem, die naar waarheid getuigen kan ; „Hemel en aarde zullen voor-,,bijgaan, maar mijne woorden nooit.quot; Liet Hij ons zeggen, dat na eenige jaren de wereld zou vergaan, gelijk Hij het ; van Juruzalem voorspelde, — wij zouden het onvoorwaardelijk gelooven, omdat wij weten, dat Hij de Heer is, die zijne ^ bedreigingen kan uitvoeren en met krach-'j tigen arm de wereldgebeurtenissen regelt; waarom zullen wij Hem ook dan niet ten

1) Cor Area Legem continens, etc.

Men stelle nochtans het ge/ag van zulk eene bijzondere openbaring niet 01: gelijke lijn niet de openbaring bv. aan de HIT. Evangelisten gedaan.

T? 'vrr

305

20

ocr page 318

DERTIGSÏË DAG.

vollo geloof schenken, wanneer Hij ons belooft: Die plaats zal Ik zegenen, waar mijn beeld in eere is? Moet het ons niet verwonderen, dat ons oog niet op alle plaatsen dat beminnelijk beeld ontmoet? Kinderen der wereld, gij, die zoo voorzichtig zijt in uwen handel, hoe komt het, dat gij hier blind zijt en een middel verwaarloost, dat u met onfeilbare zekerheid den zegen des Heeren bezorgen kanV Weet gij niet, dat volgens een ander woord van God zelf, niet uwe pogingen, maar alleen de zegen des Heeren u kun rijk maken

Doch, zoo mogen wij vragen, waardoor oefent het beeld van 't H. Hart zulk een weldadigen invloed rondom zich uit? Onze Heer Jesus Christus verlangt den eeredienst van zijn Hart uitgebreid te zien, en Hij wil, dat niet alleen enkele bevoorrechte personen, in kloosters verscholen, maar alle alle Christenen die godsvrucht beoefenen. In zijne alwetendheid wist de Heer, dat de zinlijke mensch door niets sterker wordt getrokken, dan door datgene wat de oogen zien. Aanzien toch doet gedenken, en een ander spreekwoord voegt daarbij: uit

306

ocr page 319

DERTIGSTE DAG.

het oog, uit liet hart. Welnu, de Heer verlangde, dat wij voortdurend dat beeld zijns Harten zouden voor oogen hebben, om zoo altijd herinnerd te worden aan de onwaardeerbare weldaden, die zijne liefde aan allen bewezen heeft, of, zooals de 11. Kerk zegt, door het zichtbare tot het onzichtbare gebracht te worden.

Wij zien dit duidelijk aan de wijze, waarop Hij aan de zalige Margareta Maria zijn H. Hart ver'oonde ; de Heer nam Het niet uit zijne borst, maar toonde Hot in zijnen boezem, brandend, omringd van doornen, en dragend een kruis te midden der vlammen. Dit alles had zijne beteekenis.

Dat de Heer Het niet uit zijnen boezem nam, beteekent, dat wij dat Hart niet moeten afscheiden van zijn 11. Persoon; maar dat alles, wat zijne H. Menschheid verrichtte, werd ingegeven door zijn Hart, de bron van al zijne weldaden en liefde-bewijzen1). — 't Was omringd van doornen en droeg een kruis, om ons te doen

1) Daarom ook heeft eene gemakkelijkere voorstelling, nl. een enkel Hart, omringd van vlammen enz., te Rome de goed keurig niet mogen verwer-

807

ocr page 320

DERTIGSTE UAG,

denken aan al het lijden, waarmede geheel zijn leven uit liefde tot ons geteekend was. — Het brandde en schoot stralen uit, om de vurige liefde te kennen te geven, waardoor Het voor ons verteerd werd en nog altijd verteerd wordt.

Ais wij nu dat H. Hart zien, voortdurend eene afbeelding daarvan onder onze oogen hebben, daarbij letten op ai die omstandigheden en onze blikken vestigen op die opene wonde, welke de liefde daarin maakt, zuilen wij dan niet getroffen worden ? En als wij dan nog daarbij denken, dat onze zonden oorzaak waren van al zijn lijden, en die gapende wonde daarin gemaakt hebben, zuilen wij dan de zonde niet verzaken, ons leven beteren, liefde voor liefde geven, en ons zoo in staat stellen de zegeningen des Hemels in ruime mate te erlangen ?

Och, of het Beeld van 't H. Hart in ons die uitwerkselen mocht teweegbrengen' ! Ook wij zouden dan deelen in de zege-

i ven ; wel daarentegen eene voorstellirg van den per-| soon des Zaligmakers, die in zijne jjorst een vlam j mend Hart vertoont.

I 308

ocr page 321

309

V ~-n—

\f

viX

DERTIGSTE DAG.

ningen, die Hut beloofd heeft en wij zouden de blijde ondervinding opdoen, welke reeds duizenden en duizenden vóór ons hebben opgedaan, dat nl. de Heer getrouw is in zijne beloften en eerder Hemel en aarde zullen voorbijgaan, dan dat een jota of stip van zijne woorden onvervuld blijft.

Voornemens.

io liene afbeelding van 't li. Hart hebben, zoo mogelijk in ieder vertrek, en aan dezelve de eereplaats geven.

20 Bij het zien van die beeltenis altijd den Heer danken voor de liefdebevvijzen zijns Harten, onze goede voornemens van vvederlielde hernieuwen en een vurig schietgebed daarbij voegen.

VOORBEELD.

De eerste Beeltenis van. Jesus' II. Hart.

Den Vrijdag na 't octaaf van 't H. Sacrament in het jaar 1685, verstoutte zfch de zalige Mar-gareta Maria voor 't eerst, eene kleine afbeelding van 't H. Har', op te hangen aan 't altaar van 't Noviciaat, vvaarin zij meesteres was. Deze afbeelding was met eene pen geteekend, maar hoe nederig ook deze beeltenis was, de novicen vereerden ze met vurigheid. Het volgende jaar had de vereering van de afbeelding van Jesus H. Hart

V

1\

ifT-

ocr page 322

310

een stap verder gedaan, 't Was den 21 Juni 1686, weer Vrijdag na 't octaaf van PI. Sacramentsdag. Deze dag was in de eeuwige raadsbesluiten aangewezen om in de Kerk de groote dag der openliike aanbidding van Jesus' Hart te zijn. Des morgens zagen de Zusters der Visitatie te Faray-le-Monial in haie kapel, midden in het koor, een klein rustaliaar, waarop de beeltenis van 't H- Hart te midden van bloemen en kaarsen was uitgesteld. Een briefje, door de zalige Margareta Maria on-derteekend, was aan 't altaartje gehecht en noo-digde alle Zusters uit, neer te knielen voor die beeltenis en zich toe te wijden aan het aanbiddelijk Hart des Heeren. Allen gaven aan die uit-noodiging gehoor, en er was in heel het klooster maar ééne stem en maar één hait, om het H. Hart van Jesus te aanbidden en Je loven. Met geestdrift werd er besloten een groote en s.hoone schilderij van 't H. Hart te doen vervaardigen en levens eene kapel te doen bouwen, waar men die schilderij zou ophangen en vereeren.

De zegeningen, door den Heer beloofd voor alle plaatsen, waar het beeld zijns Harten vereerd woidt, bleven ook voor dit klooster niet uit. Het ontving in ruime mate de grootste zegening, die een klooster ontvangen kan, nl. goeden geest en ijver \oor de volmaaktheid, die zich openbaarden door het bloeien der verhevenste religieuze deugden (r).

1) Z. II. Pius VI, bij Rescript van 2 Jan. 1799.

ocr page 323

DEKtlGSTE DAG.

311

GE^ED.

o Goddelijk Hart van Jesus, ik offer U door 't Onbevlekte Hart van Maria al mijne gebeden^ mijne werken en mijn lijden van dezen dag op in vereeniging met de heilige inzichten, waarmede Gij U voortdurend slachtoffert op 't altaar. Ik offer ze U bijzonder op voor al de noodwendigheden mijner eigene ziel en der zielen, die mij dierbaar zijn, opdat wij hier in liefde vereenigd-begiftigd met uwe zegeningen mogen leven cn eeuwig in de glorie samen mogen verbonden zijn. Amen,

verleende een aflaat van 7 jaar en 7 quadragenen aan alle geloovigen, die rouwmoedig en met godsvrucht de beeltenis van het allerh. Hart van Jesus, ter publieke vereering uitgesteld, in welke kerk, bedeplaats of op welk altaar ook, bezoeken en eenigen tijd bidden volgens de meening van Z. H.

ocr page 324

L E Z I N G

■h!

quot;k

VOOR DEN

FEESÏOIG m 1 ü. HIRT M JESÖS1).

^ quot;yljjyaar ligt over de werken ({oris ;r#dikwijls een sluier, dien hetgeen quot;* mensch gegeven is op te lichten. Treffend om haren eenvoud is daarom de waarschuwing van Thomas a Kempis: „Wacht u wel voor eene nieuwsgierige en „nuttelooze navorsching van het allerdiepste Geheim des Altaarswant die de „Majesteit wil navorschen, wordt door ,,den glans verblind. . . . Velen hebben de „godsvrucht verloren, door het zoeken „naar hoogere dingen.quot; Maar van een anderen kant klinkt zijne verzekering geruststellend, waar hij zegt: „Een god-„vruchtig en nederig opzoeken der waar-

l) Vgl. Maandrozen 1883. -----

ocr page 325

•i /

FEESTDAG VAM HET H. H. VAN .JESü'S. 313

„hcid is geoorloofd, maar men zij bereid ; „zich daarin door anderen te laten onder-V „wijzen1) quot; Als daarenboven dat zoeken V; naar de waarheid ons geloof bevestigt, onze hoop versterkt en onze liefde verlevendigt, dan is het niet alleen geoorloofd, maar tevens nuttig en heilzaam.

Beminde Lezer, gij weet, dat de feestdag, dien de H. Kerk heden viert, door Jesus Christus ze ven is uitgekozen. Eertijds bestond dit feest niet, maar de zalige Margareta Marie heeft in eene openbaring bevel ontvangen, te zorgen, dat het in de H. Kerk werd ingevoerd, o Kracht dei-genade Gods, die aldus het zwakke (eene nederige, onbekende kloosterzuster, verborgen achter hare tralies en onder haren sluier,) uitkoos, om de grootste dingen tot stand te bregen !

v Doch nu rijst de vraag; Waarom koos ^ Onze Heer juist dezen dag uit voor den feestdag van zijn H. Hart? Hier staat het menschelijk verstand stil en nederig moeten wij het erkennen: wij weten het niet. Toch zij het ons geoorloofd te trachten

1) Imit. Ghr. lil). IV. cap. IS.

'K

'7W

ocr page 326

314 FEESTDAG VAN J1ET

oen tipje op te lichten van den sluier, die dat geheim bedekt.

Beraerk tech, uwj/iee/-juist deze foe.-it-dag gevierd wordt. Let wel, beminde le/er, is hel niet aan het einde van alle feestdagen des Heeren? Is het niet op een Vrijdag? Is het niet onmiddellijk na hel octaaf van H. Sacramentsdag ? Al deze omstandigheden zullen ii duidelijker worden, als gij ze een weinig nader overweegt.

Die feestdag dan valt aan 't einde vun alle fees/en des Heeren, die door het jaar gevierd worden. Kerstmis met zijne jubelende Engelen, in wier midden de Verlosser geboren wordt, is voorbij. De Besnijdenis, waarin de Heer ons zijn eerste Bloed gaf. Driekoningen, waarop Hij zich aan du heidenen openbaarde, zij zijn voorbij. Paschen, waarop Hij voor ons dood en hel overwon, — Hemelvaart, waarop Hij voor ons den Hemel opende, — Pinksteren, waarop wij den H. Geest, den Vertrooster ontvingen, wiens gaven ons toevloeien door de H. Menschheid van Jesus, — H. Sacramentsdag, waarop wij de grootste zijner weldaden dankbaar herdenken, zij zijn

ocr page 327

H. HART VAN JESUS.

315

-

voorbij, En ziet nu, na die alle komt het feest van 't H. Hart. Dat is geen toeval. Dat heeft zijne beteekenis. 't Is alsof de Heer daardoor al zijne weldaden wilde samenvatten en ons zeggen; „Mijn Hart is de oorsprong van al die weldaden, üij hebt u gelaafd aan den stroom, maar hier is de bron. Hier is het Hart, aan hetwelk gij de kennis van alle christelijke waarheden, die het leven der menschen en volkeren in stand houden, te danken hebt. Dit Hart klopte voor u in de kribbe te Bethlehem; aan dit Hart dankt gij de verlossing uit de slavenketenen des duivels, aan dit Hart zijn de heilzame wateren des Doopsels en alle andere Sacramenten, die kanalen van genaden zijn, ontsprongen; dit Hart heeft het grootste geheim der liefde uitgedacht: het H. Altaarsacrament; dit Hart openbaarde u den H. Geest metal zijne deugden en gaven. Gedenk op dezen dag al die weldaden te zamen;'t zijn alle slechts stralen; mijn Hart is jle zon, die ze uitschiet!quot; 't Is dus geen louter toeval, dat die feestdag aan het einde der feestenrij komt. Gelijk het „Amenquot; aan

ocr page 328

V, / gt; ^ IJ

T-----------:

316 FEÊSTDAG VAN HET

het slot van een gebed, alles wat in dat gebed vervat en gevraagd is, met één woord nog eens herhaalt en samenvat, zoo vat dit feest alle andere nog eens samen en herinnert ons in eens alle feesten Onzes Heeren.

Dit feest valt op een 1 tijddg. Ook hierin zij het ons geoorloofd de liefde van Jesus' [1. Hart aan te toonen. De Vrijdag! O, welke tegelijk zoete en bittere herinneringen zijn voor het H. Hart aan dien dag verbonden! De eerste oogenblikken van den Vrijdag waren getuigen van dien pijnlijken doodangst in den hof van Olijven, waar dat Hart geprangd en geperst werd, gelijk, zooals de Profeet zegt, eene druif in de wijnpers. De Vrijdag, dien wij naderhand den „Goedenquot; genoemd hebben, zag Jesus geboeid, rondgesleurd van straat tot straat, van rechter tot rechter ; gegee-seld, met doornen gekroond, gehoond, verwenscht, gekruisigd tusschen moordenaren en eindelijk, — o liefde des Heeren! — onder 't schokken en scheuren der aarde, bij 't verduisteren der zon en het opstaan der dooden, den laatsten snik

ocr page 329

w-___^____^_____^

H HART VAN JESÜS. 817

geven. Droevige herinnering voor 't H. Hart van Jesus! Maar ook de Vrijdag ^ hoorde, hoe Je^ns nijne allerbeminnelijkste Moeder tot moeder aller Christenen aan-: stelde, en hoe uit den mond van Hem, die onze verlossing op zich genomen had, de troostende woorden weerklonken : „Het is volbracht ! De Vrijdag zag de zijde des Heeren openen, toen de Heer, de Iweede Adam, den slaap des doods aan 't kruis sliep en uit zijne geopende zijde de H. Kerk, de nieuwe Eva, d. i. moeder aller levenden, voortkwam. Zoete herinnering ! Zou ter oorzake dier herinneringen de Heer niet juist den Vrijdag hebben uitgekozen voor den feestdag van zijn H. Hart? Wat belet ons zulks te geloo-ven V Zou dit ook de reden niet zijn, waarom Hij zoo groote gunslen beloofde v aan allen, die den eerslen Vrijdag van ^ elke maand ter eere van zijn Goddelijk Hart vieren en dan de H. Communie ontvangen ?

Maar nog eene andere omstandigheid is aan dit feest verbonden. Het valt aan 't einde der feestenrij, op een Vrijdag,

tw k

ocr page 330

318 FF.ESTDACt van het

maar, let wel, op den T rijcliig,dieonniiil-(h'lhjk volgt up het octnaf van Sacra men ts-tlag. Ook dat heelt zijne reden. Schijnt daardoor Onze Heer niet te willen zeggen, dat de devotie tot hel H. Sacrament en lol zijn H. Hart onafscheidelijk zijn van elkander, en dat het doel van dien feestdag en van die godsvrucht is, ons op te wekken lot grooter Helde en godsvrucht voor dat verheven geheim ? Des morgens nog bidt de Priester zijne Getijden ter eere van 't H. Sacrament, gewoonlijk des avonds reeds ter eere van't H. Hart. Ja, onafscheidelijk zijn die devotiën I Kan toch het Hart gesc heiden worden van het Lichaam? Is het hart niet het middelpunt, het edelste deel van 't menschelijk lichaam? Welnu, des Heeren 11. Lichaam vereeren wij vooral op Sacramentsdag en onder het octaaf; want de H. Kerk noemt dit feest: het feest van het Lichaam des tr Heeren. En wat eeren wij op dezen dag? Het edelste deel van dat Lichaam, dat al onze vereering en aanbidding waardig is, het middelpunt van al zijne bewegingen, de bron, waaruit al da handelingen

4-

A

ocr page 331

H. HART VAN JESUS.

der eeuwig geprezene H. Menschheid des Heeren voortkwamen. Dat zegt ons de Goddelijke Zaligmaker zelf. De godsvrucht lot zijn H Hart moet de menschen brengen tot de godsvrucht jegens het H. Sacrament, gelijk de knop brengt tot de bloem.

Waar verscheen Onze Heer aan de Zalige Margareta? Was het niet boven een altaar, waar het Allerheiligste Sacrament was uitgesteld, als wilde Hij zeggen: mijn Hart en dit H. Sacrament zijn éénV Wat vroeg Hij aan de zalige dienares zijns Harten? Dat men Hem eerherstel zou geven voor den smaad aan zijn H. Hart in 't Sacrament van liefde aangedaan! Wat verlangde Hij voor eerherstel? Dat men de H. Communie ontvangen zou op den feestdag, dien Hij wenschte ingesteld te zien, alsook op den eersten Vrijdag van iedere maand, en Hij beloofde de onwaardeerbare genade der eindvolharding aan allen, die Hem negen achtereenvolgende maanden dat bewijs van liefde zouden geven!

Neen. zij begrijpen deze devotie niet, die het H. Hart en het H. Sacramentschei-

319

ocr page 332

________

320 FEESTDAG VAN HET

den, die eene beeltenis van 't H. Hart vereeren en daardoor niet worden opgc-». wekt, om dat H. Hart persoonlijk in het aanbiddelijk Sacrament des Altaars te vereeren en te aanbidden. Zij gebruiken een middel en venvaarloozen bet doel!

Heeft nu inderdaad Onze Heer deze bedoelingen gehad, toen Hij dezen dag voor bet feest van zijn H. Hart uitkoos ? Gods raadsbesluiten zijn ondoorgrondelijk ! En niet alleen de toekomst, maar ook veel van bet verledene en tegenwoordige is voor ' ons oog verborgen. Dit is zeker : Heeft Onze Heer Jesus Christus bij de keuze van dezen dagbovengemeldebedoelingen gehad, dan moeten wij er Hem voor danken en beantwoorden aan zijne inzichten, erkentelijk dus heden de weldaden der Verlossing herdenken, en steeds toenemen in liefde en vereering van het heilig, ondoorgron-delijk Geheim onzer Altaren, aan bet-welk eer en glorie in eeuwigheid. H. Hart, geef ons die genade en heersch door de liefde in de harten aller men-sc hen!

Â¥-

ocr page 333

-Â¥

H. HART VAN JESUS,

\T o orne m ens.

i0 Dezen dag doorbrengen in een blijde stemming, en dikwijls het H. Hart bedanken voor de weldaden, waaraan deze feestdag ons herinnert.

2° Niet verzuimen de namiddag-oefeningen van dezen dag bij te wonen, en, zoo het II. Sacrament is uitgesteld, Onzen Heer ten minste eenigen tijd gezelschap houden in de kerk.

3° Anderen aansporen, om ook dezen dag godvruchtig door te brengen.

VOORBEELD.

't Was in het jaar 1765. Een novice in het klooster der Jezuïeten te Rome, met name N. L. Celestini, leed sedert 8 maanden aan eene ziekte die niet de minste hoop op herstel overliet. Sinds iü dagen was hel hem onmogelijk een druppel water door te halen. Sprakeloos en oogenschijn-lijk zonder bewustzijn lag de zieke op zijn smart-bed; alleen de ademhaling verried nog het leven. Eensklaps komt er een frissche blos op zijne wangen. „Ik ben genezen quot; roept hij met eene heldere stem, „de H. Aloysius heeft mij genezen !quot;

321

Vi

/ \'

t-

1/ !lt;r

De religieuzen, die er tegenwoordig waren, vroegen aan den novice, wat er dan gebeurd was. Nu verhaalde hij hun, dat de H. Aloysius van Gonzaga hem verschenen was cn hem gevraagd had ; „Wat wilt gij de gezondheid of den dood ?'quot;— „Den wil Godsquot; antwoordje de novice.—Daarop zegde de H. Aloysius: Dewijl gij gedurende uwe

é

'7W~-

I

ocr page 334

322 FEESTDAG V. H. H. HART V. JESUS.

ziekte geen ander verlangen gekoesterd hebt, dan de H. Teerspijze te ontvangen, en dat gij u voor i overige aan Gods H. Wil hebt overgegeven, •schenkt de Heer u door mijne voorspraak het leven, opdat gij u op de volmaaktheid zoudt toeleggen en tot tnven dood toe de godsvrucht tot Jesus'' H. Hart zandt verspreiden ; want deze godsvrucht is den Hemel zeer aangenaam,

De herstelde novice was altijd deze aanbeveling indachtig en spande al zijne krachten in, om gedurende zijm; overige dagtn, de liefde van Jesus' M. Hart te verkondigen.

GEBED.

Heer jesus, die door eene nieuwe weldaad U gewaardig i hebt aan uwe Keik de onuitsprekelijke lijkdommen van uw Goddelijk Hart te openen, geef, dat wij aan de liefde van dit allerh. Hart mogen beantwoorden en de versmadingen aan Hetzelve door de ondankbaarheid der menschen toegebracht met vvaaidige dienstbewijzen vergoeden. Dit vragen wij U, die leeft en heerscht met den Vader en den H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 335

GEBEDEN ONDER DE H. MIS.

o Allerheiligste Drievuldigheid, geef mij ' de genade, dat ik het 11 Misoffer eerbiedig | en aandachtig hijwone. Ik wil het in ver-eeniging niet den Priester aan uwe goddelijke Majesteit opdragen;

1quot; Tot verheerlijking van uwen II. Naam; ;

2quot; Tot vergiffenis mijner zonden en tot voldoening der straffen, die ik voor dezelve j verdiend heb;

Squot; Tot dankzegging voor alle weldaden, die ik van U ontvangen heb;

4° Tot verkrijging van meerdere genade, hulp en sterkte, om de bekoringen te overwinnen, voornamelijk, deze. ... om de heilige deugd van zuivorheid onbevlekt te be- i waren en in de heiligmakende genade tot mijnen dood toe te volharden.

Neem, o barmhartige God, dit offer ge-

i

R

ocr page 336

CEHEOEN llNUEH

nadig aan on verhoor mijn gebed, ('looi-Jesus Christus uwen Zoon, die niet U leeft en heerscht in de eenheid des 11. Geestes, God van eeuwigheid, tot eeuwigheid. Amen.

Confiteor,

{Sch uldbelijdenis,

.\:iii den voet van liet altaar betuigt lt;le priester /.i.jne onwaardigheid om het H. Offer op te dragen. .Met den misdienaar doet hij daar een vurig gebed, legt eerie openbare belijdenis zijner zonden af en klopt tot teeken van berouw driemaal op iijn borst.

Het is niet noodig, o mijn God, dat ik mijne zonden voor 0 belijd, om ze U te doen kennen ; Gij kent ze veel beter, dan ik ze ooit kennen zal ; Gij leest ze in mijn hart. Doch om mij zeiven te vernederen, belijd ik dezelve in tegenwoordigheid van Hemel ei» aarde. Ik beken, dat ik U zwaar beleedigd heb dooi' gedachten, woorden en werken, en uwe verontwaardiging verdiend heb door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld.

0 Maria, die de Toevlucht der zondaren zijl, mijn H. Engelbewaarder, mijne llll. Patronen, bidt voor mij en verwerft mij de vergeving mijner zonden.

Introïtus.

[Iniiangsgebed.]

324

De [priester beklimt het altiiar, kust hetzelve

quot;W

ik'

ocr page 337

DE H. MIS.

tot leeken van eerbied voor Jesus Christus, die daarop weldra als Oder zal nederdalen, en ter eere der heilige dienarei on vrienden Gods, wier relikwieën in het altaar bewaard worden. Dan bidt hij het Ingangsgebed of Introïtus,

De Heer zal zich ontfermen, overeenkomstig de menigte zijner barmhartigheden; want niet niterharte heeft Hij de kinderen der menschen vernederd en verworpen. De lieer is goed voor die op Hem liopen en voor de ziel die Hein zoekt. Alleluja, Alleluja!

Ps De barmhartigheden des Heeren zal ik in eeuwigheid bezingen van geslacht tot geslacht. Glorie zij den Vader, enz.

325

i?

%

Kyrie Eleison.

{driemaal.)

Heer, ontferm ü onzer. Christus, ontferm ü onzer-Heer, ontferm U onzer.

Gloria.

Het Gloria is de lofzang der Engelen, een vreugdezang. Daarom wordt het achtergelaten, als de priester ten leeken van rouw of boetvaardigheid een zwart of paars kasuifel draagt.

('ilorie zij aan God in den hooge, en vrede op aarde aan de menschen van goeden wil! Wij loven U; wij prijzen U; wij aanbidden U ; wij verheerlijken IJ; wij danken U, om uwe groote glorie. Heer God, hemelsche Ivoning, God, Almachtige Vader; Heer

%

x

quot;k

-

ocr page 338

r.EnEDEX oNriRii

Jesus Christus, Eeniggeboren Zoon des Vaders. Hie wegneemt .Ie zonden der wereld, ontferm U onzer. Die wegneemt de zonden der wereld, neem onze smeeking aan. Die aan de rechterhand des Vaders gezeten zijt, ontferm U onzer. Want Gij zijt alleen de heilige. Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste; Jesus Christus, met den II Geest, in de glorie van God den Vader. Amen.

In gezongen missen kan men van liet Kyrie tot het Glorie gevoeglijk bidden :

De Litanie van liet II. Hart.)

Gebed

Als de priester zich tot de aanwezige geloovigen keert, zegt hij : Dominu* vobiscum tde Heer zij j viel uj. Zij antwoorden door den misdienaar : Et rum spiritio luo (en met icwen yeestj d. i. zooals de Heer met ons moge wezen, zoo zij Hij ook j met u.

{-

ons rnnriEN.

Almachtige God, geef, smeeken wij U, dat wij, die in het Allerhelligsle Hart van uwen beminden Zoon onzen roem stellen en daardoor de voornaamste weldaden zijner liefde jegens ons herdenken, geef, dat wij gaarne de weldaden mogen gebruiken en er de vruchten van genieten Door den-zelfden Jesus Christus Onzen lieer, die met U leeft en heerscht in alle eeuwen. Amen.

326

X

/

uk.

7^

of T

ocr page 339

___2^______

liE ii. MIS, 327

Bpistc),

Lees hier aandachtig de volgende zinsneden uit den profeet Isaias; bedenk daarbij, dat de II. (leest, j ^ die waarheden heeft ingegeven en dat zij geschre- Xe ven zijn tot uwe onderrichting.

sik loof U, o Heer, omdat, toen gij op | »tnij vertoornd waart, uw toorn zich heelt «afgewend en Gij mij vertroost heht. Zie-xdaar God, mijn Heiland. Ik zal vertrou-»wen en niet vreezen; want mijn Sterkte sen mijn lol is de Heer, en Hij is mij tot sheil geworden. Gij zult water scheppen sin vreugde uit de bronnen des Zaligmakers! V gij zult op dien dag zeggen ; looft den

-/■ Heer en roept zijnen Naam aan Gedenkt, sdat zijn naam hoog verheven is' Zingt den sHeer, want heerlijke dingen heeft Hij ge-sdaan! Verkondigt dit over de gansche. saarde Verheugt u en juich!, gij bewoners svan .S'ion, want groot is in uw midden de sHeilige van Israël

Hoe goed zijt Gij, o God ! Gij zorgt niet alleen voor ons lichaam, maar ook voor onze ziel Gij maakt ons uwen wil hekend en toont ons den weg n.iar den Hemel. Ik dank U voor uwe heilzame onderwijzingen, 1 en maak bet voornemen, mijn leven zoo in te richten, gelijk Gij verlangt. Help mij door uwe genade Geef, dat ik alles be-minne, wat Gij gebiedt, en alles bate, wat , Gij verbiedt.

Mijn Jesns, zachtmoedig en ootmoedig

Tv quot; y?4

ocr page 340

___^

328 GEBEDEN flNOEn

van harte, maak mijn hart gelijk aan het uwe.

Evangelie.

liet Evangelie wordt staande aangehoord ton lee-ken van eerbied voor liet woord (lods, in 't Kvan-gelie vervat. Men teekent ziel» met het kruis op voorhoofd, mond en horst ; daardoor vragen wij aan God, dat wij zijn H. Woord met het verstand hegrijpen, met den mond belijden en met hot hart beminnen mogen.

Lees en overweeg de volgende woorden uit het Evangelie van den 11. Johannes:

«In dien tijde vroegen de Joden aan «Pilatns (want het was voorbereidingsdag), «opdat de lichamen niet aan het kruis «zouden blijven hangen op den Sabbath «(want deze was een proote Sabbathdag), «dat hunne beenen verbrijzeld en zij af-«genomen zouden worden. De soldaten «kwamen dan en verbrijzelden wel de hee-»nen van den eersten en den tweeden, die «met Hem gekruisigd waren, doch toen «zij tot Jesus waren gekomen en zagen, «dat Hij reeds gestorven was, verbrijzelden «zij zijne beenen niet. maar een der solsdaten opende met zijne lans zijne zijde; «en terstond vloeide er bloed en water uit. En hij, die het gezien heett, heeft, er getuigenis van gegeven, en zijne getuigenis is waarachtig

-quot;w ; tv

ocr page 341

^______^____ML__^

nE H. MIS. 329

Credo.

Dil wordt geheden on ^e/on^on op nllo Zondnp:(;n,

op de Feestdagen \an Onzen Heer eii de Allerh. Ma.'i^d, alsmede op de Feestdagen der Apostelen en der Kerkleeraars

Ik geloof in écnen God, den almacliligen Vader, Sclie|i|)cr van Hemel en aarde, van alle zicht,hare en onzichtbare dingen. — En in één-n Heer Jesns Christus, Gods Eengeboren Zoon, en uit den Vader vóór alle eeuwen geboren, God van God, licht ■van licht, waarachtig God van waarachti-gen God; voortgebracht, niet gemaakt, van ééne zelfstandigheid met den Vader, door wien alles gemaakt is. Die om ons, men-schen, en om onze zaligheid is nedergedaald van den Hemel En is Vlcesch geworden door den H. Geest, uit de. Maagd Maria e/i is Mensch geworden. Hij is ook gekruist voor ons onder Pontius Pi la lus. Hij heeft geleden en is begraven ; en quot;ij is ten derden dage, volgens de Schriften, verrezen ; en Hij is opgeklommen ten Hemel; zit aan de rechterhand des Vaders; vandaar zal Hij wederkomen in glorie, om te oordeelen de levenden en dooden ; wiens rijk geen einde, zal hebben

Ik geloof in den II. Geest, den Heero en levendmakende, die uit den Vader en den I Zoon voortkomt; die met den Vader en den Zoon te zamen aangebeden en mede verheerlijkt wordt ; die door de Profeten gesproken heeft.

^--W 7Y--iK

ocr page 342

r.EHEPEN ONDEIt

En ééne Heilige, Katholieke en Aposto-lieke Kerk. Ik belijd één doopsel ter vergeving van de zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden en het leven der toe komende wereld. Amen.

In eene gezongen TI. Mis kan men na het Credo een of meer der Gebeden bidden, welke bierachter volgen.

Offerande van Brood en Wijn.

Ilrer begint liet eerste van de drie voorname deelen der H. Mis.

Weldra, o Hemelsehen Vader, zal het brood en de wijn, die de priester U aan het altaar opdraagt, door de woorden der Consecratie veranderd worden in het Lichaam en Bloed van Jesus- Deze, uw welbeminde Zoon, zal zich opnieuw aan U opofferen, om ons aan de verdiensten van zijnen kruisdood deelachtig te maken In vereeniging met zijn H. Hart draag ik IJ ook mij zeiven op en wijd U mijn lichaam met al zijne zintuigen, mijne ziel met al hare krachten Ik neem mij voor, vandaag al mijne werken tot uwe eer te verrichten en alles uit lielde tot U te lijden, wat mij heden lastig of moeilijk zal overkomen. Ik zal ook mijn best doen om mijne ziel zuiver van zonden te bewaren vooral van de zonde.... waarin ik reeds te dikwijls gevallen ben. o H Hart, ze-

330

ocr page 343

_____^__^

nis n mis. 331

gen dit voornemen, opdat ik daaraan getrouw blijve.

5

-l

ViriKerwassehUig.

Wascli mij, o God, meer en meer van mijne ongerechtigheden en reinig mij van mijne zonden ; maak mijne ziel zoo zuiver en schoon als zij onmiddeiiijk na haar Doopsel was.

Orate Fratres,

(Bidt, mijne Broeders.)

De lieer ontvange deze oflerande uit de handen des Priesters tot lof en eere van zijnen naam, tot voordeel van ons en van zijne geheele II. Kerk.

Prefatie.

Dit is een loflied, welks naam voorrede of voorbereiding beteekent, omdat het de Consecratie voorafgaat. Aan het einde van de prefatie bidt de priester het loflied der Engelen, dat in het Latijn begint met het woord : Sandiis, dat is heil in, alsmede het gezang der schare, die Jesus bij zijn intocht in Jeruzalem begroette ; Benediclus en Hosanna.

liet gelukkig oogenhlik nadert, waarop de Koningin der Engelen en der menschen op het altaar gaat verschijnen. Vervul mij, o Heer, met uwen Geest; dat mijn hart, onthecht van de aarde, alleen op U zijne

'h'

ocr page 344

__________U.

332 r.EBEIIEN ONDER

gedachten vestige. Welke verplichting heb ik niet, om U te allen tijde en op allo plaatsen te danken en te loven !

Niets is billijker, niets is voordeeliger, dan dat wij ons met het H Hart van Jesus Christus vereenigen, om U onophoudelijk te aanbidden, liet is door Hem, dat alle gelukzalige Geesten uwe Majesteit loven ; het is door Hem, dat alle krachten der Hemelen, bevangen door eene eerbiedige vrees, zich vereenigen, om U te verheerlijken.

Gedoog, lieer, dat wij onze zwakke lofzangen met die der hemelsche Geesten vereenigen en dal wij te zamen juichend en met verwondering uitroepen :

Heilig, heilig, heilig is de Heer, de God der Heerscharen ! Hemel en aarde zijn vol van uwe heerlijkheid. Hosanna in den hooge! Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren I Hosanna in den hooge.

Canon (*)

(Gedachlenis der Levenden.)

Van nu af lol liet rPaler nosterquot; doet de Priester alle gebeden in stilte. Dit stille bidden lieeft iets geliei mvols cm is daarom /eer geschikt om den heiligen eerbied, waarmede de geloovigen de II. Offerande moeten bijwonen, te verhoogen.

DU woord beteekent; Regel. Men noemt alzoo dit gebed omdat het gevogeld in elke H. Mis voorkomt.

: w w

ocr page 345

M-

DE II M1S.

33;!

1

S-

7!

Ik smeek U, o goedertierensle Vader door Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer, de offerande gunstig aan te nemen en te zegenen, welke ik U opdraag voor de H. Katholieke Kerk, opdat het U believe haar te bewaren, te beschermen en te besturen, met onzen II Vader den Paus, onzen Bisschop en allen, die het ware geloof belijden.

Gedenk, Heer, uwe dienaars en dienaressen, bijzonder mijne ouders, bloedverwanten, vrienden, weldoeners en allen voor wie ik verplicht ben te bidden. Maak hen gelukkig op aarde en geef hun eenmaal deel aan het eeuwig geluk des Hemels. Ik bid U ook voor der. Priester, die hetll.Sa-crifie opdraagt, voor allen, die hier tegen-woordig zijn, alsmede voor de bekeering der zondaars, ketters en ongeloovigen. En opdat mijne gebeden U welgevallige!' mogen zijn, vereenig ik ze met die der Allerh Maagd, der 1111. Apostelen Petrus en Paulus en van alle Heiligen.

Consecratie.

De Cuiisecralu' is lid gewiclili^sle en heiligste deel van de 11, Mis. Verdubbel dus uwe aandacht en godsvrucht- Log uw kerkboek neder, buig met den diepsten eerbied uw hoofd, denk, dat de Hemel opengaat en Jesus Christus in persoon op het altaar verschijnt. Zeg ;

ocr page 346

ytA.

--—--r-'

334 GEBEDEN ONDER

Bij de opheffing der H. Hostie.

Geloofd cn gedankt zij te allen tijde liet allerheiligste en goddelijke Sacrament.

ir

(iOO dagen aflaat onder iedere II Mis hij de ^ ophefllng eens te verdienen. 7 Deo. 1819.)

i

Y

Jesus, ik geloof in U, omdat Gij de eeuwige Waarheid zijt. Jesus, ik hoop op U, omdat Gij de eeuwige Barmhartigheid zijt. Jesus, ik bemin U bovenal, omdat Gij boven alles beminnelijk zijt. o Jesus, vermeerder mijn geloof, mijne hoop en mijne liefde.

Bij de opheffing van den Kelk.

Eeuwige Vader, ik offer U het allerkostbaarst Bloed van Jesus Christus tot voldoe-uing mijner zonden en voor de noodwendigheden der 11. Kerk.

1U0 dagen aflaat, telkens. 22 Sept. I8I7J

Na de Consecratie.

(Gedachtenis der Overledenen.) (.

t

ix

Nu is Jesus Christus wezenlijk op het altaar en oflert zich aan zijnen Hemelschen Vader op, om ons aan de verdiensten van zijn Kruisdood deelachtig te maken.

Zie, o Vader, uit den hoogen Hemel op het altaar neder, waar het H. Mart van Jesus, uw teerbeminden Zoon, zich aan U

----^C----

ocr page 347

-Â¥

DE II. MIS

opdraagt voor de zonden zijner broeders — en wees mij om zijnentwil genadig. Gedenk, o goede Vader, de smarten, die dat Hart voor mij heelt verdragen, de algeheele verlatenheid, waarin liet aan liet kruis zich / bevond, het Bloed, dat Het tot den laatsten ' druppel vergoten, den schandelijken dood, dien Het voor mij onderstaan heelt. Wees mij dus genadig : vergeel' rnij het kwaad, dal ik tegen U bega:in heb; heilig mijne ziel en stort uwen overvloedigen zegen over mij uit. Door denzelfden J. C, onzen Heer. Amen.

Ik bid U ook quot;oor de geloovige zielen in het Vagevuur, vooral voor N. N, voor / degenen, die in mijne gebeden zijn aanbe- V volen en voor wie ik het meest verplicht ben te bidden. Genadige God, heb medelijden met haar; verlos haar uit de pijnen, opdat zij in den Hemel met de Engelen en Heiligen eeuwig uwen lol zingen. Amen.

%

Pater noster.

Almachtige, eeuwige God I Gij hebt ons door uwen Zoon geleerd, hue wij moeten bidden ; vol vertrouwen op zijne verdiensten durven wij zeggen ; Onze Vader, enz-

3J5

V! f.

o Heer, verlos ons, bidden wij U, van alle kwaad, dat verleden, dat tegenwoordig, dat nog aanstaande is; en verleen ons door de voorspraak van de zalige en

—^1=7

ocr page 348

•gt;ty.

«EBEUEN ONDEli

roemwaardige Moeder Gods Maria, 'altijd Maagd, van de 1111. Apostelen Petrus en Paulus en Andreas en alle Heiligen, genadig vrede in onze dagen, opdat wij door den bijstand uwer barmhartigheid geholpen, V* te allen tijde vrij mogen blijven van zon- V den en van alles wat onzen vrede zou storen. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer, uwen Zoon, die met U leelt en heerscht van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Agnus Dei.

Hij hel einde van het voorgaande gebed breekt dc priester de 11. Hostie en laai een deeltje daarvan in den kelk vallen. Vereenig u in gebed niet hem en zeg, driemaal rouwmoedig op uwe borst kloppende :

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm LJ onzer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontlerm U onzer.

336

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons den vrede.

Communie.

Daarna neemt de priester de H- Hostie en zegt vol nederigheid on betroüwen, zooals de hoofdman van liet Evangelie, driemaal ; lieer, ik ben niet i'-aardiy, enz. Dan nuttigt hij liet Lichaam des Heeren en vervolgens ook he: li. Bloed. Als gij niet werkelijk communiceert, zult gij op de volgende wijze eene geestelijke communie doen.

quot;TV

ocr page 349

DË II- MIS.

Heer Jesus Christus, Zoon van den levenden God, ik durf tot de H. Tafel niet na deren, om uw H. Lichaam en dierbaar Bloed te nuttigen. Ik bid evenwel uw goddelijk Hart, mij aan de uitwerkselen der H. Communie deelachtig 'e maken; verlos mij, dooide kracht der hemelsche spijs, van al mijne boosheden en van alle kwaad ; geef, dal ik altijd getrouw blijve aan uwe geboden, en laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde.

Goddelijk Hart, hoe gaarne zou ik nu zoo zuiver van zonde zijn, dat ik U in de H. Communie mocht ontvangen, om innig met U vereenigd te worden. Mijn hart verlangt vurig naar U ; maar ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt, doch spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.

Heer, ik ben niet waardig, enz.

Heer. ik hen niet waardig, enz.

o H. Maaltijd, in welke Christus genuttigd, de gedachtenis van zijn lijden gehouden de ziel met genade vervuld en ons het onderpand der toekomende glorie gegeven wordt.

Ziel van Christus, heilig mij.

Lichaam van Christus, maak mij zalig.

Bloed van Christus, verzadig mij.

Water van Christus' zijde, reinig mij.

Lijden van Christus, versterk mij.

o Coede Jesus, verhoor mij.

337

ocr page 350

_—______^_______

338 GEREDEN ONDER

Laat niet toe, dat ik van ü gescheiden worde.

Tegen den boozen vijand verdedig mij, In het uur van mijnen dood roep mij. Doe mij dan tot U komen.

Opdat ik met uwe Heiligen U love,

In de eeuwen der eeuwen. Amen (300 dagen aflaat lelkens. 9 Jan. 1S54-)

Na de H. Communie.

0 Heer Jesus Christus, Gij zijt waarlijk de goede Herder en bemint ons, uwe schapen, op de innigste wijze. Gij hebt uw leven voor ons gegeven en blijft voortdurend voor ons welzijn bezorgd: Gij voedt ons met uw eigen vleesch en laaft ons met uw eigen bloed in de H. Communie- Wij danken U voor uwe groote liefde en smeeken U, dat Gij ons altijd vooral in het uur van onzen dood, tegen den helschen wolf, den duivel, willet 'beschermen. Sta ons bij, opdat wij U, onzen goeden Herder, als getrouwe schapen volgen op den weg deugd, om eens tot het eeuwig leven te mogen geraken- Amen.

K

Zegen.

Verbeeld u, dat God u zegent door do hand van zijnen dienaar, den Priester ; kniel dan eerbiedig, maak godvruchtig het teeken des II- Kruises en zeg: Mij zegone dc Almachtige God. de Vader en den Zoon en de H- Geest- Amen.

ocr page 351

^Â¥-

DE H, MIS

Ja, zogen mij, o goode God; zogen mijn lichaam met al zijne zintuigen, mijne ziel met al hare vermogens; zegen vooral mijnen wil, opdat ik U bovenal bemiime en uwe geboden getrouw onderhoude. . Amen.

St, Jans Evangelie.

In den beginne was het Woord en bet Wo 'rd was bij God. en het Woord was God. Dit was in den beginne bij (lod. Alle dingen zijn er door gemaakt; en zonder Dat is er niets gemaakt van hetgeen er gemaakt is. Daarin was het leven, en het leven was net licht der menschen ; en . bet licht schijnt in de duisternissen en de duisternissen hebben het niet begrepen Er was een niensch van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis van het licht te geven, opdat allen door hem gelooven zouden.

Hij zelf was het licht niet, maar om getuigenis van het licht te geven. Dit was het waarachtig licht, hetwelk allen mensch verlicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend Hij kwam in zijn eigendom, doch de zijnen hebben Hem niet aangenomen; maar allen, die Hem aangenomen hebben, beell Hij macht gegeven, om kinderen Gods te worden; degenen.

830

5

yrr

'Ti

7\

ocr page 352

. v if

T - -------—^----(—

V

I

340 GEBEDEN ONDER

die in zijnen Naam gelooven, die niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. .En het Woord is vleesch geworden en Het heelt onder ons gewoond. ; En wij hebben zijne glorie gezien, eene glorie als des Eengeborenen van den Vader, vol genade en waarheid

Gebeden na de stille H. Mis, voor-gesehreven door Z. H. Paus Leo XIII.

Driemaal bet «Wees Gegroet» enz-Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid ; ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegro' t Tot Li roepen wij, ballingen, kinderen van Eva.

Tot U smeeken wij, zuchtend en weenend

in dit dal van tranen.

Daarom dan, onze voorspreekster, sla

op ons uwe zoo barmhartige oogen. En toon ons, na deze ballingschap, Jesus, de gezegende vrucht uws lichaams. % O goedertierene, o meedoogende, o zoete iy -y Maagd, Maria,

v. Bid voor ons, H, Moeder Gods,

n. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

LAAT ONS HIDDEN.

O God, onze toevlucht en onze kracht, zie | genadig neder op het tot U roepende volk;

-=t

A » /\

ocr page 353

DE II. MIS. 341

en door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den II Jozef, haren Bruidegom, van uwe HH. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen, verhoor barmhartig en goedgunstig de gebeden, welke wij storten voor de bekeering der zondaren, voor de vrijheid en de verheffing onzer Moeder de 11. Kerk. Door Christus, onzen Heer. Amen.

Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd, wees onze bescherming tegen de boosheid en de lagen des duivels. Wij smeeken nederig, dat (iod hem gebiecle: en i gij, aanvoerder van het hemelsche heir, drijf den Satan en de andere booze geesten, die ten verderve der zielen in de wereld rondzwerven, door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen,

Z- II- verleent goedgunstig 300 dagen aliaat aan hen die deze gebeden, als boven, geknield doen,

ocr page 354

V----

JA*.

Oefeningen voor de H. Communie.

1. Geloof: O mijn Jesus, ik geloof vast, al wat Gij geopenbaard hebt; vooral geloof ik, dat Gij wezenlijk tegenwoordig zijt in het H Sacrament des Altaars, omdat Gij het zelf gezegd hebt. —

Aaniïidiiing : O mijn Jesns, in veree-niging met alle Engelen en Heiligen, aanbid ik ü in het allerheiligste Sacrament, waarin Gij uit liefde voor mij zijt verborgen ^ ik aanbid U als mijn Heer en mijn God, als mijn Schepper en mijn Zaligmaker. —

3, Berouw : O mijn Jesus, ik betreur mt geheel mijn hart al mijne zonden, omdat ik daardoor U, mijn goeden God. dien ik boven alles bemin, bedroefd en belee-digd heb, —

4. Ootmoedigheid: Mijn fleer en mijn God, hoe durf ik na zoovele beleedigingen ii' g tot U naderen! Neen, ik ben niet waardig, U in mijn hart te ontvangen; maar spreek slechts één woord en mijne ziel zul gezond worden, —

5!'

ocr page 355

____yLSL__V

com m u nieoefen1n gen, 343

f

5. Hoop; U Liefdevolle Jesus, uwe guedheid en barmhartigheid is oneindig groot. Gij komt tot mij en wilt in mijn hart wonen. Ik vertrouw dan ook vast,

V dat Gij mij zult heiligen en mijn hart met uwe genade vervullen. •—

6. Liefde: O mijn Jesus, Gij hebt mij bemind tot den kruisdood toe; en uit liefde voor mij wilt Gij nu ook het voedsel mijner ziel worden Ontvlam mijn hart in wederliefde. Ik bemin U, lieve Jesus, uit gehettl mijn hart, ik bemin U meer dan mij zeiven, ja uit liefde tot U wil ik leven en sterven. —

v. 7. Verlangen ; Kom, lieve Jesus, kom, -• en neem bezit van mijn hart. Het zal ft gi-heel nan U tnebehooren. — Kom in mijn arm hart en vervul mijne wenschen, kom, en heilig mijne ziel; kom, zoete Jesus, kom ! ,. ,

Vóór dat de Priester de H. Communie (,-eeft, toont hij aan de communicanten de H. Hostie en /e^l hij driemaal ; Domino non *um dignus ; klop dan driemaal op do borst, en zeg uit het volste besef 7 uwer onwaardigheid ook driemaal; Heer, ik hen niet waardig, dat Gij in mijn hart Komt; maar j spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond 1 vorden.

Blijf daarna aanhoudend, langzaam en vurig ver-i zuchten: o Jesus, ik geloof in U: — o Jesus, ik 1 hoop op U; — o Jesu-i, ik bomn U.

j IJij het knielen voor de Communiebank zegt men : j Gelooid zij Jesus Christus in het //. Sacrament des Altaars.

ocr page 356

com m uni hoe i- e nin c. e n.

AIs tie Priester u de II. Hostie geeft, zeg dan niet met den mond, maar met liet liart : Het Li-gt;;hu(tm run onsen /-/eer Jesus Christus hciquot;arn mijne ziel ten cemoiuen leven. Herhaal dit in stilte eenigc malen na de II. Gomnumie.

-quot;«X--

Oefeningen na de H. Communie.

Aaniüdding : O mijne lieve Jesus, ik aan-danbid ü in mijn hai't als mijn God, mijn Verlosser en Zaligmaker. —

Nederigheid: Van waar komt mij het geluk, dat Gij, mijn Jesu.s, U gewaardigf, m mijn arm hart te komen rusten ! —

Dankzegging: Mijn Jesus, hoe zal ik U genoeg kunnen danken ! o Maria, mijne lieve Moeder, mijn H. Engelbewaarder en mijn II. Patroon, aanbidt, looft, prijst en dankt Jesus met mij. —

Opoffering : Gij hebt, o goede Jesus U geheel aan mij geschonken, ik geef mij ook geheel aan U; ik oifer U op mijne ziel en mijn lichaam, mijne gedachten en begeerten, mijne woorden en al mijne werken. —

Liefde: Ik bemin U, lieve Jesus mijn God en mijn al! Ontvlam mijn koud hart door het vuur uwer liefde en laat niet toe, dat ik door de zonde ooit van U gescheiden worde. —

Vragen : Lieve Jesus, Gij zult mij nu niets weigeren. Geef mij al de genaden.

ocr page 357

GOM M UN IEOEKE NI NG EN.

die ik noodig neb, om de zonden te vermijden en de deugd te beoefenen- Bewaiir mij vooral voor de zonden van .,.

lgt;i(l verder voor uwe Ouders, voor Z. H-den Paus, voor de H. Kerk, voor de bekeering der zondaars, ketters en ongeloovigen, voor de zielen des Vage-vuurs, voor uwe weldoeners en voor allen, in wie gij eenig belang stelt.' -

ocr page 358

GEBEDEN ONDER HET LOF.

Akte van Geloot en Dankzegging.

quot;) Geloofd en geJankti zij e!k oogenblik het nllei'lieiligste en allergoddelijkste Sacrament

Heer Jesus Christus, waarachtig God en Mensch, ik geloof, dat Gij hier onder de gedaante van brood waarlijk tegenwoordig zijt, niet ziel en lichaam, en ik aanbid U nederig als mijnen Heer en mijnen God. ü, mocht ik U aanschouwen, beminnen, x loven en verheerlijken, gelijk zoovele dui-• zenden Engelen U met de grootste vreugde aanschouwen, beminnen en loven in den | Hemel ! Hoeveel toch ben ik U hiervoor j verschuldigd, dat Gij ter liefde van mij I uit den Hemel gedaald zijt, dat Gij IJ op het kruis voor mij hebt opgeofferd en nog voortdurend in bet H Sacrament voor mij tegenwoordig blijft tot eeuwig aandenken 1

____

ocr page 359

CKIiEDKN ONDEIl

\

| uwer liofde! Wat zou ik ondankbaar en i ongelukkig zijn, als ik deze liefde niet me! wederliefde vergold !

t-

k-

Eereboete aan .Tesua Christus in het H, Saerament.

O Jesus, mijn God en Zaligmaker, ik aanbid U met den diepsten eerbied, dien liet geloof mij ingeeft, en ik bemin U uit geheel mijn hart, U, die in het hoogwaardig Sacrament des Altaars verborgen zijt. Ik verlang vurig al de oneerbiedigheden, onteeringen of heiligschennissen te herstellen, waaraan ik mij coit mocht hebben schuldig gemaakt.

Ik aanbid U dan, mijn God, wel niet zooals Gij het verdient en ik het doen moest, maar dan toch zooveel ik in mijne zwakheid kan. O, hoe gaarne zou ik U aanbidden met al de volmaaktheid, waartoe alle redelijke schepselen te zamen in staat zijn !

Ik heb de meening van U nu en altijd te aanbidden, niet alleen voor die katholieken, weike U hnnne aanbidding en liefde weigeren, maar ook voor al de ketters, scheurmakers en ongeloovigen. Mochten zij zich toch bekeeren, mochten ook zij U aanbidden! Ach, ja, mijn Jesus, wees door alle menschen elk oogenblik aanbeden, bemind en bedankt in het heilig en goddelijk Sacrament des Altaars. Amen,

— 347

TT

ft-

* T

ocr page 360

' *

s £

(:0 m m11nikoe i-1-: nin c. e n.

Als (5c Priester u de JI. Hostie geeft, zeg dan niet met den mond, maar met het hart ; liet Lichaam can onzen Heer Jesu* Christus beware. | mijne ziel ten eeuw in en leven. Herhaal dit in stille i eenige malen na de 11. Communie.

'•V

Oefeningen na de H. Communie.

Aanbidding : O mijne lieve Jesus, ik aan-aanbid U in mijn hart als mijn God, mijn Verlosser en Zaligmaker. —

Nedeiugiieid : Van waar komt mij het geluk, dat Gij, mijn Jesus, U gewaardigt, in mijn arm hart te komen rusten ! —

Dankzegging: Mijn Jesus, hoe zal ik U genoeg kunnen danken ! o Maria, mijne lieve Moeder, mijn H. Engelbewaarder en mijn M. Patroon, aanbidt, looft, prijst en dankt Jesus met mij, —

Opoffering: Gij hebt, o goede Jesus ü geheel aan mij geschonken, ik geef mij ook geheel aan (J; ik olï'er ü op mijne ziel en mijn lichaam, mijne gedachU-n en begeerten, mijne woorden en al mijne werken. —

^ Liefde: Ik bemin U, lieve Jesus mijn God en mijn all Ontvlam mijn koud hart door liet vuur uwer liefde en laat niet toe, dat ik door de zonde ooit van U gescheiden worde. —

vr

Vragen : Lieve Jesny, Gij zulv mij nu niets weigeren. Geef mij al de genaden,

quot;k

ocr page 361

CO M M n I EO E F E NIN G E N.

die ik noodig heb, om de zonden te vermijden en de deugd te beoefenen- tiewanr mij vooral voor de zonden van ...

lgt;ilt;l verder voor uwe Ouders, voor Z. H. den Paus, voor de H. Kerk, voor de bekeering der zondaars, ketters en ongeloovigen, voor de zielen des Vage-vuurs, voor uwe weldoeners en voor allen, in wie gij eenig belang stelti -

ocr page 362

i* V

GEBEDEN ONDER HET LOF.

Akte van Geloot' en Dankzegging.

Gelooid en creianktj zij elk oogenblik hel allerheiligste en allergoddelijkste Sacrament

Heer .lesus Christus, waarachtig God en Mensch, ik geloof, dat Gij hier onder de gedaante van brood waarlijk tegenwoordig zijt, niet ziel en lichaam, en ik aanbid U nederig als mijnen Heer en mijnen God. ü. mocht ik U aanschouwen, beminnen, loven en verheerlijken, gelijk zoovele duizenden Engelen ü met de grootste vreugde aanschouwen, beminnen en loven in den Hemel! Hoeveel toch ben ik ü hiervoor verschuldigd, dat Gij ter liefde van mij uit den Hemel gedaald zijt, dat (jij U op het kruis voor mij hebt opgeolferd en nog vooitdurend in het H Sacrament voor mij tegenwoordig blijft tot eeuwig aandenken

%

ocr page 363

-i-X

CHIiEnKN LINUI'Mt HUT I.OK

uwer liefde! Wat zou ik ondankbaar en ongelukkig zijn, als ik deze liefde niet me! wederliefde vergold!

Eereboete aan Jesus Christ us in het H. Sacrament.

0 Jesus, mijn God en Zaligmaker, ik aanbid U met den diepsten eerbied, dien het geloof mij ingeeft, en ik bemin U uit geheel mijn hart, U, die in het hoogwaardig Sacrament des Altaars verborgen zijl. Ik verlang vurig al de oneerbiedigheden, onteeringen of heiligschennissen te herstellen, waaraan ik mij ooit mocht hebben schuldig gemaakt.

Ik aanbid U dan, mijn God, wel niet zooals Gij het verdient en ik het doen moest, maar dan toch zooveel ik in mijne zwakheid kan, O, hoe gaarne zou ik U aanbidden met al de volmaaktheid, waartoe alle redelijke schepselen te zamen in staat zijn !

Ik heb de meening van U nu en altijd te aanbidden, niet alleen voor die katholieken, weike U iiiinne aanbidding en liefde weigeren, maar ook voor al de ketters, scheurmakers en ongeloovigen. Mochten zij zich toch bekeeren, mochten ook zij U aanbidden ! Ach, ja, mijn Jesus, wees door alle menschen elk oogenblik aanbeden, bemind en bedankt in het heilig eu goddelijk Sacrament des Altaars. Amen.

3'.7

Vr

TT

h'T'

-v- ■ / \

ocr page 364

____iiA_____________?ƒ,

348 GEBEDEN

Gebed tot Jesus' H. Hart.

O Goddelijk Hart, zie genadig van uw | heilig altaar op mij, ellendigen zondaar, ne- | der. Met een bedroefd hart, maar met groot ^ vertrouwen bid ik U, vergeef mij mijne iy zonden; zij zijn rnij van harte leed, ik haat |' en vcifoei ze uit liefde tot U en wil ze nooit meer bedrijven. Maak mij. naar uw voorbeeld, zachtmoedig en ootmoedig van harte, gehoorzaam, kuisch. getrouw aan mijne lgt;licliten, geduldig in lijden en in alles on- | derworpen aan uwen heiligen wil- Geef mij de volharding in uwe liefde tot het einde | mijns levens toe.

Betrouwende op de goedheid uws Harten, o mijn Zaligmaker, bid ik ü ook voor allen, i voor wie ik verplicht ben te bidden. Zegen onzen Heiligen Vader, den Paus, de bisschoppen en Priesters; vervul ben met eenen vurigen ijver voor uwe eer en voor de zaligheid der zielen. Ik bid U in het bijzonder voor mijnen zielbestuurder en voor hen, die mij in den godsdienst onderwijzen of onderwezen hebben. Gelief hen daarvoor te » , heloonen, en hunnen arbeid te zegenen, op-Y dat zij ons en vele anderen tot de eeuwige zaligheid mogen brengen.

Ik beveel Ü, o minnelijk Hart, mijne ouders, aan wie ik zooveel verschuldigd ben.

Geef hun al wat zij voor ziel en lichaam noodig hebben voor dit en het eeuwige leven. Dit vraag ik U ook voor mijne broeders, zusters en andere bloedverwanten.

^ 75,'t£— /V

■f

ocr page 365

349

__________

ONDER HET LOK.

Ik bid U ook vcor mijne vijanden, indien ik er heb; voor allen die mij ooit belee-digd hebben, en voor hen aan wie ik ergernis heb gegeven ; ik bid U voor allen, die voor mij bidden.

Ach, Heer! mochten toch alle zondaren zich tot U bekeeren ! Geef hun daartoe uwe genade; ontferm U over hen.

En om niemand in mijn gebed te verge-geten, beveel ik U ook alle zieken, die U in het H Sacrament niet kunnen bezoeken. Geef hun sterkte, om hunne smarten uit liefde tot rJ geduldig te lijden en daardoor den Hemel te verdienen. Ik bid U voornamelijk voor hen, die in gevaar zijn van sterven. Sta hen bij in dat gewichtig oogenblik, opdat zij in uwe liefde uit deze wereld scheiden

Eindelijk beveel ik U de zielen der overledenen, die nog in het vagevuur zijn, vooral de ziel van . .. Vervul haar vurig verlangen van zich met U te gaan vereenigen in den Hemel

Al deze genaden voor mij zei ven en voor anderen hoop ik van uwe goedheid te bekomen. Amen.

ocr page 366

. \C___________

350 GEBEDEN

mmm öe1^ h. iaago.

Die gezongen worden onder het Inf. Vnn Zaterdag vóór den eersten Zondag vnn den Advent tot Kerstmis.

Alma Rodonipt oris Mater.

Verheven Moeder, uit wier schoot Ons aller Zaligmaker sproot; Gij, Hemelpoort, die openstaat, Gij, Zeester, die ons niet verlaat.

Breng 't vallend volk, dat op wil staan, Breng gij het uw bijstand aan ;

Die. waar natuur verbaasd op staart, Uw heilgen Schepper hebt gebaard,

Gij, Maagd, zoo vóór als na dien stond. Neem 't «Ave» uit des Engels mond, En zie. o Moeder van den lieer. Ontfermend op ons, zondaars, neer. v. De Engel des Heeren heeft Maria geboodschapt.

R. En zij heeft ontvangen van den 11. ^ Geest

LAAT ONS BIDDEN.

Wij bidden U, lieer, s.oi-t, uwe genade in onze harten, opdat wij, die door do boodschap des Engels do Menschwording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door Zijn lijden en kruis tot de

'ik' W- ^

ocr page 367

3/____ï__________v.x__^

ONDER HET LOF. 351

heerlijkheid der verrijzenis gebracht wor- | den. Door donzelfoen Christus, onzen Heer. | Amen,

ol Van Kerstavond tot O. L.V. Lichtmis, dezelf--} de Antiphoon, maar Vers en Gebed als volgf: (V

v. Na het haren zijt Gij onbevlekte Maafifd gebleven.

R. Moeder Gods, bid voor ons.

I.AAT ONS BIDDEN.

o God, die door de vruchtbare maagdelijkheid der H. Maria de gaven der eeuwige zaligheid aan het msnschelijk geslacht ver- Yd -t. leend hebt, laat ons, bidden wij U, de voor- U-spraak van haar gevoelen, door wie wij ver- i diend hebben, do bron des levens, Onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, te ontvan-i. Amen.

i

Van O. L V. Lichtmis, lol JVoensdag in de Goede Week,

Ave Regtna Cooloriim.

Gegroet, o Hemelkoningin,

Gegroet, der Engelen Vorstin ;

Heil U, o Spruit, o Zaalge Schoot,

Waaruit der wereld 'I Licht ontsproot.

Wees, glorierijke Maagd, verblijd,

Die onder alle 't schoonste zijt;

Gegroet, o Gij, zoo vol van eer,

Rn bid voor ons bij God den Heer.

'W —yF jsr

ocr page 368

V----_________2^-

352 c.eiïedEn

v. Gedoog, dat ik. U love, H. Maagd. R. Geef mij sterkte tegen uwe vijanden.

LAAT ONS HIDDEN,

'i

Barmhartige God, wil onze zwakheid ondersteunen, opdat wij, die de gedachtenis der H, Moeder Gods vieren, door den bijstand van hare voorspraak uit onze zonden mogen opstaan. Door denzellden Christus, onzen lieer. Amen.

Van Paasch-Zaterdag tot Zaterdaq na Pinksteren.

Begina Coeli.

Verblijd U, 's Hemels Koningin ! Alleluja.

Want dien gij droegt vol moedermin, Alle-luja.

Stond naar zijn woord, weer op uit 'tgrafl Alleluja,

Bid God genade voor ons af. Alleluja, v. De Heer verrees; o wees verblijd. Alleluja.

n. Maria, die zijn Moeder zijt! Alleluja.

*'

i.aat ONS hidden.

o God, die U gewaardigd hebt, door de verrijzenis van uwen Zoon, onzen Heer Jesus Christus, de wereld te verblijden ; verleen, smeeken wij U, dat wij door z jne Moeder, de Maagd Maria, de vreugde van het eeuwige leven mogen verkrijgen. Door denzellden Christus, onzen Heer, Amen,

ocr page 369

onpkr het lok

Van Zaterdaq vóór H. Drievuldigheids-Zon dag tot Zaterdag vóór den Advent-

Salve Regina.

Wees gegroet, o Koninginne,

Moeder van Barmhartigheid,

Wees gegroet, gij, die ons leven, Zoetigheid en hope zijt.

Tot U roepen wij al klagend; — Wij, 't verbannen Evakroost,

Smeeken uit dit Jal van tranen Zuchtend, woenend, U om troost,

O welaan dan, Midd'laresse,

Sla uw oog op onzen nood ;

En toon ons na 't ballingsleven Jesus, vrucht van uwen schoot.

Moeder, zoo vol mededoogen,

Wie men nooit vergeefs iets vraagt, Moeder, schat van heilgenaden, o Maria, zoete Maagd !

353

v. Bid voor ons, H. Moeder Gods. r. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Wi

la.at ons bidden,

Almachtige, eeuwige God, die door de medewerking van den H. Geest, het lichaam en de ziel der roemwaardige Maagd en Moeder Gods Maria, tot eene waardige

IrF

23

ocr page 370

F Ï554

__

\vuon[)laats van uwen Zoon bereid hebt, geel', dat wij, die ons in hare gedachtenis ver-blijden, door liare genadige voorspraak van alle aanstaande kwaad en van den eeuwigen dood bevrijd worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

Magnificat.

Mijne ziel verheft don Heer:

En mijn geest juicht in God, mijn Zaligmaker !

Omdat Hij nederzag op de geringheid van zijne dienstmaagd; want, zie, vannnafzul-■ Ion alle geslachten mij zalig noemen.

Dewijl Hij groote dingen aan mij gedaan hoelt, de Machtige, en Heilig is zijn naam.

En zijne barmhartigheid is van geslachte lot geslachte voor degenen, die Hem vreezen.

Kracht heeft hij geoefend door zijn arm ; hoogmoedigen in de gedachten huns harten heeft hij verstrooid ;

Machtigen heeft Hij afgezet van den troon, en geringen heeft Hij verheven ;

Nooddi uftigen heeft Hij met goederen ; overladen, en rijken heeft Hij ledig wegge- '{} zonden!

Hij is Israël, zijnen dienstknecht, te hulp gekomen, en Hij is indachtig geweest zijner barmhartigheid.

Gelijk Hij gesproken had tot onze vaderen, met Abraham en zijn zaad in eeuwigheid.

C. KM EI) UN

ocr page 371

-Â¥

.

ONDER MKT I.OF.

Glorie zij den Vader en den Zoon, en den H. Geest.

Gelijk het was in liet begin, en nu, en altijd, en in de eenwen der eeuwen. Amen.

Tantum Ergo.

Knielen wij voor t glorierijke Sacrament vul eerbied neer.

De oude Godsvereering wijke Voor den dienst der nieuwe Leer.

En, boe 't zintuig ook bezwijke. Ons geloof groei' meer en meer.

Aan den Vader, hooggeprezen,

Aan zijn Eengeboren Zoon

Macht en zeegning uitgelezen.

Glorie, heil en eerbetoon !

Voor den Geest, van 't zelfde Wezen, Rij/.e een loffled even schoon! Amen.

255

5

ocr page 372

liEHEDEN

v. Gedoog, dal ik U love, II. Maagd. Tt. Geef mij sterkte tegen uwe vijanden.

LAAT ONS HIDDEN.

Barmhartige God, wil onze zwakheid ondersteunen, opdat wij, die de gedachtenis der H, Moeder Gods vieren, door den bijstand van hare voorspraak uit onze zonden mogen opstaan. Door denzeKden Christus, onzen lieer. Amen.

Van Paasch-Zaterdag tot Zaterdag na Pinksteren.

Kegina Coeli.

Verblijd U, 's Hemels Koningin ! Alleluja. Want dien gij droegt vol moedermin, Alle-luja.

Stond naar zijn woord, weer op uit 'tgraf! Alleluja,

Bid God genade voor ons af, Alleluja, v. De Heer verrees; o wees verblijd. Alleluja.

n. Maria, die zijn Moeder zijt! Alleluja.

LAAT ONS BIDDEN.

o God, die ü gewaardigd hebt, door de verrijzenis van uwen Zoon, onzen Heer Jesus Christus, de wereld te verblijden ; verleen, smeeken wij U, dat wij door zijne Moeder, de Maagd Maria, de vreugde van liet eeuwige leven mogen verkrijgen. Door denzellden Christus, onzen Heer, Amen,

352

ocr page 373

■At,____

ONDER HET LOK.

H

353

Van Zaterdaq vóór H, Drievuldigheids-Zondag tot Zaterdag vóór den Advent.

Salve Kegina.

V

Wees gegroet, o Koninginne,

Moeder van Barmhartigheid,

Wees gegroet, gij, die ons leven.

Zoetigheid en hope zijt.

Tot U roepen wij al klagend; —

Wij, 't verbannen Evakroost,

Smeeken uit dit dal van tranen Zuchtend, weenend, U om troost,

O welaan dan, Miad'laresse,

Sla uw oog op onzen nood ;

En toon ons na 't ballingsleven Jesus, vrucht van uwen schoot.

Moeder, zoo vol mededoogen.

Wie men nooit vergeefs iets vraagt, Moeder, schat van heilgenaden,

o Maria, zoete Maagd !

v. Bid voor ons, H. Moeder Gods.

r. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

laat ons biduen.

Almachtige, eeuwige God, die door de medewerking van den H. Geest, het lichaam en de ziel der roemwaardige Maagd en Moeder Gods Maria, tot eene waardige

Jf-' quot;quot; ' ?

23

ocr page 374

V£

---^

:!54

woonplaats van uwen Zoon bereid hebt, geel', dat wij, die ons in hare gedachtenis ver-Mijden, door hare genadige voorspraak van alle aanstaande kwaad en van den eeuwigen dood bevrijd worden. Door denzelfden ^ . Christus, onzen Heer. Amen. 'i-

Magnifloat.

Mijne ziel verheft den lieer:

En mijn geest juicht in God, mijn Zaligmaker I

Omdat Hij nederzag op de geringheid van zijne dienstmaagd; want, zie, van nn af zul- I V len alle geslachten mij zalig noemen.

- Dewijl Hij groote dingen aan mij gedaan 's* heelt, de Machtige, en Heilig is zijn naam.

En zijne barmhartigheid is van geslachte lol geslachte voor degenen, die Hem vreezen.

Kracht heelt hij geoefend door zijn arm : hoogmoedigen in do gedachten huns harten heeft hij verstrooid ;

Machtigen heeft Hij afgezet van den troon, en geringen heeft Hij verheven ;

Nooddruftigen heeft Hij met goederen gt; overladen, en rijken heeft Hij ledig wegge- inzonden !

Hij is Israël, zijnen dienstknecht, te hulp gekomen, en Hij is indachtig geweest zijner barmhartigheid.

Gelijk Hij gesproken had tot enze vaderen, met Abraham en zijn zaad in eeuwigheid.

7*

ocr page 375

-Â¥

ONDER HET I.OF.

Glorie zij den Vader en den Zoon, en den H. Geest.

Gelijk het was in liet begin, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Tantum Ergo.

Knielen wij voor I glorierijke Sacrament vol eerbied neer.

De oude Godsvereering wijke Voor den dienst der nieuwe Leer.

Kn, hoe 't zintuig ook bezwijke. Ons geloof grosi' meer en meer.

Aan den Vader, hooggeprezen,

Aan zijn Eengeboren Zoon

Macht en zeegnirg uilgelezen.

Glorie, heil en eerbetoon !

Voor den Geest, van 't zelfde Wezen, Rij ze een loffied even schoon! Amen.

\1 71

i

ï

'n

ocr page 376

YekSCHILL-ENDE pEBEDEN

TOT HET

ALLERHEILICSÏÏ HART HU JESUS.

Litanie van het H. Hart van Jesus.

T

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer,

Cliristus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God H. Geest, ontferm U onzer. ^ H Drievuldigheid, één God, ontferm U ' onzer.

Hart van Jesus, Zoon van den eeuwigen

Vader, ontferm U onzer.

Hart van Jesus, Zoon van de Maagd Maria,

ontferm U onzer.

Hart van Jesus, eigene en waaroige woonplaats van den 11. Geest, ontferm U onzer.

ocr page 377

»/

357

VEnsCHII.LENDE GEBEDEN.

Hart van Jesus, scl atkamer van de aller-lieiligsle Drievuldigheid, ontferm U onzer. Mart van Jesns, glorie en vreugd dei-Engelen,

Hart van Jesus, oneindig in Majesteit,

Hart van Jesus, voorwerp van allo liefde,

Allerootmoedigst Hart van Jesus, Allerzuiverst Hart van Jesns, Allerminnelijkst Hart van Jesus,

Hart van Jesus, vol van zogen en genaden.

Hart van Jesns, wellust van Hemel en aarde,

Hart van Jesus, licht van geheel de = aarde, S5

Hart van Jesus, onoverwinnelijke sterkte g

tegen onze vijanden.

Hart van Jesus, bron van alle rechtvaardigheid, s Hart van Jesus, oorsprong van alle goed- 2

heid en barmhartigheid.

Hart van Jesus, vol medelijden en tee-derlieid,

Hart van Jesus, woonstede aller deugden, Hai t van Jesns, allen lof en eer waar-di0-

Hart van Jesus, wien alle aanbidding toekomt,

Hart van Jesus, onpeilbare afgrond van

alle hemelsche gaven.

Hart van Jesus, zaligheid dergenen, die in U hopen.

Ss

if

ry :

V1

%

'k

ocr page 378

Y-----^_____

.'HSS VERSCHILLENDE (ÏEBEDEN.

'I

4 'h

f

7V

Hart van Jesus, fontein der springende wateren tot het eenwig leven, ontferm U onzer. Hart van Jesus, verzoening onzer zonden,

Hart van Jesus, troost van alle bedrukte harten.

Hart van Jesus, hoop dergenen, die in

U sterven,

Hart van Jesus, ons leven en verrijzenis.

Hart van Jesus, toevlucht der zondaren, o Hart van Jesns, met bitterheid voor ons 2: vervuld,

Hart van Jesus, met versmaadbeden voor ö ons verzaad, C

Hart van Jesus, om onze boosheden c doorwond, S

Hart van Jesus, om onze zaligheid ge- ®

storven aan het kruis.

Hart van Jesus, met eene lans doorstoken.

Hart van Jesus, levende, heilige en God

behagende offerande.

Hart van Jesus, altaar op welk al de

Heiligen opgeofferd worden.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons, Jesus.

Lam Gods, d.it wegneemt de zonden der

wereld, verhoor ons, Jesus.

Lam nods, dat wegneemt do zonden der wereld, ontferm IJ onzer Jesus v ü Koning der glorie. Gij zult nooit versmaden

n. Ken boetvaardig en vernederd hart.

1 ^----

ocr page 379

VERSCHILLENDE GEBEDEN .

GEBED.

O amibiddelijk Hart van mijnen Jesus, i gloeiende brandoven der goddelijke liefde, j ontvang, bid ik U, mijne ziel in uwe aller- jfs heiligste wonde, opdat ik in deze school van liefde moge leeren beantwoorden aan do liefde van U, mijn God, die mij zooveel wonderbare bewijzen van uwe liefde gegeven hebt. Amen.

Gebeden.

Het Woord in vleesch geworden en Het heeft onder ons yewoor.d.

Eeuwig Woord, uit liefde voor ons mensch geworden, nederig aan uwe voeten neder-geworpen, aanbidden wij U met den diep-sten eerbied onzer ziel, en om onze ondank-| baarheid jegens eene zoo groote weldaad te herstellen, vereenigan wij ons met het hart i van allen, die U beminnen, en offeren wij U onzen nederigsten en teedersten dank. Getroffen door die overmaat van ootmoed, goedheid en teederheid, die wij in uw god-' delijk Hart erkennen, smeeken wij uwe genade af, om deze U zoo dierbare deugden te mogen navolgen.

Onze Vader, Wees grgroel en Glorie, enz.

IIj is ook voor ons gekruist, heeft geleden onder Pontius I'ilatus en is begraven. i Jesns, onze beminnelijke Verlosser, ne-

359

ocr page 380

^_____^___i-C

VERSCHILLENDE GEBEDEN.

derig aan uwe voeten neergeworpen, aanbidden wij U met den diepsten eerbied onzer ziel; en om U een oprecht blijk te geven van de smart, die wij gevoeleu over onze ongevoeligheid voor alle versmadingen en smarten, die uw liefdevol Hart U voor onze zaligheid deed verduren in uw smartelijk Lijden en in uwen Dood, vcr-eenigen wij ons met het hart van allen, die U beminnen, om U uit geheel onze zie! dank te brengen. Wij bewonderen de ein-delooze lijdzaamheid en edelmoedigheid van uw goddelijd Hart, en wij smeeken U, het onze te vervullen met den geest van christelijke versterving, waardoor wij het lijden met moed omhelzen en onzen grootsten troost en al onze glorie stellen in uw Kruis.

Onze Vader, Wees gegroet, Glorie zij den Vader, enz.

Gij hebt hun een brood uit den hemel gegeven, dat alie verkwikking in zich bevat.

Jesus, vol oneindige iielde tot ons, nederig aan uwe voeten neergeworpen, aanbidden wij U met den diepsten eerbied onzer ziel, en om U eenigszins schadeloos te stellen voor de versmadingen, die uw goddelijk Hart dagelijks ontvangt in het allerh. Altaarsacrament, vereenigen wij ons met het hart van allen, die U beminnen en U den hartelijksten dank brengen. Wij beminnen in uw goddelijk Hart dat

W r w ~'r\

ocr page 381

VERSCHILLENDE GEBEDEN.

onbegrijpelijk heldevuur jegens uwen he-melschen Vader, en smeeken U, onze harten te ontsteken van eene brandende liefde jegens U en onze naasten

Onze Vader, Wees gegroet, Glorie zij den Vader, enz.

Ten slotte, é allerbeminnelijkste Jesus, smeeken wij ü, .bij de teederheid van uw goddelijk Hart, de zondaren te willen be-keeren, de bedrcelden te vertroosten, de stervenden bij te staan, en lafenis te schenken aan de geloovige zielen in het Vagevuur. Verbind onze harten met den band van waren vrede en liefde, behoed ons voor een onvoorzienen docd, en geef, dat wij heilig en in vrede sterven, Amen.

v. Hart van Jesus, brandend van liefde tot ons

n. Ontvlam ons hart van liefde tot U.

LAAT ONS BIDDEN.

Geef, bidden wij U, almachtige God, dat wij, die in het allerheiligste Hart van uwen geliefden Zoon onzen roem stellen, en de voornaamste weldaden zijner liefde jegens ons herdenken, ons over het bewijzen dier weldaden en over hare vruchten mogen verblijden. Door denzellden Christus, onzen Heer. Amen,

O goddelijk Hart van Jesus! ik aanbid U met alle krachten mijner ziel; ik wijd ze U voor immer toe, tegelijk met mijne gedachten, woorden en werken en met

ocr page 382

VERSCHILLENDE GEREDEN.

geheel mij zeiven. Ik neem mij voor, U akten van aanbidding, van liefde en verheerlijking te brengen, voor zoover het mogelijk is, gelijk aan die, welke Gij brengt aan nwen hemelsohen Vader. Wees, smeek ik U, de hersteller mijner misslagen, de beschermer van mijn leven, mijn toevluchts- ; oord en schuilplaats in het uur van mijnen dood. Verleen mij, door de zuchten en bitterheden, waarin Gij, gedurende geheel den loop van uw sterfelijk leven, om mijnent ■ wil gedompeld waart, een waar berouw over mijne zonden, de verachting der we-reldsche zaken, eene vurige begeerte, naar de eeuwige glorie, het vertrouwen op uwe • oneindige verdiensten, de eindvolharding in uwe genade.

O Hart van Jesus, geheel liefde, ik draag ii deze nederige gebeden op voor mij zeiven, en voor allen, die zich in den geest met mij vereenigen om ü Ie aanbidden : gewaardig U wegens uwe eindelooze goedheid ze te aanvaarden en te verhooren, vooral voor dengene onder ons. die het eerst dit sterfe

lijk leven zal afleggen. Allerzoetste Hart t van mijn Zaligmaker, stort over hem te midden van zijnen doodstrijd uwe inwendige vertroostingen uit, neem hem op in uwe H. Wonde, reinig hem van e!ke smet in dat fornuis van liefde, om hem zoo de glorie toe te staan, waar hij bij U de voor-j spreker worde van allen, die nog in dit j oord van ballingschap achterblijven

L---

362

ocr page 383

VERSClin.LKNDE GFBEDEN.

Allerheiligst Hart van mijn beminnelijken Jesus, ik lieein mij voor, deze akten van aanbidding en deze gebeden voor mij, ellendi-gen zondaar, en voor allen die in de aan-bidding van U vereenigd zijn, te vernieu- V wen en U op te dragen gedurende alle oogen-blikken, dat ik adem baal tot op het oogen-blik van mijnen dood. Ik beveel U aan, o ■ mijn Jesus de II, Kerk, uwe beminde Bruid en onze ware Moeder, de rechtvaardige zielen, alle arme zondaars, de bedroefden, de stervenden en eindelijk alle menschen ; laat toch niet toe, dat bef; voor hen vergoten Bloed hun onvruchtbaar worde. Gewaardig U eindelijk ze toe te passen tot lafenis dei-zielen in het Vagevuur, in het bijzonder van die, welke tijdens haar leven de heilige godsvrucht beoefenden van U te aanbidden.

Allerbeminnelijkst Hart van Maria, dat onder de harten van alle schepselen bet reinste zijt, het meest van liefde ontstoken tot dat van Jesus, en tegelijkertijd bet meest medelijdend jegens ons, arme zondaren, verkrijg ons van het Mart van Jesus, onzen Verlosser, de genade, die wij van U vragen. Moeder van Barmhartigheid,

eene enkele verzuchting, eene enkele beweging van uw brandend hart naar dat van Jesus, uwen goddelijken Zoon, kan ons ten volle vertroosten. Sta ons dan die genade toe, en bet goddelijk Hart van Jesus,

door die kinderlijke liefde, welke Het IJ toedroeg en U altijd zal blijven toedragen,

quot;Tr Vr m

363

i

K-

7^

ocr page 384

_____5^_____^___

I I

364 VERSC1IIM.ENDE GEBEDEN.

zal gewis niet nalaten ons te veiiiooren. Amen.

Paus Pius VII, bij Rescript v;in i2 Februari I80S. verleende : *

lién Aflaat, van 300 dagen eens per dag aan l alle peloovigen, die met rouwmoedig hart en met godsvrucht genoemde gebeden bidden met nog 3 maal Onze Vader, Wéés gegroet en Glorie zij den i Vader.

Een vollen aflaat, eens in de maand aan hen, | die ze oj. bovenvermelde wijze eene maand lang | hebben gebeden, op een dag naar verkiezing, waar- ' oj) men, na waarlijk rouwmoedig te hebben gebiecht en gecommuniceerd, bidt voor de behoeften der H. Kerk.

Deze aflaten, de volle en gedeeltelijke, werden door Z. II. Paus Pius IX voor altijd bevestigd bij de audiëntie van 18 Juni 1S76.

i

ï

KRANSJE

ter eere van het Allerh. Hart van Jesus.

I. Mijn liefdevolle Jesus, wanneer ik uw Hart vol goedheid beschouw, en Het vol liefde en teederheid zie voor de zondaren, voel ik hel mijne vervuld met vreugde ' V en vertrouwen, van gunstig door U te worden ontvangen Ach! hoevele zonden heh ik bedreven! Maar thans, op hel voorbeeld van Petrus en van de boetvaardige Magdalena, beween en verfoei ik ze, omdat ik daardoor U, mijn hoogste Goed, beleedigd heb. Ja, schenk mij de vergiffenis ervan ; en o, moge ik eer sterven, ik

Vr- W

ocr page 385

■JiJt_____-AS,___

VRRSCWILLENUK GEBEDEN. 365

smeeli het U bij uw liefdevol Hart, dan ü te beleedigon, en moge ik tenminste eenig en alleen leven, om U wederliefde te bewijzen.

Men hielt \ Onze Vader en 5 Glorie zij den Vader, ter eere van het goddelijk Hart, en zegge daarna:

Zoet Hart van mijn Jesus, maak, dat ik U altijd beminne.

II. Ik aanbid, mijn Jesus, uw allernederigst Har!, en bedank U, dat Gij Het mij tot voorbeeld hebt gegeven, niet enkel met de krachtigste aansporingen om het na te volgen, maar dat C ij mij ook ten koste uwer zoo diepe vernederingen den weg daartoe aanwijst en gemakkelijk maakt. Dwaze en ondankbare, die ik was! Ach, hoever ben ik afgeweken! Vergeef mij. Geen hoogmoed meer, maar met een nederig hart wil ik U te midden van uwe vernederingen volgen, en zoo vrede en zaligheid vinden. Geef mij de kracht daartoe, en ik zal in eeuwigheid uw Hart zegenen.

;/ Onze Vader en 5 Glorie zij den Vader, Zoet ITart, enz.

TH. Ik bewonder, o mijn Jesus, uw allergeduldigst Hart, en ik bedank U voor zooveel bewonderenswaardige voorbeelden van onoverwinnelijk geduld, ons door U nagelaten. Ik betreur het, dat zij zonder vrucht tegen mij het verwijt inbrengen mijner dwaze lichtgeraaktheid, die den geringsten last niet weet te verdragen. Ach! mijn dierbare Jesus. stort in mijn hart eene vu-

ocr page 386

___2^_____^

■,'M) VHUSCIIIM.EN IIU GKBEDHN.

i i'i^e cm duurzame liefde tot kwellingen, Ui'uisen, versterving en boel vaardigheid, opdat ik, door U te volgen op den Calvarieberg, met U kome tot de glorie en de vreug- j de des Hemels. ^

/ Onze Vader, en 5 Glorie zij den Vader. W /uet Hart enz,

IV. Bij het beschouwen van uw allcr-y.achtmoedigst Hart, dierbare Jesus, heb ik een afschrik van bet mijne, zoo geheel verschillend van he! uwe. Al te dikwijls is een lichte schijn, een teeken, een tegenstrijdig woord genoeg, om mij Ie verontrusten en tot bittere klachten te brengen. Ach ! vergeel' mij mijne opvliegendheid, on geef mij

V de genade, voor het vervolg in eiken tegen-

' spoed uwe onverstoorbare zachtmoedigheid [V na lp volgen, en aldus een voortdurenden 1 heiligen vrede te smaken

/ Onze Vader, en 5 Glorie zij den Vader, I Zoet Hart, en:

V. Dat men lol zin ge, o Jesus, aan uw allermoedigst Hart, overwinnaar van dood hii hel, dal al onze. lofprijzingen overwaar-dig is. Meer dan ooit sta ik beschaamd,

V wanneer ik de kleinmoedigheid van het

7 tnijiK! zie, dat, vol van menschelijk opzicht, \-

voor het minste woord bevreesd is. Maar dit zal anders worden Ik smeek U om zoo grooten moed en kracht, dat ik hier op aarde met U strijde en overwinne an hierna vol vreugde met U zegeviere in den Hemel, 1 Onze Vader, vn 5 Glorie zij den Vader. I Zoel Hart, enz.

ocr page 387

VliasCIIILI.ENDE CEUEDEN. I5()7

Wenden wij ons tot Maria, wijden wij ons steeds inniger aan haar (oe, en zeggen wij vol vertrouwen 0|) haar moederhart:

Door de verhevene voorrechten van nw allerzoetst Hart, o groote Moeder Gods en mijne Moeder, Maria, verkrijg mij eene vurige en standvastige godsvrucht tot het H. Hart van uwen Zoon Jesus, opdat ik, met mijne gedachten en gevoelens daarin opgesloten, alle mijne plichten vervulle, en altijd, niet opgeruimdheid des harten, maar bijzonder op dezen dag mijnen Jesus diene.

v. Hart vau Jesus, brandend van liefde tot ons,

K. Ontvlam ons hart van lielde tot U !

IAAT ONS lilUIJE.N,

Wij bidden U, o God, dat do H. Geest mis ontvlamnie door het vuur, hetwelk onze Heer Jesus Christus uit het binnenste zijns Harten over de aarde heeft uitgezonden, en dat Hij krachtig ontstoken wenscht te zien. Die met U leeft en heerscbt in de eenheid van denzelfden 11. Geest, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

GEBED.

O goedertierenste Jesus, Gij alleen zijl onze zaligheid, ons leven en onze verrijzenis- Wij smeeken U dan, verlaat ons niet in onze benauwdheden en kwellingen.

ocr page 388

SBS VERSCHII.LENDE (iEBEDEN.

maai- door den doodstrijd van uw allerheiligst Hart, door de smarten uwer onbevlekte Moeder, ko;n uwe dienaren te hulp, ilie Gij door uw kostbaar bloed hebt vrij-^ gekocht.

Uij Decreet van de H. Congregatie der Aflaten van G October 1870 verleent Zijne Heiligheid Pius IX: Een aflaat van 100 dagen eenmaal per dag te ver-! dienen door alle geloovigen, die ten minste met een rouwmoedig hart en godvruchtig voornoemd gebed verrichten.

Gebed van toewijding aan het Heilig Hart van Jesus.

4

Alleraanbiddenswaardigst Hart van mijn liefderijksten Jesus, zetel aller deugden, onuitputtelijke bron aller genaden, wat was er in mij, dat U bewegen kon, om uit over-groote liefde tol mij te sterven ? Mijn hart, met duizenden zonden bevlekt, heeft voor U niets dan koudheid en onverschilligheid, ü Jesus, deze ondubbelzinnige bewijzen uwer liefde op een tijd, dat ik U niet beminde, doen mij hopen, dat Gij de kleine i bewijzen mijner liefde, welke ik U thans aanbied, niet zult versmaden. Neem derhalve, o liefdevolle Verlosser, het verlangen mijner ziel, om mij geheel aan de eer en verheerlijking van uw allerheiligst Hart toe te wijden, genadig aan. Neem goedgunstig het offer aan, dat ik U met alles, wat ik heb en ben, opdraag.

ik quot; vV

ocr page 389

________

VERSCHII.r.ENDE GEBEDEN. 369

■Si

Aanvaard gelieel mijn wezen, mijn leven, mijne handelingen, mijne moeilijkheden en al mijn lijden! Niels anders wil ik in 't vervolg zijn, dan eer aan uwe glorie toegewijd brandofler. O, zend vuur van den f. hemel, en ontsteek dat brandoffer nu, opdat het eindelijk door de vlammen van uw Hart geheel verteerd worde I U, o mijn Heer en mijn God, offer ik mijn hart met al zijne bewegingen en gevoelens; gedurende geheel mijn leven zullen ze met uw allerheiligst Hart gelijkvormig blijven. U alzoo, o Heer, behoor ik geheel, geheel aan uw allerheiligst Hart.

Hoe groot is uwe barmhartigheid jegens ' quot;V mij ! Oneindige majesteit van God, wat ben ik, dat Gij U gewaardigt, het offer mijns . harten goedgunstig aan te nemen? Van nu i af zal dit hart U geheel toebehooren, en de schepselen zullen er geen deel aan hebben; zij zijn dit niet waardig.

Wees Gij, o liefste Jesus, mijn Vader, mijn Vriend, mijn Leeraar, mijn Al 1 Slechts voor U wil ik leven ! O liefdevolle Verlos-ser der rnenschen, neem het offer genadig ly aan, dat de ondankbaaisle van alle men- V schen aan uw allerheiligst Hart opdraagt, om bet onrecht te hersteilen, dat hij tot op dit uur door koudheid en onverschilligheid Hetzelve heelt aangedaan.

Wat ik geef, is voorzeker weinig; maar 't is alles, wat ik heb, en al betgeen uw Hart, o Jhsus, verlangt en begeert. En dan

5 r #»- /

24

ocr page 390

^______AA-_____gt;4^-_____M-

370 VERSCHILLENDE GEBEDEN.

--

o Heer, geef ik ü mijn hart voor eeuwig en ik wil het nimmermeer terugnemen.

Leer mij alzoo, liefdevolle Heiland, dat ik mij zeiven geheel vergete, wijl dit de eenigste weg tot uw allerzoetst Hart is. ^ Daar ik in 't vervolg, van nu af, alles slechts voor U doen wil, zoo geef dan ook, o Jesus, dat al mijn doen uwer waardig zij! Onderricht mij, opdat ik tot eene volkomene zuiverheid uwer liefde gerake. Doch schenk mij vooral deze uwe liefde, en wel recht gloeiend en grootmoedig ! Schenk mij die diepe ooimoedigheid, zonder welke men aan U niet behagen kan ! Vervul eindelijk uw heiligen wil volkomen aan mij, zoowel hier in dit leven, als daar boven in de eeuwigheid.

Vernieuwing der Geloften voor Religieusen,

Mijn Goddelijke Verlosser, met de meest mogelijke innigheid en liefde wijd ik mij toe en offer ik mij op aan uw allerheiligst Hart! Krachtens mijne gelolten ben ik reeds, wel is waar, aan uw kruis genageld, maar desniettemin wil ik ze wederom voor Hemel en aarde vernieuwen, teneinde uw Hart dank te zeggen voor de ovargroote genade, dat Gij mij tol een zoo heiligen staat geroepen hebt. Tot uwe eer beken ik openlijk, dat uw juk geenszins hard of drukkend is, dat de banden, waar-

quot; quot;Tf- ~~ quot;

ocr page 391

\i- gt;iX

I

VERSCHILLENDE GEDEnEN. 371

doer Gij mij met U vereenigdet, mijn geluk «ilmaken, en dat ik slechts dit ééne verlang, ze immer vaster om mij toe te halen. Derhalve druk ik het kruis, dat Gij mij

V met mijn heiligen roep hebt opgelegd, met

''' teedere liefde en vreugde aan mijn hart ; 4 want het is al mijne blijdschap, mijn roem en mijn vreugd tot in den dood. o God,

help mij, dat ik mij nimmer ergens anders op beroeme, dan op het kruis van Jesus, mijn' goddelijken liruidegom. door wien de wereld aan mij en ik iIer wereld gekruisigd ben! Mijn rijkdom zij de heilige armoede!

Mijn troost het lijden van Jesus ! Mijne liefde zijn allerheiligst Hart ! .

Neen, beminnelijke Verlosser, niets vermag mij van U te scheiden, niets is in staat mij tot zich te lokken, tenzij Gij alleen. Rustig en onbevreesd bewandel ik het pad der volmaaktheid, dewijl Gij mijne schreden leidt en mijne zwakheid ondersteunt. Ik hoop op U, o Jesus, dat Gij uwe beschermende hand, welke mij reeds met zoovele genaden geze-| gend heelt, over mij zult uitstrekken, en mij de dagelijksche hulp, welke ik zoozeer be-

V hoef, niet zult onttrekken, opdat ik aan alle

n bekoringen krachtig wederstaan, en al mijne

vijanden overwinnen moge, Om deze hulp, o ontfermingrijke Heer en Heiland, bid en smeek ik U bij uw Bloed, bij al uwe Wonden, bij uw allerhedigst Hart! Laat mij een levend bewijs van de macht uwer liefde jegens al uwe vijanden zijn ! Amen.

W quot; Tx

' A W '

ocr page 392

■ V-___^___3^__It.

I

I 372 VERSCHILLENDE GEBEDEN.

Akto vac Eoieboete aan het AUerh. Hart van Jesus.

0 aanbiddelijk Hart van mijnen God v eu Zaligmaker, doordrongen van eene die-7, pe droefheid, bij het zien van de oneer en den smaad, die U in het Allerheiligste Sacrament uwer liefde zijn aangedaan en waarvan Gij nog dagelijks liet voorwerp ! zijt, werpen wij ons voor U neder, om ü daarvoor eene eerherstelling aan te bieden. Ach! waarom kunnen wij, door deze onze hulde' van eerbied en liefde, uwe be-leedigde eer niet herstellen ! Gedenk toch, Vi lt;gt; Jesus, uwe barmhartigheden, en ver- k) •j leen ons de vergiffenis, die wij U vragen voor zoovele ongeloovigen en goddeloozen, ' voor zoovele ketters, voor zoovele lafhar- I lige Christenen, die U onteeren, inzonderheid voor ons zeiven, die U zoo dikwijls beleedigd hebben. Vergeet onze ondankbaarheid en wees gedachtig, dat uw Goddelijk Hart, onze zouden te voren afboeten-de, daarvoor tot den dood 1oe bedroefd, ja zelfs na uwen dood met eene lans door-.j stoken is geweest. Laat niet toe, dat uwe 'j smarten en uw bloed vruchteloos voor ons l zouden zijn. Schep in ons een nieuw en i zuiver hart; geel ons een hart volgens het uwe: eeu nederig en rouwmoedig hart;

i een hart vol afschuw voor de zonde, vervuld met kinderlijken eerbied en omstoken i door het heilige vuur uwer liefde. — Wij j van onzen kant beloven U, o Jesus, dat wij ,—j-_______!__'__' i

ocr page 393

i._______gt;1-'^_____\i.

VERSCIIILLENLIU GEHEDEN. 373 i

ons voorlaan willen bevlijtigen, om door | onze zedigheid en eerbied in uwe legen- ; woordiglieid, door onzen ijver en vurigheid om IJ in uw II Sacrament te komen aanbidden en ontvangen, zooveel het ons mo- ^ gelijk is, de oneerbiedigheden, de onteerin- 'y gen en heiligschennissen te herstellen, die ' wij in de bitterheid onzer harten betreuren. Zegen, o Jesus, deze onze voornemens, opdat wij daaraan tot het uur van onzen dood getrouw blijven, tot meerdere eer en verheerlijking vmii uw Goddelijk Hart, dat in het Allerheiligste Sncrament des Altaars van lielde tot ons brandt.

Geloofd, aanqeheden en yedankt 'y zij Ion allen, tijde Jesus Christus in het j\' Mier heiligste Sacrament. — .Imcn,

i

Gebed, dat de H. Gartrudis gewoon was dagelijks te verrichten, ter eere van Jesus' H. Hart,

Ik groet ü, o allerheiligst Hart van Jesus, Hart van mijn verlosser, levende en onuit- ^ puttelijke bron der vreugde en des eeuwigen levens, oneindige schatkamer der Godheid, brandend fornuis der goddelijke lielde! Gij zijl mijne toevlucht, mijne rustplaats, mijn al! Hart vol van lielde, ontvlam mijn hart van den heiligen gloed, die U verteert ! Stort al die genaden in mijn hart, welke in | U, als in hare bron, ontspringen ! Laat

ocr page 394

V

i

—.

VEnSCllH.LENDE nRBEPRN,

mijne ziel bestendig met de uwe vereenigd, en mijn wil in alles aan den uwen gelijkvormig zijn. Dit ééne slechts verlang ik : dat uw heilige wil het eenige richtsnoer en het eenige doel van al mijne gedachten, van al mijne wenschen, van al mijne handelingen zij! En dit hoop ik vastelijk van U. Amen,

Drie gebeden, welke de Heer aan de H. Gertrudis, als Hem bijzonder welvallig, leerde.

I DANKZEGGING

374

V;

Liefdevol Hart van mijn Jesus, mochten alle Engelen en menschen U loven, U danken en prijzen voor de liefde, waarmede Gij ons, in weerwil onzer onwaardigheid, geschapen hebt en dagelijks onderhoudt; voor de lielde, waarmede Gij ons met uw kostbaar Bloed hebt vrijgekocht, met uw goddelijk Vleesch en Bloed in 't heilig Sacrament voedt, en tevens bestendig onder ons verblijft; voor de liefde, waarmede Gij ons zooveel genade hebt geschonken, en nog immer bereid zijt te schenken; voor die liefde eindelijk, waarmede Gij ons, in weerwil onzer ondankbaarheid, lankmoedig verdraagt, Ja, mijn Verlosser, voor al die liefde dank ik U, en draag U de goddelijke gevoelens uws Harten, alsmede de heerlijkheid o[). waarin Gij door alle eeuwen der eeuwen verheugt.

X'

:gt;

r

y r

ocr page 395

v

F

i £ -W gt; ,

VERSCHILLENDE GEBEDEN.

III. VERFOEIING DER ZONDEN,

Hart van mijn Jesus, hetwelk dagelijks voor al uwe liefde, van ons zooveel ondankbaarheid ondervinden en dulden moet, '1 ik verfoei en verwerp hier in uwe tegenwoordigheid alle ondankbaarheid der man-schen, doch geheel bijzonder die, waaraan ik mij zelf schuldig heb gemaakt. Vol schrik wend ik mijne oogen af van al de oneerbiedigheden en beleedigingen, welke U door de menschen en door mij werden aangedaan- Ik verfoei de duizenden hindernissen, welke wij, rampzalige schepselen, uwer genade in den weg stelden, waardoor wij uwe hand tevens sloten, en de gunsten, welke Gij uitdeelen wildet, aan ons zeiven onttrokken. Ach, ontferm U onzer! Bevrijd ons van onze ondankbaarheid, en trek onze harten tot ü.

III. BEDE.

Hart van Jesus, rijk in ontferming ! Stort uwe barmhartigheden ruimschoots over ons uit, en laat ze bewerken, dat een ieder van ons in zijne armzaligheid aan uwe goedheid en genade beantwoorde. Want wat baat ons al uwe goedheid en liefde, wanneer wij er ons niet van bedienen, zno als het in het plan uwer goddelijke Voorzieniggeid ligt? Voltrek derhalve, wat Gij door uwe liefde en ontferming tot ons heil en te uwer verheerlijking begonnen hebt. Amen.

'

375

ocr page 396

:!7f) VERSCHILLENDE GEBEDEN.

/ec/ aan het dol van hel bezoek voor 't Allerheiligste met de II- Gerlrudis:

O Jesns, mijn liart verblijft aan uwe voelen ! Uwe liefderijke zorgvuldigheid zal het | als in eene gevangenis vol vreugde opsluiten; r# de beminnenswaardigheid uws Marlen zij t-de zoete keten, welke het aan het uwe onafscheidelijk zal vastbinden. Noch de we- | reld, noch de bel zal mij van uwe voeten scheiden ; dit hoop ik van uwe genade- De macht uwer zoete liefde zal het vasthechten, opdat het zich in eeuwigheid nimmer van U zou kunnen verwijderen, Amen.

Gebed uit de Geschritten van Pater De la Colombière.

. r

O aanbiddenswaardigst en allerzoetst Hart van mijn zeer liefdevollen Jesus, Hart, bestendig van liefde tot de menschen : ontvlamd, immer geopend om allerlei ge- ! naden en zegeningen over ons uit te storten; Hart, steeds meewarig met ons lijden, en van verlangen doordrongen om ons aan uwe schatten deelachtig te maken, U zeiven v geheel aan ons te geven ; Hart, steeds be- . t reid om ons op Ie nemen, ons toevluchts- ,, oord, onze woning, ons paradijs op deze wereld te zijn ; voor dit alles ontvangt Gij van de menschen niets clan hardheid, vergetelheid en verachting. Gij bemint, en men geeft u geene liefde voor liefde, men kent deze liefde niet eens, men wil de onderpanden uwer liefde niet, men wil

ocr page 397

M ___________

VERSRHir.LENDE GEREDEN 'Ml

uwe leedere en geheimt; woorden, waardoor 1 (lij tot onze harten spreekt, niet hooren.

Om die vele versrnadingen, die groote ondankbaarheid eenigermate te herstellen. ^ en mij, zooveel mogelijk, aan het gevaar te onttrekken van in een dergelijk ongeluk te storten, olfer ik U, o Jesns, mijn hart op, en wijd U al zijne neigingen. Van dit oogenblik af — dat heloot ik U, — verlang ik van van harte, mij zeiven en alles, wat maar in de verste verte mij betreft te vergeten, opdat alzoo alle hinderp.ilen worden weg-I genomen, welke den toegang tot uw Hart 1 zouden kunnen bemoeilijken. Gij hebt U V; gewaardigd, mij uw Hart te openen, en ik 'j* heb een levendig verlangen er in te gaan, om daar, niet uwe getrouwste dienaren, geheel doordrongen en ontvlamd van uwe liefde, te leven en te sterven.

Leer mij, o allerheiligste Hart van Jesus, dat ik mij zeiven vergete; want dat is de j eenige weg, die tot U voert. O, dat ik toch ( in mij niets meer toeliet, dat IJ zou kunnen mishagen I Leer mij dan datgene verrichten, wat ik doen moet, om de zuiverheid des harten te bekomen, naar welke ( ij mij een zoo groot verlangen in boezemde!. Ik heb den vasten wil, U te behagen, doch tevens geene macht om daartoe te geraken, indien uw licht en uwe genaden mij niet geheel bijzonder te hulp komen.

TV

ocr page 398

_ At

Â¥-

378

VEllSUHILLENUE GEBEDEN.

Ander gebed der H Gertrudis.

O Jesus, stel mij onder de lielderijke bescherming uws Harten! Dompel mij in deze oneindige zee uwer liefde, sluit mij op in dit fornuis uwer liefde, en verteer mij geheel en al in deze hemelsche vlammen. Daar zij het mij vergund, o mijn Verlosser, den prijs te leeren kennen van het bloed, dat Gij te mijner vrijkooping vergoten hebt; daar zij het mij vergund, de zoete stem uwer liefde te hooren.

O Liefde! Gij zijt de bron des levendigen waters, waarnaar ik zoozeer dorst. Zie, mijn hart nadert tot U met een lietdegloed en een vurig verlangen, waardoor het gepijnigd wordt Open mij den heilzamen ingang tot uw Hart! Ziehier mijn hart! Aanvaard het! Voortaan wil ik het niet meer behouden.

O Jesus, mijne zoete hoop, laat uw Hart, dat reeds uit liefde tot mij gewond is, en aanhoudend voor alle zondaars openstaat, het eerste toevluchtsoord voor mijne ziel wezen bij hare scheiding van het lichaam, en verdelg in dezen afgrond uwer einde-looze liefde voor eeuwig al mijne zonden. Amen.

quot;TV

ocr page 399

VERSCIIir,LENDE GEBEDEN. 379

NOVEEN VOORDEN EERSTEN VRIJDAG DER MAAND.

Oefeningen en Gebeden voor iederen dag der noveen.

Woensdag. Eerste dag. Overweging. Het voorwerp der devotie tot het H. Hart is het aanbiddelijk Hart van Jesus en de onmetelijke lietde, waarvan het brandt voor ons. Zij heeft ten doel, Hem liefde voor liefde te geven, Hem te danken voor zijne weldaden, en de beleedig.ngen te vergoeden, die Hein nog altijd WDrden aangedaan V Die devotie werd in de laatste tijden ver-'1, openbaard, om in de harten der Christenen het geloof, dat wankelde, te versterken, en de liefde, die verflauwde, op te wekken. O Hart van Jesus, moge ons vaderland zich geheel aan U toewijden, dan zal er het H, Geloof en uwe liefde toenemen en bloeien.

GEBED

voor de afbeelding van het H. Hart.

Ziedaar, geliefde Jesus, hoever de overvloed van uwe liefde gegaan is! Om LF gansch aan mij te geven, hebt Gij mij eenen goddelijken maaltijd van uw vleesch en bloed bereid. Wie heelt U ooit tot zulke verrukking van liefde kunnen brengen ? Ach ! het is zeker uw liefderijk Hart! O Hart van mijnen Jesus! vlammend vuur der

ocr page 400

V__________i

380 verschillenbe gebeden.

goddelijke lief.le, ontvang mijne /.iel in uwe heilige wonde, opdat iü in die sehool van liefde eenen God leere beminnen, welke mij zoo wonderlijke bewijzen van zijne liefde heeft gegeven.

Dat het Hart van Jesus overal bemind zijl

(IOC dagen nllaat, vergund door PiuslX.) Jhze Vader. Wees gegroet. — ICere zij den Vader.

Maria, leer ons het Hart van Jesus be-| minnen!

donüeïtdag. Tweede dag. Ooerweying. De devotie lot het II. Hart moet niet het uitsluitend voorrecht zijn van enkele heilige I zielen. Onze Verlosser heeft gewild, dat ze overal verkondigd en verspreid zou worden. Zijn niet aüe menschen het voorwerp zij-I nor liefde; ziju niet allen afgewasschen in zijn 11, Bloed en met zijne weldaden be-j gunstigd; hebben niet allen zijn aanbiddelijk Hart gewond door hunne zonden? Het is dus ook de plicht van allen, aan het Hart van Jesus den tol van Melde, dankbaarheid en herstelling te betalen. O Jesus, riep ile 11. Liguori uit, leer aan de menschen het goddelijk recht kennen, dat fiij hebt op hunne liefde. Gebeden- — Onze Vader, enz. hlz. 379.

O Maria, leer ons het H, Hart van Jesus kennen en navolgen.

Vrijdag. Derde dag. Overweging üm

ocr page 401

den huogcn prijs vvul lo bctjelVen, \vlt;lt;aru(j de devotie tot het H. Hart in de katholieke Kerk gesteld wordt, is het genoeg te overdenken, dat onze Zaligmaker zelf gevraagd heeft, ze in te stellen en overal te verbreiden; dat Hij de voornaamste oefeningen zelf heeft aangegeven, en dat Hij aan allen, die zich aan die devotie toewijden, de troostrijkste beloften gedaan lieelt. als zijn: eensgezindheid in de familie, ijver in den dienst van God, troost in lijden, voorspoed bij de ondernemingen, en eene zaligende gernst-heid in het uur des doods. Gebeden. Onze Vader, enz. hl. 3751,

O Maria, leer ons ijveren voor de vereering van Jesns' 11. Hart.

Zaterdag. Vierde dag. Overwefjimj. .lesus Christus wordt niet genoeg gekend; zijne liefde wordt niet genoeg begrepen. Men weet, ja, dat Hij God is; dat Hij voor ons is gestorven; dat Hij tegenwoordig is in het H. Sacrament des Altaars; maar men kent Hem niet op die wijze, gelijk een kind zijn veelgeliefden vader, gelijk een vriend zijn boezemvriend kent; men kent Hem niet, om het in een woord te zeggen, met die kennis des harten, waaruit het innig verkeer en het vertrouwen voortspruit De devotie nu tot het II Hart zal ons Jesus op die wijze leeren kennen en beminnen, met voor ons oog te ontsluieren de geheimen zijner barmhartigheid, de zoete werkingen zijner liefde, en de moederlijke zorgen zijner

~ gt;V

ocr page 402

. V_-__gt;4^-__________yL

\

382 verschillende gebeden.

Voorzienigheid, Geheden. Onze Vader, enz. biz. 379,

O Maria, verwerf ons een groot vertrouwen op het U. Hart van Jesus !

gt;

Zondag. Vijfde dag. Overweging. Het l' H Hart van Jesus is voor ons gevormd geworden ; voor ons heeft het geklopt, voor ons gebeden en geleden. Dat Hart heeft de zalvende leering van het H. Evangelie ingegeven en de H. Sacramenten ingesteld. Uit de geheimnisvolle wonde van dat Hart is de H. Kerk voortgekomen, gelijk de H. Vaders het leeren ; dit Hart steunt en leidt en beschermt en troost haar van uitzijn H. Tabernakel; dit Hart is het, dal de gevoe- i. lens instort van heldhaltige toewijding, dat alle smarten heiligt en alle deugden kweekt; dit Hart schenkt ons vergiffenis in het Sacrament van Boetvaardigheid en doet ons in ons binnenste de stem der genade hoo-ren ; dit Hart gaf ons Maria tot Moeder en liet ons hel H. Altaarsacrameiit na tot eene spijze onzer ziel en onzen troost in de ballingschap. Geheden.Onze Vader,enz 6/2.370.

U Maria, mocht ik het H. Hart van Jesus / beminnen, gelijk uw Hart Het heeft lief- * gehad !

Maandag, Zesde dag. Overweging. De Zaligmaker noodigt u uit, in het allerheiligste Sacrament de wonderbare werkingen van zijn goddelijk Hart na te. gaan en te vereeren. Rustende in het Tabernakel

ocr page 403

VERSCHILLENDE GEBEDEN.

verheerlijkt dat Hart zijnen hcmelschen Vader.... Hel moedigt (Je rechtvaardigen aan..,, noodigt de zondaars uit.... en vervult allen met zalvinj; en troost.... Als dienaar van dat goddelijk Hart moet gij a«n de werking van dat Hart beantwoorden. En hoe? Door de liefde Dit is het wat het goddelijk Hart van u vraagt. «Ik ben het vuur der liefde op aarde komen brengen.» zegt Jesus, «en wat wil ik anders dan dat het ontstoken worde.» Geleden. Onze Vader,enz. hlndz. 379.

O Maria, vertoon ons de beminnelijkheid van Jesus' Hart.

Dinsdag. Zevende day. Overweging. Het Hart van Jesus is eene bron, die alle deugden en genaden bevat. In het smartelijk lijden op Calvarië is die bron geopend voor de vereerders van het goddelijk Hart. Alwie dat Hart bemint en vereert, kan daar pnt-ten volgens zijn verlangen en noodwendigheden. Zijt gij hoovaardig of ijdel? Dit Hart is het toonbeeld en de zetel der nederigheid en verleent die deugd aan hen, die ze vragen. . . . Zijt gij oploopend of grammoedig ? Dit Hart leert en geeft de zachtmoedigheid. . . . Zijt gij koud of dor en zonder godsvrucht ? Uit Hart is de bron der goddelijke liefde en teederste godsvrucht.... Hebt gij andere behoeften ? Leg die bloot aan het goddelijk Hart.... Gebeden. Onze Vader, enz. blz. 379.

O Maria, gij kent onze zwakheid en nood.

383

ocr page 404

-Â¥-

___

___

VERSCHILLENDE OEilEDEN,

Beveel ons aan liet Hart van uwen godde-I ij ken Zoon !

Woensdag. Achtste Dag. Ouerwegtng. De Zaligmaker zelf heeft kenbaar geii.aakt, dat Hij verlangde zijne eindelooze liefde vereerd te zien onder de voorstelling van zijn Hart, geopend door de wonde en omgeven door (ie kenteekenen zijns lijdens. Hij heelt beloofd, dat overal, waar die afbeelding gevonden wordt, zijn hemelsche zegen overvloedig zou neerstroomen. — En wat ook anders kan het Hart van Jesus doen, waar het ook is dan liefhebben, zegenen en troosten? — Die afbeelding van het H. Hart is eene eenvoudige, maar dringende en aanhoudende prediking, ons aansporende tot liefde en vertrouwen jegens een God, die ons zoozeer heelt bemind. Twee eeuwen zijn er verloopen, sinds Jesus dat verlangen te kennen gaf, en hoeveel kerken, hoeveel huizen zijn er nog, waarin de afbeelding van het H. Hart niet wordt gevonden ! Hoe vele zieken, hoe vele armen en bedrukten mogen nog hunne blikken niet vestigen op dat groote toonbeeld van onderwerping, op de afbeelding van dien goddelijken Vertrooster I Gebeden. Onze Vader, enz. hlz. 379.

O Maria, geef ons eene plaats bij U in het 11. Hart van Jesus!

Donderdag. Negende Dag. Ooerweging. De H. Augustinus vergelijkt het Hart van Jesus bij de ark van Noë, waar allen, die

384

V f

4

i/ 'x

/ V

ocr page 405

___yLJL

verschillende gebeden.

i

er binnentreden, uit den zondvloed gered worden. Aan dat geopend Hart, zegt de H. Cyprianus, ontwelt de bron, die springt ten eeuwigen leven. Het Hart van Jesns, zegt de H. Bernardus, is het fornuis der hevig brandende liefde, die geheel de wereld in vlam moet zetten, üe H Petrus Dami-anus noemt dit Hart de schatplaats van wijsheid en kennis, de II, Franciscus van Sales noemt Het de bron van alle genaden, en de H. Bonaventura de schatkamer van alle goed. De H. Pranciscns van Assisië, de H. Clara, de H. Aloysius van Gonzaga riepen dat Hart zonder ophouden aan als het brandpunt der goddelijke liefde. Dit Hart eindelijk werd aan de H. Meehtildis gegeven als een plaats van toevlucht in het ieven, en een onderpand van den zoetsten troost in het uur des doods- Gebeden. Onze Vader, enz. hlz. 379.

O Maria, wij bieden U het Hart van Jesns aan ! Wij kunnen U niets aangenamers aanbieden dan het Hart van uwen godrle-lijken Zoon, gelijk Gij zelve het aan de H. Gertrudis verklaard hebt. Neem het dan aan, o teedere Moeder, te gelijk met de harten van al uwe kinderen, wier leuze immer zijn zal:

—¥

385

GEHEEL AAN HET H.\RT VAN JESUS DOOR HET HART VAN MARIA !

V'r-'

25

ocr page 406

_____

VERSCHILLENDE GEBEDEN.

GEBED

van eerherstel op den eersten Vrijdag der maand.

Goddelijken Verlosser ! Gewaardig U met barmhartige oogen neer te zien op de kinderen van uw H. Hart, die. vereenigd in dezelfde gevoelens van geloof, van eerherstel en van liefde, aan uwe voeten hunne ongetrouwheden en die der arme zondaars, hunne broeders, komen beweenen.

Konden wij door de eenparige en plechtige beloften, welken wij zullen doen, uw goddelijk Hart treffen en barmharligheid bekomen voor ons, voor de ongelukkige en schuldige wereld en voor allen, die het geluk niet hebben U te beminnen I

In het vervolg, ja, wij beloven het : De vergetelheid en de ondankbaarheid der

menschen, willen wij vergoeden. Uwe verlatenheid in het Tabernakel, ^ De misdaden der zondaars, S

Dun haat der goddeloozen, g

De godslasteringen, welke men tegen U ^ uitbraakt,

De onteeringen, uwer Godheid aange- lt; daan,

De heiligschennissen, waardoor uw Sa- 'o crament van liefde wordt onteerd, o-De ontstichting en oneerbiedigheden in s uwe tegenwoordigheid begaan,

¥—

386

ocr page 407

Het verraad, waarvan Gij het aanbiddelijk

slachtolfer zijt, willen wij vergoeden. De koudheid \an de meeste uwer kinderen.

De verontwaardiging, welke men toont

over uwe minzame uitnoodiging, ^

De ongetrouwheden van hen, die zich = uwe kinderen noemen, a

Het misbruik uwer genaden, ^

Onze eigene ongetrouwheden, ^

De onbegrijpelijke verharding onzer harten, lt; Ons vertragen om U te beminnen,

Onze lafheid in uwen dienst, §

De bittere droefheid, welke het verderf Squot;

der zielen U veroorzaakt.

Uw lang wachten aan de deur onzer zielen.

De bittere afwijzingen, waarmede men U laaft.

Uwe liefdezuchten zullen ons bewegen. De liefdetianen, die Gij voor ons hebt gestort, willen wij opvangen.

Aan de ballingschap, die uwe liefde moet onderstaan, willen wij een einde maken. De marteldood, welken uwe liefde heeft geleden, zal onze liefde doen herleven.

Gebed.

Goddelijke Zaligmaker, Jesus, die aan uw Hart deze smartelijke klacht hebt laten ontvallen : Ik heb gezucht, die Mij zouden troosten, maar heb die niel gevonden, gewaar-dig U onze zwakke hulde van troost aan te

quot;Wquot;

ocr page 408

VERSCHILLENDE GEBEDEN.

nemen, en ons door den machtigen bijstand uwer genade zoo te ondersteunen, dat wij in het vervolg meer en meer datgene vluchten, wat U zou kunnen mishagen, en in alles, overal en te allen tijde toonen, uwe ^ getrouwe en toegewijde kinderen te zijn. W Wij bidden U om deze genade door U zeiven, die God zijnde mi*t den Vader en den II. Geest, leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Opdracht aan het H. Hart van Jesus.

Goddelijk Hart van Jesus, mijne liefde, mijn troost, mijne, vreugde, de schat mijner ziel, aan U offer ik mijne gedachten, woorden, werken, verzuchtingen, geheel mij zeiven op. Waar kan ik mij beter verbergen dan in U, het veilig schuiloord der ziel; wie kan mij meer verheugen dan Gij, de blijdschap der Engelen? Ofschoon ik niet wsardig ben naar U op te zien en mijne verzuchtingen tot U te verheffen, kom ik met ootmoed en vertrouwen tot U, daar j Gij naar mijn arm en ondankbaar hart dorst. Vl Neem dan mijn hart op in uw Hart, dien [ gloeienden oven, waar het vuur der liefde immer brandt; sta mij bij in alle gevaren, help mij ieder oogenblik mijns levens, doch vooral in het uur van mijn dood, opdat mijne ziel, na dit leven, op de wieken der liefde gedragen, naar Ü opviiege en zich eeuwig in U verheuge. Amen.1' 4=---^

388

ocr page 409

___^_____^

VERSCHILLENDE GEBEDEN. 389

Verzuchting tot Jesus op den feestdag van het H. Hart.

Allerliefste Jesus, als ik met mijn geest de Hemelen doordring, dan wordt mijn hart met blijdschap vervuld. De koren der Engelen, die als eene eerewacht rondom uw troon zijn geschaard, de Heiligen, versierd met gouden kronen, in witte kleederen gedost, met de palmtakken der overwinning in de handen, bezingen, met den diepsten eerbied voor U nedergeknield, uw Goddelijk Hart, de bron hunner vreugde, met de schoonste lofliederen. O, lieve .lesus, wanneer zal ik komen en voor uw aanschijn verschijnen? Wanneer zal ik uw goddelijk Hart, die zee van hemelsche genoegens, mogen prijzen en loven in het eenwig bloeiend paradijs? Maar, dierbare Verlosser, al verlang ik hevig U voor altijd te bezilten, toch word ik in overvloed getroost, daar Hetzelfde Hart, dal de hemelingen verblijdt, in het H. Sacrament tegenwoordig is. Op dezen luisterrijken dag lieefl de Kerk, uwe vlekkelooze Bruid, zich in feestdos getooid; de reine zielen, uwe lievelingen, jubelen en zingen met de Zaligen in den Hemel een loflied ter eere van uw goddelijk Hart. Goddelijk Hart van mijn Jesus, mijn Koning en Bruidegom, ook ik wil niedejubelen, ook ik wil U loven. Stort uw milden zegen over de aarde uit en ontvlam de harten der men-

ocr page 410

^___^___^

1

390 VERSCHILLENDE GEBEDEN.

schen, opdat zij U mogen liefhebben en prijzen. Ontvlam ook mijn hart, opdat ik, door liefde verteerd, voor U leve, voor U lijde, voor U sterve en eenmaal onder het getal der Zaligen, mij in de stroomen der eindelooze gelukzaligheid moge dompelen. Amen.

Morgengroet tot het H. Hart van Jesus.

Ik aanbid, loof en groet U, allerzoetst Hart van Jesns Christus, waaruit als uit eene honigvloeiende bron van genaden alle goed en zaligheid gevloeid is en nog vloeit. Uit al de krachten mijns harten bedank ik U, dat Gij mij dezen nacht bewaard enden Vader voor mij geloofd en gedankt hebt. En nu, mijne heilige lielde, draag ik U mijn ellendig en onwaardig hart als een morgenoffer op, en met de meest mogelijke godsvrucht beveel ik het uw allerzoetst Hait aan en verberg ik het daarin ; terwijl ik U dringend smeek, dat Gij zult gewaardigen uwe goddelijke genade er in uit te storten en het met uwe heilige liefde te ontsteken. Amen.

Aanbeveling, des avonds, aan het H. Hart.

Allerzoetst Hart van Jesus, dezen nacht beveel ik U mijn hart en mijn lichaam aan, opdat zij in U eene zalige rust vinden. En daar ik in den slaap God niet loven

ocr page 411

^___

VERSCHILLENDE GEBEDEN.

kan, gewaardig U dan, dit voor mij te doen; zoodat Gij de H, Drievuldigheid zoovele malen zult prijzen, als mijn hart zal geklopt hebben; gewaardig U, alle ademhalingen, door U opgenomen. Haar als levende lietde-vonken op te dragen. Amen-

Gebeden tot het H, Hart, bij het bezoek van het H- Sacrament en onder het Lof.

Allerdierbaarst Hart van Jesus, dat op het Kruis met eene lans doorboord en'in den Hemel in het kleed der heerlijkheid gedost zijt, ik geloof vastelijk, dat Gij hier in het H. Sacramenl tegenwoordig zijt, evenals in den Hemel, waar Gij door de Engelen en door de Zaligen geprezen wordt. Met schaamte bedekt over mijne zonden, werp ik mij met den diepsten eerbied in uwe heilige tegenwoordigheid neder. Hoe durf ik het wagen in uwe tegenwoordigheid te verschijnen, daar de Engelen zelfs sidderen en hunne aangezichten met hunne vleugelen bedekken ! Daar gij mij zoo dringend hebt uilgenoodigd, om bij U te komen en ü mijn hart te schenken, nader ik met blijdschap en met kinderlijk vertrouwen tot U. Ik wil U loven, U bedanken, voor de tallooze weldaden, mij bewezen, en U overvloedige zegeningen voor mij en voor anderen afsmeeken.

Ontvang dan goedgunstig mijne gebeden

—¥■

391

ocr page 412

---gt;4^-____^L.___

392 VERSCHILLENDE GEBEDEN.

en h or de' verzuchting, uil de diepte mijns liarten gesproken : Meer en meer zij geloofd en aangebeden het Hart van Jesus in het Allerheiligste Sacrament. Amen.

N. 1gt;. Stoit hierna uw hart voor Jesus' Hart uit, loof' Het. bedank Het, smeek Het met vertrouwen alles af, wat gij voor u zeiven en voor anderen verlangt.

Gebed van Pater De la Colombière om eene volmaakte vereeniging met het Hart van Jesus te verkrijgen.

Heer, wat zult Gij doen om de versteendheid onzer harten te overwinnen ? Ik zie sleclils één hulpmiddel tegen zulk een groot kwaad; Gij moet, o God, ons een ander hart geven : een teeder hart, een gevoelig hart, een hart noch van marmer, noch van brons, een hart, dat geheel aan het uwe gelijk is; Gij moet ons uw Hart zeil geven. Kom, beminnenswaardig Hart van Jesus, kom U te midden mijner borst plaatsen en ontsteek daar eene lielde, die. is hel mogelijk, aan de verplichtingen beantwoordt, die op mij rusten, om God te beminnen. Bemin Jesus in mij, zooveel a s Gij mij in Hem bemind hebt; maak, dat ik slechts in Hem. voor Hem leve, opdat ik eeuwig met Hem leve in den Hemel. Ame.i.

ocr page 413

____££__ ____ ^

VERSCHILI.ENDE GEBEDEN. 3S3

Gebed van den H. Alphonsus tot het goddelijk Hart.

Allerliefst Hamp;rt van mijn Jesus, die de \j bron van alle Sacramenten en vooral de bron ~l\ van dit Sacrament van liefde zijl. Ik verlang U heden zooveel eer te bewijzen, als Gijquot; zelf in dit H. Sacrament in onze kerken aan uw hetnelschen Vader geeft. Ik weet, dat gij op dit altaar dezelfde liefde tot mij hebt, die Gij mij bewezen hebt, toen Gij u op bet Kruis in zulke bittere smarten voor mij hebt geslachtofferd. O goddelijk Hart, verlicht allen, die U niet kennen, vquot;* Verlos om uwe verdiensten ol ten minste ■^j troost in het vagevuur de lijdende zielen, quot; die reeds uwe eeuwige bruiden zijn. Ver-eenigd met allen, die U in den Hemel en op de aarde beminnen, aanbid ik U, dank ik ü, bemin ik U. Allerreinst Hart, zuiver mijn hart van alle gehechtheid aan aard-sche zaken en geef mij uwe liefde. Bezit, o allerzoetst Hart, geheel mijn hart, zoodat ik van nu af' zeggen kan : ivie zal mij van ^ de liefde Gods, die in Christus Jesus is, afscheiden? Schrijf, o allerheiligst Hart, in ^ mijn Hart alle smarten, welke l!ij zoovele jaren uit liefde tot mij hebt willen' verduren, opdat ik, daaraan denkende, het lijden dezer wereld verlange of ten minste geduldig verdrage. O Hart van .lesus, wees alleen Meester van mijn hart Amen.

^ VW

ocr page 414

___2^_____^

394 VERSCHILLENDE GEBEDEN

Een ander gebed van den H. Al-phonsus tot het H. Hart.

0 beminnelijk Hart van mijn Jesus, Gij verdient alle harten uwer schepselen Ie bezilten; o Hart, dat gedurig vol van de zuiverste vlammen van liefde zijt. o verterend vuur, verteer mij geheel en geef mij een nieuw leven vol van liefde en genade. Vereenig mij zoozeer met ü, dal ik mij nimmer van U kunne verwijderen. Hart van Jesus, open schuilplaats der zielen, neem mij aan ; Hart, dat op het Kruis zoozeer bedroefd waart om de zonden der wereld, geef mij eene ware droefheid over niijne zonden.

Ik weet, dat Gij in dit H. Sacrament met dezellde liefde bezield zijt, welke Gij op den Calvarieberg gevoeldet, en dat Gij daarom verlangt U geheel met ons te vereenigen. üoor uwe verdiensten, allerliefste Jesus, verwond mij, bind mij aan U, vereenig mij geheel met uw Hart. Ik neem mij heden voor, met den bijstand uwer genade, U, zoozeer als ik maar kan, te behagen : alle menschelijk opzicht met voeten te treden, mijne neigingen, rnijne verlangens en gemakken te verzaken, die mij beletten kunnen U volmaakt te behagen. Amen.

1

JV

ocr page 415

Gebed van den H. Bernardus,

O Jesus, die boven allen in schoonheid uitmunt, wasch mij tneer en meer van mijne ongerechtigheid en zuiver mij van mijne zonde, opdat ik door U gezuiverd, tot U, den allerzuiverste, moge naderen en alle dagen mijns levens in uw Hart ver-blijve. Daarom is uwe zijde doorboord, opdat wij er zouden kunnen binnentreden Daarom is uw Hart frewond, opdat wij, vrij van alle aardsche beslommeringen, daarin kunnen wonen.

Het is gewond, opdat wij door de zichtbare wonde de onzichtbare zouden beschouwen. Wie zou dat gewonde Hart niet beminnen, wie zou zulk beminnend Hart niet wederbeminnen en een zoo kuisch Hart niet omhelzen ?

Gebed van den H. Bonaventura tot het H. Hart van Jesus.

Allerzoetst en allergoedertierenst Hart van Jesus, doordring mijne ziel en mijne zinnen met de heilige vlammen uwer liefde, opdat ik in eene zalige en heilige bedwelming niets anders begeere dan U, en enkel naar het oogenblik verzuchte, waarop het mij gegeven zal zijn U te bezitten. Maak, o Jesus, dat ik naar U hongere, die het Brood der Engelen en ons dagelijksch Brood zijt: naar U, die aan de heilige zielen de heerlijkste en verrukkendste zoetheden

^ vV -k'

ocr page 416

___

VERSCHILLENDE GEBEDEN.

sctienkt. De Engelen zalig in uw aanschijn, kunnen niet moede worden U te aanschouwen. Mogen mijn hart en mijne zinnen gestadig vervoerd worden door de onverzadel ij ke begeerte om U te zien en U Ie beminnen ; moge een brandende dorst mij drijven naar U, bron van leven en wijsheid, brandpunt van eeuwig licht, stroom van het reinste genot. Mnge ik U zoeken en vinden, tot U gaan en U trelfen, aan U denken, van U spreken, alles doen tot lol en glorie van uw naam, met lielde en ootmoed, met vreugde en volharding. Wees, goddelijk Hart, mijn hoop en mijn vertrouwen, mijn lust en mijn vermaak, mijne hulp en toevlucht, mijne wijsheid en mijn raad, mijn schat en mijn erlaeel, en dal mijn geest en mijn Hart voor immer en onherroepelijk in U gevestigd mogen zijn. A men.

Gebed.

Wees altijd en voor eeuwig gedankt en gezegend, mijn dierbare Jesus, verborgen in het H. Sacrament ; Lielde, alle hemel-scbe en aardsche lielde overwaardig, die U door overmaat van lielde voor mij, ondankbaren zondaar, bekleed hebt met onze menschelijke natuur, bij de smartelijke geeseling uw allerkostbaarst Bloed hebt vergoten en voor ons aller zaligheid zijt gestorven op het smadelijk Kruis. Hoor een levendig geloof voorgelicht, smeek ik

^_

396

ocr page 417

U thans met al den aandrang mijner ziel, met al den gloed van mijn hart, allernederigst, door de oneindige verdiensten van n\v smartelijk lijden, mij kracht en moed te schenken; om alle booze driften, die mijn hart helieerschen, ten onder te brengen, om ü te zegenen in mijne bitterste kwellingen, om U te verheerlijken door de volmaakte vervulling van alle mijne, plichten, om elke zonde met den grootsten al-schuw te haten en mij zeiven eindelijk zalig te maken.

Z. H. Paus Pius XI vergunde bij eigenhandig Rescript, 1 Januari :

Een aflaat van 100 rlar/en aan alle geloovigen, die tenminste niet rouwmoedig hart en godvruchtig, vermeld Gebed tot Jesus in het Allerh. Sacrament bidden.

Gebed ter eere van de Gelukzalige Margareta Maria Alaeoque.

5

Heer Jesus, die aan de Gelukz. Margareta Maria geopenbaard hebt, welke onbegrijpelijk groote schatten uw Hart bevat, maak, dat wij, door hare verdiensten en liaar voorbeeld, U in alles en boven alles beminnen, opdat wij daardoor waardig mogen zijn, om voor altijd eene plaats in uw Hart te hebben. Amen.

5

TT

ocr page 418

%

SSfl

Voorrede. ...........

l\orl Overzicht der Geschiedenis van de devotie tot Jesus'.I[. Hart . . . . Aflaten verhanden aan de viering der

Junimaand..........

Eerste Dag. — Wat vereeren wij, als

wij het If. Hart vereeren ? . . , 1 weede Dag. — Waarom vereeren wij

het 11. Hart Derde Dag. — Wat voordeel geeft ons de vereerukj van Jesus' H. Hart ? . Vierde Dag. — Wat liefde het R. Hart ons betoonde in het verlossingswerk. Vijfde Dag. — Het H. Hart en de

Christelijke Geloofsleer.....

Zesde Dag — liet H. Hart en zijne

voorheelden..........

Zevende, Dag. — Het H. Hart ons lee-

rende bidden Achtste Dag. — Het H. Hart, bron

van vrede...... . . .

Negende Dag. — Het 11. Hart en de

11. Kerk..........

Tiende Dag, — Het TL Hart en de

HH. Sacramenten.......

r -jjf-—Elide Dag. — Het II. Hart en hel H. Misoffer ■ .

,A1)Z. III

V

XI

12

'21 30 /i0 40 (i() 71 81 01 101 ill

Tk

/

ocr page 419

.u.

INHOUD.

a BLADZ.

^►^T^Twaalfde Dag. — liet H. Hart en de

H, Communie. , , ......12-1

Dertiende Dag, — Het H. Hart en de

\ II. Teerspijze.........'132

—Veertiende Dag. — Het H Hart in 't

II. Sacrament onder ons verblijvende. 142

--Vijftiende Dag. — Het H. Hart, zijne

Verdiensten, zijn Lijden, zijn Bloed. 152 Zestiende Dag. — Het H, Hart en Maria ........... 161

Zeventiende Dag. — Het H. Hert en

zijne beloften ... .....170

Achttiende Dag, — Wat verlangt het

H Hart van ons? I Aanbidding . 180 Negentiende Dag. — Dc Eerewacht . 190 Twintigste Dag. — Wat verlangt Jesus

H. Hart van ons? II. Eerherstel. . 200 -Een en twintigste Dag. — Wat verlangt het H, Hart van ons? Til. Navolging ...........210

Twee en twintigste Dag — Het H.

Hart van Jesus, ons voorbeeld van

zachtmoedigheid........ 219

6 — - Drie en twintigste Dag. — Het 11.

Hart, ons toonbeeld van ootmoedigheid ......... . , . 230

Vier en twintigste Dag. — Het H. Hart ons voorbeeld van medelijdende naastenliefde...........240

399

$

Vijf en twintigste Dag. — Het H. Hart ons voorbeeld in 't verachten dor aardsche goederen ....... 250

TT

ocr page 420

V

BLADZ.

Vooi'rede. ...........ui

l\ort Overzicht der Geschiedenis van de

devotie tot Jesus' -II. Hart . \

Aflaten verhonden aan de viering der

Junimaand,......! . . xi

Eerste Dag. — Wat vereeren wij, als

wij het If. Hart vereeren ? , . , . 12 I weede Dag. — Waarom vereeren wij

het H. Hart 21

Derde Dag. — Wal voordeel geeft ons

de vereering van Jesus' H. Hart ? . 30 Vierde Dag. — Wat liefde het TL Hart

ons beloonde in het verlossingswerk. 40 Vijfde Dag. — Ifet H. Hart en de

Christelijke Geloofsleer.....49

Zesde Dag — Het II. Hart en zijne

voorbeelden...... . . . . (i()

Zevende Dag. — Het II Hart ons kerende bidden 71 Achtste Dag. — liet H. Hart, bron

van vrede.............81

Negende Dag. — Het 11. Ha rt en de

II. Kerk..........91

Tiende Dag. -- Het Tl. Ha rt en de 1111. Sacramenten ....... 101

r —Eltde Dag. — Het 11. Hart en het 11.

Misoffer 1H

fK

'W

/

ocr page 421

INHOUD.

A BLADZ.

*^p~Twaalfde Dag — /Jet H. Hart en de

H. Communie. , , ......121

Dertiende Dag, — liet H. Hart en de

_ V H. Teerspijze.........'132

S-^r—Veertiende Dag. — Het H Hart in 'lt;

H. Sacrament onder ons verblijvende. 142

^--Vijftiende Dag. — Het H. Hart, zijne

Verdiensten, zijn Lijden, zijn Bloed. 152 - Zestiende Dag. — Het H, Hart en

Maria . . . ........161

Zeventiende Dag. — Het H. Hart en

zijne beloften ■ . . ......170

Achttiende Dag, — Wal verlangt het

tl Hart van ons? I Aanbidding . 180 Negentiende Dag. — De Kerewacht . 190 Twintigste Dag. — Wat verlangt Jesus' H. Hart van ons? II. Eerherstel. . 200 _ -oKen en twintigste Dag. — Wat verlangt het ff. Hart van ons ? Tl l. Navolging ...........210

Twee en twintigste Dag. — Hel ff.

Hart van Jesus, ons voorbeeld van zachtmoedigheid........ 219

Drie en twintigste Dag, — Het II. Hart, ons toonbeeld van ootmoedigheid ........ , . , . 230

Vier en twintigste Dag. — Het ff. Hart ons voorbeeld van medelijdende naastenliefde...........240

Vijf en twintigste Dag. — Het ff. Hart ons voorbeeld in 't verachten der aardsche goederen.......250

399

quot;k

-gt;•7^

ocr page 422

Zes en twintigste Dag. —

Hart van Jesiis . . ,

Zeven en twintigste Dag.

Hart haat de zonde......

Acht en twintigste Dag. — Het H. Hart, ons voorbeeld van boetvaardir/-heid ...

Negen en twintigste Dag — Het stervend Hart van Jesus ......

Dertigste Dag, — Hei beeld van 't H.

Hart ......

Lezing voor den feestdag van 't 11. Hart

van Jesvs . . . .......

Gebeden onder de H Mis.....

Oefeningen voor en na de H. Communie 34'2 Gebeden onder het Lof ...... 346

Verschillende gebeden ter eere van het

272

281

29-1

302

312 323

\J

Allerheiligste Hart van Jesus . . . 356 Noveen ter eere van hel H. Hart voor den eersten Vrijdag der maand . . 379

-?K

•*!

7^

ocr page 423
ocr page 424
ocr page 425
ocr page 426