67
a VAK . fS.. . . £}
^__J' gt;'g »g- !gt;V 3V »V
gt;jV ARJ4
de
^nningin aan Jitn Jlllfrlj. J|njpiif|raiis.
Onderrichtingen, Overwegingen en Gebeden
naar do meening van O.H. Vader Leo XIII, door ^
P, Phil. S e e b ö o k,
Orel. S. Fr. â¢
Uit het Duitsch vertaald door
S. 3{ez(io^c k amp; Jf. § ftjrrgjv
Kapelaans te Ec i(.'
HEEK DE RU KSlp VERSITE1
I^CHT
{EHOMAASSE
ROERMOND.
M. WATERREUS, Drukker 189!.
^ ïji ïsquot; quot;sequot;
RIJKSUNIVERSiTEIT TE UTRECHT
1939 4257
VW ȉ b-
Typis imprimi et divulgari permittitur.
RuremunDj«, 18 Februarii 1891.
P, y. H. R USSEL, Can. Theol., Librorum Censor.
Eigendom van M. Waterreus, Roermond.
ïlt;ei^te ©eel.
''ia ais iioffli
ulllSiii
ill (I
0'
EN
N Biililimw Bs
(öc to £-91c a aiv3.)
JK
Voorwoord.
ââ
eftLclgt'cn den Schrijver tot het samen-ir stellen vat: dit werkje heeft aangespoord, is de alom klinkende stem van onsen H. Vader, Leo XIII, die in de herleving der godsvrucht tot de/i H. Rozenkrans zich overtuigd houdt van de zedelijke vernieuwing dergeloovigen, van de schitterende zegepraal der Kerk, door Maria's machtige voorspraak.
De Paus roept alle zijne kinderen ten strijde en geeft hun als wapen den Rozenkrans in de handen, een machtig wapen, waarop alle machten en krachten der wereld zich sullen verbrijzelen als glas.
't Is daarom dat door dit Rozenkransboekje aan het christenvolk eene zoo volledig mogelijke verklaring wordt aangeboden, van de kostbare schatten van genaden, welke in het Rozenkransgebed besloten zijn.
4 Voorwoord.
Het eerste deel â met het oog op de 31 Octoberdageri â beschouwt de devotie tot den H. Rozenkrans als eene alles omvattende, stichtende, echt-christelijke godsvrucht.
Het tweede deel bevat; Overwegingen over de 15 Geheimen van den H. Rozenkrans, alsmede eenige Onderrichtingen over de H. Mis en Communie.
Het derde deel is eene verzameling van Gebeden ter eerc van Maria, de Koningin van den H. Rozenkrans.
O liefdevolle Koningin van den H. Rozenkrans, gewaardig U dit boekje welgevallig aan te nemen ; zegen deszel/s vrome lezers, alsook al uwe trouwe vereerders.
JSrJif p. h Pootefja}), 1889.
1 OCTOBEE.
dlcm dc ac-fiooHilc cBtuiS, dc sc fioonotc Sizanx
Tloe schoon zijt Gij, mijne vriendin, hoe schoon zijt Gij!
Hooglied. 4. 1.
Mj|P den eersten dag der maand, toe-gewijd aan de verhevene Koningin van den H. Rozenkrans, begroeten wij Maria, onze lieve Moeder, niet de woorden des H. Geestes: Hoe schoon zijt Gij, mijne vriendin, hoe schoon zijt Gijlquot; en vereeren Haar, als de schoonste Bruid, met den srhoonsten bloemenkrans, met het; echt christelijk gebed van den H. Rozenkrans.
6 Maria als Rozenkranskoningin
de H. Bernardinus van Siëna als vde Bruid der Drievuldigheid;quot; Richard van St. Victor, als * de Bruid aller bruHen,quot; en de H. Gregorius van Nicomedië spreekt Haar toe; »0 schoonheid aller schoonheden, uitverkorene Moeder van » God, Gij sieraad aller schoone dingen !quot;
En inderdaad, ons heilig geloof wijst ons op eene drievoudige schoonheid in Maria.
1. De schoonheid der genade.
2. De schoonheid van haar leven.
3. De schoonheid harer verheerlijking.
I. De schoonheid der genade!
De heerlijkste stralen der goddelijke genadezon vloten in haar zuiver hart te zamen, vóór allen echter de straal harer Onbevlekte Ontvangenis. Zij is die Esther op wie het bevel des doods niet toepasselijk was: gt; Gij zult niet sterven, want deze wet is gemaakt voor allen, doch niet voor w.quot; 1)
Zij is als de ceder, igt;die opgroeide op den /Abanon, als een palmboom in Kades, als een rozenstruik in Jericho. 2) Zij is
1) Ksther 15. 3.
2) Eccl. 24. 17.)
en het Rijk barer Barmhartigheid. 7
de ark op den lgt;erg van Armenië, hoog verheven boven de wateren van den zondvloed; de gesloten tuin, tot welken de slang geen toegang had, de verzegelde bron, waarin niets onreins gevonden werd.
In hare onbevlekte Ontvangenis was Maria reeds een volmaakt evenbeeld der goddelijke schoonheid; toen reeds glansde Zij aan den hemel als een vonkelende ster van den eersten rang, op wier verblindende]! luister, de Engelen en Aartsengelen verwonderd nederlagen.
Voegen wij hierbij het voorrecht van haar goddelijk Moederschap! lloogere eer, grootere waardigheid kon Maria niet ten deel vallen. God, zegt de H. Bo-naventura, jkan een grootere wereld, een schooneren hemel scheppen, maar eene grootere, heerlijker Moeder, dan de Moeder Gods, kon Hij niet voortbrengen.quot; 't Ts daarom, dat de Kvan-gelisten geen melding maken van Maria's grootheid, omdat hare verhevenheid onuitsprekelijk is; 't was voldoende van Haar te zeggen: * Maria, uit welke Jesus geboren is, die genoemd wordt Christus.quot; Al het schoone en heerlijke, dat
8 Maria als Rozenkranskoningin
zich laat zeggen of uitdenken, is bevat in de woorden; Moeder va?i God.
Hierbij komt nog de straal barer ongeschonden maagdelijkheid. «Zie, cene «Maagd zal onivangen en een zoon harenquot; Altijd bleef Maria rein en onbevlekt: de glans van hare maagdelijke schoonheid bleef in vollen luister schitteren tot aan haar laatsten ademtocht.
O Maria! Hoe schoon zijt Gij in Gods oogen! Werp uit den hoogen hemel waar Gij troont, een barmhartigen blik op mij neder, en heb medelijden met mijne arme ziel.
11. De schoonheid van haar leven.
Eenparig erkennen de H. Vaders en de leeraars der Kerk, dat Maria op het eerste oogenblik barer lt; )nbevlekte Ontvangenis meer genaden van God heeft ontvangen, dan alle Heiligen en uitverkorenen tot aan bet einde hunner aard-sche loopbaan verzameld hebben.
Daarom groet Haar de Engel;» gegroet, Gij vol van genade.quot; Daarom past onze II. Kerk, op Maria toe, deze woorden der H. Schrift: »y?^' mij is
en het Rijk harer Barmhartigheid. 9
â¢Â»aUe genade.quot; 1)
God heeft derhalve alle genaden, die een schepsel ontvangen kan, neergelegd in het vlekkelooze Hart van Maria en de allerheiligste Maagd heeft steeds, met alle getrouwheid en volharding, met deze genaden medegewerkt.
Niet belemmerd door de gevolgen der erfzonde, waaronder alle, ook de heiligste menschen, gebukt gaan, schreed Zij, met steeds vuriger ijver voort op den weg der heiligheid, van dag tot dag, van uur tot uur, van oogenblik tot oogenblik.
Welk een schoon leven moet dan niet Maria's leven geweest zijn, zoo rijk aan de verhevenste deugden, aan de edelste werken!
Van de grondvesting der wereld af tot aan haar ondergang, aanschouwt Gods oog geen schepsel, dat een zoo schoon leven leidt, als Maria.
Verheugen wij ons, eene zoo schoone Moeder te bezitten en smeeken wij Haar: O Maagd der maagden, die van het eerste oogenblik uvvs levens onbevlekt, rein en schoon waart voor God, erbarm U onzer, die niet alleen met de erfsmet
1) Eccl. 24, 25.
I ^
io Maria als Rozenkranskonlngin.
geboren zijn, maar ook nog na het H. Doopsel onze ziel met zonde bevlekt hebben.
III. De schoonheid harer verheerlijking.
De sterrenbanen kunnen gemeten, de diepte der zeeën kan gepeild worden, Maria's heerlijkheid te doorgronden, schijnt eene onmogelijkheid. De glans harer glorie schiet zijne stralen uit over den ganschen hemel; haar troon is verheven boven de tronen der Engelen en Heiligen; hare kroon overstraalt de kronen der gelukzaligen; haar koningskleed schittert in een licht als van duizend zonnen; Zij is de vrouw, die gekleed met de zon, de maan onder hare voeten heeft en op haar hoofd eene kroon van twaalf vonkelende sterren draagt.
Hoe schoon derhalve is Maria! Ol verblijd u hierover, en eer Haar met allen ijver, die een kinderlijk hart: kan bevatten.
Streef er bijzonder naar, haar schoon leven na te volgen; de zonde te vermijden, en de deugd te beoefenen; dan zult gij eens waardig bevonden
en het Rijk harer Barmhartigheid, u
worden, de groote heerlijkheid der Moeder Gods, de onvergelijkelijke schoonheid van de Bruid des H. Geestes met eigen oogen eeuwig te aanschouwen.
O zoete Maagd, o heilige Moeder des Heeren! Het komt mij voor, als moest ik nog duizende jaren op aarde doorbrengen, zoozeer verlang ik uwe hemel-sche schoonheid te aanschouwen, om U meer te beminnen, U meer te prijzen.
O trek mijn hart tot U, Gij schoonste spiegel van den Drieëenigen God en verbreek alle banden, die mijne ziel nog aan deze aarde hechten.
II. Aan Haar, die onder allen de schoonste en heiligste is, zij ook de schoonste krans gewijd.
Als Koninginne van alle Heiligen is haar hoofd gekroond met een diadeem van vonkelende sterren; in hare handen draagt zij als overwinnares der hel den palmtak der zegepraal; zoo heeft de hemelsche vader Haar verheerlijkt in zijn rijk.
Welken krans zullen wij dan Maria aanbieden ?
De bruid in het Hoögked verlangt
13 Maria als Rozenkranskoningiil
bloemen: * Verkwikt mij met bloemen;quot; i) ook ter eere van de Bruid des Hemels z.iillen wij bloemen vlechten tot een krans; doch welke zijn Haar het aangenaamst?
De H. Bonaventura noemt Maria veene liefelijke lenteroos;quot; de godvree-zende Blosius: nee/ie van liefde brandende roos:quot; de H. Bernardus: igt;eene witte roos door hare maagdelijkheid, eene roode roos door haren liefdegloed;'''' de H. Joannes Damascenus: igt;eene onverwelke-lijke roos,quot; ja, een rozentuin des H. Gees-tes, die den heerlijksten geur verspreidt.
Om deze reden wijdt onze H. Kerk aan de H. Moeder des Heeren, als aan de schoonste Bruid van den Drieëeni-gen God, den H. Rozenkrans toe, en roept zij de machtige voorspraak in van de Hulp der Christenen; Koning-inne van den allerheilig sten Rozenkrans, bid voor ons!
en het Rijk harer Barmhartigheid. 13
2 OCTOBEE,
Sc affetftcifinite 0)? cxgt;eiifitan$ 11 it da eczctte- 'hand,
)»Ik zal u de kroon des levens geven,quot; Openb. 2. 10.
H. Dionysius was eens zoo ge-oSr lukkig de heilige Maagd Maria te zien, toen zij nog op onze aarde leefde en hij beschrijft ons de gevoelens, die op dat zalig oogenblik zijn hart overstelpten. »Toen ik het aanschijn uwer allerheiligste Moeder aanschouwde, o Eeuwige God, ware ik zonder twijfel op mijne knieën neergevallen en had Haar als eene Godheid aanbeden, indien uwe heilige leer mij niet bewaard hadde.
Eene zoo groote majesteit lag op haar heilig wezen verspreid, zulke goddelijke stralen schoten uit deze verhevene verschijning, dat het mij voorkwam, reeds de eeuwige gelukzaligheid te genieten, en dat de bovennatuurlijke aanschouwing, de zaligheid der Engelen, geene groo-tere heerlijkheid kon schenken.quot;
Gelooven wij gaarne dezen eersten
14 Maria als Rozenkranskoningin
Bisschop van Athene, dat Maria in schoonheid en beminnelijkheid ook de heerlijkste Engelen overtreft, en beantwoorden wij daarom de vraag: waarom wij met geen luisterrijker krans haar maagdelijk en koninklijk Hoofd kunnen kronen, dan met den heiligen Rozenkrans?
Deze krans is de schoonste, want hij is gevlochten door de schoonste handen, namelijk door de handen van Maria en door de handen der H. Kerk.
Maria is Jesiis' moeder; de Kerk is Jesus' Bruid.
Is het nu mogelijk, schoonere handen te vinden, dan de handen van de Moeder en van de Bruid van Gods Eenig-geboren Zoon?
i. maria's handen hebben den eersten rozenkrans gevlochten.
Zij heeft het eerst dit gebed geleeid aan haren getrouwen dienaar, den H. Do-minicus.
Handen en oogen ten hemel verheven, ligt Dominicus geknield in een afgelegen woud, bij Toulouse.
Zuchtend wendt hij zich tot de Moe-ccr der genaden en smeekt Elaar vurig.
en hét Rijk harer Barmhartigheid. 15
haren barmhartigen blik te richten op de vele misleide zielen en deze te redden van het eeuwig verderf. Om zich de krachtige voorspraak van Maria meer waardig te maken, kastijdt hij gedurende drie dagen zijn lichaam door vasten, waken en andere boetedoeningen zoozeer, dat hij eindelijk uitgeput ter aarde valt. Nu verschijnt hem de glorierijke Hemelkoningin met groote pracht en heerlijkheid. Haar aangezicht schittert als de ontwakende lente; haar woord klinkt als de stem, die den schipbreukeling redding, den uitgeputten soldaat de overwinning aankondigt.
xüominicus, mijn inniggeliefde zoon,quot; zoo spreekt ze hem toe, wijl gij volgens het verlangen van mijnen Zoon, en vertrouwende op mijn bijstand, zoo dapper en onvermoeid de vijanden der Kerk bestreden hebt, ben Ik gekomen, om 11 hulp en bijstand te verleenen.quot;
De hoogste Koningin van hemel en aarde was begeleid door drie andere koninginnen, en ieder van deze had vijftig edele jonkvrouwen in haar gevolg.
Deze drie koninginnen richtten den nog machteloos ter aarde liggenden
16 Maria als Rozenkranskoningin
H. Dominicus op, en voeren hem voor Maria. De Moeder Gods drukt haren dierbaren zoon aan haar moederhart en na hem met hemelschen troost en de kracht Gods vervuld te hebben, verklaart zij den Heilige de manier, waarop de Rozenkrans moet gebeden worden, alsook de waarde, het nut en de kracht van dit gebed. gt;Gij weet, mijn zoonquot; zoo gaat de H. Maagd voort, j welke middelen God heeft aangewend om het menschdom te verlossen. Het eerste was de Boodschap van den Aartsengel; dan volgde de geboorte en het leven van Jesus, daarop zijn bitter lijden en schandelijke dood, zijne verrijzenis en hemelvaart.
Door deze middelen werd de wereld verlost en de hemel geopend. De geheimen van het leven en lijden van Christus, verbonden met het Gebed des Heeren en de groetenis des Engels, zijn mijn Rozenkrans; ga nu en leer dit gebed aan de afvallingen en het zal 't begin zijn hunner bekeering.quot;
Verheugd en getroost ijlt de heilige naar Toulouse.
Hij nadert de stad. Daar beginnen
en het Rijk harer Barmhartigheid. 17
op eens alle klokken in de kathedraal te luiden. Alle £.rbeid wordt gestaakt, en allen snellen tempehvaarts. Eenigen klimmen in den toren, tot bij de klokken, maar vinden niemand, die aan de klokken trekt.
De H. Dominicus bestijgt den kansel. Zijne oogen schitteren van een heilig vuur, zijn voorhoofd is van een stralen krans omgeven, heilige geestdrift spreekt uit geheel zijn wezen.
Zóó predikt de Heilige den Rozenkrans, vermaant het volk met aandrang bet H. Rozenkrans-gebed dikwijls ten hemel op te stieren, omdat deze bede, hem door Maria geleerd, de duivelen ontstelt, de Engelen verblijdt, het Hart der Moeder Gods tot de teederste liefde beweegt en der aarde vergeving en heil verschaft.
De ketters knarsetanden van woede, ballen de vuisten, stormen de kerk uit en beramen het plan, de vermetelheid van Dominicus te straffen.
Maar God zal den Heilige bijstaan; Hij spreekt door de stem van een vree-selijk onweder. Krachtige donderslagen volgen snel op elkander, bliksemschich-
18 Maria als Rozenkranskoningin
ten doorklieven aanhoudend het donkere zwerk, de wind huilt, de aarde beeft, de hemel hult zich in de akeligste duisternis.
Het groote beeld van Maria hief meerdere malen de rechterhand op en scheen te zeggen; i Zoo gij den Heilige niet hooren en volgen wilt, zult gij allen te gronde gaan.quot;
Geen wonder, dat bij dit alles de inwoners van Toulouse sidderen en beven. Zij vallen op de knieén, slaan op hunne borst, bekennen hunne schuld, beloven zich te bekeeren, en bidden vurig tot Maria.
Deze bekeerden, deze nieuwe kinderen Gods, vormden de eerste Broederschap van den H. Rozenkrans, baden ijverig dit schoone gebed, dat zij vereerden als een geschenk, ontvangen uit de handen van de Koningin des Hemels. Het was in het Jaar der genade, 1202.
II. OOK DE HANDEN DER H. KLERK VLECHTEN DEN ROZENKRANS.
De H. Katholieke Kerk, die alles wat edel en goed is, onder hare bescherming neemt, behartigde steeds met allen ijver
en het Rijk harer Barmhartigheid. 19
de godsvrucht tot den H. Rozenkrans, en stelde zich ten taak, dit christelijk gebed alom te doen kennen en te beoefenen.
Weldra ontstonden er onder hare leiding in steden en dorpen godsdienstige vereenigingen, om gezamenlijk den Rozenkrans te bidden, waardoor de grondslag werd gelegd van het Broederschap van den H. Rozenkrans, door de Kerk begunstigd en goedgekeurd.
De eerste plechtige goedkeuring werd verleend door Paus Alexander IV, den 5 Mei 1258.
Ook opent de Kerk hare genadeschatten en verleent menigvuldige aflaten aan het bidden van den Rozenkrans.
De opperste Herders der Kerk gaan de geloovigen voor en schrijven hunne namen in het register der Broederschap.
Van Alexander IV af tot onzen Heiligen Vader Leo XTII, (van 1258â1888) tellen wij 2 16 pauselijken bullen, brieven of uitspraken, door den H. Apostolischen stoel gegeven ten gunste van den H. Rozenkrans en het Broederschap.
De Rozenkrans is dus zeker een schoone krans, gevlochten door de schoonste handen, de handen van de
20 Maria als Rozenkranskoningin
Moeder en de handen van de Bruid van onzen Heer Jesus Christus.
Jesus' Moeder heeft hem aan de wereld bekend gemaakt; Jesus'Bruid heeft deze godsvrucht verspreid, begunstigd en aanbevolen. Keizers en koningen, vorsten en graven. Pausen en bisschoppen, priesters en leeken, veldheeren en soldaten, rijken en armen stellen er eene eer in den rozenkrans te dragen, welks koralen niet zelden van goud, zilver, kostbaar gesteente zijn vervaardigd, uit hoogachtenden eerbied voor het gebed van Maria.
Kind van Maria! laat uw rozenkrans in goud glanzen door uwe vurige godsvrucht tot Maria, wier teedere moederliefde gij door dit schoonste gebed zult gewinnen. Gij groet Haar, als de meest gezegende onder alle vrouwen, als de meest begenadigde onder alle dochters van Eva, als de Moeder van onzen Goddelijken Verlosser, als de Koningin des Hemels !
Gij eert Haar om de verhevene deugden, waardoor zij geworden is de Koningin van den H. Rozenkrans. Stel er uwe vreugde en uw geluk in, door het Rozenkransgebed, steeds welgeval-
en het Rijk harer Barmhartigheid. 21
liger te worden aan uwe H. Moeder; want hare liefde is .'.neer waard dan de liefde van alle menschen en van alle Engelen.
O Maria! mijn Moeder! Moeder mijner ziel! Gij, die na God mijne eeuwige zaligheid vuriger wenscht dan elk ander, toon dat Gij mijne Moeder zijt. Geef, mijne goede Moeder, dat ik steeds aan U denke. (H. Alphonsus.)
3 OCTOBER.
^facuom écvozSett Sc 3C. cKctH oyoozccz 9e qoc^Dzuc-ftt i-ot dc 2t. eSiozcn fitanokonintyin ?
Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans, bid voor ons.
^p^IE ZICH VERNEDERT, 2AL VERHEVEN WORDEN.
Na Gods Eenigen Zoon heeft zich op aarde niemand zoo diep vernederd, als zijne maagdelijke Moeder Maria, de nederige dienstmaagd des Heeren; zoowel, dewijl geen mensch ooit door God
22 Maria als Rozenkranskoningin
zoo hoog in waardigheid verheven is, dat bij vermocht zich zoo diep te vernederen, als ook, omdat geene ziel een zoo volmaakten graad van ootmoedigheid bereikt beeft, als die van Maria.
Van daar heeft God de Heer, uit den hooge neergezien op de nederigheid zijner dienstmaagd, en baar reeds op aarde, door de volheid zijner genaden boven Engelen en menschen verbeven, en in den hemel Haar gekroond als Koningin aller Heiligen.
Daarom ook vestigt de gansche christenheid hare blikken op Maria, legt hare belangen, bare zorgen, bare beden voor Maria's troon neder, en roept Haar aan met een kinderlijk vertrouwen: Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans, bid voor ons!
De H, Kerk ijvert zoozeer voor de godsvrucht tot den H. Rozenkrans, omdat dit verheven gebed alle kinderen der Rozenkrans-Koningin met een drie-voudigen band vereenigt.
I. Met den band des geloofs.
II. Met den band der hoop.
III. Met den band der liefdé.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 23
I MET DKN BAND VAN HET ÃÃNE WARE GELOOF.
»De rechtvaardige leeft uit het geloofquot; zegt de H. Paulus, want het geloof is de grondslag aller deugden. De H. Kerk die alleen en altijd de leermeesteres des heiis is, aan wie Gods licht is toevertrouwd, die de zevenarmige kandelaar is, welke het licht van Christus draagt, zij zorgt steeds met onvermoeiden ijver, om het geloof in de harten harer kinderen te sterken en te vermeerderen.
Een allergeschikst middel daartoe is het heilig rozenkransgebed.
Immers. 1. De Apostolische Geloofsbelijdenis staat aan de spits van den Rozenkrans, als de oudste oirkonde van onzen heiligen godsdienst waardoor wij, met alle geloovigen der vroegere eeuwen, het geloof der Apostelen openlijk belijden.
In de eerste tijden des Christendoms was deze heilige geloofsbelijdenis als het wachtwoord der leerlingen van J. Chr. die elkander hieraan erkenden om toegelaten te worden in hunne vergaderingen.
Wanneer ook gij dagelijks dit gebed verricht, zal het u ook, in uwen dood-
24 Maria als Rozenkranskoningin
strijd, een sleutel zijn om het rijk der hemelen te openen.
2. Het s Onze Vader,quot; is het gebed des Heeren; dat wil zeggen; zóó heeft Jesus zelf gebeden, zóó heeft Hij ons leeren bidden.
Daarom doordringt dit gebed de wolken, stijgt ten hemel op tot boven de engelentronen, verheft den geest tot God en vereenigt de ziel met haren schepper. Het overtreft alle gebeden der Heiligen, alle liefdeverzuchtingen der godvreezende zielen, vereenigt in zich de voorzeggingen der Profeten en de zoetvloeiende woorden der psalmgezangen.
Gelukzalig degene, die alle woorden des Heeren, de gulden woorden van het »Onze Vaderquot; overweegt!
3. Het » Wees gegroetquot; de groetenis des Engels gemaakt, onder de ingeving des H. Geestes, vereenigt alle kinderen der H. Kerk door één band des geloofs in Jesus Christus, Gods Eeniggeboren Zoon en in zijne maagdelijke, genadevolle Moeder; verleent hun de bijzondere bescherming des Hemels in alle gevaren
cn het Rijk harcr Barmhartigheid. 25
van lichaam en ziel en maakt hen aan menigvuldige genaden deelachtig.
4. Eere zij den Vader, den Zoon en den H, Geest: hierdoor leggen wij plechtig de belijdenis af van ons geloof in den Drieëenigen God, in het geheim der Aanbiddelijke Drievuldigheid, de hoofdwaarheid van het. Christendom ; en tegelijk van onze opdracht aan God en aan zijne Eeuwige liefde.
5. Daarna bidt men; De HH. Namen van Jesus, Maria en Joseph zijn gezegend van nu af tot in eeuwigheid; wij vereeren hierdoor de drie heiligste Personen, die ooit op aarde geleefd hebben; het heilig Huisgezin van Nazareth, waarop de Hemel met welgevallen neder-zag, en dat voor de wereld het heerlijkste voorbeeld blijft van deugd en heiligheid, van trouwe plirhtsbctracliting, van vrede en liefde, van lic( ware geluk.
6. De vijftien geheimen, die bij elk tientje overwogen worden, bevatten in het kort de verheven leer van ons H. Geloof, de vernedering en de verheerlijking van Onzen Heer Jesus Christus, zijne ; gt; bitterende zegepraal en de stichting der H. Kerk.
26 Maria als Rozenkranskoningin
't Is daarom, dat wij den rozenkrans kunnen noemen: het geloofsboek der Kerk en van alle goede Katholieken. De band van het alleenzaligmakend geloof vereenigt door dit gebed allen met elkander en met hunne hemelsche Moeder, de Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans.
II. DK HAND DER ZALIGSTE HOOP.
Onze Goddelijke Leermeester Jesus Christus heeft ons over het gebed, wel is waar, de volgende woorden toegesproken: i Wanneer gij bidt, ga in uwe ibinnenkamer, en de deur gesloten heb-gt; bende, bid uwen Vader in het verbor-igen: en uw Vader, die in het verborgene â¢ziet, zal het u vergelden.quot; i) Hij heeft ons echter ook gezegd: «Indien er twee gt;van u op de aarde samenstemmen, gt;voor welke zaak gij ook moogt bidden, gt;het zal hun geschieden van Mijnen sVader, die in de Hemelen is. Want iwaar er twee of drie in Mijnen naam «vergaderd zijn, daar ben ik in hun ⢠midden.quot; 2)
1) Matth, V, 16,
2) Matth, XV1ÃI, 19, 20,
en het Rijk harer Barmhartigheid. 27
Het gemeenschappelijk gebed is derhalve de krachtigste bede, om genade van den hemel te erlangen. De rozenkrans nu is bijzonder geschikt voor een gezamenlijk gebed.
Hoe stichtend, hoe schoon, hoe treffend, als eene gansche kerk, een geheel huisgezin, eene gansche processie van kinderen, jongelingen, jongedochters, mannen, vrouwen en grijsaards een smeekgebed opzendt tot de heilige Rozenkrans-Koningin, en door Haar tot de allerheiligste Drievuldigheid! Bij dit gebed opent zich de hemel en stort zijne overvloedige zegeningen uit over de biddende schare van geloovigen en allen zullen met den Koninklijken Profeet blijde erkennen ; gt; Op U, o Heer, heb ik mijn * betrouwen gesteld, Iaat mij nimmer be-gt; schaamd worden.quot; 1)
lil. DE BAND DER HEILIGE LIEFDE
vereenigt alle kinderen der Kerk door het rozenkransgebed. Immers zij bidden niet voor zich alleen, maar één bidt voor allen, en allen bidden vooréénen. Jesus, wiens Goddelijk Bloed de gansche
28 Maria als Rozenkranskoningin
wereld verloste, heeft ons geleerd te bidden in naam van allen: onze Vader, ons toekome uw rijk, geef ons heden, vergeef ons, verlos o?is, enz.
Op deze wijze beoefenen wij die sehoone deugd, waardoor wij ons als de ware leerlingen van Jesus doen kennen : d^ christelijke naastenliefde, en daarom bevordert onze H. Kerk zoozeer de godvruchtige oefening van den Rozenkrans, dewijl zij wenscht dat al hare kinderen zalig worden.
De christelijke liefde echter overschrijdt de grenzen dezer aarde en vestigt ook hare blikken op de lijdende broeders in het vagevuur; door den rozenkrans smeeken wij voor hen af, genade en vergeving, barmhartigheid cn verlossing door het kostbaar bloed onzes Verlossers en de; mnchlige voorspraak zijner lieve Moeder Maria.
O Maria, mijne goede Moeder, wier bede door God steeds verhoord wordt! Door de liefde welke Gij Uwen God-d el ij ken Zoon toedrn.ngt, verkrijg mij de gennde, dagelijks den 11. Rozenkrans godvruchtig te bidden, en in dit schoon en krachtig gebed des geloofs, Lier hoop
en het Rijk harer Barmhartigheid. 29
en der liefde, tot aan mijn dood te volharden. Amen.
i OCTOBEE.
Kct öJüa pen Sec- cJloamp;e-nfizan sfio-itingiii: ^Pit, zcod cn cjonS.
ffloen Maria nog leefde op aarde, werd T/jb! zij eens, zoo verklaart eene vrome legende, met haar Goddelijk Kind en den kleinen Joannes den Dooper, in het hemelsche paradijs opgenomen.
De H. Maagd zette zich neder aan den oever eener kristalheldere beek, omzoomd met de lieflijkste en geurigste bloemen.
Jesus en Joannes wandelden in stille vreugde langs den oever en onderhielden zich met elkander over hemelsche zaken.
Legioenen van Engelen volgden de kleinen op hunne schreden, bereid hen in alles te dienen.
Jesus beval hun rozen te plukken, welke in de grootste verscheidenheid en in wondervolle pracht allerwege bloei-
3o Mar/a als Rozenkranskoningin
den; en de Engelen plukten witte, roode en geele rozen die zij in een korfje het goddelijk Kind aanboden.
Jesus en Joannes vlochten toen kransen van deze rozen; één van rozen, witter dan sneeuw; een ander van roode, die in purpergloed schitterden; een derde van gele, welke glansden als het zuiverste goud.
Jubelend ging Jesus nu naar de H. Maagd en de Eeniggeboren Zoon des Vaders kroonde met deze rozenkransen het hoofd zijner H. Moeder. Maria, de nederigste onder de nederigen, wilde deze eerbewijzing niet aannemen, en gaf tot driemaal toe de bloemen terug aan haar lieven Jesus die echter telkens zijne Moeder op nieuw kroonde.
Versierd en gekroond met deze hemel-schoone bloemen, nam zij Jesus in hrre armen, en tranen van zalige vreugde vloeiden langs hare wangen.
Kind en dienaar van Maria 1 Ook gij kunt aan uwe hemelsche Moeder welriekende rozen aanbieden, welke hare teedere moederhand met liefde zal aannemen, door het echt christelijk gebed, dat wij den rozenkrans noemen. Sneeuw-
en het Rijk harer Barmhartigheid. 31
witte rozen oftert gij aan de Moeder des Heeren, als gij bij het bidden van den rozenkrans de vijf blijde geheimen overweegt, de vijf groote vreugden, door God aan haar zuiver moederhart geschonken.
I. DE BOODSCHAP DES ENGELS.
De eerste witte roos der vreugde was de boodschap des Hemels aan Maria, dat zij de uitverkorene Moeder zou worden van den langbeloofden en verwachten Messias.
In hare nederige woning verschijnt de Gezant des Heeren en spreekt tot de reinste der Maagden: * Vrees niet, gt;Maria! want gij hebt genade gevon-tden bij God. Zie, gij zult in uwen i schoot ontvangen en eenen Zoon baren »en zijn naam zult gij Jezus noemen.quot;
gt;En Maria zeide: Zie de dienstmaagd gt;des Heeren, mij geschiede naar uw swoord.quot; 1)
Op dit plechtig oogenblik daalde de Zoon van den Eeuwigen quot;Vader neder in den schoot der vlekkelooze Maagd,
32 Maria als Rozenkranskoningin
werd haar kind, en zij verkreeg over Hem alle voorrechten eener moeder. Welk een zalige vreugde zal het heiliig Hart van Maria hebben doen kloppen, toen zij verheven werd tot de waardigheid van Gods Moeder en de tweede Persoon der Aanbiddelijke Drievuldigheid de menschelijke natuur aannam in haar maagdelijk lichaam.
De tweede witte roos was het bezoek van Elisabeth, hare nicht.
»En Maria, in die dagen, stond op, jen reisde met haast naar het gebergte ⢠naar eene stad van Juda; en zij kwam sin het huis van Zacharias en groette »Elisabeth.quot;
sEn Elisabeth werd vervuld van den sHeiligen Geest en riep met luide istemme en sprak; Gezegend zijt Gij »onder de vrouwen, en gezegend jis de «vrucht uws lichaams! En van waar sgeschiedt mij dit, dat de Moeder mijns sHeeren tot mij komt!quot; i)
Wat een vreugdevol oogenblik voor Maria, te vernemen, dat de Heer het groote geheim van haar goddelijk Moederschap aan hare nicht reeds geopen-
i) Luc, i, 41,
en het Rijk barer Barmhartigheid. 33
baard had, en deze Haar met open armen en met de hartelijkste bewijzen eener heilige liefde in haar huis ontving.
De derde witte roos was Jesus' Geboorte.
»1^11 zij baarde haren Eerstgeboren »Zoon en wond Hem in doeken, en «legde Hem in eene kribbe, omdat er voor »hen geene plaats was in de herberg.quot; 1)
Thans ziet Maria de belofte van God vervuld; zij ziet voor hare oogen den-gene, dien de volkeren zoo reikhalzend verwachtten; zij ziet de helsche geesten van het aardrijk verdwijnen, en den zegen des hemels in de rijkste mate over de wereld uitgestort!
Met een gevoel van onuitsprekelijke gelukzaligheid drukt zij het Kind Jesus aan haar Moederhart en besproeit het met tranen der zaligste vreugde.
De vierde witte roos was de opdracht van Jesus in den tempel.
»En toen de dagen barer zuivering, snaar de wet van Mozes, vervuld waren, «brachten zij Hem naar Jerusalem, om »Hem den Heere voor te stellen: zoo
1) Luc, II, 7.
2
34 Maria als Rozenkranskoningin
»als geschreven staat in de wet des »Heeren: alle eerstgeborene van het «mannelijk geslacht, zal den Heere hei-»lig genoemd worden; en om offerande »te geven, naar hetgeen geboden is in »de wet des Heeren, een paar tortel-»duiven of twee jonge duiven.quot; i)
Door den Geest Gods geleid, verschijnt nu de grijze Simeon in den tempel, neemt het Goddelijk Kind in zijne armen en voorzegt wonderbare dingen van den Verlosser der wereld.
Voor Maria's oogen werd toen de toekomst ontsluierd; zij zag de oneindig heerlijke vruchten, welke het bloedige Offer van Haren Zoon voor alle geslachten zou voortbrengen, en een zoete troost vervulde hare schoone ziel.
De vijfde witte roos was de wedervinding van het verloren Kind in Jerusalem.
»En het geschiedde, na drie dagen, »dat zij Hem in den tempel vonden »zitten, in het midden der leeraars, hen »hooiende en hen ondervragende.quot; 2) Met eene smart die hare ziel als met
1) Luc, II, 22. 1) Luc, 11, 45.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 35
een zwaard doorboorde, had Maria haren Jezus verloren op de terugreis van Jerusalem. Drie dagen had zij Hem onder tranen gezocht en eindelijk weergevonden in den tempel.
Wat een troost voor Maria, Jesus terug te vinden, haar Zoon, haar licht, hare troost, hare liefde, haar alles!
Op eene geestelijke wijze kronen wij onze hemelsche Moeder met deze vijf witte rozen telken male, als wij in het R.ozenkransgebed de vijf blijde geheimen herdenken.
Wilt ook gij niet aan Maria de Koningin van den H. Rozenkrans, deze vijfvoudige vreugde bereiden?
Een jeugdige ordebroeder van den H. Franciscus bad eens in zijne cel den rozenkrans met de levendigste gevoelens van diepe godsvrucht.
De overste zond een anderen broeder tot hem met eene boodschap, deze echter vond de cel van zijn medebroeder schitterend verlicht; hij zag met verbazing de Allerheiligste Maagd voor den jongeling als op een troon nedergezeten, omgeven van eene menigte Engelen.
Zoo menigmaal de heilige kloosterling
36 Maria als Rozenkranskoningirt
een »Wees gegroetquot; bad, ontsproot zijn mond een heerlijke roos, welke de Engelen in hunne handen namen om er het hoofd hunner Koningin mede te kronen.
Bij het einde van den Rozenkrans verdween de verschijning.
Kind en dienaar van Maria, uw Engelbewaarder zal hetzelfde werk verrichten, als gij den rozenkrans bidt.
Van uwe gebeden zal Hij een prach-tigen bloemenkrans vlechten voor de Hemelkoningin, haar hoofd kronen en haar Hart verblijden, wanneer gij met een geloovig, vertrouwvol en zuiver hart uw gebed verricht.
Bereid u steeds voor met een diepen eerbied, als gij tot den troon der Moeder Gods nadert; verban uit uwen geest alle wereldsche gedachten, alle aardsche zorgen, en wend u, met geheel uw hart tot Maria en spreek tot haar met den H. Alphonsus;
O beminnenswaardige Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans, Gij wenscht niets vuriger dan de zondaars te hulp te komen; zie ik ben een groot zondaar, die tot u zijn toevlucht neemt!
en het Rijk harer Barmhartigheid. 37
Help mij, goede Moeder, help mij! Neem mij aan als een kind, o Moeder der barmhartigheid, en bewaar mij onder uwe machtige hoede. Amen.
5 OCTOBER.
3{ind, vczyeet uwe 9?Coc9et niet!
Houd uwe moeder in eere, alle dagen uws levens, en gedenk, wat zij om uwentwille heeft uitgestaan. Tobias 4. 3.
iv.eze vermaning van den vromen Tobi-
'LS}: as aan zijn zoon, geldt op de eerste plaats onze lichamelijke moeder: Houd haar in eere, altijd, levenslang, ook wanneer zij oud en gebrekkig geworden is, want zooveel heeft zij voor u geleden, slapelooze nachten voor u doorgebracht, menigvuldigen arbeid verricht, zich voor u onophoudelijke zorgen getroost; steeds heeft zij u bemind: zij verdient dus ten volle, dat ook gij Haar eert en liefhebt en God beloont het u, zelfs reeds in dit leven.
38 Maria als Rozenkranskoningin
Met meer recht nog kunnen wij deze schoone woorden toepassen op onze liemelsclie Moeder Maria, ons door Jesus tot Moeder gegeven.
Vergeet Haar nooit in uw leven; bemin haar met eene kinderlijke liefde; roep Haar aan met het volste vertrouwen; volg Haar na met onvermoeiden ijver; want iioin uwentwille heeft zij zooveel geleden.quot;
Wilt gij u hiervan meer en meer overtuigen en het nimmer uit uw geheugen verliezen, bid dan dikwerf den rozenkrans met de overweging der droevige geheimen.
Een lijdenskelk was ook voor Maria bereid; zij was de Moeder iler smarten; op haar lijdensweg bloeiden vijf roode rozen:
De eerste was: Het bloedig zweet van Jesus in den Olijfhof.
«Uitgaande, begaf Hij zich, volgens
»gewoonte, naar den Olijfberg.......
»en als Hij ter plaatse gekomen was, «sprak Hij tot de leerlingen: Bidl, op-»dat gij niet in bekoring valt. Kn zich »de verte van een steenworp van lien «verwijderd hebbende, knielde Hij neder
en het Rijk harer Barmhartigheid. 39
»en bad... en zijn zweet werd als bloed-»droppelen, die op de aarde neder-svielen.quot; 1)
En Maria, door Gods Geest vóórge-licht en ingewijd in alle geheimen des lijdens van haar Goddelijken Zoon, gevoelde met Jesus zijne grievende smart, zijne onbeschrijfelijke droefheid.
Voor deze smart danken wij onze lieve Moeder, wanneer wij tot de Ro-zenkrans-Koningin bidden: Gezegend is de vrucht uws lichaams, Jesus, die voor ons water en bloed gezweet heeft.
De tweede roode roos was de geese-ling van Jesns.
»Pilatus zeide tot de opperpriesters en »de scharen: Ik vind geen schuld in »dezen mensch... Gij hebt dezen mensch »tot mij gebracht, als het volk verlei-»dende; en ziet, ik heb hem voor 11 «ondervraagd, en in dezen mensch geene «schuld gevonden... Ik zal hem dan «kastijden en losmaken.quot; ?.)
F.n het: I mn Gods, dal de zonden der wereld wegneemt, werd aan eene
1) I/iic. XXII. 39,
2) Luc. XXIII.
4.o Maria als Rozenkranskoningin
zuil gebonden, met een helsche woede geslagen en gegeeseld, zoodat zijn bloed in stroomen vloeide en Hij eindelijk, machteloos en uitgeput aan den voet der kolom nederviel.
Maria was in den geest bij dit bloedig schouwspel tegenwoordig; zij zag de vreeselijke mishandelingen haren Goddelijken Zoon aangedaan, en smolt weg in bittere tranen.
Dankend roepen wij onze heilige Moeder toe, als wij in het Rozenkransgebed bidden; Die voor ons gegeeseld is.
De derde roode roos was de doornenkroning van Jezus.
De H. Evangelist beschrijft ons dit bloedig tooneel in de volgende woorden: »Toen namen de krijgsknechten des »landvoogds Jesus in het rechthuis en »verzamelden rondom Hem de gansche «krijgsbende. En Hem ontkleed hebbende «wierpen zij Hem een purperen mantel »om, en vlochten eenen kroon van »doorncn, cn zettcden die op zijn hoofd »en oenen rietstok in zijne rechterhand. » Kn voor Hem ncderknielend, beschimp-»ten zij Hem zeggende; Wees gegroet, «Koning der Joden.quot; En Hem bespu-
en liet Rijk harer Barmhartigheid. 41
»wende, namen zij den rietstok, en «sloegen Hem op liet hoofd.quot; 1)
Welk vreeselijk lijden voor Jesus! Welke bespotting, welke vernedering! En deze gruwzame lijdenstafereelcn stonden Maria voor oogenl O gij allen, zoo kon de Moeder van smarten uitroepen, gij allen die langs den weg voorbijgaat, ziet en aanschouwt of er eene smart is, gelijk aan de mijne!
De vierde roode roos was de kruisdraging.
»Nadat zij Hem beschimpt hadden, »trokken zij Hem den mantel af, en «deden Hem zijne kleederen aan en «leidden Hem weg, om gekruisigd te «worden.quot; 2)
Beladen met het zware kruishout, bewandelt Jesus zijn lijdensweg naar Calvarië, en op dien weg ontmoette Hij zijne heilige Moeder.
Maria ziet daar haren Goddelijken Zoon, dien zij van den H. Geest ontvangen had en voor wien zij drie en dertig jaren geleefd en gezorgd had!
1) Matih. XXVII. 27.
2) Matth. XXVII. 31.
42 Maria als Rozenkranskoningin
Haren Zoon, dien de H. Geest gezalfd en gezonden had om den armen het Evangelie te prediken, en te zoeken en zalig te maken hetgeen verloren was! Haren Zoon, op aarde gekomen om den gevangenen de verlossing, den blinden het gezicht te schenken! Haren Zoon, door Israël tot koning uitgeroepen, en door het gansche volk met jubelkreten en feestgezangen ontvangen! Dien zoon ziet zij nu gebukt onder den zwaren last van het schandhout des kruises, omringd van eene bloeddorstige menigte, onmen-schelijke soldaten, spottende Pharizeërs! Zij ziet, hoe Hij, uitgeput van lijden en bloedverlies, nauwelijks den eenen voet voor den anderen kan zetten,en Jerusalems straten verft met zijn Goddelijk Bloed.
Arme, lijdende Moeder! Wij danken u voor uwe grievende smart en bidden door U tot Jesus, die iwor ons het zware kruis gedragen heeft.
De vijfde roode roos is de kruisiging van Jesus.
«Nadat zij op de plaats gekomen warren, die Calvarië genoemd wordt, krui-ssigden zij Hem aldaar.quot; i)
i) Luc. XXIII, 33.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 43
Met ruw geweld rukte men Hem de kleederen van het lichaam; de wonden werden onder vernieuwde pijn heropend, en het laatste bloed stroomde uit zijn talrijke wonden. Toen wierp men Hem op het kruishout; handen en voeten werden met nagelen doorboord; het gansche lichaam des Heerer siddert en wringt zich van smarte, en de Moeder van Jesus, die alles zag en hoorde, leed zooveel, als werd zij zelve aan het kruis genageld. Haar moederhart breekt van droefheid, nu zij staat aan het sterfbed van haar Goddelijken Zoon, en dat sterfbed was een kruis! Niettemin is zij onder het grootste lijden de meest gelatene, de grootmoedigste, de heldhaftigste onder alle vrouwen; zij offert haren gekruisten Zoon den Heere op, tot verlossing uwer ziel.
O Maria, bid voor ons uwen Goddelijken Jesus, die zoozeer de wereld beminde, dat Hij voor hare zonden aan het schandhout wilde sterven: dk voor ons gekruisigd is.
Wees gij daarom steeds een dankbaar kind, en vergeet Maria, uwe Moeder niet, houd haar in eere alle dagen
44 Maria als Rozeakranskoningin
uws levens en zijt indachtig in den droevigen Rozenkrans al hetgeen zij voor u geleden heeft.
O allerzoetste Hart van liefde, o heiligste Maagd en Moeder Gods Maria! wanneer ik u aanschouw, dan zie ik geen hart meer; maar een afgrond van smart en liefde. O verkrijg mij, ik bid er u ootmoedig om, een volmaakt berouw over mijne zonden, en getrouwheid tot in den dood, aan Jesus en aan u. Amen.
6 OCTOBER.
3l'ct fmi^aClaat iez eczc dct Sloamp;cn-ft za I w it o mi i g. t n.
^lchooner en treffender schouwspel kan men zich bijna niet voorstellen dan, wanneer bij het vallen van den avond, de vader, de moeder, de kinderen en huisgcnooten neerknielen voor � een Mnriabeeld, om gezamelijk den H. Rozenkrans te bidden.
Men zou zeggen, dat de Hemelko-
en het Rijk harer Barmhartigheid. 45
ningin al hare kinderen rondom zich in het gebed vereenigt, evenals eene hen hare kiekens, om hen tegen eiken vijand te beschermen.
O welk geluk, wanneer alle huisge-nooten in dat gevaarlijk uur zich scharen met geloof, vertrouwen en liefde om het beeld hunner machtige Moeder des hemels!
Waar zou anders zoo menige lichtzinnige zoon, zoo menige wereldsgezinde dochter, ja zoo menige huisvader verblijven? Wellicht op den weg des verderfs; misschien in het grootste gevaar en in gelegenheid tot zonden 1
Doch ziet, de liefde tot de koningin van den H. Rozenkrans is de band die hen vereenigt, versterkt en bewaart. In hun hart is een altaar opgericht, waarop telken dage aan Maria een offer van liefde gebracht wordt, en dat liefdeoffer is een gouden krans van rozen, gevlochten uit de groetenis des Engels, vereenigd met de overweging der vijf glorierijke geheimen.
De eerste gouden roos is de Verrijzenis van Christus.
»Op den laten avond van den sabbath,
46 Maria als Rozenkranskoningin
»bij het aanbreken van den eersten dag »der week kwam Maria Magdalena en »de andere Maria het graf zien.
»En ziet, er ontstond eene groote «aardbeving; want een Engel des Hee-»ren daalde van den hemel en naderde »en wentelde den steen af, en zat op «denzelven. En hij zeide tot de vrou-»wen: Weest niet bevreesd; want ik »weet dat gij Jesus zoekt, die gekruisigd »is; Hij is hier niet, want Hij is ver-»rezen gelijk Hij gezegd heeft.quot; i)
Levend en verheerlijkt was de God-mensch opgestaan uit het graf en verschenen aan zijne geliefde Moeder. Welk een troost, zooals de wereld nooit gekend heeft, voor Haar zwaar beproefd Moederhart, toen Jesus zich aan Haar vertoonde en haar de woorden toesprak: Mijne Moeder! uw Zoon leeft en heeft alles vervuld, wat zijn hemelsche Vader Hem had opgelegd!
Aan dit geheim herinneren wij ons en vereeren Jesus' Moeder, wanneer wij in den Rozenkrans bidden: die van de dooden verrezen is.
i) Matth. XXVIII. i.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 47
De tweede gouden roos is de hemelvaart des Heer en.
»Toen hij dit (tot zijne Apostelen) ge-»spro'ken had, werd Hij terwijl zij aan-»schouwden, opgenomen en eene wolk «voerde Hem weg uit hunne oogen.quot;
»En terwijl zij Hem, die ten hemel voer «nastaarden, ziet, stonden er bij hen »twee mannen in witte kleeding, die »ook zeiden; Galileesche mannen, wat gt;staat gij hemelwaarts te zien? Deze »Jesus, die van u opgenomen is in den »hemel, zal alzoo komen, als gij Hem »hebt zien ten hemel varen.quot; 1)
Ook Maria was getuige van Jesus Hemelvaart. Wat zal haar moederhart gevoeld hebben, toen zij zag hoe de hemelen zich openden en Gods H. Engelen met verblindenden luister hun Koning te gemoet snelden, en Jesus door eigene macht zijn zegevierende intrede hield in het eeuwige huis zijns Vaders, om daar te leven en te heer-schen, gezeten aan des Vaders rechterhand !
De zoetste vreugde, eene onuitspre-
2) Mand, I. 9.
48 Maria als Rozenkranskoning
â kelijke gelukzaligheid, vervulde hare ziel bij deze verheerlijking van haar Godde-lijken Zoon.
Aan dit geheim der gouden roos herinneren wij de H. Rozenkrans-Koningin, zoo dikwijls wij bidden; Die ien hemel is opgeldommen.
De derde gouden roos is, de Zending van God den Jf. Geest.
Het bevel van Jesus opvolgende, waren de Apostelen eendrachtig volhardend in het gebed: »En toen de dagen van «Pinksteren vervuld werden, onstond er »plotseling een gedruisch uit den hemel, »als van een opkomenden, geweldigen »wind, en vervulde het geheele huis, »waar zij zaten.
»En er verschenen hun verdeelde ton-»gen, als van vuur, zich nederzettende »op een ieder van hen. En allen wer-»dcn vervuld met den H. Geest.quot; i)
Maria was gezeten in het midden dei-Apostelen en werd de rijkste gaven des H. Geestes deelachtig. Thans aanschouwden hare oogen het grootste plan der Eeuwige liefde, de H. Kerk, ge-
2) Hand. II. 1.
cn het Rijk harer Barmhartigheid. 49
grondvest op de rots van PetniS; mil-lioenen uit alle werelddeelen de Kerk binnentreden en hare alleenzaligmakende leer volgen. Zij zag Jesns geëerd, aanbeden en verheerlijkt, van het opgaan der zon tot haar ondergang!
Dit geheim stellen wij ons voor oogen, als wij in den rozenkrans bidden: Die ons den H. Geest gezonden heeft.
De vierde gouden roos is de Hemelvaart van AI ar ia.
Maria leefde nog 23 jaren en enkele maanden na de Hemelvaart van Haar Goddelijken Zoon. Het oogenbük was echter genaderd, waarop zij dit tranendal verlaten cn als Koningin van hemel en aarde de hiisterrijke intrede zou doen in Jesus' eeuwig rijk. Met het gansche hemelhof daalde haar Goddelijke Zoon tot Maria neder; de woning weergalmde van het heerlijkst gezang der engelenko-icn, haar gansche wezen straalde van een hemelsch licht; en toen zij de woorden van den stervenden Verlosser had uitgesproken; Heer, in uwe Jianden beveel ik mijn geest, ontvlood hare vlek-kelooze ziel haar maagdelijk lichaam, en deed de plechtige intrede in het he-
go Maria als Rozenkranskoningin
melsch Jerusalem.
De H. Maagd, de geliefde dochter van üod den Vader, de heilige Moeder van den Zoon, de reine tempel des H. Geestes, was met ziel en lichaam door de zalige geesten des hemels opgevoerd in het rijk van haren Zoon.
Welke gelukzalige heerlijkheid voor Maria, ontvangen te worden door de H. ürieeënheid in het rijk der glorie! gecerd, gehuldigd, geprezen te worden door alle Heiligen en Engelen.
O Maria! wij, uwe kinderen, wenschen u geluk met uwe schitterende overwinning; maar gedenk onzer, als wij u in den rozenkrans vereeren: Die u ten hemel heeft opgenomen.
De vijfde gouden roos is de kroning van Maria als koningin des Hemels.
Maria neemt plaats op den troon, die Haar bereid is, aan Jesus' rechterhand, en de Koning der koningen plaatst de kroon der heerschappij op haar hoofd; eene kroon, zoo kostbaar, zoo heerlijk, zoo wonderbaar, dat het niemand gegeven is dezelve te waardeeren noch te beschrijven.
Gekroond is zij als Koningin van
en het Rijk harer Barmhartigheid. 51
Engelen en Aartsengelen, van Apostelen en Martelaren, Aartsvaders en Profeten, van Maagden en Belijders, van alle Heiligen!
Gekroond is zij met eene kroon van macht en liefde; in het rijk van eeuwige schoonheid is en blijft zij onze Moeder die ons beschermt in gevaren, sterkt in den strijd, moed en troost inspreekt, en door hare machtige voorbede de zegeningen des hemels doet nederdalen op aarde.
ü Maria! Uw zegepraal, uwe luistervolle kroning, willen uwe kinderen vernieuwen, telkenmale, als zij u eerbiedig groeten met de woorden: Die u in den hemel gekroond heeft.
Daar liggen ze nu voor u, 150 rozen; 50 witte rozen van den blijden; 50 roode van den droevigen, 50 gouden, van den glorierijken rozenkrans. Vlecht ze te zamen in één krans, waarmede gij uwe hemelsche Moeder kroont; een krans, dien gij haar dagelijks aanbiedt en wees er verzekerd van, Gods H. Engelen zullen ook u een krans bereiden, welks rozen eeuwig bloeien, en nooit verwelken, en u zullen versieren, als uwe ziel
52 Maria als Rozenkranskoningin
hare intrede doet in het rijk, dat Jesus U bereid heeft.
7 OCTOBER.
cJizocii u met zoamp;en, 3ie nooit vczwctbcn.
vLatcu wij ons kronen met »rozen, â¢voordatzijveriuclkcnquot; Wijsh. 2. 8.
Cfjpe Rome leefde eens eene zeer licht-zinnige vrouw, Catharina ïde sschoonequot; geheeten. Toen zij bij zekere gelegenheid, den fl. Dominicus hoorde prediken over den H. Rozenkrans, liet zij aanstonds haar naam schrijven in de register der Broederschap, zonder echter van levenswijze te veranderen.
Op een avond ontving zij het bezoek van een deftigen en voornamen jongeling, dien zij met de meeste voorkomendheid behandelde en aan haren disch uitnoodigde.
Onder het eten bemerkte Catharina
en het Rijk harer Barmhartigheid. 53
dat zoo menigmaal de jongeling eenige spijs nam, bloeddruppelen van zijne handen leekten. Hierover verwonderd, vroeg zij, wat dit beteekende: en de jongeling antwoordde, dat een christen geene spijs moest nuttigen, welke niet eerst in het bloed van Jesus Christus gedoopt, en met de herinnering aan zijn bitter lijden gekruid was.
Nog meer ontsteld door dit antwoord, vroeg de zondares aan den jongeling, wie bij dan toch was.
En plotseling veranderde zijne gestalte in die van den Verlosser aan de kolom der geeseling. Hij toonde haar zijn hoofd met doornen gekroond, zijn lichaam met wonden en bloed overdekt, en sprak tot haar: »\Vilt gij nu nog weten, wie ik ben? Zie, ik ben uw Verlosser, Catharina! wanneer zult gij eens ophouden mij te beleedigen ? Zie eens, hoeveel ik voor u geleden heb? Lang genoeg hebt gij mijn lijden, mijne wonden hernieuwd; verander daarom van levensgedrag.quot;
Tranen van oprecht berouw vloeiden nu langs Catharina's wangen; maar Jesus sprak haar moed en vertrouwen
54 Maria als Rozenkranskoningin
in, zeggende; sWeet, dat gij deze genade te danken hebt aan de voorspraak van Maria, dewijl gij dagelijks, Haar ter eere, den Rozenkrans gebeden hebt.quot;
Den volgenden dag lag de lichtzinnige vrouw in den bichtstoel neergeknield aan de voeten van den H. Domi-nicus, deed eene rouwmoedige belijdenis van al hare zonden, verdeelde hare goederen onder de armen en leidde een zoo godvruchtig leven, dat zij een hoo-gen graad van volmaaktheid bereikte.
Ziedaar dan een kind der wereld, zich kronend met vergankelijke rozen van aardsche vreugde en wellust, maar eensklaps door de genade der H. Rozenkrans-koningin veranderd, bekeerd, geheiligd en met de schoonste rozen der deugd versierd!
Kroon ook gij uwe onsterfelijke ziel, niet met rozen der ijdelheid, die zoo spoedig verwelken; maar met de rozen, die bloeien in den bloementuin der Hemelkoningin:
1. Met de witte roos der kuischheid.
2. Met de roode roos van geduld.
3. Met de gouden roos der liefde.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 55
I DE WITTE ROOS DER KUISCHHEID.
gt; Zalig de zuiveren van harte, want »zij zullen God zien.
De eerste roos, welke wij der Heilige Maagd moeten aanbidden, is de deugd der kuischheid, Haar op geheel bijzondere wijze welgevallig; omdat zij, het eerst van allen de belofte van eeuwige zuiverheid aflegde, en den vlekkeloozen Zoon van God in haren engelreinen en maagdelijken schoot mocht ontvangen.
De onkuischen zijn geene kinderen van Maria; zij volgen hunne Moeder niet na; zijn kronen zich op aarde met een verachtelijken krans van wellust, en in de eeuwigheid met een krans van altijddurende pijn. Wees derhalve waakzaam en voorzichtig voor den krans der onschuld, van grooter waarde dan alle kronen der aarde. Bemin en vereer steeds de Koningin zonder erfsmet ontvangen, de Koningin der maagden, geef Haar uw hart; wijd 11 aan Haar toe, als gij den rozenkrans bidt, en roep Hare voorspraak in.
O Maria, mijne moeder, herinner U,
56 Maria als Rozenkranskoningin
dat ik uw kind ben; bewaar en bescherm mij als tnu eigendom.
II. DE ROODE ROOS VAN GEDULD.
De lijdensroos, de bloem der smart, bloeide welig in Maria's tuin.
Groot en onuitsprekelijk was haar lijden; na Jesus heeft niemand noch zoo veel, noch zoo geduldig geleden als Maria.
Van het oogenblik af, dat zij werd Gods Moeder, werd zij ook eene moeder van smarten; en toen haar stervende Zoon aan het kruishout hangende uitriep: ^Hct is volbracht,quot; moest Maria een bitteren lijdenskelk drinken na den dood van haren teerbeminden Zoon.
Ook gij moet de doornenkroon des gedulds dragen in bekoringen, in beproevingen, in lijden, in ziekten, in wederwaardigheden van dit aardsche leven. Vereenig U in alles met den rJlerheilig-sten, aanbiddenswaardigen Wil van God.
't Is immers Gods II. Wil, dat wij lijden ; maar Hij geeft ons ook de kracht het lijden christelijk te doorstaan en de eeuwige belooning te verwerven. Even
en liet Rijk harer Barmhartigheid. 57
als er geene roos is zonder doornen, zoo is er ook geen leven zonder lijden. Het kruis kunt gij dus niet ontvluchten kies daarom het bests deel; draag hetzelve met een christelijk geduld.
üe H. Franciscus van Sales geeft ons hieromtrent een goeden raad: Wanneer gij gebukt gaat onder het kruis van lijden en wederwaardigheden, werp u dan neder aan de voeten van Jesus, uwen gekruisigden Verlosser en overweeg welke smarten en vernederingen Hij uit liefde tot ons verdragen h;eft, en bid Hem vurig, door de zachtmoedigheid en nederigheid van zijn Goddelijk Hart, om de deugd van geduld.
Wend u echter ook, door den droe-vigen Rozenkrans te bidden, tot Maria, en vraag aan Haar Onbevlekt Hart, dat zij u de genade en kracht verkrijge, in alles Gods H. Wil te aanbidden, u gewillig, als een gehoorzaam kind, aan Gods H. Beschikkingen te onderwerpen, en alle neigingen van ongeduld en ontevredenheid aanstonds, uit liefde tot Jesus te onderdrukken.
Hoe luisterrijk zal uwe ziel dan schitteren, wanneer gij, gekroond met de
58 Maria als Rozenkranskouingin
rozen van geduld, aan uwen met doornen gekroonden Verlosser gelijkvormig, tot de eeuwige vergelding wordt opgeroepen !
Gods Eeniggeboren Zoon zal u uit-noodigen: »Kom, mijne gekruiste ziel, kom van de.\ strijd tot de overwinning, van het lijden tot de vreugde, van het tranendal tol het land van eeuwige rust.
Treed binnen in de vreugde uws Heeren.quot;
3. Dli GOUDEN ROOS DER LIEFDE.
Van het eerste oogenblik harer Onbevlekte Ontvangenis af beminde Maria haren Schepper met de vurigste liefde; van hare teederstc kindsheid af in het leven der Engelen ingewijd, had zij zich geheel en al den Heere toegeheiligd, en deze liefde groeide steeds aan, tot dat haar lichaam door het vurig verlangen, met God vereenigd te zijn, stierf, la, zelfs de Cherubijnen en Seranhijnen hadden van Maria kunnen leeren, hoe men zijnen Heeren God moet liefhebben.
Versier ook gij den krans uwer eeuwige heerlijkheid niet deze kostbare bloem der liefde.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 59
't Ts de liefde, die aan de werken waarde geeft in Gods oogen, zegt de H. Fran-ciscus van Sales; en deze waarde is des te grooter, naarmate de liefdebron, waaruit zij voortkomen, reiner is.
Bid daarom dagelijks om deze noodzakelijke deugd, om de heilige gave van Gods liefde, bijzonder bij den glorierijken Rozenkrans.
Begin van heden af uwen Heer en God uit al uwe krachten te beminnen en alle werken te verrichten uit liefde tot Tesus en Maria; onderhoud dat brandend liefdevuur door verzuchtingen en oefeningen van liefde, die gij ten allen tijde, op elke plaats, onder uwe bezigheden, tot God kunt opzenden: Mijn God, ik bemin 11; geef, dat ik u meer en meer beminne!
Mijn God! ik draag u op mijn lichaam, mijne ziel, alles wat ik ben, alles wat ik bezit!
Alles tot meerdere eer van God!
Hoe welgevallig zal uwe ziel zijn aan haren Schepper, wanneer zij in het stervensuur versierd is met de drie heerlijkste rc.'en, die in den tuin van Maria ontloken zijn; met de witte roos eener
6o Maria als Rozenkranskoningin
vlekkelooze kruischheid, de roode roos van een christelijk geduld, de gouden roos van eene vurige liefde tot God! Deze krans van rozen zal nooit verwelken, maar in helderen glans schitteren als alle aardsche glorie en pracht reeds lang te niet gegaan is.
O Maria, Moeder der schoone liefde, bewaar ons dezen krans van deugden, tot dat wij voor u en uwen Goddelijken Zoon verschijnen in de eeuwige vreugde. Amen.
8 OCTOBER.
Jtcl Jt. ciïoamp;cnlltanjcfcamp;ed Gij- f'icL
Jf. dld^oj'l'ez.
nGezcgevd is de vrucht nw? Ikhaamsquot; laic. 7- 42.
rozenkrans, als een echt katholiek ll./ gebed, kan wel is waar ten allen tijde en hij elke gelegenheid geileden worden; op bijzondere wijze echter, wordt onze hemelsche koningin door
en het Rijk harer Barmhartigheid. 61
het heilig rozenkransgebed gedurende het H. Misoffer vereerd, en bewogen, om voor hare kinderen de raenigvuldig-ste en grootste genaden af te smeeken van Haren Goddelijken Zoon.
Overwegen wij dit eenigszins nader.
i. tDoet dit tot mijne gedachtenis.quot;
Deze woorden richtte onze Heiland tot zijne Apostelen bij het laatste Avondmaal, toen Hij het hoogheilig Sacrament des Altaars en het H. Offer der Mis instelde, in hetwelk Hij zijne mensch-wording en geboorte, zijn allerheiligst leven en lijden, zijn kostbaren dood voortdurend op eene onbloedige, maar waarachtige, werkelijke, wezenlijke wijze vernieuwt; in hetwelk Hij met ons de herinnering viert zijner glorievolle Verrijzenis en Hemelvaart en ons laat deelnemen aan al zijne oneindige verdiensten en hemelsche zegeningen, bijaldien wij met een geloovig hart er bij tegenwoordig zijn.
De woorden van Jesus: tgt;Doet dit tot mijne gedachtenis,quot; bevatten ook het liefdevolle aandenken aan Maria, zijne gezegende Moeder, zonder welke de
62 Maria als Rozenkranskoningin
Zoon Gods geen enkel geheim onzer verlossing voltrokken heelt.
Maria stond Jesus ter zijde met alle rechten ecner dierbare Moeder van de kribbe tot aan het kruis; daarom is Zij thans zoo hoog verheven in het hemelrijk en door Haar Goddelijken Zoon gekroond als Koningin van hemel en aarde.
Wanneer wij derhalve, gedurende de H. Ufferande der Mis den Rozenkrans bidden en de heilige geheimen van Jesus en Maria overwegen, dan verblijden wij ongetwijfeld het allerzoetste Hart van de Koningin van den H. Rozenkrans, wier verdiensten en verheerlijking te gelijk met haren Goddelijken Zoon, ook in den hemel door Engelen en Heiligen vreugdevol herdacht worden.
Het geringste liefdeblijk van goede kinderen aan hunne geliefde moeder wordt door haar steeds met ecne troostvolle voldoening aangenomen en rijkelijk vergolden, want het hart eener moeder kan zich in goedheid en liefde niet laten overtreffen door hare kinderen.
quot;Wat dan te zeggen, wat te hopen en te verwachten van het beste, het rijkste aller
en het Rijk harer Barmhartigheid. 63
moederharten, van het H. Hart van Maria, de door God gekroonde Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans?
Bid daarom met een hart vol liefde den H. Rozenkrans onder de H. Mis, en een duizendvoudige zegen zal uw loon zijn.
2. Eer en dank God uit al uwe krachten!
Dit is de vurigste hartewensch, het hoogste verlangen van Gods lieve Moeder, de H. Rozenkrans-koningin.
Dewijl zij God met de heiligste liefde steeds beminde, is het ook haareenigst verlangen, dat al hare kinderen God loven en prijzen voor de rijke genadeschatten, die Haar van den Hemel zijn ten deel gevallen; maar vuriger nog wenscht Maria, dat wij God beminnen en verheerlijken, omdat Hij in zich zelf het hoogste, het beminnenswaardigste goed is.
Hoe welgevallig zal Haar dan de bede zijn, zoo dikwerf herhaald in den H. Rozenkrans â Gezegend is de vrucht u7üs lichaams, Jesus! â ter aanbidding van haren Goddelijken Zoon, en de
64 Maria als Rozenkranskoningin.
lofzang ter eere en dank aan den Drie-ëenigen God; Ee.re zij den Vader, den Zoon en den H. Geest.
Wanneer wij deze gebeden onder het H. Sacrificie der Mis verrichten bij het bidden van den Rozenkrans, dan verkrijgen zij eene oneindig hoogere waarde door het Goddelijk Hart van Jesus, hetwelk wij met den priester in de H. Misofferande met dezelfde meening tot eeuwigen lof en dank aan de H. Drie vuldigheid opdragen.
»Niet schoon is de lofspraak in den innondder zondaarsquot; zegt de H. Schrift i) ons hart alléén is niet rein, niet heilig genoeg, om Godeeen offerande te brengen tot erkenning van Gods opperste Majesteit en heerschappij: doch, in het H. Misoffer ziet de Eeuwige Vader met welgevallen neder op zijn Eenigen, veelgeliefden Zoon, en neemt met vreugde zijne offerande aan, ook voor ons, arme zondaars.
't Is daarom ook, dat wij vreugde bereiden aan het H. Hart van Maria, als wij onder de H. Mis den Rozen-
i) Eccl. XV. 9.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 65
krans bidden, om God te eeren en dank te zeggen voor de weldaden zijner eeuwige liefde.
3. Bid om vergiffenis, bid om genade.
De hemelsche Rozenkrans-Koningin wil zelve van God voor al hare kinderen de vergiffenis hunner zonden af-smeeken opdat zij rein en zuiver, heilig en volmaakt worden.
Zij leerde ons daarom den droevigen Rozenkrans bidden, waarin wij het bitter lijden Onzes Verlossers overwegen, en de smarten, die onze zonden Hem veroorzaakt hebben.
Wanneer gij onder de H. Mis, bij het bidden van den Rozenkrans, deze overwegingen met een medelijdend hart verricht, dan draagt gij den Allerhoogste op, niet slechts op geestelijke maar op werkelijke wijze met den priester, het allerkostbaarste Bloed van Onzen Heer Jesus Christus, terwijl gij bidt: Vergeef ons. Allerheiligste Vader, al onze zonden, ter wille van uwen Eeniggebo-ren Zoon Jesus, die voor ons water en bloed gezweet heeft; die voor ons gegee-seld en met doornen gekroond is; die
3
66 Maria als Rozenkranskoningin
voor ons het zware kruis gedragen heeft, en aan het kruishout stierf, en zich hier op het altaar opnieuw voor ons opoffert.
4. Hoevele genaden kunnen wij verkrijgen, wanneer wij den Rozenkrans bidden bij de H. Offerande der Mis, die God wordt opgedragen, om nieuwe genaden en weldaden voor ons en voor anderen van God te ontvangen! Wat zoude onze hemelsche Vader zijnen kinderen kunnen weigeren, als zij tot Hem smeeken door de heiligste Harten van Jesus en Maria!
O! maak toch steeds de heilige meening, den rozenkrans te bidden in ver-eeniging met de H. Offerande der Mis, ook wanneer gij in de kerk niet aanwezig zijt, tot eene herinnering aan het leven en lijden onzes Verlossers, om God te eeren. Hem te danken, vergeving onzer schulden te verkrijgen, alle genaden te vragen, welke voor uw zielenheil noodzakelijk zijn. Ja, in het rozenkransgebed onder de H. Mis, wordt het woord vervuld, dat de H. Schrift in den mond legt van Maria: *Bij mij is alle genade te vindenquot; elke genade alzoo, die ons noodzakelijk is, op den
en het Rijk harer Barmhartigheid. 67
weg naar het hemelsch vaderland.
njn mij is alle hoop des levens en â¢â¢'der deugd. Ik ben de Moeder der tschoone liefde, der vrees, des geloofs, nder zalige hoop.'quot;
Daarom verzuchten wij tot Haar met den H. Germanus:
Niemand, o heiligste Maagd, komt tot de kennis van God, tenzij door U!
Niemand, o Moeder Gods, wordt gered, tenzij door UI
Niemand ontsnapt aan de gevaren dezes levens, tenzij door U!
Niemand verkrijgt eene genade van God, tenzij door ü, Gij, die vol van genade zijt!
Verzuim daarom nooit door den H. Rozenkrans onder het H. Misoffer, vele en groote genaden van God af te smeeken, en bid met den H. Alphonsus: O mijne Koningin, werp, bid ik U, een genadevollen blik op mijne arme ziel, en vraag aan God die genaden, welke Gij voor mij goedvindt. Nooit blijft ééne uwer beden onverhoord; het is immers het gebed eener Moeder tot haren Zoon, die U zoo teeder bemint en al uwe verlangens voldoet, om daar-
68 Maria als Rozenkranskoningin
door U nog meer te verheerlijken en zijne groote liefde tot U aan den dag te leggen.
Ja, mijne meesteres, een onbegrensd vertrouwen stel ik op U! Aan U is het nu, mij te redden. Amen.
9 OCTOBER.
3C. cKozenfizavtï, -fret mxddcf-
-pwnt aiicv yodvtuchiiye oefeningen.
nA/le goed verkreeg ik tegelijk met haarquot;
Wijsh. 7. 11.
a het H. Misoffer,quot; zoo sprak eens ? de H. Maagd tol: haren getrouwen dienaar Alanus, »is de rozenkrans mij »het aangenaamste onder alle andere «godsdienstige oefeningen.quot;
Wat kan hiervan de reden zijn? De reden is, dewijl de Rozenkrans alle godvruchtige oefeningen van onzen H. Godsdienst in zich vereenigt; dewijl hij, door zijne geheimen het geheele
en het Rijk harer Barmhartigheid. 69
Nieuwe Testament in zich bevat, dewijl hij geschikt is voor eiken stand, voor iederen leeftijd, voor alle omstandigheden des menschelijken levens; dewijl in dit gebed, kort aan woorden, maar rijk aan inhoud, de geheele schat der H. Kerk, met alle genade en zegeningen van God, met ontelbare aflaten en voorrechten is opgesloten.
Wij willen dit, in het bijzonder, eens verklaren.
Het H. Rozenkransgebed bevat in zich:
x. De vereering der Allerheiligste Drievuldigheid. Tn den vreugdevollen rozenkrans eeren wij den Vader, die zijn Keniggeboren Zoon niet spaarde, maar Hem gezonden heeft om de wereld te verlossen.
In den droevigen Rozenkrans eeren wij den Zoon, die onder een vreeselijk lijden onze zielen vrijkocht.
In den glorierijken Rozenkrans eeren wij den II. Geest, die het werk onzer heiligmaking voltrokken heeft. Liefde, aanbidding, dankzegging aan de H. Drievuldigheid, is alzoo het eerste en hoogste doel bij het gebed van den Rozenkrans.
â¢jo Maria als Rozenkranskoningin
Door den Drieëenigen God werd de groetenis gezonden aan Maria, en het Onze Vader gemaakt, ons door Jesus geleerd.
Daarom spreken wij aanbiddend, na ieder tientje de woorden uit: Eere zij den Vader, den Zoon en den H. Geest.
2. De vereering van den H. Geest, Dien wij in elk »Wees Gegroetquot; eeren, dewijl de menschwording van Jesus, die ons hierin verkondigd wordt, aan de bijzondere werking des H. Geestes wordt toegeschreven.
Op geheel bijzondere wijze eeren wij den H. Geest in de overweging dei-twee geheimen: »Dien Gij, o Maagd, van den H. Geest ontvangen hebt;quot; »Die ons den H. Geest gezonden hebt.quot;
3. De vereering der allerheiligste Namen van Jesus en Maria, zoo dikwerf wij deze zoete namen in de Groetenis des Engels met eerbied en vertrouwen uitspreken en aanroepen.
4. De vereering der Allerheiligste Harten van Jesus en Maria, dewijl wij de vurige liefdevlammen dezer eeuwig gezegende Harten tot God en tot ons menschen, in de geheimen van den ro-
en het Rijk harer Barmhartigheid, 71
zen krans zoo helder zien schitteren en zoo treffend gevoelen, dat wij op onweerstaanbare wijze aangespoord worden, ons met hen te vereenigen, om God op volmaakte wijze te beminnen en aan de heiligste Harten van Jezus en Maria gelijkvormig te worden in de beoefening der verhevenste deugden, welke wij in de overweging der geheimen zien uitblinken.
5. De vereering van de H. Kindsheid van Jezus, in den vreugdevollen Rozenkrans.
6. De v er eer ing van het Bitter Lijden onzes Heeren, in den droevigen Rozenkrans; van zijne heilige vijf wonden, in het tiende Geheim: van zijn H. Aanschijn, in het zesde en achtste Geheim; en van zijn Kostbaar Bloed.
7. De vereering van het Hoogheilig Altaarsacrament, in hetwelk Jezus Christus nederdaalt op aarde, zich opoffert aan zijn hemelschen Vader voor het heil der wereld; als de heiligste Hooge-priester aan het altaar des kruises voor ons bidt, en ons zijn eigen Vleesch en Bloed schenkt tot eene spijs onzer ziel om ons aan al zijne verdiensten deelachtig te maken.
72 Maria als Rozenkranskoningin
8. De vereering der Onbevlekte Ontvangenis, der ongeschonden Maagdelijkheid en van het goddelijk Moederschap van Maria, als wij Haar groeten: »Gij zijt gezegend onder de vrouwen;quot; en »Heilige Maria Moeder Gods.quot;
9. De vereering der zeven vreugden van Maria, in den vreugdevollen en glorierijken Rozenkrans.
10. De vereering der zeven smarten van Maria, in den droevigen Rozenkrans.
11. De viering van alle feestdagen van het Kerkelijk jaar, dewijl eene godvruchtig biddende ziel zich alle geheimen van Jesus en Maria in het werk der Verlossing, voor den geest kan stellen, onder het bidden van den Rozenkrans.
12. De vereering der HH. Engelen, vooral in het eerste, derde, zesde, elfde, twaalfde, veertiende en vijftiende geheim.
13. De vereer ing van alle Gods lieve Heiligen, in alle standen, ons voorgesteld door de H. Moeder Gods, den H. Joseph, de arme Herders, de H. Driekoningen, Elisabeth, Zacharias, Joannes, Simeon, Anna, Maria Magdalena, Dis-mas, Nicodemus, de HH. Apostelen en
en het Rijk harer Barmhartigheid. 73
Evangelisten, allen vereeren wij in het vijftiende geheim, waarin wij overwegen de kroning van Maria, als Koningin van alle Heiligen.
14. De godvruchtige oefening tot het verkrijgen van een zaligen dood; zoo dikwijls immers bidden wij tot onze H. Moeder «Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, zondaars, nu, en in het uur van onzen dood.quot;
En dewijl millioenen en milüoenen dit gebed voor elkander verrichten, kan deze genade niet geweigerd worden aan de dienaars van de Koningin van den H. Rozenkrans.
15. De godsvrucht tot de zielen in het vagevuur wordt op bijzondere wijze door den Rozenkrans bevorderd, door de menigvuldige en groote aflaten, die kunnen toegevoegd worden aan onze lijdende broeders in het vagevuur.
De zalige Pater Dominicaan, Joannes Massias, heeft alléén meer dan een mil-lioen zielen uit de pijnen des vagevuurs verlost door het bidden van den Rozenkrans, zooals hij op zijn sterfbed aan zijn biechtvader bekend maakte.
16. Eindelijk is de Rozenkrans het
3 J
74 Maria als Rozenkranskoningin
krachtigste gebed om alle zegeningen des hemels te verkrijgen en alle rampen af te weren; in allen nood, tegen elke bekoring, ten tijde van ziekte, oorlog, hongersnood; in elke aangelegenheid; bij geluk of ongeluk; tot dankzegging, tot aanbidding, tot smeekgebed; voor eenieder, kind en grijsaard, jongeling en jongedochter, vader en moeder, heer en dienstknecht, keizer en koning, Paus en Bisschop, priester en leek, voor alle ge-loovige katholieken is de heilige rozenkrans, immer en altijd »eene geheel goddelijke oefening,quot; zoo als de H. Ca-rolus Borromeus zich uitdrukt; de koningin aller godvruchtige oefeningen, een zwaard tegen alle aanvechtingen der hel, een gouden sleutel des hemels en der oneindige genadeschatten en rijkdommen van God.
Degene dus, die de Hemelkoningin met dit schoone gebed vereert, vermeerdert op duizendvoudige wijze zijne verdiensten en maakt zich den ganschen hemel tot vriend: God en Maria, alle Engelen en Heiligen, als de beste en meestvermogende vrienden zijner ziel, zoowel voor het tegenwoordige als voor
en het Rijk harer Barmhartigheid. 75
het toekomstige leven, voor tijd en eeuwigheid.
10 OCTOBER.
olloiamp;enkzansfionincj,in doet aan fva te fiindcten dc ata foystc iietoftcn.
âDie mij gevonden heeft, zal âleven vinden en heil veriver-âven van den Heer.quot;
Spr. 8. 35,
^Jlpoen de H. Stanislaus Kostka, deze (jas engelachtige vereerder der H. Maagd, op zijn sterfbed lag, wilde hij zijn rozenkrans niet meer uit de handen laten, alhoewel hij hem niet meer bidden kon. Ondervraagd, waarom hij zoovele vreugde smaakte in het dragen van den rozenkrans, gaf hij dit schoone antwoord: «Het is de Rozenkrans mijner lieve hemelsche Moeder, welke mij boven alles dierbaar is, als iets, wat Maria toebe-
76 Maria als Rozenkranskoningin
hoort, daarom geeft niets mij zooveel troost, als hem bij mij te hebben.quot;
Dezen heiligen jongeling was de rozenkrans dierbaarder dan den kinderen der wereld de edelste paarlen, de kostbaarste sieraden, welke zij bij hunnen dood toch moeten achterlaten; en met volle recht: want de Hemelkoningin doet aan hare getrouwe dienaars en liefhebbende kinderen de zaligste beloften, welker waarheid en zekerheid niemand kan betwijfelen, die van den rijkdom, van de macht, van de liefde der H. Moeder Gods overtuigd is.
Ziehier welke beloften de genadevolle Koningin van den H. Rozenkrans gaf aan den H. Dominicus: i.)
i. » Degene, die mij getrouw zal dienen door het gebed van den rozenkrans, zal eene bijzondere genade ontvangen;quot; alzoo eene genade, welke hij anders van God niet zou verkrijgen; eene genade, welke Maria, op bijzondere wijze voor haar kind afsmeekt; derhalve iets groots, heiligs, volmaakts, iets van eeuwige waarde.
i) Bolletino Salesiano, Octobre 1884. No. 10.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 77
2. »Aan allen, die godvruchtig den rozenkrans zullen bidden, beloof ik mijne geheel bijzondere bescherming en groote genadeny
Wat het zeggen wil, te midden van zoovele gevaren en vijanden, die ons tijdelijk en eeuwig geluk bedreigen, een machtigen steun te hebben in de bescherming der H. Moeder van God, dat kunnen duizenden dankbaar verkondigen, die op hunne Moeder alle vertrouwen stelden en uit de grootste gevaren gelukkig gered werden door Haar, die den kop van het helsch serpent verpletterd heeft.
3. »De rozenkrans zal eene sterke wapenrusting zijn tegen de hel; hij zal de misdaden uitroeien, de zonden verdrijven, de dwalingen vernietigen.quot;
Daarom trek ten strijde, uitgerust met dit wondermachtig wapen en als een groot held zult gij honderduizend meer vijanden overwinnen, dan koning David!
4. De Rozenkrans zal bewerken, dat de deugden en goede werken meer en meer zullen bloeien; hij zal de rijke bronnen van Gods grenzelooze barmhartigheid voor de zielen openen; de har-
78 Maria als Rozenkranskoningin
ten der menschen van de ij dele liefde der wereld, tot Gods liefde terugvoeren en hen bezielen met een vurig verlangen naar de eeuwige goederen. O, hoe-vele zielen zullen door dit middel geheiligd worden!quot;
Overweeg eens in 't kort, elk woord dezer belofte, om eenigermate de onberekenbare waarde dezer genadeschatten te leeren kennen.
5. »De ziel, welke zich door het bidden van den rozenkrans aan Mij aanbeveelt, zal niet verloren gaan.quot; Welk geluk voor de zondaars! welke troost voor kleinmoedigen!
6. »Hij, die steeds den rozenkrans godvruchtig bidt en zijne heilige geheimen overweegt, zal niet in ongenade vallen, geene straf van Gods rechtvaardigheid lijden en niet door een onvoor-zienen dood getroffen worden; maar zich bekeeren, als hij een zondaar, in de genade volharden als hij rechtvaardig is en zoo het eeuwig leven waardig worden.quot;
Eene zoo groote belofte kan slechls gegeven worden door de liefde van de beste aller moeders, en door de macht,
en het Rijk harer Barmhartigheid. 79
die Zij bezit op het Hart van haar Goddelijken Zoon.
7. »De ware vereerders van mijn rozenkrans zullen niet sterven zonder de HH. Sacramenten ontvangen te hebben.quot;
Wat een zekere borgtocht voor den hemel!
8. »Ik wil, dat degenen, die mijn rozenkrans bidden, in hun leven en bij hunnen dood, door de genade verlicht en vervuld worden en deelachtig aan de verdiensten der gelukzaligen in het Paradijs!quot;
Wat zijn daartegenover alle edelgesteenten, paarlen, diamanten, schatten van goud of zilver! Niet veel meer dan een handvol stof!
9. »Op een (bepaalden) dag verlos ik die zielen uit het vagevuur, welke mij door den Rozenkrans godvruchtig vereerd hebben.
Welk geluk, ook maar één enkelen dag vroeger het hemelrijk binnen te gaan en deze genade verschuldigd te zijn, aan de Koningin des Hemels zelve!
10. De ware kinderen van mijnen rozenkrans zullen zich in den hemel in grootere heerlijkheid verblijden.quot;
8o Maria als Rozenkranskoningin
Hetgeen de Moeder Gods zelve groot noemt, moet in waarheid grooter zijn, dan alle vergankelijke dingen dezer wereld.
11. * Alles wat gij door den Rozenkrans vraagt, zult gij verkrijgen.quot; Bid daarom steeds met het grootste vertrouwen.
12. »Zij, die de godsvrucht van mijn rozenkrans verspreiden, zullen hulp van Mij erlangen, in al hunne noodwendigheden.quot;
Werk dus ijverig mede, den rozenkrans te leeren kennen, beminnen en bidden.
13. »Van mijn Goddelijken Zoon heb »Ik (de genade) verkregen, dat de leden »der Broederschap van den H. Rozen-»krans, het geheele Hemelsch Hof (alle â¦Engelen en Heiligen) tot medebroeders «zullen hebben, in hun leven en in den »dood.quot;
Tracht dus, u deze hemelsche Familie meer en meer waardig te maken, roep uwe heilige broeders dikwerf aan, en stel al uw vertrouwen op hunne machtige voorspraak.
14. »Zij, die mijnen Rozenkrans bidden, zijn mijne zonen en broeders in
en het Rijk harer Barmhartigheid. 81
Jezus Christus, mijn EeniggeborenZoon.quot;
Welke aardsche adel kan met deze waardigheid vergeleken worden?
15. »De godsvrucht tot mijn rozen-»krans is een groot teeken der voorbe-â » stemming y
O onbevlekte Maagd! bezegel ons met dit teeken in eeuwigheid!
Niet minder groot en talrijk zijn de beloften, welke de Koningin van den H. Rozenkrans geopenbaard heeft aan haren geliefden dienaar, den H. Alanus. uit de Orde van den H. Dominicus: 1) »De rozenkrans is de kroon der heerlijkheid, bestaande uit de edelgesteenten van verdiensten en het goud der liefde. Predik den rozenkrans, hij is een schild tegen de pijlen der vijanden; eene muur van de Kerk Gods, en een boek des levens. Noodig allen uit, mijn rozenkrans te bidden, en groote zielenvruchten zult gij verzamelen. Even dikwijls wordt de Heiligste Maagd gekroond, als Zij gegroet wordt in het rozenkransgebed.quot;
De Goddelijke Verlosser openbaarde aan een dienaar van God; »Zoo menig-
1) P. Leikes, bl. 333.
82 Maria als Rozenkranskoningin
»maal de rozenkrans mijner Moeder »gebeden wordt, is het alsof mijne »wonden genezen worden.quot;
En tot den gelukzaligen Henricus Suso sprak de Heer: »Degenen, die leven in het broederschap van den H. Rozenkrans, worden van ziekten bewaard of genezen; tegen vele gevaren beschermd; staan spoediger op uit de zonden; doen eerder en waardiger boetvaardigheid over hunne begane zonden; vallen minder dikwerf in zonde; overwinnen lichter de bekoringen des duivels; verdragen met meer geduld en vreugde de wederwaardigheden des levens; stichten vrede; vermeerderen de werken hunner deugden en verdiensten; verbreiden de eer van God; worden op hun bidden eerder verhoord; vinden God en de Heiligen meer tot hulp bereid; verwerven gemakkelijker de genade ter volharding; worden zekerder van de hel bevrijd; verschijnen geruster voor Hun Goddelijken Rechter; verkrijgen lichter het eeuwige leven; aanschouwen God duidelijker in het andere leven; genieten Hem met meer heerlijkheid en verheugen zich in grootere goederen in de eeuwigheid.quot;
en het Rijk harer Barmhartigheid. 83
11 OCTOBER.
Sloxyeiifiiamfioniu^in vcz-ac kijnt met fiazcn kci-
fig CU fiojztoct.
»yan nu af, zullen alle geslachten mij zalig Prijzen.''* Luc. 1. 48.
«©quot;eeds jn c|e ggj-gfe eeuwen van het christendom hadden de boetvaardige woestijnbewoners, die aan de psalmgezangen geen deel konden nemen, de gewoonte, in plaats hiervan, een zeker getal Onze Vaders en Wees Gegroeten te bidden. Om het getal dier gebeden gemakkelijker te onthouden, regen zij een zeker aantal koralen te zamen in den vorm eener kroon. 1)
Deze manier van bidden, treffen wij aan bij den H. Paulus, kluizenaar; den H. Benedictus en diens zonen; den Eer-waardigen Beda in Engeland.
Toen men het lichaam der H. Ger-
i) Zoo Palladius cn Sozomenus,
84 Maria als Rozenkranskoningin
trudis ontdekte, (gestorven in het jaar 667) vond men bij haar eenige k' rnlen nevens elkander aan een snoer gehecht zooals aan onzen lozenkrans.
't Is de H. Dominicus, zooals wij reeds vermeldden, die op een uitdrukkelijk verlangen der H. Maagd, het schoone, echt katholieke gebed van den Rozenkrans leerde.
Deze groote Heilige, een der voornaamste dienaren van Maria, heeft echter ook door dit gebed aan de Hen.el-koningin een schitterenden hofstoet geschonken, bestaande uit de heiligste en volmaaktste dienaren van God, die hier Maria's lof verkondigden, en thans pe-schaard zijn rondom den troon der Koningin van hemel en aarde.
Vestigen wij eens onze blikken op dien schitterenden hofstoet, opdat we des te krachtiger mogen aangespoord worden, ons aan te sluiten aan dat heilig en koninklijk gevolg van Maria.
Aan de spits staat de H. Dominicus met alle zonen en dochters van zijne groote heilige Orde, met de millinenen zielen der eerbiedwaardige Broederschap van den H. Rozenkrans, wier namen in
en het Rijk harer Barmhartigheid. 85
het boek des levens zijn opgeteekend.
Toen Dominicus in het jaar 1170 te Calaroga in Spanje geboren werd en de genade des H. Doopsels ontvangen had, zag men eene schitterende ster op zijn voorhoofd, ten teeken dat Hij door den glans zijner deugden in Jesus' Kerk zou uitblinken.
Door een bijzonderen bijstand der H. Moeder Gods bewaarde hij de on-scliuld des doopsels in vlekkelooze reinheid, en door de instelling van den H. Rozenkrans bouwde hij eene geestelijke ladder, langs welke millioenen zielen tot volmaaktheid en heiligheid, en hierdoor tot de eeuwige zaligheid geraakten.
Zijne engelachtige ziel verliet de wereld den 4 Augustus 1221, om in den hemel de Koningin te aanschouwen, wier liefde en goedheid hij op aarde verkondigd had.
De ijverigste Zoon en volgeling van den H. Dominicus in het verspreiden van het Rozenkransgebed, was de gelukzalige Alanus de. Rupe, te Bretagne in Frankrijk geboren, in het jaar 1428, en overleden te Zwolle, den 8 Sept. 1475,
86 Maria als Rozenkranskoningin
Hij leeraarde te Rijssel, Douai, Gent, Rostück, Zwolle; predikte onvermoeid door woorden en geschriften de godsvrucht tot de H, Rozenkranskoningin, die haren vurigen en getrouwen dienaar met de verhevenste genadeschatten overlaadde.
Alles hadden de machten der hel beproefd, om het zalige werk van den H. Alanus, de uitbreiding der godsvrucht tot den H. Rozenkrans, te beletten of te niet te doen; zeven jaren lang werd hij door den duivel op gruwzame wijze bekoord, gekweld, zelfs geslagen, doch te vergeefs; de allerheiligste Maagd beschermde en bevrijdde haar zoon, en zegende hem met haar moederlijke bescherming.
Als een bijzondere zielevriend van den H. Dominicus, zien wij tot den hofstoet der Koningin van den H. Rozenkrans toetreden, den H. Franciscus van AssisiJ, met zijne geheele Orde. Hij zelf bad niet alleen den Rozenkrans met de vurigste liefde en de diepste godsvrucht, maar spoorde hiertoe ook al zijne kinderen dringend en bij elke gelegenheid aan.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 87
Uit het H. Gezelschap van Jesus: wie kent niet den engelachtigen jongeling, den II. Aloysius, den teedersten zoon van Maria; 't was aan den rozenkrans, dat hij zijne roeping en zijne heiligheid dankbaar toeschreef!
Wie wordt niet getroffen door het stichtend voorbeeld van den Heiligen jongeling Joannes Berchmans, die op zijn sterfbed liggende in zijne handen droeg; zijn rozenkrans, een kruisbeeld en de II. regels zijner Orde, en vreugdevol uitriep: Deze drie zijti mij het dierbaarst; met deze sterf ik gaarnequot;
Vurige vereerders van de Rozenkranskoningin waren de gelukzalige Canisius Apostel van Nederland en Duitschland; de II. Franciscus Xaverius, Apostel van Indië; de H. Generaal der Orde, de H. Franciscus Borgias, de H. Al-phonsus Rodiiguez.
In denzehden hofstoet der Hemel-ko-ningin schitteren verder nog de volgende Heiligen;
De H. Carolus Borromeus, die als Aartsbisschop en Kardinaal met bezigheden overladen, toch dagelijks op zijne knieën den rozenkrans bad. Ook
88 Maria als Rozenkranskoningin
stichtte hij in zijne Domkerk te Milaan eene broederschap, en drong er met alle kracht op aan, dat zelfs de soldaten gezamenlijk het rozenkransgebed verrichten zouden, zooals het voorheen was voorgeschreven in de veldtochten tegen de Turken.
De H. Franciscus van Sales bad eiken dag den rozenkrans, waartoe hij één uur noodig had en schrijft hierover:
»De H. Rozenkrans is het beste gebed, en neemt onder alle andere, niet voor-geschrevene gebeden, de eerste plaats in. Bid hem dagelijks met de vurigste godsvrucht, draag hem steeds bij u als een teeken dat gij verlangt een dienaar van God en der allerheiligste Maagd Maria te willen zijn.quot;
In zijn stervensuur liet hij zich den heiligen rozenkrans op zijn arm leggen.
De H. Alphonsus van Ltguori vermaande als Bisschop zijne orderhoorige priesters, dat zij de huisgezinnen zouden uitnoodigen tot het H. Rozenkransgebed. Eveneens drukte hij dit zijnen missionarissen en predikers op het hart. Hij zelf verklaarde, dat zijne zaligheid van den H. Rozenkrans afhing.
en het Rijk hr.rer Barmhartigheid. 89
De H. Philippus Nerius had steeds den Rozenkrans bij zich in bed, en zoodra hij ontwaakte, begon hij aanstonds te bidden.
De H. Theresia schrijft; »De rozenkrans is op wonderbare wijze geschikt, om de geloovigen van de ijdelheid der wereld af te trekken.
Toen de Ff. Cnniillus van Leilis eens van een priester vernam, dat hij geen rozenkrans had, rien hij verwonderd uit: »Ach, wat is dat? Is het mogelijk, een priester zonder rozenkrans?quot;
De H. J'aulus van het Kruis sprak eens deze schoone woorden: «Den rozenkrans wil ik bidden, zoo lang ik leef, en wanneer ik het niet meer kan met de lippen, zal ik bet doen met het hart.quot;
De zalige Alphonsus, Koning van Kastiliè verlangde, dat al zijne dienaren de H. Mangd zonden vereeren door het gebed van den H. Rozenkrans. Om zelf het voorbeeld te geven, droeg hij steeds een schoonen rozenkrans aan zijne zijde, zonder echter zich te verplichten hem te bidden. Toen de kor ing eens gevaarlijk ziek was, zag hij zich
go Maria als Rozenkranskoningin
in den geest geplaatst voor Gods rechterstoel. Hij zag de duivelen, die hem aanklaagden van alle misdaden, waaraan hij zich schuldig gemaakt had. en den Oppersten Rechter, die op het punt stond hem tot de eeuwige straffen te veroordeelen. Toen verscheen plotseling de H. Maagd Maria: zij smeekte om barmhartigheid bij haren Goddelijken Zoon voor Alphonsus. Alle zonden des konings werden in eene weegschaal gelegd; doch de H. Moeder van Jesus legde den Rozenkrans, welken hij te barer eere gedragen had in de andere schaal en sprak tot Alphonsus: »(Jm u te beloonen voor de eer, die gij mij bewezen hebt door het dragen van den Rozenkrans, heb ik van mijn Goddelijken Zoon verkregen, dat uw leven nog voor eenigen tijd verlengd wordt; tracht dezen tijd goed te besteden en boete te doen.quot;
Toen de koning tot zich zeiven was gekomen, riep hij uit: »0 gij heilige Rozenkrans van Onze Lieve Vrouw, aan u heb ik te danken, dat ik van de eeuwige verdoemenis gered ben geworden.quot;
en het Rijk hsrer Barmhartigheid. 91
Hij bad voortaan den H. Rozenkrans alle dagen zijns leven, en na de deugden van een vroom Christen beoefend te hebben, stierf hij den dood der gelukzaligen.
12 OCTGBEE,
3C. ^Vadei oJivta IX en ^ijnc
{icjde tot dc cR-oamp;en li-tanj-fioniiKj in.
»A1 hetgeen hij u zeggem «moge, doel het.quot;
Joës. 11. 5.
'ifp eheel ons vertrouwen berust op de 11. Maagd over welke God de volsheid zijner genade heeft uitgestort, »zoodat, wanneer ons eene hoop, eene «gunst, eene genade verleend wordt, wij weten, dat zij van Haar komt; dewijl dit het verlangen is van Dengene, die wilde, dat ons alles door Maria zou geworden.quot;
92 Maria als Rozenkranskoningin.
Zoo schreef de groote Paus Pius IX den 2 Februari 1849, aan alle bisschoppen der katholieken wereld, toen hij door de revolutie gedwongen, een toevluchtsoord moest zoeken in Gaëta.
De geheele wereld weet, hoe vurig, hoe grenzeloos de liefde van den heiligen dienaar van God, tot Maria was, aan Wie hij te danken had zijne gezondheid, zijne priesterlijke waardigheid, zijne pauselijke kroon, en daarmede ook de kroon der martelaren, der belijders, der maagden in den stralenglans zijner deugden.
Zonder oponthoud bad Pius IX tot de H. Moeder van God; in al zijne toespraken sprak hij van Haar; haar gezegende Naam kwam steeds met diepen eerbied over zijne lippen ; hnre tempels en heiligdommen vereerde hij door zijne persoonlijke bezoeken en met rijke geschenken; de viering der aan Haar gedijde feestdagen bevorderde hij door vele aflaten; haar grootste en schoonste voorrecht, stelde Hij onder ingeving des H. Geestes als geloofspunt vast: Hare onbevlekte Ontvangenis.
Hoe groot de liefde was van dien
en het Rijk harer Barmhartigheid. 93
Opperpriester tot de Koningin van den H. Rozenkrans in 't bijzonder, zien wij hieruit, dat hij, niet alleen dagelijks den rozenkrans bad met de levendigste gevoelens eener diepe godsvrucht; maar ook dat hij voortdurend en met allen nadruk dit gebed zijnen geloovigen aanbeval.
Den rozenkrans noemde hij: »een »hoogst krachtig gebed.quot;
«Wanneer gij vrede wilt bezitten in »uwe harten, in uwe familiën, in uw
⦠vaderland, bidt dan 's avonds met uwe igeheele familie gezamenlijk den heili-»gen Rozenkrans; want dit is het schoon-»ste gebed, rijk aan genaden en op â¦bijzondere wijze welgevallig aan de «allerzaligste Maagd. Bemint dit gebed,
⦠verricht het telken dage met godsvrucht; »dit zij als mijn testament, dat ik u tot »eene herinnering achterlaat.quot;
Zoo sprak de groote dienaar van Maria, Pius IX.
Om de kinderen der Kerk tot de vereering der Rozenkranskoningin meer en meer aan te sporen, bekrachtigde Pius IX de groote en talrijke aflaten, aan het Broederschap van den H. Ro-
94 Maria als Rozenkranskonmgin
zenkrans door zijne voorgangers geschonken.
Hij verleende zijne goedkeuring aan den zoogenaamden «eeuwigen rozenkrans;quot; verbond hieraan rijke aflaten; zoo ook aan de vereering van Maria gedurende de maand October, door den dagelijkschen Rozenkrans.
Ter gelegenheid van het algemeen Concilie in 1869, noodigde de Paus alle geloo-vigen uit, door liet godvruchtig bidden van den H. Rozenkrans van den hemel een gelukkigen uitslag af te smeeken, en verleende daartoe elke week een vollen aflaat.
Eene bijzondere vreugde was het voor zijn vaderhart, toen in 1875 de Bisschop van Tarbes hem mededeelde, dat te Lourdes, het wereldberoemd heiligdom der Onbevlekte Maagd, eene prachtige kerk zou gebouwd worden ter eere van de Koningin van den H. Rozenkrans. Van ganscher harte gaf de Opperherder hieraan zijn vaderlijken zegen en zijne apostolische goedkeuring.
Is hat derhalve een zoete vreugde, een zalige troost, de groote dienaren van Maria en de lieve Heiligen Gods na te volgen in de vereering der Ko-
en het Rijk harer Barmhartigheid. 95
ningin van den allerheiligsten Rozenkrans; het waar christenhart verlangt echter ook bezield te worden met dezelfde gevoelens van liefde, van vertrouwen, van godsvrucht, welke hare groote vereerders bezaten, om daardoor eer en vreugde te bereiden aan de Koningin van hemel en aarde, en aan zijne eigene ziel, de vermeerdering der Goddelijke genade.
De gelukzalige Martinus Navarrus bad dagelijks, tot zijn negentigste jaar, na zijn breviergebed den H. Rozenkrans met de overweging der vijftien geheimen, en heeft ons achtergelaten de wijze, waarop hij deze godvruchtige oefening verrichtte.
»Bij het begin van elk Wees Gegroet moet men zich met een levend geloof in de tegenwoordigheid van Gods Moeder stellen. Bij het begin van ieder tientje overwege men een zekeren tijd het geheim, dat vereerd wordt, en aan het einde van het tientje spreke men met den mond of het hart: »0 mijne glorierijke Moeder en Maagd Maria! Dat u duizendmaal vereeren alle koren van Engelen, met wie ik hoop, U eens
96 Maria als Rozenkranskoningin
in den hemel te aanschouwen en te verheerlijken.
Na het tweede tientje; DatU duizendmaal vereeren alle Heiligen van het Oude Verbond/ die van Adam af tot aan Joannes geleefd hehben, met wie ik hoop, U eens in den hemel te aanschouwen en te verheerlijken.
Na het derde tientje: Dat U duizendmaal vereeren alle Apostelen en leerlingen des Heeren, alle H. Martelaren die hun bloed gegeven hebben voor het geloof in Jesus, Uwen Zoon, en met wie ik hoop, U eens in den hemel te aanschouwen en te verheerlijken.
Na het vierde tientje: Dat U duizendmaal vereeren alle Belijders, met wie ik hoop, U eens in den hemel te aanschouwen en te verheerlijken.
Na het vijfde tientje: DatU duizendmaal vereeren alle Maagden en Weduwen, met wie ik hoop, U eens in den hemel te aanschouwen en te vei heerlij ken.
üp eene andere wijze bad de gelukzalige zuster Monica van Luxemburg, wier geest onder het bidden van den H. Rozenkrans in overweging verdiept was.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 97
Bij den aanvang stelde zij zich de Allerheiligste Maagd voor oogen, in al hare vlekkelooze schoonheid, ofwel, zag zij zich zelve verplaatst voor den troon der Hemelkoningin. Dan smeekte zij tot den Aartsengel Gabriël: »0 Heilige Engel, verkrijg mij de genade, om met de grootste vurigheid Maria, de Koningin des Hemels te groeten.
Bij het eerste Onze Vader vereenigde zij de drie vermogens harer ziel met de drie Goddelijke Personen; en aan het einde bad zij verder: »0 Heilige Engel, ik bid 11, groet de Maagd Maria voor mij, en van mijn kant draag ik Haar dezen rozenkrans op als eene dankzegging voor alle groote, door Haar ontvangen weldaden.quot;
Tot een teeken dat de H. Benedictus Joseph Labre, geheel en al aan de H. Moeder Gods wilde toebehooren, droeg hij steeds een rozenkrans om den hals, bad dien ook openlijk, op alle wegen en straten, en niet op gewone manier; maar steeds met eene zielverheffende betrachting der H. geheimen, en in eene zeer ingetogene en eerbiedige houding.
4
98 Maria als Rozenkranskouingin
Wanneer hij in het hospitaal met de andere armen iederen avond zijn gebed sprak, en dezen of nederzaten of geeuwden of sliepen, deed hij het stee Is op zijn knieën, doordrongen van den diep-sten eerbied, geheel en al zich met God onderhoudend, zoodat menigmaal de een tot den anderen sprak: Zie Bene-dictus eens, hij komt weer in verrukking!
Beijver u dan ook, naar het voorbeeld van zoovele dienaars van Maria, den H. Rozenkrans te bidden met inwendige en uitwendige godsvrucht.
Plaats u bij den aanvang van uw gebed in Gods aanbiddelijke tegenwoordigheid, en vraag u af, met wien gij u onderhoudt; wie gij zelf zijt; waarvoor gij wilt bidden; ^waarvoor gij danken. God verheerlijken of Hem voldoening wilt schenken.
Lees dan in de overweging der Geheimen als in een boek, war.rin het leven en lijden van Onzen Heer Jesus Christus en zijne gebenedijde Moeder Maria beschreven is, en wek in u zeiven op de levendigste gevoelens van geloof, van hoop, van liefde, van da ikzegging, van medelijden, van berouw, van opof
en het Rijk harer Barmhartigheid. 99
fering. Op zulk een wijze zult gij eerder van verstrooidheden bewaard blijven, en uw gebed als een geurigen wierook doen opstijgen tot voor den troon van God en zijner Onbevlekte Moeder.
13 OCTOBER.
amp;ni,e Jt. ^Vadei £eo XIII opoozt dc (latkot icfic weteCd aan, tot ve-ieezlucj dcz c3vo^gt;c11 (izanj-koninyin.
âI/c ben van eeuwigheid veror-udend, van oudsher eer de âaarde werd.quot;quot;
Spr. 8. 23.
is Maria? Zij is dat uitverko-W/'W rei1 schepsel van den Almach-tigen God, dat zoowel van de erfsmet, als van elke, zelfs de geringste dadelijke zonde is gevrijwaard:
Zij is die edele Maagd, die zooals geene vóór Haar en geene na Haar, als eene vonkelende ster, als eene schitte-
loo Maria als Rozenkranskoningin
rende zon door den glans der deugden uitblonk.
Wie is Maria? Zij is de Moeder van God den Zoon, dien de Engelen sidderend aanbidden, en gelijk is in macht, in schoonheid, in heerlijkheid aan den Vader.
Wie is Maria? Zij is de Koningin des hemels; alle Engelen, alle Heiligen zijn hare onderdanen; hare macht overtreft die der aardsche gezagvoerders, in zooverre de hemel grooter en verhevener is dan de aarde.
Wie is Maria? Zij is de moeder der menschen, met een hart vol barmhartigheid en liefde tot al hare kinderen; allen biedt zij hare moederlijke hulp aan, voor allen is zij steeds bereid genaden en weldaden af te smeeken, bij den troon van haar Goddelijken Zoon.
Dat is Maria. Geen wonder derhalve dat de Vader der christenheid, Paus Leo Xin, de volkeren der geheele wereld in deze veelbewogen en uiterst gevaarvolle tijden oproept, hun toevlucht te nemen tot de machtige Koningin des Hemels, en wel door het ijverig bidden van den allerheiligsten Rozenkrans.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 101
Door het langdurig lijden der Kerk en de dagelijks toenemende moeilijkheden der tijden bewogen, heeft Leo XIII sedert het begin van zijn Pausschap niet opgehouden alle Christenen aan te sporen, vooral de H. Maagd, Moeder van God, te vereeren en aan te roepen door het bidden van den Rozenkrans.
Hij beval, dat gedurende de maand October de Rozenkrans zou gebeden worden; hechtte hieraan vele aflaten, voegde bij de litanie den eeretitel van Maria: Koningin van den H. Rozenkrans, bid voor ons, enz.
In de eerste Encycliek over den Rozenkrans (i Sept. 1S83), zeide hij:
Heden is de Goddelijke hulp even zoo noodzakelijk als in den tijd dat Domi-nicus het [gebed 1 van den Rozenkrans in voege bracht.
Die gröote Heilige, dooi God voorgelicht, zag duideijk in, dat om de kwalen zijner eeuw te genezen, geen middel baten kon, tenzij de menschen tot Jezus-Christus die de weg, de waar-heid en het /even is, door de gedachte aan hunne zaligheid terugkeerden, en bij God de voorspraak verwierven van de
io2 Maria als Rozenkranskoningin
Maagd, die de macht heeft alle ketterijen uit te roeien. Daarom heeft hij den Rozenkrans zóó samengesteld, dat wij er de mysteriën onzer verlossing naar hunne volgorde in herdenken en als tot een krans samenvlechten met de Groetenis des Engels en het Gebed des Heeren.
Daar wij althans voor gelijke kwalen eenzelfde middel zoeken, twijfelen wij geenszins of het gebed, eenmaal met zoo groot nut voor heel de wereld door Dominicus ingevoerd, zal ook dienstig zijn om de rampen van onzen tijd te verzachten.
Daarom willen wij niet alleen alle Christenen aansporen om of samen in 't openbaar of elk in 't bijzonder en in den huiselijken kring den Rozenkrans te bidden en dit vroom gebruik te blijven onderhouden, maar wij willen ook dat de geheele maand October aanstaande heilig gevierd worde ter eere van O. L. V. van den Rozerkrans.
Wij, die voor dergelijke kwalen een geneesmiddel zoeken, hebben het rechtte gelooven, dat als wij ons bedienen van hetzelfde gebed, dat den H. Dominicus
en het Rijk hare;- Barmhartigheid. 103
heeft gediend om zooveel heil aan heel de Katholieke wereld te schenken, wij eveneens de rampen, waaraan onze tijd lijdt, zullen zien verdwijnen.quot;
Oe katholieke natiën nu, die dat alles overwegen, en tegelijk zien, dat in den hevigen strijd tegen de Kerk de machten der hel met den dag woedender worden; zoowel als de Katholieke familiën gevoelen het diep, hoe noodzakelijk het is, den ijver jegens de zeer machtige Moeder van God te doen toenemen, en ook het vertrouwen te vermeerderen, dat zij, indien men tot Haar het gebed van den Rozenkrans richt, een krachtige hulp aan den christelijken naam en den Apostolischen Stoel schenken zal; die familiën vergeten inderdaad niet, dat God van de voortzetting en den overvloed zijner gaven wil maken niet alleen de vrucht zijner goedheid, maar ook van onze volharding.quot; (Apost. Breve van 2 | Dec.
Den 5 Aug. iSSS. wordt nogmaals een decreet uitgevaardigd door den Pre-fekt van de Congr. der H. Riten, waarin op last van Onzen H. Vader het volgende wordt bepaald;
I04 Maria als Rozenkranskoningin
j Daarom en ten einde dank te brengen voor de ontvangen weldaden en met meer kracht te bidden om nieuwe te verkrijgen, beveelt de H. Vader en vermaant levendig, dat men nog dit jaar doe, al hetgeen Hij door zijne Encyclieken en door de decreten van de Congregatie der H. Riten (10 Aug. 1886; 26 Aug. 1886; 11 Sept. 1887) in de voorgaande jaren geraden en bevolen heeft ten aanzien van de heilrijke devotie van den H. Rozenkrans, vooral in de maand October. En daar Hij reeds vele beschikkingen heeft genomen met het oog op de meerdere uitbreiding der liturgische vereering der H. Maagd, onder den titel van den Rozenkrans, heeft Hij er nog eene nieuwe aanvulling willen bijvoegen, door met een eigen officie der ^/«,het heilig feestder plechtigheid van dien Rozenkrans op te luisteren.
Onze leus zij dan ook, met den Opperherder der Kerk:
Koningin van den aller heilig sten Rozenkrans, bid voor ons!
en het Rijk harer Barmhartigheid. 105
14 OCTOBER.
ÃlCat/ia, 3e c-cijcptafenSc dioninyin va it den 3C. cjlozgt;cn h tlt;xn$.
â nOver alle natiën en volkeren ^voerde ik het gebiedquot; Eccli. 24. 10-
f3f*foe groot en onbeperkt de macht '301 is onzer Hemelkoningin, en hoe onuitputtelijk hare goedheid jegens ons menschen, hebben hare vrome dienaars, als om strijd, aan de wereld verkondigd.
Maria, zegt de H. Alphonsus, »is deelgenoote aan de macht van haar Goddelijken Zoon, en hetgeen Deze is van natuur, namelijk almachtig, is Maria door de genade. Zij heeft een grooter verlangen ons te helpen, dan wij hebben, door Haar hulp te erlangen.quot;
Eenige treffende geschiedkundige feiten toonen ons ran, hoe voordeelig en heilzaam het is, de zegepralende Rozenkranskoningin met vertrouwen aan te roepen.
1. De zeeslag van Lepa7ito, waarin de
4 §
Io6 Maria als Rozenkranskoningin
Christenen de Turken overwonnen den 7 October 1571, kan terecht de heerlijkste zegepraal genoemd worden,diedoor de voorspraak der Allerheiligste Maagd en het Rozenkransgebed is behaald geworden.
Te dien tijde, zoo schrijft onze H. Vader Leo XIII in zijn brief van den 1 Sept. 1883, nadat de heilige Paus Pius V de christen vorsten tot bescherming der algemeene belangen had opgewekt, was het zijn eerste werk, de machtige Moeder des Heeren door het rozenkransgebed te smeeken, de christenheid genadig te hulp te komen.
Hemel en aarde waren in die dagen getuigen van een verheven schouwspel.
Van den éénen kant de christenhelden onverschrokken den vijand afwachtend en bereid, voor godsdienst en vaderland bloed en leven te offeren; en van den anderen kant de geheele christenwereld gewapend met den H. Rozenkrans, Maria eerend en aanroepend, opdat de Christenen eene schitterende overwinning mochten behalen.
En de Koningin van den H. Rozenkrans heeft hulp gebracht; want in den
en het Rijk harer Barmhartigheid. 107
zeeslag bij Lepanto bevocht de christelijke vloot de heerlijkste zegepraal over de Turken, zonder zelf groot verlies te lijden.
Op hetzelfde oogenblik, van deze luisterrijke zege op wonderbare wijze onderricht, onderbrak de Heilige Paus Pius V zijn gebed dat hij te Rome met opgeheven handen tot de H. Rozenkranskoningin verrichtte, opende het venster van zijne woonkamer en viel op zijne knieën neder, om God en Maria dank te zeggen voor de behaalde zegepraal.
De Christenen hadden 200 Turksche schepen veroverd of in den grond geboord, 50.000 vijanden gedood, 20.000 christen slaven in vrijheid gesteld, en voor immer de christenheid van het Turksche juk bevrijd.
Tot eene dankbare herinnering aan deze ontvangene weldaad, stelde Pius V vast, jaarlijks een feest te vieren ter eere van Maria der Overwinning, en Gregorius XIII gaf aan dezen feestdag den naam van Rozenkransfeest.
2. Toen in het jaar 1683 de Turken voor de muren van Weenen verschenen
io8 Maria als Rozenkranskoningin
met eene legermacht van 200.000 soldaten, vergat men niet de groote zegepraal, welke de christenen door Maria's hulp bevochten hadden; de kerken waren alom met geloovigen gevuld; allerwege bad men den H. Rozenkrans, en ten tweede male werden de Turken overwonnen door het zwaard van Leopold I.
3. Nogmaals moest het krachtige Rozenkransgebed de schrik worden van de vijanden des Christendoms.
In het jaar 1716 vielen zij wederom met een talrijk leger in Hongarije; maar de beroemde Prins Eugenius, die edele ridder en groote vereerder van de Koningin van den H. Rozenkrans, behaalde eene luisterrijke overwinning op den feestdag van O. L. V. ter Sneeuw: op het oogenblik dat Keizer Karei VI te Weenen openbare gebeden verrichten liet, en te Rome eene feestelijke processie werd gehouden door de leden van de Rozenkrans-broederschap, om door Maria's voorspraak Gods hulp af te smeeken in den strijd tegen de vijanden van zijn Heiligen Naatr.
Wegens deze heerlijke overwinning liet Paus Clemens XI groote dankfees-
en het Rijk harer Barmhartigheid. log
ten vieren in Rome; de hem toegezonden Turksche vaandels in het openbaar ten toon stellen, een aflaat afkondigen, te verdienen op den feestdag van O. L. V. der Overwinning, en stond goedgunstig toe, dat het feest van den H. Rozenkrans, tot hiertoe slechts een bijzonder voorrecht der Dominicanen, in alle Kerken der christenheid zou gevierd worden.
4. Prins Eugenius van Savoye, de dappere veldheer, was een evengoed christen als ijverig rozenkransbidder en spoorde tot deze schoone oefening ook zijne soldaten aan, die hem als een vader liefhadden. Hij, gelijk tal van andere katholieke generaals schaamden zich niet, maar beroemden er zich op, den H. Rozenkrans openlijk te bidden en zij schreven hunne overwinnengen en het welslagen hunner ondernemingen toe aan de zegepralende Koningin van den H. Rozenkrans.
5. De in den dertigjarigen oorlog beroemd geworden Graaf Joannes Al-dringer, die in 1634 in den strijd tegen de Zweden sneuvelde, droeg steeds bij zich een kostbaren rozenkrans van roode
no Maria als Rozenkranskoningin
paarlen, welken hij gewoon was te bidden tijdens zijne veldtochten.
6. De wereldberoemde veldheer Tilly was een der vroomste generaals en ge-trouwste zonen der H. Katholieke Kerk. Telken dage woonde hij het hoogheilig Misoffer bij en bad den H. Rozenkrans, welken hij altijd bij zich droeg.
Eens zeide hij tot den Franschen maarschalk Grammont: »Met Gods genade heb ik reeds zeven veldslagen gewonnen, zonder dat mijn paardje zelfs verschrikt is geworden, of dat ik noodig had mijn pistool te grijpen, â tenzij om den rozenkrans te bidden, welken ik hieraan had vastgehecht.
7. Andreas Hofer, de godvreezende held, nam op het slagveld onder een kogelregen zijn Rozenkrans in handen en bad tot Maria, die schrikwekkend is voor hare vijanden, als een leger in slagorde geschaard.
Na de schitterende overwinning door de Tirolers behaald, den 29 Mei iSog, kon een beroemd prediker den dapperen krijgslieden te recht toespreken; »'t waren niet uwe kogels, dappere Tirolers, die de zege behaald hebben;
en het Rijk harer Barmhartigheid, lil
't waren andere kogels, de koralen uwer rozenkransen; deze hebben uwe vijanden verslagen.quot;
8. Een oude rozenkrans-generaal was ook de vermaarde maarschalk, »vaderquot; Radetski.
Op zekeren dag, zat de grijze held in het park van het koninklijk slot te Milaan, toen eenige soldaten in zijne nabijheid kwamen. Hen niet willende storen in hun vroolijk gesprek, stond hij op, om op eene andere plaats te rusten. Eensklaps echter keert hij terug en zag, dat de soldaten iets in hunne handen hielden en hierover spottende opmerkingen maakten. Toen de veldmaarschalk hen genaderd was, groetten zij eerbiedig. »Zoo, mijne kinderenquot; sprak Radetski, »waarover vermaakt gij u zoo?quot;
â Vader, (zoo noemden hem de soldaten) was het antwoord, wij hebben daar op dat bankje dezen rozenkrans gevonden, en zouden wel eens gaarne weten, wie hier den rozenkrans bidt, want deze moet toch een laf soldaat zijn. â
â Zoo, gij wilt dan den bezitter van
112 Maria als Rozenkranskoningin
dezen rozenkrans leeren kennen, was het antwoord van den maarschalk; geeft hem mij dan terug; want ik zelf heb hem hier achtergelaten.
De spotters waren beschaamd, en herinnerde zich, hoe de dappere generaal hen vóór alle veldslagen steeds had opgewekt tot vertrouwen op God en de liefdevolle Moeder Maria.
15 OCTOBEE.
ciz.ici, de iooii3e«?a3icjc êHoamp;cn-â ftza noamp;oninyin.
* Verhaalt alle zijne wonderdaden.quot;
Ps. 104. 2.
®]vp:aria heeft geholpen!
MARIA ZAL VOORTDUREND HULP
aanbieden! Zoo leest men op honderdduizenden votiefsteenen en tafels in alle kerken, in alle heiligdommen aan de allerzaligste Maagd gewijd, die hare onbeperkte macht niet ongebruikt laat; maar allerwege en ten allen tijde aan-
en het Rijk harer Barmhartigheid. 113
wendt, voor het lichamelijk en geestelijk welzijn harer kinderen en vooral diergenen, die Haar op bijzondere wijze vereeren door het schoone gebed van den H. Rozenkrans.
Voorbeelden zonder tal geven hiervan het treffendste getuigenis.
De WelEerw. Pater Cooke van de Dominicaner-Provincie van Engeland predikte onlangs een veertiendaagsche missie te Appleton bij Warrington. Op den sluitings-dag bezocht hem de priester, die met de leiding der »Katholieke Congregatiequot; belast was, en zeidehem:
â »Er loopt een gerucht, dat een oude vrouw, lid onzer Congregatie, morgen tegen één uur na den middag zal sterven.quot;
â »Zoo,quot; antwoordde de pater lachend . . . »het schijnt hier een land van profeten te zijn.quot;
-â gt; Dat niet.quot; antwoordde de priester; imaar men gelooft hier algemeen, dat God die goede vrouw het leven spaart, opdat zij hare gebeden verhoord zie. Zij heeft een eenigen zoon. Sedert twintig jaar heeft hij zijn christelijke plichten niet waargenomen. En gedurende dien
114 Maria als Rozenkranskoningin
tijd heeft zijne moeder niet Opgehouden door gebeden, tranen en verstervingen zijne bekeering af te smeeken. Met volharding en vertrouwen bidt zij, toch niet te moeten sterven, voor zij van haren zoon heeft vernomen, dat hij weder tot de Tafel des Heeren is genaderd. In de veertien jaren, dat ik hier ben, heb ik haar ieder jaar meermalen de laatste heilige Sacramenten toegediend; omdat zij in gevaar van sterven was, maar even zoodikwijls zag ik haar, tegen de verwachting der doktoren in, weder gezond worden. Zij heeft de vaste overtuiging, dat de goede God haar bede zal verhooren. â Nu, zij weet het nog niet, maar de geheele stad is er vol van, dat haar zoon bij u is te biechten geweest; en men veronderstelt, dat hij morgen ook de H. Communie zal ontvangen. Als hij onder de laatste H. Mis communiceert, kan hij omstreeks één uur bij haar terug zijn; en nu is men algemeen van gevoelen, dat zij van vreugde zal sterven, als zij van hem verneemt, wat hij heeft gedaan. Inderdaad, het algemeen gevoelen was een voorspelling. Den volgenden morgen naderde hij
en het Rijk harer Barmhartigheid. 115
godvruchtig tot de Tafel des Heeren. Toen hij te huis kwam, omhelsde hij zijne moeder en sprak:
«Moeder, ik ben vandaag te Communie geweest.quot;
gt;Waarlijk, dierbaar kind? God zij geloofd en geprezen. Mijn gebed is verhoord; niets houdt mij meer in 't leven terug.quot;
Vol vreugde omhelsde zij hem; en als verhoorde God een tweede bede: «Laat nn o Heer, uw dienares in vrede gaan,quot; stierf zij op hetzelfde oogenblik zacht in de armen van haar bekeerden zoon.
Ja, Maria, de machtige Koningin van den H. Rozenkrans heeft reeds zoo menigeen geholpen en zal voortdurend hulp aanbieden.
Knielt daarom neder voor haar troon, verheft uwe oogen en handen tot de Moeder der barmhartigheid en smeekt Haar met den H. Franciscus van Sales: IVees gegroet, o gelukzalige Maagd Maria! wees gegroet, gij, het sieraad van het hemelsch Jerusalem, de vreugde van Israël, de glorie van geheel het christenvolk. Als een machtig krijgsheld strijdende, hebt gij onder uwen
ii6 Maria als Rozenkranskoningin
voet den kop vertreden van de vervloekte slang, die Eva had verleid.
Wees gegroet, Maria, Moeder van Gods Zoon, wien alle macht gegeven is, in wiens naam alle knie zich buigt in den hemel, op en onder de aarde. Als de ceder op den Libanon, zoo verheven zijt gij. Maagdelijke Moeder van den Allerhoogste. Schoon zijt gij als de maan, schitterend als de zon. Hij, Die zetelt in het ongenaakbaar licht, heeft zich gewaardigd in U te wonen. Wees gegroet, Maria, luisterrijke sterre der zee, die door uwen aanbiddelijken Zoon de duisternis der zonde verdrijft; die de kinderen van Adam gered hebt van den eeuwigen ondergang! Door Jesus Christus, uwen Zoon, zijt Gij een oceaan van genaden, waar de mensch het heil zijner ziel met meer veiligheid vindt, dan Noë zijn redding in de ark tegen de wateren van den zondvloed.
Wees gegroet, Maria, Vol van genade, van genade, die heilig maakt: van genade, waarbij alle gaven des H. Geestes U zijn ingestort.
Vol van genade zijt Gij in uw onbevlekte Ontvangenis. Vol van genade, want het
en het Rijk harer Barmhartigheid. 117
woord, dat God is, werd Vleesch, toen de H. Geest U de volheid schonk van de genaden des Allerhoogsten.
De Heer is met U. Om uwe vurige liefde is God in U neergedaald, heeft Hij zich een woonstede bereid in uwen maagdelijken schoot. Ook is met U de heilige Geest,met U de Hemelsche Vader. Gezegend zijt gij onder alle vrouwen. Door de wonderbare werking der genade Gods, die in U leeft en al uwe bewegingen leidt, overtreft Gij alle vrouwen des Ouden Verbonds; Rachel en Rebecca overtreft Gij in geestelijke schoonheid; Judith in kracht en heiligheid; Abigaël in verstand en in wijsheid. Zonder smart, met heilige vreugde hebt Gij de oneindige Wijsheid gebaard.
En gezegend is de vrucht uws lichaams, Jesus, de bron van ons leven, de boom des heils, in Wien gezegend zijn alle volkeren der aarde. Dezen goddelijken Zoon, Dien uwe ziel, o gezegende Maagd prijst, verheft en verheerlijkt boven alles, verheffen en verheerlijken ook wij boven alles in U en met U. En al wat er groots is in U en bewonderenswaardigs, dit
Ii8 Maria als Rozenkranskoningin
heeft de Heer gemaakt, Wiens macht en glorie eeuwig is.
Heilige Maria, Moeder Gods. Gij zijt die gezegende aarde, die den Verlosser heeft voortgebracht. En omdat Gij de Moeder zijt van God, hebt Gij, na God zelf, aanspraak op al onzen eerbied.
Bid voor ons, zondaars; want onze zonden, wij belijden het, zijn ons boven het hoofd gewassen en hebben ons als een zware last bezwaard. Wij hebben gezondigd tegen uwen Zoon en tegen U; daarom roepen wij, o Moeder, uwe voorspraak in, opdat wij bij uwen Jesus genade vinden en barmhartigheid.
Bid voor ons nu, gedurende onzen pelgrimstocht door dit dal van tranen, waar wij ronddwalen als op vreemden grond, wij ongelukkige kinderen van Eva, verbannen door den Heer. Bid voor ons, opdat wij toch niet bezwijken in zooveel ellende en wij niet verliezen ons geliefd Vaderland daarboven.
Bid voor ons in het uur van onzen dood, wanneer wij hebben te strijden tegen onze vijanden, den boozen geest die rondgaat als een brieschende leeuw,
en het Rijk harer Barmhartigheid. 119
zoekende, wien hij zal verslinden. O Moeder Gods, sta ons bij in die ure met uwe nederige smeekingen bij God, Wien het gebed des ootmoedigen altijd welgevallig is, opdat wij mogen zegevieren over de aanslagen des vijands; dan zullen wij vrede vinden in uwen Jesus.
Amen. Zoo geschiede het! Maria 1 O zeg tot ons, wat gij gespoken hebt tot den Engel Gabriël, toen hij U het geheim der Menschwording aankondigde: »U geschiede naar uw woord.quot; Amen.
16 OCTOBEE.
Met cBzoedezjcfiaj) van den JC. cHoamp;en fizanz.
âBemint de broederschap.quot;
1. Petr. 2. 17.
;paat u gaarne opnemen in de broe-derschappen, in uwe parochie opgericht, bijzonder in dezulke, wier heilige oefeningen u de meeste geestelijke voor-
i2o Maria als Rozenkranskoningin
deelen aanbieden; daardoor zult gij een zekere gehoorzaamheid beoefenen, die God op eene bijzondere wijze welgevallig is.
Ofschoon de Kerk niemand verplicht om lid te worden van geestelijke ver-eenigingen, beveelt zij toch zulke broederschappen aan, schenkt aan hare leden menigvuldige aflaten en voorrechten, om daardoor haar verlangen te kennen te geven, dat vele harer kinderen zich bij deze genootschappen aansluiten.
't Kan mogelijk zijn, dat iemand voor zich zeiven evenveel godvruchtige oefeningen verricht, als gemeenschappelijk in de broederschappen gedaan worden; 't kan ook voorkomen, dat iemand meer genoegen er in vindt, de gebeden en goede werken voor zich in het bijzonder te beoefenen; nochtans, door den band, welke ons met onze broeders en zusters, onze goede werken met de hunne vereenigt, wordt ongetwijfeld de eer van God meer bevorderd.
Door de opneming in de broederschappen hebt gij dus niets te verliezen; maar wel veel te gewinnen. Bijaldien
en het Rijk harer Barmhartigheid. 121
gij slechts zijt ingeschreven, zijt gij ook lidmaat, en de andere medeleden bidden voor u.
Deze troostvolle woorden van den H. Franciscus van Sales zijn om zoo te zeggen, gevloeid uit liet zoetste hart van Maria, onze dierbare Moeder en Koningin; zij vooral koestert het grootste verlangen, dat al hare kinderen tot het een of andere broederschap der heilige Katholieke Kerk en op geheel bijzondere wijze, tot het broe ïerschap van den allerheiligsten Rozenkrans behooren.
En om welke redenen?
Omdat de Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans, in het Broederschap aan Haar in 't bijzonder toegewijd, den geloovigen de grootste genadeschatten kan en wil mededeelen om alzoo hare kinderen, voor eeuwig rijk en gelukkig te maken.
1. Welke, heerlijke vruch/en brengt het Broederschap van den heiligen Rozenkrans voort!
Evenals de eerstechrislenen ten tijde dei-Apostelen, maken de medeleden daarvan slechts één hart en ééne ziel uit; in eene
122 Maria als Rozenkranskoningin
geestelijke gemeenschap van goederen leven zij als broeders onder elkander, en allen worden deelachtig aan de tal-looze goede werken en verdiensten, die zij voortdurend verrichten.
Zij komen te zamen in het huis van God, omringen gemeenschappelijk het altaar en den troon van Maria, wekken elkander op tot het goede door het aan-hooren van Gods woord, bidden voor elkander en voor de afgestorven broeders en zusters, geven aalmoezen aan de behoef-tigen, dragen liefderijk bij tot versiering van Gods tempel en Maria's heiligdom en ondersteunen elkander tot in den dood, door gebeden, christelijke liefde en broederlijke dienstvaardigheid.
»0! /we goed en hoe aangenaam is het, als broeders U zamen wonen.quot; i)
Dlien broeder, die door zijn broeder geholpen wordt, is als eene sterke stad. 2) Hebben allen niet één Vader, ééne Moeder, wien al hun vertrouwen, al hunne liefde geschonken is!
Waar vindt men onder de menschen
1] I's. 133. I.
2] öpr. 18. 19.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 123
op aarde eene vereeniging, die zulte zalige en zel:ere doeleinden beoogt en bereikt, als het broederschap van den Heiligen Rozenkrans?
Welke troostvolle gerustheid verleent het 11 in het stervensuur, een kind te zijn van Maria, arm de Rozenkranskoningin als Haar eigendom toe te behooren!
2. Hoe. oud is het Broederschap van den H. Rozenkrans:'
Reeds in het jaar 1221 bestonden in Spanje verschillende broederschappen; in dezelfde eeuw werden ze in vele steden van Italië opgericht, en in Duitsch-land werden reeds ten tijde van den H. Dotninicus, kerken, kapellen en altaren toegewijd aan de Koningin van den H. Rozenkrans.
3. IToe groot is het aanial mede/eden dezer sehoone en heilzame vereeniging?
ygt;Tt/, zoo gij hunt, de sterrenquot; 1) evenzoo weinig kan men het overgroot getal tellen der kinderen van Maria, in het broederschap van den H. Rozenkrans: bij alle volkeren, in alle eeuwen,
1) Gen. 15. 5.
124 Maria als Rozenkranskoningin
onder alle standen, niet slechts landlieden, arbeiders of daglooners, maar ook burgers, adelijken, graven en vorsten, koningen en keizers, priesters, bisschoppen en Pausen: mannen van kunst en wetenschap sloten zich hierbij aan en werden nederige kinderen der Hemelkoningin, die zij dagelijks met een godvruchtig rozenkransgebed vereerden.j
De Pausen Innocentius V, T'enedictns XI, de H. Pius V, Gregorius XIII, Clemens IX, Pius VII waren allen medeleden van aet rozenkransbroederschap: eveneens Keizer Frederik III, Maximi-liaan I en Karei V; van de Koningen van Frankrijk: Hendrik II, Frans II, Karei IX.
Van Portugal: Hendrik I, Alphonsus V, die meermalen in den ministerraad zeide: Laat ons de allerheiligste Maagd aanroepen, opdat haar rozenkrans mij helpe in het bestieren van mijn rijk.quot;
Van Spanje: Koning Philippus II, die tot zijn zoon de volgende woorden richtte: »Wilt gij uw rijk bewaren en in vrede behouden, draag dan steeds den rozenkrans bij u.quot;
Van Bohemen: Koning Johannes, die
en het Rijk harer Barmhartigheid. 125
de predikers van den H. Rozenkrans, de beste hervormers van zijn rijk noemde.
Van de oude republiek van Venetië, de Senaat zelf, die plechtig verklaarde: »Noch de generaals, noch het leger, noch de wapenen, maar Onze Lieve Vrouw van den H. Rozenkrans heeft ons de overwinning doen behalen.quot;
De universiteiten van Salamanca en Parijs legden onder eede het getuigenis af, dat naar hun gevoelen, door de talrijke leden van het broederschap van den H. Rozenkrans, Spanje en Frankrijk in het heilig katholiek geloof bewaard bleven, terwijl de ketterij aller-wege zulke rampzalige verwoestingen aanrichtte.
Uit oude registers van de jaren 1475â1479» geeft de Eerw. Pater Leikes eene opgave van leden aan, die in eenige steden tot het Broederschap van den Rozenkrans behoorden. Zoo bijv. telde Aken 13.000 leden; Straasburg4i28; Angsburg 32.000; Basel 7464; Brussel 2000; Luik 5300; Mainz en Frankfort 7280; Ulm 4000; Zutphen meer dan 4000 leden.
In vele gemeenten was de geestelijkheid
126 Maria als Rozenkranskoningin
met de geheele parochie in het broederschap ingeschreven; eveneens de meeste kloosters van Duitschland, Frankrijk, Engeland en Italië en vele bisschoppen met al hunne priesters.
Besluit hieruit, zoodra mogelijk tot het schoone broederschap van den H.Ro-zenkrans toe te treden. Is het u onbekend, op welke wijze zulks geschiedt, dan zal ongetwijfeld uw geestelijke herder of uw biechtvader u met helde te hulp komen en zich gelukkig achten, aan de machtige Koningin van den H. Rozenkrans, een nieuwen vereerder te hebben bezorgd.
17 OCTOBER.
tyVce* ooll een ijveziy -tid dez a)lozgt;cniizan*-(gt;zoedez-zchap.
âDoe met ijver wat uwe âhand verrichten kanquot; Prsd. 9. 10.
Reiken dage verkondigen millioenen C stemmen op aarde den lof van
gt;i'j
'
r
en het Rijk harer Barmhartigheid. 127
Maria door het heilig gebed van den Rozenkrans.
Alle dienaren dezer machtige en liefdevolle Koningin, leggen hunne tijdelijke en eeuwige belangen in hare handen, C want nooit is het gehoord, dat zij
iemand verstooten of niet geholpen heeft die met een kinderlijk vertrouwen zijn toevlucht nam tot haar moederhart.
Gij, die als lid der Broederschap van den H. Rozenkrans, ook deel uitmaakt van de uitverkoren schare der kinderen van Maria, beijver u steeds uit al uwe krachten, deze groote genade waardig te worden.
Tracht alle verplichtingen der ver-eeniging naar behooren te vervullen en in haar geest te handelen.
1. Welke zij71 de verplichtingen der Broederschap van den H. Rozenkrans?
A. Men moet zich in het register vaneen kanoniek opgericht broederschap, door een daartoe gevolmachtigd priester
^ laten inschrijven.
B. De eenige verplichting der leden is, wekelijks eenmaal den geheelen Rozenkrans van 15 tientjes te bidden hier-
128 Maria als Rozenkranskoningin.
toe een gewijden rozenkrans te gebruiken, en de vijftien geheimen eenigen tijd te overwegen.
Wanneer de rozenkrans gezamenlijk gebeden wordt, is het voldoende, als er slechts een enkel, bijv. de voorbidder, een gewijden rozenkrans gebruikt.
Volgens de verklaring van Pius IX, 22 jan. 1858 is het niet noodig den geheelen rozenkrans op een en denzelfden dag te bidden; maar kan men zulks doen in drie of meerdere malen; ook kan men het go-bed na elk tientje onderbreken; 'tis slechts vereischt dat men op het einde der week een rozenkrans van 15 tientjes gebeden heeft, om deelachtig te worden aan de aflaten der broederschap.
De rozenkrans moet bestaan uit vijf, tien of vijftien tientjes en gewijd zijn door een Pater Dominicaan, of een priester, die van den Paus of den Generaal der Dominicanenorde de noodige volmacht hiertoe ontvangen heeft.
Het gebruik van een zoo gewijden rozenkrans, alsmede de inschrijving in het register der broederschap, zijn noodzakelijke voorwaarden om de aflaten te kunnen verdienen.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 129
[ Alle geloovigen van beider geslacht,
ook kinderen, die genoegzaam onderricht en ontwikkeld zijn om den rozenkrans te bidden, kunnen in het broederschap worden opgenomen.
De leden, die den wekenlijkschen ro-, zenkrans niet bidden, maken zich daar-
' door niet schuldig aan zonde, maar be-
; roeven zich slechts van vele aflaten,
2 terwijl zij als medeleden deel blijven hebben aan de talrijke gebeden, verdiens-
3 ten en goede werken van millioenen broeders en zusters.
I Grootehjks bedriegen zich derhalve e degenen, die van het broederschap geen
deel willen uitmaken, omdat zij wekelijks â den rozenkrans niet regelmatig kunnen
' bidden.
n
2. Welke is de geest van het Broederschap van den H. Jiozenkrans r
e
Overeenkomstig de statuten van de
II Aartsbroederschap van den H. Rozen-n krans, is haar doel geen ander dan het l- heil der zielen, tot meerdere eer van e God en der Allerzaligste Maagd Maria;
een voortdurend streven naar de christelijke volmaaktheid, door een getrouwe
5
130 Maria als Rozenkranskoningin
beoefening der godsvrucht tot de H. Rozenk ranskoningin.
Om dit doel des te eerder en zekerder te bereiken, wordt den leden bijzonder aanbevolen: de algemeene communie op den eersten Zondag van elke maand; het beoefenen van ware christelijke deugden, het aanhoudend gebed voor de bekeering der zondaars, ketters en ongeloovigen.
Wees derhalve een vurig en ijverig lid van dit broederschap. Eene enkele ijverige ziel kan meer doen alléén, dan duizend onverschillige menschen te za-men. Begrijp wel, van hoeveel belang het gebed is voor onze H. Katholieke Kerk. Zijn er niet millioenen schapen buiten den éénen veiligen schaapstal, op dwaalwegen zwervend, geen gehoor gevend aan de stem van den goeden Herder, en in gevaar in den eeuwigen afgrond te vergaan!
Zijn er heden ten dage niet even zoovele katholieken, die c.fgeweken van den weg der goddelijke gebeden, voortdurend in groote zonden leven en Gods wraak over zich afroepen i'
O! hoevele groote zondaars verschij-
cn het Rijk harer Barmhartigheid. 131
nen dagelijks voor den rechterstoel van den alwetenden, rechtvaardigen en zoo :r- zwaar beleedigden God! In het uur van
ij- sterven willen er velen, helaas, van be-
n- keering niets weten, ofwel het is eene
ke schijnbekeering, ofwel. God, die ons
:e- door zijn evangelie waarschuwt: waakt,
2d want gij weet noch den dag, noch het
rs uur,quot; roept hen plotseling op ten oordeel!
Wie is er dan, die kan helpen en ig redden, wanneer geene menschelijke
:le hulp meer mogelijk is?
ln Ol de liefderijke Koningin van den
a- H. Rozenkrans, zij kan, zij zal redding
et aanbrengen, bijaldien gij Haar ootmoe-
k- dig smeekt en zoo gij als een ijverig me-
in delid van haar broederschap, godvruchtig
ll- den rozenkrans bidt voor het heil der
u' zielen, voor de bekeering der zondaars,
:r' als bijstand aan hen, die den dood-
'd strijd strijden.
Met den gouden keten van heilige :n Wees-Gegroeten kunt gij den arm van
Ln Gods gerechtigheid tegenhouden, opdat
Hij de zondaars niet oogenblikkelijk s treffe, maar aan die ongelukkigen, ver
blinden en verdwaalden, de genade
130 Maria als Rozenkranskoningin
beoefening der godsvrucht tot de H. Rozenkranskoningin.
Om dit doel des te eerder en zekerder te bereiken, wordt den leden bijzonder aanbevolen: de algemeene communie op den eersten Zondag van elke maand; het beoefenen van ware christelijke deugden, het aanhoudend gebed voor de bekeering der zondaars, ketters en ongeloovigen.
Wees derhalve een vurig en ijverig lid van dit broederschap. Eene enkele ijverige ziel kan meer doen alléén, dan duizend onverschillige menschen te za-men. Begrijp wel, van hoeveel belang het gebed is voor onze H. Katholieke Kerk. Zijn er niet millioenen schapen buiten den éénen veiligen schaapstal, op dwaalwegen zwervend, geen gehoor gevend aan de stem van den goeden Herder, en in gevaar in den eeuwigen afgrond te vergaan!
Zijn er heden ten dage niet even zoovele katholieken, die afgeweken van den weg der goddelijke gebeden, voortdurend in groote zonden leven en Gods wraak over zich afroepen?
O! hoevele groote zondaars verschij-
en het Rijk harer Barmhartigheid. 131
l- nen dagelijks voor den rechterstoel van
den alwetenden, rechtvaardigen en zoo r- zwaar beleedigden God! In het uur van
j- sterven willen er velen, helaas, van be-
keering niets weten, ofwel het is eene e schijnbekeering, ofwel, God, die ons
3- door zijn evangelie waarschuwt: waakt,
d want gij weet noch den dag, noch het
's uur,''' roept hen plotseling op ten oordeel!
Wie is er dan, die kan helpen en g redden, wanneer geene menschelijke
e hulp meer mogelijk is?
n O! de liefderijke Koningin van den
lquot; H. Rozenkrans, zij kan, zij zal redding
;t aanbrengen, bijaldien gij Haar ootmoe-
dig smeekt en zoo gij als een ijverig me-11 delid van haar broederschap, godvruchtig
den rozenkrans bidt voor het heil der d zielen, voor de bekeering der zondaars,
'1 als bijstand aan hen, die den dood-
d strijd strijden.
Met den gouden keten van heilige n Wees-Gegroeten kunt gij den arm van
0 Gods gerechtigheid tegenhouden, opdat
Hij de zondaars niet oogenblikkelijk s treffe, maar aan die ongelukkigen, ver
blinden en verdwaalden, de genade
132 Maria als Rozenkranskoningin
schenke der bekeering en boetvaardigheid.
De Heilige Maagd zal medelijden gevoelen voor die arme zielen, die ook vrijgekocht zijn door het kostbaar bloed van haar Goddelijk Kind; zij zal helpen, ook daar waar alle hoop reeds lang vervlogen is. Met den rozenkrans kunt gij de gansche wereld omvatten, en alle menschen in uw gebed insluiten.
Vooraleer gij het rozenkransgebed begint, stel u eerst in Gods aanbiddelijke tegenwoordigheid en verplaats u in den geest voor den genadetroon dei-Hemelkoningin, en maak eene oprecht goede meening, bij voorbeeld, op de volgende wijze:
ü mijn God! neem goedgunstig het gebed aan van een armen zondaar, ik draag het U op, tot uwe meerdere eer en aanbidding, tot dankzegging voor alle weldaden, die ik van uwe oneindige goedheid, naar lichaam en ziel ontvangen heb; tot verheerlijking Uwer heilige Moeder Maria en aller lieve Heiligen, bijzonder van den H. Vader Dominicus en mijne heilige Patronen; en ook tot vergiffenis mijner zonden.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 133
Tevens bid ik U door dezen H. Rozenkrans, o mijn barmhartige God, voor alle medeleden van'dit broederschap, opdat zij door Maria's voorspraak en bescherming, in uwe genade leven en sterven. Verder bid ik U, voor alle arme zondaars, opdat zij zich bekeeren; voor alle noodlijdenden en zieken, opdat zij hulp en troost ontvangen, bijzonder voor N. N.; voor alle arme zielen des vagevuurs, opdat zij verlost worden, in de vreugde des Heeren ingaan, en U in de eindelooze eeuwigheid loven, danken en beminnen. Ik bid en smeek U voor onze geheele, heilige katholieke Kerk, voor Paus en bisschoppen, voor priesters en volk, opdat allen ee'n zijn in geloof en liefde en zich eeuwig mogen verheugen in uwe heerlijkheid. Amen.
134 Maria als Rozenkranskoningin
18 OCTOBER.
u ovcz de â¢liootGate voo®-zecfitcn dez, oBtoeSe-tic-fi-ap van den 11. oJlo!ïgt;lt;5H^tavto.
âVergadert u schatten {71 den hemel.quot;
Matth. 6. 20.
Maria! wie kan U naar waarde prijzen en danken, U, die door uwe overgroote verdiensten de geheele bedorven wereld, zoo edelmoedig te hulp komt.quot;
Deze woorden van den H. Augusti-nus (Serm. de Assumpt. B. V.) kunnen vooral de kinderen van de Rozenkranskoningin, als medeleden harer Aartsbroederschap, met vreugdevolle harten herhalen; zij immers worden de kostbaarste genaden en voorrechten deelachtig, wier hooge waarde zij eerst in het stervensuur en in de eeuwigheid, in hun ganschen omvang zullen schatten. De drie voornaamste voorrechten zijn:
en het Rijk harer Barmhartigheid. 135
r. De geestelijke gemeenschap van goederen.
2. Het H. altaar van den Rozenkrans,
3. De H. Mis van den Rozenkrans.
1. De geestelijke gemeenschap van goederen.
Alle leden, die in het Aartsbroederschap zijn ingeschreven en wekelijks een derde deel van den Rozenkrans, dus een rozenhoedje van vijf tientjes bidden, hebben krachtens Apostolische goedkeuring en toestemming der gansche Predikheerenorde, deel aan alle geestelijke goederen en verdiensten, namelijk: ds H. Missen, gebeden, predikingen, onderrichtingen, vasten, boetvaardigheid, alle oefeningen van deugd der drie orden van den H. Dominicus en van alle medeleden der rozenkrans-broederschap in de wereld.
Insgelijks verheugen zij zich en hunne afgestorven ouders in een groot aandeel aan alle verdiensten der strijdende kerk op aarde.
Dit gemeenschappelijk erfdeel, tegelijk met de'bijzondere voorspraak van tal-looze heiligen, die in hun aardsche leven
136 Maria als Rozenkranskoningin
tot de broederschap behoorden, is een schat van onberekenbare waarde en de voornaamste genade van de geheele broederschap.
Deze vereeniging is derhalve als een groote, gemeenschappelijke familie, welke God tot Vader, en Maria tot Moeder heeft, in welke ieder lid zijn aandeel heeft in den rijkdom, in de verdiensten der anderen, zoodanig zelfs, dat in dezen levenden keten het ontaarde kind genade ontvangt ter wille van het goede; de vijand gespaard wordt ter wille van den vriend, gelijk de H. Augustinus door de tranen zijner heilige moeder Monica, van een groot zondaar tot een heiligen bisschop in Gods Kerk herboren werd.
Welk een rijkdom van genaden! Wat zijn alle schatten, rijkdommen, kostbaarheden der aarde waardeloos, als gij ze vergelijkt met eene enkele genade, welke de algoede God « door het broederschap van den H. Rozenkrans, tot heil uwer onsterfelijke ziel mededeelt!
Kan ooit het vergankelijke met het eeuwige, het aardsche met het hemelsche vergeleken worden?
en het Rijk harer Barmhartigheid. 137
O! met welk vreugdevol hart kunt gij dankzeggen aan de verhevene Koningin van den H. Rozenkrans, onze lieve Moeder Maria, dat ook gij haar kind zijt geworden door in te treden in haar broederschap.
II. Het altaar van den H. Rozenkrans is voor alle priesters, die medeleden zijn der broederschap en voor een afgestorven lid de H. Mis opdragen, bevoorrecht, een altare privilegiatum. (Innoc. XI. 31 Juli 1679.)
Hetzelfde altaar heeft ook dit voorrecht als de H. Mis gelezen wordt voor een niet-lid. (14 April 1856.)
Dit voorrecht is echter niet persoonlijk, maar plaatselijk, zoodat het alleen bestaat daar waar zich een rozenkrans-altaar bevindt.
Paus Pius IX heeft dit voorrecht uitgestrekt tot alle priesters, ook wanneer deze geen lid zijn van het broederschap, op voorwaarde echter dat in dezelfde kerk geen ander bevoorrecht altaar bestaat.
Deze aflaat kan ook toegevoegd worden aan afgestorvenen, die geen deel uitmaakten der broederschap, doch hij is slechts geldig voor eene arme ziel.
5 4
138 Maria als Rozenkranskoningin
III. De Mis van den H. Rozenkrans, »Salve Radix Sancta,quot; waaraan bijzondere aflaten verbonden zijn, mag door de priesters der Dominicanen-Orde, ook door degenen, die tot de derde Orde van den H. Dominicus behooren, met toestemming van den Generaal der Orde, en door de seculiere geestelijkheid met verlof van den Paus gelezen worden. Dit kan geschieden eiken Woensdag en Zaterdag, exceptis festis en 2® cl., de prascepto, feria, vigilia, octava privile-giata, festiv. B. M. V. et infra hanc octavam.
Een gewichtige genadebrief van Paus Clemens X, gegeven te Rome den 16 Febr. 1671, op het dringend verzoek van Koning Karei II van Spanje en diens moeder Maria Anna, luidt als volgt:
»Alle priesters, van welken stand of orde, aan wie door den Pauselijken Stoel is toegestaan deze H. Rozenkrans-mis te lezen, zoodikwijls zij deze lezen; verder alle kloosterlingen der Predik-Or-de van beider geslacht, ook van de 3lle Orde, en alle broeders en zusters der broederschap van den hoogheiligen rozenkrans, op alle plaatsen der wereld.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 139
hetzij dit broederschap reeds is opgericht, of op latere tijden behoorlijk opgericht worde â deze allen, wanneer zij na eene goede biecht of minstens met een rouwmoedig voornemen om te biechten, dus met een volmaakt berouw over hunne zonden, deze heilige Mis bijwonen en alsdan bidden voor het welzijn der H. Katholieke Kerk, voor de uitroeiing der ketterijen en voor de eenheid der christen-vorsten, worden deelachtig aan alle genaden en aflaten, welke aan het bidden van den ganschen rozenkrans verleend zijn. Bovendien kunnen allen bovengemelden, wanneer zij de heilige gewoonte hebben â de priesters, deze H. Mis te lezen â de anderen, dezelve dikwijls bij te wonen â na gebiecht en gecommuniceerd te hebben eenigen tijd bidden tot intentie der Kerk, elke maand eenmaal de aflaten deelachtig worden, welke dit broederschap verleent aan hare leden, die de gewone processiën begeleiden. Al deze aflaten kunnen worden toegevoegd aan de zielen des vagevuurs.
Hoe gelukkig zijn toch de medeleden van dit, aan de genadeschatten des hemels
I40 Maria als Rozenkranskoningin
zoo rijk broederschap van den H. Rozenkrans 1
Laten wij steeds onze liefderijke Koningin dankzeggen, die ons al deze zegeningen van haar Goddelijken Zoon verworven heeft; want geene genade tenzij door Maria.
O allerzaligste Koningin van den H. Rozenkrans, gedoog dat ik U aan-roepe met de woorden van den H. E-phrem:
»Stamij immer bij, barmhartige Maagd; wend in dit leven als eene ijvervolle beschermster en helpster, eiken vijandelijken aanval van mij af en geleid mij ter eeuwige zaligheid; in het laatste oogenblik mijns levens, verdedig dan mijne ziel in den hevigen strijd tegen den boozen vijand; en op den vreeselij-ken oordeelsdag, behoed mij van de eeuwige verwerping en stel mij aan als erfgenaam van de eeuwige heerlijkheid van Uwen Goddelijken Zoon. Amen.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 141
19 OCTOBER.
êecf vofSoenmcpvooz de zonden uit den tijken aefvat dez IC. (Sl^aten vooz u en de awne bieten.
âBij vtij zij71 rijkdommen en âonmetelijke goederen.quot;
Spr. 8. 18.
onschatbare weldaad bewijst ons de Katholieke Kerk, de bewaardster der goddelijke geheimen, de draagster der sleutelen van het hemelrijk, dat zij voor hare kinderen den rijken en onuit-puttelijken schat der heilige aflaten opent.
De aflaten zijn de vrucht van Jesus' bloed en lijden, de vrucht van de verdiensten en smarten der H. Moeder Gods, van de boete en martelingen van alle Gods lieve Heiligen.
Zij zuiveren onze ziel van de overblijfselen der zonde, dewijl zij voor onze schulden aan de goddelijke rechtvaardigheid voldoen; zij noodigen ons uit,
142 Maria als Rozenkranskoningin
voortdurend in den staat der heiligmaken-de genade te leven en werken van godsvrucht, liefde en versterving te verrichten; zij verkorten voor ons den tijd van straf in het andere leven, of behoeden ons geheel en al tegen dat lijden; zij zijn eindelijk voor ons een der beste middelen, om de zielen der afgestorvene ouders, bloedverwanten, vrienden en weldoeners te troosten, en hunne intrede in den hemel, in bet land van zaligheid licht en vrede, te bespoedigen.
Met welke groote vreugde en dankbaarheid zal daarom het kind der Ro-zenkrans-koningin in haar heilige broederschap uit dezen rijken schat der aflaten putten, dewijl er bijna geene vereeniging bestaat, waaraan de Kerk zoo menigvuldige en groote aflaten verleend heeft.
Geef daarom der goddelijke Gerechtigheid voldoening voor uwe schulden en wel uit deze rijke schatkamer; bid ijverig den H. Rozenkrans, verricht vele goede werken, en niet slechts zult gij aan legioenen van arme zielen de deuren des hemels ontsluiten, maar gij zelf zult daardoor de felle pijnen des vage-
en het Rijk harer Barmhartigheid. 143
vuurs kunnen ontgaan, of zeer zeker den tijd van kwelling en lijden verkorten, en daaruit gered worden door uwe liefderijke Moeder in den Hemel, onze H. Koningin van den Rozenkrans, die u zal opnemen onder het getal der Engelen en gelukzaligen.
Om uwen godvruchtigen ijver in het bidden van den K. Rozenkrans nog meer op te wekken, laten wij hier eenige aflaten volgen, verleend of bevestigd door meerdere Pausen, o. a. door den H. Pius V, Sixtus IV, Gregorius XIII, Innocen-tius XI, Pius VII, en Pius IX.
(üecr. 31 Juli 1670; 12 Mei 1851, iS Sept. 1862; 25 Febr. 1877.)
I. VOLLE AFLATEN.
Algemeene voorwaarden: Het ontvangen der HH. Sacramenten en een gebed volgens de meening van Z. H. den Paus.
De regelmatige wekelijksche biecht is voldoende om alle in de week voorkomende aflaten te verdienen.
Daar, waar geene bijzondere voor-
144 Maria als Rozenkranskoningin
waarden zijn aangegeven, zijn de alge-meene voldoende.
I. Op den dag der inschrijving of den volgenden zon- of feestdag twee volle aflaten;
Voorwaarden: Inschrijving in het register van het broederschap, Heilige Communie in de kerk van het broederschap en het bidden van een rozenkrans.
II. In het uur des doods, zes vülle aflaten:
Voorwaarden: i. Het ontvangen der H. Communie als teerspijs; 2. Oefening van geloof en opdracht aan de allerzaligste Maagd.
3. Generale absolutie van den H. Rozenkrans door een bevoegd priester.
4. Dezelfde van den bestuurder van het Broederschap.
5. Aanroeping van den Zoeten Naam Jesus.
6. De stervende houdt de gewijde rozenkranskaars in de handen.
III. Op eiken eersten Zondag van iedere maand, vijf volle aflaten.
Voorwaarden: 1. H. Communie in de kerk van het broederschap.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 145
2. Bezoek aan het altaar van den H. Rozenkrans.
3. Persoonlijk, deelnemen aan de processie.
4. Daarna bezoek aan de Rozenkranskapel en gebed tot intentie van zijne Heiligheid.
Deze aflaten kunnen verdiend worden door de leden die verhinderd zijn deze voorwaarden te vervullen, mits zij een rozenkrans bidden met de meening de H. Sacr. bij gelegenheid te ontvangen.
De zieken bidden slechts een rozenkrans.
IV. Op den laatsten Zondag van elke maand, twee volle aflaten.
Voorwaarden: Het bezoek eenerkerk.
V. Eens in de maand, twee volle aflaten, op dagen naar verkiezing.
Voorwaarden: Eene dagelijksche overweging van minstens één kwartier uurs.
VI. Dagelijks een volle aflaat, voor het bidden van den geheelen rozenkrans.
VII. Op het Paascbfeest, Hemelvaartsdag en Pinksteren, drie volle aflaten.
Voorwaarden: 1. Bezoek aan het altaar van den H. Rozenkrans.
146 Maria als Rozenkranskoningin
2. Bezoek van vijf altaren eener kerk, of vijf bezoeken aan één altaar.
3. Bezoek eener Kerk.
VIII. Op de voornaamste feestdagen van O. L. V. namelijk de onbevl. Ontvangenis, O. L. V. Lichtmis, Boodschap, Visitatie, Hemelvaart, Geboorte en Opdracht, ofwel onder het Octaaf dezer feestdagen, drie volle aflaten.
Voorwaarden: 1. Bezoek aan het altaar van den H. Rozenkrans. 2. Bijwonen der processie of van het gebed van den Rozenkrans. 3 Het bezoeken eener kerk.
IX. Op den feestdag van den H. Rozenkrans, den eersten Zondag van October, vijf volle aflaten zocals n0 3.
Verder volle aflaat, gelijk aan den Portiuncula-aflaat, toties quoties, d. i. volle aflaat, zoo dikwerf een lid der Broederschap, van den vooravond van het feest af tot zonsondergang van den feestdag, de rozenkrans-kapel bezoekt en aldaar bidt tot intentie van Z. H. den Paus.
X. Onder het octaaf van het Rozen-kransfeest, op een dag naar verkiezing.
en het Rijk harcr Barmhartigheid. 147
volle aflaat, voor het bezoeken der Rozenkrans-kapel.
XI. Op eiken feestdag, waarop een geheim van den allerheiligsten Rozen-zenkrans gevierd wordt, volle aflaat. Bezoek aan het altaar van den H. Rozenkrans.
XII. Op eiken der vijftien Zaterdagen welke het feest van den H. Rozenkrans voorafgaan, twee volle aflaten.
Voorwaarden: 1. Het bijwonen der H. Mis van de.i Rozenkrans (»Salve radix sactaquot;) met het voornemen om te biechten.
2. H. Communie in de kerk der Orde.
Deze aflaten kunnen ook verdiend worden, onder dezelfde voorwaarden op vijftien Zaterdagen naar verkiezing, l'ius IX. Daarenboven op drie dezer Zaterdagen, naar verkiezing nog een derde volle aflaat.
XIII. Op eiken der vijftien Dinsdagen ter eere van den H. Dominions, den stichter van den H. Rozenkrans, een volle aflaat.
Voorwaarden: Het bijwonen der godsdienstoefening.
XIV. Op eiken feestdag der Heiligen
148 Maria als Rozenkranskoningin
van de Orde volle aflaat.
Voorwaarden: Het bezoek der kerk van de H. Orde, of der daartoe bevoorrechte broederschapskerk.
Deze feestdagen zijn;
H. Raymundus . .
H. Catharina v. Ricc.
H. Thomas v. Aquine H. Vincentius Ferrerius H. Agnes v. Montep.
H. Petrus Mart. . .
H. Catharina v. Siëna.
H. Pius V, Paus H. Antoninus . . .
H. Joannes Mart.
H. Dominicus. . .
H. Hyacinthus . .
H. Rosa v. Lima H. Dominicus Sor.
H. Ludov. Bertrandus.
Feest van alle Heiligen
der Orde.....q Nov.
XV. Op Nieuwjaarsdag, drie Zondagen in April, op eiken Zondag van de vasten, op twee Vrijdagen der vasten naar verkiezing, een voile aflaat in elke kerk. Op het feest der H. Drievuldigheid,
des H. Dominicus, een
. 23 Januari; . 13 Februari*
⢠7 . 5
. 20
⢠29
⢠3°
⢠5
. 10 »
⢠3 Jquot;li;
. 4 Augustus; , 16 » 30 » 15 Sept.; 10 Oct.;
Maart; April;
Mei;
en het Rijk harer Barmhartigheid. 149
van het H. Sacrament, van den H. Naam van Maria en den Patroon der Kerk, alsmede voor het bijwonen van de vier jaargetijden der Orde, zijnde den 3 Februari, 13 Juli, 2 Sept. en 10 November, een volle aflaat in de kerk der broederschap.
XVI. Alle aflaten der Brigittijnsche rozenkransen.
XVII. Het rozenkrans-altaar is vooralle priesters, die tot het broederschap be-hooren, bevoorrecht ten gunste van alle zielen in het vagevuur. De Missa de Requiem is vereischt, wanneer de kerkelijke rubrieken haar veroorloven
De medeleden, die in kloosterlijke clausura leven, kunnen al deze aflaten verdienen aan het altaar hunner kerk of kapel. (Pius IX. 187:-)
Bijaldien eene feestviering verschoven wordt, geschiedt dit insgelijks met de aflaten aan dien feestdag verbonden.
II. GEDEELTELIJKE AFLATEN.
Uit het groot aantal dezer aflnten zullen wij er slechts eenige laten volgen:
1. Voor het gedurig bij zich dragen
150 Maria als Rozenkranskoningin
van een gewijden rozenkrans, dagelijks 200 jaren en 200 quadragenen.
2. Zoo dikwerf men vijf tientjes achtereenvolgens bidt: telken male 10jaren en 10 quadragenen; deze aflaten zijn door Pius IX verdubbeld, wanneer het rozenkransgebed gezamenlijk, met 100 jaren vermeerderd als het aan een gewijden rozenkrans, met 50 jaren en 50 quadragenen verrijkt, wanneer het zelve aan het altaar van den H. Rozenkrans of bijaldien dit ontbreekt, in eene kerk verricht wordt.
Voor elk »Onze Vaderquot; en elk »\Vees Gegroet,quot; 100 dagen aflaat en 10 jaren en 10 quadragenen.
3. Voor het bidden van den geheelen rozenkrans op een en denzelfden dag, nog bijzondere volle en gedeeltelijke aflaten.
4. Aan verschillende goede werken, welke men verricht, zijn aflaten verbonden.
Het is derhalve raadzaam, 's morgens de goede meening te maken alle aflaten te willen verdienen, welke men gewinnen kan.
Voor allen, zegt de H. Ignatius, die
en het Rijk harer Barmhartigheid. 151
Gods liefde en den hemel zoeken zijn de aflaten een or.metelijke schat en kostbare edelgesteenten.
Vergeet daarom de arme zielen en u zeiven niet, schenk voldoening aan de goddelijke Rechtvaardigheid voor uwe zonden en schulden, door de heilige aflaten der broederschap van den H. Rozenkrans, en verheug u over de woorden welke de goddelijke Zaligmaker eens sprak tot de H. Gertrudis, die al hare goede werken en alle aflaten toevoegde aan de zielen des vagevuurs:
»Heb goeden moed, Gertrudisquot; zoo sprak de Heiland, want uwe groote liefde tot de arme zielen, was mij zoo welgevallig, dat gij na uwen dood van het vagevuur zult bevrijd blijven; ja, ik zal u door mijne geliefde bruiden, die gij door uw gebed uit het vagevuur bevrijd hebt, den hemel doen binnenleiden.quot;
152 Maria als Rozenkranskoningin
20 OCTOBER.
Se ecnwiydutende Sloamp;en^izam.
âDe goedertierenheid des Heer en) ââ¢wil ik eeuwiglijk bezingen.quot;
Ps. 88. 2.
saMe liefde tot Jesus in zijn aanbidde-'Jèl lijk Altaargeheim had den eerbied-waardigen Pater Le Quieu van de Orde van den H. Dominicus aangespoord, te Marseille in den jare 1634, de altijddurende aanbidding van onzen Heer in zijn H. Tabernakel te prediken, en eene vereeniging tot dit godvruchtig doel te stichten.
Reeds den 1 Januari van het daaropvolgende jaar, verkondigde Petronius Martini uit dezelfde Orde der Predik-heeren te Bologna, aan het graf van den H. Dominicus, de onafgebroken vereering van Maria door middel van den H. Rozenkrans, en arbeidde met een vurigen ijver aan den bloei der vereeniging van den eeuwigdurenden Rozenkrans, een gezelschap, dat zich reeds in den zegen van den Heiligen Apcstolischen Stoel verheugde.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 153
I. Deze vereeniging is eene heilige eercwacht van Maria, welke ten doel heeft, der allerzaligste Maagd en haar Goddelijken Zoon eene onafgebroken vereering te bewijzen, doordat hare medeleden zich voornemen en zorg dragen, dat op elk uur, zoowel bij dag als bij nacht, onophoudelijk de rozenkrans gebeden worde. Met eene wonderbare snelheid verspreidde zich deze stichtende vereeniging, zoodat alleen in de stad Bologna, van den beginne af, alle S760 uren des jaars, onder de dienaren der Rozenkranskoningin verdeeld en met de meeste zorg besteed werden.
In Duitschland, Frankrijk, België en Spanje werd eveneens de ijver der Katholieken aangewakkerd, zoodat verscheidene familiën zich een ganschen nacht voorbehielden, welks uren zij tot het bidden van den H. Rozenkrans, onder hare huisgenooten verdeelden.
Ook het gewone volk had zijn behagen in deze vereering der H. Moeder Gods en sloot zich bereidwillig hierbij aan.
Helaas, deze schoone vereeniging, welk de vurige liefde en godsvrucht van het geloovig hart tot Maria zoo heerlijk
154 Maria als Rozenkranskoningin
aan den dag legde, geraakte op het einde der vorige eeuw in verval, even als zoovele christelijke instellingen, die in de vreeseljke stormen der goddeloosheid schipbreuk leden.
Maar tochl duizendmaal zij geloofd de barmhartige God en zijne gebenedijde Moeder Maria 1 in onzen tijd, waarop, wel is waar, dat ongeloof en die zedeloosheid den geest van het christendom trachten te verbannen, waarop de vij anden der waarheid de Kerk Gods met haat en woede bestrijden, waarop echter ook twee groote Pausen, Pius IX en Leo XIII het scheepje vnn Petrus met hemelsche kracht besturen, was de hulp van Maria ook nabij, zoodat onder hare moederlijke bescherming de Kerk altijd één, heilig, apostolisch en Katholiek, zich meer en meer onder alle volkeren der aarde uitbreidde.
En het middel waarvan Maria zich bediende, om de geloovigen inniger met Jesus Christus en Zijne H. Kerk te verbinden, was de vernieuwing der oude kerkelijke broederschappen en instellingen, en onder deze de zoo vruchtbare vereeniging van den eeuwigdurenden
en het Rijk harer Barmhartigheid. 155
Rozenkrans.
Ongetwijfeld, niet zonder eene bijzondere medewerking van de allerzaligste Maagd, die ons alle genaden van God afsmeekt, door wier verdiensten en voorspraak aan de Kerk Gods barmhartigheden en zegeningen toestroomen, heeft de aan de Moeder des Heeren bijzonder toegewijde Orde der Dominicanen, in het jaar 1858, de vereeniging van den altijddurenden Rozenkrans wederom hersteld, voor het eerst ingevoerd in Lyon, en eene nieuwe inrichting hieraan gegeven, welke goedgekeurd werd door den onvergetelijken Pius IX (12 April 1867.)
Volgens deze nieuwe inrichting bestaat deze vereeniging uit afdeelingen van 24 leden voor de vier en twintig uren van eiken dag, ofwel om één uur te bidden in de maand of eens in het jaar. De algemeene bestuurder der vereeniging is een priester van de Orde der Dominicanen, bijgestaan door prefecten van het gezelschap.
Deze vereeniging verschilt dus van het broederschap van den 11. Rozenkrans en is zelve geene broederschap.
156 Maria als Rozenkranskoningin
maar een gezelschap of eene vereeniging.
Op vele plaatsen heeft deze vereeniging nog een bijzonder doel, ramelijk te bidden voor het zielenheil der stervenden, om voor hen, die met den dood strijden, een zalig sterfuur van God te verkrijgen.
II. Op welke wijze behoort men dit aan de Rozenkranskoningin gewijde uur te besteden?
Om met een rein en heilig hart aan Gods H, Moeder dit gebed op te dragen, is het op de eerste plaats zeer prijzenswaardig, wanneer men op den dag, dat men zijne bedestond moet verrichten, tot de HH. Sacramenten nadert; kan dit echter niet gevoeglijk geschieden, dan verwekke men een volmaakt berouw over alle zonden zijns levens, wijde zich als haar dienaar of dienaresse aan Maria toe en verkieze Haar tot bijzondere Patrones voor het leven en het uur des doods.
Wanneer het uur is aangebroken, kniel dan eerbiedig neder in de kerk als zulks gevoegelijk kan, of wel op eene tot het gebed geschikte plaats, maak voor het gebed eene goede meening â
en het Rijk harer Barmhartigheid. 157
tot meedere eer van God, der Allerheiligste Maagd Maria, van geheel het hemelsche hof â voor onzen H. Vader den Paus, voor de geheele strijdende Kerk op aarde, voor hen die met den dood strijden, voor uwe eigene aangelegenheden en voor de arme zielen der lijdende Kerk in het vagevuur, aan welke gij de aflaten toevoegt, die gij verdienen kunt.
Begin dan met de meeste godsvrucht uw Rozenkransgebed; overdenk met een geloovig hart de vijftien geheimen, en vereenig u in den geest met alle Engelen en Heiligen des Hemels en al uwe medeleden op aarde.
Om uwe aandacht nog te vermeerderen, denk dat het wellicht voor de laatste maal is, dat gij aan de Rozenkranskoningin deze eerbiedige hulde bewijst, en weldra zult sterven.
Is er na het rozenkransgebed nog tijd over, bid dan de litanie van Lo-retto en andere gebeden ter eere van Maria.
Bijaldien gij verhinderd zijt uw biduur te houden, stel dan iemand in uwe plaats, opdat de aanhoudende vereering
158 Maria als Rozenkranskoningin
der goedertierene Koningin niet onderbroken worde.
Hoe schoon immers worden in de vereeniging van den eeuwigdurenden Rozenkrans, de prophetische woorden van Maria bewaarheid: %Zie van nu af, zullen alle geslachten mij zalig prijzen.quot;
AJlaten: Pius IX verleende bij decreet van April 1867, aan alle medeleden, die maandelijks het hun aangewezen gebedsuur godsvruchtig houden, een vollen aflaat, mits men biechte, communiceere, eene kerk bezoeke en aldaar eenigen tijd bidde volgens de meening van Z. H.
Deze aflaat is toevoegelijk aan de zielen des vagevuurs,
en het Rijk harer Barmhartigheid. 159
21 OCTOBER.
c8ie3 9T^a«ia dayclijft-ï een jzis-»cfven zuifiez aan, in de vec-eeniyiny uan den Zevenden aHoze-nhzan*.
* Blijft in mijne liefde.quot;
Joës. 15. 9.
liefde is vindingrijk, zij zegt nooit; rjjigi thans is het genoeg, doch zoekt steeds nieuwe middelen en wegen om den beminde te behagen.
Is dit het geval met de aardsche liefde, niet zelden met onedele beweegredenen vermengd, vaak zoo onstandvastig én zoo spoedig in haat en afkeer veranderd; de bovennatuurlijke zuivere liefde tot God onzen Heer, en tot onze hemelsche Moeder Maria, is daarentegen geheel anders en volmaakt gevormd; zij veredelt zich dag op dag, neemt steeds toe in vurigheid en heiligen ijver, en stelt alles in het werk om Jesus en Maria te verheerlijken en hunne eer ook bij anderen te bevorderen.
i6o Maria als Rozenkranskoningin
i. Onder de duizende middelen door vrome zielen uitgedacht om Gods Moeder te eeren, blinkt ook uit de Levende Rozenkrans, eene vereeniging van vijftien personen, die elke maand de vijftien tientjes van den rozenkrans door het lot verdeelen en zich verplichten, â echter niet op zonde â iederen dag een tientje te bidden en een rozenkransgeheim te overwegen.
De uitvindster dezer godvruchtige oefening, waardoor der Hemelkoningin dagelijks duizende kransen van rozen worden aangeboden, was de vrome Maria Paulina Jaricot van Lyon, die ook eene ijverige medehelpster was in het stichten der groote vereeniging der H. Missiën. Dit geschiedde in het jaar 1826.
Zijne Heiligheid, Paus Greg. XVI, gaf den 27 Januari 1832, met groote vreugde zijne goedkeuring aan deze godvruchtige vereeniging en verrijkte haar met vele heilige aflaten.
Het doel dezer vereeniging is de verlevendiging van de godsvrucht tot den H. Rozenkrans en het broederschap, en tevens het met meer zekerheid verkrijgen
en het Rijk harer Bannhartgheid. 161
van Gods genaden er. barmhartigheden, door het overgroot aantal leden en de menigvuldige gebeden.
En inderdaad, in vele streken en zelfs in de hooge kringen, heeft deze zoo doelmatig ingerichte vereeniging veel bijgedragen tot opwekking van geloof en godsvrucht.
Het bestuur van den Levenden Rozenkrans is door Pius XI (17 Aug. 1877) opgedragen aan den Generaal der Dominicanen, terwijl de leiding der plaatselijke vereeniging geschiedt door de bestuurders der broederschap van den H. Rozenkrans, aldaar wettig opgericht.
Alleen zulke vereenigingen zijn derhalve geldig en deelachtig aan de aflaten, die door een bestuurder der Rozenkransbroederschap worden opgericht en geleid of wel door iemand, die van den Provinciaal van de Orde der Dominicanen een diploma hiertoe ontvangen heeft.
Ook is de volmacht van den Provinciaal vereischt om rozenkranzen te zegenen en met aflaten te verkrijgen.
De bestuurders benoemen de ij veraars of ijveraarsters, nemen de leden aan, ofschoon geene inschrijving van namen
6
102 Maria als Rozenkranskoningin
noodig is, dewijl de Levende Rozenkrans geene broederschap, is, doch slechts eene door de Kerk goedgekeurde vereeniging, wier voorschriften noodzakelijkerwijze moeten gevolgd worden om de aflaten te verdienen.
DE H. AFLATEN.
i. Op den eersten feestdag na de aanneming tot lid der vereeniging, een volle aflaat, toevoeglijk aan de zielen des vagevuurs, mits men na eene rouwmoedige biecht de H. Communie ontvange.
z. Voor het dagelijksch bidden van hun tientje, 100 dagen op alle werkdagen; 7 jaren en 7 quadragenen op alle Zon- en Feestdagen des jaars; insgelijks gedurende de octaven van Kerstmis, Paschen, Pinksteren, H. Sacramentsfeest, Maria Hemelvaart, Geboorte en Onbevlekte Ontvangenis.
3. Een volle aflaat op Kerstmis, Nieuwjaar, Driekoningen, Paschen, Onzes Hee-ren Hemelvaart, Pinksteren, Drievuldigheid, H. Sacramentsdag, alk feestdagen der H. Maagd; op de feesten der H. Apostelen Petrus en Paulus, van Allerheiligen en op den derden Zondag van elke
en het Rijk harer Barmhartigheid. 163
maand, (toevoegelijk aan de gel. zielen.)
De voorwaarden zijn; de medeleden moeten dagelijks regelmatig en minstens gedurende een maand hun tientje gebeden hebben, tenzij wettige redenen dit onmogelijk maakten; verder moeten zij op bovengemelde feestdagen, na waardig de H. Sacramenten ontvangen te hebben, eene kerk bezoeken en aldaar eenigen tijd bidden.
Bijaldien zij uit billijke beweegredenen geene kerk bezoeken kunnen, kan de biechtvader hiervoor een ander werk opleggen.
4. 100 dagen voor elk «OnzeVaderquot; en ieder »Wees Gegroet,quot; wanneer zij een gewijden rozenkrans gebruiken.
5. Een volle aflaat, eens in het jaar. op een dag naar verkiezing, wanneer zij alsdan de H. Sacramenten ontvangen en eenigen tijd bidden tot intentie van Z. H. op voorwaarde, dat zij gedurende het gansche jaar, dagelijks hun tientje gebeden hebben aan een gewijden rozenkrans.
De geheimen moeten elke maand door het lot verdeeld worden; eene eenvoudige verdeeling is niet voldoende.
164 Maria als Rozenkranskoningin
Uittredende leden moeten, zooveel mogelijk, in den loop der maand vervangen worden.
Zij, die zonder wettige redenen een dag hun gebed verzuimen, verliezen de aflaten der maand, maken zich echter niet schuldig aan zonde en berooven ook niet de overige leden van de aflaten
BIJZONDERE AFLATEN.
1. De bestuurder van 15 leden, verdient 100 dagen aflaat, zoo dikwerf hij eene oefening van zijn ambt vervult.
2. De prefekt van elf afdeelingen, elke uit vijftien leden bestaande, verdient voor elk werk van zijn ambt 300 dagen aflaat.
Ieder lid volbrenge dus met eene godsdienstige zorg deze kleine verplichting en legge zijn ijver aan den dag voor deze schoone vereeniging, vooral door een deugdzamen levenswandel en broederlijke liefde, door zedigheid en vroomheid; door meermalen en steeds wel voorbereid de HH. Sacramenten te ontvangen.
Aan de vruchten kent men den boom; ook aan hunne vruchten zal men de
cn het Rijk harer Barmhartigheid, 165
ijverige leden der Rozenkrans-vereeni-ging, de getrouwe en toegewijde kinderen van Maria leeren kennen, die door een heilig, echt christelijk leven anderen stichten en aansporen, ook leden te worden van dit zalige broederschap.
Dit gebed moet ons allen opwekken tot een nieuw leven, daar vandaan de Naam van den Levenden Rozenkrans.
22 OCTOBER.
Sc Sloamp;cnfttaiio- ccz %cveH Smas-1'cii l'ez eeze -oatt 9c (3{cmitic|/iit dcz 'SÃLaztctazen.
nSions dochter, groot a/s de zee is iiive smart.quot;
Klaagl. 2. 13.
â teAfyan de heilige Veronica van Binasco openbaarde eens Onze Heerjesus Christus, dat hij nezelfde, ja nog groo-tere vreugde had, wanneer men het lijden zijner Moeder overwoog, dan wanneer men zijn eigen bitter lijden overdacht.
i66 Maria als Rozenkranskoningin
Ook aan de heilige Elisabeth werd door God bekend gemaakt, dat Maria eene bijzondere genade van haar God-delijken Zoon afsmeekte voor degenen, die esne bijzondere godsvrucht hadden tot hare smarten; en Jesus beloofde aan zijne liefderijke Moeder de volgende genaden;
1. Degene die Maria, ter wille harer smarten aanroept, zal de genade erlangen, vóór zijn dood eene ware boetvaardigheid te doen voor alle door hem bedreven zonden.
2. In alle bekoringen, bijzonder in het uur des doods, zal God hem op eene bijzondere wijze bijstaan.
3. Jesus zal hem eene bijzondere godsvrucht inboezemen tot zijn heilig lijden, en hem daarvoor in den hemel beloonen.
4. De vereerders van Maria's smarten zal onze goddelijke Verlosser overgeven in de handen Zijner heilige Moeder, opdat Zij over hen heersche en beschikke volgens haar goeddunken en hun alle genaden verleene, welke zij verlangen.
Maria, de heilige Rozenkranskoningin
en het Rijk harer Barmhartigheid. 167
is ook de koningin der martelaren.
Van het oogenblik af dat zij Gods Moeder zou worden was haar hart met een zwaard van droefheid doorboord, door het vooruitzicht van den vreese-lijken dood van haar Goddelijk Kind.
Van toen af was er voor Maria geen oogenblik van vreugde meer, dat niet vergald was door de pijnlijke gedachte aan Golgotha.
Het bloedig lijden van Jezus vertoonde zich steeds aan haar geest, en de smarten van haar moederhart kan men zich noch voorstellen noch beschrijven, ja, millioenen menschen zouden onder haar zielelijden bezweken zijn.
2. Niets is derhalve billijker, dan dat wij tot onze liefderijke, smart-en genadevolle Koningin der Martelares,⢠ons dank-en smeekgebed richten. Daarom heeft de Orde der Dienaren van Maria, welke zoo ijverig de verheerlijking bevordert van de Moeder der Smarten, den rozenkrans der Zeven Smarten van Maria onder de geloovigen verspreid.5
Deze rozenkrans bestaat uit zeven «tientjes,quot; ter herinnering aan de zeven groote smarten der Allerzaligste Maagd.
168 Maria als Rozenkranskoningin
Elk »tientjequot; bestaat uit een Onze Vader en zevenmaal het Wees Gegroet. Men voegt er ten slotte nog driemaal een Wees Gegroet bij èn ter eere der tranen door de lijdende Moeder Gods vergoten, èn om de genade van een waar berouw te verkrijgen en eindelijk om de aflaten te verdienen. Verder trachte men onder het bidden van dezen rozenkrans de Zeven Smarten van Maria, zooveel als mogelijk is, te overwegen.
De zeven smarten van Maria zijn:
Eerste Smart. Simeon voorzegt aan Maria in Jerusalems tempel, dat een zwaard van droefheid hare ziel zal doorboren.
Tweede Smart. Uit vrees voor den wreeden Herodes, moet Maria en Joseph met het Goddelijk Kind vluchten naar Egypte.
Derde Smart. Te Jerusalem verliest Maria den twaalfjarigen Jesus, en zoekt Hem gedurende drie dagen met een gebroken hart.
Vierde Smart. Op zijn lijdensweg naar Calvarië ontmoet Maria haren Godde-
en het Rijk harer Barmhartigheid. 169
lijken Zoon, beladen met het zware en schandelijke kruishout.
Vijfde Smart. Maria stond aan den voet des kruises, en zag het Goddelijk Bloed van Jesus uit zijne wonden vloeien.
Zesde Smart. De Moeder van onzen Goddelijken Verlosser zag de zijde van haar Zoon met eene lans doorboord worden en ontving het ontzielde lichaam van Jesus in hare armen.
Zevende Smart. De Koningin der martelaren begeleidde het lichaam van haar Goddelijken Zoon naar zijne rustplaats in het graf.
3. Overgroote aflaten zijn aan deze gezegende oefening van den Rozenkrans der Zeven Smarten gehecht. Paus Be-nedictus XIII verleende den 26 Sept. 1724:
1. Aan allen, die na eene rouwmoedige biecht of met het voornemen te biechten, dezen Rozenkrans bidden in de Kerk der Servieten, een aflaat van 200 dagen, voor elk »Onze Vaderquot; en ieder »Wees Gegroet.quot;
2. Aan degenen, die dit gebed verrichten op de vrijdagen in de vasten op den feestdag der zeven Smarten, of
6 J
l7o Maria als Rozenkranskoningin
op een dag onder het octaaf, 200 dagen aflaat, voor elk »Onze Vaderquot; en »Wees Gegroet.quot;
3. 100 dagen, als deze rozenkrans gebeden wordt op andere dagen.
4. Daarenboven nog 7 jaren en 7 Quadragenen, wanneer men dit gebed doet, ofwel afzonderlijk, ofwel met anderen te zamen.
5. Degenen, die een geheel jaar lang dagelijks dezen Rozenkrans bidden, verdienen een vollen aflaat op een dag naar verkiezing, wanneer zij, na het ontvangen der H. Sacramenten, eenigen tijd bidden volgens de meening van Z. H. den Paus.
Clemens XII bevestigde niet alleen deze geestelijke gunsten, maar voegde er nog de volgende bij, den 12 Dec. 1 734:
1. Een aflaat van 100 jaren aan alle geloovigen, die zulk een Rozenkrans, rechtstreeks of door tusschenkomst van anderen ontvangen hebben van een Religieus der Servieten-orde, zoo dikwijls zij denzelven bidden na eene rouwmoedige biecht, of met het voornemen te biechten.
2. 150 jaren, wanneer zij zulk een Ro-
en het Rijk harer Barmhartigheid. 171
zenkrans ontvangen hebben en bij zich dragen, en hem bidden op Maandag, Woensdag, Vrijdag en op de geboden feestdagen, mits zij rouwmoedig het Sacrament der boetvaardigheid ontvangen hebben.
3. 200 jaren voor alle geloovigen, die na een zorgvuldig onderzoek des gewetens en eene rouwmoedige biecht, dezen Rozenkrans bidden en tevens een gebed doen voor de verheffing van onze H. Kerk, voor de uitroeiing der ketterijen en den bloei van ons heilig katholiek geloof.
4. 10 jaren voor allen, die dezen rozenkrans bij zich dragen en meermalen bidden zoo dikwijls zij een lichamelijk of geestelijk goed werk verrichten.
5. Een vollen aflaat eens in het jaar, op een dag naar verkiezing en onder de gewone voorwaarden voor allen, die de godvruchtige gewoonte hebben dezen rozenkrans viermaal in de week te bidden.
6. Ren vollen aflaat, eens in de maand, onder de gewone voorwaarde en na een gebed voor onze H. Kerk gesproken te hebben, voor allen die dezen Rozenkrans dagelijks gedurende een maand bidden.
'Ãm deze aflaten te verdienen moeten
172 Maria als Rozenkranskoningin
de Rozenkransen gewijd zijn door een priester der Servieten-Orde, of door iemand hiertoe gevolmachtigd, naar een bepaald formulier.
Bid voor ons, o smartvolle Maagd, Gij, Koningin der Martelaren!
Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
23 OCTOBER.
Se cFtanciocanet-cRo^enfimn» iez ee-te. 2et Zeven ty)zeulden va« 9T£afcia.
n£éu lichaam 01 één geest, één God en Vader van allen.quot;
Eph. 4. 4. 6.
üll'en ware vriend van den grooten ïjll Apostel van den H. Rozenkrans, den H. Dominicus, was de Seraphijnsche Vader, de H. Franciscus.
Uitverkoren door de goddelijke Voorzienigheid tot steun der Heilige Katho-
en het Rijk harer Barmhartigheid. 173
lieke Kerk, omhelsden de beide Heiligen elkander eens in de St. Pieterskerk te Rome, alwaar zij elkander voor de eerste maai ontmoetten; verheugd riep Domi-nicus toen uit: Franciscus! gij zijt mijn bondgenoot, wij zullen te zamen arbeiden.
Onder den zegen van den H. Apos-tolischen Stoel hebben deze twee Apostelen, â de H. Dominicus en zijne heilige Orde door de prediking en den H. Rozenkrans, â de H. Franciscus en zijne heilige Orde, door de armoede en de derde Orde, â millioenen zielen voor den hemel gewonnen.
Gelijk deze twee groote Orden steeds te zamen in broederlijke liefde gearbeid hebben voor God en zijne H. Kerk, zooook waren zij immer bezield met een rusteloozen ijver voor de vereering der Hemelkoningin, hunne bijzondere Patrones; en gelijk de wereld aan Dominicus den rozenkrans te danken heeft, eveneens gaf ons de Orde van den H. Franciscus den Rozenkrans der Zeven vreugden.
Ten tijde dat de H. Bernardus van Siëna leefde, was er een jongeling, wiens hart vervuld was van eene teedere liefde-
174 Maria als Rozenkranskoningin
tot de H. Moeder Gods. Haar ter eere placht hij dikwijls een krans van rozen en bloemen te vlechten en daarmede het Maria-beeld te versieren.
Hij trad in de Orde van den H. Fran-ciscus, maar had weldra spijt van zijn genomen besluit, zoodat hij er ernstig aan dacht het huis te verlaten.
Dewijl hij echter gewoon was niets gewichtigs te ondernemen, vooraleer hij den raad had ingewonnen zijner lieve hemelsche Moeder, riep hij ook nu Maria aan, om licht en hulp.
De H. Maagd verscheen aan den jeugdigen kloosterling en leerde hem den rozenkrans harer zeven vreugden bidden, hem tevens openbarende dat deze krans Haar oneindig meer welgevallig was, dan die van de schoonste natuurbloe-men, welke hij gewoon was Maria aan te bieden.
Van dit oogenblik af bad hij met teedere godsvrucht dezen schoonen rozenkrans en smaakte door Maria's hulp zulken zoeten troost, dat hij in zijne orde gelukkig en tevreden leefde en een zaligen dood stierf.
De zonen van den H. Franciscus heb-
en het Rijk harer Barmhartigheid. 175
ben dezen rozenkrans in hunne drie Orden verspreid, alwaar hij voortdurend met een geloovig vertrouwen gebeden wordt.
Dit rozenkransgebed bestaat uit zeven tientjes, één »Onze Vaderquot; en tienmaal het »Wees Gegroet,quot; met de overweging der volgende geheimen:
1. Dien Gij o Onbevlekte Maagd, met vreugde van den H. Geest ontvangen hebt.
2. Dien Gij, o Onbevlekte Maagd, met vreugde naar Elisabeth gedragen hebt.
3. Dien Gij, o Onbevlekte Maagd, met vreugde gebaard hebt.
4. Dien Gij, o Onbevlekte Maagd, met vreugde den Drie Wijzen ter aanbidding hebt voorgesteld.
5. Dien Gij, o Onbevlekte Maagd, met vreugde in den tempel hebt weergevonden.
6. Dien Gij, o Onbevlekte Maagd, het eerst met vreugde na zijne verrijzenis gezien hebt.
7. Die U, o Onbevlekte Maagd, met vreugde in den hemel opgenomen en tot Koningin van hemel en aarde gekroond heeft.
176 Maria als Rozenkranskoningin
Daarna bidt men een »Onze Vaderquot; en »Wees Gegroetquot; voor Z. H. den Paus.
Aan de leden der eerste Orde van Franciscus, is voor het bidden van dezen Rozenkrans der Zeven Vreugden, telkenmale een volle aflaat verleend.
Niet enkel is deze Vreugden-rozenkrans een middel ter vereering van Gods wondervolle Moeder, ook nog eene uitnoo-diging aan alle geloovige katholieken om zich aan te sluiten bij de Derde Orde van den H. Franciscus, om alzoo onder de tweevoudige machtige bescherming van den H. Dominicus en den H. Franciscus, mede te werken aan de vernieuwing van den echt christelijken geest in de wereld.
Ongetwijfeld! De hoogheilige Rozenkrans en de Derde Orde van boetvaardigheid zijn ook ten huidigen dage de reddingsmiddelen onzer arme, verblinde, godvergetene wereld, door eene vurige vereering van Maria, en de ware navolging van Jesus Christus, Onzen Heer.
Is de rozenkrans tde geesel van Satanquot; de derde Orde is een harnas tegen alle bekoringen der wereld.
Dat alle geloovige Katholieken, voor-
en het Rijk harer Barmhartigheid. 177
namelijk echter de kinderen en dienaars der H. Rozen krans koningin, ook deel uitmaken van de Derde Orde van den H. Franciscus, is de vurigste wensch van onzen H. Vader, Paus Leo XIII, die in zijne Enc3'cliek van den 17 Sept. 1882, de volgende woorden richtte tot de katholieke wereld:
»'t Is ongelooflijk, met welk een zielsdrift en vervoering bijna, de menigte tot Franciscus getrokken werd. Men volgde hem in dichte scharen, werwaarts hij heenging, en niet zelden smeekten hem uit steden, uit volkrijke plaatsen alle burgers zonder onderscheid, dat hij hen plechtig in zijn regel zou opnemen. Daardoor is de heilige er toe gebracht het genootschap van de Derde Orde in te stellen, dat eiken stand van menschen, eiken leeftijd, beiderlei geslacht moest opnemen zonder de banden van het gezin en van de huiselijke zaken te verbreken. Want met wijze voorzichtigheid schreef hij aan die orde, niet zoozeer eigen wetten voor, maar de verordeningen zelve van de wetten des Evangelies, die aan geen Christen al te zwaar kunnen voorkomen. Namelijk: aan
178 Maria als Rozenkranskoningin.
de geboden van God en van de Kerk te gehoorzamen, partijschappen en twisten te verbannen, niets van het eigendom eens anderen weg te nemen, de waperen niet op te vatten, tenzij voor godsdienst en vaderland, in leefwijze en kleeding voegzame maat te houden, de weelde te vluchten, de gevaarlijke aan-lokselen van den dans en van de schouwspel-kunst te vermijden.
Het is gemakkelijk te begrijpen, dat er zeer groote voordeden moesten voortvloeien uit zulk eene instelling, die niet alleen heilzaam was in zich zelve, maar ook en voornamelijk uitnemend geschikt voor dien woeligen tijd. â Deze geschiktheid wordt niet alleen genoegzaam gestaafd door de genootschappen van denzelfden aard, die uit de Dominikaner en uit andere orden ontstonden, maar wordt ook door de uitkomst zelve bevestigd. Inderdaad, alom haastten de menschen zich, van de laagsten tot de hoogsten met vurig verlangen en de hoogste zielsbegeerte in de orde van Franciscus te treden. De eersten, die deze onderscheiding begeerden, waren Lodewijk IX, Koning van Frankrijk, en
en het Rijk harer Barmhartigheid. 179
Elisabeth, de Hongaarsche Koningsdochter: hen volgden in den loop der tijden vele Pausen, Kardinalen, Bisschoppen, Koningen en Vorsten, die de ordeteek enen van Franciscus niet onver-eenigbaar achtten met hunne waardigheid. â De leden van de Derde Orde toonden evenveel vroomheid als moed in het verdedigen van den Katholieken godsdienst, en al hebben zij zich door die deugen veel haat berokkend van den kant der boozen, aan de goedkeuring van de wijzen en goeden, welke ten hoogste eervol en alleen begeerens-waardig is, heeft het hun nooit ontbroken. Ja, onze Voorganger Gregorius IX zelf heeft hen openlijk met hun geloof en moed geluk gewenscht en niet geaarzeld hen door zijn gezag te verdedigen en hun den eerenaam van strijders voor Christus, van andere Machabeeën toe te kennen. â En die lof was niet in strijd met de waarheid. Want er lag een krachtig hulpmiddel voor het heil der maatschappij in die Orde. welker leden de deugden en voorschriften van hun stichter voor oogen hielden en zich naar vermogen beijverden de christelijke
l8o Maria als Rozenkranskoningin
dengd met nieuwen luister in de maatschappij te doen herleven. Ongetwijfeld zijn dikwerf door hun tusschenkomst en voorbeelden oneenigheden van partijschappen uitgedoofd of tot bedaren gebracht, zijn de wapenen aan de hand van woestaards ontrukt, zijn de oorzaken van gedingen en twisten weggenomen, heeft de armoede en de verlatenheid leniging gevonden, is de losbandigheid beteugeld, die de fortuinen verslindt en het werktuig is des verderfs. Daarom ontspruiten aan de Derde Orde van Franciscus, als aan hun stam, huiselijke vrede en openbare rust, reinheid van zeden en zachtmoedigheid, behoorlijk gebruik en beveiliging van den eigendom, welke de hechtste steunpilaren zijn van beschaving en welvaart, en het behoud van deze voorrechten heeft Europa voor een groot gedeelte aan Franciscus te danken.
Derhalve is blijkbaar van dezen éénen man een macht van weldaden aan de christelijke en aan de burgerlijke maatschappij toegevloeid. Doch omdat zijne gezindheid in volheid en bij uitstek christelijk is en op wonderbare wijze
en het Rijk harer Barmhartigheid. 181
voor alle plaatsen en tijden voegt, kan niemand het betwijfelen, dat de instellingen van Franciscus :n deze onze eeuw grootelijks voordeelig zullen zijn. Des te meer, dewijl de gesteltenis van onzen tijd om vele redenen die van zijnen tijd schijnt nabij te komen. â Gelijk in de twaalfde eeuw, is evenzoo nu de liefde niet weinig verkoeld, is er hetzij door onwetendheid,hetzij door verwaarloozing, niet weinig stoornis in de vervulling der christelijke plichten. Met gelijke geestesrichting en met gelijke inspanning brengen zeer velen hun leven door in het streven naar tijdelijk voordeel en in het begeerig najagen van genot. Overgegeven aan alle weelderigheid, verkwisten zij wat zij bezitten, verlangen zij naar het eigendom van anderen; in naam verheffen zij de onderlinge broederschap der menschen; hun woord evenwel spreekt meer van broederlijke liefde dan hunne daden; want zij worden door de eigenliefde gedreven, en die echte liefde jegens de minderen en de armen vermindert bij den dag. â In den tijd van Franciscus had de veelvoudige dwaling der Albigenzen, door het oproer tegen de
182 Maria als Rozenkranskoningin
macht der Kerk aan te stoken, tegelijk den Staat in verwarring gebracht, en den weg tot een zeker Socialismus gebaand. En thans zijn evenzoo de begunstigers en verspreiders van het Na-turalismus toegenomen, welke hardnekkig loochenen, dat men aan de Kerk onderdanig moet zijn, en geleidelijk en trapsgewijze verder voortgaande, zelfs de burgerlijke macht niet ontzien, het geweld en de volksoproeren goedkeuren, het eigendomsrecht aanranden, de hartstochten der volkshefife vleien, de grondslagen der huiselijke en der openbare orde verzwakken.
Bij deze zoo talrijke en zoo groote rampspoeden kan er derhalve, redelijkerwijze een niet zwakke hoop van hulp gebouwd worden op de instellingen van Franciscus, wanneer zij maar in haar vorigen staat hersteld worden. â Want bloeiden zij, dan zou ook gereedelijk het geloof en de godsvrucht en al wat voor den Christen lofwaardig is, bloeien, dan zou de overmatige begeerte naar vergankelijke zaken geknakt worden, en men zou er geen afkeer van hebben, zijne hartstochten uit beginsel van deugd te
en het Rijk harer Barmhartigheid. 183
temmen, wat voor velen als de zwaarste en hatelijkste last geldt. Door de banden eener waarlijk broederlijke eendracht verbonden, zouden de menschen elkander onderling liefhebben, en aan de be-hoeftigen en ongelukkigen, als dragers van Christus beeld, den eerbied bewijzen, waar zij recht op hebben.
Om deze redenen is het sedert lang Ons vurig verlangen, dat ieder zich naar best vermogen op de navolging van Franciscus van Assisië toelegge. â Zooals Wij derhalve steeds te voren aan de Derde Orde der Franciscanen een bijzondere belangstelling hebben gewijd, zoo maken Wij ook nu, nadat Wij door Gods allerhoogste Goedheid tot de uitoefening van het Opperherderschap geroepen werden, van de geschikte gelegenheid gebruik, en vermanen Wij de Christenen, toch niet na te laten om zich onder deze heilige krijgsschaar van Jesus Christus te doen opnemen.
Door deze Vereeniging der Derde Orde van den H. Franciscus met de Rozenkransbroederschap des H. Domi-nicus, maken wij eene groote familie uit in onze H. Kerk, iéèn lichaam en
184 Maria als Rozenkranskoningin
één geest, één God en Vader van allen, nu en gedurende de eindelooze eeuwigheid !
24 OCTOBER.
SV c8m(J ittijnocfie eHoamp;en-fitans tez eezc fait de öj {evensfraten--uan S^atia.
âOok gij behoort heilig; te zijn in al uwe handelingen.quot;
I. Petr. 1. 15.
jijlPene vrome overlevering in onze H. Kerk zegt ons, dat Jesus'Heilige Moeder drie en zestig jaren op aarde doorbracht.
Hoe kostbaar in Gods oogen, hoe verdienstvol voor de wereld, zal dat lange en heilige leven geweest zijn onzer lieve en dierbare hemelsche Moeder!
Vooraleer zij Gods Moeder werd, was zij reeds in een staat van zoo verhevene deugd, van zulke volheid van genade, zooals vóór Haar geer schepsel ooit geweest was, noch ooit bestaan zal.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 185
Daarom ook wordt zij in de H. Schrift genoemd: nde stad Gods, welke de Allerhoogste gebouwd heeft en wier grondslagen zich bevinden op den heiligen berg;quot; d. w. z. daar, waar de hoogste bergen hunne toppen verheffen, daar legde de gezegende onder alle vrouwen hare grondslagen; waar de verhevenste Engelen en Heiligen hunne deugd en heiligheid voltrokken en bekroond hebben, daar is Maria begonnen, met zoodanig een heiligheid. God te dienen en te beminnen.
Welke genadestroom moet derhalve over hare vlekkelooze ziel zijn uitgestort toen Zij voor het aanschijn van geheel het hemelsch hof, tot Gods moeder werd verheven.
Wie kan derhalve ook in staat zijn het gewin te berekenen dat Maria met dien rijkdom der genadeschatten behaald heeft, gedurende hare levensjaren op de wereld r
In hoogere mate is in Haar het woord des Apostels bewaarheid: * Zijne genade was voor mij niet vruchteloosquot; dewijl Zij met de gaven en genaden des
186 Maria als Rozenkranskoningin
H. Geestes geti ouvv en voordurend medewerkte.
Op eiken dag, op ieder uur van haar gezegend leven, verwekte haar maagdelijk en Onbevlekt Hart de vurigste liefdeakten tot God; nooit hield Zij op, God, Haren Heer en Schepper meteen vreugdevolle ziel te beminnen, en zich zelve als offer aan Hem te schenken.
Eerder zult gij tellen de sterren aan het uitspansel, de zandkorrels aan de oevsrs der zee, de grashalmen der weiden, de druppels van den onpeilbaren oceaan, de bladeren der boomen, de stralen der zon, dan de genaden en voorrechten, waarmede de Eeuwige God zijne liefderijke Moeder verrijkt heeft.
Dewijl nu een enkele graad der hei-ligmakende genade de ziel in zulke groote schoonheid doet schitteren, dat God met welgevallen op haar nederziet. de gansche hemel haar bewondert, en zij in licht en glans de heldere zon zelfs overstraalt, hoe liefelijk schoon, hoe helder glanzend moet dan niet de afgrond der genade, aan Maria geschonken, deze reinste Maagd hebben doen uitblinken.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 187
Maria zelve was hiervan het meest overtuigd ; daarom sprak Zij in hare nederigheid : »Groöte dingen heeft aan mij »gedaan, Hij die machtig is en heilig »is Zijn naam.quot; 1)
2. Om de gezegende Moeder des Heeren wegens dezen rijken genadeschat te eeren, Gode hiervoor dank te zeggen en voor al hare kinderen de bronnen der barmhartigheid te doen vloeien, stelde de H. Brigitta een bijzonderen Rozenkrans in, den Srigittijnschen, ter vrome herinnering aan de 63 jaren, welke de H. Maagd op aarde doorbracht.
Deze rozenkrans begint met de Apostolische geloofsbelijdenis; daarna volgen zes tientjes, elk met een »Onze Vaderquot; en tienmaal het »\Yees Gegroet.quot;
Aan het einde worden hier nog bijgevoegd één )»Onze Vaderquot; en driemaal het tWees Gegroet,quot; om het getal 63 te bereiken.
Aflateti: 1. Pans Leo X verleende den ie Juli 1515 een aflaat van 7 jaren en 7 Quadragenen aan allen, die nlleen of met anderen de/en rozenkrans gods-
1) Luc. 1. 49.
i88 Maria als Rozenkranskoningin
vnichtig bidden ; daarenboven een aflaat van 100 dagen voor elk »Onze Vaderquot;, ieder »Wees Gegroetquot; en de Geloofsbelijdenis der Apostelen.
2. Paus Clemens XI bevestigde deze aflaten bij breve van den 15 Jan. 1743 en verleende daarenboven: een vollen aflaat aan degenen, die minstens één maal in de week den Brigittijnschen Rozenkrans bidden, bijaldien zij op den feestdag der H. Brigitta (8 Oct.) rouwmoedig biechten, communiceeren, eene kerk bezoeken en aldaar eenigen tijd bidden volgens de meening van Onzen Heiligen Vader, den Paus van Rome
Een vollen aflaat, in het uur des doods voor degenen, die gewoon waren dezen rozenkrans wekelijks, ten minste eenmaal te bidden, wanneer zij, na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, hunne ziel den Heere aanbevelen, of met een rouwmoedig hart, den H. Naam Jesus aanroepen.
Een vollen aflaat, eens in de maand, op een dag naar verkiezing en onder de gewone voorwaarden, aan allen die gedurende een maand dezen rozenkrans dagelijks bidden.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 189
Deze aflaten zijn toevoegelijk aan de zielen des vagevuurs.
25 OCTOBEE.
SDc eiloa.enti ta H.gt; dcz- Ãniicvtcbie öntvanc^zniy - dc icfvitte-zeyiddtc kzoon.
»0/gt; haar hoofd eene kroon van tivaalf ster re 71. Openb. 12. 1.
^pTpoe dikwerf hebt gij met een zalig yïyt zielsgenot het beeld uwer hemel-sche Moeder aanschouwd, op wier hoofd eene schitterende koningskroon prijkte met twaalf fonkelende edelgesteenten.
Deze diadeem vindt zijn oorsprong in de H. Schrift. Immers in het boek der Openbaring lezen wij: *Een groot tec-ken verscheen aan den hemel: eene vrouw gekleed tnet de zon, de maan onder hare voeten en op haar hoofd eene kroon van tiuaalf sterren.quot;
Deze sterrenkroon duidt de twaalf
I90 Maria als Rozenkranskoningin
buitengewone voorrechten aan, waarmede de almachtige God zijne allerzaligste Moeder verrijkte:
1. Maria werd de moeder van den Eeniggeboren Zoon van God.
2. Zij werd zonder erfsmet, onbevlekt ontvangen.
3. Zij droeg het eerst de banier der maagdelijke zuiverheid.
4. Een Engel bracht Haar den groet des Heeren.
5. Zij baarde zonder smart haar Goddelijk Kind.
6. Zij was maagd en moeder te zamen.
7. Maria stierf niet door de zwakheid der natuur, maar door hare groote, vurige liefde.
8. Haar heilig lichaam was aan geen bederf onderworpen.
9. Zij werd met haar verheerlijkt lichaam opgenomen in den hemel.
10. Zij is de Koningin der menschen en
11. De Koningin der Engelen.
12. God heelt met Haar zijn rijk gedeeld. Hij heeft zich voorbehcuden het rijk der gerechtigheid, en aan zijne liefdevolle Moeder schonk Hij het rijk der barmhartigheid.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 191
Welk eene wonderbaar schitterende kroon! Zulk een luisterrijken diadeem draagt alleen Maria, gedurende de gan-sche eeuwigheid; want God heeft geen volmaakter wezen geschapen.
Het getal twaalf, heeft ook de be-teekenis van algemeen, en duidt alzoo aan, dat de genade, de deugd, de heiligheid, die bij eenigen gevonden worden, zich bij Haar alleen bevinden: de geloofskracht der Profeten, de liefde der Apostelen, het geduld der Martelaren, de reinheid der Maagden.
Allen overtreft Zij in het algemeen en ieder in het bijzonder. Hierin kunnen wij Haar, wel is waar, niet navolgen ; doch als hare vrome dienaren en getrouwe kinderen kunnen wij ons verheugen over de groote voorrechten, boven alle Engelen en menschen Haar ten deel gevallen en onzen vurigen dank betuigen aan God, Die zijne overgroote liefde tot Maria ons hierdoor openbaarde.
Onze vreugdevolle deelneming aan Maria's voorrechten en genaden kunnen wij op de beste wijze aan den dag leggen, door den Rozenkrans der Onbevlekte Ontvangenis, waarmede wij, als
192 Maria als Rozenkranskoningin.
het ware, een gouden kroon met schitterende sterren op het maagdelijk hoofd plaatsen van onze heilige Moeder.
Dezen kleinen rozenkrans hebben wij te danken aan Pater Bonaventura van de Orde der Capucijnen te Bologna.
Het rozenkransje der Onbevlekte Ontvangenis bestaat uit vijftien koralen, welke in drie deelen verdeeld zijn. De drie van de overige afgezonderd, be-teekenen het »Onze Vaderquot; en de andere het »Wees gegroet.quot;
Het wordt gebeden op de volgende wijze: Na het kruisteeken gemaakt te hebben, zegt men: Gezegend zij de heilige en onbevlekte ontvangenis der allerzaligste Maagd Maria.
Daarna bidt men het »Onze Vader,quot; viermaal het »Wees Gegroetquot; en Eere zij den Vader enz.
Paus Pius IX verleende bij breve van 22 Juni 1515, aan alle geloovigen, die gedurende eene maand dagelijks met een godsvruchtig en rouwmoedig hart dezen rozenkrans bidden, een vollen aflaat op een dag naar verkiezing mits zij alsdan waardig biechten 'en commu-niceeren. Daarenboven 300 dagen aflaat,
en het Rijk harer Barmhartigheid. 193
zoo dikwijls men dezen rozenkrans met godsvrucht bidt.
Deze aflaten zijn toevoegelijk aan de zielen des vagevuurs.
3 Opdat echter deze hemelschoone kroon, door uwe hand en uw hart Maria aangeboden, ook welgevallig zij aan de Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans, behoort §ij vooral zorg te dragen, dat uw har: rein, kuisch en vlekkeloos zij; want de allerzuiverste en onbevlekt ontvangen Maagd kan geene huldiging aannemen van een met zonden bezoedeld hart.
De sneeuwwitte lelie der kuischheid is immers de bloem van de Maagd der maagden.
Neem daarom dikwerf uwe toevlucht tot de Onbevlekte, om de reinheid des harten te bewaren; beveel u dagelijks aan Haar, Zij immers zal hare kinderen niet verlaten.
Bidt haar onophoudelijk om de genade, elke bekoring tegen de engelachtige deugd krachtdadig te wederstaan, om steeds met een zuiver hart Jesus en zijne gezegende Moeder te dienen en te beminnen.
194 Maria als Rozenkranskoningin
Dat 't Engelenkoor Alle eeuwen door In steeds herhaalde ronde Uw macht en roem verkonde; Ons lofgezang is een gebed; Gij bleeft van zonden onbesmet, Behoed ook ons voor zonde!
26 OCTOBER.
3)e Sloamp;cnkzans 9et lt;j-e^oovilt;jc frieien.
*]Vaarmede zal ik u troosten, *o dochter van Si on.quot;
Klaagl. 2. 13.
lt;ÃI^en heilige bisschop zag eens in een Vtaü droomgezicht, dat een knaap eene buitengewoon schoone vrouw, met eene gouden angel en een zilveren snoer, uit eene diepe zee ophaalde.
Toen de bisschop in den vroegen morgen zich ter kerke begaf, zag hij op het kerkhof een jongeling bij een graf zitten.
Hij vroeg hem: »Mijn kind, wat doet gij hier?quot;
Onder een vloed van tranen gaf de
en het Rijk harer Barmhartigheid. 195
knaap tën antwoord: »Hier is het graf mijner moeder, ik heb den rozenkrans gebeden tot rust harer ziel.quot;
De bisschop begreep nu het droomgezicht; de schoone vrouw was de moeder van dien braven jongeling; hij had haar uit het vagevuur verlost. De gouden angel was het Onze Vader en Wees Gegroet en de zilveren snoer was de heilige Rozenkrans, waarmede hij die lijdende ziel uit de diepe zee van het vagevuur gered had.
De H. Rozenkrans is een krachtig Kfc», redmiddel ten bate der lijdende zielen des I3_ vagevuurs, dewijl men daardoor zijne
gebeden, meeningen en liefde met vereen trouwen nederlegt in Maria's handen, ene die zelve eens aan de H. Brigitta ge-ene openbaard heeft: »Er is geen enkele uit pijn in het vagevuur, welke door mij
niet gelenigd wordt.quot; gen Trouwens, ook aan ons zeiven ver
hij schaffen wij de rijkste voordeelen, wan-een neer wij grootmoedig onze liefdediensten
aan de arme zielen bewijzen.
loet Vele zielen immers zullen ons moeten
dank weten, dat wij aan het geluk harer de verlossing hebben medegewerkt, en zul-
196 Maria als Rozenkranskoningin
len niet nalaten ook voor ons, Gods eeuwige Goedheid en Majesteit te aanbidden.
Immers, als er volgens Jesns' verklaring in den hemel reeds zooveel vreugde heerscht over één zondaar op aarde die zicli bekeert en boete doet, maar desniettemin toch nog in de zonde kan hervallen; hoe groot zal dan de vreugde zijn, bij het intreden in het eeuwig rijk van een nieuwen hemelburger, die nooit meer zondigen kan!
Inderdaad, wij verplichten aan ons den ganschen hemel voor de verlossing van ééne enkele ziel uit het vagevuur.
Vreugde voor den Engelbewaarder, die de gelukwenschen ontvangt van geheel het hemelsch hof, voor de zegenrijke vruchten van zijn heilig beschermingsambt.
Vreugde voor die heiliger., welke deze ziel op bijzondere wijze eerde en navolgde; vreugde voor hare bloedverwanten en vrienden; vreugde voor die schare van gelukzaligen onder wier midden zij wordt opgenomen; vreugde voor Maria, de H. Rozenkranskoningin, die voor het geluk van haar kind zooveel gebe-
en het Rijk harer Barmliaitigheid. 197
den heelt; vreugde vooral voor het Goddelijk Hart van Jesus die deze ziel in zijn rijkdom opneemt, als eene dierbare vrucht van zijn bitter lijden en zijn kostbaar bloed.
De H. Geest verheugt zich over de zegepraal zijner genaden, en de eeuwige Vader heeft zijn welbehagen in de volmaaktheid van zijn schepsel, dat het doel zijner eeuwige en eenige bestemming bereikt heeft.
Wat verder te zeggen van die heilige, vurige, onverbreekbare vriendschap, welke tusschen ons en de door ons medelijden verloste ziel gesloten is? Liefde en wederliefde zullen met elkander wedijveren: eeuwige dank en erkentelijkheid zullen het gevolg zijn onzer geringe moeiten.
Thans zijn wij rijk en zij arm; weldra zullen wij zijn de armen in het vagevuur, en zij de rijken des hemels, maar ook onze voorsprekers bij God.
2. De heilige. Katholieke Kerk, onze lieve Moeder, gedenkt hare kinderen des vagevuurs te allen tijde, geheel bijzonder echter in de maand November, wijl zij dan voor de arme zielen vele
198 Maria als Rozenkranskoningin
heilige offeranden opdraagt en den H. Rozenkrans in deze meening bidt.
Bij het bidden van den rozenkrans der arme zielen, bestaande uit zes tientjes, worden geene geheimen overwogen; maar bij elk tientje bijzondere gebeden verricht ter eere van Jesus' bitter lijden.
Bij het
EERSTE TIENTJE.
O goede Jesus, wij smeeken U door uw heiligen doodsangst en uw bloedig zweet, dat Gij voor ons, arme zondaars, in den Olijfhof gezweet hebt, droog de tranen der arme lijdende zielen, bijzonder van onze lieve ouders, broeders en zusters, bloedverwanten en weldoeners, die in het vagevuur zijn, en geef hun de eeuwige rust.
TWEEDE TIENTJE.
O goede Jesus, wij smeeken U door uwe bloedige geeseling, welke Gij voor ons, arme zondaars, doorstaan hebt verlos de arme zielen, bijzonder onze lieve ouders, broeders en zusters, bloedverwanten en weldoeners uit de pijnen van
en het Rijk harer Barmhartigheid. 199
het vagevuur en verleen hun den eeuwigen vrede.
DERDE TIENTJE.
O goede Jesus, wij smeeken U door de smaadvolle kroning welke Gij U voor ons, arme zondaars, hebt laten welgevallen, red de arme zielen, bijzonder onze lieve ouders, broeders en zusters, bloedverwanten en weldoeners uit de vlammen des vagevuurs en geef hun de kroon der eeuwige glorie.
VIERDE TIENTJE.
O goede Jesus, wij smeeken U door uwe zware kruisdraging, welke Gij voor ons, arme zondaars, geduldig op u hebt genomen, neem de arme zielen, bijzonder onze lieve ouders, broeders en zusters, bloedverwanten en weldoeners uit het vagevuur op, opdat zij U van aanschijn tot aanschijn, eeuwig mogen aanschouwen.
VIJFDE TIENTJE
O goede Jesus, wij smeeken U door uwe pijnlijke kruisiging, welke Gij voor ons, arme zondaars, geleden hebt, ver-
zoo Maria als Rozenkranskoningin
los de arme zielen, bijzonder onze lieve ouders, broeders en zusters, bloedverwanten en weldoeners van hunne smarten en folteringen, en geleid hen tot de eeuwige gelukzaligheid.
ZESDE TIENTJE.
O goede Jesus, wij smeeken U door uwe heilige vijf wonden en eiken druppel bloeds, welken Gij in uw bitter lijden en sterven voor ons, arme zondaars, vergoten hebt, vertroost de arme zielen, bijzonder onze lieve ouders, broeders, zusters, en bloedverwanten, genees hunne brandende wonden en laat hen de vruchten genieten van uw lijden en sterven in eene zalige eeuwigheid. i
Litanie van O. L. V. van Loretto.
Onder uwe bescherming enz.
Bid voor hen, H. Moeder Gods.
ty. Opdat zij der beloften van Christus waardig worden.
GEBED.
Wij bidden U, o Heer, stort uwe barmhartigheden uit over de arme zie-
en het Rijk harer Barmhartigheid. 201
len in het vagevuur, opdat zij, die in U geloofd en op U vertrouwd hebben, niet langer meer lijden, maar tot de hemelsche vreugden gebracht worden door Jesus Christus, Onzen Heer. Amen.
Bid voor hen o allerzaligste Joseph 1 3^. Opdat zij enz.
GEIiED.
Wij bidden U, o Heer, dat de arme zielen door de verdiensten van den kuischen Bruidegom uwer allerheiligste Moeder mogen geholpen worden, opdat hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen bekomen, hun door zijne voorspraak verleend worde. Gij die leeft en heerscht met den Vader, in de eenheid des H. Geestes, God in eeuwigheid. Amen. Heer, geef hun de eeuwige rust 1 En het eeuwige licht verschijne hen. Dat zij rusten in vrede. Amen.
7 i
2o2 Maria als Rozenkranskoningin
27 OCTOBER.
tycvmijd cUte c^cbzefien ondcz (vei aHoamp;tnamp;zansycamp;cd.
»G£j vraagt en verkrijgt niet, * om dat gij slecht bidt.
H. Jac. 4- 3-
«RAAGT EN GIJ ZULT VERKRIJGEN,
zoo luidt de onfeilbare belofte, ons door Jesus Christus gedaan; zeker zal dus ons gebed verhoord worden, bijaldien wij bidden met eerbied, met aandacht en godsvrucht.
i. Vermijd daarom zorgvuldig alle vrijwillige verstrooidheden. Deze kunnen voortkomen, eerstens, uit onze nalatigheid en traagheid, dewijl wij ons gedurende den dag met zoovele zaken bezig houden, zonder ons hart en onze gedachten genoegzaam te bewaken.
Tweedens, worden zij niet zelden veroorzaakt door de bekoringen des duivels, die niet dulden kan dat wij bidden, wijl wij daardoor alle goed ontvangen. Ten derde, kunnen zij ontstaan en
en het Rijk harer Barmhartigheid. 203
dikwerf zonder onze schuld, uit onze zwakheid en gebrekkelijkheid. Onze verbeeldingskracht is namelijk door de zonde zoo bedorven, dat wij niet eens een »Onze Vaderquot; kunnen bidden, zonder dat zich verscheidene vreemde gedachten aan onzen geest voordoen.
Waaruit ook de verstrooidheden voortkomen, zij benadeelen ons niet, zij zijn geene zonde, zoolang zij tegen onzen wil ontstaan.
Wanneer gij begint te bidden, en onder het gebed komen verscheidene vreemde gedachten in u op, zonder dat gij het bemerkt of wilt, en gaat voort met den ernstigen wil goed te bidden, dan hebt gij niet gezondigd.
Wat meer is, bijaldien gij u beijvert deze verstrooidheden uit uw geest te verbannen, dan hebt gij eene groote deugd beoefend, een goeden strijd gestreden, en nieuwe verdiensten bij God verworven.
Maar, wanneer gij u bewust zijt vreemde gedachten te hebben, en uit onverschilligheid of traagheid deze niet verwerpt of er vrijwillig behagen in schept, dan maakt ge u aan zonde
204 Maria als Rozenkranskoningin
schuldig, al is het ook geene doodzonde. Waak derhalve over uw hart; verzamel uwe gedachten vooraleer gij begint den H. Rozenkrans te bidden; kniel in den geest neder voor den troon der Hemelkoningin ; stel u levendig voor oogen, dat gij thans een van die millioenen gelukkigen zijt, die de H. Moeder Gods met u, in den schoonen hemel en op de aarde loven, prijzen, danken en gunsten van hare goedheid afsmeeken.
Roep uw heiligen Engelbewaarder aan, opdat hij uw hart en geest van alle verstrooidheid beware; opdat gij den rozenkrans tot meerdere eer van God, tot welgevallen uwer lieve hemelsche Moeder, moogt bidden.
Een zeer krachtig middel tegen de verstrooiingen is ook de gedachte, hoe zeer wij het gebed noodig hebben, en de hulp van God, door Maria's machtige voorspraak. Bid daarom steeds met een kinderlijk vertrouwen en spreek met David; gt;Hcer, ik ben ellendig en arm, help mij.quot;
II. Draag zorg den H. Rozenkrans te bidden, vief eene goede meening.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 205
Dat uwe eerste en beste meening steeds deze zij: »Wanneer mijn rozenkrans slechts God onzen Heer welgevallig is, indien ik hierdoor slechts het zoete hart mijner hemelsche Moeder Maria vreugde kan verschaffen, dan ben ik tevreden, al mocht ik ook verder niets verkrijgen Mijne verdiensten draag ik op aan de Koningin van den H. Rozenkrans; Zij moge hierover beschikken naar welgevallen.quot;
Hoe voordeclig zulk een goede meening is, kunt gij afleiden uit de volgende openbaring aan de H. Gertrudis:
Zij zag eens Onzen Heer Jesus Christus op zijn troon, en den H. Joannes schrijvend aan zijne voeten gezeten. Dan eens gebruikte deze geliefde leer ling van Jesus zwarten inkt, een ander maal goud, en ook doopte hij zijne pen in de heilige zijde Zijns Meesters en dan schreef bij bloedroode letteren neder.
Aan de heilige Gertrudis werd alsdan verklaard, dat de met zwarten inkt geschrevene, zulke werken waren, welke men uit gewoonte of tot eigen voordeel verricht; de met bloed geteekende waren dezulke, die gedaan werden ter eere
2o6 Maria als Rozenkranskoningin.
van het lijden van Jesus en Maria; en eindelijk de gouden letteren duidden aan, dat het werk geschiedde uit zuivere liefde tot God en tot heil der Kerk.
Ongetwijfeld kunt gij bij zulk een heilige meening nog andere voegen; voor u zeiven en voor anderen kunt gij ook tijdelijke gunsten afsmeeken; 't is immers rechtmatig en billijk, dat wij alle goeds van God vragen en Maria, onze teedere Moeder, aanroepen als onze middelares en voorspreekster.
III. Bid eindelijk met geloof en vertrouwen; ootmoedig, met volharding en in Gods H. wil berustend.
Herinner u Jesus' woorden; »En al wat gij in het gebed, geloovende, zult bidden, dat zult gij ontvangen.quot; i)
Wees ootmoedig; »Het gebed van den nederige dringt door de wolken, en wijkt niet weg, vooraleer de Allerhoogste het heeft aangezien.quot; 2)
Zoek ook in alles te volbrengen Gods heiligen wil. Wiens Voorzienigheid het beste voor U beschikt; »Vader 1 niet
1) Matth. 21. 22.
2) Sir. 35. 21.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 207
mijn wil, maar de Uwe geschiede.quot; 1) Bid alzoo met een levend geloof, een diepen eerbied, een kinderlijk vertrouwen, eene onwankelbare volharding; mochten er dan ook, uit menschelijke zwakheid, eenige gebreken voorkomen in uwe gebeden, beveel dan bij het einde uw gebed aan het goddelijk Hart van Jezus en het allerheiligste Hart van Maria en smeek dezs beide hemelsche liefdebronnen, dat zij door hunne kostbare verdiensten en heiligste gebeden, waarmede zij op aarde den Hemelschen Vader verheerlijkten, al uwe fouten uit-wisschen en u hunne mildste barmhartigheden deelachtig maken.
1) LUC. 22. 42.
2o8 Maria als Rozenkranskoningin
28 OCTOBER.
vooz dc eezdez. cKovcn
it Die mij in het licht stellen, ver-â *krijgen het eeuwige leven.quot;
Sir. 24. 31.
^pSj|et gejubel en vreugde vernam de â¢Ã¯küir katholieke wereld, dat Z. H. onze roemrijk regeerende Paus, Leo XIII, bij breve van 10 Dec. 1883, eene nieuwe parel had gehecht aan de schitterende kroon van Maria, dewijl Hij voorschreef, voortaan in de Litanie van Loretto de H. Maagd aan te roepen en te vereeren, als Koningin van den allerheilig sten Rozenkrans.
Dit besluit van het Opperhoofd der H. Kerk, alsmede zijne vaderlijke vermaningen en opwekkingen, de H. Moeder Gods door het bidden van den Rozenkrans ijverig te vereeren, heeft reeds zeer veel bijgedragen, dat de H. Rozenkrans in onze dagen meer en godvruchtiger gebeden wordt, dat het
en het Rijk harer Barmhartigheid. 209
getal der kinderen en dienaren van Maria aanmerkelijk is aangegroeid, die Haar allen vurig beminnen, getrouw dienen tot het einde huns levens, en daardoor hare gelukkige en dankbare kinderen eens zijn zullen in den hemel.
Er zijn nochtans vele onverschillige christenen, die den rozenkrans noemen een kinderachtig, vervelend, geestdoo-dend lippengebed; die hem niet alleen niet bidden, maar met de vrome dienaren der Rozenkranskoningin den spot drijven.
Tegenover deze verblinde ongelukki-gen, moet gij voor Maria's eer strijden en den rozenkrans verdedigen als een gebed, dat wel is waar eenvoudig maar echt christelijk is, eerbiedwaardig, hoogst verdienstelijk, door de Heiligen steeds beoefend, door de Kerk goedgekeurd, dringend aanbevolen cn met talrijke heilige ajïaten verrijkt.
2. Maar, die tweevoudige herhaling dan van dezelfde geheimen, dat gedurig bidden van hetzelfde gebed, het »Wees Gegroet,quot;.,., zeggen wederom anderen.
Eens kwam eene Kananeesche vrouw bij den Zaligmaker; zij riep onophoude-
2io Maria als Rozenkranskoningin
lijk tot Hem, zeggende: * Ontferm u
* mijner, Heere, Zoon van David; mijne
* dochter wordt deerlijk van den duivel
* gekweld.quot;
Onze goddelijke Leermeester hoorde deze vrouw roepen: Hij liet haar smee-ken, en antwoordde niet één woord, zoodat de Apostelen er op aandrongen, haar te verhooren of weg te zenden: â » laat haar van u; want zij roept ons na.'1 Ook toen verhoorde Jezus hare bede nog niet.
Eerst toen zij voor Gods Eenigen Zoon nederknielde en Hem aanbad; toen zij zich niet liet afschrikken door zijn weigerend antwoord, maar met steeds grooter vertrouwen van zijne macht en goedheid hulp verwachtte, toen eerst sprak Jesus: gt; O vrouw, groot is uw geloof, u geschiede, gelijk gij wilt. En %hare dochter werdvan die ure af gezond.quot;
Jesus verhoorde dus deze vrouw op hare herhaalde smeekingen.
Is dit niet hetzelfde geval bij den H. Rozenkrans, wanneer wij God volhardend blijven bidden om zijne gunsten, door zoovele Onze Vaders en Wees Gegroeten?
en het Rijk harer Barmhartigheid. 211
Bij eene andere gelegenheid verhaalt de Goddelijke Verlosser zelf, hoe de hemelsche Vader een volhardend en dikwerf herhaald gebed, gaarne toelaat en verhoort.
»Zoo iemand van U een vriend heeft, en die te middernacht tot hem komt, en hem zegt; »Vriend, leen mij drie brooden. Want mijn vried is van de reis tot mij gekomen, en ik heb niets om hem voor te zetten.quot; En zoo die van binnen antwoordt en zegt:; »Val mij niet lastig, de deur is reeds gesloten, en mijne kinderen zijn, zoowel als ik, in de slaapkamer; ik kan niet opstaan en u geven.quot;
»En zoo de andere blijft kloppen; ik zeg u, dat al stond hij niet op, en gave hem, omdat hij zijn vriend is, hij nochtans om zijne lastigheid zal opstaan, en hem geven, zooveel hij van noode heeft. En ik zeg u; Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal worden opengedaan.quot; 1)
Hadde Onze Heer Jesus Christus dit voorbeeld kunnen aanhalen, wanneer er
1) Luc. II. 5.
2io Maria als Rozenkranskoningin
lijk tot Hem, zeggende: »Ontferm u * mijner, Heere, Zoon van David; mijne â¢Â» dochter wordt deerlijk van den duivel â gt; gekweld.quot;
Onze goddelijke Leermeester hoorde deze vrouw roepen: Hij liet haar smee-ken, en antwoordde niet één woord, zoodat de Apostelen er op aandrongen, haar te verhooren of weg te zenden: tlaat haar van u; want zij roept om na.quot;
Ook toen verhoorde Jezus hare bede nog niet.
Eerst toen zij voor Gods Eenigen Zoon nederknielde en Hem aanbad; toen zij zich niet liet afschrikken door zijn weigerend antwoord, maar met steeds grooter vertrouwen van zijne macht en goedheid hulp verwachtte, toen eerst sprak Jesus: »O vrouw, groot is uw geloof, u geschiede, gelijk gij wilt. En nhare dochter werd van die ure afgezond.quot;
Jesus verhoorde dus deze vrouw op hare herhaalde smeekingen.
Is dit niet hetzelfde geval bij den H. Rozenkrans, wanneer wij God volhardend blijven bidden om zijne gunsten, door zoovele Onze Vaders en Wees Gegroeten?
en het Rijk harer Barmhartigheid. 211
Bij eene andere gelegenheid verhaalt de Goddelijke Verlosser zelf, hoe de hemelsche Vader een volhardend en dikwerf herhaald gebed, gaarne toelaat en verhoort.
»Zoo iemand van U een vriend heeft, en die te middernacht tot hem komt, en hem zegt: »Vriend, leen mij drie brooden. Want mijn vried is van de reis tot mij gekomen, en ik heb niets om hem voor te zetten.quot; En zoo die van binnen antwoordt en zegt:: »Val mij niet lastig, de deur is reeds gesloten, en mijne kinderen zijn, zoowel als ik, in de slaapkamer; ik kan niet opstaan en u geven.quot;
»En zoo de andere blijft kloppen; ik zeg u, dat al stond hij niet op, en gave hem, omdat hij zijn vriend is, hij nochtans om zijne lastigheid zal opstaan, en hem geven, zooveel hij van noode heeft. En ik zeg u: Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal worden opengedaan.quot; 1)
Hadde Onze Heer Jesus Christus dit voorbeeld kunnen aanhalen, wanneer er
1) Luc. 11. 5.
212 Maria als Rozenkranskoningin
iets berispelijks te vinden ware in het herhalen van hetzelfde gebed? Voorzeker niet.
3. Maar, heeft niet Jesus Christus gezegd; » Wanneer gij bidt, zult gij niet veel sprcke?i, gelijk de heidenen; want zij wanen, dat zij door hunne veelheid van woorden verhoord zullen worden?quot; 1)
Ongetwijfeld heeft onze goddelijke Verlosser het »veel spreken,quot; het woorden maken, verworpen; maar tusschen »veel sprekenquot; en bidden is een groot onderscheid.
» Veel sprekenquot; wil hier zeggen: met God in gekunstelde, ijdele, gezochte, hoogdravende woorden spreken, zoo als menigmaal gesproken wordt tot men-schen, die men zoekt, te vleien of met bedriegeljke grootspraak voor zich te winnen.
Op zulke wijze met God spreken heeft Christus voorzeker afgekeurd, maar niet het aanhoudend, kinderlijk, ootmoedig, vertrouw vol en hartelijk gebed
Wat meer is, om ons tot voorbeeld te strekken, heeft de God-mensch veer-
1) Matth. 6. 7.
en het Rijk har er Barmhartigheid. 213
tig dagen in de woestijn aanhoudend gebeden. Gansche nachten bracht Hij door in het gebed, dan op een berg, dan in den ülijfhof; herhaalde malen vermaande Hij zijne leerlingen met Hem te waken en te bidden, en zijn heilig Hart was bitter bedroefd, dat zij nog niet ééne enkele uur met Hem in het gebed doorbrachten.
Bid daarom met de diepste godsvrucht den H. Rozenkrans, en zoete vreugde zult gij bereiden aan het allerheiligste Hart van Jesus en het Onbevlekte hart zijner goddelijke Moeder.
Is uw hart vervuld met eene heilige liefde tot Jesus en Maria dan zal het u nooit te veel zijn, tienmaal, ja, honderd- en duizend maal te zeggen; Die voor ons water en bloed gezweet heeft.
Die voor ons gegeeseld is.
Die voor ons met doornen is gekroond.
Die voor ons het zware kruis gedragen heeft.
Die voor ons is gekruisigd geworden.
En welke vreugde voor een goedgeaard kinderhart, zoo menigmaal tot onze lieve Moeder in den hemel te kunnen zeggen:
214 Maria als Rozenkranskoningin
Die, U, o Maagd, in den hemel opgenomen en aldaar gekroond heef tl
4. Nog iets anders. Is de herhaling der heilige gebeden van den Rozenkrans, inderdaad niet de beste voldoening voor de herhaalde en telken male vernieuwde zonden, waardoor wij en alle menschen op aarde, zoovele honderde en duizen-de malen Jesus beleedigen. Hem als het ware in het aangezicht slaan, vooral door het misbruik van zijn driewerf Heiligen Naam, door vloeken en godslasteringen \
«De ongeloovige moge spotten, wanneer hij geheele rijen van menschen ziet voorbijgaan, die steeds een en hetzelfde woord uitspreken; Wees gegroet, Maria; doch hij, wien het licht des geloofs verschenen is, hij begrijpt en gevoelt dat de liefde slecht één woord heeft, en dat het geere herhaling is, wanneer zij steeds datzelfde woord gebruikt.quot; Zoo zegt de beroemde P. La-cordaire.
Een ware dienaar van Maria bidt daarom en blijft uit liefde tot zijne verhevene Koningin steeds bidden: Wees gegroet Maria, Gij zijt vol van genade;
en het Rijk harer Barmhartigheid. 215
de Heer is met u; gezegend zijt Gij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht lews lichaams, Jesusl
29 OCTOBER.
cHoamp;cn'ktani'-Zonday en Se-â maa-K^ Octoamp;cz.
âBij mij is alle genade des levens âbij mij is alle hoop der deugd.quot;
Sir. 24. 25.
lezen in het Romeinsch Mar-yWWfir tyrologium op den zevenden October;
«Heden wordt de gedachtenis gevierd van O. L. Vr. van Overwinning, een feest dat de H. Paus Pius V instelde, tot dankzegging voor de schitterende zegepraal, welke de christenen op dezen dag tegen de Turken behaalden in een zeeslag, (Lepante) door den bijstand der H. Moeder Gods. Dewijl echter het gebed van den heiligen Rozenkrans het middel was, waarvan de H. Vader zich
214 Maria als Rozenkranskoningin
Die, U, o Maagd, in den hemel opgenomen en aldaar gekroond heef tl
4. Nog iets anders. Is de herhaling der heilige gebeden van den Rozenkrans, inderdaad niet de beste voldoening voor de herhaalde en telken male vernieuwde zonden, waardoor wij en alle menschen op aarde, zoovele honderde en duizen-de malen Jesus beleedigen, Hem als het ware in het aangezicht slaan, vooral door het misbruik van zijn driewerf Heiligen Naam, door vloeken en godslasteringen f
«De ongeloovige moge spotten, wanneer hij geheele rijen van menschen ziet voorbijgaan, die steeds een en hetzelfde woord uitspreken; Wees gegroet, Maria; doch hij, wien het licht des geloofs verschenen is, hij begrijpt en gevoelt dat de liefde slecht één woord heeft, en dat het geene herhaling is, wanneer zij steeds datzelfde woord gebruikt.quot; Zoo zegt de beroemde P. La-cordaire.
Een ware dienaar van Maria bidt daarom en blijft uit liefde tot zijne verhevene Koningin steeds bidden: Wees gegroet Maria, Gij zijt vol van genade;
en het Rijk harer Barmhartigheid. 215
de Heer is met u; gezegend zijt Gij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht uws lichaams, Jesus!
29 OCTOBER.
3)e cfloamp;en-hzani-Zonday en 9« â¢maan9 Octoiez.
âBij mij is alle genade des levens âbij mij is alle hoop der deugdquot; Sir. 24. 25.
c^TnT^ij lezen in het Romeinsch Mar-tyrologium op den zevenden October:
»Heden wordt de gedachtenis gevierd van O. L. Vr. van Overwinning, een feest dat de H. Paus Pius V instelde, tot dankzegging voor de schitterende zegepraal, welke de christenen op dezen dag tegen de Turken behaalden in een zeeslag, (Lepanto) door den bijstand der H. Moeder Gods. Dewijl echter het gebed van den heiligen Rozenkrans het middel was, waarvan de H. Vader zich
2i6 Maria als Rozenkranskoningin
bediende, om de H. Maagd in deze groote gevaren voor de christelijke strijders aan te roepen, schreef Hij voor, dat op den feestdag van O. L. Vr. van Overwinning, het feest van den H. Rozenkrans zou gevierd worden.
Paus Greg. XIII verplaatste dit feest voor alle bisdommen en kerken, op den eersten zondag van October en beval tevens, dat dit schoone feest der H. Moeder Gods, met alle mogelijke plechtigheid' maxima qua possit cele-britate, zou gevierd worden, i Apr. 1573
2. Als waardige voorbereiding tot het feest van den Allerheiligsten Rozenkrans en ter eere van de Koningin des hemels begon men in de i7dc eeuw te Toulouse eene bijzondere oefening van de 15 zaterdagen, welke hierin bestaat, dat de geloovigen op vijftien achtereenvol-gende en het Rozenkrans feest onmiddelijk voorafgaatide zaterdagen, tot de HH. Sacramenten naderen en ter eere van de 15 geheimen eenige godvruchtige werken verrichten.
Deze godvruchtige oefening kan ook gehouden worden in den loop des jaars.
3. De groote aflaat; Tofies quoties.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 217
Deze volle aflaat, welken men op den feestdag van den H. Rozenkrans, zoo dikwijls kan verdienen als men eene kerk bezoekt, is gelijk aan den beroemden aflaat van Portiuncula.
HHIDeze groote aflaat kan niet alleen verdiend worden in de kerken der Dominicanen; maar ook in alle kerken, waar de broederschap van den H. Rozenkrans wettig is opgericht.
Alle geloovigen kunnen er aan deelachtig worden, ook zij die niet tot de broederschap behooren, wanneer zij na eene heilige biecht en communie, van de eerste vespers af op den vooravond tot aan zonsondergang van het Rozenkrans-feest, de rozenkranskapel of een beeld der Rozenkranskoningin, dat in eene kerk openlijk vereerd wordt, godvruchtig bezoeken en daar eenigen tijd bidden volgens de meening van Z. H. Zoo dikwerf deze heilige oefening herhaald wordt, even zoodikwijls kan men dezen aflaat verdienen.
4. Opdat echter de godsvrucht der geloovigen tot Maria, na het Rozenkrans feest niet verflauwe, maar steeds levendig en krachtig blijve, en van den
218 Maria als Rozenkranskoningin
troon der goddelijke Barmhartigheid voor het welzijn der Kerk en het heil der zielen machtigen bijstand verwerve, heeft onze H. Vader Leo XIII, de geheele maand October, aan de bijzondere ver-eering der H. Rozenkranskoningin toegewijd:
In zijne beroemde Encycliek van den i Sept. 1883, schrijft de groote Paus: »Wij willen niet alleen alle christenen aansporen om of te zamen in het openbaar, of elk in het bijzonder en in den huiselijken kring den Rozenkrans te bidden; maar wij willen ook, dat de ge-heek maand October aanstaande heilig gevierd worde, ter eere van O. L. Vr. van den Rozenkrans.
Wij besluiten en bevelen dus, dat dit jaar in heel de katholieke wereld, de oefeningen van den rozenkrans met bijzondere godsvrucht en plechtigheid gehouden worden; dat namelijk van den 1 October aanstaande tot den 2 November daaropvolgende, in alle parochiekerken, en indien de plaatselijke Bisschoppen het goedvinden, in alle andere aan Maria toegewijde kerken of kapellen, ten minste vijf tientjes van den rozen-
en het Rijk harer Barmhartigheid. 219
krans met de litanie van Loretto gebeden worden: Wij verlangen verder, dat terwijl de geloovigen die gebeden verrichten, een priester of de H. Mis op-drage of na uitstelling van het H. Sacrament, het volk met het Allerheiligste zegene.
Wij keuren volkomen goed, dat de broederschappen van den Rozenkrans in de steden, naar voorvaderlijk gebruik, processie houden en zoo hun godsdienst openbaar verheerlijken.
Waar dit echter, uit hoofde van slechte tijdsomstandigheden, niet kan geschieden, zal men de openbare miskenning van den godsdienst trachten te vergoeden door een grootcren roeloop in de kerken en door grootere blijken van geloof, te zamen met vuriger ijver in de beoefening der christelijke deugden.
Ten voordeele nu van hen, die deze voorschriften zullen volbrengen, behaagt het ons de hetnelsche schatten der H. Kerk te openen, ten einde zij er tevens aanmoediging en belooning voor hunne godsvrucht uit putten.
1. Aldus aan allen, die binnen den bepaalden tijd, den rozenkrans met de
220 Maria als Rozenkranskoningin
litanie in het openbaar bijwonen en naar onze meening bidden, verleenen wij telkens zeven jaren en zeven qua-dragenen aflaat.
Deze aflaten vallen ook te beurt aan hen, die deze gebeden niet kunnen bijwonen en ze afzonderlijk verrichten.
2. Aan hen, die binnen dien tijd, minstens tienmaal, hetzij in het openbaar in de kerken, hetzij om billijke redenen in huis, genoemde oefeningen volbrengen en door de H. Biecht gezuiverd de H. Communie ontvangen, verleenen wij door Pauselijken aflaal, volledige kwijtschelding van straffen en hoe ten.
3. Denzelfden aflaat vergunnen wij aan allen, die op den feestdag van O. L. Vr. van den Rozenkrans, of op een der acht volgende dagen, na gebiecht te hebben, zullen naderen tot de tafel des Heeren, en in eene oi' andere Kerk God en Gods Moeder bidden voor de noodwendigheden der H. Kerk naar Onze meening.quot;
Deze voorschriften en gunsten heeft Z. H. de Pans telken jare hernieuwd.
Welaan dan! Kinderen van Maria en
en het Rijk harer Barmhartigheid. 221
der heilige katholieke Kerk, viert met vreugdevollen ijver, met zuivere en Gode welgevallige harten het schoone Rozen-kransfeest en de geheele maand October, volgens de meening van (Jnzen Heiligen Vader, tot eer van God, tot verheerlijking van Maria, tot welzijn onzer H. Kerk, tot heil der onsterfelijke en door Jesus' Bloed vrijgekochte zielen.
30 OCTOBER.
£ifcanie van Soamp;ctte.
ygt;Gezegend zijt gij onder de vrouwen.quot;
Luc. 1. 42.
yJÃfa het gebed des Heeren, door Jesus zeiven ons geleerd; na het »Wees Gegroet,quot; waarmede de Aartsengel Gabriel en de II. Elisabeth Maria begroetten, is er geen schooner, waardiger, krachtiger en genaderijker gebed dan de Litanie ter eere van de allerzaligste Maagd, welke in de Bullen van Paus Sixtus V, Clemens VIII en Alexander VII, de litanie van Loretto genoemd
222 Maria als Rozenkranskoningin
wordt, en ook in den mond van het geloovige volk dezen naam draagt.
Dezen naam heeft zij ontvangen, dewijl sedert onheugelijke tijden, deze litanie in de heilige kapel van Onze Lieve Vronw te Loretto, (bij Ancona in Italië) elke Zaterdag plechtig werd gezongen.
Deze schoone litanie, welke de glorierijkste eeretitels, lofspraken en namen bevat op Maria toepasselijk, is eerbiedwaardig, door haar ouderdom, was steeds het lievelingsgebed van den braven christen en vurigen dienaar van Maria, werd voortdurend op bijzondere wijze door de Kerk goedgekeurd en aangeprezen, en vormt een heerlijk slotgebed van den H. Rozenkrans.
2. Dit heerlijk en verheven gebed verheft op geheel bijzondere wijze onzen geest en ons hart tot Maria. In treffende bewoordingen vertoont het ons Maria in hare verhouding tot de aanbiddelijke Drievuldigheid; vooral tot Jesus Christus, Gods Eenigen Zoon en den Verlosser der wereld; tot zijn verlossingswerk, tot de strijdende, de lijdende en de zegepralende Kerk.
Het stelt ons Maria voor oogen in hare
en het Rijk harer Barmhartigheid. 223
waardigheid van Maagd en Moeder Gods; als Koningin van hemel en aarde, van Engelen en Heiligen.
Zij stelt ons Maria voor, in hare schitterende deugden en onmetelijke verdiensten, in hare glorie en heerlijkheid, in hare macht en de volheid der genade.
Zij wekt ons voortdurend op, Maria na te volgen in haren heiligen levenswandel.
Zij plaatst ons onder hare moederlijke bescherming en bezielt ons met een onwankelbaar vertrouwen op hare machtige voorspraak bij God.
Zij vervult ons met een diepen eerbied voor Maria, met eene kinderlijke liefde tot die goede Moeder, met eene oprechte dankbaarheid voor de tallooze weldaden, gunsten en zegeningen door Haar verkregen.
Zij doet in ons hart ontstaan schaamte en berouw over onze zonden en gebreken; haat en afkeer tegen alles wat onze waardigheid als mensch en als christen onteert, wat ons van Jesus en Maria kan scheiden, en van den weg
224 Maria als Rozenkranskoningin
der bekeering, der boetvaardigheid, der zaligheid aftrekken.
Zij boezemt ons eene hemelsche gezindheid in, veredelt ons hart en onze ziel; omstraalt ons met het licht der hemelsche genaden, en voert ons naar het hart van Jesus en Maria, waar wij alléén rust, vrede en zaligheid vinden.
3. 't Is daarom dan ook de wensch van onze heilige Kerk, 'dat wij de Litanie van Loretto bij den Rozenkrans voegen, en zij heeft daarom aan dezelve vele aflaten verbonden.
Bij breve van 24 Dec. 1883, beval de groote vereerder der H. Rozenkranskoningin, onze roemrijk regeerende Paus Leo XIII, dat in de Litanie van Loretto, na de aanroeping: jKoningin zonder erf smet ontvangenquot; zou bijgevoegd worden; Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans, b. v. o.
AFLATEN.
1. 300 dagen aflaat, wanneer men de Litanie van Loretto met een godvruchtig en rouwmoedig hart bidt.
2. een volle aflaat op de feestdagen der Onbevlekte Ontvangenis, O. L. V.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 225
Lichtmis, O. L. V. Boodschap, Hemelvaart en Geboorte van Maria, onder de gewone voorwaarden, aan allen die dagelijks met een berouwvol hart godvruchtig dit gebed verrichten.
1. Wanneer gij dan deze heerlijke litanie der allerzaligste en allerreinste Maagd bidt, verplaats u dan in den geest in het hoogheilig en eerbiedwaardig huisje van Nazareth, hetwelk gedurende eeuwen achtereenvolgens, door duizende pelgrims bezocht en vereerd en sedert het jaar 1295 op wondervolle wijze door de H. Engelen overgebracht werd naar Loretto.
Op de vier deuren van dit heilige huis staan de volgende beteekenisvolle opschriften:
Op de eerste deur: »Dat hij, die niet rein is, vreeze deze kapel binnen te treden; de aardbodem draagt geen heiligdom, dat heiliger isquot;
2dlt;: deur: Zoude niet deze woning daardoor nog heiliger zijn, wijl ze door den Prins der Apostelen is gewijd, in dezelve het Eeuwige woord is ontvangen en ook de Maagdelijke Moeder geboren werd?
3
226 Maria als Rozenkranskoningin
3de deur: Onze vaderen hebben elders tempels gebouwd; dit heiligdom echter, veel eerbiedwaardiger dan alle andere, hebben de Engelenscharen voor de Moedermaagd en God zeiven hier neergezet.
4de deur: Op de geheele aarde is geene plaats, welke deze in heiligheid overtreft, hoe ver ook de wereld zich uitbreide, of eilanden zich uit den Oceaan verheffen.
Zoo kunt gij bij elke Litanie van Loretto, die gij aandachtig bidt, eene vrome bedevaart doen naar dit heilig huis, waar Maria met Jesus, met Josepli, met Joachim en Anna eens woonde, toidat gij eens met hen eeuwig en zalig wonen zult in het rijk der hemelen.
en het Rijk harer Barmhartigheid. 227
31 OCTOBER.
iaatztc Slozgt;e--n kzans op aatde, dc eezyte. in den -ftemeC.
»Verlaat haar niet, en zij zal u behoeden; heb haar lief, en zij zal n behouden.quot;
Spr. 4. 6.
®;n een voornaam gezelschap kwam eens de rozenkrans ter sprake en dit hemelsch gebed, den vromen christen zoo dierbaar, werd een voorwerp van bitteren spot.
Tot aller verbazing stond een jeugdig geneesheer op, om de eer te verdedigen van de Koningin van den H. Rozenkrans.
»Er is een tijd geweest,quot; zoo begon hij, »dat ook ik dacht en sprak over den rozenkrans, zooals gij thans. Verneemt echter, wat mij tot andere gevoelens gebracht, ja, zelfs tot eerbied opgewekt heeft voor dit schoone gebed.
Eens hield ik mij ijverig bezig met de ontleedkunde, toen men in het hospitaal het lijk binnenbracht eener arme, oude vrouw, die pas in den Heer was ontslapen.
228 Maria als Rozenkranskoningin
Het was mijne taak dit ontzielde lichaam zoo te plaatsen, dat de studenten in korten tijd, ond^jr de leiding van hun leeraar de proefneming hierop konden nemen.
Voor alles echter moesten hare krampachtig in elkander gewrongen handen losgemaakt worden.
Wat vertoonde zich toen aan mijne blikken?
Om de gesloten handen was een rozenkrans gevlochten, welks kruisje tus-schen dezelve als vastgeworteld scheen. Een hemelzoete glimlach speelde om de lippen der ontslapene; rust, vrede en troost lagen op haar aangezicht verspreid, en op dat oogenblik was ik innig overtuigd van de bovennatuurlijke kracht van den godsdienst.
Onwillekeurig dacht ik toen aan mijne moeder, die ik eens met den rozenkrans in hare handen en eene kalme rust op haar aangezicht, op het doodsbed zag liggen.
Voor niets ter wereld was ik nu in staat deze gevouwde handen los te maken en den rozenkrans weg te nemen. Ik verliet de kamer, gaf mijn werk aan
en het Rijk harer Barmhartigheid. 229
anderen over, mijn hart was vol, mijne ziel hevig ontroerd.
Sinds is de rozenkrans mij eerbied, waardig, en beschouw ik hem als de palmtak der overwinning over den dood en het graf.quot;
Ongetwijfeld, wij, kinderen en vereerders der H. Rozerkranskoningin, wij hopen ook eens in vrede te sterven; met het schitterend teeken der voorbeschikking op ons voorhoofd; in het geloof aan Jesus Christus, Onzen Heer en Verlosser; in de zoete hoop der eeuwige zaligheid, en onder den bijstand en de voorspraak van alle Heiligen Gods, en geheel in het bijzonder, van onze lieve, goedertierene, machtige Moeder Maria, de tdeur des hemels.quot;
In dat uur van scheiden, dat bange uur des doodstrijds, dat uur, waarop alles voor ons op het spel staat: onze onsterfelijke ziel, ons geheel leven, de eeuwigheid, de gelukzaligheid des hemels ; in dat allesbeslissend oogenblik zullen wij den dierbaren rozenkrans in onze handen nemen, en met hoop en
230 Maria als Rozenkranskoningin
vertrouwen opzien tot den genadetroon van Jesus en Maria.
Gelukkig, driewerf gelukkig, wanneer wij eens zoo zullen sterven, den heiligen rozenkrans in onze eerbiedig 'gevouwde handen; het kruis op onze stervende lippen; onze blikken vol hoop en vertrouwen op den hemel gevestigd, en de vrede en liefde van Jesus en Maria in het hart â o, dat maakt den dood zoet â dat geeft hoop en moed in die bange ure â dat ontsluit de deuren des hemels 1
En zoo zal onze laatste rozenkrans, welken wij hier op aarde nog onder tranen en lijden gebeden hebben, onze eerste en eeuwige jubelrozenkrans zijn in den hemel.
Pi? 1§ J^Jjeinimi uan p, ^np^ans.
H I
Ãi ÃI
l)e blijde Qeheiniei^.
âgt;amp;lt;--
I, J]ifii pij D una bra J). Sessi
oiifuangen IjfM.
VOORliEREIDINGSGEBED.
allerheiligste Heer Jesus Christus, Wl alwetende, barmhartige God, ik
8 j
234 Maria als Rozenkfanskoningin
aanbid U van ganscher harte en smeek U, richt mijne zinnen op U alleen reinig mij van alle verkeerde en verstrooide gedachten, verlicht mijn verstand, beweeg mijn hart, opdat ik in deze overweging de zintuigen mijns lichaams en de krachten mijner ziel met alle aandacht alleen tot uwe eer en tot mijn heil moge aanwenden en voor 't aanschijn uwer goddelijke Majesteit, door Uw allerheiligst Hart en de voorbede Uwer gezegende Moeder Maria, moge verhoord worden.
O mijn allerliefste Jesus, in vereeni-ging met de goddelijke meening uws Harten, waarmede Gij zelf op aarde aan God het offer der hulde en der liefde gebracht hebt, offer ik U dit gebed. 1)
i. Bid met de H. Maagd in hare kamer.
'^piieschouw de nederige, reine en van ijlgl liefde gloeiende Maagd Maria in haar eenvoudig kamertje te Nazareth,
1
Dit gebed dient voor het begin van iedere overweging.
De 15 Geh. v. d. H. Rczenkrans. S3 5
biddend en verzuchtend naar de komst des Verlossers. Gelijk de tortelduif, versmachtte hare reine ziel naar den Geliefde, en zag Zij reikhalzend uit naar het oogenblik waarop Hij zou komen. Met de vrome oudvaders verzucht Zij: »Dauwt Hemelen den Gerechte, wolken regent Hem, open u, o aarde en doe voor ons den Heiland der wereld ontspruiten.quot;
Een bliksemschicht gelijk, doordringt dit kinderlijk onschuldig en heilig smeekgebed de wolken; als een geurige wie, rook stijgt haar verlangen hemelwaarts, tot voor den troon van den Drieëenigen God. Hare diepe nederigheid deed uit den schoot des Eeuwigen Vaders, den Geliefde baars Harten nederdalen in haren maagdelijken schoot. Hare schitterende reinheid bereidde die Gode aangename rustplaats; de Serafijnengloed harer zuiverste liefde was de kostbaarste diamant, welken Zij den Geliefde bewaarde, Hem wachtende met krachtdadig geloof, met onwankelbare hoop.
In oneindige mate overtrof Zij allen van haar geslacht in deugd en heiligheid en toch was het verre van Haar
236 Maria als Rozenkranskoningin
te denken, dat Zij zelve de gezegende Moeder des Heeren zou worden.
2. Groet Maria met den Engel.
tijden der voorzegging waren ver-vjtëtl vuld, het oogenblik naderde dat het eeuwig Woord des Vaders van 't hoogste der Hemelen zou afdalen om Mensch te worden en de schuldige wereld te verlossen.
Eensklaps werd het stille woonvertrek van Maria in een verblindenden lichtglans gehuld. Een der Hemelvorsten, de Aartsengel Gabriël verschijnt in zichtbare gestalte als 's Heeren afgezant, om de zaligste Maagd de blijde boodschap te verkondigen. Haar groetend met de woorden: » Wees gegroet, Gij vol van genade, de Heer is met U.quot; Geheel verschrikt antwoordt de zuiverste Maagd, die hare kindschheid door eeuwige beloften den Heere had toegewijd: »Hoe zal dit geschieden daar Ik geen man beken.quot; Een hemelsch blozen kleurt haar maagdelijk gelaat. Liever wil zij afzien van de zoo hooge waardigheid van 't goddelijk Moederschap, dan de lelie harer maagdelijkheid verliezen.
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 237
gt;Vrees niet,quot; hervatte de Engel, »Gij zult zonder letsel der maagdelijkheid ontvangen. Gij wordt Moeder en blijft Maagd. De H. Geest zal over U komen en de kracht des Allerhoogsten zal U overschaduwen.quot;
Nederig stemde de genadevolle Maria toe; Gods raadsbesluiten aanbiddende sprak Zij; »Zie hier de dienstmaagd des tl eer en, Mij geschiede naar Uw woord.quot;
Vertoef hier eenige oogenblikken ter liefde van God en betracht hoe de H. Drievuldigheid daar tegenwoordig is om het antwoord en de toestemming Harer wondervolle dochter te vernemen; boe de drie goddelijke Personen liefdevol en met welgevallen op de zedigheid harer gebaren en woorden nederzien; hoe behoedzaam en wijs de Engel Haar met het geheim der Menschwording bekend maakt; hoe toegewijd en eerbiedig Hij daar staat voor zijne Heerscheres, trouw zijne boodschap volbrengend, nauwkeurig achtgevend op de woorden der Maagd, opdat Hij behoorlijk moge antwoorden en in deze gewichtige en wondervolle werken den wil des Heeren vervullen.
238 Maria als Rozenkranskoningin
Betracht ook de H. Maagd, hoe bedeesd en ootmoedig Zij zich toont, hoe haar aangezicht eene zekere verlegenheid uitdrukt, daar Zij zoo onverhoeds döor den Engel wordt toegesproken; hoe ^
Zij zich op zijne woorden niet verheft,
noch eenige eigenwaarde gevoelt, als zij zulke heerlijke dingen van zich verneemt, die nog nooit tot iemand waren gesproken; alles schrijft Zij toe, aan de goddelijke genade.
Leer van Haar, zedig en nederig te zijn, want zonder deze eigenschappen heeft de maagdelijkheid slechts geringe waarde (H. Bonaventura.)
3. Aanbid het Vleeschgeworden Woord.
heilaanbrengend woord der Maagd; 4
T,Het geschiede'.quot; op 't zelfde oogen-blik opent zich de Hemel, de H. Geest overschaduwt Maria en onverdeeld daalt het eeuwige Woord des Vaders neder in den schoot der reinste Maagd. Gods . Eenige Zoon neemt de menschelijke natuur aan in het maagdelijk lichaam van Maria, wordt Een der onzen, onze Broeder. Het ware Licht is van den
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 239
hemel afgedaald om alle duisternissen te verdrijven. Het levend Brood, het leven der wereld, wordt bereid aan den liefdegloed van het goddelijk Hart.
Verhoord en bevredigd is het verlangen en 't gebed van Patriarchen en Profeten. »Zend, o Heer, het Lam. Dauwt gij, Hemelen, den Gerechte. Kom, o Heer, daal neder! O Heer, toon uw aanschijn!quot; Dit geheim der menschwor-ding van Gods Zoon is het begin, de voortzetting en de voltrekking van alle goed, dat wij bezitten en in eeuwigheid bezitten zullen. Het is het huwelijk van den Eeniggeboren Zoon Gods met de menschelijkc natuur, eene onoplosbare vereeniging, een wonder der goddelijke Barmhartigheid, een meesterstuk van Gods Almacht, het begin der mensche-lijke verlossing en de aanvulling der opengevallen Engelen-zetels.
Hemelen staat verbaasd en bewondert den grooten God, in den schoot der nederige, arme, gehoorzame en gezegende Maagd verborgen. â Sidder, o aarde draag in innigste dankbaarheid en diepen eerbied uw kostbaarsten schat 1 Juich en jubel, mijne ziel, loof en prijs
240 Maria als Rozenkranskoningin
de Liefde en Barmhartigheid Gods! Dring door in het van liefde vlammend maagdelijk Hart, dadr zult gij den Een in wezen met den eeuwigen Vader, ongeschapen Zoon, Dien de Hemelen dei-Hemelen niet kunnen bevatten, zien rusten; in Maria's schoot neergelegd als op een leliënbed, gedurende negen volle maanden, tot den dag Zijner geboorte. De rozen en leliengeur van haar maagdelijk Hart is Zijne verkwikking. Engelenscharen omzweven Maria, Die met de hemelsche Geesten lof- en dankliederen zingt, en steeds om genade en ontferming smeekt voor 't gevallen menschdom.
Opwekking.
â¢V^Ãnder de h. mis: Zie neder, Hemel-sche Vader op Maria, de zuivere Bruid des H. Geestes, de zoete Moeder van uw goddelijken Zoon! Ik offer U op al die lofprijzingen en gebeden, welke Maria, de vlekkelooze Maagd aan de H. Drievuldigheid opdroeg voor de zondige wereld, toen Zij het vleeschgewor-den Woord onder haar Hart droeg.
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 241
Ik offer U op den liefdegloed van haar heilig Hart, hare diepe nederigheid, haar volmaakt geloof en volkomene onderwerping aan uwen heiligen wil, in alle beproevingen, omstandigheden, in lijden en tegenspoed; hare bereidvaardige gehoorzaamheid en engelachtige zuiverheid, en vereenig al die akten met de liefde der Engelen en Heiligen en alle opofferingen der Godminnende zielen op aarde.
Hemelsche Vader, zie neder op Jesus, uw Eeniggeboren Zoon; zie hoe Hij, ons ter liefde, negen maanden rust in Maria's schoot. Beschouw zijne gevangenschap. Hij draagt liefdeketenen voor ons, die Hij van den eeuwigen dood, van de hel wil verlossen. Ik offer U op, o Hemelsche Vader, al die gevoelens en gewaarwordingen welke Jesus van af 't eerste oogenblik uit Maria's schoot U opdroeg. Hoor de smeekingen en verzuchtingen van uw Zoon, onder Maria's zuiver Hart. Ik neem beide H. Harten in mijne handen en vernieuw bij iederen polsslag, door de kracht van alle H. Misoffers, elke bede, dankzegging opoffering, verzoening en gewaarwording
242 Maria als Rozenkranskoningin
uit de Harten van Jesus en Maria. Vader, ik toon U, uw Zoon in die volsla-gene vernedering en volmaakte liefde, en ter wille van Hem, rustend onder Maria's Hart, smeek ik U, o wend de geesels uwer gramschap af van eene schuldige wereld! Ontferm U over ons dierbaar Vaderland, doe onze afgedwaalde broeders terugkeeren tot het alléén-zaligmakend geloof, red de jeugd, bescherm de onschuld, bedek hen met Maria's schild. Elke in gevaar verkee-rende zisl breng ik tot de HH. Harten van Jezus en Maria, en tot uwe grootste vreugde offer ik U hunne verdiensten en bid ik al uwe HH. Engelen de on-onschuld tegen het moordzwaard der verleiding te beschermen, door hetwelk, helaas, zoovele zielen te gronde gaan.
de h. communie; O Maria, mijne iV} beminde Heerscheres, zie, ik neem mijn toevlucht tot uw maagdelijk Hart, o open de schatten van genade, van barmhartigheid, goedheid en liefde voor mij en geheel de zondige wereld. Met groot vertrouwen put ik uit uw rijk gezegend Hart al die schatten van genade.
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 243
waardoor ik ontferming vind voor 't aanschijn van den beleedigden God.
Mijne geliefde Vrouwe, beminde Koningin ; ik bid U, leen mij als voorbereiding tot de H. Communie uwe schoone deugden, voornamelijk uw levendig geloof, uw vast vertrouwen, uwe diepe nederigheid, uwe volmaakte zuiverheid, uw seraphijnsche liefdegloed, uwe volkomene armoede, uwe steeds bereidvaardige gehoorzaamheid. Ik verzamel alle H. verzuchtingen, uw H. Hart ontweid; hiermede versierd en van liefde ontvlamd, zou ik met dezelfde begeerte, hetzelfde verlangen, waarmede Gij Uw goddelijk Kind van den H. Geest ontvangen hebt, willen naderen tot het gastmaal der liefde. Ik offer al uwe voorbereidingen tot de H. Communie voor de mijne op. Ik verzamel alle akten der vrome zielen, die ooit geleefd hebben, en met al de liefde der Engelen en Heiligen des Hemels wensch ik Jesus in de H. Communie te ontvangen; Hem zóó te ontvangen, gelijk de H. Maagd Hem ontving van den H. Geest, en steeds in de H. Communie.
Ook wil ik zóó, na de H. Communie
244 Maria als Rozenkranskoningin
mijne dankzegging vereenigen met die vurige dankbetuigingen van Mana en van alle Godgewijde zielen en door Maria's handen al mijne smeekingen den Heere opdragen.
Ter wille van Maria, bid ik, U o mijn Jesus om eene volmaakte liefde tot God en mijn evenmensch, om haat tegen de zonden en de gelegenheid daartoe.
Ik smeek U om geduld in al 't lijden en in al de beproevingen, om zachtmoedigheid, goedheid en barmhartigheid in mijn omgang met anderen, om den geest van gehoorzaamheid en onthechting, om die kostbare deugd van engelachtige zuiverheid en om de bijzondere genade, in volmaakte liefde tot God te leven en te sterven. Deze genade smeek ik tevens voor alle met mij in zuivere liefde vereenigde zielen. In uwe barmhartigheid beveel ik ook mijne bloedverwanten, vrienden en bekenden, mijne weldoeners en allen, die Maria op eene bijzondere wijze vereeren en beminnen.
Dat alle menschen, vrienden en vijanden zich tot God bekeeren en eens een zaligen dood sterven. Amen.
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 245
II. pien pij 0 f^aag5, JUisabfffj bejoef|enie, gebragra fjeM.
1. Vergezel Maria over het gebergte.
â¢iOfoc de H. Maagd op ingeving des w/fiï H. Geestes over het gebergte van Nazareth naar Hebron reizen, om hare
246 Maria als Rozenkranskoningin.
nicht Elisabeth geluk te wenschen met de gezegende vrucht haars lichaams en om haar met liefdediensten bij te staan.
Begeleid die hemelsche duif, die daar met den maagdelijken Joseph, in gezelschap van vele Engelen heensnelt, glanzend van góddelijke liefde! Zij, de gezegende onder de vrouwen ijlt daarhenen gelijk eene tortelduive, om de H. Elisabeth en geheel haar huis gelukkig te maken. Bewonder de heilige gevangenschap van het goddelijk Kindje onder het maagdelijk hart van Maria cn hoor de Engelscharen met Maria in heilige begeestering, lof en dankliederen aanheffen.
Opwekking.
^y®|NDER DE H. MIS EN BIJ DE H. COM-jflgl MUNiE. O Hemelsche Vader, zie, ik toon U uwen Zoon en zijne reine Moeder. In den geest hare voetstappen volgende, offer ik U op iedere schrede en eiken voetstap, iedere inwendige en uitwendige handeling der hooggezegende en vereenig ik mijne zuchten met die der zuivere Maagd en van hst goddelijk Kind.
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 247
Ik draag U op, o Hemelsche Vader de liefde uws Zoons, zijne diepe nederigheid en heilige gevangenschap. Ik leg neder voor den troon uwer glorie, de loftuigingen der Seraphijnen en Cherubijnen, hunne bewondering, aanbidding en dankbaarheid voor de volbrachte Menschwording en hunne gebeden voor 't welzijn der menschen. In den geest kus ik eiken voetstap der Maagd en verzamel elke oefening van gebed, aanbidding en dankzegging, aan Jesus, Maria's en Joseph's Hart ontsproten. Al die vereenigde gewaarwordingen en gevoelens leg ik neder voor uw troon opdat Gij, o goedgunstige Vader, in deze bedrukte tijden, aan kerk en staat bescherming en hulp moget verleenen. O goede Herder, liefdevolle Jesus, zoek toch zoovele afgedwaalde schapen op, ontruk ze den verscheurenden wolf en breng ze terug in den eenen waren schaapstal.
2. Loof God met Maria.
.igpF.oe heilig was die ontmoeting van 5g|0t' Maria met Elisabeth! van ijdele
-
â
248 Maria als Rozenkranskoningin
zaken was er tusschen Hen geen sprake, elk woord uit haren mond was eene lofprijzing des Allerhoogsten. Door den H. Geest voorgelicht, begroet Elisabeth Maria het eerst: »Gij zijt de gezegende onder de vrouwen en gezegend is de vrucht uws lichaams. En van waar geschiede mij dit, dat de Moeder mijns Heer en tot mij komt?quot; Zalig zijt Gij, die geloofd hebt. En op 't zelfde oogen-blik werd in 's moeders schoot, de kleine Joannes door 't Kindje Jesus van de erfzonde gezuiverd en als zijn voorloo-per geheiligd.
In heilige vriendschap en reine liefde vereenigden zich nu beide harten en in hemelsche begeestering zong Maria het heerlijk schoon »Magnificat.quot;
Mijne ziel maakt groot den Heere en verheugd heeft zich mijn geest in God, mijnen Zaligmaker.
Omdat Hij nederzag op de geringheid zijner dienstmaagd; want zie. van nu af zullen alle geslachten Mij zalig prijzen.
Dewijl groote dingen aan Mij gedaan heeft, Hij die machtig is, en heilig is zijn naam!
En zijne barmhartigheid is van ge-
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 249
slachte tot geslachte, over degenen, die Hem vreezen.
Hij heeft kracht gedaan door zijn arm; verstrooid heeft Hij die hoogmoedig zijn in den waan huns harten.
Machtigen heeft Hij van den troon gestort, en geringen verheven,
Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld, en rijken ledig weggezonden.
Hij heeft Israël, zijnen dienstknecht, aangenomen, indachtig zijner barmhartigheid :
Gelijk Hij aan onze vaderen heeft toegezegd, aan Abraham en aan zijn kroost in eeuwigheid.
Opwekking.
^y^snder de h. mis. Hemelsche Vader, zie welgevallig neder op deze H. Harten, die geheel vervuld van liefde, U den wierook van een heilig lof- en dankgebed opdragen, dat in heerlijke geuren doordringt tot uw Vaderhart. Al hunne neigingen., gebeden en dankzeggingen draag ik U op, als losprijs voor mijne zondenschuld; voor de verstokte zondaars, voor de onboetvaardige en
250 Maria als Rozenkranskoningin
onverschillige christenen, voor alle men-schen van eiken rang eu stand; ootmoedig bid en smeek ik U, ons de genade en den geest des gebeds te schenken, opdat wij uwe rechtvaardige straffen van ons afwenden en ware kinderen Gods mogen worden.
3. Dien met Maria uwen evenaaste.
fOpreden wij thans met Maria het zóó tflv', bevoorrechte huis van Elisabeth binnen. O staat verbaasd. Gij Hemelen en gij Godminnende ziel, komt en ziet hoe de nooit voi prezen Moeder des Heeren, als een nederige dienstmaagd, hare nicht hulp en bijstand aanbiedt. In hare groote nederigheid zoekt Zij juist die bezigheden, welke waardeloos schijnen in de oogen der menschen; alles wat zij doet, ademt den geur der zuiverste liefde tot God en de menschen. In voortdurende aanbidding en vereeni-ging met God, Dien zij in 't geheim der Menschwording aanschouwt, schittert een hemelschc vreugde op haar gelaat. Een hemelschc glimlach zweeft om hare rozenroode lippen, terwijl haar geest on-
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 251
ophoudelijk verslonden is in God, wiens Eenigen Zoon zij onder haar Hart draagt. Zij is alles voor allen, en haar aanblik alléén vertroost het kommervolste hart. Vol teederheid en liefde in haar onverstoorden vrede, in haar geduld en engelachtige ingetogenheid, schittert in Haar het evenbeeld van den eeuwig schoonen God, het Meesterstuk der schepping dat de slang niet durfde belagen.
Ofwekkingen.
«J/gSj Maria, Gij schoonste der maagden, )ll2g blik medelijdend op mij neer, want zie het kleed mijner onschuld is bezoedeld; menigvuldig zijn mijne gebreken, groot is mijne ellende, en mijn zwakke wil is steeds tot het kwaad geneigd. O hoogverhevene Koningin der maagden, bescherm mij, neem mij onder uwe moederlijke hoede en verrijk mij met het sieraad uwer deugden.
O Hemelsche Vader, ik drang U op alle akten van deugden van Maria, bijzonder al hare werken van volmaakte naastenliefde en zielenijver, voor mijne
252 Maria als Rozenkranskoningin
nalatigheid en lauwheid. Ik bid en smeek U om zegen en genade voor alle fami-liën, vooral voor hen, die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen; dat Jesus en Maria steeds in hun midden zijn en verblijven en hen troosten door de kracht van onzen H. Godsdienst, in al hunne wederwaardigheden.
O mijn Jesus, heb medelijden met ons, en laat niet toe, dat eene door uw goddelijk Bloed verloste ziel, verloren gaat.
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 253
III. pitn jaij, 0 ii pe^I^em
gsbaarb
1. Ga met Maria en Joseph naar Bethlehem.
éO|ie, hoe Maria, nederig en gehoor-gt;|0] zaam het bevel van den ij delen
254 Maria als Rozenkranskoningin
Keizer Augustus vervult en, in een guur jaargetijde, met den H. Joseph, haar arme woning van Nazareth verlaat, om vaaidig en gelaten aan Gods roepstem te gehoorzamen, welke Zij in 't bevel van den aardschen vorst erkende. Volg Maria en Joseph op dien tocht naar Bethlehem, verzamel al die verzuchtingen, die aanbiddingen, dankzeggingen, smeekgebeden en opofferingen; al die akten van deugden, die vermoeienissen, moeie-lijkheden en harde behandelingen, welke zij te verduren hadden, toen zij zoo menigmaal werden afgewezen, en zonder voedsel en huisvesting steeds aan andere deuren moesten aankloppen; al die aanbiddingen der Engelenscharen, die het vleeschgeworden Woord onder Maria's Hart voortdurend aanbidden en den eeuwigen God dankten, voor die onbegrijpelijke genade der verlossing. Offer dit alles op, voor de vele noodwendigheden onzer H. Kerk.
2. Zoek ééne verblijfplaats voor Maria en het Goddelijk Kindje.
^Jpreden wij thans de stad Bethlehem ÃÃK binnen; de avond is reecis gevallen
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 255
en alle huizen en herbergen met vreemdelingen bevolkt. L)e H. Joseph met zijne maagdelijke echtgenoote klopt overal aan, doch geen menschenhart is medelijdend genoeg, Ken ook maar 't geringste plekje af te staan. Betracht hier het geduld van den zoo bezorgden Joseph en hoe gelaten Maria tot hem spreekt: »Vertrouw slechts op den Heer.quot; Het quot;Kindje Jesus echter, brandend van liefde tot de menschen, moet hier door hunne onverschilligheid de grootste koude lijden, den zwartsten ondank ondervinden.
Opwekking.
de h. mis. Hemelsche Vader ik offer U op het hart van Jesus van Maria en Jozef, gedurende deze harde beproevingen, Hun geduld en gelatenheid in alle omstandigheden, en smeek U; Heer ontferm U over alle verlaten weduwen en weezen die niemand dan U, tot steun en bescherming bezitten. Help hen in allen nood en lijden naar ziel en lichaam, Gij, Die zelfs de vogels des hemels, de musch op het dak niet vergeet.
256 Maria als Rozenkranskoningiti
3. Eere zij God in den Hooge!
^lÃ^indelijk vinden zij de plaats van eeuwigheid bestemd, 't Is een open stal, blootgesteld aan al de guurheden van het weder. Maria, op bovennatuurlijke wijze verlicht, beschouwt ze als de plaats waar de eeniggeboren Zoon des Vaders ter wereld moet komen. Zij werpt zich ter aarde neder en dankt vurig den Heer, terwijl de H. Joseph den verlaten stal zooveel mogelijk tot eene woning zoekt te bereiden.
Opwekking.
ftT^Tremelsche Vader, om de groote MML liefde uws Zoons tot de armoede, bid ik U, aan alle kloosterlingen den waren geest der heilige armoede te verlee-nen. Ik offer U op den geur aller deugden uit Jesus en Maria's Hart tegelijk met de zorgvuldigheid, eenvoudigheid en liefde van den H. Joseph.
Het plechtig oogenblik naderde thans waarop de Heiland der wereld zou geboren worden. Gelijk de lijfwacht een koninklijk paleis, zoo omgaven 's Hemels
Dc 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 257
Engelen den armoedigen stal. Maria legt haren mantel af, neemt den sluier 1 van het hoofd, en heure schoone haren,
1 hangen rijk golvend neer langs de
1 schouderen. Hierop nam zij twee sneeuw
witte doeken om er het goddelijk Kind in te wikkelen en twee kleinere om ] zijn Hoofdje te beschutten. Toen kniel-
J de de reine Maagd eerbiedig neder,
vouwde de handen, verhief haar geest 1 en hart ten Hemel en bleet zoo in
1 gebed en beschouwing tot middernacht.
Geheel aan de wereld onttrokken, werd zij van hemelsche zoetheid vervuld; Zij aanschouwde de eenige Godheid eu heerlijkheid van Hem, Die in dit
e oogenblik uit Haar ging geboren worden.
â }
I üe overzalige stonde, het uur van middernacht breekt aan; Maria, de
II Moeder Gods, wordt een weinig boven den grond verheven, een hemelsch licht
11 herschept den nacht in een helderen
dag; de akelige spelonk wordt vervuld s met een bovennatuurlijken glans. Gelijk
de geur uit de roze, zoo ontspruit uit a den maagdelijken, ongeschonden schoot
s het goddelijk Kind en lag daar rein en
9
258 Maria als Rozenkranskoningin
schoon, stralend, glorievol voor hare knieën op aarde neder.
Het was der H. Maagd als of haar Hart van hemelsche gelukzaligheid dreigde te breken. De gelukkige Moeder aanbad nu haar Kind als den Zoon van den levenden God. Ook de H. Joseph valt aanbiddend neder; hem werd gegeven, wat vele koningen en profeten niet was toegestaan, n.1. den Zoon Gods niet slechts in lichamelijke gestalte te aanschouwen, maar te dragen op zijne armen, te omhelzen, te kleeden, te voeden en te bedienen.
De Cherubijnen en Seraphijnen waren verbaasd over Gods grenzelooze liefde. De Tronen en Vorsren der Engelen vielen aanbiddend op hun aanschijn; en het gansche koor der hemelingen hief dankend en jubelend het loflied aan: Eere zij Gode in den allerhoogste en vrede op aarde den menschen van goeden wille.
Opwekking.
-'ipvtj de h. communie. O H. Maagd, ijp) veroorloof mij tot uw aanvallig
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 259
e Kindje te naderen, het te omhelzen,
aan mijn hart te drukken en zijn :r zegen te vragen. Sta mij toe, o maag-
r- delijke Moeder Gods in de nabijheid
1- van 't Kindje te verblijven. O, maak ook
n mijn arm hart tot eene rustplaats voor
h dat kind der liefde; geef mij die H. win-
5- delen en uwen moederlijken mantel om
n het te verwarmen met den serafsgloed van
Is heilige godsvrucht en liefde, van engel-
;e achtige reinheid, en levendig geloof.
[C Geleid uwen lieven Jesus na de H. Com-
n munie in mijn arm, zwak hart, dat zoo
dringend om genade en ontferming n smeekt; laat Hem vertoeven in deze
e. armoedige woning en wijd Hem toe den
n wierookgeur van de volmaaktste deug-
n den uws Harten en van alle heilige en
sf vrome zielen in den Hemel en op aarde.
1:
;n ^pÃNDER de h. mis. Hemelsche Vader,
e- mijn hart is zoo zwak en kan de
liefde niet begrijpen, de hoogte niet bereiken, de diepte niet peilen, de lengte en breedte niet meten van dit ondoorgrondelijk geheim. Welke aandoeningen maken zich van mij meester bij den lg aanblik van dat zoo teeder, liefdevol
260 Maria als Rozenkranskoningin
Jesuskind! Ja, mijn hart smelt in tranen van innige ontroering, van hartelijkste dankbaarheid. Mijn geloof valt aanbiddend en vertrouwvol neder, te midden der koren van heilige Engelen, der reinste en heiligste zielen van Jesus, Maria en Joseph. Dewijl ik arm, zwak kind, te arm aan liefde ben, daarom ontleen ik ze aan de van 't zuiverste goud stralende Harten, die in zuiverheid en liefde wegsmeltend, slechts dank met liefde en aanbidding vereenigen. Daarom offer ik U, o Vader, het Hart van Jesus en Maria op,als het volmaaktste offer van hulde, dankbaarheid en verzoening. Ik offer U het hart van den H. Aartsvader Joseph, de aanbidding der vrome herders en aller rechtvaardige zielen, welke van den beginne af vol liefde tot uwe kribbe naderden. Neem dit volmaakt offer aan, o He-melsche Vader, tot uitboeting der zondenschuld onzer goddelooze dagen. Zie neder op de bedruktheid der H. Kerk en het ontelbaar getal der verblinden, die zich in het eeuwig verderf storten.
O Drieëenige God, in naam uwer barmhartigheid en liefde, smeek ik U,
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 261
zie genadig neer op het Goddelijk Kindje, dat daar nederligt in arme windelen, in eene kribbe: hoor zijne weemoedige verzuchtingen, zie de tranen, die Het stort tot ons aller zielenheil; alleraangenaamst en welgevalligst zijn U zijne nederigheid, armoede, gehoorzaam-heil en kwellingen welke het, ons ter liefde, op zich heeft genomen. Ontferm U toch onzer, opdat ook wij ware kinderen en dienaars van het arme nederige Jesuskind worden en steeds zijne voetstappen mogen volgen. Amen.
262 Maria als Rozenkranskoningin
IV. JHsn (Jij, n Wangi, iu itn Tfinpcl [ifb{ ojigsafcrö. ^
\
Offer aan God met Maria, het dierbaarste wat gij bezit.
van Abraham, vorderde God, ook van Maria het dierbaarste wat
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 263
zij op aarde bezat, het offer van haar eenigen Zoon. Onbloedig zou het offer van 't Kind Jesus zijn in den tempel, evenals dat van Isaak op Moria's kruin; 33 jaren later zou aan het kruis het offer van Jesus Christus, op bloedige wijze voor alle zondaars voltrokken worden. Dit openbaarde de H. Geest, door den mond van den grijzen Simeon: »U zelve zal een zwaard door de ziele gaan, want Deze is gesteld tot val, en tot opstanding voor velen in Israël!quot;
In dit oogenblik van bovennatuurlijke openbaring doorschouwt Maria alle tijden. Zij ziet hoe voor velen elke genade vruchteloos zal wezen; hoe een groot deel der verlosten ten verderve gaat, omdat zij niet gered willen worpen, maar vrijwillig de verblindheid en boosheid beminnen, aan een oogenblik van genot de voorkeur geven boven God en Hemel, en daarom dan ook eeuwig in 't vuur der hel moeten lijden. O, dit was het, wat haar moederhart als met een zwaard doorboorde. Zij zag de vernedering, den spot, het gruwelijk lijden haren Zoon aangedaan, hoe Hij tot den laatsten druppel van zijn kost-
264 Maria als Rozenkranskoningin
baar bloed vergoot voor alle zielen en voor elke ziel in 't bijzonder, om allen te redden en zalig te maken.
In de gevoelens van Jesns' goddelijk Hart offert nu Maria haar geliefd Kind, aan den Hemelschen Vader op.
Opwekking onder de 11. Mis.
ffgpïRemelsche Vader zie nit de Heme-'â iJFjL len uwen Eeniggeborene als onzen Middelaar, om li te verzoenen, ons te benadigen. Zie, hoe dat teeder liefdevol Kindje, dat zachtmoedig, onbevlekte en goddelijk Lam, tot den dood bereid, tot U, o Vader, smeekt om barmhartigheid.
Met dit hoogheilig offer leg ik voor uwen troon neder het bloedig offer des kruises en alle H. Missen van 't verledene, van 't tegenwoordige en der toekomst. Ik offer IJ, o Hemelsche Vader uwen geliefden Zoon, in 't geheim der opoffering in den tempel met alle volmaakte offers van Maria, van alle heilige en rechtvaardige zielen, voor alle lijdende, gekwelde en stervende Christenen, voor allen die in gevaar verkee-ren en hun ondergang nabij zijn. voor
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 265
de geheele H. Kerk, voor ons dierbaar Vaderland, voor alle standen, voor alle zielen des vagevuurs. O God van liefde, versterk mijn arm hart tot elk offer dat uwe liefde van mij eischt, opdat ook ik U schenke wat mij het dierbaarst is; sterk mijne ziel in elke beproeving en vernedering, in alle lijden en smart, opdat ik u ter liefde getrouw en gelaten vol-hardein een heilig gebed en zoo vereenigd met de volmaakte offers van Jezus en Maria, in de heilige liefde Gods mijn leven moge voleinden. Amen.
O H. Maagd, ik heb medelijden met U, o smartvolle Moeder; verwerf mij, van God, ter wille uwer smarten de genade, Hem nimmermeer vrijwillig door eene doodzonde te vergrammen; verkrijg mij het voorrecht, eens met een volmaakt berouw en geheele overgeving aan Gods H. Wil, met deze woorden te sterven: »Heer, laat thans uw dienaar (uw dienares) in vrede sterven. Dat mijne ziel in U geen rechter maar een Zaligmaker moge vinden. Laat Gods Barmhartigheid over mij afdalen en geleid mij aan uwe moederhand, naar een beter Vaderland.quot;
9 }
266 Maria als Rozenkranskoningin
V. J)iEn jïij, o ^aagfi, in ftsn Tempel fjebf raeöei'geDonöfii.
1. Begeef U met Je sus, Maria en Joseph ter kerke.
[pioen Jesus twaalf jaren oud was reis-|( den Maria en Joseph volgens de
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 267
gewoonte der Joden naar Jerusalem om aldaar het paaschfeest te vieren en namen den Heer mede. Godminnende ziel, beschouw den bevalligen en liefe-lijken Jesus; zijne hemelsche schoonheid zal U aantrekken en gij zult Hem volgen. Offer aan den Hemelsehen Vader de gevoelens der H. Familie, bid Hem ze aan te nemen als van U komende zoo dikwijls gij ter kerke gaat. Leg neder voor den troon der Allerheiligste Drievuldigheid die drie volmaakte Harten van Jesus, Maria en Joseph, met al de aanbiddingen de lof- prijs- dank- en verzoeningsgebeden, welke zij in den tempel gedurende drie dagen verrichtten.
2. Zoek Jesus met Maria en Joseph.
ijT^ve feestdagen waren ten einde, en t0611 Maria en Joseph huiswaarts wilden keeren, bemerkten zij dat Jesus niet bij hen was.
In den beginne dachten zij dat Hij met de overige bloedverwanten was vertrokken en vervolgden daarom den eersten dag hunne reis. Toen zij Hem echter bij hen niet terugzagen, keerden
268 Maria als Rozenkranskoningin
zij met een beangstigd hart naar Jerusalem weder.
Ach, wie zal in staat zijn den angst van Maria, de zorg van den H. Joseph te begrijpen. Gelijk de bruid uit het Hooglied, zocht Maria, de liefdevolle Moeder overal haar Kind, een ieder dien zij ontmoette vroeg zij om inlichting, of hij haren Welbeminde niet gezien had. Met angst verdubbelde zij hare schreden om Jesus te zoeken, haar eeni-gen troost en geluk op aarde. Hoor, van den H. Bonaventura welke bittere weeklachten zij uit: O mijn God, eeuwige Vader, allergenadigste, oneindig goede Heer, Gij hebt U gewaardigd Mij uw Zoon te schenken; doch zie ik heb Hem verloren en weet niet waar Hij is. O geef Hem mij weder 1 Neem deze bittere smart van mij weg, toon Mij, Uw Zoon. Zie neder op mijne groote droefheid en niet op mijne nalatigheid. Ik was onvoorzichtig, 't is waar, maar niet vrijwillig. Ter wille uwer goedheid, geef Hem Mij terug, zonder Hem kan ik niet leven.
»0 Mijn geliefde Zoonl waar zijt Gij, wat is er van U geworden; zijt Gij
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 269
misschien teruggekeerd tot uw hemel-schen Vader, want ik weet, gij zijt God en Gods Zoon. Doch hoe, gij zoudt Mij dit niet hebben medegedeeld? Of heeft u wellicht iemand op arglistige wijze opgevangen, want Gij zijt ook wezenlijk mensch. Toen Herodes U vervolgde, heb Ik U naar Egypte gedragen. Dat uw Vader, U, mijn Zoon beware voor alle ramp en leed. O mijn Zoon laat Mij weten, waar Gij U bevindt en ik zal tot U snellen. Heb ik U dan soms in iets beleedigd? Ach, waarom hebt Gij U dan van Mij gescheiden. Ik weet. Gij ziet de smart, van mijn Moederhart, o talm niet langer tot Mij terug te keeren ! Nooit van uwe geboorte af was ik zonder U; heb ik zonder U gegeten of mij ter ruste gelegd; en thans ben ik van U beröofd, bezit ik U niet meer, U mijn leven, mijne hoop, al mijn goed, zonder U kan ik niet leven, o Jesus kom, toon mij uw minnelijk aanschijn.quot;
Na drie dagen vond Maria Jesus in den tempel, zittende midden onder de leeraren die Hij ondervoeg en aanhoorde.
Zie, o Godminnende ziel, waar gij uw
27o Maria als Rozenkranskoningin
Jesus moet zoeken, als gij Hem verloren hebt; niet bij vrienden en bekenden maar in den tempel, in het huis des Heeren zult gij Hem, evenals Maria vinden in het H. Sacrament van boetvaardigheid en des altaars. O indien gij Hem wedergevonden hebt, laat Hem dan nooit meer heengaan. Houd den Geliefde bij U, door uwe getrouwheid, waakzaamheid en uw gebed.
Opwekking tot Jesus in 't Allerheiligste Sacrament.
veelgeliefde mijns harten! zonder U is alles eenzaam, en ledig; zonder U geen troost, geen rust, geen zaligheid.
Blijf bij mij, o zoetste Jesus! Waar Gij niet zijt, daar is geen licht maar duisternis in 's vijands macht. Wanneer Gij U van mij verwijdert, kan ik niet meer leven; ach dikwijls verbergt Gij U in een geheimvol duister, ten tijde van beproeving. O liefdevolle Heer Jesus! laat mij U vinden, toon mij uw aangezicht en de liefelijkheid
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 271
uws Harten. Het loont zeker alle moeite, allen strijd en alle lijden, U te behouden, totdat ik eens daarboven in den Hemel U moge aanschouwen van aanschijn tot aanschijn in eeuwigheid zonder einde.
f)e d^oevi^e G^el\eiir|er|.
1. pie naar ons (ifaeö gsjtoerf Ijfsff.
Verdiep u in 't goddelijk Hart op den Olijfberg 1
«Spjiegeleid uwen goddelijxen Heiland gt;Tquot;), naar den Olijfberg, kus in den geest zijne voetstappen en offer ze den
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 273
hemelschen Vader als de eerstelingen der Verlossing in dien naderenden vree-selijken nacht, om de zondaars te zoeken op den weg des verderfs. Dring door, mijne ziel, in 't Hart van den U minnenden en lijdenden Verlosser, zijne ziel is beangst en bedroefd, ja bedroefd tot den dood; Hij wringt zijne handen, siddert en beeft; Hij bidt en valt ter aarde neder. Alle schrikbeelden dagen voor zijn geest op; Hij doorschouwt alle tijden, alle gebeurtenissen, alle geslachten en alle menschen; Hij ziet met den blik zijner heilige alwetendheid den gruwel der zonden, de verwoesting van zijn wijnberg, de vervolgingen zijner H. Kerk, de verdeelheden en scheuringen, de sekten en ketterijen. Aan zijn geest vertoonen zich alle misdaden, alle sa-crilegien, en de boosheden der menschen. Elke ziel, ook de mijne komt voor zijn aanschijn. Hij ziet hoe voor velen zijn verlossingswerk vruchteloos is: hoe satan die zielen, waarvoor Hij zijn kostbaar bloed vergiet, aan zijn minnend Haar ontrukt, ze door de zonden doodt en ten eeuwigen verderve voert.
De Heiland der wereld valt machte-
274 Maria als Rozenkranskoningin
loos neder, de doodskleur overdekt zijn goddelijk aanschijn, een bloedig zweet dringt door al zijne aderen en plat ter aarde nederliggend bidt Hij: » Vader niet mijn wil, maar de uwe geschiede!quot; Die doodstrijd om onze zonden duurt uren lang. Zijn medelijdend Hart aanvaardt alle lijden uit liefde tot den gevallen mensch. Een Engel des Hemels daalt neder om den doodzwakken en benauwden Heiland te versterken.
O Godminnende ziel, overweeg het vreeselijk lijden van het geheel in doodsangst lijdend Hart uws Verlossers, in den Olijf hof.
Opwekking.
%P|nder de h. mis: O Hemelsche Va-fkijl der, blik neder op dat treurtafereel. Zie uw zoon biedt zich aan als Middelaar en slachtoffer 1 geef gehoor aan de liefdevolle beden en verzuchtingen van zijn minnend Hart. O, aanschouw dat vreeselijk lijden; dien ar.gstvollen doodstrijd, dat bloedig zweet dat uit al zijne aderen in zware druppels neder-
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 275
valt, al die bittere tranen, door Jesus in
den hof van olijven geweend, offer ik U op voor alle zondaars, voor alle stervenden, voor geheel de katholieke Kerk, voor alle priesters en kloosterlingen, voor vorsten en regeerders, voor alle standen der maatschappij en bijzonder voor onzen H. Vadsr Leo XIII, om hulp en bijstand in deze zorgvolle tijden van U te erlangen.
Hemelsche Vader! Zie het lijden van uw Zoon, hoor r.ijn smeeken, laat toch geene door Hem verloste ziel, verloren gaan. Ontferm U onzer, ter wille van Jesus' bloed en tranen. Zijn lijden, zijn angsten, al de gewaarwordingen van smart en liefde, iedere ademtocht, iedere zucht, elk smeekgebed van zijn liefdevol Hart, draag ik U op voor 't heil der zielen; geef, dat alle ketterijen en scheuringen in de H. Kerk uitgeroeid, de vrede en de eendracht onder de vorsten hersteld mogen worden.
O allerheiligst, allerbedrukts Hart van Jesus, ontferm U onzer in deze droevige tijden nu, geloof en deugd wederom vervolgd worden; sterk alle vrome strijders in 't geloof; schenk hun kracht en
276 Maria als Rozenkranskoningin
moed door de verdiensten van uw in den Olijfhof vergoten kostbaai bloed. Ik smeek U om deze genade, ter wille uwer maagdelijke Moeder, die met U op 't innigst vereenigd, al de bitterheden uws lijdens heeft gevoeld, en voor ons zondaars heeft opgeofferd. Alle lijden en smart, door Jesus en Maria in den Olijfhof doorstaan, draag ik U op, met alle H. Misoffers, H. Communiën en goede werken zoo dikwijls als er oogen-blikken zijn in tijd en eeuwigheid.
Ik beschouw U, o Jesus, met bloedig zweet overdekt, in grooten angst tot uw Vader biddende; Lieve Vader, mijn Vader! neem dezen lijdenskelk van Mij weg, doch niet Mijn wil maar de Uwe geschiede.
In de volste overgeving aan God neemt Gij ons ter liefde, het zwaarste en bitterste uit de hand uws hemelschen Vaders aan; o leer ook mij zóó bidden, zóó verdragen, zóó offeren! Ook ik leg dan weder in Uw geduldig Hart, o Jesus, al mijn lijden, mijne bitterheden en angsten, met den laatsten angst van mijn doodstrijd, en bid U, door uw bloedig zweet, door uwe bittere tranen
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 277
en uw zoo heilig gebed, o bezegel mijn sterfuur met de gevoelens van volmaakte liefde, overgeving en berouw over al mijne zonden. Amen.
278 Maria als Rozenkranskoningin
II. pit Door mis grgfpsrtb is proorbpn.
1. Beschouw het schuldelooze Lam aan de geeselkolom.
â ^H^ilatus vindt geen schuld in Jesus Mpf en toch veroordeelt hij Hem om gegeeseld te worden. Zie met welk eene
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 279
woede die onmenschen den armen Jesus voortsleuren naar de geeselkolom, waaraan reeds zoo menige schuldige zijne welverdiende straf onderging. Weemoedig en liefdevol werpt de goddelijke Heiland een blik op die bloeddorstige beulsknechten; sidderend en bevend wil Hij zelf zich ontdoen van zijne kleederen, maar als woedende wolven vallen zij Hem te lijf en rukken met geweld de kleederen van zijn maagdelijk lichaam en stellen Hem zóó den volke ten toon. O, wie zal ons zeggen wat er toen omging in Jesus' Hart? Hoe vreeselijk lijdt Hij hier voor de zonde van ontucht en onzuiverheid. Met welke innige deelne ming treurt het reinste, het zuiverste Hart van Maria. Daar staat Jesus als een slachtoffer voor de zondige wereld als het volmaaktste zoenoffer tegenover de beleedigde goddelijke gerechtigheid. Nu beginnen de beulen hun gruwzaam werk; met dikke koorden binden zij het onschuldig Lam aan de kolom zóó vast, dat zijn bloed in de aderen opzwelt.
Kom, o zondaar, en betracht hoe het H. Lichaam van Jesus, zoo teeder en gevoelig voor elke smart, vastgekneld
276 Maria als Rozenkranskoningin
moed door de verdiensten van uw in den Olijfhof vergoten kostbaai bloed. Ik smeek U om deze genade, ter wille uwer maagdelijke Moeder, die met U op 't innigst vereenigd, al de bitterheden uws lijdens heeft gevoeld, en voor ons zondaars heeft opgeofferd. Alle lijden en smart, door Jesus en Maria in den Olijfhof doorstaan, draag ik U op, met alle H. Misoffers, H. Communiën en goede werken zoo dikwijls als er ©ogenblikken zijn in tijd en eeuwigheid.
Ik beschouw U, o Jesus, met bloedig zweet overdekt, in grooten angst tot uw Vader biddende: Lieve Vader, mijn Vader! neem dezen lijdenskelk van Mij weg, doch niet Mijn wil maar de Uwe geschiede.
In de volste overgeving aan God neemt Gij ons ter liefde, het zwaarste en bitterste uit de hand uws hemelschen Vaders aan; o leer ook mij zóó bidden, zóó verdragen, zóó offeren! Ook ik leg dan weder in Uw geduldig Hart, o Jesus, al mijn lijden, mijne bitterheden en angsten, met den laatsten angst van mijn doodstrijd, en bid U, door uw bloedig zweet, door uwe bittere tranen
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 277
en uw zoo heilig gebed, o bezegel mijn sterfuur met de gevoelens van volmaakte liefde, overgeving en berouw over al mijne zonden. Amen.
278 Maria als Rozenkranskoningin
11. J3ip bdoi' ons gcpescli is ptinrïmi.
1. Beschouw het schuldelooze Lam aan de geeselkolom.
-jfl^ilatus %'indt geen schuld in Jesus â Jj i en toch veroordeelt hij Hem om gegeeseld te worden. Zie met welk eene
De 15 Geh. v. cl. H. Rozenkrans. 279
woede die onmenschen den armen Jesus voortsleuren naar de geeselkolom, waaraan reeds zoo menige schuldige zijne welverdiende straf onderging. Weemoedig en liefdevol werpt de goddelijke Heiland een blik op die bloeddorstige beulsknechten; sidderend en bevend wil Hij zelf zich ontdoen van zijne kleederen, maar als woedende wolven vallen zij Hem te lijf en rukken met geweld de kleederen van zijn maagdelijk lichaam en stellen Hem zóó den volke ten toon. O, wie zal ons zeggen wat er toen omging in Jesus' Hart? Hoe vreeselijk lijdt Hij hier voor de zonde van ontucht en onzuiverheid. Met welke innige deelneming treurt het reinste, het zuiverste Hart van Maria. Daar staat Jesus als een slachtoffer voor de zondige wereld als het volmaaktste zoenoffer tegenover de beleedigde goddelijke gerechtigheid. Nu beginnen de beulen hun gruwzaam werk; met dikke koorden binden zij het onschuldig Lam aan de kolom zóó vast, dat zijn bloed in de aderen opzwelt.
Kom, o zondaar, en betracht hoe het H. Lichaam van Jesus, zoo teeder en gevoelig voor elke smart, vastgekneld
28o Maria als Rozenkranskoningin
hangt aan de geeselkolom, om alle straffen en kastijdingen der zonden op zich te nemen. Zie, hoe de eersten dier ruwe soldaten met scherpe roeden het arme Lam aanvallen en met helsche woede door aanhoudende geeselslagen kastijden. Hoor, o zondaar, hoe en hoe dikwerf de geeselriemen door de lucht suizen. Beschouw hoe Jesus voor u lijdt en boet; welk een betreurenswaardig schouwspel! Het geheele lichaam des Heeren, zoo teeder blank en fijn, is nu blauw van de slagen en doorkruist met roode striemen. Een zachte en zoete weeklacht ontsnapt aan zijn goddelijk Hart, dat biddend, minnend en opofferend zich ten hemel verheft.
O zondaar, aanschouw hoe de beulsknechten met krachtige armen op den Heer toeslaan, totdat zij vermoeid en uitgeput door anderen worden vervangen! O, wat gebeurt nu? Bloedrood en met donkerroode striemen overdekt, hangt Jesus neder aan de geeselkolom en siddert voor nieuwe slagen.
Twee andere beulen treden voor. Deze hebben looden kogeltjes aan de riemen vastgeknoopt. Met nog meer woede dan
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 281
de eersten en half dronken vallen zij ontstuimig op den reeds doorwonden Heiland; de eene slag valt na den andere. Jesns schijnt slechts bloed en wonde, van het hoofd tot de voeten. Hunne dierlijke handen zijn besprenkeld met het bloed van den God-Mensch, het goddelijk bloed stroomt over de aarde. Kom, o zondaar, en beschouw uw Zaligmaker; van 't hoofd tot de voeten is Hij slechts ééne wonde, ééne smart. Tel, indien gij kunt, die slagen en zijt gij daartoe niet in staat omdat ook uwe zonden talloos zijn, prent dan het beeld uws gegeeselden Zaligmakers diep in uwe ziel, en berouw en leedwezen zullen uw hart vervullen. Doch Jesus' foltering is nog niet ten einde. Zie, een derde paar beulen, wreeder en on-menschelijker nog dan de vorigen, treedt nader. Met geesels, aan wier uiteinden ijzeren haken bevestigd zijn, overvallen deze bloeddorstigen den reeds zoo deerlijk verslagen en ontvleeschten Heiland. Een hagelregea van slagen valt met onuitsprekelijke wreedheid op Jesus neer. O zondaar, treed ook gij nader, en beschouw uw Verlosser. Met bloed en won-
282 Maria als Rozenkranskoningin.
den geheel overdekt, siddert en beeft Hij in al zijne ledematen en een zacht gekerm volgt op het geluid der geesel-slagen. O liefde van mijn God, welk een schouwspel! Verslagen, vernietigd, doorboord,stukken vleesch van 't lichaam gerukt, zoodat men zijne beenderen kan tellen; ach welk eene smart, van den voetzool tot den schedel slechts eéne, ééne vreeselijke wonde!
O Moeder van Jesus, wat moet toch uw Hart in de nabijheid van uw goddelijk Kind gevoeld en geleden heblaen ? O broeders, overweegt het lijden van Jesus en Maria! Floe nauw en innig zijn die heiligste Harten verbonden. En hoe inniger en volmaakter deze ver-eeniging is, des te meer voelen beide Harten dezelfde smart.
Opwekking',
^^ènder de h. mis. Hemelsche Vader thans kan ik U voldoening geven; nu draag ik het losgeld in mijne handen want zie, ik val neder op de aarde, door het Bloed van uwen Zoon geverfd. O Vader, blik neder op uw Zoon, mijn
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 283
Broeder en Middelaar! Iedere druppel van zijn kostbaar Bloed offer ik U, dnizende malen als smeek- en zoenoffer op. Ik toon U al zijne wonden, al zijne smarten, en draag U op tot uw hoogste welgevallen elke zucht, elke bede, al den smaad en de oneer door Hem geleden. Ik offer U, door Maria's H. Hart al hare gewr.arwordingen, welke zij ondervonden heeft, op het oogenblik dat zij als de moeder van smarten daar stond in de nabijheid der geeselkolom. Ik offer U door het hart van Jesus en Maria alle gebeden en verdiensten op, welke Jesus en Maria zeiven voor de zondaars verrichtten en ten Hemel opzonden.
O H. Bloed van Jesus, ik offer U bij iedere geeselslag bij alle H. Misoffers van 't verledene, van 't tegenwoordige en der toekomst van den hemelschen Vader op, zoo dikwijls als de pols slaat zoo dikwijls ik adem haal, zoovele oogen-blikken als ik leefde, en in eeuwigheid nog leven zal tot voldoening voor de vreeselijke zonde van ontucht en tot bekeering van die ongelukkige zondaars en zondaressen, die het lijden van Jesus
284 Maria als Rozenkranskoningin
ieder uur, ja ieder oogenblik hernieuwen en door hunne rampzalige zonden het hemelsch Lam duizende en duizende malen geeselen.
O H. Hart van Jesus, door den smaad en de pijn, door alle, bij de geeseling geleden smarten, door alle daarbij vergoten bloeddruppelen, smeek ik U, om een waar berouw over mijne zonden, om de zuiverheid van lichaam en ziel, om de genade steeds een verstorven leven te leiden.
O H. Hart van Maria! red de arme zondaars; o, ik smeek U voor hen om ontferming, opdat het kostbaar Bloed en de oneindige liefde van Jesus voor hen niet vruchteloos zijn.
2. Neem het Lam op in uw hart.
^SI^jeschouw thans nog het einde van dit treurtooneel van Jesus bloedige geeseling. Jesus wordt dan eindelijk losge-maat van de geeselkolom en valt machteloos in zijn eigen bloed ter aarde neder. Aan een verachtelijke worm gelijk, vernietigd en vertreden, kromt zich mijn Heiland in 't stof en zucht tegelijkertijd
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 285
en des te pijnlijker wijl niemand Hem eenig medelijden betoont, maar de omstanders Hem nog hoonen en bespotten. Mijn Jesus ligt daar neder in een bloedplas; sidderend en bevend, wischt Hij zich het bloed uit de oogen en wil zich met zijne onderkleederen bedekken. De soldaten, door den wijn verhit, denken in hunne duivelsche boosheid nieuwe kwellingen uit. In het gruwelijk mismaakte lichaam des Zaligmakers vonden zij geen Ongeschonden plekje meer. Daar zien zij echter, dat het aanbiddelijk aangezicht van den goddelijken Lijder nog niet geheel en al mismaakt is; een hunner, door helsche woede aangegrepen, neemt eene scherpe roede en slaat daarmede het goddelijk slachtoffer in zijn h. aangezicht zoodat het bloed van alle kanten stroomt en in Jesus geene gedaante van een mensch meer te vinden is.
Gij echter, o christen mensch, neem Jesus in dezen lijdenstoestand op in uw hart door eene geestelijke H. Communie.
286 Maria als Rozenkranskoningin
Opwekking.
lt;jp))ij de H. Communie. O mijn Jesus, Sjglwat moet Gij boeten voor onze zonde; o, laat toch uw H. Bloed voor zoovelen niet verloren gaan; vervul mijn hart niet alleen met een h. medelijden met uwe vreeselijke smarten, maar ook met een volmaakt berouw over al mijne zonden. Schenk mij den geest van ware boetvaardigheid en verbetering mijns levens. Dat mijne ziel steeds in liefde met de uwe vereenigd zij en blijve, opdat ik, met alle door uw kostbaar bloed vrijgekochte zondaars, U moge loven en uwe barmhartigheid prijzen in eeuwigheid. Amen.
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 287
III. J)ie tinor dus iudI öoornen gf!(rooni is.
1, Leve Je sus, de Koning der smarten.
^I5\quot;eze heeft zich tot een koning ge-idgg maakt, wij willen Hem dan ook als koning kleeden en op koninklijke wijze kronen! Zoo spraken die onmen-
288 Maria als Rozenkranskoningin.
schen en verzonnen eene nieuwe en verschrikkelijke marteling. Eene vreese-lijke doornenkroon werd vervaardigd; uitgezochte steekdoornen met lange scherpe punten naar binnen gekeerd, werden vast in elkander gevlochten. O ongehoorde gruwelijkheid 1 O vrienden, broeders, zusters, betracht de doornenkroon van uw God, uw Heer en Bruidegom, ü vreeselijk schouwspel! Aan mijn oog ontspringt een bittere traan! Men doet Jesus op een steen nederzitten: sidderend, bleek, met slijk en bloed bedekt, wacht Hij zwijgend de nieuwe folteringen af. O beminnenswaardige Bruidegom, ü goddelijk minnende Heiland, wat zegt mij uw Hart? Kunt Gij U dieper vernederen en hoo-ger stijgen in liefde? Kunt Gij nog grootere smarten om mijnentwille verdragen! Welk een voorbeeld van geduld en nederigheid.
De barbaren beginnen hun gruwelijke schanddaad. Zij plaatsen de doornenkroon op het driewerf heilig hoofd, drukken ze zoo vast mogelijk te zamen en binden ze aan den achterkant vast; daarna neemen zij stokken en roeden
De ij Geh. v. d. H. Rozenkrans. 289
en slaan geweldig de doornen in dat aanbiddelijk hoofd. De scherpe punten dringen diep door, zij doorboren de schedelhuid tot in de hersenen en worden in de oogholten zichtbaar. O vrienden, o Christenen, beeft en siddert! Een Godmensch verdraagt dit van eene bende verworpelingen- Ziet uw Koning, doodsbleek, al zijne zenuwen trekken zich krampachtig te zamen, onbeschrijfelijk, onmeetelijk is zjjn smart! Nooit heeft een sterveling zooveel geleden, nooit zal iemand zooveel kunnen lijden, ja zelfs de maat en grootte dier smarten niet kunnen begrijpen, veel minder verdragen.
Wat de hel maar kan uitdenken laat zij die onmenschen doen, om den Heer te kwellen en te pijnigen. Met grijnzende gezichten staan ze Hem te bespotten, buigen voor Hem de knieën, spuwen in zijn hoogheilig aangezicht. Zij blinddoeken zijne oogen, plaatsten een rietstok in zijne handen, slaan Hem met vuisten en stokken, overladen Hem met spot en lasteringen en sleuren Hem over den grond heen en weder. En Jesus zwijgt, bidt, bemint, lijdt dat alles
xo
290 Maria als Rozenkranskoningin
met een hemelsch geduld en eene engelachtige zachtmoedigheid â Hij, de Koning der smarten 1 Zoo boet Hij voor de zonden der hoovaardij, der zinnelijkheid, der uitgelatenheid, de zonden van gedachten en begeerten.
O welken dank, welke erkentelijkheid zult gij Hem betuigen?
2. Leve fesus de koning onzes harten,
zondaars! weent met mij; weent gt;1^1 over uwe zonden en droogt at de tranen uws Verlossers. Ziet hoe Hij over den ondergang des zondaars bloedige tranen stort; ziet hoe gaarne Hij ons wil redden en van 't eeuwig veiderf bevrijden.
Opwekking.
«S/jfójnder de h. mis. O zoete, liefde-volle Jesus, zoo toont Gij mij de grootheid en uitgestrektheid uwe liefde in de grootte en het bittere van uw lijden! Op 't innigst U dankend, offer ik uw hemelschen Vader ieder bloeddruppel tje, iedere smart der doornenkroning
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 291
op, door uw oneindig lijdend Hart- en ik smeek U om de genade, vaarwel te zeggen aan alle hoovaardij en ijdelheid dezer wereld, om als een ootmoedig lid in levende gemeenschap van liefde en genade met uw zoo schandelijk gekroond hoofd verbonden te zijn, totdat ik U aanschouwen moge van aanschijn tot aanschijn in uw eeuwig heerlijke kroon. O Hemelsche Vader, de zeeén uwer liefde en barmhartigheid zijn uitgestort in het lijden uws Zoons. Met welken aangenamen geur stijgt het bloed van dezen hemelschen Abel, zoo meedoogen-loos door den wreeden Caïn, den zondaar, vergoten, tot voor uw troon! Zie, het roept niet om wrake maar om vergeving en erbarming! Vergeving, o vader! ter wille van de smarten uws Zoons.
Ik wil het H. Hart van den lijdenden en stervenden Heiland binnentreden; ik verzamel elk druppeltje van zijn H. Bloed, en al de gevoelens, ondervonden bij die wreede doornenkroning leg ik neder op het Godewijde altaar van Maria's Hart; Maria, die smartvolle Moeder, die met Hem alles ondervond en leed; in naam van den liefdengloed en 't oneindig lij-
292 Maria als Rozenkranskoningin
den dezer Harten smeek ik U, Vader des Hemels, laat het roodkleurige bloed uws Zoons nederdruppelen op dealzichte-lijke wonden der zondaars, ontruk Satan den buit, sluit de hel en open denver-losten voor wie Jesus zijn kostbaar bloed vergoot, den hemel. Moge het nedervallen, hemelsche Vader, op alle lijdende ledematen der strijdende en lijdende Kerk, ter verheerlijking van uw Naam, tot eer en lof van Maria en tot heiliging van ons allen.
ü Vader, verheerlijk uw Zoon, o Zoon verheerlijk uwen Vader.Goddelijke Geest, versterk uwe Kerk door uwe krachtige en heilige liefde, tot op 't einde der dagen. Amen.
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 293
IV. pit trnor ons W jroarc ijniis gciragen Iiceff.
1. Volg Je sus met uwjkruis!
voor het gerechtshof verzamelde yj joden eischten zoolang Jesus bloe-digen kruisdood, totdat eindelijk Pila-
294 Maria als Rozenkranskoningin
tus voor hen zwichtte en het onrechtvaardig vonnis uitsprak. Zie nu hoe de beulen het vijftien voet lange kruis aanbrengen en het voor de voeten des Zaligmakers nedervverpen.
Beschouw thans den goddelijken Heiland, met welk eene liefde Hij het tee-ken der Verlossing omhelst Tot driemaal toe kust Hij het kruis, onder een vurig dankgebed tot zijn hemelschen Vader en neemt het op zijne hoogheilige, doch door de geeseling geheel verscheurde schouderen.
Volg nu Jesus, en geef opmerkzaam acht hoe Hij, gebukt onder den last des kruises zich voortsleept, hoe moei lijk en zwaar Hij ademt. Heb het grootste medelijden met Hem, meer en meer toch is Hij steeds aan nieuwe versmadingen en kwellingen blootgesteld.
Twee booswichten werden bij Hem gevoegd, beiden waren roovers. Hierdoor hebben zij Jesus onder de misdadigers gerangschikt en Hem als den grootsten dezer gebrandmerkt
Zeer lang duurde de kruisdraging. Zie uw Heiland tot drie maal toe onder den zwaren kruisbalk ter aarde storten
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 295
en in 't stof nederliggend, 'van onder de vreeselijke doornenkroon rondblikken of er niet iemand opdaagt die Hem de hand zal toereiken en ophelpen. Doch niemand biedt zich aan; de onmenschen slaan, stooten, vloeken en rukken Hem met geweld omhoog. O mijne ziel, kniel in den geest neder met de innigste deelneming op deze drie plaatsen, waar uw Jezus ter aarde nederviel,
Beschouw Maria, de smartvolste aller moeders, hoe zij bleek en in tranen badend tot haar Zoon opziet, en tot in 't diepste harer ziel ontroerd, zich in zijne armen werpt.
Treed nader met Simon van Cyrene, beschouw van nabij uw kruisdragenden Verlosser en zie zijn erbarmelijk uiterlijk, hoe zijne krachten allengskens door het bloedverlies afnemen, hoe het zware kruis op de reeds vroeger ontvleeschte schouders, een diepe afzichtelijke wonde heeft opengescheurd, en hoe hij onder voortdurende mishandelingen, het harde kruis moet voortslepen.
Reik met Veronica in plaats van een zweetdoek uwe ziel over en bid den Heiland dat Hij er zijn aanschijn in afdrukke.
296 Maria als Rozenkranskoningin
Ween met de dochters van Jerusalem over u zeiven en alle zondaars der wereld.
Begeleid uw verlosser naar den Calvarieberg en beschouw den Man van smarten. Zie hoe de soldaten Hem zijne kleederen van 't Lichaam rukken, al zijne wonden heropenen en hem in onein-digen smaad, ontbloot ten toon stellen voor de oogen van allen, totdat de kruisiging plaats grijpt. Wie zal aan mijne oogen een bron van tranen geven om het lijden mijns Verlossers en mijne zonden, die dit veroorzaakten, genoegzaam te beweenen.
2. Opwekking.
*5yf||nder de h. mis. Kruisdraging: O Hemelsche Vader, blik neder, op uw goddelijk Kind; ik offer U op dat innig dankgebed, opwellend uit zijn H. Hart toen Hij het kruis op zijne eerbiedwaardige schouders nam. Hiermede vereenig ik mijne dankzegging voor alle kruisen. O sta mij toe en aan allen die Gij U gewaardigt een klein gedeelte van 't kruis over te geven, te erkennen, dat het kruis, hoe klein
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 297
en gering 't ooi: wezen moge, een tee-ken is der voorbestemming en een parel der hemelsche kroon, wanneer het met geduld, volharding en liefde wordt gedragen; dat het geadeld wordt door de vereeniging met uw lijden, uwe liefde en overgeving aan den wil des hemel-schen Vaders.
O mijn Jesus, gaarne wil ik alle kruisen aannemen mij door de goddelijke Voorzienigheid toegezonden en in vereeniging met uwe bereidwilligheid, geduld, liefde en overgeving dragen, zoo lang Gij zulks goedvindt. O geef mij hiertoe uwe genade. Amen.
Eerste Val. O Hemelsche Vader, ik toon U uw Zoon, daar neerliggend plat ter aarde, bij deze gruwelijke mishandeling. Ik offer U, door Maria, Jesus' H. Hart bij dit droevig lijdenstooneel en breng voor den troon uwer Eann-hartigheid iederen druppel van zijn vergoten Bloed, als een smeek-en zoenoffer en bid U, alle onschuldigen toch voor den eersten val in de zonden te behoeden.
De ontmoeting van de Moeder: Hemelsche Vader, ik draag U op, de smart
10 $
298 Maria als Rozenkranskoningin
der HH. Harten van Jesus en Maria, als een volmaakt smeek-, dank-, zoen-, en aanbiddingsoffer voor alle zonden der wereld, de oorzaak dezer smarten. Ik draag U op al die bittere tranen, dat innig medelijden, die ware liefde van de Moeder der smarten en ik smeek U, doe geheel en al in vollen glans den ontwaakten ijver ontvlammen, om Maria, de geliefde koninginne des Hemels door 't schoone Rozenkransgebed te vereeren. Ik bid U ook in 't bijzonder voor ons dierbaar Vaderland, opdat allen, ook onze afgedwaalde broeders en zusters mogen terugkeeren in den schoot der eene ware Moederkerk en daarin den zaligen troost smaken wederom Maria de goede en barmhartige Moedermaagd te vereeren, met vertrouwen en heilige godsvrucht aan de roepen, tot Haar te vluchten in allen nood, in alle wederwaardigheden en kruisen. O He-melsche Vader, in naam van 't bitter lijden uws Zoons, in naam der bittere smarten zijner Moeder en uwe dochter, bekeer ons dierbaar Nederland.
Simon van Cyrene: O mijn Jesus, zie,
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 299
ik bied U mijne schouders en handen aan, om U het kruis te helpen dragen.
Ik óffer mij op, als slachtoffer voor mijne medemenschen, opdat zij niet verloren gaan en uw kostbaar Bloed voor hen niet vruchteloos zijn moge. Amen.
Veronica: O mijn zoetste Jesus en Bruidegom! ik breng U mijn arm hart en bid U, prent daarin uw heilig aanschijn met alle trekken der liefde en der smarten, tot aandenken aan uwe lieve tegenwoordigheid, gelijk gij dit afdruktet in den zweetdoek van Veronica. Prent uwe beeltenis in alle harten die beminnend naar U verzuchten. Prent het in het hart der onschuldigen, opdat zij in U een zeker wapen hebben tegen elke verleiding. O prent het ook diep in het hart der rouwmoedige zondaars, opdat zij het nooit meer door de boosheid der zonden mogen mismaken, maar prent het ook in het hart der verstokte zondaars, opdat zij door den aanblik van uw heilig lijdend Aanschijn tot inkeer komen en nooit of nimmer meer door eenige zonden, uw zoo smartvol lijden vernieuwen. Amen.
3oo Maria als Rozenkranskoningin
Tweede val. Hemelsche vader, ik offer U op dezen tweeden smartvollen val en al de verdragene gruwelijke mishandelingen van uw dierbaren Zoon, met al zijne vergotene bloeddruppels en smeek U, o doe den zondaar van gewoonte ontwaken uit zijn zondenslaap, door het gedenken zijner uitersten; doe hem inzien zijne groote zondenschuld en het gevaar, waarin hij zich bevindt. Bewaar hem voor 't hervallen in de zonden, en doe hem den weg des heils bewandelen, geef hem de genade trouw te volharden tot in deu dood. Amen.
De weenende vrouwen. O liefderijkste Jesus, op uw kruisweg vergezel ik U, met Maria, de smartvolle Moeder, met den beminden Joannes, de boetvaardige Magdalena, de vrome vrouwen van Jerusalem en met alle heilige zielen, die uw h. lijden ten aüen tijde vereerd hebben, en ik offer U, al hunne tranen, zuchten en gebeden op, tot 'een dank-zoen- en smeekoffer voor mij en alle arme zondaars. Amen.
Derde val. Hemelsche Vader, ik draag aan U op dezen derden zoo pijnlijken
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 301
val, alle slagen en mishandelingen en eiken druppel van het vergoten Bloed van uw Zoon, voor de onboetvaardige zondaars, die met opene oogen ten ver-derve gaan. O red hunne zielen; zie, uw goddelijke Zoon vervolgt hen met zijn H. Kruis en verlangt, o zoo vurig, hen allen te redden. O mijn Jesus, barmhartigheid, duizendmaal barmhartigheid!
Amen.
Berooving der Klcederen: O eeuwige, door de goddeloozen toen en thans, bespotte en verguisde Liefde! ik aanbid en smeek U, ach ter wille van deze ontblooting, ontferm U over alle zondaars en zondaressen onzer dagen, die het voor U zoo smaadvol lijden door hun misdadig leven zoo schandelijk hernieuwen. O diep gekrenkte Jesus, bedek onze zondenschuld met de verdiensten uwer hemelsche onschuld en zuiverheid. Bekleed onze schaamte met het stralengewaad van al uwe deugden en uwe oneindige heiligheid. Amen.
302 Maria als Rozenkranskoningin
V. JHf oonr ons gt^ruisigb is,
Zij hebben mijne handen en voeten doorboord. Ps. 21. 18. Wanneer ik zal opgeheven zijn, dan zal ik alles tot Mij trekker- Joh. 12. 32.
1. Hecht uwe ziel aan het kruis.
yMiru neemt de smart der smarten een aanvang. Jesus wordt gekruisigd!
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 303
geen mensch lam 't bevroeden, nog minder beschrijven wat Jesus toen verdragen en geleden heeft. Beschouw mijne ziel, terwijl gij dit geheim onder het bidden van den rozenkrans overweegt, hoe uw Heiland zich vrijwillig op 't kruis uitstrekt.
Opnieuw drukken zij den Zaligmaker de doornenkroon op het hoofd â dan stooten en werpen zij Hem achterover op het kruishout en rekken den rechterarm van Jesus uit: één van hen plaatst de knie op zijne hand, een derde duwt een langen, dikken, driehoekigen spijker in het vleesch en jaagt hem met herhaalde hamerslagen door de hand. Smartelijk weergalmen die slagen in het Hart van Maria; het bloed schiet haar ijskoud door de aderen, 't Is alsof zij zelve aan het kruis wordt genageld.....
Daar rukken en trekken de barbaren den ingekrompen linkerarm op de voorbereidde plaats; zij drukken opnieuw met de knieën op armen en borst en drijven den tweeden nagel door de hand des Verlossers.
De spijker dringt vlijmend door spie-
304 Maria als Rozenkranskoningin
ren en pezen en zenuwen heen; het lichaam van Jesus krimpt ineen, zijne borst zwelt, de knieën trekken verwrongen omhoog.
Dol van woede, stooten de beulen gruwzame verwenschingen uit tegen het zachtmoedige Slachtoffer; met razernij rukken zij de voeten des Zaligmakers naar beneden, drukken woedend en met geheel de zwaarte van hun lichaam op zijne beenen, en ontwrichten zoo afgrij selijk zijne ledematen, dat men de beenderen hoort kraken.
Dan grijpen zij den langsten nagel dien zij vinden en slaan hem met geweld door de voeten, tot in het kruishout; stroomen bloeds springen uit de wonden; zijne borst hijgt en zucht, zijne oogen zijn gebroken en de doodskleur verspreidt zich over al zijne lidmaten.
Te midden van het smaadgeroep, het woeste schaterlachen, het beleedigend gejuich der Phariseeën, verheft zich nu wankelend het H. Kruis; het zwaait een oogenblik op zijn voetstuk en valt dan schokkend in de rotsholte, welke men daar gegraven had.
Jesus slaakt een gil van smart, de
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 305
schok van het kruis heeft hemel en aarde bewogen en doorgedreund tot in de afgronden der hel.
Het offer is volbracht, de wereld gered!
O welk tooneel, dat smartvol schouwspel, voor het hart eener moeder, als Maria. Jesus' heilige Moeder stond aan den voet des kruises er had haar lichaam en hare ziel, haar even en bloed aan God geofferd, al haar lijden vereenigd met de smarten van Haar goddelijken Zoon voor onze zaligheid.
Opwekking.
{^§Vquot;nder de h. mis. Hemelsche Vader, jflgg blik neder op uwen goddelijken Zoon, die van liefde geheel verteerd, daar neerligt op 't altaar des kruises. Ik draag U op iederen druppel van zijn onschuldig vergoten Bloed en zijn hoogheilig Hart in deze heldhaftige opoffering en overgeving, als een smeek- en zoenoffer voor alle arme zondaars.
O gekruiste liefde, Jesus Christus, help mij op uw bloedig kruis, hecht er mij aan met den nagel eener sterke en reine liefde, opdat ik U ter liefde alles ver-
306 Maria als Rozenkranskoningin
drage; alles, uit liefde tot U lijde en ook eens uit liefde tot U sterve. O Jezus, laat mij uit de wonden uwer handen en voeten slechts liefde putten; ontvlam mij, met U aan 't kruis gehecht, door den vurigsten gloed van liefde voor kruis en lijden. Amen.
2. Volhard met Jesus op het kruis.
lt;^fx);eschouw de verheffing van het kruis. Ml hoe die goddelooze bende onder hoongelach en spot, onder vloeken en lasteren, het kruis met den er aan vast-genagelden Godmensch in eene diepe kuil laten nedervallen. Door dezen geweldigen schok hernieuwen zich alle smarten des Verlossers, al zijne wonden worden heropend en overvloedig stroomt opnieuw zijn h. bloed op de aarde en het goddelijk slachtoffer ligt in eene zee van smarten gedompeld.
Opwekking.
«J/CiÃnder de h. mis. Ik aanbid U, o zoetste en liefdevolste Jezus, ik kniel neder bij uw kruis en smeek U:
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 307
O laat deze vreeselijke smarten en pijnen voor mij en de zondaars toch niet verloren gaan. Met den grootsten eerbied nader ik uwe heilige wonden, ik kus ze met liefde en smeek U, sluit in uw H. Hart, in doodstrijd verkeerend, de strijdende en de lijdende Kerk! Ach zie nu genadig neer van uw kruis, op de ellenden onzer dagen. Hemelsche Vader, blik neder op uwen geliefden Zoon, die daar in oneindigen smaad, kwelling en smart hangt aan het heilig kruis. Zie zijne liefde, zijne smarten, zijne ontferming en barmhartigheid voor de zondige wereld; zie, hij betaalt onze zondenschuld. Iedere polsslag van zijn heilig Hart, iedere ademtocht, iedere smart, iedere druppel Bloed, iedere zucht, iedere kreet van smart en pijn, iedere bede en opoffering, iedere akt van geduld en overgeving in zijne onmeetbare smarten, beschimpingen en mishandelingen, iedere volmaakte berusting, iedere volkomene gehoorzaamheid aan uwen heiligen wil, zijne volharding in liefde tot U en tot de arme zondaars, dat alles offer ik U op en door dat alles smeek ik U om barmhartigheid en ver-
308 Maria als Rozenkranskoningin
geving, nu en in het uur van den dood, voor mij en alle zondaars ter wereld. Amen.
Eerste woord van Jesus aan het kruis; » Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.quot; O Hemelsche Vader, neem deze volmaakte akte van liefdé van uw Zoon aan tot voldoening voor alle zonden van wraak en vijandschap; schenkaan allen die elkander vijandig zijn de genade der verzoening, en aan alle standen vrede, eendracht en tevredenheid.
Tweede woord; * Heden nog zult Gij met Mij zijn in het Paradijs.quot; Eeuwige Vader! Ik smeek U ter wille van het grootmoedig Hart van Jesus om genade voor alle onboetvaardige zondaars! C) schenk hun nog aan den rand des af-gronds het licht, om hunnen toestand te kennen, geef hun berouw, boetvaardigheid en het eeuwige leven!
Derde woord: »Zie, uw Zoon, zie uwe Moeder?' Lieve Moeder, herinner U de smart, de liefde waarmede Gij ons onder 't kruis als uwe kinderen
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 309
hebt aangenomen en gebaard. Erbarm U onzer. Strek uwe beschermende en zegenende hand u.t over ons Vaderland. O Maria, laat ons uwe kinderen zijn.
Vierde woord: tMijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten.quot; O lie melsche Vader, ik offer U op het zoo verlatene en in doodsstrijd verkeerende Hart van Jesus. Ontferm U over de stervenden, en gedenk mijner in mijn doodstrijd, sta mij dan bij met uwa genade.
Vijfde ivoord: nik heb dorst.quot; He-melsche Vader, ik offer U deze pijnlijke smart van uw geliefden Zoon, voor de zonden van wellust en overdaad, van zingenot en verkwisting in onze dagen. Geef ons den waren geest der versterving en zelfverloochening.
Zesde woord: igt;Het is volbracht.quot; O geliefde Jesus, volbreng ook in mij, wat Gij met mij begonnen hebt, opdat ook ik op 't einde mijns levens kan uitroepen, in waarheid; Alles wat mij door den hemelschen Vader is opgelegd, is volbracht. Volbracht zijn mijne plichten;
310 Maria als Rozenkranskoningin
voleind de kwellingen, smarten en wederwaardigheden dezes levens. Alles ter eere van God, door de verdiensten van mijn Verlosser, Jesus Christus!
Zevende woord: » Vader in uwen handen beveel ik mijnen geest.quot; O Jesus, bezegel en heilig ook mijn doodstrijd met den uwe; ook ik, alvorens mijn laatsten snik te geven wil spreken met vertrouwen, hoop en liefde: »0 Vader in uwe handen beveel ik mijnen geest;quot; open mij alsdan de poorten van den Hemel. Jesus, Maria en Joseph, ontvangt mijne arme ziel en geleidt ze voor Gods rechterstoel. Amen.
f)e glorierijke Gje^eicqer^.
'L pif nan ifn ÃDnb is Djjgssfsan!
i. Je sus leeft weder â Alleluia! Verheug U, o Koningin des Hemels â Alleluia!
Heerlijke Paaschmorgen, hoe schit-gt;|igg terend en prachtvol roodgekleurd
312 Maria als Rozenkranskoningin
is uwe schemering en verkondigt gij ons het vreugdevol, eeuwig licht. De duis-tenissen der nacht zijn verdwenen, de Heer is uit het graf opgestaan, Jesus leeft wederom. De sikkel des doods heeft Hij vernietigd, zijne vijanden beschaamd, de hel verwonnen, den Hemel geopend. O geven wij ons aan vreugde over, alle leed en droefheid is in blijdschap veranderd, de Hemel is ons!
Hoe vreugdevol was die glorievolle opstanding vooral voor Maria, die wij in dit eerste blijde geheim vereeren en begroeten. Jesus verscheen Haar, omgeven van de uit het voorgeborgte der hel bevrijde zielen, van het vaandel der overwinning van de wereld, den dood en de hel. Maria zag het, hoe Hij in hemelschen glans en onuitsprekelijke schoonheid tot Haar kwam. Hij begroette zijne Moeder, Haar zijne hand toereikend, terwijl Hij de Profeten en Aartsvaders opwekte Haar te begroeten en te danken, dewijl de poorten der hel gesloten en die des Hemels geopend waren. Maria knielde voor zijn voeten neder, en bracht Hem den inr igsten dank voor het volbrachte Verlossingswerk.
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 313
2. Opwekking in de H. Mis.
Hemelsche Vader! ik verzamel
iedere akte van liefde, van lijden, van opoffering, van dankzegeing, van voldoening en gebed in de Menschwor-ding, het leven, het sterven, en de opstanding van Jesus Christus en daarmede vereenig ik alle liefdeblijken, smeekgebeden, opofferingen en gevoelens van medelijden van Maria en van alle lieve heiligen Gods. Ik leg ze allen neder in de handen der zuivere Moedermaagd en door Haar bied ik ze U aan, o liefdevolle God. Tegelijkertijd draag ik U op, alles wat Maria gedurende de veertig dagen na Jesus verrijzenis heeft gedaan en ondervonden, wat zij in den zoeten omgang met Jesus heeft verricht tot uwe glorie, tot ons zielenheil: alle lof- en eerbetuigingen, alle akten van liefde, al hare gewaarwordingen van vreugde en dankbaarheid. Hemelsche Vader, neem dat alles aan tot heil, zegen en bloei uwer kerk; verhoor het gebed der zuivere Moeder van Jesus voor de ellende onzer dagen, den nood onzer H. Kerk, het heil van ons geliefd Vaderland. Amen.
Maria als Rozenkranikoningin
1. Stijg in den geest ten Hemel!
nog slechts een oogenblik enjesus yyH is aan de aarde onttrokken. Beschouw uw Heiland in de schitterende schoonheid van zijn verheerlijkt Lichaam, ter-
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 315
wijl Hij daar op den Olijfberg zoo roerend afscheid neemt van de zijnen, bijzonder van zijne beminde Moeder. Nogmaals drukt Hij Haar aan zijn goddelijk minnend Hart, zegent en troost Haar. Hij sterkt, leert, zegent en troost ook zijne leerlingen en spreekt tot hen: Ik stijg opwaarts ten Hemel tot Mijnen eu Uwen Vader: Ik ga henen om U eene woonplaats te bereiden.
Nu verheft zich de Heiland, van goddelijke schoonheid stralend en schitterend, van de aarde en laat ons al zijne liefde, zijne waarheden, zijne heilmiddelen en zegeningen in onze H. Kerk achter. Eene doorschijnende wolk omhult zijne schoonheid; zijn aanschijn straalt in altijd toenemenden glans en heerlijkheid; nog strekt Hij zijne handen zegenend uit over die geliefde schare, steeds hooger en hooger stijgt Hij in de lucht. Aller oogen, vol liefde en verlangen, staren Hem na, totdat eene heldere witte wolk Hem aan hunne blikken onttrekt. Hij is verdwenen !
O stijg hemelwaarts, mijn geest en mijn hart en beschouw dien feestelijken intocht, die heerlijke hemelvaart; alle
3i6 Maria als Rozenkranskoningin
koren van heilige Engelen, Cherubijnen en Seraphijnen komen Hem jubelend tegemoet, alle verloste zielen der Oud-vaders, Patriarchen en Profeten, de H. Joannes de Dooper, zijn H. Voedstervader Joseph, de H. Joachim en de H. Anna, alle onschuldige Kinderen, alle H. Martelaren voor Hem gestorven, en elke ziel door Jesus verlost, begeleiden jubelend en juichend hunnen en onzen Verlosser en brengen den heilig-sten dank aan de H. Drievuldigheid voor de Menschwording des eeuwigen Woords, voor de door Hem volbrachte verlossing. Heilig, heilig, heilig, eer roem en macht zij van eeuwigheid tot eeuwigheid, van geslacht tot geslacht door alle Heiligen Gods, alle koren der engelen, den Vader, den Zoon, en den H. Geest 1
2. Opwekking.
i$/p|NDER de h. mis. 0 zoetste Moeder VVj/ Maria, ik, zwak schepsel, vereenig mij met uwe van liefdegloeienoe ziel, die het grootste aandeel had in de vreugde van Jesus' Hemelvaart. Evenals de bruid in
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 317
het Hooglied leundet Gij op uw geliefden Zoon en riept uit; «Omgeef mij met bloemen want ik kwijn weg van liefde! ü Jesus, zegen ook mij gelijk eens uwe leerlingen; ook voor mij en de mijnen zijt Gij bij uwen hemelschen Vader een Voorspreker en bereidt ook voor ons eene plaats in uw eeuwig rijk; geef mij de genade om uwe voetstappen te volgen wanneer ik ook steile en hobbelige wegen, met doornen begroeide paden moet bewandelen en evenals Gij, mijn Toonbeeld, allerhande lijden en vervolgingen moet verduren. Schenk mij volharding, opdat ik steeds moge smachten naar de voorhoven des Hemels, al het aardscbe verachte, slechts voor den Hemel leve en zoo door werken van geloof, hoop en liefde, na een kortstondig lijden tot de eeuwige vreugde in uw Rijk moge geraken.
Om deze genade smeek ik U ook voor allen, die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen, voor allen die mij dierbaar zijn; voor mijne ouders en bloedverwanten, vrienden, bekenden en weldoeners, die deze genade deelachtig kunnen worden. Eveneens smeek ik U
318 Maria als Rozenkranskoningin
voor de arme zielen des vagevuurs, bijzonder roor N. N; mogen ook zij de vruchten der verlossing genieten en weldra tot de aanschouwing en glorie Gods geraken. Amen.
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 319
III. Die ons öfii J?. pEfst gejonilfii fjeeff,
--sas
1. Zend ons, o Heer, Uiven H, Geesi,
COHireed de zaal van Jeruzalem binnen fik waar Maria, Jesus' Moeder, met de leerlingen in een aandachtig gebed vol-
320 Maria als Rozenkranskoningin
harden en met groot verlangen de komst van den beloofden Vertrooster afwachten. Welke schoone deugden van geloof, vertrouwen, volhardend gebed, ootmoedige gehoorzaamheid, banen den H Geest den weg tot die zuivere harten. Welk eene heilige verzameling, waar eensgezindheid, godsvrucht, broederlijke liefde alle zielen vereenigt. Al die harten, zij klopten allen voor Jesus' liefde, allen verlangen slechts naar den geest van waarheid en troost en wanneer de leerlingen reeds van een zoo zuiver liefdevuur ontvlamd waren, hoe zal dan het Hart der reine en geheel vlekkelooze Maria van liefde vervuld zijn geweest! Ach, ik ben zoo zwak en heb zoo weinig liefde; van verre slechts kan ik Maria's liefde navolgen; doch ik wil neerknielen bij haar minnend Hart en zoo hare van liefde vlammende gebeden den Hemel opdragen. O, nog slechts een weinig tijds o beminde Moeder, en de H. Geest zal U geheel en al van liefde vervuilen 1
Zie, daar komt de goddelijke geest met zijne zevenvoudige gaven en vervult het hart der leerlingen met kracht, waarheid, wijsheid, wetenschap, gerech-
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 321
tigheid, godsvrucht en liefde, sterkt hun zwak hart om getuigenis te geven der waarheid en deze met hun bloed te bezegelen.
Maria, de reinste Bruid des H. Gees-tes, ontving meer dan de anderen, ge-evenredigd aan hare waardigheid, lielde en verhevenheid. Meer dan de overigen had zij deelgenomen aan Jesus' lijden, meer dan allen had zij ook de vertroostingen des H. Geestes ontvangen. Haar Hart werd als een gloeiende vuuroven, voor de liefde van haar goddelijken Zoon. Allervurigst smeekte zij haar God voor de nog zoo jeugdige Kerk, voor haar opperhoofd, Jesus plaatsvervanger op aarde en voor alle priesters in den loop der eeuwen. O zij werd die schitterende, helderlichtende ster aan 't uitspansel der H. Kerk, zij de zeester die alle stuurlieden van het scheepje van Jesus' kerk, in de geweldigste stormen zal voorlichten, bijstaan en redden.
2. Opwekken.
}TwN de h. mis: O reine Maagd Maria en gij H. Apostelen en leerlingen van Jesus Christus, vraagt ook voor mij
11
322 Maria als Rozenkranskoningin
de zeven gaven des H. Geestes en de genade der eindvolharding in reine, trouwe, standvastige en opofferende liefde. Vraagt voor mij de genade, dat ik nooit of nimmer meer den H. Geest bedroeve en in den strijd met de machten der duisternis, met het weerspannige vleesch en met de aanlokkende en verleidende wereld moge pal staan, den goeden strijd strijden, het geloof bewaren en de kroon der gerechtigheid dragen in den onbeschrijfelijk gelukkigen hemel.
Om dezelfde gunst v^aag ik U, voor alle arbeiders in den wijngaard des Heeren voor alle zielzorgers, missionarissen, biechtvaders, predikers en leeraars der jeugd. O H. Geest, verdrijf dien onzaligen vrijheidsgeest, dien geest van onafhankelijkheid en opstand tegen het wettig gezag welke in onze tijden, onder den naam van verlichting en vooruitgang alles in dolle woede, hoogmoed, ongeloof en zedelooosheid dreigt omver te halen, en wat heilig en eerbiedwaardig is te vernietigen.
O Jezus, ontferm U onzer, verneder uwe vijanden door de tuchtroede uwer barmhartige en verzoenende liefde. Amen
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 323
IV. Pi^ p, 0 ff^aagi, in apjenaniïii.
1. Leer van AI arid's sterven.
kan het vatten, hoe zoet Ma-^3^- ria's dood was. Beschouw Maria op haar sterfbed. Het oogenblik
324 Maria als Rozenkranskoningin
naderde waarop haar goddelijke Zoon Haar geheel en al, tot den dood toe, door liefdepijlen verwondde. Een hemel-sche geur vervulde de lucht; jubel- en vreugdezangen weerklonken; alle apostelen, Thomas alleen uitgezonderd, staan aan het sterfbed der geliefde Moeder; lichtend als de zon glanst haar heinelsch schoon aangezicht; zalige vrede en engelachtige vreugde teekenen zich op dat schoon gelaat.
Thans nadert haar Welbeminde, gekleed met de heerlijkheid en schoonheid des Hemels; altijd zachter en lichter wordt hare ademhaling, zij strekt nog eenmaal zegenend hare hand uit over de geliefde leerlingen, die in tranen badend, geknield liggen om hare eenvoudige legerstede. Schitterender en schooner wordt steeds haar van liefde fonkelend oog en nu zingt die lelieblanke duive in hetnelsche verrukking: O mijn welbeminde, kom, kom o Heerjesus! Nog een laatste ademtocht en zij is der aarde onttrokken, verteerd door de reinste, de volmaakste en heiligste liefde.
Duizenden van Engelenscharen dragen hare schoone ziel tot voor Gods
De 15 Geh. v. cl. H. Rozenkrans. 325
troon, terwijl anderen, in hetnelsche melodieën zingen: Wie is Zij, die daar opstijgt uit de woestijn, steunend op haren welbeminde, schitterend als het morgenrood, glanzend als de zon P In hemel-schen luister schitterend,met de heerlijkste edelgesteenten der volmaakts deugden versierd, met de volheid der genade omkleed, overtreft ze verre alle denkbare schoonheid van eenig schepsel. Schooner dan de koningen en koninginnen der aarde, schooner en heerlijker dan de blinkende hemelvorsten stijgt Maria omhoog, gedragen door Engelenhanden tot voor den troon des Aller-hoogsten.
Blik haar na, o mijne ziel, verhef het oog des geloofsl Welk een heerlijke triomf!
Jesus, omgeven van alle uitverkorenen, komt zijne hooggezegende Moeder tegemoet en begroet haar met alle hemelingen van Adam en Eva af, de H. Patriarchen en Profeten, met haren Bruidegom den H. Joseph, met alle H. Martelaren, Belijders, Maagden en alle H. Engelen.
Met onbeschrijfelijke vreugde verwei-
326 Maria als Rozenkranskoningin
komt Haar de hemelsche Vader als zijne geliefde Dochter; de zoon, als zijne beminde Moeder, de H. Geest als zijne onbevlekte bruid.
Zie, kostbaar is in Gods oog de dood des rechtvaardigen. Hoe kostbaar moet dan de dood van Maria geweest zijn, zij die stierf door overmaat van liefde. Haar dood was niet de straf der zonde, maar zij stierf om ook hierin haar god-delijken Zoon gelijkvormig te zijn, om door haar sterven ook ons zondaars nog meer genaden te verwerven, en om zelve ook door de algemeene poort des doods tot de eeuwige liefde te kunnen geraken.
2; Opwekking.
spn dejh. mis. o driewerf gelukzalige SjK moeder, denk aan mij, wanneer ook eens voor mij dat bange uur slaat, wanneer allen mij verlaten en de wreede dood, wegens de onzekerheid mijner zaligheid mij zal doen sidderen en beven; wanneer mijne zonden zich als een berg voor mijne oogen verheffen en niemand mij meer troosten kan dan Gij alleen,
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 327
voor wie de zwarte onderwereld wijken en vluchten moet.
O Moeder der zuivere liefde, herinner U dan uwe glansrijke hemelvaart; want ik verlang zoo vurig mijn dood met den uwe te vereenigen, mijne zwakheid en machteloosheid met uwe liefde te bedekken, mijne schaamte met uwe deugden te bekleeden, mijne menigvuldige zondensmetten met uwe vlekkelooze zuiverheid te reinigen. O, laat mij in dat beslissend oogenblik uwe bescherming en hulp ondervinden. O Moeder, strek dan uwe hand tot uw kind uit en geleid mij naar het land der eeuwige zaligheid.
H. Drievuldigheid, tot uwe vreugde en die van geheel het hemelsch Hof, offer ik U op, dit kostbaar en zalig einde van Maria. Ter wille harer liefde en verdiensten, smeek ik U om de groote genade, mijne loopbaan ook in heilige liefde te voleinden. O, laat ons met het zegel der H. Drievuldigheid geteekend, uit dit leven scheiden in den Naam des Vaders en des Zoons en des H. Gees-tes. Amen.
328 Maria als Rozenkranskoningin
V. pie JJ, 0 in bn ^ftnfl gff}t!onnJ fippff.
1. Verheug V, o Koningin des Hemels,
waren reeds drie dagen verloopen ïj||i sedert de H. Maagd in een geheel nieuw graf in het dal van Josaphat bij
De 15 Geh. v. d. H. Rozenkrans. 339
Jeruzalem was begraven. De leerlingen des Heeren en eenige H. maagden, hadden trouw de wacht gehouden bij Maria's graf; uit: liefde en verlangen openden zij nogmaals het graf om nog eens dat geheiligd Lichaam te aanschouwen, doch zij vonden het graf ledig. Slechts het kleed en het witte linnen was nog aanwezig.
Jesus, haar goddelijke Zoon, wilde ook daarin zijne geliefde Moeder aan Zich gelijk vorming maken, door ook Haar op den derden dag van de dooden te verwekken. Hij wilde niet dat dit maagdelijk Lichaam, dat nooit de zonde gekend of gediend had, en uit hetwelk Hij zelf het maagdelijk vleesch en bloed had aangenomen, der ontbinding werd prijs gegeven. De H. ziel van Maria vereenigde zich op nieuw met haar verheerlijkt heilig Lichaam en werd onder eindeloos gejubel, onder de heerlijkste lof- en dankliederen van geheel het hemelsch Hof door de Engelen, den Hemel binnengevoerd. Welk een heerlijke zege en overwinning bereidde de Vader aan zijne geliefde Dochter, de goddelijke Zoon zijne teedere Moeder, de
11 $
33° Maria als Rozenkranskoningin.
H. Geest aan zijne onbevlekt ontvan- h
gene, smettelooze Bruid. De geheele z
Hemel bracht om strijd zijne verhevene I
koningin de schoonste huldigingen; Maria v
steeg hooger en hooger door alle He- z
melen heen tot voor Gods troon. Cheru- s
bijnen en Seraphijnen hielden de kostbare [
kroon bereid, waarmede Jesus haar, god- c
delijke Zoon, het hoofd zijner liefdevolle Moeder kroonde. De H. Drievuldigheid roept nu Maria uit als Koningin van Hemel en van aarde en geheel het hemelsch Hof huldigt Haar en zingt in onuitsprekelijken jubel: Amen.
2. Opwekking.
öpN de h. mis: O Maria, mijne lieve Moeder, ik verheug mij en wensch U duizendmaal geluk met uwe heerlijkheid omdat Gij met ziel en lichaam in het rijk der Hemelen opgenomen en als Koningin van Hemel en van aarde gekroond zijt geworden. Gij zijt ons, wel is waar, ontnomen en wij zijn als arme weezen achtergelaten, maar Gij
De 15 Geh. v, d. H. Rozenkrans. 331
hebt niet opgehouden onze Moeder te zijn. Thans als Koningin van het H. Hart kunt Gij alles, en als Moeder wilt Gij uwe kinderen alle goed bewijzen. Gij zijt niet alleen onze Voorspreekster en Middelares bij uwen Zoon, gij zijt ook de sehatbewaarster en Moeder aller gaven en genaden.
O Moeder, blik neder van uwen Hemeltroon op onze ellende en herinner U de vreugde, de heerlijkheid, bij uwe Hemelvaart ondervonden, toen U de volle waardigheid van Koningin van Hemel en aarde werd overgedragen. Ter wille dezer vreugde, bid ik u, voer ook mij eens den Hemel binnen, na op aarde, door een vollen aflaat al mijne zondenschuld te hebben uitgewischt.
Elke bede, die Gij van uwe eerste intrede in den Hemel tot aan 't einde der wereld hernieuwen zult, offer ik op voor alle menschen, bijzonder voor uwe vereerders. Ik offer aan de Allerheiligste Drievuldigheid op alle eer, lof en dankbetuigingen, die uit het heiligste Hart van Maria, door geheel de eeuwigheid door, voor Gods troon opstijgen, en
333 Maria als Rozenkranskoningin
vereenig hiermede mijne zwakke stem: Leve Je sus en Maria.
O Maria, Moeder rein!
Laat ons uwe kind'ren zijn!
Sterk ons in den laatsten strijd!
Moeder van barmhartigheid!
Amen.]
Dei'de Deel.
â£â¢Â«)â¢Â«- -
Mariaansch Gebedenboek.
]VIoi^eT\gebed.
âgt;®HSâ
Bij het ontwaken.
jjlpn den naam des Vaders -j- en des Zoons f en des H. Geestes f Amen. Jesus, Maria en Joseph, u geef ik mijn lichaam, mijn hart en mijn ziel. Eere zij den Vader, die mij geschapen, eere den Zoon, die mij verlost, eere den H. Geest, die mij geheiligd heeft. Eere zij der allerheiligste en onverdeelde Drieëenheid, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Bij het opstaan.
y5n den naam van mijnen gekruisten Hei-land, die mij door zijn kostbaar Bloed verlost heeft, sta ik op. Dat Hij mij ze-gene, geleide, van alle kwaad beware, en tot het eeuwige leven voere.
336 Morgengebed.
Na het aankkeden.
(Zet u op de knieën neder, maak het kruis-teeken en zeg:)
werp mij ootmoedig voor uwe onein-i-M dige Majesteit neder, o mijn God en Heer, en aanbid U met al uwe Engelen en Heiligen. Ik loof en dank U, dat Gij mij dezen nacht van alle gevaren naar ziel en lichaam bewaard, en nieuwe kracht gegeven hebt. Gij hebt mij weder een dag geschonken; zie, Heer, ik wil hem geheel tot uwe eer en uwen lof besteden: ik smeek U, geef mij daartoe uwe genade. Bewaar mij van alles, wat mij schadelijk zijn kan: vooral echter van de zonde en een kwaden dood.
Verlicht mijn verstand, en sterk mijn wil in het goede; zuiver mijn hart en heilig mijne ziel, opdat ik U steeds aangenaam en welgevallig zijn moge. Verwijder van mij alle vijandige aan-lokselen tot het kwaad, en s;eef mij kracht en volharding, om, allen te vermijden, wat uwen heiligen wil wederstreeft. Ik offer U dezen dag op met alle dagen mijns levens; al mijne gedachten, woorden en werken wijd ik aan uwe liefde
Morgengebed. 337
toe, bestier en geleid mijn doen en laten naar uw welgevallen, en laat alles wat in mij is, tot uwe meerdere eer en glorie verstreden. Ik wil slechts voor U leven, o mijn God; U slechts wil ik toebehooren en liever sterven dan kwaad doen en uw goddelijk Hart door eene zonde bedroeven. Geef mij uwen zegen, o mijn God en Vader, en bestier al mijne werken en lotgevallen ten beste. Verleen mij dat ik dankbaar jegens u zij in geluk en voorspoed, in uwen heiligen wil berustend in lijden en wederwaardigheden : geef mij volharding en vertrouwen op uwe vaderlijke Voorzienigheid in den arbeid en in moeielijkheden; geef mij in alle omstandigheden des levens ootmoedigheid des harten, ijver tot het goede, afschuw van het kwaad, gezondheid naar lichaam en ziel en eene zuivere meening; geheel bijzonder echter geef mij eene brandende en innige liefde tot U, en laat mij nooit van uwe liefde gescheiden worden.
Heilige Maria, mijne Koningin, aan uwe moederlijke bescherming, aan uwe bijzondere bewaring en groote barmhartigheid beveel ik heden en altijd maar
338 Morgengebed.
vooral in het uur van mijn dood, mijne ziel en mijn lichaam.
U beveel ik al mijne hoop en mijn troost, al mijne wederwaardigheden en rampspoeden,mijn leven en deszelfs einde. Verkrijg mij door uwe machtige voorspraak en verdiensten de genade, dat ik in al mijn doen en laten uwen wil en den wil van uwen goddelijken Zoon vervuilt. Amen.
En gij, heilige Engel Gods, dien de goddelijke Goedheid en Wijsheid mij tot beschermer verleend heeft, vergezel mij heden op al mijne wegen, en geleid mij veilig door alle gevaren van dezen dag en van mijn geheel leven. Onderricht mij in mijne onwetendheid; waarschuw en bescherm mij in de bekoringen; troost mij in de wederwaardigheden, wek mij op tot het goede en bewaar mij voor alle kwaad naar lichaam en ziel, tot dat gij mij eens binnenleidt, in de eeuwige zaligheid. Amen.
Alle Heiligen des Hemels, en gij vooral, mijne heilige Patronen N. en N. bidt voor mij bij God, opdat ik in uwe voetstappen trede, in deugd' en heiligheid leve, en eindelijk door uwe voorspraak
Morgengebed. 339
in den hemel worde opgenomen, om met u God eeuwig te loven en te prijzen. Amen.
Dagelijksche opoffering aan het heilig en onbevlekt Hart van Maria.
^TJamp;T^ees gegroet, heilig en onbevlekt Hart van Maria. Bij het aanbreken van dezen dag offer ik voor U aan uwen goddelijken Zoon op, al mijne gedachten en begeerten, alle gebeden, alle werken van godsvrucht, van liefde en van boetvaardigheid, die ik gedurende dezen dag verrichten zal, verwerf mij de genade om ze alle met de heiligste meening te doen, met uwe verdiensten te verrijken, met U de allerheiligste Drievuldigheid en het goddelijk Hart van Jesus te aanbidden, en in het vaste vertrouwen op uwe macht bij uwen goddelijken Zoon, mijne bekeering, en de bekeering van alle zondaren, ketters en ongeloovigen te verkrijgen.
O Maria, toevlucht der zondaren, bid voor ons.
Wees gegroet Maria enz.
34° Morgengebed.
\Gebed van den H. B er nar dus.
nooit gehoord is, dat iemand
die tot U zijne toevlucht nam, uwen bijstand verzocht, of uwe voorspraak inriep, door U verlaten is. Bemoedigd door dit vertrouwen, snel ik tot U, o Maagd der maagden, en zuchtend onder het gewicht mijner zonden, werp ik mij rouwmoedig voor uwe voeten neder; o Moeder des Eeuwigen Woords, versmaad mijne gebeden niet, maar neem die gunstig aan, en gewaardig u die te verhoeren.
Verkrijg voor mij en voor alle zondaren eene ware bekeering, voortdurende verbetering des levens en een zalig einde. Amen.
Gebed ter eere der allerzaligste Maagd Maria.
MS-s gegroet, o glorierijkste, aller-S!efl//Wpr heiligste en altijd onbevlekte Maagd Maria, door God uitverkorene Moeder van onzen Heer en Verlosser Jesus Christus! Wees gegroet en geloofd,
ik, o goedertierenste Maagd, dat
Morgengebed.
o hulprijke moeder der genade en barmhartigheid, onder uwe bescherming neem ik, arme zondaar, mijn toevlucht, wijl gij als de beste toevlucht niemand verstoot en versmaadt en nooit iemand ongetroost laat heengaan, die met een oprecht boetvaardig hart tot U komt. Ach, verstoot mij niet om mijne zware zonden, maar verkrijg mij van uwen lieven Zoon genade en barmhartigheid, vergiffenis aller zonden, verbetering des levens, tijd en gelegenheid tot ware boetvaardigheid. O allerzaligste, liefderijkste Maagd Maria, kom mij te hulp in alle gevaren, in allen angst en nood; troost mij in mijne droefheid (en vooral in deze mijne aangelegenheden N. en N.)
O Maria, ik bid U nog eenmaal door het lijden en den bitteren dood van Jesus Christus, wees mijne patrones en voorspreekster bij God. Beveel mij aan Uwen Zoon, opdat Hij mij altijd genadig zij, vertoon mij aan uwen Zoon opdat Hij mij in genade opneme en mij al mijne zonden vergeve. Help mij voornamelijk, o Maria, in mijn laatste levensuur; laat mij onder uwe moederlijke bescher-
.34,1
342 Morgengebed.
ming gelukkig leven en eindelijk zalig sterven; daarin bid ik U, help mij Maria! Amen.
Aanbeveling in de genade Gods.
(Des morgens onder de H. Mis en ook gedurende den dag te bidden.)
â¢jJ^Teem mij op, o heiligste Vader, in uw genadevol vaderschap, opdat ik door de goede voornemens, die ik begonnen ben te volbrengen uit liefde tot U, ook u eens tot loon en tot mijn eeuwig erfdeel moge ontvangen.
Neem mij op, liefderijkste Jesus in uwe broederlijke liefde, opdat ik met U den last en de hitte van den dag drage, en in al mijne moeielijkheden U tot troost hebbe, en tot vriend en geleider op mijne levensreis.
Neem mij op, o God, Heilige Geest, in uwe milde barmhartigheid, wees Gij de leeraar In mijn leven, en de ware trooster mijns harten.
O eeuwige liefde, mijn Jesus, mijn God en mijn Koning! Neem mij op in uw goedertierenst goddelijk Hart; bewaar mij voor U en vereenig mij met U, want naar U alleen verlangt mijne ziel. Amen.
Morgengebed. 343
Oefening der drie goddelijke deugden.
Paus Benedictus XIV heeft een vollen aflaat verleend, toepasselijk op de zielen van het vagevuur aan allen die een maand lang dagelijks de drie goddelijke deugden van geloof, hoop en liefde in hun hart verwekken en met den mond uitspreken. Deze aflaat kan verdiend worden op den dag, dat men gebiecht en gecommuniceerd en de gewone gebeden voor de aangelegenheden der Kerk verricht heeft. Insgelijks wordt in het stervensuur een volle aflaat verleend. Bovendien verdienen alje geloovigen, die de drie goddelijke deugden aandachtig bidden, telkenmale een aflaat van 7 jaren en 7 quadragenen of 280 dagen.
Bepaalde gebeden zijn niet voorgeschreven: het is voldoende de drie akten van geloof, hoop en liefde te bidden.
Oefening des Geloofs.
geloof in U, ware drieeenige God, f : 1 Vader f Zoon en f Heilige Geest, die alles geschapen hebt, allen onderhoudt en bestiert, die het goede loont en het kwaad straft. Ik geloof dat de Zoon Gods is mensch geworden, om ons door zijnen dood aan het kruis te verlossen, en dat de H. Geest door zijne genade ons heiligt.
Ik geloof en belijd alles, wat Jesus
344 Morgengebed.
Christus geleerd, wat de apostelen gepredikt hebben, en de H. Roomschkat-holieke kerk ons te gelooven voorstelt.
Dit alles geloof ik, omdat Gij, o God, de opperste waarheid en eeuwige wijsheid, die noch kan bedriegen, noch bedrogen 'kan worden, het ons geopenbaard hebt.
O God, vermeerder mijn geloof!
Oefening der Hoop,
JslSk hoop en vertrouw op Uwe onein-Sgk dige goedheid en barmhartigheid, o God, dat gij mij door de oneindige verdiensten van Uwen eeniggeboren Zoon Jesus Christus in dit leven het berouw en de vergiffenis [mijner zonden zult geven, en na den dood de eeuwige zaligheid, om U van aanschijn tot aanschijn te aanschouwen en eeuwig te bezitten en te beminnen.
Ik hoop in dit leven ook van U te verkrijgen alles wat mij daartoe helpen kan, omdat Gij, die oneindig goed zijt tot ons, almachtig en getrouw in uwe belofte, ons dit beloofd hebt.
O God, versterk in ons de hoop!
Morgengebed. 345
Oefening der liefde.
'VfSïj mijn God, ik bemin II boven alles, ilSP uit gebeel mijn hart, omdat Gij het opperste goed, en aller liefde waardig zijt. Ook daarom bemin ik U, omdat gij jegens mij en alle schepselen oneindig goed zijt. Ik verlang van gan-scber harte U te beminnen, gelijk uwe getrouwste dienaren u beminnen en bemind hebben. Met hnnne liefde vereenig ik mijne onvolmaakte liefde: o goede God, maak mijne liefde steeds volmaakter en vuriger.
Omdat ik U oprecht en innig wensch te beminnen en er ernstig naar streef, is het mij van harte leed, dat ik U, mijn opperste goed, dien ik boven alles bemin, mijnen Schepper, Verlosser en Zaligmaker vergramd heb.
Het spijt mij, dat ik gezondigd, dat ik U mijn besten Vader, mijn almach-tigen Heer, en rechtvaardigen Rechter, beleedigd heb. Ik neem mij vast voor alle zonden met alle gevaarlijke gelegenheden te vermijden, de begane misdaden meer en meer uit te boeten, de
346 Morgengebed.
boosheid der zonden dikwerf te overwegen, en nooit meer tegen uwen hei-ligsten wil te handelen.
Neem mij weder tot uw kind aan, en geef mij uwe genade, om mijne voornemens ten uitvoer te brengen. Daarom bid ik IJ, door de oneindige verdiensten van uwen goddelijken Zoon, onzen Heer en Verlosser Jesus Christus. Amen.
Goede meening.
«Wg| mijn God, ik offer U op al mijne yjp gedachten, woorden en werken; ik vereenig ze met de oneindige verdiensten van Jesus Christus.
Dat zij strekken tot Uwe meerdere eer en aanbidding, ook ter eere van Maria, de Moeder Gods, en ter eere van alle Engelen en Heiligen; dat zij geschieden tot dankzegging voor alle ontvangene weldaden, tot voldoening voor mijne zonden; tot verkrijging Uwer genade, waardoor gij mij altijd quot;van alle zware zonden bewaren wilt; tot hulp en troost der arme zielen in het vagevuur,
Morgengebed.
vooral van diegenen voor welke ik verplicht ben te bidden.
O mocht ik U altijd door mijne werken vereeren, gelijk Gij het verdient!
Beminnenswaardige Harten van Jesus en Maria, ontvlamt onze harten met uwe liefde. Amen.
347
S v o t\ tl g e 1) e tl.
Heilige rustplaats in het Goddelijk Hart van Jesus.
zoet Hart van Jesus, mijne eeuwige liefde, wees dezen nacht mijne rustplaats. Laat mijne ziel rusten in uw hart waar eens de geliefde leerling Joannes rustte, opdat zij, terwijl de zintuigen des lichaams slapen, in uwe liefde wake, en zich in uwe eeuwige glorie verheuge. In vrede wil ik daar slapen en rusten, opdat mijn slaap met uwen slaap hier op aarde vereenigd, kuisch en heilig, en Gcde welgevallig en verdienstelijk zij.
Gedenk mijner, o zoete Jesus, die mijner reeds in uwe barmhartige liefde indachtig waart, toen ik nog niet aan U kon denken, opdat ik in heilige liefde tot U ontwake, om U in alle getrouwheid des harten te dienen. Amen.
Avondgebed. 349
Eeuwige aanbidding ter eere van het goddelijk Hart van Jesus.
ÃMxzoetste Hart van Jesus! Zacht rustbed van aüe minnende zielen, aan u beveel ik dezen nacht mijn hart, mijn lichaam en mijne ziel, opdat gij ze voor alle gevaren, voor alle onreine voorstellingen, en voor alle kwellingen van den boozen geest moogt bewaren. O allerzoetste Hart van Jesus! ik bid u, daar ik dezen nacht God niet loven kan, doe dit in mijn plaats, en zoo dikwijls dezen nacht mijn hart klopt, zooveel duizendmaal loof en prijs de allerheiligste Drievuldigheid.
Men noodigt de sterren des hemels uit om God te loven.
Gij schoone, glanzende sterren des Hemels, die altijd met blijdschap voor uwen God schittert, wijl ik nu slapen ga, en ook dan nog God leven wil, daarom bid ik u, dat gij dezen nacht in mijne plaats God loven moogt. Zingt en jubelt dezen nacht, ja looft en prijst in alle eeuwigheid mijn hemelschen bruidegom, zeggende; «Leve en regeere
3So Avondgebed.
»de eeuwige God, Hij zij en blijve alleen »heilig,eerwaardig en geprezen in eeuwig-»heid! Hij alleen zij en blijve allen lof, »alle eer en aanbidding waardig in »eeuwigheid.quot; Amen.
Avondgebed ter eere van het heilig Hart van Maria.
aprgTReilige Maria, Maagdelijke Moeder van Gods Zoon, reine Bruid van den H. Geest, hoop en vreugde van alle Engelen, sieraad van het hemelsch Paradijs, troon en koningin der Engelen, heiligdom van de allerhoogste moeder van Jesus Christus, mijn Verlosser, ik bid U door de verdiensten van uw heilig Hart, verkrijg voor mij de vergiffenis der zonden, en bewaar mij ook dezen nacht tegen alle gevaren der wereld, des vleesches en des duivels en verleen mij den bijstand uwer voorspraak! Verwerf mij, glorierijke moeder van mijn God, door de rijke barmhartigheid van uwen Zoon zijne genaden, opdat ik in het ware geloof gesterkt, na dit leven waardig bevonden worde, de kroon der eeuwige zaligheid te ontvangen. Amen.
Gebeden
voor en iia tie liieclit:.
â/gt;cmhlt;iâ
Smeekgebed tot God.
^Ifek aanbid U ootmoedig met Maria en al uwe dienaren des Hemels, der aarde en des vagevuurs, o allerheiligste Drievuldigheid, één God, Vader, Zoon en Heilige Geest! Gij die alle harten doorziet, en aan wien niets onbekend en verborgen is.
Rouwmoedig smeek ik uwe allerheiligste Majesteit om vergeving van alle misslagen, die ik tegen u begaan heb en smeek ootmoedig om de genade, van al de zonden wel te kennen, welke ik sedert mijne laatste biecht door gedachten, woorden, werken en verzui-menissen tegen U gedaan heb. Laat mij ze met droefheid erkennen, opdat
35^ Gebeden voor en
ik ze oprecht biechte, cn ware boete doen moge.
Onderzoek uw geweten omtrent de\ volgende zonden: ,
I. Tegen God: Hebt gij niet gezondigd door vrij willigen twijfel aan eene waarheid des geloofs; door bijgeloovigheid; het lezen van verbodene boeken, waarzeggerij; nalatigheid in het bijwonen van het christelijk onderricht; door vermetel betrouwen op Gods Goedheid, of op uwe eigene krachten; door mistrouwen op Gods Barmhartigheid; vrijwillige moedeloosheid; wanhoop; hebt gij God boven alles en uwen evennaaste om God bemind; hebt gij niet gemord tegen Gods Voorzienigheid; weerstaan aan de beschikkingen Gods; gezondigd uit menschelijk opzicht; de morgen- en avondgebeden achtergelaten; de heilige mis verzuimd of slecht bijgewoond, door u oneerbiedig te gedragen, vrijwillig verstrooid te zijn; rond te zien, te praten of te lachen; hebt gij de Zon- en Feestdagen niet ontheiligd door arbeid, koop en verkoop, door gezelschappen, vermaken bij te wonen, die van God aftrekken; niet lichtzinnig of valsch gezworen, leugentaal gesproken; den naam Gods ijdel gebruikt, met geestelijke en heilige zaken gespot? enz.
II. 7onden tegen de evennaaste: Hem vermetel beoordeelen, \ erachten; wraakzuchtig zijn, hem kwaad willen doen (zeg of de gedachten vrijwillig en aanhoudend waren) de eer ontrooven :n liederen, boeken, geschriften en smaadreden;kwaad-spreken, lasteren, kwade gesprekken aanhooren,
na de Biecht.
of niet beletten, twist en tweedracht stichten; anderen bespotten, verwenschen, beleedigen, beschimpen; slechten raad geven, het kwaad goedkeuren; geheime fouten van anderen openbaren. Woekeren, bedriegen met koop en verkoop of spel, met den arbeid of het volbrengen van lasten; huichelen. De waren vervalschen, te duur verkoopen; overgeblevene zaken zich toeëigenen, stelen, gestolen goed koopen of bewaren. Ergernis of slecht voorbeeld geven, vreemd goed of den goeden naam niet herstellen. â Onderzoek u verder over de plichten van uwen s'.aat.
III. Zonden tegen zich zeiven: Hoovaardigheid ijdelheid, ongeregelde eerzucht, zich zeiven loven of prijzen door woorden of daden; eigenliefde; gierigheid, den arme niet naar vermogen geven, zich zeiven of anderen het noodige ontzeggen, verkwisten; nijdigheid, zich verheugen als iemand kwaad geschiedt zich bedroeven als het hem goed gaat; onkuischheid; slechte gedachten en begeerten, slechte boeken lezen, onkuische taal spreken, slechte liederen zingen of aanhooren, werken met zich zeiven of anderen verrichten, slechte of verdachte gezelschappen bijwonen fBiecht hierin alles op zedige manier, ook de omstandigheden die de boosheid vergrooten en de soort der zonden veranderen.) Onmatigheid in eten en drinken; gramschap, vechten en twisten, haat en afgekeerdheid, ongeduldigheid; traagheid in de godsdienstoefeningen en plichten.
353
Maak na een genoegzaam onderzoek het voornemen u te verbeteren, vereenig uwe geringe droefheid over de zonden met de ondoorgrondelijke smart, welke uwe zonden Jesus veroorzaakten, die alleen terwijl Hij de oneindige ma-
za
354 Gebeden voor en
jesteit zijns vaders kende, ook de afschuwelijkheid der zonde inzag, en haar voortdurend moest haten en verafschuwen.
Bid Hem dat Hij uw hart bewege, en tot berouw over uwe zonden opwekke uit vrees voor Gods straften, en uit liefde tot God, omdat Hij zoo lankmoedig jegens u geweest is.
Berouw.
^Rechtvaardige God! hoe schaam ik mij over mijn leven; niettegenstaande mijne goede voornemens in de laatste biecht, zijn mijne zonden talloos. O de kwade begeerlijkheid en de zondige driften, die mij van u scheidden, zij zullen mij misschien eerder in het verderf stooten dan ik vermoed, zoo ik niet spoedig van levenswijze verander. O vreeselijke gedachte, als ik eens in de hel moest branden, terwijl velen mijner medezondaren in den hemel jubelen door hunne boetvaardigheid.
Gestrenge Rechter, dien ik vergramd heb, wees mij barmhartig 1 ik erken en betreur het onrecht, dat ik U heb aangedaan; ik weet dat Gij het goed met mij meent, want gelijk Gij tot aanmoediging der deugdzamen den hemel
n
na de Biecht. 355
eid geschapen hebt tot een eeuwig loon
voor hunne kortstondige beproeving, zoo be- schiept gij de hel om door hare eeuwig
oor heid en afgrijselijkheden ons van de
doodzonden af tc schrikken.
Wee mij lichtzinnige en ondankbare, ik zondigde tegen den Hemel en tegen U........
Hoe straftet Gij Mirjam met de smar-mij telijke en afzichtelijke melaatschheid,
nde omdat zij Mozes versmaad en gehoond
tste had; hoe straftet Gij Mozes wegens zijn
de mistrouwen op uwe goedheid doordat
lige hij het beloofde land niet mocht ingaan;
zij hoe straftet Gij Aza met een schielij-
ver- ken dood, wijl hij tegen het verbod,
ik de ark des verbonds aanraakte om ze
der. in den val tegen te houden, en hoe
in straftet Gij den sabbathschender met
mij- de steeniging; ach, hoe moet ik dan
elen niet vreezen om mijne doodzonden,
door u gestraft te worden! imd Heerl ik verdien niet dat Gij mij
\ en genadig zijt, noch mij uw kind noemt; aan- neen ik verdiende eerder, dat Gij mij
met even als de dwaze maagden, den rijken
aan- vrek, en den ontrouwen knecht voor
;mel eeuwig verwierpt, ja, dat zooals voor
â
Dathan en Abiron, de aarde zich onder mij opende om mij te verzwelgen.
Ach, welke droefheid moest ik nu en voortaan gevoelen over mijne zonden, wanneer iets mij aan U en de eeuwige vreugden des hemels indachtig maakt.
ü, als ik mij uwe goedheid en liefde herinner, die ik nu verloren heb, dan durf ik van schaamte en droefheid niet tot U opzien. Wie zal woorden aan mijnen mond geven, en tranen aan mijne oogen om dag en nacht mijne zonden te beweenen. Hoelang zal ik nog tus-schen U en den satan blijven wankelen en in het gevaar der eeuwige ellende ronddwalen f Barmhartigheid, o mijn Vader, geef mij weder een goed en minnend kinderhart; mijn hart is in uwe hand gelijk het deeg in de handen van hem, die kneedt. O Heer Jesus, kom mij te hulp, opdat mijne ongevoeligheid jegens u verdwijne gelijk de sneeuw voor de stralen der zon. Gij kent immers mijn zuchten en klagen. Gij weet dat ik nu zoo gaarne boetvaardigheid doen wil, en gelijk Maria Magdalena uwe voeten met tranen van berouw en liefde
na de Biecht.
wasschen zoude, om van U ook de vertroostende woorden te hooren: » Uwe zonden zijn u vergeven, wijl gij veel bemind hebt, ga in vrede.quot;
Ach konde ik mijne zonden ongedaan maken, gaarne zou ik daarvoor alle geoorloofde genoegens dezer wereld opofferen! Ach konde ik u mijne onge-trouwheid vergoeden 1 Hoe smart het mij, dat ik zulks niet kan, doch in mijn binnenste is iets wat mij tot u trekt en mij zegt dat gij mij niet wilt straffen, maar vol medelijden mij wederom tot uw kind zult aannemen. Gij verzekert mij immers dat Gij mijn dood niet wilt, maar mijne bekeering en mijn leven: dat uwe barmhartigheid grooter is dan alle zonden; en al waren zij rood als scharlaken zij witter zullen worden dan sneeuw.
Vol vertrouwen wil ik tot U naderen, en in den H. Geest door U den Vader kinderlijk beminnen Ja, heilige Geest, toon het in mij, dat gelijk Gij den Vader en den Zoon in de liefde'vereenigt. Gij ook alle menschen tot de liefde Gods geleidt, opdat ik in U den Vader en den Zoon eeuwig beminnen moge.
357
358 Gebeden voor en
Bid intussc^en de litanie vnn alle Heiligen
om een goed berouw te verkrijgenr il
b
Voornemen. h
o
Drieëenige Gorl, zoo bemin ik u (J
yiS/l weder boven alles uit geheel mijn r
hart; alleen wijl ik U bemin, spijt het 1
mij, dat ik U, mijn opperste goed, be- ]
leedigde, en uwe vriendschap verloor. {
Ol het verlies uwer liefde smart mij {
meer dan wanneer ik de geheele wereld ]
verloor. Wat kan ook alle vriendschap, |
vreugde, eer en rijkdom dezer wereld mij baten, als ik uwe genade niet bezit? Wat zal de wereld tegen mij kunnen, als Gij met mij zijt? Daarom wil ik mij verbeteren, koste wat het will Uit liefde tot U neem ik mij vast voor, nooit meer te zondigen, alle gelegenheden van zonden te vermijden en over mijne zonden boete te doen. Liever wil ik sterven dan U weder ontrouw worden. Dit beloof ik U, beminnenswaardigste quot;Vader, geef mij daartoe slechts uwe genade door de verdiensten van Jesus heilig Bloed: geef mij kracht en sterkte om te volbrengen wat ik nu vast besloten heb.
£
na de Biecht.
O Maria, kom mij te hulp; ik ben in grooten nood; ik wil doen watjesus bevolen heeft, toen Hij zeide: ga, vertoon u den priester, zoo help mij nu, opdat de duivel mij niet gevangen houde: daarom zal ik de zonden die mij het moeielijkst vallen te biechten, het eerst belijden om zoodoende den kop der helsche slang te verpletteren. Bid ook tot den H. Geest, dien Jesus den priesters gezonden heeft, opdat Hij aan mijn biechtvader een goed inzicht in den toestand mijner ziel verleene, hem woorden van wijsheid en goeden raad in den mond legge, om mij goed te bestieren en te geleiden op den weg der deugd.
Bid ook uwen lieven Zoon, opdat Hij nu toone, dat Hem alle macht gegeven is in den hemel en op aarde, door mij mijne zonden te vergeven, de straffen kwijt te schelden, en mijn hart geheel te vernieuwen.
Goedertieren Hart van Maria laat niet toe dat ik zeggen kan; ik alleen ben niet verhoord geworden bij U, bij wie een ieder genade en zaligheid bekomen heeft. Amen.
Is de tijd nog niet daar van den biechtstoel
359
360 Gebeden voor en
in te gaan, houd u zoolang bezig met het gebed; en wees niet ledig en ongeduldig: bid om verschillende noodwendigheden of wel den Rozenkrans, opdat Maria voor U de genade van een grooter berouw verkrijge.
Nader vervolgens tot den priester vol eerbied en ootmoedigheid, gelijk een misdadiger tot zijne rechter: Wie de hel verdiend heeft, kan niet te ootmoedig zijn.
âxsxâ
]v[cl tie Siec!\t.
Dankzegging,
'fgfö groote God 1 ik dank U uit geheel mijn hart voor de instelling van het H. Sacrament der Biecht door Jesus Christus, Uwen Zoon, en voor de vergeving der zonden door uwen plaatsvervanger, den priester. Ik geloof vas-telijk, dat Gij de ontbinding der zonden die de biechtvader uitgesproken heeft, door de verdiensten van jesus Christus in den hemel bekrachtigt. De zonden zijn mij daarom vergeven, ik ben afgewas-schen in het bloed van het goddelijk Lam. O! hoe verlicht is nu mijn hart, de
na de Biecht. 361
storm der driften is gestild, in mijn binnenste wordt het steeds rustiger, de kalmte is in mijne ziel wedergekeerd: ik gevoel mij met nieuwe kracht tot het goede bezield. Nu erken ik de waarheid der woorden: God handelt niet met ons volgens onze zonden, neen, gelijk een vader over zijne kinderen, ontfermt Hij zich over hen, die Hem vreezen; want van een voorwerp zijner gramschap ben ik een kind Gods geworden; en alle verdiensten mijner goede werken, die ik door de zonden verloren had, zijn mij wederom teruggegeven!
01 welk een geluk voor mij; welk eene vreugde heerscht nu in mijn hart! mocht ik de uitwerkingen der Biecht steeds hoogschatten, opdat zij mij meer en meer tot U trekken, en mij hier op aarde reeds een voorsmaak geven der hemelsche zaligheid.
O goede God, ontvang dan mijn innigsten dank; ik geef mij geheel en al aan u over, altijd en overal zal mijne ziel u loven en prijzen; zij zal nooit vergeten, welke weldaden Gij haar bewezen hebt door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
quot; â¦
362 Gebeden voor de
Voornemens voor de toekomst.
!i/|| mijn inniggeliefde Jesus, oorsprong aller liefde, laat mij steeds meer en meer uwe weldoende liefde ondervinden. O! hoe brand ik van verlangen u altijd te bezitten, en uwe barmhartigheid eeuwig te loven, Gij die mij het eerst bemindet, en al mijne liefde verdient. Dewijl ik mij voorgenomen heb liever te sterven dan U nog ontrouw te worden, vernieuw ik nu nogmaals mijne voornemens en als bewijs van liefde beloof ik U, mij immer meer te verbeteren. Ik wil dikwijls te biechten gaan, om den toestand mijner ziel steeds beter te kennen, en mijne fouten en gebreken des te gemakkelijker uit de roeien. Heb ik anderen door woorden en werken tot het kwaad verleid, zoo wil ik hen door goede gesprekken en door het gebed van het kwaad trachten af te trekken. Heb ik iemand in zijne tijdelijke goederen of in /.ijnen goeden naam benadeeld, ik wil alles herstellen en vergoeden. Heb ik tegen iemand haat gedragen, ik wil het onrecht, dat hij mij aangedaan heeft, uit liefde tot
na de Biecht.
U vergeten; ik zal hem welgevallig zijn en goed van hem spreken om vurige kolen op zijn hoofd te vergaderen.
Ik wil voortaan alle gelegenheden van personen, plaatsen of gezelschappen vermijden, die voor mij een oorzaak van bekoring waren; alles door uwe genade.
Ik onderwerp mij plechtig aan alle geboden Gods en der Kerk, ik verzaak aan den duivel, aan zijne listen en lagen, en wil nimmermeer zondigen, neen, in eeuwigheid geen zonde meer.
Het is mijn innigste verlangen, den verloren tijd met verdubbelden ijver door goede werken weder in te halen; en in Maria, uwe zoete Moeder, U alleen, o Jesus, mijn Heer en mijn God, te behagen. Geen tijdelijk goed, geen men-schelijk opzicht zal in staat zijn op mijnen goeden wil inbreuk te maken; niets ter wereld zal mij van mijne goede voornemens afbrengen; God heeft ze in mijne ziel geplant en onder de bescherming van Maria zullen zij tot een schoo-nen boom des levens opgroeien, die door den genadedauw van Jesus' heilig bloed bevochtigd, honderdvoudige vruchten zal voortbrengen.
363
364 Gebeden voor en
Daarom wil ik deze vaste voornemens van heden dagelijks herhalen, en zoo trachten te volbrengen, dat zij mij eene gewoonte worden, en dat mijn levenswandel voortaan toone, wat uwe genade in welmeenende zielen vermag. Zoo geschiede het door Maria! Amen.
Moet de penitentie dadelijk volbracht worden, verricht ze dan, terwijl gij nog in de kerk zijt, dewijl het verdienstelijker is, als zij met ijver gedaan wordt.
Opoffering der boete.
T' k dank U, o heilige Geest, die mij Sjgl gelijk in het H. Doopsel, nu door het H. Sacrament der boete geheiligd hebt. Zegen mij met uwe zeven gaven, daar ik volgens den geest der H. Kerk de boete volbrengen wil die mij door den biechtvader is opgelegd, en zoo van mijnen kant tot voldoening mijner zonden aanvulle wat aan Jesus' lijden voor mij nog ontbreekt, terwijl echter deze boete eigenlijk den geest van boetvaardigheid in mij opwekken moest, wil ik mij bij deze boetedoening vrijwillig nog deze andere N. opleggen; entotuitboe-
na de Biecht. 365
ting van mijne hoofdzonde wil ik uit liefde tot Jesus er. Maria dit goed werk N. nog volbrengen.
Versterk mij daardoor tegen het hervallen in de zonden; bevrijd mij van alle kwade neigingen en zondige begeer-ijkheid, leer mij door ontzegging van geoorloofde zaken het ongeoorloofde gemakkelijker overwinnen, en geef mij daartoe den goeden geest, die voor de boetvaardigheid zoo noodig is.
Daar ik echter in en door Jesus slechts voldoen kan voor mijne zonden, otfer ik U op, o allerheiligste Drievuldigheid, zijn oneindige voldoeningen, opdat mijne boetedoening verdienstelijk, U welgevallig zij, en mij een schat in den hemel verwerve. Amen.
Dankzegging aan Maria,
®k dank U, o verhevene koningin Maria, voor alle genaden, die gij mij nu bij God verkregen hebt. ü wonder 1 ik ben nn weder een beschermeling van uw moederhart. Ik bid u dan dringend, voleind mijne heiliging die gij in mij begonnen hebt. Help mij in het
366 Gebeden voor en na de Biecht.
ééne noodzakelijke, mijn zieleheil, voortaan ijveriger en met volharding te bewerken.
Als ik door uwe voorspraak slechts heilig worde, dan mag God met mij handelen gelijk het Hem behaagt. Laat mij overal en altijd uwe moederlijke bescherming gevoelen; ja, verwerf mij, als eerste bewijs uwer goedheid, de genade, dat het een waar genoegen voor mij zij, dagelijks te bidden: »Maria, geef dat ik mijnen lieven Jesus steeds aangenamer en getrouwer worde.quot; Verleen ook door deze heilige biecht aan de arme zielen in het vagevuur eenig voordeel, vooral aan hen, voor wie ik bijzonder gehouden ben te bidden, opdat gelijk ik van de zonden ontbonden ben, zij ook van hunne straffen ontslagen worden. Daartoe wil ik heden een goed werk verrichten, en een gebed storten waaraan een aflaat voor de geloovige zielen verleend is. O, heilige Moeder Maria, offer deze beide voor hen aan de allerheiligste Drievuldigheid op, door uwen Zoon Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
uddi! m na h p. Pnninmnif.
â»â¢: o-o-o-;-»â
Eerste voorbereiding tot de H. Communie.
Christen ziel! het heiligste en genaderijkste oogenblik van uw leven is dat. waarop gij de H. Communie ontvangt. Alle vruchten en genaden der 11. Communie hangen af van de wijze, waarop gij dit groote werk verricht. Bereid u daarom met alle mogelijke zorgvuldigheid voor, dan,zal de H. Communie voor u zijn: Het leven der ziel, het geneesmiddel tegen de zonde, het zegel der voorbeschikking.
Nader echter dikwerf tot de H. Tafel, zoo dikwijls als de biechtvader het u veroorlooft. Leef everwei zóó, dat gij dagelijks communiceeren kunt, zoo spreekt de groote II. Augustinus; zoo verlangt het de katholieke Kerk. De werkelijke en de geestelijke Communie is voor u het krachtigste middel om tot de innigste liefde van Jesus en Maria te geraken.
368 Gebeden voor en
Aanbidding en liefde.
groote Godl Heer van hemel en aarde, Eén in Wezen, Drievuldig in Personen, wien hemel en aarde aanbidden, en de koren der hemelsche gèesten voortdurend; Heilig heilig, heilig toeroepen, ik aanbid u!
Ik aanbid u. Heer Jesus Christus, waarachtig God en waarachtig mensch en erken, dat Gij mijn Schepper, mijn Verlosser, mijn laatste doel en einde zijt.
Dewijl echter mijne aanbidding te nietig en te onwaardig is, offer ik U de aanbidding van het goddelijk Hart van Jezus in het allerheiligste Sacrament des Altaars op; en in vereeniging met deze aanbidding offer ik U op de aanbidding van de allerzalligste maagd Maria, van alle Engelen en Heiligen des hemels, en van alle geloovigen op aarde. Tegelijkertijd, o mijn hoogste God, betuig ik U mijne liefde. Ik bemin U uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel, uit al mijne krachten; ik wil U altijd boven alles beminnen.
O! dat ik U toch beminnen konde, gelijk Gij verdiend bemind te worden.
na de H. Communie. 369
maar achl hoe onvolmaakt is mijne liefde! o mijn God; zie echter neder op mijn verlangen u innig te beminnen. Ter aanvulling van datgene wat aan mijne liefde ontbreekt, offer ik U de liefde op van het goddelijk Hart van Jesus, de liefde van Maria, de allerzaligste moeder Gods, de liefde van alle Engelen en uitverkorenen, en van alle minnende zielen.
Leedwezen en betrouwen.
^IM^aar, o groote God, hoe is het toch JgOT mogelijk, dat Gij in uwe liefde en goedheid jegens mij, armen zondaar, zoover gaat, dat Uw eeniggeboren Zoon Jezus, door de H. Communie in mijn hart komen, dat de oneindige heiligheid in een zondig mensch zijn intrek nemen wil?
O mijn Jesus, mijn God en Heiland, mijne ellende is U niet onbekend; Gij zijt immers niet gekomen voor de rechtvaardigen; maar om de zondaars te be-keeren en te zoeken wat verloren was.
Door uwe intrede in het huis van Zachaeus, is dien mensch heil wederva-
37° Gebeden voor en
ren; Gij hebt ook Petrus na zijnen zon-denval barmhartig opgenomen; Gij hebt aan de boetvaardige Magdalena zoovele zonden vergeven; Gij hebt den moordenaar aan het kruis het Paradijs beloofd, toen hij U om genade bad. Uwe barmhartigheid en liefde jegens deze zondaars geeft mij moed, met betrouwen en leedwezen over mijne zonden tot U te naderen. Zie, o mijn Zaligmaker, ik betreur het van ganscher harte U ooit beleedigd te hebben. O! hoe gaarne zou ik bloed en leven geven, indien ik mijne zonden daardoor ongedaan kon maken.
Ach, was mijn hart zoo bedroefd over mijne zonden als uw Goddelijk Hart in den hof van Olijven; bezat ik het berouw van een heiligen Petrus, eene heilige Magdalena en van alle heilige boet-vaardigen! Neen, mijn Jesus! nooit meer wil ik U beleedigen! Geen zonde, geen doodzonde meer! Ach, laat mij liever op dit oogenblik sterven dan nog ooit in eene doodzonde toe te stemmen.
O mijn Jesus! Gij ziet in mijn hart de oprechtheid van mijn berouw en voornemen, van mijn betrouwen, dat enkel en alleen op uwe oneindige goed-
na de H. Communie. 371
heid en barmhartigheid steunt, en op uw kostbaar Bloed dat Gij voor mij vergoten hebt. O Heerl ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts één woord en mijne tiel zal gezond worden'.
Smeekgebed.
Ofoiiefdevolle Jesus, ik bid U door de yj-'j liefde van uw goddelijk Hart, maak mij waardig om U naar behooren te ontvangen in de H. Communie; Gij alleen kunt mijne ziel van alle zonden en vlekken reinigen, verrijk en versier haar, door uwe boven alles verheveneGoedheid, met alle soorten van deugden, en bereid haar door de kracht dier liefde, welke de hoogste Godheid met uwe mensche-lijke natuur vereenigd heeft, met alle gaven uwer genade tot het beste voor, tot uwe heilige komst in ons hart.
Gebed van de H. Gertrudis tot de \Mceder Gods.
allerzuiverste Maagd Maria! ik bid ylP U door Uwe onbevlekte onschuld
372 Gebeden voor en
en reinheid, waardoor gij den Zoon Gods eene welgevallige woonplaats in uw maagdelijk lichaam bereid hebt, dat ik door uwe voorspraak van alle vlekken moge gezuiverd worden. Amen.
O allerootmoedigste Maagd Maria, ik bid U door uwe diepe ootmoedigheid, waardoor gij verdiend hebt boven alle koren der Engelen en Heiligen verheven te worden, dat door uwe voorspraak al mijne nalatigheden uitgewischt worden. Amen.
O allerliefderijkste Maagd Maria, ik bid U door uwe onbegrensde liefde, die U onafscheidelijk met God vereenigd heeft, dat mijne armoede door den schat uwer liefde moge verdwijnen. Amen.
O Gij, heilige Engelen, Aartsengelen, Cherubijnen en Seraphijnen, alle koren der zalige geesten, Patriarchen en Profeten, Apostelen, Martelaren, Belijders, Maagden en Weduwen, mijne heilige Patronen, alle uitverkorenen Gods! bidt allen voor mij, opdat ik mijn Heer en Zaligmaker, tot zijne eer, tot nut der lijdende en strijdende Kerk, en tot mijn eigen heil waardig moge ontvangen.
Amen.
na de H. Communie. 373
Verlangen.
duizendmaal gewenschte Jesus! Zie, het oogenblik nadert, dat ik U, mijn God, in mijne ziel ga ontvangen. Zie, mijn beminnenswaardigste Jesus, met de hoogstmogelijke godsvrucht en eerbied kom ik tot U en ga U te gemoet. Gelijk gij uwe doorboorde handen uitstrekt om mij, armen zondaar, op te nemen, zoo bied ik ook U niet alleen mijne handen aan, maar ook mijn hart en mijne ziel om U te ontvangen en in het binnenste van mijn [hart te geleiden.
Ware mijne ziel zoo zuiver en rein, gelijk zij het eenmaal in haar leven was; o! hadde ik toch eene zoo groote godsvrucht en liefde, gelijk die waarmede de Heiligen U in hun leven ontvangen hebben.
Ol konde ik TJ met zulk een gods-Vrucht en liefde ontvangen, gelijk uwe heilige Moeder U in de menschwording, en later in het allerheiligste Sacrament ontvangen heeft 1
Ol bezat ik toch uw eigen allerheiligst en goddelijk Hart, opdat ik U
374 Gebeden voor en
daarin op eene wijze ontvangen kon, gelijk gij het verdient.
Om mijne ziel waardig voor te bereiden, om mijne onwaardigheid weg te nemen, al mijne fouten en zonden uit te wisschen, offer ik U op, o lieve Jesus 1 de voorbereiding, de aandacht en godsvrucht, waarmede alle Heiligen, vooral uwe allerzaligste Moeder U in dit Sacrament ontvangen hebben.
Ik offer U op, zoetste Jesus! uw allerwaardigst Hart, en alle hemelsche deugden en genaden die de H. Drievuldigheid daarin heeft nedergelegd, opdat daarmede de afgrond mijner ellende en onwaardigheid aangevuld, en voor U in mijn hart eene waardige en welgevallige woonplaats bereid worde.
Uitnoodiging.
zoetste Jesus 1 die zelf gezegd hebt; * Mijnt vreugde is het, bij de kinderen der menschen te zijn.quot; Mijn hart en mijne ziel verlangen naar U, gelijk een dorstend hert naar eene frissche waterbron.
Ik noodig U daarom uit, met die
na de H. Communie. 375
godsvrucht en liefde, waarmede ooit eene minnende ziel u uitgenoodigd heeft. O kom dan, beminde, goddelijke Bruidegom mijner ziel! kom en treed binnen in de arme woning mijner ziel! Kom, o goddelijke Geneesheer, en genees mijne kranke ziel! Kom, dierbare Vriend! en verrijk mijne arme ziel met den schat uwer genaden. Kom, o liefelijke Zon, en verlicht mij in mijne duisternis! Kom, gij levend Hemelsbrood, en stil mijnen honger! Kom, o Jesus, en houd met mij het avondmaal in de woning van mijn hart.
O mijne eenige hoop en toeverlaat, mijne eenige liefde! ik ben van het vurigste verlangen naar U vervuld, en verwacht U met de innigste liefde.
O schoonste der menschenkinderen, o Bron van overvloeiende zoetheid! O glans van het eeuwige licht! Ach, kom tot mij, en versmaad uwen armen dienaar niet, die zoozeer vervlangt naar het gastmaal uwer liefde!
O zoetste Jesus! ik bid u door de kracht van alle gebeden en begeerten die ooit uit uw heilig Hart zijn voort-
376 Gebeden voor en
gekomen, gewaardig U in de arme woonplaats van mijn hart te komen.
Als gij tot de H. Tafel nadert, zeg dan, wat Christus eens aan de H. Gertrudis geleerd heeft.
Nu, lieve Jesus! kom ik, uw zondig, arm en onwaardig schepsel tot U, overvloeiende afgrond aller goedheid, opdat ik van alle zonden gereinigd en met uwe genade versierd worde. Amen.
Als gij aan de H. Tafel gezeten zijt, bid niet meer met den mond, doch spreek en wel met het hart deze of dergelijke verzuchtingen.
Kom, mijn lieve Jesus! en heilig mijne ziel o, allerliefste Jesus! geef dat ik u waardig ontvangen moge!
Als gij de H. Hostie ontvangen hebt, zeg in uw hart:
Wees gegroet, mijn Jesus, mijn geliefde Bruidegom! Geloofd en geprezen zij uwe zoete intrede in mij, uw arm schepsel. Wees mij duizendmaal welkom, mijn God en mijn all
na de H. Commun^e, 377
jvfci de Ã. Coir(rqii^ie.
Daar Jesus Christus na de H. Communie zoolang bij ons blijft als de gedaante van brood aanwezig is, zoo maak u, christene ziel, de kostbare oogenblikken zijner tegenwoordigheid ten nutte, en onderhoud u met Jesus door een levendig geloof.
Geen gebed is Gode aangenamer, dan hetwelk men als dankzegging na de H. Communie verricht. Neem ook niet te spoedig het kerkboek ter hand, maar laat uw hart met uwen godde-lijken Bruidegom spreken. Wees niet bekommerd over de woorden, die gij spreken zult; want de Heer ziet voor alles op ons hart, op onzen goeden wil: Hij weet, wat gij Hem zeggen wilt, als gij ook geen woorden vindt, om Hem uwe bewondering, uwe aanbidding, uwe heilige vreugde, uwe liefde, uwen dank en opoffering aan te bieden: vergeet ook niet in deze heilige oogenblikken Hem uwe bijzondere gebeden voor u zeiven en voor anderen aan te bieden, en spreek het volgende:
Gebed.
allerzoetste Heer Jesus Christus! ik loof, prijs en verheerlijk U in vereeniging met de hemelsche glorie der allerheiligste Drievuldigheid, die uw
378 Gebeden voor en
eigen glorie is, en die van daar uitvloeit in uwe gezegende menschheid en in uwe glorierijke moeder, gelijk in alle Engelen en Heiligen: die van hier weder terugstroomt in den oneindigen afgrond der Godheid, vanwaar zij oorspionke-lijk is uitgegaan.
In vereeniging met alle schepselen dank ik u voor de liefde, waarmede Gij mij heden bezocht, en waarin Gij mij met uw allerheiligst Vleesch en Bloed gespijsd en gedrenkt hebt. Geprezen zij uwe milde goedertierenheid, waarmede gij U gewaardigd hebt heden in de arme en onwaardige woning van mijn hart te treden, en er uwe woonplaats te vestigen. Geprezen zij uwe goedheid en liefde, waarmede Gij heden bij het nuttigen van uw allerheiligst Vleesch en Bloed in mijn hart gekomen zijt, en mij met U vereenigd hebt. Wat zal ik U wedergeven, o dierbare Jesus, voor deze groote liefde en genade? Hoe zal ik u naar waarde danken voor deze onuitsprekelijke weldaad en barmhartigheid? Waarlijk, hemel en aarde zijn niet in staat U naar wa.arde te vergelden en te danken! Al zoude ik U ook
na ds H. Communie. 379
duizende malen danken dan zou ik daarmede nog niet het geringste deel uwer goedheid kunnen vergelden. Zoo ik ook mijn lichaam en mijne ziel uit liefde tot u opofferde, dan zou ik U daarmede nog niet genoegzaam danken.
Daarom bid ik U, alle Engelen en Heiligen, looft en verheerlijkt met mij mijnen Jesus, en bewijst Hem met mij waardige eer en dankbaarheid. Laten wij voor den troon Zijner majesteit ne-derknielen, en met vereenigde stemmen Hem loven: Heilig, Heilig, Heilig zijt Gij, Heer God van Snbaoth! Lof en eer U, heilige, onsterfelijke en sterke God! wij loven en prijzen, wij aanbidden en danken U, om uwe groote glorie en heerlijkheid, en wegens de liefde, waarmede Gij het allerheiligste Sacrament hebt ingesteld, tot troost, en sterkte en verkwikking van onze arme, zwakke zielen. Amen.
Godvruchtige verzuchtingen.
^Ijv'k heb Hem gevonden, dien mijne ?#! ziel bemint, ik wil Hem vasthouden en niet laten gaan, voordat hij mij ge-
380 Gebeden voor en
zagend heeft! Ik omarm U en druk U aan mijn hart, lieve Jesus! Gij zijt de schat mijns harten, in wien ik alles bezit. Gij zijt mijn Koning, vergeet dan niet hoe ellendig en nietswaardig ik ben ! Gij zijt mijn Rechter, zie niet op de grootheid mijner zonden, en ontferm u mijner! Gij zijt de almachtige Geneesheer, maak mij gezond en sterk mijne zwakheid! Gij zijt de Beminde mijner ziel, geef dat zij voor eeuwig u blijve beminnen! Gij zijt mijn Geleider en mijn Steun; als Gij met mij zijt, wie zal dan iets tegen mij vermogen. Gij zijt een offer voor mij geworden, zie, ik draag mij aan u op als een 'offer van aanbidding. Gij zijt mijn Verlosser, red mijne ziel van de straffen der hel, en spaar mij in de eeuwigheid! Gij zijt mijn God en mijn al! Wat heb ik in den hemel, wat wensch ik op aarde buiten U, Gij de Beminde mijns harten en mijn aandeel in de eeuwigheid. Amen.
Gebed van den H. Ignatius.
Christus, heilig mij.
_ am van Christus, verlos mij.
na de H. Communie. 331
Bloed van Christus, verzadig mij.
Water van Christus' zijde, wasch mij.
Lijden van Christus, sterk mij.
O goede Jesus, verhoor mij.
In uwe wonden verberg mij.
Laat mij nimmer van U scheiden.
Bescherm mij tegen den boozen geest.
Sta mij bij in mijn doodsuur.
En laat mij dan tot U komen.
Opdat ik met alle Heiligen U love in eeuwigheid. Amen.
Telkens 300 dagen aflaat: Na de H. Communie voor allen en voor de Priesters na de H. Mis een aflaat van 7 jaren: allen die de gewoonte hebben het dagelijks te bidden, kunnen eenmaal in de maand een vollen aflaat verdienen op een dag naar verkiezing na gebiecht, gecommuniceerd, en gebeden te hebben tot intentie van zijne Heiligheid den Paus. (Pius IX, deer. van 9 Jan. 1854.)
Gebed van dm H. Bonaventura.
«S/igà zoete Jesus! verwond het binnen-ste mijns harten met de zoetste en heilzaamste wonde uwer liefde, en met eene ware, zuivere, apostolische en heilige naasteliefde.
Geef, dat ik altijd slechts naar u verlange, dat ik gaarne in uwe tegen-
382 Gebeden voor 611
woordigheid verblijve, dat ik wensche ontbonden te worden om met U te zijn.
Geef, dat mijne ziel hongere naar U, o Brood der Engelen, verkwikking der heilige zielen, ons dagelij ksch, bovennatuurlijk brood, dat alle zoetheid in zich bevat, dat de Engelen verlangen te aanschouwen.
Maak dat ik steeds naar u dorste o bron des levens, der wijsheid, der wetenschap en des eeuwigen lichts, stroom der genade in het huis Gods! U alleen wil ik zoeken, naar U alleen verlangen, tot U komen, U beschouwen, van U spreken: o geef dat ik U vinde, laat mij in ootmoedigheid, liefde en volharding tot den dood alles tot uwe eer en glorie alleen verrichten! Wees gij alleen mijne hoop, mijn heil, mijn toeverlaat, mijn schat, mijn genoegen, mijne vreugde, en blijdschap, mijne vrede, mijne rust, mijne zoetheid, mijne spijs, mijne verkwikking, mijne toevlucht, mijne hulp, mijne wijsheid, mijn aandeel, mijn troost, o goddelijke Heiland; dat mijn geest en mijn hart in leven en in sterven onbewegelijk in ,11 bevestigd zijn. Amen.
na de H. Communie. 383
Gebed van den H, Thomas.
quot;pk dank U, o almogende Vader en eeuwige God, dat gij mij een zondaar en den onwaardigsten uwer dienaren gespijzigd hebt met het heilig Lichaam en het kostbaar Bloed van uwen eeni-gen Zoon onzen Heer Jesus Christus. Uat deze mijne Communie voor uwe oogen geen nieuwe strafbare misdaad zij, maar een beweegreden tot goedertierenheid en vergeving, dat zij strekke tot uitroeiing mijner ondeugden, tot vermeerdering mijner oprechte liefde, tot nauwere vereeniging met U, tot standvastige trouw aan uwe goddelijke genade. Het behage U eindelijk, o Vader die in den hemelen zijt, mij eenmaal ook den hemel binnen te leiden, en mij te doen aanzitten aan het eeuwige feestmaal, waar Gij zelf met uwen Zoon en uwen heiligen Geest, den uitverkorenen het ware licht, de opperste troost, de eeuwige vreugde, de volmaak-ste gelukzaligheid zijt in alle eeuwen der eeuwen!
Jesus en Maria, mijne zoete liefde, laat mij voor U lijden, laat mij voorU
384 Gebeden voor en
sterven; laat mij geheel aan U en niet aan mij zijn! Geloofd zij Jesus Christus in zijn heilig Sacrament 1
Gezegend zij de H. Maagd Maria onbevlekt ontvangen!
Schietgebeden.
1. Ik verzaak aan de genoegens dezer aarde, om U te behagen, o mijn Godl
2. Ach! Jesus, die U niet bemint, kent U niet!
3. Neem weg, o Heer, de hinderpalen, die mij beletten u van ganscher harte te beminnen.
Grondregels.
1. God schenkt zijne genaden overvloedig aan hen, die ze benuttigen.
2. God onttrekt zijr.e genaden aan hen, die ze misbruiken.
3. Op de verachting van Gods heilig woord volgt een vreeselijk stilzwijgen, en na misbruikte hemeische verlichtingen, heeft men niets te wachten dan akelige duisternissen.
na de H. Communie. 385
Laatste gebed.
fv2|ie' 0 ëoelt;^e Jesus, nu heb ik het ISgJï groote werk verricht, en U in de H. Communie ontvangen. Ik bid U echter, vergeef mij dat ik zoo nalatg en zoo weinig aandachtig geweest ben, en U zoo onwaardig ontvangen heb. Ach, laat deze H. Communie niet tot mijne veroordeeiing, maar tot mijne zaligheid strekken. Ik beveel ze u aan, met alle gebeden en verzuchtingen, die ik daarbij gedaan heb, en sluit ze in uw allerzoetst Hart, met de ootmoedige bede, dat Gij door uw allerheiligst Hart mijne nalatigheid vergoeden, mijne godsvrucht vermeerderen, en Haar zoo in vereeniging met ^uw goddelijk Hart aan uwen hemelschen Vader wilt opofferen.
Bewaar voor mij in uw goddelijk Hart gelijk eene zorgvuldige moeder, alle verdiensten en genaden welke Gij in uwe milde goedheid bereid zijt aan mij te geven, opdat ik mij haar niet onwaardig te make en ze verlieze door mijne zonden en nalatigheid.
In vereeniging met uwe allerzuiverste
13
386 Gebeden voor en
en heiligste ledematen en zintuigen, beveel ik U mijnen mond, mijne tong, mijne oogen, mijn hart en al mijne ledematen vooral die welke uw heilig Sacrament genuttigd hebben of er mede in aanraking gevveest zijn.
Zegen dezelve, bid ik U, opdat zij heden en alle dagen mijns levens voor zonden bewaard blijven; dat ik ze voortaan niet gebuiken moge dan tot uwe verheerlijking en glorie, en alleen uit liefde tot U.
O lieve Jesus! die heden mijne arme ziel met uw allerheiligst Bloed gewas-schen en gereinigd hebt, laat toch niet toe, dat zij door zonden ooit weder ontheiligd en besmeurd worde.
Nogmaals offer ik U op mijn lichaam en mijne ziel, mijne gedachten, woorden en werken, mijn hart en alles wat ik ben en bezit.
Ik geef mij zoo aan U over, dat Gij over mij en over alles wat ik heb, volgens uw welgevallen beschikken moogt; sta mij slechts bij in mijne wederwaardigheden, en help mij, omijnjesus, om U voortaan beter te cienen dan ik tot hiertoe gedaan heb. Gij weet hoe we-
na de H. Communie. 387
reldschgezind, en hoe ij del ik nog ben; hoe ik nog tot gramschap en ongeduld geneigd ben, hoe onaandachtig in het gebed, hoe onstandvastig in het goede, hoe dikwijls ik nog in zonden en onvolmaaktheden val.
Daarom klaag ik TJ mijn nood, o Jesus, en met een oprecht vertrouwen leg ik U mijn toestand bloot; ik bid U door de liefde, die U heeft aangezet in mijn zondig hart te komen, ontferm U mijner en kom mij in mijne ellende te hulp.
Bij de liefde van uw allerheiligst Hart bezweer ik U, wees mij na mijnen dood een genadige rechter: herinner U dan, o mijn Jesus, hoe menigmaal Gij in mijn hart gewoond hebt, neem Gij mij ook op in uwe eeuwige woning, en verblijd mij voor eeuwig door uw aanbiddelijk aanschijn. Amen.
l'
ie g
le
ij )r r-re it
ie
,s-et it-
m
ir-at
'ij
ir-m ot e-
J13C.J e..5't31 ytj't 3 t/u tyej'e.3 ej'e. 3*^/5.3^3 ej'c.
Jlnèm gaöopiirpigE oEfeninggn onnij h Jgt;. pomnmni^
ter eere van het
H. Hart van Maria.
-~xs)lt;â
Vóór de H. Communie.^
ïSTpiot u roep ik, o heilige Moeder Gods, ffjk Moeder van mijnen Heer Jcsus Christus, dien mijne ziel verlangt te ontvangen â moeder aller christenen die in het tranendal tot u verzuchten.
Sta mij bij, o milde voorspreekster der zielen die Jesus beminnen, en na zich met hem vereenig d te hebben in de H. Communie in liefde ontvlammen; o milde en goedertierene Maagd, open uwe vrijgevige handen, versier mijn naakt en koud hart met uwe wonderbare deugden, en bereid het tot een aangename woning waarin de Eeniggeborene en beminde uws harten gaarne verblijf houdt.
de H. Communie. 389
O uitverkorene Dochter des eeuwigen Vaders, die dengene, wien de hemelen niet kunnen bevatten, in uw kuischen schoot gedragen hebt, wat hoog verheven toonbeeld zijt gij voor alle zielen, die dezen zoon des Allerhoogsten in de H. Communie ontvangen. In Hem, uwen Heer en God alleen, hebt Gij alle dagen uws levens beleefd; uwe voorbereiding tot het goddelijk moederschap was een zoo deugdenrijke en maagdelijke levenswandel, dat Gij reeds vol waart van de genade des H. Geestes, toen Gij Hem in uw zuiver lichaam ontvingt. En zoo is uw verder leven na de ontvangenis in eene voortdurende dankzegging en altijd aangroeiende heiligheid voorbijgegaan.
En zie, o goddelijke Moeder van mijnen Heer, nauwelijks kan ik mij gedurende een zoo korten tijd tot de H. Communie voorbereiden; en niet zoo spoedig heb ik de H. Communie ontvangen, of ik geef mij over aan ijdele en wereldsche verstrooidheden.
Ach, m zuchten en klagen moet ik de vervlogen jaren mijns levens betreuren, en wegens mijne groote lichtzinnigheid moet ik voor de toekomst vreezen.
Gebeden voor
Voorwaar ellendig ben ik, arm en naakt aan alle deugden. In het bewustzijn mijner nietswaardigheid kniel ik voor uwe heilige voeten neder, o wonderbare Maagd! om u ootmoedig te smeeken, dat Gij mij heden als eene liefhebbende moeder bijstaat, en mij leert, hoe ik Jesus ontvangen moet, Dien Gij het eerste van allen van den H. Geest ontvangen, en tot onze onuitsprekelijke vreugde, tot ons heil en onze verlossing gebaard hebt; hetzelfde lichaam van mijnen Heer en God, moet ik heden ontvangen, moet ik dragen, om in mijne ziel geboren te worden.
O Moeder der barmhartigheid I toon u heden voor mij als eene moeder, versier mijn hart met uwe zuiverheid, met uw levendig en vast geloof, met uwe diepe ootmoedigheid, met uwe standvastigheid in het lijden, met uwe engelachtige godsvrucht en liefde, opdat ik uwen goddelijken Zoon waardig in mijne ziel ontvange, voor Wiens eer uw moederhart zoozeer brandt, en tot Wien wij door u toegang hebben, o deur des hemels, toevlucht der zondaren, en Koningin der uitverkorenen!
390
na de H. Communie. 391
1 En Gij, o mijn goddelijke Heiland !
n ⢠Geef acht op het gebed uwer geliefde
r Moeder, en geef mij door hare machtige
e voorbede, wat ik door mij zelf niet
1, 1 hebben kan, dat ik u met groot ver-
e 1 langen, met godsvrucht en liefde ont-
k vange, en tot aan het einde mijns levens
:t getrouw in mijn hart drage. Amen.
e Na de H. Communie.
g
n Jesus, Zoon der allerheiligste en
n verhevene Maagd! ik bid U met
e ootmoed en alle vurigheid des harten, ontferm 11 mijner, o mijn Verlosser, ter
n wille uwer glorierijke, maagdelijke moe-
r, der, door wie Gij U gewanrdigd hebt
1, tot ons neder te dalen. Ik offer u alle
;t godsvrucht, alle liefde en aanbidding
e van haar minnend hart op, hare voor-
e spraak voor ons zondaars, al het lijden
it barer ziel die door het zwaard van
n droefheid doorstoken werd, en de on-
w uitsprekelijke vreugde der hemelsche
n glorie, waar zij thans U eeuwig aanbidt,
;s bemint en verheerlijkt.
gt; O Maria, onze middelares! Zie, aan dit hoogheilig gastmaal ontbreekt het
*
392 GebeJen voor en
mij aan den wijn der godsvrucht, die de heilige zielen in verrukking brengt. O, spreek slechts één woord en Jesus zal mij verhooren; want nooit of nimmer heeft Hij U, zijne hooggezegende Moeder, eene bede geweigerd. Gezegend-de maagd! die het beste deel verkoren hebt, dat u nooit zal ontnomen worden, ook ik wil dat deel verkiezen, maar ach! ik moet vreezen, dat het mij wegens mijne groote lauwheid zal ontnomen, en dengenen gegeven worden die overvloed aan goede werken hebben.
Daarom roep ik tot u, o barmhartige moeder verkrijg mij de genade der godsvrucht en de standvastige volharding tot aan het einde mijns levens.
O Jesus! met Maria wil ik aan uwe voeten zitten, en de zoete woorden des heils uit uwen mond vernemen : want Gij, o levend Woord des Vaders, Gij alleen bezit de woorden des eeuwigen levens.
O, doordring mijn hart met uwe bezielende woorden, dat zij daarin wortel schieten, en zich openbaren in heilige werken.
Vervul mijn hart met eene verbor-
na de H. Communie. 393
gene liefde die al uwe heilige inspraken bewaart en nakomt met eenen heiligen ijver voor uwe goddelijke eer, opdat ik met Maria's innige godsvrucht Martha's zorgvolle werkzaamheid vereenige en niet bekommerd over vele zaken, alleen het eenig noodzakelijke voor oogen hebbe; ik zal het woord ter harte nemen dat uwe wonderbare Moeder bij het bruiloftsmaal tot de dienstknechten sprak en ook mij heden toespreekt: ndoet â »alles wat Hij zeggen zal.quot;
Want zalig is de schoot die U gedragen heeft, zalig zijn de borsten die Gij gezogen hebt; doch niet minder gelukkig zijn zij. die het woord Gods aan-hooren en hetzelve bewaren.
O mijn Heiland! verleen mij, uw onwaardig schepsel, door uwe hoogheilige vereeniging met mij, en door de krachtige voorspraak mijner hemelsche Koningin, uwe maagdelijke Moeder, die tweevoudige gelukzaligheid, dat ik volgens de woorden des Apostels, U, mijn God, voortdurend in mijn lichaam drage, en zoo uw heilig woord in vervulling brenge, opdat ik na dit leven de vreugdevolle woorden verneme: » Welaan,
13 4
394 Gebeden voor en
goede en getrouwe knecht, treed binnen in de vreugde des He er en,quot; en daar met Maria en geheel het hemelsch hof, u eeuwig love en prijze. Amen.
Gebed tot het H. Hart van Maria om ons en de H. Kerk onder hare bescherming te stellen.
zoet Hart van Maria, hart der Moeder Gods en onzer moeder! Voorwerp van welbehagen der aanbid-denswaardigste Drievuldigheid, en aller liefde en vereering van menschen en Engelen waardig!,
O Hart dat het Hart van Jesus het meest evennaart, wiens volmaakst evenbeeld gij zijt; Hart vol goedheid en innig medelijden met onze ellende, o gewaar-dig u, onze koude en versteende harten te verwarmen en te bewegen, en maak, dat zij vernieuwd en geheiligd worden in het hart van onzen goddelijken Verlosser. Stort er de liefde tot uwe deugden in, en ontvlam in hen het heilig vuur, waarmede Gij alleen bezield zijt. Waak over de Kerk Gods, bescherm haar, en .wees haar steeds eene zoete toevlucht,
na de H. Communie. 395
en eene onoverwinnelijke vesting tegen de aanvallen harer vijanden, wees gij onze weg die tot Jesus leidt, en het kanaal, waardoor ons alle genaden toevloeien, die wij tot ons heil noodig hebben, wees onze hulp in onzen nood, onze troost in ce bekoringen; onze toevlucht in vervolgingen; onze bijstand in gevaren; bijzonder echter in den laatsten strijd onzes levens, in het uur des doods, wanneer de geheele hel zal opstaan om onze ziel in het verderf te storten.
Ach, verlaat ons niet in dat vreese-lijk en schrikwekkend oogenblik, waarvan de gansche eeuwigheid afhangt.
Laat ons dan, o barmhartige Maagd! ondervinden, hoe teeder uw moederlijk hart jegens ons is, en wat Gij vermoogt op het H. Hart van Jesus, door ons bij die bron van barmhartigheid eene zekere toevluchtsplaats te bereiden, opdat wij hem in alle eeuwigheid in den heinel mogen aanbidden. Amen.
e b e d e q
onder de
H. MIS.
]3fi-sff manicf om is f). f^is fs finoPE» fer ffpf {ttr alterjaligsb ^aagfi ff^aria,
VOORBEREIDINGSGEBED.
)lmachtige, eeuwige God! met den diepsten ootmoed, met den vuri-gen wensch, U op waardige wijze te verheeriijken, offer ik U deze H. Mis op, welke Uw geliefde Zoon Jesus Christus in het laatste avondmaal ingesteld, en aan den boom des kruises op bloedige wijze heeft opgedragen.
Deze offerande breng ik U door de handen des priesters, in vereeniging met
Gebeden onder de H. Mis. 397
het bloedig offer des kruises en tot gedachtenis aan dit heilig verzoeningsoffer.
Dezen Uwen geliefden Zoon, tegelijk onze ware offergave en onzen hooge-priester, draag ik op aan uwe Eeuwige Majesteit; door Mem aanbid ik' U als mijn Heer en God, door Hem zeg ik oneindig dank aan U, mijn Schepper en liefdevollen weldoener; door Hem smeek ik U om vergiffenis mijner zonden en der zonden en misdaden van alle men-schen; door Hem bid ik U om genade en bijstand in alle aangelegenheden naar ziel en lichaam, en daar Gij Maria, de allerreinste Maagd, aan Hem tot moeder gegeven hebt, door wier medewerking het geheim onzer verlossing werd voltrokken, zoo smeek ik U, de gebeden, die ik U door bemiddeling dier hoog-gezegende Maagd opdraag, genadig te verhooren en aan te nemen.
O Maria, Moeder der barmhartigheid, tot U neem ik, arme zondaar, mijne toevlucht. Gelijk gij eenmaal onder het kruis stond van uw stervenden Zoon en uwe gebeden met de zijne vereenigdet tot heil der menschheid, sta ook mij zoo bij in dit heilig oogenblik, ontvlam
^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^
0 e b e tl e r\
onder de
H. MIS.
jJtPsfE raanifr om amp;e ]). j^is fe fionreu ftr fti'E {ifi1 flllfrjaligsft f^aria.
VOORBEREIDINGSGEBED.
)lmachtige, eeuwige God! met den diepsten ootmoed, met den vuri-gen wensch, U cp waardige wijze te verheerlijken, offer ik U deze H. Mis op, welke Uw geliefde Zoon Jesus Christus in het laatste avondmaal ingesteld, en aan den boom des kruises op bloedige wijze heeft opgedragen.
Deze offerande breng ik U door de handen des priesters, in vereeniging met
Gebeden onder de H. Mis. 397
het bloedig offer des kruises en tot gedachtenis aan dit heilig verzoeningsoffer.
Dezen Uwen geliefden Zoon, tegelijk onze ware offergave en onzen hooge-priester, draag ik op aan uwe Eeuwige Majesteit; door Hem aanbid ik' U als mijn Heer en God, door Hem zeg ik oneindig dank aan U, mijn Schepper en liefdevollen weldcener; door Hem smeek ik U om vergiffenis mijner zonden en der zonden en misdaden van alle men-schen; door Hem bid ik U om genade en bijstand in alle aangelegenheden naar ziel en lichaam, en daar Gij Maria, de allerreinste Maagd, aan Hem tot moeder gegeven hebt, door wier medewerking het geheim onzer verlossing werd voltrokken, zoo smeek ik U, de gebeden, die ik U door bemiddeling dier hoog-gezegende Maagd opdraag, genadig te verhoeren en aan te nemen.
O Maria, Moeder der barmhartigheid, tot U neem ik, arme zondaar, mijne toevlucht. Gelijk gij eenmaal onder het kruis stond van uw stervenden Zoon en uwe gebeden met de zijne vereenigdet tot heil der menschheid, sta ook mij zoo bij in dit heilig oogenblik, ontvlam
398 Gebeden onder
mijne godsvrucht, ondersteun mijne zwakke gebeden door uwe machtige voorspraak, opdat ik door U bij God genade vinde. Hem met U op waardige wijze love en verheerlijke en door U aan de quot;oneindige verdiensten van uwen Zoon deelachtig worde. Amen.
Als de Priester aan den voet van bet altaar de H. Mis begint, maak dan het h. kruisteeken, overdenk in 't kort uwe zonden, verwek daarna een akte van berouw: stel u onder de bescherming van Maria, en bid om vergeving, zeggende :
Ik belijd voor God almachtig, voor de allerheiligste Maagd Maria, den heiligen Aartsengel Michael, den H. Joannes den Dooper, de H. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen, en voor u, broeders, dat ik zeer gezondigd heb met gedachten, woorden en werken, door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld. Daarom smeek ik de allerheiligste Maagd Maria, den H. Aartsengel Michael, den H. Joannes den Dooper, de H. Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en u broeders, voor mij bij God, den Heer te bidden.
De almachtige God ontferme zich over ons, vergeve ons onze schulden, en
de H. Mis.
geleide ons ten eeuwigen leven. Amen.
Barmhartigheid, kwijtschelding en vergeving onzer zonden, verleene ons de almachtige en goedertierene Heer. Amen.
O God, Vader der barmhartigheid, groot en talloos zijn onze zünden en misdaden, waardoor wij uwe oneindige Goedheid en majesteit beleedigd hebben, doch nog grooter is uwe liefde en barmhartigheid jegens ons, zondaars.
Handel niet met ons volgens onze zonden, maar neem ons als Vader genadig op, en verontschuldig ons ter wille van Jesus, Uwen Zoon, en der voorspraak der allerzaligste Maagd Maria. Amen.
Heilige Maagd Maria, goede moeder. Gij hebt door uwe heiligheid en deugd genade gevonden bij God; bid voor ons, opdat wij ook bij Hem genade vinden, en van alle kwaad naar ziel en lichaam bevrijd worden. Amen.
Heer, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
399
4oo Gebeden onder
Heer, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
GLORIA.
Zalig zijt gij, en alle eer waardig, o Maria, gezegend onder de vrouwen, die gebaard hebt Dengene, die u geschapen heeft. Dien de engelen des hemels dienen en loven, Dien alle schepselen prijzen en verheerlijken, Dien wij aanbidden en danken als den Heer aller machten, Jesus Christus, den Eenigge-boren Zoon des Vaders, den Koning des hemels, het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, die alleen heilig is, alleen de Allerhoogste met den H. Geest in de heerlijkheid des Vaders. Hem zij lof en glorie, eer en aanbidding van eeuwen tot eeuwen. Amen.'
COLLECTE EN EPISTEL.
Wij bidden U, o Heer, bescherm deze vergadering door de voorspraak der zaligste en heiligste Maagd Maria tegen alle wederwaardigheid en bevrijd haar, die van ganscher harte hier voor U
de H. Mis.
nedergeknield en onderworpen is, van alle lagen der vijanden door Christus Onzen Heer. Amen.
Wij bidden U, o Heer, onze God, verleen aan uwe dienaren volkomene gezondheid naar ziel en naar lichaam, en door de glorierijke tusschenkomst der zalige en maagdelijke Moeder Gods Maria, bevrijd cns uit de ballingschap dezer aarde, en maak ons deelachtig aan de eeuwige vreugden des hemels, door Christus, Onzen Heer. Amen.
O God, Gij zijt altijd dezelfde Geest van waarheid, heiligheid en gerechtigheid: gelijk Gij in het oude verbond door de Profeten gesproken hebt, zoo spreekt Gij nu tot ons door uwe H. Kerk aan wie gij zelf de waarheid hebt medegedeeld. Eeuwige dank zij U voor de heilzame leer, die Gij ons door de leeraars uwer Kerk hebt doen toekomen. O, dat wij altijd in het geloof standvastig blijven! 1 )at wij altijd ons levend geloof in heilige werken toonen, en overeenkomstig het geloof leven. Wij bidden U om deze genade door de voorspraak van Maria, die door hare standvastigheid en door haar volhardend
401
402 Gebeden onder
vertrouwen bij U genade gevonden en voor de gansche wereld verkregen heeft. Laat ons, o God naar haar voorbeeld handelen, en door hare voorspraak aan de genade des heils deelachtig worden, die voor ons verdiend heeft Jesus Christus, uw en haar zoon, onze Heer, die met U leeft en regeert in eeuwigheid. Amen.
HET EVANGELIE.
O Jesus Christus, mijn God en mijn Verlosser, Gij zijt het licht, dat gekomen is om de duisternissen te verlichten. Alle heiligen en rechtvaardigen des Ouden Verbonds, van het begin der wereld af, hebben naar U verlangd, op U hunne hoop gesteld, en in die hoop genade en heil gevonden. Door Maria de reinste der maagden zijt Gij in de wereld gekomen. Zij, door U verlicht, door de Engelen onderwezen, heeft U voor alle anderen gekend, en U waarlijk boven alles bemind. Zij heeft al uwe leeringen in haar hart bewaard, en op de volmaaktste wijze nageleefd. O, mochten wij U zoo levendig erken-
de H. Mis. 403
nen zoo vast aan U gelooven, zoo innig U beminnen en zoo getrouw U dienen, gelijk zij het gedaan heeft! Geef ons deze genaden, o aanbiddelijke verlosser, wij bidden er U om door de verdiensten en voorspraak van Maria, door de kinderlijke liefde, die Gij steeds aan uwe Moeder getoond hebt. Wisch o Heer, onze zonden uit, door de woorden van het heilig Evangelie, en laat ons, als kinderen des lichts, voor U leven. Amen.
CREDO.
Herinner U, o glorierijke Maagd en Moeder Maria, welke vreugde uw hart ondervond, toen de heilige Driekoningen, uit het verre Oosten kwamen, en door het ware geloof verlicht, uw Kind als hunnen Heer en God aanbaden, en Hem offers brachten; ik bid U door deze vreugde, verkrijg mij bij uwen god-delijken Zoon de genade van in het ware geloof standvastig te volharden, uwen lieven Zoon als mijn Heer en God te aanbidden, als mijnen eeuwigen Koning en Rechter te vreezen en te eeren, als mijn Zaligmaker en Verlosser zonder
4.04 Gebeden onder
ophouden te erkennen en van ganscher harte te beminnen, opdat ik gelijk Gij, na een geloovig en ootmoedig leven op aarde, Hem eens in den hemel van aanschijn tot aanschijn aanschouwen en mij eeuwig met U in Zijne glorie moge verheugen. Amen.
Ik geloof in God den Vader, almach-tigen Schepper van hemel en aarde en in Jesus Christus Zijnen eeniggeboren Zoon onzen Heer, die ontvangen is van den H. Geest, geboren uit de Maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruist, gestorven en begraven: die nedergedaald is ter helle, ten derden dage verrezen van de doo-' den; die opgeklommen is ten hemel, zit aan de rechterhand Gods, Zijns Vaders almachtig, vandaar zal Flij komen oor-deelen de levenden en de dooden.
Ik geloof in den H. Geest, de heilige katholieke kerk, gemeenschap der heiligen, vergiffenis der zonden, verrijzenis des vleesches, en het eeuwig leven. Amen.
OFFERANDE.'
Zie genadig neder, o Heer, heilige
de H. Mis. 405
Vader, op de offerande des priesters, gelijk Gij welgevallig nedergezien hebt op de offergaven, die uwe maagdelijke Moeder met haar geliefd Kind, uwen eeniggeboren zoon, U in den tempel heeft gebracht; maak ons hart gelijkvormig aan haar allerzuiverst Hart, opdat wij U in ootmoedigheid mogen behagen; heilig deze offerande van brood en wijn, opdat zij door het geheim der liefde, veranderd worde in het Vleesch en Bloed van Hem, die zich gewaar-digd heeft door Maria aan U in den tempel te willen opgeofferd worden, die het heil is voor het aanschijn aller volkeren, het licht tot verlichting der heidenen, en tot verheerlijking van uw volk.
O Maria, getrouwe Maagd en Moeder, Gij hebt uwen eeniggeboren Zoonjesus Christus in den tempel opgeofferd, als het ware verzoenigsoffer, waardoor de zonden der wereld uitgewischt en de menschen wederom van God in genade zijn opgenomen. Welken dank zijn wij U niet schuldig voor uwe heldhaftige liefde tot ons, o goede Moeder. Gij hebt zooveel voor ons gedaan, vergeet ons ook verder niet, verzoen ons met
4o6 Gebeden onder
uwen zoon, vertoon ons aan uwen zoon. Offer hem op onze harten, opdat zij slechts Hem beminnen, den geliefden Zoon des Vaders en U, zijne beminnelijke Moeder.
Offer Hem ons verstand, en laat ons Hem immer beter kennen, die de wijsheid is des Vaders. Offer Hem ons geheugen, opdat wij geen oogenblik de liefde vergeten, die zich in Hem geopenbaard heeft.
Offer Hem onzen wil, want wij verlangen niets vuriger dan ons zeiven geheel en al te verloochenen, om Hem te verheerlijken en stipt te vervullen wat Hem aangenaam en welgevallig is. Niet onze wil, maar de wil van Jesus Christus geschiede in ons en door ons. Bid voor ons, o goede moeder, opdat deze offerande Hem welgevallig zij, en door de verdiensten van het bloedig offer des kruises ons alle genade verwerve, die voor het welzijn van ziel en lichaam noodzakelijk zijn. Verkrijg ons in het bijzonder de genade, dat wij naar uw voorbeeld God trouw dienen, Hem steeds gehoorzamen, in al ons doen en laten zijne meerdere eer zoeken, en op den
de H. Mis. 407
weg zijner geboden volharden, tot aan het einde van ons leven. Amen.
PREFATIE.
Het is billijk, rechtmatig en heilzaam dat wij te allen tijde en op alle plaatsen U dankbaar prijzen, heilige Heer, almachtige Vader eeuwige God, en dat wij bij dit feestelijk aandenken der zaligste Maagd Maria U loven, zegenen en verheerlijken. Want Zij heeft door de werking van den H. Geest uwen eeniggeboren Zoon ontvangen, en zonder hare maagdelijkheid te kwetsen aan de wereld het eeuwige Licht geschonken, Jesus Christus, onzen Heer, door Wien de Engelen, Uwe Majesteit loven, de Vorsten des hemels U aanbidden, de Machten voor U sidderen, de hemelen, en de Krachten der hemelen, en de zalige Seraphijn met eenstemmige blijdschap U loven.
Wij bidden U, laat ook onze stemmen met de hunnen tot U doordringen, die U smeeken, belijden en toeroepen: Heilig, heilig, heilig is de Heer, God van Sabaothl Hemel en aarde zijn vol van
4o8 Gebeden onder
uwe heerlijkheid! Hosanna in den Hoogel Gezegend Hij, die komt in den naam des Heerenl Hosanna in den Hooge.
CANON.
God, Hemelsche Vader! die uwen eeniggekoren Zoon tot heil der wereld hebt overgeleverd, laat ons de gedachtenis van zijn lijden en dood waardig vieren, en aan zijne oneindige verdien-slen deelachtig worden.
Stort uwe zegeningen uit over de offers van het brood en den wijn, die wij U op het altaar, door de handen des priesters opdragen. Laat deze offers U welgevallig zijn, opdat zij door uwe Almacht en Liefde in het Lichaam en Bloed van Jesus Christus veranderd worden, tot uwe hoogste eer, tot verheerlijking van Maria, de allerzaligste Maagd van geheel het hemelsch hof, en tot ons eeuwig heil.
Gedenk, o Heer, uwe heilige Kerk, voor welke uw Zoon Jesus Christus zijn kostbaar Bloed vergoten heeft, en bescherm en heilig haar door uwen al tij d-durenden bijstand.
de H. Mis.
Gedenk ook alle oversten en dienaren der Kerk en vervul hen met uwen geest, opdat zij met woorden en daden uwen naam voor de menschen altijd meer en meer verheerlijken.
Gedenk nog in het hijzonder nwen Stedehouder op aarde, onzen heiligen Vader N., onzen Bisschop N. en alle geestelijke en wereldlijke overheden.
Gedenk ook mijne ouders, broeders en zusters, mijne weldoeners, bekenden, mijne vrienden en vijanden, eindelijk allen, voor wie ik mij voorgenomen heb te bidden, en die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen, of voor wie ik verplicht ben te bidden.
Laat ons allen, o Heer, aan uwe genade deelachtig worden; voor allen immers hebt Gij uwen geliefden Zoon overgeleverd. Laat uwe liefde aan ons niet te vergeefs bewezen zijn: maar handel met ons volgens uwe oneindige barmhartigheid, ondat wij verlost worden van onze zonden, in rust en vrede u dienen en eindelijk het eeuwig leven vinden. Door Christus onzen Heer. Amen.
O Maria, moeder der genade, sta ons bij in dit gewichtig oogenblik waarop
409
4io Gebeden onder
Jesus, uw Zoon op dit altaar tot ons zal nederdalen. Bid voor ons, o heilige Moeder Gods, opdat wij waardig worden, met diepen eerbied Hem te aanbidden, onze oprechte hulde te brenger, Ie loven en te prijzen met alle koren der Engelen, Hem van ganscher harte te beminnen, met zijne liefde bezield te worden, en daarin te volharden tot het einde van ons leven. Amen.
CONSECRATIE.
Wees gegroet, waarachtig Lichaam van mijnen Verlosser, geboren uit de Maagd Maria. O Jesus! mijne liefde, gij zijt mijn Fleer en mijn God, ontferm U mijner 1 Ik aanbid U hier onder de gedaante des broods. Ik geloof in U, wijl gij de eeuwige waarheid zijt, versterk mijn geloof, opdat ik geloovende u altijd vuriger beminne. Laat mij U eens van aanschijn tot aanschijn aanschouwen in het rijk der eeuwige heerlijkheid: want Gij zijt mijn eenig verlangen, mijne eenige blijdschap, mijne eenige zaligheid, mijn Jesus en mijn alles. Amen.
de H. Mis.
BIJ HET OPHEFFEN VAN DEN KELK.
Allerheiligst Bloed, gevloeid uit het hart van mijn Heiland, reinig mij van al mijne zonden; verkwik mijne ziel, opdat zij sterk zij in hel goede: heilig mij in de waarheid en in de liefde, en en bewaar mijne ziel ten eeuwigen leven.
Schep in mij, o Jesus, een zuiver hart, en vernieuw den rechten geest in mijn binnenste.
Verwerp mij niet voor uw aanschijn, en neem den H. Geest niet van mij weg.
Geef mij de vreugde uws heils weder en versterk mij met uwen geest.
NA DE CONSECRATIE.
Eeuwige Vader, zie genadig neder op het aanschijn van uw Zoon Jesus Christus, die zich hier op het altaar als verzoeningsoffer aanbiedt tot vergeving onzer zonden. Neem dit offer van zijn Vleesch en bloed genadig aan en ontferm U over ons en alle geloovigen om de verdiensten van zijn bitter lijden, van zijne verrijzenis, en zijne glorierijke hemelvaart. Aanhoor de stem
411
412 Gebeden onder
van zijn smeeken: zijn bloed roept tot U veel luider dan het bloed van den onschuldigen Abel, en het roept niet om wraak, maar om genade en verzoening.
Gewaardig U, het gebed van uwen Zoon te verhooren, en om zijnentwille ons barmhartigheid te bewijzen. Laat dit heilig onbevlekte offer U welgevallig zijn, opdat wij allen, die aan dit heilig offer deelnemen, met alle hemelsche zegeningen en genaden vervuld worden door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Gedenk, ook, o Heer, uwe dienaren en dienaressen die ons met het teeken des geloofs zijn voorgegaan en in vrede rusten (noem hier de afgestorvenen, voor wie gij bidden wilt.) Verleen, o God, dat deze en allen, die in Christus gestorven zijn, tot de plaats des vredes en des lichts en tot het genot der eeuwige zaligheid geraken mogen, door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
Maak ook ons, zondaars, uwe dienaren, die vertrouwen op de grootheid uwer barmhartigheid, deelachtig aan het gezelschap uwer Heiligen, voornamelijk echter van de allerheiligste maagd Maria
de H. Mis.
wier aandenken wij vieren, op wier voorspraak bij U wij groot vertrouwen stellen, en wier gebed U steeds welgevallig is. Help ons door hare bemiddeling, opdat wij onder hare bescherming van alle kwaad bevrijd, in deugd en heiligheid ons leven doorbrengen, en eens in haar gezelschap en dat van alle Heiligen de eeuwige zaligheid bezitten en genieten mogen. Amen.
PATER NOSTER.
Onze Vader, die in de hemelen zijt, geheiligd zij Uw naam, ons toekome Uw rijk. Uw wil geschiede op aarde als in den hemel, geef ons heden ons dage-lijksch brood, en vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven onze schuldenaren, en leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van den kwade. Amen.
Mijn God en Vader! dit alles wat ik door deze zeven beden van het Onze Vader aan U gevraagd heb, geschiede tot uwe eer door de verdiensten van uwen Zoon Jesus, amen; het geschiede geheel volgens uw welbehagen, gelijk uwe vaderlijke zorg weet, dat het tot heil mijner ziel verstrekken zal.
413
414 Gebeden onder
Wees gegroet, Maria, vol van genade de Heer is met U, gezegend zijt Gij boven alle vrouwen en gezegend is de vrucht uws lichaams Jesus. â Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onzen dood. Amen.
O Maria, verlaat mij niet, bid voor mij bij God, bij uwen goddeliiken Zoon mijnen Heer en mijnen eeuwigen Rechter.
Aan uwe bescherming, aan uwe voorspraak beveel ik mij heden en alle dagen mijns levens, o goedertierene, o machtige Maagd Maria. Amen.
Heer Jesus Christus! O mocht ik een hart bezitten zoo rein en zoo heilig als dat uwer maagdelijke Moeder, om U waardig te ontvangen en in mij te laten wonen. Ik ken mijne onwaardigheid, maar ik ken ook Uwe oneindige goedheid en liefde, en daarop steunende, kom ik tot u, en bid U met diepe ootmoedigheid, sluit mij niet uit van uw heilig gastmaal, laat mij deelnemen aan de nuttiging van uw heilig Lichaam en Bloed, laat mij door deze hemelsche spijs gesterkt, met U zoo vereenigd worden, dat ik in alle eeuwigheid niet
de H. Mis.
meer van U gescheiden worde. Amen.
DE H. COMMUNIE.
Als gij niet werkelijk communiceert, verricht dan de geestelijke communie en zeg met den priester:
O Heer, ik ben niet waardig dat gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts één woord en mijn ziel zal gezond worden. (Driemaal.)
O Jesus, hoe zoet, hoe genadig en liefdevol zijt Gij voor hen, die U van ganscher harte zoeken! Hoe aangenaam zijt Gij voor hen, die U beminnen en bezitten. Ik weet, dat mijne zonden mij beletten deze hemelsche spijs in werkelijkheid te nuttigen: maar Gij weet ook, o mijn Jesus, dat ik U bemin, of ten minste verlang U te beminnen, gelijk het dorstig hert smacht naar eene frissche waterbron. Weiger mij dan de kruimels niet die van deze heilige tafel vallen. En al ben ik ook niet waardig, dat gij in mijne ziel komt, zoo spreek slechts één woord van genade en ik zal naar lichaam en ziel gezond worden.
Reinig mij van al mijne zonden, genees al mijne wonden, sterk mijne zwak-
415
4l6 Gebeden onder
heid, vernieuw en verlevendig mijn geest door uwe genade; geef mij kracht om het kwaad te overwinnen, het goede te beoefenen en in de volmaaktheid van mijn staat dagelijks vorderingen te maken; dat ik in waarheid kunne zeggen; Ik leef, doch niet ik, maar Christus leeft in mij.
ZIEL VAN CHRISTUS HEILIG Mijl
Onverhevene Maagd en Moeder Gods Maria 1 die waardig zijt bevonden geworden, denzelfden Verlosser der wereld, die zich onder de gedaanten van brood en wijn als de spijs onzer zielen aanbiedt, in uwen maagdelijken schoot te dragen, en aan de wereld te schenken; verkrijg ons, dat ook wij waardig worden, Jesus in ons hart te ontvangen en te bewaren, ü beminnenswaardigste moeder, dank uwen Zoon voor ons, heb medelijden met onze ellende en maak ons door uwe verdiensten minder onwaardig Jesus te ontvangen. Bid voor ons, opdat wij door U aan de volheid dei-genaden deelnemen, die in dit Sacrament verborgen is. Verkrijg voor ons
[de H. Mist
een vast geloof, een kinderlijk vertrouwen, eene vurige liefde, de ware ootmoedigheid des harten, de gehoorzaamheid van wil en verstand, eene vlekkelooze reinheid naar lichaam en ziel, een leven-digen afschuw van alle kwaad, en eene vurigen ijver voor alle goed: opdat wij in ons leven Jesus verheerlijken, in alle bezigheden Jesus zoeken, en eindelijk Jesus vinden en bezitten in alle eeuwigheid. Amen.
NA UE H. COMMUNIE.
O, barmhartige God, kom onze zwakheid genadig te hulp, opdat wij door de voorspraak der H. Moeder Gods, wier gedachtenis wij vieren, uit onze zonden en misdaden opstaan, om U in een nieuw leven te dienen, door Christus onzen Heer. Amen.
ITE, MISSA EST.
Laat u, o allerheiligste Drievuldigheid de volbrachte offerande van den priester welgevallig zijn, die wij met hem U hebben opgedragen, en neem ze gena-
417
14
4i 8 Gebeden onder
dig aan, opdat zij ons en allen voor wie wij ze opgedragen hebben, tot verzoening en tot heil strekte, door Christus, onzen Heer. Amen.
Zegene ons de almachtige God de Vader, f de Zoon f en de H. Geest â¢{â¢. Amen.
HET LAATSTE EVANGELIE.
O Jesus, Eeuwig woord des Vaders, uit liefde tot ons zijt Gij uit de maagd Maria geboren om ons te verlossen en zalig te maken. Gij kwaatnt in de wereld als het ware licht om den weg des heils en des eeuwigen levens te toonen. Geleid ons op al onze wegen, opdat de duisternissen ons niet overvallen, en in dwaling brengen. Geleid ons op den-weg uwer geboden, opdat wij heilig leven en zalig sterven. Amen.
NA DE H. MIS.
Goede God! ik dank U dat gij mij aan deze heilige offerande hebt laten deelnemen. Vergeef mij alle fouten en onvolmaaktheden van lauwheid en ver-
de H. Mi». 419
aor strooidheid, die ik daarbij begaan heb.
'er- Ik maak het vaste voornemen geen
ris- zonden meer te bedrijven, en in al mijne
gedachten, woorden en werken zoo bede hoedzaam te zijn, dat ik de vruchten t i- van dit heilig misoffer niet verlieze; zegen mij, almachtige God en Vader, in mijn arbeid, opdat ik hem met een zuivere meening, tot uwe meerdere eer en naar uw welbehagen verrichte, srs, Laai mij altijd met U vereenigd blij-igd ven, opdat al mijne ondernemingen door en U gezegend, geheiligd en gelukkig vol-eld trokken worden.
3es O Maria, mijne toevlucht en troosteres,
en. dank met mij den Heer voor de genaden,
dat die ik genoten heb, en smeek Hem,
en dat ik de vruchten der verlossing nooit
en- verlieze. Toon, dat Gij waarlijk mijne
ilig moeder zijt, en beveel mij aan Jesus
uwen goddelijken Zoon, opdat Hij zich over mij ontferme, mij altijd en overal bescherme, en ik nooit iets anders zoeke, dan uwe meerdere eer en uwe verheer-mij lijking. Amen.
ten Eere zij den Vader, den Zoon en den
en H. Geest; gelijk het was in het begin,
er- nu en altijd en in alle eeuwigheid. Amen.
420 Gebeden onder
Lof en eer zij ook aan de Koningin des hemels en alle lieve Engelen en Heiligen. Amen.
Troeebe manier mn k jj. Pfis te jiaoren icr cers öer smarfDnlle jSnis.
BIJ HET BEGIN DER H. MIS.
anbiddenswaardige God, ik verschijn voor uwen troon, en wacht met ongeduld het oogenblik af, waarop Jesus de goddelijke Hooge-priester het verzoeningsoffer op het altaar voltrekt, en ons door het bijwonen dezer heilige offerande ook aan zijne verdiensten laat deelachtig worden.
ü God, ik wil met innige godsvrucht dit heilig offer bijwonen, want in en door Jesus hebt Gij ons alles gegeven, wat ons eeuwig gelukzalig maakt. Maar, o liefdevolle God! ik ben onwaardig hier te verschijnen, want ik ben een zondaar.
d3 H. Mis.
Ik belijd voor U, dat ik dikwijls en zwaar gezondig heb. Vol vertrouwen echter op de verdiensten van mijnen Verlosser, klop ik op mijne borst en roep tot U: O God! wees mij, arme zondaar, genadig.
Eeuwige God, neem dit H. Misoffer met welgevallen aan, tot uwen lof en uwe verheerlijking, alsook ter vereering der allerzuiverste maagd en Moeder van Jesus, die Gij voor allen hebt uitverkoren om de gezegendste onder de vrouwen, maar ook de smartvolste onder de moeders te zijn.
Verleen, o Heer, dat ik haar lijden met eerbied gedenke, en aan de verdiensten van Jesus' lijden deelachtig worde.
Heilige Maria! ach, tot welke smarten heeft God U bestemd, toen Hij U tot zijne moeder uitverkoor. De engel groette u als vol van genade, en toch gingen uwe levensdagen in armoede, kommer en smarten voorbij. Eene zee van bitterheid werd eertijds over U uitgegoten, toen de vrome Simeon tot u de woorden richtte: »moeder! een zwaard van droefheid zal uw hart doorboren.quot;
421
422 Gebeden onder
Ach deze voorzegging werd in U geheel vervuld. Doch thans zijt Gij de gelukzaligste: want Gij hebt zonder de bitterheden des doods te smaken, door stille overgeving aan de beschikkingen Gods, den palm van het martelaarschap verworven. Bid voor mij o liefdevolle moeder, opdat ik in al mijn lijden, standvastig op God vertrouwende van alle kleinmoedigheid bevrijd blijve door Jesus Christus onzen Heer. Amen.
GLORIA.
Eere zij God in den hooge, en vrede op aarde aan de menschen van goeden wille. O God! ik vereenig mijn gebed met den lofzang der Engelen te Bethlehem. Met u, hemelsche geesten, aanbid ik in eerbiedige bewondering het geheim der menschwording van mijnen Heiland, Jesus Christus.
Heilige Maria, Moeder Gods, ik herinner U aan die vreugde, waarmede gij voor de eerste maat den mensch-geworden Zoon Gods aan uw moederlijk hart druktet; ik herinner U echter ook aan die smart, die Gij ondervondt bij de besnijdenis van uw Kind en de
de H. Mis.
voorzegging van Simeon. Bid voor mij heiligste aller moeders, opdat geheel mijn leven een voortdurende verheerlijking zij van God, mijnen Heer. Amen.
COLLECTE.
Almachtige God! reinig onze harten, en stem ons gemoed tot godsvrucht, opdat wij met den priester vereenigd, den kruisdood van onzen Verlosser op het altaar waardig herdenken en vernieuwen. Verleen, dat wij met innige vereering de smartvolle moeder van onzen Heiland indachtig zijn, wier hart met vreeselijken angst vervuld werd, toen Herodes het Kind zocht te dooden. Ik aanbid U met diepen eerbied in dit groot geheim, o wonderbare God! en offer U allen kommer, alle bittere zorgen op die de heiligste moeder op de droevige vlucht naar Egypte geleden heelt. Laat ons, uwe dienaren en dienaressen, door de voorspraak der maagdelijke moeder uws Zoons van tijdelijke wederwaardigheden bevrijd, en eens in het genot der eeuwige vreugden zalig worden, door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
424 Gebeden onder
EPISTEL.
Les uit het boek Judith. VIII, 22â25.
De Heer heeft U gezegend door zijne kracht; want door U heeft Hij onze vijanden vernietigd. Gezegend zijt Gij, o dochter! van den Heer, die hemel en aarde geschapen heeft; want heden heeft hij uwen naam zoo verheerlijkt, dat alle menschen U altijd zalig zullen prijzen; Gij hebt niet gevreesd uw leven op te offeren, om de slavernij en verdrukking van uw volk te verwijderen, en Gij hebt het bevrijd van den ondergang voor het aanschijn van onzen God.1
STABAT MATER.'
Schreiend naast het kruis gebogen1 Stond de moeder, diep bewogen,
Daar de zoon doornageld hing,
En haar in 't verzuchtend harte Krimpende van wee en srnarte 't Zevenvoudig slagzwaard ging/
O hoe droevig, hoe vol rouwe,
Was die zegenrijke vrouwe.
Om Gods eengeboren Zoon;
Ach, hoe streed zij! ach, hoe kreet zij.
En wat folteringen leed zij,
Bij des Reinsten smaad en .loon.
de H. Mis.
o Wie kan zijn tranen houên,
Bij het vreeselijk aanschouwen Hoe haar boezem openrijt?
Wie kan zonder mee te weenen Christus moeder, hooren steenen,
Daar zij met haar zone lijdt?
Ach, voor uw en mijne zonden,
Zag zij Jesus dus doorwonden.
Door de wreede geeselstraf;
,t Dierbaar kind zag zij hier lijden.
Heel alleen den doodkamp strijden Tot Hij God den geest hergaf.
Geef, o moeder van genade.
Dat ik al, wat u belaadde.
Met u drage, en met u ween'!
Dat de liefde mij doorblake.
En mij Christus minnend make, Hem behagend. Hem alleen.
Reine moeder, druk de smarte Van het lijden in mijn harte,
Dat den kruisling nederboog,
Dat ik al, wat Hem doorwoelde,
Al de wonden, die Hij voelde,
Met u lijdend deelen moog.
Mocht ik klagen, al mijn dagen,
Innig al die smarten dragen Tot het leven mij ontvlucht,
Willig u naar 't kruis te leien Met u sidd'ren, met u schreien Is mijn teerste boezem«ucht.
425
14 $
426 Gebeden onder
Maagd der maagden nooit volprezen,
Werd mij deze gunst bewezen,
Dat ik aan uw zijde klaag,
Doe mij strijden, doe mij lijden,
Christus striemen langs de zijden Waar ik eeuwig van gewaag.
Werd me een deel dier pijn geschonken Make 't kruis mij vreugdedronken Door de liefde van uw Zoon!
'k Voel mijn ziel in vlam gerezen.
Wil gij dus mijn voorspraak wezen Als ik sta voor 's Rechters troon.
Maak dat mij het kruis beware.
Dat mij Christus sterven spare,
Zij de schaauw van zijn gena.
En zal eens mijn lichaam sterven Doe mijne ziele dan beërven 't Heerlijk Paradijs hierna!
EVANGELIE.
Volgens den H. Joannes. XIX. 25â27.
Onder het kruis van Jesus stonden zijne moeder en de zuster zijner moeder, Maria, de vrouw van Cleophas, en Maria Magdalena. Toen nu Jesus zijne moeder, en den leerling, dien Hij lief had, zag staan, sprak Hij tot zijne Moeder: Vrouw, ziedaar uw Zoon! Daarna sprak hij tot den leerling: Zie-
de H. Mis.
daar uwe Moeder. En van dat uur af nam zij den leerling tot zich.
CREDO.
Mijn God, ik geloof vastelijk en neem voor waar aan alles, wat Gij onze Moeder de eene, ware, heilige en Apostolische Kerk geopenbaard hebt. Voor elke waarheid van mijn heilig geloof, ben ik bereid mijn leven te geven.
In deze geheele onderwerping van hart en geest leg ik voor U dezelfde geloofsbelijdenis af, die de priester aan het altaar in naam van alle geloovigen uitspreekt. Ik dank U voor de groote genade, die Gij mij bewezen hebt, door mij te roepen tot het ware licht des geloofs. Plechtig vernieuw ik heden het verbond, dat ik met U in het H. Doopsel gesloten heb, en verzaak opnieuw aan den Satan, aan al zijne werken, aan al zijne listen en lagen.
Verleen slechts, o God, dat ik u c zaligmakende leer immer meer erke ne, en tot heil mijner ziel aanwende.
O allerheiligste Maagd Maria! ik herinner mij al den angst van uw moeder-
427
428 Gebeden onder
lijk hart, toen Gij uwen verloren Zoon drie dagen lang zocht, totdat Gij Hem eindelijk in den tempel te Jeruzelem terugvondt. Door deze uwe smarten verkrijg mij de genade, dat ik mijn Jesus nooit verliezen moge en mocht dit ongelukkigerwijze ooit geschieden, dat ik Hem dan met een berouwvol hart zoeken, en als eenen barmhartigen God terugvinden moge; door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
DE OFFERANDE.
Heilige Vader, almachtige, eeuwige God, neem het offer, dat wij door de handen des priesters op het altaar neerleggen, welgevallig van ons aan. Wij offeren U het goddelijk Lam, dat voor ons allen geslachtofferd is geworden, en wij bidden door de verdiensten van het lijden en den dood van Jesus, dat Gij de katholieke Kerk van alle rampen wilt bevrijden. O Godl verhoor ons ootmoedig smeeken, en verleen ons, die het smartvolle lijden der allerheiligste Moeder van Jesus met deelneming overwegen, dat wij op hare machtige
de H. Mis.
voorspraak, door de verdiensten van uwen Zoon, onzen Heer, met de zaligheid der heiligen in den Hemel beloond worden.
O bedroefde, maagdelijke Moeder van Jesus, ik gedenk met droefheid het smartelijk oogenblik, waarop Gij Jesus uwen inniggelie.'den Zoon, met het kruis op zijne schouders ontmoettet. O, wat diepe wonde heeft dit oogenblik in uw moederhart geslagen !.....
Ach lijdende en smartvolle Moeder, ik neem deel in uw lijden, en aanbid met bewondering de beschikkingen Gods; want God heeft U met zijne hemelsche kracht gesterkt. Hooggeprezen zij de Heer in eeuwigheid.
Eere zij den Vader, den Zoon en den H. Geest, gelijk in het begin nu en altijd. Amen.
SANCTUS.
Onuitsprekelijk groote God, ik aanbid U in eerbiedige bewondering, want weldra begint het verhevenste wonder uwer goedheid en liefde, en wij erkennen uwe macht in dit groot geheim,
429
43° Gebeden onder
waarvoor hemel en aarde in aanbidding ter neder liggen.
O heerlijkheid en kracht van mijnen God, versterk mijn zwak geloof, opdat ik van de heiligheid der handeling die nu voltrokken wordt, diep doordrongen zij. Eeuwige God, het is billijk en rechtmatig, dat alle Engelen en Heiligen U met luider stemme loven, terwijl de priester, uw bedienaar, het heiligste werk volbrengt. Daarom willen ook wij, al machtige, eeuwige God, U dankzeggen en U loven in Jesus Christus, onzen Heer, en in het aandenken der smartvolle Maagd, die in diepe droefheid onder het kruis stond. Zij zag haren geliefden Zoon aan het schandhout hangen, en hoorde Hem me; luider stemme uitroepen: Vader! het is volbracht. â Hemel en aarde kunnen de diepte van dit geheim niet doorgronden.
O mijn God! had ik toch het verlangen, waarmede de heil ge Patriarchen de komst van den Messias verwachtten! Had ik toch hun geloof en hunne liefde! Kom, Heer Jesus! kom, lisfdevolle Verlosser der wereld, kom, gij Lam Gods,
de H. Mis.
aanbiddenswaardig slachloffer, en neem van mij weg, hetgeen U mishaagt.
DE CONSECRATIE.
O Jesus, Zoon Gods, wees mij genadig; Jesus, zoon van David, wees mij barmhartig; Jesus, Zoon der Maagd Maria, vergeef mij mijne zonden. O mijn Verlosser, wasch mijne vlekken en zwakheden door uw goddelijk bloed uit, door uw kostbaar bloed versterk mij in het goede; door uw genaderijk bloed verleen mij de volharding tot het einde.
NA DE CONSECRATIE.
Jesus, mijn Heer en mijn Godl met diepen eerbied aanbid ik U onder de gedaante van brood en wijn: Gij zijt groot en schrikwekkend, maar ook oneindig barmhartig, daarom bid ik U, keer uw aanschijn tot ons, die hier vergaderd zijn, en laat dit heilig offer door de handen der Engelen tot voor den troon uws hemelschen Vaders gebracht worden opdat Hij er door verheerlijkt worde, en wij allen, die hier
431
432 Gebeden onder
gemeenschappelijk U met vleesch en bloed op het altaar tegenwoordig aanbidden, met hemelschen zegen en uwe genade vervuld worden.
Liefdevolle Jesus, die altijd bereid zijt een ieder te helpen, niet alleen bid ik U voor mijne eigene noodwendigheden, maar voor allen smeek ik U voor wie ik verplicht ben te bidden of die zich in mijne gebeben hebben aanbevolen. Mogen ook de vruchten dezer H. Offerande toekomen aan hen, die in vrede gestorven zijn, maar nog in het vagevuur voor hunne zonden lijden. Verleen hun de verlossing uit hunne pijnen, en geef hun de eeuwige rust.
Onze Vader..... Wees gegroet.....
Naast het kruis van Jesus stonden zijne Moeder en hare zuster, de vrouw van Cleophas, ook Salome en Maria Magdalena.
O Heilige volgelingen van Jesus, die den Godmensch onder een schrikkelijk lijden zaagt sterven, bidi; voor ons, opdat God mijn gebed verhoore; want hier is immers dezelfde Jesus tegenwoordig en offert zich wederom aan zijnen hemelschen Vader op. I.aat ons Hem
de H. Mis.
hier aanbidden in het werk zijner liefde, zijner genade en barmhartigheid. Laat ons Hem loven en danken, die zich voor onze zonden overleverde; biedt Hem onze dankzegging aan, opdat zij Hem aangenaam zij: door denzelfden Jesus Christus onzen Heer. Amen.
DE H. COMMUNIE.
Allerheiligste Maagd Maria, lijdende moeder 1 welke overmaat van droefheid vervulde uwe ziel toen uw geliefde Zoon van het kruis werd afgenomen. Nooit was er een moederhart, dat zoo teeder beminde als het uwe; want Gij bemindet in Jesus niet slechts den beminnens-waardigsten Zoon en den beste aller menschen, maar gij hemindet in Hem uwen God ; en deze beminnenswaardigste Zoon, deze aanbiddenswaardig® God en Heiland ligt nu ontzield op uwen schoot. Ach, welk een hartverscheurend oogen-blik was het, toen Gij den onschuldigsten Jesus, met wonden en bloed bedekt, en om onze zonden den smartvolsten dood gestorven, in uwe armen aanschouwdet. Moeder van smarten! Gij kondt waarlijk
433
434 Gebeden onder
uitroepen: O gij allen, die hier voorbij gaat, ziet, of er eene smart is, gelijk aan de mijne! «
O diep bedroefde Moeder! vereenig uw lijden, zuchten en tranen met onze gebeden, en beveel zelf onze aangelegenheden aan uwen goddelijken Zoon, die tot gedachtenis zijner begrafenis in het hart des priesters nederdaalt. O, ware ook ik waardig het allerheiligste Lichaam met den priester te nuttigen. Daar ik echter deze genade geheel onwaardig ben, zoo bid voor mij, liefdevolle Moeder, uwen goddelijken Zoon, dat Hij op geestelijke wijze tot mij kome en mij heilige, om Hem bij de eerstvolgende H. Communie godvruchtig te ontvangen, opdat ik door het ontvangen van zijn heilig lichaam en bloed in alle deugden versterkt worde, die mij het eeuwige leven waardig maken: door Jesus Christus onzen Heer. Amen.
NA DE H. COMMUNIE.
Allerheiligste Drievuldigheid! Neem deze H. Offerande, die ik nu bijgewoond heb, genadig aan; dat zij als een bewiis
de H. Mis.
van mijnen'eerbied en mijner aanbidding U aangenaam zij en omdat ik gedurende dezelve ook het lijden en de smarten der maagdelijke moeder des Heeren overwogen heb, hoop ik vol vertrouwen, dat deze Koningin der martelaren voor mij in den hemel zal bidden, opdat ik door haren heiligen levenswandel op aarde na te volgen ook zoo gelukkig worde als Zij, zoo geduldig en onderworpen alle lijden en wederwaardigheden uit de hand Gods aanneme gelijk de nederige dienstmaagd des Heeren zulks gedaan heeft. Dat de Allerzaligste Maagd bijzonder voor mij bid-de, opdat ik een gelukkig sterfuur bekome, en onder hare bescherming tot het eeuwige leven moge ingaan, door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
BIJ DEN ZEGEN DES PRIESTERS.
O liefderijke God! zegen mij in alle omstandigheden des levens, gelijk Gij de moeder vau uwen Zoon in hare zeven smarten gezegend hebt, zoodat zij bij al haar lijden en wederwaardigheden zich geheel en al aan uwen heiligen wil
435
43ö Gebeden onder
overgaf. In den naam des Vaders, des Zoons en des H. Geestes. Amen.
SLOTGEBED.
O Jesus Christus, mijn Verlosser! met een bewogen hart dank ik U voor het groote geluk, dat ik wederom de onbloedige vernieuwing heb kunnen bijwonen van het Offer, dat Gij op bloedige wijze aan het kruis voltrokken hebt. Ik bad gedurende deze heilige plechtigheid, met berouw en leedwezen over mijne zonden, en draag nu den zegen des hemels in mijn hart.
O Jesus, geef mij kracht, opdat ik dezen kostbaren schat nooit verlieze door nieuwe zonden.
Met deelneming heb ik ook uw lijden herdacht, o Moeder van Jesus. Gij stondt onder het kruis, en iedere zucht, ieder woord van uwen stervenden Zoon, doorboorde als een scherp zwaard uw minnend moederhart.
O beklagenswaardigste aller moeders ! wie zou niet met U weenen bij het overwegen van zooveel smarten.
Gij zaagt zijn bloed vloeien, gij hoor-
de H. Mis.
437
det hem roeper-: Vader ivaarom hebt gij mij verlaten? Gij wist en gij moest getuige zijn, zonder hulp te kunnen bieden, hoe uw geliefde Jesus in de grootste martelingen zijn werk volbracht. Gij leedt meer dan de andere vrouwen, dan de vrienden van Jesus, die bij zijne kruisiging tegenwoordig waren, dewijl Gij Hem ook meer dan alle anderen bemind hebt. O smartvolle moeder, blijf voor mij altijd eene milddadige beschermster, draag zorg voor mij in mijn leven, en wanneer ik eens in mijn sterfuur, van alle menschen verlaten, uwen H. Naam zal aanroepen, o Maria! gedenk dan deze heilige Offerande waarin ook het aandenken van uw smartelijk lijden is gevierd geworden; wees dan de liefde indachtig die ik u toedraag en wees mijne troosteres, mijn bijstand in den laatsten strijd, mijne voorspreekster bij den goddelijken Rechter, bij Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.
âÃMSKJâ
438 Gebeden onder
Ptrbf manier om ie p. f^is !e fjooren. T^oor bt pnerleienen.
âgt;C5gt;lt;-â
christelijke rouwmoedigheid naderen wij tot het altaar, om U, eeuwige Vader, uwen eeniggebo-ren ^00n tot: troost en lafenis der geloovige zielen als offer op te dragen. Zij scheidden uit dit leven in de gemeenschap der H. Kerk, en in het geloof van Jesus Christus, en aanschouwen daarom uit hunnen kerker met innig verlangen zijn heilig kruis, en wachten met ongeduld op het uur der verlossing. Geef, bidden wij U, dat het onbloedige offer van Uwen Zoon hun tot troost verstrekke, en verhoor door Hem onze gebeden, die wij voor die arme zielen storten; wees hun genadig ter wille van fesus, uwen geliefden Zoon.
Bijzonder echter bevelen wij aan uwe barmhartigheid, onze overledene ouders, broeders, zusters, bloedverwanten, vrienden en weldoeners en allen, die wij
de H. Mis.
ergernis mochten gegeven hebben of die om onzentwille in het vagevuur lijden.
Vergeld Gij hun in de eeuwigheid het goede dat zij ons gedaan hebben; scheld hun de straf kwijt die zij aan ons verdiend hebben.
Evenwel, barmhartige en rechtvaardige God, wij zelf zijn zondaars, en hebben zoo dikwijls uwe heilige geboden overtreden; daarom slaan wij rouwmoedig op onze borst en zeggen: Heer, wees ons, arme zondaars, genadig 1
BIJ HET BEGIN DER H. MIS.
Heer geef hun de eeuwige rust, en het eeuwige licht verschijne hun. U betaamt een loflied, o God in Sion; en U zal gelofte gedaan worden in Jerusalem; verhoor mijn gebed, alle vleesch zal tot U komen. Heer, geef hun de eeuwige rust en het eeuwige licht verschijne hun.
Heer God, ontferm U onzer!
Christus, verhoor ons!
Heer God, ontferm U onzer 1
GEBED DER KERK OP ALLERZIELENDAG.
O God, Schepper en Verlosser aller
439
44° Gebeden onder
geloovigen, verleen aan de zielen uwer dienaars en dienaressen vergiffenis van alle zonden, opdat zij de kwijtschelding daarvan, die zij altijd verlangd hebben, door godvruchtige gebeden verkrijgen mogen. Gij die leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED VOOR AFGESTORVENE OUDERS.
O God, die ons geboden hebt, vader en moeder te eeren, ontferm u edelmoedig over de zielen van mijn vader en mijne moeder; vergeef hun alle zonden en laat mij hen eens in de vreugde des eeuwigen lichts aanschouwen. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid van God den H. Geest, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
VOOR AFGESTORVENE BLOEDVERWANTEN EN VRIENDEN.
O God, uitdeeler der barmhartigheid, en beminnaar van het mensche-lijk geslacht, wij smeeken uwe goedheid dat Gij de zielen van onze afgestorven»
de H. Mis.
broeders en zusters, vrienden en weldoeners, door de voorbede der allerzaligste Maagd en van alle heiligen, tot uwe zalige aanschouwing moogt toelaten. Door onzen Heer Jesus Christus enz.
VOOR EEM AFGESTORVENEN PRIESTER.
Verleen genadig, o Heer! dat de ziel van uwen dienaar N. dien Gij hier op aarde met de priesterlijke waardigheid bekleed hebt, daar in het hemelsch Sion onder de schaar uwer priesters worde opgenomen. Door Jesus Christus enz.
GEBED OP DEN DAG DER BEGRAFENIS.
O God, wien het eigen is altijd genadig te zijn en te sparen, wij bidden U ootmoedig voor de ziel van uwen dienaar (dienares) N, die Gij uit deze wereld geroepen hebt, lever haar niet over in de handen uwer vijanden en vergeet haar niet voor eeuwig; maar laat haar door uwe heilige Engelen opnemen, en in het hemelsch paradijs binnenvoeren, opdat zij, die in U geloofd e«i op U gehoopt heeft, van de straften
441
442 Gebeden onder
dezer wereld fbevrijd, tot de eeuwige vreugde geraken mogen. Door Jesus Christus enz.
EPISTEL.
Broeders, wij willen u niet in onwetendheid laten, wat de afgestorvenen betreft, opdat gij niet treurt gelijk anderen, die geene hoop hebben; want gelijk wij gelooven dat Jesus Christus gestorven en verrezen is, zoo zal God ook hen, die in Christus gestorven zijn met zich voeren (ter opstanding.) Want de Heer zelf zal bij het geschal der bazuinen van den hemel nederdalen, en die in Christus gestorven zijn zullen het eerst verrijzen. Dan zullen zij, die nog leven, tegelijk met hen, Christus te gemoet gevoerd worden, en zoo zullen wij dan altijd bij den Heer zijn. Troost elkander met deze woorden.
Heer geef hun de eeuwige rust.
1\. En het eeuwige licht verschijnehun.
De rechtvaardige zal in eeuwige gedachtenis blijven; hij zal voor geen kwaad vreezen. Ontsla, o Heer, de zielen der afgestorvenen van de banden hunner
de H. Mis.
zonden, en verleen hun kwijtschelding volgens uwe barmhartigheid van de straffen des oordeels.
DIES IRAE.
De toorne dag, die dag snelt aan,
Als de aarde in vlammen op zal gaan,
Gelijk Silbyl en David spellen.
Wat angst treft dan niet ieders borst, Wanneer Hij, de Opperhemelvorst Het vonnis over de aard komt vellen.
En 't graf, op schel bazuingeluid
Van schrik verbleekt, zijn schoot sntsluit,
Om alle stof te zien ontwaken:
Terwijl natuur verbaasd en stom
Dien onafzienbren volkendrom
Des Rechters vierschaar ziet genaken.
Dan wordt het schuldboek aangebracht, Waarin heel 't menschelijk geslacht Zijn goed en kwaad zal zien geschreven.
En heeft de rechter 't pleit beslist Zoo is daarbij geen feit gemist Geheim of openbaar bedreven.
Ach mij, ellendige, als ik ben
Die hier in 't stof reeds schuld beken
Hoe zal ik 't vonnis daar ontvluchten;
443
444 Gebeden onder
Wie keert dan 't vreeselijk oordeel af
Der mij beschoren hellestraf
Daar zelfs de Heiligen nog duchten.
Gij Heer, ontzagbre Majesteit,
Die louter uit barmhartigheid Den uwen 't rijk des hemels opent,
O red ook mij door uw gena.
En kom mij Jesus' bloed te sta, quot;
Waarop ik vol vertrouwen hopend,
Alleen mijn uitzicht heb gesteld.
Gedenk, dat Ge ook om mij kwaamt sterven, Dat Gij ook mij kocht met uw bloed: Ach, zie mij kermend aan uw voet.
Ach, laat mij uwe gunst niet derven.
Gij hebt mij onvermoeid gezocht,
Aan 't folterhout mij vrijgekocht,
En is dat al voor mij verloren?
O Rechter, streng, maar liefderijk Geef mij van uw ontferming blijk,
Voordat uw toorne dag zal gloren.
Ik zucht, met schaamte op 't aangezicht,] Te pletter liggend onder 't wicht Van tallooze en afgrijsbre zonden;
En toch nog blijft de hoop bij mij.
Want heeft de moorder aan uw zij,
Maria zelfs geen he;l gevonden?
Wel is mijn bede uw oor niet waard Doch Gij, die liefst vergeeft en spaart Zult mij aan t vuur der hel niet wijden, Maar eerder aan uw rechterzij.
de H. Mis.
Een plaats bestemmen ook voor mij,
Bij 't bokken en het lamren scheiden.
Wanneer Gij 't doemtal van U stoot En neerploft in der vlammen schoot,
O, zij mijn lot dan met de vromen,
In 't stof gebukt, voor U geknield.
Roep ik, het hart met rouw bezield:
o. Laat me in 't einde tot U komen.
Ja, wel vol jammer breekt hij aan De dag, als de aarde in vlam zal staan. Gelijk Sibyl en David spellen;
De stond als t schepsel in 't gericht Gedaagd wordt voor Gods aangezicht Om 't eeuwig vonnis te zien vellen.
O Rechter vol lankmoedigheid Verhoor den zondaar die hier schreit,
Bewust van 't kwaad, door hem bedreven: Ach, geef, door 't overkostbaar bloed Waarmee Gij hebt voor ons geboet,
Die op U hopen, 't eeuwig leven.
EVANGELIE.
In dien tijd zeide Jesus tot de scharen der Joden: Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, het uur komt, en is nu, wanneer de dooden de stem van den Zoon Gods zullen hooren; en die haar hooren; zullen leven. Want gelijk de Vader het leven in zich zeiven heeft, alzoo heeft Hij ook
445
446 Gebeden onder
den Zoon gegeven het leven in zichzel-ven te hebben, en heeft Hij hem macht gegeven, oordeel te houden, omdat Hij de Zoon des menschen is. Verwondert u daarover niet, want het uur komt, waarin allen, die in de graven zijn, de stem van den Zoon Gods zullen hooren. En zij, die het goed gedaan hebben, zullen uitgaan tot de opstanding van leven, maar die het kwaad gedaan hebben, tot de opstanding van oordeel.
OFFERANDE.
O Heer, Jesus Christus, Koning der heerlijkheid! verlos de zielen van alle afgestorvene geloovigen uit de straffen des vagevuurs en uit den diepen jammerpoel; bevrijd hen uit den muil des leeuws, dat de helsche afgrond hen niet inzwelge; dat zij niet in de duisternis vallen, maar dat de lichtdrager, de H. Michael hen tot het heilig licht voere, hetwelk Gij eertijds aan Abraham en zijne nakomelingen beloofd hebt. â Wij dragen U offeranden en lofgebeden op, o Heer; neem ze voor die zielen aan, van welke wij heden de gedachtenis
de H. Mis.
vieren, doe haar, o Heer, van den dood tot het leven overgaan, hetwelk Gij eertijds aan Abraham en zijn geslacht beloofd hebt.
Wij smeeken U, o Heer, zie genadig neder op de offeranden, die wij voor de zielen uwer dienaars en dienaressen opdragen, opdat Gij hun, wien Gij de verdiensten van het christelijk geloof uit genade gegeven hebt, ook daarvoor het loon verleent. God, wiens barmhartigheid zonder einde is, neem genadig onze ootmoedige gebeden aan, en verleen aan de zielen onzer bloedverwanten en weldoeners, vergeving van alle zonden, gelijk Gij hen tot de kennis van uwen heiligen naam geroepen hebt. Door Christus onzen Heer. Amen
Help ons. God onzes heils 1 help ons in de bedruktheden, die ons zoo veelvuldig overvallen, help ons en ontferm U onzer door de voorspraak der allerheiligste Maagd, van de heilige Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen, want wij zijn ellendig geworden in onze zonden; laat ons hier niet een kwaden dood sterven, gelijk wij het verdienen, doch laat den boozen geest ophouden
447
448 Gebeden onder
ons te kwellen, opdat wij tijd vinden h
om boete te doen Door Jesus Christus w
onzen Heer. Amen. li
n
SANCTUS. C
h
Ja, oneindig heilig zijt gij, o God! h
Eeuwig hebt gij het kwaad gehaat, en s
niets onreins kon daarom tot U den [
hemel binnengaan; daarom kunnen d
ook de zielen des vagevuurs uw aan- o
schijn niet aanschouwen, dewijl zij nog g
met vlekken en onvolmaaktheden be- a
smeurd zijn.
Uwe Heiligheid en Rechtvaardigheid evenwel is ook Liefde: Gij straft uit liefde en Gij vergeeft uit liefde, als wij uit liefde tot de geloovige zielen uw
rechtvaardig oordeel aanbidden. Heilige r
God! reinig en zuiver die zielen van n
hunne zonden en smetten. g
Gij hebt hen hier op aarde door uwe c
genade geheiligd, door uwen H. Geest J
hunne lichamen tot uwe tempels ge- v
maakt, uwe liefde in hunne harten uit- s gestort, en hen als uwe kinderen en
erfgenamen aangenomen. Heilige God £
heilig hen meer en meer, voleindig in t
de H. Mis.
en hen uwe liefde Vergeef het hun, eeu-
us wige Liefde, dat zij niet altijd met ge
trouwheid met uw? genaden hebben medegewerkt; verlos hen uit hun lijden. God aller troost! troost hen met de hoop eener spoedige verlossing! Laat dl hen uw aanschijn aanschouwen, en zich
en spoedig in uw liefde eeuwig verheugen!
en Laat hen met uwe uitverkorenen spoe-
en dig het driewerf Heilig zingen! Laat
n- ons eindelijk met hen en alle zalige
3g geesten U, den oneindig Heilige, eeuwig
'e- aanbidden. Amen.
id
'it CONSECRATIE.
â 'ij
iw Ik geloof, dat Gij hier waarachtig
ge niet vleesch en bloed, met ziel en lichaam,
m met godheid en menschheid onder de gedaanten van brood en wijn tegenwoor-
ve dig zijt. Jesus, voor U wil ik leven!
â st Jesus voor U wil ik sterven! Jesus ik
e- wil geheel de uwe zijn in leven en in
it- sterven.
-n Jesus Christus, mijn Heer en God,
)d geef den afgestorvenen de eeuwige rust!
in Amen.
449
»5
Gebeden onder
NA DE CONSECRATIE
Terwijl wij de gedachtenis vieren van het lijden, der verrijzenis en der hemelvaart van uwen goddelijken Zoon Jesus Christus, gedenken wij tegelijkertijd met dankbare liefde alle Christen ge-loovigen, die vertrouwend op uwe barmhartigheid uit dit leven gescheiden zijn.
Heer, geef hun de eeuwige rust en het eeuwige licht verschijnt hun!
Wij gedenken onze afgestorvene broeders en zusters, die Gij aan onze zijde hebt weggenomen in de eeuwigheid.
Heer, geef hun de eeuwige rust! enz.
Wij gedenken onze afgestorvene priesters, die ons in het geloof onderricht, door hun goed voorbeeld gesticht, en ons de heilige Sacramenten toegediend hebben.
Heer, geef hun enz.
Wij gedenken onze afgestorvene ouders, die hier op aarde zooveel zorgen gedragen en zooveel kommer om ons geleden hebben.
Heer, geef hun enz.
de H. Mis.
Wij gedenken onze afgestorvene vrienden en weldoeners, die ons naar lichaam en ziel zooveel goeds bewezen hebben.
Heer, geef hun enz.
Wij gedenken eindelijk alle Christen geloovigen, die in het ware geloof, in de zalige hoop en in de liefde van Jesus Christus gestorven zijn.
Heer, geef hun enz.
Voor deze allen, als zij nog niet aan uwe goddelijke Rechtvaardigheid voldaan hebben, vooral wanneer zij om ons nog te lijden hebben, smeeken wij in ootmoed des harten: Heer, geef hun de eeuniige rust, en het licht verschijne hun.
Laat ook aan ons de gedachtenis der overledenen heilzaam zijn; geef, dat wij door de gedachte aan de straffen, welke ook zelfs godvruchtige zielen in het vagevuur voor hunne fouten moeten ondergaan, aangespoord worden, steeds zuiver en rein van geweten voor uw aanschijn te wandelen, de plichten van onzen staat als Christen, steeds nauwgezet te vervullen, opdat wij bij het scheiden uit deze wereld daar eens mogen aanlanden, waar ons de Heiligen reeds zijn voor-
45«
4}3 Gebeden onder
gegaan. Daarom smeeken wij tot U, algoede God! en bidden: Onze Vader, enz.
Jesus, verleen aan de afgestorvene Christenen de eeuwige rust; verlos ons en de lijdende zielen in het vagevuur van alle kwaad, van de zonde en hare straffen. Geleid hen met ons daarheen, waar geene zonde, geen dood, geen tranen meer zijn. Amen.
HET AGNUS DEI EN DE H. COMMUNIE.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld geef hun de eeuwige rust. (Driemaal) Amen.
Het Lichaam en het Bloed van onzen Heer Jesus Christus, dat de priester ter gedachtenis van zijn dood nu gaat nuttigen, zij voor alle levenden en afgestorvenen eene bron van verlossing en van eeuwig geluk. â O Heer, ik ben niet waardig uw heilig Lichaam en Bloed te ontvangen, maar ik bid U door de kracht van het heilig Sacrament, dat de afgestorvene geloov igen in hun leven zoo dikwijls ontvangen hebben, laat hetzelve hun ook nu tot heil verstrekken.
de H. Mis.
Uw lichaam hebt Gij den dood overgeleverd om het leven aan de wereld te geven: mv bloed hebt Gij vergoten tot vergiffenis der zonden. Uwe ziel is van het kruis in het voorgebergte der hel nedergedaald, om de zielen der afgestorvenen te troosten, en hun spoedige verlossing aan te kondigen.
O Jesus! vergeef dan ook nu de zonden der lijdende zielen in het vagevuur; verkondig hun dat zij spoedig zullen verlost worden, en geleid hen tot het eeuwige leven. Amen.
O smartvolle moeder Maria! troosteres der bedrukten! vergeet ook Gij uwe kinderen niet, die nog in het vagevuur lijden.
Ik bid en smeek U bij het zevenvoudig zwaard, dat uw hart doorboorde, bij alle smarten welke het werk der verlossing U veroorzaakt heeft, wipes ook eene goede moeder voor de arme zteten; smeek voor hen bij uwen Zoon jesus de volle kwijtschelding hunner straffen opdat zij zich spoedig in uwe beminnelijke tegenwoordigheid mogen verheugen. Amen.
453
454 Gebeden onder
NA DE H. COMMUNIE.
Het eeuwige licht verschijne hun, o Heer! met uwe heiligen in eeuwigheid; want gij, o Heer, zijt barmhartig.
Sf. Heer! geef hun de eenwige rust en het eeuwige licht verschijne hun.
11- Met uwe heiligen in eeuwigheid; want Gij, o Heer, zijt barmhartig.
Almachtige, eeuwige God! met het oog op het offer van uwen Zoon, vergeef aan de afgestorvene zielen uwer dienaren en dienaressen hunne zónden, reinig hen van hunne fouten, verleen hun kwijtschelding der verdiende straffen, opdat zij spoedig tot de eeuwige rust en tot het aanschouwen uwer heerlijkheid toegelaten worden Door Christus onzen Heer. Amen.
O Vader van barmhartigheid, zie neder op de zielen des vagevuurs; zij zijn uwe schepselen. Zoon Gods, Jesus Christus, verlosser der wereld, aanschouw de lijdende zielen; zij zijn de prijs van uw heilig Bloed. Heilige Geest! troost die zielen in hunne verlatenheid, die Gij in het H. Doopsel tot uwen tempel hebt
de M. Mis.
uitverkoren. Heilige Maagd 1 zoete moeder der liefde, en alle Heiligen des hemels, bidt voor hen, opdat zij spoedig uwe zalige woonplaatsen mogen binnengaan.
Goddelijke verlosser! die ook in den dood uwe vrienden niet vergeten hebt, neem onze tranen en gebeden nan voor onze afgestorvene dierbaren; vergeld hun het goede, dat zij ons hier op aarde gedaan hebben, wisch hun schulden uit die zij nog niet uitgeboet hebben, opdat zij spoedig het loon hunner goede werken ontvangen mogen.
Door Jesus Christus onzen Heer. Amen.
God der eeuwige liefde! Het is een bewijs Uwer groote Barmhartigheid en T.ief-de dat wij die voor ons zeiven genoeg te bidden hebben, U voor anderen mogen bidden; wij bevelen U aan de zielen van alle afgestorvene Christenen, bijzonder van hen, die eens met ons en voor ons hier in deze kerk gebeden hebben; nu wachten zij in hunne pijnen op ons gebed. O, vergeef haar dan al hunne zwakheden, die zij als kinderen van Adam van hunne geboorte af met zich droegen; zend hun uwen heiligen
455
456 Gebeden onder
Engel tot hunnen troost, met de blijde boodschap, dat gij ons gebed van heden verhoord hebt, opdat zij spoedig in de rij der gelukzaligen mogen geplaatst worden, bij uwen troon voor ons bidden, en U daarvoor eeuwig aanbidden, danken en verheerlijken. Amen.
NA DE H. MIS.
O lieer Jesus Christus, Vader der barmhartigheid! wij bidden II door uw kostbaar bloed, door uwe heilige vijf wonden, door uw bitter lijden en sterven, waardoor Gij het geheele mensche-lijk geslacht verlost, en voor de zonden en schulden aller menschen overvloedig voldaan hebt: ontferm U over onze al-gestorvene broeders, zusters, vrienden en weldoeners, tot wier verlossing wij heden dit heilig misoffer opdragen.
ü Jesus! laat slechts één druppel van uw kostbaar bloed over hen neerkomen, opdat zij daarin gewasschen en gezuiverd worden. O Jesus! open uwe heilige wonden voor hen, opdat zij daarin rust en zaligheid vinden. O jesus! laat hen aan de verdiensten van uwen smadelijken
de H. Mis.
dood deelachtig worden, opdat zij daardoor vergeving en kwijtschelding hunner schulden en straffen erlangen, en U met alle uitverkorenen in eene eeuwige vreugde loven en prijzen mogen. Amen.
LIBERA.
Red mij, barmhartige God! van den eeuwigen dood, op dien vreeselijken dag, waarop de hemelen en aarde beven zullen voor U, die komen zal om levenden en dooden te oordeelen!
V. Hoe sidder en beef ik voor uwe komst, voor uw oordeel en straffen, voor het zwaard des rechters.
Ij,. Die komen zal om te oordeelen levenden en dooden.
V. Op dien dag, den dag der gramschap, den dag van geween en gejammer, dien grooten en bitteren dag.
Ij.-. Waarop alle hemelen en aarde voor U beven zullen.
V. Heer, geef hun de eeuwiga rustl â 11. En het eeuwige licht verschijne hun!
Heer, ontferm U onzer 1 T|,. Christus ontferm U onzer! Onze vader.....
457
15 ^
458 Gebeden onder
if. En leid ons niet in bekoring.
1^. Maar verlos ons van den kwade.
Uit de plaats der zuivering.
I|.. Verlos hunne zielen.
V. Heer, verhoor ons smeeken. fy. Laat ons geroep tot U komen.
GEBED DER KERK.
Verlos, o Heer, de ziel van uwen dienaar (dienares) opdat zij, die uit deze wereld gescheiden is, voor U leve in de eeuwigheid. Vergeef volgens uwe oneindige barmhartigheid de zonden, die zij in hun leven op aarde door mensche-lijkc zwakheid begaan hebben. Door Christus onzen Heer. Amen.
Heer, geef hun de eeuwige rust!
li. Het eeuwige licht verschijne hun!
Dat zij rusten in vrede. Amen.
GEBED OP HET KERKHOF.
Dewijl wij, geliefde broeders, aan het lichaam van onzen afgestorvene den laatsten christenplicht der begrafenis bewijzen, zoo laten wij aandachtig bidden, opdat dit lichaam dat tot stof wederkeert,
de H. Mis.
eens ter verheerlijking moge opstaan; moge het eens glorierijk uit dit graf verrijzen en met de ziel vereenigd, aan Gods rechterhand geplaatst worden.
Het geloof zegt ons, dat de aarde tot aarde terugkeert en het stof weer stof zal worden, totdat alle vleesch tot zijne oorspronkelijke heerlijkheid terugkeert. Daarom mogen wij ook, o goede God, in onze droeheid met vertrouwen op uwe goedertierenheid, smeeken, dat Gij de ziel van onzen dierbaren medebroeder (zuster) dien (die) Gij uit dat ballingsoord tot de ware woonplaats geroepen hebt. vertroosten moogt met den dauw der hemelsche verkwikking. Laat hem (haar) ver van de vlammen der hel verwijderd, in de eeuwige rust der zielen ingaan; en als zijne (hare) ziel nog voldoening moet schenken aan uwe Rechtvaardigheid, vergeef haar dan hare fouten en straffen, volgens uwe oneindige barmhartigheid.
Laat ook ons dikwijls met ernstige gedachten aan den dood en het oordeel deze plaats betreden, overwegen wij dik. werf, dat ook hier eens ons graf zaj zijn, waar wij ons na korteren of lan.
459
460 Gebeden onder
geren tijd naast onze voorvaderen zullen nederleggen, opdat wanneer onze en hunne lichamen op dien grooten dag uit de graven zullen opstaan, wij met hen aan de rechterhand Gods mogen geplaatst worden, die komen zal om te oordeelen de levenden en de dooden. Amen.
VOOR AFGESTORVEN OUDERS.
â O God! die ons bevolen hebt vader en moeder te eeren, ik volbreng dit gebod van kinderlijke Helde ook na hunnen dood en bid u; vergeef aan mijne lieve ouders die fouten, waarvoor zij om mijnentwille in het vagevuur lijden; vergeef hun, wanneer zij uit te groote toegevendheid in. de straffen te nalatig, of omquot;.mijn tijdelijk vermogen te zeer bezorgd waren; bijzonder vergeef hun die zonden,' waartoe ik hen door mijne ongehoorzaamheid aanleiding heb gegeven. Ik bid U, door het angstvol bloedzweet van uwen Zoon in den hof van Olijven, dat. Gij mij eens met mijne lieve ouders, daar voor uwen troon, voor eeuwig moogt vereenigen. Amen.
de H. Mis.
VOOR AFGESTORVENE PRIESTERS.
Rechtvaardige Rechter! Gij die strenge rekenschap vordert niet alleen van onze zielen, maar ook van allen, aan wier zorgen wij toevertrouwd waren: ontferm U over onze afgestorvene zielzorgers en over allen die met hen aan ons zielenheil hebben gearbeid; vergeef het hun, wanneer zij uit zwakheid niet getrouw genoeg waren aan hunne verplichtingen; plaats hen daarboven in het gezelschap der uitverkoren priesters, opdat zij, die velen zullen onderwezen hebben in de gerechtigheid, schitteren als sterren in alle eeuwigheid. Amen.
VOOR AFGESTORVENE BROEDERS EN ZUSTERS.
Heer God, Schepper aller dingen! Gij kendet ons voordat wij geboren waren! Zie genadig neder op onze broeders en zusters, die hunne zielen aan U, hunnen Schepper hebben weergegeven; vergeet voor eeuwig de zwakheden en fouten, die zij hier op aarde in hunne zondige lichamen bedreven hebben; ge-
462 Gebeden onder de H. Mis.
denk dat zij uit liet stof gevormd zijn, en zie slechts op uw evenbeeld neder dat Gij geschapen en verlost hebt. Door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
\r%r \r ï r gt; ir* f\r ï c gt; fê ïjrif\ir ijf-a r i ri/ï rï/ i fi rïjrir
G^odvfud^ti^e Oefei\ii)^eT)
ter eere van het
janibflijf; j^arf nan Issus in M J). ^arrnrainf 5e.9 JUfaars.
âiwsvlt;jâ
Aanbidding van het Allerheiligste Sacrament.
mijn liefderijke en almachtige Verlosser, bevrijd mijn hart van alle aardsche neigingen en zinnelijke hartstochten. Versier mijne ziel met uwe heilige deugden, opdat zij in al haar streven slechts U zoeke te beminnen, U alleen te behagen; opdat mijn hart op deze wijze zich voor U opene en U uitnoodige uwe woonplaats daarin te vestigen; totdat ik eens d^ar kome, waar ik U in eene onverbreekbare ver-eeniging aanschouwen en bezitten zal, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
464 Oefening tot het H. Hart
Verzuchtingen tot het Allerh. Sacrament.
De H. Mechtildus.
God en mijn Verlosser, Jesus, iyvf/X waarlijk God en waarlijk mensch, waardig offer van den Allerhoogste, levend brood en bron des eeuwigen levens!
Ik aanbid U uit geheel mijn hart in uw heilig Sacrament, met het doel de oneerbiedigheden, onteeringen en goddeloosheden, die U in dit verheven Sacrament worden aangedaan eenigermate te vergoeden; ik werp mij voor uwe Goddelijke Majesteit neder, om U te aanbidden in naam van al degenen die dezen heiligen plicht nooit vervuld hebben, en ongelukkig nooit volbrengen zullen. Ik wenschte u zooveel te verheerlijken als deze allen te zamen het doen zouden, wanneer zij U eerbied en dankbaarheid betoonden. O mocht ik U zooveel liefde geven, als zij U zouden bewezen hebben door alle eeuwen heen, wanneer zij daartoe in staat geweest waren. Mocht ik U zoovele aanbiddingen en lofprijzingen kunnen aanbieden, als de verdoemden in de hel geduren-
in het H. Sacrament dés Altaars. 465
de de eindelooze eeuwigheid vervloekingen uitbraken.
Om deze aanbidding te heiligen en U welgevalliger te maken, vereenig ik ze, o mijn Verlosser, met de aanbidding, welke uwe H. Kerk in den hemel en op aarde U steeds bewijst. Zie meer op de gezindheid van mijn hart dan op de woorden van mijnen mond. Ik wensch U met dezelfde liefde te beminnen, en met dezelfde aanbidding te eeren, waarmede Maria, uwer allerzaligste Moeder, en Koningin der hemelsche legerscharen, U bemint en eert. Ja, ik wensch U die liefde en aanbidding te bewijzen, welke Gij uwen hemelschen Vader in dit verheven Sacrament, waarin Gij zijn eeuwig offer zijt, voortdurend bewijst; Gij die leeft en regeert met God den Vaderen den H. Geest door alle eeuwen. Amen.
Litanie ier eere van het H. Sacrament des Altaars.
A-jTyTreer, ontferm U onzer!
i-jML- Christus, ontferm ü onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
466 Oefening tot het H. Hart.
Christus, verhoor onsl
God, hemelsche Vader,
God Zoon, Verlosser der wereld.
God, Heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God,
Levend brood, dat uit den hemel
is nedergedaald.
Verborgen God en Heiland,
Spijs der uitverkorenen,
Wijn die maagden voortbrengt. Kostbaar brood en vreugde der
koningen.
Altijddurende offerande.
Reine spijsofferande.
Lam zonder vlek,
Allerreinste Tafel des Heeren,
Spijs der Engelen,
Verborgen manna.
Bovennatuurlijke zielenspijs,
Vleesch geworden Woord,
Woord, dat onder ons woont. Heilige hostie Kelk des heils.
Geheim des geloofs.
Verheven en hoogwaardig Sacrament, Heiligste aller offeranden.
Waardig zoenoffer voor levenden en afgestorven,
in het H. Sacrament des Altaars. 467
Hemelsch geneesmiddel tegen alle zonden,
Bewonderingswaardigste aller wonderen,
Heiligste herinnering aan het lijden
onzes Heeren.
Gave die alle volheid te boven gaat. Bijzonder gedenkteeken der goddelijke liefde,
Overvloed der goddelijke goedheid. Hoogheilig en eerwaardig geheim, O Onderpand der onsterfelijkheid, a; Schrikwekkend en levendmakend 5 Sacrament, °
Brood, dat door het almachtig Cl Woord vleesch geworden is, 0
Onbloedige offerande, S
Spijs- en gastheer te zamen, 3
Verkwikkend gastmaal, waaraan
de engelen dienen,
Band der liefde,
Offeraar en offerande.
Geestelijke zoetheid, die alle genoegens in zich bevat.
Verkwikking der heilige zielen, Teerspijs dergenen, die in den Heer sterven.
Onderpand der toekomende glorie,
468 Oèfening tot het H. Hart
Wees ons genadig, spaar ons, Heer! Wees ons genadig, verhoor ons Heer Van het onwaardig nuttigen van uv
Lichaam en Bloed,
Van de begeerlijkheid des vleesches, Van de begeerlijkheid der oogen, Van de hoogmoed des levens.
Van alle gelegenheid tot zondigen. Door het verlangen om met uwe leerlingen dit Paaschlam te eten, Door de diepe ootmoedigheid, waarmede Gij de voeten uwer leerlingen hebt gewasschen.
Door uw kostbaar bloed, dat Gij ons op het altaar hebt achterae-laten.
Door de vijf wonden van uw heilig lichaam, die Gij voor ons hebt ontvangen.
Wij, arme zondaars, wij bidden U verhoor ons!
Dat Gij het geloof, den eerbied en =? de godsvrucht jegens dit wonderbaar Sacrament in ons wilt ver-vermeerderen en bewaren, ( ^
Dat Gij ons door eene goede biecht lot lt;3 het dikwijls ontvangen der H. Com- P munie wilt voorbereiden, ) P
in het H. Sacrament des Altaars. 469
Dat Gij ons van ketterij, ongeloo-vigheid en verblindheid des harten wilt bewaren,
Dat Gij ons de kostbare en hemelsche vruchten van dit H. Sacrament wilt mededeelen,
Dat Gij ons in het uur van onzen dood met deze hemelsche teerspijs wilt verstreken,
Zoon Gods,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Heer!
Christus hoor ons!
Christus verhoor ons!
Heer, ontferm U onzer! Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Onze vader. Wees gegroet.
Y. Geloof en geprezen zij het allerheiligste Sacrament des altaars!
R. Van nu af tot in eeuwigheid.
Hf. Heer verhoor mijn gebed.
1^,. En laat mijn geroep tot U komen.
a. o-n 3
a lt;
o
47o Oefening tot het H. Hart.
Gebed.
O Heer, Jesus Christus, die bij het terugkeeren tot uwen hemelschen vader, dit Sacrament van uw Lichaam en Bloed, aan uwe Kerk tot voedsel en tegelijk tot troost hebt nagelaten; verleen ons, dat wij U, den wij nu onder deze gedaanten verborgen, vereeren, eens in de hemelsche glorie van aanschijn tot aanschijn mogen aanschouwen; die leeft en regeert met God den vader in de eenheid des H. Geestes, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Aanbidding van het allerheiligste Hart van Jesus.
Van de H. Gertrudis.
^Jamp;k groet U, heilig Hart van Jesus, Sjik levende en levendmakende bron des eeuwigen levens, oneindige schat der Godheid, en brandende gloedoven der goddelijke liefdel Gij zijt mijn rustplaats, en mijn toevluchtsoord. O mijn goddelijke verlosser, ontvlam mijn hart met de vurige liefde, waarmede uw Hart ontstoken is. Stort in mijn hart de groote
in het H. Sacrament des Altaars. 471
genaden uit, waarvan Gij de bron zijt, en maak, dat mijn hart zich zoo met het uwe vereenige, dat uwe wil de mijne, er. dat mijn wil voor eeuwig aan den uwe gelijkvormig zij; want ik wensch voortaan uwen heiligen wil tot richtsnoer van al mijne wenschen en handelingen te maken. Amen.
Paus Pius VII heeft aan allen, die een beeld van het H. Hart van Jesus, dat tot openbare vereering is uitgesteld, bezoeken, telkenmale een aflaat van 7 jaren en 7 maal veertig dagen verleend, wanneer zij volgens de meening van zijne Heiligheid eenigen tijd bidden.
Toewijding aan het H. Hart van Jesus.
Van de zalige H. Margaretha Alacoque,
Uamp;k N. N. wijd aan het Heilig Hart S® van onzen Heer Jesus Christus toe mijn persoon, mijn leven, mijne handelingen, mijne moeilijkheden, mijn lijden, om die in de toekomst geheel en al tot Zijne liefde en verheerlijking te doen dienen. Het is mijn vast, onwederroe-pelijk besluit. Hem geheel toe te be-hooren, alles uit liefde tot Hem te verrichten en van ganscher harte aan alles
472 Oefening tot het H. Hart.
te verzaken wat dit goddelijk Hart mishagen kan.
Daarom kies ik U, o heiligst Hart, tot eenig voorwerp mijner liefde; tot beschermer mijns levens, tot verzekering mijns heils, tot steun mijner zwakheid, en tot vergoeding voor alle zonden van mijn geheel leven. O Hart vol mildheid en goedheid! wees Gij ook mijn zeker toevluchtsoord in het uur des doods, wees Gij mijn voorspreker bij God, en wend de straffen zijner rechtvaardige gramschap van mij af. O Hart vol liefde, op U stel ik geheel mijn vertrouwen; ik vrees alles van mijne boosheid, maar ik hoop ook alles van uwe goedheid! Verdelg in mij alles wat U mishagen kan. Dat uwe zuivere liefde zich zoo diep in mijn hart vestige, dat ik U nooit vergete, noch ooit van U gescheiden worde. Goddelijk Hart, ik bezweer U door uwe oneindige goedheid, laat mijn naam diep in U gegrift zijn, want in uwen dienst wil ik leven en sterven Amen.
in het H. Sacrament des Altaars. 473
Litanie Ier eere van het Goddelijk Hart van Jesus.
Mffilfeer, ontferm U onzer! ï-'Rlquot; Christus, ontferm U onzer! Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons! God, hemelsche Vader,
God Zoon, Verlosser der wereld. God, heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God, Hart van Jesus, Zoon des eeuwigen Vaders,
Hart van jesus. Zoon der onbevlekte Maagd,
Hart van jesus, tempel der goedheid! Hart van jesus, waarin zich alle rijkdommen der wijsheid en wetenschap Gods bevinden !
Hart van lesus, waarin de hemelsche Vader zijn welbehagen genomen heeft.
Hart van lesus. schat der goddelijke genade,
llart van Tesus, onuitputtelijke bron der hemelsche goederen,
3
474 Oefening tot het Hart.
Hart van Jesus, zee van vlammen
der goddelijke liefde,
Hart van Jesus, dat onze verzoening met God bewerkt heeft, Van liefde brandend Hart van Jesus, Standvastig en eeuwig beminnend
Hart van Jesus,
Weldoend Hart van Jesus,
Hart van Jesus, vol van barmhartigheid,
Zachtmoedig Hart van Jesus, Ootmoedig Hart van Jesus, Geduldig Hart van Jesus,
Gewond Hart van Jesus,
Bedroefd en beangstigd Hart van Jesus,
Hart van Jesus met zonden beladen. Hart van Jesus, onze spijs en ons
dagelijksch offer.
Hart van Jesus, vreugde der Engelen, Hart vaii Jesus, rustplaats der vrome zielen,
Hart van Jesus, zoetheid der zuivere zielen,
Hart van Jesus, toevlucht der zondaren.
Hart van Jesus, de hoop der men-schen.
in het H. Sacrament des Altaars. 475
Hart van Jesus, verkwikking der O kranken, S
Hart van Jesus, troost der sterven- 'r* den, â J
Hart van Jesus, zaligheid der uit- g verkorenen, 3
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons, Heerl Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons. Heer! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Heer! V Jesus zachtmoedig en ootmoedig van harte,
II Maak mijn hart gelijkvormig aan bet uwe.
GEBED.
Almachtige God, dewijl wij in het heiligste Hart van uwen geliefden Zoon alle goed vinden, en in hetzelve de voortreffelijkste weldaden Zijner liefde jegens ons vereeren, zoo bidden wij U, verleen ons de genade, dat wij ons niet alleen over deze weldaden verheugen, maar ze ook tot ons heil aanwenden, door denzelfden Jesus Christus, Uwen Zoon, onzen Heer. Amen.
1(11 tiilliiifiliiiiiiiilliillilii
Q e b e d e i)
OP DE
F^st-itagBii nan
0/gt; het feest van O. L. Vrouw Lichtmis.
wat een troost en vreugde tegelijk, ^yi pevoeldet Gij in uw Hart, o maagd-delijkc Moeder, toen Gij met het goddelijk Kind den tempel binnen gingt, waar (Jij aan God uwe maagdelijkheid ten offer gebracht hadt. Toen waart Gij Maag.1 en Moeder tegelijk. O \vees van mij gegroet, evenals Simeon en Anna U als moeder van den Verlosser in den tempel gegroet hebben. 1 lie groet heeft grootelijks uw hart verheugd; maar ook welk een zwaard doorboorde spoedig daarop uwe teedere ziel toen Gij het Kind aan God opofferdet voor het heil der
feestdagen van Maria.
wereld, wel wetende welken dood het eenmaal daarvoor zou ondergaan; te meer nog toen U dat zwaard van droefheid door Simeon voorzegd werd.
Ã, ter wille van de vreugde en de smart, die eens op dezen dag uw Hart vervuld hebben, en die Gij in volkomen overgeving aan Zijnen wil Gode heb; opgeofferd, geef dat ook mijn hart zoowel in droefheid ais in vreugde zich aan God overgeve, en steeds bereid zij, in alles slechts datgere te doen, wat God wil, gelijk God het wil, omdat God het wil, wanneer God het wil, tot zijne eer, naar zijn voorbeeld, door zijne lielde en zijne genade. Amen.
Op hetfeest der zeven smarten van Maria.
In den vas;entijd.
ypeder geheim van uw leven, godde-Sjg lijke Moeder, spreekt tot ons hart, en herinnert ons aan het uwe; niets treffender dan U te aanschouwen in dezen lijdenstijd, en vooral op dezen dag. Droefheid en medelijden verwekt in ons het aanschouwen van uw hart, met een zevenvoudig zwaard doorboord; maar
477
47^ Oefeningen op de
ook geeft het ons hoop en vertrouwen. O moederhart van Maria, voor mij door smarten van liefde gewond, wees van mij gegroet! Ik groet U met kinderlijke liefde, evenals de H. Joannes onder het kruis, toen Jesus sprak: iZiedaar uw Zoon.quot; O Moeder Maria, zie met uw moederlijk hart op mij neder; aanschouw uwen Zoon; (uwe dochter); neem mij, gelijk uw goddelijke Zoon het wil, tot uw kind aan. Erbarm U over mij, en vergeet mij niet, voor wien het kostbaar bloed uws Zoons van het kruis gevloeid heeft. Wie gevoelt geen droefheid en medelijden, als hij U, o Moeder, in zulke smarten aanschouwt. Ter wille der smart die gij leedt, toen Gij het doode lichaam van uwen Zoon van het kruis op uwen schoot ontvingt en zijn Hart aan het uwe druktet, ontsteek in mijn hart een waar medelijden met uwe smarten en die van uwen Zoon; moge ik het steeds wel beseffen tot welken prijs ik vrijgekocht ben, om voortaan met Hem en U den weg ces lijdens tot het einde te bewandelen, en eens in uwe armen, o Moeder, mijn leven te eindigen. O Ier liefde van uw smart, liefdevol hart,
feestdagen van Maria. 479
verhoor mij, laat toch de smarten van uw moederhart voor mij niet te vergeefs geleden zijn. Amen.
Op het feest van Maria boodschap.
tyfsjjij dag van zalige vreugde, waarop yigl de Engel des Heeren in hemelschen glans door God gezonden, U, Maria, verheugd heeft mei: de blijde boodschap der verlossing! Gegroet zijt Gij, Maria, zoo roepen wij U allen jubelend toe met den groet des Engels: Gij zijt vol van genade, de Heer is met UI Gij zult eenen Zoon ter wereld brengen. Dien Gij Jesus zult noemen; Hij zal de Zoon des Allerhoogste zijn; Gij zult de Moeder van God worden.
O, hoe heeft zich uw hart verheugd bij dezen groet? Welke zalige vreugde genoot Gij, toen God de H. Geest over U nederkwam en Gij de Moeder werdt van onzen Heer Jesus Christus. Daarover jubelt heden ook mijn hart, en het deelt in de vreugde van het uwe.
O, gegroet zijt Gij, uitverkoren Hart van Maria! Gij zijt vol van genade, de Heer rust in U. Gij zijt gezegend
U e 1) e ol e i )
OP DE
Jtefkgin! oan J^aria.
â--
Op het feest van O. L. Vrouw Lichtmis.
wat een troost en vreugde tegelijk, JSiPf gevoeldet Gij in uw Hart, o maagd-delijko Moeder, toen Gij met het goddelijk Kind den tempel binnen gingt, waar Gij aan God uwe maagdelijkheid ten offer gebracht hadt. Toen waart Gij Maagd en Moeder tegelijk. O \vees van mij gegroet, evennis Simeon en Anna U als moeder van den Verlosser in den tempel gegroet hebben. Hie groet heeft grootelijks uw hart verheugd; maar ook welk een zwaard doorboorde spoedig daarop uwe teedere ziel toen Gij het Kind aan God opofferdet voor het heil der
feestdagen van Maria. 477
wereld, wel wetende welken dood het eenmaal daarvoor zou ondergaan; te meer nog toen U dat zwaard van droefheid door Simeon voorzegd werd.
U, ter wille van de vreugde en de smart, die eens op dezen dag uw Hart vervuld hebben, en die Gij in volkomen overgeving aan Zijnen wil Gode hebt opgeofferd, geef dat ook mijn hart zoowel in droefheid als in vreugde zich aan God overgeve, en steeds bereid zij, in alles slechts datgene te doen, wat God wil, gelijk God het wil, omdat God het wil, wanneer God het wil, tot zijne eer, naar zijn voorbeeld, door zijne lielde en zijne genade. Amen.
Op hst feest der zeven smarten van Maria.
In den vastentijd.
ypeder geheim van uw leven, godde-lijke Moeder, spreekt tot ons hart, en herinnert ons aan het uwe; niets treffender dan ü te aanschouwen in dezen lijdenstijd, en vooral op dezen dag. Droefheid en medelijden verwekt in ons het aanschouwen van uw hart, niet een zevenvoudig zwaard doorboord; maar
478 Oefeningen op de
ook geeft het ons hoop en vertrouwen. O moederhart van Maria, voor mij door smarten van liefde gewond, wees van mij gegroet! Ik groet U met kinderlijke liefde, evenals de H. Joannes onder het kruis, toen jesus sprak: iZiedaar mv Zoon.'''' O Moeder Maria, zie met uw moederlijk hart op mij neder; aanschouw uwen Zoon; (uwe dochter); neem mij, gelijk uw goddelijke Zoon het wil, tot uw kind aan. Erbarm U over mij, en vergeet mij niet, voor wien het kostbaar bloed uws Zoons van het kruis gevloeid heeft. Wie gevoelt geen droefheid en medelijden, als hij U, o Moeder, in zulke smarten aanschouwt. Ter wille der smart die gij leedt, toen üij het doode lichaam van uwen Zoon van het kruis op uwen schoot ontvingt en zijn Hart aan het uwe druktet, ontsteek in mijn hart een waar medelijden met uwe smarten en die van uwen Zoon; moge ik het steeds wel beseffen tot welken prijs ik vrijgekocht ben, om voortaan met Hem en U den weg des lijdens tot het einde te bewandelen, en eens in uwe armen, o Moeder, mijn 'even te eindigen. à ter liefde van uw smart, liefdevol hart,
feestdagen van Maria. 479
verhoor mij, Iaat toch de smarten van uw moederhart voor mij niet te vergeefs geleden zijn. Air.en.
Op het feest van Maria boodschap.
'5^8 dag van zalige vreugde, waarop de Engel des Heeren in hemelschen glans door God gezonden, U, Maria, verheugd heeft me: de blijde boodschap der verlossing! Gegroet zijt Gij, Maria, zoo roepen wij U allen jnbelend toe met den groet des Engels: Gij zijt vol van genade, de Heer is met UI Gij zult eenen Zoon ter wereld brengin, Dien Gij Jcsus zult noemen; Hij zal de Zoon des Allerhoogste zijn; Gij zult de Moeder van God worden.
O, hoe heeft zich uw hart verheugd bij dezen groet? Welke zalige vreugde genoot Gij, toen God de H. Geest over U nederkwam en Gij de Moeder werdt van onzen Heer Jesus Christus. Daarover jubelt heden ook mijn hart, en het deelt in de vreugde van het uwe.
O, gegroet zijt Gij, uitverkoren Hart van Maria! Gij zijt vol van genade, de Heer rust in U. Gij zijt gezegend
478 Oefeningen op de
ook geeft het ons hoop en vertrouwen. O moederhart van Maria, voor mij door smarten van liefde gewond, wees van mij gegroet! Ik groet U met kinderlijke liefde, evenals de H. Joannes onder het kruis, toen jesus sprak; * Ziedaar uw Zoon.quot; O Moeder Maria, zie met uw moederlijk hart op mij neder; aanschouw uwen Zoon; (uwe dochter); neem mij, gelijk uw goddelijke Zoon het wil, tot uw kind aan. Erbarm U over mij, en vergeet mij niet, voor wien het kostbaar bloed uws Zoons van het kruis gevloeid heeft. Wie gevoelt geen droefheid en medelijden, als hij U, o Moeder, in zulke smarten aanschouwt. Ter wille der smart die gij leedt, toen Gij het doode lichaam van uwen Zoon van het kruis op uwen schoot ontvingt en zijn Hart aan het uwe druktet, ontsteek in mijn hart een waar medelijden met uwe smarten en die van uwen Zoon; moge ik het steeds wel beseffen tot welken prijs ik vrijgekocht ben, om voortaan met Hem en U den weg des lijdens tot het einde te bewandelen, en eens in uwe armen, o Moeder, mijn leven te eindigen. O Ier liefde van uw smart, liefdevol hart,
feestdagen van Maria. 479
verhoor mij, Iaat toch de smarten van uw moederhart voor mij niet te vergeefs geleden zijn. Amen.
Op het feest van Maria boodschap.
dag van zalige vreugde, waarop de Engel des Heeren in hemelschen glans door God gezonden, U, Maria, verheugd heeft met de blijde boodschap der verlossing! Gegroet zijt Gij, Maria, zoo roepen wij U allen jubelend toe met den groet des Engels; Gij zijt vol van genade, de Heer is met UI Gij zult eenen Zoon ter wereld brengen, Dien Gij Jcsus zult noemen; Hij zal de Zoon des Allerhoogste zijn; Gij zult de Moeder van God worden.
O, hoe heeft zich uw hart verheugd bij dezen groet? Welke zalige vreugde genoot Gij, toen God de H. Geest over U nederkwam en Gij de Moeder werdt van onzen Heer Jesus Christus. Daarover jubelt heden ook mijn hart, en het deelt in de vreugde van het usve.
O, gegroet zijt Gij, uitverkoren Hart van Maria! Gij zijt vol van genade, de Heer rust in U. Gij zijt gezegend
480 Oefeningen op de
onder alle harten, en gezegend is het v
hart, dat onder het uwe rust. h
O Hart der Moeder Gods, bid voor o
mijn arm zondig iiart, nu en wanneer n
het eens voor de laatste maal zal slaan g
in het uur des doods, dat ik in dat 71
uur de blijde boodschap moge ontvan- z gen, spoedig bij U te zullen zijn met
den H. Gabriel en alle heilige Engelen. c
Ter liefde van uw lieden zoo gelukkig e
Hart, verhoor mij, o Maagd en Moe- c
der Gods Maria! Amen. v
J
Op het feest van Maria bezoeking. I
i
â gt;^T'Kij zien U heden, o allerzaligste 2 Sww' Maagd over de bergen tot Eli- % sabeth gaan, door de liefde gedreven, § die uw hart vervulde, en gelijk eens de c Engel, zoo ook groet nu Elisabeth U ( als de Moeder des Heeren: * Gegroet r zijt gij, Maria, vol van genade, gij zijt 1 gezegend onder de vrouwen.quot; Hoezeer deze groet uw Hart verheugd heeft, getuigt het loflied dat Gij toen hebt aangeheven, en dat de H. Kerk dagelijks i-in lof- en dankgebeden ten hemel zendt. i * Mijne ziel. zoo zongt gij, mijne ziel i
feestdagen van Maria. 481
verheerlijkt den Heer, en mijn geest heeft zich in God, mijn heil, verheugd; omdat Hij op de nederigheid zijner dienstmaagd heeft neergezien, en mij groot gemaakt heeft. Hij die machtig is, en wiens naam heilig is! Zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen.quot;
U Moeder van God, hoe heerlijk is dit woord in U bewaarheid: door alle eeuwen heen hebben alle ware kinderen der genade U zalig geprezen. Wees van mij gegroet, vreugdevol Hart van Maria, met den groet waarmede Elisabeth U heden geëerd heeft, met den groet van alle harten die U beminnen! Zie, hoe alle geslachten uw hart nu loven en zalig prijzen. O, neem dezen groet van mij aan, en heilig mijne ziel door de genade uwer bezoeking, gelijk Gij heden Joannes geheiligd hebt. Maria, mijne moeder, verhoor mijn gebed. Amen.
Op het feest van Maria Hemelvaart.
«Hna! wat vreugde en gejubel Hr i heerscht heden in den hemel: het is de dag uwer glorierijke intrede in
16
482 Oefeningen op de
het rijk van uwen Zoon, in het rijk der goddelijke vreugde en zaligheid! O Wees gegroet, Maria, vol van genade en heerlijkheid, vol glans en majesteit, vol van de innigste vreugde des harten. O, wees van mij gegroet, allerzaligst Hart, gelijk heden het gansche hemelrijk U begroet, en gelijk uw goddelijke Zoon U, zijne Moeder, op dezen dag bij uwe komst in zijn rijk begroet en ontvangen heeft.
O, mijn hart verheugt zich over het geluk dat het uwe op dezen dag ondervond en over de zaligheid, die het eeuwig geniet. Maar, o Maria, mijne moeder, verhoor mijn gebed; laat mij eens deelnemen aan de hemelsche vreugde uws harten. Daarom bid ik U heden met die vurigheid en levendigheid, waarmede de H. Stanuslaus U eenmaal gebeden heeft en dien Gij eens op dezen dag ten hemel opgenomen hebt. Verhoor nu ook mij gelijk Gij hem verhoord hebt. Daarom bid ik U, o Koningin des hemels ter wille der vreugde, die uw hart op den dag uwer hemelvaart bezield en eeuwig zalig gemaakt heeft. Amen.
feestdagen van Maria. 483
jk gt; Op het feest van Maria's geboorte.
ie ^iJi'7p-ees van lny 6egroe,:lt; minzaam
it, Kind! Welk een vreugdefeest is
n. uwe geboorte voor ons, o Maria, verruk-
:st k kelijk morgenrood aan den hemel der
jk genade! O zeker, als wij U als Kind
)n aanschouwen en bedenken, wij Gij zijt,
ve en wat Gij eens wezen zult in het rijk
n- der genade, dan jubelt ons hart, en groet U met den groet des vredes, dien ook
et heden de Kerk U toeroept, als zij zingt:
:r- uwe geboorte, heilige Moeder Gods, heeft
et de gansche wereld met vreugde ver-
ie mild, wijl uit U Christus geboren is, de
lij zon der gerechtigheid, die ons van den
g- dood der hel verlost heeft. Ja, uwe ge-
ïn boorte heeft de gansche wereld met
ir- vreugde vervuld; zij heeft God zelf ver-
e- I heugd, het gansche hemelrijk, de heilige
in Engelen, wier koningin Gij zijt, en vooral
:r- ons uwe kinderen, omdat Gij de moe-
;r- der van onzen verlosser en onze moe-
n- der zijt. ü, wees van mij gegroet, Maria,
le, f Gij zijt vol van genade, en ik groet
2I- voor alles uw teeder, zoet hart met die
kt vreugde waarmede de H. Anna U heden aan haar moederhart gedrukt heeft.
\
J_
484 Oefeningen op de
O welk geluk, welk een vreugde, dat dit heilig en zuiver Hart, dat mij en alle kinderen der menschen met de teederste liefde omvat, lieden op aarde begint te leven. Nu zal spoedig een tweede Hart beginnen te leven, dat allen menschen, die van goeden wil zijn, heil en verlossing aanbrengt. Geel, o Maria, mijne moeder, dat ik als een rechtgeaard kind van God, door de genade van jesus Christus rijkelijk deel hebbe aan uwe vreugdevolle geboorie. Daarom bid ik ü, ter wille der liefde van uw Hart, dat in de geboorte reeds zoo rijk met genaden is vervuld geworden. Amen.
Op het Naamfeest van Maria,
â gngj^aria! o troostvolle, zoete, heilige naam. Voorzeker, als de apostel van Jesusquot; zegt: »GW heeft Hem een naam fgegeven^ die boven alle namen is, opdat nin den naam van fesus alle knie zich tbuige, en alle tong belijde, dat Christus ïi/i de glorie des Vaders is; dan moet men »ODk van U, allerzaligsr.e maagd, zeggen: »God heeft U een naam gegeven, die
feestdagen van Maria. 485
»na den naam van Jesus, boven alle »namen is; ck'.t ieder hart in dezen hei-iligen naam van liefde kloppe en alle »tong belijde dat Maria in de glorie »van haren Zoon is.quot;
O, dat wij altijd dezen naam met eerbied uitspreken! Alles zal God ons doen toekomen als het ons tot heil strekt, omdat Gij de moeder des Zoons zijt, door Wien Goa ons alles gegeven heeft. Wees dan van mij geloofd, heilige, zoete naam Maria! en in dezen naam ook uw zoet Hart. Het is immers de liefelijke naam van uw heilig, zoet en feeder Hart, o Maria! In dezen naam prijs ik U, o uitverkoren Hart! om alle voorrechten der macht en der genade, welke deze naam in zich besluit.
O, om de liefde van uw Hait en de macht van uwen naam, laat mij steeds uw kind zijn en geef dat ik mij altijd volgens uwen naam een waar kind van Maria moge noemen! Amen.
Of het feest van Rozenkrans-Zondag.
'Wtp feestelijke wijze gedenken wij U, /Wamp;l o Maagd Maria, en wij vereeren
486 Oefeningen op de
U heden door het sclioonsfe en zalige gebed van den H Rozenkrans, Deze godsvrucht heeft menigmaal op wonderbare wijze Gods zegen over de wereld doen nederdalen. Het is billijk, dat wij U daarvoor loven en prijzen, o Maria! als wij den oorsprong en het wezen van den Rozenkrans bedenken; hoe gaarne moeten wij U dan door dit gebed vereeren! wat zal ons aangenamer en zoeter zijn, dan U te begroeten met de woorden van den Engel, en daarbij aan de groote geheimen fier verlossing te denken!
O! dat dit gebed als een krans van rozen, dien ik U aanbied, tot uwen lof, tot uwe vereering strekke! Geef mij echter ook, o mijne moeder, tot loon een krrms van deugden en genaden, die mijne ziel hier op aarde versieren en dat mij eens door uwe voorspraak de krans der He-melsche vreugde verleend worde. Amen.
Op het feest der Opoffering van Maria.
Cfjl^oen gij nog slechts een kind van Vld^ jaren waart.bevondt Gij U reeds in den tempel; o Maria, welk was daar uw verlangen? O zetel der wijsheid?
feestdagen van Maria. 4S7
in het volle bezit van uw verstand, wijdt Gij uw Hart tot een volmaaV.t offer aan God, uwen schepper. geheel en al zal het hem den groet van het goddelijk welbehagen, waarmede God, de Vader, de Zoon en de H. Geest heden uw offer aangenomen, en uw Hart tot een heiligen tempel gewijd heeft, quot;vaarin Gods Eenig-geboren Zoon eens wonen zal.
O zalige tijd, toen Gij, levende ark des verbonds, in de nabijheid des tempels met zooveel vurigheid naar de komst van den goddelijken Verlosser verlangd hebt! üeef, o Maria, dat ik met uwen bijstand steeds ijverig met de genade Gods medewerke, en mij geheel en al gelijk Gij aan mijnen goddelijken Verlosser toewijde.
Daarom bid ik U, terwille der liefde van uw teeder Hart, dat zich in de eerste jaren reeds aan God heeft opgeofferd, O Maria, mijne moeder, verhoor mijn gebed. Amen.
488 Oefeningen op de
Op het feest dei- Onbevlekte Ontvangenis van Maria.
rein en zuiver Hart der onbevlekte Maagd en Koningin des hemels! ik groet U op dezen voor U en uwe kinderen zoo vreugdevollen dag! Gezegend zij uwe Ontvangenis! Zonder erf-smet zijt Gij ontvangen allerzuiverst Hart! Gij waart reeds vol van genade, reiner dan de hemelen, zuiverder en heiliger dan de hemelsche geesten.
Ik groet U met vreugde en dankbaarheid, gelijk deze in uwe onbevlekte Ontvangenis, u als hunne Koningin begroet hebben!
Geef, o onbevlekte Maagd en Moeder, ter wille der reinheid van uw Hart, dat ook mijn hart in de volmaaktste heiligheid, zonder zondesmet, U navolge in al uwe deugden, dat het steeds bewaard en beschermd worde, door uwe machtige voorspraak, o onbevlekte, reinste Maagd Maria! Amen.
Op het feest van Marias bescherming.
^©|nder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o zoet Hart van
feestdagen van Ma.na. 489
Maria verstoot onze gebeden niet in in onzen nood!
O hoe troostvol voor ons, dat wij tot U onze toevlucht kunnen nemen. Als kinderen gaan wij tot de machtigste, goedertierenste en teederste der moeders. SVie zou er aan kunnen twijfelen, dat Gij ons helpen kunt: Gij zijt immers do moeder van den Almachtige! Wie zou ooit kunnen twijfelen, dat Gij ons helpen wiltr Uw teêder en goedertieren Hart waarborgt ons daarvoor. Uw Hart is het, dat ons met vertrouwen tot U onze toevlucht doet nemen.
Ik groet U, o dierbaar pand van Maria's liefde. Ik vertrouw op U, o mijne Moeder; ter wille van uw moederhart verhoor het gebed van uw kind, dat in zoovele gevaren naar ziel en lichaam tot U zijne handen uitstrekt. Red mij, Maria; Ier wille van uw medelijdend Hart, verhoor mij, totdat ik eens aan-lande bij U in den Hemel, door uwe machtige hulp en uwe moederlijke bescherming, o Maria. Amen.
âJKSKSâ
l6 ^
MMMiêUëiMÃmUMm
M1111111ITlTT 11 ITTTTTTTT
Litaniën en Gebeden
TER EERE VAN ^VlARIA ââ.â¢â¢ooo:ââ
Litanie van Loretlc.
^PTTcër, ontferm U onzer . fl.. Christus, ontferm U onzer Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
Cod, heinelsche Vader, 1 ?
Cod Zoon, verlosser der wereld, [ C God, Heilige Geest, ) P
Heilige Drievuldigheid, één God,
Heilige Maria, bid voor ons.
Heilige Moeder Gods,
Heilige maagd der maagden, 51
Moeder van Christus, lt;
Moeder der goddelijke genade, o
Allerreinste moeder, 0
Allerzuiverste moeder, S
üngeschondene moeder,
Onbevlekte moeder.
en Gebeden
Zeer minnelijke moeder,
Zeer wonderbare moeder, Moeder des Scheppers, Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste maagd. Eerwaardige maagd. Lofwaardige maagd. Machtige maagd. Goedertierene maagd, Getrouwe maagd.
Spiegel der rechtvaardigheid, Stoel der wijsheid,
Oorzaak onzer blijdschap. Geestelijk vat.
Verheven vat,
Schoon vat van godsvrucht,
Geestelijke roos.
Toren van David,
Ivoren toren.
Gulden huis,
Ark des verbonds.
Deur des hemels.
Morgenster,
Behoudenis der kranken. Toevlucht der zondaren. Troosteres der bedrukten, Hulp der Christenen, Koningin der Engelen,
491
Litaniën
Koningin der Patriarchen,
Koningin der Profeten, Koningin der Apostelen, Koningin der Martelaren, Koningin der Belijders, Koningin der Maagden,
Koningin van alle Heiligen,
Koningin zonder erfsmet ontvangen, f Koningin van den allerheiligsten
Rozenkrans,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons Heer! Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons Heer! Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, ontferm u onzer. Heer! Christus hoor ons!
Christus verhoor ons!
Heer, ontferm u onzer!
Christus, ontferm u onzer!
Heer, ontferm u onzer!
Onze vader, â Wees gegroet.
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende
492
c'
cLquot;
â j
o
O
o
3
en Gebeden.
maagd; onze Vrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster; verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon.
if. Bid voor ons, o heilige moeder Gods.
II. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
GEBED.
Wij bidden U, o Heer, store uwe genaden in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de mensch-wording van Christus uwen Zoon gekend hebben, door zijn lijden en kruis gebracht worden tot de glorie der verrijzenis; door denzellden Christus, onzen Heer. Amen.
i'. Bid voor ons, o allerheiligste Joseph.
Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
GEBED.
Wij bidden U, o Heer, help ons door de voorspraak van den Bruidegom uwer allerheiligste Moeder, opdat, wat wij door ons zeiven niet vermogen, ons door
493
Litaniën
zijne voorspraak gegeven worde, Gij die leeft en regeert, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Aan het aandachtig bidden van deze Litanie is telkens een aflaat van 300 dagen verleend, toevoeglijk aan de zielen in het vagevuur.
Gebed tot de allerheiligste Al nagd om door hare bescherming de deugd der kuischheid te bewaren.
^]j©| mijne Meesteres, o mijne Moeder!
ik offer mij geheel aan U op, en om U mijne genegenheid te toonen, wijd ik heden mijne oogen, mijne ooren, mijn mond, mijn hart en mij zeiven geheel en al aan U toe. Dewijl ik hierdoor de uwe ben geworden, o goede Moeder, bewaar en bescherm mij als uw eigendom. 100 dagen afl. eenmaal daags. P. Pius IX, 1851.
Gebed in de bekoring.
mijne Meesteres, o mijne Moeder, gedenk dat ik U toebehoor. Bewaar en bescherm mij als uw eigendom.
Ieder maal 40 dagen aflaat, P. Pius IX,
494
en Gebeden.
Liefdeverbond met Maria.
tyjÃê gezegende en eerbiedwaardige jJap? Maagd Maria, Gij verdient, dat ik U alle oogenblikken mijns levens schen-ke, en U nooit vergete. Laat mij daarom met U een verbond sluiten, dat ik bij elke beweging mijns lichaams vernieuwe en bevestige door het allerzoetste Hart van Jesus, uwen Zoon.
O Maria, zoo dikwijls als ik mijn hoofd beweeg zal dit beteekenen, dat ik met hart en mond wil zeggen: O Maria zie mij hier aan uwe voeten! Ik ben, geheel de uwe met lichaam en ziel!
Zoo dikwijls ik mijne oogen naar iets wend, dan is dat alsof ik verzuchtte: O Maria, dat ik U toch eenmaal aanschouwen, en mij eeuwig met U verheugen moge.
Zoo dikwijls zich mijne tong beweegt om te spreken,beteekent dit,alsof ik zeide; O Maria, ik verlang U te loven, te prijzen en te verheerlijken met alle van liefde brandende Seraphijnen, met alle heiligen die U beminnen, in al mijn doen en laten zooveel ik het vermag.
495
Litaniën
Zoo dikwijls ik adem, zal dit zooveel zijn alsof ik bad: O Maria, bewaar in mij (door uwe voorspraak) den adem des levens, de heiligmakende genade, opdat ik dan voor goed beginne U als mijne moeder te beminnen.
Bij eiken polsslag, zal ik door U God om vergiffenis mijner zonden bidden. O kon ik de zonden die ik tegen uwen goddelijken Zoon en tegen de eer van uwen naam begaan heb, met mijn bloed uitwisschen!
Zoo dikwijls mijn hart klopt, zoo dikwijls dank ik U voor alle genaden en weldaden, door uwe tusschenkomst van God ontvangen, en bid ik slechts om deze genade, dat Gij ook in de toekomst mijne moeder zijn wilt. En zoo dikwijls ook wil ik U beminnen, o beminnenswaardige en altijd heilige Maagd, die ons met eene orovertreffelijke liefde omvat. Ik bemin U en verlang de krachten aller schepselen te bezitten, om U op het vurigste te beminnen.
Met de liefde van Uwen Jesus, en met de liefde van al uwe kinderen hier op aarde, bemin en eer ik U na God boven alles. Ja, ik bemin U, o Maria,
en Gebeden.
en in uwe liefde verlang ik te sterven. Zoo dikwijls eindelijk mijne handen of voeten zich bewegen, zoo dikwijls ook offer ik U door de handen van mijn patroonheilige den ernstigen wil op, alles ter eere van uwen heiligen naam te lijden, alles uit liefde tot U te doen en te laten.
Welaan, o liefderijke Moeder, ik bid U, bekrachtig dit liefdeverbond met het zegel der geopende wronde der zijde \ an uwen goddelijken Zoon, en ondciteeke.i het met het bloed van Zijn allerheiligst Hart, en met de tranen, die Gij voor mijne zaligheid gestort hebt.
en blijf ik de uwe, en zijt en blijft Gij mijne moeder, o Maria, en na God mijn al! Amen.
Drie gebeden van de H. Mechtildis tot
O. L. Vrouw, om cenen zaligen dood.
i. O Heilige Moeder Gods Maria, dewijl God door zijne almacht U boven alle schepselen verheven en LT met groote macht bekleed heeft, zoo bid ik U, dat Gij mij in het uur van sterven bijstaat en alle vijanden van mij afwendt. Amen.
Wees Gegroet Maria.
497
Litaniën
z. O Heilige Moeder Gods Maria, gelijk God U eene zoo groote kennis van de allerheiligste Drievuldigheid gegeven heeft, als geen heilige ooit gehad heeft, verleen zoo ook aan mijne ziel in het uur des doods eene zoodanige kennis en zulk een licht des geloofs, dat zij in geen dwaling en twijfel vervalle. Amen.
Wees gegroet Maria.
3. O Heilige moeder Gods Maria, gelijk God, de H. Geest, de zoetheid Zijner liefde in zulk een mate in U heeft uitgestort, dat Gij de moeder der schoone liefde genoemd wordt, zoo stort in het sterfuur ook in mij de zoetheid der goddelijke liefde, opdat mij dan alle bitterheid zoet en alle zwarigheid licht worde. Amen.
Wees gegroet Maria.
De moeder Gods leerde deze gebeden nan de H. Mechtildis, en voegde er bij. dat zij hem, die deze gebeden dagelijks met godsvruclit bad, in het sterfuur bijstaan en bcschc rmen zoude.
Gebed om een zaligen dood.
Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons, die tot U onze toe-
498
en Gebeden
vlucht nemen ! O toevlucht der zondaren, o moeder der stervenden, verlaat ons niet in het uur van onzen dood, maar verkrijg ons een volmaakt berouw, een oprecht leedwezen en de vergiffenis onzer zonden; geel dat wij de laatste teerspijs waardig ontvangen en gesterkt mogen worden door het H. Oliesel, opdat wij in volkomen zekerheid voor den troon van een rechtvaardigen maar ook barmhartigen Rechter, onzen Heer en Verlosser verschijnen mogen. Amen.
loo dagen aflaat eenmaal daags.
Gebed tot onze lieve Vroinu van Lourdes.
^Tpees eeuwig gezegend, geloofd, SwWquot; bemind, vereerd en aangeroepen, o heilige Maria, die met zooveel liefde een overvloed van genaden uitstort over de zoo bevoorrechte grot van Lourdes.
O wees altijd onze moeder, onze hoop, onze troosteres hier op aarde en onze koningin in de hemelsche gelukzaligheid.
Amen.
Gezegend zij de heilige en onbe-
499
Litaniën
vlekte onvangenis der allerzaligste Maagd Maria.
ioo dagen aflaat iedermaa).
Zoet hart van Maria, wees mijn heil!
300 dagen aflaat iedermaal.
Gebed van de. H. Gertrudis.
VJjik groet U, reinste lelie der allerhei-ligste Drievuldigheid, en evenbeeld harer heerlijkheid! Ik groet U, o Maagd Maria, schitterende roos, prijkende in hemelsche schoonheid, want uit U is de Koning des hemels voortgekomen, Uien Gij met uwe zuivere melk gevoed hebt; voed ook onze zielen met den overvloed der goddelijke genade. Amen.
Litanie van het onbevlekt Hart van Maria.
^Ciffeer, ontferm u onzer!
-aHJk Christus, ontferm 11 onzer!
Heer, ontferm 11 onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
God hemelsche Vader! ontferm ü onzer. God, Zoon verlosser der wereld, ontferm U onzer.
5oo
en Gebeden.
God heilige Geest! ontferm U onzer. Heilige Drievuldigheid één God! ontferm U onzer.
Heilig Hart van Maria, bid voor ons! Hart van Maria, volgens het Hart
van God,
Hart van Maria, vereenigd met het
Hart van Jesus,
Hart van Maria, harp van den
H. Geest,
Hart van Maria, heiligdom der
H. Drievuldigheid,
Hart van Maria, tabernakel van
het menschgeworden Woord.
Hart van Maria, van het begin af
zonder vlekken,
Hart van Maria, vol van genade.
Hart van Maria, onder alle harten
gezegend.
Hart van Maria, troon der glorie. Hart van Maria, afgrond van ootmoedigheid.
Hart van Maria, brandoffer der goddelijke liefde,
Hart van Maria, met Christus den gekruisigde aan het kruis gehecht. Hart van Maria, troost der bedrukten, Hart van Maria, toevlucht der zon-
501
Litanie n
daren,
Hart van Maria, hoop der stervenden,
Hart van Maria, zetel der barmhartigheid,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons. Heer! Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons, Heer! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Maria zoo rein, milddadig en ootmoedig!
502
Maak mijn hart gelijkvormig aan het Hart van Jesus!
GEBED.
^pjiarmhartige God, die tot heil der zondaren, en tot steun der zwakken, het onbevlekte Hart der allerzaligste Maagd Maria in liefde en barmhartigheid aan het goddelijk Hart van Jesus Christus gelijkvormig hebt: willen maken, verleen ons, dat wij die dit zoete en liefdevolle Hart vereeren, door de verdiensten en voorspraak der allerheiligste Maagd zelf gelijkvormig mogen bevonden worden aan het Hart van Jesus;
er Gebeden.
door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
In uwe Ontvangenis, o Maagd Maria, zijt Gij zonder vlek gebleven; bid voor ons den Vader, wiens Zoon Jesus Gij van den H. Geest ontvangen, en gebaard hebt.
Schietgebeden.
Onbevlekt Hart van Maria,bid vooronsl
ledermaal 100 dagen aflaat.
Heilige Moeder Gods, gedenk mijner!
(H. Franciscus Xav.)
Ik schenk U mijn hart, Moeder van mijnen Jesus, Moeder der liefde.
ledermaal 300 dagen aflaat.
Op U, Maria, stel ik geheel mijn vertrouwen, red mijl
(H. Alph. v. Lig.)
Gebed ter eere van Maria.
Voor haar beeld te bidden.
i^M^eiligste en onbevlekte Maagd en Moeder Maria. Tot U, Moeder des Heeren, Koningin der aarde, voor-
503
Litaniën
spreekster, hoop en toevlucht der zondaren, neem ik, de ellendigste van allen, heden mijne toevlucht.
Aan uwe voeten neergeknield, o gro;)te Koningin, breng ik U mijne hulde, en dank U voor alle weldaden, die Gij mij tot heden toe bewezen hebt, bijzonder echter daarvoor, dat Gij mij van de hel bevrijd hebt, die ik zoo dikwijls verdiend heb. Ik bemin U, o mijne allerbeminnelijkste meesteres, en uit liefde tot U beloof ik, U altijd te dienen, en alles te doen, wat in mijne macht is, opdat Gij ook door anderen bemind en gediend wordet. Op U stel ik al mijne hoop; in uwe handen leg ik mijne eeuwige zaligheid; neem mij tot uw dienaar aan, en neem mij onder uwe bescherming, o moeder der barmhartigheid! Omdat Gij zoo machtig zijt bij God, bevrijd mij van alle bekoringen, of verkrijg mij ten minste de kracht om ze tot aan het einde mijns levens te overwinnen. U smeek ik om eene ware liefde tot Jesus, door U hoop ik eens eenen zaligen dood te sterven.
O mijne moeder, door uwe liefde tot Jesus bid ik U, dat Gij mij altijd bij-
en Gededen
staat, vooal echter in de laatste oogen-blikken die alles beslissen. Verlaat mij niet, totdat Gij mij onder de zaligen des hemels ziet, waar ik U loven en den lof uwer barmhartigheid zingen zal in alle eeuwigheid Zoo hoop ik, zoo zij het. Amen.
500 dngen nfl.iat, P. IMus IX, 1S54.
[IHet Memorare tot onze lieve Vrouw van het heilig Hart.
edenk, o onze lieve Vrouw van het , Vjf heilig Hart, de onbegrensde macht, die Gij over het Hart van uwen aanbid-delijken Zoon bezit! Vol vertrouwen op uwe verdiensten kom ik tot U, om uwe bescherming en uwe hulp af te smee-ken. O glorierijke gebiedster van Jesus heilig Hart, de onuitputtelijke bron van alle genaden, die Gij naar welgevallen openen kunt, om daarnit alle schatten der liefde en barmhartigheid, des lichts en des heils, die het in zich bevat over ons, menschen, uit te storten; ik bid U, verleen mij de genade, om welke ik T1 smeek.........
t Neen, ik zal niet tevergeefs bidden,
505
Litaniën
en wijl Gij mijne moeder zijt, o onze lieve Vrouw van het lieilig Hart, zoo neem mijn smeeken uenadig aan, en gewaardig U, mij te verhooren. Amen Onze lieve Vrouw van liet heilig Hart, bid voor ons!
ioo dagen nflant P. l'ius IX 1876.
Onder uwe bescherming.
^/fï|nder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o lieve Vrouw van het heilig Hart, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke gebiedster van het Hart van Jesus, uwen Zoon. Amen.
Toewijding aan onze lieve Vrouw van het //. Hart.
onze lieve Vrouw van het H. Hart, moeder der barmhartigheid, deur des Hemels, en uildeelster der genade Gods, ik werp mij voor uwe voeten neder! Gij zijt de. verhevene maagd en gebiedster van het Han; van Jesus, de toevlucht der zondaren, de troosteres der bedrukten, en het heil ] van alle
5o6
en Gebeden.
menscben ; wees d.in ook rnijne troosteres, mijne toevlucht, en mijn heil! Gij wordt genoemd de toeverlaat der rechtvaardigen, de hoop der verlatenc-n, de sterkte der zwakken, en de rust der beangstigde harten, daarom werp ik, o onze lieve Vrouw van het heilig Hart een smeekenden blik op U, en stel mij vo()r altijd onder uwe machtige, moederlijke bescherming: ik wijd U heden toe mijnen geest met al zijne gedachten, mijn hart met al zijne neigingen en mijn geheel wezen. O zoete Koningin van het Hart van Jesus, kom mij te hulp, bevrijd mij van de strikken des duivels: geef dat ik op aarde (lod beminne, dat ik Hem getrouw diene en het geluk hebbe in zijne heilige liefde te sterven, om met U eeuwig te heerschen in de heerlijkheid des hemels. Amen.
Onze lieve Vrouw van het H. Hart, bid voor ons Alles tot meerdere eer van bet H. Hart van Jesus!
Aanbeveling der kinderen aan Onze He. re Vrouw van het H. Hart.
^MTret innige vreugde, o onze lieve Vrouw van het H. Hart, stel ik
507
Litanicn
dit kind onder uwe moederlijke en machtige bescherming en wijd het U toe. Laat het steeds het voorwerp zijn uwer teedere zorgen. Waak steeds over hetzelve, en bezwaar het in de onschuld, en dat het onder uwe bescherming in wijsheid en deugd opgroeie. Geef dat het de vreugde zijner ouders en de troost der H. Kerk zij, en nadat het hier God trouw gediend heeft, ook eens het loon der heiligen in de eeuwigheid moge ontvangen.
Om deze genade bid ik U, o onze lieve Vrouw van het H. Hart. Amen.
Godvruchtige oefeningen ter eere der Zeven Smarten van Maria.
Van den H. Alph. v. Lig.
EERSTE SMART.
iT'-'k heb medelijden rret U, o mijne quot;£:â üeve Moeder Maria, wegens het eerste zwaard van droefheid dat uw Hart doorboorde, toen l door tien 1! Simeon nlle mishandelingen geopenbaard werden, die uw Zoon Jesus zou ondergaan. Zij waren U allen reeds door
5O8
en Gebeden.
de H. Schrift bekend; ja, Gij wist (l?t Hij onder uwe oogen, na al zijn bloed vergoten te hebben, aan het kruis zoude sterven, van allen verlaten, zonder dat Gij hem helpen kondet.
Ter wille van deze bittere herinnering, die zoo lange jaren uw hart bedroefde, bid ik ü., mijne koningin, verkrijg mij de genade, dat ik het lijden van Christus en uwe smarten in leven en in sterven altijd ir. mijn hart drage,
TWEEDE SMART.
ypk heb medelijden met U, o mijne Sag lieve Moeder Maria, wegens het tweede zwaard van droefheid, dat uw Hart doorboorde, toen Gij zaagt, hoe uw onschuldig Kind Jesus door dezelfde menschen, voor wier zaligheid Hij in de wereld gekomen was, vervolgd werd. Midden in den nacht moest gij toen naar Egypte vluchten.
Ter wille van al het lijden, dat gij o teedere Maagd, met uw verbannen Kind hebt uitgestaan op deze lange en vermoeiende reis door woeste en onveilige streken, en gedurende uw ver-
Litaniën
blijf in Egypte, waar Gij vreemd en onbekend meerdere jaren arm en verlaten moest doorbrengen, bid ik U, mijne Koningin, verkrijg mij de genade, geduldig en in vereeniging met U tot aan mijn dood alle lijden van dit leven te verduren, opdat ik eens van de pijnen der hel, die ik zoo dikwijls verdiend heb, verlost worde.
DERDE SMART.
®k heb medelijden met U, o mijne lieve moeder Maria, wegens het derde zwaard van droefheid dat uw Hart doorboorde, toen Gij uwen lieven Jesus te Jerusalem verloren hadt, waar Gij hem drie dagen lang in de grootste angsten zocht. Gij vondt dag en nacht geen rust, toen gij het voorwerp uwer liefde niet meer bij U hadt en ook niet wist, waarom hij U verlaten had. Ik bid U, o mijne koningin, ter wille uwer bittere angsten en pijnlijke verzuchtingen gedurende die drie droevige dagen en nachten, verleen mij de genade, nooit mijnen God meer te verliezen, opdat ik hier op aarde steeds met Hem
en Gebeden.
vereenigd leve, en in Zijne genade eens deze wereld moge verlaten.
VIERDE SMART.
;,T5k heb medelijden met U, o mijne i lieve moedsr Maria, wegens het vierde zwaard van droelheid, dat uw Hart doorboorde, toen Gij uwen lieven Zoon ter dood veroordeeld, met ketenen, beladen, met bloed en wonden overdekt met doornen gekroond, op den lijdensweg onder het zware kruis hebt zien nedervallen; Hij die toch als een onschuldig lam uit liefde tot ons in den dood ging. Gij aanschouwdet elkander, en uwe blikken waren even zoovele smartelijke pijlen, die uwe beide van liefde brandende Harten verwondden.
Ik bid U, mijne koningin, ter wille dezer groote smarten, verkrijg voor mij de genade, dat ik altijd leve in overgeving aan den wil Gods, en dat ik in vereeniging met Jesus, steeds met vreugde mijn kruis drage tot den Ijatsten ademtocht.
511
Litanicn
VIJFDE SMART.
heb medelijden met U, o mijne 'i lieve moeder Maria, wegens liet vijfde zwaard van droefheid, dat uw Hart doorboorde, toe.i Gij op den Calvarieberg uwen lieven Zoon Jesns, onder zulke schromelijke smarten, door de menschen bespot, langzaam op het harde en ruwe kruis onder uwe oogen zaagt sterven, zonder Hem ook de kleinste verlichting, die men zelfs den grootsten boosdoeners in het doodsuur niet weigeren zoude, te kunnen aanbrengen.
Ter wille van den doodsangst dien Gij, lieve moeder, daar met uwen stervenden Zoon geleden hebt, ter wille der droefheid, die gij gevoeldet, toen jesus voor de laatste maal aan het kruis tot U sprak, en afscheid van U nam; toen Hij ons allen met den H. Joannes als uwe kinderen aan U overgaf; ter wille der verschrikkelijke smarten, welke Gij leedt, toen Hij zijn iioofd boog, enden geest gaf in de handen zijns Vaders, bid ik U, verkrijg voör mij bij uwen gekruisten Jesus de genade, dat ik ook
512
6:1 Gebeden.
starve aan alle dingen dezer wereld gedurende mijn geheel leven, alleen voor God leve, en aizoo eens daartoe kome, dat ik hem van aanschijn tot aanschijn in den hemel moge aanschouwen.
ZESDE SMART.
fk heb medelijden met^ ü, o lieve Moeder Maria, wegens het zesde zwaard van droe:l heid dat uw Hart doorboorde, toen men het teeder Hart van uwen lieven Zoon doorstak, die reeds voor deze ondankbaren, die zells na zijn dood niet moede waren hem te mishandelen, gestorven was.k heb medelijden met^ ü, o lieve Moeder Maria, wegens het zesde zwaard van droe:l heid dat uw Hart doorboorde, toen men het teeder Hart van uwen lieven Zoon doorstak, die reeds voor deze ondankbaren, die zells na zijn dood niet moede waren hem te mishandelen, gestorven was.
Ter wille dezer onuitsprekelijk groote smarten, bid ik U, verkrijg voor mij de genade, dat ik altijd in het voor mij doorboorde Hart van Jesus moge wonen, in dat Hart hetwelk de liefdekamer is, waarin alle zielen, die God beminnen, rust vinden, opdat ik daar zoolang ik leef, aan niets anders denke, en niets anders beminne dan God alleen, ü allerheiligste Maagd Maria, Gij kunt dit doen, van U hoop ik het.
»7
ZEVENDE SMART.
heb medelijden met U, lieve Moe-der Maria, wegens het zevende zwaard van droefheid, dat uw Hart doorboorde, toen Gij uwen gestorven Zoon in uwe armen ontvingt. Hij is niet meer zoo liefelijk en schoon, gelijk eertijds, toen Gij hem in den stal van Bethlehem aan de geloovige herders ter aanbidding voorsteldet; neen. Hij is vol bloed; zijn heilig lichaam is verscheurd door de geeselslagen en zijne beenderen zijn zelfs door de wonden ontbloot, ü mijn geliefde Zoon, zoo spraakt Gij, o mijn geliefde Zoon, waartoe heeft uwe liefde U gebracht? En toen men Hem grafwaarts droeg, wildet Gij Hem vergezellen, en met eigene handen daarin nederleggen, om, na voor de laatste maal van hem afscheid te hebben genomen, uw liefdevolle Hart daar te laten rusten.
Ter wille van het schromelijk lijden dat uwe ziel doorstaan heeft, verkrijg voor mij, o Moeder der schoone liefde, de vergiffenis van alle beleedigingen, die ik mijn, en mij zoo vurig beminnenden
en Gebeden.
God heb aangedaan en welke mij van harte leed zijn. Sta mij bij in mijn doodsuur, opdat ik door de verdiensten van Jesus, en door de uwe zalig worde, en eens met uwen bijstand, na deze ellendige ballingschap op aarde, den lof van Jesus en den uwe, voor eeuwig in den hemel moge zingen.
Het Wees gegroet der smartvolle Moeder.
gegroet, Maria, vol van smar-
de Gekruiste is met U, be-
klagenswaardig zijt Gij onder de vrouwen en beklagenswaardig is de vrucht uws lichaams Jesus. Heilige Maria, Moeder van den Gekruiste, geef ons, die uwen Zoon kruisigden, tranen van boetvaardigheid, nu en in het uur van onzen dood. Amen.
ledermaal 100 dagen aflaat. Paus Pius IX 1847.
515
Litanie der s)nartvolle Moeder.
Van Paus Pius VII.
i^!!3|eer' ontferm U onzer! .IJ. Christus, ontferm U onzer!
Litanicn
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer! God Zoon, verlosser der wereld, ontferm U onzer!
God, heilige Geest, ontferm U onzer! Heilige Drievuldigheid één God, ontferm U onzer!
Heilige Maria, bid voor ons!
Heilige Moeder Gods,
Heilige Maagd der Maagden,
Moeder des Gekruisten,
Smartelijke Moeder,
Treurende Moeder,
Zuchtende Moeder,
Kommervolle Moeder,
Verlatene Moeder,
Troostelooze Moeder,
Allerbedrukste Moeder,
Angstvolle Moeder,
Van kommer verteerde Moeder, Met het zwaard doorboorde Moeder, Met het hart aan liet kruis gehechte Moeder,
Van uwen Zoon beroofde Moeder, Zuchtende tortelduive.
Moeder der smarten.
5i6
en Gebeden.
Bron van tranen,
Moeder der bitterheden, Zee van rampen.
Woonplaats des lijdens.
Spiegel van geduldigheid. Steenrots van standvastigheid. Hulp in wederwaardigheden. Vreugde der bedroefden. Rustplaats der troosteloozen. Toevlucht der veriatenen. Schild der bedrukten, Bestrijdster der ongeloovigen, Troosteres der ellendigen Geneesmiddel der zieren, Hulpmiddel der noodlijdenden. Sterkte der zwakken, Beschermster der strijdenden, Haven der schipbreukelingen. Gebiedster der stormen, Gezellin der lijdenden.
Schrik der boosdoeners, Toevlucht der zuchtenden, Aanvoerdster der martelaren. Schat der geloovigen.
Licht der belijders.
Parel der maagden.
Troost der weduwen,
Vreugde aller heiligen.
Litaniën
Koningin uwer dienaren,
Heilige Maria, zonder eenig voor- , r5 beeld, I °
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons. Heer! Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons. Heer! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer, Heer! Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
Heer. ontferm U onzer !
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U önzer!
y. In alle droefheid, angst en nood! ⢠Kom ons te hulp, smartvolle moeder Maria!
518
$â . Bid voor ons, smartvolle Maagd. IL Opdat wij der beloften van Christus waardig worden!
GEBED.
Heer Jesus Christus, wij bidden U, geef dat de allerzalige Maagd, uwe Moeder, wier allerheiligste ziel gedurende uw lijden een zwaard van droei-
en Gebeden.
heid doorboorde, bij uwe goedertierenheid voor ons ten beste spreke. Die keft en regeert van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Gebed tot de smartvolle Moeder.
van F'. Martin v. Cochetn.
Maria, smartvolle moeder, Gij weet wat nood en lijden is, want uw onbevlekt, teeder moederhart is met een zwaard van droefheid doorboord geworden. Gij hebt bittere armoede, smaad en vervolging geleden, en waart gelijk uw goddelijke Zoon in eene zee van smarten gedompeld.
Ik weet, dat Gij ook mijne smart gevoelt. Gij begrijpt het lijden mijns harten, want ik ben immers uw kind, en Gij zijt mijne moeder. Maar Gij begrijpt niet alleen hoezeer ik lijd. Gij kunt mij ook helpen en troosten. Zoo kom ik dan tot U. troosteres der bedrukten, onder den druk van kruis en lijden, en bid u, reik mij eene hand toe, opdat ik er niet onder bezwijke.
In uw liefderijk moederhart leg ik al mijne wederwaardigheden, mijn angst
519
Litaniën
en nood, ik stel mij onder uwe moederlijke bescherming.
O mijne Moeder, bid voor mij, opdat uw sroddelijke Zoon mij niet verlate, dat Hij mij dit kruis van mijn schouders neme of mij de kracht geve om gelijk Gij, mijn leed standvastig en uit liefde tot Hem t3 verdragen.
Ik stel mij naast U onder het kruis, o smartvolle Moeder, en hoop dat mijn smeeken ter wille uwer smarten en door uwe machtige en liefdevolle voorspraak verhoord zal worden O goedertierene, o liefdevolle, o zoete Moeder Maria, die vol van smarten onder het kruis gestaan hebt, bid voor ons! Amen.
Ciebed tot Ovze Ltette Vrome ztan altijddurenden Bijstand.
Moeder van den altijddurenden Bijstand, Gij zijt de uitdeelster aller genaden, die God ons ellendigen verleent, en daarom wilde Hij, dat Gij zoo machtig, zoo rijk en goedertieren zijt om ons in onze ellende te hulp te komen. Gij zijt de pleitbezorgster der ellendige en verlatene zondaars, die tot U hun toe-
520
en Gebeden.
vlucht nemen; kom dan ook mij te hulp, die uwe barmhartigheid inroep. In uwe handen leg ik mijne eeuwige zaligheid, ik geef U mijne ziel over. Gewaardig U mij onder het getal uwer bijzondere dienaren en onder uwe moederlijke bescherming te nemen, ik verlang niets meer. Want als Gij mij bijstaat, vrees ik niets; mijne zonden maken mij niet angstig, omdat Gij voor mij vergiffenis verkrijgen zult; de helsche geesten vrees ik niet, dewijl Gij machtiger zijt dan de gansche hel, ja, ik vrees zelfs mijnen goddelijken Rechter Jesus Christus niet, omdat uwe voorspraak. Hem zal verzoenen. Ik vrees slechts te verzuimen U steeds om uwen bijstand aan te roepen, en zoo door mijne nalatigheid te gronde te gaan.
ü mijne Koningin, verkrijg mij vergiffenis der zonden, liefde tot Jesus, barmhartigheid in het laatste uur mijns levens, en de genade, altijd tot U mijne toevlucht te nemen, o Moeder van den altijddnrenden Bijstand! Amen.
Vijfmaal het »Wees gegroet.quot;
521
17 $
Litaniën
Smeekgebed van den H. Aloysius.
ïjmeilige Maria, mijne koningin, heden ïiiQE; en alle dagen mijns levens, vooral echter in het uur van mijnen dood, beveel ik aan uwe zegenrijke bescherming, aan uwe bijzondere hoede en moederlijke barmhartigheid mijn lichaam en mijne ziel. U geef ik al mijne hoop en troost, al mijne wederwaardigheden en droefheid, mijn leven en deszelfs einde over. Verwerf mij door uwe machtige voorspraak en door uwe groote verdiensten de genade, in al mijn doen en laten uwen wil en den wil van uwen Godde-lijken Zoon te vervullen. Amen.
Litanie tot onze lieve Vrouw van altijd-durenden Bijstand,
felf^eer ontferm U onzer!
Christus, ontferm. U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, vehoor ons!
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer, God Zoon, verlosser der wereld, ontferm U onzer.
522
en Gebeden.
God heilige Geest, ontferm U onzer. Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
Heilige Maria, bid voor ons.
Heilige Moeder Gods, bid voor ons. Heilige Maagd, zonder erfzonde ontvangen, bid voor ons.
O onze lieve Vrouw van altijddu-
renden Bijstand,
Wij arme zondaars, roepen tot U, Dat wij God, het hoogste goed van
ganscher harte beminnen,
Dat wij aan Jesus uwen goddelijken Zoon in alles gelijkvormig worden Dat wij U, allerzalligste Maagd, eene teedere en innige godsvrucht toedragen.
Dat wij de zonde, het eenige kwaad,
uit alle krachten haten,
Dat wij dikwijls onze uitersten gedenken.
Dat wij de H. Sacramenten dikwijls
en waardig ontvangen.
Dat wij de naaste gelegenheden tot zonde naar vermogen vluchten. Dat wij geen dag onzes levens het
gebed verzuimen.
Dat wij vooral in het oogenblik der
523
Litaniën.
bekoring bidden.
Dat wij met eene grootmoedige liefde onze vijanden vergeven, en alle menschen goed toewenschen, Dat wij onze bekeering niet van den eenen dag tot den anderen uitstellen,
Dat wij met allen ijver aan de uitroeiing onzer slechte gewoonten arbeiden,
Dat wij in de genade en vriendschap Gods leven en sterven, In alle aangelegenheden van lichaam
en ziel,
In ziekten en lijden,
In armoede en noodwendigheden, In vervolging en verlatenheid, In kommer en droefheid.
Ten tijde van oorlog en besmettelijke ziekten,
In de aanvallen der booze geesten, In de bekoringen der bedriecelijke wereld,
In den strijd tegen de hartstochten
van onze kwade natuur,
In de aanvallen tegen de schoone
deugd der kuischheid,
In alle gevaar van zonden,
524
en Gebeden.
Als wij op het einde var. onze aardsche loopbaan gekomen zijn, Als wij op het sterfbed uitgestrekt liggen,
Als de gedachte aan den nabijzijn-den dood ons met schrik en angst zal vervullen.
Als in het allesbeslissend oogen-blik de helsche vijanden ons in vertwijfeling zullen trachten te brengen,
Als de priester ons de absolutie en zijnen laatsten zegen zal geven, Als bloedverwanten en vrienden ons sterfbed omringen, en weenend voor ons zullen bidden.
Als de oogen zullen verdooven en het hart zal ophouden te slaan. Als onze ziel voor den goddelijken
rechterstoel verschijnt.
Als het verschrikkelijk vonnis uitgesproken zal worden,
Als wij in de vlammen des vage-vuurs lijden en naar het aanschouwen van God zullen verlangen. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons Heer, Lam Gods, dat wegneemt de zonden
525
Litaniën
der wereld, verhoor ons Heer, Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer, Heer, Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
Hf. Bid voor ons, heilige Moeder Gods! ï^. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden!
GEBED.
God, die gewild hebt dat de Moe-FifJ- der van uw Eeniggeboren Zoon de altijddurende Bijstand der Christenen op aarde wezen zou, verleen ons de genade, dat wij haar in alle aangelegenheden naar ziel en lichaam vol vertrouwen aanroepen, opdat wij, door hare bescherming en haren bijstand gered tot het altijddurend aanschouwen uwer heerlijkheid in den hemel mogen geraken.
Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
526
Gebeden onder
Gebed om de allerheiligste Maagd dagelijks tot bijzondere patrones en Moeder te kiezen.
allerzaligste Maagd en Moeder Gods Maria! Ik N. N. hoewel onwaardig onder het getal uwer dienaren en dienaressen opgenomen te worden, vertrouwend echter op uwe groote goedheid, kies U heden in tegenwoordigheid van mijn heiligen Engelbewaarder en alle lieve Heiligen, rot mijne bijzondere patrones en waardige Moeder, met het vaste voornemen, U in de toekomst getrouw te dienen, en zooveel het mij mogelijk is te zorgen, dat Gij ook door anderen gediend wordt.
Daarom bid ik U, o genadige Moeder, door het allerheiligste Bloed van uwen eenigen Zoon Jesus Christus, dat Hij voor ons, menschen, vergoten heeft, neem mij aan onder het getal uwer dienaren en kinderen, en verkrijg mij van God de genade dat ik mij in alle gedachten, woorden en werken zoo gedrage, dat aan het goddelijk oog en aan het uwe niets in mij mishage, en ik eens gelukzalig uit dit leven moge scheiden. Amen.
527
Litaniën
Gebed tot bewaring der H Kuischheid.
mocht ik U, o Maria, volgens mijn
staat en vermogen in de reinheid des lichaams en der ziel oprecht navolgen. O Maria, schoon voorbeeld der kuischheid! O, reine, onbevlekte spiegel der maagdelijkheid! Zalig is hij, die zich immer beijvert, naar best vermogen dezelve te bewaren. Ik moet met Salomon bekennen, dat ik niet zuiver kan leven, tenzij het mij van God worde gegeven.
Daarom kom ik tot U, o gezegende onder de vrouwen, die Gods Zoon zonder verlies der maagdelijkheid gebaard hebt, verkrijg mij bij God de genade, waardoor ik nimmer in eenige zonde tegen de engelachtige deugd der kuischheid toestemme, opdat ik eens tot Jesus en tot U, o Maria, moge geraken, onder het getal der uitverkorenen, in de woning der eeuwige vreugde, waar niets onreins wordt toegelaten. Amen.
Gebed ter eere der vreugden van Maria.
teT-.^erheug U Maria, Moeder van God, onbevlekte Maagd I verheug U,
528
en Gebeden.
want Gij hebt de klaarheid des eeuwigen Lichts voortgebracht, verheug U, o heilige Moeder Gods! want Gij hebt gebaard zonder verlies uwer maagdelijkheid. Verheug U, o liefderijke Moeder des Lichts 1 want U loven en eeren alle schepselen. Wij bidden U, wees onze voorspreekster bij uwen Zoon, onzen Heer Jesus Christus. Amen.
Lof en eer aan Maria.
gmjï.ees gegroet en gezegend, o al-lerreinste, edelste, voortreffelijkste Maagd Maria, Koningin van hemel en aarde.
Wees gegroet en gezegend, allerwaardigste Moeder van den Allerhoogste! Sieraad van het hemelsch Paradijs! Schoonste der hemelbewoners! Levende tempel Gods! Verheven vat van den H. Geest! Woonplaats der allerheiligste Drievuldigheid! U wijd ik mijn lichaam en mijne ziel, mijn tijdelijk en eeuwig welzijn in Christus, onzen Heer. Amen.
Gebed om een levensstaat te kiezen.
allerkuischte Zoon der allerreinste Maagd, Christus Jesus! ik bid U
529
Litaniën
door de liefde die Gij den reinen zielen toedraagt, verleen mij eene ware liefde tot de maagdelijke reinheid, en bewaar mij voor bekoringen en verleidingen. Geef mij de genade dezen staat in vroomheid en deugd onberispelijk te beleven en door mijne goede zeden, en kuischen levenswandel mijn naaste een goed veorbeeld te geven. Daar ik echter wegens de groote gevaren in dezen staat niet gevoeglijk kan blijven, zoo bid ik U, verleen mij zulk een levensstaat, waarin ik U het best kan dienen. Ik verlang geen anderen staat dan dengene, welken fGij van eeuwigheid voor mij bestemd hebt, die het meest uwe eer bevordert, en voor mijne eeuwige zaligheid het heilzaamst is.
Hebt Gij mij tot den geestelijken staat geroepen, zoo verleen mij de genade en de gelegenheid dien waardig te aanvaarden.
Hebt Gij mij evenwel voor den huwelijken staat bestemd, zoo vereenig mij in zulk een huwelijk, dat geen beletsel zij voor mijn eeuwig heil.
Dit vraag ik U door uwe oneindige goedheid, en door de voorspraak van
53°
en Gebeden.
uwe lieve Moeder en alle lieve heiligen. Amen.
Gebed tot het H. Hart van Maria.
^XT'ecs duizend maal gegroet, aller-^y/ypr heiligste Hart van Maria! omdat Gij na het Hart van Jesus, van alle harten God den Heer het vurigste bemind hebt. O Hart van Maria! Gij hebt door de zuchten van uw Hart de menschwording van Gods Zoon bespoedigd, en het goddelijk Woord van den hemel doen nederdalen.
O Hart van Maria! Gij zijt boven alle harten der menschen bevoorrecht geworden, en zijt het dierbaarst aan het goddelijk Hart van Jesus. Wees gegroet, allerreinst Hart van Maria! dewijl Gij zoo groote zorg voor het goddelijk Kindje Jesus gedragen hebt. Wees gegroet, allerreinst Hart van Maria, dewijl Gij alle woorden van Jesus zoo goed bewaard en zoo getrouw vervuld hebt. Wees gegroet, genaderijk Hart van Maria, dewijl Gij met deugden en genaden zoo overvloedig zijt vervuld en versierd geworden.
53«
Litaniën
O goedertierenste Maagd! ontferm U over mijn ellendig hart, en bid Jesus door zijn en uw genaderijk Hart dat Hij mijn hart van alle zonden en booze neigingen zuivere. Amen.
Goede meening van Jesus en Maria door het » Wees gegroetquot; te loven.
^0|^ees gegroet, Maria 1 deur van het eeuwige Paradijs, helderschij-nende ster der wereld. Gij hebt het helsche rijk omvergeworpen. Gij zijt vol van genade wegens de vurige liefde tot God en tot de menschen. Wees gegroet wegens uwe volmaaktste reinheid, en uw diepsten ootmoed.
De Heer is met U, om U zijne genaden mede te deelen, groote dingen aan U te verrichten en steeds zijn grootste welbehagen in U te scheppen.
Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen, omdat Gij de Moeder der levenden, rechtvaardigen en uitverkoienen zijt, die in God en met God leven zullen. Gij zijt verheven boven alle schepselen van hemel en aarde, en geheiligd boven alle uitverkorenen.
532
en Gebeden.
En gezegend is de vrucht uwslichaams, Jesus Christus, die U zoo gebenedijd en gezegend heeft. Heilige Maria, Moeder Gods, Moeder van den Heiland en van allen, die naar het eeuwig heil verlangen en zuchten, bid voor ons, arme zondaars, uwen gezegenden Zoon, dat Hij ons zijn tijdelijken en eeuwigen zegen schenke. Bid voor ons nu, maar vooral in het uur van ons sterven, opdat wij zijne goddelijke erfenis in de eeuwige glorie mogen erlangen. Amen.
De gouden * Engel des Heer en.quot;
gegroet Maria, in dezelfde liefde en eer, waarmede de allerheiligste Drievuldigheid U door de groetenis des Engels heeft laten begroeten. Wees gegroet door de almacht des eeuwigen Vaders, waarmede Hij U in de genade bevestigd en bewaard heeft, zoodat Gij altijd van alle zonden en straffen der zonden zijt vrijgebleven. Wees gegroet door de wijsheid van God den Zoon, waardoor Hij U zoo verlicht heeft, dat Gij als eene glanzende zon hemel en aarde verlicht hebt. Wees
533
534 Litaniën en Gebeden.
gegroet in de zoetheid van den H. Geest, waarmede Hij het binnenste uwer ziel doordrongen en U zoo beminnelijk en goedertieren gemaakt heeft, dat allen die van goeden wille zijn, U door de genade Gods kunnen vinden.
Daarom is het billijk, dat alle geslachten U loven, zalig prijzen, en aanroepen. O Uitdeelster der genaden, bid voor mij, armen zondaar, opdat ik door U de schatten der genade en eens de goederen des eeuwigen levens moge verwerven, door Jesus Christus, uwen lieven Zoon, onzen Heer. Amen.
IJV ïi o Vl).
Eerste Deel.
^aria als P^jfn^rans^nningin sn \i\ Jijj^ Ijarff pannljarfigiieib.
Voorwoord. 3
1 October. â Aan de schoofiste Bruid, de schoonste Krans. 5
2 October. â De allerheiligste Rozenkrans
uit de eerste hand. 13
3 October. â Waarom bevordert de H. Kerk zoozeer de godsvrucht tot de H. Rozen-kranskoningin ? 21
4 October. â Het wapen der Rozenkranskoningin, Wit, rood en goud. 29
5 October. â Kind, vergeet moe Moeder niet! 37
6 October. â Het huisaltaar ter eere der Rozenkranskoningin. 44
7 October. â Kroon u met rozen, die nooit verwelken. $2
8 October. â Het H. Rozenkransgebed bij
het H. Misoffer. 60
9 October. â De H. Rozenkrans, 'het middelpunt aller godvruchtige oefeningen. 68
Inhoud.
10 October. â De Rczenkranskoningtn doet aan hare kinderen de zaligste beloften. 75
11 October. â Dc Rozenkranskoningin verschijnt niet haren heiligen hofstoet. 83
12 October. â De H. Vader Pius IX en zijne liefde tot de Rozenkranskoningin. 91
13 October. â Onze H- Vader Leo XIII spoort de katholieke wereld aan, tot vereering der Rozenkranskoningin. 99
14 October. â Maria, de zegepralende Koningin van den II. Rozenkrans. 105
15 October. â Maria, dc wonderdadige Rozenkranskoningin. 112
16 October. â Het Broederschap van den
H. Rozenkrans. 119
17 October. â Wees ook een ijverig lid der Rozenkrans-Broederschap. 126
18 October. â Verheug u over de kostbare voorrechten der Broederschap van den II. Rozenkrans. 134
19 October. â Geef voldoening voor dc Z071-den uit den rijken schat der H. Aflaten voor u en de arme zielen. 141
20 October. â De eeuwigdurende Rozenkrans. 152
21 October. â Bied Maria dagelijks een fris-schen ruiker aan, i?i de v ere enig ing van den Levenden Rozenkrans. 159
22 October. â De Rozenkrans der Zeven Smarten ter eere van de Koningin der Martelaren. 165
23 October. â De Franciscaner-Rozenkrans
ter eere der 7even Vreugden van Maria. 172
24 October. - De Brigittijnsche Rozenkrans
ter eere van de ^levensjaren van Maria. 184
25 October. â De Rozenkrans der Onbevlekte
536
Inhoud.
Ontvangemis â de schitterende kroon. 189
26 October. â Rozenkrans der arme zielen. 194
27 October. â V er mijd alle gebreken onder het Rozenkransgebed. 202
28 October. â Strijd voor de eer der Ru-
zen kranskoningin. 208
29 October. â De Rozenkrans-Zondag en
§ \de maand October. 215
30 October. â De Litanie van Loretto. 221
31 October. â De laatste Rozenkrans op 'gaarde â de eerste in den hemel. 227
Tweede Deel.
f^arin als J^ops^ransfitiningin. Pi 1§ Sfbinifn can bfn ^ojinfjrans.
DI-: BLIJDE GEHEIMEN. 233
I. Dien Gij, o Maagd, van den H. Geest
ontvangen hebt. 233
Voorbereidingsgebed. 233
1. Bid met de H. Maagd in hare kamer. 234
2. Groet Maria met den Engel. 236
3. Aanbid liet Vlcesch geworden Woord. 238 Opwekking. 240
II. Dien Gij, o Maagd, Elisabeth bezoekende
gedragen hebt. 245
1. Vergezel Maria over het gebergte. 245 Opwekkinlt;-. 246
2. Loof God met Maria. 247 Opwekking. 249
537
Inhoud.
3, Dien met Maria uwen evennaaste. 250
Opwekking. 251
III. Dien Gij, o Maagd, te Bethlehem gebaard hebt. 253
1. Ga met Maria en Joseph naar Bethlehem. 253
2. Zoek eene verblijfplaats voor Maria en
het Goddelijk Kindje. 254
Opwekking. 255
3. Eere zij God in den Hooge! 256 Opwekking. 256
» 258
IV. Dien Gij, o Maagd, in den Tempel hebt opgeofferd. 262
Offer aan God, met Maria het dierbaarste wat gij bezit. 262
Opwekking. 264
V. Dien Gij, o Maagd, in den Tempel hebt wedergevonden. 266
1. Begeef U met Jezus, Maria en Joseph ter kerke. 266
2. Zoek Jesus met Maria en Joseph. 267
Opwekking tot Jesus in 't Allerheiligste Sacrament. 270
DE DROEVIGK GEHEIMEN. 272
I. Die voor ons bloed gezweet heeft. 272
Verdiep u in 't goddelijk Hart op den Olijfberg. 272 Opwekking. 274
II. Die voor ons gegeeseld is geworden. 278
1. Beschouw het schuldelooze Lam aan de geeselkolom.
Opwekking. 282
2. Neem het lam op in uw Hart. 284 Opwekking. 286
III. Die voor ons met doornen gekroond is. 287
538
Inhoud.
1. Leve Jesus, de Koning der smarten. 287
2. Leve jesns, de Koning onzes harten. 290 Opwekking. 260
IV. Die voor ons het zware kruis gedragen heeft. 293
1. Volg Jesus met uw kruis! 293
Opwekking. 296
V. Die voor ons gekruisigd is. 302
1. Hecht uwe ziel aan het kruis. 302 Opwekking. 305
2. Volhard met Jesus op het kruis. 306 Opwekking. 306
DE GLORIERIJKE GEHEIMEN. 311 i. Jesus leeft weder â Alleluia! Verheug U,
o Koningin des Hemels â Alleluia! 311
Opwekking. 313
II. Die ten Hemel is opgeklommen. 314 1. Stijg in den geest ten Hemel! 314
Opwekking. 316
III. Die ons den H. Geest gezonden heeft. 319 1. Zend ons, o Heer, Uwen H. Geest. 319
Opwekking. 321
IV. Die U, o Maagd, in den Hemel heeft opgenomen. 323
1. Leer van Maria sterven. 323
Opwekking. 326
V. Die U, o Maagd, in den Hemel gekroond heeft. 328
1. Verheug U, o Koningin des Hemels. 328
Opwekking. 330
539
inhoud.
Derde Deel.
^ariamisdi Gfbbnbfli f?r tm ösr ^Ojfn^pansbningin,
Morgengebed. 335
Bij het ontwaken. 335
Bij het opstaan. 335
Na het aankleeden. 336 Dagelijksche opoffering aan het heilig en
onbevlekt Hart van Maria. 339
Gebed van den H. Bernardus 340
Gebed ter eere der allerzaligste Maagd Maria 340
Aanbeveling in de genade Gods. 342
Oefening der drie goddelijke deugden. 343
» des Geloofs 343
» der Hoop 344
» der Liefde 345
Goede meening. 346
Avondgebed. 348 Heilige rustplaats in het Goddelijk Hart van
Jesus 348 Eeuwige aanbidding ter eere van het goddelijk Hart van Jesus. 349 Avondgebed ter eere van het heilig Hart
van Maria. 350
Gebeden voor en na de Biecht. 351
Smeekgebed tot God 351 Onderzoek uw geweten over de volgende
^zonden 352
Berouw. 354
Voornemen. 358
Na de Biecht. 360
Inhoud.
Dankzegging 360
Voornemen voor de toekomst 362
Opoffering der boete^ 364
Dankzegging aan Maria 365
Gebeden voor en na de Communie. 366
Eerste voorbereiding tot de H. Communie. 3Ã7
Aanbidding en liefde 368
Leedwezen en betrouwen. 369
Smeekgebed. 371 Gebed van de H. Gertrudis tot de Moeder
Gods. 371
Verlangen. 373
Uitnoodiging. 374
Na de Communis. 377
Gebed. »
Godvruchtige verzuchtingen. 379
Gebed van den H. Ignatius. 380
» » » . H. Bonaventura. 381
» » » H. Thomas. 383
Schietgebeden. 384
Grondregels. »
Laatste gebed. 385 Andere Godvruchtige oefeningen voor
de H. Communie. 388
Voor de H. Communie. 9
Na de H. Communie. 391 Gebed tot het H. Hart van Maria om ons en
de H. Kerk onder hare bescherming te stellen. 394
Gebeden onder de H. Mis. 396 Eerste manier om de H. Mis Le hoor en ter
eere der allerzaligste Maagd Maria. gt; Tweede manier om de II. Mis te koor en ter
eere der smartvolle Moeder Gods. 420 Derde 7?ianier om de H. Mis le koor en. â
Voor de Overledenen. 438 Godvruchtige oefeningen ter eere van het
541
Inhoud.
Goddelijk Hart van Jesus in het H. Sacrament des Altaars 463 Aanbidding van het Allerheiligste Sacrament. » Verzuchtingen tot het Allerh. ;Sacrament. 464 Litanie ter eere van het H. Sacrament des
Altaars. 465
Aanbidding van het allerheiligste Hart van
Jesus. 470
Toewijding aan het H. Hart van Jesus. 471 Litanie ter eere van het Goddelijk Hart van
Jesus. 473
Gebeden op de Feestdagen van Maria. 476 Op het feest van O. L. Vrouw Lichtmis. ⢠» * » der zeven smarten van Maria. 477 » » » van Maria boodschap. 479
» » » van Maria bezoeking. 480
» » » van Maria Hemelvaart. 481
» » » der geboorte van Maria. 483
» » Naamfeest van Maria. 484
» » feest van Rozenkrans-Zondag. 485
» » » der Opoffering van Maria. 486
» » » der onbevlekte Ontv. van Maria. 488 » » ⢠» der Bescherming van Maria. 488 LiTANiëN en Gebeden ter eere van Maria. 490 Litanie van Lorette. 490
Gebed tot de allerheiligste Maagd om door hare bescherming dc deugd der kuischheid te bewaren. 494
Gebed in de bekoring. 494
Liefdeverbond met Maria. 495
Drie gebeden van de H. Mechtildis tot O.
L. Vrouw, om eenen zaligen dood.^ 497
Gebed om eenen zaligen dood. 498
Gebed tot O. L. Vrouw van Lourdes. 499
Gebed van de H. Gertrudis. 500
Litanie van het onbevlekt Han van Maria. 500
542
Inhoud.
Schietgebeden. 503
Gebed ter eere van Maria. 503 Het »Memorarequot; tot onze lieve Vrouw van
het heilig Hart. 505
Onder uwe bescherming. 506
Toewijding aan O. L. Vrouw van het H. Hart. 506 Aanbeveling der kinderen aan O. L. Vrouw
van het H. Hart. 507 Godvruchtige oefeningen ter eere der Zeven
Smarten van Maria. 508
Het Wees gegroet der smartvolle Moeder. 515
Litanie der smartvolle Moeder, 515
Gebed tot de smartvolle Moeder. 519 Gebed tot O. L. Vrouw van altijddurenden
bijstand. 520
Smeekgebed van den H. Aloysius. 522 Litanie tot O. L. Vrouw van altijddurenden
Bijstand. 522 Gebed om de allerheiligste Maagd dagelijks
tot bijzondere patrones en Moeder te kiezen. 527
Gebed tot bewaring der H. Kuischheid. 528
Gebed ter eere der vreugden van Maria. 528
Lof en eer aan Maria, 529
Gequot;bed om een levensstaat te kiezen. 529
Gebed tot het H. Hart van Maria. 531 Goede meening van Jesus en Maria door het
»Wees gegroetquot; te loven. 532
De gouden »Engel des Heeren.quot; 533
543