ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5
ocr page 6

De Onbevlekte ontfangenis.

ocr page 7

VAK 51)quot; r^o. M

DE MAAND VAN MARIA.

OF DE

ME1M AAN D

JOEQEWUD AAM UE ^LLERHEILIGSTE MAAGD.

Monstra le esse Matrem. Toon dat Gij Moeder zijt.

VS v /? stc-U ' .'.'masK. lt;y quot;/

IIKT FRANSCH GEVOLGD.

■w^Ê)et^9e. u-itcjaua. !

TE LEIDES ,

•i. w. v an lk i; i \v i: n.

Uitgever en Antiquar. boekhandelaar Hoogewoerd 80.

1892.

ocr page 8

REIMPRIMATUR.

Harlemi, B. DAKKELMAN,

die 4 Aprilis 1892. Libr. Censor.

ocr page 9

I I

ONDERRICHTING OVER DEN OORSPRONG DEZER DEVOTIE, EN DE WIJZE VAN DIE TE HOUDEN.

1quot;. Oorsprong dezer devotie.

De grootheid en verhevene voorrechten der H. Moeder Gods werden in alle eeuwen der Kerk door de geloovigen ijverig geëerd. D ■ schitterende deugden van Maria waren het voorwerp hunner bewondering en navolging; en hare veelvermogende voorspraak bij haar Goddelijken Zoon was voor hen eene krachtige beweegreden om het volste vertrouwen op hare moederlijke bescherming te stellen en de teederste godsvrucht tot de Koningin des Hemels in hunne harten aan te kweeken. Ontelbaar zijn de middelen, die de ijver voor de bevordering der eer van de onvergelijkelijke Moedermaagd gevonden heeft, om haar te dienen en aan dien dienst steeds nieuwen luister bij te zetten.

Iedere eeuw der Kerk was getuige van de invoering eener menigte heilige gebruiken, om de vereering van Ma-.-la te bevorderen, en de schatten der hemelsche zegeningen, waarvan Zij de uitdeelster is, in ruime

ocr page 10

mate over hare getrouwe dienaren te doen afdalen. Vandaar die veelvuldige feestdagen Haar ter eere ingesteld; vandaar de invoering van den Rozenkrans en liet Angelus, de vrome bedevaarten en optochten, het zingen van lofzangen en liederen te harer eer, de geestelijke orden, congregatiën, broederschappen onder hare aanroeping opgericht, en zoo vele andere godsdienstige oefeningen; allen kostbare vruchten der liefde tot Maria, en tevens nieuwe middelen om haar door de geloovigen te doen vereeren. De geestdrift, waarmede die heilige oefeningen ontvangen werden, de stroom van genade, die de Heer zich gewaardigde er over uit te storten, de geestelijke gunsten door de Kerk daaraan verbonden, ten einde ze te verspreiden, en door hare kinderen te doen aannemen , hebben bewezen, hoe heilzaam zij waren en hoezeer volgens den geest van onzen H. Godsdienst.

Zoo ging het ook in onze dagen met het toeheili-gen der mein.aand aan Maria, eene oefening zoo voor-deelig en dierbaar aan alle godvruchtige harten, die bijzonder voor onze tijden schijnt bewaard te zijn, om in de lauwe gemoederen der Christenen de gevoelens op te wekken, die zij jegens de teederste dei- moeders moeten koesteren.

Deze heilige instelling ontstond op de volgende wijze. Hetzelfde godsdienstige gevoel dat reeds lang de dienaars van Maria had bewogen, om Haar driemaal daags op eene bijzondere wijze aan te roepen, Haar elke week een dag toe te wijden, en in elke maand ten minste één feest te harer eer te vieren, deed in

4

ocr page 11

hen het gelukkig tienkbeeld ontstaan in den loop des jaars een geheele maand aan hare vereering te besteden.

«Maar,quot; zoo als P. Lalomia zich uitdrukt, «wanneer «men iets ten oll'er brengt, moet men altijd het beste «geven dat men heïit, en juist daarom was het, dat «men de voorkeur gegeven heeft aan de meimaand, «de schoonste maand van het jaar, die door het her-«leven der natuur, en de bekoorlijke verscheidenheid «van bloemen , waarmede het aardrijk zich alsdan tooit, «de ziel schijnt uit te noodigen, om ook door de genade »te herleven , zich door de schoonste oefeningen van alle «deugden te versieren, en daaruit als een krans te «vlechten voor de Koningin van 't heelal.''

Eene andere, niet minder lofwaardige beweegreden tot de instelling dezer vereering was, om het volk af te trekken van die gevaarvolle vermaken, welke de lente met zich brengt, en waaraan in sommige streken van Italië bijna de geheele meimaand werd opgeollerd. Die maand toch was op vele plaatsen een tijd van ontspanning, die men gewoonlijk met feesten, met ijdele, voor de deugd helaas! maar al te vaak noodlottige vermaken doorbracht. Doch door het invoeren van deze godvruchtige oefening zag men dien tijd van uitspatting weldra in dagen van heil en zaligheid herschapen. Neen, men kan zich geen denkbeeld vormen van den ijver, die dan in [talii; heerscht, zoowel in steden als op het land. Overal weergalmt de lof van Maria; in kerken, in bedeplaatsen, in kloosters, in huizen, ja zelfs tot op pleinen en straten ziet men het volk op zekere uren van den dag voor het beeld

o

ocr page 12

«Ier II. Moeder Gods neergeknield, en Haar openlijk zijne linlde, eerbied en liefde bewijzen.

Zoo de maand van Maria in onze streken niet even plechtig gevierd wordt, wij mochten toch de warme vereering der H. Moedermaagd dagelijks zien aangroeien, en overal rijke vruchten van zaligheid zien voortbrengen. Deze heilige ijver is een gunstig voorteeken van de instandhouding en den bloei yan onzen H. Godsdienst in ons Vaderland. Nederland zal het geloof zijner vaderen en die godsvrucht, waardoor het zich zoo gunstig onderscheidde. niet verloochenen, daar het zich onder de bescherming stelt van Haar, die bij God alvermogend is. Het zal zegevieren over de aanvallen van ongeloof en zedeloosheid, dewijl zijne kinderen zich vol vertrouwen op Maria, voor hare altaren neder werpen, om haren lof te zingen en haren bijstand af te smeeken. Hoe! tien rechtvaardigen hadden Sodoma van den ondergang kunnen redden, en zouden dan de vurige gebeden van zoo vele godvruchtige zielen, van zoo vele getrouwe dienaren van Maria niet tot den hemeltroon van deze Moeder van barmhartigheid doordringen en krachtig voor ons spreken tot haar Moederhart?

Deze godvruchtige geestdrift voor de vereering der H. Maagd moet ons noodzakelijk een onbegrensd vertrouwen voor de toekomst inboezemen. Wie vermag den overv.oed van hemelsche zegeningen uit te spreken, die de getrouwe vereering der H. Maagd, gedurende eene geheele maand voortgezet, over hare ijverige dienaren zal doen afdalen? Neen, het is onmogelijk dat Maria niet met een welgevallig oog

0

ocr page 13

nederziet op eene instelling, die een aanmerkelijk getal vrome Christenen, gedurende vele achtereenvolgende dagen, vereenigt om eiken dag haren lof te verkondigen. Indien die Koningin van barmhartigheid menigwerf voor een of ander goed werk, hoe onbeduidend ook in zich zelf, voor een vasten, eene aalmoes, een rozenkrans te harer eere gebeden, do bekeering en zaligheid zelfs van de verstoktste zondaars verworven heeft, welke zegeningen zal Zij van haren Goddelijken Zoon dan niet vragen ter belooning van zoovele goede werken, ter verheerlijking van haren naam verricht; wat zal Zij niet vragen voor den herder die deze godvruchtige oefening in zijne gemeente invoert, wat voor de geloovigen die ze getrouw bijwonen! Er zijn vele ongelukkige landen, waar de II. Moeder Gods, door een treurig uitwerksel van de verflauwing des geloofs, verlaten, miskend wordt, ja zelfs aati bespottingen en beleedigingen ten doel staat, waar hare altaren eenzaam en van alle sieraad ontbloot zijn. Hoe goedertieren, ik schroom niet te zeggen, hoe erkentelijk zal die teedere Moeder de hulde dei- getrouwe Christenen aannemen, die zich beijveren Haar door hunne vurigheid en liefde schadeloos te stellen voor de onverschilligheid en de verachting van vele ondankbaren ? Gewis Zij zal op hen de kostbare genade uitstorten, die Zij voor anderen bestemd had, maar die door hen schandelijk versmaad werd. Dan wat zeg ik, er is geene gemeente zoo ongodsdienstig, waar men niet nog eenige getrouwe geloovigen, eenige harten vindt, die vatbaar zijn voor

ocr page 14

do zachte aandoeningen der godsvrucht, en zich bezield gevoelen met vertrouwen en liefde jegens de beste der moeders. Indien men de oefeningen der maand van Maria niet in 't openbaar kan instellen. zou men ten minste niet eenige godsdienstige personen kunnen aansporen om die in het bijzonder te verrichten, door hun de voordeelen aan te toonen, die zij daaruit niet alleen voor hun eigen heil kunnen trekken, maar ook voor de zaligheid van velen die hun dierbaar zijn en wellicht verre van God verwijderd leven? Helaas! in onze rampzalige tijden gaan vele zielen, door het dierbaar bloed van Jezus Christus vrijgekocht, verloren: de stroom van ondeugd en ongodsdienstigheid richt in het huis des Ileeren schrikkelijke verwoestingen aan; ongeloof en zedenbederf verhellen stoutmoedig het hoofd, en bedreigen alles met een volslagen ondergang. Welk een dam zal men tegen dien alles verslindenden stroom opwerpen ? De bescherming van Maria, een levendig, oprecht, onwrikbaar vertrouwen op Maria. Zij is de Toevlucht der zondaren, de Hulp der Christenen, het Behoud der kranken; haar heilige naam is altijd de schrik van de machten der hel geweest, en de geschiedenis dei- Kerk levert ons duizenden voorbeelden van haar vermogen tegen de vijanden onzer zaligheid. Een overgroot getal van onwraakbare gebeurtenissen bewijst de kracht van hare tusschenkomst om de bekeering der verhardste zondaren, aan wier za ig-heid men wanhoopte, van den Hemel te verkrijgen, en dit moet gewis allen, die eenigen zielenijver in

ocr page 15

zich ontwaren, bewegen om de oefening der Maand van Maria, die hun thans wordt aangeboden, gretig en met blijdschap aan te nemen.

wüeze devotie is wel is waar,'quot; zegt de vrome Muz-zarelli in de Maand van Maria «niet alles wat men »in de tijden die wij beleven, voor de zaligheid der «zielen verrichten kan. quot;t Is weinig, wij moeten zulks «bekennen, maar het is toch altijd iets, en ik geloof »zelfs, dat het voel, zeer veel is uithoofde van de «zegeningen, die ik er uit de hand der H. Moeder-»maagd van verwacht ten gunste van hen, die deze «devotie aankweeken' .

Om de geloovigen des te krachtiger tot de oefeningen waarvan wij spreken, aan te sporen, voegen wij hierbij, dat paus Pius VII bepaald heeft, dat do ge-heele meimaand eene bevoorrechte maand, eene maand van genade en zaligheid zou zijn, waarin de schatten der Kerk dagelijks in ruime mate overal hare kinderen zouden worden uitgestort. Bij een rescript van 21 Maart 1815, verleent dit eerwaardig opperhoofd dei-kerk aan alle geloovigen, die gedurende de meimaand dagelijks een gebed, hetzij in het openbaar of in het bijzonder zullen storten, of eenig ander goed ter eere der H. Maagd verrichten, 300 dagen aflaat telkenreize en bovendien vollen aflaat op een dag, door een ieder te verkiezen, zoo zij, na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, bidden voor de behoeften der Kerk. Bij ditzelfde rescript wordt aan de geloovigen de bevoegdheid verleend om dien aflaat aan de geloovige zielen in het vagevuur toe te passen.

ocr page 16

■2quot;. Oefeningen ijedurende de Maand van Maria te verrichten.

De oefeningen der maand van Maria zijn lastig noch moeielijk. Men mag integendeel zeggen , dat er onder de middelen om de II. Maagd te vereeren, wellicht geen gevonden wordt dat gemakkelijker, lichter en aangenamer is dan dit, zoo door de kens als door de verscheidenheid der oefeningen, welke men verrichten moet. Zij zijn de volgende:

I. Men bereidt in een plaats van het linis, die de minste aanleiding tot verstrooiing geeft, een klein altaar waarop men een beeld stelt der H. Maagd, dat smaakvol versierd wordt. Voor het beeld ontsteekt men eenige kaarsen en plaatst daar frissche bloemen tusschen, die men van tijd tot tijd vernieuwt. Deze uiterlijke toestel is bijzonder geschikt om godvruchtige gevoelens op te wekken, en den ijver gedurende de oefeningen te onderhonden. In sommige gestichten richt men in de wer k- of studiezaal deze kleine bedeplaats op, of wel in het vertrek waar men gewoon is de uitspanningsuren door te brengen, en dit is voorzeker een voortreHelijk middel oin die plaatsen te heiligen en om alle handelingen zorgvuldig te verlichten, daar men om zoo te spreken, zich altijd onder de oogen van Maria bevindt. Nochtans ieder kan hierin de ingeving van zijn hart volgen : warneer zich echter daartoe eene bekwame gelegenheid aanbiedt, is do Kerk de geschiktste plaats voor deze

I

I

10

ocr page 17

oefeningen . die nergens met meer ijver verricht worden dan aan den voet van het altaar der H. Maagd, in liet huis des gebeds.

11. Daags voor den eersten Mei vereenigen zich allen, die voorgenomen hebben de oefeningen der maand van Maria gezamenlijk te houden, in de daartoe bestemde plaats; men maakt een begin met het lezen of zoo mogelijk met het zingen der litanie van de H. Maagd. Vervolgens leest hij, die de vergadering bestuurt, de onderrichting voor over den oorsprong der maand van Maria en de wijze om die godvruchtig door te brengen . en verklaart aan al de aanwezigen, in zoover zulks noodig is, het doel der oefeningen en hoe men gewenschte vruchten daarvan trekken kan.

lil. Men mag ook, volgens het gebruik van vele broederschappen en vrome vereenigingen briefjes laten trekken, waarop deze of gene deugd wordt aangewezen, in welke men zich gedurende de maand ter eere der II. Moedermaagd bijzonder moot oefenen. In kleiner vereenigingen kan de bestuurder in persoon deze briefjes aan ieder uitdeelen; zoo de vergadering te talrijk mocht zijn, is het beter zich in verscheidene afdeelingen te splitsen, om deze verdeeling te doen en elkander wederkeerig tot vurigheid aan te sporen, leder moet het briefje dat hem is te beurt gevallen bewaren, en zich dagelijks in de voorgeschreven deugd oefenen. Men kan zich van dezelfde briefjes voor de geheele maand bedienen, maar, om de zwakheid van het menschelijk hart, is het wel-

11

ocr page 18

licht beter tlie van tijil tot tijd opnieuw te verdoelen. Daartoe kan men bij voorbeeld den tienden en twintigsten dag der maand kiezen, of wel den naastvolgenden Zondag, en hierdoor op die dagen den ijver in allen verlevendigen.

IV. De voornaamste oefening dei* maand van Maria is de overweging, die dagelijks plr.ats heeft. Wanneer allen zeer ingetogen geknield zijn, leest de bestuurder elke beschouwing langzaam, bedaard en met eene luide en duidelijke stem voor, terwijl hij achter elk punt eenige oogenblikken ophoudt, opdat ieder over de voorgestelde waarheden moge nadenken, en zich overgeven aan de gevoelens, die deze in zijn hart moeten doen opwellen. Na de overweging verricht men eenige mondgebeden ter eere van Maria, zonder die echter al te veel te verlengen, vooral zoo er kinderen of werklieden tegenwoordig zijn. Vervolgens gaat men in stilte uit elkander, en draagt zorg zich in den loop van den dag van tijd tot tijd de goede voornemens te binnen te brengen die men gemaakt heeft, en den dag dooi- eenige schietgebeden te heiligen.

V. Het moet zeker iedereen in het oog vallen hoe geschikt deze oefeningen zijn, om de godsvrucht aan te kweeken en de bijzondere bescherming dei-li. Moeder Gods over degenen af te trekken, welke ze getrouw verrichten. Maar indien men er al de geestelijke vruchten van wil inoogsten is het goed er de eene of andere van de volgende oefeningen bij te voegen, die even belangrijk als gemakkelijk te volbrengen zijn. 1°. Zijne meening te vereenigen

19

ocr page 19

I

met die van alle geloovigen, welke zich beijveren om Maria gedurende ceze maand op eene bijzondere wijze te eeren. '2quot;. Dagelijks ter eere van lezus en Maria zijne gebeden, daden, werken, verstervingen en de ontberingen, waaraan men kan blootgesteld zijn, op te offeren. 3U. Dikwijls te denken aan de deugd, door het ons te beurt gevallen briefje aangewezen, en aan hetgeen op het einde van iedere overdenking wordt aanbevolen, alsmede geen dag te laten voorbijgaan zonder dit te oefenen. Op deze wijze vormt men als een bloemkrans van aangenamen geur om dien der Koningin der Heiligen aan te bieden. 4°. In het begin en op het einde der maand , zoo goed mogelijk voorbereid tot de H. Sacramenten te naderen, hetgeen men volgens den raad van zijn biechtvader ook op zon- en feestdagen doen kan (quot;). 5°. Deze maand te beschouwen als een tijd , toegeheiligd aan de H. Moeder Gods, en zoo zorgvuldig over zich zeiven te waken, dat men niets doet hetgeen Maria zou kunnen mishagen. 0quot; Zich bijzonder toe te leggen op het bestrijden van zijn heerschenden hartstocht, en daartoe dagelijks de hulp der allerheiligste Maagd in te roepen.

VI. De laatste dag der meimaand of de daaropvolgende Zondag is bestemd om de opdracht aan de H. Maagd te doen, die al de oefeningen moet bekronen.

(*) In verscheidene gemeenten komen sommige personen overeen, de dagen der maand onder elkander te verdeelen opdat er eiken dag eenige communies plaats heblien.

i:5

ocr page 20

Het is dienstig aan deze plechtigheid allen luister bij te zetten, ten einde een levendigen indruk op de harten en gemoederen te maken, opdat allen die het geluk hebben deze maand aan de eer van Maria toe te wijden, zich voortaan beschouwen als de gelukkige dienaren en geliefkoosde kinderen van de Koningin des Hemels, hun best doen om zich die verheven hoedanigheid niet onwaardig te toonen, en door het getrouw wandelen in hare voetstappen en het navolgen barer deugden, trachten steeds meer hare bescherming en liefde te verdienen.

VII. Men kan bij deze verschillende oefeningen der maand van Maria ook nog die voegen, welke de E. P. Muzzarelli oefening van geestelijke bloemen noemt. Zij bestaat 1°. in zich dagelijks op eene bijzonder nauwkeurige wijze rekenschap af te vragen over de getrouwheid of nalatigheid in het uitvoeren der voornemens , 's morgens gemaakt, omtrent het oefenen van zekere deugden. '2quot;. In zich van een of ander middel te bedienen, volgens het voorschrift van den H. Ignatius, om aan het einde der maand de slotsom van al die verschillende onderzoeken op te kunnen maken. 3quot;. In het opoll'eren aan de H. Maagd bij het einde der maand van alles wat men met het bijzonder doel om Haar te eeren gedaan heeft.

Een godvruchtig jongeling, die deze devotie getrouw verrichtte, drukte zijne gevoelens in de volgende verzen uit.

Nulla mihi. pia Virgo, dies sine floribns ibit.

Sertii quilms capita dem placitura tun.

14

I

ocr page 21

Quarn lubet in mediis vitam traducere s])inis.

Tantus honor natis si venit inde rosis.

At tu pro tali (sic das sperare) corona Serta feres se,*vo non peritura tuo.

Nooit zal me, o teedre Maagd, een enkle «lag verstrijken. Dat ik geen bloempje lees, om in uw kroon te prijken; Hoe blij bewandelde ik een doornenpad op aard.

Viel zulk een eer te beurt aan 't roosje daar gegaard;

Maar Gij, uw hart is borg, siert voor deez' welkbre kransen, Uw dienaar 't needrig hoofd met onverdoofbre glansen.

VOORBEREIDING TOT DE OVERWEGING.

Ik bevind mij in Gods tegenwoordigheid, Hij ziet en hoort mij, doorgrondt het binnenste mijner ziel. en ontdekt mijne verborgenste gedachten en neigingen ... . ach! hoe zal ik de blikken van den God van heiligheid kunnen verdragen, ellendige zondaar die ik ben? Wanneer ik denk aan mijne tallooze trouweloosheden, dan maken vrees en wroeging zich van mij meester, en dnrf ik mijne oogen bijna niet naar den Hemel opslaan ....

O heilige Maria! ik wend mij tot uwe vermogende bescherming: ik hoor dat men U van alle kanten aanroept als de Toevlucht der zondaren, de Troost der bedrukten, de Moeder der barmhartigheid; wees ook mijne toevlucht, mijne hoop. mijne moeder, en verwerf mij genade bij uwen Goddelijken Zoon.

O goedertierene Maagd Maria! Gij kent mijne onwetendheid en mijne zwakheid: zonder den bijstand der genade hen ik tot niets goeds in staat; zonder

15

ocr page 22

haar kan ik geene enkele goedo gedachte vormen , geen enkel godvruchtig gevoelen in mijn hart opwekken , gewaardig u dan mij te leeren bidden, houd alle verstrooiing verre van mij verwijderd , verwarm de koudheid van mijn hart, geef mij aandacht, ingetogenheid en vurigheid om dit gebed wel te verrichten.

GEBED NA DE OVERWEGING.

Dank zij LT, o mijn God! voor de genade welke Gij mij 7.00 even gedurende dit gebed verleend, voor de verlichting en de goede gedachten welke Gij mij geschonken, voor de zalige indrukken waar Gij mijn hart door getrollen hebt, voor de heilzame besluiten die Gij mij hebt ingegeven. Vergeef mij de verstrooiing, de nalatigheden, de flauwheid en het weerstaan aan Uwe genade, waaraan ik mij wellicht heb schuldig gemaakt.

Heilige Maria! rnijn goede en teedere Moeder! ik werp rnij vol vertrouwen tusschen uwe armen om aan uw hart een veilige schuilplaats te vinden tegen alle gevaren, waaraan ik zal blootgesteld zijn; neem mij onder uwe bescherming; waak voor mijne ver-dediging; herinner mij dikwerf mijne voornemens, en verkrijg mij de genade om die getrouw ten uitvoer te brengen.

16

ocr page 23

OEFENING

VAX DE

MAAND VAN MARIA.

VOORBEREIDENDE 0VERWEGING

OP

DEN AVOND VOOR DEN EERSTEN DAG VAN MEI.

BEWEEGREDENEN DIE ONS MOETEN AANSPOREN OM DEZE MAAND IJVERIG DOOR TE BRENGEN.

1°. De onvergelijkelijke waardigheid van Maria:

2°. Het voorbeeld dei' Heiligen die zich allen aan den dienst van Maria hebben toegewijd ;

3°. De voordeelen van deze vereering der H. Maagd.

1. Punt. Maria, die onvergelijkelijke Maagd, ver-eenigt in zich, in den hoogsten graad, alle eigenschappen, geschikt om ons gevoelens van diepen eerbied voor Haar in te boezemen. Zij is het reinste, het heiligste van alle schepselen, het meesterstuk van Gods hand, de Koningin van hemel en aarde, de

2

Maand van Maria. 17

ocr page 24

beschermster en moeder der Christenen, ile uitdeelster van alle genade, eindelijk, hetgeen alles, wat het menschelijk verstand bevatten kan overtreft, Zij is de Moeder Gods; onze gezegende Verlosser heeft nit Haar willen geboren worden. Deze onuitsprekelijke voorrechten verhellen Haar verre boven alle Engelen en Heiligen, en geven Haar op onze liefde het ontegensprekelijkst recht. Hebben wij dan steeds voor die teedere Moeder een oprechten eerbied, eene kinderlijke liefde, en stellen wij in Haar een onbegrensd vertrouwen. «Beminnen wij de Moeder Gods,quot; roept de H. Bernardus uit ,gt;/beminnen wij Haar uit ganscher «harte en met de teederste liefde. Geven wij Haarde weer aan hare waardigheid van Moeder Gods ver-«schuldigd.quot; Herinneren wij ons dat Zij de dienstmaagd des Heeren is, dan behoeven wij niet te vreezen Haar al te groote blijken van onze vereering te geven. Neen, wij zullen nimmer genoeg doen om Haar te eeren, die dooi' God zeiven zoozeer geëerd is. Wijden wij ten minste geheel deze maand aan hare vereering toe; laten wij geen dag daarvan voorbij gaan , zonder «lat wij aan den voet van beur altaar haren lof komen zingen, en Haar de schatting van enze dankbaarheid en liefde brengen.

IJ. Punt. De H. Moeder Gods te vereeren, was te uilen tijde de grootste vreugde der uitstekendste Heiligen. leder hunner heeft Haar teeder bemind en met een eerbiedig vertrouwen aangeroepen. Onmogelijk is het alles op te sommen, wat «le ijver voor de H. Maagd hun heeft ingegeven, alles wat zij gedaan, alles wat

I

18

ocr page 25

zij gezegd, alles wat zij geschreven hebben, om Haar te prijzen, om hare vereering over heel den aardbodem uit te breiden, om Haar ter eere godvruchtige oefeningen, geestelijke orden, heilige vergaderingen in te stellen , om het getal harer getrouwe dienaren te vermeerderen, en aile harten voor Haar te winnen. Mocht het voorbeeld van zoo vele Heiligen, die dooide vereering van Maria, en door haren bijstand en bescherming tot een zoo hoogen trap van heiligheid gekomen zijn . ons aansporen om ook in ons hart de gevoelens van eerbied, vertrouwen en liefde, aan die teedere Moeder met alle recht versehuldigd, op te wekken. Maken wij het vast besluit Haar gedurende deze maand naar vermogen te dienen, en Haar dagelijks met heiligen ijver deze hulde te komen aanbieden.

III. Punt. Dikwerf is het gezegd, en het kan niet genoeg herhaald worden, de vereering der 11. Maagd is volgens het gevoelen der II. Vaders, een rijke bron van genade, een gelukkig voorteeken van heiligheid en eene zekere waarborg van ons eeuwig geluk. Die Teedere Moeder houdt nooit op belang te stellen in de zaligheid van hen, die Haar aanroepen, en hun de noodige hulp te verwerven. De godvruchtige Blosius zegt, dat hemel en aarde eerder zullen vergaan dan dat Zij in gebreke zou blijven iemand, die hare hulp met een oprecht hart inroept, bescherming te verleen en. En de H. Anselmus aarzelt niet te verklaren, dat een getrouw dienaar van Maria niet kan verloren gaan. Zoo wij dus de voorgenomen oefeningen gedurende deze maand vervullen, dan mogen wij ontwij-

I

10

ocr page 26

I

felbaar van doze liefdeiijke en milddailige Koningin groote gunsten verwachten. Maar vergeten wij niet dat liet beste middel om voortdurend meer en meer liare veelvermogende bescherming te verdienen, daarin gelegen is, dat wij trachten haar voetspoor te drukken en hare deugden na te volgen. Nemen wij ons derhalve voor, deze maand zoo heilig door te brengen, dat ons leven eene getrouwe navolging is van dat der H. Maagd, en bepalen wij de deugden, die wij om Haar te behagen willen beoefenen.

GEBED.

O Maria 1 koningin van hemelen aarde: Moeder van mijn God, en mijne Meesteres, ofschoon geheel onwaardig iu uwe tegenwoordigheid te verschijnen, werp ik mij echter voor uwe voeten neder, om U de eerstelingen aan te bieden van deze gelukzalige maand, die Li bijzonder is toegewijd. O heilige, minnelijke Moeder, gewaardig U van den troon uwer heerlijkheid op mij een van die blikken van goedertierenheid te slaan, die de vreugd van 't hemelsch Jeruzalem uitmaken. Doe mijn harteen van die woorden van zaligheld hooien, welke allen die ze mogen vernemen met de zoetste vreugde vervullen. Goeder-tierene Maria 1 Ik ben de minste uwer dienaren; maar Ik wil een zijn van die welke ü, gedurende deze maand van zegen en genade. het getrouwst en vol-standlgst bezoeken. Ja, gelukzalige Maagd! ik za1 ü, zoo dikwerf ik kan, bezoeken; dagelijks zal ik aan den voet van uw altaar U komen loven, bidden, ver-

20

ocr page 27

heerlijken, en U mijne liefde betuigen. Ik durf hopen, dat uw goedertieren, tecder en medelijdend moederhart niet ongevoelig zal zijn voor alles, .vat ik voor ; U begeer te doen, en dat Gij mij zoowel in den loop van deze maand, als gedurende mijn geheele leven, maar vooral in mijn laatsten stond, uwe alvermogende bescherming niet zult weigeren.

VOORBEELD.

De boelvannlige in ile woestijn. Wij kunnen deze maand van zegening met geen troostender voorbeeld beginnen, dan met dat van de II. Maria van Egypte. Het doet ons het vertrouwen zien, dat de Kerk reef's in de eerste eeuwen van liet Christendom op de II. Moeder Gods vestigde, en tevens de goedheid die Maria jegens arme zondaars betoont. Deze beroemde boetvaardige verhaalde zelve aan den heiligen kluizenaar Zosimus de geschiedenis harer bekeering op de volgende wijze:

Ik moest van schaamte sterven, wanneer ik verhaal wie ik ben. De geschiedenis alleen van mijn levensloop zal 11 zoo groot een afgrijzen inboezemen, dat gij voor mij zult vluchten als voor een vergiftige slang. Maar ik zal u die evenwel verhalen, na u om den bijstand uwer gebeden verzocht te hebben, opdat God mij in den dag des oordeels genadig zij.

Ik ben in Egypte geboren. Twaalf jaren ond zijnde, verliet ik mijne ouders, en begaf mij tegen hun zin naar Alexandrië, waar ik zeventien jaren in eene aaneenschakeling van misdaden en zonden doorbracht.

!

ocr page 28

Op zekeren dag zag ik eene. menigte menschen naar Jeruzalem optrekken. om aldaar het feest dei' verheffing van het H. Kruis te vieren. Ik ging met hen scheep en gaf mij nog op reis aan de schromelijkste ongeregeldheden over. Op den feestdag zeiven begaf ik mij met de overige geioovigen naar de kerk. waar men het li. Kruis des -Verlossers ter vereering voorstelde. Maar liet was mij onmogelijk binnen te gaan, en zoo dikwerf ik den drempel betrad, werd ik door eene onbekende en onwederstaanbare kracht terug-gestooten. Toen mij dit. drie of vier maal gebeurde, mocht ik niet langer twijfelen, of mijn schandelijk leven sloot mij den toegang tot het huis des Heeren af. Deze gedachte trof mij, en perste een vloed van bittere tranen uit mijne oogen; terwijl ik onder het slaken van diepe zuchten op mijne borst klopte, zag ik een beeld der 11. Moeder Gods boven mij. Ik wendde mij tot Haar, en smeekte de allerheiligste Maagd door hare onvergelijkelijke zuiverheid toch medelijden met eene ongelukkige zondares te hebben, en mijn zuchten en berouw bij God te doen aannemen. Ik bad Haar bovendien mij de genade te verkrijgen, in den tempel te mogen binnengaan, om aldaar het heilig Hout. het werktuig onzer zaligheid, te aanschouwen. Ik beloofde tevens mij door een boetvaardig leven den Heere toe te wijden, en nam de II. Maagd tot borg voor de oprechtheid mijner belofte.

Mijn gebed geëindigd hebbende, gevoelde? ik mij verlicht, en mij naar de deur der kerk begevende ging ik er zonder moeite binnen: en kon zelfs tot in

•2-)

ocr page 29

het kooi' doordringen. Daar had ik het geluk het heilig Kruishout te vereeren, dat aan het menschdorn het leven heeft geschonken. GetrolTen door de oneindige barmhartigheid Gods en de goedheid, waarmede Hij de berouwhebbende zondaars opneemt, wierp ik mij ter aarde, en bevochtigde die met mijne tranen. Vervolgens verliet ik de kerk, en keerde terug tot het beeld van Haar, die i!v als waarborg der verbintenis, zoo even door mij aangegaan, gekozen had. Ik knielde neder en zeide: o goedertieren Moeder Gods! voorzeker Gij hebt mij de uitwerksels uwer goedheid doen ondervinden, toon Gij, niettegenstaande mijne onwaardigheid, mijn gebed aanhoordet. Het is tijd, o H. Maagd! dat ik onder uwen bijstand mijne gelofte volbreng. Zend mij quot;waar het 1'behaagt, en wees mijne geleidster op den weg van boetvaardigheid en zaliging. Toen hoorde ik eene stem die tot mij sprak : Gij zult rust vinden, zoo gij owr de Jordaan trekt. Ik hield •leze woorden tot mij gericht en riep, terwijl ik mijne oogen op liet beeld vestigde, weenende uit: Heilige Maagd, door wie de zaligheid den mensch geworden is. verlaat mij niet. Na deze woorden vertrok ik met groote haast, en drie brooden gekocht hebbende sloeg ik den weg in, die naar de Jordaan geleidt, en ging den geheelen dag voort onder het storten van een vloed van tranen. Aangekomen in de kerk van den 11. .loannes de Dooper, die op den oever der rivier gebouwd is, had ik het geluk het lichaam van mijn Zaligmaker te ontvangen. Daarop trok ik de Jordaan over, en na mij aan de H. Maagd te hebben aanbe-

ocr page 30

volen , drong ik dieper in deze woestijn, waar ik nu sedert zeven en veertig jaren verblijf. Nog beef ik bij de herinnering aan de bekoringen die ik moest uitstaan; gedurende zeventien jaren had ik duizend hevige begeerten en eene machtige neiging tot liet kwaad te bestrijden. Te midden van die aanvallen begon ik te weenen en op mijne borst te slaan; dan riep ik mijne plechtige gelofte en het beeld der H. Moeder Gods, die mij onder hare bescherming had genomen, in mijn geheugen terug. Ik bad Haar de gedachten, die mijne ziel benauwden, van mij te verwijderen, en ik zag een glinsterend licht, dat mij van alle kanten omscheen en aan mijn geest de kalmte teruggaf. Aldus verhief ik in allo mijne bekoringen mijn hart tot de onbevlekte Maagd, die zich voor mij verantwoordelijk gesteld had , en Zij is nooit in gebreke gebleven mij bij te staan. (Levens van de Vaders der woestijn).

OEFENING.

Bevelen wij ons, reeds bij het begin van deze maand van zaligheid, met vertrouwen aan Maria en smeeken wij Haar ons van God vergiffenis onzer zonden te verwerven

SCHIETGEBED.

Qnlhiis Ie laudibus e/fcrnni, nescio. (Gebed der Kerk.)

O, II. Moeder Gods, ik weet niet welken lof ik U zal brengen.

■24

ocr page 31

EERSTE DAG.

Voorhesch i hking der If. Maagd.

Maria was voorbestemd:

1°. Tot de verhevenste waardigheid:

2°. Tot de volmaaktste heiligheid:

3°. Tot de grootste heerlijkheid.

I. Punt. God, die yan alle eeuwigheid besloten had, de wereld door het onuitsprekelijke geheim der menschwording te verlossen, gewaardigde zich Maria boven alle andere dochters van Adam tot Moeder van Zijn Zoon te verkiezen. Door deze roemvolle keus bestemde Hij dit bevoorrecht schepsel tot de hoogste waardigheid die men bedenken kan. Alles wat in den Hemel of op de aarde groot kan genoemd worden, is niets in vergelijking met deze verhevene waardigheid. Maria moet de Moeder zijn van het vleeschgeworden Woord, en als zoodanig ook de Moeder der Christenen, de Koningin der Engelen, en, door hare voorspraak, de Middelares tnsschen God en den mensch. Danken wij God duizendmaal voor deze verheffing van onze minnelijke Moeder. Werpen wij ons voor den troon van deze verhevene Koningin en brengen wij haar de hulde, die wij aan hare grootheid verschuldigd zijn.

II. Punt. Trachten wij te begrijpen, hoe groot eene heiligheid Zij moet bezitten, die de Zoon Gods tot Zijne Moeder gekozen heeft, en hoe hoog een trap van volmaaktheid die Vrouw, boven alle vrouwen

ocr page 32

ge/.egend, moest bereiken, die eenmaal op aartle het levend heiligdom der Godheid zou zijn. Nooit mocht er in Haar de minste zonde, de kleinste vlek, de geringste onvolmaaktheid gevonden worden. Zij moest ;il]e deugden in een uitstekenden graad bezitten , en de heiligmakende genade, aan hare sehoone ziel geschonken, moest die-van alle menschen en engelen overtrellen. De dadelijke genade, waarmede God Haar zal \oorkomen. en lt;le verdienste die Zij, door die genade geholpen, verwerven zal, is zoo groot, dat Zij nooit haars gelijken vond of vinden zal, Smeeken wij God ons aan die wonderbare heiligheid eenigs-zins deelachtig te maken; spannen wij al ons vermogen in om die te verwerven door, zooverre onze zwakheid zulks toelaat, die deugden te beoefenen, waarin de 11. Maagd zoozeer heeft uitgeschitterd.

111. Punt. God heeft Maria voorbeschikt tot den hoogsten graad van glorie, die een schepsel in den Hemel kan bezitten. Boven de negen koren der engelen verheven , zal Zij op een schitterenden troon aan de rechterhand van haren Zoon geplaatst worden. Alles wat geen God is, zal minder dan Maria zijn. en bij het noemen van haren heiligen naam zullen alle knieën in den hemel, op aarde en onder de aarde zich buigen: gedurende de geheele eeuwigheid zal Zij de hulde en diepe vereering van alle heiligen en geiukziilige geesten ontvangen. Wenschen wij haar geluk met eene zoo uitstekende grootheid: arbeiden wij onvermoeid om de machtige bescherming van die onvergelijkelijke Koningin te verdienen. Wat

I !

26

ocr page 33

mogen wij niet van hare hulp verwachten, wanneer Zij onze belangen ter harte neemt, en dit zal zij voorzeker doen, zoo wij Haar met vertrouwen aanroepen.

GEBED.

Heilige Moeder van mijn Verlosser! zoo dikwerf ik aan mijne zaligheid denk, gevoel ik mijn hart ontroerd. Maar eene zaak stelt mij gerust en vervult mij met zoeten troost. Immers wij weten het , een teedere mi oprechte devotie tot ü is een bijna zeker onderpand van zaligheid. O minnelijke Moeder! mij dunkt, ik bemin U, er. stel in ü een onbegrensd vertrouwen en ik gevoel in mij een vurig verlangen om ü te dienen, en U door alle middelen die mij ten dienste staan, te vereeren. — De heilige gedachten die Gij in mijn hart gestort hebt, zijn voor mij een gunstig voorteeken van mijn eeuwig geluk: zoo ik die met zorg aankweek, dan vertrouw ik onder het getal der uitverkorenen te zijn, en onder den bijstand van uwe moederlijke bescherming in den Hemel te komen, waarvoor ik geschapen hen. Maar helaas! Gij kent mijne zwakheid en onstandvastigheid; laat bid ik Ü, niet toe dat ik ooit het ongeluk heb de gevoelens te laten verllauwen, die ik heden voor L koester. Geef dat ik ü altijd getrouw blijf, en dat ik tot mijn laatsten ademtocht, nimmer ophoude ü te eeren, te dienen, aan te roepen, te beminnen, om mij eens met U te mogen vereenigen in de gelukzalige eeuwigheid.

ocr page 34

VOORBEELD.

Haat van de keilers legen de allerheiligste Maagd.

Onder al de ketters, die in de verschillende eeuwen scheuringen in de If. Kerk hebben teweeggebracht is er misschien niet een die zich niet rechtstreeks of zijdelings tegen de vereering der H. Maagd verklaard heeft. Sommigen hebben Haar de eer van Moeder Gods te zijn willen betwisten, anderen die van altijd Maagd te zijn gebleven. Velen veroordee-len de schoone eeretitels die allo H. Vaders Haar als om strijd hebben gegeven, anderen hebben het gelaakt dat zoo vele kerken tot hare eer gesticht, en zooveel feesten om den dienst van Maria te bevorderen zijn ingesteld. ))Van alle feestenquot;, zoo spreekt Luther, ))die men ter eere van Maria viert, is er ))geen waarvan ik grooter afkeer heb, dan van het «feest harer onbevlekte ontvanffenisquot;. Met welk eene verwoedheid hebben de zoogenaamde hervormers getracht de godvruchtigste oefeningen om Maria te eeren, ofschoon door het voorbeeld der grootste Heiligen en de goedkeuring van den H. Stoel bevestigd, onder het volk in minachting te brengen. Zij hebben die alle als bijgeloof doen voorkomen en daarvan een voorwerp van goddelooze spotternij gemaakt. Den i rozenkrans, het scapulier, de getijden, de litanie, j het Rozenhoedje, de broederschappen en vereenigin- j gen ter eere van Maria, niets hebben zij gespaard, en hunne lasterlijke aantijgingen worden nog in onze i

ocr page 35

(lagen door de vijanden van ons H. geloof dagelijks herhaald.

Maar van waar die woede der ketters tegen de II. Maagd.' — »Ik zalquot;, zeide God tot de slang, «vijand-ïischap stellen tusschen u en de vrouw, zij zal 11 »den kop verpletteren, en gij zult haren hiel belagenquot;. Ziedaar de bron van dien onverzoenlijken haat dei-ketters tegen Maria. Zij heeft den kop der helsche slang verplet, niet alleen daar Zij van de erfzonde bevrijd is gebleven, maar voornamelijk daar Zij den Zaligmaker heeft ter wereld gebracht , die den hel-schen geest verwonnen en zijn rijk vernietigd heeft. Geen wonder dus dat de duivel al zijn vergift tegen de H. Maagd uitbraakt, en alle pogingen aanwendt i om den glans van haren roem te verduisteren Haar hare schoonste voorrechten te ontrooven, en den eerbied, het vertrouwen en de liefde, die Haar met zooveel recht toekomt, in de harten der geloovigen te doen verflauwen.

Maar al de pogingen der hel zijn steeds vruchteloos geweest; de vereering van Maria is even oud als de Kerk, en is Steeds grooter en algemeener geworden. Maria heeft al de plannen van den boozen vijand verijdeld, en de H. Kerk wenscht Haar in hare getijden met luider stem geluk, dat Zij alleen over alle ketterijen, die in geheel de wereld onstaan zijn, heeft gezegevierd; cunctas haereses sola inleremisti in universo niunclo.

Nooit zullen de poorten der hel iets tegen eene zoozeer gevestigde vereering vermogen, en de ware

ocr page 36

geloovigen zullen steeds toenemen in ijver om aan de II. Moeder Gods de verdiende eer, liefde en hulde te bewijzen, naarmate de vijand onzer zaligheid meer pogingen aanwendt om ze uit te roeien.

Overigens is het zeer troostrijk te zien dat Ie midden van al die vei'guizing en laster, die de vijanden der II. maagd Haar van quot;alle kanten aandoen, de kracht der waarheid aan eenige van hen bekentenissen afperst die voor de Koningin des Hemels hoogst ver-eerend zijn. Hierin zijn zij gelijk aan de helsche geesten, die door onzen Goddelijken Zaligmaker uit de lichamen der bezetenen gedreven, tegen wil en dank genoodzaakt waren zijne Godheid en almacht openlijk te belijden. ^Ja,quot; zegt Luther, »ja. Maria alleen is »boven alle andere schepselen verheven, want zij »heeft een Zoon voortgebracht, die met den Vader «isquot;. — wNooit zal men hooren,quot; zegt een ander her-vormei', »dat ik tegen Maria ben, want ik ben van woordeel dat het een zeker kenmerk van eene verbloemde ziel is, geen liefde of dankbaarheid voor «haar te koesterenquot;. (Leven van de Allerheiligste Maagd dooi' Croiset, Luther vide Ferreol. — Oeco-lampad. Serm. de Laud

OEFENING.

Draag een afbeeldsel van de H. Maagd bij L , druk, het van tijd tot tijd aan uw hart en zeg: »Ik wil o Maria! dat dit hart aan U alleen toebehoOre.

30

ocr page 37

SCHl ITO KB KI).

Dorninare noslri. Tn el ï ilius Tuns.

Heersch Gij. o Mai'ia! met uwen Zoon ovei' ons.

TWEEDE DAG.

Onhevlehte onlvaruienis de)' 11. Maayd.

1°. Genade aan Maria, in hare ontvangenis, toegestaan

W2U. Hoe hoog Zij diequot; genade schatte:

3°. Wat Zij gedaan heeft om die genade te bewaren.

I. Punl. De nitstekendste gunst, die de IT. Maagd van Gods goedheid verkregen heeft, is die van zuiver en onbesmet ontvangen te zijn. Door een voorrecht. Haar alleen toegestaan . heeft God haar gevrijwaard van de erfzonde, waarmede wij allen bij onze geboorte besmet zijn. De waardigheid van Moeder Gods, waartoe Zij bestemd was, eischte voor haar dit heerlijk voorrecht. Zij die den God van alle heiligheid aan «le wereld moest schenken, door God uitverkoren was om een voorwerp van Zijn welgevallen uit te maken en den kop van den helschen draak moest verpletteren , hoe /.on Zij zelfs gedurende een enkel oogenblik een kind van gramschap geweest zijn? Neen: dit strijd al te zeer met Gods wijsheid en heiligheid. Na de uitspraak van Pins l^i belijden wij dan ook steeds

ocr page 38

met de volste overtuiging, dat Maria van den eersten oogenblik van haar bestaan, zuiver, heilig, en onbevlekt geweest is. Toen werd hare schoone ziel met zegening en genade vervuld, en met alle deugden | verrijkt; haar hart, bestemd om het heiligdom der Godheid te worden, is nimmer door den onreinen adem der zonde bezoedeld. Verheugen wij ons met de Kerk over dit bijzonder voorrecht, aan Maria toegestaan; betuigen wij Haar dat wij tot aan onzen dood dit geloofspunt zullen voorstaan en eerbiedigen.

11. Punt. De H. Maagd was Moeder Gods, Koningin van menschen en engelen, en naast God gebiedster van het heelal; maar de hoedanigheid van onbevlekt te zijn, was in hare oogen kostbaarder dan alle andere, omdat deze Haar aangenamer maakte in de oogen van haren God. De Heiligen aarzelen niet te verzekeren, dat Zij, indien het aan hare keus gestaan had, het voorrecht van onbevlekt ontvangen te worden verkoren zou hebben, boven dat van Moe-dei- Gods te zijn. De verhevendste waardigheid zou niet in staat geweest zijn haar schadeloos te stellen ; voor het ongeluk van een oogenblik in de ongenade I des Hemels geleefd te hebben. Helaas! hoezeer verschillen onze gevoelens van de hare, hoe vaak bren-; gen wij niet dagen, maanden, ja geheele jaren, in een zoo beklagenswaardigen toestand door. Leeren wij dan heden van onze H. Moeder dat de zonde het eenigste kwaad is dat wij vreezen moeten, en dat niet de gaven van lichaam, geest, of geboorte, maar

ocr page 39

I

alleen Gods genade, deugd, lieiliglieid on onschuld des harten, onze achting en liefde verdienen.

UI. Punt. Ofschoon de II. Maagd vrij was van alle zwakheid en geneigdheid tot de zonde, ofschoon Zij met alle voorrechten der onschnld ontvangen, en door eene bijzondere voorbeschikking in de genade bevestigd was, vreesde Zij evenwel de zonde, die voor haar niets gevaarlijks had; zorgvuldig vluchtte Zij de gelegenheid, altijd was Zij op hare hoede; aanhoudend bewaakte Zij hare zinnen; Zij leide een werkzaam en verstorven leven; dagelijks streefde zij naar hooger volmaaktheid. Welk een voorbeeld voor ons, die ver van in de genade gevestigd te zijn, in zonde en ongerechtigheid geboren, eene zoo sterke neiging tot het kwaad hebben en vol misdadige gewoonten en zoo zwak in de deugd zijn. Is het dan te verwonderen, dat wij zoo dikwerf en zoo zwaar vallen, daar wij zoo weinig voorzorg ge^iruiken om de zonde te vermijden, en dikwijls alle middelen schijnen te zoeken, geschikt om onze hartstochten op te wekken ?

GEBED.

Minnelijke Moedei' van mijn Jezus! wanneer ik in uwe onbevlekte ontvangenis den duivel onder uwe voeten beschouw, dan gevoel ik mijn vertrouwen opgewekt. Gij zijt die sterke Vrouw, van het begin der wereld aangekondigd , die den kop van het helsche serpent moest verpletteren. Gij hebt het in den eersten oogehblik van uw bestaan geveld, en steeds aan zijne

1

3

ocr page 40

I

vergiftige pijlen wederstaat!. O Maria' Moeder van barmhartigheid, werp een blik van medelijden op mij, aanschouw de diepe wonden die de booze vijand aan mijne ziel heeft toegebracht. Ach! had ik uwe hulp getrouwer ingeroepen, ik zou zulke doodelijke wonden niet ontvangen hebben. Maar voortaan wil ik in al mijne bekoringen mij met een nederig vertrouwen tot U wenden en ik hoop dat Gij medelijden met mij zult hebben, dat Gij mij de hulpzame hand bieden, mij krachten zult verkrijgen nm al mijne vijanden te bestrijden, en dat ik eens, na hier op aarde de overwinning behaald te hebben, uit uwe handen in den hemel de kroon der onsterfelijkheid zal ontvangen, weggelegd voor hen, die een goeden strijd gestreden hebben.

VOORBEELD.

Devotie lol de onbevlekle Onlvangenis.

Het is, vooral sedert de laatste eeuwen , opgemerkt dat de vurigste dienaars van Maria een bnitenge-wonen ijver aan den dag gelegd hebben, om het roemrijk voorrecht barer onbevlekte ontvangenis te verdedigen. Ook heeft deze verwonderlijke Maagd van haar kant eene bijzondere welwillendheid betoond jegens allen, die openlijk verklaarden, dat zij dit geheim vereerden, en hun, bij elke gelegenheid, de uitwerkselen van hare alvermogende bescherming doen gevoelen. De woorden: Maria is zonder zonden ontvangen alleen, met een volkomen vertrouwen

3'-

ocr page 41

uitgesproken, mochten vaak de trelfendste blijken van hare moederlijke goedertierenheid verdienen. De volgende trek uit het leven van den gelukzaligen Petrus Fourrier, insteller der congregatie van Onze Lieve Vrouw, levert hiervan een schitterend voorbeeld. Toen deze eerwaardige man zich eens ophield in zekere stad in Lotharingen, waar een huis van zijne Congregatie, toen nog in haar begin, gevestigd was, vond hij er al hot volk in de grootste verslagenheid, daar een besmettelijke ziekte menschen en dieren aantastte. Toen de zusters troost bij hem zochten, gaf hij haar den raad zich tot de Troosteres der bedrukten te wenden, er bijvoegende, dat hij zich overtuigd hield, dat .vanneer men op een briefje deze schoone woorden schreef: Maria is zonder zonde onlvanyen, allen die het niet vertrouwen bij zich zouden dragen , ontwijfelbaar verlichting zouden gevoelen. Nauwelijks was deze devotie bekend, of de omwonenden namen ook tot dit middel hunne toevlucht, en velen bekenden dat zij hierdoor van de heerschende ziekten verlost waren. De voordeelen, i dooi' deze devotie gebracht, maakten dat zij weldra in vele andere steden verspreid werd, waar zij de verwonderlijkste uitwerksels had. Maar vooral te Nemours ondervond men hoe krachtig dit middel bij openbare rampen is. Te gelijk met de tijding dat de stad aan plundering prijs gegeven zou worden, verspreidde zich schrik en angst door alle wijken, en men hoorde van alle kanten niets anders dan zuchten en jammeren. Te midden van die algemeeneverslagen-

35

ocr page 42

I

heid wendden eenige geestelijke vereenigingen en vele andere huisgezinnen, bezield met dat levendig geloof dat wonderen uitwerkt, zich tot de H. Maagd, en plaatsten de woorden; Maria is zonder zonde onl-vanr/en boven hunne huisdeuren. Dit had dezelfde uitwerking als weleer het bloed van het lam, waarmede de deurstijlen der Israëlieten bestreken werden, om hen tegen het zwaard van den slaanden engel te behoeden. Het hevel van de stad te plunderen werd ingetrokken, en de soldaten die vroeger niets dan wraak ademden. werden zachtzinnig en mensch-lievend. Eene zoo in het oog loopende verandering word algemeen aan de bescherming der H. Maagd toegeschreven, en bracht veel toe om eene gi dote devotie tot hare onbevlekte ontvangenis in te boezemen. Dit is ook de oorsprong van het godvruchtig gebruik dat in vele congregatiën bestaat, een medaille om den hals te dragen, waarop de woorden: Maria is zonder zonde ontvangen te lezen staan; eene lofspraak allerheerlijkst voor de H. Maagd, daar zij ons het schoonste harer voorrechten te binnen brengt.

Kene gebeurtenis van bijna gelijken aard, had gedurende de Julidagen van 1830 te Parijs plaats. waai -door dit godvruchtig gebruik niet weinig verspreid en bevestigd werd. Sedert dat oogenblik dragen zeer vele vrome personen deze medaille bij zich als een veiligen waarborg der bescherming van Maria in alle gevt.ren.

ocr page 43

OEFENING.

Heb eene teedere en oprechte devotie tot de onbevlekte ontvangenis van Maria.

SCHIETGEBED.

Per Sanctam Virginitatem el Immaculalam Cun-ceptionem tuam. purissima Viryo, emundo. oor metim et carnem meam.

0 allerreinste Maagd! door nwe maagdelijke zuiverheid en uwe onbevlekte ontvangenis, reinig mijn ziel en lichaam.

DERDE DAG.

De geboorte van de H. Maayd.

De geboorte van Maria was een voorwerp :

1°. Van vreugde voor den Hemel;

2°. Van hoop voor de aarde;

3°. Van schrik voor de hel.

I. Pnnt. De allerheiligste Drieëenheid beschouwde van toen af dit beminnelijk Kind, het meesterstuk barer handen met welgevallen. God de Vader beschouwde haar als Zijne teerbeminde dochter, het waardig voorwerp Zijner liefde. God do Zoon zag in Haar Zijne Moeder en dien levenden Tempel waarin Hij eens zijn verblijf zou nemen. De H. Geest beminde Haar als Zijne geliefde Bruid, en bereidde Haar een kostbaren schat van genade. De hemelsche geesten

37

i

ocr page 44

erkenden Haai* voor hunne Koningin; zij haastten zich om hare geboorte te bezingen, en Haar eerbied en liefde te betuigen. Laten wij dan ook de ondoorgrondelijke oogmerken der H. Drievuldigheid ten opzichte van Maria aanbidden en zegenen; vereenigen wij ons met de gelukzalige geesten, en verheugen wij ons met hen over die-buitengewone genade, die de Memel Haar, op den oogenblik harer geboorte, verleent. Smeeken wij Haar ons van nu af voor geheel ons leven onder hare bescherming te nemen.

II. Punt. Reeds vier duizend jaren smachtte het heelal naar de komst van den Verlosser. Eindelijk naderde de gelukkige stond, waarop Hij op deze aarde zou verschijnen, om de menschen van die liarde slavernij te verlossen, waartoe de zonde hen gebracht had. Evenals de dageraad de voorbode der zon is, en de komst van dit weldadig gestarnte, dat de aaide verlichten en vruchtbaar maken moet, aankondigt, zoo ook verkondigt de geboorte van Maria den naderenden opgang van de ware Zon van gerechtigheid, die de menschen moet verlichten , uit hun geest de duisternissen van onwetendheid en zonde verdrijven, en de genade des Hemels ruimschoots over hen uitstorten. Met welk een ijver moeten wij dan die beminnelijke Maagd niet te gemoet gaan, om Haar onze hulde te brengen. Haar als onze Koningin onzen eerbied te toonen, Haar als onze Moeder onze hamen toe te wijden, haren bijstand af te smeeken, en ons aan Haar, als aan onze voorspreekster, aan te bevelen.

38

ocr page 45

111. Pant, line groov. moet dn woede dos duivels geweest zijn, toen hij voor het eerst die sterke vrouw aanschouwde, van wie reeds van het begin der wereld voorzegd was, dat Zij hem den kop zou verpletten. Met welk een afgunstig oog zag hij de wonderlijke genade en verhevene voorrechten, waarmede hare ziel begiftigd was. De vijand van den mensch had, door zijn booze list, hem in het schrikkelijkst ongeluk gestort, en hield hem in harde boeien gekluisterd. Zij is het, die onzen Goddelijken Verlosser ter wereld moet brengen, die den duivel moet bestrijden, ontwapenen en overwinnen. Danken wij dan God duizendmaal, dat Hij ons Maria geschonken heeft om alle vijanden, die ons een zoo wreeden oorlog aandoen, neder te vellen. Nemen wij met vertrouwen onze toevlucht tot deze machtige beschermster, roepen wij Haar vooral in de bekoringen aan, en houden wij er ons van verzekerd, dat Zij den duivel verre van ons zal doen vluchten.

GEBED.

Beminnelijk kind, verhevene Marial ik verplaats mij in den geest op den gelukkigen oogenblik uwer geboorte; eerbiedig werp ik mij bij uwe wieg ter aarde, en groet U als den dageraad, die ons den opgang van de Zon der gerechtigheid aankondigt. Neem, bid ik U, welwillend het oiler van mijn hart aan, dat ik U in den eersten oogenblik uws le\ens kom brengen. Gij wordt tot ons heil geboren, komt in de wereld om de Troosteres der bedrukten, de

3!)

ocr page 46

Steun der zwakken , de Toevlucht der zondaren en een veilige schuilplaats voor alle ongelukkigen to zijn. Neem mij onder uwe bescherming, gewaardig ü mijne voorspraak te zijn bij den Heer, opdat Hij mij van mijn zondelast bevrijde, de duisternissen van mijn geest verdrijve, de ongeregelde begeerten uit mijn hart verbannende aanslagen en listen van mijne vijanden verijdele, zoodat ik, door Zijne genade geholpen, mijn leven dusdanig inrichte, dat ik met Gods hulp eu onder uwe bescherming in de haven der gelukkige eeuwigheid aanlande.

|

VOORBEELD.

Dp beheering van den H. Andreas Corsinus.

De bescherming der IT. Maagd is te allen tijde eene bron van genade en zegening geweest voor ieder die zich aan haar heeft toegewijd. De II. Andreas Corsinus levert onder zooveel duizenden anderen daarvan een treilend bewijs. Vóór zijne geboorte hadden zijne ouders de eerste vrucht van hun huwelijk aan God beloofd: maar Andreas beantwoordde aanvankelijk niet aan hunne godvruchtige inzichten. Het gezelschap van eenige losbandige jongelingen verleidde hem tot de zonde en hij gaf er zich niet ten halve aan over. Het spel, do schouwburg en andere gevaarlijke vermaken verstikten weldra de godsdienstige gevoelens, die zijne godvruchtige ouders zoo zorgvuldig in hem hadden aangekweekt. Andreas was een volslagen losbol, en daar de losbandigheid den mensch gewoon-

40

ocr page 47

lijk onbeschaamd, onhandelbaar en weerspannig maakt, ontving hij de heilzame vermaningen zijner deugdzame moeder niet dan met verachting. Waar zou die bedroefde moeder troost vinden in de diepe smart die het gedrag van haren zoon haar veroorzaakte ? Waar anders dan bij de H. Maagd, door wier voorspraak zij dat kind van God verkregen had, en aan wier dienst zij het bij zjne geboorte had toegewijd. Haar volstandig vertrouwen bleef niet onbeloond. Eens, dat Andreas zich weder naar een van de slechte gezelschappen zou begeven, die de oorzaak waren zijner ongelukken, bemerkte hij dat zijne moeder in tranen wegsmolt. Een rest van teederheid drong hern haar naar de oorzaak van dat bittere weenen te vragen. «Ik ween mijn zoonquot;, antwoordde de godvruchtige moeder, «dewijl ik in n maar al te wel een gedeelte «vervuld zie van een droom dien ik in den nacht voor «uwe geboorte gehad iieb. Ik verbeeldde mij een wolf «ter wereld te brengen, maar ik zag hem in een lam «veranderen zoodra hij de kerk der Karmelieten bin-«nengetreden was. Ik en uw Vaderquot;, dus vervolgde «zij, geloofden het uitwerksel van een zoo nood-«lottig voorteeken te zullen verijdelen door u aan de «H. Maagd toe te wijden. Dan onze voorzorg heeft «slechts gediend om onze droefheid over uw gedrag «te vermeerderen; uwe losbandigheid bewijst maar «al te zeer, dat het geen ijdele droom was. O hoe «gelukkig zou ik zijn, zoo ik dien wolf, vóór mijn «dood, in een lam veranderd zag.quot; Deze woorden, onder een vloed van tranen uitgesproken, en op een

41

ocr page 48

toon, iloor godsviueht en liefde ingegeven, trollen liet hart van den jongeling. De droom en nog meer de wezenlijkheid maakten een diepen indruk op hem, en de genade, op zijn sterk bewogen hart werkende, voltooide spoedig zijne bekeering. — sNeen, mijne moeder!quot; riep Andreas uit, sneen. gij zult niet sterven «zonder eerst den troost'te genieten dezen wolf in een »lam veranderd te zien. Niet dan al te lang was ik «hetgeen dat verachtelijk dier beteekent, en op dezen «stond zelf zult gij uwen droom volkomen bewaarheid «zien. Gij zegt dat gij mij aan de 11. Moedermaagd «hebt opgeofferd; het is billijk dat ik mij aan haren «dienst toewijd. Troost u dan. lieve Moeder, uwege-«beden on tranen zullen niet vruchteloos zijn; ver-«geef mij het verdriet dat ik u tot dusverre veroor-«zaakt heb. vergeef de harde behandelingen die gij «van mij moest ondervinden, vergeef mijne zwarte «ondankbaarheid, en verwerf mij bij God door uwe «gebeden vergiffenis van mijne zonden. Nauwelijks had hij deze woorden uitgesproken, of hij snelt, zonder zijne moeder den tijd te laten, om van hare aangename verrassing te bekomen, naai' de kerk der Eerw. P. Karmelieten. Daar. voor het altaar der H. Maagd neergeknield, offert hij zich onder een vloed van tranen aan God op, wijdt zich toe aan de allerheiligste Maagd als een kind, dat Haar reeds bij zijne geboorte was opgedragen, maar dat de wereld te lang in wreede kluisters gekneld hield. Dit offer was den Heer welgevallig. Andreas gevoelde dat zijne ketenen eensklaps verbroken waren , en door een

ocr page 49

nieuwen geest bezield, nam hij in tlenzelftlen oogen-blik kloekmoedig het besluit, om zich in eer/klooster te begeven. nij koos de beroemde Orde der Karmelieten , waarvan hij weldra een der schoonste sieraden werd. Doordrongen van de levendigste dankbaarheid jegens de H. Moeder Gods, aan wie hij zijne bekeering verschuldigd was, had hij steeds een vast vertrouwen op Maria, en nimmer stond hij naar een anderen eeretitel dan naar dien van dienaar van Maria.

OEFENING.

Wend u bij het opstaan en slapen gaan tot het beeld der H. Maagd, en vraag den moederlijken zegen.

SCHIETGEBED.

Ave, Filia Dei Patris; ave. Haler Dei Filii; ave, Sponsa Dei Spiritus Sancli; ave, Templum lotius T/'initatis.

Wees gegroet. Dochter van God den Vader, Moeder van God den Zoon, Bruid van God den H. Geest. Wees gegroet. Tempel der allerheiligste Drieëenheid.

VIERDE DAG.

Over de verhevenheid van den naam van Maria, 1°. Deze naam is heilaanbrengend ,

•i0. Hij is heerlijk,

3quot;. Hij is eerbiedwaardig.

43

ocr page 50

I. Punt. De H. Moeder Gods, zegt de 11. Bernard us, kon geen naam hebben die Haar beter paste dan die van Maria, geen naam die hare voortrellelijkheid, grootheid en hooge waardigheid beter uitdrukte. Die geheimvolle naam beteekent in het Hebreeuwsch Zeesier. En te recht: Maria is voor ons op de stormachtige zee dezer wereld een star, een licht, een fakkel en een baak. — «Sla.quot; dus roept deze 11. Kerkvader uit. »wie gij ook zijn moogt. zoo gij eene «noodlottige schipbreuk wilt vermijden, uwe oogen »op Maria, vestig uwe blikken op dat weldadig ge-))Starnte. Aanschouw in bekoringen, in gevaren die «Star, aanroep Maria, Jnspice stellam ,voca Mariam. »Wordt gij door de golven van hoogmoed, eerzucht wof nijd geslingerd, aanschouw die Star, aanroep »Maria, in al uwe tegenspoeden, in de grootste «moeielijkheden des levens, denk aan Maria, aanroep ))Ma:ia. Heb haai* gezegenden naam steeds in uwe »mond en in uw hart. Zoo gij Haar volgt, zult gij sniet verdwalen; zoo gij Haar smeekt, zult gij nimmer »tot wanhoop vervallen: zoo Zij u ondersteunt, zult »gij niet struikelen : zoo Zij u beschermt, hebt gij ymiets te vreezen; en zoo Zij u gunstig is, zult gij «behouden in do haven der zaligheid aanlanden*quot;

II. Punt. De naam van Maria beteekent bovendien Vrouwe, Meesteres, Koninijln. Zij is de Koningin van Hemel en aarde, de gebiedster van engelen en meTischen; Zij is onze Meesteres, onze Vrouw • bij uitnemendheid en door een bijzonder voorrecht; en hot is in dien zin, dat allo volken Haar met den

44

ocr page 51

naam van Onze Lieve Vrouw bestempelen. De heerlijke naam van Maria draagt overal denzelfden stempel van grootheid, en verkondigt alom de macht en verhevenheid van haar die hem voert. Vervul, o allerheiligste Maagd! vervul geheel de aarde met uw naam. Dat men ü in den hemel verheerlijke, op aarde eerbiedige, in de hel vreeze. Heersch naast God over alles wat beneden God is; maar heersch vooral over onze harten. Wees Gij onze troost in moeielijkheden, onze kracht in zwakheid, onze raad in twijfelingen, en onze hoop in het uur van den dood.

III. Punt. «Gelukzalige Maagd, Heilige Maria!quot; roept de H. Franciscus uit, «Hemel en aarde kent «geen naam, na dien va i uwen Goddelijker! Zoon, «die den mensch meer genade aanbrengt, die hunne «hoop meer versterkt, en hen meer zoetheid doet «smaken dan de uwe.quot; — «Gelukkig, o H. Mnagd!quot; zegt de H. Bona venture, «hij die uwen naam eert «en bemint: uwe gunst zal hem in zijne rnoeilijk-»heden ondersteunen, en rijke vruchten in hem voort-»brengen.quot; Verheven naam van Maria, neen, men kan u niet uitspreken, zonder een zoeten troost in zijn hart te gevoelen. Allerheiligste Moedermaagd! hoe heerlijk, hoe bewonderenswaardig is uw naam! Hij kan de bekoringen der hel overwinnen en doen verdwijnen. Ach, H. Maria! had ik dien in mijne bekoringen steeds aangeroepen, dan gewis zou ik mij niet aar. zulke menigvuldige en zware zonden hebben schuldig gemaakt. Voortaan zal ik nimmer verzuimen

45

ocr page 52

in alle gevaren uwe hulp af te smeeken, en ik vertrouw dat Gij mij tegen alle aanvallen van de vijanden mijner ziel zult verdedigen.

GEBED.

O allerheiligste en beminnelijke Maria! mijn mond kan uwen naam niet uitspreken zonder dat ik mijn hart ontvlamd gevoel van liefde tot U; allen die U beminnen kunnen niet aan ü denken, zonder zich aangezet te gevoelen, U steeds nog meer te beminnen. Versterk, o Koningin! onze zwakheid; verwerf ons de genade, in dit tranendal zoo hoog noodzakelijk. O, wie kan beter voor ons tot God spreken dan Gij, die Hem zoo nabij zijt; spreekt dan voor ons, o minnelijke Moeder! spreek, want uw Goddelijke Zoon hoort U, en ongetwijfeld zult Gij alles, wat gij vraagt, voor ons verkrijgen, maar de grootste, de voornaamste gunst, die wij U bidden van uwen welbeminden Zoon voor ons te vragen , is dat wij Hem in deze wereld uit geheel ons hart mogen beminnen, opdat wij eens het geluk hebben Hem eeuwig inden Hemel te aanschouwen.

VOORBEELD.

Devotie tot den naam der H. Maagd.

De naam van Maria werd vroeger in sommige la nden zoo geëerbiedigd, dat de vrouwen dien niet mochten dragen ; men vreesde om zoo te zeggen den naam der H. Moeder Gods te onteeren , zoo men dien aan ar.dere schepselen toekende. Toen Alphonsus IV, Koning van

46

ocr page 53

Castiliën, op het punt was eene jonge moorin te huwen, verklaarde hij. dat hij haar slechts op die voorwaarde tot echtgenoote zon kiezen, dat zij inden II. Doop niet den naam van Maria aannam. Casimir 1, Koning van Polen, eischte bij zijn huwelijk met Maria, dochter van den Hertog van Rusland, dat die vorstin haren naam zon veranderen ; en hierop volgde in dit rijk de gewoonte dat geen vrouw den naam van Maria droeg. Dit gebruik bestaat niet meer: integendeel thans kiezen zeer vele personen , uit devotie tot de H. Maagd en om zich onder hare bijzondere bescherming te stellen, den naam van Maria. Gelukkig zoo zij, niet tevreden met enkel den naam van Maria te dragen, zich ook beijveren om hare deugden na te volgen.

De H. Stephanus, Koning van Hongarijen, niet minder beroemd door zijne teedere godsvrucht tot de H. Maagd, dan door de uitmuntende hoedanigheden die hij op den troon ten toon spreidde, koesterde zulk een diepen eerbied voor den H. naam der Moedermaagd, dat hij dien zelfs niet durfde uitspreken. Hij noemde Haar meestal ae yroote Koninyin. Al zijne onderdanen gaven Haar naar zijn voorbeeld denzelfden titel, en mocht het gebeuren dat in hunne tegenwoordigheid de naam van Maria werd uitgesproken, dan vielen allen oogen blik kei ijk op de knieën en bogen zich diep ter aarde, om aldus hun eerbied voor zulk een verheven naam aan den dag te leggen.

De gelukkige Heiman sprak, volgens het verhaal van Surius zeer dikwijls den H. naam van Maria uit

I

47

ocr page 54

en gevoelde er de verwonderlijkste uitwerksels van. Wanneer hij alleen was, wierp hij zich in zijne cel plat ter aarde, en in deze houding vond hij zijn grootste vermaak in het gedurig herhalen van den naam Maria! Maria.' Een zijner vrienden, die de H. Maagd ook teeder beminde, overviel hem eens terwijl hij bezig was met den naam zijner beminnelijke Moeder op deze wijze te eeren, en stond verbaasd hem zoo langen tijd geheel verslonden te zien.

»Wat doet gij,quot; vroeg hij hem, «met welkegevoe-»lens houdt gij u bezig?quot;— sik pluk.quot; hernam Herman, »tot mijn onbeschrijfelijken troost de zoete vruchten «van den naam van Maria. Ik spreek dien uit, en «mij dunkt dat allo bloemen zich om mij vereenigen «om de lucht met de uitgelezenste geuren te balse-»mcn, terwijl eene kracht, die ik niet kan noemen, «mijn hart met reine hemelvreugd vervult. Hier rust «ik van mijn arbeid, hier vergeet ik de bitterheid des levens ; mocht ik altijd in deze houding kunnen «blijven, en nimmer ophouden den H. naam van «Maria te herhalen.''

OEFENING.

Herhaal naar het voorbeeld van deze ijverige dienaars van Maria, dikwerf vol eerbiedige liefde haren heiligen naam.

SCHIETGEBED.

O Maria! o Nomen sub quo nemini desperandum.

O Maria! o Naam, onder wiens aanroeping nienr.aml mag wanhopen.

48

ocr page 55

VIJFDE DAG.

Dc opdracht van de II. Maaijd.

Maria draagt zich aan God op;

1°. Bereidwillig;

•2quot;. Geheel;

3quot;. Voor altijd.

1. Punt. In het leven der II. Maagd is alles geheimvol. Hare geringste daden zijn vol heilzame lessen , en leveren ons van alle deugden de troll'cndste voorbeelden. Zag men ooit een stichtender en bewonderenswaardiger schouwspel. Een driejarig Kind komt zich aan God in Zijn tempel opolleren en aan den dienst des altaars toewijden; haar teedere leeftijd, de liefde harer ouders, de verbintenis die Zij zal aangaan, de strenge en werkzame leefwijze die Zij zal omhelzen, niets schrikt Haar af, niets houdt Haar terug, wanneer Zij zich geheel aan God kan schenken. Een heilige ijver bezielt Haar en voert Haar tempelwaarts: de Goddelijke liefde waarvan Zij blaakt, doet Haar alle moeielijkheden te boven komen, die haar otter zouden kunnen vertragen. O.H.Maria! wijze en voorzichtige Maagd, hoezeer veroordeelt uwe bereidvaardigheid om U aan den Heer te schenken onze lafhartigheid en ons noodlottig uitstellen, wanneer het er op aankomt iets te vervullen wat God van ons eischt. Verwerf ons de genade die wij behoeven, om kloekmoedig alle hinderpalen te overwinnen ,

Dc Maand van Maria, ifl 4

ocr page 56

die ons beletten geheel en onverdeem aan ilen lieer toe te behooren.

II. Punt. De opdracht der H. Maagd was geheel en volkomen. Toen zij zich aan haren God toewijdde, schonk Zij zich aan Hem uit ganscher harte, en verzaakte alles zonder de minste uitzondering. Zij deed afstand van hare goederen, van hare vooruitzichten, van haren wil, en wenschte duizend harten te bezitten, om ze alle vreugdevol aan den Heer te kunnen opdragen. Zij had er slechts één , maar met welk een geestdrift, met welk een vurigheid oll'erde Zij het op? Welk een voorbeeld voor ons! Immers is het geene beleediging God aangedaan, zoo wij, gelijk maar al te dikwerf gebeurt, ons hart verdeelen tusscheu Hem en liet schepsel? Benadeelen wij hierdoor ons zeiven niet, daar alles, wat niet voor God geschiedt, verloren is voor de eeuwigheid ?

III. Punt. Men zag in de allerheiligste Maagd de onstandvastigheid, wankelbaarheid, wispelturigheid Tiiet, die in ons zoo gewoon zijn. Nadat zij eenmaal de loopbaan der volmaaktheid ingetreden was, zag Zij nimmer om: integendeel, men zag haar niet rassche schreden vorderen, eiken dag ijveriger, getrouwer, en nauwkeuriger worden in het vervullen van Gods wet, en steeds meer en meer ontvlammen van het vuur Zijner heilige liefde. Hoe verre zijn wij van -He standvastigheid van Maria na te volgen, en toch hangt van die standvastigheid onze voortgang af op het pad der deugd. Ons leven is niet dan eene aaneenschakeling van beloften en ongetrouwheden,

I

50

ocr page 57

van goeile voornemens en zwakheid ilie uit te voeren. Het is alsof wij slechts iets aan God beloven om het Hem gegeven woord te verbreken; en dikwijls vallen wij denzelfden dag, in,sschien hetzelfde uur, in de fouten, die wij zooeven verfoeiden. Blozen wij toch eindelijk over zulk eene onstandvastigheid en die zoo dikwerf herhaalde ongetrouwheden, en verklaren wij voor God, dat wij ons heden onherroepelijk aan Zijn dienst willen toewijden.

GEBED.

O allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria ! Gij hebt U in den tempel opgedragen, om U van uwe teederste kindsheid af aan den Heer toe te wijden. Vergun dat ik mij aan U ioeheilige, met het oprecht verlangen om voor uwen dienst alleen te leven.. Ja, H. Maagd ! daar ik U naast God voor mijne toevlucht, hulp en hoop erken, olïer ik mij van dezen oogen-blik voor altijd aan U op. Ik kies Li tot mijne beschermster en Moeder; ik stel mijn lot in uwe handen; mijn verstand, mijn hart, mijnen wil, mijne daden, mijne bezittingen, mijne gezondheid, mijne vrijheid, mijn leven, alles wat ik heb of ben, wijd ik U geheel en al en voor immer toe; ik verlang dat Gij dit onder uwe bewaring neemt, en naast Jezus, uwen aanbiddelijken Zoon, in mijn hart gebiedt. VOORBEELD.

De jeugdige vereerdevs der //. Maarjd.

De Eerw. Bondon, eerste aartsdiaken van Evreux onderscheidde zich reeds van zijne kindsheid door eene

51

I

ocr page 58

teedei'e en oprechte devotie tot de H. Moeder Gods. Twaalf of dertien jaren oud, werd hij geplaatst in het opvoedingsgesticht van een deugdzaam priester van Rouaan. Daar was zijn eerste zorg zich met hart en ziel aan de kweekelingen, die hem het deugdzaamste toeschenen, te verbinden, om met hen eene godvruchtige vereeniging tot het doen van goede werken en gebeden op te richten. Zij begonnen met zich eenparig (Mier de bescherming der H. Maagd te stellen. In het huis was eene kleine bedeplaats, waar zij zich dagelijks vereenigden om aan de Koningin iler engelen hunne hulde te bewijzen; zij betwistten elkander de eer wie den schoonsten titel voor Haar zou bedenken, en in de uren van uitspanning was ile lof en grootheid van Maria het aanhoudend voorwerp hunner gesprekken. Zij besteedden een gedeelte van hun zakgeld om hare beelden te versieren; hun zoetste vermaak was op hunne vrije dagen de kerken en kapellen te bezoeken, die onder aanroeping van Maria, aan haren Goddelijken Zoon waren toegewijd, en soms ontdeden zij zich zelfs van hun schoeisel, om deze vrome bedevaarten godvruch-tiger te verrichten. Op andere tijden deden zij de lucht van heilige lofzangen ter eere van Maria weêr-galmen. Deze uitwendige oefeningen gingen gepaard met den geest van geloof en liefde, die er de ziel van uitmaakt. Zij bereidden zich tot de feesten der Koningin van Hemel en aarde door verstervingen, die ook aan rijperen leeftijd eer hadden aangedaan: zij vastten dan verscheidene dagen, en d t vasten

52

ocr page 59

was dikwerf zoo streng, dat al hun voedsel slechts in een weinig brood bestond. Op die heilige dagen zeiven was eene communie, in de beste gesteldheid verricht, hunne voornaamste oefening. Zij wenschten vurig dat de naam van Maria door alle volken mocht gekend worden, en oat zij, die reeds het geluk hebben dien te kennen , hem steeds meer en meer mochten vereeren. Om dit doel te bevorderen stortten zij ijverige gebeden. Zij hadden een boek waarin allen verklaarden, dat zij zich voor altijd aan den dienst van Maria toewijdden. Men kon de teedere liefde van die beminnelijke jeugd tot de II. Maagd niet zien, zonder er levendig door getroll'en te worden; en zoo zij in hun ijver soms wat te verre gingen, kan men er zich slechts te meer over verwonderen, daar alles het werk was van een kind van twaalf jaren. Dan wat vermag niet een hart dat van liefde tot de allerheiligste Maagd Maria ontvlamd is.

OEFENING.

Vernieuw heden uwe doopbeloften en wijd u aan God toe, in vereeniging met de 11. Maagd.

SCHIETGEBED.

///o* i uos misericord es oculos ad nos convert e.

O Maria! sla de oogen uwer barmhartigheid op ons neder.

ocr page 60

ZESDE DAG.

Ud leren vcm de allerheiligste Maagd in den lempnl.

1quot;. Zij leefile voor God alleen;

'2U Zij hielil zich metquot; God alleen bezig:

3quot;. Zij werkte voor God alleen.

I. Punt. Volgen wij dit kind van zegening in de eenzaamheid, waarin het zich verborg , en bewonderen wij het heilig leven dat het daar leidt. Maria beschouwt den tempel als een huis, alleen toegewijd aan den dienst des Heeren. Zij weet dat Zij in deze heilige plaats voor God alleen moet leven, en niets anders bedoelen. dan zich door de oefening van elke deugd steeds aangenamer in Zijne oogen te maken. Gelijk aan den dageraad, welks licht voortdurend toeneemt, hield ook Maria nimmer op toe te nemen in heiligheid en volmaaktheid. Dagelijks zag men in haar de voortrellelijkste deugden, liefde tot God en de naasten, zedigheid, ootmoedigheid, verstervingen zachtzinnigheid, met meer luister schitteren. Laten wij ons dan zulk een treilend voorbeeld ten nutte maken, en leeren wij van de H. Maagd, hoe volijverig wij aan onze heiligmaking moeten arbeiden.'t Is waar God vordert niet van alle Christenen dat zij zich, als Maria, door gelofte aan Zijn dienst verbinden; dit is het benijdenswaardig deel van eenige bevoorrechte zielen , die Hij uit het midden der wereld tot zich trekt, om hen op eene bijzondere wijze aan Zich

54

ocr page 61

te vei bitiden en toe te wijden ; maar welke onze staat zijn moge, God eisclit van ons dat wij een waarlijk christenleven leiden, een boetvaardig en verstorven leven, en dat wij dagelijks nieuwe pogingen aanwenden, om op den weg des hells voortgang te doen. Dit is het kort begrip van het Evangelie, dit is de heilige verbintenis die wij in het doopsel hebben aangegaan. Ach, hoe hebben wij die tot dusverre nagekomen ?

11. Punt. Nadat de allerheiligste Maagd zich in den tempel begeven had, was God het eenig voorwerp van hare gedachten en neigingen. Zij hield zich, zoo als de 11. Ambrosius zegt, vaak met godvruchtige overdenkingen bezig en sprak weinig. \ goddelijke liefde waarvan Zij brandde, maakte dat zij de afzondering beminde, en geen ander vermaak kende dan die Innige vereeniging, waarvan Zij voortdurend met haren God leefde. Leven wij voortaan, naar het voorbeeld van Maria, voor God alleen; hebben wij steeds Zijne H. tegenwoordigheid voor oogen ; verhellen wij dikwijls onze gedachten en harten tot God ; en verrichten wij al onze handelingen met liet doel om Hem in alles te behagen.

UI. Punl. Maria arbeidde voor God alleen. Nooit zag men Haar ledig: haar tijd was verdeeld tusschen het gebed, den arbeid, de werken der naastenliefde, en andere godvruchtige oefeningen. Zij verzamelde eiken oogenbllk voor God nieuwe schatten van verdiensten ; uimnier zag men eene zoo volmaakte vereeniging van de uitstekendste gaven en de schitterendste deugden. Hare liefde was grenzenloos, hare zuiverheid

55

ocr page 62

voorbeeldig, haai-ootmoed onpeilbaar, hare godsvrucht onveranderlijk, in één woord, geheel haar leven.was een getrouwe spiegel van alle deugden. Volgen wij het voorbeeld van die verwonderlijke Maagd na, en vergeten wij nooit dat dit de hoofdzaak is, en dat onze devotie tot Maria, ons te voordeeliger zal zijn, hoe meer wij ons best doen om hare voetstappen te drukken.

GEBED.

Heilig kind ! dat bestemd zijt om de Moeder van mijnen Verlosser en de voorname middelares der zondaren te worden, heb medelijden met mij. Gij ziet voor uwe voeten een zondaar die zijn God ongetrou\v geweest is, en nu uwe bescherming komtafsmeeken. Het is waar, door mijne ondankbaarheid had ik verdiend dooi' U afgewezen te worden, maar altijd heeft men mij gezegd dat Gij nooit iemand versmaad hebt, die vol vertrouwen tot U zijne toevlucht nam ; en zou ik dit niet gelooven, daar ik weet hoe groot uwe barmhartigheid is ? Gewaardig U dan, o Maria! volmaaktste aller schepselen, Koningin en toonbeeld aller Heiligen, gewaardig U een ellendige te ondersteunen, die maar al te lang de groote zaak zijner zaligheid verwaarloosd heeft; en die, door zijne schuld aan duizend gebreken onderhevig, van deugd ontbloot en mot ongerechtigheden beladen is. Gij zijt zoo welbehagelijk in Gods oogen, dat Hij L' niets weigert; ik weet dat Gij zoo gaarne de ongelukkigen die U aanroepen bijstaat; toon dan de grootheid van uwen invloed bij

56

ocr page 63

God, en verwerf mij eene /00 kraclitige genade, dat ik van een zondaar die ik ben een rechtvaardige worde, en van een heiligen ijver voor mijne volmaaktheid blake. Verricht, o Maria! dit wonder uwer goedheid. Gij toch kunt liet ; verricht het uit liefde tot God, die U zoo groot, zoo liefderijk,-..jo machtig, en zoo barmhartig gemaakt heeft.

VOORBEELD.

InsleUinfi van den 11- Rozenkrons.

De geschiedenis beschrijft ons de dertiende eeuw der Kerk als een tijd van wanorde, waarin de vijand onzer zaligheid ,al zijne pogingen aanwendde om den waren godsdienst te verdelgen. He diepste onwetendheid en het grootste zedenbederf heerschten overal onder de Christenen. Tot overmaat van ongeluk verspreidde zich de goddelooze sekte der Albigenzen, gelijk een stroom over verschillende plaatsen van Frankrijk; maar vooral in I.anguedoc endeDauphiné richtte zij de schrikkelijkste verwoestingen aan.

Deze ketters, gezworen vijanden van de Kerk en van allen godsdienst, verwoestten alles te vuur en te zwaard, wierpen altaren en tempels omver, vermoordden de dienaars des Heeren, en verspreidden schrik en angst in alle streken die zij doortrokken. Maar God, die altijd over Zijne Kerk waakt, verwekte een apostolisch man, die aan den voortgang van dwaling en losbandigheid paal en perk stelde. Ouminicus, zoo heette deze, doorkruiste met ongeloofelijke in-

57

ocr page 64

spanning en zelfopotlering ile met ketterij besmette gewesten, verkondigde overal vol ijver het woord Gods; en zette, door de heiligheid van zijn leven en de uitstekende wonderwerken die hij verrichtte, zijne prediking kracht en aandrang bij. Alles predikte in den met Gods geest .bezielden man; zijne woorden waren even zoo vele vonken van het Goddelijk vuur dat in hem blaakte, en zijne teedere en vertrouwvolle devotie tot de 11. Maagd was hem altijd, gelijk hij zelf bekende, het voornaamste middel om de ketters en zondaren te bekeeren. Voordat hij zijne onderrichtingen begon, wierp hij zich ootmoedig neder voor het beeld der H. Moedermaagd en richtte tot Haar het volgende gebed:- Dir/nare me laudare Te Virgo sar rata: da mihi virtulem contra hastes tuos: Vergun mij, o H. Maagd! uw lof te verkondigen, en schenk mij de kracht om uwe vijanden te bestrijden en te overwinnen.

De H. Dominicus smaakte het genoegen een groot getal ketters tot den schoot der Moederkerk te zien terugkeeren; maar deze uitkomst kon zijn brandenden dorst naar het heil der zielen geenszins verzadigen. Terwijl hij zich hierover nederig beklaagde bij de H. Maagd, op wie hij naast God al zijn vertrouwen gesteld had, verscheen hem de Moeder der Barmhartigheid in de kerk van N. ü. de la Prouille, beval de devotie van den H. Hozenkrans te verkondigen, en beloofde dat hij hierdoor de schitterendste bekeeringen onder dit hardnekkig volk zou teweegbrengen. Dit gebeurde in 't Jaar 1203. De H. man gehoorzaamde;

58

I

I

ocr page 65

en in plaats van zich met twistredenen bezig te houden . begon hij het volk met de oefening dezer heilzame devotie bekend te maken, hij leerde het de wijze en geest daarvan. Hij verklaarde de vijftien geheimen «lie men daarbij overweegt, en won door dit gebed meer zielen voor God dan door eenig ander middel. Inderdaad, de vruchten die hij inoogstte waren, volgens de eenparige getuigenis der geschiedschrijvers van dien tijd, hoogst wonderbaar. De bekeering van meer dan honderdduizend ketters, het tot inkeer komen van een onnoemelijk getal zondaars , waren reeds in de eerste dagen de uitwerkselen van die devotie, welke zich spoedig door geheel Europa verspreidde, en onberekenbaar veel goeds uitwerkte. Nog dagelijks draagt die godvruchtige oefening rijke vruchten in alle oorden waar zij, niettegenstaande de onverschilligheid quot;en ongodsdienstigheid onzer eeuw, zich heeft staande gehouden. (Godescard. Croiset, 4 Aug.)

OEFENING.

Bid lieden met bijzondere godsvrucht een rozenkrans of' rozenhoedje.

SCHIETGEBED.

Dignare me laudare Te Vircjo Sacrata; da nxihi virtutem contra hosten tuos.

Vergun mij, o H. Maagd! uwen lof te verkon-iligen, en schenk mij kracht om uwe vijanden te bestrijden en te overwinnen.

50

ocr page 66

ZEVENDE DAG.

De Bondschap aan de II. Maaijd.

1quot;. Dit gelieim is een wonder van Gods liefde:

'2°. Gods Zoon vernietigt zicli als liet ware in dit geheim:

3quot;. üit geheim verheerlijkt de 11. Maagd.

I. Punt. Overwegen wij de onbegrijpelijke liefde, goedheid, barmhartigheid en oneindige wijsheid van God die besloten heeft de wereld te verlossen door een middel, zoo wonderdadig als de Menschwording van het eeuwig Woord; en maken wij daaruit op, dat de zonde, waarvan Hij ons heeft willen verlossen, voorzeker iets zeer verschrikketïjks moet zijn, daar er een zoo buitengewoon redmiddel noodig was. Loven wij God over Zijne barmhartigheid, en bedanken wij Hem duizendmaal dat' Hij de allerheiligste Maagd verkoren heeft, om onzen Goddelijken Verlosser ter wereld te brengen. Verecnigen wij ons met den Engel om de allerzaligste Maagd te begroeten, en Haar den eerbied te betuigen die aan de Moeder des Heeren toekomt.

II. Punt. Overwegen wij hoezeer een God, die in den schoot eener maagd de menschelijke natuur aanneemt, zich vernedert, en hoo onbegrijpelijk diep [lij afdaalt : Hij, de Onlijdelijke, Almachtige, Onsterfelijke, onderwerpt Zich aan smart, tijd en dood. De oneindige

60

ocr page 67

1

wordt een kind, ile Schepper een schepsel, en dit om door Zijne vernedering, de beleedigingen, God door de zonde aangedaan, te herstellen, en ons door Zijn voorbeeld de nederigheid te leeren. Hoe onwaardig is het dat een aardworm zich verheft tegenover een God die Zich vernedert. O allerheiligste Maagd ! welke gevoelens moeten ü niet bezield hebben op het gezicht der verwonderlijke vernedering van uwen Zoon ! heer ons naar uw voorbeeld, ons in Zijne tegenwoordigheid verootmoedigen.

III. Punt. Overwegen wij de hooge waardigheid, waartoe Maria in dit geheim verheven wordt. Zij wordt wezenlijk en eigenlijk Gods Moeder, en door deze verhevene waardigheid wordt Zij geplaatst boven men-schen en engelen. God zelf kan in Zijne almacht geen schepsel tot hooger waardigheid verhollen. — «llij kan,quot; zegt een zeker kerkvader, «eene wereld scheppen, «uitmuntender dan die Hij geschapen heeft, maar eene iiuitmuntender Moeder Gods kan Hij niet scheppen.quot; Verheugen wij ons met die verwonderlijke Moeder over alles wat God groots aan Haar gedaan heeft, werpen wij ons voor hare voeten neder om Haar de verdiende hulde te brengen, de betuiging van onze eerbiedige verknochtheid te vernieuwen, en ons nogmaals onder hare heilige bescherming te stellen.

GEBED.

O, onvergetelijke Maagd! die door den Heer tot de verhevenste waardigheid verkoren zijt, wat zal ik U

61

ocr page 68

I

zeggen, hoe zal ik durven spreken tot het heiligste, tot het volmaaktste der schepselen, tot de Koningin van Hemel en aarde, tot de Moeder van mijn God! Aan uwe voeten neergeknield, o Maria ! schaam ik mij in uwe tegenwoordigheid te verschijnen , daar Gij , met zoovele schoone hoedanigheden versierd, echter zoo ootmoedig zijt, terwijl ik, mot zoo vele zonden beladen, trotsch het hoofd verhef. Maar niettegenstaande mijne onwaardigheid, wil ik U met den hemel-schen afgezant mijne hulde brengen. Wees gegroet Maria! vol van genade, sta mij bij in mijne armoede uit uw volheid en overvloed. De lieer is met U : maak dat Hij ook door Zijne liefde over mijn hart gebiede, en dat Hij mij met U gednrende de gelukzalige eeuwigheid in den hemel doe heerschen.

VOORBEELD.

Wonderlijke vruchten der godsvrucht van den

IJ. Rozenkram.

De gelukzalige Alanus della Rupe verhaalt dat een bisschop van Spanje, toen hij, niettegenstaande alle aangewende pogingen, de bedorven zeden zijner onder-hoorigen niet kon verbeteren, op de gedachte k wam om, naar het voorbeeld van den H. Dominicus, de devotie van den rozenkrans in te voeren. Hij droeg tevens zorg de geheimen daarvan uit te leggen en bet volk met de wijze van die te overwegen bekend te maken. De geloovigen ontvingen gretig deze devotie

j

0'2

ocr page 69

en in korten tijd hadden er talrijke bekeeringen plaats. De onwetendheid, de goddeloosheid, de losbandigheid en de andere ondeugden werden vervangen dooi' het gebed, de versterving, het ijverig gebruik der H. Sacramenten en de beoefening van alle Christelijke deugden. De ijverige kerkvoogd kon God niet genoegzaam loven voor de verandering, die er in zijne bisschoppelijke stad had plaats gegrepen : hij beval zijne onderhoorige geestelijkheid hetzelfde middel te gebruiken, hetgeen overal met even goeden uitslag bekroond werd, zoodat het geheele bisdom in korten tijd een ander aanzien verkreeg.

Dezelfde Alanns heeft ons de getuigenis bewaard van een deugdzamen zielzorger, die zich in de volgende woorden uitdrukt: »lk bei verscheidene jaren met de «zielzorg en het predikambt belast geweest! ik heb «over allerlei onderwerpen gepredikt, zoo goed ik zulks «vermocht: ik heb niets verzuimd wat dienen kon »om de aan mijne zorg toevertrouwde zielen te onder-«richten, te treilen en te bekeeren ; maar ziende dat «ik vergeefs arbeidde, en de vrucht van mijne moeite «geenszins aan mijne verwachting beantwoordde, be-«sloot ik de bewerkte leerredenen, die ik dusverre «had voorgedragen, ter zijde te stellen en te bepioe-«ven of ik beter zou slagen . door eenvoudig de devotie «van den rozenkrans te verkondigen, en de gebeden «waaruit die bestaat alsmede de geheime waarop zij «gegrond is, te verklaren. In weerwil van de kna-«gingen mijns gewetens had ik, uit menschelijk op-«zicht, deze uitmuntende oefening veronachtzaamd.

I

63

ocr page 70

«daar ik. vreesde dat men met mij zou spotten , en dit «onderwerp als den kansel onwaardig aanzien. Maar «Ik betuig dat er in minder dan een jaar in mijne «gemeente meer bekeeringen plaats hadden, dan er »in de dertig voorgaande jaren, toen ik opgesierde «leerredenen voordroeg, waren voorgevallen.quot;

Uit deze en meer dergelijke voorbeelden leidt de gelukzalige Alanus af, dat het te wenschen ware, dat men de geloovigen steeds zorgvuldig aanspoorde tot eene oefening, die onder ieders bereik valt en zoo geschikt is, om de belangrijkste waarheden van onzen godsdienst diep in het hart te prenten, wanneer men de geheimen, die het wezen daarvan uitmaken , aandachtig overweegt.

Men zou hier een overgroot getal voorbeelden kunnen aanhalen, die overtuigend bewijzen dat deze uitmuntende devotie in alle tijden en landen, de gelukkigste uitwerksels heeft voortgebracht. Hoe vele huismoeders hebben de bekeering hunner ectitgenooten en kinderen niet van Goil verkregen door den rozenkrans aanhoudend te bidden! Moevele reizigers zijn aan de grootste gevaren ontkomen! Hoevele zieken genezen! Hoevele zondaars hebben de kracht bekomen om hunne driften, hoe diepe wortelen die ook mochten geschoten hebben, te bestrijden en te overwinnen, en aan de hevigste bekoringen tegenstand te bieden, door Maria aan te roepen en den rozenkrans te bidden; men beeft in de laatste ooi-logen soldaten als door een wonder aan de grootste gevaren zien ontsnappen, en zelfs niet de geringste wond ontvangen, terwijl

(54

ocr page 71

I

/.ij al hunne krijgsmakkers om zich zagen sneuvelen : zij schreven dit geluk toe aan de devotie tot den rozenkrans, die zij in hunne .jeugd van eene godvruchtige moeder of zuster geleerd hadden.

OEFENING.

Werp U voor de voeten van Maria, en smeek Haar vurig om de bekeering der zondaars.

SCHIETGEBED.

Vita, dulcedo et spes nostra salve.

Wees gegroet, o Maria! ons leven, onze hoop en onze troost.

ACHTSTE DAG.

Grootheid der H. Maagd in het geheim der Menschwording.

1°. Zij wordt Koningin van Hemel en aarde;

2quot;. Zij wordt met alle genadegaven verrijkt;

3°. Zij wordt tot de waardigheid van Moeder Gods verheven.

I. Punt. Bedenken wij, dat de vernedering van het vleeschgeworden woord Maria op eene zoo wonderbare wijze verheft, dat Zij de Koningin van Hemel en aarde wordt. De Zoon toch, dien Zij heden in haren kuischen schoot ontvangt, is de Koning der koningen, de Opperheer des heelals, die aan Haar wil onderdanig zijn en gehoorzamen, evenals andere

De Maand van Maria. 65

ocr page 72

kimleren ;ian Imniie uk mm Iers gciioor/aiiieii en onderdanig /ijii. Verhengen wij mi.lt; lieden onze Moeder /00 hoog verheven t«' /ien . dat /ij niet slechts over inenschen en engeleii. maar /clI's over den Zich vernederenden Koning des Hemels /al gebieden. He wonderen en aanbidden wij het Goddelijke Woord, dat er beh:igen in schcpt aan Maria . met «Ie volkomenste onderwerping te gehoor/amen. Bedanken wij den Kod-mensch . dat Hij. door/ijnc vernedering, deze eerbiedwaardige Moeder /00 verheven heeft. vereenigen wij ons met de rijen dor engelen en /aligen. om Hem onophondelijk tr llt;»ven voor de eer die Hij Haar heden heeft aangedaan.

II. Punt. Maria igt; in de menschwording van haren Zoon in het be/il gesteld van alle rijkdommen. Niet dat Zij toen rijker werd ;ian aardsche goederen, maai Zij werd met alle schatlen des hemels overladen. Immers toen Zij de Moeder des lleeren werd. ontving Zij de genade, vroeger door Haar als een aan vertrouwd goed be/eten. nu. om /00 te spreken, nis eigendom, waarover Zij naar goedvinden Kon beschikken. Zij toch ontving op dien oogeublik den oorsprong van alle genade in haren schoot . en volgens de woorden van den 11. Hoi nardus, maakte het eeuwig woord, toen het haar Zoon werd. Haar bewaarster van ai Zijne schatten, om die aan de menschen uit te doelen. Wenden wij ons dan met het volste vertrouwen tot de H. Moedermaagd, en vragen wij Maar vurig, dat Zij op ons die kostbare en heilrijke genade doe stroo-men, waaraan wij behoerte hebben.

ocr page 73

UI. Punt. hoor »le vrniotierm^ van Jezus Christus in Zijno menschwonling, ilt; Maria van eene •lienst-ioaagd des Heeren tot de waardigheid van Moedei (ioils verheven; eene waardigheid die all»' gedai-htv re boven gaat, Haar ver boven alle Heiligen en Kn-gelen plaatst, en Haar een onwraakbaar recht geeft op onzen eerbied, vereernig en liefde. O Mai'ial hoe oimitsprekelijk groot zijt (lij: wie /.:il zijne oogen tol 1 durven ophelVen . daar God alleen kan kennen wat (»ij 7ijt. en alle. gelukzalige geesten nooit genoeg uwe waardigheid als Moeder («ods knnnen loven, al spraken zij over niets anders gedurende de geheele eeuwigheid. Maar zijt (ü; zoo groot , welke huldr moeten wij 1 dan niet. brengen, en wat kunnen wij niet van uwe alvermogende besehenning verwachten, daar (üj aan een (iodmenseh liet leven gesi'hordxen hebt

(i KI»KI).

Wees een wig gezegend boven alle vron wen . o aller-iiiniigste Maagd I (lij /ijf niet sleehts met alle genade vervnld . maar bezit den oorsprong dei* genade/elven. Ik vereenig mij met alle Heiligen en Kngelen. ojn 1 geluk te wensele-n met de onmetelijke schatten, waarmede nw Zoon 1 verrijkt heeft. Wat mag ik niet van L hopen, o Heilige Moedermaagd! daar (lij zoo rijk /.ijl en quot;!«• se.hatten des Hemels in handen hebt Hoe ellendig ik /ijn mag. ik heb niets meei te vree/en. wanneer ik mij tot U wend. Gij bezit al wat mij noodig is. en (lij hebt de maeht I'ti den

ocr page 74

I

wil om mij alles mede te deelen, waarom ik U vraag. Ik beveel u dan, o minnelijke Moeder! mijne ziel en lichaam, mijn hoop en troost, mijne behoefte en ellende, mijn leven en sterven; eindelijk stel ik alles wat ik heb of ben in uwe handen, en in alle mijne noodwendigheden zal ik met volkomen betrouwen tot uwe moederlijke goedheid mijne toevlucht nemen. Ja, H. Maagd! ik stel naast Jezus al mijn vertrouwen op U.

VOORBEELD.

De kerkvergadering aan Epheze.

Nestorius, de Patriarch van Constantinopel, was een verwaand mensch, die onder een zedig en godvruchtig uiterlijk eene zwarte en boosaardige ziel verborg. Vervoerd door den geest van hoogmoed , en misbruik makende van de macht die zijn stand en waardigheid hem gaven, wilde hij de Heilige Maagd van den schoonsten barer titels berooven, en durfde openlijk op den predikstoel verklaren , dat men Maria niet met den naam van Moeder Gods moest bestempelen. Een huivering overviel al zijne hoorders, toen deze godlasterlijke taal hun in de ooren klonk; de leer van Nestorius verspreidde schrik en ontroering over de geheele stad. Toen zag men eerwaarde mannen , in de eenzaamheid vergrijsd, uit hunne schuilplaatsen te voorschijn komen en niet vreezen midden in het gewoel van die groote stad te verschijnen, om de eer der Moeder Gods te verdedigen. De II. Kerk van

I

6H

ocr page 75

I I

haren kant inziende flat men, met deze verheven hoedanigheid aan Maria te weigeren, het geheim der Menschwording geheel vernietigde, nam de verdediging van dit geloofspunt met alle kracht en ijver op. Zij riep de beroemde Kerkvergadering van Epheze bijeen, waarin de H. Cyrillus, patriarch van Alexan-drië, als voorzitter de plaats van den H. Paus Celes-tinus bekleedde. De aartsketter Nestorius, die zijne stellingen nimmer wilde afzweren, werd veroordeeld, en al zijne dwalingen gedoemd.

Men kan zich geen denkbeeld vormen van de vreugde eu toejuichingen, waarmede dit oordeel van de ulgemeene Kerk. dat voor de H. Maagd zoo roemrijk is, door al de inwoners van Epheze ontvangen werd. Op den dag dat er uitspraak moest gedaan worden over het Moederschap van Maria, verzamelde zich het volk in menigte rondom de kerk waar de Vaders vereenigd waren, en wachtte met ongeduld van den vroegen morgen tot den laten avond op de besluiten der Kerkvergadering. Die godvruchtige menigte vergat hare eigen noodwendigheden, en dacht alleen aan de belangen der II. Maagd. Eindelijk openden zich de poorten van den tempel: de H. Cyrillus verscheen aan het hoofd van tweehonderd bisschoppen, en deed het doemvonnis tegen den goddeloozen Nestorius afkondigen. Toen weergalmde de stad van toejuichingen en vreugdekreten: van alle kanten hoorde men: de. vijand der II. Maar/d is overwonnen; cere zij aan (te ij root e. verhevene roemrijke Moeder Guds. Toen de Vaders de kerk verlieten. werden zij met

(59

ocr page 76

geluk wenscliiiigeii ovoi hulcn. en in zegepraal met fakkellicht naar liun huis geleid. In alle straten waarlangs /ij moesten trekken hramhle men reukwerken; «lui/entlen vreugdevuren verüehtten den nacht : kortom niets onthnik aan den luister van dit godsdienstig vreugdefeest noch aan den glans van dlt;j uverwitming. doer de 11. Moeder (iods op hare bestrijders hehaald I Het was ais^dquot; dit godvruchtig volk een nieuw leven ontvangen had: zoo diep was het door de heleediging getrolï'en. die de aartsketter de II. Maagd h;id aangedaan.

Kardinaal l»aronius (ad annum iHi) is van gevoelen, dat in deze kerkvergadering het gebed is opgesteld, dat de Kerk bij «Ie groetenis des Kngels gevoeg»! heeft: //. Mitria, Moi'th'r (iods. hid morons :oncifi(irs. uk rn in hvl uur ran onzen iiood.

OEF RN ING.

OlVer uw hart aan dal van .lezusop, doorde handen van Zijne .ilh-rheiligste Moeder.

SCHIETGEBED.

Orn igt;ro nohis. Snnr/n Do.i Gr.ni/ri.c, nt fUgni r.ffi-riamnr proniissionihns Christi.

Hid voor ons, M. Moeder (iods. opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

70

ocr page 77

NMirENDE dag.

Drtuftffn iloor da If. Mudfff hij ife Menschiwnuiing ran Gods /onn heoefen*!.

1°. Vóór «lo vervulling van lt;lit geheim :

2°. Op «Jen oogenblik , waarop «Ie engelen liet Haar aan kon» l igen ;

3°. Na de vervulling daarvan.

I. De allerht'iligsi.c Maagd . van hare vroegste

jeugd af (tod toegewijd, sleet haar leven in de oefeningen der schoonste deugden. God zag met welbehagen neder op de minnelijke Maagd, die zulk een hoogen trap van volmaaktheid bereikte, en dagelijks overlaadde Mij Haar met nieuwe genade, om Haar tot Moeder van Zijnen Zoon voor te bereiden. Wie kan de verrukking van hare ziel beschrijven, toen Zij vernam (Jat «Ie tijd van de komst des Verlossers nabij was ? Hoe vurig verlangde Zij naar die gelukkige gebeurtenis, waardoor God verheerlijkt, en de mensch bevrijd zou worden van de slavernij des duivels en der zonde, waarin hij sedert zoo lang zuchtte. Zij verlangde onophoudelijk naardien gelukkigen stond . smeekte (iod met tranen den beloofden Verlosser toch op aarde te zenden ; dit was het voorwerp van al hare weuschen en vurige gebeden. Wij hebben dikwerf het geluk den zelfden (iod. dien Maria in haren

71

ocr page 78

zuiveren schoot ontving, door de H. Communie in ons hart te ontvangen, maar bereiden wij ons, even als zij, op Zijne komst voor, door de beoefening der deugd en de heiligheid van ons leven ? Koesteren wi j in ons gebed en onze geestelijke oefeningen de schoone gevoelens, de brandende'begeerten welke de H. Maagd bezielden ? Ach ! aan hoevele nalatigheden , aan hoe groote traagheid, aan hoevele verstrooidheden maken wij ons niet schuldig in al onze gebeden, ja zelfs in onze communiën.

11, Punt. Iteschouwen wij met verwondering de deugden , die de II. Maagd ten toon spreidt in den oogen-blik dat de bode des Hemels Haar uit Gods naam komt begroeten. In ééne enkele handeling geeft Zij blijken van hare groote zedigheid, daar Zij bij het zien van een engel in mensrhelijke gedaante zich ontstelt : van haar levendig geloof, doordat Zij, zonder te aarzelen, het geheim, dat hij Haar verkondigt, aanneemt ; van hare liefde tot de zuiverheid, door deze schoone deugd boven de verheven waardigheid van Moeder Gods te stellen : van haren diepen ootmoed, daar z.ij geen anderen titel verkiest dan dien van dienstmaagd des Heeren : van hare volmaakte; gehoorzaamheid, door zich aan Gods bevel te onderwerpen ; Zie de Dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uir woord. Leer n wij van onze H. Moeder deze deugden, en vergeten wij niet dat wij op geen hetere wijze haar voortdurend kunnen behagen, en ons hare hulp verzekeren, dan door hare deugden na te streven.

7-2

I

ocr page 79

III. Punt. Overwegen wij de gevoelens dw H. Maagd, nadat liet onbegrijpelijke geheim der Mensch-wording volbracht was, en Gods Zoon, door de wonderdadige werking van den H. Geest, in haren maagdelijken schoot het vle.isch had aangenomen. Zij vernederde Zich voor Hein, Zij aanbad Hem als haren God en Zoon, Zij oll'erde Zich aan Hem op, om Hem te dienen en om mede te werken tot het doel, waartoe Hij de menschelijke natuur aannam. Hoe gelukkig zouden wij zijn, zoo wij voor, in en na de H. Communie die deugden wisten te beoefenen, welke de H. Maagd in zulk een heldhaftigen graad beoefend heeft. Wij behoeven geene andere bandleiding om wel te communiceeren, en indien wij het geluk hadden al onze communiën wel te verrichten, zou zulks voldoende zijn om van ons heiligen te maken.

GEBED.

O H. Maagd en Moeder Gods Maria 1 welke gevoelen^ bezielden U toen Gij het vleeschgeworden Woord in uwen maagdelijken schoot ontvingt ? Alet welk een vurige liefde hebt Gij den God van heiligheid. toen Hij uw zoon werd. opgenomen! Met hoe groot een welgevallen koos uw dierbare Zoon xiw zuivere ziel tot Zijn verblijfplaats; Hij schiep er behagen in, onder uw moederlijk hart te rusten , omdat dit hart zoo rein, zoo zachtzinnig, zoo vurig en zoo liefdevol was. O allerheiligste Maagd ! ook ik heb dikwerf het geluk uwen Jezus te ontvangen, maar welk een verschil

73

ocr page 80

bestaat er tussrluMi uwe steiiiunng en de mijtie. Hoe, de bron van alle iieiligheid verwaardigt zicli in een /orgt; bedorven, slecht en ondankbaar hart binnen te treden ? In een hart , waarin , helaas ! tot mijne beschaming «Ie iluivel duizendwerf zijn zetel heeft opgericht. 11. Maagd! om de liefde van uwen aan biddelij ken Zoon. help mij om mij heter tot de H. Communie voor te bereiden: deel mijn bedorven hart iets van tic liefde mede, van de zuiverheid , van de nederige zacht-zinnigheiil. van den ijver waarvan het uwe vol is, en (tij zult voor uwen Jezus een verblijf naar zijn welbehagen voorbereiden.

VOORBEELD.

he ln'lhmne heri.s/)intf.

he eerwaardige Thomas a Kempis, schrijver van het uitniuutend boekje: Orrr lt;//» navoh/im/ i'ttii Christus. onderschei«l«le zich van zijne kindsheid af door eene bijzondere vereering rler H. Maagd. Hij had zich een zeker getal gebeden voorgeschreven, die hij dagelijks te barer eer nauwkeurig verrichtte: maar in den tijd zijner studiën had hij het ongeluk in deze godvruchtige oefeningen te verslappen. Hij verzuimde langzamerhand die gewone gebeden, liet ze eerst een. vervolgens twee. drie dagen, eindelijk eene geheele week achter, en door eene beklagenswaardige verflauwing, die wij helaas! maar al te dikwerf zien. hield hij ten laatste geheel daarmede op. Zoo vei was

Ti

ocr page 81

Iii.i «r^komön. toi'ii liij «'on liroom lia«l, «lien men wel niet aiuleis «iiin voor ^elieiin/.iniiijr kan aunzien. Hij meende met zijne metleiieelingen in «Ie /a:i 1 te zijn waai ' de lessen gegeven werden. toen de Koningin des Memels, met een stralend gelaat en in sneeuwwitte kleederen. op de wolken nfdaalde; liij zag Haar de zaal rondgaan, Zieli l»ij ieder der kloosterlingen, met de npvoeding dier jongelingen belast, ophouden, hen minzaam toespreken, en hnn «Ie aangenaamste teekenen harer liefde geven, alsof Zij hen beloonen wilde voor de zorg, die /ij besteedden om het eeuwig heil te bevorderen van jeugdige zielen . die door het kostbaar bloed van ban n Zoon waren vrijgekocht. Terwijl de H. Maagd aan de kloosterlingen zoovele blijken harer moederlijke liefde gaf. brandde Thomas van ongeduld in de verwachting, dat de II. Moeder Gods ook aan hem zon denken. Hij wierp op Haar een blik , waarin de begeerte zijns harten stond uitgedrukt, en zeide bij zieh zeiven; Nog een oogen-blik en dan hoop ik dat onze 11. Moeder nadat Zij al de anderen hare liefde betoond heeft. ook mij op mijne beurt dezelfde gunst zal bewijzen. Het is waar ik verdien het niet . maar ik heb Haai' toch uit al mijn vermogen bemind. Zoo hoopte hij. maar helaas! hoe dikwijls ziet de mensch zich in zijn schoonste verwachting te leur gesteld I Dit was ook hier bet geval. Thomas ontving in plaats van een liefdeblijk, zooals hij verwachtte, eene scherpe berisping: want toen de H. Maagd tot hem genaderd wa.s, zag Zij hem ontevreden aan en sprak deze woorden: »Ver-

ocr page 82

wgeefs, o bittere vijand! verwacht gij van mij een lief-»deblijk, daar ^ij door eene verfoeielijke nalatigheid whebt opgehouden mij de schatting uwer gebeden te «brengen. Waar toch zijn die godvruchtige oefeningen »en gebeden? waar die heilige verzuchtingen? is uwe «liefde niet verkoeld, uwe genegenheid niet vermin-»derd, uw ijver in mijn dienst niet verflauwd? En «evenwel durft gij stoutmoedig, alsof gij u niets te «verwijten hadt, op een blijk mijner liefde hopen, «daar gij veeleer verdient bestraft te worden.quot; En haar gezicht van hem afwendende, vervolgde Zij; »Ga, ga van mij, gij hebt u mijne liefde onwaardig «betoond, door te verzuimen mij eene zoo geringe «schatting van gebeden te brengen.quot; Hierop verdween ile H. Maagd, en Thomas ontwaakte, onderzocht zijn geweten, beleed ootmoedig zijne schuld, maakte het voornemen zich te beteren, en hervatte de oefeningen die hij verzuimd en nagelaten had, zoo volijverig en standvastig, dat hij tot aan zijn dood geen enkelen dag liet voorbijgaan zonder ze te verrichten. O heilzame berisping! zij bracht eene ziel, die van den goeden weg begon af te dwalen, terug en hield haar wellicht op den rand van den afgrond tegen. (TJosweydus in vita Thomae a Keinpis.)

OEFENING.

Verootmoedig n diep voor de II. Moeder Gods, en vraag Maar vergillen is voor uwe nalatigheid in haren dienst.

76

ocr page 83

SCHIETGEBED.

O Cl ai iiens, o /'/'/, o dn leis Virijo Mfh'ict!

O Goe«leitiereiie, o liefderijke, o minnelijke Maag«l Mai ia !

TIENDE DAG.

GEWICHTIGE OPMERKING.

Wij zijn dan tot den tienden «lag der maand van Maria gekomen, gelukkig zoo wij Haar eiken dag getrouw de hulde gebracht hebben, die wij ons hadden voorgenomen. Hoe gevoelig zal haar moederhart geweest zijn voor die blijken onzer liefde, die wij zoo dikwerf herhaalden? Welk een schat van genade mogen wij niet van die goede Moeder verwachten wanneer wij gedurende de geheele maand voortgaan met Haar te eeren en met steeds vernieuwden ijver aan te roepen. Trachten wij dan heden de gevoelens van liefde tot en van vertrouwen op de H. Maagd in ons hart weder aan te wakkeren. Daartoe kunnen wij ons van de volgende middelen bedienen.

4. Ons onderzoeken over de wijze, waarop wij deze tien dagen der maand van Maria hebben doorgebracht, en ons verootmoedigen over de nalatigheden, waaraan wij ons plichtig bevinden.

2. Het voornemen maken om de H. Moeder Gods gedurende de volgende tien dagen getrouwer te dienen, en vooraf bepalen wat wij zullen doen, om Haar beter te eeren, en meer te behagen.

3. Opnieuw de briefjes verdeelen, en ons ijveriger toeleggen op de beoefening der deugd, die ons is aangewezen.

4. Vandaag iets bijzonders ter eere van Maria verrichten, bij voorbeeld: eene milde aalmoes geven, een werk van

/ /

ocr page 84

Ijiinnhartj^liciil iluen of zich in «lo grhoorx.uJtinheid. noderig-hiM«l of verslervinjf oefenen.

/». Mot bijzondere aandacht de getijden «lei* M. Man^d, die van do Onbevlekte Ontvangenis, den rozen krans of eenig ander gebed te haror eer bidden.

(5. Volgens den raad van zijn biechtvader up dezen dag of ten minste op den naastvojgendon Zondag tot de H. .Sacramenten naderen, om de liefde tot .lezns «mi Maria in ons aan te kweeken.

Deze oefeningen kunnen ook dienen voor den twintigsten dag der maand, waarop men zijn ijwr wederom bijzonder behoort te vernieuwen.

OVF.KW I-'J.IM;,

/gt;/• (li'ol'h'ii is (It's ti'ji'ls.

De Ktigel (labriTd wensclit Maria ireluk.

1quot;. Met bare uitstekende voorrechten:

k2quot;. Mot bare innige voreeniging niet (ilt;»d:

)gt;quot;. Met bare vorlielling hoven alle scbopselen.

1. l'/inl. Ih■ Kngel wensclit Maria gelnk met hare uitstekende voorrocliten ; .-I i'i' f/m/m plcun : Hgt; [irnel IJ rol rijn In de/.e bewoordingen won t de

allerlu'iligste Maagd begroet door den hemelgeesl . die als aigezanJ •Ier fianbiddelijke Drieëenigliolij Haaide gewichtigste en gelukkigste tijding komt lo»)d-scllappen : de Menscliwording namelijk van bel eeuwig Woord Gods. \(d eerbied en ontzag voor Haar. die liij reeds als /ijno gebiedster besclmuwt. noemt Mij

ocr page 85

Maar niet bij haren naam. maar hij noemt H;;ai rol run ifi'ncvlr. en «li. is iIh «iroolste en eervolsti' lofspraak, die men Haar geven kan. Imleniaail «i»-H. Maagd was onder alle opzichten vol van genade: in haar verstand, in haar hart. in haar geheugen, in hare gedachten, woorden en werken. Zij was in den hoogsten graad vervuld niet de heiligmakende en dadelijke genade, de goddelijk»' deugden, en de /even gaven van den II. Geest: de/e volheid overtrofquot; al de hemelsche gaven te /amen. die lt;»oil aan de Heiligen en Kngelen geschonken zijn. Deelen wij in de gevoelens van den hemelbode, en vereenigen wij ons met hem om onze II. Moeder geink te wenschen met de geestelijke rijkdommen, waarmede df hand iles Scheppers Haar begiftigd heelt. Smeeken wij Haar medelijden met onze ellende m hebben, en ons die kostbare genade mede te deelen. die Haar in zoo rnirne male verleend ilt;. en waarvan Zij ten gunste des menschen de nitdeelster is geworden.

II. Punt. He Kngel wenscht Maria geluk niet hare innige vereeniging met (iod ; 'Ir Hrrr is tnrl I'. zegt hij. Doniitnis Irnim : Hij i-^ met I , niet alleen door Zijne tegenwoordigheid en voorzienigheid, /ooals met alle andere schepselen, otquot; «loor Zijne genade en liefde. zooals met alle rechlvaardigeii, maar Hij is mei L'o}gt; eene meer uitstekende en innige wijze, door eene bijzondere liefde. Hij wil de geheiligde banden, die 1' mei Mem vereenigen, nog nan wei'toehalen ; uw hart door Zijne tegenwoordigheid reeds geheiligd en geheel aan Hem toegewijd, zal eet» levende Tem pél worden.

ocr page 86

n; r

1

1

1 1

waarin «Ie Heilige der Heiligen zelf Zijn rustplaats verkiezen zal, een heiligdom, waar Hij lichamelijk zal wonen. en waarin de volheid Zijner Godheid en menschheid te zamen zal besloten worden. Wij deelen in het geluk der H. Maagd, wanneer wij in staat van genade zijn; God woont gaarne in onze ziel, ja, Hij verklaart ons uitdrukkelijk, dat Hij daar Zijn vermaak in vindt: maar wanneer wij onze ziel met de doodzonde bezoedelen, dan verdrijven wij God uit ons hart, en schenken het aan den duivel. Welk een schrikkelijk onheil ! 0 bidden wij de allerheiligste Maagd ons daarvoor te bewaren.

III. Punt. De Engel wenscht Maria geluk met hare verheffing boven alle schepselen : r/czer/end zijt Gij hoviti alle vrouwen, henedicta Tu in mulierïbus. Gij zijt bevoorrecht en begunstigd boven alle schepselen, liven als de lelie te midden van doornen opgegroeid, zijt Gij alleen bewaard gebleven van de smet dei-zonde. Gij alleen zijt zuiver, onbevlekt , en met alle •lengden versierd. Zoo als Eva alle kwaad aan den inensch berokkend had, zoo hebt Gij er de zegening des Hemels over doen afdalen. Engelen, menschen, alle schepselen zullen U zegenen en U duizend lofzangen toezingen. Duld, o allerheiligste Moedermaagd ! dat ik mijne zwakke hulde met die van uwe getrouwe dienaren vereenig, en dat ik, gedurende mijn geheele teven, uwe grootheid verhef totdat ik eens het geluk mag smaken U in de eeuwigheid te prijzen, te loven en te beminnen.

80

1

ocr page 87

GEBED

O Koningin, o Moeder van mijn Verlosser! Gij zijt gezegend boven alle vrouwen; Gij zijt de zuiverste der Maagden, het volmaaktste van alle schepselen, en daarom zullen alle geslachten U bij uitnemendheid zalig noemen. Vergun mij, dat ook ik mijne zwakke stem pare aan de juichende koren, die alom uwe heerlijkheid bezingen; geef, dat ik, zooveel als in mijn vermogen is, uwe grootheid verkondige; dat ik U béminne aan al de liefde, waarvoor ik vatbaar ben , U aanroepe zooveel ik ü aanroepen kan, medewerke om U overal te doen vereoren, zooveel mijne krachten , ijver en liefde zulks toelaten. Ikwenschte, dat hemel en aarde voor uwe voeten geknield lagen, dat alle harten van liefde tot U brandden, om alle uw God-delijken Zoon zoo te kunnen beminnen als Gij Hem in deze wereld bemind hebt, en altijd in den Hemel zult beminnen.

VOORBEELD.

Omschrijving van het Wees Gerjrod.

Wij hebben verhaald, hoe de eerwaarde Thomas a Kempis het ongeluk had in zijn hart de teedere gevoelens te laten verflauwen, welke hij van zijne kindsheid af voor de H. Maagd koesterde, en door welk middel die goede Moeder dezen verloren zoon wist terug te brengen eu hem zijne godvruchtige oefeningen deed hervatten. Doordrongen van dank-

61

I)e Maand van Maria. 81

ocr page 88

baarheid jegens Haar, die hem van die noodlottige traagheid had doen opstaan, waarin hij verzonken lag, verzuimde hij in het vervolg niets om zijn misstap te herstellen, en zijne teedergeliefde Moeder schadeloos te stellen voor de nalatigheid, die hij in haren dienst had laten blijken. Boven alle gebeden beminde hij de groetenis des Engels, hij bad die dikwerf met de warmste aandoening en had er de volgende omschrijving van opgesteld.

«O Maria! wanneer ik U de groetenis des Engels )ikom aanbieden, dan nader ik eerbiedig, vurig en smet een nederig vertrouwen tot U. Terwijl ik het «hoofd eerbiedig nederbuig en de armen vol teeder-«heid tot U uitstrek, breng ik U de groetenis, die «ik wenschte dat alle hemelgeesten duizend en nog «meermalen in mijne plaats herhaalden, want ik «ken niets, wat U meer verheerlijkt of ons meer tot «troost verstrekt. Dat allen, die uwen heiligennaam «beminnen, toeluisteren en aandachtig hooren. De «hemelen verheugen zich, en de aarde staat geheel «verbaasd, wanneer ik zeg Wees gegroet, Maria! De «duivel vlucht en de aarde beeft, wanneer ik herhaal « Wees gegroet Maria! De droefheid verdwijnt, en zoete «vreugd vervult mijne ziel, wanneer ik zeg Ween ngegroet Maria! Mijne kwijnende liefde wordt aan-«gevunrd, en mijne ziel herleeft; wanneer ik herhaal « Wees gegroet Maria! Mijne godsvrucht vermeerdert, «mijn berouw wordt opgewekt, ik gevoel de zoetste «vertroosting, wanneer ik zeg: Wees gegroet, Maria! «Do zoetheid van deze groetenis is zoo groot, dat

I

82

ocr page 89

«geene woorden in staat zijn die te beschrijven; zij »is te diep in onze harten gegrift, dan dat zwakke «bewoordingen die zouden kunnen uitdrukken. Ik «werp mij dan opnieuw voor uwe voeten, o aller-xheiligsto Maagd! om U toe te roepen Wees gegroet «Maria.' vol van genade. Mocht ik U volgens mijn «verlangen uit alle krachten mijner ziel vereeren; «mocht ik duizend tongen hebben om U op even «zoovele wijzen te begroeten; mochten al mijne «woorden zoovele vuurvlammen zijn om ü, o H. «Moeder Gods! daarmede onophoudelijk te verheer-«lijken. In uwe tegenwoordigheid neergeknield, door-«drongen van eene vurige begeerte om U te dienen , «en vol van do onuitsprekelijke zoetigheid van uwen «naam, offer ik U de vreugde op, die U veroorzaakt «werd door de groetenis, U door den Aartsengel «Gabriël gebracht. Mocht ik met een mond zoo zuiver «als goud, en brandende van liefde de woorden hershalen: Wees gegroet, Maria! vol van genade.'quot;

Welke schoone gevoelens zijn in deze uitdrukkingen vervat. 0, hoevele genaden zouden wij door de tusschenkomst der H. Maagd niet verwerven, zoo wij ilit voortrelfelijk gebed alle dagen baden met een hart vol eerbied, vertrouwen en liefde.

OEFENING.

Gewen u dagelijks de groetenis des Engels 's morgens , 's middags en 's avonds te bidden.

I

83

ocr page 90

SCHIETGEBED.

Ave Maria, yratia plena.

Wees gegroet, Maria! vol van genade.

ELFDE DAG.

De bezoeking der H. Maagd.

Maria hoeft in dit geheim aan den dag gelegd:

iquot;. Een verwonderlijken ijver;

2°. Eene diepe ootmoedigheid;

3quot;. Eene grenzenlooze liefde.

I. Punt. Nauwelijks heeft de gelukzalige Maagd liet eeuwig Woord des Vaders in haren zuiveren schoot ontvangen, of ontstoken door dat heilig vuur, dat haar Zoon op de aarde is komen brengen, vertrekt Zij in allerijl naar het gebergte van .ludea, waar hare nicht Elizabeth woonde. Zie hoe bereidwillig, hoe volvaardig deze verwonderlijke Maagd gehoorzaamt aan de ingevingen der genade e^n aan de bewegingen der Goddelijke liefde, die in haar hart werkt. Noch de afstand der plaatsen, noch de vermoeienissen van de reis, noch de gedachte aan de gevaren, niets kan Haar terug houden: de moeie-lijkheden zeiven doen haren moed en ijver toenemen; zoodra Zij Gods wil vernomen heeft, begeeft Zij zich op weg, en heeft geene andere gedachte, dan aan

I

84

ocr page 91

de stem te gehoorzamen van Hem, die Haar roept, en eene liefdeplicht te vervullen jegens de moeder van den H. Voorlooper van haren Goddelijken Zoon. Ziedaar het beeld van eene ziel ijverig in den dienst des Heeren, van eene ziet, waarin de geest Gods woont. Gehoorzaam aan de stem der genade dient zij haren Heer met eene heilige vreugde, zij vordert met rassche schreden op den weg der rechtvaardigheid , terwijl de lauwe ziel integendeel slechts voortkruipt op den weg des hemels en met eene beklagenswaardige traagheid datgene verricht, wat de dienst van God van haar vereischt.

Onderzoeken wij voor God in welken staat wij zijn . en beven wij, zoo wij de droeve sporen der lauwheid in ons ontwaren, want niets is gevaarlijker voor onze zaligheid.

11. Punt. Daar Maria als Moeder Gods Koningin was van Hemel en aarde, had Zij het recht om eerbied en hulde te eischen niet alleen van Elizabeth, maar ook van alle menschen en zelfs van de engelen; desniettemin voorkomt Zij hare nicht, groet haar het eerst, bewijst hare diensten met een verwonderlijke ootmoedigheid. Zij schijnt alleen de eerste onder alle vrouwen te zijn geworden, om Zich beneden alle schepselen te vernederen. Welk een verschil tusschen onze handelwijze en die van Maria! Hoezeer veroordeelt hare handelwijze onzen hoogmoed en eerzucht'. Ofschoon vervuld met de uitnemendste gaven en verheven tot den hoogsten trap van heiligheid, die ooit een schepsel kan bereiken, heeft Zij nederige gevoelens

85

ocr page 92

van Zich zelve. Haar eenigst streven is Zicli in de oogen der menschen te vernederen, en wij die niets dan ellende en zonde tot ons deel hebben, wij zijn opgeblazen van trotschheid, wij zoeken altijd geacht en geëerd te worden en willen altijd boven anderen uitschitteren!

UI. Punt. Wie zal de deugden beschrijven, die Maria in dit heilig huis oefende, en de zorg die Zij droeg voor hare geliefde nicht ? Verbeelden wij ons alles wat de teederste, volstandigste en oplettend-ste Helde kan ingeven: Elizabeth ijverig helpen , haar bereidvaardig dienen. hare wenschen voorkomen ; dit waren de aanhoudende bezigheden van de Koningin des Hemels, gedurende de drie maanden die Zij bij hare nicht doorbracht. Laten wij naar het voorbeeld van Maria voor onzen naaste eene oprechte liefde koeste-ren, die zich de behoefte van anderen aantrekt; eene algemeene liefde, die niemand uitzondert; eene werkende liefde die, niet met woorden tevreden , zich ook door daden toont; eene zuivere en belangelooze liefde die, zich zelve vergetende, in den naaste Godsbeeld alleen ziet, ilie zich nooit verloochent en tot het einde volhardt.

GEBED.

O H. Maagd! toen Gij de H. Elizabeth bezocht, riep deze in eene vervoering van blijdschap uit, dat uwe stem het kind in haren schoot van vreugde had doen opspringen. 0, H. Moedermaagd! eens, in den Hemel hoop ik die zoo aangename, zoo moede.iijke

86

1

ocr page 93

stem te hooren, maar zoolang ik dit geluk nog niet mag smaken, herleeft en verheugt /.icli mijn hartin «Ut oord van ballingschap bij het uitspreken van uwen zoeten en krachtigen naam. O naam van Maria I wees altijd in mijn hart en op mijne lippen ; wees mijn troost, mijne sterkte, mijne vreugde en mijn geluk. 0 Maria ! 0 naam onder wiens bescherming niemand moet wanhopen. O Maria! O Nomen sub quo nemini desperanduni,

VOORBEELD.

De H. Veronica van Milaan.

Het was door de voorspraak der allerheiligste Maagd , dat de H. Veronica van Milaan het geluk had alle hinderpalen te overwinnen, die haren roep tot het kloosterleven in den weg stonden. Van hare kindsheid af eene teedere liefde voor de II. Moeder Gods gevoelende, bevlijtigde zich deze Heilige om Haar bovenal door de navolging harer deugden te behagen. Het gebed was hare aangenaamste bezigheid, maar tot deze godvruchtige oefening onttrok zij niets aan hetgeen haai1 staat van haar vereischte. Zij arbeidde onvermoeid en gehoorzaamde aan hare ouders en oversten tot zelfs in de kleinste zaken. Zij voorkwam hare gezellinnen op duizenderlei wijzen en beschouwde zich als de minste onder haar; hare onderwerping aan de wenschen van anderen was zoo volkomen, dat zij geen eigen wil scheen te hebben. Zij gevoelde

87

ocr page 94

reeds vroeg eene sterke neiging tot liet kloosterleven. Overtuigd dat God haar tot dezen staat riep, nam zij Uot besluit den strengen regel van den H. Augustinus, volgens de hervorming van de H. Martha van Milaan, te omhelzen. Ongelukkig kon zij lezen noch schrijven ; want de armoede harer ouders had nooit toegelaten haar te doen onderwijzen. Zij verloor evenwel den moed niet en daar zij den geheelen dag moest arbeiden, gebruikte zij den nacht om te leeren lezen en schrijven, en dit gelukte haar zonder hulp van een meester. Men verbeelde zich de moeielijkheden die zij te overwinnen had. Eens dat zij diep bedroefd was over hare geringe vorderingen, gewaardigde Zich de H. Maagd zelve haar te troosten : )gt;Verban die droefheid uit uw hart,quot; zeide Zij, «het is genoeg dat gij «drie letters kent: de eerste is, de zuiverheid des «harten, die bestaat in God boven al, en de schepselen «niet dan in en om Hein te beminnen. De tweede is «nooit te morren of ongeduldig te worden over de ge-«breken van onzen naaste, maar die met geduld te «verdragen en voor hem te bidden. De derde eindelijk «is dagelijks een gestelden tijd toe te wijden aan de «overweging van het lijden van Jezus Christus. ' Deze woorden deden in Veronica den moed herleven; zij legde zich op het gebod, de studie en de beoefening aller deugden met nieuwen ijver toe, maar vooral streefde zij naar het verkrijgen van de deugden, door de 11. Maagd bijzonder aanbevolen : God bovenal te beminnen, den naaste bij te staan, en eene teedere devotie tot het lijden van Jezus Christus. Eindelijk

88

ocr page 95

werd zij, na eene voorbereiding van drie jaren, in het klooster der 11. Martha aangenomen. Daar onderscheidde zij zich door haren ijver in al de oefeningen, en door hare nauwgezetheid in het inachtnemen van al de punten der regels. Hare nauwkeurigheid strekte zich uit van de grootste tot de kleinste zaken; de wil van hare oversten was de eenige drijfveer harer handelingen, dewijl zij er zich van overtuigd hield, dat de gehoorzaamheid het aangenaamste oiler is dat men God kan brengen, en omdat zij Jezus Christus wilde navolgen, die gehoorzaam geweest is tot aan den dood, om den wil van Zijnen Hemelschen Vader te volbrengen. 0 hoe geleerd zouden wij zijn , zoo wij evenals deze Heilige ons de lessen van onze hemelsche leermeesteres, van de allerheiligste Maagd, te nutte maakten. (Levens der Heiligen door Godescard 13 Jan.)

OEFENING.

Draag bij uw ontwaken al uwe handelingen aan Maria op, en vernieuw dit olïer van tijd tot tijd gedurende den dag.

SCHIETGEBED.

Fac ut ardeat cot- meum in amando Christum Deum.

Maak dat mijn hart brande van liefde tot Christus mijnen Heer.

89

ocr page 96

I

TWAALFDE DAG.

Wonderen die de Zaligmaker verricht in de bezoeking der 11. Maagd.

1°. Ten opzichte Zijner H. Moeder;

2°. Ten opzichte van den H. Joannes;

3°. Ten opzichte van Zacharias en Elizabeth.

I.- Punt. De Zaligmaker bedient Zich van Zijne allerheiligste Moeder om den II. Joannes den Dooper uit den staat van zonde te trekken, waarin hij met alle andere menschen ontvangen was, en om hem met genade en zegeningen te overladen. Hij wil dat Zijne teederbeminde Moeder het werktuig zij van de heiligmaking, die Hij bij zijne intrede in deze wereld uitwerkt. Maria bekleedt van nu af het ambt van Middelares, dat Zij voortaan met zooveel luister voor Haar, en zooveel voordeel voor ons, aanhoudend zal waarnemen. Jezus heeft ons hierdoor willen leeren dat de II. Maagd de bewaarster is der genade, de voorspreekster der zondaren, de beschermster der rechtvaardigen, de toevlucht en hulp van alle Christenen. Kan er iets geschikter zijn om ons het onwrikbaar vertrouwen op die Moeder der Barmhartigheid in te boezemen?

II. Punt. De Zaligmaker zuivert den H. Joannes van de smet der erfzonde, voorkomt hem met bu ten-gewone genade, verlicht zijn verstand met Zijn god-

90

ocr page 97

«lelijk licht, ontvonkt zijn hart met het vuur Zijner heilige liefde, vervult ?ijne ziel met eene onbeschrijfelijke vreugde. Ite II. Voorlooper des Heeren verneemt, terwijl hij nog in den schoot zijner moeder is, de stem van de Moeder des Verlossers; hij kent zijn God, aanbidt llern, en springt op van blijdschap in Zijne tegenwoordigheid. Wanneer onze Zaligmaker door de H. communie of door Zijne inspraken tot ons komt en ons hart goed gesteld vindt, dan verlicht, ontvonkt, beweegt Hij ons tot de oefening aller deugden, en stort Hij ons eene hevige begeerte in de volmaaktheid. Indien wij na de H. communie geene liefde en vurigheid door onz ■ daden toonen, altijd lauw en traag zijn tot het goede, o wellicht is de oorzaak daarvan gelegen in de slechte voorbereiding van ons hart. Bidden wij de H. Maagd, dat Zij ons de genade verwerve, om altijd in eene goede en heilige gesteldheid tot de tafel des Heeren te naderen.

111. Punt. Overwegen wij de genade die Jezus aan Zacharias en Elizabeth schenkt: de Goddelijke Verlosser vereert hen met zijne tegenwoordigheid; Hij brengt den zege.i in hun huls, stelt hun het voorbeeld van nederigheid, gehoorzaamheid, liefde en godsvrucht voor oogen, hetwelk de H. Maagd hun geeft gedurende al den tijd dat Zij bij hen verblijft. Gelukkig, driewerf gelukkig de huisgezinnen waar Jezus Christus met Zijne H. Moeder wil wonen; alle zegeningen komen met Hein; Hij verspreidt er overvloedig genade, vreugde, heiligheid, alle gunsten en gaven te gelijk. Verplichten wij Jezus en Maria niet

91

ocr page 98

zich van ons te verwijderen; integendeel laten wij Hen bij ons liouden door onzen ijver, onze godsvrucht, en een heiligen levenswandel.

GEBED.

0 mijne Moeder en Voorspreekster, Moeder van mijn God! mijne zonden maken mij onwaardig om tot U te naderen, en ik moest van U niet dan straf verwachten; maar wanneer Gij mij zondt verwerpen, zou ik niet ophouden tot LI te roepen en uwe hulp af te smeeken, in de va«te hoop dat Gij U door mijne gebeden zondt laten bewegen; of zoo Gij mij niet aanhooren wilt, zeg mij, op wien ik mijn vertrouwen vestigen of tot wien ik mij wenden moet, om meer barmhartigheid te vinden dan bij U. Ja, minnelijke moeder! op U stel ik naast God al mijn vertrouwen; en indien ik slechts het geluk hob met uw naam in den mond en onder het inroepen van uwe barmhartigheid te sterven, dan hoop ik vastelijk, dat ik U in den hemel zal loven met die ontelbare menigte uwer dienaren, die door uwe veelvermogende voorspraak tot de eeuwige gelukzaligheid gekomen zijn.

VOORBEELD.

De Biecht.

Een der gevaarlijkste kunstgrepen, die de vijand onzer zaligheid tot het verderf der zielen aanwendt, is dat hij den zondaars eene valsche schaamte inboezemt, die hun in de vierschaar der boetvaardigheid

ocr page 99

I

den mond sluit en hen verhindert hunne inwendige kwalen aan den geestelijken geneesheer te ontdekken.

Iemand, die tot dusverre een vrij geregeld leven geleid had, had het ongeluk in eene zware zonde te vallen. Tot inkeer geko/nen, zag hij al het verschrikkelijke van zijne misdaad in, en zijne eerste gedachte was zijne toevlucht te nemen tot het heilzame middel der boetvaardigheid; maar de schaamte maakte zich zoodanig van zijn hart meester, dat hij niet kon besluiten zijne zonde te biechten. Gefolterd dooide knagingen van zijn geweten, dat hem geen oogen-blik rust liet, nam hij het onzinnig besluit zich te verdrinken, in de hoop van hierdoor aan zijne kwellingen een einde te zullen maken : maar toen hij tot den oever der rivier genaderd was, sidderde hij bij de gedachte aan het eeuwig verdeif waarin hij op het punt was zich te storten: hij keerde terug onder het weenen van bittere tranen, den Heer smeekende hem zijne wandaad te vergeven, zonder dat hij die zou moeten biechten. Hij geloofde de rust zijner ziel te zullen herkrijgen door verscheidene kerken te bezoeken , en vele gebeden en werken van boetvaardigheid te verrichten, maar vergeefs: God wilde ze hem vergunnen door bemiddeling der H. Maagd. In zekeren nacht dat hij in de diepste zwaarmoedigheid verzonken was, gevoelde hij zich sterk aangespoord om te gaan biechten; hij stond zeer vroeg op, en begaf zich naar de kerk, maar toen hij op het punt was den biechtstoel binnen te treden, werd hij heviger dan ooit door die noodlottige schaamte aangevallen.

03

I

I

ocr page 100

en had geen moed genoeg om te doen wat de genade hem ingaf. Korten tijd daarna gebeurde hem hetzelfde: hij begaf zich naar dezelfde kerk, maar hij werd weder door de schaamte weerhouden, en nam het besluit liever te sterven, dan zijne zonde aan een biechtvader te ontdèkken. Plotseling komt de gedachte in hem op om zich, eer hij huiswaarts keert, aan de H. Maagd aan te bevolen. Hij volgtdie inwendige stem, werpt zich voor den voet van het altaar der H. Maagd neder, zegt Haar hoezeer hij haar hulp behoeft, en smeekt Haar dringend hem niet te verlaten. O wonderlijke kracht des gebeds! De Moeder der Barmhartigheid werd door de zuchten van dezen ongelukkigen zondaar bewogen, en verkreeg hem van haren Goddelijken Zoon de zegepraal over de verschrikkelijke bekoring die hem kwelde. Nauwelijks is hij neergeknield of hij gevoelt zijn hart geheel en al veranderd; vol moed staat hij op , begeeft zich naar zijn biechtvader, en verklaart hem al zijne zonden onder een vloed van tranen. Het scheen hem tou dat men hem een zwaren last van het hart tilde, en hij bekende naderhand dat hij in den oogenblik waarop hij de absolutie ontving, meer vreugde ondervond, dan of hij alle schatten der wereld gewonnen had.

OEFENING.

Indien gij in uwe biechten niet altijd oprecht geweest zijt; en het ongeluk hebt gehad eenige zware zonden te verzwijgen of te bewimpelen, bid dan de II. Maagd u te helpen om ze zonder uitstel te biech-

94

ocr page 101

ten, en blijf' geen enkel oogenblik in een staat, die uwe zaligheid in liet hoogste gevaar stelt.

SCHIETGEBED.

Hefugium peccntorun'., ora pro nobis.

Toevlucht der zondaren, bid voor ons.

DERTIENDE DAG.

De reis van Nazareth naar Bethlehem.

1quot;. Onderwerping var. Maria en Jozef aan de bevelen des keizers;

'2°. Deugden die zij op reis beoefenen,

3°. Tegenheden die zij te Bethlehem ondervinden.

I. Punt. Hoezeer verschillen Gods gedachten van die der menschen, en hoezeer zijn de inzichten van den Koning des Hemels boven die dor aardsche grooten verheven. Keizer Augustus vaardigt een bevelschrift uit, om al de onderdanen van zijn rijk te tellen; trotschheid en eerzucht alleen is de beweegreden hiervan , maar de Goddelijke Voorzienigheid heeft geheel andere bedoelingen, en Zij beschikt alles, ten einde de voorzeggingen, dat de Messias te Bethlehem moest geboren wouden, hare vervulling zouden erlangen. Maria en Jozef zien in het bevel van een aardsch vorst niets anders dan Gods wil: zij aanbidden Zijne ondoorgrondelijke raadsbesluiten , zij verlaten zich op de zorg der Voorzienigheid, en zonder door de moeielijk-

ocr page 102

heid der reis te worden afgeschrikt, denken zij er slechts aan om vol vaardig te gehoorzamen aan het bevel, dat hen naar Bethlehem roept. O hoe gemakkelijk zou de gehoorzaamheid ons worden , indien wij , naar het voorbeeld van Maria en Jozef, in de bevelen onzer oversten slechts den wil van God beschouwden.

II. Punt. Volgen wij in den geest deze twee heilige echtgenooten en bewonderen wij de deugden, waardoor zij hunne reis heiligen. Zij haasten zich den wil des Heeren te volbrengen : geduldig en vreugdevol verduren zij de ongemakken, die do lengte van den weg, de strengheid van het jaargetijde, en hunne armoede hun doen ondervinden. Zij onderhouden elkander alleen over het geluk van weldra den Verlosser te aanschouwen; hun geest is geheel bezig met de overweging van dat groote geheim, hun hart ontvlamd van liefde voor den God, die voor het heil dei-wereld wil geboren worden. Laten wij bij voorkomende gelegenheden ons gedrag regelen naar dat van onze H. Moeder en haren kuischen bruidegom. Beijveren wij ons al onze gangen, daden en gesprekken te heiligen door het gebed, de liefde, het geduld en de onderwerping aan Gods allerheiligsten wil.

III. Punt. Na de vermoeienissen van een zoo langen tocht ontmoeten de heilige reizigers niets dan versmading en vernedering van den kant der inwoners van Bethlehem: zij vinden niemand, die hun huisvesting verleent, en zijn genoodzaakt eene schuilplaats te zoeken in een grot, dienende tot een beestenstal. Dit is het paleis, waar de Koning van het heelal

96

ocr page 103

binnentreedt, waar de God van hemel en aarde voor ons wil geboren worden. 0 vleeschgeworden Woord ! hoe vroeg begint Gij voor mij te lijden ! Zal ik bij de beschouwing van deze versmading, terugstooting, armoede, verlatenheid en vernedering, die Gij met de heiligste en U dierbaarste personen der wereld deelt, voortaan nog durven morren en klagen, als ik iets te uwer liefde moet lijden? O H. Maria en Jozef! verwerft mij geduld en onderwerping in alle beproevingen , die de Goddelijke Voorzienigheid mij zal gelieven over te zenden.

GEBED.

O Maria, allerheiligste Moeder! ik gevoel een groot en zoet vertrouwen in mij, wanneer ik bedenk dat Jezus mijn voorspreker is bij Zijn Hemelschen Vader, en dat Gij, mijne minnelijke beschermster, uwen Zoon voor mij bidt; ik zal, van mijn kant, nooit ophouden uwen Zoon en U te bidden. Ik heb, helaas! maar al te zeer verwaarloosd mijne toevlucht tot het gebed te nemen, en dit is de reden waarom mijn ziel zoo zwak, zoo krank, en met zoovele wonden overdekt is. Ach! indien ik in alle gelegenheden, waarin ik gevoelde dat uwe hulp mij noodig was, (J aangeroepen had, dan zou ik niet zoo dikwerf mijn God beleedigd en Zijne heilige genade verloren hebben. O H. Moedermaagd 1 verwerf mij vandaag eene kostbare genade, waarnaar ik uit ganscher harte verlang daar ik thans meer dan ooit besef hoezeer ik die behoef; verkrijg mij den geest des gebeds, de genade

De Maand van Maria. 07

ocr page 104

I

van altijd aandachtig en vurig te bidden en in al mijne noodwendigheden tot L' door het gebed mijne toevlucht te nemen. O allerheiligste Maagd! volhard ik in het gebed tot U, dan is mijne zaligheid gewaarborgd.

VOORBEELD.

Het Rozenhoedje.

Een oprechte dienaar van Maria laat geen dag voorbijgaan zonder een of ander gebed te harer eer te verrichten, en Haar eenig blijk van zijne achting en liefde te geven- Maar onder alle heilige oefeningen, die de godsvrucht aan de verheerlijking van de H. Moedermaagd heeft toegewijd, is het rozenhoedje een der gebruikelijkste en onder de geloovigen meest verspreide. Dit gebed, zoo eenvoudig, zoo nederig, zoo vol schoone en teedere gevoelens, en daardoor zoo luisterrijk voor Maria, zoo verschrikkelijk voor de hel, is den ijverigen zielen boven alle andere dierbaar. Het is onbeschrijfelijk , hoe welgevallig dit uitmuntend gebed aan de allerheiligste Maagd is, en welke vruchten van heiligheid het heeft voortgebracht en nog dagelijks voortbrengt ten gunste van hen, die daarvan getrouw gebruik maken. Het is opmerkelijk, dat de heiligste en voornaamste personen het zich te allen tijde tot plicht en eer rekenden dagelijks het rozenhoedje met de stipste nauwgezetheid te bidden.

Lodewijk XIV, Koning van Frankrijk, was gewoon eiken dag het rozenhoedje te bidden. De Eerw. Pater de la Rue verUaalt. dat hij, eens bij dien vorst, ten

I

98

ocr page 105

gehoore tosgelaten, hem met deze godvruchtige oefening bezig vond. Toen hij hem zijne verwondering te kennen gaf, antwoordde de koning: «Verwonder n «daarover niet: ik draag roem op het bidden van »den rozenkrans. Ik heb die oefening van mijne moeder, «geleerd, en ik zon die niet gaarne een enkelen dag «verzuimen.''

De H. Garolus Borrorneus, de H. Franciscus Sale-sius, de H. Vincentius de Paulo, de H. Franciscus Xaverius en zoovele andere mannen , die de Kerk door hunne talenten en deugden tot sieraad strekten, lieten nimmer een dag voorbijgaan zonder dit sohoone gebed met grooten ijver te verrichten. Sommigen hadden zich daartoe zelfs door gelofte verbonden. De heilige J. Berchmans was zoo innig overtuigd van de voor-treil'elijkheid dezer heilige oefening, dat hij, wanneer hij zich aan tafel zette, het rozenhoedje eerbiedig kuste, en het of om zijn hals of aan zijn arm hing om het nimmer uit het oog te verliezen: hij droeg het altijd als een kostbaar heiligdom bij zich en verklaarde, dat hij in het bezit was van drie schatten, die hem na aan het hart lagen, zijn kruisbeeld, zijn rozenkrans en zijne regels, en dat hij daarmede gaarne uit dit leven zou scheiden, en inderdaad hij had den troost met die dierbare panden in de hand testerven.

De H. maagd heeft zich somtijds gewaardigd op eene duidelijke wijze te toonen, hoezeer dit gebed Haar behaagt. P. de Bussi verhaalt hiervan in zijne nieuwe maand van Maria het volgende voorbeeld, l^en jongeling die zich aan den dienst der Moeder

90

ocr page 106

I

Gods geheel had toegewijd, had in zijne kamer een Lieve-Vrouwebeeld, en was gewoon het dagelijks met een bloemkrans te versieren. Om hem voor deze hulde te beloonen, verwierf de H. Maagd hem de genade van liet kloosterleven; hij verliet de wereld en trad in de orde van den H. Franciscus, maar nauwelijks had hij er eenige maanden doorgebracht, of hij werd hevig bekoord om het klooster te verlaten, omdat hij niet dagelijks volgens zijne gewoonte een bloemkrans aan zijne goede Moeder kon opdragen. Hij was op het punt te vertrekken , toen de allerheiligste Maagd hem te hulp kwam en zijn plan tegenhield , door zelve hem een middel te leeren om aan zijne devotie te voldoen.

«Draag mijzeide Zij. «dagelijks een krans op «van zes Onze Vaders en vijftig Wees Gegroeten, «en ik verzeker u, dat deze krans mij niet minder «aangenaam noch uwe ziel minder voordeelig zal zijn dan de bloemkroon, die gij mij eertijds aanboodt.quot; De nieuweling luisterde naar dezen raad, en volhardde in zijn staat.

OEFENING.

Neem de loffelijke gewoonte aan om geen cag te laten voorbijgaan, zonder ten minste een gedeelte van het rozenhoedje te bidden.

SCHIETGEBED.

O Domino, nostra ! Advocata nostra! TuoFil tonos commenda.

O onze Koningin en Voorspreekster, beveel ons aan uwen Zoon.

I

400

ocr page 107

VEERTIENDE DAG.

Geboorte van Jezus Christus.

1°. De omstandigheden van de geboorte van den Zaligmaker.

'2°. Zijne uiterste armoede.

3°. De gevoelens van Maria en Jozef.

1. Punt. Treden wij in den geest den armen stal van Bethlehem binnen, en beschouwen wij met de oogen des geloofs de omstandigheden, waarin onze Goddelijke Verlosser geboren wordt. Hot was in dien onaanzienlijker! stal, dat de li. Maagd , geheel verslonden in eene verhevene overweging, brandende van liefde tot God en van eene hevige begeerte om haren Zoon te aanschouwen, den Koning van Hemel en aarde, den beloofden en sedert vier duizend jaren verwachten Messias ter wereld bracht, zonder dat Zij de geringste smart onderging of ophield de zuiverste der maagden te zijn. Werpen wij ons met diepen eerbied aan de voeten van het Goddelijke Kind, aanbidden wij het als onzen Schepper, Verlosser, Opperheer en God. Nadat wij met alle gevoelens, welke geloof en godsdienst, liefde en erkentelijkheid ons kunnen inboezemen, Hem onze hulde bewezen hebben, bewijzen wij die ook aan Zijne heilige Moeder ; wenschen wij Haar geluk met het onbeschrijfelijk voorrecht, dat Zij geniet van Moeder Gods te zijn ; eeren wij Haar in die hoedanigheid, en stellen wij op Haar al ons vertrouwen.

-101

I

ocr page 108

11. Punt. Onbegrijpelijk zijn de gevoelens van vieugde, eerbied en teederheid die deze gelukzalige Moeiler bezielden, toen zij het Goddelijke Kind, dat Zij aanbad, als haar God vereerde, en als haren Zoon beminde, voor de eerste maal in. hare armen droeg. Zij wikkelt het in doeken, legt het in eene kribbe, en valt neder om het te aanbldde.-». O H. Moedermaagd ! hoe smartelijk moet het ü gevallen zijn toen Gij genoodzaakt waart het teergevoelig lichaam van den pasgeboren Jezus op het harde en koude stroo, in eene arme kribbe neer te leggen ? Hoe gaarne zoudt Gij uwen Goddelij en Zoon beter gehuisvest, zachter neergevlijd hebben ? Maar kunt Gij Hem de goederen en gemakken iles levens niet aanbieden, Gij oll'ert Hem een kostelijker gift; Gij wijdt Hem uwe zorgen, uw leven en een van moederliefde brandend hart. Ach ! waarom kan ik Hem geene zoo aangename olferande aanbieden.

III. Punt-. Beschouwen wij 'Maria en Jozef bij de krib: meji kan zich geen uitmuntender voorbeeld van gebed voorstellen. Geheel de wereld is uit hunne gedachte verbannen ; zij houden zich alleen bezig met het Goddelijk Woord, dat Zich. als het ware geheel vernietigd, aan hunne oogen vertoont; zij beluigen Hem de gevoelen? van huu hart niet door woorden of lofzangen, maar door eene sprakelooze verwondering en door een diep stilzwijgen, terwijl zij zich, ongehinderd, geheel overgeven aan de inwendige bewegingen, die dit Goddelijk Kind in hunne harten opwekt. O H. Maria! O. H. Jozef! maak mij deelgenoot van uwe gevoelens; dat ik naar uw voorbeeld

102

ocr page 109

1

niets anders smake dan Jezus; mocht ik Hem zón-zeer beminnen, als Gij Hem bemint.

GEBED.

Overweeg, o mijne ziel! het trelïendst schouwspel, dat aan engelen en mensChen kan worden aangeboden: Maria de Koningin van het heelal, haren aanbiddelijken Jezus, het schoonste van de kinderen der menschen, aan haar moederlijk hart dragende. O duizendwerf gelukkige Moeder! wanneer ik mijn God in uwe armen beschouw, dan gevoel ik voor Hem en voor U liefds alleen, dan wijkt schrik en vrees verre van mij. En hoe zou ik nog vreezen, daar hij zich door U in doeken heeft laten wikkelen, en Zich hierdoor eenigermate in de onmogelijkheid gesteld heeft Zijnen arm op te hellen om mij te straffen. O Maria! Gij hebt zoo dikwijls uwen Jezus in kinderdoeken gewikkeld; ach bind ook mij, armen zondaar, dien Gij aan uwe voeten ziet, met de ketenen Zijner liefde. Maak, dat ik onafscheidelijk met Jezus en U vereenigd leve en stervo, totdat ik het gelukkig vaderland bereik, waar mijne ziel niet meer zal blootgesteld zijn aan hot gevaar Hem ooit te verliezen.

VOORBEELD.

Merktuaardicie bekeering.

De Eerw. Clement, een der beroemdste kanselredenaars van de vorige eeuw, werd eens geroepen om de biecht te hooren van een jongeling, die door

103

ocr page 110

i'ene beroerte was aangetast; hij snelt derwaarts en vindt den zieke buiten kennis. Hij keert terug om voor hem eene Mis ter eere der H. Maagd te lezen. Nauwelijks was de olferande geëindigd, of men kwam hem boodschappen, dat de zieke zijne kennis had terug bekomen. Hij begeeft zich nogmaals naar hem

; toe, en vindt hem doordrongen van de levendigste gevoelens van berouw en boetvaardigheid, en bereid om met het offer van zijn leven voor zijne zonden te voldoen. In deze gesteldheid sprak hij zijne biecht en ontving de laatste H. Sacramenten met de grootste godsvrucht. De biechtvader, even verwonderd als getroffen, wist niet aan wat oorzaak hij een zoo groot wonder der goddelijke barmhartigheid moest toeschrijven ten behoeve van een jongeling, wiens buitensporigheden alom bekend waren. Hij ondervraagt den kranke hierover, en deze antwoordt hem met eene stem, door tranen en zuchten afgebroken: »Ach! «mijn vader, deze gunst mag ik aan niets anders «toeschrijven, dan aan de barmhartigheid van God «alleen, die zich ongetwijfeld heeft laten bewegen «door uwe gebeden en die van mijne overledene, «godvruchtige moeder. Op haar sterfbed liet zij mij «tut zich komen. en na mij hare ongerustheid be-«tuigd te hebben over de gevaren die mij dreigden, «zeide zij: al mijn troost is daarin gelegen, dat ik «u onder de bescherming der H. Maagd stel; ik «vraag u , mijn lieve zoon ! ééne zaak; beloof mij die «als blijk uwer liefde tot mij; zij zal u weinig kosten : «bid dagelijks een rozenhoedje.quot; «Ik beloofde het,quot;

T

104

ocr page 111

vervolgde de zieke, »heb het dagelijks «redaan, en «beken u, dat het de eenige godvruchtige handeling »is, die ik sedert tien jaren verricht heb.quot; De biechtvader twijfelde ei- niet aan , dat de bijzondere bescherming der H. Moeder Gods dit verwonderlijk blijk der goddelijke barmhartigheid voor zijn biechtkind verworven had. Hij verliet den zieke niet, voordat deze in den geest van boetvaardigheid den laatsten adem uitblies, en maakte het vaste besluit van dien stond af geen dag te laten voorbijgaan zonder het rozenhoedje te bidden , en aan dit voornemen bleef hij tot aan zijn dood getrouw. Wat kan meer geëigend zijn om ons dezelfde devotie in te boezemen?

OEFENING.

Bid de H. Maagd, dat Zij n overvloedige genade verkrijge om uwe zaligheid te bewerken.

SCHIETGEBED.

Haec tota fiducia niea.

Maria, op U is al mijn betrouwen.

VIJFTIENDE DAG.

Znirerinij der II. Maagd.

1quot;. Gehoorzaamheid der II. Maagd;

2°. Hare nederigheid;

3°. Hare liefde.

I. Punt. Do H. Moeder Gods geeft ons in dit geheim een verheven voorbeeld van gehoorzaamheid,

105

ocr page 112

iloor Zich, evenals alle andere vrouwen, aan de wet iler zuivering te onderwerpen, waartoe zij niet verplicht was, omdat Zij, Moeder van God en de reinste der maagden zijnde, niet noodig had zich te zuiveren. Zij neemt nauwkeurig alle bij de wet bepaalde plechtigheden in acht, zonder een enkele na te laten of aanspraak op de minste uitzondering te maken. Zij doet meer dan waartoe Zij verplicht was, en wij volbrengen niet eens onze plichten. Wanneer wij gehoorzamen . is het al te dikwijls als door geweld. met tegenzin en afkeer, met uitstel en dus zonder verdienste voor' God. Leeren wij van onze allerheiligste Moeder te gehoorzamen , en volgen wij Haar zooveel mogelijk na in het beoefenen eener deugd, die Haar zoo dierbaar is.

II. Punt. De allerheiligste Maagd rangschikt'Zich onder de gewone vrouwen; Zij bedekt hare twee verhevene hoedanigheden van Maagd en Moeder Gods. die haar aanspraak geven op den eerbied van het heelal, en Zij stemt er in toe dat te schijnen, wat Zij niet is, wat Haar kan vernederen en doen verachten. Ofschoon gesproten uit het koninklijk huis van Juda, en Koningin van Hemel en aarde, brengt Zij toch het oll'er der armen, en vermijdt zorgvuldig al, wat Haar In de oogen der menschen kan doen uitschitteren. En wij , aardwormen , willen niet schijnen hetgeen wij inderdaad zijn, verachtelijke zondaars, maar willen gehouden worden voor hetgeen wij niet zijn, voor rechtvaardigen en heiligen. Wij hebben een afkeer van alles wat ons kan vernederen, trachten

10G

I

ocr page 113

stee^ naar eervolle onderscheiding, en wenschenaltijd •ie eerste plaats te bekleeden, en alle anderen te verduisteren. Hoe zal de nederige Maria zulke trotsche stervelingen als hare kinderen kunnen erkennen?

III. Punt. De II. Maagd geeft ons vandaag ook het duidelijkste bewijs van hare liefde tot ons, daar Zij het slachtoiler, waarmede wij vrijgekocht moeten worden, zelf opdraagt, en haren Goddelijken Zoon aan den dood toewijdt. Welk olfer voor een moederhart! maar Zij kent het Goddelijk raadsbesluit, weet dat de wereld niet zal verlost worden dan door het zoenbloed van dien aanbiddelijken Zoon, geeft hem dus aan den wil van Zijn Hemelschen Vader over, levert Hem zonder terughouding aan de verschrikkelijke slagen der rechtvaardigheid. Zouden wij geene monsters van ondankbaarheid zijn, zoo wij aan eene zoo groote liefde door koude onverschilligheid en misdadige nalatigheid in haren dienst durven beantwoorden ?

GEBED.

O welk een aangename troost is het voor mij, allerheiligste Maagd , liefderijke en goedertierene Maria! dien zoeten naam te hooren uitspreken, welken uwe getrouwe dienaars, uwe geliefde kinderen U geven: Mater amabilis, minnelijke Moeder. Ja mijne verhevene Gebiedster! Gij zijt geheel minnelijk. Uwe goedheid en minnelijkheid hebben het hart van den Koning der Koningen, van God zeiven, die in U Zijn behagen gevonden hpeft, voor ü gewonnen. Als God ü dan zoozeer bemint, hoe zou ik U dan niet minnen.

I

-107

ocr page 114

ik, dien Gij met uwe weldaden overladen liebt. Ik bemin U, o minnelijkste Moeder! of ten minste ik verlang U te beminnen, en een te zijn van hen, die U het vurigste beminnen. Ik ken geen andere smart dan dat ik l) niet zoo innig bemin als ik U beminnen moest, en Gij het verdient. Welaan, ik oiler U mijn hart, beschik er naai' welgevallen over, en ontvlart' het door het heilig vuur uwer liefde.

VOORBEELD.

Kinderlijke liefde lol Maria.

Men verhaalt van den Heilige Alphonsus Rodriguez, van de Sociëteit van Jezus, dat hij op zekeren avond voor een Lieve-Vrouwebeeld nedergeknield, in eene vervoering van liefde uitriep: «O minnelijkste Moeder! ik weet dat Gij mij bemint, maar Gij be-»mint mij niet zoozeer als ik U beminen dat de II. Maagd, alsof Zij door deze woorden beleedigd was, hem antwoordde : «Alphonsus, wat vermeet gij u te «zeggen ? 0 hoever overtreft mijne liefde de uwe; er «is minder afstand tnsschen den hemel en de aarde. '

Neen, zegt de II. I.ignori, die verwonderlijke Moeder laat zich nooit in liefde overtrelfen. Beminnen wij haar zooveel wij vermogen, hare liefde zal de onze altijd te boven gaan. Beminnen wij Haar als een H. Stanislaus Kostka, die over zijne liefde tot Maria niet kon spreken, zonder dat een blakend vuur al zijne toehoorders ontvlamde; die dagelijks nieuwe titels uitdacht om Haar te vereeren: die Haar voor elke handeling om haren zegen vroeg; die met Haar

108

ocr page 115

sprak, alsof Zij bij hem w*s; ilie buiten zich zelveu was, zoo dikwerf iüj liet Sult'i: Ht'tjhl't hooi'tle znl^eii; die toen men hem vi oeg, lioever zich zijne liefde tot Maria uitstrekte, len antwoord gaf: «Zij is mijne Moedei', wat kan ik «meer zeggenquot; en die woorden met zulk eene aandoening uitsprak dat hij een engel scheen te zijn, van den Hemel afgedaald, om de liefde tot Maria in aller harten te ontsteken. Beminnen wij Haar even vurig als de gelukzalige Herman, wiens liefde tot Maria hem den naam van Jozef verdiend had; even vurig als de H. Philippus Nerius, die Maria zijne vreugde noemde; even vurig als de H. Bernardus die Haar den naam gaf van raptrix cordiuni, Zij die onze harten tot Zich trekt, of als de H. Aloysius, wiens hart klopte en wiens gelaat gloeide op het aanhooren van den naam van Maria. Beminnen wij Haai- als de lierw. Diego Martinez, die zeide: »Ik »wenschte de harten van alle Engelen en Heiligen «te hebben om Maria zoozeer te beminnen, als Zij «Haar beminnen. Ik wenschte over de levens van «alle menschen te kunnen beschikken, om die alle »aan haar dienst toe te wijden.quot; Beminnen wij Haar even als de zoon van de H. Brigitta, die gewoon was te zeggen, dat niets ter wereld hem meer vreugde veroorzaakte, dan te weten hoezeer Maria door God bemind wordt, en dat er geene smart zoo groot was, die hij niet volgaarne zou willen onderstaan om te beletten dat de Koningin des Hemels een enkelen graad van hare grootheid verloor.

Wat zal ik hier nog bijvoegen ? Verbeelden wij ons

i

109

ocr page 116

I

al wat de lielde kan uitdenken om hare teederheid aan de minnelijkste der moeders te betuigen. Ofschoon wij met den H. Alphonsus Rodriguez wenschten on? leven tot blijk onzer liefde op te offeren; ofschoon wij, naar het voorbeeld van de H. Fadegundis, gemalin van koning Clotarius, den naam van Maria op onze borst griften: in één woord, wanneer wij alle middelen gebruikten, die de liefde in kan geven, nooit zullen wij er toe komen, om Maria in dien graad te beminnen, waarin Zij ons bemint, en altijd zullen wij ons genoodzaakt voelen met den H. Petrus Damianus uit te roepen: »lk weet dat het onmogelijk »is U in liefde te overti ellen.quot; (Liguori, omschrijving van het Salve Reginn.)

OEFENING.

O Her iederen morgen uw hart aan de H. Maagd np SCHIETGEBED.

Maler Amdbi'is, om pro nobis.

Minnelijke Moeder, bid voor ons.

ZESTIENDE DAG.

De rluclil naar Efiyple.

Smarten van de II. Maagd.

Iquot;. Vóór de vlucht;

•2quot;. Gedurende haar verblijf in Egypte;

3°. Bij hare terugkeering.

I. Punt. Overwegen wij de gemoedsgesteldheid van de H. Maagd toen zij in den nacht moest opstaan

110

ocr page 117

haren Zoon nemen, en met Hem naar Egypte vluchten. Zij neemt het Goddelijk Kind terwijl het slaapt in hare armen, en begeeft Zich met haren heiligen bruidegom op weg. Hoevele gedachten, hoeveel ongerustheid , hoevele pijnlijke zielaandoeningen moesten de H. Maagd overvallen. Zij moest haar vaderland, haar huis verlaten, en oogenblikkelijk, zonder zelfs Jen dag af te wachten, vertrekken. Zij gaat naar een vreemd land met een Kind dat slechts weinige dagen oud is, zonder de noodige reisbehoeften, met een bedroefden leidsman die zelfs den weg niet kent. Zij weet niet voor hoelang: Zij moet daar vertoeven totdat het Haar gezegd zal worden. En toch gehoorzaamt Maria met vreugde. Zij neemt haar Kind. laat alle zorg aan God over, en oll'ert al hare neigingen aan Zijnen wil op. Welk een groot voorbeeld vinden wij in Maria, om bij alle wederwaardigheden in de Goddelijke Voorzienigheid te berusten! Herinneren wij ons, dat God die rampen overzendt en dat Hij ons, wanneer wij met Zijne genade mede willen werken, de noodige kracht zal verleenen om die te doorstaan.

II. Punt. Overwegen wij de smarten die Maria's hart beknelden, toen Zij zich te midden van een heidensch volk bevond. Hoe groot was hare droefheid, wanneer Zij aan een stom en zielloos afgodsbeeld de eer zag bewijzen die God alleen toekomt! Hoe dikwerf heeft Zij haren Jezus niet aan het hart gedrukt en tot Hem gezegd: Waarom, mijn Zoon en mijn God! maakt Gij uw arm niet los van die doeken, die U omzwachtelen, om die schandelijke afgodsbeelden, die

ocr page 118

Ü uwe eer ontrooven, te verbrijzelen? Met welk eene verachting zullen die afgodendienaars niet op eene arme dochter van Israël hebben neergezien ? wat moesten zij wel van Haar denken dat Zij haar land ontvluchtte ? Hoe vele verwijtingen zullen zij Haar gedaan hebben ? Voorzeker niemand erkende in Haar de dochter van David, de Moeder van God. Maar hoe smartelijk moet het Maria vallen ook in onze harten de afgoden van eigenbelang en zucht tot ongeoorloofde vermaken te zien! En echter wij willen Maria beminnen, Haar als onze Moeder eeren. 0 verwijderen wij dan alles uit ons hart, wat Haar en haren Goddelijken Zoon kan mishagen.

III. Punt. Verzeilen wij Maria op hare terugreize naar het Joodsche land. Hoe moeielijk moest Haar die lange weg vallen met haren zevenjarigen Jezus! Hoe dikwerf zag Zij Zich beroofd van huisvesting en voedsel ! Hoevele bedroevende gedachten moesten niet bij Haar opkomen. Hoe sidderde Zij niet bij het denkbeeld, dat de opvolger van Herodes wellicht in wreedheid zijn vader zou evenaren en Haar den dierbaarsten schat ontrooven. Deelen wij in de smarten van onze teedere Moeder ! Hoe dikwerf ziet Zij nog in onze dagen haren (loddelijken Zoon door de zondaars vervolgd, hoe dikwerf hebben wij Zeiven Hem niet door onze zonden uit ons hart verdreven. Hooren wij dan de liefóerijke stem dei' H. Maagd die ons aanspoort om ons hart weder tot een verblijf van Jezus voor te bereiden, en smeeken wij Haar, dat Zij dien Goddelijken Zoon be-wege, om weder in onze ziel Zijn intrek te nemen,

ocr page 119

en ons de genade te verwerven, dat wij onzen Zaligmaker nimmermeer door ons wangedrag noodzaken daaruit te vertrekken.

GEBED.

O Maria, H. Moeder Gods, hoe waar Is het dat, sedert den dood van uwen Zoon, de zondaars nooit hebben opgehouden Hem door hunne wandaden te vervolgen, en U te bedroeven. En bon ik, ongelukkige, niet van dit getal, daar ik, door de zonde, mijn God-delijken Verlosser zoo dikwerf uit mijn hart verdreven heb? Ach! verkrijg mij, o minnelijke Moeder, de gaaf der tranen , om eene zoo gi oote ondankbaarheid bitter te beweenen : en schenk mij , door hot lijden , dat Gij op uwe vlucht naar Egypte hebt uitgestaan, uw vermogenden bijstand gedurende mijne reis naar de eeuwigheid, om eens mijn vervolgden Verlosser en U, o H. Moeder! te aanschouwen en te beminnen, in het vaderland der gelukzaligen.

VOORBEELD.

Onze zonden doorhoren het hai't van Maria.

Zeker jongeling had de godvruchtige gewoonte de zeven Weeën van Maria te vereeren. Hiertoe stortte hij dagelijks eenige gebeden voor het beeld dei-Moeder Gods, dat hij in zijne kamer had. Op zekeren dag had hij het ongeluk God doodelijk te vergrammen. Toen hij daarna, volgens gewoonte, voor het beeld der H. Maagd nederknielde, om Haar zijne dagelljksehe hulde te brengen, stond hij verbaasd haren boezem

8

De Maand can Maria. 113

ocr page 120

met aclit, in plaats van met zeven zwaarden dooi-griefd te zien. In liet eerst kon hij zijne oogen nauwelijks gelooven : maar toen liij zich van de waarheid overtuigd had, kwam hem aanstonds de zonde, die hij bedreven had, voor den geest, en hij hoorde eene stem, die hem zeide : Het is uwe zonde, die het teeder hart uwer Moeder met een nieuw zwaard doorstoken heeft. — Naai. ,]e/e stem der genade luisterende, begaf de schuldige zich aanstonds naar de kerk, en beleed met bittere tranen van berouw, aan de voeten van den priester zijne misdaad. Nadat hij zich aldus met zijn God verzoend had, maakte hij het vaste voornemen nooit weder zijn Schepper te vergrammen, en zijne lieve Moeder te bedroeven.

OEFENING.

Werp u in ootmoed voor de voeten van Maria en smeek Haar vurig u het berouw over uwe zonden te verwerven.

SCHIETGEBED.

Fac ut Tecum Iwjmrn,

Maak dat ik met ü weene.

ZEVENTIENDE DAG.

Verborgen leven van de II. Familie te Nazareth.

Zij leeft.

1°. In armoede:

2°. In onbekendheid ;

3quot;. In de oefening der liefde.

I. Punt. Beschouwen wij de H. Familie samengesteld

ocr page 121

uit Jezus, Maria en Jozef. Dit heilig liuisgezin bezat niets dan God alleen : liet leefde in onbekendheid. in lijden, misschien veracht, en zeker armoedig. Maar hoe rijk was liet aan genade en deugd. Nooit bestond er een heiliger, eerbiedwaardiger, gelukkiger huisgezin , dat de hulde van menschen en engelen meer verdiende. Neen, het zijn de rijkdommen of de eere-titels dezer wereld niet die het waar geluk aanbrengen , maar het is de genade van God, de deugd en heiligheid. 0 hoe rijk. hoe gelukkig is men, wanneer men God bemint en Mem alleen bezit.

11. Punt. Jezus, die wonderen doen, Gods woord verkondigen . en de bewondering van alle menschen tot zich kon trekken, wilde, om ons een voorbeeld te geven, den glans der eerbewijzingen vluchten; Hij verkoos een verborgen, den menschen onbekend leven te leiden. En wat doet Hij in deze afzondering? Hij gehoorzaamt met nauwgezetheid aan Maria en Jozef deelt in hunne werkzaamheden , verlicht hunne zorgen , bewijst hun alles wat kinderlijke liefde vorderen kan. 0, wat moest de nederige Maria gevoelen als /ij den Opperheer van het heelal aan hare wenken zag gehoorzamen ! Verwonderen wij ons niet Haar over de onbegrijpelijke gehoorzaamheid van den Godmensch; overwegen wij eenige oogenblikken wie Hij is die gehoorzaamt. Leeren wij daaruit twee zaken; vooreerst te gehoorzamen aan allen die God over ons gesteld heeft, ten tweede onzen eerbied aan Haar te betoonen, aan wie de Zaligmaker der wereld zich heeft willen onderwerpen.

I

115

ocr page 122

111. Punt. Overwegen wij ilen vrede, de eensgezindheid, de godsvrucht, die in liet heilig huisgezin heerschten; waarlijk het was een afbeeldsel van den Hemel en het is gemakkelijker zich te verbeelden dan uit te spreken, wat er geheimzinnigs en wonderbaars voorviel, gedurende de dertig jaren die de Zaligmaker in deze afzondering sleet. Welk eene voorkomendheid, welk een wederkeerige eerbied zoo wel aan de zijde van de heiligste, teederste en zorgvuldigste der moeders, als aan die van den beminnelijkste en onderdanigste der zonen. Zorgen wij dat overal, waar wij ons bevinden, deze deugden heer-schen; trachten wij door onze zachtzinnigheid en voorkomendheid altijd de liefde en eendracht met onze naasten te onderhouden; en vermijden wij zorgvuldig alle verdeeldheid, afgunst, bittere woorden en al wat de liefde eenigszins zou kunnen kwetsen.

GEBED.

Allerheiligste Moeder des Verlossers! die Hem den zoeten naam Jezus, door een Engel uit den Hemel aangebracht, gegeven hebt, met welk een eerbied en vriendelijkheid hebt Gij dien naam uitgesproken ! Hoezeer doorgronddet Gij de daarin verborgen geheimen en den zin dien hij bevat! Ach, geef mij, o H. Maagd! eene dier heilige gedachten, godvruchtige aandoeningen en liefdevolle gevoelens waarmede die naam U vervulde. En U, o mijn Jezus! smeek ik, om de liefde die Gij uwe allerheiligste Moeder toedraagt, leer mij den zoeten naam van Maria uit-

116

ocr page 123

spreken gelijk (lij liet deedt, opdat de twee heilige namen van Je/.ns en Mai-ia mij alles herinneren wat mijne ziel U gekost heeft . en hoezeer Gij mij bemind hebt. Dat zij, dikwerf met geloof en liefde door mij in dit leven uitgesproken, mij tot kracht, troost en hoop strekken in mijn dood, en eens mijne vreugde en geluk uitmaken gedurende de geheele eeuwigheid.

VOORBEELD.

De Gpngregatinn.

De godvruchtige instelling waarvan wij hier spreken, heeft evenals zoovele andere die de eer van God het meest bevorderen, niets opmerkelijks of schitterends in haren oorsprong. Zij is hare oprichting verschuldigd aan een jonge geestelijke, die in het Collegium Romanum de Latijnsche taal onderwees, en volgens den geest der Sociëteit van Jezus er zich nog meer op toelegde, om het Jeugdig hart dan om het verstand zijner kweekelingen te vormen, en met de menschelijke wetenschappen hun te gelijk de wetenschap des heils mededeelde. Om dit doel te bereiken koos hij de braafsten en deugdzaarnsten uit hun midden, en verzamelde die eiken avond, wanneer de anderen zich naar huis begeven hadden, om gezamenlijk eenige gebeden, godvruchtige lezing of overdenking te doen. Op feestdagen vereenigden zij zich des morgens tot het houden dier oefeningen, en des avonds baden zij te zamen de getijden der H. Maagd en het rozenhoedje. Spoedig onderscheidden zij zich door een geregeld gedrag, en dit bewoog

ocr page 124

velen liunnei' medeleerlingen om zich l)ij hen te voegen. Toen zij tot zeventig waren toegenomen, maakte men eenige regels om orde en eenvormigheid in het gebruik der II. Sacramenten, en in de gebeden en andere oefeningen, die ieder dagelijks moest verrichten, in te voeren. Deze regels werden korten tijd daarop door den Paus Gregorius XII goedgekeurd.

Onmogelijk is het de vruchten op te sommen die deze congregatiën hebben voortgebracht. De H. Fran-ciscns Salesius de gelukzalige Petrus Fourrier, de li. Aloysius en de H. Stanislaus hebben in die godvruchtige vereenigingen den grondslag gelegd van de uitstekende heiligheid waartoe zij, onder de bescherming der H. Maagd, gekomen zijn. Aan haar is de Sociëteit van Jezus den ijver, den goeden geest en dien vromen wedstrijd in de godsvrucht verschuldigd, waardoor hare kweekelingen zich gewoonlijk onderscheiden. Door haar krijgen de jongelieden smaak in de deugd en eene gehechtheid aan den godsdienst, die hen behoeden voor de gevaren en do verleiding der wereld, of op den weg der deugd doen terug-keeren, zoo zij het ongeluk mochten hebben zich daarvan te verwijderen.

Wanneer zij hunne studiën volbracht hadden, vonden zij in alle oorden congregatiën, gelijk aan die welke hunne kindsheid vormden en hunne jeugd ondersteunden, maar wier regels en oefeningen meer overeenstemden met hunne nieuwe betrekking. Daar werden zij door goede voorbeelden in de deugd bevestigd: daar leerden zij over het menschelijk opzicht

H8

ocr page 125

en de bedriegelijke aanlokselen der wereld zegevieren. Men zag dan ook steeds voorname mannen liet zicli tot eene eer rekenen, aan die godvruchtige vereeni-gingen deel te nemen, en de heilige oefeningen er van met nauwgezetheid volbrengen. Kan men er zich na dit alles dan wel over verwonderen, dat ongodsdienstige en aan ons H. Geloof vijandige schrijvers niet ophouden hunne lasterende stem tegen de Congregatiën te verhellen, en ze met de hatelijkste kleuren af te schilderen? Wij weten toch dat het een kenmerk is van Gods werken. dat zij door de wereld bestreden worden, en hot kan ons dus geenszins verbazen dat de vijand onzer zaligheid al zijne krachten inspant, om eene instelling te vernietigen, die hem altijd zooveel afbreuk gedaan heeft.

OEFENING.

Roep dagelijks 's morgens en 's avonds de namen van Jezus, Maria, Jozef godvruchtig aan.

SCHIETGEBED.

Sumal jjer Te preces, qui pro nobis natas tulit esse Thus,

Dat Hij, die voor ons uit U heeft willen geboren worden, uit uwe handen onze gebeden aanneme.

119

ocr page 126

ACHTTIENDE DAG.

Vrcmjde van Maria in de tegenwoordigheid van Jezus.

1°. Wanneer Zij haren Goddelijken Zoon beschouwt;

2°. Wanneer Zij met Hem spreekt;

3quot;. Wanneer Zij Hem verzelt gedurende Zijne prediking.

I. Punt. Stellen wij ons do M. Maagd voor oogen, die Moeder zoo vol liefde, vol gevoel en vol teeder-heid, terwijl haar Zoon, de heiligste, het beminnelijkste en schoonste onder de kinderen dei' menschen, in hare armen rust; welke eene vreugd zal dat moederhart niet doorstroomd hebben! Zij zag alle schatten van genade en heiligheid, alle goddelijke volmaaktheden, in dit aanbiddelijk Kind vereenigd. Zij voorzag dat Hij eens de Verlosser der wereld en de Hersteller van het menschdom zoude zijn, dat Hij het met God zoude verzoenen, den Hemel, die door de zonde gesloten was, weder zoude openen en met uitverkorenen vervullen, het voorwerp der aanbidding van alle volken zoude wezen. Welk eene vreugd voor deze driewerf gelukkige Moeder zulk een Zoon ter wereld gebracht te hebben, Hem gedurig te mogen beschouwen, met eigen handen te dienen, Hem hare liefde te betoenen en op hare beurt zoovele blijken van eerbied en liefde van Hern te ontvangen. Die allerminnelijkste Zaligmaker wil Zich in het ge-

120

ocr page 127

bed en de 11. communic ook met ons vereenigen; leeien wij van Zijne allerheiligste Moeder hoe wij Hem behooren te ontvangen, iioe wij ons met Hem moeten onderhouden, met welk eene vurigheid wij iets van Hem moeten afsmeeken, met welke teedei -heid wij Hem moeten beminnen.

II. Punt. De allerheiligste Maagd smaakte een on-beschrijfelijk genoegen in het onderhoud met haren Goddelijken Zoon, wanneer Hij Haar de groote geheimen verklaarde, die bij de bevestiging Zijner Kerk plaats zouden grijpen. Hoeveel verlichting, hoeveel vertroosting ontving Zij in deze heilige gesprekken! Zij bewaarde al Zijne woorden zorgvuldig in haar hart. sloeg al Zijne handelingen gade en overwoog die gedurig. O bezigheid, de Moeder van een God waardig, die altijd de vreugde van alle Heiligen op deze aarde hebt uitgemaakt! Ook wij moeten naar hun voorbeeld, de geheimen van onzen gezegenden Verlosser overwegen: de schoone voorbeelden die Hij ons gegeven heeft betrachten, en voortdurend onze oogen op dien Goddelijken Leermeester gevestigd houden om Zijne deugden na te .olgen. Vragen wij van de H. maagd den geest des gebods, het geloof, den ijver, de liefde tot Jezus, en het streven naar onze volmaking.

III. Punt. Maria ondervond eene onuitsprekelijke vreugde, wanneer Zij de wonderwerken zag die haar Zoon verrichtte, de menigte die Hem tot in de woestijn volgde om Zijne hemelsche leering aan te hooren, de zieken die zich om genezing tot Hem wendden ,

121

ocr page 128

I

quot;quot;T

.

tie eerbewijzen die Hem van alle kanten werden aangedaan, en de hulde en aanbidding die men Hem als aan den Zoon Gods bewees. De leerlingen van den Zaligmaker, het volk, verrukt door de woorden des levens die het uit Zijnen mond hoorde, de zieken die Hij genezen, de dooden die Hij opgewekt had, allen wenschten Zijne heilige Moeder geluk , allen betuigden Haar hun eerbied en erkentelijkheid, allen noemden Haar zalig, en zegenden Haar duizendwerf. Vereenigen wij onze harten en stemmen met die eenparige lofzangen, die ter eer van onzen aanbiddelij-ken Verlosser en Zijne gezegede Moeder overal aangeheven worden.

GEBED.

Verheug u. mijne ziel! bij het beschouwen van de veilige toevlucht, die de Heer u in de bescherming van Zijne H. Moeder geschonken heeft. O Koningin des Hemels! van hoeveel gevaren hebt Gij mij bevrijd I Hoevele ingevingen en genaden hebt gij mij van God verkregen! Waardoor heb ik kunnen verdienen dat Gij zooveel belang in mijne zaligheid stelt? Ach, uwe goedeitierenheid alleen heeft voor mij gesproken. O, of ik ter vergelding van zoovele weldaden ü mijn bloed en leven konde schenken ; het zou weinig zijn, en nooit zou ik U naar eisch mijne erkentelijkheid betoonen: maar ik kan niets anders voor U doen dan ü de zwakke schatting van mijne vereering en liefde aanbieden. O allerheiligste Moeder ! gewaardig U ze welgevallig aan te nemen, en houd niet op, daar Gij de uitdeelster der Goddelijke ge-

•1-2-2

ocr page 129

narte zijt, dio onuitputtelijke schatten over mij, armen zondaar, uit te storten met eene milddadigheid die aan mijne onmetelijke behoeften beantwoordt.

VOORBEELD.

Bijzondere Bescherming der U. Maand.

In het jaar '1814, toen de legers der verbondene mogendheden voor het eerst Piirijs binnenrukten, ondervond eene zuster van de orde der Visitatie, die een vrij aanzienlijk opvoedingsgesticht, in de nabijheid van het tooneel des oorlogs gelegen, bestuurde, duidelijk de veelvermogende bescherming der H. Maagd. Daar- zij het grootste gedeelte der aan hare zorg toevertrouwde kweekelingen niet naar het ouderlijk huis had kunnen terugzenden, zag zij zich met deze aan het grootste gevaar blootgesteld. Zij werd niet alleen bedreigd door kanonskogels en bommen, die in een oogenblik geheel het huis in een puinhoop konden verkeeren; maar zij vreesde bovenal de schrikkelijke gevolgen van eene mogelijke bestorming. Vo! vertrouwen op de Moeder der barmhartigheid, verzamelde de godvruchtige overste, al hare kweekelingen aan den voet van oen standbeeld der H. Moedei- Gods, die zij vereerde onderden titel van Onze Lieve Vrouwe ran bescherming. Daar wekt zij hare lievelingen op om een onbegrensd vertrouwen in de Koningin der Maagden te stellen, en eene belofte te doen, overeenkomstig met haren stand en jaren. Dit voorstel werd met blijdschap aangenomen , en het gevolg van dezen godsdienstigen maatregel was dat, ofschoon verschei-

ocr page 130

dene kogels in het huis waren doorgedrongen en zelfs een houwitser het voetstuk van het standbeeld der H. Maagd beschadigd had, niet alleen niemand gekwetst werd, rnaar dat geene der kweekelingen ook den minsten angst of schrik gevoelde. In dit gesticht, dat op eene zoo wonderdadige wijze behouden werd. worden nog voortdurend de kogels en de houwitser bewaard als eene blijvende herinnering aan de macht van Maria en hare goedertieren bescherming.

OEFENING.

Werp ii in alle gevaren vol vertrouwen in de armen van de Moeder der barmhartigheid.

SCHIETGEBED.

Mala nostra peUe, bona cuncta posce.

0 Maria 1 verdrijf van ons alle kwaad, verwerf ons alle goed.

NEGENTIENDE DAG.

Drie bronnen van droefheid voor de Moeder ile* Xalirimakers.

1°. Het vooruitzien van het lijden van haren Zoon;

2°. De arbeid en vermoeienissen van zijn openbaar leven:

3°. De nutteloosheid van Zijn lijden voor een groot getal van zondaars.

1. Punt. De eerste bron van droefheid voor deze teederste der Moeders was de gaaf van voorzegging. waarmede Zij begiftigd was. Als Zij haren Goddelijken

m

ocr page 131

Zoon beschouwde stelde Zij zich voor, hoe Hij eens met doornen gekroond, met roeden verscheurd, met nagelen doorboord zoude worden. Wanneer Zij hem in Zijne kindsheid in doeken wikkelde, in Zijne wieg nederlegde, dan stonden Haar dat kl ed van versmading, waarmede Hij bedekt, dat kruis waaraan Hij vastgenageld /.oude worden, gedurig voor den geest. Wanneer Zij de ollerande dei wet bijwoonde, dan zag Zij haren Zoon slachtolleren en tot den laatsten droppel van Zijn bloed vergieten om het menschdom te verlossen. Welk een schouwspel voor een moederhart! Maar Zij onderwierp Zich aan alles, omdat Zij wist dat dit alles noodzakelijk was om ons van de slavernij des duivels vrij te koopen. O allerheiligste Moedermaagd! hoe hebt Gij ons bemind, hoeveel otfers hebt Gij U getroost voor het heil van onze zielen. Ach, laat niet toe dat wij het ongeluk hebben ons in het eeuwig verderf te storten, en alles wat uw Zoon voor ons behoud gedaan heeft nutteloos te maken.

II. Punt. De tweede bron van droef heid voor Maria was het gezicht van dien moeielijken arbeid en dat lijden dat haar welbeminde Zoon verduurde, Zijne uiterste armoede en het gemis van alle noodwendigheden des levens, de verachting,*:de lasteringen, de mishandelingen, die Hij van Zijne vijanden te verduren had. Dit alles veroorzaakte haar eene zielver-scheurende smarte, maar Zij wist dat het de wil des Hemels was en dat haar Zoon er met eene volkomene onderwerping in berustte; ook Zij berustte daarin, en

ocr page 132

leed alles met verwonderlijk geduld. Volgen wij in deze het voorbeeld van onze liéilige Moeder, en leeren wij van Haar met een gelijke onderwerping alle beproevingen verdragen, die God ons overzendt.

III. Punt. De grootste smart van Maria vond haren oorsprong in de hardnekkigheid der Joden, in hun ongeloof ten opzichte van den Messias, in het verwerpen van het licht dat Hij hun aanbood, en in het wederstaan aan Zijne genade. Zij zuchtte over het zien van zooveel ondankbaarheid, zooveel boosheid en zoovele misdaden, die dagelijks tegen haren Zoon zonden bedreven worden. Haar hart werd van-eengereten door de gedachte dat zooveel arbeid en lijden van een zoo groot getal zondaars nutteloos zoude zijn. Zij voorzag met bittere smart het ongeluk . waarin het geheele Joodsche volk zich door zijne hardnekkigheid zoude dompelen. Zij wist, dat haar Zoon dat volk tot straf van zijne halsstarrigheid verwerpen, en het van zijn godsdienst en plechtigheden berooven zoude, dat de Joden dooi- God vervloekt zouden worden, en dat gehoorzamer en getrouwer volken de plaats van het uitverkoren volk zouden innemen. Ach! wij vernieuwen eenigszins hare smart, wij doorboren het hart van onze teedere Moeder, wanneer wij de genade misbruiken, die haar Zoon ons voor zoo duren prijs gekocht heeft. Vreezen wij toch ons door onze ondankbaarheid en ongetronwig-heden dezelfde straU'en als de Joden op den hals te halen, en smeeken wij de H. Maagd dringend ons voor zoo groot een ongeluk te behoeden.

126

ocr page 133

GEBED.

O zuiverste en heiligste van alle schepselen! welke gevoelen^ moeten U bezielen. wanneer Gij een ondankbare voor U ziet. die zich zoo langen tijd tegen zijn Schepper en God verzet heeft? .la. mijne beminnelijke Moedei-1 zie hier aan uwe voeten een zondaar, die door zijne misdrijven uwen Zoon den doodsteek heeft toegebracht. Hoe kunt Gij mij in uwe tegenwoordigheid dulden ? Ach ik sidder bij het gezicht mijner ongerechtigheden, en beken dat ik geen i vergiffenis verdien, maar ik weet, dat Gij de toevlucht en de hoop der grootste zondaars zijt, en gaarne uwe barmhartigheid in hen laat uitschitteren. Ik beveel dan het heil mijner ziel aan U, o Moeder van mijn Rechter en van mijn God! Ik zal met zoovele eu zoo groote zonden beladen voor den rechterstoel van dien schrikkelijken G.d moeten verschijnen. Wie vermag Zijne rechtvaardigheid, die tegen mij ontstoken is, te bevredigen, dan Gij alleen? Zoo Gij mij verstoot, ben ik onherstelbaar verloren, maai' zoo Gij ü gevvaardigt mijne voorspraak te wezen, dan is mijne zaligheid gewaarborgd. Spreek dan, o Moeder van mijn Jezus! spreek te mijner gunste, daar uw Zoon ü ontwijfelbaar verhoort, en op uwe bede niets zal weigeren.

VOORBEELD.

De herstelde hoop.

Het was voor het beeld der H. Maagd, en door hare machtige bescherming, dat de H. Franciscus

1'27

ocr page 134

van Sales verlost werd van eene ziolesmart, de pijnlijkste ilie men op aarde ondervinden kan. Bijna den loop zijner studiën in liet college der Sociëteit van Jezus te Parijs volbracht hebbende, werd hij overvallen dooi' de wanhopige gedachte, dat hij door (lod verworpen en voor alle eeuwigheid van Zijn Goddelijk aanschijn verstoeten was. De dikste duis-ternis verspreidde zich in zijne ziel, de angst maakte zich van zijn hart meester, en eene geweldige onrust volgde eenklaps op de diepe kalmte, die tot dusverre in zijn binnenste geheerscht had. Hij vond geen smaak meer in zijne geestelijke oefeningen, en scheen ongevoelig voor alles wat hij treffendst las of hoorde. De vijand onzer zaligheid hield niet op hem in te blazen, dat alles, wat hij voor God deed, vruchteloos en dat zijn eeuwig verderf onherroepelijk besloten was. De jeugdige Franciscus werd aangegrepen door dien onbe-schrijfelijken angst, dien de overtuiging der verdoemenis kan voortbrengen in eene godvreezende ziel. Hij beminde God zoo vurig, en bezweek van droefheid, als hij er aan dacht, dat hij dien God eeuwig zou moeten haten en vervloeken. De vrees voor de hel, de onrust van zijn geest en de gedurige droefheid van zijn hart deden hem eindelijk in eene akelige zwaarmoedigheid vervallen , waaruit niets in staat was hem te redden ; den dag bracht hij met zuchter door, en bij nacht besproeide hij zijne rustplaats met heete tranen. Zijn lichaam, ofschoon sterk gebouwd, bezweek ten laatste onder die harde kwelling ; eetlust en slaap weken verre van hem, men zag op zijr ge-

1-28

ocr page 135

laat de kenbare teekenen eener ilroeflieid, waarvan men alles moest duchten ; en de snerpende pijnen, die hij door alle zijne ledengevoelde, deden bijna aan zijn leven wanhopen. Zoo men niet ondervonden heeft welk een indruk de verschrikkelijke gedachte voor altijd van God gescheiden te zijn op een godminnend hart maken kan, zou men wellicht gelooven, dat dit tafereel met te scherpe kleuren is afgeschilderd, en echter is het zoo waar, dat niemand, die het leven van onzen Heilige beschreven heeft, de verschrikkelijke uitwerkselen van deze bekoring niet op dezelfde wijze verhaalt, waarop wij zulks gedaan hebben. Zijn onderwijzer wist niet, wat hij denken moest van den be-klagenswaardigen toestand, waarin hij zijn kweeke-ling zag, en trachtte te vergeefs de oorzaak er van op te sporen, of die van hem zeiven te vernemen. De schaamte, die Franciscus er over gevoelde, belette hem er met iemand over te spreken, want niets was in zijne oogen zoo verschrikkelijk dan te bekennen, dat hij een doemeling was. Kone geheele maand bracht hij in deze treurige gemoedsgesteldheid door, maar God, die deze bekoring alleen had toegelaten om hem een wantrouwen op zijne eigene krachten in te boezemen, en zijne ootmoedigheid te vermeerderen, bevrijdde hem er- van zonder rnenschelijke hulp. Franciscus gevoelde eene ingeving om naar de kerk van den H. Stephanus te gaan, waar hij belofte van zuiverheid gedaan had. Zijn eerste blik vestigde zich op een beeld der H. Maagd : dit gezicht herlevendigde in hem het betrouwen, dat hij steeds op hare alvermogende be-

0

Di' Maand fan Maria. 120

ocr page 136

scherming gesteld had ; hij wierp zich ter aarde, en zich onwaardig achtende om rechtstreeks tot God te spreken, smeekte hij zijne goede Moeder hem van haren Zoon te verwerven, dat indien hij ongelukkig genoeg was om zijn God na den dood gedurende de geheüle eeuwigheid te moeten haten, hij Hem ten minste tot zijn laatsten ademtocht vurig zoude mogen beminnen. Hierna las hij het Memorare onder het storten van een vloed van tranen. Een gebed zooverre verwijderd van de gevoelens eens doeinelings werd terstond verhoord. Franciscus bekende, dat het hem , voordat hij nog zijn gebed geëindigd had, was, alsof men hem een steen van 't hart lichtte. Hij gevoelde het zoetste vertrouwen in zijne ziel stroomen, en er zich zoodanig in vestigen, dat de inwendige kalmte, die hem toen werd geschonken, nimmer weder gestoord werd, en dat hij tot aan zijn dood voortdurend de zalige gerustheid behield, die de H. Maagd hem verworven had.

OEFENING.

Werp ii voor het beeld der H. Maagd, en lees met een groot vertrouwen het Memorare.

SCHIETGEBED.

Auxilium Christianorum, Consolatrix af/lic/orum , nra pro nobis!

Hulp der Christenen, Troost der bedrukten, bid voor ons 1

130

ocr page 137

TWINTIGSTE DAG.

(Zie de opmerking hierboven op den tienden dag.)

Het lijden der /ƒ. Manyrl.

1quot;. Smarten van Maria aan (Ipii voet van het kruis;

'2°. Oorzaak liarer smarten :

3°. Hoe zij die lijdt.

1. Pioil. Overwegen wij hoe groote smarte de 11. Moeder Gods moet onderstaan hebben, to.'n haar Goddelijke Zoon Haar ter laatste vaarwelzeide, toen Zij Hem schandelijk door de straten van Jeruzalem zag slepen, toen Zij Hem zag, verguisd, met slagen overladen, met vuiligheid bedekt, met doornen gekroond, aan het kruis genageld , en tusschen twee booswichten den geest geven. Toen was liet dat, volgens de voorzegging van den grijzen Simeon, het zwaard van droefheid haar moederhart doorboorde. Al wat de martelaars te zamen geleden hebben, komt niet in vergelijking bij hetgeen die teederste der moeders in dien schrikkelijk en oogenblik doorstond. Ach! onze zonden alleen zijn de oorzaak van de overgroote smarten dier heilige Moeder. Verfoeien wij ze dan uit ganscher harte, be- ; geven wij ons aan den voet van het kruis, om daar onze tranen met die van Maria te vermengen; smeeken wij haar dat Zij ons een hartgrondig berouw verwerve over onze zonden met de genade, om er niet weder in te vallen.

II. Punt. Overwegen wij de reden, waarom God

•131

ocr page 138

gewild heeft, dat de Moeder van Jezus zoo groote smai te leed. Het was om Haar meer gelijkvormig te maken aan haren Goddelijken Zoon, den man van smarten ; om Haar altijd nieuwe verdiensten te doen vergaderen, aan on.s in al onze wederwaardigheden tot voorbeeld voor te stéllen. Verliezen wij nooit uit het oog, dat rampen en tegenspoed de eenige weg ten Hemel, en het erfdeel der- uitverkorenen zijn ; en bovendien hoe zouden wij zondaars, ons durven beklagen over de droefheid, die de Hemel ons overzendt, daar het zuiverste en heiligste der schepselen in eene zee van bitterheid gedompeld is geweest ? Denken wij dikwerf in onze smarten aan de smarten, die Maria, onder het kruis staande, geleden heeft, en wij zullen voorzeker ons getroost gevoelen : vereenigen wij onze droefheid met de hare en wij zullen ze verdienstelijk maken.

III. Punt. O verwegen wij de deugden, die de H. Maagd aan den voet van het kruis oefent. Ken heldhaftig geduld, eene volmaakte onderwerping aan de bevelen des Hemels, eene teedere liefde tot haren God, een brandenden ijver voor het heil der zielen, daar Zij voor dat heil een Zoon opoffert, Haar oneindig dierbaarder dan het leven. Bewonderen wij, kinderen van Maria, die Zij onder het kruis gebaard heeft, de uitstekende deugden van de Koningin der martelaren, smeeken wij Haar ons van haren Goddelijken Zoon de noudige genade te verkrijgen, om ons haar voorbeeld te nutte te maken en haar geduld en onderwerping na te volgen; en wanneer liet den Zaligmaker der wereld behaagt ons van Zijne ver-

•I3'2

ocr page 139

nedeiing, van Zijn kruis en lijden deelgenoot te maken, zoeken wij dan troost en verkwikking in liet bedroefde hart van onze teedere Moeder.

GEBED.

0 Maria, Moeder van smarte! Vergun mij met ü liet laatste woord van uw stervenden Jezus te hooren. .la, ik heb het gehoord; Hij heeft, terwijl Hij Zijne liefdevolle blikken op mij vestigde, tot ü gezegd: Ziedaar uw zoon; Hij heeft vervolgens tot mij gezegd: Ziedaav uwe Moeder. O laat mij het U dan zeggen: wanneer Gij mij zoudt willen verwerpen , en mij niet voor uwen zoon erkennen. Gij zoudt het niet kunnen, omdat ik U toebehoor en Jezus, uw Zoon, mij aan L' gegeven heeft, en ü heeft bevolen voor mij de gevoelens eener moeder te koesteren. Helaas! het is maar al te waar, dat ik dize gunst niet verdien: maar of ik ook een onwaardig kind ben, Gij zijt niettemin eene liefderijke Moeder. Vergeet het woord van uwen Jezus niet, en sta mij toe dat ik , om Zijn uitersten wil te volbrengen, L' mijne Moeder noem. Die naam strekt mij tot troost: hij verdubbelt mijne liefde en vertrouwen op U, terwijl hij mij mijne verplichting te binnen brengt om U te beminnen. Moge ik U steeds mijne Moeder noemen en onder aanroeping van dien zoo zoeten naam den geest geven.

VOORBEELD.

De yelofte.

Eene godvruchtige persoon gehoord hebbende, dat de H. Franciscus van Sales in zijne jeugd gelofte

133

ocr page 140

had gedaan, dagelijks het rozenhoedje te bidden, wenschte dit ook te doen, maar kon er geenszins toe besluiten, zonder eerst den heiligen kerkvoogd om raad te vragen. — «Doe het nimmer,quot; antwoordde hij tiaar. Toen zij hem nu geheel verwonderd vroeg, waarom hij niet wilde toestaan, dat zij deed hetgeen bij zelf in zijne jeugd gedaan bad, hernam de H. Kranciscus: «Het woord jeurjd geeft u er de reden «van: ik voor mij deed in dien tijd de gelofte met «minder bedachtzaamheid; maar nu ik verder in jaren «gevorderd ben, zeg ik u: doe het niet. Ik zeg u «geenszins, bid liet rozenhoedje niet: integendeel ik «raad het u ten sterkste aan; laat geen dagvoorbij-«gaan zonder bet te hidden, want het is een gebed. «dat God en de H. Maagd aangenaam is; maar het «is beter een goed en vast voornemen te maken, «dan li door gelofte te verbinden; om, zoo gij ver-«zuimen mocht liet te doen, u niet aan het gevaar «bloot te stellen uw God te beleedigen. Want het is «niet genoeg iets te beloven, men is tot nakomen «zijner belofte op zonde gehouden, en dit is goene «kleinigheid.quot;

De H. Franciscus van Sales was van zijn kant zoo nauwgezet in bet nakomen zijner gelofte, dat bij er zich nimmer van ontslagen achtte, niettegenstaande bij, met de zorg van een zeer uitgebreid bisdom belast , bovendien veel tijd besteedde aan de verkondiging van Gods woord en aan het schrijven van de uitmuntende werken, waarmede hij de kerk verrijkt beeft. Op zekeren dag door bijzondere, onverwacht

-m

ocr page 141

opgekomen bezigheden belet, zag hij zich genooilzaakt zijn rozenhoedje tot laat in den nacht uit te stellen. Zijn kapelaan, ziende dat hij er zich toe gereed maakte, ofschoon het reeds zeer laat was geworden, wilde hem overreden om het tor, den volgenden dag uit te stellen, en zich van de rust, die hij zoo zeer behoefde, niet langer te berooven. Maar de ijverige vereerder der lï. Maagd antwoordde hem: nLeer van mij. «dat »rnen nooit iets tot den dag van morgen moet ver-Dschuiven, hetgeen men op zijn tijd kan, doen: en hij verrichtte zijn gebed geheel.

OEFENING.

Draag steeds het rozenhoedje bij u, als een bewijs dat gij een dienaar van Maria zijt.

SCHIETGEBED.

Tk Re'jout misericordian, el er/o miserrimus pec-catnr.

Gij zijt de Koningin der barmhartigheid, en ik een ongelukkige zondaar.

EEN EN TWINTIGSTE DAG.

De versc/i jninf/ vfin Oen Zalirpncckey 'tan Zijne Moeder na Zijne verrijzenis.

Vreugde der H. Maagd, toen Zij zag:

1°. Dat haar Zoon verrezen was;

'2U. Dat Hij met luister en onsterfelijkheid om-li leed was:

3quot;. Dat hij omringd was van Zijne leerlingen, die Hom verlaten hadden.

ocr page 142

I. Punl. Beschouwen wij onzen Goddelijken Zalig maker, terwijl Hij over dood en liel zegevierend het graf verlaat. Ofschoon het Evangelie ons niet vermeldt, aan wie de Verlosser Zich het eerst in Zijn verheerlijkten staat vertoond heeft, is het echtereen godvruchtig gevoelen, dat Hij de 11. Maagd met deze uitstekende weldaad bevoorrecht heeft. De eerbied dien Hij Zijne beminde Moeder altijd had bewezen, de liefde die Hij haar toedroeg, de teederheid van Maria voor haren Goddelijken Zoon, dit alles eischte die eervolle onderscheiding. Zij had meer dan iemand anders in de smarten van Zijn lijden gedeeld: het was dan onk billijk, dat Zij vroeger dan iemand in de vreugde van Zijn zegepraal deelde. God immers is gewoon Zijne gunsten en vertroostingen evenredig te maken aan hetgeen wij voor Hem lijden; beminnen wij dan onzen Zaligmaker, nemen wij deel aan Zijne smarten, dragen wij met Hem Zijn kruis, volgen wij Hem met de H. Maagd naar den Calvarieberg, en wij zullen ook met Haar in Zijne vreugde en in Zijn zegepraal deelen.

II. Punt. Overwegen wij de vreugde en de onuitsprekelijke zaligheid, die de ziel van de allerheiligste Maagd overstroomden, toen haar Zoon van den dood verrezen was. Toen zag Zij zich rijkelijk schadeloosgesteld voor den doodelijken angst dien Zij geleden had: met een onbesefbaar genoegen aanschouwde Zij haren dierbaren Zoon, met glorie gekroond, met onsterfelijkheid omkleed, met al de hoedanigheden van een verheerlijkt lichaam versierd. Zij aanbad Hem

136

ocr page 143

vol eerbied, kuste vol liefde Zijne H. vijf wonden, die Hij als even zoovele schitterende zegeteekenen in Zijn lichaam had willen behouden. Men mag zeggen, dat Zij reeds van toen af dien stroom van geneugten begon te smaken, die de heiligen in den Memel genieten; en, ofschoon nog op deze aarde en in dit oord van ballingschap, mocht zij toen reeds met volle teugen uit de bron der zaligheid drinken. Wenschen wij onze H. Moeder geluk met die onbeschrijfbare vreugde, smeeken wij Maar ons deelgenoot te maken van haar heil. en on/e harten van alle geneigdheid tot het aardsche te wi len zuiveren.

111. Punl. Hoe groot was de vreugde der IT. Maagd, toen Zij Jezus Christus na Zijne verrijzenis terug zag, in het midden van Zijne Apostelen en leerlingen ! Gedurende Zijn lijden hadden zij allen Hém verlaten; alleen de H. Joannes had den moed gehad om Hem tot op den Calvarieberg te verzeilen: alle anderen waren, door tien dood van hun Meester, verspreid geworden . als arme schapen , wanneer de herder verslagen wordt. Jezus Christus staat van den dood op, en Mat •ia, die teedere Moedei' van den Zaligmaker en Zijne leerlingen, smaakt het streelend genoegen die verdwaalde schapen tot den schaapst il teruggekeerd te zien. Helaas! ook ik heb zoo dikwerf het hart van mijn allerheiligste Moeder gegriefd, door haren Goddelijken Zoon te verlaten, en mij aan de zonde en den duivel over te geven. Mocht ik Haaiden troost verschalfen te zien , dat ik thans tot mijn Goddelijken Meester wedergekeerd, mij onafscheidelijk

137

ocr page 144

uan Hem verbind! H. Maagd! uit mij zeiven kan ik niets; maar ik hoop, dat Gij mij de behulpzame hand zult bieden , om op den weg der deugd voort te gaan , en mij met Jezus, uw beminnelijken Zoon, steeds nauwer te vereenigen.

GEBED.

0 gelukzalige Moeder van mijn God! welk een luisterrijk gevolg verzelde nw Zoon als Koning der glorie, toen hij zich aan U na Zijne opstanding vertoonde! De zielen van al de rechtvaardigen, die sedert vier duizend jaren gestorven waren, onze eerste ouders, de HH. Patriarchen en Profeten, kwamen U als hunne Koningin vereeren, U hunne hulde bieden als de Moeder van hun Verlosser, en U hun vurig verlangen te kennen geven, om U eens inden Hemel te begroeten. Hoezeer waren zij van eerbied en liefde voor 1 doordrongen ! Wie kan datgene vooral afschetsen, wat er in de harten van den H. Voor-looper en van uw zuiveren bruidegom den II. Jozef, omging. 0 minnelijkste Moeder Maria! ik vereenig mij met de gevoelens van die zalige zielen, ik ben 1' zooveel verschuldigd, en ik hoop eens mijn eeuwig geluk aan uw bijstand te danken.

VOORBEELD.

De ter/enstrever der congreyatiën heheercl.

Indien gij anderen ontsticht, of door woorden en daden van het goede afgetrokken hebt, neem uwe toevlucht tot Maria, opdat Zij er u vergiffenis van

-138

ocr page 145

verkrijge. Zeker inwoner van Avignon wilde niet alleen volstrekt geen lid van de congregatie worden, maar hield er ook de anderen van terug. door kwaad van de congregatiën en hare leden te spreken, en daar hij reeds verre in jaren gevorderd was, leende men hem gewillig het oor. Kindelijk werd hij door eene ziekte aangetast, die hem aan den rand des grafs bracht; maar ofschoon hij den dood met rassche schreden zag naderen, bekeerde hij zich niet, en volhardde in zijne ongodsdienstige gevoelens. Op den dag van de Onbevlekte Ontvangenis der H. Maagd, dien de leden der congregatie plechtig vieren, had hij de ingeving over den stant zijns gewetens na te denken, en door de voorspraak van de II. Moeder Gods, beschouwde hij de zaken uit een geheel ander oogpunt, dan hij zulks in de dagen zijner gezondheid gedaan had. Oogenblikkelijk doet hij den bestuurder roepen van de congregatie, die hij dusverre veracht en verafschuwd had, en verklaart bij hem te willen biechten. De priester begeeft zich liefdevol tot den zieke; deze omhelst hem, vraag om vergidenis voor zijn tot hiertoe gehouden gedrag en de grove beleedigingen, die hij hem had aangedaan, verzoekt hem zijne biecht te hooren, en hem in de congregatie op te nemen. De biechtvader voldeed aan dit verzoek, nam hem als lid dei' congregatie aan, en de zieke werd zoowel naar ziel als naar lichaam genezen. {Miizzarelli Maand van Maria — Anrlemma. T. '2 Pag. 66).

OEFENING.

Kniel vandaag voor een beeld der II. Moedermaagd

180

ocr page 146

neder, beveel Haar uwe ziel door het bidden van liet Memorare, neem in alle gevaren uwe toevlucht tot dat gebed, dat zoovele verwonderlijke uitwerkselen heeft voortgebracht.

SCHIETGEBED.

Unica spes mea Jesus, et post Jesutn Virgo Maria.

Jezus is al mijne hoop, en Gij na Jezus, oil. Maagd Maria!

TWEE EN TWINTIGSTE DAG.

Het leven der aller heiligste Maagd na de hemelvaart des Zaligmakers.

1°. Zij wenschte naar den Hemel alleen

'2°. Zij hield Zich met den Hemel alleen bezig;

3°. Zij sprak over den Hemel alleen.

I. Punt. Verplaatsen wij ons heden op den Olijfberg bij de H. Maagd en de leerlingen van onzen gezegenden Verlosser. Beschouwen wij met deoogen des geloofs hoe onze aanbiddelijké Zaligmaker over deze heilige vergadering Zijn laatsten zegen uitspreekt , aan Zijne geliefde Moeder nog eens de blijken Zijner teedere liefde geeft, en vervolgens met heerlijkheid omstraald, verzeld van Engelen en Heiligen, die Hij uit het voorgeborchte der hel verlost had, ten hemel opklimt. Onze geest is te beperkt om de gevoelens te besellen die den Zoon en de Moeder op den cogen-blik dezer scheiding bezielden. Het eenigste dat men kan zeggen is, dat zoo het lichaam van Maria, om

140

ocr page 147

aan Gods wil te gehoorzamen, op aaide bleel', haar geest en hart met Jezus ten Hemel opstegen. Vereenigen wij ons met le gevoelens van die U. Moeder; beschouwen wij. naar haar voorbeeld, de aarde als een oord van ballingschap; verzuchten wij onophon-delijk naar ons hemelsch vaderland: beschouwen wij met een levendig geloof de onverwelkbare kroon die ons daar bereid is. en arbeiden wij om die te verdienen, door de voetstappen van Maria zoo getrouw mogelijk te drukken.

II. Punt. Overwegen wij de bezigheid der H. Moedermaagd na de hemel vaarv, van haren Goddel ijken Zoon. Al hare gedachten, al de bewegingen van haar hart, al hare begeerten waren naar den Hemel gericht , waarheen Zij Hem had zien opklimmen, en waar Zij wist dat Hij Haar een eeuwig geluk was gaan bereiden. Geheel los van de aarde, waar Zij het voorwerp harer liefde niet meer aanschouwde, verzuchtte Zij onophoudelijk naar het hemelsch vaderland , waar Zij hoopte Zich eeuwig met Hem te vereenigen. In plaats van onze minnelijke Moeder na te volgen en, even als Zij, ons verstand en hart hemelwaarts te verhellen. kruipen wij altijd in het stof der aarde rond, en hechten wij ons aan dit ellendig leven; helaas! wij werken \ergeefs om hierbeneden gelukkig te zijn, terwijl wij niets doen om ons het bezit dor eeuwige gelukzaligheid te verzekeren.

III. Punt. De allerheiligste Maagd sprak slechts van den Hemel. Dit alleen was het onderwerp van hare gesprekken met de Apostelen en eerste geloo-

ocr page 148

vigen; met dit vooruitzicht troostte en bemoedigde Zij hen in al hun arbeid, moeilijkheden en vervolgingen, — leerde hen den Hemel beschouwen als hun waarachtig vaderland, hun erfdeel, en den eindpaal van hun loop. Zij arbeidde voor den Hemel alleen al hare handelingen waren even zoovele schreden om er toe te naderen, en even zoovele nieuwe paarlen aan hare kroon. Ook wij kunnen den Hemel verdienen ; ook wij moeten voortdurend aan dit groote werk arbeiden, daar wij daartoe alleen op deze aarde geplaatst zijn; maar wat doen wij om.ons den Hemel waardig te maken? Ach, vergeten wij toch nooit dat alles, wat wij niet voor den Hemel doen, voor ons verloren, onherstelbaar verloren is.

GEBED.

O minnelijke Moeder Maria! hoe aangenaam en troostrijk is de belofte, door den Zaligmaker aan Zijne teedergeliefde leerlingen gedaan, toen Mij zeide: Gij zijl wel is waar /hans bedroefd; maar ik zal u wederzien, en uw hart zal zich verblijden, en niemand zal u uwe vreugde ontnemen. Die zoete hoop vervult mijne ziel met blijdschap: welk een geluk wacht mij als deze kortstondige oogenblikken voorbij zullen gesneld zijn, en ik het hemelsch Jeruzalem mag binnentreden ; als ik mij voorde voeten van uw Goddelijken Zoon zal bevinden, veilig tegen alle gevaar van Hem te verliezen, en verzekerd van een grenzenloos geluk ! Is het op deze aarde aangenaam en troostrijk U te dienen, € te beminnen, uw

ocr page 149

H. naam uit te spreken, hoe zalig zal liet wezen U te mogen aanschouwen, al Jie wonderen der Goddelijke liefde in ü te zien, die ik hier slechts dooi' het geloof ken; tot U te mogen spreken, uwe lieilijke stem te hooren en U zuiver te beminnen ! Ondersteun mij, o 11. Maagd! tot aan dien gelukkigen stond; verlaat mij nimmer, en doe mij behouden in de haven dor zaligheid landen.

VOORBEELD.

ZeiJCiire.'d der jenade.

Het volgend voorbeeld van zielenijver in den Kerw. P. Bernard, priester van het aartsbisdom van Parijs, bewijst duidelijk hoe krachtig de aanroeping der II. Maagd is, om de bekeering der meest verharde zondaren van God te verkrijgen. Men was op het punt een misdadiger ter dood te brengen, die door zijne hardnekkigheid en aanhoudende pogingen, door verschillende ijverige priesters in het werk gesteld, verijdeld had, en bij zijne andere euveldaden nog de verschrikkelijkste godslasteringen voegde. P. Bernard, van dit alles verwittigd, snelt naar den ongelukkige, verzelt hem, zonder zich door iets te laten afschrikken, naar de strafplaats, spreekt hem liefdevol toe, en dringt hem op alle mogelijke wijze om zich tot God te bekeeren; maar vergeefs; de booswicht blijft onbewogen, stoot den priester met geweld terug, en doet hem ter aarde storten. Een kreet van verontwaardiging gaat onder het volk op; de dienaar des Heeren alleen blijft onverschrokken , en ofschoon zwaar

143

ocr page 150

gewond richt hij zich met moeite op, knielt neder en begint vol vertrouwen op de voorspraak der H. Maagd, het gebed, Memorare, o piissima Virgo. O verwonderlijke kracht van een gebed, uitgesproken in den geest des geloofs! nauwelijks is het geëindigd of de onboetvaardige zondaar smelt in tranen weg. toont een oprecht leedwezen, en sticht de omstanders evenzeer door zijne boetvaardigheid als hij hun door zijne hardnekkigheid afgrijzen had ingeboezemd.

Deze priester scheen bij uitnemendheid geroepen te zijn om de bekeering der grootste zondaars uit te werken. Hij ontmoette er geen zoo halsstarrig, of hij spande al zijn vermogen in om hem, met behulp der II. Maagd die hij nooit te vergeefs aanriep, tot God terug te brengen. Hij wanhoopte nooit aan hunne bekeering, en stoorde zich niet aan de hinderpalen die hij mocht ontmoeten. Ontelbaar waren de middelen die zielenijver en naastenliefde den nede-rigen dienaar van Maria ingaven, om het vertrouwen van die ongelukkigen te winnen, en om harten, die zich zoo lang aan ondeugd en misdaad hadden overgegeven, tot berouw en boetvaardigheid op te wekken. Men stelde dan ook de verhardste zondaars, aan wier bekeering iedereen wanhoopte, in zijne handen, en het is eene bewezene waarheid, dat nooit iemand, aan zijne zorg toevertrouwd, in onboetvaardigheid gestorven is.

OEFENING.

Lees dikwijls het Memorare, om een zaligen dood te verkrijgen.

1U

ocr page 151

SCHIETGEBED.

Quanclo corpus fiurielur, fac ut anhnac donelw paradisi gloria.

Maak, o Maria! dat wanneer mijn liciiaam sterft, mijne ziel in de hemelsche heerlijkheid binnenga.

DRIE EN TWINTIGSTE DAG.

Hulp die de eerste Christenen van de teyenivoor -digheid der IJ. Maagd ontvingen.

Zij strekte hun

1°. T't raad;

'2°. Tot voorbeeld ;

3°. Tot toevlucht.

1. Punt. Onze aanbiddelijke Verlosser heeft, toen Hij deze wereld verliet, Zijne H. Moeder willen achterlaten, om aan de opkomende Kerk tot raad te verstrekken, en opdat de eerste Christenen, in al hunne twijfelingen, zich tot Haar zouden kunnen wenden, en van Haar de oefeningen der evangelische deugden te leeren. Do geloovigen raadpleegden Haar als hunne Meesteres en de levende vraagbaak der Kerk; en deze minnelijke Moeder deed volgaarne hunne twijfelingen verdwijnen, en deelde hun de schatten van wijsheid en wetenschap mede, die Zij uit de gesprekken met haren Goddelijken Zoon geput had. O nemen ook wij, in onze twijfelingen en onzekerheden, met een vast betrouwen, onze toevlucht

De Maand van Maria. 445

ocr page 152

tot Maria; smeeken wij Haar ons te onderwijzen, te besturen, te geleiden: Zij zal de noodzakelijke verlichting en genade voor ons verwerven.

II. Punt. De H. Moeder Gods schitterde in hooge mate nit in zedigheid, ootmoedigheid, liefde, godsvrucht en in alle andere deugden. Haar geheele leven was een volmaakt toonbeeld van heiligheid, eene les voor alle jaren en standen. De eerste geloovigen bewonderden onophoudelijk in haar die vereeniging van deugden en beminnelijke eigenschappen, en trachten steeds hun gedrag naar het hare in te richten. Laten wij ook ons de voorbeelden van onze allerheiligste Moeder te nutte maken, hare deugden navolgen en hare voetstappen drukken. Indien wij voortdurend haar leven en hare gevoelens overwogen, dan zouden wij leeren God getrouw en jegens onze naasten liefderijk te zijn, de zuiverheid te beminnen, ons zeiven een heiligen haat toe te dragen, nederig, ingetogen, godvruchtig, ijverig en aan al onze verplichtingen getrouw te zijn.

III. Punt. De H Maagd was de toevlucht der eerste Christenen. In alle bijzondere rampen, in de openbare vervolgingen, en in alle noodwendigheden namen de geloovigen hunne toevlucht tot de H. Moeder Gods. Zij wisten dat Zij alvermogend was bij haren Goddelijken Zoon, en dat hare goedheid Haar die macht deed gebruiken, om hen bij te staan. Bedienen wij ons van dezelfde beweegredenen, om ons vertrouwen op te wekken. Wenden wij ons in al onze geestelijke en lichamelijke behoeften tot die

'146

ocr page 153

teedere Moeder, en zoo wij met ijver en vertrouwen, als de eerste Christenen, liare Imlp inroepen, dan mogen wij verzekerd zijn, dat Zij onze bede ver-hooren zal. Zoo wij somtijds liet uitwerksel van ons gebed niet ondervinden, wijten wij dit alleen aan ons zeiven en aan de slechte gesteldheid waarin wij bidden.

GEBED.

O Maria, mijne toevlucht 1 hoe dikwerf ben ik door mijne schuld de slaaf der hel geworden! Gij hebt mijne banden verbroken, Gij hebt mij aan de macht mijner vijanden ontrukt; maar ik vrees er weder in te vallen, want ik weet dat hunne woede rusteloos is, en dat /ij zich vleien dat ik opnieuw hunne prooi zal worden. H. Maagd! wees Gij mij tot steun en burcht; met uwen bijstand ben ik zeker van de overwinning. Geef dat ik nimmer vergeet U in mijne bekoringen en beproevingen aan te roepen, en vooral in dien laatsten en schrikkelijken strijd dien de hel mij in mijn stervensuur leveren zal. Leg dan zelve mij uwen naam in den mond, druk dien diep in mijn hart, geef dat Ik sterf onder aanroeping van uwen zoeten naam, opdat ik dien eens in den Hemel mogen herhalen met de koren der Ziiligen , die nimmer ophouden uwen lof te zingen.

VOORBEELD.

Stichtelijke hekeei■ inij.

liet volgende voorval, dat eerst kort geleden heeft plaats gehad , leert ons hoe voordeelig de aanroeping

I

ocr page 154

«lei 11. Maagd voor de zondaars is, die hunne kluisters wenschen te verbreken. Zeker jongeling, die van zijne ouders eene christelijke opvoeding onvangen had. was ongelukkig genoeg om eene heillooze gewoonte aan te nemen, die voor hem de bron van ontelbare zonden werd.. Maar daar de vreeze des Hee-ren nog niet geheel uit zijn hart geweken was, gevoelde hij zich gedurig gedrongen zijn zondig leven te verbeteren, en wendde hij inderdaad van tijd tot tijd eeuige pogingen aan, om die knellende boeien te breken, waarin de duivel hem geklonken had. Maaide kracht der gewoonte sleepte hem telkens mede, en spoedig verviel hij wederom tot de zonde, die hij scheen te verfoeien. Eindelijk verloor hij den moed, en daar hij geloofde dat zijne bekeering hem onmogelijk was, nam hij het besluit niet meer te biechten te gaan. Zijn zielzorger hem op den bepaalden tijd niet ziende verschijnen, besloot alle moeite in het werk te stellen om dit verdwaalde schaap terug te brengen. Hij ging hem opzoeken op een oogenblik dat hij alleen met zijnen arbeid bezig was. Nauwelijks bemerkte de ongelnkliige den dienaar des Heeren of hij begon bitter te schreien. — «Wat deert n mijn skind?quot; begon de biechtvader. — «Ach! mijn vader,quot; antwoordde de jongeling, «ik ben verloren; »ik zie jimaar al te wel dat ik mij onmogelijk kan beteren, en ik heb besloten geene vergeefsche pogingen meer te doen.quot; — »Wat zegt gij, mijn kind,quot; hernam de priester, sik verzeker u integendeel dat gij, 'van-»neer ge slechts bereid zijt te doen wat ik n zeg.

148

ocr page 155

I

wover al de aanvallen van den duivel en van uwe «driften zult zegevieren, en liet geluk zult hebben »11 met uwen God te verzoenen. Ga terstond «naar de kerk , werp u voor de voeten der H. Maagd, »vraag Haar om uwe bekeering, en kom dan tot mij. De jongeling gehoorzaamde, hij wierp zich voor hot altaar der H. Moeder Gods neder, en smeekte Haar. onder een vloed van tranen, medelijden te hebben met eene ziel, door het bloed van Jezus . Christus vrijgekocht, die in gevaar was door den duivelin het eeuwig verderf gestort te worden. Vol vertrouwen op de veelvermogende bescherming van Haar, die wij met zooveel recht als de Toevlucht der zondaren aanroepen, staat hij op, begeeft zich naar zijn biechtvader, en legt hem den beklagenswaardigen staat van zijn geweten bloot. In één woord, door den hem gegeven raad getrouw na te komen, had hij het geluk zich oprecht tot God te bekeeren, en werd hij een voorbeeld van ijver en godsvrucht.

OEFENING.

Smeek de H. Maagd n de genade te verwerven uwe hoofdgebreken te verbeteren.

SCHIETGEBED.

Virgo virginuni /traeriara. facme Tecum plungere.

Verheven Maagd der maagden I maak dat ik met ü' weene.

___________l

•149

ocr page 156

VIER EN TWINTIGSTE DAG.

Dood dm' II. Maaijcl.

1°. W aarom «Ie II.. Maagd aan den «lood onderworpen is geweest :

•2°. Hoe Zij sterft;

3°. Zij is de beschermster der stervenden.

I. Punt. Ofschoon God Maria voor de erfzonde behoed had, heeft Hij Haar echter niet willen bevrijden van de straf der zonde, van den dood des lichaams. Hij wilde dat Zij dien, evenals de andere kinderen van Adam, zoude ondergaan, om te toonen dat het vonnis des doods, over den mensch uitgesproken, algemeen en onherroepelijk is: om Haar meer gelijkvormig te maken aan haren Goddelijken Zoon, die, of Hij ook de oorsprong des levens was, toch den dood heeft willen ondergaan; eindelijk om ons in Haar het voorbeeld te geven van de deugden, die wij in •lien laatsten oogenblik moeten beoefenen. Hoe vernederend ook de wet des doods is, Maria heeft er zich aan onderworpen met een grooten ootmoed, met eene volmaakte gehoorzaamheid, met een volkomen vertrouwen op de Goddelijke goedheid, en met een vurig verlangen om zich met het voorwerp harer liefde te vereenigen.. Hoe gelukkig zal onze dood zijn, zoo wij dien met dezelfde gevoelens van ootmoed, gehoorzaamheid, vertrouwen en liefde uit Gods hand aannemen.

150

ocr page 157

11. Punt. De dood van de H.'Maagd wordt door de Kerkvaders vergeleken met een zachten slaap, om aan te toonen dat hij niots geweldigs, niets smartelijks had, en dat deze verhevene Moeder uit dit sterfelijk leven tot de gelukzalige onsterfelijkheid is overgegaan niet anders dan alsof Zij in eene zachte sluimering viel. Inderdaad haar dood was niet het gevolg van den ouderdom, noch van de hevigheid der ziekte, noch van de verzwakking der natuur, waardoor de banden verbroken werden die de ziel aan het lichaam verbonden; neen, het was alleen het vuur der Goddelijke liefde, dat die scheiding te weeg bracht. Blakend van dat heilig vuur, zonder vrees, in de diepste kalmte, verliet hare reine ziel haar heilig lichaam, en trad zegepralend den Hemel binnen. Verblijden wij ons met onze H. Moeder over de onbeschrijfelijke zachtheid van haren dood; smeeken wij Haar ons de genade te verwerven, om eens als Zij in den vrede des Heeren uit dit leven te scheiden: maai* bedenken wij steeds dai men, om zalig te sterven, heilig moet leven.

lil. Punt. De Zaligmaker heeft Zijne H. Moeder gesteld tot beschermster en voorbeeld der stervenden. Zij beschermt hen, door ze tegen de aanvallen van den helschen vijand te verdedigen, dooi- hun genade te verkrijgen om wèl te sterven, door hun dien verschrikkelijken overgang gemakkelijk te maken. Zij leert hen zich tot een goeden dood voor te bereiden door eene engelachtige zuiverheid, door los te zijn van de schepselen, door eene zuivere liefde, en door

ocr page 158

de beoefening van alle christelijke deugden. Trachten wij deze heilige gesteldheid te verkrijgen, om in onze laatste oogenblikken de bescherming der H. Moedermaagd te verdienen. Roepen wij Tiaar dagelijks met grooten ijver en een volmaakt vertrouwen toe: Bid voor ons, zondaars, nu'en iu het uur van onzen dood.

GEBED.

O teedere Moeder! wat zal het einde zijn van den ellendigen zondaar, die hier voor uwe voeten ligt! Wanneer ik denk aan dien verschrikkelijken oogen-blik, waarop ik voor een alwetend God rekenschap zal moeten afleggen van mijn zondig leven, en mij aan al die misdaden herinner, waardoor ik zoo dikwerf mijn doemvonnis onderteekend heb, dan word ik door schrik en angst overvallen. O Troosteres der bedrukten ! heb medelijden met mij in mijn laatsten levensstond ! de hel wacht den oogenblik van mijn verscheiden af, om mij voor den Opperheer te beschuldigen.

Ach! wat zal er van mij worden, en hoedanig zal mijn eindlot zijn? Zonder ü hen ik verloren, maar met uwe hulp hoop ik aan de woede der hel te ontsnappen. Verwerf mij van God een waar berouw over mijne zouden en de kracht om Mem getrouw te zijn gedurende de weinige dagen, die ik wellicht nog te leven heb, maar vooral in mijn doodsangst. Maria, op wie voornamelijk mijne hoop voor die hachelijke oogenblikken gevestigd is, verlaat mij niet, maar houd mijn vertrouwen staande, opdat het gezicht mijner zonden mij dan uiet tot wanhoop brenge

1.V2

ocr page 159

VOORBEELD.

Ellendige dood van een onboelvaardifjen zondaar.

Het is onder de Kerkleeraars een algemeen aangenomen gevoelen, dat de ware devotie tot de H. Maagd een veilig pand is van de eeuwige zaligheid en dat liet als het ware onmogelijk is, dat een dienaar van Maria verloren gaat. indien hij slechts, in die devotie volhardt, en met hare hulp voornamelijk de zonde tracht te vermijden, en de deugd aanhoudend te beoefenen. Het zoude toch eene grove dwaling zijn, zoo men in den waan verkeerde, dat de H. Moeder Gods voor ons de zaligheid zal verkrijgen, zonder dat wij van onzen kant ertoe medewerken, indien wij slechts eenige gebeden tot hare eei' verrichten, terwijl we van den anderen kant alles doen om ons in het verderf te storten. P. Malleus, een zeer achtenswaardig schrijver, verhaalt ons den volgenden schrikkelijke^ trek der Goddelijke Rechtvaardigheid . die ons duidelijk bewijst dat men de bescherming der H. Maagd, hoe krachtig dan ook, kan misbruiken, en eene zoo veelvermogende hulp nutteloos maken.

Een jongeling, geboren van ouders, die zich nog meer door deugd en godsdienst, dan door hunnen rang onderscheidden, volgde de lessen in een college, waar godsvrucht en studiën evenzeer bloeiden. Hij had den gelukkigsten'aanleg voor deugd en wetenschap, en deze talenten door godsdienstige en ervaren personen aangekweekt, ontwikkelden zich dagelijks

ocr page 160

in die schoone /.iel zoodanig, dat hij liet voorwerp werd van de bewondering en vreugde van zijne ouders en leermeesters. Door zijne liefde tot de II. Maagd aangezet, wenschte en verzocht hij met aandrang lid van eene congregatie te worden, die ter eere der nooit volprezen Maagd-in het college was opgericht. Zij was uit jongelieden samengesteld, die hunne zaligheid wenschten te verzekeren en grooter voortgang in de deugd te maken. Hij werd er in opgenomen en was weldra voor allen een voorbeeld. Men zou somtijds in bekoring komen om te gelooven dat er van die bevoorrechte zielen zijn, die van den vloek van Adam zijn bevrijd gebleven. Maar bedriegen wij ons niet, het rijk der hemelen lijdt voor ieder geweld, en zoo lang wij nog op den weg dei'beproeving zijn, kunnen wij nooit geheel gerust wezen; wij moeten allen, tot liet laatste oogenblik, onze zaligheid met schrik en vrees bewerken. De jongeling, van wien wij spreken, had het ongeluk zoo vele schoone hoedanigheden te ontluisteren, en zelfs de alles vermogende bescherming van de Moeder der Barmhartigheid nutteloos te maken. Hij had bij zijne ouders een huisonderwijzer, die hem ook naar het college begeleidde, en door zijn slechte en verderfelijke gesprekken er in slaagde, hem tot de ondeugd te verleiden. De jongeling wederstond wel eenigen tijd aan deze gevaarlijke bekoring, maar in een voornaam punt ontbrak het hem aan getrouwheid en voorzichtigheid. Mij had zijne onschuld in veiligheid moeten stellen door zijn verleider aan te klagen , docli werd

154

ocr page 161

floor het men sc he lijk opzicht weerhouden ; hij steunde te veel op zijn krachten, en stortte zich in het verderf. De H. Moeder Gods is de toevlucht der zondaren maar niet de steun van die vermetele zielen, die op zich zei ven en op hun vorigen levenswandel rekenende, zich vrijwillig in het gevaar ophouden. De rampzalige jongeling leerde het kwaad dat hij dusverre niet gekend had, en gaf er zich zonder terughouding aan over. Die schoone ziel, te voren zoo zuiver, scheen nu geen vermaak meer te vinden dan in het voldoen van den schandelijken hartstocht, dien de Apostel onder de Christenen zelfs .erbiedt te noemen. De godvruchtige gevoelens, waarvan hij weleer doordrongen was, begonnen in zijn hart te verzwakken. Hij vond niet dan weersmaak en verveling in zijne geestelijke oefeningen, en verzuimde langzamerhand de H. Maagd, zoo als vroeger, te vereeren. Door eene lange reeks van ongetrouwigheden verzwakt, kwijnde zijne deugd zonder dat hij het bemerkte. Eindelijk na Gods lankmoedigheid, om dus te spreken, vermoeid te hebben, bracht hij zich zei ven den laatsten slag toe. die zijn ongelijk onherstelbaar maakte. Op zekeren nacht, eer hij in slaap viel, kwamen hem de gesprekken van zijn misdadigen leermeester voor den geest. Dooi' een overblijfsel van deugd, was de eerste beweging van zijn hart die zondige gedachten van zich te verwijderen: dan zij bestormen hem op nieuw, de hel verdubbelt hare pogingen, en de rampzalige komt ten val! O rechtvaardige God, Gij hebt aan hem, die berouwvol

ocr page 162

terugkeert, vergilfeiiis beloof»!, maar lt;len dag van morgen aan den zondaar niet verzekerd! — Een plotselinge dood treft den rampzaligen jongeling.✓ vóórdat hij zelfs den naam van Maria kan aanroepen. Verbeeld u, zoo gij kunt. de droefheid waarin zijne deugdzame ouders den quot;volgenden morgen gedompeld werden. Zij hadden wel is waar de verflauwing zijner godsvrucht bemerkt, zonder er evenwel de oorzaak van te vermoeden: dan zij vernamen die maar al te spoedig. Een godvruchtig priester, die den overledene innig beminde, wilde voor de rust zijner ziel het H. Misoller opdragen, maar gevoelde zich herhaalde malen als door een onzichtbare kracht teruggehouden, en vernam eene akelige stem, die hem aldus toesprak : »ik ben de jongeling, die heden nacht gestorven is : draag voor mij geene otï'erande op, die mij van geen nut kan wezen, daar ik voor eeuwig verworpen ben!quot; Nadat hij hem in weinige woorden zijn beklagenswaardige geschiedenis verhaald had, verdween hij, en liet den braven priester in de hevigste ontsteltenis.

OEFENING.

Werp u voor het beeld der H. Moeder Gods, en bid het Memorare, om het geluk te vragen tot uw dood in de deugd te volharden.

SCHIETGEBED.

Maria, Maler (/raliae. Maler misericordiae. Tri nos ab hosle protege, et in hora mortis susci})e.

O Maria! Moeder van genade, Moeder van barm-

ocr page 163

hartigheid, verdedig mij tegen mijne vijanden, en neen» mij in het uur mijns doods onder uwe bescherm in «r.

VIJF EN TWINTIGSTE DAG.

De rerrijzenis da/- 7/. Maagd.

1°. Maria is bevrijd gebleven van het bedei f des grafs;

*2°. Zij is den derden dag na haai- dood verrezen;

3°. Het vertrmwen dat deze verrijzenis ons moet inboezemen.

[ Punt. God, die dt ziel van Maria voor de smet der zonde had willen behoeden, wilde ook haar lichaam bewaren van het bederf des grafs, zoodat deze gelukzalige Maagd dooi' een hijzonder voorrecht geen deel had aan den vloek, tegen het geheele menschdom uitgesproken ; Gij zjt stof, cn zult tof stof terur/keeren. God heeft Haar dit roemr' k voorrecht willen vergunnen om hare onbevlekte zuiverheid, die Zij tot «aan haar dood ongeschonden bewaard had, te beloonen: om dat lichaam, het meesterstuk zijner handen, dat door de Menschwording des Woords de tempel der Godheid, het heiligdom der genade geworden was, te vereeren. [n de H. Communie hebben wij het geluk denzelfden Godmensch te ontvangen; Hij komt in ons, vereenigt Zich op de innigste wijze met ons, heiligt door Zijne wezenlijke tegenwoordigheid ons lichaam en legt er de kiem in der onsterfelijkheid.

157

ocr page 164

Welken eerbied voor onze liclianrien moet deze gedachte ons inboezemen? Hoezeer moeten wij alles vreezen. wat ze in liet minst zoude kunnen besmetten!

II.. Punt. Alle menschen zullen op het einde dei-wereld verrijzen, maar Maria, de Moeder van Hem. die de Verrijzenis en het Leven is, verrijst door een bijzonder voorrecht op den derden dag na haren dood. Hare schoone ziel komt uit den Hemel, om zich opnieuw met haar lichaam te vereenigen, en er haren luister en geluk aan mede te deelen. Het geheiligd lichaam verlaat het graf, blinkender dan de zon, helderder dan de maan, met alle hoedanigheden van een verheerlijkt lichanm met snelheid, fijnheid, onlijdbaar-heid en onsterfelijkheid begaafd. Het is voor altoos van alle ellenden van dit leven bevrijd, en begint een nieuw leven, dat nimmer zal e.ndigen. Verheugen wij ons met onze minneli|ke Moeder over deze uitstekende gunst. Denken wij dikwijls dat ook wij ten jongste dage zuilen verrijzen; maar zal het voor den Hemel of voor de hel zijn?

III. Punt. De verrijzenis der H. Maagd is voor ons een voorwerp van groot betrouwen. Zij klimt met ziel en lichaam ten Hemel, om er de onvergankelijke heerlijkheid en dien hoogsten graad van eer te genieten, waartoe Zij verheven is. Zij acht het niet beneden zich daar onze voorspreekster, beschermster en Moeder te zijn. Indien wij ongelukkig zijn, is het onze eigen schuld; wenden wij ons met betrouwen tot Maria; Zij is alvermogend bij God, en zal alle genade, die wij noodig hebben, voor ons verkrijgen.

ocr page 165

GEBED.

Koningin van Hemel en aarde! Allerheiligste iMaagd! wij wenschen U- geluk met «ie onuitsprekelijke zaligheid die Gij ondervondt, toen uw heilige ziel zich met uw heilig lichaam vereenigde om het in de vreugde des Hemels te doen deelen. O teedere Moeder! zuil Gij, tot de haven der eeuwige gelukzaligheid gekomen en naast Gods troon geplaatst, uwe bedrukte kinderen vergeten, die nog aan de stormen van dit ellendig leven zijn blootgesteld, nog in dit tranendal zuchten, en uwe bij God veelvermogende voorspraak inroepen! Neen, teedere Moeder! Gij zult ons niet vergeten, maar medelijden hebben met onze ellenden, onze gebeden verhoeren, onze tranen opdrogen, de genade der zaligheid voor ons verkrijgen, en ons eens deel-genooten maken van de heerlijkheid, die Gij thans geniet.

VOORBEELD.

Justus Lipsius.

Onder al de groote mannen, die zich in den dienst van Maria onderscheiden hebben, bekleedt voorzeker onze landgenoot, de beroemde Justus Lipsius, geene geringe plaats. Toen hij zich op de wetenschappen begon toe te leggen, was hij reeds een warm vereerder der H. Maagd. Hij schreef aan hare bescherming den schitterenden uitslag toe, waarmede hij zijne studiën bekroond zag. — »Ik hebquot;, dus getuigt hij van zich zei ven, »de H. Moeder Gods van mijne «vroegste jeugd af vereerd en bemind, ik had Haar

159

ocr page 166

win alle rnoeielijklieden en gevaren tot mijne beschermster en Leidsvrouw verkoren, en wat mijne studiën »be treft, zoo dikwerf ik iets moest opstellen of open-gt;»baar voordragen , dan wendde ik mij altijd , vol ver-»trouwen tot die goede Moeder, en nooit heb ik Haar »vergeefs aangeroepen.quot; De liefde tot Maria nam in Lipsius met de jaren toe; hij wijdde aan de H. Moedermaagd niet alleen, toen hij door hare voorspraak van eene kwijnende ziekte genezen was, eene zilveren pen, maai- verbond zich bovendien door eene uitdrukkelijke gelofte, om hare eer in zijne schriften te verdedigen en uit te breiden. Het is aan deze gelofte, dat wij zijn werk over de mirakelen van O. L. V. van Malle (Diva Hallensis) en van O* L. V. van Scherpenheuvel (Diva Aspricollis) te danken hebben. Maar Lipsius meende dat hij zijne liefde en gehechtheid aan de H. Maagd door niets beter koude toonen, dan door lid te worden van eene der congregatiën, • lie zich op eene bijzondere wijze aan den dienst van de Koningin des Hemels toewijden; en de man, wiens roem, injzijne werken, door geheel Europa zoo verspreid was dat hij de Zon der onclheid genoemd werd, stelde er zijn grootste eer en roem in, een dienaar van Maria, een bevoorrecht kind van die teedere Moedei' te zijn. Op zijn sterfbed verklaarde hij dit in de ondubbelzinnigste bewoordingen. Toen de geleerde Lessius hem bezocht en vroeg, welke van al zijne handelingen hem den meesten troost en vreugde verschafte, antwoordde de stervende: ))Dat ik een lid ygt;van de congregatie der H. Maagd geweest ben.quot;

160

ocr page 167

Vervolgens zijn blik op het kruisbeeld vestigende nep hij uit; «Neen! geen ijdele wijsbegeerte moet »mij troosten, het kruis is mijn steun en mijn kracht en reeds had de doodskleur zijn gelaat overtrokken, reeds waren zijne oogen gebroken, toen hij met veegen mond nog de volgende woorden uitsprak: »o H. Moeder Gods! Sta mij bij in dezen oogenblik, «waarop ik met de eeuwigheid kamp; verlaat mij niet «in dit uur, waarvan het eeuwig geluk mijner ziel «afhangt. Ik heb U gedurende mijn leven gediend »en vereerd, wees Gij mijn hulp en toevlucht in «mijn dood.quot; Ja, hij die zijn leven en al de krachten zijner ziel aan den dienst van Maria had toegewijd, mocht Haar voorzeker wel met vertrouwen aanroepen in zijn laatsten stond.

OEFENING.

Geef eene aalmoes aan de armen , of verricht eenig ander werk van barmhartigheid ter eere \an Maria. SCHIETGEBED.

Quam bene nobis erit sub praesidio Sanctae Matris.

Hoé gelukkig zullen wij zijn onder de bescherming onzer H. Moeder.

ZES EN TWINTIGSTE DAG.

De ten hemel opneming der II. Maagd.

I». De zegevierende intocht der II. Maagd in den Hemel;

'i\ De heerlijkheid die Zij in den Hernel geniet;

3°. De macht waarmee Zij in den Hemel bekleed is.

De Maand van Maria. 161

ocr page 168

i

I. Punt. Al de koren der zalige geesten beijveren /.ieh om de luisterrijke ten hemel opneming der H. Moeder Gods te vieren; al de hemelingen komen Haar hunne hulde bieden, en zetten eenparig Haar ter eere den lofzang in: geheel de Hemel schijnt als met een nieuwen luister versierd bij de intrede van zijne verhevene Koningin. Jezus Christus zelf treedt Zijne allerheiligste Moeder te gemoet, met al den ijver dien de teederste liefde kan opwekken, en te midden van het gejuich van heel het hemelsche hof, leidt Hij Haar binnen in de volheid der glorie. God de Yader ontvangt vol goedheid Zijne welbeminde dochter, Hij plaatst Haar op den troon, voor Haar bereid, stelt Haar de kroon der onsterfelijkheid op

t hoofd, en maakt Haar Koningin van Hemel en aarde en uitdeelster van al de schatten Zijner genade. Eindelijk beveelt Hij aan alle redelijke schepselen Haar als de Moeder van God en als, naast Hem, de gebiedster van het heelal te vereeren. — Deelen ook wij in de gevoelens van vreugde, die, op dezen voor Maria zoo roemrijken, dag, de zaligen bezielden; wenschen wij Haar geluk met de grootheid en gelukzaligheid, Haar te beurt gevallen; wekken wij in onze harten eene vurige begeerte op, om ons in den Hemel met onze Moeder te vereenigen, en bidden wij Haar ons deze genade van haren Goddelijken Zoon te verwerven.

II. Punt. Overwegen wij hoe groot de heerlijk-heid is. die de H. Maagd in den Hemel geniet. Deze heerlijkheid is geëvenredigd aan hare verhevene hoe-

162

T

I

ocr page 169

I

danigheid van Moeder Gods: aan de schatten van genade, waarmede Zij verrijkt was geweest; aan de groote verdiensten van een lang leven, in de heldhaftige beoefening der schitterende deugden doorgebracht; aan de uitstekende diensten, die Zij aan haren Zoon had bewezen: eindelijk aan dien grooten en .verheven trap van heiligheid, dien Zij bereikt had. Daarom is Haar ook veel grooter heerlijkheid geschonken dan aan de overige gelukzaligen, daarom is Zij boven alle engelen, boven alle hemelingen verheven, aan God alleen onderworpen. Zij maakt voor Zich alleen een orde uit; Zij ziet beneden Zich al wat God niet is, alles wat was, alles wat is, alles wat aan de Almacht Gods mogelijk is. Werpen wij ons dus, doordrongen van den diepsten eerbied, voor de voeten van die groote Koningin neder, en brengen wij Haar, met allen ijver, eene hulde zoo groot als wij immer vermogen.

Ut. Punl. Ite H. Moedermaagd, hoewel tot den hoogsten trap van heerlijkheid verheven, waartoe een schepsel komen kan. hoewel een voorwerp van bewondering, van zegening en lof voor geheel het hemelsch Jeruzalem, vergeet hare kinderen niet, die nog op deze aarde zijn. Zij is de beschermster, de Koningin en de Moeder der H. Kerk en van alle geloovigen; op Haar steunt het vertrouwen der rechtvaardigen en der terugkeorende zondaars; Zij stelt voortdurend een groot belang in ons, en verschaft aan allen, die Haar aanroepen, de kostbaarste en heilzaamste genade. Dat wij dan, vol van diepen

I

463

ocr page 170

eerbied, van levendig vertrouwen en oprechte'liefde, ons er ijverig op toeleggen, om Haar te dienen eu voortdurend te vereeren. Vragen wij Haar dat Zij ons in dit leven bescherme, en ons in den oogenblik van den dood in den Hemel binnenleide.

GEBED.

O minnelijke Moeder van mijn Verlosser, allerheiligste Maagd! het oogenblik is dan daar, waarop Gij deze aaide verlaat om U hemelwaarts te verheffen. Neen, de aarde verdient niet langer U te bezitten : het is tijd dat Gij U naar een zaliger oord begeeft, naar een oord, dat meer uwer waardig is. Ja, H. Moedermaagd! haast U de kroon der heerlijkheid te ontvangen, die Gij U verworven hebt; ga de belooning genieten, die Gij met zooveel recht verdient: ga bezit nemen van den troon, die voor U bereid is. Maar ontvang, vóór dat Gij uwe treurende kinderen verlaat, hun teeder afscheid, en gewaardig U hun een pand uwer bescherming en liefde te schenken. Ja! Maria, Gij zijt de baste der moeders, schenk ons uw moederhart, uw hart, dat zoo goed, zoo teeder, zoo edelmoedig, zoo beminnelijk is; het zal voor ons, ballingen in dit tranendal, eene schuilplaats, een toevluchtsoord, een hulpbron wezen, het zal ons de heilige ark zijn. waarin wij zullen vluchten om tegen een noodlottigen ondergang gevrijwaard te blijven, totdat wij eindelijk, door uwe veelvermogende bescherming geholpen, het geluk hebben ons voor eeuwig met U in den Hemel te vereenigen.

104

ocr page 171

YOORBEELD.

De zegepraal der onbevlek/e ontvangenis.

Toen Keizer Ferdinand Hf, in het jaar 1629 zijne staten dooi- de Zweden bedreigd zag, nam hij zijne toevlucht tot de bescherming van de allerheiligste Maagd. Hij deed op het marktplein te Weenen een trotsche zuil oprichten, die van alle kanten met zinnebeelden, op de ontvangenis van de H. Maagd betrekking hebbende, versierd was. Boven op de zuil prijkt het standbeeld van de H. Moeder Gods, die met haren voet den kop van den helschen draak verplet. Op het voetstuk der zuil staat het volgende opschrift in het latijn: Aan God. den Alrjoede en AlmachtUje, Oppervorst van Hemel en aarde, door Wicn de Koningen heerschen; aan de Moedermaagd, zonder erfzonde ontvangen, door wie de vorsten gebieden, op dezen dag op een bijzondere wijze tot Koningin en Beschermster van Oostenrijk verkozen, geeft, schenkt en offert Keizer Ferdinand, de derde van dien naam, at wat hij bezit, zijn persoon, zijne onderdanen, zijne legers, zijne gewesten, en heeft tot voortdurend aandenken aan deze toewijding dit standbeeld opgericht.

Nooit zag men plechtiger feest dan de inwijding van dit godvruchtig en piachtig gedenkteeken, en men mag het te recht als de zegepraal der onbevlekte ontvangenis van de Moeder Gods beschouwen. Bij het aanbreken van den dag, was de kerk, het marktplein, en alle straten met toeschouwers vervuld. De godvruchtige keizer begaf zich, vergezeld van zijn zoon

165

ocr page 172

en dochters, van den pauselijken legaat, van de afgezanten van Spanje en Venetië, van geheel den adel en de geheele geestelijkheid, naar de kerk van de Sociëteit van Jezus. Daar droeg de bisschop van Weenen plechtig het H. Mi so Her op. Nadat de subdiaken. volgens gewoonte, den vredekus aan den kei-zei* gebracht had, verliet de vorst zijn troon, knielde voor het altaar, en sprak met luider stem de gelofte uit. waardoor hij de II. Moeder Gods, onbevlekt ontvangen, tot bijzondere beschermster van zijne staten verkoos, beloofde het feest harer onbevlekte Ontvangenis jaarlijks plechtig te zullen doen vieren, en stelde zich zeiven benevens zijne familie en al zijne onderdanen onder hare machtige bescherming. Na de H. Mis begaf zich de keizer, van denzelfden stoet gevolgd, met den bisschop naar de marktplaats, waar de gedenk/uil der onbevlekte ontvangenis was opgericht. Daar zegende de kerkvoogd in tegenwoordigheid van geheel Weenen deze schoone zuil terwijl men, onder muziek en het gebulder van het kanon, de litanie van de II. Maagd zong. Nadat het hof en het volk het overige gedeelte van den dag in oefeningen van de teederste godsvrucht hadden doorgebracht, bekroonde een stichtend en prachtig schouwspel het feest. Des avonds was het marktplein en geheel de stad verlicht, de zuil scheen geheel vuur, en het beeld der H. Mangd was door een boog van veelkleurig licht omringd. Twee uren bracht men aan den voet daarvan in gebeden en lofzangen doo?, en de geheele plechtigheid werd door den zegen des bisschops gesloten, liet is voorzeker onnoodig hierbij

ocr page 173

te voegen, dat Ferdinand weldra rijke vruchten van zijn godvruchtig vertrouwen inoogstte, en fien zegen des Hemels over zijne wapenen ruimschoots zag afdalen.

OEFENING.

Breng u te binnen dat gij voor den Hemel geschapen zijt, en bid de H. Maagd u er heen te geleiden.

SCHIETGEBED.

Vitam praesla purani, Her para tiilum.

O Maria, maak dat ons leven rein, en onze weg

veilig zij- _

ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.

Het Jieih'! hart van Maria.

1quot;. Het is liet volmaakste hart;

2°. Met heiligste hart;

3°. Het beminnelijkste hart, na dat van den Verlosser.

I. Punt. De hand des Scheppers heeft geen hart gevormd, dat zoo volmaakt, onze hulde en onzen eerbied zoozeer waardig is, als het hart der allerheiligste maagd. De H. Drieëenheid heeft dit hart op eene geheel bijzondere wijze gevormd, en schiep er behagen in, om het met do uitstekendste en over-vloedigste genade te verrijken. De eeuwige Vader gebruikte Zijne Almacht om in Maria een hart te vormen, vol eerbied, onderwerping en gehoorzaamheid aan haren Schepper; God de Zoon schonk aan Maria

T

ocr page 174

een moederhart, waar Hij als in Zijn Vieiligrtom wilde wonen: do Tl. Geest deelde Haar het hart eener bruid mede. dat geheel van de reinste en vurigste liefde blaakte. Het verstand van den mensch kan onmogelijk al de grootheid, al den rijkdom en al de volmaaktheid bevatten, die in dit hart besloten was. Vereenigen wij onze stem met die iler Heiligen, die nimmer ophouden den lof van dit hart in den Hemel te zingen; vereeren wij het met teedere liefde, opdat wij verdienen in den Hemel er den lof en de grootheid van te verhellen.

II. Punt. Het hart van Maria is het heiligste, dat de hand des Scheppers ooit in een zuiver schepsel gevormd heeft. Een wonderbaar voorbeeld der reinste deugd, een volmaakt afbeeldsel van het Hart van onzen gezegenden Verlosser zijnde, blaakte het hart der H. Moedermaagd steeds van de vurigste liefde ; alleen beminde het God meer dan alle serafijnen te zamen : het gaf aan God meer eer door de minste verzuchting, dan alle andere schepselen Hem door de heiligste daden schonken. 0 allerzuiverst hart der H. Moeder Gods! schat van genade en volmaaktheid, heiligdom en zetel van alle deugd. Gij zult voortaan mijn voorbeeld zijn. Van U.zal ik ootmoed , zuiverheid, geduld, zachtmoedigheid, verachting van deze wereld, maar bovenal liefde tot mijn Jezus leeren.

III. Punt. Het hart van Maria is, na dat van den Verlosser, het beminnelijkste; het verdient om de onvergelijkelijke hoedanigheden die het bezit, om zijne zachtzinnigheid, goedheid en liefde tot ons, alleszins

4 (18

ocr page 175

onze liefde en dankbaarheid. De H. Moedermaagd, steeds oplettend op onze behoeften , biedt ons haai- hart aan als een toevluchtsoord, eene schuilplaats, een bron van troost in al onze moeielijkheden. Vergelden wij die liefde met teedere wederliefde : toonen wij Maria onzen dank en erkentelijkheid door getrouw in haren dienst te volharden, en ijverig hare verwonderlijke deugden na te volgen.

GEBED.

O hart van Maria! dat de troon zijt van liefde, barmhartigheid en vrede; beminnelijk hart, voorwerp van het welbehagen der aanbiddelijke Drieëenheid, de vereering der engelen en mensdien overwaardig ; allerheiligst hart! voorbeeld van alle deugden, volmaakt afbeeldsel van het Hart van Jezus : moederlijk hart ! dat onze ellenden zoo levendig gevoeld , zooveel voor onze zaligheid geleden, en ons steeds met zoo groote teederheid bemind hebt, en dat om al deze redenen de achting, de liefde, erkentelijkheid en vertrouwen van alle menschen vei-dient, gewaardig U onze zwakke hulde aan te nemen,1 verhoor onze gebeden, bekeer onze harten, vervul ze met liefde tot uwe deugden, ontvlam ze met het hemelsch vuur, waarvan Gij voortdurend blaakt. Wees onze hulp in alle noodwendigheden , onze troost in tegenspoed, onze sterkte in bekoringen, onze bijstand in gevaren, onze toevlucht in het uur des doods en ons geluk in de eeuwigheid.

VOORBEELD.

Wonderdadiije genezituj.

De Eerw. Desgenettes, Pastoor van de Kerk van

169

ocr page 176

I

T

0. L. Vrouw der Overwinningen te Parijs, verhaalt Viet volgende voorbeeld van eene wonderdadige genezing, door de voorspraak der H. Maagd verkregen.

Een mijner gemeentenaren (dus schrijft hij) verloor plotseling het gebruik van zijn verstand, en zijn toestand werd zoo erg, dat men genoodzaakt was, hem uit zijn huis te verwijderen. Op Zaterdag den -) Gelen Maart. kwam men hem in do gebeden van het broederschap aanbevelen. Ik weigerde het, daar de bekeering der zondaren ons eenigste doel is: maar toen men mij den onvermijdelijken ondei gang van dat huisgezin en het lot van zijne twee minderjarige kinderen voor oogen stelde, werd mijn hart getroffen en ik deed den volgenden dag voor hem bidden. In den namiddag van den ISden schreef de zieke een verstandigen on beredeneerden brief van vier bladzijden aan zijne vrouw, waarin hij haar verslag deed van al de onvoor-zichtigheden. die hij in zijne zaken begaan had in de dagen, die zijne ziekte vooraf waren gegaan; hij maakte haar met verscheidene omstandigheden bekend, die zij niet wist, sprak zeer verstandig over de nadeelige gevolgen, die deze voor hem konden hebben, en verklaarde tevens hetgeen hij voornemens was te doen, om de onheilen die uit zijne ziekte konden voortvloeien af te weren, er bijvoegende dat hij zich 's morgens bij zijn ontwaken kalm, verstandig en naar lichaam en ziel gezond bevonden had; dat hij genezen was, maar voorzichtigheidshalve nog eenige dagen in het huis, waar hij geplaatst was, zoude vertoeven. Zijn vrouw ging hem aanstonds

I

170

ocr page 177

bezoeken, bracht den namidtlag bij lietn dooi', en stond versteld over de kalmte en het gezond verstand, waarmede hij over al zijn aangelegenheden sprak. Thans bevindt hij zich in het midden van zijn huisgezin, en bestuurt al zijne zaken, zonder eenig spoor te hebben overgehouden van dien ongelukkigen staat, waartoe liij vervallen was.

OEFENING.

Bid de H. Maagd haren Goddelijken Zoon te bedanken voor de weldaden u verleend, en vergilïenis af te smeeken voor uwe ondankbaarheid.

SCHIETGEBED.

Cor Mariae, Cordi Jesu simillinium, ara pro nobis.

Hart van Maria! volmaakt afbeeldsel van het Hart van Jezus, bid voor ons.

ACHT EN TWINTIGSTE DAG.

Navolginfi van de tl. Maat/J.

'1°. Niets is aangenamer aan Maria:

''i0. Niets is meer verheerlijkend voor Maria:

3quot;. Niets is voordeeliger voor ons.

1. Punt. De aangenaamste vereering, die wij aan de H. Moeder Gods kunnen bewijzen, is hare deugden na t(* volgen, en geene hulde kan Haar welgevallig zijn, indien zij hier niet eenigszins mede gepaard gaat. Hoe toch zou die Koningin van heiligheid behagen scheppen in eenige gebeden die alleen met den

ocr page 178

mond worden uitgesproken, in eenige oefeningen die men tot hare eer uit loutere gewoonte verricht, terwijl men zich overgeeft aan driften die Zij verfoeit, vrijwillig in de ongenade van haren Zoon volhardt, en niet de minste poging aanwendt öm uit dien beklagenswaardigen staat op te staan. Maar /00 wij integendeel ons best doen om de zonde, die Zij haat, te verfoeien, onze kwade gewoonten af te leggen, en onze boeien te verbreken, dan behaagt Haar onze dienst, en Zij neemt de hulde, die wij Haar brengen, goedgunstig aan. Zij is de toevlucht der zondaren, maar van hen die over hunnen toestand zuchten.

II. Punt. Indien het goed gedrag en de deugden der kinderen den roem der ouders uitmaken, hoe roemrijk is het dan niet voor Maria, dat hare tee-dergeliefde kinderen zich ijverig toeleggen op de beoefening der deugden, waar Zij ons het voorbeeld van gegeven heeft. Wij kunnen Haar niet beter verheerlijken dan door te trachten hare getrouwe dienaars te zijn. Niets is voor Haar vereerender dan de deugden en het stichtend leven van degenen, die Haar zijn toegewijd : niets is beter geschikt om aan haar dienst grooter aanzien te geven, en het getal harer dienaars te vermeerderen. Deze verheerlijking van Maria bepaalt zich niet tot de aarde alleen, zij strekt zich ook tot den Hemel uit. Want welke eerbewijzingen ontvangt Zij niet van de Engejen en Heiligen, als Zij de getrouwe zielen in den Hemel binnenleidt, aan wie Zij den weg daartoe ge-.vezen heeft, en die hunne zaligheid bewerkt hebi en door

172

ocr page 179

hare voetstappen te drukken. Bevlijtigen wij ons dan steeds om dit verwonderlijk toonbeeld van alle deugden na te volgen ; overwegen wij deschoone voorbeelden, die Zij ons door haar heilig leven gegeven heeft, en trachten wij steeds ons gedrag naar het hare te regelen.

III. Punt. Niets is ons voordeeliger, dan dat wij ons Maria tot voorbeeld stellen: niets is meer in staat om eene brandende begeerte tot de volmaaktheid in onze harten op te wekken. Wanneer wij eenig gevoel van liefde voor de II. Maagd hebben, dan is

de gedachte alleen : Maria heeftdezedeugd beoefend____

Maria zoude in mijne teyemvoOrdiye omstandifiheid dun cjehandeld hebben. ... in staat om in onze ziel een edel verlangen tot hare navolging op te wekken, om ons de liefde tot de deugd in te boezemen, en ons krachten te schenken om ze te beoefenen. Üe Koningin der Heiligen zal van haren kant hare kinderen niet verlaten, die Zij zoo teeder bemint, en zoo vurig wenscht onder het getal der uitverkorenen te zien. Zij reikt liun de hand toe, moedigt hen aan, en bestuurt hunne onzekere schreden op den weg des heils, doet hen over de pogingen hunner vijanden zegevieren, houdt nimmer op hen te beschermen, totdat Zij hen behouden in de haven der eeuwige zaligheid heeft binnengeleid. O hoe ongelukkig zouden wij wezen, indien wij een zoo vermogend en zoo gemakkelijk heilmiddel versmaadden!

GEBED.

O Koningin der Heiligen! ik ben van verwonde-

ocr page 180

ring opgetogen, als ik de verhevene deugden beschouw, waarvan Gij ons zulke schoone voorbeelden gegeven hebt. Hoe meer ik uw gedrag en al uwe handelingen overweeg, des te meer overtuig ik mij, dat Gij na ii wen Goddel ij ken Zoon het volmaakste toonbeeld zijt, dat ons ter navolging kan aangeboden worden, liet is waar, o H. Moedermaagd! nooit zal ik de hooge volmaaktheid bereiken, waartoe Gij ü verheven hebt, maar ik wil toch al mijne krachten inspannen om ze van verre na te volgen. Ik vertrouw dat Gij mij zult helpen, en dat ik mij onder uwen bijstand die deugden zal eigen maken, die U zoo aangenaam zijn: den ootmoed, de liefde, de gehoorzaamheid, de hoogachting van het verborgen leven, den geest van versterving, de verachting van alle wereldsche zaken. Ja, H- Moeder! de navolging vooral van uwe deugden zal van dezen oogenblik af mijne liefde tot U bewijzen; ik weet dat dit het grootste eerebewijs is. dat men L' geven kan, en dat dit het beste middel is om L mijne liefde te toonen.

VOORBEELD.

Het beloonde vertrouwen op Maria.

Een tienjarig kind ondervond in het uur van zijn dood, op de klaarblijkelijkste wijze, hoe waar het is, dat men nooit vergeefs op Maria vertrouwt. Eens hoorde hij zijn onderwijzer zeggen , dat het hoogst voordeelig is, de bescherming der II. Maagd in het doodsuur af te smeeken, door Haar met dit inzicht dagelijks op eene bijzondere wijze te vereeren. Dit

474

ocr page 181

kind, ofschoon in yen leeftijd waarin men gewoonlijk weinig aan den dood denkt, werd door deze woorden zoozeer getrollen , dat hij liet vaste voornemen maakte, Maria dikwijls aan te roepen met de woorden; Wees (jegroel, o Moeder der barmhartigheid. Hij was aan dit besluit getrouw, en herhaalde die woorden gedurig, des morgens en des avonds, wanneer hij naaide school ging of met zijne makkers speelde. God die vaak in Zijne goedertierenheid den mensch in nog teederen leeftijd, vóórdat de boosheid der wereld zijn jeugdig hart bederft, van deze aarde doet scheiden, zond dit kind, zoo welgevallig in Zijne oogen, eene doodelijke ziekte ove-. Toen zijn stervensuur gekomen was, zag hij zijn vertrouwen op Maria rijkelijk beloond. De H. Maagd vertoonde zich aan hem, en sprak: «Kent gij mij niet mijn kind? Ik ben het, »die gij zoo dikwijls gegroet hebt: Ik ben de Moeder «der barmhartigheid.quot; Op die woorden beurde het godvruchtig kind zijn hoofd op, hief zijne handen ten hemel, de lach der onschuld overdekte zijn gelaat, on het ontsliep. Hoe gelukkig was dit kind , dat het naaide lessen van zijn leermeester geluisterd, de H. Maagd vereerd had; hoe rijke vruchten oogstte het daarvan in.

OEFENING.

Maak het voornemen u heden in de deugd te oefenen die u door uw biechtvader bijzonder is aanbevolen.

SCHIETGEBED.

Rerjina Sanctorum omnium! or a pro nobis.

Koningin van alle Heiligen! bid voor ons.

ocr page 182

NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.

Beweegredenen van vertrouwen op de }1. Maacjd.

1°. Zij kent onze behoeften:

'2°. Zij is alverroogerltl bij God;

3». Zij is voor ons eene teedere Moeder.

I. Punt. Zou de allerheiligste Maagd en Moeder ftods Maria in den Hemel tot het toppunt der heerlijkheid verheven hare kinderen, in dit tranendal verbannen, kunnen vergeten? Neen die teedere en medelijdende Moeder weigert niet hare blikken op ons te slaan: Zij kent onze behoeften en zwakheden, ziet de aanvallen, dié de vijanden onzer zaligheid tegen ons richten, hoort ons roepen, verhoort onze gebeden en nneekingen, ontvangt die welwillend. Die minnelijke Moeder heeft evenals wij, in dit tranendal verkeerd; Zij heeft ook de ellenden van dit leven ondervonden; haar Moederhart wordt door onze rampen getroll'en, en Zij is altijd bereid om ons te helpen. Wat kan er geschikter zijn om ons een onwrikbaar vertrouwen op deze goede Moeder in te boezemen? Wenden wij ons tot Haar als tot onze beschermster; roepen wij Haar aan als de Koningin der Barmhartigheid ; beschouwen wij Haar altijd als onze toevlucht, onzen troost en onze hoop.

II. Punt. De macht der Heiligen in den Hemel is geëvenredigd aan de menigte en aan de uitmuntendheid der deugden, die zij op aarde beoefend hebben.

176

ocr page 183

Hoe groot moet dan niet de macht van Maria bij God zijn, daar Zij liet toonbeeld van alle deugden geweest is, en die tot de^n hoogsten trap van volmaaktheid gebracht heeft! Jezus Christus is de oorsprong van alle genade, en de H. Maagd is. volgens de verklaring der H. Taders, de weg waarlangs die genade tot ons afdaalt. De teedere liefde, welke Gods Zoon Zijne beminde Moeder toediaagt, laat Hem niet toe iets aan hare bede te weigeren. Daarom aarzelt de gelukzalige Petrus Damianus niet te verklaren, dat alle macht in den Hemel en op de aarde aan Maria is toevertrouwd, en dat zij niet zoozeer om te smeeken , dan wel om te bevelen tot den troon van den Verlosser nadert: Domina, non ancilla. Groeten wij dan met de Kerk de Moeder der barmhartigheid als onze hoop; Sfjax nostra salve; en smeeken wij haar dringend ons onder de vleugelen harer moederlijke bescherming te nemen.

III. Punt. Van den oogenblik af dat de gelukzalige Maagd den Verlosser der wereld in haren zuiveren schoot ontving, deelde Zij in Zijne liefde voor den mensch, en nam onze belangen als de hare aan ; deze teedere liefde, waarmede Zij jegens ons bezield was, vermeerderde nog aan den voet van het kruis op den oogenblik, dat de stervende Jezus Haar ons tot Moeder gaf. Wie zal de gevoelens, die toen haar hart bezielden, uitdrukken ? liet is niet genoeg te zeggen, dat Zij van toen af voor hare aangenomene kinderen de liefde , teederheid en bezorgdheid van de beste der moeders koesterde, neen, men moet er bijvoegen, dat er nooit op aarde eene moeder leefde, zoo modelijdend, gevoe-

De Maand van Maria. 177

ocr page 184

1

lig, en vol goedheid en barmhartigheid voor hare kinderen. En nu Zij zich in den Hemel, het gelukkig verblijf der liefde, bevindt, hoezeer moet hare liefde voor hare kinderen niet in levendigheid, teederlieid en vurigheid zijn toegenomen. Ja gelukzalige Maria 1 Gij zijt de Moeder der liefde, en uw moederlijk hart staat altijd open voor uwe kinderen. Verlaat ons niet in dit oord van ballingschap, en verwerf voor ons de genade, ilie wij behoeven orn tot de gelukkige eeuwigheid te geraken.

GEBED.

O Maria! Moeder van den God des heelals, het heiligste en minnelijkste aller schepselen, het is maar al te waar dat er op aarde harten gevonden worden, zoo ongelukkig dat zij U niet kennen, of zoo ondankbaar en ongevoelig, dat zij U geen liefde of eerbied toedragen ; maar er zijn toch ook van den anderen kant, in den Hemel millioenen Engelen en Zaligen, die U beminnen en onophoudelijk loven; en op aarde zelf. hoevele getrouwe harten blaken hier niet van heilige liefde tot U, en beijveren zich om u te eeren en uw lof te verkondigen ! Waarom brand ik niet van datzelfde vuur, waarom kan ik de halten van alle menschen niet voor L' winnen ? Gij zijt het voorwerp van de liefde en het innigst welbehagen van God zeiven : en ik, ellendige aardworm, ik zou U niet beminnen ! O, verre zij van mij zulk een overmaat van ongevoeligheid en ondankbaarheid! .la, minnelijke Meeder ! ik bemin U, en ik wenseh U steeds meer en meer

I

178

ocr page 185

te beminnen. Maak dat ilc tot aan het einde toe in nwe liefde volharde, om ü eens met alle gelukzaligen te kunnen loven en beminnen gedurende de geheele eeuwigheid.

VOOKBEELD.

Hel ojfer van Maria beloond.

Een klein geschenk, aan de allerheiligste Maagd gedaan, schonk dikwerf aan den verloren zondaar den Hemel terug. Muzzarelli verhaalt ons uit Au-riemma het volgende voorbeeld. Drie geestelijken begaven zich op zekeren tijd van Genua naar Savona: een jong, losbandig edelman ging in hetzelfde vaartuig derwaarts. Deze had om den tijd te korten een slecht boek bij zich genomen, en begon er in te lezen, terwijl hij zich openlijk beroemde, dat hij het voor geen vier kronen zou willen missen. Een der geestelijken sprak hem aan, en zeide: wZoudt gij niet iets aan Maria willen opolferen ?quot; — «Zonder twijfel,quot; antwoordde hem de Jongeling. — «Welnu .quot; hernam de geestelijke, vik wenschte dat gij, ter liefde van Maria, dit boek verscheurdet en aan de golven prijs-gaaft. — «Ziedaar, zeide de jongeling het den priester toereikende. — «Neen, neen . hernam deze, «oller zelf dit geschenk aan Maria. * De jongeling sneed terstond het boek aan stukken, wierp de helft er van in zee, en gaf het overige aan den geestelijke, die ook dit gedeelte verscheurde en in het water wierp. Dit geschenk, op zich zelf zoo gering, werd door de

179

I

I

ocr page 186

H. Moeder Gods rijkelijk beloond, en was voor den jongeling een bron van hemelsche zegeningen, die hem een heilig leven en zaligen dood bezorgden. Nauwelijks te Genua teruggekeerd, krijgt hij een afkeer van de wereld en hare valsche vermaken, doet afstand van al zijne goederen, en begeeft zich in eene geestelijke orde waarvan hij tot het einde zijns levens de troost en sieraad was. 0 hoe aangenaam zou het aan Maria zijn , zoo gij, wanneer gij dezen jongeling in het lezen van slechte boeken hebt nagevolgd, en naar zijn voorbeeld een geschenk voor uwe teedere Moeder van maaktet, en die te harer liefde opofferdot; gewis Zij zou dit inet groote gunsten en zegeningen vergelden, en u uwe bekeering van haren Goddelij-ken Zoon verwerven.

OEFENING.

Werp u vandaag met een bijzonder vertrouwen voor Maria neder, en vraag Haar om baren moederlijken zegen.

SCHIETGEBED.

Numquid oblivisci potcsl ■muiier infanlem suum

Kan eene moeder haar kinri vergeten?

DERTIGSTE DAG.

Over de volhdrdinrt in den dienst der allerheilifjste M anr/d.

1°. Noodzakelijkheid der volharding;

2°. Hinderpalen die haai- in den weg staan;

3'. Hulpmiddelen ter volharding.

180

ocr page 187

I. Punt. Men kan in zeker opzicht op den dienst der H. Moeder Gods deze uitspraak van den H. Geest toepassen; Deyene die lof hel einde volhardt zal zalig zijn. »Ja H. Maagd,quot; dus mogen wij met den U. Alphonsus van Liguori uitroepen, »Indien ik in «uwe liefde, in uwe vereering volhard, ben ik zeker »van den Hemel; maar ik vrees, o minnelijke Moeder! «niet dat Gij mij het eerst zult verlaten; maar «dat ik, ondankbare en ellendige, langzamerhand «uw dienst zal vaar welzeggen.quot; Hoe vele dienaren van Maria hebben niet de hand aan den ploeg gelegd, en vervolgens omgezien! hoe velen die Haar vroeger teeder beminden, zijn thans voor Haar koud en ongevoelig! hoe velen zijn er die Haar vroeger dagelijks vurig baden , en Haar nu niet meer aanroepen ! hoe velen die op al hare feesten tot den tafel des Heeren naderden, en er thans verre van verwijderd blijven! Beklagenswaardige onstandvastigheid, die de oorzaak geweest is van het ongeluk van zoo vele zielen! Zij zouden door de hulp van Maria zalig geworden zijn . indien zij in haren dienst volhard hadden; maar zij zijn ongelukkig verflauwd, hebben zich van de genade, die eene grootere getrouwheid hun zou hebben doen verkrijgen, beroofd, en zijn eindelijk tot «ie zonde en de eeuwige verdoemenis vervallen. 0! vreezen wij een zoo verschrikkelijk ongeluk: en zijn wij, om het te vermijden, altijd getrouw aan onze H. Moeder; dienen wij Haar standvastig, en roepen wij Haar dagelijks met vertrouwen aan.

II. Punt. Het eerste beletsel tegen onze volharding

ocr page 188

in ilen tlienst der H. MaaiM is onze onstandvastigheid on zwakheid. In een oogenblik van ijver schijnen wij voor deze beminnelijke Moeder geheel vuur te zijn, wij vinden niets aangenamer dan Haar te bidden, en onze Harten voor Haar uit te storten: maar weldra verflauwt onze ijver; men vindt geen smaak meer in godvruchtige oefeningen en gebruiken, die ons eenigszins hinderen; men doet die zonder aandacht. verwaarloost ze, en laat ze eindelijk geheel en al achter. Ach! hoe dikwerf is ons zulks gebeurd, en Is dit niet de noodlottige bron van die beklagenswaardige lauwheid, waarin wij sedert zoo langen tijd verkwijnen.

Een tweede beletsel voor onze volharding is de woede van den duivel tegen de vereering van Maria. Maria is het werktuig der zaligheid; door middel van Haar wordt de Hemel met uitverkorenen vervuld, wordt aan de hel hare prooi ontrukt, wordt de aaide geheiligd, worden de menschen zalig, en stroomt de goddelijke genade in rniiiie mate over ons af. Geen wonder dan, dat Satan Haar een onverzoenlijker! haat toedraagt, en alles in het werk stelt om haren dienst in de zielen uit te roeien; maai- dezelfde woede moet voor ons eene beweegreden zijn, om in die heilzame godsvrucht te volharden.

Hl. Punl. Herinneren wij ons, om in den dienst der H. Moeder Gods te volharden, dikwijls aan de beweegredenen, die wij hebben om Haar te eeren en te dienen: aan hare onuitsprekelijke grootheid, hare waardigheid als Moeder Gods, hare goedheid

182

ocr page 189

voor ons, de genade die Zij onophoudelijk over al hare kinderen uitstort, en voornamelijk de treffende woorden van den stervenden Verlosser. Zouden wij niet zeer ondankbaar en vijanden van ons zeiven moeten zijn, om te verzuimen Haar den tol onzer erkentelijklioid, liefde, en eerbied te betalen. Rekenen wij het ons derhalve tot een duren plicht dagelijks eenige gebeden tot Haar te spreken, en trachten wij ons meer en meer in hare oogen welgevallig te maken door, zoover onze zwakke natuur het vergunt, hare deugden na te volgen.

GEBED.

O Moeder van barmhartigheid en genade! Gij kent mijne zwakheid en onstandvastigheid: indien Gij geen medelijden met mij hebt, zal ik ü, zooals dikwijls gebeurd is, weder ontrouw worden. Gewaar-dig ü dan mij te ondersteunen, en laat niet toe dat ik uwen dienst ooit verlaat. Houd mij onder het getal uwer kinderen: indien ik val, richt mij op, verdedig mij in den strijd, versterk mij in zwakheid en red mij in schipbreuk: genees mij in ziekte, ontvang eindelijk in het uur van mijn dood mijne ziel in uwe handen, en . beveel die aan uwen Goddelijker» Zoon tot de gelukzalige eeuwigheid.

VOORBEELD.

De apostel van Indië en Japan.

De H. Kranciscus Xaverius had voor de H. Moeder Gods gedurende geheel zijn leven de diepste ge-

183

ocr page 190

voclens van eei'bied en liefdo. Hij deed zijne eerste gelofte in de kerk van Montmarter op den feestdag-van Maria-Hemelvaart. In die van Lorette had hij de eerste ingeving en vormde hij het besluit om naar Indië te gaan. Hij vroeg niets aan den Heer dan door tusschenkomst der H. Maagd, en wanneer hij den catechismus verklaarde, wendde hij zich altijd, na Jezus Christus ter verkrijging van een levendig en standvastig geloof aangeroepen te hebben, tot Maria, en hij eindigde al zijne onderrichtingen met het Salve Regina. Hij ondernam nooit iets dan onder de aanroeping der H. Maagd en in de gevaren, waarin hij dikwerf blootgesteld was, nam hij zijne toevlucht tot Haai- als tot zijne beschermster. Om te toonen dat hij er eene eer in stelde het te zijn, droeg hij gewoonlijk een rozenkrans om den hals, en om de geloovigen tot het bidden van het rozenhoedje aan te zetten bediende hij er zich dikwijls van om wonderwerken te verrichten. Ken koopman van Meliapor, op het punt zijnde naar Malacca scheep te gaan, vroeg den H. apostel een pand zijner vriendschap: Xaverius gaf hem een rozenhoedje, er bijvoegende ; Het zal u niet nulleloos zijn, indien 'jij uiu vertrouwen op Maria stelt. Nauwelijks was men onder zeil toen het schip, door een woedenden storm beloopen, tegen de rotsen verbrijzeld werd. De koopman, vol vertrouwen op de H. Maagd het rozenhoedje van Xaverius in de hand houdende, bevond zich dooreen wonderwerk eensklaps op den oever.

De Heilige was een groot vereerder van de onbe-

•1S4

ocr page 191

vlekte ontvangenis, en had eene gelofte gedaan die, zooveel in zijn vermogen was, te zullen verdedigen. Dikwerf wendde hij zich tot Maria om de bekeering der grootste zondaars, en de vergeving zijner eigene zonden te verwerven. — ))Ik heb,quot; zegt hij in een zijner brieven, ))de Koningin des Hemels tot mijne bescherm-wster verkozen, om de vergiffenis mijner ontelbare «zonden te verkrijgen.quot; In zijne onderrichtingen sprak hij gewoonlijk van de grootheid der H. Moeder Gods, en trachtte iedereen over te halen om zich aan haren dienst toe te wijden. Toen hij eindelijk op het punt was van te sterven riep hij Haar met eene teedere liefde aan, en vond een onbeschrijfelijken troost in de woorden die hij gedurig herhaalde: Monstra te esse Matrem: Toon dat Gij mijne Moeder zijt.

OEFENING.

Werp ii voor het beeld der H. Maagd neder, en vraag Haar de genade om tot het einde uws levens in haren dienst te volharden.

SCHIETGEBED.

Quis invocavit earn, et non est exanditus ah ipsa.

Wie heeft Haar aangeroepen zonder verhoord te worden.

185

ocr page 192

EEN EN DERTIGSTE DAG.

Over de toewijding van ons zeiven aan de 11, Maagd.

1°. Hoedanigheden die onze toewijding moet hebben ;

2°. Waartoe /.ij ons verbindt;

3°. Voordeelen welke zij ons aanbrengt.

i. Punt. Overwegen wij de hoedanigheden die onze toewijding aan de H. Moeder Gods moet hebben, om haar aangenaam en ons voordeelig te zijn. Zij moet oprecht zijn: namelijk niet alleen in woorden en ijdele betuigingen van liefde en getrouwheid bestaan maar uit een hart voorkomen, vervuld met achting, eerbied (in oprechte liefde voor die beminnelijke Moeder. Zij moet geheel en volkomen zijn, dat is, wij moeten aan den dienst van Maria onze ziel, ons lichaam, al onze vermogens, al wat wij hebben of zijn van ganscher harte opdragen en toewijden, vurig ver- • langende om aan Haar als aan onze Koningin en onze Moeder te behagen. Eindelijk zij moet onherroepelijk zijn; eens aan Maria toegewijd moeten wij ons beschouwen als niet meer aan ons zeiven toebe-hoorende, maar als kinderen , dienaars, en onderdanen van die verhevene Koningin, die vooi* altijd over onze harten moet heerschen. O Maria! welk een geluk is het aan ü en aan uwen Goddelijken Zoon toe te behooren, voor Jezus en voor U alleen te leven.

II. Punt. Overwegen wij waartoe onze toewijding

.

486

ocr page 193

aan de H. Maagd ons verbindt. In hoedanigheid van kinderen en dienaars van Maria, moeten wij Haar gedurende ons geheele leven met de diepe gevoeiens van eerbied, die wij aan de Koningin des Hemels verschuldigd zijn, dienen en vereeren: wij moeten Haar als onze Moeder beminnen met al de teederheid waarvoor ons hart vatbaar is, Haar dagelijks met het volste vertrouwen aanroepen, overal hare grootheid verkondigen, nieuwe dienaars voor haar winnen, haren dienst zoo veel in ons vermogen is verbreiden, ons best doen om hare voetstappen te drukken en die schitterende deugden na te volgen, die haar het heiligste van alle schepselen gemaakt hebben. Hiertoe verbinden wij ons door de toewijding van ons zeiven aan de H. Maagd. Hebben wij ernstig besloten deze verbintenis getrouw na te leven?

III. Punt. Overwegen wij de voordeelen aan die toewijding verbonden. — »l)e vereering der H. Maagdquot; , dus drukt zich een vroom schrijver nit, «brengt zoo-»veel zegening met zich, dat de geheele eeuwigheid «niet lang genoeg zal zijn om de voordeelen, die «ons daardoor ten deel worden, op te tellen. De arme «vindt er schatten orn zijne behoeftigheid te ver-slichten, de zieke genezing voor zijne kwalen; de «onwetende kennis; de zwakke sterkte; en de be-«droefde troost. Zij die in druk zijn vinden er op-«beuring: die in ongerustheid verkeeren vrede; de «zondaren genade; de rechtvaardige heiliging; de «geloovige zielen verlossing van het vagevuur. In een «woord er is geen stand die hare goedertierenheid

•187

ocr page 194

tniot ondervindt, geen volk, geen streek, geen rijk »dat hare bescherming niet gevoelt; de geheele aarde «is vol van hare barmhartigheid en goedheid. Haar «hart, dat dierbaar hart, na dat van Jezus het «zuiverste, het zachtste, het liefderijkste van alle «harten, bezit alleen meer liefde en volmaaktheid dan «alle Heiligen en Engelen te zanien , en heeft dus «voor ons onbegrijpelijk meer liefde, medelijden, en «hulpvaardigheid dan alle Heiligen te zamen; uit dit «goedertieren hart stroomt als uit eene onuitputbare «bron eene bijna oneindige menigte van gunsten en «weldaden over alle schepselen af.quot;' Maar indien H. Moedermaagd een zoo levendig belang in alle menschen stelt, wat zal Zij dan niet doen voor die Haar beminnen, en alle neigingen van hun hart aan haren j dienst en vereering alleen toewijden.

GEBED.

O Moeder der H. liefde ! Gij weet dat uw Goddelijke Zoon, niet tevreden met onze Voorspreker bij Zijnen Vader gewnrden te zijn, U als onze Middelares verkozen heeft, en dat Hij aan uwe gebeden zooveel kracht gegeven heeft, dat Hij U niets kan weigeren. Ik neem dan mijne toevlucht tot ü, o hoop der ellen-dlgen 1 mijn vertrouwen op U is zoo groot, dat Ik veel meer op uwe bescherming en goedertierenheid, dan op al mijne werken durf rekenen. Hemel en aarde weten het, dat wie door U beschermd wordt niet verloren kan gaan. Dat dan alle schepselen mij vergeten . dat het heelal mij verlate, indien Gij mij slechts niet

•188

ocr page 195

vergeet, en ik door U niet ver laten worde ; dit is al wat ik verlang. O H. Maagd ! ik betrouw mij aan ü; in deze lioop leef ik, in deze hoop wil ik sterven, met het hart en den mond zeggende : Jezus is mijn eenir/ste hoop, en naast Hem zijl Gij het, o Maria!

VOORBEELD.

Verknochtheid aan Maria.

Uit de volgende voorbeelden van verknochtheid aan den dienst der H. Moeder Gods kunnen wij leeren, in welke stemming wij ons aan de H. Maagd plechtig moeten toewijden en daarmede de oefeningen van deze maand van zegening en genade bekronen.

De gelukzalige Herman, van de Orde van Pre-monstreit, wien zijne verknochtheid aan den dienst van Maria den naam van .lozef verwierf, verliet in zijne teederste jeugd de vermaken aan dien leeftijd eigen, om zich gedurende geheele uren met de H. Maagd en haren Goddelijken Zoon te onderhouden, aan de voeten van een beeld dat de H. Maagd met den Zaligmaker in hare armen voorstelde. Daar hoorde men hem, ootmoedig nederge-knield, nu eens met de Moeder, dan weder met den Zoon vertrouwelijk spreken, met dien heiligen eenvoud, dien God alleen aan eene onschuldige ziel kan inboezemen. Dezelfde kinderlijke godsvrucht deed hem gewoonlijk aan de H. Maagd bloemen en somtijds de vruchten die men hem gegeven had, aanbieden, Haar met liefderijken aandrang smeekende toch die kleine

189

ocr page 196

gift aan te nemen en ze haren Zoon aangenaam te maken. Deze eenvoudige onschuld behaagde aan Jezus en Maria, en het godvruchtig kind verdiende hierdoor, dikwijls liet geluk te hebben met hun bezoek vereerd te worden, en door hun bijstand den hoogsten trap van heiligheid te bereiken.

De H. Bernardinus van Senen had ook van zijne kindsheid af de gewoonte aangenomen dagelijks een beeld der H. Maagd, dat boven eene der stadspoorten stond, te bezoeken, en daar neergeknield zich aan haren dienst toe te wijden. Zijn ijver en godsvrucht behaagden aan de H. Moeder Gods zoodanig, dat Zij hem de roeping tot den geestelijken staat, eene buitengewone gaaf om zielen te bekeeren, en de macht om wonderwerken te verrichten van God verwierf. Inderdaad was de H. iBernardinus een beroemd prediker, en hij vervulde geheel de Kerk met het licht zijner geleerdheid en den glans zijner deugden.

De H. Teresia had zich ook van hare teederste jaren aan den dienst der H. Maagd toegewijd. Hare liefde voor die allerheiligste Moedei' gaf haar duizenden kleine middelen aan de hand, om Maria te vereeren. Zij had eene kleine bidplaats gemaakt, waarin een beeld der H. Maagd geplaatst was; zij bezocht Haar dikwijls, ofl'erde Haar bloemen of andere kleine geschenken op, die zij altijd van vurige gebeden deed gepaard gaan. In den ouderdom van twaalf jaren hare teederbeminde moeder verloren hebbende, gevoelde zij al de grootheid van dit verlies, en ging zich op denzelfden oogenblik voor het beeld der H. Maagd necer-

190

ocr page 197

werpen om te smeeken toch bij haar de plaats van Moeder te willen bekleeden, en haar tot dochter aan te nemen. Dit oiler was aan de H. Moeder Gods zoo aangenaam, dat Zij haar van dien oogenblik af, op bijzondere wijze, beschermde, en in al hare ondernemingen bestuurde. De Heilige verzekert ons zelve dat zij het uitwerksel van de vermogende bescherming der H, Maagd had ondervonden in alle omstandigheden, waarin zij zich aan Maria had aanbevolen. Dit was ook de reden, waarom zij zulk een betrouwen op de Moeder der barmhartigheid stelde, dat zij de sleutels van alle kloosters, die zij stichtte, Maria in handen gaf en Haar als voornaamste overste verkoos.

Met welk een ijver moeten wij ons, na zulke voorbeelden niet aan de allerheiligste Maagd toewijden ! Maar zoo wij wenschen dat ons offer Haar aangenaam zij, bieden wij dan een hart aan, vol achting en eerbied, vol vertrouwen en teedere liefde, een hart dat vast besloten is de zonde te vluchten en de deugd te oefenen.

OEFENING.

Wijden wij ons aan Maria toe, met de gevoelens der teederste godsvrucht, en nemen wij het vast besluit die toewijding dikwijls te vernieuwen.

SCHIETGEBED.

Tuus sum er/o; salvuni me fac.

Ik ben de uwe; behoud mij!

T

101

ocr page 198

TOEWIJDING

AAN DE ALLERHEILIGSTE MAAGD-

Allerheiligste Maagd Maria! Moeder van mijn God en mijne Moeder, Koningin van Hemel en aarde, meesterstuk van de hand des Almachtigen, waardig voorwerp van het welbehagen der aanbiddelijke Drie-ëenheid, verwonderlijke spiegel van alle deugden, duld dat ik mij op het einde van deze maand van genade en zaligheid voor uwe voeten uederwerp, om U de schatting mijner erkentelijkheid en mijner volkomen dienstaanbieding te brengen. O Moeder van barmhartigheid 1 mocht ik de harten van alle menschen hebben om U die op te dragen; mocht ik U ieder oogenblik de eer bewijzen. die de Engelen en Heiligen ü in den hemel bewijzen en eeuwig bewijzen zullen. Maar wijl ik deze wenschen niet vervullen kan, wil ik ten minste alles doen wat in mijne macht is. Met de gevoelens van den diepsten eerbied en de vurigste liefde aan den voet van uwen troon neergebogen, verkies ik ü, in de tegenwoordigheid van mijn engelbewaarder en van geheel het hemelsch hof, tot mijne Koningin, mijne opperste Meesteres, mijne Beschermster en Moeder, en ik wijd U als zoodanig geheel en onherroepelijk mijne

192

ocr page 199

bezittingen, mijn lichaam. mijne ziel, mijne krachten , mijn persoon en leven toe. Ik maak liet vast besluit mij nimmer over uw dienst te schamen, altijd uwe eer te verdedigen tegen allen die haar in mijne tegenwoordigheid zonden durven aanranden, en er mijn grootsten roem in te stellen uw dienaar en gehoorzaam kind te zijn ; nooit zal ik een dag laten voorbijgaan zonder U mijne hulde te bieden en eenig gebed tot 0 te richten. 0 minnelijke Moeder! hoe zoude ik ü een enkelen dag kunnen vergeten, daar Gij alle dagen aan mij denkt en niet ophoudt zorg voor mijn geluk te dragen.

O H. Maagd! ik ben dan van dezen oogenblik af geheel aan uwen dienst toegewijd; ik ben de uwe, behoor geheel en al, zonder de minste tegenhouding aan U toe. Wat kan, wat moet ik onder uwe zoete leiding niet hopen? Ja, vol vreugde en met het volste vertrouwen, roep ik uit dit tranendal uw bijstand in; Gij ziet de gevaren die mij omringen; Gij ziet de woede der vijanden, die mij van alle kanten bestoken ; Gij zijt de uitdeelster van Gods genade, vermoogt alles bij God, zijt mijne Moeder en de teederste der Moeders. En Maria! zoudt Gij minder werk maken van mijn heil, dan de hel van mijn verderf V O Moeder van goedheid! Moeder van barmhartigheid en liefde ! heb medelijden met eene ziel die er roem op draagt aan U geheel toegewijd te zijn. Verwijder de gevaren waaraan ik blootgesteld ben ; drijf mijne wreede vijanden op de vlucht, ondersteun mijne zwakheid, sta mij al de dagen mijns levens

13

De Maand van Maria. '193

I

ocr page 200

bij. stuur mijn scheepje op de stormachtige zee dezer wereld, en leid mij binnen in de haven der gelukzalige eeuwigheid, waar ik hoop, dat ik U. onverdeeld en voor altijd, met alle uitverkorenen zal verheerlijken, loven en beminnen. Amen.

LITANIE DER H. MAAGD.

Kyrie eleison.

Christe eleison.

Kyrie eleison.

Christe. audi nos.

;

Christe, exandi nos.

Pater de coelis Deus, miserere nobis.

Fili Redemptor Mundi Deus, miserere nobis.

Spiritus sancte Deus, miserere nobis.

Sancta Trinitas unus Deus. miserere nobis.

Sancta Maria, ova pro nobis.

Sancta Dei Genitrix. ora pro nobis.

Sancta Virgo virginum, ora pro nobis.

i Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer. ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God H. Geest, ontferm U onzer.

H. Drievuldigheid één God. ontferm U onzer.

H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods , bid voor ons.

H. Maagd der maagden^ bid voor ons.


-194

ocr page 201

Mater Christi, oi-a pro nobis.

Mater divinae gratiae,

Mater purissima.

Mater oastissima.

Mater inviolata,

Mater intemerata.

Mater amabilis,

Mater admirabilis.

Mater Creatoris,

Mater Salvatoris.

Virgo prndentissima. o

Virgo veneranda, quot;5 Virgo praedicanda, B Virgo potens,

Virgo clemens,

Virgo fidelis.

Speculum justitiae,

Sedes sapientiae,

Causa nostrae laetitiae,

Vas spirituale,

Vas honorabile,

Vas insigne devotionis,

Rosa mystica,

Moeder van Christus, bid

voor ons.

Moeder der goddelijke

genade,

Allerzuiverste Moeder, Allerreinste Moeder, Onbevlekte Moeder, Ongeschonden Moeder,. Minnelijke Moeder, Wonderlijke Moeder, Moeder des Scheppers, Moeder des Zaligmakers .

Allervoorzichtigste ^ Maagd, El

Eerwaardige Maagd. o Loffelijke Maagd, ° Machtige Maagd. § Goedertieren Maagd, Getrouwe Maagd,

Spiegel der rechtvaar-

heid,

Stoel der wijsheid, Oorzaak onzer blijdschap ,

Geestelijk vat .

Verheven Vat,

Uitstekend Vat van

Godsvrucht. Geheimzinnige Roos,


105

ocr page 202

Tunis Davidica, ora pro

nobis.

Tunis eburnea,

Domus aurea,

Foederis area,

Janua Coeli,

Stella matutina,

Salus infirmorum, Kefugium peccatorum,

Consolatrix afflictorum,

Auxilium Clnistiano-

rum, o

Regina Angelorum. ^

Regina Patriarcharum. g

Regina Prophetarum, amp; Regina Apostolornm. quot; Regina Martyrum,

Regina Confessorum. Regina Viiginum,

Regina Sanctorum omnium ,

Regina sine labe origi-

nali concepta,

Regina sacratissimi

rosarii,

Agnus Dei, qui tollis

Toren van David, bid

voor ons.

Ivoren Toren,

Huis van Goud,

Arke des verbonds,

Deur des Hemels, Morgenster,

Behoud der kranken. Toevlucht der zondaren ,

Troosteres der bedrukten ,

Hulp der Christenen.

Koningin der Engelen, Koningin der Oudva- § «-Iers, 2

Koningin der Profeten, § Koningin der Apostelen, Koningin der Martelaren ,

Koningin der Belijders, Koningin der Maagden, Koningin van alle Heiligen ,

Koningin zonder ertsmet ontvangen, Koningin van den H.

Rozenkrans.

Lain Gods, dat wegneemt


106

ocr page 203

peccata mundi, paree nobis, Domine.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, cxaudi nos, Domine.

Agnus Dei. qui t.ollis peccata mundi, miserere nobis,

Christe, audi nos. Christe, exaudi nos.

v. Ora pro nobis, Sancta

Dei Genitrix. k. Ut digni effleiamur promissionibus Christi.

OREMUS.

Gratiain tuam. quae-sumus, Domine, mentibus nostris infunde : ut qui, angelo nuntiante, Christi Filii tui Incarnationem cognovimus, per passio- j nem eius et crucem ad re- 1 surrectionis gloriam per-ducamur. Per Christum Dominumnostrum. Amen.

de zonden der wereld, spaar ons Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

v. Bid voor ons , H. Moeder Gods.

E. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

LAAT ON S lil ODEN.

Wij bidden U. Heer, stort uwe genade in onze harten . opdat wij die door de boodschap des Engels de menschwording van Uwen Zoon Jozus Christus gekend hebben . door Zijn lijden en kruis tot de glorie der verrijzenis mogen gebracht worden. Door Christus onzen Heer. Am.


T

197

ocr page 204

HYMNUS DER H. MAAGD.

Ave, maris Stella, Dei Mater alma,

Atque semper Virgo. Felix Coeli porta.

Sumens illnd Ave. Gabriëlis ore.

Fuiifla nos in pace. Mutans Evae nomen,

Solve vincla reis.

Profer lumen ca;cis, Mala nostra pelle.

Bona cnncta posce.

Monstra te esse Matrem. Sumat per te preces, Qui pro nobis natus. Tulit esse tuns.

Virgo singularis,

Inter onmes mitis. Nos culpis solntos.

Mites fac et castos.

Wees gegroet Sterre der zee, verheven Moeder Gods en altijd Maagd, heilvolle deur des Hemels,

Gij hebt, de groetenis uit den mond van Gabriël aannemende, den naam van Eva veranderd. en ons den vrede bezorgd.

Slaak de boeien der schuldigen, schenk aan de blinden het licht, verdrijf al onze rampen en verwerf ons alle goed.

Toon U onze Moeder : dat Hij, die , voor ons geboren , uw zoon heeft willen worden, door U onze gebeden aanneme.

Uitstekende Maagd, de zachtmoedigste van allen , bevrijd ons van onze schuld en maak ons z acht-moedig en kuisch.


198

ocr page 205

Vitam prsesta pnram. Iter para tntum. Ut videntes Jesum, Semper colheteimv.

Sit lans Deo Patri. Suramo Christo clecus, Spiritui Saucto,

Tribus honor unus. Amen.

Geef dat ons leven rein, onze weg veilig zij. opdat wij ons eens eeuwig met U in de aanschouwing van Jezus verheugen.

Lof aan God den Vader, lof aan God den Zoon en aan God den H. Geest; een en dezeltde eerbewijzing en hulde zij aan de Drie j toegebracht. Amen.


GEBED VAN DEK II. BERNARD US

TOT DE

Memorare. o piissima Virgo Maria! non esse auditimi a seculo. quem-(jiiarn ad tua currentem praesidia , tua imploran-teni auxilia, aut tna peten-tem suffragia, a te esse derelictum. Ego tali ani-matus fiducia, ad te Virgo, virginum Mater, curro : ad te venio; coram te

Gedenk o goedertieren-ste Maagd ! dat men nimmer gehoord heeft, dat iemand die tot U zijne toevlucht nam, uw bijstand of voorspraak inriep . door U is verlaten geworden. Door zulk een betrouwen aangemoedigd, vlucht ik tot ü , Maagd der Maagden ! eu werp mij


100

ocr page 206

HYMNUS DER H. MAAGD.

Ave, maris Stella , Dei Mater alma,

Atque semper Virgo. Felix Coeli porta.

Sumens ilhul Ave. Gabriëlis ore.

Ftmda uos in pace, Mntans Evae nomen.

Solve vincla reis.

Profer lumen caicis. Mala nostra pelle.

Bona cuncta posce.

Monstra te esse Matrem. Sumat per te preces, Qui pro nobis natus. Tnlit esse tuns.

Virgo singularis,

Inter omnes mitis. Nos culpis solutos,

Mites fao et castos.

Wees gegroet Sterre der zee, verhoven Moeder Gods en altijd Maagd, heilvolle deur des Hemels.

Gij hebt, de groetenis uit den mond van Gabriël aannemende, den naam van Eva veranderd, en ons den vrede bezorgd.

Slaak de boeien dei-schuldigen, schenk aan de blinden het licht, verdrijf al onze rampen en verwerf ons alle goed.

Toon U onze Moeder : dat Hij. die, voor ons geboren , uw zoon heeft willen worden, door U onze gebeden aanneme.

Uitstekende Maagd, de zachtmoedigste van allen . bevrijd ons van onze schuld en maak ons zachtmoedig en kuisch.


198

I

ocr page 207

Vit am prsesta puram, Iter para tntnm. Ut videntes Jesum , Semper colhetemm.

Sit lans Deo Patri. Summo Christo decus, Spiritui Sancto,

Tribus honor mms. Amen.

GERED VAN DEK

TOT

Memorare, o piissima Virgo Maria! non esse auditnm a secnlo. quem-quam ad tna cnrrentem praesidia. tna imploran-tem auxilia, aut tna peten-tem snffragia. a te esse derelictum. Ego tali ani-matus fiducia, ad te Vii'go, virginum Mater, curro : ad te venio: coram te

Geef dat ons leven rein, onze weg veilig zij. opdat wij ons eens eeuwig met U in de aanschouwing van Jezus verheugen.

Lof aan God den Vader, lof aan God den Zoon en aan God den H. Geest; een en dezelfde eerbewijzing en hulde zij aan de Drie toegebracht. Amen.

II. BEIINARDUS

DE

Gedenk o goedertieren-ste Maagd ! dat men nimmer gehoord heeft, dat iemand die tot U zijne toevlucht nam. uw bijstand of voorspraak inriep. door U is verlaten geworden. Door zulk een betrouwen aangemoedigd, vlucht ik tot U. Maagd der Maagden ! en werp mij


199

ocr page 208

gemens peccator assisto. Noli, Mater Verbi, verba inca despicere ; scd audi propitia. et exaudi. Amen.

ANDER

Sub tuum praesiduim confugimus, sancta Pei Genitrix. nostras dopre-cationes ne despicias in necessitatibus nostris; sed a periculis cunctis libera nos semper. Virgo glorio-sa et benedicta. Amen.

i onder den last mijner zon-j den zuchtende voor uwe moederlijke voeten neder. O Moeder van het eeuwig Woord! versmaad mijne gebeden niet; neem die i genadig aan en verhoor ze. Amen.

GEBED.

Onder uwe bescherming nennen wij onze toevlucht, o H. Moeder Gods, verstoot onze ge-i beden niet, in onzen nood. maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke I en gezegende Maagd! 1 Amen.


^ —

202

ocr page 209
ocr page 210
ocr page 211