--'â / ' .-V ' ⢠- .,
*2* Mij
Bi. ' â¢'-â jÃ
Mgr. Aürianüs Kamp
EEN LEVENSSCHETS
door
G. A. M. v. n. K A n t.
Vice Praef. Disc. Sum.
-=gt;â4gt;-5)?K-e-^-c-
's-Hehtogendosch.
Maatschappij DE KATHOLIEKE ILLUSTRATIE.
r'.
.....â
..... ⢠â â â .â â ..
fïft v r mil
: :: .. . S. : ......ÃM «tâ
miW Jmfc'tftv.iAHit'i' - -tequot;
. .. .i. . ,. ,
' . ... ,â ,
.....â â â â : ^ ' ' â â¢: ' â ⢠- . . - . ^â .â¢... .-.. . ..:.,:. â :^, , ; .,â. ,, , ........ _ .
--- -â â â .
quot; â ⢠.... .
â .- ......^...^...... ,. â .,.,. ,.....
' : ⢠a*- ............i:ï
M â â vâ ,â
S :â¢; :: ;:. f
=
| K |
« «........ â . i
willnRi
p er: p « | . p
Mgr. Adrianus Kamp
EEN LEVENSSCHETS
(i. A. M. v. d. Kant.
VlCK 1'RAEF. Disn. Skm.
'S-J InnTOGKNUOSCH.
Maatschappij DE KATHOLIKKE ILLUSTRATIE
â
I M P R I M A T TJ 11.
Haaren, 23 Junii 1894. L. BERKVENS.
l.nm. cknsor.
O^cn acr. c^/ov-cceiwciatcicr. Ã^'cct
' f V».
â vstits ^dcccLCtiis (Z^c::ztic:z,
J o'i 9
^⢠â 1'quot;*^ .i-c» CcZvCrtCkkfcCvC 'â^T, - C*z~*ic*s- cslcC
^aiiiinr.td aar. r.cl dj a'J.ecZxc.c.:quot;amp;, 'ZvilleLvar. c57. JTa
:r,
'â quot;Wied aczc icuensscAefs aan zijn. vaatycayct
'^l.
c-'t. c^dat:c:rk::s
quot;-C- w:cr. r.:/ u;c; cr. Cwinhq /atcr ««» ftc o-cJciciitiq act tcaider, qcciiamp;cid .iccfl, â rr.cl c.cr. azeasier, cctóied iaeccr.a.iaic-cC
1
«fc- Cw Crk ⢠»1» Wl «â C »Z
-.1,...1lt;~ - , ui*» . ^ , ..JJ ........aâ â
â ..... ' - â¢â ⢠â â 1 . '- â â â .....â ,,.................
â - â â â â â â â â â
; . â â â v .: ; '.. r;- â â â â .: ; ' â¢â ' â ⢠â u- â .......... â ⢠â â â â ⢠â â¢
II
â â
â ...........................â -. .. :
sMfiSsr. â ' .......................... ...... 1 .'33^»«
MHiH^agg^gi.^tfe.'gf. ^:rr'quot;quot;!!,y^-r quot;â¢*''⢠«,» ^SjBQf
â .......... -i» . .
i9 rr ' !« quot; â â â â â s.quot; . â â â :: : -
â â â ⢠â â â â â¢- . -
5'r^^
':; : â ......-...... â¢â¢â â -' â 'â -â ......â -.â -gt; â â â ^â â â â /'
quot;-â .......................... ., ... . , . , ...
' â ' i- .
; â ;â â â â ........
.Ã; â¢
,,,
p den li)1111quot; Januari van hel jaar onzes lleeren 181)3 ontsliep Uissclien vijf en zes uur van den namiddag, zacht en kalm in zijn geliefd Seminarie Mgr. Adrianus Kamp, Eere-Kamerheer van Z. H. Leo XIII, Kanunnik van het Kathedraal Kapittel van St. Jan, Ridder van den Nederlandschen Leeuw en Regent van liet Seminarie te St.-Michiels-Gestel in den gezegenden ouderdom van ruim jaren.
Verwondert het u, lezer, dat, meer dan een jaar na zijn dood, nog geen levensbeschrijving van den eerhiedwaardigen en hoogstverdienstelijken Regent liet licht gezien heeft ? Doch verwacht deze niet van
6
mij, maar stel u tevreden mei. een korte schets, totdat een meer bevoegde hand en een heter versneden pen deze taak op zich neemt, en door eene uitvoerige levensbeschrijving de erkentelijkheid gaat inoogsten van het Bossche diocees, dat zooveel verschuldigd is aan den onvermoeiden Regent, Mgr. Adiuanus Kami'.
Te Waspik, een welvarend dorptnsschen Heusden en Geertruidenherg gelegen, aanschouwde de toekomstige Regent het eerste levenslicht den6de°Aug. 1808. Hij was het zesde der zeven kinderen, met welke God het huwelijk van Fhanciscus Andrkas Kamp en Eu-sabktii Rikmans zegende. Spruit eener achtenswaardige, maar vooral in merg en been katholieke familie, werden in zijn jeugdig hart de zaden van deugd en godsvrucht uitgestrooid door een braven vader en eene godsdienstige moeder, overtuigd als zij waren, dat een deugdzaam en christelijk leven alleen den mensch gelukkig maakt ook op deze wereld. Willigen bodem vond dat zaad in 't kinderlijk gemoed van den knaap, weelderig schoot het op en in latere jaren heeft het aan rijke vruchten niet ontbroken.
Oji jeugdigen leeftijd reeds gaf hij het verlangen te kennen, om zich als priester geheel aan God en den dienst Zijner altaren toe te wijden. Krachtigen steun vond hij bij den herder der parochie, deken Vissers, die de uitmuntende hoedanigheden van den
7
knaap had leeren kennen, en ze naar waarde wist te schatten. Nauwelijks had Adrianus zijne eerste H. Communie (1) met innige godsvrucht, zooals men dat van hem verwachten kon, gedaan, of hij gaf aan zijne moedor het verlangen van zijn hart te kennen. Wel voelde zijne brave moeder zich verheugd, bij het hooren der gelukkige neiging van haar kind ; maar toch meende zij er zich tegen te moeten verzetten, omdat de kosten der studiën te hoog zouden loopen voor eene weduwe, die zeven kinderen had groot Ie brengen en in hun stand te houden. Ik zeg voor eene weduwe, want vader Kamp was op 14 Febr. van dat jaar (1822) ter zielen gegaan. Doch de waardige deken, die het volle vertrouwen der familie genoot, en voor allen een vader was, wist die moeie-lijkheid bij moeder weg te cijferen; te gemakkelijker, daar zij in haar hart niets vuriger wenschte, dan een barer zonen als priester te mogen begroeten. Het pleit was beslist, en met vreugdevol hart verliet de knaap de ouderlijke woning op 3 Sept. 1822, om aan het Seminarie te St-Michiels-Gestel (2) zicii met de borst op de studie der humaniora toe te leggen.
Vele moeielijkheden zou bij nog ontmoeten op den
(1) liij deze (,'eloj;enlipiil ontving hij van zijn oom een kerkboek len geschenke, dat nog bij zijn dood, veel gebruikt, maar zorgvuldig bewaard, in zijn bezit gevonden werd.
(2) Cfr. Aanl. 1. en '2,
IÃ
van Den Dungen. Dal hij bemind werd door zijn medesludenlen blijkt liieruit, dat zij in hartelijke vriendschap onderling verbonden bleven tot den dood.
Aan Eindhovens «Latijnsche Schoolquot; voltrok hij de f
studie der humaniora, om in het sinds weinige dagen heropend Seminarie «Bekkvuetquot; de lessen in de Wijs-begeerte le volgen (2. Nov. 182U). (1) Grondig onderlegd in de Philosophic, na een ijverige studie van twee jaren, ging hij over naar hel Groot Seminarie te Herlaar, eveneens onder Gestel gelegen, waar president Ant. van Gils, Phil, van de Ven en .Iag.
Guvten, mannen op welke ons bisdom groot mag gaan, de II. Godgeleerdheid onderwezen. *
Met een paspoort, geleekend 2 Maart 1832, ging iiij op reis naar Munster, waar hij de li. li. wijdingen van Subdiaken en Diaken zou ontvangen; en opliet einde van hetzelfde jaar werd die reis andermaal ondernomen, om op 22 Dec. 1832 het verlangen van zijn hart door de 11. Priesterwijding bevredigd te zien.
Gaarne en dikwijls verhaalde de eerbiedwaardige man op tateren leeftijd zijn reizen naar Munster, en
i
toen hij op den zestigsten verjaardag zijner priesterwijding (2) â hij vierde hem kort voor zijn doodâ-
Cl ) Cfr. Aanl. 3. 4.
(2) Op rticn flag boloofrlo li ij aan 'l Seminario oon zwart kazuifel mei de daarbij behoorendo dalmatieken. Dit scboone geschenk was nog niet gereed bij zijne uitvaart, en is op zijn eerste jaargetijde voor de eerste maal in gebruik genomen.
\\
andermaal die lastige reis in al haar kleuren verhalen moest aan de vrienden, die deze heuglijke dag aan zijne tafel vereenigd had, voegde hij er bij: «Eén zaak is er, die ik nog altoos betreur en het is deze: dat wij zoo weinig konden bidden, en dal do reis zooveel van de retraite verloren deed gaan.quot;
In het bisdom van 's-Bosch teruggekeerd, werd hij met Paschen van het jaar 1834 benoemd tot professor aan het Klein Seminarie, van welk ambt hij, na vier jaren van ijver en toewijding, geroepen werd om op te treden als prefect van het huis, (1838) in welke moeielijke en zorgvolle betrekking hij nogmaals vier jaren lang het Seminarie do gewichtigste diensten bewezen heeft, hanger mocht het Klein Seminarie zijn verdienstelijken prefect niet behouden.
Men. Hkmucus den Dubheldkn achtte hom noodzakelijk voor het Groot Seminarie, dat intusschon door president .Iac. Cüvten naar Haren was overgebracht (Juli 1839), en benoemde hem tot directeur den 26 Maart 1842. Aon. Kamp was de eerste, die met den titel van directeur is opgetreden. Twaalf jaren heeft hij dien gewichtigen post bekleed onder het prosi-dentschap van Mgr. Guyïkn, en van hem geleerd de werkzaamheid en de belangelooze opoffering, waardoor hij zou uitmunten in de taak, waartoe God hem roepen ging in het jaar 1854.
Joannes Henricus Smits, regent van het Klein Semi-
T9
l'i
narie, was den 10en Juli van dat jaar in den ouderdom van 74 jaren aan zijn huis en aan liet bisdom ontvallen. Voor het doordringend oog van Mgr. Zwmskn, roemrijker gedachtenis, waren de uitmuntende hoedanigheden van directeur Kamp niet verborgen gebleven, en hij meende in hem den aangewezen persoon te vinden, die het. werk van den onvergetelijken regent zou voortzetten en voltooien. De scherpzinnige kerkvoogd had goed gezien.
Benoemd op 11 Aug. tot regent van bet Klein Seminarie, scheen Mgr. Kamp met de waardigheid van regent Smits ook diens geest van onvermoeide opoffering en liefde voor het huis, dat Item werd toevertrouwd, te hebben overgenomen. Al was de taak, die hem le wachten stond, kommervol en moeilijk, bij aanvaardde ze vol moed en opgewektheid, daar hij in den wil zijner oversten den wil des Heeren zag, vertrouwend op den steun van Mem, die gezegd heeft: «Niet gij heb! Mij uitverkoren, maar Ik heb u uitverkorenquot; : »non vos Me elegistis, sed Ego elegi vos,quot; (Joan. 15, 16.)
Acht en dertig jaren heeft hij aan liet hoofd gestaan van bet Seminarie, en voor zijn buis gewerkt dag in dag uit tot zijn 8r)8tc levensjaar toe met eene opgewektheid en werkzaamheid, die bewondering en eerbied afdwingt. Nooit, tenzij op dringend bevel yan zijn geneesheer, zou hij iets van de taak, die hij
.. ,
.
m. .. . . ............. ,... . â .gg
13
zich als regent had voorgoscliroven, verzuimd hebben. En deze taak was niet van geringen omvang.
Als des morgens om balfzes de studenten zich naar de kapel begaven om liet morgengebed te bidden, vonden zij Mgr. Kamp reeds verzonken in een hartelijke dankzegging; hij had de Mis reeds gelezen; en â vergun mij het er bij te voegen â hij las ze gedurende vele jaren driemaal elke week voor zijn huis en de hem toevertrouwden. Dat heeft hij volgehouden, tot op zijn TO3'quot; jaar een pijnlijke kwaal zijn lichaam aantastte en hem tot «uitslapenquot; dwong. Tot uitslapen! Igt;e uitdrukking is van hem, lezer. Hij, de zeventigjarige, sprak van uitslapen, als hij telken morgen om 5% uur den kansel beklom, om voor zijne kindereu de morgenmeditatie te houden! Die meditatie heeft hij gehouden acht en dertig jaren lang, gehouden niettegenstaande zijn iioogen ouderdom en pijnlijke kwaal, gehouden bij de guurheid van vóór- en najaai', hij de vinnigste koude van den strengsten winter, gehouden zelfs toen hij zich niet meer dan met moeite deed verstaan. Daarna â sinds hij gedwongen was om (laat ik het woord nog eens gebruiken, het teekent zoo schoon) uit te slapen â droeg hij het II. Misolfer op met innige godsvrucht en brandende liefde. Tot weinig tijd vóór zijn dood zag men den eerbiedwaardigen grijsaard op klokslag zes uur het, altaar bestijgen; alleen de feestdagen
14
maakten liierop eene uitzondering. Want, als regent en hootd van het huis, rekende hij het zich ten plicht zelf de kerkelijke plechtigheden te verrichten; en mochten de vermoeiende ceremoniën hem zwaar vallen op den ouden dag, toch was het immer Mgr. Kamp, die de plechtigheid verrichtte of de Hoogmis zong. Geen Zon- of Feestdag ging voorbij, dat Mgr. den predikstoel niet beklom, om zijn studenten het woord Gods te verkondigen. Daarbij werd het Zon-dagsche lof nooit door een ander, dan door den Regent gedaan, die daarna nog gedurende een half uur catechismusles gaf aan al zijne kinderen. En hiermede niet tevreden, herhaalde hij de les dagelijks; alleen op Donderdag en Zaterdag moest de catechismus plaats maken voor het lof.
Het dagelij ksch optreden van den onvermoeiden Regent was daarmede niet teneinde. Vóór den maaltijd verscheen hij gedurende een vierde uurs andermaal op den kansel, om door wijze lessen en raadgevingen zijne kinderen voor te lichten op het pad der volmaaktheid, waarop hij ze door zijn voorbeeld zoo stichtend voorging.
Met zorg bewerkte hij preek en meditatie; dat hebben ons de stapels aanteekeningen bewezen, die in zijn studeervertrek gevonden werden na zijn dood. Maar 't was hem niei te doen om schoone woorden ; «De zaak, daar komt het op aan» was zijn woord.
15
Eenvoudig eti eigenaardig was de taai, die hij sprak op den predikstoel, gelijk hij eenvoudig en eigenaardig was zelfs in zijne dagelijksche gesprekken.
Lozer, die in uwe jeugd student waart aan ons Seminarie, ik weet, dal ik u hier herinneringen in liet geheugen roep, die uwe lachspieren aandoen. Lach vrij om eenige zijner uitdrukkingen, â wie onzer heeft er zich in latere dagen niet menigmaal vroolijk over gemaakt, â want wat kwaad is er gelegen in het lachje, dal ons den llegent in al zijn beminnelijken eenvoud voor den geest brengt? Hij is er niet te minder om in onze achting ; en juist zijne ongekunstelde eenvoudigheid in woord en daad heeft hem de harten veroverd van allen, die iiein gekend hebben.
Ik heb ii reeds verhaald, hoe Mgr. Kamp de eerste uren van den dag doorbracht niet bel lezen der H. Mis, en met bel houden der meditatie voor zijne kweekelingen. Daarna deed hij een lange en vurige dankzegging, die hij eindigde om de meditatie voor zich zeiven te houden. Na het ontbijt o[i zijn eenvoudige kamer gekomen, nam bij naai'oud en vroom priesterlijk gebruik de li. Schrift ter hand, om ze niet, dan na eenige hoofdstukken met aandacht en eerbied gelezen en overwogen te hebben, weg te leggen, ten einde de werkzaamheden van regent te hervatten. En hel werk liet niet op zich wachten. Er stonden
I(gt;
reeds studenten voor zijne deur, die daar kwamen om hem lo spreken, iels van hem te verzoeken, zijne vaderlijke vermaningen on aansporingen te ontvangen, die kwamen om raad en bemoediging vooral, 't Was hem niet te veel. Voor een ieder had hij een goed en bemoedigend woord, een hartelijke vermaning, een wijzen raad. Berispen deed hij ongaarne, maar waar het noodig of wenscheiijk scheen, deed hij het met, ernst en gestrengheid, wetende, dat een vader, die zijn kind waarlijk liefheeft, de roede niet spaart, al kost liet hem veel de roede te gebruiken. Uitmuntend was hij op de hoogte van al wat er omging in zijn huis, op de hoogte van bet gedrag en de studie van ieder zijner kweekelingen in het bijzonder ; en hel was zijn lust, zelve de minder goede studenten moed in te spreken en methode van studie te leeren. Menigeen heeft het ondervonden, niettegenstaande den berg van werkzaamheden, die den regent wachtte, dat hij moest plaats nemen naast hem, om uit zijn mond te vernemen, op welke wijze dit of dat vak liet best wordt aangeleerd, hoe bel moet aangelegd worden om met vrucht te studeeren en de lessen te volgen. Waarlijk als gij hem zoo bezig zaagt, zoudt gij gezegd hebben, dal hij tijd â ik zeg niet, genoeg â maar te veel had.
En toch liet tegendeel moet waar zijn. zult gij mij gaarne bijslemmen. als ik U zog, dat liij alleen het
-17
gansche bestuur van hel Seminarie in handen had. Gij begrijpt voldoende, niet waar ? wat werk niet alleen, maar ook wat tact en voorzichtigheid er gevraagd wordt in het hoofd van een huis, waar tweehonderd jongelingen hunne opleiding tot het priesterschap ontvangen; met wat zorg en omzichtigheid er gehandeld moet worden, waar het geldt nieuwe Seminaristen aan te nemen ; wat beleid en schranderheid er vereischt wordt, om het kaf te ziften uit het koren, om hen, die tot het altaar niet geroepen schijnen of niet geschikt bevonden worden, te doen inzien, dat God hen roept langs andere wegen. Doch bij deze teedere kwestie zullen wij niet langer verwijlen, 't Is u genoeg te weten, dat Mgr. Kamp acht en dertig jaren hel geestelijk belang van liet Seminarie met hart en ziel heeft voorgestaan op schrandere en voorzichtige wijze.
Niet alleen het geestelijk, maar ook het tijdelijk bestuur van het talrijk huisgezin rustte op zijne schouders alleen. En gij behoeft geen man van zaken te zijn om te beseffen, wat eene administratie er verbonden is aan een Seminarie en wat een briefwisseling daarmede noodwendig gepaard moet gaan. Dit alleen is voldoende om iemand de handen vol werkte geven, zegt gij. Mag ik U aantoonen, dat de Regent veel meer nog gedaan heeft voor zijn buis 7
Laat ik stilzwijgend voorbijgaan het werk en de beslommering, die hel bezorgen van studiebeurzen
18
aan zijne studenten medebracht, om u te zeggen, hoe in den letterlijken zin des woords geen plankje verlegd of gelegd werd in het ruime huis, of het ging uit van hem en gebeurde onder zijn toezicht. Op gestelde tijden ging hij alles nauwkeurig na; alles moest bezien, alles onderzocht, alles beproefd worden; en nauwelijks had hij vernomen, dat hier of daar reparatie noodig werd of aanstonds was hij ter plaatse, om zich met eigen oogen daarvan te overtuigen, en zijne bevelen te geven. Dat bleef hij verrichten, zelfs toen de last van 84 jaren hem drukte, en wel met een opgewektheid en vlijt, die menig man in de kracht der jaren beschamen zou. Wilt gij voorbeelden, lezer? Ze zijn ontelbaar. De kapel van het Seminarie werd gepolychromeerd; dat was een werk van zes maanden. Dagelijks niet eens, maar twee- driemaal beklom Mgr. Kamp de steile ladders, om tot boven in het hooge gewelf de werkzaamheden met eigen oogen na te gaan, en niet zelden gebeurde het, dat hij reeds bij de schilders stond, vooraleer dezen zijne komst bemerkt hadden. Meermalen hebben wij in die dagen gezien, dat hij, terugkeerend van het kapittel of van een andere noodzakelijke reis, zonder eerst op zijn kamer wat rust gezocht te hebben, zich naar de kapel begaf, om zijn dagelijksch bezoek te brengen aan de werklieden onder het hooge gewelf. Mgr. Kamp telde toen zeven en zeventig jaren.
19
Een dag, dat hij wederom, uit het rijtuig komend, naar de werkzaamheden ging omzien, ontmoette hem in de eetzaal der studenten een oude goede vriend, die hem zeide: ))M. Regent, wat hoor ik van IJ'? Gij klimt nog dagelijks naar boven? Dat moest gij niet doen op uwe jaren, gij hebt jongeren genoeg, die het gaarne voor u zullen verrichten.quot; En wat antwoordde de onvermoeide grijsaard ? «Hoor eens hier, beste vriend, als gij aan uw huis een of ander laat verbouwen, gaat gij dan van tijd tot tijd niet eens zien?quot; Natuurlijk was het antwoord : «Ja zekerquot;. «Welnuquot;, hernam Mgr., «dat doe ik ook en gij kent hel spreekwoord : «het oog van den meester maakt het paard vet.quot; En wederom besteeg hij de hooge ladders.
Acht kruisjes telde de werkzame grijsaard, toen het noodzakelijk werd eene nieuwe boerderij (1) te bouwen. quot;Wat deed de onvermoeide? Zelf ging hij de boerderijen der gestichten en kloosters van deu omtrek, die hem als uitmuntend waren aangeprezen, bezichtigen lot in de kleinste bijzonderheden, en het gebeurde niet zelden, dal hij de zusterkens lachen en uil bezorgdheid een weinig knorren deed, als hij overal doordrong, om zelf met den maatstok in de
(!) Onder tie ze, misschien miniler juiste, benaming zijn wij gewoon ⢠Ir melkerij van het Seminarie met de belendende gebouwen aan te duiden.
20
hand een of ander, wat hem aanstond, te gaan opmeten. Niet waar, feiten als deze leggen getuigenis af van een rustelooze werkzaamheid, die wij prijzen zullen in den mannelijken leeftijd, maar bewonderen moeten in een tachtigjarigen grijsaard. Mijn voorraad, lezer, is lang niet uitgeput. Elke dag van dat vrucht-haar leven hrengt nieuwe stof voor bewondering bij, maar het is niet noodig alles aan te halen, er zijn immers trekken, kleine trekken, die beter en iijner teekenen dan een macht van lijnen. Straks wellicht vind ik nog plaats voor zulk een trekje.
Zal het noodig zijn u te zeggen, dat die onvermoeide ijver menig nuttig en belangrijk werk voor het Seminarie tot stand heeft gebracht ?
Regent Smits had in het jaar 1852 met de vergrooting van het Seminarie een aanvang gemaakt, maar de dood rukte hem weg te midden zijner werkzaamheden, (10 Juli 1854) en het bleef aan Mgr. Kamp voorbehouden, het begonnen werk te voltooien. In het voorjaar van 1855 zette hij de verlenging der gebouwen voort, die reeds in October van hetzelfde jaar voor het grootste gedeelte door de studenten betrokken werden; nl. twee ruime speelzalen met studiezaal en een tweetal leskamers, waarboven zich een luchtige slaapzaal uitstrekt, terwijl twee schoone speelplaatsen den nieuwen bouw begrenzen.
Reeds herinnerde ik u aan de beschildering der
21
kapel, doch dit is niel het ecnigc wat Mgr. Kami» gedaan heeft aan hot huis des Heeren. Hij vond bij zijne benoeming de kapel onder dak, dat is waar; maar toch, men had zich moeten haasten, om als eerste godsdienstoefening de uitvaart van Regenl Smits binnen hare muren te kunnen celebreeren. (1) En nu staat zij daar geheel voltooid en dwingt door den rijkdom barer versiering ieders bewondering af. Veel zorg en bekommering heeft ze hem gebaard, al kwam, onder vele, vooral een vriend hem krachtig te hulp door het schenken van een orgel, dat menige stadskerk geen oneer zou aandoen, door het schenken ook van een prachtige communiebank en een kunstig gewerkt hek van geslagen ijzer.
Die vriend en milde gever was prof. Tmeodorus Spikiungs, die, na een vruchtbaar professoraat van twintig jaren (2) (1850â1879), benoemd werd tol pastoor der parochie van Sint Pieter te 's Bosch, waar hij den 3dlt;'n Jan. 1892 overleed, betreurd door geheel de stad, die hem liefhad om zijn talenten, beminnelijkheid en nooit uit te putten vrijgevigheid.
Lezer, duid mij deze kleine afwijking niet ten kwade, daar het niet mogelijk is te spreken over de werkzaamheden onder Mgr. Kamp, zonder een woord van
(â¢1) Cfr. nant. 5.
(2) Gedurende al dien tijd was hij professor dor Rhetorica,
22
dankbare herinnering le wijden aan de nagedachtenis van pastoor Spietungs, wien het Seminarie nog voor meerdere dan bovengemelde giften, de grootste dankbaarheid schuldig is.
Keeren wij tot de werkzaamheden van onzen Regent terug. De eenvoudige ruiten der kapel zijn vervangen door prachtige glasramen van het, fijnste grisaille, terwijl vier glasschilderingen van den kunstenaar Capronnier het priesterkoor versieren. De rijk vergulde altaren van eikenhout, de kunstig vervaardigde biechtstoelen van dezelfde stof, de beeldenrij die de kolommen versiert, de kruisweg vol uitdrukking en leven, de weelderige en zachte polychromie van gewelf en muren werken samen om van de kapel een indrukwekkend en grootsch geheel te maken (1). Eere aan Mgr. Kamp, wien het huis Gods zijn luister dankt, door wiens zorg dat alles tot stand is gekomen.
Ik wil de vele verbeteringen en kleinere bouwwerken zwijgend voorbijgaan, (U alles opnoemen zou mij te ver voeren) om even stil te staan bij een paar gebouwen van grooteren omvang, die hij in zijn ouden dag deed optrekken.
Door het voortdurend toenemen van het aantal sludenten werd in het jaar 1883 een uitbreiding wen-schelijk geacht, die werkelijk in een lang gevoelde
(1) Cl'r. Aant. 0.
23
behoefte voorzien zou. Niel terugschrikkend voor de moeilijkheden, die hem werden voorgespiegeld, toog de Regent aan het werk, en na de groote vacanlie vonden de kweekeiingen tot hun gebruik het nieuwe gebouw in gereedheid, waarin zich bevinden biljarten zangzaal, bibliotheek en piano kamertjes, en waaraan een sierlijke en ruime, overdekte speelplaats verbonden is.
Het was zijne gewoonte â gij weet het reeds â bij elke verandering of verbetering in eigen persoon een oogje in 't zeil te houden. Dat deed hij ook, toen deze bouw werd opgetrokken, ofschoon zijn vergevorderde jaren en zijne wankelende gezondheid het niet schenen toe Ie laten. De weinige vrije oogenblik-ken, die hij in den loop van den dag wist uit te sparen, bracht hij door op het werk. Alle bezwaren werden hem voorgehouden, elk op zijne beurt beproefde hem van de werkzaamheden af te houden: niets mocht baten. Hij bleef de werklieden nagaan, totdat Mgr. Godschalk hem bevelend verzocht, zich zeiven te sparen voor het Seminarie. Toen bleef hij weg uit gehoorzaamheid. Vindt gij niet, dat ook dit trekje teekent ?
Op 5 Mei 1890 legde hij den eersten steen van de nieuwe boerderij, waaraan grenzen zouden wasch-huizen, linnenkamers en bakkerij met de daarbij be-hoorende graan- en droogzolders, alles doelmatig.
24
ruim en sierlijk tevens. Als de vrienden dit, hoorden, daclileii en spraken zij: âDat is zijn dood.quot; Zij wisten toch, dat de Regent, als altijd ook nu wederom opzichter zou spelen. ITet opzicht hield hij, ja, maar den dood heeft hij er niet gevonden : integendeel, men zou gezegd liehhen, dat de grijsaard verjeugdig-de naarmate de bouw vorderde. Gelukkig en voorspoedig werd hel werk voltooid. Kik zijner vrienden, die hem kwamen bezoeken, geleidde hij naar het nieuwe gebouw; en of het hem goed deed zijn laatste work van grooten omvang door een ieder te hooren prijzen en goedkeuren als nuttig voor zijn huis.
Voldoende reeds acht ik bewezen, dat de werkzame Regent veel goeds voor zijn Seminarie tot stand beeft gebracht ; alleen dit wil ik er nog bijvoegen dal hij zijn huis door een sierlijke laan, met klinkers bestraal, verbond met den provincialen weg tusschen Gestel en Schijudel.
Zoo ging zijn leven voorbij met werken voor zijn buis. Nooit of nimmer kende of gaf hij zich rust; zelfs, als zijne kweekelingen de dagen der vacantie gingen doorbrengen in het ouderlijke huis, gebruikte hij zijn tijd met werken van den vroegen morgen tot den laten avond, en het scheen, dat hij in die dagen van rust voor zijne kinderen zijn ijver en werkzaamheid verdubbelde.
Bij al die beslommeringen kwamen nog de bezoek-
25
dagen, dio den regent, van ons Seminarie geen uurtje rust laten. Geheel den dag van 's morgens elf uur tol in den avond was hij voor de tamilie zijner studenten te spreken. Nu was het een bezorgde vader, dan weder een bekommerde moeder, â en gij weel, dal moeders veel en lang kunnen keuvelen, als er gehandeld wordt over de belangen hunner kinderen â die hij le woord moest staan. En hij stond ze te woord, alsof geen andere bezigheden hem wachtten en allen gingen voldaan van hem heen, getuigend, dat zij nooit beminnelijker en liever ontvangen waren dan door Mgr. Kamp. Daarmede was hij niet tevreden. Kwamen zij niet tot hem, dan ging hij zelf de spreekkamers rond, om de families zijner kinderen te groeten en om met hen over hot welzijn hunner knapen te spreken. Ik weet, het is niet zelden geschied, dut bij tot driemaal is teruggekeerd. Behoef ik u nog te zeggen, dal hij de harten aller ouders voor zich go-
wonnen had?..... Zóó zelfs, dal menigeen dacht een
vruchtelooze reis naar Gestel ondernomen te hebben, als hij den Regent niet gesproken had; en dal gebeurde nooit, als de plicht of het belang van het Seminarie hern niet geroepen had buiten zijn huis.
Voor zijn professoren was hij een vaderlijke vriend. (1) Niets was hem le veel; als hij hun vol-
(1) Cfr. Aant, 7.
26
doening verschaffen kon, deed hij hel met liefde. Hun genoegen was ook het zijne: lachten zij, hij lachte hartelijk mee, en als er vroolijkheid heerschte onder hen, dan was het op zijn gelaat te lezen, dat het hem goed ging. dat hij niets meer wenschte dan genoeglijke tevredenheid bij hen, die op zijn voorbeeld werkten aan het heil der toekomstige Levieten. Nooit of nimmer zou hij hun onvriendelijk zijn, zelfs niet waar hij dacht iets, wat hom gevraagd werd, te moeten weigeren; want, zoo hij weigerde, geschiedde het op eene wijze, die u lachen deed. Allen lagen hem aan het hart, zijn zorg strekte zich uit over allen en over ieder in het bijzonder tot in het ongelooflijke; en nooit is er een woord ten nadeele van een hunner door een ander van zijne lippen vernomen.
Bij al die werkzaamheden en zorgen beoelende liij de gastvrijheid in de hoogste mate. Ik kan mij, om dit te staven, beroepen op de ouders en bloedverwanten zijner sHeeren.quot; Zij werden door hem ontvangen met een hartelijke gulheid, die men bewonderen zou, zelfs dan, als ze betoond werd aan eigen familieleden. Geen wonder, dat zij er zich tehuis gevoelden en gaarne den dag op Beekvliet gingen doorbrengen. Ik kan mij beroepen ook op de geestelijkheid van dit bisdom en op velen daarbuiten. Nooit, zelfs niet, al wisten zijne professoren, dat hij
27
mot werk overladen was, heeft hij iemand, geen eenvoudig man zelfs, koel of onvriendelijk ontvangen ; nooit heeft hij blijk gegeven, dat een bezoek hem minder aangenaam was of ongelegen kwam. Hij vreesde onvriendelijk tc zijn of zijn plicht van gastheer slecht te vervullen, als hij opstond om zijn werk te hernemen, en niet zelden kostte het moeite hem tc overtuigen, dat het niet euvel opgenomen zou worden, indien hij zijne bezigheden hervatten ging.
Maar ook dan nog verwijderde hij zich met een vriendelijk en beleefd: «Welnu als ge 't mij niet kwalijk neemt.quot;
Gij vraagt mij, hoe Mgr. nog tijd vond voor het bidden van zijn brevier. Ik weet het niet; doch wat ik wel weet, is, dat hij het kerkelijk officie met veel godsvrucht las niet alleen, maar dat men hem dikwijls vond neergeknield voor het tabernakel, om God den zegen af te smeeken over zijn werk, zijn huis en zijne kinderen. Nimmer bleef zijn vaste plaats in de kapel onbezet, als des avonds het rozenhoedje gebeden werd, of eene andere godsdienstoefening de kweeke-lingen naar de kapel riep, en stichtend was het te zien, boe de regent daar eerbiedig neergeknield lag met neergeslagen oogen, met een glimlach op het eerbiedwaardig gelaat, vooral als hij in de dagen van hel veertigurengebed bijna den ganschen dag doorbracht aan de voeten van Jesus.
Ziedaar onzen ijvervollen en werkzamen Regent,
28
die 38 jaren aan hot hoofd heeft gestaan van het Klein Seminarie van 's-Bosch, en wiens leven is voorbijgegaan in onvermoeiden ijver voor ons huis. Onvermoeid was hij. Noch de last der vier en tachtig laren, noch de hitte, noch de koude, noch zelfs zijn pijnlijke kwaal heeft hem afgeschrikt van de werkzaamheden, die zijne hooge, maar zorgvolle waardigheid van hem vorderde. Ontzettende pijnen, zoo heelt zijn geneesheer verklaard, leed hij van zijn kwaal eiken dag. En toch, nooit heeft iemand zijner omgeving een klacht van zijne lippen vernomen, en als de smart zich teekende op zijn gelaat, trachtte hij zijn lijden te verbergen achter een glimlach. Nooit heeft hij zijn werk aan anderen opgedragen, al kostte iedere stap hem vaak nieuwe en fellere pijnen.
Zoo gingen de jaren van Mgr. Kamp voorbij, maar niet zonder de sporen achter te laten van zijn werk-zamen geest, tot in de eerste dagen vanhet jaar 1892 de gevreesde Influenza hem aantastte en bracht aan den rand des grats. Op 13 Jan. werden hem de Sacramenten der stervenden toegediend. Ik wil die indrukwekkende plechtigheid verhalen, zooals ik ze beschreven vind in de Jaarboeken van het huis; »Te «circa 6 uur wordt de H. Plechtigheid verricht door »den Hoogeerw. Heer C. J. A. Terwindt, Kanunnik «en Directeur van het Doofstommen-Instituut te St. »Michiels-Gestel; alle Heeren, die niet belet waren,
29
»t\vee censoren en twee kosters, (1) vergezelden het «Allerheiligste. Met stichtende godsvrucht ontving »de eerbiedwaardige grijsaard de H.H. Sacramenten. «Toen betuigde hij zijne overgroote vreugde voor de «genade, die God hem geschonken had, waarom hij «Hem geheel zijn leven zoo vurig gebeden had. Hij «dankte ook de aanwezige Heeren voor de helang-«stelling hem getoond, voor de moeite en zorgen aan «'t Seminarie besteed. In zijne oprechte ootmoedigsheid vroeg hij hun alsmede de studenten uit der «harte vergiffenis voor de minder goede behandeling, «die zij misschien ooit van hom hadden mogen ondersvinden ; en vermaande hij hen allen, zooveel zij konsden den goeden geest van gebod en werkzaamheid «op het Seminarie te behouden en te bevorderen.quot;
De gevreesde slag viel niet, de ziekte week tegen aller verwachting, en langzaam aan beterde de hoogbejaarde. Nog wel bleef een der professoren bij hem toen de Pnaschvacantie aanving, maar reeds in de eerste dagen dier vacantie weigerde hij alle hulp, zeggemle : «Mijne heeren moeten vacantie houden, wij hebben al zoolang vacantie gehad.quot; Als ware bij nimmer ziek geweest, hernam hij liet werkzaam leven
(â 1) Censonen worden genoemd do vier primi der klassen: hier der Rlietorica.
Kosters. De Innctie van koster wordt waargenomen door 3 leerlingen der llliut. en 1'oët, die door goed gedrag liebben uitgemunt.
30
van vroegere dagen, en zijn volkomen herstel scheen nog menig levensjaar te beloven, al was het getal zijner jaren tot vijf en tachtig geklommen. Zoo gaarne geloofden wij, dat hij nog lang zou bewaard blijven voor zijn huis, en wij vermoedden niet, dat de Regent op 10 Aug. bij zijn 85ste ook zijn laatste levensjaar was ingetreden. Hij bad genoeg gewerkt op deze wereld, en God wilde de rust des Hemels, door hem zoo wèl verdiend, zijn trouwen knecht niet langer onthouden.
Slechts acht dagen vóór zijn dood (11 Jan. 1893) reed hij uit, om te 's-Hertogenbosch do vrienden van het Seminarie, die daarom ook zijne vrienden waren, ile gelukwenschen voor het nieuwe jaar aan te bieden. De vier-en-tacbtigjarige grijsaard meende zulks verplicht te zijn bij een vorst van 15 graden. Des avonds bij het naar huis keeren, openbaarde zich reeds de ziekte, die een einde zou maken aan zijn werkzaam leven, maar hij ontgaf het zich. Als in den laten avond een der Plaatsheeren (1) zich tot hem begaf om hem Ie spreken, gelijk bij dat verlangde, over een nietige zaak, â daar was een klein lek aan een dor pompen â bemerkte deze al aanstonds dat Mgr.
Cl) 01' liet woord er door kan ? Plaiilsheer. Deze bonamiiig wordt liier gebruikt voor hem, dio met do siirvoillunce op de speelplaats belast is, terwijl die van Studielieer dengene aanduidt, die de surveillance der studiezaal voor zijn rekening heelt.
31
niet wel was en zeide: »M. Regent, ik zal morgen wel eens terugkomen,quot;waarop hij ten antwoord ontving: «Neen, neen, gij moet mij nu vertellen wat er gaande is, want wat men heden kan verrichten, zijn wij niet gewoon tot morgen uit te stellen.quot; De ziekte deed zich meer en meer gevoelen. Zaterdag stond hij nog op om biecht te hooren, maar moest den biechtstoel verlaten en zich te hed begeven. Veel moeite kostte het, hem te bewegen Zondag de H. Mis niet te lezen, want zelf zag hij het ernstige van zijn toestand niet en zeide lachend: ))Als wij een paar dagen het bed houden, zijn wij weer beter.quot; Beter zou hij zijn na een paar dagen, maar beter in den hemel. Zijn krachten namen zichtbaar af en de geneesheer achtte het raadzaam hem de Sacramenten der Stervenden toe te dienen. Met innige godsvrucht en volle kennis ontving liij de genademiddelen der Kerk uit de handen van zijn vriend den Hoogeerw. Heer C. Terwindt in den avond van Woensdag omstreeks negen uur. De dood kwam merkbaar nader. Het bewustzijn verliet hem reeds dienzelfden avond, en in dien toestand nog toonde hij, wat hij was geweest in zijn leven, want als de ijlkoorts hein aangreep, sprak hij over zijn huis en zijne kinderen, bad hij of las in zijn verbeelding de H. Mis. De nauw merkbare ademhaling en de steeds verllauwendo polsslagen kondigden op Donderdag aan, dat het doodsuur niet ver meer ver-
32
wijderd was. In dien toestand vond Mgr. van de Ven, onze beminde kerkvoogd, den lijder, dien hij kwam bezoeken omtrent vier uren in den namiddag.
De Bisschop sprak tot hem, gelijk de priester der Kerk gewoon is te snreken aan de sponde der stervenden, om hem op te wekken, met onderwerping en gelatenheid den dood aan te nemen uii, Grods vaderhand; maar de stervende hoorde het niet meer. Onbeweeglijk lag hij op het ziekbed, de oogen gesloten, een lachje om den mond : hij ging zoo gerust en tevreden naar het huis zijner eeuwigheid. Na nog een tijd lang met de familieleden en professoren, die in de ziekekamer lagen neergeknield, gebeden te hebben, gaf Mgr. den kranke zijn zegen en verwijderde zich. 't Kan nog wel uren aanloopen, dacht men, en daarom besloot Mgr., na een uur toevens, huiswaarts te keeren; toen een der Eerw. Heeren, die bij den zieke al biddende de wacht hield, kwam zeggen ; »Mgr., do Regent sterft.quot; Aanstonds begaf de Bisschop zich wederom tot don stervende, bad met luider stem het «proticiscere anima Christianaquot;, en onder de opwekkende woorden, die hij daarop volgen deed, gaf Mgr. Kamp zijne schoone ziel aan den Schepper weer. Zijne bode om een kort ziekbed en de genade der laatste II.H. Sacramenten was verhoord, üe Kerkvoogd stond op na een hartelijk gebed voor
33
de zielerust des overledenen, condoleerde de aanwezige familieleden, en zich tot de professoren wendende, sprak hij : »lieeren, daar is een heilige meer in den hemel.quot;
Daar is een heilige meer in den hemel. Ja, wij gevoelden, dat die woorden waarheid bevatten, want heilig was de overledene reeds op deze wereld. Zijn leven was een toonbeeld aller deugden. Hij leerde aan de jongelingen den weg der deugd en der priesterlijke volmaaktheid door zijn woorden en wijze lessen, maar meer nog door zijn verheven voorbeeld. Daarom moet hij groot zijn in liet rijk der hemelen volgens de belofte van Ghr.: »die gedaan en geleerd zal hebben, hij zal groot genoemd worden inliet rijk der hemelen.quot; (Matth. 5, 19.)
Reeds op deze. wereld werden zijne verdiensten erkend en beloond, ten minste zoo gij het loon noemen wilt voor hem, die vergelding van de menschen vroeg noch beoogde. Z. H. Leo Xlli benoemde hem (Ã3 Mei '187U) tot kanunnik van St. Jan en op 30 Juli daaropvolgend tot zijn Eere-Kainerheer, terwijl koning Willem III hem het ridderkruis der Orde van den Ned. Leeuw op de borst hechtte.
Zijn stoffelijk overschot â de gelaatstrekken waren
nog zoo welgelijkend, en den gemoedelijken glimlach
om den mond had de dood hem gelaten, â werd
up een praalbed in een der tot Dchapelle ardentéquot; in-
3
34
gerichte spreekkamers tentoongesteld. Daar kwamen zijne kinderen en professoren bidden voor de ziele-rust van Inm vader; zij hebben veel en vurig gebeden. Daar kwam het gansche dorp, dat hem liefhad en vereerde, nog een laatsten blik werpen op het lijk des beminden. Daar kwamen ook de armen uit den omtrek hun stillen weldoener, van wien zij meer ontvingen, dan ooit iemand geweten of vermoed had, (4) hun afscheidsgroet brengen, met betraande oogen den Heer smeekend, hem barmhartig te zijn, die oneindig meer gegeven heeft dan een glas koud water. Daar kwamen zijne ongelukkige vriendjes, de doofstommen van Herlaar's instituut, en het was treffend te zien, hoe zij in de taal der gebaren baden voor hun vaderlijken vriend, (2) voor den man, die in hun oog de verpersoonlijking der goedheid en lieilig-beid was. Het was aandoenlijk uit hun gebaren te vernemen: «Hij zou nog appel.quot; Zij wilden zeggen, die ongelukkigen: «Daar ligt hij lachend, alsof hij
(1) Zoo â 't is maar één voorbeeld uit de vele, die ik zou kunnen aanhalen â gal' Mgr. cenige dagen voor zijn dood vijl'tig gulden aan een behoeftig boertje, wiens koe gestorven was. Md tranen in de oogen kwam de man het verhalen na het overlijden van den Regent. Hem was het zwijgen opgelegd.
(2) De broeders, die zoo goed orde weten Ie honden onder die knapen, waren machteloos als het gebeurde, dat de Regent hen op wandeling tegenkwam. Dan was de orde verbroken en een ieder vloog naar den grijsaard met uitgestoken band.
H.j was president der Commissie van Toezicht van het Instituut.
HpnMMRMHMiMpillRIIMI
35
ons appelen uit ging deelenquot; ; hij deed dal in zijn leven zoo gaarne mei eigen hand, als jaarlijks ilie kinderen door hem onlvangen en onlhaald werden.
De plechtige uilvaart had plaats op '23 Januari, on werd verricht door Mgr. van de Ven in bijzijn van het kapittel van St. Jan, van een honderdtal geosle-lijken uit het bisdom en van velen, die van verre gekomen waren. (1) Mgr. Ant. Mutsaeks, president van quot;l Groot-Seminarie en proost van'l kapittel, hield de lijkrede naar aanleiding van de woorden des Apostels (1 Cor. 4, 15, 10) : «Want in Christus Jesus heb ik u door bel Evangelie geteeld: ik bid n daarom, weesl mijne navolgers, gelijk ik hel hen van Christus.quot; Hij deed den overledene kennen als den man, die door woord, door voorbeeld, door gebed een waardige navolger van Christus, en een verbeven voorbeeld voor zijn kinderen was, vooral door zijn innige godsvrucht tot het Hoogheilig Sacrament en tot de Moeder des Heeren.
Om reden het sleehIe weder moest de teraardebestelling worden uitgesteld lot na bel tweede uur van den namiddag. Het slolTelijk overschot van Mgr. Kami1rust op hel kerkhol' van liet Seminarie naast dat van zijn voorganger. Hegent Smits. Op zijn zerk is het volgend graiscbrirt gebeiteld. Wij danken het aan
1
Cjli'. Aant. 8.
.16
den Hoogeerw. Heer A. T. Panken, zijn opvolger, die den onvergetelijken man meer dan 20 jaren gekend, bemind en bewonderd heeft. Voorzeker, niemand beier dan liij was voor deze taak berekend.
HAC. SUB. CnUCE. QUIESCIT
rum. uev. dnus. aduianus. kamp
REGENS. TIUJUS. SEMINATUI. AT.TER CAN. CAP. OATH. S. JOIS. CAM. HON. I.EON. P.P. XIII EQ. ORD. NEERL.
QUI. NATUS. IN. WASPIK TOTO. SEXAGENARII. SUI. PRESBYTERATUS. SPATIO FUTURI. CLERI. EDUGATIONI. IMPENSO ANNIS. AMPUUS. XXXVIII. INDEFESSUS. AC. PERVIOIL DOMUS. ITUJUS. GUSTOS. AC. PARENS DILECTUS. DEO. ET. HOMINIBUS OMNIBUS. OMNIA. FACTUS RREVI. UT. OPTAVERAT. MORBO. CORREPTUS FAMIUAE. PROFESSORIBUS. ALUMNIS. PAUPERIBUS UNIVERSAE. DIOCESJ. ELEBILIS DIERUM. ATQUE. MERITORUM. PLENUS PI.ACIDISSIME. OBDORMIVIT. IN. DOMINO A0. SAUJTIS. MDCCCXC111. XIV. KAL. FEB.
AETATIS SUAE LXXXV. (1)
I. T*.
(1) Onder dil kruis rust de Hoogeerw. Heer Aürianus Kamp, tweedü regent vati dit Seminarie, Kan. van het katli. Kap. van St. Jan, Eeie-
37
Ziedaar een korte schets van hel zoo rijke leven des onvermoeiden Regents, 't Is een flauw beeld, dat ik in mijn eerbied, bewondering en liefde voor hem getracht heb te teekenen; en mocht ik zelfs daarin niet geslaagd zijn â beneden de werkelijkheid blijft het, dat weet ik wel â beschouw het, bid ik u, als een blijk van welgemeende hulde aan de nagedachtenis van Mgr. Adrianxjs Kamp, den onvergetelijken regent van ons Seminarie.
Zijn heengaan werd diep betreurd door liet bisdom van 's-Bosch, dat in hem een zijner beste en grootste zonen verliest, een man, wien het dankbaar zal blijven noemen met van Alphen en van Gils, met Smits en Cuyten, met zoovele anderen, die gestreden en geleden, gearbeid en gebeden hebben voor het geloof hunner vaderen.
Betreurd werd hij door zijne talrijke vrienden, door zijn professoren en kweekelingen vooral. Zoozeer waren zijne kinderen doordrongen van het verlies, dat
Kamerheer van Z. 11. Leo XIII, Ridder van de Orde van den Nederl. I.eeuw, die, geboren te Waspik, geheel den duur van zijn zestigjarip priesterschap aan de opleiding der toekomstige geestelijkheid werkzaam, meer dan 38 jaren de onvermoeide en zorgzame vader van dit huis, bemind hij üod en hij do menschen, alles voor allen geworden was, na een ziekte, kortstondig, gelijk hij ze gewenscht had. door familie, professoren, kweekelingen, armen en geheel hel diocees betreurd, in hoogen ouderdom en rijk aan verdiensten zacht en kalm in den Heer ontsliep, het jaar O. H. 1803 den 19 Jan. in het 85ste jaar zijns levens.
:)8
â /.[] leden door den dood van hun beminden vader, dal zij de luidruchtigheid en speelschlieid der jeugd vergalen vele dagen lang, zóó dat de inwoners van het dorp lol elkander zeiden: «Men kan wel merken, dat er iels droevigs is voorgevallen op het Seminarie;'t is or nu stil, waar het anders zoo vroolijk pleegt toe te gaan.quot;
Het Seminarie verliest veel, zeer veel met hem, maar het vertrouwt, dal Mgr. Kamp, gelijk hij hel was in zijn leven, ook in de heerlijkheid Gods zijn beschermer blijven zal, dal hij mei het kleed zijner waardigheid ook zijn dubbelen geest zal overdragen aan zijn waardigen opvolger, gelijk Klias èn kleed èn dubbelen geest aan Klizeus overdroeg. (1)
Neen, Mgr.. do kinderen, die gij hebt liefgehad en verzorgd met de teederheid van een vader, zij zullen ii niet vergeten, al heeft het Gode behaagd, u weg te nemen uil hun midden: gij blijft leven in hun harl tot aan hel graf. liefde en dankbaarheid zijn ze u schuldig, en zoo gaarne toonen zij u, dat hun hart niet koud bleef voor uwe zorgvolle liefde, die ze bewaakt heeft en geleid in de jaren hunner jeugd. Velen hebben aan u te danken, dal zij staan als middelaar tusschen God en zijn volk; allen hebben van n geleerd, wal deugden den priester sieren moeten; gezien.
(1) Cfr. natit. 0.
39
hoe gij hen zijt voorgegaan op het pad der volmaaktheid, en vrucht getrokken uit uwe lessen, uit uw voorbeeld vooral. Uwe nederigheid maakte u klein in uw eigen oog, maar onze liefde en dankbaarheid hebben u waarlijk groot gevonden en ons doen bidden, dat wij aan u gelijkvormig worden op deze wereld, om in het andere leven, met u vereenigd te heerschen in den hemel, waar gij de krone draagt, die Christus beloofd heeft aan hem, die onderhouden en geleerd heeft, wat de Zaligmaker der wereld den mensch kwam leeren. (Matth. 5, 19.quot;)
Zoozeer zijn wij overtuigd van uw heilig leven, dat het srequiescat in pacequot; ons niet van de lippen wil, daar ons hart geneigd is te bidden; »ora pro nobis.quot; Vader, bid voor ons.
40
^gr. Jldrianus Kamp.
(in momoriam)
Ons hart zal nimmer U vergeten !
Vergrijzen moog de kroon van 't hoofd, De liefde wordt niet uitgedoofd In 't hart van die U vader heeten.
Een vader waart gij voor ons allen Door vaderliefde zonder maat,
Die 't kroost â hoe talrijk â gadeslaa. En mint met innig welgevallen.
De stem van 't bloed mag luide spreken In 't vaderlijk gemoed voor 't kind; Gij hebt een ieder meer bemind Der velen, die gij op moest kweeken.
Zucht vaak om zonneschijn of regen Vergeefs de knop der lenteroos; Uw regen viel voor ons altoos.
Uw zon schoot stralen allerwegen.
Vroeg ons geluk uw zorg, uw zwoegen, 't Was nooit te veel, te vroeg, te laat. Als uwe kinderen om uw raad En steun in bangen twijfel vroegen;
4t
Als U, de teed're plantjes kweekend Van eer en deugd in 't jongelit.gshart, Een vruchtbaar veld geboden werd,
P2en veld voor rijken oogst berekend.
Elk weet, hoe gij ons bleeft bewaken, Verzorgen tot uw laatsten snik En denkt: âDie 't meest ontving, ben ik,
Mijn hart zal 't vurigst voor u blaken.quot;
Uw huis â wat zorgen 't ook mocht vragen â Hebt ge als een plantje groot gebracht, Tot boom gekweekt die reeds een vracht
Van vruchten droeg en nog zal dragen.
Wat heelt die boom gebloeid, de luchten Met geur vervuld, het oog bekoord ! Wat bloeit hij nog gestadig voort!
Wat nieuwe hoop op nieuwe vruchten I
Ons hart blijft, Vader, voor U branden. Al wierpt gij 't aardsch omhulsel af: De dankbaarheid sterft niet bij 't graf,
De dood verbreekt geen liefdebanden.
Gij, Vader, die in 's Heeren Eden
Het heerlijk loon ontvangt der deugd,
Blijf vader van uw huis, uw jeugd
Ook daar, â wij smeeken 't, â door uw beden.
vj^aaleekcaingen..
; â¢
1. Op de eerste synode van het bisdom van 's-Hertoj;ei)-bosoh (1570) werd, ingevolge liet voorschrift van het Concilie van Trente, besloten tot het oprichten van een Seminarie voor Theologanten. Het was Metsius, de tweede bisschop der stad, die er met hart en ziel voor geijverd had, en liet genoegen smaken mocht, reeds in Mei 1571 de eerste Seminaristen in het Fraterhuis op te nemen, In 1676 werd het Seminarie naar den Pupenhulst en in het volgende jaar naar de Triniteit overgebracht.
Na den dood van Metsius, 18 September 1580, besloot het kapittel van St. Jan het Seminarie te laten vervallen en ontzette den rentmeester van zijn ambt. Doch drie Seminaristen wendden zich met goed gevolg tot den Kanselier van Brabant, die gebood den rentmeester in zijne betrekking te herstellen en het Seminarie in stand te houden, (21 Febr. 1582). Evenwel was het slechts voor korten tijd behouden ; het ging te niet in de daaropvolgende jaren.
Tn de tweede Synode (1612) stelde bisschop Masius alle pogingen in het werk tot wederoprichting van een seminarie, doch het was aim zijn opvolger Zokzius voorbehouden, dat werk tot stand te brengen (1615â1617). Het bleel bestaan tot de overgave der stad (1629).
Aan de hoogescholen van Keulen, Douay en vooral aan die
van Leuven heeft de jongelingschap van liet bisdom de lessen in de H. Godgeleerdheid gevolgd, tot in 17U7, onder Vicarius Van Au'hen en president Van (jils een nieuw Seminarie te 's-Boseh werd opgericht.
2. Een Klein Seminarie heeft voor 1S1quot;) in ons diocees niet bestaan. De humaniora werden gegeven te 's-Hertogenbosch aan het Fraterhuis, totdat de Jezuïeten in het jaar 1609 onder de bescherming der stadsregeering een huis stichtten en een school begonnen. Ook deze school heeft het jaar 1629 niet overleefd.
Gemert, Megen, Boxmeer en later ook Uden, Helmond, Havenstein en Eindhoven hadden een âLatijnsche Schoolquot;, waar de jongelingen, die roeping gevoelden voor het H. Priesterschap, de taal der Kerk konden aanleeren.
Het bestaan van het Groot Seminarie was nauwelijks verzekerd, of bij Van Am-hen en Van Gils kwam het plan tot rijpheid, om ook een Klein Seminarie voor het bisdom op te richten. Het buitengoed âVeebeekquot; onder Berlicum werd gehuurd en op 15 April 1815 werd het Klein Seminarie begonnen. De eerste regent was Philuppus van de Ven, die, na weinige maanden deze betrekking bekleed te hebben, bedankte en wederom, tot groote vreugde der theologanten, belast werd met de lessen in de H. Godgeleerdheid aan liet Groot Seminarie te Herlaar. De eerst aangekomene op- âVeebeekquot; was Mgr. Wilmer z. g.
Op 10 October 1816 werd voor de som van f 8050 het kasteeltje âBeekvlietquot; onder St.-Michiels-Gestel aangekocht. In het volgende jaar werd âBeekvliet,quot; aanmerkelijk vergroot, door de studenten betrokken (14 Nov.) Reeds in 1821 en 182o zag men zich gedwongen, door het steeds toenemen van het
44
aantal studenten, andermaal tot vergrooting over te gaan. Joannes Hendriküs Smits was Van de Ven als Regent van het Klein Seminarie opgevolgd (1815).
3. Het koninklijk bevel tot sluiting is geteekend 14 Juni 1825. Ofschoon de tijd der sluiting nog niet daar was, ging do procureur-generaal van 's-Bosch tot de verzegeling over, omdat de Kegent bij zijn voornemen bleef volharden, om de studenten bij het einde der vacantie te ontvangen, alsof er van sluiting geen spraak kon zijn. Dit verzegelen geschiedde onder krachtig protest van Regent Smits.
Eerst op 2 Nov. 1829 mochten de zegels verbroken worden. Op een der deuren in het huis is het zegel nog merkbaar.
4. Bij de heropening van het Seminarie gaven zich 14 studenten voor do Wijsbegeerte en vier voor de klasse dor Figuur aan. Alleen de Figuur werd dat jaar gegeven. Vervolgens werd elk jaar een nieuwe cursus geopend.
6. Do fondamenten der kapel werden gelegd in 1852; zij werd door de studenten in gebruik genomen 4 Oct. 1854, geconsacreerd bij gelegenheid van het 50jarige bestaan (21 Aug. 1865) van het huis door Mgr. Joan. Phil. Deppen, 's Anderen daags celebreerde de eerst aangekomen student in 1815, Mgr. Ger. Petr. Wilmer, bisschop van Haarlem, pontificaliter, bijgestaan door oud-professoren en kweekelingen.
6. Geschenken door Mgr. Kamp voor de Kapel ontvangen:
1quot;. Bij het feest van zijn 25jarig regentschap (1879).
o. 2 Zilveren ampullen door de studenten.
b.'- een Rijk vergulde Godslamp door de professoren.
45
c. Een koorkap en twee kazuifels door de familie des Re-gents (f 800).
d. Kazuifel door Gez. Smuldeus van St.-Michiels-Gestel.
e. Benedictiedoek door de bedienden.
f. Communiekleed door de Zusters van Schijnukl aangeboden.
2°. liij zijn óGjarig priesterschap (1882).
a. Van de professoren en oud-professoren 2 beelden, prachtig Missaal met Missaalstoeltje.
b. Van de studenten 12 verzilverde kandelaars.
c. Geschilderd glasraam door de familie Kamp geschonken.
d. Een prachtige albe door do Zusters van Schijndei, vervaardigd.
3°. Kruis van gedreven zilver, geschenk aangeboden door de H. H. Professoren aan prof. Schoenmakers op het feest van zijn öOjarig priesterschap. Hij bestemde het na zijn dood voor de kapel.
4. Geschenken op verschillende tijden aan Mgr. Kamp voor de kapel geschonken.
Ik meen de namen der milde gevers niet te mogen noemen, daar velen van hen nog in leven zijn en het minder aangenaam zouden vinden. Een dorre opsomming dus. Het spijt mij, dat ik niet verder gaan mag.
a. Vier geschilderde glasramen, van welke een door de familie van Mgr.
b. Zeven beelden alle vervaardigd door Van dek Geld : dat zegt genoeg. (1883â1888.)
c. Kruisweg geschilderd door Van Beers. De meeste staties zijn geschenken, een van den broeder des Regents. De
40
«erste statie is aangekomen 14 Aug. 1887, de laatste 11 Juni 1888. (f 2800)
d. Predikstoel door Arn. Van Ieesel, pastoor van Waspik. (Nov. 1877.)
e. /es beelden in het hoogaltaar.
Æ. Drie beeldengroepen in den voet des altaars. !/. Een verguld zilveren ciborie door Dr H. O. Boi.sius, Med. Doet. te Scbijndel.
h. Een verguld zilveren remonstrans bij testament door Math. Coppes, pastoor te Batenburg overleden, geschonken.
i. Kazuifels en andere kerkgewaden.
7. Het getal professoren, prefecten en vice-prefecten, die achtereenvolgens onder het regentschap van Mgr. Kamp aan het Seminarie verbonden waren, bedraagt 70.
8. Onder de velen werden opgemerkt: B. Van Vujmkn, afgevaardigde voor het kiesdistrict Veghel, W. Mi tsaers, iif-gevaardigde voor Waalwijk, oud-student van hot Seminarie. Mr. Ai.p. Van Kijckevoksel en J. Boex, leden der Prov. Staten van Noord-Brabant. L. Van Hi.ickkvorsei., burgemeester van Vucht en Van de Wesïki.aken, burgemeester van St.-Michiels-Gestel en lid der Prov. Staten.
lt;), Lijst van werken onder Mgr. Kamp door de professoren geschreven ten behoeve der studenten.
P. Schoenmakers (1) â Nomenelator â Adagia.
J. Schoon kns â Hiuullioekje van godsvrucht.
(1) I'i.tuus ScnonNMAKKRS is 51 jaren lang professor aan ons Seminarie geweest: {17 1 Ut. 1831â9. Aug 188^.) Hij overleed gedurende de Prijsuitdeeling.
47
Th. Spierincis â Vele samenspraken voor de plechtige prijsuitdeeling (niet in clr\ik verschenen).
A. P. Pakken. â Kleine Figuur Sept. 1S78.
Groote Figuur Rept. 187/quot;).
Etymologia Sept. 1887.
Syntaxis Mei. 1885.
Prosodia
De Forma Epistolarum exteriore.
A. N. Mutsaerr. â Vocabularium en Opstellen ter vertaling Sept. 188quot;).
Poësis sacra Febr. 1890.
P. Van Eiji,. â Beknopt Overzicht iler Staats-, Provinciale en Gemeente-Inrichting Mei 1890. Kngelsclie Spraakkunst le gedeelte 1892.
De Weleenv. Heer J. F. van Oort, sedert 1887 pastoor te Dennenburg, werkte mede aan de samenstelling van de âNeer-tamlia Calholica,quot;
Prof. W. Van Brsouvvrn gaf bijgelegenheid van het gouden bisschopsfeest van 7,. H, Paus Leo X111 zijn veel geprezen cantate uit, (woorden van A. N. Mi tsaehs) die bijna door geheel bet land werd uitgevoerd. Nog leverde dezelfde vele bij dragen in het âGregorius-bladquot;, benevens verscheidene fragmenten kerkelijke muziek.
Prof. A. N. Mutsaers deed zich door de vertolking van âAmor,quot; door âWindthorstquot; en andere gedichten in âDe(n) Katholiekquot; kennen als een dichter van tiilent. Hij is aan de redactie van genoemd tijdschrift verbonden.
2). S. B. M. ft.