ocr page 1
ocr page 2

i

/

gt;

ocr page 3

P. Joz. VAN DEN BOSCH, S. J.

TWAALF

BELOFTEN

VAN HET

i

ocr page 4
ocr page 5

DE

TWAALF BELOFTEN

VAN HET

H, HART van JEZUS

ocr page 6
ocr page 7

VAK 'só fvij. frsi

DE

TWAALF BELOFTEN

VAN HET

11, HART VAN JEZUS

DOOR

P. Jos. VAN DEN BOSCH, S. J.

b'bliothigt;,

MNDumomi!

WEfi«!X

REDACTIE

der MAANDROZEN

Toagerschestraat, 53

MAASTRICHT

REDACTIE

van DE BODE van 't H. HART

Kerk van O. L. V. van Lourdes

OOSTACKER (Gent)


1898

ocr page 8

GOEDKEURING

Ego Augustus Petit, Propositus Provincialis Societatis Jesu in Bdgio, pötestate ad hoc mihi facta ab Admodum Reverendo Patre Ludovico Martin, ejusdem Societatis Prneposito Generali, facultatem concedo, ut opus cui titulus De hvnalf Beloften van het H. Hart van Jezus, a P. Jos. Van dun Bosch, S. J., conscriptum, et a deputatis censoribus rite recognitum atque approbatum, typis mandetur.

In quorum fidem has litteras manu mea subscriptas et sigillu meo munitas dedi.

Bruxellis, die 8 maii 1898.

Augustus PETIT, S. J.

IMPRIMATUR.

Brugis, 1 2a Maii 1898.

P. H. Lahousse, Can. Lib. Cens.

ocr page 9

INLEIDING.

iragö Ndien ook eene moeder haar kind vergat, Ik noch-|Jk|| tans zal u nooit vergeten. » Zoo spreekt God bij den profeet Isaïas (').

«

Die teedere liefde heeft God van den beginne af den mensch op de schitterendste wijze betoond. Nauwelijks was onze stamvader gevallen of God beloofde reeds, dat Hij zijnen eenigen Zoon zou geven, opdat al wie in Hem gelooven zou, niet zou vergaan maar het eeuwig leven zou bezitten. Maar voor de lichtzinnige kinderen van Adam, was dat sprekend bewijs zijner liefde niet voldoende. Om een sprankje wederliefde bij zijn koud en ongevoelig schepsel op te wekken en levendig te houden, moest God meermalen en op allerlei wijzen zijne indrukwekkende stem doen hooren. Doorbladert de Heilige Schriftuur, en verneemt hoe Jehpvah, door den mond der profeten, zijn uitverkoren volk door gunsten en straffen, door beloften en bedreigingen, tot zijne liefde tracht te bewegen : « Indien « gij het woord Gods aanhoort, zegt Mozes tot Israël, en zijne ge-« boden onderhoudt... zullen de volgende zegeningen over u neder-« dalen... God zal de werken uwer handen zegenen... Hij zal u als «een heilig volk doen optreden... Hij zal u goederen geven in « overvloed (2). »

Gods liefde is niet verkoeld, en zijne macht niet verzwakt. Ook ten onzen.tijde verheft de Heer zijne stem om door troostvolle beloften zijne geliefde schepselen aan zijnen dienst te verbinden. Door de toezegging van geschunken en belooningen tracht eene zorgzame moeder haar kind van het kwaad af te houden en tot het goede te brengen. Onze Heer JEZUS CHRISTUS deed niets anders, toen Hij, in zijne eindelooze goedheid, de geheimen zijner liefde

i, Isaïas, hd.49, v. 15. —2. Deuteronomium, hd. 28, v. 1-14.

ocr page 10

inleiding.

aan de Zalige Margareta openbaarde, en haar gelastte, de devotie tot zijn goddelijk Hart zooveel mogelijk te verbreiden. Het was een plechtig oogenblik, toen den 27sten december 1674, Margareta, in de kapel van haar klooster biddend neergeknield, op eens, door eene hemelsche geestverrukking werd begunstigd. Terwijl zij door de tralies van het afgesloten koor hare oogen vol eerbied en liefde

onafgebroken op het hoogheilig Sacrament gevestigd hield, ont-

i

6

waarde zij plotseling boven het altaar een hemelsch licht, vóórhaar alleen zichtbaar. Te midden van dat licht staat de aanbiddelijke Zaligmaker, en wijst haar op zijn hart, dat van vlammen omgeven, als eene zonne straalt op zijne gezegende borst. Hoort! Eene zachte en liefelijke stem klinkt uit Jezus' mond : « Mijn goddelijk Hart « brandt van liefde voor de menschen ; het kan de vlammen zijner « blakende liefde niet meer bedwingen ; daarom moet het ze door « uwe tusschenkomst verspreiden en zich aan de menschen bekend « maken, om hen door de kostbaarste schatten te verrijken. Die « schatten bevatten al de genaden, die noodig zijn om ze uit den vlt; afgrond van het verderf terug te trekken ^). » Verschillende malen nog verscheen jezus aan zijne geliefde dienares, in de maand februari, den 16 juni 1675, en nog op meerdere tijden. De vertrouwelijkheid, waarmede o. Heer jezus christus met zijne uitverkorene omging, blijkt grootendeels uit hare brieven, alsook uit de korte levensschets, die zij zelve op bevel van hare biechtvaders geschreven heeft. Van den tijd van hare professie af beloofde jezus haar nooit meer te verlaten : « Wees altijd bereid, zoo sprak Hij, « mij te ontvangen ; want in u wil ik voortaan mijne woning vesti-« geil, om mij met u te onderhouden. » En wezenlijk van toen af genoot de Zalige zijne goddelijke tegenwoordigheid, maar zóó, als

i. Vie et ceuvres de la Bienheurenss Marguerite-Marie Alacoque, iste uitgaaf, Bd. 11, bl. 325, en brief 126.

ocr page 11

inleiding.

zij het tot nu toe nog nooit ondevvonden had. « Nooit, zegt zij, had « ik eene zoo groote gunst ontvangen,om de gevolgen, die zij in mij « altijd bewrocht heeft: ik zag Hem, ik voelde Hem bij mij en « hoorde Hem beter dan bij middel der lichamelijke zinnen, die mij « hadden kunnen verstrooien om mij van Hem af te leiden. En toch € kon ik daar geen beletsel aan stellen, want ik had er geen deel « aan. Dat drukte dan ook in mij een zoo groot gevoel van vernie-« tiging, dat ik mij vooreerst als in den afgrond van mijnen niet « gevallen en vernietigd zag ; vol eerbied en hulde voor deze on-« eindige grootheid, heb ik dan ook uit dien staat nooit kunnen «[opstijgen... Soms vereerde mij jezus met zijn vertrouwelijken « omgang, als een vriend of als een minnend echtgenoot, of als een •'lt; vader vol liefde voor zijn eenig kind, of in nog andere hoedanig-« heden ('). »

Welnu in deze vertrouwelijke samenspraken beloofde de goddelijke Zaligmaker, op verschillende wijzen, geluk en zegen aan alvvie, met betrouwen, tot zijne liefde komen zou. Eenige der ontzaglijke gunsten, alzoo door Jezus beloofd, zijn alom bekend ; gewoonlijk vindt men er twaalf uit de geschriften der Gelukzalige opgenomen.

1. Ik zal hun [die deze beminnelijke godsvrucht beoefenen] al de genaden geven, welke zij noodig hebben in hunnen staat.

2. Ik zal den vrede in hunne huisgezinnen doen heerschen.

3. Ik zal hen troosten in al hunne kwellingen.

4. Ik zal hunne toevlucht wezen gedurende het leven en vooral in het uur des doods.

5. Ik zal overvloedige zegeningen over hunne ondernemingen uitstorten.

7

6. De zondaars zullen in mijn Hart de bron en den oneindigen oceaan der barmhartigheid vinden.

i. Vie et (euvres, iste uitg. Bd. II, bi. 318 et 319.

ocr page 12

INLEIDING.

7. Lauwe zielen zullen vurig worden.

8. De vurige zielen zullen spoedig tot eene groote volmaaktheid komen.

9. Al de plaatsen zal Ik zegenen, waar het beeld mijns Harten zal geplaatst, bemind en vereerd worden.

10. Hun die aan de zaligheid der zielen arbeiden, zal de gave geschonken worden om de ineest versteende harten te treffen.

11. De personen, die deze godsvrucht verspreiden, zullen hunnen naam in mijn Hart hebben geschreven, zoodat hij er nooit uitge-wischt zal worden.

12. Ik beloof u in de overmatige barmhartigheid van mijn Hart dat zijne almachtige liefde aan allen, die negen eerste vrijdagen der maand achtereenvolgens te communie gaan, de eindgenade der boetvaardigheid zal verleenen ; zij zullen niet in mijne ongenade sterven.noch zonder hunne sacramenten te ontvangen ; en dat mijn Hart in dal laatste oogenblik voor hen een veilige schuilplaats wezen zal.

De meesten dezer beloften heeft de E. P. Croiset, S. J. reeds opgenoemd in het door de Zalige Margareta zoo zeer verlangde boekje over de devotie tot JEZUS' Hart ('), waarvan de eerste uitgaaf tusschen de jaren 1691 en 1693 verscheen. Later werden zij meermalen herdrukt, namelijk inde verzamelde brieven der Gelukzalige, uitgegeven ten jare 1867 ; deze brieven zijn én door het klooster van Paray-le-Monial, én door het bisdom van Autun aan

een zeer nauwkeurig onderzoek onderworpen geweest (1).

*

* *

Daar de voorrechten, die wij hier zullen mededeelen zoo menigvuldig en zoo heerlijk zijn, is het gewis niet overbodig zich af te

8

1

Vie et ceuvres, Bl. II. Zie het voorwoord.

ocr page 13

INLEIDING.

vragen of de getuigenis, ons door de brieven der Zalige Margareta medegedeeld, geloofwaardig is. In de verhalen van bijzondere openbaringen kan immers gemakkelijk begoocheling, bedrog of persoonlijke inbeelding insluipen.

Voorzichtigheid is dus ook hier de moeder der wijsheid. Welnu, zonder aarzelen dui ven wij antwoorden : het verhaal dat de Gelukzalige ons van de beloften van het H, Hart mededeelt, is volkomen geloofwaardig. Voorzeker is hier geen sprake van goddelijke geloofwaardigheid, alsof wij deze beloften op eene lijn wilden stellen met de waarheden der algemeene christelijke openbaring, welke wij allen met een goddelijk geloof moeten aannemen. Neen, voor de getuigenis der Gelukzalige vergen wij slechts een menschelijk geloof, maar wij beweren dat zij het ten volle verdient.

In eene studie over de twaalfde belofte van het H. Hart, heeft de E. P. Delaunoit, S. J., deze geloofwaardigheid helder en duidelijk uiteengezet (O-

Laten wij zijn eigen woorden aandachtig nagaan :

9

De geschriften der Gelukzalige zijn, ten eerste, verscheidene malen onderzocht en goedgekeurd doordeRomeinsche Congregaties. Wij weten, dat de goedkeuring der geschriften der Heiligen geenszins een bewijs is der daarin aangehaalde openbaringen. Zij bewijst enkel, dat die openbaringen tegen de kerkleer niet aandruischen. Doch al is het bewijs, uit deze goedkeuring afgeleid, niet doorslaand; al is het gezag der Kerk er niet voor verantwoordelijk, zij is nochtans niet van alle waarde ontbloot, verre van daar. Zou toch de Heilige Congregatie, zonder voorbehoud en, na rijp onderzoek, geschriften goedgekeurd hebben, waar ook maar een zweem van begoocheling of dwaling aan kleefde ?

i. Zie De Bode van het H. Hart, maandschrift van het Apostolaat des gebsds en der Belgische Missiën van het Gezelschap van Jesus. Augustus 1897, bl. 101.

ocr page 14

INLEIDING.

Ten tweede, lees zonder vooroordeel de brieven der Gelukzalige : overal is zij redelijk, handelt met overleg en voorzichtigheid, en toont eene echte onderscheiding der geesten, die elke veronderstelling van hallucinatie of zelfbedrog uitsluit. Gij zult vooral het gedurig wantrouwen bespeuren, waarmede zij al deze buitengewone gunsten ontvangt, en gedurig vreest zij de speelbal te zijn van den geest der duisternissen ; zij onderwerpt al die feiten aan het oordeel harer oversten en biechtvaders ; zij veropenbaart ze slechts op bevel der gehoorzaamheid en moet daarvoor zich zelve geweld aandoen (1). Naar het oordeel der mystieke godgeleerden, zijn dit echte waarborgen, en van dien aard, dat zij allen voorzichtigen twijfel afweren.

Ten derde, het staat vast, dat, uit theologisch oogpunt, de godsvrucht tot het H. Hart onafhankelijk is van de veropenbaringen van Paray. Doch het is niet minder waar, dat zij onder geschiedkundig opzicht haar bestaan en haar huldigen vorm aan de Gelukzalige Margareta Maria te danken heeft. Zij is het, die van O. L. Heer de zending ontvangen heeft, om die godsvrucht klaar en duidelijk den geloovigen voor te stellen en verder te verspreiden ; en de breve der zaligverklaring erkent uitdrukkelijk deze zending; officitun et 1 nu mis, hare plicht en hare taak. Wie zal gelooven dat O. L. Heer toegelaten heeft, dat zijne gevolmachtigde een misgreep deed in een der hoofdpunten harer zending, namelijk : de belofte der gunsten, die Hij aan de menschen toezegt, om ze tot deze god.s-vrucht aan te zetten ? Zou dit wel overeenstemmen met de goddelijke wijsheid en voorzichtigheid van O. L. Heer?

IO

Ten vierde, in hare liturgie gewaagt de H. Kerk van de groote weldaden, waarvan de godsvrucht tot het H. Hart de bron is, mira-biles, ineffabiles, investigabiles Cordis tui divitias, van die ivonder-bare, onuitsprekelijke, ondoorgrondbare rijkdommen van het H. Hart;

1

F/e et (VHvres, Bd. II, iste uitgaaf, bl. 289611 volgende.

ocr page 15

INLEIDING.

zij spreekt uitdrukkelijk 7gt;a/i de beloften van het H. Hart: magnis propositisgratiarumpraemiis {}). Leo XIII, onze roemrijke regee-

ocr page 16

12 INLEIDING.

beloofd. Hij maakte daar nog later eene zinspeling op in zijne aanspraakvan den ii november 1893, en hij vond daarin redenen van hoop voor de Kerk O).

Te recht besluiten wij dus, dat men, zonder onvoorzichtigheid, de beloften van Jezus' Hart, zooals zij ons door de Gelukzalige Margareta zijn medegedeeld, voor echt houden mag.

Uoch wie de brieven en het leven der Gelukzalige Margareta gelezen heeft, zal wel hebben opgemerkt, dat zij het verhaal der ontvangen gunsten begint met deze of dergelijke woorden: het scheen mij, ah ik mij niet bedrieg, mij dunkt, enz. Hoe kunnen wij dus deze gunsten voor zeker houden, wanneer de Gelukzalige ze zelf voorstelt, alsof zij twijfelde nopens hare wezenlijkheid ? Wij antwoorden daarop met Pater Ramière, dat wij in die woorden niets anders moeten zien dan eene door de gehoorzaamheid voorgeschrevene uitdrukking, die geenszins de zekerheid vermindert, welke in den geest der Gelukzalige heerscht, op het oogenblik zelf waarop zij spreekt. Ziehier wat Moeder Greyfie, overste van 't klooster van Paray, vertelt van de jaren 1678 tot 1684 :« Ik zegde haar van « slechts op twijfelachtige wijze te spreken van de genaden,welke zij «ontving, zooals : het dunkt mij of het dacht mij, of als ik mij niet lt;Lbedrieg (2).» En Pater Rolin.die haar geestelijke bestierder was in 1685 en 1686, schreef haar den 18 september 1686 : « Verheug u in «onzen Heer.als men u voor eene droomster aanziet. Geeft er geene « aanleiding toe. Als gij iets zegt, zeg eenvoudig : Ziedaar mijne lt;igedachte, ik kan mij bedriegen (3). » Dat de Gelukzalige heeft ge-

1. Messager du S. Cccur, Bd. 64, bl. 674. — 2. Vie el tnuvrcs, I Bd., ie uitgave, bl. 130.

3. Vie el aeuvres. I Bd. bl. 247. Iemand zou kunnen denken dat deze aanbevelingen voortkwamen uit een zeker wantrouwen jegens de Gelukzalige : in 't geheel niet. Om daarvan overtuigd te wezen, diene hij slechts de brieven te lezen van Moeder Greyfié, overste geworden te Semur, aan de Gelukzalige ( Vie et teuvres, I Bd. ,bl. 203 en volgende.) Den 7 mei 1685 schreef zij haar : « Ik zie niet waarom gij u zoudt kwellen niet de gedachte dat gij bedrogen wordt. « Wees maar gerust. Ziedaar mijne meening. »(I Bd., bl. 246). Pater Rolin van zijnen kant, schrijft aan de Gelukzalige ; « De geest die u leidt, is geen geest der duisternissen ; gij zijt de «speelbal van Satan niet, maar van de goddelijke liefde. )gt;(IBd. ,bl. 239,240.)

ocr page 17

INLF.ID1NG.

hoorzaamd, dat is een onloochenbaar feit, bevestigd door Moeder Greyfié zelve, wanneer zij op de aangehaalde plaats aanstonds bijvoegt : « Ik heb haar altijd heel getrouw gevonden aan dezen « raad (1). » Doorloop de verzameling der brieven der Gelukzalige ; gij zult ze bezaaid en bestrooid vinden met deze beperkende uitdrukkingen, die, zooals wij weldra zullen aanmerken, soms ietwat naïef gebezigd zijn. Vele jaren nadat Moeder Greyfié en l'ater Rolin uit Paray vertrokken waren, behield Margareta Maria deze gewoonte nog, welke zoowel met hare nederigheid en bescheidenheid strookte. Zal ik onbewimpeld mijne gedachten zeggen ? Meermalen is de waarheid sterker bij haar dan de nederigheid ; haar geheugen stelt haar zoo getrouw en zoo levendig de feiten voor, welke zij verhaalt, dat zij hare gewone verzachtende uitdrukkingen vergeet te gebruiken. Dan verzekert zij zonder aarzelen hetgeen zij elders op twijfelachtige en voorbehoudene wijze heeft geuit. Zulk is het geval met de vermaarde verschijning van den 27 december 1674(feestdag van den H. Joannes Evangelist), toen het li. Hart zich aan haar voor de eerste maal openbaarde (2). Zulks ook voor de reeks beloften van het H. Hart, die op stellige en ontwijfelachtige wijze zijn uitgedrukt ineen brief aan Pater Rolin (3), in een brief tot een onbekende (4) en in een brief aan P.Croiset(sj,maar die met verzachte

1 3

1

Vie el auvres, I Bd., bl. 130,

2

Deze verschijning wordt zonder verzachtende uitdrukking verteld in een brief aan Pater Rolin (1685 of 1686, Vie et (zuvres, II Bd., bl. 274). In een brief aan Moeder de Saumaise wordt zij herinnerden zonder twijfeling bevestigd (Jan. 1689. Vie et icuvtes, II Bd., bl. 187). Daarentegen vertelt de Gelukzalige diezelfde gunst aan Pater Croisct, den 3 november 1689, doch niet de voorafgaande verzachtende uitdrukking : il me semble, mij dunkt. (Messager du S. Cceur, april 1890, bl.,470). Zoo doet zij insgelijks in haar leven, door haar zelve geschreven, (Vie et ceuvrest II Bd., bl. 325).

3

Vie et ceuvres, II Bd., bl. 275.

4

Vie etosuvres, II Bd., bl. 285. Aan P. Rolin of aan P. Croiset, zie Messager du S» Cccur, nov, 1889, bl. 605.

ocr page 18

INLEIDING.

tusschenzinnen in een brief aan Moeder de Saumaise (') en in een brief aan Moeder Greyfié (1) herhaald worden.

Uit al deze gegevens onderling vergeleken, blijkt zonneklaar, dunkt ons, dat de beperkende en verzachtende uitdrukkingen, door de Gelukzalige in het verhaal harer openbaringen vermengd, van harentwege geen werkelijken twijfel verraden nopens de wezenlijkheid der verhaalde feiten, maar enkel tot bewijs strekken van hare onderwerping en haar mistrouwen. Doch deze gevolgtrekking zal onbetwistbaar schijnen, wanneer wij zullen gezien hebben, hoe de Gelukzalige deze verzachtingen met uitdrukkingen vergezelt,die een buitengewoon hoogen graad van zekerheid onderstellen ; zoo beneemt zij, onwetens en onwillens, alle waarde aan de verzachting, en voegt ze niettemin naïef er bij uit gehoorzaamheiden ootmoedigheid.

Den 3 november 16S9, vertelt zij aan P. Croiset de eerste verschijning van het H. Hart: « De eerste genade dxeik meen daarom « ontvangen te hebben, het was op een feestdag van den H. Joannes « Evangelist... Ik onving genaden, waarvan de gedachtenis viij « buiten mij zelve vervoert,... mijn leven lang zal de gedachtenis en « de indruk ervan mij bijblijven (2). » Ten jare 1685 schrijft zij aan Moeder Greyfié : « Hij heeft mij vereerd met een bezoek, dat mij « uitneincnd voordeelig is geweest door de goede indrukken, ivelke het « mijne ziel heeft gelaten... Als ik mij niet bedrieg heeft Hij mij « beloofd,enz.(4).» In haar leven,door haar zelve geschreven,zegt zij ter gelegenheid van vroeger vei melde verschijning: «Hij opende mij « zijn Hart voor de eerste maal, maar op zulke wezenlijke en gevoe-

M

1

Zelfde jaar, /did., bl. 68.

2

Messager du S. Casur, april 1890, bl. 470. Den 15 september van hetzelfde jaar had zij hem geschreven : « De gedachtenis alleen van die gunst brengt altijd nieuwe genadevruchten in mijne ziel voort. »

ocr page 19

inleiding.

« lige wijze, dat Hij mij ge c tie reden liet er aan te twijfelen, ter oor-« zake der uitwerksels, door deze genade teweeggebracht in mij, die « nochtans altijd vrees mij te bedriegen in al hetgeen in mij omgaat. « En ziehier hoe de zaak, naar mij dunkt, in mij omging ('). »

Op het oogenblik dat zij schrijft, zooals men ziet, ondervindt zij nog levendig de uitwerksels die door deze gunsten in haar veroorzaakt zijn ; de gedachtenis dezer genaden leeft nog in hare ziel, en nochtans voegt zij er bij, mij dunkt en als ik mij niet bedrieg.

Laten wij dus besluiten dat deze beperkingen, verre van ons betrouwen in het woord der Gelukzalige te verzwakken, het eerder moeten versterken, dewijl zij een bewijs te meer zijn van hare heiligheid.

*

* *

Met blijdschap aanvaarden wij dus de taak de aandacht onzer lezers op die zegenrijke beloften te vestigen. Wij doen het met des te meer liefde, omdat het verklaren en verbreiden der godsvrucht tot JEZUS 1 Mart een plicht is voor de leden van het Gezelschap van JEZUS, en een teeken hunner dankbaarheid moet zijn voor den zoeten last, die hun door het H. Hart is opgelegd. « Was ik toch « in staat, zoo schreef eenmaal de Gelukzalige aan haren zielsbe-« stuurder, alles te zeggen, wat ik weet over deze beminnelijke de-« votie tot JEZUS 'Hart, en aan geheel de wereld al de genadeschat-« ten te openbaren,welkejEZUS CHRISTUS in zijn aanbiddelijk Hart « houdt opgesloten, en die Hij van plan is overvloedig over al dege-« nen uit te storten, die deze godsvrucht zullen beoefenen ! Ik smeek « u dan. Eerwaarde Pater, verzuim toch niets om ze allen menschen « in te boezemen. Jezus Christus heeft mij doen kennen, op cene « iv ij ze, die allen tivijfel onmogelijk unakt, dat Hij deze degelijke « godsvrucht,vooral door middel der Paters van het Gezelschap van

i. Vic et (viivres, II Bd., bi. 325.

15

ocr page 20

INLEIDING.

« JEZUS, wilde vestigen, en zich door hunne medewerking een groot « getal trouwe dienaars, echte vrienden en waarlijk dankbare kin-« deren wilde verwerven ('). »

Dezen brief zouden wij hier gaar:e voluit hebben medegedeeld, omdat hij verder aantoont op welke wijze, volgens de Zalige Marga-reta zelve, de devotie tot JEZUS' Hart kan verbreid worden : namelijk door de bekendmaking der groote genadeschatten,die JEZUS aan hare oefening belooft. Doch daar dit tweede gedeelte van den brief tot bewijs moet dienen in den uitleg der eerste belofte, hebben wij het hier, om alle herhaling te vermijden, weggelaten. Onze wenscK is,van deze heilvolle beloften eene eenvoudige maar tevens degelijke verklaring den geloovigen aan te bieden. Iedere belofte zal ons derhalve overvloedige stof tot heilzame lessen geven. En alhoewel geen geloovige twijfelt of JEZUS CHRISTUS altoos aan zijne beloften getrouw is gebleven, zullen wij toch menig feit aanhalen, dat ons vertrouwen op de goedheid van JEZUS 'Hart zal verlevendigen en versterken.

Mogen deze regelen toegang vinden in vele huisgezinnen ; zij zouden er voor ouders en kinderen een onderpand wezen van een waar gelukkig leven, zoowel voor den tijd als voor de eeuwigheid. Moge de overweging van deze goddelijke beloften in tallooze harten het vuur eener heilige liefde ontvlammen ; moge zij menige ziel aanspoien,om de devotie totjEZUS 'Hartmeer en meer te bevorderen en te verbreiden. O 1 moge het ons gegeven zijn door deze eenvoudige en troostvolle regelen in de harten onzer lezers de gevoelens op te wekken, zoo treffend uitgedrukt in de woorden van den ko-

i. Zie den 132^quot; brief, Vie et auvres, Bd. II, iste uitg., bl. 285. Deze brief wordt verondersteld aan den Eerbiedwaardigen Pater de Ia Colonibière geschreven le zijn. Docii de duidelijke wijze, waarop de Gelukzalige van liet Gezelschap van Jezus spieekt, doet vermoeden dat haar schrijven in verband staat met de bijzondere kennis, die zij over het Gezelschap, als middel ter verspreiding van ile gcdsvimht tot Jezus 'Hart, ontvangen l eeft, rond het jaar 1686 en reg o\ervlccdiger ten jare iC£g ; en dan zcu de blief aan den E. 1'. Rolin gericht zijn.

i6

ocr page 21

inleiding.

ninklijken profeet : « O mijn God.alde ellenden mijns levens heb ik « u veropenbaard ; Gij hebt mijne tranen aanschouwd en volgens mve 'i beloften, sicut inproinissione tua, hebt Gij mij de vreugde van eene « volkomene overwinning over al mijne vijanden geschonken (■). » Met vertrouwen vragen wij dit aan JEZUS'Hart door de voorspraak der Gelukzalige Margareta Maria ;

« Heer jezus christus,die de onpeilbare rijkdommen van uw « Hart op eene wondervolle wijze aan de Gelukzalige Margareta, « maagd, veropenbaard hebt : geef ons, dat wij door hare verdien-« sten en navolging, U in alles en boven alles beminnend, in het « zelfde Hart eene verblijvende woonplaats mogen hebben. Gij, die « leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen (2). »

1. Psalm 55, v. 9.

17

2. Getijden der Zalige Mar gare!a Maria, 17 October.

Beloften van het H. Hart.

ocr page 22
ocr page 23

EERSTE BELOFTE.

quot; Ik zal hun al de genaden geven, die zij in hunnen staat noodig zullen hebben {')

LAAN wij onze blikken op de wereld, dan zien wij, dat de ontelbare paden, die de menschen bewandelen, zich feitelijk als tot twee groote wegen vereenigen; ik wil zeggen, dat de verschillende levensstaten, die de menschen aanvaarden, tot twee hoofdrichtingen kunnen worden teruggebracht. Sommigen verbinden zich door den band des huwelijks ; anderen verkiezen zich door de gelofte van zuiverheid aan God toe te wijden. Indien wij de verschillende paden, die ieder in zijn staat begaan kan, in het plan der Voorzienigheid beschouwen, vinden wij dat ze alle goed zijn. De handelaar, de advocaat, de geneesheer, de werkman, de priester en de kloosterling, allen kunnen en moeten God verheerlijken en de zaligheid hunner ziel bewerken. Wel is aan een ieder door God de toon aangewezen, waarop hij 's Heeren lo-f moet verkondigen; maar

i. i32ste brief.

ocr page 24

20 EERSTE BELOFTE.

toch moeten aller stemmen in het heerlijk concert van 't heelal medeklinken. Open de jaarboeken van het menschdom: op elke bladzijde ontmoet gij Heiligen, van beicier geslacht, van iederen stand, van eiken ouderdom. God heeft alles wijselijk afgemeten en afgewogen. Voor iederen staat heeft zijne Goedheid de noodige genaden bereid, om er de lasten van te helpen dragen. Wij dienen echter twee soorten van genaden te onderscheiden : deze zijn ter zaligheid volstrekt noodig, gene zijn meer buitengewoon en uitstekend. De eerste weigert God aan niemand; de andere geeft Hij vooral aan zijne vrienden. Van deze laatste soort is er spraak, wanneer de goddelijke Zaligmaker tot Margareta-Maria in dezen of derge-lijken vorm zegt: quot; Ik zal hun al de genaden geven, welke zij noodig hebben in hunnen staat. quot; Maar ten voordeele van wie is deze algemeene belofte uitgesproken? Ten voordeele van al degenen, die de godsvrucht tot Jezus' Hart willen beoefenen; hetzij zij den Heer eeuwige zuiverheid beloofd hebben; hetzij zij in den band des huwelijks leven. Wij lezen, wel is waar, op het einde van den in onze inleiding aangehaalden brief deze uitdrukkelijke woorden: quot; Wat de wereldlijke personen aangaat, zij zul-

ocr page 25

EERSTE BELOFTE. 2 I

quot; len door deze beminnelijke devotie al de noodige quot; hulp vinden in hunnen staat, dat wil zeggen : den quot; vrede in hunne familie, den steun in hunne werk-quot; zaamheden, den zegen des hemels bij al hunne quot; ondernemingen, de vertroosting in hunne kvvel-quot; lingen; en het is eindelijk in dit H. Hart, dat zij quot; hunne toevlucht zullen vinden gedurende hun quot; leven en inzonderheid in het uur des doods. O! quot; wat is het zoet te sterven na eene standvastige godsvrucht gehad te hebben tot het Hart van quot; Hem, die ons moet oordeelen. quot; Doch vergeten wij niet, dat die personen maar een deel zijn van degenen,aan wie de godsvrucht tot Jezus' Hart moet verkondigd worden, en over welken de goddelijke Zaligmaker zijne overvloedige genaden wil uitstorten. Wij lezen immers in den aanvang van dien heerlijken brief vooreerst deze algemeene stelling : quot; Was quot; ik toch in staat... aan geheel de wereld al de ge-quot; nadeschatten te openbaren, welke Jezus Christus quot; in zijn aanbiddelijk Hart houdt opgesloten, en die quot;Hij van plan is overvloedig uit te storten over al quot; degenen, die deze godsvrucht zullen beoefenen. quot; Daarna noemt de Gelukzalige op, wie met al diegenen bedoeld worden. quot; Zorg vooral,quot; zoo schrijft zij

ocr page 26

22

aan haren zielsbestuurder, quot; dat de religieuze per-quot; sonen zich er op toeleggen, want zij zullen er zoo-quot; veel nut uittrekken, dat er geen ander middel quot; noodig zal zijn om den eersten ijver en de stiptste quot; nauwkeurigheid in de minst geregelde communau-quot; tciten te herstellen en hen, die het meest geregeld quot; leven leiden, tot het toppunt der volmaaktheid te quot; volbrengen. quot; Dan voortgaande met het opsommen diergenen, die uit deze godsvrucht nut kunnen trekken, zegt zij: quot; Mijn goddelijke Zaligmaker heeft quot; mij doen verstaan, dat hun, die aan het heil der quot; zielen arbeiden, de gave zal geschonken worden quot; van de meest versteende harten te vermurwen en quot; met een wondervollen uitslag te werken, indien quot; zij zei ven van een teedere devotie tot zijn goddelijk quot; Hart doordrongen zijn. quot; En nu komt de Gelukzalige pas aan de derde klas: namelijk aan de wereldlijke personen, die zoo wel als de boven genoemde in hunnen staat al de noodige hulp zullen vinden : quot; Eindelijk, quot; zoo sluit zij haren troostvollen brief, quot; het is duidelijk, dat er niemand op de wereld ooit quot; zal gevonden worden, die niet alle mogelijke hulp quot; van boven zou ontvangen, indien hij maar voor quot; Jezus Christus eene dankbare liefde gevoelde,

ocr page 27

EERSTE BELOFTE. 23

quot; zoo als degene, die Hem door de godsvrucht tot quot; zijn Heilig Hart betoond wordt. quot;

Er is hier dus sprake van de bijzondere genaden, voor iederen staat noodig. Elke staat vraagt derhalve bijzondere en eigenaardige genaden; het zijn deze, die mogelijk maken, wat anders aan de natuur wellicht onmogelijk zou zijn; gemakkelijk, wat anders moeilijk zou wezen; ja, zelfs aangenaam en zoet,wat

volgens de natuur hard en bitter zou vallen.

#

^ %

Vóór eenige jaren, zoo vertelt Pater Toussaint Dufau, besloot een der eigenaren van eene steengroef, onder de gemeente Chimay gelegen, zijn aandeel in die bezitting aan zijne vennooten over te doen. Men kwam overeen, dat de overdracht voor 50.000 franken zou geschieden. Maar zie, op het oogenblik dat het voorgelezen contract ter onderteekening zou worden overhandigd, speelden zij hem een ander stuk in handen, waardoor hij alles ten hunnen voor-deele afstond. Toen die eigenaar zich op zulk eene onwaardige wijze bedrogen zag, voelde hij zich doo-delijk getroffen. Hij kon eerst niet anders dan zuchten. Maar, Goddank ! 't was een vrome man ; de

ocr page 28

EERSTE BELOFTE.

liefde tot Jezus' Hart had hem tot een held gevormd. Op zijn sterfbed liet hij zijne vrouw en kinderen tot

zich roepen. Naast zijne sponde stond een beeld van

ocr page 29

EEUSTE nELOFTE.

25

den gekruisten Zaligmaker en vóór zijne oogen hing aan den muur eene schilderij van het H, Hart. quot;Zijn quot; al mijne kinderen hier ? quot; vroeg de vader. — quot; Ja,quot; zeide de moeder. — quot; Kinderen, quot; sprak nu de stervende, quot; vóórdat ik u verlate, gunt mij eenen laat-quot; sten troost. Legt allen de hand op dit kruisbeeld quot; en belooft mij, niet alleen geen wraak te zullen quot; nemen op hen, die ons zoo wreed bedrogen hebben, quot; maar zelfs dat ge hen van harte zult bijstaan, quot; mocht het zijn dat zijooit uwe hulpnoodig hadden.quot; — quot; Vader, quot; zeiden de kinderen eenparig, schoon met gebroken stem, quot; wij beloven het u. quot;— quot; Goed, quot;mijne kinderen,quot;sprak nog eens de vrome man,quot;nu quot; plaats ik u allen in Jezus' Hart, quot; en dit zeggende zonk zijn hoofd zachtjes neer... zijne heldhaftige ziel was gaan rusten in den schoot van den rechtvaardigen God... Na den dood huns geliefden vaders ondervonden de kinderen voorspoed en geluk in al hunne zaken. En waarlijk, het gebeurde, dat een dier trouwlooze bedriegers hunne hulp moest komen inroepen. En weet gij, hoe het antwoord klonk ? Met vreugde, zeiden de kinderen, zullen wij u dezen dienst bewijzen, want aldus was de laatste wensch van onzen betreurden vader. Ziedaar hoe de devotie

ocr page 30

EERSTE BELOFTE.

tot Jezus' Hart, aan ouders en kinderen aangenaam

maakt, wat volgens de natuur hard en bitter valt.

#

# #

Door talrijke voorbeelden zouden wij nog dit kunnen aantoonen ; want ontelbaar zijn de smarten door Jezus in den huwelijken staat gelenigd. En hoe zou het anders kunnen wezen? Is het huwelijk niet eene leerschool van zorgensemiriariMn curarititi\/oo3.\s de H. Basilius het noemt ? Is de dagelijksche ondervinding niet voldoende genoeg,om ons te overtuigen, dat het huwelijk zijnen last medebrengt, en dat in dezen staat ook de bijzondere genaden door Jezus zoo mild beloofd, hoogst nuttig en gewenscht zijn ? De plichten zijn groot,en wederzijdsche verantwoordelijkheid zweeft altijd vóór het geweten. Voorzeker staan zij niet alléén,om denopgelegden last te dragen, maar toch hoe zwaar drukt hij niet op hunne zwakke schouders ? Het heilig Sacrament des huwelijks heeft hun, wel is waar, genaden verworven, om kinderen tot Gods glorie op te brengen, om in vrede en eensgezindheid te leven.Maar toch blijft het waar,wat de apostel Paulus zegde : quot;Multashabcbunt tribula-tiones zij zullen vele moeilijkheden ondervinden.

20

ocr page 31

EERSTE HELOFTE.

Immers zich altijd opofferen, altijd vergeven en vergeten valt aan de natuur niet licht. Buitengewone genaden komen hier dus zeer wel te pas. Gelukkig heeft Jezus, in zijne oneindige liefde, aan de gehuwden milde en overvloedige genaden beloofd. Voor iedere noodwendigheid verleent hij eenen bijzonderen zegen,zooals wij bij het overwegen der volgende beloften met vreugde zullen zien.Terwijl in onze droeve tijden, in alle landen, de onverbreekbare band des huwelijks bijna zonder aarzelen wordt geschonden, richten christelijke echtgenooten in alle moeilijkheden en bekoringen hunne oogen op het met doornen omringde goddelijk Hart, waaruit een kruis zich verheft, en waarin de lans eene wonde tot schuilplaats heeft geopend. Op het uur der beproeving, wanneer gij onder den last van uwen staat gebukt gaat, denk dan aan die zinnebeelden der goddelijke liefde, en wellicht zult gij begrijpen, dat uwe doornen hemelsche rozen zullen schieten, en uw kruis in

eene heerlijke kroon zal veranderd worden.

#

# #

quot; En zie (') het Lam stond op den berg Sion, en

1. De H. Joannes in het hoek der Openbaring, 14 lioofdst., vers 1-5.

27

ocr page 32

EERSTE ÜELOl'TE.

quot; met Hem honderd vier en veertig duizend, die quot; zijnen naam en den naam zijns Vaders op hunne quot; voorhoofden droegen. En ik hoorde eene stem uit quot; den hemel... en de stem,die ik hoorde,\vas als van quot; harpenaars, die op hunne harpen speelden. En zij quot; zongen als een nieuw lied vóór den troon en vóór quot; de vier wezens en vóór de ouderlingen ; en niemand quot; kon dat lied nazingen dan die honderd vier en quot; veertig duizend... Deze zijn het... die maagden quot; zijn ; dezen volgen het Lam waarheen Het ook quot; gaat; dezen zijn uit de menschen, als de eerstelin-quot; gen voor God en voor het Lam vrij gekocht. quot;

Wie zijn nu de eerstelingen, die met den naam van het goddelijk Lam geteekend zijn? Het zijn al diegenen, van wie Christus, om de voortreffelijkheid van hunnen staat, zuiverheid en opoffering vraagt. Het zijn vooreest, die uitmuntende H. Leeraren, wier taak het was Jezus' leer bijeen te zamelen, en de menigvuldige openbaringen zijner liefde, door kundige en nauwkeurige rangschikking, voor velen toegankelijk te maken. Hunne geschriften zijn als uitgestrekte meeren, die de heldere en zuivere wateren der christelijke leer bevatten. Wanneer straks de zon der goddelijke liefde die wateren zal beschij-

28

ocr page 33

EERSTE BELOFTE.

29

nen, en ze door hare brandende stralen in damp en wolken zal herscheppen, zullen zij, op de vleugelen der winden naar alle zijden heengevoerd, weldra als vruchtbare dauw of weldoende regen tot op de verst-gelegcn velden nederdalen. Immers met deze goddelijke leer toegerust.begeven zich onze zendelingen op

snelle schepen naar alle verwijderde kusten, om daar de vruchtbaarheid van Jezus' leer en liefde te verspreiden. Overal, waar een bloempje zijn kelkjen opent,valt er ook een geestelijk dauwdruppeltje neer! Sla het oog op die helden van zuivere liefde, die in

ocr page 34

EKUSTE BELOFTE.

30

't zweet huns aanschijns, ja, ten koste van hun leven, al hunne krachten inspannen, om aan de heidenen van het verre Indië of het zwarte Afrika de liefde van Jezus' Hart te doen kennen. Herinner u slechts eenen Pater Lievens, onzen landgenoot, die in den geringen tijd van acht jaren de bekeering van ongeveer 50.000 heidenen bewerkte, en er meer dan 25.000 met eigen hand doopte. Bewonder ook. daar onder de brandende zon, die heldinnen, die niet aarzelen de voetstappen der apostelen te drukken om met hei^alle smarten, alle onwetendheid,te troosten, te leeren en te verzorgen. En wanneer er in een land missionnarissen de groote wateren der christelijke leer gebracht hebben, komen er weldra niet minder heldhaftige werklieden om het begonnen werk voort te zetten, te onderhouden en te voltooien... Eer aan dien grijzen, afgetobden herder, bij allen onder geen anderen naam gekend dan dezen : quot; onze pastoor. quot; Zijn woning ligt bij den akker der dooden; hij staat daar als de wacht aan de grenzen van het leven: aan de doopvont ontvangt hij den kleine, die er binnentreedt, en begeleidt tot zijne laatste rustplaats alwie dit tranendal verlaat, 's Morgens offert hij met zijn volk het vlekkelooze lam; maar daar eindigt zijn

ocr page 35

EERSTE 15EL0FTE.

offer niet. Volg hem, als gij kunt, op de lastige paden zijner verlorene schapen, in 't huisje van den arme, aan de sponde der zieken en stervenden. Overal wekken zijn bedaarde blik en troostvolle woorden vrede en moed in de verscheurde harten. Zijn nederig inkomen verdwijnt weldra in de handen der behoeftigen. Verwijderd van het tooneel der wereld, ontrukt aan al wat hij liefhad, slijt hij zijn leven in gebed, studie en goede werken. Tel, als gij kunt, de opofferingen van zulk een verborgen, ongeprezen en eentonig leven ! Toch staan aan zijne zijde dappere medehelpers, 't Is een Broeder, eene Zuster, in de arme school der kleinen ; of aan de legerstede eener ziekenzaal; of wel aan de deur der rijken eene bedelende hand uitstekende voor het onderhoud van arme, afgewerkte ouderlingen. Bedenk welke men-schelijke smart gij wilt: overal vindt gij eene maagd, van God gezonden, om ze in zijnen naam te lenigen.

Menigmaal weegt ook aan deze uitverkorenen de last van hunnen staat zwaar op de schouders. Neen, het lacht der natuur niet toe, het leven in eenzaamheid te slijten, of het te verkorten, to midden der kinderen. Altijd dezelfde klas geven, altijd dezelfde ziekten verzorgen, altijd dezelfde klachten aanhooren,

31

ocr page 36

EERSTE BELOFTE.

altijd troosten en altijd zich opgeruimd en liefelijk toonen, valt dikwijls der natuur hard en zwaar. Waarlijk, zij behoeven eene vurigere liefde. En waar zullen zij die vinden ? Waar anders dan in den gloed van Jezus' Hart? Want ook voor hen geldt die milde belofte : '' Ik zal hun al de genaden schenken, welke zij in hunnen staat noodig hebben. quot; Door die uitgelezene genaden versterkt, zal ook voor die helden, wat onmogelijk scheen, mogelijk worden, wat moeilijk viel, gemakkelijk voorkomen, wat hard en bitter was, zoet en aangenaam schijnen. Daarom, moet het ons niet verwonderen, dat tusschen de enge kloostermuren, of in de eenzaamheid eener pastorij juichende harten kloppen. Daar hoort men immers, eene H. Teresia uitroepen: quot; Of lijden, Heer, of sterven ! quot; — en eene H. Maria Magdalena de Pazzi:

quot; Niet sterven, o Heer, maar lijden ! quot;

#

# #

Omtrent het einde der XVP eeuw, schitterde aan de voornaamste hoven van Europa een jonge prins met name Aloysius. Op zijn gelaat lag eene engelachtige reinheid te lezen. Van zijn zedig voorhoofd, uit zijne heldere blikken blonk als een weerschijn

32

ocr page 37

EERSTE BELOFTE.

des hemels. Ieder beminde en eerde hem. Reeds op negenjarigen leeftijd beloofde hij eeuwige zuiverheid, aan de voeten van Maria. Van toen af ontvouwde de witte lelie haren smetteloozen kelk; met de jaren nam zij toe in helderheid en reinen luister, totdat zij welhaast door naijverige engelen geplukt, in het hemelsch lusthof verplant werd, om er eeuwig te bloeien.

Kweekte Aloysius met engelachtige zorg de lelie der onschuld, het was opdat ook de roos der goddelijke liefde in zijn hart zou ontkiemen. quot; Gelijk een quot; gloeiend ijzer gansch doordrongen is van het vuur, quot; zoo ook was de ziel van Aloysius met al hare ver-quot; mogens gansch van God doordrongen (1). quot; Daar was de bron zijner zelfopoffering. De liefde verklaart ons het geheim, hoe een jeugdige prins met zooveel aandrang, het verlof smeekte de pestlijders in het hospitaal te gaan verzorgen. Het was die liefde, die hem, als van de lippen der zieken, de woorden van Jnzus vernemen deed: quot; Aanschouw mijne ellenden, mijne wonden, en wees mij behulpzaam. quot; Ook heeft zijne edelmoedigheid de kroon der martelaren ver-

S3

1

Getuigenis van den E. P.Antonius Gagliardi, in het proces der Heiligverklaring van den H. Aloysius.

Relcfien van het 11. Hart. 3

ocr page 38

34 EERSTE BELOFTE.

worven : zelf aangetast door de afgrijselijke ziekte, gaat onze Heilige eenige maanden op een ziekbed kwijnen, om daar zooals het goud in den smeltkroes gezuiverd te worden.

Ln zie, kort na Aloysius' afsterven, werd de II. Maria Magdalena de Pazzi in geestverrukking tot in de hemelzalen vervoerd. Zij zag den jongen kloosterling in eene onuitsprekelijke glorie. Verwonderd over zooveel heerlijkheid, vroeg zij er de reden van en mocht het volgende vernemen : quot; De quot; heilige jongeling wierp, terwijl hij op aarde leefde, quot; zijne pijlen uit in het Hart van het goddelijk quot; Woord; nu hij in den hemel is, rusten die pijlen quot;in zijn hart, omdat hij de vereeniging met God, quot; welke hij door zijne akten van liefde (dat waren quot; immers zijne pijlen) heeft verdiend, nu in waarheid quot; bezit en geniet (■).

Aloysius was rein, stierf als martelaar van naastenliefde en is nu in 's hemels hof hoog verheven bij God, omdat hij een minnaar was van Jezus' Hart.

Laten wij dus innig overtuigd zijn van hetgeen wij in den aanvang zeiden, dat er namelijk een hemelsche rijkdom in de devotie tot Jezus' Hart te

i. In vita, c. 9.

ocr page 39

ekrste belofte. 35

vinden is. In welken staat zij ook verkceren, tot allen, die deze beminnelijke godsvrucht beoefenen, zegt Jezus in zijne oneindige liefde : quot; Ik zal hun al de genaden geven scoclkc zij in In innen staat noodig hebben.

ocr page 40

5$$

.. ■ .....

..

■ ■ ':'

■ ■

nfiDBRM

ocr page 41

TWEEDE BELOFTE.

•quot; Ik zal den vrede in hunne huisgezinnen doen heerschen (■)

N liet bock der openbaringen van de H. Brigitta vinden wij eene duidelijke en treffende voorstelling van het leven in het huisje van Nazareth : quot; De H. Jozef, quot; zoo sprak Maria tot hare bevoorrechte dienares, quot; diende mij als eene meesteres en ik vernederde quot; mij bij zijne minste handelingen. Mijn gebed was quot; nimmer onderbroken, ik ontving weinige bezoeken ■quot; en legde er slechts zeer zelden af. Voor den handen-■quot; arbeid had ik een bepaalden tijd. Al wat wij meer quot; hadden dan wij voor ons onderhoud behoefden, ■quot; gaven wij aan de armen, tevreden met het weinige, quot; dat ons overbleef. Jozef diende mij met de grootste ■quot; getrouwheid. Nooit hoorde men uit zijnen mond quot; een woord, dat niet ernstig was ; nooit zeide hij

i. i 32ste brief.

ocr page 42

TWEEDE BELOFTE.

quot; iets, wat ook maar in het minst naar ontcvreden-quot; heid of toorn zweemde. Hij was zeer geduldig en quot; ijverig in het werk, buitengewoon zachtmoedig quot; jegens degenen, die hem eenig verwijt deden, en quot; zoo volmaakt afgestorven van het aardsche, dat quot; hij slechts het hemelsche verlangde. Hij ge-quot; loofde zoo vastelijk aan de goddelijke beloften, quot; dat hij onophoudelijk zeide ; Geve God dat ik leve quot; en zijn H. Wil volbracht moge zien ! Zelden quot; woonde hij bijeenkomsten van menschen bij... Laat ons even die woorden overwegen. Immers door het helder en lieflijk licht, waarmede zij het huisje van Nazareth bestralen, maken ze het ons tot een toonbeeld van waren huiselijken vrede, van dien vrede, dien de H. Augustinus zoojuist uitdrukte: quot; De vrede van een huis bestaat hierin, dat er, bij quot; hare bewoners, een welgeregelde overeenkomst zij quot; tusschen gebieden en gehoorzamen (') quot;.

Vader moet dus het onbetwist, door allen geëerbiedigd, gezag hebben ; voor hem de innige overtuiging, dat zijn eerste plicht is het goede voorbeeld te geven en zijne eerste zorg den huiselijken kring te beminnen. Moeder, uit plichtbesef harer verhevene

i. De Civitaie Dei, B. 19, H. 13.

38

ocr page 43

TWEEDE BELOFTE, 39

zending, zal, met een geloovig vertrouwen op den bijstand van God, vreugde en eensgezindheid om dienzelfden haard doen bloeien ; terwijl deugdzame kinderen niets op hooger prijs kunnen stellen dan de bescherming en de waakzaamheid huns vaders, de teederheid en de verzorging hunner moeder.Zalig het huisgezin, waar sleehts één hart, ééne ziel, één verlangen, één wil gevonden wordt! Gezamenlijk leven voor God ; gezamenlijk lijden ; gezamenlijk de deugd beoefenen ; elkander dienen en in liefde voorkomen; o Paradijs op aarde ! o, heerlijke afspiegeling van het huisje van Nazareth ; daar woont de Geest Gods ; op dat gezin kan het woord van Jezus worden toegepast: quot;Zaligheid is over dat huis gekomen. quot;

#

# #

Maar helaas ! de vrede heeft tegenwoordig menig huisgezin verlaten. En toch op eendracht en heiligheid had God het eenmaal gesticht. Onder zijn zegen moesten heiligheid, eenheid, onverbreekbaarheid de grondslagen der familie wezen. Maar zie, het goddelijk plan wordt menigmaal verijdeld. Komt het niet al te dikwijls vóór, dat de wederzijdsche plichten, waarop het steunt, vergeten of miskend worden ?

ocr page 44

TWEEDE BELOFTE.

4°

Hoe algemeen hoort men de klacht, dat de huisvader meer voor zich zei ven leeft dan voor zijn huisgezin, en dat alzoo de familiegeest meer en meer verloren gaat! Wanneer vader 's avonds moede en afgemat van zijn werk komt, richt hij, in plaats van zich huiswaarts te begeven, en bij vrouw en kinderen de welverdiende rast te gaan genieten, zijne schreden elders heen. Des zondags kan hij zich in den huiselijken kring niet vermaken. Evenmin zal hij samen met vrouw en kinderen naar de kerk g-aan om daar God, den Vader aller menschen, te aanbidden, zijnen zegen af te smeeken, zijn woord met aandacht te aanhooren. Neen, buiten het huisgezin en verre van God wordt de voldoening in gewoel en gedruisch gezocht, bij valsche vrienden, in herbergen of schouwburgen, waar in korten tijd het loon, door langdurig zwoegen verdiend, verspild wordt. En vindt die vader wat hij zoekt ? O, neen ! want het geluk is slechts daar te vinden, waar God het gelegd heeft; niet elders. Wanneer nu de vader zoo thuis komt, zullen geene vriendelijke bejegeningen vreugde verwekken in het hart der vrouw noch het blijde schaterlachen der kleinen doen uitbarsten ; vader is lastig, knorrig en onverdragelijk. Veel heeft de vrouw van zulk eene

ocr page 45

TWEEDE BELOFTE.

41

onverschilligheid en liefdeloosheid le lijden; daarom ook gebeurt het, dat geduld en moed haar dikwijls te kort schieten, en dat ook zij elders troost en vol-

■doening gaat zoeken. Dan is natuurlijk twist en tweedracht in huis getreden; dan woedt het vuur der

ocr page 46

TWEEDE BELOFTE

42

driften, het vuur der gramschap, het vuur van haat en wraak en welhaast het vuur der onreine liefde, die ziel en lichaam verteert. O, wat is zulk een huishouden te beklagen ! 't Is wezenlijk eene hel gelijk. Maar hoe is toch de vurige liefde der eerste dagen zoo gauw verkoeld en uitgedoofd ? O ! die liefde was geen liefde; 'twas ijdele schijn en louter bedrog; ware liefde leeft van zelfopoffering. Gaat het leven van Jozef en Maria na, en aanstonds zult gij beseffen, dat het eene aaneenschakeling van zelfverloochening en offers was. Kwam het hun daarom onaangenaam of verdrietig voor? Verre van daar: voor de volmaakte liefde is het veeleer onaangenaam en verdrietig niets te mogen lijden voor degenen, die men bemint. De liefde maakt die offers gemakkelijk; de bitterste kwellingen worden door hare kracht in zoete vertroostingen veranderd. Laten wij het aan een goeden vader, aan eene teedere moeder vragen en zij zullen zeggen, dat zij bereid zijn honderdmaal meer te doen om de eensgezindheid te bevestigen. Willen dus de echtgenooten den vrede in hunnen huiselijken kring doen heerschen, dan moet op de eerste plaats eene oprechte wederzijdsche liefde in hunne harten leven.

ocr page 47

TWEEDE BELOFTE.

#

# #

In de XIIIe eeuw zat op den troon van Frankrijk eene beroemde en godvruchtige koningin met name Blanca. God had hare bede verhoord en haar een telg geschonken, die eens menschen en engelen met den rijkdom zijner deugden zou verheugen. Van zijne geboorte af werd Lodewijk met de teederste zorgen omringd. De heilige moeder wachtte met ongeduld het ontluiken der rede, om in het ontvankelijk hart van haar kind de kiemen der godsvrucht neer te leggen. Zij leerde den jongen Lodewijk de zoete namen van Jezus en Maria uitspreken, het kruis-teeken maken, het Onze Vader en Wees gegroet bidden. Zij sprak hem, zooals eene moeder alleen dit kan, van God zijnen schepper, van den hemel zijn Vaderland. Zij boezemde hem afschrik in voor het kwaad en liefde voor de deugd. Maar laat ons, uit den mond der heilige moeder zelf, het einde harer dagelijksche onderrichting vernemen : quot; Mijn zoon, quot; sprak zij, gij kent de teederheid mijner liefde voor quot; u, nochtans zou ik u liever vóór mijne oogen zien quot; sterven clan te weten, dat gij eene doodzonde be-quot; dreven hebt. (3 begreept gij, mijn kind, wat eene quot; doodzonde is, hoezeer zij God vergramt, wat een

43

ocr page 48

TWEEDE BELOFTE.

quot; eeuwig vuur zij in de hel veroorzaakt, gij zoudt quot;quot; liever geheel uw rijk verliezen en uw brood gaan quot; bedelen, dan ze ooit te bedrijven.Onthoud dat wel, quot; en wees immer indachtig, dat uwe moeder u dit quot; gezegd heeft. quot; Dat de heilige kroonprins die zalige lessen met aandacht aanhoorde en in beoefening bracht, blijkt genoegzaam uit de verheerlijking, die de Kerk hem geschonken heeft. Maar onze bewondering moet zich niet tot Lodewijks volharding bepalen. Onze oogen moeten zich vooral op die vrome opvoeding vestigen, om ze met de hedendaagsche te vergelijken.

Vele ouders willen, reeds van jongs af, van hunne kinderen genieten. IJdelheid en wereldsche dwaasheden prenten zij in die teedere zielen, want gezien en beroemd worden om die kleinen, boeit hun geheele aandacht. Later, wanneer de kinderen, tot meer bewustzijn gekomen, op kleine leugens betrapt worden, zien vader en moeder het door de vingers ; zijn zij ondeugend, dan is men onvoorzichtig genoeg om er mede te lachen. Gebeurt het zelfs niet dat het zoo verre gaat, dat die kleinen boos worden en ergens van kwaadheid gaan schreien, en dat er dan nog -ouders gevonden worden,zwak genoeg om ze te vleien

44

ocr page 49

TWEEDE BELOFTE.

en te streelen ? Zij geven aan die koppigheid toe, en niets durven zij den kleinen w eigeren uit vrees hen te bedroeven. Zw akke ouders, wat zijt gij te beklagen en wat zult gij later die zwakheid hard moeten bezuren ! Mocht gij toch de woorden van Salomon indachtig zijn: quot; Die zijnen zoon bemint, kastijdt quot; hem, maar reeds vroeg, opdat het daarna niet te quot; Iaat zij. quot; Wee den vaders, die hun goddelijk gezag hebben afgestaan ! Wee de moeders, die bij de opvoeding der kinderen van hun echtgenooten geen steun meer ontvangen ! Want wanneer die ongetemde kleinen grooter zullen geworden zijn, zullen zij het juk der gehoorzaamheid afschudden,en het zal geheel onmogelijk wezen hen nog verder te leiden.

Kinderen kunnen met teedere plantjes vergeleken worden. Zijn die plantjes aan eenen ervaren tuinman toevertrouwd, dan genieten zij de beste zorgen : hij besproeit ze op tijd, wiedt het om hen opgroeiende onkruid, dat hun het sap der aarde zou onttrekken ; met voorzichtigheid rukt hij de dorre takken en bladeren af; en wanneer nu die planten hunnen vollen wasdom hebben bereikt, mag de gelukkige kweeker ze als het heerlijkste sieraad van zijn bloemperk zien prijken. Zoo moeten ook de ouders voortdurend aan

45

ocr page 50

46

hunne kinderen wijze en nauwlettende zorgen wijden. Met voorzichtigheid moeten ze hen voor alle gevaren behoeden ; hen telkens op de zoo veelvuldige dwalingen eener jeugdige verbeelding opmerkzaam maken ; ze bij de hand naar de tempels van godsvrucht en wetenschap geleiden. Doen zij dat getrouw, dan groeien die kleinen op, tot sieraad en eer hunner ouders, en zullen eenmaal rijke vruchten van geluk en zegen dragen. Immers de 11. Schriftuur zegt ons, dat de jongeling ook in zijnen ouderdom den weg

niet zal verlaten, dien hij in zijne jeugd is opgegaan.

#

# #

Zelfopofferende liefde tusschen de echtgenooten, zorgvuldige opvoeding der kinderen, ziedaar dus de ecnige, echte grondslagen van den huiselijken vrede. Maar om die grondslagen te leggen en te bevestigen is er wijsheid en zielskracht noodig ; waar zullen de ouders die verlichting des geestes en versterking van den wil gaan zoeken? Nergens beter dan in het goddelijk Hart van Jezus. De Zaligmaker is immers de God des vredes ; als zoodanig hebben de profeten Hem voorspeld : quot; Hij zal, zegt Isaias, de Emmanuel wezen,... de Vorst des Vredes. quot; quot; Zijn naam, zoo ver-

ocr page 51

TWEEDE «ELOFTE.

47

klaart Michaeus, is de Vrede. quot; Hij werd geboren, toen de geheele wereld in vrede was, en bij zijne kribbe zongen de engelen : quot; Eer aan God en vrede aan de menschen van goeden wil. quot; Zijne leer is het quot; Evangelie des Vredes quot; ; de Kerk, die Hij stichtte wordt met recht de stad des Vredes genoemd ; de Sacramenten zijn als zuivere en overvloedige bronnen van vrede. En zijn de woorden van Jezus geen uitdrukkingen van zachtmoedigheid en vrede? Zegt Hij niet: quot; Leert van mij, dat ik zacht en ootmoedig van harte ben en gij zult de rust des harten genieten ? quot; quot; Ik geef u den vrede, quot; zoo spreekt Hij nog, quot; Ik laat li mijnen vrede. quot; Maar duidelijker nog spreekt Jiizus' handelwijze in eene verschijning aan zijn leerlingen. Uit vrees der Joden hadden de apostelen zich weer in de zaal van het laatste avondmaal vergaderd ; de discipelen van Emmaüs waren daar juist teruggekomen en vertelden aan de nieuwsgierige leerlingen, hoe zij hunnen geliefden Meester in het breken des broods erkend hadden ; de deuren waren dicht. Eensklaps verscheen Jezus en stond te midden zijner verschrikte apostelen. quot; Vrede zij metu, quot; klonk nogmaals de goddelijke stem ; en terstond toonde Hij zijne handen en zijne doorstokene Zijde.

ocr page 52

48

Voorzeker wilde Jkzus door dit teeken zijne discipelen gerust stellen; Hij wilde hen overtuigen, dat Mij

wezenlijk de Meester was,die aan het kruis gestorven, uit zijn graf was opgestaan,en thans daar voor hunne

ocr page 53

49

oogen verscheen. Maar wie van de tegenwoordige christenen zal niet bij dit verhaal onwillekeurig aan de verschijningen van Paray-le-Monial denken ?\Vie zal in den herhaalden wensch: quot; vrede zij met u quot; de uitnoodiging niet verstaan om in dat geopend Hart rust en vrede te gaan zoeken ? Dat Hart, dat Jezus eenmaal aan zijne apostelen getoond heeft, gewaar-digde Hij later menigmaal aan de Zalige Margareta te openbaren als eene schuilplaats in allen nood. Den vrede, dien Hij aan zijne leerlingen wenschte, heeft Hij plechtig beloofd aan al de familiën,die Zijn Hart zouden vereeren en beminnen : quot; Ik zal den vrede in hunne huisgezinnen doen /leerschen (■). quot; In verschillende omstandigheden heeft de Gelukzalige Margareta deze belofte herhaald. Zoo zegt zij, bij voorbeeld, in een brief aan moeder Saumaise (1) quot; dat Jezus, quot; door middel van eene afbeelding van zijn Hart, quot; hetwelk men ergens zou plaatsen en vereeren, de quot; onderling verdeelde familiën weder tot eensgezind-quot; heid zal brengen En in een brief aan moeder Greyfié (2), voegt zij er bij, dat die familiën, die zich

1

32sle brief.

2

335quot;: brief.

ocr page 54

5°

in eenigen nood bevinden, en tot Hem inet vertrouwen haar toevlucht nemen, zullen beschermd en bijgestaan worden.

#

Wat de goede Jezus vraagt, is dus zeer weinigen licht te volbrengen ; wat Hij belooft, is meer waard clan alle schatten der wereld. Mij vraagt, dat de fa-miliën zijn H. Hart zouden vereeren en dit vooral door eene afbeelding van dat H. Hart in hunne woningen te plaatsen. Hij belooft derhalve het wegnemen der verdeeldheid, het geschenk van zijn hcmel-schen vrede, den bijstand in allen nood. Ook is het Goddelijk Hart aan deze zijne beloften nooit te kort gebleven.Duizenden voorbeelden zouden dat gezegde kunnen bewijzen. Het zij voldoende ten slotte het volgende feit mede te deelen :

Eene huismoeder had het ongeluk een slechten man te hebben. Hij was niet enkel aan den drank verslaafd, maar gaf bovendien openbare ergernis aan velen. Tijdens eene missie bad en bezwoer zij hem, dat hij toch eens naar de kerk zou gaan om de missionarissen te hooren. Nieuwe beleedigingen en vloeken waren het eenige antwoord. Toen de missie geëindigd was, waagde de vrouw nog eene poging.

ocr page 55

1 weede 15elüfte. 51

quot; Ga nu ten minste, quot; zoo sprak zij, quot; de schoone quot; schilderij van het H. Hart etns zien, die in de kerk quot; is tentoongesteld ; iedereen spreekt er met bewon-quot; dering van — quot; O, daarvoor w il ik wel eens quot; gaan, quot; zeide hij. — Hij gaat, plaatst zich voor de heilige afbeelding, eenigen tijd beschouw t hij ze, gelijk men elke andere schilderij zou bezien. Daar valt op eens zijn oog op de breede hartewonde, op het kruis dat er boven prijkt, en diep treft hem de gedachte dat dit Hart zich voor zijne zaligheid heeft laten doorboren, en dat hij de ondankbare is, die door zijne zonden dit kruis op Jezus' ITart heeft geplaatst. Dit was voldoende... Diep bewogen staart hij Jezus aan, zijne oogen schieten vol tranen, hij gaat recht naar den biechtstoel, bekeert zich oprecht, en komt weldra aanzitten aan de H. Tafel, om zich, door het ontvangen van het Lichaam des 1 Iceren, op de innigste wijze met het goddelijk Hart te vereenigen. Na zijne dankzegging keert hij huiswaarts, verhaalt zijne bekeering aan vrouw en kinderen, omhelst ze hartelijk en zegt : quot; Tot nu toe heb ik u bedroefd en quot; ergernis gegeven, voortaan zal ik u slechts tevre-quot; denheid en blijdschap doen smaken quot;. En hij hield woord. Dezelfde familie, die tot nu toe, wegens het

ocr page 56

52

wangedrag van den vader, een beeld der hel was geweest, werd door het H. Hart van Jezus als een paradijs op aarde.

ocr page 57

DERDE BELOFTE.

quot; Ik zal hen in al hunne kwellingen troosten (')

Eze aarde is een tranendal : dat behoef ik niet te bewijzen. Verwijder u zoo verre, als gij wilt, van de samenleving; verberg u in de diepe eenzaamheid der wouden ; beklim den top der hoogste bergen : daar nog zal de kreet der lijdende broeders u in de ooren klinken ; ook daar zal een druppel der zee van tranen u bereiken. Het kind komt pas ter wereld en zijn eerste groet is een jammerklacht, een geschrei ; terwijl de ziel van den afgeleefden grijsaard met den laatsten zucht het lichaam verlaat. Hier ontrukt tie ombarm-hartige dood het eenig wichtje aan de armen eener ontroostbare moeder; daar weent een hulploos kroost, wien vader en moeder zijn ontrukt; overal kwijnt een zieke; overal smeekt een bedelaar.... Ware het ons

i. i32squot;! brief.

ocr page 58

DERDE liELOFTE.

gegeven een weinig den sluier te lichten, die de bange smart des harten voor ons verborgen houdt, wat zou ons oog met droefheid staren op het lijden eener H. Monica, die jaren lang de bekeering van een Au-gustinus met tranen heeft afgesmeekt.Wat al onrust, wat al angst, wat al folteringen des harten heeft zij niet uitgestaan ?

En nu, is er voor al dat lijden geen troost of leniging te vinden ? Gewis ; zij ontspringt aan eene eeuwig vloeiende bron. Maar velen weten deze niet te vinden. De wijze Salomon zelf schijnt onder dit getal te hooren, waar hij zucht; quot;Ik keerde mij tot de an-quot; dere dingen (om te zien of zij beter waren) en bezag quot; de verdrukkingen, die onder de zon geschieden en quot; de tranen der onschuldigen, zonder dat er iemand quot; was die troostte C). quot; Niets is er zwaarder, niets is drukkender op het hart, dan droefheid zonder troost, dan kommer en angst zonder leniging. Jeremias heeft het gevoeld, toen hij weenend het zoo diep vernederde Jerusalem aanschouwde, en daarom de arme stad wel het meest lijden zag : quot; wijt .zijgeen trooster vond (-). quot; Vroeg niet, om dezelfde rede, de vergram-

1. -CVt/,, 4, i.

2. T/'iren., i, 9.

54

ocr page 59

DERDE 15EL0FTE,

de profeet Nahum, zich richtend tot het verwoeste Ninive, als toonend haar laatste straf ; quot; En lüaar

quot; zal ik een verf rooster voor n zoeken ? quot;

*

# #

Unde quaerain consolatoreni ? Ja, waar zal ik een vertrooster voor n zoeken? In uw eigen hart? Maar wat vermoogt gij tegen den dood, wanneer hij u vader of moeder of kroost ontrukt? Wat vermoogt gij tegen de ziekte? tegen den ondergang ? tegen oneer ? tegen de bitterheid in het leven ? Al wat men u vragen mag is, dat gij uw hoofd niet moedeloos neder-buigt. Maar niets, niets meer. Misschien zult gij ons met de H. Schrift antwoorden : quot; De ziel vindt hare genugten in den goeden raad van een vriend (2). quot; Voorzeker willen wij voor een verscheurd hart de zoetheid der vriendschap niet ontkennen. Maar helaas ! hoe krachteloos is hare goedheid ? Wanneer Rachel hare kinderen onder hare oogen had zien sterven, kwamen vriendinnen toegeloopen en weenden aan hare zijde ; troost wilde zij niet ontvangen. Waarom ? Omdat hare kinderen niet meer waren. De liefde, die rond hare droefheid zweefde, was on-

1. Nahum, 3, 7.

2. Bock der Spreuken, 27, 9.

55

ocr page 60

56

machtig dedooden te verwekken ; zij weende immers quot; omdat de kleinen niet meer waren ('). quot;

Machteloos in ^ich zelve, hebben de menschelijke vertroostingen dus maar eenige waarde, in zoover zij ons in staat stellen de genaden van het goddelijk Hart te kunnen ontvangen. Daar zijn smarten, waarvan de mensch verstomd staat, waarvoor hij geen troostwoorden vindt. Wij lezen in het boek Job, dat zijne vrienden zeven dagen bleven zitten,zonder een troostend woord tot hem te durven richten ; zoo groot was zijne ellende. En wanneer die menschen het waagden een zoo lang stilzwijgen te onderbreken, waren zij voor den ongelukkigen lijder niets anders dan quot; vertroosters die hem tot last strekten (-). quot; Voeg daar nog bij, dat wanneer men eenen waren vriend gevonden heeft, deze ons door den dood of door andere oorzaken plotseling kan ontrukt worden, en gij zult beseffen dat de menschelijke vertroosting,op zich

zelf genomen, waarlijk ijdel is.

# #

Christenziel, geef den moed niet op ; integendeel.

1.Jerem., 31,15.

2. Jolgt;, 16, 2.

ocr page 61

DERDE BELOFTE

57

Even als bij het uchtendblozen, het bloempje zijn gesloten knop, door den nacht neergebogen, weer

omhoog heft, ontplooit en schikt, en met natbedamv-de blaadjes den eersten lichtstraal te gemoet ziet; zoo

ocr page 62

DliKDK liELOFTK.

ook gij, dochter van den Calvarieberg-, beur het hoofd uit het lijden op; beschouw den Trooster,die u gegeven is, en streef Hem met vreugde te gemoet. Daar komt Hij ; 't is Jezus, de ware vriend der zielen, in de ruimste mate in zich bevattend de drie hoedanigheden van den vertrooster: de goedheid, de kennis en de macht.

Om iemand troost in het hart te storten, wordt vooreerst goedheid vercischt. Maar welk goed hart kan bij dat van den goddelijken Zaligmaker vergeleken worden ? Is Hij niet de goedheid zelf; quot; Cnjns essen-fia bonitas? quot; Hoor zijne woorden en beschouw zijne werken. Geheel zijn leven is eene aaneenschakeling van weldaden ; blinden zien, dooven hooren, kreupelen gaan, melaatschen worden gereinigd, aan de armen wordt het Evangelie verkondigd, dooden zelfs keeren tot het leven weer. J i-zus' hand kan niets dan zegenen ; Zijn mond niets dan vergeven ; Zijn Hart niets dan beminnen;11 transiit henefacicndo et sanan-quot; doomncs. quot;Zoogoed is Hij, dat het volk niet aarzelt zijne voetstappen tot in het diepste der woestijn te volgen. Eene geheime weldoende kracht gaat van Hem uit,zelfs door het aanraken van den zoom zijns kleeds. Ten slotte, om maar een enkel zijner woorden aan te

ocr page 63

DERDE BELOFTE.

halen: quot; Zie, quot; zegt Jezus tot de gelukzalige Marga-reta, wanneer Hij haar zijn Hart, met het vuur omstraald, te aanschouwen gaf, quot; ziedaar het Hart, dat quot; de mensehen zoozeer bemind heeft. quot; Ja, Jezus is de vader van barmhartigheid, de God van liefde en goedheid.

Maar hoe bekwaam dan ook een geneesheer zijn moge, kent hij de kwaal van den lijdende niet, dan zal Hij hem niet genezen. Welnu, de lieve Zaligmaker kent het lijden van het arme menschenhart.al onze smarten heeft Hij zelf in zijn eigen 1 lart ondervonden: folterend zielelijden in den hof van Olijven ; verlatenheid en trouweloosheid van den kant zijner vrienden, zijner leerlingen ; krenking van eer en goeden naam door laster en bespotting; nameloos lijden in zijn doorwond lichaam ; hoon en verguizing tot aan zijn laatsten snik; met één woord, den beker der bittere smarten heeft Jezus tot den bodem toe geledigd.

Niet zelden komt een arme bedelaar aan uwe deur kloppen, en met tranen in de oogen smeekt hij om een weinig brood. Maar al roert zijn knagende honger uw medelijdend hart, indien gij niets hebt, om hem te verzadigen, zult gij zijne tranen niet kunnen dro-

59

ocr page 64

6o

gen. Goddank, het H. Hart kan ons helpen in alle noodwendigheden, kan alle smart verzachten. Groot is zijne macht, of liever almachtig is dat goddelijk Hart; zelfs de dood gehoorzaamt op Jezus' woord : Lazarus was gestorven, en diep betreurden zijne zusters hun teergeliefden broeder; hunne vrienden trachtten hen te troosten, doch vruchteloos. En zie, op eens komt Jezus aan. .Spoedig staat Martha op en loopt Hem te ge moet: quot; Waart Gij hier geweest, quot; onze broeder zou niet gestorven zijn, quot; zeide de weenende zuster. — quot; Ik ben, quot; zoo sprak de Zaligmaker, de verrijzenis en het leven; gelooft gij dit? quot; —quot; Ik geloof,quot; luidde het antwoord, quot; dat Gij de Zoon quot; Gods zijt. quot; — quot; Welaan dan, toon mij de plaats quot; waar gij den doode hebt neêrgelegd. — Jezus weende; Zijn Hart was diep bewogen en Zijne oogen ten hemel verheven hebbende, sprak Hij: quot; Lazarus, quot; kom buiten. quot; En Lazarus kwam vol leven te voorschijn, De tranen van droefheid waren in tranen van blijdschap veranderd. quot; Komt dus, gij allen die belast quot; en beladen zijt, en Jezus zal u verkwikken. quot; Zegt Mem: quot; Heer, deze, dien Gij bemint, is in droefheid quot; verzonken. quot; En weest er verzekerd van, de vertroostingen, die uwe ziel zullen overstroomen, de

/

ocr page 65

DERDE BELOFTE.

tranen van aandoening, die Jezus met u storten zal, zullen op uwe lippen de woorden der vertroosters van Maria en Martha leggen: Zie hoe Hij mij beminde.

#

Moeilijk wordt hier onze taak! Wie zal immers voor den mensch ontvouwen wat zijn begrip te boven gaat? Wie vermag de werking van den Goddelijken Vertrooster in eene lijdende ziel te verklaren? Moe schept dat H. Hart rust in vermoeidheid, verkwikking in brandend leed, vreugde in tranenvloed, olie en balsem in pijnlijke wonden? Wanneer Jezus ons wil troosten, genieten wij onuitsprekelijk geluk, opgeruimdheid des harten, toeneming van leven en liefde, die, zacht en ongemerkt, de ziel en hare vermogens binnensluipen : wij gevoelen die herscheppende werking van den Vertrooster, ze te verklaren vermogen wij niet.

quot; Ik was troosteloos, quot; zoo sprak eens eene bedroefde ziel; quot; mijn hart was reeds verbrijzeld onder quot; den druk der beproeving en het vreesde nog meer quot;voorde gevolgen van mijn ongeluk... Ter uwer quot; eer, zeg ik het, o H. Hart! toen ik voor u en met u quot; gezucht en geweend had, gevoelde ik eensklaps een

ocr page 66

DhRDE I! KL OFTE.

quot; onverklaarbaar gevoel, dat mij innigen vrede en quot; waar geluk genieten deed. Mijne vrienden stonden quot; over mij verbaasd en ik zelf zou, over hetgeen met quot; mij geschiedde, verwonderd zijn geweest; ik zou quot; het aan eene onverklaarbare onverschilligheid toe-quot; geschreven hebben, indien niet mijne ziel, in deze quot; zoete vervoering van liefde en volmaakte berusting, quot; de bovennatuurlijke werking der genade had ont-quot; waard. O, goddelijke Vertrooster, gij hadt mij aan quot; uw Hart gedrukt, gij liet mij een weinig zijne bit-quot; terheden begrijpen, en terwijl mijne blikken op u quot; waren gevestigd, stilden uwe vertroostingen mijnen quot; angst, en droogden mijne tranen (')....

De verklaring dezer ziel is de lofzang der dankbaarheid, die oprijst uit het hart van hen, die Gode in de beproeving getrouw zijn gebleven. En geen wonder; want de goddelijke troost is als een vreug-dedisch, waaraan de vriend van Jezus' Hart aanzit, en waardoor hem nieuwe kracht en sterkte voor het Qoede oeschonken wordt. quot; Drink en eet aan de tafel

O O

quot; mijner genugten, quot; zoo sprak eens Jezus tot de gelukzalige Margareta, quot; en verkwik u, om moedig quot; voort te gaan... dikwijls zult gij adem moeten halen

j. Mtssuger du S. Caiur de Jhus.

02

ocr page 67

D li KOK ISELOFTIv

quot; en rust zoeken aan mijn Hart, dat voor u altijd quot; openstaat. quot; Nadert dan ook tot Jezus' Mart, gij allen die gebukt gaat onder den last uwer ellenden. Neergeknield vóór dat H. Hart, het levende zinnebeeld der smart, aanvaardt moedig de plichten van uwen staat en de duizenden moeilijkheden van het leven; heiligt voortaan de kruisjes van eiken dag; draagt die 's morgens op als een bloemtuil van welriekende myrrhe; verheft, gedurende den dag, dikwijls uwe gedachten tot dat H. Mart, en voorzeker

Het zal u verkwikken en heiligen.

#

* #

Men riep mij eens, verhaalt Pater Toussaint Dufau, bij eenen zieke. Het was op een vrijdag, een dag bijzonder aangenaam aan het goddelijk Hart. Ik ging, en vond op een bed van stroo een armen man, die een veertigtal jaren scheen te tellen. Sedert zes maanden waren al zijne ledematen verlamd; zijne lendenen waren bovendien slechts eene wond; even als Jezus op het kruis, kon de arme zieke ook niet anders dan op zijne wonden rusten. Tot overmaat van ramp, was hij door iedereen verlaten; want al wat hij bezat, was eene dochter van 20 jaren, even

ocr page 68

64 DERDE liELOFTE.

moest heengaan om voor haar zelf een stukje brood en voor haar vaderde geneesmiddelen te verdienen.

ocr page 69

DERDE BELOFTE.

Daar ik gekomen was om zijne biecht te hooren, bleef ik met hem alleen in een klein kamertje, waarin zijn bed stond; en hoe groot was niet mijne verwondering, toen ik, na een kort onderhoud, bemerkte dat deze arme zieke niet slechts kalm en gelaten, maar zelfs gelukkig en tevreden was. 't Was mij onverklaarbaar. quot; Hoe is het mogelijk, quot; zeide ik eindelijk, quot; hoe kunt gij u zoo gedragen te midden van quot; al die kwellingen? quot; —quot; Eerwaarde Pater, quot; sprak nu de zieke, quot; open de deur eens, en gij zult zien, quot; van waar mij mijn troost komt.quot; Ik opende de deur, en met zijne oogen (want hij zou geen vinger hebben kunnen bewegen) toonde hij mij eene schoone beeltenis van Jezus' en Maria's Harten. Voor de omlijsting, had hij waarschijnlijk een deel zijner noodige spijzen moeten opofferen. quot; Ziedaar, Pater, quot; zeide hij, quot; van waar mij mijne vertroosting komt. quot; Als ik het niet meer kan uithouden, werp ik nu quot; eens een blik op het Hart van Jezus, dan weder quot; op het Hart van Maria, en ik zeg tot mij zeiven : quot; Zij hebben meer geleden dan gij, en zij waren on-quot; schuldig, terwijl gij zoovele misslagen bedreven quot; hebt. Daarop gevoel ik mij gansch getroost. quot; Ik zond hem aanstonds eeneZuster van Liefde,met den

Heloften van het H. Hart. 5

65

ocr page 70

66 DERDE BELOFTE.

last hem zoo goed mogelijk te verzorgen, en keerde zelf na twee dagen terug. Doch hij was reeds naar een betere wereld heengegaan. Op mijne vraag, hoe hij was gestorven, ontving ik dit antwoord: — De zieke toen hij op 't uiterste kwam, heeft ons gezegd ; quot;Ik zie mijn bed geheel met schoone blauwe bloemen quot; bestrooid, en de H. Maagd komt nederdalen, om quot; mijne ziel af te halen. — Het is mijne taak niet, over hetgeen hier bovennatuurlijks in mag schijnen, mijn gevoelen te uiten; maar dit mag ik toch zeggen, dat de Heer Jezus wel degelijk op nieuw getoond heeftr hoe Hij zijne belofte getrouw is : quot; Ik zal hen in al hunne kwellingen vertroosten.

ocr page 71

VIERDE BELOFTE.

quot; Ik zal hunne toevlucht wezen gedurende het leven en vooral in het uur des doods (')

AT verstaan wij door eene toevlucht? Hoe zal Jkzus die voor ons zijn in leven en in dood ? Twee vragen op welke wij kort en bondig willen antwoorden om te laten beseffen wat al goedheid en barmhartigheid Gods, wat al heil voor den mensch in deze vierde belofte is inbesloten.

In het Oud Verbond lezen wij, dat God het volk van Israël toevluchtsteden had aangewezen, waarin men de vervolging der bitterste vijanden ontvluchten kon. Later verloren de volkeren deze gewoonte niet; want in onze dagen getuigen nog de namen van quot; vrijplaats quot; of quot; vrijhof quot; Campus liber, dat er bij onze voorvaderen plaatsen werden afgezonderd, waaide misdadigers beveiliging tegen het wrekend gerecht mochten zoeken.

i. i32stc brief.

ocr page 72

68 VIERDE liELOFTE.

Wanneer dus het woord toevlucht quot; op plaatsen slaat, betcekent het niets anders dan oorden waar men veiligheid geniet. Slaat het op personen, dan wijst het op een steun, een leider, een beschermer. Zoo is de schoot der moeder de toevlucht van het verlegen kind, de zorgzame voogd die van den verlaten wees. Zoo ook neemt de leerling zijn toevlucht tot bekwame meesters, de werkman tot een liefdevollen patroon, de misdadiger tot een behendig raadsman. En zoo zien wij ieder zwakke, ieder onkundige, ieder schuldige een steun, een leider, een beschermer zoeken, tot wien hij in nood of gevaar zijn toevlucht nemen kan.

Op bovennatuurlijk gebied zijn wij allen, kinderen van Adam, aan misdadigen, aan weezen gelijk. In zonde werden wij geboren ; ons verstand is verduisterd en onze wil verzwakt. Wie zal voor ons ten beste spreken ? Wie zal ons verlichten ? Wie zal ons versterken? Tot wien zullen wij onze toevlucht nemen? Ad qucin ibimns ? Tot Jezus' Hart, dat volgens den H. Gregorius, de arke is, waar allen gered worden ; tot Jezus' Hart, dat de H. Laurentius het gods/mis, het hospitaal voor alle ziekten noemt; tot Jezus' Hart, door den H. Ephrem als de bevoorrechte vrijplaats

ocr page 73

VIERDE BELOFTE.

begroet. In elk gevaar, kunnen wij in de heilige wonden,en bovenal in het open Hart van Jezus eene schuilplaats vinden: veilig mogen wij daar verblijven, tegen de aanvallen van den boozen vijand gevrijwaard. Deze uitdrukkingen moeten natuurlijk ineen overdrachtlijken zin verstaan worden; want hoe zouden toch millioenen menschen in het stoffelijk Hart van onzen goddelijken Zaligmaker plaats kunnen vinden ? Alwie met deze godsvrucht een weinig bekend is, weet derhalve dat het stoffelijk Hart van den God-Mcnsch het levend zinnebeeld is der oneindige Liefde Gods voor ons. Dat leert ons de H. Kerk door de decreten der H. Congregatie der kerkgebruiken ('), door de akten der Pausen, onder ander die van Pius VI (2)en Pius IX (:s), waarin het H. Hart van Jezus op de uitdrukkelijkste wijze het levend zinnebeeld der goddelijke Liefde tot ons verklaard wrordt. De liefde van Jezus tot den mensch is dus als een beschermingsoord in leven en in dood.

Dit goddelijk toevluchtsoord vind ik reeds, in de

1. Decreet tier H. Congregatie der kerkgebruiken, 6 t'ebr. 1 7Ó5 (Zie Nilles, De rationibus feston/m sacr. cordis J ksu et pur. cordis Maruc, ed. 4, t. 1, p. 163, ss.)

2. Ex constitutione. quot; Auctorem fideiquot; J'ii VI (zie Nilles, p. 278, s.)

3. Zie Acta J'ii IX, b. v. in causa beatificationis M. M. A. decretum quot; de tuto quot; 24 jun. 1864.

69

ocr page 74

70 VIERDE BELOFTE.

H. Schrift, den vrome aangekondigd. David looft den Heer als quot; zijne toevlucht quot; en als de quot; hooge wijkplaats waarin hij altijd veilig rusten kan. Jeremias predikt God als quot; zijne toevlucht in de dagen der verdrukking, zijne kracht en zijne sterkte C).

Gansch Israël zingt met vertrouwen : quot; Onze God quot; is eene toevlucht,onze God is eene kracht (1).quot; Onder zijne hoede dan ook genieten zij rust en voortdurende veiligheid. quot; Gij hebt den Allerhoogste tot uwe toe-quot; vlucht genomen ; geen kwaad zal u genaken (3). 't Moet ons dus niet verwonderen dat Jezus, die alle prophetiën wilde verwezenlijken, in treffende tafe-reelen ons levendig de kracht dier liefdevolle woorden heeft afgeschilderd. Zie, terwijl vrome moeders Hem volgen, om den zegen van zijn vaderhand over hunne kinderen af te smeeken, vreezen zijn leerlingen dat deze toeloop hun beminden Meester zoude mishagen. Doch te weinig kenden zij het liefdevolle Hart des Zaligmakers. Neen,quot; laat de kleinen tot Mij komen, quot; zoo klinkt het minzaam van zijne lippen, terwijl zijne handen zich zegenend en beschermend uitstrekken

1

Ps. 45, 2.

ocr page 75

VIERDE BELOFTE,

boven de hoofden der zwakke kinderen. Neen, de kleinen, de ootinoedigen vooral worden door Jezus nooit verstooten; voor allen is er in dat H.Hart steun en sterkte te bekomen.

En zoudt gij mij vragen naar de gevoelens van Jezus jegens hen, die onverstandig of ondankbaar genoeg zijn om de beschermende liefde af te wijzen, dan zoude ik u antwoorden dat zijn medelijdend Hart als treurend is over hunne verblindheid en onverschilligheid, gelijk weleer, toen Hij over het ondankbare Sion klaagde : quot; Jeruzalem, Jeruzalem, hoe quot; dikwerf heb Ik u willen vergaderen, gelijk eene hen quot; hare kiekens, en gij hebt het niet gewild (')!

Treffend beeld van Jezus' teedere liefde, van die liefde, die niets vuriger wenscht dan allen, ook de ondankbaarsten, aan zijn Hart te drukken, hen te verbergen in zijne heilige Wonde, om hen daar te sterken en te beveiligen tegen wie hen aan zijne liefde had ontrukt.

71

Thans beseffen wij gewis de volle beteekenis van J ezus' woorden tot zijne bevoorrechte dienares : quot; Ik quot; sal hunne toevlucht wezen in het leven en vooral in quot; het uur des doods. quot; Aller toevlucht, aller steun en

1. Matth., 23, 27.

ocr page 76

VIERDE liELOFTE.

bescherming te zijn, was Jezus' vurigste Harte-wensch; dat beoogde, daarnaar streefde Hij gedurende geheel zijn sterfelijk leven: dat verlangt Hij nog, nu Hij op onze altaren ons wacht en ons toeroept; quot; Komt tot Mij, gij allen die belast en beladen zijt, quot; en Ik zal u verkwikken. quot; Sluipt dus de duivel rond als een brieschende leeuw, zoekende wien hij verslinden zou ; beschut u ijlings in Jezus' Hart. Vervolgt u de wereld met haar schitterglans; pas op! laat u de oogen niet verblinden en het hart niet misleiden, zoek spoedig licht en zuivere liefde in den gloed van J hzus' Hart. Bedreigt u de ziekte; wordt uwe woning een kruis, de werkplaats eene kwelling; ijl naar Jezus' Hart: daar is genezing, hulp, bescherming. Maar bedreigden nu oorlog, hongersnood, aanstekelijke ziekten ons dierbaar vaderland; zoo ooit het wangedrocht der goddeloosheid zich verstoutte de vaan des oproers te ontplooien; moesten tallooze rampen en kwalen ons zwak menschenhart vereenigd aanvallen; dan vooral zouden wij samen tot Jezus' Hart onze toevlucht moeten nemen. Groeit ons lijden, dreigt meer en meer het gevaar, zijne liefde zal groeien, zijne zorg zal grooter worden.

In Holland, werd, vóór vijf en twintig jaren, de

72

ocr page 77

VIERDE BELOFTE. 73

eerste kerk ter eere van het H. Hart van Jiïzus, te Maastricht gebouwd. Boven het zangkoor dringt het

daglicht door een rijkgeschilderd raam. Daar aanschouwt het oog vooreerst een eerbiedwaardigen grij-

ocr page 78

VIKKDE BELOFTE.

74

zen bisschop. Met den grootsten eerbied en godsvrucht draagt hij het Allerheiligste Sacrament. Een subdiaken gaat voorop met het teeken des gekruisten Verlossers ; dan volgt een stoet van priesters en geloovigen, allen met brandende kaarsen in de hand. Van beide kanten der processie liggen door liefdadige handen aangebrachte pestlijders, op wier gelaat groote smart en tevens onbeperkt vertrouwen te lezen staat, 't Is een godvruchtig aandenken aan de goedheid van Jezus' Hart, die zich op eene buitengewone manier te Marseille, ten jare 1722) getoond heeft. De pest woedde zoo vreeselijk in die stad, dat er geen armen genoeg waren om de dooden te begraven. Het magistraat werd genoodzaakt de gevangenissen en tuchthuizen te openen, op voorwaarde dat de booswichtendelijken zouden begraven.Honderden en duizenden bezweken in de woningen, op de markten, in de straten. Eindelijk vindt Monseigneur de Belzunce, de bisschop der geteisterde stad, een krachtig middel. In overeenkomst met de overheden der stad belooft hij eene plechtige processie ter eere van Jezus' Hart, en wijdt zijne stad en zijn bisdom aan dat goddelijk Hart toe.Oogenblikkelijk ontfermt zich de oneindige Barmhartigheid des Heeren over

ocr page 79

VIERDE BELOFTE

hen, die hunne toevlucht tot zijn Mart genomen hebben. De pest houdt op ; de stad is gered. Sedert dien tijd heeft het dankbaar Marseille, de dagen der boosheid slechts uitgezonderd, de beloofde processie jaarlijks gehouden.

Nog velerlei feiten konden hier worden aangehaald ; doch klaarblijkend is het genoeg dat Jezus' Hart,in de algemeene plagen, zoowel als in hetafzon-derlijk leven, voor allen die willen, een verzekerde, een troostvolle toevlucht is en altijd zijn zal, niet

alleen in het leven,maar vooral in de uur des doods.

#

* #

En Goddank, want in dat laatste oogenblik bedreigt ons wel het verschrikkelijkste gevaar, de jammerlijkste nood. Dan vermenigvuldigt de duivel zijne strikken : den eene boezemt hij wanhopig vrees in; den andere laat hij het hoofd in verblinde onverschilligheid neerleggen. Velen zien bij het naderend oogenblik des doods al de zwakheden huns levens dreigend vóór hunnen geest oprijzen,om één voor één hen te kwellen en loodzwaar op hun beangstigd hart te drukken. quot; Dat hebt gij gedaan; quot; klinkt het aan hun oor ; quot; dat hebt gij gelaten. Voorwaar ! ik vraag

75

ocr page 80

v1erdk helofte

76

het u, heeft de strenge God u vergeven ?... quot; En twijfel, angstvolle twijfel verduistert meer en meer het verzwakt verstand des stervenden, en doet het door de smarten uitgeputte lichaam sidderen en beven. De wilskracht is bijna verdwenen. De wereld, die zooveel had beloofd, de wereld laat den zieke over aan zijn ijselijk lot. Alles wat rond hem zweefde : vermaak, rijkdom, eer, voelt hij zich ontsnappen. Vrienden en bloedverwanten staan daar machteloos. Gaarne zou de stervende uitroepen: quot;Helpt mij toch, gij ten minste die mij liefhebt, helpt mij, want ik ga ter eeuwigheid ; helaas ! tot welke eeuwigheid ! God heb ik niet gediend of zeker niet genoeg vereerd. Mijne handen zijn ledig aan verdiensten. Vader, moeder, echtgenoote, kinderen, staat mij bij !quot;... De eigenliefde houdt den zieke tegen ; die troostvolle hulpkreet durft hij niet openlijk te uiten... Onbegrijpelijk is zijne smart ; onuitstaanbaar zijn angst. Wie zal hem in dat noodlottig uur helpen ? Wie zal dien zwakke ondersteunen ? Wie zal den storm der helsche macht bedaren? Wie kan de door den duivel verduisterde ziel ophelderen ? Wie zal in dat wanhopig hart moed instorten? Wie?... Jezus' Hart. Ja, voornamelijk in dat droevig uur, in dat grootste

ocr page 81

vierde iiki.of te. 77

nood zal Jezus' Hart eene toevlucht wezen. Overweegt wat de Zalige Margareta in haren 3osten brief

ocr page 82

VIEKDE BELOFTE.

neerschreef: quot; Het komt mij voor dat wij door de quot; godsvrucht tot Jnzus' Hart onze zaligheid in zeker-quot; heid stellen,en dat de zuivere liefde van dit H. Hart quot; als een schip is, waarin de ervaren stuurman, on-quot; danksalle klippen en stormen,ons veilig in de haven quot; der zaligheid zal binnenvoeren. quot; En op meerdere plaatsen voegt de gelukzalige er bij, dat niemand, die aan dit Hart bijzonder is toegewijd, zal verloren gaan (')• Ja zelfs, dat het zoet is te sterven na eene standvastige devotie gehad te hebben tot het H.Hart van Hem, die ons moet oordeelen (1).

In het jaar 1867 schreef men uit Savoye aan den Franschen quot;Bode van het H.Hart:quot;—quot;Voor eenigen tijd beval ik aan de gebeden der leden van het Apostolaat des gebeds een jongen zieke, die zelf lid was van dit genootschap. Gedurende zes volle maanden heeft die jongeling van slechts 23 jaren de schrikke-lijkste pijnen en smarten verduurd. Nooit nochtans heeft men bij hem het minste teeken van ongeduld kunnen bemerken. Hij ontving de laatste Sacramenten met teedere godsvrucht,en stierf een heiligen en zachten dood.Zijn laatste woord was een verzuchting

78

1

i32stlt;: brief.

ocr page 83

VIERDE HELOFTE.

geweest tot God, terwijl zijne lippen op het heilig kruis een laatsten kus drukten. Eer en dank aan Jezus' Hart ('), quot;

Diezelfde troost en zoetheid in het uur des doods ondervinden de zondaars ook, mits zij op het belangrijk uur, de goedheid van het H. Hart willen erkennen en, althans door de gebeden van anderen, hier eene schuilplaats willen zoeken (2).

In het jaar 1867,bijvoorbeeld,was de medaille van het H. Hart een middel ter bekeering van een dier versteende zondaars. Sedert 20 tot 30 jaren was die ongelukkige van de heilige Sacramenten verwijderd gebleven. De aanhoudende pogingen zijner echtge-noote hadden nimmer mogen baten om hem uit de handen der vrijmetselaars los te rukken. Doch op eens overviel hem eene zware ziekte. Eene Zuster kwam den lijder bezoeken en bood hem eene medaille aan van het H. Hart. En waarlijk de zieke weigerde dit middel van Gods liefde niet ; doch liet het zich gewillig om den hals hangen. En wat geschiedde ? Wat verscheidene priesters tot hiertoe vruchteloos op alle mogelijke wijzen hadden beproefd, werd

1. Message/' du S.-C., t, 11.

2. 9Sste brief der Gelukz.

79

ocr page 84

So VIERDE BELOFTE,

thans als vanzelf bereikt. Reeds den volgenden dag sprak de zieke tot zijne godvruchtige gemalin : quot; Troost u,quot; zoo zeide hij, quot; troost u, want heden zal ik quot; u eene groote vreugde verschaften. Doe een priester quot; komen, want ik wensch te biechten. ' Zoo zegepraalde Jkzus' Hart. Overvloedige genaden stroomden uit deze bron van liefde neder over den armen zondaar. Door eene oprechte biecht met God verzoend, werd hij wederom door de Communie op het innigst met zijn goddelijken Weldoener vereenigd, en vond eene veilige schuilplaats in de wonde van diens II. Hart. Nog verscheidene dagen leefde hij in de god-vruchtigste gevoelens,en beloofde,mocht hij genezen, een oprecht beter leven aan te vangen. Doch Jezus riep hem naar de gelukzalige eeuwigheid ; hij stierf met al de teekenen eens uitverkorenen. Zoo zien wij die troostvolle belofte van Jesus' Hart verwezenlijkt. Mochten wij ze beseften ! mochten wij ze nooit vergeten ! Dan zouden wij tot onzen troost immer gevoelen, Jezus Hart eeu focvlucht is ui het leven en vooral in het uur des doods.

ocr page 85

VIJFDE BELOFTE.

quot; Ik zal overvloedige zegeningen over hunne ondernemingen uitstorten ('). quot;

^mMRoEGER reeds had God door den mond »des opperpriesters Zacharias gesproken : WÉMÊÊ] quot;Ik zal eene geheimzinnige bron laten ontspringen, die hare vruchtbare wateren over gansch de aarde zal verspreiden. quot; Nauwelijks had Jezus aan het kruis het consunimatwn est uitgesproken, alles is volbracht, of de krijgsknechten kwamen en braken de beenen der twee moordenaars, die met Hem gekruisigd waren. Doch tot Jezus gekomen zijnde, en ziende dat Hij reeds gestorven was, braken ze zijne beenen niet; maar een van de krijgsknechten, volgens de algemeene overlevering Longi-nus genaamd, opende zijne zijde met eene lans en terstond vloeide er bloed en water uit. Geheimzinnig teeken, zoo leeren ons de H. Vaders, van de geeste-

i j 32squot; brief.

Reloften van het H. Hart. 6

ocr page 86

VIJFDE BELOI'TE.

lijke en tijdelijke genaden, die voortaan van uit dat Hart over de Kerk van Christus zouden nederstor-ten. En zie, van dat oogenblik af, mocht het mensch-dom, in den persoon van Longinus, de kracht dezer goddelijke bron ondervinden. Een druppel van dit vocht viel, volgens de legende, op de hand van den krijgsknecht, die blind was aan een zijner oogen ; hij bracht ze onwillekeurig aan het oog, en terstond was het genezen. Longinus verkondigde alom de goedheid van Jezus' Hart, werd een ijverig leerling, en bezegelde met zijn bloed de waarheid van Jezus' Geloof.

Tweevoudig zijn de zegeningen Gods ; geestelijke en tijdelijke. Het bloed, dat voor ons op den Kalva-riebergquot; neerdruppelde, doet ons denken aan de menigvuldige genaden, die door de Sacramenten, zoowel der levenden als der dooden, in onze zielen stroomen. Het water integendeel wijst ons op de tallooze zegeningen, die, als een overvloed der goddelijke liefde, over tijdelijke belangen nederdalen. Het H. Hart van Jezus verleent in overmaat al de geestelijke genaden, die Hem gevraagd worden. De tijdelijke zegeningen vergunt Hij naar goeddunken, wanneer en gelijk het Hem behaagt; Hij is immers

w

82

ocr page 87

VIJFDE

de Heer zijner gaven. Aan Abraham geeft Hij rijkdommen in overvloed ; Mozes wordt bekleed met het oppergezag over zijn uitverkoren volk ; aan David schenkt Hij eene glorievolle kroon ; aan Samson verleent Hij een geweldige lichaamskracht. Soms geeft Hij en neemt terug, gelijk het met den heiligen man Job geschiedde.

#

# #

In bovengenoemde beloften is er spraak van tij-delijken zegen, van tijdelijke genaden. Wijl toch het huisje waar Jezus' Hart vereerd wordt, ook zijn kruisje heeft, zal het misschien niet onnuttig wezen den zin dezer belofte een weinig te verklaren. Welnu, welke ondernemingen worden hier bedoeld ? Hoe en op welke voorwaarde zal het H. Hart die zegenen? Vooreerst weten wij genoeg dat in ieder menschen-hart eene begeerte brandt en dat het soms door de eene of andere vrees bevangen wordt. De moeder verheugt zich over de gezondheid, het geluk harer kinderen ; de vriend ducht het misslagen van zijn vriend ; de zieke smacht naar herstel, de gevangene naar vrijheid ; de leerling wenscht voortgang te maken in de studiën ; de handelaar is over zijne zaken bezorgd. Is er nu in die belangen voorzien, worden

83

ocr page 88

84 VIJFDK I5ELOKT15.

die begeerten voldaan en die vreezen gestild, dan noemen wij het met recht: een zegen, een geluk. Welnu, de devotie tot het H. Hart neemt den Gever van alle goed voor ons in, en doet den dauw der goddelijke zegeningen over onze werken overvloedig nederdalen.

Doch hier rijst wellicht eene moeilijkheid voor den geest op. Lodewijk XVI, koning van Frankrijk, had zich zeiven en geheel zijn koninkrijk aan het goddelijk Hart toegewijd; hij beklom nochtans het schavot, terwijl zijn rijk het tobneel werd der grootste gruweldaden. De geheele koninklijke familie muntte uit door hare devotie tot Jezus' Hart; wij weten, bij voorbeeld, met welke godsvrucht al hare leden het zoo hoog geprezen scapulier droegen, en niettemin werden zij door woedende onmenschen wreedaardig vermoord. Het antwoord op deze tegenwerping lezen wij reeds in de brieven der Gelukzalige Margareta : quot; Jezus heeft mij niet gezegd, schrijft zij ('), dat zijne quot; vrienden niets zullen te lijden hebben; want Hij quot; wil dat zij hun grootste geluk hierin stellen, name-quot; lijk in het smaken zijner bitterheden. quot; Voorzeker hebben deze woorden geene betrekking op de lauwe

1. Brief ,^4.

ocr page 89

VIJFDE BELOFTE.

dienaars van zijn H. Hart, maar wel op hen, wier naam reeds in dat zelfde Hart geschreven staat, om er nimmer meer te worden uitgewischt. Ja, vele vrienden van het goddelijk Hart stierven den roemrijken dood der helden, den zaligen dood der martelaren ; duizenden zijn door beproevingen en allerlei tegenspoed ter zalige eeuwigheid geleid. Maar zijn ze wel daarom te beklagen? Of liever kon hun iets grooters, iets zoeters, iets zegenrijkers overkomen? Neen, het kruis is geen vloek; van den Golgotha klinkt dooiden loop der eeuwen eene stem den christen toe; quot; Wanneer gij den droeven lijdensweg moet opgaan, quot; weet dat Jezus u is voorgegaan; herinner u het quot; woord des Zaligmakers: Moest Christus niet lijden quot; en aldus ovenvinnen en in zijne heerlijkheid bin-quot; nen treden ? quot;

# #

Zoo gebeurt het soms, dat terwijl de booze lacht, de rechtvaardige bittere tranen stort. Doch, ziet gij den goddelooze alles welgaan, beef voor hem, want het is te vreezen, dat zijn tijdelijk geluk een zeker voorteeken is zijner eeuwige verwerping — quot; zij hebben hun loon ontvangen. quot; — Helaas! weinige onverschillige harten worden door de goedheid Gods uit

85

ocr page 90

VIJFDE BELOFTE.

hunnen slaap opgewekt; hunne oogen zien niet verder dan den tijd. Helaas, helaas! wat staat hun te wachten? God is rechtvaardig: alle goed wil Hij beloonen. Wellicht heeft de zondaar ook den armen soms een medelijdend hart getoond, een vriend misschien geholpen of eene moeder vereerd en bemind. God zal die natuurlijke goede werken niet zonder belooning laten. Kunnen zij geen eeuwig geluk verwerven, ten minste zal hun toch het vergankelijke geschonken worden: rijkdom, grootheid, eerbetuiging. Mocht die zondaar, zoo spreekt de goddelijke Zaligmaker, mijne goedheid erkennen,en tot Mij wederkeeren! In de armen mijner barmhartigheid zou Ik hem ontvangen; wijd staat mijn Hartewonde voor hem open. Maar loopt hij voort op den weg van het eeuwig verderf, wee hem! voorzeker zal hij in den afgrond neerstorten. En is mijn Hart thans bedroefd, dat mijn kind zijn erfdeel heeft afgewezen. Ik zal mij troosten bij de gedachte, dat het weinige goed,door hem verricht, toch niet onbeloond gelaten is.

Een rijk grondbezitter van Givet, in de provincie Namen, die anders geen voet in de kerk meer zette, kwam er toch eens bij toeval in, op een zondag, juist toen de Eerbiedwaardige Herder van den predikstoel

86

ocr page 91

VIJFDE BELOFTE.

deze stelling verkondigde: quot; Het werk, op zondag verricht, brengt geen geluk aan.quot; Bij het uitgaan der kerk zeide de trotsche man tot den Z. E. Deken : quot; Ik ben een voorbeeld van het tegendeel uws ge-quot; zegden, Mijnheer; alle zondagen laat ik werken, en quot; alles gelukt mij : Ik heb drie zonen die mijn geluk quot; en mijne eer zijn.quot;—quot; Och,quot; antwoordde de Deken, quot; om te zeggen welk weer het den ganschen dag dóór quot; geweest is, moet men het einde van den dag af-quot; wachten. quot; Kort daarop zag men den rijken grondeigenaar vol droefheid gaan achter de lijkbaar van denzoon, dien hij het meest liefhad. 'tWas nog een genadeslag van God om den ongelukkige de oogen te openen. Hij bleef verhard. Eenigen tijd daarna koopt hij een prachtig paard, rijdt er mee langs de oevers der Maas. Maar wat gebeurt er? Het paard verschrikt,stort zich door een zijsprong in het water, en sleept den ruiter mede. De stroom drijft nu den ongelukkige voort en immer voort, totdat hij vastraakt in het rad van een molen en zijn hoofd verpletterd wordt ('). Welslagen is dus altijd geen zegen. Wij zouden ons deerlijk vergissen, wanneer wij hen, die gelukkig zijn in het oog der wereld, als de eenige gezegenden op aarde zouden beschouwen.

i. Medegedeeld door P. T. Dufau, S. J.

87

ocr page 92

88

De Heer laat zijne zon schijnen zoowel voor de

boozen als voor de goeden.

#

Toch lijdt het geen twijfel, wat eenmaal de Apostel Paul us aan de Romeinen schreef, namelijk dat quot; voor hen, die God beminnen, alles ten goede medewerkt. quot; De Gelukzalige Margareta heeft er bijgevoegd dat alles ten goede zal uitvallen voor wie eene bijzondere devotie koestert tot Jezus' Hart. Zijne belofte klinkt immers helder en duidelijk: quot; Ik sal overvloedige zegeningen over al Jiunne ondernemingen storlen. quot; Doch hier vooral mogen wij niet vergeten dat de tijdelijke belangen immer moeten onderdoen voor het ééne, het ware, het eeuwig belang, de glorie Gods, het heil onzer zielen. Dus, mits onze ondernemingen met inzichten worden aangevangen, die onder geenerlei opzicht in strijd zijn met de eer en glorie Gods, met het heil der zielen, dan zullen zij volgens onze begeerte slagen. Zouden wij iets verlangen, wat niet kan overeenkomen met de belangen van Gods glorie, dan zouden wij deze onze begeerte niet mogen vervuld zien, maar het H. Hart zou ons door andere gunsten schadeloos stellen; met onze

ocr page 93
ocr page 94

■

-

ocr page 95

VIJFDE BELOFTE.

91

onkunde en onvoorzichtigheid zou zijne Goedheid medelijden hebben, en onze tijdelijke verlangens met eeuwig voordeel vergoeden, want Jezus laat zich nimmer in edelmoedigheid overtreffen. Daarom, zelfs wanneer rijkdom en eer zijne glorie of ons eeuwig geluk niet in den weg staan, dan verleent het goddelijk Hart voorspoed aan alwie het bij zijne liefde vraagt.

H ieruit blijkt dat het H. Hart groote eerlijkheid in den handel vordert, gematigheid in de begeerten, geduld in het werken. Daarom vraagt het H. Hart billijkheid in de prijzen, juistheid in maat en gewicht, goede hoedanigheid der waren. Bijgevolg moet de handelaar alle bedrog en onrechtvaardigheid vermijden, wil hij over zijne ondernemingen den godde-lijken zegen zien nederdalen. Niets is ook meer geschikt om het licht des geloofs in het tot dusver eerlijk en christelijk gezin uit te dooven, dan eene ongeregelde begeerte naar geldelijk voordeel en winstbejag. Met zorg dus moet gij, zegt de H. Hila-rius, bij uwen handel alle kwade trouw vermijden ; want wie kromme wegen inslaat, is reeds op het pad der oneerlijkheid (').

1. Tract, in J's. 124, n. 10.

ocr page 96

VIJFDIi BKLOFTE.

In onze dagen, God zij dank, openbaart zich meer en meer het streven tot herstel van den billijken eerbied voor den dag des Heeren. Meer en meer begint men in te zien dat het werken op Zondag niet gedijt. Soms heeft het wel, gedurende eenigen tijd, den schijn alsof men daardoor niet geschaad wordt, maar volgens het zoo even aangehaalde feit, om te weten welk weder het den ganschen dag door geweest is,

moet men het einde van den dag afwachten.

#

92

Den ijverigen Bisschop van Laval mocht het eens gelukken eenen handelaar van de kracht dezer belofte te overtuigen. Deze verbond zich dan ook den arme al de winst af te staan, welke hij verwerven zou boven de gewone inkomsten der jaren, gedurende dewelke hij den dag des Heeren verzuimd had te eerbiedigen. Hij hield woord, en het volgend jaar mocht hij 30.000 frank in de armenkas storten. Twee-en-vijftig zondagen had hij in dit jaar rust genoten, en daarbij had zijn vertrouwen op Jezus' Hart zijne ondernemingen op buitengewone wijze vermeerderd en gezegend (').

1. Les Promesses du S.-C. de Jésus, par Frécenon; bladz. 104.

ocr page 97

VIJFDE BELOFTE.

95

Diezelfde kracht had ook eene ijveraarster van het H. Hart ondervonden, toen zij het volgende uit de eilanden Antillen schreef; quot; De droogte was hier quot; vóór eenigen tijd zoo groot, dat ons suikerriet ge-quot; heel en al wegkwijnde. Mijne zeventig arbeiders quot; verlieten mij de een na den ander; ik was met een quot; volslagen ondergang bedreigd. Maar wat deed ik? quot; Ik schreef eene akte van toewijding aan het H.Hart quot; van Jezus; ik plaatste die op mijn hart, naderde quot; ter H. Tafel en bad : Hart van Jezus, ik Iaat aan quot; U mijne goederen en mijn persoon over, maar Gij, quot; heb medelijden met ons. Het weer veranderde, ons quot; riet stond weldra zoo schoon op de velden, dat quot; men het uit nieuwsgierigheid kwam zien, en zoo-quot; vele werklieden boden zich aan dat ik er weigeren quot; moest. Zeg nu, of het H. Hart van Jezus ons niet quot; gered heeft Q ? quot;

i. Maandrozen ter eere van het II. Hart van Jezus, 1882; hl. 280.

ocr page 98
ocr page 99

ZESDE BEEOETE.

quot; De zondaars zullen in mijn Hart den oorsprong en den oneindigen Oceaan der Barmhartigheid vinden. quot;

EZE belofte wordt niet met dezelfde woorden in de werken der Gelukzalige gevonden. Er zijn echter tallooze plaatsen, waar zij Jezus' Hart als een bron of oceaan van barmhartigheid voorstelt en ten minste zakelijk den zin der belofte aangeeft ('). Een oceaan van barmhartigheid! Welke eene uitdrukking! Voor den rechtvaardige is Jezus' Hart slechts een stroom van vrede; voor den zondaar een oorsprong, een oceaan van genade en vergeving. Wat is de oceaan? 't Is die onmeetbare oppervlakte water, die den aardbol omsingelt en zijne verschillende deelen in haren schoot omvat. Hebt gij wel eens van het strand uwe blikken laten gaan over die onmetelijke watervlakte? Uwe oogen staar-

i. Bij voorbeeld in den 33sten brief; alsook in br. 43, 44, 100 en 110.

ocr page 100

96 ZESDE BELOFTE.

den de elkander steeds opvolgende golfjes na, verder, altijd verder, tot waar ze voor uw oog verdwenen, tot den gezichteinder, waar lucht en water schijnen samen te smelten. Met den geest daaldet gij wellicht in den afgrond, om er de diepte van te meten ; en vóór uwe verbeelding zaagt ge daar, op den diepen bodem der zee,die talrijke gezonken schepen en wrakken. Een ander maal hebt gij misschien wel met ontzetting de schuimende golven aanschouwd, door een loeienden stormwind opgezweept, rijzend en dalend in rustelooze wieling. Grenzenloos, peilloos, rusteloos, zoo scheen u de oceaan. Grenzenloos, peilloos, rusteloos wordt ons ook door de Gelukzalige Margareta de Barmhartigheid van Jezus' Hart voorgesteld.

#

* #

Helaas! het menschdom werd eenmaal door de zonde besmet. Van dat oogenblik af voelt ieder zoon van Adam zijne ziel door die inelaatschheid aangetast. Waarin zal hij deze schuldige vlekken uitwas-schen? In den vloed der wereld? Maar hare stroomen voeren modder en slijk! In den omgang met andere menschen? Allen zijn aangetast; geen sterveling kan deze kwaal genezen; enkel en alleen kan hij ze ande-

ocr page 101

97

ren mededeelen. Voorzeker in de stroomen der Godheid? Helaas! Is God barmhartig, oneindig is zijne rechtvaardigheid! Zondaar, waar dan naartoe? Naar Jezus' Hart; daar kunt gij met vreugde water scheppen uit de bronnen des Zaligmakers. Het is degren-

ocr page 102

98 ZESDE HliLOFTE.

't Eeuwig Lam het kleed onzer ziel weer blank te wasschen.

Ja, alle zonden worden daar uitgewischt. Denk slechts aan den goeden moordenaar: quot; Heden nog, zegt Jezus tot hem, zult gij met Mij zijn in het paradijs! quot; Denk aan de alom bekende zondares, Maria Magdalena; quot; Veel wordt haar vergeven, omdat zij veel bemind heeft! quot; Denk aan de Samaritaan sehe vrouw; denk aan Petrus en zijne driedubbele verloochening; denk vooral aan de bekeering van den ongeloovigen leerling, die, ons ten voorbeeld, als het ware, 't eerst bekeerd wordt door een dieperen blik op Jezus' Hart. quot; Wij hebben den Heer gezien, quot; zeggen de apostelen, wij aanschouwden zijne door-quot; boorde handen, zijne gewonde voeten, zijne ge-quot; opende zijde. quot; — quot; En ik, zegt Thomas, ik zal het quot; nooit gelooven, tenzij ik mijne vingers steke in de quot; wonden zijner handen, en mijne hand legge in de quot; wonde zijner zijde. quot; En zie, acht dagen later, verschijnt Jfzus op nieuw aan zijne verbaasde leerlingen. Thomas is met hen. Tot hem richt zich de Heer ; quot; Steek uwen vinger hier, Thomas, en aan-quot; schouw mijne handen; steek uwen vinger in de quot; openingen der nagelen, leg uwe hand in de wonden

ocr page 103

ZESDE BELOFTE.

quot; mijner zijde. Tast en voel; maar wees dan ook niet quot; meer ongeloovig, maar geloovig.quot;—En nauwelijks heeft Thomas de wonden van het goddelijk Hart aanschouwd of hij roept uit: quot; Mijn Heer en mijn God! quot; Hij heeft het geloof teruggevonden; en hij gaat; en hij predikt; en hij laat eindelijk, tot bevestiging van zijn geloof, in het verre Indië zijn eigen hart, voor Jezus' Hart, met de lans doorboren, om, voor eeuwig, als getuige voorde grenzenlooze Barmhartigheid van dat goddelijk Hart op te treden.

#

# #

Wie zal nu de diepte peilen van dezen Oceaan ? Wellicht slaagt men er in de diepste plaatsen der zee te bepalen, nooit vermag men de oneindige Barmhartigheid van jEzus'Hart te kennen. Om u daar een denkbeeld van te vormen, moest gij den afstand weten van den Hemel tot de aarde. Zie de Liefde Gods van uit den schoot zijns Vaders dalen, vleesch worden en op het stroo der kribbe nederliggen. Aanschouw Jezus in het verre Egypte, in zijn verborgen leven te Nazareth ; volg het Eeuwig Barmhartig Hart onder den boom, waarvan Zachaeus afstijgt; bewonder Het in het huis van

99

ocr page 104

ioo

Simon den melaatsche, of de zondige Magdalena met barmhartigheid opnemend, of aan den put van Jacob, of in de Synagoge, waar Jezus zich ter aarde bukt om in het zand de zonden der aanklagers eener vrouw te schrijven, wie hij vergeving wilde schenken ; volg nog Jkzus, stap voor stap, tot in de onuitsprekelijke vernederingen van zijn bitter lijden, tot aan het kruishout, tot in het graf, ja tot in het tabernakel, waar Hij zich zóó vernedert dat het Eeuwig Leven zelfs den schijn van het leven heeft afgelegd ; volg eindelijk, als gij kunt, dien Barmhartigen Jezus, dóór alle tijden heen, kloppend aan ieder hart, ieder zondaar smeekend om toch tot zijne Goedheid terug te keeren, en dat op de nederigste wijze. Hier is het een boosaardige smid, die de oefeningen der missie niet wil bijwonen ; de herder der parochie heeft hem een kruis ter herstelling gezonden, en zie, daar bij het vuur zijner smidse, zal Jezus' goedheid hem roeren en hem treffen. De smid is bekeerd en blijft zijn God getrouw. Elders in de eenzaamheid eener gevangeniscel spreekt de afbeelding van Jezus' Hart zoo teeder tot het hart eens versteenden zondaars, dat hij weldra tot zijnen Zaligmaker wederkeert, en bij hem verzoening en reiniging bekomt.

ocr page 105

ZESDE BELOFTE.

*

* #

In eene geestvervoering toonde de Heer aan de H. Mechtildis eene hemelsche maagd, wier schoonheid nog verhoogd was door de stralen, die op haar vanuit het H. Hart ontschoten. In de hand hield zij een diamant, die ze telkens in het bloed en water doopte, dat voortdurend uit Jezus' Hart neder-vloeide. Weldra mocht onze Heilige de beteekenis van dit wonderbaar visioen vernemen. De edele maagd, die de H. Mechtildis aanschouwde, was de Liefde van den Zaligmaker tot den versteenden zondaar, daar afgebeeld door den diamant, die in aanraking gebracht met het bloed van Jezus' Hart, zacht wordt, ja, smelt als was. O ! wisten dit de tallooze moeders, die het ongeloof, de losbandigheid hunner zonen zoo diep betreuren. O ! kendetgij den afgrond van Jezus' Barmhartigheid, gij die bittere tranen stort over een verstokten bloedverwant, voor wien gij met rede de eeuwige verdoemenis ducht; wat zoudt gij u spoeden naar dat oneindig goed Hart, naar den peilloozen oceaan der goddelijke Barmhartigheid ! Gewis zoudt gij dan ook ondervinden wat zoo menige Monica verkregen heeft.

Eens werd een slechte roon uit de gevangenis los-

IOI

ocr page 106

) o2 zesde belofte.

gelaten, waar hij in de boeien zijn wangedrag had uitgeboet. Nauwelijks was hij in de vrije lucht gekomen, ol zijne eerste schreden richtten zich naar eenen dier kroegen, waar hij vroeger in het ongeluk was gestort. Bedronken begaf hij zich eindelijk huiswaarts, maar onderweg deed de ongelukkige een zoo deerlijken val, dat hij t'huis komende meer dood dan levend was. Zijne bedroefde brave moeder begreep welhaast den toestand van haren zoon, en meer bekommerd voor het heil zijner ziel dan voor zijne lichamelijke genezing, wekte zij hem tot bekeering op. Maar helaas ! een stroom van vloeken was het eenig antwoord van den ontaarden zoon. Zijn hel-sche woede steeg zoo hoog, dat hij, alles wat hem onder de handen viel, naar het hoofd zijner moeder wierp. Zijne levenskrachten begonnen niettemin hoe langer hoe meer af te nemen. De arme moeder, beangstigd voor eene rampzalige eeuwigheid voor haar kind, gaf gevolg aan eene plotselinge ingeving, die zij in haar moederhart ontwaarde. Aan de voeten van den stervenden booswicht legde zij eene medaille van het H. Hart neêr, en snelde in allerijl vóór het altaar van het H. Sacrament, en daar smeekte zij Jezus' Hart, onder een vloéd van tranen, om ver-

ocr page 107

zesde hel.okte.

geving, om barmhartigheid. Wel duizendmaal herhaalde zij hare eenvoudige bede ; « H. Hart van Jezus, in den hemel, ontferm U toch over mijn zoon. » Kn nu vol vertrouwen keert zij huiswaarts ; en waarlijk Jezus' genade had het verstokte hart geraakt. De zondaar was tot bedaren gekomen, vroeg een priester, sprak eene rouwmoedige biecht, en na de laatste Sacramenten te hebben ontvangen, verliet hij zijn zondig leven om voor eeuwig Jezus' Barmhartigheid te loven en te prijzen ('). — Diep, ja, peilloos diep is de Oceaan van Jezus' Hart.

#

# *

Geen aangrijpender tooneel dan het gezicht dei-woelende zee : die afwisselende ebbe en vloed ; die golven, welke elkander steeds rusteloos opvolgen en op elkander klotsen, als of het een aanval ware van tallooze legerbenden, die stormenderhand den vijand achtervolgen. Heerlijk beeld van Jezus' Hart, dat in zijne goedheid ook geen rust kent. Het heeft ook zijn ebbe en zijn vloed, namelijk de zachtheid of het geweld, waarmede Het de ongelukkige zielen tot herinnering zijner liefde dringt: quot; Ik ben niet ge-

i. Messager du S. Cxur.

i03

ocr page 108

I04 ZESDE BELOFTE.

komen,quot; zegt de Zaligmaker,quot; voor de gezonden maar voor de zieken... quot; — quot; Ik wil den dood des zondaars niet, maar zijn leven... quot; — quot; Komt allen tot mij, gij die belast en beladen zijt... quot; — Maar Jezus laat het niet bij deze vertrouwenwekkende woorden. Hij verdraagt veel van den zondaar in geduld en lankmoedigheid. Gelijk de vader van den verloren zoon, klimt Hij ook dagelijks op den berg, om te zien of zijn kind nog niet wederkeert. Nog meer, Jezus gaat den zondaar te gemoet, lokt hem door zachtmoedigheid en door liefde, roept hem door de stem des gewetens, door de stem des priesters, door de tranen eener moeder, door de genegenheid eener echtgenoote.

De zondaar, wel is waar, blijft, soms langen tijd, God uit zijn hart verbannen; soms is hij lang doof voor de stem van zijn goddel ij ken Zaligmaker, maar Jezus, als een bedelaar, wacht met geduld aan de deur van het ongevoelig hart: — quot; Zie, Ik sta voor de deur en klop quot; — in de vaste hoop dat Hem toch eenmaal zal geopend worden. Verdooven nu de hartstochten deze zachte roepstem; blijft dat hart versteend en onwrikbaar op den weg der zonde, dan staat Jezus op met bedreigingen en tuchtigingen.

ocr page 109

ZESDE BELOFTE. 105

Ja, niet zelden grijpt dan zijne liefde de roede der beproeving. Op dat gezegend uur wordt de zondaar

geslagen in fortuin, in eer, in liefde, in de dierbaarste panden van zijn hart. Al de krachten van Jezus' innige goedheid worden ingespannen, om dat ver-

ocr page 110

ZliSDK liELOITJi.

stokte hart te raken. Jezus roept weer, ja, dwingt den zondaar, totdat eindelijk toch, door deze, nu smeekende, dan weder dringende stem, die in den slaap der zonde verzonkene ziel gewekt wordt, opstaat, en tot het minnend Hart heengaat. Geheimzinnige handeling der goddelijke Barmhartigheid! O! kenden wij den oneindigen prijs der tranen en des lijdens! Begrepen de zondaars toch de onwaardeerbare genade, in ziekte, in ondergang van fortuin, in verlies van bloedverwanten verborgen, wat zouden zij het H. Hart bedanken! Hoe vurig zouden zij met den H. Augustinus uitroepen : quot; Snijd en brand, nu, quot; o Heer, als gij maar spaart in de eeuwigheid.

O, wie, onder zijne bekenden of in zijne familie, iemand had, die noodzakelijk van den gezegenden Oceaan drinken moet, hij beproeve toch wat zoo menig met welslagen gedaan heeft; dat hij tot Jezus ga! Beminde lezer, vraag Hem die ziel, die aan U, ja, dierbaar, maar aan Hem nog dierbaarder is. Houd aan met bidden en laat niet los. Tracht, zoo gij kunt, ook aan die arme ziel een weinig vertrouwen op de goedheid van den eindeloos Goede in te boezemen. Herinner hem het Hart der harten, dat een Oceaan van liefde en van barmhartigheid is. Blijf zelf bidden,

io6

ocr page 111

ZESDE BELOFTE.

zooveel gij vermoogt. Vroeg of laat zal uw werk beloond worden, en geheel te vergeefs zult gij nooit hebben gebeden; want Jezus heelt aan de gelukzalige Margareta gezegd: quot; dat Hij door deze devotie een groot getal zielen van den weg des verderfs wil terugbrengen om hen terug te voeren op den weg der zaligheid (').

r. Brief 33 en andere.

ocr page 112

■

......■ ■' ■■ ■■■■ ■■ ■■■—

, , . . ^ . , .. . j

: ......| ■.......... ......

... . ............. . .

-1quot;*!' ■ - 'ÉWI» - - ■ -. , ■.... I .

. »- . , . , .r . k , ,,v, ^ ^ .M lr . „ i v ,

■■■■-■■...... • ■■ .....

•• •••• ■■ ...... ■ ■ •■

. f:0i ■ .

-

■ . ,, ,

I

- -■ • - ........- . • - - • ....... • -wm

iiïiamp;L

i-h • .W:, ...... ..... ........ .....«gy:i. -.

... ........... ...

..... ••-•:■.■- . ■- ■ •

■ - ■ ■ ....... -■■: ■ ■ • • • ' ■ ■•■■:■■■• • •■ ■■

■■■■■■■■■ ■■•■;. ■ ■ • ' • ■ . .....

1 quot;'. ...... ■ ■quot;■■■. ■ ' ' ■ • ' ■ .quot;v'-quot; ■.■-.....■. • : . . .. .

; . ; . . . . ■ ■ , - .... . . , ......... ■ . . ,

si4«W8t^? v^^wï^1 ... ...:- . ,

^tVgt; 5i''W i-'ly'^'rX lt;ï MiïWirSjSiaSlBMÊit

■ ' • . ,.■:,.- ..■ ■.. , 'pl i.'Sfh.lu-.3 tiw

ocr page 113

ZEVENDE BELOFTE.

quot; Lauwe zielen zullen vurig worden (')

AN Patmos'rotsen de zeeën overschouwend, hield de eerste lieveling van Jezus' Hart, de H. Apostel Joan nes,de bezorgde blikken gewend naar de christengemeenten, aan zijne waakzaamheid toevertrouwd. En zie, een bode des hemels daalt tot hem neder, om in Gods naam den dierbaren balling het woord te meiden, dat hij richten zoude tot zeven zijner bisschoppen. quot; En schrijf, dus sprak quot; de Godsgezant, aan den Engel (Bisschop) der ge-quot; meente Laodicea : Dit zegt de Amen (Christus), quot; de getrouwe en waarachtige Getuige, Hij, die de quot; oorsprong is der schepselen Gods: Ik ken uwe quot; werken, (ik weet) dat gij noch koud noch heet zijt. quot; Och waart gij (tot heil uwer ziel) of koud of heet ! quot; (uwe staat zou minder gevaarlijk wezen)! Maar

i. Deze belofte is in deze woorden uitgedrukt volgens den zin van vele brieven; bij voorbeeld van brief 132, 26, 86, 109.

ocr page 114

ZEVENDE BELOFTE.

'' omdat gij laino zijt, eu noch kond noch heef, zal ik quot; u uit mijnen mond uitspuwen. Dewijl gij zegt: Ik quot; ben overrijk (aan geestelijk goed, aan deugden en quot; goede werken) en heb aan niets gebrek; weet gij quot; niet dat gij een ellendige zijt, erbarmlijk, arm, quot; blind en naakt. Daarom raad ik u aan goud van quot; mij af te koopen, goud door het vuur beproefd quot; (zuiver goud van heilige liefde tot God), opdat gij quot; rijk wordet, en u kleedet met de witte kleêren (der quot; christelijke gerechtigheid), en de schande uwer quot; geestelijke naaktheid niet openbaar worde; zalf quot; uwe oogen niet oogenzalf, opdat gij (van uwe gees-quot; telijke blindheid genezen en) zien moget (').

Helaas, aan hoevele christenen van latere tijden, ook van onze dagen, zouden met recht diezelfde woorden worden toegevoegd ! Zie, reeds zestien eeuwen waren vervlogen, sedert God deze bedreigingen tegen de lauwe zielen deed uitspreken, en wederom hoorde men denzelfden klaagtoon vernieuwd; thans niet door een engel, door God op aarde gezonden, maar door Jezus zeiven, die tot ons komt; die zijn goddelijk Hart vol droefheid aan de gelukzalige Mar-gareta toont, en zich over de lauwheid beklaagt, als

i. Boek der Openbaring,\\\, 14.

ocr page 115

ZEVENDE BELOFTF.

over het scherpste zwaard zijner droefheid: quot; Zie-quot; daar het Hart, dat de menschen zóó heeft bemind, quot; dat het niets gespaard heeft, maar zich uitgeput en quot; weggeschonken in liefdebewijzen; en tot dankont-quot; vang ik van de meesten niets dan ondankbaarheid, quot; smaad, oneerbiedigheid, heiligschennis en koud-quot; heid, die mij in het H. Sacrament van Liefde wor-quot; den betoond. /)or// nmt mij /iet meeste grieft is, quot; dat het harten zijn, mij toegewijd, die mij zoo be-quot; handelen (').

#

* #

Om echter de goede zielen geen noodeloozen angst aan te jagen, willen wij vooraf verklaren, wat door lauwheid verstaan moet worden. Lauwheid is geenszins de staat dier geloovigen, die de duivel door bekoringen ontroert en nooit met rust laat; de H. Schrift toch getuigt ons hoe den vrome de bekoring zelfs noodzakelijk is; ja, dat hij, die door bekoringen niet is aangevallen, een man zonder ondervinding blijft. Daarom ook vermaant ons de H. Geest; quot; Mijn zoon, wilt gij tot mijnen dienst quot; komen, bereid uwe ziel tot bekoring. quot; Maar is zij wellicht gelegen in die vreesachtigheid, waarover

i. Fie et atuvres. BUI. I, hl. 93.

1 T [

ocr page 116

ZEVENDE BELOFTE.

I I 2

eens de H. Franciscus van Sales schreef: quot; Ik smeek quot; ii, mijne dochter, wees niet bevreesd voor God, quot; want het kan zijn wensch niet zijn u eenigquot; leed te quot; doen. Integendeel, bemin Hem veel, want Hij quot; verlangt u het hoogste goed te verschaffen? quot; Neen; alhoewel ten rechte eene vrees wordt afgekeurd, die uit mistrouwen geboren is, die in plaats van God te eeren Hem oneer aandoet, is toch ook zij niet de staat der lauwe zielen. De lauwen immers duchten niets, bekommeren zich nimmer om in hoogere sferen op te stijgen, terwijl de vreesachtige ziel altijd onrustig is, beschaamd om hare dorheid en gemis van smaak in vrome oefeningen. Er is hier ook geen spraak van dagelijksche zonden, waarvan wij ons zelve niet volkomen bewust zijn, die wij meer uit zwakheid dan uit boosheid bedrijven : zooals half onwillekeurige verstrooiingen in het gebed, enkele nuttelooze woorden of ongeduldige handelingen en meer dergelijke fouten, waaraan wij ons niet zelden uit onachtzaamheid plichtig maken. Luister wat de 11. Joannes van het Kruis daarover zegt: quot; Indien quot; gij uwe toestemming daaraan niet geeft, maar quot; veeleer mishagen en afkeer ondervindt, en ze met quot; geduld verdraagt, dan zult ge daardoor, gelijk het

ocr page 117

ZKVENDE liELOFTE. 113

quot; goud door het vuur gelouterd worden. Die zwakheden en ellenden zijn het noodzakelijk gevolg quot; der erfzonde, evenals ziekten en andere tijdelijke quot; wederwaardigheden rampen zijn, waaraan alle kin-quot; deren van Adam onderworpen worden. En hij, die quot;beweert daarvan geheel vrij te zijn, maakt aanspraak op een voorrecht, dat God nooit aan iemand, quot; de H. Maagd uitgezonderd, verleend heeft. quot;

Maar wat met recht lauwheid genoemd wordt, en wat wij uit al onze kracht moeten vluchten, als het voorwerp van Gods walging en afschuw, is de toestand dier ongelukkigen, die voortdurend en vrijwillig zich overgeven aan allerlei dagelijksche zonden, aan fouten, waarvan zij zich ten volle bewust zijn, en die zij als met open oogen te gemoet gaan. Het zijn die gebreken, welke wij in ons verontschuldigen en koesteren, ja, die wij noodzakelijk durven noemen in het geestelijk leven, om het lastige en nijpende der deugden, naar men zegt, te verlichten en te matigen.

#

# #

Zaagt gij ooit een teringlijder in den bloeitijd des levens? Zie, daar staat de eens zoo rijzige gestalte, krachteloos gebogen als een afgeleefde man! Dat

Beloften van het H. Hart. 8

ocr page 118

ZEVENDE BELOFTE.

vroolijk levenslustig gelaat schijnt als marmer ; bleek en ingevallen zijn de wangen; de holliggende oogen staren dof voor zich uit. De samengeperste lippen doen zich geweld om een glimlach na te bootsen. Hoe knikken zijne knieën, hoe wankelend is zijn tred! Ah! gewis met de hulpmiddelen der kunst gewapend, heeft hij lang aan den dood, zijn gehaten vijand, weerstand geboden. Doch deze, het wachten moede, en als verbitterd door de kunstgrepen, die hem telkens zijn prooi deden ontglippen, zal weldra met al zijn woede den zieke overvallen ; ja, onverbiddelijk velt hij straks zijn slachtoffer neer.

Sprekend beeld eener lauwe ziel! Zij ook, zij kwijnt. Alle hare geestelijke oefeningen doet zij met onachtzaamheid en als uit dwang. Ziedaar het begin der treurige ziekte, die ten grave leidt. De lauwe ziel bidt zonder aandacht, biecht zonder berouw, nadert ter H. Tafel zonder voorbereiding en weldra zonder vrucht. Allengs vermindert hare ingetogenheid, hare zedigheid, hare omzichtigheid, hare nauwkeurigheid in het volbrengen harer plichten. Vuriger smacht zij naar wereldsche uitspanning, naar feesten en vermaken. Kortom haar leven van afzondering en deugd moet haar, een weinig althans, ook van het

ii4

ocr page 119

ZEVENDE BELOFTE.

'15

aardsche genot laten smaken; en,helaas! dat eens zoo krachtig zieleleven wordt een leven van bejammerens-waardige zwakheid. Ja, treurige verzwakking! Kleinere fouten worden al spoedig met volle kennis en vrijen wil bedreven; zij worden dagelijks talrijker, en doen welhaast de noodlottige gewoonte ontstaan der vrijwillige dagelijksche zonden. Vroeger hief de ziel vroolijk het hart ten hemel op, nu voelt zij zich gedrukt en naar de aarde getrokken. Haar gelaat, eens bij gullen lach en opgeruimdheid zoo zedig, beproeft te vergeefs door uitgelatenheid haar koude stugheid te verbergen; en eindelijk sluimert zij in onverschilligheid en ongevoeligheid in. Nu is zij doof voor de stem des gewetens gelijk voor de stem des priesters. O God! wat zal er gebeuren? Ja, daar sluipt reeds de duivel rond, als een brieschende leeuw, zoekende wien hij verscheuren zal. Lang genoeg heeft hij gewacht. Lang genoeg hebben de altijd verminderende gebeden en verkwikkingen der sacramenten de lauwe ziel gestut en gevrijwaard. Onverwachts staat hij daar voor de zwakke ziel met eene zware bekoring; de wereld en het vleesch komen hem ter hulpe. En ach! reeds is de ongelukkige gevallen, voor den vijand bezweken. Wee haar, zoo zij geen moed meer

ocr page 120

Il6 ZEVENDE BELOFTE.

bezit om zich uit deze slim gespannen strikken los te rukken ! O, dat zij haar blikken vestige op Jezus' Goddelijk Hart. Daar, daar, rampzalige, vindt gij de kracht, om terug te keeren tot Hem, en u wederom

te verwarmen aan die Bron van liefde en waar geluk.

#

# #

In het tweede boek der Machabeën lezen wij dat de Israëlieten het heilig Vuur gedurende de ballingschap verborgen hadden. Wanneer nu, bij het terug-keeren, de kinderen der priesters het onder de leiding van Nehemias wedervonden, scheen het hun als door eene dikke laag modderwater bedekt. Maar Godlof! aan de oppervlakte alleen was het uitgedoofd, daaronder had het vuur geheel zijn kracht behouden. Nauwelijks werd het door de zon bestraald, of tot verbazing der aanwezigen begon het te ontvlammen en een geheel nieuw licht te verspreiden. Heerlijk beeld van het krachtig ontgloeien eener lauwe ziel, die zich aan de zonnestralen van Jezus' goddelijke liefde blootstelt. O ! dachten de menschen toch wat meer aan die eeuwige, die oneindige liefde. Nooit zouden zij zoo onverschillig, zoo ongevoelig, zoo lauw wezen. Maar helaas!quot; Niemand,quot;roept treu-

ocr page 121

ZEVENDE BELOFTE. 11/

quot; overweegt. quot; O, iaat ons de liefde bedenken, waarmede Jezus ons bemind heeft, aan die liefde geloo-

ocr page 122

ZEVENDE BELOFTE.

ven, waarvan Hij voor zijn Vader en voor de men-schen brandde. En klagen wij niet dat het Oneindige te hoog boven ons zwak verstand is verheven. De Vader toch zond ons, ten einde ons zijneliefde te doen kennen en aanschouwen, het Woord, dat Vleesch geworden is, en onder ons kwam wonen. En nu, om ons geloof tot zijne liefde te verlevendigen, heeft de Zoon op zijn beurt ons zijn Hart getoond, zeggende: quot; Ziedaar het Hart, dat de menschen zoozeer bemind quot; heeft.

*

# *

Vóór meer dan 600 jaren werd eens de H. Gertru-dis in geestverrukking vervoerd. Zij zag vóór zich denH. Joannes, den leerling en apostel van Jezus' Hart. Zij vroeg hem o. a. quot; waarom hij betrekkelijk quot; zoo weinig, tot nut derH. Kerk, had medegedeeld quot; van de zoete kloppingen van het H. Hart, waaraan quot; hij zelf bij het laatste avondmaal gerust had. quot; — quot; De kracht en de welluidendheid dier zoete klop-quot; pingen, antwoordde de bevoorrechte hartevriend, quot; zal in latere tijden geopenbaard worden. quot;

En vervolgens door de H. Gertrudis om de reden hiervan gevraagd, antwoordde de apostel; quot; opdat daardoor de wereld, als door ouderdom verkoeld,

ocr page 123

ZEVENDE BELOFTE.

en in de liefde Gods koud geworden, opnieuw verwarmd worde ('). quot; Welnu die voorspelling is verwezenlijkt. De gelukzalige Margareta leert ons uitdrukkelijk dat de instelling der devotie tot Jezus' Hart geen ander doel heeft dan quot; de koudheid en onverschilligheid der menschen als door eene laatste poging der goddelijke liefde te overwinnen en weg te nemen (1). quot; En elders voegt zij er bij : quot; Het was quot; om volmaakt door de menschen bemind te worden, quot; dat Jezus hun zijn Hart openbaarde, hun al de quot; schatten opende, die het bevat: schatten van liefde quot; en barmhartigheid, van genade, heiligmaking en quot; zaligheid. quot; Het was quot; om al die schatten overvloe-quot; dig over hen uit te storten, indien zij dat H. Hart quot; wilden eeren en dienen (:i). quot; Willen wij nu die liefde kennen, welker grootte de H. Paulus wanhoopte ooit te kunnen meten; willen wij, door die kennis getroffen, uit onze lauwheid vurig worden, beschouwen wij dan het tl. Hart van Jezus. Door het hart van sommige heiligen na hunnen dood te bezien, begreep men welken strijd zij hadden moeten

1

Brief 26.

ocr page 124

ZEVENDli BELOFTE.

leveren, welk een gloed hen vervuld had. Een enkele blik op het H. Hart van den goddelijker! Meester, gelijk Hij het aan de gelukzalige Margareta getoond heeft, leert ons meer van zijne liefde dan vele verhandelingen. Dat Hart heeft eene geopende wonde; het is met doornen gekroond; en een Kruis verheft zich daarboven; het is geheel omgeven door vlammen, die er uit opstijgen, terwijl ons Christus toevoegt Ziedaar dat Hart, hetwelk de menschen zoo-quot; zeer bemind heeft.

Hoevele bewijzen der goddelijke liefde stralen daar niet voor onze oogen! Die vlammen, die als-zoovele liefdepijlen uit Jezus' Hart opschieten; die wonde, door de lans van den soldaat in dat Hart geopend en door de ondankbaarheid der menschen nog wijder, nog bloediger geworden; die doornen, welke het H. Hart omringen en verscheuren; dat schandvol kruishout, dat het H. Hart als bekroont! O! wie kan dat Hart aanschouwen zonder daar de geschiedenis te lezen der liefde Gods voor ons? van die oneindige en onuitbluschbare, van die versmade en gekruiste liefde? Wie? Niemand; maar allen zullen zich gedwongen voelen met Paulus uit te roepen : quot; Ik kan er niet aan twijfelen. Hij heeft mij bemind...

I 20

ocr page 125

ZEVENDE BELOFTE.

12 I

quot; de liefde Gods dwingt ons. quot; Jezus wist het wel en daarom gaf Hij aan de onverschillige en ongevoelige menschen een bevattelijk, een duidelijk, een welsprekend zinnebeeld, dat men slechts behoefde te beschouwen om zijne liefde te begrijpen, een gloeiend vuur tot hetwelk de lauwe ziel slechts naderen zou, om wederom tot vurigheid te ontvlammen.

ocr page 126

ocr page 127

ACHTSTE BELOFTE.

quot; De vurige zielen zullen spoedig tot eene groote volmaaktheid komen (quot;)

E leeraars van het geestelijk leven vergelijken de volmaaktheid niet een stellen berg, dien wij moeten bestijgen. De weg, die naar den top geleidt, is in den beginne breed en aanlokkelijk, gebaand door de goddelijke liefde. Velen derhalve slaan dezen bergweg in; velen beginnen in de vreugde huns harten op te klimmen, als door de genade Gods gedragen. Doch schijnbaar verlaat God weldra zijn schepsel, om diens liefde te beproeven : de weg wordt thans enger, en al spoedig is hij tot een pad vernauwd; zie, daar loopt het tusschen dorre heiden; doornstruiken schieten op voor des wandelaars voeten. Nog hooger, geleidt het langs klippen en gevaarlijke kloven; het is als bezaaid met scherpe steenen en tronken van boomen, die den reiziger het

i. Brief 132.

ocr page 128

124 ACHTSTE BELOFTE.

stijgen belemmeren, hem van zijn tocht terugschrikken. Menigeen, helaas! blijft hier staan; een angstvolle blik op de doornen en distels ontlokt een zucht aan het kleinmoedig hart, en moedeloos wordt het hoofd afgewend : quot; Neen, dat ware te veel gevorderd! quot; Langs zulk een weg is de volmaaktheid voor mij quot; niet te bereiken! quot; — En men keert terug van de hoogte, waar men reeds gestegen was.

Er zijn er nog anderen, die den breeden bergweg-inslaan : zij klimmen opwaarts, het hoofd ter aarde neergebogen; uit vrees van zich af te matten, besparen zij hunne krachten en zetten hunne schreden voort zonder inspanning, zonder geestdrift, zonder liefde. Halverwege den bergtop, staren ze omhoog ; het is alsof het schemert voor hunne oogen; het duizelt in hun hoofd, het wordt hun wee aan 't hart. Met de handen bedekken zij hun aangezicht en durven niet langer meer opzien: quot; Altijd tobben, — quot; zuchten zij —altijd zwoegen: nimmer verpoozing of quot; genot! Maar hoor! Wat is dat? Het gedruisch van quot; den waterval of de flauwe galm van menschenstem-quot; men? Ach ! — zoo klagen zij voort — aan den voet quot; des bergs was het zoo heerlijk: de wegen waren quot; belommerd en leidden ons langs groene weiden en

ocr page 129

ACHTSTE BELOFTE.

125

quot; genoegen; daar verruimde de troost het vermoeide

ocr page 130

ACHTSTE BELOFTE.

quot; hart. Maar hier! Niets dan rotsen, niets dan strui-quot; ken : kruisen onder, kruisen boven, kruisen links, quot; kruisen rechts! Wat zou het baten nog voort te quot; klimmen naar 't geen wij zeker nimmer zullen quot; bereiken! Ook beneden is immers zaligheid te ver-quot; werven. Waarom naar volmaaktheid gestreefd? quot; Wij zijn toch geen heiligen! quot; En bij die woorden keeren zij ook den rug. Gelukkig zoo zij, in het afdalen, niet struikelen, in den afgrond niet neder-storten; want Wie genade gaf om te klimmen, zou hen wel, in het dalen, aan hun eigene krachten kunnen overlaten. En dan? Dan waren zij wellicht voor eeuwig in den poel der boosheid begraven.

Zaliger zijn die vrome, die moedige zielen, wien het niet aan liefde en geestdrift ontbreekt! Zij kennen geen aarzelen, zij zoeken geen verpoozen. Daar stijgen zij door braambosschen en over ruwe steenen, op-op-op, vlugger dan ooit jager den dood tegenijl-de ; onverschrokken als helden, die voor geen tegenstand duchten, vreezen zij noch armoede, noch lijden. O, bewonder hier de Voorzienigheid : onder hunne voeten legt Zij iederen lossen steen vast, en versterkt voor hunne handen eiken uitstekenden wortel.quot;Hoe zal ik de spits der volmaaktheid bereiken ? quot; vraagt

126

ocr page 131

127

zich wellicht de ziel af, terwijl zij opstijgt naar het doel van haar leven, naar den God van alle heiligheid, naar Jezus haren Zaligmaker. Doch het antwoord ligt reeds op hare lippen: quot; God, zegt zij, die quot; mij nu beschermt, zal mij óók verder behoeden. quot; Want, ziedaar Jezus' Hart, daar is mijn geestdrift, daar mijne liefde ! quot; Ach ! hoe menigmaal wellicht hoorde die vrome, die getrouwe en in God zoo sterke ziel, de roofvogels om zich henen klapwieken; maar dan ijlde zij naar de wonde van het H. Hart en vond daar eene veilige schuilplaats; rustte zij hier, dan werden de wilde dieren met schrik bevangen,en brieschend stoven zij terug naar hun hol... En nu is ook het toppunt bereikt! Daar staat de vrome op den berg der waarachtige grootheid. Jezus' Hart straalt liefdevol den moedigen reiziger tegen ; Maria is hem komen welkom heeten ; engelen en heiligen zingen in verrukking : Heilig, heilig, heilig, is de Heer, de God der heirscharen ! Hemel en aarde zijn vol van zijne heerlijkheid ! Hosana in den hooge! Hooggeloofd en geprezen hij, die daar komt

in den naam des Heeren ! Hosanna in den hooge !

#

# *

Ziedaar eene korte schets van het streven der

ocr page 132

128

christene zielen naar de volmaaktheid : velen beginnen den berg op te klimmen ; weinigen, helaas ! bereiken den top. En waarom zulks? Is het volharden op dien weg zoo moeilijk, voor wie van goeden wil zijn ? O ! voorzeker niet voor hen, die gedachtig zijn aan de belofte van Jezus' Hart : quot; de vurige zielen, die dc devotie tot mijn H. Hart beoefenen, zullen spoedig tot eene groote volmaaktheid komen. quot; Luister naar de troostvolle leer der Kerkvergadering van Trente: quot;God gebiedt het onmogelijke niet, maar wanneer Hij beveelt, vermaant Hij u te doen wat gij kunt, en te vragen wat gij niet kunt, en Hij helpt u, opdat gij zoudt kunnen ; zijne geboden zijn niet zwaar, zijn juk is zoet en zijn last licht te dragen ^).

De gelukzalige Angela de Foligno, lid van den 3den regel van den H. Franciscus, mocht het ondervinden. Zij had het ongeluk gehad in hare jeugd groote zonden te bedrijven, maar werd door het H. Hart bekeerd. Van dien stond af, tot het laatste oogenblik haars levens, betreurde zij diep hare vroegere ongeregeldheden. Daarom werd ze met vele buitengewone gunsten bevoorrecht; dikwerf gewaar-

i. ó110 Zitting, iid'' hoofdsi.

ocr page 133

ACHTSTE BELOFTE. I 29

digde zich Onze Lieve Heer aan zijne dienstmaagd te verschijnen. Op zekeren keer toonde Hij haar zijn geopend Hart en sprak: quot;Zie, mijne dochter, of gij quot; ooit genoeg zult kunnen doen om mijne liefde te quot; vergelden; voor u heb Ik dit alles geleden.quot; En die woorden, en het zien van het gewonde Hart was voor Angela de grondslag van eenen nieuwen ijver, die haar het toppunt der volmaaktheid deed bereiken.

#

^ %

Op den weg der volmaaktheid wordt er eene drievoudige oefening gevorderd : ons hart moet meer en meer gezuiverd, aan dat van den goddelijken Meester gelijkvormig gemaakt en, zooveel mogelijk, er mede vereenigd worden.

Het goud, dat uit de aarde wordt opgedolven, is echt en kostbaar goud ; doch het bevat onedele be-standdeelen,en mist daardoor den glans,dien het door de zuivering zal verkrijgen. Zoo ook de christene ziel, die wellicht in het verledene door vele smetten werd verontreinigd; ook zij moet gelouterd worden om haar heerlijken glans wederom terug te ontvangen ; zij moet gezuiverd worden in het bloed van onzen goddelijken Zaligmaker: quot;Reinig mij meer

Beloften van hel H. Hail. 9

ocr page 134

13°

quot; en meer, zegt de psalmist, van mijne ongerechtig-quot; heden ; zuiver mij van mijne zonden, en ik zal J' witter worden dan sneeuw. quot; Bij ondervinding weten wij het genoeg : ons hart is wel een vruchtbare grond, maar een grond, waarop ook telkens de distels der zonde wederom opschieten. Immer dragen wij in ons de wortelen, de beginselen der zelfde dwalingen, die wij zoo dikwijls door ons leedwezen hebben uitgeroeid. De zonde, volgens het woord van den apostel Paulus, de slechte genegenheden, de ongeregelde gehechtheid aan het schepsel blijven ons altoos bij ; doch het zij tot onze bemoediging gezegd : zij blijven ons bij tot oefening in de deugd. En daarom juist is de aanhoudende reiniging dei-ziel voor ons zoo noodig; daarom is zij de grondslag der volmaaktheid. Het moet ons dus niet verwonderen, dat de H. Carolus Borronieüs en zoovele andere heiligen het niet overbodig achtten, zich dagelijks door het Sacrament der Biecht van hunne geringste fouten te zuiveren.

Een tweede stap op den berg der volmaaktheid is het betrachten der navolging van Jezus,onzen Meester; aan zijn beeld moeten wij onze zielen gelijkvormig maken. En dat vraagt voorzeker eene gedu-

ocr page 135

ACHTSTE BELOFTE.

rige oplettendheid,eene aanhoudende werkzaamheid. Nooit mag men zegden : het is genoeg. Dat hebben

ook de heiligen nooit gezegd ; zij kenden het woord van de H. Schrift; quot;De rechtvaardige kan nog hei-

ocr page 136

132 ACHTSTE BELOFTE.

liger worden. quot; Met mannenmoed bestegen zij immer den berg, want zij wilden zich zoo na aansluiten aan Jezus, als Hij zelf zich met hen vereenigd had. quot; De ware deugd kent geen grenzen, quot; zegt de H. Bernar-dus, en Cornelius a Lapide voegt er bij, dat quot; het eigen is aan eene christene ziel nooit stil te staan, maar altijd op den berg der volmaaktheid voort te ijlen. quot; Welaan dan, de hand aan 't werk geslagen ! Laat ons dagelijks met den koninklijken profeet uitroepen : quot; Nu heb ik het gezegd, nu begin ik. quot; En dan zullen wij voortgaan van deugd tot deugd, gelijk de zon des morgens oprijst aan de uchtend-kimme, en statig haren weg vervolgt tot zij zich verheft aan den hoogen hemel, en straalt in den vollen luister van den middagglans.

Wij moeten ons, in de oefening der deugden, meer en meer aan Jezus gelijkvormig maken ; daartoe is het noodzakelijk dat wij ons goddelijk voorbeeld meer en meer van nabij beschouwen en overwegen. Hoe meer zijne gedachten, zijne gevoelens, zijn wil de onze zullen worden, des te inniger zullen wij ons ook met Hem vereenigen. En die vereeni-ging met Jezus is als de onmiddellijke toegang tot den top des bergs, waartoe wij moeten komen; 't is

ocr page 137

BELOFTE.

ACHTSTE

133

de derde en laatste stap op den weg der volmaaktheid, zoodat wij met den apostel Paulus mogen uitroepen: quot; Ik leef; neen, ik leef niet meer, maar

quot;Jezus Christus leeft in mij. quot;

#

# #

Dat de devotie tot Jezus' Hart de zielen tot volmaaktheid leidt, ligt in de natuur der zaken. Wie immers het goddelijk Hart aanschouwt, voelt zich geneigd om zijne deugden na te volgen. Dan wordt hij getrokken tot de H. Tafel; waar hij met alle godsvrucht het levendwekkend vuur ontvangt, dat zijn hart doet gloeien. Daar wordt zijn geloof levendig, vast en onwankelbaar zijn vertrouwen, vurig en brandend zijne liefde. Doch wat meer is, Jezus zelf heeft zijn goddelijk Hart als het voorname middel ter volmaaktheid voorgesteld : quot; Ziehier,quot; sprak hij eens tot de Zalige Margareta, zijn Hart als een brandoven van liefde toonende, quot; ziehier het godde-quot; lijk vagevuur mijner liefde, waarin gij u ten tijde quot; van dit boetend leven moet zuiveren. Daarna zal quot; Ik u er een verblijf van licht, en eindelijk eene quot; woning van vereeniging en gelijkmaking in doen

ocr page 138

'34

quot; vinden ('). quot; Met andere woorden in Jezus' Hart is alles te vinden, wat, gelijk wij zoo even zegden, ons met spoed naar het toppunt der volmaaktheid doet henensnellen.

Maar, zoo vraagt wellicht iemand, wie zijn de uitverkorenen, aan wie Jkzus dit voorrecht der volmaaktheid beloofd heeft? Zonder aarzelen durven wij antwoorden : alle zielen, die door de godsvrucht tot zijn H. Hart tot volmaaktheid willen komen. Nochtans willen wij niet nalaten hierbij op te merken, hoe de Gelukzalige Margareta door deze belofte vooral de religieuze personen tot de devotie van Jezus' Hart wilde aansporen. In een brief tot haren ziels-bestierder gericht, schrijft zij het volgende ; quot; Ik quot; weet niet of er eene oefening van godsvrucht in quot; het geestelijk leven bestaat, die meer geschikt zou quot; wezen, om eene ziel in korten tijd tot de hoogste quot; volmaaktheid te brengen. Zorg derhalve bovenal, quot; dat de religieuze personen die behartigen; want zij quot; zullen er zóóveel(nut uittrekken, dat er geen ander quot; middel noodigzal zijn, om den eersten ijver en de quot; stiptste regeltucht in de minst geregelde commu-quot; nauteiten te herstellen, en om hen, die het meest

i. Brief 32 en 33.

ocr page 139

'35

quot; geregelde leven leiden, tot het toppunt der vol-quot; maaktheid te brengen ('). quot;

Dat de godsvrucht tot het H. Hart dat groote heil voor den kloosterling heeft verworven is een historisch feit. Ik behoef hier slechts de namen te herinneren van eene H. Geertruida, eene H. Lutgardis, eene M. Teresia, eene H. Catharina van Genua, die allen, gelijk de Eerbiedwaardige Pater de la Colom-bière, door de devotie tot Jezus' Hart tot het toppunt der volmaaktheid zijn gestegen. Daarom ook, waren de liefdeblijken, welke Jezus aan die minnaars van zijn Hart gaf, zóó groot, zóó teeder. Hij had de H. Geertruida uitverkozen, bekende Hij haar, om in haar zijne woning te vestigen en zijn genoegen te vinden. Aan de H. Lutgardis vroeg Hij of Hij niet de beste harer vrienden was. Als een beminnelijk kind, aan de H. Teresia verschijnende, verklaarde

Hij, Jezus van Teresia te zijn.

#

% #

Maar, zooals wij aanmerkten, Jezus heeft die overvloedige genaden niet enkel aan kloosterlingen beloofd. Menige vrome ziel in de wereld, rijk en arm,

i. Brief 132.

ocr page 140

136 ACHTSTE BELOFTE.

geleerd en onkundig, groot cn klein heeft den heilrijken invloed van deze godsvrucht ook mogen ondervinden.

Een voorbeeld moge dienen om ons gezegde te staven. Eene dame van aanzienlijken rang, in ons geliefd vaderland, had eene bijzondere devotie tot het goddelijk Hart. Zij was eene der vurigste ijveraar-sters en mocht, op het einde van haar leven, den zegen, aan de viering der eerste vrijdagen verbonden, genieten. Opgewekt door het H. Hart, ging ziji zelf de armste, de ellendigste, de meest walgingwekkende zieken bezoeken en verzorgen. Jaarlijks legde zij voor hare goede werken vijftig duizend frank ter zijde. Daarmede echter was hare heldhaftige naastenliefde niet verzadigd. Het geschiedde eens dat haar dierbare echtgenoot zijne gemalin een geschenk ter waarde van 3000 frank zoude geven. De goede ijveraarster wist in allen eenvoud dit geschenk liever in geld te verkrijgen, om daarmede steun en troost te brengen aan talrijke arme weesjes, wier ouders juist door de heerschende cholera waren weggerukt. En wilt gij een nog heldhaftiger trek van volmaaktheid dezer waarlijk edelmoedige vrouwe? Luister: eens kwam eene arme uit den omtrek om Mevrouw te

ocr page 141

ACHTSTE BELOFTE.

137

spreken. Toen deze haar door de dienstbode liet vragen wat zij begeerde, was het antwoord : quot; Ik had

gaarne wat linnengoed cn een kleed, of ten minste een dezer twee zaken. quot; quot; Zeg haar, zeide de weldoenster, dat zij beide zal hebben. quot; quot; Maar, hernam nu

ocr page 142

ACIITSTK liKT.OFTI'quot;

de arme vrouw, ik zju gaarne Mevrouw zelve willen spreken. quot; Haar wensch werd overgebracht en aanstonds komt Mevrouw naar beneden. quot; Wat verlangt gij, goede vrouw? quot; — quot; Och, Mevrouw, ik zou nog wat geld willen hebben.quot; — quot; Maar, vrouw lief, antwoordt nu de ijveraarster met zachtheid, gij vraagt één van de twee voorwerpen, ik geef ze u beide,en nog zijt gij niet tevreden.quot;— De arme vrouw antwoordde niets en ging heen; de ijveraarster keert eenigszins verwonderd naar hare kamer terug. Doch hier vallen hare oogen als vanzelf op haar kruisbeeld. Zij herinnert zich de eindelooze liefde van het goddelijk Hart, en roept uit, met de oogen vol tranen : quot; Wat heb ik gedaan? Heer, ik heb uw goddelijk Hart niet nagevolgd. Waarom heeft die arme vrouw zooveel van mij gevraagd? O, zeker, omdat zij dacht, dat ik veel kon geven. Haar vertrouwen heb ik teleur gesteld. quot; En die dame, alhoewel zij volstrekt geen angstvallige was, maar de ziel van alle goede werken, begon te weenen. 's Anderendaags wilde zij weêr goed maken, wat zij eene fout noemde; zij ontbood de arme vrouw, viel voor haar op de knieën en bad om vergeving; zij omhelsde haar grootmoedig en gaf haar eene rijke aalmoes. Ziedaar wel eene groote

ocr page 143

ACI1TSTK BELOFTE.

'39

Jiefde, eene liefde, die geput was aan de bron van alle liefde jegens God en jegens de naasten, aan de bron van alle volmaaktheid : het goddelijk Hart van Jezus c).

i. Maandrozen, 1882, bladz. 418.

ocr page 144
ocr page 145

NEGENDE BELOFTE.

quot; Al de plaatsen zal ik zegenen waar het beeld mijns Harten zal geplaatst, bemind en vereerd worden (')

ET verlangen van zijne liefde door eenieder van ons erkend te zien, was de drijfveer, die Jezus aanzette om de godsvrucht tot zijn H. Hart in de wereld op te wekken, üm daar des te beter in te slagen,heeft Hij zijne liefde in zijn Heilig Lijden,als in hare sprekendste beeltenis, afgeschetst. Daarom openbaarde Hij ons zijn Hart met de gapende wonde, met de doornen kroon omkranst, door het kruis overschaduwd, waarlangs uit dat minnend Hart vlammen van de vurigste liefde opstijgen. Welnu, die sprekende beeltenis wil Jezus overal zien prijken en vereerd worden. Aan deze openbare belijdenis van wederliefde belooft Hij de uitgelezenste genaden: al de plaatsen zal Hij ze-

i. Brief 32 en 33.

ocr page 146

142 NEGENDE 15ELOFTE.

genen, waar het beeld zijns Harten zal geplaatst, bemind en vereerd worden.

Denk toch niet, dat wij aan de visioenen der Zalige Margareta de beeltenis van jEZiis'Hart te danken hebben. Reeds eeuwen vroeger bestonden er voorstellingen van dit lijdend Hart. De oosprong er van ligt in de eigene opvatting der menschen, in hunne behoefte om het inwendige en geestelijke op lichamelijke wijze uit te drukken, De Zaligmaker heeft van oudsher hunne denkbeelden benuttigd om zijn doel te bereiken. Zoo lezen wij, bij voorbeeld, hoe hij eens aan een zijner dienaren het bevel gaf eene beeltenis van zijn lijdend Hart te maken. In 1139, op den avond voorden slag, dien Alfonso Hen-riquez, de stichter van Portugals koninkrijk, tegen de Mooren zou leveren, verscheen Christus, onze Heer, aan den koning, en gelastte hem op zijn krijgsbanier en op zijn schild het beeld der heilige vijf wonden te laten schilderen. Alfonso gehoorzaamde, toog ten strijde en behaalde eene schitterende overwinning. Zoo werden dus reeds in de xiidc eeuw voorstellingen van Jezus'Hart verspreid, maar geen enkele is er ons van bewaard gebleven. Talrijker echter werden zij in dexivcle eeuw, wanneer

ocr page 147

NEGENDE BELOFTE.

eene bijzondere vereering der heilige wonden zich werkelijk had uitgebreid. Men had de heilige wonden der handen en voeten en in hun midden het H. Hart afgeschilderd. Later werden niet alleen de vijf wonden, maar ook de lijdenswerktuigen een voorwerp van vereering, en nogmaals kreeg de afbeelding van het Goddelijk Hart de eereplaats.

Eveneens ontstond, in het begin der xvtle eeuw, de godsvrucht tot den zoeten Naam, en gaf weer aanleiding tot nieuwe afbeeldingen: men teekende de drie letters van den griekschen naam Jezus, IHS, en daaronder schitterde het goddelijk Hart, alléén afgeschetst, door twee engelen gedragen, of op een lijnwaad geschilderd, dat door twee serafijnen uitgespreid gehouden wordt. Doch bij al deze afbeeldingen wordt het H. Hart niet rechtstreeks als het zinnebeeld van Jezus' liefde vereerd: men dacht vooral aan zijn heilig lijden. Daarin zou eene kleine wijziging komen door de openbaringen, waarmede onze Zaligmaker zijne dienares Margareta Maria begunstigde. Hoorenwij wat de Zalige zelve geschreven heeft:

quot; Den 22stcn december 1674, feestdag van den H. quot; Evangelist Joannes, werd het goddelijk Hart mij

'43

ocr page 148

144

quot; voorgesteld als op eenen troon van louter vuur en quot; vlammen, stralen naar alle zijden uitschietende, quot; schitterender dan de zon en doorschijnend als quot; kristal. De wonde, welke het aan 't kruis ontving, quot; vertoonde er zich zichtbaar. Er was eene kroon quot; van doornen rondom dit Harten een kruis er bo-quot; ven ; en mijn Verlosser deed mij kennen, hoe deze quot; werktuigen van zijn lijden bet eekenden, dat de quot; matiïlooze liiifde, welke Hij voor de menschcnge-41 had heeft, de bron 10 as geweest van al de smarten quot; en al de vernederingen, die Hij voor ons heeft ■' willen verduren.... En de Verlosser verzekerde quot; mij, dat Hij er een buitengewoon genoegen in quot; vond onder het beeld van dit lichamelijk Hart ver-quot; eerd te worden. Hij wilde, dat de afbeelding er quot; van in 't openbaar zou worden tentoongesteld, om quot; hierdoor het ongevoelig hart der menschen te tref-quot; fen. Tevens beloofde Hij, dat Hij met overvloed 41 in 't gemoed van allen, die dit Hart zouden veree-quot; ren, al de gaven zoo uitstorten waarmede het ver-

vu ld is, en dat deze afbeelding overal, waar zij ten quot; toon werd gesteld, om er bijzonder vereerd te wor-quot; den, alle soort van zegen zou doen nederdalen

1. Brief 1 -»(3.

ocr page 149

NEGENDE BELOFTE.

* # #

Van dien stond af spaarde de Zalige geene moeite om die heilige beeltenis alom te verspreiden. De eerste was voorzeker zeer eenvoudig; de hand van de minst onbedrevene der novicen had ze met inkt op papier geteekend.

Zij verschilt bijna niets van die der vroegere afbeeldingen. Alleen het woord char it as, liefde,

staat er, in de breede wonde van het H. Hart,

145

Rf r i ^ i

411

'iae lt;«; V quot;' -

geteekend. 't Was den 20 juli 1685, feestdag der Gelukzalige; de novicen, wier meesteres zij was, wilden haar het grootst mogelijk genoegen schenken : een altaartje werd opgericht, versieringen aangebracht en daar te midden het prentje van het H. Hart vastgehecht. Nu kwam de kleine schare om, naar best vermogen, het Hart van Jezus te huldigen. Deze gemeenschappelijke vereerihg, in een zoo beperkten kring en op zoo bescheiden voet

*gt;■

ft*

9 0 ■ 'i i

l

Het eerste keest van het M. Hart te I'aray-le-Monial.

licloften van hel II. Hart. 19

ocr page 150

146 negende i5elofte.

begonnen, verbreidde zich, maar zeer langzaam. Het kostte aan de Gelukzalige tien jaren van heldhaftige gehoorzaamheid en beproeving, alvorens zij er in slaagde de schoone prenten te bekomen, die onder het volk zouden verspreid worden.

Niet te vergeefs toch heeft Margareta Maria gewerkt en geijverd: op vele plaatsen troont reeds de afbeelding van Jezus' Hart. Maar helaas! hoevele andere worden nog niet door den dauw der genaden besproeid, wijl dat heilig beeld daar nog niet vereerd wordt. Aanlokkend klinkt nochtans deze belofte.

Vandaar de zorg der priesters, opdat alwie den tempel des Heeren zou binnen treden, er een beeld zou aantreffen, sprekend van de matelooze liefde des Zaligmakers. Wie heeft het niet gezien of aan den ingang van het priesterkoor of op de deur van het H. Tabernakel? quot; Komt allen tot mij, zegt het, gij die lijdt en onder lasten gebukt gaat, Ik zal u verkwikken.quot; Zeker in het Tabernakel rust Jezus, de God der oneindige liefde, zelf.Maar 't is juist om onze harten tot Hem te trekken, dat de beeltenis van zijn H. Hart aan onze oogen wordt voorgesteld. Wie toch, die daarliet Hart met doornen omkroond, en

ocr page 151

NEGENDE HELOKTE.

door vlammen omgeven ziet, voelt zich niet als van zelfs tot dien verborgen Vriend der menschen getrokken? Hoe menigeen door de roede der beproeving getroffen, ging dan bij Hem zijn nood klagen en verlichting in zijne smarten vragen? Hoe velen, die, met zonden beladen, het kruis uit dat minnend Hart zagen oprijzen, voelden tranen van berouw in hunne oogen opwellen en zeiden tot zich zeiven in vermorzeling des harten : de Joden richtten het kruis op tusschen de rotsen van den Kalvarieberg, maar ik plantte het in het Hart van mijnen liefdevollen Meester.

#

# #

Wij lezen in het Oud Testament, dat de Ark des Verbonds eenige oogenblikken in het huis van Obe-dedon gerust had en daar een welriekenden geur van wierook verspreidde. Welnu, Jezus wil dat alzoo het afbeeldsel van zijn Hart niet alleen in kerken, maar ook in onze huizen den geur der welriekende genaden zou verspreiden. Daarom vraagt Hij, dat zijn H. Hart in onze gezinnen geplaatst, bemind en vereerd worde, ja dat het de eereplaats bekleede. Helaas ! het menschel ijk opzicht heeft zoo zeer ons godsdienstig gevoel verzwakt ! Vele familiehoofden

■47

ocr page 152

NEGENDE HELOFTE.

vreezen zich belachelijk te maken, door deze eer-bewijzing aan het H. Hart te geven. In de keuken, op de slaapkamer mag Jezus' Hart getoond worden; maar in de ontvangkamer, o neen ! daar mag het niet prijken ; de menschen zouden het zien ! En toch wie is grootere aandacht waardig dan Jezus, onze God, onze Verlosser, de bron van ons eeuwig geluk? Is Jezus onze Heer en Meester, is Hij onze beminnelijke Zaligmaker, dan komt Hem de eereplaats toe. Niemand, al ware hij koning of keizer,heeft zich te schamen om het beeld van den Koning der koningen, van den levenden êGod te vereeren. Ten tijde van Lodewijk den XIV, vroeg de goddelijke Zaligmaker met aandrang dat de beeltenis van zijn Hart op Frankrijks vlag zou worden geJiecht.Het geschiedde niet; waarom is ons onbekend, maar wat ieder verstandig mensch wel weet is, dat het Frankrijk niet tot geluk gestrekt heeft ; herdenk de fransche omwenteling, de bloedige dagen der Commune ; beschouw de tegenwoordige dwingelandij der vrijmetselarij, en gij zult bekennen, dat wie den Heer weerstand biedt, van Hem ook verlaten wordt.

Daar tegenover staat, tot onze onderrichting, het godvruchtig voorbeeld van den voormaligen presi-

148

ocr page 153

N KG li N D K BELOFTE. I49

dent van Ecuador, den dapperen Garcia Moreno. Om niet te spreken van de plechtige opdracht, waardoor hij de geheele republiek aan Jezus' Hart toewijdde,ook in zijn afzonderlijk leven was hij een uitstekend toonbeeld voor al de beoefenaars van deze

godsvrucht; ja zelfs in de zaal, waar hij zich met zijne staatszaken bezighield, prijkte een prachtig beeld van Jiïzus' Hart. Zoo ook stond in de woning van den beroemden generaal de Sonis, op eene zeer in 't oog vallende plaats, een beeld van het H. Hart,

ocr page 154

negende he lokte.

waardoor hij dag en nacht eene lamp deed branden. Gelukkig de woning, waar Jezus' beeltenis prijken mag! Maar gelukkiger nog deze, waar 's avonds kinderen en dienstboden rondom vader en moeder vereenigd, voor dat lieve Beeld neergeknield het gezamenlijk gebed herhalen : quot; Geheiligd zij uw naam ; ons toekome uw rijk ; uw wil geschiede op de aarde als in den hemel.

Eenige jaren geleden bevond zich te Leuven, een kapitein-bevelhebber van de genie. Een ongelukkige val van zijn paard had hem genoodzaakt zijn ontslag te vragen, en nu leefde hij zeer stil met zijne vrouw en zijne twee dochters. Deze waren zeer godvruchtig en bijzonder aan het H.Hart toegewijd : 's avonds vereenigden zij zich aan den voet van een beeldje van Jiizus' Hart, en men bad daar gezamenlijk het avondgebed. Ook de kapitein was daar altoos tegenwoordig, ofschoon dit wellicht zijne eenigste oefening van godsvrucht was. Gevaarlijk ziek geworden, dacht hij weinig of niet aan zijn einde. Zijne vrouw in-tusschen smeekte het H. Hart om hulp voor haren echtgenoot, en zie, deze laat een priester roepen. Maar, hetzij zelfbegoocheling hem misleidde, of menschelijk opzicht hem weerhield : van bedienen

ocr page 155

NEGKNDE BtLOFTE. 151

wilde hij nog niet hooren. De vrouw dan, vol vertrouwen, naderde, den eersten vrijdag, ter H. Tafel, daar zij gewoon was van op dien dag alles van jHZUs'IIart te verkrijgen. En waarlijk,op dien dag is de kapitein geheel veranderd : hij aarzelt niet meer, vraagt zelf de laatste H. Sakramenten en sterft eeni-ge dagen later een zachten en heiligen dood, terwijl hij zijne oogen op het beeldje van Jezus' Hart gevestigd houdt.

#

# #

Maar er is nog een derde heiligdom waar het God delijk Hart zijne zegeningen wil uitstorten; niet alleen de kerken, niet alleen onze woningen, maar ook ons eigen hart wil Hij onder zijne machtige bescherming nemen. Daarom heeft de Zalige Margare-ta zich zoovele moeite getroost om scapulieren en medailles van het H. Hart te laten vervaardigen,opdat zij ons een schild zouden wezen tegen al de aanvallen van den duivel en eene sterkte in alle gevaren. Hoevele bekoringen worden door die hemelsche wapenrusting niet weggedreven ? Hoevele driften niet beteugeld bij de gedachte aan het Hart van Jiizus, dat ons hart beschermend, den duivel gebiedend toeroept : quot; Terug, mijn Hart is hier quot; ?

ocr page 156

152 NEGENDE BELOFTE.

Een jeugdig Fransch officier vertrok naar Algiers. Bij zijn afscheid, zeide hem zijne moeder: quot;Mijn zoon, aan vele gevaren zult gij blootgesteld worden ; neem deze medaille van het H. Hart, en beloof me, dat gij ze altijd eerbiedig zult dragen. quot; — quot; Moeder, luidde het antwoord, ik beloof het u. quot; En hij ging, de jeugdige soldaat, om, zijn woord gestand, dapper

voor zijn vaderland te strijden. Op zekeren keer nu, werd hij in een engen weg overvallen ; een hagelbui van kogels viel langs hem neder ; al zijne wapenbroeders sneuvelden aan zijne zijde ; hij zelf ontving eenen kogel op het hart; maar zie, daar bleef hij steken. Ongehinderd kwam de vrome officier uit den slag. Vol dankbaarheid schreef hij aanstonds aan

ocr page 157

negende belofte.

zijne moeder: quot; Verkondig door heel Frankrijk, dat ik mijn leven aan de medaille van jEZUs'Hart te danken heb. quot; De Fransche Bode maakte het feit alom bekend, en zoo werd de kreet van innige dankbaarheid niet alleen door Frankrijk herhaald, maar zijn weergalm werd door de geheele wereld gehoord. Eer aan het Mart van Jüzus !

Dusdanige zegeningen worden ook hier ten lande verkregen ; jammer is het, dat die gunsten tot meerdere eer en glorie van het H. Hart, niet getrouwer worden medegedeeld. Vernemen wij nog de volgende, door den E. Pater zeiven verhaald, die er getuige mocht van zijn (').

Het was op een zondag morgen ; terwijl ik biecht hoorde, kwam een vader mij bedanken, dat ik hem eene medaille van het H. Hart gegeven had, waardoor dc rust, de vrede, het geluk in zijn huis was teruggekeerd. Eerst dacht ik, dat de man zich vergiste, aangezien ik nog nooit een medaille van het H. Hart in den biechtstoel had gegeven. Ik vroeg hem dan : quot; Maar, vriend, gij zijt misschien bij eenen anderen biechtvader geweest; ik herinner mij niet u

1. De Bode van hel Heilig Hart van Jezus. Maandschrift, September 1895, bl. 135.

153

ocr page 158

154 NEGENDE 15ELOFTE.

een medaille gegeven te hebben ! quot; — quot; Jawel, Eerwaarde, ik heb die van u gekregen ; doch het was eigenlijk geen medaille ; 't was een wit lapje, waarop het H. Hart van Jezus afgebeeld stond. quot;— quot; O ! nu begrijp ik u, het was een scapulier 1 quot; — quot; Juist, Eerwaarde ! quot;—quot; Nu vertel dan eens, wat is er geschied. quot; — quot; Weet gij niet meer, Mijnheer, dat ik mijn nood klaagde over mijn zoon. Vroeger was die zoo braaf en zoo goed ! maar toen was hij al lang van den goeden weg afgedwaald. Slechte vrienden hadden hem bedorven. Zaterdag's gaf hij zijn geld niet meer af, kwam dikwijls beschonken, laat in den nacht naar huis, vloekte verschrikkelijk, luisterde niet meer naar ons, en ging zelf zoo ver, dat hij de hand op zijne moeder waagde te leggen. Ach! wat waren wij ongelukkig! quot; — quot; Het is waar, zoo antwoordde ik hem, nu herinner ik mij alles,ook dat ik u toen een scapulier van het H. Hart gegeven heb, en u zeide : Zie dat uw zoon dit draagt, en wil hij het niet dragen, naai het dan zóó in zijne kleêren, dat hij het niet vinden kan ; en bid eiken dag iets ter eere van het H. Hart tot bekeering van uw zoon ! quot; — quot; Dat hebben wij gedaan, Mijnheer, en van het oogenblik, dat hij het bij zich had, is hij geheel

ocr page 159

NEGENDE BELOFTE.

veranderd. Hij heeft zijne slechte kameraden verlaten, geeft weer zijn geld af, komt op tijd naar huis, gaat weer naar de kerk. Het geluk en de vrede zijn weer in ons buis.

Zoo werd dus in dat huisgezin eens te meer de belofte des Zaligmakers vervuld.

Wij zagen, hoe Jezus reeds sedert vele eeuwen verlangt, dat de beeltenis van zijn H. Hart alom vereerd worde. Welnu beantwoorden wij dien vurigen wensch. En daarom dragen wij zorg, dat ons hart door eenen scapulier of medaille van Jezus' Hart beveiligd worde. Zien wij rond in de vertrekken van onze woning, niet alleen in de meest afgelegene, maar ook in magazijn en ontvang-kamer, of daar de beeltenis van Jezus' Hart eene eereplaats bekleedt. En dan niet langer geaarzeld! Doch terstond zulk eene beeltenis ons verschaft; opdat wij in onze woning de verwezenlijking van deze heerlijke belofte des Zaligmakers mogen afwachten : quot; Al de plaatsen zal ik zegenen, waar de beeltenis mijns Harten zal geplaatst, bemind en vereerd worden. quot;

155

ocr page 160

■ 'iïv ■ '

. ..

ocr page 161

TIENDE BELOFTE.

quot; Hun, die aan de zaligheid der zielen arbeiden, zal de gave geschonken worden om de meest versteende harten te treffen (■)

EZE belofte wordt gewoonlijk in een beperkten zin verstaan, alsof zij namelijk aan de priesters alleen gedaan ware. Dat dit echter niet bedoeld is, blijkt, volgens mijn inzien, uit den i32sten brief der Zal. Margareta. Ziehier hare eigen woorden : quot; Mijn goddelijke Zaligmaker heeft quot; mij verklaard, dat hun, die aan de zaligheid der quot; zielen arbeiden, de gave zal geschonken worden quot; om de versteende harten te treffen en met schit-quot; terend gevolg te werken, zoo zij zeiven bezield zijn quot; met eene teedere devotie tot zijn goddelijk Hart. quot; Daarom ook dringt zij er verder bij haren zielsbe-stierder op aan : quot; Word dus niet moede in hetgeen quot; gij onderneemt voor de eer van het H. Hart van

i. Brief 132.

ocr page 162

TIENDE BELOFTE.

quot; onzen allerbeminnelijksten Jezus, want het komt quot; mij voor, dat Hij juist door dit middel vele zielen quot; van het verderf wil redden ^). quot; Op eene andere plaats verhaalt de Zalige eene der voornaamste verschijningen, waarmede zij, op den dag der Visitatie van het jaar 1688, begunstigd werd : quot; Het godde-quot; lijk Hart vertoonde zich aan mij, in eene heerlijke quot; verhevene, prachtvolle ruimte, in wier midden *' Het op een troon van vlammen schitterde. De quot; H. Maagd was aan de eene, onze 11. Vader Fran-quot; ciscus (van Sales), tegelijk met den heiligen Pater quot; de la Colombière aan de andere zijde. Onze quot; H. Stichter sprak : quot; Bid in het Hart en door het quot; Hart van Jezus, dat zich als middelaar tusschen quot; God en de menschen wil stellen. Tracht den goe-quot; den geest van Jezus' heilig Hart in de harten der quot; geloovigen te verspreiden; want gij zult aan de quot; zaligheid des naasten werken, als gij hem deze quot; heilige devotie mededeelt (2).

Arbeiden voor het heil der zielen, arbeiden ter eere Gods, en arbeiden met alle vrucht, o welk een heerlijk voorrecht, welk eene goddelijke belofte!

1. Brief 66.

2. Brief 85.

ocr page 163

159

quot; Geef mij zielen riep een Xaverius in vervoeringquot; uit.—quot; Geef mij zielen herhaalt menig ijverig priester, quot; niets anders begeer ik van U. quot; — Bijgevolg, willen wij zielen winnen, dan is de godsvrucht tot Jezus' Hart het zekere, het onfeilbare middel, om het hart der menschen te vermurwen, verondersteld althans, dat dit niet vrijwillig verstokt blijft, en aan die oneindige Liefde geen halsstarrigen weerstand biedt.

#

# #

Doch al strekt zich deze belofte uit tot allen, die ijveren voor de eer van God: in het bijzonder voorzeker is zij gegeven voor de priesters, wier plicht het is te werken aan de zaligheid der hun toevertrouwde zielen. Hieruit volgt evenwel niet, dat in deze belofte alleen spraak is van die gave, die ruimschoots gegeven wordt aan allen, die tot den dienst des Heeren worden uitverkoren. Neen, het geldt hier eene gave, eene kracht, eene kunst van geheel bijzonderen aard, die het H. Hart liefderijk verleenen zal om de harten der versteendste zondaren zelfs te treffen, 't Is eene onverdiende, bovennatuurlijke genade Gods, die, als het ware, met de gave der wonderen kan vergeleken worden. De priesters en al

ocr page 164

TIENDE BELOFTE.

de ijveraars, die het H. Hart willen vereeren en als apostels dezer godsvrucht zullen optreden, verlangt Jezus op eene goddelijke wijze te beloonen. Hij zal in hen het zegel zijner goedheid, zijner barmhartigheid, zijner wonderbare liefde drukken. Hun woord zal als een zwaard tot het hart der menschen doordringen, niet om het te kwetsen en te wonden, maar alleen om de banden af te snijden, die het aan de zonden vasthechten. Herinner u den beroemden bisschop van Geneve, den H. Franciscus van Sales, een der eerste verkondigers en verklaarders der godsvrucht tot Jezus' Hart: meer dan 72.000 ketters heeft hij door zijn gezegende werkzaamheid tot den waren schaapstal teruggebracht. Herdenk de vruchten van den ijver der Societeit van Jezus, wie de plicht is opgelegd de devotie tot Jezus' Hart te verspreiden. Aanschouw het onverklaarbaar slagen van zoovele ijverige priesters, minnaars en apostels van het H. Hart, en gij zult van de kracht dezer belofte overtuigd wezen.

Onlangs, zoo verhaalt een zielenherder uit Oostenrijk, vernam ik, dat een jongeling, dien ik zeer goed kende, de gevaarlijkste wregen bewandelde. Dit bericht bedroefde mij zeer, en te meer, wijl er weinige

i6o

ocr page 165

i6i

hoop op verbetering bestond. Ik nam in dezen nood mijne toevlucht tot de H. Harten van Jezus en

ocr page 166

TIENDE BELOFTE.

juist op het feest van het H. Hart, kwam de jongeling mij bezoeken ; het bleek weldra, dat hij geheel van levenswijze veranderd was. Onlangs, zeide hij, had hij eene algemeene biecht gesproken, en thans gevoelde hij zich zoo gelukkig en tevreden, dat hij voor de geheele wereld zijn geluk niet zou willen verliezen.

*

ft ft

Maar, zult gij vragen, wat wordt er gevorderd om de wonderdadige uitwerking te ondervinden, welke hier door Jezus beloofd wordt aan degenen, die aan de zaligheid der menschen arbeiden? De brieven der Zalige Margareta spreken van twee voorwaarden: zij verhaalt, hoe Jezus, op de eerste plaats,

verlangt, dat de ij veraars zijner glorie, eene teedere devotie hebben tot zijn H.Hart. Enten tweede toont zij aan, hoe de ij veraars die vurige devotie aan den dag behooren te leggen, door dezelfde godsvrucht meer en meer te verbreiden. Vandaar dat de Zalige het aan het verwaarloozen van dit krachtig middel toeschrijft, wanneer men in goede werken niet slaagt. In eenen brief, gericht aan de Eerwaarde Moeder de Saumaise, klaagt zij over de traagheid van eenen Pater in het volbrengen eener belofte jegens het

102

ocr page 167

TIENDE BELOFTE. 163

H. Hart. Deze had namelijk zich belast met het vervaardigen eener plaat, die voor de afbeeldingen van jEZUs'Hart dienen zou. Dit werk bleef echter onvoltooid, daar de bisschop van Autun hem had opgelegd aan de bekeering der Calvinisten dier streek te arbeiden. Zoodat de Zalige schreef: quot; Gij zoudt niet quot; kunnen gelooven,mijn teerbeminde Moeder, hoe-quot; zeer die vertraging mij bedroeft en smart, daar ik quot; u in vertrouwen moet mededeelen, hetgeen ik ge-quot; loof, namelijk, dat daarin de reden ligt, dat er in quot; deze stad zoo weinige ongeloovigen zich bekeeren; quot; want het is of ik onophoudelijk die woorden hoor: dat, zóó die goede Pater eerst zijne belofte aan quot; JEZUs'Hart volbracht had, hij de harten dezer on-quot; geloovigen zou veranderd en bekeerd hebben, door quot; het genoegen dat Jezus zou gehad hebben bij het quot; zien der vereering van zijn persoon in de afbeelding, quot; die Hij verlangt; doch terwijl men andere dingen, schoon ook tot zijne glorie, boven hetgeen Hem quot; dit genoegen verschaffen zou, verkiest, daarom zal quot; Hij het hart dezer geloovigen versteend laten, en zal quot; het werk (der missionarissen) niet veel vruchten quot;voortbrengen (1).quot;

r. Brief 4 1.

ocr page 168

TIENDE BELOFTE.

Maar hoe zullen wij de devotie tot Jezus'Hart verbreiden? Wel, gelijk zoo vele duizenden ijveraars, die ons zijn voorgegaan. Zij hebben door woord en pen, door daad en voorbeeld aan anderen deze godsvrucht geleerd. Zij zijn het, bij voorbeeld, die het Apostolaat des Gebeds hebben ingesteld, waardoor geheel het christenleger wordt uitgenoodigd om te streven naar de verwezenlijking van Jezus' wensch, namelijk, dat de gansche wereld door de liefde tot zijn Hart ontstoken en verteerd worde.

Het Apostolaat des gebeds is eene vereeniging van menschen, die de belangen van Jezus ter harte nemen, en ze door alle middelen, maar voornamelijk door het gebed, bevorderen. Die belangen kent ieder christen: te weten, de verheerlijking van God door de eeuwige zaligheid der menschen. Meermalen heeft Jezus het zelf verklaard: quot; Uit den hemel ben quot; ik nedergedaald, zegt Hij, om den wil te volbren-quot; gen van Dengene, die mij gezonden heeft. De wil *' echter van mijnen Vader, die mij gezonden heeft, quot; is, dat ik geen enkelen van hen, die Hij mij heeft quot; toevertrouwd, late verloren gaan, maar dat ik ze quot; allen op den jongsten dag zou doen verrijzen. Het quot; vuur ben Ik op de aarde komen brengen, en wat

ocr page 169

TIENDE BELOFTE.

quot; wil Ik anders, dan dat het geheel de wereld ont-quot; vlammePDe Zoon Gods is gekomen, om, wat ver-quot; loren was gegaan, te zoeken en te verlossen. Ik ben quot;gekomen om mijne schapen het leven te geven, ja, quot;overvloedig...quot; Welnu, aah niemand kan het onbekend zijn, hoe na de zaligheid der menschen en de glorie des Vaders Jezus aan het hart liggen.

Ditgetuigt zijne menschwording; dit getuigen zijne werken; dit getuigen zijn lijden en zijn sterven; dit getuigt nog zijn verborgen leven op onze altaren, waar Hij, van uit het Tabernakel, zoowel als van het Kruishout, allen toeroept: quot; Sitio quot;, ik heb dorst: dorst naar het geluk mijner kinderen. Jezus in dit streven terzijde staan, met Hem aan de verheerlijking des Vaders arbeiden, door Hem zielen voor de eeuwigheid redden, ziedaar geheel het doel van het Apostolaat des Gebeds.

#' *

Maar hoe wordt dat doel bereikt, vraagt men wellicht? Door woorden,doorgeschriften,door voorbeeld, maar vooral echter door het gebed. Voordat eene ziel in de goddelijke bruiloftszaal mag binnen geleid worden, moet zij met het kleed der heiligmakende genade versierd zijn; anders kan God in haar geen

ocr page 170

TIENDE liELOl-'TH.

behagen scheppen. Maar daarvoor worden er geene geringe goddelijke hulpmiddelen vereischt. De H. Augustinus, bij voorbeeld, lag verzonken in eenen poel van zonde en dwaling. Doch zijne moeder bad voor hem. Langzamerhand zag hij de valschheid der leer in, die hij tot dusver gevolgd had. Hij verliet zijn vaderland, vestigde zich metterwoon te Milaan, waar de H. Ambrosius hem leerde kennen en hem onderrichtte. Eens hoort hij eene geheimzinnige stem, komt tot inkeer, bidt, en vol berouw over zijn voorgaand leven, verbreekt de boeien, die zijn hart omkluisteren, bekeert zich en wordt een heilige. Al die omstandigheden, al die verlichtingen, al die goede gevoelens zijn hem door den God van barmhartigheid op het smeeken der H. Monica geschonken: het waren zoovele dadelijke genaden, die hem de heiligmakende genade zouden verwerven.

De H. Schrift, de standvastige overlevering der Kerk, de godgeleerdheid, het voorbeeld der Heiligen leeren eenparig, en de belofte van Jezus zegt het uitdrukkelijk, dat al de noodige genaden door het gebed kunnen verkregen worden; quot;Al wat gij den Vader zult vragen in mijnen naam, zal Hi j u geven. quot; Doch hoe voortreffelijk het afzonderlijk gebed wezen

i66

ocr page 171

TIENDE BELOFTE. 167

moge,op het vereenigde ziet Hij met nog grooterwel-behagen neer. quot; Ik zeg en Ik herhaal het, wanneer twee van u op de wereld overeenkomen om iets te vragen, wat het ook zij, mijn Vader, die in den hemel is, zal het u geven: want overal waar twee of drie in mijnen naam vergaderd zijn, ben Ik in hun midden.quot; Uit deze leer ontsproot dus de heilzame gedachte eene vereenigingop te richten, die den naam zou dragen van Apostolaat des Gebeds. Paus Pius IX keurde ze goed en verrijkte ze met vele aflaten, die nog door onzen H. Vader Leo XIII vermeerderd werden.

Drie graden kunnen in deze vereeniging onderscheiden worden. De eerste bestaat uit al de geloo-vigen, die zich hebben laten inschrijven, en ten bewijze hiervan een briefje ontvangen hebben. Zij voegen bij hun morgengebed de opdracht hunner gebeden, werken en smarten van den dag tot de intenties, welke Jezus heeft, wanneer Hij zich op het altaar opoffert ('). En zoo volgen zij de zalige Marga-reta na, die schrijft: quot; In al mijn doen, in al mijn lijden, zal ik in het H. Hart treden, om er zijne intenties te vernemen, en er mij mede te vereenigen (2).quot;

De tweede graad telt die ijveraars, die bij de boven-

1. Statuten, art. 4.— 2 Brieven: is'e boekd, bladz. 195,

ocr page 172

De 11. Ignatius zendt den 11. Fkanc. Xaverius naar Indie. Herdenk ije vruchten van den ijver der Societeit van Jezus. Hl. 160.

genoemde opdracht nog een Vaderons en tien Weesgegroeten dagelijks willen bidden ter eere van het

l68 TIENDE BELOFTE.

ocr page 173

169

Onbevlekt Hart van Maria, voor Z. H. den Paus en de intenties, in iedere maand aan de leden aanbevolen. Eindelijk tot den derden graad behooren enkel die leden, wier ijver voor Jezus' belangen hen aanspoort, om maandelijks een eerherstellende Communie op te dragen. Hun doel volgens een breve, den 24 sept. 1882, door Z. H. Leo XIII gegeven, is het H. Hart te troosten en degeeselsder goddelijke gramschap af te weren.

De vruchten van dit Apostolaat zijn alom bekend; zij zijn sprekende getuigen van den zegen, dien Jezus over de werken zijner ij veraars doet nederdalen ; zij noodigen allen uit, die tot meerdere eer en glorie van God, aan de zaligheid van den evennaaste willen arbeiden, om hem niet alleen in hunne afzonderlijke gebeden aan Jezus' Hart aan te bevelen, maar om hunne krachten nog te versterken in de vereen iging van het Apostolaat des Gebeds, en dit naar vermogen overal te verbreiden. Zoo doende zijn wij verzekerd van Jezus de genade te verwerven, om de meest versteende harten te treffen, en ze tot God

voor eeuwig terug te brengen.

#

# #

Het handelstadje San Leopoldo, aan de rivier

ocr page 174

TIENDE BELOFTE.

Sino gelegen, zoo schrijft een priester uit Brazilië, is uit eene zeer gemengde bevolking samengesteld : men vindt er katholieken en protestanten, Duitschers en Brazilianen, Blanken en Zwarten. Aan deze vermenging en de daaruitvolgende bezwaren is het grootendeels toe te schrijven, dat, niettegenstaande al de aangewende pogingen, de christelijke plichten tot vóór eenigen tijd te San Leopoldo niet vervuld werden. De vrouwen verzuimden grootendeels ter kerke te komen, en tot de HH. Sacramenten te naderen. De mannen, alsof zij belast waren geweest met het toezicht over Gods huis, begaven er zich nu en dan naar toe, om den toestand der zaken na te speuren. Dit zoo zijnde, zal men licht begrijpen, dat ik met weinig moed en vertrouwen de zielenzorg dezer parochie overnam, toen ze mij, een jaar geleden, opgelegd werd. Doch, mijn overste had gesproken, ik gehoorzaamde.

Voorzeker, door enkel toedoen der menschen was hier weinig verbetering te brengen. Maar het goddelijk Hart had besloten gansch alleen, dit maal, eene missie te doen.

Bij het aannemen van mijn ambt, kwam mij de gedachte te binnen de gansche zaak aan het goddelijk

170

ocr page 175

TIENDE BELOFTE. IJl

Hart van Jezus over te geven, en alleen op zijne barmhartigheid en oneindige macht te steunen. Eenigen tijd nadien hield ik een sermoen over het Apostolaat des Gebeds. Mijn inzicht was, voor althans, de aandacht te trekken op deze vruchtrijke Vereeniging, en dan later, na twee of drie andere onderrichtingen over hetzelfde onderwerp, het Apostolaat in te voeren. Nu, ik dacht niet meer aan dat sermoen, wanneer, 's vrijdags dierzelfde week, drie vrouwen zich te mijnen huize aanboden, twee met eene lijst van vijftien, en de derde van dertig personen, die verlangden in het Apostolaat des Gebeds opgenomen te worden. Ik stond verbaasd. Zelfs had ik nog niet eens gedacht aan zulke wijze om het werk in te voeren : die vrouwen waren mij voorgegaan. Ik herkende hierin eenen wenk van het H. Hart, dat mij scheen te zeggen ; quot; Nescit molimina Spiritus Sancti gratia quot;, de genade van den //. Geest kent geen talmen. De deelgenooten werden verdeeld in groepen van 15 leden, met eenen ijveraar, of eene ijveraarster naar gelang, aan hun hoofd; en in weinig tijdsgroeidehetgetal zulker afdeelingen meer en meer aan. Tot heden was het eene ongehoorde zaak geweest, dat leeken het op zich namen andere leeken

ocr page 176

TIENDE BELOFTE.

te bekeeren, en tot het vervullen hunner christelijke plichten op te wekken. Doch sedert dien heuglijken dag, zag ik er telkens, op den eersten vrijdag, een zeker getal tot den biechtstoel en tot de H. Tafel naderen, waaronder verscheidene Brazilianen, die men voorheen daar nooit bemerkte, ja zelfs eenigen, die sinds hunne eerste Communie nooit meer de goddelijke teerspijs genuttigd hadden.

Onder de mannen nochtans bleef de onverschilligheid in godsdienstzaken altijd groot. Doch eenige vrouwen hielden niet op gebeden te storten en heilige communiën op te offeren voor derzei ver bekeering, totdat ook, onder de mannen, ijveraars opstonden met het doel rond hen medeleden te verzamelen. Niet tevreden met bidden, hadden de vrouwen zich ook, nog tot apostelen hunner echtge-nooten aangesteld : herhaaldelijk maanden zij hen aan het Apostolaat in te treden, en wel de drie graden te aanvaarden; het goddelijk Hart van Jezus heeft hunne pogingen rijkelijk beloond.

De eerste vrijdag en de eerste zondag der maand zijn hier nu wrare feestdagen voor het H. Hart. Op den eersten vrijdag heeft de algemeene communie der vrouwen plaats, die ten getalle van 260 tot de

172

ocr page 177

TIKNDE BELOFTE.

H. Tafel naderen ; en den eersten zondag, die der mannen en jongelingen, wier getal boven de 150 stijgt. Opdat de leden zich gemakkelijker rond hunne ijveraars zouden kunnen scharen, kwam men op de gedachte, aan eiken groep eene vaste plaats in de kerk aan te wijzen, herkenbaar aan kleine vaantjes, met den naam des hoofdmans en het beeld van een der beschermheiligen. Deze wapperende banieren geven aan de kerk, bij gelegenheid der algemeene communie, een feestelijk uitzicht, dat de plechtigheid nog meer luister bijzet.

Thans vervul ik eene belofte aan het H. Hart gedaan, met u bekend te maken, dat het aantal zondaars, die zich bekeerd hebben, verre stijgt boven hetgeen ik, door mijne gebeden en die der anderen, van den goddelijken Zaligmaker had afgesmeekt. Men mag zeggen, dat het H. Hart alléén hier eene onhoorbare zending heeft gepredikt, die aan eene openbare en indrukwekkende volksmissie den weg gebaand heeft. Meer dan 90 personen zijn tot het christendom teruggekeerd,waaronder velen, die sinds twintig jaar en meer nog, niet meer waren te biechten geweest.

Lof en dank zij dus aan het goddelijk Hart van

ocr page 178

TIENDE ÜELOFTE.

174

Jezus voor de ontelbare gunsten, gedurende het af-geloopen jaar aan onze parochie verleend! O mochten alle zielezorgers, die in hunne heilige bediening met moeilijkheden te kampen hebben, het apostolaat van het goddelijk Hart ijverig bevorderen ! Zij zouden ondervinden, dat de heilzame invloed van Jezus' liefdevuur de godsvrucht tegen alle verwachting doet herleven, het naderen tot de H.H. Sacramenten en de werken der christelijke liefdadigheid in groei en bloei doet toenemen (').

i. Zie De Bode van hel H. Hart van Jezus, februari 1S92, bl. 310.

ocr page 179

ELFDE BELOFTE.

quot; De personen, die deze godsvrucht verspreiden, zullen hunnen naam in mijn Hart hebben geschreven, zoodat hij er nooit uit-gewischt zal worden (■)

OEN de Zalige Baptista Camilla Veroni, hertogin van Couverino, eens eene daad verricht had, die aan Jezus' H. Hart bijzonder welgevallig was geweest, verscheen haar de goddelijke Zaligmaker. Hij toonde haar zijn H.Hart, waarin zij, door de wijd geopende wonde, in gouden letters de woorden mocht lezen: quot; Ik bemin u, Camilla. » Dat is een dier wonderen, welke de Heer van tijd tot tijd voor bevoorrechte zielen verricht, zooals, bij voorbeeld, nog voor de 11. Catharina van Sienna. Doch zulk een wonder doet Jkzus niet voor allen, wier namen Hij in zijn Hart heeftopgenomen. Hetgeen in deze belofte verkondigd wordt,doelt dus

i. Brief 34.

ocr page 180

176 ELFDE BELOFTE.

niet op een stoffelijk inschrift ; maar enkel en alleen wordt hier uitgedrukt, dat alwie voor deze godsvrucht ijvert, zijn naam schrijft in het Gedenkboek des Hee-ren. Ja, Jezus vergeet zijne trouwe dienaren niet; in zijn dankbaar Hart bewaart Hij hunne namen,om zich die te herinneren, vooral bij het uitdeelen zijner genaden.

Deze wijze van spreken vind ik reeds uitgedrukt in de H. Schrift, wanneer God gebiedt, dat: quot;Aaron quot;de namen der zonen van Israël, in het borstschild quot; des gerechts, op zijn hart (') zal dragen, wanneer quot; hij het heiligdom zal binnengaan, tot een gedurig quot; gedenkfeeken vóór den Heer (2); quot; d. w. z., opdat hij de kinderen van Israël vóór den Heer, in zijne gebeden en offeranden, altijd zou gedenken.

Aaron was immers de priester van het uitverkoren volk, eene voorafbeelding van Jezus Christus, den eeuwigen Priester, die voortdurend als Middelaar tusschen God en de menschen optreedt. Hij voorspelt ons hoe Christus, onze Priester, onze Middelaar, de namen zijner uitverkorenen niet op zijn Hart in kostbare edelgesteenten gegrift, maar in

t. In den latijnschen tekst lezen wij : op zijne horst; in den hebreeuw-schen : opzijn hart. — 2. Exodus, 28, 29.

ocr page 181

IIf/i Heilig Hart.

Helofien van hel II. Hart.

ocr page 182

ELFDE BELOFTE.

zijn Hart met bloedige letters geschreven draagt. Hij toont ons hoe Jezus zijn uitverkoren volk, zijne ijveraars gedenkt, en niet ophoudt over hen de goedheid des Vaders af te smeeken.

Maar duidelijker en meer bepaald luidt de belofte van Jezus, wanneer Hij zegt, dat er schatten van genade en liefde in zijn Hart te vinden zijn, voor hen die zich toewijden en opofferen om, naar vermogen, alle eer, liefde en glorie aan zijn H. Hart te geven en te verschaffen (').

O gelukkige ijveraars van Jezus' Hart ! die schat-tenzullen u in zulk een overvloed geschonkenworden, dat gij ongetwijfeld de eeuwige glorie zult deelachtig worden. Want op meerdere plaatsen heeft de Gelukzalige ons verklaard, dat, wie zich aan het H. Hart zal toegewijd en toegehciligd hebben, nooit verloren zat gaan (2).

O ! schitterende belofte, genadekeus van mijnen Zaligmaker, wie zal u verklaren ? En toch is het in waarheid de zin dezer elfde belofte. Trachten wij met de hulp van Jezus' Hart een tipje van den sluier op

te lichten, waarin dit groot geheim is gehuld ; het

----- #»--——

1. Brief 82.

2. Brief 32, 33, 48, 53, enz.

178

ocr page 183

ELFDE liELOFTE. I 79

zal ons moed en vertrouwen inboezemen om, met altijd vuriger ijver, ons apostolaat ter eere van het H. Hart onverpoosd voort te zetten.

* * #

God leidt en bestuurt alles in de orde der natuur, en dat noemen wij het werk der heilige Voorzienigheid. Maar bedenk, dat God in zijne grenzenlooze goedheid den mensch geschapen heeft om zijne Godheid eeuwig te aanschouwen, om Hem eeuwig in zijn oneindig Wezen te bezitten. Die bestemming gaat zeker de krachten van een schepsel verre te boven. Het doeleinde van den mensch is bovennatuurlijk ; zoodanig moeten dan ook de middelen zijn, die daartoe henen voeren. Dat God dat doel kent, dat Hij de vereischte genaden zeker heeft voorbereid, dat noemen wij de genadekeus. De genadekeus is dus een gedeelte der Voorzienigheid ('). Als een voldongen feit beschouwd, is zij in dit leven de roeping ter eeuwige zaligheid met de daaraan verbonden reeks der noodige genademiddelen ; hiernamaals echter is zij de verheerlijking van den mensch (2). Beschouwen

1. Summa theologtca, 1 q, 23, a. 1.

2. ]3rief aan de Romeinen : 8. 30.

ocr page 184

KLFDE BELOFTE.

wij deze onwaardeerbare keuze van den kant van God, dan is zij een werk van oneindige wijsheid, eene daad van onmetelijke, geheel vrijwillige barmhartigheid jegens zijn zwak en nietig schepsel. O ondoorgrondelijk geheim ! Het staat vast, aldus leert ons de H. Kerk, dat God alle menschen w7il zaligmaken, dat Mij aan allen de noodige middelen daartoe verleent ; maar het staat ook vast dat God voor zekere uitverkorenen eene bijzonder teedere liefde koestert, zoodat zij zeker met zijne genade zullen medewerken. Dit neemt echter niet weg dat de mensch in zijne daden vrij blijft. De reden dier buitengewone genegenheid, die God aan niemand verschuldigd is,isons niet bekend. Wat wonder, dat het ons, nietige schepselen, niet gegeven is de ondoorgrondelijke Wijsheid te peilen? Doch zeker is het, dat Jiizus zijne vrienden in die mate indachtig is, dat Hij ze met zoovele weldaden overlaadt, dat zij nooit zullen verloren gaan, dat zij door al die genaden, waarmee zij medewerken, op het eeuwig geluk recht krijgen. Hen teeken dezer bijzondere vriendschap, en hare grootste belooning op aarde, is voorzeker, zooals de Zalige Margareta het zei, de ijver zelf, welken het H. Hart aan iemand schenkt, om aan de vestiging en uitbrei-

ocr page 185

ELFDE BELOFTE. | 8 I

ding van zijn rijk mede te werken. Daarom schreef zij aan eene overste van de orde der Visitate : quot;Ik quot; beken u, dat ik niet dan met de grootste vreugde quot; aan den vurigen ijver denk, welken het H. Hart u quot; schenkt om het te doen kennen en liefhebben. O quot; welke gunst ! Ga voort Hem altijd die eer, liefde quot;en glorie te verschaffen, welke in uwe macht zijn. quot; Ik zie daarin een groot bewijs zijner liefde tot u ; 14 en ik houd u voor een der zielen, die het dierbaar-

quot; ste aan dit H. Hart zijn ('). quot;

#

* #

En inderdaad, wie zal het ontkennen, dat iemand die door Gods genade zoo verrijkt wordt, dat hij recht krijgt op een eeuwig geluk, de grootste belooning ontvangt, die een mensch verlangen kan ? Doch is het geene overdrijving te zeggen, dat iemand recht krijgt op het hemelrijk, of is hiermede niet in strijd, dat de mensch op een eeuwige en bovennatuurlijke belooning geen aanspraak maken kan? Neen, want de goddelijke goedheid is zoo groot, dat, wanneer God eenmaal zijn schepsel liefheeft. Hij te zijnen

i. Brit'f 70.

ocr page 186

KLl'DE li li LOF TE.

voorcleele zijne rechten, als 't ware, afstaat of mededeelt. Laten wij dit bewijzen.

In den gewonen loop van zaken, zien wij dagelijks dat de menschen op zekere goederen recht krijgen, en dat wel op verschillende wijzen. Zie, daar sterft een vader, en terstond krijgt zijn zoon recht op een aanzienlijk fortuin. Een koopman krijgt recht op de waren, waarover hij een contract gesloten heeft. Het werk, door een dienstbode verricht, geeft hem recht opeen billijk loon. En, wordt u iets ten geschenke gegeven, dan verkrijgt gij daardoor recht op hetgeen u geschonken is, zoodat niemand daarna er aanspraak op kan maken, wijl het uw eigendom geworden is. Welnu, zoo kunnen wij ook een zeker recht op den hemel verkrijgen.

En ten eerste hangt het van onzen wil af, om op het eeuwig geluk een erfrecht te bekomen. God immers heeft ons in zijne onverklaarbare goedheid dit legaat vermaakt. Daarom heeft hij ons zijn Eenigen Zoon hier op aarde gezonden. Deze heeft ons lichaam willen aannemen en ons tot zijne broeders verheffen. quot; Kinderen en erfgenamen van God,medeerfgenamen van Jezus Christus zijn wij geworden ('). Doch in

i. Brief aan de Romeinen ; S. 17.

ocr page 187

EL F UK IJ KI,OFTE

deze erfenis is er een voortreffelijk deel, een rijke schat, uitsluitend voorde minnaars van Jezus' Hart voorbehouden.

Maar wat meer is, het staat ons vrij een contract van aankoop op den hemel geldig te maken. Jezus heeft hem ons reeds aangekocht, en dat nog wel met den prijs zijner liefde, met de waarde van zijn II. Hart. quot; Weet, zegt de apostel Petrus, dat gij quot; niet met zilver of goud zijt vrijgekocht, maar door quot;het bloed van Jezus Christus ('). quot; Dit contract biedt God ons aan, opdat wij het zouden onderteekenen, door met zijne genaden mede te werken. Aan ons dus staat het vrij dit contract van oneindig belang, te onzen voordeele, geldig te maken. De hemel, wel is waar, is een onschatbaren prijs waardig, en onze goede werken hebben op zich zelf geene waarde. Maar de handteekening, die ons gevraagd wordt, zal met het zegel van het liefdevolle bloed van O. H. Jezus Christus bekrachtigd worden ; dit zal aan al ons doen en laten een oneindigen prijs geven.

'83

quot; En ahvie, zegt Jezus, huis of broeders of zus-quot; ters of vader of moeder of vrouw of kinderen of quot; akkers om mijnen naam zal verlaten hebben, hij

1. ist,: brief, 1. 18 en 19.

ocr page 188

ELFDE ÜELOFTE

quot; zal honderdvoudig ontvangen en het eeuwig leven quot; bezitten. quot; Hier wordt dus nog eene ruiling voorgesteld. En wat zullen wij den goeden God voor een zoo grooten schat wedergeven ? quot; Mijn kind, geef quot; mij uw hart ! quot;zegt ons de beminnelijke Jezus. Dat wil zeggen, geef mij uwe gevoelens, uwe genegenheden, uwen wil. In alles moeten wij dus aan onzen eigen wil verzaken, om niets anders meer te beoogen dan den wil des Heeren volmaakt te volbrengen. In de kribbe, aan het kruishout, op het altaar en voornamelijk in de H. Communie heeft Jezus ons reeds, als onderpand der eeuwige glorie, zijn Hart gegeven. Welk eene gift! Alwie dus aan dendisch des Heeren komt aanzitten, ontvangt op eene goddelijke wijze het Hart van onzen Heeren Meester. Welk een voorrecht! welk eene verovering ! Zeg mij, is dat geen zeker onderpand der eeuwige glorie ? Wanneer het Hart van Jezus in en met ons hart klopt, welk een voorsmaak van het hemelsch geluk ! Dan reeds kunnen wij met Paulus uitroepen; quot; Ik leef niet meer, quot; maar Jezus leeft in mij. quot;

Eindelijk kunnen wij nog den titel van belooning doen gelden. Dienaangaande zal de Heer voornamelijk deze elfde belofte gestand doen. Eene belooning

ocr page 189

ELI' DE BELOETE,

wordt voor verdiensten gegeven, maar eene groote belooning voor den arbeid,door heldenmoed geadeld. Zie, de zegevierende krijgsoverste komt van het

O. L. Vkouw van Hiir Apostolaat des Geiieds.

slagveld terug. Weldra zal hij, onder algemeen gejuich, het loon zijner verovering ontvangen : hij wordt tot den adelstand verheven ; zijn naam zal bij

gt;85

ocr page 190

ELFDE BELOFTE.

zijn volk in eer en aanzien blijven.Wij ook, wij kunnen, door te strijden, het loon verwerven, dat ons zoo mild beloofd is. Gelukkig wie zijn eigen hart verovert ; gelukkig wie het aan de heerschappij des duivels, der wereld en van het vleesch ontrukt, om het Jezus toe te wijden. Duizendmaal gelukkiger, die zich met deze éénc overwinning niet tevreden stelt, maar zijne beste krachten inspant om andere harten voor God te winnen ! Hem is eene overgroote belooning verzekerd ; hem wordt recht gegeven op de eeuwige zaligheid.

#

# #

Gelegenheid om deze schitterende belooning te verwerven ontbreekt er niet; ga eens in uwe omgeving na: hoevele bloedverwanten, vrienden en kennissen kunt gij door uw toedoen en ijver, na hen eerst aan het H. Hart te hebben aanbevolen, er wellicht toe brengen, om door de genade overwonnen, zich zeiven aan dit minnelijk Hart toe te wijden. Beminde ij veraars en ijveraarsters van het H. Hart, voor u gewis zijn deze regelen geschreven, zooals voor u deze belofte is uitgesproken.

quot; O wat zijn wij gelukkig, en hoeveel zijn wij aan

i86

ocr page 191

ELFDE BELOFTE.

quot; dit goddelijk Hart verschuldigd, wijl Het zich ge-quot; waardigd heeft, zich van ons te bedienen ter uit-quot; voering van zulk een groot plan (de verbreiding quot; dezer devotie); want Het heeft onbegrijpelijke quot; schatten weggelegd voor allen, die daaraan mede-quot; werken volgens de macht die Het hun geeft ('). quot; Ik heb getracht u voor te stellen, hoe gij van dat goddelijk Hart de genadekeus ontvangen hebt, indien gij blijft volharden in uwen ijver. Doch, om het door u aangenomen werk tot meerdere eer en glorie van God te doen slagen, moet gij de volgende verklaringen der Zalige Margareta ter harte nemen ; quot; Deze devotie laat zich aan niemand opdringen en quot; kan niet met geweld ingevoerd worden. Het is quot; voldoende ze te doen kennen, en dan aan dit quot; goddelijk Hart de zorg over te laten, om met quot; de zoetheid zijner genade die harten te doordrin-quot; gen, welke Hij zich heeft uitgekozen. Gelukkig quot; zij, die tot dit getal behooren quot; (1) ! quot; Maar ge-quot; lukkiger nog, kunnen wij er bijvoegen, zij die quot; medewerken om het beminnelijk Hart van Jezus quot; te doen kennen, beminnen en eeren ; zij verwer-

1

Brief 114.

ocr page 192

ELFDE BELOFTE.

quot; ven daardoor de vriendschap cn de eeuwige zege-quot; ningen dezer eeuwige liefde onzer harten ('). quot; — quot; Ja, in den Hemel, zal Jezus eene kroon vormen quot; van zijne dierbaarsien, die Hem op aarde de quot; meeste eer zullen verschaffen. Hij zal ze als zooveel quot; schitterende sterren rondom zijn Hart plaat-quot; sen e). quot;

1. Brief 55.

2. Brief 73.

188

ocr page 193

r W A A LF D E B E EO FT E.

De belofte der negen vrijdagen.

P een vrijdag, tijdens de H. Communie,, quot;sprak Hij (Jezus), als ik mij niet quot; bedrieg,deze woorden tot zijne onwaar-quot; dige slavin; Ik beloof u in de overmatige barmhar-quot; tigheid van mijn Hart, dat zijne almachtige liefde quot; aan allen, die negen eerste vrijdagen der maand quot; achtereenvolgens te Communie gaan, de eindge-quot; nade der boetvaardigheid zal verleenen; zij zullen quot; niet in mijne ongenade sterven, noch zonder hunne quot; sacramenten te ontvangen; en mijn Hart zal voor quot; hen in dat laatste oogenblik eene veilige schuil-quot; plaats wezen. quot; Zoo schreef in Mei 1668, de Zalige Margareta in haren brief aan de Eerwaarde Moeder de Saumaise (').

Den inhoud van dit schrijven besprekende,, onder-

i. Vie et (Euvrcs, istc' uitg. Ed. II, bl. 159,

ocr page 194

TWAALFDE BELOFTE.

scheiden wij vooreerst de door Jezus gestelde voorwaarde van hare ontzaglijke voorrechten. De voorwaarde is duidelijk: de H. Communie op negen achtereenvolgende eerste vrijdagen der maand ontvangen. Waarom de Heer deze voorwaarde aldus gesteld heeft, weten wij niet. Het is zijn wensch; Hij is de Meester; verder behoeven wij niet te vragen. Doch wij mogen aannemen, dat Jezus op deze wijze onze aandacht op zijn heilig lijden heeft willen vestigen. De H. Communie toch is eene herinnerinsr aan den dag, die Jezus' lijden is voorgegaan, gelijk de heilige mis de herinnering is aan het bloedig offer van den Calvarieberg. Verders, wat den dag betreft: is het niet op een vrijdag, dat Jezus den schandelijksten dood heeft willen sterven? Is het niet op een vrijdag, dat Hij zijn Hart heeft laten openen, opdat Het voor ons een toevluchtsoord en een altoos vloeiende bron van zegen zou wezen?

Gewis zal wel iemand vragen. Is de beloofde genade zoodanig aan den eersten vrijdag gehecht, dat men deze op den eersten zondag niet verdienen kan? Zeker is het, dat de goedheid van Jezus'Hart oneindig is; zeker is het ook, dat de poging van den armen werkman, die misschien 'svrijdags verhinderd is, den

ago

ocr page 195

TWAALFDE liELOKTK.

liefdevollen Meester zeer aangenaam is; zeker is het ook, dat de II. Kerk, wanneer zij aan de leden van het Broederschap van het H. Hart een vollen aflaat gunt, hun de keus tusschen den eersten vrijdag en den eersten zondag gelaten heeft (^.Doch wij meenen, dat hij, dieeenen anderen dag kiest dan die door het H. Hart aan de Gelukzalige aangewezen, dezelfde zekerheid niet heeft als een ander, die de ver-eischte voorwaarden letterlijk vervult. Zoo moeten wij er ook op wijzen, dat er gezegd is: op negen ach-tereenvolgende eerste vrijdag'en. Om de beloofde gunsten deelachtig te worden, is het dus niet voldoende eene afgebroken reeks van Communiën aan het H. Hart op te offeren.

#

# #

De voorrechten, aan de vervulling der bovengenoemde voorwaarde geschonken, zijn even duidelijk: drie of zelfs vier kunnen er opgenoemd worden: de eindgenade der boetvaardigheid; het voorrecht van niet in ongenade met God te sterven; het voorrecht van niet te sterven zonder zijne sacramenten te ontvangen; en eindelijk het voorrecht van in het

1. Zie Beringer, I5lt;!, I, bl. 293.

191

ocr page 196

192 TWAALFDE liELOFTK.

laatste uur eene veilige schuilplaats in Jezus' Hart te vinden. Zonder de verklaring te willen afkeuren van diegenen, die hier vier genaden optellen, noch van diegenen die de genoemde voorrechten tot twee vereenigen, lezen wij bij voorkeur de belofte van eene algemeene genade, namelijk; de eindgenade der boetvaardigheid, die in zich de drie andere genaden zou bevatten; het voorrecht van niet in ongenade met God te sterven, —dat ander van hunne sacramenten te ontvangen,— en ook dat van in het laatste uur eene veilige schuilplaats in Jezus' Hart te vinden. Doch, hoe men die voorrechten ook verdeele, het komt er minder op aan; zeker is het, dat zij voortreffelijk

zijn, en alleszins waardig, dat wij ze begeeren.

*

# #

Voordat wij verder treden in het afzonderlijk beschouwen dezer voorrechten, houden wij een oogen-blik stil bij de vraag; Op welke wijze wordt hier de eindgenade der boetvaardigheid, d. w. z. der volharding ten einde toe, der zaligheid, beloofd? Zij wordt hierop de stelligste wijze toegezegd. Krachtens deze belofte, schijnt het ons zeker, dat alwie op den eersten vrijdag van negen achtereenvolgende maanden.

ocr page 197

II IJ IS VERREZEN ; Hij IS HIER NIET. quot;

Beloften van hel H. Hart.

ocr page 198

194 TWAALFDE liELOFTE,

met de vereischte gesteltenissen, ter eere van het H. Hart gecommuniceerd heeft, de genade der volharding ten einde toe zal ontvangen, en bijgevolg dat hij onfeilbaar zal zalig zijn. Om dit gezegde te staven, behoeven wij maar eenvoudig te wijzen op hetgeen de gezonde rede ons leert, namelijk: dat wij, in het uitleggen van eenen tekst, ons aan den letterlijken en eerst voorkomenden zin moeten houden, tenzij onoplosbare moeilijkheden dien zin onmogelijk maken.

Den letterlijken zin dezer belofte, vraag hem aan welken geloovige ook, en na kennis van de woorden des Zaligmakers genomen te hebben, zal hij u antwoorden; Alwie goed op negen achtereenvolgende eerste vrijdagen ter H. Tafel nadert, zal zeker zalig worden. Bezwaren tegen deze belofte bestaan er niet. Wel zou iemand kunnen vragen of zij niet in strijd is met 's menschen vrijheid; of ook waarom Onze Heer eene belofte gedaan heeft, waarvan vele menschen misbruik kunnen maken. Doch deze vragen zijn best te beantwoorden, als wij maar denken, dat de almachtige God, door zijne genaden, den mensch onfeilbaar kan redden en hem toch vrij laten; als wij maar beseffen, dat het zoo gemakkelijk

ocr page 199

TWAALFDE BELOFTE.

niet is aan de genoemde eischen te voldoen en dat er een vastberaden wil gevorderd wordt, om die reeks communiën te ondernemen en te voltrekken. Voegen wij daarbij dat het doel dezer belofte is ons vertrouwen te versterken, en onze liefde tot Jezus' Hart te vermeerderen; daarenboven de ondervinding leert ons dat de godsvrucht der eerste vrijdagen, over het algemeen, de eerste stap is tot een nieuw, christelijk en vurig leven, zóódat zij ons geenszins aan overmoed

of roekeloosheid schijnt bloot te stellen.

#

* *

Een gehuwde man mijner parochie, zoo schrijft een Eerwaarde Heer Pastoor uit West-Amerika, is postbediende op eenen onzer spoorwegen. Zijn ambt dwingt hem, eiken woensdag, zijne stad te verlaten met den morgentrein, waaruit hij maar nu en dan voor enkele oogenblikken kan afstappen, om slechts den vrijdag, ten 9.30 uren 's avonds, tot de zijnen terug te keeren.

Terwijl hij eens, bij gelegenheid, de kerkelijke diensten bijwoonde, werd hij zeer getroffen door het uitleggen van de verdienstelijke godsvrucht der negen eerste vrijdagen der maand. Onmiddellijk be-

ocr page 200

196

sloot hij alle opoffering te doen om deelachtig te worden aan de wondervolle zegeningen, door Jezus' Hart aan al de geloovigen beloofd, die de vereisch-ten dier novene vervullen. Doch eene in schijn onoverwinbare moeilijkheid rijst vóór hem op. Zijne tijdelijke plichten laten hem hoegenaamd niet toe, op eenen vrijdag de H. Mis bij te wonen, en daarom scheen het hem onmogelijk de heilzame vruchten der Negen Eerste Vrijdagen der maand in te zamelen.

Hij ging evenwel raad vragen en, tot zijne groote blijdschap, vernam hij, dat om de beloofde voor-deelen te genieten, hij slechts genoodzaakt was negen achtereenvolgende eerste vrijdagen der maand ter H. Tafel te naderen, zonder verplichting van de H. Mis te hooren. quot; Want, quot; vervolgde de raadgever, quot; gij kunt de H. Communie ontvangen op alle uur quot; van den dag, op voorwaarde, dat gij nuchter zijt

sedert middernacht. Uw werk nochtans is zwaar, quot; en als gij niet vóór 9.30 uren 's avonds vrij zijt, dan quot; zoudt gij gedwongen zijn den ganschen dag te quot; vasten, en dat zal li schier onmogelijk wezen. quot; —Vader, quot; antwoordde de grootmoedige man, quot;ik quot; zal het trachten te doen. Geen opoffering is te

ocr page 201

TWAALFDE BELOFTE.

quot; groot om mij zulk eenc zegening te verschaffen. quot; Voorwaar moet het H. Hart van den goeden Meester dit heldhaftig besluit gezegend hebben. Sinds, op negen achtereenvolgende eerste vrijdagen, kwam hij ter kerke laat in den avond, en ontving de H. Communie.

De blijdschap, die hij gevoelde op den isten vrijdag der 9dc maand, is niet te beschrijven: Tranen van geluk en erkentenis rolden in overvloed over zijne wangen, wijl zijn hart losbarstte in een oprecht en

vurig: quot; Lof en dank zij het H. Hart van Jezus ('). quot;

#

* #

De blijdschap van dien heldhaftigen geloovige had zijn reden. Welke zijn immers de voorrechten, die de beloofde eindgenade der boetvaardigheid of de volharding ten einde toe in zich bevat? De eerste luidt: Zij zullen niet in mijne ongenade sterven, d. w. z. dat zij deze aarde in staat van doodzonde niet zullen verlaten. Zij zullen dus van God óf wel zóó vele genaden krijgen, dat zij, vlijtig medewerkend, nooit in doodzonde vallen, ófwel God zal zorgen, dat zij, door zwakheid in doodzonde gevallen

1. Gelrokken uit The little Messenger of the Sacred Heart.

197

ocr page 202

TWAALFDE BELOFTE.

zijnde, daaruit weer opstaan en vóór hunnen dood zich bekeeren. In beide gevallen zal bewaarheid worden, wat de Zalige Margareta schreef: quot; O! wat quot; is het zoet te sterven, na eene standvastige gods-quot; vrucht gehad te hebben tot het H. Hart van quot; Hem, die ons moet oordeelen (').

Het tweede beloofde voorrecht is, dat degenen, die negen achtereenvolgende eerste vrijdagen, ter H. Tafel zullen genaderd zijn, niet sterven zullen zonder hunne sacramenten te ontvangen. Zalig is het, vooraleer wij vóór den Rechter verschijnen, nog eens versterkt te worden door het lichaam en het bloed van Hem, die zeggen mocht : quot;Ik ben de verrijzenis quot; en het leven... Die mijn vleesch eet zal eeuwig quot; leven, en Ik zal hem doen verrijzen Zalig is het, door het H. Sacrament des Oliesels gezalfd te worden : het zuivert nog meer onze ziel, lenigt onze smarten, maakt ons hart voor de verschrikkingen des doods onbevreesd, schenkt een levendig vertrouwen op God, en doet ons met blijdschap den blik naar den welbeminden Meester richten, die de bron van ons eeuwig geluk zal wezen. O ontzaglijk voorrecht ! Ja, het is zoo groot, dat sommige klein-

i. Brief 132.

ocr page 203

TWAALFDE BELOFTE. 199

zichtigen duchten, als het ware, dat Jezus te veel zou beloofd hebben. Doch, dat zij niet vreezen ! Ware het misschien noodig, dat Jezus, om zijn woord gestand te doen, een wonder zou moeten verrichten, Gods macht is niet verminderd. In het algemeen toch zal zulks niet noodig zijn, daar God op tallooze wijzen met zijne genaden weet te werken : spreekt Jezus derhalve niet van quot;bovenmatige barmhartigheid quot; en quot; almachtige liefde van zijn Hart quot; ? Waartoe die sterke uitdrukkingen, indien Hij niet voornemens is alles te doen, om aan zijne belofte getrouw te blijven ?

Te Béez, een dorp bij Namen gelegen, had een Pater van het Gezelschap van Jezus het Apostolaat des Gebeds opgericht. Zes maanden later, ontving hij eenen brief van den herder dezer parochie. Ons voegt het niet over het bovennatuurlijke der zaak uitspraak te doen ; het zij ons echter geoorloofd eene bijzondere genade Gods te bewonderen in het feit, dat wij den pastoor van Béez laten mededeelen.

Ziehier, Eerw. Pater, zoo schreef hij, hoe het H. H art ons zijn trouw aan de wonderbare belofte, die gij aan mijne parochianen verkondigd hebt, dezer dagen heeft getoond. De Eerwaarde Pastoor van N.,

ocr page 204

200

wiens parochie drie uren van hier is afgelegen, was mij vrijdag komen bezoeken. Maar zie, toen hij afscheid nemen zou, viel de sneeuw bij dikke vlokken, de wegen waren onbegaanbaar; zóódat er weldra besloten werd, dat hij eerst den volgenden dag naar zijne parochie zou terugkeeren. Doch, opeens veranderde hij van besluit, en nam zijne voorzorgen om te vertrekken. — quot; Maar, Pastoor, van waar die plotselinge verandering? Zie eens, wat een weer! Is er u eene bijzondere reden ingevallen, die u thuis roept, en waaraan gij niet gedacht hadt? quot; — quot; Wel neen, zoo luidt het antwoord van mijnen bezoeker, maar ik weet niet. Eerwaarde, ik voel mij gedwongen terug te keeren quot;. En dadelijk vertrok de moedige herder door dien afgrijselijken sneeuwstorm, en kwam na drie uren gaans in zijn dorp aan. Doch in plaats zijne schreden naar de pastorie te wenden, trekt hij als gedreven door eene bovennatuurlijke kracht, een ander huis binnen. En, wijl hij de deur opent, hoort hij eene stem: quot; Maar hoe nu toch een priester gevonden? quot; Gansch eene bedroefde familie zat om de legerstede eener jeugdige maagd, die op het punt was van te sterven. De Pastoor geeft haar de absolutie, loopt in allerijl de H. Sacramenten

ocr page 205

TWAALFDE BELOFTE.

2 OI

halen, dient ze de stervende toe, en laat haar verheugd in het bezit van haren verlangden Zaligmaker. Zij stierf, des anderendaags, den dood der uitverkorenen, vooraleer de Pastoor in zijne parochie had kunnen

terug zijn, ware hij bij mij blijven vernachten. Welnu zie, Eerw. Pater, zoo sluit de goede herder zijnen brief, hoe Jezus aan zijne belofte is willen gestand blijven. In die parochie was het Apostolaat nog niet

ocr page 206

TWAALFDE BELOFTE.

opgericht, en deze vrome ziel had zich te Béez laten inschrijven. Getrouw naderde zij den eersten vrijdag ter Heilige Tafel. En Jezus heeft ze niet laten sterven, zonder haar door de heilige Sacramenten te troosten en te versterken.

#

# *

202

Uit dit feit en andere, die hier zouden kunnen aangehaald worden, blijkt duidelijk, dat God, met eene gansch bijzondere voorzienigheid, over de vervulling dezer belofte waakt. Doch hieruit volgt niet, dat God in zekere gevallen de genade van al de Sakramenten niet door eene betere genade kan vervangen ('). Wie zal dat aannemen ? Hij immers die meer geeft, geeft ook wat minder is. Ik onderstel een priester, een kloosterling, die uitmuntend wel zijne vrijdagen heeft gehouden. Hij vertrekt naar de verre missiën ; hij sterft martelaar, zonder de laatste Sakramenten te hebben ontvangen. Vraag hem of hij de twaalfde belofte te zijnen opzichte als vervuld aanschouwt ; zal hij niet zonder aarzelen antwoorden : quot; Maar zeker en nog meer quot; ? De roemrijke dood der marte-

i. Ontleend arm de studie over de Twaalfde Belofte, zie De Bode van het H. Hart van Jezus, october 1897.

ocr page 207

/

TWAALFDE BELOFTE.

203

laars, die recht naar den hemel voert, is immers benijdenswaardiger dan het afscheiden van iemand, die, met de laatste sakramenten voorzien, op zijn bed sterft, en daarna door het vagevuur moet gezuiverd worden. Ik ga verder: er zijn godvruchtige zielen, die schromelijk bang zijn van den dood ; anderen zijn te nauwgezet van geweten, en zouden, op dien verschrikkelijken stond, harde bekoringen te ondergaan hebben. Wie zou durven beweren dat God zijne belofte niet houdt en hun zelfs niet méér geeft, als Hij hun de angsten en de aanvechtingen van ee-nen langzamen doodstrijd spaart, en terzelfder tijd, door overvloedige genaden, het gemis der sakramenten vergoedt ? Laat ons dus besluiten, dat God altijd de genade der sakramenten of eene nog grootere zal schenken. Niemand, denken wij, zal, in het tweede geval, geneigd zijn te klagen.

Eindelijk is Jezus' Hart voor hen, die, negen achtereenvolengde maanden, den eersten vrijdag ter H. Tafel naderen, eene schuilplaats, ja eene veilige schuilplaats. Hn wie zou er aan durven twijfelen ? Kome de duivel met de sluwste zijner listen, met de gevaarlijkste zijner bekoringen, met onrust en wantrouwen, dan zal Jezus ons verbergen in het

ocr page 208

TWAALFDE ÜELOFTE.

diepste der onbereikbare sterkte van zijn goddelijk Hart. Wellicht zal dan onze aartsvijand den moed laten zinken en tegen ons heil geene verdere pogingen wagen, daar hij weet, dat hij toch niets vermag tegen Hem quot; vóór wien op aarde, in den hemel en in het diepste der hel alle knie moet buigen Gelukkig dus zij, die de devotie der eerste vrijdagen beoefenen ; nog gelukkiger, zóó zij die aan anderen leeren ; maar driewerf gelukkig die parochies, waar de viering der eerste vrijdagen reeds tot ecne dierbare gewoonte is geworden !

En nu schittert zij daar voor ons, die ontzaglijke belofte ! Op eene troostvolle wijze sluit zij die lange reeks genaden, die de Z. Margareta, in den naam des Heeren ons verkondigd heeft. Onwillekeurig doet zij ons denken aan de teedere liefde Gods, waarop wij in den aanvang onzer bespreking, de aandacht des lezers gevestigd hebben. Ja, God bemint ons en vraagt ons wederliefde : quot; Mijn Zoon, geef mij uw hart quot;!

204

ocr page 209

SLOT.

« Laat ons God beminnen, Hij heeft ons « het eerste bemind. » (H. Joannes, hd. 4.)

goddelijken Zaligmaker hebben u nogmaals een bewijs zijner liefde voor u gegeven ; zulks vereischt van uwen kant teedere wederliefde ; wat gij thans voor Jezus in uw hart gevoelt, moet ook uitschijnen in uwe werken. Gewis, indien gij nu ijverig zijt, om aan de verlangens van dien goeden Meester te voldoen, zult gij zelf eene menigte vrome oefeningen vinden, die niet zullen nalaten aan het Allerheiligst Hart zeer aangenaam te wezen.

Gedoog, nochtans, dat ik er eenige bijvoege, die het uitoefenen uwer godsvrucht nog gemakkelijker zullen maken ; gedoog, dat ik u den geest aanwijze, die al uwe oefeningen ter eere van Jezus' Hart moet doordringen en geheel uw leven bezielen.

Eerst en vooral, welk is de geest, waarmede de devotie tot het H. Hart ons moet vervullen ? Op tweeërlei wijze kan men de devotie tot het H. Hart opvatten : men kan er zijn geestelijk voordeel in zoeken, en het goddelijk Hart van Jezus enkel als eene bron van genaden en vertroostingen beschouwen ; en men kan het ook aanzien als een toonbeeld van opofferingen toewijding,en bij de hulde, die men het H. Hart toebrengt, vooral de behartiging zijner glorie

EMINDE lezer, de zegenrijke beloften van onzen

ocr page 210

slot,

beoogen. Men kan uitsluitend denken aan het ontvangen van weldaden door middel van het H. Hart, of wel, men kan er zich meer op toeleggen, om aan het goddelijk Hart van Jezus, uit dankbaarheid voor zijne oneindige vrijgevigheid ten onzen opzichte, de glorie te geven, die Het zich gewaar-digt van ons aan te nemen.

Deze tweede opvatting van de devotie tot het H. Hart is ongetwijfeld de beste, want de goddelijke Zaligmaker heeft het zelf gezegd : « Het is zaliger te geven dan te ontvangen. » Dezen regel ook heeft Hij jegens ons gevolgd. De dankbaarheid gedoogt dus niet, dat wij een anderen volgen jegens Hem. Welnu de godsvrucht tot het H. Hart, alzoo begrepen, is juist het beoefenen van het Apostolaat des Gebeds.

Dit Apostolaat toch spoort ons aan, om van al onze werken even zoo vele gebeden te maken, en om al onze gebeden, als zoo vele krachtige middelen te doen worden tot verheerlijking van Jezus Christus, niet alleen in ons, maar ook in de harten van alle menschen.

Daartoe is niets meer noudig, zooals wij hooger gezien hebben, dan eene enkele richting onzer meening, het vormen eener intentie. Door ten minsten eiken dag, 's morgens bij het opstaan, en, kan het zijn, meermalen daags, onze meeningen met al de meeningen van het H. Hart van Jezus te vereenigen, geven wij aan al onze werken de kracht om de goddelijke genaden te verdienen, niet alleen voor ons, maar voor al de zielen, voor wie het H. Hart van Jezus

206

ocr page 211

slot,

zonder ophouden bidt, te weten : voor de zondaren, voor de rechtvaardigen, voor de geheele Kerk. En de overvloed van die gunsten is geëvenredigd, niet met de waardigheid onzer werken, maar den ijver onzer goede meening.

Ziedaar, Beminde Lezer, den geest, die al uwe oefeningen ter eere van Jezus' Hart moet bezielen, en tevens ook de eerste oefening, die ik u wilde aanbevelen. Laat u dus inschrijven in hel Apostolaat des Gebeds en wees er een lid van, wiens ijver de milde genaden verdient, die Jezus aan de verbreiders der godsvrucht tot zijn H. Hart beloofd heeft. Voeg daar nog bij eenige akten van godsvrucht op de dagen, door Jezus aangewezen ; deze zijn : 10 het feest van Jezus' goddelijk Hart, den eersten vrijdag na het octaaf van Sacramentsdag ; 20 de eerste vrijdag van elke maand ; 30 geheel de maand Juni. Laat die dagen niet voorbijgaan, zonder een akt van eerboet te doen aan onzen Heer Jezus-Christus, voor al de beleedigingen, die Hem door ondankbare christenen en andere menschen in het Sacrament zijner liefde worden aangedaan. Vraag Hem, dat Hij u beter en beter leere kennen en gevoelen, hoe minzaam Hij is ; en dat zijne Goedheid gewaardige over alle menschen de hemelsche weldaden der verlossing ruimschoots uit te storten.

Eindelijk herinner u, beminde lezer, hoe Jezus Christus u, in het Allerheiligste Sacrament des Altaars, een uitgelezen middel aanbiedt, om u met zijn goddelijk Hart te vereenigen. Inderdaad, in dat hemelsch gastmaal komt Jezus

207

ocr page 212

2O8

zelf in u, rust op uwe tong en daalt neder in uw hart; Hij wil dit met zijne Godheid vervullen en met zijne kostbare gunsten overladen. O ! wist gij hoe vurig het verlangen is, dat Hem praamt, om zich aan u in de H.Communie te schenken ! Overweeg de weinige woorden,die de vurigheid zijner verlangens klaarblijkend doen uitschijnen : quot; Komt allen quot; tot mij, die belast en beladen zijt, en Ik zal u verkwik-quot; ken ('). quot; — quot; Neemt en eet; dit is mijn lichaam... drinkt quot; hier allen uit, want dat is mijn bloed(1). quot; — quot;Voorwaar, quot; voorwaar. Ik zeg het u: indien gij het vleesch van den quot; Zoon des menschen niet eet en zijn bloed niet drinkt,zult quot; gij het leven in u niet hebben. — Hij, die mijn vleesch quot; eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en Ik in hem. — Ik quot; ben het levende brood, dat van den Hemel is neergedaald; quot; indien iemand van dit brood eet, zal hij eeuwig leven. — quot; Hij die mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, bezit het quot; eeuwig leven, en op den laatsten dag zal Ik hem opwek-quot; ken. Want mijn vleesch is waarlijk spijs, en mijn bloed is quot; waarlijk drank (2). quot;

Kon Jezus zich wel van zoetere, van meer aantrekkelijke en meer overtuigende woorden bedienen ? O ! wees dan toch niet ongevoelig voor het minnelijk aandringen zijner liefde ; ga en put dikwijls in die hemelsche spijs de genaden.

1

Matth., hd. 26.

2

Joan., hd. 6.

ocr page 213

SLOT.

die gij noodig hebt, om u onwrikbaar aan God en aan zijn heiligen wil vast te hechten.

Onderhoud dus getrouwlijk die verschillende oefeningen

ter eere van Jezus Hart; wees bezield niet den geest der ware devotie tot het H. Hart. O ! wat al zielen zult gij niet bekeeren.watal zonden zult gij niet beletten op een maand,

Beloften van het H. Hart. 14

209

ocr page 214

SLOT.

2 IO

een jaar, een volloopen leven. O ! wat vreugd voor u, als gij voor uwen Rechter en Vergelder zult verschijnen.en Hij u toonen zal de wondervolle uitwerksels uwer gebeden, uwer heilige inzichten, uwer zegenrijke godsvrucht! Dan zult gij, zooals wij het beloofden in den aanvang dezer bespreking, met den koninklijken profeet mogen uitroepen: quot;O mijn God! de droefheden van mijn leven heb ik U quot; veropenbaard ; mijne tranen zijn vóór uw alzienend oog quot; niet verborgen gebleven, en volgens uive beloftegt; hebt Gij quot; mij de vreugde van eene volkomene overwinning over al quot; mijne vijanden geschonken (')

i. Psalm 55, 9.

ocr page 215

GEBED TOT HET GODDELIJK HART tot bekeering van een zondaar.

Liefderijk Hart van Jezus, afgrond van barmhar

tigheid, zie genadig neer op een rouwmoedigen zondaar, die een zijner broeders, zondaar als hij, aan uwe barmhartigheid aanbeveelt. Wat mij moed geeft voor U te verschijnen, is de zekerheid, die ik heb, dat U geene bede aangenamer en welgevalliger is dan deze ; want, bij zulk een gebed, hebt Gij een sterker verlangen mij te verhooren dan ik om verhoord te worden. Wel is waar, roepen de ongerechtigheden tot uwe rechtvaardigheid om voldoening en wraak,doch uw kostbaar bloed, o Jezus, roept nog veel «sterker en luider om erbarming. Luister derhalve, o Heer, naar de stem uws Harten ! Denk aan de vele moeiten, die Gij U getroost hebt, om de zondaars te zoeken en te redden! Herinner U de teedere liefde, waarmede Gij hen aan uwe borst hebt gedrukt, het lijden dat Gij hebt verduurd en de bloedige zweetdroppels, die uit uw heilig lichaan lekten voor hunne zaligheid ! O laat toch al dat lijden voor die ziel niet verloren gaan ! Maak, door den lofklank en offers van uw heilig Hart, al hare trouweloosheden en de ontheiliging van uw heiligen naam weder goed ; uwe goddelijke onderdanigheid moge een vergoeding zijn voor hare hoovaardij en ongehoorzaamheid; laat de wonden, waarmede uw vlekkeloos lichaam overdekt is, tot zoen strekken aller fouten die zij

ocr page 216

2 I 2

ten opzichte van de deugd van matigheid en reinheid bedreef; kortom, mogen al uwe heilige gevoelens en deugden eene vergoeding zijn vooral hare fouten en zonden. Bestraal ook, wanneer aldus aan de eer der goddelijke majesteit is voldaan, haar verstand met een helder licht, opdat zij de afschuwelijkheid harer zonden ten volle erkenne, en verleen haar tevens de genade ze van harte te beweenen, opdat zij ze in hare tranen en in uw kostbaar Bloed afwassche en alzoo de genade der vergiffenis erlange. O zoet Hart van Jezus, weiger mij die gunst niet, welke ik met zooveel vertrouwen van U afsmeek. Kom veeleer uwe belofte na: « Ik zal niets weigeren aan hem, die tot het goddelijk Hart zijn toevlucht neemt. » Geef, dat wij, na hier op aarde uwe barmhartigheid ondervonden en verheerlijkt te hebben, U in tijd en eeuwigheid daarvoor danken mogen. Amen.

ocr page 217

GEBED TOT HET GODDELIJK HART om genezing voor een zieke.

Art van Jezus, onbeperkt in goedheid en onuitputte

lijke bron van barmhartigheid, verhoor genadig ons smeekgebed!

Hart van Jezus, bij de bruiloft te Kana hebt gij,uit teeder, liefdevol medelijden, een wonder verricht; kom nu ook den zieke, dien wij U aanbevelen te hulp, en genees hem.

Hart van Jezus, uit mededoogen met de droefheid van de weduwe van Naïm, hebt gij haar zoon ten leven gewekt; kom nu ook..., en...

Hart van Jezus, Gij deedt de dochter van den opzichter der synagoge herleven ; kom nu ook..., en...

Hart van Jezus,toen Gij op aarde waart, hebt Gij van uwe macht en goedheid schitterende blijken gegeven, door allerlei ziekten te genezen en allerlei smarten te lenigen ; kom nu ook..., en...

Om uw doodstrijd in den olijfhof, verhoor ons, o Goddelijk Hart I

Om den steek van de lans, die U wondde toen Gij aan het kruis hingt, verhoor ons, o goddelijk Hart!

Om uwe eindelooze goedheid en barmhartigheid, verhoor ons, o goddelijk Hart !

ocr page 218

214

Gebed.

Aanbiddenswaardig Hart van Jezus,weiger ons de genade niet, die wij afsmeeken ! Wij gaan niet van U weg, voordat Gij ons de troostrijke woorden laat hooren ; quot; Ik ben uw geluk, Ik wil u genezen ! quot; Hoe zoudt Gij ons onverhoord kunnen laten. Gij die geheel de aarde met uwe zegeningen verrijkt! Hoe zoudt Gij onze bede kunnen afslaan,o goddelijk Hart,dat zoo teergevoelig zijt en zoo licht tot medelijden bewogen wordt !

O Maria, teederste der moeders, bij uw grootmoedig en meedoogend Hart, bidden wij U, doe voor ons een goed woord bij Jezus en verkrijg voor ons de gunst, waarom wij dringend stneeken. Hart van Maria, help ons ! Hart van Jezus, verhoor ons! Amen.

ocr page 219

LOFTUIGING EN DANKGEBED.

Grootmoedig en hulpvaardig Hart van mijn Meer en Heiland! Als ik een blik sla op mijn levensloop, dan zie ik een onafgebroken reeks van weldaden, welke Gij mij bewezen hebt, om mij te verlossen en te heiligen. Aan deze tallooze gunsten hebt Gij ook de verhooring mijner bede gevoegd, mij verlost van het zware leed en verkwikt met uw troost en uwe genade. Ik voel mij genoopt U mijn warmsten dank daarvoor te betuigen, U de eere te geven,die uwe goedheid en erbarming toekomt. Met de woorden, voorheen den profeet David door den H. Geest in het hart geprent, zeg ik :

Ik wil U verheften, o mijn God, o Koning! en uw naam loven immer en eeuwig.

Alle dagen wil ik U loven en prijzen uw naam, altijd en eeuwig.

Groot is de Heer en hoogst lofwaardig, en zijne grootheid is oneindig.

Alle geslachten zullen uwe werken roemen, en uwe macht verkondigen.

Zij zullen spreken van den glans des luisters uwer heiligheid, en uwe wonderen vermelden.

Zij zullen spreken van de macht uwer geduchte daden, en uwe heerlijkheid verkondigen.

ocr page 220

2 I 6 I.OF riJIGING EN DANKGEBED.

Zij zullen uwe overgroote goedheid doen gedenken, en om uwe gerechtigheid juichen.

Genadig en barmhartig is de Heer, lankmoedig en van groote goedertierenheid.

De Heer is liefderijk jegens allen, en zijne barmhartigheid gaat over al zijne werken.

Dat al uwe werken U prijzen,o Heer, en dat uwe vromen U loven.

Dat zij spreken over den luister van uw koningschap en uwe heerschappij verkondigen, om den kinderen der men-schen uwe macht en den luister van de heerlijkheid uws koningschaps bekend te maken.

Uw koningschap is een koningschap voor alle eeuwen,en uwe heerschappij is in alle geslachten.

De Heer is getrouw in al zijne woorden, en heilig in al zijne werken.

De Heer ondersteunt alle vallenden, en alle gebogen richt Hij op.

Aller oogen wachten op U, o Heer! Gij geeft hun spijs ten rechten tijde.

Gij opent uwe hand en verzadigt met zegen al wat leeft.

De Heer is rechtvaardig in al zijne wegen, en heilig in al zijne werken.

De Heer is allen nabij, die Hem aanroepen, allen, die Hem aanroepen in waarheid.

Den wil van die Hem vreezen doet Hij, en verhoort hun smeeken en verlost hen.

ocr page 221

LOl'-TUIGING EN DANKGKUED.

De Heer behoedt allen, die Hem liefhebben, maar Hij verdelgt alle goddeloozen.

Mijn mond zal den lof des Heeren verkondigen, en moge alle vleesch zijn heiligen naam loven, altoos en eeuwig ! ^ Psalm 144).

ocr page 222

TOEWIJDING

aan het

GODDELIJK HART ( ).

mijn Jezus ! gij hebt niet geaarzeld uw leven en bloed

voor mij ten beste te geven, en ik zou weigeren U mijn armzalig hart te schenken? Neen.beminde Zaligmaker, ik geef het U geheel en al; geheel mijn wil geef ik U. Gewaardig U dit geschenk te aanvaarden en beschik over mij volgens uw welbehagen. Ik bezit niets, ik vermag niets ; maar toch... ik bezit dit hart, dat Gij mij gegeven hebt en dat niemand mij kan ontnemen.

Al wat ik mag bezitten, ook mijn bloed en mijn leven, kan men mij rooven, mijn hart niet. Met dit hart kan, met dit hart wil ik U beminnen.

Leer mij, o mijn God, mij zeiven geheel en al verloochenen. Toon mij aan wat ik doen moet, om die reine liefde tot U te verkrijgen, want uwe goedheid heeft mij het verlangen daarna ingeboezemd.

Zie, ik heb het vaste besluit genomen te doen wat U behaagt. Maar om dit door de daad ,te bewijzen, smeek ik vol hoop, uw bijstand af. Van U alleen, o liefderijk Hart van Jezus, zal het afhangen, of mijn arm hart, dat weleer

i. Van den H. Kerkleeraar Alphonsus de Ligorio.

ocr page 223

toewijding aan het goddelijk hart. 2ig

zich zoo ondankbaar jegens U betoond heeft, en, door eigen schuld, van uwe genade beroofd werd, in het vervolg U geheel en al zal toebehooren.

Geef derhalve, o mijn Heiland, dat mijn ellendig hart van liefde tot U ontbrande, gelijk het Uwe van liefde tot mij ontgloeid is. Maak dat mijn wil geheel en al met uw heiligen Wil vereenigd zij,zoodat ik voortaan niets meer verlange dan wat Gij zelf verlangt, en dat, van stonden aan, uw heilige Wil het richtsnoer moge zijn van al mijne gedachten en wen-schen, van al mijn doen en laten.

Ik koester de hoop, o mijn Zaligmaker, dat Gij mij de genade zult verleenen, om het voornemen, dat ik hier, aan uwe voeten neêrgeknield, gemaakt heb, ten uitvoer te brengen.

Zie, ik wil met blijdschap alles aannemen, wat Gij over mij en al het mijne beschikt, zoo in dit leven als in den dood.

O allerzaligste en altijd onbevlekte Maagd Maria, uw hart was steeds in alle omstandigheden met Jezus' Hart vereenigd. O allerminnelijkste Moeder, verkrijg derhalve voor mij de genade, dat ik van heden af niets anders meer wensche, dan wat gij zelve van Jezus voor mij verlangt. Amen.

ocr page 224

AKTE VAN VERBOND

met het

H. HART VAN JEZUS.

IN het gevoel mijner diepste nederigheid kniel ik voor U, o allerheiligste Hart vanN het gevoel mijner diepste nederigheid kniel ik voor U, o allerheiligste Hart van Jezus, om U te huldigen en te aanbidden, te beminnen, te loven, zooveel als in mijn vermogen is. Tevens betuig ik U nogmaals mijn dank voor de tallooze genaden en gunsten, mij tot dusverre geschonken.

Uwe goedheid jegens mij, onwaardige, geeft mij de vaste hoop, dat Gij mij in de toekomst uwe erbarming en hulp niet zult weigeren. Vol van dit vertrouwen, kom ik, o aanbiddelijk Hart, om met U een verdrag, een verbond te sluiten.

Gij zelf hebt mij uitgenoodigd tot U te komen, wanneer ik mij belast en beladen gevoel, en Gij hebt U bereid verklaard mij dan te verkwikken. Ik neem de uitnoodiging aan, en maak thans het voornemen en beloof U, ter eere van uw goddelijk Hart, van stonden aan bij U hulp te zoeken in al mijne behoeften en smarten. Vast geloovend aan uw woord, dat Gij allen, die tot U komen, zult verkwikken, verwacht, verlang en bid ik voor mij af de genade, dat Gij altoos hulpvaardig en barmhartig voor mij zoudt zijn.

Ten teeken van mijn voornemen en vertrouwen, stel ik mij heden geheel en al onder uwe almachtige bescherming,draag

ocr page 225

AKTE VAN VERBOND MET HET H. HART VAN JEZUS. 22 1

al mijne zorgen op U over, en leg mijne belangen voor U bloot.

U,mijn besten Vader,beminden Broeder, trouwen Vriend en ijverigen zaakvoerder, beveel ik al mijne behoeften en ellenden, mijne armoede, verlatenheid, zwakte, traagheid en lauwheid, in één woord al de wonden mijner ziel.

Met aandrang bid ik U, dat Gij door medelijden bewogen moogt worden, en mij te hulp komen naar de volheid uwer barmhartigheid, U smeek ik, U roep ik aan ! Gij zijt de eenige bevrijder mijner kwalen, waarvan de zonde de grootste is. Verdelg in mij de zonde en vergeef mij al 't kwaad, dat ik jegens U bedreven heb. Ik betreur van harte, dat ik U beleedigd heb, en bid U om vergeving.

O beminnenswaardigste Hart! Laat mij en allen, die mij gevraagd hebben voor hen te bidden, of voor wie ik verplicht ben te bidden, uwe allerheiligste bescherming ondervinden. Sta ons bij, ieder volgens zijne bijzondere behoeften.

O Hart vol erbarming ! Vermurw de verstokte harten der zondaren en verkwik de zielen in het vagevuur. Wees het toevluchtsoord der stervenden, de troost der bedrukten, en wees mij, o liefderijk Hart, alles in alles, vooral de toevlucht mijner ziel in de uur des doods, en neem haar dan op in de armen uwer barmhartigheid. Amen.

ocr page 226
ocr page 227

INHOUDSTAFEL.

Inleiding .................................... s

Eerste Belofte. quot; Ik zal hun al de genaden geven die zij in hunnen

staat noodig zullen hebben. quot;..................... 19

Tweede Belofte. quot; Ik zal den vrede in hunne huisgezinnen doen heer-

schen.quot;................................. 37

Derde Belofte. quot;Ik zal hen in al hunne kwellingen troosten. quot;... 53 Vierde Belofte. quot; Ik zal hunne toevlucht wezen gedurende het leven

en vooral in het uur des doods. quot; ................. 67

Vijfde Belofte. quot; Ik zal overvloedige zegeningen over hunne ondernemingen uitstorten. quot;........................... 81

Zesde Belofte. quot; De zondaars zullen in mijn Hart den oorsprong enden

oneindigen Oceaan der Barmhartigheid vinden. quot;......... 95

Zevende Bklofte. quot; Lauwe zielen zullen vurig worden. quot; ...... 109

Achtste Belofte. quot; De vurige zielen zullen spoedig tot eene groote

volmaaktheid komen. quot; ........................ 123

Negende Belofte. quot; Al de plaatsen zal ik zegenen waar het beeld mijns

Harten zal geplaatst, bemind en vereerd worden. quot; ...... 141

Tiende Belofte. quot; Hun, die aan de zaligheid der zielen arbeiden, zal de gave geschonken worden om de meest versteende harten te

treffen.quot; ................................. 157

Elfde Belofte. quot; De personen, die deze godsvrucht verspreiden, zullen hunnen naam in mijn Hart hebben geschreven, zoodat hij er nooit

uitgewischt zal worden. quot;................................................175

Twaalfde Belofte. De belofte der negen vrijdagen....................189

Slot................................................................................205

Gebed tot het goddelijk Hart ter bekeering van een zondaar............211

Gebed tot het goddelijk Hart om genezing voor een zieke ............213

Loftuiging en dankgebed ......................................................215

Toewijding aan het goddelijk Har ..........................................218

Akte van verbond met het H. Hart van Jezus..............................220

Inhoudstafel..........................................22-

ocr page 228

TAFEL DER PLATEN.

quot; Ziedaar het Hart, dat de menschen zoozeer bemind heeft.'............2

Verschijning van 't H. Hart aan de Gelukzalige Marg. Maria............11

De HH. Onnoozele Kinderen................................................24

De hut, die P. Lievens bewoonde te Torpa................................29

De Heilige Familie...............................

De discipelen van Emmaus........................

De H. Monica, bij de afreize van haren zoon naar Rome..................57

Opwekking uit de-dooden der dochter van Jaïrus........................64

quot; Laat de kleinen tot mij komen.quot; ..........................................7,

De dood van den H. Joseph..................................................^

Het H. Hart (Müller).................................

De goede Herder................................................................9y

De Gelukzalige Margareta Maria.......................

De H. Joannes, Apostel...........................

De Eerbiedw. Pater Cl. de la Colombière..................................125

De H. Carolus Borromeus..................

quot; Ik ben Jezus van Teresia.quot; ................................................I57

Het eerste feest van het H. Hart te Paray-le-Monial..................145

De kapel der verschijningen te Paray-le-Monial............................14^

Reliquieënkast der Gelukz. Margareta......................................152

De H. Franciscus de Sales......................................................16 [

De H. Ignatius zendt den H. Franciscus Xaverius naar Indie............168

Het Heilig Hart (Deger)........................................................jyy

O. I/. Vrouw van het Apostolaat des Gebeds................................185

quot; Hij is verrezen; Hij is hier niet. quot; ..................

De kapel met de grafstede van den Eerbiedw. P. de la Colombière... 201

Het smeekend Hart van Jezus................................................209

ocr page 229
ocr page 230
ocr page 231
ocr page 232