ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

LEVENSSCHETS

VAN DE

EERBIEDWAARDIGE MOEDER

MAGDALENA SOPHIA BARAT

STICHTERESSE

DER

„Société des Dames du Sacré Coeurquot;

DOOR

N. VAN N.,

oud-leerlinge rlerzelfde Sociéteit.

- . Wqt

Uit het H o o g d u i t-s c h.

AMSTERDAM,

C. L. VAN LANGENHUYSEN.

1896.

ocr page 6

Imprimatur.

H. F. J. RIKMENSPOEL,

Rector. Libr. Censor.

Amstelodami,

die 14 Apriles 1896.

ocr page 7

INLEIDING.

In 't afgeloopen jaar bood 't kleine Bennebroek, onder Vogelenzang, Hollands gastvrijheid aan de iDames du Sacré-Coeurquot; mijne eerbiedwaardige oud-Meesteressen.

Velen beijverden zich toen, haar erkentelijkheid te betuigen, voor de katholieke opvoeding e?i ont-wikkeling, die zij zelve of hare kinderen in den vreemde genoten van Madame Barafs Heilig In-stituut. Zij beschouwden die vestiging in ons vaderland, als een nieuwe weldaad, die mettertijd allen ten beste zou komen, en slechts voorloopig het zangrijk en geurig pleisterplekje in Noord-Holland bevoorrecht hield.

Wilt ge, lieve lezers eti lezeressen, deelen in de ■waardeering, die mij, na vele anderen, voor deze godgewijde Maagden vervult, leest dan met een weinig toegevendheid, de volgende bladzijden. Zij mogen u den geest doen kennen der eerbiedwaardige dienaresse Gods, Magdalena Sophia Barat, haar

ocr page 8

liefelijken ootmoed, voorziehtigeti ijver en mannelijke godsvrucht, gepaard aan de eenvoudige, maar inne-, mende vormen van religieuse beschaafdheid en ontluik keling. Zij was de Stichteres se, de vruchtbare Moeder, dier dochteren, en van duizende Zusters, die zich gelukkig achten de bijzondere vereersters van Jesus' H. Hart, f dames du Sac ré- Coeurquot; te mogen he eten.

hi haar midden leeft Moeder Barat's geest; dat getuige onze gelukkige onde/'vinding. God breide haar werkkring hier te lande verder en verder uit, en zegene daartoe een bescheiden poging van

N. v. N.,

oud-leerlinge van 't Sacrc-Coeur.

Amsterdam, Goeden Vrijdag, 1806.

ocr page 9

DE EERBIEDWAARDIGE MOEDER MA GD A EEN A SOPHIA KARAT.

EERSTE HOOFDSTUK. Geboorte 01 Opvoeding.

In den nacht van den 12en op 13en December 177!) werd den wijnhandelaar Jacob Barat, te Joigny, in Frankrijk, eene dochter geboren, die den volgenden dag bij haar Doopsel Sophia, Magdalena, tot naam ontving. Het zwakke kind gaf reeds vroegtijdig blijk van een levendigen geest en een scherp verstand, van afschuw voor de zonde, bijzonder voor leugentaal, en van een gevoelig, voor indrukken van buiten, licht ontvankelijk hart.

Her eerste godsdienstig onderwijs ontving Sophia van haar vromen grootvader van moeders kant, en ook van hare moeder zelve. Toen zij zoo oud was, dat zij den catechismus in haar parochie kon bijwonen, onderscheidde zij zich weldra door de' juistheid harer antwoorden; zij was echter zóó

1

ocr page 10

2

klein en haar stem zóu zwak, dat zij op een bankje moest gaan staan om zich zichtbaar en verstaanbaar te maken.

In den Paaschtijd van 1789, op tienjarigen leeftijd, naderde zij voor het eerst tot de Tafel des Heeren.

Te dien tijde ontving haar broeder Louis, te Sens, de wijding van het H. Subdiaconaat; en daar hij zijne theologische studiën reeds voleindigd had, doch voor de verdere wijdingen nog te jong was, keerde hij in zijne geboortestad terug om er aan het collegie de wiskunde te onderwijzen. Tegelijkertijd nam hij de taak op zich, Sophia's opvoeding te voltooien, daar zijne pogingen door hare aangeborene begaafdheden rijkelijk bekroond beloofden te worden. Hij onttrok haar geheel aan de huiselijke bezigheden, waarin zij tot dusver haar moeder naar krachten had ter zijde gestaan, en spoorde haar uitsluitend tot het bestudeeren van wetenschappen aan, die wel is waar de behoeften van haar stand en geslacht te boven gingen, maar voor haar toekomstige bestemming van groote beteekenis werden. Hij bracht haar zelfs in kennis met de oude klassieke talen, het Latijn en Grieksch. Zij las met geestdrift Virgilius en vertaalde zelfs Homerus. De nieuwere talen, als Spaansch en Italiaansch, mocht zij slechts als be-

ocr page 11

3

looning en tot ontspanning der strengere studies, aanleeren. De wijnoogst en een reis haars leermeesters waren haar geheele vacantie, ja, de zoo welkome rust werd nog soms door zijne vervroegde terugkomst verkort, zoodat dan het werkmandje weer spoedig voor de boeken moest wijken. In-tusschen vergat Louis daarbij niet, ook op het innerlijke leven van zijn zusje acht te slaan en hare ziel op het hoogere te richten. De strenge studie, gepaard aan de opwaarts strevende neigingen des harten, maakten haar onverschillig voor datgene, wat anders meisjes van haren leeftijd, meer dan raadzaam is, pleegt bezig te houden. Haar kleeding was zoo eenvoudig en gewoon, dat men haar van overdrijving beschuldigde; en dit verwijt stemde haar tot eenige toegefelijkheid voor de eischen van den geest der wereld; iets wat haar in later jaren voorkwam als eene laakbare ijdelheid, die haar innig leedwezen veroorzaakte.

Een andere trek uit dit tijdperk bewijst, hoe ernstig zij alles opnam, wat slechts eenigszins met de zedigheid in strijd kon zijn. Toen zij eens een bezoek bij vrienden harer familie aflegde, Veroorloofde een jongmensch zich de vrijheid, haar een bloemruiker aan te bieden. Verstoord wierp zij dien ter aarde, vertrad hem met den voet en riep

1*

ocr page 12

4

in het gevoel van gekrenkte waardigheid uit: »ZietT hoeveel werk ik maak van u en uw bouquet!quot;

Het verlangen om maagd te blijven, en in het klooster God te dienen ontwaakte in haar reeds zeer vroeg. Wanneer zij er zich het eerst van bewust werd, was haar zelve niet bekend; maar toen haar zuster Marie Louise in 't jaar huwde, sprak zij het besliste voornemen uit, niemand buiten Jesus als Bruidegom te willen erkennen.

Haar verdere vorming werd onderbroken, toen Louis Joigny moest verlaten, waar hij zich niet meer veilig achtte tegen de vervolging, die toen eiken getrouwen dienaar der Kerk bedreigde. Hij meende zich beter in Parijs verborgen te kunnen houden; doch het verraad van een vroegeren medescholier bracht hem in de gevangenis, die hij eerst na tien maanden, in Februari 1795 verliet.

Sophia was nu 1(J jaar oud. De bezorgdheid voor haren steeds in levensgevaar verkeerenden, gevangen broeder had zwaar op haar en hare ouders gedrukt. Toen Louis vrij en priester geworden was, besloot hij te Parijs te blijven en Sophie tot zich te nemen. De dochter wilde echter evenmin van haar moeder scheiden als deze van de zoozeer geliefde dochter; nadat Louis echter zijn vader voor het plan gewonnen had, zege-

ocr page 13

vierde hij eindelijk ook over den wederstand der moeder en Sophie bewilligde er nu in, hem te volgen. Zoo kwam zij met haar broeder naar Parijs. Daar vonden zij bij zekere juffrouw Duval eene passende woning. Een kamer werd in een wel is waar armoedige kapel veranderd, waarin Louis in 't geheim de H. Mis las, of er voor de godvruchtige lieden uit de buurt onderrichtingen hield. Onder de bezoekers van dit klein, verborgen heiligdom onderscheidden zich de dames Loquet en Octavia Bailly. Abbé Barat was niet alleen haar zielverzorger, maar ook haar leermeester in de wetenschappen, want daar hij haar tot het kloosterleven geroepen meende, wilde hij zelf de leiding in handen nemen. Hij leerde en onderrichtte haar en Sophie nam aan de lessen deel, ofschoon zij hare medescholieren ver vooruit was. Zij las en vertaalde in dien tijd geschriften van kerkvaders en wel met eene bijzondere voorliefde den latijnschen tekst der H. Schriftuur, die haar broeder dan uitlegde. Het leven der beide zusters was zeer streng. De slaap dien zij zich gunden, was kort, de arbeid inspannend, de maaltijden zeer bescheiden en het gebed werd met veel ijver beoefend. Om zich de noodige middelen tot het levensonderhoud te verschaffen, gaf Louis Barat

ocr page 14

eenige lessen buitenshuis; Sophie maakte handwerken, onderrichtte een jongmeisje en, te samen met hare gezellinnen, leerde zij ook eenige kinderen de catechismus.

Met veel strengheid gewende abbé Barat zijne zuster aan de nederigheid en de zelfverloochening. Hij ging haar daarin voor tot hardvochtigheid toe, hetgeen des te pijnlijker was, wijl hij voor anderen vol zachtheid en toegevendheid was. Ook de lichamelijke versterving moest zij ver boven hare krachten beoefenen. Zij moest vasten, waken, op den houten vloer slapen, zich geeselen en met een ijzeren ketting gorden. Kortom, hij wilde eene heilige uit haar maken. Later zag hij wel in, dat hij in zijn ijver te ver was gegaan, dat de ware wijsheid zich matigt, maar het zal Sophie Barat altijd tot roem strekken, dat niets haar vertrouwen op hem aan 't wankelen bracht. Kostte het ook somtijds tra nen, zij zegepraalde toch zóó volkomen over zich zelve, dat zij zeggen kon: »Ik gewende mij er ten laatste aan, en wat mij in het begin leed veroorzaakte, deed mij later lachen.quot;

Zij bleef door een jaarlijksch bezoek met haar familie te Joigny in verbinding. Vertoonde zij zich in haar geboorteplaats, dan was zij voor hare kennissen een schitterend voorbeeld van ware

ocr page 15

7

godsvrucht. De kinderen harer zuster nam zij met voorliefde tot zich en wist zóó tot hunne harten te spreken over God, dat zich de ontvangen indruk nooit uit hun gedachte wischte. Hare zachtmoedigheid, haar liefelijke melodieuse stem gaf eene bijzondere bekoorlijkheid aan hare woorden. Eens zeide zij tot haar oudsten neefje, met wien zij somtijds aan de hand wandelde: »Gij zijt wel gelukkig een jongen te zijn, het is een geluk waarom ik u benijd, want mannen' kunnen groote dingen voor God doen.quot; Deze merkwaardige uitroep geeft ons een blik in haar hart, en in de gedachten die het vervulden. De levens van den H. Franciscus Xaverius en van andere groote missionarissen, die zij altijd met de grootste belangstelling las en overwoog, deden in haar hart een vurig verlangen ontstaan, zielen voor God te winnen en dientengevolge de wensch, in apostolischen geest, hetzij in haar geboorteland, hetzij in vreemde gewesten aan het heil der zielen te werken. Dan kwam bij haar de neiging wel ooit op, gewend als zij was aan lichamelijke gestrengheden, als leekezuster in de orde der karmelitessen te treden, waarin zij dan gaarne het leven van beschouwing en van opoffering op zich genomen had. Dit waren, naar het scheen, onver-eenigbare tegenstellingen; maar God die dat twee-

ocr page 16

8

voudig verlangen bij haar verwekte, bereidde reeds den weg, waarop zij het eene zpu vervuld zien zonder van het andere afstand te moeten doen.

TWEEDE HOOFDSTUK.

De Stichting.

Toen in 't jaar 1800 de vooruitzichten voor de kerk in Frankrijk ziqh gunstiger lieten aanzien, keerde met vele andere uitgewekenen ook P. Josef Varin in het vaderland terug. Nadat hij in de Sociëteit was getreden, welke zijn studievriend Leonard de Tournely gesticht had, was hij in Duitschland priester geworden. Leonard was den ydcn juii 1797 te Slagenbrunn bij Weenen na een heilig ingetogen leven, gestorven, en had zijn vertrouwden Jozef Varin als erfenis het nog niet verwezenlijkt plan nagelaten een vrouwencongregatie van het H. Hart tot opvoeding der vrouwelijke jeugd in het leven te roepen. Ook nadat de Societeit van Tournely zich met de »Pères de la hoiquot; ') vereenigd had, bleef F. Varin er aan denken

aPères da la for' waren eenige Paters der opgeheven Societeit van Jesus, die zich hadden vereenigd na de Fransche Revolutie om in den geest van Ignatius1 Instituut tot verlevendiging van het geloof te arbeiden.

ocr page 17

9

en nauwelijks was hij in Frankrijk gekomen of hij vond in Sophie Barat het door God sinds lang voorbereide werktuig tot volvoering zijner opdracht.

Eens vroeg P. Varin aan P. Lodewijk Barat, -die zich bij zijn societeit had aangesloten of hij aan niets in de wereld hechtte. Toen hij antwoordde, dat hij een zuster had, maakte dit ge-

»

zegde op hem een onverklaarbaren indruk, die nog levendiger werd toen hij hoorde, dat Sophie omstreeks 20 jaar was, de klassieke talen kende en van plan was in een klooster te gaan. Toen zij P. Varin werd voorgesteld, was het hem nog dui-deliiker, dat dit zachte, bescheidene, enkel wat al te schuchtere meisje waarlijk de grondsteen was »waarop God het gebouw der Societeit van het H. Hart stichten wilde,quot; en toen hij zijn gevoelen aan P. Barat mededeelde, viel deze hem met genoegen bij. Hiermede echter meende Lodewijk zijne plicht tegenover zijne zuster vervuld te hebben en oordeelde het passender, voortaan hare leiding geheel in P. Varin's handen te leggen. Toen na eenigen tijd P. Varin haar vroeg, wat zij dacht te worden, en zij verklaarde, dat zij zich tot het kloosterleven geroepen voelde en karmelites wenschte te worden, antwoordde hij dat hare buitengewone kennis toch wel een andere weg open-

ocr page 18

10

stond en zi; veeleer voor het apostolaat der jeugd bestemd scheen. Toen maakte hij haar zijne plannen kenbaar, plannen die in het hart van P. Tournely opgekomen, tot daartoe nog geen uitvoering gevonden hadden. Zij verlangde tijd tot beraad, doch spoedig klonk haar beslissing, dat zij geheel in het voornemen van haren leidsman opging.

Daar Octavia Bailly en juffrouw Loquet ook geheel met het plan van P. Varin instemden, werd nu, nog steeds in de woning van juffrouw Duval, een kloosterlijk leven begonnen, volgens een ontworpen orde van P. Varin. Margaretha, het dienstmeisje van juffrouw Duval werd als leekezuster in deze kleine communauteit opgenomen. Allen waren bezield met het verlangen, zich zonder voorbehoud aan God op te offeren. In 't bijzonder was de ijver van Sophie zoo groot, dat zij toenmaals reeds bereid ware geweest, de uitnoodiging van een missionaris te volgen om zich geheel aan het zieleheil der heidenen te wijden; toen haar echter door degenen aan wie zij gehoorzaamheid verschuldigd was, gezegd werd: »Neen, gij zult in Frankrijk blijven, hier is het veld van uwen arbeid, en gij zult het niet verlaten,quot; toen onderwierp zij zich, maar bad God, dat Hij haar eerie gezellin zoude zenden, die in haar plaats den arbeid zou overnemen om

ocr page 19

11

■dien beter te volbrengen, dan zij het zelf zou hebben gedaan. Haar gebed werd verhoord, zooals het quot;vervolg zal toonen. Bij het naderen van het feest van Maria Presentatie hield P. Varin geestelijke oefeningen voor de kleine vereeniging, en op den dag van het feest liet hij de dames in hunne kleine kapel, onder de H. Mis, aan het H. Hart van Jezus zich toewijden. Het was de 21ste November 1800. Ziehier de bescheiden oorsprong van een verheven werk.

DERDE HOOFDSTUK.

Het Huis te Amiens.

In Mei van het volgende jaar 1800, hield P. Varin •eene missie te Amiens. Daar leerde hij twee voortreffelijke jonge dames kennen, Genoveva Deshayes en Henriëtte Grosier. Beide won hij, voor de Societeit van het H. Hart. Henriëtte was bij eene tante, mevrouw Hyacinthe Devaux, eene kostschoolhoudster, die niettegenstaande hare toewijding en die harer nicht, niet slaagde. Het gelukte Henriëtte haar te bewegen de kostschool in te ruimen voor de societeit van het H. Hart.

ocr page 20

12

Den loden October werd dit verdrag gesloten en daarmede het eerste huis voor de vereeniging gewonnen, waarin spoedig de leden van Parijs zich met ter woon vestigden. Mejuffrouw Loquet werd tot overste van het huis benoemd, Sophie Barat gaf les in de hoogste klassen, alsmede het godsdienstig onderwijs voor kleinere kinderen. Voordat de arbeid begon, gaf P. Varin eene retraite, waarvan de hoofdgedachte, was ; gt;God alleen.quot; Aan het einde der retraite vroeg P. Varin de deelneemsters of zij wilden beloven, aan het Instituut getrouw te blijven. Tot groote droefheid van Sophie meende hare vriendin Octavia Bailly deze gelofte niet te kunoen volbrengen, daar de neiging carmelites te worden bij haar overwegend was ; dit was de voorbode eener scheiding, die zware offers vroeg, maar Sophie bleef standvastig en zeide : »Ik mag niet handelen met het oog op geliefde personen. Ik mag niet datgene zoeken wat mij, maar alleen wat Gode aangenaam is. Ik geloof dat ik hier zijn H. Wil doe, en dit is mij genoeg. Ik zal dus blijven en doen wat ik kan.quot;

Nu ving voor deze vrouwen in Amiens een arbeidzaam leven aan, rijk aan gebed en ontbering. Reeds spoedig werden zij door het volk »Vrouwen van geloof,quot; »Vrouwen van het ware geloof' of

ocr page 21

13

»Vrouwen van het christelijk onderwijs,quot; genoemd. Zij hadden reeds twintig leerlingen gevonden, die gelijkvloers in twee klassen verdeeld, onderricht ontvingen, terwijl zij eene verdieping hooger hunne slaapvertrekken hadden. Een dakkamertje werd herschapen in eene kapel, waarin het H. Sacrement mocht rusten, en waardoor in de harten de goddelijke liefde toenam. Sophie vooral volmaakte zich steeds meer in het inwendig leven, iets, wat men afleidde, uit den bij haar steeds toenemenden geest van beschouwend gebed. Ook in hare nederige zelfverachting ging zij veel vooruit, zoodat P. Varin haar zelfs ernstig moest waarschuwen voor overdrijving, die tot droefheid en tot eindelooze angstvalligheden kon voeren. Den Juni 1802 liet P. Varin haar met Mej. Deshayes de geloften afleggen. Dienzelfden dag vond men haar vóór deze heilige handeling onbewegelijk in den tuin, in een soort van verrukking; na zulk eene voorbereiding kan men begrijpen wat er in hare ziel omging bij de professie zelf.

God zegende intusschen ook haren arbeid; de kostschool bloeide, en eene nieuw ingerichte armenschool werd talrijk bezocht, zoodat eene verplaatsing in een ruimer huis noodzakelijk werd. Nog gewichtiger dan deze plaatsverandering was het uittreden der overste, die voor haar bediening

ocr page 22

14

niet opgewassen scheen, en in de wereld terugkeerde. Alle leden der societeit, nog vermeerderd met de dames Capy en Baudemont, waren het er mede eens, dat Sophie Barat hare plaats moest innemen ; alleen zij dacht er het minste aan. Om alle tegenwerpingen van hare nederigheid te voorkomen, deed P. Varin alsof hij voornemens was haar een catechismusexamen te laten ondergaan, «n vroeg haar: »Waarom heeft God u geschapen?quot; — Zij antwoordde; gt;Om hem te kennen, te beminnen, te dienen.quot; —- »Wat is dat, God dienen?quot; — Dat is zijn H. Wil te doen.quot; — Welnu, God wil, dat gij overste word.quot;

Een bliksemstraal had niet verpletterender kunnen werken dan dit woord. Badend in tranen, bad zij met opgeheven handen om ontferming — maar P. Varin bedwong zijne ontroering, en bleef onverbiddelijk. Zij toch was de van God uitverkoren »Grondsteen.quot;

Spoedig reeds na hare verkiezing verzamelde de nieuwe overste eens hare medezusters. Zij ontsloot geheel haar hart met al zijne zorgen, die uit de oprechtste nederigheid ontsproten, dat hart zoo vol van de grootste opofferende liefde. Toen wierp zij zich voor de zusters op hare knieën, en kuste ieder harer de voeten. Met deze akte van zelf-

ocr page 23

15

vernedering wilde zij haar post aanvaarden; want moesten de onderhoorige zusters in de overste de s plaatsbekleedster van Christus zien en haar als

zoodanig eeren, dan moest deze haar ook het voorbeeld van Christus' navolging geven. Zij vond in de sPaters van het H. Geloofquot; te Amiens de krachtigste ondersteuning in de taak, die zij gelijk P. Varia haar steeds aanmaande, met moed en vertrouwen moest aanvaarden, getrouw aan zijne les: »Wapen U met kracht; weest vasthoudend met de een, bemoedig de andere; zorg dat allen uw gezag eerbiedigen, want het is het gezag van Jesus Christus, wees streng op het onderhouden der regels, voor alles die der naastenliefde,quot; werd zij door haar voorbeeld alles voor allen.

Nieuwe medeleden sloten zich spoedig aan bij deze kleine societeit die echter ook groote beproevingen moest ondergaan. Moeder Barat, die zich in geen geval sparen wilde, betaalde hare inspanning met eene soort van uitputting, die bij hare i medezusters groote bezorgdheid verwekte. Toen

daarbij nog 't ongeluk kwam dat een harer krankzinnig werd, gaf dit in de geheele stad stof tot praatjes en een onwelwillende gezindheid openbaarde zich tegen het instituut, waarvan de godsdienstige richting een doorn in 't oog was voor

ocr page 24

16

het heerschende ongeloof, terwijl het daarenboven door zijne verbinding met de «Paters van het Geloof' verdacht werd even als deze den staat vijandig, staatsgevaarlijk te zijn. Het was voor allen een tijd van zware beproeving, maar P. Varin hield niet op te troosten en te bemoedigen. sDe vinger Gods,quot; schreef hij aan Moeder Barat, den 20steii October 1803, »is door eene lange reeks van beproevingen en kruisen voor uw huis zichtbaar; daarom zal hij zich ook spoedig toonen door zijne genaden, die het zullen doen bloeien.quot; Veertien dagen later schreef hij : ^Vergeet gij, mijne zuster, dat Christus onder zijn kruis gevallen is zonder zich ook slechts een enkele maal te beklagen dat het hem te zwaar was? Jesus Christus is gevallen, Hij is weder opgestaan maar zonder zich van zijn kruis te scheiden. Hij heeft zijn doel bereikt. Hij is verheerlijkt en zijn rijk zal geen einde nemen. Jesus Christus is uw Koning, uw Bruidegom, uw Voorbeeld. Gij word beter behandeld dan Hij! Want toen Hij viel, werd Hij slechts met slagen en onder het geschreeuw zijner vijanden van de aarde opgeheven ; slechts een vreemdeling hielp Hem zijn kruis dragen : gij echter, wanneer gij valt, dan spoeden zich de Heiligen, de Engelen, Maria, de koningin des Hemels, Jesus uw Bruidegom, om U weder

ocr page 25

17

»op te richten. Durft gij U nu nog beklagen ?quot;

Zulke woorden werden des te nadrukkelijker, naarmate de ziekte van M. Barat toenam. Men moest haar naar Parijs brengen om daar voor haar kanker genezing te zoeken; zij zelf echter geloofde er niet aan. .»Arm lichaam,quot; schreef zij in die dagen, »wat zal er binnenkort van u worden?quot; Het verontrust mij niet; maar alleen moet ik mij den tijd, die mij overblijft, goed ten nutte maken.quot; Toen men haar zeide dat zij zich voor de societeit moest sparen, antwoordde zij: »Wat zouden wij denken dat God ons noodig heeft? Kan Hij zelfs uit steenen geen kinderen van Abraham verwekken ? Ik verzeker U, dat deze gedachte mij bij het vooruitzicht van den dood veel vertroost/'

God gaf haar de gezondheid weder en na eenige maanden kon zij naar Amiens terugkeeren. Spoedig daarop gelukte het haar het voormalige klooster der Oratorianen voor hare societeit aan te winnen, en veranderde zij het spoedig in een bloeiend instituut, waarvan tien zusters en acht postulanten de communauteit uitmaakten.

Het aantal kinderen dat de school bezocht, nam zichtbaar toe. Zij waren allen met denzelfden goeden geest bezield, hoewel zij tot verschillende standen behoorden. Wilde eene meesteres met

ocr page 26

18

een kind niet spreken, dan gold dit als de hoogste straf, die dan ook als zoodanig gevoeld werd. De kinderen hielden veel van hare meesteressen, en niet het minst van moeder Barat: »Ik meen nog hare oogen te zien, die met een hemelschen glans straalden,quot; zeide later eene der kostschoolmeisjes, »ik hoor nog hare woorden, kort, maar vol zalving, als zij ons van het Rijk Gods sprak. Gaarne verraste zij ons bij onze recreaties. Dan werd alles levendig. »»Kinderen, zingt mijn lievelings lied eens?quot;quot; Dan zongen wij: »Hoe liefelijk, o God, zijn uwe woningen.quot; Zij luisterde naar ons en knoopte er dan de schoonste gedachten aau vast. Dat waren gelukkige oogenblikken. Welk een vroolijke blik, welk eene nederige houding en spraak, hoe moederlijk de berispingen onzer fouten !quot;

VIERDE HOOFDSTUK.

Moeder Barat wordt Algemeene Overste.

P. Varin had te Grenobel, op een zijner missietochten met Philippine Duchesne kennis gemaakt, die tevergeefs het klooster van Maria Boodschap

ocr page 27

19

waarin zij vóór de revolutie als novice leede, had trachten te herstellen en daarom zich met hare enkele gezellinnen aanmeldde bij de sociëteit van het H. Hart te Amiens. Daar P. Varin dit zeer aannemelijk vond, beval hij M. Barat naar Grenobel te reizen om de nieuwelingen en het door Philippine Duchesne herwonnen klooster in ontvangst te nemen. Zij gaf de leiding van het huis van Amiens in handen van M. Baudemont en kwam den 13den December 1804 te Grenobel aan. Hier stichtte zij spoedig een noviciaat voor de godvruchtige maagden, die vurig wenschten zich aan het H. Hart van Jesus te wijden, en legde hierdoor de eerste steen van deze tweede veelbelovende nederzetting der sociëteit.

Het vooruitzicht, een derde huis te verkrijgen in Balley, noodzaakte M. Barat verscheidene maanden in Lyon te vertoeven. In April 1805 had zij daar het genoegen Paus Pius VII te zien, die na de keizerkroning van Napoleon op zijn terugtocht te Lyon verwijlde. Zij mocht zijne H. Mis bijwonen, ontving uit zijn hand de H. Communie en verkreeg zelfs eene audiëntie waarop Zijne Heiligheid haar den zegen gaf, haar en hare geestelijke dochters.

Den 20sten Mei kwam zij weder te Grenobel

ocr page 28

20

met Henriette Girard, die zij te Lyon als postulante voor de sociëteit gewonnen had. Daar bleef zij den geheelen zomer, werkte zelf aan de vorming der novicen, en bezielde haar met den geest van liefde, eenvoudigheid en opgeruimdheid, totdat ein' delijk P. Varin den 21sten November hare geloften afnam. Daarop keerde M. Barat spoedig naar Amiens terug.

De sociëteit had reeds twee huizen en ieder oogenblik kon de oprichting van nieuwe verwacht worden. Om in elk hunner en onderling den geest van eensgezindheid te bewaren was dus eene gemeenschappelijke, algemeene overste en een voorgeschreven regel waarlijk noodzakelijk geworden. Daarbij kwam nog dat bij de aflegging der kloostergeloften van de novicen, de bisschop van Grenobel verlangde, dat men hem de constitutie zoude voorleggen. Men had er echter nog geen en M. Barat moest er zich mede tevreden stellen een gedenkschrift te overhandigen, dat het plan van het instituut op de volgende wijze aangaf. »Het doel der vereeniging is de volmaking van hare medeleden en het heil van den evenmensch; haar geest, zich los te maken van de wereld en van het eigen »Ikquot;; Gods meerdere eer en glorie; ijver -en zachtmoedigheid ten opzichte van den naaste

ocr page 29

21

en eene stipte gehoorzaamheid aan de oversten. Het noviciaat en de oefeningen van het christelijk godsdienstig leven, dienen als heiligingsmiddelen voor de religieusen. Hare levenswijze moet een. voudig zijn, zonder andere gestrengheden dan die welke de algemeene kerkelijke wetten opleggen. Er moet dagelijks, 's morgens één en 's avonds een half uur overwogen, tweemaal een gewetensonderzoek en eene geestelijke lezing gedaan en de kleine getijden van de H. Maagd gebeden worden. Tot heil der naasten diene; opvoeding van meisjes in kostscholen, kosteloze scholen voor arme kinderen, geestelijke oefeningen voor dames die in de wereld leven.quot; Nader omschrijven kon men vooralsnog niet. Toen moeder Barat den 14:deu December 1805 weder te Amiens terugkwam, verwachtte zij stellig bij gelegenheid der algemeene vergadering van het bestuur ontheven te worden. De raad moest den I8'1e11 Januari van het volgende jaar vergaderen om eene algemeene overste te kiezen en te beraadslagen over den aan te nemen regel. M. Barat werd tegen haar wensch en hare verwachting tot algemeene overste gekozen; M. Deshayes heeft ons medegedeeld, wat hare keus besliste; »Moeder Barat's innige vereeniging met God, hare zachtmoedigheid, haar overleg, hare

ocr page 30

22

voortdurende zelfverloochening voor de sociëteit, hare reeds op de proef gestelde kennis van het bestuur, alle begaafdheden vereenigd op een leeftijd waarin anderen pas hoop beginnen te geven, deden veronderstellen dat God in Zijne liefde haar geroepen had om onze sociëteit te besturen. Zij alleen was niet van deze meening, en dacht in hare diepe nederigheid, dat O. L. Heer haar alleen om hare zonden in deze bediening geplaatst had.quot;

Zij onderwierp zich zwijgend, daar de gehoorzaamheid niet veroorloofde te weerstreven. Hare verkiezing deed tevens zien, welke geest er zoude heerschen, indien men zou overgaan de regels eindelijk voor goed vast te stellen. De algemeene raad beraadslaagde ook hieromtrent wel, maar de meeningen van ieder afzonderlijk waren nog niet helder genoeg, om nu reeds bepaalde besluiten te nemen.

P. Varin achtte nu de tijd gekomen als superior der sociëteit af te treden, en wilde hare leiding geheel in de handen der algemeene overste laten. Zijne betrekkingen tot de sociëteit werden hiermede natuurlijk niet afgebroken, en hij bleef steeds haar voornaamste raadsman. Nauwelijks acht dagen na^hare verkiezing ondervond M. Barat eene groote vreugde, waarin zij de vervulling van haar vurig gebed erkende. In een brief op-

ocr page 31

23

perde M. Duchesme uit Grenobel het verlangen naar eene missie, liefst onder de Amerikaansche negers, gezonden te worden. Het was duidelijk dat het uur van uitbreiding in de missielanden voor de jonge en kleine vereeniging nog niet geslagen had, maar 't lag toch in de wenschen van M. Barat. Zij had zelve reikhalzend verlangd in de missies te kunnen arbeiden en had Franciscus Xaverius met smeekingen overstelpt, opdat hij haar mocht helpen dat doel te bereiken; toen zij tot de overtuiging was gekomen dat zij Frankrijk niet mocht verlaten, had zij God gesmeekt, dat Hij in haar plaats, bij een ander dat verlangen zou opwekken. Sinds zij Philippine Duchesne kende, werden hare smeekingen nog dringender, zooals zij ook schreef. »Uw brief heeft eene gevoelige snaar in mijn hart getroffen: ik heb mij verhoord gevoeld. Ja, dat was het, waarvoor ik God gebeden heb, sinds gij aan mijne zorgen waart toevertrouwd. Ik bad Hem vurig, vast overtuigd, dat Hij van U deze zelfverloochening en dit volkomen offer verlangde.quot; Verder nog schreef zij : »Vertrouw, koester dit verlangen en arbeid om U deze genade waardig te maken; wees steeds getrouwer aan Jesus en stel daardoor geene perken aan zijne barmhartigheid. Ik wacht op het uur mijner

ocr page 32

24

terugkomst om u over deze groote aangelegenheid, de dierbaarste mijns harten, te spreken. Philippine Duchesne was gelukkig, dat het haar voorloopig toch veroorloofd was zich aan de gedachten van eene missie vast te klampen, maar er zouden toch nog twaalf jaar moeten verloopen eer de wenschen der beide vrouwen zouden vervuld worden. Er was intusschen nog genoeg arbeid in het vaderland. Bedroefd door treurige ondervinding omtrent eenige leerlingen uit de kostschool te Amiens schreef M. Barat aan de toekomstige missionarisse: »Ach, het zou wel troostvoller zijn, zooals gij het zelf zegt, Jesus Christus aan nieuwe harten, die zijne genaden nooit misbruikt hebben, te verkondigen. Maar zou men daarom deze mogen verlaten, omdat zij meer moeite en minder troost geven? Neen, mijne geliefde dochter 1 Al zou slechts ééne ziel door onze zorgen gered worden, dan nog moesten wij ons voor haar opofferen tot in den dood. Welk eene verheven roeping is de onze 1 Konden wij toch den geheelen omvang van haar geluk begrijpen!quot; De vriendschap die Philippine Duchesne met M. Barat verbond werd nog inniger door de gelijkvormigheid harer wenschen. »Ik voel mij gedrongen,quot; schreef M. Barat, »mijn hart in dat

ocr page 33

25

eener vriendin uit te storten, die God met hetzelfde verlangen schijnt bezield te hebben, Hem te doen kennen en beminnen.quot; Den 20steu Mei kon zij haar verlangen voldoen en de reis naar Grenobel ondernemen. Na een oponthoud van weinige weken, beval P. Varin haar, zich naar Poitiers te begeven, waar een vestiging der sociëteit zeer gewenscht was. Lydia Chobelet en Josephine Bigen, die in het vroegere Benediktijner-klooster eene kleine kostschool hielden, wenschten die aan de sociëteit van het H. Hart te schenken en zelve als postulanten in te treden. M. Barat reisde, ofschoon zeer ziek en in een ellendigen toestand, toch dadelijk naar Poitiers af; doch voor zij het bereikte, was zij hersteld, als belooning voor het groot vertrouwen op God waarmede zij was vervuld. Zij vond quot;de beide postulanten zeer geschikt ter opname, en had wel dadelijk een noviciaat met haar willen beginnen, maar zij moest op een grooter aantal wachten. God had echter reeds voorzorgen genomen.

Te Bordeaux hadden de missiepreeken van P. Kn-fantin een aantal voortreffelijke maagden voor het kloosterleven begeesterd, en zes onder haar waren reeds begonnen gemeenschappelijk te leven. De levenswijze, haar door P. Enfantin voorgeschreven,

2

ocr page 34

26

was ongeveer die, welke de societeit van het H. Hart volgde. Toen M. Barat op de bede dezer personen te Bordeaux aankwam, verlangden dertig meisjes opname in de vereeniging, maar zij koos er slechts acht, onder welke het genoemde zestal, ea zond haar naar Poitiers. Hier opende zij den 8stei1 September het noviciaat met de in-kleeding van elf novicen, waarbij zich nog juffrouw de Charlaignier gevoegd had en nam M. Barat zelve hare leiding op zich. Wat zij op het feest van de H. Theresia tot hen zeide: »Offeren wij alles wat God van ons kan verlangen aan Hem op, laten we onszelve opofferen zooals de H. Theresia, en zijn wij, zooals zij, vol liefde om dien geest anderen in te prenten,quot; toont ons welke gezindheid zij bij hare geestelijke dochters trachtte op te wekken. Zij wees haar steeds op de genaden die zij van God ontvangen hadden, om zoodoende tot dankbaarheid te stemmen, vooral voor de genade harer roeping ea haar vooral het geluk te doen begrijpen van de wereld afstand te hebben gedaan. Sprak zij tot de novicen, dan vonden zij slechts éine tout in hare toespraken: n.1. dat zij te kort waren. De noodzakelijkheid het vervallen kloostergebouw weer bewoonbaar te maken, kostte veel inspanning, daarbij werd

ocr page 35

27

deze arbeid minachtend door de wereld aanschouwd Nu — het was eene uitstekende leerschool voor al deze novicen die tot de aanzienlijkste kringen der maatschappij hadden behoord; maar de overste gaf haar het voorbeeld, door het zwaarste deel voor zich te behouden.

VIERDE HOOFDSTUK.

Moeder Barat.

Aan het ongerief eener veel te kleine behuizing voor een zoo talrijke geestelijke familie, paarden zich nog groote ontberingen, die echter de rijpe deugd der overste nog beter in het daglicht stelden. »Niettegenstaande haar de zorg der tijdelijke aangelegendheden, die in zeer slechten toestand verkeerden, was opgedragen, aldus M. Maillucheau, droeg zij deze lasten met eene onveranderlijke kalmte en zachtmoedigheid. Zij hoopte slechts op eene vermeerdering dier hemelsche schatten, die zij reeds in haar hart bezat. Hoe dikwijls gebeurde het niet, dat God voor alles zorgde als zij ons wilde spijzigen, en er geen cent in huis was ! Zoo leef den de religieusen in vrede en nooit hebben wij gebrek geleden.quot;

2'

ocr page 36

28

Wat beteekent echter de armoede zonder nederigheid en zelfverloochening ? M. Barat leidde de eene novice op langs den weg der gehoorzaamheid, de andere langs dien der vernedering, en in hare berispingen en strafTen toonde zij een groote vastberadenheid waardoor zij nochtans hare groote goedheid niet verloochende. Daar zij overtuigd was dat eene religieuse God even gaarne in het onaanzienlijke werk moet dienen als in aanbidding voor het H. Tabernakel, stuurde zij dikwijls de novicen uit de kapel in den tuin om het vee te verzorgen of voor anderen huiselijken arbeid. Eens had Theresia Maillucheau zich zoozeer in het gebed verdiept, dat zij den tijd van een gemeenschappelijke oefening had laten voorbijgaan, en te laat kwam. »Wie heeft U het recht gegeven, den regel te overtreden om u aan uwe bijzondere godsvrucht over te geven,quot; sprak de algemeene overste; en daar de schuldige nederig zweeg, ging zij voort : »Ik ben niet meer uwe moeder ; drie dagen lang moogt gij mij dien naam niet meer geven !quot; Het was eene harde straf, die vele tranen kostte. Een andere keer beklaagde zich schertsend eene novice over haar versteld kleed. Dadelijk sprak M. Ikirat tot haar : gt;Gij weet, hetgeen uw roem moest uitmaken niet te schatten en verdient haar niet, trek

ocr page 37

29

daarom dadelijk uw wereldsch kleed weder aan, en wij zullen zien, wanneer wij U de livrei van Jesus Christus weer kunnen teruggeven.quot; Men voelde misschien de straf, die zij noodig achtte, nog meer, wanneer zij ze zelve op zich nam. Twee novicen hadden eens tegen den regel gezondigd. Den volgenden morgen riep zij haar na de overweging tot zich, wees haar op die fout en zeide : »Eene boete is noodig, welnu ik zal ze voor u doen. Zet u neder, opdat ik mij voor uwe voeten werpe en ze kusse.quot; Zeker was het, dat dusdanig gestrafte fouten zich niet meer herhaalden

Richtte zij somtijds tot de novicen de vraag; ♦ Bemint gij Jesusrquot;, dan was dit voor haar niet alleen eene vermaning zich zelf te onderzoeken, maar ook eene uitnoodiging te streven naar die innerlijke vereeniging met Jesus, waarvan zij zelve een sprekend voorbeeld was. De liefde tot Jesus vordert ook de liefde tot den naaste, daarom zeide zij eens; »Ach, waarom kan ik U het licht dat ik omtrent dit punt van God ontvangen heb, niet mededeelen! De liefde alleen zal onze vereeniging, die uit zichzelve zoo zwak is, staande houden'; aan de liefde zal Jesus U voor de Zijnen erkennen. Daarom, geliefde zusters, eendracht, tot eiken prijs, eendracht! Verkondigt haar, ver-

ocr page 38

30

breidt haar, beoefent haar; dat geen offer u te groot zij om haar te versterken, bewaart de liefde en zij zal u bewaren!quot; Deze vermaning werd getrouw opgevolgd. Aller harten waren door de liefde met elkander verbonden, maar toch werd de moeder het meest door hate dochters bemind. Het was dus eene harde proef voor de vrome familie toen zij het volgende jaar 1S07 voor dringende zaken der sociëteit naar Parijs moest reizen. »Ik zou haar nog zoo gaarne willen vermanen haar hart van alles te onthechten,quot; zoo sprak zij, smaar het was alsof ik in de woestijn predikte, en deze zusters die zich in al het oveiige zoo volmaakten, waren op dit punt onverbeterlijk.quot; Toen zij den 15cl«i Mei met het bericht terugkwam, dat Napoleon de nieuwe sociëteit erkend had, was de vreugde des wederziens even groot, als de smart der scheiding was geweest. »De zusters hadden mij nauwelijks gezien of zij wedijverden allen om mij te omhelzen. Ik vluchtte in de kapel om den Heer te bedanken voor mijne behouden terugkeer; de zusters volgden mij ook daar, en nauwelijks hig ik neergeknield, of moeder Theresia hief het Te Deum aan, en de anderen zetten het voort zonder dat ik haar kon doen ophouden. Toen wj uit de kapel traden, gingen wij in den tuin en

ocr page 39

31

bleven er tamelijk lang om ons over het wederzien te verblijden en elkander te zeggen hoe barmhartig God voor ons geweest is. De zusters hadden te mijner eer liederen gemaakt, die zij toen zongen bij het schijnsel der maan. Daar zij er veel over de goddelijke liefde hadden inge-lascht, vergaf ik het haar en hoorde die zelfs gaarne aan.quot;

Het jaar van het noviciaat spoedde nu ten einde. Theresia Maillucheau en Josephine Bigen, die het verst in de volmaaktheid waren gevorderd, werden voorloopig tot hunne professie toegelaten de andere novicen volgden haar den 21sten November. Juist te dien tijde ontvingen de »Pères de la Foiquot; te Poitiers het bericht, dat hunne socëiteit door de regeering was ontbonden en elk der leden zich naar zijn eigen diocees moest begeven. Dit was voor de vereeniging van het H. Hart eene harde slag omdat zij èn haren geestelijken herder verloor èn elk oogenblik hetzelfde lot kon verwachten.

Te dien einde wenschte Moeder Barat eene zeer verborgene plaats te vinden die in geval van nood tot een toevluchtsoord harer dochteren dienen kon. Zij vond die in Cuiguières, een dorpje in het diocees van Beauvais waar men haar een huis aanbood tot oprichting eener meisjesschool. Reeds

ocr page 40

in Mei 1808 nam M. Desmarquest met twee an dere religieusen van Amiens bezit van dit huis. Te gelijkertijd bood de bisschop van Gent der societeit de oude abdy Dooresele, in zijn bisdom gelegen, aan, en den 27sten Mei van hetzelfde jaar opende M. Barat een huis te Niort, het zesde dat de societeit nu bezat. Het was alles nog wel een begin, maar toch was het zaadkorreltje reeds een boom geworden, dat zijne takken steeds meer verbreidde, en de ijver der eerwaarde stichtster vond dagelijks meer en meer veld van arbeid. Zij schreef in dien tijd de volgende woorden ; »Had ik honderd tongen en kon ik mij aan alle menschen die deze aarde bewonen, verstaanbaar maken zoo zou ik hun zeggen ; «Bemint uwen God, leeft slechts om aan Hem te behagen en gij zult in een oceaan van geluk baden.quot; Goddank! zij sprak door den mond van elk harer dochters.

VIJFDE HOOFDSTUK.

Strijd vooi' dc Constituiicii der Societeit.

In het begin van Juli 1808 keerde Moeder Barat naar Amiens terug. Op de terugreis sprak zij in Parijs de abbé Montaigne, van het klooster Sint

ocr page 41

3:5

Sulpice, die haar door P. Varin als raadgever was aanbevolen, toen hij zelf genoodzaakt was geweest zich in Besanqon terug te trekken. Het ontroerde haar in dit gesprek zeer, toen hij telkens met nadruk deze woorden herhaalde ; »Er is onder u een kiem van verwoesting ; ■ maar eene ziel die zeer veel bij God vermag, bidt voor U en uwe orde.quot; Toen zij in Amiens kwam werd het haar duidelijk wat pater Montaigne hiermede bedoeld had. Men had hier eigenmachtig de grootste veranderingen ingevoerd, zoowel met betrekking tot de opvoeding der kinderen als ook in de levenswijze en zelfs in de kleeding der religieusen, en dit alles zonder dat zij, de alge-meene overste, er ook slechts het minste van had vernomen. Dezelfde oorzaak, die reeds in den alge-meenen raad het ontwerpen van een vasten regel onmogelijk had gemaakt, was ook hier in het spel n.1. de abbé Sambucy d'Estève, die als biechtvader der religieusen en der kinderen een groot gezag had verkregen en vooral de overste van het huis, M. Baudemont geheel beheerschte. Vele rieden de alcremeene overste aan met kracht tegen het in

o 0

hare afwezigheid vergeten gezag op te treden. Zij besloot echter voorloopig geduld en zachtheid te oefenen daar, waar het gevaarlijk ware geweest

ocr page 42

34

■geweld te gebruiken. Inderdaad, zij had gelijk. De abbé Sambucy n.1. trachtte eveneens in het klooster van O. L. Vrouw, waar zij P. Varin ook als haar stichter en biechtvader vereerden, te heerschen. Toen de overste Julia Billiart echter weigerde de hervormingen van den abbé voor haar gesticht aan te nemen, bracht deze het zoo ver dat de bisschop het geheele genootschap uit zijne diocees verdreef. Voor zulk een ramp nu bewaarde M. Barat door haar verstandige kalmte, de societeit van het H. Hart, hetgeen nochtans niet verhoedde dat ervoor haar veel ellende en smart uit ontstond. In Maart van 't jaar 1809 begaf zij zich weder op weg om de filialen te bezoeken. Eerst reisde zij naar Gent. Hier stichtte zij zich aan de heilige armoede en aan de liefde waarin de kleine communauteit van Dooresele leefde, maar ook hier liet zij niet na op de onthechting van al het aardsche aan te dringen. »God is wel goed,quot; schreef zij na haar vertrek, »dat hij uwe moeder niet veroorloofde langer te vertoeven.quot; Haar vertrek was noodzakelijk, want gij begont aan haar te hechten, en wat zou er dan van onze dierbare grondspreuk »God alleenquot; komen.

■ Van Gent reisde zij naar Grenobel, bezocht van daar uit de huizen van Poitiers en Niort, en keerde

ocr page 43

den 9den December 1809 in de eerste stad terug, waar zij bijna een geheel jaar vertoefde. Hare lichamelijke toestand echter dwong haar een bijna volkomen stilzwijgen te bewaren, hetgeen zij echter voor hare kinderen gaarne verbrak. Hier vond zij anders veel troost, want alles bloeide. De armenschool telde 130 tot 140 kinderen, die eiken morgen te 7 uur bij groepjes de bergpaden beklommen om eene H. Mis te hooren vóór de les begon. In hare vrije uren werkten deze kinderen voor handschoenenfabrieken in de stad en eerst 's avonds keerden zij tot hare ouders terug. Het pensionaat, hetwelk zoo gelukkig geweest was, de zegen van Pius VII te ontvangen toen hij als gevangene te Grenobel kwam, telde zeer vele uitstekende leerlingen — elf toch werden later tot het klooster geroepen. Moeder Barat bezocht deze kinderen dikwijls in de klas of in den speeltijd. Met eene bijzondere voorliefde wendde zij zich tot de kleinsten en zocht ze met aardige, leerrijke verhaaltjes tot de liefde Gods te brengen. Den 10clel1 November 1810 reisde zij naar Parijs, waar zij bijna een maand verbleef en onder leiding van Pater Montaigne eene retraite meemaakte. Met welke gevoelens zij deze begon, toonen ons de woorden, welke zij aan M. Duchesne schreef: »Mijn besluit

ocr page 44

3 (J

is genomen en ik hoop, dat het gedurende de retraite nog dieper in mijn hart zal dringen: te ijveren voor Gods geboden. Welbehagen van mijn God, hoe dierbaar moet gij zijn aan het hart, dat bemint! Ik wil God niets weigeren, ja meer nog, ik verlang zijnen wil te voorkomen en hoedanig hij ook zijn moge, met vreugde te omhelzen.quot; Het volgende jaar 1811, begaf M. Barat zich den 7clen Januari van Parijs naar Cuignières, hetwelk zij nog nooit had gezien. Deze nederzetting was in de grootste armoede tot stand gekomen. Een huis was er, maar slechts één vertrekje eeniger mate bewoonbaar, de vensters hadden geene ruiten, en de deuren slot noch grendel. De kerk was er dicht bij, maar er was sinds lang geen priester, dus geen dienst, dus geen H. Mis, geen H. Communie. Ook de aardsche tafel was somtijds zonder brood. De inwoners der plaats waren de reli-gieusen slecht gezind, wilden haar eerst uitdrijven en weigerden haar naderhand levensmiddelen te leveren. Maar Gods Voorzienigheid liet haar geestelijk noch lichamelijk verhongeren. Elke veertien dagen kwam abbc de Lamarche van Mont biecht hooren en de Mis voor haar lezen, tot hij zich eindelijk daar voor goed vestigde. Toen Veronika, zuster van barmhartigheid uit het dorpje Roenel

ocr page 45

37

de dames van het H. Hart van geneesmiddelen voorzag, begonnen deze de armen te bezoeken en zegevierde deze daad van naastenliefde over de voorquot; oordeelen der haat. De school werd allengs voller. Het pensionaat had wel is waar in het eerste jaar slechts ééne leerling, maar het getal klom tot 3(J; de meeste waren dochters van welgestelde boeren, die behalve in de wetenschappen ook in den huise-lijken en landelijken arbeid onderricht werden en hunne meesteressen door hun goed gedrag veel vreugde verschaften. »De gedachte alleen dat God ons ziet,quot; zegt een van deze leerlingen, »was ons genoeg de orde en het stilzwijgen te handhaven, wanneer onze meesteressen er niet waren.quot; Dit alles trok M. Barat zeer aan. Het kwam haar voor in de stal van Bethlehem te zijn. Gaarne ware zij daar gebleven, indien haar plicht haar niet elders geroepen had.

Zij begaf zich over Amiens weer naar Gent, waar zij slechts vluchtig had vertoefd. Ditmaal werd zij door hevige pijnen in de borst, vergezeld van bloedspuwingen, gedwongen langer te vertoeven. De liefde harer geestelijke dochters verzachtte haar het lijden, dat zij volstrekt niet wilde verlichten met de minste kleinigheid, hoe gering ook. Hare gezonheid bleef dan ook zeer

ocr page 46

38

slecht, zoo als zij zelf na haar vertrek uit Gent schreef, »maar er kan toch niets buiten Gods wil gebeuren, dat moet ons 'genoeg zijnquot; voegde zij er bij, »eii daar alles in deze wereld, vreugde en smart, toch vergaat, moeten wij ons wel wachten, ons aan het eerste te hechten; maar beminnen wij het laatste, daar het lijden onze glorie in den Hemel verdienen moet.quot; Het bezoek der huizen was nu ten einde. In Mei 1811 keerde moeder Barat naar Amiens terug, waar zij abbé Sambucy met het samenstellen van grondwetten voor hare sociëteit bezig vond. Maar dit was eene zaak die alleen P. Varin, die inderdaad er ook reeds aan werkte, aanging. Abbé Sambucy dacht echter, dat hij er de aangewezen persoon voor was. Hij wilde de dames van het H. Hart »Apostelen,quot; noemen, en hunne constituties gronden op den regel van den H. Basilius, met eenige bijregels, van de Ursulinen, waartoe zijne zuster, en eenige uit die der Clarissen, waartoe M. Baudemont had behoord,. Moeder Barat haastte zich, zoodra zij bij haar aankomst te Amiens van dezen zonderlingen arbeid in kennis was gesteld, er ook P. Varin van op de hoogte te brengen, die dat natuurlijk ook afkeurde en verwierp, het echter nog niet geraden vond er reeds openlijk tegen op te treden.

ocr page 47

39

Daar hare werkzaamheid te Amiens nu toch al te veel verzet ondervond besloot Moeder Barat weder een nieuwe rondreis te ondernemen om in de buitenlandsche huizen den waren geest van 't Sacré-Coenr op te wekken en te bevestigen, en reisde zij niettegenstaande haar ellendige gezondheid eerst naar Poitiers, toen naar Niort en Gre-nobel. Ook tot deze huizen waren reeds geruchten over Sambucy's voornemen doorgedrongen. Zoo vroeg te Miart M. du Chasnier; »Ach moeder, men wil dus eene abdis van u, en van ons kanonikessen maken Zij antwoordde slechts met een glimlach en vermaande haar zich rustig te houden. Aan verscheidene harer vertrouwde zusters deed zij nadere mededeelingen. Allen waren het er mede eens dat de wetten van abbé Sambucy niet met den geest van »het H. Hartquot; overeenkwamen. De Abbé was intusschen met de justitie in strijd gekomen en naar Parijs gezonden. — Daar legde hij de laatste hand aan zijnen arbeid, en werden zijne »Constitu-tiesquot; van Amiens uit den overigeu huizen toegezonden. Zij vonden nergens een goed onthaal, ja, de overste van Gent verklaarde zelfs, dat zij altijd gewenscht had den regel van den H. Ignatius te volgen en dat zij dus liever de sociëteit wilde verlaten dan deze regels aannemen.

ocr page 48

40

Nu meende de algemeene overste niet langer te mogen wachten met het voorleggen van andere constituties, die aan het oorspronkelijke doel der sociëteit beantwoordden. Zij reisde dus einde September 1813 naar P. Varin te Besangon, om met hem over het groote werk te beraadslagen en het te voleindigen; dit duurde tot het begin van November, waarna zij naar Amiens terugkeerde. Toch moet men erkennen dat, niettegenstaande abbé Sambucy getracht had het instituut een ander karakter te geven dan het oorspronkelijke, de godvruchtigheid, het streven naar de volmaaktheid en het werk der opvoeding er niet onder geleden hadden. Dit was dan ook een troost voor moeder Barat, en zij hoopte zelfs, dat men misschien eene schikking met den abbé kon treffen, die den vrede aan de sociëteit zou wedergeven. Maar het kwam anders uit. Omstreeks dezen tijd was het keizerrijk gevallen en het oude koninkrijk hersteld. Daaraan had de abbe zijne vrijstelling en zijne benoeming tot secretaris van het fransche gezantschap bij den H. Stoel te danken. Zoo kwam hij in 't jaar 1814 te Rome aan. In Augustus van hetzelfde jaar herstelde de H. Vader weder de sociëteit van Jesus in hare rechten en P. Varin haastte zich er weder als novice in te treden. Xu

ocr page 49

41

meende de abbé vrij spel te hebben. Hij schreef van uit Rome, dat hij ter rechter plaatse zijne constituties ter goedkeuring had voorgelegd. Moeder Barat bracht hem onder 't oog, dat toch vóór alles de socièteit over deze constituties ondervraagd moest worden en dat het de zaak der sociëteit was den Paus hare constituties en den doo r haar gekozen naam voor te leggen. Dit was inderdaad volgens alle recht, maar de abbé volgde zijn eigen weg. Niet lang daarna zond hij het bericht dat zijn werk in Rome erkend was en men hem daar en in Italië verschillende huizen alsmede fransche en italiaansche postulanten had aangeboden. Het was na 14 jaar nu eindelijk wel tijd geworden vaste constitutiën te hebben en daardoor een eind aan de praatjes te maken dat de sociëteit een slechte overste of wel een slecht bestuur had. Om zulke vernederingen te verdragen, moest men wel de ootmoedigheid van eene moeder Barat bezitten. Sambucy ging nog verder. Hij durfde zelfs den provinciaal der Jesuieten in Frankrijk P. Clorivière verzoeken P. Varin elke inmenging in de zaak te verbieden, daar het anders wel tot eene scheuring zoude kunnen komen. De provinciaal beantwoordde dat verzoek door P. Varin optedragen de reeds door hem ontworpen.

ocr page 50

42

constituties uit te werken en de leiding van M. Barat weder op zich te nemen.

In 't begin van het jaar 1815 kwam uit Rome het bericht, dat de abbé daar een «Moederhuisquot; van de societeit had opgericht. Nu was het ook met den uiterlijken schijn van vrede uitteAnn'ms. M. Sambucy, zuster van den abbé, en M. Coqina reisden naar Rome, spoedig gevolgd door M. Baudemont. Bij al deze gebeurtenissen, kon Moeder Barat onmogelijk de zware ziekte die haar het vorig jaar aan den rand des grafs had gebracht, te boven komen. De dokter vond het niet voldoende dat zij zich op zonnige dagen in een rolstoel door den tuin liet rijden, zij moest geheel in de buitenlucht zijn, en daarom ging zij in Juli naar Cuigivières. Hier vond zij een ziel, haar innig toegenegen. Acht maanden geleden had zij P. Panizzoni die in Italië provinciaal der Jesuie-ten was, geschreven, en hem om raad gevraagd. Er kwam geen antwoord. Eindelijk kreeg zii in Augustus een schrijven, waarin een onbekende, zoogenaamd op last van den pater, die zijn anbt had neergelegd, haar mededeelde, dat de Paus het Instituut van den abbé erkend en hem uitsluitend als overste daarvan had aangesteld. Ingeval Moeder Barat zich aan zijn gezag wilde onttrek-

ocr page 51

43

ken, zou zij in den kerkelijken ban vallen. Alle huizen in Frankrijk werden aan dat van Rome onderworpen, en de Paus had, indien zij zich niet wilden schikken, verklaard dat hij haar Instituut zou ontbinden. Tegelijkertijd vermaande haar de schrijver zich te onderwerpen, en bood zich tevens aan, het huis te Rome hare beslissing over te brengen.

Het is wel te verwonderen, dat de raadgever en de vrienden van moeder Barat den brief des onbekenden voor een geloofwaardig officieel stuk hielden en niet aan de waarheid van den inhoud twijfelden. Liet God dit misschien toe, om de gehoorzaanmheid en de zelfverloochening der alge-meene overste op de proef te stellen? P. Varin sprak er over met abbé Montaigue en beide raadden onderwerping aan. »U begrijpt,quot; schreef P. Varin haar, gt;hoe veel het mij kost, de nagels die U aan het kruis moeten hechten, zelf in te slaan. Maar moed gehouden! Als men handelt volgens het Hart des Heeren, dan troost men zich in alles !quot;

Moeder Barat wilde gehoorzamen, toch kon zij niet gelooven dat de ondergang van al haren arbeid nu geteekend was. Ik koester het vertrouwen dat de sociëteit van het H. Hart zich weder uit hare asch zal oprichten, want elke vrucht, moet gelijk het zaadkorreltje onder de aarde

ocr page 52

44

tot ontbinding overgaan, vóór het vruchten draagt.

Het kwam echter niet tot het uiterste, want het werd spoedig kenbaar dat de brief des onbekenden valsch was. De storm was voorbij, de zee weder rustig, het scheepje van het H. Hart kon rustig zijnen weg voortzetten.

Nu was ook voor P. Varin het oogenblik gekomen zijn bewerkte constituties de societeit ter aanneming voor te leggen. Hiertoe riep M. Barat religieusen uit elk huis tot den algemeenen raad die den Isten November 1815 in Parijs gehouden werd bijeen. Na eenige beraadslagingen werden daar in het klooster der Dames van den H. Thomas van Villanova, de constituties aangenomen. Haar inhoud weer te geven, zou ons te ver voeren, het is voldoende te zeggen, dat zij geheel en al beantwoordden aan deze zinsnede der voorrede : ïHet doel dezer sociëteit is: het H. Hart vanJesus te verheerlijken.quot; De algemeene raad besloot verder dat de sociëteit voortaan slechts één enkel noviciaat zou hebben, en dit te Parijs zou opgericht worden. Te dien einde werd in de Rue des Postes een huis gehuurd, waarvan M. Duchesne met de inrichting werd belast. De verhandelingen van deze merkwaardige vergadering werden gesloten met de verkiezing van algemeene assistenten.

ocr page 53

De constituties werden in alle huizen vol vreugde beeroet. Alleen in Amiens moesten er eenige zwarigheden overwonnen worden, maar de zachtmoedigheid van M. Barat zegevierde over alles, en ook daar werd de heerschappij van het H. Hart weer geheel hersteld, tot bijzonder groote vreugde van den bisschop, die den abbé reeds lang zijn vertrouwen onttrokken had.

Den 30sten Juni was moeder Barat weder te Parijs, en den l()den Juli had de plechtige opening van het algemeeue noviciaat plaats. Er kwamen postulanten en novicen uit Amiens en Greno-bel, buiten de andere nieuwelingen, en spoedig daarna werd ook eene »altijddurende aanbidding,quot; ingesteld. Zij begon een kostschool met de twee dochtertjes van eenen armen edelman, die zij kosteloos opvoedde. Hoe zou een werk, aldus aangevangen, niet spoedig bloeien?

Nu de sociëteit van het H. Hart een plaats in de hoofdstad des lands gevonden had, werd zij dan ook meer en meer bekend. Vrome dames en godvreezende mannen zoowel geestelijke als wereldlijke, bezochten met ingenomendheid het klooster van het H. Hart om zich aan den goeden geest die er heerschte, te stichten. Vooral trok moeder Barat allen tot zich, en de bezoeken die

ocr page 54

46

zij ontving, gaven haar de beste gelegendheid den regel te beoefenen, die spreekt over den invloed op personen van de wereld. Toch waren zij dikwijls voor haar naar eenzaamheid en afzondering dorstende ziel een groot offer van zelfverloochening. «Herinnert gij U nog,quot; schreef zij aan M. Maillucheau, sdie zoete oogenblikken waarop wij naar de eenzaamheid en de verwijdering van alle zaken smachtten? Ach, deze neiging moeten wij opofferen; zij was zeker niet volgens Gods H. Wil. O, wat kost het mij vreeselijk, hiervan misschien voor altijd afstand te moeten doen! Het is zoo lastig, deze eenzaamheid altijd verborgen in zijn hart te moeten bewaren, wanneer men onder het gewoel der menschen leeft; en toch, de goede God wil het van ons.quot; Later schreef zij aan Moeder Duchesne, die reeds lang hare roeping had gevolgd : sHoe dikwijls keeren mijne gedachten terug tot dien gelukkigen tijd dien wij samen op de vreedzame berg beleefden. Zelden werden wij daar door bezoeken gestoord, en de eenige wolk die zich daar aan den hemel vertoonde, was mijne weigering eenige personen te ontvangen. De goede God heeft mij er wel voor gestraft, want hij geeft het mij honderdvoudig terug. Dat is een groot kruis.

ocr page 55

47

Mocht ik er ten minste veel mede verdienen rr

Niemand lijdt van den omgang met de wereld zoo weinig schade aan zijne ziel, als degene die, er in levend, vurig naar de eenzaamheid haakt, en niemand kan zoo goed de wereld stichten dan hij die er zich boven verheft. God wil het licht niet onder de korenmaat verborgen maar geplaatst op den kandelaar om de wereld te verlichten; daarom stuurde Hij Moeder Barat naar Parijs, 't middelpunt van het geestelijk leven iu Frankrijk, ofschoon het ook de stad was, waar zij »het minste van hield.quot; Hoe meer zij bekend en hooggeschat werd, des te meer aanvragen kwamen er om nieuwe huizen van hare sociëteit te stichten.

Begin Mei 1817 zond zij M. Bigen met verscheidene andere religieusen naar Quemper, om volgens den wensch des bisschops er een huis te stichten.

Kort te voren was Mgr. Dubourg uit Nieuw Orleans te Parijs geweest en had den wensch uitgesproken de societeit van het H. Hart in Louisiana binnen te voeren. Dit verlevendigde de wenschen van Moeder Duchesne, wenschen, die zij niet had opgehouden bij zich zelve te koesteren. Een iaar verliep echter nog voor alle zwarigheden waren opgeheven en M. Barat haar weg kon zenden. Dsn 3den Februari 1818 verliet zij Parijs, vergezeld

ocr page 56

48

van Moeder Octavia Berthold, Eugenie Audé en twee leekezusters, scheepte zich den 21 sten Maart te Bordeaux in en den 29sten Mei juist op het feest van het H. Hart van Jesus zette zij in Amerika voet aan wal. Men kan zich voorstellen niet welke moederlijke gevoelens, zorgen en angsten moeder Barat ia den geest hare moedige dochters begeleidde, met welk eene vreugde zij het eerste bericht harer voorspoedige en gelukkige aankomst ontving. Te St. Charles, niet ver van St. Louis richtte M. Duchesne haar eerste standplaats op. Zij had het doel harer wenschen bereikt, maar ten koste van een leven vol armoede en ontbering, van nederigen en harden arbeid, het was een zaaien in tranen, het bereiden van den weg voor anderen, die in vreugde en blijdschap zouden maaien. Moeder Barat nam innig deel aan de droefheid en tranen der eenen, maar zij zou zich ook nog verblijden in de vreugde der anderen.

Terwijl M. Duchesne vasten voet in Amerika trachtte te verkrijgen, wenschte de geestelijkheid van Chambéry in deze stad eene vestiging der sociëteit. M. Barat bracht zelf hare daarvoor bestemde dochters naar Savoye. De ontvangst, die zij vond was glansrijk, maar zij had droevige naweeën. Weinige dagen na hare aankomst te

ocr page 57

49

Chambéry kwam daar ook M. Baudemont uit Rome-

Zij reisde naar Frankrijk om gelden voor haar huis te Rome in te zamelen. Zij stelde Moeder Barat en hare sociëteit als scheurmaaksters voor, omdat zij zich niet hadden aangesloten bij het goedgekeurde huis te Rome. Zij had toch den overmoed, M. Barat zelf op te zoeken en eene som van 1000 franken te vragen, die zij meende te kunnen vorderen. M. Barat ontving haar vriendelijk en liefderijk en gaf haar, zonder te twisten, het geld.

«Ik wil niet dat om geld de liefde gekocht worde. O. L. Heer zal ons, wanneer het hem behaagt, wel ander verschaffen, daar wij Hem dit offer uit liefde brengen.quot; Zij wilde ook niets doen om zich tegen de ontstemming die er in de stad heerschte, te verdedigen, maar anderen deden het voor haar en helderden de zaak bij den bisschop op. Toen het weder rustig geworden was, schreef zij; «Gelooft gij, dat deze storm mij verontrust heeft? Niet 't minste. Ik was er integendeel van overtuigd, dat er voor ons een grootere weldaad uit zou voortspruiten. Alles, zegt de apostel, werkt tot het welzijn mede van degenen die God beminnen. Zouden wij hem dan niet liefhebben? Welnu, vreezen wij dan ook niets.quot; Zij beval hare mede-

3

ocr page 58

50

zusters niets dan goed van hare tegenstandsters te zeggen.

Einde Augustus begaf Moeder Barat zicli naar Lyon. Toen zij op het feest van Maria Geboorte in de Kathedraal de H. Communie had ontvangen, had zij het gevoel, dat God eene vestiging te Lyon van haar verlangde. Toen zij den Dom verliet, maakte zij dan ook reeds dadelijk toebereidselen een geschikts gebouw binnen of buiten de stad te zoeken. Zij was reeds naar Parijs teruggekeerd, toen er iets geschiktst in een voorstad van I^-on gevonden werd. Reeds den 23ste» October nam Moeder de Charbonnet er bezit van en in de lente van het volgend jaar werd M. de Fortes als overste benoemd van dit huis, »La Ferrandière,quot; dat nu den titel van «Maria Geboortequot; ontving.

Te Bordeaux had ecne edele weduwe. Mevrouw de Lalaune, na haar terugkeer uit de ballingschap een klein geestelijk genootschap Zusters van de Voorzienigheid,quot; gesticht en was begonnen arme weesjes op te voeden. Zij wenschte nu met hare zusters zich aan te sluiten bij 't »Sacrc-Coeur.quot; De bisschop ondersteunde dringend haar verzoek en M. Barat bewilligde het. Op 62 jarigen leeftijd nu deed mevrouw de Lalaune hare professie. De ^sociëteit van het H. Hartquot; nam haar huis over.

ocr page 59

51

ZESDE HOOFDSTUK.

Moeder Bar at en de leerlingen in het Pensionaat.

De sociëteit huid zich sinds de algemeene vergadering van '1815 zeer uitgebreid; de tijd was daar het toenmaals begonnen werk te voleindigen, en daarom riep M. Barat, den 12den Augustus 1820, de oversten der verschillende huizen weder naar Parijs bijeen, tot het houden der derde algemeene vergadering. Zij hield zich bijzonder met die onderdee-len der Constituties bezig, welke betrekking hadden op de opvoeding der jeugd, »opdat het H. Hart van Jesus ook hierdoor verheerlijkt zou worden.quot; Er werd een plan voor de studie ontworpen en een reglement vastgesteld voor de kostscholen.

Daar het algemeene noviciaat in de sRuedesPos-tesquot; weder te klein was geworden, niettegenstaande de verbinding met een naburig huis, dat daar. voor aangekocht was, te klein om 68 religieusen en 60 kostschoolmeisjes te herbergen, besloot de algemeene raad tot aankoop van het prachtige Bironhótel, dat juist te koop stond en waarvoor de koning eene edelmoedige bijdrage gaf. Er was slechts ééne zwarigheid; beantwoordde dat prachtige huis wel aan de gelofte der heilige

;r

ocr page 60

52

armoede, waaraan Moeder Barat zooveel waarde hechtte, en die P. Varin haar onophoudelijk aanbeval? Maar de algemeene overste wist alles verstandig te regelen. De vertrekken van de vroegere familie werden voor kostschool ingericht, terwijl de woningen van het dienstdoend personeel, welke zich in de bijgebouwen bevonden, voor de religieusen en bijzonder voor het noviciaat bestemd werden; bovendien werden de stallen in zalen voor de communauteit veranderd. Toen kon M. Barat naar Amerika aan Eugénie Audé schrijven: »Wij hebben het. Goddank, hier niet beter dan elders en de stallen van het hotel Biron, welke wij nu bewonen hebben niets moois. Ik hoop, dat wij hier de armoede zullen beoefenen, want ik zie niet in, dat een onzer meer gehecht is aan dit huis dan aan het armste elders.quot; Den 4'lequot; October we/d het noviciaat in de nieuwe woning heropend en toen eenige dagen later daarop F. Varin een bezoek bracht, kon hij gerust het volgende tot de novicen zeggen: »Toen de H. Franciscus eens een zijner kloosters bezocht, dat pas nieuw gesticht was, ergerde hij zich dat het zoo mooi was. Flij zei dan tot zijnen geleider: »Laat ons van hier weggaan, hier is geen plaats voor een arme van Jcsus Christus,quot; en hij voegde de daad bij

ocr page 61

53

het woord. Als hij nu eene arme hut vond waar hij den nacht kon doorbrengen, was hij zeer gelukkig. Dit doet mij denken, dat, als de H. Franciscus nu bij U kwam, hem dit vorstelijke huis eerst niet erg .zou bevallen, maar dat hij, zoodra hij de woning ■gezien had welke gij voor U gekozen hebt, U voor .zijne zusters in Jesus Christus zou erkennen.quot;

Den October sloot de algemeene raad

Tiare vergadering met de verkiezing van de gene-raal-assistenten.

Spoedig daarop werden er weder nieuwe huizen gesticht. Het eerste was het huis van Grand-Coteau in Louisiana, nadat M. Duchesne hare eerste vestiging van St. Charles naar Florissant verplaatst had. Daarna bood de bisschop van Le Mans der sociëteit een oud benediktijnerklooster aan, waarvan den 2den November 1821 bezit werd genomen. In 1822 werd ook een huis gesticht te Autun.

In 't begin van 1823 moest M. Barat naar Gre-nobel waar financieele en andere gevaren het eens zoo bloeiende instituut bedreigden, en doortastende maatregelen noodig maakten. Dit alles echter verergerde de gezondheidstoestand van M. Barat. P. Varin schreef haar dan ook vol deelneming : sik heb uit uw laatsten brief aan M. de Charbonnet

ocr page 62

54

vernomen, dat gij niet alles wat gij lijd durft zeggen. Moet ik U zéggen dat gij al uwe smarten te veel in uw hart opsluit? Het is wel uwe oude gewoonte, maar het is een zwaard dat de scheede doet slijten. Ach, waarom is het mij, uw oudsten en dienstwilligen vriend niet gegeven uwe ziel te troosten! Niets zou rechtmatiger zijn, en niemand voorzeker kan beter met u mede gevoelen, dan hij, waarvan God zich wilde bedienen om u op eene zee te werpen, aanhoudend door stormen beroerd. Daarom wil ik mij ditmaal niet tevreden stellen u »Moed en Vertrouwenquot; toe te roepen, maar smeek ik onzen Goeden Meester u het juk, dat' Hij u op de schouders gelegd en dat gij uit liefde tot Hem gedragen hebt, zoet en licht te maken. Zij zelve schreef aan M. Pre-vost: »Mijne gezondheid is door de reis en misschien door de wederwaardigheden, die ik hier ondervonden heb, geknakt. Fiat, Gods wil geschiede! De goede God wil ons zeker leeren, dat Hij ook zonder ons kan handelen, dat dan alles beter gaat, en dat, als er iets goed tot stand gebracht wordt, ik het toch alleen aan Zijne goedheid en barmhartigheid mag toeschrijven.quot; — Spoedig daarop verergerden de pijnen in de borst, zoodat de geneesheeren verklaarden dat er gevaar voor het leven bestond.

ocr page 63

55

Nu werden in alle huizen vurige smeekgebeden voor het zoo dierbare leven tot den Hemel gericht. De leerlingen wedijverden met de religieusen. Onder de eerste bevond zich te Amiens de veertienjarige en veelbelovende nicht der algemeene overste, Dorothea Dusaussoy. Toen zij van het dreigende gevaar hooide, riep zij uit; »Eti ik, waartoe ben ik tot Gods eer noodig ? Ik zal Hem smeeken mij in de plaats mijner tante te laten sterven, en ik zal het zóó vurig doen dat Hij mij, hoop ik, moet verhooren. Op den Zondag van het feest van den goeden Herder, ging zij met groote godsvrucht te Communie en vernieuwde haar offer. Zij was toen nog volkomen gezond: spoedig daarop kreeg zij echter de koorts en moest te bed gaan. Toen men haar zeide dat hare tante het veel beter maakte, antwoordde zij; »Als mijne tante beter vaart, kon ik wel eens erger worden.quot; Daar haar toestand niet gevaarlijk was, begreep men deze woorden niet; den 31:1611 Alei echter geraakte zij buiten kennis, tengevolge eener braking. Hare gezellinnen baden voor haar, opdat zij ten minste tot bewustzijn zou komen om te kunnen biechten. Zij kwam dan ook weer bij, ontving de H. Absolutie en het H. Oliesel. Niet bij machte te spreken, wees zij naar den mond om de H. Teerspijze

ocr page 64

te ontvangen, maar zij geraakte wederom buiten kennis ea stierf den volgenden dag, 4 Mei, des morgens te 4 uren. Het offer was dus aanvaard. Juist dienzelfden dag verklaarde dokter Bilon, dat de ziekte van M. Barat als overwonnen kon beschouwd worden. Geheel genezen keerde zij dan ook in het einde van Mei 1823 naar Parijs terug. »Bid,quot; schreef zij aan M. Duchesne,quot; en laat veel voor mij bidden, opdat ik het leven, dat God mij heeft teruggeschonken beter mag gebruiken.quot;

In 1823 werden nieuwe huizen in Besangon en Jurin gevestigd. Te Metz vereenigde zich eene uit 18 personen bestaande vereeniging »van de H. Sofia,quot; met de sociëteit van het H. Hart. In den zomer van 1825 verlangde dit eveneens eene vereeniging van den H. Vincentius te Bordeaux, die reeds de naam van het H. Hart had aangenomen.

Niettegenstaande de snelle uitbreiding der sociëteit, vergat M. Barat geen oogenblik den waren geest en de trouwe vervulling harer plichten. Zij vuurde hare geestelijke dochters mondeling en schriftelijk aan hare zending ten opzichte van de haar toevertrouwde jeugd met de grootste toewijding te vervullen. Niemand was zoo zeer van het verhevene ea het grootsche ervan overtuigd als zij. Sinds eenige dames van het hof in het

ocr page 65

57

«Sacrc Coeurquot; den sluier hadden aangenomen, ontstonden er weldra nauwe betrekkingen tusschen het koninklijk huis en de sociëteit. De geheele koninklijke familie wilde tot de opluistering van de kapel in het pensionaat bijdragen. Het Altaar was een geschenk van den koning zeiven. Ook de prinsen met hunne gaden en kinderen bezochten gaarne het in een klooster herschapen hotel Biron. De gunst van het hof trok de opmerkzaamheid van de groote wereld op de sociëteit van het H. Hart, en zoodoende was het pensionaat bezet met meisjes uit de hoogste standen. Dit was eene eer, die in het geheel niet door moeder Barat werd gezocht. Immers, zij had den waren geest van Jesus Christus in zich. en had dus voorliefde voor de armenscholen, ja zelfs voor de kleine Indianen, waarheen zij M. Duchesne gestuurd had. »Tachtig huisgezinnenquot; schreef zij, »welke men moest zien, hooren en waarmede men briefwisseling moest onderhouden; het is eene zware taak. En dan welke ouders, en welke kinderen! Kinderen van adelijken, van ministers, enz. Ach, lieve Philippine, wat zou ik veel liever de wilden tot christenen maken! Zij zouden zeker niet zooveel genaden slecht benutten, maar wij hebben toch ook degelijke meisjes; het kost echter veel moeite en zorg.quot; God heeft blijkbaar de

ocr page 66

58

sociëteit van het II. Mart juist voor het apostolaat der hoogste standen geroepen. Daarom offerden M. Iwat en hare dochters er zich ook gaarne blijmoedig voor op. Zij vermaande haar, zich eerst zelve tot bronnen te maken, die weldra stroomen zouden worden van de goddelijke liefde, waaruit de kinderen konden komen putten. sWat zouden wij niet veel meer kunnen helpen,quot; schreef zij, sindien wij zóó zeer door de innerlijke beschouwing met onzen Jesus vereenigd waren, dat wij aan ons zelve waren afgestorven! God zal de vrucht van ons offer niet versmaden, indien wij zelve niets afslaan van hetgeen Hij van ons verlangt. — De godsvrucht in het hart uwer kinderen zal het loon van uw eigen getrouwheid zijn. Ach, mijne dochters, ik kan u niet zeggen welk een grooten invloed de geest van gebed, van vereeniging met God, van innerlijke beschouwing en versterving op het hart der kinderen heeft.quot; Zij maande haar gaarne aan, veel van de kinderen, ook van de minder goede te houden. Zij komen wel ib waar in treurigen toestand tot U, maar God vertrouwt ze aan u, opdat gij ze tot Hem zoudt brengen. Als een dochter van het H. Hart deze opdracht niet kan vervullen, waartoe dient dan hare roeping? Want ongetwijfeld zijn de genaden, die wij van het H. Hart van Jesus ontvangen, ons gegeven,

ocr page 67

59

volgens de behoeften der zielen die ons zijn toevertrouwd. De liefde der meesteressen moet zonder zwakheid en zonder eenige aardsche genegenheid zijn, zij moeten de kinderen niet vleien, noch zich door haar laten vleien, zij moeten hare harten zoeken, om God alleen. Verloochent toch elke natuurlijke genegenheid voor de kinderen die u zijn toevertrouwd, maar hebt slecht Gods liefde voor oogen, en het verlangen die jonge harten tot Hem te brengen. 13e bekoorlijkheden van haar leeftijd moeten, u niet leiden in uwe liefde; ja, weest zelfs op uw hoede indien zij zouden trachten uw hart te treffen. Uw hart, geliefde dochters ?. . . . Maar het is het uwe niet meer? Het hart dezer kinderen? Het behoort u evenmin. En wat zou er gebeuren, o mijn God, indien gij u in deze wereldsche netten liet vangen?

Zeer spoedig zoudt gij onbekwaam worden iets goeds tot stand te brengen, daar gij u door uw hartstocht zoudt laten geleiden. Hebt gij echter slechts God, en God alleen voor oogen, zoo zal God ook met U zijn. Hij zal u verlichten en de genaden geven welke gij voor uwen arbeid noodig hebt. Hij zal het korreltje wat gij gezaaid hebt, laten gedijen. Hij zal het vruchten doen voortbrengen, die gij misschien niet rijp zult zien wor-

ocr page 68

60

den, maar die niettemin bij de genadestralen zijns Harten zullen rijpen. En wanneer uwe leerlingen zich later, zelfs te midden van de genoegens der wereld, het beeld barer meesteressen voor den geest roepen, zullen zij zich ook het geluk herinneren dat op uw aangezicht te lezen stond zelfs te midden uwer verstervingen en offers, dan zullen zij tot zich zelve zeggen, dat men ook gelukkig kan zijn, wanneer men God alleen en boven alles bemint.quot; Was Moeder Barat aldus eene welsprekende leermeesteres voor hare geestelijke dochters, zij was nog meer iihaar voorbeeld. Julie de Baillet, een leerlinge die later hare intrede in de sociëteit deed, geeft op de volgende wijze eene beschrijving van M. Barat: »Zij was in waarheid eene moeder voor hare kinderen. Niet zoodra bemerkten wij haar in eene der tuinlanen of wij gingen naar haar toe, omringden haar en wij voelden dat zij in onze oogen las, en wij openden haar ons hart. Wij speelden onder haar toezicht en zij bemoedigde deze spelen door prijzen. Somtijds verhaalde zij ons eene'geschiedenis; dan hingen wij allen zonder onderscheid om zoo te zeggen aan hare lippen. Zij liet ons ook ieder afzonderlijk bij zich komen, en met welk eene moederlijke goedheid vroeg zij dan naar alles wat ons en onze

ocr page 69

61

familie betrofl Sprak zij zelve tot ons, dan luisterden wij naar haar of het O. L. Heer zelf ware geweest!quot;

Zij wilde dat alle leerlingen, zonder onderscheid van stand of rang, gelijkelijk behandeld zouden worden, en hare hoovaardigheid strafte zij steeds met onverbiddelijke gestrengheid. Toen er eens in de Farijsche kostschool eene religieuse zou komen die niet van adel was, durfden eenige meisjes daarover aanmerkingen maken. Moeder Barat had dit nauwelijks gehoord of zij verzamelde alle leerlingen om zich, en sprak haar eerst over den eerbied en de hoogachting, die zij verplicht waren aan degenen die Gods plaats bekleeden; dan voegde zij er nog bij: «Ziedaar de wet Gods, maar blijkbaar is dit niet uwe zienswijze, daar gij alleen • maar dames van adel tot meesteressen wilt hebben. Er blijft mij dus niet anders over dan te vertrekken, want ik ben in 't geheel niet van adel. Vaartwel dus, kinderen, gij zult mij niet meer zien.quot; Dit werkte als een donderslag, de schuldigen wierpen zich onder heete tranen voor hare voeten en smeekten haar vergeving te schenken, en bij haar te blijven.

Was er onder de meisjes, eene die onverbeterlijk scheen, dan zonderde zij haar van de anderen

ocr page 70

af, en bemoeide er zich zelf mede. Zij hoopte daar, waar anderen reeds wanhoopten, en dikwijls verkreeg zij een schitterende uitkomst. Maar als het zaak was een kind te verwijderen, dat de onschuld van anderen in gevaar kon brengen, dan was zij onverbiddelijk; ook hield 7,ij de meisjes verre van wereldsche toiletten, dramatische voorstellingen en alles wat zulke jonge harten noode-loos opwindt en minder goede denkbeelden bij haar kon verwekken.

Zij trachtte de kinderen als hulpmiddel ook in haar latere toekomst, eene degelijke godsvrucht in te prenten: de devotie tot het IT. Hart. in zich een machtige hulp om de zielen te veranderen en te heiligen, daar de liefde tot dat Hart ook tot de navolging ervan leidt. Zij wekte de meisjes evenzoo op tot aanbidding van het Allerheiligste Sacrament en herhaalde haar altijd, dat zij niet met leege handen voor Gods Altaar mochten verschijnen, maar dat men zich daarvoor opofferingen moest getroosten. De kinderen die hare eerste H. Communie moesten doen, bereidde zij, indien het haar mogelijk was, zelve voor; zoozeer ging haar dit ter harte. Ook de vereering van de H. Maagd bevorderde zij op alle wijzen, en wel bijzonder door het oprichten

ocr page 71

63

_ van eene congregatie der »Kinderen van Maria.quot; Niet iedereen verkreeg daarin opname, maar het was eene belooning. die door allen zeer begeerd werd.

God zegende dea arbeid zijner dienaressen. Immers, uit hare kostscholen, en voornamelijk uit die van Parijs kwamen vrouwen, ja, een groot aantal die, door hare deugden en goede werken de wereld, waarin zij hare intrede deden, stichtten en nog stichten.

ZEVENDE HOOFDSTUK.

Dc sociëteit wordt door den H. Stoel goedgekeurd.

M. Bar at en de novicen.

De societeit van het H. Hart had zich innerlijk gevestigd, zich naar buiten uitgebreid, hare leden en hare leerlingen hadden vruchten van heiligheid voortgebracht, zij had haren goeden naam gehandhaafd, zij durfde dus nu op de goedkeuring van den H. Stoel hopen. M. Bigen werd nu naar Rome gezonden om deze gewichtige zaak zelve te bevorderen. Toen M. Barat den 'i4sten September 1826 de vierde algemeene vergadering naar Parijs samen riep, kon zij dan ook reeds aankondigen,

ocr page 72

64

dat de H. Vader, ofschoon de herderlijke brief nog niet was afgezonden, de constituties en het instituut bekrachtigd had.

De algemeene raad hield zich nu allereerst met eenige veranderingen bezig, welke de H. Vader in de constituties had noodig geacht. Vooral betrof dit eene strengere kloostertucht en de beoefening der H. Armoede. Daar in Parijs het huis nog geen armenschool had, werd er daar een opgericht, en de arme kinderen werden de beschermelingen der kostschoolmeisjes. Als belooning voor goed gedrag, mochten deze haar onderwijzen en ondersteunen, en werden zoodoende in de gelegenheid gesteld de naastenliefde te beoefenen. Ook bekrachtigde en regelde men het reeds bestaande gebruik dat de kostschoolmeisjes de arme kinderen op den dag harer eerste H. Communie in haar eigen klassen mochten bedienen.

De algemeene raad onderbrak nu den. arbeid, in afwachting van den pauselijken brief. Intus-schen bracht gravin Granville, oud-leerling van het Sacré Coeur, in het begin van het jaar 1827, de stichting van een huis te Rijssel tot stand. In Lyon bood de bejaarde gravin de la Barmondière der societeit een haar toebehoorend huis aan tot opvoeding der kinderen van verarmden adelstand

ocr page 73

65

-en M. Geoffroy werd met de stichting ervan belast. Ook behooren tot dienzelfden tijd de Arrjerikaan-sche vestigingen te St. Michel bij Nieuw-Orleans en te St. Louis.

Eindelijk kwam in Februari de pauselijke bul, die van 22 December dagteekende. Met een gevoel van dankbaarheid, ondervond M. Barat ook dat van grooter verantwoordelijkheid voor God; den 2den September 1826 had zij dan ook reeds aan M. Duchesne geschreven : gt;Dat wij toch niet voor de leus alleen den naam van het Hart van Jesus dragen 1 Die naam werd ons door het Opperhoofd der kerk ten aanzien van hemel en aarde gegeven. Maar welke verplichtingen legt hij ons ook niet op? Een leven van lijden en opofife-ring, een voortdurend martelaarschap voor het heil der zielen; tot welk een hoogen graad van volmaaktheid moeten wij niet geraken om deze hemelsche roeping te kunnen vervullen.quot;

De oorzaak dat de Apostolische stoel der sociëteit geen eeuwige geloften toestond, was het gemis der clausure, d. i. van het kloosterslot; als schadeloosstelling daarvoor zou er echter bij de gewone kloostergeloften, die van volharding gevoegd worden, waarvan alleen door den Paus kon ontslagen worden. Den l(3!len April 1827 werd door alle leden

ocr page 74

66

der societeit na de sluiting der algemeene vergaring, de gelofte van volharding afgelegd.

Een half jaar later ontving M. Bigen het loon voor hare vele verdiensten, onder welke de grootste, haar zending naar Rome was geweest. Zij stierf een zaligen dood den IfWen November 1 «27. Kort voor haren dood leidde M. Desmarquest alle novicen en postulanten tot haar, toen sprak de stervende : «Blijft alle getrouw aan uwe roeping. Ach, indien gij eens wist hoe gelukkig ik op dit oogenblik ben, alles voor God te hebben verlaten.quot; Het noviciaat bleef voor M. Barat een hoofdzaak, zij wilde van al hare novicen heiligen maken. »Mijne dochters,quot; zeide zij haar eens, sonze sociëteit heeft het noodig dat zij heiligen voortbrengt. Kondet gij alles weten, wat God van ons verlangt! En de zielen dan ! Zoo vele zielen tot wier redding wij geroepen zijn ! Geheele steden wachten ons en moeten wij redden . . . Helaas, men denkt niet genoeg aan de zielen die verloren gaan!quot; Zij verlangde echter eene vroolijke opgeruimde heiligheid. Hoe zou eene andere ook aan het doel der sociëteit beantwoord hebben. Zeker, zij verlangde de versterving, zelfverloochening, in alles overgeving aan Gods H. Wil, maar nooit mocht eene overdrevene, scrupuleuse angstvalligheid de

ocr page 75

67

novicen bedroefd, in zichzelve gekeerd of onvriendelijk maken. »De eerste regel van het huis, zei-de zij, is ; niemand tc vervelen.'quot; Zij haalde dan gaarne het voorbeeld van de H. Theresia aan, die, terwijl zij eens een klooster bezocht waar hare dochters zich hadden voorgenomen nooit iets geestigs te zeggen, geheel verschrikt uitriep: »Mijn God, wat zou er van ons worden, indien zulk eene stemming in onze kloosters de overhand verkreeg 1 De liefelijke genade van Jesus Christus zou dadelijk ophouden te vloeien. Het is al genoeg als men van nature eenzelvig is, wat zou het zijn indien wij het ook nog door de genade wilden zijn?quot; De lessen die zij de novicen alsook de geheele communauteit gaf, maakten een blijvenden, diepen indruk. Vroeger nam zij het Hooglied meestal tot tekst harer onderrichtingen, tot op het oogenblik, dat de abbé Montaigne het haar afried. Toen gaven de Brieven van den H. I'aulus en den H. Joannes haar onuitputtelijke stof voor haar onderricht in het streven naar de heiligheid, voor hare aansporingen getrouw in de roeping en in het volbrengen van Gods Wil te blijven, zich geheel aan Zijne genade, en aan de leiding van den H. Geest over te geven. Hoe voortreffelijk sprak zij op den vigilie voor Pinksteren 1827 : sEene

ocr page 76

68

ziel die zich aan Gods genade heeft overgegeven gaat niet meer, zij vliegt. — Het kruis drukt haar niet meer ter neder, of beter gezegd het kruis is niet meer haar kruis maar haar pelgrimsstaf; de doornen zijn geen doornen meer, maar de kroon welke zij, gelijk de H. Catharina van Siëune, van haren Goddelijken Meester ontvangen heeft, en die zij gaarne dieper in het hoofd zou drukken, om zich in de liefde en in het genot der smart te verlustigen. sHelaas^ wie zal het mij geven, U de waarde en de kracht dezer liefde te schilderen 1 En als dat het geluk eener ziel is, die zich geheel aan Jesus leiding heeft overgegeven, hoe groot zal dan het geluk van eene geheele sociëteit zijn, die zich zonder eenig voorbehoud aan Hem heeft toegewijd ?quot;

ACHTSTE HOOFDSTUK.

De revolutie of omwenteling van Juli.

Eerste reis naar Rome.

Paus Leo XII had niet alleen de sociëteit van het H. Hart goedgekeurd, maar hij liet haar in het jaar 1828 naar Rome komen, om op de berg Crinita de Monti eene kostschool op te richten

ocr page 77

69

voor de meisjes van den Romeinschen adel. Ook in Amerika had zich de sociëteit weder onder gunstiger omstandigheden te St. Charles gevestigd. Niettegenstaande Frankrijk door de vijanden der Kerk geteisterd werd, en de Jesuieten als eerste slachtoffers vielen, richtte het Sacré Coeur nieuwe huizen te Perpignan en Avignon op. Maar ook zij werd bedreigd. M. Karat zag met eene onnoembare smart het gevaar, zoo niet de ondergang waardoor zoovele zielen bedreigd werden, en dit was voor haar een reden te meer op God te steunen en zich zelve te heiligen. »Hoe zeer lijden wij bij het zien van zoovele schandalen, bij het hooren van zoovele verschrikkelijke dingenquot; schreef zij in Maart 1829. gt;'Hoe zullen onze kinderen tegen dezen stroom oproeien? lin de armen? En de rijken? Ach, verdubbelen wij voor haar onzen ijver. Dat men haar vóór alles de vreeze Gods en afschuw voor de zonde inboezeme. Ons woord moet als een tweesnijdend zwaard treffen; want was het ooit noodzakelijker dan thans? De harten worden verlamd, hard en koud als steen. En stellen wij ons nu met de gewone deugden tevreden, die vroeger voor een christelijk huisgezin toereikend waren, dan zouden wij ons doel missen. In buitengewone tijden heeft men buitengewone deugden noodig.quot;

ocr page 78

70

Om Gods toorn over Frankrijk tot bedaren te brengen, offerde zij zich met hare dochters geheel op om te lijden ; en inderdaad in 1827 had zij het ongeluk van een tafel te vallen waarop zij geklommen was om een raam te openen. aZij bekwam zulke hevige kneuzingen, dat zij zelfs na een jaar nog niet in staat was een stap te doen, en dan nog slechts op krukken. In zulk een lijdenden toestand maakte zij de revolutie van Juli 1830 door.

Parijs was in dien tijd van opgewondenheid geen geschikt oord meer voor het noviciaat, dus begaf M. Barat zich niettegenstaande hare pijnen op weg om er een toevluchtsoord voor te zoeken, hetgeen zij dan ook te Montet vond, op 4 mijlen afstands van het in Zwitserland gelegen Freiburg. Zij kocht daar een prachtig slot, en daar het verbouwd moest worden huurde zij er het kleine van Middes bij. Den lO^6quot; November kwamen er de eerste novicen, en M. Barat vestigde er zich met haar, alle in wereldsche kleeding. Intusschen toonde zich ook in Zwitserland zulk eene vijandige gezindheid jegens de geestelijke orden dat de bisschop van Freiburg zelve moeder Barat aanraadde zich liever naar Chamberg of Jurin terug te trekken. Den 19den December verliet zij dus Middes en begaf zich naar Chambéry. In Genève moest

ocr page 79

71

zij zich eene geruimen tijd ophouden daar heur voet haar meer pijn veroorzaakte en te Chambery de dokter haar volkomen rust voorschreef. Zij leed zonder klagen en offerde haar smarten aan het I I. jrlart van Jesus op tot eereboete voor zoovele heiligschennissen, die aan Hem gepleegd werden. »God wil, dat wij lijden,quot; schreef zij. ^Helaas, Zijn Goddelijk Hart is met bitterheid vervuld — is het niet billijk, dat wij er ook ons deel van nemen? Ik beklaag mij daarom niet over mijne smarten, die bovendien gering zijn.quot;

Bij haar lichamelijk lijden kwam nog de zorg voor bedreigde huizen, üe kostschool van Parijs was naar Versailles verplaatst, het huis te Perpig-nan was verwoest en de religieusen er uit verdreven ; en hetzelfde was te Grenobel en te Autun te verwachten.

Het verblijf te Chambery werd door het bezoek der badplaats te Aix voor eenigen tijd onderbroken. Xa het verzorgen des lichaams, kwam eene retraite aan de beurt, waarna M. Barat naar Middes terugkeerde.. Intusschen was het in de wereld, en bijzonder in Zwitserland weer kalmer geworden, zoodat het noviciaat te Middes niets meer te vreezen had. In October verhuisden de bewoners van het slot van Montet, en keerde M.

ocr page 80

72

Barat over Besangon voor eene korte wijle naar Parijs terug. Hier vernam zij met groote vreugde dat veertien maagden, die zich met de devotie tot het H. Hart en de opvoeding van kinderen te Annonay bezighielden, in de sociëteit van het H. Hart wilden treden; zij stuurde er M. Prevost henen om haar aan te nemen. Den 10den November reisde zij zelve af, om in het Zuiden van Frankrijk de huizen der sociëteit, die door de laatste gebeurtenissen veel hadden geleden, te bezoeken. Toen zij dicht bij Lyon kwam, brak er een opstand uit, die haar noodzaakte in Jarare te blijven en kon zij eerst den 24sten December in de stad komen. M. Lhuillier had te Lyon oud-leerlingen van het Sacré Coeur in eene Congregatie van «kinderen van Mariaquot; bij elkander gebracht. Toen Moeder Barat dit hoorde erkende zij dadelijk hoezeer deze congregatie geschikt was de vruchten van het werk der meesteressen te verzekeren en te vermeerderen. Zij vroeg P. Druilhet aan deze congregatie hare eigene statuten te geven, opdat zij werkelijk haar taak vervullen, en jonge meisjes en dames in de wereld zou helpen om in het geloof, de godsvrucht, de liefde en de nederigheid te blijven volharden, haar op te wekken om de plichten van haren staat te vervullen en hem

ocr page 81

73

de geestelijke troost, die zij noodig hadden te geven, te weten ; het gezamentlijk gebed, het aanhoo-ren van het Woord Gods, het geregeld ontvangen der H. Sacramenten, eene jaarlijksche retraite, de devotie tot de H. Maagd en het gemeenschappelijk werken voor de armen. M. Barat richtte deze Congregaties in al hare huizen op: te Lyon kwam er zelfs reeds eene volgens den grondslag der nieuwe statuten van den 25sten Maart 1832, tot stand. M. Barat schreef toen aan de secretaresse dier Congregatie : »Uwe zending is verheven, en het past mij niet, u dit apostolaat aan te prijzen, want gij beseft reeds ten volle uw apostolaat in deze bedorven wereld. Door uw voorbeeld zult gij verdwaalde vriendinnen op het rechte pad der deugd terugvoeren; de laffe zielen, die door het mensche-lijk opzicht worden tegengehouden, bemoedigen; ja, gij zult de hel haar buit ontnemen. Inderdaad hoeveel kunt gij niet doen, nu gij in de Congregatie uw steun vindt; gedragen door dit scheepje, dat de Sterre der Zee zelve geleidt, zult ge zeker langs klippen en door stormen, voor elke schipbreuk gespaard worden. Ja, de hel is onmachtig op de kinderen van Maria !quot;

In aansluiting met dit werk, bepaalde M. Barat nog in hetzelfde jaar, dat voortaan in elk huis

4

ocr page 82

74

jaarlijks eene retraite voor dames uit de wereld zou gehouden worden; het huis te Jurin maakte hiermede een eerste begin.

Den 12(lei1 Februari 18:12 begaf zich de alge-meene overste van Lyon naar Grenobel. Daar ontving zij het eerst bericht van het uitbreken der cholera te Parijs. Bezorgd voor het zich daar bevindend huis, stelde zij het onder de hoede van de Moeder der Smarten en liet tevens een altaar van den H. Rochus in de kapel oprichten. Haar groot vertrouwen werd beloond ; in den geheeien omtrek bleef het Sacré-Coeur alleen van de besmettelijke ziekte bevrijd. Uit dankbaarheid besloot zij nu eenige weezen, wier ouders aan de cholera gestorven waren te verzorgen, en op te voeden. Üok ging de engel des verderfs alle andere huizen der societeit voorbij.

Van Avignon ging M. Barat naar Perpignan waar de verbannen religieusen zich weder ver-eenigd en hare bezigheden hervat hadden, vandaar naar Aix in Provence, waar juffrouw Chaniac hare kostschool wilde afstaan. Zij vond het huis met zware schulden bezwaard, de leerlingen wel goed gestemd maar aan geen tucht gewend, zoodat zij besloot de onderhaivdelingen af te breken en te vertrekken, juist woonden de kinderen de H. Mis

ocr page 83

75

bij, toen zij wilde heengaan; maar als zij het rijtuig hoorden wegrijden, vlogen zij de kapel uit, en radende, wat dit overhaast vertrek te beduiden had, wierpen zij zich voor hare voeten en riepen uit: »VVij willen aan het H. Hart van Jesus toe-behooren; U mag niet vertrekken, want gij zult onze moeder zijnlquot; M. Barat kon aan deze onverwachte bestorming niet weerstaan ; zij nam de kostschool over, en vestigde dus ook in deze stad een huis van de sociëteit.

M. Barat's oponthoud in het Zuiden beviel haar zeer; hare zwakke borst beterde aanmerkelijk, de pijn in het been alleen hield aan. Men raadde haar andermaal, naar een badplaats te gaan; maar zij zeide, dat dit geen plaats voor eene religieuse is. Daarom begaf zij zich naar Jurin, waar zij door een ervaren geneesheer in het huis van de sociëteit zou behandeld worden. Inderdaad, zij vond eene algeheele genezing na een uitstekend geslaagde operatie door den hof-chirurgijn Dr. de Rossi, dank vooral aan de vele vurige gebeden voor haar opgedragen. De geneesheer toch verklaarde zelf, dat hij slechts een werktuig geweest was van Gods almacht. Zij hing nu uit dankbaarheid hare krukken op in de kapel van de villa Casino, haar door de markiezin de Barol voor

4*

ocr page 84

76

haar klooster afgestaan. Hier ook hield M. Barat hare volgende retraite, waaruit zij als voornaamste vrucht het innige verlangen medenam, de deugd der gehoorzaamheid in nog hoogere mate te verkrijgen. Zij, die in de sociëteit dorst te leiden, besturen en bevelen, zij nam het besluit zich in het private leven geheel onder de bevelen der overste van Jurin, M. de Limminghe, te stellen, want zij beschouwde de gehoorzaamheid als een nagel, waardoor men aan het kruis wordt gehecht; en als den vasten en zekersten band door welken men met Jesus vereenigd wordt.

In het midden van October 1832 begaf zij zich naar Rome. Het doel dezer reis was het oprichten van een Italiaansch noviciaat, waarvoor zij reeds in Trastevere het klooster van St. Ruhna ten geschenke had gekregen. Toen zij na aankomst haar kamer moest houden, wegens eene ontsteking aan den voet, deed de H. Vader, Gregorius XVI haar de onverwachte eer, zelf in 1 rinita del Monte te komen om haar zijnen zegen te brengen, en haar te zeggen, hoe verheugd hij was, dat een Instituut, hetwelk zoo nuttig, zoo stichtend en zoo goed beheerd werd, zoo heerlijk bloeide.

Zij bezocht tot hare groote voldoening de meest beroemde heiligdommen der eeuwige stad. Op elke

ocr page 85

77

trede der »Scala Santaquot; of «Heilige Trapquot;, die zij op hare knieën beklom, beval zij een barer huizen der genade Gods aan. »Er is hier zooveel te zien,quot; schreef zij te dien tijde, »dat Rome niet zonder reden de Heilige stad wordt genoemd. Welke schatten bezit zij ! Maar ach, het aanschouwen alleen van zoo vele relikwieën maakt niet heilig ; men moet lijden, wij moeten ons kruis dragen.quot; Zij had haar godsvrucht spoedig voldaan en trok zich in haar cel terug, waar het haar toch niet vergund zou worden van de eenzaamheid te genieten. De vele Franschen, die zich dien winter te Rome ophielden, waaronder oude vrienden der sociëteit, bezochten haar. en de hoogste waardigheids-bekleeders van Rome kwamen tot haar en werden in haar gesticht. Den 27stequot; December ontvingen nog tien postulanten in Trinita del Monte den sluier. Toen zij wel voorzag, dat het klooster St. Rufina spoedig te klein zou worden, daar het behalve 't noviciaat, nog eene kostschool van den tweeden rang en een armenschool moest bevatten, verlangde M. Barat, het met een naburig kloostergebouw, dat in een tabaksfabriek was herschapen, te verbinden. Zij vroeg hiervoor een audiëntie aan bij den Paus, die zij den Isteu Februari 18:58 verkreeg. Ofschoon hare bede niet werd ingewilligd was zij

ocr page 86

78

toch hoogst gelukkig over de welwillendheid, waarmede de H. Vader haar behandeld had. Op Witten Donderdag mocht zij de plechtigheid der voet-wassching bijwonen, waartoe Zijne Heiligheid haar een plaats op eene tribune had laten aanwijzen. Zij stichtte en was zeer gesticht over de diepe nederigheid en godsvrucht van den H. Vader, en toen haar blik op een schilderij van de voetwassching van Christus viel, kon zij niet nalaten der onbekende aan hare zijde, te zeggen : »Hier voelt men toch den onafgebroken duur der Katholieke Kerk, en welke ongeloovige, ketter of scheurmaker, zou zich niet bekeeren bij het aanschouwen dier onafgebroken keten, die bij Jesus Christus beginnende, zich tot aan Gregorius XVI, zijnen tegenwoordigen Stedehouder voortzet!quot; De onbekende dame was door deze woorden zeer 'getroffen, en in plaats van te antwoorden, vroeg zij een gebed aan M. Barat. Deze hoorde later, dat zij tot de Grieksche kerk behoorde, en nog eenigen tijd later vernam M. Barat, tot haar groote vreugde, dat zij zich tot de Roomsch Katholieke Kerk bekeerd had.

M. Barat woonde ook de Paaschmis bij en den zegen, dien de H. Vader »urbi et orbiquot; uitsprak. Den 6tlen Mei liet zij hare novicen naar St. Rufina verhuizen, en den 29sten Mei had zij nog eene af-

ocr page 87

scheidsaudiëntie bij den Paus, die haar daarenboven twee dagen later nog een brief zond, met zijnen zegen voor haar en hare geestelijke dochters. »Wij zegenen van ganscher harte,quot; stond er ingeschreven,quot; het werk, »dat onze geliefde dochter met zooveel moeite gesticht heeft, en dat zij met zooveel wijsheid leidt.quot;

Den 3den Juni aanvaardde M. Barat de terugreis naar Frankrijk. In Rome ontmoette zij de aartshertogin Maria Louise, de voormalige Keizerin van Frankrijk, die haar een oud klooster aanbood tot stichting van een kostschool van meisjes uit den adel. Onder voorwaarde, dat aan de laatste reeds bejaarde leden des kloosters een geschikt onderkomen zou aangewezen worden, en dat er bij de kostschool der meisjes ook een armenschool zou gesticht worden, beloofde M. Barat in het naaste voorjaar eenige religieusen te zenden. In Chambéry deed zij hare jaarlijksche retraite onder leiding van abbé Favre, een geestelijke, die even streng was voor de zielen, die hij bestuurde, als voor zichzelven. Hij ontvlamde dadelijk het verlangen der boete in haar. Zij maakte zich een boetegordel uit stekelige planten, die zij in den tuin vond. Toen de zuster, die haar bediende, die zag en wegnam, veranderde zij het martelwerktuig

ocr page 88

80

in een ijzeren gordel, hetgeen men echter ook weer aan haar linnengoed bemerkte. Terwijl zij aldus haar lichaam kastijdde was haar ziel vol vertroosting over Gods tegenwoordigheid. Als M. de Limminghe haar eens in een harer overwegingen voor het H. Sacrament kwam storen, zeide zij, zich over deze stoornis beklagende; »Ach, Hij heert zich met zooveel goedheid met mij veree-nigd. Abbé havre was verwonderd over de werkingen der genade in deze ziel en zeide eens: quot;Wij hebben hier eene heilige, die evenveel van boete houdt, als wij van suiker.quot;

Van Chambéry uit riep M. Barat voor den 29sten September 1833 den vierden algemeenen raad te Parijs bijeen. Zij kwam er, na het bezoeken van verschillende huizen, den 12^en September aan. Hare dochters verheugden zich, haar na eene tweejarige afwezigheid en daarenboven geheel gezond terug te zien.'

NEGENDE HOOFDSTUK.

Iweede reis naar Rome.

Hetgeen de vorigen besloten hadden, met betrekking tot het geestelijk leven der religieusen en

ocr page 89

81

de opvoeding der haar toevertrouwde jeugd, had deze vierde algemeene raad slechts te bevestigen, of te verbeteren. Nadat hij geëindigd was, begon de onvermoeide algemeene overste weder eene nieuwe rondreis, die tot in den zomer van het volgende jaar duurde. Den 14clel1 Augustus 1834 vinden wij nu M. Barat te Charleville in de Ardennen, waar het genootschap van ïde Voorzienigheid,quot; dat daar armenscholen bestuurde, in de sociëteit van het H. Hart wenschte opgenomen te worden. Zij onderrichtte het dan in den geest van 't Sacré-Coeur, in de constituties, en ried in 't bijzonder de overweging aan. Terzelfder tijd vereenigde zich de Congregatie van »den H. Petrusquot; met die van St. Jozef te Marseille.

Ka Charleville kwam een bezoek te Brussel aan de beurt, waar men haar aanbiedingen deed tot het stichten van een adellijk pensionaat, tengevolge waarvan zij bij Brussel het huis van Jette-St. Pierre, grondvestte.

Te Parijs teruggekeerd, hield zij het voor geraden, het moederhuis en het noviciaat van het Hotel Biron te scheiden en het te verplaatsen in de Rue Monsieur in een daarvoor gehuurd huis. Het volgende jaar bezocht zij de jonge leden van St. Josef te Marseille en begaf zich toen over Aix,

ocr page 90

82

Avignon, »La Ferrandièrequot; en Chambéry naar Montet. Van den 17den Augustus tot den S01™ October 1836, bleef zij in het door M. Henriëtte Coppens voortrefielijk bestuurde noviciaat, waar zich te dien tijde ook nog de jeugdige Joséphine Götz bevond, de onmiddellijke opvolgster van M. Barat als algemeene overste. Toen zij naar Turijn verder reisde, wenschte zij de novicen bij het afscheid, »den geest des gebeds, geluk in de studiën, vroolijke recreaties, en voor alles den geest van zelfopoffering.quot; Van uit Turijn, waar zij ongeveer twee maanden bleef, zond zij de overste van het huis naar Nantes, om daar, volgens den hartewensch des Bisschops, toebereidselen voor eene nederzetting der sociëteit te maken. Zij verwierf te dien einde eveneens een huis te Tours; bovendien stuurde zij in het begin van December drie reli-gieusen naar Pignerol, om een klooster sde Abba-dia,quot; te bezichtigen. Ofschoon het zeer bouwvallig was, scheen de aankoop toch voor de sociëteit voordeelig, en werd dit na een jaar door een kleine kolonie van 't Sacré-Coeur in bezit genomen.

Den December 1836 begon M. Barat haar

tweede reis naar Rome en kwam er den llden Februari 1837 aan. Den 2(1^™ Februari ontving de H. Vader haar met dezelfde gulheid als vroe-

ocr page 91

83

ger op audiëntie. Zij was diep getrofifen bij de uitdrukking van smart, die op zijn gelaat stond te lezen, een gevolg van de droefenissen der Kerk, welke hem dag op dag terneer drukten en die ook, het hart van M. Barat met treurigheid vervullend, haar steeds tot nieuwe offers aanspoorden. »Helaas, mijne dochters,quot; schreef zij toen, swelk eene ongelukkige tijd voor de Kerk! Van alle kanten wordt zij door haar eigen kinderen beleedigd en vervolgd! Mogen wij aan iets anders denken? Welke ijver moet ons niet bezielen, om ten minste te trachten eenige zielen terug te houden, terug te brengen en in het geloof te versterken!quot; Zij wilde terstond het hare er toe bijbrengen en vergrootte daarom niet alleen de school van St. Rufina maar opende daarenboven een toevluchtsoord voor arme, verwaarloosde kinderen. Daar St. Rufina geheel aan de armen zou behoo-ren, kocht zij de villa Santé aan voor het noviciaat, dat er zich den 7^quot; Juni in vestigde. Zelve nam zij daar haar intrek. Met aantal novicen bedroeg in dien tijd twaalf; verscheidene harer behoorden tot de voornaamste familiën. alle gaven door haar vurigen ijver, die eerder beteugeld dan aangespoord moest worden, de beste vooruitzichten. M. Barat zou dan ook in haar midden de geluk-

ocr page 92

84

kigste dagen hebben doorgebracht, ware de cholera niet in Rome uitgebroken en hadde zij in Trinita del Monce geen zeven offers onder de religieusen gevraagd. Ook in Aca waren er drie aan bezweken. Deze en andere verliezen drukten M. Barat zwaar terneder. Zij vond echter troost in de gedachte, dat al die geliefde afgestorvenen nu in den Hemel waren, om zooals zij het eens zeide, de strijdende sociëteit van het H. Hart te steunen. Door de cholera waren ook vele kinderen aangetast; anderen uit Rome hadden vader of moeder verloren. Dezen nu nam zij te St. Rufina met dezelfde liefde op, waarmede zij in het Hotel Biron de weesjes van Parijs een toevluchtsoord aanbood. Toen zij na de besmettelijke ziekte, te Rome aankwam, vond zij een menigte van kinderen tusschen de drie en twaalf jaar, die door liefderijke buren waren opgenomen, ofschoon ze in hunne armoede zelf wel ondersteuning noodig hadden. M. Barat wai van meening, dat de dames van het H. Hart niet minder barmhartig mochten wezen dan deze armen: »Ünze zusters zijn, wel is waar, met schulden beladen, en moeten zich zeer bekrimpen; maar dat hindert niet; ik wil in mijne nabijheid geen lijden zien. De kinderen zullen dus opgenomen worden. Later, als het

ocr page 93

85

groote huis in orde zal zijn, zullen wij ze daar brengen; voorloopig zullen wij reeds de meest veriatenen opnemen. De Goede Meester zal ons wel helpen. Laten wij bidden, heilige en volmaakte religieusen worden, en Jesus zal zich niet laten overwinnen in grootmoedigheid. Die God gespaard heeft moeten zich tot alles laten gebruiken; Met een weinigje deugd doet men het dubbele, en doet men dat dubbele nog beter.quot;

In den herfst moest ook M. Barat aan het klimaat van Rome ten duren tol betalen, daar zij door de koorts, die haar had aangegrepen en niet meer wilde wijken, genoodzaakt was den geheelen winter hair kamer te houden. Om haar wat te verstrooien, had men in haar vertrek vogeltjes geplaatst, waarmede zij zich onderhield gelijk de H. Franciscus. Zoo hoorde eens in de voorkamer eene novice haar spreken: »Wat zijt gij gelukkig, schepselen Gods, uwen Schepper nooit te hebben beleedigd. Gij toch vervult de bestemming, die Hij met U voor heeft, terwijl ik ongelukkige Hem dagelijks beleedig. En toch heeft Hij mij bemind, en is voor mij gestorven .... Komt, komt kleinen, zingt Gods lof voor zoovele ondankbaren die Hem be-leedigen en lasteren. Zingt ook voor mij, die niet zoo waardig ben als gij het te doen.quot; Een ande-

ocr page 94

86

ren keer was zij juist ingesluimerd, toen de vogels haar wekten en zeide zij; »Gij hebt gelijk, dat trage schepseltje, dat zich ter ruste begeeft, in plaats van, zooals gij, God te loven, uit den slaap te wekken. Ach, indien gij wist, hoe goed en liefelijk Hij is, dien gij bezingt 1 U geeft Hij echter slechts een paar kruimeltjes te eten, mij geeft Hij zich zeiven tot voedsel. En toch, bemin ik Hem zoo weinig.quot;

Den Mei 1838 verliet zij Rome en kwam

den 17den Augustus te Parijs. Hier was Eulalie de Bouchaud, novicenmeesteresse. Om haar voor heur wichtige taak door en door bekwaam te maken, wijdde de algemeene overste haar eene bijzondere zorg, en spoorde haar aan, zich zelve en de novicen te heiligen. sVerdubbel uwen ijver voor den vooruitgang van onze kleine, reine kudde ; zij is al onze hoop. Ik kan op Ü toepassen, wat Onze Lieve Heer aan zijn Apostelen zeide : Gij zijt het zout der aarde; als het zout smakeloos is geworden, waarmede zal het gezouten worden?.... De kudde moet grootmoedig zijn en bereid tot elk offer. Uwe dochters zullen zich den vernederden, den vernietigden, den gekruisigden Jesus tot voorbeeld stellen. Zoodoende zullen zij de volmaaktheid bereiken en waardig

ocr page 95

87

ge bruiden van het Goddelijk Hart van Jesus worden.quot; M. Barat werkte in dezen zin ook persoonlijk op de kleine kudde, zoodra zij te Parijs verscheen. Ue recreaties in het bijzonder maakte zij niet alleen tot uren van ontspanning, maar ook van verheffing tot God. Dikwijls had zij de novicen in den tuin om zich henen geschaard, dan wist zij elk aangevangen gesprek op godvruchtige en goddelijke zaken te brengen. Trad zij ook wel eens onverwachts in de werkzalen der novicen, en zeide dan: »Ik zie u zoo gaarne, mijne geliefde dochters, onder Maria's oogen arbeiden. Maar zijt gij niet vermoeid?] Komaan, rust een poosje.quot; Dan zette ieder het werkmandje ter zijde en drongen allen zich om haar henen. Eens waren eenigen een weinig ver af blijven staan. »Ik bid u,quot; zeide zij dadelijk, slaat het toch niet zoo ledig rond om mij blijven, ik houd niet van leegte,quot; dan ging zij voort: »Het menschelijk hart is niet geschapen om ledig te zijn, en het blijft toch altijd leeg zoolang het niet van God vervuld is. Is het ook niet billijk, dat Jesus, die gestorven is, om het te bezitten, er de eereplaats inneemt?quot; Een andermaal stelde zij haar den Goddelijken Heiland voor, hoe Hij het geheele aardrijk doorloopt, de handen vol van genaden, die dan door de wereld afgewe-

ocr page 96

88

zen worden, en ging dan voort; vGij, stelt gij u ten minste voor Hem open. Jesus moet in het Sacré Coeur gelukkig zijn . . . Als op de aarde het vuur der ware liefde uitgedoofd is, dan moeten God en de menschen het in het Sacré Coeur kunnen terugvinden,quot;

Bezield als zij was met het denkbeeld, dat de religieusen van het H. Hart apostelen moeten zijn, zocht zij ook in het hart der novicen dien apos-tolischen ijver te ontvlammen, en om dien te beoefenen verbond zij een armenschool aan het noviciaat van Parijs en een arbeidschool voor de kinderen, die het schoolonderwijs reeds achter den rug hadden. Hieruit ziet men wel, hoezeer zij de liefde tot de armen bij hare novicen trachtte op te wekken ; ook spoorde zij haar aan kleeren voor arme vrouwen te maken en op haar naamdag was geen geschenk haar zoo aangenaam, dan zulke gemaakte kleeren voor haar armen. Voor de armen mochten zij zelfs .... hebzuchtig zijn. sWeest hebzuchtig, mijne lieve kinderen 1 Als men het voor de armen is, geschiedt het op een heilige manier.quot;

Moeder Barat had het genoegen, spoedig na haar terugkeer den pastoor van Notre-Dame-des-Victoires bij hare novicen te brengen. Hetgeen hij over de toenmaals nog nieuwe aartsbroederschap

ocr page 97

89

van het H. Hart van Maria, haar oprichting cn haar wonderbaar welslagen verhaalde, maakte op de algemeene overste een diepen indruk, en zij besloot dit goede werk voornamelijk onder de grootere leerlingen te bevorderen. Sinds dit oo-genblik kwam de pastoor dikwijls terug, bijzonder om het gebed der sociëteit te vragen in gewichtige aangelegenheden. Eens vroeg hij het voor de bekeering van Engeland, »want,quot; zeide hij: shet loont wel de moeite, Engeland te veroveren. Bonaparte heeft er zijn zwaard op verpletterd, maar Maria is sterker dan een goed bestuurd leger. Vroeg of laat zal zij ook op dit eiland der Heiligen nederdalen.quot; Ook de vele bezoeken van bisschoppen en priesters-missionarissen brachten er veel toe bij, om voor het heil der zielen te ijveren. En daarvoor was gelegenheid in overvloed.. In het binnen- zoowel als in het buitenland werden steeds nieuwe nederzettingen van de sociëteit gevraagd, maar de krachten waren niet toereikend, om aan alle deze wenschen gehoor te geven. Toen M. Barat eens hare novicen kwam mededeelen dat er aanvragen uit Holland en New-York waren gekomen, vroegen zij ; »En zult gij ze aannemen?quot; — »Wie zal ik zenden?quot; antwoordde zij. «Ons, ons, riepen verscheidene. »U ?quot; hernam de alge-

ocr page 98

90

meene overste, — sHa, novicen! — en wat voor novicen. Met hoeveel zijt gij hier ?quot; ^Veertig,quot; zeide men. »Ach,quot; antwoordde zij, »het is mijne schuld, dat gij niet talrijker zijt; want ware ik wat ik zijn moest, dan zoudt gij niet veertig maar vierhonderd zijn.quot; Dadelijk antwoordde daarop de novicemeesteres ; »Er is een middel om allen te helpen en alles te bereiken, als elk der veertig voor tien opweegt 1quot; En zoo beloofden allen zich gt;voor Gods eer te vermenigvuldigen.quot;

TIENDE HOOFDSTUK.

Nieuwe stormen.

Na nog een huis te Toulouse opgericht te hebben in 1S39, telde de sociëteit van het H. Hart nu veertig nederzettingen. Door deze uitbreiding was eene verandering in het bestuur der sociëteit noodzakelijk geworden; want tot nu toe was zij alleen door de algemeene overste bestuurd en deze last was onmogelijk meer door één persoon alleen te torschen. Vele leden wenschten ook de constituties te veranderen en haar nog meer gelijkvormig aan die der sociëteit van Jesus te maken, zelfs met betrekking tot die regelen.

ocr page 99

91

welke tot nu toe beschouwd waren als ongeschikt voor vrouwelijke religieusen. Boven alles wilde men het noviciaat van Parijs naar Rome verplaatsen. Omtrent dit alles zou de aigemeene raad nu beslissen, en M. Barat zag met eene groote bezorgdheid den uitslag tegemoet. In elk geval zou het de sociëteit eenigszins in beroering brengen, maar dat was onvermijdelijk. Den 2(3sten Februari verliet zij Parijs en begaf' zich over Besangon naar Montet. Van hier uft deed zij de eerste schreden tot het oprichten van een huis te Kientzheim in den Elzas. In April zette zij hare reis naar Rome voort. Te Turijn aangekomen, was volgens gewoonte haar eerste vraag of er zich ook zieken in huis bevonden. In het pensionaat nu was een meisje, dat in zorgwekkenden toestand verkeerde. M. Barat bezocht de aan haar onbekende zieke en sprak tot haar : »Mijn kind, Maria Magdalena komt u zegenen in den naam van Onzen Heer Jesus Christus.quot; Zij maakte het teeken des H. Kruises op het voorhoofd der zieke, en de koorts was terstond verdwenen. Na eenige dagen was het meisje genezen en zeide nu tot ieder; »Ik heb Maria Magdalena gezien, eene goede dame die bij mij kwam en mij zegende, zij heeft mij beter gemaakt.quot;

ocr page 100

92

Den 21sten April was M. Barat te Rome en den 2den Mei riep zij den generalen raad in 't begin van Juni naar de Eeuwige Stad bijeen. Den 10del1 Juni begonnen de beraadslagingen. Het eerste besluit was: de verdeeling der sociëteit in provinciën, waarbij de provinciaal-oversten tot taak hadden de huizen der provincie te bezoeken, en te besturen 'met verantwoording aan de algemeeneoverste. Buitendien werden er nog zes en veertig artikelen van de constituties veranderd of opgeheven ; en eindelijk werd het groote noviciaat en dus het verblijf der algemeene overste naar Rome verplaatst. Het laatste besluit vooral griefde M. Barat zeer; niettemin meende zij het evenals alle andere besluiten der algemeene vergadering te moeten uitvoeren; ook de Fransche huizen betreurden het; daarom ook was het schrijven der algemeene overste, toen zij de beslissing van den algemeenen raad in Frankrijk bekend maakte, den 8sten December 1839, een »troostbrief.quot;. Men wil den wijnstok, die reeds vruchten draagt, snoeien, opdat hij nog meer vruchten voortbrenge. Is het niet de wil van het H. Hart, nu het van ons offers en scheiding verlangt? Het wil ons van alle natuurlijke genegenheid onthechten. Overigens, die op de menschen bouwt en niet op Jesus

ocr page 101

93

alleen het oog gericht houdt, wat zou zij eens haren oppersten Rechter hebben aan te bieden? Kaf in plaats van tarwe, stof in plaats van goud. Ook werden velerlei bedenkingen geopperd tegen afwijkingen van de regels, en dit wel uit rechtmatige vrees voor nieuwigheden. P. Renaud, de provinciaal der Jesuïeten in Frankrijk zeide: »Te zamen genomen is onze regel voor vrouwen te streng; gij onderneemt iets wat boven uwe krachten gaat.quot; M. Barat zocht ook hier weer alle vrees te vuurkomen, want persoonlijk deinsde zij voor niets terug, en om hare dochters aan te moedigen, schreef zij: Indien wij door de genade Gods worden, wat wij zijn moeten, dan zal de sociëteit van het H. 1 lart aan de wereld toonen, dat vrouwen met Gods hulp mannen kunnen worden. Onder ons gezegd, zal dat des te gemakkelijker zijn in een eeuw waar mannen, vrouwen worden.quot;

Under de vrienden der sociëteit bleef intusschen de beoordeeling zeer verdeeld, en daar de aartsbisschop van Parijs met verschillende andere Fran sche bisschoppen een protest bij den Apostolischen Stoel indienden tegen de nieuwe besluiten, meenden eenige Fransche huizen, voornamelijk het huis te Parijs, dat zijne algemeene overste al te gaarne

ocr page 102

94

bij zich hield, in geweten in zeker verzet te mogen blijven. Ook M. Barat hield er in zooverre rekening mede, dat zij aan de besluiten van den algemeenen raad slechts een voorwaardelijk gewicht hechtte, daar zij nog niet door den Apos-tolischen Stoel erkend waren. Den i TH™ November 1839 stuurde zij een schrijven rond, waarin, volgens den wensch van verscheidene moeders, een driejarig beraad ten opzichte der besluiten werd aangeprezen, elk huis moest die op practi-, sche wijze ten uitvoer brengen en bemerkte men, dat de nieuwe besluiten een nadeeligen invloed op de sociëteit uitoefenden, zoo zou er een nieuwe algemeene raad bijeen geroepen worden, om de nadeelen uit de ondervinding duidelijk geworden, uit den weg te ruimen. In het begin van Augus-gus 1840 begaf M. Barat zich over Loretto, naar Parijs, na in eerstgenoemde stad uit medelijden met de straatjeugd, alsook om zich de bescherming der H. Maagd voor de sociëteit te verzekeren, een huis te hebben gevestigd. Het doel van haar Parijschen tocht was de gemoederen door haar persoonlijken invloed te kalmeeren en den vrede te herstellen. Door hare zachtmoedigheid gelukte haar dit volkomen. Men zeide haar : «Helaas, indien gij het besluit zelve gebracht zoudt hebben, niemand hadde

ocr page 103

95

er aan gedacht u tegen te spreken.quot; Na weder in den winter twee maanden ziek te zijn geweest, ondernam zij in den zomer van 1841 eene reis naar Amiens, Rijssel, Jette-Saint-Pierre en Beauvais. Overal bracht zij den vrede. Reeds toen kon zij naar Amerika schrijven: «Langzamerhand wordt alles rustig. Ieder werkt naar vermogen voor het welzijn der sociëteit. Ik hoop dus, dat Jesus niet zal ophouden ons te zegenen.quot;

Den 2G3t;en Juli 1842 beriep M. Barat wederom den algemeenen raad naar Lyon; hier zou dan beslist worden. De leden waren reeds te zamen, toen de nieuwe aartsbisschop van Parijs, Mgr. Affre, protesteerde, daar hij elke bijeenkomst onwettig verklaarde, die buiten het moederhuis waarvan hij de overste was, gehouden werd. Ofschoon hem wel van uit Rome werd beduid, dat hij, hoezeer aartsbisschop van Parijs, toch volstrekt geen rechtsmacht over de geheele sociëteit uitoefende, zoo hechtte men toch groote waarde aan zijn tegenkanting, daar hij op de regeering grooten invloed had. Het gevolg er van was, dat de algemeene vergadering werd verdaagd. M. Barat reisde daarop naar Besangon en Autun en ontving hier een schrijven van den minister van eeredienst, waarin werd verklaard, dat de verplaatsing van

ocr page 104

96

het noviciaat naar Rome tegenstrijdig met de statuten was, welke de staat eertijds erkend had, en dat, zoo men niet dadelijk weer tot deze terugkeerde, de wet van den 24ste'1 Mei 1825 in toepassing zou gebracht worden. Dit beteekende zooveel als overvleugeling der staatsahnacht, ontbinding van de geheele sociëteit en verkoop harer huizen tot liefdadige doeleinden. M. Barat verhaastte dientengevolge hare reis naar Parijs. Hier bleek het haar eiken dag duidelijker, dat de ontbinding der sociëteit zoo goed als zeker was. Hoe verschrikkelijk ging zij onder dit lijden gebukt 1 Hierbij kwam nog dat verscheidene harer medezusters- verklaarden de sociëteit liever te zien sterven, dan dat zij zoude ophouden Rome tot hoofdzetel te hebben. — Den 2;lsten October schreef M. Barat: »Ik wil mij niet beklagen, maar liever bidden en zwijgenquot;. Daarna echter, wist zij ook te handelen.

Den 2den December wendde de aartsbisschop Affre met nog twee en twintig andere bisschoppen zich tot den Paus met het verzoek, de door Leo XII goedgekeurde constituties te herstellen, en hierdoor den ondergang te verhoeden eener sociëteit, die zoo uiterst nuttig voor Frankrijk was. Inderdaad, hief hij in Maart van het jaar 1843 de be-

ocr page 105

97

sluiten op van den laatsten algemeenen raad. Door deze beslissing werd der sociëteit niet alleen de uiterlijke maar ook de innerlijke vrede wedergegeven. Die echter het meest voor de nieuwe besluiten hadden geijverd, aarzelden toch geen oogen-blik, om zich aan het bevel van den Apostolischen Stoel te onderwerpen, en reeds den 29sten Maart kon de algemeene overste schrijven: gt;De geest der sociëteit, is Goddank, uitmuntend. De goede Meester laat wel eens toe, dat niet allen de dingen uit hetzelfde oogpunt beschouwen, maar zijn Goddelijk Hart zal haar toch allen tot eenstemmige gevoelens terugbrengenquot;.

Er hadden zich wel verschillende partijen gevormd, maar daar allen hetzelfde doel: het welzijn der sociëteit wilden, had toch de liefde er niet onder geleden, ondanks zeker verschil van meening, en bleef daarom ook de zegen der vruchtbaarheid over haar. De sociëteit breidde zich aan gene zijde van den oceaan, naar verhouding evenzeer uit, als aan deze. In Amerika werden huizen opgericht; te N.-York, in de indiaansche dorpen Sainte-Marie aan de Sugar-Creek en te St. Jacques de 1' Achigan in Canada. Ook in Afrika werd te Algiers een huis gevestigd, en in Frankrijk te Mont-pellier, te Nancy en te Laval. Hier had mevrouw

ocr page 106

98

de Meaulieu de geldelijke middelen verschaft tot het aankoopen van een huis, voornamelijk ingericht tot het houden van geestelijke oefeningen voor dames in de wereld. Men vond een geschikt huis te koop «La croixquot; geheeten. Toen M. Rarat, M. de Lemper belastte het in orde te brengen, sprak zij tot haar: »Nog een kruis 1 Koop gij ons dat kruis 1quot; Kn toen de koop gesloten was ; »God zij gezegend voor de aanwinst van dit kruis ; het H. Hart van jesus is daar, om het ons te helpen dragenquot;. — In Italië had zich te Klpidio een genootschap van meisjes, die aan Maria toegewijd waren, met de sociëteit van het H. Hart vereenigd. De bisschop van Saluzzo, Monseigneur Gianotti riep het Sacrc-Coeur in zijne stad, de Keizerin van Oostenrijk naar Padua, en de aartshertog Ferdinand d'Kste bracht in Polen eene nederzetting te Lemberg, hoofdstad van Gallicië, tot stand.

üok in Groot-Brittanië werd de sociëteit te dien tijde gevestigd. In Ierland verlangde de congregatie van de H. Brigitta met haar te worden vereenigd. Haar huis te Roscrea, bevond zich in de grootste armoede, maar daarvoor schrikte M. Barat niet terug. »Als Jesus wil, dat het gezelschap van het H. Hart in Ierland met een Bethlehem begint, dat zijn H. Wil geschiede 1quot; In de

ocr page 107

99

nabijheid van Londen kocht zij het huis: »Berry Mead.quot; Het was wel is waar slechts tegen hoogen prijs te koop, maar «Engeland,quot; zoo schreef M. Ba-rat, »gaat mij zoo ter harte, dat ik vast besloten ben, mij elk offer te getroosten, om ons daar te kunnen vestigen.quot; Te Cannington werd een derde huis opgericht, maar het kon zich niet staande houden, en de groote verlegenheid, waarin het geraakte, deed M. Barat besluiten zelf naar Engeland te reizen. Den 4dequot; Juni 1844 landde zij te Berry-Mead; er bevonden zich slechts negentien leerlingen. «Nauwelijks hadden de kinderen onze eerwaarde moeder gezien, zoo vertelt H. Thomassin, of zij had aller harten gewonnen. Het was een lust haar te zien; in den speeltijd, zaten we onder een boom in den tuin, omringd van de kinderen, die begeerig waren haar te hooren en haar zegen te ontvangen. Den dag harer afreize kwam zij in de studiezaal, om haar vaarwel te zeggen. Toen de kinderen dit hoorden, wierpen zij zich weenende voor hare voeten, zonder een woord te kunnen uitbrengen. M. Barat trachtte haar toe te spreken, maar het snikken belette het haar zelve. Men was geneigd geweest te denken; Die kinderen verliezen haar moeder. Overal dus dezelfde macht op de harten der kinderen! Den 16c1-en Juni

ocr page 108

100

kwam zij te Cannington, het huis werd er opgeheven en de communiteit met die van Berry-Mead vereenigd.

Drie weken duurde slechts haar oponthoud in Engeland, dan keerde zij terug en kwam over Rijssel naar Amiens, om daar de eerwaarde M. Ducis de oogen te sluiten. Na een tweemaande-lijksche rust te Parijs reisde zij weder naar het Zuiden. Den 19('equot; Januari 1805 scheepte zij zich te Marseille in, benuttigde het korte oponthoud te Genua, om daar het kortelings gevestigde huis te bezoeken, en den 25sten Juni was zij weer te Rome. Daar waren eenige samenkomsten met den Kardinaal-Beschermheer noodzakelijk voor de eind-regeling van eenige ondergeschikte bepalingen van den algemeenen raad van 1839. Den Mei

verkreeg zij eene audiëntie bij den H. Vader en den 2istel derzelfde maand had zij de eer en het genoegen Zijne Heiligheid in het noviciaat op de Villa Santé te kunnen verwelkomen. Dat was de laatste maal dat zij Gregorius XVI zag.

Onder de postulanten, welke M. Barat te Rome vond, was ook eene juffrouw Perdrau. Zij was eerst naar Rome gekomen, om zich in de schilderkunst te volmaken, maar weldra werd het haar duidelijk, dat zij tot het kloosterleven geroepen was.-

ocr page 109

101

Op verlangen harer overste schilderde zij op een 1 muur van het klooster Trinita de' Monti, de H.

Maagd, aan het spinrok arbeidende, in den tem j pel te Jerusalem ; dit, onder den naam van »Mater

r admirabilisquot; zoo beroemd geworden genadebeeld,

is het voorwerp der godvruchtige vereering van vele pelgrims, die van heinde en verre komen t toestroomen. Toen M. Barat den 10lt;len Juni Rom

[-! verliet, nam zij juffrouw Perdrau, die intusschen

3 novice was geworden, met zich. De weg dien zij

s dacht te nemen, om de Italiaansche huizen te be-

e zoeken, bracht haar in de nabijheid van Assisië.

n Daar kwam haar een rijtuig met religieusen te ge-

1- moet. Het waren zusterkens der armen, dochters

n van den H. Franciscus van Assisië, aan wie juf-

si frouw Perdrau, die sinds lang haar weldoenster was,

ii de reis van M. Barat had medegedeeld. Zij waren

;t gekomen, om haar tot een bezoek in haar klooster

e uit te noodigen; maar, daar het reisplan dezen

le omweg niet toeliet, begeleidden de zusterkens haar

tot Foligno. Het gesprek liep over God en zijne ie H. Kerk. »Weet gijquot;, zeide M. Barat, »waarom ik

is niet in uw klooster ben aangegaan ?. . . . Omdat

;r- ik dan den moed zou gemist hebben, het weder

ar te verlaten ; het zou voor mij het paradijs op aar-

,s. de zijnquot;. Het was weer de oude liefde tot de ar-

ocr page 110

102

moede en de verborgenheid. Deze ontmoeting was het begin van voortdurende vriendschappelijke betrekkingen tusschen de zusterkens der armen van Assisië en het Sacré-Coeur.

M. Barat kwam nu over St. Elpidio, Loretto en Parma te lurijn. Hier vernam zij het droevig bericht van den dood haars broeders, die den 21sten Juni, in den ouderdom van 77 jaar. te Parijs was gestorven. Het was eene harde beproeving voor haar, want haar gebed, dat God hem niet zou laten sterven vóór haar terugkeer in Parijs, was nu niet verhoord geworden, en er bleef haar slechts tot troost, dat een zoo getrouwe ziel de eeuwige zaligheid was ingegaan. »lk heb zijnen zegen met dankbaarheid ontvangenquot;, schreef zij naar Parijs, »bidden wij nu voor de rust zijner ziel. Heeft hij dit, gelijk wij hopen, niet noodig, dan zal het anderen ten goede komenquot;.

ELFDE HOOFDSTUK.

Vervolgingen door de Fransche omwenteling.

Den i7clequot; September 1845 bevond M. Barat zich weder te Parijs. Het volgende jaar 1846 dompelde haar in diepen rouw over den dood van

ocr page 111

103

Paus Gregorius XVI. »Het is een onberekenbaar verlies voor de sociëteit en voor mij in het bijzonderquot;, zeide M. Barat. Wij weten nu met hoeveel recht zij aldus sprak. Met spanning zag zij de keuze van den opvolger te gemoet en vol vreugde begroette zij Pius IX. »Deze keus verzoet ons leedquot;, schreef zij den 26stel1 Juni 1S4(). Laten wij hopen, dat de H. Geest in al Zijne volheid op hem ruste. De noodwendigheden der Kerk zijn zoo groot! Wij zullen bidden, om hem te helpen, wij zullen onzen moed en onze getrouwheid verdubbelen, om zooveel mogelijk zielen te reddenquot;. Tot dit doel kon de sociëteit in 184() dan ook weder nieuwe huizen stichten. Onder anderen te Sarria bij Barcelona, — in het land van de H. Theresia ! Verder in Bourges en Rennes. ïeGre-nobel hadden ongunstige omstandigheden een vrij-willigen afstand van het instituut noodzakelijk gemaakt ; kort daarop echter uitten de »Dames van clen H. Petrusquot;, daar ter stede, die de grootste kostschool bestuurden, den wensch zich bij de sociëteit van het H. Hart aan te sluiten; zij werden er in opgenomen en haar Instituut verviel nu aan het Sacré-Coeur, dat zoodoende zijne werking in Grenobel kon voortzetten. Eene stichting te Gratz in Stiermarken kwam in ditzelfde jaar tot stand.

ocr page 112

104

Sinds 1842 was het noviciaat van Parijs naar Conflans verplaatst. M. Barat wilde het »Bethaniëquot; noemen, als eene herinnering aan de plaats, waar Jesus door Martha en Maria zoo liefderijk werd opgenomen. Dit werd haar lievelingsplekje, waar zij uitrustte van den arbeid en van den strijd, waar. in zij te Parijs gewikkeld werd ; daar ontwikkelde zich meer en meer de invloed, dien zij steeds op het sreine kuddekequot; uitoefende; daar maakte zij de novicen tot ^apostelen en offersquot;, en bereidde haar voor, tot de stormen, die hare sociëteit van alle kanten bedreigden. Toen ter tijde was daar eene novice, Angelika de Menestrol, levensgevaarlijk ziek aan eene verzwering in de hersenen. Toen nu de geneesheeren tot eene schedeloperatie besloten, begonnen de novicen eene novene ter eere van de H. Philomena. Juist kwam M. Barat uit Parijs. Zij begaf zich dadelijk naar de ziekensponde, sprak over het ontvangen van de H. Sacramenten der stervenden, over de geloften, die zij nog zou afleggen en de operatie, welke zij moest ondergaan. Dan stond zij op en maakte op het voorhoofd der zieke liet teeken des Kruises. Het was de zieke bij deze aanraking, als of zij plotseling eene inwendige wassching met heet water ontving, zij verkreeg een helder oogenblik, waarin zij zonder

ocr page 113

105

moeite biechtte. Vóór zij communiceerde kwam M. Barat weder bij haar en sprak : »Er zijn twee wegen voor u mijne dochter, naar den hemel gaan of op aarde nog blijven; kies nu!quot; »Ik ken geen anderen weg dan dien van Gods H. Wilquot;, was het antwoord. »Wehiuquot;, zeide M. Barat toen, »dan Amerika of den Hemelquot;. «Welaan moeder, ik kies Amerika, want dezen weg zal mij naar den Hemel leiden.quot; Na deze woorden raakte men de zieke aan met de relikwieën der H. Philomena, zij deed hare geloften en ontving de H, Communie. De H. Gedaante kon nog niet geweken zijn, of reeds was de verlamming aan haar linker zijde verdwenen ; zij kon de handen vouwen, alle pijnen hielden op, het gebruik der oogen kreeg zij terug, het hoofd was weer helder; hoewel nog gespannen, zooals men dat na zware hoofdpijn heeft. Den geheelen nacht sliep zij rustig, en toen de dokter den volgenden ochtend kwam, kon hij zijn oogen niet gelooven en riep ; »Dat is een wonderquot;. Dien zelfden dag wilde M. Barat weer naar Parijs terug en zeide bij het afscheid tot de novice ; »Gij hebt tegenover God eene zware verplichting op u genomen, ik ken slechts één munt, waarmede gij een klein deel: aan onzen lieven Heer zoudt kunnen afbetalen, en dat is eene volmaakte opofifering aan

ocr page 114

lüü

quot;zijn Hart en aan zijn Kruis.quot; Dan zegende zij haar nog eens en nu verdween ook de spanning in het hoofd. De novice voelde zich nu duizendmaal frisscher dan vóór hare ziekte. M. Barat schreef dit alles aan Guds genade toe, hetgeen niet wegnam, dat anderen deze genade beschouwden als verkregen op voorspraak van de H. Philomena en door de verdiensten van M. Barat.

Intusschen pakten zich dreigende onweerswolken steeds meer en meer over de sociëteit samen. Na den ongelukkigen uitslag van den Sonderbonds-oorlog voor de katholieke kantons in Zwitserland, was ook de sluiting van het noviciaat te Montet slechts nog eene zaak van langer of korter tijdsverloop geworden: want met de overwinning van het radicale protestantisme begon natuurlijk ook de vervolging der geestelijken en religieusen. Einde October 1847 moest het noviciaat het schoone Montet verlaten en den 23sten November schreef M. Barat. Het is zeer twijfelachtig, of wij er wel ooit kunnen terugkeeren. O wat zijn er toch in de wereld veel kruisen 1 De boozen hebben de overhand. God laat het toe om ons te beproeven; maar hun rijk zal kort zijn, want het beperkt zich tot den tijd: de eeuwigheid zal voor de braven zijn.quot; Toch was het slechts een be-

ocr page 115

107

•gin, van wat er in het jaar 1848 zou gebeuren.

Den 24steu Februari 1848 brak de revolutie in Parijs uit, waardoor Louis Philippe van den troon werd gestooten. Ook liet zij het Sacré-Coeur ongemoeid en bleef er slechts de herinnering over van de onuitputtelijke naastenliefde, welke M. Barat nu in de gelegenheid was te beoefenen. Eens onder anderen drong eene bende opstandelingen tegen zes uur in den avond op het plein van het Bironhótel. De lieden droegen eene baar, waarop eene verwonde werkman lag, badende in zijn bloed; zijn toestand veroorloofde niet, hem verder te dragen. Nauwelijks had M. Barat dit gehoord, of onmiddellijk besloot zij, hem in het huis te behouden, »wantquot; zeide zij, »de goede God heeft er zeker een doel mede.quot; Zij liet voor hem ■een kamer en een bed in orde maken: ontbood de huisdoctoren, ja bleef zelve bij den zieke, steeds tot God smeekende, dat er een priester zou komen, om zijn ziel met God te verzoenen, vóór zij, zooals te wachten was, van deze aarde zou scheiden. Haar gebed werd verhoord. De gewonde genas eerst naar de ziel, toen naar het lichaam. Gedurende zijn herstel werd hij als een kind van den huize behandeld, men zag hem in den tuin wandelen door M. Barat ondersteund.

ocr page 116

108

Eerst toen hij geheel genezen was, liet men hem, met geschenken overladen, vertrekken. Over het algemeen was in die dagen de nood der armen in Parijs zeer hoog gestegen. Daarom liet M. Barat verschillende malen in de week aan de deur brood uitdeelen, en de menigte hongerlijdenden was zóó groot, dat de politie, bevreesd voor rustverstoring, vroeg om deze uitdeelingen te doen ophouden. Wel eene overdrevene bezorgdheid; want juist door hare naastenliefde behoedde M. Barat haar huis voor den haat der menigte. In Conflans zeide zij toenmaals : »Voor het oogen-blik is er niets te vreezen, en voor de toekomst moet men alles in Gods hand leggen. Mocht men ons uit Frankrijk verjagen, welnu het Hart des Heeren is groot, en de geheele wereld behoort ons. Hebben wij niet Amerika, Birma, ja zelfs China r Ach, met al de onzekerheid van de men-schelijke macht, is het goed Dengene toe te be-hooren, die alleen groot is, en die ons zijn vriendschap nooit zal onthouden.quot;

In Italië echter zag het er slecht uit. Den Isten Maart was de revolutie te Turijn uitgebroken. De dames van het H. Hart moesten daar hun huis verlaten, nadat het eene belegering van zeven dagen had doorstaan. Kort daarop werden alle

ocr page 117

109

huizen in Sardinië door de regeering opgeheven; alleen verklaarde de stad Chambéry het hare tot eiken prijs te willen behouden. Ook in Panna volgde de verdrijving der religieusen op den val der hertogelijke regeering. Toen de tien eerste vluchtelingen harer geestelijke dochters uit Italië te Parijs aankwamen, ontving M. Barat haar met tranen in de oogen maar met vriendelijken lach op het gelaat en sprak: »Ik rekende, in geval van revolutie, bij u te komen om gastvrijheid te vragen en nu komt gij tot mij! God weet wat Hij doet; men moet zich onderwerpen.quot; Een andermaal liet zij den vrijen loop aan hare smart: Den 7dlt;=n juni schreef zij: »Laat ons met den Propheet zeggen; Het is goed, o Heer, dat wij vernederd zijn geworden: wij zouden kunnen zeggen, gelasterd en gehaat zonder grond, daar wij Italië, dat ons nu zoo doet lijden, slechts goed wilden doen 1quot; En den IS^quot; Juni: »üe haat tegen onzen Goddelijken Meester; dat is, wat mij het hart verscheurd! En hoeveel wint zijn vijand, de satan, hiermede! Laten wij tenminste trachten, Jesus schadeloos te stellen door onzen ijver, onze trouw, onze liefde te verdubbelen. Moge het ons ten minste gegeven zijn, te arbeiden, om Hem zielen te redden, is het niet in het eene dan in

ocr page 118

110

het andere land, als wij slechts onze roeping vervullen.quot; Verscheiden uitgedrevenen stuurde zij nu naar Amerika ; bij deze gelegendheid zeide zij tot de novicen te Conflans: jgt;Zes uwer zusters reizen naar New-York, zes anderen zullen haar spoedig volgen. Zoo laat de Heer het goede uit het kwade voortkomen, om zijne raadsbesluiten te doen vervullen. Trekt het licht zich uit eene streek terug, dan gaat het naar eene andere, dwingt men ons dus Frankrijk te verlaten, welnu, dan zullen wij gaan om nieuwe koloniën te vestigen.quot;

Niettegenstaande de treurige tijdsomstandigheden liet de algemeene overste niet na, hare visitatie-reizen weder te aanvaarden en de huizen in het Westen en in het Zuiden van Frankrijk te bezoeken. Zij moest met hare gezellinnen wereldsche kleederen aantrekken, en dit veroorloofde haar in de spoorwagens onder het arme volk te zitten en met hen aan de stations haar bescheiden maal te gebruiken. In Tours hield zij zich langer op; daar had zij in Jannari 1847, op dringend verlangen van P. Varin, het oude, door den H. Martinus zoo beroemde klooster van Marmoutier gekocht. gt;Een plaats, waar Jesus zoo bemind is geworden, zou niet voor het Sacré Coeur passen?quot; had de oude vriend nog gezegd, en toen M. Barat hare

ocr page 119

Ill

dochters te Tours aankondigde, dat zij naar Mar-moutier werden verplaatst, zeide zij haar: »Gij zijt tot de eer geroepen, het land der Heiligen te betreden, maar herinnert U, dat gij ook heiligen moet zijn om het te bewonen.quot; Toen zij er nu den 12dequot; Juli 1848 zelve kwam, waren er slechts een paar religieusen bezig met de inrichting. Zij wilde in haar kamer niets anders hebben dan een tafel, een bed en twee houten stoelen. Zij besloot hier hare geestelijke oefeningen te houden «nabij de grot, waar de groote heilige Martinus zoo dikwijls en zoo lang gebeden heeft.quot; «Helaas,quot; zeide zij later tot hare novicen te Conflans, hoe klein en gering was ik in dien uithoek in mijn eigen oog, daar waar zoovele Heiligen hebben gebeden. Ik vroeg mijzelve- af, waarom God aan die ruïne haar bestemming tot leven heeft teruggegeven, indien de Bruiden van het H. Hart hier den waren geest van Jesus niet laten opleven. Het is het land der apostelen, het land der martelaars en wij moeten, daar het onze roeping is, meer arbeiden en meer lijden dan anderen.quot; — Den 29sten November ontving M. Barat te Bordeaux het bericht van den moord op den graaf Rossi te Rome, en de vlucht naar Gaëta van den H. Vader. Het klooster van Trinita de Monti stond onder

ocr page 120

112

bescherming der Franschen en was daardoor verzekerd, maar uit de Villa Santé werden de reli-gieusen verdreven en als misdadige vrouwen naar Trinita de Monti opgebracht. In St. Rufina vergenoegde men er zich mede, de dames van het H. Hart aan te kondigen, dat zij van hare geloften ontheven en nu vrij waren. Men begrijpt lichtelijk hoe men deze republikeinsche vergunning opnam. In Juli 1840'was Rome weder bevrijd, en daarmede ook het gevaar voor M. Barat's geestelijke dochteren geweken.

Dezelfde maand ontving zij op haar naamdag een laatste schrijven van P. Varin. Beiden waren intusschen nu oud geworden : P. Varin tachtig. Moeder Barat negen en zestig jaar. Hij schreef: »Voor acht en veertig jaar heeft de goede meester onze zielen met elkander verbonden. Hij is het ook die ze vereenigt in Zijn Goddelijk Hart, er een eeuwig verbond van zal maken .... In afwachting van dit gelukkig oogenblik, moeter. wij met Hem aan het Kruis vereenigd blijven. Gij. die het uwe zoo kunt dragen, ach verkrijg gij mij toch de genade, het mijne met liefde te omhelzen. Maar ach! mijn Jesus 1 hoe ver ben ik daar van verwijderd.... Bid toch veel voor mijl Naast mij is eene kapel, waariu de Goddelijke Meester

ocr page 121

113

mij dagelijks schijnt te zeggen dat Hij daar gaarne vertoeft. Zoo zal Hij mij dan ook verhooren wanneer ik overmorgen, op het feest der H. Mag-dalena, te uwer intentie het H. Misoffer zal opdragen, opdat Hij dan Zijne zoo zeer geliefde dienares met genaden moge overladen.quot; Voor het laatst bezocht hij den 19Jen Januari 1846 het noviciaat van Conflans en in het begin van April moest M. Barat reeds schrijven: «Spoedig zullen wij onzen goeden P. Varin verliezen: een Heilige minder op aarde en een meer in den Hemel.quot; Den Iftden April ontsliep hij kalm in den Heer.

TWAALFDE HOOFDSTUK.

Laatste reizen.

De dood van haren oudsten vriend deed M. Barat er meer dan ooit aan denken voorzorgsmaatregelen te nemen in geval van haar eigen overlijden. Dit was dan ook het hoofddoel van haar laatste reis naar Rome, op het einde van het jaar 1850. Daarenboven verlangde zij vurig den H. Vader, die nu in Rome was teruggekeerd, persoonlijk hare hulde te brengen.

Den 15den November kwam zij op de Villa Santé

ocr page 122

114

waar de sporen van Garibaldi's verwoestingen nog duidelijk zichtbaar waren. Eenige dagen later was het feest van Maria Presentatie ; juist vijftig jaar geleden, had M. Barat zich aan het H. Hart van Jezus toegewijd en dus de sociëteit van de dames van het Sacré Coeur gesticht. Het merkwaardige gouden feest werd natuurlijk in alle huizen der sociëteit gevierd. De nederigheid, waarmede de jubilaris, alles wat haar persoonlijk tot eer kon strekken, met angst van zich trachtte af te wenden, sprak wel uit de woorden, die zij op den vooravond van het feest tot de religieusen in de Villa Santé richtte. :gt;Het is vijftig jaren geleden sinds het Goddelijk Hart van Jesus dus den grondsteen van onze kleine sociëteit gelegd heeft. De andere orden hebben een .stichter of stichteres gehad, maar de onze onderscheidt zich juist van hen, dat zij noch den een. noch de andere heeft. Het Hart van Jesus is alleen haar stichter. Het heeft zich zonder twijfel verwaardigd, zich van een werktuig te bedienen, maar hoe klein, hoe ellendig is dit werktuig : het is het niet. Aan God alleen dus eere ! Want juist omdat het een »nietsquot; is, heeft die machtige God het uitgekozen: Hij wilde Alles zijn !quot; Haar wensch om den H. Vader te zien bleef lang onvervuld, wegens eene ziekte

ocr page 123

115

waaraan zij 's winters gewoonlijk leed en eerst in het begin van Februari had zij het geluk door Pius IX te worden ontvangen. Zijne vaderlijke woorden vervulden haar met nieuwen ijver, om voor Gods eer te arbeiden, en zijne groote goedheid moedigde haar aan, den Apostolischen Stoel spoedig de bede voor te leggen, die haar naar Rome gevoerd had. Deze had wel over het algemeen de besluiten van den algemeenen raad van 1839 vernietigd, maar er waren onder die besluiten toch enkele, die door allen zonder onderscheid als zeer noodzakelijk werden erkend. Voor deze wilde M. Barat nu de latere goedkeuring van den Paus erlangen. Het betrof namelijk de indeeling der sociëteit in provinciën of vikariaten, de vernieuwing van het door de algemeene overste gekozen verkiezingsbestuur, bestaande uit de algemeene assistenten, de oversten der provincies en daarenboven uit elk vikariaat eene geprofeste religieuse, en eindelijk de volmacht voor de algemeene overste om in het geheim een generale-vikares aan te stellen, die in geval van haar overlijden de sociëteit zou besturen tot de nieuwgekozene benoemd was. Nadat deze voorstellen den 23steu Mei 1851 waren aangenomen, verliet M. Barat Rome om het nooit weder terug te zien.

ocr page 124

116

Te Parijs teruggekeerd, riep zij half Juni den zevenden algemeenen raad tegen November bijeen in »La Ferrandicre.quot; Ofschoon wederom ziek liet zij zich toch van uit haar ziekbed in het rijtuig dragen, om op den bestemden tijd aanwezig te zijn. Den 13den Novembar opende zij de vergadering. De algemeene raad maakte de door den Paus genomen veranderingen bekend, ontwierp een studieplan overeenkomstig de behoeften des tijds, koos de generaal-assistenten, en vormde uit de vijf en zestig huizen der sociëteit tien vikariaten, acht in Europa en twee in Amerika.

Daar nu de sociëteit voor goed was georganiseerd, meende M. Barat, op haren leeftijd wel haar ontslag als algemeene overste te mogen aanvragen. De algemeene raad gaf echter aan hare bede geen gehoor, en zoo keerde zij dus naar Parijs terug, om haar last verder te torsen. Eenige korte bezoeken te Marmoutier en in de noviciaten te Kuntzheim, La Ferrandicre en Conflans, niet me-degerekend, bleef M. Barat nu anderhalf jaar te Parijs. Hier was M. Götz de meesteres der novicen. Verbleef M. Barat te Conflans dan hield zij zich ook met de novicen bezig, liet haar ieder afzonderlijk bij zich komen en deed wat zij vroeger gezegd had ; »Als er berispt moet worden, welnu

ocr page 125

117

dan zal ik berispen, maar vóór alles toch zal ik haar aanmoedigen.quot;

Ja, haar moed inspreken, daarop kwamen ongeveer alle hare bemoeiingen neer tot vooruitgang in het geestelijk leven der haren. Daarom ook stelde zij haar de heiligheid niet alleen als noodwendig voor, maar ook als gemakkelijk te bereiken. »Bemint,quot; zeide zij tot de novicen »en alle versterving zal U licht worden. Als er brand in een huis is, dan werpt men alles uit het venster, zoo spreekt de H. Franciscus van Sales .... Gij moet ware Heiligen worden. Ik zal het u zoo dikwijls herhalen, dat gij er eindelijk wel toe gedwongen zijt. Ik weet wel, dat ik u altijd hetzelfde zeg, maar mogen wij ook iets anders beminnen, daar er toch slechts één God, één Jesus Christus, één Kruis isrquot; Nederigheid en liefde — dat was haar alles. gt;Naarmate gij in de volmaaktheid vorderingen maakt, zult gij begrijpen dat in onze sociëteit alles geringheid en toch alles grootheid zijn moet. Door de nederigheid moet bij ons alles klein, door de liefde alles verheven zijn. Liefde tot God en tot de zielen.quot; Toen Mgr. Pavy van Algiers eens een bezoek bracht en tot het noviciaat deze woorden sprak: »Ik bied uwen ijver driemaal honderdduizend zielen aan, buiten

ocr page 126

118

de schapen, die nog in de woestijn dolen,quot; voegde M. Barat hieraan toe: »0 mijne geliefde kinderen, de zielen ontbreken ons niet, trachten wij slechts getrouw te zijn, opdat wij niet aan de zielen ontbreken.quot;

Vooral wachtten verlangende zielen op verlossing. In 1851 ontstonden nieuwe huizen te Orleans en te Layrac bij Aken. In 1852 moesten de huizen van Le Mans en Autun gesloten worden in hun plaats wordt er echter een te Moulins opgericht waar de H. Joanna Francisca de Chantal is gestorven. In het moederhuis te Parijs bevond zich te dier tijde M. de Lemps. Eens kwam eene leekezuster tot haar, plaatste voor haar op tafel een beeld van de Moeder Gods en zeide: »Onze eerwaarde Moeder stuurt U degene, die zij de stichtster van Moulins noemt, en verzoekt u, zich voor de reis naar die stad gereed te houden. M. Barat had namelijk voor dit beeld het besluit genomen, er een huis te stichten en M. de Lemps moest het ten uitvoer brengen. In 1854 ontstonden er eveneens huizen te St. Brieuc in Bretagne en te St. Pierre-lèz-Calais in de diocees van Arras.

Dit waren de gebeurtenissen in Frankrijk. Sinds lang had men zich ook in Pruisen dames van het H. Hart gewenscht, daar echter de politieke om-

ocr page 127

119

standigheden nog niet toelieten op duitschen bodem een huis te stichten, deed men het te Blumen-thal op hollandsch gebied, maar vlak bij de Duit-sche grens. Eindelijk in 1852 werd der sociëteit een klein weeshuis te Warendorf in Westfalen door den bisschop van Munster aangeboden en door haar aangenomen. Spoedig reeds moest men bij het weeshuis eene kostschool, daarna ook een noviciaat oprichten. Eene stichting te St. Gallen werd reeds in den aanvang door een volksoproer vernietigd. In de plaats hiervan gelukte het M. Barat in het begin van December 1853 de Riedenburg bij liregenz aan te kocpen, die door hare uitnemende ligging eene voorspoedigen bloei voorspelde. Eveneens was het eene kleine schadeloosstelling voor de verloren huizen in Sardinië, dat in die zelfde maand zeven religieusen uit Padua naar Milaan konden vertrekken. In het jaar 1851 bood Mgr. de aartsbisschop Cullon, M. Barat een huis te Armagh in Ierland, en drie jaar later een te Dublin aan. Under toezicht van M. Duchesne, stichtster van de missie, kon de sociëteit in Noord-Amerika zich in een sterken bloei verheugen. M. Duchesne stierf in 1852 den 18dequot; November in den ouderdom van 84 jaar. Voor haar dood had zij echter nog de vreugde M. de Roussier te zien

ocr page 128

120

die, toen de aartsbisschop van Santiago haar naar Chili in zijne bisschoppelijke stad riep, bestemd was de sociëteit ook naar Zuid-Amerika voort te planten. Den li^611 September 1853 kwamen de eerste religieusen daar aan.

Intusschen was het sinds lang wenschelijk, het eigenlijke moederhuis van het Hotel Biron te scheiden, daar het sterk toenemend getal leerlingen in het pensionaat ook natuurlijkerwijze een uitgebreider verkeer met de wereld noodig maakte. In April 1854 nam M. Barat nu een verlaten oud klooster, in de rue Jacques, in bezit. Dit zou nu tegelijkertijd moederhuis worden en die religieusen opnemen welke hun laatsten proeftijd doormaakten. Tot nu toe bewoonden die Conflans, waar M. Desmarguest haar bestuurde. Deze was toen juist zwaar ziek en had reeds, den 21ste11 April, het H. Oliesel ontvangen. Vurig verlangde zij, nu reeds 74 jaar oud, naar het hemelsch vaderland, maar de sociëteit scheen haar nog niet te kunnen missen. Op het bericht van haar ernstigen toestand vertrok M. Barat dadelijk van Parijs naar Conflans, hoewel zij door een val, het gebruik van haar eenen arm moest missen. Lang zat zij aan de sponde der zieke, zonder dat deze eenig teeken van leven gaf; plotseling stond zij onder de in-

ocr page 129

121

geving van het oogenblik op, en begaf zich naar de kapel. In de meening dat zij alleen was, liet zij luide haar gedachten en gevoelens den vrijen loop. »Mijn God geef haar mij weder!quot; hoorde men haar roepen. — ^Mijn God, laat haar mij behouden! — Mijn God zij is ons noodzakelijk! Toen zij tien minuten later te midden harer medezusters verscheen, sprak zij; »Weest gerust, hebt vertrouwen, en de goede God zal haar ons wedergeven. O. L. Heer wil gevraagd worden; welnu smeeken wij dan deze wonderbare genezing af. Ik vertrek, met de vaste hoop in het hart.quot; — Zij keerde nogmaals tot de zieke terug, die nu hare oogen opsloeg, haar de hand reikte en zelfs eenige woorden van dank stamelde: »\Vij zullen elkaar weerzien,quot; zeide M. Barat; en werkelijk, de genezing hield aan, het gevaar week, M. Des-marquest was aan de sociëteit terug geschonken. Het nieuwe moederhuis werd op Allerheiligen ingewijd. Toen den December 1854 het

leerstuk der Onbevlekte Ontvangenis van Maria werd afgekondigd, was dit voor het hart der algemeene overste eene onbegrijpelijke vreugde. »Ik heb,quot; zoo schreef zij in het begin van het volgende jaar, »ik heb in den laatsten tijd vele vertroostingen gesmaakt; de religieusen hebben

6

ocr page 130

122

zich overal als Apostelen van Maria Onbevlekt Ontvangen getoond.quot; Tot hare medezusters sprak zij: »Het is. onze taak, levendiger te gelooven voor degenen, die niet gelooven, vuriger te beminnen, voor degenen, die in het geheel niet beminnen.quot;

Den 2lt;1en Februari 1855 wijdde zij het moederhuis plechtig aan de Onbevlekte Maagd toe, door na de vespers, terwijl zij vcor haar beeltenis geknield lag, de sleutels van het huis aan Maria's voeten neer te leggen. »Gij zijt reeds onze moeder,quot; zoo sprak zij de IT. Maagd toe »wees nu ook de beschermster der sociëteit en van dit huis, dat haar middelpunt is geworden. Neem er de sleutels van .... neem het in uw bezit, en beschouw het van af heden als een goed, dat U toebehoort. Gelukkig uwe geringe dienares, ja, uwe slavin te zijn, o mijne Koningin, geef ik U alles wat mij het dierbaarste is. Wees voor altijd, en meer dan ooit de moeder van deze talrijke familie, die mij door Jesus gegeven is. Stort de grootste zegeningen en genaden uit over deze jeugdige gezellinnen van mijn nederigen arbeid; maak dat wij, gelijk de Bruidegom, die ons uitverkoren heeft, geen enkele ziel verliezen van haar, die ons zijn toevertrouwd, dat zij allen aan Gods genade en zijne

ocr page 131

123

oogmerken ten haren opzichte beantwoorden, opdat wij elkander aan het einde onzer ballingschap te zamen in het Hemelsch Jerusalem aan de voeten van Jesus en U, o Onbevlekte Moeder, vereenigd vinden. Amen.quot;

Spoedig daarna vatte zij het plan op, eene nieuwe reis te ondernemen. Den 28s,eri Juni kwam zij naar Kientzheim. Men had daar reeds zeer goed gemerkt, welken invloed de toenemende ouderdom op de nu reeds ?(! jarige vrouw uitoefende. De sporen van het lijden en van den ouderdom waren zichtbaar op haar gelaat. Toch bleef in haar blik dezelfde onuitsprekelijke vrede. Hare stem was, wel is waar, verzwakt, maar toch nog opgeruimd. Toen zij weder wilde vertrekken, zeide zij tot de religi-eusen; »Laat ons zijn gelijk de soldaten van Gedeon. Als ons op den weg des levens eenige troost, eenige verkwikking wordt aangeboden, stellen wij ons dan met eenige druppels uit de holle hand tevreden, zonder ons lang op te houden, en zetten wij den weg voort. Zóó zijn wij heden te samen ; dat is eene verkwikking, — morgen echter moeten wij scheiden; dat is de marsch en de strijdquot;.

Inderdaad - de zoetheden en verkwikkingen werden door haar wel spaarzaam en als in het

6'

ocr page 132

124

voorbijgaan genoten. De bitterheden des kruises proefde zij er smartelijk doorheen. In den herfst van 1855 maaide de gele koorts in Amerika zestien harer religieusen weg, zoodat bij gebrek aan werkkrachten, het huis van Baton-Rouge moest opgeheven worden. In Chambéry matigde de regeering zich het recht van inspectie over de kostschool aan. Daar M. Barat, steunende op het recht van kerk en huisgezin, deze vordering weigerde, werd in den herfst van 1856 het pensionaat door de regeering gesloten, en de door den staat toegekende bijlage tot opvoeding van doofstommen de religieusen onttrokken. Eerst toen Savoye in Fransche handen overging, werd de oude toestand van het huis hersteld. Als eene kleine schadeloosstelling voor deze verliezen, sloot zich in dienzelfden herfst te Angoulême eene congregatie »van den H. Paulusquot;, die eene kostschool van 70 leerlingen bestuurde, bij de sociëteit van het H. 1 lart aan. Eveneens werd er een huis te Sint Ferréol bij Besangon gesticht en nam de sociëteit behalve een pensionaat, nog vijftig weezen over.

Dit jaar was het M. Barat ook eindelijk mogelijk aan den reeds lang^uitgesproken wensch, een bezoek aan den »Riedenburgquot;, te voldoen. In Juli 1856 ging zij op weg en juist op haar naamdag bereikte.

ocr page 133

125

zij haar doel. Zij werd, helaas, kort daarop ernstig ziek, tot niet geringe bezorgdheid van hare geestelijke familie. »Mijne kinderen, zeide zij, ik ben gekomen in de hoop u mijn troost te brengen, en nu ben ik u tot last; ik wenschte u nuttig te kunnen zijn, en nu heb ik u noodig. De Heer heeft mij een goede les gegevenquot;. Toen zij weer beter was, liet zij zich de geheele bezitting rondleiden. Tot haar niet geringe vroolijkheid reden de religieusen haar in een wagentje rond. »Dat is eene koets die mij bevaltquot;, zeide zij, swant zij is geheel overeenkomstig de heilige armoedequot;. Ook de heerlijke natuur bekoorde haar. »Ach, wat is dit land prachtig, riep zij telkens weer uit, hoe verheft dit de ziel tot God !quot; Voor haar toch was het aardsche slechts eene ladder, om zich tot God te verheffen; daarom zeide zij ook : sHoe zoudt gij in zulk eene streek geen beschouwende zielen zijn!quot; Dan voegde zij erbij: »lk heb Onzen Lieven 1 leer om zestig leerlingen voor dit huis gebeden. Ik hoop dat zij u gegeven worden. Men kan hier zooveel goeds uitrichten!quot;

Toen M. Barat weder heenreisde, reed men haar langzaam door den tuin. Nog eens liet zij haren blik over de heerlijke landstreek ronddwalen en riep uit: sik kan u niet zeggen, hoe zeer ik dat

ocr page 134

126

Duitschlarul lief hebquot;. Nog geheel vervuld van den ontvangen indruk, kwam zij den lO^™ Augustus te Kientzheim aan. Daar eveneens drukte zij haar diep leedwezen uit, dat nog een deel van Duitschland van de katholieke kerk vervreemd was. Den 25stequot; Augustus kwam zij weer te Parijs.

Meer en meer reeds had de dood de rancen der eerste leden van de sociëteit gedund. Op dit punt dan ook voelde zich M. Barat zeer verlaten, en viel de last der jaren haar des te zwaarder; toch liet zij niet aa, zich geheel aan het heil der sociëteit te wijden. gt;Ach,quot; schreef zij te dien tijde, » ware het niet voor Jesus, dan zouden wij zulke zware lasten niet kunnen torschen, maar wij doen zijn werk. Voorwaarts dus, tot het einde toe, de goede Meester kan ons niet verlatenquot;. Daarom zien wij haar weder in juli 1857 op reis naar noordelijk Frankrijk, naar St. Pierre en Ryssel. Daar zij echter niet bij machte was, ook de zuidelijke huizen te bezoeken, riep zij de vicarissen en oversten naar »La Ferrandièrequot; bijeen. Daar vermaande zij hare dochters, steeds zich te hernieuwen in den ijver welke de sociëteit in haar aanvang had onderscheiden, en toen zij zich weder tot de terugreis bereidde, zeide zij : »Het zou zeer droevig zijn elkander te verlaten, indien wij niet de hoop koesterden elkan-

ocr page 135

127

der weêr te zien. De hoop en de zekerheid elkaar in den Hemel en dan voor eeuwig, terug te zien, dat is ons geluk.quot;

Dit was de laatste reis., welke de onvermoeide overste ondernam.

DERTIENDE HOOFDSTUK.

Haar Laatste Werken.

Daar tot verfraaing van Parijs nieuwe straten zouden worden aangelegd, moesten de dames van het H. Hart het moederhuis aan de stad afstaan. Wijl er nu nergens elders meer terrein was te vinden, bouwden zij in een afgelegen deel van den tuin van het Hotel Biron een nieuw klooster. Daar bracht M. Barat haar laatste levensdagen door, en bestuurde van daar uit de geheele sociëteit in beide werelddeelen. Was het haar onmogelijk geworden haar persoonlijk op te zoeken, zij vergoedde dit door eene briefwisseling van reusachtige uitgebreidheid. Zelts de brievenbesteller had medelijden, als hij er aan dacht, dat zij den stapel brieven moest beantwoorden, dien hij haar dagelijks aanbracht. Dikwijls zat zij den geheelen morgen, vijf, zes uur aan haar schrijflessenaar, haar arbeid

ocr page 136

128

slechts onderbrekend door een klein bezoek aan het H. Sacrament, een vurige omhelzing van haar zilveren kruis op de borst, of een blik op het Crucifix. Dikwijls moest zij tegelijkertijd schrijven en aanhooren, wat iemand, die haar kwam onderbreken, had mede te deelen. De onafgebroken reeks nieuwe stichtingen, en het bezetten der bedieningen in de verschillende huizen, was wel de voornaamste en gewichtigste stof der briefwisseling van M. Barat. Maar vóór zij een besluit nam dat hierop betrekking had, stortte zij eerst een vurig gebed. Volgens haar stelregel, dat eene religieuse van het H. Hart geen ander vaderland dan den Hemel en de geheele wereld mag bezitten, verlangde zij ook eene blijmoedige gehoorzaamheid waar zij eene religieuse ook heen mocht zenden; maar daar zij ook wist welke zware offers zij zoodoende somwijlen oplegde, zocht zij die gehoorzaamheid te verzachten, door de goedheid waarmede zij vragend gebood. Meer dan eens schreef zij woorden als deze: »Ik beken, dat ik op uwe zelfopoffering en verkleefdheid aan de societeit gerekend heb, opdat ge haar in deze aangelegenheid zoudt te hulp komen; maar indien dit offer u teveel zou kosten en voornamelijk, als liet uw kalmte zou verstoren, zoo zou ik mij

ocr page 137

129

haasten de opdracht, die ik u slechts onder voorbehoud doe, in te trekken.^Zeker zou ik in groote verlegenheid geraken, in uwe plaats eene even .geschikte persoon te vinden, maar Jesus zal ons helpen. Kunt gij er echter toe besluiten, dan heb ik reeds gezorgd dat alles in 't werk worde gesteld om U den overgang te verzoeten. Ach, laat ons vaderland de geheele wereld zijn ! Dagelijks voel ik meer, dat wij slechts één vaderland, den Hemel hebben.quot; Door zulk een taal wist zij alles te verkrijgen, daarom ook kon zij zeggen van degenen, die zij bestuurde: »Ik ben 'er over verwonderd altijd zooveel onderworpenheid en gehoorzaamheid onder al mijne dochters te vinden ik voel dan ook duidelijk, dat een hoogere hand dan de mijne haar bestiert.quot; Het feit dat al hare dochters zulk een schoonen en stichtenden dood ■stierven, doet haar nogmaals op deze gehoorzaamheid terugkomen. »Ik heb er de oorzaak van onderzocht, en zij is deze; dat er bij onze armoede ook in de sociëteit eene onbegrijpelijke gehoorzaamheid heerscht, een geest van zelfopoffering, die voor God vele zonden goed maakt. Ik ben er dikwijls zelf verwonderd over. Eén woord, één regel schrift en ziet: één, vijf, tien personen verlaten dadelijk alles, zonder ook maar te vragen:

ocr page 138

130

»Waarom?quot; Dit was de vrucht van een verstandige wijze van bestuur, die M. Barat in deze woorden neerlegde : »Ik overtuig mij zelve meer en meer, dat een vastberaden en toch toegevend bestuur, het beste is. Toegevendheid is echter geen zwakheid.quot;

Dezelfde stelregels bracht zij ook in beoefening bij het besturen van de zielen harer dochters, een ander hoogst gewichtig punt harer briefwisseling. Hoeveel had zij hier niet te verrichten, te vermanen, terecht te wijzen, te troosten, en aan te moedigen. Zij wilde hare religieusen niet alleen tot krachtige arbeidsters, maar ook en bovenal tot heiligen maken: gt;Ik wil geen halve religieusen meer in de sociëteit; blijft men er in, dan moet men zich heiligen, zich redden; wil men het niet, dan is het beter geen geloften af te leggen, want dan is men minder schuldig.quot; Hare brieven hadden altijd een goede uitwerking. —- Toen. men haar eens verhaalde, welk eene wonderbare verandering een harer brieven bij eene religieuse had teweeg gebracht, sprak zij; »Die arme brief van mij heeft het niet gedaan, die was veel te onbeduidend; men zal hem onderweg geruild hebben met een andere.quot;

Hare gestrengheid en toegevendheid hadden

ocr page 139

131

beide zulk een goede uitwerking, omdat zij in de liefde haar oorprong vonden, eene liefde die M. Barat voor elk harer dochters koesterde. »Ieder van ons,quot; schrijft een harer, »voelde dat zij bemind werd, ieder troostte zich over het lijden, door de gedachte; Ik heb in den Hemel en in het Tabernakel het Hart van mijnen Bruidegom, en op aarde het Hart van Moeder.quot;

Deze liefde toonde zij in den omgang; sGeen vreugde evenaardde die, welke zij toonde, als wij naar Parijs kwamen. Dan stak zij de armen uit, omhelsde ons en zeide: kom, mijn kind, kom, gij

zijt hier te huis, want gij zijt bij uwe moederquot;----

Kamer, vuur, spijs en drank, alles was door hare moederlijke zorgen in gereedheid gebracht. En hoe hartelijk sprak zij,' met ons! Met welk een vertrouwelijkheid liet zij ons in haar schoone ziel lezen! Had zij onze moeilijkheden aanhoord, dan goot zij dadelijk vol deelneming balsem in de ■wonde! En wie ging ooit van haar henen zonder troost en steun te hebben gevonden? Niettegenstaande haar onmetelijken arbeid, was zij toch steeds voor elk harer kinderen te spreken. Toen eens een jonge novice aarzelend aan haar deur stond, als durfde zij niet binnen treden, sprak zij; gt;Kom binnen, mijn kind, kom binnen, de deur is

ocr page 140

132

hier altijd open, ook het hart.quot; Ook voor ieder, die zij ontmoette had zij een vriendelijk, opwekkend woord. Zoo zeide zij eens tot eene religieuse die een zwaren last droeg: »Mijne dochter, uw Engelbewaarder telt ieder uwer voetstappen.quot; Tot eene andere: »Mijn kind, laat ons God beminnen, de liefde verzoet alles.quot; Dikwijls zeide een blik, een glimlach, een kruisteeken op het voorhoofd gemaakt, meer nog dan een harer goedige wooiden. Bij de zorg voor de ziel, vergat zij ook de lichamelijke behoeften harer religieusen niet. Zij lette nauwkeurig op hare gezondheid, zeggende: ^God wil dat men zich een weinig verzorgt. Helaas, men moet toegeven dat de Heiligen van den tegenwoordigen tijd verschillen van die uit vroeger eeuwen. Die krachtige gestellen konden groote vermoeienissen, ontzettende verstervingen verduren. Wat het lichaam betreft, doen wij nu het tegenovergestelde; men moet dus aan den eenen kant aanvullen, wat aan den andere ontbreekt, en dat wel door meerder nederigheid, zachtmoedigheid en geduld.quot; Z'j schreef aan eene religieuse, die voortdurend ziek lag. »Terwijl gij aan uw ziel arbeidt moet gij ook uw lichaam trachten te sterken; want ik durf u zeggen, gelijk de Engel tot Tobias: »Sta op en eet, want gij hebt nog een

ocr page 141

133

langen weg voor u. De goede Meester zal uw leven vernieuwen zooals dat des adelaars, indien gij u weet tc werpen in 't gloeiend fornuis van Jesus' H. Hart.quot; 's Winters ontdeed zij zich dikwijls van hare bouffante om die eene religieuse te geven, die in den tuin door de sneeuw ging: »Ach, ik kan het niet uitstaan, dat ik zoo warm gekleed ga, terwijl dat arme kind van de koude verkleumt. Geef haar mijn doek; zeg haar dat ik het zoo wil.quot; Zij wilde dat hare zusters, wat kleeding betrof, niets zoude ontbreken. »Tot boetedoening kunt gij u van een of ander klee-dingstuk ontrieven, maar het is toch onze plicht te zorgen dat u niets ontbreekt.quot; Werd er eene religieuse ziek, dan spaarde zij in ernstige gevallen, geen kosten om zelfs de bekwaamste geneesheeren te raadplegen. Vroeg een zieke waarom voor haar gebeurde, wat zij zich zelve ontzegde, dan antwoordde M. Barat; »Och, ik ben oud, het is de moeite niet meer waard, gij zijt echter nog jong; als gij gezond wordt, kunt gij nog lang voor Gods glorie arbeiden.quot; Dikwijls nam zij zelve de bediening waar van ziekenzuster; haar zieke medezusters te bezoeken verzuimde zij nooit, hoe lijdend zij ook zelve was. Eens besteeg zij op haar knieën de trappen, wijl haar zieke voeten

ocr page 142

134

het op geen andere wijze toelieten, om zich te overtuigen, of een zieke novice wel goed werd verpleegd. Diende men haar aan tafel iets bijzoaders voor, bij voorbeeld een eerste vrucht uit den tuin, dan verborg zij het hehnelijk onder haar pelerine, om het een zieke te brengen: »Neem gij het, men zal het niet bemerken,quot; zeide zij dan lachende, en ging weer heen. Zij had een open hart voor alle leed: »Als gij in nood zijt,quot; schreef zij eens, dan wensch ik het te weten; kan ik U niet troosten, dan bid ik ten minste, en laat bidden, om u naar zwakke krachten te helpen.quot; Hare moederlijke zorgen strekten zich ook tot de bloedverwanten der religieusen uit. Verkeerden deze in nooddruftige omstandigheden, dan opende zij de hand om hen te ondersteunen, en was haar dit niet mogelijk, dan nam zij hunne kinderen kosteloos in hare inrichtingen voor onderwijs, of verkeerden zij in geestelijken nood dan was zij nog veel meer bewogen met hun lot en tot gebed en hulp bereid. Toen eene religieuse zich bij haar beklaagde, dat zoovele harer naaste betrekkingen van God vervreemd waren, antwoordde M. Barat; gt;Troost u, die personen hebben kostbare eigenschappen. Zij zullen tot God terugkeeren; ik beloof u, dat ik iets voor u doen zal; ik zee niet

ocr page 143

135

wat, maar wees er zeker van, dat ik het niet zal vergeten.quot; God alleen weet welke boetplegingen zij zich oplegde; maar zeker is het; die personen bekeerden zich. — Stierven de ouders harer reli-gieusen, dan vereenigde zij zich met haar in de gebeden der overleden. Eens had eene religieuse nagelaten haar den dood haars vaders mede te deelen. Eenige maanden later zeide M. Barat haar: »Gij hebt mij omtrent den dood uws vaders geen bericht gezonden; zoodoende waart gij oorzaak, dat hij langer in het vagevuur moest blijven; want ik zou voor hem hebben gebeden. Sinds ik het weet, heb ik voor zijne lafenis gebeden; nu heeft hij dat gebed niet meer noodig.quot; Verder zweeg zij echter, daar zij meende in haar nederigheid reeds teveel gezegd te hebben.

M. Barat had eene bijzondere voorliefde voor de werkzusters. Hoe zij die beschouwde, toonde zij eens op reis als zij van Conflans naar Parijs met verscheidene dames en werkzusters, de laatste in haar wagon bij zich nam. Vereerd over deze betoonde voorkeur, overlaadden de goede zusters haar met dankbetuigingen; zij echter sprak: sVerwondert er u toch niet over 1 Zijt gij niet de bruiden van Jesus van Nazareth ? Zijn wij daarenboven niet bestemd eeuwig met elkander te

ocr page 144

136

leven?quot; Toen zij eens zeide : sHier zijn wij de eersten, maar ik vrees dat hierboven de plaatsen zeer verwisseld zullen worden, en deze of gene zuster, die nu zoo verborgen onder Jesus oogen, zoo nederig, hare bezigheden verricht, in den Hemel hooger zal worden geplaatst dan wijquot;, riep zuster Francisca uit: »Welhoe, moeder, ik, die niets anders doe, dan voor de keuken, zorgen, ik zou hiervoor zulk een mooie plaats krijgen !quot; »Zeker, was het antwoord der nederige moeder, zeker, kunt gij, als gij wilt een betere plaats verdienen dan ik, die haast niets doe, ofschoon ik het voorbeeld moet gevenquot;. Zij scheen de werkzusters bijna te benijden, juist om haar ootmoedigen arbeid. Ja dikwijls bekende zij dat, en sprak : »Ach wat benijd ik u om uw mutsje. Ik heb er Onzen Lieven Heer dikwijls om gebeden, maar het werd mij niet gegevenquot;. Tot eene zuster die tn het kippenhok bezig was, sprak zij : »Wilt gij uw plaats met de mijne omruilen ? Mij dunkt, ik zou in uwe bediening Gods tegenwoordigheid nooit uit het oog verliezen ; wat zou ik dan gelukkig zijn 1quot; Ook het werk dier zusters nam zij haar gaarne uit de handen. Eens hoedde zij een koe voor een harer, terwijl deze de stal schoonmaakte. Zoo trof de hertog van Montmorency haar eens aan de deur,

ocr page 145

137

een bezem in de hand, bezig met vegen. gt;Hoe, Madame Barat,quot; zeide hij, na haar een poos te hebben aangekeken, tref ik u hier? Wat doet gij daar toch ?quot; i-Hetgeen ik mijn leven lang had moeten doen, als ik op mijn plaats was geweestquot;, klonk haar antwoord. »Die de eerste onder u zijn wil, zij moet uwe dienares wezenquot;. Verlieten de reli-gieusen 's avonds de zaal der communauteit, dan haastte zij zich haar bij te lichten. Wilde iemand haar het licht uit de hand nemen, dan zeide zij : »Neen, ik heb gelezen dat de H. Theresia zich nooit ter ruste begaf, zonder minstens één akte van naastenliefde te hebben gesteld. Welnu, deze is vandaag de eerstequot;. Zulk eene leiding deed dan ook ieder met heilige vreugde de H. Roeping beminnen. Wat was zij niet verheugd, als zij hare dochters vroolijk zag. Zoo zeide zij haar eens : »Gij hebt wel reden verheugd te zijn. Is er groo-ter geluk dan Jesus toe te behooren, Hem te beminnen en te doen beminnen ? De H. Magdalena de Pazzi was zoo zeer van Hem vervuld, dat zij eens 's nachts aan het einde der meditatie de klok van het klooster ging kleppen om hare zusters bijeen te roepen, en haar te zeggen ; «Laten wij ons verheugen, want wij beminnen Jesus, en wij kunnen Hem nog meer beminnen ' O hoeveel meer reden,

ocr page 146

138

dan deze heilige hebben wij om vroolijk te zijn ; wij, die in eene slechtere eeuw leven dan zij, en door den Heer uit dit Babyion zijn gehaaldquot;.

In de jaren 1857 tot '59 waren nieuwe huizen der sociëteit gesticht te Perugia in Italië, te Posen in Pruisen, te Chamartin in Spanje, te Chicago in Noord-Amerika en te Tal ca in Zuid-Amerika. Door het intreden van negentien postulanten in Amerika, October 1857, waarvan drie uit Havana, werd het der sociëteit mogelijk ook op dit eiland een huis te stichten, te meer daar de staat een rijke bijdrage had aangeboden. Maar ojd deze aanwinst volgde ook spoedig een groot verlies. Nauwelijks waren de Piëmonteezen meester van Lombardije geworden, of de dames van het H. Hart te Milaan werden wegens haar zoogenaamde verkleefdheid aan Oostenrijk vijandig behandeld ; en daar zij weigerden vreugdeblijken te geven, door te illumineeren bij de inlijving van Romagna, dus: bij een roof gepleegd aan den H. Vader, kwam den 16den en 20sten Maart het volk in oproer, en toonde zich, zonder eenig optreden der stedelijke autoriteiten, zoo vijandig gezind, dat men onmogelijk langer blijven kon, en het huis dus ontbonden werd. Een dergelijk lot trof ook het huis te Parma, dat reeds eenmaal een offer der revolutie was geworden, maar weer her-

ocr page 147

139

steld was. Na de slag van Castelfidardo verdreef de piëmonteesclie regeering de dames van het H. Hart uit Loretto en St. Elpidir, en twee jaar later moest ook de nieuwe nederzetting te Perugia worden verstrooid. Alleen het huis te Padua ontkwam aan de ramp.

De onafhankelijkheidsoorlog in de Vereenigde Staten was een nieuwe bron van zorgen voor M. Barat. Gelukkig hadden de huizen van het H. Hart behalve de ramp van den oorlog, waarin een ieder deelde, geen andere vijandelijkheden der verschillende partijen te verduren. Na het eindigen van dezen oorlog, beriep M. Barat den 8sten alge-meenen raad, die voor haar, zooals zij verwachtte, de laatste zou zijn. Zij voelde zich aanhoudend zwakker worden ; en geen wonder, — zij telde reeds meer dan SI jaar. Den 24sten Mei 18G-4 zeide zij tot hare dochters: »De voeten en de stem weigeren mij dienst, zelfs het gezicht begin ik te verliezen; de arme machine valt stuk voor stuk uit elkaar; maar wat schaadt dit, als de ziel maar sterker wordt, naarmate het lichaam verzwakt.quot;

Den 17tlen Juli ISO'-i werd de algesneeae raadsvergadering geopend. Ofschoon M. Barat alle zittingen nog leidde, was het toch merkbaar, dat zij veel minder beslissend dan anders, bij de

ocr page 148

140

beraadslagingen doortastte. De reden werd spoedig duidelijk. Zij uitte nogmaals den wensch, van haar ambt als algemeene overste te worden ontheven. Ook ditmaal bereikte zij haar doel niet, maar men stemde er in toe, dat zij zich eene vicaresse zou kiezen, die haar zou bijstaan en in haar plaats zou optreden. Nadat de algemeene raad den 215ten Juli was gesloten, haastte M. Barat dat besluit in werking te stellen, terwijl zij meermalen bemerkte: »Ik moet nog een en ander ten einde brengen ; dan kan ik mijn »Nunc di-mittis,quot; gt;Laat nu uw dienaresse gaanquot; zingen. M. Josephine Gotz koos zij tot hare algemeene vikaresse.

VEERTIENDE HOOFDSTUK.

Zalige dood.

Dat M. Barat juist M. Götz tot vicarisse koos, doet ons vermoeden, dat zij reeds in haar de toekomstige opvolgster zag. Van nu af aan, droeg zij haar de gewichtigste bemoeingen op, deed niets buiten haar weten, en maakte zich zoo den, tijd, die haar nog gegund werd, ten nutte, om hare opvolgster den geest van haar bestuur mede te deelen.

f

ocr page 149

141

M. Barat had altijd naar een beschouwend, inwendig leven gestreefd, en men kan zonder twijfel zeggen, dat het onmogelijk ware geweest zooveel te arbeiden, als zij niet zooveel had gebeden. Xu kon zij hare gedachten nog meer tot God en tot den Hemel laten gaan, en sprak er ook meer en meer over. Kens vond eene religieuse haar met de handen gevouwen, de oogen ten Hemel gericht, zoozeer in God verslonden, dat zij de komst der binnentredende religieuse niet bemerkte. Bij tus-schenpoozen hoorde men haar den H. Naam Jesus aanroepen; dan weder: De Hemel, de Hemel!quot;' De religieuse zonk voor haar op de knieën en beschouwde hue haar gelaat, als 't ware verheerlijkt scheen. Eindelijk sloeg zij hare oogeu terneder en bemerkte de aaawezende. Dadelijk zocht zij aan alles een natuurlijke verklaring te geven door te zeggen, terwijl zij op de papieren wees, die haar tafel overdekten . ilk zeide, tuen ik die papieren daar zag, tot mij zelve : »De Hemel is er mijn belooning voor. Dat verlicht mij dan ; ik moet wel eens een oogenblikje rust nemenquot;.

Gedurende den winter had zij nog veel te lijden. Dankbaar als zij was, zeide zij tot hare verpleegsters : »Ik veroorzaak u wel veel last, mijne goede dochters, maar nog een beetje geduld. Het zal spoe-

ocr page 150

142

dig afgeloopen zijn, en dan zal de goede God u vergelden hetgeen gij voor zijne arme dienaresse gedaan hebtquot;. Den 2lt;1en Januari 1865 verscheen zij in de communauteit om de religieusen haar nieuvvjaarswensch te brengen. Zij sprak tot haar, zinspelende op het geleden verlies door den dood van een der algemeene assistenten : »Het afgeloopen jaar is met kruizen geëindigd, het nieuwe begint eveneens met lijden ; zoo iets boezemt mij 't vertrouwen in, dat dit een jaar rijk aan genaden zal zijnquot;. Toen sprak zij over de goddelijke liefde en voegde er bij : »Als men schrijft, dan onderstreept men de woorden, waaraan men het meeste gewicht hecht. Welnu, dit zijn de woorden die ik voor u onderstreep. ••■■Alles, absoluut alhs voor het Hart van Jesusquot;. Zij verscheen nu slechts zelden onder de religieusen, o. a. nog eens in de Goede Week. Toen beklaagde zij zich dat zij, die eiken dag aanzat aan de Tafel des Ileeren, door haar ziekte verhinderd was geweest, Woensdag in de Goede Week te communiceeren. »Ik zou zoo gelukkig zijn geweest indien ik de broodkruimels uwer IT. Communie had mogen verzamelen .... maar, ik was het niet waardig, en het schijnt mij toe, dat O. L. Heer, als Hij u en mij aanschouwt, moet zeggen: »Gij zijt rein, maar

ocr page 151

143

niet allen. Intusschen vertrouw ik, dat Hij het niet in den zelfden zin zou zeggen als weleerquot;. Op den Zondag »van den Goeden Herderquot;, droeg men haar een gedicht voor, waarin zij als de Goede Herder werd voorgesteld. Dat trof haar ; en toch, mishaagde haar alle loftuiting ; want zij wees die van zich af, door te zeggen, dat al die verhevene zaken slechts betrekking konden hebben op Jesus, wiens plaats zij onder hare geestelijke dochters bekleedde. Toen begon zij, afschoon niet bij stem binnengekomen, de barmhartigheid van Jesus den Goeden Herder, te loven en te prijzen, en haar te vermanen Hem getrouw te zijn.

De lente scheen haar wel is waar nieuwe krachten te brengen, maar zij liet zich niet misleiden; haar briefwisseling in die dagen levert er het bewijs van. Den 2r)sten Maart schreef zij haar neef abbé Dusaussoy: Vergeet mij niet in het II. Misoffer. Ik voel het einde naderen, en mijne zwakheid, zegt mij dat het nabij is.quot; Den 22ste» April schreef zij aan M. de Portes: * Zullen wij elkander nog eens wederzien? Bij deze vraag, wend ik mijne blikken ten Hemel. Ach, bid voor uwe moeder, opdat zij door de barmhartigheid van het H. Hart van Jesus spoedig haar waar vaderland mogen binnen gaan 1 85 jaar 1 — Als ik

ocr page 152

144

beter had gearbeid dan zou mijn leven veel eerder zijn verloopen.''

Opgeruimder en vertrouwvoller klonken hare woorden van den 295ten April. »Ach, wat vliegen de jaren toch snel voorbij ! Is het einde daar, wat is men dan gelukkig, gestreden en den zachtmoe-digen en ootmoedigen Jesus te hebben nagevolgd en bemind. Ik geloof niet, dat gij zoo oud zult worden als uwe algemeene overste. Maar ach, dit lange leven schijnt mij toch slechts een droom bij de eeuwigheid vergeleken. Haasten wij ons dus de rest van ons leven rijk te maken aan deugden en verdiensten.

Den 9den Mei leidde men tot haar in den tuin een deputatie van het kleine pensionaat. Zij deelde haar vruchten uit; vergezelde die gaven met moederlijke vermaningen en liet haar beloven, dat zij God nooit zouden beleedigen. ;gt;Onder deze voor-»waarde,quot; zeide zij haar, »zullen wij elkander hierboven met Jesus en Maria, dien gij bemint, terugvinden, nietwaar?quot; Toen zegende zij de kinderen; het was de laatste zegen, dien ze haar schonk. Den 21sten Mei, laatsten Zondag voor het feest van 's Heeren Hemelvaart, verscheen zij nogmaals bij de religieusen die nog in haar proeftijd waren, en sprak: »Ik voel mij gedrongen vandaag tot u te

ocr page 153

145

komen; want Donderdag gaan wij naar den hemel, en moeten wij elkaar voor dien tijd nog eens spreken.quot; Men verstond toen die woorden anders, dan zij bewaarheid werden. Zij was liefderijker dan ooit, bij die gelegenheid, en toen zij de zaal verliet, vond zij in den tuin de werkzusters, die zich op haren weg geplaatst hadden «Lieve kinderen,quot; sprak zij tot haar, »weest vooral nederig, want, ziet gij, als deze sport aan de ladder ontbreekt, zult gij niet in den Hemel komen.quot; Toen de beide zusters, die haar leidden, haar verder wilden doen gaan, keerde zij zich nog eens om, met de bede, dat men voor haar zou bidden, als zij er niet meer zou Fzijn. Denzelfden dag woonde zij nog het Lof bij, en 's avonds na het avondeten zag men de trouwe bezoekster van het H. Sacrament nog als gewoonlijk, op de knieën bidden.

Den 22sten Mei, Maandags, vond de ziekenverpleegster haar in diepe beschouwing verzonken, geheel in God verloren. Toen zij na de II. Mis haar klein ontbijt wilde nemen, zeide zij: gt;Ik ben vandaag niet wel — ach, mijn hoofd, mijn hoofd.quot; Zij was op het punt in bezwijming te vallen, en men bracht haar dus naar bed. De ontboden geneesheeren verklaarden, dat zij eene bloedstij-

ocr page 154

146

ging naar het hoofd had; zij deden vergeefsche pogingen haar te stuiten, maar M. Barat had het spraakvermogen verloren. Toen herinnerde men zich de woorden die zij eens gesproken had: als God haar verhoorde zou zij op haar sterfbed niet spreken ; men zou haar laatste woorden niet kunnen herhalen. Intusschën diende men haar de H. Sacramenten der Stervenden toe. Toen sloot zij de oogen en liet de aanwezigen langen tijd in onzekerheid, of zij bij kennis was. Dinsdag echter'-toen men de litanie van de H. Maagd bij haar bad, trachtte zij, bij de woorden »Lam Godsquot;, driemaal op de borst te kloppen. Zij nam ook wijwater, dat men haar aanbood, en beproefde het kruisteeken te maken, maar men moest er haar toe helpen. —- De nacht van Dinsdag op Woensdag was zoo slecht, dat men de gebeden der stervenden begon. Woensdag vroeg kwam de Apostolische zegen aan. Haar toestand bleef dezelfde, zij lag met gesloten oogen, maar bij haar volle bewustzijn. Eindelijk brak het feest van 's Heeren Hemelvaart aan. De pols nam af, de adem werd nauwelijks hoorbaar, 's Avonds half negen begon de doodstrijd, en te 11 uur gaf zij zacht en kalm, onder de gebeden der H. Kerk, den geest.

Den 29slen Mei vond de uitvaart plaats in de

ocr page 155

147

kapel van het moederhuis. Daarna werd het eerbiedwaardig lichaam naar Conflans overgebracht, waar het in den grafkelder, onder de kapel, gewijd aan de Moeder der Smarten, die zij altijd bijzonder vereerde, werd bijgezet. In een achtergelaten geschrift, haar geestelijk testament, en dat haar laatste vermaningen aan het bestuur der sociëteit behelsde, zeide zij : »Ik bid den goeden Meester u allea te zegenen, en in uwe zielen den wil en de behoefte in te prenten, zich tot den laatsten ademtocht aan zijn Goddelijk Hart en aan het heil der zielen toe te wijden, volgens het doel onzer roeping.quot;

Dat was inderdaad het leven van M. Barat geweest. Hoe zij de roeping eener bruid vanjesus H. Hart vervuld heeft, daarvan geven deze bladzijden een althans zwakke, onvolmaakte beschrijving. Genoeg zij het te verklaren, dat het gebed, betwelk zij van alle kanten voor de rust harer ziel gevraagd had, reeds spoedig veranderde in ■een bede om haar voorspraak bij God. En men bad haar niet tevergeefs. De genaden, welke God op hare voorspraak verleende, bespoedigden de inleiding van de zaak harer heiligverklaring. Den 18den juli 1879 onderteekende de tegenwoordig roemrijk regeerende H. Vader, Leo XIII,

ocr page 156

148

een opdracht aan de congregatie der Riten, tot voorbereiding van het kanoniek proces. Hiermede besluiten wij, ons onderwerpend, bij alles wat wij ter eere der eerwaarde M. Magdalena Sophie Barat hebben neergeschreven, aan het oordeel vaa de Kerkelijke Overheid. —

ocr page 157

I N H O U D.

Bk.

Ie Hoofdstuk. Geboorte en opvoeding............1.

2e x De stichting....................8.

3e » Het huis te Amiens.......11.

4e » Moeder Barat wordt Algemeene Overste 18.

5e » Strijd voor de Constitutiën.....32.

6e 2 Moeder Barat en de leerlingen in liet

Pensionaat...........51.

7e s De Sociëteit wordt door den H. Stoel

goedgekeurd. M. Barat en de novicen 63. 8e » De revolutie of omwenteling van Juli.

Eerste reis naar Rome......68.

9e jgt; Tweede reis naar Rome. ..... 80.

10e gt; Nieuwe stormen. . ......90.

11e » Vervolgingen door de Fransche omwen-

wenteling...........102.

12e 2gt; Laatste reizen .........113.

13e 2gt; Haar laatste Werken......150.

14e 7gt; Zalige dood..............163.

ocr page 158
ocr page 159

DRUKFOUTEN.

adzijde

1.

regel

10

van

boven

staat

: her, lees

het.

X

14,

13

»

»

»

word, »

wordt.

10,

gt;

20

tgt;

» Tgt;

gt;

gt;

19,

1

leede, gt;

leefde.

gt;

32,

»

9

»

dat. j

die.

»

»

28

»

»

Sint »

Saint.

2

50,

9

geschikts, 2gt;

geschikt.

2gt;

50,

11

geschiktst. »

geschikts-

gt;

54.

s-

1

jgt;

»

»

lijd, »

lijdt.

ocr page 160
ocr page 161
ocr page 162
ocr page 163
ocr page 164