0
1
VOOE DE LOGR
Hl RAM ABIE
in het 0/. van 's-Gravenhage.
_ . . ______
s -»
Ghdrukt iu,r Gmm. Giunta d'Albani. '1890.
INHOUD.
Eerste Hoofdstuk. Algemeene Bepalingen. bladz. 5.
Artquot;. 1â4.
Van de Leden der Loge. » 6.
Artquot;. 5â13.
Van het Bestuur in 't algemeen. » 9.
Artquot;. 14â'20.
Van ieder der Bestuurs-Leden in 't bijzonder. » 11.
Artquot;. 21â91.
Van de Comrnissiën en Députatiën. » 25.
Art11. 92â96.
Van de Vergaderingen. » 20.
Artquot;. 97â133.
Van het aannemen tot Vrijmetselaar en het verleenen van Hooger Loon. » 34.
Artquot;. 134â148.
Van de Bezoekers.
Art». 149â152.
Van de dienende Broeders.
Artquot;. 153 157.
Slot- en Overgangs-Bepalingen Artquot;. 158â161.
Tweede »
Derde »
Vierde »
Vijfde »
Zesde »
Zevende »
Achtste »
Negende »
Tiende »
» 37.
» 38.
» 39.
» 40.
Register
fJl- L -
loge âH1RAM AB1FF
i '. h.*. O/, van quot;s Gravenhage.
-------
0y
f'ïJióa
/ /'
des avonds te 8 uren :
R E C E P T IE
i.'. d.*. 2de11 Gr raad. (5 Caudidaten).
r///w/ss
De ree.', zal worden geleid door Br.'. A. L. ScintiDT Jr. Houwsituk van Br.'. 1. W. Yoüxg.
Namens de Lcxjo voornoemd, A. L. SCHMIDT Jr.,
Secretavii.
II U I $ II O 11 U E L IJ K IIE li L E M E N T
voor de Loge âHIRAM AB1FFquot;.
EERSTE HOOFDSTUK.
Algemeene Bepalingen.
Artikel 1.
De Loge « Hiram Abiff» maakt, op grond van deu Haar vei'leenden Constitutie-Brief, gedagteekend 20ton dag van de IVde maand van het jaar des W.'. L.'. 5886, deel uit van de Orde van Vrijmetselaren, en ressorteert als zoodanig onder het Groot-Oosten der Nederlanden.
Art. 2.
Zij is gevestigd in het Oosten van 's Gravenhage. Hare onderscheidingskleur is parelgrijs met goud.
Art. 3.
13e Loge stelt zich ten doel: van het meest verheven zedelijk standpunt uit, en volkomen onafhankelijk van eenige zienswijze der bestaande maatschappelijke of godsdienstige partijen, de verstandelijke ontwikkeling, de geestelijke on maatschappelijke vrijheid en de algemeene verbetering en verbroedering van het menschdom te bevorderen.
Art. 4.
Hare Leden betrachten, met het oog op hot voorgaande, bij hun' omgang onderling, en in hunne schriftelijke en mondelinge verhandelingen, den meesten eenvoud, en geven elkander slechts de betiteling van Broeder, zoo noodig met bijvoeging der Macounicke functie.
6
TWEEDE HOOFDSTU K.
Van de Leden der Loge.
AUT. 5.
Ieder Vrijmetselaar, die Lid der Luge wenscht te worden, wendt zich daartoe schriftelijk tot den Voorzittend-Meester. Zijn verzoek zal door minstens drie Leden der Loge moeten worden gesteund, en vergezeld zijn van het bewijs in den laatst behaalden Graad, bedoeld bij Art. 22 A.-. W.*., ') en het ontslagbewijs, bedoeld bij Art. 37 id.
Van deze bepaling zijn zij uitgezonderd, die door de Loge tot Vrijmetselaar worden aangenomen, of wien door Haar Hooger Loon wordt verleend. Dezen worden beschouwd Lid der Loge te zijn, wanneer zij niet binnen ééne maand na hunne aanneming of bevordering den wensch van het tegendeel hebben te kennen gegeven.
Arï. 6.
De Voorzittend-Meester brengt het hicrvoren bedoelde verzoek in de eerstvolgende Meesters-Vergadering ter tafel, en drukt den aanwezigen op het gemoed, dat ieder hunner gehouden is, informatiën omtrent den Candidaat in te winnen, waarbij zij vooral te letten hebben op den graad zijner ontwikkeling op verstandelijk en zedelijk gebied, om te kunnen beoordeelen, wat van hem ten opzichte van den Loge-arbeid te verwachten is.
Art. 7.
De stemming over bet al of niet toelaten van den Candidaat heeft plaats minstens ééne week na de hiervoren bedoelde Vergadering, in eene Meesters-Vergadering, die zoo noodig daartoe opzettelijk wordt uitgeschreven, nadat ook aan de Gezellen en Leerlingen het voorstel is medegedeeld, en hun de gelegenheid is gegeven inlichtingen over den voorgestelde aan den Voorzittend-Meester te verstrekken.
Alvorens tot de stemming over te gaan, vraagt de Voor-
') A.-. W.'. beteekent Algomeono Wet.
7
zittend-Meester den aanwezigen af, welke informatiën zij omtrent den Candidaat hebben ingewonnen, en ol' iemand vermeent redenen te hebben om zich tegen de toelating te verzetten.
Heeft er verzet plaats, dan worden de motieven aan de Vergadering medegedeeld, en wordt de beslissing omtrent de toelating van den Candidaat minstens acht dagen uitgesteld, om des noods de inlichtingen te kunnen aanvullen.
Heeft er geen verzet plaats, dan wordt tot de stemming overgegaan, die geheim moet geschieden.
Art. 8.
Geldt de aanvraag een niet-Nederlander, dan moet zij vergezeld zijn van eene omstandige opgave van de plaats, waar de Candidaat geboren is, en waar hij gedurende zijn levensloop verwijld heeft, en van zoodanige stukken, die zijn onbesproken naam en zijne degelijkheid kunnen staven.
Deze opgave en stukken, die aangevuld moeten worden met de mededeeling van den naam en het Oosten van de Loge, waar de Candidaat in de Orde opgenomen werd, en van Haai', die hem het lidmaatschap verleende, worden door de Loge 11/. A.-., met het verzoek om bericht, gezonden aan den Vertegenwoordiger van het betrokken Buitetdandsch Maponniek-Lichaam, wiens tnsschenkomst daarbij wordt verzocht. Eerst na ontvangst van het bericht van dien Ver-tegenwoordiger belegt de Voorzittend-Meester de in de vorige Artequot;. omschreven Vergadering, en betracht verder wat bepaald is.
Aut. 9.
De naam, voorletters en profane betrekking van den Candidaat worden op het Convocatie-biljet van de Vergaderingen, bedoeld bij de Artquot;. G en 7 hiervoren, vermeld.
Aki. 10.
Bij het aanvaarden van het lidmaatschap betaalt de
8
nieuw aangenomene aan den Thesaurier op vertoon eener kwitantie een entrée van /quot;5.00.
Van die entrée zijn vrijgesteld:
a. Voormalige Leden der Loge, die, wegens het verlaten van dit Oosten, hun lidmaatschap opgezegd hebben.
b. Zij, die in deze Loge tot Vrijmetselaar aangenomen zijn, of wien Hooger Loon verleend werd, en die in verband met het bepaalde bij het 2de lid van Art. 5 hievoren, als Lid aangemerkt worden.
Art. 11.
Het nieuw aangenomen Lid legt in handen van den Voor-zittend-Meester, bij gelegenheid eener Open-Loge of eener Algemeene Vergadering, de navolgende belofte af:
«Ik beloof, dat ik mij steeds als een waardig Vrijmetselaar « zal gedragen; dat ik de plichten, mij door de Orde opge-«legd, stipt zal vervullen, en dat ik den arbeid en den bloei «dezer Loge, zooveel mij maar mogelijk is, zal bevorderen. »
Art. 12.
Het lidmaatschap der Loge vangt aan dadelijk na de aanneming, en eindigt met het Magonniek jaar, waarin vóór 1 Februari, bij schriftelijke verklaring aan den Voorzittend-Meester of aan den Secretaris opzegging is gedaan.
Hiervan is het geval van overlijden en de opzegging wegens vertrek uit het Oosten der Loge uitgezonderd. In die gevallen is de contributie verschuldigd tot en met den laatsten dag van het kwartaal, waarin het overlijden plaats had, of waarin opzegging geschied is.
Art. 13.
De contributie wordt jaarlijks in eene Algemeen Vergadering vastgesteld, maar zal niet meer dan /'20.00 bedragen. Zij is invorderbaar in vlei' termijnen.
Voor nieuw aangenomen Leden vangt de betaling der contributie aan met het kwartaal, volgende op dat der aanneming.
Hij, die in gebreke mocht blijven de contributie te vol-
9
doen, wordt door het Bestuur, bij aangeteekenden brief, tot betaling aangemaand. Wordt aan die aanmaning niet voldaan, dan kan eene Algemeen e Vergadering liet ontslag van het lidmaatschap uitspreken.
DERDE HOOFDSTUK.
Van het Bestuur in 't algemeen.
Art. 14.
Het Bestuur der Loge is samengesteld als volgt: een Voorzittend-Meester,
een Gedeputeerd-Meester,
een Eerste-Opziener,
een Tweede-Opziener,
een Redenaar,
een Secretaris tevens Zegel-bewaarder,
een Thesaurier,
een Voorbereider,
twee Ceremoniemeesters,
een Archivaris tevens Bibliothecaris,
een Onderzoeker,
een Bouwmeester,
een Hofmeester,
een Dekker,
een Directeur van de Kapel.
Twee of meer vereenigbare betrekkingen kunnen door de Verkiezings-Vergadering aan één Broeder opgedragen worden.
Wanneer de noodzakelijkheid blijkt, kan de Voorzittend-Meester aan een of meer der Bestuurs-Leden een tweeden Titularis toevoegen, die alsdan de werkzaamheden onder do leiding van den eersten Titularis met dezen zal deelen.
Art. 15.
De Bestuurs-Leden worden voor één jaar benoemd, en zijn dadelijk herkiesbaar.
Art. 16.
De Verkiezing geschiedt bij geheime stemming, zooals
10
bepaald is bij Art. 102 van dit Reglement, in eene Alge-meene Vergadering te houden in de maand Februari van ieder jaar.
De Installatie der nieuwe of herkozene Bestuurs-Leden heeft in Open-Loge in den Leerlings-Graad, vóór of op den Lente-eveningsdag plaats.
Art. 17.
Bij aftreding geven de Secretaris, de Archivaris, de Bibliothecaris, de Thesaurier en de Bouwmeester hunne respectieve Loge-aangelegenheden bij proces-verbaal aan hunne opvolgers over.
Die verbalen, waarin de bezittingen der Loge nauwkeurig gespecificeerd zijn, worden door den aftreder in duplo opgemaakt, en door beiden, den aftreder en den opvolger, onderteekend.
Een exemplaar dier verbalen wordt door den Voorzit-tend-Meester geviseerd, en in het Archief gedeponeerd; terwijl het andere als verantwoordingstuk aan den aftreder verblijft.
A ut, 18.
Een Bestuurs-Lid in den loop van het jaar ontslag uit zijne betrekking wenschende, dient daartoe een schriftelijk en met redenen omkleed verzoek aan den Voorzittend-Meester in.
De verzoeker blijft evenwel in functie, totdat het ontslag is verleend.
Art. 19.
De Vooi zittend-Meestor doet van dat verzoek in de eerstvolgende Algerneeno Vergadering aan do Loge-leden mede-deeling; maar is intusschen bevoegd dat ontslag dadelijk te veiieenen, en een Meester-Vrijmetselaar, Lid der Logo, aan te wijzen, om de ontstane vacature tot de eerstvolgende Verkiezings-Vergadering aan te vullen.
Niemand mag zonder geldige redenen, ter beoordeeling van don Voorzittend-Meester, weigeren eene zoodanige
11
plaatsvervanging, als ook de benoeming van tweeden Titularis, waarvan in de laatste alinea van Art. 14 hierboven sprake is, te aanvaarden.
Aut. 20.
Wanneer een Bestuurs-Lid verhinderd is om de werkzaamheden bij te wonen, geeft bij daarvan tijdig den Voorzittend-Meester kennis, die alsdan, zoo noodig, eon Mcester-Vrijmetselaar aanwijst otn als vervanger op te treden.
VIERDE H O O F D S T U K.
Van ieder der Besluurs-Leden in 't hijzonder.
A. Van den Voorzittend-Meesier.
Art. 21.
De Voorzittend-Meester is belast met de leiding der werkzaamheden in Open-Loge en in alle Vergaderingen.
Hij is evenwel bevoegd de leiding bij Receptiën aan een anderen Meester-Vrijmetselaar. Lid der Loge, op te dragen, en zal zelfs van die bevoegdheid een ruim gebruik maken, om zoodoende de taak der Loge-Leden gemakkelijk te maken, wanneer zij geroepen worden een Voorzitter te verkiezen. In bijzondere gevallen is hij ook bevoegd die leiding op te dragen aan een Meester-Vrij metselaar. Lid eener andere Loge.
Aut. 22,
De Voorzittend-Meester staat uit den aard zijner betrekking aan het hoofd van alle Commission en üéputatiën.
Hij kan zich echter door een ander Meester-Vrij metselaar, Lid der Loge, ter zijner keuze, als zoodanig laten vervangen.
Hij bepaalt het aantal Leden, waaruit eene Commissie of eene Députatie zal bestaan.
Art. 23.
Hij fiatteert alle bewijzen van uitgaaf, en onderteekent alle bescheiden van de Logo uitgaande.
42
Hij kan evenwel den Secretaris opdragen eenige stukken namens de Loge te teekenen.
Art. 24.
De Voorzittend-Meester heeft de bevoegdheid om Vergaderingen, onverschillig in welken Graad, te beleggen; hem is de handhaving der tucht en de nakoming der Wetten en Reglementen opgedragen.
Hij waakt voor de volledige uitvoering van de besluiten door de verschillende Vergaderingen genomen.
Art. 25.
Mocht hij oordeelen, dat eenig genomen besluit niet met de grondbeginselen der Orde strookt, of strijdt met de W.*., dan zal hij, alvorens zich, ingevolge het bepaalde bij Art. 105 van die wet, tot het Hoofdbestuur te wenden, het bedoelde besluit aan eene latere stemming onderwerpen.
Art. 26.
Te dien einde roept hij de betrokken Vergadering zoo spoedig mogelijk bijeen, evenwel op eenen anderen dag, en zet alsdan zijne zienswijze ter zake gemotiveerd uiteen.
Komt men alsdan niet tot eene bevredigende overeenkomst, dan wordt de Vergadering minstens acht dagen later op nieuw bijeen geroepen, om, zonder nadere beraadslaging, door stemming uit te maken, of het genomen besluit wordt ingetrokken dan wel gehandhaafd.
De volstrekte meerderheid van stemmen wordt vereischt ter beslissing.
Art. 27.
Mocht onverhoopt liet geval zicli voordoen, dat eenig Lid gehandeld heeft iu strijd met het doel der Orde of met de waardigheid der Loge, dan heeft de Voorzittend-Meester de bevoegdheid den betrokkene te onderhouden, en hem,
13
naar den aard en de beteekenis van dn gepleegde handeling, het bijwonen der werkzaamheden voorloopig te ontzeggen.
A ut. '28.
De Voorzittend-Meester roept, wanneer hij zich tot die ontzegging genoopt heeft gezien, uiterlijk veertien dagen later, eene Algemeene Vergadering bijeen, ten einde, na den betrokkene de gelegenheid te hebben gegeven zich mondeling ot' schriftelijk te verantwoorden, over de schorsing of het ontslag van het lidmaatschap van den betrokkene te beraadslagen en te stemmen.
B. Van den Gedeputeerd-Meester.
Art. 29.
De Gedeputeerd-Meester vervangt den Voorzittend-Meester bij afwezigheid, behalve in de bepaalde gevallen bij de Artquot;. 21 en 22 hiervoren omschreven, wanneer de daar bedoelde voorziening reeds getroffen is.
Art. 30.
De Gedeputeerd-Meester treedt alsdan in alle rechten en verplichtingen den Voorzittend-Meester toegekend.
C. Van de Opzieners,
Art. 31.
De Opzieners oefenen onder den Voorzittend-Meester het gezag in de Loge uit, en zorgen mot hem voor de handhaving van orde en tucht.
Art. 32.
Bij afwezigheid èn van den Voorzittend- èn van den Gedeputeerd-Meester treedt de Eerste-Opziener, en is deze laatste ook afwezig, de Tweede-Opziener als Voorzitter op.
u
Art. 33.
Indien een der Opzieners in Open-Logo den Tempel, al ware het ook maar kortstondig, wenscht te verlaten, doet idj zich alvorens door een der beschikbare Leden, mits Meester-Yrij metselaar, vervangen.
D. Van den Redenaar.
Art. 34.
De Redenaar is belast met het aanhouden der geschied-rollen van de Loge. Daartoe zal hij de noodige aanteekeningen houden, en steeds inzage van het Archief kunnen hebben.
Art. 35.
Hij brengt telken jare in de Yerkiezings-Vergadering, bedoeld bij Art. 16 hiervoren, na alloop van de stemming, Verslag uit van de gebeurtenissen in het afgeloopen jaar, waarbij een analytische beschouwing van den in dat jaar verrichten arbeid niet mag ontbreken,
Art. 36.
Dit Verslag wordt, wanneer een der Leden dit verlangt, in die Vergadering, oi' in eene volgende, aan bespreking-onderworpen, voor zooveel noodig aangevuld en gewijzigd, en verder als geschiedkundige bron in het Archief gedeponeerd.
Aan ieder Lid en aan iedere Loge onder het Groot-Oosten wordt een exemplaar van dat Verslag verstrekt.
Art. 37.
Zooveel mogelijk wordt door den Redenaar, bij iedere aanneming van een profaan, of bij het verleenen van hooger loon, een Bouwstuk geleverd, waarin niet alleen de grondbeginselen der Orde, maar ook de oefeningswijze dei-Loge, ter neergelegd in de Artquot;. 3 en 4 hiervoren, zijn ontvouwd.
15
Art. 38.
Hij kan zicli met toestemming van den Voorzittend-Meester doen vervangen door een ander Meestei1-Vrij metselaar. Het Bouwstuk, door dien vervanger voor te dragen, wordt vooraf aan de goedkeuring van den Voorzittend-Meester onderworpen.
E. Van den Secretaris tevens Zegel-bewaarder.
Art. 39.
De Secretaris staat den Voorzittend-Meester ter zijde, en dient hem zoo noodig van advies bij alles, wat de belangen der Loge betreft
Hij dient vóór elke vergadering aan den Voorzittend-Meester een agenda in van de te behandelen onderwerpen.
Art. 40.
Hij ontvangt alle stukken voor de Loge bestemd, en stelt te dien einde zijn adres bekend aan het Hoofdbestuur en aan de Loges onder dit Groot-Oosten.
Art. 41.
Van de ingekomen stukken doet hij zoo spoedig mogelijk mededeeling aan den Voorzittend-Meester. De uitgaande stukken worden door hem mede onderteekend, voor zoover hem de onderteekening daarvan, namens de Loge, niet, krachtens Art. 23 hiervoren, alleen wordt opgedragen.
Art. 42.
Van de briefwisseling, hetzij van het Bestuur, hetzij van de eene of andere Vergadering uitgaande, doet hij voorlezing. daar waar zulks behoort.
Evenzoo wordt met de Notulen gehandeld, waarna zij aan de goedkeuring van de betrokken Vergadering onderworpen en den Voorzittend-Meester ter onderteekening voorgelegd worden.
10
Art. 43.
Bemerkingen, op het genotuleerde gemaakt wordende, neemt de Secretaris die, zoo noodig met de daaruit voortspruitende gedachtenwisseling, op in de Notulen van de zitting, waarin die bemerkingen kenbaar gemaakt worden, waardoor verder redres overbodig wordt.
A ut. 44.
De Secretai'is houdt afzonderlijke Registers aan van de Leden der Loge, en van de in de Loge nieuw aangenomen en van de tot Hooger Loon waardig gekeurde Vrijmetselaren.
Art. 45.
Hij houdt ook aan het Register, bedoeld bij Art 13 A.-. W.-., waarin tevens worden opgenomen de namen van de Orde-Leden , die geschorst of ontslagen mochten zijn.
Art. 4G.
Wanneer die schorsing, of dat ontslag, aan het slot van het vorig Art. bedoeld, een Lid der Loge geldt, wordt door den Secretaris dienaangaande het noodige verricht, z. a. bij de eerste alinea van Art. 13 A/. W.-. omtrent afgewezen profanen is voorgeschreven.
Art. 47,
De Secretaris zal, wanneer Bezoekers de Open-Loge of Gezellige Bijeenkomsten bijwonen, hunne aannemingsbe-wijzen, bedoeld bij Art. 22 A.'. W'.. welke hem dooi' den Onderzoeker zullen worden ter hand gesteld, viseeren.
Art. 48.
De Secretaris zendt telken jare in de maand Maart eene Naamlijst van de Officieren en Leden der Loge aan het Hoofdbestuur en de Loges onder dit Groot-Oosten, alsook aan de Leden der Werkplaats.
M
Art. 49.
T)e Secretaris verleent aan niemand inzage van bescheiden onder zijn beheer, dan met vergunning van den Voor-zittend-Meester, behoudens het bepaalde bij Art. 34 bier-voren.
Art. 50.
De Secretaris draagt telken jare in de maand Maart de stukken over het afgeloopen jaar, voor zoover hij ze niet meer noodig heeft, tegen ontvangbewijs over aan den Archivaris.
Art. 51.
De Zegel-bewaarder heeft de Zegels en Stempels der Loge onder zich, en is verantwoordelijk voor het gebruik, dat daarvan wordt gemaakt.
De Aannemings- en Bevorderings-bewijzen, alsook de Meestor â diploma's, die van wege de Loge uitgereikt worden, zullen van een afdruk in lak van het Groot Zegel voorzien worden. De Zegel-bewaarder houdt van die bewijzen en diploma's, onder vermelding van dagteekening en volgnummer der afgifte, in een Register aanteekening.
F- Van den Thesaurier.
Art. 52.
De Thesaurier is belast met het geldelijk beheer der Loge, onder inachtneming van de daarop betrekkelijke voorschriften van dit Reglement.
Art. 53.
Als zoodanig verricht hij het noodige tot invordering en betaling van hetgeen aan en dooi1 de Loge verschuldigd is, met inachtneming van art. 23 hiervoren,
Art. 54.
Hij draagt zorg voor bet tijdig opmaken van het Oerti-
2
18
ficaat, bedoeld bij art. 41 der A.-. W/., en voor de toezending daarvan aan den Secretaris.
Art. 55.
De Thesaurier kwiteert voor de door hem gedane ontvangsten, houdt de voor zijn beheer noodige boeken aan, en geeft daarvan, zoowel als van alle andere op zijn beheer betrekking hebbende bescheiden, inzage aan den Voor-zittend-Meester, zoo dikwerf deze dit mocht verlangen.
Art. 56.
Hij ontwerpt ieder jaar, vóór 1 Maart, eene begrooting voor het volgende werkjaar, en dient deze aan den Voor-zittend-Meester in, die ze ter goedkeuring aan eene Alge-meene Vergadering, voorafgaande aan de Verkiezingsvergadering, bij de eerste alinea van Art. 16 hiervoren bedoeld, voorlegt.
Art. 57.
Jaarlijks zal de Thesaurier de rekening en verantwoording van de geldmiddelen der Loge opmaken, en die, met de bewijsstukken in dc Verkiezings-Vergadering, na alloop van de stemming ter tafel brengen. De Voorzittend-Meester stelt die rekening en hare bijlagen in handen van twee Leden, met opdracht daarover rapport uit te brengen.
Bij accoord-bevinding verleent de Vergadering den Thesaurier décharge.
Art. 58.
De Thesaurier doet daarna in dezelfde Verkiezings-Verga-dering omstandig Verslag omtrent den finantiëelen toestand der Loge, en wijst daarbij op die bijzonderheden, welke hem gewichtig voorkomen.
Art. 59.
Hij draagt telken jare, na bekomen décharge, de stukken betrelïende zijn beheer over het afgeloopen jaar, voor zoover
19
hij die niet meer noodig beeft, tegen ontvangbewijs aan den Archivaris over.
G. Van den Voorbereider.
Art. 60.
Aan den Voorbereider wordt tijdig kennis gegeven van het voornemen om eenig Orde-Lid Hooger Loon te verleenen. Van dat oogenblik af zal hij omgang met dat Lid zoeken, ten einde het zooveel mogelijk geleidelijk te doordringen van zijne toekomstige verplichtingen en van het gewicht der bevordering, welke het te wachten staat.
Art. 61.
Hij handelt evenzoo, wanneer tot de aanneming van oen Profaan besloten wordt. Dan zal hij zich tot taak stellen, den graad van ontwikkeling van den Candidaat te doorgronden. Mocht hij daarbij bevinden, dat ze niet van dien aard is, om den Loge-arbeid in zich te kunnen opnemen, dan zal hij daarvan den Voorzittend-Meester onmiddellijk verslag doen.
Art. 62.
In verband met liet bepaalde bij Art. 0 hiervoren, wijdt hij ook zijne aandacht aan de Vrijmetselaren, die aanzoek gedaan hebben om tot Lid der Logo aangenomen te worden. Ten hunnen aanzien zal hij ook te werk gaan, zooals in hel voorafgaande Art. bepaald is.
H. Van de Ceremoniemeesters.
Art. 63.
De Ceremoniemeesters hebben tot taak te zorgen voor den regelmatigen gang van zaken bij Open-Loge, Vergaderingen en Banketten. Zij handelen hierbij naar de inzichten van den Voorzittend-Meester.
20
Art. 64.
Zij doen den Leden, zoowel bij Open-Loge als bij andere Vergaderingen, de presentielijst teekenen, en overhandigen die daarna aan den Secretaris.
Art. 65.
Ook hebben zij te zorgen, dat zoowel de Loge-Leden als de Bezoekers in den Tempel de voor hen bestemde plaatsen innemen.
I. Van den Archivaris en Bibliothecaris.
Art. 66.
De Archivaris is belast met de bewaring der Archiefstukken van de Loge.
Hij houdt van alles, wat daartoe behoort, een nauwkeu-rigen inventaris, en doet daarin duidelijk uitkomen, welke stukken hij telken jare tegen ontvangbewijzen, en bedoeld bij de Artquot;. 36, 50 en 59 hiervoren, van den Redenaar, den Secretaris en den Thesaurier heeft overgenomen.
Art. 67.
Behalve aan den Redenaar, den Secretaris en den Thesaurier, verleent de Archivaris aan niemand inzage van het Archief, dan op speciale machtiging van den Voorzit-tend-Meester.
Art. 68.
De Archivaris mag, op bepaald te kennen gegeven verlangen van den gemachtigde, de betrekkelijke stukken tegen ontvangbewijs afgeveti, evenwel voor niet langer dan tien dagen, en onder de uitdrukkelijke voorwaarde, dat daarvan geen afschrift genomen worde.
Art. 69.
Op machtiging van den Voorzittend-Meester mag de Archivaris ook door eenig Loge-Lid afschriften of uittreksels van de Archiefstukken laten nemen.
21
Die afschriften of uittreksels zullen door den Archivaris voor «eensluidend afschrift» of voor «extract conform» gnteekend worden.
Art. 70.
De Archivaris brengt jaarlijks in de Verkiezings-Vergade-ring, na de stemming, een Verslag uit over den toestand van het Archief en stolt daarbij de maatregelen voor, welke tot aanvulling, bewaring en instandhouding kunnen bijdragen.
Art. 71.
De Bibliothecaris heeft tot Laak de bewaring, de aanvulling en het onderhoud van de Boekerij der Loge. Hij houdt van de boekwerken, handschriften of anderszins een Catalogus aan.
Art. 72.
Hij geeft aan de Leden boekwerken tegen ontvangbewijs af, evenwel niet langer dan voor vier weken.
Tijdschriften mogen eerst zes weken, nadat zij ontvangen zijn, buiten het Bibliotheek-lokaal afgegeven worden. Zij zullen gedurende dat tijdperk in de Bestuurs-kamer der Loge ter lezing liggen.
Art. 73.
Bij nalatigheid ten opzichte van het terugbrengen der boekwerken, of tijdschriften, geelt de Bibliothecaris den Voorzittend-Meester daarvan kennis, die den betrokkene des noods eene boete van hoogstens f 10.â en vergoeding van het niet teruggebrachte werk kan opleggen.
Art. 74.
Niet dan op machtiging van den Voorzittend-Meester geeft de Bibliothecaris boekwerken , of tijdschriften, aan Broeders niet-Leden af, en dan nog op de voorwaarden bij Art. 72 hier voren bepaald.
22
Art. 75.
Do Bibliothecaris zorgt, dat ieder Loge-Lid eon afdruk van den Catalogus erlangt, en geei't kennis waar en wanneer boekwerken, o(' tijdschriften, te ontvangen ofte ruilen zijn.
Art. 70.
De Bibliothecaris brengt jaarlijks, na de stemming in de Verkiezings-Vergadering, een Verslag uit over den toestand der Boekerij. Hij zal zich beijveren daarbij de maatregelen aan te geven, die tot hare uitbreiding en onderhoud kunnen bijdragen.
J. Van don Onderzoeker.
Art. 77.
De Onderzoeker zal den Bezoekers, welke zich bij Open-Loge, of bij andere Vergaderingen aanmelden, hunne aan-nemingsbewijzen of diploma's, bij Art. 22 A.\ W.-. bedoeld, afvragen, en doze ter viseering aan den Secretaris overhandigen,
Art. 78.
Bij gebreke van die bewijzen of diploma's moet hij den betrokkene het Heilig- en Paswoord afvragen, en mededeeling vergen van het Toeken en de Aanraking voor don Graad, waarin gearbeid zal worden. Mocht dan nog twijfel bij hem bestaan, dan zal hij eischen, dat de Postulant zijne affiliatie aan de Orde bewijze door de cautie van minstens een der aanwezige Leden.
Do grondgedachte hierbij moet zijn, dat de Onderzoeker de onwrikbare overtuiging orlango, dat hij, over wien zijn onderzoek zich uitstrekt, Vrijmetselaar is, en minstens tot den Graad behoort, waarin gearbeid zal worden.
Art. 79,
Na gehouden onderzoek noodigt de Onderzoeker de lie-zoekers uit. hunne handteekening in hot daarvoor bestemde Visiteurs-Boek te stellen.
23
Hij moet die handteekening vergelijken met die, op het afgegeven aannemingsbewijs ol' diploma voorkomende.
Art. 80.
Bij Open-Loge is de Onderzoeker de Ceremoniemeesters behulpzaam bij hunne verschillende verrichtingen, en zal hij zich daartoe met hen verstaan.
K. Van den Boimmcesler.
Arï. 81.
De taak van den Bouwmeester is: zijne goede zorgen te wijden aan de bewaring en het onderhoud der Meubelen, der Tempel versieringen, der Juweelen, der Standaarden, als anderzins, aan de Loge toebehoorende.
Art. 82.
Zijne zorgen strekken zich ook uit over de lokalen, door de Loge volgens contract in gebruik genomen. Hij zal tijdig de urgent geoordeelde herstellingen en verbeteringen schriftelijk aan den Groot-Bouwmeester mededeelen, en de uitvoering daarvan verzoeken.
Art. 83.
Hij wijdt vooral zijne aandacht aan de verlichting, en zorgt, dat te dezen aanzien de meest mogelijke zuinigheid betracht worde.
Art. 84.
De Bouwmeester brengt jaarlijks in de Verkiezings-Verga-doring, na de stemming. Verslag uit omtrent den toestand der goederen en aangelegenheden onder zijn beheer, en duidt daarbij de middelen aan, die tot onderhoud kunnen medewerken.
L Van den Hofmeester,
Art. 85.
Den Hofmeester is de zorg opgedragen voor de inrichting
24
en voor den goeden gang van zaken bij Tafel-Loges, Collations en Banketten. Hij zal zich omtrent het laatste gedeelte zijner taak verstaan met tie Ceremoniemeesters.
Art. 86.
Hij zal, in overeenstemming handelende met den Thesaurier, zooveel mogelijk steeds eene hoeveelheid wijn in voorraad hebben, om bij voorkomende gelegenheden, onder goedkeuring van den Voorzittend-Meester, ter beschikking van de Vergadering te kunnen stellen.
M. Van den Dekker.
Art. 87.
De Dekker zorgt, dat geen der Bezoekers, bij arbeid in Open-Loge, den Tempel betreedt, zonder het Paswoord met hem gewisseld te hebben.
Art. 88.
Zijne voorname taak is toe te zien, dat de Tempel bij Open-Loge behoorlijk gedekt zij, waaronder verstaan moet worden, dat het Heiligdom ontoegankelijk is voor oog en oor van hen, die niet geroepen zijn aan den arbeid deel te nemen.
Art 89.
Op hem rust ook de verplichting te zorgen , dat gedurende den arbeid de grootste stilte heersche in de vertrekken en gangen in de onmiddellijke nabijheid van den Tempel, of van de Vergaderzaal gelegen.
/
N. Van den Directeur der Kapel.
Art. 90.
De Directeur der Kapel bestuurt de Muziek-uitvoeringen, welke tot opluistering der Loge-plechtigheden of van andere Bijeenkomsten plaats hebben.
25
Art. 91.
Hij moet zich deswege met den Voorzittend-Meester, en zoo noodig, ook mot de Ceremoniemeesters verstaan.
V IJ F 1) E IJ O O F D S T U K.
Van de Commission en üépulaliön.
Art. 92.
De betrokken Vergadering beslist of eenig onderwerp in behandeling Commissoriaal zal worden gemaakt, en evenzoo ol' de Loge eene Deputatie zal afvaardigen.
Art. 93.
In verband met het bepaalde bij Art. 22 hiervoren, wijst de Vergadering de Leden aan, die deel eener Commissie of Deputatie zullen uitmaken, onder uitdrukkelijk beding evenwel, dat zij moeten zijn Meester-Vrij metselaar.
Art. 94.
Tot Afgevaardigden bij het jaarlijks te houden Groot-Oosten zijn permanent aangewezen: de Voorzittend-Meester en de beide Opzieners.
Bij ontstentenis of verhindering van een der Opzieners wijst de Voorzittend-Meester een Lid der Loge aan, mits Meester-Vrijmetselaar, om dien te vervangen.
Art. 95.
Wanneer een Buitengewoon Groot-Oosten te zamen geroepen wordt, beslist de Voorzittend-Meester of de bepaling in de eerste alinea van het voorgaande Art. zal gelden. dan wel die in Art. 93 hiervoren voorgeschreven.
Art. 90.
De werkkring dor Commissiën en Deputation wordt door de Vergadering vastgesteld.
20
Hierbij moet evenwel betracht worden, dat niet dan om dringende redenen, en slechts ten aanzien van onderwerpen, door de Vergadering bepaald aan te wijzen, tot het geven van een impératief mandaat aan de Afgevaardigden, of aan de Gecommitteerden worde overgegaan.
ZESDE HOOFDSTUK.
Van de Vcrgadenngcn.
A. Alyerneene Bepalingen.
Art. 97.
De Vergaderingen worden onderscheiden in:
A. Bijeenkomsten in Open-Loge,
B. Algemeene-Vergaderingen,
C. Meesters-Vergaderingen,
D. Bestuurs-Vergaderingen,
E. Gezellige-Bijeenkomsten.
AiiT. 98.
In de Vergaderingen komen alleen die punten in behandeling, welke op het Convocatie-biljet aan de stemgerechtigden zijn medegedeeld. Van deze bepaling kan worden afgeweken, wanneer eenig voorstel door de betrokken Vergadering, met minstens twee derden der uit te brengen stemmen, urgent wordt verklaard.
Art. 99.
De Convocatie-biljetten worden volgenderwijs verzonden: wanneer het Open-Loge geldt minstens ééne week vóór de-bepaalde plechtigheid; dezelfde termijn, wanneer het eene Voordracht in Gezellige-Bijeenkomst; minstens vijf dagen, wanneer het eene Algemeene- of eene Meesters-Vergade-ring; en drie dagen, wanneer het eene Bestuurs-Vergadering geldt.
De Voorzittend-Meester is evenwel bevoegd in spoodver-eischende gevallen die termijnen te verkorten.
27
Op de Convocatie-biljetten worden steeds in korte bewoordingen de onderworpen medegedeeld, die in behandeling zullen komen.
A ut. 100.
Over zaken wordt mondeling, over personen schriftelijk met ongeteekende briefjes gestemd.
Art. 101.
Bij stemming over zaken geldt de beslissing bij de gewone meerderheid van stemmen verkregen, behalve in het geval bij Art. 20 omschreven.
Staken de stemmen, dan is het voorstel verworpen; tenzij de Voorzittend-Meester het wenschelijk achte de beslissing tot eene volgende Vergadering te verdagen. â Bij nieuwe staking van stemmen wordt het voorstel beschouwd te zijn verworpen.
ART. 102.
Bij stemming over personen zal dc beslissing slechts bij volstrekte meerderheid worden erlangd. Is die bij verkiezingen niet verkregen, dan heeft herstemming plaats tusschen de twee Candidaten, die de meeste stemmen verwierven.
Geeft een der Candidaten den wensch te kennen om bij die herstemming buiten aanmerking te blijven, dan heeft eene geheel vrije stemming plaats.
Kan ook alsdan op de bij de Wet bepaalde wijze geene beslissing worden verkregen, dan heeft er op nieuw eene vrije stemming plaats.
Bij staking van stemmen beslist het lot.
Art. 103.
Niemand mag meer dan twee maal over hetzelfde onderwerp het woord voeren, tenzij met toestemming der Vergadering. Deze bepaling is niet van toepassing op den Voor-zittend-Meester, alsook niet op hom of hen, die, hetzij als voorsteller, hetzij als Commissie-Leden, met detoelich-
28
ting van een aanhangig onderwerp belast zijn, noch op hen, die eene persoonlijke verdediging voeren.
Art. 104.
Ieder Lid heeft de bevoegdheid gedurende den loop der beraadslaging, bij eenvoudige motie, sluiting van het debat voor te stellen.
De Voorzittend-Meester zal den voorsteller van het aanhangige onderwerp, of de Commissie-leden in het vorige Art. bedoeld, in de gelegenheid stellen, zijn of hun gevoelen omtrent die motie uit te spreken. Zelf zal hij zijne meening omtrent de al of niet wenschelijkheid van hare aanneming bekend stellen en haar alsdan onmiddellijk in stemming brengen.
Art. 105
De handhaving der orde is den Voorzittend-Meester opgedragen, die het woord verleent in opvolging, zooals het gevraagd werd, en er voor waakt, dat ieder zijne ineening zonder stoornis kunne uitspreken.
ART. 10G.
Mocht een der aanwezenden zich aan het uitspreken van kwetsende uitdrukkingen schuldig maken, de orde verstoren, of van het in behandeling zijnde onderwerp afdwalen, dan zal de Voorzittend-Meester hem tot de orde roepen, hem desvereischt het herroepen dier uitdrukkingen opleggen, en hem, andermaal zich schuldig makende, het woord kunnen ontnemen, en zelfs, wanneer hij zulks tot handhaving der orde noodig mocht oordeelen, de werkzaamheden te midden der beraadslaging kunnen schorsen.
Art. 107.
Een ieder, die tegen eenig voorstel gestemd heeft, staat het vrij daarvan aanteekening in de notulen te doen houden.
Art. 108.
Bij elke Bijeenkomst of Vergadering wordt door den
29
Voorzittend-Meester, na de behandeling van de aan de orde gestelde punten, de vraag gedaan, of iemand nog inlichtingen te geven of mededeelingen te doen heeft, rakende de Orde in het algemeen, of de Lo^e in 't bijzonder.
ART. 109.
De Broeders mogen niet langer dan tot middernacht in het Gebouw verblijven, tenzij de Voorzitten*I-Meester om bijzondere redenon een later uur mocht bepalen. De Bouwmeester zorgt alsdan dat, in verband met de aanbeveling bij Art. 83 hiervoren, het licht uitgedaan worde.
A. Van de Bijeenkomsten in Open-Loge.
ART. 110.
De werkzaamheden in Open-Loge worden door do verschillende Ritualen aangegeven.
ART. 111.
Niemand wordt in Open-Loge toegelaten, dan in 't zwart gekleed en voorzien van het Schootsvel, hetwelk op de bekende wijze den Graad van den drager aanduidt.
Militairen kunnen in Uniform verschijnen.
De Officieren der Loge of hunne vervangers dragen hot voor hunne betrekking bestemde Collier, met daaraan bevestigd onderscheidingsteeken.
Art. 112.
Het bepaalde bij Art, 105 biervoren, omtrent het verleenen van het woord, is ook voor de Bijeenkomsten in Open-Loge van kracht. Hier evenwel moeten zij, die in het Oosten gezeten zijn, om de verlangde vergunning te erlangen, zich rechtstreeks wenden tot den Regeerend-Meester. en zij, die in de Kolommen plaats hebben genomen, tot den betrokken Opziener.
30
a ut. 113.
Geene werkzaamheden worden in Open-Loge verricht, wanneer niet minstens negen Leden aanwezig zijn.
Art. 114.
Eenmaal de werkzaamheden aangevangen zijnde, mag niemand den Tempel verlaten zonder vooraf verkregen verlof van den Voorzittend-Meester of van een der Opzieners.
B. Van de Algemeene-Vergadering en.
art. 115.
Alleen de Voorzittend-Meester heeft de bevoegdheid de Leden der Loge tot eene Algemeene-Vergadering op te roepen, of te doen oproepen.
Wanneer de wensch oin een Algemeene-Vergadering te beleggen van het Bestuur of ook van vijf Leden der Loge, mits Meesters-Vlij metselaar, uitgaat, dienen zij het verzoek daartoe, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, schriftelijk in aan den Voorzittend-Meester, die gehouden zal zijn dat verzoek in te willigen.
Alsdan wordt, met in acht name van het daaromtrent bepaalde bij Alt. 99 hiervoren, de oproeping tot de Vergadering, uiterlijk veertien dagen na de ontvangst van het verzoek, rondgezonden
Aht. 116.
Geene besluiten worden in Algemeene-Vergadering genomen, wanneer niet minstens twaalf Leden tegenwoordig zijn.
Aht. 117.
Op een schriftelijk en met redenen omkleed voorstel van minstens zeven Leden, Meesters-Vrijmetselaar, kan de Algemeene-Vergadering tot de benoeming vau Eere-Leden besluiten, mits twee derden van de uitgebrachte stemmen zich voor de benoeming verklaren.
i)e bedoelde Algemeene-Vergadering zal eerst minstens
31
acht dagen, nadat liet voorstel ter kennis der Leden is gebracht, gehouden worden.
De bepalingen in de eerste en derde alinea van Art. 00 hiervoren zullen ter zake stipt betracht worden.
C. Van de Meesters-Vergadering en.
Aue. 118.
Wanneer of de Voorzittend-Meester, of' het Bestuur, of vijf der overige Meesters, Loge-Leden, dat noodig oordeelen, zal eene Meesters-Vergadering gehouden worden.
Gaat het denkbeeld van het beleggen der Vergadering niet van den Voorzittend-Meester uit, dan moeten de bepalingen, bij de 2'ie en 3'i« alinea van Art 115 hiervoren, opgevolgd worden.
Art. 119.
Geene besluiten worden in de Meesters-Vergaderingen genomen, wanneer niet minstens negen hunner tegenwoordig zijn.
D. Van de Bestuurs- Vergaderingen.
AnT. 120.
De Voorzittend-Meester heeft de bevoegdheid Bestuursvergaderingen te beleggen, zoo dikwijls hij zulks noodig acht.
Twee of meer Bestuurs-Leden kunnen ook hun verlangen daartoe aan den Voorzittend-Meester kenbaar maken, die aan het gedane verzoek voldoet, mits hem mededeeling gedaan worde van de te behandelen onderwerpen.
A ut. 121.
Geene besluiten worden in de Bestuurs-Vergaderingen genomen, wanneer niet minstens de kleinste helft van het aantal fungeerende Bestuurs-Leden aanwezig is.
Art. 122.
De Bestuurs-Vergaderingen hebben hoofdzakelijk ten doel
32
de plechtigheden in Open-Logo on do te behandelen onderwerpen in de Meesters- en Algomeene-Vergaderingen voor te bereiden.
E. Van de Gezelliye-Bijeenkomsten.
ART. 123.
Gezellige-Bijoenkomsten hebbon gedurende het winter-saisoen iederen Woensdag-avond plaats. Zijn bepaalde werkzaamheden op hot Convocatiebiljet gebracht, en eindigen die tijdig genoeg, dan gaat de betrokken Vergadering, na sluiting, in Gezellige-Bijeenkomst over.
ART. 426.
Alle erkende Vrijmetselaren worden tot de Gezellige-Bij-eenkomsten toegelaten, mits door hen in acht genomen worde, wat bij het Achtste Hoofdstuk van dit Reglement is voorgeschreven.
ART. 125.
De Gezellige-Bijeenkomsten worden in den Leerlings-Graad gehouden.
De Voorzittend-Meester heeft de bevoegdheid van deze bepaling af te wijken.
Art. 126.
De Gezellige-Bijeenkomsten hebben hoofdzakelijk ten doel om den Broederhand tusschen do Orde-Leden, maar vooral tusschen de Loge-Leden, aan te kweeken en te bevorderen, hunne kennis en ervaring op Magonniek gebied te vermeerderen, en onderlinge vorming te vergemakkelijken.
ART. 127.
Om het doel in het vorig Artikel omschreven te bereiken wordt gedurende October, November, December, Januari, Februari, Maart en April hoogstens twee malen 's maands door Leden der Loge eene Voordracht gehouden, waarvan het onderwerp tijdig aan den Voorzittend-Meester opge-
33
geven, cn op het Convocatie-biljet bekend gemaakt wordt.
Hij, die de Voordracht houdt, zal beslissen ot' zijn naam op dat Convocatie-biljet en in de betrekkelijke mededeeling voor de arbeids-tafel in het Magonniek-Woekhlad en in de stedelijke nieuwsbladen zal bekend gemaakt worden.
Zulke Voordrachten kunnen ook gedurende de overige maanden, en op plaatsen, daartoe speciaal aan te wijzen, gehouden worden.
A ut. i28.
Bij eene Algemeene Vergadering â daartoe desvereischt in de laatste dagen van September te beleggen â zal de Voorzittend-Meester den Leden afvragen, wie van hen genegen zijn, tot het houden eener Voordracht gedurende het aanstaande wintersaisoen.
Meldt zich onverhoopt geen genoegzaam aantal daartoe aan, dan wordt iu de ontbrekende spreekbeurten op de een of andere wijze voorzien.
A kt. 129.
De Voordrachten, bij Art. 127 hiervoren bedoeld , zullen bij voorkeur Magonnieke onderwerpen betreffen, waarbij onderricht en opbouwing, in den zin als neergelegd is in de Artquot;. 3 en 4 van dit Reglement, hoofddoel moeten zijn.
Art. 130.
Mocht onverhoopt de spreker zich uitdrukkingen jegens â of ten opzichte van â Orde-Leden veroorlooven, die de broederlijke toegenegenheid kwetsen of ook maar krenken, dan zal de Voorziltend-Meester hem tot de orde roepen en, bij herhaling, hot woord ontnemen kunnen.
Art. 131,
Wanneer de spreker improviseert en daarbij een Maponniek onderwerp behandelt, draagt de Voorzittend-Meester een der Leden op daarvan Notulen op te maken , en die bij eene eerstvolgende Gezellige-Bijeenkomst aan te bieden.
3
34
Art. 132.
De Yoorzittend-Meester tracht, wanneer het voorgedragene een Magonniek onderworp betreft, en hij er aanleiding in vindt, een debat over het gehoorde uit te lokken.
ART. i33.
De geschreven Voordrachten, als ook de Notulen, in de beide vorige Artikelen bedoeld, worden met goedvinden van den spreker in handen gesteld van den Redenaar, die ieder jaar bij het eindigen van het wintersaisoen eene analyse daarover zal voordragen, en een voorstel kunnen doen, om de Voordrachten, mits met goedvinden van den spreker, c, a. te laten drukken, om ze, zoowel onder de Loge-Leden als onder de Orde-Leden, zooveel mogelijk te doen verspreiden.
Dat voorstel van den Redenaar wordt in eene Meesters-Vergadering ter tafel gebracht.
ZEVENDE H O O E D S T U K.
/ 'an het aannemen tot Vrijmetselaren en het verleenen van Hoocjer Loon.
ART. 134.
Het voorstel om iemand, die daartoe volgens Artikel 7 A.'. W.*., in de termen valt, in de Orde op te nemen, moet door een Meester, gesteund door twee andere Meesters-Vrijmetselaar, allen Leden der Loge, schriftelijk bij den Voorzittend-Meester ingediend worden.
ART. 135.
De Voorsteller en de beide ondersteuners moeten behoorlijke inlichtingen omtrent den Candidaat kunnen verschaften.
Art, 136,
De Voorzittend-Meester stelt het Voorstel in handen van den Onderzoeker, wien hij twee Meesters, Leden der Loge, toevoegt, ten einde een grondig onderzoek omtrent den Candidaat in te stellen. Dat onderzoek omvat niet alleen
35
zijnen levenswandel en zijne ontwikkeling en beschaving, waarvan in Art. 7 A/. W.*. gewaagd wordt, maar loopt ook over hetgeen er te hopen valt van hem bij eene opleiding in verband met de Artikelen 3 en 4 van dit Reglement.
Art. 137.
De in het vorige Artikel bedoelde Meesters dienen, zooveel mogelijk binnen veertien dagen, aan den Voorzittend-Meester een Verslag in van hunne bevindingen, aan welks slot zij een bepaald oordeel uitbrengen over de al of niet wenschelijkheid van de toelating van den Candidaat.
Bij dat Verslag worden alle ontva,ngen schriftelijke inlichtingen overgelegd.
A kt. 138.
Luidt het hiervoren bedoeld oordeel gunstig, dan zal de Voorzittend-Meester in eene, desnoods daartoe speciaal bijeen te roepen Algemeene Vergadering, den Leden het voornemen bekend maken om den Candidaat in de Orde op te nemen.
Art. 139.
In eene Meesters-Vergadering, volgende minstens veertien dagen na de in het voiig Art. bedoelde Algemeene Verga-doring, wordt de toelating van den Candidaat aan stemming onderworpen. Verkrijgt hij niet het aantal stemmen, bij Art. 102 hiervoren aangegenen, dan is hij minstens voor een jaar afgewezen.
Art. 140.
Is het oordeel van de Onderzoekers, in Art. 137 hiervoren bedoeld, ongunstig voor den Candidaat uitgevallen, dan geeft de Voorzittend-Meester den Voorsteller in ovei'weging zijne Voorstel tot opneming in de Orde terug te nemen.
Deze is evenwel bevoegd bij zijn Voorstel te volharden, en te verzoeken, dat gehandeld worde, zooals in de Artquot;. 138 en 130 hiervoren voorgeschreven is.
30
Art. 141.
Geldt hot de opneming in de Orde van een niet-Neder-lander, dan moet het Voorstel, bedoeld bij Art. 134 hier-voren, vergezeld gaan van eene omstandige opgave van de plaats, waar do Candidaat geboren is, en waar hij gedurende zijn levensloop verwijld heeft, alsmede van zoodanige stukken, die zijne degelijkheid en zijn onbesproken naam staven, en derhalve het onderzoek vergemakkelijken kunnen.
Die opgaven en stukken worden door de Loge gezonden aan den Vertegen woordje r van het Buitenlandsch Magonniek-Lichaam, wier tusschenkomst ter zake zal verzocht worden.
Afgescheiden van dit voorschrift moet tevens het bepaalde bij de Artquot;. 136 en 137 stipt opgevolgd worden.
A ut. 142.
Op de Convocatie-biljetten, waarbij de Loge-Leden opgeroepen worden tot de Algemeene- en de Meesters-Vergaderingen, bedoeld bij de Artquot;. 138 en 139 hiervoren, worden de naam, voornamen en het beroep van den Candidaat vermeld.
Art. 143.
De Loge-Leden zijn van hunne zijde verplicht â evenwel op de meest discrete wijze â naar handel en wandel van den Candidaat te vernemen; en mocht iemand hunner iets ter oore komen, dat zijne opneming in de Orde ongewenscht zoude kunnen doen achten, dan is hij verplicht den Voorzittend-Meester daarmede onverwijld in kennis te stellen, dio alsdan een nieuw onderzoek kan bevelen.
Art. 144.
Wanneer bij de Receptie een Candidaat gevoelens aan den dag legt, of denkbeeldon verkondigt, die aan een of meer Leden strijdig voorkomen met de grondbeginselen der Orde, of der Loge, kan verzocht worden, dat hij buiten den
37
Tempel worde geleid, opdat omtrent den verderen voortgang van de aanneming door stemming beslist kunne worden.
Art. i45.
Het verleenen van Hooger Loon geschiedt geheel over-eenkometig de bepalingen, neergelegd in de Artquot;, lü, 17 en 18 A.-. W/.
A ut. 140.
Wanneer wettig erkende Vrijmetselaren, geen Leden eener Loge, zich aanmelden tot het verkrijgen van Hooger Loon, zal dit niet geweigerd worden, wanneer zij zich onderwerpen aan de bepalingen neergelegd in de Artn. 136, 137 en c. q. 141 hiervoren.
Zijn zij vroeger Lid eener Loge geweest, dan moet de ontslagbrief van die Loge, waarvan zij het laatst Lid zijn geweest, worden overgelegd.
Art. 147.
De aannemingsgelden voor den Graad van Leerling en Gezel bedragen het minimum van de sommen, bij Art. 19 A.'. W.1. bepaald.
Deze gelden worden vóór de Receplie in handen van den Thesaurier afgedragen, en teruggegeven wanneer de aanneming om eene of andere reden niet mocht doorgaan.
Art. 148.
De bewijzen van aanneming worden voor den Leerlings-en Gezellen Graad kosteloos uitgereikt.
Het Meester-Diploma wordt tegen eene vergoeding van /' 2.â verstrekt.
A C H T S T E H O O F D S T U K.
Van de Bezoekers.
Art. 149.
Bezoekers worden niet tot de werkzaamheden in Open-Loge, Tafel-Loge of bij de Gezellige-Dij een komsten toego
88
laten, clan wanneer zij voorzien zijn van de bewijzen van aanneming, bedoeld bij Art. 22 A.\ W.1., of na zich onderworpen to hebben aan het onderzoek, voorgeschreven bij Art11. 77 en 78 hiervoren.
Art. 150.
Geen Bezoekers mogen in den Tempel verschijnen, tenzij een der Ceremoniemeesters hen daar binnenleidt.
Vooraf zullen zij. op uitnoodiging van den Onderzoeker, de verschillende rubrieken in het Visiteurs-Boek invullen en daarnaast hunne naamteekening stellen.
Auï. 151.
Bij alle Vergaderingen of Bijeenkomsten zijn de Bezoekers aan de bepalingen van dit Reglement en aan het gezag van den Voorzittend-Meester onderworpen.
Art. 152.
De Loge behoudt zich het recht voor den toegang tot Open-Loge of tot de Gezellige-Bijeenkomsten, om gewichtige redenen, aan een of meer Broeders-Vrij metselaar te ontzeggen. Omtrent liet daartoe strekkend voorstel wordt in eene Meesters-Vergadering, daartoe opzettelijk bijeengeroepen, bij geheime stemming en volstrekte meerderheid van stemmen beslist.
Van deze beslissingen en van de redenen, die daartoe go-leid hebben, wordt onverwijld, bij aangeteekenden brief, kennis gegeven aan den Voorzittend-Meester der betrokken Loge, of aan den Qrootmeaster. wanneer de betrokken Broeder geen Lid eener Loge mocht zijn.
Zoolang die kennisgeving niet is geschied, wordt bet be-sluit niet uitgevoerd.
N E G E N D E HOOF D S T U K.
Van de dienende Broeders.
Art. 153.
In do Verkiozings-Vergadering, bedoeld bij Art. 16 hier-
39
voren, worden de dienende Broeders, op voorstel van den Voorzittend-Meester, benoemd.
Zooveel mogelijk worden daartoe geaffilieerden aan de Orde gekozen.
ART. 454.
De dienende Broeders zullen de opdrachten, hun door de Bestuursleden gegeven, stipt opvolgen.
ART. 155.
Minstens eens in de week moet een hunner zich ten huize van den Voorzittend-Meester, van den Secretaris en van den Thesaurier vervoegen, om hunne opdrachten te vernomen.
ART. 156.
De Bouwmeester hepaalt, in overeenstemming met den Voorzittend-Meester, hoeveel tijd vóór den aanvang eener Vergadering de dienende Broeders in de Lokalen tegenwoordig moeten zijn.
Beraadslagingen wonen zij nimmer bij.
Art. 457.
Als Leden der Orde hebben de dienende Broeders aanspraak op eene broederlijke bejegening van allen, die de Vergaderingen, of Bijeenkomsten bijwonen.
TIENDE HOOFDSTUK.
Slot- en Overgangs-Bepalinyen.
ART. 158.
in dc gevallen, niet voorzien bij dit Reglement, uf bij de A.-. W.\ beslist de Voorzittend-Meester.
Deze kan evenwel daaromtrent het gevoelen óf van de Bestuur, óf van de Meesters, óf van de Leden inroepen.
ART. 459.
Geene herziening of vernieuwing van dit Reglement, noch
40
van eeuig gedeelte daarvan, kan geschieden dan in eene Algeraeene Vergadering op voorstel of van liet Bestuur, of van zeven Meesters, Leden der Loge, met praeadvies van bet Bestuur.
Voorstel en praeadvies worden schriftelijk bij den Voor-zittend-Meester ingediend, en gedurende minstens acht dagen voor de Leden in de Bestuurskamer ter lezing gedeponeerd. De Secretaris doet van die deponeering bij Circulaire dan wel op liet Convocatie-biljet aan de Leden mede-deeling.
Art. 160.
Dit Reglement treedt in werking op den lsten Januari 1891. Op dien datum wordt een door den Voorzittend-Meester gewaarmerkt exemplaar als origineel in het Archief neergelegd, en aan ieder Lid der Loge, als ook aan het Hoofdbestuur aangeboden.
Art. 161.
Aan ieder later toetredend Lid wordt een afdruk van dit Reglement kosteloos verstrekt.
Afdrukken, die door Leden later verlangt mochten worden, kunnen bij den Secretaris tegen betaling van één gulden in ontvangst genomen worden.
Vastgesteld in de Algemeene Vergadering van den ISquot;1®» Maart 5880.
(w.g.) C. Bosscher, Voorz:. Mr:.
» H. Van Heuckelum, Secr:.
De Commissie voor de samenstelling van het Reglement:
(w.g.) C. Bosschee.
H. A. De Vogel.
H. Van Heuckelum.
M. T. H. Perelaer.
Goedgekeurd door liet Hoofdbestuur bij ÃV. IV. dd.*. 10 November 1890. Nquot;. 113.
REGIS T E R
(de nummers wijzen de artikelen aan).
A.
Aanmaning tot betaling..........13
Aanneming tot Vrijnv. en liet verleenen van Hooger
Loon...............134â148
Aannemingsgelden voor den graad van Leerling
en Gezel..............147
Aanneming, bewijzen van.........148
Aanzoek om Lid der Loge te worden.....5
Aanzoek om idem van een niet-Nederlander 8 Afdrukken van het reglement, verkriisbaarstellen
van................160â161
Afgevaardigden bij het Groot- Oosten..... 22, 94 en 95
Aflegging van de belofte van nieuwe Leden. . . 11
Aftreding van Bestuurs-Leden........15,17 en 18
Algemeene Vergaderingen.........115â117
Afschriften van Archiefstukken.......68 en 69
Archivaris, aftreding van den........17
Archivaris en Bibliothecaris van den.....66â76
Archivaris, jaarlijks Verslag van den.....70
Archief, wien daarvan inzage kan verleend worden 67â69 Avond-Woensdag, Gezellige-Bijeenkomsten . . . 123
42 B.
Banketten...............85
Begrooting, jaarlijksche van den Thesaurier ... 50
Belofte bij installatie als nieuw Lid......41
Bemerkingen op de Notulen.........43
Benoeming van Bestuurs-Leden.......15
Benoeming van Eere-Leden.........117
Betiteling, onderlinge...........4
Beraadslaging over schorsing, ol' ontslag .... 28
Bestuur, samenstelling van het........14
Besluiten der Vergaderingen, waken voor het uitvoeren van.............24
Bestuurs-Lid ontslag wenschende.......18
Bestuurs-Leden geven kennis van verhindering . . 20
Bestu urs-Vergaderingen , van de.......120â122
Bevoegdheid om sluiting van debat voor te stellen. 104
Bezoekers, van de............149â152
Bibliothecaris, aftreding van den.......17
Bibliothecaris, van den...........71â70
Bibliothecaris, jaarlijksch Verslag van den. ... 70 Boete voor niet teruggebrachte boekwerken ... 73
Bouwmeester, aftreding van den.......17
Bouwmeester, van don...........81â84
Bouwmeester, jaarlijksch Verslag van den .... 84
Broeders, van de dienende.........153â157
Bijeenkomsten in Open-Loge.........110â114
Bijeenkomsten, van de Gezellige-.......123â133
Bijeenroeping voor de Vergaderingen . . 09,115,118 en 120
c.
Candidaat, inwinnen van informatiën over den,
die Lid der Loge wenscht te worden .... 5â9
Ceremoniemeesters, van de.........03â05
Collations................85
Commission en Deputatiën, van do......02â90
Contributie, wordt jaarlijksch vastgesteld .... 13
43
Convocatie-biljetten, vermeiden de namen der candi-
daten...............9 en 142
Convocatie-biljetten, onderwerpen mededeeien op 98 Convocatie-biljetten, verzending van de.....09
D.
Debat over Voordrachten uitlokken......132
Dekker, van den.............87â89
Deputatiën en Commissiën, van de ......92â96
Dienende Broeders, van de.........153â157
Diploma vap Meester...........148
Directeur der Kapel, van den........90â91
Doel der Loge..............3
Doel der Bestuurs-Vergaderingen.......120
Doel der Gezellige-Bij eenkomsten.......120
E.
Eere-Leden, benoeming van.........117
Entrée-geld bij aanvaarding van het lidmaatschap . 10 Entrée-geld, wie daarvan zijn vrijgesteld .... 10
F.
Februari, verkiezing van Bestuurs Leden in ... 10
Gr.
Gedeputeerd-Meester, van den........29â30
Geheim, de stemming over Candidaten geschiedt . 7 Geheim, de verkiezing van Bestuurs-Leden geschiedt 10 Gevestigd te 's-Gravenhage, de Loge « Hiram AbilV» 2 Gezellen wordt mededeeling gedaan van Candidaat-
Leden ...............7
Gezellen, bewijs.............148
Gezellige-Bij eenkomsten, van de.......123â133
Groot-Oosten, wie Afgevaardigden zijn bij het . . 22,94en95
H.
Handhaving der orde is den Voorzittend-Meester
opgedragen..............105
Handhaving der tucht idem .....24
Herkiesbaarheid van Bestuurs-Leden ..... 15
44
Herziening van het Reglement........159
« Hiram Abiiï'», naam der Loge.......1
Hofmeester, van den...........85â8ö
Hooger Loon, het verleenen van . ......145â146
I.
Informatie inwinnen omtrent Candidaten voor liet
lidmaatschap der Loge.........(gt;â8
Installatie van nieuwe of herkozene Bestuurs-Leden 16
K.
Kapel, Directeur der............00â91
Kleeding in Open-Loge. ..........111
Kwetsende uitdrukkingen, het bezigen van. . . . 106en 130
L.
Leden, nieuwe, leggen belofte af.......11
Leerlingen wordt mededeeling gedaan van Candidaat-
Leden...............7
Leerlings-bewijs.............148
Lidmaatschap, wanneer dit aanvangt en eindigt. . 12
Loge, doel der..............3
Loge-Leden verplicht inlichtingen omtrent Candidaten
in te winnen.............6
Loon, hooger..............145â146
M.
Mededeeling van verzoek om ontslag van een
Bestuurs-Lid.............19
Meerderheid van stemmen, wanneer volstrekte
vereischt..............102
Meesters-Vergaderingen, van de.......118â119
Meester-Diploma.............148
Middernacht, in hot gebouw blijven niet langer dan 109
Mondeling wordt gestemd over zaken.....100
Motie tot sluiting van het debat.......104
N.
Nakoming der Wetten en Reglementen ..... 24
45
Negen Leden moeten aanwezig zijn om workzaam-
heden in Open-Loge te verrichten.....113
Negen Meesters moeten aanwezig zijn om besluit
te nemen in Meester-Vergadering.....119
Niet-Nederlander, die Lid der Loge wil worden . . 8 Niet-Nedeiiander, die tot de Orde wil toetreden. . 441 Notulen opmaken van improvisatiën over Mac.-.
onderwerpen.............131
Notulen van den Secretaris.........42
Notulen, bemerkingen op de.........43
O.
Onderscheidingskleur dei' Loge........2
Onderlinge betiteling en omgang.......4
Onderwerping van besluiten aan het Hoofdbestuur. 25 Onderwerpen der te houden Voordrachten. . . . 129
Onderzoeker, van den...........77â80
Ontslag van het lidmaatschap wegens niet betaling
van contributie............13
Ontslag gewenscht door een Bestuurs-Lid .... 18
Ontslag of schorsing............ 28,45 en 40
Ontnemen van het woord geschiedt door den
Voorzitter..............100 en 130
Ontzegging van het bijwonen der werkzaamheden . 27
Opneming in de Orde . . â ........134â144
Opzieners, van de.............31â33
Orde, de Voorzittend-Meester handhaaft de. . . . 105 Overgangs- en Slotbepalingen........158â101
P.
Personen, schriftelijk wordt gestemd over .... 100 Proces-verbaal van aftreding van Bestuurs-Leden . 17
R.
Redenaar, van den............34â38
Register van schorsing en ontslag van Orde-Leden 45 Reglement der Loge, uitreiking van het .... 100â101 Rekening en Verantwoording vau den Thesaurier . 57
40
S.
Samenstelling van liet Bestuur........14
Secretaris, aftreding van den.........17
Secretaris, van den. tevens Zegelbewaarder . . . 39â51
Schorsing en ontslag............ 28, 45en40
Schorsen der werkzaamheden........106
Slot- en overgangsbepalingen.........158â161
Sluiting, motie tot â van het debat......104
Staking van stemmen...........101 en 10Ã
Stemming over Candidaat-Leden.......7
Stemming over zaken, mondeling.......100
Stemming over personen, schriftelijk......100
Stemming aanneming in de Orde.......139
Strijdige denkbeelden van Candidaten, voor de Orde 144
T.
Tafel-Loges, Collations en Banketten......85
Thesaurier, over aftreding van den......17
Thesaurier, van den............52 -59
Thesaurier, Verslag van den.........58
Tucht, de Voorzittend Meester handhaaft do ... 24 Twaalf leden moeten in Algemeene Vergadering zijn,
om besluit te nemen...........116
U.
Uitdrukkingen, het bezigen van kwetsende . . . 106 en 130 Uittreksels van Archiefstukken........(59
V.
Verandering of vernieuwing van het Reglement. . 159 Vergadering, bijeenroeping van de .... 99,115,li8enl20
Vergaderingen, van de...........97â133
Vergaderingen, soorten van.........97
Vergaderingen, hoe bijeen te roepen......99
Vergaderingen, van de Algemeene ...... 115â117
Vergadering, van de Meesters-........118â119
Vergoeding van niet teruggebrachte boekwerken. . 73
Verkiezing van het Bestuur.........16
Verkiezing geschiedt bij geheime stemming . . . 16
47
Verlaten van den Tempel..........li4
Verslag van den Redenaar..........35 en 36
Verslag van don Thesaurier.........58
Verslag van den Archivaris.........70
Verslag van den Bibliothecaris........76
Verslag van den Bouwmeester........84
Verstoren der orde, over het.........106
Verzet bij de stemming over Candidaten .... 7
Verzoek om Lid der Loge te worden......5
Verzoek idem van een niet-Nederlander. 8 Verzoek om Algemeene Vergadering te beleggen . 115 Volstrekte meerderheid van stemmen, over . . . 102
Voorbereider, van den...........60â62
Voordrachten, wanneer te houden.......127
Voormalige Leden, die weder Lid worden. . . . 10
Voorstel tot sluiting van debat........104
Voorzittend-Meester, van den........21--28
Voorzittend-Meester, zich tot hem wenden om Lid
te worden..............5 en 8
Voorzittend-Meester, belofte afleggen in handen
van den...............11
Voorzittend-Meester kan aan Bestuurs-Leden een
tweeden titularis toevoegen.......14
Voorzittend-Meester viseert de verbalen van overgave
en overname.............17
Voorzittend-Meester doet mededeeling van verzoek
om ontslag van Bestuurs-Leden......19
Voorzittend-Meester wijst vervangers aan van verhinderde Bestuurs-Leden........20
Voorzittend-Meester vervangen door Gedeputeerd-
Meester ...............20
Voorzittend-Meester (net de Opzieners tot Afgevaardigden bij het Groot-Oosten.......94
Voorzittend-Meester bevoegd de termijnen voor de
Convocation te verkorten........99
Voorzittend-Meester kan bij staking van stemmen de beslissing tot de volgende vergadering verdagen 101
48
Voomttend-Meester kan meei' dan tweemalen het
woord voeren over hetzelfde onderwerp . . . 103 Voorzittend-Meester zal bij motie tot sluiting van
dehat deze in stemming brengen,.....104
Voorzittend-Meester verleent en ontneemt liet woord 106 en 130 Voorzittend-Meester vraagt aan het einde der Vergadering of iemand nog rnededeelingen te doen
heeft........... .... 108
Voorzittend-Meester kan een later uur voor het
eindigen der bijeenkomsten bepalen .... 109 Voorzittend-Meester belegt de Vergaderingen . , . 115, 118 en
120
Voorzittend-Meester, bevoegdheid van don, tot afwijking der bepaling, dat de Gezellige-Bijeenkom-sten in den Leerlings-Graad zullen plaatshebben . 125 Voorzittend-Meester tracht debat uit tn lokken . . 132 Voorzittend-Meester stelt voorstel tot opneming in
de Orde in handen eener commissie.....138
'Voorzittend-Meester zal een gewaarmerkt exemplaar
van het Reglement in het Archief doen neerleggen 160 Vrijstelling van het betalen van entreegeld. . . . 10
. 106
Woensdag-avond hebben de bijeenkomsten plaats . 123 quot;Woord voeren, niet meer dan twee malen het . . 103 Woord, de Voorzittend-Meester verleent en ont-
105 en 112
100 51
30
ïn
2