/DE
-
Han
DE FEE
I Uitg
i!
' t
DE HEILIGE STEDE
TE
HASSELT.
Handboekje len gebruike der Pelgrims
BEHELZENDE:
DE FEESTREDE GEHOUDEN OP HASSELTER AFLAAT ISJ)^
DOOR
E. P. VELTflUUSEN,
KAPELAAN TE KAMPEN,
EIST EE^srica-E gebedeist. p
--â¢_---nïhlh- «,
rapHKn/c
.................................................................mmm
Uitgegeven ten voordeeie der H. Stede.
2
Imprimatur.
De. J. A. VAN OS, Libr. Gens.
G-eoningae, 12 Oct. 1892.
............................................./m...................................
Stoomdrukkcry der Thomas a Kempis-Vereeniging â Zwolle
VOORWOORD.
Met welwillende toestemming van den Wel-Eerw. Heer B. P. Velthnysen , Kapelaan te Kampen, verschijnt deze rede, door ZEw. uitgesproken bij gelegenheid, dat voor de eerste maal, na de invoering der Hervorming in 1582, weer het aloude feest der parochie, weleer vermaard en bekend onder den naam van»Hassel-ter Aflaat,quot; op plechtige wijze gevierd werd.
Wel was deze dag te allen tijde, vooral sinds do wederoprichting der katholieke gemeente van Hasselt in 1811, in dankbare herinnering gebleven, en had, op verzoek van pastoor C. Alferink z.g., in 1873 wijlen Z. D. H. mgr. Schaepman goedgunstig toegestaan, dat jaarlijks, des zondags onder het octaaf van het H. Sacramentsfeest, het Allerheiligste den geheelen dag ter aanbidding mocht worden uitgesteld, maar toch â de feestviering van dit jaar onderscheidde zich van de vorige door eene meer dan gewone plechtigheid, door eene geestdriftvolle godsvrucht, als nimmer hier aanschouwd was.
En geen wonder! De H. Stede toch, het eens zoo vermaarde heiligdom van Hasselt, was ongeveer een jaar geleden weer het eigendom der parochie geworden; de heilige
4
plaats, door zoovele wonderen in het Allerh. Sacrament geheiligd en verheerlijkt, waar onze vaderen zoo dikwijls hun geloof kwamen verlevendigen, hnnne gebeden ten hemel opzonden, zooveel genaden en zegeningen van God ontvingen, was, voorloopig althans, weer zooveel mogelijk in eere hersteld.
Het spreekt van zelf, de parochianen van Hasselt wenschtcn niets vuriger, dan dien dag zoo luisterrijk mogelijk te vieren, en tevens bij die gelegenheid een woord van opwekking te vernemen, dat hun geestdrift zon verhoo-gen, door de mededeeling van hetgeen de oude bescheiden verhalen omtrent de H. Stede, de wonderen daar ter plaatse geschied en de vrome stichtingen, welke hier eertijds gebloeid hebben.
De vervulling dier taak kon aan niemand beter worden toevertrouwd dan aan den vu-rigen vereerder der Heilige Stede, den ijveri-gen kapelaan van Kampen, mijn hooggeschat-ten vriend B. P. Velthuysen. Hij toch had reeds voor vele jaren, toen het bezit der H. Stede nog tot de vrome wenschen behoorde, het oude archief van Hasselt doorzocht, ten einde op te sporen, wat omtrent de geschiedenis van het heiligdom aldaar nog te vinden was. Als lid der Vereeniging voor »Overijselsch Recht en Geschiedenisquot; bekend met de beate geschiedkundigen van deze provincie, had ZEw. bovendien ook in het provinciale archief van Overijsel en elders ijverige nasporingen om-
5
trent het aloude heiligdom gedaan, waardoor wij ons reeds mogen verhengen in het bezit van afschriften van vele belangrijke documenten, welke omtrent de H. Stede bewaard zijn gebleven.
Met onzen oprechten dank aan ZEw. spreken wij den vurigen wensch uit, dat de verspreiding van zijn bezielend woord de katholieken van Nederland moge opwekken, om het grootsche werk, dat wij onder den onmisken-baren zogen des Hemels mochten beginnen, door hunne gebeden en milde offers te ondersteunen en ons in staat te stellen op de heilige plaats een tempel te stichten, welke aan de volgende geslachten zal toonen, dat de katholieken onzer dagen nog niet vervreemd zijn van den ouden heiligen stam, waaruit de martelaren van Goroum sproten, die voor het hoogheilige Geheim onzer altaren bloed en leven ten offer brachten. Moge de H. Stede weldra door de offervaardige liefde van Ne6r-lands katholieken uit hare puinen opgerezen, voortaan weer een brandpunt zijn van geloof, van vurige liefde en innige godsvrucht jegens het Hoogheilige en Aanbiddelijke Sacrament; moge het Heiligdom voortaan steeds zijn en blijven, wat het was voor onze vaderen vele eeuwen lang :
Afjlictorum et miserorum asylon;
Het toevluchtsoord voor bedroefden en hedndden van harte.
In de hier volgende feestrede zullen de
6
vereerders der Heilige Stede de geschiedenis van het heiligdom in het kort!) verhaald vinden. Ik heb gemeend er eenige gebeden alsmede het: »Processielied der H. Stede van Hasseltquot; te moeten bijvoegen ton einde zoodoende voor de leden der Broederschap van het Heilige Sacrament te Hasselt en de pelgrims die ter H. Stede komen, een klein en voor het gebruik gemakkelijk handboekje te bezitten.
Genoemde gebeden werden sinds de eerste bedevaart ter H. Stede op den 18en Juli 1891 bijna dagelijks door de vrome bezoekers gebeden en hebben daardoor een zeker recht gekregen om hier bijzonder te worden aanbevolen.
Ten slotte voeg ik hier nog eene korte aanteekening bij van de hand van den Wel-Eerw. hoer H. A. Nieuwentap z. g., mijn ijverigen en godvruchtigen voorganger. In het register der Broederschap van het H. Sacrament, den 28en April 1832 alhier opgericht, schreef deze uitstekende priester do volgende opwekkende woorden, welke ik hier uit het latijn vertaald laat volgen.
»Voor de godsdienst-omwenteling der 16e eeuw waren deze gewesten en vooral do pa-
') Eene uitgebreide «Geschiedenis van de parochie van Hasselt en hare H. Stedequot; is in bewerking en zal, naar wij hopen, in den loop van het volgende jaar verschijnen.
7
rochie van Hasselt wijd en zijd vermaard om hunne innige godsvrucht jegens het Allerh. Sacrament.
Binnen de muren der Stad stond destijds eene kapel, de H. Stede genaamd, waarheen de katholieken van deze gewesten, ja zelfs uit verre oorden bij menigte ter bedevaart togen. Vandaar dat nu nog, na drie eeuwen, zells de onkatholieken nit de omstreken gewoon zijn aan de jaarmarkt, welke hier jaarlijks op~ Pinkstermaandag gehouden wordt, de van ouds gebraikelijke benaming te geven van Hasselter Aflaat.
Moge de liefdevolle God mij en mijne opvolgers de genade verleenen om die aloude godsvrucht weder op te wekken en tot haar vroegeren hoogen bloei te brengen.quot;
laro-wer-i het
Hasselt op H. Pranciscusdag 1892.
J. R. van Giioeningen, Pastoor.
Et dixit Dominus ad me: Vaticinare de ossibus istis et dices eis: ossa arida audite verbum Domini. Et prophetavi et ingressus est in ea spiritus et vixerunt.
En de Heer sprak tot mij : profeteer over deze beenderen en zeg: verdorde beenderen verneemt het woord des Heeren. Toen profeteerde ik en de geest kwam over hen en zij leefden.
Ezech. XXXVII, 4, 10
B. G.l
In het hoofdstuk, waaraan deze woorden ontleend zijn verhaalt de profeet Ezechiël ons het volgende gezicht: »De Hand des Heeren kwam over mij en voerde mij op in den geest des Heeren en liet mij neder in het midden
van een veld, dat vol doodsbeenderen was.....
En Hij sprak tot mij : zoon des menschen, gelooft gij dat deze beenderen levend znllen worden ? En ik antwoordde; Heer, God, gij weet het. Eu Hij sprak tot mij : profeteer over deze beenderen en zeg : verdorde beenderen, verneemt het woord des Heeren! Dit
9
zegt God, de Heer, tot deze beenderen: Ziet ik0zal geest in u storten en gij zult leven. Ik zal u met spieren overtrekken, n met vleesch omgeven, met vel u overspannen, en n geest geven, opdat gij leven en erkennen moogt, dat Ik de Heer ben. En ik profeteerde gelijk Hij mij gebood Terwijl ik nu sprak ontstond er een getltnisch en ik zag beweging en do beenderen voegden zich bij elkander, elk op zijne eigene plaats. En ik zag, en zie spieren en vleesch omgaven zo en vel overtrok hen, maar geest hadden zij nog niet. En Hij sprak tot Mij: profeteer, zoon des menschen, en zeg : zoo spreekt God, do Heer : van de vier winden kome de geest en ademe over deze dooden, opdat zij weer levend worde. Toen profeteerde ik, gelijk Hij mij bevolen had, en zij leefden, en stonden op hnnne voeten, een heirschaar verbazend groot.quot;
B. G.! Wat de profeet daar in geestvervoering aanschouwde is bier werkelijkheid geworden. Ook hier had de dood eenwen lang zijn scepter gezwaaid; de oude glorie van Hasselt, de Heilige Stede, lag in pnin, scheen voor immer te niet gegaan. Maar een andere Ezechiël stond op3). Voor den troon van den
') In de ,/N. IJselbodequot; van 15 Juni 1892, deelde pastoor v. Groeningen omtrent zijn voorganger pastoor C. Alferink z.g., die gedurende vier en twintig jaren met de herderlijke bediening voor Hasselt belast is geweest, de volgende bijzonderheden mede. ,/Zulk eene vurige godsvrucht jegens
10
goddelijken Overwinnaar des doods, voor het tabernakel van Jesns neergeknield, zond hij zijn vurig gebod ten Hemel op; on eindelijk, na aanhoudende smeekingen, werd zijn wensch verhoord. De Almachtige sprak het herscheppende woord : os sa arida, auclite verbum Dei; verdorde beenderen, verneemt het woord des Heeren. En ziet op den akker des doods keerde het leven weder; het graf, waarover de tijd reeds drie eeuwen had voortgewenteld, gaf zijne prooi weder; het heiligdom, tot een gruwel van verwoesting geworden, rijst weer op uit zijne pninen, Hasselt's aloude roem, de H. Stede, gaat in eere hersteld worden.
»Alleluja, dit is de dag, dien de Heer gemaakt heeft,quot; zoo jubelt uit het diepste van ons hart de lofzang omhoog, nu Gods ontfermende liefde ons geeft den dag dezer op-standing te vieren ; nu, na eene onderbreking van ruim drie honderd jaren, voor het eerst weer op plechtige wijze het heerlijke feest dezer parochie gevierd wordt, de gedachtenis aan de verhevene wonderwerken, door Gods
het H. Sacrament bezielde dezen Herder, dat hij niet alleen dagelijks menig uur voor het Tabernakel doorbracht, maar dikwijls zelfs zijn nachtrust onderbrak om, neergeknield in het' Huis des Heeren, God door vurige smeekingen le bidden dat de heilige wensch van herder en kudde' spoedig mocht vervuld worden, dat weldra de H. Stede weer even als vroeger eene bron van hemelsche zegeningen voor Hasselt mocht zijn.quot;
11
Liefde en Almacht eens hier in het hoogheilige Sacrament des Altaars gewrocht.
Heilige blijdschap, diep gevoelde dankbaarheid, christenen, vervult heden het hart van aw ijverigen, godvreezenden Herder, die het toppnnt zijner wenschen bereikt heeft; heilige geestdrift bezielt uw aller harten, die overvloeien van dankbaarheid jegens Jesus, van wiens goddelijke mildheid gij meer mocht ontvangen dan uw hart durfde wenschen.
Wat mij betreft, het is mij een heerlijk voorrecht op dezen plechtigen dag een woord van opwekking tot n te mogen richten, u de groote dingen te verhalen, welke de Almachtige aan uwe Vaderen gedaan heeft. Al is de hoofdzaak u bekend, uwe teedere godsviucht verlangt ook de bijzonderheden te weten, bekend te worden gemaakt met den oorsprong van de heilige plaats, in welker bezit gij n weder verheugt. Gij wenscht te weten, wat heerlijke vruchten de wonderwerken Gods bij uwe Vaderen teweegbrachten, wat de geschiedenis ons leert omtrent dit heiligdom en zijne beteekenis niet slechts voor dezj parochie maar ook voor de omliggende gewesten.
Ik zal trachten aan uw godvruchtig verlangen te voldoen door de beantwoording dezer drie vragen :
1. Op welke wijze heeft God eeuwen geleden hier aan uwe Vaderen zijn almacht en liefde geopenbaard?
12
2. Hoe hebben nwe Vaderen aan dezo genade beantwoord ?
3. Wat eischt Gods liefde thans van n ?
Ik weet het, Christenen, ik zal nwe godvruchtige weetgierigheid niet ten volle kunnen bevredigen. God, die in zijne ondoorgrondelijke Wijsheid gedoogde, dat dit aloude toevluchtsoord voor bedrukte en benauwde harten tot een puinhoop werd, heeft ook toegelaten, dat de stormen, welke den akker zijner Kerke zoo lang teisterden, de oorkonden te loor deden gaan, waarin het dankbare voorgeslacht de heerlijkheden Gods opteekende, dat deze stormen zelfs de hengenis dier verheven wonderwerken zoo goed als uitwischten. Terwijl wij den goeder-tierenen God bidden, dat Hij ons vurig verlangen vervul le en ons de werken zijner Barmhartigheid, Liefde en Almacht, welke Hij hier eens in zoo groote verscheidenheid, gedurende zulk een lange reeks van jaren, wrocht, weer in al hun luister toone, kunnen wij voor het oogenblik niets anders doen, dan het voorbeeld volgen van den hongerigen arme, die op den stoppeligen akker de aren leest, welke van den rijken oogst zjjn achtergebleven.
I.
De geschiecloms der boilige Kerk van Christas is de geschiedenis van den oenwen-heugenden strijd tnsschen goed en kwaad, do geschiedenis van zondo en val, van ontferming en verlossing, van goddelijke liefdo, wijsheid en genade, maar ook van mensche-lijke zwakheid, dwaling en ongerechtigheid. Als de Brnid van Jesus Christas, den Zoon van God on den Zoon des Menschen, gelijkt de Kork in alles op haar Bruidegom. Na eens beklimt zij den Thabor, dan weer zien wij haar, onder het kruis gebogen, den Cal-variehonvol opgaan ; goddelijk en menschelijk als zij is openbaart zich in haar, bij al de glorie on kracht van hot goddelijke leven, dat zij pntle uit de zijde dos Hoeren, ook de zwakheid, die allo menschenkindoren van den eersten Adam overerfden.
't Moet ons dus niot verwonderen, christenen, dat wij bij het doorbladoren van de go-sohiedboeken, die de lotgevallen der Kerk behelzen, meermalen tafereolon voor onze oo-gen zien verschijnen, welke hot christelijke hart met weemoed en ergernis vervallen. Zoo was hot altijd, zoo zal hot blijven tot het oind
14
der tijden toe. De Kerk toch is naar het woord des Heeren gelijk aan een akker, waarop tusschen de tarwe ook het onkruid - welig tiert. Reeds tnsschen de eerste halmen, welke deze akker droeg was dat onkruid te bomerkon. Ook in het gezelschap der Apostelen openbaarde zich, naast de goddelijke kracht, die dezen uit den Hooge hadden ontvangen, op allerlei wijze de menschelijke zwakheid. Wij zien hen twisten om den voorrang ; wij hoo-ren hoe de Heiland hen telkens moet wijzen op hun gebrek aan geloof; wij weten tot wat diepen val een Jndas kwam, hoe zelfs een vurig beminnende Petrus tot driemalen toe in de ure des gevaars zijn Goddelijken Meester verloochende, hoe allen kleinmoedig en anstig hun heil zochten in lafhartige vlucht.
Onder de tijdperken waarin die menschelijke zwakheid zich in Gods Kerk het sterkst openbaarde, moet ongetwijfeld ook de veertiende eeuw gerekend worden. Destijds was het â om ons slechts tot ons vaderland te bepalen â met het godsdienstig en zedelijk leven onzer vaderen op vele plaatsen treurig gesteld. Langzamerhand was het vnrig geloof bekoeld, dat sinds de dagen van St. Willibrord en St. Bonifacius in ons vaderland zoovele vruchten van heiligheid had voortgebracht; er heerschte onder de christenheid een menigte van misbruiken ; in partijschappen verdeeld stonden de burgers voortdurend gewapend tegenover elkander; niet zelden vlamde het vuur van
15
haat en tweedracht zoo hevig op, dat het burgerbloed in de straten stroomde. In plaats van het kwaad, gelijk htm plicht was, tegen te gaan en hunne onderdanen door vermaning en voorbeeld ten goede te leiden, wareu zeer dikwijls geestelijke zoowel als wereldlijke overheden voor hunne ondergeschikten eene voortdurende ergernis.
Terwijl de helsche vijand alle pogingen in het werk stelde, om op den akker Gods het onkruid van zonde en tweedracht uit te zaaien, verliet het waakzame oog des Heeren zijne Kerk niet. Met vaderlijke bezorgdheid bleef Hij neerzien op zijne afgedwaalde kinderen, en sprak tot hen op allerlei wijze, om hen tot besef hunner ellende, tot terugkeer op den weg van deugd en gerechtigheid te brengen.
Op geweldige wijze werd hun geweten wakker geschud door het uitbreken van eene al-lermoorddadigste pestziekte, de zwarte dood genaamd, welker verwoestingen alles overtreffen, wat de stoutste verbeelding kan uitdenken ; meer dan een derde der bevolking van westelijk Europa werd in het jaar 134:8 door een plotselingen dood getroffen.
Zulke ontzettende kastijdingen legden in onze vaderen den grondslag hunner bekeering, vervulde hun hart met het beginsel der wijsheid: de vreeze des Heeren. Toen die vreeze hunne harten tot het ontvangen der genade had voorbereid, openbaarde God hun zijne vaderlijke liefde, wekte Hij hen op om zich met
16
vertrouwen tot het ontfermingsvolle hart van Jesms te wenden. Na sprak Hij tot hen niet langer door de donderslagen zijner gerechtigheid, maar door de zoete inspraken zijner liefde ; door tal van heilige mannen en vrou wen, welke als helderschrjnende sterren aan den Hemel onzer vaderlandsche Kerk stralen : door zijne H. dienaressen Gertrndis van Oosten en Lidwina van Schiedam, wier wondervol leven hun voortdurend sprak van do hemelsche zoetheden, waaraan de dienst van God zoo rijk is; door heilige mannen als oen Geert Groote, do beroemde boetprediker uit Deventer; een Flo-ris Radewijns, de groote stichter van de broeders des gemeenen levens ; een Thomas van Kempen, van wiens roem geheel de wereld gewaagt ; door zoovele andere vrome en g leerde kloosterlingen, die, vooral hier in de nabijheid, te Zwolle, te Windesheim, op den Agnietenberg en in vele andere steden en dorpen van Overijsel hunne kloosters vestigden.
Terwijl deze heilige mannen en vrouwen door woord en voorbeeld de harten hunner tijdge-nooten tot terugkeer naar God aanspoorden, sprak God zelf op indrukwekkende wijze tot hen door tal van wonderen, welke in de veer tiende en vijftiende eeuw op verschillende plaatsen van ons vaderland, vooral in het H. Sacrament des Altaars, voorvielen.
Omstreeks het jaar 1300 geschiedde het Mirakel te Maastricht, waar zooals do onde Kronijken verhalen, wegens eene heiligschen-
17
nende oneerbiedigheid aan het H. Sacrament gepleegd, twee honderd menschen door God met oen plotselingen dood gestraft werden. In 1345 had te Amsterdam het wonder ter »Heilige Stedequot; plaats ; daar zweefde het H. Sacrament ongeschonden in de vlammen en toonde God door herhaalde wonderen, welke met de H. Hostie geschiedden, zijne almacht en liefde. Soortgelijke wonderen vielen omstreeks denzelfden tijd voor te Boksmeer en Bokstel in Noordbrabant, te Solwert in Groningen !), te Petten en Dordrecht in Holland, om niet te gewagen van de Znidelijke Nederlanden, waar Brugge, Brussel en tal van andere plaatsen eveneens door wondervolle gebeurtenissen in het H. Sacrament werden verheerlijkt.
Ongeveer tien jaren na de wondervolle gebeurtenissen, aan welke Amsterdam zijne Hei-
;) Het wonder van Solwerd is weinig bekend. Volgens Prof. Moll, geeft Boele er een verhaal van in zijn werk: Tweehonderdjarig bestaan der gemeente van Noorddijk. Groningen 1S46, bl. 64: De Jezniet p. Franciscus Mijleman heelt, hetgeen hij omtrent dit wonder uit de mond van zijne tijdgenooten, tijdens zijn verblijf in de Ommelanden, vernam, opgeteekend in een werkje, dat volledig slechts in handschrift bestaat, en thans in bezit is van den archivaris van Kampen, mr. J. Nanninga Uiterdijk. Bedoeld handschrift is getiteld : //Ommelands eere : olte eenige nagelaetene gedenckwaerdige overblijfselen van de gepleechde aldaer Godsdiensticheyt onser lolï: men ; Koomsch-Catholijcken voorouderenquot; enz.
18
lige Stede dankt, openbaarde God andermaal zijne heerlijkheid aan onze vaderen. De plaats, aan welke thans dat voorrecht ten deel viel, was het kleine, overijselsche stadje Hasselt, tot dien tijd in de jaarboeken der geschiedenis niet vermeld maar sedert dat oogenblik tot over de grenzen van ons vaderland beroemd geworden, voortdurend bezocht door daizende pelgrims, die daar op de H. Stede, het toevluchtsoord voor benauwde en bedrukte zielen, zooals men ondtgds de heilige plaats noemde, troost en hnlp in tijdelijken en geestelijken nood kwamen zoeken.
Welke wonderen hier geschied zijn, hebben wij tot nog toe niet kunnen achterhalen. In de ons bekende kronijken van dien tijd wordt van de H. Stede te Hasselt geen gewag gemaakt en de oude oorkonden, welke aan den vernielenden tand des tijds ontkomen zijn, geven ons evenmin eenige inlichtingen. Wat wij weten en met de grootste zekerheid weten is: dat omstreeks het midden der veertiende eeuw, waarschijnlijk in het jaar 1355 !) en nog ge-
') Korten tijd, nadat deze rede werd uitgesproken, ontving ik van den WelEerw. heer J. Fit, pastoor te Obdam (N.-H.), eenige hoogst belangrijke charters over de H. Stede. Onder deze merkwaardige stukken bevindt zich een diploom van Bisschop Jan van Diest van het jaar 1328, waarin deze getuigt dat reeds te zijnen tijde op de bevoorrechte plaats, herhaaldelijk wonderen in het H. Sacrament voorvielen. Ik neem deze gelegen-
19
durende eenige volgende jaren, God, in dit stadje, bijna dagelijks de heerlijkste wonderen wrocht. Ik zeg; met de grootste zekerheid; en inderdaad voor weinige geschiedkundige feiten staan zoovele en zulke onwraakbare getuigen als voor de wonderen, eenmaal ter H. Stede van Hasselt geschied. Voor deze feiten staat ons in de eerste plaats borg een ooggetuige, wiens geloofwaardigheid boven allen twijfel verheven is : de bisschop van Utrecht Jan van Arckel, die in een openbaar en ambtelijk schrijven, dat nog hier op het stadhuis bewaard wordt, den 23 Juni 1357 verklaarde, dat God destijds keer op keer vele en groote wonderen deed in het Sacrament van ziju Allerheiligste Lichaam en Bloed, in het kerspel Hasselt, waar toen reeds eene kapel stond ter eere van hetzelfde H. Sacrament door den bisschop van Utrecht gesticht. Voortdurend kwamen daar reeds te zijnen tijde een groote menigte van pelgrims, om ooggetuigen te zijn van deze wonderbare gebeurtenissen.
Het getuigenis van dezen grooten bisschop van Utrecht wordt bevestigd door vele zijner opvolgers, die aan de H. Stede tal van geeste-
heid gaarne te baat om den WelEerw. heer pastoor van Obdam, ook namens den WelEerw. heer pastoor van Hasselt, onzen diepgevoelden dank te betuigen.
B. P. V.
*
20
lijke voorrechten verleenden !); door de eerbiedige vereering, welke de ingezetenen van Hasselt voor de H. Stede koesterden; door dien ontzaglijken stroom van pelgrims, dio eeuwen lang jaarlijks naar dit heiligdom togen en zelfs, in de dagen der vervolging, boeten en plakkaten trotseerden, om aan hnnne diepe vereering voor het heiligdom voldoening te kunnen geven; door verschillende stichtingen, welke de vrome zin onzer vaderen op de H. Stede in het leven riep.
Ook in latere tijden werd de kapel door wonderen verheerlijkt. Had God bij de stichting van het heiligdom in het H. Sacrament zelf die hemelsche teekenen gewrocht, om zoo het kwijnende geloof onzer vaderen nieuw leven te schenken ; in lateren tijd beloonde hij het vertrouwen, het aanhoudend gebed zij-
') Door de bisschoppen van ötrecht werden in de H. Stede vier fundatiën opgericht, wier vicarissen dagelijks het H. Misoffer in de kapel moesten opdragen. Van drie dezer vicariën zijn de oprichtings-oorkonden op het stadhuis van 'Hasselt aanwezig; de stichtingsbrief der derde vicarie, dien ik aanvankelijk verloren waande, bevindt zich onder de stukken uit Obdam. Ook de beroemde kardinaal Nicolaus Cusanus getuigde van zijn diepen eerbied jegens de H. Stede in zijn brief van 7 September 1451, door welken hij een aflaat van honderd dagen verleende aan allen, die de H. Stede bezochten en daar een of ander der in den brief opgenoemde godvruchtige oefeningen verrichtten. B. P. V.
21
ner vrome dienaren, door hen hier aan allerlei zegeningen en genade deelachtig te maken. Hier kwamen zieken genezing hunner kwalen vragen; hier vond de bedroefde troost; hier keerde vertrouwen en moed in het geschokte hart weder. In wat nood men ook verkeerde, men wist het, een pelgrimstocht naar de H. Stede bracht immer uitkomst; vandaar dat het heiligdom overal bekend stond als het veilige toevluchtsoord van alle bedrukten van harte: tmiserorum et afjlictorum asylon.quot; 1) Van een dezer wonderen vinden wij een kort verhaal bij den geschiedschrijver van het voormalig bisdom van Deventer, den vromen en geleerden priester Johannes Lindebom.
In Twenthe leefde een kind dat sinds jaren aan beide zijden mank ging ; zijne moeder had alle pogingen aangewend om de genezing van haar kind te verkrijgen maar allo men-schelijke wijsheid faalde. Toen menschelijke hulp te kort schoot, zocht de troostelooze moeder mot des te meer vertrouwen troost en hulp bij God. Vol moed onderneemt zij den voor die dagen zoo langen en moeilijken reis naar de H. Stede en â haar vertrouwen werd niet beschaamd. Toen zij met het kranke knaapje hier was aangekomen, ijlde zij naar de H. Stede, om zich daar voor het H. Sacrament neer te werpen. Met al den gloed eener
') Zie Lindeborn's Historia Episcopatus Da-ventriensis, p. 384.
22
vurige moederliefde bad zij God om uitkomst en ziet â haar hartewensch werd vervuld: haar kind ontving het gebruik zijner leden terug; het sprong en huppelde naast zijne gelukkige moeder. Zoodra zij van hare vervoering tot zich zelf was gekomen, stortte zij haar hart uit in een vurig dankgebed jegens den goddelijken Geneesheer, die, als weleer, toen hij al weldoende Juda's gebergte doortrok, den kreupele genas door het Woord zijner goddelijke Almacht.
Wat dit verhaal voor ons nog aantrekkelijker maakt is de omstandigheid, dat het ons wordt medegedeeld door een protestant, den geschiedschrijver Arnoldus Moonen, die in de 17. eeuw predikant te Deventer was en deze gebeurtenis overschreef uit een thans verloren geraakt werk van Lindebom.
Zietdaar, christenen , n met enkele lijnen geschetst wat groote dingen God eertijds aan uwe vaderen deed. En hoe hebben dezen aan 's Heeren liefde beantwoord, wat hebben zij gedaan, om voor zoovele voorrechten en genaden hun geschonken aan God hunne dankbaarheid te toonen ? Ziedaar de tweede vraag, welke wij ons ter beantwoording hebben voorgesteld.
II.
Uwe vaderen B. G. hadden een levendig besef van het groote voorrecht hnn ten deel gevallen. Bezield met eene vurige dankbaarheid jegens God, die het kleine stadje zoo hoog boven haie zustersteden verheerlijkt had, spaarden zij moeite nog kosten, om het heiligdom te doen zijn eene waardige woonplaats voor den verborgen God en Zaligmaker.
Ik zal evenwel uwe aandacht niet vermoeien door een dorre opsomming der vele altaren, die zij in de H. Stede oprichtten, door eene beschrijving van het kostbare orgel, de sierlijk bewerkte kerkgewaden waarmede zij het heiligdom verrijkten. Ik vertrouw u een beter denkbeeld van hunne vurige godsvrucht te zullen geven, door u in het kort te verhalen, hoe zij de liefde van Jesus trachten na te volgen en zich, sinds de wonderen te dezer plaatse geschied, met hart en ziel toelegden op het beoefenen van allerlei werken van naastenliefde, waaronder in de eerste plaats moet gerekend worden : de Broederschap van het H. Sacrament welke in het jaar 1408 in de H. Stede werd opgericht.
Kort geleden had do stad zware verliezen
24
ondergaan, doordat de schoone parochiekerk aan den H. Stephanas toegewijd tot tweemaal toe afbrandde, eerst in 1380 en ten tweede male in het begin der 15. eeuw; maar toch, wisten uwe vrome vaderen, vervuld als zij waren van heiligen ijver, welke in dankbare liefde een vruchtbaren bodem vond, de middelen te vinden, om niet slechts den in de asch gelegden tempel weer in zijne oude heerlijkheid te herstellen, de H. Stede met geestelijke stichtingen en kostbare kunstwerken te verrijken, maar tevens groote fondsen bij een te brengen tot ondersteuning hunner arme en noodlijdende medeburgers.
Waarlijk, christenen, hoe diep onze vaderen somwijlen ook vielen, â door hun levendig geloof, hunne vurige liefde hebben zij recht op onzen eerbied, onze bewondering. Gedachtig aan het woord van den H. Petrus (I, IV, 8) : »De liefde bedekt eene menigte van zonden,quot; legden zij zich met heel hun hart toe op het beoefenen der naastenliefde, het verzorgen en verplegen van armen en noodlijdenden. Zeker ook destijds, wij hebben het reeds gezegd, groeide op den akker Gods het onkruid welig op. Onze vaderen waren menschen, zij zondigden, ja zondigden dikwijls vreeselijk, maalais zij tot bezinning kwamen sloegen zij rouwmoedig op hunne borst en beleden hunne schuld. Zij zondigden, maar zij waren ook diep doordrongen van het besef, dat wie valt verplicht is zjjn misslag te herstellen en voor
25
zijne fonten aan de beleedigde Majesteit Gods voldoening te brengen.
Door dat schoone beginsel geleid wedijverden zij onder elkander in bet bouwen vaa heer-Ijjke, kunstvolle kerken en kloosters, in het stichten van hospitalen en gasthuizen, in het oprichten van allerlei broederschappen, wier hoofddoel bestond in de bevordering van het godsdienstige en zedelijke leven harer ledematen en hot vervullen van de groote plichten, die de christelijke liefde ons jegens de naasten te beoefenen geeft.
Tot bereiking van dat dubbele doel spaarden zij kosten noch opofferingen; schatten brachten zij samen, van welke wij nog heden ten dage de vruchten inoogsteu ; en terwijl zij met kwistige hand hun buidel uitstortten in de offerkist, dankten zij God die hen in staat stelde, om door een gelukkigen ruil voor het aardsche goed, waarmee God hen gezegend had, de eeuwige goederen te kunnen bemachtigen.
Het spreekt van zelf, Chr., ik kan n â daartoe is de tijd, over welken ik te beschikken heb al te beperkt â ik kan u van de Broederschap van het H. Sacrament ter Heilige Stede opgericht geene beschrijving geven, welke, ook maar eenigzins, op volledigheid aanspraak mag maken. Ik zal u slechts als in 't voorbijgaan op een paar punten wijzen, welke ons het best vertolken door welken
2
26
geest de broeders bezield en geleid werden.
Om den godsdienstzin barer leden te onderhouden en te vermeerderen werd eiken donderdag eene plechtige H. Mis ter eere van het H. Sacrament in de H. Stede gezongen ; de broeders en zusters waren gehouden, om, zoo geen wettige reden hun zulks belette, die H. Mis te komen bijwonen en gezamelijk de gebeden en lofzangen der broederschap to zingen. Onder deze plechtigheid werden de namen der afgestorven broeders op den preekstoel afgelezen en voor de rust hunner zielen alsook voor het welzijn der levende leden eenige kerkelijke gebeden ten hemel opgezonden.
Kwam een lid der Broederschap te sterven, dan ver zamelde zich den eersten zondag na het overlijden de geheele Broederschap in de Kapel, om de getijden der overledenen voor het ontslapen medelid te zingen. Den volgenden morgen kwam de Broederschap andermaal te zamen, om de plechtige uitvaart bij te wonen en voorafgegaan door het kruis, met de vaandels en andere teekons der Broederschap, het stoffelijk overschot ten grave te brengen. Bovendien werd eens in het jaar met dezelfde plechtigheden de gedachtenis van alle overledene leden gevierd, bij welke gelegenheid priesters en leeken de graven bezochten en daar gezamelijk voor de zielerust hunner afgestorvene broeders en zusters baden.
Maar dat alles moest kosteloos geschieden,
27
want wat de Broederschap bezat was het eigendom der armen. Vandaar dat de priester die het H. Offer opdroeg geen aalmoes voor deze H. Mis mocht aannemen ; van bet geld der Broederschap mochten geene misgewaden, kelken of andere kerksieraden aangeschaft worden: de Broederschap en zij die zich bij haar aansloten moesten leven voor de armen, moesten slechts eeae zorg kennen, den ijver voor het Hnis des Heeren te voeden en te sterken door ban liefde voor de levende tempels van God, bnnne arme medebroeders.
Inderdaad bet Woord des Heeren : »wat gij den minsten der mijnen gedaan hebt, hebt gij Mij gedaan,quot; was hnn diep in bet hart gedrongen. Voor de armen gaven zjj niet alleen hnn geld, zij gaven zich zelf blijmoedig voor deze beminde vrienden des Heeren ten beste. Ieder lid der Broederschap was verplicht jaarlijks eene bepaalde geldelijke bijdrage ten behoeve der armen te storten. Uit het fonds, dat met deze jaarlijksche «raven en de rniine giften, die keer op keer aan de Broederschap vermaakt werden, tot stand was gebracht, moesten de beide procuratoren of broeder-meesters aan de huiszittende armen en schamele zieken de noodige ondersteuning verschaffen ; maar zij moesten die brengen in eigen persoon. Uitdrukkelijk was bun in de oprichtings-oorkonde voorgeschreven, de armen in hunne woningen op te zoeken, nauwkeurig naar hun toestand te vernemen, hen met broe-
28
derlijke liefde te troosten en zorg te dragen, dat niemand hunner gebrek leed.
Eens in het jaar vierde de Broederschap feest. Dan kwamen in den morgen allen naar de H. Stede, om den plechtigen Hoogdienst bij te wonen. Was de plechtigheid in de kerk geeindigd dan zetten allen, zonder onderscheid van rang of stand, zich neer aan een gemeen-schappelijken disch. Daar zat de arme naast don rijke, de eenvoudige werkman in zijn nederig gewaad naast den magistraat in zijne kostbare van zijde en fluweel vervaardigde kleeding. Na den maaltijd verzamelden de broeder meesters de overgebleven spijzen, om daarmede voor hunne arme zieke medeleden een heerljj-ken maaltijd te bereiden.
Waarlijk onze vaderen konden het den Apostel nazeggen : Charitas Christi urejet nos, de liefde van Christus prangt ons; de liefde van Jesus, die zich voortdurend voor ons slachtoffert in het H. Sacrament, wekte hen op, om met steeds vuriger en offervaardiger liefde zichzelf op te offeren voor hunne naasten en aan Jesns in zijne arme ledematen eeniger-mate weertegeven, wat zij van zijne liefde op zoo kwistige wijze mochten genieten. Met blijdschap offerden zij hunne rijke gaven tot versiering hunner kerken, tot luister der H. Stede, tot ondersteuning der armen, want, zoo spreken zij in de oude oorkonden der Broederschap : »zij hoopten voor het kleine goed, »dat vergankeljjk is op aarde, het groote
29
»goed te verkrijgen dat onvergankelijk is in den Hemel.quot;
Ik zou u nog veel kunnen verhalen over de plechtige viering van den zoogenaamden Hasselter Aflaat; over de indrakwekkende processie welke hier jaarlijks op dezen dag werd gehouden; over den heldenmoed welke uwe vaderen aan den dag legden, tijdens de rampzalige vervolging der 16e en 17e eeuw ; maar reeds is u daaromtrent een en ander bekend en bovendien moet ik n nog een derde vraag beantwoorden, nl. wat eischt God thans van u. â Verleent mij daarvoor nog eenige oogenblikken uwe welwillende aandacht.
III.
Katholieken van Hasselt! Wat dankt n, zeg ik te veel, zoo ik u de lievelingen des Heeren noem, de uitverkorenen, aan wie Hij ineor dan zijn anderen kinderen de zoetheid zijner liefde heeft geopenbaard ?
Hij heeft uwen vaderen deel gegeven in zijne glorie, deel ook in zijne smarten en vernederingen. Evenals Petrus, Jacobus en Johannes zagen zij Hem op den Thabor; zij zijn Hem gevolgd naar den hof van Gethsemani, hebben met Hem het kruis naar Golgotha gedragen. Maar als wij met Christus lijden dan worden wij met Christus verheerlijkt; wie met Christus den Kruisberg beklimt viert ook met Christus den blijden morgen der verrijzenis.
Welnu die heerlijke Paaschmorgen is thans voor u gedaagd; over de puinen van het heiligdom daalde de Geest Gods neder; over het graf, waarin de dood drie eeuwsn heerschte, werd het Woord des Heeren vaardig: ossa arida audite vevhum Domini en ziet: ua den donkeren nacht, die over Golgotha zijn valen sluier wierp, rijst aan de kimme de blijde Paaschmorgen ; uw vurig verlangen is vervuld,
31
nw vertronwvol volhardend gebed, is verhoord : uwe glorie, uwe kroon, de H. Stede is weer in nw bezit; het oude toevluchtsoord voor bedrukten en benauwde harten staat weer geopend en noodigt ons uit, om te komen putten uit de genadebronnen, die 's Heeren liefde hier doet vloeien, 't Is waar, het heiligdom is op dit oogenblik nog gelijk aan het nietige mostaardzaadje waarvan het Evangelie spreekt, maar Jesus, die zijn werk nooit onvoltooid laat, die zijne gaven niet intrekt, zoo wij zijner liefde geen hinderpalen stellen, zal het goede werk, dat Hij onder a begonnen heeft voltooien, bevestigen en versterken. Uit dit kleine zaadje â dit is ons vast vertrouwen, dit vraagt ons vurig gebed â zal weldra een boom opgroeien, vol wonderbare levenskracht, een boom die zijne breede takken naar alle zijden zal uitbreiden , om allen, die heils-begeerig ter H. Stede komen, een veilig toevluchtsoord te wezen.
Katholieken van Hasselt stelt dan dit bewijs van 's Heeren bijzondere genegenheid voor u steeds op hoogen prijs. â Grati estate 1), zoo roep ik u met den Apostel toe, weest dankbaar, innig dankbaar, voor het voorrecht dat God u terugschonk: want vergeet niet: cui multum datum est multum quaeretur ah co1) ;
1
) Lucas XII, 48.
! 32
wien veel gegeven is van hem zal veel gevraagd worden.
Beschouwt dan in de eerste plaats u zelf als afgezanten van Gods H. Kerk, als geroepen, om door een vurig en aanhoudend gebed voor uwe H. Moeder betere dagen af te smee-ken. Wij leven in eene eeuw, welke onder alle opzichten groote overeenkoms1; heeft met de 14. eeuw, toen Gods liefde ia de H. Stede een brandpunt van geloof en liefde opende.
Was destijds overal eene verflauwing des geloofs te bespeuren ; was toen de liefde bekoeld ; hield tweedracht de kinderen der kerk van elkander verwijderd; zuchtte toen het Opperhoofd der Kerk in de zeventigjarige gevangenschap te Avignon ; â thans zien wij allerwege het ongeloof zijn monsterachtigen kop opsteken ; de oude christelijke liefde heeft bij velen plaats gemaakt voor een duivelschen haat die duizenden opzweept, om de bestaande orde in bloed en vlammen te doen ondergaan; het Hoofd der Kerk zucht weder in boeien, is reeds meer dan twintig jaren lang een arme gevangene van allo zijden door verwoede vijanden omgeven.
Maar ook tot onze rampzalige eeuw houdt God met vaderlijke liefde zijne reddende hand toegestoken. Ook tot ons spreekt Hij door de verschrikkingen zijner gerechtigheid, door ontzettende rampen waarmede jaar op jaar de wereld getroffen wordt; en terwijl Hij aldus ouzo harten met heilzame vreeze vervuld, wekt
33
bij ons vertrouwen op door zoovele voorbeelden van heiligheid, van hemelsche dougdou, die wij allerwege zien bloeien als rozen tus-schen de doornen ; ik behoef n slechts te wijzen op heilige mannen, als een Pias IX, een Leo XIII, een kardinaal Lavigerie, den grooten Apostel van Afrika, een kardinaal Manning, een don Bosco, mannen die als weleer de grooto H. Yincentius van Panlo de wereld verbazen door hnn moedig geloof, hanne alles overwinnende liefde. Evenals tot onze vaderen, zoo spreekt God ook tot ons door de werken zijner almachtige liefde, door verhevene wonderen, welke keer op keer in het Zaiden van Frankrijk, in het gelukkige Lourdes, voor aller oogen geschieden.
En zon het geen roepstem des Heeren zijn, dat de oude heiligdommen van het H. Sacrament weer in eere hersteld worden ; de pelgrims weer hnn geloof gaan verlevendigen en hunne godsvrucht versterken in het heiligdom te Boksmeer ; het H. Mirakel van Amsterdam weer de harten naar de H. Stede der Am-stelstad trekt; de plok waar do martelaren van Gorcum, do bloedgetuigen van het H. Sacrament, hun leven ten offer brachten, meer en meer de liefde der katholieken wint ?
In dit licht beschouwd, is de dag van heden een dag van groote betoekenis, niet slechts voor deze parochie, maar voor geheel de Kerk van Nederland. De prediking van Geert Groote, het voorbeeld der vrome kloosterlingen van
34
Windesheim en den Agnietenberg zou in do 14. eeuw niet zooveel vruchten gedragen hebben, indien do wondoren, tor H. Stede geschied, niet eerst den weg bereid, het geloof onzer vaderen verlevendigd, den geest des ge-beds in hen opnieuw hadden doen ontwaken. De machtige godsdienstige beweging dier tijden, do groote mannen, die God destijds der Kerk van Nederland schonk, dat alles is zeker voor een groot gedeelte de vrucht der gebeden, door onze vaderen in het heiligdom van Hasselt opgezonden.
Moge dan de H. Stede voor ons zijn wat zij was voor onze vaderen, niet slechts een toevluchtsoord voor allen, die in nood of druk verkeeren, maar bovenal een brandpunt van geloof en liefde, een huis des gebeds, een kweekschool van ware christelijke vroomheid en godsdienstzin, waar men niet binnentreedt zonder het hart te voelen glooien van liefde en dankbaarheid jegens God, van trouw en aanhankelijkheid jegens de H. Bruid des Hee-ren, onze nooit volprezen Moeder de H. Kerk.
Aan de vervulling van dezen wensch moet gij vooral, katholieken van Hasselt, zonder ophouden arbeiden. Aan u de eervolle taak de H. Stede weer in haar ouden luister te herstellen !
Volgt dan het geloof en de liefde van uwe vaderen na, die met zooveel geestdriftige offervaardigheid, hun goud, hunne schatten samenbrachton, om de woontent van God
35
onder de mensehon, zoo luisterrijk mogelijk in te richten, die zoo bezorgd waren, om den geest van geloof en godsvrucht in alle harten te doen toenemen.
Laat de H. Stede van dit oogenblik af al uwe liefde bezitten. Schenkt aan bet groot-sche werk, dat uwe godvreezende Herder onder n begon, den stenn uwer geldelijke offers, maar bovenal van nw vurig gebed; draagt zorg dat nooit weer onze zonden, onze koudheid en onverschilligheid don Heiland noodzaken ons zijne hemelsche gaven te onttrekken. Dat do H. Stede de roem en de glorie van Hasselt blijve tot op den dag, dat de sluier valt, dat wij den God van glorie zullen aanschouwen, niet meer verborgen onder de gedaante van brood, maar zeielende op de wolken des Hemels, omgeven van macht en majesteit, ons uitnoodigende om deel te nemen aan de blijde intocht der zaligen in de ware heilige Stede, het eeuwige huis Gods, waar de Koning der glorie te midden zijner hemelliugen zetelt in het ongenaakbare licht. Amen.
iwe tige ,teii jod
Akte van Eerherstel aan Jesus in het Allerheiligst Sacrament.
O goede en barmhartige Jesns! Goddelijke Verlosser van alle menschen ! Zie ons hier, op deze H. Plaats, die weleer door zoovele â wonderen iu nw aanbiddelijk Geheim van Liefde verheerlijkt werd, in den diepsten ootmoed voor U neergeknield.
Innige droefheid vervult ons hart, bij de gedachte aan alle versmading en onteeriag, welke ü, o Goddelijke Zaligmaker hier, of ooit ergens ter wereld in het Allerh. Sacrament is aangedaan !...
O mochten wij die met onze tranen kunnen nitwisschen ! Mochten wij zoo gelukkig wezen die voortaan van ü af te weren ! Sta ons toe, dat wij U daarvoor ten minste eenige vergoeding komen aanbieden.
Hart van Jesus ! het Heiligste, het teeder-ste, het beminnelijkste van alle Harten, wat hebt Gij meer kunnen doen, om ons aller liefde te winnen ?...
Voor ons, o goede Jesus, hebt Gij u van den glans uwer oneindige Majesteit ontdaan ; voor ons Mensch geworden, hebt Gij de gedaante van een dienstknecht aangenomen, zijt Gij een arm, zwak, hulpeloos Kind go-
37
worden; voor ons hebt Gij alles verlaten, geheel uw leven ten offer gebracht; voor ons hebt gij den smartelijken doodsangst in don Hof van Olijven willen ondergaan, is nwe Heilige ziel bedroefd geweest tot den dood; voor ons hebt Gij n met smadelijke boeien laten binden, den grawza-men kaakslag in uw Goddelijk Aangezicht verdragen ; voor ons is uw Heilig Lichaam met wreode gecselslagen verscheurd, uw H. Hoofd met scherpe doornen doorboord; voor ons zijt Gij, hangende aan uwe wonden, opgeheven aan het schandhout des krnises, om daaraan, als in eene zee van smarten gedompeld, voor onze zaligheid te lijden, en te sterven !...
O Goddelijk Hart van mijn Jesus, voor ons aan het kruis met eene lans geopend. Laat toe, dat wij in dat Goddelijk toevluchtsoord voor eeno wijle rusten, om daar te leeren begrijpen, hoezeer Gij ons hebt liefgehad !...
Dit alles echter was nog niet genoeg voor de oneindige Liefde waarmede Gij ons be-mindet.
In de diepste verborgenheid uwer Wijsheid hebt Gij door het grootste wonder uwer Almacht en Liefde het middel gevonden, om, ofschoon tot uw' Vader teruggekeerd, door alle eeuwen heen met ons te zijn, en in deze woestijn des levens, ons, in uwe H. ïaberna-kslen tot troost, op het H. Altaar ten offer, en in do H. Communie tot spijs onzer zielen
38
te verstreliken, en alzoo mot ons de innigste vercenigiug aan te gaan die denkbaar is.
O mijn God! kon uwe Almacht en Liefde, hoe oneindig ook, moer voor ons doen ?
En wij, wat hobbon wij gedaan, om voor zooveel liefde dankbaar te zijn ? ,..
Engelen des Hemels staat verbaasd, Heiligen des Hemels treurt mot ons ! In plaats van liefde met wederliefde te vergelden, houden wij niet op dien liefdevollen God te be-leedigen. Voor den geringstau weldaad ons bewezen zijn wij dankbaar, alleen als het Jesns, den grootsten, den weldadigsten, den allesbominneuswaardigsten Weldoener betreft, dan is het, alsof wij het ons tot eene eer rekenen, in onverschilligheid en ondankbaarheid uit te munten. O boosheid en ontaarding, o ondankbaarheid van het monscheljjk hart ! »Zoo Gij o Jesns ! onze ongerechtigheden ga-»deslaat, wie zal dan voor u bestaan ?quot; Maar »bij U is barmhartigheid, en overvloedige » ontferming 1quot;
Vergeving dan, o genadigste Josus ! vergeving en ontferming! Vergeving voor alle be-loedigingen uwer Opperste Majesteit en oneindige Goedheid aangedaan ; vergeving voor alle verguizingen en versmadingon, waaraan zoovele goddeloozen zich jegens U schuldig maken ; vergeving voor de Vermotelen, die U zelfs aan den voet van uwen heiligen Troon durven trotsooren; vergeving o God van allo Heiligheid, vergeving voor zoovele heilig-
39
schonnissen aan uw Goddelijk Sacrament gepleegd ; vergeving voor die onwaardige Communiën, waardoor uwe oneindige liefde zoo schandelijk miskend wordt; vergeving o goe-dertierene Verlosser die niets anders schijut te kennen dan lijden en beminnen, vergeving, genade en barmhartigheid voor alle zondaars.
Vergeving ook voor hen, die u niet met dien ijver, met die liefde, met die edelmoedigheid dienen, welke Gij waardig zijt; ach ! vergeving voor onze onverschilligheid jegens u, voor onze koele en lauwe Communiën, voor onze oneerbiedigheden in de kerk, in tegenwoordigheid van het H. Sacrament, voor ons verzuim van het H. Misoffer; vergeving eindelijk o Beer ! voor ons zinnelijk, onverstorven en weieldsch leven !
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm u onzer en wil onze ondankbaarheden , onze misdaden niet meer indachtig zijn. â Wij verfoeien die van gan-scher harte, en betreuren het innig, dat wij ooit uw zoo teeder en beminnelijk Hart hebben bedroefd. â O laat nog eenmaal uw kostbaar bloed, uw Heilige Wonden, uw lijden en sterven voor ons ten beste spreken ; de stem daarvan zal luider om genade roepen, dan onze zonden om wraak.
Vraagt Gij voldoening o Heer, wg zijn gaarne bereid die te geven. O ! konden wij aller harten voor U winnen. Zegen o God ! daartoe allo onze pogingen, Doe ons allen
40
in liefde, ijver en edelmoedigheid jegens U, dagelijks toenemen, opdat wij, na ü- hier, verborgen onder de nederige gedaante van brood, ijverig vereerd en aanbeden te hebben, eenmaal met alle Engelen en Gelukzaligen in den Hemel ü voor altijd van aanschijn tot aanschijn mogen aanschouwen. Amen.
Litanie van het H. Hart van Jesus,
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelscho Vader, ontferm ü onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm [7 onzer.
God, Heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, éen God, ontferm U onzer.
Hart van Jesus met het Woord Gods zelfstandig vereenigd, ontferm ü onzer.
Hart van Jesus, Heiligdom der Godheid, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, Tempel der H. Drieëenheid, ontferm ü onzer.
Hart van Jesus, Afgrond van wijsheid, ontferm ü onzer.
Hart van Jesus, Oceaan van goedheid, ontferm U onzer.
41
Hart van Jesus, Troon van barmhartigheid, ontferm ü onzer.
Nooit uitgeputte schat.
Wiens overvloed ons allen verrijkt,
Onze vrede en onze verzoening,
Toonbeeld aller deugden.
Oneindig beminnend, en oneindig beminnenswaardig,
Springader des eeuwigen Levens,
Waarin de Vadej zijn welbehagen schept. Verzoeningsaltaar voor onze zonden.
Voor ons met bitterheid vervuld,
oT Iq Gethsemane tot stervens toe be-§ nauwd, _ S5
^ Met verguizingen verzadigd, g
§ Van liefde gewond, ^
gt; Dat al uw bloed aan het Kruis vergoot, o t! Verbrijzeld om onze snoodheden, g
£ Nu nog door ondankbaren verscheurd, £5 Toevlucht der zondaren.
Sterkte der zwakken,
Troost der bedrukten.
Volharding der rechtvaardigen.
Heil voor die op ü vertrouwen.
Hoop voor die in U sterven.
Troostvolle bescherming voor uwe vereerders.
Geneugte van alle Heiligen,
Onze hulp in overstelpenden nood. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, Jesas!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
42
wereld, verhoor ons, Jesns!
Lam Gods, dat wegneemt de zondén dor
wereld, ontferm U onzer, Jesus!
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
v. Hart van Jesus, brandende van liefde voor ons.
E. Ontvlam in ons hart, eene brandende liefde tot O.
Laat ons bidden.
Almachtige God! Wij bidden U, verleen ons, dat wij, die in het Allerheiligste Hart van uw geliefden Zoon al onzen roem stellen, en daaraan de voornaamste weldaden van zijne liefde dank weten, ook in de werking en vruchten daarvan ons mogen verblijden. Door deuzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Litanie van hst IL Sacrament.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ona.
Christus, verhoor ons.
God Hemelsche Vader, ontferm ü onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, Heilige Geest, ontferm U onzer.
43
Heilige Drievuldigheid éen God, ontferm ü onzer.
Levend Brood nit den Hemel neergedaald,
Verborgen God en Zaligmaker,
Tarwe der uitverkorenen,
Wijn, die Maagden voortbrengt.
Heerlijk Brood, wellust der Koningen,
Altijddurende Offerande,
Zuivere Offergift,
Lam zonder vlek.
Allerzuiverste Maaltijd,
Voedsel der Engelen,
Verborgen Manna,
Samenvatting van alle wonderen Gods, g Bovennatuurlijk Brood, 2;
Woord, vleesch geworden en onder ons g wonende, quot;
Heilige Hostie,
Kelk van zegening, g
Geheim dos Geloofs, g
Voortreffelijk en eerwaardig Sacrament, r4 Van alle offers het heiligste.
Waar zoenoffer voor levenden en dooden, Hemelsch tegengif, dat ons tegen de zonden
bewaart.
Ontzettend boven alle wonderen,
Allerheiligste gedachtenis van het Lijden
onzes Heeren,
Geschenk dat alle volheid te boven gaat. Voornaamste gedenkteeken der Goddelijke liefde.
Uitvloeisel der Goddelijke milddadigheid,
4é
Allerheiligst en Hoogwaardigst geheim, ontferm ü onzer.
Artsenij voor de onsterfelijkheid, Ontzagwekkend en levendmakend Sacrament, o Onbloedige Offerande, S-Spijs en Dischgenoot, £? Allerzoetste Disch, waaraan Engelen dienen, B Band der liefde, d Offeraar en Offerande, o Geestelijke zoetheid in eigen bron gemaakt, S Verkwikking der heilige zielen, P Teerspijze voor die in den Heer sterven, Onderpand der toekomstige glorie,
Wees genadig, spaar ons. Heer.
Wees genadig, verhoor ons, Heer.
Van het onwaardig nnttigen van uw Lichaam
en Bloed, verlos ons. Heer.
Van de begeerlijkheid des vleesches,
Van de begeerlijkheid der oogen,
Van de hoovaardij des levens,
Van alle zonden, ^
Door de begeerte, waarmede Gij dit Paasch- jL lam met nwe leerlingen verlangdet te eten, S Door den diepen ootmoed, waarmede Gij de o voeten uwer discipelen gewasschen hebt, S Door de brandende liefde, waarmede Gij dit ^ Goddelijk Sacrament hebt ingesteld, g Door nw kostelijk bloed, dat Gij ons op
het Altaar hebt achtergelaten.
Door de vijf wonden welke Gij in uw Allerheiligst Lichaam, voor ons ontvangen hebt.
45
Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij in ons het Geloof, den eerbied en de devotie voor dit wondervol Sacrament gelieft te vermeerderen en te bewaren, Dat Gij ons door eene oprechte belijdenis ^ onzer zonden, tot het dikwerf nuttigen ^ van dit Sacrament gelieft voor te bereiden, g' Dat Gij ons van alle ketterij, trouweloos- 13 beid en verblindheid des harten gelieft 5^ te verlossen, ^
Dat Gij ons de kostbare en Hemelache ® vruchten, van dit Allerheiligst Sacrament oquot; gelieft te schenken, ^
Dat Gij ons in de ure des doods met deze o hemelsche Teerspijze gelieft te versterken S en te bevestigen.
Zoon Gods,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm ü onzer.
Christus, boor ons.
Christus, verhoor ons.
v. Brood des Hemels hebt Gij hun gegeven, k. Dat alle zoetigheid in zich bevat.
Laat ons bidden.
O God, die ons onder het wondervol Sacrament, de gedachtenis van uw lijden hebt
46
achtergelaten: geef ons smeeken wij ü, de heilige geheimen van nw Lichaam en Bloed, zóo te vereeren, dat wij de vracht uwer verlossing in ons gedurig mogen ontwaren. Die leeft en heerscht in alle eenwen der eenwen. Amen.
v. Gelooid en gezegend zij te allen tijd, it. Het hoogheilige en Goddelijke Sacrament.
Akte van toewijding aan het Goddelijk Hart.
O aanbiddelijk Hart van mijnen Jesns, het teederste, het beminnelijkste en het edelmoedigste van alle harten, hoe is het mogelijk, dat Gij door zoovelen wordt bedroefd en versmaad! Ach! van oprecht berouw vervuld , komen wij U daarvoor vergeving vragen. Genade en vergeving, o mijn Jesns ! voor zoovele ongelukkige zondaars en afge-dwaalden ; wil hunne boosheid niet gedenken, maar het bloed indachtig zijn, dat Gij voor hunne zielen vergoten hebt.
Wij zullen alle onze krachten inspannen om de aanbidding van en de liefde voor nw Hoogheilig Altaar Sacrament uit te breiden, en ons beijveren om alle harten voor U te winnen.
O Jesus, ontvang ten minste heden het hart van ieder onzer, of liever, neem Gij
het zelf, verander het, zuiver het, om het nwer meer en meer waardig te doen worden ; maak het gelijk aan het Uwe, ootmoedig, zachtzinnig, geduldig, vol van heilige,quot; edelmoedige liefde. Verberg onze harten in bet Uwe, en laat nimmer toe, dat wij het terugnemen. Ja, wij willen liever sterven, dan ooit uw aanbiddelijk Hart bedroeven. Hart van Jesus, ons aller verlangen is U altijd te beminnen, U altijd te eeren, U altijd te dienen, U altijd toe te behooren, èn in het leven, èn in den dood, èn in alle eeuwigheid. Amen.
Voor de bekeering der zondaren.
Spaar, o Heer ! Spaar uw volk, en wil niet in eeuwigheid op ons vertoornd zijn. {Driemaal).
v. Bekeer ons, o God onze zaligheid.
b. En wend uwe gramschap van ons af.
Laat ons bidden.
O God, wien het eigen is altijd barmhartig te zijn en te sparen, aanhoor onze smeeking, opdat wij, en al uwe dienaren, die in de ketenen der zonden gebonden zijn, door uwe goedertieren barmhartigheid genadig mogen ontbonden worden. Door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
Driemaal het Wees gegroet ter eere der
48
Onbeviekte Ontvangenis der Allerheiligste Maagd Maria.
O Maeia ! zonder zonden ontvangen, bid voor ons, die onzen toevlucht tot U nemen.
Heer, geef de overleden geloovigen de eeuwige rust.
En het eenwig Licht verlichte hen.
Dat zij in vrede rusten. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
LIED
ter eerc van het
gjhrluiüpt ^iununcnt.
Processielied der »Heilige Stede,quot; van Hasselt.
Laten wij ons nederbuigen
Voor dit hoog geheimenis ;
Laat en mond en hart getuigen, Dat Gods eigen Zoon hier is.
Wat Hij sprak, het kan niet falen,
't Ia mijn lichaam, 't is mijn bloed ; En zijn Kerk, hoe kan zij dwalen,
Daar Gods eigen Geest haar hoedt?
ligste
i, bid ernon.
) een-
Hij dan rust hier voor onze oogen,
In dit Heilig Sacrament,
Dio in liefde en alvermogen Mate nocli beperking kent, Hij, wien de Engelen aanbidden,
Op Zijn hoogen Hemeltroon, Hij kwam neder in ons midden, 's Vaders ongeschapen Zoon.
Die een Maagd heeft uitverkoren
En voor alle smet bewaard; Die als kind uit haar geboren.
Met ons wonen kwam op aard', Met ons werken, met ons weenen, 't Leven geven door zijn dood ; Die door graf en voorborg henen, 's Hemels glorie ons ontsloot.
Hij, wiens offer wij belijden
In 't omsluierd Sacrament,
Hij is hier, als in 't verblijden Van des Hemels glorietent ; Hij moet hier als daar geprezen,
Hij door wien wat ademt, leeft! Die verwinnend eens verrezen.
Hier de onsterflijkheid ons geeft.
Hij is hier, die opgevaren
Aan des Vaders zij' regeert; Die zich ons zal openbaren,
Als Hij op de wolken keert, Die ten troost in 't sterflijk leven,
Zelf zich hier ten onderpand Van de glorie wilde geven.
Die ons wacht in 't Vaderland.
quot;Ijj ja is, de Heer der Heeren,
Die hier alles tot zich trekt; Die door liefde wil regeeren. En door liefde liefde wekt. Dat dan 't ongeloof eens zwijge
Bij dit god'l^k liefdeblijk ; Dat der liefde bede stijge;
jgt; Laat toekomen Heer ! uw liijh.quot;
Glorie dan zij Hem gegeven,
Eindelooze lof en dank.
Die op d' avond van zijn leven
Ons zich gaf tot spijs en drank. Goede Jesns! zie wij knielen Diep bewogen voor U neer, Wees de Koning onzer zielen Liefde toch vraagt liefde weer!
1 f.
Al ons leven, lijden, strijden
Zij ten dank U toegebracht,
Alle zegen en verblijdon.
Wat door ü op aarde ons wacht. Wil dan Jesns ! wil ons geven.
Dat geen zonde ons van ü scheid', En wij ü na 't sterflijk leven,
Zien in nwe Heerlijkheid.
AMEN.
Sloomdrukkcrij der Thomas u Keinp.-Vereenijfing. Zwolle