ocr page 1

I

ONDERRICHTINGEN

TER

VOORBEREIDING

TOT HET

H, SACRAMENT EIS VORMSELS.

BREDA.,

EDUAED VAN WEES,

Snelpers Boek- en Muziekdrukkerg.

HV-)

ocr page 2

IMPRIMATUR. BREDJ3, 15 Julii 1899.

J. J. M. VAN GOCH,

Lthr. Censor.

ocr page 3

ONDERWIJS

OVER HET

quot;V O IR nvt S E Ui.

lEÏ-

Ofschoon het kind door de geboorte reeds alles heeft, wat het wezen van den mensch vereischt, zoo behoeft het echter nog versterking om een volwassen mensch te worden ; dus moet de gedoopte in zijn nieuw geestelijk leven, hetwelk hij door het doopsel bekomt, ook dat middel bezigen, hetwelk zoo geschikt is om hem in hetzelve te versterken. Dit middel is het Sacrament des Vormsels, hetwelk door den heiligen Geest de liefde Gods in ons hart stort, en ons zijne gave mededeelt, om tegen de vijanden van ons geestelijk leven versterkt te worden.

Het woord vormsel ontleenden de ouden eertijds uit vormen, hetwelk zooveel be-teekent als Godsdienstig, beter maken; maar veeleer wordt het door de tegenwoordige taalkenners van het woord

ocr page 4

confirmare, vormen of bevestigen, afgeleid , wijl het den Christen waarlijk vormt en in het geloof bevestigd.

Wanneer de Apostelen gehoord hadden, dat Samarië het woord Gods had aangenomen , zonden zij Petrus en Johannes tot hen af, welke, daar gekomen zijnde, voor hen baden, opdat zij den Heiligen Geest ontvangen zouden, want Hij was nog over niemand van hen gekomen, maar zij waren gedoopt in den naam van den Heer Jezus. Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen den Heiligen Geest Dus luiden de woorden der Heilige Schrift, waarmede ons dit Sacrament beschreven wordt, en toonen ons genoegzaam, dat de oplegging der handen het uitwendig teeken is, door hetwelk de Heilige Geest in de gedoopten nederdaalt; en daar deze nederdaling des Heiligen Geestes op dit teeken, uit de instelling of schikking der Apostelen alleen niet kan voortkomen, zoo moet hieruit noodzakelijk volgen , dat dit uitwendig werkdadig teeken van die inwendige genade een waar en eigenlijk gezegd Sacrament der nieuwe wet is, door niemand anders dan door Christus ingesteld.

ocr page 5

5

De zalving met den heiligen balsem, die Chrisma, welk woord zalving betee-kent, genoemd , en bij de oplegging der handen in de bediening van dit Sacrament gebruikt wordt, is ook door de HH. Vaders en Kerkvergaderingen aangednid.

Door de onderwijzing van dienzelfden Heiligen Geest, welke, naar de belofte van Jesus, aan de Kerk alle waarheid leert, heeft Zij aan de geloovigen van de nieuwe wet verzekerd, dat de handoplegging en de zalving geenszins eene enkele vervulling van de plechtigheden des doopsels, of slechts eene plechtige aanneming tot de gemeenschap der heiligen zijn, maar een wezenlijk en genade werkend Sacrament. Derhalve wordt het genoemd een Sacrament van Christus ingesteld, dat door den Bisschop aan de gedoopten wordt gegeven, in hetwelk door de handoplegging en de zalving met de heilige woorden genade en sterkte wordt medegedeeld . om het geloof standvastig te belijden. Üe getuigenis van onderscheide Vaders en Leeraars dei-Kerk, als ook de leer en tucht der Grieksche en andere Oostersche Kerken verzekeren ons daarenboven; dat het wezenlijke van dit heilige Sacrament

ocr page 6

6

door de Apostelen en hunne wettige opvolgers aan de geloovigen verkondigd en bediend is.

De bisschoppen zijn de eigenlijke bedienaars van hetzelve. Die het H. Vormsel ontvangen, moeten gedoopt en zuiver van alle doodzonden zijn. Die nog niet gevormd is, mag bij de bediening van dit Sacrament niet als peter of meter staan. Evenmin mag Vader of Moeder dit ambt bekleeden; de man mag van de vrouw noch de vrouw van de man peter of meter wezen. De peter of meter kan geen huwelijk aangaan met dengene, over wien hij of zij in het Vormsel als peter of meter gestaan heeft, noch ook met den vader of moeder van den gevormde.

De verplichtingen van zulk eenen peter of eene meter zijn overigens aan de verplichtingen der doopborgen gelijk.

De zalving geschiedt kruisgewijze op het voorhoofd van dengene, die gevormd wordt, om hem te doen gedenken, dat hij zich nimmer over het Evangelie schamen mag, maar de leer van Christus Jezus, al ware het ook met gevaar zijns levens, standvastig moet belijden, en als een Christen in het kruis zijns Heeren

ocr page 7

roemen: eindelijk geeft de Bisschop den gevormde eenen lichten kaakslag om hem indachtig te maken, dat hij , ter liefde van Christus, alle ongelijk geduldig moet verdragen.

Belofte des H. Geestes.

Toen de Apostelen ter gelegenheid van het afscheid van Jezus zeer bedroefd waren, dat zij eenen zoo liefderijken Leeraar, Vertrooster en Raadgever zouden verliezen, troostte Hij hen, doordat Hij hun beloofde, dat Hij hun eenen anderen even zoo wijzen, machtigen en goeden Leeraar, Vertrooster en Raadgever zoude zenden, die altoos bij hen zoude blijven, te weten, den H. Geest, die met den Vader en den Zoon maar een en dezelfde ware God is.

Joan. XIV : 16, 26 XV : 26.

De Heiland vernieuwde deze belofte nog voor het laatst, toen Hij hun op den veertigsten dag na zgne verrijzenis op den Olijiberg geleide, van waar Hij voor hunne oogen zichtbaar ten Hemel opklom. Hier gebood Hij hen ook, dat zij Jeruzalem niet zouden verlaten, voor dat zij den H. Geest zouden ontvangen

ocr page 8

8

hebben. Zij bleven dus ook, nadat zij volgens de vermaning der Engelen van den Olijfberg waren wedergekeerd, te Jerusalem in eene zaal met de Moeder van Jezus en met velen van deszelfs leerlingen . ten getale van omtrent honderd en twintig vergaderd, tot dat de belofte des Heilands vervuld was. In dien tussohentijd bereiden zij zich nader, tot het ontvangen van den H. Geest

Marc. XVI: 19 Luc. XXIV; 49. Hand. der ApOST. I ; 4.

Zending.

De belofte des Heilands omtrent de zending van den H. Geest, werd op Pinksterdag, tien dagen nade Hemelvaart, 's morgens omtrent negen uur op deze wijze vervuld: Er ontstond een geweldig gedruis in de lucht boven het vertrek in hetwelk de Apostelen met de overige leerlingen vergaderd waren , en er daalden vurige tongen af, die boven een ieder hunner bleven staan, en zij werden allen met den H. Geest vervuld, en begonnen Gods heerlijke daden in verschillende talen te verkondigen, gelijk de H. Geest het hun ingaf'.

Hand. der Apost. II.

ocr page 9

9

Mededeeling van den H. Geest door het Vormsel.

Zoo haast de Apostelen den H. Geest ontvangen hadden, maakte de H. Petrus in zijne eerste preek bekend, dat de H. Geest ook medegedeeld zoude worden aan al degenen die boetvaardigheid zouden doen en zich laten doopen in den naam van Jezus. Doet boetvaardigheid, zeide hij tot de nieawbekeerden, en laat u in den naam van Jezus tot vergiffenis dei-zonden doopen en gij zult ook de gave van den H. Geest ontvangen. Want deze belofte is aan u en aan uwe kinderen en aan allen, die nog ver af zijn, gedaan.

Hand. dek Ai'ost. II : 38, 39.

De H. Petrus legde in deze aanspraak nog niet uit, op welke wijze de H. Geest na het doopsel aan de geloovigen zoude medegedeeld worden, maar hij en de overige Apostelen toonden het eerlang door de daad zelve. Want toen de Apostelen te Jeruzalem geboord hadden, dat velen te Samariïi het geloof van Jezus Christus omhelsd hadden . zonden zij er Petrus en Johannes naar toe, om aan deze ongeloovigen den H, Geest mede te deelen. Nadat deze twee Apostelen te

ocr page 10

40

Samarië waren gekomen, en de geloovi-gen, welke van den Diaken Philippus waren gedoopt, vergaderd hadden, baden zij voor hen, opdat zij den H. Geest ontvangen mochten en legden hun de handen i p- en zij ontvingen den H. Geest.

Hand. dek Apost. VIII ; 17.

De H, Paulus deelde ook aan degenen , die in den naam van Jeznsgedoopt waren, den H Geest door oplegging zijner handen mede. Hand. her Ai'OSï. XIX : 6.

Wel is waar! in do Handelingen der Apostelen wordt geen uitdrukkelijk gewag gemaakt, dat de Apostelen bij deze mededeeling des H. Geestes eenige zalving bezigden, maar er is evenwel, gelijk de HU. Vaders en oude schrijvers getuigen , altoos van het begin der Kerk af eene zalving bij in gebruik geweest. Ook blijkt het uit de zending van Petrus en Johannes naar Samarië, om er aan de geloovigen den H. Geest mede te deelen, dat deze mededeeling des H. Geestes na het doopsel gewoonlrjker wijze enkel door de Bisschoppen kan geschieden, gelijk de onfeilbare Kerk ook leert. De mededeeling van den H. Geest, welke na het doopsel door oplegging der handen, zalving eu door

ocr page 11

n

het gebed des Bisschops geschiedt, wordt het Sacrament des Vormsels, of eenvoudig, het Vormsel genoemd, in de beteekenis van het woord vormsel, hetwelk iets te kennen geeft, waardoor iemand aangemoedigd en gesterkt wordt, om niet te bezwijken voor hetgeen wat hem tegenstaat Men heeft dit Sacrament dus genoemd, wijl wij door deze mede-deeling in het geloof en in alle goed bevestigd en gesterkt worden. Het Vormsel is dus dat Sacrament, door hetwelk ons, na het doopsel, de H. Geest wordt medegedeeld, om ons in het geloof en in alle good te bevestigen en te ver-I sterken.

Het Vormsel is een waarachtig Sacrament.

Het Vormsel is een waar Sacrament, wijl het alle kenteekenen bevat, die tot een waar Sacrament vereischt worden.

Welke kenteekenen worden hiertoe vereischt ?

Het uitwendige toeken in het Vormsel is de oplegging der handen, de zalving met Chrisma en het Gebed.

Dit uitwendige tueken heeft de kracht.

ocr page 12

12

om ons te heiligen, wijl de H. Geest waarlijk aan hen , die geen hinderpaal aan de genade stellen, wordt medegedeeld , gelijk niet alleen de H Schrift uitdrukkelijk betuigt maar ook door openbare mirakelen bewezen is.

De H. Schrift betuigt het met uitdrukkelijke woorden, als zij zegt, dat de gedoopten, op welke Petrus, Johannes en Paulns al biddende de handen legden , deu H. Geest ontvingen.

Hand. dek Apost. VII. XIX.

Het is door openbare mirakelen bewezen , dat de gevormden in het begin aanstonds nadat zij het Vormsel ontvangen hadden , verschillende talen konden opreken, die zij te voren niet geleerd hadden; waarom Simon de Toovenaar van de Apostelen de macht wilde koopen, om den H Geest door de oplegging der handen mede te deelen.

Hand. der Apost. VIII : 18, 19.

De onfeilbare Kerk leert ons, dat onze Zaligmaker dit Sacrament ingesteld heeft en het blijkt ook klaar genoeg, door dat de Apostelen den H. Geest aan de gedoopten door oplegging der handen werkelijk hebben medegedeeld, hetwelk zij niet zouden hebben kunnen doen,

ocr page 13

13

indien Christus er hun de macht niet toe gegeven had. De wonderlijke gaven, die in het begin door het Vormsel werden medegedeeld , om het geloof van Jezus Christus onder de Heidenen te verspreiden, hebben naderhand opgehouden , toen zij niet meer noudig waren.

il Cl COR. XIV ; 22.

De overige uitwerkselen des Vormsels zijn, volgens de leering der onfeilbare Kerk, thans nog dezelfde , welke er in het begin door werden medegedeeld. Deze zijn in het bijzonder de drie volgende :

EERSTE.

Het Vormsel deelt ons den H. Geest met de volheid zijner genade en gaven mede, waardoor wij, gelijk door de afdaling des H. Geestes over de Apostelen in de gedaante van vurige tongen betee-kund is , verlicht, gezuiverd , verwarmd en gesterkt worden. Volheid der gaven en genaden wil zeggen, dat wij door het Vormsel eene grootere maat, eenen grooteren rijkdom van genaden en gaven ontvangen, dan ons door het doopsel zijn medegedeeld Deze genaden en gaven zijn voornamelijk de vermeerdering van

ocr page 14

14

geloof, hoop en liefde; en de zeven gaven van den H. Geest zijn:

De geest of de gaven van wijsheid en verstand; van goeden raad en sterkte; van wetenschap en godvrnchtigheid; de Geest van de vreeze des Heeren Een ieder dezer zeven gaven wordt ook de Geest b. v des verstands genoemd, wijl zij uitwerkselen en gaven van den H. Geest zijn. Om de kostbaarheid dezer gaven eenigszins te beseffen, moeten wij rijpelijk overwegen, en goed trachten te vatten, wat door ieder verstaan wordt. Door de gave van wijsheid wordt de genade verstaan, om God, en hetgene wat tot God brengt voor nile andere dingen in de geheele wereld te stellen, en er volgens den Geest, hel grootste welbehagen in te vinden, of wat op hetzelfde uitkomt, de genade, om in al zijn doen en laten het beste te bedeelen, eu de beste middelen te gebruiken , om het bedoelde te bereiken. Door de gave des verstands verstaat men de genade, om de heilige verborgenheden van de Catholieke Godsdienst recht door het geloof te kennen. Door de gave van goeden raad wordt de genade verstaan, om in twijfelachtige gevallen datgene

ocr page 15

15

te kennen, wat tot meerdere eer Gods in ons zielenheil dienstig is Door de gave van sterkte verstaat men de genade, om zicb door geene vreeze en door geene moeite of zwarigheid te laten afschrikken, van datgene wat tot meerdere eere Gods verstrekt, en ons tot zielenheil noodzakelijk is Door de gave van wetenschap wordt de genade verstaan , om ons zelve , onze plichten, als ook de middelen en de wijze, waardoor en hoe wij onze plichten op eene aan God wel behagelijke wijze kunnen vervullen , recht te kennen. Door de gave van godvruchtigheid verstaat men de genade, om steeds een hart te hebben , dat door de liefde jegens God en deszelfs H. dienst genegen is en gedreven wordt. Door de gave van de vreeze des Heeren wordt de genade verstaan, niet alleen om de rechtvaardige straifen Gods, maar ook om het mishagen Gods meer dan alle andere dingen in de geheele wereld te vreezen. Indien het ons geheel en al aan de vreeze Gods ontbreekt, dan kunnen wij ook tot niets, wat waarlijk goed is, komen: De vreeze des Heeren is hot beginsel der wijsheid.

Ps. CX : 10.

ocr page 16

16

TWEEDE.

Het Vormsel verheft degenen , die door het doopsel do waardigheid verkregen hebben van kinderen der genade Gods te zijn, tot eene nog hoogere waardigheid , welk ieder Christen past, te weten , tot de waardigheid, dappere voorvechters voor de eer van God, en voor de zaligheid der door het Bloed van Jezus Christus verloste zielen te zijn, zoo veel als men ieder volgens zijnen staat en zijne omstandigheden zijn kan. De vijanden tegen welke de Christen , vooral de gevormde, te strijden heeft zijn: de Duivel, de Wereld en het Vleesch. Deze zijn drie veel vermogende vijanden, welke ons in het tijdelijke en eeuwige verderf storten, indien wij ons door dezelve tot de zonden , tot welke zij ons bekoren , laten verleiden. De gevaarlijkste zonden , tot welke zij ons bekoren, zijn die welke tegen het geloof begaan worden, en ons het ware geloof geheel en al, of ten minste het levendige geloof doen verliezen Want met het geloof gaan tevens de overige deugden , waarvan het geloof de grondslag is, en ook de wapens verloren , welke wjj van noode hebben, om

ocr page 17

17

kloekmoedig tegen de vijanden onzer zielen te strijden. I Petr. V : 8, 9. Ephes. VI : 16. I ïhess. : 8

Het is niet genoeg, dal wij alleen maar met het hart gelooven, om niet tegen het geloof te zondigen; maar wij moeten het ook somtijds met den mond, en altoos met die werken belijden, welke het ware geloof ons als even zoo vele plichten oplegt. De belijdenis des geloofs met woorden en werken kan den mensch dikwijls duur te slaan komen. Hij kan in gevallen raken , welke hij van te voren voorziet dat deze belijdenis hem van zijnen goeden naam, van have en goed, van zijne vrijheid, ja, ook zelfs van het lichamelijke leven zal berooven Zijt gij volkomen zeker, dat gij nimmer in dergelijk geval geraken zult ? Wat dunkt u, zoudt gij in dit geval geene groote kloekmoedigheid noodig hebben, om deze belijdenis af te leggen ? Er zijn ook nog andere gevallen , welke wel zoo gevaarlijk niet schijnen; maar in welke nochtans ten minste even zooveel moed en sterkte noodig is, om het geloof met woorden en werken te belijden. Zoodanige gevallen zijn, bijv. wanneer men onder lieden komt, die niet alleen het ongeluk hebben,

ocr page 18

18

buiten het ware geloof te leven, maar die ook zoo verblind en laag zijn, dat zij degenen , die het ware geloof belijden, en de deugden, welke dit geloof voorschrijft, vlijtig pogen te oefenen, als eenvoudigen , dommen , bijgeloovigen, enz , uitlachen en bespotten. Helaas! hoevelen wankelen en gaan in deze gevallen verloren, die in het midden van het gevaar, van hunne goederen, hunne vrijheid, ja zelfs van hun leven te verliezen , en de belijdenis van hun geloof met woorden en werken, standvastig zouden gebleven zijn! Laat den moed niet zinken , kinderen , wanneer gij van dergelijke gevallen hoort, in welke de standvastige belijdenis des geloofs zoo vele sterkte en dapperheid vereischt; want het Vormsel deelt ons de sterkte mede, welke wij in die gevallen noodig hebben, door de vermeerdering der drie Goddelijke deugden, en door de mede-deeling der zeven gaven van den H. Geest, van welke wij reeds gesproken hebben.

DEKDE.

Het Vormsel prent^in onze zielen een altijddurend merkteeken der hooge waar-

ocr page 19

19

digheid, waartoe het. ons verheft, gelijk gij in het onderwijs van de Sacramenten in het algemeen reeds gehoord hebt.

Plicht om het Vormsel te ontvangen.

Men kan duidelijk genoeg uit de heil-i rijke uitwerkselen des Vormsels afleiden, in hoe ver wij verplicht zijn te zorgen, dat wij het tijdig ontvangen Zou het niet eene groote ondankbaarheid jegens God, eene zeer strafschuldige onver-1 schilligheid omtrent Gods beste gaven, en eene verderfelijke zorgeloosheid omtrent zijne eigene zaligheid zijn, indien men door schuldige versmading verzuimde , een zoo heilig en genaderijk i Sacrament te ontvangen? Zou men zich daardoor ook niet aan zware zonden r schuldig maken ?

Noodige Voorbereiding.

Is het Vormsel een Sacrament der levenden of der dooden ? Een Sacrament der levenden. Al die dus dit Sacrament in staat van doodzonden zoude ontvangen, zou het zeer onwaardiglijk ontvangen, en er eene zware zonde door begaan. Zoo iemand dus het Vormsel ontvangen,

I

ocr page 20

20

en er geene zonden door begaan wil, dan moet hij in staat van genade Gods zijn, en wil hij aan de heilrijke uitwerkselen van dit Sacrament overvloediglijk deelachtig worden , dan moet hij zich ook van alle vrijwillige dagelijksche zonden pogen te zuiveren, en het met oprechte Godvruchtigheid des harten ontvangen. Wilt gij dan het Vormsel tot uw heil ontvangen ? Bereid er u dan van te voren behoorlijk toe. Dit is des te noodzakelijker, wijl het Vormsel maar eenmaal kan ontvangen worden, en bij gevolg het nadeel, wanneer het eens onwaar-diglijk ontvangen is, door een tweede ontvangen daarom niet kan vergoed worden, maar slechts door rouwmoedige boete om deszelfs genaden te verwerven.

Waarin de voorbereiding bestaat.

De verwijderde voorbereiding tot het Vormsel bestaat hierin: 1°. Dat men de voornaamste stukken des geloofs van te voren vlijtig leere 2°. Dat men door eene oprechte biecht, tot eene ware bekeering des harte trachte te komen, en zijne ziel van alle zonden te zuiveren. De nadere voorbereiding bestaat hierin ,

ocr page 21

21

dat men zijn best doe, om die godvruchtigheid in zijn hart te verwekken , waarmede het Vormsel moet ontvangen worden. Tot deze godvruchtigheid des harten behoort: 1°. Ken levendig geloof, dat ons de H. Geest door het Vormsel met de volheid zijner gaven wordt medegedeeld. 2°. Een hartelijk verlangen, om Hem te ontvangen. 3°. Wij moeten ons de genaderijke komst des H. Geestes tot ons en de inededeeling zijner onschatbare gaven onwaardig achten. 4°. Vertrouwen. Wij moeten er ons vastelijk op verlaten, dat Hij, als wij ons zoo goed als wij kunnen tot zijne komst bereiden, ondanks onze onwaardigheid tot ons zal komen en ons zijne gaven mededeelen. 5°. De liefde en bereidwilligheid ,om de ingevingen des H.Geestes te allen tijde getrouwelijk te volgen.

Hoe de nadere voorbereiding moet geschieden.

Het voorbeeld der HH. Apostelen kan ons ter onderrichting dienen, hoe de nadere voorbereiding moet geschieden. De Apostelen deden, om zich tot de komst van den H. Geest te bereiden,

ocr page 22

22

voornamelijk drie dingen. 1°. Zij verwijderden zich van alle uitwendige verstrooiingen. 2°. Zij oefenden zich in stille overdenkingen en godvruchtige gebeden. 3°. Zij namen ook vrijwillige verstervingen ter hulp en vervulden alles nauwkeurig, wat zij wisten, dat de Wil Gods was. Om dit voorbeeld der Apostelen na te volgen, vermijden wel onder-wezene en vrome Christenen, zoowel kinderen als volwassenen, eenigen tijd voor het Vormsel alle onnoodige uitwendige verstrooiingen , om des te beter de noodige uitwendige stilte te genieten, en minder verstrooid te zijn. De bezigheden , welke zij nog in deze dagen van voorbereiding te verrichten hebben, trachten zrj alle op zoodanige wijze te verrichten, dat zij een gedurig gebed tot God worden. Zij bidden ook daaronder inwendig of tevens met den mond recht vuriglijk, om den H. Geest en om de genade, het geloof en de overige deugden, die tot de godvruchtigheid des harten behooren, op te wekken. Zij overdenken in stilte, dat de H. Geest met de volheid zijner genaden tot hen zal komen; dat zij zijne genaden zoo zeer noodig hebben ; dat zij die wel onwaardig zijn, maar dat

ocr page 23

23

zij ze toch zeker van'den barmhartigheid Gods zullen ontvangen, en dat zij er den goeden God zeer groote dankbaarheid voor schuldig zijn en zoo werken zjj tot verwekking dezer deugden mede. Het getal der dagen, welke zij aan deze nadere voorbereiding toewijden, is onbepaald. Eenigen zoeken in dit getal der dagen de Apostelen te na te volgen, en bestemmen er daarom tien toe. Anderen verkregen er meer, anderen minder; doch geen godsdienstig christen, hij moge ook nog zooveel te doen hebben, zal verzuimen , zich ten minste den dag voor het Vormsel met alle vlijt eu allen ijver nader te bereiden. Al degenen, die zich dus voorbereiden, dragen ernstig zorg, dat zij zich den avond van te voren, of toch 's morgens, als zij zullen gevormd worden, door eene goede biecht van alle zonden meer en meer zuiveren. Velen vernieuwen ook voor het Vormsel uitdrukkelijk het doopverbond, wij) zij weten, dat ons de H. Geest door het Vormsel wordt medegedeeld, om het doopverbond te bekrachtigen. Velen blijven ook uit eerbied jegens dit Sacrament uuchteren, tot dat zij het ontvangen hebben, ofschoon zij hiertoe niet

ocr page 24

24

verplicht zijn. Degenen , die hnnne eerste H. Communie gedaan hebben : ontvangen ook gaarne het Allerheiligste Sacrament des Altaars, eer zij gevormd worden.

Hoe het Vormsel wordt uitgedeeld.

Het Vormsel wordt op de volgende wijze uitgedeeld; Nadat zich de Bisschop midden voor het Altaar geplaatst, zich tot degenen gekeerd heeft, die moeten gevormd worden, en eenige verzen heeft gezegd, strekt Hij zijne beiden handen over hen of tot hen uit, en bidt aldus:

Almachtige, eeuwige Grou! die ü ge-waardigd hebt, deze uwe dienaren door het water en den H. Geest, (in het doopsel) te doen herboren worden, en hun de vergiffenis van alle zonden gegeven hebt, zend uwen H. Geest den trooster met zijne zeven gaven van den Hemel over hen! Amen. (Dit antwoorden de dienaars.)

Den geest van wijsheid en verstand. Amen.

Den geest van goeden raad en sterkte. Amen.

Den geest van wetenschap en godvruchtigheid Amen.

ocr page 25

25

Vervul hen met den Geest uwer vreeze en teeken hen genadiglijk ten eeuwigen leven met het teeken des kruises van Jezus Christus. Door denzelfden Jezus Christus, onzen Heer enz. A.men.

Hierna zalft hij een ieder dergenen, die hij vormt, met bet heilig Chrisma op het voorhoofd De zalving geschiedt met den dnim der rechterhand, welker overige vingeren onder de zalving op het hoofd van den vormeling gelegd worden. De Bisschop zegt ondertusschen deze woorden: N... (Joseph of Maria) ik teeken u met het teeken des Heiligen kraises en bevestigt u met het Chrisma der zaligheid. In den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes, Amen.

Na deze zalving geeft de Bisschop eenen lichten kaakslag aan den gevormde, zegt: De vrede zij met u. Na allen gevormd en vervolgens gebeden te hebben, zegent hij hen

Uitlegging der uitwendige teekenen en Ceremoniën.

De oplegging der banden , benevens de zalving met het gebed, zijn het

ocr page 26

26

uitwendige teeken van het Vormsel, en moeten als het wezenlijke van dit Sacrament beschouwd worden. De wijze, waarop deze zalving geschiedt gelijk ook al het andere, wat nog bij het Vormsel plaats heeft, ziin Ceremoniën, waardoor gedeeltelijk de heilzame uitwerkselen van dit Sacrament, en gedeeltelijk ook de plichten der gevormden beteekend en op eene zinnelijke wijze voor oogen gesteld worden. lie oplegging der handen be-teekent, dat de H Geest aldaalt over hen , die gevormd worden, en dat Hij hen onder Zijne bijzondere bescherming neemt.

De zalving geschiedt, gelijk ik u reeds gezegd heb, met het heilig Chrisma. Dit wordt heilig genoemd, omdat het van den Bisschop door vele gebeden en zegeningen gewijd wordt. Het is een mengsel van olijfolie en balsem.

De zalving geschiedt met een mengsel van olie en balsem, om de menigvuldigheid en volheid der genaden te be-teekenen, welke door het Vormsel worden medegedeeld.

De olijfolie beteekent in het bijzonder de groote, geestelijke krachten, welke de gevormden verkrijgen. De balsem die

ocr page 27

27

zeer welriekend is, beteekent den plicht der gevortnden, om door goede werken •bij God en bij menscben eenen aange-namen geur te verspreiden, d. i. welbe-bagelijk te xijn. De zalving geschiedt op het voorhoofd en wel kruisgewijze, om te beteekenen , dat de gevormde noch door vreeze, noch door schaamte moet wederhouden worden, zijn geloof aan den voor ons gekruisten Zoon Gods, onzen Heer en Verlosser te belijden en Hem getrouwelijk na te volgen. De kleine kaakslag beteekent, dat hij die zijnen Verlosser getrouwelijk wil navolgen, ook bereid moet zijn, om zijnent Wil vervolging, hoon, smaad, of wat er overigens ook te lijden zij, met ootmoedigheid, liefde en geduldigheid dit alles weet te verdragen. De woorden: de vrede zrj met u, toonen, wgl zij den kaakslag vergezellen, dat de gevormde den ware vrede, welke alle verstand te boven gaat: d. i. welke onbegrijpelijk zoet en liefelijk is, dan alleen maar bekomen zal, wanneer hij bereidwillig is om met Christus en om Christus wil het onaangename en moeielijke, wat het Gode behaagt, hem te laten overkomen , naar het voorbeeld van Christus te lijden.

ocr page 28

28

De Bisschop geeft den gevormde op nieuw eenen naam, om te beteekenen, dat deze er door tot eene nieuwe waardigheid verheven wordt.

Bij het Vormsel wordt ook een Peet vereischt, welke even gelijk bij het doopsel den plicht op zich neemt, om voor de zaligheid van den gevormde te zorgen, zooveel hij kan en de omstandigheden het vereiscben. De vormpeet gaat ook met den gevormde, en deszelfs ouders eene geestelijke maagschap aan, welke een huwelijksbeletsel is.

Gedrag tij het ontvangen.

De kinderen, zoowel als de volwassenen , die de nadere voorbereiding tot het Vormsel hebben gebezigd, gelijk het behoort, naderen met groote ootmoedigheid en eerbied den Bisschop, om dit H. Sacrament te ontvangen; hunne ge-heele uitwendige houding legt deze inwendige ootmoedigheid en eerbiedigheid duidelijk aan den dag. Al moeten zij ook nog zoolang wachten, dringen zij niet met geweld onder de menigte naar voren, om des te eerder klaar te zjjn. Gedurende de oplegging der handen

ocr page 29

29

en H. zalving overwegen zij met ootmoedigheid en een liefdevol vertrouwen, dat hun de H. Geest met zijne zevenvoudige gaven, op eene wonderbare, geheel onbegrijpelijke wijze medegedeeld wordt. Aanstonds nadat zij het Vormsel ontvangen hebben, vestigen zij met een vast geloof, dat zij den H Geest ontvangen hebben, hunne geheele aandacht, met ootmoedigheid , vertrouwen en liefde op de tegenwoordigheid vau God den H. Geest in hunne zielen, en zij bidden 1°. den H. Geest als eenen en denzelfden waren Gud met den Vader en den Zoon aan; zij bedanken hem 2°. voor zijne genaderijke komst; zij nemen zich 3°. voor, de ingevingen van den H. Geest steeds getrouwelijk te volgen en zij bidden Hem 4°. om de noodige genade niet alleen voor zich zeiven, maar ook vooral voor diegenen , voor welke zij verplicht zijn te bidden. Deze godvruchtige oefening na het Vormsel pogen zij of geheel zonder, of met behulp van een goed gebedenboek eenigen tijd voort te zetten. Zij oordeelen , dat de dankbaarheid, voor eene zoo groote weldaad , vereischt, dat zii den geheelen dag, waarop zij het Vormsel ontvangen hebben, met bijzon-

ocr page 30

30

dere godvvnchtigheid moeten doorbrengen, en ook naderhand de plichten getrouwelijk moeten vervullen, welke dit Sacrament hun oplegt.

Plichten.

Deze plichten zijn voornamelijk de drie volgende:

1°. De zorgvuldige bewaring van de Gaven des H. Geestes De gevormde moot trachten deze te bewaren , door te waken, te bidden, en met vertrouwen op den bijstand van de genade des H. Geestes standvastiglijk te strijden, om zijn Doopverbond steeds getrouwelijk te verblijven. 2°. Eene bijzondere hoogachting omtrent zijne ziel en zijn lichaam als den levenden tempel Gods en des H. Geestes, tot welken wij op nieuw door het Vormsel ingewijd worden. 3° De standvastige ijver en vlijt om voor de eer van God en de zaligheid der zielen hoon, smaad, vervolging, ja, zelfs den dood, als het vereischt wordt, te lijdtn, en dit is vooral de plicht eens gevormden, wijl hij tot de waardigheid van eenen voorvechter des geloofs verheven is.

ocr page 31

31

G-ebed voor het ontvangen van het H Vormsel.

U God! die ons door uwe Apostelen hebt geleerd , dat wij, na in uwen naam gedoopt te zijn, de volheid van uwen Geest behoeven , oio door een heilig leven de heerlijke hoedanigheid van uwe kinderen te bewaren, vergun mij door uwe genade de volheid van den H. Geest, zuiver mijn hart van alle aardsche liefde, en verdoof in mij den geest der wereld . opdat de Geest der waarheid in mij nederdale. Gij hebt mij door het doopsel van de wereld afgetrokken, wijl de wereld ü niet kent, en zij eene vijandin van ü is. Maar mijn God, hoe zal mijn hart zich immer door Hem laten vervullen. Zal het, door het schijnschoon vau eene bekoorlijke wereld hetooverd, zich niet andermaal laten verleiden? O ja! dit zal het, tenzij het aangemoedigd en ondersteund worde door dien Geest van liefde en sterkte, die den geest van deze wereld tegenstaat en al hare bekoringen verijdelt; ik weet, dat ik u van ganscher harte moet beminnen, en de liefde dezer vvereldgeene overeenkomst met uwe liefde beeft; maar om mijn hart

ocr page 32

32

voor U alleen te offeren, behoort het door uwen geest vervuld te wezen; om deze vervulling bid ik u, opdat Gij hem nii) door het Saciament van het Vormsel verleent. Niet volgens de wereld, noch volgens het vleesch, noch volgens mijn eigen begrip, maar naar uwen heiligen Geest behoor ik te leven. Dit heb ik IT reeds bij mijn doopsel beloofd, torn ik nog onmachtig was, uwen heiligen naam te stamelen, na wil ik deze belofte nakomen; maar hoe zal ik zulks. Heer, daar ik uit mij zeiven geene genoegzame kracht bezit. Neen, zonder uwen Geest kan ik niets. Gij moet mij versterken, Heer, en dit znlt Gij ook, indien ik het Sacrament des Vormsels waardiglijk ontvang. Schenk mij derhalve, o God, de noodige gemoedsgesteltenis, om het waardiglijk te ontvangen. Dat uw Geest zich zeiven in mij eene plaats bereide, dat Hij mijn hart van alle besmetting der zonde zuivere: dat Hij mijne ziel naar Hem doe haken; dat Hij mij een ootmoedig gevoelen van mijne zwakheid, en een vurige begeerte tot sterkte en alle deugd vergunne; dat zijne inwendige en onzichtbare zalving mij ten eenenmale aan ü toeheilige, wanneer de Bisschop

ocr page 33

33

mijn voorhoofd met het heilig Chrisma zalft. Laat niet toe, mijn God! dat ik de zichtbare teekenen van uwe genade, gelijk de olie en den balsem ontvange zonder de genade , welke door deze uiterlijke dingen beteekend wordt. Geef, Heer, dat mijn voorhoofd, geteekend door het kruis des Heeren, zich nimmer over dit kruis van Christus schame; dat geen tegenspoed, noch bekommering de inwendige rust van mijn gemoed store, maar dat ik door uwen heiligen Geest versterkt, in uwen dienst en liefde steeds standvastig blijve. Amen.

amp;ebed na het ontvangen van het H. Vormsel.

Mijn Heer en God, door uwe barmhartigheid heb ik het Sacrament van het Vormsel ontvangen, wat zal ik ü voor zulk eene onverdiende weldaad wedergeven ? Hoe zal ik ü voor die uitmuntende gonst mijne schuldige dankbaarheid betoonen ? Ik zal ü loven, Heer, uit geheel mijn hart; ik zal uwe barmhartigheden verkondigen , ik zal mij in ü verblijden en verheugen, ik zal uwen naam verheerlijken, o Allerhoogste,

ocr page 34

34

en ik zal roemen in uwe genadige hulp, Heer, Gij, die mijne sterkte zijt, zie ik zal U liefhebben, en ter uwer eere zeggen: De Heer is mijn Steun, mijne Toevlucht en mijn Verlosser; mijn God is mijn Helper, ik zal op Hem hopen; Hij is mijn Beschermei-, Hij z-il mij de zaligheid schenken, door Hem zal ik onbesmet zijn, en mij voor alle boosheid hoeden Door ü, mijn God, zal ik van de bekoring bevrijd worden, ja indien Gij U waardigt, du uitwerkingen van dit heilig Sacrament in mij te bewaren, zal ik de vijanden mijner ziel overwinnen. Gij hebt mij onder uwe krijgsknechten aangenomen, en het merktueken van eenen krijgsheld van mijnen Zaligmaker heb ik heden van den Bisschop ontvan -gen, dat er dan ook nimmer een tijd of eene plaats zij, op welke ik mij niet gedrage als een vroom kampvechter van Jezus Christus; dat ik altijd en allerwege den goeden geur van een deugdzaam leven verspreide, en mijnen naaste steeds stichte Vergun mij dan, bid ik U, dat ik de nu ontvangene genade wel in acht neme en met dezelve ijverig medewerke, opdat zij steeds in mij vermeerderd worde pp ik hierdoor in de liefde gegrondvest,

ocr page 35

35

met alle heiligen mag kennen, de liefde van Christus, die alle kennis te boven gaat, om met alle volheid Gods vervuld te worden. Amen

Het Vormsel schenkt ons den Heiligen Geest, En al zijn genade, die 't harte geneest. Het reinigt en strekt tot Christelijke plicht, Geeft warmte aan 't hart en een goddelijk licht, Ten geestelijken strijd geeft het krachten en zin , En drukt ons een eeuwig gedenkteeken in.

Amen.

ocr page 36

ILITAISTIIE

TOT DEN J^EILIGEN pEEST.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm ü onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God Hemelsche Vader, ontferm ü onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld,

God Heiligen Geest,

H. Drievuldigheid, een God,

H. Geest, die van den Vader en den

Zoon voorkomt.

Geest der eeuwige waarheid, g

Geest van wijsheid en verstand , ^ Geest van raad en sterkte, g

Geest van de vrees des Heeren,

Geest van heiligmaking, ^

Geest van kracht, liefde en matig-§ heid, g

H Geest, door wiens ingeving dequot;'

Profeten gesproken hebben, H. Geest, die de Apostelen vervuld en in hun mond nwe woorden gesteld hebt,

ocr page 37

37

H. Geest, wiens zalving ons alle dingen

leert, ontferm U onzer.

H. Geest, die de dolende zondaren bekeert.

11. Geest, die uwe ware geloovigen

één van hart en ziol maakt, H. Geest, die uwen kinderen de ware

vrijheid verleent,

H. Geest, die de dubbelhartigen en

geveinsden ontvlucht,

H. Geest, die alleen ons Gods wet

kunt doen volbrengen , g

H. Geest, die zelf ook de gever van g;

het bidden zijt, g

H. Geest, die zelf in en voor ons door

onuitsprekelijke verzuchtingen bidt, ^ H. Geest, die onze harten van droef-g beid verlost, en ze met liefde, g blijdschap en vrede vervult, H. Geest, die ons geduld, goedertierenheid en gezondheid verleent. H. Geest, die onze zielen met zachtmoedigheid en zedigheid versiert, H. Geest, die ons de onthouding en

kuischheid verleent,

H. Geest, die de liefde Gods in onze

harten stort,

H. Geest, die in uwe geloovigen als in uwe tempels woont,

ocr page 38

;38

H. Geest, die in ons wonende, onze sterfelijke lichamen zult levend maken, ontferm ü onzer.

Wees genadig, spaar ons, Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle zonden, verlos ons. Heer. Van vermetelheid en wanhoop, Vau ongeloovigheid en hardnekkigheid tegen de bekende waarheid, Van alle bekoring en lagen des duivels.

Van afgekeerdheid, tweedracht gramschap en nijd tegen onzen naaste, Van alle onreinheid naar ziel en lichaam, -g

TT 1 , • ^

Van onboetvaardigheid en verstoktheid

des gemoeds, w

Van eiken geest, die aan U tegen-§ strijdig is, ?

Door uwe altijddurende voortkomst, ^ van den Vader en den Zoon, S Door uwe wonderbare werking, waar-door Christus in het lichaam der zuivere Maagd ontvangen is,

Door uwe nederdaling over Christus

ten tijde zijns Doopsels,

Door uwe nederdaling over de leerlingen van Christus,

In den dag des oordeels,

ocr page 39

39

Wij Zondaren , wij bidden ü, verhoor ons. Dat wij nooit de vleesclieliike neigingen involgen,

Dat Gij den Geest der gerechtigheid

in onze harten wilt vernieuwen, Dat Gij nooit ons wilt verlaten. Dat Gij ons wilt versterken om moedig het goede uit te werken, Dat wij C nooit bedroeven of U

wederstaan,

Dat wij altijd arm van geest mogen^. wezen,

Dat Gij ons de christelijke en heilige 5;

droefheid wilt leeren, ^

Dat Gij ons hongerig en dorstig naar 1=1

de rechtvaardigheid wilt maken, Dat Gij ons de zachtmoedigheid enquot; barmhartigheid tot alle menschen cc wilt instorten, gquot;

Dat wij den vrede met onzen naaste ^ zóó onderhouden, dat wij kinderen o Gods mogen genoemd worden, S Dat Gij ons zuiver van hart wilt maken,

opdat wij God mogen zien,

Dat wij de vervolging om de rechtvaardigheid als een bijzonder geluk achten,

Dat Gij ons tot het einde toe in het goede wilt bevestigen,

ocr page 40

40

Lam Gods. dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons, Heer Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, ontferm U onzer. Heer. Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Onze Vader, enz,

v. De genade van den H Geest. r. Verlichte onze zinnen en harten.

LATEN WIJ BIDDEN.

God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest hebt onderwezeni geef ons, dat wij in denzelfden Geest de ware wijsheid bezitten, en ons altijd over zijne vertroosting mogen verblijden. Door onzen Heer Jezus Christus, uwen Zoon. Amen.

ocr page 41

Wijze van de vernieuwing

DER

BELOFTEN DES DOOPSELS,

volgens de Nieuwe Statuten

VOOR HET

uitgesteld Alleibfiligste te doen vooral op de dagen waarop men de II. Communie ontvangt.

Aan uwe voeten nedergeknield, aanbiddelijke Vevlosser, wil ik op dezen schoonen dag den gelukkigen stond gedenken, waarop mij het H Doopsel werd toegediend. Bij het ontvangen van dat H. Sacrament heb ik mij verbonden, om het gelooi in éénen God in drie personen te belijden; om den duivel te verzaken ; om mij aan uwe heilige wet te onderwerpen: om de Heilige Katholieke ApostolischeRoom-sche Kerk als'mijne^Moeder te eeren, en ijverig, de middelen van zaligheid aan te wenden, welke zij alleen bezit. En

ocr page 42

42

Gij, mijn Godl Gij hebt mij de erfzonde vergeven; Gij hebt mijne ziel met uwe kostbaarste gaven verrijkt; Gij hebt mij onder het getal uwer kinderen en der erfgenamen van uw rijk aangenomen.

Verheven oogenblik! onschatbare gebeurtenis! De oneindig volmaakte, driewerf heilige God , sloot toen een verbond met mij, ellendig zondig schepsel. En Gij, dierbare Zaligmaker! waart daarvan de Middelaar; met uw eigen kostbaar Bloed werd het bezegeld, en tot eeuwig bewijs ontving mijne ziel een onnitwisch-baar teeken, dat in de uitverkorenen met onsterfelijken luister zal schitteren.— In het H. Doopsel is mij een nieuw leven ingestort; ik werd Christen , kind Gods, broeder van mijn' Verlosser, tempel van den H Geest, lidmaat der Kerk, erfgenaam Gods en mede-erfgenaam van Jesus Christus.

Groote God, welken dank zal ik U brengen? Loof, mijne ziel, den Heer, en al wat in mij is, zijn heiligen Naam; loof, mijne ziel, den Heer, en wil zjjne weldaden niet vergeten. Hetnelsche Geesten, vereenigt u met mij, om Hem de verschuldigde dankbaarheid te betuigen. Ach, ware ik altijd erkentelijk

ocr page 43

43

geweest, ten minste niet ondankbaar Met droefheid en schaamte zie ik thans op mijne vroegere levensjaren, waarin ik mij aan zooveel ongetrouwheden plichtig maakte. Ja, mijn God, menigmaal heb ik de beloften van mijn H. Doopsel geschonden, ik erken het, en ik vraag ü daarvoor ootmoedig vergeving Gevoed met het Brood der sterken , neem ik op dit oogenblik het besluit, voortaan meer getrouwheid te betoonen, en tegen den vijand mijner zaligheid dapperder den goeden strijd des geloofs te voeren. Het is in uwe tegenwoordigheid, o God! die in het Allerheiligste Sacrament desAltaars rust, in de tegenwoordigheid uwer heilige Moeder, de Onbevlekte Maagd Maria, van mijnen Engelbewaarder, van mijne H.H. Patronen en van geheel het hemel-scho Hot, dat ik de heilige verbindte-nissen bevestig, bekrachtig en vernieuw, die weleer in mijnen naam door Peter en Meter aan den voet des Altaars zijn aangegaan — Ik verzaak op nieuw den duivel. Heer, Gij alleen zijt mijn Koning, en U alleen zal ik dienen. Ik verzaak de ijdelheden des duivels: weg met de ijdelheden de valsche vermaken, de schijngoederen en de grondbeginselen der

ocr page 44

44

wereld, üwe genade, Heer, uwe liefde is mij genoeg Ti verzaak de werken des duivels, dat is, alle zonden: ik wil liever sterven , Heer, dan nog eens vrijwillig eere enkele zonden te bedrijven, üwe heilige wet zal voortaan de eenige regel van mijn gedrag zijn; met de bulp uwer genade, zal ik die nakomen, zonder bet oordeel der menscben te vreezen; ik zal mij nimmer, noch over D , noch over mijne moeder, uwe H. Kerk,schamen; ik zal er mijnen roem in stellen, ü te dienen en de H. Kerk te gehoorzamen. Zegen deze heilige voornemens, opdat ik ze tot mijnen dood getrouw blijve Amen.

Wijze, om de Allerheiligste Maagd tot Patrones te verkiezen.

Allerheiligste Maagd, Moeder van mijnen God, en ook mijne Moeder, Koningin van hemel en aarde, ik kom ü thans de hulde van eerbied, liefde en erkentelijkheid aanbieden. Vele, ontelbare gunsten heb ik sedert mijn H. Doopsel door uwe vermogende en barmhartige voorspraak van den goeden God verkregen. Met moederlijke bezorgd-

ocr page 45

45

heid hebt Gij mij steeds bewaakt en beschermd. Hoezeer ondervond ik nog in deze dagen van voorbereiding uwe krachtige hulp en bijstand. Lieve Moeder, wat ben ik vandaag een gelukkig kind, nu ik het dierbaar Lichaam en Bloed van uwen aanbiddelijken Zoon heb mogen ontvangen! En hoeveel hebt Gij daartoe bijgedragen! Wat zal ik U voor zoo vele weldaden wedergeven ? Gedoog, dat ik mij zei ven daarvoor aan ü geef, aan U toewijd. Ik verkies ü heden op eene geheel bijzondere wijze voor mijne Moeder, voor mijne Beschermster. Ik stel mijne ziel met al hare krachten, mijn lichaam met al zijne zintuigen onder uwe bescherming. Verwerf voor mij, dat ik mijne ziel en mijn lichaam in zuiverheid beware, opdat zij steeds het waardig verblijf mogen wezen van Hem, wien ik vandaag heb ontvangen. Bescherm mij in alle voorvallen des levens, zoo in voor- als in tegenspoed, en maak, dat ik getrouw blijve aan de beloften van mijn H. Doopsel. Zegen mij, o heilige Maagd, zegen uw kind op dezen schoonen dag, zegen mij al de dagen mijns levens, en bid voor mij vooral in het uur van mijnen dood. Amen.

ocr page 46

46

voomsTEi^Ensrs

voor gansch mijn leven.

1 Ik zal steeds een echt Christelijk leven leiden en mij al meer en meer in don godsdienst, die er de grondsteen van is, trachten te onderrichten.

2. Nooit zal ik mijne morgen- en avondgebeden achterlaten

3. Nooit zal ik des Zondags de H. Mis verzuimen.

4. Ik zal mijne ouders altijd eerbiedigen , beminnen, en hun in alles gehoorzamen en behulpzaam wezen.

5. Nooit zal ik met personen omgaan die vloeken of slechte taal voeren.

6. Ik zal de H. Maagd Maria als mijne beste moeder eeren en beminnen.

( Ik zal mijnen Paaschplicht volbrengen , en op gestelden tijd naderen tot de H. Sacramenten.

Dat zijn de goede voornemens die ik op dezen gelukkigen dag voor God en zijne Heiligen maak. Ik vertrouw ze de Onbevlekte Maagd Maria toe opdat zij ze gewaardig te bewaren, en mij helpe er getrouw aan te blijven.