De ïüercfdlijhv
VAN DEN
H. FRANCISCUS VAN ASSISIE,
Valgens ie nieuwe yg
ZIJNE HEILIGHEID PAUS LEO XIII.
ZEVENDE DRUK.
^INT f AULUSVEREENIOlnO â ^iASIH.CHT.
Ã]
iMi'KIMATLR
F. X. RUTTEN
ad hoc del.
Mos. Traj. 1 Dec. 1886.
AAN DEN LEZER.
Om te beantwoorden aan de godvruchtige en wijze inzichten van Z. H. Paus Leo XIII, wiens vurig verlangen het is, dat de Derde Orde van den H. Franeiscus van Assisië in bloei toename en .overal onder het Katholiek volk verspreid worde, heeft men gemeend, de Encycliek van den 17 September 1882, (*) die eene heerlijke schets van de geschiedenis der Derde Orde bevat, in een boekje van geringen omvang te moeten uitgeven, te zamen met de onlangs verschenen Constitutie, welke den regel van genoemde Orde in eenige punten verzacht, en hare aflaten en voorrechten bepaalt. Aan deze vertaling der beide Pauselijke stukken is een nieuw Ceremonieel van de Derde Orde toegevoegd, dat door de Congregatie der H. Kerkgebruiken bij besluit van den 18 Juni 1883 is goedgekeurd.
(v) De vertaling van deze Encykliek is met toestemming der Redactie van d: Katholiek uit dat verdienstelijk tijdschrift overgenomen.
ê n c y fa f i z amp;
VAN ONZEN HEILIGEN VADER
L,
EO XIII,
DOOR DE GODDELIJKE VOORZIENIGHEID PAUS, AAN ALLE PATRIARCHEN, PRIMATEN, AARTSBISSCHOPPEN EN BISSCHOPPEN DER KATHOLIEKE WERELD, DIE IN GUNST EN GEMEEN SCHAP ZIJN MET DEN AFOS-TOLISCIIEN STOEL.
'der-waarditje broeders, heil en apostoliscken zegen
Door een gelukkig voorrecht mag hel Chris) tenvolk binnen eene korte tijdsruimte de gedachj tenis van twee mannen herdenken, die tot df eeuwige belooning der heiligheid zijn opgeroe' pen ten hemel en een uitstekende schaar vai weds volgelingen, als telkens weder opgroeiende sprui* zich ten. â Want na het eeuwfeest ter gedachtenis vai het 1 Benedictus, den vader en wetgever der monni- nabij en in het Westen, biedt zich een niet ongelijk wooi elegenheid welhaast aan, om Franciscus vaiwitge ^.asisië. bij het eindigen der zevende eeuw na zijne Ão n eboorte, een openbare hulde te brengen. En wijftiste
meene dertie gesch: zulke schijn zich ( binne door lonwa voora zij dc gen t dat ( zal z onrec den den ding zal h ciscu de bi
5
meenen niet zonder grond, dat dit door een goedertieren leiding der goddelijke voorzienigheid Sis geschiedt. quot;Want door hun den geboortedag van ' zulke heilige vaders ter viering voor te stellen, vV schijnt God de menschen te willen vermanen, ; f v zich de zeer groote verdiensten dier heiligen te ;) ⢠binnen te brengen, en tevens in te zien, dat de ; v , door hen gestichte kloosterorden geenszins zoo onwaardig hadden aangerand moeten worden ,
vooral niet in die Staten, wier beschaving en roem | Ij zij door hun arbeid, hun geestesgaven, hun ijveri-gen toeleg verhoogd hebben. âWij vertrouwen, !| ! dat deze plechtige viering niet onvruchtbaar zal zijn voor het Christenvolk, hetwelk niet ten onrechte kloosterlingen altijd voor zijne vrienden placht te houden.- en derhalve, zooals het den naam van Benedictus met groote toewijding en dankbaar gemoed vereerd heeft, zoo zal het nu om strijd de gedachtenis van Fran-ciscus met feestelijke hulde en veelvuldige liefde betuigingen vernieuwen. En die lofwaardige wedstrijd van toewijding en vereering beperkt zich niet tot de streek, waar de heilige man het levenslicht zag, noch tot de landen in de nabijheid der plaats, die hij door zijne tegen-lijkf woordigheid eerwaardig maakte, maar is verre vaimiitgebreid tot alle gewesten der aarde, waar óf zijne lo naam van Franciscus vermaard werd óf zijne i wijftistellingen bloeien.
;r
tus, s-
tEEN
eqcn.
!hris« lach? ; d eroelt; vaij pru* vai
1 i
mni slijk
â
l
6
Dezen innigeu ijver voor eene uitstekend goede
saak keurt, voorwaar, niemand meer goed dan oin (
Wij: vooral dewijl Wij ons, van Onze jeugd af, te ^ gewoon gemaakt hebben Franciscus van Assisië
net bewondering er. bijzondere godsvrucht te toeie
rereeren, en Wij er groot opgaan in de Orde van
ier Franciscanen te zijn opgenomen, en Wij zora.
neer dan eens uit godsvrucht het heilige Alver- j),
lische gebergte met opgewekte blijdschap heb- Jezu
jen beklommen, waar het beeld van dezen zoo vloe
litstekenden man, op welke plaats we ook onei
len voet zetten. Ons voor den geest oprees, en zooz
iie eenzaamheid, zoo vol herinneringen. Onze ]iaar
siel in stille overpeinzing bevangen hield. â Doch gr {6
loe lofwaardig deze ijver is, daarin is geenszins sche
illes begrepen. Want zoo moet men denken over ^Yai
le eerbewijzingen, die den H. Franciscus gege- ijjkb
pen worden, dat zij dengene wien zij gelden, het gesc
neest welgevallig zullen zijn, indien zij vrucht- J^eei
jaar zijn voor hen welke ze brengen. Nu bestaat om
ie degelijke en onvergankelijke vrucht hierin, het
lat de menschen zich eenige gelijkenis verwer- tus
?en met hem, wiens uitstekende deugd zij bewon- toe^
leren, en dat zy zich toeleggen door zijne navol- krai
ring beter te worden. En wanneer zij dit met iu s
3-ods hulp ijverig ten uitvoer brengen, dan zal er, èn
voorzeker, een geschikt en zeer werkdadig genees- nu
niddel voor de tegenwoordige rampen gevonden __
lijn. â Wij willen U, Eerwaardige Broeders. (1
derhalve door dezen Briet toespreken, niet slechts om Onze godsvrucht jegens Franciscus openlijk te betuigen, maar ook om Uwe liefde op te wekken, opdat Gij even als Wij en met Ons U toelegt aan het welzijn der menschen door middel van die geneesmiddelen, wat Wij noemden, Uwe zorgen te wijden.
De Verlosser van het menschelijk geslacht, Jezus Christus, is de altijddurende en steeds vloeiende bron van alle goed, wat van Gods oneindige liefderijkheid tot ons komt, en wel zoozeer dat Hij die eenmaal de wereld verlostte, haar ook in alle eeuwen verlossen zal: Want er is geen andere naam onder den hemel den menschen gegeven ivaarin wij zalig moeten u-orden. (1) Wanneer het dus somtijds door de gebrekke-lijkheid der natuur of de schuld der menschen geschiedt, dat het menschelijk geslacht ter verkeerde zijde afwijkt, en een buitengewone hulp om vrij te komen schijnt te behoeven, dan is het dringend noodzakelijk aioh tot Jezus Christus te keeren, en dit voor de beste en zekerste toevlucht te houden. Immers Zijn' goddelijke kracht is zoo groot en vermag zooveel, dat zij in staat is èn om alle gevaren te verdrijven èn om alle rampen te genezen. En de genezing nu zal zeker zijn, indien het menschelijke ge-
m
(1) Hand. IV. 12.
Ui
Ji
oede dan i af, sisië t te Drde Wijj iver-lieb-200 ook , en )nze )och izins over ege-, het icht-itaat rin J iver-von-.vol-met ,1 er,: lees iden Iers,
8
slacht slechts tot de betrachting der christelijke wijsheid en tot de levensregelen des Evangelies wordt teruggebracht. Wanneer soms de rampen, die quot;Wij noemden, Ons overvallen, en zoodra de door Hem voorziene tijd van vertroosting tot rijpheid is gekomen, dan wekt God bijna aanstonds een man op, niet een gelijk vele anderen, maar een groot en buitengewoon man, dien Hij roept om het algemeen welzijn te herstellen. Doch dit gebeurde juist tegen het einde der twaalfde eeuw en iots later; de uitvoerder van dit groote werk was Franciscus.
Dat tijdperk evenzeer als de bijzondere aard zijner deugden en ondeugden is genoegzaam bekend. Diep en krachtig was het Katholieke ge-oof in de zielen gevestigd ; en schoon was het, dat zeer velen, in vurige godsvrucht ontbrand, ich naar Palestina begaven, besloten om te overwinnen of te sterven. Maar evenwel de losban-igheid had de volkszeden zeer veranderd: en iets was den menschen zoo noodzakelijk ais ie hernieuwing van den christelijken geest. â och de hoofdzaak der christelijke deugd is ene edele gesteltenis der ziel, die in staat is â¢m bezwaren en moeilijkheden te verdragen : en en zekere beeltenis er van wordt door het kruis oorgesteld, hetwelk zij, die Christus willen vol-en, op hun schouder moeten laden en dragen. In tot die gesteltenis behoort, dat de geest zich
9
aan tijdelijke zaken onttrekt, dat wij een streng bestier over ons zeiven uitoefenen, dat wij de tegenspoeden met gemak en gematiglieid doorstaan. Eindelijk is de liefde tot God en tot de naasten boven alle andere de meesteres en koningin der deugden ; en hare kracht is zoo groot, dut zij de lasten, welke met den plicht verbondeu zijn, zacht wegneemt, en de inspanningen, hoe groot ook, niet alleen dragelijk, maar zelfs aangenaam maakt.
In de twaalfde eeuw waren deze deugden blijkbaar zeer schaars, daar al te velen dwazelijk aan menschelijke belangen of aan de begeerte naar eer en rijkdom geheel verslaafd waren, of hun leven in weelde en genietingen doorbrachten. Een zeer groote macht was in de handen van weinigen, en hunne rijkdommen dienden bijna tot niets anders dan tot de onderdrukking eener rampzalige en verachte menigte ; en zelfs zij, die om hun levenstaat de overigen in toom hadden moeten houden, waren van dergelijke ondeugden niet vrij gebleven. En bij de vrij algemeene verflauwing der liefde waren er verschillende en dagelijks voorkomende rampzaligheden gevolgd ; de nijd, de ijverzucht, de haat ; en de gemoederen waren zoo verdeeld en tot vijandschap geneigd, dat de steden eener Mifde nabuurschap, elkander bij de minste oorzaak door den oorlog ton verderve brachten en de eene bur-
10
ger met den andere op or.mensehelijke wijze door het zwaard hunne twisten beslechtten.
In die eeuw viel de levenstijd van Franciscus. Evenwel heeft hij het met bewonderenswaardige standvastigheid, met even grooten eenvoud ondernomen om in woord en daad der verouderende wereld het echte beeld der christelijke volmaaktheid voor oogen te stellen.âWerkelijk, gelijk de groote vader Dominicus Gusman de onschendbaarheid der hemelsche leerlingen in denzelfden tijd verdedigde en de booze dwalin gen der ketters door het licht der Christelijke wijsheid verdreef, zoo heeft Franciscus, wiea God tot groote daden bewoog, dit verkregen, dat hij de Christenen tot de deugd opwekte en hem die langen tijd en ver waren afgeweken,|
dooi zijn ip
cisc
naa
ziel vrij
hei
(1) Matth. X 9â10. (2) Matth. XIX, 21. 1 zoc
!
o %i o i
tot de navolging van Christus bracht. Het isl ^6111 voorzeker niet toevallig geweest, dat deze uit- inen spraken uit het Evangelie den jongeling ter oore kwamen: Wilt noch goud, noch zilver, noch geld in uwe gordels hebben ; geen buidel op den teeg, noch twee kleederen, noch schoeisel, noch een staf. (1) En ; Zoo gij volmaakt ivilt zijn, ga, ver- ^re koop v:at gij hebt en geef het den armen ... en kom en volg mij (2) Hij legt dit uit alsof het tot hem met name gezegd is, en terstond doet hij afstand van alles, hij verandert van kleeding.
hij m
zelscl
die h
met
als c
Sede:
groot
graac
waar
voed;
niet
waar
dwat
spotl
had
aan?
11
door liij neemt de armoede tof begeleidster eu ge-izelschap voor geheel zijn leveu, en hij wilt, dat die hoogste voorschriften der deugden, die hij met verheven en moedigen zin omhelsd had, als de grondslagen zijner Orde zouden zijn. Sedert dien tijd gaat hij, te midden van de zoo groote weekelijkheid en de in den hoogsten graad verfijnde kiesheid zijner eeuw, met verin del waarloosde en ruwe kleeding; vraagt hij zijn ! voedsel van deur tot deur; en verdraagt hij niet zoo zeer, maar neemt hij met bewonderenswaardige gretigheid de spotternijen van het verquot; dwaasde volk voor zich op, en wel van zulke spotternijen, als voor de bitterste doorgaan. Hij had immers de dwaasheid van Christus' Kruis aangenomen en als de volstrekte wijsheid leeren kennen ; en toen hij tot in de verheven geheimen van dat Kruis door hooger begrip was doorgedrongen, zag en oordeelde hij, dat hij zijn roem nergens beter vestigen kon. â Tegelijk met de liefde tot het Kruis vervulde Fran-ciscus' gemoed eene vurige liefde, die hem aan-
ISCUS.
rdige i on-cmde-elijke elijk
. en het doet
'ing'
naam uit ganscher harte op zich te nemen, en zich hiervoor zelfs aan blijkbaar doodsgevaar vrijwillig prijs t^ geven. Met die liefde omvatte hij alle menschen; maar veel dierbaarder waren hem de behoeftigen en de meest verachten ; zoozeer dat men hem zijn welbehagen zag heb-
12
ben vooral in hen die ieder ander g' woon was te vluchten of met trotsche afkeerigheid te behandelen. En aldus heeft hij zich uitstekend verdienstelijk gemaakt voor het in siand houden van dien broederband, -welken Christus de Heer herstelde en voltooide, zoodat Hij uit geheel het menschelijk geslacht als één gezin maakte, dat onder het gebied van God, den éénen vader van allen, gesteld is.
Door de hulp dus van zoovele deugden en vooral door deze strengheid van leven, poogde die geheel levensreine man het beeld van Jezus Christus, voor zooveel hij kon, in zich zelf over te brengen. Doch het bestier der goddelijke voorzienigheid ziet men ook hier uitschitteren, dat hij in het uitwendige eenige zijden van bijzondere gelijkenis met den goddelijken Verlosser gehad heeft. â Zoo gebeurde het met Franoiscus, naar het voorbeeld van Jezus, dat hij in een stal geboren werd, en als sprakeloos kind zulk een legerstede had als eens Christus zelf, namelijk de aarde met stroo bedekt. En toen, zooals verhaald wordt, is de gelijkenis voltooid door Engelenkoren, die in de hoogte blijde rondzweefden, en met hun liefelijk maatgezang de lucht vervulden. Evenzoo voegde hij er zich, gelijk Christus het met de Apostelen deed, eenige uitverkoren leerlingen toe, om hun de verschillende landstreken te laten doortrekken, als boodschappers
13
van den c'jristelijken vrede en van de eeuwige zaligheid. A.llerarmst, beleedigd, bespot, door de zijnen ver vorpen, heeft hij ook daarin het beeld van Christus teruggegeven, dat hij zelfs niet het geringste als eigendom wilde bezitten om er zijn hoofd op neêr te leggen. Het laatste kenmerk van gelijkenis werd er aan toegevoegd, toen hij op de kruin van den berg Alverna, als op zijn Calvarië, tot een voorbeeld gesteld werd, zooals er tot dien tijd nog geen gezien was, en de heilige wonden door de goddelijke macht in zijn lichaam uitgedrukt werden, en hij als gekruisigd is. â Wij herinneren hier aan een gebeurtenis niet minder verheven om haar wonderdadig karakter dan beroemd door de lofprijzing der eeuwen. Want toen hij eens in een vurige overdenking van Christus' smarten verzonken was en dezer allergrootste bitterheid in zich opnam en zich als een dorstige er aan laafde, vertoonde zich onverziens een Engel, die van den hemel afdaalde; tengevolge van een geheime kracht, die plotseling van dezen uitstraalde, gevoelde Franciscus zijne handen en voeten als met nagelen doorboren en evenzeer zijne zijde als met eene scherpe lans wonden. Hierdoor ontving hij een bovenmatigen liefdegloed in zijne ziel, in zijn lichaam droeg hij voor het vervolg de levende en duidelijke afbeelding der wonden van Jezus Christus.
14
Deze wondervolle gebeurtenissen, eerder waardig om in de taal der engelen dan in die der menschen verheerlijkt te worden, toonen genoegzaam, welk een groot man, en hoe waardig hij was, dat God hem bestemde om zijne tijdgenooten tot christelijke zeden terug te roepen. Immers, bij de kerk van den H. Damianus hoorde Franciscus eene bovennatuurlijke stem: Ga,! steun mijn wankelend huis. En niet minder won-) derbaar is de verschijning, die God aan Inno-centius III gaf, toen deze meende Franciscus te zien, die met zijne schouders de wankelende muren der Lateraansche Basiliek schraagde. De kracht en beteekenis dezer wonderen fs duidelijk: 11611 er werd namelijk te kennen gegeven, dat Franciscus in dat tijdperk geen geringe hulp en steun voor de christelijke maatschappij wezen zou. Inderdaad, hij talmde niet om zich aan het werk te zetten. De twaalf, die zich eerst onder zijne leiding geplaatst hadden, waren gelijk aan een klein zaadje, dat men spoedig onder den zegen van God en de bescherming van den Opperpriester tot een zeer overvloedigen oogst zag opgroeien. Nadat deze alzoo op heilige wijze gevormd waren naar het voorbeeld van Christus, wijst hij hun verschillende streken van Italië en Europa aan om er het Evangelie te prediken, terwijl enkelen onder hen last ontvangen tot Afrika door te dringen. Zij dralen niet; hoe arm, ongeleerd, onbeschaafd
15
igeu zij het voor het volk op te treden; op cinen en in straten beginnen zij zonder spreek-atoelte en zonder praal van woorden de men-hen te vermanen tot versmading van de ver-inkelijke dingen en tot de gedachte aan het ekomstige leven. Een verwonderlijk rijke vrucht oorde eloonde den arbeid van deze schijnbaar zoo tongeschikte werklieden. Want bij scharen stroomt won- pen menigte van volk tot hen samen, begeerig m hen te hooren; alsdan beweenen zij met be-ouw hunne zonden, vergeten geleden onrecht, n keeren door het bijleggen hunner geschillen ot gevoelens van vrede terug, 't Is ongelooflijk net welk een zielsdrift en vervoering bijna, de nenigte tot Franciscus getrokken werd. Men olgde hera in dichte scharen, werwaarts hij leenging, en niet zelden smeekten hem uit steden, lit volrijker plaatsen alle burgers zonder on-lerscheid, dat hij hen plechtig onder zijn regel zou opnemen. Daardoor is de heilige er toe gebracht het genootschap van de Derde Orde in te stellen, dat eiken stand van menschen, eiken leeftijd, beiderlei geslacht moest opnemen zonder de banden van het gezin en van de huiselijke zaken te verbreken. Want met wijze roorzichtigheid schreef hij aan die orde niet zoozeer eigen wetten voor, maar de verorde-Zij 11 ningen zelve van de wetten des Evangelies, die
waar-3 der a ge-waarzijne epen.
Inno-
iiscus lende . De 'lijk; ncis-voor ider-c te djne een van iater ien, iren rer-i er der
14
Deze wondervolle gebeurtenissen, eerder waardig om in de taal der engelen dan in die der menschen verheerlijkt te worden, toonen genoegzaam, welk een groot man, en hoe waardig hij was, dat God hem bestemde om zijne tijdgenooten tot christelijke zeden terug te roepen. Immers, bij de kerk van den H. Damianus hoorde Franciscus eene bovennatuurlijke stem: Ga. steun mijn wankelend huis. En niet minder wonderbaar is de verschijning, die God aan Tnno-centius III gaf, toen deze meende Franciscus te zien, die met zijne schouders de wankelende muren der Lateraansche Basiliek schraagde. De kracht en beteekenis dezer wonderen is duidelijk ;i er werd namelijk te kennen gegeven, dat Franciscus in dat tijdperk geen geringe hulp en steun voor de christelijke maatschappij wezen zou. Inderdaad, hij talmde niet om zich aan het werk te zetten. De twaalf, die zich eerst onder zijne leiding geplaatst hadden, waren gelijk aan een klein zaadje, dat men spoedig onder den zegen van God en de bescherming van den Opperpriester tot een zeer overvloedigen oogst zag opgroeien. Nadat deze alzoo op heilige wijze gevormd waren naar het voorbeeld van Christus, wijst hij hun verschillende streken van Italië en Europa aan om er het Evangelie te prediken, terwijl enkelen onder hen last ontvangen tot Afrika door te dringen. Zij dralen niet; hoe arm, ongeleerd, onbeschaafd
15
vageu zij het voor het volk op te treden; op [leinen en in straten beginnen zij zonder spreekgestoelte en zonder praal van woorden de mensehen te vermanen tot versmading van de ver-
Igankelijke dingen en tot de gedachte aan het toekomstige leven. Een verwonderlijk rijke vrucht beloonde den arbeid van deze schijnbaar zoo ongeschikte werklieden. Want bij scharen stroomt jen menigte van volk tot hen samen, begeerig jm hen te hoeren; alsdan beweenen zij met berouw hunne zonden, vergeten geleden onrecht, m keeren door het bijleggen hunner geschillen tot gevoelens van vrede terug, 't Is ongelooflijk met welk een zielsdrift en vervoering bijna, de menigte tot Franciscus getrokken werd. Men volgde hem in dichte scharen, werwaarts hij heenging, en niet zelden smeekten hem uit steden, uit volrijker plaatsen alle burgers zonder onderscheid, dat hij hen plechtig onder zijn regel zou opnemen. Daardoor is de heilige er toe gebracht het genootschap van degankelijke dingen en tot de gedachte aan het toekomstige leven. Een verwonderlijk rijke vrucht beloonde den arbeid van deze schijnbaar zoo ongeschikte werklieden. Want bij scharen stroomt jen menigte van volk tot hen samen, begeerig jm hen te hoeren; alsdan beweenen zij met berouw hunne zonden, vergeten geleden onrecht, m keeren door het bijleggen hunner geschillen tot gevoelens van vrede terug, 't Is ongelooflijk met welk een zielsdrift en vervoering bijna, de menigte tot Franciscus getrokken werd. Men volgde hem in dichte scharen, werwaarts hij heenging, en niet zelden smeekten hem uit steden, uit volrijker plaatsen alle burgers zonder onderscheid, dat hij hen plechtig onder zijn regel zou opnemen. Daardoor is de heilige er toe gebracht het genootschap van de Derde Orde in te stellen, dat eiken stand van menschen, eiken leeftijd, beiderlei geslacht moest opnemen zonder de banden van het gezin en van de huiselijke zaken te verbreken. Want met wijze voorzichtigheid schreef hij aan die orde niet zoozeer eigen wetten voor, maar de verordeningen zelve van de wetten des Evangelies, die aan geen Christen al te zwaar kunnen voor-
16
komen. Namelijk: aau de geboden van God en van de Kerk te gehoorzamen, partijschappen er twisten te verbannen, niets van het eigendon eens anderen weg te nemen, de wapenen nie: op te vatten, tenzij voor godsdienst en vaderland, jn leefwijze en kleeding voegzame maat te houden, de weelde te vluchten, de gevaarlijke aanlokselen van den dans en van de schouwspel-kunst te vermijden.
Het is gemakkelijk te begrijpen, dat er zeer groote voordeelen moesten voortvloeien uit zulk eene instelling, die niet alleen heilzaam was ii zich zelve, maar ook en voornamelijk uitnemend geschikt voor dien woeligen tijd. â Deze ge. schiktheid wordt niet alleen genoegzaam gestaafd door de genootschappen van denzelfden aard, die uit de Dominikaner en uit andere orden ontstonden, maar wordt ook door de uitkomst zelve bevestigd. Inderdaad, alom haastten de men-schen zich, van de laagsten tot de hoogsten, met vurig verlangen en de hoogste zielsbegeerte in de orde van Franciacus te treden. De eersten, die deze onderscheiding begeerden, waren Lo-dewijk IX, Koning van Frankrijk, en Elisabeth, de Hongaarsche Koningsdochter; hen volgden in den loop der tijden vele Pausen, Kardinalen, Bisschoppen, Koningen en Vorsten, die allen de ordeteekenen van Franciscus niet onvereenig-baar achtten met hunne waardigheid. â De leden
17
vau de Derde Orde toonden evenveel vroomheid als moed in het verdedigen van den Katholieken godsdienst, en al hebben zij zich door die deugden veel haat berokkend van den kant der boozen, aan de goedkeuring van de wijzen en goeden, welke ten hoogste eervol en alleen begee-renswaardig is, heeft het hun nooit ontbroken. Ja, onze Voorganger Gregorius IX zelf heeft hen openlijk met hun geloof en moed sreluk gewenscht en niet geaarzeld hen door zijn gezag te verdedigen en hun den eerenaam van strijders voor Christus, van andere Macltabeeën toe te kennen. â En die lof was niet in strijd met de waarheid. Want er lag een krachtig hulpmiddel voor het heil der maatschappij in die Orde, welker leden de deugden en voorschriften van hun stichter voor oogen hielden en zich naar vermogen beijverden de christelijke deugd met nieuwen luister in de maatschappij te doen herleven. Ongetwijfeld zijn dikwerf door hun tusschenkomst oa voorbeelden de oneenigheden van partijschappen uitgedoofd of tot bedaren gebracht, zijn de wapenen aan de hand van woestaards ontrukt, zijn de oorzaken van gedingen en twisten weggenomen, heeft de armoede en de verlatenheid leniging gevonden, is de losbandigheid beteugeld die de fortuinen verslindt en het werktuig is des verderfs. Daarom ontspruiten aan de Derde Orde van Franciscus, als aan hun stam huiselijke
2
18
vrede en openbare rust, reinheid van zedeu eu zachtmoedigheid, behoorlijk gebruik en beveiliging van den eigendom, welke de Jiechtste steunpilaren zijn van beschaving en welvaart, en het behoud van deze voorrechten heeft Europa voor een groot gedeelte aan Franciscus te danken.
Meer echter dan een der overige volkeren heeft Italië aan Franciscus te danken, dat het voornaamste tooneel zijner deugden is geweest, en evenzoo zijne weldaden het meest ondervonden heeft. â Eu wel in een tijd, waarin velea zich dikwerf beijverden om anderen onrecht aan te doen, bood hij steeds de hand aan den bedrukte en gevallene; rijk te midden der uiterste armoede, hield hij nimmer op de nooddruft van anderen te lenigen zonder aan de zijne te denken. Zoet liet de jeugdige taal zijns vaderlands haar eerste klanken nit zijn mond hooren: de vervoering zijner liefde en zijner poëzij tevens stortte hij uit in lofzangen, die bestemd waren om door het volk van buiten geleerd te worden, en die de bewondering niet onwaardig gekeurd zijn door de letterkundigen van het nageslacht. Bij de gedachte aan Franciscus heeft zekere aanblazing en meer dan menschulijke bezieling den geest onzer landgenooten ontvonkt, en wel zoo dat de pogingen der groote kunstenaars gewedijverd hebben om de gebeurtenissen zijns levens in schildering, of in steen, of iu
19
metaal af te beelden. In Franciscus vond Ali-ghieri een dichtstof, die hij in even verheven als welluidende verzen kon bezingen; aan zijn leven ontleenden Cimabue en Gietto tafereelen, die zij in de kleurtinten van Parrhasius onsterfelijk maakten; aan hem dankten beroemde bouwkunstenaars de ideeën, die zij in groot-sche bouwwerken uitdrukten zoowel bij het graf van dezen allerarmsten heilige, als bij de kerk van Maria der Engelen, die van zoovele en groote mirakelen getuige was. Naar deze heiligdommen plegen talrijke scharen van alle kanten heen te trekken, teneinde den vader der armen van Assisië te vereeren, wien de gaven der goddelijke goedheid even ruim en overvloedig stroomden als hij zich zeiven volslagen van tijdelijke bezittingen ontdaan had.
Derhalve is blijkbaar van dezen éënen man een macht van weldaden aan de Christelijke en aan de burgerlijke maatschappij toegevloeid. Doch omdat zijne gezindheid in volheid en bij uitstek christelijk is en op wonderbare wijze voor alle plaatsen en tijden voegt, kan niemand het betwijfelen, dat de instellingen van Franciscus in deze onze eeuw grootelijks voordeelig zullen zijn. Des te meer, dewijl de gesteltenis van onzen tijd om vele redenen die van zijnen tijd schijnt nabij te komen. â Gelijk in de twaalfde eeuw is eyenzoo nu de liefde niet weinig verkoeld, is
20
er hetzij door ouwetendheid, hetzij door ver- den 1 waarloozing niet weinig stoornis in de vervulling Broei der christelijke plichten. Met gelijke geestesrich- niet ting en met gelijke inspanning brengen zeer de in velen hun leven door in het streven naar tijdelijk in hf voordeel en in het begeerig najagen van genot, bloei Overgegeven aan alle weelderigheid, verkwistenden d^ zij wat zij bezitten, verlangen zij naar het eigendom lofwE van anderen; in naam verheffen zij de onder- bege( linge broederschap der menschen; hun woord den evenwel spreekt meer van broederlijke liefde zijne dan hunne daden ; want zij worden door eigen- men liefde gedreven, en die echte liefde jegens de minderen en de armen vermindert bij den dag. â In den tijd van Franciscus had de veelvoudige dwaling der Albigensen, door het oproer tegen de macht der Kerk aan te stoken, tegelijk den Staat in verwarring gebracht, en den weg tot een zeker Socialismus gebaand. En thans den zijn evenzoo de begunstigers en verspreiders dron van het Naturalismus toegenomen, welke hard- aan nekkig loochenen, dat men aan de Kerk onder- ïgehc danig moet zijn, en geleidelijk en trapsgewijze den verder voortgaande, zelfs de burgerlijke macht niet ontzien, het geweld en volksoproeren goedkeuren, het eigendomsrecht aanranden, de harts-tochten der volksheffe vleien, de grondslagen der huiselijke en der openbare orde verzwakken.
Bij deze zoo talrijke en zoo groote rampspoe-
last derli schei de \ van zij r
werl
gege
uit
vaai de f maa
21
I . . li
ver-|den kan er derhalve, zooals Gij, Eerwaardige ij
ullinglBroeders, duidelijk inziet, rederlijkewijze een ' srich- niet zwakke hoop op hulp gebouwd worden op
zeerjde instellingen van Franciscus, wanneer zij maar | delijk; in haar vorigen staat hersteld worden. âWant ;enot. bloeiden zij, dan zou ook gereedelijk het geloof dsteu en de godsvrucht en al wat voor den Christen ndom j lofwaardig is bloeien, dan zou de overmatige nder- begeerte naar vergankelijke zaken geknakt wor-roord den en men zou er geen afkeer van hebben,
liefde zijne hartstochten uit kracht van deugd te tem-igeu- men, wat voor velen als de zwaarste en hartelijkste last geldt. Door de banden eener waarlijk broederlijke eendracht verbonden, zouden de men-Ivou- jschen elkander onderling liefhebben, en aan proer :de behoeftigen en ongelukkigen, als dragers gelijk van Christus' beeld, den eerbied bewijzen, waar weg jzij recht op hebben. â Buitendien, zij die van thans den christelijken godsdienst innig zijn door-iders drongen, zijn met zekerheid overtuigd, dat men lard- aan het wettig gezag uit bewustzijn van plicht ider- gehoorzamen, en niemands rechten in iets schen-ivijze den moet; en zulk een zielsgesteltenis is het iacht Iwerkdadigste middel om al wat onder het aan-;oed- I gegeven opzicht verkeerd is, met wortel en tak arts- uit te roeien: de gewelddadigheid, de onrecht-agen Jvaaardigheden, de begeerte naar omwentelingen, de afgunst tusschen de verschillende standen der maatschappij : alles tevens oorzaken en wape-
20
er hetzij door onwetendheid, hetzij door ver-iden ke
Broedi niet z'
waarloozing niet weinig stoornis in de vervulling der christelijke plichten. Met gelijke geestesrich'
ting en met gelijke inspanning brengen zeer de ins velen hun leven door in het streven naar tijdelijk in ha: voordeel en in het begeerig najagen van genot, Overgegeven aan alle weelderigheid, verkwisten zij wat zij bezitten, verlangen zij naar het eigendom van anderen; in naam verheffen zij de onder- begeei linge broederschap der menschen; hun woord den e evenwel spreekt meer van broederlijke liefde zijne dan hunne daden ; want zij worden door eigen- men,1 liefde gedreven, en die echte liefde jegens de last g
bloeid en de dofwai
derlijl jschen de bi
gehoc den werk gege' uit t
minderen en de armen vermindert bij den dag. â In den tijd van Franciscus had de veelvoudige dwaling der Albigensen, door het oproer tegen de macht der Kerk aan te stoken, tegelijk van ( den Staat in verwarring gebracht, en den weg zij re tot een zeker Socialismus gebaand. En thans den zijn evenzoo de begunstigers en verspreiders dronj van het Naturalismus toegenomen, welke hard- aan l
nekkig loochenen, dat men aan de Kerk onderdanig moet zijn, en geleidelijk en trapsgewijze verder voortgaande, zelfs de burgerlijke macht niet ontzien, het geweld en volksoproeren goedkeuren, het eigendomsrecht aanranden, de hartstochten der volksheffe vleien, de grondslagen vaaa der huiselijke en der openbare orde verzwakken. ; de a Bij deze zoo talrijke en zoo groote rampspoe- ^ maal
21
den kan er derhalve, zooals Gij, Eerwaardige Broeders, duidelijk inziet, rederlijkewijze een ricli-niet zwakke hoop op hulp gebouwd worden op zeer de instellingen van Franciscus, wanneer zij maar ij: lelijk in haar vorigen staat hersteld worden. â-Want bloeiden zij, dan zou ook gereedelijk het geloof en de godsvrucht en al wat voor den Christen «lofwaardig is bloeien, dan zou de overmatige ider- begeerte naar vergankelijke zaken geknakt wor-oord den en men zou er geen afkeer van hebben,
ver-illin»
enot. isteu idom
efde zijne hartstochten uit kracht van deugd te tem-gen- men, wat voor velen als de zwaarste en hartelijkste s de last geldt. Door de banden eener waarlijk broe-dag. derlijke eendracht verbonden, zouden de men-vou- jschen elkander onderling liefhebben, en aan roer de behoeftigen en ongelukkigen, als dragers elijk van Christus' beeld, den eerbied bewijzen, waar weg zij recht op hebben. â Buitendien, zij die van lans den christelijken godsdienst innig zijn dooriers drongen, zijn met zekerheid overtuigd, dat men ird- aan het wettig gezag uit bewustzijn van plicht gehoorzamen, en niemands rechten in iets schenden moet; en zulk een zielsgesteltenis is het werkdadigste middel om al wat onder het aangegeven opzicht verkeerd is, met wortel en tak uit te roeien: de gewelddadigheid, de onrecht-vaaardigheden, de begeerte naar omwentelingen, R| de afgunst tusschen de verschillende standen der
ier-ij ze icbt )ed-rts-gen :en.
loe- j maatschappij : alles tevens oorzaken en wape-
22
neu van het Socialismus. âEindelijk zal ook het vraagstuk, waaraan de staathuishoudkundigen zooveel arbeid ten koste leggen, over de ver- te zi houding tusschen rijken en armen, zeer goed is, d opgelost zijn, wanneer het vaststaat en met overtuiging is aangenomen, dat de armoede hare eerwaardigheid heeft, dat de rijke barm- vesti hartig en mild, de arme met zijn staat en door den: zijn arbeid tevreden moet zijn, en dat, daar verw geen van beiden voor deze veranderlijke goede- Drai ren geboren is, de eene door geduld, de andere meei door mildheid naar den hemel moet opgaan.
Om deze redenen is het sedert lang Ons vurig verlangen, dat ieder zich naar best vermogen op de navolging van Franciscus van Assisië toe-legge. â Zooals Wij derhalve steeds te voren aan de Derde Orde der Franciscanen een bijzondere belangstelling hebben gewijd, zoo maken Wij ook nu, nadat Wij door Gods allerhoogste goedheid tot de uitoefening van het Opperherderschap geroepen werden, van de geschikte gelegenheid gebruik, en vermanen Wij de Christenen, toch niet natelaten om zich bij deze heilige krijgsschaar van Jezus Christus te doen opnemen. Op verscheidene plaatsen worden er zeer velen van beider geslacht geteld, die reeds met blijden moed de voetstappen van den Sera-fijnschen Vader drukken. Hun ijver prijzen Wij en keuren Wij goed, doch zóó dat Wij hem.
i
23
voora! door uwe pogingen, Eerwaardige Broeders, verhoogd en onder meerderen verbreid wenschen te zien. â En de hoofdzaak onzer aanbeveling is, dat zij die de onderscheidingsteekenon der Boetvaardigheid hebben aangenomen, op het beeld van hun zeer heiligen insteller den blik vestigen en streven er aan gelijkvormig te worden: ontbreekt dit, dan zal het goed, dat er van verwacht kan worden, van geene waarde zijn. Draagt dus zorg, dat men de Derde Orde algemeen kenne en naar waarheid waardeere, maakt dat zij die de zielzorg uitoefenen, ijverig leeren, wat die Derde Orde is, hoe gemakkelijk ieder in haar kan worden opgenomen, welk een overvloed van voorrechten, die der ziel ten heil strekken, zij bezit, hoeveel goeds zij èn voor het bijzondere èn voor het openbare leven belooft. En er moet hiervoor des te meer moeite besteed worden, dewijl de leden der Eerste en der Tweede Orde van den H. Eranciscus thans door zware vervolging geteisterd , onder onverdiend leed gebukt gaan. Dat zij toch, verdedigd door de bescherming van hunnen vader, spoedig uit zoovele tegenspoeden gered, in kracht en bloei mogen vooruitgaan! Och of ook de Christenvolken in menigte aan den regel der Derde Orde mogen deelnemen met zooveel vuur en in zulk een getal, als zij voorheen van alle kanten om strijd naar Eranciscus zeiven toestroomden! â Maar dit vragen
24
quot;Wij met meerderou drang en dit verwachten quot;Wij met hooger recht van de Italianen, wien de nauwe band van hetzelfde vaderland, en de grooiere overvloed van ontvangen weldaden een inniger genegenheid en een hoogere dankbaarheid jegens Franciscus opleggen. Zoo toch zou, na zeven eeuwen, het Italiaansuhe volk en de geheele Christenwereld het aan den weldadigen invloed van den heilige van Assisië dank weten, van de verwarring tot de rust, van het verderf tot de veiligheid teruggebracht te zijn. Laat ons dit met gezamenlijk gebed, vooral in deze dagen, van Franciscus zeiven afsmeeken; zoeken wij dit evenzeer te verkrijgen van de Maagd en Moeder Gods Maria, die de godsvrucht en deusd van haren dienaar steeds met hemelsche bescherming en buitengewone gaven betoonde.
Intusschen schenken Wij U, Eerwaardige Broeders en aan geheel de Geestelijkheid en aan het geloovige volk, dat aan ieder van U is toevertrouwd, in de volheid onzer liefde, den Apostolischen zegen, ten onderpand der hemelsche gunsten en ten bewijze onzer bijzondere genegenheid.
Gegeven te Rome, bij St. Pieter, den 17 Sept. 1882, in het vijfde jaar van ons Pausschap.
LEO XIII Paus
van onamp;cn Kcitiycn ^Vadez
|â-EO XIII,
â
DOOR DE GODDELIJKE VOORZIENIGHEID PAU8,
OVER
dm cfiegcf onu de romfilfijHe Derde ®i-dc
DER FRANCISCANEN.
LEO, BISSCHOP.
die-naaz- ccz dienazzn êodi, ter eeuwige gedachtenis.
De Barmhartige Zoon Gods, die, door den enschen een zoet juk en lichten last op te leg-n, zorg gedragen heeft voor het leven en wel-a van allen, heeft de Kerk, door Hem gesticht, gelaten als erfgename, niet alleen van Zijne acht, maar ook van Zijne barmhartigheid, opdat weldaden, door Hem verworven, altijd met zelfde mate van liefde, door alle eeuwen heen uden verspreid worden. Gelijk derhalve in es, wat Jezus Christus tijdens Zijn sterfelijk
26
leven gedaan of geboden heeft, Zijne zachtmoedige wijsheid en grootheid van onver vinnelijke goedheid uitschitterde, zoo treedt eveneens in alle instellingen der Christelijke maatschappij eene bewonderenswaardige toegevendheid en zachtzinnigheid in het licht, om te doen zien dat de Kerk ook hierin het evenbeeld van God, die liefde is, (1) duidelijk in zich draagt. Het is echter vooral de eigenaardige taak harer moederlijke teederheid, dat zij hare wetten, zooveel zij vermag, in wijze overeenstemming brengt met tijden en zeden, en in hare voorschriften en eischen altijd de hoogste billijkheid in acht neemt. En juist door deze even wijze als liefderijke handelwijze, vereenigt de Kerk de volstrekte en eeuwige onveranderlijkheid harer leer met eene wijze verscheidenheid van hare tucht.
Ons in de uitoefening van Ons Opperpriesterschap met hart en geest naar deze handelwijze voegende, achten Wij het Onzen plicht den aard der tijden aan eene onpartijdige beoordeeling te onderwerpen en alles naauwkeurig gade te slaan, opdat niemand door de moeielijkheid afgeschrikt worde van de beoefening der heilzame deugden. En alzoo heeft het Ons ditmaal behaagd, het Genootschap van de Derde Orde der Franciscanen , welke de wereldlijke genoemd
(1) Joann. IV, 16.
27
wordt, n -.ar dezen maatstaf nauwlettend te on-derzoeke. gt;, en met behoedzaamheid te beslissen, of het noodig mocht zijn, Zijne voorschriften een weinig te verzachten ter wille van de veranderde tijden.
Deze voortreffelijke instelling van den H. Vader Franciscus hebben Wij dringend in de godsvrucht der Christenen aanbevolen door onze Encycliek Auspicato, welke Wij den 17 September van het jaar 1882 uitvaardigden. Zulks deden Wij in het verlangen en uitsluitend met het inzicht, om zoovelen, als maar mogelijk was, door Onze uitnoodiging bijtijds terug te roepen tot de verhevenheid van een deugdza-men Christelijken levenswandel. De voornaamste oorzaak toch van de rampen, die ons drukken, en van de gevaren, die gevreesd worden, is de verwaarloozing der Christelijke deugd. Om nu de eersten te heelen en de laatsten af te wenden» staat den mensch geen andere weg open, dan dat zij atzonderlijk en in 't algemeen zich haasten terug te keeren tot Jezus Christus, die degenen voor eeuwig zalig lean maken, welke door Hem tot God gaan. (1) Welnu, de onderhouding, der geboden van Jezus Christus ligt den instellingen der Franciscanen geheel en al ten grondslag : niets anders toch beoogde hun zeer heilige
(1) Hebr. VIT, 25.
28
Stichter, clan dat men in zijne instellingen, evenals in eene oefenschool, zich met meer nauwgezetheid op het Christelijk leven zou toeleggen. Zeker, de beide eerste Orden der Franciscanen zijn tot de beoefening der verhevene deugden ingericht, en streven naar iets, dat meer volmaakt, meer goddelijk is; doch zij zijn slechts voor weinigen toegankelijk, voor degenen namelijk, wien het door Gods genade geschonken werd, tot de heiligheid der Evangelische raden met ongewone geestdrift op te klimmen. De Derde Orde daarentegen is ontstaan en geschikt voor het volk, en hoeveel zij vermag, om goede zuivere, godsdienstige zeden te vormen, bewijzen de jaarboeken van vorige tijden en de zaak zelve.
Aan God die de goede voornemens instort en steunt, moeten Wij het danken, dat de ooren van het Christenvolk voor deze Onze aanmaningen niet gesloten bleven. Ja zelfs verhaalt men Ons uit zeer vele plaatsen, dat de godsvrucht tot den H. Franciscus van Asissië een nieuw leven ingestort, en vooral het getal aangegroeid is van degenen, die verlangen in de Derde Orde opgenomen te worien. Om derhalve deze beweging een snelleren voortgang te doen hebben, nemen Wij het besluit Onze aandacht te vestigen op datgene, vanwaar deze heilzame strooming der gemoederen eenigszins scheen te kunnen
goedgc â antwo beleve verpli moeit dusve
29
tegengehouden of vertraagd worden. Eu Onze eerste bevinding was wel deze, dat de Regel van de Derde Orde, welken Onze Voorganger Nicolaus IV, door zijne Apostolische Constitutie Supra montem van den 18 Augustus 1289, heeft lakt, goedgekeurd en bekrachtigd, niet volkomen be-voor antwoordt aan de tijden en zeden, die wij thans ilijk, -beleven. Daar dientengevolge de aangenomen verplichtingen zonder bovenmatige bezwaren en moeite niet kunnen vervuld worden, was het tot dusverre noodzakelijk, de leden op hun verzoek van verschillende voorname bepalingen des Regels te ontslaan, en dat zulks zonder nadeel van de algemee.ie tucht niet kan geschieden, laat zich gemakkelijk begrijpen.
Vervolgens was er in dat Genootschap nog eene andere aangelegenheid, die Onze zorgen vereischte. Onze Voorgangers, de Roomsche Opperpriesters, reeds van den beginne af met de hoogste welwillendheid jegens de Derde Orde bezield, hebben namelijk aan hare leden, tot uitboeting der schulden, vele en zeer uitgestrekte aflaten verleend. In de opsomming daarvan is echter na verloop van tijd vrij wat verwarring ontstaan; dikwijls was het zetls een geschilpunt, of men in bepaalde gevallen wel zekerheid had van de pauselijke inwilliging, en wanneer, of lioe men daarvan gebruik behoorde te maken. De Apostolische Stoel bleef voorzeker niet in
3ven-auw-?Ken.
30
gebreke, in deze zaak voor: iening aan te brengen ; met name, Paus Benedic'as XIV zorgde door zijne Constitutie Ad Jtomanum Pontificem van den 15 Maart 1751, dat de vroegere twijfelingen opgeheven werden ; doch, zooals gewoonlijk geschiedt, zijn van lieverlede niet weinige andere weer opgerezen.
Door de gedachte aan die ongelegenheden aangespoord, hebben Wij daarom uit de H. Congregatie der Aflaten en H. Reliquieën eenige kardinalen der H. Roomsche Kerk aangesteld, om den oorspronkelijken Regel der Tertiarissen zorgvuldig te herzien, en tevens om alle aflaten en voorrechten in het kort bijeen te brengen en te onderzoeken, en na rijp beraad Ons een verslag uit te brengen over datgene, wat naar hun oordeel, overeenkomstig de tijdsomstandigheden behouden, en wat veranderd moest worden. Na de zaak volgens opdracht ten einde gebracht te hebben, stelden genoemde kardinalen ona voor, dat men den ouden Regel door eenige verandering van sommige hoofdstukken, naar de tegenwoordige manier van leven moest wijzigen, en daarmede in overeenstemming brengen. Wat nu de aflaten aangaat, waren zij van oordeel, dat, om allen twijfel weg te nemen en het gevaar te vermijden van iets wederrechtelijk te doen, Wij, naar het voorbeeld van Benedictus XIV, wijs en goed zouden handelen, met alle tot
31
dusverre be3taande\ aflaten terug te roepen en vervallen te verkla 'en, en geheel opnieuw eenige andere aan het genootschap toe te kennen.
Derhalve, tot bevordering van wat goed en heilzaam ia, tot meerderee eer van God, tot krachtiger opwekking van den ijver voor de godsvrucht en andere deugden, vernieuwen en bekrachtigen Wij door deze Constitutie en door Ons Apostolisch gezag den Regel der zoogenaamde wereldlijke Derde Orde van den H. Franciscus, op de wijze als die hieronder geschreven staat. Men denke echter niet dat daardoor iets ontnomen is aan het innerlijk wezen der Orde, want het is Onze uitdrukkelijke wil, dat dit onveranderd en ongeschonden blijve bestaan. Daarenboven willen en bevelen wij, dat de leden van die Orde gebruik kunnen maken van de kwijtscheldingen der straffen of aflaten en van de voorrechten, welke in de benedenstaande lijst worden opgenoemd, terwijl Wij tevens alle aflaten en voorrechten geheel en al te niet doen, die deze Apostolische Stoel te eenigertijd, onder welken naam of vorm ook, aan dat zelfde Genootschap vóór dezen dag heeft toesestaan.
dcz vuerc-fc'fij/fte Qzzdc özdc,
VAN DEN
H. FRANC/S CU S.
EERSTE HOOFDSTUK.
Over de Aanneming, den Proeftijd en de Professie
§ 1. Zij alleen mogen aangenomen worden, die ouder zijn dan veertien jaren; daarenboven moeten zij van goede zeden en vredelievend wezen, en vooral rechtzinnig bevonden zijn in het Katholiek geloof en oprecht gehoorzaam aan de Eoomsche Kerk en den Apostolischen Stoel,
§ 2. Gehuwde vrouwen kunnen zonder voorkennis en toestemming van haar man niet aangenomen worden, behalve wanneer er, volgens het oordeel vun haar biechtvader, reden bestaat om anders te handelen.
§ 3. Zoodra zij in het Genootschap zijn opgenomen, moeten de leden het klein scapulier met
het k( niet,
j verlee
§ '
hebb(
legge Orde zullei Kerk ; iets
in
terz
reg'
vol: §
hei
te
pa:
i
en tis
33
het koord volgens gebruik dragen ; doen zij zulks niet, dan worden zij niet deelachtig aan de verleende voorrechten en gunsten.
§ 4. Na hunne intrede in de Derde Orde, hebben zij dat eerste jaar tot proeftijd j daarna leggen zij volgens het voorschrift professie dei-Orde af en beloven de geboden van God te zullen onderhouden, gehoorzaam te zijn aan de Kerk en de boete te volbrengen, indien zij in iets aan hunne professie te kort zijn gebleven.
TWEEDE HOOFDSTUK.
Over de wijze van leven.
§ 1. De leden van de Derde Orde moeten in geheel hunne levenswijze en kleeding, met terzijdestelling van alle weelde en pracht, dien regel der middelmaat in acht nemen, welke ieder volgens zijn staat past.
§ 2. Zij zullen zich met de meeste omzichtigheid verwijderd houden van dansgezelschappen-te vrijzinnige tooneelvoorstellingen en slemppartijen.
§ 3. In spijs en drank moeten zij matig zijn en niet aan of van tafel gaan, zonder godvruchtig en dankbaar God te hebben aangeroepen.
§ 4. Zij zullen vasten daags vóór het feest van Maria's Onbevlekte Ontvangenis en van
3
34
onzen H. Vader Franciscus; zeer lofwaardig zijn zij, die bovendien des Vrijdags vasten en des Woensdags zich van vleesch onthouden, overeenkomstig de oude gewoonte der Tertiarissen.
§ 5. Elke maand moeten zij hunne zonden behoorlijk biechten er. tot de H. Tafel naderen.
§ 6. Daar de geestelijken van de Derde Orde dagelijks hunne getijden bidden, hebben zij met betrekking tot dit punt geene verdere verplichtingen. (1) De leeken, die de Kerkelijke getijden of die der H. Maagd, gewoonlijk het Klein OJficib van Onze Lieve Vrouw genoemd, niet lezen, moeten eiken dag twaalfmaal het Gebed des Heeren met de Groetenis des Engels, Eere zij den Vader bidden, (2) uitgenomen wanneer zij door ziekte verhinderd zijn.
§ 7. Die een testament te maken hebben, zullen het bijtijds doen.
§ 8. In het huiselijk leven zullen zij zich beijveren, anderen een goed voorbeeld te geven
1
(®) Op de vraag van een der Generale Oversten van de Franciscanen, of het aan de priesters en Kerkelijken, van de Derde Orde nog altijd toegestaan is, het Franciscaner Brevier te bidden; heeft Z. H. Leo XIII in eene bijzondere audiëntie van den 7 Juli 1883 een bevestigend antwoord gegeven.
2
Te weten: vijfmaal voor de Metten, eens voor de Laudes, eens voor elk der vier kleine uren en tweemaal voor de Vespers en Completen, gelijk Zijne Heiligheid m genoemde audiëntie heeft verklaard.
35
de oefeningen van godsvrucht en de goede werken te bevorderen. Boeken en nieuwsbladen, waaruit gevaar voor de deugd te vreezen is, mogen zij in hunne huizen niet toelaten, noch dulden, dat ze gelezen wordsn door hunne onderdanen.
§ 9. Niet alleen onderling, maar ook ten opzichte van anderen moeten zij zorgvuldig eene welwillende liefde in acht nemen. Overal waar zij kunnen, zullen zij oneenigheden trachten bij te leggen.
§ 10. Nooit mogen zij zonder noodzakelijkheid een eed doen. Onzuivere taal en onbetamelijke scherts moeten zij vermijden. Des avonds doen zij onderzoek, of zij soms eenigen misslag hebben begaan; bevinden zij zich schuldig, dan zullen zij hunne dwaling door het berouw uitboeten.
§ 11. Die gevoegelijk kunnen, wonen dagelijks de H. Mis bij. Ook moeten zij in de maande-lijksche vergaderingen, die door den Overste worden aangekondigd, te zamen komen.
§ 12. Zij zullen, ieder volgens zijn vermogen, een weinig bijdragen tot ecu gemeenschappe-lijken inleg, om de minder gegoede medeleden, vooral wanneer die ziek zijn, te ondersteunen, of om den luister van den godsdienst te bevorderen .
§ 23. Wanneer een medelid ziek is, moeten
36
de Oversten zeiven hem bezoeken of een ander zenden, om hem de verschuldigde liefdediensten te bewijzen. Is de ziekte gevaarlijk, dan zullen zij den zieke waarschuwen en aansporen, om intijds te zorgen voor alles, wat op de zuivering zijner ziel betrekking heeft.
§ 14. Bij de begrafenis van een medelid zullen de Tertiarissen van de plaats en die daarj j.c tijdelijk verblijven, bijeenkomen, en alsdan gezamenlijk tot zalige lafenis van den afgestorvene een derde gedeelte van den Rozenkrans bidden. Ook zullen de priesters in de H. Mis, en de leeken, door indien zij kunnen, tot de H. Tafel te naderen, voor hun overleden medebroeder den eeuwigen vrede met vrome verzuchtinKen
O O
afsmeeken.
DERDE HOOFDSTUK.
Over de bedieningen, de visitatie en den Regel zeiven
§ 1. De toewijding der bedieningen heeft plaats 'n eene daartoe bijeengeroepen vergadering dei-leden. Zij duren drie jaren. Zonder wettige reden mag niemand de aangeboden bedieningen van de hand wijzen; ook moet men zich daarvan niet op achtelooze wijze kwijten.
§ 2. Degene, die met het toezicht over de Tertiarissen belast is en Visitator genoemd wordt, moet zorgvuldig onderzoeken, of de Regel goed
word lijks, plaat vesti hij lt;1 wool
besh willi
onde
§
de r koze aan
Visi
den.
§
kwa drie ond
de 1
§
moe hoo ken
of ]
§
dez
37
wordt onderhouden. ïe dien einde zal hij jaarlijks, en, zoo noodig, meermalen ambsthalve de plaatsen bezoeken, waar vereenigingea zijn gevestigd en eene vergadering beleggen, waarbij hij de overste en al de leden zal doen tegenwoordig zijn. Wanneer de Visitator iemand vermaant of gebiedt tot zijn plicht terug te keeren, of tegeu wien ook, ter heilzame bestraffing, een besluit uitvaardigt, dan zal deze zulks met gewilligheid aannemen en niet weigeren de straf te ondergaan.
§ 4. De Visitators worden uit de Eerste of uit de reguliere Derde Orde der Franciscanen sre-
O O
kozen en aangesteld door de Gai'diaans, indien aan deze zulks gevraagd wordt. Het ambt van Visitator mag aan geen leeken opgedragen worden.
4. De leden die niet gehoorzamen en een k\saad voorbeeld geven, ontvangen tot twee- en driemaal toe eene aanmaning tot hun plicht; onderwerpen zij zich niet, dan wordt hun gelast de Orde te verlaten.
§ 5. Zij die in eenig 2iuut tegen dezen Regel mochten misdoen, moeten weten, dat zij uit dien hoofde geene zonde bedrijven, tenzij in die zaken, welke reeds anderszins door de Goddelijke of Kerkelijke wetten geboden worden.
§ 6. Indien iemand eenige voorschriften van dezen Regel om gewichtige en wettige redenen
38
niet zou kunnen onderhouden ; dan kan hij in dat gedeelte gedispenseerd of hem daarvoor met omzichtigheid iets anders opgelegd worden. De gewone Overste der Franciscanen van de eerste en Derde Orde, alsook de bovengenoemde Visitators hebben daartoe de bevoegdheid en volmacht.
van 2e, a|late-H en voozzicfxicn, EERSTE HOOFDSTUK.
Over de volle aflaten-
Alle Tertiarissen van beiderlei geslacht kunnen, na volgens Christelijk gebruik hunne zonden door de biecht uitgewischt en de H. Communie ontvangen te hebben, een vollen aflaat verdienen op de dagen en onder de voorwaarden, die hier volgen :
I. Op den dag hunner intrede.
II. Op den dag der professie.
III. Op den dag, dat zij de maandelijksche vergadering of Conferentie bijwonen, mits zij eene kerk of openbare kapel godvruchtig bezoeken en de noodwendigheden der H. Kerk op de gewone wijze Gode aanbevelen.
IV. Den 4 October, feestdag van den H. Vader Franciscus, Stichter der Orde; den 12 Augustus feestdag der H. Moeder Clara van Assisië ; den 3 Augustus, feestdag der Kerk-
39
wijding van Maria, Koningin der Engelen ; zoo ook op den dag, waarop het jaarlijksch feest gevierd wordt van den Heilige, in wiens kerk het genootschap der Tertiarissen is opgericht, mits zij die kerk godvruchtig bezoeken, en aldaar volgens gewoonte bidden voor de behoeften der H. Kerk.
V. Eens in de maand, op een dag naar verkiezing, mits zij «ene kerk of openbare kapel godvruchtig bezoeken en daar eenigen tijd bidden volgens de intentie van Z. H. den Paus.
VI. Zoo dikwijls zij zich tot verbetering des levens, acht opeenvolgende dagen in afzondering begeven, om de geestelijke oefeningen te houden.
VII. Insgelijks in het uur des doods, indien zij den allerheiligsten naam van Jezus met den mond, of, zoo zij niet meer spreken kunnen, met het hart aanroepen. Ook genieten zij hetquot; zelfde voorrecht, indien zij niet in staat zijn om te biechten en de H. Communie te ontvangen, hunne zonden uitwisschen door een volmaakt berouw.
VIII. Tweemaal in het jaar, wanneer zij den Pauselijken Zegen ontvangen, mits zij God eenigen tijd bidden tot intentie van Z. H. den Pans; zoo ook onder derzelfde voorwaarde des gebeds, wanneer zij den zegen of de zoogenaamde [Generale] Ahsulutie ontvangen, op de hier volgende dagen; 1. Op het feest der geboorte van Onzen Heer Jezus
40
Christus; 2 Op Paschen, het feest der Verrijzenis; 3. Op het Pinksterfeest; 4. Op het feest van het allerheiligste Hart van Jesus; 5. Op het feest van de Onbevlekte Ontvangenis der H. Maagd Maria; 6 den 19 Maart feestdag van den H. Jozef, Bruidegom der II. Maagd; 7. den 17 September feestdag van de indrukking der H. Wondteekenen van deu H. Franciscus; 8. den 25 Augustus, feestdag van den H. Lodewijk, koning van Frankrijk, den hemelsehen Patroon der derde Orde ; 9. den 19 November, feestdag van de H. Elisabeth van Hongarije.
IX. Eveneens, indien zij vijfmaal het Onze Vader, Wees gegroet en Eere zij den Vader bidden
voor de noodwendigheden der H. Kerk, en eenmaal tot intentie van Z. H, den Paus, kunnen zij eens in de maand, tot uitboeting hunner zonden, alle voorrechten genieten, waaraan degenen deelachtig worden, die de Statie-gebeden te Rome houden, of die Portiuncula, de heilige plaatsen te Jerusalem, en de kerk van den H. Apostel Jacobus te Compostella uit godsvrucht bezoeken.
X. Indien zij op de dagen, waarop de Staties in het Romeinsch Missaal zijn aangeduid, (*) de,
(»J LIJST DER DAGEN EN AFLATEN VAN DE STATIES VAN ROME.
Aschwoensdag e?i den vierden Zondag in den Vasten aflaat van vijftien jaren en even zooveel quadragenen.
41
kerk of kapel bezoeken, waarin hun genootschap is opgericht, en daar volgens gewoonte aan God de noodwendigheden der H. Kerk aanbevelen,
Palmzondag aflaat van vijf en twintig jaren en even zooveel quadragenen.
Wit!en Donderdag volle aflaat.
Goeden Vrijdag en Paaschzaterdag aflaat van dertig jaren en zooveel quadragenen,
Alle andere dagen van den Vasten aflaat van tien jaren en even zooveel quadragenen,
Paaschdag volle aflaat, en alle dagen van de Paaschweek en Beloken Paschen aflaat van dertig jaren en even zooveel quadragenen,
's Heet en Hemelvaartsdag volle aflaat,
Vigilie van Pinksteren aflaat van tien jaren en even zooveel quadragenen.
liet feest van Pinksteren en alle dagen va7i het octaaf^ met inbegrip van Zaterdag, aflaat van dertig jaren en even zooveel quadragenen.
Den eersten, tivecden en vierden Zondag van den Advent aflaat van tien jaren en even zooveel quadragenen, den derden Zondag van den Advent aflaat van vijftien jaren en even zooveel quadragenen,
De Vigilie van Kerstmis^ alsook des nachts en in de Mis van den dageraad, aflaat van vijftien jaren en even zooveel quadragenen.
Den feestdag van Kerstmis volle aflaat.
Den feestdag van den H. Stephanns, van den //. yoannes Evangelist, van de 1IH. Onnoozele Kinderen van de Besnijdenis des Heeren. van Driekoni?7gen, op de Zondagen Septuagesima, Sexagesima en Quinquagesima aflaat van dertig jaren en even zooveel quadragenen.
De Quatertemperdag aflaat van tien jaren en even zooveel quadragenen.
Het feest van den H. Marcus en de drie Krtiisdagefi aflaat van dertig jaren en even zooveel quadragenen.
42
kunnen zij in die kerk of kapel op de genoemde dagen deelachtig worden aan dezelfde genaden en geestelijke voorrechten, welke de inwoners en vreemdelingen te Rome genieten.
TWEEDE HOOFDSTUK.
Over de gedeeltelijke aflaten.
I. Alle Tertiarissen van beiderlei geslacht, kunnen een aflaat van zeven jaren en zeven quadragenen verdienen, mits zij de kerk ot kapel waarin het genootschap gevestigd is, bezoeken, en aldaar God bidden voor de noodwendigheden der H. Kerk: op den feestdag van de wonderdadige Indrukking der H. quot;Wondteekenen van den H. Franciscus; zoo ook op de feestdagen van den H. Koning Lodewijk, van de H. Elisabeth, koningin van Portugal, van de H. Elisabeth van Hongarije en van de H. Margaretha van Cortona, alsmede op twaalf andere dagen, naar ieders verkiezing, met goedkeuring van de Overste der vereeniging.
II. Zoo dikwijls zij in de H. Mis of andere Goddelijke diensten , of bij de openbare eu bijzondere vergaderingen der leden tegenwoordig zijn, gastvrijheid verleenen aan behoeftigen, on-eenigheden bijleggen of zorgen dat zij bijgelegd worden; zoo dikwijls zij eene godsdienstige processie bijwonen, het allerheiligste Sacrament
43
vergezellen, wanneer het omgedragen wordt, of, zoo zij dat niet kunnen, bij het teeken der klok eens het Gebed des Heeren met de G-roetenis des Engels bidden; zoo dikwerf zij die zelfde gebeden vijtmaal verrichten, om de noodwendigheden der H. Kerk of de zielen der afgestorven medeleden Gode aan te bevelen; zoo dikwijls zij een doode ten grave vergezellen, een afgedwaalde op den rechten weg terugbrengen, iemand onderwijzen in de geboden Gods of in andere zaken, noodig ter zaligheid, of zoo dikwijls zij eenige ander dergelijk liefdewerk verrichten, kunnen zij allen voor elk van deze werken een aflaat verdienen van driehonderd dagen.
Al de bovengenoemde aflaten, zoowel volle als gedeeltelijke, kunnen de Tertiarissen, naar verkiezing toevoegen aan de geloovige zielen in het vagevuur,
DERDE HOOFDSTUK.
Over de voorrechten.
Voor de priesters van de Derde Orde is elk altaar, waarop zij de H. Mis lezen, driemaal in de week geprivilegiëerd, mits zij hetzelfde voorrecht niet reeds voor een anderen dag verquot; kregen hebben.
II. Voor den priester, die de H. Mis leest tot
F
44
lafenis der afgestorven medeleden, zal elk altaar tot verlossing van den overledene geprivilegiëerd zijn.
En het is Onze wil, dat al deze dingen in het algemeen en in het bijzonder, zooals zij hier boven zijn verordend, ten eeuwigen dage vast, onveranderd en bekrachtigd blijven, niettegenstaande alle Constituties, Apostolische Brieven, Statuten, gewoonten, voorrechten en andere Eegelen zoowel van Ons als van de Apostolische Kanselarij, en ondanks alles, wat daarmede in strijd is. Het is derhalve aan niemand der menschen geoorloofd, deze Onze Brieven op eenige wijze of in eenig deel krachteloos te maken. Mocht echter iemand iets dergelijks daartegen durven ondernemen, die moet weten, dat hij de gramschap van den almachtigen God, en van Zijne heilige Apostelen Petrus en Paulus zal inloopen.
Gegeven te Rome bij Sint-Pieter, in hot jaar van de Menschwording des Ileeren 1883, den 20 Mei, het zesde jaar van Ons Opperpriesterschap.
C. Kard. SACCONI Pro-Datarius.
TH. Kard. MERTEL.
Gezien.
van de Curie JOS. DELL'AQUILLA Burggraaf.
Plaats van het zegel.
Geregistreerd in de Secretarie van de Breven.
J. CUGNONIUS.
(Be-zenion-ice-t
JDERDE pRDE
VAN DEN
H, F
GOEDGEKEURD
[lc £)⢠(Eniiyrcgntie [Ier ilcrEgetinü^ii,
|
bij besluit van den 18 Juni 1883.
I
CEREMONIEEL
Re: Fran coeloi depre tuo, gisti. te o mini;
DER DERDE ORDE
y, U ®
RJUfGf
ARTIKEL I.
Schedan vooz ScSo-ug-tevjaMca o| Qon^czentiet). wcthc ctbc wcianS o[quot; op andizc Hjden lt;j.(jfiovt3cM. wozdóiv.
I. Bij het begin der Congregatie.
Kyr Chri
Kyi Pat V.T t(
R.
D
v.:
é
R.
i
V.
R.
V. R.
Veni, Sancte Spiritus, reple tuorum cor-da fidelium, et tui am o-ris in eis igncm ac-cende.
Kom, Heilige Geest, vervul de liarten uwer geloovigen,en ontsteek daarin liet vuur uwer liefde.
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o Heilige Moeder Gods; verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd.
Sub tuumprsesidium confugimus, sanctaDei Genitrix; nostras de-precationes ne despici-as in necessitatibus nostris; sed a periculis cunctis libera nos semper, Virgo gloriosa et benedicta.
47
|
Respice, beate Pater Francisce, de excelso ccelorum Lahitaculo, et deprecare pro populo tuo, populo quem ele-gisti, ut serviat coram te omni tempore in miuisterio Domini. Kyrie eleison. Christe eleison. Kyrie eleison. Pater noster, secreto. V. Et ne nos inducas in tentationem. R. Sed libera nos a malo. V. Memor esto Congre-gationis tuoe. R. Quam possedisti ab initio. V. Domine exaudi ora-tionem meam. R. Et nlamor meus ad te veniat. V. Dominus vobiscum. R. Et cum spiritu tuo. |
Zie, o gelukzalige Vader Eranciscus, van ixit de hooge hemel-sche woning neder, en spreek ten beste voor uw volk, dat volk, hetwelk gij uitgekozen hebt, om onder uwe oogen ten allen tijde den Heer te dienen. Heer, ontfermU onzer-Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Onze Vader, in stilte. V. En leid ons niet in bekoring. R. Maar verlos ons van den kwade. V. Wees uwe Vergadering indachtig. R. Die U van het begin heeft toebehoord. V. Heer, verhoor mijn gebed. R. En mijn geroep ko- me tot u. V. De Heer zij metu. R. En met uwen geest. |
48
I
|
OREMUS. Mentes nostras, quoe-sumus Domine, lumine tuse claritatis illustra, ut viderepossimusqure agenda sunt, et quae recta sunt agcre va-leamus. Per Christum Dominum nostrum. R. Amen. Mentes tuorum visita. Imple superna gratia, Qusetucreasti pectora. Qui diceris Paraclitus, Altissimi donum Dei, Fons vivus, ignis, cha-ritas. Et spiritalis unctio. |
LATEN WIJ BIDDEN. quot;Wij biddenUjO fleer, bestraal onze harten met het licht Uwer klaarheid, opdat wij mogen kennen wat wij mogen doen, en doen wat rechtvaardig is. Door Christus, onzen Heer. R. Amen. a s A li Ir V Hi PE DI Vi Pe 1 In de plechtige Congregatie en bij gelegenheid der Visitatie zingt men in plaats van Veni. Sancte Spiritus: Veni, Creator Spirit\is, j Kom Schepper, kom, o Heii'ge geest. Bezoek de zielen U gewijd, Vervulde harten met gena, Die Gij ten Schepper zijt geweest. Gij, die als Trooster hoog geroemd, Een gaat' des Aller- hoogsten Gods, Een levensbron, en liefde, en vuur. Den geest een zalving wordt genoemd. |
|
Tn septiformismunere, Digitus paternee dex-terse, Tu rite promissum Pa-tris, Sermone ditans gutüi-ra. Accende lumen sensi-bus. Infunde amorem cor-dibus, Infirma nostri corporis Virtute firmans perpe-ti. Hostem repellas ion-gius, Pacemque dones proti-nus, Ductore sic te prsevio, Vitemus omne noxium. Per te sciamns da Pa-trem, i^oscamus atque Fi-lium. |
Die door Uw zeven gaven prijkt, Gij, vinger van Gods rechterhand, Des Vaders mild beloofde gaal, Die tongen met de spraak verrijkt. Ontsteek in onzen geest Uw licht. Stort in ons hart Uw liefdegloed, Versterk de zwakte van ons vleesch, Met eene kracht, die nimmer zwicht. V er drijf den vijand ver, en laat Terstond als gave Uw vrede na. Opdat wij, zoo door U geleid. Voor immer mijden al wat schaadt. Maak , dat door ons steeds zij gekend. De Vader en zijneen' ge Zoon, |
50
|
Te que utriusque Spi- rituin, Credamus omni tempore. Deo Patri sit gloria, Ej usque soli Filio, Cum Spiritu Paraelito, Nunc et per omne sse-culum. Amen. |
En dat we in U als beider geest, Gelooven tot de tijd jj volendt. iiuri ; lust Des Vaders glorie zij verbreid, rec| Des Vaders eengebo- sem ren Zoon, gau Des Geestes, die ver- ][)or troosting schenkt, ^ In aller eeuwen eeuwigheid. Amen. |
In den Paaschtijd.
|
Deo Patri sit gloria, Et Filio, qui a mortuis Surrexit, ac Paraelito, In sseculorum ssecula, Amen. V. Emitte Spiritum tuum, etcreabuntur. R. Etrenovabisfaciem terrse. |
Des Vaders glorie verbreid. Des Zoons die opstond van den dood, Des Geestes, die Vertroosting schenkt, In aller eeuwen eeuwigheid. Amen. V. Zend uwen Geest uit, en zij zullen herschapen worden. R. En Gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen. Z1J |
51
|
OREMUS. Deus, qui cordafide-lium Sancti Spiritusil-lustrationedocuisti; da nobis in eodemSpiritu recta sap ere, et de ejus semper consolatione gaudere.Per Christum Dominum nostrum. Amen. |
LATEN WIJ BIDDEN. O Grod, die de harten der geloovigen door de verlichting van den Heiligen Geest hebt onderwezen, geef dat wij in dienzelfden Geest de ware wijsheid erlangen, en ons altijd over zijne vertroosting verblijden. Door Christus, onzen Heer. R. Amen. |
2. Bij het einde der Congregatie:
|
Kyrie eleison. Christe eleison. Kyrie eleison. Pater noster, secreto V. Et ne nos inducas in tentationem. R. Sed libera nos a malo. V. Confirma hoe Deus, quod operatus es in nobis, R. A templo sancto tuo, quod est in Jerusalem. |
Heer, ontferm U onzer, Christus, ontf. Uonzer. Heer, ontferm U onzer Onze Vader, in stilte. V. En leid ons niet in bekoring. R. Maar verlosonsvan den kwade. V. Bekrachtig, o God, hetgeen Gij in ons hebt uitgewerkt. R. Van uit Uwen heiligen tempel, die te Jerusalem is. |
52
|
V.Domiae, exaudi ora- tiouem meam. R. Et clamor meus ad te veniat. V. Do minus vobiscum. R. Et cum spiritu tuo. OREMUS. PrtEsta nobis, qus-sumus Uomine, auxi-lium gratige, tuse, ut quse, te auctore, facien-da cognovimus, te ad-juvante implere valea-mus. Agimus tibi gratias, omnipotens Deus, pro universis beneficiis tuis. Qui vivis et reg-nas in gsecula sseculo-rum. R.Amen. V. Oremus pro bene-taetoribus nostris. R.Retribuere dignare, Domine, omnibus nobis bona facientibus propter nomen tuum vitam seternam. Am. |
V- Heer, verhoor mijn gebed. R. En mijn geroep kome tot U. V. De Heer zij met U. R. En metUwen geest. LATEN WIJ BIDDEN. Wij bidden U , o Heer, verleen ons de hulp Uwer genade,opdat hetgeen wij door Uwe verlichting als onzen plicht kennen, wij door Uwen bijstand mogen vervullen. Wij bedanken U, o almachtige (God, voor al Uwe weldaden. Die leeft en heeischt in de eeuwen der eeuwen. R.Amen. V. Laten wij bidden voor onze weldoeners. R. Gewaardig U, _o Heer, aan allen die ons om Uwen naam weldoen, het eeuwig leven te schenken. |
'3
o:
|
Antipli. Si iniquita-tes etc. Psalm. De profundis clamavi ad te, Domine: * Domine, exaudi vocem meam. Fiant aures tu£B in-tendentes, * in vocem deprecationes mese. Si iniquitates obser-vaveris, Domine: :i,Do-mine, quis sustinebit? Quia apud te propi-tiatio est: *et propter legem tuam sustinui-te, Domine. Sustinuit anima mea in verbo ejus ; * spera-vit anima mea in Domino. A custodiamatutina usque ad noctem,*spe-ret Israël in Domino. Quia apud Dominum misericordia, * et copi-osa apud eum redemp-tio. Et ipse redimet Israël * ex omnibus ini-quitatibus ejus. |
Antiph. Indien Grij de ongerechtiglieden enz. Uit de diepten roep ik tot ü o Heer: Heer, geef gehoor aan mijne stem. Laat uwe oorenluisteren naar de stem mijner smeeking. Indien Gij de ongerechtigheden gadeslaat, oHeer,wie,Heer, zal bestaan? Maar bij U ie verge- j ving, en ter oorzaak van Uwe wet, o Heer, vertrouw ik op U. Mijne ziel vertrouwt op zijn woord ; mijne ziel hooptopden Heer. Van den dageraad af tot in dennachttoe, hope Israël op den Heer. Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij hem is overvloedige verlossing. i|.f E n Hij, Hij zal Israël ( verlossen van al zijne ongerechtigheden. |
54
|
Requien aeternam * dona eis Domine, Et lux perpetua * luceat eis. Antifh. Si iniqnita-tes observaverisDomine, Domine quis susti-nebit? V. A por n er. R. Erne, Domine, ani- mas eorum. V. Domine, exaudiora- tionem meam. B,. Et clamor mens ad Te veniat. V. Dominus vobiscum. R. Et cum spiritu tuo. OREMUS. Deus, veniai largitor, et human ;e saiutis ama-toi% qucESumuselemen-tiam tuam, ut nostra; Congregationis fra-tres, propinquos et be-nefactores, qui ex hoc saeculo transierunt, Beata Maria semper Virgine intercedente |
Heer, geef haar de eeuwige rust, Eu het eeuwigelicht verlichte haar. Antiph. Indien Gij de ongerechtighedeu gadeslaat. o Heer, wie. Heer, zal bestaan ? V. Van d? poorten der hel. R. Verlos, o Heer, hunne zielen. V. Heer, verhoor mijn gebed. R. En mijn geroep home tot U. V. De Heer zij met U. R. En met uwen geest. LATEN WIJBIDDEN. O God, gever dei-genade en minnaar van de zaligheid der menschen, wij smee-ken uwe goedertierenheid dat gij aan de broeders, bloedverwanten en weldoeners onzer vergadering, die uit deze wereld gescheiden |
|
cum omnibus Sanctis tuis, ad perpetuse bea-titudinis consortium pervenire concedas. Fidelmm, Deus, omnium Condioor et Re-demptor, animabus fa-mulorum famularum-que tuarum remissio-nem cunctorum tribue peccatorum : ut indul gentiam, quam semper optaverunt, piis sup-plicationibus conse-quantur. Qui vivis et regnas in sfEcula saecu-lorum. R. Amen. V. Requiem seternam dona eis, Domine. R. Et lux perpetua lu- ceat eis. V. Requiescant in pace. R. Amen. |
zijn, door de voor-| spraak van de zalige Maria, altijd Maagd, en van al Uwe heiligen, verleenet, dat zij tot de J gemeenschap der eeuwige zaligheid geraken. O Grod, Schepper en Verlosser aller geloo-vigen, verleen aan de zielen van Uwe dienaren en dienaressen de vergiffenis van alle; zonden, opdat zij de kwijtschelding, welke zij altijd verlangd hebben, door godvruchtige smeekingenverwerven. Die leeft en heerschtin de eeuwen der eeuwen. R. Amen, V. Heer, geef haar de eeuwige rust. R. En het eeuwige licht verlichte haar. V. Dat zij rusten in vrede. R. Amen. |
ARTIKEL II.
^0%
â ï-
ot9e -Gij- ce- In kt^zSm
Na het begin der Congregatie gaat de priester, met koorhemd en witte stool bekleed, op de voettrede des altaars staan of zitten, e/i vraagt aan den postulant, die neergeknield is:
|
Quid postulas? Deze antwoordt'. R. Pater, ego humi-ter postulo halütuiu Tertii Ordinis de Poe-nitentia, ut cum eo sa-lutem seternam facilius consequi valeam. |
Wat verlangt gij ? Deze antivoordt Eerwaarde Vader, ik vraag ootmoedig het kleed der Derde Orde van boetvaardigheid, om daarmede gemakkelijker de eeuwige zaligheid te kunnen bekomen. |
Alsdan zegt de priester: Deo gratias, en prijst vervolgens in eene zeer korte aanmaning het heilig besluit van den postulant, waarin hij hem versterkt door de verhevendheid en krachtdadinheid van de Derde Orde aantetoonen. Daarna keert hij zich naar hét altaar en zegent de kleederen ,zeggende;
|
V. Adjutorum nostrum in nomine Do-mini. R. Qui fecit coelum et terram. |
V. Onze hulp is in den naam des Heer en. R. Die hemel en aarde gemaakt heeft. |
|
V. Domme exaudi ora- tionem meam. R. Et clamor meus ad te veniat. V. Dominus vobiscum. R. Et cum spiritu tuo. |
V. Heer verhoor mijn gebed, 11. En mijn geroep kome tot IJ. V. De Heer zij met u. R. En met uwen geest. |
OREMUS LATEN WIJ BIDDEN.
|
Omnipotent sempi-terne Deus, qui per mortem Unigeniti Eilii tui Domini nostri Jesu Christi, inundum res-taurare misericorditer dignatus es, ut a morte perpetua nos liberares, et ad gaudia perduce-res Paridisi: respice, quaesumus , pietatis tuse oculo devotam hanc familiam tuam, hie hodie in nomine tuo congregatam, cujus famulus tuus B. Erancis-cus, ut tibi augeatur credentium numerus, extitit Institutor. Illam super firmam petram, quse Christus est, con- |
Almachtige, eeuwige God, die U in Uwe barmhartigheid ge-waardigd hebt de wereld te herstellen door den dood van Uwen eeniggeboren Zoon,onzenHeer,Jesus Christus, om ons van den eeuwigen dood te verlossen en tot de vreugde des hemels te voeren; werp, smeeken wij U, een genadigen oogslag op deze Uwe godvruchtige vergadering, die heden hier in Uwen naam vereenigd is,waarvan Uw dienaar de zalige Eranciscus, de stichter geweest is, |
58
|
firma, ut ab omnibus turbationibus nmndi, carnis et diaboli sit secura; et iucedens per tuorum semitam man-datorum, meritis acer-bissimfe Filii tui pas-sionis, et Immaculatfe Matris ejus semperVir-giuis Marise, ac B. P. N. Francisci. omnium-que Sanctorum, gaudia teterna possideat. Per eumdem Christum, etc. OREMUS. |
Domine Jesu Chris-te, qui tegumen nos-trse mortalitatisindue-re, et in praesepio pan-nis involvi dignatuses, ten einde het getal dei geloovigen voor à te vermeerderen. Bevestig haar op de vaste steenrots, welke Christus is, opdat zij van alle aanvallen van de wereld, het vleesch en den duivel bevrijd zij, en denwegüwer geboden bewandel n de, doorde verdienstui van het smartvol lijden van Uwen Zoon, en die Zijner Onbevlekte Moeder, altijd Maagd, en van onzen Zaligen Vader Franciscus en van alle Heiligen, de eeuwige vreugde moge genieten.Door denzelf-den Christus, onzen Heer. R. Amen. LATEN WIJ BIDDEN. Heer Jesus Christus die U met onze sterfelijke n atuurhebt willen bekleeden en in de kribbe in doeken ge- |
9
5
|
(jjuiqueglorioso Contes-sori tuo B. P. N. Francisco tres Ordines in-stituere salubriter in-spirasti, ac eosdem per summos Eecl 'siaB Pon-tifices, tui Vicaiios, approbare focisti, im-mensam tuse clementire largitatem ouppliciter exoramus, t heec indumenta, q ise idem B. Franciscusad poeniten-tise indicium, ac pro valida contra sseculura, caruem et daemonem armaturacommilitones suos fratres de Poeni-tentia in Tertio OrJine portare constituit, be-nedicere f et sanctiü-care f digneris, ut bic famulus tuus (vel li sec famula tua), ea devote suscipiens, te ita in-duat, ut in spiritu hu-militatis viam manda-torum tuorum ad mortem usque fldeliterper-currat. Qui vivis et wonden worden, en die Uwen roemvollen belijder, onzen zaligen Vader Franciscus.heilrijk opgewekt bebt, om drie Orden te stichten, welke Grij door de Pausen der Kerk, Uwe plaats-bekleeders, bebt doen goedkeuren, wij smee-ken ootmoedig Uwe onbegrensde goedheid, dat gij deze kleeding gelievette zegenen jen te heiligen f, welke dezelfde xalige Franciscus gewild heeft, dat zijne metgezellen, de Broeders van Boetvaardigheid in de derde Orde zouden dragen als eene teeken van boetvaardigheid en als een krachtig wapen tegen de wereld, het vleesch en den duivel; opdat deze Uw dienaar (of: deze Uwe dienares)die kleeding godvruchtig aannemende, zich zoo- |
(50
|
OREMUS. Deus, qai ut servum redimeres, Fiiiumtuum per manus impiorum li-gari voluisti, benedief quaesumus, cingulum iatum; et prtesta ut famulus tuns, qui (vel fa-mula tua, quse) hocpoe-nitentise ligamine prse-cingitur, vinculorum ejusdem Domini nostri Jesu Christi perpetuo memor existat, tuisque regnas in .ssecula saecu- danig met ü bekleede lorum. dat hij (of: zij) in der R. Amen. geest van ootmoedig heidt tdendoodtoege-trouw den weg uwer ge boden bewandele. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. R. Amen. Zijn er meer personen om het habijt te ontvangen, dan gebruikt men het meervoud In plaats van het enkelvoud. Voor de zegening van het koord zegt de priester; |
LATEN WIJ BIDDEN. O God, die om ons slaven vrij te koopen gewild hebt, dat Uw Zoon door de handen der goddeloozen ge bonden werd ; wij bid den U, zegen f dit koord, en geef, dat Uw dienaar [of\ Uwe dienares), die zich met dien band van boetvaardigheid omgordt altijd de koorden van empe fatum e ess )omii um ( tuum, R. Hier KOORE op den trede aan, d toe Ie postul En vetei actib avert quibi dum pisti. R, |
61
|
iedeiemper obsequii.s alli-deDi-atum (vel alliratam) edig- ie esse cognosc ',t. Per gt;ege-)oinirmm nostr um Je-irge- -um Christum Filium Die ruum, qui tecum etc. n de ngen. it en E.. Amen. |
dienzelfdenJesusChris-tus, onzen Heer, indachtig zij. en zich zeiven als voor altijd aan uwen dienst verbonden beschouwe. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer, Uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H.Geestes. R. Amen. |
|
Exuat te Dominus veterem hominem cum actibus tuis, et cortuum avertatasseculi pompis quibus abrenunciasti, dum Baptismus susce-pisti. R, Amen. Hierna besproeit de Priester het KLEED en het KOORD met wijwater, zonder iets te zeggen. Daarna op den ondersten trap van het altaar öf op de voettrede neerknielende, heft hij den lofzang Veni Creator aan, dien hij beurtelings met de omstanders ten einde toe leest of zingt ; vervolgens wendt hij zich tot den postulant, die vóór het altaar is neergeknield, en zegt: de )EN. ons pen, Uw iden ge-bid-dit Uw diemet ioet-ordt van |
De Heer omkleede U van den ouden mensch met zijne werken, en keere Uw hart af van de ijdelhe-den der wereld, waaraan gij verzaakt hebt toen gij het Doopsel ontvicgt. R. Amen. |
62
Alsdan hangt hij hem het habijt of het scapu''er om, zeggende;
|
Induat te Dominus novum hominem, qui secundum Denm crea-tus est in justitia et sanctitate veritatis. K.. Amèn. |
De Heer bekleede u met den nieuwen menseh die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid. R. Amen. |
Hem daarna het koord aangevende, zegt hij;
|
Prsecingat te Dominus cingulo puritatis, et extinguat in lumbis tuis humorem libidinis, ut maneat in te virtus continentise et castita-tis. R. Amen, |
De Heer omgorde U met het koord van zuiverheid, en doove in Uwe lendenen de begeerlijkheid uit, opdat de deugd van onthouding en zuiverheid in U blijve. R. Amen. |
Eindelijk overhandigt hij hem de BRANDENDE WASKAARS, met de woorden:
|
Accipe, Frater caris-sime {vel Soror carissi-ma,) lumen Christi, in sigmxm immortalitatis tuse, ut mortuus {vel mortua) mundo, Deo vivas, fugiensoperate- |
Ontvang, beminde broeder {of zuster) het licht van Christus, tot teeken uwer ontsterfe-lijkheid, opdat gij gestorven zijnde aan de wereld, voor Godlevet, |
63
|
nebrarum. Exurge a imortuis, et ilhiminabit te Christus. |
R. Amen door de werken der duisternis te ontvluchten. Sta op van de doo-den, en Christus zal u verlichten. R.Amen. |
Ten slotte heft de Priester, naar het altaar gekeerd, den Psalm aan :
|
Laudate Dominum, omnes gentes; * laudate eum omnes populi. Quoniam confirmata est supernosmisericor-dia ejus ; * et veritas Domini manet in seter-num. Gloria Patri et Fi-lio,* et spiritui Sancto. Sicut erat in princi-pio, et nunc, et semper, et in sïBcula ssbcuIo-rum. Amen. V. Confirma hoe Deus quod operatus es in nobis. R. Atemplo sancto tuo quod est in Jerusalem. |
Looft den Heer, alle natiën, looit Hem, alle volkeren. Want groot is zijne barmhartigheid jegens ons, en eeuwig duurt des Heeren trouw. Glorie zij den Vader en den Zoon en den Heiligen Geest, Gelijk het was in het begin, en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen. V. Bekrachtig, o God, hetgeen Gij in ons hebt uitgewerkt. R. Van uit Uwen heili-ligen tempel, die te Jerusalem is. |
64
|
V. Salvum fac servum tuum (vel salvam fac famulam tuam). R. Deus meus, speran- tem in te. V. Mitte ei Domine auxilium. de Sancto. R. Et de Sion tuere eum (vd earn). V. Nihil proüciat ini-micus in eofsveZinea) R. Et filius iniquita-tis non apponat no-cere ei. V. Domine exaudiora- tionem meam. R. Et clamor meus ad Te veniat. V. Domiims vobiscum R. Et cum spiritu tuo. OREMUS. Deus misericordise, Deus pietatis, Deus a quo bona cuncta pro-eedunt, sine quo nihil |
V. Behoed Uwen die naar [of Uwe diena res), R. Die op U hoopt, c| mijn God. V. Zend hem (of haarl o Heer, hulp van uit Uw heiligdom. R. En bescherm hemi [of haar) van uit.' Sion. V.Devijandwinue niets op hem {of baar). R. En de zoon der ongerechtigheid onder-neme het niet hem (oj ton haar) te schaden R. Heer, verhoor i jn gebed. R. En mijn geroep koine tot U. V. De Heer zij met u. R. En met uwen geest, cu cc lie pint LATEN WIJ BIDDEN. O Grod van barmhartigheid, God van genade, God van wien alle goed voorkomt sanc hiliq cibu assis lum fami tuo crui tum omr tis f tect eed pos per 701 rui tur |
65
|
sanctum inchoatar, ni hilique perficitur, pre-cibus nostris benignus assiste, et hunc famu-lum tuum [vel hanc famulam tuam,) cni in tuo sancto nomine sacrum poenitentife habi-tum imposuimus, ah omnibus periculis mentis et corporis tua pro-tectionedefende.et concede ei in sancto pro posito, ad finem usque perseverare, ut pecca-torum suorum remis-^nne peroepta, ad con-tium eetorum tuo-rum pervenire merea-tur. |
Deus, qui per imma-culatam Vir^inis Con-ceptionem, digcum Fi-lio tuo habitaculum prseparasti; qusesumus; ut qui ex morte ejus-dc-iri filii tui prsevisa, zonder wien niets heiligs ondernomen ofvol-t rokt en wordt, verhoor goedgunstig onze gebeden en bescherm dezen uwen dienaar {of deze uwe dienai es),dien(die) wij in nwen naam met het heilig kleed der boetvaardigheid bekleed hebben, tegen alle gevaren der ziel en des lichaams, en verleen hem {of-, haar) in zijn {of: haar) heilig voornemen ten einde toe te volharden, opdat hij (o/; zij) de vergiffenis zijner (o/: harer) zonden bekomen hebbende, tot het gezelschap Uwer uitverkorenen verdiene te geraken. O God, die door de Onbevlekte Ontvangenis der H. Maagd eene waardige woonplaats voor uwen Zoon hebt voorbereid; wij bidden U, dat (rij, die, wegens |
5
G6
|
earn ab omni labe prte-servasti, nos quoque mundos, ejus interces-sione, ad te per venire concedas. Deus, qui mira Cru-cis mysteria in tuo de-votissimo confessore B. Francisco multiformi-ter demonstrasti, da famulis tuis, ipsius semper exempla sectari, et assidua ej usdem Cru-cis meditatione muniri. |
liet voorzien van den dood van dienzelfden uwen Zoon. baar van alle smet bewaard bebt, ook ons verleenet van door bare voorspraak vlekkeloos tot U te naderen. O God, die in uwen van liefde brandenden belijder, den zaligen Franciscus, de wondervolle geheimen van bet Kruis op veelvuldige wijze bebt doen uitschijnen, geef aan Uwe dienaren, dat zij altijd zijne voorbeelden volgen, en zich door de aanhoudende overweging van datzelfde Kruis versterken. |
VOOR EEN MEDEBROEDER.
|
Deus, qui B. Lu-dovicum Confessorem tuum de terreno regno ad coelestis regni glo-riam transtulisti; ejus. |
O God, die Uwen Belijder, den H. Ludovi-cus, van het aardsche Koninkrijk tot de glorie van het hemelrijk |
(57
|
quaesuraus, mentis et intercessione, Regis Regtim Jesu Christi Filii tui, facias nos esse consortes. Qui tecum vivit. R. Amen. |
hebt overgevoerd; wij smeeken U door zijne verdiensten en voorspraak, maak ons deel-genooten van den Koning dér Koningen, Jesus Christus , Uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, in de eeuwen der eeuwen. R. Amen. |
VOOR EENE MEDEZUSTER.
|
Tuorum corda Eide-lium. Deus miserator, illustra, et B. Elisa-bethprecibusgloriosis, fac nos prospera mun-di despicere, et coelesti semper consolatione gaudere. Per Christum üomimim nostrum. R. Amen. |
O barmhartige Grod, verlicht dehartenUwer geloovigen, en doe ons door de roemvolle voorspraak van de zalige Elisabeth den voorspoed der wereld verachten en de hemelsche vertroosting altijd genieten. Door Christus onzen Heer. R. Amen. |
Daarna zegt de Visitatoi:
|
V. Domine exaudi ora-tionem meam. |
V. Heer. verhoor mijn gebed. |
lt;gt;8
|
R. Et clamor mens ad te veniat. V. Benedicamus Domino. R. Deo gratias. |
R. En mijn geroep kome tot U, V. Laten wij den Heer zegenen. R. God zij gedankt. |
En iaar deomstaanders gekeerd geeft bijaiien den zegen, zeggende:
De zegen van den almachtigen (rod, den Vader en den Zoon f en den H. Geest dale over U neder en blijve altijd met U. R. Amen.
Na het einde der plechtiglieid worden de naam en voornaam van den nieuweling (of van de nieuwelinge), alsmede zijne geboorte-en woonplaats en de dag der inkleeding vol-gendervvijze op het register ingeschreven:
Anno Domini . . ., mense . . . , die . .., in Ecclesia ^ {vel oratorio vel in loco
decenti domus . . . ,) praesente Fratrum (vel Sororum) Congregatione;
Infrascriptus ego N. Director (vel Sacerdos facultate munitus, aut Visitator aut Guardia-nus) habitum Tertii Ordinis Poenitentium S. Francisci imposui Domino N. N. (vel Dominse N, N.), habenti domicilium in civitate . .. (vel loco . . . )
In quorum iidem ego scripsi.
Benedictio Dei om-nipotentis Patris , et Filii 1-et Spiritus Sanc-ti. descendat super vos, et maneat semper.
R. Amen.
69
ARTIKEL III.
Volgorde bij de Professie.
I. Op den dag der professie heeft er eene plechtige Congregatie plaats, en het altaar wordt versierd als op estdagen De novice, die, zoo mogelijk het volledig habijt der Orde of tenminste scapulier en koord uitwendig draagt, knielt vóór het altaar op den grond neder, terwijl de priester, in koorhemd en witte stool boven op de voetrede geknield aanheft:
Veni, Creator Spiritus, etc. (Zie bladz. 48-j
|
V. Emitte Spiritum tuum et creabuntur. E,. Et renovabisfaciem terra?. OREMUS. Deus, qui corda fi-delium Sancti Spiritus illustratione docuisti; da nobis in eodem Spi ritu recta sapere, et de ejus semper conso-lütione o-aiulere. |
V. Zond Uwen geest uit, en zij zullen herschapen worden. R. En Gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen. LATEN WIJ BIDDEN. O God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den Heiligen Geest hebt onderwezen, geef da.t wij in dienzelfden Geest de ware wijsheid erlangen, en ons altijd over zijne vertroosting verblijden. |
TO
|
Da^ quaesumus Do-mine, huic famulo tno (vel huic famulae tuae) (juem {vel quam) Or-dinis habitu decorare jam dignatus es, ad in-choati operis perfec-tionem feli citer per venire. Per Christum Dominum nostrum. R. Amen. |
(reef, bidden wij U, o Heer, aan deze U-wen dienaar (deze Uwe dienares), dien (die) Gij U reeds gewaardigd hebt met liet kleed der Orde te vereeren. dat hij (lt;?/ zij) gelukkig tot de voltrekking van bet begonnen werk moge komen. Door Chris tus onzen Heer. R. Amen. â n |
2. Hierna vraagt de Priester vóór het altaar gezeten aan den novice, die vóór hem ligt neergeknield:
|
Fater X. . . (vd So-ror X.. .), quid posüi-las ? |
Broeder N.. . [of zuster X,. . wat verlangt gij? |
De novice antwoord
|
R. Pater, postulo admitti ad sanctam professionem in Tertio Ordine S. Francisci, ut in eo usque ad mortem Deo serviam. |
Eerwaarde Vader,ik vraag toegelaten te worden tot de heilige professie in de Derde Orde van den Heiligen Fransiscus, om daarin God tot den dood te dienen. |
71
Na Oeo gratias geantwoord te hebben, zal de Priester de heiligheid der professie, welke de noviee gaat afleggen, in weinige woorden doen uitkomen; daarbij moet hij evenwel uitdrukkelijk te kennen geven, dat die professie volstrekt geene belofte in zich besluit, noch eenige andere verplichting die op straf van zonde verbindend is, en dat de Tertiarissen, volgens den Regel zeiven en volgens de verklaring van den H. Stoel, in geen enkel opzicht eenige andere verplichting in geweten cp zich nemen, dan andere Christenen. Echter zal hij den ijver van den novice prijzen en aanmoedigen door de he ilzame uitwerkselen der professie aan te toonen uit een of ander voorbeeld der heiligen of door andere beschouwingen volgens omstandigheden voor te dragen. Na deze korteaansporing knielt de novice met gevouwen handen vóór den Priester neder, en spreekt het volgend formulier van professie uit:
|
Ego N. coram Deo omnipotenti, ad liono-rem Immaculatse B. V. Marite, et B. Patris Francisci omniumque Sanctorum , promitto servare mandata Dei toto tempore vitte mete, et Regnlam Ter-tii Ordinis, ab eodem Beato Francisco insti-tntam, jirxta formam a XicolaoPapa Quarto et a Leone Decimo tertio confirmatam; item satisfacere ad Vissitato ⢠|
Ik X. beloof in tegenwoordigheid van God almachtig, ter eere van de onbevlekte Heilige Maagd Maria, den Heiligen Vader Franciscns i en alle Heiligen , geheel den tijd mijns levens de geboden Gods te onderhouden, alsook den Kegel der Derde Orde, door denzelfden Heiligen Franciscns ingesteld, volgens den vorm, welke door de Pausen Nicolans den |
|
ris placitum pro trans-gressionihus contra eamdem Regulam com missis. Et ego ex parte Pei, si htec observaveris . promitto tibi vitam ee-ternam. InnominePa-tris, et Filii f et Spiritus Sancti. R. Amen. |
Vierden en Leo den Dertiendenis bekrachtigd; tevens beloof ik, volgens goedvinden van den Visitator te voldoen voor de over: tredingen, die ik tegen de7en Regel mocht begaan. En ik beloof U van Gods wege, indien Gij dat onderhoudt, het eeuwig leven. In don naam des Vaders, en des Zoons f en dos H. Geestes. R. Amen. Tib! ibi ci Lotesl i Til aphi rocli | Sai Sa Sa Deus PI tem tuie. T( tolo] T dab: De Priester voegt daaraan toe: |
|
Te Deum lauda mus: te Dominum con-fitemiir. Te teternum Patrem omnis terra veneratur. 3. Allen staan op; men zingt den lofzang Te Deum Laudamus en al de medebroeders, doch alleen de Dis-creten of raadsleden, indien het getal der medebroeders te groot is) geven achtervolgens den vrede aan den nieuw geprofeste, zeggende: Pax tecum, waarop deze antwoordt: Et cum spiritu tuo. Hetzelfde doen de zusters met hare medezuster. |
ü, o God, loven wij ; U, o Heer, prijzen wij. U, eeuwige Vader, vereert de gansche aarde. 1 dat rur Eci J Me ve Ik |
|
den. Tibi omnes angeli, fach-Uln coeli et universse ^ [lotestates. uden i Tibi Cherubim et Se- gt;verquot; toroclamant. e§en i Sacctus, oc^: Sanctus, Sanctus, Domiuus, Deus Sabaoth, Pleni sunt cceli et v,;,l.n terra maj est atis glorise h t tui:iequot; n Te gloriosua Apos- 011 tolorum chorus. en TT Teprophetarumlau-dabilis numerus. Te Martyrum candi-datus land at exercitus. Te per orbem terrarum sancta confitetur Ecclesia. Patrem immensae Majestatis. Venerandum tuum verum et unicum Fi-lium, |
U lo^en alle Engelen, U alle Hemelen en alle Machten, U roepen de Cherubijnen en Serafijnen zonder ophouden toe; Heilig, Heilig, Heilig, de Heer, God der Heirscharen. Hemel en aarde zijn vol van de heerlijkheid uwer Majesteit. U looft het schitterend koor der Apostelen, U prijst de lofwaardige schaar der Proleten, U roemt het luisterrijk heir der Martelaren, U belijdt deH. Kerk over geheel de aarde. Vader der onmete lijke Majesteit, En uwen aanbid-denswaardigen waren en eenigen Zoon. |
74
|
Sanctum quoqnePa-raclitum Spiritum. Tu Rex glorise. Ch riste. Tii Patrissompiter-nus es Filius. Tu ad liberandum suscepturus hominem non horruisti Virginia uterum Tu, devicto mortis aculeo, aperuisti cre-dentibus regna coelo-rum, Tu ad dexteram Dei sedes, in gloria Patris. Judex crederis esse venturns. |
Alsmede den H. Gee^t,den Vertrooster, Gij', Christus, zijt de Koning der glorie. Gij zijt de eeuwige Zoon des Vaders. Gij hebt, toen Gij om ons te verlossen de menschheid aannaamt denschoot eenermaagd i niet geschroomd. Gij hebt, na den ; prikkel des doods ver-wonnen te hebben, den geloovigen het he-i meirijk geopend. Gij zit aan de rech-terhandGodsin de heerlijkheid des Vaders. Wij geloov-en, dat Gij als Rechter zult komen. |
Bij het volgende vers knielt
Te ergo qugesumus,
tuis famulis subveni, __â â
quos pretioso sanguine | te hulp. die Gij met Uw redemisti. : dierbaar bloed hebt
: verlost.
men.
Daarom bidden wij U, kom Uwen dienaren
O
|
Aetema fac, cum sanctis tuis, in gloria numerari. Salvum facpopulum tuum, Domine, et bene-dic lisereditati tuse. Et rege eos,et extolle illosusqueiu seternum. Per singulos dies benedicimus te. Et laudamus nomen tuum in sseculum et in Sceeulum sseculi. Dig a are, Domine, diei8to,sinepeccato nos custodire. Miserere nostri, Domine, udserere nostri. Fiat misericerdialua, Domine super nos, quemadmodr.tn spera-vimus in te. In te Domine,speravi, non confundar in Eeter-num. |
Laat hen allen in de eeuwige lieeriijkheid onder uwe Heiligen gesteld worden. Maak uw volk zalig, o Heer, en zegen uw erfdeel. En bestuur hen, en verhef ze tot in eeuwigheid. Eiken dag loven wij ü. En wij prijzen uwen Naam in de eeuwigheid der eeuwigheden. Gewaardigu.oHeer, ons heden van alle zon den te bewaren. Ontferm D onzer o Heer, ontferm U onzer. Doe Uwe barmhartigheid op onsnederko-men, naarmate wij vertrouwd hebben op U. Op U. o Heer, heb ik gehoopt, en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden. |
76
Nadat het Te Deum gezongen is, zegt men:
|
V. Confirma hoe Deus, quod operatus es in nobis, R. Atemplo sancto tuo quod est in Jerusalem. V. Salvum fac servum tuum [vel salvam fac ianiulam tuam). R. Deus meus speran-tem in Te. V. Mitte ei Domine auxiiium de sancto. R. Et de Sion tuere eum [vel earn). V. Nihil proficiat ini micus in eo [vel earn). R. Etfiliusinniquitatis no]i apponat nocere ei. V. Domine e^audi ora- tionem meam. R. Et clamor meus ad te veniat. V. Dominus vobiscum. R. Et cum spiritu tuo. |
V. Bekrachtig, o God hetgeen Gij in ons hebt uitgewerkt. R. Van uit uwen hcili gen tempel die te Jerusalem is. V. Behoed Uwen dienaar [of Uwe dienares.) R. Die op U hoopt, o mijn God, V. Zend hem [of haar) o Heer, hulp van uit Uw heiligdom. R. En bescherm hem [of; haar) van uit Sion. V. De vijand winne niets op hem [of haar), R, En de Zoon der ongerechtigheid onder-neme het niet hem (of: haar) te schaden. V. fleer, verhoor mijn gebed. R. En mijn geroep kome tot U, V, De Heer zij met ii. R. En met uwen geest. rus, e tus es slmae pro c tias a per rante ms p eosde ad pi ponai |
77
|
OREMUS. Go i ons Deus, cujus miseri-ordiae non est numerus, et bonitatis infini-tus est thesaurus, piis-simae majestati tuae pro collatis donis rrra-tias agimus, tuam semper clementiam exo-rantes, ut qui petenti-)us postulata concedis, eosdem non deserens ad praemia futura dis-ponas. Deus, qui per imma-culatam Virginis Con-ceptionem, dignum Tilio tuo habitaculum iraeparasti, quaesu-mus, ut qui ex morte ejusdem Filii tui prae-visa, earn ab omni labe u-aeservasti, nos quo-que mundos, ejusinter-cessione, ad te perve-nire concedas. |
LATEN WIJ BIDDEN. O God v/iens barmhartigheden zonder tal zijn en wiens goedheid een onuitputbare schat is, wij brengen dank aan Uwe weldadige Majesteit voor de verleende weldaden, en smeeken voortdurend Uwe goedertierenheid, dat Gij, die aan de bid-denden geeft hetgeen zij U vragen, hei^ nimmer verlaat, maar hen tot de toekomstige belooningen geschikt ma-ket. O God, die door de Onbevlekte Ontvangenis der H. Maagd eene waardige woonplaats voor Uwen Zoon hebt voorbereid; wij bidden U, dat Gij, die, wegens het voorrien van den dood van dienselfden Uwen Zoon, haar van alle smet bewaard hebt, ook onsverleenet |
1
78
|
Uomine Jesu Chris-te, frigescente mundo, ad inflamman-dum corda nostra tui amoris igne, in carne beatissimi Patris nos-tri Francisci passionis tuae sacra Stigmata re-novasti: concede propi-tius; ntj ejus meritis et precibus, crucem jugi-ter feramus, et dignos fructus pcenitentiae fa-ciamus. |
van door hare voorspraak vlekkeloos tot U te naderen. O Heer Jesus Christus, die toen de wereld, in de liefde verkoelde, om onze harten door het vuur Uwer liefde te ontsteken, de heilige teekenen van Uw lijden in het lichaam van onzen allerzaligsten Vader Franciscus vernieuwd hebt, geef ge-naciig, dat wij door zijne verdiensten en gebeden het Kruis gedurig mogen dragen en waardige vruchten van boetvaardigheid voortbrengen. |
VOOR EEN MEDEBROEDER.
|
Deus, dovicum tuum de terreno regno-ad coelestis regni glo-riam transtulisti: ejus, qui B, Lu- Confessorem |
O God, die Uwen Belijder, den H. Ludovi-cus, van het aardsehe Koninkrijk tot de glorie van het hemelrijk |
7!)
|
jueesumus, meritis et iiitercessione, Regis Regum Jesum Christi ?ilii tui facias nos esse onsortes. Qui tecum rivit. )or-tot ris-â¢eld Ide, oor ete ige lij-fan ten erge- 3or en geen fan irt- ïe-vi-he lo- yk R. Amen, Tuorum corda Fide-ium, Deus miserator, llustra, et B. Elisa-)eth precibus gloriosis, 'ac nos prospera mun-li despicere, et coelesti temper consolatione 'jaudere. Per Christum Dominum nostrum. R. Amen. |
heeft overgevoerd; wij smeekeu U door zijne verdiensten en voorspraak, maak ons deel genoot en van den Koning der Koningen, Jesus Christus, Uwen Zoon, die met U leeft en heerschtin de eenheid des H. Geestes, in de eeuwen der eeuwen. R. Amen. VOOR EENE MEDEZUSTER. O barmhartige God, verlicht dehaitenUwer geloovigen, en doe ons doorde roemvolle voorspraak van de zalige Elisabeth den voorspoed der wereld verachten endehemelsche vertroosting altijd genieten. Door Christus onzen Heer. R. Amen. |
80
|
Deus, qui famulum tuum (vel famulam tuam) a vanitate sae-culi conversum {vel conversam) ad bravium siipernae vocationisas-sequenJiim accendis ; pectori ejus illabere, et gratiam tuam, qua in te perse ver et, illi infu ride: ut protectionis tuse munitus {vel munita) prse^idiis, quod te donante promisit, adim pleat, et sancte vivendi aliis semper exemplum prsebens, ad ea, quae perseverantibus pro-missa sunt, seterna prsemia perveniat. Per Dominum etc. R. Amen. |
O Grod, die Uwen die-naar(o/; Uwe dienares) van de ij delheid der werelcf hebt afgetrokken en hem (of: haar) opgewekt om de kroon der hemelsche roeping te bekomen,daalinzijn {of-, haar) hart neder en stort er de genade van volharding in, op dat hij (of zij) door de hulpÃwer bescherming versterkt zijnde, vol-brenge wat hij (of: zij)quot;/ door Uwe genade beloofd heeft, dat hij {of: zij) aan de anderen altijd een voorbeeld van heiligen levenswandel geve en tot die eeuwige belooning gerake, welke beloofd is aan hen,dievolharden.Door onnenHeer JesusChris- ij tug, die met U leeft en f heerscht in de eenheid des H. Geestes, God in de eeuwen der eeuwen. R. Amen. |
Daarna geeft de Priester aan aen nieuw geprofeste den zegen, dien de H. Vader Franciscus aan zijn leerling gaf:
|
Benedicattibi Domi-nxis, et custodiat te. Osteudat Dominus fa-ciem suam tibi, et mi-sereaturtui. Convertat Dominus vnltum suum ad te. et det tibi pa-cem. â Dominus te benedicat j. Amen. |
De Heer zegene u, en beware u. De Heer toone zijn aanschijn, en ontferme zich over u. De Heer wende zijne oogen tot u en verleene u vrede. Dat de Heer u zegene. f Amen. |
Vervolgens over allen-
|
Benedictio Dei om-mpotentis, Patris, et quot;'iliifet Spiritus Sancti . ^scendat super vos, et i meat semper. R. Amen. |
De zegen van den Almachtigen God, den Vader en den Zoonfen den H. Geest dale over u neder en blijve altijd met u, B. Amen. |
Eindelijk geeft hij den nieuwgeprofeste de voeten van het kruisbeeld te kussen, ten teeken der eeuwige liefde tot Jesus Christus en van het altijddurend verbond.
J
4. Aanstonds na de Congregatie wordt de verklaring der afgelegde professie op de volgende wijze in het register der professie ingeschreven:
Infrascriptus ego. , Director (ve/ Sacerdos) ad professionem in Tertio Ordine Poeniten-tium S. Francisci admisi Dominum N. N. , qui receperat habitum anno. . . , mense.. ., die. ... In quorum fidem etc.
volgi de onderteekening van den P. Directeur of van den wettig gemachtigden Priester.
In gevaar van sterven is het den novice vergund de professie te vervroegen en die zelfs te doen bij lederen biechtvader, indien er niet gemakkelijk een gevolmachtigde Priester te vinden is ; want de Generale Ministers hebben verklaard, dat in dit geval alle biechtvaders de noodige macht bezitten); doch zulk eene vervroegde professie moet op de registers niet ingeschreven wórden vóór den dood van den medebroeder, daar deze. ingeval van herstel, de professie opnieuw moet doen. en zij alsdan opgeteekend wordt.
----O CO---
ARTIKEL IV.
cBijamp;ondezc Qonlt;fyiccfraiic o| Qonfezc-ntic det- taadsieden.
Eens in de maandzullen de Pater Visitator of Directeur, de Ministeren allen, die eene bediening uitoefenen, alsmede andere raadsleden afzonderlijk bijeen-
S3
komen. De Pater Directeur, of de Visitator ot de Gardiaan zal Voorzitter zijn; de Minister, de andere dienstboden en de raadsleden nemen, ieder volgens zijn rang, plaats; daarna zeggen zij:
|
Veni, Sancte Spiritus etc. Sub tuum praesidium etc. Respice, beate etc. Kyrie eleison, etc. Meutes nostras, etc. |
| Kom,Heiligen Greest, | enz. (Zie hl adz. 46. Onder uwe bescher-i ini11g enz. (ZiebladsA^j.) Zie, o gelukzalige enz. (Zie bi adz. 47.^ Heer, ontferm u onzer, enz. CZied) I adz. 47.) Wij bidden U, enz. (Zie hladz. 48.) |
Op het einde der verga ering wordt gezegd;
|
Kyrie eleison. Christe eleison. Kyrie eleison. Pater noster, se ere to. V. Et ne nos inducas in tentationem. R. Sed libera nos a malo. V. Memor esto Congre-gationis tuse. R. Quam possedisti ab initio. |
Heer, ontfermUonzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer, Onze Vader, in stilte. V. En leid ons niet in bekoring. R. Maar verlos ons van den kwade. V. Wees uwe vergadering indachtig, R. Die TJ van het begin heeft toebehoord. |
84
|
V. Domine exaudi ora- tionem meam. R. Et clamor mens ad te veniat. V. Dominus vobiscura. R. Et cum spiritu tuo. OREMUS. Praesta nobis, (|U£e-sumus Domme, auxi-lium gratiaj tuse, ut quae, te auctore,facien-da cognovimus, te ad-juvante implere valea-mus. Deus, sine quo nihil est validum nihil sanctum, nmltiplica super nos misericordiam tu-am, ut te rectore, te duo e, sic transeamus per bonatemporalia, ut nonamittamus aeterna. Per Christum etc. Agimus Tibi gratias Omnipotens Deus, pro |
V. Heer, verhoor mijn gebed. R. En mijn geroep home tot u. V. De Heer zij met u. R. En met uwen geest. L A.TEN WIJ BIDDEN. Wij bidden U, o Heer, verleen ons de hulp Uwer genade, opdat hetgeen wij door Uwe verlichting als onzen plicht kennen, wij door Uwen bijstand m ogen vervullen. O God, zonder wien niets krachtig, niets heilig is, schenk ons Uwe overvloedige barmhartigheid, opdat wij, onder Uwe bestiering en geleiding, zulk gebruik maken van de tijdelijke goederen, dat wij de eeuwige niet verliezen. Door Christus, onzen Heer. Amen. Wij bedanken U, o almachlige God, voor |
1
SU
|
universis beneficiis tuis: qui vivis et regnas in ssecula saBculorum. R. Amen. V. Benedicamus Domino. R. Deo gratias. V. Et fidelium animse per misericordiam Dei requiescant in pace. R. Amen. |
al Uwe weldaden. Die leeft en lieersclit in de eeuwen der eeuwen. R. Amen. V. Laten wij den Feer zegenen. R. God zij gedankt. V. En dat de zielen der geloovigen door Gods barmhartigheid rusten in vrede. R. Amen. |
ARTIKEL V.
tywfiieamp;inyen.
Men zingt of leest den lofzang l/eni, Creator Spiritus, etc {Zie bLadz. 4b.)
Na afloop der verkiezing worden de namen der gekozenen bekend gemaakt; daarna zingt men den lof-zang Te Deum laudamus.
(Zie hl adz. 72.)
Vervolgens:
|
V. Confirmahoc, Deus, quod operatus es in nobis. |
V. Bekrachtig, o God, hetgeen Gij in ons hebt uitgewerkt. |
i
86
|
R. A templo sancto tuo, quod est in Jerusalem. V. Orapro nobis, Sanc- ta Dei Genitrix. R. Ut digni efficiaraur promissionibus Christi. V. Signasti, Domiue, servum tuum Fran-ciscum. R. Signis redemptionis nostrfe. V. Domine exaudi ora- tionem meam. R. Et clamor meus ad te veniat. V. Dominus vobiscum. R. Et cum spiritu tuo. OREMUS. Deus, cujus miseri cordiee non est numerus, et bonitatis infini-tus est thesaurus, piis-simee majestati tute pro oollatis donis gra-tias agimus, tuam semper cleraentiam exoran-tes, ut qui petentibus |
R. Van uit Uwen heiligen tempel, die te Jeruzalem is. V. Bid voor ons. Hei-, lige Moeder Gods. R. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus V. Gij hebt o Heer, Uwen dienaar Fran-ciscus geteekend. R. Met de teekenen unzer Verlossing. V. Heer, verhoor mijn gebed. R. En mijn geroep ko- me tot U. V. De Heer zij met U. R. En met Uwen geest. LATEN WIJ BIDDEN O God, wiens barmhartigheden zonder tal zijn en wiens goedheid een onuitputbare schat is, wij brengen dank aan Uwe weldadige Majesteit voor de verleende weldaden, en smeeken voortdurend |
87
|
postulatacoiicedis, eos-dem non deserens ad prsemia futnra dispo-naB. Deus, qui per imma culatam Virginis Con-ceptionem, dignum Filio tuo habitaculum prfeparasti, (|ucesu-mus, ut (ji;i ex morte ejusdem Filii tui prse-visa, earn ab omni labe praeservasti, nos quo-que mundos, e jus intercession e, ad te perve-nire ooncedas. Ãomine Jesu Chris- | te, qui, frigeseente! mundo, ad inflamman- I dum corda nostra tui i amoris igne, in carne | beatissimi Patris nos-tri Franoisci passionis tufe sacra Stigmata re- |
Uwe goedertierenheid, dat Gij, die aan de biddende geeft hetgeen zij U vragen, hen nimmer verlaat, maar hen tot de toekomstige be-looningen geschikt maket. O God, die door de Onbevlekte Ontvangenis der H. Maagd eene waardige woonplaats voor Uwen Zoon hebt voorbereid; wij bidden U, dat Gij, die, wegens het voorzien van den dood van dienzelfden Uwen Zoon, haar van alle smet bewaard hebt, ook onsverleenet van door hare voorspraak vlekkeloos tot U te naderen. O Heer Jezus Christus, die toen de wereld in de liefde verkoelde, om onze harten door het vuur Uwer liefde te ontsteken, de heilige teekenen van uw lijden in het lichaam van |
â
88
|
novasti; concede propi-tius; ut, ejus meritis et precibus, crucem jugi-ter feramus, et dignos fructus pcenitentiee fa-ciamus. Qui vivis et regnas in sgecula sfeculorun. R. Amen. V. Benedicamus Domino. R. Deo gratias. Benedictio etc. |
onzen allerzaligsten Vadei' Franciscus vernieuwd iiebt, geef genadig, dat wij door zij--ne verdiensten en gebeden het Kruis gedurig mogen dragen en waardige vruchten van boetvaardigheid voortbrengen. Die leeft enheerscht in de eeuwen der eeu-wen. R. Amen. V. Laten wij den Heer zegenen. R. God zij gedankt. De zegen enz. Zie hl adz. 6S. |
orde wordt onderhouden bij der medezusters.
de verkiezing
Dezelfde
ARTIKEL VI.
Sficfv
Nadat de aankomst van den Visitator hekend gemaakt en de Congregatie bijeengekomen is. zingen de Broeders (of Zusters de volgende verzen van Psalm CV:
|
Confitemini Domino quonia'ti bonus; * quo-niam in sseculum mise-ricordia ejus. |
Looft den Heer, want Hij is goed: want zijne goedertierenheid duurt in eeuwigheid. |
89
|
Qiiis loquetur potential Domini,* auditas facif-t omnes laudes ejus V Beati qui costodiunt judicium, et faciunt justitiam in omni tempore. Memento nostri. Do-mine. iu bene placito populi tui; * visita nos in salutari tno: Ad videndutn in bo-nitate electorum tuo-rum, ad Isetandum in leetitia gentis tuse ; * ut lauderis cum htere-ditate tua. Gloria Patri etc. Y. Memento Congre- gationis tute. R. Quam possedisti ab initio. OREMUS. Conscientias nostras, quoesumus Domine, visit an do purifica; ut ve |
Wie kan des Heeren machtdaden uitspreken, wie al zijnen lof vermelden ? Gelukkig zijn ze, die doen wat recht is, die de deugd betrachten, ten allen tijde. Gedenk aan ons, o Heer. in uwe goedheid jegens uw volk, bezoek ons met uw heil. Opdat wij het geluk aanschouwen van uwe uitverkorenen, onsverblijden mogen over de blijdschap van uw volk: opdat Gij geprezen wordet met uw erfdeel. Glorie zij den Vader enz. V. Wees uwe vergadering indachtig. R. Die U van het begin af heeft toebehoord. LATEN WIJ BIDDEN. Wij bidden U, o Heer, zuiver onze gewetens door uw bezoek, opdat |
90
|
3 niens Dominus noster 1 Jesus Christus Filius ] tuus, paratam sibi in 1 nobis inveniat mansio- ï nem. Qui tecum vivit ⢠et regnat etc. K. Amen. |
onze Heer J esus Christus, uw Zoon. bij zijne komst een Hem voorbereid verblijf in ons vin-de, die met IJ leeft en heerscht enz. R. Amen. |
Daarna : l/eni, Creator Spiritus, met het vers, responsorie en de oratie. fZie blad'. 48 em.) De Visitatie eindigt met het gezang van Zacharias:
|
Benedictus Domii ris Deus Israel,:i: quia vi-sitavit,et fecit redemp-tionem plebis suae. Et erexit cornu salu-tis nobis, *in domo Da-vi i pnez'i sui; Sicut locutus est per os sanctorum, * qui a sseculo sunt, propheta-rum ejus. Salutum ex inimicis nostris.^etdemanuom-nium, qui oderunt nos. Ad faciendam misc-ricordiam cum patri |
Gezegend is do P! eer, de God van Israël, omdat hij zijn volk bezocht en verlossing gewrocht heeft. En een reddingshoorn voor ons opgericht in het huis van David, zijnen dienstknecht. Gelijk hij gesproken had door den mond zijner heilige aloude Profeten. Redding van onze vijanden en uit de hand van allen die ons haten. Om barmhartigheid te doen aan onze vaderen. |
91
|
bus nostris; * et metno-rari testament! sui Lsancti; Jusjurandum, quod juravit ad Abraham, patrem nostrum, * da-turum se nobis; Ut sine timore, de marni inimicorum nos-trorum liberati, * ser-viamns illi. In sanctitate et jus-titia coram ipso, * omnibus diebus nostris. Et tu, puer, Prophe-ta Altissimi vocaberis; * prajibis enim ante faciem Domini parare vias ejus; Ad dandam scientiam salutis plebi ejus, * in remissionem pecoato-rum eorum; Per viscera miseri-cordite Dei nostri; * in quibus visitavit nos Oriens ex alto : en gedachtig te wezen aan zijn heilig verbond; |
Aan den eed, welken hij gezworen heeft aan Abraham, onzen vader, dat hij onszoude geven. Dat wij, uit de hand onzer vijanden verlost, hem zonder vrees dienen. In heiligheid en gerechtigheid voor hem, al onze dagen. En Gij, o kind, zult een Profeet des Aller-h oogsten genoemd worden, want gij zult den Heere voorafgaan om zijne wegen te bereiden. Om aan zijn volk kennis des heils te geven ter vergeving hunner zDnd en ; Doordegrootebarm-hartigheid van onzen God, door welke ons de Opgaande uit den hoo-ge bezocht heeft. |
|
llluminare his, qui in tenebris, et in umbra mortis sedent; * ad di-rigendos pedes nostros in viam pacis. Gloria Patri etc. V. Visitasti terram et inebriasti eam R. Multiplicasti locu -pletare eam. OREMUS Da t'amulis tuis, Do-mine,indulgentiampec-eatorum, consolatio-nem vitee, gubernatio-nem perpetuam: ut tibi servientesj ad tuam jugiter misericordiam pervenire mereantur. Familiam tuam, qufe-sumi^s Domine, conti-nua pietate custodi; ut qufe in sola spe gratiae cselestis innititur, tua |
Om te verlichten die in duisternis gezeten zijn en in schaduw des doods, ten einde onze voeten te richten naarr den weg des vredes. Glorie zij den Vader, enz. V. Gij hebt de aarde bezocht en overvloedig gedrenkt. R. Gij hebt haar groo telijks verrijkt. LATEN WIJ BIDDEN. Geef, o Heer, aan uwe dienaren de vergiffenis der zonden, de vertroosting des le vens, voortdurende bestiering, opdat zij b' dienende altijd uwe barmhartigheid mogen genieten. Wij bidden U, oHeer bewaar uwe dienaren door uwe aanhoudende goedheid, opdat zij, die alleen op de hoop der m; |
;)3
|
semper protectione mnniatm'. Per Chris turn etc. R. Amen. |
liemelsche genadesteu-nen, altijd door uwe beschermingverdedigd worden. DoorChristus, onzen Heer. B. Amen. |
Ten slotte wordt de zegen met het H. Sacrament gegeven, indien men daartoe verlof heeft; anders sluit men met de gebeden als bij het einde der Congregatie
ARTIKEL VII.
^Doozsc^fizi^tcn, oij -inetv tc o uc c rf;o n c c u â fiiejt -tij. â fvct opzicfiiamp;n ccncz nieuwe Qonc^zic^aiic.
De voorzitter opent de Congregatie met het zingen van Psalm CX:
|
Confitebor tibi Do-mine in toto cordemeo: * in consilio justorum et oongregatione. Magna opera Domini:* exquisita in omnes voluntates ejus. |
Ik wil u loven, o Heer, uit geheel mijn hart, in den kring der vromen en in de vergadering. Groot zijn de werken des Heeren, gepast voor alle zijne oogmerken. |
94
|
Conferisio et magnift-centia opus ejus * et justitia ejus manet in sseculum sa?culi. Memoriam fecit mi-rabilium suorum, mi-sericors et miserator Dominus: ^ es cam de-dit timentibus se. Memor erit in ssecu-lum testamenti aui; * virtutem operum suorum aununtiabit populo suo; Ut det illis hseredi-tatem gentium: * opera manuum ejus Veritas, et judicium. Fidelia omnia mandata ejus; confirmata in sseculum saicali, v facta in veritate et sequitate. Redemptionem misit populo suo; * mandavit in seternum testamen-tum suum. |
Lof en heerlijkhek' is zijn doen, ei zijne rechtvaardigheit houdt eeuwig stand. Hij heeft eene ge dachtenis gesticlit voo uibu zijne wonderen; barm hartig en genadig is d Heer , Hij verschaft spijs aan zijne vereer ders. , Zijn verbond is Hi in eeuwigheid indacl tig. Hij gaf aan zij volk zijne werkkracl te kennen. Door hun der heidi nen erf te geven; t werken zijner hande zijn getrouwheid recht. a Alzijnegebodenzij gt;eciaJ onwrikbaar, voor eei eon] wig vastgesteld , o us) I waarheid en gerechtig P1'0^ heid gegrond. |;(lue Hij zond verlossin tatec aan zijn volk; Hij bevi ll^i zijn verbond voor eei wig te houden. «pcita Saj nome: ;apie] mini. Int !auda stecul Glo ^ Sp1 con .. Efi corc Omi jrne ] )rdia |
95
|
Sanctum et terribiie nomen ejus; * initium sapientias timor mini. Inteilejtusbonusom-vooj nibus facientibus eum:* ; laudatio ejus imtaet in sseculum, sEeculi. Gloria Patri etc. sHi lacli racli .eid i; lt; mdei d â nzij r eei o iJo- , Sj)erate in eo omnis congregatio populi. i. Effundite coram illo corda vestra OREMUS. Omnipotens, sempi-ïrne Deus, qui miseri-sprdia tua hos fideles Tecialiter aggregasti: eorum corda, qusesu-iis, Paraclitum qui a chtiè pi'ocedit infunde; il que in tua fide et ca-dssid tatecorrobora,uttem-1) ev; 'i'ali congregatione )r ee; oficiant ad Eeternaa licitatis augmentum. leu ei lieit d. arm is d latt reei |
Heilig en geducht is zijn naam; de vrees des Heerenis het begin der wijsheid. Recht verstand hebben allen, die daarnaar handelen. Zijn lof bestaat in eeuwigheid. GHorie zij den Vader enz. V. Stelt uwe hoop op Hem.gij geheelevergadering des volks. R. Stort voor Hem uwe harten uit. LATEN WIJ BIDDEN. Almachtige,eeuwige God , die deze geloo-vigen op eene bijzon-I dere wijze door Uwe barmhartigheid hebt vereenigd; wij bidden U, stort in hunne harten den Vertrooster, die van U voortkomt, en versterk hen in Uw geloof en Uwe liefde, opdat hunne vereeni- |
94
T
|
Confeasio et magniü-centia opus ejus * et justitia ejus manet in sseculum sa^culi. Memoriam fecit mi-rabilium suorum, mi-sericors et miserator Dominus: escam de-dit tiraentibus se. Memor erit in sseculum testamenti sui: :i: virtutem operum suorum annuntiabit popaio suo; Ut det illis bseredi-tatem gentium; * opera manuum ejus Veritas, et judicium. Fidelia omnia mandata ejus: confirmata in sseculum sseculi, * facta in veritate et sequitate. Redemptionem misit populo suo: * mandavit in seternum testamen tum siium. |
Lof en heerlijkheid is zijn doen, en zijne rechtvaardigheid houdt eeuwig stand. Hij heeft eene ge dachtenisgesticht voor zijne wonderen; barmhartig en genadig is de Heer , Hij verschafte spijs aan zijne vereerders. Zijn verbond is Hij in eeuwigheid indachtig. Hij gaf aan zijn volk zijne werkkracht te kennen. Door hun der heidenen erf' te geven: de werken zijner handen zijn getrouwheid en recht. Al zijne geboden zijn onwrikbaar, voor eeuwig vastgesteld, op waarheid en gerechtigheid gegrond. Hij zond verlossing aan zijn volk; Hij beval zijn verbond voor eeuwig te houden. |
95
|
Sanctum et terribile nomeu ejus: * initium sapientite timor iJo-mini. Inteile jtusbonusom-nibus facientibus eum:* laudatio ejus inauet in sfeculuin sgeculi. Gloria Patri etc. V. Sperate in eo omnis congregatio populi. R.' Effundite coram illo corda vestra OREMUS. Omnipotens, sempi-terne Deus, qui miseri-cordia tua bos Meles specialiter aggregasti: in eorum corda, queesu-mus, Paraclitum qui a te procedit infunde; il losque in tuafide et ca-ritatecorrobora,uttem-porali congregatione proficiant ad feternag felicitatis augmentum. |
Heilig on geducbt is zijn naam: de vrees des Heerenis het begin der wijsheid. Recht verstand hebben allen, die daarnaar handelen. Zijn lof bestaat in eeuwigheid. Grlorie zij den Vader enz. V. Stelt uwe hoop op Hem,gij geheele vergadering des volks. R. Stort voor Hem uwe harten uit. LATEN WIJ BIDDEN. Almachtige,ee u wige God , die deze geloo-vigen op eene bijzondere wijze door Uwe barmhartigheid hebt vereenigd; wij bidden TJ, stort in hunne harten den Vertrooster, die van U voortkomt, en versterk hen in Uw geloof en Uwe liefde, opdat hunne vereeni- |
9(j
|
Deu.s, qui de vivis et electis lapidibns Eeter-nnm majestati ttise prasparas habit acn-lum ; largire his üdeli-bus benedictionem tn-ain;iat et ipsi tamquam lapides vivi supersedi-ticentur super lapidem vivum Dominum uos-trum Jesum Christum Filium tuum. Delende, qixsesumus Domine, Beata Maria semper Virgine intercedente, istam ab omni adversitate lamiliam ; et toto corde tibi pro-stratam, ab hostium propitius tiiereclemen-ter iasidiis. Per Domi-niim etc. R. Amen. |
ging op aarde strekke tot vermeerdering van himgelukin den hemel. (J God, die uit levende en uitverkoren stee-nen eene eeuwige woning voor Uwe Majesteit bereidt, verleen aan deze geloovigen Uwen zegen, opdat ook zij als levende steenen gebouwd worden op den levenden steen, onzen Heer, Jesus Christus, Uw Zoon. Bewaar, bidden wij U , o Heer, door de voorspraak van de H. Maria, altijd Maagd, deze Uwe dienaren van alle onheil, en wil hen die met een oprecht hart voor U zijn ne-dergeknield, genadig tegen de aanvallen der vijanden beschermen. Door onzen Heer enz. R,. Amen. |
I
97
Na vervolgens het Veni Creator en de gebruikelijke gebeden bij het begin der vergaderingen gelezen te hebben, benoemt de Voorzitter de personen, die eene bediening moeten uitoefenen. Daarna maakt hij de verschillende dagen in het jaar bekend, waarop de aflaten kunnen verdiend worden, en sluit deze eerste vergadering met het Te Deum-, na den lofzang zegt hij:
|
V. Benedicamus Pa-trem, etFilinm, cum Sancto Spiritu. R. Laudemus et super-exalt^mus eum in saecnla. V. Confirma hoe, Deus, quod operatus es in nobis. R. A temple sancto tuo, quod est in Jerusalem. V. MemorestoCongre-gationis tuae. R. Quam possedisti ab initio. V. Domine exaudi ora-tionem meam. R. Et clamor meus ad te veniat. V. Dominus vobiscum. R. Et cum spiritu tuo. |
V. Laten wij den Vader. en den Zoon, en den H. Geest zegenen. R. Laten wij Hem in alle eeuwen loven en verheffen. _ V. Bekrachtig, o God, hetgeen Gij in ons hebt uitgewerkt. R. Van uit Uwen heiligen tempel die te Jeruzalem is. V. Wees Uwe vergadering indachtig. R. Die U van het begin af heeft toebehoord. V. Heer, verhoor mijn gebed. R. En mijn geroep home tot U. V. De Heer zij met U. R. En met Uwengeest. |
98
|
OREMUS. Deu^, cuj us miseri-cordise non est numerus, et bonitatis infini-tus est thesaurus, piis-shnEB majestati tuea pro collatis donis gra-tias agimus, tuani semper clementiamexoran-tes, ut qui petentibus postulata concedis, eosdem non deserens ad prcemia future dis-ponas.' Deus. largitor pacis, et amator caritatia; da famulis tuis, in no-nine tuo congregatis, veram cum tua volun tate concordiam; ut ab omnibus liberentur adversis. Deus, qui per imma-culatam Virginis Con ceptionem, dignum |
LATEN WIJ BIDDEN Fil prt O God, wiens barm- mu hartigheden zonder tal eju zijn en wiens goed- vis beid een onuitputbare prt schat is, wij brengen qut dank aan Uwe welda- ces dige Majesteit voor de nir verleende weldaden, en smeeken voortdurend Uwe goedertie-rendheid, dat Gij, die aan de biddcnden geeft tui hetgeen zij U vragen, mu hen nimmer verlaat, lis maar hen tot de toe- bis komstige belooningen tei geschikt maket. coi O God, gever des sei vredes en minnaar der ga liefde, verleen aan Uwe etc dienaren, die in Uwen naam vergaderd zijn, eene ware overeenstemming met Uwen li-wil, opdat zij van alle V. rampen verlost worden. O God die door de R. Onbevlekt Ontvangenis der H. Maagd eene |
99
|
EN Filio tuo babitaculum prseparasti, quissu-m- mus, ut (jui ex morte tal ejusdem Filii tui prfeed- visa, eam ab omiii labe ire prseservasti, nos quoten que mundos, ejus inter-ia- cessione, ad te perve-de nire concedas. en, iu-ie- die Deus, (jui Ecclesiam â eft tuam beati Francisci en, meritis loetu novae pro- Lat, lis amp] ificas,tribue no- oe- bis ex ejus imitatione jen terrena despicere , et coelestium donoruin des semper participatione der gaudere.Per Dominum 'we etc. ven ijn, sen- yen R. Amen. ille V. Benedicamus Dolen. mino. de E,. Deo gratias. ge-ene |
waardige woonplaats voor uwen Zoon hebt voorbereid; wij bidden U, dat Gij, die, wegens het voorzien van den dood van dienzelfden uwen Zoon, liaar van alle smet be waardbebt, ook ons verleenet van door hare voorspraak vlekkeloos tot U te naderen . OGod,dieüwe Kerk door de verdiensten van den Zaligen 1' ran-ciscus met nieuwe Kinderen vermeerdert; geef ons, dat wij in navolging van hem de aardsche goederen verachten, en ons in het genot der bemelsche gaven altijd verblijden mogen. Door onzen Heer, enz. K. Amen. V. Laten wij den Heer zegenen. E. (rod zij gedankt. |
100
|
V. Pidelium aniniEe per misericordiam Dei requiescant in pace. R. Amen. |
V. Dat de zielen der geloovigen rusten in vrede. R. Amen. |
Op het einde geeft hij den zegen met het H. Sacrament, of ten minsten den gewonen zegen, gelijk boven voor den dag der inkiêeding gezegd is. (Zie bladz- 68.)
Na dc plechtigheid plaatst de Voorzitter, te zamen met degenen, die eene bediening verkregen hebben, het register van aanneming en professie en de andere boeken der Congregatie, met hunne afzonderlijke titels, in het archief gelijk ook de wettige akte der voltrokken oprichting welke akte kan opgesteld worden als volgt:
Anno domini..., mense. . . , die. . . infra-scriptus ego N. Guardianus (W/ Visitator aut Director aut Sacerdos facultatibus legi-timis a N. receptis munitus) erexi Congrega-tionem Tertii Ordinis sub invocatione et patrocinio S. N.., in loco... , Testibus N. N. prgesentibus. In quorum fidem cum Testibus subscripsi.
ARTIKEL VIII.
QWjamp;c om aan 9« dcttiazioscn 9m SausaCijken «sccjcri. te cjeuen.
Krachtens de vergunning van Paus Leo XIII j wordt de Pauselijke zegen tweemaal in 't jaar
101
gegeven volgens het formulier van Benedic-tus XIV, doch niet op denzelfden dag of dezelfde plaats waarop de Bisschop dien geeft. En aangezien volgens genoemd formulier deze zegen zich tot het volk uitstrekt, kan hij niet aan eiken Tertiaris afzonderlijk, maar aan de gezamelijke Congregatie gegeven worden; zulks moet gedaan worden door den Voorzitter, die verondersteld wordt voor dit geval de macht ontvangen te hebben om dien zegen te geven. â De Directeur of een ander Priester met de noodige macht voorzien, gaat, in koorhemd en 'witte stool gekleed, doch niet vergezeld van dienaren, naar het altaar, en daar neergeknield, zegt hij:
V. Adjutorium nostrum in nomine Domini. R. Qui fecit coelum et terram.
V. Saivum fac populum tuum, Domine. R. Et benedic haereditati tuae. V. Dominud vobiscum.
R. Et cum spiritu tuo.
Daarna zegt hij staande het volgende gebed:
OREMUS.
Omnipotens et miserieors Deus, da nobis auxilium de sancto^ et vota populi hujus in bumilitate cordis veniam peccatorum pos-1
102
centis, tuamque benediction em postul a ntis et gratiam, clem enter exaudi: dexteram tnam super eum benignus extende ; ac plenitndi-nem divinfe benediotionis efïunde; qua bonis omnibus cumulatus, lelicitatem et vitam con-sequatur feternam. Per Chrisümi Dominum nostrum. R. Amen.
Benedicat vos Omnipotens Deus, f Pater, et Filius, et Spiritus Sanctus.
R Amen. .
Hierna gaat hij naar den kant van den Epistel en daar staande, geeft hij met een enkel teeken des kruises den zegen, terwijl hij met luider stem de volgende woorden uitspreekt :
Benedicat vos Omnipotens Deus, f Pater, et Filius, et Spiritus Sanctus.
R. Amen.
-?=*gt;lt;=:--
ARTIKEL IX.
Zfozmutincn -oan 3civ «.ccjcw met voitan
a jtaai vooz de ive-ze-CStij fti S'czt-iaziscxtu.
Behalve den Pauselijhen, zeyen is nog een andere zegen met vollen aflaat aan de Tertiarissen van den 11. Franciscus verleend op zekeren dag des jaars, die men opgegeven
V. .
103
vindt in de lijst van de Aflaten (Hoofdst. I. n. S,J toegevoegd aan de bul Misericors Dei Filius, welke Paus Leo XIII, den 30 Mei 1«83 heeft uitgevaardigd.
Formulier door denzelfden Opperpriester Leo XIII, voorgeschreven in zijne breve Quo universi van den 4 Juli J 882 :
Antiph. Intret oratio mea in coEspectu tuo, Domi e ; inclina aurem tuam ad preces nostras; paree Domine, paree popnlo tuo, quem redemisti sanguine tuo pretioso, ne in aeter-num irasearis nobis.
Kyrie eleison.
Christe eleison.
Kyrie eleison.
Pater noster, secreto.
V. Et ne nos indueas in tentationem
li. Sed libera nos a malo.
V. Salvos fae servos tuos.
R. Deus meus, sperantes in te.
V. Mitte eis, Domine, auxilium de Sancto.
li. Et de Sion tuere eos.
V. Esto eis, Domine, turris fortitudinis.
R. A facie inimiei.
V. Nihil proficiat inimieus in nobis.
R. Et filius iniquitatis non apponat nocere nobis.
V. Domine exaudi orationem meam.
R. Et clamor tneus ad te veniat.
V. Dominus vobiscum.
R. Et cum spiritu tuo.
104
OREMUS.
lt;
s Deus, cui proprium est miserere semper j et parcere : suscipe deprecationem nostram, ( ut nos, et omues famulos tuos, quos delic-s torum catena constringit, miseratio tuae j pietatis clementer absolvat.
Exaudi, quaesumus Domino, supplicum (preces, et coiifitentium tibi paree peceatis; ut pariter nobis indulgentiam tribuas benig-nus et pacem.
Ineifabilem nobis, Domine, misericordiam c tuam clementer ostende: ut simul nos et a ^peccatis omnibus exuas, et a poenis, quas ^ro bis meremur, eripias.
Deus, qui culpa offenderis, poenitentia fplacaris: preces populi tui supplicantis propi-tius respice; et flagella tuae iracundiae, quae pro peccatis nostris meremur, averte. Per Christum Dominum nostrum. Amen.
Daarna zegt men:
Confiteor etc. Misereatur etc. Indulgen-^tiam etc.
De Priester vervolgt:
Dominus Noster Jesus Christus, qui beato Petro Apostolo dedit potestatem ligandi atque ^olvendi, ille vos absolvat ab omni vinculo ^delictorum, ut habeatis vitam aeternam, et vivatis in saecula saeculorum. Amen.
105
Per sacratissimam Passionem et mortem Domini Nostri Jesu Christi, precibus et mentis beatissimae semper Virginis Marise, bea-torum Apostolorum Petri et Pauli, beati Pa-tris Nostri Francisci, et omnium Sanctorum, auctoritate a Summis Pontificibus mibi con-cessa, plenariam Indulgentiamomnium pecca-torum vestrorum vobis impertior. In nomine Patris, et Filii f et Spiritus Sancti. Amen.
Indien deze aflaat onmiddelijk na de absolutie in de biecht verleend ivordt, begint de Priester, met weglating van al het overige, terstond met de woorden: Dominus noster Jesus Christus etc., en vervolgt die tot het einde met verandering alleen van het meervoud in het enkelvoud.
Mochten de omstandigheden niet toelaten den geheelen vorm te gebruiken, dan kan de Priester, met weglating van al het overige, zeggen:
Auctoritate a Summis Pontificibus mihi concessa plenariam omnium peccatorum tuo-rum Indulgentiam tibi impertior. In nomini Patris, et Filii f et Spiritus Sancti.
R. Amen.
-Sgt;#â¬S-
ARTIKEL X.
(Sl-Coo-fwtic in -fvet uut des doods.
Om den vollen aflaat aan de Tertiarissen in het uur des doods te verleenen, zal de P. Di-
1
106
recteur oj iedere goedgel-eurde biechtvader, door den Tertiaris onthodcn, gebruik maken van het formulier, door JJenedictus XIV en opnieuw door Leo XIII voorgeschreven en in het Ro-meinsch Ritueel ingelaschi, zooals volgt:
De kamer, waarin de zieke ligt, binnentredende, zegt hij:
V. Pax Imic domui.
R. Et omnibus liabitantibus in ea.
Vervolgens besproeit hij den zieke, het vertrek en de omstanders met wijwater, onder het uitspreken van de Antiphoon:
Asperges me Domine. hyssopo, et munda-bor: lavabis me, et super nivem dealbabor; en het eerste vers van den Psalm Miserere met Gloria Patri, etc. Sicut erat etc. Daarna herhaalt hij de Antiphoon Asperges me eic.
V. Adjutorium nostrum in nomine Domini.
R. Qui fecit coelum et terram.
Ant. Ne reminiscaris Domine, delicta famuli tui (vel ancillse tuae) neque vindictam sum as de peccatis ejus.
Kyrie eleison.
Christe eleison. Kyrie eleison.
Pater noster, in stilte.
Et ne nos inducas in tentationem. Sed libera nos a malo.
107
V, Salvum fac servum tuum {vel salvam fac ancillam tuam.)
R. Deus metis, sperantem in te.
V. Domine exaudi orationem meam.
R. Et clamor meus ad te veniat.
V. Dominus vobiseum.
R. Et cum spiritu tuo.
ORATIO
Clementissime Deus, Pater misericordiarnm, et Deus totius consolationis, qui neminem vis perire in te credcntem atque sperantem, secundum multitudinem miserationura tuarum respice propitius fatnulum tuum N. (vel fa-niulain tuam,) quem (vel quam) tibi vera fides et spes Christiana commendant. Visita eum (vel eam) in salutari tuo, et per Unigemti ti\i passionem et mortem, omnium ei delictorum suorum remissionem et veniam clemonter indulge : ut ejus anima, in hora exitus sui, te judicem propitiatum inveniat, et in Sanguine ejusdcm Eilii tui ab omni macula abluta, tran-sire ad vitam mereatur perpeüiam. Per eum-den Christum Dominum nostrum. Amen.
Hierna bidt een der aanwezige kerkelijken het Confiteor, waarop de Priester zegt Misereatur, etc: en vervolgens:
Dominus noster Jesus Christus, Filius P vivi, qui beate Petro Apostolo siio ded1quot;' /â¢
108
testatem ligandi atque solvendi: per suam piissimam misericordiam recipiat confessionem tuam, et restituat tibi stolam primam, qnam in Baptismate recepisti; et ego, facilitate mi-M ab Apostolica Sede tributa, indulgentiam plenariam, et remissionem omniumpeccatorum tibi consedo. In nomine Patris, et Filii f et Spiritus Sancti.
Per sacrosaneta hum an 00 reparationis Mys teria, remittat tibi omnipotens Deus, omnes-prsesentis et futurse vitae paenas, Paradisi portas aperiat, et ad gaudia sempiterna per-ducat. Amen.
Benedicat te omnipotens Deus, Pater, et Filius f et Spiritus Sanctus. Amen.
Maar indien de zieke zoo den dood nabij is, dat er voor de algemeene schuldbelijdenis en de gebedel geen tijd meer is, dan verleent de Priester den aflaat, door te zeggen ; Dominus flosten.
En ingeval de dood onmiddelijk dreigt te zijn, zal hij zeggen :
Indulgentiam plenariam et remissionem omnium peccatorum tibi, concedo in nomine Patris, et Pilii f et Spiritus Sancti. Amen.
109
AANHANGSEL.
Segeiti-MCj. vcm -fict â boozdj.e -oavt dcult. cFzanciocus
De Priester, met de noodige macht voorzien, gekleed in koorhemd met de stool, overeenkomstig den tijd,zegt:
V. Adjutorium nostrum in nomine Domini.
R. Qui fecit ccelum et terram.
V. Domine exaudi orationem meam.
ü. Et c,lam or meus ad te veniat.
V. Dominus vobiscum.
R. Et cum spiritu tuo.
OREMUS.
Omnipot'ins et misericors Deus, oramus immcnsam clementiam tuam, lit hanc chordam (vel has chordas) benedicere f et sanctificare f digneris, ut quicumque sub invocatione S. Erancisci ea cinctus fuerit {vel cinoti fuerint), et misericordiam tuam imploraverit {vel imploraverint) veniam et inrtulgentiam tuse sanctfe misericordiam consequatur {vel conseqiiantur).
Deus, qui ut servum rediraeres, Filium tuum per manus impiorum ligari voluisti, benedic f quaesumus; cingulum istum: et prsesta; ut famulus tuus, qui (vel famula tua, qua?) hoe pcenitentiae ligamine praecingitur, vinculorumejusdem Domini NostriJesuChristi perpetiio memor existat, tuisque semper obse-quiis alligatum {vel alligatam) se esse cogno-scat. Per Dominum Nostrum etc. R. Amen.
no
Hierna besproeit hij het koord met wijwater, en omgord den medebroeder, zeggende:
Accipe ahordam B. P. N. Francisci, ut sint lumbi tui prsecincti, in signum con-tinentiffi, ot castitatis. In nomine Patris, et Filii f et Spiritus Sancti, R. Amen.
OREMUS.
Deus, qui B Petro Apostolo tuo, signifi-cans qua morte clarificaturus esse Dcum, prsedixisti ipsum in senectute ab alio fore cingendum;famulura tuiun{cel famulam tuam), quem {vel quam) cingulo nostrse Fraterni-tatis praecingimus, tua, qusesumus, caritate prsecinge, tui nominis salutari metu cons-tringe, et cor ejus alliga tuorum ligamine mandatorum, ut auxilio gratise liberatus {vel liberata) a mundo vinctus (vel vincta) ser-vitio, in devotione, quam assumit, usque in finem jugiter perseveret. Qui vivis et regnas in ssecula saeculorum. ü. Amen.
Zijn er meer personen om het koord te ontvangen, dan gebruikt men het meervoud in plaats van het enkelvoud.
Daarna;
Ego auctoritate qua fungor, et mibi con-cessa est, recipio te (vel vos) et suscipio ad participationem omnium bonorum spriritua-lium, quae in toto Ordine Seraphici Patris nos-tri Francisci ex gratia Dei habentur. In nomine Patris et Filii f et Spiritus Sancti. Amen.
Benedictio Dei omnipotentis Patris, et Filii f et Spiritus Sancti descendat super te (vel vos) et maneat semper. R. Amen.
111
_____âJ
BIâADVVi JZER_
BLADZ
Aau der lezer...... ⢠3
Encycliek van Z. H. Leo XIII over den H. Franciscus van Assisië en de verspreiding der Derde Orde. ... 4
Apostolische Constitutie over den Regel der wereldlijke Derde Orde van
den H. Franciscus....... 25
üegel van de Derde Orde. ... 32 Lijst van de aflaten en de voor-
recliten......⢠. . . . 38
Ceremonieel der Derde Orde van den H. Franciscus. Gebeden voor de Congregaties of Conferenties, welke elke maand of op andere tijden gehouden worden........ 46
Volgorde bij de inkleeding. . . 56 Volgorde bij de professie. ... 69 Bijzondere Congregatie of Confe-
rentie der raadsleden...... 82
Verkiezingen........ gg
Plechtigheid der Visitatie . . . Voorschriften die men te onderhouden heeft bij het oprichten eener nieuwe Congregatie........ 93
en
112
!
J '
BLAt
Wijze om de Tertiarissen den Pauselijken zegen te geven..... IC
Formulier van den zegen met vollen aflaat voor do wereldlijke Tertiarissen............ 10
Absolutie in het uur des doods. . 10 Aanhangsel. â Zegening van het koordje van den H. Eraneiscus. . . 10
IMPRIMATUR.
Werthse, 4 Oct. 1886.
Fr. J. TRIX Ord. Min.
Min. Prov. Germ. Inf.