â 'S Sj
BKühlen, M.GIadbac^
Gouden
Genadensleutel.
Eon GEBED- en BETRACHTINGSBOEK
Ter Vereering
Van den H. Geest.
⢠96f»
Door
Joannes Janssen,
Priester van hot âOozelachap van het Goddelijk Woordquot;.
quot;6 id -ö -ii -ej
quot;la ti
I ij -a -ö -S -a â u ij -ü -â¢3
-9 iJ
I
Naar den Derden Druk der Duitsche Uitgave bewerkt.
Met kerkelijke gnedkearing. ------K3E3---------
Drukkerij van het Missiehuis te Steil.
S/.'.V-i* .'.-V-. V'.V -.%â vf .V .V .V .v v .v
=.....vnitoMfe
RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
1488 0664
Imprimatur.
Rursemundse, 1. Jnlii 1892.
P. Mannens,
S. Theol. Doct. ft Prof. Ubr Cens.
bibliotheek der Rijksuniversiteit utrecht
COLL TH0MAAS3E
OF®EAâ¬HT.
arme zondaar, werp mij neder voor den verheven troon Uwer goddelijke Majesteit, alwaar Gij met den eeuwigen Vader en Zijn eenig-geboren Zoon in de innigste liefde en gemeenschap heerscht, en, vereenigd met de Harten van Jezus en Maria en alle lieve Heiligen aanbid ik U, o Heilige Geest, liefderijke Heer, al-goede, almachtige en eeuwige God. Vol vertrouwen op de onuitsprekelijke goedheid, waarmede Gij U gewaardigt, ook van het armzaligste Uwer schepselen, eene liefdegift te aanvaarden, die het van U zeiven heeft ontvangen, draag ik dit boekje aan à op, levendmakende Geest Gods, Liefde van den eeuwigen Vader-en Diens eeni-gen Zoon, Heiligmaker van het menschelijk geslacht. Indien dit boekje iets goeds bevat, mo is dit geheel en al Uw eigendom, en U alleen komt alle dank en lof toe., AL wat het echter
Gcnadensleutel. X
Opdracht.
2
gebrekkigs en onvolmaakts bevat, komt van mij, en ik smeek U derhalve met mij niet volgens Uwe rechtvaardigheid, maar volgens Uwe goedheid te handelen. Ook smeek ik U, dat dit kleine offer van liefde en eerbied, ofschoon Uwer heiligheid onwaardig, er toch eenigszins toe moge bijdragen, dat Uw glorierijke naam door allen moge geheiligd worden, dat het rijk Uwer goddelijke liefde tot ons moge komen, en Uw goddelijke wil moge geschieden op aarde zooals in den hemel. Verkrijg echter voor mij en voor allen, die dit boekje te Uwer eer gebruiken, de vergiffenis hunner zonden. Uwe liefde en het eeuwige leven, door Christus, onzen Heer! Amen.
Voorbericht aan den godvruchtigen lezer.
(Men sla dit rooral niet over.)
Het is uiterst troostrijk en verblijdend, getuige te mogen zijn, van de steeds meer en meei toenemende devotie tot den H. Geest. Voeg u zeiven, dierbare Christen, bij de menigte dei dienaren van den H. Geest en tracht eene bijzondere godsvrucht en liefde tot den H. Geest in U op te wekken, want dit is billijk en rechtmatig, waardig en heilzaam.
Ja het is in der daad waardig, dat gij den H. Geest met eene bijzondere liefde zijt toegedaan. Overweeg slechts, hoe oneindig groot Zijne goddelijke waardigheid is. Zie alle volkeren, die tegenwoordig op aarde leven, alle men-schen, die ooit hebben geleefd, en allen, die ooit zullen leven, zij allen met hunne koningen en vorsten, met hunne wijsgeeren en grooten zijn, bij den II. Geest vergeleken, minder dan een dauwdruppeltje in vergelijking van de onmetelijke zee. En indien gij U in den geest nog verder verheft, en de ontelbare legioenen van Engelen en de onafzienbare scharen van Heiligen aanschouwt, zie, allen zijn nevens Hem
i*
Voorbericht.
als eon niet, want zij allen zijn slechts schepselen, die uit zich zeiven niet het minste goed bezitten, maar alle genaden en deugden aan den üitdeeler van alle genaden, den H. Geest zijn verschuldigd. Hij is zoo oneindig machtig, zoo oneindig heilig, zoo oneindig liefderijk en beminnenswaardig, dat alle engelen en menschen nooit in staat zijn hem genoegzaam te beminnen en te prijzen. Derhalve:
âQuantum potes, tantum audt,
âQuia maior omni laudc,
âNee laudare suffieis.quot;
âLooft en pryst Hem, mcnschenscharen,
âWant Zijn grootheid evenaren âKan de gansche schepping niet.quot;
4
Het is dus waardig, o ziel, dat gij den H. Geest, die met den Vader en den Zoon wordt aanbeden en verheerlijkt, met allen ijver vereert; maar het is ook rechtmatig. Immers ontelbare weldaden hebt gij door Zijne vaderlijke goedheid verkregen. »Alle gaven en weldaden, die ons door God worden geschonken,® dit leert jns de lioomsrhe Katcchismus{') moeten wij in dank aanvaarden, omdat zij ons door den H. Geest wden geschonken. »Zijne uitwerkselen echter,® zoo gaat de Katechismus voort, »zijn veelvuldig. quot;Want behalve de schepping der
(,) Cat. Rom. p. i, c. 9, q. 7,
Voorbericht.
5
wereld, de voortplanting en het beheer van al het geschapene, wordt aan den H. Geest de levendraaking toegeschreven. Dit bekrachtigt ons de profeet Ezechiël (37, 14.) als hij zegt; »Ik zal U den geest geven, en gij zult leven.«
Gij hebt dus aan den H. Geest uw aanzijn te danken. (') De eeuwige Liefde heeft U uit het niet te voorschijn geroepen, en gij moet met Job uitroepen: »De Geest des Heeren hoeft mij geschapen.® En de Hemel met Zijne wondervolle majesteit, alsook de aarde met al hare verscheidenheid van pracht, zijn ze niet tevens het sprekende bewijs en eene voortdurende herinnering aan Zijne eeuwige liefdé? Immers zooals do psalmist bekent: »Door liet woord des Heeren werd do Hemel bevestigd, en door den geest van Zijn Mond werd zij getooid!« En hoeveel heeft de H. Geest gedaan ter voorbereiding van onze verlossing! Door Hem ontvingen de patriarchen hunne wijding en de profeten hunne verlichting. Door de genade van den H. Geest werd Maria de onbevlekte Maagd en de wonderbare Moeder van God. Door den H. Geest werd Christus ontvangen, door den H. Geest heeft Hij het werk der verlossing vol-
(V) Dit wil echter niet zeggen, dat de Vader en de Zoon niet ook in waarheid schepper Eijn.
Voorbericht.
trokken. Jezus liet zich geleiden door den H. Geest, door den H. Geest verkoos Hij Zijne apostelen, door den H. Geest deed Hij Zijne mirakelen en dreef de duivelen uit, door den H. Geest heeft Hij zich als een schuldeloos offer aan Zijnen Hemelschen Vader opgedragen. (')
In gelijke verhouding staat ook de Katholieke Kerk tot den H. Geest. Volgens den H. Augustinus is de H. Geest de ziel der Kerk. Door Zijne nederdaling heeft Hij haar het leven geschonken. Hij heiligt ze door Zijne Sakramen-ten, verlicht ze door Zijne inspraken en vertroost ze door Zijne liefde.
En dat gij, o Christen, een kind zijt van deze Kerk, dat gij deelt in de genaden der Verlossing, dit alles, zijt gij aan den H. Geest verschuldigd. In het H. Doopsel heeft de H. Geest u het bovennatuurlijke leven geschonken,, in het H. Vormsel heeft Hij u versterkt en met Zijne zeven kostbare gaven vervuld. Toen gij in zonden waart gevallen, schonk Hij u vergiffenis en nieuwe genaden; Hij werkt in uwe ziel door de H. Communie en in de andere H. Sacramenten geeft Hij u troost en sterkte. In één woord, aan den H. Geest zijt gij alle verlichting, alle kracht, iedere genade verschuldigd, die gij ooit
(â¢) Zia Hebr. 9.
G
Voorbericht.
hebt ontvangen. Is het dus niet met het volste recht, dat gij den H. Geest, uwen grootsten weldoèner, die U oneindig meer heeft geschonken dan uwe ouders, die IJ met oneindige liefde bemint, volgens uwe beste krachten vereert en u dankbaar toont voor Zijne genaden?
Het is echter ook billijk, dat gij dit doet, immers het is billijk, dat de leerling zijn meester, het kind zijne moeder navolgt. Overweeg, hoe groot de liefde en de vereering van Christus was ten opzichte van den H. Geest. Hij liet zich steeds geleiden door den H. Geest, met wiens liefde geheel Zijne ziel was vervuld; Hij droeg meer zorg voor de eer van den H. Geest, dan voor Zijne eigene eer: âIndien iemand zondigt tegen den Zoon des menschenzegt Jezus, âzoo zal hij vergiffenis verkrijgen. Wie echter zondigt tegen den H. Geest, zal noch in dit leven, noch hiernamaals vergiffenis verkrijgen.quot; (Matth. 12, 13.) Opdat echter Zijne leerlingen den H. Geest de eer niet zouden onttrekken, die Hem toekomt, maakte Jezus hen daarop opmerkzaam, zeggende: »Gij zijt het niet, die spreekt, maar de geest uws Vaders spreekt door u.« De apostelen hebben het voorbeeld van Christus gevolgd. Met den Goddelijken Geest vervuld, hebben zij de macht en de liefde van den H.
7
Voorbericht.
Geest aan Joden en Grieken, aan Christenen en Heidenen geopenbaard. Dit bewijzen hunne geschriften; de H. 1'aidus alleen spreekt in zijne brieven meer dan honderd maal van den H. Geest.
Ook de leeraren der H. Kerk hebben de voetstappen der apostelen gedrukt, en hoe zouden zij den H. Geest hebben kunnen vergeten, wien zij alle wijsheid en wetenschap te danken hebben. Zij allen hebben den H. Geest verheerlijkt; zeer velen hebben boeken geschreven te Zijner eer. O De H. Ambrosius alleen
8
Voorbericht.
heeft 4 boeken geschreven over den Heiligen Geest.
De tf. Kerk zelve echter, die met den H. Geest gelijk de bruid met den bruidegom op het nauwste is vereenigd, toont voor Hem eene geheel bijzondere vereering. Te Zijner eere wordt het hoogfeest van Pinksteren door een plechtig octaaf gevierd, en volgens dit feest wordt omstreeks de helft der Zondagen van het kerkelijk jaar genoemd. Telkens als een priester of een bisschop wordt gewijd, telkens wanneer een priester het woord Gods verkondigt, of het H. Misoffer wil opdragen, telkens, wanneer eene algemeene kerkvergadering wordt gehouden,
âDe Spiritu sanoto,quot; libri duo, quos S. Qregorius M. Paschasio Diacono Romano tribuit.
De H. Thomas van Aquineu spreekt op Tergcheidene plaatsen breedvoerig: over den H. Geest. Vooral merkwaardig zijn de hoofdstukken 18â24 in het 4. boek van âSumma contra gentes.u De H. Thomas, steunende op de schriftuur, zegt:
Cap. XX.: âSpiritus Sanctus est principium creationis rerum . . , Ex materia creata inform! species diversas produxit... Rursus convenienterSpirituiSancto rerum guber-natioetpropagatio...Dominium sanctum... et vita attribuitur.quot;
Cap. XXI.: âOmnia dona Dei per Spiritum Sanctum nobis donari dicuntur ... Per Spi-ritumSanctumDeo configuramur, et ad be-oeoperandum habiles reddimur etc.
9
Voorbericht.
10
wanneer eene heiligverklaring, of een andere gewichtige gebeurtenis plaats heeft, telkens verlangt de Kerk, dat de H. Geest bijzonder worde vereerd en aangeroepen.
Mochten dus alle Christenen hierin het voorbeeld van onze H. Moeder de Kerk navolgen, en den H. Geest op eene bijzondere wijze vereeren! Dit ware niet alleen billijk, maar het is ook uiterst heilzaam. Gij zult veel nut trekken uit de oprechte vereering van den H. Geest, o Christenziel. Zooals de Roomsche Catechismus zegt: (') »Zult gij uit de grondige kennis van de leer over den H. Geest vooral dit nut trekken, dat gij door aandachtige overweging leert begrijpen, dat al, wat gij bezit, eene weldaad en een geschenk is van den H. Geest. Daardoor zult gij leeren, een geringer en nederiger denkbeeld te hebben van u zeiven, en gij zult beginnen, al uwe hoop op God te vestigen. Dit is de eerste stap tot volmaakt geluk, en de hoogste wijsheid van den mensch.« Behalve de uiterst zegenrijke deugd van nederigheid zult gij, o ziel, nog vele andere genaden verkrijgen. indien gij den H. Geest oprecht vereert. Immers de godsvrucht en de liefde tot den H. Geest is de gronden genaden-sleutel, waarmede gij toegang verkrijgt tot de
Voorbericht.
onmetelijke groote schatkist, waaruit de H. Geest met de .grootste bereidvaardigheid alle mogelijke genaden voor u put. Immers Hij is de eeuwige Liefde en Hij schept er meer behagen in, de hemelsche goederen te schenken, dan gij ze te ontvangen. Hij verlangt u gelukkig te maken, en Hij wenscht dit meer dan eene moeder haar kind gelukkig verlangt te zien. Derhalve roept Hij u zoo liefderijk toe:
âBij Mij is alle genade des levens en der âwaarheid, hij Mij is alle hoop des levens en âder deugd. Komt tot Mij, gij allen, die naar âMij verlangt en verzadigt u aan Mijne vruchten. Want Mijn geest is zoeter dan honig en âMijn hezit is zoeter dan honigzeem. Wie Mij âgeniet, zal nooit verzadigd worden, en wie Mij âsrraakf, zal nooit afkeer gevoelen. Wie naar âMijne stem luistert, zal nooit beschaamd worden, âen wie zijne werken voor Mij verricht, zal ânooit zondigen. Wie Mij verheerlijkt, zal het âeeuwige leven bezitten.quot; (Sirach 24, 25â31.)
Derhalve zegt ook de II. Thomas van Villanova terecht: »Mogen anderen ook vermaken, waardigheden en eerbewijzen, wijsheid, welsprekendheid en verstand verlangen, wat mij aangaat, ik verlang en smeek slechts om ééne zaak, namelijk om den H. Geest. Want in
11
Voorbericht.
Hem heb ik alle gaven, eii er blijft mij niets te wenschen over.«
Ook gij, o Christenziel, zult niets meer verlangen, indien gij den H. Geest bezit, want in Hem bezit gij de bron van alle genaden. Vereer Hem dus zoo goed mogelijk en tracht Hem te troosten in Zijne eenzaamheid. quot;Want alhoewel Hij volgens recht de eerste plaats in onze gedachten zou moeten bekleeden, wordt Hij toch al te vaak vergeten.
»Men kent den Vader, (') men eert en bemint Hem. Men kent den Zoon, men eert en bemint Hem. Maar is dit ook het geval met den H. Geest? De wetenschap heeft geene afwisseling, om Hem zinnebeeldig voor to stellen: twee zinnebeelden (de duif en de vurige tongen) zijn de eenige, om Hem aan ons stoffelijk oog voor te stellen.
12
»En wie in de wereld, ja zelf onder de Christenen kent den H. Geest? Waar zijn de geloften, die men te Zijner eere doet, waar het vertrouwen en de liefde, die men Hem bewijst, het ernstige en voortdurende gebed, om Zijne hulp? Deze grenzenlooze vergetelheid, wat meer zegt, deze algemeene ondankbaarheid is de Calvarieberg van den H. Geesi. Indien nu het
O Leerover den H. Geest, door Dr. O aum e, bi. 1.
Voorbericht.
13
lijden van den tweeden Persoon der H. Drievuldigheid ons tot in het diepste onzer ziel beweegt, hoe kunnen wij dan met onverschilligheid het lijden{') van den derden persoon aanschouwen? Zou men niet meenen, uit den mond van den H. Geest de klacht te hooren: »Ik wachtte, of er iemand was, die met Mij wilde treuren, maar er was niemand, of Mij iemand wilde vertroosten, maar ik vond niemand.« (Ps. 68, 21.)
Zijt gij, o Christenziel, wel eens oprecht bedroefd geweest? Indien gij dan in uwe droefheid iemand vondt, die u liefderijk troostte, hoe zeer werdt gij dan tot wederliefde en dankbaarheid aangespoord. Overweeg nu, hoezeer de H. Geest voortdurend wordt beleedigd, door do heidenen, die den afgoden oilers brengen, door de ketters, die Hem, den Geest van waarheidj hebben verlaten, door zoo vele slechte Christenen, die de HH. Sacramenten misbruiken, ja zelfs door dezulken, die wel is waar meenen, een godvruchtig leven te leiden, maar die nauwelijks aan Zijne liefde denken. Welke schoone taak zou het dus voor u wezen, den II. Geest in Zijne droefheid te troosten, en Hem oene oprechte liefde te betoenen.
Voorbericht.
Het is zeer raadzaam, dagelijks elk gebed en elke gewichtige bezigheid met een kort gebed ter eere van den H. Geest te beginnen, want wij kunnen niets uit ons zeiven, maai alles door de genade van den H. Geest. Vooral moeten wij echter den Maand:*g ter vereering van den H. Geest besteden. Ik heb een vromen landbouwer gekend, die door de week niet altijd tijd had, om het H. Misoffer bij te wonen, 's Maandags echter verzuimde hij nooit, ter eere van den H. Geest, de H. Mis bij te wonen, ten einde Zijnen zegen over de nieuwe week af te smeeken. Zoudt gij die vrome gewoonte ook niet kunnen aannemen?
Vele Christenen hebben het loffelijk gebruik, ieder jaar eene maand aan de H. Harten van Jezus, van de H. Maagd en den H. Jozef te wijden. Wilt gij den H. Geest ook zulk een offer van bijzondere liefde en vereering opdragen en jaarlijks eene maand, b. v. de maand, waarin het Pinksterfeest wordt gevierd, aan Hem toewijden, zoo vindt gij in dit boek overwegingen en gebeden, die u dan dienstig kunnen zijn/1)
Eindelijk zou ik u, voor u eigen welzijn willen
(*) Tot dit doel kan ook het boekje, Meibloemen ge-aaamd, met veel nut worden gebruikt.
14
Voorbericht.
aansporen, indien gij kunt, ook anderen voor deze godsvrucht te winnen. Juist de H. Geest, de Uitdeeler der goddelijke genaden, beloont zoo ruimschoots al, wat te Zijner eere wordt gedaan. âfVie Mij verheerlijkt,quot; zoo heeft Hij zelf gezegd, âZal het eeuwige leven hezitteii.quot; Derhalve is de voortdurende ijver voor de eer van den H. Geest een zeker teeken der eeuwige zaligheid. En aldus zult gij door de verspreiding van de devotie tot den H. Geest den H. Geest verheugen, uwen medemenschen een gouden genadensleutel in handen geven, en zelf talrijke genaden ontvaugen. Wijd derhalve vooreerst uit geheel uw hart u zeiven aan den H. Geest en fa-acht voortaan trouw naar de stem Zijner genade te luisteren.
Toewijding' aan den H. Geest.
God Heilige Geest, eeuwige Liefde van God, den Vader, en van God, den Zoon, grootmoedige Uitdeeler der goddelijke genaden, aangespoord door het verlangen, TJ geheel en al toe te behooren, wijd ik U voor nu eu voor altijd toe mijn hart, mijn lichaam en mijne ziel, mijne krachten en bekwaamheden, mijne gedachten en begeerten, mijne woorden en werken, mijn doen en laten, mijne blijdschap
15
Voorbericht.
16
en mijne smart, mijn leven en mijnen dood, opdat al, wat ik ben, wat ik bezit, en wat ik doe Uw uitsluitend eigendom moge wezen. Vervul mij zoodanig met Uwe goddelijke liefde, dat de wereld en de eigenliefde voortaan geen deel meer aan mij hebben. Vooral echter smeek ik U, laat toch niet toe, dat ik U ooit door eene doodzonde beleedige. Laat mij liever sterven, dan zulk eene ondankbaarheid te begaan. Eindelijk geef mij de genade, om iets te Uwer verheerlijking hier op aarde te mogen bijdragen. Geef dat ik steeds meer en meer in Uwe goddelijke liefde moge toenemen, tot dat het uur van mijnen dood nadert. Schenk mij dan een zalig sterfuur en neem mij op in Uw eeuwig rijk, opdat ik aldaar, vereenigd met alle engelen en heiligen, U zoowel als don Vader en den Zoon in alle eeuwigheid moge beminnen en prijzen! Amen.
Inleiding.
Inleiding.
»Broeders,« schrijft de H. Paulus, »wij zijn niet geroepen, om te leven volgens het vleesch, want, indien gij leeft volgens het vleesch, zulf gij sterven.« (Kom. 8, 12.) Leven volgens liet vleesch, beteekent de zondige begeerten van de natuur volgen. Een zoodanig leven leidt tot den dood, want »het loon der zonde is de dood.« (Kom 6, 23.) De mensch verkrijgt het ware leven, doordien hij herhoren wordt door het ion-ter en dm H. Geest. Maar dan alleen kunnen wij dit goddelijke leven bewaren en vermeerderen, indien wij getrouw blijven aan de gevoelens, die de H. Geest bij deze wedergeboorte aan onze ziel heeft medegedeeld. Daartoe spoort ons de Apostel aan, als hij schrijft: «Indien ivij leven in den geest, laten wij dan ook handelen volgens den geest.« (Gal. 5, 25.) In de volgende overwegingen stellen wij ons ten doel, dit handelen volgens den geist nader toe te lichten; dat wil zeggen, wij zullen spreken over do zeven deugden, die de H. Geest in onze ziel heeft gestort (do drie goddelijke en de vier lioofddeugden) en over de zeven given van den If. Gerst, waardoor de mensch zich moet laten bestieren
Oen^ftensleutel. j
17
Inleiding.
18
In Zijne goddelijke goedheid heeft God ons tot eene boveiinntuurlijke zaligheid geroepen. Tot eene natuurlijke kan de mensch, zoo niet zonder Gods hulp, dan toch door zijne eigen natuur geraken. De bovennatuurlijke zaligheid echter staat in geene verhouding tot de mensche-lijke natuur, en derhalve zijn ook de mensche-lijke hoedanigheden niet voldoende, om daartoe te geraken. Wij hebbentedieneindebovennatuurlijke hulp en kracht noodig, die ons verleend worden in de (h'ie (joditelijke deugden. Zij brengen den mensch tot de bovennatuurlijke zaligheid, evenals de natuurlijke gaven ons met Gods hulp tot de natuurlijke zaligheid brengen. Zij worden goddelijke deugden genoemd, omdat zij ons door God zijn gegeven, ons tot God brengen en alleen door de goddelijke openbaring uit de schriftuur kunnen erkend worden. (') Zij zijn van alle andere deugden onderscheiden door het voonverp barer beoefening, verder hebben zij betrekking op God, als het doel, dat boven dit natuurlijk begrip is verheven.
(â¢) Dicuntur theologicae, turn quia habent Deura pro pbjecto, inquantum per eas recte ordinamur in Deum; tum quia a solo Deo nobis infunduntur, turn quia sola divina revelatione in sacra Scriptura hujusmodi virtutcs tradun-fur. St Thom, la 2ae, q, 64, a. 4, corp.
Inleiding.
Door het geloof verkrijgen wij eene bovennatuurlijke verlichting ter kennis van God; door de hoop wordt onze wil op God, als het bovennatuurlijk doel gevestigd. De vereeniging met God echter geschiedt door de li ff de. Deze drie worden ons door God gegeven deugden genoemd,quot; omdat ze door den H. Geest in onze ziel zijn geprent, en we ze niet door eigen verdiensten kunnen verkrijgen.
De Christen moet echter niet alleen in bovennatuurlijke betrekking staan tot God, maar ook tot zich zelf, tot den evennaaste en tot quot;He schepselen. Daartoe heeft hij nieuwe bovennatuurlijke krachten noodig, die hij eveneens van den H. Geest moet ontvangen. Met de liefde stort de H. Geest ook de rier Cnrdinnle- of hoofddeugden in onze ziel.C) Terecht worden zij aldus genoemd, omdat zij de spil zijn, om welke elke bovennatuurlijke betrekking tot de schepse» len zich beweegt.
Behalve deze bovennatuurlijke, Cardinale deugden zijn er ook natuurlijke deugden, maar tusschen deze twee soorten bestaat een hemels^
(') Aliquae virtutes morales et intellectuales possuut causari in nobis ex nostris actibus; tarnen illae non sunt proportionatae virtutibus theologicis et ideo oportet alias cis proportionatas immediate a Deo causari. S. Thom, la 2ae, q. 63. a, 3,
19
i
2*
Inleiding.
breed verschil en wel; volgens den oorsprony-. de natuurlijke deugden komen voort uit het verstand, de andere zijn ons door den H. Geest ingegeven; een verschil volgens de werking: de natuurlijke bewerken slechts eene natuurlijke, de bovennatuurlijke echter eene bovennatuurlijke verhouding tot de schepselen; een verschil in de uitioei-kselen: de eerste zijn van geen nut voor de eeuwige zaligheid, de bovennatuurlijke echter verwerven ons een eeuwig loon, of om het door een enkel woord uit te drukken, de eenen vormen ons tot een goed menseh, de anderen tot een goed Christen.
Behalve deze zeven hoofddeugden, de drio goddelijke en do vier zedelijke, worden ons nog andere gaven (habitus) door den H. Geest geschonken : de zeven gaven van den ff. Geest. Waarin bestaan deze zeven gaven? Waardoor worden ze van de deugden onderscheiden? Worden zij aan elk Christen geschonken?
De H. Thomas zegt:k(') »De gaven van den H. Geest zijn bovennatuurlijke toestanden, die den mensch aansporen, gevolg te geven aan de
20
Inleiding.
21
inspraken van den H. Geest. Zij staan in be trekking tot de zeven hoofddeugden, en me* deze vereenigd, vormen zij de acht zaligheden cn zijn de tegenstelling van de zeven hoofdzonden De profeet Isaias noemt ze de zeven wondervolle gaven, terwijl hij met den geest der voorzegging van den Goddelijken Meester zegt: »De Geest des Heeren zal op Hem rusten, de geest van wijsheid en van verstand, de geest van raad en van sterkte, de geest van wetenschap en van godsvrucht, en de geest van de vreeze des Heeren zal Hem vervullen.« (Is. 11,2.) De H. Bonaventura merkt op:(') »Isaias begint bij de hoogste gave, de gave van wijsheid en daalt trapsgewijze af tot de minste, n. 1. tot de gave van de vreeze des Heeren. Maar wij, zegt de H. Gregorius, die van het aardsche naar het hemelsche streven, noemen deze trappen klimmend, doordien wij met de laagste, n. 1. met de vreeze des Heeren beginnen en dan klimmen tot de hoogste, n. 1. de gave van wijsheid.» Do H. Augustinus zegt daaromtrent: »Bij Zijne nederdaling over Christus, begon de H. Geest met de wijsheid en eindigde met de vrees, ten einde God tot ons te doen afdalen. Bij Zijne nederdaling over den mensch, die ge-
O Opusculuin de sept. donis, p, 241,
Inleiding.
toepen is, goddelijk te worden, begint Hij raef de vrees, ten einde hem tot het Vleeschgewor-den Woord der eenige Wijsheid te verheffen.»(') »Alle zeven gaven,« zegt de H. Thomas, »steu-nen op de liefde.«
De H. Franciscus van Sales toont ons dien samenhang op de volgende, treffende wijze: Hij zegt: »De zeven gaven van den H. Geest zijn op bijzondere wijze eigenschappen en hoedanigheden der liefde, die onze harten gewillig en gehoorzaam doet worden, om te beantwoorden aan de goddelijke inspraken, die de bron der liefde zijn. Want:
1. »De wijsheid is in waarheid de liefde, waardoor wij smaken, gevoelen en beseffen, hoe zoet de Heer is.
2. »Het verstand is eene leerzame liefde, dio de schoonheden van de geloofswaarheden tracht te doorgronden, ten einde God zeiven te leeren kennen, en Hem tevens in Zijne schepselen te erkennen.
3. »Ook de raad is liefde, want hij toont ons de ware middelen tot den ijverigeu dienst van God.
22
4. »De sterkte is die liefde, die de zielen bemoedigt en aanspoort, om datgene ten uitvoer
(') Sermo 347.
Inleiding.
te breng-en, wat zij door den raad als goed heelt leeren kennen.
5. »Ook de gave der witenschap is liefde, die er ons er toe brengt, ons zeiven en al het geschapene uit het ware oogpunt te leeren be-schouw.en en ons nog nauwer aan God te hechten.
6. »De godsvrucht is de liefde, die ons den arbeid verzacht en ons de verdienstelijke werken met bereidvaardigheid, lieftalligheid en kinderlijke liefde doet uitoefenen.
7. «Eindelijk is ook de freeze des Heerm niets anders, dan liefde, want zij doet ons alles vermijden, wat ook maar het minste onaangenaam zou kunnen zijn in de oogen van 6od.«
Deze wonderbare zeven gaven worden, omdat zij slechts door de goddelijke liefde bestaan, met de heiligmakende genade, door den H. Geest verleend; wij verliezen ze echter, zoodra wij eene doodzonde begaan. Dan moet de H. Geest met Zijne goddelijke genaden onze ziel verlaten, en de booze geest, de duivel, verheft zijn hoofd met de zeven hoofdzonden. En dan moet de zondige ziel in harde slavernij boeten, wijl ze de wijsheid der kinderen Gods heeft versmaad, en den H. Geest uit hare ziel heeft verdreven.
Gelukkig echter de ziel, die gevolg geeft aan de liefde van den H. Geest en Zijne genade
23
Inleiding.
bewaart; zij zal de zoete vruchten verkrijgen, waarvan de H. Paulus spreekt, als hij zegt: âDe viucht des Geestes is de liefde, vreugde, vrede, geduld, goedertierenheid, goedheid, lankmoedigheid, zachtmoedigheid, getrouwheid, bescheidenheid, versterving, zuiverheid.quot; (Gal. 5,22.) En eindelijk noemt hij nog de loetvaardigheid, er bijvoegende; »Zij, die Christus toebehooren, hebben hun vleesch met alle booze begeerten gekruisigd.® Bovendien vervult de H. Geest de ziel van den rechtvaardige nog met eene oprechte liefde tot Maria, Zijne zuiverste Bruid, en tot Christus in het Allerheiligste Sakrament des Altaars,
De volgende overwegingen handelen over de heerlijke deugden, gaven en vruchten, die de H. Geest aan de zielen mededeelt. Moge de H. Geest u steeds meer en meer vervullen met Zijne gaven, en u de genade schenken, in Zijne liefde te volharden tot het einde van uw leven. Dan zult gij Hem eens in Zijne volle schoonheid aanschouwen, Hem, Dien, zooals de vorst der apostelen (I Petr. 1, 12.) zegt, de engelen verlangen te aanschouwen. Hij, de Vader en de Zoon mogen te allen tijde geprezen en verheerlijkt worden! Amen.
Steyl, op het feest Maria Lichtmis, 1888.
24
Overwegingen
ter eere van den
Heiligen Geest.
Gobed voor it'dcro Ovprwcgin^.
Opmerking'.
Het geloof leert ous, o Christenziel, dat wij uit ons zeiven tot niets goeds in staat zijn. Zonder de genade van den H. Geest kunnen wij niets goeds denken, willen, noch uitvoeren. Derhalve moeten wij den H. Geest dikwerf om Zijne genade smeeken, vooral voor elke predi-catie en overweging.
Gebed voor iedere Overwejrinir.
Kom. II. Geest, vervul de harten Uwer ge-loovigen en ontsteek in hen het vuur Uwer goddelijke liefde.
V. Zend Uwen Geest en alles zal herschapen worden.
K. En Gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
CiMeil. O God. die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest hebt onderwezen, geef, dat wij door dienzelfden Geest de ware wijsheid ontvangen, en ons altijd in Zijne vertroostingen verheugen. Door Christus onzen Heer. Amen.
De maand van den H. Geest.
1. DAG.
â Over de Deug-d van het Geloof.
Geest is de ooi-sprong van het geloof. Hij wekt het op en verlevendigt het door Zijne inspraken en door de woorden van Zijne heiligen: »De Heiligen Gods hebben gesproken door de verlichting van den Heiligen Geest,« (II. Petri, 1, 21.) en de goddelijke Verlosser zelf was door den Heiligen Geest gezalfd en gezonden, om de blijde boodschap te verkondigen, zooals Hij zelf zegt: âDe Geest des Heeren is over Mij. Derhalve heeft Hij Mij gezalfd en gezonden, om aan de armen het Evangelie te verkondigen.quot; (Luc. 4, 18.) Nadat Jezus echter verheerlijkt was, is do H. Geest over de Kerk nedergedaald en heeft ze tot den steunpilaar en het fondament der waarheid gemaakt. Hij blijft bij haar, alle dagen tot het einde der wereld, ten einde ze in alle waarheden te onderwijzen. Door het H. doopsel
28 1. Dag.
stort Hij het licht des geloofs in de ziel van iederen Christen. Gij zijt derhalve den H. Geest groeten dank verschuldigd, »want het geloof is het begin van de menschel ij kfgt; zaligheid, het fondament en de wortel van 'alle rechtvaardigheid; zonder geloof is het onmogelijk, God te behagen en zalig te worden.® (Concilie van Trente.) âWïe niet gelooft,quot; zegt Jezus, âis reeds geoordeeld.quot; Derhalve wilden ook de H. martelaren liever alles verliezen, zelfs het leven, dan hun geloof verloochenen.
2. De H. Paulus zegt: âDe rechtvaardige leeft door het geloof,quot; (Gal. 3, 11.) dat wil zeggen: hij doet alles, wat de H. Geest hem door het geloof leert. Wilt gij gelukkig worden, o Christenziel, dan moet gij u door den H. Geest laten geleiden. De H. Geest leert u, dat de eerbewijzen, genoegens en goederen dezer wereld niets anders zijn dan kwellingen des geestes en ij delheid; derhalve moet gij zo verachten! De H. Geest leert u, dat de zonde verderf aanbrengt voor tijd en eeuwigheid; derhalve moet gij zo vluchten als het gezicht van eene giftige slang. De H. Geest leert u, dat Hij oneindig goed en machtig is; derhalve moet gij op Hem al uwe hoop vestigen. De H. Geest leert, dat voor hen, die Od beminnen, alles ten
Over de Deugd van Geloof. 29
beste zal keeren; tracht derhalve aanhoudend Zijne H. Liefde te verkrijgen. Dan zal de II. Geest en door Hem ook Christus in u leven, en gij zult met den apostel kunnen zeggen: âIk hef niet meer, maar Christus leeft in mij; en wat ik thans leef in het vleesch, dat leef ik in het geloof aan den Zoon Gods, die mij heeft bemind, en Zich voor mij heeft opgeofferd.quot; (Galater, 2, 20.) Dan zult gij in waarheid een leven leiden volgens het geloof, wijl gij u niet laat geleiden door vleesch en bloed, maar door den Goddelijken Geest. Het licht van den H. Geest zal u steeds meer verlichten en u door alle gevaren des levens geleiden naar het hemelsch Sion, waar het geloof in zalige aanschouwing zal veranderen.
Oefening.
Uit liefde onderwerp ik mijn verstand aan TJ, 0 Bron van alle geloof, ik geloof in U, omdat Gij de waarheid zelve zgt
De voornaamste aotes van deugd.
Mijn Heer en mijn God, ik geloof in U, wegens de waarheid van üw woord.
Mijn Heer en mijn God, ik vestig mijne hoop op U, volgens de getrouwheid van Uwe beloften.
2. Dag.
Mijn Heer en mijn God, ik bemin U, wegens de oneindigheid Uwer goddelijke liefde.
Ik heb een afkeer van mij zeiven, o mijn God, wegens de grootheid van mijne zonden.
Ik verhing naar U, o Jezus, wegens Uwe vurige liefde tot ons in het H. Sakrament des Altaars.
Geef mij dus, de levende bronnen Uwer genaden.
En zend mij van den Vader, den H. Geest.
Beminnenswaardige God, schenk mij de genade, dat ik Uwe heilige leiding moge erkennen, U steeds getrouw moge volgen en Jezus van ganscher harte beminnen,
Groetenis aan Maria.
O Maria, mijne liefderijke Moeder, ik groet U, als de uitverkoren Bruid van den H. Geest, Gij zijt zalig o Maria, omdat Gij geloofd hebt, want aan U is alles vervuld, wat U door den Heer is voorzegd geworden. Gij hebt altijd het woord Gods zoo trouw in Uw hart bewaard, Ter wille van Uw vurig geloof, verleen mij de genade, dit geloof tot het einde mij As levens trouw te bewaren, en steeds volgens dit geloof te leven. O Maria, onbevlekte Bruid van den H. Geest, bid voor mij! Amen.
30
Over de Deugd van Hoop.
Gebed tot den H. Petrus.
H. Apostel Petrus, gij rots van geloof en opperste Herder der H. Kerk; Christus heeft voor u gebeden, opdat uw geloof niot zou wankelen. Hij heeft u ook de bijzondere opdracht gegeven, uwe broeders in het geloof te bevestigen. O, liefderijke H. Petrus, ik stel mij heden onder uwe bijzondere bescherming en smeek u, verkrijg voor mij ter wille van uwe verdiensten van den H. Geest de genade, dat ik steeds eon getrouw kind der H. Kerk moge wezen! Amen.
Over de Deugd van Hoop.
Het geloof is de steunpilaar van de hoop. Want: âHet geloof is,quot; zooals de Apostel leert, een vaste grondslag voor hetgeen men hoopt.quot;(l) De deugd van hoop wordt door het H. doopsel in onze ziel gestort. Zij bevat het verlangen naar God, het hoogste, schoonste en eeuwige goed, en het vertrouwen, om door de genade van den H Geest tot Zijn bezit te geraken. Waarom, o Christenziel, stelt gij uwe hoop en uw verlangen op iets anders dan op God, daar toch niets anders u gelukkig kan maken. Trek
quot;(') Hebr. 1, 11.
31
2. Dag.
toch voordeel uit het voorbeeld van anderen. Salomon bezat alles, wat de wereld kan aanbieden: schoonheid, macht, eere, rijkdom; en toch riep hij uit, toen hij dit alles had genoten; ,,IJdelheid der ijddheden, en nll/s is ijdelheidl^ De H. Kerkvader Augustinus, die voor zijne bekeering de wereld zoo hartstochtelijk had bemind, bekende luide: âGij hebt ons voor V geschapen o God, en ons hart is onrustig, totdat het rust vindt in VIquot; Dit hebt gij eveneens, o ziel, reeds dikwijls ondervonden, want nooit zijt gij waarlijk gelukkig geweest, tenzij gij niets anders verlangdet dan God alleen. O H. Geest stort dit verlangen naar uw eeuwig bezit in mijne ziel, opdat ik met David moge uitroepen: ,,Gelijk het hert dorst naar de waterbronnen, aldus verlangt mijne ziel naar ü, o God! Mijne ziel verlangt naar God, naar den levenden, sterken GodI Wanneer zal ik mogen verschijnen voor het aanschijn van God.'l{1)
2. Bij dit verlangen moet zich ook het vertrouwen voegen. Dit steunt niet op eigen kracht of verdiensten, maar op de genade van den H. Geest. Hij is de eeuwige Liefde, en heeft derhalve een onuitsprekelijk verlangen, om aan ons Zijne genade, en als hoogste gunst, Zich
O p». 41, i.
32
Over de Deugd van Hoop. 33
Zelven mede te deelen. Dit verlangen van God, om ons Zijne genade te schenken, is grootcr dan al het verlangen, dat wij kunnen hebben, ze te ontvangen. Schep dus moed, o Christenziel; uw vertrouwen op do goddelijke liefde zal niet beschaamd worden: «Niemand heeft zijne hoop op God gevestigd en is beschaamd geworden. De Heer is goed voor hen, die op Hem hopen en voor de ziel, die Hem zoekt.«(') Derhalve; «Beveel den Heer uwe wegen, en stel uwe hoop op Hem, Hij zal alles ten beste keeren. Hij zal uwe rechtvaardigheid doen schijnen gelijk het licht, en uw recht gelijk do middag. (s)
O H. Geest, Gij goedertieren Vertrooster! Gij zoet pand onzer hoop en levend zegel onzer hemelsche erfenis, op U zal ik mijne hoop vestigen. Gij zijt het verlangen van mijn dorstend hart en het vertrouwen van mijne arme ziel.
Oe'ening.
O God ik vestig mijne hoop op U, omdat Gij de oneindige Goedheid zijt.
De voornaamste actes van deugd. (bl. 29.)
(â ) Klaagl. 3, 24, (â ) Ps. 36,
Genadenslcutcl 0
2. Dag.
Groetenis ann Maria.
O goedertieren Maagd, Maria, gij wordt de Moeder der H. Hoop genoemd. Naast God stel ik al mijne hoop op ü. Want zou de H. Geest, die de liefde Zelf is, en die U tot Zijne Bruid heeft verkoren, U wel iets kunnen weigeren. Bovendien wilt gij mij helpen, omdat uw zuiver hart vol liefde en ontferming is. Verkrijg voor mij dan, o goede Moeder, van den H. Geest de vergiffenis van mijne zonden, Zijne genade en het eeuwige leven. Door de verdiensten van Jezus Christus, uwen Zoon. Amen.
Gebed tot den H. Apostel Jacobus den Meerdere.
Heilige Apostel Jacobus! ik beveel mij aan in uwe bijzondere beschenning en smeek n, verkrijg voor mij een vaste hoop op God. Hoezeer was uw hart vervuld met verlangen naar den Hemel, nadat gij de glorie van Jezus op den berg Tabor hadt gezien! En hoe groot moest uw vertrouwen wezen, wijl gij de bevoorrechte getuige waart van Jezus' liefdewerken, vooral van Zijn heldhaftig offer in den hof van Olijven. Verkrijg dan door uwe machtige voorspraak, dat mijn hart zich moge onthechten .'an alle aard-sche dingen, en in God alleen zijne rust moge vinden! Amen.
34
Over de Deugd van Liefde.
3. DAG.
Over de Deug:d van Liefde.
1. De menschen bekreunon zich dikwijls niet om hetgeen zij zeggen te beminnen. En toch hangt hunne geheele waarde af van hunne liefde. Indien gij God bemint, hebt gij het leven, indien gij Hem niet bemint, dan zijt gij dood. Hebt gij de liefde,- zoo bezit gij alle deugden; zonder de liefde echter is er geen ware deugd. Zonder haar is alles zonder waarde: wijsheid, wetenschap, kracht om mirakelen te doen, zelfs de werken van barmhartigheid. Ja, indien iemand ook de vree-selijkste martelingen zou verduren, zonder de liefde zou dit geen nut hebben. »Indien ik de taal van de engelen en der menschen sprak,« zegt de vurige leeraar der volkeren, »doch de liefde niet had, ware ik gelijk aan klinkend metaal, en aan eene klinkende bel. Indien ik de gave van voorzegging had, alle geheimen wist en alle wetenschap bezat, zoo ik een geloof had, dat bergen kon verplaatsen, indien ik de liefde niet had, zou dit alles niets zijn. En indien ik al mijne goederen onder de armen verdeelde, indien ik mijn lichaam aan de vlammen prijs gaf, indien ik de liefde niet had, het zou mij niets baten.«(') Dus niets heeft
(â ) 1. Kor. li», 1-3.
35
3. Dag.
waarde zonder de liefde Gods. Zonder deze liefde zijt gij arm, al bezit gij alles. Mot deze liefde bezit gij alles, al zijt gij arm. Want »God is do liefde, en wio in do liefde blijft, blijft in God en God in liem.cC1)
2. Derhalve, o ziel, tracht in de toekomst slechts dien verborgen schat der Goddelijke Liefde te verkrijgen. Zij is een verborgen schat, kostbaarder dan alle rijkdommen; en alles wat men kan wenschen, is niet bij haar te vergelijken. Want, indien gij de liefde bezit, bezit gij Hem, die de bron is van alle goederen. »Gij kunt God niet zion«, zegt de H. Augustinus, »bemin Hem slechts en gij zult Hem bezitten. Hoeveel wordt met zondige liefde bemind zonder het te bezitten, op ongeoorloofde wijze gezocht, en toch niet voortdurend genoten. Indien men het goud bemint, bezit men het daarom altijd? Vele beminnen het, maar bezitten het niot. Indien men schoone landerijen bemint, heeft men ze dan ook reeds? Is hot wellicht hetzelfde, de eer te beminnen en de eer te genieten ? Velen, die ze niet hebben, verlangen er naar, trachten ze te vorkrijgen, maar meestal sterven ze, alvorens hun doel te hebben bereikt. God Zelf echter biedt Zich aan, om mij zoo uit te
36
1
Joh. 4, 16.
Over de Deugd van Liefde. 37
drukken. Hi] roept ons toe: Bemint Mij, en gij zult Mij bezitten, omdat gij Mij niet kunt beminnen zonder Mij te bezitten.« â Maar deze Goddelijke Liefde kan de menscli zich zei ven niet geven; zij is het hoogste geschenk van den H. Geest, die de Liefde Zelve is. »De liefde Gods is in onze harten gestort door den H. Geest, die ons is geschonken*, zegt do H. Paulus.C) Kom dan, o H. Geest, kom in mijne arme ziel en ontsteek ze met het vuur Uwer goddelijke Liefde. Geef, dat ik aan alle aardsche liefde moge verzaken, om U alleen toe te behooren.
Oefening.
O liefderijke God, ik bemin U door de kracht van den H. Geest uit geheel mijn hart, omdat Gij oneindig goed zijt.
De voornaamste aotes van deugd. (bl. 29.)
G-roetenis aan Maria.
O Maria, terecht wordt Gij de uitverkoren Bruid van den H. Geest genoemd, want Zijn goddelijk vuur van liefde brandde steeds in uw zuiver hart. O Moeder, doel aan mijn arm hart een vonkje mede van uwe liefde. Ik verlang niets anders van TJ, dan mijnen God van gan-Bcher harte te beminnen. Verhoor mij, ter wille
(') Rom. 6, 6.
4 Dag.
van uwe groote liefde, en verkrijg voor mij deze genade. Amen.
öebed tot den H. Paulns.
Heilige Paulus, ik groet u als den apostel van den H. Geest, en den vurigen leeraar der goddelijke Liefde. Aangespoord door deze liefde, hebt gij verre landen bezocht, zijt gij de zeeën overgestoken, om allen voor Christns te -winnen. Ik dank den H. Geest voor de groote genade, die Hij u heeft verleend, en smeek u, verkrijg voor mij van den H. Geest, dat ik Jezus uit ganscher harte moge beminnen. Amen.
4. DAG.
Over de Deugd van Naastenliefde.
1. Uit de liefde tot God komt de liefde tot den naaste voort. quot;Wie God oprecht bemint onderhoudt ook Zijn gebod: âGij zult uwen evennaaste beminnen gelijk u zeiven.quot; Wij moeten dit gebod onderhouden ter liefde van God, niet uit menschelijk opzicht. God, die de eeuwige Liefde Zelve is, heeft ons uit liefde het aanzijn geschonken, uit liefde heeft Hij ons den Verlosser gezonden, uit liefde heeft Hij de Kerk gesticht, uit liefde zuivert en heiligt Hij ons en houdt Zijn intrek in onze ziel, om ons het eeu-
38
Over de deugd van Naastenliefde. 39
wige leven te geven. Ter wille van deze groote liefde, die Hij, de Algoede, van eeuwigheid voor een if der van ons heeft gehad, moeten wij ook elkander beminnen. De kracht, om deze liefde te kunnen gevoelen, wordt ons medegedeeld dooiden H. Geest Want wij zijn niet in staat, uit eigene kracht deze liefde te beoefenen, wij kunnen dit alleen door den H. Geest. Als Hij Zelf Zijn intrek in onze ziel heeft genomen, deelt Hij haar ook de liefde mede, die Hij Zelf allen schepselen toedraagt.
2. Deze ware naastenliefde, die de H. Geest in de ziel stort, is verheven boven allo natuurlijke liefde. Want de natuurlijke liefde beperkt zich tot een nauwen kring en alleen tot hen, door wie wij wederkeerig worden bemind. Zij is bovendien uiterst onvolmaakt in de weldaden, die ze bewijst, en is zeer spoedig uitgedoofd. I mmers, indien zij wordt versmaad, of niet wordt beantwoord, trekt zij zich terug en verandert dikwerf in feilen haat. De ware liefde echter, die haren oorsprong heeft in denH. Geest, is volmaakt onder elk opzicht. Indien de ziel met haar is vervuld, bemint zij niet slechts hare vrienden en bloedverwanten, maar alle menschen; ze tracht niet alleen lichamelijke, maar vooral geestelijke weldaden te bewijzen,
4. Dag.
en voor zoo verro het in haar vermogen is, allen tot de eeuwige zaligheid te brengen. In deze liefde zijn ook alle andere deugden opgesloten, is goedertieren; de liefde is niet naijverig, zij handelt niet onbetamelijk, zij is niet opgeblazen, zij is niet eerzuchtig, zij zoekt het hare niet, zij wordt niei; verbitterd, zij rekent het kwade niet toe, zij verblijdt zich niet over de ongerechtigheid, maar verblijdt zich met de waarheid; zij verdraagt alles, zij gelooft alles, zij hoopt alles, zij verduurt alles. De liefde blijft altijd voortbestaan.«(') O H. Geest, daal neder in mijn arm hart en vervul het met het vuur Uwer goddelijke Liefde!
Oefening.
Uit liefde tot U, o goede God, zal ik mijnen evennaaste beminnen, gelijk mij zeiven.
De voornaamste aotes van deugd.
O God, ik geloof in U, wegens de waarheid van Uw woord!
O God! ik vestig mijne hoop op U, wegens do getrouwheid in Uwe beloften.
40
O God! ik bemin U, wegens de oneindige grootheid Uwe liefde.
(') 1. Kor. 13, 4â8.
Over de Deugd vmi Naastenliefde. 41
O God! ik heb een afkeer van mij zeiven, wegens mijne vele en groote zonden.
O God! ik verlang naar U wegens Uwe vurige liefde in het aanbiddelijk Sacrament.
O Jezus, zoo schenk mij de eeuwige bronnen Uwer genaden en smeek voor mij bij den Heraelschen Vader, om den H. Geest.
En gij o beminnenswaardige Geest, geef mij de genade, dat ik Uwe aanbiddelijke Voorzienigheid duidelijk moge erkennen en mij altoos kinderlijker aan Haar moge onderwerpen. Verkrijg voor mij ook eene vurige liefde tot Jezus! Amen.
Groetenis aan Maria.
O lieve Moeder Maria, Uw hart was zoozeer vervuld met liefde tot ons, dat Gij Zelfs Uwen eenigen Zoon niet hebt gespaard, maar Hem voor ons hebt opgeofferd, teneinde onze zaligheid te bewerken Ik dank U van ganscher harte voor al de offers, die Gij ter wille van ons hebt gebracht, en voor alle genaden, die Gij voor ons hebt afgesmeekt. Door Uwe verdiensten en Uwe voorspraak verkrijg ook voor mij van den H. Geest de genade, dat ik mijnen evennaaste oprecht moge beminnen.
5. Bag.
Gobed ter eere van dea H. Apostel en Evangelist Joannes.
O H. Joannes, uitverkoren lieveling van den goddelijken Zaligmaker, ik kies TJ heden tot mijn bij zonderen patroon. Gij hebt de ware liefde leeren kennen, toen gij bij het laatste Avondmaal aan het zoete Hart van Jezus mocht rusten, en toen gij onder het Kruis hebt gestaan. Gij hebt getuigenis afgelegd van deze liefde, en gij hebt ons onderwezen in het verheven gebod der liefde. O, verkrijg voor mij van den H. Geest de genade, dat ik dit gebod altijd trouw onder-houde! Amen.
5. DAG.
Over de Deugd van Wijsheid.
1. Door do christelijke wijsheid verstaat men die deugd, waardoor wij in al ons doen en laten naar het ware en eenige Goed, God Zeiven, streven en de gepaste middelen gebruiken ter verkrijging van dit Goed. Zij is eene hoofddeugd en de parel van alle zedelijke deugden. Want zonder haar is geene andere deugd volmaakt. Evenals de wereldsche wijsheid door de liefde tot de wereld wordt ingegeven en beheerscht, zoo heeft de christelijke wijsheid haar oorsprong in den
42
Ãver de Deugd van AVijsheid. 43
H. Geest. Hij stort deze deugd met de Goddelijke Liefde in onze ziel en doet ons inzien, wat wij moeten vluchten en waarnaar wij moeten trachten. Met wijsheid te werk gaan, wil dus niets anders zeggen, dan gevolg geven aan de inspraken van den H. Geest; niet luisteren naar die inspraken, is dwaasheid. Hij dus, die zich overgeeft aan het grootste kwaad, de zonde, moet dwaas genoemd worden. Waarlijk wijs echter is hij, die alles vermijdt, wat hem tot zonde zou kunnen brengen, al moest hij daarvoor ook het dierbaarste ten offer brengen. Want: »het is beter, met één oog het leven biiuien te gaan, dan twee oogen te bezitten en in 't helsche vuur te worden geworpen.«(') Waarlijk wijs is hij, die God voor oogen houdt in al zijn doen en laten, die goed bidt, dikwerf en met godsvrucht tot de H. Sacramenten nadert en God bovenal bemint. Hoe zeldzaam vindt men echter deze ware wijsheid bij de menschen. »De kinderen der wereld zijn op hunne manier wijzer dan de kinderen des lichts.«(a) De wereld belooft aan hare dienaren slechts nietige en vergankelijke goederen, en toch tracht men er zoo vurig naar! God echter belooft ons het hoogste en Eeuwige Goed, en wij stellen er zoo weinig prijs op!
' 0) Mark. 9, 46. (») Luc. 16, 8.
5. Dag.
'
44
i
2. Alle kinderen Gods zijn in 't bezit van de christelijke wijsheid. In hoogere mate echter deelt de H. Geest Zijn licht mede aan hen, die boven anderen geplaatst zijn. Alle overheden moeten echter ook in hoogere mate trachten deze deugd te verkrijgen, en leven volgens de wetten, die de wijsheid hun voorschrijft. Om deze wetten te onderhouden moet men: Geene belangrijke zaak beginnen, zonder de hulp van den H. Geest in te roepen. â Gaarne te rade gaan mot vrome en verstandige lieden. â Niet in overijling of drift te werk gaan, maarmet kalmte en bedaardheid allesoverleggen. â Zich wachten voor wispelturigheid en gedurige verandering. Heeft men eens met Gods hulp een besluit genomen, dan moet men er zich aan houden, indien men niet vast overtuigd is, dat liet Gods wil is, van besluit te veranderen. Indien men zijn plan ten uitvoer brengt, moet men zich wachten voor elke nalatigheid. â In alles moet men do meerdere eer en glorie van God trachten te bevorderen. â Men moet een vast vertrouwen stellen op de hulp van den H. Geest, die als een liefderijk vader voor hen zorgt, die Hem dienen.
Oefening.
O God, sta niet toe, dat ik afwijke van den weg der waarheid en der wijsheid.
Over do Deugd van Wijsheid. 45
De voornaamste aotea van deugd. (bl. 40.)
Groetenis aan Maria.
0 Maria, mijne liefderijke Moeder, ik groot U als de wijste Maagd. Gij hebt U gewacht voor elke dwaasheid, want nooit hebt Gij den weg der zonde betreden; van het eerste oogenblik uws levens af, zijt gij trouw geweest aan do inspraken van den H. Geest, en hebt aldus steeds toegenomen in verdiensten. Door deze TJwe groote verdiensten en TJwe alvennogende voorspraak smeek ik U, verkrijg voor mij de genade, dat ik van nu af aan altijd trouw aan de inspraken van den H. Geest moge beantwoorden. Amen.
Gebed tot den H Apostel Philippns.
H. Philippus, glorierijke leerling van Jezus Christus, die door don H. Geest werd vervuld, toon gij in Christus Hem orkendet, van wion Mozes en de profeten hadden gesproken, ik prijs u zalig, omdat gij ter liefde van Jezus alles hebt verlaten, ten einde u geheel aan Hem toe te wijden. Door deze uwe groote verdiensten vraag ik u, verkrijg voor mij do genade, den weg der zonde te verlaten, om den weg dei-ware wijsheid te bewandelen. Amen.
6. Dag.
6. DAG.
Over de Deugd van Matigheid.
1. «Mijn Zoon, geef Mij uw hart!« zegt de H. Geest tot een ieder van ons. Hij verlangt ons hart te bezitten, ten einde het geheel en al te vervullen met Zijne goddelijke liefde. De wereld echter verzet zich tegen dit verlangen van den H. Geest, doordien zij zegt: »Volg mij na!« en zij toont den mensch hare schatten, genoegens en eerbewijzen. Indien de mensch gehoor geeft aan de verleidingen der wereld, zoo trekt Zich de H. Geest langzamerhand terug, want niemand kan twee heeren dienen. De H-Joannes zegt: »Indien iemand de wereld bemint zoo is de liefde des Vaders niet in hem. Want al wat in de wereld is, is begeerlijkheid des vleesches, begeerlijkheid der oogen en hoovaardij des levens, en deze zijn niet van den Vader, maar van de wereld.« Wie derhalve de wereld bemint en hare lusten volgt, bezwaart zijn geweten, en verliest de genade van den H. Geest. En ten laatste moet hij ook verlaten, hetgeen hij in de wereld zoo hartstochtelijk heeft gezocht, want: »de wereld vergaat met al haar genot.« Hij, die de wereld bemint, handelt dus dwaas. Want: »Wat baat het den mensch, indien hij
46
Over de Deugd van Matigheid. 47
de heele wereld wint, maar schade lijdt aan zijne ziel?« Hij echter handelt wijs, die de zinnelijke begeerte door de matigheid weet te beteugelen.
2. De matigheid houdt de begeerte naar zinnelijke goederen in toom en doet ons het gemis van -deze goederen minder gevoelen. Deze deugd uit zich vooral door matigheid in eten en drinken. Alle heiligen hebben deze deugd beoefend, en zich zeiven groote verstervingen opgelegd. De H. Geest, die Christus aanspoorde, Zich terug te trekken in de woestijn en aldaar gedurende 40 dagen te vasten, gaf ook aan de heiligen de genade, zich zeiven groote verstervingen op te leggen. Volg dit verheven voorbeeld na. »Broeders,« zoo vermaant ons de H. Paulus, »wij zijn niet schuldenaars van het vleesch, zoodat wij volgens het vleesch moeten leven. Want, indien gij leeft volgens het vleesch, zult gij sterven, indien gij echter volgens den geest de werken des vleesches doodt, zult gij leven.«(') Gij kunt de zinnelijke begeerte alleen bedwingen door den geest, d. i. door de kracht van den H. Geest. Indien de levenbrengende Geest u met Zijne liefde vervult, moet de snoode begeerlijkheid uw hart verlaten, en zullen de kluisters verbroken worden, waarmede gij aan
l1) itom, 8, 12.
6. Dng.
de wereld zijt gehecht. Smeek derhalve dikwerf de hulp van den H. Geest af, Hij, uw God, zal u helpen.
Oefening.
Ik wil mij nu en dan versterven in hot eten en drinken.
De voornaamste aotes van deugd. (bl. 40.)
Groetenis aan Maria.
O Maria, zuivere Bruid van den H. Geest, Gij hebt altoos uitgemunt in de deugd van matigheid. Uw hart was vrij van alle gehechtheid aan de schepselen, en Gij gebruiktet de aard-sche dingen slechts als sporten, om U tot God te verheffen. Door Uwe verdiensten en voorspraak verkrijg voor mij de genade, dat de H. Geest mijn geheel hart met Zijne liefde ver-vulle. Amen.
Gehed tot den H. Apostel Simon den Yveraar.
Heilige Apostel Simon, getrouwe vriend en dienaar van Jezus Christus, gij hebt de wereld verlaten, om u alleen aan Jezus toe te wijden. Daardoor hebt gij de genade verworven, Zijn leerling te worden. Ik prijs u zalig, wegens do getrouwheid en den ijver, waarmede gij altijd naar de roepstem dos Heeren hebt geluisterd.
48
Over de Deugd van Rechtvaardigheid. 49
Verkrijg voor mij door uwe voorspraak de genade, weerstand te bieden aan do verlokkingen der wereld, ten einde een ijverig leerling van Jezus Christus te worden. Amen.
7. DAG.
Over de Deug-d van Recliivaardig-heid.
1. De rechtvaardigheid is de bestendige en vaste wil een ieder to geven en te laten, hetgeen hem toekomt. In ruime beteekenis bevat deze deugd allo andere deugden. Want: God getrouw dienen, wat wil dit anders zeggen, dan Hem geven, wat Hem toekomt ? De moester heeft aanspraak op het werk Zijner handen; de koning mag gehoorzaamheid eischen van zij ne onderdanen; een kind is aan zijn vader liefde en eerbied verschuldigd. Hoeveel te meer zijn wij men-schen verplicht onzen Schepper en Vader eerbied, gehoorzaamheid en liefde te bewijzen! Want Hij is do God, die ons heeft geschapen, wij echter zijn Zijn volk en blijven Zijn eeuwig eigendom. Derhalve is het billijk, dat wij Hem geheel en al toebehooren. Hoe hebben wij echter tot dusverre deze deugd van rechtvaardigheid ten opzichte van onzen hemelschen Vader beoefend? Zou Hij niet reden hebben over ons te klagen, even als Hij eens over do Joden klaagde:
Genftdensleutel. 4
7. Dag.
«Indien ik uw Vader ben, waar is uw eerbied en indien Ik uw Heer ben, waar is uwe vrees, die gij Mij verschuldigd zijt?^) Indien wij echter hebben gezondigd, zoo vereischt do rechtvaardigheid, dat wij ons ter afboeting nu en dan eene versterving opleggen.
2. De rechtvaardigheid, als zedelijke deugd beschouwd, heeft betrekking op het maatschappelijke leven en geeft aan een ieder, wat hem toekomt. Men zondigt tegen de rechtvaardigheid, indien men zijn evennaaste te kort doet aan zijn eigendom. Tot dit eigendom behoort: leven en gezondheid, eer en goede naam, havo en goed. Al wie zijnen naaste in een dier goederen opzettelijk benadeelt, is verplicht, schadevergoeding te geven. Van meer gewicht echter dan de lichamelijke goederen zijn de goederen der ziel, vooral de heiligmakende genade, waardoor de ziel het ware leven bezit. Hij, die dus door verleiding eene ziel van dezen kostbaren schat berooft, begaat de grootste onrechtvaardigheid, den vreeselijksten roof. Derhalve bedient Zich de goddelijke Zaligmaker, wiens woorden anders altijd vol ontferming zijn, over de ergernis sprekende, van de vreeselijke bedreigingen; ,, Wee der wereld om hare ergernis; want quot;X'T Mal. 1, 6.
50
Over de Deugd van Eechtvaardigheid. 51
er moet wel is waar ergernis komen, maar wee den mensch, door wien ergernis homf.u(') Maar ookquot; op andere wijze kan iemand zich aan groote onrechtviiardigheid schuldig maken; ten opzichte van de eeuwige goederen van zijnen evennaaste b. v. door hem met geweld of door kunstgrepen terug te houden, een volmaakteren levensstaat te kiezen (den maagdolijken of kloosterlijken staat). De levensstaat legt aan een ieder bijzondere verplichtingen op ten opzichte van de recht-vaardigheid.
De rechtvaardigheid wordt eene volmaakte deugd, indien- zij haren oorsprong heeft in de liefde Gods. Als zoodanig wordt zij met de goddelijke liefde in onze ziel gestort door den H. Geest. Naarmate de mensch toeneemt in de liefde tot den H. Geest, naar die mate bezit hij jok de deugd van rechtvaardigheid.
Oefening.
Ik wil mij dikwerf eene kleine versterving opleggen tot boeting voor mijne zonden, en ik zal trachten de plichten van mijnen godsdienst en van mijnen staat trouw te vervullen.
jDo voornaamste aotes van dougd. (bl. 40.)
f') Hare. 9, 41.
4'
8. Dag.
Grootenis aan Maria.
O Maria, uitverkoren Bruid van den H. Geest, Gij waart geheel en al vervuld met de liefde Gods, derhalve waart Gij een spiegel van rechtvaardigheid. Bid voor mij, o Moeder vol van genade, opdat inijn leven gelijkvormig moge zijn aan het Uwe en dat ik God altijd moge geven, wat Hem toekomt! Amen.
Gehel tot den H. Apostel Jacohns den Mindere.
O glorierijke bloedverwant van Jezus, H. Apostel Jacobus, gij onderscheidet u zoodanig door uwe deugden, dat gij »de Ecchtvaardige« genoemd wordt. Verkrijg door uwe verdiensten en door uwe voorspraak voor mij de genade, de plichten van mijnen staat trouw to vervullen, en mij te wachten voor alle onrechtvaardigheid. Amen.
8. DAG.
Over de Deug-d van Sterkte.
1. Door sterkte verstaat men de deugd, die ons kracht verleent, om de gevaren en moeilijkheden, die wij bij het streven naar het hoogste Goed ontmoeten, standvastig te overwinnen. Zij is eene hoofddeugd, want ter standvastige beoe-
52
Over de Deugd van Sterkte. 59
fening van elke deugd wordt cene zekere mate van sterkte vereisclit. Zelfs geringe godsdienstoefeningen vereisclien, indien men ze een tijd lang standvastig wii verrichten, een sterken geest, hoe meer dan zaken van groot belang-Sterk noemt men de zielen, die altoos gehoorzaam zijn, die zich nooit van den weg der ootmoedigheid verwijderen, die altijd liefderijk zijn jegens den evennaaste, die nooit zondigen tegen de Heilige deugd, en die zelfs iedere vrijwillige zonde mijden. De H. Paulus spoort ons aan tot do beoefening dezer deugd, als hij zegt: »Handelt mannelijk en weest sterk.«
2. De deugd van sterkte wordt met do liefde Gods door den H. Geest in onze ziel gestort. Want met de liefde Gods neemt de H. Geest Zijnen introk in onze ziel, en deelt haar Zijne kracht en sterkte mede. Derhalve zeide ook de Goddelijke Zaligmaker, toen Hij den H. Geest beloofde: âGij zult worden gekleed md de sterkte van boBm.u(l) Aan Saül werd beloofd: »De Geest des Heergt;n zal u vervullen, en gij zult in een ander inensch worden herschapen.«(^ En Saül de arme herdersknaap werd een machtig en sterk koning, voor wien de vijanden van Israel beefden. »Aldus«, zeg-t de groote paus
(quot;) Luc. 24, 49. (8) 1, Kom. 10, ü.
8. Dag.
en kerkvader Greg-orius, «verandert de genade u in een sterk beheerscher over uwe begeerlijkheid, tot een zegepralend koning over uw vleesch. Hij herechept u in een ander mensch, die zoekt en bemint hetgeen hij vroeger vluchtte en verafschuwde. Dit is do verandering door den Allerhoogste, die de psalmist met bewondering aanschouwt.» Zoodanige verandering bewerkt de H. Geest in u door Zijne liefde. Want: »De liefde is sterk als de dood^C) «Heerlijker zou de kracht der liefde niet kunnen worden geschilderd,® zegt de H. Augustinus, »want, wie weerstaat den dood? Men biedt weerstand aan het vuur, het water, het zwaard; men weerstaat het geweld, aan de koningen. Maar de dood komt en wie biedt hem weerstand? Niets is sterker dan hij. Derhalve wordt de liefde vergeleken bij zijne kracht. Want evenals de dood sterk is in het vernielen, zoo is de liefde sterk in het verlossen,» O H. Geest, vervul ook mij met de kracht Uwer liefde, opdat ik de overwinning moge behalen over alle vijanden mijner ziel. Amen.
Oefening.
Uit liefde tot God zal ik mij versterven in hetgeen mij het moeilijkst valt.
(') Hooglied 8,
54
Over de t)eugd van Sterkte.
Be voornaamsts aotes van deugd. (bl. 40.)
Groetenis aan Maria.
.0 Maria, zuiverste Bruid van den H. Geest, gij waart meer dan alle andere menschen vervuld met de goddelijke liefde. Derhalve hebt gij ook bewezen meer kracht te bezitten dan alle anderen. Want nooit zijt gij door den vijand Gods overwonnen) gij hebt integendeel den kop der helsche slang verpletterd. Gij zijt derhalve de roem van Jeruzalem, de vreugde van Israel en de glorie van ons geslacht. Ter wille van uwe verdiensten, verkrijg ook voor mij van den H. Geest eene sterke liefde. Amen.
Gebed tot den H. Apostel Thomas.
Heilige Thomas, glorierijke apostel van Jezus Christus, gij waart bezield met zulke groote sterkte, dat gij vol liefde tot Christus uitriept: »Komt, laten wij mot Hem gaan en met Hem sterven.» En gedreven door deze liefde zijt gij naar de verste landen getrokken, teneinde overal met vele moeite en gevaren den Naam van Jezus te verkondigen. Wees gij mijn bijzondere patroon en verkrijg voor mij de genade, trouw en standvastig alle plichten van mijnen staat te vervullen. Amen.
55
9. Dag.
9. DAG.
Oyer de Gave van de Vreeze des lleeren.
Er bestaat eene tweevoudige liefde en dus ook eene tweevoudige vrees. De liefde tot de wereld is de bron van de raenschelijke vrees; de vreeze Gods echter wordt door den H. Geest in onze ziel gestort. Het is dwaas, de menschen te vreezen; want, wat leed kunnen de menschen n aandoen, indien gij de liefde Gods bezit? Do H. Geest zegt: »Vrees de menschen niet, want Ik ben by u, om u te verlossen.» De menschen kunnen u geen nadeel berokkenen, indien gij trouw blijft aan God. En hebt gij iets te verduren ter wille van deze getrouwheid, zoo doet u dit geen nadeel, maar voordeel, zooals de Goddelijke Zaligmaker zelf zegt: »Zalig zijn zij, die vervolging lijden ter wille van do rechtvaardigheid, want hunner is het rijk der hemelen. Zalig zijt gij, indien de menschen u versmaden en vervolgen en indien zij u lasteren ter wille van Mij. Verheugt u en jubelt want groot zal uw loon zijn in den Hemel.«(') En indien de wereld u ook de grootste kwellingen aandoet, en u op wreedaardige wijze van het leven berooft, zoo is dit een groote winst voor u, want in de plaats van het aardsche leven, zult gij het eeuwige
à Matth. 5.10.â10.
56
Over de Gave van de Vreeze des Heoren. 57
leven bezitten. Derhalve moeten wij de liefdevolle vermaning van Jezus wel ter harte nemen, en vooral in de bekoringen de volgende woorden overwegen: »Ik zeg u, mijne vrienden, vreest niet degenen, die uw lichaam kunnen dooden en dan geen macht meer over u hebben. Ik zal u echter toonen, wien gij moet vreezen. Vreest Hem, die, nadat Hij u heeft gedood ook de macht heeft, u in de hel te doen neerstorten. Ja, ik zeg u. Hem moet gij vreezen.«(')
2. »De vreeze des Heeren is het begin der wijsheid,«(s) d. i. het begin van een godvruchtig loven, want het eerste en noodzakelijkste ver-eischte is haat tegen de zonde. De bron van dezen haat is de vrees, die de ziel vervult, indien zij door de verlichting van den H Geest de vreese-lijke straffen erkent, die het gevolg zijn van de zonde. Dit is de slanfsche vrees. Indien daarmede een begin van liefde is verbonden, zoo is zij voldoende voor het Sacrament der biecht.
Zij is gelijk aan eeue bittere maar zeer heilzame medicijn, die de ziel van de zondige begeerten verlost. Aldus gezuiverd, wordt zij instaat gesteld, de kinderlijke vrees te Ontvangen. Zij is eene bijzondere gave van den H. Geest en heeft haar oorsprong in de liefde Gods.
( ) Loo. 12. 4.-6. (â¢) Ps. 110, 10.
9. Dag.
Het eerste uitwerksel dezer liefde is een groote eerbied voor de Majesteit van God. en oen onoverwinnelijke haat tegen iedere zonde. Dewijl echter de aardsche goederen den ludjseh tot zonde verleiden, bewerkt integendeel de vreeze Gods een afkeer van het aardsche, zoonis Christus in de zaligheden zegt: »Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het rijk der hemelen.^ Beschouw de heiligen, wier hart geheel en al met de vreeze Gods was vervuld. Zij allen zeiden met den Apostel; »Ik beschouw alles als schadelijk, wegens de alles overtreffende kennis van Christus mijnen Heer, ter wille van wien ik afstand heb gedaan van alles, ter wille van wien ik alles beschouw als slijk, opdat ik Christus moge winnen.^1) Christus zelf echter, die geheel en al vervuld was met den geest van de vreeze des Heeren, is de meest behoeftige geworden van alle schepselen, want de Zoon des mensehen had niet;, waarop Hij Zijn hoofd kon laten rusten.
Oefening.
Tracht steeds u zeiven te vernederen en ook de kleinste zonde zorgvuldig te mijden.
58
De voornaamste actes van deugd. (hl. 40.)
(â ) Pil. 3, 7.-8.
Over de Gave van Godsvrucht. 50
Groetenis aan Maria.
O Maria, zuiverste Bruid van den H. Geest, hee rijkelijk heeft TJw Goddelijke Bruidegom TJ met de quot;gave van godsvrucht versierd. Vol van den diepsten eerbied voor do Goddelijke Majesteit, beschouwdet gij U zelve slechts als de dienstmaagd des Heeren, en hebt elke, ook de kleinste zonde, zorgvuldig gevlucht. Verkrijg voor mij de genade, dat ik moge vervuld worden met een liefdevollen eerbied voor God. Amen.
Gebed tot den H. Apostel en Evangelist Matthens.
Heilige Mattheüs, glorierijke Apostel en Evangelist nadat gij uw ambt als tollenaar hadt neergelegd en afstand hadt gedaan van uwe zondige gewoonten, om Jezus na te volgen, heeft de H. Geest u de volheid Zijner genaden geschonken. Verkrijg voor mij door uwe verdiensten en door uwe voorspraak, dat ook ik aan mijne zondige gewoonten vaarwel zegge, en trouw het voorbeeld van Jezus Christus moge navolgen. Amen.
10. DAG.
Over de Gave van Godsvrucht.
1. De tweede gave van den H. Geest is de Godsvrucht, Hierdoor spoort de H. Geest den
10. Dag.
mensch aan, den drieëenigen God, den verschnl-digden eerbied en liefde te bewijzen. Door deze gave schenkt Hij aan de ziel eene kinderlijke liefde, waardoor zij tot de Goddelijke Drievuldigheid in zoodanige betrekking treedt, als een welgeaard kind staat tot zijnen liefderijken vader. Indien de ziel deze gave bezit, is zij ijverig in de oefeningen van godsvrucht, maar zij verricht ze niet alleen met uitwendigen eerbied, maar vooral met innerlijke godsvrucht en liefde. Zij brengt hulde aan den Vader op den eeuwigen troon Zijner goddelijke heerlijkheid, aan den Zoon op Zijnen troon van liefde in hot H. Sacrament, aan den H. Geest op den troon van genade, dien Hij zich zeiven in de rechtvaardige ziel heeft opgericht, zooals de Apostel zegt: »Of weet gij niet, dat gij tempels van God zijt, en dat de H. Geest in u woont ?«(')
2. Met de gave van godsvrucht verkrijgt de ziel ook van den H. Geest groote gehechtheid en liefde tot de drievoudige kerk van God: in den Hemel, in het vagevuur en op aarde. Zij beschouwt de heiligen als schitterende toonbeelden van deugd, en gevoelt zich door de gemeenschap met den H. Geest ook met Hem verbonden. Vooral is zij vervuld met liefde en vertrouwen tot Maria,
t'J 1. Cor. 3, 16.
60
Over de Gave van Godsvrucht. 61
de Moeder van Barmhartigheid, de uitverkoren Bruid van don H. Geest. Door de gave van godsvrucht stort de H. Geest ook eene medelijdende liefde tot de geloovige zielen in het hart, en het innig verlangen, haar ter hulp te snellen. Verder geeft do H. Geest de ziel eeno groote liefde tot Zijne H. kerk op aarde, die door Hem wordt bestierd en geleid. Hij spoort ze aan, alle wetten der H. kerk met kinderlijke gehoorzaamheid na te volgen, dikwerf gebruik te maken van hare genademiddelen, haar rijk volgens hare beste krachten te helpen uitbreiden door gebed en ondersteuning der geloofsverkondigers, en hare dienaren als Zijne plaatsvervangers te eeren, vooral den paus van Rome. Do H. Geest spoort ons ook aan tot liefde, eerbied en gehoorzaamheid en wel: de kinderen jegens hunne ouders, de ondergeschikten jegens hunne overheden. Eindelijk vervult Hij do ziel door de gave van godsvrucht met eene oprechte naastenliefde, en juist deze liefde, dio toegevend is voor de zwakheden van zijn evennaaste, is een noodzakelijk uitwerksel en een klaarblijkelijk teeken der ware godsvrucht. Aldus staat met deze gave de tweede Zaligheid in verband: »Zalig zijn de de zachtmoedigen, want zij zullen het aardrijk bezitten,®
10. Dag.
Oefening.
Tracht elke opwelling van afgunst tegen te gaan en ga indien bet mogelijk is, een zieke bezoeken.
De voornaamste actes van deugd. (bl. 40.)
Groetenis aan Maria.
O Maria, mijne liefderijke Moeder, ik verheug mij, dat do H. Geest U, Zijne zuiverste Brui(l) tot een zoo eerbiedwaardig vat van godsvrucht heeft uitgekozen. Verkrijg voor mij, o Moeder van Barmhartigheid van den H. Geest de gave van godsvrucht, opdat ik God als mijiiou Vader en do Kerk als mijne Moeder waarlijk moge beminnen. Amen.
Gebed tot den H, Apostel Bartholomeüs,
Glorierijke Apostel van Jezus Christus, heilige Bartholomeüs, gij zijt die Nathanael, die dooiden Zaligmaker als een Israeliet zondér arglist werd geprezen. Verkrijg mij door uwe verdienste on door uwe voorspraak van den H. Geest do genade, mijnen evennaaste oprecht to be-ininnen en alle arglist to vermijden. Amen.
62
De Gave van Wetenschap. 63
11. DAG.
De Gave van Wetenschap.
Er bestaat een tweevoudig rijk hier op aarde: een rijk van den H. Geest en een rijk van do zondige wereld. Beide hebben hunne vrienden en hunne bijzondere wetenschap.
De wetenschap der wereld is in diepe duisternis gehuld, wijl zij niet wordt verlicht door de zon van den H. Geest. Want de wereld zoekt de schepselen los te rukken uit hare nauwe betrekking tot haar Heer en Schepper, en wil niet begrijpen, dat alle schepselen de verkondigers zijn van de heerlijkheid Gods. En wijl de wereld zich afhoudt van God, de Eeuwige Waarheid, is hare wetenschap slechts dwaasheid. Derhalve zegt de H. Paulus van de heidensche wijsgeeren: »Zij meenden wijs te zijn, ïuaar zij waren slechts dwazen; zij ruilden de heerlijkheid van den onsterfelijken God tegen de beelden van den sterfelijken mensch, de vogels, de viervoetige en de kruipende dieren.C) Denzelfden duisteren weg bewandelt de wereldsche wetenschap te allen tijde, indien zij zich afkeert van den H. Geest en zich losrukt van Zijne leiding. Hare volgelingen meenen, dat zij wijs zijn en drijven den spot met hen, die zxh door
f) Roin. 1, 22,
11. Dag.
den H. Geest laten geleiden, maar op den dag des oordeels zullen de kinderen der wereld hunne dwaasheid inzien, en neerziende op de zalige rechtvaardigen, zullen zij uitroepen; »Dezo zijn het, die wij eens bespotten en verachtten. Wij dwazen beschouwden hun loven als dwaasheid en hun einde als schande. Ziet, hoe gerekend worden tot de kinderen Gods, en lot dat der heiligen is. Wij zijn dus afgedwaald van den weg der waaiheid, het licht der rechtvaardigheid bescheen ons niet, en de zon der erkentenis ging niet op over ons. Wij zijn afgemat op den weg der boosheid en des verderfs, en wij bewandelden moeilijke wegen, maar den weg des Heeren kenden wij niet.«(')
2. De ware wetenschap, zegt de H. Bernardus, bestaat ïn he besef, dat wij sterfelijk, gebrekkig en zwak zijn, en dat wij in dit dal van ellende, in deze gevangenis moeten zuchten en weenen. Deze gave doet u het vergankelijke en nietige van het aardsche, maar ook tevens de grootheid van God kennen, en bewerkt dus in u de derde Zaligheid: »Zalig zijn de weenenden, want zij zullen vertroost worden.« Verlicht door den H. Geest, erkent gij, hoe kortstondig het tijdelijke, hoe langdurig het eeuwige is; hoe groot het
l 'JWÃj'h- 5, 3â7.
64
Ce Gave van Wetenschap. 65
goddelijke, hoe nietig het menschel ij ke is, hoe valsch de wereld, hoe trouw God de Heer is, hoe schandelijk de zonde, hoe heilzaam de godsvrucht is, hoe armzalig de rijkdommen, eerbewijzen en genoegens der wereld, hoe genadenrijk armoede, verachting en lijden zijn, indien men ze verduurt, ter wille van Christus. Vervuld met de genade van den H. Geest, erkent gij, dat alles ijdelheid, kwelling des geestes is, behalve God te beminnen en Hem alleen te dienen. Wilt gij deze H. wetenschap leeren, beschouw dan dikwerf den Goddolijken Verlosser aan hot kruis, en bid den H. Geest om Zijne liefde.
Oefening.
Ik zal iedere beweging van ongeduld, drift en geraaktheid onderdrukken, en dikwijls geestelijke Doekon lezen.
De voornaamste aotes van deugd. (bl. 40.)
Groetenis aan Maria.
O Maria, uitverkoren Bruid van den H. Geest, ik groet U als de wijste Maagd, want gij hebt de schepselen in het licht der Eeuwige Waarheid beter doorgrond dan alle menschen. Verkrijg voor mij de genade van den H. Geest dat ook ik alles in het licht van den H. Geest moge Deschouwen, en dat ik door de schepselen tot God óelven moge geleid worden. Amen.
Genadcusleutel. quot;
12. Dag.
Gebed tot den H. Apostel Judas Thadeüs.
Glorierijke bbedverwant en Apostel van Jezus Christus, heilige Judas Thadeüs, gij wordt als de bijzondere patroon bij de studie dor wetenschappen vereerd, omdat gij een »Lebheiis« d. i. een man van geest en vernuft waart. Derhalve bid ik u, help allen, die stndeeren, opdat zij, bij het streven naar kundigheden, vooral naar de erkentenis en de liefde Gods mogen streven. Wees ook voor mij een genadige beschermer, en verkrijg voor mij de genade, dat ik door het gebruik der tijdelijke goederen geen schade moge lijden aan de eeuwige goederen. Amen.
12. DAG.
Over d« Gave van Sterkte.
De sterkte is de vierde gave van den H. Geest. Zij komt de deugden van geduld en kracht ter hulp, ondersteunt ze, opdat zij niet bezwijken onder te groote moeilijkheden. »De gave van sterkte« zegt do H. Bernardus, «verleent aan de ziel eene innerlijke kracht, een goddelijken moed, die haar dat mogelijk, ja zelfs gemakkelijk doet schijnen, waarvoor hare natuur terugschrikt, en wat ze nooit had durven ondernemen. Met deze deugd vervuld, verduurt de rechtvaar-
66
Over de Gave van Sterkte. 67
dige alle moeilijkheden van den godsdienst: vasten, nachtwaken en zelfs zwaardere oefeningen, en wel met hetzelfde genot, dat een gierigaard zou hebbeb, indien men hem groote schatten zou aanbieden.« Deze gave bevrijdt van de traagheid in het goede en schenkt ons de vierde zaligheid: »Zalig zijn zij, die honger en dorst hebben naar de rechtvaardigheid, want zij zullen verzadigd worden.«
2. Een gemakkelijk middel, om deze sterkte te verkrijgen, is het dikwerf naderen tot de H. Sacramenten, tot de Hemelsche spijs, die de H. Hieronymus het »brlod der sterken« noemt. Vooral de H. Martelaren waren vervuld met de gave van sterkte. De liefde, die de H. Geest in hunne zielen stortte, gaf hun zulke kracht dat zij met den Apostel konden uitroepen: »Wie zal ons scheiden van de liefde Gods? Droefheid of angst, of honger, of naaktheid, of gevaar, of vervolging, of het zwaard? Zooals er staat geschreven: Om Uwentwil worden wij aanhoudend gedood en beschouwd als schapen, bestemd ter slachting. Maar wij behalen de overwinning ter wille van Hem, die ons heeft bemind. Want ik ben overtuigd, dat noch dood, noch leven, noch engel, noch macht, noch geweld, noch het tegenwoordige, noch het toekomende, noch de
5'
12. Dag.
hoogte, noch do diopte, noch oenig schepsel, welk ook, in staat is, ons te scheiden van de lietde Gods, die is in Christus onzen Hoer.«(1) Hetgeen dezelfde Apostel aldus zegt van de vroegere geloofsbelijdenis is nog meer toepasselijk op de Christelijke Martelaren. »Eenigen werden op do pijnbank uitgestrekt, en wilden hunne vrijheid niet aanvaarden, ten einde zegepralend te verrijzen. Anderen hebben smaad en geesel-slagen, boeien en gevangenis verduurd; zo werden gesteenigd, gezaagd, door het zwaard gedood) zij liepen rond in schapen- on geitonvellen, armoede verdurend, vervolgd, gemarteld; zij, die de wereld niet waardig was te bezitten, dwaalden rond in woestijnen en gebergten, in holen en spelonken.«(2) Willen ook wij zulke sterkte verkrijgen, dan moeten wij dikwerf onzo oogen slaan op Jozus Christus, die in plaats van do hemelsche glorie deu kruisdood stierf, en den smaad niet achtte. De H. Paulus vermaant ons: «Ja, denkt aan Hem, die zulke tegenspraak dulde van den kant der zondaren, opdat gij niet den moed zoudt verliezen. Gij hebt nog niet ten bloede toe gevochten in den strijd tegen de zonde.«(3)
O Rom. 8, 35.-39. (') Hebr. 11, 35.â3S. (') Hol)r. 12, 1.-4.
68
Over de Gave van Sterkte. G9
Oefening.
Ik zal dikwijls zeggen: Ik heb eenen afkeer van alle lauwheid, en zal van nu af aan God ijverig dienen.
Le voornaamste aotes van deugd. (bl. 40.)
Groetenis aan Maria.
O Maria, zuiverste Bruid van deu H. Geest ik groet U als do sterke vrouw. Gij hobt hot hoofd der slang verpiot, doordien gij uwen God-dol ij keu Zoon, dien gij meer bemindet dan U zelve in de liefde van den H. Geest don Herael-sehen Vader voor de redding der ziolon hebt opgeofferd. Ter wille van do verdiensten van dit kostbare offer verkrijg voor mij van den H. Goest do gave van sterkte, opdat ik vau nu af aan mij trouw en bereidvaardig aan Zijuo leiding moge onderwerpen, Amen.
Gebed tot den H. Apostel Andreas.
Heilige Apostel Andreas, ik groet u als een vorst onder de Martelaren van Jezus Christus. Gij waart zoozeer met de gave vau sterkte vervuld, dat gij bij het zien van hot kruishout, uitriept: »0 Zalig kruis, door de ledematen van Christus met zulke schoonheid gesierd, gij, zoo lang gowenscht, zoo teer bemind, zoo onop-lioudelijk gezocht, gij zijt eindelijk gereed voor
13. Dag.
de verlangende ziel. Neem mij dan op, en geef mij terug aan mijn Meester, opdat Hij mij door ii moge opnemen, Hij, die mij door u heeft verlost.» En uit liefde tot den gekruisten Jezus wildet gij u niet van het kruis laten afnemen, maar bleeft drie dagen lang uitgestrekt, totdat de dood u verloste, terwijl gij onophoudelijk Gods lof verkondigdet. Ter wille van de verdiensten van uw lijden en van de smarten van Jezus en Maria, verkrijg voor mij van den H. Geest de gave van sterkte, opdat ik mijn kruis tot het einde mijns levens met blijdschap moge dragen. Amen.
13. DAG.
Over de Gave van Raad.
70
1. âMijn zoon,quot; zegt de H. Geest, âbewaar de wet en den goeden raad, en nire ziel zal het leven hebben.y) De goede raad, die de bovennatuurlijke werken regelt komt niet voort uit de erkentenis »Tan ons eigen verstand maar is eene gave van Jen H. Geest. Hierdoor worden wij in staat gesteld, in alle omstandigheden den wil van God te erkenen en de beste middelen te kiezen, om
(â¢) 8pr. 3. 21.
Over de Gave van Eaad. 71
ons einddoel, God zei ven, te bereiken. Door deze gave kunnen wij het kwade in onze handelingen vermijden en het goede doen. Vooral is zij van belang voor de overheden. Hoe gewichtigei hunne taak is, des te meer moeten zij den H. Geest om de gave van raad smeeken, opdat zij in alle omstandigheden Zijnen H. Wil mogen erkennen. Voor ieder Christen echter is het van groot belang voor tijd en eeuwigheid, de hulj) van den H. Geest te verkrijgen bij het kiezen van eenen levensstaat. De H. Geest, de bestierder van al onze lotgevallen, heeft een ieder tot een zekeren staat geroepen: eenigen tot het huwelijk, anderen tot de maagdelijkheid, eenigen tot het kloosterleven, anderen tut hot priesterschap. Al deze standen zijn goed, maar niet alle even volmaakt. Gelukkig de ziel, die tot een volmaakten staat is geroepen. Maar zoo als er staat geschreven: »Niemand kiest zich de eer, maar alleen zij, die geroepen zijn, zooals Aaron.«(') Ieder wordt het gelukkigst voor tijd en eeuwigheid in dien staat, waartoe de H. Geest hem heeft geroepen. Derhalve moet men nooit een levenswandel aanvaarden, alvorens te hebben ingezien, dat men tot dien staat is geroepen. Deze kennis krijgt men door zuiverheid
('J Hebr. 5, 4.
13. Dag.
72
van geweten en een aanhoudend gebed, vooral tot den H. Geest.
Jezus Christus, die geheel en al met den H. Geest was vervuld, bezat ook de gave van raad in hare geheele volmaaktheid. Derhalve zegt ook de profeet: »Men noemt Zijn naam Wonderbare Raadgever.'{l) Door woord en voorbeeld wijst Hij u vooral op de barmhartigheid. âZalig zijn de barmhurtigen, want zij zullen hamhai-tig-heid verwerven.quot; En ten einde de werken van barmhartigheid nog meer aan te bevelen, heeft Hij gezegd, dat het laatste oordeel daarvan afhangt. Zij, die geene barmhartigheid hebben beoefend, zullen verdoemd wordon,maar zij, die barmhartig zijn geweest, zullen zalig worden. Het meest echter heeft GJiristus de barmhartigheid aanbevolen door Zijn voorbeeld. Want: »Hij wandelde op aarde weldaden om zich heen verspreidende,» zooals de H. Lucas zegt. Blinden en lammen, armen en nooddruftigen, melaatschen en zieken, onwetenden en zondaren, allen vonden bij Hem hulp en redding. »Komt allen tot Mij, die belast en beladen zijt. Ik zal u verkwikken.* Wilt gij niet Zijn voorbeeld volgen o ziel?
(') Is, 9, G.)
Over do Gave van Raad.
Oefening.
Ik zal dikwerf zeggen: Heer, ik verzaak alle gehechtheid aan de aardsche goederen en aan de schepselen.
De voornaamste actes van deugd. (bl. 40.)
Groetenis aan Maria.
O Maria, Maagd der maagden, wie heeft U geleerd, dat de maagdelijkheid zoo behaaglijk is aan God? Geene wet, geen menschel ij ke raadgeving en geen voorbeeld was U gegeven, maar gij waart hierin, gelijk in alle zaken verlicht dooiden H. Geest. Door Uwe bemiddeling hoop ik ook de gave van raad te verkrijgen in alle twijfelachtige gevallen. O Moeder van goeden raad, bid voor mij. Amen.
Gebed tot den H. Apostel Mathias.
Heilige Mathias, glorierijke Apostel, ik verheug mij en dank den H. Geest, dat Hij u onder het getal der Apostelen heeft opgenomen. Gij werdt op zulk eene wonderbare wijze tot deze waardigheid geroepen. Verkrijg voor mij door uwe verdiensten en door uwe voorspraak de genade, dat ook ik mijne roeping moge leeren kennen en dat ik de plichten van mijnen staat zoo trouw moge vervullen, als gij. Amen.
73
14. Dag.
14. DAG.
Oyer de Gave van Verstand.
Het verstand is eene gave, waardoor wij de waarheden van ons geloof leeren vatten eu begrijpen. Dit kunnen wij niet uit eigen kracht, zelfs de apostelen waren hiertoe niet in staat, zonder de verlichting van den H. Geest. Gedurende drie jaren had de Goddelijke Leermeester hen onderwezen en ten slotte moest Hij nog de liefdevolle klacht laten hooren: »Ik ben reeds zoo lang bij u, en gij hebt Mij niet gekend ?«(') Zij zelven bekenden eenigen tijd later: »Wij weten niet, wat Hij zegt.cC) En eindelijk verklaart Jezus: »Ik heh u nog veel te zeggen, maar gij kunt het nu nog niet vatten. Als echter de Geest van waarheid komt, zal Hij u de Waarheid leeren.«(3) Deze voorzegging werd op het feest van Pinksteren vervuld. Zoodra de H. Geest over de apostelen was nedergedaald. werden hun de woorden huns Goddel ij leen meesters duidelijk, en zij begrepen, wat Jezus hun had gezegd. Tegelijkertijd ontvingen ze de Zaligheid, waarvan geschreven staat: âZaliy zijn de zuiveren vnn harte, want zij zullen God aanschcuwm.quot; Naarmate uw hart zuiver is, zult
(') Joh. 14, 9. (») Job. 16, 18. (â ) Joh. 16, 12.
74
Over de Gave van Verstand. 75
gij het geestelijke en goddelijke kunnen vatten. »De dierlijke mensch.« zegt de H. Paulus, »vat niet, wat de Geest Gods is, het is dwaasheid iri zijn oog, en hij kan die zaken niet begrijpen.C) Hoe armzalig zijn derhalve de zondaars, die den H. Geest uit hun hart hebben verdreven! »De ongelukkigeu,» zegt de H. Gregorius, »zü hebben de oogen des Geestes gesloten, opdat die innerlijke straal toch niet moge binnendringen, die den wil verlicht, en hem doet beminnen wat hij hem toont. »Zij zijn geheel en al arm, zij hebben geen waar goed en kunnen zich op niets beroemen, omdat hun de ware kennis van God ontbreekt. Want aldus zegt do Heer: »Dat do wijze zich niet beroemo op zijne kennis. en de sterke op zijne kracht; de rijke beroemo zich. niet op zijne rijkdommen, maar hij, die zich wil verheffen, hij beroeme er zich op, dat hij Mij kent en weet, dat Ik de Heer ben.«(a)
O, H. Geest, geef mij de gave van verstand, Ik smeek U mot den koninklijken profeet: »Goef mij verstand, en ik zal Uwe wet doorgronden, en ze van ganscher harte nakomen. Geef mij verstand en ik zal loven.«(3) Geef ook mij de genade, die Gij aan allen hebt geschonken, die gij tot een beter leven hebt ge-
lM 1. Cur. 2, 14. (â¢) Jer. 9. 23. («i Pj. 113.
14. Dag.
roepen. Gij hebt de ooren hunner ziel geopend zoodat Uw goddelijk woord daar kon binnen dringen, en het ware leven opwekken.
Nadat de II. Augustinus langen tijd te vergeefs had getracht den last der zonden af te schudden, werd hij doordrongen van de goddelijke kracht en verkreeg de genade een heilig leven te leiden. Dit gebeurde nadat hij eenige woorden in de H. schriftuur had gelezen, en deze woorden door de genade van den H. Geest goed had begrepen. Op gelijke wijze geraakte de II. Iduizenaar Antonius tot een volmaakt leven. Hij trad eens eene kerk binnen, en vernam daar de woorden van bet Evangelie. »\Vilt gij volmaakt zijn, ga dan heen, verkoop alles, wat gij bezit, en geef het den armen.« Vele anderen hebben dit woord ook gehoord; de H. Antonius vernam het echter niet slechts mot zijne lichamelijke ooren, maar het drong door tot in zijn hart; hij nam het besluit de wereld te vluchten en een volmaakt leven te leiden. En de H. Fran-ciscus Xaverius had reeds dikwijls van den H. Ignatius het woord vernomen: »Wat baat het tien monsch, wanneer hij de heele wereld wint, maar schade lijdt aan zijne ziel?« Maar het bleef zonder uitwerking, totdat de H. Geest zijn verstand verlichtte. En do woreldsch gezinde
76
Over de Gave van Verstand. 77
jongeling werd eeu groot Apostel, een levend werktuig van den H. Geest, tot heil van vele zielen. â O Hoor, ontferm U ook over mijne ziel: »Geei'niij verstand, opdat ik Uwen wil moge erkennen.«(')
Oefening.
O H. Geest, ik wensch niots meer te weten of te begrijpen, dan hetgeen Uw H. Wil is, en ik wil mij versterven in het denken en sproken.
De voornaamste aotes van deugd. (bl. 40.)
Groetenis aan Maria.
O Maria, genadenrijke Bruid van don H. Goost, van uwe prilste jeugd af hebt gij uwe vreugde gezocht in do wet van God en door Gods Goost verlicht, zijt gij dieper in die wet gedrongen dan alle Profeten en Apostelen. Derhalve groet ik U als hunne Koningin en smeek U, dat gij ook voor mij do gave van verstand wilt af-sineeken, opdat ik do waarheden van ons H. Geloof steeds beter moge begrijpen. Amen. Gebed tot den H. Bisschop en Kerkleeraar Augustinus.
Heilige Augustinus, glorierijke herder en lee-raar der heilige Kerk, door aanhoudende overwogingen der goddelijke dingen, door uwen ijver
(â¢) Ps. 188.
15. Dag.
iü het bevorderen der eer van God, door de min. achting voor do wereld, vooral echter door uwe liefde tot God, hebt gij van den H. Geest zulk helder begrip verkregen in de goddelijke zaken, dat gij tot de grootste en meest verlichte leeraren der H. Kerk wordt gerekend. Ik stel mij heden onder uwe bijzondore bescherming en smeek u, verkrijg voor mij van den H. Geest eene groote kennis van de goddelijke waarheden van ons H. geloof. Amen.
15. DAG.
Over de Gave van Wijsheid.
De wijsheid is de grootste en edelste onder de gaven van den H. Geest. Koning Salomon verlangde noch een lang leven, noch rijkdom, noch andere goederen dezer aarde, maar alleen de gave van wijsheid. Hij verkreeg deze gave, en hij schatte ze hooger dan alle aardsche goederen. »Ik bad,« zoo zegt hij, »en de geest van wijsheid daalde neder over mij, en ik gaf Hem de voorkeur boven koninkrijken en tronen, en de rijkdom was mij niets, bij haar vergeleken. Ook schatte ik haar hooger dan edelgesteenten, want al het goud is slechts zand bij haar vergeleken, en het zilver is evenals slijk tegenover
78
Over de Gave van Wijsheid. 79
haar. Ik schatte ze hooger dan gezondheid en schoonheid, en verkoos ze tot mijn licht, want haar glans is onverdoofbaar. Met haar verkreeg ik alle goederen, en alle rijkdommen kwamen door hare hand.^') De wijsheid zelve echter spreekt: »Ik ben de Moeder der schoone liefde en dor vrees, der kennis en der hoop. In mij is alle genade des levens en der waarheid, allo hoop des levens en der deugd opgesloten. Komt allen tot mij, die naar mij verlangt, en verzadigt u aan mijne vruchten; want mijn geest is zoeter dan honing, en mijn bezit zoeter dan honingzeem.»^) De wijsheid is een toestand die door den H. Geest in onze ziel is gelegd, en waardoor zij in staat wordt gesteld, do goddelijke dingen volgens hunne waarde te schatten. Het gevolg hiervan is, dat de ziel vervuld wordt met eene vurige liefde tot God, want uit de kennis van God volgt van zelf de liefde tot God. Door den voorsmaak dor hemelsche zaligheid verkrijgt de ziel den innerlijken vrede, de zaligheid: âZalig zijn de vreedzamen, want zij zullen kivdet-en Gods genoemd worden.quot; Deze vrede der kinderen Gods wordt echter niet zonder zwaren strijd verkregen. Slechts dan, wanneer gij onverschillig zijt omtrent de aardsche
quot;O Wyah, 7, 7. (T. (â¢) Siwh 34,
15. Dag.
80
eerbewijzen, genoegens en goederen, en indien gij verachting, armoede en leed ter wille van Christus hebt leeren hoogschatten, slechts dan zult gij den waren vrede en die zoetheid smaken, die de H. Augnstinus smaakte, toen hij uitriep: »0 altijd oude en altijd nieuwe schoonheid, to laat heb ik U gekend, te laat heb ik U bemind!« En met den zaligen Nico-laas Van der Fluu zult gij uitroepen; »Hcer, neem weg van mij, al wat mij aftrekt van TJ. Heer, geef mij, al wat mij brengt tot U. Heer, neem mij geheel en al aan als Uw eigendom!« Want de ziel bemint haren Goddelijken Bruidegom uitgeheel haar hart, dewijl zij ziet, dat al wat Hem niet behaagt, niets is dan leugen en ijdel-delheid. Maar slechts weinigen bereiken dit doel, omdat slechts weinigen trouw beantwoorden aan de Goddelijke Liefde. Hierover beklaagde zich de Goddolijkke Zaligmaker eens bij de H. Theresia. »Mijne dochter,® zoo sprak Jezus, «weinigen zijn er, die Mij in waarheid beminnen. Indien ze Mij beminden, zoude Ik hun Mijne geheimen niet onthouden. Weet gij wat het wil zeggen, Mij in waarheid beminnen ? Dat men erkent, dat al, wat Mij niet aangenaam is. niets is dan lengen. Wat gij nu niet verstaat, zult gij begrijpen uit het nut, dat uwe ziel er
Over de Gave van Wijsheid. 81
uit trekt.« â »En dit heb ik ook God zij dank
ondervonden,» voegt do H. Theresia er bij; »\vant sedert schijnt mij alles, waarvan ik zie, dat het niet dient tot de eer van God, zoo ij del en leugenachtig toe, dat ik het niet kan uitdrukken, welk diep medelijden ik gevoel met hen, die in deze duisternis zijn gedompeld.» Wilt gij vervuld worden mot don geest van wijsheid, tracht dan vooral uwe ziel en uw lichaam zuiver te bewaren. Want er staat geschreven: »De wijsheid huisvest niet in eene booze ziol, en woont niet in een lichaam, dat de zonde dient.«(')
Oefening.
O God, geef mij eene vlekkelooze zuiverheid naar lichaam en ziol en de genade, om mijne zintuigen te beteugelen,
De voornaamste aotes van deugd. (bl. 40.)
Groetenis aan Maria.
O Maria, gezegende Bruid van den H. Geest, ik groet U als de wijste Maagd, en ik dank den H. Geest, dat Hij U tot een zetel van wijsheid heeft verheven. Gij zijt het gulden huis, dat de Goddelijke Wijsheid zich heeft gebouwd. Door Uwe voorspraak, o goede Moeder, hoop ik de ware wiishoid te verkrijgen. Amen.
quot; l'j Wlj«h. I, 3.
öenftdensleutel. 6
15. Dag.
Gebed tot den H. Paus en Kerklecraar Gregorins den Grooten.
Heilige Gregorins, glorierijke Paus en grooto Kerkleeraar, ik verheug '.uij, dat do H. Geest u zoo zeer met Zijne genade hoeft vervuld. Volgens de getuigenis van de II. Gertrudis staat gij gelijk met alle overige heiligen: met do aartsvaders door de vaderlijke zorg, waarmede gij over de Kerk hebt gewaakt; met de profeten door do wonderen, waarmede gij de listen van den aartsvijand, den duivel, hebt te schande gemaakt; met de Apostelen, door uwe trouwe en onwrikbare gehechtheid aan God in geluk en ongeluk, en door de groote milddadigheidj waarmede gij het zaad van het woord Gods over de heele Kerk hebt uitgestrooid; met de martelaren en belijders, door uwe groote verstervingen, en door uw brandend verlangen en uwe liefde tot godsvrucht en heiligheid; met de maagden, door uwe groote zuiverheid en reinheid. Ik stel mij heden onder uwe bijzondere bescherming en smeek u, verkrijg voor mij van den H. Geest de gave van wijsheid, door de verdiensten van Christus, onzen Heer. Amen,
82
Over de Vruchten van den H. Geest. 83
16 UAGK
Opmerking-,
- over di» Vruchten van den H. Geest.
De vrucht is bij de planten het laatste voortbrengsel, dat, zoodra het rijp is, bij de veredelde planten zekere zoetheid bevat. Zoo noemt ook de H. Paulus als vrucht, de zoete voortbrengselen en de zeven gaven van den H. Geest. [Si operatio hominis proccdat ab homine secundum altiorem virtutem, quae est virtus Spiritus sancti, sic dicitur esse operalio hominis fructas Spiritus sancti, quasi cniu dam divini seminis, Dicitur eniniC) âOmnis qui natus est ex Deo, peccatum non facit, quoniam semen Iji-sius in en mnnef.u(')] â De H. Paulus noemt de volgende vruchten: â/gt;« vruchten van den Geest,quot; zoo schrijft hij, zijn: âliefde, vreugde, vrede, geduld, goedertierenheid, goedheid, lankmoedigheid, zachtmoedigheid, getrouwheid, bescheidenheid, onthouding, zuiverheid.quot; En eindelijk noemt de Apostel nog den peest van hoetvaar-dighcid, terwijl hij zegt; »Zij, die Christus toe-behooren, hebben hun vJeesch niet zijne kwade begeerten gekruisigd.® Al deze vruchten verkrijgt de ziel door de beoefening der ingestorte deugden en door het gebruik van de zeven gaven van den H. Geest. Men zou ook de acht zaligheden vruchten van den H. Geest kunnen noemen. Zij zijn echter van de reeds genoemde onderscheiden door hare grootere volmaaktheid. [âBus requi-ritur ad rationern beatiludiitia qitam ad rationem
6*
16. Dag.
fructus. Nam ad rationem fructus suf tic it quod sit aliquid habens rationem uitimi et delectabilis. Sed ad rationem beatitudinis ulterius requiritur quod sit oliquid perfectum et excellens. Undo omnes beatitudines possunt d.ici fructus.quot;^1)!
Over de Liefde, als Vrucht van den H.
Geest.
1. Indien de H. Geest in eene ziel woont, brengt Hij als eerste vrucht eene krachtdadige naastenliefde (charitas) voort. Hare beoefening is bijzonder aangenaam aan God; zoo dikwijls wij onzen evennaaste uit bovennatuurlijke liefde barm hartigheid betoonen, uiten wij onze liefde tot God zeiven. Want Jezus hoeft gezegd: âAl wat gij den minste der Mijnen doet, doet gij aan Mij.u{') Indien de Goddelijke Zaligmaker nog in ons midden vertoefde, wie zou Hem dan niet evenals Zacheüs gaarne bij zich opnemen en Hom alle mogelijke liefdediensten bewijzen? Welnu, Christenziel, Jezus gaat nog altijd op aarde rond, maar ongekend, want Hij verbergt Zijne Godheid onder de gedaante van onze lijdende broeders. Wat gij aan den minste van Zijne broeders hebt gedaan, hebt gij aan Hom gedaan. Derhalve beschouw in uwen evennaaste het beeld van Christus, en beoefen de naasten-
(') Thom. 1. 2, qu. 70, art. 2, (quot;J Matth, 25, 40.
84
Over de Liefde.
liefde, evenals de H. Viucentius a Paulo. Zijn leven was eene voortdurende naastenliefde, maar tevens ook een aanhoudende dienst van üod, want in zijnen evennaaste zag' en beminde hij Jezus. In de armen vereerde hij de armoede van Jezus, in de gevangenen do boeion van Christus, in de kinderen de kindsheid van Jezus, in de koningen het koningschap van Jezus, in do werklieden eerde hij den werkenden Verlosser, in de priesters, Christus den priester in eeuwigheid, volgens de orde van Melchisedech.
2. Eeeds de dankbaarheid moet n tot de beoefening der liefde aansporen, want God heeft u zoo vele blijken gegeven van Zijne liefde en ontferming, dat gij Hem nooit genoegzaam kunt danken. Met alleen heeft Hij u uitgerust met vele gaven volgens ziel en lichaam, Hij heeft Zich zeiven ook aan u geschonken Bij Zijne geboorte was Hij aan u gelijk; door Zijnen dood heeft Hij u vrijgekocht; in de H. Communie geeft Hij Zich aan u als voedsel, en in don Hemel zal Hij uw eeuwig loon sijn.C) Terecht kan Hij u met den profeet toeroepen: »Wat zou
(*) Se nascons dedit soclum,
Convescens in edulium,
Se moriens in pretium,
Se regnans dat in pracmiuni.
S. Thorn, in hymno : âVerbum supernum.quot;
85
16. Dag.
Ik in Mijnen wijngaard nog hebben kunnen doen! dat Ik niet heb gedaanV(') Indien echter deze onbegrijpelijke liefde Gods nog niet voldoende is, om u tot ware wederliefde aan te sporen, zoo moet toch nw eigenbelang u daartoe nopen. De barmhartigheid geeft een rijk natuurlijk en bovennatuurlijk loon. In Zijne oneindige goed-heid wil God u. zoo veel mogelijk de bewijzen geven van Zijne liefde. Maar gij zelf zult de lengte, de breedte en de diepte van de maat Zijner gaven bepalen, en wel door de barmhartigheid jegens uwen evennaaste. Want er staat geschreven: âGeef, en u zul gegeven worden; wen zal een goede, een ingedoken, een groote of kleine maat in uwen schoot leggen, want met dezelfde maat, waarmede gij inmeet, zal u worden uitgemeten.^) Derhalve wordt ook hiernaar het oordeel bepaald op den jongsten dag. Want dan zal de Koning zeggen tot hen, die aan Zijne rechterhand staan: »Komt, gij gezegende Mijns Vaders, neemt bezit van het rijk, dat van den beginne der wereld voor u is bereid. Want Ik was hongerig en gij hebt Mij gespijsd. Ik had dorst, en gij hebt Mij gelaafd.« Dan zullen de rechtvaardigen antwoorden: »Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben IJ
(â¢) Is, 5, 4. (quot;) Luc. 6, 38,
R6
Over de Liefde.
gcspijsifid'?« En do Koning zal hun antwoorden: «Waarlijk, Ik zeg u, wat gij den minste dei-Mijnen hebt gedaan, dat hebt gij aan Mij gedaan.«(')' Insgelijks zal hot oordeel worden uitgesproken over hen, die geen barmhartigheid hebben beoefend. »En zij zullen de eeuwige pijn ingaan, de rechtvaardigen echter zullen het eeuwige leven binnentreden.» Aan welken kant verlangt gij te staan, o ziel? Overweeg dit wel!
Oefening.
Beoefen de Werken van geestelijke en lichamelijke barmhartigheid.
De voornaamste aotes van deugd.
O God, ik geloof in U, wegens de waarheid van Uw woord!
O God! ik vestig mijne hoop op TJ, wegens de getrouwheid in Uwe beloften.
O God! ik bemin U, wegens de oneindige grootheid Uwer liefde.
O God! ik heb eenen afkeer van mij zeiven, wegens mijne vele en groote zonden.
87
O God! ik verlang naar U wegens Uwe vurige liefde in het aanbiddelijk Sacrament.
(â¢) Mattli. 26, 35â40.
16. Bag1.
O Jezus! schenk mij de eeuwige bronnen Uwer genaden en smeek voor mij bij den Hemelschen Vader, om den H. Geest.
En gij, o beminnenswaardige Geest, geef mij de genade, dat ik Uwe aanbiddelijke Voorzienigheid duidelijk moge erkennen, en mij altoos kinderlijker aan Haar moge onderwerpen. Verkrijg voor mij ook eene vurige liefde tot Jezus! Amen,
Groetenis asin Maria.
O Maria, gezegende Bruid van den H. Geest, Gij waart door Uwen Goddelijken Bruidegom met zoo groote liefde VerVuld, dat Gij U naar het bezoek van den Engel onmiddellijk over het gebergte spoeddet, om Uwe nicht Elizabeth ter hulp te snellen. Ook ontfermdet Gij U zoo liefderijk over de echtelingen te Kana, en ver-kreegt voor hen den ontbrekenden wijn. En nog altijd toout Gij U als de liefderijke Moeder van barmhartigheid, de troosteres der bedrukten, de toevlucht der zondaren en de hulp der Christenen. Help dus ook mij en verkrijg voor mij van den H. Geest den wijn der goddelijke liefde. Amen.
Gebed tot den H. Vincefttins a Paula, Patroon der ware Naastenliefde.
Liefderijke H. Vincentius, ik dank den H. Geest, dat Hij de stroomen Zijner goddelijke
88
Over do Vreugde.
liefde in zoo ruime mate in uwe ziel heeft uitgestort. Want uw hart was zoodanig vervuld met de goddelijke liefde, dat hot haast werd verteerd Van verlangen, om don noodlijdenden en vooral den armen zondaren hulp te bieden. Ik kies u tot mijn bijzonderen patroon en beschermer bij God, en smeek u, dat gij mij met dezelfde liefde wilt bijstaan, die gij allen onge-lukkigen op aarde hebt betoond. Amen.
17. DAG.
Over »le Vreugrde, als Vrucht van den H. Geest.
1. De H. Thomas zegt: »De vreugde is eene deugd, die niet verschilt van de liefde, maar er liet uitwerksel van i;s.«(') Derhalve is de ware vreugde steeds vereenigd met de ware liefde-De zondaar moet beide missen, want met de
(') âAmor est prima affectio appetitivac potentiac, ex qua sequitur desiderium et g'audium. Et ideo habitus vir-tutis idem est, qui inclinat ad diligendum et desiderandum bonum dilectum et ad gaudendum in eo. Sed quia dilectio jnter hos actus est prior, inde est, quod virtus non deno-minatur a gaudio, nee a desiderio, sed a dilectione et dicitur charitas. Sic ergo gaudium non est aliqua virtus a charitate distincta, sed est quidam charitatis actus sivo effectus.quot; (S. Thom. 2a 2ae qu. 29, a. 4.)
89
17. Dag.
liefde heeft hij den H. Geest, de bron van allo vreugde verloren. De H. Geest klaagt aldus: »Ze hebben Mij, de levende bron, verlaten, en hebben zich poelen gegraven, die geen water kunnen bevatten.«(') Deze poelen zijn de aard-sche dingen, die geen water geven, om den dorst van de ziel te lesschen,
De rechtvaardigen echter putten uit de bron der eeuwige vreugde, omdat zij den H. Geest, hun Heer en God Zelven bezitten. Derhalve zijn zij reeds hier op aarde overgelukkig, ondanks al hunne beproevingen. »Mijne ziel prijst den Heer,« zoo roept Maria, de gezegende Bruid van den H. Geest uit, »en mijn geest jubelt van vreugde in God, mijn heil.«('-') En de H. Paulus getuigt: »Mijn hart vloeit over van vreugde te midden van al mijne rampen.«(') Eveneens werd de H. Franciscus Xaverius te midden van al zijne apostolische moeilijkheden door den H. Geest zoodanig met troost vervuld, dat hij uitriep: »Ik bid U, o God, vervul mij in dit leven toch niet met zooveel zaligheid.« De H. Philippus Nerius echter, die een bijzonder vereerder was van den H. Geest, en die Hem dagelijks placht aan te roepen, was op een Pinksterfeest van zoodanige vreugde vervuld, dat hij smeekte:
Jer. 2, 13. (a) Luc. 1, 4ö. (s) 2. Cor. 7, 4,
90
Over do Vreugde.
»Houd op, o Heer, houd op, want de mensche-lijke zwakheid is niet in staat, zulk overmaat van vreugde te dragen.« Ook gij, o ziel, zult waarlijk gelukkig wezen, indien gij uwen Heer en God oprecht bemint; en hoe meer gij u aan Hem schenkt, des te grooter vreugde zult gij reeds hier op aarde smaken.
2. Indien iemand de hciligmakonde genade bezit, kan hij zich steeds verheugen, want hij bezit den H. Geest, het onderpand van die eeuwige, onvergelijkelijke heerlijkheid en vreugde, die geen oog heeft aanschouwd, geen oor heeft gehoord en geen menschelijk hart ooit heeft ondervonden. »0 hoe groot,« roept koning David uit, »is de zoetheid, o Heer, dio Gij voor hen hebt weggelegd, die U vreezen!«O Wat echter zijt Gij dau niet o God, voor hen, die U beminnen ?
Eene ziel, die vervuld is met de liefde van den H. Geest, heeft deel aan alle vreugden in den hemel en op aarde. Hare vreugde is evenzoo groot en krachtig als hare liefde. Zij verheugt zich over de goederen en vreugden baars evennaasten, omdat zij hem oprecht bemint.(2)
(') Pb. 30, 20.
(quot;) Het is eene gehoone en aanbevelingswaardige gewoonte voor de personen, die men ontmoet, een kort dankgebed te verrichten, en vooral voor die genaden te danken, waarvoor die persoon zelf God niet heeft gedankt
91
17. Dag.
Nog grootcr is de vreugde over de zaligheid der engelen en heiligen des hemels, vooral over liet onuitsprekelijk geluk, dat de H1I. Harten van Jezus en Maria in de glorie des Vaders bezitten, en dikwerf stiert zulk eene ziel een vurig dankgebed ten hemel. De heilige Liefde gaat echter nog verder, ten einde in de Godheid zelve met hare vreugde te rusten. De ziel, die God waarlijk bemint, verheugt zich in de liefde van welbehagen, doordien zij met oprechte blijdschap overweegt, hoe oneindig schoon en beminnenswaardig God is, die de volheid aller volmaaktheden bezit. Onder deze volmaaktheden verheugt zij zich vooral over de liefde van God. Vooral wordt zij bij de overweging der liefde van den gekruisigden Verlosser met weemoedige vreugde vervuld, terwijl zij met den Apostel uitroept: »Hij heeft mij bemind, en Zich voor mij geslachtofferd.^') Zij verheugt zich ook in de liefde van welwillendheid over de oneindige zaligheid, die d gt; allerheiligste Drievuldigheid in Zich zelve bezit: zij verheugt zich over alles, wat geschiedt tot verheerlijking van God, in den hemel en op de aarde. Zij verheugt zich in de liefde van voorkeur, dat er slechts één God bestaat, en met welbehagen vraagt zij aan alle
quot; (') Gal. 2, 207quot;
92
Over do Vreugde.
schepselen: »Wie is gelijk aan onzen Hoer on God, die in don Hooge woont ?«(') Aldus kunnen wij ook do vermaning van den Apostel opvolgen, die ZOgt: âWeest altijd blijde in den Heer, ik herhaal het, weest altijd blijde.quot;(') O Heer, goef mij deze gesteltenis des harten! Gij hebt immers gezegd: »Vraagt en gij zult verkrijgen, opdat uwe vreugde volmaakt moge wezen.«(')
Oefening.
Toon dikwerf uwe blijdschap over hot geestelijke en lichamelijke welzijn van uwen evennaaste.
Da voornaamste aotes van deugd, (bl. 87.)
Groetenis aan Maria.
O Maria, gezegondo Bruid van don 11. Geest, ik dank Uwen Goddelijken Bruidegom, dat Hij U mot zulke onniotolijko vreugde hooft vervuld, en U tot koningin van alle engelen en heiligen heeft verheven. Tegelijk echter dank ik U, dat Gij ook voor ons heil en genade hebt verworven, want Gij zijt de oorzaak onzer blijdschap ge-» worden. Sta ons dus bij, opcjat wij getrouw do heiligmakondo genade mogen bewaren, en dat wij de eeuwige vreugde deelachtig mogen worden, jn met U vereenigd, don Vader, don Zoon on don H. Goest altijd mogen beminnen en prijzen,
(') Ps. i ?, G. (') Phil, i, i. (s) Jo. Iti, 24.
93
18. Dag.
O Maria, oorzaak onzer blijdschap, bid voor ons! Amen.
Gebed tot den H. Philippus Nerins, stichter der Oratorianen.
Gij, de met liefde vervulde zoon van den 11. Geest, liefderijke H. Philippus Nerius, wees mijn bijzondere beschermer en voorspreker bij God. Vooral verkrijg voor mij van den H. Geest eene vurige liefde, opdat ik alle zondige droefheid moge vermijden, en mij altijd in God moge verheugen. Amen,
18. DAG.
Over den Vrede, als Vrneht van den H. Geest.
1. De H. Thomas zegt: »Vrcde is rust in do orde.« De ware orde bestaat echter voor den mensch in de liefde tot God en den naaste. God, den Heer, te beminnen uit geheel ons hart en zijn evennaaste gelijk ons zeiven; ziedaar onze eerste en eenige plicht. Hoe grooter uwe liefde tot God is, des te grooter is ook uw wede. Bezit gij do liefde niet, zoo hebt gij ook geen vrede; want: »De zondaar heeft geen vrede, zegt de Heer^C) Bemint gij weinig, zoo hebt gij ook weinig vrede; bemint gij veel, zoo hebt (') li. 48, 227
94
Over den Vrede.
95
gij ook veel vrede; bemint gij uit geheel uw hart, zoo hebt gij ook den volmaakten vrede gevonden, een schat, dien u geen menscli kan rooven. De wereld kan u wel leed en droefheid berokkenen, maar deze zullen er slechts toe bijdragen, uwen inwendigen vrede te vermeerderen, indien gij de goddelijke liefde bezit. Gij zult dan niet den profeet kunnen uitroepen. »Mijne bitterste bitterheid heeft mij den vredo geschonken.«(') En gij zult jubelen met den Apostel, indien gij waardig wordt bevonden, ter wille van Jezus smaad te verduren. Gij vindt dus den vrede in God, en in God alleen. De H. Augustinus roept uit: »Gij toont voldoende o Heer, hoe groot de waarde van een redelijk wezen is, dewijl het volstrekt geene rust vindt in hetgeen minder is dan Gij, en derhalve ook niet in zich zeiven. Schenk U aan mij, o God, want ik bemin U, of tenminste ik verlang van ganscher harte U te beminnen. Ik kan niet weten, hoeveel er nog ontbreekt aan de liefde, die mij in Uwe armen voert. Maar ik weet. dat ik overal onrust gevoel, behalve in U, en niet slechts uiterlijk, maar ook innerlijk, want al wat ik bezit buiten God, is annoede en ellende.
CM Is. 38, 13,
18. Dag.
Gij hebt ons voor U geschapen, o Heer, en ons hart is onrustig, totdat het rust in U.«
2. Wilt gij den vrede verkrijgen, dan moet gij Jezus Christus navolgen. Hij is de âvorst iies vrede?.'' Derhalve zongen ook de engelen bij Zijne geboorte; »Vrede op aarde den men-schen van goeden wil.«(') Christus is gekomen, om dezen vrede te geven. Hij heeft hem geschonken en hem als erfenis aan Zijne leerlingen nagelaten, toen Hij sprak: »Ik schenk u Mijnen vrede, Ik laat n Mijnen vrede, doch niet, zooals de wereld hem geeft, geef Ik hem u.«(2) De wereld geeft een valschen, bedriegelijken vrede. Derhalve roept de H. Geest Zijnen profeten de volgende woorden toe: »Zij herstellen ie schade van de dochter Mijns volks, terwijl zij roepen »Vrede! Vrede!« ofschoon er toch geen vrede is.«(3) Jezus echter geeft den waren vrede door den H. Geest. En Hij biedt Zijnen vrede aan allen zonder uitzondering, aan allen, die naar vrede en rust verlangen. Hij roept ons liefderijk toe: »Komt allen tot Mij, die belast en beladen zijt, Ik zal u verkwikken. Neemt Mijn juk op uwe schouderen en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en ootmoedig van harte, en gij zult rust vinden voor uwe zielen. Want Mijn juk
(') Luc, 1. (a) Jo. 14, 27, (a) Jer. b, 14,
06
Over den Vrede.
is zoet;, en Mijn last is licht,«(') O Jezus, liefderijke Vorst des Vredes, sta mij bij in dit dal van tranen, waar zoo velen mij van den vrede willen berooven. Help mij Uwe wet volbrengen; \yant: âZij die Vwe wet beminnen, genieten een r/rooten vrede.quot;(') Vervul mij met den geest Uwer liefde, met zachtmoedigheid en ootmoedigheid, opdat ook de beleedigingen en vernederingen, die ik moet verduren, mijnen vrede niet mogen storen. Amen.
Oefening.
Vergeef allen, die u kwaad hebben gedaan, niet slechts uiterlijk, maar van ganscher harte, en bewijs hun weldaden, voor zooverre dit mogelijk is.
De voornaamste aotes van deugd. (bi. 87.)
Groetenis aan Maria.
O Maria, koningin des Vredes, gedenk, dat liet nog nooit gehoord is, dat iemand, die Uwe hulp inriep, niet den vrede heeft gevonden. Derhalve nader ik U vol vertrouwen, o Moeder van Barmhartigheid, en smeek U, vertroost mij in alle wederwaardigheden, versterk mij in de bekoringen, en, indien ik het ongeluk zou hebben in zonden te vallen, voer mij dan terug tot
(') Matth. iï, 28.â30. ('J Ps. 118.
Genadensleutel. 7
97
19. Dag.
Jezus, Uwon beminnelijken Zoon, en laat mij door Uwe voorspraak bij Hom vrede en vergiffenis vinden. O zoete, o goedertierene Maagd Maria. Amen.
Gebed tot den H. Ignatius, Stichter van de Sociëteit Jezns.
O glorierijke belijder van Jezus Christus, H. Ignatius, nadat gij te vergeefs in de aardscho goederen den vrede hadt gezocht, hebt gij u gerangschikt onder het vaandel van den Hemel-schen Koning, en niets anders gezocht, dan de meerdere eer van God. Hierin hebt gij voor u en voor vele anderen den vrede gevonden, dien zoeten vrede in den H. Geest, die de wereld niet kan geven. Door uwe verdiensten en uwe voorspraak sta mij bij, opdat ook ik in alles slechts do meerdere eer van God moge zoeken. Amen.
19. DAG.
Over het Geduld, als Vrucht van den
H. Geest.
1. »Het geduld is die deugd,« zegt de H. Thomas, »waardoor het verstand voor droefheid wordt bewaard, zoodat het niet bezwijkt.» Indien deze uitwerking uit de liefde Gods voortkomt is zij
98
Over het Geduld.
eene vrucht van den H. Geest. Deze vrucht is van zoo groot gewicht, wijl de gevolgen van de zondige droefheid zoo verderfelijk zijn. »De droefheid,® zegt de H. Thomas, »is eene fout, die haren. oorsprong heeft in de ongeregelde eigenliefde; zij is geene zonde in zich, maar zij is de wortel van alle zonden.«(1) »De droefheid doodt velen zonder nut aan te brengen,« zegt de H. Geest.C) Derhalve moeten wij altijd het geduld trachten te bewaren. »Gij zult uwe zielen bezitten in geduld,« zegt Jezus.(3) »Het geduld,» voegt de H. Gregorius de Groote er bij, »is het bezit van onze ziel, omdat zij de moeder en de bewaakster is van alle deugden.» En de H. ApostelJacobus schrijft; »Weest blijde, mijne broeders, indien gij veel hebt te strijden, weet, dat gij door de beproevingen in uw geloof geduld zult verkrijgen, het geduld echter voltooit het werk, zoodat gij dan volmaakt zult zijn en aan niets gebrek hebben. «(4) Wij zullen ons dus verheugen en God danken, indien wij beproefd worden. Dit zegt Christus zelf ook aan de //. Theresia. »Mijne dochter,« zoo sprak Hij eens tot haar, »meent gij, dat genot en vreugde verdienstelijk zijn? Volstrekt niet; de verdienste
(') Thom. 2a 2ae, q. art. 4, Pred. 30. 25. (quot;) Luc* 21, 19. (4) Jac. 7, 2â4.
99
19. Dag.
bestaat in werken, lijden en beminnen. Gij hebt van den H. Paulus slechts ééns gehoord, dat hij de hemelsche vreugde heeft gesmaakt, maar dikwijls hebt gij gehoord, dat hij heeft geleden. Gij ziet, hoe vol van lijden Mijn leven was, slechts op den berg Tabor aanschouwdet gij Mijne vreugde. Als ge ziot, hoe Mijne Moeder Mij op hare armen draagt, denk dan niet, dat Zij deze vreugde zonder smart heeft genoten. Van hot oogenblik af, dat Simeon haar in den tempel toesprak, verkreeg Zij van Mijnen Hemel-schen Vader een duidelijk begrip en een helder inzicht in Mijn lijden. De groote heiligen, die in de woestijn leefden, hebben groote werken van boetvaardigheid verricht, bovendien moesten zij lang met den duivel en mot zich zeiven strijden en zijn langen tijd beroofd geweest van eiken troost. Geloof Mij, Mijne dochter, hem, dien Mijn Hemelsche Vader het meest bemint, stuurt Hij den meesten tegenspoed.® Deze tegenspoed echter, die van God komt, maakt den mensch niet ongelukkig, maar hij vermeerdert den vrede, daar hij vergezeld gaat van de vertroostingen van den H. Geest.
2. »De smarten dezes levens,« zegt de H. Paulus, 5zijn van geen beteekenis, vergeleken bij de toekomstige glorie, die aau ons geopen-
100
Over het Geduld. 101
baard zal worden.«{') »Want onze tegenwoordige droefheid, die vergankelijk is, bewerkt in ons eene overvloedige, eeuwige, alles overwinnende glorie.«(J) De liefde tot God zal n nog meer kracht geven, dan de gedachte aan het groote loon; want: âDe liefde is geduldig.quot;^) De H. Paulus zelf geeft ons het bewijs: »Ik schep welbehagen in mijne zwakheid, smaad, nood en vervolging, ter wille van Christus.lt;'(*) Aangespoord door dezelfde liefde, roept de H. Theresia uit: »0 Heer, laat mij lijden of sterven!« En de H. Joannes van het Kruis verlangde niets dan te lijden; toen de Heer hem vroeg, welk loon hij verlangde voor al het werk, dat Hij hem had opgedragen?* »Heer,« antwoordde hij, »ik verlang geen ander loon, dan om Uwentwil te lijden en veracht te worden.« Deze liefde tot het lijden verkregen de heiligen voornamelijk door de overweging van het lijden van Christus. »Zijn geduld,» zegt de H. Bernardus, »was voorbeeldeloos, want de zondaren smeedden op Zijn rug. Hij werd op het kruishout uitgestrekt, zoodat men Zijne teenderen kon tellen. De sterke muur, die Israel beschermt, werd van alle kanten doorboord. Zijne handen en voeten werden door-
(â ) Rom. S, 18. (') 2. Cor. 4, 17. t') 1. Cor. 13. (') 1. Cor. 12, 10.
19. Dag.
boord, gelijk een lam werd Hij ter slachtbank geleid en gelijk een schaap, dat zijn mond niet opent tegen hem, die het scheert.« Geduldigste Jezus, zend rag ter wille van de verdiensten van Uw bitter lijden en Uwen dood, den H. Geest, opdat Hij mij moge leeren, met geduld en blijdschap te lijden, niet slechts om verdiensten voor den hemel te vergaderen, maar vooral uit liefde tot U. Eeuwige liefde, vervul mijne geheele ziel!
Oefening.
Draag uw kruis met geduld en offer het aan God op.
De Toornaamste actes van deugd. (bl. 87.)
Groetenis aan Maria.
O Maria, genadenrijke Bruid van den H. Geest, ik vereer U als de Koningin der Martelaren. Omdat de H. Geest U meer beminde, dan alle andere menschen, liet Hij U ook meer dan alle anderen lijden teneinde U gelijkvormig te maken aan Jezus Christus en U in den Hemel des te meer te kunnen beloonen. Gij kondet in waarheid met den profeet zeggen: »Mijne smart is groot gelijk de zee.« Maar door de liefde van den H. Geest hebt Gij alle lijden met geduld en blijdschap verduurd. Door de verdiensten
102
Over de Goedertierenheid. 103
van Uw lijden, verkrijg voor mij van den H. Geest eene grootc, edelmoedige liefde, opdat ik elk lijden met geduld moge aannemen. O Koningin der Martelaren, bid voor ons! Amen.
Gebed tot den H. Joannes van het Krnis,
H. Joannes van het Kruis, edelmoedige belijder vanquot; Jezus Christus, gij waart zoozeer vervuld met de liefde van den H. Geest, dat gij niets anders verlangdet dan ter wille van Jezus te lijden en veracht te worden. Ter wille van uwe groote liefde en het geduld, waarmede gij alle lijden hebt verduurd, verkrijg voor mij van den H. Geest een oprecht verlangen om ter eere Gods en tot het heil der zielen te lijden, Amen.
20. DAG
Over de Goedertiereiilieid, als Vruclit van den H. Geest.
I. De goedertierenheid is eene deugd, die bij het beoordeelen en straffen der fouten van anderen eene wijze gematigdheid in acht neemt. Zij is het uitwerksel der liefde van den H. Geest, Indien de mensch deze goddelijke liefde mist, bezit hij niet de ware goedertierenheid. Want hij zal dan, of' wel zich overgeven aan eene
20. Dag.
zondige zwakheid, of wel zich laten vervoeren tot eene wreedaardige gestrengheid. Beide fouten worden door God zwaar gestraft. De hooge priester HeU zondigde door al te groote toegevendheid: want hij kende het schandelijke gedrag van zijne zonen, en toch strafte hij ze niet. Hij vermaande ze wel door woorden, maar het waren holle klanken, omdat zijne liefde niet haar oorsprong had in den H. Geest, maar in de natuurlijke liefde; die hem weerhield volgens rechtvaardigheid te straffen. Derhalve was God vertoornd en zeide; ,, Waarom stelt gij uwe zonen boven En God strafte niet alleen Heil,
maar diens geheel geslacht.
Maar ook de tegenovergestelde zonde, wreedaardige strengheid, is in strijd met de ware liefde en hoogst strafbaar. Dit zien wij uit de gelijkenis van den onbarmhartigen knecht, wien zijn lieerde geheele schuld van 10000 talenten had kwijt gescholden, en die zich toch niet wilde ontfermen over zijnen medeknecht, die hem 100 denaren schuldig was. »Gij onbarmhartige knecht,» zoo zeide de heer tot hein »ik heb u de heele schuld kwijt gescholden omdat ge het mij luidt gevraagd. Moest gij dus ook niet medelijden hebben me.t uwen medeknecht, evenals
1. Kon. 2.
104
Over de Goedertierenheid.
ik modelijden met u heb gehad.« En hij leverde hem over aan de beulen, totdat hij de heele schuld zou hebben betaald.(') Aldus zal God ook met ons doen, indien wij ons niet over onzen evennaaste ontfermen. Want er staat geschreven: âEvenals gij oordeelt over uivm evennaaste, zult ook gij ivorden geoordeeld, en met dezelfde maat, waarmede gij inmeet, zal u worden uitgemeten.quot;^')
2. De heiligen, die bezield waren met den geest van wijsheid en liefde, hebben ook de goedertierenheid in gepaste mate beoefend. Zij oordeelden zacht over de fouten van den evennaaste, wachtten zidi voor zooverre het mogelijk was voor elk afkeurend woord, uit vrees, hunnen evennaaste te bedroeven Van den anderen kant echter ontbrak het hun niet aan de noodige vastheid, waar de eer van God en het nut van hun evenmensch zulks eischte. De //. Paulus verwijderde onmeedoogend, dien openbaren zondaar, die in de gemeente van Korinthe zulke ergernis gaf, uit de gemeenschap der geloovigen. En hij had reden zich over zijne strenge rechtvaardigheid te verhengen, want juist hierdoor bracht hij dien zondaar tot inkeer, en voerde hem terug op den weg der boetvaardigheid. Zoodra hij zich had bekeerd, nam de H. Paulus hem
l') Mutth. 18. t') Matth. 7, 1â2.
105
20. Dag.
106
weder liefderijk op in do H. Kerk. Ook de H. Theresin wist op eene bewonderenswaardige wijze goedheid met strengheid te vereenigen. Toen zij eens in het klooster te Avila als overste was aangesteld, meenden eenige zusters, dat zij verongelijkt waren, en zij waren haar nog des te minder toegedaan, omdat zij vreesden, dat There-sia nieuwe, strengere wetten zou invoeren. De Heilige behandelde echter allen met zoo veel goedheid en toegevendheid, dat zij weldra alle harten tot zich trok. Nadat dit gebeurd was, begon zij met liefde, maar tevens met vastheid de misbruiken af te schaffen, die langzamerhand waren ingeslopen. Aldus werd de geest van dit klooster geheel en al vernieuwd, Theresia echter had zoodanig aller harten gewonnen, dat een ieder verlangde zich ook verder aan hare leiding te mogen toevertrouwen. â Het schoonste voorbeeld van goedertierenheid echter vinden wij in Jezus Christus zelf, want in Hem werd het woord van den profeet vervuld(1): âHet gebogen riet zal Hij niet breke i en da stervende vonk niet tiitdooven.quot; O goedertieren Jezus, oneindige Goedheid, leer mij Uwe goedertierenheid beoefenen, geef mij Uweu geest van liefde.
(â ) Is. 42, 3.
Over de Goedertierenheid, enz. 107
Oefening.
Tracht uwen evennaaste zooveel mogelijk te verschoonen, en koester tegen niemand wantrouwen.
Ce voornaamste actes van deugd.
⢠O God, . ik geloof in U, wegens de waarheid van Uw woord!
O God! ik vestig mijne hoop op U, wegens dc getrouwheid in Uwe beloften.
O God! ik bemin U, wegens de oneindige grootheid Uwer liefde.
O God! ik heb eenen afkeer van mij zeiven, wegens mijne vele en groote zonden.
O God! ik verlang naar U wegens Uwe vurige liefde in het aanbiddelijk Sacrament.
O Jezus! schenk mij de eeuwige bronnen Uwer genaden en smeek voor mij bij den Hemelschen Vader, om den H. Geest.
En gij, o beminnenswaardige Geest, geef mij de genade, dat ik Uwe aanbiddelijke Voorzienigheid duidelijk moge erkennen, en mij altoos kinderlijker aan Haar moge onderwerpen. Verkrijg voor mij ook eene vurige liefde tot Jezus! Amen.
Groetenis aan Maria.
O Maria, uitverkoren Bruid van den H. Geest,
20. Dag.
Gij munt boven alle heiligen uit door TJve goedertierenheid, want, inplaats van U van ons af te wenden wegens onze zonden, hebt Gij veeleer medelijden met ons gehad en Uwen oenigen Zoon voor ons ten beste gegeven. Nadat Gij echter in den Hemel zijt, is uw hart nog meer vervuld van liefde jegens de zondaren. Derhalve noem ik vol vertrouwen mijne toevlucht tot U, o Moeder van Barmhartigheid, en smeek U, verkrijg voor mij van den H. Geest de vergiffenis van al mijne zonden - en het eeuwige leven. Door Christus Uwen Zoon, onzen Hoer! Amen.
Gebed tot de H. Theresia, hervormster van de orde der Karmelieten,
O H. Theresia, die door den H. Geest verlicht, de kloekheid met de goedertierenheid wist te vereenigen en aldus niet slechts uwe eigene ziol hebt gered, maar ook vele anderen ter zaligheid hebt gevoerd, ik smeek u, verkrijg ook voor mij de genade, dat ik goedertieren en toegevend omtrent do fouten van anderen moge wezen. Amen.
108
Over de Goedheid, enz. 1U9
21. DAG.
Over de Goedheid, als Vrucht van den H. Geest.
1. Do goedheid is gceno deugd, die van de liefde verschilt, zij is er het uitwerksel van, ou als het w.lre eene bijzondere soort van liefde. De goedheid van ieder mensch is evenredig aan zijne liefde. Dewijl nu de liefde haren oorsprong heeft in den H. Geest, moet ook de goedheid tot Hem worden teruggebracht. Do heiligen, die in zoo hooge mate met Zijne liefde waren vervuld, werden ook aanhoudend aangespoord, hunnen evennaaste wel te doen, en hem door woorden en werken hulp te verleenen. Dit zien wij vooral in den H. Pranciscus Xaverius. Zijne goedertierenheid jegens ondergeschikten, zij no barmhartigheid jegens de armen, zijne offervaardigheid jegens de zieken, zijn geduld jegens de zondaren, in een woord, zijne goedheid en liefde jegens iedereen waren bewonderenswaardig. Hij vond er een genot in, de zieken op te passen en het was hem niet genoeg hen van het noo-dige te voorzien, maar hij trachtte hun zelfs kleine versnaperingen te bezorgen. En indien hij niets had, om de gewonden te verbinden, ging hij zolf met een zak op de schouderen van
21. Dag.
huis tot huis, om het noodige bijeen te brengen. Hij zorgde voor de armen, als eene moeder voor hare kinderen, en hij bekreunde er zich niet om, dat hij dikwijls gebrek had aan het noodzakelijkste. Vooral toonde hij zijne liefde jegens do arme zondaren. Door deze groote liefde en goedheid won de H. Franciscus aller harten, zelfs die van de meest verstokte zondaren; vooral echter was hij hierdoor welgevallig in de oogen van God, die reeds hier op aarde het goede, dat wij onzen evennaaste bewijzen uit liefde tot Hem, honderdvoudig beloont.
2. De goedheid van de heiligen was groot. Hoe oneindig groot is echter Uwe goedheid o God, daar Gij de liefde Zelve zijt. Indien ik de uitgestrektheid Uwer weldaden beschouw, en daarbij de majesteit Uwer aanbiddelijke Godheid, en mijne eigen armzaligheid overweeg, zoo gevoel ik mij door Uwe goedheid als vernietigd, en al, wat ik zou kunnen zeggen om U te verheerlijken, schijnt mij Uwer onwaardig te zijn. Mijn geheugen schiet te kort, om mij het getal Uwer weldaden in den geest terug te roepen; ook ben ik niet in staat hare volle waarde te beseffen of woorden te vinden om U voldoende te prijzen. Maar ik weet, o eeuwige en eenige Liefde, dat iedere goede gave, die ik heb ont-
110
Over de Goedheid, onz. Ill
vangen, een g-eschenk van U is, en dat ik alles, wat ik ben en bezit, alleen aan Uwe goedheid hob te danken. Vooral hebt Ge mij Uwe liefde daardoor bewezen, dat Gij door Uwe genade U zelve aan mij hebt gegeven, en Uwen intrek hebt genomen in mijne ziel. En indien ik mij niet geheel en al van U afkeer, en de trouw schend-die ik U heb beloofd, zult Gij gedurende de heele eeuwigheid mijn deel zijn, en mij met Uwe zaligheid vervullen. Wie ben ik, o Heer, dat Gij mij zulke goedheid betoont? »Wat is de monsch, dat Gij zijner indachtig zijt, of de zoon des menschen, dat Gij tot hem komt?«(') Ziet, de hemelen der hemelen kunnen U niet bevatten, o God van majesteit, en Gij hebt Uwen blijvenden intrek genomen in mijn hart . Dat de hemel en de aarde en al wat zij bevatten, U hiervoor hunnen dank betuigen. Verleen mij echter, o God van goedheid, dat ik door mijnen evennaaste wel te doen, uwe goedheid moge navolgen. Geef hiertoe mij Uwe genade! Amen.
Oefening.
Tracht uwen evennaaste bij te staan, werkdadig zoowel als door uwe raadgevingen; maar vooral door uwe gebeden, en wensch hem van harte alle mogelijke goed toe,
(') Ps. 8, 5,
22. Dag.
De voornaamsto aotes van deugd. (bl. 107.)
Groetenis aan Maria.
O Maria, ik groet U als do goede Maagd en dank den H. Geest, dat Hij U tot Moeder van Barmhartigheid heeft verheven. Gedenk, dat het nooit is gehoord, dat iemand, die zijne toevlucht tot U nam, Uwe hulp inriep of Uwe voorspraak afsmeekte, door U is verlaten geworden. Met dit vertrouwen noem ik mijne toevlucht tot U en smeek U, verkrijg voor mij den geest van goedheid, o beste Maagd Maria. Amen.
Gebed tot den H. Pranciscns Xaverins.
Heilige Franciscus Xaverins, liefderijke zoon van don H. Geest en getrouw afbeeldsel der goedheid van Jezus Christus, ik stel mij heden onder uwe bijzondere bescherming en smeek u, verkrijg voor mij door uwe grooto verdiensten van den H. Geest de genade, dat ik uw voorbeeld getrouw navolge en er behagen in scheppe, anderen wel te doen. Amen.
22. DAG.
Over de Lankmoedigheid als Vrucht van den H. Geest.
1. »Heor, hoe dikwerf moet ik mijnen broeder vergiffenis schenken, indien hij tegen mij heeft
112
Over do Lankmoedigheid, enz. 113
gezondigd? Zevenmaal?» Deze vraag stelde eens de H. Petrus aan zijn Goddelijken Meester. Jesus echter antwoordde: »Niet zevenmaal, maar zeventig maal zevenmaal.«(') Daartoe verkrijgen wij de kracht door de deugd van lankmoedigheid, die geduld met grootmoedigheid vereenigt. Zij verdraagt de fouten met geduld en overwint de droefheid, die zich van ons tracht meester te maken, indien een wensch. dien wij sedert lang hebben gekoesterd, niet vervuld wordt. Zij wordt ondersteund door eene blijde en standvastige hoop, die wederom haren oorsqrong heeft in de liefde. Want »de liefde verduurt alles, gelooft alles, hoopt alles, verdraagt alles.«(4) Door deze liefde, die ons door den H. Geest wordt medegedeeld, waren ook de heiligen zoo lankmoedig. De H. Cathnriii'i van Siënen gaf ons een groot voorbeeld van lankmoedigheid. Zij verpleegde eene arme melaatsche, bij wie het niemand meer kon volhouden, tot aan haren dood toe, en bekreunde er zich niet om, dat zij zelve de melaatschheid overerfde; zelfs toen de zieke haar op eene wijze lasterde, die de reine maagd diep moest, krenken, hield zij niet op, haar te verplegen. Bezield met den geest van lankmoedigheid en liefde, gaf de H. Catharina ook
l') llaith, 18, 21. ('J 1. Oor. 13, 8.
üenadensleutel. §
22. Dag.
aan een kerkvoogd, die door zijne vijanden werd belaagd, den liefdevollen raad, met liefde te werk te gaan en door lankmoedigheid, ootmoedigheid en liefde de boosheid zijner vijanden trachten te overwinnen. Want men kan den duivel niet door den duivel verjagen, maar alleen door den H. Geest.
2 Hoe groot ook de lankmoedigheid van do heiligen was. oneindig grooter is Uwe lankmoedigheid, o II. Geest, algoede, almachtige en eeuwige God. Uwe lankmoedigheid is een evenzoo groot geheim als de oceaan Uwer goddelijke liefde. Indien de aardsche koning een misdadiger, die hem naar het leven stond, eenmaal vergiffenis schenkt, dan is zijne lankmoedigheid uitgeput. Maar Gij, o Hemelsche Koning, God H. Geest, Gij schenkt den mensch. die het leven Uwer genade door de doodzonde heeft vernietigd, niet slechts zevenmaal vergiffenis, maar zeventig maal zevenmaal. En vele menschen, die Gij in Uwe goddelijke lankmoedigheid reeds zeventig maal zeven maal van de straffen der zonde hebt bevrijd, blijven toch onverschillig voor Uwé liefde en houden niet op, doodzonden te bedrijven, want zij beseffen niet, hoe groot en oneindig de Koning is, dien zij in U beleedigen. Maar ook hun biedt Gij genade en vergiffenis
114
Over de Lankmoedigheid, enz. 115
aan, want Grjj vergeeft eiken zondaar, die boetvaardigheid doet, en rouwmoedig tot U terugkeert, al waren ook zijne zonden ontelbaar als het zand aan de zee, en rood als scharlaken. Ja, indien hij oprecht boetvaardigheid doet, overstelpt Gij hem bovendien nog met Uwe genade, e'n geeft U zeiven aan hem als den zoetsten troost, O mijne ziel, verheug u en jubel over de geduldige en grootmoedige liefde van uwen God. Toon er u dankbaar voor en verlies den moed niet,, indien gij hebt gezondigd. Gij moogt altijd vol vertrouwen den Heiligen Geest aanroepen, want Zijne ontferming is onmetelijk als de oceaan. Maar wacht u, misbruik te maken van Zijne lankmoedigheid, en drijf niet den spot met de barmhartigheid van God. »Of zoudt gij minachting willen toonen omtrent Zijn geduld. Zijne goedheid en lankmoedigheid Weet gij niet. dat de goedheid van God u tot boetvaardigheid moet aansporen ?«(')
Oefening.
Toon nooit, dat de een of ander van uwe evennaasten u lastig valt, en heb geduld met de fouten van anderen.
Do voornaamste aotes van deugd. (bl. 107.)
(') Bom. 2, 4.
8'
22. Dag.
Groetenis aan Maria.
O Maria, gezegende Bruid van den H. Geest, hoezeer was Uw hart vervuld met lankmoedigheid jegens ons, zondaren. Want Gij verduurt de beleedigingen, die wij Uwen Goddelijken Zoon en U zelve hebben aangedaan met onuitputtelijk geduld, en houdt niet op. voor ons vergiffenis af te sraeeken. Ter wille van deze lankmoedige liefde, die de H. Geest U heeft geschonken, help mij, opdat ik altoos mijne toevlucht neme tot Uwe moederlijke voorspraak, en mijn vertrouwen stelle o]) de lankmoedigheid en ontferming van God, sta echter niet toe, dat ik een vermetel vertrouwen stelle op Gods goedheid. Araeu.
Gebed tot de H Catharina van Siënen.
O H. Catharina, gij hebt op aarde uitgemunt door uwe lankmoedigheid, en nu, daar gij God van aanschijn tot aanschijn moogt aanschouwen, is uwe ontferming nog grooter. Derhalve neem ik vol vertrouwen mijne toevlucht tot u, en smeek u, verkrijg voor mij do genade, uwe lankmoedigheid na te volgen, door de fouten cn gebreken van mijnen evennaaste met geduld te verdragen en hem grootmoedige liefde te betoonen. Amen.
116
Over de Zachtmoedigheid als Vrucht enz. 117
23. DAG.
Over de Zachlmoedig-licid als Vrucht van
den H. Geest.
1. De zachtmoedigheid is die deugd, die paal en perk stelt aan de drift, en de liefde bevordert jegens hem, die eone fout heeft bedreven. Menigeen heeft Teeds van natuur een zacht karakter, maar ver verheven boven den natuurlijken aanleg is de bovennatuurlijke deugd, die eene vrucht van den H. Geest is, wanneer zij uit de liefde Gods voortkomt. Want wie do liefde bezit, is vriendelijk, voorkomend, geduldig zonder te trachten, anderen te behagen. Indien hem ongelijk wordt aangedaan, vergeeft hij dit van harte, en bewijst ookaanzijnengrootsten vijand weldaden. De zachtmoedigheid schenkt vele en groote voordeelen. Zij verwerft ons het welbehagen van God, want er staat geschreven: »De Heer schept behagen in het geloof en in de zachtmoedigheid.«(') Maar ook door de menschen wordt zij bemind en hooggeschat. »Mijn kind,« zegt de H. Gcst, «voltrek uwe werken met zachtmoedigheid, en gij zult de achting en de liefde der menschen verwerven.«(quot;) En Jezus zegt: »Zalig zijn do zachtmoedigen, want zij zullen het aardrijk be-zitten.«(3) Hij zelf geeft ons het schoonste voor-
(') Sir. 31, 3r\ (â¢) Sir. IS, 19. {â ) Mat h. 6, 4.
23. Dag.
beeld van deze deugd. Hij werd ter slachtbank geleid als een lam, dat zijn mond niet opent voor hem, die het scheert. De H. Petrus wijst ons op deze wonderbare zachtmoedigheid, als hij zegt: «Christus heeft voor u geleden en u eon voorbeeld gegeven, Hij, die geene enkele zondo bedreef, in wiens mond geen bedrog werd gevonden, die niet dreigde, toen Hij leed, maar die zich overgaf aan hen, die Hem onrechtvaardig veroordeelden.«(')
2. Ook de Heiligen bezaten dien geest van zachtmoedigheid. Vooral de H. Francixcus van Sales muntte uit in deze deugd. De H. Fran-ciska v. Chantal getuigt: »Nooit zag men een krachtiger, liefderijker, teederder en beter hart.* Eens ontmoette de bisschop een advokaat, die hem haat toedroeg. De H. Franciscus sprak hem aldus aan: »Gij draagt mij haat toe, ik weet het, maar wees verzekerd, indien gij mij een oog zoudt uitrukken, zou ik u toch met het andere noch liefderijk aanschouwen.»: Door deze zachtmoedigheid won de Heilige alle harten; zelfs de meest verharde booswichten konden hem niet weerstaan. Derhalve beval hij beze deugd ook ten zeerste aan alle zijne medewerkers aan, en zeide: »Gij moet den wijn van uwen ijver met
(') 1. Petr. 2, 18.
118
Over de Zachtmoedigheid als Vrucht enz. 119
den balsem van zachtmoedigheid vermengen, opdat hij niet te zeer brande en pijn veroorzake. De geest des menschen is eigenaardig en kan alleen door zachtmoedigheid geheel en al worden overwonnen.»
Van wien had de H. Franciscus die groote zachtmoedigheid? Niet van nature, want hij had een opvliegend karakter. Hij had deze deugd verkregen door de genade van den H. Geest, die ze allen verleent, die doordrongen zijn van Zijne liefde. O H. Geest, vervul ook mij ter wille Uwer liefde met den geest van zachtmoedigheid.
Oefening.
Tracht alle beleed:gingen met geduld te verdragen, handel nooit in overijling en wees dienstvaardig jegens iedereen.
Se voornaamste actes van deugd. (bi. 107.)
Groetenis aan Maria.
O Maria, zachtmoedige Bruid van den H. Geest, Gij zijt zoodanig vervuld met liefde voor du menschen, dat Gij nooit vertoornd zijt geweest op een zondaar, al had hij U nog zoo diep beleedigd. Integendeel Gij ontfermt U over allen, en zijt de toevlucht der zondaren. Deze zachtmoedigheid deelt Gij ook hun mede, die U
24. Dag.
beminnen. Tenville van Uw zachtmoedig hart verkrijg voor mij de genade, dat ik in alle wederwaardigheden den geest van zachtmoedigheid moge bewaren. Amen.
Gebed tot den ïï. Franciscns van Sales, Bisschop en Kerkleeraar.
Heilige Franciscus, verlichte leeraar der Kerk en zachtmoedige Herder der zielen, ik kies n heden tot mijn bij zonderen patroon en voorspreker bij God. Gij hebt den toorn geheel en al overwonnen door uwe zachtmoedigheid, verkrijg ook voor mij van den H. Geest de genade, de zachtmoedigheid van Jezns na te volgen. Amen.
24. DAG.
Over de Getrouniieid als Vrncht van
den H Geest
1. Er bestaat eene tweeledige getrouwheid: de getrouwheid in woorden en de getrouwheid in werken. Door de getrouwheid in woorden verstaat men de waarachtigheid of de overeenstemming van onze woorden met onze gedachten. De getrouwheid in werken is eene deugd, die ons aanspoort, om de plichten, die de rechtvaardigheid ons oplegt, nauwkeurig te
120
Over de Getrouwheid als Vrucht onz. 121
vervullen. Door olk van deze plichten kan de niensch zijne getrouwheid bewijzen, en hij moet dit niet alleen doen jegens God, maar ook jegens de menschen. De deugd van getrouwheid is noodzakelijk voor het maatschappelijke leven, omdat op haar het wederzijdsche vertrouwen berust. Daar, waar geen getrouwheid is, is ook het vertrouwen onmogelijk; de getrouwheid is de steun])ilaar van het geheele familieleven. De man is aan de vrouw en de vrouw aan den man getrouwheid verschuldigd. Getrouwheid is de plicht van de ondergeschikten, ten opzichte van hunne meerderen, van den soldaat tegenover zijnen koning. Do vriend moet de trouw bewaren ten opzichte van zijnen vriend. Getrouwheid is een vereischte voor. hem, die belast is met het beheer der goederen van zijnen evennaaste. Ook de dienaar moet getrouw ziju in het gebruik van den tijd. De getrouwheid is de plicht van een ieder, die zijnen even-mensch eene belofte heeft gedaan, of op welke wijze dan ook een verdrag met hem heeft gesloten. En lice menigvuldig zijn de gevallen, waarin gij de deugd van getrouwheid kunt beoefenen? En wie zal zich altijd van dien plicht kwijten? Slechts hij, die ook trouw is jegens zijnen Heer en Sehepper.
24. Dag.
2. Hoevee! reden hebben wij, om de getrouwheid te beoefenen jegens onzen Schepper! Wij moeten met den psalmist uitroepen; »Wij zijn het werk Uwer handen en Gij hebt ons ge-schapen.«(') Derhalve zijn wij ook Zijn uitsluitend eigendom, en wij zouden zondigen tegen de getrouwheid, indien wij ons ook maar in 't minste aan Zijnen diens'; wilden onttrekken. God heeft ons geschapen, en hij behoudt ons in 't leven door Zijne almacht en liefde Wij zouden ons dus aan trouweloosheid schuldig maken, indien wij den wil van onzen Heer en Schepper niet wilden vervullen. Maar ook door de verlossing en door onze heiliging zijn wii het eigendom van God. »Of weet gij niet.® zegt de Apostel, »dat uw lichaam de tempel is van den H. Geest, die in u woont, en dat gij u niet zeiven toebehoort? Want gij zijt voor een hoogen prijs gekocht. Verheerlijkt dus God, en draagt Hem in uw lichaam.«(') Wij zeiven hebben ons ook tot deze verplichting verbonden. Door de doopbeloften hebben wij plechtig verzaakt aan den duivel, zijne pomperijen en werken. Wij hebben een verbond gesloten met God en God met ons. Evenals tot de Israelieten heeft Hij ook tot ons gezegd: »Indien gij naar Mijne
(') Ps. 118, 7.1. (') l. oor. B, 19.
122
Over de Getrouwheid als Vrucht enz. 123
stem luistert, en getrouw zijt aan het verbond, zult gij Mijn eigendom zijn.«(') Wellicht hebben wij ons nog door eene bijzondere gelofte verbonden. Indien men verplicht is, de belofte, gestand de doen die men een mensch heeft gedaan hoeveel te meer moeten wij de belofte volbrengen, die we voor God hebben afgelegd !«(2) â OH. Geest, vervul ons met Uwe
(') 2, Moz. 19, 4.
(â¢) De geloften van armoede, zutverheid en gehoorzaamheid z^n van het grootste gewicht. Zij z^n buitengewone blijken van godsvrucht en verkrijgen een groot loon, indien wij ze nauwkeurig nakomen. Maar niemand mag die gelofte afleggen, alvorens hij veel gebeden heeft, en zich nauwkeurig heeft onderzocht. Want, âhet is veel beter niets te beloven, dan zijnen geloften niet gestand te doen.- (Pred. 5, 4.) De H. Geest bestraft ten strengste de ontrouw, die tegen Hem wordt gepleegd. Wij zien dit duidelijk bij de echtelingen Ananias en Saphira. D« H. Hieronymus schrijft (ad Demetr.) : âAnanias en Saphira werden met een plotselingen dood gestraft, omdat zij het goed. dat zij aan Ood hadden beloofd, nog als het hunne be* schouwden, en dus vreemd goed achterhielden, uit vrees gebrek te moeten lijden, eene vrees, die de ware dienaar Gods niet kent.quot; â Een ander roorbeeld zien wij in de annalen van de sociëteit van Jezus. Zekere Franclscus Balsamus schond zyne geloften en keerde in de wereld terug. Eenlgen tijd later werd hij echter ziek. Maar de uitwendige pynen gingen vergezeld van inwendig lyden, zoodat hij eens bekende: Ik heb geen genoegel\jk uur meer gekend, sedert den dag, dat ik mijne gelofte heb
24 Dag
lipfde, opdat wij jegens L' de trouw mogen bewaren. Uwe liefde is sterk als de dood; zij alleen verleent ons de kracht, om getrouw te zijn jegens God en de menschen, in groote zoowel als in kleine zaken, in blijdschap en in smart, in armoede en ellende
Oefening.
Ik wil liever sterven, dan eene opzettelijke leugen te begaan.
De voornaamste aotes van deugd.
O God, ik geloof in U. wegens de waarheid van Uw woord!
O God! ik vestig mijne-hoop op U, wegens de getrouwheid in Uwe beloften.
O God! ik bemin ü, wegens de oneindige grootheid Uwer liefde.
O God! ik heb eenen afkeer van mij zeiven, wegens mijne vele en groote zonden.
O God! ik verlang naar U wegens Uwe vurige liefde in het aanbiddelijk Sacrament.
O Jezus! schenk mij de eeuwige bronnen Uwer
gesclionden, en het klooster heb verlaten.quot; Hij stierf ook zeer spoedig, zonder de laatste H. Sacramenten te hebben ontvangen. Aldus wordt de trouweloosheid tegen den H. Geest reeds hier op aarde vreeselijk gestraft, de getrouwheid echter wordt ook rijkelijk beloond.
124
Over de Getrouwheid als Vrucht enz. 125
genaden en smeek voor mij bij den Hemelschen Vader, om den H. Geest.
En gij, o beminnenswaardige Geest, geef mij de genade, dat ik Uwe aanbiddelijke Voorzienigheid duidelijk moge erkennen, en mij altoos kinderlijker aan Haar moge onderwerpen. Verkrijg voor mij ook eene vurige liefde tot Jezus! Amen.
Grroetenis aan Maria.
O Maria, getrouwe Maagd, die altijd Uwen Goddelijken Bruidegom zoo getrouw hebt bemind. Nooit hebt Gij U onttrokken aan Zijne inspraken, en in alles hebt Gij U als de getrouwe Maagd des Hoeren getoond. Verkrijg voor mij, terwille van Uwe groote getrouwheid, eene vurige liefde tot den H. Geest, opdat ik al mijne plichten getrouw moge vervullen! Amen.
Gebed tot den H. Pranchcas van Assisië, stichter van de Orde der Pranciskanen.
O glorierijke patriarch, H. Franciscus, ik bewonder de grootmoedige liefde, waarmede gij alles hebt opgeofferd, en do gelofte van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid hebt afgelegd, ten einde u uwen God als zijn bijzonder eigendom toe te wijden. En hoe nauwgezet hebt gij die
25. Dag1.
gelofte vervuld, tot liet einde nws levens. Ter wille van uwe verdiensten, verkrijg voor mij de genade, dat ik nooit lichtvaardig eene gelofte aflegge, en dat ik al, wat ik den Heer eens heb beloofd, ook getrouw moge volbrengen. Amen.
25. DAG.
Over de Bescheidenheid als Vrucht van
den H. Geest.
De bescheidenheid is, volgons den H. Thomas een gedeelte van de matigheid, want zij matigt de weetgierigheid, regelt de lichamelijke bewegingen en handelingen, geeft ons de juiste maatregelen ten opzichte van kleeding en tooi en beteugelt vooral het verlangen naar onderscheiding door oprechte ootmoedigheid. Tracht dus, o ziel, deze schoone deugd te verkrijgen en vraag dikwijls den H. Geest om een ootmoedig hart. De ootmoed is de bron van alle zegeningen: den ootmoedige schenkt God Zijne genade. »Door den ootmoed* zegt de Heilige Ephraïm, »werd Abraham de vriend des Heeren; zij verloste Izaak van den dood en verwierf Jacob den zegen zijns vaders. Zij schonk aai? Jozef de koninklijke waardigheid, aan
126
Over de Bcseheidenheid als Vrucht enz. 127
Mozes dien schitterenden glans, aan Aaron het hoogepriesterscha]). aan Jozua het beheer over de Israelieten, aan David den schepter, aan Gedeon de overwinning, aan Nephtalie den heldenmoed. aan Ezechias de verlossing. Zij verhief Elias ten hemel, zij verleende aan Eliseüs den geest, aan Samuel het hoogepriesterschap, aan Isaias verhevene verschijningen Zij verloste Jonas uit de golven der zee, en redde Daniel uit den leeuwenkuil, in een woord, zij verheerlijkte de heiligen van de vroegste tijden tot op den huidigen dag.« Ook gij, o ziel, zult rijke genaden van den H. Geest ontvangen, indien gij van harte ootmoedig zijt. Want, evenals de wateren der bergen samenvloeien in de diepte der dalen, zoo ook verzamelen zich de bronnen der genade in de ziel van den ootmoedige. Naarmate gij echter toegeeft aan hoogmoed, zal ook de H. Geest zich van u afkeeren. Gij zult worden verlaten door den geest van wijsfieid en verstand, door den geest van raad en van sterkte, den geest van wetenschap en van godsvrucht, en de geest der vreeze des Heeren zal u niet meer vervullen. De goede werken echter, die gij dan verricht, zullen niet meer waarde hebben dan die der trotsche schriftgeleerden.
2. Indien het u moeilijk valt, o ziel, den hoog-
25. Dag,
moed te overwinnen, sla dan uw oog op Jezus; Hij zocht niet Zijne eer, maar Zijne vernedering. Want niettegenstaande Hij God was, heeft Hij de menschelijkc gedaante aangenomen en zich in alles gelijk gesteld met Zijne schepselen. Hij heeft zich zelf vernederd, en is gehoorzaam geworden tot den dood, ja tot den dood des kruises. Derhalve heeft God Hem ook verhev jn en Hen; een naam gegeven, die verre staat boven alle namen,«(')
Vraag derhalve het ootmoedige Hart van Jezus dikwijls om den geest van ootmoedigheid. Allo heiligen waren doordrongen van den geest van ootmoed. De H, Paulus noemde zich de eerste onder de zondaren en achtte zich onwaardig, een leerling van Christus te zijn. De H, Vader Fmiiciscus beschouwde zich zeiven als den onwaardigsten en verachtelijksten onder alle menschen. Ook de H. Vader Beiiedictus was zeer ootmoedig, en verdiende derhalve de leermeester in de nederigheid te worden. Hij noemt twaalf trappen van nederigheid: 1. Een oprechte acte van berouw, de vrees voor God en Zijn oordeel en het ootmoedige leven in de tegenwoordigheid van God. 2. Geheel en al verzaken aan zijn eigen wil. 3. Stipt en zonder ~T') Phil, 2, 6.
128
Over de Bescheidenheid als Vrucht enz. 129
tegenspraak gehoorzamen. 4. Leed en wederwaardigheden geduldig verdragen. 5. Vol ootmoed zijne geheimste gedachten aan zijn biechtvader of geestelijken geleider openbaren. 6. Tevreden zijn, en blijdschap gevoelen, indien men vernederd wordt, er behagen in scheppen, de nederigste diensten de mogen verrichten, eenvoudig gekleed te gaan enz. De eenvoudigheid en de armoede beminnen; een geriugen dunk-hebben van zich zei ven. 8. Zich zelf beschouwen als den verachte I ij ksten en laagsten onder de men-schen en als den grootsten zondaar. 8. In woorden en werken alles vermijden, wat opvallend is.
9. De stilzwijgendheid beminnen en beoefenen.
10. Zich wachten voor luidruchtige vreugde en schaterlachen. 11. Niet te hard spreken en de regels der bescheidenheid trouw nakomen. 12. Nederig zijn in al zijne handelingen.
O H. Geest, geef mij dien schat van nederigheid. Vervul mij met Uwe liefde, want door Uwe liefde alleen wordt ik nederig van harte en sterk volgens den geest, teneinde alle ver-sinadingen met geduld te verduren. Amen.
Oefening.
Tracht, niemand lastig te vallen, en in al uw doen en laten de nederigheid en bescheidenheid te beoefenen.
9
Genadensleutel.
25. Dag.
De voornaamste actes van deugd. (bl. 124) Groetenis aan Maria.
O Maria, gezegende Bruid van den H. Geest, Gij hebt ons zulk verheven voorbeeld van ootmoedigheid gegeven. Gij waart, zooals de H. Ambrosius zegt, «ootmoedig van harte, karig in Uwe woorden, ijverig in het lezen, zedig in het spreken, niemand tot last, welwillend jegens allen, vol eerbied jegens Uwe meerderen. In Uw oog was niets verachtelijk, in Uwe woorden niets voorbarig, in Uwe handelingen niets ongepast, geene beweging was onverschillig, geen tred te vrij, geen klank te luidruchtig. Uw geheel uiterlijk was het beeld Uwer vrome en heilige ziel.« O nederige Maagd en verheven Bruid des Heeren, verkrijg voor mij van den H. Geest de ware nederigheid. Amen.
Gebed tot den H. Vader Benedictus.
Glorierijke aartsvader, H. Benedictus, gij hebt u vernederd voor het aanschijn van God, en zijt derhalve door Hem mot genaden overladen. Ik smeek u vol vertrouwen, neem mij onder uwe machtige bescherming, en verkrijg voor mij do genade, dat ik uw voorbeeld getrouw moge opvolgen. Amen.
130
Over de Onthouding als Vrucht enz. 131 26. DAG.
Over de Onthouding: als Vrucht van den H. Geest.
1. Do onthouding is eene deugd, die de ziel weerhoudt van de werken des vleesches. Zonder deze deugd kan de raensch niet welbehage-lijk zijn quot;in de oogen van den H. Geest. »Zij, die het vleesch zoeken,® zegt de Apostel, «kunnen aan God niet behagen.«(') Hoe zou ook de H. Geest behagen kunnen scheppen in onzuivere zielen? Integendeel zij doen Zijn toorn ontsteken, omdat Hij oneindig heilig is, en Hij moot ze straffen, omdat Hij rechtvaardig is. Want de onzuiveren schenden hot lichaam, dat Zijn tempel is. »Ot', weet gij niet,« zegt de H. Paulus, »dat gij tempels zijt van God, en dat de H. Geest in u woont? Hem, die den tempel Gods ontheiligt, zal de Heer vernietigen. Want de tempel Gods is heilig, en die zijt gij.«(2j O welke vreeselijke verwoesting heerscht er in de ziel, die zich overgeeft aan de onzuiverheid! Men kan over haar treuren, evenals de profeet op de puinhoopen van Jeruzalem: .gt;Het goud heeft zijn glans verloren en de schitterendste kleur is verduisterd, de steenen van het heilig-
(') Rom. 8, 8. ('j 1. Cor. S, 17.
26. Dag.
dom liggen overal verstrooid. Do edele en mot goud versierde zonen van Sion zijn gelijk geworden aan aarden vaatwerk uit de hand van den pottenbakker.«(') Terwijl zij vroeger door de heiligmakende genade een wonderbare gelijkenis bezaten mot God, zijn zij door de doodzonde met helsclie duisternis overdekt. De H. Geest is van hen geweken, de liefde is uitgedoofd, derhalve zijn ook geloof en hoop zonder leven en de vier hoofddeugden, voor zooverre zij in de ziel gestort waren, zijn verdwenen.
2. De goddelooze koning Antiochus had niet geschroomd, den tempel Gods in Jeruzalem te ontheiligen en te berooven; maar hij werd vreese-lijk gestraft. De wormen kwamen uit zijn lichaam te voorschijn, het bedorven vleesch viel in stukken van zijn lichaam, en hij stierf onder de vreeselijkste pijnen. En toch had hij slechts den tempel geschonden, die door de menschen was gebouwd, maar gij, o zondaar, gij schendt den tempel Gods, dien God Zelf in uw lichaam heeft opgericht, en gij dooft de sterren des hemels uit, die Hij in uwe ziel heeft doen schijnen. Door cene enkele doodzonde hebt gij een grooter kwaad gesticht, dan de ondergang van het heelal zoude zijn. Want de gebeele wereld met al, ('j KlaaylieJ 4, 1, J
132
Over de Onthouding als Vrucht enz. 133
wat zij bevat, heeft in het oog van God niet zulk eene groote waarde als de ziel vaneen enkelen mensch. (') Derhalve moet het u niet verbazen, dat de zondaar reeds hier op aarde gestraft wordt. De onzuiverheid doet voor hein de wereld in een dal van tranen veranderen; zij is hét bederf van een ieder in 't bijzonder, het ongeluk der huisgezinnen, de ondergang van den staat. En hoevele zielen worden door deze zondo ongelukkig gedurende de heele eeuwigheid! »Van de honderd verdoemden,» zegt de H. Alphonsus, «worden er 99 verdoemd wegens deze zonde, cn de honderdste niet zonder haar.« Wilt gij dus niet voor tijd en eeuwigheid ongelukkig worden, zoo vlucht voor de giftige slang van onzuiverheid, en vlucht vooral de naaste gelegenheid. Of meent gij heiliger te zijn dan David, wijzer dan Salomon, en sterker dan Samson? Indien deze zijn gevallen, omdat zij do gelegenheden niet hebben ontvlucht; hoeveel te meer zal zij u tot val brengen. Luister slechts, wat de H. Man zegt: »Omdat ik wist, dat ik zonder de genade van God niet onthoudend kon zijn, â en dit te erkennen was reeds wijsheid â daarom bad ik tot den lieer, «f5) Volg dit voorbeeld na en vraag God dagelijks om de
(') Thom. ïa 2» q. 113a. 9. (a) Wijsh. 8, 21,
26. Dag.
genade, van de onzuiverheid te worden bewaard. Overweeg het wel: Slechts èène zaak is noodzakelijk! Wat hnat het den mensch indien hij de heele wereld wint, maar schade lijdt aan zijne ziel? (')
Oefening.
Ãewaar steeds de zuiverheid van uwen staat, en tracht na te komen hetgeen gij God hebt beloofd, en beteugel uwe zintuigen.
De voornaamste aotes van deugd. (bl. 124.)
Groetenis aan Maria.
134
O allerzuiverste Maagd Maria, Gij alleen onder alle kinderen van Eva, waart zuiver en vlekkeloos in de oogen van den H. Geest; derhalve heeft Hij U tot Zijne Bruid uitverkoren en TI tot Moeder van God verheven. Gij zijt het verheven vat Zijner genade. Door U, o zuiverste Moeder, wil Hij ook de zuiverheid onder de menschen verbreiden. Zij die U beminnen, zijn zuiver of wel zij verkrijgen liefde tot de zuiverheid. Door IJ verkrijgen wij hulp in de bekoring, en Gij zijt de liefderijke steun voor den gevallen zondaar. Sla Uwe barmhartige oogen op ons, en verkrijg voor ons de genade,
(') Luc. 10, 42.
Over de Zuiverheid als Vrucht enz. 135
dat wij in alle bekoringen tot U onze toevlucht mogen nemen. Amen.
Gehed tot den H. Vader Jozef.
Beschermer van de zuivere zielen, H. Jozef, aan u werd de onschuld zelve, Jezus Christus, alsook Maria, de Maagd der maagden, toevertrouwd. Door dit tweevoudige pand, Jezus en Maria, smeeken wij u, bewaar ons voor allo onzuiverheid, opdat wij Jezus en Maria met een onschuldig hart en eon zuiver lichaam mogen dienen. Amen.
27. DAG.
Over de Zuiverheid als Vrucht van den H. Geest.
1. De deugd van zuiverheid houdt ons niet slechts terug van de werken des vleesches, zij verdrijft ook de onzuivere gedachten eu begeerten, en vervult de ziel met liefde tot de reinheid. Zij is eene schoone deugd! Zij boezemt onwillekeurig eerbied in, zij is een voorwerp van bewondering van den kant der engelen, en verwerft het bijzondere welbehagen der Goddelijke Drievuldigheid. Do Vader beschouwt eene zuivere ziel als Ziju dierbaar kind, de Zoon als Zijne dierbare vriendin, en verheugt zich over
27. Dag.
die deugd als de vrucht van Zijn kostbaar Bloed, üe H. Geest echter heeft haar tot Zijn tempel uitverkoren. Aldus wordt vervuld, wat er geschreven staat: Hij, die de zuiverheid bemint, zal wegens zijne lieftalligheid de vriend des Konings worden,«C) De zuivere zielen worden derhalve door den H. Geest met Zijne rijkste gaven versierd! Maria, de zuiverste Maagd, die wegens Hare reinheid zelfs boven de engelen was verheven, Zij is ook de koningin der engelen en heiligen geworden. De maagdelijke leerling, de H. Joannes, werd boven alle anderen door Jezus bemind, en mocht aan Zijn hart rusten. Weerlooze maagden werden door God dikwijls op wonderbare wijze beschermd, ter wille van hare zuizerheid, zoodat zelfs de wreede dieren en de hevigste martelingen geen macht over haar bezaten. Dit ondervond ook de H. Catha-rina van Alexandrië gedurende hare martelingen, en na haren dood werd haar lijk door de engelen naar den berg Sinaï overgebracht. En welke groote genaden quot; verkreeg de H. Aloysius ter wille van zijne zuiverheid!
2. »0 hoe schoon is een kuisch geslacht in den luister der deugd!« Zoo roept de H. Geest Zelf vol bewondering uit. »Het is in aanzien
â (') Spr. 22, 11.
136
Over de Zuiverheid als Vrucht enz. 137
bij God en de menschen. Is het tegenwoordig, zoo volgt men zijn voorbeeld; is het afwezig, zoo verlangt men er naar, en het overwint eeuwig en behaalt als prijs voor den aanhoudenden strijd de vlekkelooze zuiverheid.«(') De zuiverheid schittert echter het meest in het maagdom.- De Kerkvaders zijn onuitputtelijk in hunne lofspraken: »Het maagdom.» zegt do H. Cyprianus, »is de bloesem van de Kerk, het sieraad en de tooi van de geestelijke genade, eene bron van vreugde, een volmaakt en onbedorven werk der glorie. Maagden zijn het evenbeeld van de heiligheid Gods, de uitge-lezenen uit de kudde van Jezus Christus. Zij zijn de vreugde, en in haar berust de vruchtbaarheid van onze Moeder de H. Kerk, en naarmate het getal van maagden toeneemt, naar die mate neemt ook hare blijdschap toe. De H. Geest verleent dus eene buitengewone genade aan de zielen, die Hij tot den maagde-1 ij ken staat roept. De eerbiedwaardige pastoor van Ars roept uit: »Zij zijn Hem grooten dank verschuldigd, want hun gebed is Gode veel aangenamer, haar geheel leven veel rijker aan vreugde en hare geheele eeuwigheid veel gelukkiger. Ja, de H. Geest, die ze hier op aarde T'T Wljah. 4, i.
27. Dag.
met Zijne genaden en gunsten heeft overladen, /,al haar ook eene grootere glorie in den hemel verleenen. Indien de dag van opstanding is gekomen, zal het Lam op den berg Sion staan, omgeven door duizenden maagden. En zij zingen een nieuw lied, dat anders niemand kan zingen, en zij volgen het Lam overal, waar Het gaat. Want ze zijn gekocht als eerstelingen voor God en het Lam.*) (')
Oefening.
Zet onmiddellijk alle zondige gedachten en begeerten uit uw hoofd, en bid God dikwijls om de deugd van zuiverheid.
De voornaamste actes van deugd. (bl. 124.)
Groetenis aan Maria.
O zuiverste Maagd Maria, Gij hebt altijd
») Dewyl bet maagdom zoo groote waarde heeft in de oogen van den H. Geest, moeten zij, die zonder gegronde redenen anderen willen tegenhouden van dezen staat, wel overwegen, welke straf zij door hunne vermetelheid verdienen. Van den anderen kant moet niemand lichtvaardig, zonde* overleg, de gelofte van eeuwige zuiverheid afleggen. Ook hier is het woord van den h. Geest van toepassing: âHet is beter geen belofte te doen, dan iets te beloven en het niet te houden.quot; (Pred. 5, 4.)
âIk aarzel niet,quot; zegt de H. Augustinus, âte beweren, dat het schenden der gelofte van zuiverheid nog strafbaarder is, dan de echtbreuk.quot; â
(*) Op. 14.
138
Over de Zuiverheid als Vrucht enz. 139
Uwe zuiverheid naar lichaam en ziel bewaard, zoodat de H. Geest in 't Hooglied (') U als Zijne zuivere Bruid met de verhevenste namen prijst. Door Uwe groote zuiverheid en onbevlekte Ontvangenis bewaar mij zuiver en rein naar lichaam en ziel. Amen.
Gebed tot den engelaehtigen jongeling Aloysius.
H. Aloysius, die in zoo hooge mate met de deugd van zuiverheid zijt versierd, ik, uw onwaardige dienaar, beveel u op bijzondere wijze de zuiverheid van mijn lichaam en van mijne ziel aan, en smeek u door uwe engelachtige deugd, beveel mij aan het vlekkelooze Lam, Jezus Christus, en aan Zijne H. Moeder, en bewaar mij voor elke doodzonde. Duld niet, dat ik mij door de minste onzuiverheid be-zoedole, maar, indien gij mij in gevaar ziet van te zondigen, verwijder dan uit mijn hart alle onzuivere gedachten en begeerten, wek in mijne ziel op de gedachten aan den gekruisigden Verlosser, prent het gevoel der vreeze Gods diep in mijn hart, en ontsteek in mijn hart eene vurige liefte tot God, opdat ik na u nagevolgd te hebben hier op aarde, ook waardig
(') Hoog;!. 4, 12,
28. Dag.
moge bevonden worden, mij eens met u in de aanschouwing Gods te mogen verheugen. Amen.
28. DAG.
Over de Boetvaardigheid als Vrucht van den H. Geest.
1. Door de zonde trekken wij ons hart af van God en schenken het in ongeoorloofde wijze aan de schepselen. Do boetvaardigheid in 't algemeen is de onthechting aan de schepselen en de terugkeer tot God. Zonder haar kan men geene vergiffenis verkrijgen. Jezus Zelf eischt dit, niettegenstaande Zijne oneindige goedheid: »Maar indien gij niet boete doet, zult gij allen op gelijke wijze omkomen.«(')
De schuld en de straf wordt het gemakkelijkst en het krachtdadigst uitgewischt door hot Sacrament van boetvaardigheid. Gelukkig en verstandig zijn derhalve zij, die dikwerf tot dit H. Sacrament naderen. Want door dit Sacrament wordt de ziel door den H. Geest gezuiverd, en weer tot Zijn tempel uitverkoren; of, indien zij nog in staat van genade is, verkrijgt zij die in ruimere mate. Ten einde echter aan dit gezegende uitwerksel deelachtig te quot;quot;(â¢j ÃÃuc. 13, 57
140
Over de Boetvaardigheid als Vrucht enz. IJl
worden, en liet Sacrament van boetvaardigheid met godsvrucht te ontvangen, moet gij ook do deugd van boetvaardigheid bezitten. Zij wordt ons door den H. Geest geschonken. Immers Hij is de eeuwige Liefde, en wil niet den dood van den zondaar, maar dat hij zich bekeere en leve. Sluit derhalve niet uw hart, indien gij Zijne stem hoort; bedroef den H. Geest niet door onboetvaardigheid, maar verblijd Hem door uwe oprechte bekeering. Verwek een oprechte acte van berouw over uwe zonden, en maak het vaste voornemen, ze te vluchten en ze zoodra mogelijk te biechten. Maar uw voornemen is slechts dan oprecht, indien gij vast besloten hebt, de naaste gelegenheid tot zonde te vluchten, en onrechtvaardig goed terug te geven. Indien gij dien vasten wil niet hebt, kunt gij door de biecht geene vergiffenis uwer zonden verkrijgen, maar gij bedrijft eone grootere en zwaardere zonde en hebt nog zwaardere straffen te wachten. Want, indien gij een Sacrament heiligschennend ontvangt, maakt gij u schuldig aan eene zeer groote zonde.
2. Dierbare ziel, indien gij uwe zonden rouwmoedig hebt beleden, hebt gij dan de deugd van boetvaardigheid niet meer noodig? quot;Wol is
28. Dug.
waar, gij hebt dan liet noodzakelijkstp gedaan, teneinde vergiffenis van uwe zonden en van de eeuwige straffen te verkrijgen. Maar indien gij vele en groote zonden hebt bedreven, en de groote genade van vergiffenis hebt ontvangen, zoo eischt God ook van u eene hoogere mate van liefde, en derhalve ook van boetvaardigheid. Vergeet dus niet de vermaning van den H. Geest: »Wees niet zonder vrees over de zonden, die u zijn vergeven.«O Dat wil zeggen: De zonden en eeuwige straffen zijn u, wel is waar, kwijtgescholden, maar wees niet zonder vrees over de tijdelijke straffen, waarvoor gij nog moet boeten. Het is ook veel voordeel iger, hier op aarde voor de zonden te boeten, dan er later in 't vagevuur voor te branden. Indien de ge-loovige zielen uit het vagevuur op de aarde konden terugkeeren, zouden zij met de grootste blijdschap de boetvaardigheid beoefenen, en door haren ijver die Christenen beschamen, die volstrekt geen boetvaardigheid doen. Zie ook o]) het voorbeeld der heiligen; niet allen hebben zwaar gezondigd, maar allen waren vervuld met den geest van boetvaardigheid, en hebben door hunne verstervingen niet alleen geboet voor hunne zonden, maar zich ook groote verdiensten
(') Sir. 5, 6.
142
Over de Boetvaardigheid als Vrucht enz. 143
voor den hemel vergaderd. »0 zalige boetvaardigheid,» zeide de H. Petrus van Alcantara na zijn dood tot de H. Theresia,. »o zalige boetvaardigheid, die my eene zoo groote glorie heeft verdiend.® Kunt gij ook de heiligen en Christus Zolven niet navolgen in de buitengewone werken van boetvaardigheid, zoo kunt gij u toch menige kleine versterving opleggen. Tracht vooral de door de H. Kerk voorgeschreven vasten- en onthoudingsdagen trouw na te komen. Verwek dikwijls een acte van berouw over uwe zonden, nader dikwerf tot het Sacrament van boetvaardigheid, en smeek den H. Geest om een volmaakt berouw. De droeve herinnering aan de zonden uwer jeugd wojgit dan verzacht door de gedachte aan de oneindige barmhartigheid van God. Want dan zullen ook op uwe ziel de woorden van toepassing zijn, die Jezus eens tot Magdalena sprak: »Haar is veel vergeven, omdat zij veel heeft bemind.«(')
Oefening.
Verwek dikwijls een acte van berouw over uwe zonden, en vraag eene volkomen vergiffenis en de kwijtschelding van de straffen.
O LUC. 7, 47.
28. Dag.
Oefening.
Ik wil liever sterven, dan eene opzettelijke leugen te begaan.
Se voornaamste actes van deugd.
O God, ik geloof in U, wegens de waarheid van Uw woord!
O God! ik vestig mijne hoop op TJ, wegens de getrouwheid in Uwe beloften.
O God! ik bemin U, wegens de oneindige grootheid Uwer liefde.
O God! ik heb eenen afkeer van mij zeiven, wegens mijne vele en groote zonden.
O God! ik verlang naar U wegens Uwe vurige liefde in het aanbiddelijk Sacrament.
O Jezus! schenk mij de eeuwige bronnen Uwer genaden en smeek voor mij bij den Homelschen Vader, om den H. Geest.
En gij, o beminnenswaardige Geest, geef mij de genade, dat ik Uwe aanbiddelijke Voorzienigheid duidelijk moge erkennen, en mij altoos kinderlijker aan Haar moge onderwerpen, Verkrijg voor mij ook eene vurige liefde tot Jezus! Amen.
Groetenis aan Maria.
O Maria, zuiverste Bruid van den H. Geest, Gij waart steeds vrij van, elke zonde en hebt
144
O.d.Goedertierenh. a. Vrucht v. d. H.Geest. 145
veeleer het grootste medlijden met onze zwakheid en beschouwde steeds inet iiroote liefde de ontfermingen Gods in ons. Haar mond sprak nooit een liefdeloos woord, zelfs niet tegen de aaits-vijiinden van haar goddeiijken Zoon, haar hart en mond vloeiden over van goedheid en medelijden. Evenzoo was het gesteld met hare handelingen. Altijd bad zij voor de zondaren, die haren goddeiijken Zoon hadden gekruisigd. Ktten verhaalt, dat eens een jonkman in Italië een ander in een duel had gedood. Ten einde aan het gerecht te ontsnappen, vluchtte hij in een nabij het zijne openstaand huis. Dit was het huis der moeder van den verslagene. De goede vrouw verbergt werkelijk den moordenaar van haren zuon, en redt hem aldus van een smadelijken dood. Ad-dus ook Maria. Nadat gij door uwe zonden haar goddeiijken Zoon het leven iiebt ontnomen, neemt zij u, indien gij hare hulp inroept, onder hare moederlijke bescherming, ten einde u voor de straffende hand Gods te bewaren. Zij zegt dan als het ware tot God: âO,
1U
22 Dag.
Hemelsche Vader, ik heb het leven van mijn eenigen Zoon voor u ten oft'er go bracht, geef mij het leven van tlien verloren zoon in de plaats.quot; Aldus toont zich Maria ais de trouwe opvolgster van haar godd lijken Zoon, van wien reeds de profeet heefi gezegd: âHij zal het geknakte riet niet brelceu, noch de smeulende vonk uitblnsschen.quot;^
Oefening. Wees steeds liefderijk en verdenk niemand.
Bidden wij driemaal liet âAV ees gegroetquot;, ten einde door de voorspraak van Maria van den H. Geest de deugd van goedertierenheid te verkrijgen.
{Drie Wees gegroet.)
Gebed, O goedertieivne Maagd Maria, vol vertrouwen op uwe oneindige goedheid, nemen wij onze toeïlucht tot u, en stollen ons onder uwe moederlijke bescherming. O Moeder van Barmhartigheid, verwerp ons, arme zondaren, niet, maar verkrijg ons van den H. Geest genade en vergiffenis door het lijden van uwen Zoon en uwe groote verdiensten. Amen.
âC1) Is. 4273.
146
Overliet Gediili), alsVruchtv.d.H. Geest. 147
23. Dag.
Overliet Grcduld, als Vrucht van den H. Geest.
âDoor het geduld zult gij uwe zielen bezitten.quot;
(Luc. 21, 19.)
1. âDe deugd van geduld,quot; zegt de H. B niaveutiira, (1) âbestaat in het cje-wUlig en standvastig verduren van moeilijkheden, in de hoop op de eeuwige zaligheid.quot; Deze deugd valt den mensch van natuur moeilijk, maar door de goddelijke genade wordt zij gemakkelijk. Zielen, die met de genade van den H. Geest zijn vervuld, deinzen niet terug, zelfs niet voor het zwaarste offer. Met den H. Paulus zouden zij willen uitroepen: âWie zal ons scheiden van de liefde van Jezus Christus? Droefheid, angst, honger, naaktheid, gevaar, vervolging-of het zwaard? Zooals er staat geschreven : Om uwentwil worden wij dagelijks gedood, en voor offerlummeren gehouden. Maar dit alles verduren wij terwille van Hem, die ons heeft bemind.quot; (2') Volg dezen martelaar van
(1 ] De profectu Religios. 1. 2, c. 34.
Rom 8, 35. ff.
10'
23. Dag.
liefde na op den kruisweg; door geduld zult gij uwe ziel bezitten. Want door het geduld wordt liet lijden des levens dragelijk; zij schenkt der ziele rust en verkwikking, en sticht uwen evennaaste te meer, dewijl hij zoo zelden de deug'd van geduld ziet beoefenen. Zij zuivert van vroegere zonden en bewaart voor toekomstige; zij verdient vermeerdering van deugd en van de genaden van den 11. Geest. Zij is in waarheid de beste dankzegging voor het lijden, dat Jezus en Maria voor ons hebben verduurd, en eindelijk verzekert zij ons een groot loon in den Hemel. Dit loon is zoo groot, dat de Apostfil vol verbazing uitroept: âIk, voor mij, ben overtuigd, dat al het lijden dezes levens niets is, vergeleken bij de toekomstige glorie, die aan ons zal geopenbaard worden.quot; (1j En verder: âOnze tegenwoordige droefheid, die slechts kortstondig is, verwerft (ins eene overgroote, eeuwige, alles overtreffende heerlijkheid.quot; (z)
2. Maria heeft meer dan alle andere menschen geleden. Derhalve wordt zij met ('j Eom. S, 18. (2) 2. Kor. 4, 17.
148
O ver bet Geduld, als Vrucht v. d.H. Gefst. 149
het volste recht de Koningin der martelaren genoemd. Het gewonde lichaam van haar goddelijken Zoon in hare armen houdende, roept zij ons als het ware toe met de woorden van den profeet: âO, gij allen, die voorbijgaat langs den weg, ziet of eene smart gelijk is aan mijne smart.quot; (') Na Jezus heeft niemand het geduld in zoo hooge mate bcoeiend, als Maria. Er behoort eene groote mate van geduld toe, (2J het verlies van wereldsche goederen te verduren, eene hoogere mate van geduld, zijn eigen leven bereidwaardig ten oft'er te brengen, . de hoogste mate van geduld echter, het verlies van een persoon, die ons dierbaarder is dan het leven, gewillig te dragen. Zoo beminde David zijnen zoon Absalon, veel meer echter beminde Maria haar goddelijken Zoon; die tevens haar Heer en God was. Van een enkel mensch beleedigingen zonder klagen te verduren, is een hooge mate van geduld, zulks van velen te verdragen is een hoogere mate, maar door allen ver-
^ (1) KUasd. 1, ia.
(2j Vergl Bonav. tom. 7, de gradibus virt. c 5.
23. Dag.
150
guisd te worden, zonder te klagen, ver-eischt de hoog- te mate. En deze mate van geduld bezat Maria, want alle zondaren liebbon haar belcedigd. Gedurende een korten tijd geduldig te lijden, vereischt een hooge mate van geduld, dit gedurende langen tijd te doen, vereischt een hoogere mate, maar gedurende zijn geheel leven een zwaar kruis te diagen, vereischt de hoogste mate van geduld. Ook dit zien wij bij Maria. âHaar geheel levenquot;, zegt de II. Alphonsus, âwas eene voortdurende oefening van geduld, want de allerheiligste Maagd had, zooals een Engel aan de H Brigitta openbaarde, altijd te lijden.quot; Indien iemand geduldig lijdt tot boete voor zijne zware zonden, zoo heeft hij een hooge mate van geduld, een hoogere mate, indien hij dit doet voor kleinere fouten, de hoogste mate bezit echter hij, die onschuldig lijdt. Dit was met uitzondering van Jezus Christus, alleen het gev.il met de II. Maagd. Het vereischt een hooge mate van g?diild, zich niet te wreken over aangedane beleedigingen, een hoogere, er niet eens over te kla-
Overliet Geduld, als Vrucht v. d. H. Geest. lf)l
gen, de hoogste echter, kwaad met goed te vergelden. Dit deed Maria, dewijl zij al onze zonden met liefde heeft vergolden. I [et vereischt eene hooge mate van geduld, alle smarten geduldig van de hand Gods aan te nemen, een hoo-gere, ze bereidvaardig aan te nemen, de hoogste mate echter , ze met blijdschap te aanvaarden. Ook hierin toonde Maria zich als een volmaakt voorbeeld vau geduld. Volg haar na, o Christenziel, en gij zult groote schatten bezitten in den Hemel.
Oefening. Offer al uwe werken en uw lijden op aan den H. Geest, in vereeni-ging met het lijden van Jezus en Maria.
Bidden wij driemaal het âWees gegroetquot;, om door de voorspraak van Maria van don 1[. Geest de deugd van geduld te verkrijgen. (Drie Wees geyroet.)
Gebed. Glorierijke en Onbevlekte Bruid van den H. Geest, II. Moeder Gods, wij groeten u, als de Koningin der martelaren. Dewijl de II. Geest u boven alle menschon beminde, heeft Hij u ook het grootste lijden toegezonden. Maar gesterkt door Zijne liefde, hebt gij het
24. Dag-,
met vreugde gedragen. Door al uwe smarten en door het lijden van uwen goddelijken Zoon verkrijg voor ons, O Lieve Vrouw van de zeven smarten, de genade, dat wij u en uwon goddelijken Zjon op den kruisweg steeds trouw navolgen. Amen.
24. Dag.
Over de Goedheid, als Vrucht van den
H. Geest.
âWeest derhalve barmhartig; , zooals ook uw Vader barmhartig is.u
(Luc. 6, 3G.)
1. De goedheid is eeue vrucht van den H. Geest, want zij is een uitwerksel van Zijne goddelijke liefde. Zij doet ons oprecht medelijden gevoelen met lederen lichamelijken en geestelijken nood van onzen evennaaste, en schenkt ons een krachtdadig verlangen, om hem ter hulp te komen. Alle heiligen waren met deze goedheid vervuld. De H. Paulus trachtte alles te zijn voor allen, ten einde aller harten voor Christus te winnen; de H. Franciscus Xaverius werkte in verre landen, ten einde voor
152
Over de Goerlh, als Vrucht v. d.H. Geest. 153
de heidenen de poorten des Hemels te openen; de H. Vineentius a Paulo daclit bijna aan niets anders, dan den zondaren en noodlijdenden ter hulp te snol-len. Ook de ovrrige heiligen waren door dezelfde liefde bezield, maar meer dan alle anderen was dit het geval bij Maria, de Onbevlekte Bruid van den H. Geest. Vol goedheid spoedde zij zich tot hare nicht Elisabeth, en diende haar gedurende drie maanden. Vol goedheid ontfermde zij zich over de bruiloftsgasten in Cana en bezorgde hun den noodigen wijn. Het grootste blijk van hare goedheid echter , gaf zij door haren eeniggeboren Zoon ten offer te brengen, ten einde ons te verlossen uit de slavernij des duivels. Volgens hot voorbeeld van Jezus Christus wandelde ook Zijne goddelijke Moeder op aarde rond, alom weldaden verspreidende. Deed zij dit ook niet door openbare wonderen, zoo gebeurde het toch zoo veel te meer door hare alvermogende voorspraak. Deze voorspraak herhaalt Maria nog voortdurend voor den troon van den Allerhoogste. De
24. Dag'.
H. Kerkvaders zeggen, dat zij het is, door wie wij alle genaden ontvangen. O, wie kan dien onmetelijken oceaan van lieide bevatten, waarmede liet hart van Maria vervuld is!
2. Indien gij uwe dankbaarheid wilt toonen, o Christenziel, voor alle weldaden, die gij door Maria hebt ontvangen, volg haar dan na in hare goediieid. âEr is niets,quot; zegt de H. Gregorius van Nazianze, âwaardoor wij ons groo-tere liefde van Maria kunnen verwerven, dan door getrouwe naastenliefde.quot; En de H. Alphonzus zegt; âEvenals God ons vermaant: âWeest barmhartig, evenals uw Hemelsche Vader barmhartig is!quot; zoo schijnt ook Maria ons toe te roepen: âWeest barmhartig, evenals uwe Moeder barmhartig is!quot; âMet is zeker,quot; zoo gaat dezellde Heilige voort, âdat naarmate wij de naastenliefde beoefenen, wij ook naar die mate door God en de Heilisre Maagd zullen bemind wor-
O O
den. âGeeft en u zal gegeven worden ... ; want met de maat, waarmede gij meet , zal ook u worden
154
OverdeQoedh,, als Vrucht v.d. H. Geest. 155
uitgemeten!quot; De H. Methodius zegt: âWees barmhartig jegens de armen, en gij zult den Hemel verwerven.quot; Insgelijks zegt de Apostel; âDe liefde bedekt de menigte van zonden.quot;^2) Wellicht zijt gij arm, en niet in staat, veel aalmoezen te geven; wees daarover echter niet bekommerd; gij kunt toch uwen evennaaste vele weldaden bewijzen, indien gij ijverig zijt. in 't gebed. Door het gebed kunt gij hem in al zijne lichamelijke en geestelijke behoeften ter hulp snellen. Opdat gij dit echter met meer ijver zoudt doen, en uwen evennaaste veel weldaden moogt bewijzen, herinner u, dat het laatste oordeel afhangt van de barmhartigheid, die wij onzen evennaaste zullen bewezen hebben. De onbarmhartigen zullen zonder barmhartigheid worden veroordeeld, de barm-hartigen echter zullen barmhartigheid verwerven.
Oefening. Tracht uwen naaste op alle mogelijke wijze behulpzaam te zijn, vooral door het gebed.
(') Luc. 6, 38.
(«J 1. Petr. 4, 8.
24 Dag'.
Bidden wij driemaal het âWees gegroetquot; , om door de voorspraak van Maria van dfen H. Geest een liefderijk hart te verkrijgen {Drie Wees i/egroet.)
Gebed. Heilige Maria, Moeder van barmhartigheid en hulp der Christenen, gij zijt vol goedheid jegens ons, rampzalige menschen. Wij danken u voor alle genaden, die gij voor ons hebt afgesmeekt, en wij vragen u, verkrijg voor ons een hart naar uw hart, vol goedheid en barmhartigheid jegens alle menschen. Verkrijg ons deze genade van den H. Geest door het lijden van uwen goddelijken Zoon en door uwe eigene verdiensten. A.mcn.
25. Dag.
OverdeLaiikmoedig'IieideiiZaclitmoedig'hcid, als Vruchten van den H. Geest.
âDat een jeder vlug /.ij in het h'.'oren, langzaam eeliter in het spreken, en langzaam in zijn toorn.quot; (Jac. 1, 19.)
1. Zachtmoedigheid en lankmoedigheid zijn vruchten der liefde van den H. Geest. De zachtmoedigheid overwint den toorn en verdedigt de liefde
156
O. (l.Laiikmoedigh.eiiZiiohtmoedigh , enz, 157
tegen alle vijanden. De lankmoedigheid doet clit op eene bijzonder grootmoedige wijze, doordien zij een onuitputtelijk geduld toont omtrent de fouten van den evennaaste. God spoort ons aan tot de zachtmoedigheid, doordien Hij zegt: âZalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen het aardrijk bezitten.quot; f1) âLeert van Mijquot;, roept Hij ons toe, âwant Ik ben zachtmoedig en ootmoedig van harte, en gij zult rust vinden voor uwe zielen.quot; (2) Deze grondstelling heeft Christus door Zijn voorbeeld bekrachtigd. Toen de Heer door Samaria wandelde, en overal werd afgewezen, werden twee van Zijne leerlingen hierover zeer verstoord, en zeiden; âHeer! wilt gij, dat wij zeggen, dat er vuur van den hemel nederdale, en hen verslinde?quot; Hij echter keerde zicii om, bestrafte hen, en zeide: âGij weet niet, van welken geest gij zijt. De Zoon des menschen is niet gekomen, om zielen te verdoemen, maar om ze zalig te maken.quot; (3) Over de lankmoedigheid heeft de Heer eene
(^1 i -Matt hT 5, 4. ('j Matth. 11, 29
O Lue. 9, 54-5G.
25.quot; Dag.
schoone leer gegeven, toen de apostel Petrus Hem vroeg, hoe dikwerf hij zijn beleediger raocst vergeveu. âHeer,quot; zeiile hij, âhoe dikwerf moet ik mijn broeder vergeven, indien hij tegen mij zondigt? Zevenmaal?quot; En Jezus zeide tot hem: âVoorwaar, Ik zeg u, niet zevenmaal, maar zeventig imtal zevenmaal.quot; (1) Dat is eene wonderbare goddelijke leering, wonderbaarder echter is de wijze, waarop de Heer zelf deze leering nakomt, (lednrende drie jaren verdroeg Hij de bespotting van detrotsche Farizeërs, de ondankbaarheid van het volk, de wankelmoedigheid van Zijne leerlingen en apostelen, de huichelarij van Judas, zonder ook slechts een enkel oogenblik het geduld te verliezen. En toen het uur van Zijn lijden was gekomen, werd Hij als een lam ter slachtbank geleid, en als een schaap, dat zijn mond niet opent tegen hem, die het scheert. Ook nu nog toont Jezus Zijne zachtmoedigheid en lankmoedigheid, doordien Hij ons zondaren met zoo groote liefde en zulk hemelsch geduld verdraagt.
MiitthT 18, 21, 22.
158
O. d. Laiikmoeiigh. en Zachtmoedigh., enz. 159
2. Maria is in alle deugden het trouwe afbeeldsel van haar goddelijken Zoon, want beiden, Jezus en Maria, waren geheel en al doordrongen van den Geest der goddelijke liefde, üe allerheiligste Maagd Maria is zoo zachtmoedig, dat zij haar liefde tot don mensch, ondanks de grootste zonden, toöh niet vermindert; en zij is zoo lankmoedig, dat /ij liem , al heeft hij geheel zijn leven in zonden doorgebracht, nooit hare machtige voorspraak onttrekt. Derhalve groet de H. Kerk haar als de Toevlucht der Zondaren. De eerbiedwaardige Ulosius zügt: âDeze Moeder van Barmhartigheid is vol welwillendheid en zachtmoedigheid, niet alleen jegens de rechtvaardigen, maar ook jegens de zondaren en wan-hopenden. Indien zij dus ziet, dat ook deze haren voorspraak inroepen, en dat zij in alle oprechtheid hare hulp afsmee-ken, dan staat zij hun ter zijde, neemt hen vol barmhartigheid aan, en verkrijgt van haar goddelijken Zoon vergiffenis van hunne zonden. Zij veracht niemand, al ware hij nog zoo onwaardig, zij ontzegt hare hulp aan niemand; zij ver-
25. Dag.
troost allen. Om hare hulp te verkrijgen, is het voldoende, dat men ze inroept. Door hare zachtmoedigheid wekt zij zelfs in de harten der zondaren de godsvrucht tot haar op. De H. Bernardus had dus gelijk, toen hij uitriep- âO, mijne koningin, gij verafschuwt geenen zondaar, die uwe hulp afsmeekt, hij moge nog zoo zeer met zonden beladen zijn; indien hij rouwmoedig tot u vlucht, reikt gij hem uwe machtige hand, en redt hem uit den afgrond van wanhoop.quot;
Oefening. Denk, zoo dikwerf men u boleedigt, aan de zachtmoedigheid van Jezus en Maria.
Bidden wij driemaal het âWees gegroetquot; , om door de voorspraak van Maria van den H. Geest de deugden van zachtmoedigheid en lankmoedigheid te verkrijgen. (Drie Wees gegroet.)
Gebed. O Maria, Moeder der H. liefde, gij verduurt alle beleedigingen, die de zondaren u toevoegen, met eene zoo onuitputtelijke zachtmoedigheid en lankmoedigheid, dat gij nooit ophoudt, voor hen te bidden. Vol vertrouwen op deze uwe grootmoedige liefde, wend ik mij
160
Slotoefening
Dat Gij onze liefde wilt doen ontvlammen.(1) Dat Gij ons eene oprechte naastenliefde wilt schenken,
Dat Gij ons 111 de wederwaardigheiden des levens
wilt versterken,
Dat Gjj ons met Uwe zeven gaven wilt vervullen. Dat Gij ons de vruchten Uws Geestes wilt
mededeelen.
Dat Gij ons een nederig hart wilt schenken, Dat wij als Uwe levende tempels U altijd met een rein hart en een zuiver lichaam mogen dienen,
Dat Gij ons met eene kinderlijke liefde jegens
Maria, Uwe zuivere Bruid wilt vervullen. Dat Gij het geloof en do liefde tot het Allerh. Sacrament des Altaars in ons wilt vermeerleren,
Dat Gij ons den geest van. boetvaardigheid wilt schenken.
Dat Gij ons de genade der volharding wilt schenken,
Dat Gij al onze gedachten, woorden en werken
op Uwe glorie wilt vestigen,
Dat Gij de H. Kerk wilt beschermen, regeeren en bewaren.
Dat Gij alle dwa'enden tot de kennis der waarheid wilt roepen.
Dat Gij alle ketters tot Uwe Kerk wilt terug brengen,
161
Dat Gij den donkeren nacht van het heidendom door Uw licht wilt verdrijven,
11
1
Wij bidden U, verhoor onsl Qenadeusleutel.
Slotoefening.
Dat Oij alle priesters en bisschoppen niet U«e
genade wilt vervullen,(*)
Dat Gij den Paus wilt verlichten en sterken, Dat Gi'j allen, die Uwe eer bevorderen, op (ene
bijzondere wijze wilt zegenen.
Dat Gij deze maandelijksche oefening wilt zegenen,
Verhoor ons, o Geest des Vaders en des Zoons. Op U, o eeuwige Liefde, stellen wij al ons vertrouwen. Geef, dat wij U getrouw mogen dienen alle dagen van ons leven. En wanneer de ure des doods nadert, herinner U dan, dat wij aan Uwen bij zonderen dienst zijn toegewijd, en U gedurende deze maand zoo dikwijls hebben aangeroepen. Terwille van het bitter lijden en den dood van Jezus Christus, en ter wille van Uwe oneindige liefde, bewaar ons voor de hel en neem ons op in Uw eeuwig rijk, opdat wij met alle engelen cn heiligen U, den Vader en den Zoon eeuwig mogen prijzen en beminnen. Amen.
Gebed tot alle Engelen en Heiligen.
H. Maria, zuivere Bruid van den H. Geest! Bid voor ons!
H. Jozef, belast met de zorg voor de zuivere Bruid van den H. Geest!
Bid voor ons!
(â¦) Wij bidden 1', verhoor on« I
162
Slotoefening. 163
H. Engelen en Aartsengelen, die aanbidd.-nd staat geschaard oai den troon van den H. Geest!
Bidt voor ons!
H. Apostelen, uitverkoren werktuigen van den H. Geest!
Bidt voor ons!
H. Martelaren, die. versterkt door de genade van den H. Geest, de martelingen en den dood hebt verduurd!
Bidt voor ons!
H. Belijders, die door den H. Geest tot zoo groote heiligheid zijt geroepen!
Bidt voor ons!
H. Maagden, die door den H. Geest met zoo groote liefde tot de zuiverheid zijt vervuld geworden 1
Bidt voor ons!
Glorie zij den Vader, den Zoon en den H. Geest!
Gelijk het was in den beginne, nu en altijd en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Opmerking. Ten slotte bidde men het âTe Deum ' of rMagnificat,quot; of zeven âWees gegroet,14 om den H. Oeest te danken voor alle gunsten, die Hij ons gedurende deze maand heeft geschonken.
11*
Slotoefening.
Gebed tot den 77. Geest.
Kom, Heilige Geest, vervul mij,
O Geest des Vaders. t)eziel mij,
O Geest des Zoons, verlos mij.
O eeuwige Liefde, doordring mij,
Met Uw vuur ontsteek mij,
Door Uw licht verlicht mij.
Levende Bron, laaf mij,
Van mijne zonden zuiver mij.
Door Uwe zalving versterk mij.
Door Uwen troost verkwik mij.
Door Uwe genade geleid mij.
Door Uwe Engelen bescherm mij.
Laat nooit van U scheiden mij.
God.. Heilige Geest, verhoor mij,
Uw vinger rake mij,
Stort uit den stroom der deugd in mij
Met Uwe gaven versterk mij,
Met Uwe vruchten laaf mij.
Voor den boozen vijand bescherm mij
Tot den laatsten strijd versterk mij,
In mijn doodsuur help mii.
Laat dan tot U komen mij.
Opdat ik met alle heiligen
Den Vader, den Zoon en U moge prijzen
O zoete Vertrooster! in Eeuwigheid. A
Negendaagsche Oefening ter eere van den H. Geest.
Opmerking
.De eerbiedwaardige pastoor vnn Ars placht Jen geestelijken en ook den leeken bij zielsaangelegenheden van gewicht eene negendanysche Offering ter eere van den H. Geest aan te bevelen. En te recht, want zullen wij niet vele gunsten ontvangen, indien wij den goddeli)keu üitdeeler der genaden Zeiven ijverig vereeren? Derhalve verzuim niet. o Christen, in zaken van gewicht eene negendaagsche oefening te houden ter eere van den H Geest. Doe dit vooral bij de keuze van eenen levenstaat, bij de voorbereiding tot een staat, voor het spreken van eene generale biecht, voor het ontvangen van het H. Vormsel, in één woord, bij alle belangrijke gebeurtenissen. De H. Geest kan u altijd helpen, want Hij is do eeuwige Almacht. Hij uit u helpen, want Hij is de eeuwige Liefde, en Hij zal u helpen, indien gij tracht. Hem te behagen. Bereid u ook, evenals de H. Maagd en de Apostelen voor tot het Hoogfeest van Pinksteren. Evenals de H. Geest op dit feest de Apostelen met Zijne gaven heeft vervuld, zoo zal Hij ook over u nederdalen en u met Zijne genaden overladen, naarmate gij u beter hebt voorbereid. Gij kunt u bij deze negendaagsche oefening van negen overwegingen iiit het perste gedeelte van dit werk ol ook van de volgende oefeningen bedienen.
1
1GG Negendaagsche Oefening
Gij zult er eemge gebeden voor eiken dag en eehe lezing vinden, getrokken uit de lessen der H. Kerkvaders.C) Deze hebben tot doel, ons de grootheid en verhevenheid van den H. Geest steeds beter te doen begrijpen, opdat wij Hem steeds meer en meer mogen beminnen. Dan zullen wij ook in hooge mate Zijn goddelijk welbehagen over ons aoen afdalen, en Zijne genaden en gunsten deelachtig worden.
Gebed tot voorbereiding.
Kom, H. Geest, vervul de harten Uwer geloo-vigen en ontsteek in hen het vuur Uwer goddelijke liefde.
V. Zend Uwen Geest en zij zullen herschapen worden.
E. En Gjj zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
Gebed. O God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest hebt onderwezen, geef, dat wij door dienzelfden Geest mogen
(â¢) De schriften der H. Kerkvaders zijn buitengewoon rijk aan lessen over den H. Geest: De H. Cyril lus, bisschop van Jeruzalem, de H. Basilius, bisschop van Ce-sarea, de H. Athanasius, patriarch van Alexandrië, de H. Ambrofeius, bisschop van Milaan, de H. Augustinus, bisschop van Hippo, en de H. Thomas van Aquine, allen muntten uit door hunnen ijver voor de verheerlijking van den H. Qeest. Moge de gouden sc'.iat hunner onderrichtingen steeds meer en meer uitgebreid worden.
ter eere van den H. Geest. 167
erkennen, wat recht is, en ons altijd over Zijne vertroostingen mogen verheugen. Door Christus, onzen Heer. Amen.
1. DAG.
Over de â Allerheiligste Drievuldigheid.
Ten einde God waarlijk volgens den Geest en in waarheid te kunnen aanbidden, moeten wij weten, wat do Kerk leert ten opzichte van de Allerheiligste Drievuldigheid.
De geloofsbelijdenis van den H. Athanasius leert:
»Wie zalig wil worden, moet vooral het Katholiek geloof bewaren.
»\Vie dit niet rein en onvervalscht bewaart, zal verloren gaan.
«Het Katholiek geloof echter bestaat daarin, dat wij één God in de H. Drievuldigheid, en de Drievuldigheid in de eenheid vereeren. zonder de personen te verwarren noch ook van elkander af te scheiden.
«Want, een andere is de persoon des Vaders een andere die des Zoons, een andere die des H. Geestes. Maar de Godheid van den Vader, den Zoon en den H. Geest is één, hare glorie is even groot, Hare majesteit in gelijke mate eeuwig.
1C8 Ncgendaagsche Oefening
^Gelijk de Vader is, zoo zijn ook de Zoon en de H. Geest. De Vader is niet geschapen, do Zoon is niet geschapen, de H. Geest is niet geschapen.
»De Vader is onmetelijk, de Zoon is onmetelijk, de H. Geest is onmetelijk
»De Vader is eeuwig, de Zoon is eeuwig, do H. Geest is eeuwig.
»En toch zijn er niet drie Eeuwigen, maar slechts één Eeuwige, evenals er niet drie Ongeschapen, noch drie Onraetelijken zijn, maar slechts één Ongeschapene en één Onmetelijke-
»De Vader is almachtig, de Zoon is almachtig, de H. Geest is almachtig, en toch zijn er niet drie Almachtigen, maar slechts één Almachtige.
»De Vader is God, de Zoon is God en de H. Geest is God en toch zijn er niet drie Goden, maar er is slechts één God.
»De Vader is Heer, de Zoon is Heer en de H. Geest is Heer en toch zijn er niet drie Hoeren, maar er is slechts één Heer.
»Want evenals de godsdienst ons aanspoort el-ken persoon in het bijzonder als God en Schepper te aanbidden, zoo verbiedt zij ons ook. drie Goden of Scheppers te noemen.
»De Vader is door niemand gemaakt, noch geschapen noch voortgebracht.
ter eoro van den H, Geest. 1G9
»De Zoon is van den Vader alleen geboren maar niet gemaakt, noch geschapen.
ȟe H. Geest komt voort van den Vader en den Zoon, maar is niet door hen gemaakt, noch geschapen, noch geboren.
»Er is dus slechts één Vader, niet drie Vaders, één Zoon, quot;niet drie Zonen, één H. Geest en niet drie H. Geesten.
»En in deze Drievuldigheid is niets vroe er of later, niets grooter of kleiner, maar alle drie personen zijn eeuwig en even groot.
»Derhalve moet in alles, zooals reeds is gezegd, zoowel de eenheid in de Drievuldigheid, alsook de Drievuldigheid in de eenheid worden vereerd.
»Hij, die dus zalig wil worden, moet aldus denken over de H. Drievuldigheid.
»Dit is het wonderbare geheim der H. Drievuldigheid. Aanbid het in diepen eerbied, o ziel, en dank den H. Geest, dat Hij het ons heeft medegedeeld. Tracht echter niet, dit onbegrijpelijk geheim te doorgronden, opdat het zwakke oog uws geestes niet door de goddelijke Zon worde verblind. Gij zoudt eerder in staat zijn, den onmetelijken Oceaan in een kleinen kuil te scheppen, dan het oneindig Wezen der H. Drievuldigheid met uw zwak verstand te kunnen
170 Negendaagsche Oefening
beg-qjpen. De H. drieëenige God verlangt niet door u te worden begrepen, maar Hij wil door u bemind worden. Voortdurend te leven in de tegenwoordigheid van God, is een krachtdadig raiddel, om deze lielde tot God te verkrijgen. âLeef in Mijne tegenwoordigheid en wees mi-maaktquot; zegt God. Bedenk, o ziel, dat gij altijd zijt in de tegenwoordigheid van God. Hij ziet ti van aanschijn tot aanschijn en Hij is dichter bij U dan alle schepselen. »God is niet verwijderd van een ieder van ons, zegt de Apostel, want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij,«(')
Oefening.
Stel u eiken morgen in de tegenwoordigheid van God, en doe dit telkens als de klok slaat.
Gebed.
Ik zal U prijzen, o God, alle dagen mijns levens, open mijne lippen, en mijn mond zal Uwen lof verkondigen, want Gij alleen zijt waarlijk prijzenswaardig, üat alle Uwe werken U loven en verheerlijken volgens Uwe grootheid en heerlijkheid. Maar welk schepsel is hiertoe in staad? Dat dus, o H. Drievuldigheid en drieëenige God, Uw oneindig Wezen zich zelf prijze. Dat Uwe ondoorgrondelijke macht, Uwe onbe-
^1) Apostelff. 12, 20.
ter cere van den H. Geest. 171
grijpelijke wijsheid en Uwe onuitsprekelijke goedheid U prijzen. Dat Uwe eeuwige kracht en Godheid, Uwe onuitsprekelijke goedheid en barmhartigheid U verheerlijken. Ik echter, o oneindig barmliartige God, Die mij door Uwe liefde hebt geschapen, smeek U, zend mij Uwen Heiligen Geest. Zend mij den Geest van liefde, opdat ik U naar waarde moge beminnen en verheerlijken.
V. Prijzen wij den Vader, den Zoon en den H. Geest!
R. Prijzen en verheerlijken wij Hem in eeuwigheid !
Geheii. Algoede, barmhartige en eeuwige God, van Wien elke goede gave en alle volmaaktheid voortkomt, wij smeeken U, vervul ons hart met den geest Uwer Goddelijke liefde, opdat wij U altijd en in alles trouw mogen beminnen. Door Christus onzen Heer. Amen. Wees gegroet Maria enz.
Heilige Maria, zuiverste Bruid van den H. Geest, bid voor ons!
Heilige Apostelen en alle Heiligen, bidt voor ons!
172 Negendaagsche Oefening
2. DAG.
Gebed tot voorbereiding, (b). 166.) Over de werken der H. Drievuldigheid, Do werken van den H. Geest zijn, zooals do H. Basilius zegt, «oneindig wegens hnnne grootheid en ontelbaar ten opzichte van hunne menigte.® Ten einde deze echter uit het ware oogpunt te loeren beschouwen, zullen wij vooreerst overwegen, dat de werken van den H. Geest ook waarlijk de werken van den Vader en den Zoon mogen genoemd worden, en dat de Vader en de Zoon alle werken door den H. Geest voltrokken.
De H. Thoresia sprekende over de wei ken der II. Drievuldigheid zegt:') »In alle drie Personen is maar een wil, eeno macht en eene heerlijkheid, zoo dat do een niets zonder de andere kan doen en alle schepselen dus maar eenen schepper hebben. Kan wel de Zoon een miertje scheppen zonderden Vader? Geenszins, want de macht van beide, dus ook van den H. Geest, is maar ééne. Er is dus maar een God, die almachtig is en alle drie Personen zijn maar ééno majesteit. Kan dus iemand den Vader beminnen zonder
') Das Leben der hl. There ia von Jesu, von ihr selbst geschiioben, 40. Kap,
ter eere van den H. Geest. 173
den Zoon en den H. Geest te beminnen ? Geenszins, want wie aan Een van do drie Personen behaagt, behaagt aan allen, en dus ook wie Een beleedigt, beleedigt alle Drie. Kan de Vader wel wezen zonder don Zoon of den H. Geest? Geenszins, want er is maar een wezen en waar Eén is, zijn alle Drie en kunnen niet gescheiden worden.
Ook de H. AthanasiusC) zegt dit met de volgende woorden; »De genade en gave, die door de H. Drievuldigheid wordt verleend, verleent de Vader door den Zoon m den H. Geest. Want evenals de Vader door den Zoon de genade verleent, zoo kunnen wij slechts deelachtig worden aan die genade in den H. Geest. Zijn wij Hem deelachtig geworden, dan bezitten wij de liefde des Vaders, de genade des Zoons en do gemeenschap met den H. Geest. Bijgevolg is ook bewezen, dat de werking der H. Drievuldigheid slechts één is, want er is niets, wat niet door het Woord in den H. Geest geschiedt en gedaan wordt.quot;
En dezelfde Kerkvader^) roept op eene andere plaats uit: »Wie zal don Vertrooster, den Geest van waarheid niet vereeren, indien hij ziet, dat
(') Ath. ad. Serap. d. Spir, s. 30. (9) A t h. de Trin, et Spir, s. 14,
174 Negendaagsche Oefening
Hij de dooden opwekt en levend maakt, en doet, wat de Vader en de Zoon doen? Er staat wel in de schriftuur geschreven: » Want, evenals de Vader opwekt en levend maakt, zoo maakt ook de Zoon levend, wien Hij wil.« (Joh. 5. 21.) De H. Paulus zegt tot de Romeinen: »Indien nu de Geest van Hem, die Christus van den dood heeft opgewekt, in u woont, zoo zal Hij. die Christus heeft doen verrijzen, ook uwe lichamen doen verrijzen, door Zijn Geest, die in u woont.C) En in den 103. psalm staat geschreven: »Gij zult hunnen Geest wegnemen en ze zullen vergaan en in stof worden veranderd. Gij zult Uwen Geest zenden en zij zullen herschapen worden, en Gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.«(s) En wie moet niet erkennen, dat de Vertrooster de Schepper is, die gezonden wordt, die de lichamen herschept, die door den tijd tot stof zijn vergaan, zooals de profeet Isaias zegt: »Maar er zal een nieuwe Hemel en eene nieuwe aarde ontstaan.«(s) Zonder Hem doet noch de Vader, noch de Zoon iets in de scheppiny.'
Oefening.
Vereenig n dikwerf met de oneindige liefde, die ieder der goddelijke personen zich zeiven
(â¢) Rom. 8, 2, (â¢) Ps. 103, 30. (') IS. 65, 17.
ter eere van den H. Geest. 175
en aan de anderen toedraagt en zeg in veree-niging met deze liefde:
Tot God den Vader:
Ik bemin U, o beminnenswaardige Vader!
Ik bemin U, o oneindige goedheid!
Ik bemin U!
Tuf God den Zoon;
Ik bemin U. o beminnenswaardige Jezus!
Ik bemin U, o oneindige goedheid!
Ik bemin U!
Tot God den H. Geest:
Ik bemin U, o beminnenswaardige H. Geest!
Ik bemin U, o oneindige goedheid!
Ik bemin U!
Gebed.
Prefatie nit de Liturgie v. d. H. Basilius.
»Gij zijt de Koning van het heelal. Heer van Hemel en aarde, van de zichtbare en onzichtbare schepping, die, zittende op den troon Uwer heerlijkheid, de afgronden overziet. Gij eeuwige, onbegTijpclijke, onmetelijke, onveranderlijke Vader van onzen Heer Jezus Christus, den grooten God en Verlosser, die het beeld is van Uwe goedheid. Uwe gelijkenis, die U den Vader in Zich vertoont, het levende Woord, de waarachtige God, eeuwige wijsheid, leven, heiliging, kracht en het ware licht, van Wien do
176 Negendaagsche Oefening
H. Geest uitgaat, de Geest van waarheid, de gave van het kindschap, het pand der toekomstige glorie, het eerste geschenk der toekomende goederen, de levenbrengende kracht, de bron van alle heiligheid, om TI te dienen en te verheerlijken, want alles is U onderdanig.
V. Glorie zij den Vader en den Zoon en don H. Geest.
K. Zooals het. was in het begin nu en altijd en in alle eeuwen der eeuwen.
Amen.
Gebed.
Wij bidden U, o Heer, dat de H. Geest ons met het vuur ontsteke, dat Jezus Christus op aarde heeft gebracht, en dat Hij zoozeer verlangde te zien branden. Die niet U leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen. ;gt;Wees gegroet® enz.
Heilige Maria, zuiverste Bruid van den H, Geest, bid voor ons!
Heilige Apostelen en alle Heiligen, bidt voor ons!
ter cere van den H. Geest.
3. DAG.
Gelied tot voorbereiding, (bl. .166) Over de Namen van den H. Geest.
Indien gy, o Christenziel, de macht van den H. Geest nog beter wilt leeren kennen, lot dan op de namen, die Hem door de H. Schriftuur zelve worden gegeven. De H. Gregorius van Nazianze(') noemt er verschillende van op. Hij schrijft;
»De H. Geest wordt genoemd: de Geest Gods, de Geest van Christus, de zin van Christus, de Geest des Heeren en Heer zelf, de Geest van genade, van waarheid, van vrijheid; de Geest van wijsheid, van verstand, van raad, van sterkte, van wetenschap, van godsvrucht, van vreeze des Heeren, omdat dit alles uitwerkselen zijn van Zijne genade. Hij vervult alles. Hij bevat alles, zonder dat de wereld Hem zou kunnen vatten, de goede, de rechtvaardige, de vorstelijke Geest, die door de natuur en niet door do genade heilig, maar niet geheiligd is, peilende, maar onpeilbaar, uitdeelende, maar niet deelachtig, vervullende, maar niet vervuld, bevattende, niet gevat, die als een aandeel wordt gegeven en verheerlijkt, die gevoegd wordt bij
O S. Oregorii Theologi oratio XXXI. 29.
Geoadensleutel. 12
177
178 Negendaagsche Oefening
den Vader en den Zoon. de bepaald vooraf verkondigde, de vinger Gods, het vuur Gods, om aan te toonen. dat Hij gelijk is aan den Vader. De Geest, die heeft geschapen, die herschept door het doopsel en door de verrijzenis, de Geest, die alles doorgrondt, die onderwijst en Zijn adem laat gaan, waar en wanneer Hij wil, die den weg aantoont, spreekt, zendt, afscheidt; de Geest, die beproefd en bcleedigd wordt, die do geheimen openbaart, die licht en leven verspreidt, ja, die Zelf licht en leven is; die tempels opricht, met God vervult, voltooit, zoodat Hij het doopsel vooraf gaat. en na het doopsel gezocht wordt, die alles doet gelijk de Vader, die in gedaante van vurige tongen zich mededeelt, die de gaven uitdeelt, die de Apostelen, Profeten, Evangelisten, de Herders en Leeraars der Kerk voortbrengt, de verstandige, de veelvuldige, de wijze, de openbarende, de vlekkelooze Geest; die menigvuldig is in Zijne worken. die alles opheldert en openbaart, die beslist volgens Zijn wil en steeds onveranderlijk is. De alvermogende, alziende Geest, dio alle verstandige en reine geesten n. 1. de Engelen, de Apostelen en Profeten in hetzelfde oogen-blik. indien ook niet op dezelfde plaats vervult (want de eenen zijn hier, de anderen daar) het-
ter eere van den H. Geest.
geen duidelijk bewijst, dat Hij door geene grens is beperkt.»
De H. Geest wordt ook de âlerende Bronquot; genoemd, omdat Hij de levende wateren der genade verleent, evenals Hij reeds door den profeet Isaias heeft gezegd; »Ik zal water doen vloeien o'ver de dorstigen en stroomen over liet droge. Ik zal Mijnen geest uitstorten over uw zaad en Mijn zegen over uw ge8lacht.«(2)
Zijn naam bij voorkeur is echter: âHeilige Geest,quot; Hij wordt ,,heiligquot; genoemd, en zelfs âHeiligheid Godsquot; en âHeiligheid van den Vader en den Zoonquot; niet alsof de Vader en de Zoon hunne heiligheid eerst door Hem verkregen, maar omdat Beiden in Hem Hunne heiligheid openbaren. Hij is de bloesem en de geur dei heiligheid van den Vader en den Zoon, gelijk Hij de bloesem en het toppunt van Hunne geestelijkheid is.
Hij wordt âGeest van waarheidquot; genoemd' omdat Hij de waarheid en de bron van alle waarheid onder de schepselen is. Hij doet ze de waarheid beminnen en doet ze in de waarheid doordringen. Indien echter de ziel van Hem is beroofd, dan wordt zij door den duivel, den vader der leugen, beheerscht.
(â J 19. 44, 3.
179
12'
180 Ncgendaagsche Oefening
Hij wordt Vertroosterquot; genoemd, omdat Hij de ziel met zoeten troost vervult.
âLiefde.quot; De H. Geest is de Liefde, de bron en het middelpunt der liefde. Door den H. Geest bemint de Vader den Zoon en de Zoon den Vader. En ook de Engelen en menselien kunnen den Vader en den Zoon slechts beminnen door den H. Geest.
De HL Geest is ook de âVmger Gods.quot; Deze naam duidt aan. dat de Vader en de Zoon slechts dooi tusschenkomst van den H. Geest met ons in gemeenschap treden, â Wilt gij dus, o ziel, verlost worden van de heerschappij der zonde, en den geest van heiligheid ontvangen, verlangt gij licht in de duisternis, troost in uwe wederwaardigheden; kracht in uwe zwakheid, lafenis voor uwen dorst, den hoogsten rijkdom in uwe armoede, en de gave aller gaven, wees dan ijverig in de vereering van den H, Geest, don Koning van rechtvaardigheid en heiligheid. Hoe vuriger gij Hem bemint, des te grooter zullen ook de liefde en de zegeningen zijn. die gij van Hem zult ontvangen.
Oe'ening.
Stel u bij het begin van een nieuwen dagen in alle moeilijkheden onder de bijzondere bescherming van den H Geest.
ter eere van don H. Geest.
Gebed.
O Geest van den Vader en van den Zoon. ik aanbid ü, ik pnjs en verheerlijk U, ik dank ü voor Uwe groote heerlijkheid. Heilig, heilig, heilig zijt Gij, o God der heerscharen. Hemel en aarde quot;zijn vervuld van Uwe heerlijkheid; Gij zijt de liefde des Vaders en des Zoons. Gij zijt de bron van heiligheid voor alle schepselen. Gij zijt de Geest van waarheid, onze Vertrooster in dit dal van tranen; Gij zijt de zalving en de vreugde onzer zielen; Gij zijt de vinger van de rechterhand des Vaders: Gij zijt de bron der levende wateren, het Goddelijk vuur der eeuwige Liefde. Ter wille van Uwe liefde, sla een barmhartig oog op mij, armen zondaar, en geef mij een vonkje van Uwe heilige liefde.
V. Zend Uwen Geest en alles zal herschapen worden.
R. En Gij zult het aanschijn der aarde hernieuwen.
Gebed. Ontsteek, o Heer. onze harten niet het vuur van den H. Geest, opdat wij U met een zuiver lichaam mogen dienen en ü door een rein hart mogen behagen. Door Christus, onzen Heer. Amen. Wees gearoet, Maria enz.
181
182 Negendaagsche Oefening
Heilige Maria, zuiverste Bruid van den H. Geest, bid voor ons!
Heilige Apostelen en alle Heiligen, bidt voor ons!
4. DAG.
Gehad tot voorbereiding, (bl. 166.)
De H. Geest is onze Schepper.
Het scheppingswerk is gemeen aan de drie personen der H. Drievuldigheid. Het wordt op bijzondere wijze aan den Vader toegeschreven, omdat Hij de scheppende kracht uit zich zeiven bezit. Van den Zoon echter staat geschreven: »Door Hem is alles gemaakt, wat er gemaakt is.KC) De Vader schept dus door den Zoon, maar niet zonder den H. Geest. De schepping, evenals alle goddelijke werken naar buiten, is door den H. Geest voltrokken. De H. Athanasius zegt: «Indien Hij niet Schepper is, en indien wij dus in den beginne zonder Hem zijn geschapen, hoe komt het dan, dat wij bij de wedergeboorte niet zonder Hem worden geheiligd? En indien wij in den beginne zonder den H. Geest zijn geschapen, hoe wordt dan de verijzenis door Hem
(â ) Joh. 1. 3.
ter eere van den H. Geest. 183
bewerkt? De H. Paulus echter schrijft aan de Eomeinen: »Indien nu de Geest van Hem, die Christus opwekte van den dood, in u woont, dan zal Hij ook uw sterfelijk lichaam weer opwekken, door Zijnen geest, die in u woont.«(') Ook David zegt, God prijzende, van de schepping: »Nêem hunnen geest weg, en zij zullen vergaan tot stof. Zend Uwen Geest, en zij zullen herschapen worden en Gij zult het aanschijn dor aarde hernieuwen.«(quot;) Het is echter ongerijmd, dat de schepping in den beginne anders werd geschapen dan in latere tijden. Derhalve is, alhoewel gij het verwerpt,(3) de H. Geest, de Vertrooster, tevens Schepper.®
Hetzelfde getuigt ook de H. Ambrosius.(4) als hij aan den keizer Gratianus schrijft: »Wie zou eraan willen twijfelen, dat de H. Geest alles doet leven, dewijl Hij evenals de Vader en de Zoon Schepper is van al het geschapene, en God de almachtige Vader voorzeker niets heeft gedaan zonder den H. Geest, die immers ook in den beginne der schepping over de wateren zweefde.
«Zoolang de Geest er slechts over zweefde, bezat de schepping geen schoonheid, toen Hij
184 Jïegendaagsche Oefening
ecliter werkte in de natuur, verkreeg zij alle schoonheid, die ze nu bezit. De psalmist heeft ook verklaard, dat er zonder medewerking van den H. Geest geene schoonheid in het heelal mogelijk was.C) Hij leert niet slechts, dat zonder den H. Geest de heele schepping met zou kunnen bestaan, maar ook, dat de H. Geest de Schepper is van ieder geschapen wezen.
«Verder doelt Job klaarblijkelijk op den H. Geest, als op zijn Schepper, als Hij zegt: »De Geest Gods, die mij heeft geschapen ;«(2) hij noemt Hem tevens God en Schepper.
De H. Thomas bewijst, dat aan den H. Geest, omdat Hij de Liefde is, de schepping, het beheer en de voortplanting der schepselen op eene bijzondere wijze moet worden toegeschreven.(3)
Overweeg dit, o ziel, en leer daaruit, hoeveel dank gij den H. Geest schuldig zijt. In hoeverre hebt gij tot hieraan dezen plicht vervuld?
Oefening.
Ik zal afstand doen van mijn eigen wil en mij geheel en al door den H. Geest laten geleiden.
Gebed.
O oneindige God, Vader, Zoon en H. Geest, door Wien Hemel en aarde, al het zichtbare en
(â¢) Ps. 103, 29. (') Job. 33. 4. (â¢) Summa c. gent. 1. IV, c, 20, (zie bl. '.)
ter eere van don H. Geest. 185
onzichtbare is geschapen, ik dank U voor de oneindige liefde, waarmede Gij mij hebt geschapen. en ik smeek U, dat Gij Uwen intrek bij mij wilt nemen en mijn hart in een tempel Uwet glorie wilt herscheppen. Gij zijt immers de Beschermer van allen, die hunne hoop op U stellen, eri gij vindt er beiiagen in, onder de kinderen der menschen te zijn. Glorie zij den Vader en den Zoon en den H. Geest.
Gelijk het was in het beginen nu en altijd en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Gebed. Wij bidden U, o Heer, stort den H, Geest in onze harten, door wiens wijsheid wij f.ijii geschapen, en door wiens voorzienigheid wij worden bestierd. Door Christus onzen Heer. A.rnen.(') Wees gegroet, Maria enz.
H. Maria, zuiverste Bruid van den H. Geest, bid voor ons!
Heilige Apostelen en alle Heiligen, bidt voor ons!
5. DAG.
Gebed tot voorbereiding, (hl. 1G6.)
De II. Geest is de Heer (Ier Engelen.
De H. Basilius noemt den H. Geest de bron des eeuwigen levens, eene bron, welker reine
186 Negendaagsche Oefening
wateren uit de oneindige goedheid van den Vader en den Zoon voortvloeien, en alle redelijke schepselen, die Zijner waardig zijn, vervullen. Want niet slechts de railüoenen inenschen. die het aardrijk bewonen, maar ook de ontelbare scharen der hemelsche geesten, hebben behoefte aan Zijne Goddelijke genade en verkrijgen hunne zaligheid door Hem. De H. BasiliusC) zegt: »Er bestaat geene heiliging zonder den H. Geest. Want ook de hemelsche geesten zijn niet heilig uit hunne natuur, anders waren zij gelijk aan den H. Geest, maar zij ontvangen van den H. Geest eene zekere mate van heiligheid, quot;olgens den rang, dien zij bekleeden. En zij bewaren hunne waardigheid door standvastigheid in de deugd, omdat zij altoos in gezelschap zijn van het hoogste Goed. Indien gij dus het bestaan van deu H. Geest zoudt willen verwerpen dan waren de koren der Engelen opgelost, de heerschappij der Aartsengelen ware vernietigd, alles zou in verwarring leven, zonder orde, wet of doel.«
Aldus zijn de hemelsche geesten hunne zaligheid aan den H. Geest verschuldigd. Door Hem worden zij ook in staat gesteld, hunne dubbele taak te vervullen: zoowel om voor Gods troon de H. Drievuldigheid te aanbidden en te verheer-
('j Bas. de Spir. s. c. 16, 38.
ter eere van den H. Geest. 187
lijken, alsook Zijne Goddelijke besluiten aan de menschen te openbaren. Het is de H. Geest, die de engelen in den Hemel en de rechtvaardigen op aarde in staat stelt, God te beminnen en te aanbidden, en evenals Hij aan de geloo-vigen op aarde den zoeten naam »Abba! Vader!® en »Heer Jezus!« heeft leeren uitspreken, zoo leert Hij aan de legioenen van Engelen die wonderbare liederen, die den Hemel met zoete tonen vervullen.. »Want,« zegt de H. Basilius, »hoe zouden de Engelen kunnen zingen: «Eere aan God in den hooge!« indien zij niet door den H. Geest de volmacht hadden gekregen. Volgens mij, heeft ook Gabriël de toekomst slechts door ingeving van den alwetenden H. Geest kunnen openbaren. Het bewijs vinden wij daarin, dat de voorzegging eene der gaven van den H. Geest is. Hoe zouden verder de tronen en heerschappijen, de vorstendommen en machten een zalig leven kunnen leiden, indien zij niet altoos het aanschijn des Vaders, die in den Hemel is, mochten aanschouwen? Dit aanschouwen is echter niet mogelijk zonder den H. Geest. Want evenals, wanneer gij des nachts het licht uitdooft, de oogen niet kunnen zien, do krachten niet kunnen werken, en gij de waarde der voorwerpen niet kunt bepalen, zoodat gij uit on-
188 Negendaagsche Oefening
wetendheid. goud en ijzer beide onder de voeten treedt, evenzoo is er in de geestelijke orde geen godvruchtig en heilig leven denkbaar, zonder den H. Geest, evenmin als een leger zonder aanvoerder of een koor, indien de voorzanger ontbreekt, geregeld kunnen djn. Hoe zouden de Serafijnen: »Heilig, heilig, heilig!* kunnen zingen, indien zij niet door den H. Geest waren onderwezen, deze lofprijzing uit te spreken ? Indien dus God door al Zijne Engelen en Heiligen wordt geprezen, zoo geschiedt dit door de medewerking van den H. Geest.®
Oefening.
Vereer de H. Engelen als de dienaren van den H. Geest en offer hunne bereidvaardigheid en liefde op in de plaats van uwe lauwheid en onverschilligheid, door te zeggen: ,,11. Geest, ik bemin U uU geheel mijnt sic/,''
Gebod.
O H. Geest, Gij ïijt de Heer van alle schepselen: alle rechtvaardigen op aarde prijzen ü, de hemelsche geesten, die reeds het geluk smaken, de schoonheid van Uw aanschijn te mogen aanschouwen, verheerlijken Uwen naam. En zij prijzen U onophoudelijk, en danken U voor de genaden, die Gij hun hebt geschonken. Ik vereenig ook mijne zwakke gebeden met hunne
ter eere van den H. Geest.
heilige lofzangen, en smeek U, maak mij steeds meer en meer waardig, Ihven II. naam te prijzen.
V. In het aanschijn der Engelen zal ik Uwen lof verkondigen.
R. Ik zal U aanbidden in Uwen II. tempel in Uwen naam prijzen, o Heer.
Gebed. O God, die in wonderbare orde den dienst der Engelen on menschen hebt verdeeld, verleen, dat ons leven op aarde door hen worde beschermd, door wie Gij in den Hemel wordt gediend Door Christus onzen Heer. Amen. Wees gegroet Maria enz.
Heilige Maria, zuiverste Bruid van den H Geest bid voor ons!
Heilige Apostelen en alle Heiligen, bidt voor ons!
6. DAG.
Gebed tot voorbereiding, (bl. 16G.)
De H. Geest in het Oude Verbond.
189
De H. CyrillusC) zegt: »Er is een God de Vader, de Heer van het Oude en het Nieuwe Verbond en een Heer, Jezus Christus, die in het Jude Verbond vooraf was verkondigd en in het
(') Cyr. 16. Kat.
190 Negendaagsche Oefening
Nieuwe is verschenen, en een H. Geest, die dooide Profeten ran Christus heeft gesproken, en na de komst van Christus is nedergedaald en van Hem heeft getuigd. Dat dus niemand het Oude Verbond afscheide van het Nieuwe, dat er niemand zegge, dat hier een andere Geest is, dan daar, want hij zou zondigen tegren den H. Geest zelven.«
»Deze Geest,« gaat de H. Cyrillus voort, »daalde neder over de rechtvaardigen en Profeten ais Enos, Enoch, Noa en de overigen. Abraham. Izaak en Jacob. En dat Jozef den Geest Gods bezat, begreep reeds Pliarao. Gij hebt ook dikwijls gehoord van Mozes en zijne wonderen, die door den H. Geest zijn gewrocht. Ook tic geduldige Job en alle Heiligen, wier namen niet vermeld zijn, waren vervuld van den E. Geest.»
»Door de kracht van den H. Geest deed Otlio-niël zijn uitspraak in rechtzaken, werd Gedeon versterkt, overwon Jephte, voerde eene vrouw, Debora, oorlog, en deed Samson, zoo lang hij rechtvaardig was, bovennatuurlijke dingen. En wij lezen duidelijk in de boeken over Samuel en David hoe zij, door den H. Geest verlicht, voorspelden, en de eerste waren onder de Profeten, Samuel werd de Profeet genoemd en Du-
ter eere van den H. Geest. 191
vid zegt duidelijk: »De Geest des Heeren heeft door mij gesproken.«(') En in de psalmen staat: «Neem den H. Geest niet van mij weg.« En op cene andere plaats; »U\v goede Geest geleide mij op don rechten weg.« En, zooals wij lezen in de kronijk. waren Azarias onder koning Azaph en Oziël onder koning Jozaphat en weder een andere Azarias, die gesteenigd is geworden, met den H. Geest vervuld. En Esdras zegt: »Gij hebt Uwen goeden Geest gezonden, om ze te onderwijzen.» Van Elias echter, die werd opgenomen. en van Elizeüs. deze wonderdadige man. is indien wij er ook geen melding van maken, algemeen bekend, dat zij met den H. Geest waren vervuld. En, indien iemand alle boeken van de Profeten, zoowel de twaalf, alsook de ovenge, wil naslaan, zal hij op alle plaatsen getuigenis van den H. Geest vinden.
Daarmede stemt ook de leer van den H. Basilius(!) overeen: »Of gij liet Oude Verbond beschouwt.* schrijft hij aan den H. Amphilo-chius. .gt;de zegeningen van de aartsvaders, de door de wet verleende hulp, de voorbeelden, de voorzeggingen, de heerlijke wapenfeiten, de wonderwerken, die door de rechtvaardigen werden
2 kon. 23. 2, (quot;) Bas. de Spir. s. c. 16. 39f
192 Negendaagsche Oefening
verricht, of de lichaamlijke komst des Heeren; dit alles is geschied door den H. Geest.
De H. Athanasius bewijst, dat de wetgeving o/) Sinni en de leiding van het Israelietische volk door den H. Geest is geschied. »Omdat de H. Geest de vinger Gods is, heeft Hij de steenen tafelen geschreven, die, zooals Mozes zelf zegt, door den vinger Gods geschreven, aan hem werden overgegeven. En op eene andere plaats spreekt van Hem de profeet Izaïas, die zegt: »Waar is Hij, die den H. Geest in hun midden plaatste, die Mozes aan Zijne rechter hand geleidde?1 en; »De Geest des Heeren daalde neer en werd hun geleider.^1) Hieruit besluit de H. Athanasius: »Wie erkent hieruit niet de waarheid, want dewijl God beloofde het volk te geleiden, beloofde Hij niet meer een Engel te sturen, maar Zijnen Geest, die het volk moest geleiden. God (de Vader) Zelf geleidde hel volk door den Zoon en den H. Geest.(?)
Oefening.
Dank den H. Geest dikwerf en vooral heden, dat Hij onze verlossing heeft voorbereid.
Gebed
O H. Geest, almachtige eeuwige God, Gij hebt de Israelieten op de vleugelen Uwer liefde uit
1
Is. 63. 13. (') Ath. de Trin. 21, ad. Ser, 13.
ter eere van den H. Geest. 193
de slavernij van Egypte geleid en zoo groote teekenen en wonderen aan hen verricht. En niettegenstaande hebben zij Uwe wegen niet gekend, en U altijd door ongeloof en mistrouwen weerstand geboden, zoodat zij Uwe rust niet konden binnengaan. Wij smeeken U, zie genadig neer op Uw christelijk volk en verleen ons de genade, dat wij Uwe liefdevolle leiding steeds klaar mogen erkennen en haar standvastig mogen volgen.
V. Geprezen zijt Gij, o God onzer vader.
K. En geloofd en verheerlijkt in alle eeuwigheid.
Gebed. Wij smeeken U o Heer, dat de Vertrooster, die van U uitgaat, onzen geest moge verlichten en hem in alle waarheden moge onderwijzen, zooals Uw Zoon heeft beloofd. Die met U leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen. Wees gegroet Maria enz.
Heilige Maria, zuiverste Bruid van den H. Geest, bid voor ons!
Heilige Apostelen en alle Heiligen, bidt voor ons!
IJ
Geoadeusleutel.
194 Negendaagsche Oefening
7. DAG.
Gebed tot voorbereiding, (bl. 166.) Maria, de uitverkoren Bruid van den H. Geest.
Maria, die door den H. Geest tusschen het Oude en Nieuwe Verbond, is geplaatst, is gelijk aan den Oceaan, waarin zich alle stroomen verzamelen. De H. Bonaventura zegt; »Alle rivieren storten zich in de zee, zonder dat deze v overloopt, zoo vereenigt Maria alle goede hoedanigheden in zich. De stroom van do genaden der Engelen stort zich uit in Maria, de stroom van de genaden der Aartsvaders en Profeten stort zich uit in Maria, de stroom van de genaden der Apostelen en Martelaren stort zich uit in Maria; de stroom van de genade der belijders stort zich uit in haar; alle stroomen vloeien in deze zee.«
Derhalve wordt Maria terecht als de koningin der Engelen en Heiligen geprezen. En de H. Geest heeft Haar eene nog grootere waardigheid verleend, doordien Hij Haar ook tot Moeder Gods heeft uitverkoren. »De H. Geest zal over XJ nederdalen» zeide de Aartsengel Gabriël »en de kracht van den Allerhoogste zal U overschaduwen; derhalve zal ook het Heilige, dat
ter core van den H. Geest. 195
uit U zal geboren worden, Zoon Gods genoemd worden^C) En aldus gebeurde het, en Maria werd door de genade van den H. Geest de Moeder van den Zoon Gods. Derhalve verdient ook Maria de Bruid van den H. Geest te worden genoemd. Zij wordt echter nog wegens eene andere reden aldus genoemd. Want, evenals dit woord door de mcnschen wordt gebezigd, ora de grootste en teederste liefde en de nauwste vereeniging uit te drukken, zoo wordt hierdoor ook de oneindig grootere liefde en de veel nauwere vereeniging uitgedrukt, die er bestaat tus-schen den H. Geest en Maria. Hare liefde was zoo vurig, omdat Maria niet gevolg gaf aan haren eigen wil, maar zich steeds door don H. Geest liet geleiden, die haar reeds van het eerste oogenblik van haar bestaan af met de volheid van Zijne genaden had vervuld. Gedurende haar leven echter werd zij steeds nauwer met Hem vereenigd totdat Maria, de Bruid der Goddelijke Liefde, eindelijk stierf uit liefde. Derhalve kunnen en moeten de kinderen van den H. Geest Maria met ijver vereeren. omdat de wil van den H-Geest ook haar wil is, en wij van haar kunnen leeren, hoe wij den H. Geest moeten beminnen en vereeren. Wij doen dit, door de algeheele (') Luc. 1. 30.
196 Negendaagsche Oefening
toewijding van ons zeiven, terwijl wij ons geheel en altijd aan Zijnen Goddelijken wil onderwerpen.
Als wij dus Maria uit dit oogpunt beschouwen, zullen wjj ook de vermaning van den zaligen Montfort begrijpen, als hij zegt: »Wij moeten al onze handelingen dooi Maria, met Maria, m Maria en voor Maria verrichten.» Dit verklaarde hjj op de volgende wijze:
1. »Wij moeten onze handelingen door Maria verrichten, d. i. wij moeten haar in alles gehoorzamen en ons in alles door haren geest laten geleiden, want haar geest is de Geest Gods.C) Hij echter, die door den Geest Gods wordt geleid, is ook een kind Gods.
2. »Wij moeten onze handelingen met Maria verrichten, d. i. wij moeten bij al onze werken Maria als het volmaakt voorbeeld van elke deugd en volmaaktheid beschouwen, die de H. Geest in de ziel van eenig louter schepsel heeft gelegd, opdat wij haar navolgen. Wij zullen dus bij ieder werk overwegen: Hoe heeft Maria gedaan, of hoe zoude zij hebben gedaan, indien zij in mijne plaats ware geweest.
(') Voorzooverre Maria altijd en geheel met den U. Geest was vervuld.
ter eere Van den fl. Geest. 19?
3. »Wij moeten onze handelingen in Maria verrichten. Om dit volmaakt te kunnen begrijpen, moet men weten, dat Maria het ware aardsch paradijs van den nieuwen Adam is. De H. Geest Zelf heeft van haar gezegd: »De gesloten tuiquot;n, de Ongenaakbare bron.® De armzalige kinderen van Adam en Eva, die uit het aardsch paradijs zijn verdreven, kunnen dit paradijs niet binnengaan zonder de bijzondere genade van den H. Geest, die zij moeten verdienen.
4. «Eindelijk moeten wij al onze werken doen voor Maria. Wij moeten hare rechten verdedigen, opkomen voor hare eer, en, indien he( mogelijk is, allo menschen voor deze godsvrucht trachten te winnen. En voor dezen kleinen dienst mogen wij geene andere belooning ver* wachten, dan de eer, eene zoo zoete Koningin toe te behooren.
Oefening.
Vereenig u met de liefde van het zuiverste hart van Maria, en zeg derhalve dikwijls: âO Heilige Geest, ik bemin ü uit geheel mijn hart.quot;
Gebed.
Hoe zal ik Uwen lof verkondigen, o Maria, Gij zuiverste onder de Maagden en gezegende onder de vrouwen. Wees gegroet met den diepen eerbied en de vreugde van den Aartsengel
198 Negendaagsche Oefening
Gabriël! Wees gegroet, Gij beminde dochter van den eeuwigen Vader, door wie wij kennis hebben gekregen van God. Wees gegroet, Gij uitverkoren Moeder van God den Zoon, die aan de wereld het leven hebt geschonken. Wees ge-groet, o zuivere Bruid van den H. Geest, die U met den rijkdom Zijner genade heeft vervuld. Wees gegroet, o wonderbare Maagd, heiliger dan de Cherübij-nen, prijzenswaardiger dan de Serafijnen. Wees gegroet, Gij schoonste sieraad der Heiligen. Wees gegroet. Gij bron van genaden voor de mensehen, koningin des vredes en Moeder van barmhartigheid. Wees gegroet, o goede, o milde, o zoete Maagd Maria.
V. Maak dat ik waardig zij, U te prijzen, o allerheiligste Maagd.
R. Geef mij kracht tegen uwe vijanden.
Gebed. God H. Geest, Gij liefderijke uitdeeler der Goddelijke genaden, ik dank U, dat Gij Maria tot Uwe Bruid hebt uitverkoren en haar met Uwe genaden hebt vervuld. Door de liefde, die Gy Maria steeds hebt toegedragen en dooide getrouwheid, waarmede Maria aan Uwe genade heeft beantwoord, smeek ik U, dat Gij mij steeds meer en meer met Uwe liefde vervullen en tot een waar kind van Maria wilt vormen. Door Christus onzen Heer. A. Wees gegroet enz.
ter eere van den H. Geest.
Heilige Maria, zuiverste Bruid van den H. Geest, bid voor ons!
Heilige Apostelen en alle Heiligen, bidt voor ons!
8. DAG.
fiebei tot voorbereiding, (bl. 1CG.) De II. Geest en Christus, Zijn Gezalfde,
Toen de Zoon Gods, volgens de raadsbesluiten iles Vaders de menschelijke natuur wilde aannemen, deed Hij zulks door den H. Geest. De H. Geest heeft in Zijne almacht en liefde de II. menschheid van Christus gevormd, ze met de geheele volheid Zijner Goddelijke genade vervuld, en ze in hetzelfde oogenblik met den persoon van het Goddelijk Woord vereenigd. De H. AugustinusC) zegt: »De Heer Jezus heeft den H. Geest niet slechts gegeven als God, maar Hij heeft Hem ook ontvangen als mensch, derhalve werd Hij vol van genade en vol van den H. Geest genoemd. En nog duidelijker lezen wij in de geschiedenis der Apostelen (10. 38.), dat God Hem met den H. Geest heeft gezalfd.»
Aldus heeft het Eeuwige Woord Zijne menschelijke natuur geschapen en door den H. Geest
190
13*
200 Negendaagsche Oefening
met alle genaden vervuld. En door Hem heeft Hij haar ook geleid, opgeofferd, en verheerlijkt en tot bron van alle waarheid gemaakt-C)
Jezus Zelf getuigt reeds in den beginne van Zijn openbaar leven: »De Geest des Heeren is over Mij. Hij heeft Mij derhalve gezalfd en Mij gezonden, om het evangelie aan de armen te verkondigen, om te genezen, die een rouwmoedig hart bezitten.«(!) Door den Profeet Izaias heeft de Heer reeds hetzelfde verkondigd: »Ziet Mijnen dienaar, Mijnen uitverkoren, in wien ik Mijn welbehagen heb gesteld. Ik liet Mijn Geest over Hem nederdalen.^3)
Jezus werd door den H. Geest in de woestijn gevoerd.(') Vervuld met de kracht van den H.
(') âAl het Goddelijke en bovennatuuriyke in de mensch-heid van Christus,quot; zegt S c h e e b e n, âzoowel In hare hoedanigheden als in hare uitwerkselen, wordt tot den H. Géést als oorsprong teruggebracht. Ja, de geheele Goddelijke zalving, waardoor de mensch Jezus, Christus is, wordt zoodanig aan den H. Geest toegeschreven, dat Hy zoowel de middelaar van de hypostatische (persoonlijke) vereeni-ging, alsook de straom van de tengevolge daarvan in de menschheid zich uitstortende olie der Godheid is. (S c h e e b e n, dogmatiek, I. bi. 778.)
(â¢) Luk. 14. 18. (â¢) Is. 42.
(4) âToen werd Jezus in de woestijn gevoerd.quot; (Matth. 4, 1.) Hij werd door den H. Geest geleid, voegt de H. Hieronymus hierbij, want allen, die door den Geest
ter eere van den H. Geest.
Geest, keerde Hij naar Galilea terug,(â ) nadat Hij den boozen geest had overwonnen; door den H. Geest joeg Hij de duivelen uit,^) en Hij kwam op voor de eer van den H. Geest, met meer geestdrift dan voor Zijne eigene eer: »Wie zondigt tegen den Zoon des menschen,« zegt Jezus, zal vergiffenis verkrijgen, wie echter zondigt tegen den H. Geest, zal geen vergiffenis verkrijgen, noch in dit leven, noch in het toekomende^3)
Toen het uur was genaderd, dat Hij van deze wereld moest afscheid nemen, troostte Hij Zijne treurende leerlingen door deze woorden: »Het is heilzaam voor U, dat ik heenga, want indien ik niet heenga, zal de Vertrooster niet tot U komen.«(*) En terwijl Hij, evenals een andere Izaak met het kruis beladen den Kalvarieberg beklom, werd Hij door den Geest van eeuwige liefde vol vreugde opwaarts gevoerd, om het offer te voltooien.(5)
Gods worden geleid, zijn kinderen Gods. Hij was echter waarlik de Zoon Gods, derhalve moest Hij ook door den H. Geest worden feleid.u (Hier. 1. 2. in Matth. 12, 26.)
(') Luk. 4. 14. (â¢) âIndien ik echter door den Geest Gods de duivelen uitjaag, zoo is immers het r\jk Gods tot u gekomen.quot; (Matth. 12. 28.) (quot;) Matth. 12. 32^ (4) Joh. 16. 7.
C) âIndien het bloed van rammen en stieren en het bestrooien met koeasch de onzuiveren reinigt, zoodat zij licka-
201
202 Negendaagsche Oefening
De H. Geest verheerlijkt ook Jezus als mensch.')
mclijk g-ezuiverd worden, hoe veel te meer zal het bloed van Christus, die door den H. Geest Zich Zeiven als een vlekkeloos offer aan Qod heeft opgeotferd, onze ziel van zonde zuiveren.quot; (Hebr. 9. 14.) âAldus,quot; verklaart de H. Ambrosius, âheeft ook de Geest van liefde den Zoon Gods geofferd. Want, evenals de liefde van den Vader en denZoon een is, zoo word^. ook deze liefde, zooals reeds gelegd is, door den H. Geest geschonken en is eene vrucht van den H. Geest; want de vrucht des Geestes is Hefde, vreugde, vrede, geduld.quot; (Ambr. de Spir, g. I. c. 12.) Dit zegt ook de II. Thomas: âDe H. Geest was de oorzaak dat Christus Zijn bloed heeft vergoten, want Hij heeft dit gedaan, aangespoord door den H. Geest, uit liefde tot God en tot de menschen.quot; (Thom. ad Hebr. 9. 14.)
(') âIndien echter de Geest van waarheid komt, zal Hij u onderwijzen in alle waarheid. Hij zal mij verheerlijken.quot; (Joh. 16. 14.) Hierbij merkt d® U. Cyrillus op : âDewijl Hij de hulp van den H. Geest noodig had, tot h«t doen van wonderwerken, ten einde Zyne Godheid te bewijzen^ zegt Hij, dat Hij door Hem wordt verheerlijkt, evenals iemand, naar onze wijze van spreken zou zeggen ten opzichte van eene kracht of kennis, die Hij bezit: zij zal mij verheerlijken. Want, indien ook de H. Geest een persoon op Zich Zehen is, «n aldus wordt beschouwd, inzoo-verre Hij de derde en niet de tweede person der H. Drievuldigheid ilt;ï, zoo is Hij toch met dezen persoon vereenigd. Want Hij wordt genoemd : âGeest der waarheid en Christus is de waarheid en Hij wordt door Hem voortgebracht, evenals door den Vader. Evenals een ieder van ons zijne werken uit eigen kracht verricht, zoo doet ook Christus de wonderwerken, doordien Hij den H. Geest als Zijne eigene kracht beschouwt.quot; (Ep. s. Cyr. et. Syn. Al. ad. Nest. de excom. c. 17.)
ter eere van den H. Geest. 'AM
Hij doet Hem levend uit het graf verrijzen^1) verleent door Hem aan de Apostelen de macht de zonden te vergeven(2) en verleende Zijne Goddelijke genade niet anders aan de menschen dan door Christus. Want er is geen andere naam aan quot;de menschen gegeven, door wien zij zalig kunnen worden. En Jezus, op Zijne beurt werkt slechts door den H. Geest.
Oefening.
Vereenig u met de liefde, waarmede het H. Hart van Jezus jegens deu H. Geest is vervuld, en zeg met deze intentie: O H. Geest, He bemin U uit geheel mijn hart.
(') âIndien de Geest van Hem, die Christus van den dood deed verrijzen, in u woont, dan zal Hij, die Christus van den dood heeft doen verrijzen, ook uw sterfelijk lichaam bezielen, ter wille van Zynen Geest, die in u woont.44 (Kom. 3. II.) Indien de Kerkvaders uit deze tekstwoorden afleiden, dat de H. Geest Christus van den dood heeft verwekt, dan wil dit zeggen : Christus heeft het wonder der verrijzenis voltrokken, terwyl Hij den H. Geest als Zyne eigene kracht gebruikte.quot;
(') âDe mensch had de genade verloren, die hij op den dag der schepping door de kracht Gods had ontvangen. Het vleeschgeworden Woord zal ze hem terugschenken. Derhalve blies de Heer over Zijne leerlingen en sprak ; âOntvangt den H. Geest, wien g^ de zouden kwijtscheldt, dien zyu zij kwytgescholden, wien gg ze zult behouden, voor dien zyn ze behouden.quot; (Bas. d. Spir. s. 39.)
204 Negendaagsche Oefening
Gebed.
Jezus. Zoon van den levenden God, ik aanbid TJ en neem vol vertrouwen mijne toevlucht tot U. O eeuwige Waarheid, die ieder raensch verlicht, die op de wereld komt, verdrijf door den H. Geest de duisternis Van mijne ziel. Gij bron des levens, schenk mij Ãw levend water, zend mij den Geest Uwer genade, opdat ik in de woestijn des levens niet ellendig omkome. Gij, Zon der rechtvaardigheid, verwarm en beziel mij door de stralen Uwer Goddelijke liefde.
V. Zend Uwen Geest en zij zullen herschapen worden.
K. En Gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
Gébed. O Heer Jezus, die onzichtbare goederen hebt bereid, voor hen, die U beminnen, vervul onze harten met den geest Uwer liefde, opdat wij U in alles en boven alles mogen beminnen en Uwe oneindige beloften mogen verdienen. Door Christus onzen Heer. Amen. Wees gegroet Maria enz.
Heilige Maria, zuiverste Bruid van den H. Geest, bid voor ons!
Heilige Apostelen en alle Heiligen, bidt voor ons!
ter eere van den H. Geest.
9. DAG.
Gebed tot voorbereiding, (bl. 166.) De Christen als Tempel van den H, Geest.
205
Bewonderenswaardig is het werk der schepping, waardoor hemel en aarde werden gevormd. Nog meer bewonderenswaardig echter is hot werk der heiliging. »Want,« bemerkt de H. Thomas, »de rechtvaardiging doet ons deelen in de Goddelijke natuur, terwijl het doel der schepping slechts het genot is van een vergankelijk goed. De H. Augustinus zegt: «Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar de zaligheid der rechtvaardigen zal altijd voortduren.« Dit werk van heiliging wordt door den H. Geest voltrokken. »Door Hem,« zegt de H. Basilius,1) »wordt de verheffing des harten, de leiding van den zwakke, de voltooi ng van don meergevorderde bewerkt. Hij verlicht hen, die trachten zich van elke smet te zuiveren, en brengt ze tot de gemeenschap met Zich Zeiven. En evenals de lichte en doorschijnende lichamen zelf' licht verspreiden en nieuwen glans vertoonen, indien zij een lichtstraal in zich opnemen, zoo zijn ook de zielen, die met den H. Geest zijn vervuld, niet slechts zeiven volmaakt, maar zij brengen ook
C1) Bas, de Spir, 8. c. 9 n. 23,
206 Negendaagsche Oefening
nndoren tot do volmaakthoid. Van Hem komt de kennis der toekomst, het inzicht in de geheimen en in het verborgene, de verdeeling dor gaven, de gemeenscha]) met de Engelen, van Hem de vreugde, die nooit eindigt, de vastheid in God, de gelijkenis met God, en hetgeen de grootste en meest verhevene van alle gaven is, de gelijkheid aan de Godheid zelve.»
Door den H. Geest wordt de ziel gelijk aan de Godheid zelve; niet, alsof zij ophield, een schepsel te zijn, maar zij wordt toch werkelijk deelachtig aan de Goddelijke natuur. «Indien wij eens opgehouden hebben zinnelijke menschen te zijn,« schrijft de H. Cyrillus van Alexandrie, »cn indien wij ons hebben gevoegd naar de wet des Geestes, is het dan niet duidelijk voor allen, dat wij als het ware afstand hebben gedaan van ons eigen leven, en ons hebben verbonden met den H. Geest. Wij zijn dan in een hemelsch beeld herschapen, en zijn als het ware van natuur veranderd en mogen dan te recht niet slechts menschen maar ook kinderen Gods en hemelingen genoemd worden, omdat wij deelachtig zijn aan de Goddelijke natuur.» Eh do IT. Apostel Paulus zegt: »Weet gij niet, dat uwe ledematen tempels zijn van den H. Geest, die in u woont, dien gij van God hebt ontvangen,
ter eere van den H. Geest. 207
en dat gij niet aan u zeiven toebehoort ?«(1) En op eene andere plaats: »Gij echter zijt tempels van den levenden God, want God zegt: Ik zal in hen wonen en wandelen in hun midden. Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.«C2) De Vader en de Zoon zijn echter onafscheidbaar vereenigd met den H. Geest, zoodat de ziel, doordien de H. Geest in haar Zijn intrek neemt, een tempel van de Allerheiligste Drie-vuldigheid wordt, want de algoede God schept er behagen in te zijn bij de kinderen der menschen. Mot meer recht dan do koninklijke Profeet kunt gij, o Christen, uitroepen, indien gij in t' bezit zijt van de heiligmakende genade: »Wat is demensch, dat Gij zijner indachtig zijt, of de Zoon dos menschen, dat Gij Hem komt opzoeken?» Indien de H. Fransisca Komana, die haren Engel Bewaarder altoos naast zich zag, zich in het gezelschap van haren hemel-schen vriend verheugde, hoeveel te meer moet de rechtwaardige zich verheugen in het gezelschap van God in zijne ziel. En de H. Geest woont daarin niet als een koning in zijn paleis, maar zooals de ziel in het hart; want Hij is op het nauwste met haar vereenigd, en doordringt ze evenals het vuur het gloeiend ijzer doordringt.
(quot;) 2. cor. 6. 16. (e) 1, Cur, 3, 17.
208 Negendaagsche Oefening
En aldus wordt de ziel vervuld met het Goddelijk leven, zij wordt een kind haars Hemelschen Vaders, een afbeeldsel van den Goddelijken Zoon en eene Bruid van den H. Geest, en indien zij volhardt tot het einde toe, zal zij de eeuwige goederen van God als erfdeel ontvangen.
Oefening.
Betuig den H. Geest dikwerf uwen dank voor het groote geschenk der heiligmakende genade. Offer Hem te dien einde de liefde op van alle Heiligen en rechtvaardigen, zeggende: âO H. Geest, ik bemin U uit al mijne krachten,
Gehed.
O H. Geest, oneindige goedheid, Gij schenkt U Zeiven aan ons arme schepselen, en ontvangt zoo weinig dank in ruil voor Uwe goedheid. Ter voldoening voor mijne ondankbaarheid, offer ik U het lijden van Christus, de liefde des Vaders, de verdiensten van Maria, van Jozef en van alle Heiligen en tevens mij zei ven geheel en al.
V. Lof en verheerlijking aan U, o levenbrengende Geest.
R. Aan U, die woont in de harten der menschen.
Gehed. O God, van wien alle heilige begeerten, goede voornemens en rechtvaardige werken voortkomen, geef XJwea dienaren den vrede, dien de
ter eere van den H. Geest.
wereld niet geven kan, opdat onze harten geneigd worden tot het volbrengen Uwer geboden, ra wij van de vrees voor de vijanden ontslagen, door Uwe bescherming in rust mogen leven, Door Christus, onzen Heer, Amen, Wees ge-KToet Maria enz.
Heilige Maria, onbevlekte Bruid van den H, Geest, bid voor ons!
Heilige Jozef, bid voor dus!
Heilige Apostelen en allo Heiligen, bidt voor ons!
Gebed tot den H. Geest.
O hemelsche Vertrooster, H. Geest, kom tot mij ! Mijne ziel verlangt naar U, mijn hart dorst naar U. Gij alleen kunt mijn verlangen bevredigen, Gij alleen kunt mij gelukkig maken. O Goddelijke Bruidegom, versmaad niet de woning van mijn arm hart.
Mijn hart is wel is waar onrein, maar Gij kunt het zuiveren.
Mijn hart js duister, maar Gij kunt het verlichten.
Mijn hart is bedorven, maar Gij kunt het vervullen niet Uwe liefde.
Oenadensleutol,
209
208 Negendaagsche Oefening
En aldus wordt de ziel vervuld met het Goddelijk leven, zij wordt een kind haars Hemelschen Vaders, een afbeeldsel van den Goddelijken Zoon en eene Bruid van den H. Geest, en indien zij volhardt tot het einde toe, zal zij de eeuwige goederen van God als erfdeel ontvangen.
Oefening.
Betuig den H. Geest dikwerf uwen dank voor het groote geschenk der heiligmakende genade. Offer Hem te dien einde de liefde op van alle Heiligen en rechtvaardigen, zeggende: âOH. Geest, ik bemin U uit al mijne krachten,
Gehed.
O H. Geest, oneindige goedheid, Gij schenkt U Zeiven aan ons arme schepselen, en ontvangt zoo weinig dank in ruil voor Uwe goedheid. Ter voldoening voor mijne ondankbaarheid, offer ik U het lijden van Christus, de liefde des Vaders, de verdiensten van Maria, van Jozef en van alle Heiligen en tevens mij zei ven geheel en al.
V. Lof en verheerlijking aan U, o levenbrengende Geest.
K. Aanü, die woont in de harten dermenschen.
Gebed. O God, van wien alle heilige begeerten, goede voornemens en rechtvaardige werken voortkomen, geef Ãwea dienaren den vrede, dien de
ter eere van den H. Geest.
wereld niet geven kan, opdat onze harten geneigd worden tot het volbrengen Uwer geboden, Lm wij van de vrees voor de vijanden ontslagen, door Uwe bescherming in rust mogen leven, Door Christus, onzen Heer, Amen, Wees gegroet Maria enz.
Heilige Maria, onbevlekte Bruid van den H, Geest, bid voor ons!
Heilige Jozef, bid voor ons!
Heilige Apostelen en allo Heiligen, bidt voor ons!
Gebed tot den H. Geest.
O hemelsche Vertrooster, H. Geest, kom tot mij! Mijne ziel verlangt naar U, mijn hart dorst naar U. Gij alleen kunt mijn verlangen bevredigen, Gij alleen kunt mij gelukkig maken. O Goddelijke Bruidegom, versmaad niet de woning van mijn arm hart.
Mijn hart is wel is waar onrein, maar Gij kunt het zuiveren.
Mijn hart is duister, maar Gij kunt het verlichten.
Mijn hart is bedorven, maar Gij kunt het vervullen met Uwe liefde,
Qenadensleutel. it
209
Negendaagsche Oefening.
Miin hart is bedroefd, maar Gij kunt het vertroosten.
Mijn hart is zwak, maar Gij kunt het ver-sterkon.
Mijn hart is koud, maar Gij kunt het doen ontbranden.
Mijn hart is aardsch gezind, maar Gij kunt bet met hemelsche begeerten vervullen.
Mijn hart is vol van zonden, maar Gij kunt het met alle deugden versieren.
Mijn hart is onstandvastig en veranderlijk, maar Gij kunt het doen volharden.
Kom dus, o H. Geest. Vader der armen, kom vervul mij met Uwe liefde. Amcti,
210
De Week van Pinksteren.
oorzeker hebt gij, o ziel, een oprecht verlangen, de week, waarin de H. Geest de meeste genaden Verleent, zoo door te brengen, dat ook gij deelachtig moogt worden aan die grooté genaden. Deze zullen u ook worden geschonken, indien gij dagelijks een der volgende overwegingen houdt, een goed voornemeu maakt en dit trouw ten uitvoer brengt.
1. VOOB HET PINKSTERFEEST.
Het U. Doopsel.
âDoet boetyaardigheid en dat een ieder van U zich late doopen, in den naam van Jezus, ter vergiffenis zijner zonden, en gij zult de gaven van den B. Geest ontvangen.quot; (Apostel 1.)
Woorden uit den Epistel van beden.
»Heden. mijne dierbaren,* zoo roept de beminnelijke leeraar der Kerk, de H. Bernard us u en allen Christenen toe, «heden vieren wij het feest van den H. Geest, een feest, dat ons met de grootste blijdschap moet vervullen, en dat al onze aandacht waardig is. Want oneindig beminnenswaardig is in God de H. Geest, Hij is de barmhartigheid Gods, ja God zelf. Indien wij
u*
212 De Week van Pinksteren
het feest van alle heiligen vieren, hoeveel te meer moeten wij het feest vieren van Hem, van wien alle heiligheid komt. Indien wij hen eeren, die heilig zijn geworden, hoeveel te meer moeten wij Hem dan vereeren, door wien allen heilig zijn geworden.
»Heden viel de zegen neder uit den Hemel over den berg Sinai voor het aanschijn van den God van Israel, en heden daalde deze zegen in stroomen neder over de erfgenamen van Jezus Christus.«
Immers op dezen dag daalde de liefderijke H. Geest, die uitgaat van den Vader en den Zoon neder over de Apostelen en vervulde hen met de zoete gaven Zijner liefde. En evenals Hij eens op Sinai een verbond sloot niet de nakomelingen van Abraham, zoo heeft Hij heden op Sion een nieuw verbond gesticht, een eeuwig verbond, dat alle volkeren zou omvatten. Hot teeken van dit verbond ontvangt gij in het H. doopsel, het sacrament, waarin gg door het water en den H. Geest wordt herboren. Gij vindt een beeld van dit doopsel in het doopsel van Christus in den Jordaan, toen de H. Geest zichtbaar over Hem nederdaalde. »Maar,« zegt de H. Augustinus, »niet toen eerst werd Christus door den H. Geest gezalfd, toen Hij in de ge-
Voor het Pinksterfeest. 213
daante van eene duif over Hem nederdaalde. Dit zou het beeld zijn van Zijn lichaam, de Kerk, in wier schoot de gedoopten den H. Geest ontvangen. Bij deze gelegenheid legde ook Johannes getuigenis af, toen hij sprak: »Hii, die mij heeftquot; gezonden, om met water te doopen, zeide tot mij: Hij, over wien gij den Geest zult zien nederdalen, en op wien gij Hem zult zien rusten, deze- is het, die door den H. Geest doopt« (Joh. 1, 33.) Op het Pinksterfeest hebben de apostelen het eerst dit doopsel ontvangen. Want, toen werd de voorzegging van Christus vervuld â¢â¢ »Gij zult niet lang na dezen dag gedoopt worden met den H. Geest.® (Ap. 1. 5.) En nadat zij zelf den H. Geest hadden ontvangen, hebben zij Hem ook door het doopsel aan anderen medegedeeld. AVant, toen de lieden, die op Sion vergaderd waren, Petrus vroegen: »Wat zullen wij doen,« gaf hij hun ten antwoord: »Doet boetvaardigheid, en dat een ieder zich late doopen in den naam van Jezus, ter vergiffenis der zonden, en gij zult de gaven van den H. Geest ontvan-gen.« En zij, die Zijn woord aannamen, werden gedoopt, en zij waren ten getale van drie duizend. (Apost. I.) Sedert dien dag hebben millioenen van zielen het H. Doopsel ontvangen, en met hen allen heeft de H. Geest het verbond van
214 De Week van Pinksteren.
liefde gesloten. Hij heeft allen gezuiverd van hunne zonden, en versierd met het kleed der heiligmakende genade.
Maar ach, hoeveel ondankbaarheid moet de H. Geest van deze zielen ondervinden! Velen danken Hom gedurende hun heel leven niet een enkelen keer, voor de goddelijke gave, die Hij hun door het Doopsel heeft geschonken. Anderen denken volstrekt niet aan de quot;doopbelofte, die zij hebben afgelegd; en velen bezoedelen zelfs het kostbare kleed der heiligmakende genade door de doodzonde, ontheiligen hun lichaam, dat de H. Geest tot Zjjnen tempel heeft gekozen, verachten hunnen goddelijken Weldoener en volgen diens vijand, den duivel. Hoe zeer moet dit den H. Geest bedroeven! En hoe hebt gij tot dusverre gehandeld, o ziel? Hebt gij U ook niet aan zulke ondankbaarheid schuldig gemaakt? Betreur dan, o ziel, alle zonden, waarmede gij het schoone kleed der onschuld hebt besmeurd, en vraag den H. Geest, dat Hij u dit kleed door Zijne Almacht moge terugschenken.
Oefening.
Vernieuw dikwerf uwe doopbeloften en bid vooral 's Maandags voor hen, die nog niet gedoopt zjjn.
Voor het Pinksterfeest. 215
Gebed.
O barmhartige H. Geest, ware bron van alle genaden, die op het Pinksterfeest de harten der ipostelen door het vuur Uwer goddelijk liefde hebt gezuiverd, en ze tot Uwe woning hebt verkozen, ik dank U, dat Gij door het H. Doopsel ook in mijne ziel Uwen intrek hebt genomen. Maar ach. hoe weinig heb ik U tot dusverre gedankt, hoe dikwerf heb ik U door mijne zonden vergramd en het verbond geschonden, dat ik met U heb aangegaan. Vergeef mij, o Heer, en zuiver mijn hart door Uwe genade., opdat het geheel zuiver voor Gods aanschijn moge verschijnen. Tot boete voor mijne zonden en ter voldoening voor de zonden van Uw geheel volk, offer ik U op de oneindige liefde des eeuwigen Vaders cn van Zijn eeuwigen Zoon tot U, o H. Geest. Ik offer U op het kostbare Bloed van Jezus, de verdiensten van Uwe zuivere Bruid, onze lieve Moeder Maria, van den H. Jozef, van alle heiligen, bijzonder van hen, die hunne onschuld ongeschonden hebben bewaard. Tevens vernieuw ik mijne doopbeloften, en verzaak aan den duivel, al zijne pomperijen en al zijne werken; ik zal U, H. Geest, voortaan getrouw volgen en vooral elke doodzonde zorgvuldig vluchten.
214 De Week van Pinksteren.
liefde gesloten. Hij heeft allen gezuiverd van hunne zonden, en versierd met het kleed der heiligmakende genade.
Maar ach, hoeveel ondankbaarheid moet de H. Geest van deze zielen ondervinden! Velen danken Hora gedurende hun heel leven niet een enkelen keer, voor de goddelijke gave, die Hij hun door het Doopsel heeft geschonken. Anderen denken volstrekt niet aan de quot;doopbelofte, die zij hebben afgelegd; en velen bezoedelen zelfs het kostbare kleed der heiligmakende genade door de doodzonde, ontheiligen hun lichaam, dat de H. Geest tot Zijnen tempel heeft gekozen, verachten hunnen goddelijken Weldoener en volgen diens vijand, den duivel. Hoe zeer moet dit den H. Geest bedroeven! En hoe hebt gij tot dusverre gehandeld, o ziel? Hebt gij U ook niet aan zulke ondankbaarheid schuldig gemaakt? Betreur dan, o ziel, alle zonden, waarmede gij het schoone kleed der onschuld hebt besmeurd, en vraag den H. Geest, dat Hij u dit kleed door Zijne Almacht moge terugschenken.
Oefening.
Vernieuw dikwerf uwe doopbeloften en bid vooral 's Maandags voor hen, die nog niet gedoopt ztjn.
Voor het Pinksterfeest. 215
Gebed.
O barmhartige H. Geest, ware bron van alle genaden, die op het Pinksterfeest de harten der apostelen door het vuur Uwer goddelijk liefde hebt gezuiverd, en ze tot Uwe woning hebt verkozen, ik dank U, dat Gij door liet H. Doopsel ook in mijne ziel Uwen intrek hebt genomen. Maar ach, hoe weinig heb ik U tot dusverre gedankt, hoe dikwerf heb ik U door mijne zonden vergramd en het verbond geschonden, dat ik met U heb aangegaan. Vergeef mij, o Heer, en zuiver mijn hart door Uwe genade, opdat het geheel zuiver voor Gods aanschijn moge verschijnen. Tot boete voor mijne zonden en ter voldoening voor de zonden van Uw geheel volk, offer ik U op de oneindige liefde des eeuwigen Vaders en van Zijn eeuwigen Zoon tot U, o H. Geest. Ik offer U op het kostbare Bloed van Jezus, de verdiensten van Uwe zuivere Bruid, onze lieve Moeder Maria, van den H. Jozef, van alle heiligen, bijzonder van hen, die hunne onschuld ongeschonden hebben bewaard. Tevens vernieuw ik mijne doopbeloften, en verzaak aan den duivel, al zijne pomperijen en al zijne werken: ik zal U, H. Geest, voortaan getrouw volgen en vooral elke doodzonde zorgvuldig vluchten.
216 De Week van Pinksteren.
Zend 'uwen Geest en alles zal herschapen worden.
En Gij zult het aanschijn der aarde Vernieuwen.
Gebed. O God, die op den dag van heden de harten Uwer geloovigen door de verlichting van den H. Geest in de waarheid hebt onderwezen, geef, dat wij door dienzelfden Geest mogen erkennen, wat goed is, en ons altijd in zijne vertroostingen verheugen. Door Christus onzen Heer. Amen.
O God, minnaar der onschuld, geleid de harten Uwer dienaren, opdat zij, nadat zij do genade van Uwen Geest hebben ontvangen, vast mogen staan in het geloof en in het beoefenen der deugd Door Christus onzen Heer. Amen.
H. Maria, onbevlekte Bruid van den H. Geest, bid voor ons!
H. Aartsengel Michael. H. Jozef, trouwe beschermers der Kerk en alle heilige, onnoo-zele kinderen, bidt voor ons!
MAAXDAG.
Over de H. Priesterwijding,
In dease dagren opende Petrus Zijnen mond en zeide : Mannen, broedera , Qod heeft ons berolen aan het volk het evangelie te verkondigen. (Apostel 20.)
Woorden uit de les Tan heden.
Aanschouw, o ziel, de verheven waardigheid
Maandag. 217
van hen. die God tot het uitdeelen Zijner gc-nademiddelen heeft uitverkoren. Doordring u zeiven met een groot-en eerbied voor het hl. Priesterdom , opdat gij waardig moegt gemaakt worden, ontelbare gaven van den H. Geest te ontvangen.
Overweeg vooral, ziel. dat het de koning der heerlijkheid, de H. Geest zelf is, die aan do Apostelen en aan hunne opvolgers, do priesters van het Nieuwe Verbond, de macht heeft verleend, hunne verheven zending uit te oefenen. Want Cliristus blies over de Apostelen en zeide in hun persoon aan alle priesters: Ontvangt den H. Geest, wien Gij de zonden vergeeft, dien zijn zi) vergeven, wiens zonden gij wederhoudt, dien zijn zij wederhouden. (Joh. 20, 22.) DeH. Geest onderwees de Apostelen in de waarheden en gaf hun last. het evangelie te verkondigen. Door Hem werden Saulus en Barnabas onder het getal der Apostelen opgenomen, (') door Hem werd Petrus onderwezen over de roeping der heidenen, (quot;) door Hem werd Philippus naar
(') âToen deze, de opperhoofden der Kerk, te Jeruzalem den Heer dienden door gebed en vasten, sprak de H. Geest tol hen: Zondert Saulus en Barnabas af tot het werk. waartoe ik hen heb greroepen.quot; (Ap. 13.)
(â¢) Toen echter Petras nadacht over de verschijning, sprak de Geest tot hem : Zie, drie mannen zijn daar, om
218 De Week van Pinksteren.
het rijtuig van den kamerheer geleid, door Hem werden de besluiten opgesteld van het Concilie der Apostelen te Jeruzalem: (' gt; Want alles wordt bewerkt door denzelfden Geest, die aan een ieder geeft, zooals Hij wil.
Ook de bisschoppen en priesters als de opvolgers van de Apostelen ontvangen hunne geestelijke zalving en priesterlijke waardigheid door den H. Geest. (') Overweeg, o ziel, hoe heilig hun ambt en hoe groot hunne waardigheid is. De H. Ignatius noemt ze de hoogste waardigheid op aarde, en de H. Ephraim zegt; »Het priesterdom is een groot, onmetelijk, oneindig wonder. De H. Dionysius, de Areopagiet, noemt len priester een goddelijke mensch en derhalve het Priesterdom niet slechts eene engelachtige, maar eene goddelijke waardigheid. Ook de H. A.mbrosius noemt het Priesterambt een goddelijk ambt. »De priesterwijding.® zegt de eerbiedwaardige pastoor van Ars, «verheft den mensch tot God. Wat is de priester? Plaatsvervanger van God, een mensch, die bekleed is met de macht van God.« De goddelijke Zalig-
a te zoeken. Sta derhalve op, ga heen, en ga zonder «chroom met hen, want ik heb ze gezonden.u (Ap. 10,19.)
O) âHet heeft aan den H. Geest en aan ons behaagd.quot; Ap. 16, 28. (â ) (Cone. Trid. Bess. 22. can. 4.)
Maandag.
maker zegt tot de priesters: «Evenals de Vader Mij heeft gezonden, zoo zend ik u. Mij is alle macht gegeven in den hemel en op aarde; Gaat derhalve en onderwijst alle volkeren. Wie u hoort, die hoort Mij, wie u versmaadt, die versmaadt Mij.«
De priester zegt niet, als hij de zonden vergeeft; »God vergeeft u« maar; Ik spreek u vrij. Bij de H. .Consecratie zegt hij niet: »Dit is het lichaam des Heerenlt;, maar hij zegt: »I)it is mijn lichaam!« Indien wij de priesterwijding niet hadden, dan hadden wij ook den godde-1 ijken Zaligmaker niet. In een woord, gij kunt u geene enkele weldaad van God voorstellen, zonder bij die herinnering ook het beeld des priesters te ontmoeten. Zonder hem zouden alle overige weldaden van God ons niets baten. Wat zou het baten, een huis, gevuld met goud te bezitten, als er niemand was, die het u kon openen? De priester heeft den sleutel tot de he-melsche schatten.
O, hoe verheven is dus de waardigheid van den priester! Dit zal hij zelf eerst in den hemel begrijpen. Indien hij het op aarde kon begrijpen, zou hij sterven niet van schrik, maar van liefde. De priester is alles na God.
Door de priesterlijke waardigheid is de pries-
ül9
220 De Week van Pinksteren.
ter ook verheven boven de koningen der aarde en de vorsten des hemels. »6ij, priesters van 6od,« roept de H. Augustinus uit, »gij zijt de steunpilaren van den tempel, de aanvoerders van het volk, de bloedverwanten van de aartsvaders, de zonen der profeten, de kinderen des Allerhoogsten.« Derhalve moet gij ieder priester achten wegens zijne waardigheid, en gij moogt nooit dulden, dat in uwe tegenwoordigheid met minachting over hem worde gesproken.
Oefening.
Onderhoud trouw de Quatertemperdagen en bid veel om goede priesters. Offer uwe aflaten op voor overleden priesters.
Gebed.
O allervrijgevigste H. Geest, die in uwe oneindige liefde tot ons, arme menschen, den priesters zoovele genaden hebt verleend, en ze tot uitdeelers der goddelijke geheimen hebt gekozen, hoezeer moet het U bedroeven, dat deze uwe dienaren dikwijls worden veracht en miskend. Tot voldoening voor deze beleediging offer ik U op de liefde van den Vader en van den Zoon tot U, o H. Geest, alsmede het kostbare bloed van Jezus Cristus, de verdiensten van Maria, van den H. Jozef en al Uwe heiligen en ik beloof U, dat ik de priesters altijd als Uwe
Maandag.
dienaren zal achten en eeren. Ook zal ik nooit dulden, dat iemand in mijne tegenwoordigheid met minachting over de priesters spreekt, en ik zal er bij mijne kinderen of mijne ondergeschikten altoos op aandringen, dat zij achting hebben voor de priesters en voor hen, Uwe dienaren, mogen bidden. Schenk dus aan Uwe Kerk vele en ijverige priesters en vermeerder in mij en alle geloovigen Uwe H. Liefde. Amen.
Zend Uwen dienaren hulp uit Uw heiligdom.
En bescherm ze van uit Sion.
Gebed. Algoede, almachtige en eeuwige God, die ons het gebod hebt gegeven, Uwe dienaren te eeren, ik smeek U, dat Gij alle priesters, die mij ooit een der H. Sakramenten hebben toegediend of het woord Gods hebben verkondigd, hetzij zij nog leven, hetzij zij reeds overleden zijn, met Uwe hemelsche goederen wilt overladen. Door Christus onzen Heer. Amen. Wees gegroet enz.
Heilige Maria, onbevlekte Bruid van den H. Geest, bid voor ons!
H. Aartsengel Michael, H. Jozef, beschermheiligen der H. Kerk en van alle geloovigen, bidt voor ons!
Alle IJ. Bisschoppen en priesters, bidt voor ons!
221
222 De Week van Pinksteren.
DINSDAG.
Het H. Vormsel.
âZij legden hun de handen op, en zij ontvingen den H. Geest.quot; (Ap. 8. tfgt;)
»Toen,« zoo lezen wij, »de Apostelen, die in Jeruzalem waren, hoorden, dat de inwoners van Samaria het woord Gods hadden aangenomen, zonden zij Petrus en Johannes tot hen. Toen deze gekomen waren, baden zij voor hen, opdat zij den H.Geest mochten ontvangen. Want Hij was nog over niemand van hen gekomen, maar zij waren slechts gedoopt in den naam van Jezus. Toen legden zij hun de handen op, en zij ontvingen den H. 6eest,« Dit geluk is ook u ten deel gevallen, o ziel, toen gij het sacrament des Vormsels hebt ontvangen. Overweeg wel de grootheid van do genade die u is geschonken, opdat gij ze te meer naar waarde zoudt leeren schatten. Want het is geene kortstondige, maar eene voortdurende gave, en onvergankelijke waardigheid, die de H. Geest u hierdoor heeft verleend. Want evenals bij het doopsel, heeft Hij u ook bij het Vormsel een onuitwischbaar merkteeken ingeprent, en heeft n daardoor tot een hoogeren staat in het rijk der genade verheven. Door het H. Doopsel z\jt gij een burger geworden van het rp van Christus, evenals een mensch door
Dinsdag.
223
zijne geboorte burgerrechten verkrijgt in liet land, waartoe ook zijn vader behoort. Door het H. Vormsel zijt gij echter nog nauwer met Christus vereenigd; gij zijt een soldaat van den hemelschen Koning geworden, een kampvechter onder het vaandel van het H. Kruis. Te dien einde heeft u de bisschop, als plaatsvervanger van Jezus Christus, op het voorhoofd gezalid met het teeken des H. Kruises. Evenals dus de wijding van de hand des priesters eeuwig blijft, zoo zal ook dit kruisteeken, dat door den bisschop op uw voorhoofd is gedrukt, eeuwig blijven bestaan. Het zal u als een getrouw strijder van Jezus Christus doen kennen, en u met heerlijkheid voor het aanschijn van God vervullen, indien gij standvastig uw geloof be-lijdt en ook het lijden en de kruisen uit liefde tot God geduldig verduurt, Handel slechts naar het voorbeeld der Apostelen. Zoodra zij den H. Geest hadden ontvangen, verkondigden zij openlijk den naam van Jezus, den Gekruisigde, zelfs ten aanzien van hen, die Hem hadden gekruisigd. En toen Petrus en Johannes in de gevangenis werden geworpen, verheugden zij zich, omdat zij waardig werden geacht, ter wille van den naam van Jezus vervolging te doorstaan. Ook de overige Apostelen werden op het Pink-
224 De Week van Pinksteren.
sterfeest van dezelfde gevoelens doordrongen. Ook de H. Panlus riep uit: »Wat kan ons scheiden van de liefde van Christus? droefheid of nood. honger of naaktheid, gevaar of vervolging of het zwaard? Maar wij overwinnen dit alles door Hem, die ons heeft bemind. Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch Engel, noch macht, noch kracht, noch geweld, noch het tegenwoordige, noch de toekomst, noch hoogte, noch diepte, noch eenig ander schepsel ons kan scheiden van de liefde Gods, die is in Christus, onzen Heer.« (Rom. 8, 35.) Hoe gelukkig zult gij zijn, o Christen, indien gij met deze gevoelens zijt vervuld en gaarne iets wilt lijden ter liefde van Jezus Christus. Want ook op u zijn de volgende woorden toepasselijk; »Zalig zijt gij, indien de menschen u lasteren en vervolgen terwillc van mij, verheug en verblijd u, want uw loon zal groot zijn in den Hemel.® (Matth. 5. 13.) In het H. Vormsel heeft de H. Geest u de kracht en de genade medegedeeld, om dit hemelsch loon te verkrijgen: want Hij kwam tot u met de volheid Zijner genaden. Hoe zeer zal het Hem dus grieven, indien gij deze genaden niet gebruikt, maar u verlaagt tot de slavernij van het menscheljjk opzicht, en u schaamt uw H. geloof te bekennen. Indien gij
Dinsdag.
uit menschelijk opzicht verzuimt, tot de H. Tafel te naderen, of, evenals de hoogepriester Heli uwe kinderen en ondergeschikten ongestraft laat zondigen. Hebt gij TJ in dit opzicht iets te verwijten, -zoo verwek hierover een oprecht akte van berouw.
Oefening.
Smeek den H. Geest dikwijls om de vernieuwing der genaden, die pij in het H. Vormsel hebt verkregen.
Gebed.
225
O liefderijke H. Geest! Gij hebt op het hooge Pinksterfeest de harten der Apostelen zoodanig met het vuur Uwer goddelijke liefde vervuld, dat zij den naam van den gekruisigden Jezns openlijk bekenden en zich verheugden ter wille van Hem smaad en vervolging te verduren. Ik smeek TJ, ontsteek ook mijn hart met deze liefde, die sterker is dan de dood, en vernieuw in mij de genaden van het H. Vormsel. Ik beken, dat ik deze genaden tot nu toe weinig heb gebruikt, dewijl ik mij zoo dikwijls door eigenliefde en menschelijk opzicht liet leiden. Ter voldoening van mijne ondankbaarheid en tot boete van alle zonden, waaraan zich de Christenen hebben plichtig gemaakt, offer ik U op, o liefderijke H. Geest, de liefde van den
Oenadensleatelt
226 De Week van Pinksteren.
Vader en den Zoon tot U, het kostbare Bloed van Jezus Christus, de grootmoedige liefde van uwe zuiverste Bruid, onze lieve Moeder Maria, van den H. Jozef, van den H. Franciscus Xave-rius en van al Uwe H. Belijders.
Bevestig, in ons, o Heer,
Hetgeen Gij in ons hebt bewerkt.
Geber). O God, die Uwen H. Geest aan do Apostelen hebt geschonken, verhoor de vrome gebeden van Uw volk en scheuk hun den vrede, nadat Gij hun het geloof hebt geschonken. Door Christus, onzen Heer. Amen. Wees gegroet enz.
H. Maria, onbevlekte Bruid van den H. Geest, bid voor ons!
H. Aartsengel Michael, H. Jozef, getrouwe beschermheilige der Kerk, bidt voor ons!
H. Franciscus Xavorius, grootmoedige belijder, bid voor ons!
Alle H Belijders, bidt voor ons!
WOEKSDAG.
Het H. Oliesel.
âIn^iea er iemand ziek i8 onder u, zoo roepe hij de priesters der Kerk, en zij zullen over hem bidden.quot; Jac. 5. 14.
Overweeg, o ziel, de wonderen van genezingen, die de H. Geest door de Apostelen heeft bewerkt. De les van dezen dag verhaalt.
Woensdag.
227
En het getal van de mannen en vrouwen, die in den Heer geloofden, nam steeds toe, zoodat zij de zieken op de straat brachten en op bedden en draagstoelen nederlegden, opdat, indien Petrus kwam, ten minste zijne schaduw op hen viel, en zij van hunne ziekte mochten bevrijd worden. Maar ook het volk van de naburige steden kwam naar Jeruzalem, en bracht de zieken en de door den boozen geest bezetenen, en allen genazen. Zie, o ziel, aldus beloont God liet vertrouwen der geloovigen. Indien nu deze zieken zulk groot vertrouwen stelden in de schaduw van den H. Petrus, hoe veel te meer moogt gij dan vertrouwen op het Sacrament van het Oliesel, dat onfeilbaar zijne goede uitwerkselen heeft, indien gij het in eene zware ziekte met de noo-dige voorbereiding ontvangt. En deze uitwerkselen zijn zeer groot, want zooals het concilie van ïrente zegt: »Het wezen en de uitwerkselen van dit Sacrament liggen in deze woorden opgesloten; En het vertrouwvol gebed zal den zieke helpen, en de Heer zal hem ondersteunen: en indien hij in staat van zonden is, zullen zij hem worden vergeven. Want het wezen is hier de genade van den H. Geest, door wiens zalving do zonden en de overblijfselen van zonde uit de ziel worden verwijderd; en de zieke wordt
228 De Week Aan Pinksteren.
vertroost, terwijl zijn hart met groot vertrouwen wordt vervuld. Hierdoor versterkt, verduurt de zieke gemakkelijker de pijnen der ziekte, hij biedt krachtiger weerstand aan den duivel, en indien het hem zalig is, krijgt hij dikwijls do gezondheid terug.«
Erken hieruit do oneindige goedheid van den H. Geest, die u Zijne hulp verleent in al uwe behoeften en zwakheden. Hoe zeer moet het Hem dus bedroeven, dat zoo vele Christenen zoo onverschillig zijn voor Zijne genademiddelen en het ontvangen van het H. Oliesel zoo lang verschuiven, zoodat zij het óf in 't geheel niet, óf zonder de vereischte voorbereiding ontvangen. En hoe diep moet het den H. Geest grieven, wanneer gewetenlooze bloedverwanten, gedreven door een misplaatst modelijden jegens den zieke, den priester pas dan roepen, als do zieke bewusteloos en reeds den dood nabij is. Dit is eene liefdeloosheid tegen den H. Geest, die er behagen in schept, wel te doen, en tevens eeno wreedheid tegen den armen zieke, die daardoor van zoovele genaden wordt beroofd. Neem dan tenminste gij, o ziel, het vast besluit, voor zooverre het in uwe macht is, niet te rusten, alvorens de zieke het H. Oliesel heeft ontvangen.
Woensdag. 229
Oefening.
Vorm het goede voornemen eiken avond te bidden voor hen, die in doodsstrijd liggen.
Gebed.
O zoete Vertrooster, H. Geest, hoe zeer beklaag ik, dat zoovele zieken door te verzuimen, de laatste H. Sacramenten te ontvangen of door ze onwaardig te ontvangen, U van do vreugde berooven, hun zoo onuitsprekelijk veel genaden te schenken volgens lichaam en ziel, en hoezeer moet het U bedroeven, dat velen hunnen stervenden bloedverwanten het ontvangen van dit H. Sacrament of wel volstrekt niet toestaan, of slechts dan, wanneer het te laat is, O H. Geest, wees niet vertoornd over het zondig menschdom en houd Uwe straffende hand terug.
Tor voldoening voor de zonden, die tegen dit Heilige Sacrament worden bedreven, otter ik U op de laatste zuchten van den stervenden Verlosser en de laatste liefdeblijken Uwer vlekkelooze Bruid, de heiligste Maagd Maria, de voorspraak van den H, Aartsengel Michael, van den H, Jozef, dien bijzonderen patroon der stervenden, en smeek U door de verdiensten van alle heiligen, allen de genade te verleenen, dat geen zieke moge overlijden
230 De Week van Pinksteren.
zonder de laatste H. Sacramenten te hebben ontvangen.
Aan U, o Heer, beveel ik alle stervenden.
Gij liebt ons verlost, o God van waarheid.
Gebed. Almachtige en barmhartige God, die aan de menschen de middelen ter zaligheid en de eeuwige belooning hebt geschonken, wij smee-ken U, zie genadig neer op de zieken, en vertroost de zielen, die Gij hebt geschapen, opdat zij in het uur van hunnen dood mogen verdienen, door de H. Engelen vlekkeloos aan II, hunnen Schepper, te worden voorgesteld. Door Christus, onzen Heer. Wees gegroet enz.
H. Maria, zuiverste Bruid van den H. Geest, bid voor de stervenden.
H. Aartsengel Michael, H. Jozef, bijzondere patroon der stervenden, bidt voor hen! H. Barbara, bid voor hen! Alle heilige Martelaren, bidt voor hen!
DONDERDAG.
De H. Communie.
âDe Geest des Heeren heeft de aarde ver* vuld,quot; Begin van de H. Mis van heden.
Deze woorden uit het boek der wijsheid kunnen op de H. Communie worden toegepast. De Geest van liefde heeft door dit Sacrament van liefde de aarde vervuld, terwijl Hij en de Vader met
Donderdag.
den Zoon als één God op de altaren der katholieke Kerk waarachtig en wezenlijk tegenwoordig is. Overweeg dit, mijne ziel, telkens wanneer gij uwe Kerk binnentreedt, en wees altijd vol eerbied voor het aanschijn van den drieeenigen God.
Aan wfen echter zijn wij deze groote genade verschuldigd? Het is Jezus Christus, die als middelaar tusschen God en de menschen in het H. Misoffer door den priester deze gedaanteverandering voltrekt. Maar de kracht zelve, waardoor dit wonder wordt voltrokken, moet toegeschreven worden aan de H. Drievuldigheid Want de Vader doet alles door deu Zoon in den H. Geest. En aldus wordt ook dit H. Offer door de kracht van den H. Geest voltrokken. De H. Geest, die de menschheid van Christus heeft gevormd, geleid en verheerlijkt. Hij do Uitdeeler van alle genaden, verandert ook in het H. Misoffer het brood in het H. Lichaam en den wijn in het kostbare Bloed van Jezus Christus.') En Jezus, die ook als mensch was
P) DeH. JohannefeBamascenus schrijft: .Evenals God, al wat Hfj heeft gemaakt, door de werking van den H. Geest heeft voortgebracht, zoo voltrekt ook nu do H. Geest het hovennatuurlyke, dat wij slechts door het geloof kunnen begrijpen.quot; â De II. Mnagd zegt; âHoe zal
231
De Week van Pinksteren.
vervuld met het liefdevuur van den H. Geest, geelt u Zijn H. lichaam en bloed tot voedsel, opdat gij, geheiligd door dezen gloed en verteerd
dit geschieden, dewijl ik geen man beken ?u Qabriel ant* woordt: âPe H. Geest zal over u nederdalen, en de kracht van den Allerhoogste zal u overschaduwen.quot; â En nu vraagt gij: âHoe wordt het brood in het lichaam en de w^n in het bloed van Christus veranderd ?quot; Ik antwoord u op geiyke wijze : âDe H. Geest daalt neer en bewerkt hetgeen wij niet kunnen vatten.quot; De fid. orth, 1. 4. c. 13.
Hetzelfde leert de H. Chrysostomus: âZonder de genade van den H. Geest zou noch het geheimzinnige lichaam en bloed des Heeren, noch ook een priester ont* staan.quot; De sac. 1. 6. c. 4.
De H. C y r i 11 u s schrift (6 myst. Kat. n. 7): âNadat wij ons door geestelijke liederen hebben geheiligd, roepen wij den liefderyken God aan, opdat Hij den H. Geest over de gaven moge zenden, opdat deze het brood moge veranderen in het lichaam en den w^jn in het bloed van Christus. Want, al wat de H. Geest aanraakt, is geheiligd en veranderd.quot;
Volgens de liturgie van den H. Jacobus luidt de aanroeping als volgt: âOntferm U onzer. Heer en God, almachtige Vader! Ontferm U onzer, o God, volgens Uwe groote barmhartigheid, en zend Uwen H. Geest over ons en deze gaven, opdat Hij er over nederdalende, ze door Zyne heilige liefderijke en heerl^ke tegenwoordigheid moge heiligen, en dit brood moge veranderen in het heilig lichaam van Christus (hier zegt het volk Amen) en dezen w^n in het kostbaar bloed van Jezus Christus. (Amen I)
232
Donderdag. 233
door het vuur van den H. Geest in hoogere mate liet goddelijk leven moogt ontvangen.C) Want evenals de wijnstok ziin sap mededeelt aan de druiven, aldus deelt ook Jezus, die de Zijnen bemint tot het einde toe, in de H. Communie Zich Zeiven mede, opdat gij door Hom, steeds meer en meer met den Vader en den H. Geest moogt vereenigd worden en opdat de glorie, die de Vader aan den Zoon heeft gegeven, ook nan u moge geschonken worden. Hoe groot zijt gij dus door de liefde Gods. Het leven, dat gij door de wedergeboorte uit het water en den H, Geest hebt ontvangen, is een goddelijk leven en heeft dus ook behoeften aan een goddelijk voedsel. De aarde met al, wat zij u kan aanbieden. hoeft niets, om dit goddelijk leven in u te versterken. Dit kan slechts God Zelf, die in de Heilige Communie Zich steeds meer en meer met u wil vereenigen. Nadat gij in het H. Doopsel een goddelijk leven hebt ontvangen, wordt gij in de H. Communie met een goddelijk voedsel gespijzigd n. 1. met God Zeiven vervuld. »0 kostbare spijs,« roept do eerbied-
(') âHet woord is vleesch geworden, opdat Hy het boven alles verheffe, en wg zelf geiykvormig mochten worden aan God.tt Ath. de incarn. c. 8«
234 Dg Wpek van Pinksteren.
waardige pastoor van Ars uit, de ziel kan slechts door God Zelf gevoed worden. God alleen kan haar voldoen,. God alleen haar vervullen, God alleen haar verzadigen. Er is niets grooters dan het H. Sacrament des Altaars! Hoe schoon zal in de eeuwigheid eene ziel wezen, die God dikwerf en waardig heeft ontvangen.®
Indien gij, o ziel, waardig tot de H. Tafel zijt genaderd, blijft het vleesch en bloed des Heeren slechts zoo lang bij u, als de gedaante van liet H. Sacrament voortbestaat. Maar Zijn goddelijke Geest verlaat u niet, want Hij heeft geheel en al bezit genomen van uwe ziel, ten einde u door Zijne liefde naar het beeld van Christus te vormen. »Men kan het aan eene ziel bespeuren,« zegt de eerbiedwaardige Vianney, »indien zij waardig heeft gecommuniceerd. Zij is zoodanig met liefde vervuld en ervan doordrongen, dat men haar niet herkent m hare woorden en werken. Zij is ootmoedig, zij is vriendelijk; zij is verstorven, liefderijk en besciieiden; zij leeft in vrede met iedereen, zij is bereid tot de grootste offers, in een woord, zij is niet te herkennen.» O, hoe vurig wenscht de H. Geest deze gelukkige uitwerkselen Zijner liefde in u en in alle zielen te bespeuren. Maar helaas! hoevelen ontvangen de H. Communie zoo zeldzaam, anderen.
Donderdag. 235
zelfs degenen, die meenen dat zij een godvruchtig leven leiden, ontvangen ze slechts uit gewoonte, en wederom anderen heiligschennend evenals Judas. Hoe zeer moet dit het hart van Jezus en den H. Geest bedroeven!
Oefening.
Nader elke maand tot de H. Communie, ten einde den H. Geest voldoening te schenken voor allo zonden, die tegen het aanbiddelijk Sacrament des Altaars worden bedreven.
Gebed.
O allerzachtmoedigste H. Geest, die op liet Pinksterfeest de harten der Apostelen met zoo groote liefde tot het hemelsche vervulde, dat zij van onuitsprekelijk verlangen naar God bereid waren geweest, door duizend dooden tot Hem te gaan; ik smeek U, vervul mij en alle Christenen met een groot verlangen naar de H. Communie. Verdrijf uit ons hart den geest van ongeloof, van onzuiverheid en liefdeloosheid, opdat wij eene waardige woning van Jezus Christus mogen worden. Tot boete van alle zonden, die ik of anderen door misbruik, slechte voorbereiding en dankzegging ten opzichte van het Sacrament van liefde hebben bedreven, offer ik U op de liefde des Vaders en des Zoons tot U,
236 De Week van Pinksteren.
o H. Geest, het kostbare bloed van Jezus Christus, de liefde van Uwe onbevlekte Bruid Maria on den H. Jozef, de verdiensten van alle heiligen en maak het voornemen, van nu af aan, gevolg gevende aan den raad van mijn biechtvader, geregeld tot de H. Sacramenten te naderen, en ze altijd waardig te ontvangen.
Gij hebt ons het brood des levens gegeven.
Dat alle zoetheid in zich bevat.
Gebed tot Jezus. O God, die ons door Uw wonderbaar Sacrament eene gedachtenis van Uw lijden hebt achtergelaten, wij smeeken U, geef, dat wij de H. geheimen van Uw vleesch en bloed zoo vereeren, dat wij de vrucht van Uwe verlossing altijd mogen gevoelen. Door Christus onzen Heer. Amen. Wees gegroet enz.
H. Maria, onbevlekte Bruid van den 11. Geest, bid voor ons! H. Aartsengel Michael, H. Jozef, getrouwe beschermer der Kerk, bidt voor ons!
H. Aloysius, bid voor ons! H. Maagden en alle heiligen Gods, bidt voor ons!
VRIJDAG.
Het H. Sacrament der Biecht.
Toen Hy (Jezus) hun geloof zag, zeide Hij : Mensch, uwe zonden zijn u vergeven, (Luc. 5, 20.)
Woorden uit het evangelie van heden.
Hoe gelukkig zoudt gij wezen, o ziel, indien
Vrijdag.
237
gij uit den mond van Christus deze woorden koudot hooren, even als deze zieke; hoe gelukkig, indien Jezus ook tot uzeide; »Uwe zonden zijn u vergeven.» En toch geniet gij dikwijls dezelfde genade. Want telkens, als gij waardig nadert tot het H. Sacrament der biecht, verkrijgt gij . evenzoo zeker vergiffenis, als indien Jezus Zelf u de absolutie zou geven. De priester heeft de kracht en de volmacht daartoe niet van menschen, maar van Christus Zelf ontvangen. Want, toen do bisschop bij de priesterwijding tot hem sprak: Ontvang den H. Geest, wion gij de zonden zult vergeven, dien zijn ze vergeven, wien gij ze zult houden, dien zijn ze gehouden,* toon werd hij door den H. Geest met de goddelijke volmacht tot vergiffenis der zonden bekleed. En al waren uwe zonden zoo groot en talrijk als het zand aan den oever der zee, dan wordt toch uwe ziel, indien gij dit Sacrament waardig ontvangt, weer zuiver en schitterend, want de H. Geest daalt in Zijne oneindige goedheid neder, en zuivert ze door het vuur Zijner goddelijke liefde. O hoe groot is Zijne goedheid! De ontferming Gods is onbegrijpelijk. Stel u voor, dat een koning zich zoo zeer vernederde, dat hij zijnen intrek neemt bij een zijner armste onderdanen. Niettegenstaande de groote voor-
238 De Week van Pinksteren.
dcelen van dit hooge bezoek, wordt hij door schandelijke beleedigingen van don kant van dien onvcrstandigen onderdaan genoodzaakt, diens woning te verlaten. Maar als nu do koning ziet, dat deze onderdaan in den grootsten nood verkeert, en dat hij zijne ondankbaarheid van harte verfoeit, ontfermt zich de koning, en betreedt opnieuw de woning van zijnen armen knecht, teneinde hem met zijne gunsten te overladen. Waar echter zal men een koning vinden, die met zoodanige liefde is vervuld? Er heeft nooit zulk een koning op aarde bestaan. God alleen, de Koning der koningen, de Heer der heerscharen, is in staat tot zulke lankmoedigheid. Hij is waarlijk die goede koning, gij echter zijt die onderdaan, indien gij eene doodzonde hebt bedreven. Immers de H. Geest heeft met den Vader en den Zoon Zijnen mtrek bij u genomen. Door de doodzonde echter hebt gij God uit uw hart verdreven, gij de nietige aardworm, Hij, de goddelijke Majesteit. Maar in plaats van u over te leveren aan de eeuwige pijnen der hel, heeft Hij u, aangezien uw oprecht berouw en de oneindige verdiensten van Christus, vergiffenis geschonken, en uwe ziel weer gezuiverd. En dit is niet slechts eens gebeurd, maar zoo dikwijls is de H. Geest, nadat
Vrijdag.
pij Hom door uwe zonden hadt vordreven, tot u teruggekeerd. O hoe groote liefde toont Hij ons in het H. Sacrament van boetvaardigheid! Maar ook bij dit Sacrament wordt do geest van liefde zoo vaak bedroefd. Hoe menigeen ontvangt het slechts uit gewoonte, hoe velen zelfs heiligschennend! Zij wenschen, dat God hun de zonden zal vergeven, maar zij gevoelen geen berouw, dat zij Hem zoo zeer vergramd hebben. Anderen hebben geen vast voornemen, de zonde on de naaste gelegenheid tot zonde te vluchten; velen, die onrechtvaardig goed hebben, zijn niet vast besloten, het terug te geven; wederom anderen verzwijgen met opzet eene doodzonde, en eindelijk zijn er ook, die niet eens met Paschen te biechte gaan. O hoe zeer moot hot don H. Geest bedroeven en vergrammen, dat zoo velen de weldaden Zijner goddelijke liefde zoo van zich afstooten. Maar g\j, o ziel, hebt gij u ook niet schuldig gemaakt aan een der bovengenoemde zonden? Tracht dit te herstellen, en bereid u van nu af aan steeds goed voor tot het ontvangen van het H. Sacrament der biecht.
Oefening.
Bid dagelps voor do bokeering der zondaren vooral onmiddellijk voor een groot feest.
239
240 De Weck van Pinksteren.
öebed.
O liefderijke H. Geest, die op het Pinksterfeest de harten der Apostelen zoo zeer met Uwe genade hebt vervuld, dat zij geheel en al gezuiverd werden door het vuur Uwer liefde, ik smeek U, dat gij ook mijne ziel wilt reinigen en mij de volle vergiffenis mijner zonden wilt schenken. Geef mij en allen de genade, het H. Sacrament van boetvaardigheid steeds waardig te ontvangen, nooit echter met slechte bedoelingen of enkel uit gewoonte. Tot voldoening van alle zonden, die door mij en anderen tegen dit H. Sacrament zijn bedreven, offer ik U op, o liefderijke H. Geest, de liefde des Vaders en dos Zoons tot U, het kostbaar Bloed van Jezus, de verdiensten der H. Maagd, van den H. Jozef, van de H. boetvaardige zielen en van alle Heiligen. Ik maak ook het vaste voornemen, in de toekomst dit H. Sacrament dikwerf en waardig te ontvangen, en mijne voornemens getrouw ten uitvoer te brengen. Amen.
Geef mij weder de vreugde van Uwe genade.
En versterk mij door Uwen goddelijken Geest.
Gebed. O God, aan wien het eigen is, zich altijd te ontfermen en te sparen, neem onze gebeden goedgunstig aan, opdat wij en al Uwe dienaren, die zuchten onder den last der zonde,
Zaterdag.
bevrijd mogen worden. Door Christus onzen Heer. Amen. Wees gegroet enz.
H. Maria, onbevlekte Bruid van den H. Geest, bid voor ons!
H. Aartsengel Michael, H. Jozef, getrouwe beschermers der H. Kerk, bidt voor ons!
H. Petrus, H. Maria Magdalena, alle H. boet-vaardigen, bidt voor ons!
ZATERDAG.
Over het huwelijk.
De liefde Qods is in onze harten gestort door den H. Geest, die in ons woont.
Begin der H. Mis.
»In deze dagen«, zoo lozen wij in don epistel van boden, »zeide de Heer tot Mozes: «Spreek »tot de zonen van Israel en zeg tot hen: -gt;Indicn »gij mijne geboden onderhoudt, en mij getrouw »dient, zal ik u regen geven op zijnen tijd, het »land zal vruchten voortbrengen, en de boomen »zullen zwaar beladen zijn. Ik zal vrede geven »aan uwe grenzen. Ik zal op u neerzien en u »doen groeien en u vermenigvuldigen.«(') De H. Geest verlangt al deze zegeningen in nog hoogere mate aan de christelijke huisgezinnen te verkenen. Maar de zonden der menschen
(') 3, Moxes 26.
GeDadeDBleatel,
241
16
242 De Week van Pinksteren.
beletten dit dikwerf. Hoe zeer moet dit Hom bedroeven, dewijl Zijno liefde zoo groot is. Tracht Hem vergoeding te geven en dikwerf, vooral echter heden, te bidden voor de heiliging van het huwelijk. Indien gij, o Christen, zelf dien staat wilt aanvaarden, overweeg dan hetgeen de H. Paulus schrijft over het huwelijk: »Het is een groot Sacrament, maar ik zeg in Christus en de Kerk.^1) Onderworp u derhalve aan de leiding van den H. Geest, zooals het aan do kindoren van God betaamt: »Want zij, die door den H. Geest worden geleid, zijn kinderen Gods.«(2) Slechts dan zult gij gelukkig worden. Indien gij echter uwe vleeschelijke begeerten volgt, zult gij verloren gaan: »Want de vleeschelijke lusten zijn dood, de geestelijke begeerten echter zijn leven en vrede.«(3)
De H. Geest moet uw geleider zijn bij de keuze van eenen levensstaat. Indien gij een huwelijk wilt aangaan, beproef u zeiven, doordien gij den H. Geest smeekt om verlichting, opdat gij uwe roeping duidelijk moogt leeren kennen, en om kracht, opdat gij, na den wil van God erkend te hebben, dien ook getrouw moogt nakomen. Laat u ook bij de keuze van
(') Kph. 5, 32. (â¢) Rom. 8, 14. (â ) Rom. 8, 6,
Zaterdag.
den persoon niet geleiden door liet vleesch, maar door den H. Geest, d. i., let vooral op een godvruchtig loven, en verbind u nooit met iemand zonder geloof of godsdienst. Want zulk een persoon zal u niet gelukkig maken, omdat do zegen van God hem ontbreekt. Wacht u echter ook, dat .gij in den tijd van voorbereiding den H. Geest niet door doodzonden beleedigt. Anders zal voor u het huwelijk een bron van verdriet worden. Want de H. Geest straft hen, die hun lichaam. Zijn tempel, ontheiligen. De H. Paulus zegt: »Weet gij niet, dat gij tempels zijt van God, en dat deH. Geest in u woont? Wie den tempel Gods ontwijdt, dien zal God in het verderf storten, want de tempel Gods is heilig, en die tempel zijt gij.«
Indien gij met een zuiver hart den tijd van voorbereiding hebt doorgebracht, dan zult gij ook het H. Sacrament des huwelijks met een zuiver hart d. i. in staat van genade ontvangen. De beste meening, die men bij het huwelijk kan hebben, is de eer van God en de uitbreiding van de H. Kerk in den nieuwen staat, dien men gaat aanvaarden. En hiertoe kunnen de echtelingen voel b'j Iragen, al genieten zij ook geen aanzien in de oogen van de wereld. Joachim en Anna waren slechts eenvoudige landlieden^ en
16*
243
244 De Week van Pinksteren.
toch hebben zij meer gedaan voor do eer van God en hot heil der zielen, dan alle koningen en keizers. En waardoor? Zij hebben heilig geleefd in hun huwelijk, en aldus hebben zij de genade verkregen, de ouders te worden van do onbevlekte Bruid van den H. Geest, de maagdelijke Moeder van den Zaligmaker Jezus Christus. Volg hun voorbeeld door een zuiver, ootmoedig en godvruchtig leven, en gij zult in rijke mate gezegend worden. En ook uwe kinderen zullen gezegend worden; »want het geslacht van de vromen zal gezegend worden.«(') Indien gij echter ontrouw wordt aan den H. Geest, dan zal de zegen Gods van u en uwe familie wijken.
Oefening.
Wacht u voor alle onzuiverheid evenals voor eene giftige slang. Vraag den H. Geest dikwerf om de heiliging der echtelieden.
Gebed.
O liefderijke H. Geest, die op het Pinksterfeest de harten van de Apostelen mot uwe gaven zoo hebt vervuld, dat zij voor God en alle engelen in groote zuiverheid schitteren, ik smook U, hen, die zich voorbereiden tot het huwelijk, zoodanig in Uwe genade te bevestigen, dat zij nooit
(â ) Ps. ui. 2.
Zaterdag.
Uwe liefde verliezen. Tevens smeek ik Uwe oneindige goedheid, dat Gij aan alle gehuwden Uwe zeven gaven wilt verleenen, opdat zij mogen leven in Uwe zuivere liefde en heilige vrees, dat zij den vrede mogen bewaren en hunne kinderen tot de ware zaligheid mogen brengen. Ter voldoening voor alle zonden, die ooit zijn bedreven ten opzichte van dit Sacrament, oiler ik U, o H. Geest, de liefde des Vaders en des Zoons tot U, alsmede liet kostbare bloed van Jezus, de onbevlekte zuiverheid van Uwe vlekke-looze Bruid, de verdiensten van den H. Jozef, van de H. echtelingen Joachim en Anna en van alle heiligen.
Schep in mij een zuiver hart, o God,
En vernieuw den rechten geest in mijn binnenste.
Gehed. Algoede, almachtige en eeuwige God, die in den beginne van het menschdom het huwelijk hebt ingesteld, en het in het nieuw verbond tot een sacrament hebt verheven, ik smeek U, verleen aan alle echtelingen Uwen H. Geest, opdat zij in zuiverheid, ootmoed en ware liefde mogen leven en hunne kinderen in Uwe vrees mogen opvoeden. Door Christus, onzen Heer. Amen. Wees gegroet enz.
245
Overweging tot besluit.
H. Maria, zuiverste Bruid van den H. Geest, bid voor ons!
H. Aartsengel Michael, H. Jozef, getrouwe beschermers der H. Kerk, bidt voor ons!
H. Vader Joachim, H. Moeder Anna en alle H. echtelingen, bidt voor de heiliging der christelijke huisgezinnen. Amen.
Overweging tot besluit yan Pinksteren.
De Kerk, de Bruid van den H. Geest.
Hoe liefelijk zijn Uwe woningen, o Heer der heerscharen. (Pa. 83.)
»En ik zag de H. Stad,« zoo schrijft de H. Johannes in zijne geheime openbaring, »het »nieuwe Jeruzalem, nederdalen van God in den »hemel, gesierd, evenals eene bruid, die voor »haren bruidegom is getooid. En ik hoorde eene «krachtige stem van den troon, die zeide: »Zie »de woning van God bij de menschen. Hij zal »bii hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en »Hij, God Zelf, zal bij hen zijn als hun God.« (Op. 21. 2.)
Deze woorden zijn van toepassing op de Kerk van het nieuw verbond. De Sijnagoge van het oude verbond was slechts eene dienares van
24G
Overweging tot besluit.
God en bracht, zooals de Apostel zegt, slechts zonen der slavernij voort, want de H. Geest had zich niet met hen vereenigd. Wol is waar deeldo Hij ook toen Zijne genaden uit, maar do volheid van genaden werd slechts uitgestort, nadat Jesus was verheerlijkt. Toen heeft God liet eeuwig verbond Zijner liefde met de Kerk gesloten en haar versierd en voorbereid, opdat zij de waardige bruid van zulk een verheven Bruidegom zou worden. En door Zijne goddelijke kracht brengt zij ware kinderen Gods voort, die noch door den wil des vleesches, noch door den wil des mans, maar uit God zijn geboren, en eene waarlijk goddelijke liefde bezitten door den H. Geest. De geheele pracht der Bruid van God vertoont zich echter eerst in den Hemel, hier op aarde is zij nog verborgen, want het rijk van Jezus Christus is niet van deze wereld; haar sieraad zijn niet goud en diamanten der aarde, maar de kostbare verdiensten van Jezus en de heerlijkheid van Zijne heiligen.
Haar schoonste sieraad en haar hoogste goed echter is de H. Geest Zelf, dien Christus haar als Zijn geest heeft gegeven. De H. Geest is met haar op het nauwste vereenigd, evenals de ziel met het lichaam. «Hetgeen de ziel is voor het lichaam,* zegt de H. Augustinus, »dat is de
247
248 Overweging tot besluit.
H. Geest voor het lichaam van Christus, do Kerk.« De H. Geest bewerkt ia de geheele Kerk, hetgeen de ziel in alle ledematen van een lichaam bewerkt.C) De ziel is in het geheele lichaam en in ieder gedeelte van het lichaam, en geeft aan ieder lid leven en beweging; zoo is ook de H. Geest in de Kerk en in al hare leden, en geelt aan een ieder het leven en de bijzondere roeping. Do eene verkrijgt de wijsheid, de andere de wetenschap, de andere de volheid des geloofs enz. »Dit alles echter verleent een en dezelfde geest, die aan een ieder geeft, hetgeen Hij wil. «O Het is dus de H. Geest, die de leeraren der Kerk verlicht, hare herders geleidt, en hare kinderen heiligt. Dewijl echter Zijn verbond met haar niet verbroken kan worden, zoo kunnen ook de goddelijke waarheid en genade nooit van de Kerk worden genomen. Dank derhalve den H. Geest dikwijls, vooral heden, dat Hij een eeuwig verbond van liefde met Zijne Kerk heeft gesloten, en dat Hij u tot een kind der Kerk heeft gemaakt. Bemin haar als de zuivere Bruid van den H. Geest en als de geestelijke Moeder, aan wie gij het leven der genade zyt verschuldigd. Indien gg de H. Kerk
Overweging tot besluit. 249
oprecht bemint, hare geboden trouw onderhoudt, deel neemt aan hare wederwaardigheden en haar rijk steeds meer en meer tracht uit te breiden, dan moogt gij overtuigd zijn, dat gij den H. Geest bezit. «Gelooft broeders,« zegt de H. Augustinus, »naarmate iemand de Kerk bemint, naar die mate bezit hij ook den H. Geest.«
Gebed.
Almachtige en barmhartige God, Heer van Hemel en aarde. Vader van ontferming! heb medelijden met de heele wereld. Ziet, hoevele millioeneu van menschen zitten in de schaduw des doods, omdat zij de waarheid niet kennen. En zelfs van hen, die de waarheid kennen, gaan zoo velen verloren, omdat zij geen moeite doen, om volgens die waarheid te leven. Zend derhalve aan de wereld den H. Geest met Zijne zeven gaven, en vermeerder de roeping tot het priesterschap. Geef aan hen, die daartoe geroepen zijn, de heiligheid des levens en de wetenschap des heils, opdat zij veel mogen doen te Uwer verheerlijking en voor het heil der zielen. Dit vragen wij U door Jezus Christus onzen Heer, die met IJ leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen,
Zie neer, o Heer, op Uwen wgnberg en bezoek hem.
250 Overweging tot boslutt.
En voltooi hetgeen Uwe rechterhand heeft geplant.
Gebed. Barmhartige en almachtige H. Geest, zie goedgunstig neer op den nood en de rampen Uwer Kerk. Ter wille van het kostbaar bloed, dat Jezus voor haar heeft vergoten, kom haar met Uwe kracht te hulp, en verlos haar van al hare vijanden. Laat haar zegevieren over al hare vijanden, opdat alle volkeren vereenigd in de eenheid van geloof en liefde, U, den Vader en den Zoon als den eenigen God eeuwig prijzen en verheerlijken. Amen.
Heilig, heilig, heilig zijt Gij, o Heer der heerscharen! Hemel en aarde zijn vol van Uwe glorie! Glorie zij den Vader, den Zoon en den H. Geest. Amen. Wees gegroet enz.
H. Maria, zuiverste Bruid van den H. Geest, bid voor ons!
H. Aartsengel Michael, H. Jozef, getrouwe beschermheiligen der Kerk, bidt voor ons!
H. H. Petrus en Paulus en alle Apostelen, bidt voor ons!
Alle Engelen en Heiligen Gods, bidt voor ons!
Het H- Sacrament des Vormsels.
Het H. Vormsel is van het grootste gewicht voor tijd en eeuwigheid. En toch wordt dit sacrament door vele Christenen slechts weinig jroteld, en, er bestaat reden om te vreezen, dat menigeen- met een doodzonde op het geweten de zalving van den H. Geest ontvangt. Opdat nu zij, die dit verheven sacrament niet waardig hebben ontvangen, de genade van het H. Vormsel met meer ijver in zich trachten te vernieuwen en zij, die zich daartoe voorbereiden, dit met te meer zorg doen, laten wij tot slot van het eerste gedeelte een preek van den eerbied waardigen pastoor van Ars, J. B. Vianney, volgen.
Preek van den eerbiedwaardigen pastoor van Ars voor de vormelingen ' zijner gemeente.
âGod heeft het pand des Geestes in onze harten gelegd.41 (II. Cor. I, 22.)
Hoezeer moet uw hart vervuld zijn met vreugde en iietde, beminde kinderen, bij de tijding van zulk een groot geluk! O, wie uwer is niet van dank en liefde doordrongen, nu hij de hoop mag koesteren, dat binnen weinige dagen de H. Geest Zijn intrek zal nemen in zijn hart? O mijn God! ik meen reeds de verrukking van Elizabeth te gevoelen, toen zn het bezoek van de H. Maagd ontving en zoo diep werd doordrongen van den
252 Het H. Vormsel.
geest des lichts en het vuur der liefde. Maar neen! gij kent nog niet de verhevenheid van dit sacrament en de genaden, die liet ons brengt, indien wij het waardig ontvangen. Hoort, hoe Jezus Christus ook tot ons zeg-t, evenals Hij vóór Zijne hemelvaart tot de Apostelen sprak: »Nog een weinig tijds en gij zult den H. Geest ontvangen; bereidt u voor door gebed en ingetogenheid, en gij zult de vervulling dezer belofte zien.«
Velen onder u, beminde Christenen, hebben dit sacrament reeds ontvangen. Maar, o God, hoe hebben zij het ontvangen? Eenigen zonder zijne waarde te kennen, anderen zonder voldoende voorbereiding, of wellicht zelfs in staat van zonde. O God, o God, hoe beklagenswaardig is hun toestand in uw oog. Heeft men daar niet alle reden om te vreezen?
Ach, hoevelen zelfs onder hen, die het waardig hebben ontvangen, hebben reeds sedert jaren den H. Geest uit hun hart verdreven. Wat een verlies, wat een vreeselijk ongeluk! Maar bestaat er dan geen middel tot herstel? Ja, beminde Christenen, er bestaat slechts één middel: tranen cn boetvaardigheid. Arme ziel, in welk diepe duisternis is uwe ziel gedompeld, sedert de Geest des lichts u heeft verlaten. Gelukkig hij, die Hem nog niet heeft ontvangen. En om welke reden dan? Omdat hij zich nog kan voorbereiden, ten einde al het licht te ontvangen, dat de H. Geest schenkt aan eene zuivere ziel. Gij, die het geluk hebt gehad, Hem te ontvangen, geeft antwoord, hebt gü allo plichten begrepen, die
Preek van don oerbfedw. Vianney. 253
IIij u heeft opgelegd? O neen! moet gij tot u zeiven zeggen. Welnu, luistert oen oogenblik naar mij, ten einde ze te leeren kennen en het kwaad to herstellen, dat gij hebt bedreven, doordien gij zulke heilige eu plechtige beloften hebt geschonden.
AVat u echter aangaat, mijne broeders, gij, die hot zonder voorbereiding d. i. met eeno doodzonde op uw geweten, ontvangen hebt, gij, die in do biecht het getal uwer zonden verzwijgt of vermindert, gij, die uitvluchten zoekt, om ze niet zoo groot te doen voorkomen, gij, die gebiecht hebt zonder berouw en zonder het voornemen, uwe fouten te verbeteren, en niet afstand wildet doen van uw slechte gewoonten, wat zal ik tot u zoggen, om u te doen inzien, hoe groot, hoe oneindig groot uw ongeluk is? O mijn broeder, zijt gij nog in staat om te leven, na zulk oen misdaad? O mijn God, is het mogelijk, dat Christenen zulke vreeselijko moordplannen tegen U smeden? O mijn vriend, stort tranen over zulke boosheid! Indien gij echter gevoelloos zijt voor zulk eene misdaad, geef mij dan uw hart en uwe oogon, opdat ik zo mot de mijne moge veroenen, teneinde dag en nacht zonder ophouden te weenen over uwe gevoelloosheid. O mijn vriend, wat hebt gij gedaan, wat is er van u geworden! O mijn God, wijl de schatten Uwer barmhartigheid nog voor ons geopend zijn, beweeg het hart van dien armen ongelukkige, die U heeft verraden, beweeg het, opdat hij moge weenon, en Gij hem den verloren schat terug moogt geven. Ontsteek
Het H. Vormsel.
ook al clo/.c jeugdige harten, die Gij tot Uwe woning hebt gekozen, met Uw goddelijk vuur. Kom o Geest van licht en liefde, snel mij ter hulp, opdat ik hen moge doen begrijpen, hoe groot Uwe goedheid is, maar hoe groot ook do verplichtingen zijn, die zij op zich willen nomen.
Eerste Gedeelte.
Indien de voorbereiding geövenredigd moest zijn aan de grootheid der gaven, die God ons door het H. Sacrament des Vormsels verleent, dan zou ik onmogelijk aan de taak kunnen beantwoorden, die mij is opgelegd. Ik geloof, dat ik dan evenveel zou winnen met te zwijgen dan door te spreken. Want de genaden, die ons in dit sacrament worden medegedeeld, zijn oneindig. O God vergeef ons onze zwakheid en onwetendheid. »Maar,« zult gij vragen, beminde kinderen, »indien het onmogelijk is, al de reinheid en liefde te verkrijgen, die tot hot ontvangen van dit sacrament worden vereischt, wat moeten wij dan doen, ten einde ons zoo veel mogelp waardig voor te bereiden of ten minste niet het ongeluk te hebben, het heiligschennend te ontvangen ?«
Mijn kind, heb moed en vertrouwen, indien gij bereid zijt, alles te doen. wat in uw vermogen is, ten einde u waardig voor te bereiden, dan zal God medelijden hebben met de zwakheid uwer ziel. Hij zal uwe zuchten verhoeren, en de H. Geest zal tot u komen en Zijnen intrek bij u nemen. Let echter wel op quot;de voor-
254
Preek van den eerbiedw. Vianney. 255
waarden, die vervuld moeten worden, om dit sacrament waardig te ontvangen.
1. Men moet wel onderwezen zijn in alles, wat cr vereischt wordt om zalig te worden. Indien uw kind dit niet weet, zoo moot gij het of wel onderwijzen, of wel niet toestaan, dat het dit H. Sacrament ontvangt. Want bij gebrek aan onderwijsquot; zoudt gij dit sacrament onwaardig doen ontvangen, hetgeen een te vreeselijker ongeluk is, omdat dit sacrament slechts ééns kan worden ontvangen.
2. Het 11. Vormsel is een sacrament, dat ons den H. Geest schenkt met de volheid Zijner genaden en ons tot volmaakte Christenen maakt. Dit sacrament verleent ons den geest van licht, van sterkte en van moed, die ons in staat stelt, weerstand te bieden aan de bekoring en het menschelijk opzicht leert verachten. Een Christen, die het H. Vormsel waardig heeft ontvangen, is altijd bereid, zijn leven op te offeren ter eere van God en tot lieil zijner ziel. Hij vreest de zonde, maar dit is ook zijne eenige vrees, iedere andere is hem onbekend. Indien iemand deze verhevene uitwerkselen wenscht te verkrijgen, moet hij dit sacrament in staat van genade ontvangen en derhalve eerst zijne zonden belijden en er vergiffenis voor verkrijgen. Zorg toch, dat gij met het ongeluk moogt hebben, eene doodzonde te verzwijgen of te verminderen, gij zoudt eene drievoudige heiligschennis be-
Het H. Vormsel.
256
gaan.C) O God, wie kan liierover nadenken zonder te vergaan van schrik en afgrijzen!
Indien gij wilt, dat uwe biecht goed zij, moet gij ze zoo verrichten, alsof gij na de biecht voor den rechterstoel van God zoudt moeten verschijnen, ten einde rekenschap af te legsren van geheel uw leven. Indien gij eene slechte gewoonte hebt aangenomen, moet gij niet eerder de absolutie vragen, dan nadat 'gij vast zijt besloten, uwe fouten te verbeteren, omdat anders uwe biecht heiligschennend zou wezen. Maar wat moet men doen, om zich eene slechte gewoonte af te wennen? Is het voldoende eenige boetedoeningen, gebeden en verstervingen te verrichten? O neen, mijne beminden, dat is niet voldoende. Men moet doordrongen zijn van berouw. God te hebben beleedigd; men moet den oprechten wil hebben, liever alles te verduren dan wederom in zonden te vallen; men moet in een woord alles verachten, wat de duivel of do goddeloozen ons zouden kunnen zeggen, om ons tot zonde te brengen. Indien gij niet in deze gesteltenis des harten zijt, nader'dan niet tot de H, Sacramenten, want gij zoudt moeten vreezen, dat de bliksemstralen uit den hemel op u zouden neerschieten en u in de hel doen neerstorten, O mijn God, hoe velen hebben kort geleden dit sacrament ontvangen, en veranderen toch niets in hunne leefwijze. Moet ons dit met met angst en onrust vervullen?
O D. i, drie Sacramenten onwaardig; ontvangen, het Sacrament der JBiecbt, des Altaars cn van hot Vormsel.
Preek van den eerbiedw. Vianney. 257
De H. Cyprianus zegt ons;« Mijne kinderen, indien gij den H. Geest waardig hebt ontvangen, bezit gij alle soorten van goederen, wijsheid en verstand, raad en sterkte, wetenschap, godsvrucht en de vreeze des Heeren.« Alle deze genaden zijn samengevat in het heldere licht, dat onze ziel verlicht en in het goddelijke vuur, dat onze harten doet ontbranden. Ziet, hoe â¢noodzakelijk het is, dat de H. Geest tot u komt, ziet, hoe blind uw geest is, indien cr sprake is van uwe zaligheid, hoe zwak en koud uw hart is voor de beoefening der deugd. De H. Gregorius zegt, dat iemand, die den H. Geest heeft ontvangen, sterker is, dan alle duivelen te zamen. Hij bewijst dit op de volgende wijze.
»Juliaan de Afvallige (hij werd aldus genoemd, omdat hij Christen was geweest en zijn geloof had verloochend) beval, ten einde een bewijs te geven van zijne goddeloosheid, dat men openlijk aan de goden, d. i. aan de duivels zou offeren. Om aan deze oefening meer luister bij te zetten, ging hij met zijnen geheelen hofstoet naar den tempel, dien hij voor deze heiligschennis had bestemd. Toen het oogenblik was gekomen, gaf de keizer een teeken om te beginnen. Allo offerpriesters nemen hunne bepaalde plaats in. Maar, o wonder, noch zij, nocli hunne werktuigen, die nochtans met de grootste zorgvuldigheid waren toebereid, waren tot iets in staat, zelfs het vuur, dat op het autaar brandde, doofde plotseling uit. O, riepen de keizer en de afgodenpriesters, er is hier een vreemdeling, die zich
Genadensleutel. 17
258 Het H. Vormsel.
tepren onze oefening verzet.® De keizer beval eeu onderzoek, of er niet een Christen aanwezig was, en waarlijk vond raen een jongmensch, die zco pas het H. Vormsel had ontvangen. Wel verre van te vluchten, trad hij voor den keizer en bekende, dat hij een Christen was, een leerling van Hem, die ons doorZijn kruis heeft verlost. »Hem erken ik als mijnen God, en ik ben er trotsch op. Hem toe te behooren. Ja, ik, of liever God, die door mij werkt, heeft uwe afgoden machteloos gemaakt. De keizer, die Christen was geweest en dus wel wist, waartoe een Christen, die met den H. Geest is vervuld, in staat is, was verstijfd van schrik. »0 keizer,® ging de jonge man voort, »hoe blind zijt gij, die toch Christen zijt geweest en dus weet, hoe machtig onze God is, die weet, dat uwe afgoden slechts duivelen zijn, die u bedriegen en u in de hel storten. De keizer liep als een razende heen, want hij vreesde door het vuur des hemels te worden getroffen. Vol vreugde, over hetgeen er was geschied, vertelde de jongeling overal het wonder en vele heidenen omhelsden den christe-lijken godsdienst, die zoo verheven en schoon is. Ziet, mijne broeders, dat zijn de verheven uitwerkselen van het Vormsel, indien wij zoo gelukkig zijn het waardig te ontvangen. Ja, indien wij het, wel voorbereid, ontvangen, zal er in de toekomst niets meer in staat zijn ons van onze plichten te doen afwijken. Indien de godde-loozen u bespotten wegens uwe godsdienstoefeningen, dan veracht gij hunne spotternijen, gij beklaagt hen, omdat gij ziet, dat zij hun ver-
Preek van den eerbiedw. Vianney. 259
derf te gemoet loepen, en gij bidt voor hen. Indien de duivel u bekoort, zult gij doen evenals de H. Makarius, gij zult uw voet op zijn hoofd zetten, om hem aan te toonen, hoezeer gij hem veracht, evenals het slijk onder uwe voeten. O God, hoe krachtig en heldhaftig is hij, die don H. Geest heeft ontvangen.
Tweede Gedeelte.
Dit sacrament werd het eerst toegediend op het Pinksterfeest, 10 da^en na de Hemelvaart van Christus. De H. Maagd en de Apostelen gevoelden het eerst de zoete vruchten van dien Geest van liefde, toen H\j onder het bruisen van een hevigen wind over hen nederdaalde. Hij zweefde in de gedaante van vurige tongen boven hun hoofd terwijl hij innerlijk hun geest verlichtte, hun hart deed ontbranden en hunne ziel met een moed en ijver vervulde, die zij tot het einde huns levens bewaarden. Ja, mijne broeders, deze geest van zuiverheid en liefde zal nederdalen over allen, die Hem waardig ontvangen. Al zijn ze onzichtbaar, Ziine genaden zijn niet te min oneindig groot. Door het vormsel ontvangen wij den H. Geest, den derden persoon der Allerheiligste Drievuldigheid. O, welk onuitsprekelijk geluk voor een schepsel, den Geest van liefde te ontvangen. Toen Hij over de Apostelen was neergedaald, veranderde Hij ze zoodanig, dat men ze niet herkende. Men zeide algemeen: »Zijn dat de leerlingen van den profeet uit Nazareth, dien onze priesters tot den kruisdood hebben
17'
258 Het H. Vormsel.
tepren onze oefening verzet.» De keizer beval eeu onderzoek, of er niet een Christen aanwezig was, en waarlijk vond men een jongmensch, dio 7j o pas het H. Vormsel had ontvangen. Wel verre van te vluchten, trad hij voor den keizer en bekende, dat hij een Christen was, een leerling van Hom, die ons doorZijn kruis heeft verlost. »Hem erken ik ais mijnen God, en ik ben er trotsch op. Hem toe te behooren. Ja, ik, of liever God, die door mij werkt, heeft uwe afgoden machteloos gemaakt. De keizer, die Christen was geweest en dus wel wist, waartoe een Christen, die met den H. Geest is vervuld, in staat is, was verstijfd van schrik. »0 keizer,« ging de jonge man voort, »hoe blind zijt gij, die toch Christen zijt geweest en dus weet, hoe machtig onze God is, die weet, dat uwe afgoden slechts duivelen zij n, die u bedriegen en u in de hel storten. De keizer liep als een razende heen, want hij vreesde door het vuur des hemels te worden getroffen. Vol vreugde, over hetgeen er was geschied, vertelde de jongeling overal het wonder en vele heidenen omhelsden den christe-lijken godsdienst, die zoo verheven en schoon is. Ziet, mijne broeders, dat zijn de verheven uitwerkselen van het Vormsel, indien wii zoo gelukkig zijn het waardig te ontvangen. Ja, indien wij het, wel voorbereid, ontvangen, zal er in de toekomst niets meer in staat zijn ons van onze plichten te doen afwijken. Indien de godde-loozen u bespotten wegens uwe godsdienstoefeningen, dan veracht gij hunne spotternijen, gij beklaagt hen, omdat gij ziet, dat zij hun ver-
Preek van den eerbiedw. Vianney. 259
derf te gcmoet loepen, en gij bidt voor hen. Indien de duivel u bekoort, zult gij doen evenals de H. Makarius, gij zult uw voet op zijn hoofd zetten, om hem aan te toonen, hoezeer gij hem veracht, evenals het slijk onder uwe voeten. O God, hoe krachtig en heldhaftig is hij, dio den H. Geest heeft ontvangen.
Tweede Gedeelte.
Dit sacrament werd het eerst toegediend op het Pinksterfeest, 10 dagen na do Hemelvaart van Christus. De H. Maagd en de Apostelen gevoelden het eerst de zoete vruchten van dien Geest van liefde, toen Hjj onder liet bruisen van een hevigen wind over hen nederdaalde. Hij zweefde in de gedaante van vurige tongen boven hun hoofd terwijl hij innerlijk hun geest verlichtte, hun hart deed ontbranden en hunne ziel met een moed en ijver vervulde, die zij tot het einde huns levens bewaarden. Ja, mijne broeders, deze geest van zuiverheid en liefde zal nederdalen over allen, die Hem waardig ontvangen. Al zijn ze onzichtbaar, Ziine genaden zijn niet te min oneindig groot. Door het vormsel ontvangen wij den H. Geest, den derden persoon der Allerheiligste Drievuldigheid. O, welk onuitsprekelijk geluk voor een schepsel, den Geest van liefde te ontvangen. Toen Hij over de Apostelen was neergedaald, veranderde Hij ze zoodanig, dat men ze niet herkende. Men zeide algemeen: »Zijn dat de leerlingen van den profeet uit Nazareth, dien onze priesters tot den kruisdood hebben
17*
260 Hot H. Vormsel.
voroordeold? Ziot, mot hoe grooto heldhaftigheid on mot hoevool moed, zij openlijk spreken. Slechts eenige dagen geleden hebben wij gezien, dat zij hun meestor hebben verlaten en verraden, en nu doen zij zolfs onzo priesters beschaamd staan.« O God, hoe bewondorenswaar-dig zijn Uwe werken!
Welaan, mijne broeders, zou men na hot vormsel hetzelfde van u kunnen zeggen? Zou men zich ook moeten afvragen, of gij het waarlijk zijt. die men nog eenige dagen geleden gezien heeft ? Zal men verstomd staan over de verandering, die in u heeft plaats gegrepen? Zal men ïn plaats van straatliederen slechts heilige lofzangen uit uwen mond hooren? Zal men in u, o zusters, de eenvoudigheid, bescheidenheid en zedigheid bewonderen, die een sieraad is van het vrouwelijk geslacht in plaats van iidelheid en zucht om te behagen? Zal men quot;zich moeten afvragen, of gij het wezenlijk waart, die men gezien heeft zoo vol ij delheid, die men heeft gezien ... O God, o God!
Gij mijne broeders verlangt gevormd te worden; dat is prijzenswaardig, maar gij moogt na de ontvangst van dit sacrament niet meer dezelfde zijn. Even als de Apostelen moet men ook u niet meer kunnen herkennen. In-plaats van onverschilligheid voor den dienst van God moet gij ijver betoonen in het bijwonen der godsdienstoefeningen; inplaats van lauwheid in de ontvangst der H. Sacramenten en in het vieren van de Zon- en feestdagen, moet gij nu vol eerbied zijn in Gods huis, en
Preek van deü eerbiedw. Vianney. 261
met de grootste nauwgezetheid uwe plichten jegens God vervullen. Ach, hoevele christenen ontvangen dit H. Sacramenti zonder dat men eenige verandering bij hen kan bespeuren! En hoevelen ontvangen het heiligschennend en onwaardig. O, mijn God, hoevelen storten daardoor zich zeiven in het verderf!
En gij,-mijne broeders, die reeds het geluk hebt gehad, dit sacrament te ontvangen, heeft men ook eenige verandering bij u kunnen bespeuren? Gij zijt wellicht reeds moedeloos geworden, toen men u voor den eersten keer bespotte. Bij de minste wederwaardigheid in tegenspoed liet gij het hoofd hangen, inplaats van te denken, dat alles van God komt, de voorspoed zoowel als de tegenspoed. Hebt gij u niet den dood toegewenscht inplaats van het kruis, dat de Heer u heeft toegezonden? O God, hoe zwak en armzalig is hij, die den H. Geest niet bezit, vergeleken bij hem, in wien de Geest des lichts woont!
Ja, ieder sakrament brengt zijne bijzondere vruchten voort; door het doopsel worden wij Christenen, kinderen van God en broeders van Jezus Christus; het geeft ons recht op het hemelrijk, dat door de zonde van onze eerste ouders voor ons was gesloten. Het verlost ons van den duivel, wiens slaven wij waren, en schenkt ons de zoete en zalige vrijheid der kinderen Gods. O broeders, wat overheerlijke voordeelen! hoe zullen wij God ooit genoegzaam voor Zijne goedheid kunnen danken.
In het sacrament der biecht toont ons God
262 Het H. Vormsel.
Zijne goedheid op eene gansch bijzondere wijze. Het was niet voldoende, dat Hij, nadat Hij voor ons was gestorven, het sacrament des doopsels had ingesteld, zonder hetwelk gij nooit het hemel-rijt zoudt kunnen binnengaan. Hij wilde nog een tweede sacrament instellen, dat de kracht bezit, om ons te zuiveren van alle persoonlijke zonden. O God, hoe oneindig goed zijt Gij !
Het sacrament des Altaars is het sacrament zijner liefde. O mijne broeders, een God geeft zich aan ons, en verlangt zelfs naar dit oogenblik. O geluk, o onuitsprekelijke genade! Het sacrament van het H. Oliesel is ingesteld, ten einde ons te vertroosten in het laatste uur. De priesterwijding deelt aan den priester de noodige verlichting en genade mede, ten einde ons te geleiden op den weg der eeuwige zaligheid. Het sacrament des huwelijks om de verbintenis tusschen man en vrouw te zegenen en te heiligen. Welaan, mijne broeders, door het sacrament des vormsels worden wij volmaakte Christenen en zij, die het niet ontvangen, alhoewel zij in de gelegenheid zijn, maken zicli schuldig aan een groot verzuim en berooven zich van vele genaden.
Men kan den gedoopte of Christenmensch vergelijken bij een pas geboren kind, dat aan alle zwakheden onderhevig is. Hij echter, die het H. Vormsel heeft ontvangen, is gelijk aan een man, in den bloei zijner jaren, vol moed eu kracht, in staat de wapenen te hanteeren en zich moedig te verdedigen tegen zijne vijanden. Tot nu toe hebt gjj u gedragen evenals
Preek van den eerbiedw. Vianney. 263
kinderen; de minste tegenspoed deed u den moed verliezen, gij zijt bezweken onder de minste bekoring. Maar indien gij in waarheid den H. Geest ontvangt, zal niets meer in staat zijn, u tegen te houden, gij zult alles onder de voeten treden, gij zult u verblijden, indien gij voor God uioogï strijden en evenals de Apostelen, nadat zij den H. Geest hadden ontvangen, zult gij u niet meer om de wereld bekommeren, gij zult doen, als waart gij er alleen in.
'Hoe zwak en angstig waren de Apostelen vóór de nederdaling van den H. Geest, elk oogen-blik was het menschelijk opzicht in strijd met de belangen van God. Zij hadden hun Meester verlaten en zelfs na de verrijzenis, toen zij Hem al verscheidene keeren gezien, en met Hem hadden gegeten en gedronken, verwachtten zij achter gesloten deuren de komst van den H. Geest, uit vrees voor de joden. Niemand had den moed getuigenis af te leggen van de wonderen, die ze hadden gezien. Maar welke verandering greep plaats, nadat zij den H. Geest hadden ontvangen. Zij verlaten de eetzaal, snellen door de straten van Jeruzalem en verkondigen aan het geheele volk, wat zij van Jezus hebben gezien en gehoord. Het volk, dat in de Pinksterdagen in grooten getale was gekomen, verzamelde zich. De H. Petrus preekte, geheel en al vervuld met don Heiligen Geest. Luistert naar m\j, mijne broeders, riep hjj uit, denzelfden Christus, dien gij door de handen der beulen hebt gekruisigd, is weer verrezen. Is dit dezelfde Apostel, die ver-
264 Het H. Vormsel.
bleekte en beefde, enkel op het gezicht van eene dienstmaagd, en die zijnen goddelij-ken Meester zoo lafhartig verloochende? Ja, het is dezelfde, maar sedert hij den H. Geest heeft ontfangen, die zijne vrees in moed. zijne zwakheid in kracht heeft veranderd, schrikt hij, die eens scliroomde, een leerling van Christus te worden genoemd, er niet meer voor terug, zijn leven zelfs voor Hem op te offeren. Hij vindt zijn behagen in verachting, gevangenis, vervolging en dood. O, H. Geest, met hoeda-nige kracht vervult gij hen, die u bezitten!
Maar, zult gij vragen, welke gaven deelt do H. Geest u dan mede in het sacrament van het H. Vormsel ? Hij deelt u zijne zeven gaven mede. Ten eerste de gave van wijsheid, eene genade, die ons losscheurt van de wereld. Zij doet ons de genoegens verachten, die ons slechts kunnen verleiden, bedriegen en in het verderf storten. Door deze gave trachten wij de onvergankelijke en eeuwige goederen te zoeken en deze wereld slechts als een ballingsoord te beschouwen, alwaar wij voortdurend in moeielijk-lieden leven, zonder het volmaakte geluk te smaken, waarnaar ons hart verlangt.
De tweede gave is het verstand. Zij is het bovennatuurlijk licht, waardoor wij de schoonheden van onzen H. godsdienst, den steun en den troost, die wij daarin vinden, leeren begrijpen. Zij toont ons derhalve ook, welken eerbied wij van haar moeten hebben. Zij spoort ons aan, moeite te doen, teneinde haar beter te leeren kennen, opdat wij niet uit onwetendheid mogen
Preek van den eerbiedw. Vianney. 365
verloren gaan, en dat wij verrukt over hare schoonheid al het overige minachten.
De derde gave van den H. Geest is de gave van raad. Zij is de christelijke wijsheid, die ons altijd de zekerste middelen doet kiezen, om de genade van God te verkrijgen, ten einde zalig te worden.
De gave van sterkte bestaat in de kracht en den moed. om ons te verheffen boven het menscheliik opzicht. Door haar waren de martelaren in staat, alle pijnen en folteringen te verduren. Beschouw den H. Bartholomeüs, die levend van het hoofd tot de voeten werd verminkt, en door wien verkreeg hij de kracht, die vreese-lijkste aller pijnen te verduren? Door den H. Geest. Wie gaf aan den H. Vincentiiis(') een zoo heldhaftigen moed, dat hij zelf zijne beulen aanspoorde, hem nog meer 'te pijnigen? Het was eveneens de H. Geest. Waarlijk de Christen, die de gave van sterkte heeft ontvangen, veracht de spotternijen der goddeloozen. Hij
(,) Hij stierf den marteldood te Valencia, in Spanje, in het jaar 304. Toen hij r-ijn geloof openlijk had bekend, deed de heidcnsche stedehouder hem op de p^nbank uitstrekken en vroeg: hem toon; Wat zegt gij nu? Vinoen-tius gaf blijmoedig ten antwoord: Ik verkryg nu eindelijk, hetgeen ik sedert Irng heb gewenscht. Een dienaar Gods is, terwille ran den goddelyken Verlosser gnarne bereid, alles te verduren. Gij zult ondervinden, dat ik door de genade Gods sterker ben in het verduren der pijnen, dan gij in het pijnigen. En zoo gebeurde het, want bij de vreeselijke folteringen, die hij moest ondergaan, werd hij versterkt door de genade van God; hieruit zien wij de macht van den H. Geest (het feest van den H. Martelaar Vincentius wordt den 22. Januari gevierd.) Nota van den Vertaler,
266 Het H. Vormsel.
tracht slechts God te behagen en zijn plicht te vervullen.
De vijfde is de gave van wetenschap, die ons in staat stelt, te booordeelen, of al onze handelingen met eene zuivere meening worden verricht, en of wij zoo leven, dat wij mogen hopen, de eeuwige zaligheid te verkrijgen. Zij doet ons ook de gevaren en de gelegenheden erkennen, die ons tot zonde brengen en in het verderf kunnen storten.
De gave van godsvrucht bestaat in een H. ijver voor al, vat betrekking heeft op de eer van God en het heil onzer ziel. Wie spoorde de Heiligen aan, den zieken de nederigste diensten te bewijzen; wie noopt nog heden zoo vele personen hun leven op te offeren tot het welzijn der ongel ukkigen? Het is de H. Geest. Hij spoort ons aan, het woord Gods ijverig te aanhooren, goed te bidden, en dikwerf tot de H. Sacramenten te naderen.
De vreeze Gods is eene nauwgezetheid van geweten, die ons aanspoort, wel te onderzoeken, of onze handelingen overeenkomstig zijn met de wet, die God ons in zijne geboden heeft voorgeschreven. Hij, die deze gave bezit, heeft oen grooten afkeer van de zonde, en leeft in aanhoudende vrees, do genade Gods te verliezen. Hij doet ovenals de H. Philippus Nerius, dien men eens zag- weonen. Toen men hem om de reden van zijne droefheid vroeg, gaf hij ten antwoord: Ach, ik vertwijfel met, integendeel ik bon met hoop bezield, maar, indien ik denk, dat de Engelen des Hemels zijn gevallen, dat
Preek van den eerbiedw. Vianney, 2G?
Adam en Eva in 't aardsche paradijs hebben gezondigd, dat Salomon,, naar de getuigenis van den H. Geest, de wijste onder do koningen der aarde, zijne grijze haren door de afschuwelijkste misdaden heeft onteerd, indien ik dit overweeg, dan leef ik gedurig in de vrees, dat mij dit ook zou kunnen gebeuren. »Ach,« voegde hij er bij, «hoezeer moet iemand, die de grootte der zonden kent, vreezen ze te bedrijven.» O mijn God, hoe noodzakelijk is het voor ons, dat de H. Geest komt, en onze harten verandert.
Maar aan wieu geeft de H. Geest deze gaven? Aan allen, die zich door gebed en ingetogenheid hebben voorbereid, d. i.. die zooveel mogelijk hun hart van het aardsche hebben afgekeerd, die hunne zonden met een oprecht berouw hebben beleden, die waarlijk hot voornemen hebben gemaakt, zo te vluchten, en liever alles te verduren, dan wederom in zonden te vallen. De H. Geest daalde neder over hen, die eenige dagen in de eenzaamheid hadden doorgebracht. Telkens, wanneer God eene buitengewone genade wil schenken, gebeurt dit na eenige dagen van afzondering. Ziet slechts Mozes: God gaf hem zijne wet, nadat hij veertig dagen had doorgebracht met vasten en bidden. Ziet den profeet Elias. De heer beval hem, den berg Horeb te beklimmen, omdat Hij hem aldaar Zijn wil zoude mededeelen. Hij wilde hem hierdoor doen verstaan, dat Hij Zijne kostbare gaven niet verleent te midden van het gewoel der wereld.
O God, gedoog toch niet, dat wij ooit het ongeluk
266 Het H. Vormsel.
tracht slechts God te behagen en zijn plicht te vervullen.
De vijfde is de gave van wetenschap, dio ons in staat stelt, te beoordeelen, of al onze handelingen met eene zuivere meening worden verricht, en of wij zoo leven, dat wij mogen hopen, de eeuwige zaligheid te verkrijgen. Zij doet ons ook de gevaren en de gelegenheden erkennen, die ons tot zonde brengen en in het verderf kunnen storten.
De gave van godsvrucht bestaat in een H. ijver voor al, vat betrekking heeft op de eer van God en het heil onzer ziel. Wie spoorde de Heiligen aan, den zieken de nederigste diensten te bewijzen; wie noopt nog heden zoovele personen hun leven op te offeren tot het welzijn der ongelukkigen? Het is de H. Geest. Hij spoort ons aan, het woord Gods ijverig te aanhooren, goed te bidden, en dikwerf tot de H. Sacramenten te naderen.
De vreeze Gods is eene nauwgezetheid van geweten, die ons aanspoort, wel te onderzoeken, of onze handelingen overeenkomstig zijn met de wet, die God ons in zijne geboden heeft voorgeschreven. Hij, die deze gave bezit, heeft een grooten afkeer van de zonde, en leeft in aanhoudende vrees, do genade Gods te verliezen. Hij doet ovenals de H. Philippus Nerius, dien men eens zag weenen. Toen men hem om de reden van zijne droefheid vroeg, gaf hg ten antwoord: Ach, ik vertwijfel met, integendeel ik ben met hoop bezield, maar, indien ik denk, dat de Engelen des Hemels zijn gevallen, dat
treek van den eerbiedw. Yianney, 26?
Adam en Eva in 't aardsche paradijs hebben gezondigd, dat Salomon, naar de getuigenis van den H. Geest, de wijste onder de koningen der aarde, zijne grijze haren door de afschuwelijkste misdaden heeft onteerd, indien ik dit overweeg, dan leef ik gedurig in de vrees, dat mij dit ook zou kunnen gebeuren. »Ach,« voegde hij er bij, «hoezeer moet iemand, die de grootte dér zonden kent, vreezen ze te bedrijven.» O mijn God, hoe noodzakelijk is het voor ons, dat de H. Geest komt, en onze harten verandert.
Maar aan wien geeft de H. Geest deze gaven? Aan allen, die zich door gebed en ingetogenheid hebben voorbereid, d. i.. die zooveel mogelijk hun hart van het aardsche hebben afgekeerd, die hunne zonden met een oprecht berouw hebben beleden, die waarlijk hot voornemen hebben gemaakt, ze te vluchten, en liever alles te verduren, dan wederom in zonden te vallen. De H. Geest daalde neder over hen, die eenige dagen in de eenzaamheid hadden doorgebracht. Telkens, wanneer God eeno buitengewone genade wil schenken, gebeurt dit na eenige dagen van afzondering. Ziet slechts Mozes: God gaf hem zijne wet, nadat hij veertig dagen luid doorgebracht met vasten en bidden. Ziet den profeet Elias. De heer beval hem, den berg Horeb te beklimmen, omdat Hij hem aldaar Zijn wil zoude mededoelen. Hij wilde hem hierdoor doen verstaan, dat Hij Zijne kostbare gaven niet verleent te midden van het gewoel der wereld.
O God, gedoog toch niet, dat wij ooit het ongeluk
268 Set H. Vormsel.
hebben, uwen H. Geest onwaardig te ontvangen. Verander onze harten en onze ziel geheel en al. O God, vervul onze harten met uwe genade, verwaardig TI, door het sacrament des Vormsels uwen intrek bij ons te nemen. O heiligste Maagd Maria, gij hebt de Apostelen voorbereid tot dit gewichtig oogenblik, bereid ook ons voor, opdat wij gewaardigd mogen worden, den Geest van zuiveraeid en liefde te ontvangen en te bewaren. Amen.
Gebed om hernieuwing der genaden van het H. Vormsel.
(Zie. bl. 225.)
Ouderrichting over don H. Geest. 269
Onderrichting over den H, Geest,
doer den eerbiedwaardigen Vianney, pastoor van Ars.
De Vader is onze Schepper, de Zoon is onze Verlosser, en de H. Geest is onze geleider. Evenals eene schoone, witte duif zich verheffende uit de heldere bron de schitterende droppels van hare vlerken op de aarde doet neerspatten, zoo komt ook de H. Geest voort uit de oneindige zee der goddelijke volmaaktheid, en doet van zijne vleugelen den balsem der goddelijke liefde nèderdruppelen op de ziel.
De mensch is niets door zich zelf, maar hij is veel door de kracht van deu H. Geest; uit zich zelf is hij vleeschelijk, ja dierlijk, alleen de H. Geest kan zijne ziel verheffen. Waarom waren de heiligen zoo onthecht aan al het aard-sche? Omdat zij zich door den H. Geest lieten geleiden. Zij, die door den H. Geest worden geleid, hebben hot juiste begrip van alle zaken, vandaar, dat zoo vele ongeleerden meer weten, dan de geleerden. Indien men geleid wordt door den God van kracht en licht, kan men niet dwalen.
De H. Geest is licht en kracht; Hij doet ons het ware van den schijn, het goede van het kwade onderscheiden. Evenals de vergrootglazen de voorwerpen groot doen schijnen, zoo toont ons ook de H. Geest het kwade en het goede in hot ware licht. Vereenigd met den H. Geest schijnt ons ailes groot toe. Men ziet de grootte van de minste werken, die men voor God verricht, en de grootte van de minste fout.
270 Onderrichting
Evenals een horlogemaker met zijn vergrootglas de kleinste radertjes van een uurwerk kan onderscheiden, zoo zien wij door het licht van den H. Geest alle bijzonderheiden van ons armzalig leven. Dan zijn de kleinste onvolmaaktheden groot in onze oogen, de kleinste zonden vervullen ons met schrik. Derha ve heeft de H. Maagd nooit gezondigd, want de H. Geest deed haar de grootte der zonde inzien; zij beefde voor de minste fout.
' Zij, die den H. Geest bezitten, zijn niet trotsch, want zij zijn overtuigd van hunne armzaligheid. Trotsch zijn alleen zij, die den H. Geest niet bezitten.
De wereldlingen hebben den H. Geest niet, of indien zij Hem bezitten, zoo is dit slechts voorbijgaand. Hij blijft niet bij hen; het ge-druisch der wereld verdrijft Hem. Het valt den Christen, die door den H. Geest wordt geleid, niet zwaar, afstand te doen van de wereld, en slechts te trachten naar de eeuwige goederen; hij weet het juiste onderscheid te maken.
Het oog der wereld ziet niet verder dan het leven reikt, evenals mijn oog slechts den kerkmuur ziet, als de kerk is gesloten. Het oog van den Christen echter ziet tot in de eeuwigheid. Voor hem, die zich door den H. Geest laat geleiden, schijnt er volstrekt geene wereld te bestaan. Het is noodzakelijk voor ons, te weten, door wien wij worden geleid; indien het de H. Geest niet is, zoo is er noch kracht noch nut in ons werk, hoezeer wij ook ons best doen. Worden wij echter geleid door den H, Geest
over den H. Geest. 271
zoo gevoelen wij eene zoetheid gelijk aan honig, men zou willen sterven van verlangen. Zij, die zich door den H. Geest laten geleiden, smaken in hun binnenste ieder soort van geluk, terwijl de boozen zich in doornen en diste-len wentelen. Eene ziel, die den H. Geest bezit, verveelt zich nooit in de tegenwoordigheid van God, haar hart, is steeds vol van liefde tot Hem.
Zonder den H. Geest zijn wij gelijk aan een steen langs den weg. Neemt in de eene hand cone spons met water, in de andere een kleinen keisteen; drukt beide even sterk: Er zal uit den keisteen niets vloeien, maar uit de spons zult gij water in overvloed verkrijgen. De spons is het beeld van eene ziel, die vervuld is met den H. Geest, en de keisteen is het beeld van een koud en ongevoelig hart, waarin de H. Geest niet woont.
Eene ziel, die den H. Geest bezit, smaakt zulk eenen troost in het gebed, dat haar de tijd altijd te kort toeschijnt. Zij verliest nooit de tegenwoordigheid van God. Haar hart is voor Jezus in het H. Sacrament des Altaars evenals eene druif onder de pers.
Het is de H. Geest, die m de harten der rechtvaardigen de gedachten vormt, en do woorden op hunne tong legt. Zij, die den H. Geest bezitten, brengen niets kwaads voort; alle vruchten ran den H. Geest zjjn goed.
Zonder den H. Geest is alles koud. Indien men dus bespeurt, dat de gloed vermindert, moet men dadelijk eene novene tot den H.
272 Onderrichting
Geest') beginnen, ten einde Hem om geloof en liefde te smeeken. Ziet, indien men eene retraite of eene missie heeft meegemaakt, is men vol van goede voornemens. Deze goede voornemens komen van den H. Geest, die onze ziel heeft bezocht en ze geheel en al heeft vernieuwd, evenals een warme wind het ijs doet smelten en de lente terugbrengt.
Obschoon gri nog geen groote heiligen zijt, zijn er toch ook in uw leven oogenblikken, dat gij de zoetheid van het gebed en van de tegenwoordigheid Gods ondervindt. Dit zijn genaden van den H. Geest. Indien men den H. Geest bezit, wordt het hart ruimer, en men wordt vervuld met de goddelijke liefde. De visch klaagt nooit, dat hij te veel water heeft; evenmin klaagt een goed Christen, dat bij te lang bij God ver: toeft. Er zijn menschen, die zich vervelen bij de godsdienstoefeningen; deze bezitten den H. Geest niet.
Indien men de verdoemden zou vragen: »Waarom zijt gij in de hel?« dan zouden zij antwoorden: »Omdat wij tegenstand hebben geboden aan den H. Geest.« En indien men tot de Heiligen zou zeggen: »Waaroni zijt gij in den Hemel? dan zouden ze antwoorden: «Omdat wij naar den H. Geest hebben geluisterd.®
1) De eerbiedwaardige dienaar prees de negendaagsche oefening tot den H. Geest dikwerf aan, vooral aan godgewijde personen (priesters en kloosterlingen), maar ook aan wereldlingen, indien zy eene gunst hadden te vragen voor hunne ziel,)
over den H. Geest. 273
Elke goede gedachte en begeerte komt van den H. Geest.
De H. Geest is eene kracht; Hij hield den H. Simeon staande op de zuil. Hij versterkte de martelaren. Zonder den H. Geest zouden ze zijn gevallen evenals het loof van de boomen. Indien ze op den brandstapel stonden, bluschte de H. Geest het vuur, door den gloed Ziiner goddelijke liefde.
Doordien de goede God ons den H. Geest zendt, handelt Hij evenals een groot koning, die aan zijn ministerquot;) last gaf een zijner on-derdanen te geleiden, hem zeggende: »Ge-leid dezen mensch overal, en breng hem gezond en weibehouden tot mij terug.« Hoe schoon is het. door den H. Geest te worden geleid; Hij is de beste leidsman. En toch zijn er men-schen, die Hem niet willen volgen (hier weende do heilige).
De H. Geest is te vergelijken bij een man, die een rijtuig en schoone paarden bezit en met ons naar Parijs wilde gaan. Wij zouden voorzeker »ja« zagen en instappen. Het is voorzeker gemakkelijk, indien men het slechts voor het zeggen heeft. Welnu, de H. Geest wil ons naar den Hemel brengen, wij behoeven slechts »ja« te zeggen en ons te laten geleiden.
De H. Geest is evenals een tuinier, die onze ziel bebouwt.
1) De H. Geest is natuurlijk geen dienaar van God, want Hy is zelf God, even machtig:, heilig en volmaakt ala de Vader en de Zoon. Deze woorden bevatten du« slechts ccne gelijkenis en moeten ook aldus worden beschouwd. Genadensleutel. 18
Onderrichting
Daar hebt ge een geweer. Goed, laadt het. Maar er moet ook iemand zijn, die vuur geeft en schiet. Niemand onzer kan iets goeds doen uit zich zolven. De H. Geest moet het vuur geven, om de goede werken te kunnen ver-richten.
De H. Geest rust in do ziel van den rechtvaardige, evenals de duif in haar nest. Hij brengt de goede begeerten in de ziel voort, evenals do duif hare jongen.
De H. Geest rust in eene zuivere ziel, evenals op een bed van rozen.
Eene ziel, die den H. Geest bezit, verspreidt een geur, evenals de wijnstok, wanneer hij in vollen bloei staat.
De H. Geest geleidt ons evenals eene moeder haar kind, of een ziende den blinde. Do sacramenten, die God heeft ingesteld, zouden van geen nut voor ons zijn, zonder den H. Geest. Zonder Hem zoude zelfs de Verlossing geen waarde voor ons hebben. Derhalve zegt do Goddelijke Zaligmaker tot zijne Apostelen: »Het is goed. dat ik heenga, want indien ik niet heenging, zou de Vertrooster niet tot ü komen/ (Joh. 16. 7.) De H. Geest moest komen ten einde het zaad der genade vruchtbaar te maken. Hot is hiermede gestold evenals met een graan-korreltje. Gij legt het in de aarde, maar het heeft zonneschijn en regen noodig, om te kunnen ontkiemen en vruchten voort to brengen.
Men moet iederen morgen bidden: »0 God. zond injj uwen Geest, opdat ik moge erkennen, wie Gij zijt, en wie ik beu.« Ook geduiende den
274
over den H. Geest. 275
dag moet gij dikwijls vragen om do genade van den H. Geest, want wij hebben haar hoog iwodig, tyn einde onze eigen armzaligheid te loeren kennen.®
Opmnrking-. De eerbiedwaardige Vianney stichtte verschillende missen voor zijn dood. Hy deed dit o. a. met de volgende intentie: ter eere van den H. Geest tot de uitbreiding der H. kerk, ter eere van den H. Gees tot dankzegging voor het geloofspunt der Onbevlekte Ontvangenis en tevens als bidoffer, opdat toch niemand zonder het U. Doopsel moge sterven.
18*
De werken jran den H. Geest.
De vruchten van den H. Geest zijn oneindig. De H. Basilius1) zegt: Al wat de schepselen van hemel en aarde bezitten, volgens de natuur en de genade komt van den H. Geest. Hiermede stemt ook do H. Thomas van Aquine overeen. In de Summa contra gentiles (werk tegen de heidenen) verklaart de engelachtige leeraar de wonderbare uitwerkselen van den H. Geest met groote kracht en duidelijkheid. Wij laten hier de vertaling der bedoelde hoofdstukken volgen. (Summa c. gent. 1. IV. c. 20â22.)
Leer van den H. Thomas van Aquine.
1. Over de werken van den H. G-eest mot â betrekking tot de geheele Schepping.
Na hetgeen vooraf is gegaan, moeten wij spreken over de werken, die de H. Schriftuur aan den H. Geest toekent.
In het voorafgaando1) werd ons getoond, dat de goedheid van God de bron is van het bestaan der schepselen, en dat Hij door Zijn wil alles te voorschijn heeft geroepen. De liefde dus, die Hij Zijne goedheid toedraagt, is do reden der schepping van alle voorwerpen. Derhalve hebben ook einige oude wijsgeeren beweerd, dat de liefde der Godheid als de bron vau het bestaan van alle voorwerpen is, en Diony-siusquot;) zegt, dat de goddelijke liefde niet toe-
1
) Do divln. Nom. c. 4.
Van den H. Thomas van Aquine. 277
laat, dat zij onvruchtbaar blijvo. Door het voor-afgaande zien wij echter duidelijk, dat de H. Geest voortkomt uit de liefde, die God zich zei-ven toedraagt. Derhalve is de H. Geest de oorsprong van de schepping. Dit zien wij in de woorden: »Ze!id uwen geest, en zij zullen herschapen worden.» (Ps. 103. 10.)
Omdat de H. Geest voortkomt uit de liefde, en deze eene zekere bewegende kracht bezit, zoo moet ook de beweging, die door God in de voorwerpen wordt bewerkt, aan den H. Geest worden toegeschreven. De eerste verandering, echter, die God heeft gedaan, bestaat zonder twijfel daarin, dat Hij uit de vormlooze massa de verschillende voorwerpen heeft voortgebracht. Dit nu schrijft de Schriftuur toe aan den H. Geest, doordien zij zegt: »De Geest Gods zweefde over de wateren.« Door »wateren« zegt de H. Augustinus, verstaat men de eerste stof. want er staat, de H. Geest zweefde er over, niet alsof Hij zich zelven had bewogen, maar omdat Hij de Oorsprong der beweging is.
Ook kan men net bestuur van alle voorwerpen van den kant van God eene zekere beweging noemen, omdat God alles tot Zijn bijzonder einddoel leidt. Indien dus het aansporen en de beweging ten opzichte van do liefde aan den H. Geest toekomt, zoo wordt te recht bet bestuur en de voortplanting der voorwerpen aan den H. Geest toegeschreven. Derhalve le-Heeren heeft mij ge
»Uw goede Geest zal
in ij geleiden naar het rechte land.« (Ps. 142,10.)
278 De werken van den H. Geest.
En omdat de leiding der ondergeschikten toekomt aan den Heer en Meester, zoo wordt ook aan den H. Geest het beheer toegeschreven, want de Apostel zegt: »De Geest echter is heerscher« (2 Cor. 3, 17.), en in de geloofsbelijdenis zeggen wij: »Ik geloof aan den H. Geest, den Heer!«
Ook het leven uit zich voornanielijk door do beweging, want wi' zeggen van iets, dat zich beweegtquot;, dat het leeft, en over 't algemeen wordt alles onwitlekeuorig tot werkzaamheid aangespoord, Indien dus aan den H, Geest do aansporing en de beweging wordt toegeschreven, dan kan men ook te recht zeggen, dat van Hem het leven uitgaat, want er staat geschreven: »Het is de Geest, die levend maakt,« (Joh, 0, 64) en: »Ik zal ü den Geest geven, en gij zult leven.« (Ez, 37, 9,) en wij bidden in de geloofsbelijdenis, dat wij gelooven aan den H. Geest, die het leven schenkt,
2. Over de uitwerkselen van den H, Geest
met ijetrekking tot de redelijke schepselen,
(Summa c. gent. cap. 21.)
Wij moeten verder de uitwerkselen beschouwen, 'die Hij (de H. Geest) voortbrengt ten opzichte van de redelijke wezens. Want indien wij eenigszins gelij kvormig worden aan de goddelijke volmaaktheid,, zoo wordt ons die volmaaktheid door God geschonken. De wijsheid wordt ons door God gegeven, voor zoo verre wij eenigszins gelijkvormig worden aan de goddelijke Wijsheid, Omdat nu de H. Geest voort-
Van den H. Thomas van Aquine. 279
komt uit de liefde, waarmede God zich zeiven bemint, zooals wij in het vijftiende hoofdstuk 'hebben gezien, zoo wordt ons de H. Geest door God gegeven, omdat wij door de liefde tot God aan deze liefde gelijkvormig worden. Derhalve zegt de Apostel: »De liefde Gods is in onze harten uitgestort door oen H. Geest, die ons is gegeven.« (Kom. 5, 5.)
Wij moeten echter niet vergeten, dat al, wat in ons gelijkvormig is aan God, ook tot God moet teruggebracht worden als tot den werkenden en zinnebeeldigen oorsprong; als de werkende oorsprong voor zooverre door de werkende, goddelijke kracht iets in ons wordt voort' gebracht; als de zinnebeeldige oorsprong echter, voor zooverre al, wat van God in ons is, on« om zoo te zeggen, tot afbeeldsels maakt van God. Dewijl echter de kracht van den Vader, den Zoon en den H. Geest dezelfde is, evenais Hun wezen, zoo moet al. wat God in ons bewerkt. tegelijk door den Vader, den Zoon en den H. Geest worden bewerkt. De Wijsheid echter, waardoor wij God erkennen, wordt hoofdzakelijk toegeschreven aan den Zoon, evenals de liefde, waarmede wij God beminnen, vooral aan den H. Geest wordt toegeschreven. Derhalve kunnen wij dus te recht zeggen, dat de liefde, die in ons is, alhoewel zij een uitwerksel is van den Vader, den Zoon en den H. Geest, toch voornamelijk aan den H. Geest moet worden toegeschreven.
Maar, omdat de goddelijke uitwerkselen uiet alleen door de werking Gods voortkomen, maar
280 De werken van den H. Geest.
ook door God voortdurend blijven bestaan, zooals wij uit het voorafgaande moeten besluiten, en omdat een voorwerp slechts in zoovcn-e uit-werksels kan vertooner. als het werkelijk bestaat, moet dus ook daar, waai wij een uitwerksel zien van God, God zelf tegenwoordig zijn. Dewijl echter de liefde, waarmede wij God beminnen, in ons is door den H. Geest, zoo moeten wij dus ook den H. Geest bezitten, zoolang wij dequot; liefde bezitten. Derhalve zegt de Apostel: »Weet gij niet, dat gij tempels zijt van God, en dat de H. Geest in u woont?» (ï. Cor. 3, 16.)
Omdat wij dus door den H. Geest minnaars van God worden, en in zeker opzicht het beminde voorwerp in hem is, die bemint, moeten door de H. Geest ook de Vader en de Zoon in ons wonen. Derhalve zegt de Heer: »Wij zullen tot hem komen, en onzen intrek bij hem nemen;« (Joh. 14, 23) en verder: »Wij erkennen, dat Hij bij ons blijft door den H. Geest, dien Hij ons heeft gegeven.» (I. Joh. 3, 24)
Verder is het duidelijk, dat God hen bemint, die Hij door den H. Geest tot zijne minnaars heeft verkoren, want zulk kostbaren schat zal Hij slechts aan hen geven, die Hij bemint. Derhalve lezen wij van Christus: »Ik bemin, die mij beminnen,® (Spreekw. 8, 17.); »niet, alsof wij God het eerst hadden bemind.« Al het beminde is echter in den minnaar; hieruit blijkt, dat door den H. Geest niet alleen God in ons is, maar dat wij ook in God zijn. Derhalve lezen wij: »Wie in de liefde blijft, die blijft in God en God in hem;« (Joh. 4, 16.) en ver-
Van dén H. Thomas van Aquine. 281
der: »Wi) erkennen, dat wij in Hem blijven en Hij in ons, dewijl Hij ons van Zijn geest heeft medegedeeld.» (Joh. 4, 13.)
Het iS echter eigen aan de vriendschap, dat de eene vriend aan den anderen zijne geheimen toevertrouwt. Want, omdat de vriendschap de harten vereenigt en als het ware uit twee harten slechts een enkel vormt, zoo schijnt ons iets, wat wij aan een vriend hebben medegedeeld, niet toe, alsof wij het aan een ander hadden medegedeeld. Derhalve zegt ook de Zaligmaker tot Zijne Apostelen: »Ik zal IJ niet meer dienaren noemen .... Ik noem u mijne vrienden, want al, wat ik van den Vader heb gehoord, heb ik U medegedeeld.» (Joh, 15, 15.) Omdat wij echter door den H. Geest vrienden worden van God, kunnen wij te recht zeggen, dat de goddelijke geheimen door den H. Geest aan de menschen geopenbaard worden. Der-lialve zegt de Apostel: »Geen oog heeft het gezien, geen oor heeft het gehoord, hot is in geen menschenhart opgekomen, wat God voor hen heeft bereid, die Hem beminnen; God heeft het ons echter door Zijnen Geest geopenbaard.» (I. Cor. 2, 9â10.)
En omdat de mensch spreekt, volgens hetgeen hij weet, zoo spreekt de mensch dus van de goddelijke geheimen door den H. Geest, volgens de woorden: »De Geest echter spreekt in geheimen,» (I. Oor. 14, 2.) en: »Gij zijt het niet, die spreekt, maar de Geest uws Vaders, die door U spreekt» (Matt. 10, 20.); en er wordt van de profeten gezegd: «Vervuld met den H.
De werken van den H. Geest.
Geest, hebben de heiligen gesproken.® (2. Petr. 1. 21.) Derhalve zeggen wij ook in de geloofsbelijdenis van den H. Geest: »Die door de profeten heeft gesproken.«
De vriendschap vereischt echter niet slechts, dat de vrienden elkander hunne geheimen mede-deelen, maar ook, dat zij hunne goederen met elkander deelen. Want, omdat de vriend als het ware een tweede ik is, moet men voor hem bezorgd zijn,evenals voorzichzelven. doordien men hem mededeelt, van hetgeen men heeft. Wij moeten onzen vriend derhalve niet slechts alle goed toewenschen, maar hem ook weldaden bewijzen voor zoo verre zulks mogelijk is, want er staat geschreven: ,.Wie echter de goederen dezer wereld bezit, en bespeurt, dat zijn broeder gebrek lijdt, en toch zijn hart voor hem sluit, hoe kan zoo iemand zeggen, dat de liefde Gods in hem woont ?« (I. Joh. 3, 17.) Dit is vooral bij God het geval, omdat Hij altijd doet, hetgeen Hij wil. En derhalve kunnen wij te recht zeggen, dat wij alle gaven Gods door den H. Geest verkrijgen, want: »De Geest verleent aan den eeneu het woord der wijsheid, aan den anderen het woord der wetenschap«, en verder zegt hij, nadat hij verscheidene zaken heeft opgesomd: »l)it alles bewerkt een en dezelfde Geest, die aan een ieder geeft volgens Zijn wil.« (1. Cor. 12, 11.)
Ten einde iemand tot de zaligheid gerake, dio God eigen is, moot hij tenminste voor zooverre hij dit kan, ten eerste door naar geestelijke volmaaktheid te streven aan God gehjkvor-
282
Van den H. Thomas van Aquino. 283
mig trachten te worden, ten tweede dienovereenkomstig handelen, om eindelijk die zaligheid te verkrijgen. De gaven des geestos worden ons echter door den H. Geest verleend, en aldus worden wij doordeuH. GeestgelijkvormigaanCTod, door Hem worden wij in staat gesteld, het goede te doen en tot die zaligheid te geraken. Dit toont ons de Apostel, als hij zegt: »God heeft ons gezalfd en ons een merkteeken ingeprent, en het pand des Geestes in onze harten gelegd® (2. Cor. 1, 21.); en: »ü is een zegel ingeprent met den Geest der belofte, die het onderpand van ons erfrecht is.« (Ephes. 1, 13.) Dit zegel heeft betrekking op de geloofwaardigheid van het beeld van God; de zalving op het vermogen van den mensch, het goede te beoefenen, het onderpand echter op de hoop op ons erfdeel, de eeuwige zaligheid.
En omdat met het recht, kinderen van God te worden genoemd, ook het erfrecht op den hemel is verbonden, zoo wordt dit adopteeren aan den H. Geest toegeschreven volgens deze woorden: »Gij zijt kinderen Gods geworden door den H. Geest, in wien wij roepen: Abba! (Vader!)« (Eom. 8, 15.)
Indien iemand vriendschap sluit met een persoon, zoo wordt natuurlijk alle vijandschap opgeheven, want de vijandschap is immers het tegenovergestelde van de vriendschap; derhalve lezen wij: »De liefde bedekt alle zonden.» (Spreekw. 10, 12.) Omdat wij nu door den H. Geest vrienden worden van God, zoo verkrijgen wij dus ook door Hem de vergiffenis van onze zou-
284 De werken van den H. Geest.
den. Derhalve sprak helleer tot Zijne leerlingen: «Ontvangt den H. Geest, wien gij de zonden vergeeft, dien zijn ze vergeven», (Joh. 20, 22.) en daarom wordt aan hen, die den H. Geest versmaden, geene vergiffenis geschonken (Matth. 12, 31.), omdat hun datgene ontbreekt, waardoor ze vergiffenis zouden kunnen verkrijgen. Derhalve worden wij door den H. Geest vernieuwd en gezuiverd of gewaschen: »Zend uwen Geest en ze zullen herschapen worden, en gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen» (ps. 103, 30.); en: »Hernieuwt u volgens den Geest en het geraoed« (Eph. 4, 23.); en: »De Heer zal de onzuiverheid van de dochter van Sion afwasschen en de bloedschuld van Jeruzalem uitwisschen door den geest des oordeels en den geest van het vuur.« (Joh. 4, 4.)
3. Over de uitwerkselen van den H. Geest voor
zooverre Hij de sohepselen tot God voert.
(Summa c. gent. 1. IV. c. 22.)
Nadat wij hebben gezien, wat de H. Geest volgens getuigenis der H. Schriftuur in ons werkt, moeten wij overwegen, hoe Hij ons tot God brengt.
Eene voorname eigenschap der vriendschap bestaat daarin, dat vrienden gemeenzaam met elkaar verkeeren. Het verkeer tusschen God en de menschen geschiedt echter door de meditatie zooals de Apostel zegt: »Ons leven is in den Hemel.«(') Omdat wij echter door den H. Geest minnaars van God zijn, worden wij ook door Hem tot de meditatie aangespoord. Derhalve
(â¢) Phil. 8. 20.
Van don H. Thomas van Aquino. 285
zogt do Apostel: »Wij allen echter, die met onbedekt gelaat do glono dos Homels weerkaatsen, zullen in hetzelfde beeld van glorie tot glorio wordeirherschapen door den Geest des Heeron.^')
Een verdere hoedanigheid der vriendschap is, dat men genoegen smaakt in het gezelschap van een vriend, dat men behagen schept in zijne woorden en handelingen, en dat mon in alle moeilijkheden zijne hulp inroept. Omdat nu de H. Geest ons tot vrienden van God heeft verheven, en bewerkt, dat wij in Hem wonen en Hij in ons, zoo volgt hieruit, dat wij de vreugde in God en den troost in alle moeilijkheden door den H. Geest ontvangen: »Geef mij do vreugde dos heils en versterk mij mot den vorstelijkon Geest«(a) en: »Het rijk'Gods is rechtvaardigheid, vreugde on vrede in den H. Geest;«(') en verder: »De Kerk leefde in vrede en werd gesticht, omdat zij leefde in de vreeze des Hoeren, en zij werd vervuld met don troost van den H. Geost.«(*) Derhalve noemt de Zaligmaker den H. Geest ook Paracleet d. i. Vertrooster: »De Vertrooster echter, de Heilige Geest* enz.(5)
De vriendschap leeft echter ook in overeenstemming van gevoelens en willen. Den wil Gods echter zien wij in do geboden. Er wordt dus tot de liefde Gods vereischt, dat wij Zijne geboden onderhouden: »Indien gij Mij bemint, onderhoudt dan Mijne geboden.«(°) Omdat wij de liefde Gods verkrijgen door den H. Geest, worden
(â ) 2. Cor. 3. is. (â ) Ps. 50. 14) ('jRom. 1417.) OAp. 9.31. (quot;) Joh. 14.20. O Job. 14.16.
286 De werken van den H. Oeest.
wij ook in zekere mate door Hem aangespoord, do geboden van God na te leven, want: »Allon, die worden gedreven door den Geest Gods, zijn kinderen Gods.®!1)
De kinderen Gods worden echter niet als slaven door den H. Geest gedreven, maar als vrijgeborenen. Want, daarbij, die zijn eigen meester is, vrij raag genoemd worden, zoo handelen wij als vrijen, indien wij met vrijen wil handelen. Wat wij echter doen tegen onzen wil, doen wij als slaven, of dit nu geschiedt uit dwang door uiterlijke omstandigheden, of dat wij met geweld tot iets worden aangespoord, of ook dat deze dwang uit onzen vrijen wil voortkomt, doordien wij b. v. iets tegen onzen zin doen of lijden, om niet iets te moeten doen of ondergaan, dat ons nog meer tegenstaat. Do H. Geest echter spoort ons zoodanig aan, dat wij uit eigen beweging handelen, doordien Hij ons verheft tot de liefde Gods. De kinderen Gods worden aangespoord door den H. Geest vrij en uit liefde te handelen en niet uit slaafsche vrees. Derhalve zegt de Apostel: »Gij iiebt niet den Geest der vreeze en slavernij ontvangen, maar den geest der kinderen Gods.«(2)
Omdat echter een welgeregelde wil het goede verlangt, handelt de mensch slaafs, indien hij uit hartstocht of uit slechte gewoonte of tengevolge van een karakterfout zich afkeert van het goede, omdat zijn wil dan geleid wordt door uiterlijke omstandigheden. Indien echter de handeling voortkomt uit een verkeerden wil, dio
(') RoröT Sril. O Kom. S. 15.
Van den H. Thomas van Aquine. 287
overhelt tot een schijngoed, zoo handelt hij vrij, doordien hij zijn drift of slechte gewoonte volgt. Slaafs echter handelt hij, indien hij dien wil heeft, maar hem niet volgt uit vrees voor de tegenovergestelde wet, die hem zulks verbiedt Omdat nu echter de H. Geest door Zijne liefde den wil op de waarachtige goederen vestigt, wordt hierdoor de slavernij opgeheven, zoodat de mensch niet als slaaf der zonde en hartstocht, noch ook als slaaf van eene strenge wet handelt. Derhalve zegt de Apostel; »Waar de Geest des Heeren is, daar is de vrijheid.«C) en: »Indien gij geleid wordt door den Geest des Heeren, zijt gij niet slaven der wet.«CO Derhalve lezen wij, dat de geest de werken des vleesches doodt, zoodat wij niettegenstaande de begeerten des vleesches ons niet afkoeren van het goede, waartoe de H. Geest ons door de liefde aanspoort volgens de woorden: «Indien gij de werken des vleesches doodt door den geest, zult gij leven.^3)
(') 2. Cor. 3. 17. (â ) Gal. 5. 18. (â ) Kom. 8. 13,
Over de zeven gaven van den H. Geest.
Door den H. Bernardus.
1. HOOFDSTUK.
De yreeze des Heeren.
De eerste gave is de vreeze desHeeren. Wie deze gave bezit, heeft een afkeer van alle onrechtvaardigheid, volgens de woorden van don psalmist: »Ik heb de onrechtvaardigheid gehaat en verfoeid.« En op eene andere plaats: »lk heb iederen weg der onrechtvaardigheid verfoeid.» Want er staat geschreven: »De vreeze des Heeren verfoeit het kwaad.« (Spr. 3.) En verder: »Vrees den Heer en vermijd het kwaad.« (Job. 1.) En Job wordt genoemd »een man, die den Heer vreest, en zich afhoudt van het kwaad.« Zonder deze gave, de eerste van alle, die het begin is van een godvruchtig leven, kan er niets goeds ontslaan noch blijven voortduren. Want evenals onverschilligheid en lauwheid de bron en do moeder is van alle kwaad, zoo is de vreeze des Heeren do wortel en de schutse van al het goed. Derhalve staat er geschreven: »Indien
tl] niet voortdurend leeft in de vreeze des Heeren, an zal uw huis weldra instorten.» (Pred. 27.) Want het geheele gebouw der deugd stort in, indien het den steun van deze gave verliest. Derhalve zegt ook Salomon: »Leef gedurende den geheelen dag in de vreeze des Heeren, danl] niet voortdurend leeft in de vreeze des Heeren, an zal uw huis weldra instorten.» (Pred. 27.) Want het geheele gebouw der deugd stort in, indien het den steun van deze gave verliest. Derhalve zegt ook Salomon: »Leef gedurende den geheelen dag in de vreeze des Heeren, dan
Van den H. Bernardus. 289
zult gij hoop hebben op het einde, en uwe hoop zal niet teleurgesteld worden.« (Spr. 23. 17.) Ook de Apostel zegt: »Gij zult uwe zaligheid bewerken in vrees en sidderen.» (Phil. 2.) Maar waartoe dient het, dit alles op te sommen? Godsdienst en de vreeze Gods zijn zoo nauw met elkaar verbonden, dat de eene niet kan bestaan zonder de andere. Derhalve was Cornelius een vroom en godvruchtig man en was Simeon rechtvaardig en godvruchtig. Derhalve zegt Salomon: «Vrees God en onderhoud Zijne geboden.® (Pred. 12.) AVij moeten dit echter doen, zooals Job zegt het te hebben gedaan. Hij vreesde God evenals den vloed, die over hem heen ging. Door deze vreeze Gods verlaten wij alles, verzaken aan de wereld en verloochenen ons zeiven, zooals de Heer het van ons eischt. «Indien iemand mij wil navolgen, die verloochene zich zclf.« De vrees des Heeren, die hem, die haar beoefent, de armoede leert beoefenen, en afhoudt van het kwaad, is de eerste van de gaven, evenals de armoede de eerste is van de zaligheden van welke de Heer zegt: »Zalig zijn de armen van Geest, want het rijk der liemelen behoort hun toe.« (Matth. 5.) (')
2. HOOFDSTUK.
De grave van Godsvrucht.
De tweede gave is de geest van godsvrucht,
290 Over de zeven gaven van den H. Geest.
die overeenkomt met de tweede zaligheid, waarvan de Heer zegt: »Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen het aardrijk bezitten.» (Matth. 5.) Van dezen zegt de Heer door den profeet Isa-ias: »De geest des Heeren is in mij; om aan de zachtmoedigen het Evangelie te verkondigen heeft Hij Mij gezonden.«(') Ook Mozes was zeer zachtmoedig, en wel in hoogere mate dan alle andere menschen op aarde.(2) Van hen zegt Job: »De Heer verheft de ootmoedigen en vertroost de treurenden,(quot;) Derhalve wordt van God sprekende gezegd: »Hij zal hen verlossen, die ootmoedig zijn van geest.«(4) Daarentegen van de hoovaardigen. »üe Heer weerstaat aan de hoo-vaardigen.«('1) »De trotschheid gaat vooraf aan het verderf en, hoogmoed komt voor den val.«(6) De trotschheid doet uit de hoogte in de diepte neerstorten, en de ootmoed verheft uit de diepte in de hoogte. Want de engel, die zich trotsch verhief, stortte in de hel neder, de mensch, die zich op aarde vernederde, werd in den hemel opgenomen. Hoe hooger men is verheven, des te ootmoediger moet men wezen. Derhalve staat er geschreven: »Hoe grooter gij zijt, des te meer moet gij u voor den Heer vernederen, en gij zult genade vinden bij 6od.«(7) De Zaligmaker zeide ook tot Zijne leerlingen: »Wie onder u de eerste wenscht te zijn, moet aller dienaar zijn(s) en; »Indien gij alles hebt gedaan, wat u is gezegd, dan moot gij uitroepen: »Wij zijn nutteloozeTmechten^C)
(') Jez. 61. J.) (') 4 Moz. 12. (») Job. 5. II.) (') p«.,'i3.)
(â¢iJac. 4.) (â¢) Spr. 16. 18.) ('J Sir. 3. 20.) (quot;) Matth. 20.)
(â¢) Luk. 17.)
Van den H. Bomardus. 291
Verder zegt Hij: »Leert van Mij, want ik ben zachtmoedig en ootmoedig van harte.^') Zonder deze deugd hebben de andere deugden geene waarde. Derhalve zegt de H. Gregorius: »Wie deugden vergadert zonder de nederigheid, is gelijk aan een mensch, dio stof werpt tegen den wind.« Want evenals het stof door den sterken wind wordt verstrooid, zoo wordt ook al het goede zonder ootmoed medegesleept door den stormwind van den roem. Het is dus veel beter een nederig zondaar te zijn, dan een trotsche rechtvaardige. Dit zien wij duidelijk uit de gelijkenis van den farizeër en den tollenaar. Zoo zegt ook een wijze: Beter iseene ne-rige belijdenis van onze zonden dan een trotsch roemen op onze goede werken.»
3. HOOFDSTUK.
De gave van Wetenschap.
De derde gave is de geest van wetenschap, waarvan Salomon zegt: »Wie de wetenschap vermeerdert, die vermeerdert ook de smarten.«(') Want do ware wetenschap bestaat daarin, te weten, dat wij sterfelijk, vergankelijk en zwak zijn, en in deze ellende, in deze gevangenis, op dozen pelgrimstocht, in dit tranendal moeten weenen en zuchten. Derhalve lezen wij in do derde zaligheid: »Zalig zijn de treurenden, want zij zullen vertroost woraen.«(') Verder: »Weo u, die nu lacht, want gij zult weenen.«(*) En Salomon zegt: »Het laclien zal met droefheid
O Matth. 21.) (â } Pred. 1. 18. (â ) Matth, B.) (') Luk. 6,
292 Over do zeven Gaven van flen H. Geest.
vermengd zijn, en het einde der vreugde is droe-fenisC)
4. HOOFDSTUK.
Over de gave van Sterkte.
De vierde gave is de geest van sterkte, die overeenkomt met de vierde zaligheid in het Evangelie: »Zalig zijn zij, die honger en dorst hebben naar de rechtvaardigheid, want zij zullen verzadigd worden, «i2) quot;Want, wie dorst naar de rechtvaardigheid, is sterk, onversaagd en moedig in alle tegenspoeden. Derhalve zegt Salomon: »Dc rechtvaardige is sterk en moedig als een leeuw;«(3) en: »De rechtvaardige is niet bedroefd, wat hora ook overkome.«(1) Alle heiligen waren met dien geest bezield, want de Apostel zegt: »Zij hebben spot en mishandeling verduurd, boeien en gevangenis ; zij werden gesteenigd, gepijnigd, vervolgd, door het zwaard gedood; zij wandelden, bekleed met schapenvacht en geitenvel, zij leden armoede. Zij, voor wie de wereld niets was, zijn rondgedwaald in woestijnen en gebergten, in holen en spelonken.«(quot;) Ãn hetzelfde gevoelden ook do Apostelen, want: »Wie zal ons afscheiden van de liefde van Christus ? Droefheid of iets aiiders?(6) Deze geest verduurt alle wederwaardigheden, is krachtig en gewapend tegen alle aanvallen. Derhalve zegt de Bruidegom tot lof van do Bruid: »Gij zijtschoon mijne vriendinne,liefelijk en schoon evenals Jeruzalem, vreeselijk als een leger in slagorde geschaard.C)
1
Hebr. 11.) (') Kom. 8.) (') H. L. 8. 3.)
Van den II. Bernardus. 293
5. HOOFDSTUK.
De gare van Rand.
De vijfde gave is de geest van raad, die medelijden en ontferming inboezemt voor anderen, on overeenkomt met de vijfde zaligheid: »Zalig zijn de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid verwerven.» Zoo zegt ook Salomon: »Hij, wiens hart overhelt tot barmhartigheid, zal gezegend worden.«(1) Wij beoefenen do barmhartigheid op drieërlei wijze, 1. doordien wij de werken van geestelijke en lichamelijke barmhartigheid beoefenen, 2. doordien wij trachten de fouten van anderen te verbeteren en ze tot het goede aan te sporen, 3. doordien wij be-leedigingen ons aangedaan, van harte vergeven. Deze drie soorten van barmhartigheid of de geest van raad spoorde God aan, Zijne Godheid te verbergen en de gedaante van een knecht aan te nemen, ten einde het verdoolde schaap tot zijn schaapstal terug te brengen. Derhalve zegt de A.postel: »Hij heeft Zich zelf opgeofferd voor onze zonden, om ons los te rukken van de booze wereld.«(2) Deze soorten van raad moet men beoefenen, zooals de Apostel zegt: »Houdt aan, hetzij het gelegen kome al dan niet.(8) Er bestaat ook nog eene andere soort van raad n. 1. het vermogen der erkentenis, waardoor men het onderscheid leert tusschen de oprechte deugd en de schijndeugd, en waardoor wij den duivel zelf als den vader de leugen leeren kennen. quot;Want zooals de
(') Spr. 22.) (â¢) Gal. 1.) (â ) 2, Tim. i.)
294 Over de Zeven Gaven van den S. Geest.
Apostel zegt, neemt hij de gedaante aan van een engel des lichts, en volgens den H. Cyprianus spoort hij de slaven der onrechtvaardigheid aan, den nacht te geven inplaats van deü dag, verderf inplaats van redding, Deze is dus de onderwijzeres en de heerscheres van alle andere deugden, zii leidt en bestiert ze, en spoort ze aan, de perken niet te overschrijden. Derhalve zegt Boëthius: »De deugd volgt deu gulden middelweg.®
6. HOOFDSTUK.
De gave van Verstand.
De zesde gave is de geest van verstand, die overeenkomt met de zesde zaligheid: «Zalig, die zuiver zijn van harte, want zij zullen God aanschouwen^1) Indien n. 1. het oog des geestes niet zorgvuldig is gezuiverd, is het niet in staat, het goddelijke duidelijk te vatten. Want er staat geschreven: »De H. Geest van tucht, vlucht de huichelarij en vermijdt de gedachten, die zonder verstand zijn gevormd.^2) Derhalve zegt Salomon: »Kwade gedachten zijn een gruwel in de oogen van God.«(a) Kwade gedachten verwijderen ons van God. Hij dus, die wenscht een helder verstand te bezitten, moet de bedriegelijke schimmen dei-kwade gedachten ontvluchten, en zorgvuldig trachten, zijn harf rein en zuiver te bewaren.
7. HOOFDSTUK.
Over de gave van Wijsheid.
De zevende gave is de geest van wijsheid,
quot;o Match, ö. 8.) (quot;) wysh. 1.) (') Spr. 4.)
Van don H. Bernardus. 295
die bestaat in een zeker innerlijk welbehagen en zoeten troost. Derhalve zegt de psalmist: Proeft'en ziet, hoe zoet de Heer isUC) En jverder: »Nadert tot Hem, en gij zult verlicht worden.« Door dien innerlijken smaak der goddelijke wijsheid verkrijgen wij eenen voorsmaak van den hemel, doordien wij n. 1. overwegen hoe zalig het moet wezen tot de koren der Engelen te worden gerekend, alwaar niets is, wat ons zou kunnen mishagen, en niets ontbreekt, wat ons zou kunnen behagen. Deze zevende gave is overeenkomstig met de zaligheid: »Zalig zijn de vreedzamen, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden. «(2) Want wie een rustig en voolijk gemoed heeft, verkrijgt eene hoogere kennis der liemelsche zaligheid. Want naarmate ons geduld groot is, zullen wij ook uitmunten door onze wijsheid. Derhalve zegt Salomon: »Men beoordeelt de wijsheid van een mensch volgens zijn geduld.«(')
Deze zeven gaven zijn de zeven geesten, die op de bloem van Jesse rusten, de zeven lichten, die op den kandelaar schitteren, de zeven oogen in de steenen, de zeven geesten, die staan voor den troon van God.
De Hjinne âVen! Sanctc Snlrltns!quot;
H. Geest, kom daal toch néér. Kom van omhoog, bestraal ons weer Met 't helder licht uit hooger sfeer.
(') Pu, 33,) (â¢) Matth. 5. 9.) (') Spr. 19. 8.)
296 De Hymne quot;Veni Sancte Spiritus.
Vader! kom. die d' armen voedt, Kom, o bron van alle goed!
Kom, o licht van ons gemoed!
Die de beste trooster zijt;
Zoete Gast, die 't hart verblijdt. Onz' verkwikking in den strijd.
In den arbeid geeft gij rust;
In de droefheid troost en lust:
Gij zijt, 't die het driftvunr bluscht.
Kom toch ziet en zalig licht! Kom, ontsteek en onderricht;
i.'ie Gij door 'c Geloof verlicht,
Zonder Uw barmhartigheid,
Is in ons maar ydelheid,
Niets dan zonde, nijd en strijd.
't Geen besmet is, maak dat rein, Doe, wat dor is, vruchtbaar zijn, Wees der zielen medicijn.
Buig het kwade, dat U tart,
Drijf de konde uit ons hart,
Voer te rcht, wat doolt in smart.
Gun tot troost in 't tranendal, Aan Uw lieve kinders al 't Zevenvoudig ga vental.
Geef ons hier de ware deugd, Die in't sterven 't hart verheugt, En hierna de hemelvreugd.! Amen,
Gebeden ter eere
van den H. Geest.
Gebeden ter eere van den H.Geest.
Morgengebed.
tn den naam des Vaders, des Zoons en des H. Geestes. Amen.
Aanroeping van den H. Geest. God, H. Geest, kom in mijne ziel en in mijn hart, vertroost en versterk mij door TTwe genade, opdat ik mijne gebeden goed moge verrichten. Door Christus onzen Heer. Amen. H. Maria, onbevlekte Bruid van den H. Geest, bid voor mij.
De voornaamste aktes van deugd.
Mijn Heer en mijn God, ik geloof in TJ, wegens de waarheid van Uw woord.
Mijn Heer en mijn God, ik vestig mijne hoop op TJ, wegens de getrouwheid van Uwe beloften.
Mijn Heer en mijn God, ik bemin U, wegens de oneindigheid Uwer goddelijke liefde.
Ik heb een afkeer van mij zeiven, o mijn God, wegens de grootheid van mijne zonden.
300 Morgengebed.
Ik verlang naar U, o Jezus, wegens Uwe vurige liefde tot ons in het H. Sakrament des Altaars.
Geef mij dus, de levende bronnen Uwer genaden.
En zend mij van den Vader, den H. Geest.
Beminnenswaardige God, schenk mij de genade, dat ik Uwe heilige leiding moge erkennen, U steeds getrouw moge volgen, en Jezus van ganscher harte beminnen.
Aanbidding. Ik geloof, o H. Drievuldigheid, dat Gij hier tegenwoordig zijt. Ik aanbid U met kinderlijken eerbied en liefde in vereeniging met de allerheiligste Maagd Maria, den H. Jozef, mijnen H. Engelbewaarder, mijnen H. Patroon, en alle hemelsche geesten en heiligen. Beschik over mij geheel naar uwen goddelijken wil. Mijn hart is bereid, o God, mijn hart is bereid.
Ik aanbid U in Uwe alwetendheid, waarmede Gij alles, zelfs de geheimste gedachten mijner ziel en de verborgenste neigingen van mijn hart kent. Ik aanbid U in Uwe rechtvaardigheid, waarmede Gij het goede beloont en het kwade bestraft, in Uwe barmhartigheid, waarmede Gij mij tijd geeft tot boetvaardigheid; in Uwe liefde,
Morgengebed. 301
waarmede Gij mij tot dusverre hebt bewaard en al mijne zwakheden, fouten en gebreken hebt verduurd; in Uwe heiligheid, waarmede Gij vor-langt, dat ik mij onthoud van de zonde en naar volmaaktheid trachte.
Dankzeyying. Ik dank TJ, o H. Drievuldigheid, voor de genade der schepping, der verlossing en der heiliging. Uit dankbaarheid zal ik U beminnen uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel, uit al mijne krachten. Ik ver-cenig mij met de liefde, waarmede Gij U zeiven bemint, o allerheiligste Drievuldigheid!
Ik offer U deze liefde op ter voldoening voor de ongevoeligheid van mijn arm, zondig hart ou voor de bekeering der geheele wereld. O U Drievuldigheid, maak dat ik U steeds meer on meer moge beminnen.
Opoffering. In de liefde des Vaders en des Zoons offer ik U, o eeuwige liefde. God H. Geest, alle werken on vruchten dezer goddelijke liefde en tevens alle gedachten, woorden, werken en ongemakken van dezen dag, ten einde U waardiglijk te verheerlijken, U te danken voor alle ontvangen genaden en weldaden, tot boete van allo beleedigingen, die U zijn aangedaan, en om U-wen zegen af te smeekeu over uwe Bruid, do U. Kerk. Door Christus, ouzeu Heer. Amen.
302 Morgengebed.
H. Maria, onbevlekte Bruid van den H. Geest, bid voor ons!
Smeékyébed. O H. Geest, Vader van liefde en heiligheid, zegen mijn lichaam en mijne ziel, en bewaar mij nu en altijd voor elke zonde! Versterk mij tegen do vijanden mijner zaligheid door Uwe liefde en door Uwe zeven gaven.
Gebed tot de TTeilifjen. O H. Maagd, Moeder van Jezus Christus, wees nu en altijd mijne Moedor, en sta mij bij, opdat ik heden alles zoo volmaakt mogelijk verrichte. In uwe maagdelijke handen geef ik alle aflaten, die ik heden verdien, opdat gij ze volgens uw welbehagen op de arme zielen, vooral op de zielen der priesters moogt toepassen.
H. Vader Jozef, H. Moeder Anna, H. patroon, H. Engel Bewaarder, alle lieve Engelen en Heiligen weest heden en altijd mijne beschermers. Amen.
De Engel des Heeren enz. (Hierop volgt do dagelijksche overweging met behulp van een boek of van den rozenkrans.)
Avondgebed.
In den naam des Vaders, des Zoons en des H. Geestes. Amen.
Avondgebed. 303
Aanroeping van den H. Geest. God
H. Geest, kom in mijne ziel en in mijn hart, vertroost en versterk mij door Uwe genade, opdat ik mijne gebeden goed moge verrichten. Door Christus onzen Heer. Amen. H. Maria, onbevlekte Bruid van den H. Geest, bid voor mij. De voornaamste aktes van dewjd (bl. 299)
Aanbidding en dankzegging. Ik geloof, o H. Drievuldigheid, dat Gij hier tegenwoordig zijt. Ik aanbid U mot kinderlijke liefde en eerbied en dank U voor allo weldaden, vooral voor de genaden, die ik heden van U heb ontvangen.
Gewetensonderzoek. Verlicht mij, o H. Geest, opdat ik alle zonden en fouten moge erkennen, die ik heden heb bedreven.
Vraag U af:
I. Welke is mijne hoofdfout? Hoe heb ik heden hiertegen gestreden? Heb ik er in toegestemd en hoe dikwijls ?
2. IToe heb ik de plichten van mijnen staat vervuld ?
3. Hoedanig was myn gedrag gedurende het gebed, den arbeid en de wederwaardigheden?
4. Heb ik door gedachten, woorden of werken gezondigd tegen de geboden Gods?
Indien gij gedurende den dag in doodzot.de zijt gevallen, maak dan het vaste voornemen, zoodra mogelgk te biechten.
Akte vanherouw. Barmhartige, almachtige en eeuwige God, het spijt mij van ganscher harte, dat ik deu kpstbaxen tijd, dien Gij mij
Avondgebed.
ter bewerking mijner zaligheid, tot het verkrijgen van eene grootere volmaaktheid en tot nut van mijnen evennaaste hebt geschonken, zoo slecht heb gebruikt, ja, hem zelfs heb misbruikt, om IJ te beleedigen. O Heer, vergeef mij armen zondaar. Ter voldoening van de nalatigheden, fouten, onvolmaaktheden en zonden, waardoor ik zelf en anderen U hebben beleedigd, offer ik U, o Allerheiligste Drievuldigheid, op, al wat ik gedacht, gesproken, gedaan en geleden heb, sedert ik do jaren van verstand heb bereikt, en smeek U vol ootmoed, dat Gij mij ter wille van het kostbaar blood van v;n i''quot; â¢quot;â gt;â¢'-den en fouten wilt zuiveren, en zijne verdiensten wilt aannemen ter voldoening voor allo mijne nalatigheden in uwen H. dienst, alsook do schade vergoeden, die ik mij zeiven en anderen heb berokkend, volgens het lichaam en volgens de ziel.
O H. Geest, verhoor mijne nederige gebeden. Moge van nu af alle mijne gedachten, woorden, werken en lijden even zoo vele zuivere aktes wezen van aanbidding, dankzegging en liefde tot IJ, den Vader en den Zoon.
Smeekyehed. O, H. Geest, Vader van liefde en heiligheid, bewaar vooral dezen naclit mijnen geest voor alle zonden des geestes en des vleesches. Heilig mij door Uwe liefde en
304
Avondgebed.
door Uwe zeven gaven. Woes mijn licht en mijne sterkte in den dienst van God, opdat ik door U een welgevallig offer moge zijn in de oogen van den Vader en den Zoon. Geef mij een gewillig hart ter bevordering van Uwe liefde en glorie, tot zaligheid mijner ziel en tot nut van mijnen evennaaste. Geef mij geduld ou kracht in het lijden, opdat ik gelijkvormig moge worden aan den goddelijken Verlosser. Amen.
Opoffering. Ik offer U mijne rust op, o Allerheiligste Drievuldigheid, ter eere van do rust, die Jesus in den schoot des Vaders geniet en voor die, welke Hij hier op aarde heeft genoten, ten einde onze nachtrust te heiligen.
Ik vereenig mij met alle liefdebewij zen en, en alle lofprijzingen, die U, o H. Drievuldigheid, gedurende dezen nacht in den Hemel en op aarde worden aangeboden, en met alle H. Misoffers, die in dezen nacht worden opgedragen. Iedere beweging, iedere ademhaling zal een bo» wijs zijn van mijne liefde tot U. Amen.
Jezus, Maria, Jozef, ik schenk U mijn hart en mijne ziel!
Jezus, Maria, Jozef, staat mij bij in mijnen doodsstrijd!
Jezus, Maria, Jozef, dat mijne ziel met U in vrede moge rusten. Amen. (3oo dagon aflaat.)
Qenadensluutei 20
305
306 Avondgebed.
Engel Gods, die mijn bewaarder zijt, en aan wiens zorg ik door do opperste liefde ben toevertrouwd, verlicht, geleid, bewaar en bestier mij. Amen.
(100 dagen aflaat. Pius VIL 15. Mei 1821.)
Gebed voor de stervenden, O barmhar-tigste Jezus, vol van liefde voor de zielen, ik smeek TJ door den doodsangst van Uw allerheiligst Hart en door de smarten van Uwe onbevlekte Moeder, zuiver in Uw bloed de zondaren der heele wereld, die nu in doodsstrijd liggen, en heden nog zullen sterven. Amen.
O Hart van Jezus, ter wille van Uwen doodsangst, heb medelijden met de stervenden.
(100 dagen aflaat. Pius IX., 12. Febr, 1850.)
De Engel des Hoeren enz.
(Bid de groetenis des Engels, vooral des Maandags, ten einde den H. Geest te danken, dat Hij ons Christus heeft geschonken.)
Hel H. Misoffer.
Voor de H. Mis.
(Bij het uitdeelen van het wijwater.)
jgt;Do aarde was woest en ledig, en er hccrschte duisternis over den afgrond, en do geest Gods zweefde over de wateren. En God sprak: »Dat het licht worde, en het werd licht.«(')
Ik zal mijn aanschijn niet langer voor hen verbergen, want ik zal Mij non geest uitstorten over het geheele huis van Israel, zegt God de Heer.« (') Ez. 39. 29.
Ik zal den geest van genade en gebed uitstorten over het huis van David en over do bewoners van Jeruzalem, en zij zullen mij aanschouwen, dien zij hebben doorboord.»
»Niet wegens de werken van rechtvaardigheid, die wij hebben gedaan, maar volgens Zijne barmhartigheid heeft Hij ons gered door het bad van wedergeboorte en vernieuwing door den. H. Geest, dien Hij in rijke mate over ons heeft uitgestort, door Christus onzen Heer.« (Tit. 3. 5.)
»Dat Hij, die dorst heeft, tot Mij komeendrinke. Uit het binnenste van hen, die in Mij gelooven, zullen, zooals de schriftuur zegt, stroomen van levend water vloeien.® Dit zeide Jezus van den
(â ). Moz. 1. 2.)
20*
Misgebcden.
Geest, dien zij zouden ontvangen,, die in Hem gelooven.cC)
»Jezus antwoordde, en zeide tot haar: »Icdcr, die van dit water drinkt, zal weder dorst krijgen, wie echter drinkt van het water, dat Ik hom zal geven, zal niet meer dorsten in allo eeuwigheid, maar het water, dut ik hem zal geven, wordt in hem tot eene bron, die voortvloeit tot in het eeuwige leven. De vrouw zeide tot Hem: »Heer, geef mij van dit water, opdat ik geen dorst mejr hebbe.« (Joh. 4, 13.)
Ik zag water vloeien uit de rechter zijde van den tempel. Alleluja. En allen, die door dit water werden besproeid, waren gered en zij zullen zeggen: Alleluja, Alleluja.
Prijst den Heer, want Hij is goed en Zijne barmhartigheid duurt eeuwig.
Glore zij den Vader enz.
Yoor het H. Misoffer.
In den naam des Vaders, des Zoons en des H. Geestes. Am^n.
Zoo groot het aantal oogenblikken is, gedurende welke ik, zoowel als alle engelen en heiligen hebben geleefd en in eeuwigheid zullen leven, zoo dikwerf ik heb gezondigd door gedachten, woorden werken en verzuimenissen, door (â ) Joh. 7. 37.)
308
Misgebedeü. 309
eigen of vreemde zonden, zoo dikwerf verfoei ik van gansclier harte mijne eigene zonden en de zonden der geheele wereld.
Zoo dikwerf smeek ik U o zoete Jezus, zuiver mij door Uw kostbaar bloed, en vergoed door Uwe verdiensten al wat mij ontbreekt.
Zoo dikwerf smeek ik U, o H. Geest, zuiver mij door het vuur Uwer goddelijke liefde en vergeef mij alle beleedigingen, die ik U in het verleden door woorden, werken, gedachten en verzuimenissen heb aangedaan in de kracht van de oneindige verdiensten van Jezus Christus:
Zoo dikwerf offer ik U op, o Allerheiligste Drievuldigheid, alle aktes der goddelijke en zedelijke deugden, die de H. Maagd, de H. Jozef en alle heiligen hebben verricht en nog verrichten, en die ik wenschte zelf te hebben verricht.
Op gelijke wijze offer ik U op, in den naam en in de plaats van allo schepselen, door de liefde van den H. Geest en in vereeniging met Jezus bij 't laatste avondmaal, in de krib, in de woestijn en aan het kruis, in vereeniging met de heiligste Maagd Maria, met de H. Apostelen, met alle vrome priesters in den hemel en op aardo, en alle engelen en heiligen: alle II. Missen, van don verleden, den tegenwoordigen
310 Misgcbeden.
en den toekomenden tijd, en vooral die, welke nu in deze kerk worden opgedragen en wel:
1. Als aanbiddingsoffer, ten einde IJ geluk te wenschen met Uwe innerlijke en uiterlijke heiligheid, en om de afhankelijkheid van mij en alle schepselen te betoenen.
2. Als dankoffer voor alle weldaden volgens de natuur, genade en glorie, die Gij aan do 11. Meuschheid van Christus, de heilige Maagd Maria, den H. Jozef en alle engelen en heiligen hebt verleend en nog zult verleenen.
3. Als zoenoffer voor alle zonden van het verleden, het tegenwoordige en de toekomst, van af Lucifer en Adam tot het einde der wereld toe, en tot kwijtschelding van alle straffen van de levenden en van de geloovige zielen in hot vagevuur.
4. Als smeekoffer, tot uitroeing van alle zonden en allen afkeer van de deugd voornamelijk. . ., voor de geestelijke en wereldlijke overheid en vooral voor . . alsmede tot verheerlijking van den H. Geest. Amen.
De priester beklimt liet Altaar.
Wij smeeken U, o H. Geest, dat Gij door uwe genade en liefde alle onze zonden uit ons hart moogt wegnemen, opdat wij den Allerhoogste met een zuiver hart mogen naderen. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Misgebeden. 311
Ik smeek U, o Hoer, door de verdiensten van de heiligen, wier reliquieën op het alfcmr worden vereerd, dat gij mij vergiffenis wilt schenken van al mijne zonden. Amen.
Bij het beg-in der H. Mis.
»De H. Geest heeft het aardrijk vervuld, en geen woord ontgaat aan Hem, die alles bestiert.® (Wijsh. 1. 7.)
Verhef U, o God, en mijne vijanden zullen verstrooid werden, en Zij, die U haten, zullen Uw aanschijn ontvluchten. (Ps. G7.) Glorie zij den Vader en den Zoon en den H. Geest, gelijk het was in den beginne, nu en altijd en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Bij het Kyrie.
fileer, homelscbe Vader, ontferm U onzer! Zend Uwen Geest, door wien wij roepen; Abba! Vader!«
Jezus Christus, Zoon van den levenden God, ontferm U onzer! en zond ons volgens Uwe belofte Uwen Geest, opdat Hij U moge verheerlijken en ons in het ware geloof versterken.
H. Geest, onze Heer en Vertrooster, ontferm U onzer! vervul de harten Uwer geloovigen en ontsteek zo met het vuur Uwer goddelijke liefde. Amen.
Misgebedon.
Bij het Gloria.
Bid de volgende lofpryzing.
Lof aan U, in den Hooge, algoede, almachtige, eeuwige God. Lof aan TJ, algoede Vader, die door Uw almachtig woord alles uit het niet hebt te voorschijn geroepen. Lof aan U, o goddelijke Zoon, die ons door Uwe liefde hebt verlost! Lof aan U, o heilige Geest, eeuwige Koning der rechtvaardigheid, Vader der H. Liefde, Bron van genaden. Koning des vredes. Gij scheukt Uwen vrede aan alle menschen van goeden wil. Wij loven U, wjj prijzen U, wij aanbidden U, wij verheerlijken U, wij danken U voor Uwe groote liefde. Heilige Geest, die tegelijk met den Vader en den Zoon wordt aanbeden en verheerlijkt. Gij zijt de liefde des Vaders en des Zoons, Gij komt uit beiden, als uit eenen oorsprong voort. Gij zijt even machtig, even eeuwig, even heerlijk als de Vader en do Zoon. Gij zijt het leven en de liefde der heiligen, Gij zijt de geleider van het christelijk volk, Gij zijt de levende bron, die uit de rots d. i. uit Christus voortvloeit. Gij zijt het licht, dat is opgegaan over Jeruzalem. Geef, o God, dat alle volkeren in Uw licht mogen wandelen en de koningen in Uwe waarheid. Geef, dat wij Uwen naam mogen prijzen eu U, Uitdeeler
312
Misgebeden.
van alle genaden, met den Vader en den Zoon mogen prijzen in alle eeuwigheid. Want Gij alleen zijt heilig, Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste. H. Geest, één God met den Vader en den Zoon, één God en Heer, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Bij de Oraties of Gebeden.
Leen oen genadig oor aan mijne gebeden, o almachtige God, en verlicht mij door de genade van den H. Geest, opdat ik TJ waardig moge dienen en ü met eeuwige liefde moge beminnen.
O God, voor wien alle harten open zijn, ieder wil bekend en geen geheim is verborgen, zuiver door de genade van den H. Geest, de ge-zinningen van ons hart, opdat wij gewaardigd mogen worden, U naar waarde te beminnen en te dienen.
Ontvonk, o Heer, onze nieren en harten, door het vuur van den H. Geest, opdat wij U met een zuiver lichaam dienen, en met een rein hart behagen. Ik bid U, o Heer, dat de Vertrooster, die van U uitgaat, mijn geest moge verlichten en ons in alle waarheid moge onderwijzen.
O God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest hebt onderwezen, geef dat wij door denzelfden Geest mogen er-
313
314 Misgebeden.
kennen wat goed is, en ons altijd in Zijne vertroostingen mogen verheugen.
Wij bidden U, o Heer, geef dat Uwe Kerk door den H. Geest verlicht, en niet door de listen der vijanden moge verontrust worden. Amen.
Bij het Epistel.
Les uit den brief van den H. Apostel Paulus aan de Romeinen. (Cap. 8, 1â18.)
«Derhalve bestaat er geene verdoemenis meer voor hen, die in Christus Jezus zijn, die niet volgens het vleesch leven. Want de wet van don Geest des levens heeft in Christus Jezus mij bevrijd van de wet der zonde en des doods. Want hetgeen onmogelijk was aan de wet, wijl ze door het vleesch was verzwakt, heeft God bewerkt, doordien Hij Zijnen Zoon in de gedaante van het zondige vleesch en wegens het vleesch op de aarde zond, en de zonde in het vleesch vervloekte, opdat de wet in ons moge vervuld worden, en wij niet volgens hot vleesch, maar volgens den geest leven. Want zij, die vleesche-lijk zijn, trachten naar hetgeen des vleesches is, maar die naar den geest zijn, zinnen op wat des geestes is. Want de vleeschelijke lusten voeren ten dood; de neigingen des geestes echter zijn vrede en leven: want de neiging des vleesches is vijandschap tegen God, omdat zij zich niet onderwerpt aan de wet van God, want zij kan het niet.
Misgebeden.
315
Zij, die volgens het vlecsch zijn, kunnen aan God niet behagen. Gij echter zijt niet volgens het vleesch, maar volgens den geest, indien nog thans de geest Gods in U woont. Wie echter den geest van Christus niet heeft, behoort Hem niet toe. Is echter Christus in U, zoo is, wel is waar uw lichaam sterfelijk wegens de zonde, de geest echter leeft, ter wille van de rechtvaardigheid. En indien de geest van Hem in u woont, die Christus heeft doen verrijzen, zoo zal Hij ook uw sterfelijk lichaam doen verrijzen ter wille van Zijnen geest, die in U woont. Wij zijn derhalve niet de schuldenaren van het vleesch, mijne broeders, zoodat wij volgens het vleesch zouden moeten leven. Want indien gij leeft volgons het vleesch, zult gij sterven, indien gij echter door den geest de werken des vleesches doodt, zult gij leven. Want allen, die door den geest Gods worden gedreven, zijn kinderen Gods. Want gij hebt niet ontvangen den geest der slavernij, om bevreesd te zijn, maar gij hebt (als aangenomen kinderen) den geest der kinderen Gods ontvangen, in welken wij roepen: Abba! (Vader)! Want de Geest zelf geelt getuigenis aan onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn. Indien wij echter kinderen Gods zijn, zoo zijn wij ook erfgenamen Gods en medeërfgenamen van Christus:
Misgebcden.
indien wij nog thans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem worden verheerlijkt. Want ik beweer, dat de rampen van dit leven, niet te vergelijken zijn met de toekomstige heerlijkheid, die aan ons openbaar zal gemaakt worden.
Jfa het Epistel.
Zend Uwen Geest, en zij zullen herschapen worden. En Gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
Kom H. Geest, vervul de harten Uwer ge-loovigen en ontsteek in hen het vuur Uwer goddelijke liefde!
Voor het Evangelie.
O H. Geest, ongeschapen Liefde van do allerheiligste Drievuldigheid, zend Uwe H. Serafijnen on doordring mij met het vuur, dat den profeet Isaias heeft gezuiverd. Vervul mij met Uwe heilige liefde en verleen mij, smeek ik U, de kennis van Uwe goddelijke waarheid. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Bij het Evangrelle,.
(Joh. 3, 5â8.):
»Jezus antwoordde: Waarlijk, waarlijk, zeg ik U, indien iemand niet herboren is uit het water en den H. Geest, zal hij het rijk Gods niet binnengaan. Hetgeen uit hot vleesch is
31G
Misgcbedon.
geboren, is vleesch: en wat uit don geest is geboren, is geest. AVees derhalve niet verbaasd, indien ik u zeg: Gij moet herboren worden. De wind waait, waar hij wil, gij hoort hem waaien, maar gij weet niet, vanwaar hij komt, noch waarheen hij gaat, aldus is het gesteld met hem, die uit den H. Geest wordt geboren.»
(Joh, J6, 7â15.) :
»Maar ik zeg u de waarheid: het is goed voor u, dat ik heenga, want indien ik niet heenging, zou de Vertrooster niet tot u komen: indien ik echter heenga, zal ik Hem tot u zenden. En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van de zonde en van de rechtvaardigheid en van hot oordeel: van de zonde n. 1. omdat zij niet in Mij hebben geloofd, van de rechtvaardigheid echter, omdat Ik tot den Vader ga, en gij Mij niet meer zult zien; en van het oordeel, omdat de vorst dezer wereld reeds geoordeeld is. Ik heb u nog veel le zeggen, maar gij kunt hot nu niet dragen. Indien echter de geest van waarheid komt, zal Hij u in alle waarheid onderwijzen, want Hij zal niet spreken uit zich zelf, maar Hij zal tot u spreken al wat hij hooren zal, en Hij zal u de toekomst openbaren. Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal van hot Mijne ontvangen, en Hij zal het
317
Misgeboden.
aan u bekend maken. Al wat do Vader heeft, is het Mijne: derhalve heb Ik gezegd; Hij zal van het Mijne ontvangen, en het u verkondigen.®
Credo.
He geloof in éénen God, den almachtigen Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in éénen Heer Jezus Christus, den eeniggeboren Zoon Gods en uit den Vader voor alle eeuwen geboren. God van God, licht van licht, waarachtige God van den waarachtigen God, geboren en niet gemaakt. Een in wezen met den Vader, door wien alles gemaakt is. Die om ons menschen en om onze zaligheid nedergedaald is uit den Hemel en het vleesch heeft aangenomen door den H. Geest uit de Maagd Maria, en is mensch geworden. Hij is ook voor ons gekruist onder Pontius Pi-latus. Hij heeft geleden en is begraven. En Hij is, volgens de schriftuur ten derden dage verrezen. En Hij is opgeklommen ten hemel. Hij zit aan de rechter hand des Vaders. En Hij zal wederkomen met glorie, om te oordee-len de levenden en de dooden, aan wiens rijk geen einde zal zijn. En in den H. Geest, den Heer en Levendmaker, die uit den Vader en
318
Misgebeden.
den zoon voorkomt, die met den Vader en den Zoon te zamen aanbeden en verheerlijkt wordt, die door de profeten gesproken heeft. En in ééne, Heilige, Katholieke, en Apostolieke Kerk. Ik belijd één doopsel tot vergiffenis der zonden; en het eeuwig toekomend leven. Amen.
Bij de Offerande.
God, H. Geest, ik draag dit offer aan U op, dat Christus door Uwe liefde aan het kruis heeft volbracht, en dat Hij op het Altaar vernieuwt. Ik offer het U op in den naam van alle schepselen, tegelijk met alle H. Misoffers, die reeds op aarde zijn opgedragen en in de toekomst nog zullen opgedragen worden, teneinde U te aanbidden en te verheerlijken, zooals Gij het verdient, om U te danken voor de ontelbare weldaden, die Gij ons hebt bewezen, om Uwe gramschap over onze menigvuldige en groote zonden te doen bedaren, om U voldoening te schenken vooral voor de onteering van Uw H. Sacrament en om Uwe barmhartigheid af te smeeken voor mij, voor de H. Kerk, voor de geheele wereld en voor de arme zielen in het vagevuur. Aanvaard mijne gebeden ter wille van de voorspraak Uwer onbevlekte Bruid, onze lieve Moeder Maria.
Misgebedon.
«Kom, o almachtige, eeuwige God, zegen dit offer, dat ter verheerlijking van Uwen naam is bereid.» Amen.
Bij het Orate fratres.
Algoede en almachtige God, H. Geest, aanvaard uit do handen van den priester dit offer van onzen Goddolijken Hoer en Zaligmaker. Schenk aan alle priesters de genade, dat zij dit offer, waardoor zo tot eene nauwe vereeniging met U worden toegelaten ook waardig mogen opdragen ter eere van Uwe Goddelijke Majesteit, ter vermeerdering van de vreugde Uwer heiligen, tot nut van de strijdende Kerk en ter verlossing van de arme zielen in het vagevuur. Amen.
Bij de Stille Gebeden.
(Gebed van den H. Bonaventura.)
O hemelsche Vader, wij smeeken U, door Uwen eenigen Zoon, zend ons den H. Geest mot Zijne zeven gaven: den geest van wijsheid, opdat wij slechts naar U, als naar ons einddoel verlangen en trachten; den geest van verstand, opdat wij Uw H. Woord en Uwen H. AVil goed mogen begrijpen en ons in alles aan Uwe Goddelijke leiding mogen onderwerpen; den geest van raad, opdat wij niet dwalen in twijfelachtige goyiülen, maar Uwe voetsporen mogen
320
Misgebeden.
drukken en den rechten weg mogen bewandelen; den geest van sterkte, opdat wij in geluk en ongeluk U getrouw mogen blijven en vast staan in do bekoring; den geest van wetenschap, opdat wij mogen erkennen hetgeen ons dienstig of nadeelig is, en al onze plichten mogen bevatten en begrijpen; den geest van godsvrucht, opdat ons hart in Uwe liefde en in Uwen dienst den waren vrede moge vinden; den geest der vreeze des Heeren, opdat wij U steeds voor oogen mogen hebben, de zonde mogen vluchten en Uwe geboden onderhouden. Amen.
Bij de Prefatie.
Laat ons dankzeggen onzen Heer en God. Het is billijk en rechtvaardig.
Waarlijk, het is waardig en rechtvaardig, billijk en heilzaam, dat wij ü altijd en overal dank zeggen, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, door Christus, onzen Heer, Die verheven is boven allo hemelen en zit ter rechter hand van God den Vader, die den H. Geest heeft uitgestort over de kinderen dor genade. Derhalve juicht van vreugde allen, die op aardo zijt. Maar ook gij hemelsche geesten en Engelen, heft aan het lied der glorie:
Heilig, heilig, heilig, is de Heer, de God der heerscharen, hemel en aarde zijn vervuld met
iienadcnslcutel 21
321
322 Misgebeden,
Zijne heerlijkheid. Dat de gelukzaligen Hem loven in den Hemel. Gezegend Hij, die tot ons komt op de aarde, God en Heer gelijk Hij, die Hem hoeft gezonden,
Canon.
Allerzoetste H. Geest, ik smeek U, door Jezus Christus onzen Heer, dat Gij dit offer welgevallig wilt aannemen en zegenen. Vooral offer ik het TJ op voor de H. Katholieke Kerk, opdat zij de overwinning moge behalen over al hare vijanden; tevens bid ik TJ voor Uwen dienaar, onzen paus, voor onzen bisschop, voor alle ge-loovigen en belijders van het Katholiek en apos-toliek geloof.
Memento voor de Levenden.
Gedenk o Heer, uwe dienaars en dienaressen (herinner u de personen en belangen, die gij in deze H. Mis wilt insluiten.) en alle aanwezigen. O H. Geest, vervul allen met Uwe Goddelijke liefde en ontsteek ook mijn koud hart, kom en verrijk mijn hart door uwe vrijgevigheid, dat Uw eeuwig licht mijn duister verstand moge verlichten, kom met Uwe barmhartigheid en schenk mij vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik, versterkt door Uwe Goddelijke liefde, deze offerande waardig moge bijwonen.
Misgobedcn.
Dit vraag ik U, o H. Geost, algoede cn ccu-nigc God, door de verdiensten cn voorspraak van Uwe onbevlekte Bruid, de Allerheiligste Maagd- en Moeder Gods Maria, den H. Jozef, de H. Apostelen, Petrus en Paulus, Andreas, Jacobus, Joannes, Thomas, Jacobus, Philippus, Bartholomeüs, Mattheüs, Simon en Thadeüs, Linus, Cletus, Clemens, Sixtus, Cornelius, Cy-prianus. Laurentius, Chrysogonus, Joannes, en Paulus, Cosmas en Damianus en al Uwe heiligen. Verleen mij ter wille van hunne verdiensten en door hunne voorspraak de genade, dat ik mij altijd en overal in Uwe bescherming moge verheugen. Amen.
Onmiddellijk vóór de Consecratie.
H. Geest, heilige en almachtige God! Na weinige oogenblikken zullen de H. Geheimen worden voltrokken, die noch de Cherubijnen, noch de Serafijnen kunnen vatten. Ik beken, dat ik niet waardig ben, dit verheven offer bij te wonen, dat Gij in de onbegrijpelijke kracht Uwer Godheid voltrekt. Evenals Gij eens de mensch-wording van Christus hebt bewerkt, zoo verandert Gij hier op het Autaar brood en wijn in het H. Lichaam en hot kostbaar bloed van mijnen Heer en Zaligmaker. Derhalve vallen
323
324 Misgebeden.
do Serafijnen en de Cherubijnen vol eerbied ter aarde neder, om U te aanbidden. Ik vereemg mijne zwakke gebeden met de hunnen.
Elevatie.
(Aanschouw eerbiedig het H. Sacrament en spreek ;)
quot;Wees gegroet, o goede Jezus! ik aanbid U met do diepste nederigheid.
Jezus, voor U leef ik!
Jezus, voor U sterf ik!
Jezus, aan ü behoor ik toe in het loven en in den dood!
Gebed ter eere der H. Drievuldigheid.
O H. Drievuldigheid, Vader, Zoon en H. Geest. Gij zoete Bron van genade, ik offer U op het lichaam en het bloed van Christus en smeek U vurig, ontferm U over de geheele wereld, ontferm TJ vooral over de arme heidenen, dwa-lenden, zondaars, en over de arme zielen in het vagevuur.
Wees gegroet, o kostbaar bloed van Jezus Christus. Ik aanbid U met den diepsten ootmoed.
O zuiver bloed, zuiver mij van mijne zonden!
O genadenrijk bloed, verkrijg voor mij genade en barmhartigheid!
O heilig bloed, heilig mij, en maak mij waardig het eeuwige leven te bezitten.
Misgebeden.
Na de Consecratie,
Besteed deze kostbare oo^enblikken zoo goed mogelijk en vraag met het grootste vertrouwen:
O H! Geest, mijn God eu mijn al, ik, Uw armzalig- schepsel, nader nu tot Uw heilig altaar en neem met diepen eerbied mijn lieven Zaligmaker op mijne armen. En door de liefde, waarmede Hij Zich zelf opoffert, offer ik U op Zijn allerheiligst lichaam en Zijne allerheiligste ziel, met al, wat Hij gedurende drie-en-dertig jaren heeft gedaan en geleden. Te gelijk offer ik U op de verdiensten, deugden en gaven van Uwe onbevlekte Bruid, de Heiligste Maagd Maria, van den H. Jozef, de H. Apostelen en martelaren, van de H. H. Joannes, Stephanus, Matthias, Barnabas, Ignatius, Alexander, Marcellinus, Petrus, Felicitas, Perpetua, Agatha, Lucia, Agnes, Cecilia, Anastasia en al Uwe heiligen, in wier gemeenschap Gij mij genadiglijk wilt opnemen, niet uit eigen verdiensten, maar uit barmhartigheid en ontferming.
Met dit kostbaar offer, o H. Geest, schenk ik U tevens, al wat ik ben en bezit, mijn hart, mijn lichaam en mijne ziel, mijne zinnen, krachten en bekwaamheden, mijne gedachten en begeerten, mijne woorden en werken, mijn doen en laten, mijn leven eu sterven. Ik verlang
325
Misgebeden.
niets anders, dan aan U geheel en al toe te behoo-ren en een brandoffer te zijn van Uwe goddelijke liefde.
Ontferm IJ ook, o H. Geest, over de arme zielen in het vagevuur, vooral over . . (Wees hier
den zielen uwer bloedverwanten, vrienden en weldoeners, der priesters enz. indachtig.
Ter wille van het kostbaar bloed van Christus, dat hier op het Altaar wordt opgeofferd, laat hen binnengaan in het oord van vrede en verkwikking, van licht en rust. Heer, geef hun de eeuwige rust en het eeuwig licht verlichte hen. Dat zij rusten in vrede. Dit vragen we U door Christus onzen Heer, door wien ons alle genaden toestroomen. Door Hem, met Hem en in Hem, zij aan U, o H. Geest, met den almach-tigen Vader alle eer en glorie in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Bij het Pater noster
bid aandachtig liet Onze Vadei'. En verder:
O H. Geest, eeuwige liefde, vereenig U met mijne ziel, opdat ik eens worde met U en noch gedurende het leven, noch in den dood van U worde gescheiden. Ontsteek mij met Uw goddelijk vuur; laaf mij uit Uwe goddelijke bron, wond mij met Uwe oneindige liefde, opdat
32G
Misgebeden.
ik altijd naar TJ moge verlangen en zuchten, tot dat mijn aardsch leven in de eeuwige Zaligheid overgaat.
God, H. Geest, bron van alle genaden en zegeningen, stort ü uit in mijne arme ziel, opdat ik verrukt over Uwe volheid, mij in den geest boven mij zeiven moge verheffen, en een godvruchtig leven moge leiden, en dat ik do begeerte naar het vleesch en de lusten des vleesches standvastig moge overwinnen. Geef, dat al mijne werken vervuld mogen zijn met den geur Uwer liefde!
God, H. Geest, koning der rechtvaardigheid, koning des vredes, heersch over mij, en verdelg door het vuur Uwer liefde alle begeerten van mijn hart, die niet strekken tot Uwe eer en de vervulling van Uwen H. Wil. Bestier O/j zelf met den schepter Uwer liefde alle gedachten en begeerten mijner ziel. opdat ik U altijd met een blij hart moge dienen!
God, H. Geest, geest van eeuwige waarheid, verlicht mij, opdat ik de tijdelijke goederen moge kénnen, zooals ze zijn, dat ik altijd den weg der waarheid moge bewandelen, en al hot aardsche moge beschouwen als slijk, ten einde U, o God van liefde, te winnen, die alleen waardig zijt bemind te worden.
327
Misgebeden.
God, H. Geest, eeuwige Zon van genade, verander mijn hart in oen paradijs, en beschijn do zwakke planten, die Uwe genade er in heeft geplant. Laat ze door de stralen Uwer liefde en den dauw Uwer genaden toenemen en bloeien in de hemelsche tuinen, alwaar geen vijnd haar kan genaken.
God, H. Geest, liefderijke Bruidegom der zielen, geef dat ik U geheel en al moge toebe-hooren, dat ik U geheel en al moge bezitten en U nooit moge verliezen! Vereenig mij met U door de zoete banden Uwer liefde, opdat ik steeds in vrede moge leven, nooit door bekoringen wankelmoedig moge worden, en volgens het voorbeeld van mijn Verlosser mijn kruis met geduld moge dragen.
God, H. Geest, liefderijke Vertrooster, vervul mijn hart zoodanig met de zoetheid Uwer goddelijke liefde, dat mij al, wat mij tot U brengt aangenaam en dierbaar moge zijn, maar dat ook al, wat mij van U afkeerig zoo kunnen maken, mij afschuw moge inboezemen. Geef dat Uwe liefde en verheerlijking het eenige verlangen mijner ziel mogen wezen. Dit vraag ik U door de voorspraak Uwer onbevlekte Bruid, onze lieve Moeder Maria, de II. H. Apostelen Petrus en
328
Misgebeden. 329
Paulus, Andreas en al Uwe heiligen, door Christus. onzen Heer. Amen.
Bij het Aarnus Deï.
Jezus. Lam Gods. ontferm ü mijner; offer ü met al Uw ootmoed en geduld aan Uwen eeuwigen Vader op ter verkrijging van alle deugden, die mij ontbreken.
Jezus, Lam Gods, ontferm U mijner en offer U aan U Zeiven op, met alle bitterheid van het lijden van Uw goddelijken Persoon, ter voldoening voor mijne zonden.
Jezus, Lam Gods, ontferm U mijner, ik offer U aan den H. Geest op met al de liefde van Uw goddelijk hart. tot voldoening van alle goede werken, die mij ontbreken. Amen
Bij het Domine, non sum dig-mis.
O Heer, hemelsche Vader, ik ben niet waardig, dat Gij door Jezus Christus Uwen Zoon en met Hem en den H. Geest Uwen intrek bij mij neemt, maar spreek slechts een woord, en vergeef mij mijne zonden ter wille van Uwe liefde.
O Heer Jezus Christus, glans van den eeuwigen Vader, ik ben niet waardig, dat Gij met den Vader en den H. Geest Uwen intrek bij mij neemt, maar spreek slechts één woord, en scheld mij de straften der zonden kwijt, ter wille van Uw lijden.
Misgebeden.
O H. Geest, liefde van den Vader eu don Zoon, ik ben niet waardig, dat Gij en de Vader met en door Jezns Christus Uwen intrek bij mij neemt, maar spreek slechts één woord, en schenk mij Uwe genade terwille van dit H. Offer.
Liefderijke Jezus, ik zou U zoo gaarne inde H. Communie ontvangen. Dewijl ik echter niet waardig ben, zulks de doen, kom toch op geestelijke wijze tot mij, en zend mij Uwen H. Geest, den Geest van wijsheid en van verstand, van raad en van sterkte, van wetenschap en godsvrucht en den geest van de vreeze des Heeren, opdat ik steeds Uwe geboden trouw moge nakomen. en mij in alles voege naar Uwen aan-biddelijken wil. Amen.
gt;Ta de H. Communie.
Do H. Geest zal U onderwijzen in al, wat ik U heb gezegd. (Joh. 14.)
V. Heer, verhoor mijn Gebed.
E. Eu mijn geroep kome tot U.
Gebed. Wij bidden U, o Heer, dat do H. Goost onze harten vernieuwe door de goddelijke geheimen, dewijl Hij zelf de vergiffenis der zonden is. Door Christus onzen Hoer. Amen.
330
Misgebeden.
Voor den Ze^en.
V. Heer verhoor mijn Gebed.
R. En mijn geroep kome tot TT.
Wij smeeken U, o Allerheiligste Drievuldigheid, dat dit offer U welgevallig moge zijn, on dat Gij een genadig oog moogt werpen op den priester, die het heeft opgedragen, alsook op de geloovigen, die het hebben bijgewoond, zoodat wij barmhartigheid en vergiffenis mogen verkrijgen. Door Christus onzen Heer. Amen.
Bij den Zeg-en des priesters.
Dat de barmhartige en almachtige God ons zegene en beschenue, God de Vader, de Zoon en do H. Geest. Amen.
Bij het lasitste Evang-elie.
»In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het woord was God. Dit was in het begin bij God. Alle dingen zijn door hetzelve gemaakt: en zonder dat is er niets gemaakt, van hetgeen er gemaakt is. In hetzelve was het leven en het leven was het licht der menschen; en het licht scheen in de duisternissen, en de duisternissen hebben het niet begrepen. Er werd een mensch van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis van het licht te
331
Misgcbeden.
geven, opdat zij allen door hem gelooven zonden. Hij was het licht niet, maar hij was gekomen, om getuigenis van het licht te geven. Dit was liet waarachtige licht, hetwelk verlicht alle menschen komende in deze wereld. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in Zijn eigendom, doch de Zijnen namen Hem niet aan. Maar aan allen, die Hem aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven om kinderen Oods te worden, dengenen, die in Zijnen naam gelooven, welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. En (dit zeggende, knielt men) het Woord is vleesch geworden en het heeft onder ons gewoond. En wij hebben Zijne glorie gezien, eene glorie als van den eeniggeboren Zoon des Vüders vol van genade en waarheid.
Na de H. Mis.
God, H. Geest, ik dank U door Maria, Uwe onbevlekte Bruid, dat Gij mij de genade hebt verleend dit H. Misoffer te mogen bijwonen. Ik smeek U, o Vader van liefde en ontferming, dat Gij mij tor wille van dit offer alle zonden, nalatigheden en fouten wilt vergeven, waaraan ik mij gedurende dit offer heb schuldig gemaakt.
332
Misgobedcn. 333
Zuiver mij ook door het kostbaar bloed van Jezus, van al mijne vroegere zonden, en versterk mij in alle gevaren, die mij lieden bedreigen.
Verefcnigd met Uwe H. Liefde, wil ik lieden mijne taak vervullen. Ik offer IJ al mijne werken op in vereeniging met alle liefdeblijken en lofprijzingen, die alle engelen en heiligen U, den Vader en den Zoon in alle eeuwigheid aanbieden, en met alle H. H. Misoffers, die heden en tot het einde der wereld worden opgedragen of reeds zijn opgedragen. Dit alles offer ik U op ter verheerlijking van de allerheiligste Maagd en Moeder Gods, Maria, den H. Jozef en alle lieve Engelen en heiligen, tot bekeering dei-zondaren, tot sterkte voor de rechtvaardigen en tot lafenis der geloovige zielen in het vagevuur. Amen. Onze Vader. . . Wees gegroet.
334 Bocto- en biccht-oefening.
Het H. Sacrament der Biecht.
Voorbereiding'.
Algoede, almachtige, eeuwige God, H. Geest, ontferm U mijner! Zie zonder II ben ik niets, en kan ik niets. O barmhartige God, ontferm U mijner! Ach, in hoe groote ellende heb ik mij zeiven gebracht, doordien ik U, de goddelijke liefde, heb verlaten! Ik heb vele en groote zonden bedreven! Ik ben niet waardig mijne oogen tot U te verheffen wegens de menigvuldigheid mijner boosheden. Maar Gij, o God, Gij zijt goed, barmhartig, lankmoedig en geduldig! Gij hebt gezegd: »Ik wil niet den dood des zondaars, maar dat hij zich bekeere en leve.« O H. Geest, schenk dus ook mij den rijkdom Uwer goddelijke goedheid, en ontferm U over mij, terwille van Uwe barmhartigheid! Kom, H. Geest, en vervul mijn arm hart met een oprecht berouw, en zuiver hot door het vuur Uwer goddelijke liefde. Geef, dat ik mijne zonden in Uw goddelijk licht moge kennen, dat ik ze in Uwe liefde oprecht beweene, openhartig belijde, en de kwijtschelding van alle zonden en straffen moge verkrijgen. Ik smeek U, o vrijgevige H. Geest, gedoog toch niet, dat ik dit Sacrament onwaardig ontvange, en U door deze afschuwe-
Boete- en hiedit-oefoninrr.
lijkc boosheid bedroeve. Geef veeleer, dat ik volmaakt gezuiverd moge worden, opdat ik moge verdienen, wederom Uw heilige tempel te worden. â¢
V. Geef mij, o God, een zuiver hart.
K. En hernieuw den rechten geest in mijn binnenste.
Laat ons bidden. O God! wicn hot eigen is altijd genadig te zijn en te sparen, ontvang ons gebed, opdat Uwe goedertierene barmhartigheid ons en al Uwe dienaren, die met do kluisters der zonden gebonden zijn, genadig ontbindo.
Wij bidden U Heer! verhoor de gebeden der ootmoedigen on spaar hen, die hunne zonden belijden, opdat wij vergeving en vrede van Uwe goedertierenheid verwerven.
Toon ons genadig, o Heer i Uwe onuitsprekelijke barmhartigheid, en verlos ons van alle zonden en tevens van de straffen, die wij daardoor verdiend hebben.
O God! die door de zonden vergramd en door de boetvaardigheid verzoend wordt, zie genadig neder op de gebeden Uws volks, hetwelk zich voor Uwo goedheid nederwerpt. en wend do gee-sels Uwer gramschap, welke wij door onze zonden verdienen, van ons af.
335
336 Boete- en biecht-oefening.
Ik smeek U, o Heer, dat de H. Geest mijn hart door dit H. Sacrament moge zuiveren, dewijl Hij de vergiffenis der zonden is.
Ontvlam, o Hoer! onzo nieren en harten door het vuur van den H. Geest, opdat wij U niet een zuiver lichaam dienen, en met een rein hart behagen.
O God! van wien de heilige begeerten, de goede voornemens en de rechtvaardige werken voortkomen, geef Uwen dienaren dien vrede, welken de wereld niet geven kan, opdat onze harten genegen zijn tot het volbrengen Uwer geboden, en wij, van do vrees onzer vijanden ontslagen, door Uwe bescherming in rust mogen leven!
Barmhartige Jezus, ik beveel mijne arme ziel in de wonde van Uw goddelijk hart. Alles is mogelijk bij U, behalve eenen zondaar te verstoeten, die rouwmoedig tot U terugkeert.
O Maria, onbevlekte Bruid van den H. Geest, Moeder van goedheid en barmhartigheid, toevlucht der zondaren, bid voor mij.
H. Aartsengel Michael, H. Jozef, alle lieve Engelen en Heiligen, vooral gij, mijn Engelbewaarder, bidt voor mij.
Boete- en biecht-oefening. 337
Gewetensonderzoek.
Biecht niet uit gewoonte, maar beschouw het gewetejisonderzoek en de biecht als eene gewichtige zaak. De H. Theresia zegt; »Do duivel is er vooral op uit de zielen te verleiden tot cene onnauwkeurige biecht, en de meeste zielen komen in do hel, omdat ze de artsenij in gift veranderen.® Want wie een Sacrament onwaardig ontvangt, maakt zich schuldig aan eene verschrikkelijke zonde tegen den H. Geest, die hier en hiernamaals zoo vreeselijk wordt gestraft. Derhalve verhef u boven alle valsche schaamte, en belijd ootmoediglijk uwe zonden. En indien dit u zwaar valt, zoo otter aan den H. Geest het kostbaar bloed van Jezus op, en smeek Hem om do genade van eene oprechte biecht, en vergeet niet, dat gij alleen door de oprechte bekentenis uwer zonden den vrede des harten kunt herkrijgen.
Angstige zielen vallen dikwijls in de tegenovergestelde fout, doordien ze meenen nooit genoeg te hebben gedaan, want zij zijn nog altijd vol bezwaren wegens hun gewetensonderzoek of hun berouw. In zulke onrustige harten kan de genade onmogelijk werken. Derhalve moeten zij deze angstvalligheid trachten te overwinnen en het eenige middel daartoe is blinde gehoor-zamheid aan hunnen biechtvader. Wie ge-lioorzaara is, bewandelt den goeden weg, want vooral op de biechtvaders is het woord van Christus toepasselijk: »Wic U hoort, hoort mij, wio V veracht, veracht mij,«
^enadensleutel 22
338 Boete- en biecht-oofening'.
Ga nu de geboden Gods, de geboden der kerken de plichten na van uwen staat, en onderzoek bij u zeiven, in hoeverre gij door gedachten, woorden, begeerten en werken hebt gezondigd. Men is verplicht te biechten: »alle doodzonden, ook de in 't geheim bedrovene, alsmede de zonden tegen de beide laatste der 10 geboden en de omstandigheden, die den aard der zonde veranderen.» Derhalve moet men bij do doodzonden ook het getal opgeven, voor zoo verre dit mogelijk is, en onderzoeken, hoe dikwijls men die zonde gedurende een dag, eene maand of' een jaar heeft bedreven. Personen, die dikwijls te biechten gaan, kunnen ook eenige zonden van hun vroeger leven bij de biecht insluiten.
Indien gij uw geweten nauwkeurig hebt onderzocht, verwek dan een hartelijk berouw. Daal in den geest neder in den afgrond der hel, en zie, hoe de verdoemden aldaar worden gemarteld. Een vuurstroom gaat over hen heen, en dringt door tot in het merg van hun gebeente. De duivelen echter vallen elkander aan, en verscheuren elkander in vreeselijke woede; zij pijnigen de verdoemden, en met onmenscholijken haat vervuld, zouden zij hunne slachtoffers in duizend stukken willen verscheuren. Eu indien de verdoemde zich afvraagt: Waar is uw God, zoo aantwoordt zijn geweten: Gij hebt Hem verloren, verloren vóór eeuwig, verloren door uwe eigene schuld. Gij wildet de zonde niet vluchten, u niet wachten voor de gelegenheden, gij zoudt door de biecht zoo gemakkelijk genade en vergiffenis hebben kunnen verkrijgen, maar gij hebt
Boete- en biecht-oefening.
de genade verworpen, doordien gij het H. Sacrament van boetvaardigheid heiligschennend of ten minste zonder voldoende voorbereiding hebt ontvangen.« O ziel, hoe vreeselijk is het, Zijnen Heer en God te hebben verlaten. Jer. ]',).) Indien gij aan dit vreeselijk lot wilt ontkomen, wacht u dan voor de doodzonde.
Sla ook uwe oogen ten hemel en zie, wat gij door de doodzonde hebt verloren, maar wat gij door oprecht berouw en eene goede biecht nog kunt terugwinnen. De H. Paulus word eens in den derden hemel verheven, maar hij was niet in staat, die schoonheid weer te geven, en hij roept uit: »Geen oog beeft hot gezien, geen oor heeft het gehoord, en in 's menschen hart is het nooit opgekomen, wat God voor hen bereid heeft, die Hom beminnen.« Hoe dwaas is het dus, eene zoo oneindige, eeuwige vreugde op to otteren voor de bitterheid der zonde.
Maar gij moet uwe zonde betreuren niet zoozeer uit vrees, dan wel uit liefde. Donk aan God, uwen Vader! Hoe zeer heeft Hij u bemind! De liefde eener moeder voor haar kind is groot, onbegrijpelijk grooter nog is de liefde Gods voor u. »Ik heb u bemind met eeuwige liefde:« zegt Hij door den mond van den profeet. En .üij V Hoezeer hebt gij Hem beleedigd. Do liefde en goedheid van God vloeit als een zilveren stroom door geheel uw leven, en naast dien zilveren stroom ziet gij het slijk uwer zonden en ondankbaarheid. »ls dit uwe vergelding, dwaas en onverstandig volk? Is Hij niet uw Vader, die u heeft geschapen.* (2 Mozes 32. G.)
339
22'
340 Boete- en biecht-oefening.
Beklim ook den berg van Calvarië, en aanschouw den goddelijken Verlosser aan het kruis. »Zijn geheel wezen spreekt van liefde, en vraagt wederliefde» zegt de H. Bernardus. Zie, hoe Zijn lichaam geheel met bloed en wonden is overdekt: Zijne handen en voeten zijn met zware spijkers doorboord. Zijn goddelijk hoofd is met doornen doorstoken, Zijne armen echter zijn uitgebreid, om u weer aan Zijn hart te diukken! O keer dus vol vertrouwen terug tot uwen Goddelijken Verlosser, want gij moogt niet den apostel uitroepen: »Hij heeft mij bemind, en Zich voor mij opgeofferd.«
Denk eindelijk ook aan den H. Geest, die u heeft bemind, en die zich zelf aan u heeft geschonken. En gij hebt Hem, den liefderijken Vertrooster, door de doodzonde van u verwijderd en Hem van het genot beroofd u met hemelsche genaden en gaven te kunnen verrijken. Hoe oneindig groot is de boosheid der zonde!
Hebt gij een kruisbeeld bij de hand, zoo kus eerbiediglijk de wonden van Christus, en verwek een oprecht acte van berouw.
Acte van Berouw.
(Dit en het volgende gebed zyn uit de schriften der H. H. Mechtildis en Gertrudis.)
Almachtige en groote God, voor wiens majesteit hemel en aarde beven, ik, arme zondaar, beken, dat ik niet waardig ben, dat mij de aarde draagt, omdat ik haar Schepper zoo dikwerf en zoo grootelij ks heb beleedigd, O Heer, ik heb
Boete- en biecht-oefening. 341
mij als een meineedige en trouwelooze jegens U gedragen, omdat ik wetens en willens Uwe H. H. geboden heb overtreden, en de beloften heb geschonden, die ik U in het doopsel heb gedaan. Ik weet, o God, dat ik U uit mijn hart heb verdreven, en er den duivel eene woonplaats heb bereid; ik weet, dat, als ik in dien toestand kom te sterven, ik onherroepelijk in den afgrond der hel word begraven; ik weet, dat ik door mijne zonden alle verdiensten voor den hemel en alle aanspraak op de eeuwige zaligheid heb verloren. Ja, ik weet, dat mijne ziel nu dood en zoo afgrijselijk is, dat zij een gruwel is voor U en alle heiligen. O mijn God, in wat vreese-lijken toestand bevind ik mij nu! O barmhartige en algoede God, ik heb U grootelij ks beleedigd. en tegen U en alle heiligen gezondigd. Ik betreur het echter van ganscher harte, en alleen daarom, dat ik U, o liefderijke en getrouwe God, zoo zeer heb vergramd, die mij zoo vele weldaden naar lichaam en ziel hebt bewezen, en zelfs Uwen eeniggoboren Zoon niet hebt gespaard tot mijne verlossing, O algoede Vader, ik smeek U door het kostbaar bloed van Uwen lieven Zoon, dat Gij mijne zonden wilt vergeven, en mij barmhartigheid wilt schenken. Ik klaag U mijn leed door de bitterheid van het lijden Uws
Boete- en bieclit-oefening1.
Goddelijken Zoons, en offer U op al Zijne pijnen en smarten en al de bittere tranen, die Hij gedurende zijn gansclie leven voor de zonden dei-wereld heeft vergoten, en smeek U in vereeni-ging met liet allerkrachtigst gebed, dat Hij in den hof van Olijven aan Zijn hemelschen Vader heeft opgeofferd, en door de goedheid van den H. Geest, dat Gij mij al mijne zonden wilt vergeven, en mij de straffen wilt kwijtschelden, die ik heb verdiend. Ik beloof TJ vast en stellig voortaan mijn leven te beteren. Ik heb vast besloten de zonde, vooral de doodzonde en de naaste gelegenheid te vluchten. Dit vraag ik U door de liefde, die U heeft aangespoord Uwen goddelijken Zoon onder do misdadigers te rekenen. Amen.
Dankgebed na de 11. Kiecht (ps. 102).
Prijs den Heer, mijne ziel, en al wat in n is, prijze Zijnen H. Naam.
Prijs den Heer, mijne ziel, en vergeet niet Zijne weldaden.
Hij heeft u al uwe misdaden vergeven, en n genezen van al uwe zwakheden.
Hij heeft uw leven gored van den ondergang, en u met genade en ontferming gekroond.
O Heer, Gij zijt genadig en barmhartig, lankmoedig en van groote ontferming.
342
Boete- en bipeUt-oofenin^'.
Gij hebt niet met mij gedaan volgens mijne zonden, noch mij vergolden volgens mijne misdaden.
Zoo hoog de hemel is verheven boven do aarde, zoo groot is Uwe barmhartigheid voor hen, die U vreezen.
Zoo verre de opgang der zon is verwijderd van den ondergang, zoo verre verwijdert Gij onze zonden van ons.
Evenals een vader zich over zijne kinderen ontfermt, zoo óntfermt (iij ü, o Heer, over allen, die U vreezen.
Want Gij weet, watvoor schepselen wij zijn, en Gij bedenkt, dat wij stof en asch zijn.
De dagen des menschen zijn als hooi, en hij vergaat evenals de bloem des velds.
Maar Uwe barmhartigheid, o Heer, dunrt eeuwig over hen, die U vreezen; en Uwe rechtvaardigheid over de kindskinderen, over die, welke Uw verbond onderhouden, en Uwe geboden indachtig zijn.
De Heer heeft Zijn troon bereid in den Hemel, en Zijn rijk zal zich over allen uitstrekken.
Prijst den Heer, alle engelen, machten en krachten, volbrengt Zijnen H. Wil, allen, die Zijne stem hooreu.
344 Boote- en bieclit-oefening.
Prijst den Heer, alle heerscharen en al Zijne dienaren, die Zijnen wil vervullen.
Prijst den Heer, al Zijne werken, en dat mijne ziel Hem prijze op alle plaatsen der aarde.
(Indien ge tijd hebt, volbreng dan uwe penitentie en bid verder):
Sluitgrelted tot den H. Geest.
O allerbeminnenswaardige H. Geest, Vader van liefde, die er behagen in schept, de stroomen Uwer goddelijke genade over de menschen te doen nederdalen, ik dank U door Uwe onbevlekte Bruid, de H. Maagd Maria, dat Gij mij wederom vergiffenis van mijne zonden hebt geschonken. Tevens smeek ik U door de voorspraak der Allerheiligste Maagd, dat Gij mij steeds meer en meer van mijne zonden wilt zuiveren, en mij de straften wilt kwijtschelden, die ik heb verdiend. Herstel in mij alle genaden, die ik door de zonde heb verloren, in haar vroe-geren luister.
O allerbarmhartigste H. Geest, alles is immers mogelijk bij U, derhalve verleen mij deze genade terwille van Uwe liefde. Zie, ter voldoening van alle zonden, die ik met de zintuigen en de ledematen mijns lichaams heb bedreven , offer ik U op alle vermoeienissen,
Boete- en biecht-oefening. 345
vasten, lijden en werken van den goddelijken Verlosser.
O liefderijke H. Geest, tor voldoening van alle zonden, die ik door liefdelooze, trotsche en ze-delooze gesprekken heb bedreven, offer ik U op alle leeringen, predikatiën en geboden van Jezus Christus, Uwen gezalfde.
O allergetrouwste H. Geest, ter voldoening van alle zonden, die ik door liefdelooze, vijandelijke gedachten, aardsehe begeerten en vleescho-lijke lusten heb bedreven, offer ik U op de oefeningen van het volmaakte verstand en alle gevoelens van het zoete Hart van Jezus. Ter wille van Zijne liefde en van Zijn kostbaar bloed dat Hij voor ons heeft vergoten, geef mij terug al wat ik door mijne zonden heb verloren. Amen. Onze Vader.
Smeekgebed tet den Goddelijken Verlosser.
O allerbeminnenswaardigsto Jezus, om IJ mijne dankbaarheid te toonen en tot herstel van mijne menigvuldige ongetrouwheden offer ik N. N. ü mijn hart op; ik draag mij geheel en al aan U op, en steunende op Uwe hulp maak ik het vaste voornemen, U nooit meer te vergrammen.
(Eenmaal daags 100 dagen aflaat voor een beeld van het H. Hart. Pius VII. 9. Juni 1807.)
346 Communiegebpflon.
De H. Communie.
Gebed lot voorbereiding:
Engelen en heiligen des Hemels, ik groot n vol eerbied, en smeek u ootmoediglijk, dat gij een ruiker wilt vormen uit al mijne woorden, werken en gedachten van dezen dag en van mijn geheel leven, en dat gij hiermede wilt vereenigen alle gedachten, woorden en werken van alle rechtvaardigen, die ooit hebben geleefd en nog zullen leven. Ik smeek u ootmoediglijk, dat gij de verflenste en bevlekte bloemen van dien ruiker wilt wasschen in het kostbaar bloed van Jezus Christus door de ontferming des Hemel-schen Vaders en door de liefde van den H. Geest, en herstellen al het gebrekkige door de verdiensten van Jezus Christus, de allerheiligste Maagd en door Uwe verdiensten. Draagt dan dien aldus bijeengegaarden ruiker op aan de allerheiligste Maagd. Gij echter, allerbeminnelijkste Moeder bied dezen ruiker in vereeniging met Uwe heldhaftige deugden Uwen Goddelijken Zoon aan, en vraag Hem, dat Hij hem moge aanvaarden in de liefde des Vaders en des H. Geestes, ten teeken mnner kinderlijke liefde, hulde en dankzegging, alsmede tot herstel en tot afboeting voor mijne zonden en die der geheele wereld en
Communiegebodon.
als smoekofFfir, opdat ik dit H. Sacrament waardig niüge ontvangen. Amen.
En nu richt ik in diepe nederigheid mijne gebeden tot U, H. Geest, bron van alle genaden. Met een kinderlijk vertrouwen klop ik aan de deur Uwer barmhartigheid en smeek U, door Uwe onbevlekte Bruid, mijne lieve Moeder Maria, dat (rij een enkel vonkje Uwer liefde in mijn hart wilt ontsteken, opdat ik door deze H. Communie nog nauwer met U worde vereenigd. Ik draag ze op tot Uwe meerdere eer en glorie, opdat Uw rijk op aarde steeds meer en meer worde verspreid door Christus onzen Heer. Amen.
Ovenveg-ing voor de H. Commuuie.
1. Overweging.
TF/'e komt? Gij zijt liet, o goede Jezus, die mij hebt bemind, en U voor mij hebt geslachtofferd. (Blijf een oogenblik stil bij ieder punt.)
2. Tot ivifu? Gij komt tot mij, armen zondaar, die U door mijne zware en tallooze zonden zoo dikwijls heb beleedigd.
S. iranmm? Gij komt, om mij deelachtig te maken aan de vruchten Uwer verlossing en om mijne ziel te zuiveren in Uw goddelijk Bloed.
Gebed. »Ontferm U over mij, o God, naar Uwe groote barmhartigheid en zuiver mij
347
Coninuiniegebeden.
naar de grootte Uwer ontferming van mijne zon-den.« (Ps. 30.)
2. Overweging.
1. Wie komt? Gij, o Vader van barmhartig-lieid en God van alle vertroosting, die ons door den H. Geest in waarheid tot Uwe kinderen hebt gemaakt.
2. lot icien ? Tot mij, den verloren Zoon. O Vader, ik ben niet waardig. Uw kind te worden genoemd, want ik heb gezondigd voor den Hemel en voor U. Ik heb U verlaten en mij overgegeven aan de wereld en hare kwade lusten.
:t. Waarom? Gij komt tot mij, om met mij een feestmaal te houden, want ik was verloren en gij hebt mij teruggevonden; ik was dood, en Gij hebt mij door den H. Geest tot een nieuw leven opgewekt.
(Jebed. Koevele dienaren in het huis mijns Vaders hebben brood in overvloed, en ik sterf hier van honger. Ik zal opstaan en tot mijnen Vader gaan. (Luc. 15, 17.)
3. Overweging.
ï. Wie komt? Jezus Christus, de Koning van Hemel en aarde, voor wien zich moeten buigen de knieën van allen, die in den Hemel, op aarde en onder de aarde zijn.
348
Communiegebeden. 349
2. Tot toien? Gij komt tot mij, dien gij tot Uwen broeder hebt aangenomen, die U helaas, heeft verraden en verkocht.
Waarom ? Gij komt tot mij met hetzelfde doel, dat Jozef in Egypte had, toen hij tot zijne trouwelooze broeders kwam, want gij komt, niet om mij te straffen, maar om mij deelachtig te maken aan Uwe koninklijke goederen.
Gebed. Ik verlang slechts eene zaak, dat ik genade moge vinden in Uw oog, mijn Heer en broeder. (1. Moz. 23. 15.)
4. Overweging.
1. Wie komt? Gij, o God van liefde, Bruidegom der zielen, die gezegd hebt: Ik zal mij in getrouwheid met U verloven, en gij zult erkennen, dat Ik de Heer ben. (Os. 2. 19.)
2. lot wie»? Tot mijne ziel, de trouwelooze bruid, die Uwe liefde door onverschilligheid en liefdeloosheid zoo zeer heeft beleedigd.
3. Watrom? Gij komt, o liefderijke Bruidegom, niet om mij te verzaken, maar om U op nieuw met mijne ziel te vereenigen in genade en ontferming.
Gebed. »Zie, de Bruidegom komt, snelt Hem te gemoet.« (Matth. 25. 7.)
De voornaamste actes van deng-d. (zie tweede deel bl. 299.)
350 Communiegebeden.
OpofTering' en Smeeks-ebed.
O zoete Jezus, ik wensch, U waardig te ontvangen, en alles te verwijderen, wat Uwe genade in mij zou kunnen verminderen. Derhalve schenk ik U mijn lichaam met zijne zintuigen, mijn gezicht, mijn gehoor, mijn smaak, mijn reuk en mijn gevoel. O hoe dikwijls heb ik U met deze zintuigen beleedigd, en hoe zeer heb ik hierdoor de uitwerkselen Uwer genade belemmerd. Ik schenk U ook mijn geheugen, mijn verstand en mijn wil. O Heer, Gij zijt immers almachtig, Gij komt om in mij alle hinderpalen voor Uwe liefde te verwijderen. O zoo verwijder uit mijn hart al, wat U mishaagt, opdat ik een zuiver vat Uwer genade moge worden. Aanvaard mijn hart, lieve Jezus, en ik bid U, geef mij het Uwe. Volgaarne beloof ik U, dat ik in do toekomst een goed gebruik zal maken van mijne gaven en bekwaamheden, opdat Gij altijd eene waardige woning in mij moogt vinden. Amen.
Gebed tot Maria en de Heiligren.
O allerheiligste Maagd Maria, mijne beste, liefste, rijkste en hemelsche Moeder, die mij meer bemint dan oene Moeder op aarde haar kind kan beminnen, gij verlangt zoo vurig, dat ik Uwen goddelijken Zoon waardig moge ontvangen, O mijne goede Moeder, zie, ik ben uw
Communiegebeden. 351
arm kind, er ontbreekt zoo veel, om uwen godde-lijken Zoon waardig in mijn hart te ontvangen. O kom dus, Moeder van Barmhartigheid, en versier met den schat Uwer deugden mijne arme ziel en mijn zondig hart.
Gij, lieve Engelen en Heiligen Gods, vooral gij, H. Engelbewaarder, mijn H. Patroon en gij, o Heilige, wiens feest wij heden vieren, en
gij H. N. (noem hier den H, tot wien {fij hot meeste vertrouwen hebt) komt en versiert mijn hart, opdat Jezus aldaar eene waardige woning moge vinden. Amen.
Ootmoed en Verlangren.
O allerbeste en beminnelijkste Jezus, gij hebt gezegd: »Konit tot Mij, allen, die belast en beladen zijt, ik zal u verkwikken!» Gij, o Heilige der Heiligen, leen mij armen zondaar een goedgunstig oor. Gij wilt Uwen intrek bij mij nemen, niettegenstaande al mijne ellende. Ik bon niet waardig, o Heer, dat Gij tot mij komt, en toch komt Gij tot mij. Mijn hoogste Goed, mijn Heer en mijn God, o kom tot mij, want zonder U ben ik niets dan ellende en zonde.
Kom, o Jezus, goddelijke Bruidegom der zielen, kom en neem Uwen intrek in do woning mijner ziel. Kom, hemelsche Geneesheer, en genees mijne zieke ziel. Kom, Zon van
Com m uniegobeden.
genade, verdrijf de duisternis van mijn hart kom, Bron des levens, verzadig mij met Uw water, kom o Brood des Hemels en versterk mijn zwak hart. Kom, o Jezus, om met den Vader en den. H. Geest Uwen intrek bij mij te nemen.
(Dan zeg met de H. Gertrudis.)
O zoete Jezus, ik smeek U met de kracht van allo gebeden en begeerten, die ooit uit Uw H. Hart zijn gevloeid, dat Gij U gewaardigt, Uwen intrek te nemen in mijn arm hart. Amen. (B. 4. K. 23.)
»Nu, o liefderijkste Jezus, kom ik. Uw zondig, arm, onwaardig schepsel tot U, den afgrond van alle goedheid, opdat ik van alle zonden gezuiverd en met Uwe genade versierd worden Amen. (B. 3. K. 28.)
(Dan vraag en smeek uwe beschermheiligen, dat zij u tot de tafel des Heeren geleiden. Nader dan tot de H. Tafel met een nederig geloof, een kinderlijk vertrouwen en eene oprechte liefde, en tracht nog eenige vrome gevoelens In u op te wekken.
352
Communiegebeden. 353
Na de H. Communie.
Geen tijd is zoo kostbaar als de eerste oogenbiikkcn na de H. Communie; besteed dien tijd derhalve wel. Neem niet terstond uw kerkboek ter hand, maar laat uw hart spreken in liefde en bewondering over de groote goedheid en ontferming van God jegens U. Dan spreek het volgend
Gebed.
1. Lofprijzing: van Jezus. 0 allerbeminnelijkste Zaligmaker, Gij zijt nu in mijn hart. Wees duizendmaal gegroet en geprezen, omdat Gij U hebt gewaardigd Uwen intrek te nemen bij mij armen zondaar. Komt, o Engelen en Heiligen Gods, komt alle schepselen des Heeren, helpt mij, onzen God en Koning waardig prijzen.
2. Aanbid Jezus. Ik aanbid U, o zoete Jezus, in vereeniging met alle Engelen en Heiligen en vooral met de Allerherheiligste Maagd Maria, den H. Jozef, de H. H. Apostelen Petrus en Paulus en alle beschermheiligen. Ik draag U op mijn lichaam met zijne zintuigen, mijne ziel met al hare bekwaamheden. Ik ben bereid al mijne krachten in te spannen, om U te dienen. Aanvaard, o Heer, mijne vrijheid ! Ontvang mijn geheugen, mijn vorstand en mijnen wil! Ik heb niets en bezit niets, wat ik niet aan Uwe oneindige barmhartigheid heb te danken. Dit alles, o Heer, geef ik aan Li terng.
Gonadensleutel 23
354 Communiegebeden.
Beschik hierover volgens Uw goedvinden. Geef mij slechts liefde tot U en Uwe genade, dan ben ik rijk genoeg, en verlang niets meer.
Gebruik mij als werktuig ter eere van den Hemelschen Vader in de liefde van den II. Geest. Doe met mij, wat Gij wilt, ik onderwerp mij aan alles, aan ziekte, vernedering, loven en dood. Amen.
3. Dank aan Jezus, Ik dank U, o zoete Jezus, in vereeniging met alle Engelen en Heiligen, dat Gij tot mij zijt gekomen. Te gelijker tijd smeek ik U, o goede Moeder Maria, dat Gij Uwen goddelijken Zoon voor mij wilt dank zeggen, dat Hij zoo liefdevol Zijn intrek bij mij heeft genomen.
Lofzang: van Maria.
Mijne ziel verheft don Heer:
En mijn geest heeft zich verheugd in God, mijnen Zaligmaker.
Omdat Hij de nederigheid Zijner dienstmaagd heeft aangezien: want ziet, van nu af zullen alle geslachten mij zalig noemen.
Omdat Hij, die machtig is, aan mij groote dingen gedaan heeft, en Zijn naam is heilig.
En Zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht, over hen, die Hem vreezen.
Communiegebeden.
Hij heeft grooto dingen gedaan door Zijnen arm: Hij heeft degene verstrooid, die hoovaardig zijn in de gedachten van hun hart.
Hij heeft de machtigen van hunnen zetel beroofd, en de nederigen heeft Hij verheven.
Hij heeft de hongerigen met goederen vervuld, en de rijken heeft Hij ledig weggezonden.
Hij heeft Israel, Zijnen dienaar opgenomen : indachtig zijnde Zijner barmhartigheid.
Gelijk Hij tot onze Voorvaders gesproken heeft, tot Abraham en Zijn nageslacht in eeuwigheid.
Glorie zij den Vader, enz.
4. Bede tot Jezus om vergiffenis. Ik vraag U ootmoedig vergiffenis, algoede Heer en Zaligmaker, wijl ik mij zoo weinig moeite heb getroost, om U waardig te ontvangen, en dat ik TJ gedurende mijn leven zoo dikwerf en zwaar heb beleedigd. Vergeef mij, o zoete Jezus, herstel alles door Uw kostbaar bloed en geef dat ik niet sterve, vooraleer ik door U, o lieve Jezus, dien trap van volmaaktheid heb bereikt, dien ik zou hebben bereikt, indien ik de genade van het doopsel steeds getrouw had bewaard, indien ik nooit tegenstand had geboden aan Uwe liefde en steeds met Uwe genade had medegewerkt. Derhalve wensch ik U steeds met dezelfde onschuld van het doop-
23*
355
Communiegebeden.
sol en de boetvaardigheid te hebben gediend, waarmede Uwe allergetrouwste dienaren en dienaressen U ooit hebben gediend.
5. Gebed tot verkrijging van den H. Geest.
O liefderijke Jezns, Bron des levens, ik smeek U ter wille van de liefde, waarmede Gij bij mij Uwen intrek hebt genomen, deel mij mede van Uwe levende wateren. Geef mij Uwen H. Geest, den Geest van wijsheid en van verstand, den Geest van raad en van sterkte, den Geest van wetenschap en van godsvrucht e.'. vervul mij met den geest van de vreeze des Heeren. Verleen mij ook, o Jezus, de zoete vruchten van den H. Geest; geef mij liefde, vreugde, vrede, geduld, goedertierenheid, goedheid, lankmoedigheid, zachtmoedigheid, getrouwheid, bescheidenheid, versterving, zuiverheid en den geest van ware boetvaardigheid. Arervul mij ook met eene vurige liefde tot Uwe H. Moeder en totU, mijn beminnelijken Zaligmaker, in het H. Sacrament des Altaars verborgen. Eindelijk smeek ik U, o almachtige Jezus, om de genade der volharding tot het einde toe. Gedoog niet, dat ik ooit van Uwe liefde worde gescheiden. Laat mij liever sterven, dan U door eene doodzonde te vergrammen, opdat ik eeuwig met U blijve vereenigd en U met don Vader en den H.
356
Communiegebeden.
Geest moge prijzen in alle eeuwen dor eeuwen. Amen.
6. Smeekg-elted. O lieve Jezus, door het lijden Uwer H. kindsheid, ontferm U over allo kinderen. Ontferm U over hen, die niet zijn gedoopt, opdat zij die groote gunst deelachtig mogen worden, bewaar eciiter hen, die gedoopt zijn, in onschuld en zuiverheid.
Allerminnelijkste Jezus, ik smeek U, door Uw verborgen leven te Nav/.'.reth ontferm U over de christelijke huisgezinnen. Geef aan de ouders en aan de kinderen dien vrede, dien de wereld niet geven kan.
Zoete Jezus, door Uwe bekoringen en Uw lijden in de woestijn, ontferm U over allen, die heden zwaar worden bekoord. Gedoog niet, dat zij eene prooi worden van den helschen vijand.
O lieve Jezus, door de groote droefheid en den doodsangst, dien gij in den hof van Olijven hebt verduurd, ontferm U over de arme zondaren, vooral over hen, die het meest tot Uw lijden hebben bijgedragen. Vergeef hun hunne zonden, en geef hun weder Uwe genade.
O goede Jezus, ter wille van de smarten, die Gij in den nacht van Uw lijden te Jeruzalem hebt verduurd, ontferm U over de arme Joden.
357
358 Communiegebeden.
Zend hun Uwen H. Geest, opdat zij U mogen leeren kennen en beminnen.
O liefderijke Jezus, ter wille van de vreeselijke pijn Uwer geeseling, ontferm U over Uw geestelijk lichaam, de katholieke Kerk. Dat zij moge zegevieren over al hare vijanden, zoowel binnen als buiten haar schoot.
O zoete Jezus, ter wille van de H. Wonden Uwer doornenkroon, ontferm U over alle dwalen-den en schenk hun de genade, dat zij hun eigen wil verloochenen en met een nederig geloof tot Uwe H. Kerk mogen terugkeeren.
O zachtmoedigste Jezus, ter wille van het vonnis, waardoor Gij tot een schandelijken kruisdood werdt veroordeeld, ontferm U over alle stervenden. Keer het vonnis der eeuwige verdoem-nis van hen af en laat hen genade voor U vinden-
O goede Jezus, door de H. Wonden Uwer schouders en door alle smarten van de kruisdraging, smeek ik U. ontferm U over allen, die eene waardigheid bekleeden, vooral over de bisschoppen. Geef hun kracht hun kruis te dragen en Uwe voetstappen te drukken.
O lieve Jezus, ter wille van de H. H. Wonden Uwer handen en voeten en door de pijnen Uwer kruisiging, ontferm U over allen, die den
Communipgebetlen. 309
religieusen staat liebben omhelsd. Geef dat zij gekruisigd zijn voor de wereld on de wereld voor hen.
O zoete Jezus, ter wille van alle pijnen, die Gij aan het kruis hebt verduurd, ontferm U over de priesters Uwer H. Kerk. Vermeerder in hen den apostolischen ijver, eu doe hun hart ontbranden van ijver voor het heil der zielen.
O machtige Jezus, ter wille van Uwen smarte-lijken dood aan het kruis, smeek ik U, ontferm U over de arme heidenen, en geef hun het leven Uwer goddelijke genade.
O barmhartige Jezus, ter wille van de rust. die Gij in het graf hebt genoten, van Uwe verrijzenis en hemelvaart, ontferm U over de arme zielen in het vagevuur. Verlos ze van hare pijnen en laat ze deelachtig worden aan Uwe glorie.
O zoete Jezus, die als Middelaar zetelt ter rechter hand Gods. ontferm U onzer. Gij kent onze verlangens en bij U is alles mogelijk. Help ons dus. Ik beveel TT bijzonderlijk aan mijne ouders en bloedverwanten, mijne weldoeners, vrienden en vijanden en allen, voor wie ik verplicht ben te bidden. Amen.
Com ni un iogebeden.
7. Gebed van rten H. Ignatius, aoo dag-, an. Ziel van Christus, heilig mij.
Lichaam van Christus, maak mij zalig.
Bloed van Christus, drenk mij.
Water der zijde van Christus, wasch mij.
Ijijden van Christus, versterk mij.
O goede Jezus! verhoor mij.
In Uwe H. wonden, verberg mij.
Duld niet, dat ik van U gescheiden worde. Voor den booze, bescherm mij.
lii het uur des doods, roep mij.
En gebied, dat ik tot U kome.
Opdat ik met Uwe Heiligen U in eeuwigheid love. Amen.
8. Gebed tot Maria. O allerheiligste Maagd Maria, goede Moeder van Christus, onbevlekte Bruid van den H. Geest, ik draag mij zeiven als Uw eigendom aan U op. In Uwe handen stel ik mijne vreugde en smart, mijne behoeften en zwakheden, mijn hart, mijn lichaam en mijne ziel. Ik smeek U, toon, dat Gij mijne Moeder zijt. Bewaar in mij de vruchten van deze H. Communie, en verkrijg voor mij de genade, steeds toe te nemen in de liefde tot Jezus. Amen.
S). Gebed tot de Heiligen. H. Jozef, mijn beschermheilige N. N., H. Engel Bewaarder en alle lieve Engelen en Heiligen ik dank U voor
3GÃ
Conimuniegebodcn.
al de liefde, die Gij mij steeds liebt bewezen en smeekquot; IJ, staat mij bij, opdat ik trouw moge beantwoorden aan de genaden, die ik beden heb ontvangen, opdat ik eens voor eeuwig met U vereenigd in den Hemel, met U de Allerbeiligste Drievuldigbeid moge prijzen en beminnen in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
10. Gebed om den iifinat te verdienen na de H. Communie.
O geede en allerzoetste Jezus, zie, ik buig mijne knieën in Uwe tegenwoordigheid; ik bid ou smeek U met de grootste vurigheid van mijnen geest, dat Gij U gewaardigt in mijn hart te drukken levende gevoelens van geloof, hoop en liefde, een waar berouw over mijne zonden en een vast voornemen van mij te beteren; terwijl ik met eene grooto aandoening en droefheid bij mij zeiven overweeg en in den geest aanschouw Uwe vijf wonden, hebbende voor oogen, betgeen de profeet David eertijds van U, o goede Jezus, zeide: »Zij bobben mijne handen en voeten doorboord en al mijne beenderen geteld. (Ps. XXI. 17. 18.)
(Vijfmaal het Onze Vader en vijfmaal het Wees gegroet om den aflaat te verdienen.)
3G1
Verschillende Geleden
bij het bezoek van de Kerk.
--O--
Goed Yoornemen.
(Volgens de eerbiedwaardige Moeder Crescentia.)
O Hemelsche Vader, in verepniging met Jezus draag ik U door den H. Geest mij zeiven als zoenoffer op, geheel en zonder voorbehoud. Ik offer U op al mijne handelingen, geestelijke en lichaamlijke, innerlijke en uiterlijke, alle wederwaardigheden, die mij volgens het lichaam en de ziel zullen overkomen. Elke schrede, die ik zal doen, zal geschieden uit zuivere liefde tot U, teneinde Uwe oneindige goedheid hierdoor te prijzen en te danken voor alle ontvangen weldaden; ik vereenig ook al mijne schreden met de bloedige schreden, die Uw beminnelijke Zoon in Zijn H. Lijden heeft gedaan. En aldus vereenig ik al mijne werken met liet H. Lijden van Jezus Christus en doop ze in Zijn heilig Bloed, opdat zij, hiermede vereenigd. aan IT, o God, behagelijk mogen wezen.
Ik smeek U ter wille van deze vereeniging om kracht en sterkte voor den H. Vader, den Paus,
Verscliillcnde Gebeden. 363
de bisehoppcn en priesters dor H. Kerk. om genade voor de zondaren en voor de geloovige zielen in liet vagevuur. Iedere schrede zal voor U wezen, vooral echter plaats ik mij als een schild voor Uwer. Gezalfde, opdat de zondaren hem niet heleedigen. Derhalve smeek ik U ootmoedig, dat alle heleedigingen, die Hem gedurende deze week en vooral heden zijn aangedaan, op mij mogen neerkomen en mijn Beminde hierdoor niet worde beleedigd. Hetgeen Hij hierdoor zou moeten verduren, dit moge op mij neerkomen, ik wil het verduren, en Hij zal er van verschoond blijven. Want het is mijn hartelijke wensch, dat Hij niets lijde, immers hg U is alles mogelijk. Wil mij mot Uwe genade voor Hem plaatsen als een sterk schild en alle beleedigingen, die Hem worden aangedaan, zullen op mij neerkomen.
(Herhaal deze goede meening dikwijls, vooral als gij hot geluk hebt gehad tot de H. Tafel te naderen. Offer alles aan den H. Geest op, wat gij in de week hebt geleden en gewerkt.)
O Heer, Gij weet alles. Ik verlang van harte te bidden voor de arme zondaren en wensch alles met dezelfde meening te doen. Ik wensch te boeten voor alle beleedigingen. die U dooide zondaren worden aangedaan, en ik wil allen
3G4 Verscheidene Gebeden.
smaad en alle oneer herstellen, die U is aangedaan en wel door het kostbaar Bloed van Jezus, dat ik U opdraag. Wees indachtig, o goede Jezus, de onmetelijke smarten, die Gij hebt doorstaan door de gedachte, dat de zondaren Uw H. Bloed zouden bespotten en Uwe liefde zouden versmaden. Gij alleen, o Heer, kont de waarde van Uw Bloed, en niemand is in staat het genoegzaam te waardeeren. Aldus kan ook niemand Uwe smart beseffen dan Uwe liefde alleen. Amen.
Gebed tot de H. Drievuldig'heid.
Heer, hemelsche Vader, eeuwige, almachtige God! zegen ons door de liefde, waarmede Gij van eeuwigheid Uwen eenigen teerbeminden Zoon hebt voortgebracht en de geheele volheid Uwer eigene Godheid aim Hem hebt medegedeeld. Zegen ons door de liefde, waarmede Gij ook ons als Uwe kinderen hebt aangenomen, waardoor Gij ons Uwen beminnonlijken Zoon en den H. Geest hebt gezonden, opdat zij de wonderen Uwer almacht in ons voltrekken. Geef, dat wij nooit mogen ophouden U als onzen hoogsten Heer te vreezen en te eeren, en dat wij U als den besten onder alle Vaders met geheel ons hart mogen beminnen. Amen.
God, eeuwige Zoon en weerschijn der eeuwige glorie des Vaders, zegen ons door de liefde,
Vorsclieidene Gebeden.
waarmede Gij ons, Uwe zwakke schepselen, hebt bemind. Gij zijt mensch geworden teneinde onze broeder te zijn. Want volgens het vleesch zijt Gij onze broeder geworden, teneinde ons ook volgens Uwe Godheid tot broeders en tot afbeeldingen Uwer hemelsche Heerlijkheid te maken. Zegen ons eindelijk door de onuitsprekelijke goedheid van Uw H. Hart, waarmede Gij den dood hebt gekozen, opdat deze ons het leven zou geven, alsmede door de liefde, waarmede Gij in het H. Sacrament en aan Gods troon altijd voor ons smeekt en ons Uw eigen Vleesch en Bloed in de H. Communie schenkt. Geef, dat al deze liefde en al het lijden, dat Gij voor ons hebt verduurd, voor ons niet verloren zij. Amen.
God H. Geest, God der persoonlijke liefde van den Vader en Zoon. zegen ons met de liefde, waarmede Gij van den Vader en den Zoon uitgaat en beiden in liefde vereenigt. Zegen ons ook met de liefde, waarmede Gij U zeiven als het hoogste goed aan de schepselen geeft, terwijl Gij hun de hei-ligmakende genade schenkt, waardoor de zondaren in kinderen Gods worden herschapen. Zegen ons eindelijk door de liefde, waarmede Gij in het goddelijk Hart van Jezus woont, en door de bemiddeling van dit H. Hart het dorre
365
3G6 Vcrschoidono Geboden.
aardrijk mot don dauw Uwer genade besproeit, en in een tempel van God verandert. Verleen ons, dat wij als Uwe getrouwe kinderen in Uwen tempel mogen wonen, en ons altijd door U laten geleiden, Amen.
Dit vragen wij U, God den Vader, den Zoon en den H. Geest. Uw Zogen komc over ons en blijve altijd bij ons. Amen.
Dat de zogen dor glorierijke Drievuldigheid ons moge vervullen en ons kracht tot al het goedo moge verleenen. Amen.
Dat de goddelijke en levendmakende liefde het kwade wegneme, de schuld vergeve en ons de straffen moge kwijtschelden. Amen.
Gij schenkt troost aan do bedrukten, verlichting aan de zieken on hulp aan allen, die Uwen bijstand inroepen. Amen.
Dat de zwakheid versterkt en de boosheid overwonnen worde; dat de duisternis verdwijno en do bekoring krachteloos worde gemaakt en liet rijk Gods, het rijk van liefde, van waarheid en vrede steeds moge toenemen op :uirde dooide kracht en de liefde van onzen God en dooide verdiensten van onzen goddelijken Verlosser, Jezus Christus. Amen.
Dat dan Gods zegen ruste over ons en alle leden onzer familie. Hij verleene ons hulp in
Vcrschoidone Geboden.
al onze ondernemingen en geleide ons en alle raenschon door do gevaren dos levens tot de eeuwige rust. Amen.
Dat do eeuwige en almachtige God ons zegenc en beschenuo t God de Vader, de Zoon en do H. Geest. Amen.
Een ander g-ebed tot de 11. Drievuldig'lieid.
Heer, hemelsche Vader en almachtige God! Die Jezus Christus tot opperhoofd Uwer Kerk hebt ingesteld, geef dat wij als leden van die Kerk de kracht en de zegeningen van dit hoofd mogen ondervinden, en aanvaard ons vurig verlangen, U door navolging van Uwe goddelijke Goedheid jegens onze medemenschen te dienen. Zegen dan ons gebed door de smeekingen, dio Uw eenige Zoon aan Uwen hemelschen troon en in het H. Sacrament U voortdurend aanbiedt, en verhoor ons genadiglijk. Amen.
Heer, Jezus Christus, Gij zijt op de wereld gekomen, om het goede zaad in onze harten te strooien, en Gij wilt, dat door do hul]) van den H. Geest, door de medewerking Uwer apostelen en leerlingen, dit zaad tot een krachtige boom opschieten moge. Vermeerder in Uwe Kerk de vrome gebeden en goede werken, opdat door de kracht van den H. Geest de geest
367
Verscheidene Gebeden.
der duisternis worde overwonnen en het rijk dos lichts en der waarheid worde verspreid. Amen.
God H. Geest, die met goddelijke wijsheid alles voorbereidt en ter rechter tijd komt, en door do kracht Uwer genade do onboetvaardigen tot inkeer brengt, de lauwen in ijver doet ontsteken, de zondaars heiligt en zuivert, stort den geest der liefde over ons uit, en vereenig ons allen met TJ, opdat wij zoodoende met den Vader en den Zoon mogen vereenigd worden. Amen.
Heilige Drievuldigheid, die niet wilt, dat iemand verloren ga, maar dat allen door U het leven mogen bezitten, geef', dat het werk der verlossing, hetwelk met zooveel lijden en smarten is begonnen, door de medewerking van al Uwe kinderen tot een gelukkig einde moge gebracht worden, opdat het met den tegenstand en do verachting der wereld begonnen werk, met eore en glorie worde voltrokken en dat wij door trouwe medewerking deel mogen hebben in het heinelsche loon, dat Christus door Zijn lijden heeft verworven. Amen.
Dit vragen wij U door de verdiensten van Jezus Christus en door den rijkdom Uwer oneindige goedheid en liefde. Amen.
368
Verscheidene Gebeden.
Laten wij nu ons «elven en allen, die ons dierbaar zijn in de goedheid van God aanbevelen. (1 of 3 Onze Vader enz.) Besluit: Glorie zij den Vader enz. Geloofd zij Jezus Christus. R. In eeuwigheid. Amen.
Gebed tot God den Vader.
(Drie opdrachten, die de goddelijke Verlosser aan de zalige Margaretha Alacoque heeft geleerd.)
God, Heraelsche Vader, ik offer U op door do zuiverste handen der H. Maagd Maria, do rijke voldoening, die Uw goddelijke Zoon Uwe goddelijke rechtvaardigheid aan het kruishout voor de zonden heeft geschonken. Tegelijk echter smeek ik U, de verdiensten van Zijn kostbaar bloed te willen toepassen op alle zondaren, opdat zij tot U mogen terugkeeren, en do eeuwige glorie deelachtig worden. Amen.
Verder offer ik U op do oneindige liefde van hot goddelijke hart van Jezus, teneinde U voldoening te schenken voor alle onverschilligheid en lauwheid van Uw uitverkoren volk en U te snieeken, dat Gij door do vurige liefde, die Uw Zoon heeft aangespoord voor ons te sterven, de lauwe harten wilt ontsteken met het vuur Uwer liefde, opdat zij U eeuwig mogen beminnen en prijzen. Amen.
Genadensleutel 24
3G9
370 Verscheidene Gebeden.
Eindelijk offer ik U op alle onderwerpingen van Uw goddelijken Zoon, teneinde door do verdiensten van die gehoorzaamheid de voltrekking van Uwen goddelijken wil hier op aarde te verkrijgen. Amen.
Gebed ter eere van het H. Sacrament.
(Deze gebeden kunnen ook beurtelings door verschillende personen te zamen worden verricht.)
V. O God, leen een genadig oor aan mijn gebed!
R. Heer, haast TJ, mij te helpen!
V. Glorie zij den Vader en den Zoon en don H. Geest.
R. Zooals hot was in hot begin, nu en altijd en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
I.
V. Wees geprezen, onbereikbare, eeuwige, goddelijke Majesteit die TJ Zelve genoeg zijt tot Uwe eer, glorie en zalige liefde en die Uwo eer en glorie aan ons arme schepselen hebt willen openbaren. Dat het H. Sacrament worde geprezen:
R. Nu en in allo eeuwigheid. Amen.
(Dit wordt herhaald achter elk gebed.)
V. Wees geprezen o God, die geen schepsel noodig hebt tot Uwo taligheid, maar die in
Verscheidene Gebedea 371
Uwe onuitsprekelijke Goedheid U Zelven aan Uwe uitverkoren schepsels hebt medegedeeld. Dat het H. Sacrament enz.
V. Wees geprezen, o oneindige goedheid, die in Uwe eeuwige getrouwheid ons dien oneindig grooten schat van het H. Sacrament hebt geschonken, waardoor Gij ons deelachtig maakt aan den overvloed Uwer genade. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, oneindige getrouwheid, die U Zelve niet nauwer met ons, die Gij door Uw bloed hebt vrijgekocht, hebt kunnen vereenigen, dan door deze gave, waardoor Gij U Zelven aan ons hebt geschonken. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, onuitputbare bron der eeuwige rijkdommen, die ons door deze genade de volheid Uwer volmaaktheden hebt geschonken, zoodat er niets is, wat wij hierin met zouden kunnen vinden. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, goddelijke almacht van het vaderlijk hart, die alles vermoogt wat Gij wilt maar die ons desniettegenstaande geen grooteren schat zoudt hebben kunnen geven, die al onze wenschen bevredigt, dan dit H. Sacrament. Dat het H. Sacrament enz.
24*
Verscheidene Gebeden.
Wees geprezen, eeuwige Wijsheid van het eeuwige Woord, die alles weet en alles kent, en die toch in alle eeuwigheid geen zoeter voedsel zoudt hebben kunnen bereiden, dan dit liefderijk Sacrament. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, onuitsprekelijke zoetheid der goddelijke liefde, die U zoodanig aan deze spijze hebt medegedeeld, dat Gij niets beters en zoeters kondet geven, dan dit liefderijk Sacrament. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, ondoorgrondbaarheid van het goddelijk Wezen, die den afgrond Uwer geheimen in do nederige gedaante van brood en wijn hebt verborgen, o eenige, heilige Drievuldigheid, Vader, Zoon en H. Geest. Dat het H. Sacrament enz.
II.
Laten wij nu de genadenrijke menschheid van Christus in dit H. Sacrament prijzen.
Wees geprezen, oneindige schat van alle genaden, die de geheele Godheid met de genaden-rijke ziel en het allerheiligst vleesch en bloed van den levenden Godmensch vereenigt. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, eeuwige Bruidegom der reine zielen, wiens goddelijke en menschelijke natuur in één persoon vereenigd, in dit H. Sacrament
372
Verscheidene Gebeden. 373
verborgen onder ons woont. Dat het H. Sacrament enz.
quot;VVees geprezen, levend hemelschbrood, dat alle rijkdommen der goddelijke almacht, wijsheid en goedheid in U Zelve bevat, Opperwezen, dat de glorie van hemel en aarde uitmaakt. Dat hel H. Sacrament enz.
Wees geprezen, eeuwige troost, zoet voedsel, waarin de schatten der goddelijke wijsheid zijn opgesloten, de schat van alle genade en waarheid, van alle glorie en zaligheid. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, zuiver goud, waarmede al onze schuld wordt afbetaald, de vertoornde rechtvaardigheid des Vaders verzoend en Zijne barmhartige liefde en allerhoogste Majesteit wordt gekroond. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, wonderbaar sieraad van den eeuwigen troon, zaligheid en genot van alle hemelsche geesten. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, zuivere spiegel van alle reine zielen en volkomen verzadiging vau alle verlangende harten. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, Jezus Christus, gouden poort tot de onmetelijke Godheid. Dat het H. Sacrament enz.
302 Morgengebed.
H. Maria, onbevlekte Bruid van den H. Geest, bid voor ons!
Smeefojebed. O E. Geest, Vader van liefde en heiligheid, zegen mijn lichaam en mijne ziel, en bewaar mij nu en altijd voor elke zonde! Versterk mij tegen de vijanden mijner zaligheid door Uwe liefde en door Uwe zeven gaven.
Gebed tot de Heiligen. O H. Maagd, Moeder van Jezus Christus, wees nu en altijd mijne Moeder, en sta mij bij, opdat ik heden alles zoo volmaakt mogelijk verrichte. In uwe maagdelijke handen geef ik alle aflaten, die ik heden verdien, opdat gij ze volgens uw welbehagen op de arme zielen, vooral op de zielen der priesters moogt toepassen.
H. Vader Jozef, H. Moeder Anna, H. patroon, H. Engel Bewaarder, alle lieve Engelen en Heiligen weest heden en altijd mijne beschermers. Amen.
De Engel des Heeren enz. (Hierop volgt de dagelijkache overweging met behulp van een boek of van den rozenkrans.)
Avondgebed.
In den naam des Vaders, des Zoons en des H. Geestes. Amen.
Avondgebed. 303
Aanroeping van den H. Geest. God
H. Geest, kom in mijne ziel en in mijn hart, vertroost en versterk mij door Uwe genade, opdat ik mijne gebeden goed moge verrichten. Door Christus onzen Heer. Amen. H. Maria, onbevlekte Bruid van den H. Geest, bid voor mij. De voornaamste aktes van deugd (bi. 299)
Aanbidding en dankzegging. Ik geloof, o H. Drievuldigheid, dat Gij hier tegenwoordig zijt. Ik aanbid IJ met kinderlijke liefde en eerbied en dank U voor alle weldaden, vooral voor de genaden, die ik heden van U heb ontvangen.
Gewetensonderzoek. Verlicht mij, o H. Geest, opdat ik allo zonden en fouten moge erkennen, die ik heden heb bedreven.
Vraag U af:
I. Welke is mijne hoofdfout? Hoe heb ik heden hiertegen gestreden? Heb ik er in toegestemd en hoe dikw^ls ?
2. IToe heb ik de plichten van mijnen staat vervuld ?
3. Hoedanig was mijn gedrag gedurende het gebed, den arbeid en de wederwaardigheden ?
4. Heb ik door gedachten, woorden of werken gezondigd tegen de geboden Gods?
Indien gij gedurende den dag in doodzot.de zyt gevallen, maak dan het vaste voornemen, zoodra mogelijk te biechten.
Akte vanher ouw. Barmhartige, almachtige en eeuwige God, het spijt mij van ganscher harte, dat ik den kostbaren tijd, dien Gij mij
304 Avondgebed.
ter bewerking mijner zaligheid, tot hot verkrijgen van eene grootere volmaaktheid en tot nut van mijnen evennaaste hebt geschonken, zoo slecht heb gebruikt, ja, hem zelfs heb misbruikt, om U te beleedigen. O Heer, vergeef mij armen zondaar. Tor voldoening van de nalatigheden, fouten, onvolmaaktheden en zonden, waardoor ik zelf en anderen U hebben beleedigd, offer ik U, o Allerheiligsto Drievuldigheid, op, al wat ik gedacht, gesproken, gedaan en geleden heb, sedert ik de jaren van verstand heb bereikt, en smeek ü vol ootmoed, dat Gij mij tor wille van het kostbaar blood van vn '11 quot; v.-den en fouten wilt zuiveren, en zijne verdiensten wilt aannemen ter voldoening voor alle mijne nalatigheden in uwen H. dienst, alsook de schade vergoeden, die ik mij zeiven en anderen heb berokkend, volgens het lichaam en volgens de ziel.
O H. Geest, verhoor mijne nederige gebeden. Moge van nu af alle mijne gedachten, woorden, werken en lijden even zoo vele zuivere aktes wezen van aanbidding, dankzegging en liefde tot U, den Vader en den Zoon.
Smeehyehed. O, H. Geest, Vader van liefde en heiligheid, bewaar vooral dezen nacht mijnen geest voor alle zonden des geestes en dos vleesches. Heilig mij door Uwe liefde eu
Avondgebed.
door Uwe zeven gaven. Wees mijn licht en mijne sterkte in den dienst van God, opdat ik door U een welgevallig offer moge zijn in de oogen van den Vader en den Zoon. Geef mij oen gewillig hart ter bevordering van Uwe liofdo en glorie, tot zaligheid mijner ziel en tot nut van mijnen evennaaste. Geef mij geduld ou kracht in het lijden, opdat ik gelijkvormig moge worden aan den goddelijken Verlosser. Amen.
Opoffering. Ik offer U mijne rust op, o Allerheiligste Drievuldigheid, ter eere van de rust, die Jesus in den schoot des Vaders geniet en voor die, welke Hij hier op aarde heeft genoten, ten einde onze nachtrust te heiligen.
Ik vereenig mij met alle liefdebewijzen en, en alle lofprijzingen, die U, o H. Drievuldigheid, gedurende dezen nacht in den Hemel en op aarde worden aangeboden, en met alle H. Misoffers, die in dezen nacht worden opgedragen, ledore beweging, iedere ademhaling zal een bewijs zijn van mijne liefde tot U. Amen.
Jezus, Maria, Jozef, ik schenk U mijn hart en mijne ziel!
Jezus, Maria, Jozef, staat mij bij in mijnen doodsstrijd!
Jezus, Maria, Jozef, dat mijne ziel met U in vrede moge ruston. Amen. (sou dagon aflaat.)
Qeuadensltiutel 20
305
306 Avondgebed.
Engel Gods, die mijn bewaarder zijt, en aan wiens zorg ik door de opperste liefde bon toevertrouwd, verlicht, geleid, bewaar en bestier mij. Amen.
(100 dagen aflaat. Pius VIL 15. Mei 1821.)
Gebed voor de stervenden, O barmhar-tigste Jezus, vol van liefde voor de zielen, ik smeek IJ door den doodsangst van Uw allerheiligst Hart en door de smarten van Uwe onbevlekte Moeder, zuiver in Uw bloed de zondaren der heele wereld, die nu in doodsstrijd liggen, en heden nog zullen sterven. Amen.
O Hart van Jezus, ter wille van Uwen doodsangst, heb medelijden met de stervenden.
(100 dagen aflaat. Pius IX., 12. Febr. 1850.)
De Engel des Heeren enz.
(Bid de groetonis des Engels, vooral des Maandags, ten einde den H. Geest te danken, dat Hij ons Christus heeft geschonken.)
Ui zu lo\
(
Het H. Misoffer.
Voor de H. Mis.
(Bij het uitdeelen van het wywater.)
ïDo aarde was woest en ledig, en er heerschte duisternis over den afgrond, en de geest Gods zweefde over de wateren. En God sprak: »Dat het licht worde, en het werd licht.«(') Ik zal mijn aanschijn niet langer voor hen verbergen, want ik zal Mijnen geest uitstorten over het geheele huis van Israel, zegt God de Heer.« (') Ez. 39. 29.
Ik zal den geest van genade en gebed uitstorten over het huis van David en over de bewoners van Jeruzalem, en zij zullen mij aanschouwen, dien zij hebben doorboord.®
»Niet wegens de werken van rechtvaardigheid, die wij hebben gedaan, maar volgens Zijne barmhartigheid heeft Hij ons gered door het bad van wedergeboorte en vernieuwing door don H. Geest, dien Hij in rijke mate over ons heeft uitgestort, door Christus onzen Heer.« (Tit. 3. 5.)
»Dat Hij, die dorst heeft, tot Mij kome en drinke. Uit het binnenste van hen, die in Mij geloovon, zullen, zooals de schriftuur zegt, stroomen van levend water vloeien.® Dit zeide Jezus van den
(â ). Moz. 1. 2.)
20*
Misgebcden.
Geest, dien zij zouden ontvangen, die in Hem gelooven.«(')
»Jezus antwoordde, en zeide tot haar: »Ieder, die van dit water drinkt, zal weder dorst krijgen, wie echter drinkt van het water, dat Ik hem zal geven, zal niet meer dorsten in alle eeuwigheid, maar het water, dat ik hem zal geven, wordt in hem tot eene bron, die voortvloeit tot in het eeuwige leven. De vrouw zeide tot Hem: »Heer, geef mij van dit water, opdat ik geen dorst me.T hebbe.« (Joh. 4, 13.)
Ik zag water vloeien uit de rechter zijde van den tempel, Alleluja. En allen, die door dit water werden besproeid, waren gered en zij zullen zeggen: Alleluja, Alleluja.
Prijst den Heer, want Hij is goed en Zijne barmhartigheid duurt eeuwig.
Glore zij den Vader enz.
Voor het H. Misoffer.
In don naam des Vaders, des Zoons en des H. Geestos. Amon.
Zoo groot het aantal oogenblikken is, gedurende welke ik, zoowel als alle engelen en heiligen hebben geloefd en in eeuwigheid zullen leven, zoo dikwerf ik heb gezondigd door gedachten, woorden werken en verzuimenissen, door (') Joh. 7. 37.)
3Ã8
Misgebedeü. 309
eigen of vreemde zonden, zoo dikwerf verfoei ik van ganscher harte mijne eigene zonden en de zonden der geheele wereld.
Zoo dikwerf smeek ik U o zoete Jezus, zuiver mij door Uw kostbaar bloed, en vergoed door Uwe verdiensten al wat mij ontbreekt.
Zoo dikwerf smeek ik U, o H. Geest, zuiver mij door het vuur Uwer goddelijke liefde en vergeef mij allo beleedigingen, die ik U in het verleden door woorden, werken, gedachten en verzuimenissen heb aangedaan in de kracht van de oneindige verdiensten van Jezus Christus;
Zoo dikwerf offer ik U op, o Allerheiligste Drievuldigheid, alle aktes der goddelijke en zedelijke deugden, die de H. Maagd, de H. Jozef en alle heiligen hebben verricht en nog verrichten, en die ik wenschte zelf te hebben verricht.
Op gelijke wijze offer ik U op, in den naam en in de plaats van alle schepselen, door de liefde van den H. Geest en in vereeniging met Jezus bij 't laatste avondmaal, in de krib, in de woestijn en aan het kruis, ia vereeniging met de heiligste Maagd Maria, met de H. Apostelen, met alle vrome priesters in den hemel en op aarde, en alle engelen en heiligen: allo 11. Missen, van den verleden, den tegenwoordigen
310 Mlsgebedeo.
en den toekomenden tijd, en vooral die, welke nu in deze kerk worden opgedragen en wel:
1. Als aanbiddingsoffer, ten einde U geluk te wenschen met Uwe innerlijke en uiterlijke heiligheid, en om de afhankelijkheid van mij en alle schepselen te betoonen.
2. Als dankoffer voor alle weldaden volgens de natuur, genade en glorie, die Gij aan do II. Menschheid van Christus, de heilige Maagd Maria, den H. Jozef en alle engelen en heiligen hebt verleend en nog zult verleenen.
3. Als zoenoffer voor alle zonden van hot verleden, het tegenwoordige en de toekomst, van af Lucifer en Adam tot het einde der wereld toe, en tot kwijtschelding van alle straffen van de levenden en van de geloovige zielen in liet vagevuur.
4. Als smeekoffer, tot uitroeing van alle zonden en allen afkeer van de deugd voornamelijk. .., voor de geestelijke en wereldlijke overheid en vooral voor . . alsmede tot verheerlijking van den H. Geest. Amen.
De priester beklimt liet Altaar.
Wij smeeken U, o H. Geest, dat Gij door uwe genade en liefde alle onze zonden uit ons hart moogt wegnemen, opdat wij den Allerhoogste met een zuiver hart mogen naderen. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Misgebeden.
Ik smeek U, o Heer, door de verdiensten van de heiligen, wier reliquieën op het altaar worden vereerd, dat gij mij vergiffenis wilt schenken van al mijne zonden. Amen.
Bij het begin der H. Mis.
»De H. Geest heeft het aardrijk vervuld, en geen woord ontgaat aan Hem, die alles bestiert.» (Wijsh. 1. 7.)
Verhef U, o God, en mijne vijanden zullen verstrooid werden, en Zij, die U haten, zullen Uw aanschijn ontvluchten. (Ps. 67.) Glorie zij den Vader en den Zoon en den H. Geest, gelijk het was in den beginne, nu en altijd en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Bij het Kyrie.
»Heer, hemelsche Vader, ontferm U onzer! Zend Uwen Geest, door wien wij roepen: Abba! Vader!«
Jezus Christus, Zoon van den levenden God, ontferm U onzer! en zend ons volgens Uwe belofte Uwen Geest, opdat Hij U moge verheerlijken en ons in hot ware geloof versterken.
H. Geest, onze Heer en Vertrooster, ontferm U onzer! vervul de harten Uwer geloovigen en ontsteek ze met het vuur Uwer goddelijke liefde. Amen.
311
Misgebedon.
Bij het Crloria.
Bid de volgende lofpryzing.
Lof aan U, in den Hooge, algoede, almachtige, eeuwige God. Lof aan U, algoede Vader, die door Uw almachtig woord alles uit het niet hebt te voorschijn geroepen. Lof aan U, o goddelijke Zoon, die ons door Uwe liefde hebt verlost! Lof aan U, o heilige Geest, eeuwige Koning der rechtvaardigheid. Vader der H. Liefde, Bron van genaden, Koning des vredes. Gij schenkt Uwen vrede aan alle menschen van goeden wil. Wij loven U, wjj prijzen U, wij aanbidden U, wij verheerlijken U, wij danken U voor Uwe groote liefde. Heilige Geest, die tegelijk met den Vader en den Zoon wordt aanbeden en verheerlijkt. Gij zijt de liefde des Vaders en des Zoons, Gij komt uit beiden, als uit eenen oorsprong voort. Gij zijt even machtig, even eeuwig, even heerlijk als de Vader en de Zoon. Gij zijt het leven en de liefde der heiligen, Gij zijt de geleider van het christelijk volk. Gij zijt de levende bron, die uit de rots d. 1. uit Christus voortvloeit. Gij zijt het licht, dat is opgegaan over Jeruzalem. Geef, o God, dat alle volkeren in Uw licht mogen wandelen en de koningen in Uwe waarheid. Geef, dat wij Uwen naam mogen prijzen en U, Uitdeeler
312
Misgebeden.
van alle genaden, met den Vader en den Zoon mogen prijzen in alle eeuwigheid. Want Gij alleen zijt heilig, Gij alleen de Heer, Gij alleen do Allerhoogste. H. Geest, één God met den Vader en den Zoon, één God en Heer, in allo eeuwen der eeuwen. Amea.
Bij de Oraties of Gebeden.
Leen een genadig oor aan mijne gebeden, o almachtige God, en verlicht mij door de genade van den H. Geest, opdat ik U waardig moge dienen en U met eeuwige liefde moge beminnen.
O God, voor wien alle harten open zijn, ieder wil bekend en geen geheim is verborgen, zuiver door de genade van den H. Geest, de ge-zinningen van ons hart, opdat wij gewaardigd mogen worden, U naar waarde te beminnen en te dienen.
Ontvonk, o Heer, onze nieren en harten, door het vuur van den H. Geest, opdat wij ü met een zuiver lichaam dienen, en met een rein hart behagen. Ik bid U, o Heer, dat de Vertrooster, die van U uitgaat, mijn geest moge verlichten en ons in alle waarheid moge onderwijzen.
O God, die de harten der geloovigen door do verlichting van den H. Geest hebt onderwezen, geef dat wij door denzelfden Geest mogen er-
313
Misgebeden.
kennen wat goed is, en ons altijd in Zijne vertroostingen mogen verheugen.
Wij bidden U, o Heer, geef dat Uwe Kerk door den H. Geest verlicht, en niet door de listen der vijanden moge verontrust worden. Amen.
Bij het Epistel.
Les uit den brief van den H. Apostel Paulus aan de Romeinen. (Cap. 8, 1â18.)
«Derhalve bestaat er geene verdoemenis meer voor hen, die in Christus Jezus zijn, die niet volgens het vleesch leven. Want de wet van don Geest des levens heeft in Christus Jezus mij bevrijd van de wet der zonde en des doods. Want hetgeen onmogelijk was aan de wet, wijl ze door het vleesch was verzwakt, heeft God bewerkt, doordien Hij Zijnen Zoon in de gedaante van het zondige vleesch en wegens het vleesch op de aarde zond, en de zonde in het vleesch vervloekte, opdat de wet in ons moge vervuld worden, en wij niet volgens het vleesch, maar volgens den geest leven. Want zij, die vleesche-lijk zijn, trachten naar hetgeen des vleesches is, maar die naar den geest zijn, zinnen op wat des geestes is. Want de vleeschelijke lusten voeren ten dood; de neigingen des geestes echter zijn vrede en leven: want de neiging des vleesches is vijandschap tegen God, omdat zij zich niet onderwerpt aan de wet van God, want zij kan het niet.
314
Misgebeden.
315
Zij, die volgens het vloosch zijn, kunnen aan God niet behagen. Gij echter zijt niet volgons het vleesch, maar volgens den geest, indien nog thans de geest Gods in U woont. Wie echter den geest van Christus niet heeft, behoort Hem niet toe. Is echter Christus in U, zoo is, wel is waar uw lichaam sterfelijk wegens de zonde, de geest echter leeft, ter wille van de rechtvaardigheid. En indien de geest van Hem in u woont, die Christus heeft doen verrijzen, zoo zal Hij ook uw sterfelijk lichaam doen verrijzen ter wille van Zijnen geest, die in U woont. Wij zijn derhalve niet de schuldenaren van het vleesch, mijne broeders, zoodat wij volgens het vleesch zouden moeten leven. Want indien gij leeft volgens het vleesch, zult gij sterven, indien gij echter door den geest de werken des vleesches doodt, zult gij leven. Want allen, die door den geest Gods worden gedreven, zijn kinderen Gods. Want gij hebt niet ontvangen den geest der slavernij, om bevreesd te zijn, maar gij hebt (als aangenomen kinderen) den geest der kinderen Gods ontvangen, in welken wij roepen: Abba! (Vader)! Want de Geest zelf geelt getuigenis aan onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn. Indien wij echter kinderen Gods zijn, zoo zijn wij ook erfgenamen Gods en medeërfgenamen van Christus:
Misgebcden.
indien wij nog thans met Hem lijden, opdat wij ook met Hom worden verheerlijkt. Want ik beweer, dat do rampen van dit leven, niet te vergelijken zijn met de toekomstige heerlijkheid, die aan ons openbaar zal gemaakt worden.
ïfa het Epistel.
Zend Uwen Geest, en zij zullen herschapen worden. En Gij zult het aanschijn dor aarde vernieuwen.
Kom H. Geest, vervul de harten Uwer ge-loovigen en ontsteek in hen het vuur Uwer goddelijke liefde!
Voor liet ETaii^elie.
O H. Geest, ongeschapen Liefde van de allerheiligste Drievuldigheid, zend Uwe H. Serafijnen en doordring mij met het vuur, dat den profeet Isaias heeft gezuiverd. Vervul mij met Uwe heilige liefde eu verleen mij, smeek ik U, do kennis van Uwe goddelijke waarheid. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Bij het Evang'eliec
(Joh. 3, 5âS.):
»Jezus antwoordde: Waarlijk, waarlijk, zeg ik U, indien iemand niet herboren is uit het water en den H. Geest, zal hij het rijk Gods niet binnengaan. Hetgeen uit het vleesch is
316
Misgcbcden.
geboren, is vleosch: ou wat uit den geest is geboren, is geest. quot;Wees derhalve niet verbaasd, indien. ik u zeg: Gij moet herboren worden. De wind waait, waar hij wil, gij hoort hem waaien, maar gij weet niet, vanwaar hij komt, noch waarheen hij gaat, aldus is het gestold met hem, die uit den H. Geest wordt geboren.®
(Joh. 1P, 7â15.) :
»Maar ik zeg u de waarheid: het is goed voor u, dat ik heenga, want indien ik niet heenging, zou de Vertrooster niet tot u komen: indien ik echter heenga, zal ik Hem tot u zenden. En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van de zonde en van de rechtvaardigheid en van hot oordeel: van de zonde n. 1. omdat zij niet in Mij hebben geloofd, van de rechtvaardigheid echter, omdat Ik tot den Vader ga, en gij Mij niet meer zult zien; en van het oordeel, omdat de vorst dezer wereld reeds geoordeeld is. Ik heb u nog veel te zeggen, maar gij kunt het nu niet dragen. Indien echter de geest van waarheid komt, zal Hij u in alle waarheid onderwijzen, want Hij zal niet spreken uit zich zelf, maar Hij zal tot u spreken al wat hij hooren zal, en Hij zal u de toekomst openbaren. Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zul van het Mijne ontvangen, en Hij 'zal het
317
Misgeboden.
aan u bekend makon. Al wat do Vader heeft, is het Mijne: derhalve heb Ik gezegd: Hij zal van hot Mijne ontvangen, en het u verkondigen.«
Credo.
Ik geloof in éénen God, don alinachtigen Vader, Schepper van hemol cu aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in éénon Heer Jezus Christus, don eeniggeboron Zoon Gods en uit den Vador voor allo eeuwen geboren, God van God, licht van licht, waarachtige God van den waarachtigen God, geboren en niet gemaakt. Een in wezen met den Vader, door wien alles gemaakt is. Die om ons menschen en om onze zaligheid nedergedaald is uit den Hemel en het vleesch heeft aangenomen door den H. Geest uit de Maagd Maria, en is raensch geworden. Hij is ook voor ons gekruist onder Pontius Pi-latus, Hij heeft geleden en is begraven. En Hij is, volgens de schriftuur ten derden dage verrezen. En Hij is opgeklommen ten hemel. Hij zit aan de rechter hand des Vaders. En Hij zal wederkomen met glorie, om te oordee-len de levenden en de dooden, aan wiens rijk geen einde zal zijn. En in den H. Geest, den Heer eh Levendmakor, die uit den Vader en
318
Misgebeden.
don zoon voorkomt, die met den Vilder en den Zoon te zamen aanbeden en verheerlijkt wordt, die door de profeten gesproken heeft. En in ééne, Heilige, Katholieke, en Apostolieko Kerk. Ik belijd één doopsel tot vergiffenis der zonden; en het eeuwig toekomend leven. Amen.
Bij de Offerande.
God, H. Geest, ik draag dit offer aan U op, dat Christus door Uwe liefde aan het kruis heeft volbracht, en dat Hij op het Altaar vernieuwt. Ik offer het U op in den naam van alle schepselen, tegelijk met alle H. Misoffers, die reeds op aarde zijn opgedragen en in de toekomst nog zullen opgedragen worden, teneinde U te aanbidden en te verheerlijken, zooals Gij het verdient, om U te danken voor de ontelbare weldaden, die Gij ons hebt bewezen, om Uwe gramschap over onze menigvuldige en groote zonden te doen bedaren, om U voldoening te schenken vooral voor de onteering van Uw H. Sacrament en om Uwe barmhartigheid af te smeeken voor mij, voor de H. Kerk, voor de geheele wereld en voor de arme zielen in het vagevuur. Aanvaard mijne gebeden ter wille van de voorspraak Uwer onbevlekte Bruid, onze lieve Moeder Maria.
Misgebedon.
»Koni, o almachtige, eeuwige God, zegen dit offer, dat ter verheerlijking van Uwen naam is bereid.» Amen.
Bij het Orate fratres.
Algoede en almachtige God, H. Geest, aanvaard uit de handen van den priester dit offer van onzen Goddelijken Heer en Zaligmaker. Schenk aan alle priesters de genade, dat zij dit offer, waardoor ze tot eene nauwe vereeniging met U worden toegelaten ook waardig mogen opdragen tor eere van TJwo Goddelijke Majesteit, ter vermeerdering van de vreugde Uwer heiligen, tot nut van de strijdende Kerk en ter verlossing van de arme zielen in het vagevuur. Amen.
Bij de Stille Gebeden.
(Gebed van den H. Bonaventura.)
O hemelsche Vader, wij smeeken U, door Uwen eenigen Zoon, zond ons den H. Geest met Zijne zeven gaven; den geest van wijsheid, opdat wij slechts naar U, als naar ons einddoel verlangen en trachten; den geest van verstand, opdat wij Uw H. Woord en Uwen H. Wil good mogen begrijpen en ons in alles aan Uwe Goddelijke leiding mogen onderwerpen; den geest van raad, opdat wij niet dwalen in twijfelachtige gevallen, maar Uwe voetsporen mogen
320
Misg-ebeden.
drukken en den rechten weg mogen bewandelen; den geest van sterkte, opdat wij in geluk en ongeluk U getrouw mogen blijven en vast staan in de bekoring; den geest van wetenschap, opdat wij mogen erkennen hetgeen ons dienstig of nadeelig is, en al onze plichten mogen bevatten en begrijpen; den geest van godsvrucht, opdat ons hart in Uwe liefde en in Uwen dienst den waren vrede moge vinden; den geest der vreoze des Heeren, opdat wij U steeds voor oogen mogen hebben, de zonde mogen vluchten en Uwe geboden onderhouden. Amen.
Bij de Prefatie.
Laat ons dankzeggen onzen Heer en God. Het is billijk en rechtvaardig.
Waarlijk, het is waardig en rechtvaardig, billijk en heilzaam, dat wij ü altijd en overal dank zeggen, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, door Christus, onzen Hoer, Die verheven is boven allo hemelen en zit ter rechter hand van God den Vader, die den H. Geest heeft uitgestort over de kinderen dor genade. Derhalve juicht van vreugde allen, die op aarde zijt. Maar ook gij hemelsche geesten en Engelen, heft aan het lied der glorie:
Heilig, heilig, heilig, is de Heer, de God der heerscharen, hemel en aarde zijn vervuld met
ijenadenslcutel 21
321
Misgebeden.
Zijne heerlijkheid. Dat de gelukzaligen Hem loven in den Hemel. Gezegend Hij, die tot ons komt op de aarde, God en Heer gelijk Hij, die Hem heeft gezonden.
Canon.
Allerzoetste H. Geest, ik smeek U, door Jezus Christus onzen Heer, dat Gij dit offer welgevallig wilt aannemen en zegenen. Vooral offer ik het U op voor de H. Katholieke Kerk, opdat zij de overwinning moge behalen over al hare vijanden; tevens bid ik TJ voor Uwen dienaar, onzen paus, voor onzen bisschop, voor alle ge-loovigen en belijders van het Katholiek en apos-toliek geloof.
Memento voor de Levenden.
Gedenk o Heer, uwe dienaars en dienaressen (herinner u de personen en belangen, die gij in deze H. Mis wilt insluiten.) en alle aanwezigen. O H. Geest, vervul allen met Uwe Goddelijke liefde en ontsteek ook mijn koud hart, kom en verrijk mijn hart door uwe vrijgevigheid, dat Uw eeuwig licht mijn duister verstond moge verlichten, kom met Uwe barmhartigheid en schenk mij vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik, versterkt door Uwe Goddelijke liefde, deze offerande waardig moge bijwonen.
Misgebedon.
Dit vraag ik U, o H. Geest, algoede en eeuwige God, door de verdiensten en voorspraak van Uwe onbevlekte Bruid, de Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, den H. Jozef, de H. Apostelen, Petrus en Paulus, Andreas, Jacobus, Joannes, Thomas, Jacobus, Philippus, Bartholomeüs, Mattheüs, Simon en Thadeüs, Linus, Cletus, Clemens, Sixtus, Cornelius, Cy-prianus, Laurentius, Chrysogonus, Joannes, en Paulus, Cosmas en Damianus en al TJwe heiligen. Verleen mij ter wille van hunne verdiensten en door hunne voorspraak de genade, dat ik mij altijd en overal in Uwe bescherming moge verheugen. Amen.
Onmiddellijk vóór de Consecratie.
H. Geest, heilige en almachtige God! Na weinige oogenblikken zullen de H. Geheimen worden voltrokken, die noch do Cherubijnen, noch do Serafijnen kunnen vatton. Ik beken, dat ik niet waardig bon, dit verheven offer bij te wonen, dat Gij in de onbegrijpelijke kracht Uwer (iodiieid voltrekt. Evenals Gij eens do mensch-wording van Christus hebt bewerkt, zoo verandert Gij hier op het Autaar brood en wijn in het H. Lichaam en hot kostbaar bloed van mijnen Heer en Zaligmaker. Derhalve vallen
21*
323
Misgoboden.
do Serafijnen en de Cherubijnen vol eerbied ter aarde neder, om U te aanbidden. Ik vereenig mijne zwakke gebeden met de hunnen.
Elevatie.
(Aanschouw eerbiedig het H. Sacrament en spreek ;)
Wees gegroet, o goede Jezus! ik aanbid U met de diepste nederigheid.
Jezus, voor U leef ik!
Jezus, voor U sterf ik!
Jezus, aan U behoor ik toe in het leven en in den dood!
Gebed ter eere der H. Drievuldig:heid.
O H. Drievuldigheid, Vader, Zoon en H. Geest. Gij zoete Bron van genade, ik offer U op het lichaam en het bloed van Christus en smeek U vurig, ontferm ü over de geheele wereld, ontferm U vooral over de arme heidenen, dwa-lenden, zondaars, en over de arme zielen in het vagevuur.
Wees gegroet, o kostbaar bloed van Jezus Christus. Ik aanbid U met den diepsten ootmoed.
O zuiver bloed, zuiver mij van mijne zonden!
O genadenrijk bloed, verkrijg voor mij genade en barmhartigheid!
O heilig bloed, heilig mij, en maak mij waardig het eeuwige leven te bezitten.
324
Misgebeden.
Na de Consecratie.
Besteed deze kostbare oogenblikken zoo goed mogelijk en vraag met het grootute vertrouwen:
0 H. Geest, mijn God en mijn al, ik. Uw armzalig schepsel, nader nu tot Uw heilig altaar en neem met diepen eerbied mijn lieven Zaligmaker op mijne armen. En door de liefde, waarmede Hij Zich zelf opoffert, offer ik U op Zijn allerheiligst lichaam en Zijne allerheiligste ziel, met al, wat Hij gedurende drie-en-dertig jaren heeft gedaan en geleden. Te gelijk offer ik U op de verdiensten, deugden en gaven van Uwe onbevlekte Bruid, de Heiligste Maagd Maria, van den H. Jozef, de H. Apostelen en martelaren, van de H. H. Joannes, Stephanus, Matthias, Barnabas, Ignatius, Alexander, Marcellinus, Petrus, Felicitas, Perpetua, Agatha, Lucia, Agnes, Cecilia, Anastasia en al Uwe heiligen, in wier gemeenschap Gij mij genadiglijk wilt opnemen, niet uit eigen verdiensten, maar uit barmhartigheid en ontferming.
Met dit kostbaar offer, o H. Geest, schenk ik U tevens, al wat ik ben en bezit, mijn hart, mijn lichaam en mijne ziel, mijne zinnen, krachten en bekwaamheden, mijne gedachten en begeerten, mijne woorden en werken, mijn doen en laten, mijn leven en sterven. Ik verlang
32Ã
Misgebeden.
niets anders, dan aan TJ geheel en al toe te behoo-ren en een brandoffer te zijn van Uwe goddelijke liefde.
Ontferm U ook, o H. Geest, over de arme zielen in liet vagevuur, vooral over . . (Wees hier
den zielen uwer bloedverwanteu, vrienden en weldoeners, der priesters enz. indachtig.
Ter wille van liet kostbaar bloed van Christus, dat hier op het Altaar wordt opgeofferd, laat hen binnengaan in het oord van vrede en verkwikking, van licht en rust. Heer, geef hun de eeuwige rust en het eeuwig licht verlichte hen. Dat zij rusten in vrede. Dit vragen we U door Christus onzen Heer, door wien ons alle genaden toestroomen. Door Hem, met Hera en in Hem, zij aan U, o H. Geest, met den almach-tigen Vader alle eer en glorie in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Bij het Pater noster
bid aamlachtifï liet Onze VildOI'. En verdor:
O H. Geest, eeuwige liefde, vereenig U met mijne ziel, opdat ik eens worde met U en noch gedurende het leven, noch in den dood van TT worde gescheiden. Ontsteek mij met Uw goddelijk vuur; laaf mij uit Uwe goddelijke bron, wond mij met Uwe oneindige liefde, opdat
326
Misgebcden.
ik altijd naar TJ moge verlangen en zuchten, tot dat mijn aardsch leven in de eeuwige Zaligheid overgaat.
God, H. Geest, bron van alle genaden en zegeningen, stort U uit in mijne arme ziel, opdat ik verrukt over Uwe volheid, mij in den geest boven mij zeiven moge verheffen, en een godvruchtig leven moge leiden, en dat ik de begeerte naar het vleesch en de ,toii des vleesehes standvastig moge overwinnen. Geef, dat al mijne werken vervuld mogen zijn met den geur Uwer liefde!
God, H. Geest, koning der rechtvaardigheid, koning des vredes, heersch over mij, en verdelg door het vuur Uwer liefde alle begeerten van mijn hart, die niet strekken tot Uwe eer en de vervulling van Uwen H. Wil. Bestier 0/;j zelf met den schepter Uwer liefde alle gedachten en begeerten mijner ziel. opdat ik U altijd mot een blij hart moge dienen!
God, H. Geest, geest van eeuwige waarheid, verlicht mij, opdat ik do tijdelijke goederen moge kennen, zooals ze zijn, dat ik altijd don weg der waarheid moge bewandelen, en al het aardsche moge beschouwen als slijk, ten einde U, o God van liefde, te winnen, die alleen waardig zijt bemind te worden.
327
Misgebeden.
God, H. Geest, eeuwige Zon ran genade, verander mijn hart in een paradijs, en beschijn de zwakke planten, die Uwe genade er in heeft geplant. Laat ze door de stralen Uwer liefde en deu dauw Uwer genaden toenemen en bloeien in de hemelsche tuinen, alwaar geen vijnd haar kan genaken.
God, H. Geest, liefderijke Bruidegom der zielen, geef dat ik U geheel en al moge toebe-hooren, dat ik U geheel en al moge bezitten en U nooit moge verliezen! Vereenig mij met U door de zoete banden Uwer liefde, opdat ik steeds in vrede moge leven, nooit door bekoringen wankelmoedig moge worden, en volgens het voorbeeld van miju Verlosser mijn kruis met geduld moge dragen.
God, H. Geest, liefderijke Vertrooster, vervul mijn hart zoodanig met de zoetheid Uwer goddelijke liefde, dat mij al, wat mij tot U brengt aangenaam en dierbaar moge zijn, maar dat ook al, wat mij van U afkeerig zoo kunnen maken, mij afschuw moge inboezemen. Geef dat Uwe liefde en verheerlijking het eenige verlangen mijner ziel mogen wezen. Dit vraag ik U dooide voorspraak Uwer onbevlekte Bruid, onze lieve Moeder Maria, de H. H. Apostelen Petrus en
328
Misgebeden. 329
Paulus, Andreas en al üvve heiligen, door Christus. onzen Heer. Amen.
Bij het Agrnus Deï.
Jezus. Lam Gods. ontferm U mijner; offer U met al Uw ootmoed en geduld aan Uwen eeuwigen Vader op ter verkrijging van alle deugden, die mij ontbreken.
Jezus, Lam Gods, ontferm U mijner en offer U aan U Zeiven op, met alle bitterheid van het lijden van Uw goddelijken Persoon, ter voldoening voor mijne zonden.
Jezus, Lam Gods, ontferm U mijner, ik offer U aan den H. Geest op met al de liefde van Uw goddelijk hart, tot voldoening van alle goede werken, die mij ontbreken. Amen
Bij het Domine, non sum diffuus,
O Heer, hemelsche Vader, ik ben niet waardig, dat Gij door Jezus Christus Uwen Zoon en met Hem en den H. Geest Uwen intrek bij mij neemt, maar spreek slechts een woord, en vergeef mij mijne zonden ter wille van Uwe liefde.
O Heer Jezus Christus, glans van den eeuwigen Vader, ik ben niet waardig, dat Gij met den Vader en den H. Geest Uwen intrek bij mij neemt, maar spreek slechts één woord, en scheld mij de straften der zonden kwijt, ter wille van Uw lijden.
Misgebeden.
O H. Geest, liefdn van den Vader en don Zoon, ik ben niet waardig, dat Gij en de Vader met en door Jezus Christus Uwen intrek bij mij neemt, maar spreek slechts één woord, eu schenk mij Uwe genade terwille van dit H. Offer.
Liefderijke Jezus, ik zou U zoo gaarne inde H. Communie ontvangen. Dewijl ik echter niet waardig ben, zulks de doen, kom toch op geestelijke wijze tot mij, en zend mij Uwen H. Geest, den Geest van wijsheid en van verstand, van raad en van sterkte, van wetenschap en godsvrucht en den geest van de vreeze des Heeren, opdat ik steeds Uwe geboden trouw moge na-komen. en mij in alles voege naar Uwen aan-biddelijken wil. Amen.
gt;Ta de H. Communie.
Do H. Geest zal U onderwijzen in al, wat ik U heb gezegd. (Joh. 14.)
V. Heer, verhoor mijn Gebed.
11. En mijn geroep kome tot U.
Gebed. Wij bidden U, o Heer, dat do H. Geest onze harten vernieuwo door do goddelijke geheimen, dewijl Hij zelf de vergiffenis der zonden is. Door Christus onzen Hoor. Amen.
330
Misgebeden.
Voor den /esen.
V. Heer verhoor mijn Gebed.
R. Kn mijn geroep kome tot U.
Wij smeeken U, o Allerheiligste Drievuldigheid, dat dit offer U welgevallig moge zijn. en dat Gij een genadig oog moogt worpen op den priester, die het heeft opgedragen, alsook op de geloovigen, die het hebben bijgewoond, zoodat wij barmhartigheid en vergiffenis mogen verkrijgen. Door Christus onzen Heer. Amen.
Bij den Zegen des priesters.
Dat de barmhartige en almachtige God ons zegene en bescherme. God de Vader, de Zoon en do H. Geest. Amen.
Bij het laatste Evangelie.
»In bot begin was het Woord, en het Woord was bij God, en liet woord was God. Dit was in het begin bij God. Alle dingen zijn door hetzelve gemaakt : en zonder dat is er niets gemaakt, van hetgeen er gemaakt is. In hetzelve was het leven en het leven was het licht der menschen; en het licht scheen in do duisternissen, en de duisternissen hebben het niet begrepen. Er werd een mensch van God gezonden. wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis van het licht te
331
Misgebeden.
geven, opdat zij allen door hem gelooven zouden. Hij was het licht niet, maar hij was gekomen, om getuigenis van het licht te geven. Dit was het waarachtige licht, hetwelk verlicht alle menschen komende in deze wereld. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in Zijn eigendom, doch de Zijnen namen Hem niet aan. Maar aan allen, die Hem aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, dengenen, die in Zijnen naam gelooven, welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. En (dit zeggende, knielt men) het Woord is vleesch geicorden en het heeft onder ons gewoond. En wij hebben Zijne glorie ge-zren, eene glorie als van den eeniggeboren Zoon des Vaders vol van genade en waarheid.
Tfa dc H. Mis.
God, H. Geest, ik dank U door Maria, Uwe onbevlekte Bruid, dat Gij mij de genade hebt verleend dit H. Misoffer te mogen bijwonen. Ik smeek U, o Vader van liefde en ontferming, dat Gij mij ter wille van dit offer alle zonden, nalatigheden en fouten wilt vergeven, waaraan ik mü gedurende dit offer heb schuldig gemaakt.
332
Misgobodon. 333
Zniver mij ook door het kostbaor bloed van Jezus, van al mijne vroegere zonden, en versterk mij in alle gevaren, die mij heden bedreigen.
Vereenigd met Uwe H. Liefde, wil ik heden mijne taak vervullen. Ik offer U al mijne werken op in vereeniging met alle liefdeblijken en lofprijzingen, die alle engelen en heiligen U, den Vader en den Zoon in alle eeuwigheid aanbieden, en met alle H. H. Misoffers, die lieden en tot het einde der wereld worden opgedragen of reeds zijn opgedragen. Dit alles offer ik U op ter verheerlijking van de allerheiligste Maagd en Moeder Gods. Maria, den H. Jozef en alle lieve Engelen en heiligen, tot bekeering der zondaren, tot sterkte voor de rechtvaardigen en tot lafenis der geloovige zielen in het vagevuur. Amen. Onze Vader. . . Wees gegroet.
334 Boete- en biecht-oefening.
Het H. Sacrament der Biecht.
Voorbereiding'.
Algoede, almachtige, eeuwige God, H. Geest, ontferm U mijner! Zie zonder U bon ik niets, en kan ik niets. O barmhartige God, ontferm U mijner! Ach, in hoe grooto ellende heb ik mij zeiven gebracht, doordien ik U, de goddelijke liefde, heb verlaten! Ik heb vele en groote zonden bedreven! Ik ben niet waardig mijne oogen tot U te verheffen wegens do menigvuldigheid mijner boosheden. Maar Gij, o God, Gij zijt goed, barmhartig, lankmoedig en geduldig! Gij hebt gezegd: »Ik wil niet den dood des zondaars, maar dat hij zich bekeere en leve.« O H. Geest, schenk dus ook mij den rijkdom Uwer goddelijke goedheid, en ontferm IJ over mij, terwillo van Uwe barmhartigheid! Kom, H. Geest, en vervul mijn arm hart met oen oprecht berouw, en zuiver het door het vuur Uwer goddelijke liefde. Geef, dat ik mijne zonden in Uw goddelijk licht moge kennen, dat ik ze in Uwe liefde oprecht beweene, openhartig bel ij de, en de kwijtschelding van alle zonden en straffen moge verkrijgen. Ik smeek U, o vrijgevige H. Geest, gedoog toch niet, dat ik dit Sacrament onwaardig ontvange, on U door deze afschuwe-
Bneto- en biecht-oefening.
lijke boosheid bedroeve. Geef veeleer, dat ik volmaakt gezuiverd moge worden, opdat ik moge verdienen, wederom Uw heilige tempel tc worden. :
V. (leef mij, o God, een zuiver liart.
K. En hernieuw don rechten geest in mijn binnenste.
Laat ons bidden. O God! wien het eigen is altijd genadig te zijn en te sparen, ontvang ons gebed, opdat Uwe goedertierene barmhartigheid ons en al Uwe dienaren, die met de kluisters der zonden gebonden zijn, genadig ontbinde.
Wij bidden U Heer! verhoor de gebeden der ootmoedigen en spaar hen, die hunne zonden belijden, opdat wij vergeving en vrede van Uwe goedertierenheid verwerven.
Toon ons genadig, o Heer! Uwe onuitsprekelijke barmhartigheid, en verlos ons van alle zonden en tevens van de straffen, die wij daardoor verdiend hebben.
O God! die door de zonden vergramd en door do boetvaardigheid verzoend wordt, zie genadig neder op de gebeden Uws volks, hetwelk zich voor Uwe goedheid nederwerpt. en wend de gee-sels Uwer gramschap, welke wij door onze zonden verdienen, van ons af.
335
33G Boete- en biecht-oefening.
Ik smeek U, o Heer, dat de H. Geest mijn hart door dit H. Sacrament moge zuiveren, dewijl Hij de vergiffenis der zonden is.
Ontvlam, o Heer! onze nieren en harten door het vuur van den K. Geest, opdat wij U met oen zuiver lichaam dienen, en met een rein hart behagen.
O God! van wien de heilige begeerten, do goeds voornemens en de rechtvaardige werken voortkomen, geef Uwen dienaren dien vrede, welken de wereld niet geven kan, opdat onze harten genegen zijn tot het volbrengen Uwer geboden, en wij, van de vrees onzer vijanden ontslagen, door Uwe bescherming in rust mogen leven!
Barmhartige Jezus, ik beveel mijne arme ziel in do wonde van Uw goddelijk hart. Alles is mogelijk bij U, behalve eenen zondaar te verstoeten, die rouwmoedig tot U terugkeert.
O Maria, onbevlekte Bruid van den H. Geest, Moeder van goedheiden barmhartigheid, toevlucht der zondaren, bid voor mij.
H. Aartsengel Michael, H. Jozef, alle lieve Engelen en Heiligen, vooral gij, mijn Engelbewaarder, bidt voor mij.
Boete- en biecht-oefening. 337
Gewetensonderzoek.
Biecht niet uit gewoonte, maar beschouw het gewetonsonderzoek en de biecht als eene gewichtige zaak. De H. Theresia zegt: »De duivel is er vooral op uit de zielen te verleiden tot eene onnauwkeurige biecht, en do meeste zielen komen in do hel, omdat ze de artsenij in gift veranderen.» Want wie een Sacrament onwaardig ontvangt, maakt zich schuldig aan eene verschrikkelijke zonde tegen den H. Geest, die hier en hiernamaals zoo vreeselijk wordt gestraft. Derhalve verhef u boven alle valsche schaamte, en belijd ootmoediglijk uwe zonden. En indien dit u zwaar valt, zoo offer aan den H. Geest het kostbaar bloed van Jezus op, en smeek Hem om de genade van eene oprechte biecht, en vergeet niet, dat gij alleen door de oprechte bekentenis uwer zonden den vrede des harten kunt herkrijgen.
Angstige zielen vallen dikwijls in de tegenovergestelde fout, doordien ze ineenen nooit genoeg te hebben gedaan, want zij zijn nog altijd vol bezwaren wegens hun gewetensonderzoek of hun berouw. In zulke onrustige harten kan de genade onmogelijk werken. Derhalve moeten zij deze angstvalligheid trachten te overwinnen en het eenige middel daartoe is blinde gehoor-zamheid aan hunnen biechtvader. Wie gehoorzaam is, bewandelt den goeden weg. want vooral op de biechtvaders is het woord van Christus toepasselijk: »Wie U hoort, hoort mij, wio V veracht, veracht mij,«
tfonadensleuttjl 23
338 Boete- en biecht-oofening.
Ga nn de geboden Gods, de geboden der kerk en de plichten na van uwen staat, en onderzoek bij u zeiven, in hoeverre gij door gedachten, woorden, begeerten en werken hebt gezondigd. Men is verplicht te biechten: »alle doodzonden, ook de in 't geheim bedrevene, alsmede de zonden tegen de beide laatste der 10 geboden en de omstandigheden, die den aard der zonde veranderen.« Derhalve moet men bij de doodzonden ook het getal opgeven, voor zoo verre dit mogelijk is, en onderzoeken, hoe dikwijls men die zonde gedurende een dag, eene maand of een jaar heeft bedreven. Personen, die dikwijls te 'biechten gaan, kunnen ook eenige zonden van hun vroeger leven bij de biecht insluiten.
Indien gij uw geweten nauwkeurig hebt onderzocht, verwek dan een hartelijk berouw. Daal in den geest neder in den afgrond der hel, en zie. lioe de verdoemden aldaar worden gemarteld. Een vuurstroom gaat over hen heen, en dringt door tot in het merg van hun gebeente. De duivelen echter vallen elkander aan, en verscheuren elkander in vreeselijke woede; zij pijnigen de verdoemden, en met onmenschelijken haat vervuld, zouden zij hunne slachtoffers in duizend stukken willen verscheuren. En indien de verdoemde zich afvraagt: Waar is uw God, zoo aantwoordt zijn geweten: Gij hebt Hem verloren, verloren voor eeuwig, verloren door uwe eigene schuld. Gij wildet de zonde niet vluchten, ii quot;niet wachten voor de gelegenheden, gij zoudt door de biecht zoo gemakkelijk genade en vergiffenis hebben kunnen verkrijgen, maar gij hebt
Boete- en biccht-oefening.
de genade verworpen, doordien gij het H. Sacrament van boetvaardigheid heiligschennend of ten minste zonder voldoende voorbereiding hebt ontvangen.« O ziel, hoe vreeselijk is het. Zijnen Heer en Uod te hebben verlaten. Jer. 19.) Indien gij aan dit vreeselijk lot wilt ontkomen, wacht u dan voor de doodzonde.
Sla ook uwe oogen ten hemel en zie, wat gij door de doodzonde hebt verloren, maar wat gij door oprecht berouw en eeno goede biecht nog kunt terugwinnen. Do H. Paulus werd eens in den derden hemel verheven, maar hij was niet in staat, die schoonheid weer te geven, en hij roept uit: »Geen oog heeft het gezien, geen oor heeft het gehoord, on in 's menschen hart is het nooit opgekomen, wat God voor hen bereid heeft, dio Hem beminnen.® Hoe dwaas is het dus, eene zoo oneindige, eeuwige vreugde op te offeren voor de bitterheid der zonde.
Maar gij moet uwe zonde betreuren niet zoozeer uit vrees, dan wel uit liefde. Denk aan God, uwen Vader! Hoe zeer heeft Hij u bemind! De liefde eener moeder voor haar kind is groot, onbegrijpelijk grooter nog is de liefde Gods voor u. »ïk heb u bemind met eeuwige liefde:« zegt Hij door den mond van den profeet. En gij ? Hoezeer hebt gij Hem beleedigd. De liefde en goedheid van God vloeit als een zilveren stroom door geheel uw leven, en naast dien zilveren stroom ziet gij hot slijk uwer zonden en ondankbaarheid. »ls dit uwe vergelding, dwaas en onverstandig volk? Is Hij niet uw Vader, dio u heeft geschapen.® (2 Mozes '62. C.)
339
22'
340 Boete- en biecht-oefening.
Beklim ook den berg van Calvarië, on aanschouw den goddelijken Verlosser aan het kruis. »Zijn geheel wezen spreekt van liefde, en vraagt wederliefde® zegt de H. Bernardus. Zie, hoe Zijn lichaam geheel met bloed en wonden is overdekt: Zijne handen en voeten zijn met zware spijkers doorboord, Zijn goddelijk hoofd is met doornen doorstoken, Zijne armen echter zijn uitgebreid, om u weer aan Zijn hart te diukken! O keer dus vol vertrouwen terug tot uwen Goddelijken Verlosser, want gij moogt niet den apostel uitroepen: »Hij heeft mij bemind, en Zich voor mij opgeofferd.»
Denk eindelijk ook aan den H. Geest, die u heeft bemind, en die zich zelf aan u heeft geschonken. En gij hebt Hem, den liefderijken Vertrooster, door de doodzonde van u verwijderd en Hem van het genot beroofd u met hemelsche genaden en gaven te kunnen verrijken. Hoe oneindig groot is de boosheid der zonde!
Hebt gij een kruisbeeld bij de hand, zoo kus eerbiediglijk de wonden van Christus, en verwek een oprecht acte van berouw.
Acte van Berouw.
(Dit en het volgende gebed zyn uit de schriften der H. H. Mechtildis en Gertrudis.)
Almachtige en groote God, voor wiens majesteit hemel en aarde beven, ik, arme zondaar, beken, dat ik niet waardig ben, dat mij de aarde draagt, omdat ik haar Schepper zoo dikwerf en zoo grootelij ks heb beleedigd, O Heer, ik heb
Boete- en biecht-oefening. 341
mij als een meineedige en trouwelooze jegens U gedragen, omdat ik wetens en willens Uwe H. H. geboden heb overtreden, en de beloften heb geschonden, die ik TJ in het doopsel heb gedaan. Ik weet, o God, dat ik U uit mijn hart heb verdreven, en er den duivel eene woonplaats heb bereid; ik weet, dat, als ik in dien toestand kom te sterven, ik onherroepelijk in den afgrond der hel word begraven; ik weet. dat ik door mijne zonden alle verdiensten voor don hemel en alle aanspraak op de eeuwige zaligheid heb verloren. Ja, ik weet, dat mijne ziel nu dood en zoo afgrijselijk is, dat zij een gruwel is voor U en alle heiligen. O mijn God, in wat vreese-lijken toestand bevind ik mij nu! O barmhartige en algoede God, ik heb U grootelij ks beleedigd, en tegen U en alle heiligen gezondigd. Ik betreur het echter van ganscher harte, en alleen daarom, dat ik U, o liefderijke en getrouwe God, zoo zeer heb vergramd, die mij zoo vele weldaden naar lichaam en ziel hebt bewezen, en zelfs Uwen eeniggoboren Zoon niet hebt gespaard tot mijne verlossing. O algoede Vader, ik smeek U door het kostbaar bloed van Uwen lieven Zoon, dat Gij mijne zonden wilt vergeven, en mij barmhartigheid wilt schenken. Ik klaag U mijn leed door de bitterheid van het lijden Uws
Boete- en biecht-oefening.
Goddelijken Zoons, en offer U op al Zijne pijnen en smarten en al de bittere tranen, die Hij gedurende zijn gnnsche leven voor de zonden dei-wereld heeft vergoten, en smeek U in vereeni-ging met bet allerkrachtigst gebed, dat Hij in den hof van Olijven aan Zijn hemelschen Vader heeft opgeofferd, en door de goedheid van den H. Geest, dat Gij mij al mijne zonden wilt vergeven, en mij de straffen wilt kwijtschelden, die ik heb verdiend. Ik beloof U vast en stellig voortaan mijn leven te beteren. Ik heb vast besloten de zonde, vooral de doodzonde en de naaste gelegenheid te vluchten. Dit vraag ik U door de liefde, die II heeft aangespoord Uwen god-delijken Zoon onder de misdadigers te rekenen. Amen.
Dankgebed na de H. Biecht (ps. 102).
Prijs den Heer, mijne ziel, en al wat in n is, prijze Zijnen H. Naam.
Prijs den Heer, mijne ziel, en vergeet niet Zijne weldaden.
Hij heeft u al uwe misdaden vergeven, en u genezen van al uwe zwakheden.
Hij heeft uw leven gered van den ondergang, en u met genade en ontferming gekroond.
O Heer, Gij zijt genadig en barmhartig, lankmoedig en van groote ontferming.
342
Boete- on bieeht-oefening.
Gij hebt niet met mij gedaan volgens mijne zonden, noch mij vergolden volgens mijne misdaden.
Zooquot; hoog de hemel is verheven boven de aarde, zoo groot is Uwe barmhartigheid voor hen. die TJ vreezen.
Zoo verre do opgang der zon is verwijderd van don ondergang, zoo verre verwijdert Oij onze zonden van ons.
Evenals een vader zich over zijne kinderen ontfermt, zoo ónttbrmt (!ij U, o Heer, over allen, die U vreezen.
Want Gij weet, watvoor schepselen wij zijn, en Gij bedenkt, dat wij stof en asch zijn.
üe dagen des menschen zijn als hooi, en hij vergaat evenals de bloem des velds.
Maar Uwe barmhartigheid, o Heer, dnnrt eeuwig over ben, die U vreezen; en Uwe rechtvaardigheid over de kindskinderen, over die, welke Uw verbond onderhouden, en Uwe geboden indachtig zijn.
De Heer heeft Zijn troon bereid in den Hemel, en Zijn rijk zal zich over allen uitstrekken.
Prijst den Heer, alle engelen, machten en krachten, volbrengt Zijnen H. Wil, allen, die Zijne stem boeren.
Boete- en biecht-oefening.
Prijst den Heer, alle heerscharen en al Zijne dienaren, die Zijnen wil vervullen.
Prijst den Heer, al Zijne werken, en dat mijne ziel Hem prijze op alle plaatsen der aarde.
(Indien ge tijd hebt, volbreng dan uwe penitentie en bid verder);
Slultgrebed tot den H. Geest.
O allerbeminnenswaardige H. Geest, Vader van liefde, die er behagen in schept, de stroomen Uwer goddelijke genade over de menschen te doen nederdalen, ik dank à door Uwe onbevlekte Bruid, de H. Maagd Maria, dat Gij mij wederom vergiffenis van mijne zonden hebt geschonken. Tevens smeek ik U door de voorspraak der Allerheiligste Maagd, dat Gij mij steeds meer en meer van mijne zonden wilt zuiveren, en mij de straffen wilt kwijtschelden, die ik heb verdiend. Herstel in mij alle genaden, die ik door de zonde heb verloren, in haar vroe-geren luister.
O allerbarmhartigste H. Geest, alles is immers mogelijk bij U, derhalve verleen mij deze genade terwille van Uwe liefde. Zie, ter voldoening van alle zonden, die ik met de zintuigen en de ledematen mijns lichaams heb bedreven, offer ik U op alle vermoeienissen.
344
Boete- en biecht-oefening. 34ó
vasten, lijden en werken van den goddelijken Verlosser.
O liefderijke H. Geest, tor voldoening van alle zonden, die ik door liefdelooze, trotsche en ze-delooze gesprekken heb bedreven, offer ik U op alle leeringen, predikatiën en gebeden van Jezus Christus, Uwen gezalfde.
O allergetrouwste H. Geest, ter voldoening van alle zonden, die ik door liefdelooze, vijandelijke gedachten, aardsche begeerten en vleesche-lijke lusten heb bedreven, offer ik U op de oefeningen van het volmaakte verstand en alle gevoelens van het zoete Hart van Jezus. Ter wille van Zijne liefde en van Zijn kostbaar bloed dat Hij voor ons heeft vergoten, geef mij terug al wat ik door mijne zonden heb verloren. Amen. Onze Vader.
Smeekgrebcd t«t den Goddelijken Verlosser.
O allerbeminnenswaardigste Jezus, om U mijne dankbaarheid te toonen en tot horstel van mijne menigvuldige ongetrouwheden offer ik N. N. U mijn hart op; ik draag mij geheel en al aan U op, en steunende op Uwe hulp maak ik het vaste voornemen, U nooit meer te vergrammen.
(Eenmaal daags 100 dagen aflaat voor een beeld van het H. Hart. Pius VII. 9. Juni 1807.)
346 Communiegebrdpn.
De H. Communie.
Gebed tot voorbereiding'.
Engelen en heiligen des Hemels, ik groet u vol eerbied, en smeek u ootmoediglijk, dat gij oen ruiker wilt vormen uit al mijne woorden, werken en gedachten van dezen dag en van mijn geheel leven, en dat gij hiermede wilt vereenigen alle gedachten, woorden en werken van alle rechtvaardigen, die ooit hebben geleefd en nog zullen leven. Ik smoek u ootmoediglijk, dat gij de verflenste en bevlekte bloemen van dien ruiker wilt wasschen in het kostbaar bloed van Jezus Christus door de ontferming des Hemel-schen Vaders en door de liefde van den H. Geest, en herstellen al het gebrekkige door de verdiensten van Jezus Christus, de allerheiligste Maagd en door Uwe verdiensten. Draagt dan dien aldus bijeengegaarden ruiker op aan de al Ier-heiligste Maagd. Gij echter, allerbeminnelijkste Moeder bied dezen ruiker in vereeniging met Uwe heldhaftige deugden Uwen Goddelijken Zocu aan, en vraag Hem, dat Hij hem moge aanvaarden in de liefde des Vaders en des H. Geestes, ten teeken mijner kinderlijke liefde, hulde en dankzegging, alsmede tot herstel en tot afboeting voor mijne zonden en die der geheele wereld en
Commnniegebodon.
als smoekoffer, opdat ik dit H. Sacrament waardig moge ontvangen. Amen.
En nn richt ik in diepe nederigheid mijne gebeden tot ü, H. Geest, bron van allo genaden. Met een kinderlijk vertrouwen klop ik aan de deur Uwer barmhartigheid en smeek U, door Uwe onbevlekte Bruid, mijne liove Moeder Maria, dat Gij een enkel vonkje Uwer liefde in mijn hart wilt ontsteken, opdat ik door deze H. Communie nog nauwer met U worde vereenigd. Ik draag ze op tot Uwe meerdere eer en glorie, opdat Uw rijk op aarde steeds meer en meer worde verspreid door Christus onzen Heer. Amen.
Overweging' voor de H. Comiiiunie.
1. Overweging.
Wie komt? Gij zijt het, o goede Jezus, die mij hebt bemind, en U voor mij hebt geslachtofferd. (Blijf een oogenblik stil bij ieder punt.)
2. Tot wim? Gij komt tot mij, armen zondaar, die U door mijne zware en tallooze zonden zoo dikwijls heb beleedigd.
.3. Waarom? Gij komt. om mij deelachtig te maken aan de vruchten Uwer verlossing en om mijne ziel te zuiveren in Uw goddelijk Bloed.
Gebed. »Ontferm U over mij, o God, naar Uwe groote barmhartigheid en zuiver mij
347
Com muniegebeden.
naar de grootte Uwer ontferming van mijne zonden.« (Ps. 30.)
2. Overweging.
1. Wie komt? Gij, o Vader van barmhartigheid en God van alle vertroosting, die ons door den H. Geest in waarheid tot Uwe kinderen hebt gemaakt.
2. lot wien? Tot mij, den verloren Zoon. O Vader, ik ben niet waardig, Uw kind te worden genoemd, want ik heb gezondigd voor den Hemel en voor U. Ik heb U verlaten en mij overgegeven aan de wereld en hare kwade lusten.
3. Waar am? Gij komt tot mij, om met mij een feestmaal te honden, want ik was verloren en gij hebt mij teruggevonden; ik was dood, en Gij hebt mij door den H. Geest tot een nieuw leven opgewekt.
Gebed. Hoevele dienaren in het huis mijns Vaders hebben brood in overvloed, en ik sterf hier van honger. Ik zal opstaan en tot mijnen Vader gaan. (Luc. 15, 17.)
3. Overweging.
7. Wie komt? Jezus Christus, de Koning van Hemel en aarde, voor wien zich moeten buigen de knieën van allen, die in den Hemel, op aarde en onder de aarde zijn.
348
Communiegebeden. 349
2. Tot wien? Gij komt tot mij, dien gij tot Uwen broeder hebt aangenomen, die U helaas, heeft verraden en verkocht.
0. Waarom? Gij komt tot mij met hetzelfde doel, dat Jozef in Egypte had, toen hij tot zijne trouwelooze broeders kwam, want gij komt, niet om mij te straffen, maar om mij deelachtig te maken aan Uwe koninklijke goederen.
Gebed. Ik verlang slechts eene zaak, dat ik genade moge vinden in Uw oog, mijn Heer en broeder. (1. Moz. 23. 15.)
4. Overweging.
1. Wie komt? Gij, o God van liefde, Bruidegom der zielen, die gezegd hebt: Ik zal mij in getrouwheid met U verloven, en gij zult erkennen, dat Ik do Heer ben. (Os. 2. 19.)
2. lot wien? Tot mijne ziel, de trouwelooze bruid, die Uwe liefde door onverschilligheid en liefdeloosheid zoo zeer heeft beleedigd.
3. Wanrum? Gij komt, o liefderijke Bruidegom, niet om mij te verzaken, maar om U op nieuw met mijne ziel te vereenigen in genade en ontferming.
Gebed. »Zie, de Bruidegom komt, snelt Hem te gemoet.« (Matth. 25. 7.)
I)c voornaamste actes van dcug:d. (zie tweede deel bl. 299.)
350 Communiegebeden.
Opoffering: en Smeekgrebed.
O zoete Jezus, ik wensch, TJ waardig te ontvangen, en alles te verwijderen, wat Uwe genade in mij zou kunnen verminderen. Derhalve schenk ik TJ mijn lichaam met zijne zintuigen, mijn gezicht, mijn gehoor, mijn smaak, mijn reuk en mijn gevoel. O hoe dikwijls heb ik U met deze zintuigen beleedigd, en hoe zeer heb ik hierdoor de uitwerkselen Uwer genade belemmerd. Ik schenk U ook mijn geheugen, mijn verstand en mijn wil. O Heer, Gij zijt immers almachtig, Gij komt om in mij alle hinderpalen voor Uwe liefde te verwijderen. O zoo verwijder uit mijn hart al, wat U mishaagt, opdat ik een zuiver vat Uwer genade moge worden. Aanvaard mijn hart, lieve Jezus, en ik bid U, geef mij hot Uwe. Volgaarne beloof ik U, dat ik in de toekomst een goed gebruik zal maken van mijne gaven en bekwaamheden, opdat Gij altijd eene waardige woning in mij moogt vinden. Amen.
Gebed tot Maria en de Heiligen.
O allerheiligste Maagd Maria, mijne beste, liefste, rijkste en hemelsche Moeder, die mij meer bemint dan eene Moeder op aarde haar kind kan beminnen, gij verlangt zoo vurig, dat ik Uwen goddel ij ken Zoon waardig moge ontvangen, O mijne goede Moeder, zie, ik bon uw
Communiegebeden.
arm kind, er ontbreekt zoo voel, om uwen goddc-lijken Zoon waardig in mijn hart te ontvangen. Ã kom dus, Moeder van Barmhartigheid, en versier met den schat Uwer deugden mijne arme ziel en mijn zondig hart.
Gij, lieve Engelen en Heiligen Gods, vooral gij, H. Engelbewaarder, mijn H. Patroon en gij, o Heilige, wiens i'eest wij heden vieren, en
gij H. X. (noem hier den H. tot wien gi.i het meeste vertrouwen hebt) komt en versiert mijn hart, opdat Jezus aldaar eene waardige woning moge vinden. Amen.
Ootmoed en Verlangren.
O allerbeste en beminnelijkste Jezus, gij hebt gezegd: »Komt tot Mij, allen, die belast en beladen zijt, ik zal u verkwikken!« Gij, o Heilige der Heiligen, leen mij armen zondaar een goedgunstig oor. Gij wilt Uwen intrek bij mij nemen, niettegenstaande al mijne ellende. Ik ben niet waardig, o Heer, dat Gij tot mij komt, en toch komt Gij tot mij. Mijn hoogste Goed, mijn Heer en mijn God, o kom tot mij, want zonder U ben ik niets dan ellende en zonde.
Kom, o Jezus, goddelijke Bruidegom dei-zielen, kom en neem Uwen intrek in do woning mijner ziel. Kom, hemelsche Geneesheer, en genees mijne zieke ziel. Kom, Zon van
351
352 Communiegebeden.
genade, verdrijf de duisternis van mijn hart, kom. Bron des levens, verzadig mij met Uw water, kom o Brood des Hemels en versterk mijn zwak hart. Kom. o Jezus, om met den Vader en den H. Geest Uwen intrek bij mij te nemen.
(Dan zeg met de H. Gertrudis.)
O zoete Jezus, ik smeek U met de kracht van alle gebeden en begeerten, die ooit uit Uw H. Hart zijn gevloeid, dat Gij U gewaardigt. Uwen intrek te nemen in mijn arm hart. Amen. (B. 4. K. 23.)
»Nu, o liefderijkste Jezus, kom ik. Uw zondig, arm, onwaardig schepsel tot U, den afgrond van alle goedheid, o])dat ik van alle zonden gezuiverd en met Uwe genade versierd worde.
Amen. (B. 3. K. 28.)
(Dan vraap en smeek uwe beschermheiligen, dat zij u tot de tafel des Heeren geleiden. Nader dan tot de H. Tafel met een nederig geloof, een kinderlijk vertrouwen en eene oprechte liefde, en tracht nog eenige vrome gevoelens in u op te wekken.
Communiegebeden. 353
Na de H. Communie.
Geen tijd is zoo kostbaar als de eerste oogenblikken na de H. Communie; besteed dien tijd derhalve wel. Neem niet terstond uw kerkboek ter hand, maar laat uw hart spreken in liefde en bewondering over de groote goedheid en ontferming van God jegens U. Dan spreek het volgend
Gebed.
1. Lofprijzing' van Jezus. O allerbeminnelijkste Zaligmaker, Gij zijt nu in mijn hart. Wees duizendmaal gegroet en geprezen, omdat Gij U hebt gewaardigd Uwen intrek te nemen bij mij armen zondaar. Komt, o Engelen en Heiligen Gods, komt alle schepselen des Heeren, helpt mij, onzen God en Koning waardig prijzen.
2. Aanbiil Jezus. Ik aanbid IJ, o zoete Jezus, in vereeniging met alle Engelen en Heiligen en vooral met de Allerherheiligste Maagd Maria, den H. Jozef, de H. H. Apostelen Petrus en Paulus en alle beschermheiligen. Ik draag U op mijn lichaam met zijne zintuigen, mijne ziel met al hare bekwaamheden. Ik bun bereid al mijne krachten in te spannen, om U te dienen. Aanvaard, o Heer, mijne vrijheid! Ontvang mijn geheugen, mijn verstand en mijnen wil! Ik heb niets en bezit niets, wat ik niet aan Uwe oneindige barmhartigheid heb te danken. Dit alles, o Heer, geef ik aan li terug.
Genadensleutel 23
354 Communiegebeden.
Beschik hierover volgens Uw goedvinden. Geef mij slechts liefde tot TJ en Uwe genade, dan ben ik rijk genoeg, en verlang niets meer.
Gebruik mij als werktuig tor cere van den Hemelschon Vader in de liefde van den H. Geest. Doe met mij, wat Gij wilt. ik onderwerp mij aan alles, aan ziekte, vernedering, loven en dood. Amen.
3. Dank aan Jezus. Ik dank U, o zoete Jezus, in vereeniging met alle Engelen en Heiligen, dat Gij tot mij zijt gekomen. Te gelijker tijd smeek ik U, o goede Moeder Maria, dat Gij Uwen goddolijkon Zoon voor mij wilt dank zeggen, dat Hij zoo liefdevol Zijn intrek bij mij heeft genomen.
Lofzang' van Maria.
Mijne ziel verheft den Heer:
En mijn geest heeft zich verheugd in God, mijnen Zaligmaker.
Omdat Hij do nederigheid Zijner dienstmaagd heeft aangezien: want ziet, van nu af zullen allo geslachten mij zalig noemen.
Omdat Hij, die machtig is, aan mij grootc dingen gedaan heeft, en Zijn naam is heilig.
En Zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht, over hen, die Hem vreezen.
Commnniegobedcn. 355
Hij heeft grooto dingen gedaan door Zijnen arm: Hij heeft degene verstrooid, die lioovaardig zijn in de gedachten van luin hart.
Hij -hoeft do machtigen van hunnen zetel beroofd, en do nederigen heeft Hij verheven.
Hij heeft de hongerigen met goederen vervuld, en de rijken heeft Hij ledig weggezonden.
Hij heeft Israel, Zijnen dienaar opgenomen: indachtig zijnde Zijner barmhartigheid.
Gelijk Hij tot onze Voorvaders gesproken heeft, tot Abraham en Zijn nageslacht in eeuwigheid.
Glorie zij den Vader, enz.
4. Bede tot Jezus om vergiffenis. Ik vraag U ootmoedig vergiffenis, algoede Heer en Zaligmaker, wijl ik mij zoo weinig moeite heb getroost, ora U waardig te ontvangen, en dat ik U gedurende mijn leven zoo dikwerf en zwaar heb beleedigd. Vergeef mij, o zoete Jezus, herstel alles door Uw kostbaar bloed en geef dat ik niet sterve, vooraleer ik door U, o lieve Jezus, dien trap van volmaaktheid heb bereikt, dien ik zou hebben bereikt, indien ik de genade van het doopsel steeds getrouw had bewaard, indien ik nooit tegenstand had geboden aan Uwe liefde en steeds met Uwe genade had medegewerkt. Derhalve vvensch ik U steeds met dezelfde onschuld van het doop-
23'
Communiegebeden.
scl en de boetvaardigheid te hebben gediend, waarmede Uwe allergetrouwste dienaren en dienaressen II ooit hebben gediend.
5. Gebed tot verkrijging van den H. Geest.
O liefderijke Jezus, Bron des levens, ik smeek U ter wille van de liefde, waarmede Gij bij mij Uwen intrek hebt genomen, deel mij mede van Uwe levende wateren. Geef mij Uwen H. Geest, den Geest van wijsheid en van verstand, den Geest van raad en van sterkte, den Geest van wetenschap en van godsvrucht e.quot;. vervul mij mot den geest van de vreeze des Heeren. Verleen mij ook, o Jezus, de zoete vruchten van den H. Geest; geef mij liefde, vreugde, vrede, geduld, goedertierenheid, goedheid, lankmoedigheid, zachtmoedigheid, getrouwheid, bescheidenheid, versterving, zuiverheid en den geest van ware boetvaardigheid. Vervul mij ook met eene vurige liefde tot Uwe H. Moeder en totU, mijn beminnelijken Zaligmaker, in het H. Sacrament des Altaars verborgen. Eindelijk smeek ik U, o almachtige Jezus, om de genade der volharding tot het einde toe. Gedoog niet, dat ik ooit van Uwe liefde worde gescheiden. Laat mij liever sterven, dan U door eene doodzonde te vergrammen, opdat ik eeuwig met U blijve vereenigd en U met den Vader en den H.
356
Communiegebeden.
Geest moge prijzen in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
6. Smeekgebed. O lieve Jezus, door het lilden'Uwer H. kindsheid, ontferm U over alle kinderen. Ontferm U over hen, die niet zijn gedoopt, opdat zij die groote gunst deelachtig mogen worden, bewaar echter hen, die gedoopt zijn, in onschuld en zuiverheid.
Allerminnelijkste Jezus, ik smeek IJ, door Uw verborgen leven te Nai/.a-eth ontferm U over de christelijke huisgezinnen. Geef aan de ouders en aan de kinderen dien vrede, dien de wereld niet geven kan.
Zoete Jezus, door Uwe bekoringen en Uw lijden in de woestijn, ontferm U over allen, die heden zwaar worden bekoord. Gedoog niet, dat zij eene prooi worden van den helschen vijand.
O lieve Jezus, door de groote droefheid en den doodsangst, dien gij in den hof van Olijven hebt verduurd, ontferm U over de arme zondaren, vooral over hen, die het meest tot Uw lijden hebben bijgedragen. Vergeef bun hunne zonden, en geef hun weder Uwe genade.
O goede Jezus, ter wille van de smarten, die Gij iu den nacht van Uw lijden te Jeruzalem hebt verduurd, ontferm U over de arme Jodeu.
357
358 Communiegebeden.
Zend hun Uwen H. Geest, opdat zij U mogen leeren kennen en beminnen.
O liefderijke Jezus, ter wille van de vreeselijke )iijn Uwer geeseling, ontferm U over Uw geestelijk lichaam, de katholieke Kerk. Dat zij moge zegevieren over al hare vijanden, zoowel binnen als buiten haar schoot.
O zoete Jezus, ter wille van de H. Wonden Uwer doornenkroon, ontferm U over alle dwalon-den en schenk hun de genade, dat zij hun eigen wil verloochenen en met een nederig geloof tot Uwe H. Kerk mogen terugkeeren.
O zachtmoedigste Jezus, ter wille van het vonnis, waardoor Gij tot een schandelijken kruisdood werdt veroordeeld, ontferm U over allo stervenden. Keer het vonnis der eeuwige verdoem-nis van hen af en laat hen genade voor U vinden-O goede Jezus, door de H. Wonden Uwer schouders en door alle smarten van de kruisdraging, smeek ik U. ontferm U over allen, die eene waardigheid bekleeden, vooral over de bisschoppen. Geef hun kracht imn kruis te dragen en Uwe voetstappen te drukken,
O lieve Jezus, ter wille van de H. H. Wonden Uwer handen en voeten en door de pijnen Uwer kraisiging, ontferm U over allen, die den
Com m u niegebeden.
religieusen staat hebben omhelsd. Geef dat zij gekruisigd zijn voor do wereld on de wereld voor hen.
O zoete Jezus, ter wille van alle pijnen, die Gij aan het kruis hebt verduurd, ontferm U over de priesters Uwer H. Kerk. Vermeerder in hen den apostolischen ijver, en doe hun hart ontbranden van ijver voor het heil der zielen.
O machtige Jezus, ter wille van Uwen smarte-lijken dood aan het kruis, smeek ik U, ontferm U over de arme heidenen, en geef hun het leven Uwer goddelijke genade.
O barmhartige Jezus, tor wille van de rust, die Gij in het graf hebt genoten, van Uwe verrijzenis en hemelvaart, ontferm U over do arme zielen in het vagevuur. Verlos ze van hare pij non en laat ze deelachtig worden aan Uwo glorie.
O zoete Jezus, die als Middelaar zetelt ter rechter hand Gods. ontferm U onzer. Gij kent onze verlangens en bij U is alles mogelijk. Help ons dus. Ik beveel U bijzonderlijk aan mijne ouders en bloedverwanten, mijne weldoeners, vrienden en vijanden eu allen, voor wie ik verplicht ben te bidden. Amen.
359
Communiegebeden.
7. Ocbed van den H. Igrnatins. 300 dag. afl. Ziel van Christus, heilig mij,
Lichaam van Christus, maak mij zalig.
Bloed van Christus, urenk mij.
Water der zijde van Christus, wasch mij. Lijden van Christus, versterk mij.
ü goede Jezus! verhoor mij.
In Uwe H. wonden, verberg mij.
Duld niet, dat ik van U gescheiden worde. Voor den booze, bescherm mij.
In hot uur des doods, roep mij.
En gebied, dat ik tot IT kome.
Opdat ik met Uwe Heiligen U in eeuwigheid love. Amen.
8. Gebed tot Maria. O allerheiligste Maagd Maria, goede Moeder van Christus, onbevlekte Bruid van den H. Geest, ik draag mij zeiven als Uw eigendom aan U op. In Uwe handen stel ik mijne vreugde en smart, mijne behoeften en zwakheden, mijn hart, mijn lichaam en mijne ziel. Ik smeek U, toon, dat Gij mijne Moeder zijt. Bewaar in mij de vruchten van deze H. Communie, en verkrijg voor mij de genade, steeds toe te nemen in de liefde tot Jezus. Amen.
9. Gebed tot de Heilig-en. H. Jozef, mijn beschermheilige N. X., H. Engel Bewaarder en alle lieve Engelen en Heiligen ik dank U voor
300
Communiegebeden. 3G1
al de liefde, die Gij mij steeds hebt bewezen en smeek U, staat mij bij, opdat ik trouw moge beantwoorden aan de genaden, die ik heden heb ontvangen, opdat ik eens voor eeuwig met U vercenigd in den Hemel, niet U de Allerheiligste Drievuldigheid moge prijzen en beminnen in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
10. Gebed om den aflaat te verdieneii na de H. Communie.
O geede en allerzoetste Jezus, zie, ik buig mijne knieën in Uwe tegenwoordigheid; ik bid cn smeek U met de grootste vurigheid van mijnen geest, dat Gij U gewaardigt in mijn hart te drukken levende gevoelens van geloof hoop en liefde, een waar berouw over mijne zonden en een vast voornemen van mij te beteren; terwijl ik met eene groote aandoening en droefheid bij mij zeiven overweeg en in den geest aanschouw Uwe vijf wonden. hebbende voor oogen, hetgeen de profeet David eertijds van U, o goede Jezus, zeide: »Zij hebben mijne handen en voeten doorboord en al mijne beenderen geteld. (Ps. XXI. 17. 18.)
(Vijfmaal het Onze Vader en vijfmaal het Wees gegroet om den aflaat te verdienen.)
Verschillende Gebeden
bij het bezoek van de Kerk.
Goed Voornemen.
(Volgens de eerbiedwaardige Moeder Crescentia.)
O Homelsche Vader, in vereeniging met Jezus draag ik TJ door den H. Geest mij zeiven als zoenoffer op, geheel en zonder voorbehoud. Ik offer TJ op al mijne handelingen, geestelijke en lichaamlijke, innerlijke en uiterlijke, alle wederwaardigheden, die mij volgens het lichaam en de ziel zullen overkomen. Elke schrede, die ik zal doen, zal geschieden uit zuivere liefde tot U, teneinde Uwe oneindige goedheid hierdoor te prijzen en te danken voor alle ontvangen weldaden; ik vereenig ook al mijne schreden met de bloedige schreden, die Uw beminnelijke Zoon in Zijn H. Lijden heeft gedaan. En aldus vereenig ik al mijne werken met het H. Lijden van Jezus Christus en doop ze in Zijn heilig IBloed. opdat zij, hiermede vereenigd, aan U, o God, behagelijk mogen wezen.
Ik smeek U ter wille van deze vereeniging om kracht en sterkte voor den H. Vader, den Paus,
Verschillende Gebeden. 3C3
de bischoppen en priesters der H. Kerk. om genade voor de zondaren en voor de geloovige zielen in het vagevuur. Iedere schrede zal voor -tJ wezen, vooral echter plaats ik mij als een schild voor Uwen Gezalfde, opdat de zondaren hem niet beleedigen. Derhalve smeek ik U ootmoedig, dat alle beleedigingen, die Hem gedurende deze week en vooral heden zijn aangedaan, op mij mogen neerkomen en mijn Beminde hierdoor niet worde beleedigd. Hetgeen Hij hierdoor zou moeten verduren, dit moge op mij neerkomen, ik wil het verduren, en Hij zal er van verschoond blijven. Want het is mijn hartelijke wensch, dat Hij niets lijde, immers by U is alles mogelijk. Wil mij met Uwe genade voor Hem plaatsen als een sterk schild en alle beleedigingen, die Hem worden aangedaan, zullen op mij neerkomen.
(Herhaal deze g;oede meening dikwijls, vooral als gfij het geluk hebt gehad tot de H. Tafel te naderen. Offer alles aan den H. Geest op, wat gij in de week hebt geleden en gewerkt.)
O Heer, Gij weet alles. Ik verlang van harte te bidden voor de arme zondaren en wensch alles met dezelfde meening te doen. Ik wensch te boeten voor alle beleedigingen, die U dooide zondaren worden aangedaan, en ik wil allen
3C4 Verscheidene Gebeden.
smaad en alle oneer herstellen, die U is aangedaan en wel door het kostbaar Bloed van Jezus, dat ik U opdraag. Wees indachtig, o goede Jezus, de onmetelijke smarten, die Gij hebt doorstaan door de gedachte, dat de zondaren Uw H. Bloed zouden bespotten en Uwe liefde zouden versmaden. Gij alleen, o Heer, kent de waarde van Uw Bloed, en niemand is in staat het genoegzaam te waardeeren. Aldus kan ook niemand Uwe smart beseffen dan Uwe liefde alleen. Amen.
Gebed tot de H. Drievuldigheid.
Heer, hemelsche Vader, eeuwige, almachtige God! zegen ons door de liefde, waarmede Gij van eeuwigheid Uwen eenigen teerbeminden Zoon hebt voortgebracht en de geheele volheid Uwer eigene Godheid aan Hom hebt medegedeeld. Zegen ons door de liefde, waarmede Gij ook ons als Uwe kinderen hebt aangenomen, waardoor Gij ons Uwen beminnenlijken Zoon en den H. Geest hebt gezonden, opdat zij de wonderen Uwer almacht in ons voltrekken. Geef dat wij nooit mogen ophouden U als onzen hoogsten Heer te vreezen en te eeren, en dat wij U als den besten onder alle Vaders met geheel ons hart mogen beminnen. Amen.
God, eeuwige Zoon en weerschijn der eeuwige glorie des Vaders, zegen ons door de liefde.
Verscheidene Gebeden. 365
waarmede Gij ons, Uwe zwakke schepselen, hebt bemind. Gij zijt mensch geworden teneinde onze broeder te zijn. Want volgens het vleesch zijt Gij onze broeder geworden, teneinde ons ook volgens Uwe Godheid tot broeders en tot afbeeldingen Uwer hemelsche Heerlijkheid te maken. Zegen ons eindelijk door de onuitsprekelijke goedheid van Uw H. Hart, waarmede Gij den dood hebt gekozen, opdat deze ons het leven zou geven, alsmede door de liefde, waarmede Gij in het H. Sacrament en aan Gods troon altijd voor ons smeekt en ons Uw eigen Vleesch en Bloed in de H. Communie schenkt. Geef, dat al deze liefde en al het lijden, dat Gij voor ons hebt verduurd, voor ons niet verloren zij. Amen.
God H. Geest, God der persoonlijke liefde van den Vader en Zoon, zegen ons met do liefde, waarmede Gij van den Vader en den Zoon uitgaat eu beiden in liefde vereenigt. Zegen ons ook met de liefde, waarmede Gij U zeiven als het hoogste goed aan de schepselen geeft, terwijl Gij hun de hei-ligmakende genade schenkt, waardoor de zondaren in kinderen Gods worden herschapen. Zegen ons eindelijk door de liefde, waarmede Gij in het goddelijk Hart van Jezus woont, en door de bemiddeling van dit H. Hart het dorre
3G6 Verscheideiio Gebeden.
aardrijk met den dauw Uwer genade besproeit, en in een tempel van God verandert. Verleen ons, dat wij als Uwe getrouwe kinderen in Uwen tempel mogen wonen, en ons altijd door U laten geleidon, Amen.
Dit vragen wij U, God den Vader, den Zoon en den H. Geest. Uw Zegen kome over ons en blijve altijd bij ons. Amen.
Dat de zegen der glorierijke Drievuldigheid ons moge vervullen en ons kracht tot al het goede moge verleenen. Amen.
Dat de goddelijke en levendmakende liefde het kwade wegneme, de schuld vergeve en ons de straffen moge kwijtschelden. Amen.
Gij schenkt troost aan de bedrukten, verlichting aan de zieken en hulp aan allen, die Uwen bijstand inroepen. Amen.
Dat de zwakheid versterkt en de boosheid overwonnen worde; dat do duisternis verdwijne en de bekoring krachteloos worde gemaakt en het rijk Gods, het rijk van liefde, van waarheid en vrede steeds mogo toenemen op aarde dooide kracht en de liefde van onzen God en door do verdiensten van onzen goddelijken Verlosser, Jezus Christus. Amen.
Dat dan Gods zegen ruste over ons en alle leden onzer familie. Hij verleene ons hulp in
Verscheidene Gebeden. 367
al onze ondernemingen en geleide ons en alle menschen door de gevaren dos levens tot do eeuwige rust. Amen.
Dat de eeuwige en almachtige God ons zegeno en beschermo t God de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
Een ander gebed tot dc II. Drlevuldiglieid.
Heer, hemelsche Vader en almachtige God! Die Jezus Christus tot opperhoofd Uwer Kerk hebt ingesteld, geef dat wij als leden van die Kerk de kracht en de zegeningen van dit hoofd mogen ondervinden, en aanvaard ons vurig verlangen, U door navolging van Uwe goddelijke Goedheid jegens onze medemenschen te dienen. Zegen dan ons gebed door de smeekingen, die Uw eenige Zoon aan Uwen hemelschen troon en in het H. Sacrament U voortdurend ;ianbiedt, en verhoor ons genadiglijk. Amen.
Heer, Jezus Christus, Gij zijt op de wereld gekomen, om het goede zaad in onze harten te strooien, en Gij wilt, dat door de hulp van den H. Geest, door de medewerking Uwer apostelen en leerlingen, dit zaad tot een krachtige boom opschieten moge. Vermeerder in Uwe Kerk de vrome gebeden en goede werken, opdat door de kracht van den H. Geest de geest
368 Verscheidene Gebeden.
der duisternis worde overwonnen en het rijk des lichts en der waarheid worde verspreid. Amen.
God H. Geest, die met goddelijke wijsheid alles voorbereidt en ter rechter tijd komt, en door do kracht Uwer genade de onhoetvaardigen tot inkeer brengt, de lauwen in ijver doet ontsteken, de zondaars heiligt en zuivert, stort den geest der liefde over ons uit, en voreenig ons allen met U, opdat wij zoodoende met don Vader en den Zoon mogen vereenigd worden. Amen.
Heilige Driovuldighoid, die niet wilt, dat iemand verloren ga, maar dat allen door U het leven mogen bezitten, geef, dat het werk der verlossing, hetwelk met zooveel lijden en smarten is begonnen, door de medewerking van al Uwe kinderen tot een gelukkig einde moge gebracht worden, opdat het met den tegenstand en do verachting der wereld begonnen werk, met eere en glorie worde voltrokken en dat wij door trouwe medewerking deel mogen hebben in het hemelsche loon, dat Christus door Zijn lijden heeft verworven. Amen.
Dit vragen wij U door de verdiensten van Jezus Christus en door den rijkdom Uwer oneindige goedheid en liefde. Amen.
Verscheidene Gebeden.
Laten wij nu ons selven on allen, die ons dierbaar zijn in do goedheid van God aanbevelen. (1 of 3 Onze Vader enz.) Boshut: Glorie zij den Vader enz. Geloofd zij Jezus Christus. K. In eeuwigheid. Amen.
Gebed tot God den Vader.
(Drie opdrachten, die de goddelijke Verlosser aan de zalige Margaretha Alacoque heeft geleerd.)
God, Hemolsche Vader, ik offer U op door do zuiverste handen der H. Maagd Maria, de rijke voldoening, die Uw goddelijke Zoon Uwe goddelijke rechtvaardigheid aan hot kruishout voor de zonden heeft geschonken. Tegelijk echter smeek ik U, de verdiensten van Zijn kostbaar bloed te willen toepassen op allo zondaren, opdat zij tot U mogen terugkeeren, en do eeuwige glorie deelachtig worden. Amen.
Verder offer ik U op de oneindige liefde van het goddelijke hart van Jezus, teneinde U voldoening te schenken voor alle onverschilligheid en lauwheid van Uw uitverkoren volk en U te smeeken, dat Gij door do vurige liefde, die Uw Zoon heeft aangespoord voor ons to sterven, de lauwe harten wilt ontsteken met het vuur Uwer liefde, opdat zij U eeuwig mogen beminnen en prijzen. Amen.
Genadensleutel 24
369
370 Verscheideno Gebeden.
Eindelijk offer ik TJ op alle onderwerpingen van Uw goddclijken Zoon, teneinde door do verdiensten van die gehoorzaamheid de voltrekking van Uwen goddel ij ken wil hier op aarde te verkrijgen. Amen.
Gebed ter ecre van het H. Sacrament.
(Deze gebeden kunnen ook beurtelings door verschillende personen te zamen worden verricht.)
V. O God, leen een genadig oor aan mijn gebod!
K. Heer, haast TJ, mij to helpen!
V. Glorie zij den Vader en den Zoon en den H. Geest.
K. Zooals het was in het begin, nu en altijd cn in alle eeuwen der eeuwen. Amen,
I.
V. Wees geprezen, onbereikbare, eeuwige, goddelijke Majesteit, die U Zelve genoeg zijt tot Uwe eer, glorie en zalige liefde en die Uwe eer en glorie aan ons arme schepselen hebt willen openbaren. Dat het H. Sacrament worde geprezen:
R. Nu en in allo eeuwigheid. Amen.
(Dit wordt herhaald achter elk gebed.)
V. Wees geprezen o God, die geen schepsel noodig hebt tot Uwe zaligheid, maar die ia
Verscheidene Gebeden. 371
Uwe onuitsprekelijke Goedheid U Zeiven aan Uwe uitverkoren schepsels hebt medegedeeld. Dat het H. Sacrament enz.
V. Wees geprezen, o oneindige goedheid, die in Uwe eeuwige getrouwheid ons dien oneindig grooten schat van het H. Sacrament hebt geschonken, waardoor Gij ons deelachtig maakt aan den overvloed Uwer genade. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, oneindige getrouwheid, die U Zelve niet nauwer met ons, die Gij door Uw bloed hebt vrijgekocht, hebt kunnen voreenigen, dan door deze gave, waardoor Gij U Zeiven aan ons hebt geschonken. Dat het H. Sacrament enz.
AVees geprezen, onuitputbare bron der eeuwige rijkdommen, die ons door deze genade de volheid Uwer volmaaktheden hebt geschonken, zoodat er niets is, wat wij hierin niet zouden kunnen vinden. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, goddelijke almacht van het vaderlijk hart, die alles vermoogt wat Gij wilt maar die ons desniettegenstaande geen grooteren schat zoudt hebben kunnen geven, die al onze wenschen bevredigt, dan dit H. Sacrament. Dat het H. Sacrament enz.
24»
Verscheidene Gebeden.
Wees geprezen, eeuwige Wijsheid van het eeuwige Woord, die alles weet en alles kent, en die toch in alle eeuwigheid geen zoeter voedsel zoudt hebben kunnen bereiden, dan dit liefderijk Sacrament. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, onuitsprekelijke zoetheid der goddelijke liefde, die IJ zoodanig aan deze spijze hebt medegedeeld, dat Gij niets beters en zoeters kondot geven, dan dit liefderijk Sacrament. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, ondoorgrondbaarheid van het goddelijk Wezen, die den afgrond Uwer geheimen in de nederige gedaante van brood en wijn hebt verborgen, o eenige, heilige Drievuldigheid, Vader, Zoon en H. Geest. Dat het H. Sacrament enz.
II.
Laten wij nu de genadenrijke menschheid van Christus in dit H. Sacrament prijzen.
Wees geprezen, oneindige schat van alle genaden, die de geheele Godheid met de genaden-rijke ziel en het allerheiligst vleesch en bloed van den levenden Godmensch vereenigt. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, eeuwige Bruidegom der reine zielen, wiens goddelijke en menschelijke natuur in één persoon vereenigd, in dit H. Sacrament
372
Verscheidene Gebeden. 373
verborgen onder ons woont. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, levend hemelschbrood. dat alle rijkdommen der goddelijke almacht, wijsheid en goedheid in IJ Zelve bevat, Opperwezen, dat do glorie van hemel en aarde uitmaakt. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, eeuwige troost, zoet voedsel, waarin de schatten der goddelijke wijsheid zijn opgesloten, de schat van alle genade en waarheid, van alle glorie en zaligheid. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, zuiver goud, waarmede al onze schuld wordt afbetaald, de vertoornde rechtvaardigheid des Vaders verzoend en Zijne barmhartige liefde en allerhoogste Majesteit wordt gekroond. Dat liet H. Sacrament enz.
Wees geprezen, wonderbaar sieraad van den eeuwigen troon, zaligheid en genot van alle hemelsche geesten. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, zuivere spiegel van alle reine zielen en volkomen verzadiging van alle verlangende harten. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, Jezus Christus, gouden poort tot de onmetelijke Godheid. Dat het H. Sacrament enz.
374 Verscheidene Geboden.
Wees geprezen, Jezus Christus, voedsel der engelen en menschen, bron van alle gaven en genaden, voldoening voor al onze fouten en gebreken. Dat het H. Sacrament enz.
III.
Laat ons nu prijzen de instelling, het voortbestaan en de werkingen van dit H. Sacrament:
Wees geprezen, Heer en (Jod, ter wille van do zoete liefde, waarmede Gij dit H. Sacrament hebt ingesteld, opdat wij hier op aarde en in alle eeuwigheid met U worden vereenigd. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, Heer en God, die het brood in Uwe heilige, eerbiedwaardige handen hebt genomen. Uwe oogen ten hemel hebt verheven en Uwen Hemelschen Vader voor ons hebt dank gezegd. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, o God, wegens do groote kracht en macht, waarmede Gij door Uw woord het brood in Uw H. Lichaam hebt veranderd en U Zelvon in Uwe handen hebt gehouden. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, hemelsche Bruidegom, wegens de vreugde, die Uw hart vervulde, toen Gij U Zelvon in dit Sacrament tegenwoordig zaagt en de waarde van don schat orkendet, dien Gij ons wildot schenken. Dat het H. Sacrament enz.
Verschoidptie Gebeden.
Wees geprezen, eeuwig leven en eeuwige liefde, wegens de vreugde Uws harten, toen Gij den innerlijken troost, de vreugde en de zoetheid-erkendet, die Uwe beminden in dit Sacrament zouden vinden. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, eeuwige troost, wegens de vreugde, waarmede Gij de liefderijke vereeni-ging, de groote genade en do oprechte dankbaarheid Uwer uitverkorenen erkendet, die zicli met U door dit Sacrament zouden vereenigen. Dat liet H. Sacrament enz.
Wees geprezen, o Heer en God, onze Koning en Priester, diiar Gij in dit Sacrament een voortdurend offer tot onze zaligheid hebt ingesteld en een eeuwig verbond met ons hebt gesloten. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, o God, wegens de getrouwe voorspraak, die Gij in dit Sacrament aan alle uitverkorenen schenkt. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, o God, voor de eeuwige barmhartigheid, waarmede Gij ons arme zondaren zoo dikwijls met Uw H, Lichaam hebt gespijzigd en ons tot Uwe II. Tafel hebt geroepen. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, o H. Sacrament, dat de vergiffenis van de rouwmoedigen en boet vaardigen
375
Verscheidene Gebeden.
is, een licht in de duisternis en eene kracht voor de zwakken. Dat het H. Sacrament enz.
Wees geprezen, o H. Sacrament, voedsel der ziel, de troost der stervenden, de opstanding van het vleescli. Dat hot H. Sacrament enz.
Wees geprezen, o H. Sacrament, de kracht des Vaders, do wijsheid van den Zoon, de zoete liefde van den H. Geest, bron van al het goddelijke en inbegrip der menschheid, eeuwige vreugde en eeuwig loon van alle uitverkorenen. Dat het H. Sacrament enz.
En omdat wij niet in staat zijn, U, o Jezus, genoegzaam te prijzen, zoo wenschen wij, dat Gij zelf TJ moogt prijzen, o Oneindige, want de Hemelen der Hemelen kunnen U niet bevatten en desniettegenstaande hebt Gij U tot het stof der aarde vernederd. Dat de macht van den Vader, Uw eigene wijsheid, de liefde van den H. Geest TJ mogen prijzen. Hiermede zou ik willen vereenigen Uw bittere lijden, de schoonheid en de liefde van onze beminnelijke Moeder Maria, den vurigen dienst der H. Engelen, de verheven daden der Heiligen en het gedurig werken, bidden eu lijden Uwer H. Kerk. Amen.
37G
Verscheidene Gebeden.
Oefening van Liefde.
(Volgens de H. Gertrudis.)
I.
O God, ik nader tot U en verzeker TJ van mijne liefde, opdat ik meer en meer aan dezen schat deelachtig moge worden.
Bij een gemeenschappelijk gebed voege men er bij :
V. O zoet Hart van Jezus!
R. Wees mijne liefde.
O God, wanneer zult Gij mij verzadigen dooide aanschouwing van Uw aanschijn! Helderst licht mijner ziel, daal over mij neder en verlicht mij met zulke helderheid, dat ik in Uw licht het licht moge aanschouwen, en dat mijne nacht in dag moge veranderd worden. Geef, dat al wat Gij niet zijt voor mij, niets moge wezen dan ijdelheid. O zoet Hart enz.
O Liefde. die niet slechts de zielen verlicht, maar ze in het beeld van God verandert, vervul mij door Uwe macht, kom en vereenig U met geheel mijn aanzijn. Vernietig al. wat van mij komt en geef!, dat ik geheel en al in U moge overgaan, zoodat ik in 't vervolg niet meer mij zeiven vinde. maar reeds hier op aarde op het nauwst met U moge vereenigd worden. O zoet Hart enz.
377
Verscheidene Gebeden.
O Liefde, Gij zijt die eigenaardige schoonheid, dio hooge luister, dien geen mensch, zoolang hij noch in liet sterfelijke vieesch wandelt, kan aanschouwen. Wanneer zal ik door het aanschouwen Uwer onvergelijkelijke schoonheid vernieuwd worden? O Morgenster, die met de hoogste Majesteit in goddelijke helderheid schittert, wanneer zal ik door Uwe stralen verlicht worden? O zoet Hart enz.
O oneindig beminnenswaardige schoonheid, wanneer zult Gij mij geheel en al kiezen tot Uw eigendom? Daal neder tot mij, om mij met de stralen Uwer liefde te vervullen. Dan zal ik een voorsmaak hebben van Uwe zoetheid, van dit kostbaar erfdeel, dat ik eens hoop te bezitten. O zoet Hart enz.
Gij zijt de spiegel der H. Drievuldigheid, die men in den Hemel van aanschijn tot aanschijn aanschouwt, die wij hier op aarde slechts als door een sluier mot het oog des geloofs kunnen aanschouwen. Besproei mij met de wateren Uwer heiligheid, en ik zal gezuiverd worden; breng mijn hart in aanraking met Uwe zuiverheid. en ik zal witter worden dan sneeuw. Dat dn grootheid Uwer liefde alles moge overwinnen; dat de oneindige heiligheid Uwer verdiensten mij geheel eu al omgeve, en dat het
378
Verscheidene Gebeden.
gemis der schoonheid ü niet van mij afkeerig doe worden. O zoet Hart van Jezus, wees mijne liefde!
Sla een blik op mij, en leer mij TJ kennen. Gij hebt mij het eerst bemind, Gij hebt mij gekozen, niet ik heb U gekozen. Gij zelf komt liet bedorven sciiepsel te gemoet, en Uw voorhoofd draagt den weerschijn van Uw eeuwig licht. O zoet Hart van Jezus, wees mijne liefde!
Vertoon mij Uw aanschijn en laat mij Uwe schoonheid aanschouwen. Hoe liefelijk is Uw aanschijn, schitterend door de stralen der goddelijke Zon! De helderheid Uwer trekken verkondigen Hem, die nooit ouder wordt, want Hij is liet begin en het einde, het A en het Z. De eeuwigheid schittert in Uw oog, en ik erken God, den Verlosser, in Zijne glorie. De oneindige waarheid en de eeuwige, van schoonheid stralende liefde zijn in U vereenigd. Hoe schoon zijt Gij, o Liefde, die God Zelf zijt,- hoe aantrekkelijk zijt Gij en beminnenswaardig! O zoet Hart van Jezus, wees mijne liefde!
O Liefde, indien de avond mijns levens is gekomen, werp dan gelijk het liefelijk morgenrood Uwe vriendelijke stralen op mij, en indien
379
380 Verscheidene Gebeden.
het oogenblik nadert, dat ik deze aarde moet verlaten, Iaat mij dan in U liet leven vinden. En als ik deze wereld heb verlaten, geleid mij dan zelve tot het bruiloftsmaal van het Lam; help mij den Bruidegom en den waren vriend zoeken en vinden. O Liefde, sleutel van David, open mij dan hot Allerheiligste. Moge ik, door U binnengeleid, hot geluk smaken, zonder ophouden God in Sion te bezitten, Hem, wiens goedheid en liefde mijne ziel wenscht te aanschouwen. O zoet Hart enz.
n.
O God, ik wensch en verlang, de minste te wezen in Uw Huis, om met te meer recht naar het genot Uwer goddelijke schoonheid te streven.
V. O zoet Hart van Jezus,
R. Wees mijne liefde.
Ter wille van U heb ik de wereld veracht en verzaakt aan alle vreugden der wereld, ik heb ze beschouwd als slijk, ten einde alleen te streven naar de vereeniging met U. O zoet Hart enz.
Laat mij het vertrouwelijk verkeer met Uwe liefde genieten. Mijn hart dorst naar Uwe goddelijke omhelzing. Open mij Uw goddelijk Hart, de schuilplaats Uwer eindelooze goedheid, en
Verscheidene Gebeden.
bereid voor mij het feestmaal Uwer overgroote ontferming. O zoet Hart enz.
Gij,- o God, zijt immers oneindig rijk aan schatten, maar ik verlang deze schatten niet, ik verlang Uzelve, oneindige goedheid. Laai mijne dorstende ziel met Uwe liefde; want hoe zou het vonkje kunnen blijven gloeien, indien hot verwijderd is van het vuur, dat het heeft voortgebracht? Hoe zou do druppel water kunnen voortbestaan ver van de bron, waaruit hij is gevloeid? O zoet Hart enz.
Dat dan Uwe H. Liefdevlammen mijn geheel hart verteeren. Moge het dorre zaadkorreltje erkennen en begrijpen, hoe machtig Gij zijt, die Zelfs uit de steenen kinderen van Abraham kunt verwekken. O moge mijne ziel in U rusten, die de zalige rust eu de volheid van vrede /.ijt, van allen, die U zoeken. O zoet Hart enz.
O Liefde, moge mijne ziel Uwe goddelijke nabijheid bespeuren! Gij zijt het verbond van het eeuwige quot;Woord met de ziel. Wie U bezit, bezit God, hij wordt verzadigd met de schoonheid van Hem, die de bron van alle schoonheid is. O zoet Hart enz.
O Liefde, Gij zijt de vrede, die allo begrip to boven gaat. Indien ik anno toch het geluk mocht hebben, slechts één oogenblik uit te rus-
381
Verscheidene Gebeden.
ten in Two schaduw. Hoe groote kracht zou ik putten uit Uw goddelijk woord! Ja, mocht ik uit Uwen liefelij kon mond do woorden vernemen: «Ik ben Uw heil, hot heiligdom mijns harten is voor U geopend!» O zoet Hart enz.
O Liefde! hoezeer hebt Gij een armzalig en nietig schepsel bemind. Gij waart moer voor mij dan Vader, Moeder. Broeder en Zuster, en geen menschel ij ke tong kan genoegzaam uitdrukken, hoe groot Uwe ontferming jegens mij is geweest. O zoet Hart enz.
O mocht Gij mijne zwakheid versterken door de kracht van Uwen almachtigen arm! O mocht Gij mijne armoede verrijken door Uwen onoin-digen rijkdom! Wees Gij mijn staf en mijn steun, mijn meester en de eenige vertrouwde mijns harten. Amon. O zoet Hart enz.
IU.
Evenals het hert dorst naar de levende waterbronnen, zoo verlangt mijne ziel naar U, o God. Gij zijt de bron, die mijnen brandenden dorst lescht. Gij zijt de zee, die alle waterdruppels weder in zich opneemt.
V. O zoet Hart van Jezus,
K. Wees mijne liefde.
382
Verscheidene Gebeden.
Verleen mij in Uw beminnelijk hart eene schuilplaats, want daar is de overvloedige schat van alle vertroostingen. O zoet Hart enz.
O H. Geest, Gij zijt do liefde van den Vader en den Zoon, Gij zijt ook de vereeniging tusschen God en de menschen. Prent ook Uw goddelijk merkteeken in mijne ziel. Zuiver zo door Uwe vlekkeloosheid en ontsteek ze met het vuur Uwer goddelijke liefde, opdat al het aardsche in haar worde verteerd, en dat zij één moge worden met God. Bekleed haar met hot bruiloftskleed en geleid haar als Bruid tot den eeuwigen koning van liefde. O zoet Hart enz.
O eeuwige Liefde, druk in het laatste uur het zegel Uwer liefde op mijne ziel en doe mij zegevieren over allo hinderpalen van mijne zwakke natuur. Dat het H. vuur, dat eeuwig Uw goddelijk Wezen vervult, op dit oogenblik de over-blijfselen dor zonde on alle smetten wegneme, en mij met U, do bron van alle liefde ver-eenige. O zoet Hart enz.
O Liefde, wees Gij voor mij oen schoono avond, opdat mijne ziel in dit uur mot vrougdo het lichaam verlate en mijn geest, terugkee-ronde tot zijn schepper, in vrede in Uwe schaduw ruste. Doe mij dan met Uwe liefelijke stem de woorden hooren: «Zie, do Bruidegom komt,
383
Verscheidene Gebeden.
sta op en vereenig U met Hem. Geniet de zaligheid, die het aanschouwen van Zijn goddelijk aanschijn verleent.» O zoet Hart enz.
Wanneer zal deze ballingschap voor mij eindigen? Wanneer zal ik het beminnelijk aanschijn van mijnen Verlosser mogen aanschouwen, wiens goedheid en schoonheid mijne ziel vervult? Dan zal ik verzadigd worden aan de bronnen des levens, die den schat der Godheid voor mij bevatten. Dan z il ik verkwikt worden dooide wateren van de levende Bron, waarnaar mijne ziel verlangt. O zoet Hart enz.
O eeuwige Liefde, wanneer zult Gij voldoen aan mijn verlangen? Wanneer zal ik het wonderbare heiligdom binnentreden, waar het oog God aanschouwt? Maar ik sta nog aan do poort en zucht in het land der ballingschap. Sta mij bij, opdat ik hier moge leven volgens Uwen H. Wil en met opoffering van mijzelven Uw H, rijk in mij en in anderen moge uitbreiden, opdat ik eens toegang verkrijge tot het hemelsch bruiloftsmaal, waar ik U, o God, zal kunnen aanschouwen en beminnen in alle eeuwigheid. Amen, O zoet Hart enz.
384
Vorschoidenc Geboden.
Toewijding aan God den H. Geest.
God H. Geest, eeuwige Liefde cn onuitputtelijke Bron van alle genaden, wat kondet Gij in mij vinden, dat Gij in Uwe oneindige liefde U Zeiven aan mij hebt geschonken'? Wat was er zonder U anders in mij dan zonde en ellende? En toch hebt Gij de grootste aller gaven, U Zeiven, aan mij geschonken! Deze overmatt van liefde jegens mij gedurende eenen tijd, dat ik U niet beminde, geeft mij moed, U, o liefderijke H. Geest, een geschenk aan te bieden, waardoor ik U mijne liefde wensch te bewijzen. Wol is waar. kan ik U niets geven, wat ik niet eerst van U heb ontvangen. Maar ik wensch, U alles te geven, wat ik ben en bezit, geheel mijn wezen met lichaam en ziel zonder voorbehoud. Aanvaard mijn verlangen, U geheel en al toe te behooren en mij aan Uwen dienst en Uwe verheerlijking toe te wijden. Aanvaard dit geschenk, dat ik vol vertrouwen in de handen leg van Uwe onbevlekte Bruid, mijne hemelsche moedor, Maria. Door hare handen draag ik U op mijn lichaam met zijne zintuigen, mijn hart met zijne gevoelens, mijne ziel met hare krachte;;, al mijne gedachten, woorden en werken, mijne blijdschap en mijne smarten, mijn loven en mijnen dood. Zie, ik verlang niets anders te wezen dan een
Gcnadenslcutol 25
385
386 Verscheideno Gebeden.
slachtoffer tor Uwer oer, dat hier worde ontstoken door Uwe liefde, om eens geheel en al door don gloed Uwer liefde te worden verteerd. Ik offer mijzelven aan U op in vereeuiging met het kostbaar offer van Jezus Christus en ik smeek U om do genade, mijn God en Schepper voor altijd te mogen toebehooren.
Geef, o almachtige H. Geest, dat ik geheel en al moge verzaken aan de liefde tot de wereld en tot mijzelven, opdat Gij alleen in mijne ziel moogt heerschen. Zeg mij, wat ik moet doen, om Uwe volmaakte liefde te verkrijgen. O, geef mij deze liefde, geef mij eene krachtige, vurige en edelmoedige liefde. Verleen mij ook cono groote zuiverheid en diepe nederigheid, zonder welke deugden het onmogelijk is aan U te behagen. Heersch over mij, door Uwe liefde in den tijd on in do eeuwigheid. Amen.
Lofgebed tot den H. Geest.
V. Wees geprezen. God H. Geest, tonvillc van de zoete liefde, waarmede Gij van eeuwigheid van den Vader en den Zoon voortkomt.
K. Lof en prijs zij U, o H. Geest,
Van nu af tot in alle eeuwigheid.
V. Wees geprezen, goddelijke Geest, terwillo van de liefderijke vereenigiag, die do Vader en de Zoon in allo eeuwigheid in U vinden.
Verscheidene Gebeden. 387
E. Lof en prijs zij U, o H. Geest,
Van nu af tot in alle eeuwigheid.
(Achter elke lofprgzing.)
V: Wees geprezen, H. Geest, almachtige Schepper, terwille van üwe goddelij ke a 1 m a c h t, waarmede Gij Hemel en aarde uit het niet hebt ten voorschijn geroepen.
R. Lof en prijs enz.
Wees geprezen, o beminnenswaardige H. Geest, wegens Uwe wonderbare schoonheid, die do Engelen wenschen te aanschouwen, f
Wees geprezen, o eeuwige Liefde, in Uwe wonderbare goedheid, waarmede Gij Hemel en aarde zoo heerlijk hebt versierd, t
Wees geprezen, o eeuwige Bron van genade, terwille van de trouwe liefde, waarmede Gij de Verlossing van het menschelijk geslacht in het Oud Verbond hebt voorbereid, t
Wees geprezen, o liefderijke Bruidegom der zielen, terwille van de genade, waarmede Gij Maria tot Uwe zuivere Bruid hebt verkoren en 700 heerlijk hebt versierd, f
Wees geprezen, o H. Geest, terwille van de goddelijke Liefde, waarmede Gij de H. mensch-heid van Christus hebt geschapen, geleid en verheerlijkt. x
25»
Vorschcideno Gebeden.
Wees geprezen, o eeuwig vuur der lief de, wegens do zoete kracht, waarmede Gij in Sion over de Apostelen zijt nedergedaald, f
Wees geprezen, o levendmakende Geest, wegens do wonderbare liefde, waarmede Gij onze zielen bij het H. D oo p s el tot Uwe woonplaats hebt verkoren. f
Wees geprezen, o goddelijke Vertrooster, wegens de zevenvoudige genadenkracht, die Gij ons in het H. Vormsel hebt medegedeeld, t
Wees geprezen, o Vader der schoone liefde, in hot zoete Hemelbrood, dat Gij ons in liet H. Sacrament des Altaars hebt geschonken, f Wees geprezen, o H. Geest van barmhartigheid en ontferming, terwille van de overloedige genade, waarmede Gij onze ziel in het Sacrament van Boetvaardigheid zuivert en heiligt, t
AVees geprezen, o Vader der armen en zieken, terwille van de H. zalving, waarmede Gij in hot H. Sacrament des Oliesels de zieken versterkt naar ziel en lichaam, t
AVees geprezen, waarachtige Koning van recht-vaardigheid,terwille van do wonderbare liefde, waarmede Gij in het H. Sacrament van het Pries, terschap arme schepselen met goddelijke macht bekleedt, f
S88
VorsclieidonR Gebodon,
AVees geprezen, levenbrengende Geest, terwille van do heiligheid, waartoe Gij de echtelieden door het H. Sacrament des Huwelijks hebt geroepen, f
Wees geprezen, Geest des Vaders, door de oneindige liefde, waarmede de heraelsche Vader U van alle eeuwigheid heeft bemind, f
Wees geprezen. Geest des Zoons, door de oneindige liefde, waarmede het goddelijk Woord U in alle eeuwigheid heeft bemind, f
Wees geprezen, o H. Geest, door de H. liefde, waarmede Gij TJ zeiven in alle eeuwigheid bemint, t Wees geprezen, o barmhartige Geest, door de onmetelijke liefde, waarmede hetH. Hart van Jezus II zonder ophouden bemint, f
Wees geprezen, o goddelijke Bruidegom dor zielen, door de onverdeelde liefde, waarmede Uwe vlekkelooze Bruid U voortdurend bemint, f Wees geprezen, o Koning van het hemelsch Sion, door do liefde, waarmede de Serafijnen en alle H. H. Engelen U zonder ophouden beminnen, t Wees geprezen, o Koning van heiligheid, door do liefde, waarmede alle Heiligen dos Hemels U eeuwig beminnen, f
Wees geprezen, o Vader van liefde, door dfi liefde, waarmede alle rechtvaardigen op aarde U altoos beminnen, f Glorie zij den Vader enz. t
389
Verscheidene Gebedon.
Eerherstel aan den H. Geest.
Oneindig liefderijke en beminnenswaardige Heer, God H. Geest, bewogen door onze ellende en aangedreven door Uwe oneindige liefde, verlangt Gij voordurend, de schatten Uwer genaden en U zeiven, de bron van alle genaden, aan ons, arme menschen te schenken. Wij, armzalige en ellendige schepselen zouden dus zonder ophouden ons dankbaar moeten toonen jegens U, o liefderijke Vertrooster, heilige God, almachtige Heer. Maar helaas, in plaats van dank ontvangt Gij van de meesten slechts ondank, onverschilligheid en minachting. Zij misbruiken Uwe gaven om te zondigen, ze geven geen gehoor aan Uwe inspraken, zij ontheiligen Uwe Sacramenten en geven aan hunne driften de voorkeur boven U, o oneindig Goed, doordien zij de heiligmakende genade dooide doodzonde verliezen. En helaas, niet slechts éénmaal of door enkele Christenen moet Gij zulks ondervinden, maar herhaaldelijk en door het grootste getal der geloovigen. Ook ik moet tot mijne diepste vernedering bekennen, dat ik mij dikwerf tegenover U aan deze groote ondankbaarheid heb schuldig gemaakt, en talloos zijn mijne zonden en fouten.
Vervuld met een diep berouw over mijne zonden en met eene oprechte droefheid over alle zouden.
390
Versclieideno Gebeden.
die ooit tegen Uwe goddelijke Majesteit zijn bedreven, vooral door misbruik en ontheiliging Uwer H. H. Sacramenten, werp ik mij in do tegenwoordigheid van het gansche hemelsche hof neder voor Uw goddelijk aanschijn, ten einde plechtig eerherstel te doen voor alle beleedigingen, die Uwe goddelijke Majesteit zijn aangedaan. Tot die intentie offer ik U op het offer, dat Christus aan liet kruis heeft opgedragen en dat zonder ophouden op onze altaren wordt vernieuwd. Hiermede vereenig ik ook alle werken, die do allerheiligste Maagd Maria, de H Josef en allo Heiligen uit liefde tot U hebben verricht en al wat ik ben en wat ik bezit, niet het vast besluit alles te doen en te verduren, wat Gij van mij verlangt, teneinde deze beleedigingen te vergoeden. O eeuwige Liefde, verander mij door Uwe genade in een slachtoffer Uwer H. liefde.
Neem dit plechtig eerherstel genadig aan, o algoede H. Geest. Ik offer het U op in ver-eeniging met do voldoening, die het H. Hart van Jezus gedurende Zijn lijden en do allerheiligste Maagd onder hot Kruis U hobben aangeboden. Terwillo van hunne verdiensten en geboden vergeef mij en allen zondaren het bedreven kwaad, on versterk ons door Uwe genade, opdat wij go-durende ons geheel leven getrouw mogen blijven
391
Verscheidene Gebeden.
aan de inspraken Uwer genaden. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Gebed om de zeven gaven van den H. Geesl.
(Naar de opvatting: van den H. Thomas v. Aquinen.)
H. Geest, Vertrooster der zielen, ik aanbid TT als den waren God, een met den Vader en den Zoon. In de liefde van den hemelsehen Vader en van den goddel ij ken Zoon, oft'er ik U op het kostbaar bloed van Jezns, do verdiensten en de liefde van Uwe onbevlekte Bruid, de allerheiligste Maagd Maria, den H. Jozef, en alle Heiligen, alsmede de lofprijzingen van de H. Serafijnen en van allo engelen. Hierdoor smeek ik U, o H. God. ontsteek mijn hart met het vuur Uwer goddelijke liefde, en vervul mij met Uwe zeven gaven.
»Onze Vader.® O Jezus, zend ons den Geest des Vaders.
Kom, o vrijgevige H Geest, Gij Vader der armen! Verleen mij do gave van de vreeze des Hee-ren, opdat zij mij beware voor den terugval in de vroegere zonden. Verdrijf uit mijn hart allen hoogmoed, alle ijdelheid en vermetelheid en geef mij eene ware en oprechte nederigheid.
»Wees gegroet.® Onbevlekte Bruid van den H Geest, bid voor ons!
392
Verscheidene Geborten.
Kom. o liefderijke H. Geest, Uitdeeler der gunsten en genaden! Verleen mij de gave van godsvrucht, opdat ik de werken der naastenliefde met quot;bereidvaardigheid en vreugde moge beoefenen. Verwijder van mij alle afgunst, naijver en liefdeloosheid en geef 7nij de ware naastenliefde.
»Weos gegroet.« Onbevlekte Bruid van den TI. Geest, bid voor ons!
Kom, o zachtmoedige H. Geest, Gij licht dor harten! Verleen mij de gave van wetenschap, opdat ik al het geschapene in een helder licht moge erkennen. Verwijder uit mijn hart alle drift, ongeduld en wankelbaarheid, en geef nuj do ware zachtmoedigheid.
»Wees gegroet.» Onbevlekte Bruid van den II. Geest, bid ver ous!
Kom, o almachtige H. Geest, kracht der zwakken! Verleen mij de gave van sterkte, opdat ik do bekoringen des duivels en de gevaren dei-wereld bestendig moge overwinnen. Verwijder uit mijn hart alle traagheid en gemakzucht, en geef mij een verlichten ijver voor Uwe eer en het heil der zielen.
»Wees gegroet« Onbevlekte Bruid van den H. Geest, bid voor ons!
Kom, o goede H. Geest! Geleider der blinden. Geef mij de gave van raad, opdat ik de val-
393
39-1 Verscheideno Gebpilon.
strikken des duivels moge erkennen en opdat ik moge kiezen, wat TJ het meest behaagt. Verwijder uit mijn hart alle gierigheid en hebzucht en vervul mij met liefde tot de grootmoedigheid en milddadigheid.
»Wees gegroet.» Onbevlekte Bruid van den IT. Geest, bid voor ons!
Kom, o goedertierene H. Geest, zoete gast der zielen! Verleen mij de gave van verstand, opdat ik de geheimen Gods recht moge begrijpen, en mijn hart aan de schepselen onthechte om het aan U alleen te schonken. Verwijder uit mijn hart alle nieuwsgierigheid, alle overdaad en geel mij den geest van versterving.
»\Vees gegroet.« Onbevlekte Bruid van den H. Geest, bid voor ons!
Kom, o allerzaligste H. Geest, lafenis dei-zielen! Verleen mij de g-ave van wijsheid, opdat ik mij in alles aan de leiding Uwer goddelijke liefde overgeve en meer en meer moge gevoelen, hoe zoet het is, de inspraken Uwer genade te volgen. Verwijder uit mijn hart alle begeerlijkheid des vleesches en alle onzuiverheid! bewaar mij voor alle gevaren en gelegenheden tot deze zonde en geef mij eene groote liefde tot de zuiverheid.
»AVees gegroet/' Onbevlekte Bruid van den H. Geest, bid voor ons! Glorie zij den Vader enz.
Vfirschoidene Gebodon.
Gebed tot den H. Geest.
(Door den 11. Augustinus.)
O Liefde van het goddelijk Wezen, II. gemeenschap van den almachtigen Vader en den zaligen Zoon, almachtige bijstand, H. Geest, hemelscho Vertrooster der bedrukten, bezoek met Uwe almacht het binnenste van mijn hart, neem er Uwen intrek en verlicht alle duisterheden van deze verwaarloosde woonplaats door de kracht van Uw licht; kom tot mij en bevochtig door den overvioedigen dauw U wer genaden 't dorre aardrij k van mijne ziel, dat reeds zoo lang is uitgedroogd. Wond inij met do pijlen Uwer liefde, ontsteek met de vlammen Uwer liefde het zieke merg van mijnen goest, verlicht mij met hot vuur van Uwen goddolijken ijver, en verteer alle onzuiverheid, die het binnenste van mijne ziel en van mijn lichaam besmet heeft. Drenk mij met de bron Uwer zaligheid, opdat ik niet meer moge verlangen naar de vleeschelijko lusten van deze wereld. Oordeel mij, o Hoer, en scheid mijne zaak van die der onrechtvaardigen! Leer mij. mij te voegen naar Uwen goddelijken Wil, omdat Gij mijn God zijt. Ik geloof, dat een ieder, in wiens hart Gij woont, in een tempel van den Vader en den Zoon wordt herschapen. Zalig hij, bij wien Gij Uwen intrek neemt, omdat door
395
Verscheidene Gobedcn.
U zijn hart ook eono woonplaats wordt van den Vader en den Zoon! Kom dus, kom, liefderijke Vertrooster der bedrukten, hulp en bijstand in geluk en ongeluk! Kom Oij, hulp der gebrek-kigen, steun van hen, die vallen, kom leermeester der ootmoedigen, uitdelger van den trots! Kom, liefderijke Vader der weezen, sterke verdediger der weduwen, hoop der armen, lafenis der zieken, ster der zee en haven der schipbreukelingen, eenig sieraad van de levenden, eenige hoop der stervenden! Kom H. Geest, kom en ontferm U mijner, herschep mij volgens Uw welbehagen, daal tot mij neder, opdat mijne nederigheid aan Uwe grootheid,- mijne zwakheid aan Uwe sterkte moge behagen volgens de over-vloedigheid van Uwe ontferming. Door Jezus Christus, mijnen Verlosser, die met den Vader en U in eenheid leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Smeekgrebed tot den H. Geest.
Met diepen eerbied en ootmoed werp ik mij neder voor don troon Uwer goddelijke Majesteit, om U, o H. Geest, mijne gevoelens van aanbidding. liefde en dankbaarheid te betuigen. Met kinderlijk vertrouwen klaag ik U mijnen noiul en mijne ellende, want Gij zijt mijn Vader
39G
Verscheidene Gebeden. 397
en mijne moeder tevens, on Gij bemint mij meer dan alle menschen te zamen mij kunnen beminnen. Moge dan de aanblik mijner armoede en ellende TJ treffen. Gij kent immers mijne zwakheid, mijnen nood ei^al de kwalen van mijne ziel. O Geest van liefde en heiligheid, ontferm U mijner! laat mij toch niet door de overmaat mijner zonden verloren gaan! Verwijder uit mijn hart den geest der wereld en der zondige eigenliefde en schenk mij Uwe H. liefde. Verstoot mij niet van Uw aanschijn en neem Uwen H. Geest niet van mij weg, want op U stel ik al mijn vertrouwen; het spijt mij, dat ik U tot nog toe zoo weinig heb bemind, en U zoo dikwijls heb vergramd. Vergeef mij mijne ondankbaarheid en vervul mij met Uwe liefde; indien ik slechts Uwe liefde bezit, ben ik rijk genoeg en verlang verder niets meer. Amen.
Gebed tot den H. Geest om Liefde en grenade.
(Dit gebed is vooral geschikt voor den Maandag en alle dagen en tijden die aan de bijzondere vereering van den H. Geest zyn toegewijd.)
O H. Geest, Vader der liefde, tot voldoening van mijne zonden en die der geheele wereld, zou ik U gaarne beminnen, even als de Vader U in allo eeuwigheid heeft bemind en zooals de Zoon den Vader. Ik wensch U te beminnen,
Verscheidene Gebeden.
evenals de Heilige Menschheid van Jezus in het aanbiddelijk Sacrament U bemint on zooals Gij U Zolven bemint. Ik wensch U te beminiiGn, zooals Uwe Onbevlekte Bruid, de allerheiligste Maagd Maria U op a^rde heeft bemind en TT in don Hemel bemint als den Vader en den Koning der schoone liefde.
O H. Geest, die ons vertroost door Uwe liefde, ik wen-ch U te beminnen, even als de H. Jozef en alle H. Apostelen, Engelen en Heiligen U hebben bemint en U als do Bron aller genaden eeuwig zullen beminnen.
Ik smeek U ootmoedig, o Vader van liefde, stort Uwe genaden in mijn hart en in mijne ziel, zooals Gij dit bij den H. Jozef, de H. Apostelen en alle H. Martelaren hebt gedaan.
Verander mijnen geest in den geest van Jezus Christus en laat mij doelen in de volheid van genade van het goddelijk Hart, opdat mijn hart U eene waardige woning moge worden.
Vervul mijnen geest, evenals Gij den geest van den H. Apostel Paulus met wijsheid en wetenschap hebt vervuld.
Heilig mij door Uwe genade, evenals Gij de martelaren der zuiverheid hebt geheiligd.
O H. Geest, ik wensch mij zei ven aan U op te dragen met dezelfde liefde, waarmede Chris-
398
Verscheidonc Gebeden.
tus Zich Zelven aan Zijnen hemelschen Vader opoffert in allo H.H. Misoffers, die tot nn toe zijn opgedragen en tot het einde der eeuwen nog zullenquot; opgedragen worden. Ter wille van deze H. Offeranden ontferm U over hen, die Gij tot Uwe H. Dienst hebt geroepen, bewaar ze voor elke zonde; ontferm U ook over alle zondaren. Vergeel' hun hunne zonden en stort de zegeningen Uwer genade over hen uit, opdat zij do zonde vluchten, en U, den Vader en den Zoon in den geest van boetvaardigheid beminnen. Ontferm U ook over de geloovige zielen in het vagevuur, versterk en verkwik hen door don stroom Uwer liefde en barmhartigheid. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Gebed om de liefde van den H. Geest.
O liefderijke H. Geest, Gij zijt de liefde van den Vader on den Zoon. Gij zijt de zaligheid der Serafijnen, het licht der Cherubijnen, de liefde der Heiligen en de vreugde van alle zalige geesten. O. hoezeer verdient Gij, o eeuwige Liefde, door allo schepselen te worden bemind; hoe dwaas zijn zij, die U niet beminnen! Ja arm, ellendig is ieder hart, dat U niet bemint. Ook ik was ongelukkig, i oo dikwerf ik iets anders zocht en beminde dan U, o levenbrengende Geest
399
Verscheidene Gebeden.
Gods. In de toekomst echter zal ik niet meer zoo dwaas wezen. Ik bemin U, o goddelijke Liefde, en wensch U steeds meer en meer te beminnen. O liefderijke Bruidegom der zielen, geef, dat ik U oprecht en uit geheel mijn hart moge beminnen. Gij, o mijn God, bemint mij, armen zondaar, en ik zou U niet beminnen. Wiens schoonheid do Engelen wenschon te aanschouwen? O eeuwig brandend vuur, dat nooit uitdooft, o eeuwige gloed, die nooit verkoelt, kom en vervul mij geheel en al, opdat ik U van ganscher harte moge beminnen. Niet door mijzelven, maar slechts door Uwe genade kan ik U beminnen. Wel is waar, ben ik Uwe liefde niet waardig wegens de grootte en de menigvuldigheid mijner zonden, maar ik hoop, dat Gij, die de Liefde Zelf zijt, mij in Uwe genade zult opnemen. Hoe minder ik dit verdien, deste meer zal Uw Naam worden verheerlijkt, indien Gij een liefdeverbond met mij sluit en hot offer van een hart aanvaardt, dat U tot nog toe zoo weinig heeft bemind.
O Maria, mijne hemelsche Moeder, Gij zijt de Onbevlekte Bruid van den H. Geest. Smeek Uwen goddelijken Bruidegom, dat Hij mij met Zijne liefde moge vervullen. Amen.
400
Verscheidene Gebeden.
Gebed om eene drievoudigre liefde tot de deufrd.
O, H. Geest, ware Vertrooster en Uitdecler van alle gaven, stort in mijn hart en in do harten van allen, die tot Uwen dienst zijn go-roepon, do liefde tot die dcug'don, die Gij vooral van ons eischt. Geef ons ten eerste eene offervaardige liefde, opdat wij bereid zijn voor Uwo eer en tot glorie van don Vader en don Zoon alsmede voor liet heil dor zielen met blijdschap allo offers te brengen, die Gij met Uwe genade van ons eischt.
Verleen ons vorder eene zuivere liefde, opdat wij mot nauwgezetheid mogen waken over de zuiverheid van ziel en lichaam.
En dewijl Gij ons in do H. H. Sacramenten voornamelijk Uwe genade verleent, zoo vervul ons met een oprechten eerbied voor die H. Geheimen en schenk ons de sacramenttile liefde, opdat wij steeds een goed en waardig gebruik mogen maken van die kostbare genaden. Geef dat wij aldus deelachtig mogen worden aan do belofte, die Gij hun hebt gegeven, die getrouw zijn tot hot einde too: »Wees getrouw tot aan den dood, en ik zal U de kroon dos levens geven.® (Opcnb. 2, 10.)
Qcnadensloutel 'Jü
401
Verscheidene Gebeden.
Gebod om de verg-iffenis der zonden te verkrijgre».
O Jezus, Koning van Liefde en Ontferming, ik beveel aan Uw goddelijk Hart raijzelven en allen, die tot Uwen dienst zijn geroepen, en smeek U vol ootmoed, dat Gij door de verdiens-ton van Uw goddelijk Hart ten volle moogt voldoen voor alle zonden, waardoor wij ooit Uw goddelijk Hart en den H. Geest hebben vergramd. Geef ons allen kracht en sterkte, opdat wij alle bekoringen mogen overwinnen. A.
Gebed tot den H. Geest, den Vertrooster.
(Uit de alleenspraak van den H. Augustinus, hoofst. 22.)
God, H. Geest, liefderijke Vertrooster, ik smeek U vol ootmoed en vertrouwen, gedoog toch niet, dat ik naar aardscho vertroostingen en muir de ijdclheden der wereld verlang. Bewerk veeleer door do zoete kracht Uwer goddelijke liefde, dat alle aardsche vertroosting bitter moge wezen voor mijne ziel, maar dat Gij alleen haar zoet moogt toeschijnen. Gij, die de oneindige Liefde zijt, die alle leed verzoet. De vrome profeet David hoeft reeds de zoetheid Uwer liefde geproefd, toen hij uitriep: »Hoe groot is do volheid Uwer zaligheid, o Heer, die Gij hun schenkt.
402
Verscheidene Gebeden. 403
die U beminnen!» en; »Proeft en ziet, hoe zoet de Heer is!«
Door Uwe goddelijke liefde waren de steonen voor den H. Stephanus en do gloeiende rooster voor den H. Laurentius zoet en aangenaam. Ter wille van Uwe liefde waren do H. H. Petrus en Johannes met vreugde vervuld, toen zij gewuar-digd werden, smaad te verduren ter wille van den zoeten Naam van Jezus. Met een vurig verlangen omhelsde de H. Andreas het Kruis, omdat hij, versterkt door Uwe liefde, den dood ja zelfs de hevigste folteringen minachtte. Uwe liefde vervulde alle Apostelen en Martelaren met zoodanigen troost, dat zij tot de folterplaats snelden als tot een groot feest
Indien ik dit overweeg, o liefderijke Vertrooster, mijn Heer en mijn God, zoo doet mijne ziel afstand van allen aardschen troost, opdat ik mot den troost Uwer liefde moge vervuld worden. Maar zonder Uwe genade zijn al mijne voornemens vruchteloos. Help mij dus, o H. Geest, opdat ik dagelijks de wereld meer moge afsterven om slechts voor U te leven. Door Christus, onzen Heer. Amen.
2tgt;*
404 Verscheidene Gebeden.
Gebed tot den H. Geest voor de g'clooTige zielen.1)
O Geest van Liefde en Ontferming-, vol vertrouwen nader ik den troon Uwer Godheid, alwaar Gij met den Vader en den Zoon in do nauwste vereeniging leeft en heerscht, en smeek U, o liefderijke Vertrooster, ontferm U over do geloovige zielen in het vagevuur. Wees indachtig al de liefde, die Gij hun hebt bewezen, alle genaden, waarmede Gij ze hebt overladen, en al de goede werken, die zij te Uwer liefde hebben verricht. Ontferm U dus over de geloovige zielen! Zie de pijnen en smarten, die zij moeten verduren en het verlangen, dat zij gevoelen geheel en al met ü te worden vereenigd! O Heer, zou zich eene Moeder niet ontfermen over haar kind, indien zij zijne hevige pijnen ziet?
1
Do H, Geest, die de kluisters der zonde verbreekt, en ons in de waardigheid van kinderen Gods herstelt, deelt Zijne zegeningen ook mede aan de geloovige zielen in het vagevuur. Want volgens de meening der H. Kerk worden de zielen door den H. Geest den Hemel binnen geleid. Want aldus doet ons de H. Kerk bidden ; âZend o Heer, Uwen Geest van uit den Hemel, den Geest van wijsheid en van verstand, opdat Hij d® zielen der Heiligen in het eeuwige paradijs moge geleiden.quot; (Off. vot, de sanct. Aug. 11, I. Noot. I.
Verscheidene (rebeden.
En toch is Uwe liefde oneindig- grooter, dan die van alle moeders. Want Gij, o God, bemint deze zielen als de kinderen Uwer goddelijke genade en de bruiden Uwer heilige liefde. Derhalve is ook Uw verlangen naar hunne verlossing zoo groot, en geen mensch is in staat, dit to beseffen. Maar Uwe oneindige heiligheid en rechtvaardigheid eischen ten volle voldoening voor hunne fouten.
Met den wensch bezield, U voldoening te schenken voor alle geloovige zielen, vooral voor de overleden priesters, bloedverwanten en weldoeners, offer ik U op, o algoede H. Geest, de oneindige liefde des Vaders eu des Zoons tot U, Uwe eigene onmetelijke liefdé en alle vruchten en uitwerkselen dezer liefde. Ook offer ik U op het bittere lijden van Uw gezalfden en smeek U, werp een oog op het lijden en den dood van Jezus Christus. Tonville van het kostbaar Bloed, dat Hij voor de zielen heeft vergoten, stort de lovende wateren Uwer genade over de geloovigo zielen in het vagevuur, opdat alle gloed, die de zonde daar heeft ontstoken, wordo uitgedoofd. Gij kunt door een enkelen straal van Uw goddelijk liefdevuur de geloovige zielen in een oogen-blik schenken, hetgeen vele jare in het vagevuur doorgebracht, niet kunnen vcrleenen. Dit
405
406 Verscheidene (robedeii.
vraag ik U, o liefderijke Vertrooster, door Christus, onzen Heer. Amen.
H. Maria, onbevlekte Bruid van den H. Geest, Gij verkrijgt alles bij Uwen goddelijken Bruidegom. Verkrijg dan door Uwe oneindige verdiensten de verlossing der geloovige zielen in het vagevuur. Amen.
HELDHAFTIGE AKTE VAN LIEFDE ten gunste van de geloovlg-e zielen.
Dtv.e akte van liefde bestaat daarin, dat men alle verdienstelijke werken, die men gedurende zijn leven verricht, en alle gebeden en goede werken, die na den dood voor ons worden verricht, als een vrij offer aan Maria opdraagt, opdat zij dit alles onder de geloovige zielen moge verdoelen. Hierdoor worden niet de vruchten der verdiensten en van do voorspraak weggeschonken â deze blijven U â maar slechts de aflaten van al deze werken. Deze akte is niet alleen een bewijs van heldhaftige liefde, maar tevens ook zeer voordeelig. Want hierdoor verkrijgt men:
I. De bijzondere liefde van den Hemelschen Vader, omdat Hij in ons de gevoelens van Zijn goddelijken Zoon terugvindt, want Jezus Chris-
Verscheidene Gebeden. 407
tus heeft in Zijne oneindige liefde slechts voor de zonden van anderen voldaan.
2. De bijzondere liefde van Jezns Christus. »Want,« zegt de H. Brigitta, »indien wij eene ziel nit het vagevuur verlossen, zoo is dit Onzen Lieven Heer evenzoo aangenaam, alsof wij Hem Zelf hadden verlost en Hij zal ons deze weldaad ruimschoots vergelden.
3. De bijzondere liefde van den H. Geest, want Hij bemint de arme zielen als Zijne vrienden, die in Zijne genade zijn geheiligd eu bevestigd.
4. De liefde van de Allerheiligste Maagd en van alle Heiligen, want door iedere ziel, die het rijk der Hemelen binnengaat, wordt de hemelsche vreugde vermeerderd.
5. De dankbaarheid van de arme zielen. Zij zullen onze voorspreeksters zijn voorden troon van God.
G. Verder heeft men nog volgende voorrechten:
a) Alle aflaten, die men verdient, zijn toepasselijk aan de geloovige zielen.
b) Men verdient bij iedere H. Communie een vollen aflaat onder de gewone voorwaarden.
c) Iedere Maandag verdient men een vollen aflaat, indien men de H. Mis hoort voor de overledenen, eeue Kerk bezoekt en tot intentie van Zijne Heiligheid bidt. Zieken, grijsaards, land-
Verscheidene Gebeden.
lieden, gevangenen enz., die Maandags de H. Mis niet kunnen bijwonen, kunnen Zondags de H. Mis tot dit doel opofferen.
d) De priesters hebben de persoonlijke voorrechten van het gepriveligeerde altaar.
7. Men verkrijgt een genadig oordeel. Want, zooals do goddelijke Verlosser Zelf' zegt, wordt men geoordeeld volgens de werken van liefda-digheid, die men heeft beoefend. Derhlve: »Zalig zijn de Barnihartigen, want zij zullen barmhartigheid verkrijgen.®
Men kan deze heldhaftige akte van liefde 0]) de volgende wijze verrichten:
God H. Geost! In vereeniging mot de gebeden, lijden en verdiensten van Jezus, Maria en Jozef en alle Heiligen, offer ik U ten gunste van de geloovige zielen, allo verdienstelijke werken van geheel mijn leven op, alsmede alle werken, die na mijnen dood voor mij worden verricht. En ik leg deze werken neder in de zuiverste handen van Uwe onbevlekte Bruid, de Allerheiligste Maagd Maria, opdat Zij die aflaten moge toepassen aan hen, die Hare moederlijke liefde het eerst uit het vagevuur wenscht te bevrijden. Aanvaard dit offer goedgunstig, o God, en doo mij steeds toenemen in Uwe genade en in Uwe liefde! Amen.
408
Verscheidene Gebeden.
t
Gebed voor de heidenen en ong-eloovigren.
O H. Geest, deel aan de heidenen en onge-loovigen, tot wie do boodschap des heils nor»' niet is doorgedrongen, de genadenrijke uitwerkselen van Jezus in het H. Sacrament, alsmede Zijne ontferming en goedheid. Doe dit mot dezelfde liefde, waarmede het vleeschgeworden Woord in ons midden vertoeft en Zich Zelf ons tot voedsel schenkt.
Gebed voor de afgescheiden Grieken.
O, onbevlekte Maagd Maria, wij kinderen der H. Roonisch-Katholieke Kerk en Uwe dienaren, smeeken U vol ootmoed en vol vertrouwen op TJwe machtige bescherming, dat Gij van God den II. Geest tot eer en lof van Zijn eeuwigen oorsprong van den Vader en den Zoon de volheid Zijner genaden moogt verkrijgen voor onze broeders, die van de Kerk zijn afgescheiden, opdat zij, door Zijne levendmakende genade verlicht, in den schoot der Roomsch-Katholieké Kerk mogen terugkeeren onder de onfeilbare leiding van haren oppersten herder en leeraar, den roomschen paus, en opdat zij zoo door do onverbreekbare banden van hetzelfde geloof en dezelfde liefde met ons oprecht vereenigd, met ons de allerheiligste Drievuldigheid door goede werken mogen verheerlijken en tevens U, Maagd
410 Verscheidene Gebeden.
en Moeder Gods, die vol van genade zijt, mogen prijzen in alle eenwen der eeuwen. Amen.
Drie Wees gegroet.
(300 dage» atiaut eenmaal daags. Pius IX , 11. Juni 18lgt;9.)
Gebed voor degrenen, die tot don dienst des Heeren zijn geroepen.
O H. Geest, Koning van glorie en heiligheid, vervul mij en allen, die tot Uwen dienst zijn geroepen, met den geest van rechtvaardigheid en heiligheid, opdat wij à in Uwe werken verheerlijken. En zouden wij tegen U zondigen, o H. Geest, zoo verleen ons de genade van berouw en blijf een liefderijk Vader voor allen, die Gij tot Uwen dienst hebt geroepen. Ja, vervul al Uwe zonen op de geheele wereld met Uwe overvloedige genaden. Dit vragen wij U, ter wille van do liefde van Jezus in het Allerheiligste Sacrament, in hetwelk Jezus U ruimschoots alle liefde bewijst, die de menschen U verweigeren.
De Zeven Boetpsalmen.
GEBEDEN' TOT VERUÃViXO ONZER TEKOKTKOMIXGES BIJ HET ONTVANGEN 1gt;ER H. H. SACRAMENTEN.
Christen, hebt gij soms eene zware zoude bedreven, belijd haar dan rouwmoedig en oprecht in de Biecht. Denk echter niet, dat hiermede alles is afgeloopen. Hoe zwaarder de zonde is.
Verscheidene Gebeden. 411
des te meer boete vereischt ze ook. Wel verkrijgt gij door het H. Sacrament der Biecht vergiffenis uwer zonden, en kwijtschelding dei-eeuwige straffen, doch hoeveel tijdelijke straffen er nog overgebleven zijn, is alleen aan God bekend. Wees dus niet zoo dwaas als vele Christenen, die, na langen tijd in zonde geleefd te hebben, er niet eens aan denken, om voortaan volgens den geest der boetvaardigheid te leven, raaar zich alleen beijveren, om alles wat voorbij is voor goed te vergeten. Neen, hernieuw dikwijls uw gevoelens van oprecht berouw, en bid dan niet zulke gevoelens de zeven Boetpsalmen, welke door den H. Geest Zelf aan den Psalmist zijn ingegeven. Draag deze op aan den H. Geest als een offer van boete, voor het niet beantwoorden aan de genade der H. H. Sacramenten, ook voor het misschien moedwillig misbruiken dier genademiddelen. Al wie onwaardig een Sacrament ontvangt, begaat een heiligsi hennis, onteert God grootelij ks, en maakt zicli schuldig aan zware straffen. Rust deze schuld soms ook op u, tracht dan door een oprecht berouw den H. Geest te verzoenen, en bid Hem, dat Hij u, ter wille van Jezus' bitter lijden alle straffen moge kwijtschelden, en de verloren genade wedergeven. Draag dit gebed aan den H. Geest tevens op, als een offer van boete voor alle zonden, welke ooit ten opzichte van een der H. H. Sacramenten bedreven zijn, en smeek Hem, dat er voortaan geen enkele heiligschennis meer geschiede.
412 Verschoideno Obodcn.
I. Het H. Doopsel,
(Bid de/en psalm tot uitboeting van alle strnffen voor de zonden, welke ooit ten opzichte van het H. Doopsel bedreven zijn, en tevens om van God de genade te verkrijgen, dat gij en alle Christenen, steeds aan de ger.ade van het H. Doopsel moogt beantwoorden.)
Antiph. Heer, keer U weder tot mij, en red mijne ziel; kom mij te hulp in Uwe barmhartigheid.
Eerste Boetpsalm. (Psalm 6.)
Heer, straf' mij niet in Uwe verbolgenheid, en kastijd mij niet in Uwe gramschap.
Ontferm U mijner, Heer, want ik ben krank; genees mi]. Heer. want mijn gebeente is ontsteld.
En mijne ziel is zeer ontroerd, maar (rij. Heer, hoelang nog?
Keer U tot mij, o Heer, en red mijne ziel, behoed mij om Uwe barmhartigheid.
Want in den dood is or niemand die Uwer gedachtig is; en wie zal in de.hel U loven?
Ik ben vermoeid van mijn zuchten; iederen nacht bevochtig ik mijn bed (door mijn geween); met mijne tranen besproei ik mijne rustplaats.
Mijn oog is van grammoedigheid ontroerd; ik beu verouderd te midden van al mijne vijanden.
Gaat weg van mij, gij allen, die boosheid bedrijft; want de Heer heelt de stem van mijn geween gehoord.
Verschoidono Gobcdon.
De Heer hoeft mijne smeekingen gehoord; do Heer heeft mijn gebed «angenomen.
Dat al mijne vijanden beschaamd en ontsteld worden; dat zij haastig terugwijken en zich schamen bovenmate.
Glorie zij den Vader, en don Zoon en den II. Geest.
Gelijk het was iu het begin, nu en altijd en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
V. Zond Uwen Geest, en zij zullen horschapen worden.
K. En Gij zult hot aanschijn der aarde vernieuwen.
Gebed.
O God, die de onschuld bemint en haar kunt wedergeven, verleen ons, die Gij door hot water en don H. Geest herboren hebt. dat wij allo ijdolhedon der wereld mogen afleggen, en aantrekken den nieuwen mensch, die naar Uw beeld geschapen is in heiligheid en waarheid. Door Jezus Christus, onzen Heer. Amen. Wees go-groot, Maria, enz.
H. Maria, onbevlekte Bruid dos H. (jeostes, bid voor ons.
II. Het H. Vormsel.
(Het H. Vormsel wordt niet altijd waardig ontvangen ; vele Christenen maken geen of een slecht gebruik van
413
414 Verscheideno Gebeden.
do 7 gaven van den H. Geest; geef Hem door het volgend gebed cenig eerherstel, en bid voor allen, die nog gevormd moeten worden, om de genade eener goede voorbereiding, voor allo gevormden en u zeiven, om steeds aan de ontvangen genaden te mogen beantwoorden.)
Antiph. Bij den Heer is barmhartig-heid en overvloedige verlossing.
Zesde Boetpsalm. (Psalm 1L9.)
Uit de diepten mijner ellende heb ik tot U geroepen: Heer! Hoor, geef gehoor aan mijne stem.
Laat Uwe ooren luisteren naar do stem mijner smeoking.
Indien Gij, o Heer, de boosiieden gadeslaat. Heer, wie zal bestaan?
Omdat er bij U verzoening is, en om Uwe wet vertrouw ik op U, o Heer.
Mijne ziel vertrouwt op Zijn woord; mijne ziel hoopt op dèn Heer.
Van af don dageraad tot in den nacht hope Israël op den Heer.
Want bij den Heer is barmhartigheid en bij Hem is overvloedige verlossing.
En Hij zal Israel verlossen van al zijne ongerechtigheid.
Glorie zij don Vader, enz.
V. Hernieuw in ons, o God!
K. Hetgeen Gij in ons hebt uitgewerkt.
Verscheidene Gebeden.
G e b e 1).
O God, H. Geest, zegenrijke Trooster, die in Uwe groote liefde ons aan de genade van het H. Vormsel hebt willen deelachtig maken, wij bidden U, hernieuw in ons die genade, en schenk ons vergiffenis van al onze zonden. Verleen ons quot;den geest van wijsheid en verstand, van raad en sterkte, van wetenschap en godsvrucht, en vervul ons niet Uwe heilige vreeze, opdat ons hart voor U een steeds waardige woonplaats worde. Door Christus, onzen Heer. Amen. Wees gegroet, enz.
11. Maria, onbevlekte Bruid des H. Geestes, bid voor ons.
111. Hst H. Sacrament des Altaars.
(Het bijwonen der H. Mis, het ontvangen der H. Communie, het bezoeken van het H. Sacrament vereischt een grooten eerbied ; verricht dan het volgend gebed, om aan den H. Geest en Jezus' H. Hart eerherstel te brengen voor uwe en anderer tekortkomingen. Bid tevens, dat het geloof en de liefde tot het H. Sacrament des Altaars steeds mogen toenemen, en door de genade van den H. Geest elke heiligschennis worde voorkomen.)
Antiph. Uwe schichten zijn diep in mij doorgedrongen, en Uwe hand drukt zwaar op mij.
Derde Boetpsalm. (Psalm 37.)
Heer, straf mij niet in Uwe verbolgenheid eu kastijd mij niet m Uwe gramschap.
415
Verselioidono Gebeden.
Want Uwe schichten steken reeds in mij. en Gij hebt Uwe hand op mij verzwaard.
Er is geeno gezondheid in mijn vleesch, ter oorzake Uws toorns, er is geen vrede in mijn gebeente ter oorzake mijner zonden.
Want mijne ongerechtigheden zijn mij boven het hoofd gestegen, en als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden.
Mijne wonden zijn vol verrotting en bederf, ter oorzake mijner dwaasheid.
Ik ben ellendig geworden en ten uiterste neergebogen ; don ganschen dag ga ik droevig daarheen.
Want mijne lendenen zijn vol van bespotting, en er is geene gezondheid in mijn vleesch.
Ik ben afgemat en zeer gedrukt; ik kerm van het gezucht mijns harten.
Heer, Gij kent al mijn verlangen, en mijn zuchten is voor U niet verborgen.
Mijn hart is ontroerd, mijne kracht heeft mij verlaten, en het licht mijner oogen, ook dat is van mij weg.
Mijne vrienden en bekenden komen in mijne nabijheid, maar blijven staan.
En mijne nabestaanden houden zich in do verte; on zij, dio mij naar het leven staan, doen irewcld.
416
Versclieidcno Gebeden.
En die mijn ongeluk zoeken, spreken leugens en beramen den ganschon dag listen.
Doch ik, als een doove, hoor niet, en, als een stomme, doe ik mijnen mond niet open.
En ik ben als een mensch, die niet verstaat, en geone wederspraak in zijnen mond hoeft.
Want op U, Heer. vertrouw ik; Gij, Heer mijn God. zult mij verhooren.
Want ik heb gezegd: dat toch mijne vijanden zich niet over mij verblijden! Als mijne voeten wankelden, spraken zij trotscholijk tegen mij.
Want ik ben aan geeselslagen prijs gegeven, en mijne smart is altijd voor mijne oogen.
Want mijne ongerechtigheid beken ik, en ik ben bekommerd over mijne zonden.
En mijne vijanden leven en zijn machtiger dan ik, en vermenigvuldigd zijn zij, die mij onrechtvaardig haten.
Die kwaad voor goed vergelden, zijn mijne tegenstanders, wijl ik weldoende ben.
Verlaat mij niet, Heer, mijn God; wijk niet van mij.
Geef acht op mijne hulp, o Heer, God mijner behoudenis.
Glorie zij don Vader, enz.
V. Gij hebt hun brood des hemels gegeven,
K. Dat allo zoetheid in zich bevat.
Genadensleutul 2'i
417
418 Verscheidene Gebeden.
Gebed.
O God, die ons in dit wonderbaar Sacrament cene gedachtenis aan Uw lijden hebt achtergelaten, geef, dat wij de heilige geheimen van Uw Lichaam en Bloed zoo vereeren, dat wij do vruchten van het verlossingswerk geloovig in ons ondervinden. Gij. die leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen. Amen. Wees gegroet enz.
H. Maria, onbevlekte Bruid des H. Geestes, bid voor ons.
IV. De Biecht.
(Draap dit gebed op aan den H. Geest, als boete voor alle verzuimen, «aaraan gij u met betrekking tot het H. Sacrament der Biecht hebt schuldig gemaakt, vooral door
.....gebrekkig onderzoek, onoprechtheid, verzwijgen
enz. Bid den H. Geest, dat door Zijne genade Jezus' Bloed toch niet tevergeefs voor U vergoten zij, en gij en alle Christenen voortaan steeds waardig dit H. Sacrament moogt ontvangen.)
Antipii. Terwijl ik zweeg, vervlogen mijne dagen; den geheolen dag bracht ik door in jammeren eu klachten.
Tweede Boetpsalm. (Psalm 31.)
Gelukkig zij, wier boosheden vergeven en wier zonden bedekt zijn.
Gelukkig de mensch, wien de Heer de zonde niot toerekent, en in wiens geest geen bedrog is.
Verscheidene Gebeden. 419
Omdat ik zweeg, verteerde mijn gebeente, onder mijn aanhoudend schreien.
Want dag en nacht is Uwe hand op mij verzwaard; ik keerde mij om in mijne ellende, terwijl de doorn bleef steken.
Toen bekende ik U mijne misdaad, en mijne ongerechtigheid verborg ik niet.
Ik sprak: ik zal tegen mij aan den Heer mijne ongerechtigheid belijden; en Gij hebt de boosheid mijner zonde vergeven.
Daarom bidden alle vromen tot U ten bekwamen tijde.
Gewis, bij den vloed van vele wateren, zullen zij tot hem niet genaken.
Gij zijt mijne toevlucht in de verdrukking, die mij omgeeft; Gij, mijne blijdschap, verlos mij van hen, die mij omringen.
Ik zal U onderwijzen en u den weg leeren, welken Gij moet gaan; ik zal mijne oogen op u vestigen.
Wilt niet worden als een paard of muilezel, die geen verstand hebben.
Breidel met toom en gebit de kinnebakken dergenen, die tot U niet komen.
Vele smarten wachten den zondaar, maar hem, die op den Hoor hoopt, zal barmhartigheid omgeven.
27'
420 * Verscheidene Gebeden.
Verblijdt u in den Heer en verheugt u, rechtvaardigen, en juicht gij allen, die oprecht van harte zijt.
Glorie zij den Vader, enz.
V. Heer, handel niet met ons overeenkomstig onze zonden,
R. En vergeld ons niet naar onze misslagen.
Gebed.
O God, die zoo gaarne barmhartigheid toont en vergiffenis schenkt, aanhoor ons ootmoedig smeeken, en verbreek in Uwe barmhartigheid de keten, die mij en zoo vele anderen in do zonden gekluisterd houdt. Door Christus, onzen Heer. Amen. Wees gegioet, enz.
H. Maria, onbevlekte Bruid des H. Geestes, bid voor ons.
V. Het H. Oliesel.
(Voorzeker hebben reeds vele zieken dit h. Sacrament met een verstokt en onboetvaardig hart ontvangen; voor anderen ging door hun eigen schuld de genade verloren, wederom anderen hebben er niet aan beantwoord. Verricht dan het volgend gebed, om al die tekortkomingen te vergoeden, en vraag den h. Geest, dat geen enkele zieke meer moge sterven, zonder waardig het H. Oliesel te hebben ontvangen.)
Antiph. Heer, treed met Uwen dienaar niet in het gerecht.
Verscheidene Gebeden. 421
Zevende Boetpsalm. (Psalm 142.)
Heer, aanhoor mijn gebed, luister naar mijne smeeking volgens Uwe waarheid; verhoor mij, volgons Uwe rechtvaardigheid.
En treed niet in het gerecht met Uwen dienaar;. want geen mensch leeft er, die voor Uw aanschijn rechtvaardig is.
Want de vijand vervolgt mijne ziel, hij drukt mijn leven ter aarde.
Hij doet mij verblijven in duisternissen, go-lijk zij, die voorlaug gestorven zijn; en mijn geest is in mij beangst, en mijn hart is ont roerd in mijn binnenste.
Ik gedenk de oude dagen, overweeg al Uwe daden, overdenk de werken Uwer handen.
Ik steek mijne handen naar U uit, mijne ziel dorst naar U als een land zonder water.
Heer, verhoor mij haastig; mijn geest bezwijkt.
Keer Uw aanschijn van mij niet af, of ik zal gelijk worden aan hen, die ten grave dalen.
Doe mij vroeg Uwe barmhartigheid vernemen; want ik stel mijn vertrouwen op U.
Maak mij den weg bekend, welken ik moet bewandelen; want tot U verhef ik mijne ziel.
Verlos mij van mijne vijanden. Heer, tot TT heb ik mijne toevlucht genomen; leer mij Uwen wil te doen; want Gij zijt rnjju God.
Verscheidene Gebeden.
Uw goede geest geleide mij in een effen land; om Uwen naam, Heer, doe mij leven naar Uwe gerechtigheid.
Eed mijne ziel uit de verdrukking, en volgens Uwe barmhartigheid verdelg mijne vijanden.
En doe ze allen vergaan, die mijne ziel kwellen; want ik ben Uw dienaar.
Glorie zij den Vader, enz.
V. Loof, mijne ziel, den Heer!
R. Die u van den ondergang redt.
Gebed.
H. Geest, die door den Apostel Jacobua gezegd hebt, »ls iemand ziek onder u, roep dan den priester der Kerk, opdat deze over hem bidde, en in den naam des Heeren met olie zalve; en het gebed des geloofs zal den zieke helpen, en de Heer zal hem verlichting, en, zoo hij in zonden is, vergiffenis geven,« genees, zoo bid ik u, de wonden en kwalen der zieken, en schenk hun gezondheid naar ziel en lichaam. Door Christus, onzen Heer. Amen. Wees gegroet enz.
H. Maria, onbevlekte Bruid des H. Geestes, bid voor ons.
VL Het H. Priesterschap.
(Verricht dit ^ebed tut boete voor alle zonden, die ooit door onwaardige priesters, of door godvergeten leeken
422
Versclieidene Gebeden.
tejeuover priesters zyn bedreven, en bid, dat God ateed» veele en ijverige arbeiders in Zijnen wijngaard moge zenden.)
Antiph. Versterk mij met Uwen vaderlijken geest, en ik zal ü aan de zondaars verkondigen, en de goddeloozen zullen zich tot U keeren.
Vierde Boetpsalm. (Psalm 50.)
Ontferm U mijner, o God, volgens Uwe groote barmhartigheid.
En na de menigte Uwer ontfermingen delg mijne boosheid uit.
Wasch mij meer en meer van mijne ongerechtigheid, en reinig mij van mijne zonde.
Want ik erken mijne ongerechtigheid, en mijne zonde is altijd voor mijne oogen.
Voor U alleen heb ik gezondigd en kwaad voor Uwe oogen bedreven; (vergeef het mij) opdat Gij gerechtvaardigd wordet in Uwe woorden, (waardoor Gij belooft, aan den berouwheb-benden zondaar vergiffenis te zullen schenken) en overwinnet als Gij geoordeeld wordt.
Want zie, in ongerechtigheden ben ik ontvangen en in zonde heeft mijne moeder mij ontvangen.
Want zie. Gij hebt de waarheid lief, het on-onbekende en verborgene Uwer wijsheid hebt Gij mij geopenbaard.
423
424 Verscheidene Gebeden.
Besproei mij niet hysop en ik zal gezuiverd worden: wasch mij, en ik zal witter worden dan sneeuw.
Doe mij vreugde en blijdschap hoeren, en mijn vernederd gebeente zal juichen.
Keer Uw aangezicht af van mijne zonden, en delg al mijne ongerechtigheden uit.
Schep in mij. o God, een zuiver hart, en vorm een rechten geest in mijn binnenste.
Verwerp mij niet van Uw aanschijn, en neem Uwen Heiligen Geest van mij niet weg.
Geef mij de vreugde Uws heils weder, en ondersteun mij niet een gewilligen geest.
Aan boozen zal ik Uwe wegen leeren, en goddeloozen zullen zich tot U bekeeren.
Bevrij mij van bloedschuld, o God, God mijns heils, en mijne tong zal blijde Uwe rechtvaardigheid verheffen.
O Heer, open mijne lippen, en mijn mond zal Uwen lof verkondigen.
Want hadt Gij een offer begeerd, ik zou het U zeker gebracht hebben; brandoffers behagen U niet.
Een offer, aan God welgevallig, is een bedroefde geest; een vermorzeld en verootmoedigd hart zult Gij, o God, niet versmaden.
Verscheidene Gebeden.
Handel, o Heer, naar Uwen goeden wil, goedertieren met Sion, opdat de muren van Jeruzalem opgebouwd worden.
Dan zult Gij het offer dor gerechtigheid, de gaven en brandoffers aannemen, dan zullen zij jonge runderen op Uw altaar leggen.
Glotie zij den Vader, enz.
V. Gij zijt priester in eeuwigheid!
K. Volgens de orde van Melchisedech!
Gebed.
Heer Jezus, die gezegd hebt: »Vraagt den Heer van den oogst, dat Hij arbeiders zeude in Zijnen wijngaard,® zie neder op de behoeften Uwer heilige Kerk. Zend Uwen H. Geest tot ons, opdat Hij steeds de roeping tot het H. Priesterschap vermeerdere en aan de Kerk vele godvruchtige en ijverige priesters schenke. Gij, die leeft eu regeert in alle eeuwigheid. Amen. Wees gegroet, enz.
H. Maria, onbevlekte Bruid des H. Geestes, bid voor ons.
VII. Het Huwelijk.
(Vele zonden geschieden in str^d met de heilig-heid van dit Sacrament. Bid daarom den H. Geest, dat 11^ Zijne zeven gaven en hunne vruchten aan alle echtelieden moge mededeelen, opdat zij op waardige wijze en tot eer van God, godvreezende kinderen mogen verwekken en opvoeden.)
425
4lJö Verscheidene Gebeden.
Antiph. De kinderen Uwer dienaren znllen bij U wonen, en hunne nakomelingschap zal leven in eeuwigheid.
Vijfde Boetpsalm. (Psalm 161.)
Heer, vorhoor mijn gebed en laat mijn geroep tot U komen.
Keer Uw aanschijn van mij niet af; op wat dag ik ook gekweld word, neig Uw oor tot mij.
Op wat dag ik ook U aanroep, verhoor mij haastiglij k.
Want mijne dagen vergaan als rook, en mijn gebeente is als een brandhout verdroogd.
Ik ben als gras geslagen, en mijn hart is uitgedroogd, omdat ik vergat mijn brood te eten.
Door mijn luidkeels zuchten kleeft mijn gebeente aan mijn vleesch.
Ik gelijk op den pelikaan der woestijn; ik beu geworden als een nachtuil in een vervallen gebouw.
Ik waak en ben als een musch, die eenzaam op het dak zit.
Den ganschen dag beschimpen mij mijne vijanden; en die mij prezen, zweren bij mij;
Omdat ik asch als brood eet, en mijne drank met tranen meng.
Verscheidene Gebeden.
Ter oorzake Uwer gramschap en verbolgenheid; want Gij hebt mij opgeheven eu neergestort.
Mijne dagen zijn als eene neigende schaduw en ik verdor als gras.
Maar Gij, Heer, blijft in eeuwigheid, en Uwe gedachtenis van geslacht tot geslacht.
Gij zult opstaan en U over Sion ontfermen, want de tijd om U harer te ontfermen, de tijd nadert.
Want Uwe dienaren hebben hare steenen lief, en zij bejammeren haar puin.
En de heidenen zullen Uwen naam vreezen, Heer, en alle koningen der aarde Uwe glorie.
Omdat de Heer Sion zal hebben opgebouwd, en in Zijne heerlijkheid zal verschenen zijn;
Omdat Hij op het gebed der verdrukten neergezien, en hunne bede niet versmaad heeft.
Dat deze dingen voor het volgende geslacht beschreven worden; en het volk, dat geschapen zal worden, zal den Heer loven;
Omdat Hij uit Zijne heilige hoogte heeft nedergezien; omdat de Heer uit den hemel Zijne blikken sloeg op de aarde.
Om de zuchten der geboeiden te hooren. om de kinderen der gedooden te verlossen;
427
Vorsclieidefia Geliodon
Opdat zij den naam des Heeren in Sion verkondigen, en Zijnen lof in Jeruzalem.
Als de volken zullen te zamea komen en de koningen, om den Heer te dienen.
Hij sprak tot Hem op den weg zijner kracht: geef mij het weinige mijner dagen te kennen.
Roep mij tocii niet weg in het midden mijner dagen. Uwe jaren duren van geslacht tot geslacht.
In den beginne hebt Gij, Heer, de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn het werk Uwer handen.
Zij zullen vergaan, maar Gij blijft; en zij allen zullen als een kleed verouden, en als een mantel zult Gij ze veranderen, en zij zuilen veranderd worden; maar Gij zijt altijd dezelfde, en Uwe jaren zullen niet ophouden.
En de kinderen Uwer dienaren zullen er wonen, en hunne nakomelingschap zal in eeuwigheid bestaan.
Glorie zij den Vader, enz.
V. De nakomelingen der godvreezenden zullen machtig zijn op aarde.
R. Het geslacht der rechtvaardigen zal gezegend worden.
428
Verscheidene Gebeden. 429
Gebed.
H. Geest, die door een geheimvolle zegening de echtelijke vereeniging geheiligd hebt en gemaakt tot een afbeelding der allerinnigste vereeniging tusschen Christus en Zijne Kerk, schenk aan alle gehuwden do genade, steeds in Uwo heilige liefde te leven on hun kinderen op te voeden. Door Christus, onzen Heer. Amen. Wees gegroet, enz.
H. Maria, onbevlekte Bruid des H. Geestes, bil voor ons.
Litanie van den H. Geest,
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld,(*)
God, H. Geest,
H. Drievuldigheid, één God,
H. Geest, die van den Vader en den Zoon voortkomt,
Geest dor waarheid, die allo waarheid leert, Geest van wijsheid en verstand,
(â¢) Ontferm U onzer.
430 Verscheidene Gebeden.
Geest van raad en sterkte,(1)
Geest van wetenschap en godsvrucht,
Geest van de vreeze des Heeren,
Geest van liefde, blijdschap en vrede,
Geest van lankmoedigheid, weldadigheid en
goedertierenheid.
Geest van zachtmoedigheid, getrouwheid en
matigheid,
Geest van eerbaarheid en zuiverheid,
Geest van genade,
Geest van heiligmaking,
H. Geest, die de dwalende zondaars bekeert, H. Geest, die niet woont in een lichaam, dat
de zonde dient,
H. Geest, die onze harten van droefheid bevrijdt, H. Geest, die de liefde Gods in onze harten uitstort,
H. Geest, die ons in onze zwakheid to hulp komt,
H. Geest, de Vertrooster,
AVees genadig, spaar ons, Heer.
quot;Wees genadig, verhoor ons. Heer.
Van alle kwaad, verlos ons. Heer.
Van den geest der dwaling,(*)
Van den geest der onkuischheid,
1
Verlos ons, Heer.
Versclieidonc Gebeden. 431
Van den geest der godslastering,(1)
Van vermetelheid en wanhoop,
Van alle zondige gewoonten.
Van het krenken der broederlijke liefde.
Van onboetvaardigheid,
Van allen kwaden geest.
Door Uwe eeuwige voortkomst van den Vader
en den Zoon,
Door do volheid der genade, waarmede Gij de
H. Maagd Maria begiftigd hebt.
Door Uwe verschijning bij den Doop van Christus, Door Uwe nederdaling over de Apostelen, Wij, zondaren, wrj bidden U, verhoor ons. Dat wij naar den geest mogen leven en de begeerten des vleesches niet volbrengen,(*) Dat wij U nimmer bedroeven.
Dat het U behage, ons ware gevoelens van liefde
en barmhartigheid in te storten.
Dat Gij ons tot het einde toe in het goede
willet bevestigen,
Geest Gods,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.
1
Wy bidden U, verhoor ons.
Vorscheidenc Gebeden.
Lam Gods, dat wegneemt do zonden der wereld,
ontferm, U onzer.
Heer, ontferm IJ onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Hoer, ontferm U onzer.
Onze Vader enz. Wees gegroet enz. De genade des H. Geestes Verlichte onze zinnen en harten. Amen.
LAAT OXS BIDDEN.
O God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest hebt onderwezen, geef ons, dat wij door denzelfdon Geest de ware wijsheid bezitten en ons altijd over Zijne vertroosting mogen verblijden. Door Christus, oiizou Heer. Amen.
Litanie van den Zoeten Xaam van Jezus.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Jezus, hoor ons.
Jezus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld,(*)
God, heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God,
(*J Ontferm U onzer.
432
Verscheidene Geboden.
Jezus, Zoon van den levendon God,(*)
Jezus, glans des Vaders,
Jezus, klaarheid van het eeuwige licht,
Jezus, koning der glorie,
Jezus, Zon van rechtvaardigheid,
Jezus. Zoon der maagd Maria,
Beminnelijke Jezus,
Wonderlijke Jezus,
Jezus, sterke God,
Jezus, vader der toekomende eeuwen,
Jezus, ongel van den groeten raad,
Allermachtigste Jezus,
Allerverduldigste Jezus,
Allergehoorzaamste Jezus,
Jezus, zachtmoedig en nederig van harte,
Jezus, minnaar der kuischheid,
Jezus, onze minnaar,
Jezus, God des vredes,
Jezus, oorsprong des levens,
Jezus, voorbeeld aller deugden,
Jezus, ijveraar der zielen,
Jezus, onze God,
Jezus, onze toevlucht,
Jezus, vader der armen,
Jezus, schat der geloovigon,
Jezus, goede border,
â¢) Ontferm U onzer.
Genadensleutel 2S
433
434 Verscheidene Gebeden.
Jezus, waarachtig licht,(*)
Jezus, eeuwige wijsheid,
Jezus, oneindige goedheid.
Jezus, onze weg en ons leven,
Jezus, vreugde der Engelen,
Jezus, Koning der Oudvaders,
Jezus, Meester der Apostelen.
Jezus, Leeraar der Evangelisten,
Jezus, sterkte der Martelaren,
Jezus, licht der Belijders.
Jezus, zuiverheid der Maagden,
Jezus, kroon van alle Heiligen,
Wees genadig, spaar ons, Jezus.
Wees genadig, verhoor ons. Jezus.
Van alle kwaad, verlos ons, Jezus.
Van alle zonden,(*)
Van Uwe gramschap.
Van de listen en lagen des duivels,
Van den geest der ontucht.
Van den eeuwigen dood.
Van hot veronachtzamen Uwer inspraken.
Door liet geheim Uwer heilige Menschwording,
Door Uwe geboorte,
Door Uwe kindschheid.
Door Uw allergoddelijkst leven,
(*) Ontferm U onzer.
(â¢) Verlos ons, Jezus.
Verscheidene (rebeden. 435
Door Uwe vermoeienissen/*)
Door Uwen doodstrijd en Uw lijden,
Door Uw kruis en Uwe verlatenheid,
Door Uwe uitputtingen.
Door Uwen dood en Uwe begrafenis,
Door Uwe verrijzenis,
Door Uwq hemelvaart,
Door Uwe vreugden,
Door Uwe glorie.
Lam Gods, dat de zonden dor wereld wegneemt,
spaar ons, Jezus.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
verhoor ons, Jezus.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
ontferm U onzer.
Jezus, hoor ons.
Jezus verhoor ons.
LAAT ONS BIDDEN.
Heer Jezus Christus, die gezegd hebt; vraagt en gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal worden opengedaan; stort in ons, smeeken wij, de gevoelens Uwer goddelijke liefde, opdat wij U uit geheel ons hart, met woorden en werken beminnen, en nimmer ophouden U te loven.
Verlos ons, Jezus.
28'
436 Vcrscheidono Gebeden.
Geef ons, o Heer, dat wij altijd Uwen H. Naam te gelijk vreezen en beminnen, daar Gij noojt Uwe leiding onthoudt aan hen, die Gij in Uwe liefde hebt bevestigd. Door onzen Heer Jezus Christus, Uwen Zoon. die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Litanie van O. L. V, van Lorctte.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U ouzer. H. Maria, bid voor ous.
H. Moeder Gods,(*)
H. Maagd der maagden.
Moeder van Christus,
Moeder der goddelijke genade,
Allerreinste Moeder,
Allerzuiverste Moeder,
Onbevlekte Moeder,
(â¢) Bid voor ons.
Verscheidene Gebeden.
On^eschondene Moeder, bid voor ons.
Minnelijke Moeder. (*)
Wonderlijke Moeder,
Moeder des Scheppers.
Moeder des Zaligmakers,
Allervoorzichtigste Maagd,
Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd.
(kiedertierene Maagd,
Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid.
Zetel der wijsheid.
Oorzaak onzer blijdschap.
Geestelijk vat,
Eerwaardig vat,
üitimmtend vat van godsvrucht,
Geestelijke roos,
Toren van David,
Ivoren toren, bid voor ons.
Gulden huis,
Ark des verbonds,
Deur des hemels.
Morgenster,
Behoudenis der kranken,
Toevlucht der zondaren,
(â¢) Bid voor ons.
437
Verscheidene Gebeden.
Troosteres der bedrukten, bid voor ons.
Hulp der Christenen,(1)
Koningin der Engelen,
Koningin der Patriarchen,
Koningin der Profeten,
Koningin der Apostelen,
Koningin der Martelaren,
Koningin der Belijders,
Koningin der Maagden,
Koningin van alle Heiligen.
Koningin zonder erfsmet ontvangen.
Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm IJ onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm TJ onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader. Wees gegroet.
Antiph. Onder Uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o H. Moeder Gods, verstoot onze
438
1
Bid voor ons.
Verscheidene Gebeden.
gebeden niet in onzen nood. maar verlos ons altijd van alle gevaren; o roemwaardige en gezegende Maagd! onze Meesteres, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met Uwen Zoon, vertoon ons aan Uwen Zoon, beveel ons aan Uwen Zoon.
V. Bid .voor ons, H. Moeder Gods,
R. Opdat wjj waardig worden de beloften van Christus.
Gebed.
Wij bidden U, Heer, stort Uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de menschwordmg van Christus, Uwen Zoon hebben leeren kennen, door Zijn lijden en kruis tot de glorie der verrijzenis gebracht worden. Door Christus, onzen Hoer. Amen.
V. Bid voor ons, Heilige Jozef.
K. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
Gebed.
Wij bidden U. Heer, laat ons door de verdiensten van den bruidegom Uwer allerheiligste Moeder geholpen worden, opdat, hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen verkrijgen, door zijne voorspraak ons verleend worde. Gij, die leeft en regeert in alle eeuwigheid. Amen.
4S9
Verscheidene Gebeden.
üflied tot Maria, om de reinheid des harten.
Heilige Maagd, Moeder van Jezus, verkrijg voor mij en allen, die tot den dienst des Heeren geroepen zijn, eene volkomene reinheid des harten, opdat wij altijd met een kuisch en zuiver hart Uwen goddelijken Zoon mogen dienen. Maagdelijke Moeder, laat Uwe vlekkelooze zuiverheid ons tot steun en bescherming strekken. Verwijder ver van ons den onkuischen geest, wees Gij zijn bestrijder. Immers Gij zijt de Moeder der reine lietde; verwerf ons dus de genade, immer getrouwe kinderen te zijn van Uwen Zoon, in de liefde des H, Geestes. Amen.
Gebed tot de H. Anna, om g'odvreezende Priesters te verkrijgen.
(Vooral op iederen Dinsdag* en op de zeven dagen vóór het feest van St. Anna.)
Heilige moeder Anna. moeder van de onbevlekte Bruid des H. Geestes, om de heiligheid, waarmede de H. Geest u vervulde, toen gij de moeder werd Zijner reine Bruid, bidden wij u, smeek toch van dienzelfden Geest Gods vele en ijverige arbeiders af voor den wijngaard des Heeren. Verkrijg voor alle christelijke echt-genooten den geest van gebed en boetvaardigheid, voor alle priesters de nederigheid des har-
440
Verscheidene Gebeden. 441
ten, opdat de H. Geest door Zijne genade in hen kunne werken, en zij bruikbare werktuigen worden in de hand van den eeuwigen Hoogepries-ter. Amen.
Gebed tot den H. Jozef.
(Vooral op Woensdag en op de zeven dagen vóór het feest van St. Jozef.)
O Heilige Geest, ik draag aan U op de kuisehe liefde en offervaardigheid van den II. Jozef ten opzichte van Jezus en Maria. O schenk aan mij, en aan allen, die tot Uwen bijzonderen dienst geroepen zijn, een even kinderlijk, zuiver en leergierig hart, als Gij aan den H. Jozef gegeven hebt.
Ik dank U, o Heilige Geest, voor alle genaden, waarmede Gij den H. Jozef reeds vóór zijne verloving met Maria, en vóór Jezus' geboorte verrijkt hebt, opdat hij een kuisehe bruidegom der H. Maagd, en een waardige voedstervader van Jezus zijn zoude.
Heilige Geest, zuiver en heilig, door de voorspraak van den H. Jozef, ook mijn hart, mijn lichaam en mijn geest, opdat ik, even als de H. Jozef, met een kuisch en rein hart, Jezus getrouw diene, en aan U welbehagelijk zij. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Verscheidene Gebeden.
Litanie van alle Heiligen.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm TT onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer
God, Heilige Geest, ontferm IJ onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm 11 onzer
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,1)
H. Maagd der maagden,
H. Michaël,
H. Gabriel,
H. Raphaël,
Alle H. H. Engelen en Aartsengelen,
Alle H. H. Koren der zalige geesten, H. Joannes de Dooper.
H. Jozef,
Alle H. H. Aartsvaders en Profeten,
H. Petrus,
H. Paulus,
H. Andreas,
442
H. Jacobus,
1
Bid(t) voor ons.
Verscheidene Gebeden.
H. Joannes, bid voor ons. H. Tliomas,(*j H. Jacobus.
H. Philippus,
H. Bartholomeus,
H. Mattheus,
H. Simon,
H. Thadeus,
H. Matthias,
H. Barnabas,
H. Lucas,
H. Marcus,
Alle H. H. Apostelen en Evangelisten, Alle H. H. Leerlingen des Heeren, Alle H. H. Onschuldige Kinderen, H. Stephanus,
H. Laurentius,
H. Vincentius,
H. H. Pabianus en Sebastianus, H. H. Cosmas en Damianus, H. H. Gervasius en Protasius,
Alle H. H. Bloedgetuigen,
H. Silvester,
H. Gregorius,
H. Arabrosius,
H. Augustinus,
(*) Bid(t) voor ons.
444 Verscheidene Gebeden.
H. Hieronymus, bid voor orts. H. Martmus,(*)
H. Nicolaus,
Alle H. H. Bisschoppen en Belijders,
Alle H. H. Leeraren der Kerk,
H. Antonius,
H. Benedictus,
H. Bernardus,
H. Dominicus,
H. Franciscus.
Alle H. H. Priesters en Levieten, H. Maria Magdaleua,
H, Agatha,
H. Lucia,
H. Agnes,
H. Caecilia,
H. Catharina,
H. Anastasia.
Alle H. H. Maagden en Weduwen,
Alle Heiligen Gods,
Wees genadig, spaar ons. Heer.
Wees genadig, verhoor ons, Heer.
Van alle kwaad, verlos ons, Heer.
Van alle zonden,(**)
Van uwe gramschap.
Van een haastigen en onvoorzienen dood,
^*) Bid(t) voor ons, (*quot;) Verlos ons, Heer.
Verscheidone Gebeden. 445
Van do listen des duivels, verlos ons. Heer.
Van gramschap, haat, en allen kwaden wil,(1)
Van den geest der onkuischheid.
Van schadelijk on weder,
Van den geesel van aardbeving.
Van pest, hongersnood en oorlog,
Van den eeuwigen dood,
Door het geheim der menschwording,
Door Uwe komst,
Door Uwe geboorte,
Door Uw doopsel en heilig vasten,
Door Uw kruis en lijden.
Door Uwen dood en Uwe begrafenis,
Door Uwe verrijzenis.
Door Uwe wonderbare hemelvaart,
Door de komst van den H, Geest, den Vertrooster,
Op den dag des oordeels,
Wij zondaren, wij bidden IJ, verhoor ons.
Dat Gij ons wilt sparen,(**)
Dat Gij onze misdaden kwijtscheldet.
Dat Gij ons tot ware boetvaardigheid wilt brengen.
Dat Gij Uwe H. Kerk wilt besturen en beschermen,
Dat Gij den Paus en alle kerkelijke overheden
in den heiligen godsdienst wilt bewaren, Dat Gij de vijanden der H. Kerk wilt vernederen.
1
Verlos ons, Heer, (â¢*) Wij bidden U, verhoor ons.
Verscheidene Gebeden.
Dat Gij den christelijken koningen en vorsten vrede en eendracht wilt geven, wij bidden ü, verhoor ons.
Dat Gij aan de geheole christenheid vrede en
ware eenheid wilt verkenen,(*)
Dat Gij ons in Uwen heiligen dienst wilt bevestigen,
Dat Gij onze harten tot hemelsche begeerten
wilt opwekken.
Dat Gij al onze weldoeners mot de eeuwige goederen wilt vergelden,
Dat Gij onze zielen, en do zielen onzer broeders, vrienden en weldoeners voor do eeuwige verdoemenis wilt behoeden,
Dat Gij ons de vruchten der aarde wilt geven en bewaren.
Dat Gij aan allo overledene geloovigen de eeuwige rust wilt schenken,
Zoon Gods,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons. Heer.
446
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
quot;VVij Ridden U, verhoor ong.
Verscheidene Gebeden
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader .... Wees gegroet....
PSALM LXIX.
O God! merk op mijne hulp; Heer! haast IJ, om mij te helpen.
Dat zij beschaamd en bevreesd worden, die mijne ziel zoeken.
Dat zij terugwijken en zich schamen, die mij kwaad willen.
Doe hen schielijk met schaamte afdeinzen, die met mijne verdrukking den spot drijven.
Doe allen, die U zoeken, zicli in U verheugen en verblijden: en doe hen. die Uw heil beminnen, gedurig zeggen: Hoog geloofd zij de Heer!
Doch ik ben elendig en arm: o God. help mij!
Want Gij zijt mijn helper en Verlosser! Heer, toef niet!
Eere zij den Vader, en den Zoon eu den H. Geest enz.
V. Maak Uwe dienaren zalig,
A. Mijn God, die in U hopen.
V. Heer, wees ons een sterke toren,
A. Tegen onze vijanden!
447
Verscheidene Gebeden.
V. Laat de vijand niets tegen ons vermogen, A. En laat de zoon der boosheid ons geen
nadeel toebrengen.
V. Heer, handel niet met ons naar onze zonden, A. Kn vergold ons niet naar onze boosheden. V. Laat ons bidden voor onzen Paus N.: A. De Heer behoede hem, spare zijn leven, make hem zalig op aarde, en levere hem niet ovor aan den wil zijner vijanden. V. Laat ons bidden voor onze weldoeners, A. Heer, gewaardig U, allen, die ons weldoen, om Uwen Naam met het eeuwige leven te vergelden. Amen.
V. Laat ons bidden voor de afgestorvenen: A. Heer, geef linn de eeuwige rust, en het
eeuwige licht verlichte hen.
V. Dat zij rusten in vrede.
A. Amen.
V. Voor onze broeders, die afwezig zijn: A. Mijn God, maak Uwe dienaars zalig, die
in U hopen,
V. Zend hun hulp van uit Uw Heiligdom: A. En bescherm hen uit Sion.
V. Heer, verhoor mijn gebed,
A. En mijn geroep kome tot U.
448
Versehcidcne Gebeden.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, wien hot eigen is, altijd barmhartig tc zijn en te sparen, verhoor onze ootmoedige bede, opdat wij en al Uwe dienaren, die met do ketenen der zonden gebonden zijn, door Uwe goedertierene ontferming genadig worden ontbonden.
Wij bidden U, Heer, verhoor de gebeden der ootmocdigen, en spaar hen, die hunne zonden belijden, opdat wij vergiffenis en vrede door Uwe goedertierenheid verwerven.
Heer, verheerlijk aan ons genadig Uwe onuit-sprekelijke barmhartigheid, maak ons van alle zonden vrij, en scheld ons tevens de straffen kwijt, welke wij daardoor verdiend hebben.
O God, die door de zonde boleedigd, doch door boetvaardigheid verzoend wordt, zie genadig neder op de gebeden van Uw volk, dat zich voor U vernedert, en wend van ons af de gee-sels Uwer gramschap, welke wij door de zonden verdienen.
Almachtige, eeuwige God, ontferm U over Uwen dienaar, onzen Paus N., en geleid hem volgens Uwe goedertierenheid op den weg des eeuwigen levens, opdat hij door Uwe hulp be-geere, wat U behagelijk is, en het met alle kracht volbrenge.
Genadensleutel. 29
449
Verscheidene Gebeden.
O God, van wien de heilige begeerten, de goede voornemens en alle rechtvaardige werken voortkomen, geef Uwen dienaren den vrede, welken de wereld niet kan geven; opdat onze harten behagen scheppen in Uwe geboden, en wij, geene vijanden meer te vreezen hebbend, onder Uwe bescherming in rust mogen leven.
O Heer, ontvonk onze harten en nieren door het vuur van den H. Geest, opdat wij U meteen zuiver lichaam dienen, en door een rein hart behagen.
O God, Schepper en Verlosser van alle ge-loovigen, verleen aan de zielen van Uwe dienaren en dienaressen vergiffenis van al hunne zonden, ten einde zij de kwijtschelding, waarnaar zij altoos verlangd hebben, door godvruchtige smeekingen mogen verkrijgen.
Wij bidden U, o Heer, dat al onze handelingen door de ingeving van Uwe genade mogen worden voorafgegaan, en door Uwe medewerking volbracht; zoodat al ons bidden en werken altijd met U moge beginnen, en, zoo begonnen, door U moge worden voltrokken.
Almachtige, eeuwige God, die over levenden en dooden heerscht, en U ontfermt over allen, van welke Gij vooruit weet. dat zij door geloof en goede werken de Uwen zullen zijn, wij bidden
450
Verscheidene Gebeden.
TJ ootmoedig, dat degenen, voor wie wij ons hebben voorgenomen te bidden, hetzij dat zij nog in deze wereld leven, of reeds door den dood van hier zijn weggerukt, door de voorspraak van al Uwe Heiligen, volgens Uwe barmhartigheid vergeving van al hunne zonden mogen verkrijgen. Door onzen Heer Jezus Christus, Uwen Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God in eeuwigheid. Amen.
V. Heer, verhoor mijn gehed,
A. En mijn geroep kome tot U.
V. De almachtige en barmhartige Heer ver-lioore ons.
A. Amen.
V. En de zielen der afgestorvenen mogen door Gods barmhartigheid rusten in vrede.
A. Amen.
451
29*
H. Rozenkrans.
HET ROZENKRANSGEBED.
(Manier om den Rozenkrans overwegender wijze en piet de meeste vrucht te bidden.)
A. De Mijde Geheimen.
(Bid dezen Rozenkrans in vereeni^ing; met de onschuldige kinderen en het Koor der Maagden, om Maria, de Koningin der maagden, te begroeten, en om de bekeering der heidenen en ongeloovigen, alsook do verlossing der geloovige zielen te verkrijgen.)
In den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen.
Ik geloof in God den Vader, enz.
Eere zij den Vader, enz.
Ik groet U, Dochter van God den Vader. Wees gegroet enz.
Ik groet U, Moeder van God den Zoon. Wees gegroet, enz.
Ik groet U, Bruid van God den H. Geest. Wees gegroet, enz.
Eere zij den Vader, enz.
I. J)e Boodschap des Engels.
De namen van Jezus en Maria moeten zijn gezegend;
Van nu af tot in eeuwigheid. Onze Vader, enz.
1. De H. Drievuldigheid heeft toegestemd in de menschwording van den Zoon. Wees gegroet, enz.
452
H. Rozenkrans^
2. Maria is tot Moeder van Christus verkoren.
3. Ãe Engel Gabriël brengt aan Maria de blijde boodschap.
4. Maria was in afzondering in haar gebed;
5. De Engel zeide; »quot;\Vees gegroet, vol van genade, de Heer is met u.«
G. Maria was verbaasd, als Zij den Engel hoorde.
7. De Engel sprak: »Maria, wil niet vreezen, want Gij zult ontvangen door den H. Geest.«
8. Maria antwoordde: »Zie de dienstmaagd des Heeren: Mij geschiede naar uw woord.«
9. Maria is door den II. Geest overschaduwd geworden.
10. En het Woord is vleesch geworden, en het heeft onder ons gewoond.
Eere zij den Vader, enz.
II. Maria bezoekt hare nicht Elisabeth.
De namen van Jezus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1. Maria gaat uit ootmoedigheid hare nicht Elisabeth bezoeken. Wees gegroet, enz.
2. Maria wordt bestierd door den H. Geest.
3. Maria, haastig opstaande, trekt over het gebergte.
4. Maria werd met veel liefde door Elisabeth outrangen.
453
H. Eozenkrans.
5. De H. Joannes is gezuiverd en van blijdschap opgesprongen in het lichaam zijner moeder.
G. Elisabeth zeide: »6ezegend is de vrucht Uws lichaams.«
7. Maria riep uit: »Mijne ziel maakt groot den Heer!«
8. Elisabeth zeide: »Wat geluk geschiedt mij, dat de moeder des Heereu tot mij konit!«
9. Het huis van Zacharias is door de komst van Jezus en Maria gezegend.
10. Maria heeft hare nicht drie maanden met liefde gediend.
Eere zij den Vader, enz.
111. De Geboorte van Christus.
De namen van Jezus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1. Maria heeft gebaard en is maagd gebleven. Wees gegroet, enz.
2. Maria heeft Jezus in een stal gebaard en in doeken gewonden.
3. Maria heeft Jezus met liefde en bewondering aanschouwd.
4. Maria heeft Jezus omhelsd en aan haar hart gedrukt.
5. Maria heeft Jezus aangebeden.
454
H. Kozenkrans.
G. Maria heeft Jezus in eene kribbe gelegd.
7. Jezus lag op hooi en stroo, tusschen os en ezel.
8. De Engelen zongen: »Eere zij God in den Itooge, en op aarde vrede den raenschen van goeden wil.«
9. De herders zijn het kind komen bezoeken.
ID. De drie Koningen kwamen het Kind aanbidden en hunne gaven offeren.
Eere zij den Vader, enz.
IV. De Opdracht ran Christus in de» tempel.
De namen van Jezus en Maria, enz. Onze
Vader enz.
1. Maria gaat om haar heilig Kind te offeren. Wees gegroet, enz
2. Jezus en Maria onderwerpen zich aan de wet van Mozes.
3. Maria gaat langs moeielijke wegen naar Jeruzalem.
4. Maria heeft Jezus op hare armen gedragen.
5. Maria vervolgt biddend haren weg.
G, Maria heeft Jezus in den tempel geofferd.
7. Maria voldeed aan de Wet door de offergave, der arme menschen.
8. Anna, de profetes, loofde God voor de verlossing van Israël.
45ö
H. Rozenkrans.
9. De oude Simeon heeft Jezus omhelsd en op zijne armen gedragen.
10. Simeon zeide: »Heer, laat nu Uwen dienaar in vrede gaan, overeenkomstig Uw woord.«
Eere zij den Vader, enz.
T'. De Terugvinding van het verloren Kind Jezus.
De namen van Jezus en Maria, enz. Onze
Vader, enz.
1. Maria heeft haar Kind verloren. Wees gegroet, enz.
2. Maria heeft haren Schat gemist.
3. Maria heeft Hem met veel droefheid gezocht.
4. Maria is Jezus langs alle wegen en straten gaan zoeken.
5. Maria heeft Jezus na drie dagen gevonden.
6. Maria vond Jezus in den tempel.
7. Jezus, pas twaalf jaren oud, onderwees de leeraren der wet.
8. Maria zeide; »Zoon, waarom hebt Gij ons bedroefd
9. Jezus ging met hen mede, en was hun onderdanig.
10. Maria bewaarde alle woorden, die Jezus tot haar sprak, in haar hart.
Eere zij den Vader, enz.
456
H. Rozenkrans.
GEBED.
O Maria, allergoedertierendsto moeder, verkrijg mijn hart droefheid en mijnen oogen tranen van berouw, om te betreuren, dat ik Jezus door de zonde zoo dikwijls verloren heb; moge ik Hem door u wedervinden en altijd behouden. Amen.
B. De droevig-e Geheimen.
(Bid dezen rozenkrans in vereeniging met de Apostelen en alle martelaren, om Maria te beg-roeten als de Koningin der Martelaren, en de bekeering der joden en flauwe christenen te verkrijgen, door de verdiensten van Jezus' lijden; voeg de voldoeningen der aflaten toe aan de geren over hare vijanden, en voeg de aflaten toe aan de geloovi^e zielen.)
1. De Verrijzenis vnn Christus.
De namen van Jezus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1. Jezus gaat naar den hof. Wees gegroet, enz.
2. Jezus valt plat ter aarde neder.
){. Jezus volhardt in het gebed.
4. Jezus is bedroefd tot den dood.
5. Jezus zweet water en bloed.
ü. Jezus onderwerpt Zijn wil aan den wil van Zijnen hemelschen Vader.
7. Jezus vermaant Zijne leerlingen te waken en te bidden.
8. Jezus wordt door een kus overgeleverd
457
H. Rozenkrans.
9. Jezns wordt door Zijn eigen volk gevangen genomen.
10. Jezus wordt wreed gebonden en van den eenen rechter naar den anderen gesleurd.
Hoe lief heeft God den raensch gehad, dat Hij zijn eenigen Zoon niet gespaard, maar Hem aeleverd heeft tot den dood, ja tot den dood iles kruises!
II. De Oeeseling van Christus,
De namen van Jezus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1. Jezus wordt door de joden aan de heidenen overgeleverd. Wees gegroet, enz.
2. Jezus wordt bij Pilatus valschelijk beschuldigd.
3. Jezus wordt door Zijn volk achter Barra-bas gesteld.
4. Jezus, ofschoon onschuldig verklaard, wordt overgegeven ter geeseling.
5. Jezus wordt van Zijne kleederen ontdaan.
0. Jezus stond daar bijna geheel ontkleed.
7. Jezus wordt aan een kolom gebonden.
8. Jezus wordt wreed gegeeseld.
9. Jezus' bloed vloeit langs de aarde. 10. Jezus is gewond om onze zouden.
Hoe lief heeft God den mensch, enz.
458
H. Rozenkrans.
11 f. Christus wordt met doornen gekroond.
De namen van Jezus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1. De soldaten vlochten een kroon van doornen. Wees gegroet, enz.
2. Zij hebben de doornenkroon in Jezus' hoofd gedrukt.
3. Jezus' hoofd van alle kanten doorwond.
4. Jezus' hoofd is druipende van het bloed.
5. Jezus wordt met een purperen mantel bespot. C. Zij gaven Jezus een riet als schepter in de
hand.
7. Zij sloegen met een rietstok op het gekroonde hoofd.
8. Zij spuwden in Jezus' gezegend aangezicht.
9. Jezus is verzadigd van versmaadheden.
10. Pilatus vertoont Jezus aan het volk, zeggend: »Ziet den mensch.«
Hoe lief heeft God den mensch, enz.
IF, De Kruisdraging van Christus.
De namen van Jezus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1. Jezus wordt tot den kruisdood veroordeeld. Wees gegroet, enz.
2. Jezus heeft het kruis met liefde omhelsd.
459
4G0 H. Rozenkrans.
3. Jezus heeft het kruis op zijne doorwonde schouderen gedragen.
4. Jezus wordt tusschen twee moordenaars weggeleid.
5. Jezus bezwijkt onder het kruis, om onze zonden.
G. Jezus, beladen met zijn kruis, ontmoet zijne bedroefde moeder.
7. Jezus wordt beweend door de godvruchtige vrouwen van Jeruzalem.
8. Jezus zeide tot haar; »Handelt men zoo met het groene hout, wat zal dan met hot dorre geschieden.®
9. Niemand wil Jezus het kruis helpen dragen. 10. .Jezus beklimt voor ons den berg van Calvarië.
Hoe lief heeft God den mensch, enz.
V. De kruisiging van Christus.
De namen van Jezus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1. Jezus wordt op het kruis uitgestrekt. Wees gegroet, enz.
2. Jezus' handen en voeten worden doornageld.
3. Jezus wordt met het kruis opgericht, en uit Zijne wonden vloeit het bloed.
4. Jezus bidt voor Zijne vijanden.
5. Jezus belooft den moordenaar het paradijs.
H. Eozenkrans.
6. Jezus beveelt den H. Joannes aan Zijne moeder.
7. Jezus, dorst hebbende, wordt met gal en edik gelaafd.
8. Jezus riep uit: »Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten!»
9. Jezus zeide: »Het is volbracht!»
10. Jezus gaf den geest en liet Zijn hart voor ons openen.
Hoe lief heeft God den mensch, enz.
GEBED.
O Jezus, ik bidll, bij al Uwe smarten en Uwen bitteren dood, bij Uwe doornagelde handen, doorboorde voeten, doorstoken zijde, en al Uwe gezegende wonden, ontferm U mijner, en druk Uw heilig lijden zoo diep in mijn hart, dat mij niets anders beliage, dan Gij, mijn Jezus, die voor mij gekruisigd zijt. Amen.
C. De roemrijke Geheimen.
461
(Bid dezen rozenkrans niet de geheele zegepralende Kerk, om Maria te eeren als de Koningin van alle Engelen en Heiligen. Vraag, dat de H. Kerk moge zegevieren over hare vyanden, en voeg de voldoening der afla-lijden; voeg de aflaten toe aan de geloovige zielen.)
1. De Benauwdheid van Christus in den hof van Olijven.
H. Rozenkrans.
1. Jezus is den derden dag roemrijk verrezen. AVees gegroet, enz.
2. Jezus heeft dood en hel overwonnen.
3. Jezus heeft de oudvaders getroost en verlost.
4. Jezus verblijdt Zijne heilige moedor.
5. Jezus verschijnt als een tuinier aan Maria Magdalena.
G. Jezus vertoont Zich aan Petrus.
7. De leerlingen van Emaus zeiden: »Waren onze harten niet brandend van liefde, toen Hij tot ons sprak?®
8. Jezus staat in het midden Zijner leerlingen, en wenscht hun don vrede.
9. Jezus toont Zijne wondon aan den H. Thomas. 1U. Thomas roept uit: »Mijn Heer, en mijn God!«
Geloofd en gedankt zij te allen tijde het allerheiligste Sacrament!
II. De Uemeloaart van Christus.
Do namen van Jezus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1. Jezus vaart roemrijk ten hemel. Wees gegroet, enz.
2. Jezus scheidt van Zijn geliefde vrienden.
3. Jezus belooft, met hen te blijven tot aan het einde der wereld.
4. Jezus belooft hun den H. Geest,
«52
H. Rozenkrans.
5. De leerlingen hebben Jesais aanschouwd, en Hij heeft hen allen gezegend.
6. Jezus klimt door Zijn eigen macht ten hemel.
7. Jezus heeft voor ons den hemel geopend.
8. Jezus zit aan de rechterhand van Zijnen hemelschen Vader.
9. Jezus toont Zijn heilige wonden voor ons aan Zijn hemelschen Vader.
IU. Jezus is onze Middelaar in den hemel Geloofd en gedankt, enz.
[II. De Nederdaling van den H. Geest.
Do namen van Jezus en Maria, enz.
1. Jezus heeft den H. Geest gezonden. Wees gegroet, enz.
2. Jezus heeft den Trooster gezonden.
3. Jezus hoeft het Vuur op do wereld gezonden.
4. De H. Geest heeft do harten met liefde ontstoken.
5. Do H. Geest hoeft de verstanden verlicht.
6. Do H. Geest heeft de harten versterkt.
7. De H. Geest heeft verscheidene talen doen spreken.
8. De H. Geest heeft Zijne gaven uitgedeeld.
9. Kom, H. Geest, bezook de harten van Uwe geloovigen.
463
H. Eozenkrans.
10. Kom, H. Geest, ontsteek in ons het vuur Uwer liefde.
Geloofd en gedankt, enz.
IV. Maria wordt ten Hemel opgenomen.
De namen van Jezus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1. Maria is opgenomen ten hemel. Wees ge-groot, enz.
2. De hemelsche Vader ontvangt Zijne beminde Dochter.
0. Jezus omhelst Zijne lieve Moedor.
4. De H. Geest verwelkomt Zijne reine Bruid.
5. De Serafijnen groeten Maria.
6. De Engelen dienen Maria.
7. Heel de hemel is verblijd door Maria.
8. Maria zit het naaste bij Jezus.
9. Maria is onze moeder en middelares in den hemel.
10. Maria is onze voorspreekster in den hemel. Geloofd en gedankt, enz.
V. De Kroning van Maria.
De namen van Jezus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1. Maria is roemrijk gekroond in den hemel. Wees gegroet, enz.
464
H. Rozenkrans.
2. Maria gekroond om hare serafijnsche liefde.
3. Maria gekroond om hare engelachtige zuiverheid.
4. Maria gekroond om haro groote ootmoedigheid.
5. Maria gekroond om hare volmaakte gehoorzaamheid.
6. Maria gekroond om haro heilige voorzichtigheid.
7. Maria gekroond om hare groote verduldigheid.
8. Maria gekroond om hare ijverige dankbaarheid.
9. Maria gekroond om hare volharding in alle deugden,
10. Maria boven alle Engelen en Heiligen in den hemel gekroond, gelijk zulks de Moeder Gods toekomt.
Geloofd eu gedankt, enz.
GEBED.
Ik offer u, allerzuiverste Maagd en roemrijke Moeder Gods, in vereen iging van al uwe deugden, verdiensten en volmaaktheden, deze geestelijke kroon van gebeden en groetenissen; ge-waardig ze te ontvangen met al de lofzangen, die zoo op aarde als in don hemel tot u gericht
Geii^4^)sleutel,
465
Rozenkrans der Liefde.
worden, en verkrijg voor mij on al degenen, voör wie ik gehouden ben te bidden, van uwen Zoon de genade, om wei to loven en zalig te sterven. Amen.
ROZENKRANS DER LIEFDE,
ter eere der Allerheiligsten Drievuldigheid.
In hot loven van de H. Maria Magdalena de Pazzis wordt iets verhaald, waaruit wij allen nut kunnen trekken. Deze Heilige zag eens in oen geestverrukking de grooto heerlijkheid van Maria Benedicta Vettori, eene harer kloosterzusters, welke pas vijf uren te voren gestorven was. Zij aanschouwde een tijd lang den stralengloed harer geestelijke dochter, en riep dan vol bewondering uit: »0, wat zijt gij gelukkig, gij, die in hot verborgene het goede wist te beoefenen; wolk een grooto genade, tot de uitverkorenen te behooren, en toch door de menschen als een gewoon schepsel beschouwd te worden! Had het Eeuwige Woord slechts gelet op uwe uitwendige daden, Hij zou weinig te beloonen gevonden hebben, â want kort was de tijd van uw leven â maar de goedo God laat geen onkele goede gedachte, geen woord, geen zucht des
466
Rozenkrans der Liefde. 467
harten onbeloond. Gelukzalige ziel, groot en onafgebroken waren uwe daden, want zij werden in liet geheim in uw binnenste beoefend, gelijk slechts weinigen zulks doen. O onbegrijpelijke grootheid der verborgene en inwendige goede werken. Eén hiervan is meer waard, dan duizend, dio de wereld bewondert.®
Onder alle inwendige acten van deugden zijn do oefeningen van liefde het nuttigst. Want de volmaaktheid bestaat in de liefde. Daarom ontving de H. Gertrudis oens van den godde-lijken Verlosser deze les: «Zorg ervoor, steeds een goeden wil te hebben, want om een goeden wil geef ik meer, dan om alle werken. Want hij, die den goeden wil heeft, altijd boven al het geschapene Mij te loven, te beminnen en te danken, alle deugden zoo volmaakt mogelijk te beoefenen, die zal van mij, met goddelijke vrijgevigheid, een overvloediger loon ontvangen, dan ooit eenig mousch door zijne werken verwerven kan.lt;
Wilt gij dezen wenk opvolgen, dan kunt gij u wellicht van de volgende oefeningen bedienen, ten einde daarvoor
1. den drieëenigen God op zoo waardig mogelijke wijze te loven en te verheerlijken;
2. Hom te danken voor Zijn grenzenlooze liefde;
30*
468 Kozenkrans der Liefde.
3. Hem voldoening te geven voor uwe zonden en die der geheele wereld.
4. Hem te bidden, dat alle menschen Hom van ganscher harte liefhebben, en dat gij, en alle menschen, vooral echter de stervende zondaars, mogen vervuld worden met een oprecht berouw, voortkomend uit een volmaakte liefde.
1. Ter eere van God den Vader.
Kom, Heilige Geest. (Driemaal.)
O Vuur, dat altijd brandt en nooit uitdooft, o Liefde, altijd warm en nooit verflauwend, doe mij geheel van liefde tot U branden, opdat ik U volmaakt beminne.
Ik bemin U, o liefderijke Vader, (zevenmaal.)
(Spreek deze woorden, om aan den Hemelschen Vader Zijn eigen grenzenlooze liefde op te dragen, en verlang er naar, Hem met dezelfde oneindige liefde te beminnen. Wel is waar is dit voor den mensch onmogelijk, maar zulk een verlangen behaagt God uitermate.J
O Vuur, enz.
Ik bemin U, oneindige goedheid!
(Zevenmaal, in vereeniging met de oneindige liefde van God den Zoon tot Zyn eeuwigen Vader,)
O Vuur, enz.
Ik bemin U!
(Zevenmaal, in vereeniging met de oneindige liefde van God den H. Geest tot den eeuwigen Vader.)
Kozenkrans der Liefde.
O Vuur, enz.
Ik bemin U van gvanscher harte!
(Zevenmaal, in vereeniging: met de wondervolle liefde van Jezus' H. Hart tot Zijn eeuwigen Vader.)
0 Vuur, enz.
Ik bemin U van ganscher harte!
(Zevenmaal in vereeniging; met de reine liefde van Maria, den H. Jozef en uwe Patroonheiligen tot den Hemelscben Vader.)
0 Vuur, enz.
Ik bemin U met geheel mijn ziel!
(Zevenmaal, in vereeniging met de liefde van alle Engelen tot den Hemelscben Vader.)
0 Vuur, enz.
Ik bemin ü met al mijn krachten!
(Zevenmaal, in vcreeniging met de liefde van alle Heiligen des hemels en van alle rechtvaardigen op aarde tot den Hemelscben Vader.)
0 Vuur, enz.
II. Ter eere van God den Zoon.
Kom, Heilige Geest. (Driemaal.)
0 Vuur, dat altijd brandt en nooit uitdooft, o Liefde, altijd warm en nooit verflauwend, doe mij geheel van liefde tot U branden, opdat ik U volmaakt beminne.
Ik bemin U, o liefderijke Jezus!
(Zevenmaal, in vereeniging met de liefde des Vaders tot Zijnen Zoon.)
469
470 Rozenkrans der Liefde.
O Vuur, enz.
Ik bemin IJ, o oneindige goedheid!
(Zevenmaal, in vereeniging^ met de liefde des Zoons tot Zich zeiven.)
O Vuur, enz.
Ik bemin U!
(Zevenmaal, in vereeniging met de liefde des H. Geestes tot den Zoon.)
O Vuur, enz.
Ik bemin U van ganscher harte!
(Zevenmaal, in vereeniging met de liefde van Jezus1 H. Hart tot Zijne Godheid.)
O Vuur, enz.
Ik bemin U van ganscher harte!
(Zevenmaal, in vereeniging met de liefde van Maria, den H. Jozef en uwe Patroonheiligen tot Jezus.)
0 Vuur, enz.
Ik bemin U met geheel mijn ziel!
(Zevenmaal, in vereeniging met de liefde der Engelen tot Jezus.)
0 Vuur, enz.
Ik bemin IJ met al mijn krachten!
(Zevenmaal, in vereeniging met de liefde van alle Heiligen des hemels en alle rechtvaardigen op aarde tot Jezus.)
0 Vuur, enz.
III. Ter eere van den H, Geest.
Kom, Heilige Geest. (Driemaal.)
ü Vuur, dat altijd brandt en nooit uitdooft,
Rozenlirana der Liefde. 471
o Liefde, altijd warm en nooit verflauwend, doe mij geheel van liefde tot U branden, opdat ik ü volmaakt beminne.
Ik bemin U, o beminnenswaardige H. Geest!
(Zevenmaal, in vereeniging met de liefde des Hemclschen Vaders tot den H. Geest.)
O Vuur, enz.
Ik bemin U, oneindige goedheid!
(Zevenmaal, in vereenigin» met de liefde van het Eeuwig-Woord tot den H. Geest.)
0 Vuur, enz.
Ik bemin U!
(Zevenmaal, in vereeniging met de liefde des H. Geestes tot Zich zeiven.)
0 Vuur, enz.
Ik bemin U van ganscher harte!
(Zevenmaal, in vereeniging met de liefde van Jezus* H, Hart tot den H. Geest.)
0 Vuur, enz.
Ik bemin U van ganscher harte!
(Zevenmaal, in vereeniging met de liefde van Maria, den H. Jozef, en uwe Patroonheiligen tot den H. Geest.)
0 Vuur, enz.
Ik bemin U met geheel mijn ziel!
(Zevenmaal, in vereeniging met de liefde der Engelen tot den H. Geest.)
0 Vuur, enz.
Ik bemin TJ met al mijn krachten!
(Zevenmaal, in vereeniging met de liefde van alle Heiligen des hemels en alle rechtvaardigen op aarde tot den H. Geest.)
0 Vuur, enz.
472 Gebed om de genaden en gaven
Gebed om de geiiaden en graven des H. Geestes.
Heilige Geest, die van den Vader en den Zoon voortkomt;
Heilige Geest, gelijk aan den Vader en den Zoon:
Belofte van den teedersten en milddadigsten Vader;
Gave van den allerhoogsten God;
Stroom van het heraelscli licht;
Oorsprong van alle goed;
Bron van levend water;
Verslindend vuur;
Vurige liefde en geestelijke zalving;
Geest van liefde en waarheid;
Geest van wijsheid en verstand;
Geest van raad en sterkte;
Geest van wetenschap en godsvrucht;
Geest van de vreeze des Heeren;
Geest van vrede en zachtmoedigheid;
Geest van zuiverheid en reinheid;
Kom en hernieuw het aanschijn der aarde;
Stort üw licht uit in onzen geest;
Druk Uwe wet in onze harten;
Onsteek ons door Uwe liefde;
Ontsluit voor ons Uwe genaden en gaven;
des H. Geestes.
Verlicht ons door Uwe liemelsche inspraken;
Versterk ons dooi' de kracht Uwer genade;
Schenk ons de alleen noodzakelijke wetenschap;
Help ons elkander te beminnen en te verdragen ;
Maak ons opmerkzaam op Uwe ingevingen;
Leer ons biaden, en bid zelf voor ons;
Geef ons liefde en vergevingsgezindheid jegens onze broeders en zusters;
Boezem ons een afschrik in tegen alle kwaad:
Help ons in het beoefenen van het goede;
Dóe ons volharden in de gerechtigheid;
Wees Gij zelf onze eeuwige belooning.
V. Zend Uwen Geest uit, en alles zal herschapen worden.
R. En het aanschijn der aarde zult Gij hernieuwen.
Laat ons bidden.
Geest van liefde, wees de alleenheerscher van mijn hart; regeer daarin volgens Uw welgevallen; kom, en verdrijf alles eruit, wat U mishaagt. Kom en ontsteek in mij het vuur Uwer liefde. Vervul mijn hart met een heiligen ijver voor de plichten van mijn staat, want ik heb vast besloten, alles te doen, wat Gij verlangt. Gij zult bevelen, en ik zal gehoorzamen. Verander en hernieuw geheel mijn wezen, op-
473
474 Gebed tot den H. Geest.
dat ik een waardige tempel van U worde. Bereid mijn hart tot het ontvangen Uwer gaven; wek mij op tot een innig gebed en een vurig verlangen. Kom in mij, H. Geest, kom met Uw licht, met Uwe genaden en gaven, met Uwe liefde! Ontvonk mijn hart door Uw goddelijk liefdevuur! Wees mijn leermeester, spreek tot mijn geest, spreek tot mijn hart, verlicht mij, geleid mij! Alles rondom mij zwijge voortaan, naar U alleen wil ik luisteren. Hoe bekoorlijk zijn Uw hemelsche onderrichtingen. Wie ze eenmaal genoot, heeft een walg van al het aard-sche. Wanneer ik het geluk heb. Uwe stem te hooren, dan zal ik erkennen, hoe goed mijn God is, die alleen alle liefde verdient, dat de lijdenskelk voordeelig is voor mijne ziel, dat aan het kruis een stroom van zoetheid ontspringt. Kom dan. Vader der armen, Uitdeeler der hemelsche genaden en gaven! Kom dan. licht mijns harten, H. Geest, die met den Vader en den Zoon leelt en regeert in alle eeuwigheid. Amen.
GEBEDEN
voor de Vormelingen.
V o o r w o o r d.
Kinderen! Van harte wensch ik u g-eluk met de ^roote genade, welke u weldra wacht! Gij zult het H. Vormsel, en tegelijk de volheid des H. Geestes ontvangen. Deze genade verdient geen mindere hoogschatting, dan toen gij uw eerste H. Communie deedt, derhalve moet gij ook nu u ernstig voorbereiden. Wanneer gij dit H. Sacrament waardig ontvangt, dan zal de H. Geest u in een anderen mensch herscheppen, u doordringen met de kracht Zijner zevenvoudige gaven, en uwe ziel allerinnigst met Zijne Godheid verbinden.
N Volg dus het voorbeeld der Apostelen na, die, toen zij zich gingen voorbereiden tot de nederdaling van den H. Geest, het gewoel der wereld verlieten, om zich met Maria, de onbevlekte Bruid des H. Geestes, te begeven in afzondering en gebed. Bereid ook gij, even als zij, u negen dagen lang voor op de komst van den H. Geest; volg de voorbereidende oefening in uwe kerk met allen ijver, dat zal u honderdvoudige vruchten verwerven voor tijd en eeuwigheid. Zorg vooral, het H. Vormsel met een zuiver hart te ontvangen, dus niet in staat van doodzonde. Denk er aan, dat gij dit Sacrament slechts éénmaal kunt ont-
470 Negendaagsche Optening
vangen, en op hoe waardiger wijze dit geschiedt, des te meer zegeningen zal het u verleenen voor dit leven en voor de geheele eeuwigheid.
NEGENDAAGSCHE OEFENING
voor de Vormelingen.
(Ook aan te bevelen voor iedereen, vooral als voorbe-reidiii;? tot het H. Piuksterfeest.)
Gebe 1 tot voorbereiding:.
O zegenrijke Trooster, H. Geest, kom tot mij. Mijne ziel verlangt naar ü. mijn hart dorst jaar li. Gij alleen kunt mij genoegen geven. Gij alleen mij gelukkig maken. Versmaad toch niet, o goddelijke Bruidegom, het verblijf in mijn armzalig hart.
Mijn hart is wel onrein, doch Gij kunt het reinigen
Mijn hart is donker, doch Gij kunt het verlichten.
Mijn hart is bedorven, doch Gij kunt het' niet Uwe liefde doordringen. ,
Mijn hart is bedroefd, doch Gij kunt het vertroosten.
Mijn hart is zwak, doch Gij kunt het versterken.
Mijn hart is koud. doch Gij kunt het verwannen.
vooo de Vormelingen. 477
Mijn hart is aardsch gezind, doch Gij kunt het vervullen met homelsche verlangens.
Mijn hart is vol zonde, doch Gij kunt het met deugden versieren.
Mijn hart is wankelend, doch Gij kunt het standvastig maken.
Kom dan, H. Geest, Vader der armen, kom, en vervul mij met Uwe liefde. Amen.
Eerste dag.
Over de bestemming- van den incnscli.
1. Ik bon door God uit liefde geschapen. Waar waart gij voor honderd jaren? Gi| bestondt niet. Niemand dacht aan u; nu zijt gij er; gij hebt een lichaam, begaafd met zintuigen, en eene onsterfelijke ziel, welke in staat is, het hoogste goed. God zelf, te kennen en te beminnen. Aan wien hebt gij dit alles te danken? Niet aan u zelf, niet aan eenig schepsel, maar ten laatste alleen aan den goeden God. Met den Psalmist moet gij dus bekennen: »U\vo handen hebben mij gemaakt en gevormd .... Gij hebt mij geschapen en Uwe hand op mij gelegd.« (Ps. 118 en 138.)
God heeft u geschapen, en waarom? Wat zette Hem daartoe aan? Had Hij u noodig?
478 Negendaagsche Oefening
Maar kan dan een niet iets geven aan Hem, die alles bezit? God heeft u geschapen, niet uit noodzakelijkheid, maar uit liefde, gelijk Hij bij den Profeet Jeremias (XXXI. 3) zegt: »Met eeuwige liefde bemin ik u.« Van alle eeuwigheid heeft de H. Drievuldigheid aan u gedacht, / u bemind, en alleen uit liefde aan u het bestaan geschonken.
2. God is het doel mijner bestemming. Groot zijt gij, mijne ziel, verheven is uwe bestemming. Niet voor deze aarde, niet ten dienste van eenig schepsel, maar voor God zijt gij geschapen. Het geloof roept u toe: »De Heer heeft alles voor zich zeiven gemaakt» (Prov. XVI. 14.); al het geschapene roept uit: «IJdelheid der ijdelheden, behalve God beminnen en Hem alleen dienen.» (Th. a K. I. 1.); uw eigen ondervinding moet met den H. Au-gustinus erkennen: »Gij hebt ons voor U, o God, geschapen, en ons iiart is niet gerust, alvorens het rust vinde in U.« Wend u tot de mensch geworden Eeuwige Wijsheid. Jezus Christus, en de wonden Zijner handen en voeten zullen u toevoegen: »Ik zoek niet Mijn eigen glorie, maar de eer van Hem, die Mij gezonden heeft.« (Joan. VIII. 50.) â Gij zijt voor God geschapen, en bestemd, om God te beminnen, en door de
voor de Vormelingen. 479
liefde Hem te bezitten in den tijd en in de eeuwigheid; .gt;6ij zult den Heer uwen God liefhebben uit goheel uw hart, met geheel uwe ziel, met al uw verstand, en met al uwe krachten.« (Matth.. XXII. 37.) Al het overige is bijzaak, dit alléén is noodzakelijk. Slechts dan zijt gij gelukkig, wanneer gij God waarlijk van harto bemint.
Mijne ziel, hebt gij steeds zoo gehandeld? Of behaagt u meer de wereld niet hare verboden genoegens? Verbruiktet gij uw tijd om zonde te doen? â Verwek dan een hartelijk berouw, en bid den H. Geest vol nederigheid en vertrouwen, dat Hij uw hart vervulle met Zijne genade, opdat gij moogt beantwoorden aan uwe bestemming: God alleen beminnen, van ganscher harte.
Oefening.
Vraag u bij elke handeling af, even als do H. Aloysius: »\Vat baat mij dit voor de eeuwigheid ?«
Gebed na iedere ovenvegingr.
Kom, H. Geest, vervul mij,
O Geest des Vaders beziel mij,
O Geest des Zoons verlos mij,
O eeuwige Liefde doordring mij.
Ontsteek mij met Uw vuur.
480 Negendaagsche Oefening
Verlicht mij door Uw licht,.
Verkwik mij aan uwe levende bron,
Zuiver mij van mijne zonden.
Versterk mij door Uwe zalving,
Verkwik mij door Uwen troost,
Geleid mij door Uwe genade,
Bescherm mij door Uwen Engel,
Laat mij nooit van U worden gescheiden.
God, H. Geest, verhoor mij.
Uw goddelijke vinger rake mij aan,
Stort in mijn hurt den stroom aller deugden,
Versterk mij door Uwe genade.
Laaf mij met Uwe vruchten,
Bewaar mij voor den boozen vijand,
Zalf mij tot den laatsten strijd,
Help mij in do ure des doods.
Laat mij dan tot U komen,
Opdat ik alsdan met alle Heiligen
Den Vader, den Zoon en U,
Liefderijke Vertrooster, moge verheerlijken
In alle eeuwigheid. Amen.
V. Zend Uwen Geest, en alles zal herschapen worden,
B. En Gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
Gebed. Ontsteek, o Heer, onze harten door het vuur van den H, Geest, opdat wij U met
voor do Vormelingen.
een zuiver lichaam mogen dienen en door een rein hart mogen behagen. Door Christus onzen Heer. Amen.
Woos gegroet, enz.
V. H. Maria, onbevlekte Bruid des H. Geestes, K. Bid voor ons met alle Heiligen. Amen.
Tweede dag.
(Gebod tot voorbereiding bl. 476.)
Maak uwe ziel üalig'.
1. Waarde onzer ziel. »Er bestaat niets kostbaarder,» zegt do H. Laurentius Justinianus, »niots, wat ons meer dierbaar moet zijn, dan onze ziel; zij is versierd mot het beeld Gods, vrijgekocht door Christus' bloed, en bestemd, om eeuwig met de Engelen gelukkig te zijn.« Uwe ziel, Christenen, is meer waard, dan do geheele wereld met al hare schatten en rijkdommen; denk slechts aan haar losprijs: alles heeft de Zoon Gods opgeofferd, om uwe ziel vrij te koopen; voor haar verzaakte Hij aan alle rijkdommen en schatten, zoodat Hij niet eens een steen overhield, om daarop te rusten; voor haar zag hij af van alle eerbewijzen, en liet zich als oen misdadiger ten dood veroordeelen. Koning
(jionHdcnsieutel, 31
481
482 Xegendaagsche Oefening
van hemel en aarde als Hij was, liet Hij Zich met boeien binden en aan het kruis hechten; Zijn lichaam liet Hij niet geeselslagen doorploegen, Zijn hoofd met doornen omringen, Zijne handen en voeten mee nagelen doorboren; voor uwe ziel liet Hij Zijn liefdevol hart met een lans openen, vergoot Zijn bloed tot den laatsten druppel; zelfs Zijn eigen goddelijke ziel offerde Hij op voor de uwe, door haar to dompelen in een zee van smarten. En wat Jezus toen bij Zijn heilig lijden doorstaan hoeft, dat is Hij bereid, nogmaals te doorstaan voor iedereen, zelfs voor don grootsten zondaar, gelijk Hij aan de H. Bri-gitta geopenbaard heeft. (Op. 3. b. 31. hoofdst.) Erken hieraan. Christen, de waarde uwer ziel.
2. Maak uw ziel zalig. »Als onze ziel dan zoo voortreffelijk is, dan begrijp ik niet,« zegt de H. Joannes Chrysostomus, »dat men haar zoo gemakkelijk kan vergeten.« Menigeen zorgt altijd voor zijn lichaam, maar om de ziel bekommert men zich niet. »Beklagenswaardigo mensch,« roept de H. Bernardus ons toe, »gij arbeidt tot onderhoud en ter voldoening van uw lichaam, dat na korten tijd door de wormen zal worden verteerd; gij verkort uwen slaap, om maar voor uw lichaam te zorgen; doch om te zorgen, dat uwe ziel volgens hare bestemming bij God in
voor de Vormelingen.
den hemel konie, daarvoor is geen tijd te vinden, gij weet niet eens, hoe gij dat zoudt moeten aanloggen.« Donk er toch aan, Christen, gij hebt slechts ééne ziel. »6od de Heer,« zegt de H. Chrysostomns, »hoeft den raensch bijna alles dubbel gegeven: twee oogen, twee ooren, twee voeten enz., opdat, wanneer er soms een verloren mocht gaan, hij zich nog zou verheugen in het bezit van het overgebleven lichaamsdeel, maar Hij gaf hom slechts ééne eonige, onsterfelijke ziel; gaat deze verloren, dan blijft hem geen andere meer over.«
Ook uwe ziel is onsterfelijk; behoudt gij haar, dan zult gij voor eeuwig gelukkig zijn in den hemel; verliest gij haar, dan wacht u een eeuwig lijden in de hel. Tot iederen prijs moet dus uwe ziel gered worden, en dat moet gij zelf doen. Noch de priester, noch uw ouders, noch wie ook, kan hier uw plaats vervangen, het is uw werk, niet uit eigen kracht, doch door den bijstand en de genade van den H. Geest. Want zijn ziel zalig maken, is niets anders, dan in de gemeenschap des H. Geestes leven en sterven. Bereid u dus goed voor op Zijne komst, en vraag, dat Hij Zich zoo innig met u verbinde, dat het onmogelijk is, van Hem te scheiden.
483
31*
Negendaagsche Oefening
Oefexixu.
Denk dikwijls aan het woord der H. Schrift: »Wat baat het den niensoh, al wint hij de geheels wereld, maar aan zijne ziel schade lijdt.«
(Gebed na de overweging 1gt;1. 479.;
Zend Uwen Geest, enz.
Gebed. O God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest hebt onderwezen, geef, dat wij door dienzolfden Geest mogen erkennen, wat recht is, en ons altijd in Zijne vertroostingen mogen verheugen. Door Christus onzen Heer Amen.
Wees gegroet, enz. H. Maria, enz
Derde dag.
(Gebed tot voorbereiding bl. 476.)
Over de verkeerde eigenliefde.
Christen, wilt gij uwe ziel zalig maken, volg dan getrouw de leiding van don H. Geest, en wacht u voor een verkeerde liefde, hetzij tot u zeiven, hetzij tot eenig schepsel. Overweeg tot uw afschrik:
1. De zonde der Engelen. In den beginne waren alle Engelen in de liefde des H. Geestes met elkander en met God verbonden. Hoe gelukkig waren zij reeds in den tijd van
484
voor do Vormelingen.
beproeving; eon grooter, eindeloos geluk, eou eeuwige zaligheid wachtte hen na do doorstane beproeving. De aanvoerder van de Engelenlegioenen was Lucifer. De H. Geest noemt hem .. . »vol wijsheid, en volmaakt schoon. Gij waart in de vreugden van Gods paradijs, bedekt met kostbare steenen. Met goud doorweven was uw gewaad. Ik plaatste u boven op den H. Berg Gods, en gij wandeldet tusschen vurige steenen. Volmaakt was uw wandel, totdat zonde in u !gt;evonden werd.« (Ez. 28.)
Groot was Lucifers misdaad. Hij verzaakte aan de liefde van den H. Geest en liet zich door zijn lage eigenliefde zóó beheerschen, dat hij de oproervaan lieesch en gelijk wilde zijn aan God. »Gij zeidet in uw hart: ik wil opstijgen ton hemel, boven de sterren mijn zetel vestigen, wonen op den berg des verbonds. Boven de wolken verhef ik mij. aan den Allerhoogste wil ik gelijk zijn.« En tegelijk met Lucifer onttrokken zich vele andere Engelen aan de leiding van den H. Geest, om zich aan zondige eigenliefde over te geven, en in zich zelf eer en taligheid te zoeken. »En ziet, een groote, bloed-foode draak trok met zijn staart een derde gedeelte van de sterren des hemels naar beneden.« (Apoc. XTL 3â4.)
486 Negetulaagsche Oefening
2. De straf dier zonde. »Er ontstond een hevige strijd in den hemel. Michael met zijne Engelen streed tegen den draak en diens Engelen, maar deze laatsten konden niet overwinnen, en hun plaats werd voortaan niet meer gevonden in den hemel.« Lucifer zonk met zijn aanhang neder in den afgrond der hel; eeuwig moet hij daar lijden en boeten voor zijn afval van den Geest Gods, voor het voldoen van zijn eigenliefde. »TJw hart verhief zich op zijne schoonheid â spreekt de Heer â nu stort ik u neder ter helle. Gij ontheiligdet uw heiligdom, daarom zal ik vuur van u laten uitgaan, om u te verteren. Alle volkeren, die u zien, zullen vol verwondering u aanschouwen: want tot niets zijt gij geworden, eu nooit zult gij meer opkomen in eeuwigheid.»
Verschrikkelijke val! »Hoe zijt gij van den hemel gevallen, gij morgenster ?« Vreeselijk is het, den H. Geest, God den Heer, te verlaten. Voor eeuwig zijn de gevallen Engelen van Hem gescheiden. Hun vorstand is geheel verduisterd; want de H. Geest verlicht hen niet meer; hun wil is ten kwade geneigd, want de H. Geest vervult hen niet meer. Alles valt hen zwaar en pijnlijk, want de liefde Gods is niet meer hun deel.
voor de Vormelingen. 487
O God, mijn hart siddert, wanneer ik aan dit alles denk. Lucifer stond slechts éénmaal tegen II op, en ik zoo menigmaal. O H. Geest, Vader van liefde en ontferming, schenk mij. armen zondaar, vergiffenis, ter wille van Jezus' H. Hart, Heer, wees mij, zondaar, genadig.
Oefexijtg.
Bid den H. Goest, dat de vroegere genade der gevallen Engelen uw doel moge worden, ten einde door uwe grootere liefdeoefeningen hun gebrek aan liefde te vergoeden.
(Gehed na de overweging bl. 479.)
Zend Uwen Geest, enz.
Gebed. O God, voor *vien ieder hart open ligt, wien alle wil spreekt, en wien geen geheim verborgen is! reinig door de instorting van den H. Geest, de gedachten onzer harten, opdat wij U volmaakt beminnen en waardig mogen loven. Door Jezus Christus, onzen Heer. Amen.
Wees gegroet, enz. H. Maria, enz.
Vierde clag.
(Gebed tot voorbereiding bl. 47G.)
Over de liefde tot de wereld.
Christen, gij zaagt de vreeselijke gevolgen der dwaze eigenliefde bij de gevallen Engelen, over-
4H8 Negendaagsclie Oefening
weeg nu de treurige gevolgen der liefde tot de wereld bij den gevallen mensch.
1. De zonde van het eerste menschen-paar. Zoolang als de liefde des H. Geestes onze eerste stamouders bezielde, waren zij bovenmate gelukkig. »Hij deelde bun de wetenschap des Geestes mede, maakte hun hart gevoelig, en toonde hen goed en kwaad. Zijn oog bewaakte hun hart en liet hen de heerlijkheid Zijner werken doorschouwen.» Na een leven van vreugde eu genot, zouden zij zonder ziekte of dood overgaan tot de eeuwige vreugde, wanneer zij getrouw bleven aan den H. Geest.
Helaas, zij verloren Hem uit hun hart en stelden in Zijn plaats de liefde voor de wereld. Eva, door slangenlist misleid, strekte hare hand uit naar de verboden vrucht. »En de vrouw zag, dat de boom schoon, de vrucht goed te gebruiken was; zij nam van de vrucht, at, en gat er van aan haren man, die insgelijks at.« Zoo kwam ook Adam ten val, doch meer door een verkeerde liefde tot zijne vrouw, dan door de begeerte naar de verboden vrucht.
2. Do straf dier zonde. De liefde Gods brengt eeuwig leven, de zonde brengt den dood voort. Dit ondervonden Adam en Eva. De straf volgde aanstonds op de zonde, en zij drukte des
voor de Vormelingen. 489
to zwaarder, daar zij beiden, door eigenliefde verblind, de schuld aan elkander gaven, in plaats van zich rouwwoedig te vernederen. God sprak tot Adam: »Wijl gij geluisterd hebt naar de stem mver vróuw, eu gegeten van de vrucht, welke Ik ii verboden had. daarom zij de aarde vervloekt onder uwe hand; distelen en doornen zal zij voortbrengen, in liet zweet uws aanschijns zult gij uw brood eten, totdat gij wederkeert tot de aarde, waaruit gij gemaakt zijt; want stof zijt gij, en tot stof zult gij wederkeeren.« â Gelijke straf trof ook Eva's lichaam.
Ernstiger nog waren de gevolgen voor hunne ziel, die, beroofd van de gemeenschap des H. Geestes. door de heiligmakende genade, in al hare vermogens zwaar werd gewond. Verstand en wil. vroeger verlicht en vervuld door de gaven van den H. Geest, waren nu verduisterd, en een speelbal der kwade driften; het hart, waaruit de vrede werd weggerukt, was nu onrustig en ten prooi aan zielesmarten.
En zij maakten niet alleen zich zelf ongelukkig, al hunne nakomelingen moesten dat lot doelen. Wie kan berekenen, hoeveel ziekte en droefheid, oorlog en hongersnood, lijden en gebrek, hoeveel andere zonden den mensch hebben nedergedrukt, als gevolg van die eerste zonde.
Negendaagsehe Oefening'
â hoeveel zielen zijn daardoor voor eeuwig verloren gegaan!
Zie daar de wrange vrucht der zonde, het gevolg van het weerstaan aan den H. Geest. â Maar mijne ziel, zijt gij getrouw gebleven'? Adam zondigde slechts éénmaal, en hij kende nog niet zoo goed de overgroote liefde Gods, zoo als Hij die getoond heeft in het verlossingswerk; gij echter kent Gods liefde en toch hebt gij den H. Geest zoo dikwijls bedroefd en u teugelloos aan de liefde tot de wereld over gegeven.
Oefening.
Bewaak uwe oogen, wees voorzichtig in den omgang met personen van het andere geslacht.
(Gebed na de overweging bl. 479.)
Zend Uwen Geest, enz.
Gebed. Moge de genade van den H. Geest onze harten zuiveren, o Heer. en ze besproeien met Uwen heinelschen dauw. Door Christus onzen Heer. Amen.
Wees gegroet, enz. H. Maria, enz.
490
voor de Vormelingen.
Vijfde dag.
(Gebed tot voorbereiding bl. 476.)
De g-evolgen der doodzomlen voor de Christenen.
O H. Geest, verlicht mijn verstand, opdat ik den treurigen zieletoestand leere kennen van hem, die zoo dwaas is. IJ te verstooten.
1. De doodzonde berooft ons van de heilig makende genade. Zoolang gij in Gods liefde blijft, zijt gij op het allerinnigst met den H. Geest verbonden. Uwe ziel is Zijn tempel, en met den H. Geest wonen ook de Vader en de Zoon in u. Do Vader beschouwt u als Zijn dierbaar kind, de Zoon eert u als Zijn geheilig-den broeder, de H. Geest bemint u als een Hem toegewijden tempel. â Maar welke verandering brengt daarin de doodzonde? »Gij waart een tempel Gods, do woonstede van den H. Geest.« zegt de H. Augustinus, »als ik daaraan denk. moet ik zuchten en weeklagen, want gij zijt niet meer, wat gij geweest zijt.« De doodzonde heeft u van het hoogste goed beroofd, uwe ziel gemaakt tot een woonplaats des duivels. In plaats van de vriendschap is nu de toorn Gods uw deel. want geloof niet. dat gij ongestraft kunt zondi-
491
Negendaagsche Oefening
gen. terwijl de gevallen Engelen en hot eerste menschenpaar zoo vreeselijk zijn gestraft.
2. Do doodzonde berooft de ziel van al haar schoonheid, licht, kracht en verdiensten, beneemt haar zelfs de mogelijkheid, om nog verdiensten voor den hemel te vergaderen. Op u, o zondige ziel. zijn de woorden van toepassing, welke de profeet Jeremias uitte op de bouwvallen van Jeruzalem: »In Zijn gramschap heeft de Heer met duisternis overdekt de dochter van Sion; van den hemel stortte Hij naar het aardrijk het heerlijke Israël, en op den dag van gramschap denkt Hij niet meer aan Zijn vroegere voetbank; verbrijzeld heeft de Heer, en niet verschoond alle sieraden van Jacob, â verwoest do stede van hot maagdelijke Juda, met schande overdekt, in het stof geworpen het rijk en zijn vorsten, verbroken alle kracht van Israel, Zijn gelaat afgewend, en in Jacob een vuur ontstoken, waarvan de vlammen verwoestend en verterend om zich heen grijpen. Als een strijder heeft Hij Zijn boog gespannen, als een vijand Zijn vuist gebald, en gedood alles, wat in de tenten der dochteren Sions aanwezig was, als gloeiende zwavel rolde Zijn gramschap voort.«
(Threni II., 2â4.)
492
voor do Vormelingen.
3. De doodzonde ontrooft ons do zeven gaven van den H. Geest. Zoolang onze ziel in do liefde Gods blijft, is ze vervuld dooiden Geest Gods, door den Geest van wijsheid en verstand, van raad en sterkte, van wetenschap en godsvrucht en van de vrees des Heeren. Verlaat echter de H. Geest onze ziel, dan zijn te gelijker tijd tevens Zijn zeven gaven verdwenen. Zijn plaats wordt ingenomen door den duivel, die nog zeven andere geesten, slechter dan hij zelf, medebrengt, namelijk: de geesten van hoovaardigheid, gierigheid, onkuischhcid, nijd, gulzigheid, gramschap en traagheid.
4. De doodzonde vernietigt in ons de 7 hoofddeugden, en do 12 vruchten van den H. Gees t. Liefde tot God en doodzonde kunnen even onmogelijk samengaan als licht en duisternis. Is de liefde tot God uit ons hart, dan zijn alle overige deugden zonder kracht of leven, zonder verdiensten voor den hemel. »A1 had ik een geloof, zóó dat ik bergen kon verzetten,® zegt de H. Paulus, «wanneer ik geen liefde heb. dan bon ik niets. En al gaf ik mijn geheel vermogen aan de armen, al liet ik mijn lichaam verbranden,.... zonder de liefde baat het mij niets,«
493
494 Negendaagsche Oefening
Mijne ziel, dwaas hebt gij gehandeld, met doodzonde te bedrijven. Heilige Geest, duld niet, dat ik mij ooit weer van TJ scheide.
oefejstlng.
Bid den H. Geest om vergiffenis uwer zonden en kwijtschelding der verdiende straffen; offer daartoe het kostbaar Bloed van Jezus op.
(Gebed na de overweging bl. 479.)
Zend Uwen Geest enz.
Gebed. Wij smeeken U, o Heer, zuiver onze harten, opdat Uw goddelijke Zoon, indien Hij komt, eene waardige woning in ons moge vinden. Uoor Christus, onzen Heer. Amen.
Wees gegroet, enz. H. Maria, enz.
Zesde dag.
(Gebed tot voorbereiding bl. 476.)
De Hel.
Wilt Gij, Christen, nog beter inzien, hoe dwaas het is, door do zonde den H. Geest uit uw hart te verbannen, verbeeld u dan een ruensch te iien, die, met doodzonden bezoedeld, de eeuwigheid binnengaat. De poorten der hel gaan voor hem open, hij wordt geworpen in het eeuwige vuur.
voor de Vornielingen.
1. De verdoemde denkt aan het verled ene. Rijkdommen, genoegens, eerambten, heeft hij hartstochtelijk bemind, â thans vervloekt hij ze, als do oorzaak zijner verdoeme-nfs. Zijn ⢠ontelbare zonden ziet hij nu in al haar zwaarte! Zij verschaften een kortstondig en onvolmaakt genot, .... en nu een ondragelijke, eeuwige pijn. Hij vervloekt zijn verleiders, die met oen lachend gelaat aan zijn ziel den ondergang bereidden. Eindelijk denkt hij ook aan allo genaden en gaven, welke de H. Geest hem zoo overvloedig heeft toebedeeld; hoe gemakkelijk ware het geweest, zalig te worden! Met hoeveel teederheid en geduld heeft de Heer hem tot bekeering uitgenoodigd en afgewacht. »Maar gij hebt niet gewild,« roept de verdoemde zich zeiven toe; «telkens zocht gij wederom gelegenheid, om te zondigen, van het gebed waart gij afkeerig, de Sacramenten bestonden slechts, om ze heiligschendend te ontvangen, zelf zijt gij de schuld van uw ongeluk!» â Vreeselijk lijden!
2. De verdoemde aanschouwt zich zei ven. Welk een aanblik! Deze ziel is naar het evenbeeld Gods geschapen, eenmaal schitterde zij van goddelijken luister, .... en nu? Helaas, nu zie ik in haar het beeld des duivels,
495
496 Negendaagsche Oefening
iu plants van schoonheid, walgelijke dnistornis. En na den laatsten dag zal ook mijn lichaam, eens de tempel van den H. Geest, het kleed der zonde aannemen, en met mijne ziel verbonden zijn, tot eeuwige straf!
3. U 0 verdoemde werpt een blik rond om zich heen, en ziet do »plaats van ellendes gelijk de H. Geest de verblijfplaats der verdoemden noemt, wijl daar alle ellenden liggen opgehoopt: eeuwige vuurgloed, eeuwige koude, eeuwige honger, eeuwige dorst, eeuwige duisternis en toch alle gruwelijkheden aanschouwen, eeuwige dood. en toch niet kunnen sterven, eeuwig gejammer, nooit vertroosting, eeuwig boeten, nooit vergiffenis, eeuwig haat, nooit liefde, eeuwig droefheid, nooit vreugde, eeuwig gevangen, nooit verlossing. â Ook de bewoners van dit oord der ellende zijn afzichtelijk. Afgevallen Engelen en verdoemde zielen zijn daar vereenigd; elke schoonheid, van de natuur of door de genade verkregen, is verdwenen, slechts de zonde treedt hier in haar afgrijselijkste gedaante op den voorgrond; en dat gezelschap moet eeuwig duren!
4. Eindelijk slaat do verworpeling ook een blik naar boven. Hij denkt aan den hemel, het oord van vreugde, waarin geen
voor do Vormelingen. 497
klacht of droefheid meer bestaat, â voor altoos is hij voor hem gesloten! Hij denkt aan de zalige He mei in gen. aan Maria, de Engelen, de Heiligen .... van hun gezelschap, zelfs van hun liefde blijft hij voor eeuwig verstoeten! Hij denkt eindelijk ook aan God, hot hoogste, onvergankelijke goed; tijdens zijn verblijf op aarde verlangde hij zeer zeldzaam naar God, maar nu, in do eeuwigheid, ontluikt dat verlangen met alle kracht. Door de zonde heeft hij echter dien goeden God verloochend, Hom ais verkocht voor een weinig aardsch genot, en nu moet hij eeuwig smachten en dorsten naar dien God, maar te vergeefs, voor eeuwig te vergeefs! O zonde, bitter zijn uwe vruchten!
O H. Geest, doordring zelfs mijn gebeente met Uwe H. Vreeze! Laat mij liever sterven, dan ooit een doodzonde bedrijven.
Oefening.
Bid dagelijks voor de bekeering der zondaren, en opdat gij zelf voor iedere zware zonde moogt bewaard blijven.
(Gebed na de overweging bl. 479.)
Zend Uwen Geest, enz.
Gebed. O God, aan wien het eigen is, altijd genadig te zijn en te sparen, ontvang ons gebed, opdat Uwe goedertierone barmhartigheid ons en
Genadensleutel. 32
Negendaagsche Oefening
iil Uwe dienaren, die met de ketenen der zonde gphonden zijn. genadiglijk ontbinde. Door Jezus Christus, onzen Heer. Amen.
AVoes gegroet, enz. II. Maria, enz.
Zevende dag.
(Gebed tot voorbereiding bl. 476.)
De dood.
1. Verschrikke 1 ij k is do dood des zondaars, namelijk van hem, die den H. Geest verlaten heeft, om do wereld en de eigenliefde te dienen. Aanschouw den zondaar op zijn sterfbed. Alles, wat hem dierbaar is, moet hij nu verlaten: dat zondige lichaam, door hem zoo slaafs gediend, de ellendige schepselen, zoo hartstochtelijk bemind, de rijkdommen, op onrechtvaardige wijze opgehoopt, huis en goed, vrouw en kind, verlaten eindelijk de gehcelo wereld, waaraan hij lichaam en ziel had verpand. Hij denkt aan het verledene: hoe gelukkig was hij in de dagen zijner onschuld, toen do liefde des H. Geestes zijne ziel nog vervulde!âHelaas, maar al te spoedig kwamen de jaren der bezoeking: hij genoot meer vrijheid, valsche makkers met gehuichelde vriendschap kwamen hem verleiden, lichtvaardig vertrouwde hij op hunne
498
voor ao Vormelingen. 499
voorspiegelingen, hij viel. viel dieper en dieper, tot dat hij eindelijk-, doch te laat, zijn ellende besefte. Hij wilde opstaan, maar vermocht niet meer de gelegenheden te vermijden, hij verzuimde het gebed, verwaarloosde de H. H. Sacra-nienten, en hoopte vermetel op Gods barmhartigheid. â Nu ligt hij machteloos daar neder, en bedroeft den H. Geest op nieuw door zijn vertwijfeling; slechts verwenschingen kan hij nog uitbrengen, en zijn laatste woorden zijn; »Ik bon verdoemd.» Zijn lichaam wordt in het graf een prooi der wormen, zijn ziel zinkt neder in de hol. â O dood, wreed en bitter zijt gij voor den mensch, die den H. Geest niet bezit!
2. »K os tb aar is in liet oog des Hee-ren do dood Zijner Heiligen.» Aanschouw nu het gelukkig lot van hem, die sterft in de vriendschap des H. Geestes. Hij treurt niet om de scheiding van de aarde met al haar genoegens en rijkdommen, want de liefde voor het aardsche versmaadde hij ter wille van de liefde Gods. Het scheiden van bloedverwanten en vrienden valt niet hard, daar de hoop op een eeuwig wederzien in den hemel hem vertroost. Ook de duisternissen des doods kunnen hem niet afschrikken, want met den Psalmist roept hij uit; »A1 wandel ik midden tusschen
5U0 Negcndaagsche Oefening
de schaduwen des doods, toch ducht ik geon kwaad, wijl Gij bij mij zijt.« Bij de gedachte aan het graf troost hem de hoop eener glorievolle verrijzenis, want, zegt deH. Paulus: »Hij, die Jezus van den dood heeft opgewekt, zal ook uwe sUp'felijke lichamen opwekken, om den H. Geest, Die in u woont.* De grootste troost echter van den stervenden rechtvaardige bestaat in het zoete vertrouwen, weldra den Drieëenigen God van aanschijn tot aanschijn te zullen aanschouwen en eeuwig te bezitten. »Want de H. Geest zelf betuigt aan onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn. Zijn wij kinderen, dan ook erfgenamen, erfgenamen Gods, en medeërfgenamen van Christus.» Daarom is voor den rechtvaardige de dood niet bitter, maar zoet, geen vervaarlijke vijand, maar een welkome vriend, die hem uit-noodigt van den arbeid tot de rust, van hot krijgsgewoel naar het land van vrede, van de droefheid tot de eeuwige vreugde. Vol verlangen naar de aanschouwing Gods roept hij nog stervend met den H. Joannes uit: »Kora, Heer ;gt;Jozus!« En de Geest en de Bruid spreken: ;gt;Kom! En ieder, wie het hoort, spreke: kom! »En wie wil, kome, en al, wie dorst hooft, ont-»vangt voor niets het water des eeuwigen levens.«
(Apoc. XXII, 17.)
voor do Vormelingen.
Oefening.
Draag dagelijks voor de stervenden het kostbaar Bloed van Jezus aan den H. (leest op, opdat Hij aan allen een zalig sterfuur verleene.
(tlebed na do overweging bl. 479.)
. Zend Uwen Geest, enz.
Gebed. Almachtige en barmhartige God, dio aan hot menschel ijk geslacht de middelen tot heiliging en de belofte van het eeuwig leven hebt geschonken, zie genadig op ons neder en versterk de zielen, die Gij hebt geschapen, opdat zij in de ure des doods zonder smet door de handen der Engelen aan U, hun Schepper, mogen worden voorgesteld. Door Christus onzen Heer. Amen.
Wees gegroet, enz. H, Maria, ênz.
Achtste dag.
(Gebed tot voorbereiding bl, 476,) Het H. Sacrament der Biecht.
Christen, gij hebt de verschrikkelijke gevolgen der zonde overwogen, toef dan niet langer, om er u van los te scheuren, eu den H. Geest wederom in uw hart op te nemen.
1. De biecht is noodzakelijk. quot;Wanneer gij na het doopsel zwaar gezondigd hebt, is de
501
Nogendaagsclie Oefening
Ijieelit voor zoo noodzakelijk, dat gij onmogelijk vergiffenis kunt vei krijgen, zonder den ernstigen wil te hebben, een goede biecht te spreken. Een volmaakt berouw, het is waar, schenkt ook reeds vergiffenis, doch alleen wanneer liet verbonden is met het vaste voornemen, om tie zonden te biechten, zoodat de biecht voor iedereen, die zwaar gezondigd heeft, noodzakelijk blijft.
2. De biecht is heilzaam. Iedere godvruchtige handeling is nuttig voor onze ziel. inzonderheid echter de bieciit, want door hot biechten verrichten wij een daad van vernedering, en waar de nederigheid is, daar woont de Geest van genade; door de biecht leert de mensch zich zeiven kennen, hij erkent, waarvoor hij zich vooral te wachten heeft, en maakt het voornemen, de zonde en de gelegenheden tot zonde te ontvluchten.
3. De biecht is gemakkelijk. Het ware voldoende geweest, wanneer Jezus, om voor onze zonden te voldoen, één enkel druppeltje van Ziju bloed vergoten had, maar Hij heeft het tot den kaatsten druppel geplengd, en een hard en moeie-lijk werk verricht, om ons het streven naar heiligheid te verlichten. Wanneer ook gij, tot boeting uwer zonden, even als Jezus den kruis-
Ã02
voor do Vormelingen.
dood moest ondergaan, dan ware uwe voldoening nog gering tegenover de schuld van een enkele doodzonde, en gij zoudt u moeten verheugen voor zulk een geringen prijs, van do hellestraffen to kunnen vrijkomen.
Na het offer van Gods Zoon verlangt de H, Geest van u echter niets anders, dan een berouwvolle en oprechte belijdenis uwer zonden, niet het vaste voornemen, om de zonde en de kwade gelegenheden te vluchten, en het onrechtvaardig verkregene terug te geven. En schijnt ook dit u nog te zwaar, dan vraag den H. Geest om Zijn licht en bijstand. Do Goddelijke Trooster zal u dan zeker helpen, en door Zijn genade licht en zoet maken, wat te voren u zwaar en bitter toescheen.
4. De biecht is troostvol. Christen, kondet gij de genadevolle uitwerking van het Sacrament der biecht met uwe oogen aanschouwen, hoezeer zoudt gij naar een heilige biecht verlangen! Zoodra de priester zijn hand zegenend verheft en in naam van den Drieëenigen (lod vergiffenis schenkt, wordt uwe ziel in het Bloed des Lams gewasschen en opnieuw de zetel van den Vader en den Zoon en den II Geest. Wederom zijt gij dan een kind Gods, een tempel van den H. Geest, niet Zijn deugden en gaven
503
Nogendoagsche Oofonincr
gesierd. Sterft gij zoo. dan is de hemel uw deel. Nader dus gaarne en dikwijls tot dit H. Sacrament en biecht altijd oprecht, rouwmoedig en vast besloten tot verbetering uws levens.
CteFENiwe.
lioep vóór de biecht niet ijver den H. Geest aan: bid veel voo1' hen. die in groot gevaar zijn. een heiligscbeudende biecht te spreken.
(Gebed na de overweging bl. 479.)
Zend Uwen Geest, enz.
Gebed. Almachtige, eeuwige God, die in TTwe goedheid de verdiensten zoowel, alsook de verlangens en beden der geloovigen overtreft, stort Uwe ontferming over ons uit, vergeef ons onze zonden en schenk ons. wat wij IT ootmoedig-lijk vragen, de zuiverheid van geweten. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Wees gegroet, enz. H. Maria. enz.
Negende dag.
(Gebed tot voorbereiding bl. 47G.) De beide Rijken.
Twee geesten strijden hier op aarde om de opperheerschappij: de* H. Geest, de koning van gerechtigheid en van vrede, â en de duivel,
0(14
voor do Vormolinsren.
do koning' van zondo en der begeerlijklieid. Een dezer twee moet gij volgen. Doe uw keus!
1. Aanschouw deze beide Kijken; ieder heeft zijn eigen koning, zijn burgers, zijn wetten.
a. De Koning van het cene Kijk is de H. Geest, die de liefde, de goedheid en de schoonheid zelve is. Zijn troon staat vast van eeuwigheid, Zijn almacht kent geen grenzen. Al het goede, edele en schoone van het geschapene komt van Hem. en is slechts een druppeltje in do zee Zijner oneindige volmaaktheden. Deze is zoo groot, dat zelfs de Engelen haar in eeuwigheid niet kunnen begrijpen.
De vorst van het andere rijk is Lucifer, een schepsel, dat alle gaven des H. Geestes bezeten en misbruikt heeft; vandaar is in hem geen schoonheid of goedheid, geheel zijn wezen is: zonde, haat, nijd, kwaad. â
b. De burgers van liet eerste Rijk zijn dc-zalige scharen, die zich door den H. Geest lieten geleiden: de Apostelen en Martelaren, de Belijders en Maagden, en alle Engelen en Heiligen Gods. en aan hun hoofd staat Maria, de onbevlekte Bruid des H. Geestes en Koningin des Hemels, en met haar de Verlosser der wereld. Jezus Christus, op wien de H, Geest niet de
506 Negendangsche Oefening
volheid Zijner genaden on gaven rnst. Welk een edeln schaar!
Zie daarentegen de aanhangers van Lucifer: verworpen geesten en allersnoodste menschen; ongeloovigen, ontuchtigen, echtbrekers, roovers, dieven, moordenaars, enz. enz.
c. Hunne wetten. De Wet Van den H. Geest is, gelijk Hij zelf, de liefde. Bemin God boven al, en uw naaste gelijk u zeiven. ziedaar al zijn geboden. â Do wet van Lucifer is ook, gelijk Hij zelf, liet tegenovergestelde van de wet dor liefde: haat tegen God, verderf dor menschen.
2. Welken koning wilt gij nu volgen? Deze kous zal n licht vallen, wanneer gij let:
a. op hun doel. Do H. Geest wil u gelukkig maken, u losrukken van de zonde, u doordringen met Zijn liefde, en zoo u tot oen Kind Gods en erfgenaam des hemels maken. â Lucifer daarentegen zoekt slechts uw ondergang. Op aarde verleidt hij u tot een leven vol zonden, om u hierna eeuwig te laten branden in de hel.
b. Op hun uitwerkselen. Wat brengt de H. Geest al niet in onze ziel voort? »De vruchten des Geestes,« zegt Paulus, »zijn liefde, blijdschap, vrede, verduldigheid, goedertierenheid, goedheid, lankmoedigheid, zachtmoedigheid, getrouwheid, eerbaarheid en reinheid,«
Voor de Vormelingoli.
Daarbij komt nos1: eon eindeloozc zaligheid in God.
De uitwerkselen echter van den boozeu geest in de ziel, zijn die werken dos vleesches, welke de Apostel opnoemt, als hij zegt: «Bekend zijn do'werken des vleesches, zooals: hoererij, onreinheid, ontlicht, afgoderij, tooverij, vijandschap, twist, nijd, toorn, haat, onoenigheid, afgunst, doodslag, onmatigheid, enz. enz.« En daarbij komt ten slotte: de eeuwige pijn der hel.
c. Op hun weldaden. De H. Geest is uw grootste weldoener. Hij heeft met den Vader en den Zoon u geschapen, u den Verlosser en diens heilige Moeder gegeven, u tot kind der H. Kerk gemaakt, u met genadegaven overladen, en als het hoogste goed. Zich Zeiven, aan u geschonken.
Het tegenovergestelde geeft u de duivel; hij verleidde onze eerste stamouders, ontroofde ons het recht op den hemel, bracht ons tot zonde, gaf ons aan dood en ellende over.
d. Op uw eigen beloften. Reeds bij het H. Doopsel hebt gij u aan den H. Geest geschonken en beloofd, onder Zijn leiding te zullen leven. Hoe dikwijls hebt gij die belofte daarna nog hernieuwd?
507
Npgondaagsehe Oefening'
Daiirentegen hebt gij plechtig verzaakt aan ;]eii duivel, aan zijne werken en aan zijne ij delheden.
Christen, overweeg dit alles en maak liet vaste besluit, nimmer in den dienst dos duivels te treden, maar u voortaan van ganscher harte aan den H. Geest over te geven.
Oefening.
Hernieuw dikwijls de beloften van het H. Doopsel, vooral nu vóór het H. Vormsel.
(Gebed na de overweging bl. 479.)
Zend Uwen Geest, enz.
Gebed. Wij smeeken U, Heer, verleen aan Uwe dienaren de genade, alle gemeenschap met den duivel te verbreken, en U, den eenig waren God, met een zuiver hart te dienen. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Wees gegroet, enz. H. Maria, enz.
Overweging tot besluit dezer oefeningen.
(Gebed tot voorbereiding bl. 476.) Het H. Sacrament des Vormsels.
1. Wat werkt het H. Vormsel in ons uit? Eindelijk is de gelukkige dag aangebroken, waarop gij het H. Vormsel zult ontvangen. Voorzeker een groote genade, want
voor do Voimdingon.
a. in hot H. Vormsel wordt u do H. Geest medegedeeld, gelijk de Catechismus leert. Als de Bisschop zijn hand boven u uitstrekt, en uw voorhoofd met chrisma zalft, onder de woorden: »Ik teeken u met het teeken des kruises en versterk u met het chrisma des heils, in den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen,« op dat zelfde oogen-blik daalt de H. Geest van den hemel neder, en vereenigt Zich op geheel bijzondere wijze met uwe ziel.
b. Uwe ziel verkrijgt een nieuw geestelijk onderscheidingsteeken. Hel H. Doopsel stempelde u tot christen, het H. Vormsel tot krijgsknecht van Christus. Do li. Thomas zegt: »In het H. Doopsel verkrijgt de mensch de noodige kracht, om alles te kunnen verrichten, wat tot het bewerken van zijn eigen zaligheid noodig is; in het H. Vormsel krijgt hij nog daarenboven de kracht, om te kunnen strijden tegen de vijanden zijner zaligheid. Dit blijkt uit het voorbeeld der Apostelen. Alvorens zij de volheid des H. Geestes ontvingen, bleven zij in de opperzaal volharden in het gebed; daarna echter traden zij zonder schroom naai buiten en beleden openlijk het geloof, zelfs tegenover hun vijanden. Hieruit ziet men, dal
509
510 Ncgendaagscho Oefening
liet Vormsel ons een bijzonder kenmerk indrukt.* Hetzelfde leert ons de Romeinsche Catechismus: »Door dit Sacrament komt do H. Geest in de harten, aan welke het meer kracht en sterkte mededeelt, om deti geestelijken strijd mannelijk te strijden, en de sluwste vijanden te kunnen overwinnen.»
c. De zeven gaven van den H. Geest worden door het H. Vormsel op een bijzondere wijze medegedeeld; met behulp dier gaven zult gij beter aan het kwade kunnen wederstaan, en hot goede standvastiger beoefenen.
d. Het vermeerdert do hoi 1 ignia-kende genade. Mocht gij na gevormd te zijn, aanstonds komen te sterven, dan zal uw kroon schitterender zijn, gelijk een koning na de bevochten overwinning oen grootore belooning geeft aan zijn trouwe soldaten,, dan aan cle ovc' rige burgers des rijks.
2, Hoe moet gij u daartoe voorbereiden? Wilt gü aan de vele genaden van hel H. Vormsel deelachtig worden, dan moet gij tol dit Sacrament naderen
a. met een zuiver hart. Want de H Geest is een minnaar der reinheid en treedt niet binnen in een ziel, die door doodzonde besmeurd is. üiep zoiult gij den H. Geest bedroeven,
voor de Vormolingen.
wanneer gij dit misdrijf wildot begaan, en daardoor Hem berooven van het genot, U met Zijne gaven verrijken.
b. Met oen nederig hart. »Den nederige schenkt God Zijne genade.« Verneder n dan diep voor den H. Geest, want tegenover Zijne goddelijke Majesteit zijt gij als een niet.
En toch hebt gij Hem zoo menigmaal bedroefd, Zijne genade misbruikt, u van Hem afgekeerd, om den boozen geest der wereld en uw eigenliefde te dienen. Zog dns met oen oprecht hart: »Heor, ik ben niet waardig, dat Gij ingaat onder mijn dak, doch spreek slechts een woord, en mijne ziel zal gezond worden.«
c. Met een groot verlangen. Verlang vurig naar de komst des H. Geestos. AVant in Hem ontvangt gij alles, wat u gelukkig kan maken, met Hem wordt u liet allerhoogste goed geschonken. Bid dan, dat Hij in u moge at-wasschen wat onrein, bevochtigen wat dor, genezen wat gekwetst, buigen wat stijf, verwarmen wat koud, verbeteren wat verkeerd is.
d. Mot een vast vertrouwen. Do H. Geest is de liefde, de oneindige, eeuwige liefde, die niets anders verlangt, dan u gelukkig tc maken. Wek u dus op tot oen groot vertrouwen, en blijf volharden in dat vertrouwen.
511
Negendaagschc Oefening
OEFENmU.
Wek in n op een vurig verlangen naar den H. Geest; verneder u diep voor Hem.
(Gebed na de overweging bl. 479.)
Zend Uwen Geest, enz.
Gebed. O God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest hebt onderwezen, geef, dat wij door dienzellden Geest mogen erkennen, wat recht is, en ons altijd over Zijne vertroostingen mogen verheugen. Door Christus, onzen Heer. Amen.
512
Wees gegroet, enz. H. Maria, enz.
-00O00-
De toediening VAN HET H. VORMSEL.
I. Verschillende gebeden, strekkende tot laatste voorbereiding.
Gebed ora Verlichting'.
O God, Licht des gcestes, verlichtende Waarheid en waarachtige Klaarheid, die ieder mensch verlicht, die in de wereld komt met verlangen naar U en afkeer van do duisternis, neem weg do duisternissen mijner ziel, opdat ik U in uw licht aanschouwe, aanschouwend erkenne en erkennend beminne. Want wie U kont, bemint ü ook. en vergeet zich zelf, bemint U meer dan zich zelf, verlaat do wereld en komt tot U, om in U zich zelf te vinden. Amen.
(H. Augustinus.)
Gebed voor de Vormelingen in het algemeen.
Heilige Geest, die van eeuwigheid voortkomt van den Vader en den Zoon, die met do rijkste
Uenadensleutel. 33
514 Verschillende Gebeden
genaden en gaven over de Apostelen zijt nedergedaald, en hen tegelijkertijd met do zalving der liefde hebt verrijkt, o daal in Uwo goedgunstigheid neder in de harten van allen, die hier tegenwoordig zijn, en zuiver hen van allo onreinheid. Stort hen een heiligen ijver in, om alle deugden te beoefenen, we'ko U zoo aangenaam zijn. Amen. (H. Bernardus.)
Gebed om den H. Geest.
O God, met vol vertrouwen kom ik vragen: maak mijn binnenste deelachtig aan Uwen H. Geest, opdat ik weder daar binnentrede, van waar ik ben uitgegaan. Ver zullen dan voortaan van mij blijven die moorddadige slang, die hoogmoedige en ij dele raadgevers, do geest des ver-derfs, van onrust en verleiding. Met een vast geloof wil ik Uwe geboden onderhouden, en in U, o Heer, opgroeien tot oen volwassen mensch, naar de mate van Christus' mannelijken ouderdom, opdat ik niet meer aan een hedriegelijke wereld toebehoore, maar met volle overgeving alleen aan U, o mijn God en mijn al. Geef mij, bid ik U, de vleugelen eener duif, opdat ik tot U kunne opvliegen en altijd bij U rusten. Amen.
(H. Macarius de Groote.)
voor de Vormelingen.
Gebed om de zeven g-aven van den H. Geest.
(Van den H. Alphonsus.)
i.
H. Geest, Trooster der zielen, ik aanbid U. o God, in eenheid met den Vader en den Zoon! Ik loot'U met alle lofprijzingen der Engelen on Serafijnen! Ik offer U mijn hart on dank U voor alle genaden, welke Gij aan de wereld verleend hebt, en nog voortdurend verleent. O, kom met Uwe genade en Uwe liefde in mijn hart, en schenk mij de gave van de vroezo dos Hoeren, opdat deze mij belette ooit te hervallen in mijne vroegere zonden, waarvan ik U opnieuw om vergiffenis smeek. â Eere zij den Vader en den Zoon en U, o H. Geest.
Heilige Geest, eeuwige Liefde, kom tot mij en ontsteek mijn hart door Uw liefdevuur. Amen.
II.
H. Geest, Trooster der zielen, ik aanbid U, God, in eenheid met den Vader en den Zoon! Ik loof U met alle lofprijzingen der Engelen en Serafijnen! Ik offer U mijn hart en dank U voor alle genaden, welke Gij aan de wereld verleend hebt en nog voortdurend verleent. O, kom mot Uwe genade en Uwe liefde in mijn hart. en schenk mij de gave van godsvrucht,
33'
51?
Vcrscliillerule Gebeden
opdat ik U voortaan ijveriger diene, Uwe inspraken beter opvolge en Gods geboden getrouwer onderhoude! â Eere zij den Vader en den Zoon en U, o H. Heest.
Heilige (leest, eeuwige Liefde, kom tot mij en ontsteek mijn hart door Uw liefdevuur. Amen.
III.
H. Geest, Trooster der zielen, ik aanbid U, God, in eenheid met den Vader en den Zoon! Ik loof U met alle lofprijzingen der Engelen en Serafijnen! Ik offer U mijn hart en dank U voor alle genaden, welke Gij aan de wereld verleend hebt en nog voortdurend verleent. O. kom met Uwe genade en Uwe liefde in mijn hart, en schenk mij de gave van wetenschap, opdat ik begrijpe. wat God van mij verlangt, en door Uw licht geleid, veilig den weg ton hemel bewandele! â Eere zij den Vader en den Zoon en U, o H Geest.
Heilige Geest, eeuwige Liefde, kom tot mij en ontsteek mijn hart door Uw liefdevuur. Amen.
IV.
H. Geest,s Trooster der zielen, ik aanbid U, God, in eenheid met den Vader en den Zoon! Ik loof U met alle lofprijzingen dor Engelen en Serafijnen! Ik offer U mijn hart en dank U voor alle genaden, welke Gij a m do wereld ver-
516
Voor de Vormelingen.
leend Iiebt on nog voortdurend verleent. O, kom niet Uwe genade en Uwe liefde in mijn hart. en schenk mij de gave van sterkte, opdat ik vol moed allo aanvallen van den helschen vijand, en de gevaren der wereld trotseero en glorierijk overwinne! â Eere zij den Vader en den Zoon en TJ, o H. Geest.
Heilige (ieest, eeuwige Liefde, kom tot mij en ontsteek mijn hart door Uw liefdevnnr. Amen.
V.
H. Geest, Trooster der zielen, ik aanbid U, God, in eenheid met den Vader en den Zoon! Ik loof U met alle lofprijzingen der Engelen en Serafijnen! Ik offer U mijn hart en dank U voor alle genaden, welke Gij aan de wereld verleend hebt en nog voortdurend verleent. O, kom met Uwe genade en Uwe liefde in mijn hart, en schenk mij de gave van raad, opdat ik altijd datgene verkieze, wat tot mijn zaligheid nuttig is en alle valstrikken en lagen des duivels ontwijke! â Eere zij den Vader en den Zoon en U, o H. Geest.
Heilige Geest, eeuwige Liefde, kom tot mij en ontsteek mijn hart door Uw liefdevuur. Amen.
vr.
H. Geest. Trooster der zielen, ik aanbid U, God, iu eenheid met den Vader en den Zoon!
518 Verschillende Gebeden
Ik loof U met alle lofprijzingen der Engelen en Serafijnen! Ik oifer U mijn hart en dank TJ voor alle genaden, welke Gij aan de wereld verleend hebt en nog voortdurend verleent. O, kom met Uwe genade en Uwe liefde in mijn hart en schenk mij de gave van verstand, opdat ik, de geheimen Gods beter inziende, door de overweging van het hemelsche; mijn gedachten en begeerten afwende van de ij delheden dezer ellendige wereld! â Eere zij den Vader en den Zoon en U, o H. Geest.
Heilige Geest, eeuwige Liefde, kom tot mij en ontsteek mijn hart door Uw liefdevuur. Amen.
VII.
H. Geest, Trooster der zielen, ik aanbid U, God, in eenheid met den Vader en den Zoon! Ik loof U met alle lofprijzingen der Engelen en Serafijnen! Ik offer U mijn hart en dank U voor alle genaden, welke Gij aan de wereld verleend hebt en nog voortdurend verleent. O, kom met Uwe genade en Uwe liefde in mijn hart en schenk mij de gave van wijsheid, opdat ik al mijne handelingen moge richten tot God, als mijn laatste doel, en na Hem op aarde bemind en trouw gediend te hebben, eenmaal, gedurende alle eeuwigheid Hem moge bezitten!
voor de Vormelingen. 519
â Eere zij den Vader en den Zoon en U, o H. Geest.
Heilige Geest, eeuwige Liefde, kora tot mij en ontsteek mijn hart door Uw liefdevuur. Amen.
II. De toediening van het H. Vormsel.
(De Bisschop treedt, met zijn plechtgewaad bekleed, voor het altaar, roept in stilte den H. Geest aan en zegt dan, tot de Vormelingen gekeerd):
De H. Geest kome over u, en de kracht des Allerhoogste beware u voor zonden.
V. Onze hulp is in den Naam des Heeren!
R. Die hemel en aarde gemaakt heeft.
V. Heer, verhoor mijn gebed,
li. En mijn geroep kome tot U.
V. De Heer zij met u,
R. En met uwen geest.
(Nu strekt de Bisschop zijn handen uit ever de Vormelingen en zegt) :
Laat ons bidden. Almachtige, eeuwige God, die deze Uwe dienaren door het water en den H. Geest hebt doen herboren worden, en hen de vergiffenis hunner zonden verleend hebt, zend Uwen zeveuvoudigen H. Geest, den Trooster, uit den hemel op hen neder. Amen.
Den Geest van wijsheid en verstand. R. Amen.
Den Geest van raad en sterkte. R. Amen.
Yorschillende Gebeden
Den Geest van wetenschap en godsvrucht. R. Amen.
Vervul hen met den Geest Uwer vreeze en teeken hen genadig met het teeken van Christus' t Kruis ten eeuwigen leven. Door donzelt'den Jezus Christus, onzen Heer, die met ü leeft ?n regeert in eenheid met den H. Geest in alle seuwen der eeuwen. R. Amen.
(Nu naderen de Vormelingen, door hun peter beg-eleid, sén voor één den Bisschop. Deze legt zijne rechterhand op het hoofd van iederen Vormeling en zalft met chrysma diens voorhoofd, terwijl hij zegt) :
X.. ik teeken u met het teeken des f Kruises, sn sterk u met het chrysma des lieils, in den naam des f Vaders en des f Zoons en des t H. Geestes. E. Amen.
(Vervolgens geeft hij den Vormeling een lichten kaak-ilag en zegt);
De vrede zij niet u!
(Zoodra allen gevormd zijn, zingt het knor):
Bekrachtig, o God, hetgeen Gij in ons gewerkt iiebt. van uit Uwen Tempel, die in Jeruzalem is.
V. Eere zij den Vader en den Zoon en den H. Geest,
R. Gelijk liet was in den beginne, 1111 en altijd en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
(Zich naar het altaar wendend, vervulgt de Bisschop) :
V. Heer, toon ons Uwe barmhartigheid.
520
voor de Vormelingen.
R. En scheuk ons Uw heil.
V. Heer, verhoor mijn gebed.
]i. En mijn geroep kome tot U.
V. De Heer zij met u,
E. En met Uwen geest.
(Terwijl alle Yonneliu^en nedcrknielen, ze^t de Bisschop niet gevouwen handen) :
Laat ons bidden. O Ood, die aan Uwe Apostelen den H. (ieest geschonken hebt. en Hem door hen en hunne opvolgers aan de andere ge-loovigen hebt willen laten mededeelen, zie genadig neder op ons nederig dienstwerk en geef, dat in het hart dergeuen, wier voorhoofd wij met chrysma gezalfde en met het teeken des kruises geteekend hebben, de H. (ieest nederdale, zich gewaardige er in te wonen en ze tot een tempel Zijner heerlijkheid te maken, die met den Vader en den H. Geest leeft en en regeert. God in alle eeuwigheid. Amen.
Ziet. zoo wordt iedereen gezegend, die den Heer vreest.
(Eindelijk geeft de Bisschop nog aan de Vormelingen zijnen zegen, zeggend):
De Heer zegene f u van uit Sion. opdat gij de goederen van Jeruzalem alle dagen uws levens moogt aanschouwen en het eeuwige leven bezitten. Amen,
521
Verschillende Gebeden
III. Gebeden na het ontvangen van het H. Vormsel.
Wat gevoel ik! Wolk vuur verwarmt mijn hart, welk licht bestraalt mijn ziel! O God, ootmoedig werp ik mij voor Uwe voeten neder en dank U, dat Gij mij door Uwe barmhartigheid hebt willen verlichten. Waarachtig Licht, heilig Licht, zaligend Licht, dank zij U, want thans zie ik! Ik zie het licht des hemels en een straal van Uw glorie dringt door in mijn gemoed, verheugt mijn gebeente. â O Liefde, die altijd brandt en nooit uitdooft, ontvlam mij ! O Licht, dat altijd schijnt en nooit verflauwt, verlicht mij geheel en al! O heilig Vuur, ontgloei mij! Uw gloed is zoo liefelijk, uw fonkelen zoo verrukkend en bekoorlijk! Vergroot den stralenbundel van Uw licht en laat hem mij geiieel vervullen. Verbeter ook, o Heer, mijn gezichtsvermogen, opdat ik het wonderbare Uwer wetten beter besefte, en er naar leve! Ik dank ü, o mijn Licht, Heilige Geest, want ik zie! Wanneer zal ik U zien van aanschijn tot aanschijn? Wanneer zal die dag van vreugde aanbreken, waarop ik het huis Gods binnentreden en U. die mij steeds aanschouwt, van aanschijn tot aanschijn mag aanschouwen en mijn verlangen bevredigen? Amen, (H. Augustinüs.)
522
voor do Vormei intrpii.
Bede 0111 Yolliarding' iu den dienst des H. Geestes.
O God. (iij liebt mij aan Uwe genaden en gaven deelachtig- gemaakt; sta mij bij. opdat ik van nu .af in alles stipt den wil van den H. Geest moge volbrengen, zonder ooit meer mij aan lichtzinnigheid over te geven; dan zal ik. na op aarde slechts voor Hem geleefd te hebben, zeker de eeuwige zaligheid verwerven. Amen.
(H. Macarius de Groote.)
Gebed om alle g-oed.
Almachtige, genadevolle, goedgunstige, barmhartige, weldoende God en Vader. Schepper van alle dingen, Gever van alle goed, Bron van alle genaden, Bewaarder van alles, wat bestaat, machtige Koning der wereld, zie, ik kom tot U, als een arme tot een rijke, een zwakke tot een sterke, een verlatene tot den helper in eiken nood, als een kind tot zijn vader. In den naam van Jezus Christus bid ik U om alles, waarom Gij wilt, dat ik U bidden zal. â Heniel-sche Vader, verleen mij echter ook datgene, waarom ik U durf vragen. Geef mij, wat ik noodig heb, wat mij goed onheilzaam is; regel alles gelijk Gij wilt. Wees nu en altijd en geheel mijn leven lang mijn God, mijn helper,
Verschillende Gebeden
mijn vertrouweling, een schitterend licht op al mijne wegen! Ja, goede Vader, wees mijn God! Uwe wijsheid besture my. Uwe genade beware mij, Uwe liefde verheuge mij. Uwe barmhartigheid vertrooste mij. Uwe rechtvaardigheid sterke mij. Uwe almacht bescherme mij nu en altijd!
God de Zoon, Jezus Christus, wees mijn Heiland! In Uwe menschwording vind ik mijne vreugde, in Uwe leer mijn onderricht, in Uw levenswandel mijn licht, in Uw lijden mijne verlossing, in Uw nederigheid mijn voorbeeld, in Uwe versmaadheid mijne eer, in Uwe onschuld mijne heiliging, in Uwe gehoorzaamheid mijne gerechtigheid, in Uwen dood mijn leven, in Uwe verrijzenis mijn troost, in Uwe hemelvaart mijne hoop, iti Uw laatste oordeel mijn ingang in het rijk der hemelen!
God Heilige Geest, wees mijn troost! Bekeer mij. want ik ben een zondig mensch! Maak mij levend, want ik ben dood! Wek mij op, want ik slaap! Wasch mij, want ik ben onrein, maak mij geschikt voor het eeuwig leven. Verlicht mijn verstand, heilig- mijn wil, beteugel mijne hartstochten en versterk mijne zwakke krachten.
Heilige Drievuldigheid, blijf iu mij, onderricht mij dagelijks in Uwe geboden, troost
524
voor cle Vormelingen.
mij door Uw II. Evangelie, leer mij door Uw woord, opdat ik mijne zonden kenne, ze berouwe en biechte, in Jezus geloove, vertroosting vinde in Zijne verdiensten en mijn leven verbeterend, tor zaligheid gerake.
Geef mij, o barmhartige God, alles, wat U welgevallig is, geef mij een oprecht hart, een blijde hoop. willige nederigheid, heilige godsvrucht, ijver voor het gebed, vurige liefde, dienstvaardige gehoorzaamheid, kinderlijke vrees, en help mij slechts te streven naar hetgeen eeuwig is. â Wek in mij op een grooten lust tot het aanhooren van Uw woord, en, wanneer ik in do kerk ben, wil mij dan verlichten, verkwikken, verhoeren, reinigen en verbeteren! Wanneer ik tot de H. Tafel nader, laat mij dan een waardige gast wezen! Moge ik steeds zijn rein in gedachten, waarheidlievend in mijne woorden, voorzichtig in mijne gesprekken, trouw in mijne handelingen, degelijk in het beoefenen van deugden, gematigd in vreugde, spaarzaam bij 't straften, rechtvaardig in mijne werken, ijverig in mijne ambtsplichten, gelukkig in mijne ondernemingen en verstandig in alles!
Laat bijzonder de H. Liefde in mij toenemen, en gerechtigheid steeds in mij gevonden worden, opdat ik mijne plichten jegens den naaste
525
Verschillende Gebeden
trouw vervulle, hom geve, wat hom toekomt, hem niet ontneme, wat hij bezit en met vreugde alles gunne, wat Gij, o God, hem verleent. Maak mijn hart goedgunstig en vrijgevig, opdat ik de veriatenen bijsta, den dwalenden raad geve, do onwetenden leere, de weezen in bescherming nemo, do dorstigen lave, do zwakken versterke, do gevallenen oprichte, de onderdrukten be-scherme, de noodlijdenden ondersteune, do bedroefden vertrooste en alle goed beoolene!
Moge ik ook vergeven aan mijne vijanden, hen beminnen en zegenen, die mij vervloeken, weldoen aan allen, die mij haten, bidden voor mijn beloedigers, voedsel geven aan mijn tegenstanders, wanneer zij hongeren, hen laven, wanneer zij dorsten, en aldus het kwaad met goed vergolden.
Doe mij, o Heer, tegenover alle menschen handelen overeenkomstig mijn plicht: eerbiedig tegenover do geestelijkheid, gehoorzaam jegens ouders en overheden, verdraagzaam voor mijne buren, dienstvaardig tegenover mijns gelijken, dankbaar jegens weldoeners, oprecht onder mijne vrienden, vroolijk bij de vroolijken, treurig bij do treurenden, opdat mijne liefde steeds zij volgens Uw gebod, en ik met iedereen in vrede leve.
526
voor de Vormelingen.
Overal dreigen echter gevaren; sta mij dus bij, o God, wanneer ik onder de menschen verkeer, opdat ik de kwaden vermijde, de goeden opzoeke, hun voorbeeld navolge, allen tot stichting zij en zoo altijd en overal bevonden worde een oprecht katholiek, en Uw gehoorzaam kind te zijn.
Schenk mij ook, wat het tijdelijke betreft, o Heraelsche Vader, Uwen zegen, voor zoover U zulks behaagt, een goed verstand, een opgeruimd hart eu een voortdurende gezondheid. Behoud ook in mij, hetgeen Gij mij reeds geschonken hebt: ontwikkel mijn denkvermogen, scherp mijne zintuigen, versterk mijne krachten, ondersteun mijne ledematen, verleng mijne dagen, zoolang als het U behaagt!
Zegen mijne spijzen, wanneer ik eet; waak over mij, wanneer ik slaap; verfrisch mij, wanneer ik ontwaak; geleid mij, wanneer ik uitga, breng mij veilig terug, wanneer ik naar huis ga; bescherm mij op reis, ondersteun mij in mijn ouderdom en laat mijn Engelbewaarder overal mij vergezellen.
O God van barmhartigheid en liefde, regel alle omstandigheden mijns levens zoo, dat zij goed voor mij zijn; geef mij slechts zooveel eer als mij past, zooveel aanzien als ik verdragen
527
028 Verschillende Gebeden
kan, zooveel macht, als ik voor mij en tot heil ia van anderen noodig1 heb. Geef. dat ik goed voor mijne zaken zorge. lust vinde in don arbeid, v£ verstandig overlegge, slago in mijne onderne- ai mingen, en de liefde van alle brave menschen te waardig worde. de
Zegen ook, o God, mijn voedsel, mijne inkomsten, en al, wat ik bezit. En daar niemand zich zeiven in alles kan helpen, zoo laat mij welgevallen vinden bij do menschen, bezorgdheid van den kant mijner overheden, en de liefde van allen, opdat het mij nooit ontbreke aan trouwe vrienden en hulpvaardige beschermers, die mij raad geven in twijfel, troost in droefheid, hulp bij gevaren.
Mocht ik in nood komen, geef mij geduld, in verachting nederigheid, bij beleedigingen zachtmoedigheid, bij lijden en verlies tevredenheid! Neem mij op in verlatenheid, vertroost mij in droefenis, sterk mij in zwakte, beur mij op bij tegenspoed, en mocht iets toch niet te veranderen zijn, help mij dan allen overtolligen kommer van mij afwerpen.
En ten laatste wees Gij mijn geneesheer in ziekte; verzacht mijne pijnen, zegen mijne geneesmiddelen en geef mij de gezondheid terug,
zoo liet mij zalig is. Is mij dit echter niet zalig.
voor de Vormelingen.
529
34
laat mij dan met vol bewustzijn do laatste HH. Sacramenten ontvangen en daarna zalig sterven, om U, o H. drieëenigo God hiernamaals met alle Engelen en Heiligen te danken, te loven, te eeren en te verheerlijken door allo eeuwen der eeuwen. Amen.
Oenadenslentel.
INHOUD.
Opdracht. ...............I
Voorbericht aan den godvruchtigen lezer. . . 3
Inleiding................17
Gebed voor iedere Overweging.......26
De maand van den H. Geest.
1. Over de Deugd van het Geloof......27
2. Over de Deugd van Hoop........31
3. Over de Deugd van Liefde.......35
4. Over de Deugd van Naastenliefde. ... 38
5. Over de Deugd van Wijsheid......42
6. Over de Deugd van Matigheid......46
7. Over de Deugd van Rechtvaardigheid. . . 49
8. Over de Deugd van Sterkte. ....... 52
9. Over de Gave van de Vreeze des Heeren. . 56
10. Over de Gave van Godsvrucht......59
11. Over de Gave van Wetenschap......63
12. Over de Gave van Sterkte........66
13. Over de Gave van Raad........70
14. Over de Gave van Verstand.......74
15. Over de Gave van Wijsheid.......78
16. Opmerking over de Vruchten van den
H. Geest...............83
17. Over de Vreugde, als Vrucht van den
H. Geest...............89
18. Over den Vrede, als Vrucht van den H. Geest. 94
19. Over het Geduld, als Vrucht van den
H. Geest. ..............98
Inhoud.
20. Over de Goedertierenheid, als Vrucht van
den H. Geest.............io3
31. Over de Goedheid, als Vrucht van den H. Geest...............io9
22. Over de Lankmoedigheid, als Vrucht van den H. Geest.............quot;2
23. Over de Zachtmoedigheid, als Vrucht van den H. Geest.............Il7
24. Over de Getrouwheid, als Vrucht van den
H. Geest..............120
25. Over de Bescheidenheid, als Vrucht van den H. Geest............
26. Over de Onthouding, als Vrucht van den
H. Geest...............'31
27. Over de Zuiverheid, als Vrucht van den
H. Geest...............HS
28. Over de Boetvaardigheid, als Vrucht van den H. Geest.............MO
29. Over de Liefde tot de Bruid van den H. Geest. 145
30. Over de Liefde tot Jezus in het Aanbiddelijke Sacrament............15°
31. Over de Volharding tot het Einde toe. . . 154 Bij het einde der maandelijksche oefening. . . 159
Gebed tot den H. Geest..........164
Negendaagsche Oefening ter eere van den H. Geest.
Opmerking................'^5
Gebed tot voorbereiding..........166
1. Over de Allerheiligste Drievuldigheid. . . 1(17
2. Over de werken der H. Drievuldigheid, . 172
3. Over de Namen van den H. Geest. . . .177
4. De H. Geest is onze Sehepper......1S2
5. De H. Geest is de Heer der Engelen. . . 185
6. De H. Geest in het Oude Verbond. ... 189
532
Inhoud.
7- Maria, dc Uitverkoren Hruid van don H. Goost. Iy4
8. De H. Geest en Christus, Zijn Gezalfde. . 199
9. De Christen als Tempel van den H. Geest. 205 Gebed tot den H. Geest..........2oy
De Week van Pinksteren.
Voor het Pinksterfeest. Het H. Doopsel. . .211 Maandag. Over de H. Priesterwijding. . . . 216
Dinsdag. Het H. Vormsel.........222
Woensdag Het H Oliesel.........22()
Donderdag De H. Communie.......230
Vrijdag Het H Sacrament der Biecht. . . . 23(1
Zaterdag. Over het Huwelijk........241
Overweging tot besluit van Pinksteren. . . 246
Hel H. Sacrament des Vormsels.
Preek van den eerbiedwaardigen pastoor van
Ars voor de vormelingen zijner gemeente. . 251 Onderrichting ovet den H. Geest......2Ã9
De werken van den H. Geest.
Leer van den H. Thomas van Aquine.
1. Over de werken van den H. Geest met betrekking- tot de geheele Schepping:. . . . 276
2. Over de uitwerkselen van den H. Geest met betrekking tot de redelijke schepselen. . . 27S
3. Over de uitwerkselen van den H. Geest voor zooverre Hij de schepselen tot God voert. 284
Over de zeven gaven van den H. Geest.
1. Hoofdstuk. De Vreeze des Heeren.....288
2. Hoofdstuk. De gave van Godsvrucht. . . . 289
3. Hoofdstuk. De gave van Wetenschap. . . 291
4. Hoofdstuk. Over de gave van Sterkte. . . 292
5. Hoofdstuk. De gave van Raad......293
533
Inhoud.
6. Hoofdstuk. De gave van Verstand.....204
7. Hoofdstuk. Over de gave van Wijsheid. . 294 De Hymne gt;-Veni Sancte Spiritus!» .... 2^5
Tweede Gedeelte.
Gebeden ter eere van den H. Geest.
Morgengebed...............299
Avondgebedk...............302
Het H. Misoffer...............307
Het Sacrament der Biecht..........334
De H. Communie..............34^
Verschillende Gebeden bij het bezoek van de Kerk.
Goed Voornemen..............3^2
Gebed tot de H. Drievuldigheid» . . . i . . 3^4 Een ander Gebed tot de H. Drievuldigheid. . 367
Gebed tot God den Vader. . *.......3^9
Gebed ter eére van het Hi Sacrament.....370
Oefening van Liefde............377
Toewyding aan God den H» Geest......385
Lofgebed tot den H. Geest.........386
Eerherstel aan den H. Geest.........39°
Gebed om de zeven gaven van den H. Geest. 392
Gebed tot den H. Geest...........395
Smeekgebed tot den H. Geest........396
Gebed tot den H. Geest om Liefde en genade. 397 Gebed om de liefde van den H. Geest. . . . 399 Gebed om eene drievoudige liefde tot de deugd. 401 Gebed om de vergiffenis der zonden te verkrijgen.................402
Gebed tot den H. Geest, den Vertrooster. . . 402 Gebed tot denH. Geest voor de geloovige zielen. 404 Heldhaftige Akte van Liefde ten gunste van de geloovige zielen. . . ..........4°^
534
Inhoud.
Gebed voor de heidenen en ongeloovigen. . . 409
Gebed voor de afgescheiden Grieken.....490
Gebed voor degenen, die tot den dienst des
Heeren zijn geroepen....... . . . . 410
De zeven Boetpsalmen. Gebeden tot vergeving onzer tekortkomingen bij het ontvangen der
H: H. Sacramenten; » 1 . . .......410
Litanie van den H. Geest; . . .......429
Litanie van den zoeten Naam van Jezus. . . . 432
Litanie van O. L. V. van Lorette; ......436
Gebed tot Maria om de reinheid des harten. 4 440 Gebed tot de H. Anrta, om godvfeezende Priesters te verkrijgen............440
Gebed tot den H» Jozef...........44I
Litanie Van alle Heiligen. .........442
Het Rozenkransgebed.
A. De blijde Geheimen. . .........452
B. De droevige Geheimen..........457
C. De roemrijke Geheimen.........4Ã1
Rozenkrans der Liefde, ter eere der Allerheiligste Drievuldigheid...........466
Gebed om de genaden en gaven des H. Geestes, 472
Gebsden voor de Vormelingen.
Voorwoord.................475
Negendaagschc Oefening voor de Vormelingen.
Gebed tot voorbereiding..........476
Eerste dag. Over de bestemming van den
mensch.................477
Gebed na iedere overweging........479
Tweede dag. Maak uwe ziel zalig......481
Derde dag. Over de verkeerde eigenliefde. . 484 Vierde dag. Over de liefde tot de wereld. . . 487
535
Inhoud.
Vijfde dagf. De gevolgen der doodzonden voot*
de Christenen.............49t
Zesde dag-. De Hel»...........494
Zevende dag, De dood...........49H
Achtste dag» Het H; Sacrament der Biecht. . 501
Negende dag. De beide Rijken.......504
Overweging tot besluit dezer oefeningen. Het
H. Sacrament des Vormsels........508
De toediening van het H. Vormsel.
I. Verschillende gebeden, strekkende tot laatste voorbereiding. Gebed om Verlichting. . . 513
Gebed voor de Vormelingen in het algemeen . 513
Gebed om den H. Geest...........514
Gebed om de zeven gaven van den H. Geest. 515
II. De toediening van het H. Vormsel.....519
III. Gebeden na het ontvangen van het H,
Vormsel................522
Bede om Volharding in den dienst des H, Geestes. 523 Gebed om alle goed............523
53G
d