ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

t£:/. rr

• , YtJh lgt;

KC^nSTIDBOEKlJE H

VOOE

DE LEDEN VAN DE AARTSBROEDERSCHAP

DE HEILIGE FAMILIE JESUS, MARIA, JOZEF.

Tilburg, Stoomdrnlikerij van het R. K. Jongens-Weeshuis. 1 89 5.

Waar er twee of drie in mijnen naam vergaderd zijn, daar ben Jk in hun midden. Matth. XVIII. 20.

ocr page 4

GOEDGEKEURD.

Dc Bisschop van 's-Bosch t W. van de Ven. 's-Bosch, den 27 December 1894.

Volgens Art. 25 der wet Tan 28 Juni 1881 (Staatsblad n° 124) is liet eigendom gewaarborgd.

ocr page 5

VOORREDE.

Immer was God gewoon , in meer gevaarlijke tijden iets in het leven te roepen, dat den zwakken mensch tegen die gevaren zou wapenen. Werden er ooit meer dan gewone pogingen aangewend, om het menschdom naar den geest of naar het hart te bederven, dan zagen wij ook gewoonlijk door Gods Voorzienigheid iets tot stand komen, dat de kracht bezat, om aan die pogingen het hoold te bieden. Wij zien dit bewaarheid in alle eeuwen; wij vinden hiervan een nieuw bewijs in de in-, stelling van het Genoolschap de Heilige Familie.

Wie is toch niet bekend met de bronnen van bederf, welke men in onze eeuw aantreft ? Wat

ocr page 6

IV

wordt er niet gedaan , om het menschdom van het geloof en de deugd af te trekken ? Beschouwt heigeen de wereld van zich laat zien en hooren : alles heeft klaarblijkelijk de strekking om het beginsel van geloof bij den mensch te verzwakken ; — alles heeft ten doel, de achting voor den godsdienst en voor alle godsdienstige kennis weg te nemen en door onverschilligheid te vervangen. En wie bespeurt niet, dat de pogingen, daartoe aangewend , maar al te zeer slagen ? Geen wonder dan ook, dat wij, dientengevolge, het zedenbederf in eene niet geringe mate zien toenemen.

Dan, tegen dezen stroom heeft God een dam opgeworpen door de instelling van het Genootschap de Heilige Familie. Wie toch ziet hierin niet duidelijk hel werk der Goddelijke Voorzienigheid ?

Gelijk de meeste zaken, door God tot stand gebracht, was ook het Genootschap de Heilige Familie gering in zijne wording. Een officier der genie te Luik (1) wierp het nietig zaadje uit, dat nu tot zoo groot een boom is opgegroeid.

Zoo ijverig christen als verdienstelijk soldaat, zocht hij immer voor zich zeiven en den even-

1

De Weledelgestrenge Heer Henricus Hubertus Bel-letable, geboren te Venloo 8 April 1813, later kapitein der genie en commandant te Boei, waar hij 5 December 1855 overleed.

ocr page 7

mensch nut fe slichten. Te dien einde vergaderde hij , voor het eerst op Pinkstermaandag van het jaar 1844, eenige Luikenaren in eene burgerwoning. Daar hielden zij zich bezig met eenige oefeningen van godsvrucht, welke den aanwezigen zoodanig bevielen, dat men besloot voortaan iedere week te vergaderen. Een Pater Redempfoiist trok zich het werk aan, en nam de leiding der vergadering op zich. Wijl de woning spoedig te klein was, om het aangroeiende getal te bevatten , werd de vereeniging nog hetzelfde jaar, op den feestdag van Maria's Onbevlekte Ontvangenis, naar de kerk der Paters Redemptoristen overgebracht.

De toenmalige Bisschop van Luik , Mgr. Van Bommel, begreep , wat zegenrijke vruchten van deze Vereeniging te wachten waren , en gaf haar zijne Bisschoppelijke goedkeuring, bij herderlijken brief van 7 April 1845. Bovendien wilde hij ze door Pauselijk gezag doen bekrachtigen. Op zijn verzoek en nevensgaand verslag over de vruchten, welke de vereeniging reeds voortbracht, werd zij door Z. H. Pius IX, bij breve van 20 April 1847, goedgekeurd, aanbevolen, met talrijke aflaten begunstigd , en drie dagen later, bij eene nieuwe breve, tot Aartsbroederschap verheven.

Maar de Broederschap , alzoo vormelijk in de stad Luik opgericht, mocht niet binnen haren

ocr page 8

VI

omtrek beperkt blijven. God, die het zaadje had laten uitwerpen, gaf' het een wasdom, die zichtbaar getuigt van zijne bijzondere bescherming.

De vruchten, welke men er van zag, en de aanbeveling der Kerkvoogden spoorden weldra een groot getal ijverige herders aan, om die voor-deelen ook aan hunne kudden te bezorgen. Met goedkeuring van de Kerkvoogden der Diocesen werd op ontelbare plaatsen de vereeniging de Heilige Familie opgericht, en met de Aartsbroederschap te Luik vereenigd. Binnen weinige jaren had ze hare vertakkingen niet alleen door geheel België, maar ook in Frankrijk, Engeland en zelfs in Amerika. Vooral in ISederland vond zij eene gelukkige uitbreiding. Nauwelijks begon men ze te kennen, of vele steden en dorpen beijverden zich , om in het bezit eener Heilige Familie te komen. Achtereenvolgens zagen wij ze opgericht in Jloermond, Maastricht. Helmond, Tilburg, Amsterdam , Vechel , 's-Bosch , Oorschot, Gernert, Moergestel, Beek [hij Nijmegen!, TJden, Venloo, Horst, Oosterhout, 's-IJ age, Waalre, Schiedam, Breda, Schijndel, Deurne, enz. En waarlijk, men behoeft slechts de voordeelen te kennen, die de Ver-eeniging voortbrengt, om uit te zien naar de gelegenheid van ze op te richten. Op alle plaatsen toch, waar zij bestaat, mag men er de schoonste vruchten van plukken.

ocr page 9

VII

En wat kan men anders verwachten, als men in aanmerking neemt, hoe in de Heilige Familie alles samenloopt, om hare leden tot het goede te brengen, en daarin te bevestigen ?

Beschouwt slechts het doel, dat de Vereeniging zich voorstelt, en gij zult aanstonds zien , dat zij niet kan nalaten heilzaam te werken. Het doel toch der Vereeniging is; Jesus, Maria en Jozef te vereeren. (Art. 1.) quot;Welnu, eene Vereeniging, die de vereering van zoo waardige voorwerpen van eeredienst en liefde zich ten doel stelt, moet noodzakelijk aanspraak hebben op hunne bijzondere bescherming. Onder de bescherming van den Zoon Gods, van zijne veelvermogende Moeder en van zijn H. Voedstervader, moet men zeker veiliger wandelen en weliger tieren. Dit is nog des te meer waar, omdat men, de. H. Familie vereerende, ook streven zal om haar na te volgen. Gedurig houdt men zijne oogen gevestigd op de voorbeelden, welke zij ons heeft nagelaten, en welke voor een ieder een toonbeeld zijn van alle deugden. Het leven toch van Jesus, Maria en Jozef is eene leerschool voor iedere betrekking, voor iederen leeftijd. Daarin leert de jeugd, wat haar betaamt en welke plichten op haar rusten. Daarin leeren de gehuwden, hoe zij jegens elkander en jegens hunne kinderen zich moeten gedragen. Daarin

ocr page 10

VIII

leert iedereen , hoe men, ook zonder buitenge- \

wone zaken te verrichten, zijnen stand heiligen z

en groote verdiensten vergaderen kan. £

Beschouwt hierbij de oefeningen, welke men 1

volgens de regels der Vereeniging verricht. Hoe 1

zijn ze geschikt, om tijdens de gewone Verga- t

dering op eene aangename wijze ons bezig te i

houden, terwijl wij in die oefeningen zei ven een 1

krachtig wapen ter zaligheid vinden ! i

Denkt hier aan de gebeden, door de regels (

voorgeschreven. Moet men niet veel verdienen, 2

als men volgens die regels dagelijks zijne wer- {

ken aan Jesus, Maria en Jozef opdraagt? Als (

men dagelijks zich aanbeveelt aan de bescher- c ming van de H. Familie , en in 't bijzonder van

den Heilige, die men voor het jaar tot Patroon r

heeft ontvangen ? enz. Moet het vooral niet i

krachtig werken, als men in de Vergadering, s

dan eens door de gewone gebeden, dan weer door ;

geestelijke gezangen , eenparig den bijstand des i

Hemels afsmeekt ? Immers, wil God altijd in ]

het midden zijn van twee of drie, in zijnen naam j

vergaderd, dan moet men zeker God een on- lt;

weerstaanbaar geweld aandoen door een eenparig j

gebed, uitgesproken door zooveel monden, als i de Vereeniging leden telt.

Denkt aan het woord van God, dat men hoort ]

ocr page 11

IX

é- verkondigen. De ondervinding leert, hoe heil-

;n zaam het is, de waarheden van den godsdienst grondig te kennen en levendig voor den geest te

;n hebben. Ziet men sommigen onverschillig en

De buitensporig leven, het is veeltijds hieraan toe

a- ' te schrijven , dat zij hunnen godsdienst niet ge-

te noegzaam kennen, of althans er niet aan denken,

in Door de onderrichting, welke in de ITeilige Familie wordt gegeven, leert men zijnen godsdienst meer

ils en meer kennen en hoogachten; het geloof aan

i, zijne verheven waarheden wordt immer levendig

r- gehouden, zoodat die waarheden kracht hebben ,

Is om op de handelingen der leden invloed uit te

r- oefenen , en hen uit het geloof te doen leven,

in En wat zullen wij zoggen van het veelvuldig

)n gebruik der H. Sacramenten ? Immers het dik-

et wijls naderen tot de H. Sacramenten ligt zoo-zeer in den geest der Vereeniging, en wordt

or zoo krachtig aangemoedigd door de menigvuldige

es aflaten , aan de Heilige Familie verleend, dat

in het zichtbaar toeneemt overal waar de Heilige

m Familie zich mag vestigen. En zou het wel mo-

a- gelijk zijn , het gebruik der H. Sacramenten te

ig zien toenemen , zonder tevens de heerlijkste uit-

Is werksels daarvan te ondervinden ?

Niemand zal zich na dit alles nog verwondert ren over de schoone vruchten, welke de Heilige

■

ocr page 12

Familie alom voortbrengt. Wie zal dan hierbij voor de eer van God en het welzijn van den naaste niet wenschen, dat de Vereeniging de Heilige Familie de meest mogelijke uitbreiding erlange ?

Moge dan ook dit Handboekje, door de medewerking van belangstellende vrienden zoo merkelijk verbeterd en met nieuwe gezangen verrijkt, aan dit doel bevorderlijk zijn ! Moge het de Heilige Familie immer meer doeu bloeien, en alzoo bijdragen lot Gods eer en veler zaligheid!

ocr page 13

§ I.

TOT DE

OPNEMING IN DE iiHIiiEOEIiSClP

DE HEÏLÏGEl FAMÏLm.

Opdat eene bijzondere Congregatie of Veree-niging in de Moeder-Congregatie van de Heilige Familie kunne opgenomen worden, en deel hebbe aan de aflaten en voorrechten , welke Z. H. Pius IX aan de Aartsbroederschap verleend heeft, moet zij het volgende nakomen:

1. De Vereeniging moet door den Bisschop van het Diocees opgericht worden.

2. Moet men bij den algemeenen Bestuurder der Aartsbroederschap, te Luik bij de Eerw. Paters Bedemptoristen, of daar waar de zetel der Aartsbroederschap bij vergunning van zijne Heiligheid zou verplaatst worden, de uitdrukkelijke aanvraag

ocr page 14

doen, om in gemelde Aartsbroederschap van de Heilige Familie opgenomen te worden. Op deze twee voorwaarden zendt de Algeraeene Bestuurder eenen brief van aan- of opneming, die aan de bijzondere Congregatie het. recht toekent, om de allaten en andere voorrechten te genieten.

§ li-

REGELS EN VERORDENINGEN.

Art. 1. Het doel der Vereeniging is : de H. Familie, bestaande uit Jesus Christus, den mensch-geworden Zoon Gods, zijne allerheiligste Moeder Maria en den H. Jozef, zijn Voedstervader , te vereeren , en aan de Katholieken van beider geslacht, van allen leeftijd en stand, eene heilzame gelegenheid te verschaffen, om met zekerheid den weg van het goede en der deugd te bewandelen.

Art. 2. De middelen, bij de Vereeniging in gebruik, om haar edel en nuttig doel te bereiken, zijn : het gebed, het hooren der prediking van Gods woord en het dikwerf naderen tot de HH. Sacramenten.

ocr page 15

Art. 3. De Vereeniging is gesteld onder het gezag en de bescherming van den Bisschop van het Diocees, waar zij opgericht is.

Art. 4. De Vereeniging wordt in het algemeen bestuurd door den tij del ijken Pastoor der Parochie , in welke zij is opgericht, of eenen door hem daartoe benoemden Priester.

Art. 5. Zij wordt verdeeld in afdeelingen van een bepaald getal leden. Iedere afdeeling wordt onder de bescherming gesteld van een Heilige. Aan het hoofd van iedere afdeeling staat een Prefect. door den Bestuurder gekozen. Den Prefect wordt de vervulling eeniger plichten van liefde en zorg opgelegd. Hem wordt toegevoegd een Onderprefect. Dezes plicht is, den Prefect bij te staan, en hem in geval van afwezigheid te vervangen.

Art. 6. De Bestuurder van de Vereeniging kiest daarenboven uit hare leden éénen of meer Secretarissen , alsook de andere beambten, aan welke de Congregatie behoefte mocht hebben. Hij kan hen naar goedvinden door anderen doen vervangen.

Art. 7. De leden der H. Familie vergaderen eens in de week, op den dag door den Bestuurder bepaald. Deze vergaderingen worden gewijd aan het gebed, het aanhooren van Godswoorden het zingen van godvruchtige liederen ; zij zijn eene aangename afwisseling van het eene en het andere.

ocr page 16

4

Art. 8. Iedere afdeeling neemt in de kerk der Vereeniging de haar aangewezen plaats in, en ieder lid der Congregatie beware het nummer van de afdeeling, waarin hij geplaatst is, althans zoolang de Bestuurder hem geene andere plaats aanwijst.

Art. 9. De leden der Vereeniging overtuigen zich wel, dat zij allen kinderen zijn der Congregatie de Heilige Familie, en bijgevolg Broeders, in wier midden de hartelijkste liefde moet heer-schen. Zij moeten dus wel weten, dat er geen onderscheid bestaat tusschen de verschillende af-deelingen , waarin zij geplaatst zijn; de laatsten toch zijn zooveel als de eersten , en de eersten zooveel als de laatsten.

Men hechte aan deze rangschikking veel gewicht, dewijl zij eene noodzakelijke voorwaarde is tot de instandhouding der goede orde in eene talrijke Congregatie, die zonder dit middel aanleiding zou geven tot verwarring.

Art. 10. De oefeningen van godsvrucht, die in de bijeenkomsten gewoonlijk zullen gehouden worden , zijn : de aanroeping van den H. Geest, het gebed tot de H. Patronen, de Litanie van de H. Familie, het gebed Gedenh, enz. , eene onderrichting , een gedeelte van den Rozenkrans, het onderzoek van geweten en de geestelijke Communie. Deze oefeningen worden afgewisseld door

ocr page 17

5

gezangen , en eindelijk worden de bijeenkomsten gesloten met den zegen van het Allerheiligste Sacrament.

Art. H. Zonder voorafgaande verwittiging van den Prefect of Onderprefect, zal zich niemand aan de bijeenkomst mogen onttrekken.

Art. 42. Ieder Prefect, vergezeld van zijnen Onderprefect, zal eens in de maand, op den hem bepaalden dag, aan den Bestuurder rekening afleggen van de afdeeling, aan zijne liefderijke zorgen toevertrouwd. Hij moet hem bekend maken , of en hoe dikwijls iemand , zonder reden en zonder voorkennis, van de bijeenkomsten afwezig zij geweest. Het wordt vervolgens aan het oordeel van den Bestuurder overgelaten, of men de in gebreke zijnde leden buiten de Vereeniging moet sluiten. De Secretarissen vervoegen zich insgelijks op eenen bepaalden dag van iedere week bij den Bestuurder. —- Daarenboven vereenigen zich alle beambten der Congregatie viermaal in het jaar op een bepaald uur van den Zondag, onmiddellijk volgende op den Quatertemper, om gezamenlijk te bidden, en om van den Bestuurder onderrichtingen te ontvangen, geschikt om den ijver van de geheele Congregatie te onderhouden.

Art. 13. Die in de Vereeniging met eene bediening belast is, zal, indien hij de uitgestrektheid

f

lè

ocr page 18

o ;

■

zijner plichten begrijpt, wel verre van hieruit eene^ffl reden te nemen , om zich boven zijne medebroed j quot;? ders te verhellen, zich integendeel meer gedrongenSifll

voelen, om hen door een voorbeeldig leven, maarv

7

bijzonder door eene stipte naleving der regels ensM» verordeningen van de Congregatie, te slichten. .'s A Art. 14. Die in de Congregatie de Heilige ]:-^ Familie verlangt opger.omen te worden, moet zich door een lid van gezegde Vereeniging , of door een ander aanbevelenswaardig persoon doen voor- quot;pj;

zeden, woonplaats en betrekking te hebben verze-

stellen aan den Bestuurder, die, na zich van zijne

kerd, hem tot de beproeving zal kunnen toelaten. (quot;) ;\%-

Art. 15. Na den proeftijd, die onbepaald zal ■ jV-| duren en afhangen van het goed gedrag , alsook IfS van den ijver, waarmede hij , die wenscht opge- fs». nomen te worden, de bijeenkomsten bijwoont, zal . | hij zijne plechtige intrede doen in de Broederschap r f door het ontvangen van de HH. Sacramenten, en quot;;«**• door de akte van opoffering of opdracht aan Jesus, ,, Maria en Jozef. Daarna wordt hem een diploom van aanneming tot lid der Broederschap overhan- j^|'

(*) Nieuwe leden in de Broederschap brengen, is zeker '•y'iv, «ea bewijs van liefde en toegenegenheid voor haar; nochtans - .v W.', het is ten sterkste af te raden, iemand voor te dragen, die niet genoegzaam bekend is, of den ouderdom van 18 jaren nog niet bereikt heeft; het is zeer lakenswaardig en der fcvM' Vereeniging zeer schadelijk, iemand tot haar te brengen , van wien ze niets dan oneer en verdriet te wachten heeft. ' ^

ocr page 19

iP

digd. Mede verkrijgt hij het recht tot het dragen der medalje, het onderscheidingsteeken der Broederschap.

Art. 16. De verplichtingen, welke de leden der Vereeniging op zich nemen, zijn verplichtingen geheel van liefde. In het algemeen zijn zij gehouden te leven als goede Christenen, als voortreffelijke jongelieden, als uitmuntende huisvaders. Immer zullen zij vermijden de gevaarlijke gezelschappen , het lezen van slechte boeken of dagbladen, de gevaarlijke speelplaatsen, in één woord alles, wat hen tot zonde zou brengen.

In het bijzonder zullen zij iederen dag, behalve het vervullen der plichten van een goed christen, nog 1° 's morgens de werken van den dag aan Jesus , Maria , Jozef opdragen , en deze opdracht door den dag nu en dan vernieuwen ; 2° 's avonds hun geweten onderzoeken en geestelij kerwijze communiceeren.

Art. 17. Als een der leden ziek wordt, zal hij den Bestuurder hiervan verwittigen ('), opdat deze dit ter kennisse brenge van de medebroeders, die allen steeds in elkanders lijden moeten deelnemen, en slechts één hart en ééne ziel uitmaken, gelijk de eerste geloovigen der Kerk. Men moet hen door

s'

[quot;

ttmi

ii

hsssè

(*) Door den Prefect of Onderprefect. f.

ocr page 20

8

deze oprecht broederlijke liefde van anderen kunnen onderscheiden. En na elkander in het leven bemind te hebben, zullen zij nog na den dood elkander liefde toedragen. Daarom zal de Vereeniging een lijkdienst doen verrichten voor ieder lid, dat tot aan den dood in de Congregatie zal hebben volhard.

Art. 18. De heilige Patronen van het jaar worden aan elk lid, in de bijeenkomst onmiddellijk den eersten Januari voorafgaande, door het lot toegewezen. (1)

Art. 19. Het titelfeest der Heilige Familie, dat ook het Patroonfeest is van de Aartsbroederschap, wordt gevierd op den eersten Zondag van Juli of op een anderen dag door den Kerkvoogd te bepalen. (Breve van den 23 Juni 1863.) Op dien feestdag hééft gewoonlijk plaats de algemeene Communie en de plechtige aanneming tot leden van de Broederschap door akte van opdracht aan Jesus , Maria,' Jozef.

Art. 20. De overige feesten van de Aartsbroederschap zijn ; Pinkstermaandag, feest van de oprichting der Congregatie (dezen dag vernieuwen de leden plechtig hunne Doopbeloften) — het feest van de Onbevlekte Ontvangenis, dag, waarop de Veree-

1

Ieder trachte zich de bescherming van zijn Patroonheilige waardig te maken , door dagelijks een Onze Vader en Wees gegroet te zijner eer te bidden, maar vooral door zijne deugden na te volgen.

---

ocr page 21

9

niging van de plaats harer opkomst werd overgebracht naar de kerk van O. L. V. Onbevlekt Ontvangen;—Zondag na den 7 April, feest van de kerkelijke oprichting der Vereeniging door Mgr. A. R. van Bommel, Bisschop van Luik, in het jaar 1845; — de feesten van Kerstmis—Driekoningen—der Opdracht van Christus in den Tempel — der vlucht naar Egypte, 17 Februari — van Paschen — van O. H. Hemelvaart — van het Allerh. Sacrament — van het H. Hart, Vrijdags na de octaaf van H. Sacramentsdag — van den Allerh. Verlosser, 3™ Zondag van Juli — van Kruisverheffing, 14 September — van Maria's Geboorte, Hemelvaart en O. L. V. der Zeven Smarten (Vrijdags na Passie-Zondag en 3en Zondag van September) — van den H. Jozef, 19 Maart, en de bescherming van den H. Jozef, 3en Zondag na Paschen — van den H. Michaël, 29 September— van den H. Gabriël, 18 Maart — van de HH. Engelen-bewaarders, 2 October — van de HH. Petrus en Paulus, 29 Juni — van den H. Alphon-sus de Liguori, 2 Augustus — van den H. Garolus Borromeüs, 4 November — van de H. Teresia, 15 October — van de H. Juliana van Cornillon, 5 April — van Allerheiligen en Allerzielen.

Ieder lid behoort ook de maand van Maria ijverig te vieren.

Eindelijk is de dag, aan ieders Patroonheilige toegewijd, voor elk lid in het bijzonder, en die

ocr page 22

10

van den beschermheilige der afdeeling, voor dezer leden in het algemeen , een feestdag.

Anx. 21. De leden zullen op de verschillende feestdagen de oefeningen verrichten, bij de Veree-niging in gebruik. Evenwel rust op hen de verplichting niet, hunnen arbeid daarom te verzuimen.

Art. 22. Ieder lid, welks gedrag berispelijk is en dat, niettegenstaande de herhaalde vermaningen van den geestelijken Bestuurder, zich niet wil beteren, wordt buiten de Vereeniging gesloten.

Art 23. Indien in vervolg van tijd de ondervinding zou leeren, dat nog andere regels of verordeningen nuttig of noodzakelijk zijn, zullen deze bij wijze van bijvoegsel in het handboekje worden opgenomen, evenwel onder voorwaarde, dat zij de goedkeuring vau Zijne Doorl. Hoogw. wegdragen.

regels voor den prefect.

De verplichtingen, welke een Prefect bij de aanvaarding zijner bediening op zich neemt, kunnen naar den geest der statuten tot de volgende gebracht worden:

1. De Prefect wake zorgvuldig op de getrouwe nakoming der regels in zijne afdeeling; hij trachte 'steeds hare leden daartoe op te wekken door een voorzichtigen en liefdevollen ijver.

2. Hij zorge ook voor handhaving der eenmaal bepaalde rangschikking en plaatsing van de leden zijner afdeeling. Hij kan zonder uitdruk-

ocr page 23

11

kelijk verlof van den Bestuurder hierin nimmer eene verandering maken.

3. Den Prefect is tevens opgedragen, eene nauwkeurige aanteekening te houden van de namen, vóórnamen, beroep en woonplaatsen der leden zijner afdeeling, en den Bestuurder kennis te geven van de verhuizingen, beroepsveranderingen , enz.

4. Mede wordt den Prefect dringend aanbevolen, met de meeste nauwgezetheid op eene daartoe ingerichte lijst aan te teekenen, wie der leden met of zonder de voorkennis, waarvan in Art. 11, de wekelijksche bijeenkomsten niet heeft bijgewoond, alsook wie zonder eenige gegronde rededenen bijna altijd den lijkdienst verzuimt.

5. Is de onderlinge liefde den Broeders algemeen voorgeschreven (Art. 9), veel meer is zij het den Prefect jegens de leden zijner afdeeling; daarom verzuime hij niet hen gedurende het jaar nu en dan te bezoeken, vooral in ziekte en andere rampen.

6. Wil de Prefect of Onderprefect op eene waardige en voor den Hemel verdienstelijke wijze zijn ambt waarnemen, dan geve hij aan de leden zijner afdeeling het voorbeeld van een oprecht christelijk en deugdzaam leven, in het bijzonder dat eener stipte nakoming van de statuten der Broederschap.

ocr page 24

12

7. Volgens Art. 5 is aan den Onderprefect opgedragen , zijnen Prefect bij te staan en in geval van afwezigheid te vervangen. De Onderprefect kan dus zonder voorkennis van den Prefect nooit ambtshalve met de leden zijner afdeeling spreken of ze bezoeken. Evenwel is liet den Prefect hoogst aan te raden, zijnen medehelper in de vervulling zijner plichten te doen deelen.

GOEDKEURING.

Bovenstaande Kegels worden door Ons bij dezen goedgekeurd en bekrachtigd , voor alle parochiën , waar het Genootschap de Heilige Familie is opgericht of in het vervolg opgericht zal worden , zoo nochtans, dat wij Ons en onzen Opvolgers voorbehouden, daarin die wijzigingen of bijvoegingen te verordenen, als Ons, naar bevind van omstandigheden , doelmatig zal schijnen , om het einde der Broederschap te beter te bereiken.

De getrouwe naleving dezer regels wordt aan de leden door Ons ten zeerste aanbevolen.

Gegeven ie Tilburg, den 15 Augustus 1862.

De Aartsbisschop van Utrecht, Apostolisch Administrator van 's-Bosch.

JL /

ocr page 25

13

§ m.

LUST DER AFLATEN EX YOORRECHTEN

door Z. li. Fius IX verleend aan de Aartsbroederschap van de II. Familie Je sus, Maria, Jozef, canoniek opgericht in de kerk van de EE. PP. Redemptoristen, onder den titel van O. L. V. Onbevlekt Ontvangen , te Luik in België, alsmede aan de Broederschappen , die in deze wettig zijn opgenomen.

-lt;«.^gt;—eüCogt;-

§ I-

Voorafgaande bemerkingen.

r. Al de bier volgende Aüaten , zoo volle als gedeeltelijke , welke voor altijd zijn verleend , kunnen bij wijze van voorbidding aan de geloovige zielen des vagevuurs worden toegevoegd. (Breve 20 April 1847, en Rescript van 13 en 24 Juli 1850.)

II. Tot het verdienen der volle Aflaten , bij welke geene voorwaarden worden aangegeoen, worden niet alleen vereiselit eene waarlijk rouwmoedige Biecht, de H. Communie en godvruchtige gebeden voor de eendracht der christen vorsten, voor de uitroeiing der ketterijen en de verheffing van onze Moeder de H. Kerk, maar bovendien ook het bezoeken van de kerk, kapel of bidplaats der Broederschap. (Dezelfde Breve en Rescripten.)

III. De leden, die wettig belet zijn het voorgeschreven bezoek der kerk of bidplaats der Broederschap te doen, kunnen hunne Parochiekerk bezoeken. (Rescript 13 Sept. 1850.)

IV. Volgens een algemeen Decreet van de H.

ocr page 26

u

Congreg. der Aflaten van 18 Sept 1862, kunnen alle geloovigen, die eene bijblijvende of slepende ziekte hebben, of die om een voortdurend natuurlijk beletsel hun huis niet kunnen verlaten, uitgezonderd nochtans degenen, die in eene Communiteit verblijven, alle volle aflaten verdienen , dio reeds verleend zijn of in het vervolg verleend zullen worden , en die zij , waren zij niet in dien toestand, anders op de plaats hunner inwoning verdienen konden, — voor welker verkrijging namelijk is voorgeschreven de H. Communie en het bezoek eener kerk of openbare bidplaats te dier plaatse; — mits zij waarlijk rouwmoedig biechten, de overige opgelegde voorwaarden volbrengen, en , in plaats van de H. Communie en het kerkbezoek , andere godvruchtige werken, door hun Biechtvader voorgeschreven, nauwgezet verrichten.

quot;V. Wanneer voor het verdienen van volle Aflaten het kerkbezoek vereischt wordt, kan dit geschieden van de eerste Vespers tot aan zonsondergang van denzelfden feestdag. (Breve 20 April 1847 en Eescript 13 Juli 1850.)

Het bezoek nochtans voor de Aflaten der Statiën, zoowel volle als gedeeltelijke, vereischt, kan alleen geschieden op de dagen zeioen dier Statiën.

VI. De volle Aflaten kunnen door de leden verdiend worden of wel op de hieronder bepaalde dagen, of op één van de zeven onmiddellijk volgende dagen, daartoe door de leden voor zich uitgekozen, op voorwaarde nochtans, dat alle voorgeschrevene godvruchtige werken behoorlijk worden volbracht. (Breve 23 Juni 1863.)

quot;VII. Zeven volle Aflaten, bij Eescript van 13

ocr page 27

15

Juli 1850 verleend en in § II aangegeven onder de N°'s 11, 21, 22 , 24, 25 , 37 en 39 , kunnen ook door de andere geloovigen, die geen leden zijn, verdiend worden, mits zij, na do overige voorwaarden behoorlijk volbracht te hebben , eene openbare bidplaats der Broederschap bezoeken, en aldaar eenigen tijd bidden volgens de meening van Zijne Heiligheid. (Rescr. 13 Juli 1850.)

VIII. Eindelijk voor de gedeeltelijke Aflaten, die alleen voor de leden gegeven zijn, wordt ver-eischt, dat de voorgeschreven werken minstens met een rouwmoedig hart nauwkeurig verricht worden.

§ II.

VOLLE AFLATEN.

1. Op den dag, waarop de geloovigen van beider geslacht genoemde Broederschap intreden, en, door de akte van opdracht, leden van deze Aartsbroederschap worden, mits zij waarlijk rouwmoedig biechten en de H. Communie ontvangen. (Breve 20 April 1847.)

2. In het uur des doods, voor alle leden van beider geslacht, die na rouwmoedig gebiecht en gecommuniceerd te hebben , of, dit niet kunnende doen, minstens met een rouwmoedig hart den naam van Jesus, zoo zij kunnen met den mond, of anders met het hart, godvruchtig aanroepen. (Idem.)

3. Den 6 Januari, feest van de Openbaring des Heeren. (Idem.)

4. Den 2 Februari, feest der Zuivering van O. L. V. (Idem.) v

ocr page 28

16

5. Den 17 Februari, feest van de vlucht O. H. J. C. naar Egypte. (Idem.)

Dit feest, 't welk eerst vastgesteld -was op den vierden Zondag van April, is bij Decreet van de H. Congreg. der Eit. van 12 Juni 1856, vastgesteld op 17 Pebruari.

6. Don 18 Maart, feest van den H. Aartsengel Gabriël. (Breve 20 April 1847.)

7. Den 19 Maart, feeat van den H. Jozef, Bruidegom der allerh. Maagd. (Idem.)

8. Vrijdag na Passiezondag, feest der Zeven quot;Weeën van O. L. V. (Idem.)

9. Den 5 April, feestdag der H. Juliana van Cornillon, Maagd. (Idem.)

10. Zondag na den 7 April, dag der canonieke oprichting van de Broederschap der H. Familie te Luik in 1845. (Idem.)

11. Den 23 April, wanneer de Broederschap der H. Familie, ten jare 1817, tot een Aartsbroederschap is verheven. (Eescript van 13 Juli 1850. — Ook voor andere geloovigen. Zie § I. n0 VII.)

12. Op het feest der Verrijzenis O. H. J. C. (Breve 20 April 1847.)

13. Den derden Zondag na Paschen , Bescherm-feest van den H. Jozef. (Idem.)

14. liet feest der Hemelvaart O. H. J. C. (Idem.)

15. Pinkstermaandag , wanneer de Broederschap der H. Familie gesticht is. (Idem.)

16. H. Sacramentsdag. (Idem.)

17. Vrijdag na de octaaf van het allerh. Sacrament, feest van het allerh. Hart van Jesus. (Idem.)

ocr page 29

17

18. Den 29 Juni, feestdag der HH. Apostelen Petrus en Paulns. (Idem).

19. Den eersten Zondag van Juli, hoofdfeest van de Aartsbroederschap. (Idem).

Krachtens Breve van 23 Juni 1863 kan deze feestdag, te gelijk met den aflaat , ook op een anderen dag, naar verkiezing van den Kerkoverste , worden gesteld.

20. Den derden Zondag van Juli, feest van den allerh. Verlosser. (Breve 20 April 1817).

21. Den 20 Juli, feestdag van do EL Anna, Moeder van de allerh. Maagd. (Eescript 13 Juli 1850. — Ook voor andere geloovigen. Zie § I. n° VII.)

22. Den 2 Augustus, feestdag van den H. Alphonsas de Liguorio, Bisschop en Stichter van de Congreg. des Allerh. Verlossers. (Idem).

23. Den 15 Augustus, feest van O. L V. Hemelvaart. (Breve 20 April 1817).

24. Zondag onder de octaaf van O. L. V. Hemelvaart, feestdag van den H. Joachim, Vader van O. L. V. (Eescript 13 Juli 1850. — Ook voor andere geloovigen. (Zie § I. n0 VII.)

25. Zondag na de octaaf van O. L. V. Hemelvaart, feest van hot allerzuiverste Hart van Maria. (Idem.)

26. Den 8 September, feest van O. L. V. Geboorte. (Breve 20 April 1847.)

27. Den 14 September, feest van Kruisverheffimg. (Idem.)

28. Den derden Zondag van September, feest der Zeven Weeën van O. L. V. (Idem).

29. Den 29 -September, feest van den H. Aartsengel Michael. (Idem).

ocr page 30

18

30. Den 2 October, feest der HH. Engelen-bewaarders. (Idem).

31. Den 1 November, feest van Alieheiligen. (Id.)

32. Den 2 November, Allerzielendag. (Idem).

33. Den 8 December, feest der Onbevl. Ontvangenis van O. L. V. (Idem).

34.. Den 25 December, Kerstfeest. (Idem).

35. Den feestdag van don jaarlijkschen Patroon van elk lid, voor ieder in 'tbijzonder. (Idem).

36. Den feestdag van den H. Beschermer van elke afdeeling, voor de geheele afdeeling. (Idem).

37. Den feestdag van den H. Patroon der plaats, waar de Broederschap is opgericht, voor alle leden en voor alle geloovigen van die plaats. (Eescript 13 Juli 1850.)

38. De aflaten van de Statiën te Home, iiitge-drnkt in het Decreet van de H. Congregatie der Aflaten van 9 Jnli 1777, (1) kunnen verdiend worden door alle leden , die op de hierna vermelde dagen , minstens met een rouwmoedig hart, eene openbare bidplaats der Broederschap bezoeken, en aldaar eenigen tijd bidden volgens de meening van Zijne Heiligheid; doch voor de vier volle Aflaten is daarenboven de Biecht en Communie noodzakelijk.

(Eescript 24 Juli 1850.) (1). Zie bladz. 23.

39. Vollen aflaat, jaarlijks op den dag, waarop, met behoorlijke vergunning, de plechtige Processie met het allerh. Sacrament wordt gehouden; — te verdienen door allen , zoo leden als andere geloovigen , die na rouwmoedig gebiecht en gecommuniceerd te hebben, de openbare bidplaats der Broederschap bezoeken, aldaar eenigen tijd bidden ter

ocr page 31

19

inteutie van Zijne Heiligheid, en bovendien de genoemde Processie volgen. (Eescript 13 Juli 1850.)

40. Ten slotte , elk lid behoort, volgens Abt. 20 der Statuten , met godsvrucht de maand van Maria te vieren. — Nu verleent een algemeen Decreet van de H. Congregatie der aflaten van 18 Juni 1822, aan alle geloovigen, die in genoemde Maand de allerh. Maagd, 't zij in 't openbaar of in 't bijzonder door godvruchtige gebeden, door eenig bijzonder dienstbetoon of andere oefeningen van deugd zullen eeren, voor eiken dag een aflaat van 300 dagen, en eens een vollen aflaat, te verdienen op den dag, waarop zij , na eene rouwmoedige biecht, de H. Communie ontvangen en godvruchtig den Heer bidden voor onze Moeder de H. Eerk, enz. — En deze aflaten, zoowel de volle als de gedeeltelijke, zijn toepasselijk aan de geloovige zielen des vagevuurs.

§ UI.

fücdeeltelijke Aflaten van lOO dagen.

I. Voor alle leden, zoo mannelijke als vrouwelijke, zoo dikwijls zij, minstens rouwmoedig, de godvruchtige Vereenigingen der Broederschap bijwonen. (Breve 20 April 1847.)

II. Eveneens voor alle leden van beider geslacht , zoo dikwijls zij minstens rouwmoedig een van die goede werken oefenen , welke bij de leden gebruikelijk zijn. (Idem.)

Deze aflaten van 100 dagen kunnen derhalve verdienen: gt;■

ocr page 32

20

A,. Alle leden der Broederschap.

1. Met eiken morgen de werken van den dag aan de H. Familie Jesus, Maria, Jozef op te dragen.

2. Met 's morgens en 's avonds drie Wees gegroet te bidden ter eere van de onbevlekte Maagd Maria : eene godsvrncht, die de H. Alphonsns dringend aanbeveelt.

3. Met 's morgens en 's avonds één Onze Vader en Wees gegroet te bidden ter eere van den Patroonheilige des jaars.

4. Met eiken avond hun geweten te onderzoeken.

5. Met geestelijkerwijze te communiceeren.

6. Met de akte van opdracht aan de H. Familie, of het Memorare van O. L. V. of van den H. Jozef te bidden, of eenig ander gebed tot de H. Familie te doen.

7. Met op werkdagen de H. Mis bij te wonen.

8. Met gevangenen of zieken in een huis of in een hospitsal te bezoeken.

9. Met diegenen te helpen en te vergezellen, die in deze Broederschap wenschen opgenomen te worden.

10. Met zich zei ven of anderen te verwijderen van gevaarlijke gezelschappen, plaatsen en vermaken, alsook van het lezen van slechte boeken en dagbladen.

11. Met vijanden of twistenden te verzoenen, of daartoe te helpen.

12. Met vernederingen en beleedigingen, hun aangedaan, geduldig te verdragen.

13. Met het Allerh. Sacrament, wanneer het in processie rondgedragen of naar zieken gebracht wordt, te vergezellen.

14. Met godvruchtig te bidden voor de leden, die in doodsnood zijn.

ocr page 33

21

15. Met de lichamen der overledenen, zoo leden als andere geloovigen, ter begraafplaats te vergezellen en voor hen te bidden.

16. Met tegenwoordig te zijn bij den lijkdienst voor de overledene leden.

17. Met godvrnchtig het Allerh. Sacrament te bezoeken, vooral in de kerken, waar het bij het 40 nren-gebed is uitgesteld.

18. Met predikatiën, Tridunms en Novenen bij te wonen.

19. Met de bijeentomsten, ter aanleering der verschillende in de Broederschap gebruikelijke lofzangen en liederen, bij te wonen.

20. Met afgedwaalden op den goeden weg terug te brengen, of onwetenden de geboden Gods en de noodzakelijke punten des Geloofs te leeren, ofhunbestte doen om godslasteringen te beletten of uit te roeien.

21. Eindelijk met hetzij jegens de Broederschap, hetzij jegens de leden , eenig ander werk van godsvrucht of liefde te oefenen.

K. De Prefecten, Onderprefecten, Secretarissen en anderen, die eenige bediening in de Broederschap waarnemen :

1. Met de bijzondere vergaderingen bij te wonen, waarvan in Abt. 12 der Statuten gesproken wordt.

2. Met do verschillende liefdeplichten te vervullen , hun door hunne bediening opgelegd.

3. Met de zieken hunner afdeeling te bezoeken.

4. Met de leden hunner afdeeling aan te moedigen tot het ontvangen der HH. Sacramenten op de feestdagen dezer Aartsbroederschap.

ocr page 34

22

§ iv.

i

Vergunning van een Ceprlvlleglëcrd Altaar.

I. Bij rescript van de H. Congreg. der Aflaten j van 9 Jnli 1850 heeft Z. H. Pius IX goedgunstig

als dagelijks geprivilegieerd (privilegiatum qnoti-diannm) verklaard het altaar (altare nnicum), dat zich bevindt in de openbare Bidplaats van de Aartsbroederschap onder den titel van de H. Familie, te Luik in België, voor de Missen, welke daarop door iederen Priester worden opgedragen tot lafenis der overledene leden , zoowel van de Aartsbroederschap zelve, alsook van de Broederschappen van denzelfden titel, welke in haar zijn opgenomen,

mits deze canoniek zijn opgericht.

II. Bovendien heeft Z. H. Pius IX, bij Decreet van de H. Congregatie der Eitussen van 30 Juli 1863, goedgunstig een Altare privilegiatum verleend aan al de Broederschappen der H. Familie , welke vóór genoemd Decreet, dat is: tot den 30 Juli 1863, canoniek waren opgericht en met de Aartsbroederschap van Luik vereenigd; terwijl Z. H. tevens bepaalde, dat elke dusdanige Broederschap, die in het vervolg zou opgericht worden, indien zij dit bijzonder voorrecht wilde genieten, zich tot den H. Stoel moest wenden.

«-i-V

ocr page 35

23

(1). De Aflaten der Statiën, zoo volle als gedeeltelijke, uit het Decreet van 9 Juli 1777 overgenomen , zijn de volgende :

1. In de Veertigdaagsche Vasten ; op Aschwoens-dag en op den vierden Zondag, een Aflaat van 15 jaren en even zoovele quadragenen.

Op Palmzondag , 25 jaren en even zoovele quadrag.

Op Witten Donderdag , volle Ajlaat.

Op Goeden Vrijdag en Paaschzaterdag , quot;iü jaren en even zoovele quadragenen.

Op de overige Zon- en werkdagen, 10 jaren en even zoovele quadragenen.

2. Op het feest der Verrijzenis O. H. J. C. 's Zondags, volle Aflaat. Op de beide andere onmiddellijk volgende feestdagen en gedurende de geheele octaaf tot aan Beloken Paschen ingesloten : dagelijks 30 jaren en zoovele quadragenen.

3. Op Hemelvaartsdag, volle Aflaat.

4. Pinksteren: Zaterdag vóór Pinksteren, \0 jaren en even zoovele quadragenen. Op den Zondag en de andere dagen onder de octaaf tot Zaterdag ingesloten : dagelijks een Aflaat van 30 jaren en even zoovele quadragenen.

5. Op de Zondagen van den Advent: op den eersten, tweeden en vierden Zondag; 10 jaren en even zoovele quadragenen. Op den derden Zondag: 15 jaren en even zoovele quadragenen.

6. Op het Kerstfeest: Op de Vigilie, des nachts en bij de Mis van den dageraad : Ajlant van 15 jaren en even zoovele quadragenen. — Op den dag, volle Aflaat. — Op de drie volgende feestdagen , alsmede

F. 3

ocr page 36

24

op de feesten der Beanijdenis, en der Openbaring O. H., zoo ook op de Zondaten van Septuagesima, Sexagesima en Quinquagesiiaa : Aflaat van 30 jaren en even zoooele quadragenen.

7. Op de drie dagen der Qaatertempertijden : 10 jaren en even zoovele quadrac/enen.

8. Op deu feestdag vau den H. Maretia Evangelist en op de drie Kruisdagen : 30 jaren en even zoovele quadragenen.

GOEDKEUEING.

Cum pifesens Indulsentiarum ac Privilegioruiu Sumnmrium a duobus ex Ccmsultoribus Sacne Congregationis ludiilgen-tiarum revisum , uti aulhenlicun reeognitum sit, typis im-primi ac publicari posse perinitlitur.

Datum Romte ex Secreiaria ejusdem Sacra Cijtnis, die 2 Novemhris 1863.

P. Ant. M. Card. PANKBrANCO, Praf.

Indulgentias hoo libello conlcntaa ut authcnticas recogno-vimus, easque in locis Jurisdictioni Nostra; subjectis pro-mulgari permittimus.

Datum Buscodwci, 8 Julii 1878.

t A. (iODSCHALK,

Episc. Busc.

ocr page 37

OOnVKUCHTlQE OEFEIÏIHiGKlV

voor t welelüWe liüeeiiïoist der BroetecliaD.

ren -—-

(Art. 7 en 10.)

10

1

^6' Het gebed van den PI. Rozenkrans geheel

'00' of gedeeltelijk.

«3.

Aanroeping van den H. (ieest. UI11 Kom , heiige Geest! daal in dit uur

ren- T

im in onze harten neer, ontsteek ze in liefdevuur.

1.

dquot; Komt niet uw licht ons hart bestralen ,

Wij zagen 't hemelpad niet meer; 'quot;f' Wij bleven in de zonde dwalen ,

En zonken, zonder U, in d'eeuwgen afgrond neer,

Kom , heiige Geest! daal in dit uur In onze harten neer, ontsteek ze in liefdevuur. 2.

Want onverpoosd blijft satan ons belagen ;

De wereld lokt alom en altoos aan , En zwaar is ook de last van 't vleesch te dragen. Behoud ons toch, of wij, o Heer ! vergaan.

Kom , heilige Geest! daal in dit uur In onze harten neer, ontsteek ze in liefdevuur.

ocr page 38

26

3

Komt Gij ons met uw

Dan duchten wij dei Dan doet geen vleesch, j

Wij zien den hemel Kom , heilige Gee In onze hurten neer, o

ï. Emitte spiritum tuum et creabuntur. (*)

r). Et renovabis — faciem terras.

OREMUS,

Deus qui corda fide-lium Sancti Spiritus il-lustratione docuisti, da nobis in eodem Spiritu recta sapere et de ejus semper consolatione gaudere Per Christum Dominuin nostrum. Amen.

heilig licht bestralen , i helschen vijand niet, jeen wereld ons verdwa-in 't verschiet. (len ; st! daal in dit uur ntsteek ze in liefdevuur.

Zend uwen geest uit en zij zullen geschapen worden.

En gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.

LAAT ONS BIDDEN.

O God , die de harten der geloovigen door de verlichting van den tl. Geest hebt onderwezen, geef ons, dat wij in denzelfden Geest de ware wijsheid bezitten, en ons altijd over zijne vertroosting verblijden. Door Christus , onzen Heer. Amen.


(♦) In den Paaschtijd (dat is: van Paasch-Zaterdag tot aan de eerste Vespers van het feest der H. Drievuldigheid) voege men Alleluja ua ieder vers.

ocr page 39

27

(liebed tot de Bescliermheiligen der Leden en der afdeelingen.

Bidt voor ons, Heilige Patronen van onze Congregatie.

Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

LAAT ONS BIDDEN.

O God , die ons ieder jaar eenigen uwer Hemelingen tot Patronen schenkt, geef genadiglijk , dat wij en al onze naastbestaanden , vrienden en vijanden, door tusschenkomst der Heiligen, welke wij dit jaar van uwe goedertierenheid tot Patronen ontvangen hebben , voor het tegenwoordige den bijstand uwer genade moge gevoelen, opdat wij, door de hulp van die zelfde genade versterkt, de deugden mogen beoefenen , welke zij ons door hunne voorbeelden geleerd hebben.

Wij smeeken u, o Heor, dat al uwe Heiligen ons overal bijstaan, opdat wij hunne voorbidding mogen gevoelen, terwijl wij hunne verdiensten vereeren. Door Christus, onzen Heer. Amen.

Heilige Patronen van onze Congregatie.

Bidt voor ons.

ocr page 40

28

•i.

LITANIE VAN DE H. FAMILIE.

Heer , ontferm u onzer.

Christus , ontferm u onzer.

Heer , ontferm u onzer.

Christus , hoor ons.

Christus , verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm u onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontf. u onzer. God Heilige Geest, ontferm u onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontf u onzer. Jesus , Maria , Jozef, wij nemen allen onze

toevlucht tot u.

Jesus , MarL;, Jozef, waardige voorwerpen

van eeredienst en liefde , ^

Jesus, Maria, Jozef, die door de taal aller eeu- 3quot; wen de Heilige Familie genoemd wordt, | Jesus, Maria, Jozef, voor altijd gezegende ro namen van den Vader , van de Moeder en van het Kind, welke de Heilige — Familie uitmaken , =

Jesus, Maria, Jozef, nieuwe Bruidegom, 2 nieuwe Bruid, nieuw Kind, die de fami- g lie, welke vóór het Christendom verval-

' O

len was , hersteld hebt , ® Jesus, Maria, Jozef, afbeeldsel der aan-

biddelijke Drievuldigheid op aarde , amp;•

Heilige Familie , wier zuivere verbintenis ^

voorbereid werd door eene onschuldige S-

en deugdzame jeugd , c

ocr page 41

29

Heilige Familie, beproefd door de grootste wederwaardigheden , wij nemen allen onze toevlucht tot u.

Heilige Familie, beproefd op uwe reis naar

Bethlehem ,

Heilige Familie, van iedereen verstooten en genoodzaakt in eenen stal te gaan herbergen ,

Heilige Familie , begroet door het gezang

der Engelen , ^

Heilige Familie, bezocht door arme herders, Heilige Familie, vereerd door de drie Ko- | ningen , a

Heilige familie, hooggeprezen door den

heiligen grijsaard Simeon ,

Heilige Familie, vervolgd en naar een 3 vreemd land verbannen , 2

Heilige Familie, verborgen en onbekend g te Nazareth, «-

Heilige Familie, zeer getrouw aan de wet ® des Heeren , ^

Heilige Familie, voorbeeld der christelijke §-familie, ^

Heilige Familie, waarin vrede en eendracht S-heerschten, c

Heilige Familie, waarvan het hoofd is een voorbeeld van vaderlijke waakzaamheid, Heilige Familie, waarvan de Bruid is een voorbeeld van moederlijke zorgvuldigheid. Heilige Familie, waarvan het Kind is een

CD

ocr page 42

30

voorbeeld van gelioorzniimht id eu kinder- ^ lijke liefde , wij nemen enz. ta:

Heilige Familie, die een arm, werkzaam g en boetvaardig leven hebt geleid , 3

Heilige Familie, die uw brood hebt ge- §

wonnen in het zweet dea aanschijns, Heilige Familie, arm in aardsche, maar § rijk in hemelsche goederen , o

Hei;ige Familie, versmaad bij de menschen, g maar groot in de oogen van God , g-

Heilige Familie, onze steun gedurende het %

leven en onze hoop in het uur des doods, Heilige Familie, die onze Vergadering be- S-schermt, ?

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

spaar ons , Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

verhoor ons , Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm u onzer.

Cristas , hoor ons.

Christus , verhoor ons.

GEBKD

God van goedheid en barmhartigheid , die U gewaardigd hebt ons te roepen tot deze godvruchtige vergadering van de Heilige Familie, verleen ons de gratie van Jesus, Maria en Jozef altijd ie vereeren en na te volgen, opdat wij, na hun aangenaam geweest te zijn op aarde, hunne tegenwoordigheid mogen genieten in den hemel Door denzelfden Christus; onzen Heer. Am.

ocr page 43

Q.I 01

Gebeden tot de H. Familie.

Jesus, Maria, Jozef, voor altijd gezegende namen van den Vader, van de Moeder en van liet Kind, welke de Familie nitmaken, die door de taal van al de eeuwen de Heilige Familie genoemd wordt; waardige voorwerpen van onzen eeredienst en onze Melde, afbeeldsel van de aanbiddelijke Drievuldigheid op aarde, nieuwe Bruidegom, nieuwe Bruid, nieuw Kind, die de familie, welke vóór het christendom vervallen was , hers iteld hebt, wij nemen onze toevlucht lot, U.

ALLEN. Wij nemen allen onze toevlucht tot U, Jesus, Maria, Jozef, wij nemen allen onze toevlucht tot U.

Heilige Familie, wier zuivere verbintenis voorbereid werd door eene onschuldige en deugdzame jeugd , Gij , die werdt beproefd door de grootste wederwaardigheid, bedroefd op uwe reis naar Bethlehem , van iedereen verstooten en genoodzaakt in een stal te gaan herbergen, wij nemen onze toevlucht tot U.

ALLEN. Wij nemen, allen onze toevlucht tot U, Jesus, Maria, Jozef, wij nemen allen onze toevlucht tot U.

Heilige Familie, begroet door het gezang dei-Engelen, bezocht door arme Herders, vereerd dooide drie Koningen, hooggeprezen door den heiligen grijsaard Simeon, wij nemen onze toevlucht tot U.

ALLEN. Wij nemen allen onze toevlucht tot U, Jezus, Maria, Jozef, wij nemen allen onze toevlucht tot U.

Heilige Familie, vervolgd en naar een vreemd land verbannen, verborsen en onbekend te Naza-

ocr page 44

32

reth, zeer getrouw aan de wet des Heeren, voorbeeld van de christelijke familie, waarin vrede en eendracht heerschen, wij nemen onze toevlucht lot U.

ALLEN. Wij nemen allen onze toevlucht tot U, Jesus, Maria, Jozef, wij nemen allen onze toevlucht tot U.

Heilige Familie, waarvan het Hoofd een voorbeeld is van vaderlijke waakzaamheid, waarvan de Bruid een voorbeeld is van moederlijke zorgvuldigheid, waarvan het Kind een voorbeeld is van gehoorzaamheid en kinderlijke liefde, wij nemen onze toevlucht tot U.

ALLEN. Wij nemen allen onze toevlucht tot U, Jesus, Maria, Jozef, wij nemen allen onze toevlucht tot U.

Heilige Familie, die een arm, werkzaam en boetvaardig leven hebt geleid, die uw brood hebt gewonnen in het zweet uws aanschijns ; arm in aard-sche, maar rijk in hemelsche goederen, versmaad bij de menschen , maar groot in de oogen van God , wij nemen onze toevlucht tot U.

ALLEN. Wij nemen allen onze toevlucht tot U, Jesus, Maria, Jozef, wij nemen allen onze toevlucht tot U.

Heilige Familie, onze steun gedurende het leven en onze hoop in het uur des doods. Patrones en Beschermster van onze Vergadering, wij nemen onze toevlucht tot U.

ALLEN. Wij nemen allen onze toevlucht tot U, Jesus, Maria, Jozef, wij nemen allen onze toevlucht tot V.

ALLEN. Jesus, Maria, Jozef, verlicht ons, helpt ons, redt ons. Amen.

ocr page 45

33

G-EIBZS'JD.

God van «ïoedheid en barmhartigheid, die U gewaardigd hebt ons te roepen tot deze godvruchtige Vergadering van de Heilige Familie, verleen ons de genade van Jesns, Maria en Jozef altijd te vereeren en na te volgen, opdat wij, na Hun aangenaam geweest te zijn op aarde, hunne tegenwoordigheid mogen genieten in den hemel. Door denzelt'den Christus, onzen Heer. Amen.

Door ons gezien en eoedgekeurd , en met een aflaat van 40 dagen verrijkt, te verdienen door allen, die deze gebeden godvruchtig zullen bidden.

's Bosch , 13 April 1898. Dg Bisschop van 's Bosch, W. van do Ven.

Memorare van de H. Maagd.

Gedenk, — o goedertierenste Maagd, ■— dat het nooit gehoord is , — dat iemand, — die tot u zijne toevlucht nam , — uwen bijstand verzocht, — of uwe voorspraak inriep ■— door u verlaten is. — Bemoedigd door dit vertrouwen — snel ik tot u o Maagd der maagden , — en zuchtend onder het gewicht mijner zonden — werp ik mij rouwmoedig voor uwe voeten neder; — o Moeder des eeuwigen Woords, — versmaad mijne gebeden niet, — maar neem die gunstig aan — en gewaardig u die te verhooren. — Amen.

Memorare van den H. Jozef.

Herinner u , — o beste, — beminnelijkste

ocr page 46

32

retli, zeer getrouw aan de wet des Heeren, voorbeeld van de christelijke familie, waarin vrede en eendracht heerschen, wij nemen onze toevlucht iot U.

ALLEN. Wij nemen allen onze toevlucht tot U, Jesus, Maria, Jozef, wij nemen allen onze toevlucht tot U.

Heilige Familie, waarvan het Hoofd een voorbeeld is van vaderlijke waakzaamheid, waarvan de Bruid een voorbeeld is van moederlijke zorgvuldigheid, waarvan het Kind een voorbeeld is van gehoorzaamheid en kinderlijke liefde, wij nemen onze toevlucht tot U.

ALLEN. Wij nemen allen onze toevlucht tot U, Jesus, Maria, Jozef, wij nemen allen onze toevlucht tot U.

Heilige Familie, die een arm, werkzaam en boetvaardig leven hebt geleid, die uw brood hebt gewonnen in het zweet uws aanschijns ; arminaard-sche, maar rijk in hemelsche goederen, versmaad bij de menschen , maar groot in de oogen van God , wij nemen onze toevlucht tot U.

ALLEN. W 'ij nemen allen onze toevlucht tot U, Jesus, Maria, Jozef, wij nemen allen onze toevlucht tot U.

Heilige Familie, onze steun gedurende het leven en onze hoop in het uur des doods. Patrones en Beschermster van onze Vergadering, wij nemen onze toevlucht tot U.

ALLEN. Wij nemen allen onze toevlucht tot U, Jesus, Maria, Jozef, wij nemen allen onze toevlucht tot U.

ALLEN. Jesus, Maria, Jozef, verlicht ons, helpt ons, redt ons. Amen.

ocr page 47

33

O-EBSID-

God van goedheid en barmhartigheid, die U gewaardigd hebt ons te roepen tot deze godvruchtige Vergadering van de Heilige Familie, verleen ons de genade van Jesus, Maria en Jozef altijd te vereeren en na te volgen, opdat wij, na Hun 'aangenaam geweest te zijn op aarde, hunne tegenwoordigheid mogen genieten in den hemel. Door denzellden Christus, onzen Heer. Amen.

Door ons gezien en eoedgekeurd , en met een aflaat van 40 dagen verrijkt, te verdienen door allen, die deze gebeden godvruchtig zullen bidden i

's Bosch , 13 April 1898. De Bisschop van 's Bosch ,

-j- W. van de Ven.

rgt;.

Memorare van lt;le H. Maagd.

Gedenk, — o goedertierenste Maagd, — dat het nooit gehoord is , — dat iemand, — die tot u zijne toevlucht nam , —■ uwen bijstand verzocht, — of uwe voorspraak inriep — door u verlaten is. — Bemoedigd door dit vertrouwen — snel ik tot u o Maagd der maagden , — en zuchtend onder het gewicht mijner zonden — werp ik mij rouwmoedig voor uwe voeten neder; — o Moeder des eeuwigen Woords, — versmaad mijne gebeden niet, — maar neem die gunstig aan — en gewaardig u die te verhooren. — Amen.

Memorare van den H. Jozef.

Heriuner u, — o beste, — beminnelijkste

ocr page 48

34

— znetste en barmhartigste vader — heilige Jozef', — dat de groote heilige Teresia verzekert, — dat zij nooit hare toevlucht tot uwe bescherming genomen heeft — zonder verhoord te zijn geworden. — Aangemoedigd door dat zelfde betrouwen , — o mijn zeer beminde Heilige Jozef, — kom ik en neem ik tot u mijne toevlucht — en zuchtende onder het zwaar gewicht van mijne menigvuldige zonden — werp ik mij voor uwe voeten neder ; — o allermeedoogendste vader,

— verwerp mijne arme en zwakke gebeden niet , —maar hoor ze gunstig aan — en ge-waardig u die te verhooren. — Amen.

*%.

Eén Ome Vader en Wees gegroet voor onze weldoeners.

Eén Wees gegroet om de gratie te verkrijgen van veel vrucht te trekken uit de Conferentie.

Gezang van een geestelijk lied , door den Eerw. Bestuurder aan te wijzen.

ï*.

Aankondiging der Patroonheiligen, die in den loop der week gevierd worden, en aan de leden of afdeelingen der Broederschap ter bijzondere \ereering door het lot zijn aangewezen. (Art. 18.) Ook kunnen hier gevoeglijk die aanmerkingen of verordeningen gemaakt

ocr page 49

35

worden , welke de Eerw. Bestuurder van de Broederschap noodzakelijk of nuttig oordeelt.

tgt;.

De Conferentie.

Het onderwerp der Conferentiën is; de godsdiénst, beschouwd in zijne leerstellingen, zedeleer en eeredienst; heel het leven , het lijden en al de deugden van den Heer ; het leven en de voorbeelden van de allerheiligste Maagd Maria, van den H. Jozef en van andere Heiligen , enz

10.

Het bidden van een gedeelte van den Rozenkrans.

11.

Onderzoek van geweten.

13

Aanroeping ran Jesus, Maria, Jozef.

Jesus, Maria, Jozef, — ik geef u mijn hart, — mijn geest en mijn leven.

Jesus, Maria, Jozef, — staat mij bij in mijnen doodsstrijd.

Jesus , Maria, Jozef, — geeft, dat ik in uw gezelschap in vrede sterve.

(300 da^en aflaat voor iederen keer, eu dezen aflaat kan men aan de geloovige zielen toevoegen. Pius VII. 1807.)

13.

Geestelijke Coiumnnie.

Kom, — Heere Jesus, — ik bemin U, — ik

ocr page 50

36

verlang naar U, ■— kom in mijn hart, — ik verbind mij met U, —- ik vereenig mij met U,

— wil nooit van mij scheiden.

of aldus:

Mijn lieve Jesus , — ik geloof, — dat Gij in dit Allerheiligste Sacrament tegenwoordig zijt. — Ik bemin U boven al, — ik wensch U in mijn hart te ontvangen; —maar dewijl dit thans niet werkelijk geschieden kan, — kom dan ten minste geestelijkerwijze in mij ;

— ik vereenig mij met U alsof Gij werkelijk in mijne ziel waart gedaald ; — laat toch niet toe, — mijn Jesus , — dat ik ooit van U scheide. Amen. {H. Alphonsus de Liguori)

li.

Gezang van een lied , door den Eerw. Bestuurder aan te wijzen.

lö.

De zegen met het Allerheiligste Sacrament.

Tantum ergo Sacra-

mentum Veneremur cernui,

Et antiquum documen-tum

Novo cedat ritui:

Eeren wij dan diep gebogen

Een zoo heilig Sacrament ;

De oude schaduw is vervlogen

En in 't nieuw Geheim volend ;


ocr page 51

Prsestet fides supple

ineutum Sensuum defectui.

Genitori ■ Genitoque

Ijaus at jubilatio ;

Salus, honor, virtus

qunque Sit et benedictio ; Procedenti ab utroque

Compar sit laudatio. Atneu.

Panem de ctelo prse stitisti eis (1)

r). Omne delectamen-turn in se habentem.

OREMUS.

Deus, qui nobis sub Sacramento mirabili , passionis tufe mernori-am reliquisti, tribue qusesumus, ita nos cor-

Steun' 't geloof het zin-

vermogen ,

Dat niet zelf dit wonder kent.

Aan den Vader lof en

jubel ,

Lof en jubel aan den Zoon :

Heil en eer, en kracht

en glorie ,

Dankgebed en zegetoon! Hem , die voortkomt

van hen beiden , D'eigen lofzang aange-boón

Gij hebt bun brood van den hemel gegeven.

i^. Dat alle zoetigheid in zich bevat.

LAAT ONS BIDDEN.

O God, die ons onder dit wonderbare Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten, wij bidden U,


1

Tn den Paaschtijd voege men er bij : Alleluja.

ocr page 52

38

poris et sanguinis tui sacra mysteria vene-rari, ut redemptionis tuse fructum ia nobis jugiter sentiamus. Qui vivis et regnas in sse-cula sgeeulorum. Amen geef ons, dat wij de heilige geheimen van uw lichaam en bloed zoo eerbiedig vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons mogen gevnelen. Die leeft en heerscht door alle eeuwen der eeuwen Amen.


Psalm CXVI. (1)

Laudate Dominum , omnes gentes ; * laudate eum , omnes populi

Quoniam confirmata est super nos misericor-dia ejus : * et veritas Domini inanet in seter-num.

Gloria Patri, et Fi lio * et Spiritui Sancto.

Sicut erat in priuci-pio , et nunc, et sei per, * et in ssecula sseculorum. Amen.

Looft den Heer, alle natiën, looft Hem, alle volken.

Want zijne barmhartigheid is over ons bevestigd , en de waarheid des Heeren blijft iu eeuwigheid.

Glorie zij den Vader, en den Zoon v en den heiligen Geest.

Gelijk het was in den beginne, en nu en altijd , en in de eeuwen der eeuwen. Amen.


1

De * beduiden de rustteekens, welke men in het «ingen moet in acht nemen.

ocr page 53

39

LITANIE VAN DE ALLERHEILIGSTE MAAGD MARIA.

Kyrie , eleison. Christe, eleison.

Kyrie , eleison.

C luiste , audi nos. Christe , exaudi nos. Pater de coelis, Deus,

miserere nobis.

Fili, Redemptor mundi. Deus, miserere nobis. Spiritus Sancte , Deus,

miserere nobis. Sancta Trinitas , unus Deus, miserere nobis, Sancta Maria , ora pro nobis.

Sancta Dei Genitrix, Sancta Vir^o virginum,

Mater Christi, ^

Mater divinfe gra- g

tiffi , .a

Mater purissima , 3 Mater castissima, a

1 O

cr

Mater inviolata , 50 Mater intemerata , Mater amabilis,

F.

Heer , ontf. u onzer. Christus, ontferm u onzer.

Heer, ontferm u onzer. Christus , hoor ons. Christus , verhoor ons. God hemelsche Vader,

ontferm u onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontf. u onzer. God H. Geest, ontferm

u onzer. H. Drievuldigheid, één God , ontf. u onzer. H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods , H. Maagd der maag-den ,

Moeder van Christus, 5^ Moeder der godde- lt; lijke gratie, §

Allerreinste Moeder, ^ Allerzuiverste Moe- § dor ,

Ongeschonden Moeder, Onbevlekte Moedor, Beminnelijke Moeder,

4


ocr page 54

40

Matei1 admirabilis ,

pi'o nobis Mater Creatoris ,

Mater Salvatoris .

Virgo prudentissimii

Virgo veiieranda , Virgo praedicanda, Virgo potens ,

Virgo cletnei\s , Virgo tidelis , Speculum justitife

Sedes Sapientiffi, Causa nostrse laeti-tise

Vas bpirituale , Vas honorabile , Vas insigne devo-

tionis ,

Rosa mystica , Turris Davidica, Turris eburnea , Domus aurea, Foederis area , Janua coeli,

Stella matutina, Sal us infirmorum,

ora

C

Wonderlijke Moeder

bid voor ons. Moeder des Scheppers ,

Moeder des Zaligmakers , Allervoorzichtigste

Maagd , Eerwaardige Maagd, Lofwaardige Maagd, Machtige Maagd , Goedertieren Maagd, Getrouwe Maagd , Spiegel der rechtvaardigheid ,

Stoel der wijsheid , Oorzaak onzer blijdschap ,

Geestelijk vat, Eerwaardig vat , Uitmuntend vat van

devotie ,

Geestelijke roos , Toren van David , [voren toren ,

Gulden huis ,

Arke des verbonds, Deur des hemels , Morgenster, Behoudenis der kranken ,


ocr page 55

41

Kefugium peccatorum ,

ora pro nobis. Consolatrix afflicto-

rum ,

Auxilium Christia-

norum ,

Regina Angelorum,

Regina Patriarcha-rum,

Regina Propheta-

rum ,

Regina Apostolo-

rum, g

Regina Martyrum ,

C

Regina Confessorum, a

Oquot;

Regina Virginum , 50

Regina Sanctorum

omnium ,

Regina sine labe ori-ginali eoncepta , Regina sacratissimi

Rosarii,

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, paree nobis , Domine.

Toevlucht der zondaren , bid voor ons. Troosteres der bedrukten ,

Hulp der Christenen ,

Koningin der Engelen ,

Koningin der Patriarchen ,

Koningin der Profeten ,

Koningin der Apos- td

telen,

Koningin der Mar- g telaren , §

Koningin der belij- o ders , 0°

Koningin der Maagden ,

Koningin van alle

Heiligen ,

Koningin zonder erf-smet ontvangen , Koningin van den al-lerh. Rozenkrans, Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld , spaar ons , Heer.


ocr page 56

42

Agnus Dei, qui tollis peecata mundi, ex-audi nos, Domine

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Christe , audi nos. Christe , exaudi nos.

f. Ora pro nobis, Sancta Dei Genitrix, !£:. Ut digni effici-amur promissionibus Christi.

Lam Gods , dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.

Lam Gods , dat wegneemt de zonden der wereld, ontf.u onzer. Christus , hoor ons. Christus , verhoor ons.

f. Bid voor ons, heilige Moeder Gods , !£:. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.


LAAT ONS BIDDEN.

OREMUS.

Defende , qusesumus Domine , beata Maria semper Virgine intercedente . istam ab omni adversitate familiam, et toto corde tibi prostra-tam ab hostium propi tius tuêre olementer in-sidiis: per Christum Do-minum nostrum. Amen

Wij bidden U, Heer,

door de voorspraak der H. Maagd Maria, behoed deze Heilige Fa- m milie van eiken tegenspoed, en gewaardig die g( te bevrijden van alle hinderlagen harer vijanden. Door Christus onzen Heer. Amen. di


ocr page 57

43

OEFENINGEN VOOR DE ALGEMEENE COMMUNIE.

1. Eene aanroeping van den H. Geest tot aan het Evangelie.

2. De preek en voorbereiding tot de heilige Communie.

3. Onder de Communie het Magnificat of een ander gezang.

4. Na de H. Communie dankzegging en een kort woord van opwekking tot volharding.

5. De zegen met het Allerheiligste Sacrament.

6. Een gezang.

OEFENEN VOOR DE PLECHTIGE OPDRACHT DER LEDEN.

1. Het gebed van den Rozenkrans als naar gewoonte.

2. Het Few Cmx/or (geheel of gedeeltelijk) met de gebeden , bladz. 62.

3. De Litanie der H. Familie met de gewone gebeden , bladz. 28 (1).

4. Een gezang, bijv. : O Godsgezin, N0 33.

5 De toespraak, waarna de plechtige opdracht en aanneming der leden (2).

(1) Als de plechtigheid te lang zou duren, kan men gebeden achterlaten.

(2) Deze akte van opdracht wordt van den predikstoel langzaam voorgelezen, en te gelijker tijd door ieder lid met luider stemme medegebeden.

ocr page 58

44

AKTE ¥AN OPDRACHT.

O JESUS ! MAMA ! JOZEF !

Ik......(1)

in de tegenwoordigheid — van geheel het hemelsch hof — kies ik u op dezen dag — vol vertrouwen tot mijne beschermers;— ik ofFer u op — en heilig u plechtig in deze Congregatie toe — mijn lichaam en mijne ziel — alles wat ik heb —- en alles ivat ik ben ; — ik maak het vaste besluit — als een goed christen te zullen leven , — om als een uitverkorene te kunuen sterven. — Woji^een geluk voor mij — eens , na een trou^r vereerder — en navolger — van Jesus, Maria, Jozef —- te zijn geweest op aarde, — in hun heilig gezelschap — opgenomen te worden in den hemel — en dat voor eene eeuwigheid ! — üit hoop ik. — Amen.

Eerw. Bestuurder de volgende formule van aan-

6. Onmiddellijk na deze akte, leest of zingt de erw. ]

neming

Et ego , in nomine Sanctissimae Trinitatis,

En ik, in naam der Allerheiligste Drieëen-


1

leder lid iioeme hier ziju naam en voornaam.

ocr page 59

et ex f'acultiite mihi concessa, vos omnes ad-scribo Archisodalitati {vel Sodalitati) Sanctas Familife Jesu , Marite, Joseph , in hac nostra Ecclesia canoniee erec-tss, vosque participes declaro omnium grati-arum et Indulgentia-rum qua? Archisodalitati ejusdem Sanctse Familise Leonii , in ecclesia, B. M. V. Im-maculatge , a Sancta Sede Apostolica similiter erectfe , a Summo Pontifice Pio Papa IX concesssc sunt : Deura ac Domiuum nostrum Jesum Christum enixe deprecans, ut vos in sancto Dei servitio con-fortare, in pace mutu-aque charitate conser-vare, et perseverantiam in fide operibusque bonis concedere dignetur.

heid , en door de mij verleende macht, neem u allen aan iu de Aartsbroederschap {of Broederschap) der heilige Familie Jesus , Maria, Jozef, in deze onze kerk wettig opgericht, en verklaar u deelachtig aan alle gunsten en aflaten , welke door Zijne Heiligheid Paus Pius IX verleend zijn aan dezelfde Aartsbroederschap der II. Familie te Luik , door den heiligen Apostolischen Stoel in de kerk van de heilige en Onbevlekte Maagd Maria, insgelijks opgericht 5 onzen Heer en God Jesus Christus vurig smeekende, dat Hij gelieve u in den heiligen dienst van God te sterken, onderling in vrede en liefde te bewaren , en u de volharding in het geloof en in goede werken te verleenen.


ocr page 60

46

Daarna besproeit ZijnEerw. de leden met wijwater , zeggende :

In nomine Patria et Filii 4-lt; et Spiritus Sancti Amen.

In den naam des Vaders en des Zoons ►J» en des H. Geestes Amen.


en uitdeeling der medaljes en

7. De zegening Diplomen.

tlebed ter zegening

ji1. Adjutorium nostrum in nomine Domini

Qui fecit ccelum et terrain. j. Dominus vobiscum. f^. Et cum spiritu tuo.

OREMUS. Oninipotens sempi-terne Deus , qui Sanctorum imagines sculpi aut pingi non reprobas, ut quoties illas oculis corporis intuemur , to-ties eorum actus etsanc-titatem ad imitandum memorise oculis medi-temur ; has qua?sumus imagines in honorem et memoriam unigeniti Pilii tui Domini nostri Jesu Christi, Beatissi-mse Virginis Maria;

^ Onze hulp is in den naam des Heeren.

Die hemel en aarde gemaakt heeft. h De Heer zij met u. i^. En met uwen geest. LAAT ONS BIDDEN. Almachtige en eeuwige God. die het maken of schilderen van afbeeldingen der Heiligen niet verbiedt, opdat, zoo dikwerf wij die met de oo-gen des lichaams beschouwen, we de navolging hunner daden en heiligheid met de oogen des geestes zouden overwegen ; wij bidden u , gewaardig deze afbeeldingen, ter eere en ter gedachtenis van uwen


ocr page 61

et Beati Josephi adap-tatas , bene^dicere et sancli^J-ticare digneris, et praesta : ut quicum que coram illis unige-nitum Filium tuum, Beatissimam Virginem et gloriosum Josephum supplicitur colere, et honorare studuerit, i]-lorum meritis etobten-tu , a te gratiam in pra3senti, et seternam gloriam obtineat in futuro. Per eumdum Christum Dominum nostrum. Amen.

eeniggeboren Zoon, onzen lieer Jesus Christus, van de allerzaligste Maagd Maria en van den heiligen Jozef vervaardigd, te zevj-genen en te hei^ligen, en verleen: dat allen, die voordezel-ve uwen eenigen Zoon, de allerzaligste Maagd en den heiligen Jozef ootmoediglijk zullen trachten te vereeren , door hunne verdiensten voor het tegenwoordige uwe genade en voor de toekomst de eeuwige verheerlijking mogen genieten. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.


De medaljes, na met -wijwater besproeid te^iju, worden te gelijk met de Diplomen uitgedeeld (1).

8. Een kort woord van gelukwensching, indien de tijd het toelaat.

9. De sluiting der plechtigheid met den zegen van het allerheiligste Sacrament.

1

Terwijl de nieuw aangenomen leden zich naar het altaar hegeven , kan het koor eenige gezangen aanheilen.

ocr page 62

48

OEFENINGEN EN GEBEDEN

GEDUBESBE

de ZiGliis foor onze mMm Broeücrs

Saucta et sulubris est cogitatio pro defuDCtis exorare , ut a peccatis solvantur. (IT Machab. XIT. 40.)

1. Bij het begin der II. Mis heft de zangers-afdeeliiig den psalm : Miserere aan , die vervolgd wordt tot aan de Consecratie.

PSALM L,

Miserere mei Deus , * secundum mngnarn misericordiam tuam.

Et secundum multitudinem miserationem tuarum : * dele inquitatem meam.

Amplius lava me ab iniquitate mea : * et a pecato meo munda me.

Quoniam iuiquitatem meam ego cognoseo : * et peccatum meum contra me est semper.

Tibi soli peccavi et malum coram te feci : * ut justificeris in sermonibus tuis, et vincas cum judicaris.

ocr page 63

49

PSALM L.

Ontferm u mijner, o God , volgens uwe groote barmhartigheid.

En volgens de menigte uwer erbarmingen, wisch mijne boosheid uit.

Wasch mij meer en meer van mijne ongerechtigheid , en reinig mij van mijne zonde.

Want ik beken mijne boosheid , en mijne zonde is altijd voor mijne oogen.

Voor u alleen heb ik gezondigd, en kwaad voor uw aanschijn gedaan ; opdat gij gerechtvaardigd wordet in uwe woorden, en verwinnet, als gij geoordeeld wordt.

ocr page 64

Eeee enim in iniquitatibus conceptus sum : * et in peccatis coneepit me mater mea.

Ecce enim veritatem dilexisti : * incerta et occulta sapientire tufe manifestati mihi.

Asperges me hyssopo , et mundabor : * lavabis me , et super nivem dealbabor.

Auditui meo dabis gaudium et Ifetitiam : * et exultabunt ossa humiliata.

Averte faciem tuam a peccatis meis : * et omnes iniquitates meas dele.

Cor nmndum crea in me , Deus : * et spi-ritum rectum innova in viceribus meis.

Ne projicias me a facie tua ; * et Spiritum Sanctum tuum ne auferas a me.

Redde mihi laBtitiara salutaris tui: * et spi-ritu principali confirma me.

Docebo iniquos vias tuas : * et impii ad te convertentur.

Libera me de sangninibus Deus, Deus salu-

ocr page 65

51

Want zie, in ongerechtigheden ben ik voortgebracht, en in zonden heeft mij mijne moeder ontvangen.

Want zie, gij hebt de waarheid bemind; de onbekende en verborgen geheimen uwer wijsheid hebt gij mij geopenbaard.

Gij zult mij besproeien met hysop en ik zal gezuiverd worden : gij zult mij wasschen en ik zal witter worden dan sneeuw.

Gij zult aan mijn gehoor vreugde en blijdschap geven , en mijne vernederde gebeenten zullen juichen.

Keer uw aangezicht af van mijne zonden , en wisch al mijne ongerechtigheden uit.

Schep in mij , o God , een zuiver hart, en vernieuw den rechten geest in mijn binnenste

Verwerp mij niet van uw aanschijn , en neem uwen Heiligen Geest van mij niet weg.

Geef mij weder de blijdschap uws heils, en versterk mij met den verwinnenden geest.

Ik zal den boozen uwe wegen leeren , en de goddeloozen zullen zich tot u wenden.

Verlos mij van de bloedschuld, o God, God

ocr page 66

52

tis mefc : * et exultabit lingua mea justitiam tuam.

Domine, labia mea aperies * et os raeum anmmtiabit laudem tuam.

Quoniam si voluisses sacrificium , dedissem utique : * holocaustis non delectaberis.

Sacrificium Deo spiritus contribulatus ; * cor contritum et humilitatum Deus non despicies.

Benigne fac Domine in bona voluntate tua Sion ; * xit sedificentur muri Jerusalem.

Tunc acceptabis sacrificium justitise , obla-tiones , et holocausta ; * tune imponent super altare tuum vitulos.

Requiem seternam * dona eis Domine.

Et lux perpetua * luceat eis.

2. Na do Consecratie.

JESÜ SALVATOR.

Jesu , Salvator mundi, exaudi preces sup-plicum.

m

ocr page 67

53

mijns lieils, en mijne tong zal uwe rechtvaardigheid loven

Heer, gij zult mijne lippen opendoen, en mijn mond zal uwen lof verkondigen.

Want hadt gij offerande gewild , ik zou ze zeker gegeven hebben ; in brandoffers zult : gij geen behagen vinden.

Een bedrukte geest is eene offerande voor God ; een vermorzeld en verootmoedigd hart zult gij , o God , niet versmaden.

Doe wel, lieer, volgens uwe goedgunstigheid aan Sion, opdat de muren van Jeruzalem opgebouwd worden.

Dan zult gij de offerande van rechtvaardigheid , en dank- eu brandoffers aannemen ; dan zullen zij kalveren op uw altaar leggen. y. Heer , geef hun de eeuwige rust. r). En het eeuwig licht verlichte hen.

JESU SALVATOK

Jesus, Verlosser der wereld, verhoor de beden van die u nederig smeeken.

ocr page 68

54

Miaeremini mei, miseremini mei, saltern vos amici mei, quia manus Domini tetigit me.

Pelli mese , consumptis carnibus , adhsesit os meum.

Miseremini , etc.

Quare persequimini me sicut Deus, et carnibus meis saturamini ?

Miseremini, etc.

OF

Pie Jesu Domine , dona eis requiem.

(Uit zingt men driemaal, men voegt er ten slotte hij: sempiternam.)

3. Na de Nuttiging.

PSALM CXXIX.

De profundis clamavi ad te, Domine : * Do-mine exaudi vocem meam.

Piant aures tuas intendentes, * in vocem deprecationis mese.

Si iniquitates observaveris, Domine, * Domine , quis sustinebit ?

Quia apud te propitiatio est; * et propter legem tuam sustinui te , Domine.

ocr page 69

55

Ontfermt u mijner , ontfermt u mijner, ten minste gij , mijne vrienden, want de hand des Heeren heeft mij getroffen.

Mij a vleesch is verteerd, mijn vel kleeft aan mijn gebeente.

Ontfermt u mijner, enz.

quot;Waarom vervolgt gij mij , gelijk God , en verzadigt gij u met mijn vleesch ?

Ontfermt u mijner, enz.

OP

Liefderijke Heer Jesus , geef hun de eeuwige rust.

PSALM CXXIX.

Uit de diepten heb ik tot U geroepen , o HeerJ: Heer! verhoor mijne stem.

Laat toch uwe ooren luisteren naar de stem mijner smeeking.

Indien Gij de ongerechtigheden gadeslaat, Heer , Heer , wie zal dan bestaan ?

Maar bij U is genade, en om uwe wet heb ik U , o Heer, verbeid.

F. 5

ocr page 70

56

Sustinuit anima mea in verbo ejus, ^ spe-ravit anima mea in Domino.

A custodia matutina usque ad noctem, * speret Israël in Domino.

Quia apud Dominum misericordia, * et copiosa apud eum redemptio.

Et ipse redimet Israël, * ex omnibus ini-quitatibus ejus.

Requiem teternam * dona eis Domine. Et lux perpetua * luceat eis.

4 Na de H. Mis bij de lijkbaar of aan den voet des altaars.

Pater noster, etc.

f. Et ne nos iuducas in tentationem. r). Sed libera nos a malo.

jfr. A porta inferi.

Erue , Domine , animas eorum. jï. Requiescant in pace.

Amen.

p. Domine, exaudi orationem moam.

Et clamor meus ad te veniat. jt'. Dominus vobiscum.

Et cum spiritu tuo.

ocr page 71

57

Mijne ziel heeft op zijn woord gewacht; mijne ziel heeft op den Heer gehoopt.

Van den morgenstond tot aan den nacht, hope Israël op den Heer.

• Want bij den Heer is barmhartigheid , en bij Hem is overvloedige verlossing.

En Hij zal Israël verlossen uit ai zjjne ongerechtigheden.

Heer, geef hun de eeuwige rust.

En het eeuwige licht verlichte' hen.

Onze Vader, enz.

h En leid ons niet in bekoring.

Maar verlos ons van den kwade, j}-. Van de poorten der hel. fij. Verlos , Heer , hunne zielen. Dat zij rusten in vrede.

Amen.

jh Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot TJ. f. De Heer zij met u.

En met uwen geest.

ocr page 72

58

OREMUS.

Absolve , qusesumus Domine , animam fa-mili tui N. ab omai vinculo delictorum , ut defunctus saiculo tibi vivat; et qute per fra-gilitatem carnis huniana conversatione commi-sit, tu venia misericordissimse pietatis absterge.

Deus, venife largitor et humanse salutis arnator, qufesunms clementiam tuam, ut nostrse Congregationis fratres, propinquos et benefactores , qui ex hoe sseculo transierunt, beata Maria semper Virgine intercedente cum omnibus Sanctis tuis, ad perpetuse beatitudi-nis consortium pervenire concedas. Per Christum Dominum nostrum.

Amen.

f. Requiem seternam dona eis , Domine.

Et lux perpetua luceat eis. y. Requiescant in pace.

Amen.

ocr page 73

59

LAAT ONS BIDDEN.

Verlos , bidden wij U , Heer, de ziel van uwen dienaar N. van alle banden der zonde, opdat hij , uit deze wereld gescheiden , voor U leve ; en wat hij door de zwakheid des vleesches in het menschelijk verkeer misdreef, wisch Gij dat door de vergeving uwer aller-barmhartigste goedertierenheid uit.

o God, die den zondaar vergiffenis schenkt, en de zaligheid der menschen bemint, wij smee-ken uwe genadige goedertierenheid, dat Gij de broeders , naastbestaanden en weldoeners van onze Congregatie, die uit deze wereld overgegaan zijn, door de voorspraak van de zalige Maria altijd Maagd en van al uwe Heiligen , tot het deelgenootschap der eeuwige zaligheid wilt laten geraken. Door Christus, onzen Heer.

Amen.

Heer, geef hun de eeuwige rust.

En het eeuwige licht verlichte hen.

Dat zij rusten in vrede.

R|. Amen.

ocr page 74

60

5. Indien de tijd het toelaat, kan men het volgende gezang aanheffen, terwijl de Priester zich van het altaar of van de lijkbaar verwijdert.

Ja hij ruste , ruste in vrede!

Zijne woon zij Sions stede!

's Heeren Englen voeren hem In het blij Jeruzalem!

Broeder ! doorgestaan is 't lijden ;

Rust van 't zwoegen , rust van 't strijden ! Geve u God 't verdiende loon!

Siere uw hoofd zijn gloriekroon !

Trouwe vriend , ons voorgetreden , Zie , we volgen uwe schreden ;

Eenmaal zien we elkander weer , Eeuwig — eeuwig — bij den Heer! Dan geen droevig scheiden meer! Eeuwig — samen — bij den Heer !

ocr page 75

IN GEBRUIK BIJ

DE H, FAHttJE, C)

Onderhoudt elkander met psalmen , lofzangen en geestelijke liederen ; zingt en looft den Heer in uwe harten.

Ephes. V. 19.

r- (*) De Melodieën op deze gezangen zijn mede te dezer Drukkerij uitgegeven.

ocr page 76

62

i.

Lofzang van don H. Geest.

1.

Veni, Creator Spiritus , Mentes tuorum visit a ,

lm pie superna gratia,

Quas tu creasti, pectora.

2.

Qui diceris Paraclitus, Altissimi donum Dei,

Fons vivus , ignis , charitas , Et spirilalis unctio.

3.

Tu septiformis munere, Digitus paterna; dexterae, Tu rite promissum Patris, Sermone ditans guttura.

4.

Accende lumen sensibus; Infunde amorem cordibus, Infirma nostri corporis Virtute firmans perpeti.

ocr page 77

03

IVquot; s.

Veni Creator.

1.

Kom , Schepper , heiige Geest, daal neer Bezoek Gij de uwen heden weer;

Vervul van boven met uw kracht De harten , door U voortgebracht.

2.

Gij, die de Trooster wordt genoemd , Als gaaf des Hoogsten steeds geroemd, Als levensbron , vuur , liefdegloed En zalving, voor den geest zoo zoet.

3.

Uw zeven gaven roemen wij,

De vinger van Gods hand zijt Gij ; Als gift des Vaders Gij geëerd ,

Die uw getrouwen 't spreken leert.

4.

Ontsteek uw licht in ons verstand , Dat ons 't gemoed van liefde brand' , En dat uw kracht ten allen tijd'

Sterke onze zwakheid in den strijd.

ocr page 78

64

5.

Hostem repellas longius, Pacemque dones protinus, Ductore sic te prsevio Vitemus omne noxium.

6.

Per te sciamus da Patrem, Noscamus alque Filium; Teque utriusque Spiritum Credamus omni tempora.

7.

Deo Patri sit gloria ,

Et Filio, qui a mortuis Surrexit, ac Paraclito , In sacculorum ssocula. Amen.

N» 3.

Lofzang tot den H. Geest.

Veni sancte Spiritus, Et emitte coelitus Lucis tuse radium.

ocr page 79

65

5.

Drijf satan verre op onze beê, Verleen ons uwen zoeten vreê; Ga steeds ons voor door uwen raad , Opdat wij mijden alle kwaad.

6.

Leer Gij ons kennen hier beneen Den Vader en den Zoon meteen; Geel, dat wij U , hun beider Geest, Belijden immer onbevreesd.

7.

Aan God den Vader eeuwig eer,

Zijn eengen Zoon ook, onzen Heer, En God den Trooster zij bereid Dezelfde lof in eeuwigheid.

N» -4.

Venl Sancte Siiiritus.

Kom , o kom , o Heiige Geest, Zend, gelijk op 't Pinksterfeest, Van uw hemelsch licht een straal.

ocr page 80

66

Veni Pater pauperum,

Veni dat or munerum ,

Veni lumen cordium. Consolator optime,

Dulcis hospes animoe:

Dulce refrigerium.

In labore requies,

In aestu temperies,

In fletu solatium.

O lux beatissima,

Reple cordis intima Tuorum fideliutri.

Sine tuo numine ,

Nihil est in homine ,

Nihil est innoxium.

Lava, quod est sordidum Riga , quod est aridum :

Sana , quod est saucium. Flecte , quod est rigidum :

Fove , quod est frigidum :

Rege, quod est devium. Da tuis fidelibus In te confidentibus

Sacrum septenarium. Da virtulis meritum;

Da salutis exitum :

Da perenne gaudium. Amen.

ocr page 81

67

Vader , kom , van 't arm gemoed ,

Gever, kom , van alle goed ,

Kom , o licht der harten , daal.

Beste Trooster , kom Gij nu ;

Zoete gast, wij nooden ü ;

Milde koelte, blaas ons aan.

Ruste van des arbeids leed,

Van de hitte droogt gij 't zweet,

Ook der droeven stillen traan.

Kom , o allerheiligst licht,

Dat het laatste duister zwicht'

In uw trouwen, op hun beê.

Zonder dat Gij hulpe biedt,

Is er in de wereld niet

Eéne ziele zonder wee.

Reinig wat Gij vindt besmeurd,

Drenk, al wat van dorheid treurt,

Heel, al wat Gij ziet gewond.

Buig, wat zich in 't booze stijft,

Koester, wat te koud ü blijft,

Breng, wat dwaalt, op veilgen grond. Zij aan al uw trouwen saam,

Die steeds hopen in uw naam,

't Heilig zevental bereid.

Geef der deugd 't verdiende loon ,

Geef een dood, die 't al bekroon' Met een eeuwge zaligheid.

ocr page 82

G8

IN° S.

Ter eere van liet H. Sacrament.

1.

Adoro te supplex, latens Deitas,

Quae sub his figuris vere latifas:

Tibi se cor meum totum subjicit, Quia te contemplans totum deficit.

2.

Visus , tactus , guslus in te fallilur ; Sed audilu solo luto creditur.

Credo quidquid dixit Dei Filius, Nil hoc verbo veritatis verius.

3.

In Cruce latebat sola Deilas,

Sed bic latet simul et humanitas: Ambo tarnen credens atque confitens , Pefo quod pelivit lalro poenitens.

4.

Plagas sicut Thomas non intueor, Deum tarnen meum te confiteor. Fac me tibi semper magis credere: In te spam habere , te diligere.

ocr page 83

69

Nquot; O.

A dor o te.

1.

O mijn God! 'k aanbid U met ontzag vervuld , U, die hier waarachtig in deez' schijn U hult; Zie, hoe 'tdankend harte tot zijn Heer U kiest; Wijl het, U beschouwend, zich in U verliest.

2

Oog, gevoel en tonge stelt mij hier te loor ,

Maar 't geloof vertrouwt slechts veilig op 't gehoor. Vast geloof ik al, wat Gods Zoon heeft gezeid; Niets toch overtreft Hem in waarachtigheid.

3.

Mocht aan 't kruis uw Godheid slui'ren zich alleen, Hier verschuilt uw menschheid voor mijn oog met-Beide toch geloovend, als zag ik ze klaar, (een; Bid ik, wat in rouwe bad de moordenaar.

4.

Mag ik niet als Thomas uwe wonden zien , 'k Wil als mijnen God toch U mijn hulde biên. Geef, o, dat ik altijd meer geloove in U, In U hope, U minne, ja veel meer dan nu.

ocr page 84

70

5.

O memoriale , mortis Domini!

Panis vivus vitam pnestans homini,

Prcesta mese menli de te vivere,

Et te illi semper dulce sapere.

6.

Pie Pelicane , Jesu Do mine ,

Me immundum munda tuo sanguine ,

Cujus una stilla saivum facere Totum mundum quit ab omni scelere.

7.

Jesu, quem velatum nunc aspicio,

Oro , fiat illud , quod tam sitio ,

Ut te revelata cernens facie, —•

Visu sim beatus tuse glorias.

Ave Jesu , Pastor fideliurn ,

Adauge fidem omnium In te credentium.

n° r.

Adoremus in aeternum Sanctissimun Sacra-mentum.

ocr page 85

71

5.

O gedachtenisse van des Heeren dood,

Levend en den mensch ook leven schenkend brood; Geef, dat mijne ziele door U leven mag En uw zoetheid proeve tot mijn jongsten dag.

6.

Pelikaan vol liefde, Jesus, Gij zoo goed ,

Reinig mijne onreinheid in uw heilig bloed , Dat, was 't ook één druppel, de aarde gansch en al Zaalgen kan van gruwlen , gruwlen zonder tal.

7.

Jesus, wien gesluierd ik mijn hulde bracht, 'k Bid U moog' geschieden, waar ik zoonaar smacht; Dat Gij eens den sluier voor mij openspreidt, Zaalgend mij door d'aanblik van uw heerlijkheid.

U, Jesus , eer! o Herder zoet en teer! Op uwer trouwen beê vermeér 't Geloof in U, o Heer 1

6

Laat ons in eeuwigheid het Allerheiligste Sacrament aanbidden!

F.

ocr page 86

72

Bï» 8.

Lofzang ter eere Tan liet Allerli. Sacrament.

Ecce panis Angelorum.

Factus cibus viatorum ,

Vere panis filiorum,

Non mittendus canibus.

In figuris prscsignatur,

Cum Isaac immolatur,

Agnus PaschsG deputatur ,

Datur manna patribus.

Bone pastor , panis vere ,

jesu nostri miserere;

Tu nos pasce , nos tuere ;

Tu nos bona fac videre In terra viventium

Tu , qui cuncta seis et vales , Qui nos pascis hic mortales;

ïuos ibi commensales,

Cohseredes et sodales Fac sanctorum civium.

ocr page 87

73

No o.

Ecce panis.

Zie het brood van die ginds tronen, Toegedeeld aan die hier wonen : 't-Echte brood der trouwe zonen , Brood , voor honden veel te waard.

't Was in beelden reeds beschreven , Toen de vrome Izaak moest sneven, 't Paaschlarn werd ten zoen gegeven , 't Zoete manna werd gegaard.

Goede Herder, wil ons hoeden, Van Gods toorn weerhoud de roeden , Wil ons bijstaan, wil ons voeden , Laat ons zien, wat Gij den goeden In den Hemel hebt bereid.

Gij , dien wij almogend prijzen , Die ons hier zoo mild komt spijzen, Wil ons daar, na blij verrijzen, Aan uw disch een plaats aanwijzen, Bij uw feestkring ingeleid.

«SSSKMJ----

ocr page 88

74

N» lO.

Ter eere van liet H. Sacrament.

1.

Loof, o Sion ! uw Vriend en Behoeder, Uw Verlosser, uw Leidsman en Voeder;

Loof uw Leeraar, uw Schepper en Broeder,

En verneder voor Hem u in 't stof.

Looft Hem, broeders, wilt dankbaar Hem prijzen Hem voor eeuwig uw liefde bewijzen;

Hij, die zelf met zijn Vleesch ons komt spijzen

Overtreft aller schepselen lof.

Welk een goedheid , de machtigste Koning Nam voor altijd bij ons zijne woning, En verzocht ons als gunst en belooning, Hem te naadren als Broeder en Vrind. Groote God , wees voor eeuwig geprezen; 't Is uw vreugd , in ons midden te wezen , Ons naar lichaam en ziel te genezen , Te bewijzen , hoezeer Gij ons mint.

Allen willen we U dikwijls begroeten, En eerbiedig geknield aan uw voeten ,

Willen wij de onverschilligheid boeten, Die Ge op aarde zoo vaak ondervindt.

2.

Jesus , voedsel voor 't eeuwige leven ,

Die de noodige kracht ons wilt geven ,

ocr page 89

75

Zie ons hier, door verlangen gedreven,

Voor uw heiligdom nedergeknield.

Gij wilt gaarne onze ellende verschoonen ,

Onze needrige harten bewonen;

Moge ons leven aan allen ook toonen,

Dat Gij , Jesus, alleen ons bezielt.

Als de ziekte aan het sterfbed ons kluistert, Als ons oog door den dood reeds verduistert, En ons oor naar geen aardsche meer luistert ,

Dan vergeet, dan verlaat Gij ons niet.

Voor de menschen van liefde verslonden,

Hebt Ge, o Jesus, een middel gevonden , Waardoor Ge ons in den bangste der stonden,

Uwe hulp en uw bijstand nog biedt.

Opdat zelfs ons geen dood zou verschrikken, En de duivel ons niet zou verstrikken ,

Komt Gij zelf in dat uur ons verkwikken, Waarin eeuwig deze aarde ons ontvliedt.

3.

Hoe dus pijnen en ziekten ons ook kwellen , Nooit zal lijden of dood ons ontstellen,

Wijl Gij , Jesus, ons wilt vergezellen ,

Als van de aarde onze ziel eenmaal scheidt. Aan uw hand gaan wij moedig vertrekken, Met de hoop, dat Ge ons eens zult verwekken Uit het stof, dat onz' beenderen zal dekken , Tot de kroon der onsterfelijkheid.

ocr page 90

76

Lieve Jesus , die hier zijt verborgen , Wil, ach , wil voor ons allen toch zorgen; Leid ons eens tot dien zaligen morgen, Welke nimmer een avond meer heeft. Als wij eenmaal met al uw getrouwen U van aanschijn tot aanschijn aanschouwen, Dan zult Ge ons ook dat wonder ontvouwen, Waardoor Ge U als een voedsel ons geeft. Ach , verhoor onze nederige zangen , En vervul ons zoo vurig verlangen ,

Laat ons U steeds zoo waardig ontvangen,

Dat gij , Jesus, alleen in ons leeft. —--------------------------

Nquot; H.

Schoon lied viin liet AlI(n-lioi!ia:ste Sacrament.

1.

Bene stem.

O Christen ! sterk 't Geloof en merk Dit liefdewerk,

Waar God algoed Met Vleesch en Bloed Hij zelf u voedt.

Allen.

Wees , o Jesu ! Die ons steeds nu Hier in 't vleesch U Bezitten doet,

O Jesu zoet!

Wees, wees gegroet.


ocr page 91

77

2.

Eene slem.

Daar in dien krans Der Remonstrans Is Christus gansch: -Van brood en wijn Daar enkel zijn Gedaante en schijn.

Allen.

quot;Wees , o Jesu ! Die ons steeds nu Hier in 't vleesch U Bezitten doet,

O Jesu zoet!

Wees, wees gegroet.

3.

liene stem. De Hostie daar, De schijn voorwaar Van brood is 't maar ; 't Blijkt wel gewis 't Geheimenis, Dat Jesus 't is.

Allen.

Wees , o Jesu ! Die ons steeds nu Hier in 't vleesch ü Bezitten doet,

O Jesu zoet!

Wees, wees gegroet.

4.

Eene stem.

Kniel, kniel dan neer Voor d'Opperheer, En vraag niet meer, Hoe dat geschiedt; Ziet 't oog het niet, 't Geloof 't wel ziet.

Allen.

Wees, o Jesu ! Die ons steeds nu Hier in 't vleesch U Bezitten doet,

O Jesu zoet!

Wees, wees gegroet.

5.

TSene stem. Met Cherubien En Seraüen Wil hulde bièn ; Val voor Hem neer, Geef, geef Hem eer. Uw God en Heer.

Allen.

Wees , o Jesu ! Die ons steeds nu Hier in 't vleesch U Bezitten doet,

0 Jesu zoet!

Wees, wees gegroet.


ocr page 92

78

6.

Bene slem.

Ach, bij mijn dood En jongsten nood, Wees, hemelsch Brood ! Mijn zielespijs Op mijne reis Naar 't Paradijs.

Allen.

Wees , o Jesu !:] Die ons steeds nu Hier in 'tvleesch U Bezitten doet,

O Jesu zoet!

Wees, wees gegroet.


N» 1«.

Voor de H. Communie.

1.

Jesus ! menschgeworden God , Die niet in uw woord kunt falen,

Gij rust hier in 't Sacrament;

Kan 't mijn geest niet achterhalen,

Toch betuig ik weder nu :

Jesus! ik geloof in U.

2.

God van almacht, liefde en trouw ! 'k Ben beschaamd om al mijn zonden;

Maar gij , Heer, hebt ze uitgewischt In het bloed van zóóveel wonden ; Vol betrouwen kom ik nu;

Goede Jesus! 'k hoop in Uj

ocr page 93

79

3.

God van liefde en opperst Goed! Gij wilt spijzen ons en drenken,

In 't geheim der hoogste min Heel U zeiven aan ons schenken;

Lietste Jesus ! kom Gij nu ,

Ach, mijn ziel verzucht naar U.

4.

'k Ben niet waardig, groote God. ! Dat Gij ingaat in mijn harte;

Spreek , Heer ! spreek een enkel woord ? En , doorwond van liefdesmarte ,

Schrei ik : Jesus ! kom toch nu,

Kom , o kom ! ik smacht naar U.

5.

'k Zal dan aan den heilgen disch U , mijn Jesus ! gaan ontvangen ,

U , mijn God , mijn grooten God , Aan mijn zalig harte prangen.

Goede Jesus! kom toch nu,

Kom, o kom ! ik snel tot U.

ocr page 94

80

IV0 13.

Tot dankzegging.

Laudate pueri Dominum ; Mandate nomen Domini.

Sit nomen Domini Lenedicium, ex hoc nunc, et usque in sasculum.

A solis ortu usque ad occasum, * laudabile

nomen Domini.

Excelsus super omnes gentes Dominus, * et super coelos gloria ejus.

Ouis sicut Domius Deus noster, qui in altis habitat, * et humilia respicit in coelo et in terra?

Suscitans a terra inopem, * et de stercore erigens pauperem.

Ut collocet eum cum principibus, * cum prin-cipibus populi sui.

Qui habitare facit sterilem in domo, * matrem filiorum laitantem.

Gloria Patri, et Filio , et Spiritui Sancto.

Sicut erat in principio , et nunc, et semper, * et in saccula sfcculorurn. Amen.

ocr page 95

81

PSALM CXII. Landate pueri.

Looft, kinderen , den Heer; looft den naam des Heeren.

De naam des Heeren zij gezegend vaa nu af tot in eeuwigheid.

Van zonne-opgang tot zonne-ondergang zij de naam des Heeren geloofd.

Hoog boven alle volken is de Heer, en boven de hemelen zijne glorie.

Wie is gelijk de Heer onze God, die in de hoogte woont en het nederige aanziet in den Hemel en op aarde ?

Die den behoeftige opricht uit het stof, en uit het slijk den arme verheft.

Opdat hij hem plaatse naast de vorsten , naast de vorsten zijns volks.

Die de onvruchtbare wonen doet in het huis, als blijde moeder van kinderen.

Glorie zij den Vader, en den Zoon , en den Heiligen Geest.

Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd , en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

♦Sst—

ocr page 96

82

Pi0 14.

Na de H. Comnmnie.

1.

quot;Welkom geheeten ,

Mijn Jesus ! in mijn hart,

O blij geweten !

O zoete liefdesmart!

Die met uw vleesch mij voedt, Door U mij leven doet,

Ik zal U nooit vergeten ;

Nog eens U , Jesus zoet, Welkom geheeten !

2.

'k Zal dank Hem zingen , Zijn bloed was mij ten drank;

Gij , hemelingen!

Zegt gij met mij Hem dank; Die om zijn zetel zweeft, Hem eeuwig glorie geeft, Nu hier mij komt omringen , Daar Jesus in mij leeft;

'k Zal dank Hem zingen.

ocr page 97

83

3.

Aan Jesus geven Zal ik mijn hart en ziel, Voor heel mijn leven! Wat mij ten deele viel,

Bevat geen aardsch verstand ; 'tls door een menschenhand Nog nimmer neergeschreven; 'k Wil hart en ziel ten pand Aan Jesus geven.

rso is.

Jesu dnlcis memoria.

fDe» H. Bernardus toegeschreven.)

1.

Aan Jesus denken is reeds zoet; 't Is reine weelde voor 't gemoed;

Maar ver gaat 't boven alle goed, Wat Jesus' vriendlijk bijzijn doet.

.2.

Niets zoeter, dat de tonge kweelt,

Niets zoeter, dat ooit de ooren streelt, Niets zoeter, dat 't verstand zich beeldt, Dan Jesus, Godes eigen teelt.

ocr page 98

84

3.

O hoop van die in boete klaagt,

O Jesus, mild voor die U vraagt,

Goed voor die zoekend naar U jaagt!

Maar wat voor die in 't hart U draagt ?

4.

O Jesus, bron , die eeuwig leeft, 't Verstand verlicht , 't hart zoelheid geeft, Die alle heil te boven streeft,

Wat ooit de mensch gezonnen heeft.

5.

Geen tonge , die het ooit vertelt,

Geen stifle, die 'l in letters spelt; Het minnend hart laat onvermeld Hoe zoel 'l van Jesus' liefde zwelt.

6.

'k Zoek Jesus hier in de eenzaamheid , In mijn gesloten hart bereid;

'k Zoek Jesus, waar Gods hand mij leid', Wat lot mij in de wereld beid'.

ocr page 99

85

No ie.

Aan Jesus eer.

1.

Aan Jesus eer!

Zoo stijge ons dankbaar smeeken; Aan Jesus eer! door aarde en hemelheir ! O zoete naam, dien ik nimmer kan spreken , Of 'k voel te feller in liefde me ontsteken ; Aan Jesus eer!

2.

Aan Jesus eer !

Is 't lied der christenscharen.

Aan Jesus eer ! Hem, onzen God en Heer, Die al wie trouw om Hem henen vergaren, Trouw in den strijd voor zijn naam zal bewaren. Aan Jesus eer!

3.

Aan Jesus eer!

Zoo mag de zondaar zuchten ,

En tot zijn Heer ga hij rouwmoedig weer; Geen boetling, neen ! heeft zijn wrake te duchten. Hij heeft alleen in zijne armen te vluchten. Aan Jesus eer!

ocr page 100

86

4.

Aan Jesus eer!

Is 't lied van 't zielsverlrouwen , Aan Jesus eer ! zoo roepen we immer weer ; Hoe langer toch wij zijn wonden beschouwen, Hoe meer ons ook onze zonden berouwen; Aan Jesus eer!

5.

Aan Jesus eer 1 Is 't lied der hemelzalen ,

En de Englen vallen diep aanbiddend neer ; Dat moet heel de aard met haar tongen en talen, Dat al wat is, door alle eeuwen herhalen : Aan Jesus eer 1

6.

Aan Jesus eer!

Nog eens het aangeheven 1 Aan Jesus eer ! en immer , immer meer ! Aan Hem alléén zij van nu af ons leven , Aan Hem geheel ons ten offer gegeven! Aan Jesus eer!

7.

Aan Jesus eer!

Zoo blijve ons danklied stroomen; Aan Jesus eer! voor eeuwig onzen Heer! Hij , ja, Hij zelf is in ons nu gekomen,

Hij zelf heeft ons tot de zijnen genomen. Aan Jesus eer!

ocr page 101

87

Pi» IT.

Geloofd zij Jesus Christus.

1.

1.

Als 'teerste duister breekt, Ontwaakt mijn hart en spreekt: Geloofd zij Jesus Christus !

2.

De heiige feestklok luidt En roept het plechtig uit: Geloofd zij Jesus Christus !

3.

Wat is de schoonste klank ? De zoetste toon van dank ? — Geloofd zij Jesus Christus!

4.

In 's Heeren heilig huis Is 't eerste beégesuis :

Geloofd zij Jesus Christus!

5

In mijn gelukkigst uur Zing ik met liefdevuur :

Geloofd zij Jesus Christus ! F. 7

ocr page 102

88

6.

Bij al wat ik begin ,

Roep ik met hart en zin : Geloofd zij Jesus Christus!

7.

En wat mijn werk ook zij , Ik zeg er vroolijk bij ;

Geloofd zij Jesus Christus!

II.

1

De schoonste vruchten kweekt Het hart, dat aldus spreekt: Geloofd zij Jesus Christus!

2.

Bij spijzen en bij drank,

Is dit mijn vrome dank : Geloofd zij Jesus Christus!

3.

Zoo zing ik vroeg en spa , Als 'k bid of werken ga : Geloofd zij Jesus Christus !

4.

En nooit verveelt de groet, Zoo schoon , zoo wonderzoet: Geloofd zij Jesus Christus 1

ocr page 103

89

5.

Ais treurigheid mij plaagt, Dan roep ik onversaagd; Gelooid zij Jesus Christus!

6.

Bij 's levens zielsverdriet Vind ik mijn troost in 't lied Geloofd zij Jesus Christus I

7.

In nood en bittre smart Roep ik met mond en hart: Geloofd zij Jesus Christus!

8.

Droef om mijn schuld te moê Zucht ik mijn Jesus toe : Geloofd zij Jesus Christus ! 9.

De macht der helle vliedt Voor dit mijn zoete lied: Geloofd zij Jesus Christus !

III.

1.

De liefelijkste lof Is ook in 's hemels hof : Geloofd zij Jesus Christus!

ocr page 104

90

Des Vaders eeuwig Woord Klinkt daar en eeuwig voort; Geloofd zij Jesus Christus!

3.

Zingt, menschenkindren , luid , Zingt jubelend het uit ;

Geloofd zij Jesus Christus!

4

Heel 't aardrijk in het rond Weerklinke te eiken stond : Geloofd zij Jesus Christus!

5.

Als 't licht ten einde spoedt, Zij dit de laatste groet;

Geloofd zij Jesus Christus 1

6

De duisternis wordt dag Voor wie slechts zingen mag: Geloofd zij Jesus Christus!

7.

Mijn hart houdt sluitnrend wacht 't Zingt in den stillen nacht; Geloofd zij Jesus Christus !

ocr page 105

91

8.

Ja , nog mijn ziele spreekt, Als reeds mij 't harte breekt; Geloofd zij Jesus Christus !

9.

Zingt, hemel, aarde , zee ! Zingt al wat ademt mee: Geloofd zij Jesus Christus !

10.

't Weerklinke wijd en luid Voor hem eeuw in , eeuw uit: Geloofd zij Jesus Christus!

1^° iw.

In den Advent.

Rorate coeli desuper, et nubes pluant justum.

Dauwt, Hemelen, van boven, en laat de wolken den


Rechtvaardige regenen.

I

=•«--K-

IN» 10.

Ter eere der Menschwording.

(Creator alme siderum.J 1.

Gij , die de zonne hebt gesticht, Der zielen eeuwig koestrend licht. O Christus, die de wereld redt! Aanhoor ons nederig gebed.

ocr page 106

92 2.

Gij zaagt het menschdom in den nood, Ter prooi aan satan en den dood ; En , met zijn droevig iot begaan, Bracht gij den zondaar redding aan.

3.

Uit 't heiligdom der zuivre Maagd Zijt gij , Verlosser , opgedaagd ,

Om aan het kruis, als ons rantsoen, Aan uwen Vader te voldoen.

4.

Voor uwe sterkte, voor uw macht Buigt thans de knieën elk geslacht, In aarde en heemlen buigt het al, Wat is, en was en komen zal.

5.

Gij , die met vreeselijk gezag Zult komen in den jongsten dag, O, keer aan deze zij van 't graf Des duivels pijlen van ons ai'.

6.

Lof, kracht en glorie , te allen tijd Den Vader en den Zoon gewijd! En ook den Trooster, hun gelijk, In 's Heeren Gods oneindig rijk !

ocr page 107

93

Nquot; SO.

Kerstlied.

1.

Glorie, glorie zij aan God !

Aan God in d'allerhoogsten ! En op aarde een vreedzaam lot

Zal goede wil steeds oogsten !

Koorrefrein.

Spoedt u, komt, spoedt u naar 't goddelijk Kind Groet 'et en zegt 'et, dat gij 'et bemint!

2.

Ziet, een heldre hemelgloor

Verlicht het nachtlijk duister En een bode uit 't hemelkoor

Zweeft neder in dien luister.

3.

Vreest niet, herders (zoo zingt hij)

Van God ben ik gezonden, En gewis zijt ge allen blij

Om 't geen ik ga verkonden.

4.

'sWerelds heil, (zoo juicht zijn stem)

De Christus is geboren !

Gaat naar 't stadjen Bethlehem ,

Dat heeft Hij zich verkoren.

ocr page 108

94

5.

Dit zij 't teeken, u bereid :

Gij zult een Kindjen vinden, 't Kindjen in ^en krib geleid ,

Met doekjes, die 'tomwinden.

6.

En nauw vliedt het laatste woord,

01quot; duizenden van Englen Hoort men in het zoetst akkoord

Hun schoonste tonen menglen.

7.

In den hoogsten glorie God !

(Hoort, duizend snaren trillen) En op aard een vreedzaam lot

Den menschen, die goed willen!

8.

En , toen zwevend in het rond

Het koor was opgestegen , Klonk het uit der herdren mond

Elkander blijde tegen.

9,

Blij om 't teeken , hun bereid ,

Gaan zij op weg, en vinden 't Kindjen in een krib geleid ,

Met doekjes , die 't omwinden.

ocr page 109

95

10.

Zie den Schepper van 't, heelal.

Op stroo strekt Hij zijn leden?

Voelt ge, o mensch, hier in deez' stal

Niet uwen trots vertreden ?

U.

Kindje vol aanminlijkheên,

Van koude schier hevrozen !

Ach, Gij hebt uit liefde alleen

Deze armoê U gekozen !

12.

Wie aanschouwt dat lieve Wicht,

En durft zich nog beklagen ?

't Oog op 't Kindeken gericht,

Als nood of koude plagen ?

13.

Christen ! zult gij vroolijkheid

En weelde slechts hegeeren ?

Jesus , in een krib geleid,

Komt u versterving leeren.

14.

En gij , die de zonde mint,

Gods eere hebt geschonden,

Ziet en hoort het god'lijk Kind :

Het weent om uwe zonden.

ocr page 110

96

15.

Glorie, glorie zij aan God !

Aan God in d'allerhoogsten! En op aarde een vreedzaam lot

Zal goede wil steeds oogsten.

IN- SI.

Het arm Kindeken van Bethlehem.

1.

Een Kindeken is ons geboren !

Aanbidt met ons , o Englenkoren !

Dat Kind is Meester van 't heelal! De liefde ontdeed hem van zijn luister, Te midden van het nachtiijk duister Verschool hij zich in Bethlehems stal.

Koorrefrein.

O zoete Jesus ! nood en smart,

Dat was de keuze van uw hart, Hoe armer we U zien, godd'lijk Kind, Hoe meer Gij onze liefde wint.

2.

Een arme maagd is zijne moeder; Een arme werkman zijn behoeder; Arm zijn ze, die Hij 't meeste mint.

ocr page 111

97

Met arme doekjes slechts omwonden,

Door arme herders 't eerst gevonden. O ja, Hij is der armen vrind.

3.

Ach, ziet hier in gebrek en pijnen Het schuldloos Kindeken verkwijnen

Ter boete van ons zingenot !

Ach , zullen wij dan bitter klagen Om 't leed, dat wij soms moeten dragen Tot delging onzer schuld bij God ?

4.

Krib, windsels, stroo — 't zijn zooveel monden, Die, ons ten troost, zoo luid verkonden.

Dat armoê 't best ten hemel leidt. — Arm werd Hij , om ons te verrijken, Om met een kroon ons te doen prijken, Die niet vergaat in eeuwigheid.

5.

Dank, Jesus ! dat Gij hebt verkoren Te worden als een kind geboren ,

Zoo arm in 't needrig Bethlehem ! Wij willen gaarne met U lijden ,

Om eens met U ons te verblijden, In 't hemelsche Jeruzalem.

ocr page 112

98

1S° SS.

De leerschool van Nazareth.

1.

Valt u de arbeid zwaar temet, Vrienden, denkt aan Nazareth; Dan begrijpt gij wis uw plicht, En het werken wordt u licht.

2.

Hij , die heemlen scheppen kan, Werkt als needrig timmerman ; Wie , die Jesus werken ziet, Vindt in d'arbeid nog verdriet ?

3.

Onder menschelijk bevel Werkt hij als een jong gezel; Ziet, hoe naarstig en oprecht Jesus doet, wat Jozef zegt.

4.

Jozef! wat een zalig lot! Werken moogt gij met uw God Huisvest God in ons gemoed , O, dan is het werken zoet.

ocr page 113

99

5.

Jozef werkt voor Vrouw en Zoon, Jesus schenkt ook blij zijn loon. Ouderliefde en kindermin Zijn de steun van 't huisgezin.

6.

Maar zij werken ook voor God, 't Is hun heiligste gebod ;

Daarom laat ons allen saam Werken steeds in Godes naam.

7.

Valt u de arbeid zwaar temet, Vrienden , denkt aan Nazareth ; Dan begrijpt gij wis uw plicht, En het werken wordt u licht.

J33.

Het verloren schaapje.

1.

Van verborgen hoogten dalend , Kwam, o wonder! of Hij 't dwalend Schaapje wedervinden mocht Op zijn smartelijken tocht,

ocr page 114

100

Nu de Herder dalwaarts neder,

Zoekt het onverpoosd er weder.

Zondaar ! gij , zoo duur gekocht,

Zijt het schaapje, dat Hij zocht.

2.

Daarom in een stal geboren ,

Heeft Hij krib en stroo verkoren, Hebben herders in dien nacht d'Eersten welkomstgroet gebracht. Zoo , zoo voegde 't, zijn verloren, Dolend schaapjen op te sporen.

Zondaar ! gij , zoo duur gekocht,

Zijt het schaapje, dat Hij zocht.

3.

Elfmaal negen schaapjes bleven Op zijn schoone hemeldreven;

Om het ééne, dat er faalt,

Heeft Hij rustloos rondgedwaald ; Wondt zijn voeten , waagt zijn leven, Wil zijn laatsten bloeddrop geven. Zondaar ! gij , zoo duur gekocht,

Zijt het schaapje, dat Hij zocht.

4.

Eindlijk , o wat blij verrukken 1 Mocht Hij 'taan zijn boezem drukken, Legt het op zijn schoudren neer, Draagt het naar zijn kudde weer,

ocr page 115

101

Daar 't Gods Englen , vreugdedronken , Uit de hemelen belonken.

Zondaar ! gij , zoo duur gekocht,

Zijt het schaapje, dat Hij zocht.

--

IM» '-J I

In de Vasten.

Paree , Domine, paree Spaar, Heer, spaar populo tuo ; ne in seter-uw volk, en wees niet num irascaris nobis. in eeuwigheid op ons

verbolgen. --lt;amp;=■-

INU

Lijden en dood des Zaligmakers.

1.

Reeds in den hof, gebukt in 'tstof.

Werd Jesus' Hart bestreden Door zieleleed; een bloedig zweet

Vloeit neder van zijn leden.

Spaar , Vader , Mij dien kelk , roept Hij ; Mag Ik hem niet ontvlieden,

Laat dan uw wil geschieden.

ocr page 116

102

O Jesus laat, als 't doodsuur slaat,

En mij de vrees doet beven ,

Mij in mijn lot den Wil van God ,

Mijn Schepper , niet weerstreven.

Laat mijn gemoed, naar 't geen (jij doet, In de uiterste oogenblikken

Zich lijdzaam , needrig schikken.

3.

O valsche kus ! moet Jesus dus Door Judas zijn verraden ?

Gevangen staat Hij voor den raad , Met moedwil overladen;

Daar haat en nijd zijn val bereidt,

Blijft Jesus , hoe onschuldig ,

Bij al dien hoon geduldig.

4.

Wanneer op 't eind mijn uur verschijnt, Mij 't wakende geweten

Ter vierschaar daagt en mij verklaagt, Om mijner zonden keten ;

Als mij de macht der helle wacht,

Laat, Jesus, door de vruchten Uws lijdens, mij niet duchten.

ocr page 117

103

5.

Pilatus roemt zijn onschuld, doemt

Hem nochtans tot de roede;

Nu viert het rot zijn wreedheid bot, En slaat met dubble woede, 1' Dat 't bloed Hem uit de wonde spuit.

Dan Jesus leed die pijnen Gewillig voor de zijnen.

6.

Mijn hart krimpt saam ; wie is bekwaam

Die liefde te beseften ?

Als ziekte en kwaal, ten laatsten maal,

Mij op het sterfbed treffen ,

O Jesus, voed mij dar met moed;

Laat mij , wat ik moet lijden ,

Aan uwe liefde wijden.

7.

j O overmaat van euveldaad !

Was Jesus' stam niet edel ?

Dan tot meer hoon , drukt men een kroon

Van doornen op zijn schedel ;

Voor schepter biedt men Hem een riet; Met 't purperkleed omhangen ,

Moet Hij hun smaad ontvangen.

F. 8

ocr page 118

•104

Zoo wildet Gij mijn hoovaardij,

Miskende Jesus , boeten ;

Mijn goed, mijn eer zal mij ook weer, Op 't eind , ontvallen moeten.

O Heere , geef, dat ik niet kleev'

Aan de aarde ; haar verzake En naar den Hemel hake.

9.

Kruis Hem ! kruis Hem ! is aller^stem ; Niets kan den moord vertragen.

Een woest gespuis dwingt Hem , zijn kruis Ter strafplaats zelf te dragen.

Dan Jesus zwicht, en men verplicht Een Simon van Cl ren e ,

Dat hij Hem hulp verleene.

10.

Mijn zondenlast, o Jesus , was 't,

Die uwe schouders drukte,

En afgemat, U op het pad Der smarte nederrukte.

Ach , 'k hid U , duid niet, dat de schuld Op 't laatst mij mag bezwaren ;

Wil me om uw lijden sparen.

ocr page 119

105

Helaas ! aanschouwt, hoe aan het hout

Genageld en geheven Op Golgotha , nu Jesus, na

Veel angst en smart moest sneven. Hij sterft, —- 't heelal betreurt zijn val; O Oder , voor de zonden Van Adams kroost verslonden !

12.

Wat troost, wat hoop! ach , als de loop

Mijns levens eens zal sluiten ,

't Gezicht bezwijkt, 'tgehoor me ontwijkt,

En ik geen woord kan uiten ;

Dan blijve toch , o Jesus, nog Uw naam in mijn gedachten,

En sterk' hierdoor mijn krachten ! Amen.

No se.

Gedenklied aan 's Heeren lijden.

1.

Gansch des Heeren aardsche leven

quot;Was een kruis en marteling;

't Voegt zijn knecht, Hem na te streven Op den kruisweg, dien Hij ging.

ocr page 120

10ü

2.

'k Zal dan al mijn levensdagen Denken aan 't geen Jesus deed ;

Denken aan de wreede slagen ,

Die mijn lieve Jesus leed.

3

Wal al lijden U doorgriefde ,

Is 't voor mij niet uitgestaan ?

O , hoe groot was uwe liefde ,

Die ten kruisdood U deed gaan !

4.

'k Zal uw kruis gedachtig blijven , Nagels, rietstaf, kroon en speer;

In mijn hart uw wonden schrijven , Liefdeteekens van den Heer.

5.

'k Zal aan spons en edik denken, Laafdrank van mijn Bruidegom !

Wat zal ik Hem wederschenken ?----

Vraagt uw smart geen smart weerom

6.

« Zie mij aan en tel de wonden,

« Die Ik voor mijn dienstknecht draag

« Boet in tranen uwe zonden;

« Zou 't te veel zijn, wat Ik vraag ?quot;

ocr page 121

107

7.

« Wil dan 's werelds vreugde derven , « Neem den rampspoed willig aan ;

« Wil met Mij aan 't kruishout sterven , « Om mijn leven in te gaan.quot;

8.

O, rn ifii hoop van 't eeuwig leven ! 's Vaders glorieluister gij ;

Hoe Ge u meer hebt weggegeven , Des te dierbrer zijt Ge ook mij.

9.

Schame 't lid zich 't aardsch verblijden , Als men 't hoofd in doornen klonk ,

's Levens Vorst den kelk van 't lijden Voor de zijnen ledig dronk.

10.

Lof en glorie gansch ons leven Zij Maria's Zoon gebracht,

Voor zijn volk aan 't kruis geheven , 't Paaschlam voor hun schuld geslacht

ocr page 122

108

IN» ST-Het lied des Kruises.

(Vexilla Regis.)

1.

De koninklijke vaan treedt voor,

't Geheim des kruises spreidt zijn gloor, Waaraan het leven ging ter dood,

En door zijn dood het leven bood.

2.

Van bloed en water droop Hij gansch; Gewond door 't spits der wreede lans, Om ons , door zondendraf bespat, Te wasschen in dat heilig bad.

3.

Vervuld is, wat eens Davids tong Op zijn gewijde harpe zong;

Den volken toen voorspelde hij :

Van 't hout voert God zijn heerschappij.

4.

O boom zoo schoon, met glans omstraald, Die met des konings purper praalt, Verkoren gij , uit alle één,

Te raken zulke heiige leên.

ocr page 123

109

5.

O zalige, aan wiens armen hing De prijs der wereld ; ik bezing U, weegschaal van 't geslachte Lam , Dal aan de hel haar buit ontnam.

6.

Gegroet, o Kruis, onze ééne hoop ! In dezer dagen zaalgen loop Schenk meer gena aan 't rein gemoed Vergeef hem , die zijn misdaad boet.

7.

U , bron des heils , Drievuldigheid , Zij aller geesten lof bereid;

De zege door het kruis geeft Gij , Voeg ook het eeuwig loon daarbij.

-X—K-

r*» s»*-

Akte Tan Geloof.

1.

Broeders, welk geloof hebt gij ? Zegt uw Credo; antwoordt mij. Koor.

Credo 't Evangelie Gods Met de vastheid van de rots.

Credo 1 Credo !

ocr page 124

110

2,

Zegt mij dan , op welk gezag Zulk een vastheid steunen mag.

Koor.

Op mijns Gods waarachtigheid , Die niet faalt en niet misleidt.

Credo ! Credo !

3

Maar vanwaar, uit welken mond Weet gij, wat God heeft verkond ?

Koor

Uit den mond van Jesus' Bruid , Die zich mild voor mij ontsluit.

Credo! Credo!

4.

Ja, maar wijst de bron mij dan, Waar de Kerk uit putten kan.

Koor.

't Woord van God , dat God haar liet, 't Zij 't geschreven staat of niet.

Credo ! Credo!

5

Maar wat baatte nog die bron ,

Zoo de Kerk eens falen kon ?

ocr page 125

Ill

Koor.

Jesus' woord blijft eeuwig waar Dat Hij altijd is met haar.

Credo ! Credo !

6.

Zal uw Credo van dit uur, Broeilei's , zijn van langen duur ?

Kour.

En in voorspoed , en in nood, Credo! Credo ! tot den dood ! Credo ! Credo!

Slotzang.

Laat ons, God, eens zien bij U r Wat wij hier gelooven nu!

Credo ! Credo !

tgt;i° av».

Akte van Hoop.

1.

Ik hoop, mijn God , en deze hoop Werd door de waatren van den doop Mij reeds in 't hart geleid ;

ocr page 126

112

Die hoop hebt Gij mij ingeprent, In 't leven mijner ziel geënt.

U daarvoor dank gezeid !

2.

Ik hoop vergifl'nis van mijn kwaad ; In twijfel hoop ik licht en raad ;

'k Hoop bijstand in den strijd; Ik hoop , dat ik mijn wankle schreên Steeds zetten mag ten Hemel heen, En komen , waar Gij zijt.

3.

Ik hoop, — maar niet van eigen kracht, Dat ik , o God , mijn heil verwacht,

Verblind door euvelmoed; — 'k Hoop om uw goedheid zonder naam , Uw macht, belofte en trouw te zaam ; Ik hoop , door Jesus' bloed.

4.

Ik hoop, al dwaalde ik van U af,

't Zij verre — lang ook — tot bij 't graf;

O God ! verhoed het toch !

Maar als het eens gebeuren zou , Ja, half reeds onder satans klauw,

Mijn God ! dan hoop ik nog !

ocr page 127

113

5.

Zoo hoop ik, God ! — maak niet te schand De hoop, door U mij ingeplant;

Ik bid 't U, God , verhoor !

Geef eens, wat Gij mij hebt bereid,

'k Zal zingen uw barmhartigheid Der eeuwen eeuwen door.

--VtHSttK-

rvquot; so.

Akte van liefde.

1.

Mijn Heer ! mijn God ! ik wil U minnen , Niet met de blinde drift der zinnen,

Maar met dit hart, dat Gij mij schonkt. Heb dank ! bij d'uchtend van mijn leven Kwaamt Ge over mijne ziele zweven, En hebt uw liefde in mij ontvonkt.

2.

Ik min U boven 't goud der aarde ,

Meer dan gezondheid , hoog van waarde ,

Meer dan een onbevlekten naam.

'k Mag veel van dierbre panden hoüen, Hen meer dan eigen goed beschouwen, 'k Min U toch boven allen saam.

ocr page 128

114

3.

Gij hebt het leven mij ontsloten,

Uw bloed voor mij aan 't kruis vergoten , Hoe schoon de Hemel, dien Gij biedt. Maar hebt Gij met zooveel genaden Gansch onverdiend mij overladen,

Daarom alleen min ik U met.

4.

Ik min U om uw eigen goedheid,

^Om de almacht, wijsheid , luister , zoetheid Van uwe onmeetbre majesteit;

Maar wie gaat uwe schoonheid roemen ? Wat sterveling waagt het te noemen Wat Gij bevat, Oneindigheid ?

5.

Hoe boos , dwaas , ongelukkig tevens , Die slechts een oogenblik huns levens

U niet beminnen , Lieve Heer!

Ach , 'k hoor 't verwijt van mijn geweten i Ook ik, God, heb U ooit vergeten..... Ach, dat die droeve tijd nooit keer !

6.

Wat lot me op aarde moog' verbeiden, Niets zal mij van uw liefde scheiden, Mijn God en al 1 o Jesus mijn;

ocr page 129

115

Ik wil in uwe liefde leven, U minnende den geest eens geven, Om eeuwig dan bij U te zijn.

No 31.

Akte van Berouw.

1.

Zie mij , God ! het hoofd gebogen, Gansch met schaamrood overtogen,

Sla ik rouwig op de borst; Zie , mijn hoogmoed ligt gewroken , 't Hart is mij door spijt gebroken, 't Hart, dat U eens smaden dorst.

Koorrefrein.

O mijn God ! weerhoud uw arm ! God, genade ! God , erbarm ! 't Hart, in rouw tot U gekeerd , Hebt Gij nimmer afgeweerd. God , genade ! God , erbarm !

2.

Groote God ! ik schond uw wetten; 'k Dorst mij tegen U verzetten ;

Ach, wat kwaad heb ik gedaan ! 'k Zie de zonden van mijn leven, Voor uw aanschijn eens bedreven, Altoos voor mijn oogen staan.

ocr page 130

116

3.

Goede God ! wil U erbarmen !

Open uwe vaderarmen

Voor een zoon, die wederkeert, 't Zondig hart, vermurwd , vernederd , Heeft U steeds 't gemoed verteederd; Nimmer hebt Gij 't afgeweerd.

4.

Ach ! wat spijt, dat ik uw liefde Al te dikwijls bitter griefde!

Ach , mijn God ! heb medelij !

Haten , schuwen wil 'k de boosheid; Neen, geen nieuwe trouweloosheid

Scheide U , God, nog eens van mij. ---

3)3.

Gebed om Tergevlng.

1.

Wij zondaars, voor U neergeknield, Het hart van waar berouw doordrongen,

Door U met zoete hoop bezield,

En als tot wedermin gedwongen; Wij bidden U, zie toch , o Heer 1 Met mededoogen op ons neer.

ocr page 131

117

2.

Gij kwaamt, o Redder onzer ziel, Het menschdom van liet smartlijkst lijden

Waarin 't door Adams schuld verviel, Ten koste van uw bloed bevrijden.

Wij bidden U, enz.

3.

Toen onze ziel, door 't snood bestaan Van satan, lag bedekt met wonden,

Hebt Ge ons, als de Samaritaan, Gezalfd en liefderijk verbonden.

Wij bidden U, enz.

4.

Het schaap , van 't heilspoor afgedwaald Hebt Gij zoo minzaam en zoo teeder

Alom gezocht en achterhaald ; — Gij bracht het op uw schoudren weder.

Wij bidden U, enz.

5.

Gij wilt den dood des zondaars niet, Maar dat hij , wars van 't zondig streven,

't Genot, dat hem de zonde biedt, Verzake, en inga tot het leven.

Wij bidden U, enz.

ocr page 132

118

No 33.

Lied onzer Broederschap.

1.

•O Godsgezin , o drietal Leden ,

Die aller heiüg toonbeeld zijt,

Wij komen weer tot u getreden , Die allen u zijn toegewijd.

Vergun, dat we op uw schuldloos leven Eerbiedig onze blikken slaan,

Om stil de deugden na te streven, Waarin gij ons zijt voorgegaan.

2.

Wat reinheid , wat een hemelvrede ! Wat zachte rust van zaligheid !

Gedurig gaan èn oog èn bede Omhoog naar de Oppermajesteit.

Wat ijver in uw plichtbetrachten, Van d'eersten tot den laatsten stond !

Op God alleen zijn uw gedachten,

Nooit wijkt zijn lof uit hart of mond.

3.

O, dat wij dan, tot lid verheven Van 't Allerheiligst Huisgezin ,

Naar hun drievoudig toonbeeld streven Van vader- , moeder-, kindermin !

ocr page 133

119

Onze arbeid ook zij God geheiligd.

Op God zij altoos hart en oog; De beé, die ons voor 't kwaad beveiligt, Ga met hun lofgebed omhoog.

4.

■ O Jesus, God en mensch te gader I

Maria, reine Moedermaagd !

O Jozef, 's Heeren Voedstervader!

Hoort, wat dit broedrental u vraagt; Laat ons u stil en trouw beminnen,

Geliefde Vader , Moeder, Zoon !

Dat we eens met onze huisgezinnen U eeuwig zien in 's Hemels woon.

N» 34.

De H. Familie Jesns, Maria, Jozef. 1.

U, Jozef! wijd ik mijnen zang, Maria zing ik levenslang;

U , Jesus! mijnen God en Heer, Geve aarde en Hemel eindloos eer. O heilig Huisgezin!

Ik eer er Jozef in,

Ik eer Maria, Moedermaagd;

9

ocr page 134

118

IV» 33.

Lied onzer Broederschap.

1.

•O Godsgezin, o drietal Leden ,

Die aller heilig toonbeeld zijt,

Wij komen weer tot u getreden , Die allen u zijn toegewijd.

Vergun, dat we op uw schuldloos leven Eerbiedig onze blikken slaan,

Om stil de deugden na te streven, Waarin gij ons zijt voorgegaan.

2.

Wat reinheid , wat een hemelvrede ! Wat zachte rust van zaligheid!

Gedurig gaan èn oog èn bede Omhoog naar de Oppermajesteit.

Wat ijver in uw plichtbetrachten, Van d'eersten tot den laatsten stond !

Op God alleen zijn uw gedachten ,

Nooit wijkt zijn lof uit hart of mond.

3.

O, dat wij dan, tot lid verheven Van 't Allerheiligst Huisgezin ,

Naar hun drievoudig toonbeeld streven Van vader- , moeder-, kindermin !

ocr page 135

119

Onze arbeid ook zij God geheiligd,

Op God zij altoos hart en oog;

De beê , die ons voor 't kwaad beveiligt, Ga met hun lofgebed omhoog.

4.

O Jesus, God en mensch te gaderl

Maria , reine Moedermaagd!

O Jozef, 's Heeren Voedstervader !

Hoort, wat dit broedrental u vraagt; Laat ons u stil en trouw beminnen,

Geliefde Vader , Moeder , Zoon !

Dat we eens met onze huisgezinnen U eeuwig zien in 's Hemels woon.

-K»-lt;ïeS3S5—*-

Nquot; 34.

De H. Familie Jesns, Maria, Jozef.

1.

U, Jozef! wijd ik mijnen zang,

Maria zing ik levenslang;

U , Jesus! mijnen God en Heer,

Geve aarde en Hemel eindloos eer. O heilig Huisgezin I Ik eer er Jozef in,

Ik eer Maria, Moedermaagd ; F. 9

ocr page 136

120

Ik aanbid uw Kind ,

Dat ons teêr bemint;

En enkel wederliefde vraagt.

2.

quot;Was ooit gezin zoo goed en groot, En tevens in zoo diep een nood, Als 'tAllerheiligst Huisgezin? Dat storte ons troost bij 't lijden in. O heilig Huisgezin! enz.

3.

Was ooit gezin op heel deez' aard Zoo heilig, zoo vereerenswaard? Het hoofd gebogen in het stof,

Zing ik het Heilig Drietal lof. O heilig Huisgezin! enz.

4.

Was ooit op aard een huisgezin Zoo mild en vol van menschenmin ? Ik werp mij dan, mijn God en Heer Voor u ten dankbaar offer neer. O heilig Huisgezin 1 enz.

ocr page 137

121

No 30.

Toewijding aan den Heer.

1.

O groole God, wat zijn uw tabernakels Voor mijne ziel verrukkelijk en schoon!

Daar openbaart gij ons uw heilorakels,

Daar heft geloof, daar liefde zich ten troon.

2.

Gelukkig hij , die u daar mag beschouwen, En aan den voet van uwe altaren smacht!

Wat is een eeuw in aardsche praalgebouwen Bij 't oogenblik , met u hier doorgebracht ?

3.

Ik baad als in een zee van zaligheden, En mijne ziel geniet al 't hemelheil.

O goede God, hoe voeren zwakke beden Voor mij den stroom van gunsten boven peil

4.

Ja, de almacht tart, door duizend zegeningen, Die zij mij schenkt, de wenschen mijner ziel

Ik voel het vuur der liefde mij doordringen, Terwijl ik hier in zuchten nederkniel.

ocr page 138

122

5.

Een talloos heir van Englen, die me omringen,

Bewondren stil Gods tegenwoordigheid In mijne ziel, terwijl er duizend zingen, Het hoofd gebukt voor de Oppermajesteit.

6.

En zou een goed, dat vlucht, mijn hart bekoren, Mijn hart, dat thans den Godmensch in zich draagt? Neen, neen, mijn God! ik zal u gansch behooren, Zoo uwe kracht mijn zwakheid onderschraagt.

7.

Heersch over mij , als Heer van dood en leven;

Heersch over mij , vooral door 't liefderecht, Wijk, wereld, wijk, die mij geen heil kunt geven;

Mijn hart blijft steeds aan Jesus vastgehecht. --

N» 30.

Aanroeping van Jesus , Maria, Jozef.

Gegroet te zamen,

Geprezen namen :

Jesus ! Maria ! Jozef!

Bij de Englenscharen Nu opgevaren,

Jesus! Maria! Jozef!

ocr page 139

123

Wie hier op aarde Roemt u naar waarde ? Jesus! Maria! Jozef!

Gij troost bij smarfe 't Vertrouwend harte, Jesus ! Maria ! Jozef!

Gij delgt de zonden En heelt heur wonden , Jesus ! Maria ! Jozef!

Op u mijn hope,

Hoe 't ook mij loope , Jesus! Maria! Jozef!

'k Stel in uw handen , Mijn beste panden , Jesus! Maria! Jozef!

Bedauwt mijn wegen Met uwen zegen ,

Jesus! Maria! Jozef!

Staat mij ter zijde In 't lange strijden ,

Jesus ! Maria ! Jozef!

Doet mij bij 't sterven De kroon verwerven, Jesus! Maria! Jozef!

ocr page 140

124

Zij mij gegeven Het eeuwig leven, Jesus! Maria! Jozef!

Om u ginds boven Daarvoor te loven, Jesus ! Maria ! Jozef!

Pi0 sr.

Ter eere van Maria.

1.

Maria , wil gedoogen ,

Dat ik u zing een lied,

Terwijl gij uit den hoogen Mij voor u knielen ziet.

2.

'k Wil eeuwig u beminnen , 'k Beloof u dit vandaag ;

Ontvang mijn hart en zinnen , Die 'ku ten offer draag.

3.

O , had ik zooveel monden , Als starren 't Armament;

Ik zou uw lof verkonden Tot 's werelds uiterst end.

ocr page 141

425

4.

O , had ik zooveel zielen

Als korrels zijn op 'tstrand, Als immer druppels vielen;

'k Schonk ze u met milde hand.

5.

Hoe moet ik mij beklagen,

Daar ik , armzalig mensch, U zoo niet kan behagen Gelijk ik 't vurig wensch.

6.

Ik zal mij alle dagen,

Tot uwe vreugd en eer, Godvruchtiger gedragen,

En dienen mijnen Heer.

■--

■ 38.

De boodschap van Maria.

1.

De vrouw, die stout den voet zal zetten Op satans kop, en hem verpletten Ter wraak van zijn gevloekt bedrog;

ocr page 142

126

O , die Heldin , door 't Alvermogen Met onverwinbre kracht omtogen,

Die sterke Vrouw, wie is zij toch ?

2.

Die Maagd, die is gesteld ten teeken,

Die de orde der natuur zal breken,

Zal moeder zijn en maagd te zaam, quot;Wie is zij toch ? wie zal u 't leven, Emmanuel, zoo wonder geven ?

Die Moedermaagd, hoe is heur naam ?

3.

Daar schiet een Engel uit den Hemel Met arendsvlucht door 't stargewemel,

Naar de aard, naar 't needrig Nazareth; — En dringt een schamel huisje binnen, En treft, onttogen aan haar zinnen ,

Een Maagd, daar gloeiend in 't gebed. —

4.

« O , wees gegroet, vol van genaden , » Des Heeren oog beschermt uw paden,

» Gezegendste uit der vrouwen rij ! » Ja, zonder 't minst uw schat te krenken , » Zult gij een Jesus 't leven schenken , » Een vorst van eeuwge heerschappij quot;

ocr page 143

127

5.

O zuivre Maagd , door 't Opperwezen Uit alle maagden uitgelezen;

O vrouw, die neerknakt satans trots! O, wees gegroet I miljoenen malen quot;Wil ik die groetenis herhalen !

Gegroet, Maria ! Moeder Gods i

---

N» 30.

Maria, wees gegroet.

Maria, wees gegroet.

Kom nog een tweede maal, Kom nog een honderdmaal: Maria, wees gegroet.

Welaan , nog duizendmaal,

Neen , zonder eind of paal: Maria, wees gegroet.

Van eiken Serafijn,

Van eiken Cherubijn:

Maria, wees gegroet.

ocr page 144

128

't Klink' gansch den Hemel door, Van heel het englenkoor:

Maria, wees gegroet.

Van iedren steen , hoe klein , Van ieder korengrein:

Maria, wees gegroet.

Van 't bloempje langs den stroom, Van 't blaadjen op den boom: Maria, wees gegroet.

Van 't kleinste spiertje gras , Van 't diertje uit 't kleinste ras : Maria, wees gegroet.

Van gansch het vooglenheer, Van 't kleinste vischje in 't meer : Maria, wees gegroet.

Van ieder aardsche vrucht, Van water, vuur en lucht:

Maria, wees gegroet.

Kortom , van al wat leeft, Van alles wat er zweeft:

Maria, wees gegroet.

ocr page 145

129

Geheel mijn leven lang Blijve u gewijd mijn zang:

Maria, wees gegroet.

Dan hoop ik na mijn dood , Te zingen in uw schoot:

Maria , wees gegroet.

■JP^Oc- -

JN° -tO.

Alma Bedemptoris Mater.

Verheven Moeder, uit wier schoot Ons aller Zaligmaker sproot; Gij , hemelpoort! die openstaat; Gij , zeester! die ons niet verlaat;

Breng 't vallend volk , dat op wil staan, Breng gij het uwen bijstand aan; Die, waar natuur verbaasd op staart, Uw heilgen Schepper hebt gebaard; Gij, Maagd zoo vóór als na dien stond, Neem 't Ave uit des Engels mond , En zie, o Moeder van den Heer! Ontfermend op ons , zondaars , neer.

ocr page 146

130

41.

Lofzang tot de H. Maagd.

1.

Ave , maris stella, Dei mater alma,

Atque semper Virgo ,

Felix coeli porta.

2.

Sumens illud Ave, Gabriëlis ore,

Funda nos in pace, Mutans Evaj nomen.

3.

Solve vincla reis,

Profer lumen csecis,

Mala nostra pelle ,

Bona cuncta posce.

4.

Monstra te esse matrem , Sumat per te preces, Qui pro nobis natus Tulit esse tuus.

ocr page 147

131

No 4S.

Aye maris stella.

1.

Ave , star der zeee ,

Gods verheven Moeder En toch altijd Maged,

Zaalge deur des Hemels.

2.

Luistrend naar dit Ave , Ons geleerd door d'Engel, Vestig ons in vrede,

Keerend Eva's name.

3.

Maak de boei der schuld los, Geef den blinden 't licht weer Hoed ons tegen rampspoed, Smeek af al wat goed is.

4.

Toon u onze Moeder,

Bied hem onze beden, Die , voor ons geboren , De uwe wilde wezen.

ocr page 148

132 5.

Virgo singularis, Inter omnes mitis , Nos culpis solutos, Mites fac et castos.

6.

Vitam praesta puram, Iter para tutum, Ut videntes Jesum Semper collaetemur.

7.

Sit laus Deo Patri, Sum mo Ghristo decus , Spiritui Sancto,

Tribus honor unus.

No 4:Ï.

Gebed tot de H. Maagd.

O sanctissima, o piissima, o dulcis Virgo Maria.

Mater amata, intemerata, ora pro nobis.

ocr page 149

133

5.

Wonderbare Maged,

Vreedzaam onder allen,

Delg gij onze schulden ,

Maak ons kuisch en vreedzaam.

6.

Geef een vlekloos leven ,

Maak den wsg ons veilig, Dat we eens Jesus ziende, Ons met u verblijden.

7.

Lof zij God den Vader,

Eer en lof den Christus En den heilgen Geeste; Den Drieëenen glorie.

0 Sanctissima.

O allerheiligste, o goedertierenste, o zoete Maagd Maria.

Beminde, ongeschonden Moeder, bid voor ons.

ocr page 150

134

N° 44.

Lofzang Tan Maria.

Magnificat * anima mea Dcminum.

Et exultavit spiritus meus * in Deo salutari meo.

Quia respexit humilitatem ancillae suse: * ecce enim ex hoc beatam me dicent omnes generaliones.

Quia fecit mihi magna qui potens est, * et sanctum nomen ejus.

Et misericordia ejus a progenie in progenies timentibus eum.

Fecit potentiam in brachio suo: * dispersit superbos mente cordis sui.

Deposuit potentes de sede, * et exaltavit humiles.

Esurientes implevit bonis: * et divites dimisit inanes.

Suscepit Israël puerum suum, * recordatus ■misericordiae suae.

Sicut locutus est ad patres nostros, * Abraham •et semini ejus in ssecula.

Gloria Patri, et Filio, * et spiritui Sancto.

Sicut erat in principio, et nunc, et semper, * •et in ssecula saeculorum. Amen.

ocr page 151

135

Magnificat.

Mijne ziel verheft den Heer,

En mijn geest juicht in God, mijn Zaligmaker!

Omdat hij 'nederzag op de geringheid van zijne dienstmaagd ; want, zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig noemen.

Dewijl hij groote dingen aan mij gedaan heeft, de Machtige, en heilig is zijn naam;

En zijne barmhartigheid is van geslachte tot geslachte voor degenen, die hem vreezen.

Kracht heeft hij geoefend door zijn arm; hoog-moedigen in de gedachten huns harten heeft hij verstrooid :

Machtigen heeft hij afgezet van den troon, en geringen heeft hij verheven;

Nooddruftigen heeft hij met goederen overladen , en rijken heeft hij ledig weggezonden;

Hij is Israël, zijnen dienstknecht, te hulp gekomen, en hij is indachtig geweest zijner barmhartigheid

(Gelijk hij gesproken had tot onze vaderen) met Abraham en zijn zaad in eeuwigheid.

Glorie zij den Vader, den Zoon, en den H. Geest.

Gelijk het was in het begin, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

10

ocr page 152

136

N» 4S.

Klaagzang.

Stabat Mater dolorosa Juxta crucem lacrymosa, Dum pendebat Filius;

Cujus animam gementera, Gontristatam et dolentem Pertransivit gladius.

O quam tristis et afflicta Fuit illa benedicta Mater Unigeniti;

Quae moerebat, et dolebat, Pia Mater , dum videbat,

Nati poenas inclyti.

Quis est homo, qui non fleret Matrem Christi si videret In tanto supplicio?

Quis non posset contristari, Christi Matrem contemplari Dolentem cum Filio?

ocr page 153

137

N» -4lt;ï.

Stabat Mater.

Naast het kruis, met schreiende oogen,

Stond de Moeder, diep bewogen,

Daar de Zoon te sterven hing,

En haar door het zuchtend harte,

Overstelpt van wee en smarte, 't Zevenvoudig slagzwaard ging.

O hoe droef, hoe vol van rouwe

Was die zegenrijkste vrouwe Om Gods ééngeboren Zoon.

Ach, hoe streed zij ! ach, hoe kreet zij !

En wat folteringen leed zij

Bij 't aanschouwen van dien hoon!

Wie, die hier niet schreien zoude,

Die het grievend leed aanschouwde, Dat Maria's ziel verscheurt?

Wie kan, zonder mee te weenen,

Christus Moeder hooren stenen,

Daar zij met haar Zoon hier treurt?

ocr page 154

138

Pro peccatis suao gentis quot;Vidit Jesum in tormentis Et flagellis subditum;

Vidit suum dulcem Nalum Moriendo desolatum , Dum emisit sjairitum.

Eja Mater , fons atnoris, Me sentire vim doloris Fac , ut tecum lugeam ;

Fac ul ardeat cor meum In amando Christum Deum Ut sibi complaceam.

Sancta Mater , istud agas , Crucifixi flge plagas Cordi meo valide;

Tui Nati vulnerati, Tam dignati pro me pati Poenas mecum divide.

Fac me vere tecum flere, Crucifixo condolere,

Donee ego vixero.

ocr page 155

139

Voor de zonden van de zijnen Zag zij Jesus zoo in pijnen En in wreede geeselstraf;

Zag haar lieven Zoon zoo lijden, . Heel alleen den doodkamp strijden, Tot hij zijnen geest hergaf.

Geef, o Moeder, bron van liefde , Dat ik voele wat u griefde,

Dat ik met u medeklaag;

Dat mij 't hart ontgloei' van binnen In mijn God en Heer te minnen , Dat ik hem alleen behaag'.

Heiige Moeder! wil mij hooren, Met de wonden mij doorboren, Die hij aan het kruishout leed ;

Ach, dat ik die pijn gevoelde, Die uw lieven Zoon doorwoelde, Toen hij stervend voor mij streed.

Mocht ik klagen al mijn dagen En zijn plagen waarlijk dragen Tot mijn jongste stervenssmart.

ocr page 156

140

Juxfa crucem tecum sfare , Et me tibi sociare In planctu desidero.

Virgo Virginum praeclara,

Mihi jam non sis amara, Fac me tecum plangere;

Fac ut portera Christi mortem Passionis fac consorlem, Et plagas recolere.

Fac me plagis vulnerari, Fac me cruce inebriari, Et cruore Filii.

Flammis ne urar succensus , Per te , Virgo , sim defensus In die judicii.

Christe , cum sit hinc exire , Da per Matrem me venire Ad palmam victorise.

Quando corpus morietur, Fac ut animaj donetur Paradisi gloria. Amen.

ocr page 157

141

Met u onder 't kruis te weenen, Met uw rouwe mij vereenen , Dat verlangt mijn weenend hart.

Maagd der maagden ! nooit volprezen , Wil nu niet mij tegen wezen,

Laat mij treuren aan uw zij ;

Laat mij al de wreede plagen En den dood van Christus dragen , Laat mij sterven zooals hij.

Laat mij , in zijn kruis verslonden, Laat zijn wonden mij doorwonden, Om de liefde van uw Zoon.

Dan , in wederliefde ontstoken ,

Worde ik door u voorgesproken , Moeder, voor zijn rechtertroon.

Maak , dat mij het kruis beware, Dat dan Christus' dood mij spare, Dat hij mij gena bewijz';

En als 't lichaam eens zal sterven, Doe mij dan de glorie erven

Van het hemelsch Paradijs. Amen.

ocr page 158

142 No 4?quot;.

Antiphoon Tan de U. Maagd.

Salve, Regina, Mater misericordise; vita , dul-cedo et spes nostra, salve.

Ad te clamamus, exules filii Evee.

Ad te suspiramus, gementes et flentes in hac lacrymarum valle.

Eja ergo, Advocata nostra, illos tuos miseri-cordes oculos ad nos converte.

Et Jesum , benedictum fructum ventris tui, nobis post hoc exilium ostende.

O clemens , o pia, o dulcis Virgo Maria!

ocr page 159

143

N° 48.

Salve Begina.

Wees gegroet, o Koninginne ,

Moeder van Barmhartigheid f Wees gegroet, die hoop en leven,

hemelwellust ons bereidt. Wij , verbannen om de zonde ,

voorlgebracht uit Adams val, Roepen u, en smeeken schreiend,

droef van uit dit tranendal. Gij , de voorspraak van den zondaar,

zend uw blik meedoogend neer Toon ons na dit ballingsleven,

Moeder des gekruisten Heer, Toon ons Jesus na 't volstrijden,

als ons de eeuwge morgen daagt Goedertieren Vrouw Maria,

Onbevlekte Moedermaagd!

ocr page 160

144

No 4©.

Hulde en opdracht aan de H. Maagd.

1.

O Maagd ! o schoonheid nooit volprezen , Bij God door God zoo hoog gerezen !

Wat luister schittert van uw troon ! De Seraf, aan zich zelf onttogen ,

Juicht, voor uw grootheid neergebogen : « O koningin ! wat zijl gij schoon !quot;

2.

Al mist, o starre , 't aardsche duister Het schouwspel van uw grootschen luister,

Ons koestert toch uw liefdegloed;

Ja, de Engel roeme uw heerlijkheden, Wij juichen , juublen hier beneden : « O Moeder , o , wat zijt gij goed !quot;

3.

Want wie telt uwe liefdedaden , Wie zooveel duizenden genaden,

Uit God gevloeid , maar door uw hand ? Ten dank voor zooveel zegeningen , Ontvang van uwe lievelingen

Hun harten, één door broederband.

ocr page 161

145

4.

Die harten , sluit ze in 't uwe samen , Terwijl voor eeuwig ge onze namen

Bij die van uw verkoornen schrijft. Wij hopen 't, Moeder , neen , we weten , Dat gij ons nimmer zult vergeten, Ons steeds een teedre Moeder blijft.

5.

Uw mantel over allen spreidend,

En aan uw hand ons steeds geleidend,

Voert ge eenmaal ons ter hemelwoon , Om daar met de Engelen mee te zingen : « O Moeder , vreugd der hemelingen ! « Wat zijt ge goed, wat zijt ge schoon!quot;

ÖO.

Jubellied aan Maria, onbevlekt ontvangen. 1.

Lieve Moeder van den Heer!

Laat ons om uw zetel dringen,

Laat uw kinderen u ter eer 't Zielverrukkend feestlied zingen , 't Moet weerklinken luid en blij : Moeder, onbevlekt zijt gij!

ocr page 162

146

2.

't Heeft reeds 't wijde wereldrond En herscheppend overkionken,

't Woord door Pius' mond verkond; En uw kindren , vreugdedronken , ,1 uublen op uw feestgetij :

Moeder , onbevlekt zijt gij !

3.

Neen, dat loflied zwijgt niet meer; Tot aan 's werelds verste palen,

Zullen met het hemelsch heir Al uw kindren 't luid herhalen , 't Woord van 't zalig jubeltij : Moeder , onbevlekt zijt gij !

4.

En we voegen dank en beê Aan de blijde feestgezangen;

Wie, wie dankt niet met ons mee Voor al 't heil door u ontvangen In het zalig jubeltij:

Moeder , onbevlekt zijt gij !

5.

Zonnezuivre Moedermaagd!

Om de glorie u gegeven,

Hoor ook, wat ons hart u vraagt:

ocr page 163

147

Dat we na een schuldloos leven Eeuwig juublen aan uw zij : Moeder, onbevlekt zijt gij !

No £51.

Gegroet zijt gij , Maria.

1.

O hemelkoningin!

Ik zing uit kindermin :

Gegroet zijt gij, Maria.

2.

Wat heil heeft niet voor de aard Dat hemelsch woord gebaard: Gegroet zijt gij, Maria.

3.

De heimacht stond ontsteld.

Toen u Gods Engel meld'; Gegroet zijt gij, Maria.

4.

Die groet had het begin Van 's werelds redding in : Gegroet zijt gij , Maria.

ocr page 164

148

5.

Daarom zong wijd en zijd De Kerk ten allen tijd:

Gegroet zijt gij , Maria.

6.

Nog zingt in vreugd en smart Elk dankbaar kinderhart: Gegroet zijt gij , Maria.

7.

Ja, Moeder van Gods Zoon! Wie juicht niet op dien toon: Gegroet zijt gij , Maria.

8.

De Hemel gaat ons voor;

Daar zingt heel 't Englenkpor : Gegroet zijt gij, Maria.

9.

En wij, in 't aardsche stof, Wij zingen tot uw lof; Gegroet zijt gij, Maria.

10.

Als Satan ons bekoort, Wij spreken 't machtig woord Gegroet zijt gij, Maria.

ocr page 165

149

11.

Wij roepen in den nood, En nu en in den dood : Gegroet zijt gij, Maria.

12.

En eens in 's Hemels steê , Dan juichen we eeuwig mee:

Gegroet zijt gij , Maria.

---

JN» es.

Litanie.

1.

Uwer waardig,

Immer vaardig Wandlen op het pad der deugd Zij ons streven,

Zij ons leven,

O Maria, bid voor ons!

2.

Alle dagen Ons gedragen,

Zooals 't ware Christnen past, Zij ons streven, enz.

ocr page 166

450

3.

Vast gelooven ,

Wat van boven Eens uw Zoon ons heeft geleerd, Zij ons streven, enz.

4.

Op hem bouwen En vertrouwen ,

Die ons aller vader is,

Zij ons streven, enz.

5.

Rein van zinnen God beminnen ,

Zoo in voorspoed als in nood, Zij ons streven, enz

6.

Zich erbarmen Over de armen, Hen vertroosten in hun lot, Zij ons streven, enz.

7.

Moedig strijden Bij al 't lijden ,

Dat ons treft in 't tranendal, Zij ons streven, enz.

ocr page 167

151

8.

Ongeschonden ,

Vrij van zonden,

Ons bewaren in 't gevaar,

Zij ons streven , enz.

9.

In 't verrichten Onzer plichten Blijven tot den dood getrouw, Zij ons streven , enz.

10.

Eens daarboven Met ü loven Onzen Heiland , uwen Zoon , Zij , voor 't streven In dit leven,

Door uw voorspraak ons ten loon.

N- 03.

Maria, huli» der christenen.

1.

O koningin van 't Hemelhof!

O koningin , o koningin ! Wij buigen voor uw troon in 't stof, O koningin Maria!

11

ocr page 168

152

Tot hulp der uwen steeds bereid, 0 koningin , o koningin !

Bescherm de gansche Christenheid , O koningin Maria!

3.

Bid , dat God ons genadig zij, O koningin , o koningin !

Dat Hij ons maak van zonden vrij , O koningin Maria!

4.

Bid God voor ons om hulp en kracht, O koningin , o koningin !

Dat ons gelei' zijn Englenwacht, O koningin Maria!

5.

Bid voor den Oppervorst der Kerk, O koningin , o koningin !

Dat God hem steeds verlicht' en sterk' O koningin Maria!

6.

Bestuur ook onzes Konings hand, O koningin , o koningin !

En weer den vijand van ons land, O koningin Maria!

ocr page 169

153

Keer noodweer, hagel , duurte af,

O koningin , o koningin !

Keer ziekte, pest en andre straf, O koningin Maria!

8.

Sta ons dan bij in allen nood ,

O koningin , o koningin !

En bid voor ons tot in den dood, O koningin Maria!

n» n t.

Ave Regit:a Ccelorum.

Gegroet, o hemelkoningin !

Gegroet, der Engelen Vorstin !

Heil U ! o spruit! o zaalge schoot! Waaruit der wereld 't licht ontsproot. Wees, glorierijke Maagd! verblijd, Die onder allen 't schoonste zijt; Gegroet, o gij , zoo vol van eer! En bid voor ons bij onzen Heer.

ocr page 170

154

N0 BS.

Toevlucht der zondaren, bid voor ons!

1.

Nimmer nog , o Moedermaagd ! Is vergeefs uw hulp gevraagd; Hoe dan zouden wij nu vreezen, Dat de beê werde afgewezen,

Die voor zondaars op zal gaan ?

Hoor dan, hoor uw kind'ren aan. Refugium peccatorum! ora pro nobis.

2.

Ach , 't rampzalig zondekwaad Rukt alom uit eiken staat Ziel bij ziel, naar d'afgrond henen , Om eens eeuwig daar te weenen.... Moeder! Moeder! smeeke uw beê Met ons voor de zondaars mee. Refugium peccatorum! ora pro nobis.

3.

Had niet voor hun eeuwig heil Eens uw Zoon zijn leven veil? 't Kostbaar bloed , voor hen vergoten , Was 't niet aan uw hart ontsproten?

ocr page 171

d55

Heb dan , Moeder , medelij ! Ach ! voor zondaars bidden wij : Refugium peccatorum ! ora pro nobis.

4.

Klaar , o Starre , hun den nacht, Die verbergt wat lot hen wacht;

Vóór hen — graf en afgrond gapend. .. Boven hen — hun God gewapend. . . Moeder ! ach , dat uw gebed Nog den armen zondaar redd'! Refugium peccatorum! ora pro nobis.

5.

Zeg hem , dat ook 't schuldigst kind Toevlucht bij zijn Moeder vindt; Ja , hij zal, door Jesus' sterven ,

Op uw beê gena verwerven ;

Voer, o Moeder van den Heer!

Voer hem tot uw Jesus weer. Refugium peccatorum ! ora pro nobis.

•f——t-

ocr page 172

156 öo.

DE VIJFTIEN GEHEIMEN VAN DEN ROZENKRANS.

De Tijf blijde geheimen.

Gods vaderoog sloeg de aarde ga,

Een Enge) daalt met spoed:

« Wees — sprak hij — o gij, vol gena, c Maria ! wees gegroet.quot;

Koor. Maria, koninginnel

O gij , vol moederminne,

Sta ons hij in allen nood,

In den dood , Maria!

1.

Nauw heeft ze uit Gods gezant gehoord ,

Wat 's Heeren wil behaagt,

Of zij stemt in — en 't eeuwig Woord Nam 't Vleesch aan uit de Maagd.

Koor. Maria , koninginne ! enz.

2.

En zij , die 's werelds Schepper droeg, Is tot haar nicht gegaan ,

Om dienend, waar de nood het vroeg , Aan hare zij te staan.

Koor. Maria , koninginne ! enz.

ocr page 173

157

3.

Zij trekt naar Davids kleine stad,

Daar baart zij 't goddlijk Kind; Dat met haar 't Hemelsch heir aanbad, En zij in doeken windt.

Koor. Maria , koninginne ! enz.

4.

Zij bood bet God ten offer weer

In Salems tempelstee:

« Laat nu — sprak Simeon — o Heer ! « Uw dienaar gaan in vreê.quot;

Koor. Maria , koninginne ! enz.

5.

Wat blijdschap voelde uw moederhart

Maria ! nu ge uw kind ,

Zoolang gezocht, met zooveel smart, In 's Heeren tempel vindt Koor. Maria, koninginne! enz.

IN» ÖT'.

De vijf droevige gelieinien.

Wie is er, Moeder! die het meldt,

Hoe U het harte brak,

Toen 't zwaard, van Simeon voorspeld, U zevenwerf doorstak.

Koor. Maria, koninginne ! enz.

ocr page 174

158 1.

Gij zaagt den Heer, Gethsemane !

Bedroefd tot in den dood;

Hoe 't bloed, dat de angst hem storten deê,

Op de aarde nedervloot.

Koor. Maria, koninginne! enz. ^001

2.

Mijn Jesus, ach, wat foltering!...

'k Zie diepe wond bij wond,

De striemen van de geeseling,

Die Gij voor ons doorstondt.

Koor. Maria, koninginne ! enz.

3- Koo

Nu mengt de moedwil pijn en hoon

Wreedaardig ondereen;

Ruw vlecht de beul een doornenkroon Om 's Heeren hoofd nog heen!

Koor. Maria, koninginne ! enz.

Koo

Mijn Jesus sleept, bedekt met bloed,

Zijn kruis naar Golgotha;

Wie onzer draagt niet welgemoed Voortaan zijn kruis Hem na?

Koor Maria, koninginne! enz. j^00

ocr page 175

159

5.

Hij sterft, aan 't smartlijk kruis gehecht: Zijn moeder ziet het aan; deê Ach, toen is 't zwaard, zoolang voorzegd,

Diep door haar ziel gegaan !

Koor. Maria , koninginne ! enz.

rv° ös.

De vijf glorierijke geheimen.

Juich , Moeder ! juich , uw Zoon regeert

In opperheerschappij;

Uw droefheid is in vreugd verkeerd, Gij heerscht nu aan zijn zij.

Koor. Maria , koninginne ! enz.

1.

De Heer, de Heer is opgestaan ,

En leeft nu voor altijd!

O dood ! gij jaagt geen vrees meer aan ; Uw prikkel gingt ge kwijt.

Koor. Maria , koninginne ! enz.

2.

Daar klimt Hij door de sterrenbaan, —

Een Englenpaar daalt neer, En kondigt d'elf Apostlen aan: « Zoo keert Hij eenmaal weer.quot;

Koor. Maria , koninginne! enz.

ocr page 176

460

3.

Hij zendt hun d'afgebeden Geest, Die licht en krachten geett;

De Apostlen tuigen 't onbevreesd, Dat Jesus weder leeft.

Koor. Maria , koninginne ! enz.

4.

Toen gij, o Maagd! van liefde stierft Schonk Hij U 't rijksgebied ,

Dat ge in uw martlaarschap verwierft, En thans met Hem geniet.

Koor. Maria , koninginne ! enz.

5.

Daar werdt ge door uw eigen Zoon Gekroond tot koningin,

En schittert naast zijn glorietroon Voor uwe moedermin.

Koor. Maria , koninginne ! enz.

N° ÖO.

De Meimaand.

1.

De akelige winterdagen ,

Gode lof! ze zijn voorbij, En van sneeuw- en storremvlagen Maakt ons weer de lente vrij.

ocr page 177

161

Zie de dagtoorts hooger zweven ,

Schitt'rend langs haar gouden baan ;

Als ontwaakt tot blijder leven ,

Trekt natuur den feestdos aan.

2.

Wie begroet niet vreugdedronken Schoone Mei! uw aanblik weer ?

Vader heeft ons u geschonken Als een krans tot Moeders eer.

Ja , Maria, opgetogen

Komen we U deez' maandkring biên.

Moeder wil met minnende oogen Op ons olfer nederzien.

3.

Duizend bollen aan den Hemel,

Prijzen ü, o Star der zee 1

En met 't ruischend stargewemel Kabb'len zacht de golfjes mee;

Met den harpslag van uwe Eng'len Smelt de zang van 't voog'lenkoor. —

Met dien lof mijn klanken meng len Mochte ik dat al de eeuwen door 1

4.

Bloemenheir! wie maalt uw kleuren ? 0 , wat schoonheèn al bijeen !

En wat. wolk van zoete geuren Wasemt zaal'gend om mij heen 1

ocr page 178

162

O Maria! in die bloemen

Lees 'k een lofspraak van uw deugd; Door dien prachtgloed hoor ik roemen, En uw grootheid en uw vreugd.

5.

Met het puik dier bloemwarande Bied ik U mijn hart te zaam: Dat het steeds van liefde brande

Voor den luister van uw naam! Mogen welig in mij tieren

Bloempjes, die gij vindt zoo schoon! Kleur en geuren zal ik stieren Als een offer tot uw troon.

N» eo.

De maand van Maria.

1.

Zie ons , Moeder ! opgetogen

Heden voor uw troon geschaard!

Sla op ons uw zaal'gende oogen,

Zijn wij ook die gunst niet waard.

Hoor ons juichen; de Albehoeder

Kwam ons nieuwe gunsten biên : 't Is weer Mei! Wat schoonheên, Moeder ! Lusthof is 't al wat wij zien!

ocr page 179

163

2.

God riep weer uw beeld in 't leven:

In dien overschoonen Hof,

Die in 't Hooglied staat beschreven ,

Lezen we uw verdienden lof.

Nooit gaaft ge onkruid uit te rukken;

Immer bood uw rijke grond Schooner bloem en vrucht te plukken, Dan God ooit op aarde vond.

3.

Dan , natuur roept ons ook tegen ;

« Moet ge zelf geen hofje zijn ? « Schonk u God geen zaad en regen,

« Malschen dauw en zonneschijn ? « Bij wat vruchten , bij wat bloemen , « Ziet, hoe 't onkruid welig schiet! « Kunt ge op uw hofje roemen ? « Neen , Maria volgt ge niet.quot;—

4.

Ja , 't is waarheid; — zie we vallen ,

Moeder I rouwig voor U neer; Bid voor ons, en in ons allen

Bloeie een eeuw'ge lente weer!

Laat uw geest ons hart doordringen;

'tWorde zoo een schoone hof; Bloemen, vruchten zullen zingen Jesus' en Maria's lof.

ocr page 180

464

N° 61.

ATOiidbede tot onze lieve H. Moeder.

1.

Komt, nog een groet en bede

Maria toegebracht,

En dan in 's Heeren vrede

Den slaap weer ingewacht! Gerust en wel te moede, Vertrouwen we op uw hoede :

Maria , Maria , Moeder ! zegen ons.

2.

In 't beeld, omgloord van stralen,

Met dat gelaat zoo zacht,

Zien we U in 's Hemels zalen, Vanwaar ge ons tegenlacht, Ons, die hier aan uw voeten U , lieve Moeder ! groeten.

Maria, Maria , Moeder ! zegen ons.

3.

Maria , zoo vermogend ,

Bid gij voor ons den Heer; Ach , Moeder , zie meedoogend Op d'armen zondaar neer;

ocr page 181

165

Geleid der zwakken schreden,

Hoor aller vrome beden !

Maria, Maria, Moeder ! hid voor ons.

4.

Wij bidden U te gader

Bij 't einde van deez' dag : Vraag, Moeder ! onzen Vader 5 Wiens wakend oog ons zag, Dat Hij ons kwaad verschoone, Het goede ons eenmaal loone, Maria , Maria, Moeder ! hid voor ons.

5.

Beveilig uwe kinderen,

Waak , Moeder ! dezen nacht; Dan zal geen ramp ons hind'ren,

Dan is ons slapen zacht; Dan ziet ge ons morgen weder, O Moeder goed en teeder 1 Maria, Maria, Moeder ! wees gegroet.

6.

Gegroet, gij vol genade !

Gij Moeder van den Heer! Het klinke — wie U smade — Te luider U ter eer!

ocr page 182

466

O, wil met de Eng'lenzangen Ook onzen groet ontvangen : Maria, Maria, Ave , wees gegroet.

Bede aan den H. Jozef.

1.

O Jozef, Voedstervader

Van Jesus , onzen Heer , Wij treden biddend nader, En knielen voor U neer; Want in uw vaderarmen

Draagt gij het godd'lijk Kind; 't Zal onzer zich erbarmen ,

Wijl 't uw gebed bemint.

2.

Wil, Jozef! voor ons vragen ,

Dat wij in 's levens lot Ons naar zijn wil gedragen,

Getrouw aan zijn gebod. Wil door uw beê verwerven,

0 trouwe toeverlaat 1 Dat wij den Hemel erven, Als eens ons sterfuur slaat.

ocr page 183

467

3.

Wij smeeken u te gader,

Patroon van Nederland,

Blijf, Jozef! ons ten vader,

Bescherm 'tu dierbaar pand; Vraag ons met Jesus' Moeder

Zijn hulp in allen nood.

En blijf ons trouw ten hoeder

Van nu tot in den dood.

———

i

N» 63.

Loflied ter eere van den H. Jozef.

1.

O Jozef! hoor ze, duizend monden. Ja meer nog, hoor ze uw lof verkonden,

Die geesten zwevend om uw troon;. Zoo wij , o Jozef I ook wat staamlen, O, zult ge iets van die klanken zaamlen Al zijn ze oneindig minder schoon?

2.

Een God wil als ons zoenlam sneven; Dan, 't sterflijk hulsel moet hem geven (Zoo is 't voorspeld) een Moedermaagd; F. 12

ocr page 184

168

quot;Wie zal hun beider schutsheer wezen?

Wat Cherub wordt hun uitgelezen?.....

O zie , de zuivre Jozef daagt!

3.

quot;Wat melodie klinkt u in de ooren,

Als de Eeuwge zelf uw lof laat hooren,

Als Jesus u als Vader groet 1 Gij 't Kindjen op uw arm ontvangen, En dan aan 'tgloeiend hart Het prangen, O Jozef! wat een wellustvloed !!

4.

Van Zoon en Gade steeds omgeven,

Leeft gij op aarde een hemelsch leven,

O hoofd van 't wondervol gezin ! En lacht de jongste stond u tegen, In beider armen neergezegen ,

Slaapt gij den slaap der Heilgen in.

5.

Hoe groot uw macht nu in den hoogen! Een God gehoorzaamde aan uw oogen, Toen hij zich voordeed als uw Zoon. Of zijn die banden losgesprongen ?

Of is die macht uw hand ontwrongen, Omdat de hemel is uw woon?

ocr page 185

169

6-

O groote Jozef, hoor mijn beden!

Ach, Jesus' Leidsman ! leid mijn schreden;

'kWil opwaarts naar mijn vaderland. En naakt voor mij de bange stonde, O, daal met de uwen bij mijn sponde, En vang mijn geest, op in uw hand.

INquot; tiir.

Aau den H. Jozef.

1.

Heil'ge Jozef! trouwe Hoeder

Van uw godd'lijk Voedsterkind; Die uw Jesus heel uw leven Onuitspreeklijk hebt bemind; Heil'ge Jozef! vraag, dat wij Hem beminnen zooals gij.

2.

Heil'ge Jozef! die uw Jesus

In uw stulpje met u hadt,

Vaak van d'arbeid tot hem opziend', Stil en innig hem aanbadt;

Heil'ge Jozef! vraag, dat wij Jesus dienen zooals gij.

ocr page 186

170

3.

HeiFge Jozef ! door Gods Zone

In uw need'rig werk verlicht,

Daar Maria 'toog vol liefde

Op haar Kind en Bruigom richt; Vraag, dat in hun aanschijn wij Ons verblijden zooals gij.

4.

Heil'ge Jozef! die in de armen

Van uw Bruid en Pleegkind stiertt, En voor uw getrouwe liefde

't Loon der eeuwigheid verwierft; Heil'ge Jozef! vraag, dat wij Zalig sterven zooals gij.

r«ï° 6ö.

De vluclit naar Egypte.

1.

« Jozef, spoed u , trouwe Hoeder, «Neem het Kind en zijne Moeder «En vlucht naar Egypte heen.quot; De Engel spreekt — en de eigen stonde Bijst de brave van zijn sponde,

Gaat en wekt zijn Bruid meteen.

ocr page 187

171

2.

Maar, o Jozef, hoe zoo spoedig? Waarom vraagt gij niet deemoedig Uitleg voor zoo'n vreemd bestel? Waarom zou uw Jesus vluchten?

Is hij God , wat kan hij duchten Van eens sterv'lings wreed bevel?

3.

In den nacht I hoeveel bezwaren ? Wie zal leiden ? wie bewaren ?

Waarom toch in aller ijl ?

Ga en groet eerst vriend en magen, Wil hun raad en hulpe vragen,

Bid den Engel om verwijl.

4.

Neen , volmaakte deugd op aarde Kent, waar God zijn wil verklaarde.

Geen verwijl of tegenreén ;

De Engel spreekt, — de trouwe Hoeder Neemt het Kind en zijne Moeder, En vlueht naar Egypte heen.

5.

Heilig voorbeeld voor den Christen, O, dat wij toch immer wisten U te volgen in uw deugd!

ocr page 188

172

Help ons, Jozef, en wij zullen Trouwer onzen plicht vervullen Tot ons heil en uwe vreugd.

ÜNquot; 60.

Aan den H. Joannes den Dooper.

1.

Uitverkoren bloedverwant

Van 't Gezin des Heeren , U , verheven Boetgezant!

Moet ons loflied eeren.

2.

Grooter bracht geen vrouw ooit voort,

Naar het woord des Heeren.

U , die onze beden hoort,

Moet ons danklied eeren.

3.

Gij , die 't Godslam van nabij

Ons hebt aangewezen,

Wees door onze broederrei, HeilherautI geprezen.

ocr page 189

173

4.

Leden , wij , van 't Godsgezin ,

Dat we eenparig eeren ,

Roepen we ook uw voorspraak in, Bloedverwant des Heeren!

5.

Hoor de beden gunstig aan ,

Die wij op doen rijzen:

Wil ook ons op 's levens baan 't Godslam altoos wijzen.

N» e'r.

De H. Joannes de Dooper, boetgezant.

1.

Van de rotsen der woestijne,

Waar de voetzool gloeit in 't zand, Waar geen dauw des hemels druppelt,

Waar de heete trekwind brandt, Deed Joannes 't roepwoord schallen : Doet boetvaardigheid , gij allen !

2.

Naar de waatren des Jordaanstrooms Trok des Heeren boetgezant,

ocr page 190

174

Dat hij hem den weg bereide,

Hem verkonde aan heel het land; Dat de zondaar schuld heluige,

En de trotsche knieën bulge.

3.

Doet boetvaardigheid , gij allen !

Boete, riep hij, is de baan ,

De eenge baan , waarop de zondaar Naar den Hemel heen kan gaan,

Voor geen goud der aard te koopen, Voor den boeteling slechts open.

4.

Op die woorden , scherpe schichten,

Scheurde er menig zondig hart, Sprongen in die zandwoestijne Bronnen op van boetesmart; 't Slroomend doopsel ruischt van 't leven, Dat zijns Meesters doop zal geven.

5.

Als een rotsmuur stond Joannes,

En roept allen tot berouw,

Predikt vorsten , predikt knechten ,

Immer aan zijn God getrouw:

Doet, doet, boete! riep hij, allen, Tot het zwaard zijn hoofd deed vallen.

ocr page 191

175

No O®.

Loflied aan de H. Moeder Anna»

1.

Moeder Anna I luid en Llij Moet ook u mijn loflied rijzen

Moeder van Gods Moeder, gij,

't Moet uw nieuwe glorie prijzen:

Straalt er op de dochter eer, 't Schittert op de moeder weer.

2.

Waar de zon haar stralen schiet, Vloeit van duizend dank'bre tongen

't Nauw-verkondigd zegelied;

't Wordt door de Eng'len meegezongen, 't Godd'lijk-stil geheimenis,

Dat in u voltrokken is.

3.

Wonder zonder wederga!

Vlekk'loos hebt gij haar ontvangen

Door uws Heeren heilgena,

't Kind, dat ge aan uw hart mocht prangen Anna! Ja alleen uw kind Is aldus door God bemind!

ocr page 192

176

4.

En ik zou niet luid en blij U in uwe dochter prijzen ?

Moet niet aller eeuwen rij 't Loflied voor u op doen rijzen ? Wie is als uw vlekk'loos Kind, Wie ooit heef t, als zij , bemind ?

5.

Van uw dochter zonder smet Straalt de weerglans op u neder;

Keert, o Anna ! uw gebed Tot haar Zoon ooit vrucht'loos weder? Moeder van Gods Moeder , gij , Bid dan, Anna! bid voor mij.

Pïquot; «O-

Smeeklied aan den H. Willibrordus.

(Apostel en Patroon der Nederlanden.)

1.

O Willibrord ! die van omhoog Ons gaslaat met beschermend oog, Hoor 't nageslacht der vaad'ren aan, Met wie gij zelf hebt omgegaan.

ocr page 193

177

2.

Zie Neerland aan, uw roem en kroon, Gij , onze Apostel en Patroon!

Hier hebt gij, moedig Godsgezant,

Hier Jesus' heilbanier geplant.

3.

Hier half een eeuw zijn naam verbreid , Zijn Bruid een zetel toebereid;

Hier door uw ijver en gebed Mijn vaad'ren uit den dood gered.

4.

Ach ! elfmaal ging een eeuwkring rond, Sinds gij hier Satans rijk verwont; En nu ? ach , meer dan 't half geslacht, Het zonk terug in 's vijands macht.

5.

Geliefde Vader en Patroon !

Zie Neerland aan , uw roem en kroon; Bid , Willibrord ! bid bij den Heer , Dat al wie doolt eens wederkeer'.

6.

Ach, voer hen met uw trouw gezin, Ach, voer ook hen uw glorie in.

O gij , die 't kruis hier hebt geplant, Bid voor uw dierbaar Nederland.

ocr page 194

178

N» 'TO.

De Sint-Pieterspenning.

1.

't Ongeloof smeedt helsche plannen T Om door smaad , geweld en spot

Uit der menschen hart te bannen, Met hun Christus, ook hun God.

Koor.

Om dien satan te beschamen

Vloei uit duizend oorden samen,

Penning van het echt geloof!

Toon dat, trots de hellemachten ,

Jesus' Kerk, steeds jong in krachten, Geen verbast'ring kent of kloof!!

2.

Zie 't geweld zich de eer'kroon vlechten, Valschheid voert de heerschappij;

Roof, maar geen verdrag, geeft rechten Trouw wacht dood of slavernij.

Koor.

Om dien gruwel te vervloeken, 'Daag uit 'swerelds verste hoeken, Penning, die het recht hevest!

ocr page 195

179

Zooveel munten , zooveel talen ;

Ja , vernieuw miljoenen malen ,

Tegen 't onrecht, uw protest!

3.

Zie, het hoofd der Kerk , in smarte, Vraagt den leden heul en troost;

Zie, een Vader , droef in 't harte , Roept om redding tot zijn kroost.

Koor.

Ga hem troosten, kleeden , voeden,

Hem voor grooter onheil hoeden, Liefdepenning, spoed u heen.

quot;Wil der gansche wereld toonen,

Dat hij telt miljoenen zonen,

Door de liefde met hem één!

Spoed u, balsem veler weeën,

Spoed u , over berg en zeeën , Penning, ga, verzacht zijn lot!

Zeg hem , dat wij met hem lijden,

Voor hem bidden, voor hem strijden, Met de hoop alleen op God I

ocr page 196

180

IV° Vl.

Onze Troost.

1.

Nu vroolijk eens gezongen , Bij 'tvolgen van mijn plicht;

Dit schenkt een rein genoegen En maakt den arbeid licht.

't Is waar, wij hebben zorgen ; Doch wie bleef hiervan vrij *?

De rijke met zijn schatten Lijdt meerder soms dan wij.

2.

'kBen met mijn lot tevreden Benijd den rijke niet

En zie reeds blijder dagen In 't allerschoonst verschiet.

Na kort en weinig lijden, Is 't hier op aard gedaan;

Dan komt een eind aan 't werken En de eeuw'ge rust vangt aan.

3.

Wat baten ons dan schatten En al de glans der aard?

Wat zijn ons eer en rijkdom In 'tuur van sterven waard?

ocr page 197

181

Wat baten toch den rijke Zijn eer en aardsche pracht,

Daar hem ook bij zijn sterven Niets dan een grafkuil wacht?

4.

Bij God is rijke en arme, En knecht en heer gelijk;

Geen goud of eer of schatten Gaan mee naar 't doodenrijk.

De deugd slechts kan ons volgen Tot voor Gods glorietroon;

Zij zal voor ons verwerven Een eeuwigdurend loon.

N° 7'S. TeTredenheid.

1.

'k Leef hier steeds tevreden,

't Ga gelijk het wil;

'k Slijt mijn levensdagen

Opgeruimd en stil. Menigeen heeft alles,

Wat hij wenscht op aard ; Doch ik kan ontberen, Dat is schatten waard.

ocr page 198

182

2.

'k Spoed me 's morgens vroolijk ,

Biddend naar mijn werk; God , die d'arbeid zegent,

Houdt mij kloek en sferk. 'tWerk, hem opgedragen,

Vindt een dubbel loon :

Hier genoeg voor 't leven ,

Boven de eerekroon.

3.

Woon ik wat vergeten In een needrig huis ,

Sieren mij geen titels,

Ordelint of kruis;

'k Draag ir. 's Heeren tempel

't Heilig eermetaal Van ons schoon Genootschap, Waar ik trotsch mee praal.

4.

Wordt mijn koud gebeente

Door geen eerewacht En geen stoet van grooten Naar zijn rust gebracht;

Mijne medebroeders

Volgen mij naar 'tgraf, ;En Gods Eng'len wachten Me in den Hemel af.

ocr page 199

183

5.

Jesus, en Maria

Met haar Bruidegom Wenschen mij daar 't zalig,

't Eeuwig wellekom.

'k Zing daar in gezelschap

Van het hemelhof, Met mijn medebroeders , Eeuwig 's Heeren lof.

]N° -TS,

IJ d e I h e i d.

1.

IJdelheid der ijdelheden Is toch al, wat hier beneden

Door zijn glans ons oog verleidt; Ook wat rijkdom , pracht en weelde Voor den mensch ooit de aarde teelde Alles is toch ijdelheid.

F.

2.

•Grootheid voelt zich zelve nietig, Weelde maakt het hart verdrietig, Wellust, baart dra walg en pijn;

13

ocr page 200

184

Rijkdom speurt nog steeds gebreken; Grijpt men rozen , doornen steken ; In het zoete schuilt venijn.

3.

En dan nog, de mensch moet sterven, Moet eens al dat schijngoed derven :

't Is de wet voor arm en rijk; Koningen en bedelaren Maakt de dood na korte jaren Met een enk'len slag gelijk.

4.

IJdelheid der ijdelheden Is dan al, wat hier beneden

Door zijn glans ons oog verleidt; Maar zijn God oprecht beminnen, Dienen Hem met hart en zinnen , Dit slechts is geen ijdelheid.

5.

Al is zijne woon niet prachtig, Waarlijk groot toch , rijk en machtig

Is hij , die zijn God trouw dient; Moet hij 'tbrood der armoê eten, 't Zoetste gastmaal is 't geweten, Dat met God zich voelt bevriend.

ocr page 201

185

6.

Laat ons dus verstandig wezen ;

Niets hier zoeken , niets hier vreezen

Dan alleen den goeden God; Hem hier dienen , Hem hier minnen , Zoo den schoonen Hemel winnen, Is ons allerzaligst lot.

-®M@M®-

r^o 7gt;-4.

De (lood.

1.

Bij den dood ontzinkt ons de aarde,

Geen genoegen vleit ons meer,

Goud of zilver heeft geen waarde ,

IJd'le rook is 's werelds eer.

Vriend eu maag, de dierste panden,

Rondom ons in droef geween, Drukken ons voor 't laatst de handen, Ja, wij moeten van hen heen.

2.

O , wat angst zal hem ontrusten ,

Die, gehecht aan 't aardsche goed, Niet bedwong zijn booze lusten,

Niet zijn zonden heeft geboet!

ocr page 202

486

Wee dan hem, die in zijn leven

Gods geboden heeft veracht;

't Stervend oog ziet reeds geschreven 'tVrees'lijk vonnis, dat hem wacht!

3.

Maar welzalig dan de christen ,

Die zijn hart niet hechtte aan de aard', En, ten spijt van satans listen ,

Zich van zonden heeft bewaard; Of, mocht hij door zwakheid falen ,

Dra tot God gekeerd in rouw,

Weer herstelde 't vroeger dwalen Door oprechte boete en trouw.

4.

Neen, des braven zalig sterven

Is geen rampspoed, maar gewin; 't Is na d'arbeid 't loon verwerven ;

Stervend gaat hij 't leven in.

Mocht mijn ziel zoo de aarde ontwijken,

Als Gods vrienden , even zacht!

Mocht mijn einde 'thun gelijken!

Hope , die mij tegenlacht!

Ja , mijn God , 't zij vroeg of spade , In uw keuze is uur en dag;

ocr page 203

•187

Maar, o , schenk mij deez' genade :

Dat ik zalig sterven mag!

Heil'ge Jozef, trouwe hoeder ,

Help mij in den laatsten nood ! O Maria , mijne Moeder ,

Bid voor mij een goeden dood !

IV» T'ö.

Het oordeel.

1.

Slaat Gij 's menschen boosheid gade, Groote God! wie vindt genade

In uw oog , dat alles ziet ?

Vindt Ge in de Eng'len zelfs nog vlekken, Ach, wat zal uw blik ontdekken ,

Die in 't diepst mijns harten schiet ?

2.

Ach , hoe zal mijn ziele beven ,

Groote God! als na dit leven

Voor uw rechtstoel zij zal staan!

Arme ziel, bedekt met wonden ,

Druipend van het slijk der zonden, Met zoovele schuld belaan !

ocr page 204

188

3.

Ach , mijn God ! wat zal ik zeggen , Als Gij 't boek zult openleggen,

Waarin 't al geschreven is ? Strenge Rechter , spaar mij arme , Dat uw goed heid zich erbarme! Ach , mijn God , vergiffenis !

4.

'k Wil mij zelf ten oordeel dagen, Strenge reek'ning van mij vragen ,

Vóór Gij roept, o Majesteit!

Zelf wil ik mijn zonden wreken, In de hoop, dat Gij zult spreken 't Oordeel van barmhartigheid.

5.

Ja, mijn God ! het is mijn hopen, Gunstige uitspraak zoo te koopen

Door den prijs van Jesus' Bloed. Hoop is meer dan vreeze waardig; Wis, o Heer, Gij zijt rechtvaardig, Maar , ja , ook oneindig goed.

ocr page 205

189

No TO.

De lie 1.

1.

Zie dien vuurpoel zonder dammen, Hoe hij sleig'ren doet zijn vlammen ,

Aangeblazen door Gods wraak ! Zie , hoeveel miljoenen zielen , Ver van God in d'afgrond vielen, Eng'len van den helschen draak.

2.

Hoelang branden nog die vuren ? Hoelang zal Gods wrake duren?

Eeuwig, eeuwig is de hel.

Nooit zal zij haar offers loozen ,

Nooit verkwikken , nooit verpoozen , Altoos , altoos even fel.

3.

En dat vrees'lijk lot van velen Kon ik ook sinds lang reeds deelen. O gelukkige als ik ben!

ocr page 206

190

Ach, mijn God, ik mag nog leven ; Toch heb ik meer kwaad bedreven Dan zoo menige onder hen.

4.

Dat ik God mijn dank betale, Zoolang als ik ademhale;

Want door Hem bleef ik gered. Ik ga boeten voor mijn zonden; Van dit uur heb 'k mij verbonden, God te volgen en zijn wet.

5.

En wat offer Gij moogt vragen, Ach, mijn God , ik wil 't U dragen:

Zie, mijn hart is gansch bereid. Brand mij hier, wil mij hier kerven Laat mij duizend dooden sterven, Maar spaar mij in de eeuwigheid !

ocr page 207

191

N° T-r.

De Hemel.

1.

Hoe heerlijk ginds de woon van vrede! Hoe schoon 't taafreel dier heil'ge Stede

Door Patmos' Aadlaar gepenseeld! Wat rijkdom , weelde , pracht en luister 1 Hoe zinkt daarbij al 't aardsche in 't duister! En nog is 't slechts een schaduwbeeld.

2.

Geen Eng'len, die het ooit vertelden,

Geen Paulus, die het konde melden,

Wat hij daar in den hooge zag;

Wat heil de deugd zich moog' beloven, 'tls luttel bij wat zij daar boven Van God tot loon verhopen mag.

3.

Ginds, in dat eeuwig bloeiend Eden Verwekt de bron van zaligheden

Verzading noch vermoeienis.

Laat eeuw en eeuw elkaar verdringen ,

Geen wiss'ling stoort de heil'ge kringen, Alwaar geen dood of scheiden is.

ocr page 208

192

4.

Hoe lacht hier bij zoo veel ellende De hoop ons toe, dat ons bij 't ende Een woon bereid is in Gods stad! Wie onzer toch zou niet verlangen, Een schoonen Hemel eens le ontvangen? Maar weet, God vergt iets meer dan dat.

5.

Gaf God ons zonder ons het leven ,

Toch zonder ons zal Hij niet geven Den Hemel, dien Hij allen biedt. Na trouwen arbeid volgt belooning;

' Slechts d'overwinnaar wacht bekroning !

Voor niets geeft God zijn Hemel niet.

6.

Wie zal dan niet de zonde vluchten?

Als 't grootste kwaad 't gevaar niet duchten ,

Dat kan ontrooven zulk een heil?

Zal ik nog weig'ren iels te lijden? Zou 'kniet tot 't laatst kloekmoedig strijden? 'k Heb voor den Hemel alles veil!

ocr page 209

BLADWIJZER.

1

—-

t.

ELADZ.

Voorrede.

§ I-

Voorwaarden tot de opneming in de Aarts

broederschap de Heilige Familie.

1

§ li-

Regels en verordeningen. ....

2

„ voor den Prefect.....

10

Goedkeuring. ......

12

§ UI-

Aflaten, vergund door zijne Heiligheid

Pius IX aan de Aartsbroederschap de

H. Familie. Volle Aflaten.

13

Gedeeltelijke Aflaten. ....

18

„ „ der statiën van Rome.

21

gt;

Geprivilegieerd altaar van de H. Familie.

22

Aanmerkingen......

23

?

GodTruchtige oefeningen voor de bijeenkomst

der Broederschap.

Aanroeping van den H. Geest.....

25

Oebed

lot de beschermheiligen der leden en der

af dee

lingen........

27

Litanie

van de H. Familie......

28

ocr page 210

BLADZ.

Memorare tan de 11. Maagd. . ... 32

„ „ den H. Jozef. . ... 33

Aanroeping van Jesus , Maria , Jozef. ... 35

Geestelijke Communie. ...... —

De zegen met het Allerheiligste Sacrament. . . 36

Psalm : Laudate Dominum omnes gentes. . . 38

Litanie van de Allerheiligste Maagd Maria. . 39

Oefening voor de algemeene Communie. . . 43

Oefening voor de plechtige opdracht der leden. . —

Akte van opdracht. ...... 44

Formule van aanneming. ..... —

Oebed ter zegening der Medaljes en Diplomen. . 46

Crebeden voor onze overledene Broeders.

Psalm : Miserere. ....... 48

Jesu Salvator. ....... 52

Pie Jesu............54

Psalm : Be profuudis.......—

Gebeden voor de overledene leden. ... 56

Gezang: Hij ruste in vrede. .... 60

(ïezangen in gebruik bij de H. Familie.

1. Lofzang tot den Tl. Geest. . . . .62

2. Veni Creator. ...... 63

3. Lofzang tot den H. Geest.....64

4. Veni Sancte Spiritus......65

5. Ter eere van het H. Sacrament. ... 68

6. Adoro te....... . 69

7. Adoremus........70

ocr page 211

LDZ.

BLADZ.

32

8.

Lofzang ter eere van het Allerh. Sacrament.

72

33

9.

Ecce panis.......

73

35

10.

Ter eere van het H. Sacrament. .

74

—

11.

Schoon lied van het Allerheiligste Sacrament.

76

36

12.

Vóór de II. Communie. . . . .

78

38

13.

Tot dankzegging. Laudate pueri.

80

39

14.

Na de Tl. Communie. .....

82

43

15.

Jesu dulcis memoria. .....

83

—

16.

Aan Jesus eer. ......

85

44

( L . .

87

—

17.

Geloofd zij Jesus Christus. \ II. .

88

46

' III. .

89

18.

In den Adoent. liorate Colli.

91

19.

Ter eere der Me.nschwording.

—

48

20.

Kerstlied. .......

93

52

21.

Bet arm Kindeken van Bethlehem.

96

54

22.

De leerschool van Nazareth. ....

98

—

23.

Het verloren schaapje......

99

56

24.

In de Vasten. Paree Domine.

101

60

25.

Lijden en dood des Zaligmakers. .

—

26.

Gedenklied aan 's Heeren lijden. .

105

27.

Bet lied des /cruises. .....

108

£52

28.

Akte van geloof.......

109

83

29.

jj hoop. ... ...

111

34

30.

„ „ liefde.......

113

35

31.

„ „ berouw. ......

115

38

(M* CO

Gebed om vergeving. .....

116

39

33.

Lied onzer Broederschap. ....

118

'0

34.

De H. Familie; Jesus, Maria, Jozef. .

119

ocr page 212

BLADZ.

35. Toewijding aan den Heer.....121

36. Aanroeping van Jesus, Maria, Jozef. . . 122

37. Ter eere van Maria......124

38. De boodschap van Maria.....125

39. Maria , wees gegroet......127

40. Alma Redempioris Mater.....129

41. Lofzang tot de E. Maagd.....130

42. Aoe maris stella. ...... 131

43. O sanctissima.......132

44. Lofzang van Maria: Magnificat. . . 134

45. Klaagzang. . ......136

46. Stabat Mater.......137

47. Antiphoon van de H. Maagd. . . . 142

48. Salve Regina. ...... 143

49. Hulde en opdracht aan de H. Maagd. . . 144

50. Jubellied aan Maria, onbevlekt ontvangen. . 145

51. Gegroet zijl gij, Maria.....147

52. Litanie. ....... 149

53. Maria. hulp der christenen. . . . 151

54. Ave Regina Ccelorum......153

55. 'loenlucht der zondaren! bid voor ons. . . 154

56. Be vijftien geheimen van den Rozenkrans.

De vijf blijde geheimen. .... 156

57. Be vijf droevige geheimen.....157

58. Be vijf glorierijke geheimen. . . . 159

59. Be Meimaand. ......160

60. Be maand van Maria......162

61. Avondbede tot onze lieve Moeder.....164

62. Bede tot den H. Jozef. .... 166

ocr page 213

DZ.

-—-

BLADZ.

L21

63.

Loflied ter eere van den H. Jozef.

. 167

122

64.

Aan den H. Jozef. ....

. 169

L24

65.

De vlucht naar Egypte.

. 170

125

66.

Aan den H. Joannes den Hooper.

. 172

L27

67.

De H. Joannes de Dooper, boetgezant. ,

. 173

L29

68.

Loflied aan de H. Moeder Anna. .

. 175

L3Ó

69.

Smeeklied tot den H. TVillibrordus.

. 176

L31

70.

De Sint-Pieterspenning.

. 178

L32

71.

Onze troost. .....

. 180

34

72.

Tevredenheid. .....

. 181

36

73.

IJdelheid. ......

. 183

37

74.

De dood. ......

. 185

42

75.

Het oordeel. .....

. 187

43

76.

De hel. ......

. 189

44

77.

De Hemel. ......

. 191

45

47

49

51

53

54

56

--

57

59

60

)

62

64

66

ocr page 214
ocr page 215
ocr page 216