vak r/ x de;
'elgrim naar keyelaar,
HANDBOEKJE
Vereerders \'aq ©. Lf. te 4{e\?elaar
KERKELIJK GOEDGEKEURD.
«d-' .'â â¢
_ A L li E L O ,
J. T. SOMMEE. 1890.
m
si/. ^
k ti quot;y®s:~s j-6
X
T-A-IFTEnLj
DEH
VERANDERLIJKE FEESTDAGEN.
|
Jaargelal. |
11 Zondagsletter. |
Aschdag. |
Paschen. |
Hemelvaart. |
Pinksteren. |
|
1890 |
e |
19 Febr. |
6 April |
15 Mei |
25 Mei |
|
1891 |
d |
11 Febr. |
29 Maart |
7 Mei |
17 Mei |
|
1892 |
cb |
2 Maart |
17 April |
26 Mei |
5 Juni |
|
1893 |
a |
15 Febr. |
2 April |
11 Mei |
31 Mei |
|
1894 |
8 |
7 Febr. |
25 Maart |
3 Mei |
13 Mei |
|
1895 |
f |
27 Febr. |
14 April |
23 Mei |
2 Juni |
|
1896 |
ed |
19 Febr. |
5 April |
14 Mei |
24 Mei |
|
1897 |
c |
3 Maart |
18 April |
27 Mei |
6 Juni |
|
1898 |
b |
23 Febr. |
10 April |
19 Mei |
29 Mei |
|
1899 |
a |
15 Febr. |
2 April |
11 Mei |
21 Mei |
|
1900 |
ë |
28 Febr. |
15 April |
24 Mei |
3 Juni |
|
1901 |
f |
20 Febr. |
7 April |
16 Mei |
26 Mei |
|
1902 |
e |
12 Febr. |
30 Maart |
8 Mei |
18 Mei |
|
1903 |
d |
25 Febr. |
12 April |
21 Mei |
31 Mei |
|
1904 |
cb |
17 Febr. |
3 April |
12 Mei |
22 Mei |
|
1905 |
a |
8 Maart |
23 April |
1 Juni |
11 Juni |
|
1906 |
g |
28 Febr. |
15 April |
24 Mei |
3 Juni |
|
1907 |
f |
13 Febr. |
31 Maart |
9 Mei |
19 Mei |
|
1908 |
ed |
2 Maart |
19 April |
24 Mei |
3 Juni |
|
1909 |
c |
22 Febr. |
11 April |
18 Mei |
28 Mei |
|
1910 |
b |
9 Febr |
27 Maart |
5 Mei |
15 Mei |
VOORBERICHT.
Onder de duizenden Nederlanders, die jaarlijks aan eene bedevaart deelnemen, zijn er zeker velen, die met belangstelling iets zullen lezen over bedevaarten in 't algemeen en aan wie een gebedenboekje voor pelgrims welkom zal zijn. Groot is de geestdrift van do Katholieke Nederlanders voor eene processie naar Kevelaar. Hoofdzakelijk ten dienste van hen ziet âDe Pelgrim naar Kevelaarquot; 't licht.
Door de welwillende toestemming van den Zeer Eerw. Heer Pastoor De Jong te Delden, konden wij âDe Pelgrim naar Kevelaarquot; met de keurige gebeden verrijken, welke er in voorkomen. Wij brengen hem gaarne onzen dank.
Dat dit eenvoudige boekje de vereoring der H. Maagd Maria moge bevorderen, nut moge stichten en veler godsdienstige behoeften bevredigen, is de wensch van
de Schrijvers.
.
-
_
I. BEDEVAAKTEN.
In 't Oude Verbond vinden we al sporen van bedevaarten. God toonde toen al duidelijk, dat Hij op bepaalde plaatsen bijzonder wensclite vereerd te worden.
God zelf eisehte, dat Abraham eene drie-daagsche reis ondernam naar den berg Moria, om Hem daar zijnen zoon Izaak op te offeren. God zelf beval, dat de jongelingen en mannen van Israël jaarlijks driemaal als pelgrims naar Jeruzalem reisden.
Van Maria en Jozef lezen wij, dat ze met het kind Jesus van Nazareth naar Jeruzalems tempel trokken.
Onze Verlosser en Zaligmaker Jesus Christus achtte het niet beneden zich, om voorliet Hoogfeest naar Jeruzalem te gaan.
Van de Apostolische tijden af bezocht men het land, waar Jesus geboren is, geleefd heeft en al weldoende werkte en gestorven is.
De plaatsen, door Zijn gebed gezegend, door Zijne wonderen verheerlijkt en door Zijn bloed geheiligd, betrad men met eerbied en kinderlijke dankbaarheid. De Apostelen mogen als de eerste Christen pelgrims beschouwd
8
worden. Van den Apostel Paulus vindt men verhaald, dat hij zijne reis verhaastte, om op het Pinksterfeest onder het getal der pelgrims in Jeruzalem te zijn.
De Apostelen en eerste Christenen hielden het graf, waarin 't eerbiedwaardig lichaam der Allerheiligste Maagd Maria slechts korten tijd gerust had, als een kostbaren schat in eere; dat te kunnen bezoeken was hun eene heilige vreugde. Behalve het H. Land of Palestina, bezocht men van de eerste tijden des Christendoms de stad Rome, wier grond gedrenkt was met het bloed der Apostelen Petrus en Paulus en waar zich hun graf bevond.
In de eerste eeuwen onzer jaartelling hadden de Christenen veel verdrukking en lijden te verduren.
De wreedheden, welke zij doorstonden en trotseerden, zijn afschuwelijk. Groot is 't getal martelaren, dat in dien tijd aan de Kerk geschonken werd.
De eerste Christenen moesten hunne godsdienstoefeningen in 't verborgen houden. De Catacomben van Rome zijn daarvoor nog sprekende bewijzen. Van openbare godsver-eering kon, in die voor 't Christendom benarde tijden, geen sprake zijn.
Het Heidendom, dat in de stad Rome zijn middelpunt had, zwaaide algemeen zijnen schepter,
9
Nauwelijks had echter in 't begin der 4C eeuw Keizer Constantijn de Groote den chris-telijken godsdienst aangenomen, of het godsdienstige leven openbaarde zich door openbare vereering van God en Zijne Heiligen.
Met eerbiedige bewondering, met dankbare harten richtten de Christenen van dien tijd hunne schreden naar Jeruzalem, om de geheiligde plaatsen te bezoeken en in cere te herstellen.
Jeruzalem en Rome werden middelpunten van veelvuldige en groote bedevaarten. Kostbare kapellen, kerken en baselieken werden in beide steden gesticht.
Toen de Eomeinsche Keizers de christelijke leer beleden, kon men de eerste stad der Christenheid, Eome, ongestoord bezoeken. De staatkundige lotgevallen, welke Jeruzalem onderging, waren voor de Christenen niet zoo gunstig.
Zoolang de Arabieren Jeruzalem in bezit hadden, werden de bedevaartgangers ongestoord toegelaten.
Toen echter in 't midden der 11° eeuw Palestina onder Turksche heerschappij kwam en de woeste Seldschukken te Jeruzalem zetelden, werden de inheemsche Christenen, zoowel als de bedevaartgangers op allerlei wijzen bemoeilijkt en gekweld.
De Christenvolken van ons werelddeel
1*
10
konden de smadelijke bejegening van die ruwe ongeloovigen niet dulden. Men trachtte Jeruzalem aan hunne macht te ontrukken en vrijen toegang tot de geheiligde plaatsen te erlangen. Men onderaam de Kruistochten, die sprekende bewijzen van godsdienstige overtuiging, welke de middeleeuwen in zoovele opzichten kenmerken.
Nu moge men beweren, dat velen uit stoffelijke berekening zich bij de legers dei-Kruisvaarders aansloten, het is echter niet te ontkennen, dat duizenden have en goed verlieten, bloed en leven veil hadden voor de bevrijding van Jeruzalems geheiligde plaatsen. Een der hoofdredenen, zoo niet de hoofdreden, tot het ondernemen der Kruistochten was, om de vrijheid der bedevaarten van de Christenen te verzekeren.
Voor vele eeuwen stelde men 't houden van bedevaarten op hoogen prijs. Ons bestek gedoogt niet eene geschiedenis der bedevaart te schrijven. Vraagt men: hoe zijn zjj ontstaan? dan mogen wij antwoorden, dat ze zijn voor! gekomen uit het levendig geloof en de godsdienstige gevoelens, die de ware Christenen te allen tijde bezielden. Door vele mirakelen en ontelbare gunsten en zegeningen toonde God zichtbaar, dat ze nuttig en heilzaam zijn voor 's men-schen tijdelijk en eeuwig welzijn.
11
Trots de stormen der zoogenoemde Kerkhervorming , welke de publieke godsdienstoefeningen, als dwaas en nutteloos, zou vernietigen , bleven de bedevaarten bestaan. Trots vele staatkundige beroeringen, welke groote ellenden over landen en volken brachten, (men denke slechts aan Frankrijk in de vorige eeuw) bleven ze in wezen.
Euw geweld mocht de bedevaarten een tijdlang onmogelijk maken, zoo spoedig men weer godsdienstvrijheid had, bezocht men op nieuw onder gezang en gebed de voorde Katholieken dierbare plaatsen, door God bevoorrecht, door de vereering Zijner Heiligen en inzonderheid door de vereering der Allerheiligste Maagd Maria vermaard geworden. Wie zal de wouderen tellen, op die plekken gebeurd en, na met de grootste voorzichtigheid onderzocht te zijn, dooide kerkelijke overheid voor echt erkend! Welk een schat van genaden en weldaden is op zulke plekken niet verworven! 's Men-schen hart moet daar bevrediging zijner behoeften vinden. Een godsdienstig volk schijnt vooral in kommervolle üjdtm hulp en troost in bedevaarten te vinden. In onze eeuw van godsdienstige onverschilligheid, zedeloosheid en ongeloof is het een treffend verschijnsel, dat zich onder 't Katholieke volk het godsdienstig leven zoo krachtig
12
openbaart.. Hoc vele bedevaarten, vooral sedert ze in dezen benarden tijd aangemoedigd zijn door onzen H. Vader Leo XIII, worden jaarlijks niet ondernomen naar Kevelaar, 't Zand bij Roermond., Sittard en Brielle! Toeft men op eene bedevaartplaats, ziet men hoe alle standen en rangen der maatschappij daar vertegenwoordigd zijn, welke moeite men zich getroost, welk eene echte godsdienstige stemming er heerscht, dan mag een ieder bekennen, dat bij velen het geloof nog levendig en krachtig is en zich ook uiterlijk durft vertoonen; dat er niet alleen veel kwaad, maar ook nog veel goed in de wereld is, waardoor wellicht Gods straffen van 't zondig menschdom worden afgewend.
Het behoeft ons nochtans niet te verwonderen, dat de vijanden van geloof en godsdienst , lauwe en onverschillige Christenen, naam-Katholieken om verschillende redenen de bedevaarten afkeuren. Laten wij in 't volgende hoofdstuk zien, of hunne aanmerkingen grond hebben.
II. BEZWAREN TEGEN DE BEDEVAARTEN.
De mensch heeft eene onweerstaanbare neiging, om datgene, waarvoor hij zelf geene
13
genegenheid, geene liefde heeft, in anderen niet te waardeeren, maar af te keuren.
Zij, die allen godsdienst verwerpen, die 't godsdienstig gevoel in hun hart smoren, willen de bedevaarten als ijdele vertooningen beschouwen. Hun hart, dat in aardseh genot, al leven zij in weelde, geen voldoening han vinden, wordt door eene openbare godsdienstoefening getroffen. Uit trots wil men die aandoening onderdrukken.
Een ongeloovige zal bedevaartgangers vermijden, en is hij door het toeval genoodzaakt eene processie te zien trekken met kruis en vanen, ziet hem dan eens opmerkzaam aan. Zijne lippen krullen zich tot een medelijdenden glimlach, in zijne oogen staan wrevel te lezen, zijn hart is met afkeer vervuld. Geen wonder, dat zoo iemand een afkeurend vonnis over de bedevaarten velt.
Niet alleen de ongeloovigen, maar ook de lauwe en onverschillige Katholieken, die geen tijd en geen geld kunnen vinden , zich geene moeite willen getroosten, om aan eene bedevaart deel te nemen , weten allerlei aanmerkingen betreffende de bedevaarten te maken.
Men doet zich, o! zoo eenvoudig en echt godsdienstig voor. Men houdt het met Thomas van Kempen, die, in zijn vermaard werk: âDe Navolging van Christusquot;, zegt: dat zij, die gedurig bedevaarten hou-
14
den, zelden heiligen worden. Men rekent het beter, dat het geld voor eene bedevaart besteed wordt voor H. Missen. Men oordeelt: God is alomtegenwoordig en kan overal gediend worden; de H. Maagd Maria kan te huis en in onze parochiekerk evengoed vereerd worden, als op eene bedevaartsplaats.
Men heeft bezwaren om de misbruiken, welke met het houden van bedevaarten gepaard gaan.
Men meent op eene pelgrimsreis niet aandachtig te kunnen bidden, wegens veelvuldige afleiding.
Men keurt een pelgrimstocht voor welgestelde lieden dan nog niet af, maar de arbeidende klasse moest haren tijd en geld daarvoor niet opofferen.
Ten slotte oordeelt men, dat moeite, tijdverlies en kosten aan eene bedevaart besteed, nuttiger aangewend kunnen worden. Al deze bezwaren zijn te ontzenuwen. 'Als Thomas van Kempen in afkeurenden zin over bedevaarten spreekt, heeft hij ongetwijfeld Christenen op 't oog, die uit nieuwsgierigheid, menschelijk opzicht en uit eene soort van schijnheiligheid aan een bedevaart deelnemen. De zoodanigen zullen door eene pelgrimsreis niet heilig worden. Niemand met gezond verstand zal dat tegenspreken. Zij,
15
die uitrekenen, dat het beter is H. Missen te laten lezen , dau geld voor eene bedevaart uit te geveu, zullen hoogstwaarschijnlijk aan H. Missen nog minder besteden dan de bedevaartgangers.
God kan overal gediend en Maria overal vereerd worden; maar God is ook vrij, om op bepaalde plaatsen zijne weldaden ruimer te schenken.
Dat God op bijzondere plaatsen vereerd wenscht te worden, toonden wij reeds in 't vorige hoofdstuk aan. Dat God de ver-eering der H. Moedermaagd op de eene plaats meer zegent dan op de andere, is onfeilbaar zeker. Om van geene andere te spreken, de lichamelijke en geestelijke hulp, welke pelgrims in den loop der eeuwen te Kevelaar en in 't Zand erlangd hebben, strekken tot duidelijke bewijzen.
Toeft men te Kevelaar in de Groote Kapel, dan ziet men daar tal van stokken en krukken , welke door de gelukkigen, die bij het wonderbaar beeld der Moedermaagd aldaar hulp en genezing gevonden hebben, zijn achtergelaten, als sprekende bewijzen van Maria's mildheid op eene bedevaartsplaats.
Men spreekt over misbruiken en veroordeelt daarom de bedevaarten. Welk goed werk kan niet misbruikt worden? Heeft men voor die misbruiken bij bedevaarten
16
wel redelijken grond ? Herhaaldelijk hebben wij op eene bedevaartsplaats vertoefd, maar nog nooit ernstige misbruiken tegen matigheid of zedelijkheid kunnen opmerken.
Integendeel zijn wij wel grootelijks gesticht door 't levendig geloof , de kinderlijke godsvrucht en vurige gebeden, welke men daar opmerkte bij menschen van allerlei rang en stand.
Men denkt, op eene bedevaart wegens te veel afleiding niet met genoegzame godsvrucht te kunnen bidden.
Het is waar, er is veel afleiding, maar er is ook veel aanleiding tot goed bidden. Men is vrij van huiselijke zorgen, men ziet, men hoort overal om zich heen teekenen van godsvrucht; ernstige predicaties wekken ons op uit lauwheid en onverschilligheid en sterken den wil tot het goede. Men keurt eene bedevaart, wegens de kosten der reis, inzonderheid voor de arbeidende klasse, af. Men wenschte wel, dat de gelegenheid niet bestond voor die onontwikkelde menschen, om hun zuur verdiend geld daarvoor te besteden, zoo redeneert men.
Is men nu zoo innig bezorgd voor 't stoffelijk welzijn der arbeidende klasse en vreest men, dat onnoodige uitgaven haar schaden, dan moet men ook geene pleiziertreinen laten loopen, dan moest men er meer op uit zijn.
i
17
om danshuizen en herbergen te doen verdwijnen. Men zegt; de boog kan niet altijd gespannen zijn, 't lichaam heeft behoefte aan uitspanning. Mag de geest dan geene ontspanning hebben? Wij kennen arbeiders en dienstboden, die weken en maanden sparen, om aan eene bedevaart te kunnen deelnemen en met een zalig genot hnnne penningen daarvoor besteden.
De treffendste indrukken, die men ontving en de aangenaamste herinneringen, die men er van bewaart, veraangenamen later den zwaren arbeid. Velen vreezen wellicht nog meer eenen pelgrimstocht dan een socialistischen optocht en toch weten onze pelgrims heel goed het âmijn en dijnquot; te eerbiedigen, wat juist van de socialisten niet kan gezegd worden, Ten minste, zoo dezen den sterken arm der politie niet vreesden, zouden ze 't eigendomsrecht niet al te lang eerbiedigen.
Men oordeelt, dat moeite, tijd en kosten, die men aan eene bedevaart offert, nuttiger konden besteed worden. Een lichtvaardig oordeel! Eene bedevaart onderneemt men voort 't heil zijner onsterfelijke ziel. Heeft men nu werkelijk geloof, beschouwt men ons kortstondig aardsch leven in vergelijking met de eindelooze eeuwigheid, dan is geene moeite, geen tijd, geene kosten te groot
18
:â -- , li.
â- quot; : -r._____⢠â __' ' : ^ ⢠_1___â . 'gt;lHf â '
voor 't heil der ziel, die ïjf eeuwig gelukkig öf eeuwig ongelukkig blijft leven.
Het is eeu gelukkig verschijnsel, dat in onze eeuw van stoffelijk genot de bedevaarten zoo toenemen.
Al de bedevaartplaatsen, die jaarlijks door Nederlanders worden bezocht, te bespreken zou te bezwaarlijk zijn. Wij willen ons bepalen tot de beroemde
III. BEDEVAARTPLAATS KEVELAAR.
De bevoorrechte plek, die Kevelaar heet, is een welvarend dorp, gelegen niet verre van de Nederlandsche grenzen, in den Kreits Geldern, Eegeerings-district Düsseldorf. De omgeving munt wel niet bijzonder uit door natuurschoon, maar biedt toch door haar bouw- en weiland, haar houtgewas eu boomgaarden afwisseling genoeg aan. Sinds het dorp een station heeft verkregen, kan men het per spoortrein bereiken.
Vóór 1472 behoorde Kevelaar met de aangrenzende buurt Keijlaar kerkelijk onder Wees. In genoemd jaar echter vereenigde de Aartsbischop van Keulen, Robertus, de beide gehuchten tot eené afzonderlijke parochie. De kapel van den li. Antonius, Abt, die te Kevelaar stond, werd toen de kerk der nieuwe
i â¢
i,
L
19
gemeente. In 1559, het jaar, waarin de nieuwe bisdommen in de Nederlanden werden opgericht, kwam Kevolaar tot Koermond te behooren.
In de laatste helft der zestiende eeuw had de omtrek van Geldern veel te lijden van het krijgsvolk, dat toen de stad bezet hield. Het werd eindelijk zoo erg, dat de meeste bewoners der onveilige streek besloten, tijdelijk hunne woonplaatsen te verlaten. Toen werd het ook in Kevelaar eenzaam en doodsch. Tegen het begin der zeventiende eeuw werd het gehucht langzamerhand weder meer bevolkt. Dewijl echter, door de nabijheid van Geldern, nog altijd gevaar bestond van overvallen te worden, legde men, zooals op meer plaatsen geschiedde, ten westen van het tegenwoordige dorp verschansingen aan. Op den lsten Augustus 1635 viel eeue afdeeling Croaten, bandelooze soldaten, op deze versterkingen aan en vermoordde bij de honderd menschen. Een steenen kruis, ter plaatse opgericht, bewaart nog de gedachtenis aan dit bloedblad.
Nog eene andere ramp kwam omstreeks denzelfden tijd over Kevelaar. Het was de pest, die, in Geldern uitgebroken, zich spoedig in den omtrek verspreidde en er bijna twee jaar woedde.
Toen deze ellende was doorgestaan, naderde de tijd, dat God zijne milde vertroos-
20
tingen zou zenden. De H. Maagd wilde haren genadezetel te Kevelaar vestigen. Zij koos Hendrik Buschmann en zijne huisvrouw Mech-tildis uit tot hare medehelpers.
Hendrik Buschmann woonde te Geldern, waar hij een kleinen handel dreef. Voor zijne zaken reisde hij nog al veel in den omtrek. Zoo gebeurde het, dat hij in het jaar 1641, kort voor Kerstmis, van Wees naar huis terugkeerende, voorbij Kevelaar kwam. Bij een zoogenaamd hagelkruis, waar hij gewoon was even te bidden, hoorde hij eene stem die hem toeriep : âHier zult gij een heilig huisje bouwen.quot; Hij zag rond, maar ontdekte niets. Acht dagen later op dezelfde plaats gekomen, hoorde hij opnieuw de stem. Overtuigd, dat er nu niet langer van zinsbedrog sprake kon zijn, besloot hij den op-gelegden last te volbrengen. In overleg met zijne vrouw zonderde hij nu dagelijks twee of drie stuivers af, om zoodoende langza-* merhand eene som van honderd gulden bijeen te brengen; want zijne middelen lieten geene groote uitgaven toe. Eenige dagen later nogmaals bij het hagelkruis gekomen, hoorde hij de stem voor de derde maal. Dit sterkte hem in zijn voornemen, om den bouw zoo spoedig mogelijk te doen geschieden.
Een paar maanden later, omstreeks drie weken na Paschen zag Mechtildis des nachts
21
eene verschijning. In een helder licht stond een kapelletje, en in dat kapelletje eene afbeelding der reeds vermaarde Lieve Vrouwe van Luxemburg. Zij herinnerde zich nu, dat twee dagen te voren een paar soldaten bij haar waren geweest, die twee dergelijke plaatjes, als zij er een had aanschouwd, hadden willen verkoopen. Deze prentjes waren eigenlijk bestemd voor eenen luitenant, die te Kempen gevangen zat, maar uit geldgebrek hadden de soldaten er zich van willen ontdoen. Mechtildis had ze echter niet gekocht, omdat zij den prijs te hoog vond.
Toen Buschmann van zijne vrouw het nachtgezicht vernam, was hij eerst ongeloo-vig; doch toen de buren hem mededeelden, dat ze in het duister van den nacht zijn huis helder verlicht hadden gezien, kwam hij tot andere gedachten. Hij begaf zich tot den pastoor van Kevelaar, Johannes Schink, en deelde dezen zijn geheim mede. De pastoor verklaarde zich bereid hem te ondersteunen-en liét hout en steenen bijeenbrengen. De bouw nam nu eene aanvang, en Zondags na Pinksteren was het kapelletje reeds gereed. Het was gebouwd volgens de beschrijving, die Mechtildis gaf van het heilig huisje, dat zij in den bewusten nacht had gezien.
Buschmann's vrouw had inmiddels getracht , de twee prentjes weder op te sporen.
22
Zij vernam, dat ze in 't bezit waren van den luitenant, die nog te Kempen gevangen zat. Toen deze officier zijne vrijheid herkregen had, vervoegde de vróuw zich bij hem, met het verzoek, haar een van de afbeeldsels af te staan. Echter eerst, nadat hij de reden van haar aandringen vernomen had, liet hij haar uitkiezen. Buschmann liet nu te Geldern een tafeltje maken en het plaatje daarop vasthechten, opdat het beter gezien zou kunnen worden. Op verzoek van de Carmelitessen in de stad bracht de man, die het tafeltje gemaakt had, dit, met het prentje er op, naar haar klooster. De zusters baden toen den geheelen nacht voor het beeld. Daags daarna haalde echter Buschmann zijn eigendom terug en bracht bet naar zijne woning. Om den groeten toeloop van volk stelde hij het vervolgens gedurende drie dagen ten toon in de kerk der Capucijnen, tot dat op zijn verzoek de pastoor van Kevelaar het des avonds in stilte naar deze gemeente voerde. Den volgenden dag. Zondag den eersten Juni 1642, werd het beeld in het kapelletje geplaatst. Later, toen het volk al meer en meer toestroomde, verzocht de pastoor, wien deze beweging in zijne gemeente niet welgevallig was, aan Buschmann het plaatje weer naar Geldern te brengen. Daar stond het nogmaals ten toon bij de Capucijnen,
23
doch slechts voor drie weken, toen het in het kapelletje terugkeerde.
Op deze wijze nam de vereering van de Lieve Vrouwe van Kevelaar eene aanyang. Het aantal bezoekers van het beeld nam gedurig tóe en het gevolg was, dat het gehucht, om de vreemdelingen te kunnen herbergen, nieuwe woningen verkreeg, terwijl de oude vergroot werden, en zoo langzamerhand een dorp werd. Daar de oude kapel van den H. Antonius te klein bleek, legde men in 1643 den eersten steen voor eene nieuwe kerk, die twee jaar later gereed was : de zoogenaamde âGroote Kapel?'
De bisschoppelijke overheid van Roermond had in den beginne tot bijstand van den pastoor gedurende de zomermaanden twee hulppriesters te Kevelaar geplaatst. In 1646 werd echter de voorziening in de geestelijke behoeften der pelgrims opgedragen aan de Oratoren of paters van het âOratorium van onzen Heer Jesus Christusquot;, eene broederschap, door den H. Philippus Nerius omstreeks 1550 te Kome gesticht. Ten behoeve dezer geestelijken werd het nog bestaande âKloosterquot; gesticht, tevens dienende ter herberging der priesters, die de proees-siën vergezelden. Later, in 1654 werd om het âHeilig Huisjequot; van Buschmann heen de âKleine Kapelquot; gebouwd.
24
In 1647 vergaderde te Venlo eene Synode van het bisdom Roermond. Ook Hendrik Buschmann en zijne vrouw verschenen daar en bekrachtigden het verhaal van hun wedervaren met eenen eed. De Synode verklaarde acht genezingen, te Kevelaar geschied, voor wonderbaar.
Zoolang Kevelaar tot de Spaansche Nederlanden behoorde, werd de vereering der H. Maagd niet belemmerd. Ook na 1713 , toen het aan Pruisen kwam, genoot het de bescherming der regeering. De Koning van Pruisen, Frederik Willem I, bezocht de plaats in 1714 en offerde aan Onze Lieve Vrouw zelfs eene groote kaars. Het volgende jaar zond hij zijn wapenschild, dat nog aanwezig is, en liet weer eene kaars offeren. In 1792 echter brak een benauwde tijd voor het dorp aan. Een Fransch leger, aan den Rijn gelegerd, perste de Oratoren 15000 francs af, en in de volgende jaren getuigde het kleine getal pelgrims, hoezeer de bedevaart belemmerd werd. In â 1802 werden de eigendommen der Oratoren, de Kapellen en het Klooster, tot staatseigendom verklaard door den Consul Bonaparte. Door eene beschikking der Voor-zienigheid werden ze echter niet verkocht en reeds in 1806 kreeg de Bisschop van Aken, waaronder Kevelaar sinds 1802 stond, de Kapellen, en in 't volgende jaar het Klooster
25
terug. Sedert dien tijd konden de bedevaarten weder gehouden worden op de oude wijze.
Beschouwen wij ten slotte onze bedevaartplaats Kevelaar, gelijk ze thans is, dan kunnen wij ons overtuigen, dat niet alleen haar ontstaan, maar ook hare opkomst en haar bloei aan de Maria-vereering te danken zijn. Het welvarende dorp telt tegenwoordig ruim 4000 inwoners. Men vindt er twee kerken, de kerk van Oud-Kevelaar en de groote nieuwe Mariakerk. Met den bouw der laatste werd in 1858 begonnen, zij was voltooid in 1864 en werd toen met veel plechtigheid ingewijd. De toren dier kerk, 293 voet hoog, was eerst in 1883 afgewerkt. Deze kerk is 220 voet lang en in 't kruis 106 voet breed. De hoogte van het gewelf is 72 voet. Dit gebouw kan 9000 menschen bevatten.
In 't midden van 't dorp staan twee kapellen, De kleine, gewoonlijk miraculeuze kapel genoemd, heeft den vorm van eenen zeshoek en is 't middelpunt van 't bedevaartsleven ; want 't eenvoudige afbeeldsel der Moedermaagd wordt daar bewaard en in den loop der eeuwen heeft God daar op Maria's voorbede de ruimste zegeningen geschonken. In de groote kapel worden de kaarsen der verschillende processiën geplaatst en branden daar dan, zoolang eene processie
2
26
te Kevelaav vertoeft. Tegenover deze gebouwen staat 't Klooster, dat tot inwoning en lierberging der H.H. Geestelijken dient. Aan 't Klooster zijn verbonden de twee biecht-kapellen. De grootste is voor Duitschers bestemd. Het is een ruim, in Gothieken stijl opgetrokken gebouw, dat 18 biechtstoelen bevat. Tegenwoordig is men bezig, om de muren en gewelven dezer kapel met heerlijke schilderingen te versieren. De voorstellingen, levendig en indrukwekkend, zijn ontleend aan 't Oude en 't Nieuwe Testament. Op de eindmuren worden de vier uitersten van den mensch zinnebeeldig voorgesteld. Deze muurschilderingen, doelende op de boetvaardigheid van den mensch, treffen onwillekeurig den bezoeker en stemmen tot ernstig nadenken.
Kevelaar, dat reeds door Nederlandsche pelgrims werd bezocht, toen er nog maar eenige verstrooide huizen en zandwegen werden gevonden, gelijk de overlevering zegt, is thans een fraai dorp. De Hoofdstraat, de Maasstraat, de Amsterdamsche en de Venloo-sche straat doen ons thans niet meerdenken aan de vroeger vaak slijkerige wegen. Prachtige winkels en ruime logementen van 3 en 4 verdiepingen vindt men thans in de genoemde straten.
Het is te voorzien, dat Kevelaar in de toekomst nog meer zal groeien en bloeien.
27
IV. Kevelaar en Nederland.
Uit de ligging van Kevelaar in de nabij-lieid onzer grenzen mogen wij gerust besluiten, dat spoedig na het bekend worden van de wonderbare wijze, waarop de vereering der Allerheiligste Moedermaagd daar een aanvang nam, pelgrims uit ons land naar de bevoorrechte plaats hunne schreden gericht hebben. Het Katholieke Nederlandsche volk doorleefde toen benarde tijden. De Tachtigjarige Oorlog, in 1568 begonnen, was nog niet geëindigd. Gedurende dien oorlog, zoowel als later, leden de Katholieken het grootste onrecht, stonden zij bloot aan verdrukking op allerlei wijzen. Men had hunne kerken, van altaren en beelden beroofd, aan de Hervormden gegeven, hunne priesters verbannen. O, met welke vurige vèrzuchtingen zullen toen de Nederlandsche pelgrims de Lieve Vrouwe te Kevelaar niet gesmeekt hebben om betere tijden!
De openbare vereering der Allerheiligste Maagd, den len Juni 1642 begonnen, breidde zich snel uit. Geheele scharen van pelgrims en weldra geregelde processiën trokken naar het gezegende oord. In 1647 kwam uit Düsseldorf reeds eene groote processie te Kevelaar aan. Eene andere, uit Venlo, vormde zich waarschijnlijk in 1649. Die
28
van Sittard dagteekent van 1680, die van Amsterdam van 1690. De processiën van Heusden , 's-Hertogenboscli, Rotterdam, Bergen op Zoom, Zwolle, Twente, Nijmegen, Gouda, Utrecht, Gennep, Groesbeek en andere plaatsen zijn van ouden oorsprong. Die van Hensden bestond reeds in 1724 en die van Utrecht in 1740.
In de provinciën Groningen, Friesland en Drente is het getal Katholieken niet groot. In die streken heeft zich tot heden geene enkele processie naar Kevelaar gevormd. Wie uit het Noorden van ons land Maria in haar Heilig Huisje wil vereeren, sluit zich gewoonlijk aan bij bedevaartgangers uit andere plaatsen, meestal bij de Zwolsche. Naast de processie van Zwolle, die voor eenige jaren haar eeuwfeest vierde, bestond reeds vroeg de Twentsche. Wanneer deze ontstaan is, kan niet met juistheid bepaald worden. Volgens eene mondelinge overlevering zouden reeds in 1644 Twentenaars naar Kevelaar zijn gegaan. Later hebben zich sommige parochiën bij Geldersche bedevaartgangers aangesloten, terwijl andere te zamen eene zelfstandige processie vormden. Om ongeregeldheden te voorkomen, heeft de Hoogeerw. Heer Engbers, Aartspriester van Twente en Pastoor te Yasse, indertijd vastgesteld, dat het eene jaar alleen gehuwden en meisjes,
29
het andere gehuwden en jongelingen naar Kevelaar zouden gaan.
Na het herstel der Bisschoppelijke Hiërarchie in ons huid vormde zich in de dekenaten Almelo en Oldenzaal de nieuwe ïwentsche Processie. Eens per jaar trok men te voet naar Kevelaar, over Groenloo, Aalten, Dinks-perloo en de Pruisische plaatsen Anholt, Kees, (waar men over den Eijngiug) Mariën-boom én Kervendonk. De pelgrimstocht vorderde toen eenen tijd van 6 of 7 dagen. Na 1874 is hij op de aangegeven wijze niet weer geschied. De bekende Meiwetten lieten zich ook voor de bedevaartgangers gelden en de Twentsche Processie staakte, evenals andere , hare jaarlijksche reizen naar Kevelaar. Voortdurend echter nog kwamen uit Twente kleinere of grootere groepen van pelgrims, evenals uit andere streken van ons land, de gezegende plaats bezoeken. Toen de ;/Cul-turkampfquot; begon te bedaren, kwamen de processiën weder te Kevelaar. In 1879 gingen ook de Twentenaars hunnen onderbroken pelgrimstocht hervatten, doch de oude weg werd niet weder gevolgd. Een extra-trein voerde hen nu, als de meeste Nederlandsche processiën, naar Maria's uitverkoren plaats. Deze verandering stelde menigeen, die te oud of te zwak was, om de voetreis te ondernemen , in de gelegenheid, Kevelaar te be;
30
zoeken, zonder zich al te zeer te vermoeien. Het getal deelnemers klom aanhoudend en dientengevolge werd de wensch naar splitsing algemeen vernomen. In 1886 werd te Oldenzaal, door den lofwaardigen ijver der geestelijkheid, gesteund door de parochianen, eene processie opgericht, die de aloude Plechelmusstad tot eer strekt. Tevens werd in dat jaar besloten, dat de Twentsche in het vervolg jaarlijks tweemaal naar Kevelaar zou trekken, n.1. onder het Octaaf van Maria-Hemelvaart en van Maria-Geboorte. In 1888 kwamen met de ïwentsche processie 1879 pelgrims te Kevelaar en met die van Oldenzaal 486. Z. D. H. de Aartsbisschop van Utrecht heeft zoowel aan de Oldenzaal-sche als aan de Twentsche processie eene Broederschap verbonden, gevestigd in de kerken van den H. Plechelmus te Oldenzaal en van den H. Lambertus te Hengelo.
Uit ons land kwamen in 1888 niet minder dan 67 processiën te Kevelaar aan. De meeste waren uit Noord-Brabant, Limburg en Gelderland. De aanzienlijkste zijn uit Holland en Utrecht. Het geheele aantal processiën, in genoemd jaar Kevelaar binnengetrokken , was 340. Een twintigtal der oudste, waaronder die van Amsterdam, Botterdam, Schiedam, Nijmegen, Leiden, 's-Hertogenbosch, Breda en Haarlem, heeft
31
het recht, op het plein bij de Kleine Kapel eenen ommegang met het Allerheiligste te houden.
De pelgrims uit ons land zijn te Kevelaar wel gezien. Men heeft voor hen eene eigen bieehtkapel gesticht. Do meeste processiën trekken langs den Kruisweg naar den zoo-genaamden âKruisboom'' of het âEoode Kruis.quot; De verschillende staties langs den breeden weg, oorspronkelijk niets dan houten kruisen, worden allengs vervangen door kapelletjes met schoon beeldhouwwerk. De heerlijke groepen, Christus' lijden voorstellende, zijn ware kunstgewrochten. De Nederlanders hebben in de kostbare vernieuwing van den Kruisweg een ruim aandeel. De 9e, de 10e, de 13e en de 14° statie zijn geschonken door Nederland.
De 10e statie is bij den bekenden Kruisboom. De processie van 's-Hertogenbosch stichtte daar tot een aandenken van 't gouden jubelfeest van Z. H. Paus Leo XIII een prachtig monument. Het is een heerlijk kapelletje. In de zijmuren ziet men de wapens van Den Bosch, Kevelaar en 't Pauselijk wapen.
De Nederlanders zijn aan de bedevaart naar Kevelaar gehecht. Tijd, moeite en kosten heeft men daarvoor over. Eekent men, dat te Kevelaar jaarlijks circa 250000 pelgrims komen, zonder overdrijving mag men't getal
32
uit Nederland wel op 80 a 100.000 schatten. Er komen uit ons land kleine maar ook groote processiën, die uit Veghel telde in 1886 niet minder dan 1200, die uit Twenthe 1590 en die uit Utrecht 2000 pelgrims.
Het is een sprekend bewijs van geloofs-en godsdienstijver ia ons Vaderland, dat men het zich in deze verlichte en ongeloovige eeuw, nu zoo velen schipbreuk lijden in geloof en zeden, tot eene eer rekent Maria te Kevelaar in 't openbaar te mogen vereeren!
Wanneer men de Nederlandsche processiën, met het kruis voorop door Kevelaars straten ziet trekken, wekken dan de vanen met de beelden van onze eerste geloofsverkondigers, o. m. van Willibrordus, Plechelmus, Lam-bertus en Bonifacius geene bijzondere aandacht? Van 't Christelijk geloof, voor vele eeuwen door deze geloofshelden verkondigd en verdedigd, geven onze bedevaartgangers openlijk en onbeschroomd getuigenis. De 19l]e eeuw is niet alleen eene eeuw van stofl'elijken vooruitgang, ook het godsdienstige leven ontwikkelt zich krachtig. Onze veelvuldige bedevaarten staven die bewering.
33
V. AFLATEN, AAN DE BEDEVAART NAAR KEVELAAR VERBONDEN.
Alle geloovigen, die na liet waardig ontvangen van de H.H. Sacramenten der Biecht en des Altaars te Kevelaar bidden, volgens de Intentie van Z. H. den Paus, voor de verheffing der Katholieke Kerk, de uitroeiing der ketterijen en de eendracht der Christen vorsten, kunnen een vollen aflaat verdienen:
1. eenmaal in het jaar op een dag naar verkiezing;
2. op den len Juni, den gedenkdag van het ontstaan der Bedevaart;
3. op de feestdagen der Onbevlekte Ontvangenis , Zuivering, Boodschap, Visitatie, Hemelvaart en Geboorte van Maria,
Eenen aflaat van 300 dagen kan men dagelijks verdienen, als men met een rouwmoedig hart, volgens de Intentie van Z. H. den Paus, het eene of andere gebed in eene der kerken of kapellen verricht.
Pius IX, 12 Mei 1865 en 27 Febr. 1874.
2*
84
Opmerkingen. â 1. De gebeden, om den laatstgenoemden aflaat te verdienen, moeten verricht worden of in de groote Maria-kerk, of in de Groote Kapel, of in de Kleine Kapel. Pius IX, 13 Mei 1865.
3. Om de volle aflaten te verdienen, kan men acht dagen te voren de H.H. Sacramenten der Bieclit en des Altaars ontvangen.
Pius IX, 14 Febr. 1865.
3. Al de bovengenoemde aflaten zijn toe-voegelijk aan de zielen in het Vagevuur.
GEBEDEN VOOR DE PELGRIMSREIS.
Almachtige en eeuwige God! in vereenigiug met de verdiensten van Jesus Christus, van de gelukzalige Maagd Maria en van alle Heiligen, draag ik U al mijne gedachten, woorden en werken op, inzonderheid die welke ik ga verrichten op mijne pelgrimsreis, om te-voldoen voor mijne zonden, om de mij noodige genaden te verwerven, om mijne verdiensten te vermeerderen, tot voordeel van alle levende leden Uwer kerk en tot troost en verlossing der overledene geloovigen. Amen.
GEBED TOT DE H. MAAGD MAMA,
Ik groet ü, roemvolle Moeder Gods, Maria, Koningin des Hemels, en ik beveel mij voor dezen dag en alle andere dagen in Uwe moederlijke genade aan. Laat mij alles, wat ik denk te verrichten, doen tot eer van Uwen Zoon, tot mijne zaligheid en tot welzijn van mijne naasten.
O, goedertierenste Maagd Maria, kom mij te hulp in alle kwellingen des levens.
GEBED TOT DEN H, ENGELBEWAARDER.
Engel Gods, die mijn bewaarder zijt, en aan wiens zorg ik door de Opperste Goedheid ben toevertrouwd, gewaardig U mij te bewaren , te beschermen, te geleiden en te bestieren, Amen.
MOKGENGEBEDEN.
BIJ HET OPSTAAN.
In den naam des Vaders f, die mij ge-scliapen heeft, en des Zoons f, die mij door zijn dierbaar bloed heeft verlost, en des Heiligen Geestes f, die mij geheiligd heeft, sta ik op. Hem, den Drieëenigen God, zij eer in alle eeuwigheid. Amen.
NA HET AANKLEEDEN.
Hemelsche Vader! voor uw heilig aangezicht kniel ik, uw kind, hier neder en zeg U hartelijk dank voor den verkwikkenden slaap en de weldadige rust, die Gij mij hebt laten genieten. Gij, Heer over leven en dood, hebt mij dezen dag weer in gezondheid laten beleven en mij voor ieder gevaar bewaard. Dezen dag wil ik dan geheel toewijden aan TJ, hem alleen te uwer eer en volgens uw welbehagen doorbrengen. lederen slag van mijn hart, iederen blik mijner oogen, iedere beweging van mijne handen en voeten, ieder woord van mijne tong wijd ik ü toe. ü te verheerlijken is het eenig doel van al mijne gedachten, woorden en werken.
37
Ik ga nu aan mijn werk en wil al mijne bezigheden slechts uit liefde voor ü volbrengen. Geef daaraan Uw Goddelijken zegen, opdat zij wel mogen slagen. Van U toch daalt hier beneden alle zegen, en elke goede gave af. Gij wilt, dat ik niet alleen mijn werk met ijver verrichte, maar tevens ook mijne ziel heilige; maar dit kan ik niet zonder uwe Goddelijke genade.
Ik ben arm en ellendig, help mij, o mijn God en Vader! Verlicht mijn verstand en versterk mijnen wil ten goede, bestier mijne bedoelingen en leid ze naar Uw Goddelijk welgevallen. Als de bekoringen mij overvallen, kom mij dan te hulp en geef mij kracht, om die te overwinnen.
Ik wil geene enkele zonde bedrijven, al zou het ook mijn leven kosten. Gaarne wil ik het verbond vernieuwen, dat ik het geluk had, in het H. Doopsel met U, mijnen God en Heer, te sluiten. Ik verzaak den boozen vijand met al zijne werken en al zijne hoo-vaardij. Ik geloof in U, als in de Eeuwige Waarheid, ik hoop op U, als op de Oneindige Barmhartigheid, ik bemin U, als het Hoogste en Beste Goed.
Sta mij bij, dat ik dit verbond niet breke en uwe heiligmakende genade niet verlieze. Geef mij in lijden en wederwaardigheden zachtmoedigheid en geduld; help mij, dat
38
ik mij jegens allen, die met mij omgaan, liefdevol gedrage, niemand door woorden of daden hindere en mijne beziglieden met ijver vervulle. Maar voor alles, geef mij eene brandende liefde tot U, lielp mij, dat ik den dag, dien ik in liefde tot U begin, ook in Uwe liefde mag eindigen. Amen.
BIJZONDER VOORNEMEN.
Mijn liart, o beste Vader in den Hemel is de zetel van vele booze neigingen en daaronder is er eene (denkhier na, welke die is), die mij reeds zoo dikwijls tot zonde vervoerd, tot overtreding van Uwe heilige wet verleid lieeft. O, hoe gaarne zou ik die verkeerde neiging overwinnen, hoe gaarne zou ik daarvan bevrijd zijn! Ik neem mij voor en beloof U, mijnen God en Heer, dat ik aan die neiging niet toegeven en U niet beleedigen wil. Ik wil zorgvuldig waken en iedere gelegenheid vermijden, die mijne ziel kan in gevaar brengen. Kom dan mijne zwakheid te hulp, opdat ik getrouw blijve aan mijne goede voornemens en de zege over mij zeiven behale; daarom bid ik ü, beste Vader, door Uwen Zoon, onzen Heer Jesus Christus, die met U leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen.
Allerheiligste Maagd Maria, mijne lieve Moeder, gedenk uw kind en breng mijne bede voor den troon Gods, opdat zij ver-
39
hoord worde. Ik voel te zeer mijne onwaardigheid , om zooveel genade van God te erlangen; want te vaak heb ik reeds gezondigd, te vaak mijne goede voornemens verbroken en den besten Vader in den Hemel beleedigd; maar door U hoop ik, dat mijne bede gunstig worde aangenomen.
Ik bid U, beste Moeder, wees zoo goed in .de oogenblikken van gevaar mij nabij te zijn, mij te bewaren en te beschermen, opdat ik toch eens mijne belofte nakomen en de zege over mij zeiven behalen moge.
O, barmhartige Moeder ! Gij verlangt zelve zoo vurig, dat ik een Gode welgevallig leven leide, dat ik zuiver blijve van zonde, mijne ziel met deugden versiere en door goede werken verrijke; sta mij dus krachtig bij, dat ik dezen dag vrij blijve van zonde, en bij al mijne gedachten, woorden en werken den heiligen wil van God volbrenge, in den naam van uw goddelijken Zoon Jesus, die met den Vader en den H. Geest geloofd en geprezen zij in eeuwigheid. Amen.
En gij, mijn Engelbewaarder, door God in zijne eindelooze goedheid mij ter zijde gesteld , leid mij heden bij al mijn doen en laten en bewaar en bescherm mij in strijd en gevaren. Herinner mij dikwerf aan het goede voornemen, dat ik zoo even gemaakt heb en sta mij bij, om het ten uitvoer te brengen,
40
tot verheerlijking van den drieënigen God, wiens aanschijn gij moogt aanschouwen, en wiens Majesteit gij met de scharen uwer broeders eeuwigen lof zingt. A.men.
Mijn H. Patroon N., vergeet ook gij mij niet en bid voor mij, dat de H. Geest mij steeds een vurig verlangen naar een braaf en deugdzaam leven instorte en mij de genade verleene, om uwe voetstappen te drukken en zalig te worden, zooals gij door zijne genade zalig geworden zijt. Amen.
Jesus, Maria, Jozef! Ik geej TJ mijn hart en mijne ziel.
Jesus, Maria, Jozef! Staat mij bij in den doodstrijd.
Jesus, Maria, Jozef! Laat mij met U in vrede sterven. Amen.
AVONDGEBED.
O goedertieren God en Vader! Weer is een dag mijns levens voorbij. Weer hebt Gij mij naar ziel en lichaam met gunsten overladen, mij van spijs en drank en kleeding voorzien, mij voor ziekten en gevaren bewaard en mij vele kostbare uren geschonken, om die tot Uwe eer en mijne zaligheid te besteden. Gij wordt niet moede mij weldaden te bewijzen, ofschoon ik mij zooveel goedheid dikwerf onwaardig maak. Hoe zal ik in staat zijn, U naar waarde te danken, Uwe onuitsprekelijke goedheid te prijzen en Uwe ondoorgrondelijke barmhartigheid te loven? Gaarne wil ik in ootmoed erkennen en belijden, dat ik door U slechts leef, alles aan U te danken heb, dat ik zonder U in het niet zou terugzinken, waaruit Uwe goedheid en almacht mij getrokken heeft. Neem, liefdevolle Vader, deze belijdenis tot dank aan voor alles, wat Gij mij geschonken hebt en trek uwe vaderlijke hand van mij niet terug.
Thans begeef ik mij ter rust; bewaar mij dezen nacht in gezondheid en behoed mij tegen alle gevaren. Die rust offer ik U op en stel mijn lichaam en mijne ziel in uwe
42
handen; daar zijn ze zoo veilig, als een kind in de armen zijner moeder. Maar wijl ik niet weet, of deze nacht misschien de laatste mijns levens is en mijne ziel voor uw oordeel wordt opgeroepen, wil ik niet nalaten met mij zeiven in 't gerecht te treden. Keeds veel kwaad heb ik voor uw aanschijn gedaan en geen dag gaat voorbij, waarop ik niet struikel en U op de eene of andere wijze beleedig. Zend daarom uw Heiligen Geest over mij af, opdat Hij mij verlichte, opdat ik al mijne fouten en gebreken, waaraan ik mij heden weer heb schuldig gemaakt, levendig inzie en erkenne; opdat Hij mijn hart bewege en trette, om mijne ongetrouwheden hartelijk te betreuren en mij kracht verleene, om mij ernstig en oprecht te verbeteren.
Onderzoek hier nauwkeurig uw geweten; zie of gij het bijzonder voornemen van dezen morgen volbracht, of gij tegen uwe hoofdneiging gestreden hebt. Zoo ja, dank er God voor en hernieuw dat voornemen; zoo neen , onderzoek dan, waarom gij weder gevallen zijt, verootmoedig u voor God, betreur uwe zwakheid en maak een beter en krachtiger voornemen voor den dag van' morgen.
NA HET ONDERZOEK DES GEWETENS.
Ach mijn God en Vader! Schaamte en
43
berouw grijpt mij aan, wanneer ik zie, dat er geen dag voorbijgaat, waarop ik U niet door gedachten, woorden eu werken of door nalatigheid bedroef en, uwe weldaden en genadegaven met ondank vergeld. Ach, wie ben ik toch, o God, dat Gij mijner nog gedenkt en het verdraagt, dat ik de trouw die ik U gezworen heb, nog zoo dikwerf verbreek? Ik kan mij niet verontschuldigen; met innig leedgevoel, met waarachtig berouw moet ik bekennen, dat ik door eigen schuld U weer heb vergramd. Zult Gij mij nog weer vergiffenis schenken ? Ik zou het niet durven hopen, zoo Gij zelf niet gezegd hadt, dat Gij den dood des zondaars niet wilt, en dat er bij ü erbarming is en overvloedige verlossing. Daarom roep ik tot U, o Vader in den hemel en smeek U, wil mij om de verdiensten van Uw goddelijken Zoon vergeven, en mij weder als Uw kind aannemen. Met Zijn dierbaar bloed heeft die goddelijke Zoon mijne schuld betaald, en dat heilig bloed offer ik U op tot voldoening en verzoening.
Goddelijke Verlosser, Jesus Christus! Uw allerheiligst Hart staat immer open voor de zondaren, opdat zij daar hunne toevlucht en vrede vinden. In dat liefdevolle Hart sluit ik mijne ziel op, opdat zij daar, gereinigd door Uw heilig Bloed, veilig ruste voor de
44
aanvallen van den boozen vijand, die mij reeds zoo dikwerf heeft doen vallen en die niet ophoudt mij te belagen. Ik wil geene zonde meer bedrijven, van nu af aan wil ik een heilig en zuiver leven leiden, U navolgen en U trouw dienen, lieve Jesus, alle dagen mijns levens. Geef mij kracht, o mijn God, dat ik mijn voornemen nakorae en den goeden strijd strijde, om de kroon te erlangen , die Gij aan uwe trouwe navolgers beloofd hebt.
O, mijne liefderijkste, beste Moeder Maria! ik kan, ik mag mij niet ter ruste begeven, zonder ook U hartelijk te bedanken voor uwe moederlijke zorgvuldigheid, die Gij immer voor mijne ziel hebt betoond. Hoeveel genaden heb ik aan nwe machtige voorbede niet le danken! Wat zou er van mij geworden zijn, zoo gij mij niet op bijzondere wijze hadt beschermd? O, onttrek mij toch uwe liefde niet en bewaar mij ook dezen nacht! Vol vertrouwen werp ik mij in uwe moederlijke armen en smeek D, behoed mij voor alles wat zondig is, en wanneer mijn laatste uur in dezen nacht mocht aanbreken, dan, o lieve Moeder! verlaat mij niet en red mijne ziel van het eeuwig verderf.
Heilige Engelbewaarder, trouwe wachter mijner ziel, en Gij al mijne Patronen, bidt voor mij en al mijne medemenschen, inzon-
45
derheid voor de armen, zieken, lijdenden en stervenden, dat geen onheil ons dezen nacht overkorae en wij allen veilig en in vrede rusten in de handen des Vaders, f die ons geschapen, en des Zoons, f die ons verlost, en des H. Geestes, f die ons geheiligd heeft. Amen.
Maria met uw zoet Kind zegen mij!
Jesus, Maria, Jozef! staat mij bij!
Jesus, in uwe handen beveel ik mijnen geest! Amen.
GEBEDENquot; ONDER DE H. MIS.
VOOR DE H. MIS.
O God, Hemelsohe Vader, Gij, die mij naar uw beeld gescliapen hebt; o God, de Zoon, Gij, die, om mij te verlossen, de men-schelijke natuur hebt aangenomen, uw H. Bloed voor mij vergoten en den bitteren dood geleden hebt; o God, Heilige Geest, Gij, die mij in 't H. Doopsel geheiligd en tot het ware geloof geleid hebt; o Gij allerheiligste Drievuldigheid, geef mij uwe genade, dat ik dit H. Misoffer aandachtig bijwone en het met den priester aan Uwe Goddelijke Majesteit ten offer brenge;
1°. Tot roem en eer van uwen H. Naam, om te belijden, dat Gij de eenige, hoogste God en Heer over ons menschen en alle schepselen zijt, wien alleen dit H. Offer toekomt ;
2°. Tot gedachtenis, o Jesus, van uw bitter lijden en sterven, tot welk einde Gij dit H. Offer hebt inaresteld:
47
3°. Tot dankzegging voor alle mij bewezene genaden en weldaden;
4°. Tot voldoening voor al mijne zonden en misdaden;
5°. Tot verwerving der goddelijke hulp en bijstand in al mijnen nood;
6°. Voor mijne geliefde ouders, bloedverwanten en vrienden, voor mijne geestelijke en wereldlijke overheden en voor al mijne weldoeners, bepaaldelijk voor...;
7°. Voor de zielen van alle in Christus afgestorvenen, bepaaldelijk voor...;
Neem, o barmhartige God en Heer, dit offer genadig aan; laat dit mijn voornemen TJ welgevallig zijn, en verhoor mijn gebed, door onzen Heer Jesus Christus, Uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des Heiligen Geestes, God, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
BIJ DE BELIJDENIS.
O Jesus, hoe groot is Uwe goedheid en barmhartigheid jegens mij! Het is U niet genoeg geweest, voor mij mensch te worden, te lijden en te sterven; maar Gij hebt ook bij Uw verscheiden uit deze wereld dit H. Misoffer ingesteld, waarin Gij U zeiven aan Uwen Hemelsehen Vader voor mij opdraagt. Hoe zal ik, o allergoedertierenste Jesus, die
48
liefde genoegzaam erkennen en zoeken te vergelden? Ach, in plaats van U te danken, houd ik niet op U dagelijks te vergrammen. Daarom beschuldig ik mij zeiven en spreek : ik, arme zondaar, belijde voor God, den Almachtige, voor de Allerheiligste Moeder Grods en Maagd, Maria, voor den H. Aartsengel Michaël, voor den H. Joannes den Dooper, voor de H.H. Apostelen Petrus en Paulus, voor alle Heiligen, en voor u, mijne broeders, dat ik al te zeer gezondigd heb door gedachten, door woorden en door werken, met mijne schuld, met mijne schuld mijne meeste schuld; dus bid ik de allerheiligste Moeder Gods en Maagd Maria, den H. Aartsengel Michaël, den H. Johannes den Dooper, de H.H. Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en u, mijne broeders, den Heer, onzen God, voor mij te smeeken.
Bij het Kyrië eleison zegge men met den priester:
Heer, ontferm U onzer (driemaal);
Christus, ontferm U onzer (driemaal);
Heer, ontferm à onzer (driemaal).
BIJ HET GLORIA.
(wanneer het gebeden wordt.)
Eere zij God in het allerhoogste, en vrede
49
op aarde den menschen van goeden wil. Wij loven U; wij prijzen ü; wij aanbidden U; wij verheerlijken U; wij danken ü om uwe groote glorie. Heer God, Hemelsehe Koning, Almachtige Vader; Heer Jesus Christus, eeniggeboren Zoon des Vaders. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Die wegneemt de zonden der wereld, verhoor onze gebeden. Die aan de rechterhand des Vaders gezeten zijt, ontferm ü onzer. Want Gij zijt alleen de Heilige, Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste; Jesus Christus, met den Heiligen Geest, in de heerlijkheid van God den Vader. Amen.
BIJ DE COLLECTE, DEN EPISTEL EN HET GBADUAAL.
Hoor, Hemelsehe Vader, naar het gebed Uwer H. Kerk, waarmee zij Uwe goddelijke Majesteit in den Naam van onzen Heer Jesus Christus ootmoedig toespreekt, en uwe hulp en bijstand in allen nood voor hare geliefde kinderen nederig inroept. Wend Uw vaderlijk aanschijn niet van ons af, maar zie met ge-nadigen blik op ons neder, ten einde wij, van alle ramp bevrijd, voor U welbehagelijk leven, zalig sterven en uw rijk en heerlijkheid verwerven mogen door Christus onzen Heer. Amen.
3
50
Verwek hier uit geheel uw hart de oefeningen van Geloof, Hoop en Liefde.
BIJ HET EVANGELIE.
Hart en ziel heffen zich, o Christus Jesus, in Uw H. Evangelie, tot U op; o Heilige Geest, zend Uw licht van omhoog, opdat ik de blijde boodschap des Hemelschen Vaders en zijn H. Woord door ü, o Jesus, zijn eeniggeboren Zoon, verkondigd, wel versta, en er de genade van erkennen moge. Ontsteek mijn hart, o Gij, Eenwig Vnur, opdat ik 't nieuwe gebod der liefde met lust en begeerte ontvange en volbrenge. Voer ook mijn hart tot de volmaaktheid der evangelische vermaningen, opdat ik met de kudde Uwer uitverkoren schapen, die Uwe stem hooren, in dit leven zóó vereenigd worde, dat ik eenmaal ten jongsten dage, met hen aan Uwe rechterband staande, de troostvolle woorden verneme: komt, gezegenden mijns Vaders, en bezit het rijk, dat voor U bereid is van den beginne der wereld.
BIJ DE GELOOFSBELIJDENIS.
Ik geloof in éénen God, den almachtigen Vader, Schepper van hemel en aarde, van
51
alle zichtbare en onzicMbare dingen. En in eenen Heer Jesus Christus, Gods eeniggeboren Zoon, en uit den Vader vóór alle eeuwen geboren, God van God , Licht van Licht, waarachtigen God van den waarachtigen God, voortgebracht en niet gemaakt, van ééne zelfstandigheid met den Vader, door wien alles gemaakt is. Die om ons menscben en om onze zaligheid is nedergedaald van den hemel. En is vleesch geworden door den Heiligen Geest, uit de Maagd Maria en is mensch geworden. Hij is ook gekruist door Pontius Pilatus. Hij heeft geleden en is begraven en Hij is ten derden dage, volgens de schriften, van den dood weder opgestaan ; en Hij is opgeklommen ten hemel, zit aan de rechterhand des Vaders, en zal wederkomen in heerlijkheid, om te oordeelen de levenden en de dooden, wiens rijk geen einde zal hebben. Ik geloof in den Heiligen Geest, den Heer en levendmaker, die uit den Vader en den Zoon voortkomt, die met den Vader en den Zoon te zamen aangebeden en mede verheerlijkt wordt; die door de Profeten gesproken heeft. En ééne Heilige, Katholieke en Apostolieke Kerk. Ik belijd één doopsel ter vergeving van de zonden. En ik verwacht de opstanding der dooden en 't leven der toekomende eeuwen. Amen.
52
BIJ DE OFFERANDE.
O God, hemelsclie Vader, Gij, die deze allerheiligste offerande des Nieuwen Verbonds door Jesus Christus, uwen eeniggeboren Zoon, hebt ingesteld, die zich daarin zelf, door de handen uws priesters, voor ons opdraagt, evenzeer breng ik mij zeiven hiermede ten offer aan nwe goddelijke Majesteit. Neem deze onbloedige offerande genadig aan; ik wijd U daarbij mijn lichaam en mijne ziel, ja, alles wat ik ben en bezit. Laat dit al te zamen vereenigd zijn met de bloedige offerande, welke Jesus Christus eens aan het kruishout voor geheel het mensohelijk geslacht, IJ, o almachtige God, heeft opgedragen. Met Jesus en al zijne eindelooze verdiensten begeer ik mij in al mijn doen en laten eeuwig te verbinden; in Hem en in zijn bitter lijden en sterven berust mijne hoop en mijn vertrouwen; op Hem is mijn geloof gegrond en gevestigd; Hij is de bron mijner liefde en van mijn heil in eeuwigheid. Ik breng U hiermede, o heraelsche Vader, ook al mijn lijden en geluk, mijne ouders en verwanten, mijne naasten en beminde vrienden op aarde, ootmoedig ten offer. Laat mij en al de mijnen U een welgevallig offer zijn en neem ons allen op in uw rijk, waar wij ü, en Uwen Zoon, onzen Heer, tegelijk met den Heiligen
53
Geest altijd en eeuwig zullen loven en prijzen. Amen.
BIJ DE PREFATIE.
Tot ü, o God, verlielfeu wij onze harten en zeggen Uwe Goddelijke Majesteit dank. In waarheid, het is betamelijk en billijk, plichtmatig en heilzaam, dat wij U, heilige Heer, almaehtige Vader, eeuwige God, iiltijd en overal dankzeggen door Christus onzen Heer, door wien de Engelen en Aartsengelen uwe Majesteit loven, de Heerschappijen U aanbidden, de Machten voor U sidderen, en de Hemelen, met de Krachten der Hemelen, gelijk ook de gelukzalige Serafijnen IJ, in eenparige vreugde, verheerlijken. Vergun, bidden wij U, dat ook onze lofzangen met de hunne worden toegelaten, terwijl wij in ootmoed belijden: Heilig, heilig, heilig is de Heer, de God der Heerkrachten, hemel en aarde zijn vol van Zijne heerlijkheid. Hosanna in het Allerhoogste! Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren! Hosanna in het allerhoogste!
BIJ HET MEMENTO, OF DE GEDACHTENIS DEK LEVENDEN.
Barmhartige God en Heer, zie op mij en
54
allen, die tot glorie van Uwen groeten Naam bij deze heilige offerande tegenwoordig zijn, genadig neder, en opdat mijn gebed te krachtiger zij, zoo wil ik het verecnigen met de voorbede der allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, der heilige Apostelen , Martelaren en Belijders, Maagden en van alle Heiligen. Laat, Hemelsche Vader, deze ofterande, waarin uw eeniggeboren Zoon zich op eene onbloedige wijze opdraagt, mijne ziel ten eeuwigen leven verstrekken. Ik bid U, o Heer, dat gij Uwen dienaar onzen Paus, alle Bisschoppen, Herders en Zielzorgers verlichten en besturen wilt, opdat degenen , die hun aanbevolen zijn, door hunne leer en hun voorbeeld met Uwe uitverkorenen mogen vereenigd worden.
Dat Gij de vorsten der aarde, de christen-mogendheden en prinsen, die de eer van uwen goddelijken Naam bevorderen en tegen alle boosaardig vergrijp beschermen, in hunne macht gelieft te versterken en in genade, vrede en eenigheid, welke de wereld niet geven kan, te bewaren. Dat gij mijne geliefde ouders, bloedverwanten, vrienden en weldoeners, en alle hier op aarde nog omwandelende , voor wie ik verschuldigd ben te bidden, tijdelijke en eeuwige welvaart wilt verleenen. Geef hun, o Heer, door uwe milde goedheid, wat zij begeeren, wanneer het met
55
uwe eer niet strijdig en hun heilzaam is. Verder bid ik U, dat Gij alle zondaren tot ware boetvaardigheid brengen, en allen, die in zware bekoring zijn, met uwe krachtige genade sterken en voor den val behoeden wilt. Dat Gij alle in 't geloof dwalenden, Heidenen en Joden, tot de kennis van 't ware geloof wilt roepen en brengen. Gedenk, o hemelsche Vader, dat uw eeniggeboren Zoon Jesus Christus ook voor deze allen den bitteren dood heeft geleden en vooral om de zondaren in deze wereld gekomen is; leid ze allen tot de gemeenschap der geloovigen, opdat zij Uwe vaderlijke genade en goedheid deelachtig worden, en Uw Naam te meer in eeuwigheid zij geprezen. Door denzelfden onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U en den H. Geest leeft en regeert, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
BIJ DE OPHEFFING VAN DE H. HOSTIE.
Wees gegroet, o Gij, mijn Verlosser en Zaligmaker, Jesus Christus, mijne hoop eu toevlucht. Gij zijt het eeuwig woord des Vaders, Gij, mijn God eu mijn al. O Jesus, Gij, die aan 't heilig kruishout U zeiven aan uw Hemelschen Vader hebt opgedragen, geef mij deel aan Uw H. Lijden, aan Uw waar-
56
achtig lichaam en bloed in dit H. Sacrament, nu en in de ure van mijnen dood. Amen.
BIJ BE OPHEFFING VAN 'ï U. BLOED.
Wees gegroet, o Gij waaraelitig en levend bloed, dat uit de heilige wonden mijns Heeren Jesus Christus gevloten en met zijn H. Lichaam in dit H. Sacrament vereenigd zijt. O dierbare schat, o edele badstroom van het kostelijkste en zuiverste Bloed, wasch en reinig mij van al mijne zonden, genees en versterk mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.
GEBED NA DE CONSECRATIE.
O, allerbeminnelijkste Jesus, met een onwrikbaar geloof belijd, vereer en aanbid ik U, onder de hier tegenwoordige gedaanten van brood en wijn. ïk smeek ü ootmoedig, laat mij ten jongsten dage ü onverhuld met een vroolijk gelaat aanschouwen, bij 't aantal uwer uitverkoren medegeteld worden en in de hoogste vreugde uwe liefelijke stem hooren: kom, gij gezegende! â Ontferm U mijner, o Jesus en laat uw bitter lijden en sterven voor mij niet verloren zijn; laat uw kostelijk bloed voor mij niet te vergeefs vergoten wezen, maar laat het mij, gelijk al uwe uitverkoren, tot eeuwige vreugde en zaligheid verstrekken, Amen.
57
DE GEDACHTENIS DEE OVERLEDENEN.
Gedenk ook, genaderijke Jesus, allen, die in het ware geloof uit dit leven zijn verscheiden , vooral de ziele van .. . Laat de kracht en uitwerking der allerheiligste offerande en de voorbidding uwer H. Kerk hun te hulp komen; geeft hun deel aan uw eiu-delooze verdiensten. Stort den milden zegen der genade van uw heilig Bloed overvloedig op hen neder. Neem ze op uit de tijdelijke strafplaats in de eeuwige rust en zaligheid , opdat zij met alle Heiligen (en na mijn verscheiden ook ik met hen) in uw Rijk ü loven en prijzen mogen. Gij, die met den Vader en den Heiligen Geest leeft en regeert, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
BIJ HET PATER NOSTER.
Bid hier het Onze Vader en zeg daarna;
Verlos ons, bidden wij U, o Heer, van alle kwaad, dat verleden, dat tegenwoordig, dat nog aanstaande is, en verleen ons, dooide voorbede van de zalige en roemwaardige Maagd en Moeder Gods, Maria, van de heilige Apostelen Petrus en Paulus en Andreas en alle Heiligen, genadig vrede in onze dagen, opdat wij, door den bijstand
3*
58
uwer barmhartiglieid geholpen, te allen tijde vrij mogen blijven van zonden en verschoond van alle kwellingen. Door denzelfden Jesus Christus onzen Heer, uwen Zoon, die, met U en den Heiligen Geest leeft en regeert van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
De vrede des Heeren zij en blijve altijd met ons. Amen.
BIJ HET AGNUS DEI.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt! ontferm ü onzer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt! ontferm ü onzer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt! geef ons den vrede.
VOORBEREIDING DER GEESTELIJKE COMMUNIE.
Zachtmoedigste en allerootmoedigste Jesus, daar Gij ons bij U roept met de woorden; Komt allen tot Mij, die vermoeid en beladen zijt, Ik wil u verkwikken, zoo treed ik ' met een rouwmoedig hart, maar vol vertrouwen U nader, begeerig om zooveel mogelijk aan uw H. Lichaam en Bloed bij .dit H. Offer en Sacrament deelachtig te worden, en deze Engelenspijs geestelijkerwijze te kunnen genieten. Kom, o Jesus, kom binnen
59
iu mijn hart, verkwik en vervul het met uwen geest en uwe genade. O Gij, zoete vreugd mijns harten, o Gij, Leven mijner ziel, schenk mij de vergiffenis van al mijne zonden en gebreken, neem alles van mij weg, wat U van mij afkeerig maakt. O dierbare Jesus, leid mij tot U en regeer over mij, bereid U eene aangename woning in mijn binnenste, zoodat Gij steeds blijven moogt in mij en ik in U, die leeft en regeert, met den Vader en den Heiligen Geest van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
O Heer, ik ben niet waardig, dat gij ingaat onder mijn dak, maar spreek slechts één woord, en mijne ziel zal gezond worden (driemaal). (Denk hier, dat gij met den Priester communiceert, en zeg: Het Lichaam onzes Heercn Jesus Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven! Amen.
DANKZEGGING NA DE GEESTELIJKE COMMUNIE.
O Jesus, Licht mijns harten. Vreugde en Blijdschap van mijne ziel, TJ zeg ik dank in eeuwigheid, U loof ik uit al mijn vermogen, dewijl Gij mij, uw onwaardig schepsel met uw H. Lichaam en Bloed geestelijkerwijze hebt gespijzigd. O Gij, mijn Zaligmaker, mijn God en mijn Al, neem door deze uwe onbegrensde liefde alles van mij weg, wat ü
60
mishagen kan; vernieuw mijnen geest in mijn binnenste, en vervul mijne ziel met uwe genade; ontsteek mijn hart door het vuur uwer liefde en maak mijnen wil geheel en al gelijkvormig en ondergeschikt aan den uwen, opdat ik voortaan zeggen moge; Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij!
BIJ DE LAATSTE COLLECTEN.
Hoe zal ik U, o beminde Jesus, voor de groote weldaad danken, dat Gij mij deelachtig hebt gemaakt aan dit allerheiligste offer, waarbij ik de gedachtenis van uw bitter lijden en sterven vernieuwd heb! O Jesus, alles, wat in mij is, zal uwen H. Naam in eeuwigheid loven en prijzen. Ach, mocht ik steeds de kracht en werking van dit allerheiligst Sacrament ontwaren! Verleen mij genadiglijk, o Jesus, dat ik aan het einde mijns levens met dit en de andere Sacramenten voorzien en gesterkt, in het ware Geloof, in de troostvolle Hoop en in de volmaakte Liefde, deze wereld verlaten, en U mijnen Heer, te zamen met den Vader en den H. Geest, eeuwig loven, prijzen en dankzeggen moge. Amen.
61
BIJ DEN ZEGEN.
Zegen, o God, mijne heilige voornemens; zegen ons allen door de hand van uwen dienaar, en dat de uitwerkselen van uwen zegen eeuwig op ons rusten.
In den Naam des Yades, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen.
EVANGELIE VAN DEN H. JOANNES.
In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Alle dingen zijn er door gemaakt, en zonder dat is er niets gemaakt van hetgeen er gemaakt is. Daarin was het Leven en het Leven was het Licht des menschen, en het Licht scheen in de duisternissen, en de duisternissen hebben het niet begrepen. Er was een mensch van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis , om getuigenis van het Licht te geven, opdat allen door hem gelooven zouden. Hij zelf was het Licht niet, maar om getuigenis van het Licht te geven. Dit was het waarachtige Licht, hetwelk alle menschen verlicht, die in deze wereld komen. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam onder de zijnen, doch de
62
zijnen hebben Hem niet aangenomen, maar allen, die Hem aangenomen hebben, heeft hij de maeht gegeven om kinderen Gods te worden. Dengenen, die in zijnen Naam ge-looven, die niet uit den bloede, noch uit den wille des vleesches, noch uit den wille des mans, maar uit God geboren zijn. En het Woord is vleesch geworden, en het heeft onder ons gewoond, en wij hebben Zijne heerlijkheid gezien, eene heerlijkheid, als van den eeniggeborene des Vaders, vol genade en waarheid. Amen.
NA DE H. MIS.
O Hemelsche Vader, neem van mij aan het U verschuldigd dienstoffer, dat ik U door de bijwoning der H. Mis heb toegebracht, en vergeef mij alle daarbij bedreven zonden, verstrooiing en nalatigheid. Ik beveel mij U aan, nu en ten allen tijde, terwijl ik mij in de hand Uwer goddelijke barmhartigheid geheel en al overgeef. Laat Uw heilige wil steeds in mij voltrokken worden, en moge ik eenmaal na een zaligen dood, uw eeuwig Eijk en eindelooze Heerlijkheid verwerven. Dit bid ik voor mij en al de mijnen, door de verdiensten van uwen eengeboren Zoon Jesus Christus en door de voorspraak der zaligste Maagd Maria, zijne allerheiligste Moeder. Amen.
63
GEBED.
Driemaal het âWees Gegroet.quot;
Wees gegroet! o Koningin, Moeder van XJ barmhartiglieid, ons Leven , onze Zoetheid en onze Hoop, wees gegroet! Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva. Tot TJ smeeken wij zuchtend en weenend in dit dal van tranen. Daarom dan, onze voorspreekster, ach, sla op ons uwe zoo barmhartige oogen, en toon ons, na deze ballingschap , Jesus, de gezegende vrucht uws liohaams. O goedertierene, o meêdoogende, o zoete Maagd Maria.
V. Bid voor ons, H. Moeder Gods. E. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
LAAT ONS BIDDEN.
*
O God, onze toevlucht en onze kracht, verhoor de godvruchtige gebeden uwer Kerk, en geef, dat wij door de voorspraak van de glorierijke en onbevlekte Maagd Maria, van den H. Jozef, van uwe gelukzalige Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen, datgene ' met der daad mogen verwerven, wat wij in de tegenwoordige behoeften ooimoedig vragen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
«
I
BIECHTG EBEDEN.
V00RBEHE1DINGSGEBED.
O mijn God en Vader! Gij hebt mij door Jesus Uwen eeniggeboren Zoon tot uw kind aangenomen en mij beloofd, dat ik zoo ik Uwen heiligen wil volbracht, eenmaal den schoo-nen Hemel zou binnengaan. Maar helaas, die heerlijke bestemming heb ik uit het oog verloren, ik heb met Uwe goddelijke genade niet medegewerkt, maar die veeleer misbruikt; als de Verloren Zoon heb ik U, goede Vader, verlaten en Uwe gaven verkwist. Maar evenals die ongelukkige heb ik ook geene rust gevonden; treurig en bedroefd is mijne ziel wegens den ondank, waarmede ik U, den besten der Vaders, heb behandeld en wegens de zonden, die ik voor Uw goddelijk aanschijn heb bedreven.
Ofschoon ik Uwe gerechte straf had verdiend, hebt Gij mij met onuitsprekelijke lang-moedigheid en geduld nu nog gespaard en terwijl ik zondigde, mij nog met weldaden overladen. Ach, hoe onbegrijpelijk goed en
\ 65
barmhartig zijt Gij, o Vader, en hoe boos en zondig ben ik? Nog wacht Gij mij af, nog wekt Gij mij op, om den weg der zonde te verlaten en met berouw en tranen tot U weer ^ te keeren. Ja, beste Vader, ik wil die roepstem der barmhartigheid volgen; als de verloren zoon wil ik tot U terugkeeren ; o laat mij vergeving vinden en weer uw kind worden !
Ter liefde van üw goddelijken Zoon, die zich voor mij aan het kruis heeft opgeofferd, ontferm U over mij en neem al mijne misdaden weg.
O Maria, Moeder van Barmhartigheid, en toevlucht der zondaren, bid voor mij, dat ik de genade verkrijge, om waardig te biechten, en weer een kind te worden van God den Hemelschen Vader. Amen.
AANROEPING DES H. GEESTES.
Goddelijke, heilige Geest, die reeds in het H. Doopsel bezit van mijn hart genomen hebt en mij zoo dikwerf vermaand, gewaarschuwd, onderwezen en tot een braaf en deugdzaam 6 leven hebt opgewekt, ontferm U mijner, en vergeef mij, dat ik U zoo dikwerf bedroefd, zoo vaak zelfs uit mijn hart verbannen heb. Thans erken ik het, dat ik niets vermag zonder Uw goddelijken bijstand, en dat ik wis verloren ga, zoo Gij mij verlaat. In den
66
diepsten ootmoed, vol vertrouwen op Uwe liefde en goedheid zucht ik tol U, Geest der Waarheid en Wijsheid, verlicht mijn verstand, opdat ik duidelijk moge inzien, welke zonden ik bedreven heb, en hoever ik van U ben afgedwaald.
Zonder Uw licht en genade zal ik mijne zonden en afdwalingen nooit goed inzien, erkennen, betreuren en verfoeien. O kom dan. O H. Geest, zend een straal van Uw Goddelijk licht in mijn verstand en het vuur Uwer liefde in mijn hart, opdat ik mijne zonden, als Petrus en Magdalena, beweene, en als David oprecht en rouwmoedig belijde, opdat ik vergeving erlange en met uwe genade een nieuw mensch worde. Amen.
GEWETENSONDEEZOEK.
Onderzoek nu met alle oplettendheid uw geweten volgens de tien geboden en de vijf geboden der H. Kerk. Denk ook na over de hoofd- en vreemde zonden en zie hoe, en hoe dikwerf gij door gedachten, woorden, werken of verzuimen tegen de plichten van uwen staat gezondigd hebtO~^Let bijzonder op uw hoofdgebrek,5j4ioe vaak gij aan die booze neiging weer liebt toegegeven en klaag u daarover bijzonder aan.^X Wees nauwgezet in dit onderzoek, waarvatFzooveel afhangt voor eene goede en volledige biecht.
67
OVERWEGING OM EEN WAAK BEBOUW TE VERKRIJGEN.
Hoe groot, hoe onuitsprekelijk groot is de goedheid van God jegens mij! God heeft mij uit het niet geroepen, en in zijne H. Kerk opgenomen. Hij heeft mij goede ouders gegeven , die mij in het Katholieke geloof lieten onderrichten. Hij heeft mij de gezondheid, voeding en kleeding gegeven en mij voor duizend gevaren bewaard. Hij heeft de krachten van ziel en lichaam in mij onderhouden en armoede, nood en vervolging van mij afgewend! Als een kind heeft Hij mij in zijne armen gedragen en mij meer gegeven dan ik noodig had! Hij heeft mij meer bemind , dan een vader zijn kind!
En dien goeden, dien besten Vader heb ik beleedigd, bedroefd, vergramd, veracht, al zijne goedheid met ondank vergolden! Helaas! wat heb ik gedaan !
En nog strafte Hij mij niet terstond, nadat ik zondigde; nog liet Hij mij niet in deu afgrond des verderfs neerzinken, zooals ik verdiend had; maar Hij spaarde mij nog, had geduld met mij, wachtte mij af ter bekeering en overlaadde mij intusschen nog met weldaden.
Op het oogenblik waarin ik zondigde, had
68
ik kunnen sterven, en wat zou er dan van mij geworden zijn? Duizenden, die gezondigd hebben, zijn reeds veroordeeld en verworpen, en ik â ik leef nog!
Misschien had ik reeds lang de hel verdiend, en ik â ik leef nog! De verworpelingen in de hel hebben hunne bekeering uitgesteld , de reddende hand Gods afgewezen en zijn verloren voor eeuwig; maar ik leef nog en God reikt mij zijne hand tot opbeuring en redding. O hoe barmhartig is de Heer en hoe boos ben ik! â Voor de verworpelingen is het bloed des Heeren te vergeefs vergoten, voor hen zijn alle verdiensten des Verlossers verloren; voor mij vloeit dat bloed nog, aan mij worden die verdiensten nog toegevoegd. O God, welke gunst, welke groote genade voor mij! Maar, helaas, hoe vaak heb ik dat heilig Bloed mijns Verlossers versmaad, hoe dikwerf zijne verdiensten afgewezen , hoe dikwerf mijnen Heiland opnieuw gekruisigd !
BEKOUW EN VOORNEMEN.
Ach! beste Vader in den Hemel! Ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen U, ik ben waarlijk niet meer waard, uw kind genoemd te worden. Hoe meer goed Gij mij gedaan , hoe liefdevoller Gij mij behandeld,
69
met hoeveel meer erbarming Gij mij gespaard, hoeveel meer genade Gij mij bewezen hebt, des te ondankbaarder was ik, des te meer heb ik gezondigd, des te schandelijker heb ik U beleedigd.
Gij hebt mij reeds zoo dikwerf vergiffenis geschonken, reeds zoo dikwerf weer onder het getal Uwer kinderen aangenomen, en toch heb ik telkens weer gezondigd: Mag ik nu hopen, dat Gij mij nog zult vergeven en mijne zonden van mij zult wegnemen ? Groot is mijne schuld, talrijk zijn mijne misdaden, maar grooter nog is Uwe barmhartigheid, grooter nog Uwe onuitsprekelijke liefde. Daarom, mijn God en Vader, werp ik mij in ootmoed, in berouw en leedgevoel over mijne zonden voor U neder; ik belijd oprecht, dat ik ze verfoei en verafschuw. Slechts ééne zaak bedroeft mij, eene zaak doet mij leed, ééne zaak betreur ik, namelijk, dat ik U beleedigd, Uw vaderhart bedroefd. Uwen heiligen wil wederstaan, Uwe liefde versmaad heb!
O barmhartige Vader, ontferm U mijner en vergeef mij, om Jesus', uws Zoons wille, al mijne misdaden. Voor mij heeft Hij zijn allerheiligst bloed vergoten, dat heilig bloed en zijne oneindige verdiensten offer ik U tot boete voor mijne zonden op. Ik bid U, wil mij daarom al mijn zonde en fouten ver-
70
geven, al mijne misdaden uitwisschen. Nooit wil ik U meer bedroeven, oprecht beloof ik ü, voortaan Uw heiligen wil getrouw te vervullen. In het bijzonder neem ik mij vast voor, die zonde, waarin ik reeds zoo dikwerf hervallen ben, nooit meer te bedrijven, ik wil iedere gelegenheid daartoe vermijden en alle middelen aanwenden, om mij waarlijk te beteren. Ik wil bidden, waken, vluchten, strijden; sta mij slechts bij met Uwe goddelijke genade, en verlaat mij, armen zondaar, niet.
O mijne barmhartigste Moeder Maria! Grij hebt geen vuriger verlangen, dan dat ik een welgevallig kind zij van den Hemelsehen Vader, o bid voor mij, dat Hij mij alles vergeve, mij weer als zijn kind aan-neme en mij versterke, opdat ik mijne heiligste voornemens en mijne plechtige beloften nauwgezet en trouw moge vervullen. Amen.
Biecht oprecht en berouwvol al uwe zonden, open zonder de minste terughouding geheel uw hart aan uwen biechtvader; toon hem al uwe wonden, ontdek hem uwe twijfelingen en laat u nooit door valsche schaamte bewegen om ooit iets te verzwijgen of te bemantelen.
Tl
NA DE H. BIECHT.
O mijne ziel, loof den Heer, wiens er-barmingeu zonder tal en wiens liefde grenzeloos is. Weer hebt Gij, barmliartige Vader in den Hemel, al mijne misdaden vergeven; weer hebt Gij, goddelijke Verlosser, mijne ziel door uw heilig Bloed gereinigd; weer, ik hoop en vertrouw het, hebt gij, o heilige Geest, Uwen intrek genomen in mijn hart. Hoe kan ik dan, o allerheiligste Drievuldigheid, U naar waarde loven, ü danken voor de overgroote genade, die ik niet verdiende, die eene loutere gave is van Uwe liefdevolle, eindeloozeerbarming. Weer hebt gij mij tot Uw kind aangenomen; ik mag ü weer Vader noemen, ik ben weer levend lid van de gemeenschap der Heiligen en Gij ziet weer met welbehagen op mij neder. Van ganscher harte zeg ik U dank voor die groote genade en ik smeek U, wil mij de bijzondere gave verleenen, dat ik uwe liefde door geene enkele zonde meer ver-lieze en U trouw blijve tot den dood. Ach, vrees en angst overvalt mij, wanneer ik bedenk, hoe dikwerf ik mijne voornemens reeds verbroken, hoe dikwerf ik aan mijne booze neigingen weer toegegeven en U beleedigd heb. â Thans echter wil ik ernstig met de zonden breken; ik wil uwe liefde niet meer verliezen.
72
Uwe gerechte wraak over mij niet meer aftrekken, ik verfoei, ik haat de zonde, vooral die zonde, waardoor ik U het Hoogste Goed, zoo dikwerf reeds bedroefde. O, kom mij in mijne zwakheid te hulp. Sterk mij, opdat ik de gelegenheid tot zonde vermijde en sta mij bij, opdat ik wake, bidde en strijde, om in de bekoringen, die mij zullen overvallen, niat te bezwijken. O mijn Goddelijke Heiland, Gij hebt Uw Goddelijk Hart laten openen, om mij en alle arme zondaren daarin een veilig toevluchtsoord te bereiden, laat mij dus in Uw liefdevol Hart veiligheid en bescherming vinden tegen alle vijanden mijner zaligheid; deel mij mede van dat goddelijk liefdevuur, waarvan Uw allerheiligst Hart ontstoken is, opdat ik uit liefde tot U, alleen daarnaar streve, om den hemelschen Vader door een heilig en deugdzaam leven te behagen.
En gij, mijne trouwe en liefdevolle Moeder Maria, die mij, armen zondaar, niet verlaten, en door uwe voorbede genade en verzoening voor mij bewerkt hebt, o sta mij bij, dat ik van nu af aan mijne goede voornemens vol-brenge en volharde in de trouw, die ik aan uw Goddelijken Zoon gezworen heb.
Bid voor mij, dat ik Hem nu moge navolgen, de deugd beoefenen en door Hem en in Hem zalig worden. Amen.
73
COMMUNIE OEFENINGEN,
O Jesus, eeniggeboren Zoon des Almacli-tigen Vaders! Koning der Koningen en Heer van Hemel en aarde, Gij wilt tot mij komen en mijne arme ziel bezoeken. Hoe is 't mogelijk, dat Gij U zoo diep vernedert? Was het voor Uwe liefde nog niet genoeg, voor mij aan het kruis te sterven ?
Wie zou het kunnen gelooven, dat Gij Uw allerheiligste Vleesch en Bloed tot spijs geeft aan de Uwen, wanneer Gij zelf het niet gezegd, en in het laatste Avondmaal werkelijk gedaan hadt. Gij toch hebt verklaard: âNeemt en eet, dit is mijn lichaam.quot; Gij zelf hebt gezegd; //Wie dit Brood eet, zal leven in eeuwigheid.quot; Uwe woorden zijn waarheid, o Heer, en ik geloof ze vast en ontwijfelbaar. Ja, Gij wilt tot mij komen, onder de gedaante van brood, met vleesch en bloed, met godheid en menschheid, met ziel en lichaam, maar ben ik Uw bezoek wel waard, mag ik wel aanzitten aan Uwe heilige tafel? Wanneer ik mijzelven beschouw moet ik uitroepen: âO, Heer! ga van mij, want ik ben een zondig mensch.quot; Maar wat zou er van mij komen, zoo Gij mij verliet? Hoe kan ik leven zonder U? Ik moet tot U gaan, want Gij zijt de Weg, de Waarheid en het Leven, en is mijne ellende ook groot, nog grooter
4
74
is Uwe liefde, die mij roept en bemoedigt om tot Uwe H. Tafel te naderen, ofschoon ik daartoe geheel onwaardig ben. â Deze Uwe oneindige liefde en goedheid geeft mij hoop en vertrouwen, dat ik genade zal vinden in Uwe oogen, ofschoon ik een zondaar ben. Daarom dan nader ik vol vertrouwen als een kind tot zijnen vader. Ach! mocht mijn hart toch zoo koud niet zijn, mocht ik U toch met meer kinderlijke liefde beminnen!
Wie geeft mij die liefde, om ü met innige godsvrucht, met brandend verlangen te gemoet te snellen. Ik wil U liefhebben, hartelijk liefhebben en slechts U alléén. O, mocht ik den liefdegloed bezitten der Engelen en Heiligen, om U met een vurig hart te ontvangen. O Jesus, Bron der Liefde, zend toch, alvorens tot mij af te dalen, een straal Uwer liefde in mijn hart, opdat het ontvlamme en van innig berouw verteerd worde, want veel kwaad heb ik voor U gedaan, allerlei smaad heb ik U toegevoegd. Uw allerheiligst Hart zoo dikwerf bedroefd en al Uwe liefde met ondank vergolden.
O mijn Jesus, om Uw lijden en sterven, ontferm U over mij en geef mij vergiftenis. Spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden. Slechts in eene reine ziel wilt Gij Uwen intrek nemen, slechts met eene reine ziel kunt Gij U vereenigen. O, reinig
75
dan, zuiver en heilig mijne ziel door uw liei-lig Bloed en kom en voorzie haar met Uwe genadegave. Zie, mijn hart verlangt naar U, bevredig dat verlangen, neem mijn hart in bezit, het behoort U toe, nu en voor eeuwig.
GEBED TOT MAJUA, DE MOEDER DER SCIIOOKE LIEFDE.
O, allerzuiverste, allerheiligste Maagd ! hoe
. ' t O O
vurig heeft uw hart niet verlangd naar de komst des Verlossers en welk eene zoete verrukking doorstroomde niet uwe ziel, toen Gij van den Heiligen Geest uw Verlosser ontvingt.
Uwe engelreine zuiverheid, uwe hemelsehe liefde, de glans uwer deugden heeft Gods eeniggeboren Zoon behaagd en Hem doen afdalen in usven schoot.
Die groote genade, die U ten deel is gevallen , zal ook ik heden ontvangen. Ook tot mij wil Jesus, uw goddelijke Zoon, komen; Hij wil mijne ziel bezoeken en zijnen intrek bij mij nemen.
Wanneer nu Gij, de Genadevolle des Heeren , U zulk eene genade onwaardig hieldt, hoe durf ik dan wagen toe te treden tot de Tafel uws Zoons, den Heilige der Heiligen en hel allerheiligst Lichaam te ontvangen van Dengene, Dien zelfs de Engelen niet rein genoeg zijn te genieten. Ik zie in mij zeiven
76
slechts armoede aan deugden en goede werken en onreinlieid, en, wat mij nog het meeste verontrust en bedroeft, liefdeloosheid en koudheid des harten. De oneindige liefde van uw Goddelijker. Zoon noodigt mij aan zijne tafel. In zijne eindelooze barmhartigheid wil Hij zelf het voedsel mijner ziel zijn, en toch is mijn hart zoo koud, zoo ongevoelig voor Hem, de Bronwel aller Liefde.
Zie, lieve Moeder, mijnen nood aan, hoor mijn klagen en kom mij te hulp. Gij zijt de Moeder der schoons, heilige Liefde, want gij hebt het leven gegeven aan Hem, die de Hefde zelve is. O wanneer Gij voor mij wilt bidden, dan zal ik zeker de genade verkrijgen, dat mijn koud hart ook door het vuur dei-liefde ontstoken worde, en dan durf ik hopen uw Goddelijken Zoon te behagen en mij met Hem te mogen vereenigen. Liefde is het, die Jesus van mij verlangt, liefde, die al mijne gebreken moet goed maken; liefde, die den weg baant tot het allerheiligst Hart van uw goddelijken Zoon, liefde is het ook, die Hem beweegt tot mij, armen zondaar, af te dalen. O, help mij dan. Moeder dei-Liefde, om uwen Zoon boven alles lief te hebben, deel mij mede van die liefde, die uw hart verteert en bid voor mij de genade af, dat ik met zoo inwendige godsvrucht en volledige toewijding der ziel Uw Zoon in het
77
allerheiligste Sacrament moge ontvangen, als Gij Hem vau den Heiligen Geest ontvangen, na de gehoor te in uwe armen genomen, aan uw hart gedrukt hebt eu Hem nu eeuwig-bezit, geniet en verheerlijkt in den Hemel. Amen.
VERZUCHTINGEN.
On mid del ijk voor de H. Communie.
O mijn Jesus, ik ben dat schaapje, dat vrijwillig is afgedwaald, wijl het zich vau U, o mijn Heiland, verwijderde; maar Gij zijt de goede Herder, die zijn leven gegeven heeft, om mij te redden. Zoek mij op, mijn Jesus, en verlaat mij niet. Zoek mij op, en leg mij op uwe schouderen. Want zie, ik neem mij nu vast voor, ü te dienen en U lief te hebben, zooveel ik maar kan.
O mijn God, ter liefde van Jesus, vergeef mij al mijne zonden, zoowel de zware als de dagelijksche zonden. Vergeef mij al mijne nalatigheden, ik betreur ze alle, wijl ik daardoor ü, oneindige goedheid, heb bedroefd. Ik bemin ü, beminnenswaardig eu hoogste Goed, ik bemin U boven alles, en beloof ü, dat ik liever wil sterven, dan U vrijwillig ook maar in het minste te mishagen. O mijn Jesus Uw lijden en sterven, het bloed voor mij vergoten, vervult mij met
78
de hoogste hoop, met het meest vaste vertrouwen.
O dierbare Heiland, vermeerder mijn geloof en laat mij erkennen en gevoelen, dat Gij het zijt, dien ik in liet allerheiligst Sacrament ontvang. Ik bemin U, o God mijner ziel, ik bemin U, mijn Heiland, mijn Verlosser, die Uw leven voor mij hebt opgeofferd. O mijn Jesus, ik erken, dat ik volstrekt onwaardig ben, om tot U te naderen en U in mijn hart te ontvangen, wegens de menigte mijner fouten en overtredingen en wijl de reinheid en heiligheid des harten mij ontbreekt. Daarom roep ik tot U: âHeer! ik ben niet waardig!quot;
Reinig dus , beminnenswaardige Heiland, mijn hart, en bewerk in mij datgene, waartoe Gij gekomen zijt, 0, kom in mijne ziel en heilig haar; neem bezit van mijn hart en reinig en zuiver het meer en meer; kom in mijn lichaam, en bewaar het heilig en onbesmet en laat mij nooit weer gescheiden worden van Uwe goddelijke liefde. Amen.
VEBZUCHTINGEN
na de H. Communie.
O mijn Jesus, Gij zijt nu bij mij, ik bezit U in mijn hart; ach! wie ben ik en wie
79
zijt Gij? Ik een arm zondaar; en Gij, de allerheiligste; ik een onreine en Gij de reinheid zelve; ik een arm bedelaar, en Gij de Hoogste Majesteit; ik een schepsel, een aardworm, stof en asch, en Gij de Schepper van Hemel en Aarde! ...
Hoe zal ik ü, uwe oneindige goedheid naar waarde loven, hoe U huldigen en aanbidden! Helaas, daartoe is mijne tóng te zwak, mijne taal te armzalig, mijn geringheid te groot
O welken dank ben ik U niet schuldig voor uwe onbegrijpelijke vernedering!.,. Gij hebt mijne ziel, die U zoo dikwerf beleedigde, bezocht; mijn hart, dat zich zoo vaak van U afwendde, met uwe goddelijke tegenwoordigheid vereerd. .. Wat zal ik U daarvoor wedergeven? Zie ik offer mij zeiven geheel aan U op; mij zeiven wijd ik geheel en al aan U toe. Mijn leven behoort aan U. Wees Gij van nu af aan mijn leven! Gij zijt de mijne, ik ben de Uwe, de Uwe wil ik blijven in eeuwigheid. Nooit meer zal ik de goedheid en barmhartigheid vergeten, waarmede Gij mij hebt overladen. O mijn Jesus! de liefde heeft mij tot U gebracht, zou ik U dan niet liefhebben?
Ja, ik bemin U, ik bemin U met al de krachten mijner ziel; o, kon ik U toch liefhebben , zooals Gij bet verdient! Ik geloof,
80
dat Gij nu met ziel en lichaam in mijn hart zijt; Gij woont in mij met Uwe oneindige goedheid en wilt mij een maken met U; ik aanbid U, ik loof en prijs U met alle Heiligen ; ik verheerlijk ü met alle Engelen des Hemels. O Maria! help mij met geheel het hemelsch Hof uwen en mijnen Jesns loven en prijzen; help mij Hem beminnen met geheel mijne ziel. O mijn Jesus! Gij weet, hoe arm en ellendig ik ben, o, gewaardig ü mijne hulde aan te nemen. De gansche Hemel, alle scharen der Engelen en Heiligen, alle schepselen der aarde zijn niet in staat, Uwe verhevene Majesteit te loven, Uwe oneindige goedheid te prijzen, voor Uwe onmetelijke liefde naar waarde te danken ; hoe zal ik het dan vermogen, ik het armzaligste van al uwe schepselen?... O Jesus! niets anders kan ik U geven dan mijn hart: o neem het aan, en behoud het als uw eeuwig eigendom; het behoort U toe. O, bind het aan U met onverbreekbare liefdebanden! Jesus! voor U leef ik. Jesus! voor U sterf ik. Jesus ik ben de uwe levend en dood. Amen.
BEDE.
Oneindig rijke en barmhartige Verlosser, wiens allerheiligst Hart een onuitputbare bron is van alle genade, waaruit ik naar
81
hartelust raag putten; zie, ik werp mij in den geest voor U neder, en bid ü in diepen ootmoed, deel mij mede van Uwe liefde, ontsteek mijn hart door Uw goddelijk liefdevuur, opdat ik U en U alleen uit geheel mijne ziel beminne! Ach! zonder liefde ben ik niets; zonder liefde vermag ik niets; zonder liefde word ik niet heilig en zalig. O Jesus, om die eeuwige liefde, die gij mij hebt toegedragen, maak, dat ik ü hier, zoolang ik leef en in alle eeuwigheid be-minne! Geef mij dan ook de genade, dat ik mij geheel overgeve aan U en niets anders zoeke dan Uwe eer en Uw goddelijk welbehagen.
Verdrijf daarom uit mijn hart, alles wat U niet aangenaam is; neem alle liefde en geneigdheid tot de sehepselen daaruit weg, en trek al mijn verlangen tot U. Laat mij erkennen, dat alles in de wereld ijdel en vergankelijk is en dat ik in U alleen ware vreugd, waren troost, waren vrede kan vinden ... Gij kent mijne zwakheid. Gij weet, hoe dikwijls ik reeds de beste voornemens heb gemaakt, maar altijd weer verbroken heb; mijn strijd en bekoringen, de gevaren , die mijne ziel bedreigen zijn U bekend, en Gij weet, hoe dikwerf ik reeds in zonden ben gevallen. O goedertieren Heiland en machtige Heer! ontferm U mijner en houd
4*
82
mij staande door üvv machtige hand; laat mij in Uw allerheiligst hart mijne toevlucht vinden en help mij mijne bekoringen overwinnen en de zonden vermijden , waarin ik tot hiertoe reeds zoo dikwerf gevallen ben.
Helaas! ik zie het vooruit, zoo Gij mij niet bijstaat, goedertieren Heer, zoo Gij mij niet ondersteunt en helpt, dan zal ik weder vallen en als een andere Judas U verraden. Geef mij daarom de genade, dat ik mij zeiven steeds wantrouwe en al mijn vertrouwen slechts op U stelle. Gij zegt: âAl wie volhard zal hebben tot het einde toe, zal zalig worden.quot; O, hoe gaarne zou ik volharden , Uwe genade nooit meer verliezen, maar U trouw navolgen en zalig worden. Maar dit vermag ik alleen door Uwe goddelijke genade; o verleen mij dan, lieve Jesus, deze genade, alvorens met Uwe wezenlijke tegenwoordigheid van mij te scheiden. O Jesus, Gij wilt, dat ik heilig worde, maar ik kan het niet zonder U. O maak mij dan heilig, opdat ik eens zalig in den Hemel U loven en prijzen moge in eeuwigheid. Amen.
GEBED TOT DE H. MOEDEE GODS
O, allerheiligste Moeder, zie Degene, Dien Gij in Bethlehem's stal gebaard en op uwe handen gedragen hebt; Dien gij, staande
83
onder het kruis, voor mij liebt zien sterven en na Zijne verijzenis in Zijn verheerlijkt lichaam aanschouwd hebt, â Jesus, uw goddelijke Zoon , rust in mijn hart. O verheug U met mij en help mij Hem aanbidden en loven, help mij Hem dank brengen voorde onuitsprekelijke eer, mij door Zijn bezoek bewezen. Vergoed, heilige Moeder, door uwe liefde, door uwe aanbidding, door uw lof en dank, wat ik niet vermag te doen, en verwerf door uwe voorbede voor mij de genade, dat ik verhooring vinde bij uwen Zoon. Veel heb ik Hem reeds gevraagd; maar heb ik wel goed gebeden? Ik ben daarenboven een arm zondaar, onwaardig om door mijne zonden verhoord te worden, wijl ik zooveel genade reeds misbruikt heb. Maar zoo Gij, lieve Moeder, U over mij erbarmt en voor mij bidt, dan vertrouw ik vast, dat ik verhoord zal worden. Uw Jesus weigert U niets; bid Hem dus, lieve Moeder, om de genade, dat ik in mijne vorige zonden en oude gebreken niet meer moge hervallen; dat ik toch eens beginne Hem van harte lief te hebben; dat ik mij zeiven in mijne verkeerde neigingen overwinne, uw goddelijken Zoon trouw navolge, de heilige deugden van ootmoed en zachtmoedigheid, van gehoorzaamheid, geduld en kuischheid met ijver beoefene en in de onderhouding van Gods
84
heilige geboden volharde tot het einde toe. Amen.
MEMORARE VAN DEN H. JOZEF.
Gedenk, o kuischte Bruidegom van Maria, mijn goedertieren beschermer, heilige Jozef, dat het nooit gehoord is, dat iemand uwe voorspraak ingeroepen en om uwe hulp gesmeekt heeft, zonder vertroost te zijn geworden. Met dit voornemen nader ik tot U, en kom mij niet allen aandrang U aanbevelen. Versmaad mijne beden niet, Pleegvader mijns Verlossers, maar neem die genadig aan. Amen. 300 dagen aflaat. Pius IX. 26 Juni 1863.
O, H. Jozef, onze leidsman, bescherm ons en de H. Kerk.
50 dagen aflaat. Pius IX. 27 Jan. 1863.
GEBED OM DEN ZEGEN.
Zegen mij, Heer Jesus! met den Vader en den H. Geest, en verleen mij uwe overvloedige genade, om altijd en in alles, nu en in 't uur van mijnen dood Uw allerheiligste wil te volbrengen. Amen.
GEBED.
Zie, o goede en allerzoetste Jesus,ikwerp mij voor uw aangezicht op mijne knieën
85
neder en bid en smeek U met al den gloed mijner ziel, dat Gij levendige gevoelens van geloof, lioop en liefde, een waar berouw over mijne zonden en den vasten wil, om ze te verbeteren, in mijn bart wilt drukken; terwijl ik met groote aandoening en smart uwe vijf wonden bij mij zeiven overdenk en in den geest beschouw, voor oogen hebbende, wat reeds de Profeet David van U, o goede Jesus, in den mond nam: Zij hebben mijne handen en voeten doorboord, zij hebben al mijne beenderen geteld. Ps. XXI, 17â18.
AFLAATGEBBDEN.
VOORBEREIDEND GEBED.
Almachtige en eeuwige God, ik betrouw, dat mijne zonden mij in het Sacrament van boetvaardigheid zijn vergeven, wat de schuld en de eeuwige straften betreft. Maar daar ik aan Uwe rechtvaardigheid wellicht nog door tijdelijke straffen voldoening moet geven, neem ik mijne toevlucht tot deu schat der overvloedige voldoeningen van onzen Heer Jesus Christus , de H. Maagd en de Heiligen. Uwe Kerk, die daarvan de uitdeelster is, veroorlooft mij heden uit die onuitputtelijke bron te genieten, om aan te vullen, wat aan mijne werken ontbreekt. Laat mij deelen, o barmhartige God, in dien kostbaren aflaat, welken ik afsmeek. Ik verfoei opnieuw mijne zonden en ik neem mij vast voor, met de hulp Uwer genade, daarin niet meer te hervallen.
87
GEBED TOT GOD DEN VADÃR.
Voor de verheffing der H. Kerk.
Gedenk, o eeuwige Vader, Uwe Kerk, welke Gij van den beginne hebt bezeten. Verheerlijk haar als de Bruid van Jesus Christus, Uw eenigen Zoon, die al zijn bloed voor haar gestort heeft.
Wil, bid ik U, haar verheffen, met zulk een glans van heiligheid doen schitteren en met zulk een overvloed van genade vervullen, dat zij in haar strijd en lijden steeds over-winne en meer en meer haren goddelijken Bruidegom gelijkvormig worde. Geef, dat al hare kinderen U door een levendig geloof kennen, U met een vast betrouwen aanroepen en met altijd toenemende liefde beminnen.
Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.
GEBED TOT GOD DEN ZOON.
Voor de uitroeiing der Ketterijen.
O Jesus, waaraehtig Licht, dat allen mensch, die in deze wereld komt, verlicht, ik smeek U de duisternis, de dwaling en de scheuring te doen verdwijnen. Geef, dat allen het licht der waarheid volgen en zich haasten in den schoot der Kerk terug te
88
keeren. O goede Herdei-, breng de verdwaalde schapen tot den schaapstal terug, opdat er maar ééne kudde en één Herder zij.
Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.
GEBED TOT DEN H. GEEST.
Voor den vrede tusschen de Christenvorsten.
O goddelijke Geest, Geest van liefde en vrede, die zoovele volken in de eenheid des geloofs hebt vereenigd, stort de volheid Uwer genade uit over de vorsten en hunnen dienaren. Vervul hunne harten met dien geest van liefde, welken Gij op deze aarde gebracht hebt. Geef, dat zij zich nooit door eenigen hartstocht laten vervoeren, dat zij nimmer iets ondernemen tegen Uwe glorie en de eensgezindheid Uwer Kerk, maar integendeel zich beijveren, om de volken, die Gij hun hebt toevertrouwd, naar de vreugde des eeuwigen levens te geleiden.
Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.
GEBED TOT DE H. DRIEVULDIGHEID.
Voor de verbreiding des Geloofs.
H. Drievuldigheid, Vader, Zoon en H. Geest, gedenk, dat de zielen der ongeloovi-
89
gen het werk Uwer lianden zijn, en Gij ze naar Uw beeld hebt geschapen. Dat Uw rechtvaardige toorn bevredigd worde door de gebeden der godvruchtige zielen en de H. Kerk. Maak een einde aan hunne blindheid, zend tot de heidensche volken apostolische mannen, die zich in Uwe liefde beijveren om het geloof onder hen te verbreiden, U te doen aanbidden en beminnen.
Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.
GEBED VOOR ONZEK H. VADER, BEN PAUS.
O God, Herder en Bestuurder van alle geloovigen, zie op Uwen dienaar N., dien Gij tot Herder Uwer Kerk hebt willen aanstellen, genadig neder; geef hem, bidden wij U, dengenen, over wie hij gesteld is, door woord en voorbeeld tot heil te verstrekken, opdat hij samen met de hem toevertrouwde kudde tot het eeuwig leven moge geraken. Door onzen Heer, Jesus Christus, Uwen Zoon.
Onze Vader, Wees gegroet, Glorie zij den Vader.
GEBED TOÃ DE ONBEVLEKTE MAAGD MARIA.
N-a de H. Communie.
O mijne goedertierene Moeder Maria, Uw goddelijke Zoon heeft zich heden zoo oneindig
90
goedgunstig vernederd, en mij met Zijne zoete tegenwoordigheid vereerd. Hij, de Hemelsche Gast, is tot mij gekomen, om mij zeer vele en groote genaden mede te deelen.
Ik heb Hem ook om vele en velerlei genaden gebeden; maar, ofschoon Hij zelf gezegd heeft: die bidt, zal verkrijgen, zoo vrees ik nochtans wegens mijne onwaardigheid geene verhooring te zullen vinden, want ik ben een arm zondaar, ik heb reeds zooveel kwaad gedaan, mijn hart en mijne tong-meermalen bezoedeld. Maar gij zijt mijne Moeder, U kan Hij niets weigeren. Gij verlangt zoo vurig naar ons geluk en hebt innig medelijden met onze ellende. Daarom wend ik mij vertrouwend tot U en smeek ü, uw allerliefsten Zoon voor mij te bidden, dat hij mij voor alles eene innige, vurige liefde tot Hem in het hart storte. Gij heet de Moeder der schoone Liefde. Wil die schoone, zuivere en heilige liefde voor mij afsmeeken. Gij heet de Moeder der Vreeze. Die heilige vrees voor de zonde, voor elke beleediging het Hoogste Goed aangedaan; o, vraag die voor mij van uwen lieven Jesus. Men noemt U ook Machtige Maagd. Smeek dus voor mij kraeht en sterkte af, om in de bekoringen niet te bezwijken, en over al mijne verkeerde neigingen te zegevieren. Ook Spiegel der Gerechtigheid heet men U. Alle deugden
91
van uw goddelijken Zoon spiegelen zich in ü met den lieldersten glans af. Verwerf dus voor mij de genade, dat ik die schoone deugden van uwen Jesus, voor Zijn ootmoed, zachtmoedigheid, gehoorzaamheid, geduld en medelijdende liefde jegens alle menschen met ijver navolge.
O liove Moeder! gij weet, hoezeer ik verlang Hem te dienen en te beminnen. Help mij dus, om Hem getrouw te blijven tot aan mijnen dood, opdat ik mij eens in die zaligheid, welke gij thans reeds bij Hem geniet, eeuwig moge verheugen. Amen.
GEBED TOT DEN H. ENGELBEWAAUDER, NA DE H. COMMUNIE.
O mijn beminde Engel, die mij immer tér zijde staat: wat zult gij u gelukkig gevoelen , nu ik uw God eu mijn God in mijn hart bezit. Gij aanschouwt Hem, gij aanbidt Hem voor mij, en uwe vurigheid vergoedt mijne koelheid. Ik zeg er U dank voor, evenals voor de zorg, die gij steeds voor mij koestert. Wanneer ik bid, vereenigt gij U met mij, wanneer ik werk, draagt gij mijn werk aan God op; wanneer ik slaap, waakt gij over mij... O mijn Engelbewaarder, ga voort, mij uwe liefdevolle hulp te verkenen, bewaak mijn lichaam en mijne ziel; verwij-
93
der van mij, al wat mij tot nadeel zou kunnen strekken. Behoed mij door uwe ingevingen tegen de valstrikken van Satan .. . Sta mij bij in twijfel door uwen goeden raad, help mij in mijne machteloosheid, stel mij gerust in vrees, troost mij in smarten, bescherm mij in de ure des doods, en wanneer ik den laatsten snik zal gegeven hebben, moge ik n dan zien, o mijn Engelbewaarder, en op uwe vleugelen gedragen worden tot voor den troon des Allerhoogsten in den schoonen Hemel, waar ik hoop met U den Heer te danken en te prijzen in de eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED TOT DE MOEDEK DER ZEVEN SMA11TEN,
(in groots droefheid en nood).
O allerheiligste Maagd en bedrukte Moeder Gods Maria; ik... meest onwaardig en zondig mensch, neem mijne toevlucht tot U, eu met een kinderlijk vertrouwen buig ik mijne knieën voor uw beeld, en bid met een bedrukt gemoed , al zuchtende, kermende, wee-nende, dat Gij, o verhevenste, nochtans ootmoedigste Vrouw en medelijdende Moeder, mij arm schepsel, op dit uur in mijne benauwdheid verhoort; weest dan voor mij een allerkrachtigste Verzoenster bij God den Vader, wiens beminde Dochter Gij zijt, eene ge-
93
wenschte Voorspraak bij God den Zoon, die ü, Zijne teedere Moeder, niets weigert; eene krachtige Middelares bij God den Heiligen Geest, die TJ tot Zijne waardige Braid verkozen heeft.
Beschouw, o verhevene, uit het hoogste des Hemels, met een meêdoogend oog niet mijne zonden, maar den druk mijns harten; niet mijne verdiende straffen, maar mijne noodwendigheid; niet mijne onwaardigheid , maar mijnen akeligen toestand; behoed mij dan, die anders moet verloren gaan, ondersteun mij, die anders moet vallen; troost mij, die van een ieder verlaten ben. Ach , liefdevolle Moeder ! tot U zal ik mij in mijne bedruktheid wenden, als een kind tot zijne moeder, wanneer de vader vergramd is. Ja, tot ü, als de oorzaak onzer blijdschap, het heil der zieken, de toevlucht der zondaren, de troost der bedrukten, de hoop der klein-moedigen en de hulp der Christenen 1
O allerheiligste Maagd! Gij kunt mij helpen, Gij wilt mij helpen, ja, ik hoop, Gij zult mij helpen.
Gij kunt mij helpen, want Gij zijt de machtigste na God, en één zucht uit uw maagdelijk hart voor den zondaar doet meer af dan de gebeden der andere Heiligen; Gij wilt mij helpen: want Gij zijt vol liefde voor de menschen en bijzonder voor de zondaren.
94
Ik hoop, Gij zult mij helpen, want dit is U altijd bevolen.
Ik hoop, Gij zult mij helpen, als zijnde onze Moeder.
Ik hoop, Gij zult mij helpen, daar Gij zoo menigen zondaar geholpen hebt en er is niets, o, machtige Koningin van Hemel en aarde, of Gij kunt het tot ons welzijn verkrijgen.
Waarom zoudt Gij mij, nietigen aardworm, dan ook niet bijstaan? ik ben mijn aanwezen aan denzelfden God verschuldigd, en door hetzelfde dierbaar bloed verlost; Gij zijt zoo wel de voorspraak en Moeder voor mij, als voor anderen. Gij zijt nu dezelfde, die Gij altoos waart, uwe liefde is onveranderd, uwe barmhartigheid jegens het mensehdom is niet afgenomen, uwe bereidvaardigheid tot hulp is niet verminderd, waarom zoudt Gij mij dan niet bijstaan?
Gij zondert geene personen uit; iedereen, klein en groot, rijk en arm, rechtvaardigen en zondaars mogen uwen bijstand vragen. Nooit is het te laat, want Gij zijt altijd gereed. Altijd staan uwe armen open, om de zondaars te ontvangen. Ziedaar dan, o Koningin, allereinste Maagd! waarop ik miju vertrouwen stel, terwijl ik nederig bid om troost, hulp, bijstand en verlossing in en van deze mijne ellenden . ..
Ach , allergenadigste Maagd, keer uw aan-
95
schijn niet van deze mijne gebeden af, maar verhoor ze, ofschoon ik zonder verdienste hen, en laat mij niet ongetroost heengaan. Moge de blijdschap U hiertoe bewegen, die uw maagdelijk hart in de boodschap des engels, in de bezoeking van uwe nicht Elizabeth, in de geboorte, opdracht en vinding van Jesus in den tempel gevoelde. Heb toch medelijden met mijne tegenwoordige droefheid, door al uwe onuitsprekelijke smarten en tranen, die uwe teedere ziel geleden heeft in de nooit gehoorde mishandelingen, uwen Jesus aangedaan. Verheug mij, o Maria, door al de glorie, waarmede ü de allerheiligste Drievuldigheid heeft vereerd in de heerlijke Verrijzenis, de wonderbare Hemelvaart, de troostrijke nederdaling van den Heiligen Geest, in uwe opneming ten Hemel met ziel en lichaam, en uwe verhevene kroning. Ik bid, ik zucht, ik smeek, o Maria! ik verzoek uit geheel mijn hart geholpen te worden, door de liefde van Jesus voor U, en door uwe liefde voor Hem. 0, Maria, ik houd niet op met bidden, of Gij zult mij helpen. Allerheiligste, allerverhevenste, allerootmoedigste, allermeêdoogendste, allerliefste Moeder! verhoor mij: ik loof, groet en prijs U. Dat alle redelijke schepselen U kennen , beminnen en dienen. Ik verheug mij overal uw zoo geestelijke alslichamelijke gaven,
en verzoek, van U minlijk verhoord te worden.
Waarom zoudt Gij langer vertoeven?
Weerhouden ü mijne zonden?... Ach!
deze zijn mij van harte leed, en ik verzaak die met al mijn verstand en mijnen wil. Heb ** ik U voorheen te flauw gediend? Zie, ik neem mij voor, Ã al mijne overige levensdagen getrouw te dienen.
Aanzie dan mijn bekneld hart. Zal uw moederlijk hart gedoogen dat ik, ellendige, ongetroost blijve? ... En dat mijne ziel buiten het Hemelrijk gesloten worde?...
O, neen, lieve Moeder, dit strookt niet met uwe grenzelooze liefde.
Ik blijf dan tot U zuchten, o Maria! . . . ontferm U dan ten laatste over mijn rouwmoedig hart. Verwerf mij, door uw voorbidden, een levendig geloof, eene standvastige hoop, eene volmaakte liefde tot God,
tot U en alle menscheu om God; verkrijg voor mij een volmaakt christelijk leven naar het onbevlekt leven van uwen lieven Zoon en het uwe, doe mij genade, bewaring en bescherming in alle voorvallen naar ziel en lichaam vinden; verwerf mij de deugd van * volharding en alle goed, tot het einde mijns levens; bewerk voor mij een gelukzalig sterven in uwe beschermende tegenwoordigheid,
opdat mijne ziel U voor eeuwig bij uwen Zoon moge aanschouwen. Amen.
O
GEBED TOT MAEIA ONZE MOEDER.
O Maria! heilige Moeder, hoe is 't mogelijk, dat ik, die eene zoo heilige Moeder heb, zoo bedorven blijf; dat ik, die eene Moeder heb, altijd brandende van liefde tot God, nog altijd het schepsel aanhang en bemin.
O beminnelijke Moeder! het is waar, dat ik niet verdien, uw zoon (uwe dochter) te wezen; mijn slecht gedrag heeft mij deze gunst geheel onwaardig gemaakt; ik vraag U dus, neem mij slechts aan als de gering-sten uwer dienaren. Verbied mij echter niet, TJ mijne Moeder te noemen; die naam vertroost, verteedert mij, herinnert mijl de verplichting, die ik heb van TJ te beminnen; die naam moedigt mij aan, om mijn vertrouwen op U te stellen. Wanneer ik terug schrik bij het zien van mijne zonden en bij de gedachte aan de goddelijke gerechtigheid, dan voel ik mij bemoedigd eu versterkt, als ik denk, dat Gij mijne Moeder zijt. Ach! laat ik ü dan noemen: mijne Moeder, mijne lieve Moeder! zoo wil, zoo zal ik U altijd noemen. Na uw goddelijken Zoon zult Gij altijd mijne hoop, mijne toevlucht, mijne
5
liefde zijn in dit tranendal, en stervende hoop ik U nog toe te roepen: o mijne Moeder, mijne goede Moeder, kom mij te hulp, heb medelijden met mij en versterk mij, Amen.
GEBED TOT JESUS, MAMA EN JOZEF.
Jesus, Maria, Jozef! Gij leefdet op aarde als geringe arbeidzame lieden, onbekend en ongeacht op de wereld, in een nederigen stand, in stille rust; en noehthans waart Gij de heiligste personen op aarde. In U zie ik, dat de heiligheid niet bestaat in buitengewone, groote of gerucht makende daden, maar hierin dat wij naar Uw voorbeeld, den wil Gods en de plichten van onzen staat getrouw vervullen, de zonde vluchten en de deugd beoefenen. Ook in mijnen staat kan ik U navolgen en Gode behagen. Elke nuttige of noodzakelijke arbeid, elke plichtsvervulling of liefdedienst om God verricht is tevens eene vereering Gods. Het verrichten der huiselijke bezigheden kan met de ware godsvrucht zeer goed bestaan: bidden en werken kan vereenigd zijn, ja, het behoort zelfs tot elkander, terwijl de handen arbeiden, moet het hart aan God denken. Onder den arbeid wil ik bij mij zeiven zeggen: Mijn God! ik doe dit, wijl Gij het wilt, en zoo Gg het wilt; ofschoon mijn werk zwaar is en door
99
de menschen slecht beloond wordt, ziet en beloont Gij liet toch; aan U offer ik mijn werk op; Gij zult het zegenen. Indien ik zoo denk en bid, dan geschiedt alles met meer moed en vlijt, en mijn werk gaat voorspoediger. Op deze wijze dien ik tegelijk God en de menschen, win ik mijn dagelijksch brood en den hemel Jesus, Maria en Jozef! in U zie ik, dat rijkdom, aanzien en welvaart het ware geluk niet uitmaken : want dit alles heeft God, hoe dierbaar gij Hem ook waart, U niet gegeven. Gij hadt veel gebrek, rampen en vervolging te lijden, en echter waart Gij vergenoegd, tevreden en gelukkig. Dat kan ik ook zijn, indien ik een zuiver geweten, een kinderlijk vertrouwen op God heb, indien ik gaarne arbeid, indien ik tevreden ben met hetgeen Gij mij voor mijne vlijt gelieft te schenken, en mijn grootst geluk in het andere leven zoek; indien ik den vrede bemin, en door zachtmoedigheid, voorzichtigheid en dienstvaardigheid mij geacht en bemind maak bij mijne medemenschen. Jesus, Maria, Jozef bet uitmuntend voorbeeld uwer deugden zweve alle kinderen, ouders en echtgenooten en al uwe vereerders steeds voor oogen en spore ons tot navolging aan, opdat uwe namen in het uur des doods dankbaar en tot troost door ons mogen genoemd worden. Liefde en eendracht wone in alle huizen, gelijk ze in
100
uwe zielen woonden. Dan zal overal de zegen nederdalen, totdat wij eindelijk bij U in den hemel komen en eeuwig gelukkig zijn zullen. Amen.
GÃBED VOOR ONi.EN H. VADER DEN PAUS.
Onze Vader, die in de Hemelen zijt, zie neder op uwe kinderen, die met gevouwen handen en een hart vol droefheid voor U liggen neêrgeknield. Jesus, uw goddelijke Zoon, heeft aan Zijne Heilige kerk een plaats-bekleeder op aarde gegeven, te weten: onzen H. Vader den Paus, den Vader onzer zielen en den Herder van alle geloovige Katholieken. O, almachtige God, werp een oogslag op dien heiligen Herder; zie zijne ziel is bedroefd tot den dood toe; zijne pauselijke kroon is eene kroon van doornen geworden; ondankbare kinderen zijn tegen hem opgestaan en de machtigen der aarde komen hem niet te hulp. Beschouw in hem den vertegenwoordiger van Jesus uwen eenigen Zoon. Gelijk die Goddelijke Verlosser bewandelt ook hij den pijnlijken wes weg des kruises. O, gewaardig ü hem in zijn benauwdheden te versterken, en hem op den stoel van den H. Petrus nog gelukkige en rustige dagen te geven, door de ootmoedige onderwerping van al zijne kinderen. Eeuwige Vader, verhoor
101
ons kinderlijk gebed, verhoor het door de verdiensten van uw goddelijken Zoon, die tijdens zijn sterfelijk leven de kleine kinderen zoo liefderijk bij zich riep en zegende. Verhoor ons, eeuwige Vader, en ter liefde van Jesus, ter liefde van de onbevlekte Maagd Maria, geef den vrede aan de kerk, geef den vrede aan de wereld. Amen.
Wij verleenen 40 dagen aflaat aan allen, die dit gebed godvruchtig zullen bidden, f J. Zwijsen,
Aartsbisschop van Utrecht, Apost.
Admin, van 's Bosch.
Huize Gerra onder Haaren, den 15 Julij 1860.
gebed tot marta vooe de overledenen.
O Maria, Moeder van barmhartigheid, wij bidden ook met vereende harten voor onze afgestorvene broeders, die nog in de plaats van zuivering worden opgehouden; want wij weten dat de band der liefde, die ons op aarde verbond, door den dood niet is verbroken. Uit de diepte klagen zij ons toe. Ontferm u onzer, ontferm u onzer, ten minste gij onze vrienden, want de hand des Heeren heeft ons getroffen. O Moeder! hunne en onze Moeder! sla een meêdoogend oog op hun pijnlijk lijden, zij verlangen zoo vurig uwen Goddelijken Zoon te aanschouweti.
102
Gedenk, hoe zij in hun leven uwe kinderen waren, en tot het einde huns levens U getrouwelijk hebben bemind en gediend. Zij hadden eeu zoo groot betrouwen op U; laat hunne hoop niet beschaamd worden, maar verwerf voor hen, dat zij spoedig uit hunnen kerker verlost en door het eeuwige licht verlicht mogen worden, herinner te dien einde uwen Goddelijken Zoon aan alles, wat Hij op aarde uit liefde tot ons heeft geleden, aan Zijn bloedig kruis, Zijne wijdgeopende wonden. Ach! dale Zijn kostbaar bloed, in overvloed voor allen gestort, op hunne dorstende zielen af; dan, o lieve Moeder! zullen zij in hunne smarten verkwikt, van hunne schulden gezuiverd wezen; dan, o lieve Moeder! snellen zij de glorie des Hemels binnen, om met U en alle Heiligen , het Lam zonder vlekken te aanbidden en in eeuwigheid te loven. Amen.
O, teedere Moedermaagd! klinkt tot U in den hoogen, Der zielen roepstem niet om laaf'nis in heur straf. Heb, Moeder! zuchten zij, heb, Moeder! mededoogen, En sla door uwe beê do kluisters van ons af.
Zie, Moeder! hunne smart, hoor Moeder hoe zij smeeken, Hoe blijde noemden ze U, hoe eerden ze U op aard, O, laat een straal van licht hun kerkernacht doorbreken. Hebt Gij bij 't kruishout niet in smarten hen gebaard?
103
Maria, zyn ze U niet tot kinderen gegeven
Toen 't zevenvoudig zwaard U 't moederhart doorsneed.
En nu gij naast uw zoon ten zetel zijt verheven,
Neen Moeder!.... 't ban niet zijn, dat Gij hen nu vergeet.
Hoor, Moeder dan de beê, vereend U toegezongen. En voeg er de uwe bij, uw Zoon versmaadt U niet, Geëind is dan hun smart, hun boeien zijn ontbonden, En juichend zingen zij het eeuwig vreugdelied.
UITBREIDING VAN HET MEMORARE VOOR ALLE VEREERDERS VAN MARIA.
Gedenk, o goedertierenste Maagd Maria, hoe het nooit is gehoord, dat iemand, die tot u zijne toevlucht nam, uwen bijstand verzocht, of uwe voorspraak inriep, door U is verlaten. Bemoedigd door dit vertrouwen, snellen wij eenparig tot U, o Maagd der Maagden, en zuchtende onder het gewicht onzer zonden, werpen wij ons rouwmoedig voor uwe voeten neder. O Moeder van het eeuwige Woord! versmaad onze vereenigde gebeden niet, maar neem die genadig aan en gewaardig U, ze te verhooren. Duizenden en duizenden stemmen gaan er over de ge-heele aarde in zoo vele vereenigingen eenparig tot U op; o, barmhartige Moeder, zult gij zulk een gebed verstooten? Verwerf ons dan o toevlucht der zondaren! bij uwen God-delijken Zoon vergiffenis van al onze zonden, en de genade van in Zijne heilige liefde te volharden ten einde toe. Bewaar ons in ons leven voor alle kwaad, en verkrijg ons den
105
goddelijken zegen over al onze handelingen. Draag Gij daarom, o lieve Moeder! al onze gedachten, woorden en werken, ons leven en onzen dood, als een offer op aan uwen Goddelijken Zoon tot glorie van Zijnen naam, tot herstel van alle oneer, Hem aangedaan, en tot zaligheid van onze en alle ongelukkige zielen. Met broederlijke gebeden komen wij tot uwen Zoon, die onze Heiland is, met broederlijke gebeden komen wij tot U, die aan allen tot Moeder zijt gegeven, opdat ons gebed, bij zoo krachtige vereeniging gestort, aan uwen Goddelijken Zoon des te behage-lijker moge wezen, en voor allen genade, vergiffenis en volharding verwerven. Laat dan niet toe, o goede Moeder! dat een onzer verloren ga, of door een haastigen dood worde verrast; maar bid voor ons, dat wij in ons stervensuur den zoeten troost der H. Sacramenten mogen ontvangen; o Jesus, Maria, Jozef! dan vooral, en nu reeds stellen wij onze zielen in uwe handen, want o! hoe beangst zullen wij wezen in dat allerbeslis-sendst oogenblik. Als de helsche vijand eene laatste poging op onze ziel zal wagen, wanneer wij op het punt staan van voor Gods vreeselijken rechterstoel te verschijnen, o Moeder! o lieve Moeder! verlaat ons dan niet, maar spreek voor ons, dat wij met de zoete namen van Jesus, Maria, Jozef! op de
5*
106
lippen, den laatsten adem geven, en onze ziel in de blijdschap des hemels worde opgenomen, om met U en alle Engelen en Heiligen zijne barmhartigheid in eeuwigheid lof te zingen. Amen.
GEBED OM ZICH DE H. MAAGD TOT BESCHEftMSTEE TE KIEZEN.
Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria ofschoon ik geheel onwaardig ben, mij onder het getal uwer dienaren te plaatsen, zoo vertrouw ik echter op uwe onbeperkte goedheid. Ik nader dan tot U met een brandend verlangen om U te dienen, terwijl ik heden, in tegenwoordigheid van uw kuischen bruidegom den H. Jozef, van mijn Engelbewaarder en van alle Heiligen, Ã tot mijne Moeder, beschermster en meesteresse verkies. Ik maak het vaste voornemen U voor geheel mijn leven te loven, te dienen, na te volgen en door woorden en daden andere tot uwe heilige dienst op te wekken. O, mocht ik kunnen bewerken, dat ieder U vereerde, zooals Gij het verdient! Heden smeek ik U ootmoedig, goedertieren Maagd door het H. Bloed 't welk uw Goddelijke Zoon Jesus Christus, onzen Heer, ook voor mijne zonden aan 't kruis vergoten heeft, dat Gij mij onder de schare uwer kinderen wilt opnemen , en mij bij God de genade verwerven, die
108
ik behoef, om al mijue gedachten, begeerten, woorden en werken naar Zijn heiligen wil in te richten, om naar de veredeling en volmaking mijns harten te streven. Leer mij God en U meer en meer â beminnnen, en ontdaan van de gehechtheid aan al het aard-sche, mijn eenig uitzicht op den Hemel vestigen , opdat eenmaal mijn hoogst verlangen vervuld en ik welbehagelijk voor 't oog van God en voor het uwe moge worden. Geleid mij aan de hand op den weg, dien ik moet bewandelen, laat mij geen enkel oogenblik alleen, maar ondersteun mij nu en in het uur van mijnen dood. Amen.
TOEWIJDING AAN MARIA.
O mijne Moeder, beschermster en meesteres, allerheiligste Maagd Maria! ik geef mij onbepaald aan uwe bijzondere bescherming over; ik draag mij zeiven , mijne ziel en mijn lichaam, al wat mijn hart bemint, al wat ik bezit, geheel aan U op. Wees mijne sterkte in den strijd des levens, mijn troost in de droefheid, mijn balsem in de pijn. Schenk mijne ziele eene heilige vreugde, wanneer God mij zegen en barmhartigheid doet gevoelen; eene onbeperkte gelatenheid te midden van ongeluk en tegenspoed. Verwijder van mij de lauwheid in het geloof,
109
in 't vervullen mijner godsdienstplichten; verwarm mijn hart, wanneer het koud is voor God, voor deugd en plichtbetrachting, en stort in mij een onverdeeld vertrouwen op de goddelijke genade, bijstand en barmhartigheid. Zie, mijn geluk en mijne ellende, mijn leven en mijn dood wijd ik ü toe, opdat door uwe alles vermogende voorbede en door uwe verdiensten, mijn smeeken verhoord worde, en opdat mijne werken mogen strekken tot verheerlijking Gods, tot verheffing van uwen Heiligen Naam, tot heil en stichting mijner naasten en ter bevordering van mijne eigene zaligheid. Amen.
Alles tot meerdere eer van God en tot lof der verhevene Koningin des Hemels, Maria!
LITANIE
TEE EEKE VAN DE
ALLERHEILIGSTE MAAGD MARIA.
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer! God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer!
God, H. Geest, ontferm U onzer! H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer!
H. Maria, bid voor ons!
H. Moeder Gods,
H. Maagd der Maagden. ct;
Moeder van Christus,
.Moeder der goddelijke genade, o
Allerreinste Moeder, °
Allerzuiverste Moeder, g
Ongeschonden Moeder, fL
Ill
Onbevlekte Moeder, bid voor ons! Beminnelijke Moeder,
Wondervolle Moeder,
Moeder des Scheppers,
' Moeder des Zaligmakers,
Allervoorzichtigste Maagd,
Eerwaardige Maagd,
Machtige Maagd,
, Goedertieren Maagd,
Lofwaardige Maagd,
, Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid,
Zetel der wijsheid, 5
Oorzaak onzer blijdschap.
Geestelijk vat, g
Eerwaardig vat, ^
Uitmuntend vat van godsvrucht, g
Geheimzinnige roos, ~
Toren van Daviü,
Ivoren toren,
Gulden huis,
Ark des Verbonds,
Deur des Hemels,
' Morgenster,
Behoud der kranken.
Toevlucht der zondaren,
Troosteres der bedrukten.
Hulp der Christenen,
Koningin der Engelen,
â¢j Koningin der Aartsvaderen,
112
Koningin der Profeten, bid voor ons! Koningin der Apostelen, ^
Koningin der Belijders, £
Koningin der Maagden, lt;
Koningin van alle Heiligen, lt;=
Koningin zonder erfsrnet ontvangen, o Koningin van den allerlieiligsten Eozen- ° krans.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm ü onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onze Vader, enz.
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o H. Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood; maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke, o gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze middelares, onze voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.
Bid voor ons, H. Moeder Gods.
opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
113
iaat ons bidden.
Wij bidden ü. Heer, stort Uwe genade in onze harten, opdat wij door de boodschap des Engels, de menschwording van Christus, Uwen Zoon, gekend hebben, door Zijn lijden en kruis tot de glorie der verrijzenis mogen geraken. Door denzelfden Christus, onzen Heer, Amen.
LITANIE
VAN
HET HEILIG HART VAN MARIA.
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer!
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer!
God, heilige Geest, ontferm U onzer!
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm 11
onzer!
Hart van Maria, allerzuiverst van af uwen oorsprong, verwerf ons de genade der goddelijke liefde!
Hart van Maria, vol genade, verwerf ons de genade der goddelijke liefde!
Hart van Maria, gezegend boven alle harten, verwerf ons de genade der goddelijke liefde!
Hart van Maria, levend beeld van het H. Hart van Jesus, verwerf ons de genade der goddelijke liefde!
115
voorbeeld van het welbehagen des
Heeren,
bron van ootmoedigheid,
zetel der barmhartigheid,
vuur der goddelijke liefde,
oceaan der goedheid,
wonder van onschuld en heiligheid, ® spiegel van al de goddelijke volmaakt- § heden, 14
waarin het bloed van Jesus, de prijs g onzer verlossing, gevormd is, â dat, door uwe vurige verlangens, de gquot; â¢S zaligheid der wereld hebt bespoedigd, oq ^3 dat voor de zondaars genade verwerft, S dat de woorden van Jesus getrouw g-§ bewaardet, â
met een zwaard van droefheid door- £§ a stoken, aq
^ door het lijden van Jesus met bitter- E-heid vervuld, ^
met den gekruisigden Jesus aan het kruis
gehecht, a
met Jesus in het graf gedaald, sTquot;
bij de verrijzenis van Jesus een nieuw g
leven aannemende,
bij de hemelvaart van Jesus met onuitsprekelijke vreugde overstelpt,
dat bij de nederdaling van den H.-Geest, eenen nieuwen overvloed van genade ontving,
116
Hart van Maria, troost der bedroefden, verwerf ons de genade der goddelijke liefde. Hart van Maria, toevlucht der zondaren, verwerf ons de genade der goddelijke liefde. Hart van Maria, hoop en schuilplaats van allen, die U toegenegen zijn, verwerf ons de genade der goddelijke liefde.
Hart van Maria, hulp en steun der stervenden , verwerf ons de genade der goddelijke liefde.
Hart van Maria, vreugde en genoegen der Engelen en Heiligen in den Hemel, verwerf ons de genade der goddelijke liefde. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Wees gegroet, enz.
GEBED.
Oneindig goedertieren God, die tot zaligheid der zondaren en tot troost der bedroefden aan de gelukzalige Maagd Maria een Hart gegeven hebt gelijkvormig aan dat van Uw goddelijken Zoon, verleen aan die-
117
genen, die dit zuiver en onbevlekt Hart vereeren, de genade van, door hare voorspraak en verdiensten gelijkvormig te worden met het H. Hart van Jesus. Amen.
GEBED TOT HET H 11 ART VAN MARIA.
O Hart van Maria, Moeder van God en onze Moeder, minnelijkst Hart, voorvverp van het welbehagen der aanbiddelijke Drievuldigheid , waardig van de Engelen en menschen geëerd en bemind te worden! Hart, het meest gelijkvormig aan dat van Jesus, van wien Gij het volmaaktste afbeeldsel zijt! Hart vol goedheid en zoo medelijdend met onze ellenden, gewaardig ü onze koude harten te verwarmen, bewerk dat zij allen met het Hart van hunnen goddelijken Zaligmaker zich bezig houden; stort daarin de liefde uwer deugden, ontsteek ze door dat zalig vuur, waardoor het uwe onophoudelijk gebrand heeft.
Waak over de H. Kerk, verdedig haar, wees hare toevlucht en bescherming tegen alle aanvallen harer vijanden. Wees onze weg om tot Jesus te gaan, als de bronader, waardoor wij al de genaden, die ter zaligheid noodig zijn, moeten ontvangen. 'Wees onze bijstand in onze noodwendigheden, onze steun in onze kwellingen, onze sterkte in de
118
bekoringen, onze toevlncM in de vervolgingen, onze hulp in al de gevaren, maar bijzonder in den laatsten tijd onzes levens, het uur des doods, als de gansche hel, als ontketend, onze zielen tracht te roeven, dat vree-selijk oogenblik, waarvan onze eeuwigheid afhangt! Ach, laat ons dan, o medelijdende Maagd, de goedheid van uw moederlijk hart en de kracht van uw vermogen op het Hart van Jesus gewaar worden, met ons in de bron van barmhartigheid eene heilige reddingsplaats te openen, opdat wij tot Hem mogen komen en Hem met U in den Hemel zegenen, in alle eeuwen der eeuwen, Amen.
Gekend, geloofd, bemind, geëerd en verheerlijkt zij altijd en overal het goddelijk Hart van Jesus en het onbevlekt Hart van Maria. Amen.
NOVENEN TER EERE DER ALLERH. MAAGD MARIA.
Aan de geloovige Christenen, die, hetzij alleen, of in gemeenschap met anderen in de kerken of in hunne eigene woning, ten minste met rouwmoedig hart en godvruchtig een der volgende Novenen houden vergunde Paus, Pius VII, bij Rescripten van 4 Augustus 1808, 24 November 1808 en 11 Januari 1809.
Een Aflaat van 300 dagen voor iederen dag.
Een vollen Aflaat aan al wie deze oefening gehouden heeft op de 9 achtereenvolgende dagen, te verdienen op den respectieven Feestdag, of op den dag onder het octaaf ervan, mits men, na waarlijk rouwmoedig te hebben gebiecht, en gecommuniceerd, God en de H. Maagd bidde volgens de meening van Z. H. den Paus.
NOVENE
ter voorbereiding tot het feest van O. L. V. Hemelvaart,
beginnende 6 Augustus.
EERSTE DAG. â 6 AUGUSTUS.
Kom, Heilige Geest, vervul de harten Uwer i geloovigen en ontsteek in ben bet vuur Uwer liefde.
V. Zend uwen Geest uit en alles zal herschapen worden.
Tl. En gij zult de gedaante der aarde ver- » nieuwen.
LATEN WIJ BIDDEN.
God, die de harten der geloovigen, door 't licht van den H. Geest hebt onderwezen,
geef, dat wij in denzelfden Geest de ware wijsheid bezitten en ons altijd over Zijne vertroosting verblijden door Jesus Christus onzen Heer. Amen.
121
LOFZANG.
O glorievolle en onder de gesternten der maagden verhevene Maagd, gij voedt met de melk uwer borst als kleinkind dengene, die u geschapen heeft.
Wat de ongelukkige Eva ons heeft ontnomen, geeft gij ons door uw liefderijke spruit terug; gij ontsluit 's hemels grendels, opdat wij rampzaligen het sterrenrijk zouden kunnen binnengaan.
Gij zijt de deur van den hooggezeten Koning en het schitterend voorportaal des lichts : juicht vrijgekochte volken, dat u het leven door de Maagd werd teruggeschonken.
U Jesus, die uit de Maagd geboren zijt, zij een met den Vader en den H. Geest in de altoosdurende eeuwen. Amen.
Glorie van Maria bij Haren dood.
Hare voorbereiding , tot een goeden dood.
Beschouwen wij hoe glorierijk Maria was in het oogenblik van haren dood, wijl zij zich in haar leven had voorbereid, om wel te sterven en dit met een allervurigst verlangen om God te zien en met haren zoon te worden vereenigd en met de niet te evenaren verdiensten harer volkomene volmaaktheid ; laten wij bij de overweging, hoezeer ons gedrag, waar het de voorbereiding tot
122
den dood geldt, van dat van Maria verschilt, aldus tot Haar bidden:
O allerheiligste Maagd, die, om u tot een heiligen dood voor te bereiden, in eene aanhoudendende begeerte naar de zaligende aanschouwing Gods hebt geleefd ; maak , dat de ijdele begeerten naar de vergankelijke aardsche zaken van ons wijken.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
O allerheiligste Maagd, die om ü tot een heiligen dood voor te bereiden, in dit leven verlangd hebt U voor altijd met uwen zoon Jesus ie vereenigen; verwerf ons, dat wij tot onzen dood toe, getrouw aan Jesus, leven.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
O allerheiligste Maagd, die door ü tot een heiligen dood voor te bereiden, eene onbereikbare hoogte van verdienste en deugd hebt bereikt, verwerf ons de genade om te begrijpen, dat alleen de deugd en de genade des Heeren de weg zijn, die tot zaligheid leidt.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
Wij willen Maria gelukwensohen, dat zij zich voor. een heiligen dood zoo bezorgd toonde en bij het verheffen harer glorie willen wij ons vereenigen met de negen Engelenkoren die Haar in Hare opname ten hemel vergezellen en met het eerste Koor zeggen:
Hier bidt men de Litanie der Moeder Gods.
123
V. Gods heilige Moeder is verheven.
R. Boven de koren der Engelen tot het rijk der hemelen.
LiTEN WIJ BIDDEN.
Wij bidden U, o Heer, scheld de misdaden Uwer dienaren kwijt, opdat wij, die ü door onze daden niet kunnen behagen, door de tusschenkomst der Moeder van Uw Zoon onzen Heer gered worden.
God, herder en leidsman aller geloovigen, zie genadig neder op Uw dienaar N., dien Gij als herder aan 't hoofd Uwer Kerk hebt willen plaatsen; geef hem smeeken wij U, dat hij aan hen over wie hij is aangesteld, met woord en voorbeeld nuttig zij, opdat hij met de hen aanvertrouwde kudde tot het eeuwig leven gerake.
God onze toevlucht en kracht, ondersteun de vrome gebeden Uwer Kerk, Gij die zelf de godsvrucht in ons opwekt en verleen ons, dat wij in werkelijkheid erlangen, wat wij geloovig verzoeken. Door Christus onzen Heer. Amen.
TWEEDE BAG â 7 AUGUSTUS.
Kom H. Geest enz. enz. (Zie bladz. 121 en 122) Glorie van Maria bij Haren Dood.
124
Zij wordt niet slechts door de Apostelen, maar ook nog door haren Zoon, Jesus, bijgestaan.
Beschouwen wij, dat de dood van Maria glorierijk was, omdat zij, volgens de H.H. Kerkvaders, niet enkel door de Apostelen en Heiligen, maar ook nog door haren Zoon, Jesus Christus vertroost werd; laten wij bij de overweging der overvloeiende blijdschap, die Zij, wegens zoo bijzondere gunsten in dat uiterste smaakte ons aldus aan Haar aanbevelen.
O glorierijke Maagd, die tot uwe vertroosting verdiend hebt te sterven in tegenwoordigheid der Apostelen en der Heiligen; verwerf ons te sterven, bijgestaan door uwe tegenwoordigheid en die onzer H.Voorsprekers.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
O glorierijke Maagd, die op het oogenblik van uwen dood met troost vervuld werdt op het gezicht van uwen Zoon Jesus; bid, dat ook wij op dat oogenblik den troost mogen smaken van Jesus te ontvangen in de H. Teerspijze.
3 maal Wees gegroet Maria enz,
O glorierijke Maagd, die uwen geest hebt gegeven in de armen van Jesus; help ons, dat wij in leven en dood onze ziel in de armen van Jesus leggen, en immer bezorgd mogen zijn Zijn allerheiligsten wil te volbrengen. 3 maal Wees gegroet Maria enz.
125
Verheerlijken wij de glorie van Maria, die op het oogenblik van haren dood dooide Apostelen en door haren Zoon, Jesus, wei d bijgestaan; laten wij juichen over hare zegepraal en in vereeniging met het tweede Koor der Engelen zeggen:
De Littanie van de Moeder Gods, enz.
DONDERDAG â 8 AUGUSTUS.
Kom H. Geest enz. enz. (Zie bladz. 131 en 122) Glorie van Maria bij Haren dood.
Zij stierf uit loutere bezwijking van liefde.
Beschouwen wij, dat de dood van Maria glorierijk was, wijl zij stierf uit kracht eener loutere bezwijking van liefde tot God; laten wij begeerig ook op onze beurt door dat heilig liefdevuur te worden ontstoken, aldus tot Haar onze toevlucht nemen:
Allergelukkigste Maagd Maria, die enkel door de kracht der vurigste liefde tot God dit sterfelijk leven hebt afgelegd, verkrijg door uwe tusschenkomst dat, overeenkomstig den goddelijken wil, die krachtige liefdevlam in ons ontstoken worde.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
Allergelukkigste Maagd Maria, die, door uit loutere liefde tot God te sterven, ons hebt geleerd, hoedanig onze liefde tot God zou behooren te zijn, verwerf ons, dat wij
126
ons nimmer, noch in het leven, noch in den dood van Hem losmaken.
3 maal Wees gegroet Maria enz. Allergelukkigste Maagd Maria, die door uit kracht van bezwijking van liefde dit sterfelijk leven te eindigen duidelijk hebt getoond, welk een vuur er steeds brandde in Uw Hart; verkrijg ons althans een enkele vonk daarvan, opdat wij een waar berouw over onze zonden mogen gevoelen.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
Laat ous met het derde koor der Engelen de onuitsprekelijke glorie van Maria, van liefde tot haar God ontvlamd, verheifen en daarmede vereenigd zeggen:
l)e Litanie van de Moeder Gods, enz.
VIERDE DAB â 9 AUGUSTUS.
Kom H. Geest enz. enz. (Zie bladz. 121 en 122) Glorie van Maria na Haren Dood, in Haar gestorven lichaam.
Beschouwen wij, dat Maria glorierijk was in haar gestorven Lichaam, dat, met wondervolle schittering en majesteit omgeven, een hemelsche geur verspreidde en op wiens gezicht ontelbare wonderteekenen werden gewrocht; laat ons bij de gedachte aan onze eigene ellende tot Haar smeeken;
O onbevlekte Meesteres, die om uwe maag-
127
delijke Zuiverheid de glorie hebt verdiend van zoo schitterend en majestieus te zijn in uw gestorven Lichaam ; verkrijg ons de kracht iederen onreinen geest van ons te verjagen.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
O onbevlekte Meesteres, die om uw zeldzame deugden van uit uw gestorven lichaam hemelsche geuren hebt verspreid; maak dat ons leven onzen evennaasten tot stichting zij en dat wij hun door slechte voorbeelden nooit meer tot ergernis verstrekken.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
O onbevlekte Meesteres, op het gezicht van wier heilig gestorven Lichaam tallooze lichaamskrankheden werden genezen, verkrijg ons, dat wij van alle kwalen onzer ziel mogen herstellen.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
Jubelen wij over de glorie, die Maria iu haar gestorven Lichaam ontving en vereenigen wij ons met het vierde Koor der Engelen om hare grootheid te verheffen, door te zeggen;
De Litanie van de Moeder Gods, enz.
VIJFDE DAG â 10 AUGUSTUS P
Kom H. Geest enz. enz. (Zie bladz. 121 en 122)
Glorie van Maria na Haar Dood in Haar verrezen Lichaam.
128
BescKoiiwen wij dat Maria na haren dood glorierijk was, omdat, toen zij door de kracht des AUerhoogsten was verrezen haar heilig Lichaam plotseling de gaven verkreeg van helderheid, fijnheid, bewegelijkheid en onlijdelijkheid ; laten wij, verheugd over de uitmuntendheid harer zoo verhevene glorie, Haar op deze wijze aanroepen:
O verheven Gebiedster, die door uwen God zoo glorierijk uit den dood werdt opgewekt, wees ons genadig, opdat ook wij gelijk Gij mogen verrijzen op den dag van het jongste gericht.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
O verheven Gebiedster, die om de voorbeeldigheid en den ootmoed van uw stervelijk leven verheerlijkt werdt met de helderheid en fijnheid van uw verrezen Lichaam; verkrijg ons dat wij alle hoovaardige manieren afleggen, dat wij de onrechtmatige schatting van ons zeiven verwerpen, en aldus met het sieraad der heilige nederigheid bekleed worden.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
O verheven Gebiedster, door die bewegelijkheid en onlijdelijkheid, die u zoo glorierijk maakte in uw verrezen Lichaam ; ter oorzake van den geestelijken ijver en het groote geduld , waardoor Gij U in uw aardsche leven hadt onderscheiden; vraag voor ons den moed ons lichaam met kracht te versterken
129
en zijne ongeregelde neigingen met geduld te bedwingen.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
Brengen wij den verschuldigden lof aan Maria, verheffen wij de glorie, die Zij in haar heilig verrezen Lichaam ontving en roemen wij Haar met het vijfde koor der Engelen zeggende:
De Litanie van de Moeder Gods, enz.
ZESDE DAG â 11 AUGUSTUS.
Kom H. Geest enz. enz. (Zie bladz. 121 en 122)
Glorie van Maria na Haren Dood, in Hare opname ten hemel.
Beschouwen wij hoe Maria luisterrijk ten hemel werd opgenomen, omstraald door vele hemelsche Legioenen en door de zielen door hare verdiensten uit het vagevuur verlost; jubelen wij dan bij haren majestieuzen zegetocht en roepen wij Haar met nederige sraee-kingen aldus aan:
O verheven Koningin, die met zoo groote majesteit werdt opgenomen in het rijk van eeuwigen vrede; maak dat alle aardsche gedachten van ons wijken, en verkrijg ons, dat wij onze harten onveranderlijk richten op de beschouwing van de onvergankelijke goederen des hemels.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
130
O verhevene Koningin, die bij uwe opname ten hemel omgeven waart door de Heerarchiën der Engelen, verwerf ons de kracht de hindevlagen onzer vijanden af te slaan en maak, dat wij beantwoorden aan de inspraken van dien Engel, welke ons voortdurend bijstaat en leidt.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
O verhevene Koningin, door de glorie, die u in uwe opname ten hemel gewerd door het gezelschap der zielen, door uwe verdiensten uit het vagevuur verlost, verkrijg ons, dat wij vrij mogen zijn van de slavernij der zonde, en waardig worden u geheel de eeuwigheid door te loven.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
Houden wij niet op den majestieuzen zegetocht van Maria toe te juichen en de geheel eenige glorie, door Haar verkregen bij hare plechtige opname ten hemel; vereenigen wij onze hulde en vereering met het zesde koor der Engelen en zeggen wij:
De Litanie van de Moeder Gods, enz.
ZEYENDE DAG â 12 AUGUSTUS.
Kom H. Geest enz. enz. (Zie bladz. 121 en 122)
Glorie van Maria na Haren Dood, in Hare opname ten hemel.
Beschouwen wij dat Maria in den hemel
131
glorierijk is, wijl zij is aangesteld tot Koningin van liet Heelal en van de ontelbare scharen der Engelen en Heiligen des hemels een nooit onderbroken tal van lof en vereering ontvangt; laat ons voor den troon barer Majesteit vol eerbied baren bijstand aldus inroepen:
O opperste Koningin van het Heelal, die om uwe onvergelijkelijke verdienste tot zoo hoog een glorie in den hemel zijt verheven; sla een medelijdenden blik op onze ellende en bestuur ons door den zachten invloed uwer bescherming.
3 maal wees gegroet Maria enz.
O opperste Koningin van het Heelal, die zonder ophouden de betuigingen van vereering en onderdanigheid ontvangt van geheel het hemelsch hof; moge onze aanroeping, bidden wij, U wel behagelijk zijn en maak, dat zij U worde aangeboden met dien eerbied, welke aan uwe waardigheid en grootheid betaamt.
8 maal wees gegroet Maria enz.
O operste Koningin van het Heelal, dooide glorie die U wordt medegedeeld door de verhevene plaats, die Gij in den hemel bekleedt ; gewaardig U ons aan te schrijven onder het getal uwer dienaren en ons te verwerven, dat wij bereidwaardig zijn getrouw de geboden te onderhouden van onzen God en Heer.
132
3 maal wees gegroet Maria enz.
Namen wij deel aan den troost, dien de Engelen in de verheffing van Maria smaken; en jubelend van vreugde, wijl wij Haar tot de glorie zien verheven van Koningin van het Heelal, zeggen wij tot Haar met het zevende koor;
De Litanie van de Moeder Gods, enz.
ACHTSTE DAG- 13 AUGUSTUS.
Kom H. Geest enz. enz. (Zie bladz. 121 en 122) Glorie van Maria na Haren dood Door de kroon die haar Hoofd versiert. Beschouwen wij, dat Maria glorierijk is in den hemel door den koninklijken diadeem, dien zij van haren goddelijken Zoon ontving en door de uitgestrekte kennis, die zij van de hoogste en verborgenste dingen, zoo ver-ledene, als tegenwoordige en toekomende; en vol eerbied voor de alleruitstekendste eer dezer verhevene Koningin, wenden wij ons tot Haar tot op deze wijze:
Ongeevenaarde Vorstin, die daar boven in den hemel door uwen goddelijken Zoon met een allerkostbaarsten koninklijken diadeem zijt gekroond, maak ons deelachtig aan uwe zeldzame deugden en verwerf ons, dat wij door onze gezuiverde gevoelens waardig worden met U in den hemel gekroond te worden. 3 maal Wees gegroet Maria enz.
133
Ongeëvenaarde Vorstin, door die U verleende uitgestrekte kennis van alle hemelsclie en aardsclie dingen; vergeef ter wille uwer glorie onze verledene ongereclitigheden, en laat niet toe dat wij U langer mishagen door de ongebondenheid van onze tong en onze gedachten.
3 maal Wees gegroet Maria enz. Ongeëvenaarde Vorstin, die de menschen rein en zuiver wenscht, opdat zij uwen. God waardig mogen worden; verkrijg ons de vergiffenis onzer zonden en help ons, opdat onze blikken, bewegingen en daden alle welgevallig mogen zijn aan Zijn goddelijke Majesteit.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
Zuiveren wij ons hart, om Maria naar waarde te loven en voegen wij bij de glorie, die zij bezit door de Kroon, welke haar vorstelijk voorhoofd tooit, onze nederige betuiging van liefde, door vol vreugde met het achtste engelenkoor te zeggen:
De Litanie van de Moeder Gods, enz.
NEGENDE DAG â 14 AUGUSTUS.
Kom H. Geest enz. enz. (Zie bladz. 121 en 122) Glorie van Maria na Haren Dood door de bescherming, die zij over de menschen uitoefent.
134
Beschouwen wij, dat Maria glorierijk is in den hemel door de besclierming, die zij over de menscben uitoefent en door de groote bezorgdheid, waarmede zij in hunne behoeften voorziet; en aangemoedigd door het levendig geloof, dat wij üe Moeder zelve van onzeii God tot Beschermster in den hemel bezitten, smeeken wij uit geheel ons hart aldus tot Haar:
O Maria onze oppermachtige Beschermster, die er uw roem in stelt in den hemel de Voorspreekster der menschen te zijn; verlos ons uit de handen van den helschen vijand en leg ons op nieuw in de armen van onzen God en Schepper.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
O Maria, onze oppermachtigste Beschermster , die, terwijl Gij in den hemel de Voorspreekster zijt der menschen, er voor bezorgd zijt, dat allen hunne zaligheid bereiken; maak dat wij niet wanhopen bij het terugzien op onze verledene hervallingen in de zonde.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
O Maria , onze oppermachtige Beschermster, die in de uitoefening van uwe taak er genoegen in smaakt zonder ophouden door de menschen gesmeekt te worden; verwerf ons den geest van uwe godsvrucht, en maak, dat wij U geheel ons leven door aanroepen,
135
maar wel vooral in het vreeselijk oogenblik van onzen doodstrijd.
3 maal Wees gegroet Maria enz.
Verheerlijken wij uit een vol hart de glorie van Maria en vol blijden troost, wijl wij Haar in den hemel tot Beschermster hebben, vereenigen wij ons met het negende Engelenkoor en zeggen wij om Haar te verheffen :
De Litanie van de Moeder Gods, enz.
NOYENE
ter voorbereiding tot het feest van O. L, V. Geboorte,
beginnende 30 Augustus â 8 September.
Kom H. Geest vervul de harten Uwer ge-loovigen en ontsteek in hen het vuur Uwer liefde.
V. Zend Uwen geest uit en alles zal herschapen worden.
K. En Gij zult de gedaante der aarde vernieuwen.
LATEN WIJ BIDDEN.
God, die de harten der geloovigen door 't licht van den H. Geest hebt onderwezen, geef, dat wij in denzelfden Geest de ware wijsheid bezitten en ons altijd over zijne vertroosting verblijden. Door J. C. onzen Heer. Amen.
O allerheiligste Maagd Maria, van eeuwigheid af door de allerverhevenste Drieëenheid uitverkoren en bestemd tot Moeder van den
137
Eeniggeboren Zoon des Vaders, door de Profeten voorspeld, door de Aartsvaders verwacht, verlangd door alle volkeren; heiligdom en levende Tempel van den H. Geest, Vlekkelooze Zon wijl Gij zonder erfzonde werdt ontvangen. Heerscheres over hemel en aarde en Koningin der Engelen; nederig aan uwe voeten knielend, vereeren wij ü en verheugen ons over de jaarlijksche plechtige gedachtenis van uwe allergelukkigste Geboorte. Wij smeeken TJ met al de innigheid van ons hart U goedgunstig te gewaardigen op geestelijke wijze in onze zielen te komen en er geboren te worden, opdat zij door uwe beminnelijkheid en zoetheid getrokken, altijd in vereeniging leven met een allerzoetst en allerbeminnelijkst Hart.
I. Thans willen wij met negen onderscheidende begroetingen onze gedachten richten op de negen maanden , gedurende welke Gij in den moederschoot waart besloten en U zeggen, dat Gij, die uit den Koninklijken Stam van David zijt gesproten met grooten luister in het licht zijt getreden van uit den schoot der H. Anna, uwe bevoorrechte Moeder.
Wees gegroet Maria enz.
II. Wij groeten U, hemelsch Kindje, allerblankste Duive, van reinheid, die ten spijt van den helschen Draak zonder erfzonde wordt ontvangen.
188
Wees gegroet Maria enz.
III. Wij groeten U, allerschitterendste Dageraad, die als de voorbode van de zon der Gerechtigheid het eerste licht op de aarde hebt gebracht.
Wees gegroet Maria enz.
IV. Wij groeten U, o uitverkorene, die als de Zon zonder vlek hebt gestraald in den duisteren nacht der zonde.
Wees gegroet Maria enz.
V. Wij groeten U allerliefelijkste Maan, die de wereld, gehuld in de dikste duisternissen van het heidendom, hebt verlicht.
Wees gegroet Maria enz.
VI. Wij groeten U geduchte Heerseheres, die, aan een geordend leger gelijk, alleen de gansche hel op de vlucht hebt gedreven.
Wees gegroet Maria enz.
VII. Wij groeten U, schoone ziel van Maria, die van eeuwigheid af door God bezeten werdt.
Wees gegroet Maria enz.
VIII. Wij groeten U, lief Wichtje, en wij vereeren uw allerheiligst Lichaampje, de windsels, waarin gij gewikkeld werdt, de heilige wieg, waarin gij laagt, en wij zegenen het uur en het oogenblik waarop gij werdt geboren.
Wees gegroet Maria enz.
IX. Wij groeten U, bemind Wicht, als versierd met alle deugden in onmetelijk uit-
139
stekenden graad dan de andere Heiligen en wijl Gij aldus de waardige Moeder waart des Verlossers, hebt Gij, door de kracht des H. Geestes bevrucht, het vleeschgewordene Woord gebaard.
Wees gegroet Maria enz.
GEBED.
O allerbevalligst Kind, dat door uwe gezegende Geboorte de wereld hebt vertroost den hemel verheugd, de hel verslagen, aan de gevallenen hulp, die de bedrukten sterkte, aan de zieken behoud en aan allen vreugde hebt gebracht, wij smeekeu U met gevoelens der grootste vurigheid, door uwe heilige liefde op geestelijke wijze in onze zielen te worden herboren: vernieuw onzen geest in uwen dienst; ontsteek opnieuw ons hart door uwe liefde en doe in ons die deugden bloeien, waarmede wij ons altijd aangenamer kunnen maken, aan uwe goedertierene oogen. O! Maria, wees voor ons Maria en laat ons de heilzame uitwerkselen van uwen allerzoetsten Naam ondervinden, dat de aanroeping van dien naam onze sterkte zij in de kwellingen, onze hoop in de gevaren, ons schild in de bekoring , onze verkwikking in het sterven. Maria's naam zij ons honig in den mond, een melodie in het oor, een jubelgenot in het hart. Zoo zij het.
140
Litanie van de Moeder Gods, daarna, V. Uwe Geboorte, Moeder Gods en Maagd, K. Heeft aan de gansche wereld vreugde aangekondigd.
LATEN WIJ BIDDEN.
Wij smeeken ü, Heer, verleen aan Uwe dienaren de gift Uwer genade, opdat aan wie de baring der Zalige Maagd de aanvang hunner zaligheid geweest is, de gewenschte feestviering harer Geboorte vermeerdering van vrede aanbrenge.
God, herder en leidsman aller geloovigen, zie genadig neder op Uw dienaar N., dien Gij als herder aan 't hoofd Uwer Kerk hebt willen plaatsen; geef hem smeeken wij U, dat hij aan hen over wie hij is aangesteld met woord en voorbeeld nuttig zij, opdat hij met de hem aanvertrouwe kudde tot het eeuwig leven gerake.
God onze toevlucht en kracht, ondersteun de vrome gebeden Uwer Kerk, Gij die zelf de godsvrucht in ons opwekt en verleen ons dat wij in werkelijkheid erlangen, wat wij geloovig verzoeken. Door Christus onzen Heer. Amen.
Ook de overige dagen bidt men boveii-steande gebeden.
141 GEBED
TOT DE ALLERHEILIGSTE MAAGD MARIA
onder den titel der Barmhartigheid.
Geknield aan uwe HH. Voeten, o verhevene Koningin des hemels, vereer ik U met den diepsten eerbied, en belijd dat Gij zijt de Dochter van den hemelsehen Vader, de Moeder van het goddelijk Woord, de Bruid van den H. Geest. Gij, vervuld met genade , van deugden en hemelgaven, zijt de allerzuiverste Tempel der H. Drievuldigheid. Gij zijt de Schatbewaarster en Uitdeelster van Hare barmhartigheden. Omdat uw allerzuiverst Hart vervuld is van liefde, zoetheid en teederheid jegens ons zondaren , daarom noemen wij U Moeder der goddelijke Barmhartigheid. Ik vertoon mij derhalve met groot vertrouwen aan U, onze liefdevolle Moeder, en bedroefd en beangstigd als ik ben , smeek ik U mij de liefde waarmee Gij mij bemint, te doen ondervinden door mij toe te staan . .. zoo dat overeenstemt met den goddelijken wil en aan mijne ziel tot voordeel strekt. O sla, ik smeek het U, uwe allerzuiverste oogen op mij en op alle mijne evenmenschen. Zie, welken wreeden oorlog duivel, wereld en vleesch onze zielen aandoen en hoevele er in dien strijd om-
t
i
142
komen. Bedenk, allerteederste Moeder, dat wij uwe kinderen zijn, gekocht met het allerkostbaarste Bloed van uwen Eengeboren Zoon. Gewaardig U ook allerheiligste Drievuldigheid met den grootsten aandrang te bidden, opdat zij ons de genade sehenke altijd te zegevieren over duivel, wereld en al onze bedorvene hartstochten en verder ook nog die genade, waardoor de rechtvaardigen zich bekeeren, de ketterijen nitgeroeid, de onge-loovigen verlicht en de joden bekeerd worden. Vraag o liefdevolle Moeder, die genade dooide eindelooze goedheid van den allerhoogsten God door de verdiensten van Uwen allerheiligsten Zoon, door de moedermelk waarmee Gij Hem hebt gevoed, door de bezorgdheid waarmee Gij Hem hebt gediend, door de liefde waarmeê Gij Hem hebt bemind , door de tranen die Gij hebt verduurd in zijn allerheiligst lijden.
Verkrijg ons de kostbare gave, dat de gansehe wereld één volk en ééne Kerk vo rme. die glorie, eer en dank brengt aan de allerheiligste Drievuldigheid en aan U, die onze Middelares zijt. Deze genade verleene ons de Almacht des Vaders, de Wijsheid des Zóóns en de Kracht des H. Geestes. Amen.
I N H O U D.
Blz.
Voorbericht,
Bedevaarten...........7
Bezwaren tegen Bedevaarten ...... 12
De bedevaartplaats Kevelaar......18
Kevelaar en Nederland........27
Aflaten te Kevelaar.........33
Gebeden,
Gebeden voor de pelgrimsreis......35
Morgengebeden..........36
Avondgebed...........41
Gebeden onder de H. Mis 46
Bieehtgebeden...........64
Communieoefeningen.........73
Aflaatgebeden...........86
Gebed tot de Onbevlekte Maagd Maria na de
H. Communie..........89
Gebeden tot den H. Engelbewaarder na de H.
Commnnie...........91
Gebed tot de Moeder der Zeven Smarten
(in groote droefheid en nood).....92
Gebed tot Maria, onze Moeder.....97
Gebed tot Jesus, Maria en Josef . . . . 98 Gebed voor onzen H. Vader, den Paus. . .100 Gebed tot Maria voor de overledenen . . .101
inttoüd.
Blz.
Uitbreiding van het Memorare voor nlle vereerders van Maria........104
Gebed om zich de H. Maagd tot beschermster te kiezen..........107
Toewijding aan Maria........108
Litanie ter eere der Allerheiligste Maagd Maria 110
Litanie tot het H. Hart van Maria . . . 114
Gebed tot het H. Hart van Maria . . . . 117
Novenen ter eere der Allerh. Maagd Maria . 119 Novene ter voorbereiding tot het feest van
O. L. V. Hemelvaart.......120
Novene ter voorbereiding tot het feest van
O L. V. geboorte........136
Gebed tot do Allerheiligste Maagd Maria onderden titel der Barmhartigheid.....141
IMPRIMATUR.
Dr. j. a. van os,
Groningae, 7 Maii 1890.
Biz. 104
107
108 110 114 117
119
120 136 141
I
3 fP
â¼
ï';.-../â¢.â : â â ?^-s-quot; ^:--r-.quot; h-.' ? 'k: V. ' ^ ;:ivv: ::/â
/-\--â ^ â r--:â¢lt;-â â : -5^;-' r.
^ . -- - - ; ' gt; - -, : i'
-I
quot; quot; â quot; quot;â - â â ' K
; - ÃOR quot; 0.?? - - quot; fv-vï
Cv-v,.;-,
««? as quot; û®:' ' ;:?3s â¢-^-v. -;' gt;/--v gt; â â . .'v ;â ⢠quot;â¢â¢â¢; -^; â '
r
â y; ^4 quot;?***;''.**;
' I ' (
I i k
: y .
'::'k'.-
^:'h
-ëkï