Jj gïïtïiüMBEI^SMCs
OVER DE
WAKE GODSVRUCHT
TOT DE
H V. I L 1 O ! â¢: M A A G D
DOOR DEN GELUKZALIGEN
I.OlilS 5!Al!IE flRltiNON DE IIONTFOKT.
Apostolisch Missionaris,
^licljlct van 't âVijcx^ridjap van cn «ï1»:
â^oclj 1*0tcit bet
N iar de Xllle Fransche Uitgave
en vergeleken met het handschrift van den gelukzaligen Schrijver
dook i
a., iv P: K C n o F s. j
i/an 'f âGezelschap van Mariaquot;.
NIJMEGEN, L, C. G. MAL M B E R O 1893.
IMPEIMATUa.
AM. MAUK1LLE,
Slip, (ri'll.
Sancti Lanrcntii ad Sejxirim.
1 Octobris 1892.
I M P RI M A ï U E.
J. J. VKKSTKKHEN.
Rector ad hoc delegatus. Buscoduci, 5 Octobris 1892.
I
INHOUD.
Bldz.
Aanbevelingen.
Voorwoord van den vertaler.
Voorrede van den Eerwaarde Pater W. Fabkr.
Inleiding (van quot;den gelukz. De Montport) 1 EERSTE DEEL.
Over de godsvrucht tot de Heilige Maagd
Maria in het algemeen.......10
Hooordeeling van de ware godsvrucht tot de Heilige Maagd........r)4
Hoofdstuk I.
Over de valsche devoties tot de Heilige Maagd.............90
Hoofdstuk II.
Bldz.
Over ilo ware godsvrucht tot fie Heilige Maagd. Hare kenteekenen.....102
TWEEDE DEEL.
Over de uitmuntendste godsvrucht tot de Heilige Maagd of de volmaakte toewijding aan Jezus door Maria. . 109
Hoofdstuk I.
Waarin de volmaakte toewijding aan
Jezus door Maria bestaat.....llfi
Hoofdstuk H.
15eweegredenen dezer volmaakte toewijding ..............130
Afbeelding dezer toewijding in de geschiedenis van Jacob en Ezau . . 182 Hoofdstuk III.
Wonderbare uitwerkselen dezer godsvrucht in eene haar getrouwe ziel . 216
Hoofdstuk IV.
Bldz.
Bijzandere pfefeningen dezer godsvrucht
A. Uitwendige oefeningen.....232
Eerste oefening.........234
Tweede â ........238
f)erde , ........239
Vierde , ........246
Vijfde , ........252
Zesde â ........258
Zevende â ........260
B. Bijzondere en inwendige oefeningen voor ben, die volmaakt willen worden 261
Toepassing dezer godsvruelit bij 't ontvangen der H. Communie.....273
T. Vóór de H. Communie . . . 273
II. Gedurende , ... 275
III. Na â ... 277 Toewijding van zichzelven aan Jezus
Christus, de mensohgeworden Wijsheid, door Maria's handen.....281
Bldz
De godvruchtige dienaar van Je/.us in Maria..............285
Gebeden en Lofgezangen . . . 290
Voorwoord............292
Wijze om de H. Mis te hooren in ver-
eemging met Maria........294
Litanie van den H. Geest......307
Litanie van den Zoeten Naam Jezus . 312 Litanie van de H. Maagd Maria . . .315
Memorare.............318
Magnificat............318
Ave maris Stella..........320
Klein Kroon of Krans der H. Maagd . 321 Gebed tot Jezus, levende in Maria . . 328
Alma Redemptoris.........329
Ave Regina...........330
Regina Coeli............331
Salve Regina............332
Wijze om den H. Rozenkrans te bidden,
naar den zaliaren De Montfokt . . . 338
Bldz.
Litanie van den zaligen De Montfort . 346 Lofzang van dankzegging ter eere der
allerheiligste Maagd Maria.....349
Parva Corona Beatae Mariae Virgims. 354 Hymnus instar illius, qui ascribitur Sto. Ambrosio et St0. Augustino . . 360
QOD ALLEEN.
Jjr r Verhandeliny over de Ware (iods-nrucht. tot de Heilige Maandquot; door den (jelukzaligepi O'JflONO^ DE 21 OS II' OJ! F. tnuiit uit door diepyrondiye leerhui, immer (jeput aan de zuiverste bronnen. Vernuftig zijn de heschouiviiujen lhih den godvruchtiyen Schrijver over de (canzienlijke /.'laats, die Maria bekleedt in het yoddeliji: /dan van de heiligmaking der zielen.
Dit coortrejfelijk boek zal bij alle)i die het aandachtig lezen en trachten te door(/rogt;i-den, het betrouwen en de liefde tot de Hemelkoningin merkel ijk doen aangroeien.
De Zeereerw. Pater A. KERCKHOFFS heeft dus een allernuttigst werk verricht met gemelde â Verhandelinyquot; in 't Nedertandsch over te brengen.
Kanunnik VA N DER MOEREN.
Doktor in de Godgeleerdheid, Hoogleeraar aan de Universiteit te Leuven.
V O O R A F S P R /V A K.
Ou voreering der Allerheiligste Moedermaagd ontspruit uit de aanbidding van Jezus Christus, den Godmensch, gelijk een bloem uit haar wortel.
Omdat zij in den Hemel ten glorietroon is verheven als tie gezegende Moeder van God den Zoon, die naar de menschelijke natuur uit haar geboren werd, daarom zullen alle geslachten der aarde Maria, de Genaderijke, huldigen en eeren boven alle engelen en menschen.
Maria's eerenaam bij uitstek is: Moeder Gods.
Ten allen tijde was het geloof in Christus' Godheid de ziel der Maria-vereering. Aloude kerkvaderen en eerbiedwaardige overblijfselen van Catacomben en christelijke gedenkstukken prijzen Maria's troostrijken Naam.
Bij het verdedigen des geloofs aan Christus' waarachtige Menschwording verheerlijkte de
beroemde Algemeene Kerkvergadering van Kphese (431) Maria, als de Moeder van onzen lieer. En door geheel de geschiedenis dei-katholieke Kerk wordt het evangelische woord gestaafd: van nu af' zullen alle geslachten mij zalig prijzen. Luc. i : 48.
Aan het geloof paarde zich de geestdrift der liefde. De liefde tot Jezus bracht de liefde tot Maria voort; de liefde tot Maria verwierf door de voorspraak van 's Heeren Moeder nieuwe kracht en genade om te volharden in de liefde tot Jezus
Maar, weinigen onder Maria's toegewijde vereerders toonden eene zoo verlichte godsvrucht, eene zoo kinderlijke aanhankelijkheid, een teedere, eenvoudige hartelijkheid jegens hunne hemelsche Moeder, als de H. Bernardus en de H. Uominicus.
De geest dier twee trouwe ridders der onvolprezen Hemelkoningin, herleeft in den gelukzaligen Louis Maiue Giugnon 1gt;u Montfort (1073âITlti). Zijne liefde tot de H. Maagdfrok hem tot de derde Orde van den H. Dominicus, wiens Rozenkrans hij predikte met een ijver, die nimmer overtroffen werd. Om zijnen oprechten en brandenden ijver voor Maria's glorie vereert men hem als een anderen H. Bernardus.
Beroemd is onder de vele schoone geschrif-
ten, die de katholieke Kerk over de Maria-vereering bezit, de - Verhandeling over de ware godsvrucht tot de H. Maagd' van den gelukzaligen De Montfoet. Dit gulden boekje kan niet genoeg aanbevolen worden. Het is een waar juweel. En de Weleerw. Pater Kekck-hoffs bewijst met de vertaling van dit heerlijke werkje allen, die den goeden God met oprechtheid zoeken, een waren dienst.
Oppervlakkige lezers en wereldschgezinde harten zullen bijwijlen die heilige en vurige liefde niet verstaan; anderen zich wellicht ergeren aan die stoute taal der geestdrift. Wanneer de Gelukzalige b. v. na de H. Communie Jezus in het hart van Maria wil binnenleiden, is het niet, als wenschte de ziel zich van den Heiland te scheiden? Het tegendeel. Deze trouwe dienaar Gods geeft alleen zyn verlangen to kennen, dat onze goddelijke Zaligmaker door Maria met meer eerbied en liefde worde ontvangen, dan waarmede een gewoon sterveling dit vermag; dat het gebed van Jezus' Moeder den dierbaren Meester des te inniger vereenige met de ziel, die Hem in het allerheiligste Sacrament ontvangen heeft. De laatste en zekerste verklaring aller ontboezemingen van het brandend hart des Gelukzaligen ligt in zijne duidelijke grondstelling: Jezus Chris-
quot;F
I
tus, onze Verlosser, waarlijk God en waarlijk mensch, moet het laatste doelwit zijn van al onze andere Devoties, vjillcn wij niet dat deze valsch en bedriegelijk zijn (bldz. 54).
Neem clan, godvruchtige ziel, dit gouden boeksken en lees. Gij zult er ware deugd uit leeren; het zal den gloed der goddelijke liefde in uw hart ontsteken. Maria zal u een veilige weg tot Jezus zijn.
]gt;. J. V. DE GROOT,
Ord. Praed.
Nijmegen, Rozenkransfeest 1892.
AANBEVELINGEN.
In de vereering der onbevlekte Maajd en Moeder God* Maria bekleedt de eer-biedw. de Montfort eene eerste plaats onder de moedige zonen van den Patriarch Guzman Dominicus en wordt niet ten onrechte Bernardus' gelijke genoemd.
Z. II. Paus Lico XIII.
De indruk, dien de geschriften van den eer biedw. Dienaar Gods L. M. Grignon de Montfort teiueeg brengen, kan niet met dien van gewone werken vergeleken worden. Immers hier gevoelt men eene zal-ving, zoetheid, en vertroosting, die de geschriften van bevoorrechte zielen, door God Ojt bijzondere wijze voorgelicht, alleen bevatten.
Analecta Juris i'Ontifich.
De » Verhandeling over de ware godsvruchtquot; is de bekroning van Mont fort's
IV.
Iri'r. Wij kunnen daarin nirl ijenoegde nan wkeunyheid bewonderen, waarmede de inhoud van dit heerlijk werkje met de leer der II. Kerk overeenstemt.
Z. E Karelin. Riciiaiu), aartsb. van Parijs.
Door zijne, liefde tot de 11 Moeder God*, door zijn betronwen oigt; Haar, door de vuriyheid, waarmede hij hare vereerimj eerxpreidde. evenaart de (jelukz. de Mont-l'ort Maria'n (jtoolsle dienaren. Zijne O Verhandeling over de ware (jndsvrucht lot de II. Miuujdquot; kan vergeleken worden )net het diepzinnigste en godsvruchtigsle, wat de II II. Vaders over deze slof hebben nagelaten.
'A E. Kard. Plack, aartsb. van Rennes.
Godgeleerde, redenaar, dichter, kunstenuur, - dit alles was de gelukt, de Mont-
forl en in den hoogsten graad.....
De vaders van 't Concilie van l'oitiers hebben voor een twintigtal jaren eenparig verklaard : tgt;Aan den gelukz. de Mont-jorl hebben wij het te danken, dat hel levendig geloof, de liefde tot het Kruis en de godsvrucht lot de Jl. Maagd in
V.
0'nzr WeMrrMreken zijn blijven roorllewn Mgr. F kei'Pkl, Bisscliop van Angors.
Ik verklaar oprnlijk, dat ik, na bijna alh; boeken, die over de godsvrucbl tol de Moeder Gods bandelen, cjelezen en hierover met de beitii/ste en (jeleerdste minnien dezer tijden f/eaproken te hebben, ijerne ijodsvrnciU tol de heilige Maagd heb /;linnen. vinden, die eenignzins in vergelijking kan treden met die, welke ik ga uitleggen.
Geluk/,, de Montfout.
gïïgfmsfmSm^
VOORWOORD VAN DEN VERTALER.
s'-^jod wil, dat zijne II. Moedor in dezen «tijd meer gekend, meer bemind en meer «vereerd worde dan ooit; dit zal zonder «twjjfel plaats hebben, indien de voorbe-j)stemden, door do genade en bot liebt «des H. Groestes gesterkt, de inwendige »en volmaakte beoefening ombelzen, die ik bun ga blootleggen.quot;
Deze woorden van den gelukz. L. M. dn Montfort vinden voorzeker weerklank in bot hart van den godvruebtigen Maria-vereerdor en doen in hem do begeerte ontstaan, dezo zoo voortreffelijke godsvrucht te kennen, om ze daarna te kunnen beoefenen. Om aan zijn lofwaardig verlangen te voldoen, en meer nog, om de beminnenswaardige Hemel-rnoeder on Oppervorstinne te loven en te verheerlijken, heb ik gepoogd dit gulden boekje in 't Nederlandsch te vertolken.
va.
Vóór eenige jaren reeds is hiervan eene vertaling verschenen, die, lioe gebrekkig ook, in weinig tijds uitverkocht was.
Ik koester de hoop, dat ook deze nieuwe vertolking met dezelfde gretigheid zal ontvangen worden. Deze godsvrucht is overigens geene vreemdelinge in Nederland; want naar ik tot mijne grootste vreugde vernomen heb, wordt deze zoo hoog geprezen devotie reeds sedert twintig jaren op verschillende plaatsen in ons land beoefend. Dit pleit voorzeker voor hare degelijkheid en aantrekkelijkheid.
En dan it- deze godsvrucht in hoofdtrekken niet dezelfde als die van Onze lieve Vrouw van liet Heilig Hart te Ãittard, die zoovele vrome vereerders telt ! De leus van beide trouwens is : Ad Jesum per Mariam : Tot Jezus door Maria !
De loftuitingen daarenboven welke Kardinalen. Aartsbisschoppen, Bisschoppen en andere hooggeplaatste en geleerde mannen, met Z. II. Paus Leo XIII aan het hoofd, dit heerlijk boekje en zijn godvruchtigen schrijver, bij gelegenheid zijner Zaligverklaring hebben toegezwaaid,
V1H.
zijn de schoonste aanbeveling van dit werk. Hierbij voegt zich liet gunstig onthaal, dat dit boekje in andere landen gevonden heeft. Het is in bijna alle Europeesche talen overgezet, en heeft zoodoende eene groote populariteit erlangd. In de Fransche taal hebben reeds XIII uitgaven het licht gezien. Ook in de Duitsche, Engelsche, Italiaansche en Spaansche talen zijn de uitgaven bijna even talrjjk. De Zeereerw. Pater Faber, zoo bekend door zijne talrijke en geleerde verhandelingen over de volmaaktheid, heeft dit boekje zelf willen vertalen in 't Engelsch. ik ineen den godvruchtigen lezer een dienst te bewijzen, door de mededeeling der heerlijke voorrede, welke de vrome kloosterling aan het hoofd zijner vertaling' heeft geplaatst. Zij toont ons duidelijk, welke achting de vertaler voor de geschriften van den gelukz. de Mont-fort en vooral voor zijne »Verhandeling over de ware godsvrucht tot de li. Maagdquot; koesterde.
Wat mijne vertaling betreft, ik heb hier en daar eenige noten en aanmerkingen ingelasclit.; â Niet met het doel om den zaligen en geleerden schrjjver
IX.
te verdedigen, maar om aan te toonen hoe nauwkeurig hij altijd de 11. Schrift en de leer der Kerkvaders geraadpleegd heeft. Hem te verdedigen is overigens onnoodig daar de leer, in zijn heerlijk werkje vervat, door Rome ten volle goedgekeurd is. Het handschrift van den talige zeiven, dat door de 11 Congregatie der Riten onderzocht is. en dat ik voor eenigen tijd, tot mijne grootste vreugde, in mijn hozit heb mogen hebben, heeft mij in mijne vertaling tor zijde gestaan.
Voordat ik eindig acht ik het noodzakelijk hier bij te voegen, dat dit boekje niet zal begrepen worden dooreen christen, wien de beginselen der evangelische nederigheid vreemd zijn en dat de wijzen der wereld gehinderd kunnen worden door de lessen der ware wjjsheid, welke zij daarin zullen vinden zonder tot haren zin door te dringen. »Li' mamch ') die (dleen (jeluid word! door hel ziimidijke, beyrijpt niet ivat van den Geest Gods is, het srhijnt hem dwaasheid toe, omdat hij
*) Animalis autem homo non perripit ea quae sunt Spiritus Dei; stultitia enim est illi, t-t non potest in-telligere quia spiritualiter examinatur. I Cor. II. 14.
X.
hel moet beoordeelen met een hovenna-naluurlijk licht, dat hij niet heeft. De oprechten en eenvoudigen evenwel zullen het manna smaken, dat verborgen is in de zoo vrome en treffende onderrichtingen van een priester, die gedurende zijn ge-li eele leven niets anders beoogde, dan het H. Evangelie te verkondigen, de godsvrucht tot Maria uit te breiden en tegen de Jansenisten te velde te trekken. Zij zullen het der Goddelijke Voorzienigheid dank weten, die hun dozen schat ter hand stelde. Zij zullen hun hart van liefde voelen branden voor Jezus en Maria bij het lezen dezer van liefde gloeiende bladzijden, welke die groote Mariaver-eerder, die de tegenwoordigheid van Jezus en Maria nooit uit liet oog verloor, in de vurigheid van zijn gebed neerschreef. Zij zullen hun tijd niet verspillen met zekere uitdrukkingen te berispen, die der wereldsche fijngevoeligheid wellicht mishagen, en zekere zinswendingen te bevitten, welke minder in hun smaak vallen, maar moeilijk te veranderen waren, zonder het eigenaardig karakter dezer verhandeling afbreuk te doen.
Maria's ware kinderen, wij betwijfelen
XI
liet geenszins, zullen uit de aandachtige lezing van dit vroom werkje groot voordeel trekken en onze lieve Moeder des Hemels zal meer gekend, meer bemind en meer vereerd worden. Dit was het doel van den schrijver, dit is ook liet oogwit geweest van den vertaler, die deze gebrekkige proeve als dienstplichtige hulde van een grenzeloos betrouwen en eene ware kinderlijke liefde aan de al-goede Hemelmoeder opdraagt.
Do Vertaler.
Sciiimmf.rt.
Feestdag van den zaligen de Montfort.
VOORREDE
van den Eerw Pater P. W. Paber (Letterlijk gevolgd naar dellli-P.ngelsche uitgave der ..Verhandeling over de ware godsvrucht tot de H.
Maagd,)
',1 n liot jaar I HiG of' 1847 bestudeerde ik te Sint Wilfried, voor liet eerst het loven en den geest van den eerlnedw. Grignon do Montfort. Thans, na oen tijdsverloop van meer dan vijftien jaren, zal het mij wel geoorloofd zijn te verklaren, dat al degenen, die hom tot hun leermeester nomen, moeielijk een heilige of geestelijk schrijver zullen vinden, die meer dan hij door do zalving en de dogeljjkheid zijner geschriften hooit. Het is ons nog niet geoorloofd hem als heilige te vereeren, maar het proces zijner zaligverklaring is zoo verre en zoo gelukkig gevorderd, dat wij de hoop mogen koes-
XU1.
teren, liem binnen kort op onze altaren geplaatst tt zien.(')
üe 18e eeuw lieeft weinig mannen opgeleverd, die zoo duidelijk liet mork-teeken droegen van den man der Voorzienigheid, als deze tweede Elias, Missionaris van den H. Geest en van Maria.
Geheel zijn leven was zulk eene uiting van de heilige dwaasheid des Kruiscs, dat zijne levensbeschrijvers hem eenstemmig niet den II. Simeon Salus en den II. Philippus Nerius gelijkstellen. Clemens XI verhief hem tot Apostoiiseh Missionaris van Frankrijk, opdat hij zijn leven zou wijden aan de bestrijding van het voor do zaligheid der zielen zoo verderfelijk Jansenisme.
Na de brieven der Apostelen zal men niet gemakkelijk zulk eene gloeiende taal vinden als de twaalf bladzijden van zjjn gebed om Missionarissen voor zijn Gezelschap (van Maria.) Daarheen verwijs ik met aandrang allen, die wegens veelvuldige beproevingen moeite hebben het
*') Deze hoop, gelijk bekend is, werd tot ons aller blijdschap den 28 Februari 18S8 verwezenlijkt door de Zaligverklaring van den vurigen Mariavereerder. (noot van den vertaler.)
XIV.
eorste vuur der naastenliefde te bewaren. Overal werd hij tegelijkertijd vervolgd en geëerd. Het aantal zijner Apostolische werken is, gelijk die van den R. Antonius van Padua, inderdaad ongelooflijk en onverklaarbaar. De geestelijke verhandelingen, die hij schreef, hebben reeds binnen de weinige jaren, dat zij bekend zijn, in de Kerk oen belangrijken invloed uitgeoefend en zijn bestemd om in de toekomst een nog veel grooteren opgang te maken. Zijne preeken, geschriften en gesprekken waren doorweven met uitdrukkingen, die een profetischen blik op de laatste tijden der Kerk schenen te verraden.
Hij treedt op als een andere Yincentius Eerrerius, als ware de dag van het laatste oordeel bijna aangebroken en verkondigt, in den naam van God, dat Maria meer zal geëerd, beter gekend en vuriger bemind worden. Hij verklaart, in hoe nauwe betrekking zij staan zal tot de tweede komst van haren Zoon. Hij stichtte twee Congregatiën, de eerie van mannen, de andere van vrouwen, die beide zeer bloeiend zijn. (*) En toch â
') Ãeze twee Congregatiën zijn het ^Gezelschap
XV.
toon hij in 4716 stierf, was hij slechte 41 jaron oud en niet langer dan 16 jaren priester. Den 12 Mei llt;S!fö werd te llome liet decreet uitgevaardigd, waarbij zijne geschriften vrij verklaard werden van alle dwaling, die de heiligverklaring in den weg zou kunnen staan. In deze «Verhandeling over de ware godsvrucht tot de H. Maagdquot; schreef' hij de volgende woorden neer : »Ik voorzie duidelijk, dat woedende dieren met hunne helsche tanden dit werkje en hem, van wien de ïï. Geest zich bediend heeft, om het te schrijven, zullen verscheuren, of ten minste zullen trachten het in een donkeren hoek te begraven om voorgoed
van Maria' en de â Dochter en der Wijsheidquot;. De eerste heeft ook hare vertakking in Nederland, waarheen zij een Scholasticaat en Noviciaat heeft overgebiacht, het eene in het Limburgsche dorp Meersen, het andere te Schimmert (bij Maastricht.) In dit laatste dorp bezit het Gezelschap van Maria ook eene Apostolische School, vooral bestemd om Hollandsche studenten tot Priesters-Missionarissen dierzelfde Congregatie op te leiden.
De âDochteren der Wijsheidquot;' vijf duizend in getal, in Frankrijk'» grootste hospitalen verspreid, bestieren tevens zeer bloeiende Pensionaten in hun vaderland en in Nederland (Schimmert.) Zie âLevenschets van den gelukz. de Montfortquot; â bij M. Alberts â Gulpen (Limburg.) Noot v. d. vert.
XVI.
de uitgave er van te beletten.quot; Des ondanks voorspelt hij, dat het zal verschijnen en opgang maken. Zoo is hot ook geschied. In I71() was de schrijver gestorven en eerst in ISi'i vond een priester zijner Congregatie te Saint-Laurent-sur-Sèvre, als bjj toeval dit werkje. De toenmalige Overste-generaal kon getuigen, dat het van de hand des eerbiedvv. Stichters was. liet handschrift werd naar Rome opgezonden, om in het proces der heiligverklaring onderzocht te worden.
Allen, die (lit werkje zullen lezen, beminnen reeds zonder twijfel God en zien met droefheid, dat zij Hem niet genoeg liefhebben; allen zijn begeerig iets te zijner eere te verrichten, als het bevorderen van eenig goed werk, het voorbereiden van betere dagen, het verspreiden van eene of andere godsvrucht: do een heeft sinds jaren allo moeite aangewend om een bijzondér gebrek te overwinnen on is niet geslaagd; een ander heeft zuchtend de bekeering van bloedverwanten en vrienden afgesmeekt en is verwonderd, dat er, in weerwil zijner verzuchtingen, zoo weinige hunner tot het geloof bekeerd zijn; deze is bedroefd
xvn.
om zijne zwakke godsvrucht, gene treurt omdat hij een kruis moet dragen, dat hij te zwaar acht voor zijne zwakke krachten ; een dorde vindt niets dan huiselijke rampen en oneenigheden. die hem onvereenigbaar schijnen met het bewerken zijner zaligheid, â en voor dit alles schijnt het gebed zoo weinig troost aan te brengen! Maar welk hulpmiddel ontbreekt hun dan ? Welk is het hulpmiddel, door God zeiven aangewezen ? Alle heiligen getuigen het: het is eene onbegrensde toeneming van de godsvrucht tot Maria ; maar let wel, liet onbegrensde kent geen grenzen. Hier in Engeland wordt Maria niet half genoeg gekend. De godsvrucht tot Maria is zwak, koud en armzalig. Zij wordt verdrongen dooide spotternijen der ketterij. Beheerscht door menschelijk opzicht en vleeschelijke voorzichtigheid, zou deze gaarne van de ware Maria eene zoodanige willen maken, dat de Protestanten zich bij Haar op hun gemak zouden kunnen gevoelen. Hunne onkunde in de godgeleerdheid ontneemt haar alle leven en waardigheid : zij mist dat kenmerkende teeken van onzen godsdienst, dat zij hebben
2
XVIII.
moest; zij gelooft niet aan zich zelve. Daarom ook wordt Jezus niet bemind, komen de ketters niet tot inkeer, staat de Kerk niet hoog verheven. De zielen, die heilig konden zjjn, kwijnen en ontaarden, het gebruik der ll.il. Sacramenten is niet zoo veelvuldig als het zijn moest, het li. Evangelie wordt niet met die geestdrift van een apostolischen ijver verkondigd. Jezus wordt niet gekend, omdat Maria in vergetelheid is, duizenden gaan verloren, omdat Maria van hen verwijderd is. Deze onbeduidende nietige schaduw, waaraan zij den naam durven geven van godsvrucht tot de 11. Maagd, is oorzaak van al die ellende, verduistering, rampspoeden, verzuimenissen en verslapping. En foch, willen wij de getuigenis der Heiligen gelooven, zoo wil God uü-drukkelijk eene grootere, meer uitgebreide, meer degelijke, eene geheel andere godsvrucht tot zijne Heilige Moeder. Om tot dit dool te geraken, bestaat er, mijns inziens, geen uitmuntender en krachtiger middel, dan de eenvoudige verspreiding dezer bijzondere godsvrucht van den eer-biedw. Grignon de Mout fort.
Beproef deze godsvrucht slechts, en
XIX.
gij zult verbaasd staan over de genaden, die zij u bezorgt; de veranderingen, die zij in uwe ziel zal te weeg brengen, zullen u terstond overtuigen van hare bijna ongelooflijke kracht om de zielen de zaligheid te verzekeren en de heerschappij van Jezus Christus te vestigen. O ware Maria slechts gekend, de koelheid voor Jezus zou ook ophouden ! O ware Maria slechts gekend, hoe veel bewonderenswaardiger zou ons geloof zijn, hoe geheel anders onze Communiën I O ware Maria slechts gekend, hoe veel gelukkiger en heiliger, hoeveel minder wereldsgezind zouden wij zjjn en hoeveel beter en levendiger zouden wij het beeld van Onzen Heer en Verlosser, Maria's dierbaren en goddelijken Zoon, in ons uitdrukken!
Ik heb zelf de geheele verhandeling vertaald, ik heb daartoe alle zorg aangewend en ben angstvallig getrouw geweest. Tevens neem ik de vrijheid den lezer opmerkzaam te maken, dat hij haar met eene enkele lezing op verre na niet zal begrijpen en doorgronden. In dit boek ligt iets bezielends en bovennatuurlijks, dat steeds krachtiger wordt, naarmate men er dieper in doordringt.
XX.
Daarenboven, wie het herhaaldelijk leest, zal onwillekeurig bekennen, dat zijne nieuwheid nooit schijnt te verouderen, zijne volheid nooit af te nemen, zijne frischheid nooit te verminderen, zijn gloed nooit te verkoelen.
Gewaardige zich de H. Geest, de Goddelijke IJveraar voor Jezus en Maria, een nieuwen zegen over deze Engelsche ver taling uit te storten en behage het Tfem ons weldra te vertroosten met de heiligverklaring van dezen nieuwen Apostel en vurigen Missionaris zijner teederbe-minde Moeder en geheel onbevlekte Bruid en met den spoedigen aanvang dier glorierijke eeuw der Kerk, die ook de glorierijke eeuw van Maria moet zijn.
F. W. Faber,
priester van 't Oratorium.
Feestdag van Maria's Opdracht 1802.
De wensch van den beroemden bekeerling ia eenigszins ten huldigen dage in vervulling getreden. Ik wil niet spreken van de vele bekeeringen, welke in dezen tijd, in Engeland en elders, plaats hebben, noch van de snelle uit-
XXI.
breiding dor godsvrucht tot Maria, die dagelijks veld wint; maar het zij mij geoorloofd in het kort aan te stippen welke heerlijke vruchten deze Engelsche vertaling heeft opgeleverd
Onder de hooge bescherming van Zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid Mgr. Edu-ard Bagshawe, bisschop van Nottingham, is, vóór eenige jaren, eene Congregatie ontstaan, die den naam draagt van : »Little Company of Maryquot; (Klein Gezelschap van Maria.) Haar doel is, de leer van den gelukz. do Montfort over de godsvrucht tot en de toewijding aan Maria, in zijn gulden boekje ontvouwd, te omhelzen en te beoefenen Tevens wijden zij hunne zorgen aan do verpleging der zieken en gekwetsten in de hospitalen. Bewonderenswaardig is het, hoe spoedig deze jeugdige Congregatie in ledental toenam, want behalve verschillende huizen in Engeland, bezit zij ook reeds hare vertakkingen in Amerika. (Noot v, d. vertaler.)
VERHANDELING
over de ware godsvrucht tot Maria
INLEIDING.
iLv oor do allorheiligstc Maagd Maria is Jezus op du wereld gekomen, door Ilau- ook moet Hij in de wereld iieer-schen. (1)
Maria leidde een zeer verborgen leven ; daarom noemt Haar de Heilige Geest alsook de Kerk : Alma Maler . . . vc.r-bonjen en (jeheimzmnije Moeder Hare nederigheid was zoo diep. dat op aarde niets Haar zoo machtig cn voortdurend
1
Op den rand van het handschrift vind ik hier ter plaatse het volgende aangeteekend :
âMaria was zeer weinig bekend bij de eerste komst van haren Zoon ; maar Zij zal meer bekend worden bij Jezus' tweede komst. Zij was verborgen bij Jezu.?'eerste komst door een bewonderenswaardige wilsbeschikking der Goddelijke Voorzienigheid, opdat Haar Zcon des te meer bekend zou zijn ; doch bij Jezus' tweede komst zal Zij geopenbaard worden.quot; Noot v. d. vertaler.
'2
aantrok als een leven, onbekend voor liaar zelve en voor ieder schepsel, om door God alleen gekend te worden. God, die hare gebeden om in armoede en nederigheid te leven, wilde verhoeren, schiep er behagen in, hare ontvangenis, geboorte, levenswijze, geheimen, verrijzenis, en opneming ten hemel voor alle menschen verborgen te houden- Zelfs hare bloedverwanten kenden Haar niet en de Engelen vroegen elkander vaak : Quae est /sla ? Wie is deze?; want do Allerhoogste hield het voor hen verborgen, of zoo Hij hun al iets openbaarde, oneindig meer hield Hij bedekt.
Alhoewel God de Vader aan Maria de macht der wonderen gegeven had, wilde Hij niet, dat Zij er in haar leven een, ten minste een schitterend, zou verrichten. Ofschoon God de Zoon Haar Zijne wijsheid medegedeeld had, liet Hjj toe, dat Zij slechts zelden sprak. God den 11. Geest behaagde hot, al was Zij ook zijne getrouwe Bruid, dat de Apostelen en Evangelisten slechts weinig gewag van Haar zouden maken, niet meer dan noodig was om Jezus Christus te doen kennen.
Maria is het heerlijk meesterstuk des Allei-hoogston, flat lljj alleen volkomen kent on bezit. Maria is de bewonderenswaardige Moeder van den Zoon, die er behagen in nam, Haar in haar leven te vernederen en verborgen te houden, ten einde hare ootmoedigheid te begunstigen ; zóo zelfs, dat Hij Haar, als aan eene vreemdelinge, den naam gaf van vrouwe, muiier (*), ofschoon Hij Haar in Zijn hart meer hoogschatte en beminde dan alle Engelen en menschen. Maria is de verzegelde bron en de getrouwe I5ruid van den Heiligen Geest, tot welke Hij alleen nadert. Maria is het heiligdom en de rustplaats der allerheiligste Drieëen-heid, waarin God met meer luister en
O Waarom heeft de Goddelijke Verlosser Maria niet: âMoederquot; maar â Vromue geheeten ? De meening der Kerkvaders en Heiligen is hierover verdeeld. De Eervv. Pater Ventura geeft de volgende reden aan: âde naam van Vrouwe,quot; door Jezus aan zijne Moeder gegeven, beteekent dat Maria de Vrouwe bij uitnemendheid is, de volmaakte Vrouwe, de Vrouwe, gezegend boven alle vrouwen der wereld. Inderdaad, zoo Jezus op dat plechtig oogenblik Maria den naam van âMoederquot; had gegeven, zou Hij alleen zijne kinderlijke liefde betuigd hebben ; met Haar âVrouwequot; te noemen, gaf Hij Haar tevens den titel van Mede-verlosseres en van Moeder der menschen. (Ventura. Les Femmes de l'Evangile. Tome 2. Hom. 5.)
(Noot v. d. vert.)
4
goddelijke Majesteit zetelt, dan in eenige andere plaats van liet heelal, zijne woonstede boven Cherubijnen en Serafijnen niet uitgezonderd. En aan geen schepsel, hoe rein ook, is het toegestaan, daar, zonder een groot voorrecht, binnen te treden.
Ik zeg met de Heiligen ; de Heilige Maagd Maria is het aardsch paradijs van den nieuwen Adam, waarin Hij, door de werking van den H. Geest, is mensch geworden, cm er onbegrijpelijke wondoren te wrochten. Zij is de groote en goddelijke wereld des Heeren, die onuitsprekelijke schoonheden en schatten bevat. Zij is de luister des Vaders, waarin Hij, als in Zijn schoot. Zijn eenig-geboren Zoon heeft verborgen en in Hem alles wat verhevens en kostbaars kan uitgedacht worden, ü hoe groot en verborgen zijn de wonderen, die de almachtige God in dit bewonderenswaardig . schepsel heeft uitgewerkt! Zij zelve moet, in weerwil harer diepe ootmoedigheid, bekennen : Ilij, die machtig is, heeft groote dingen aan mij gedaan (1)
1
Fecit mihi magna qui polens est. S. Luc. I. 49,
Ue wereld kent ze niet, omdat zij daartoe onbekwaam en onwaardig ia.
De Keiligen hebben veel wonderbaars van deze heilige woonstede Gods gezegd, en nooit zijii zij welsprekender geweest, en hebben zij meer voldoening gesmaakt, zooals zij zeiven bekennen, dan wanneer zij over haar konden spreken. En dan roepen zij uit, dat de verhevenheid harer verdiensten, die tot den troon der Godheid zijn geklommen, niet kan begrepen, de breedte harer liefde, die de gansclie aarde omvat, niet kan genieten, de grootheid harer macht, die zich zelfs over God uitstrekt, niet kan beseft, de diepte harer nederigheid, harer deugden en voorrechten, die een afgrond zijn, niet kan gepeild worden.
O onbegrijpelijke verhevenheid ! O onuitsprekelijke breedte! O onmetelijke grootheid! O onpeilbare diepte! Van het eene einde der wereld tot het andere, van de hoogste zalen der Hemelen tot in den diepsten afgrond, verkondigt en verheerlijkt alles, ten allen tijde, de bewonderenswaardige Maagd Maria. De negen Koren der Engelen, de mensehen van eiken leeftjjd en stand, ja van eiken
ü
godsdionst, goeden en kwaden, zelfs de duivelen, zijn, tegen wil en dank, uit kracht der waarheid, genoodzaakt, Haar zalig te noemen. Al de Engelen dea Hemels roepen Haar, volgens den H, Bonaventura, onafgebroken toe: Heiiiij, heilig, heilig: Maria, Gods Moeder en Maagd {quot;) en dagelijks herhalen zij mil-lioenen malen de Groetenis des Engels : » Wees gegroetquot;. Voor Haar nederknielend, bidden zij om de gunst, hen met een bevel (e vereeren. De H. Michael, alhoewel de prins van geheel het Hemelhof, legt, volgens den 11. Augustinus, de grootste vurigheid aan den dag om Haar allerhande eerbetooningen te bewijzen en te doen bewijzen, en staat steeds gereed, om, op haar wenk, een harer dienaren te hulp te snellen.
Geheel de aarde verkondigt haren lof. Vooral do Christenen hebben Haar in vele koninkrijken, provincies, bisdommen en steden tot Patrones en Beschermster verkozen. Wat al kathedralen, onder hare aanroeping, aan God toegewijd! Geene kerk zonder een altaar ter Harer eere ;
(*) Sancta, sancta, sancta Maria, Dei Genitrix et Virgo.
7
geene «treek, geen wijk zonder een harer wonderdadige beelden, waardoor alle kwalen genezen en vele zegeningen verkregen worden ! Hoeveel broederschappen en Congregatiën ter Harer eere! Hoeveel kloosterorden onder haren naam en hare bescherming ! Hoeveel broeders en zusters van verschillende broederschappen, hoeveel kloosterlingen van beider kunne, die haren lof verkondigen en hare goedertierenheid alom verbreiden. Geen kind zoo klein, of het looft Maria, het sAve Mariaquot; stamelend De zondaar zelfs hoe diep ook gezonken, voelt een vonk van vertrouwen op Haar in zijn harte smeulen ; ja zelfs de helsche geesten loven Maria, door de vrees die zij voor Haar koesteren.
Derhalve moeten wij, in waarheid, met de Heiligen overeenstemmen en uitroepen : Ouer Maria nooit genoeg1.
Men heeft de Heilige Maagd nog niet genoog geloofd, verheven, geëerd, bemind en gediend. Zij heeft nog meer lof, eerbied, liefde en onderdanigheid verdiend.
Derhalve moeten wij met den Heiligen Geest bekennen : Al de glorie der Ko-
{') De Maria nunquam satis.
8
ningsdochler schuilt in haar harte (1) De uiterlijke glorie toch die Hemel en aarde om strijd Haar toezwaaien, is als niets in vergelijking met die, welke Zij in haar hart van haren Schepper ontvangt. Deze is het nietig schepsel onbekend, daar het de geheimenis der geheimen des Konings niet kan doorgronden.
Derhalve moeten wij met den Apostel uitroepen : Uet oog heeft niet gezien, het oor niet gehoord en het hart den menzchen niet begrepenquot;') de schoonheid, grootheid on uitmuntendheid van Maria, dat wonder der wonderen in do orde der genade, der natuur en der glorie. Wilt gij de Moeder kennen, zegt een heilige, leert dan eerst den Zoon kennen, want Zjj is
eene Moeder, Gode waardig....... Hier
verstomme alle spraak. (2quot;)
Het hart gaf mij alles in de pen wat ik hier met bjjzondere voorliefde heb neergeschreven, om te bewijzen, dat Maria tot op dezen dag nog onbekend bleef en daarom ook Jezus Christus niet
I
1
Omnis gloria ejus Filiae Regis ab intus. ps. XLIV.14.
2
(*') Nee oeulus vidit, nee auris audivit, nee in eor hoininis ascendit. 1. Cor. II. 9.
naar bcliooren gekend wordt. Als derhalve, wat zeker is, het rijk van Jezus Christus in de wereld wordt gevestigd, zoo zal dit oen noodzakelijk gevolg zijn van de kennis en het rijk der Allerheiligste Maagd Maria; Zij heeft Hem eenmaal ter wereld gebracht, Zij zal Hem andermaal doon iieerschen.
EERSTE DEEL-
Over de godsvrucht tot de Heilige Maagd Maria in het algemeen
gevolg de I[. Maagd
gehad
hulp, tot uitvoering van openbaring zijner glorie.
Voortreffelijkheid en noodzakelijkheid van de godsvrucht tot de Heilige Maagd.1)
-Jk belijd
mot geheel de Kerk, dat Maria, slechts een zuiver schepsel zijnde, uit de handen des Allerhoogsten voortgekomen, in vergelijking met de oneindige Majesteit Gods, minder dan een stofdeeltje of, beter nog, niets is, omdat Hij alleen is die is. Die groote en onafhankelijke Heer, zich zeiven toereikend, hoeft bij
niet volstrekt noodig en behoeft ook nu nog niet hare
Zijn Wil en Hij behoeft
1
Deze en de meeste der hieropvolgende verdeelingen bestaan niet in het handschrift. Tot gemak van den lezer en tot meerdere duidelijkheid heb ik evenwel hier en daar eenige hoofdverdeelingen aangebracht.
Noot v. d. vert.
9
naar behooren gekend wordt. Als derhalve, wat zeker is, het rijk van Jezus Christus in de wereld wordt gevestigd, zoo zal dit oen noodzakelijk gevolg zijn van de kennis en het rijk der Allerheiligste Maagd Maria; Zij heeft Hem eenmaal ter wereld gebracht. Zij zal Hem andermaal doen heerschen.
EERSTE DEEL-
Over de godsvrucht tot de Heilige Maagd Maria
in het algemeen
de Kerk, dat
Maria, slechts oen zuiver schepsel zijnde, uit de handen des Allerhoogsten voortgekomen, in vergelijking met de oneindige Majesteit Gods, minder daii een stofdeeltje of, beter nog, niets is, omdat Hij alleen is die is. Die groote en onafhankelijke Heer, zich zeiven toereikend, heeft bijgevolg de IT. Maagd niet volstrekt noodig gehad en behoeft ook nu nog niet hare hulp, tot uitvoering van Zijn Wil en openbaring zjjner glorie. Hij behoeft
*) Deze en de meeste der hieropvolgende verdeelingen beslaan niet in liet handschrift. Tot gemak van den lezer en tot meerdere duidelijkheid heb ik evenwel hier en daar eenige hoofd verdeelingen aangebracht.
Noot v. d. vert.
14
slechts te willen om alles te doen. Ik beweer evenwel, dat God, die, in de eenmaal gestelde orde, zijne grootste werken door de allerheiligste Maagd, van hare ontvangenis af, heeft willen beginnen en voleindigen, ten eeuwigen dage van deze gedragslijn wel niet zal afwijken, want Hij is God en onveranderlijk zijn de oordeelen en raadsbesluiten Gods.(') God de Vader heeft aan de wereld Zijn eeniggeboren Zoon niet gegeven dan door Maria. Wat al verzuchtingen de Patriarchen ook slaakten, wat al smeekingen de Profeten en Heiligen der oude wet, vierduizend jaren lang, ook deden om dien schat te verkrijgen, Maria alleen heeft hem verdiend en door de kracht harer gebeden en de verhevenheid harer deugden genade gevonden bij God. Ue wereld was onwaardig, zegt
12
uit de handen des Vaders te ontvangen; Hij gaf Hem aan Maria, opdat de wereld Hem door Haar zou verkrijgen. De Zoon Gods is menscli geworden om ons zalig te maken, maar in en door Maria. God de Heilige Geest heeft Jezus Christus in Maria gevormd; maar eerst vroeg Hij door een der eerste dienaren van Zijn hof Hare toestemming.
God de Vader heeft Maria deelgenoote gemaakt van zijne vruchtbaarheid, in zooverre een zuiver schepsel daartoe in staat is, opdat Zij den Zoon Gods en al de ledematen van zijn geheimzinnig lichaam zou kunnen baren. God de Zoon is in haren maagdelijken schoot, als de nieuwe Adam in aardsch paradijs, nedergedaald, om in Haar zijn welbehagen te nemen en in het geheim wonderen van genade te'wrochten.
De Godmensch vond zijne vrijheid, terwijl hij besloten was in haren maagdelijken schoot; Hij deed zijne macht uitschijnen, door zicli door die gezegende Maagd te laten dragen; Hij deed zijn glorie en die zijns Vaders uitschitteren door zijn luister aan alle schepselen op aarde te verbergen om dien alleen
13
aan Maria te openbaren; Hij verheerlijkte zijne onafhankelijkheid en majesteit door afhankelijk te worden van die nederige Maagd in zijne ontvangenis, geboorte, I opdracht in den tempel en in zijn dertigjarig verborgen leven, ja tot in den dood, waarbij Zjj tegenwoordig zou zijn, omdat Hjj met haar eenzelfde otter wilde zjjn, en, met hare inwilliging, aan den ilemel-schen Vader worden opgeofferd, zooals Isiiak weleer, met Abraham's toestemming, aan den wil Gods. Zjj heeft Hem gevoed, onderhouden, grootgebracht en opgeofferd voor ons. O bewonderenswaardige en onbegrijpelijke onafhankelijkheid van een God, welke do Heilige Geest, om ons hare waarde te toonen, in liet Evangelie niet stilzwijgend heeft kunnen voorbijgaan, (1) ofschoon Hij ons bijna al het bewonderenswaardige hetwelk de menschgeworden Wijsheid in zijn verborgen leven werkte, verzwegen hoeft! Jezus Christus heeft door zijne dertigjarige onderwerping aan zijne Moeder, God den Vader meer verheerl jkt dan
1
Jezus, zegt de Evangelist Lucas, reisde met hen af en kwam te Nazareth, en Hij was hun onderdanig, (Luc. II. 51.) Noot v, d, vert.
14
wanneer Hij de geheele aarde door de grootste wonderen bekeerd had. O, hoezeer verheerlijken wij God, wanneer wij om Hem te behagen, ons, naar Jezus' voorbeeld, aan Maria, ons eenig toonbeeld, onderwerpen!
Indien wij de overige levensdagen van Jezus Christus meer van nabij beschouwen, zien wij, dat Hij zijne wonderen door Maria heeft willen beginnen. Hij heeft den H. Joannes, in den schoot zijner Moeder, de H. Elisabeth, door Maria's woord geheiligd. Zoodra Maria gesproken had, was Joannes geheiligd (') en dit was zijn eerste en grootste wonder in de orde der genade. Op Maria's nederige bede, veranderde Hij, op de bruiloft te Cana, het water in wijn ; dit was zijn eerste wonder in de orde der
I
15
natuur. Hij heeft zijne mirakelen begonnen en voortgezet door Maria, en Hij zal ze, tot aan het einde der eeuwen, door Maria blijven voortzetten.
God de-H. Greest in Grod onvruchtbaar zijnde, dat wil zeggen, geen anderen goddelijken persoon voortbrengende, is vruchtbaar geworden door Maria, die Hij zich tot Bruid heeft verkozen. Mèt, in en door Haar heeft Hij zijn kunstgewrocht, den menschgeworden God, voort-gebracht, brengt Hij dagelijks voort en zal tot het einde der tijden voortbrengen uitverkorenen, ledematen des lichaams van dit aanbiddelijk Hoofd. Daarom, hoe meer Hij Maria, zijne dierbare en onafscheidbare Bruid, in eene ziel aantreft, des te krachtiger en werkzamer zal Hij zijn om Jezus Christus in haar voort te brengen en deze ziel in Jezus Christus af te beelden. (1) Hiermede wil ik geens-
1
Het is van het grootste gewicht, zich een juist denkbeeld te vormen van Jezus'en Maria's tegenwoordigheid in de zielen, waarover de gelukz. de Monlfort zoo vaak uitweidt en die als een der hoofdstellingen van zijn geschrift kan beschouwd worden.
3 o. Hier is geen sprake van Jezus lichamelijke en wezenlijke tegenwoordigheid in het binnenste van den-gene die communiceert, â tegenwoordigheid die zoo-
16
zins zeggen, dat de Heilige Maagd den Heiliger. Geest de vruchtbaarheid mededeelt, alsof Hij deze niet had; want wij weten, dat Hij, dewijl Hij God is, evenals God de Vader en God de Zoon, de
lang blijft bestaan, als de gedaanten van het veranderde brood en den wijn voortduren.
2°. Hier is evenmin sprake van eene wezenlijke tegenwoordigheid van Jezus' menschheid, van zijne ziel, van zijn lichaam, in al degenen, die Hein door de heiligmakende genade toebehooren.
30. Het is dus duidelijk dar. de Gelukzalige hier ook van geene wezmlijke tegenwoordigheid van Maria's lichaam en iiel in het lichaam en de ziel der geloo-vigen wil spreken. â Hier is enkel en alleen sprake;
a. van Jezus moreele tegenwoordigheid in ons en van ons in Hem, door onze wederzijdsche kennis en liefde, door de heiliging, die zijne genade in ons uitwerkten door de gelijkenis die zij ons met Hem geeft; door zijne bestendige goddelijke werking op ons, en door zijne aanhoudende voorspraak ten onzen gunste; en eindelijk door de middelijkc of onmiddelijke tusschen-komst van Jezus' heilige menschheid om onze vijanden te verdrijven. Hier is dus ook enkel en alleen sprake van Maria's moreele tegenwoordigheid in ons en van ons in Haar, door onze wederzijdsche kennis en Helde, door de genade welke ons vereenigende met en gelijkmakende aan haren Zoon, ons ook vereenigt met en gelijkt maakt aan Haar, door hare bestendige voorspraak ten onzen gunste ; eindelijk, door de bovennatuurlijke werking welke Zij, volgens Gods wil, over ons of over onze vijanden uitoefent, â Dit is, mijns inziens, de uitlegging welke men aan dc woorden van den zaligen schrijver moet geven.
Noot v, d. vert.
17
vruchtbaarheid of de macht heeft van voort te brengen, ofschoon Hij deze niet tot werkelijkheid brengt en geen anderen goddelijken persoon voortbrengt. Maar hiermede wil ik zesden, dat de Ileilifre
OO ' O
Geest door Maria's tusschenkomst, waarvan Hij zich wil bedienen, ofschoon Hij haar volstrekt niet noodig heeft, zijne vruchtbaarheid tot werkelijkheid brengt door Jezus Christus en zijne ledematen voort te brengen in Haar en door Haar. Dit is een genadegeheim, dat zelfs aan de meest geleerde en meest geestelijke menschen onder de Christenen onbekend is.
Gelijk de drie Personen der allerheiligste Drievuldigheid in de menschwording en de eerste komst van Jezus Christus handelden, zoo doen Zij nog dagelijks op onzichtbare wijze in de Heilige Kerk en zullen Zij blijven doen tot aan de voleinding der eeuwen, zelfs bij Jezus' laatste komst.
God de Vader verzamelde alle de wateren en noemde ze Zee ; Hij veree-nigde al zijne genaden in één persoon en noemde ze Maria. De groote God bezit een allerrijkste schatkamer, waarin Hij al wat schoon, schitterend, zeldzaam,
18
en kostbaar is, zelfs zijn eigen Zoon, verzameld heeft; en deze onmetelijke schat is niets anders dan Maria, die de Heiligen de schatkamer des Pleeren noemen uit welker volheid de menschen worden verrijkt. God de Zoon heeft zijne Moeder alles medegedeeld, wat Ilij door Zijn leven en dood heeft verworven; zijne oneindige verdiensten en bewonderenswaardige deugden; Ilij heeft Haar tot Schatbewaarster aangesteld van alles wat zijn Vader Hem ten erfdeel gaf. Door Haar past hij op zijne ledematen Zjjne verdiensten toe, deelt Hij zijne deugden mede en schenkt Hij zijn genade, Zij is Zijn geheimzinnig kanaal, waardoor Hij zijne barmhartigheid, zacht-kens en overvloedig, doet stroomen. (1) God de Heilige Geest heeft aan Maria,
1
Maria is aan de wereld geschonken, zegt de H. 13ernardus, als een heilzaam kanaal waardoor de hemelsche genaden ons onophoudelijk zouden toevloeien.
God heeft gewild, dat wij alles door de handen van Maria zouden ontvangen; dat alle genaden ons van haren overvloed zouden toekomen. (Serm. de Laud. Virg. n. 8).
Ik durf beweren, zegt de H. Bernaidinus van Siöna, dat ons geene enkele genade wordt geschonken tenzij door de handen der allerheiligste Maagd. (De Glor. Nom. Art. 3. c. 2.) Noot van den vert.
19
zijne getrouwe Bruid, zijne ontelbare gaven medegedeeld en Haar verheven tot Uitdeelster van al wat Hij bezit; zoodat Zij al deze gaven en genaden uitdeelt aan wie Zij wil, zooveel Zij wil, zooals Zij wil en wanneer Zij wil. Geene hemelsche gave komt tot de menschen dan door Maria's maagdelijke handen. Want Gods Wil was het, dat wij alles zouden ontvangen door Maria. Zóó wordt door den Allerhoogste verrijkt, verheven en vereerd do Yrouwe, die gedurende al hare levensdagen arm heeft willen zijn, vernederd worden en achter den sluier der nederigheid verborgen blijven. Hit zijn de gevoelens der Kerk en der Heilige Vaders.
Als ik tot de vrijdenkers dezer dagen het woord richtte, zou ik dit alles, hoe eenvoudig ook, breedvoeriger staven dooide H. Schrift, door vele Latijnsche plaatsen uit de geschriften der H.H. Vaders of wel door andere zeer gegronde bewijzen, die in de «Drievoudige Kroon der heilige Maagdquot;. (Triple Couronne de la sainte Yierge) van den Eerw. P. Poiré, zjjn aangegeven. Maar omdat ik vooral voor de armen en
20
ootmoedigen sclirijf, die van goeden wil zijn, meer geloot' hebben dan al de wijzen te zamen, en met. meer eenvoud en verdienste gelooven, zoo stel ik mij tevreden met eenvoudig de waarheid neet-te schrijven, zonder te blijven stilstaan bij de opsomming van Latijnsche plaatsen, die zij niet begrijpen zouden. Ik zal er slechts eenige, terloops en zonder ze verre te zoeken, aanstippen. Laat ons voortgaan.
Daar de genade de natuur en de glorie de genade volmaakt, zoo is het zeker, dat onze Goddelijke Heiland in den Hemel evengoed Maria's Zoon is, als Hij het was op aarde, en Hij dus de onder-werping en gehoorzaamheid van den volmaakste der kinderen jegens de beste aller Moeders behouden heeft. Maar wacht u wel deze afhankelijkheid eenigs-zins als een verlasnng; of onvolmaaktheid
O o
van Jezus Christus op te vatten. Want dewijl Maria oneindig ver beneden haren Zoon staat, beveelt zij Hem niet, gelijk eene aardsche Moeder liet kind dat onder haar staat. Maria, geheel in God hervormd door de genade en de glorie waardoor allo Heiligen in Hem hervormd worden.
21
vraagt en verricht niets, wat tegenstrijdig is met Gods eenigen en onveranderlijken Wil. Vindt men dus in de werken van de HH. Bernardus, Bernardinus, Bonaven-tura, enz., dat alles in den Hemel en op de aarde, ja God zelf, aan de Heilige Maagd onderworpen is, dan wil dit zeggen dat de macht welke Zij van God ontvangen heeft zóo groot is, dat zij schijnbaar met die van God overeenkomt en hare gebeden en smeekingen zóó vermogend zijn, dat zij altijd als bevelen gelden bij de goddelijke Majesteit, die aan het gebed van Maria nooit weerstaat, omdat het altijd ootmoedig is en gelijkvormig aan Zijn wil. (1)
1
O Maria! waarlijk alle macht is U gegeven in den hemel en op aarde: voor U is niets onmogelijk; gij nadert den troon der verzoening niet als onderdaan maar als Koningin, en zooveel eerbied toont uw Zoon voor uwe gebeden, dat gij niet zoozeer schijnt te vragen als wel te gebieden. (S. Pert. Damian. Serm. 1* de Nat. Vrrg.)
Uw voorspraak is die van eene moeder bij haren Zoon en heeft dus geene weigering te duchten. Ook weerstaat niets aan uwe macht; niets be.emmert uw invloed; alles buigt voor uw bevel; alles zwicht voor uw gezag; de Schepper beschouwt alles, wat uwe glorie bevordert als eene verheerlijking van zich zeiven.quot; (S. Georg. Nicom, Orat. de Oblat. 13 Virg.)
Noot van den vertaler.
22
Indien Mozes, door de kracht van zijn gebod, Gods toorn over de Israëlieten op zulk een vermogende wijze tot bedaren bracht, dat de Allerhoogste en oneindig barmhartige Heer, onmachtig hem te; weerstaan, hem vroeg aan Zijn toorn den vrijen loop te laten, om dit weerspannig volk te straffen, wat moeten wij dan niet, en met meer grond, van liet gebed der ootmoedige Maagd Maria en waardige Moeder Gods verwachten, dat bij de goddelijke Majesteit vermogender is dan de gebeden en voorspraak van alle Engelen en Heiligen des Hemels en dor aarde?
Maria beveelt in den Hemel aan Engelen en Gelukzaligen. God heeft Haar, tot belooning harer diepe ootmoedigheid. de macht gegeven en den last de tronen der gevallen hoovaardige engelen met Heiligen te doen bezetten. De Allerhoogste, die de nederigen verheft, wil, dat Hemel, aarde en hel, goedschiks, kwaadschiks buigen voor de bevelen der ootmoedige Maagd Maria, die Hij aangesteld hoeft tot Oppervorstinne des Hemels en der aarde, tot Hoofd zijner legerscharen, tot Schatbewaarstcr
21
vraagt en verricht niets, wat tegenstrijdig is met Gods eenigen en onveranderlijken quot;Wil. Vindt men dus in de werken van de HH. Bernardus, Bernardinus, Bonaven-tura, enz., dat alles in den Hemel en op de aarde, ja God zelf, aan de Heilige Maagd onderworpen is, dan wil dit zeggen dat de macht welke Zij van God ontvangen heeft zóo groot is, dat zij schijnbaar met die van God overeenkomt en hare gebeden en smeekingen zóó vermogend zjjn, dat zij altijd als bevelen gelden bij de goddelijke Majesteit, die aan het gebed van Maria nooit weerstaat, omdat het altijd ootmoedig is en gelijkvormig aan Zijn wil. (')
22
Indien Mozes, door de kracht van zijn gebed, Gods toorn over de Israëlieten op zulk een vermogende wijze tot bedaren bracht, dat de Allerhoogste en oneindig barmhartige Heer, onmachtig hem te weerstaan, hem vroeg aan Zijn toorn den vrijen loop te laten, om dit weerspannig volk te straffen, wat moeten wij dan niet, en met meer grond, van het gebed der ootmoedige Maagd Maria en waardige Moeder Gods verwachten, dat bij de goddelijke Majesteit vermogender is dan de gebeden en voorspraak van alle Engelen en Heiligen des Hemels en der aarde ?
Maria beveelt in den Hemel aan Engelen en Gelukzaligen. God heeft Haar, tot belooning harer diepe ootmoedigheid, de macht gegeven en den last de tronen der gevallen hoovaardige engelen met Heiligen te doen bezetten. De Allerhoogste, die de nederigen verheft, wil, dat Hemel, aarde en hel, goedschiks, kwaadschiks buigen voor de bevelen der ootmoedige Maagd Maria, die Hij aangesteld heeft tot Oppervorstinne des Hemels en der aarde, tot Hoofd zijner legerscharen, tot Schatbewaarster
23
zijner rijkdommen, tot Uitdeelster zijner genaden, tot Bewerkster zijner groote wonderen, tot Herstelster van het men-sclielijk geslacht, tot Middelares dor menschen, tot Verdelgster van Gods vijanden en tot trouwe Gezellin Zijner grootheid en zegepraal.
God de Vader wil altijd, totheteinde der eeuwen, kinderen bezitten door Maria. Daarom voegt Hij Haar deze woorden toe: Verblijf in Jacob (1), met andere woorden, woon en verblijf in mijne kinderen en uitverkorenen, voor-afgebeeld door Jacob, en niet in de kinderen Satans en dë verdoemden, voor-afgebeeld door Ezaü
Geljjk een kind in de natuurlijke orde een vader en moeder moet hebben, zoo hebben ook alle ware kinderen Gods en uitverkorenen, in de orde der genade, God tot Vader en Maria tot Moeder; en hij die Maria niet tot Moeder heeft, heeft God niet tot Vader. Daarom hebben do verworpelingen, zooals de ketters en scheurmakers, die Maria haten of met minachting en onverschilligheid bejege-
1
In Jacob inhabita. Eccl. XXIV. 13.
24
nen, God niet tot Vader, al bogen zij ook daarop: Zij toch eeren Maria niet als hunne Moeder, want erkenden zij Maria als Moeder, zij zouden Haar lief hebben en hoog achten, zooals een waar en braaf kind zijne moeder, die hem het leven schonk, bemint en eert.
Het onfeilbaarst en onbetwistbaarst teeken, om een ketter, een aanhanger eener valsche leer, een verworpeling van een uitverkorene te onderscheiden is hierin gelegen, dat de ketter en verworpeling slechts minachting en onverschilligheid voor de Heilige Maagd aan den dag legt en door woord en voorbeeld, nu openlijk dan in het geheim en somwijlen onder het schoonste voorwendsel, alles in het werk stelt om hare vereering en de liefde tot Haar te verminderen. Helaas! God de Vader heeft Maria niet gelast in hen haren zetel te vestigen, omdat zij kinderen Ezaü's zijn.
God de Zoon wil dagelijks wonen en als bet ware mensch worden in zijne ledematen door zijne heilige Moeder en Hij voegt Haar deze woorden toe: Uch Israël tut erfdeel (1).....
1
In Israel haereditare. Eccl. XXIV, 13.
25
Het is alsof Hij zeide: God de Vader heeft mij alle volkeren der aarde, alle goeden en kwaden, uitverkoren en verworpelingen, tot erfdeel gegeven; gene zal ik met een gouden, deze met een ijzeren roede regeeren; den eenen zal ik een vader en voorspreker, den anderen een rechtvaardige wreker zijn en aller rechter wezen; maar gij, mijne lieve Moeder, zult alleen de uitverkorenen, door Israël voorafgebeeld, tot erfdeel en eigendom hebben, gij zult hen, als hunne goede Moeder, baren en groot brengen en, als hunne Koningin, leiden, bestieren en verdedigen.
Een in en sell en een mensch is in haar geboren (1) zegt de Heilige Geest. Ue eerste mensch die in Haar werd geboren is, volgens de verklaring van eenige Kerkvaders,de Godmensch,Jezus Christus ; de andere een zuiver mensch, door aanneming kind van God en van Maria. Als Jezus Christus, het Hoofd der men-schen in Haar geboren werd, dan moeten ook, als noodzakelijk gevolg, do uitverkorenen, als ledematen van dit Hoofd,
1
Homo et homo natus est in ea. Ps. LXXXVI5.
26
in Haar geboren worden. Eene moeder brengt immers noch het hoofd zonder de ledematen, noch de ledematen zonder het hoofd ter wereld: dit toch zou een wangedrocht der natuur zijn; zoo worden ook, in do orde der genade, èn hoofd èn ledematen door éene moeder voortgebracht. Hieruit volgt, dat een lidmaat van Jesus' geheimzinnig lichaam, d. i. een uitverkorene die voortgebracht was door een andere moeder dan Maria, die het Hoofd heeft gebaard, noch een uitverkorene, noch een lidmaat van Jezus Christus zou zijn, maar een gedrocht in de orde der genade.
Daarenboven is het zeker dat Jezus Christus, die nu zoowel als voorheen, de vrucht van Maria is, gelijk Hemel en aarde het dagelijks ter harer eere herhalen : «.En gezegend is de vrucht uws lichaams, Jezusquot; â even waarachtig de vrucht van Maria's werking is voor iederen mensch in het bijzonder, als voor de ge-heele wereld in het algemeen. Daarom kan ieder geloovige, die Jezus Christus in zijn harte draagt, stoutmoedig uitroeroepen: «Maria Zij dank; wat ik bezit, heeft Zij mij verschaft en geschonken.
27
«zondet' Haar zou ik het niet hebben.quot; Daarom ook kan mon de woorden, welke de H. Paulus op zichzelven toepast, met nog meer recht op Haar toepassen: Ik haar dagelijks de kinderen Gods, totdat Jezus, mijn Zoon, in de volheid van zijn leeftijd in hen gevormd zij. (*)
De H Augustinus, zich zeiven en alles, wat ik hier neergeschreven heb, overtreffend, verzekert, dat alle uitverkorenen, ten einde aan liet beeld van Gods Zoon gelijkvormig te worden, in den schoot dor allerheiligste Maagd zijn besloten ; die goede Moeder bewaart, voedt, onderhoudt en brengt hen groot, totdat zij hen baart in de glorie na hunnen dood, deze toch is eigenlijk de dag hunner geboorte, gelijk de Kerk den dood der rechtvaardigen noemt. O genade-geheim, den verworpelingen onbekend en zoo weinig begrepen door de uitverkorenen !
De Heilige Geest wil in en door Haar zich uitverkorenen vormen, en daarom richt Hij tot Haar deze woorden : Schiet
(-) Quos iterum parturio, donec formetur Christiu; in vobisi Gal. IV. 19.
28
wortels in mijne uitverkorenenC). Schiet, mijne Welbeminde Bruid, de wortels van al uwe deugden in mijne uitverkorenen, opdat zij van deugd tot deugd en van genade tot genade opklimmen. Ik heb, toen gij nog op aarde in de beoefening der verhevenste deugden leefdet, zoo zeer mijn welbehagen in U genomen, dat ik verlang, U op aarde weer te vinden, zonder dat gij ophoudt in den Hemel te zijn. Plant U daarom voort in mijne uitverkorenen, doe mij, in hen, met welgevallen neerzien op uw onwankelbaar geloof, uwe alge-heele versterving, uw verheven gebed, uwe vurige liefde, uwe vaste hoop, op al uwe deugden. Gij blijft steeds mijne getrouwe, zuivere en vruchtbare Bruid: dat uw geloof mij geloovigen, uwe kuischheid mij maagden en uwe vruchtbaarheid mij uitverkorenen als woontenten geve.
Wanneer Maria in eene ziel heeft wortel geschoteh, werkt Zij er wonderen van genade, die Zij alleen voortbrengen kan, omdat Zij alleen de vruchtbare Maagd
29
is, die nooit Haars gelijke in zuiverheid en vruchtbaarheid gehad heeft of hebben zal.
Maria heeft in vereeniging met den Heiligen Geest, het verhevenste voortgebracht, wat ooit bestaan heeft of zal bestaan, namelijk een Godmensch; bijgevolg zal Zij ook al het grootsche der laatste tijden voortbrengen. Haar is de vorming en opleiding der grootste Heiligen, die op het einde der wereld zullen opstaan, voorbehouden; want alleen die voortreffelijke en wonderdadige Maagd kan, in vereeniging met den Heiligen Geest, grootsche en buitengewone dingen uitwerken. Wanneer de Heilige Geest, haar Bruidegom, Maria in een ziel gevonden heeft, snelt Hij er heen, treedt er geheel binnen en deelt zich overvloedig en naar gelang zijne Bruid deze ziel beheerscht, aan haar mede. Een der groote redenen; waarom de Heilige Geest thans geene schitterende wonderen in onze zielen uitwerkt, ligt hierin, dat Hij er geene voldoende vereeniging met zijne getrouwe en onafscheidbare Bruid aantreft. Ik zeg onafsctuiidbare Bruid en terecht; want van het oogenblik dat deze zelfstandige
30
Liefde dos Vaders en des Zoons Maria tot Bruid aangenomen heeft om Jezus Christus, het Hoofd der uitverkorenen en Jezus Christus in de uitverkorenen voort te brengen, heeft Hij Haar nooit verstoeten, wijl Zij altijd vruchtbaar en getrouw is geweest.
Al deze gegevens leiden ons klaarblijkelijk tot deze gevolgtrekkingen:
1°. Maria heeft van God eene uitgebreide heerschappij over de zielen der uitverkorenen verv/orven. Zij toch kan er haar verblijf niet in nemen, zooals God Haar gelast heeft. Zij kan hen niet in Jezus Christus en Jezus Christus niet in hen vormen, in hun hart niet de zaden barer deugden uitstrooien, en de onafscheidbare Bruid van den Heiligen Geest in al zijne genadewerken zijn; â Zij kan in een woord, dit alles niet bewerken, zonder met eene uitgebreide heerschappij over hunne zielen bedeeld te zijn, Haar door eene bijzondere genade des Allerhoogsten toevertrouwd. God trouwens die Haar macht heeft gegeven over Zijn eeniggeboren Zoon, heeft Haar ook aangesteld over Zijne aangenomen kinderen en niet alleen mot betrekking tot
31
het lichaam, wat van luttel waarde zou zijn, maar met betrekking' tot de ziel
Maria is de Koningin van Hemel en aarde door de genade Gods, Jezus de Koning van nature en door verovering. Gelijk nu Jezus' heerschappij zich vooral over het hart en het binnenste van den mensch uitstrekt, volgens deze woorden: Het rijk Gods is in u{*), zoo strekt zich ook de macht der hoogverheven Maagd voornamelijk over het binnenste des menschen uit, met andere woorden over de ziel. Hierin wordt Zij met haren Zoon meer verheerlijkt dan in alle zichtbare schepselen. Daarom kunnen wjj Haar noemen met de Heiligen; Koning inn e des harten.
2 . De Allerheiligste Maagd voor God noodzakelijk zijnde, volgens eene noodzakelijkheid die men, uit kracht van Zijn Wil,onderstellende noemt of hypothetische, is den mensch veel meer noodzakelijk, om tot de zaligheid te geraken. Wachten wij ons dus de godsvrucht tot de Hemelkoningin met die tot de andere Heiligen te verwarren, door haar niet voor nood-
{â¢-) Ecce enim regnum Dei intravos est. S. Luc. XVII, 21.
32
zakelijker te houden, ja zelfs als overtollig te beschouwen.
De geleerde en vrome Suarez, van quot;t Gezelschap van Jezus, de ervaren en godvruchtige Justus Lipsius, doctor van Leuven, en vele anderen hebben onom-stootelijk bewezen volgens de gevoelens der Kerkvaders, o. a. van de 1LH. Augustinus, Ephrem, diaken van Edessa, Cyrillus van Jeruzalem, Ger-manus van Gonstantinopel, Joannes, Anselmus, Bernardus, Thomas en Bo-naventura, dat de godsvrucht tot do allerheiligste Maagd tot de zaligheid noodzakelijk is('), en het als een onfeilbaar toeken van verwerping mag beschouwd worden, zooals Accolampadius en eenige andere ketters erkend hebben, geene achting en liefde tot de heilige
I
33
Maagd aan den dag te leggen; dat het integendeel een zeker bewijs van voorbestemming is, Haar geheel en waarlijk toegewijd en toegedaan te zijn.
De voorafbeeldingen en woorden van het Oude en Nieuwe Testament bewijzen het, de gevoelens en voorbeelden der Heiligen staven zulks, do rede en de ondervinding bevestigen het en de duivelen zelfs met hunne trawanten, zijn vaak, door de kracht der waarheid gedwongen, in de noodzakelijkheid geweest dit tegen hun wil te bekennen. Van al de plaatsen der Heilige Vaders en Leeraren, die ik in grooten getale tot staving dezer waarheid verzameld heb, zal ik, om kort te zijn, slechts ééne aanhalen. »De godsvrucht tot U, zegt de H. Joannes Da-masccnus, is een wapen van heil, dat God aan hen in de hand geeft, die Hij wil zalig maken.Ik zou hier tot bevestiging dierzelfde waarheid verschillende feiten (1) kunnen aanhalen; maar be-
1
Het handschrift vermeldt nog een ander feit uit de jaarboeken van den H. Franciscus. Deze Heilige zag in eene geest vervoeiing eene ladder welke
34
perken wij ons tot één hetwelk in de jaarboeken van den II. Dominicus ver-L meld is. Ten tijde dat deze Heilige te
Carcassonne over het Rozenkransgebed predikte, trof hij nabij deze stad eene ongelukkige aan, die door vijftienduizend duivelen bezeten was. Alle werden, op bevel der heilige Maagd, gedwongen vele groote en troostrijke waarheden over de liefde tot de Koningin des Hemels te bekennen. Zij moesten dit met zooveel kracht en duidelijkheid doen, dat men dit echt geschiedverhaal en de lofrede welke de duivel, ondanks zich zelven, over deze godsvrucht moest uitspreken, niet kan lezen zonder vreugdetranen te storten, bij aldien men nog eenige godsvrucht tot do Heilige Maagd heeft.
Indien de godsvrucht tot de hoogverheven Hemelkoningin voor alle menschen noodzakelijk is enkel en alleen om zalig gt; te worden, nog veel meer is zij het voor
hen die tot eene bijzondere volmaaktheid geroepen worden. Ik geloof niet dat iemand eene innige vereeniging met God
tot den Hemel reikte. Op de hoogste sport bevond zich de heilige Maagd. Langs deze ladder, zoo werd hem geopenbaard, moet men opklimmen om in den f Hemel te komen.
35
en eene volmaakte getrouwheid aan den heiligen Geest kan verkrijgen, zonder eene zeer nauwe vereeniging met de allerheiligste Maagd en een groot vertrouwen op hare voorspraak.
Maria alleen heeft, zonder de hulp van eenig ander schepsel, genade gevonden bij (lod. Maar allen die genade vonden bij God, hebben deze door haar bemiddeling verkregen en allen, aan wie dit geluk nog beschoren is, zullen dit aan Haar alleen te danken hebben. Zij was vol van genade, toen Zij dooiden Aartsengel Gabriël begroet werd; Zij was door den Heiligen Geest overvloedig met genade bedeeld, toen Hij Haar met onbeschrijfelijke liefde overlommerde, Zij heeft deze dubbele volmaaktheid van dag tot dag, van oogenblik tot oogen-blik zoozeer vermeerderd, dat Zij tot een onmetelijken en onbegrijpeljjken trap van genade opgeklommen is. Daarom heeft de Allerhoogste Haar tot eenige Schat-bewaarster zijner kostbaarheden, tot eenige Uitdeelster zijner genaden verheven en Haar dientengevolge met de macht bekleed om te veredelen, te verheffen en te verrijken wie Zij wil, het
36
enge pad des Hemels, ondanks alle hinderpalen, te doen betreden door wie Zij wil, den troon, den schepter en do koningskroon te schenken aan wie Zij wil. Jezus is overal en altijd Maria's vrucht en Zoon ; Maria is overal de ware boom, welke de vrucht des levens draagt, de ware moeder, die haar voortbrengt.
Aan Maria alleen heeft God de sleutels van de verborgen schuilhoeken der goddelijke liefde toevertrouwd. Haar is het gegeven de verhevenste en geheimste wegen der volmaaktheid te bewandelen en die door anderen te doen betreden. Maria alleen verleent den ongelukkigen kinderen dor ontrouwe Eva toegang tot het aardsch paradijs, om aldaar in Gods aanbiddelijke tegenwoordigheid te verwijlen, zich veilig tegen hunne vijanden te verschuilen, zich overheerlijk te voeden zonder vreeze des doods, met de vrucht van den boom des levens en dei-kennis van goed en kwaad en zich daar met volle teugen te laven aan de he-melsche wateren der schoone fontein, die er overvloedig stroomt. Of liever, Zij zelve is dit aardsch paradijs, die maagdelijke en gezegende lusthof, waar
37
uit de zondige Adam en Eva verjaagd zijn waarin Zij alleen naar believen toegang aan allen verleent,die Zij tot Heiligen wil vormen.
Al de rijken des volks, om mij van de woorden des Heiligen Greestes te bedienen, zullen, naar de uitlegging van den II. Bernardus, ten eeuwigen dage en vooral op het einde der tijden hunne smeekende blikken tot U keeren. Met andere woorden, de grootste Heiligen, de zielen, het meest met genaden en deugden verrijkt, zullen het ijverigste zijn, om de allerheiligste Maagd te bidden; zij zullen Haar steeds, als een volmaakt voorbeeld ter navolging aanroepen en als eene machtige Voorspreekster in alle gevaren.
Ik zeide, dat dit voornamelijk op het einde der dagen, en wel spoedig, zou plaats hebben. De Allez'hoogste en zijne gezegende Moeder moeten zich groote Heiligen vormen, die het meerendeel der andere Heiligen zoo verre in heiligheid overtreffen, als de ceders van den Libanon de kleine heesters. Dit is aan eene heilige geopenbaard, wier leven door een groot dienaar Gods geboekt is.
Deze groote Heiligen, vol van genade:
38
blakend van zielenijver, zullen uitverkoren worden om tegen de vijanden Gods die in alle hoeken der aarde met vrees zullen bevangen worden, te velde te trekken. Zij zullen eene groote godsvrucht tot Maria aan den dag leggen ; zij zullen, door Haar licht bestraald, gevoed aan Haar hart, door Haren geest bezield, door Haar beschermd, buiten alle gevaar zijn; zoodat zij met de eene hand zullen strijden en met de andere opbouwen. Met de eene hand zullen zij de ketters met hunne ketterijen, de scheurmakers met hunne scheuringen, de afgodendienaars met hun afgodendienst en de zondaren met hunne goddeloosheden, bestrijden, verdelgen en uitroeien ; met de andere zullen zij den tempel van den waren Salomon en de geheimzinnige stede Gods, met andere woorden, de heilige Maagd, door de heilige Vaders tempel Salomon's en stede Gods genoemd, opbouwen. Zij zullen de geheele wereld, door woord en voorbeeld, trachten over te halen om de godsvrucht tot Jezus' liefdevolle Moeder te omhelzen. Dit zal hun vele vijanden op den hals halen, maar ook de oorzaak zijn van vele overwinningen
39
en meerdere glorie voor den eenigen God. God heeft zulks geopenbaard aan den H. Vincentius Perrerius, den grooten apostel zijner eeuw, zooals genoegzaam uit zijne werken blijkt
De Heilige Geest zelf' scliijnt dit in den LXVIIIsten psalm voorspeld te bobben : »God zal heerschen over Jacob en over de geheele aarde, tegen den avond ygt;zullen zij tot inkeer komen, honger lijden ygt;als verscheurende honden en rondom ygt;de stad zwerven om iets op te sporen, â¢sgt;dat hun honger kan stillen.(quot;) Deze stad, welke den nienschen, op het einde der dagen, tot bekeering en bevrediging van hunnen honger naar de gerechtigheid strekken zal, is de allerheiligste Maagd, die door den Heiligen Geest Stad GodsC) genoemd wordt.
40
Door Maria hoeft de zaligmaking der wereld een aanvang genomen, door Haar ook moet zij voltrokken worden. Maria is bij de eerste komst van Jezus Christus weinig bekend geweest, opdat de menschen, nog weinig onderwezen en ingelicht omtrent haren Zoon, zich niet van Hem zouden verwijderen, door zich te innig en te zinnelijk aan Haar te hechten. Indien Zij meer bekend was geweest, zou dit, wegens hare bewonderenswaardige bevalligheid,die de Allerhoogste, zelfs in haar uiterlijk, deed uitstralen, waarschijnlijk gebeurd zijn. (') J)it is zoo waar, dat de H. Dionysius de Areopagiet ons in zijn gtschriften mededeelt, dat hij Haar, ter oorzake harer geheimzin-
{*) De H. Maagd was, naar den H. Epip hanius (De Laud. Virg.) van middelmatige of wat meer dan middelmatige gestalte. Haar gelaat was ovaal, helder von tint en merkwaardig om de fijnheid en bevallige regelmatigheid der trekken. Zij had een hoog voor hoofd, schoone donkerkleurige wenkbrauwen, lichtblauwe en zachte levendige oogen. Neus en mond waren bij Haar volkomen geëvenredigd ; hare lippen waren rooskleurig en hare wangen met een blos, als van het zachtste morgenrood overtogen. Maria's hoofdhaar was blond; de handen waren teeder en fijn (Cfr. H. Epiphanius, Nicephorus. H. Greg, van Na-zianze). Noot van den vertaler.
41
nige bevalligheid onvergelijkelijke schoonheid voor een godheid zon gehouden hebben, indien zijn onwankelbaar geloof hom niet het tegendeel had geleerd.(1)
Doch bij Jezus' tweede komst moet Maria bekend gemaakt en verheven wor-
1
De H. Dionysius begaf zich waarschijnlijk ten jare 51 onzer tijdrekening naar Jerusalem terwijl de H. Paulus, zijn leermeester, te Corinthe het geloof predikte. Hooren wij wat de groote Kerkleeraar den Apostel schrijft: Het is mij ten eenemale onmogelijk eenig schepsel een denkbeeld te geven van hetgeen ik gevoelde, toen ik met deze mijne lichamelijke oogen de meer dan engelachtige, de vergoddelijkte Moeder van onzen Heere Jezus Christus mocht aanschouwen â toen de genade des Heeren en de gunst van Maria mij veroorloofd en in de tegenwoordigheid van die verheven Maagd en Moeder toegelaten te worden. Ja, toen Joannes, die doorluchte verkondiger der Evangelische geheimen, die vlammende geest in een menschelijk lichaam, mij bracht in de zalige tegenwoordigheid der hoogverheven Maagd, toen, zeg ik, omgaf mij zulk een goddelijk licht, doorstraalde mij zulk een vuurgloed ; toen omringde en doordrong mij een zoo welriekende hemelgeur, dat hart en geest niet in staat waren er den zaligen invloed van te verdragen. De wereld verdween uit mijne oogen en mijn hart bezweek onder den luister der heerlijkheid die mij geopenbaard werd. Ik neem den God der H. Maagd tot getuige dat indien de leer des Evangelies mij niet had verlicht ik Haar voor eene godheid zou hebben aangezien. Voorzeker, geene zaligheid is te vergelijken met het geluk dat mij ten deel viel. Sedert dien heuglijken dag walgt mijn hart van alle genot dezer wereld. (S. Dionys Ar. Ep. ad. S. Paulum).
Noot v. d. vert.
42
den door den Heiligen Geest, om door Haar den Goddelijken Yerlosser te doen kennen, beminnen en dienen. De redenen, die den Heiligen Geest bewogen hebben zijne Bruid, gedurende haar leven, voor hot oog der menschen verborgen te houden en slechts weinig in de verkondiging van het Evangelie bekend te maken, bestaan nu niet meer.
Het is dus Gods wil dat Maria, hot meesterstuk zijner handen, in deze laatste tijden bekend gemaakt en verheven worde.
1. quot;Wijl zij op deze wereld een verborgen leven geleid, zich dieper dan liet stof vernederd en van God, van zijne Apostelen en Evangelisten verkregen heeft slechts weinig gewag van Haar te maken.
2. Wijl Zij Gods meesterstuk is, zoowel hier op aarde door de genade als in den Hemel door do glorie en God daarvoor door de levenden op aarde wil verheerlijkt en geprezen worden.
3. Wijl Zij de dageraad is, die de Zon der gerechtigheid, d. i. Jezus Christus, voorafgaat en aankondigt en dus
43 .
gekend en opgemerkt moet worden, opdat Jezus Christus het insgelijks zij.
4. Wijl zij de weg is, waarlangs Jezus de eerste maal tot ons kwam en het dus ook zijn moet voor zijn tweede komst, ofschoon niet op dezelfde wijze.
5. Wijl zij het zeker middel is en de rechte en maagdelijke weg om tot Jezus te gaan en Hem geheel en al te vinden, en door Haar ook allen, die in heiligheid moeten uitschijnen Hem zullen vinden. Die Maria vindt, vindt het leven, met andere woorden, Jezus Christus, die de weg, de waarheid en het leven is. Doch men kan Maria niet vinden, dan door Haar te zoeken en men kan Haar niet zoeken zonder die aanminnige Moeder te kennen; want men zoekt en haakt niet naar iets onbekends. Daarom moet dan ook de machtige Hemelkoninginne, tot meerdere kennis en glorie der aan-biddeljjke Drieëenheid, meer dan ooit gekend worden.
6. Maria's goedertierenheid, macht en genade moeten in deze laatste tijden meer dan ooit uitschitteren. Hare goedertierenheid, om de ongelukkige zondaren en afgedwaalden, die tot inkeer komen en
44
Haar aanroepen liefdevol op te nemen. Hare macht, tegen de vijanden Gods, de afgodendienaars, de sclieiirmakers, de Mahomedanen, de Joden en de verstokte geloovigen die, knarsetandend van woede, zullen opstaan, om, door beloften en bedreigingen hunne tegenstanders te verleiden en afvallig te doen worden. En eindelijk moet hare genade uitschitteren, om de kloeke strijders en getrouwe dienaren van Jezus Christus, die voor Zijn belangen de wapenen zullen aangorden, aan te wakkeren en bij te staan.
7. Maria moet hoofdzakelijk in deze laatste tijden, als een in slagorde geschaard leger, den helschen geest en zijn trawanten doen sidderen; Satan immers, ziende dat hem minder tijd dan ooit rest om de zielen in het verderf te storten, zal zijne pogingen en zijn strijd dagelijks verdubbelen. Hij zal weldra nieuwe vervolgingen verwekken en schrikkelijke lagen leggen aan Maria's trouwe dienaren en ware kinderen, die hij moeilijker overwint dan anderen.
De eerste en vermaarde voorspelling en vervloeking Gods, in het aardsch paradijs over het helsch serpent uitge-
o
45
sproken, moet vooral verstaan worden van deze laatste en bloedige vervolgingen des duivels, welke dagelijks tot aan liet rijk van den antichrist in hevigheid zullen toenemen. De uitlegging dezer voorspelling is hier op hare plaats, tot verheerlijking der allerheiligste Maagd, lot heil harer kinderen en tot beschaming des duivels.
âIk zal vijandschap stellen tusschen âu en de vrouw, tusschen uw zaad en âhaar zaad; Zij zal u den kop verplet-âten, en gij zult haren hiel belagen.quot;
God heeft maar ééne vijandschap gesteld, doch eene vijandschap, welke onverzoenlijk is en ten eeuwigen dage zal voortduren en zelfs toenemen; het is die tusschen Maria, zijne waardige Moeder en den helschen geest; tusschen Maria's kinderen en dienaren en Lucifers volgelingen en trawanten. Daarom wordt onder al zijne vijanden de gezegende Moeder des Zaligmakers het meest dooiden duivel gevreesd.
Reeds in liet aardsch paradijs heeft
(') Iniiniciiias pon am inter to ot mnlioroin, ot somen tuum ot semen illius; ipsa conterot caputtuum, ot tu insidiaberis calcaneo ejus (Gen. III. G.)
46
Hij Haar, ofschoon Zij toen nog enkel bestond in zijn verstand, zooveel haat tegen dezen vervloekten vijand Gods ingeboezemd, zooveel bedrevenheid go-geven om de kunstgrepen van dit helsch serpent te verijdelen en zooveel macht om den trotschen Satan te verwinnen, neer te vellen en te verpletteren, dat deze Haar niet alleen méér vreest dan alle Engelen en menschen, maar in zekeren zin meer dan God zeiven.
Dit wil niet .«eggen, dat Gods gramschap, haat en macht niet oneindig veel machtiger is dan die der Heilige Maagd ; want Maria's volmaaktheden zijn beperkt. Maar ziehier wat dit beduidt:
1°. de hoovaardige hellegeest lijdt oneindig meer, als hij door eene geringe en ootmoedige dienaresse Gods verwonnen wordt; want hare ootmoedigheid vernedert hem meer dan Gods almacht.
2°. God heeft de Heilige Moedermaagd eene zoo groote macht over de duivelen geschonken, dat zij meer lijden, zooals zij vaak tegen wil en dank door den mond van bezetenen hebben moeten bekennen, door een enkele harer verzuchtingen voor eene ziel, dan door de
47
gebeden van alle Heiligen; meer door eene enkele harer bedreigingen tegen hen, dan door alle mogelijke folteringen.
Wat Lucifer door zijn hoogmoed heelt verloren, herwon Maria door hare nederigheid ; wat Eva door ongehoorzaamheid onaelnkkio; gemaakt en in het verderf
n o o
gestort heeft, heeft Maria door gehoorzaamheid hersteld, ('j
Door aan de slang het oor te leenen heeft Eva al hare kinderen in den afgrond gestort en den duivel overgeleverd; door volmaakte gehoorzaamheid aan God, heeft Maria al hare kinderen en dienaren met haar gered en Gode toegewijd.
De Allerhoogste heeft niet slechts ééne vijandschap maar vijandschap-pen gesteld, niet alleen tusschen Maria en den duivel, maar ook tusschen het geslacht dei-Heilige Maagd en dat des Satans; m. a. w. God heeft vijandschap, haat en afkeer
(') Eva zondigde door lichtgeloovighoid, hoogmoed cn ongehoorzaamheid; de tweede Eva herstelde dezen drio-voudigen misslag door haar godvruchtig geloof, haren diepen ootmoed en hare stipte gehoorzaamheid (St. Anton. Summ. pars 4. tit. 15).
Dood en leven kwamen over ons, door de vrouw, zegt de H. Aug.; door Eva het bederf, door Maria de redding (Serm. 41 en 231. 1. Contra Pelag.). (iVbolt; v. d. vert.)
48
gesteld tusscken Maria's ware dienaren en kinderen en Satans kinderen en slaven. Deze beminnen elkander niet en hebben onderling geene innerlijke gemeenschap.
De kinderen Belials, satans slaven, de vrienden der wereld â zoovele benamingen voor dezelfde personen â hebben tot nu toe vervolgd en zullen meer dan ooit vervolgen degenen, die der allerheiligste Maagd behooren, gelijk Caïn weleer zijn broeder Abel en Ezau zijn broeder Jacob belaagde, voorafbeeldingen der verworpelingen en uitverkorenen.
Maar de ootmoedige Moedermaagd zal immer over den trotsche zegevieren en wel zoo volkomen, dat Zij hem den kop, den zetel van zijn hoogmoed, zal verpletten. Zij zal altijd de kunstgrepen der slang verijdelen, hare hinderlagen ontdekken, hare duivelsche raadgevingen aan het licht brengen en hare getrouwe dienaren tot aan het einde der dagen tegen de verscheurende klauwen van den hellegeest vrijwaren. Maar Maria's heerschappij over de helsche geesten zal vooral in de laatste tijden uitschitteren,
49
wanneer Satan haren hiel zal belagen, (I. i. hare nederige dienaren en ver-knochtsle kinderen: Zij zal ze aanwakkeren ten strijd. In het oog der wereld zuilen zij arm en klein zijn, vernederd, verguisd en verdrukt worden, gelijk de hiel met betrekking tot de andere dcelen des lichaams, maar in het oog Gods zullen zij rijkelijk met genaden, welke Maria hun zal schenken, bedeeld worden. Zij zullen groot en verheven zijn in heiligheid, alle schepselen door hun bezielden ijver overtreffen en zoo krachtdadig door God bijgestaan worden, dat zij, ofschoon gering als de hiel van hel lichaam, in vereeniging met Maria, den kop van het helsche serpent zullen verpletten en Jezus Christus doen zegevieren.
Eindelijk, het is Gods wil, dat zijne Heilige Moeder op den huldigen dag meer dan ooit gekend, bemind en vereerd worde. Dit zal zonder twijfel plaats hebben, indien dc uitverkorenen, met de genade en het licht des Heiligen Geestes vervuld, de inwendige en volmaakte beoefening, die ik in dit werkje ga blootleggen, omhelzen. Alsdan zullen z.j duidelijk, voor zooverre het geloof zulks
50
toelaat, die schoone sterre der zee aanschouwen en, onder hare leiding, in weerwil van stormen en zeeroovers, behouden in veilige haven aanlanden; alsdan zullen zij de glorie dier Oppervorstinne leeren kennen en zich geheel en al, als onderdanen en slaven uit liefde, aan haren dienst toewijden. Zij zullen hare moederlijke zachtmoedigheid en goedheid gevoelen en Haar, als hare teeder beminde kinderen, innig liefhebben. Zij zullen do volheid harer barmhartigheid en de noodzakelijkheid harer hulp inzien cn in alles tot Haar, als tot hunne liefdevolle Voorspreekster en Middelares bij Jezus, hun toevlucht nemen. Zij zullen eindelijk, het zekerste, gemakkelijkste, eenvoudigste en volmaaktste middel kennen om tot Jezus te gaan en zich daarom aan Haar, met ziel en lichaam, zonder voorbehoud, overgeven, om zoodoende ook Jezus te behooren.
Maar wie zullen die dienaren, slaven en kinderen van Maria zijn ? Het zullen zijn de bedienaren des Heeren, die, als een brandend vuur den gloed der goddelijke liefde overal zullen ontsteken; scherpe pijlen in de hand der machtige
51
Hemelkoningin (1) om hare vijanden te treffen.
Het zullen kinderen Levi's zijn, die geheel gelouterd door liet vuur van groote wederwaardigheden en innig vereenigd met God, liet goud der liefde in het hart, den wierook des gebeds en den geest en de nivrre der versterving in het lichaam dragen en overal voor de armen en nederigen de goede geur van Jezus Christus zijn, maar voor de grooten, rijken en hoovaardigen dezer wereld de adem des doods. Het zullen donderende onweerswolken zijn, die door den geringsten adem des Heiligen Geestes voortgedreven, en zonder zich ergens aan te hechten, zonder zich ergens over te verwonderen of te bekreunen, den regen van Gods woord en van hot eeuwige leven doen nedervallen. Zij zullen donderen tegen de zonden, der wereld hare boosheid onder de oogen brengen, den duivel en zijne trawanten verslaan en allen, tegen wie zi j door den Allerhoogste afgezonden zijn, met het tweesnijdend zwaard van Gods woord, of ten leven of ten dood, doorsteken.
O Sicnt sagittae iu manu potentis.
52
Het zullen ware Apostelen der laatste tijden zijn, aan wie de Heer der heor-scharen de welsprekendheid en de kracht zal geven om wonderen te wrochten en een eervollen buit op zijne vijanden te behalen. Zij zullen zonder goud of zilver en, wat nog meer is, zonder zorg te midden der andere priesters en geestelijken zich ter ruste leggen. Zij zullen de zilveren vleugelen der duive bezitten, ten einde, enkel en alleen bezield met het voornemen Gods glorie bekend te maken en de zielen tot de zaligheid te brengen, daarheen te vliegen waar do Heilige Geest hen roepen zal. Zij zullen overal, waar zij het woord Gods verkondigd hebben, het goud der liefde, dat de vervulling is der geheelc wet, achterlaten.
Wij weten, ten slotte, dat het ware leerlingen van Jezus Christus zullen zijn, die, zonder zich om iemand te bekreunen, zonder onderscheid des persoons en zonder eenigen sterveling, hoe machtig hij ook zijn moge, te ontzien, aan te hooren of te vreezen, â de voetstappen van Jezus armoede, nederigheid, verachting der wereld en liefde zullen drukken en
53
den engeu weg Gods naar de zuivere waarheid aanwijzen volgens liet H. Evangelie eu niet volgens de grondstellingen der wereld.
Zij zullen liet tweesnijdend zwaard van Gods woord in den mond dragen, den hebloeden standaard des Kruises op hunne schouderen, het Kruis in hun rechter-, den Rozenkrans in hun linkerhand, de heilige Namen van Jezus en Maria in het hart en de zedigheid en versterving van Jezus Christus in geheel hun gedrag. Ziedaar do groote mannen, die zullen opstaan!
Maar ook Maria zal, op bevel des Allerhoogsten, daar zijn, om haar rijk over ongeloovigcn, afgodendienaars en Mahomedanen uit te breiden. En wanneer en hoe zal dat plaats hebben ? .... Gode is het alleen bekend; aan ons is het te zwijgen, te bidden, te verzuchten en te wachten. (1)
(') Kxspoctans expeclavi Ps. XXXIX. 1.
Beoordeeling van de ware godsvrucht tot de Heilige Maagd.
zakelijkheid der godsvrucht tot de Allerheiligste Maagd gesproken hebben, zullen wij nn, met Gods hulp, trachten te verklaren, waarin deze godsvrucht bestaat. Maar om deze groote en degelijke godsvrucht, die ik wil blootleggen, in een helder daglicht te stellen, zullen wij eenige grondwaarheden laten voorafgaan.
Eerste waarheid. Jezus Christus, onze Verlosser, waarlijk God en waarlijk mensch, moet het laatste doelwit zijn van al onze andere devoties, willen wij niet dat deze valsch en bedriegelijk zijn. Jezus Christus is de alpha eu omega, liet begin en het einde van alles. âAl onze werken,quot; zegt de Apostel, âhebben tot doel iederen mensch gelijkvormig te maken aan Jezus Christus. Want in
adat wij in het kort over de nood
55
Hem alleen woont de volheid der Godheid en alle andere volheid van genaden, deugden en volmaaktheden. Wij worden in Hem alleen met alle geestelijke zegeningen verrijkt. Hij is onze eenige Meester, die ons moet leeren, onze eenige Heer, van wien wij afhankelijk moeten zijn, ons eenig Hoofd, waaraan wij moeten behooren. Hij is ons eenig Toonbeeld, waarnaar wij onze handelingen moeten inrichten, onze eenige Geneesheer, die ons genezen, onze eenige Herder die ons weiden moet, onze eenige Weg, dien wij bewandelen moeten. Jezus is onze eenige Waarheid, waarin wij moeten gelooven, ons eenig Leven, dat ons moet verlevendigen, en ons eenig Alles dat ons in alles moet bevredigen.
Er is ü;een andere naam onder de zon dan de naam Jezus, waardoor wij moeten zalig worden. God heeft ons geen anderen grondslag onzer zaligheid en glorie geschonken dan Jezus Christus; het gebouw, dat niet op dezen hechten steen is opgericht, is op los zand gebouwd en zal noodzakelijk vroeg of laat instorten. De gcloovige, die niet met Hem ver-eenigd is gelijk de rank met den wijn-
56
stok, zal afvallen, verdorren en tot niets anders dienen, dan om in het vuur geworpen te worden. Indien wij iu Jezus Christus zijn en Jezus Christus in ons, behoeven wij geene verdoeming te vreezen en kunnen noch de Engelen des Hemels, noch de menschen der aarde, noch de duivelen der hel, noch eenig ander schepsel ons schade berokkenen; zij immers kunnen ons niet scheiden van de liefde Gods, die in Jezus Christus is. Door, in en met den Godde-lijken Zaligmaker zijn wij tot alles in staat, kunnen wij den Vader, in gemeenschap met den Heiligen Geest, alle eer en glorie geven, tot de volmaaktheid geraken en voor onzen evenniensch een goede geur des eeuwigen levens zijn.
Indien wij ons derhalve tot doelstellen de godsvrucht tot de Allerheiligste Maagd te verspreiden, zoo is dit alleen, om die tot Jezus Christus volmaakter beoefend te zien en om een gemakkelijk middel aan de hand te doen, om Jezus Christus te vinden. Zoo de godsvrucht tot de Heilige Maagd ons van Jezus Christus verwijderde, zouden wij haar moeten verwerpen als een bedrog
57
des duivels. Doch het tegendeel is waar, gelijk ik reeds bewezen heb en nog verder bewijzen zal.
Deze godsvrucht is ons noodzakelijk om Jezus Christus op volmaakte wijze te vinden, Hem teeder te beminnen en getrouw te dienen.
Ik 1 lt;eer mij hier eenc wijle tot U, mijn beminnelijke Jezus, om mij liefdevol bij uwe goddelijke Majesteit te beklagen, dat do meeste Christenen, zelfs de geleerdste, den noodzakelijken band tussehen U en uwe Heilige Moeder niet kennen. Gij zijt, o Heer, altijd met Maria en Maria is altijd met ü en kan niet zonder IJ zijn, anders zou Zij ophouden te zijn wat Zij is. Zij is zoo volmaakt in U, door de genade, hervormd, dat niet Zij meer leeft, niet Zij meer bestaat; Gij alleen, mijn Jezus, leeft en heerscht volmaakter in Haar, dan in alle Engelen en Gelukzaligen. Ach, indien men de glorie en de liefde kende, die Gij in dit bewonderenswaardig schepsel ontvangt, men zou geheel andere gevoelens over tl en over Haar koesteren! Maria is zoo innig met U verbonden, dat men eerder het licht van de zon en
58
de hitte van hot vuur, j:i nog eerder alle Engelen en Heiligen dan uwe gelukzalige Moeder van U zou kunnen scheiden. Zij toch bemint U vuriger en geeft ü meer glorie dan alle schepselen te zamen.
Is het daarom niet ongehoord en hcklagenswaardig, mijn beminnelijke Meester, alle menschen op aarde zoo onwetend en onkundig te zien, ten opzichte uwer Heii ge Moeder? Jk spreek hier niet zoozeer van de afgodendienaars en heidenen, die, dewijl zij U niet kennen, er verre van af zijn uwe Moeder te kennen ; ik spreek zelfs niet van de ketters en scheurmakers die, omdat zij zich van U en van do Heilige Kerk losgescheurd hebben, zich wel zullen wachten uwe Heilige Moeder te vereeren ; maar ik spreek hier van de Katholieken en zelfs van de Leeraren onder de Katholieken, die, alhoewel hunne bediening medebrengt anderen de waarheid voor te houden, U en uwe Moeder niet dan op eene bespiegelende, dorre, koele en onverschillige wijze kennen. Zij spreken slechts zelden over uwe gezegende Moeder en over de godsvrucht, welke
59
men tot Haar moet aan den dag leggen, wijl /ij vreezen, zeggen zij, dat men er misbruik van zal maken en U onrecht aandoen door uwe Heilige Moeder te veel te vereeren. Hooren of zien zij een vereerder der Heilige Maagd over de godsvrucht tot die goede Moeder op tecdere, krachtige en wegslepende wijze dikwerf spreken en haar aanbevelen als een zeker en onbedrieglijk middel, een korte weg zonder gevaar, een onbevlekte baan zonder onvolmaaktheid en als een wondervol geheim om Jezus te vinden en Hem volmaakt te beminnen, â dan werpen zij zieh tegen hem op en komen met duizend drogredenen, om hem aan te toonen, dat hij niet zooveel over dc heilige Maagd moet spreken. Zij trachten hem te bewijzen, dat er grove misbruiken in deze godsvrucht zijn binnengeslopen, dat hij moet medewerken om deze uit te roeien, en liever over U moet spreken, dan de menschen tot godsvrucht jegens Uwe Heilige Moeder, die zij reeds genoeg beminnen, op te wekken.
Men hoort hen somwijlen over de godsvrucht tot de Heilige Maagd spreken.
üü
niet om haar aan te bevelen en ingang te doen vinden, maar om de misbruiken uit te roeien, die er ingeslopen zijn; intusschen hebben zij zelf geen tee-dcre liefde en godsvrucht tot U, wijl zij geen liefde tot Maria bezitten. Zij beschouwen den Rozenkrans, het Scapulier en het liozonhocdje als devoties, goed voor bekrompen lieden cn onwetenden en zonder welke men zalig kan worden. Valt een dienaar der Heilige Maagd, die zijn Rozenhoedje bidt of ecne andere devotie tot Maria heeft, in hunne handen, dan zullen zij hem weldra naar geest en hart hervormen en aanraden, in plaats van het Rozenhoedje, de zeven boetpsalmen te bidden cn in plaats van de godsvrucht tot de Heilige Maagd, die tot U aanbevelen.
O mijn beminnelijke Jezus, bezitten die lieden uwen geest ? Doen ze U genoegen met zich aldus te gedragen ? Kan men U behagen, wanneer men niet al zijne krachten inspant om uwe Moeder welgevallig te zijn, vreezende U te mishagen? Is de godsvrucht tot Maria een beletsel tot de Uwe? Eigent. Zij zich de eer toe die men Haar bewijst ? Staat zij
ti
61
op zicli zelve ? Is Zij eenc vreemdelinge, ilie hoegenaanul geene gemeenscliaj) met U heeft? Mishaagt men ü, als men Haar wil behagen? Scheidt of verwijdert men zich van uwe liefde, als men zich aan Haar toewijdt en Haar bemint? En toch, mijne liefdevolle Meester, indien dit alles zoo ware, zouden de meeste geleerden de geloovigen niet méér van de godsvrucht tot Uwe gezegende Moeder afkeerig kunnen maken en niet méér onverschilligheid aan den dag kunnen leggen. Rohoed mij, Heere, behoed mij voor hunne denkwijze en hunne wijze van handelen ! Geef mij eenig deel in de gevoelens van dankbaarheid, achting, eerbied en liefde, welke Gij ten opzichte van uwe Heilige Moeder koestert, opdat ik des te meer beminnen en verheerlijken moge, naarmate ik U volmaakter zal navolgen en uwe voetstappen drukken.
(jeef mij de genade, uwe Heilige Moeder, ais had ik tot hiertoe nog niets te harer eere gezegd, in spijt van al hare vijanden, die ook de uwe zijn, naar waarde te verheerlijken. (')
(') Fac me dignc tiuini Matrem collaudare.
62
Duld dat ik him luide met de Heili-ligen deze waarheid voorhoude: âDat hij niet rekene op de barmhartigheid des Heeren, die Gods Heilige Moeder helee-digt. (1) Geef dat ik U vurig beminne, ten einde van uwe barmhartigheid eene ware godsvrucht tot uwe Heilige Moeder te verkrijgen en deze al de wereldlin-gen in te prenten; aanvaard daarom de vurige bede, welke ik U, met den H. Augustinus en uwe ware vrienden opdraag :
âGij zijt, (2) o Jezus, de Christus âdes Heeren; mijn Heilige Vader, mijn
(') Non pracsuniat aliquis Dcuni se luiljero propitium qui bcnedictam matrem o flens am habuerit.quot;
(quot;) Tu es Christus, pater mens sanctus, Deus mens pius, rexmeus magnus, pastor mens bonus, magister meus unus, adjutor meus optimus, dilectus meus puïelierrimus, panis meus vlvus, sacerdos meus in aoternum, dux meus ad patriam, lux mea vera, dulcédo mea sancta, via mea recta, sapientia mea praeelara, simplieitas mea pura, eoncordia mea pacificia, custodia mea tota, portio mea bona, salus mea sempiterna.
Christe Jesu, amabilis Doniine, cun amavi, quare con-cupivi omni vita mea quidquam praeter et Jesum Deum nieum? Ubi eram quando tecum meute non eram ? Jam ex hoc nunc, omnia desideria mea, incaleseite et effluite in Dominium Jesum; currito, salis hactenus tardastis ; properate quo pergitis, quaérite quem quaeritis. Jesu, qui non amat te, anathema sit; qui te non amat, a marltu-dinibus repleatur... O dulcis Jesu, te amet, in te delec-tetur, te admiretur omnis sensus bonus tuae conveniens laudi. Deus cordis mei et pars mea, Christe Jesu, detiiciat cor meum spiritu suo, et vivas tu in me, et concalescat spiritu meo vivus carbo amoris tui, et exerescat in ignem
63
âGod van barmhartigheid, mijn oneindig âgroote Koning; Gij zijt mijn liefderijke âHerder, iiiijn eenige Meester, mijn Hel-âper vol goedheid, mijn welbeminde vol âverrukkelijke schoonheid, mijn brood des âlevens, mijn Priester in eeuwigheid. Gij âzijt mijn Gids naar het vaderland, mijn âwaarachtig licht, geheel mijne heilige âzoetheid, mijn rechte weg. Gij zijt mijne âWijsheid schitterend van glans, mijn zui-âvere en vlekkelooze eenvoud, mijn vrede âen mijne zoetheid. (!ij zijt mijne alge-âheele Beschermer, mijn kostbaar erf-âdeel, mijn eeuwig heil.
âO Jezus Christus, beminnelijke Mees-âtcr, waarom heb ik mijn geheele leven âiets anders liefgehad en naar iets an-âders verlangd dan naar U, o Jezus, mijn âGod? Waar was ik, toen ik aan U niet âdacht ? Ach, dat mijn hart, ten minste âvan deze stonde af, geene begeerten en âvurige verlangens meer koestere dan
perfectum; ardent jugiter in ara cordis mei, ferveat in medullis meis, flagret in absconditis animae meae; in die consummationis meae consummatus inveniar apud te... Amen.
Voor het gemak van den lezer hen ik deze vurige bede in nool geplaatst. Hetzelfde heb ik ook gedaan met Latijnschc teksten on plaatsen uit de 11. H. Vaders, die in deze âVerhandelingquot; voorkomen.)
Noot v. (I. vert.
64
âvoor den Heerc Jezus. Verlangens mij-âncr ziel, spoedt u, gij hebt genoeg ge-âtalmd; haast u het doel te bereiken, âwaarnaar gij liaakr ; zoekt in waarheid âHem, dien gij zoekt. O Jezus, vervloekt âzij hij die U niet bemint! Met bitter-âheid worde vervuld, al die U niet lief-âheeft! O zoete Jezus, dat alle harten, âdie Uwe glorie liefhebben, U bemin-ânen, in U behagen schep])en en U âbewonderen mogen. God mijns harten âen mijn deel. Christus Jezus, dat mijn âhart bezwijke en wees Gij zelve mijn âleven; dat de levende gloed uwer liefde âin mijn hart ontstoken worde en mijne âziel in vollen brand zette; dat uwe âliefde onophoudelijk brande op het al-âtaar mijns harten ; dat zij ontvlamme âin mijn binnenste ; dat zij gloeie in de âdiepste diepten mijner ziel en dat ik âeindelijk, op den dag mijner ontbinding, âgeheel ontgloeid door uwe liefde, voor âU versehijne.quot; Amen.
Ik heb dit heerlijk gebed van den H. Augustinus willen opnemen om den ge-loovigen de gelegenheid te geven het dagelijks te bidden, teneinde de liefde tot Jezus te vragen, welke ons door
65
dc gelukzalige Maagd Maria verleend wordt.
Tweede Waarheid. Uit hetgeen Jezus Christus ten onzen opzichte is, moeten wij besluiten, dat wij niet ons zeiven tocbehooren, zooals dc Apostel zegt, maar geheel en al aan Hem als zijne ledematen en slaven, die Hij, met oneindige liefde, ten koste van al ziju Bloed, heeft vrijgekocht. Vóór het H. Doopsel behoorden wij den duivel als zijne slaven; maar dit H. Sacrament heeft ons ware slaven van Jezus Christus gemaakt, die enkel en alleen moeten leven, werken en sterven om door dien Godmensch vruchten voort te brengen, Hem in ons lichaam te verheerlijken en in onze ziel te doen hcerschen. Wij toch zijn Jezus' buit. Zijn aangeworven volk cn erfdeel. Daarom ook vergelijkt dc Heilige Geest ons :
1quot;. met boomen langs de wateren der genade geplant in het veld der Kerk, die hunne vruchten op tijd moeten dragen;
2quot;. met ranken van een wijnstok, waarvan Jezus Christus de stam is cn die goede drniven moeten opleveren ;
3quot;. met een kudde, waarvan Jezus
66
Christus do herder is en die zicli moet vermenigvuldigen en voedsel geven :
4quot;. met eene goede aarde, door God zeiven bebouwd, waarin het zaad zich vermenigvuldigt cn dertig-, zestig- en honderdvoudige vruchten opbrengt.
De goddelijke Zaligmaker heeft don onvruchtbarcn vijgeboom vervloekt en den onnutten dienstkneclit veroordeeld, die zijn talent niet had weten te besteden. Al deze gegevens dienen ons ten bewijze, dat Jezus Christus eenige vruchten van ons, zwakke schepselen wil ontvangen, t. w. onze goede werken. De goede werken trouwens behooren Hem alleen toe: Geschapen fof yoede iverken in Jezus Christus (l). Deze woorden leeren ons, dat onze beminnelijke Verlosser het eenig beginsel en doelwit van al onze goede werken moet zijn, en dat wij Hem moeten dienen, niet slechts als huurlingen maar als slaven uit liefde. Ik zal mij nader verklaren.
Men kan op aarde aan een ander toe-behooren of van hem afhankelijk zijn op twee wijzen ; door eenvoudige dienst-
O Creati in operibus bonis in Chvisto Jesu. En. ad Eph. II. 10.
67
baarheid of door slavernij: daarom noemen wij den ecncn dienaar en den andoren slaaf.
Door gewone dienstbaarheid onder do Christenen verstaat men do verbintenis, welke iemand aangaat jegens een ander, om voor een bepaald loon of tegen eene belooning, hem gedurende oen bepaalden tijd te dienen.
Door slavernij verstaan wij de alge-heole en altijddurende afhankelijkheid eens mensehen van een ander en de verplichting oni dezen, zonder aanspraak te kunnen maken op vergelding of belooning, als een zijner runderen, waarop hij recht van leven en dood heeft, te dienen.
Er bestaat een drievoudige slavernij: van nature, uit dwang en uit vrijen wil. Alle schepselen zijn slaven Gods op de eerste wijze: Aan den Heer behoort de aarde en hare volheid f1), de duivelen en verdoemden op de tweede wijze ; de rechtvaardigen en Heiligen op de derde wijze. De- slavernij uit vrijen wil is het glorierijkst voor God, die naar het hart
(') Domini est terra et plenitmlo ejus. Ps. XXIII. I.
68
ziet, het hart vraagt en God des harten genoemd wordt. Door deze slavernij immers verkiest men God en Zijn dienst boven alles, ook dan wanneer de natuur ons daartoe niet zou verplichten,
De dienaar en de slaaf verschillen hemelsbreed van elkander.
ln. Gene geeft niet geheel zicli zeiven, noch al wat hij bezit, noch al hetgeen hij door een ander of door zich zelvcn kan verkrijgen; deze daarentegen geeft geheel zich zelvcn, al wat hij bezit en al hetgeen hij kan verkrijgen en wel zonder voorbehoud.
2°. De dienaar vordert loon voor de diensten, welke hij zijn meester bewijst; de slaaf daarentegen kan, met hoeveel volharding, ijver en inspanning hij ook arbeidt, niets vorderen.
3°. De dienaar kan zijn meester naar willekeur verlaten, of ten minste wanneer zijn diensttijd verstreken is; de slaaf daarentegen heeft niet het minste recht om zich naar willekeur van zijn meester te scheiden.
4°. De meester heeft gecnerlci recht van leven en dood op zijn dienaar, zoo-dat hij een onrechtvaardigen manslag
69
zou begaan, door hem als een zijner lastdieren te dooden; den meester van den slaat daarentegen kent de wet het recht toe van leven en dood, zoodat het hem vrij staat dezen te verkoopen aan wien hij verkiest of wel te dooden, in een woord hij kan handelen met hem, als ware hij zijn paard.
5°. De dienaar eindelijk is slechts voor een tijd in dienst eens meesters, de slaaf daarentegen voor altoos..
Niets verbindt ons, onder de mensehen, meer aan een ander, dan de slavernij, niets ook doet ons, onder de Christenen, zoo volstrekt aan Jezns Christus en zijne Heilige Moeder toebehooren als de slavernij nit vrijen wil. Onze goddelijke Verlosser zelf heeft ons hiervan een voorbeeld willen geven, door uit liefde tot ons, dlt;gt; gedaante van een slaaf aan te nemen: De gedaante ran een slaaf aannemende (1) ; zoo ook de Heilige Maagd, die zich dienares en slavin des Heeren noemde. De Apostel rekent het zich tot eer den naam van slaaf van Christus (2) (servus Christi) te dragen. Do
(') Formam sorvi accipions. (Epist ad Phil. IT. 7.)
(2) Servus Christi. (Ep. ad Gal. I. 10).
70
christenen worden in de H. Schrift meermalen slaven van Christus (servi Christi) genoemd. Het woord servus beteekende eertijds, volgens de juiste opmerking van een groot man, niets anders dan slaaf, dewijl er te dien tijde nog geene dienaren zooals nu bestonden en de meesters alleen door slaven of vrijgelatenen bediend worden.
De Catechismns van het concilie van Trente, om allen twijfel dienaangaande weg te nemen, geeft ons de niet dubbelzinnige benaming van: slaven van Christus (mancipia Christi).
Uit het voorgaande besluit ik, dat wij Jezus Christus moeten toebehooren en H em dienen, niet enkel als huurlingen, maar als slaven uit liefde, die, bezield met eene vurige liefde en bewogen dooide eer aan Hem te zijn, zich aan dien liefdevollen Heer overgeven en zich verplichten Hem, in hoedanigheid van slaven te dienen. Vóór het Doopsel waren wij slaven des duivels; dit H. Sacrament heeft ons slaven van Jezus Christus gemaakt. Dc Christenen moeten of slaven des duivels of slaven van Jezus Christus zijn.
71
Hetgeen ik hier zcü; in volstrekten zin van Jezus Christus, zeg ik slechts in betrekkelijken van de Heilige Maagd. Daar Jezus Haar tot onafscheidelijke Gezellin van zijn leven, zijn dood, zijne glorie en zijne macht in den Hemel en lt;gt;]) aarde verkozen had, zoo heeft Hij Haar, - met betrekking tot zijne goddelijke Majesteit, door de genade, dezelfde rechten en gunsten geschonken als Hij van nature bezit: . Wat God toekomt ran nature, hezit Mar ia door de genade i1),quot; zeggen de Heiligen. Hieruit besluiten zij, dat Maria, daar zij met Jezus dezelfde gezindheid en dezelfde macht heeft, ook dezelfde onderdanen, dienaren en slaven moet hebben. (3)
Men kan derhalve, volgens het gevoelen van de Heiligen en van vele groote mannen, zich slaaf der allerheiligste
(') Chuidquicl Deo convcnit per naturaiu; Mariao convc-nit per gratiam.
(2) Als Moeder des Scheppers werd .Maria aangesteld tot Vorstin en Koningin van alle schepselen. (S. Bernard. Sen. Serin. 3 de Noin. li. Verg.) â liet past immers «lat de Moeder van Cod het gezag voerc over de bezittingen van haren zoon. (S. Damasc. Scrm. de Assnmpt). â J)aaroni aarzelt de II. Hcrnartlinns niet te zeggen dat âaan Mari: al de schepselen zijn overgegeven, die aan de allerheiligste Drieëenheid toehehooren.quot;
Koot v. (I vert.
72
Maagd noemen er. maken, om daardoor een des te volmaakter slaaf van Jezus Christus te zijn. De Heilige Moeder Gods is het middel, waarvan Onze Heer zich bediend heeft om tot ons te komen; Zij is ook het middel, dat wij moeten aanwenden, om tot Hem te komen. Maria heeft niets met de andere schepselen gemeen, die ons, bij eene al te innige vereeniging, eerder van God kunnen verwijderen dan tot Hem doen naderen. Het is haar vurigste begeerte ons met Jezus Christus te vereenigen, en Jezus' innigst verlangen is, dat wij doorMaria komen tot Hem. Zoo handelende, verschaffen wij Hem eere en vreugde, gelijk het eervol en aangenaam is voor een koning, als men, om beter zijn onderdaan en slaaf te zijn, zich slaaf der Koningin maakt. Daarom zeggen de H.I1. Kerkvaders eu II. Bonaventura: dat Maria de weg is om tot Christus te Lvn/en. f1)
Als Maria, gelijk ik reeds in overeenstemming met den H. Anselmus, den H. Bernardus, den H. Bernardinus, den
(') Via venicndi ad Christum est appropiuquarc ad illnm.
73
H. Bonaventura, vermeld heb, Koningin en Oppervorst in van Hemel en aarde is (1), heeft Zij dan niet evenveel onderdanen en slaven als er schepselen zijn? p)
En is het niet redelijk, dat er onder al die slaven uit dwang, ook eenigen gevonden worden, die Maria nit liefde, uit eigen beweging, tot hun Oppervorstin verkiezen? Maar hoe ? Mensehen en duivelen zouden hun vrijwillige slavenheb-ben, en Maria niet? Hoe! een koning zal liet zich tot eene eer rekenen, dat de koningin, zijne gezellin, slaven bezit, waarop zij recht heeft van leven en dood, wijl de eer en macht van den een de eer en de macht van den ander uitmaakt â en men zou kunnen gelooven, dat Onze Heer, die, als de beste der zonen, Maria deelgenootc heeft gemaakt
(') Impcrio Dei omnia subjiciimtur et Virgo; ccco imperio Virginis omnia subjiciuiitur ct Deus.
(-) Al (1lt;; schopsolen onderworpen aan de heerschappij der Allerh. Drieëenheid behooren ook tot het gebied der AUerh. Maagd. Nog eens, al de selïopselen, hetzij Engelen, hetzij mensehen, hetzij stoffelijke wezens, .... kortom, al wat in den Hemel, op de aarde en in den afgrond onder de goddelijke heerschappij valt, behoort ook tor-het gebied van Maria . . . Ja, Hij die God is, heeft zich onder het gezag van Maria geplaatst . . . (11. Bernard, van Siëna Serm. de Nativ. Virg. cap. G.)
Nootv. (I. vert.
74
zijner almacht, het kwalijk zou nemen dat zij slaven bezit? Heeft Hij minder eerbied en liefde voor zijne Moeder dan Assuëms voor Esther, dan Salomon voor Bethsabee? Wie zon het durven beweren, ja zelfs denken ?
Maar waar word ik heengevoerd ?
Waarom zoolang stilgestaan bij een zoo duidelijk punt? Wil men zich niet noemen âslaaf der Heilige Maagd â het zij zoo! Men make en noeme zich dan slaaf van Jezus Christus â men zal het zijn ook van de Heilige Maagd, wijl Jezus do vrueht en do glorie van Maria is. Dit nu geschiedt op volmaakte wijze door de beoefening dergodsvruc l't; waarover wij verder zullen spreken.
Derde waarheid. Onze beste handelingen worden gewoonlijk bezoedeld en bedorven door de boosheid onzer inwendige gesteltenis. Giet men zuiver en helder water in een vat dat kwalijk riekt, of wijn in een fust, hetwelk door anderen jvijn verzuurd is, zoo zullen het heldere water cn de goede wijn bedorven worden en lichtelijk den slechten geur overnemen. Zoo ook, wanneer ('od zijne genaden en zijn hemelschcn dauw, d. i.
75
den heerlijken wijn zijner liefde in onze ziel stort, die door de erf- en dadelijke zonde besmet is, worden deze gaven gewoonlijk bevlekt en besmeurd door den slechten zuiirdeesem en den slechten grond, die de zonde in ons achtergelaten heeft; onze daden, zelfs die der verhevenste deugden, lijden daardoor. Het is dus van zeer groot gewicht, dat wij, om tot de volmaaktheid te komen, die alleen door de vereeniging met Jezus Christus bereikt wordt, ons van al wat er verkeerds in ons is ontdoen, willen wij niet dat Onze Heer, die oneindig zuiver is en dc minste smet der ziel oneindig verafschuwt, ons uit zijne oogen verdrijve en zich niet met ons vereenige. Om ons van ons zeiven vrij te maken, moeten wij, door den Heiligen Geest voorgelicht:
1quot;. goed kennen onze booze inwendige gesteltenis, onze onbekwaamheid tot iets nuttigs ter zaligheid; onze zwakheid in alles, onze onbestendigheid ten allen tijde, onze onwaardigheid om Gods genade te verwerven en onze boosheid in alle opzichten. De zonde van onzen eersten vader heeft ons allen getroffen, bona-
76
cleeld, tot trotschheid gebracht en in het verderf gestort, niet ongelijk aan den zuurdeesem, die hev deeg verzuurt, opzet en verderft.
De dadelijke zonden, door ons bedreven, hetzij doodzonden of dagelijksche, ook al zijn ze ons kwijtgescholden, â hebben onze begeerlijkheid, onze zwakheid, onze onbestendigheid en onze bedorvenheid vermeerderd en slechte indrukken in onze ziel achtergelaten. Ons lichaam is zóó bedorven, dat het door den Heiligen Geest genoemd wordt een âlichaam der zondequot;, ontvangen in zonde, gevoed in zonde, geneigd tot zonde, een lichaam, dat aan allerlei ziekten blootgesteld is, van dag tot dag afneemt en niets dan onreinheid en bederf teelt. Onze ziel, met ons lichaam vereenigd, is zoo vleeschelijk geworden, dat zij vleesch genoemd wordt. (1) âAlle vleesch heeft zijn weg bedorven.quot; Ons deel is trotschheid en verblindheid des geestes, verstoktheid des harten, zwakheid en onbestendigheid der ziel, begeerlijkheid, oproerige hartstocht en ziekte des lichaams. Wij zijn van nature
O Gen. VI. 12.
7
77
hoovaardiger dan pauwen, meer gehecht aan de aarde dan padden, misvormiger dan bokken, nijdiger dan slangen, gulziger dan zwijnen, woedender dan tijgers, trager dan schildpadden, zwakker dan het brooze riet en onbestendiger dan weerhanen. Tot in het diepst onzer ziel heerscht het niet en de zonde en wij verdienen niets anders dan de gramschap Gods en de eeuwige pijnen der hel.
Kan het, na dit alles, nog verwondering wekken, uit Jezus' mond de woorden te hooren : dat alwie Hein wil navolgen zich zdven moet verloochenen en zijne ziel haten; dat hij die zijne ziel liefheeft haar zal verliezen en alwie haar haat haar zal bewaren (1) ? De oneindige wijsheid, die niets beveelt zonder grond, gelast ons, dat wij ons zeiven moeten haten, wijl wij grootelijks haat verdienen; niets verdient zoozeer onze liefde als God, niets zoozeer onzen iiaat als wij zelve.
Om ons van ons zeiven te ontdoen, moeten wij dagelijks aan ons zeiven sterven, met andere woorden: afzien van do werkingen onzer zielsvermogens
(') H. Juli. 12. V. 25.
en der lichamelijke zintuigen, zieu, alsof wij niet zagen, hoeren, alsof wij niet hoorden, ons bedienen van wat der wereld toebehoort, alsof wij er ons niet van bedienden; hetgeen de H. Panhis in deze woorden samenvat: Ik sterf dagelijks. â âZoo de graankorrel in de aarde niet valt en sterft, blijft zij alleen en brengt geene goede vruchten voort. (2j Sterven wij niet aan ons zeiven en voeren onze heiligste devoties ons niet tot dezen noodzakelijken en vruchtbaren dood, zoo zullen wij geene vruchten voortbrengen; zoo zullen onze devoties ons nutteloos zijn en al onze goede werken door eigenliefde besmet worden. En zoodoende zal God onze zwaarste offers en voortreftelijkste werken verafschuwen; zullen wij bij onzen dood zonder deugden eu verdiensten bevonden worden en zelfs geen vonkje dier zuivere liefde bezitten, welke God alleen schenkt aan de zielen, die aan zich zeiven zijn gestorven en wier leven verborgen is met Jezus Christus in God.
(') Quotidic morior (I. Cor. XV. 21.)
(a) Nisi granum irumenti cadens in terrain mortuum fuerit, ipsum solum manet (3 Joan. XII. 24).
77
hoovaardigei- dan pauwen, meer gehecht aan de aarde dan padden, misvormiger dan bokken, nijdiger dan slangen, gulziger dan zwijnen, woedender dan tijgers, trager dan schildpadden, zwakker dan het brooze riet en onbestendiger dan weerhanen. Tot in het diepst onzer ziel heerscht het niet en de zonde en wij verdienen niets anders dan de gramschap Gods en de eeuwige pijnen der hel.
Kan het, na dit alles, nog verwondering wekken, uit Jezus' mond de woorden te hooren: dat alt vie Hem wil navolgen zich zeiven moet verloochenen en zijne ziel haten; dat hij die zijne ziel liefheeft haar zal verliezen en alwie haar haat haar zal bewaren (1) ? De oneindige wijsheid, die niets beveelt zonder grond, gelast ons, dat wij ons zeiven moeten haten, wijl wij grootelijks haat verdienen; niets verdient zoozeer onze liefde als God, niets zoozeer onzen haat als wij zelve.
Om ons van ons zeiven te ontdoen, moeten wij dagelijks aan ons zeiven sterven, met andere woorden: afzien van de werkingen onzer zielsvermogens
(') H. Job. 12. V. 25.
78
en der lichamelijke zintuigen, zien, alsof wij niet zagen, hooren, alsof wij niet hoorden, ons bedienen van wat der wereld toebehoort, alsof wij er ons niet van bedienclen; hetgeen de H. Paulus in deze woorden samenvat: Ik sterf dagelijks. (') â â Zoo de graankorrel in de aarde niet valt en sterft, blijft zij alleen en brengt geene goede vruchten voort. (2) Sterven wij niet aan ons zeiven en voeren onze heiligste devoties ons niet tot dezen noodzakelijken en vruchtbaren dood, zoo zullen wij geene vruchten voortbrengen; zoo zullen onze devoties ons nutteloos zijn en al onze goede werken door eigenliefde besmet worden. En zoodoende zal God onze zwaarste otters eu voortreftelijkste werken verafschuwen; zullen wij bij onzen dood zonder deugden en verdiensten bevonden worden en zelfs geen vonkje dier zuivere liefde bezitten, welke God alleen schenkt aan de zielen^ die aan zich zeiven zijn gestorven en wier leven verborgen is met Jezus Christus in God.
O Quotidic morior (I. Cor. XV. 21.)
(a) Nisi granum irumenti cadens in terrain mortuum fuerit, ipsuin solum manet (3 Joan. XII. 24).
79
3. Ouder al de devoties tot dc heilige Maagd moeten wij die vooral uitkiezen, welke ons het moest tot dit sterven aan ons zeiven brengt, daar deze ons het beste en het meeste heiligt. Want wij moeten ons niet voorstellen dat alles goud is wat er blinkt, dat alles honig is wat er zoet is; ook dat al wat gemakkelijk is of wat het meerendeel doet, liet meest den menseh heiligt. Gelijk er natuurgeheimen zijn die ons, in weinig tijds, met geringe kosten en gemakkelijk natuurkundige proeven helpen verrichten, zoo bestaan er ook genadegeheimen, om, in weinig tijds, geleidelijk en gemakkelijk bovennatuurlijke werkingen voort te brengen, aan zich zeiven te sterven, met God te leven en tot de volmaaktheid te geraken.
De oefening van godsvrucht, die ik mij ten doel stel te ontsluieren, behoort tot een dezer genadegeheimen; zij is aan het meerendeel der Christenen onbekend, wordt door slechts weinig godvreezende lieden begrepen, en door een nog kleiner aantal gesmaakt. Om met de verklaring dezer godsvrucht een aanvang te maken, volgt hier et ne
80
waarheid, die nit de derde voortvloeit.
Vierde waarheid. Het is volmaakter, wijl het nederiger is, niet uit ons zeiven maar door een middelaar, tot God te naderen. Daar onze innerlijke gesteltenis zoo diep bedorven is, zooals ik boven aangetoond heb, lijdt het geen twijfel, wanneer wij onzen steun zoeken in onze eigen werken, ons eigen vernuft en onze eigen voorbereiding om tot God te komen en Hem te behagen, â of al onze goede werken zullen bevlekt of van luttel waarde zijn voor Goden weinig bijbrengen om Hem over te halen zieh met ons te vereenen en ons te verhooren. Daarom heeft God ons niet zonder reden middelaars bij Zijne Majesteit gegeven, ilij zag onze onwaardigheid en onbekwaamheid. Hij had medelijden met ons en sehonk, om ons toegang tot Zijne barmhartigheid te verleenen, ons machtige voorsprekers. Deze middelaars voorbijgaan en rechtstreeks, zonder aanbeveling tot Zijne heiligheid naderen, is blijk geven van gemis aan nederigheid en eerbied voor een zoo grooten en heiligen God; want zoodoende zou men den Koning der koningen lager stellen dan een koning
81
of prins der aarde, tot wien men niet zou durven naderen zonder een vriend als voorspreker.
Jezus Christus is onze voorspreker en Middelaar bij God den Vader; door Hom moeten wij bidden met geheel de zegevierende en lijdende Kerk ; door Hem verkrijgen wij toegang tot God.
Nooit moeten wij voor God verschijnen, tenzij gesteund en versierd met Zijne verdiensten.
H ierin strekt ons Jacob ten voorbeeld, die niet voor zijn vader Izaak verscheen om zijn zegen te verkrijgen, tenzij met geitenvellen bekleed.
Maar hebben wij geen middelaar bij den Middelaar zeiven noodig? Is onze zuiverheid groot genoeg om ons rechtstreeks en uit ons zelvcn, met Hem in gemeenschap te stellen? Is Hij niet God, in alles gelijk aan zijn Vader en bijgevolg de Heilige der Heiligen, even eerbiedwaardig als God de Vader? Is hei; redelijk, dat wij minder eerbied en vrees voor zijne majesteit en heiligheid betoo-nen, dewijl Hij, uit oneindige liefde, zich voor ons borg en middelaar heeft willen stellen bij God den Vader om Hem te
82
bevredigen cn te voldoen, wat wij Goeie schuldig waren? ('1
Bekennen wij dan openlijk met den IT. Bernardns, dat wij een middelaar bij den Middelaar zeiven noodig hebben en dat de Heilige Maagd het meest bevoegd is deze liefderijke bediening te bckleo-den. Door Haar is Jezus Christus tot ons gekomen, door Haar ook moeten wij tot Hem naderen.
Indien wij vreezen rechtstreeks tot Jezus Christus onzen God te gaan, hetzij om Zijne oneindige grootheid of onze
(') Ongetwijfeld, zegt de H. Bernardns is de (Jodmonsch een almachtig en tevens een barmhartig Middelaar tus-schen (iod en den mensch; maar niettemin duchten wij eenigermate in Hem de goddelijke Majesteit; niet dat do menscbelijke natuur in d(j goddelijk(! ligt opgesloten, maar omdat zij, in zekeren zin, vergoddelijkt is.
( lods rechtvaardigheid wordt ons te gelijk met zijne goedheid afgebeeld. (Ps. C. 1) en volgons de II. Schrift is de gramschap des ITeeren een alverslindend vuur gelijk (Deut, IV. 24 â Hebr. XIJ. 29). Geen wonder dat de zondaar vreest God te naderen, beducht voor het aanschijn van den vergramden rechter te vergaan, gelijk een wassen beeld wegsmelt voor den vuurgloed. Echter, scheppen wij moed, want de Vrouwe, gezegend boven alle vrouwen biedt ons eene gepaste bemiddeling aan. Hebben wij derhalve voorspraak noodig bij den hemelschen Voorspreker, wie zal dan die zending heilzamer vervullen dan Maria? . De menscbelijke zwakheid zal voorzeker niet vreezen tot Maria te gaan. . . Zij heeft niets onvriendelijks, noch schrikwekkends; Zij is louter barmhartigheid en goedheid. (S. Bern. Serm. super Sign. Magn. num. 2.)
Noot v d. vert.
83
geringheid en zonden, roepen wij dan vrijmoedig de hulp en voorspraak in van Maria, onze Moeder, /ij is goed en tee-der, in Haar bevindt zich niets gestrengs of terugstootends, niets te verheven of te schitterend, in Haar zien wij onze zuivere natuur. Zij is niet do zon gelijk, die door de felheid harer stralen ons uit hoofde onzer zwakheid, zou kunnen verblinden; maar Zij is schoon en zacht als dc maan, die haar licht van de zon ontvangt en het verzacht om het dragelijker te maken voor onze zwakke oogen. Maria is zoo liefderijk, dat Zij niemand die tot Haar zijn toevlucht neemt, hoe groot een zondaar hij ook zij, afwijst; want, volgens de verklaring der Heiligen, heeft men nooit gehoord, sedert do wereld bestaat, dat iemand met vertrouwen en volharding Maria's voorspraak ingeroepen heeft cu door Haar verlaten is geworden. Zij is zoo machtig, dat hare beden nooit van de hand worden gewezen; Zij behoeft zich slechts bij haren Zoon te vertoonen, om eene gunst te vragen en aanstonds zal zij verhoord en voldaan worden. Hij kan aan de smeekingen zijner allerdierbaarste Moe-
84
der, om wille van haar moeilerschap cn Zijn inenschwoL'ding, geen weerstand bieden.
Dit alles is getrokken nit de werken van don H. Bernardus en den H. Bona-ventura en leert ons, in 't kort samengevat. dat er drie trappen zijn om tot God oj) te klimmen : de eerste, die liet dichtst hij God is en het meest gelijkvormig aan onze gesteltenis is Maria; de tweede is Jezus Christus en de derde is God de Vader. Om tot Jezus te komen moet men' zich tot Maria wenden, die onze Middelares en Voorspreekster is; om tot den hemelschen Vader te komen moet men zijn toevlucht nemen tot God den Zoon, die onze Middelaar en Verlosser is. Door de godsvrucht nu die ik later zal blootleggen wordt deze orde volkomen bewaard.
Vijfde waarheid. Wegens onze zwakheid en broosheid is het zeer moeilijk, de genaden en de schatten in ons te bewaren, welke wij van God ontvangen hebben. En dit wel om de volgende redenen:
1quot;. Dezen schat, die Hemel cn aarde in waarde overtreft, dragen wij in brooze
85
vaten ('), in een vergankelijk lichaam, in een zwakke en onstandvastige ziel, die door eenc nietigheid verward raakt en verslagen wordt.
2°. De duivelen, lt;1 ie geslepen dieven zijn, bespieden dag en nacht het gunstig oogenblik, om ons onverwachts te overvallen, te bestelen en te plunderen. Zij zwerven onophoudelijk rond om ons te verslinden en ons, in een enkel oogenblik, door de zonde te ontnemen, hetgeen wij gedurende vele jaren, aan verdiensten en genaden hebben gewonnen. Hunne boosaardigheid, hunne ondervinding, hunne sluwheid en hun getal moeten ons ernstig vrees inboezemen voor zulk een ramp. Immers, anderen, met meer genaden versierd, rijker aan deugden en ondervinding en verhevener in heerlijkheid zijn ongelukkigerwijze verrast, bestolen en van alles beroofd geworden. Helaas, hoevele ceders van den Libanon, hoevele sterren van het uitspansel heeft men ellendig zien neder-vallen en, in weinig tijds, alle grootheid en allen luister verliezen! Vanwaar deze
(') Habemus tliesaurum istura in vasis fictilibus. I Cor IV. 7.
86
vreemde veranderiiig ? Voorzeker niet uit gemis aan genade, die niemand ontbreekt, maar uit gebrek aan nederigheid, /ij waanden zich sterker en machtiger 'dan zij werkelijk waren, zij waanden zich in staat hunne schatten te bewaren; zij steunden en bouwden op zich zeiven en meenden dat hun huis veilig was, dat hunne koffers sterk genoeg waren om den kostbaren schat der genade te behouden. Om dit bijna onmerkbaar vertrouwen op zich zeiven, alhoewel het hun toescheen dat zij enkel en allecu op de genade Gods steunden, heeft de aller-rechtvaardigste Heer toegelaten, dat zij bestolen werden, door hen aan zich zei-ven over te laten. Helaas! zoo zij de bewonderenswaardige godsvrucht gekend
O O O
hadden, welke ik naderhand zal uitleggen, zouden zij hun schat aan eene machtige en getrouwe Maagd hebben toevertrouwd, die hem als haar eigen goed zou bewaard hebben en wel uit rechtvaardigheid.
3°. Om het groote bederf der wereld is het moeilijk in do genade te volharden. De wereld is thans zoo bedorven, dat de godvreezende zielen als het
87
ware noodzakelijk, zoo niet door haar slijk, dan toch door baar stof hc-snienrd worden. j\len mag het een soort van wonder noemen, zoo iemand pal blijft staan te midden van den onstui-migen stroom zonder meegesleept te worden, te midden van die stormachtige zee zonder te vergaan of geplunderd te worden door zeeroovers, te midden van die verpeste Inebt zonder daardoor benadeeld te worden. De alleen getrouwe Maagd, op wie de duivel nooit macht heeft gehad, werkt dit wonder ten bate van hen, die Haar op bovengenoemde overheerlijke wijze dienen.
Nadat wij deze vijf waarheden vooropgesteld hebben, is het thans zaak eene goede keuzo te doen onder de devoties tot de allerheiligste Maagd ; want er bestaan ook valsche devoties, welke men licht voor de ware kon honden. De duivel heeft reeds, als een valseh munter en geslepen, vindingrijk bedrieger, zóóvele zielen door eene valsche godsvrucht, zelfs tot de allerheiligste Maagd, om den tnin geleid en in het verderf gestort, dat hij zich dagelijks van zijne dnivelsche ondervinding bedient, om vele anderen
88
in de hel te storten, door hen, onder voorwendsel van eenige slecht verrichtte gebeden en uiterlijke oefeningen, welke hij hun inblaast, in de zonde te laten insluimeren. Gelijk een valsch munter gewoonlijk slechts goud- en zilvergeld namaakt en zeer zelden andere geldstukken, omdat dit de moeite uiet loont, zoo ook vervalscht de booze geest niet zoozeer de andere devoties als die tot Jezus en Maria, de H. Communie en de godsvrucht tot Maria; want deze zijn iu vergelijking met de andere devoties, wat het goud- en zilvergeld is tegenover andere muntstukken.
Het is daarom van het grootste gewicht allereerst te leeren kennen : 1° de valsche devoties tot de Heilige Maagd, om die te verwerpen; 2° de ware godsvrucht om die tc omhelzen. Daarna zal ik; in het tweede gedeelte dezer verhandeling meer in het bijzonder uitweiden over de volmaakte beoefening dei-ware godsvrucht tot tie heilige Maagd, die tevens het aangenaamste aan Maria, het glorierijkste voor God en het meest heiligmakend voor ons is, teneinde ons te doen besluiten deze te omhelzen. Ik
89
zeg volmaakte ; want cr bestaan zeer vele cn verschillende oefeningen der ware godsvrucht tot Maria.
/. Ot/er de i/alsche devoties tot de Heilige Maagd, f1)
^Riaar zijn zeven soorten van vereerders iy der Heilige JMaagd, wier godsvrucht echter niet de ware is, te weten: 1° vittende,
2° angstvallige,
3° uiterlijke,
4° vermetele, 5° onstandvastige, 6° schijnheilige, 7quot; baatzuchtige vereerders.
1° De vittende vereerders zijn gewoonlijk trotsche geleerden, vrijdenkers en verwaande lieden, die wel is waar eenige godsvrucht tot de Heilige Maagd hebben, maar alle godvruchtige oefeningen, die eenvoudige lieden, op kinderlijke en eenvoudige wijze ter eere van deze
O Deze verdeeling bevindt zich niet in liet bandschrift.
Koot v. d. vert.
91
goede Moeder verrichten, bevitten, wijl zij niet niet hunne grillen overeenstemmen. Zij trekken in twijfel alle wonderen en verhalen, door geloofwaardige personen medegedeeld of uit kronieken van kloosterorden getrokken, waar deze van Maria's barmhartigheid en macht getuigen. Het stuit hun tegen de borst eenvoudige en nederige lieden voor een altaar der Heilige Maagd of voor een harer beelden, die men ook wel aan de hoeken der straten \'indt, neergeknield te zien om tot God te bidden; ja zij gaan zelfs zoo ver dat zij hen van afgoderij beschuldigen, alsof zij hout of steen aanbaden. âWij, zeggen zij, weten wel beter en houden niet van die uiterlijke devoties, wij zijn niet zoo liclit-geloovig om aan alle verhalen en geschiedenissen, welke men omtrent de Heilige Maagd uitstrooit, geloof te hechten.quot; Wijst men hen op do loftuitingen, die de H.H. Vaders Haar toegezwaaid hebben, dan antwoorden zij, dat deze, als redenaars, overdreven hebben of wel zij geven eene verkeerde uitlegging aan hunne woorden. Deze klasse van schijn-vereerders, ijdele en wereldsche lieden,
92
is zeer tc vreezen; zij benadeelen de godsvrucht tot de H. Maagd ontzettend veel en verwijderen daarvan het volk op ecne betreurenswaardige wijze, onder voorwendsel van misbruiken uit te roeien.
2° De angstvallige vereerders zijn lieden, die vreezen den Zoon tc onteeren door de Moeder eer te bewijzen, den Christus te vernederen door Maria te verheffen. Zij dulden niet dat men de heilige Maagd, naar liet voorbeeld der H.H. Vaders, den lof geve, die Haar toekomt, en zien met leede oogen, dat er meer menschen voor ccn altaar van Maria dan voor het II. Sacrament nc-derknielen. alsof het eene 'strijdig ware met het andere en degenen die tot de lieiligc Maagd bidden, niet door Haar hunne gebeden tot Jezus Christus richtten. Zij willen niet dat men zoo dikwijls over die verheven Koningin spreke en hare voorspraak inroepe. Zij hebben gewoonlijk deze gezegden in den mond: Waartoe dienen zooveel rozenhoedjes, broederschappen en uiterlijke devoties tot de heilige Maagd? Daar scliuiltvrij wat onwetendheid achter! 1 gt;it is den godsdienst bespottelijk maken! Spreekt
8
93
mij van hen die de godsvrucht tot Jezus beoefenen: (zij noemen dien zoeten Naam dikwerf, zonder het hoofd te buigen) men moet tot Jezus zijne toevlucht nemen, Hij is onze eenige Middelaar; men moet Jezus Christus prediken, ziedaar degelijke godsvrucht! Wat zij zeggen is in zekeren zin waar, maar wordt, met betrekking tot de toepassing welke zij daarvan maken, namelijk om de godsvrucht tot de Hemelkoningin, onder voorwendsel van meer goed te doen, te verhinderen, zeer gevaarlijk en een valstrik des duivels.
Nooit toch eert men Jezus Christus meer dan wanneer men zijne allerheiligste Moeder bijzondere eerc toekent, wijl men Maria alleen vereert om Jezus Christus volmaakter te eeren en slechts tot Maria gaat als tot den weg om tot het einddoel te geraken, dat is Jezus Christus.
De H. Kerk prijst met den Heiligen Geest het eerst Maria, op de tweede plaats Jezus Christus: âGezegendzijt Gij boven alle vrouwen en gezegend is de vrucht uws lichaams, Jexus.quot; Uit wil niet zeggen dat Maria grooter is dan Jezus Christus of Hem gelijk; want deze bewe-
94
ring zou ccnc onverdraaglijke ketterij zijn; maar dit beteekent dat men, om Jezus Christus beter te verheerlijken, beginnen moet met Maria. Laten wij derhalve met alle ware vereerders der heilige Maagd, trots al deze schijnvereerders en angstvallige lieden, uitroepen: 0 Maria, (jezcyend zijt Gij hoven alle vrouwen en gezegend is de vrucht mes lichaams, JexiiH.
3° ])e uiterlijke vereerders zijn lieden, die hunne godsvrucht tot Maria in uitwendige oefeningen doen bestaan; alleen het uiterlijke van Maria's godsvrucht smaken, wijl zij de inwendige godsvrucht niet bezitten. Zij zullen eene menigte rozenhoedjes in allo haast bidden, vele H. Missen zonder aandacht hooren, de processies zonder godsvrucht bijwonen, zich in alle broederschappen laten opnemen, zonder evenwel van levenswandel te veranderen, hunne hartstochten te overwinnen en de deugden der allerheiligste Maagd na te volgen. Zij houden enkel en alleen van het gevoelige dier godsvrucht, zonder het degelijke daarvan te smaken. Als zij geene gevoelige godsvrucht hebben, meenen zij niets goeds te doen, worden het spoor
95
bijster, laten alles varen, of doen, wat zij nog verrichten, met horten en stoeten. In de wereld wemelt het van dergelijke uiterlijke vereerders.
Deze lieden stellen zich vooral tot taak die personen te bevatten, welke zich op de overweging en het inwendig leven toeleggen, zonder evenwel de uiterlijke ingetogenheid, waarmede de ware godsvrucht altijd gepaard gaat, uit het oog te verliezen, overtuigd als zij zijn, dat de kern der godsvrucht in het inwendige bestaat.
4° De vermetele vereerders zijn zondaren, die den vrijen teugel aan hunne hartstochten vieren, of aanbidders der wereld, die, ouder den schoonen naam van Christenen en vereerders der heilige Maagd, hoogmoed, gierigheid, on-kuischheid, dronkenschap, toorn, vloeken, kwaadsprekendheid, onrechtvaardigheid enz. verbergen; die in hunne kwade gewoonten rustig insluimeren zonder zich veel geweld te doen, om hun leven te verbeteren, onder voorwendsel, dat zij de heilige Maagd vereeren. Zij zijn in den waan dat God hun vergiffenis zal schenken, dat zij niet zullen verloren gaan.
96
omdat zij liet Rozenhoedje bidden, des Zaterdags vasten, tot de Broederschap van den H. Rozenkrans of van het Scapulier of tot een harer Congregaties behooren, omdat zij de kettinkjes der heilige Maagd enz. dragen. Wanneer men hun onder het oog brengt, dat hunne godsvrucht niets is dan bedrog des duivels en eene rampzalige vermetelheid, geschikt om hen verloren te doen gaan, dan willen zij daarvan niets weten, zeggen dat God goed en barmhartig is, dat Hij ons niet geschapen heeft, om ons te verdoemen, dat er geen mensch is die niet zondigt, dat zij niet zullen sterven zonder gebiecht te hebben, dat een berouwvol peccavi bij den dood voldoende is, dat zij Maria vereeren, het scapulier dragen, dagelijks onberispelijk en zonder verwaandheid zevenmaal te harer eere het Onze Vader en Wees gegroet bidden, ja zelfs somwijlen de Getijden der heilige Maagd lezen, vasten enz. Om hunne gezegden te staven en zich nog meer te verblinden, halen zij eenige geschiedverhalen aan die zij gehoord of gelezen hebben â waar of onwaar, daarover bekommeren zij zich niet â
97
geschiedverhalen, welke gewag maken van personen, die in doodzonde gestorven zijn zonder gebiecht te hebben, maar van de dooden verrezen zijn om hunne biecht '.c spreken of wier ziel met het lichaam op wonderdadige wijze vereenigd bleef tot aan hunne biecht, dewijl zij tijdens hun leven eenige gebeden of godvruchtige oefeningen tot de heilige Maagd verricht hadden, of wel, die door Maria's goedertierenheid, op hun sterfbed van God berouw en vergiffenis van hunne zonden verkregen hebben en derhalve zalig geworden zijn. Datzelfde hopen ook zij. Niets is zoo afkeurenswaardig onder de Christenen, als deze duivelsche vermetelheid ; want kan men in waarheid beweren dat men de heilige M aagd liefheeft, wanneer men haren Zoon door zijne zonden kruisigt en wreedaardig beleedigt? Indien Maria zich tot regel stelde zulke lieden uit barmhartigheid zalig te maken, zou Zij de misdaad wettigen en haren goddelijken Zoon helpen kruisigen en beleedigen. Wie zou zoo iets durven denken ?
Ik beweer, dat hij die aldus misbruik maakt van de godsvrucht tot de heilige
98
Maagd, welke na do veïeering van Onzen Heer in het Hoogheilig Sacrament^ hot heiligste en degelijkste is, eoiie gruwelijke heiligschennis begaat, na de onwaardige Communie, het grootst en het minst vergeeflijk.
Ik geel' toe dat liet niet volstrekt noodzakelijk is, om de heilige Maagd waarlijk te vereeren, ai de zonden te vermijden, alhoewel dit te .wcnsclien ware ; maar men moet ten minste : â let wel op hetgeen hier zal volgen
1° een opreeht besluit genomen hebben om ten minste de doodzonde te vermijden, die zoowel do Moeder als den Zoon bolèèdigt; 2quot; zich geweld aandoen om de zonde te vluchten; 3quot; zich in broederschappen laten opnemen, het Rozenhoedje, den Rozenkrans of andere gebeden bidden, des Zaterdags vasten enz. Dit alles helpt zeer veel tot de bekeering eens zondaars en zelfs van den verstokten zondaar. Wanneer soms de lezer zich in dien toestand bevindt, wanneer liij reeds met een voet in den afgrond staat, dan spoor ik hem aan mijn raad te volgen, mits hij deze goede werken alleen verrichte met het voorne-
99
men om van God, door de voorspraak der heilige Maagd, de genade des berouws en kwijtschelding van zijne zonden te erlangen, alsmede de kracht om zijne zondige gewoonten te overwinnen ; niet om in dien staat van zonde, trots alle gewe-tenswroegingen; trots het voorbeeld van Jezus Christus en de Heiligen en trots do voorschriften van het H. Evangelie, rustig te blijven voortshiimercn.
5° De onstandvastige vereerders zijn lieden, die bij tusschenpoozen en naar hunne grillen godsvrucht tot de heilige Maagd hebben : heden zijn zij vurig, morgen weder lauw; nu eens schijnen zij bereid alles te harer eere te doen en kort daarna zijn zij geheel veranderd. Zij beginnen met alle oefeningen van gods vrucht tot de heilige Maagd te omhelzen en zich in al hare broederschappen te laten inschrijven, maar zij komen de voorschriften niet getrouw na. Zij veranderen als de maan, waarom Maria hen dan ook zal verstooten ; want zij zijn te wispelturig en niet waardig onder de dienaren dezer trouwe Maagd gerangschikt te worden, die de getrouwheid en standvastigheid tot kenmerk dragen. Be-
100
ter is het zich niet met zooveel gebeden en godvruchtige oefeningen te overladen eu er slechts weinige maar met liefde en getrouwheid, ondanks do wereld, den duivel en hot vleesch, to verrichten.
6quot; Tot de valsche vereerders behoo-ren wijders de schijnheilige, die hunne zonden en slechte gewoonten onder den mantel dezer trouwe Maagd verbergen, om in de oogen der wereld anders te schijnen dan zij werkelijk zijn.
7U Ten slotte bestaan cr nog haat-zuchtije vereerders, die hun toevlucht tot de heilige Maagd nemen enkel en alleen om een proces te winnen, om aan een gevaar te ontsnappen, om van eene ziekte te genezen of om in de eene of andere behoefte te worden bijgestaan; anders zouden zij niet aan Haar denken.
Laten wij ons dus wol wachten van te behooren tot do vittende vereerders, die niets gelooven en op alles iets weten aan te merken; â⢠tot de angstvallige, die vreezen, uit eerbied voor Jezus Christus, Maria te voel te veroeron; â tot de uiterlijke, die al hunne godsvrucht in uiterlijke werken doen bestaan; tot de vermetele, die onder voorwendsel van
101
limine valsche godsvrucht tot Maria in de zondenhlijven voortleven; tot de on*tu)id-vastige, die uit lichtzinnigheid telkens van godsvruchtoefening veranderen, of ze, bij de kleinste bekoring, geheel laten varen; â tot de schijnheilige, die zich in broederschappen der heilige Maagd laten opnemen en hare liverei dragen om voor deugdzaam door te gaan, eindelijk tot de baatzuchtige vereerders, die hunne toevlucht tot de heilige Maagd nemen enkel en alleen om van lichamelijke kwalen bevrijd te worden of tijdelijke goederen te verkrijgen.
// Over de ware qodsvrucht tot de heilige Maagd. Hare kenteekenen
jjOi1 de valsche devotie tot de heilige (b\ Mi lagdte hebben blootgelegd en veroordeeld, zullen wij in 't kort de ware ontvouwen. Deze nu is :
1quot; inwendkj,
2quot; feeder,
3quot; heilig,
4° stand ras! iy, 5quot; belangeloos.
1. De ware godsvrucht tot de Hemelkoningin is inwendig, dat wil zeggen, zij komt uit den geest en het hart voort, ontspruit uit de achting, die men voorde heilige Maagd opgevat en het hooge denkbeeld dat men zich van hare grootheid gevormd heeft en uit de liefde die men Haar toedraagt.
2. Zij is feeder, d. i. vol vertrouwen in de HemelscheMoeder, gelijk een kind gestemd is jegens zijne moeder. Zij bewerkt, dat iemand met grooten eenvoud, vast ver-
103
trouwen en innige teederheid in alle lichamelijke en geestelijke behoeften tot Haar zijne toevlucht neemt; dat hij ten allen tijde, op alle plaatsen en in alle aangelegenheden de hulp dezer goede Moeder inroept: in zijne twijfelmoedigheid om verlicht; in zijne dwalingen om door Haar op het rechte pad teruggebracht, in zijne bekoringen om ondersteund, in zijne zwakheden om versterkt, in zijn val om opgebeurd, in zijne moedeloosheid om aangemoedigd, in zijne gewetensangsten om daarvan bevrijd en in zijne kruisen, werken en wederwaardigheden des levens om daarin getroost te worden. In een woord, in alle kwalen naar lichaam en ziel neemt de ware godvruchtige zijne toevlucht tot Maria, zonder vreeze deze liefdevolle Moeder lastig te vallen en aan Jezus te mishagen.
3. Do ware godsvrucht tot de verheven Moeder Gods is heilig, met andere woorden, zij brengt do ziel tot het vluchten der zonde en tot navolging der allerheiligste Maagd; voornamelijk in hare diepe nederigheid, haar levendig geloof, hare Minde gehoorzaamheid, hare voortdurende overweging, hare algeheele ver-
104
sterving, hare onvergelijkelijke zuiverheid, hare vurige liefde, haai heldhaftig geduld, hare engelachtige zachtmoedigheid en hare hemelsche wijsheid. Dit zijn do tien voornaamste deugden der allerheiligste Maagd.
4. De ware godsvrucht tot de heilige Maagd is standvastig, jnct andere woorden, zij bevestigt de ziel in het goede, en brengt liaar zoover, dat zij hare godvruchtige oefeningen niet licht verlaat; zij geeft haar den moed om de wereld, met hare gebruiken en begrippen weerstand te bieden, om zich tegen het vleesch en zijne begeerten en driften en tegen den duivel en zijne bekoringen te verzetten. Hieruit volgt dus dat een waar beoefenaar der godsvrucht tot Maria, noch veranderlijk en mistroostig, noch kleingeestig en vreesachtig is. Hij kan somwijlen vallen en van gevoelens en godsvrucht veranderen, ik weet het; maar zoo hij valt, zal hij zijne handen tot zijne goede Moeder opheffen en opstaan; zoo hij zonder smaak en gevoeligheid is, zal hij zich daarover niet ongerust maken; want de rechtvaardige en getrouwe beoefenaar van Maria's godsvrucht leeft
105
uit het geloof aan Jezus en Maria en niet uit de aandoeningen dor natuur.
5. De ware godsvrucht tot de heilige Maagd is ten slotte belangeloos, met andere woorden, zij prent haren beoefenaars in, niet zich zeiven te zoeken, maar God alleen in zijne heilige Moeder. Een ware vereerder van Maria dient deze doorluchtige Koningin niet uit winstbejag en eigenbelang, noch om een tijdelijk, lichamelijk of geestelijk gewin, maar alléén omdat Zij waardig is gediend te worden en God alleen in Haar. Hij bemint Maria niet juist wijl Zij hem met gunsten overlaadt of wijl hij van Haar weldaden wenscht te ontvangen, maar omdat zij beminnenswaardig is. Om die reden ook dient en bemint hij Haar even trouw in tegenzin en dorheid als in vreugde en gevoeligheid ; hij bemint Haar evenzeer op den Calvarieberg als op de bruiloft te Cana. O hoe dierbaar en behaaglijk is zulk een beoefenaar van Maria's godsvrucht aan God en aan zijne heilige moeder, wijl hij Haar niet dient uit eigenbelang. Doch, hoe klein is het getal dier vereerders in onze dagen! Om dit aantal te vermeerderen.
lOG
heb ik gepoogd op papier te brengen wat ik, gedurende vele jaren openlijk en in liet bijzonder op mijne missiën, verkondigd heb.
Ik heb bereids veel over de heilige Maagd geschreven, maar ik heb nog meer te zeggen en ik zal nog oneindig meer uit onwetendheid en ongenoegzaamheid of uit tijdsgebrek vergeten dat dienstig kon zijn tot mijn doel om \\;ire vereerders van Maria en ware leerlingen van Jezus Christus te vormen.
O wat zou ik mijne moeite overvloedig beloond achten, indien dit boekje in de hand viel van een rechtschapen mensch, geboren uit Goden Maria en niet uit het bloed, noch uit den wil des vleesches, noch uit den tuil des mans en hem, door de genade des Heiligen Geestes, met de uitmuntendheid en de waarde dezer echte en degelijke godsvrucht tot de allerheiligste Maagd, die ik ga blootleggen, bekend maakte en doordrong! Indien ik wist dat mijn misdadig bloed iets kon bijbrengen om deze waarheden, welke ik neerschrijf ter eere mijner lieve Moeder cn Meesteres, wier onwaardigste dienaar cn slaaf ik ben, tot het hart te doen
107
doordringen, dan zou ik mij hiervan bedienen in stede van inkt ora deze letters te vormen; bezield met de hoop eenige goedgezinde zielen te vinden, die door hunne getrouwheid in de oefening die ik hier verklaar, mijne goede Moeder cn Meesteres de verliezen zullen vergoeden, welke Zij door mijne ondankbaarheid en ongetrouwhïiid geleden heeft. Meer dan ooit voel ik mij bewogen te ge-looven en te hopen hetgeen diep in mijn hart gegrift is en wat ik sedert vele jaren aan God vraag, namelijk: dat de allerheiligste Maagd vroeg of laat meer kinderen, dienaren en slaven uit liefde moge tellen dan ooit te voren en dat dientengevolge, Jezus, mijn dierbare Meester, meer dan ooit in de harten moge heersehen.
Ik voorzie het wel, woedende dieren zullen oprijzen ora raet hunne helsehe tanden dit kleine geschrift te verscheuren, alsmede hem van wien de Heilige Geest zich bediend heeft om het te schrijven, of ten minste om het in eene donkere kast te begraven, opdat het niet in het licht verschijne, (1) hen zelfs zullen zij
(') Deze voorspelling van den zaligen de Montfort is gedeeltelijk in vervulling getreden; want dit heerlyk boekje
108
aanvallen en verscheuren die het lezen en in beoefening brengen. Maar dit doet er niets toe! Dos te boter!
Dit vooruitzicht moedigt mij aan on voorspelt mij een goedon uitslag, met andere woorden, voorzegt mij dat er in de gevaarlijke tijden, die zullen aaubro-ken, een leger van dappere en koene soldaten van Jezus en Maria, van beider kunne, zal opstaan om togen do wereld, don duivel en de bedorven natuur te voldo te trekken.
Wie leest, begrijpe f1). Wie het heg rijpen kan, dat hij het begrijpe. (2)
won! corst in 1840 door con Pator van quot;t Gozolschap van Maria to Saint-Ijaiircnt-sur-Sèvro als bij toeval govondon. Zio Voorrod. van don Zoorooiw. Pator Fabor.
^ . -Voo/ van den Virt.
( ) Qui legit, intolligat S. Matth. XXIV. 15.
(a) Qui potest capo re, capiat. Ibid. XIX. 12.
TWEEDE DEEL.
Over de uitmuntendsie godsvrucht tot dc heilige Maagd of de volmaakte toewijding aan Jezus door Maria. (')
xÃ'r bestaan verscheidene inwendige oefeningen van de ware godsvrucht tot de allerheiligste Maagd, waarvan dc voornaamste in 't kort samengevat, hier volgen:
1quot; Haar eeren als dc waardige moeder Gods met ecno bijzondere vereen ng, welke de Godgeleerden âhyperduliaquot; (2) noemen; dat wil zeggen Haar hoogachten en vereeren boven al de Heiligen, als zijnde het meesterstuk der genade en de eerste na Jczns Christus, waarlijk God
(') Deze verdeoling bestaat niet in het handschrift.
Noot v. d. Vert.
(9) De aanbidding, welke God alleen toekomt, noemt de kerk met den Griekschen naam âLatriaquot;; de vereering welke zij de allerheiligste Maagd he wijst: âIJyperduliaquot; en die der Heiligen wordt met den naam van âDiiliaquot;aange-geduid. Noot v. d. Vert.
110
en waarlijk mensch; â 2quot; hare deugden, voorrechten en handelingen overwegen; â 3quot; hare grootheden beschouwen; â 4quot; Haar liefhebben, loven en dankbaar zijn; â 5° Haar van ganscher harte aanroepen; â 6° zich aan Haar opdragen en zich met Haar verecnigen; â 7° zijne handelingen verrichten met hot doel om aan Haar te behagen; â 8quot; al zijne werken beginnen, voortzetten cn eindigen door, in, met en voor Haar, opdat Zij zoodoende ook door, in, met cn voor Jezus Christus, ons einddoel, verricht worden. Wij zullen later over deze laatste oefening breedvoeriger spreken.
Dc ware godsvrucht tot de Heilige Maagd bevat ook verscheidene uitwendige oefeningen, waarvan de voornaamste zijn : lu lid worden van hare broederschappen cn congregaties; â 2° in eene kloosterorde treden, welke onder haren naam is ingesteld; â 3° haren lof verkondigen ; â 4U te harcr eerc aalmoezen geven, vasten en zich versterven naar geest en lichaam; â 5° hare liverei dragen, namelijk den H. Rozenkrans of het Eozenliocdje, het Scapulier of de kettinkjes; â 6° den H. Rozenkrans,
Ill
samengesteld uit vijftien tientjes, ieder van tien Wees gegroeten, ter eere van de vijftien voorname geheimen van Jezus Christus, met aandacht, godsvrucht en zedigheid bidden; of wel het derde gedeelte van den Rozenkrans, namelijk het Rozenhoedje, bestaande uit vijf tientjes, ter eere van de vijf blijde geheimen, te weten: de Boodschap, het Bezoek, Jezus' Geboorte, de Zuivering en de Terugvinding van Jezus in den tempel, of van de vijf droeve geheimen, namelijk: de Doodstrijd van Jezus in den hof dei-Olijven, zijne Geeseling, zijne Kroning met doornen, zijne Kruisdraging en zijne Kruisiging, of van de vijf glorierijke geheimen, te weten: de Verrijzenis van Jezus, zijne Hemelvaart, de Nederdaling van den Heiligen Geest of Pinksteren, de ten-hemel-opneming der allerheiligste Maagd met ziel en lichaam en hare Kroning door de drie goddelijke personen der aanbiddelijke Drieëenheid. Men kan ook een rozenhoedje van zes of zeven tientjes bidden, ter eere van het getal jaren, die de Heilige Maagd, naar men meent, op aarde doorgebracht heeft; â of de Kleine Kroon der H. Maagd be-
112
staande uit driemaal âOnze Vaderquot; en twaalfmaal âWees gegroetquot; ter cere van haar kroon met twaalf sterren of voorrechten , â of de Getijden der Heilige Maagd zoo algemeen aangenomen en gebeden in de H. Kerk; of het kléine Psalmboek van Onze lieve Vrouw, dat de H. Bonaventnra te harer eere verzameld heeft en dat men niet, zonder diepe ontroering, om de teedere liefde en zalving die daarin doorstraalt, lezen kan ; â of veertien maal het âOnze Vader en het âWees gegroetquot; ter eere harer veertien vreugden; â of eenige andere gebeden, hymnen en lofzangen der H. Kerk; bijv. 't âSalve lieqinaquot;, 't âAlma,quot; 't Ave Begina coelorumquot; of 't Begina coeliquot; naar de verschillende tijden van het kerkelijk jaar; of het âAve maris stella''' â0gloriosa Domina1' of 't âMagnificat,quot; â of eenige andere godsvruchtoefeningen, waarvan de boeken overvloeien; â 7° te harer eere geestelijke liederen zingen; 8° voor Haar een zeker aantal hoofd- en kniebuigingen maken, bijvoorbeeld zestig of honderdmaal des morgens en daarbij de groetenis herhalen: âGegroet Maria, getrouwe Maagd,quot; ten
|
113 ciiule door hare tusschenkomst te verkrijgen, gedurende den dag aan de genade Gods getrouw te beantwoorden ; des avonds de groetenis â Wees gegroet, Moeder van barmhartigheid,'' om door Haar, aan God vergiffenis te vragen voor de zonden welke men gedurende den dag bedreven heeft; â 9° zorg dragen voor hare broederschappen, hare altaren versieren, hare beelden kronen en tooien; â 10quot; hare beelden in processies ronddragen of doen dragen en er voortdurend een bij zich hebben, als een machtig wapen tegen den duivel; â 11quot; hare beelden of haren naam laten vervaardigen en deze of in kerken, of in huizen, of op de poorten en bij den ingang der steden, kerken en huizen plaatsen; â 12°zich op eene bijzondere en plechtige wijze aan haar toewijden. Daar zijn nog vele andere oefeningen der ware godsvrucht tot de allerheiligste Maagd, welke de Heilige Geest aan godvreezende zielen geopenbaard heeft en die zeer dienstig zijn ter hciligir.g. Men kan deze breedvoeriger beschreven vinden in het werk âLo Paradis ouvert a Philagiequot; door den Eerw. Pater Paulus | ||
114
Barry, vim 't Gezelschap van Jezus. Dit werk handelt over het groot aantal devoties, die de Heiligen ter eere der allerheiligste Maagd beoefend hebben en die wonderveel bijdragen om de zielen te heiligen, mits ze behoorlijk verricht worden; dat wil zeggen: 1° met ecne goede en oprechte meening om God alleen te behagen, zich met Jezus, als met zijn laatste doeleinde, te vereenigen en den evennaaste te stichten ; 2quot; met aandacht zonder vrijwillige; verstrooidheid; 3quot; met godsvrucht zonder overhaasting en nalatigheid ; 4quot; met zedigheid en eene eerbiedige houding.
Nochtans durf ik openlijk verklaren dat ik, na bijna allo boeken die over de godsvrucht tot de Moeder Gods handelen, gelezen, â en hierover met de heiligste en geleerdste mannen dezer tijden gemeenzaam gesproken te hebben, â geene devotie tot Maria gevonden noch geleerd heb, die gelijk is aan die, welke ik ga uitlegtren. Geene trodsvrucht eiseht van ecne ziel meer offers voor God, onthecht haar meer van zichzelvc en van hare eigenliefde, doet haar getrouwer in de genade volharden en bewaart dc genade
115
beter in haar, vereenigt haar volmaakter en geleidelijker mot Jezus Christus, is glorievoller voor God, heiligmakender voor de ziel en nuttiger voor don even-monsch dan deze.
Dewijl de kern dezer godsvrucht in de vorming van de inwendige gostel-tonis des inensehen bestaat, zal zij niet door iedereen gelijkelijk begrepen worden. Eenigon zullen alleen bij het uitwendige dezer godsvrucht blijven stilstaan en niet verder doordringen ; en zoo zijn de meesten ; anderen, in geringer aantal, zullen tot het inwendige komen maar slechts één trap opklimmen. Wie zal den tweeden beklimmen, wie den derden bereiken? Wie, eindelijk zal deze godsvrucht als levensregel kiezen?
Hij alleen, wien de Geest van Jezus Christus dit geheim zal openbaren; de getrouwe dienaar, dien Hij daartoe zelf zal geleiden, om hem van genade tot genade, van deugd tot deugd te helpen voortgaan en tot de wedergeboorte in Jezus Christus en do volheid van Jezus' leeftijd op aarde en van zijne glorie in den Hemel te brengen.
HOOFDSTUK I.
Waarin de volmaakte Toewijding a-in Jezus
door Maria bestaat.
oLticii. «ii V/IJVJà gciijivvuriui^iitJiu mei
Jezus Christus, in onze verceniging en toewijding, zoo is de volmaaktste f') aller devoties buiten kijf die, waardoor onze gelijkvormigheid en onze vereeniging met Jezus Christus het innigst wordt en onze toewijding aan dat toonbeeld van alle , heiligheid het vohnaakst.
(') De zalige de Montfort zegt âde vollnanktstequot; aller devo-tics en de ccnig ware. Want or zijn verschil lende
andere devoties tot de Heilige Maagd, waarover de Montfort reeds gesproken heeft, die allerlofwaardigst zijn en die de Gelukzalige in het geheel niet verwerpt.
Ik meen deze opmerking hier te moeten maken, daar de titel aanleiding zou kunnen geven tot dit misverstand en den lezer zou doen gelooven, dat deze godsvrucht alleen de eenig ware is.
Is er dus sprake van ware godsvrucht, dan wil dit niets anders zeggen dan volmaaktste.
Noot van den Vcrt.
115
betei' in haar, vereenigt haar volmaakter en geleidelijker met Jezus Christus, is glorievoller voor God, heiligmakender voor de ziel en nuttiger voor den even-mensch dan deze.
Dewijl de kern dezer godsvrucht in de vorming van de inwendige gesteltenis des menseheu bestaat, zal zij niet door iedereen gelijkelijk begrepen worden. Eenigen zullen alleen bij het uitwendige dezer godsvrucht blijven stilstaan en niet verder doordringen ; en zoo zijn de meesten; anderen, in geringer aantal, zullen tot het inwendige komen maar slechts één tra]) opklimmen. Wie zal den tweeden beklimmen, wie den derden bereiken? Wie, eindelijk zal deze godsvrucht als levensregel kiezen?
Hij alleen, wien de Geest van Jezus Christus dit geheim zal openbaren; de getrouwe dienaar, dien Hij daartoe zelf zal geleiden, om hem van genade tot genade, van deugd tot deugd te helpen voortgaan en tot de wedergeboorte in Jezus Christus en tie volheid van Jezus' leeftijd op aarde en van zijne glorie in den Hemel te brengen.
HOOFDSTUK I.
Waarin de volmaakte Toewijding aan Jezus
door Maria bestaat.
-v omen. in v/iiAc gciijivvuniiiyiiuiU lliui
-lezus Christus, in onze vereeniging en toewijding, zoo is lt;lc volmaaktste f1) aller devoties buiten kijf die, waardoor onze gelijkvormigheid cn onze vereeniging met Jezus Christus het innigst wordt en onze toewijding aan dat toonbeeld van alle heiligheid het volmaakst.
( ) De zalige de Montfort zegt âde volmaaktstequot; allor devoties en niet de eenig ware. Want er zijn verschillende andere devoties tot de Heilige Maagd, waarover deMont-fort reeds gesproken heeft, die allerlofwaardigst zijn en die de Gelukzalige in het geheel niet verwerpt.
Ik meen deze opmerking hier te moeten maken, daalde titel aanleiding zou kunnen geven tot dit misverstand en den lezer zou doen gelooven, dat deze godsvrucht alleen de eenig ware is.
Is er dus sprake van ware godsvrucht, dan wil dit niets anders zeggen dan volmaaktste.
Noot van den Vcrt.
117
Wijl Maria nu liet meest gelijkvormig is aan Jezus Christus, zoo volgt hieir:t, dat de godsvrucht tot de allerheiligste Maagd, Jezus heilige Moeder, onder alle devoties ons het innigst toewijdt en het meest gelijkvormig maakt aan Onzen lieven Heer en dat bijgevolg hoe meer wij aan Maria toegewijd zijn, wij ook des te meer aan Jezus, haren Zoon, zullen behooren. Uit dien hoofde is de volmaaktste toewijding aan Jezus niets anders dan eene volmaakte ea algeheele toewijding van zich zei,ven aan de allerheiligste Maagd, of met andere woorden, eene volmaakte hernieuwing der doop-geloften. Dit nu is de godsvrucht, die ik wil blootleggen.
Deze godsvrucht bestaat dus Herin, dat men zich gansch en al aan de allerheiligste Maagd overgeve, om zoodoende door Haar geheel aan Jezus Cl -istus te behooren: Wij moeten haar toewijden :
1° ons lichaam met al zijne zintuigen en ledematen;
2° onze ziel met al hare vermogens;
3° onze tijdelijke goederen, die wij nu of later zullen bezitten.
118
4° onze inner'ijke en geestelijke goederen, zooals onze verdiensten, onze deugden en onze verleden, tegenwoordige en toekomstige goede werken; kortom, al wat wij in de orde der natuur en der genade bezitten en al wat wij in de toekomst in de orde der natuur, dei-genade en der glorie kunnen verkrijgen; en dit zonder eenig voorbehoud, zelfs niet van het kleinste geldstuk, van een haar of van de geringste goede daad ; en dit voor alle eeuwigheid en zonder aanspraak te willen maken op eenige andere belooning voor onze toewijding en verdiensten, dan op do eer in en door Haar aan Jezus Christus toe te behoo-ren, zelfs in de veronderstelling dal deze beminlijke Meesteres niet, zooals altijd, het vrijgevigste en dankbaarste aller schepselen zou zijn.
H ier is het de plaats op twee zaken in de goede werken opmerkzaam te maken, namelijk op de voldoening en op do verdienste, of wol met andere woorden op de voldoende cn verkrijgende en op de verdienstelijke waarde.
De voldoende of verkrijgende waarde van een goed werk, is eene goede daad,
119
in zooverre zij aan de straf, door de zonde verdiend, voldoet of eene andere genade erlangt; de verdienstelijke waarde of verdienste is eene goede daad, in zooverre zij de genade en de eeuwige glorie verdient.
Welnu in deze toewijding van ons zei ven aan de allerheiligste Maagd geven wij aan Maria de voldoende, verkrijgende en verdienstelijke waarde, met andere woorden, de voldoeningen en verdiensten van al onze goede werken. Wij geven Haar onze verdiensten, genaden en deugden, niet opdat Zij ze aan anderen toevoege, (want onze verdiensten, genaden en deugden zijn eigenlijk niet toevoeglijk; Jezus alleen door zich voor ons borg te stellen bij zijn hemelschen Vader, heeft ons zijne verdiensten kunnen toevoegen), maar opdat Zij ze voor ons beware, ver-meerdere en verbetere, zooals wij elders zullen uitleggen. Wij geven Haar onze voldoeningen, opdat Zij ze, tot grootere eere Gods, toevoege aan wien Zij goedvindt.
Uit dit alles leiden wij af:
1° dat wij, omdat het door Maria's bemiddeling plaats heeft, door deze
120
godsvrucht op de volmaaktste wijze, aan Jezus geven; al wat wij Hem kunnen geven en veel meer dan door andere devoties, die slechts cene gedeeltelijke overgave vorderen, hetzij van onzen tijd. hetzij van onze goede werken, hetzij van onze voldoeningen en verstervingen. Deze godsvrucht vereischt een algeheelen afstand, waaronder zelfs begrepen is het recht om over onze inwendige goederen en voldoeningen, die wij van dag tot dag door onze goede werken aanwinnen, te beschikken.
Dit heeft zelfs in geene kloosterorde plaats. In de kloosterorden geeft men aan God de goederen der fortuin dooide gelofte van armoede, de goederen des lichaams door de gelofte van zuiverheid, den eigen wil door de gelofte van gehoorzaamheid en soms de vrijheid door de gelofte van afzondering. Maar men geeft God niet het recht of de vrijheid, welke men heeft om over de waarde zijner goede werken te beschikken en men ontdoet zich niet zooveel men kan van hetgeen den Christen het kostbaarst en dierbaarst is, namelijk van zijne verdiensten en voldoeningen.
121
2° Hij die zich ixldiis vrijwillig door Maria aan Jezus toegewijd en opgeofferd heeft, kan over de waarde zijner goede werken niet meer beschikken: al wat hij lijdt, denkt, zegt of doet behoort aan Maria, opdat Zij hierover, volgens den wil van haren Zoon en tot zijne meerdere glorie, beschikkc. Deze afhankelijkheid van Jezus' Moeder doet evenwel niet in het minst afbreuk aan de verplichtingen van den levensstaat, dien men gekozen heeft of nog kiezen zal, bijv. aan do verplichtingen eens priesters, die uit kracht zijner bediening of om andere redenen gehouden is de voldoende of verkrijgende waarde der H. Mis aan ecu persoon in 't bijzonder toe te voegen. Deze toewijding immers geschiedt niet dan overeenkomstig de beschikking Gods en de plichten van zijn staat.
3° Door deze godsvrucht wijdt men zich tegelijkertijd aan Jezus en aan Maria toe; aan Maria, als aan den volmaakt-sten weg, dien de Goddelijke Heiland uitgekozen heeft om zich met ons en ons met zich te vereenigen ; aan Jezus, als aan het laatste doeleinde, waaraan
--
wij alles, als aan onzen Verlosser en God, verschuldigd zijn.
Ik zeide boven dat deze godsvrucht zeer wel eene volmaakte hernieuwing der doopgeloften kan genoemd worden. En terecht: ieder Christen toch was vóór zijn Doopsel slaaf des duivels, omdat hij dezen toebehoorde, maar in dit H. Sacrament heeft hij, of persoonlijk of door tusschenkomst van peter en meter plechtig verzaakt aan den duivel, aan zijne ijdelheden en aan zijne werken en Jezus tot zijn Meester en Koning uitverkoren om van Hem als slaaf uit liefde afhankelijk tc zijn. Welnu, ditzelfde heeft door deze godsvrucht plaats ; (zooals men in het formulier der Opdracht aan het einde van dit werkje kan zien) men verzaakt aan den duivel, aan de wereld, aan de zonde en aan zich zelven en men geeft zich geheel en al door Maria's handen aan Jezus. Ja, men verricht zelfs iets meer, want in 't Heilig Doopsel geschiedt deze Opdracht gewoonlijk door den mond van peter en meter en men wijdt zich slechts aan Jezus too door tusschenkomst eens gevolmachtigden, â terwijl in deze gods-
123
vrucht de opdracht van zich zeiven uit vrije keuze en met volkomen kennis plaats heeft. In het H. Doopsel wijdt men zich niet aan Jezus door Maria toe, ten minste niet uitdrukkelijk en men geeft Jezus ook niet de waarde zijner goede werken; na het Doopsel toch heeft men alle vrijheid deze naar goedvinden of oj) iemand toe te passen of voor zich zeiven te houden. Doch in deze godsvrucht wijdt men zich uitdrukkelijk, door Maria aan Jezus Christus toe en geeft Hem de waarde van ai zijne goede werken.
âDe menschen,quot; zegt de H. Thomas, âbeloven in het H. Doopsel aan den duivel en zijne ijdelheden te verzaken.quot; (*) âDeze gelofte is, naar het gevoelen van den H. Augustinus , de verhevenste en onmisbaarste.quot; (2) Hiermede stemmen ook de Canonisten overeen; âde voornaamste gelofte is die des Doopsels.quot; (3) Edoch, wie bewaart deze zoo gewich-
(') In Baptismo vovent homines abrenuntiare diabolo et pompis ejus.
C) Votum maximum nostrum, quo vovimus nos Christo esse mansuros.
(8) Praecipuum votum est quod in Baptismate facimus.
124
tige gelofte? Wie leeft de doopgelofte getrouw na? Ven-aden niet bijna alle Christenen de trouw, die zij aan Jezus Christus in liet H. Doopsel gezworen hebben ? Waaraan anders moet liet heden-daagsch zoo algemeen heersehend zedenbederf toegeschreven worden dan aan het vergeten der doopgeloften en verbintenissen van dit H. Sacrament en aan het vergeten des verbonds, door tus-schenkomst van peter en meter tegenover God gesloten? Dit is zoo waar, dat het Concilie van Sens, op last van Lodewijk don Goedcrtierenc bijeengeroepen, teu einde de wanordelijkheden die zijn koninkrijk verwoestten, tegen te gaan, oordeelde, dat de oorzaak van dit zedenbederf vooral gelegen was in de vergetelheid en de onwetendheid waarin men verkeerde aangaande de verbintenissen des H. Doopsels en geen krachtiger middel vond om deze groote ramp te verhelpen dan de Christenen aan te sporen hunne Doopgeloften te hernieuwen.
De Catechismus der Kerkvergadering van Trente, getrouwe verklaarder van dit Concilie, âvermaant de zielzorgers
ld
125
deze zelfde oefening te omhelzen en hunne onderhoorigen vaak voor oogen te houden, dat zij verbonden zijn met Jezus Christus en Hem toebehooren, als slaven aan hun Verlosser en Heer^1) Wanneer nu de Kerkvergaderingen, de Kerkvaders en do ondervinding zelf ons leeren, dat het beste middel om het zedenbederf der Christenen tegen te gaan hierin bestaat: dat men hun de verbintenissen van hun H. Doopsel in het geheugen terugroept en hen aanspoort de geloften, welke zij daarin aangegaan hebben, te hernieuwen; is het dan niet redelijk dat men zulks thans zoo volmaakt mogelijk ten uitvoer brenge, door zich geheel en al aan Onzen Heer door zijne heilige Moeder toe te wijden? Ik zeg zoo volmaakt mogelijk, want men bedient zich voor deze toewijding aan Jezus van het volmaaktste aller middelen, namelijk van de allerheiligste Maagd. M en kan hier niet tegenwerpen dat deze godsvrucht nieuw en aan ieders keuze
(') Parochus fidoloni populum ad earn rationeui cohor-tabitur ut sciat acquissinuim esse... nos ipsos, nonseens ac mancipia Redemptori nostro et Domino in perpetuum addieove et consecrare. (Cat. Cone. Trid. pars 1. art. 2,
S 19.)
126
is overgelaten; zij is niet nieuw, daar de Concilies, de Kerkvaders en vele schrijvers zoowel van vroegeren als late-ren tijd over deze r.ocwijding aan Jezus Christus door de hernieuwing der doop-geloften spreken, als over eene van oudsher beoefende godsvrucht en ze aan alle Christenen aanbevelen. Zij is ook niet aan ieders keuzo overgelaten, daar de bron waaruit alle wanorde en dus ook de verdoeming van vele Christenen voortspruit, geen andere is; dan de vergetelheid en onverschilligheid betrekkelijk de doopgeloften.
Men zal wellicht zeggen, dat deze godsvrucht, dewijl zij ons door Maria's handen de waarde voor al onze goede werken, gebeden, verstervingen en aalmoezen aan Jezus doet geven, ons in de onmogelijkheid brengt om de zielen onzer bloedverwanten, vrienden en weldoeners bij te staan.
Hierop antwoord ik : 1quot; het is niet te gelooven, dat onze bloedverwanten, vrienden en weldoeners schade zullen lijden, omdat wij ons onherroepelijk aan den dienst van Onzen Heer en zijne heilige Moeder toegewijd hebben. Zulks te ver-
127
onderstellen, zou eenc beleediging zijn van Jezus' en Maria's macht en goedheid, die onze bloedverwanten, vrienden en weldoeners met onze geringe geestelijke verdiensten of langs andere wegen wel zullen weten bij te staan. Deze oefening belet ons niet, al hangt ook de toepassing onzer goede werken van den wil der allerheiligste Maagd af, om voor anderen, iietzij afgestorvenen of levenden te bidden: zij spoort ons veeleer aan om met meer vertrouwen te bidden. Het is hiermede als met een rijk man, die al zijne bezittingen aan een maehtig prins geschonken heeft om hem grootere eer te bewijzen. Deze kan voorzeker den prins met meer vertrouwen verzoeken om een aalmoes voor een zijner hulpbehoevende vrienden. Zal het den prins veeleer geen genoegen doen, dat hij in de gelegenheid gesteld wordt om zijne erkentelijkheid te betuigen jegens iemand, die zich van het zijne beroofd heeft om het hem te schenken, die zich verarmd heeft om hem grootere hulde te bewijzen? Hetzelfde moet van Onzen Heer en van de machtige Hemelkoningin gezegd worden ; Zij zullen zich
128
nooit in erkentelijkheid laten overtreffen.
Iemand stelt zich misschien de vraag: Indien ik de heilige Maagd do gehecle waarde mijner werken overgeef om Haar de vrije keuze te laten deze toe te passen oj) wie zij wil, zal ik waarschijnlijk een gernimen tijd in het vagevuur moeten doorbrengen.quot; Deze opwerping, welke uit eigenliefde en onbekendheid met Jezus' en Maria's milddadigheid voortkomt, weerlegt zich zelve. Of zal oen ijverige en edelmoedige dienaar van Maria, die de belangen Gods meer behartigt dan de zijne, die God alles zonder voorbehoud overgeeft wat hij bezit, zoodat bij niet meer kan schenken, â zal deze vrijgevige godvruchtige, ik vraag het u, in het andere leven gestraft worden, wijl liij edelmoediger en belangeloozer is geweest dan anderen? Duizendmaal neen, want juist jegens dezen getrouwen dienaar zullen Jezus Christus en zijne heilige Moeder in dit en het andere leven in de orde der natuur, der genade en der glorie het vrijgevigst zijn.
Laten wij nu in 't kort de beweegredenen aanstippen, die deze godsvrucht voor ons aanbevelenswaardig maken.
Vervolgens zullen wij uitweiden over de wonderen, welke /.ij in de zielen der ö-eloovisren voortbrengt en ten slotte hare voornaamste oefeningen aangeven.
HOOFDSTUK II.
Beweegredenen tot deze volmaakte Toewijding.
tE^erste beweegreden. Deze wijst ons i Sr* op de uitmuntendheid dezer Toewijding van ons zeiven aan Jezus Christus door Maria.
Kan men op aarde geen verhevener dienst uitdenken dan de dienst van God; is de minste dienaar Gods rijker, machtiger en edeler dan alle keizers en koningen dezer aarde, ââ verondersteld dat zij God niet getrouw dienen â hoe groot zijn dan niet de rijkdommen, de macht en de waardigheid van een getrouwen en volmaakten Christen, die zich aan den dienst Gods, geheel en al, zonder voorbehoud en in zooverre het hem mogelijk is, toegewijd heeft ? Jezus' en Maria's trouwe en liefdevolle slaaf, die
131
zich gchoel aan den dienst van dien Koning dor koningen toegewijd hooft, door de handen zijner heilige Moeder, zonder iets voor zich zolven te behouden, smaakt een geluk waartegen hot gond der aarde en de pracht tier hemelen niet kunnen opwegen.
Andere congregaties, instellingen en broederschappen ter cere van Onzen Goddelijken Zaligmaker en van Zijne heilige Moeder ingesteld en die zooveel voordeel verschaffen aan de Christenen, schrijven hunnen leden niet voor alles zonder voorbehoud te geven, maar vorderen slechts van hen zekere werken en oefeningen en laten hun alle vrijheid over hunne andere handelingen en over het gebruik van den hun nog ovcrblij-den tijd.
Onze godsvrucht daarentegen eischt van den trouwen slaaf, dat hij aan Jezus en Maria zonder voorbehoud geve: al zijne gedachten, woorden, werken en wederwaardigheden zijns levens; zoodat hij, hetzij hij waakt of slaapt, hetzij hij drinkt of eet, zoowel in de grootste als in de kleinste werken â altijd in waarheid kan uitroepen, dat al wat hij doet,
zonder er aan tc denken, aan Jezus en Ma/a, krachtens zijne Toewijding, toebehoort, mits hij deze opdracht niet uitdrukkelijk heeft herroepen. Wat een troost is dit niet!
Er bestaat geene andere oefening, waardoor men zich zoo gemakkelijk ontdoet van de zucht naar bezitting, welke onmerkbaar in de beste handelingen binnensluipt. De goede Jezus verleent deze sn-ootc genade tot bclooning der held-liaftigc en belangelooze daad waardoor men Hem de geheele waarde zijner goede werken, door de handen van de Koningin van Hemel en aarde, afstond. Beloont de liefdevolle Verlosser reeds op deze wereld met het honderdvoudige degenen, die uit liefde tot Hem, de uitwendige, tijdelijke en vergankelijke goederen verlaten; wat zal Hij dan niet schenken aan degenen, die hem zelfs hunne inwendige en geestelijke goederen afstaan!
Jezus, onze grootste Vriend, heeft zich zonder voorbehoud, met ziel en lichaam, met zijne deugden, genaden en verdiensten aan ons geschonken: âH'j heeft mij geheel voor zich gewonnen, zegt de H. Bernardus, door zich geheel aan mij
133
te geven.quot; (') Is het daarom niet billijk en vordert de dankbaarheid niet, dat wij Hem alles zooveel wij kunnen weergeven? Hij is hot eerst vrijgevig jegens ons geweest, laten wij het ook op onze beurt zijn jegens Hem, en Hij zal voor ons des te vrijgeviger zijn gedurende ons leven, bij onzen dood en in allo eeuwigheid: âMet den vrijgevige zal Hij vrijgevig zijn. (2)
TWEEDE BEWEEGREDEN. Deze bewijst ons dat hot rechtmatig is in zichzelf en voordeelig voor de Christenen zich geheel en al aan de allerheiligste Maagd toe te wijden, ten einde volmaakter Jezus toe te behooren.
Die goede Meester heeft het niet beneden zich geacht om zich op te sluiten in den schoot der heilige Maagd, als een gevangene, een slaaf uit liefde en Haar, gedurende dertig jaren onderdanig en gehoorzaam te zijn. Bij dit geheim, ik herhaal 't, verstomt 's menschen verstand, wanneer het deze gedragslijn der
C1) Se toto totum me comparavit. (9) Cumliberali liberalis ent.
134
menschgeworden Wijsheid ernstig overweegt, die zieh niet rechtstreeks aan de mensehen heeft willen schenken, maar door de allerheiligste Maagd; die op de wereld wilde komen, niet als een volwassen en onafhankelijk mensch, maar als een armoedig en klein kind, afhankelijk van do zorgen en de oppassing zijner Moeder. Deze oneindige Wijsheid, die een overgroot verlangen had den god-delijken Vader te verheerlijken en de mensehen te verlossen, vond, ter bereiking van haar doel, geen volmaakter en korter middel, dan zich in alles aan de allerheiligste Maagd to onderwerpen, niet alleen gedurende de acht, tien of vijftien eerste jaren haars levens, gelijk vele andere kinderen, maar gedurende dertig jaren. In deze onderwerping heeft Jezus zijn goddelijken Vader meer verheerlijkt, dan wanneer Hij gedurende dien tijd wonderen gewrocht, over de geheele wereld gepredikt en de mensehen bekeerd had. De hemelschc Vader had het aldus beschikt: âAl wat Hem aangenaam is, volbreng ik altijd.quot; (')
135
O, hoezeer verheerlijkt men God, door zich, naar Jezus' voorbeeld, aan Mana te onderwerpen !
Zonden wij, een zoo duidelijk en der gcheele wereld bekend voorbeeld voor oogen hebbende, nog zoo dwaas zijn, om een volmaakter en eenvoudiger middel, ter verheerlijking Gods, te willen zoeken, dan de onderwerping aan Maria, naar Jezus' voorbeeld ?
Tot bewijs, dat wij van Maria afhankelijk moeten zijn, herinner u het-hetgeen ik vroeger gezegd heb, toen ik het voorbeeld aanhaalde dat God de Vader, God de Zoon en God de H. Geest ons betrekkelijk deze af hankelijk-heid gegeven hebben. God de Vader heeft zijn Zoon niet gegeven en geeft Hem niet dan door Haar; Hij neemt geene kinderen aan en deelt zijne genaden niet mede dan door Haar. God de Zoon is voor iedereen in het algemeen niet gevormd en ter wereld gekomen
Deze zin mot tekst is in de Franschc uitgaven inge-laseht maar bestaat niet in het handschrift. In de plaats daarvan staat: âWas het anders geweest dan had de Goddelijke Wijsheid dit gedaan.quot; d. i. de wonderen enz.
Xoot v. cl. Vert.
136
clan door Haar ; wordt dagelijks niet opnieuw geboren dan door Haar, in ver-eeniging met den heiligen Geest en deelt zijne verdiensten en deugden niet nit dan door Haar. ( M
De heilige Geest heeft Jezus Christus niet gevormd dan door Haar, vormt de ledematen niet van zijn geheimzinnig lichaam dan door Haar en maakt ons niet deelachtig aan zijne gaven dan door Haar.
Zouden wij na zoo vele en zoo dringende voorbeelden der allerheiligste Drie-ëenheid, zonder eene uiterste verblindheid, Maria kunnen voorbijgaan, ons niet aan Haar toewijden en ons niet van Haar afhankelijk maken, om tot God te geraken en ons aan God op te offeren.
Hier volgen tot staving mijner gegevens eenige plaatsen uit dc Kerkvaders : âMaria heeft twee zonen, een God-
(') Maria kan naar believen uit de schatten 'der li. Drieëenheid putten.
Zij is de Schutbewaarster van God (S. Bernardin. senn. dc Purif. â Alle ons gedane barmhartigheid komt ons toe door Maria (S. Anton Summa pars 4: tit. cap. 20).
Gccne genade daalt uit den hemel op aarde tenzij door de handen van Maria. (S. Bernard. Senn. 3 in Vigil. Nativ. Domini, num. 9.)
Noot. v. (I. vort.
137
mensch en ecu zuivere niensch ; van den eenen is Zij Moeder op lichamelijke van den anderen op geestelijke wijze.quot; (') âHet is de wil Gods, dat wij alles door Maria verkrijgen en dus aan Haar vragen al wat het geloof, dc genade en de zaligheid kan bevorderen.quot; (2)
âAl de gaven, deugden en genaden des Heiligen Gecstes, geeft Zij aan wie Zij wil, wanneer Zij wil, hoe Zij wil en zooveel Zij wil.quot; (3)
âOnwaardig als gij waart iets persoonlijk te ontvangen, is het aan Maria gegeven, opdat gij het door Haar zoudt verkrijgenquot; (4).
Daar God weet, zegt dc H. Bernardus, dat wij onwaardig zijn om zijne genaden onmiddellijk uit zijne hand te ontvangen, geeft Hij ze aan Maria, opdat wij van Haar alles zouden verkrijgen, wat Hij
(') Duo filil Mariae sunt, homo Deus et homo purus; unius corporaliter et alterius spiritiualiter. Mater est Maria. (S. Bonav. et O rig.)
(2) Haee est voluntas Dei, qui totum nos voluit habere per Mariam, ac pronide si quid spei, si quid gratiae, si quid salutis, ab ca noverimus redundare. (S. Aug.)
r') Omnia dona, virtutes,gratiae ipsius Spiritus rancti, quibus vult et quando vult, quomodo vult, quantum vult, per ipsius manus administrantur. (S. Bernardinus).
(4) Qui indignus eras cui daretur, datum est Mariae, ut per earn aceiperes quidquid habeas. (S. Bernard.)
138
ons wil geven. Hij vindt er ook zijne verheerlijking in van den dank, den eerbied on de liefde, die wij Hem om zijne weldaden verschuldigd zijn, door Maria's tusschenkomst, te ontvangen.
Het is dus zeer billijk, dat wij deze gedragslijn Gods tot de onze maken, opdat, zegt dezelfde Heilige, de genade door hetzelfde kanaal, waardoor zij tot ons is gekomen, tot haren gever terug-keerequot;. (')
Dit alles heeft in de godsvrucht die wij aanbevelen plaats. Men offert en draagt zich zeiven en al wat men bezit aan de allerheiligste Maagd op, opdat onze Heer Jezus Christus door hare bemiddeling, de glorie en den dank ontvange, die men Hem verschuldigd is. Men acht zich onwaardig en onbekwaam om persoonlijk tot zijne goddelijke Majesteit te naderen en bedient zich daarom van de tusschenkomst der allerheiligste Maagd.
Door deze oefening bovendien geeft men blijk van diepen ootmoed, eene deugd die God, boven alle andere, aangenaam is. Wie zich verheft wordt door God
(') Ut codem alvo ad Largitorem gratia redeat quo flux it.
139
vernederd, wie zich vernedert, wordt door God verheven. God weerstaat den hoogmoedige en schenkt den nederigen zijne genade. Indien gij u vernedert, u onwaardig achtende voor zijn aangezicht te verschijnen en tot Hem te naderen, daalt Hij neder en vernedert zich om tot u te komen, in u zijn welbehagen te nemen en u, ondanks n zeiven, te verheffen. Maar ook integendeel, zoo men stoutmoedig tot God, zonder middelaar nadert, dan verwijdert zich God en kunt gij Hem niet bereiken.
O, hoe innig bemint Hij de ootmoedigheid des harten I Deze godvruchtige oefening nu brengt ons tot die nederigheid ; want zij leert ons nooit uit eigen beweging tot Onzen Goddelijken Zaligmaker, hoe zachtmoedig en baiiiihartig H'j ook zij, te naderen; maar zich altoos van de tusschenkomst der allerheiligste Maagd te bedienen, hetzij om voor God te verschijnen, of om Hem te spreken of om tot Hem te naderen, hetzij om Hem iets aan te bieden of om zich met Hem te vereenigen en aan Hem toe te wijden.
Derde beweegbeden. 1° De allerhci-ligste Maagd Maria, die eene zachtmoc
140
dige en mededoogende Moeder is en zich nooit in liefde en vrijgevigheid laat overtreffen, ziende dat men zich geheel aan Haar geeft om Haar te eeren en te dienen en zich van het dierbaarste wat men bezit berooft om Haar te verrijken, geeft zich ook geheel en op wonderdadige wijze aan hem, die Haar alles schenkt. Zij laat hem putten tot op den bodem harer genadeschatten, verrijkt hem met hare verdiensten, steunt hem met hare macht, verlicht hem met iiaar licht, ontvlamt hem door hare liefde, maakt hem deelachtig aan al hare deugden, hare nederigheid, haar geloof, hare zuiverheid enz. en stelt zich borg. Voorspreekster en Middelares bij haren Zoon Jezus. Daar eindelijk deze dienaar geheel aan Maria is toegewijd, is Maria het ook aan hem, zoodat men van dit volmaakt kind van Maria met den H. Joannes, den Evangelist, zeggen kan: rdat hij de heilige Maagd voor zijn al heeft genomen *).quot;
Dit boezemt hem, zoo hij getrouw blijft, eene diepe verachting, een groot wantrouwen en een grooten haat in
*) Accepiteam discipulus in sua. s. Joann. XIX, 27.
li
141
voor zich zeiven en bezielt hem met een groot vertrouwen en eene algeheele overgeving aan de heilige Maagd, zijne goede Meesteres. Hij stelt niet meer, zooals vroeger, zijn steun in zijne neigingen, meeningen, verdiensten en goede werken; want daar hij deze geheel, door zijne goede Moeder, aan Jezus heeft opgeofferd, heeft hij nog slechts éene schatkist, waarin al zijne goederen bewaard worden, en deze schatkist, welke Maria is, heeft hij niet meer in bezit. Dientengevolge nadert hij tot Jezus Christus, zonder slaafsche of angstvallige vrees en bidt Hem met veel vertrouwen. Dientengevolge ook kan hij het gevoelen van een vromen en geleerden priester, Rupertus, tot het zijne maken, die, zinspelende op Jacob's overwinning over den Engel, tot de heilige Maagd deze heerlijke woorden richt: âO Maria, âmijne Vorstin en maagdelijke Moeder âvan den Godmensch, Jezus Christus, âik durf, gewapend, niet met mijne âeigen verdiensten maar met de uwe, âworstelen met dezen Mensch, te âweten, het Goddelijk Woord.quot; 1) O
1
O Domina, Doi Genitrix et incorrupta Mater Dei et
142
hoe sterk en machtig is men tegenover Jezus Christus, wanneer men gewapend is met de verdiensten en de voorspraak dier waardige Moeder Gods, die, zooals de H. Augustinus zegt, den Allerhoogste door liefde overwonnen heeft.
2°. Dewijl men door deze oefening al zijne goede werken, door Maria's handen, aan God geeft, worden ze door die goede Meesteres gezuiverd, versierd en aannemelijk gemaakt voor God.
1°. Zij zuivert ze van alle smet der eigenliefde en van do onmerkbare gehechtheid aan het schepsel, die langzamerhand de beste handelingen bevlekt. Zoodra zij in hare zuivere en vrijgevige handen komen, verwijderen deze zelfde onbesmette en alles reinigende handen, de bedorvenheid en onvolmaaktheid, welke aan het Haar aangebodene kunnen kleven.
2quot;. Zij verfraait ze, door ze met hare verdiensten en deugden te versieren. Eene vergelijking maakt dit duidelijk. Ik veronderstel dat een landman, om
hominis, non meis sed tuis armatus meritis, cum isto viro seu Verbo Dei, luctari cupio (Rup. Prolog, in Cantic.)
143
de vriendschap en welwillendheid des konings te winnen, zich tot de koningin wendt en haar een appel, die al zijn vermogen uitmaakt, aanbiedt, opdat zij dezen den koning ter hand stelle. De koningin nu, na ontvangst van dit armoedig geschenk, legt het op een grooten, heerlijken gouden schotel en biedt dien dei? koning in naam des landmans aan.. De appel, die op zich zelf een den koning onwaardig geschenk was, zal nu, ter oor-zake van den gouden schotel en de persoon die dezen aanbiedt, een zijner majesteit waardig geschenk worden.
3°. Zij biedt die goede werken aan Jezus Christus aan; want Zij behoudt hoegenaamd niets van hetgeen men Haar schenkt; alles geeft Zij getrouw aan haren Zoon weder. Schenkt men Haar iots, zoo schenkt men het ook noodzakelijk aan Jezus; looft en verheerlijkt men Haar, zoo looft en verheerlijkt Zij tegelijkertijd Jezus. Nu, gelijk eertijds bij Elisabeth's lofspraak, heft Zij, wanneer men Haar looft en zegent, haren lofzang aan:
Mijne ziel verheft den Heere. 1)
1
Magnificat anima mea Dominum.
144
4°. Zij bewerkt, dat Jezus die goede werken aanneemt, hoe klein en arm het geschenk ook zij voor dien Heilige dei-Heiligen en dien Koning der koningen. Wanneer men Jezus iets, uit eigenbeweging en steunend op eigen krachten, aanbiedt, dan onderzoekt Hij eerst het geschenk en verwerpt het vaak om de smet van eigenliefde, die er aan kleeft. Zoo ook verwierp Hij eertijds de offers der Joden, die met eigenliefde vervuld waren. Maar als men Hem iets aanbiedt door de zuivere en maagdelijke handen zijner welbeminde Moeder, dan tast men Hem in zijn zwak â indien het mij geoorloofd is deze woorden te gebruiken â ; dan let Hij niet zoozeer op hetgeen Hem aangeboden wordt, als op zijne goede Moeder, die het aanbiedt; dan geeft Hij niet zoozeer acht vanwaar het geschenk komt, als door wie het Hem geworden is. Zoo bewerkt dus de machtige oppervorstin, die door haren Zoon nooit afgewezen, maar altoos welwillend ontvangen wordt, dat al wat Zij Hem aanbiedt, klein of groot, door Zijne goddelijke Majesteit met welgevallen aangenomen wordt.
145
Het is voldoende dat Maria het aan-biede, opdat Jezus het aanvaarde en in ontvangst neme. Dit is de gewichtige raadgeving, welke de H. Bernardus gaf aan hen, die hij tot de volmaaktheid opleidde : âWilt gij iets aan God opdra-âgen, zorgt dan, zoo gij niet wilt afge-âwezen worden, het door Maria's zeer âaangename en zeer waardige handen âaan te bieden 1).quot;
Is dit trouwens niet de natuurlijke handelwijze van de minderen tegenover de meerderen, gelijk wij gezien hebben? W aarom zou de genade er ons dan niet toe overhalen, om hetzelfde te doen ten opzichte van God, die oneindig boven ons verheven is en met Wien vergeleken, wij minder zijn dan het nietigste stofdeeltje? Bovendien, hebben wij niet eene Voorspreekster, zóó machtig dat Haar nooit iets geweigerd wordt; zóó vernuftig, dat- zij al de geheimen kent om Gods hart voor zich in te nemen; zóó goed en liefderijk, dat Zij niemand
1
Modicum quid offerre desideras, inanibus Mariae offerendum tradere curas si non vis sustinere repulsam. S. Born. Lib. do Aquaed.).
14G
verstoot, hoe gering en boos hij ook zijn moge.
Dit alles zal ik later in de geschiedenis van Jacob en van Rebecca in een sprekend beeld afschilderen.
Vierde beweegreden. Deze godsvrucht, getrouw in beoefening gebracht, is een voortreffelijk middel, om de waarde van al onze goede werken tot meerdere eere Gods te doen dienen. Hetzij men deze meerdere eere niet weet te bevorderen, hetzij men zulks niet wil weten, bijna niemand, ofschoon men er toch verplicht toe is, handelt met dit edel doel. Doch daar de heilige Maagd, aan wie men de waarde en verdienste der te verrichten goede werken afgestaan heeft, zeer goed weet waarin de meerdere eere Gods bestaat en alles in het werk stelt om die te bevorderen, zoo kan een trouw dienaar dezer goede Moeder, geheel aan Haar toegewijd, gerust verklaren, dat de waarde van al zijne daden, gedachten en woorden, mits hij zijne opdracht niet uitdrukkelijk herroepen hoeft, tot meerdere eere Gods aangewend wordt.
Kan er iets troostrijkers uitgedacht worden voor eene ziel, die den Heere
147
met eene zuivere en belangelooze liefde bemint en die de glorie en de belangen Gods boven de zijne stelt?
Vijfde beweegeeden. Deze god-vruclitige oefening is een gemakkelijke, korte, volmaakte en zekere weg om tot de vereeniging Gods, waarin de volmaaktheid van den Christus bestaat, te geraken.
T. Het is een gemakkelijke weg; een weg, dien Jezus genomen heeft, toon Hij tot ons kwam, een weg, waarop zich geene hinderpalen bevinden om tot Hem te komen. Men kan wel is waar langs andere wegen tot de vereeniging met God komen ; maar dan zal men te kampen hebben met veel meer kruisen, met onverwachte wisselvalligheden en andere moeilijkheden, welke wij slechts zeer bezwaarlijk zullen te boven komen. Men zal zich als in een donkeren nacht verplaatst zien, een feilen kamp en doodsstrijd te verduren hebben, steile bergen moeten bestijgen, over scherpe doornen heengaan en naakte en vreeselijke woestenijen moeten doorreizen. Maar op Maria's weg wandelt men veel zachter en geruster. Daar zal men ook wel een hevigen strijd te strijden en groote
148
moeilijkheden te overwinnen hebben, maar die goede Moeder en Meesteres schaart zich zoo dicht aan de zijde van hare getrouwe dienaren, om hen in hunne duisternissen en weifelingen voor te lichten, tegen hunne vreesachtigheid te verharden en in hunne aanvechtingen en moeilijkheden te ondersteunen, dat deze maagdelijke weg om tot Jezus te komen, in vergelijking van de andere wegen, inderdaad een weg vol honig en rozen is. Er worden eenige Heiligen gevonden, maar in kleinen getale, zooals de H.Ephrem, deH. Joannes Damascenus, de H. Bernardus, de H. Bernardinus, de H. Bonaventura, de H. Franciscus van Sales enz., die langs dezen gemakkelij-ken weg zijn gegaan om tot Jezus Christus te komen, dewijl de H. Geest, Maria's getrouwe Bruidegom, hun dien door eene bijzondere genade had aangewezen; maar andere Heiligen, en in veel grooter getal, hebben wel allen een groote godsvrucht tot Maria gehad, doch hebben dien weg niet of zeer weinig bewandeld. Daarom ook hebben zij met moeielijkcr en gevaarvoller beproevingen te kampen gehad. Hoe komt het dan, zullen mij
eenige ware kinderen van Maria zeggen, dat de getrouwe dienaren dier goede Moeder zooveel gelegenheid hebben om te lijden en dat zij inderdaad meer lijden dan andere aan Maria minder verknochte kinderen? Zij worden tegengesproken, vervolgd,gelasterd; men kan hen niet verdragen; of wel zij wandelen in inwendige duisternissen en in woestenijen, waar geen enkele druppel van 's hemels regen nedervalt. Indien nu deze godsvrucht tot de H. Maagd den weg om Jezus Christus te vinden gemakkelijker maakt, hoe komt het dan, dat zij het meest veracht worden? lie antwoord, dat Maria's getrouwste dienaren, als zijnde hare bevoorrechte gunstelingen, van Haar zonder twijfel de grootste genaden en gunsten des Hemels, die de kruisen zijn, ontvangen; maar ik durf beweren, dat het ook Maria's dienaren zijn, die deze kruisen met meer gemakkelijkheid, met meer vèrdienste en met meer eere dragen. Wat een ander duizendmaal zou tegenhouden of doen vallen, weerhoudt hen niet éénmaal, maar doet hen veeleer vooruitgaan. De reden ligt hierin, dat Maria, die liefdevolle Moeder,
150
vol van genade en zalving des Heiligen Geestes, al die kruisen, welke zij hun overzendt, in de suiker harer moederlijke zoetigheid en in de zalving der zuivere liefde inlegt, zoodat zij ze blijgemoed, als ingelegde vruchten beschouwen, alhoewel zij op zich zelve zeer bitter zijn. Mijns inziens zal nooit iemand, die Maria wil vereeren en een godvruchtig leven leiden in Jezus Christus en dus vervolging zul lijden en zijn kruis dagelijks torsen, â zware kruisen kunnen dragen, zonder eene teedere godsvrucht tot de H. Maagd, die de zoetheid der kruisen is. Evenzoo zal niemand, zonder zich veel geweld aan te doen, het lang kunnen volhouden, groene vruchten te eten, die niet in suiker ingelegd zijn.
II. Deze godsvrucht tot de H. Maagd is een korte weg om Jezus Christus te vinden. Hij is kort: hetzij omdat men daarop niet verdwaalt, hetzij omdat men, zooals ik gezegd heb, daarop met meer gemak en blijmoedigheid en bijgevolg met meer vaardigheid wandelt. Men vordert meer in weinige dagen van onderwerping en afhankelijkheid aan Maria,
151
dan in vele volle jaren van eigen wil en eigen steun. Want een gehoorzaam en aan de heilige Maagd onderworpen mensch, zal schitterende overwinningen behalen over al zijne vijanden. Men zal hein wel is waar beletten te loopen, of dwingen achteruit te gaan, of trachten hem te doen vallen ; maar met Maria's steun, hulp en geleide, zal hij, zonder te vallen, zonder achteruit te gaan en zelfs zonder te toeven, met reuzenschreden en in korten tijd tot Jezus Christus snellen, langs denzelfden weg, dien Jezus Christus genomen heeft om tot ons tc komen.
Waarom, meent gij, heeft Jezus Christus zoo korten tijd op aarde vertoefd en, gedurende die ettelijke jaren, bijna altijd zijn leven in onderdanigheid en gehoorzaamheid aan zijne liefdevolle Moeder doorgebracht?
Het is omdat Hij, weldra tot het toppunt der volmaaktheid gekomen, lang en langer geleefd heeft dan degene, wiens verliezen Hij is komen herstellen, alhoewel Adam meer dan negenhonderd jaren geleefd heeft. Jezus Christus heeft lang op aarde geleefd, omdat Hij altoos ge-
152
heel aan zijne dierbare Moeder onderworpen en innig met Haar vereenigd was, om God den Vader te gehoorzamen. Immers wie Maria vereert, is gelijk aan een mensch, die schatten vergadert, zegt de Heilige Geest. Dit wil zeggen, dat hij die Maria, zijne Moeder, zóó vereert, dat hij zich aan Haar onderwerpt en Haar in alles gehoorzaamt, spoedig zeer rijk zal worden. Ziehier de reden:
1°. dagelijks vergadert zulk een gehoorzame dienaar schatten, naar het geheim van den wijzen man: âDie zijne Moeder eert is als degene die schatten vergadert. 1)
2°. in Maria's schoot, die een volmaakten Mensch omhuld en gebaard heeft en die in staat is geweest Deng ene te bevatten, dien het Heelal niet begrijpt noch omvat â, worden jongelingen hervormd in grijsaards, volmaakt in licht, in heiligheid en ondervinding en komen in weinig tijds tot de volmaaktheid van den leeftijd van Jezus Christus.
III. Deze godsvrucht tot de heilige Maagd is een volmaakte weg om te komen
1
Qui honorat matrem quasi qui thesaurizat. Eccl. Ill, 5.
153
tot en zich te vereenigen met Jezus Christus. Maria immers is het volmaaktste en heiligste der schepselen en Jezus Christus, die geheel tot ons gekomen is, heeft geen anderen weg willen nemen voor zijne verheven en bewonderenswaardige Menschwording. De Allerhoogste, de Ondoorgrondelijke, de Ongenaakbare, Hij die is, wilde tot ons, nietige aardwormen komen. En hoe is dit geschied ? De Allerhoogste is op volmaakte en goddelijke wijze door Maria tot ons gekomen, zonder aan zijne godheid en heiligheid in het minste afbreuk te doen; door Maria ook moeten de nietige schepselen, op volmaakte en goddelijke wijze, zonder eenige vreeze, tot den Allerhoogste opklimmen. De Ondoorgrondelijke heeft zich geopenbaard aan Maria en zich volmaakt door Haar laten bevatten, zonder iets van zijne onmetelijkheid te verliezen; door deze ootmoedige Maagd ook moeten wij ons, zonder eenig voorbehoud, op volmaakte wijze laten leiden. De Ongenaakbare is, zonder het minst ook den glans zijner Majesteit te verduisteren, door Maria tot ons genaderd, en heeft zich innig, vol-
r
154
maakt en zelfs persoonlijk met onze menschhekl vereenigd; ook door Maria kunnen wij tot God naderen en ons volmaakt en innig met zijne Majesteit verbinden, zonder vreeze van verstooten te worden. Hij die Is, heeft eindelijk willen komen tot hetgeen niet is en maken dat, hetgeen niet is, God werd in Hem, die is. Dit heeft Hij volmaakt bewerkt door zich geheel en al aan de nederige Maagd Maria over te geven en te onderwerpen, zonder op te houden te zijn in den tijd. Hij die is van alle eeuwigheid. Op dezelfde wijze kunnen ook wij, nietige schepselen, door Maria aan God gelijk worden door de genade en de glorie, en dat wel, door ons zóó volmaakt en zóó volkomen aan Haar toe te wijden, dat wij niets uit ons zeiven en alles in Haar zijn, zonder vreeze van af te dwalen.
Dat men mij een nieuwen weg bane om tot Jezus Christus te gaan en dat die weg geplaveid zij met al de verdiensten der Gelukzaligen, bezaaid met al hunne heldhaftige deugden, verlicht en versierd met al het licht en de heerlijkheid der Engelen, en dat alle Engelen en Heiligen zich daarop bevinden
155
om er degenen te geleiden, te verdedigen en te ondersteunen die daarop verkiezen te wandelen; voorwaar, voorwaar, ik verklaar stoutmoedig en in waarheid, dat ik bij voorkeur, boven dien zoo volmaakten weg, Maria's onbevlekten weg zou nemen: Ik heb mijn onhevlekten weg aangewezen 1).
Dit is een pad of weg zonder eenige vlek of smet, zonder erfzonde of dadelijke zonde, zonder schaduw of duisternis. En zoo mijn beminnelijke Jezus, in zijne glorie, andermaal op aarde komt (hetgeen zeker is) oin er te heerschen, dan zal Hij geen anderen weg voor zijne komst uitkiezen dan Maria, door Wie Hij zoo zeker en zoo volmaakt de eerste maal gekomen is. Het onderscheid tusschen zijne eerste en tweede komst zal hierin bestaan, dat de eerste geheim en verborgen was en de twee glorierijk en schitterend zal zijn; maar beide zijn volmaakt, omdat zij beide door Maria zullen plaats hebben. Helaas, dit is een geheim, dat niet begrepen wordt: Hier ver stomme alle spraak, f)
1
Posui immaculatara viara mean. Ps. XVII. 33.
â¢{-) Hie taceat omnis lingua.
I.)tj
IV. Deze godsvrucht tot de heilige Maagd is een zekere weg om tot Jezus Christus te gaan en de volmaaktheid te verkrijgen door ons met Hem te vereenigen.
a) Deze beoefening toch, waarover ik thans spreek, is niet nieuw. Zij is zóó oud, zegt de Eerw. Heer Boudon (sedert kort in geur van heiligheid gestorven) in een boek dat hij over deze godsvrucht heeft geschreven, dat men haar begin niet met nauwkeurigheid kan bepalen. Zeker is het evenwel dat men er sedert meer dan 700 jaren sporen van gevonden heeft in de H. Kerk. De H. Odeion, abt vau Cluny, die omstreeks het jaar 1040 leefde, is een der eersten geweest, die haar openlijk in Frankrijk beoefend heeft. De kardinaal Petrus Damianus 1) verhaalt dat zijn broeder, de zalige Marinus, zich ten jare 1036, in tegenwoordigheid van zijn geestelijken leidsman, als slaaf aan de heilige Maagd toewijdde. Dit geschiedde op zeer stichtelijke wijze; want hij bond zich een koord om den hals, tuchtigde zijn lichaam
12quot;
1
Deze geleerde Kerkleeraar is door Z. IF. Paus Leo XII heilig verklaard. {Noot v. d. vert.)
157
en legde op het altaar eene som gelds, ten bewijze van zijne gehechtheid en zijne toewijding aan deze doorluchtige Koningin. Hij beoefende deze godsvrucht zóó getrouw tijdens zijn leven, dat hij bij zijn dood dc zoete vreugde mocht smaken door deze liefderijke Meesteres bezocht en vertroost te worden en uit haren mond de beloften te ontvangen van in 't Hemelsch Paradijs, tot belooning zijner diensten, opgenomen te zullen worden. Cesarius Bollandus *) maakt melding van een edelen ridder, Vautier de Birbak, die, omstreeks het jaar 1500, deze opdracht van zich zeiven aan dc heilige Maagd deed.
Deze godsvrucht is door verscheidene personen in het bijzonder beoefend tot de XVIIe eeuw, toen zij openbaar werd.
Pater Simon dc Koias, van de Orde der H. Drievuldigheid, ook wel van de verlossing der gevangenen genaamd, prediker van koning Philips lÃ, bracht
#) Zou dit wel Cesarius Bollandus moeten zijn? Is het jaartal 1500, dat in alle Fransche uitgaven voorkomv, ook wel juist? Het handschrift overigens heeft 1300. Naar mijn bescheiden meening heeft de zalige schrijver willen spreken van Cesarius d'Heisterbach, die in de XHe eeuw geleefd heeft. (Noot v. d. vert.)
158
deze godvruchtige oefening in geheel Spanje en Diiitschland in zwang. Op verzoek van Philips III verkreeg hij van Gregorius XV groote aflaten voor degenen, die haar zouden omhelzen. De Eerw. Pater de Los-Rios, van de Orde van den H. Augustinus, beijverde zich met zijn boezemvriend, Pater de Roias, deze godsvrucht door woord en geschrift in bovengenoemde landen te verspreiden.
Hij schreef een lijvig boekdeel: Hier-archia Mariana, waarin hij met evenveel godsvrucht als geleerdheid over de oudheid, voortreffelijkheid en degelijkheid dezer toewijding aan Maria uitweidt. De Eerw. Paters Theatijnen vestigden haar, in de laatste eeuw, in Secilië en Savooie ; de Eerw. Pater Stanislaüs Thanisius, van 't Gezelschap van Jezus, maakte haar op bewonderenswaardige wijze in Polen bekend.
Pater de Los-Rios geeft in zijn bovengenoemd werk de namen aan der prinsen, prinsessen, hertogen en kardinaals van vex-scheiden rijken, die deze oefening omhelsd hebben.
De Eerw. Pater Cornelius a Lapide, even aanbevelenswaardig om zijne gods-
159
vrucht als om zijne grondige wetenschappelijke kennis, aan wien door verschillende godgeleerden de taak opgedragen was deze godsvrucht te onderzoeken, zwaaide haar, na rijp beraad, den lof toe, dien zij om hare degelijkheid verdient. Vele andere beroemde mannen volgden zijn voorbeeld. De Eerw. Paters Jezuië-ten, altijd met zooveel ijver bezield voor den dienst der allerheiligste Maagd, gaven, in naam van Keulen's Congre-ganisten, eene kleine verhandeling in het licht over de heilige slavernij en boden deze den hertog Ferdinand van Beieren, toen aartsbisschop van Keulen, aan. Deze hechtte hieraan zijne goedkeuring en gaf verlof haar te doen drukken, met aansporing tevens aan al de pastoors en kloosterlingen van zijn bisdom om deze vrome oefening zooveel mogelijk te verspreiden. De Kardinaal de Bérulle, wiens gedachtenis in geheel Frankrijk in zegening is, was een der ijverigsten om haar in Frankrijk te verspreiden, trots al de lasteringen en vervolgingen van bedillers en onedele personen, die hem van nieuwigheid en bijgeloovigheid beschuldigden, tegen hem een schotschrift in
160
het licht gaven en z'ch van duizend listen bedienden, â of liever de duivel bediende er zich door hunne bemiddeling van â om hem te beletten deze oefening in Frankrijk te verbreiden. Doch deze beroemde en heilige man antwoordde op hunne lasterwoorden alleen met een groot geduld, en op hunne opwerpingen, in dit schandschrift vervat, met een klein werkje, waarin hij hen zegevierend wederlegt, aantoonend dat deze oefening gegrond is op Jezus' voorbeeld, op de verplichtingen, welke wij jegens Hem te vervullen hebben en op de geloften, die wij in het H. Doopsel afgelegd hebben.
Met deze laatste reden vooral snoert hij den mond zijner tegenstanders, door hen te bewijzen, dat deze toewijding aan de heilige Maagd en door hare handen aan Jezus Christus, niets anders is dan eene volmaakte hernieuwing der geloften en beloften van het H. Doopsel. Hij heeft over deze devotie, zooals uit zijne werken blijkt, zeer schoon geschreven.
In het werk van den Eerw. Heer Bondon worden de namen aangehaald van verschillende Pausen, die deze oefening van godsvrucht goedgekeurd en
161
van Godgeleerden die haar onderzocht hebben. Hierin vindt men ook afgeschilderd de vervolgingen, die zij te verduren had en altijd zegevierend doorstond. Ditzelfde werk geeft wijders ook duizenden namen van personen op, die haar omhelsd hebben, zonder dat een Paus haar ooit veroordeelde. Dit kon overigens niet plaats hebben zonder de grondslagen van het Christendom te ondermijnen. Het staat dus vast, dat deze godsvrucht niet nieuw is en dat, als zij niet algemeen beoefend wordt, het alleen daaraan te wijten is, dat zij te kostbaar is om door iedereen gesmaakt en beoefend te worden.
Deze godsvrucht is een zeker middel om tot Onzen Goddelijken Verlosser te komen; want het is der heilige Maagd eigen ons zeker tot Jezus Christus te brengen, gelijk het onzen Goddelijken Zaligmaker eigen is ons tot zijn Hemel-schen Vader te geleiden.
Zij, die bedreven zijn in de geestelijke wetenschappen moeten niet in de valsche meening verkeeren, dat Maria een beletsel is ter vereeniging Gods. Hoe zou het mogelijk zijn, dat de Hemelkoningin,
162
die voor degeheele wereld in het algemeen en voor iederet) menseh in 't bijzonder genade heeft gevonden bij God, een beletsel kon zijn voor eene ziel om de groote genade der vereeniging Gods®te verkrijgen ?
Hoe zon het mogelijk zijn, dat die machtige Vrouwe, zóó overvloedig met genaden bedeeld, zóó vereenigd en herschapen in Jezus Christus, dat Hij in Haar heeft willen menseh worden, een beletsel kon zijn om zich geheel met God te vereenigen. De tegenwoordigheid van andere schepselen, al zijn zij nog zoo heilig, kan wellicht nu en dan de vereeniging Gods in den weg staan en vertragen; maar dit kan niet van Maria gezegd worden, gelijk ik reeds bewezen heb en nooit moede zal worden te bewijzen. Een der redenen, waarom zoo weinig zielen tot de volheid van den leeftijd van Jezus Christus komen, is hierin gelegen, dat Maria, die steeds in gelijke mate de Moeder van God den Zoon en de vruchtbare Bruid van God den heiligen Geest gebleven is, niet genoeg in hunne harten afgebeeld is. Wie eene rijpe en welgevormde vrucht wil
163
hebben, moet in het bezit zijn van den boom, die haar teelt; wie de vrucht des levens, Jezus Christus wil bezitten, moet den boom des levens, de Heilige Maagd, hebben.
Alwie de werking des Heiligen Geestes in zijn hart wil gevoelen, moet Maria, zijne getrouwe en onafscheidelijke Bruid, die Hem vruchtbaar maakt, bezitten.
Weest dus overtuigd, dat hoemeer gij Maria in uwe gebeden, bespiegelingen, werken en wederwaardigheden vooroogen hebt â al is het dan ook niet op duidelijke en merkbare, dan toch op eene algemeene en onmerkbare wijze â des te volkomener gij ook Jezus Christus zult vinden, die altijd met Maria is: groot, machtig, werkend en ondoorgrondelijk.
Wel verre dan ook, dat Maria, geheel verborgen in God, een hinderpaal zij voor de volmaakten om tot de vereeniging Gods te komen, â is er integendeel tot op den huidigen dag geen schepsel gevonden en zal er nimmer een zijn, dat ons krachtdadiger tot dit groote werk helpt; hetzij om de genaden, welke zij ons te dien einde zal verleenen, â de-wijl niemand met de gedachte Gods ver-
164
vu ld wordt dan door Haar, 1) zegt een Heilige ; â hetzij om de zorgen, die Zij altoos zal aanwenden, om ons voor de begoochelingen en het bedrog van den boozen geest te vrijwaren, f)
Waar Maria is, is geen plaats voor den helschen geest. Een der onfeilbaarste kenteekenen, dat men door den goeden geest geleid wordt, bestaat hierin, dat men veel godsvrucht tot deze goede Moeder aan den dag legt, vaak aan Haar denkt en dikwijls over Haar spreekt. Dit is het gevoelen van een Heilige, die hier bijvoegt, dat evenals de ademhaling een zeker bewijs van het leven des lichaams is, zoo is de herhaalde gedachte aan en de liefdevolle aanroeping van Maria een zeker kenteeken, dat de ziel niet dood is voor God, door de zonde.
1
Nerao cogitatione Dei rcpletur nisi per te.
f) Gelijk de zon opgaat over allen, over goeden en kwaden, evenzoo toont zich Maria meedoogend en barmhartig voor allen; hare grenzenlooze goedertierenheid overziet de noodwendigheden van allen die Haren bijstand van noode hebben (S. Bonav. Spec. B. Virg. lect. 10). â De allerzaligste Maagd is de Meesteres der hel-sche geesten; want zij beteugelt hunne macht (S. Bernard. Semi. 3. de Nom. Mar.). â Do geesten des afgronds sidderen voor den naam der Hemelkoningin; zij vallen verpletterd ter neer, gelijk iemand door het bliksemvuur getroffen. Thom. a Kempis. Lib. IV. ad Nov.
{Noot v. d. vert.)
165
Omdat Maria alleen alle ketterijen heeft vernietigd, zooals de H. Kerk en de H. Geest, haar onzichtbaar Hoofd, verklaren : Alleen hebt Gij over de yeheele wereld de ketterijen vernietigd; 1) zoo zal een aan Maria verkleefd dienaar, wat de bevitters daar ook tegen inbrengen^ nooit in ketterij vallen of vrijwillig afdwalen. Wel zal zulk een trouw kind, onvrijwillig, ofschoon moeilijker dan iemand anders, kunnen afdwalen, de logen voor de waarheid nemen en den boozen geest voor den goeden; maar vroeg of laat zal het zijne onvrijwillige dwaling inzien, en na deze opgemerkt te hebben, niet hardnekkig blijven gcloo-ven en staande houden wat het voor wezenlijk waar had aangenomen, f) Wil derhalve iemand, zonder vreeze voor valsche inbeelding, welke de personen.
1
Sola cunctas haereses interemisti in universo mundo.
â¢{â¢) O mijne Koningin, roept deH. Germanus uit(Encom. de Zona Virg.) slechts het aanroepen van uwen machtigen naam stelt uwe dienaars in veiligheid tegen de aanvallen der hel. â Eene vijandelijke legerbende schrikt niet zoozeer bij den aanblik der onafzienbare krijgsdrom-men als de geestelijke vijanden bij het enkel aanroepen van den naam van Maria (S. Bonav. (Ex S. Bern. â Spec. lect. 11) â Zij is gelijk een hecht bolwerk tegen de aanvallen des vijands (Ps. LX 4).
{Noot v. d. vert.)
166
in bespiegelingen verdiept, gewoonlijk bekruipt, op den weg der volmaaktheid vooruitgegaan en Jezus Christus zeker en volmaakt vinden, zoo moet hij van ganscher harte â corde magno et animo volenti â deze hem misschien nog onbekende godsvrucht tot Maria omhelzen. Dat hij dezen voortreffelijken weg neme, dien ik hem aanwijs en dien hij misschien niet kende : Ik ivijs u een voortreffelijker weg. *) Het is een weg, door Jezus Christus, de menschgeworden Wijsheid, ons eenig Hoofd gebaand; door dien te bewandelen, kan de mensch zich niet bedriegen.
Het is een gemakkelijke weg om de volheid der genade en der zalving van den H. Geest, die daar gevonden wordt; men wordt niet moede en gaat niet achteruit, wanneer men hem bewandelt. Het is een korte weg, die ons, in weinig tijds, tot Jezus Christus leidt. Het is een volmaakte weg, waarop geen slijk, geen stof, zelfs niet de minste onreinheid dei-zonde wordt gevonden. Het is ten slotte een zekere weg, die ons rechtstreeks en
#) Exccllentiorein viam vobis demons tro.
167
zeker, zonder afwijking ter rechter-noch ter linkerzijde, tot Jezus Christus en tot liet eeuwige leven voert. Betreden wij derhalve dien weg, bewandelen wij hem dag en nacht tot aan de volheid van deu leeftijd van Jezus Christus.
Zesde betveegreclen. Deze godsvrucht deelt aan de personen, die haar getrouw beoefenen, eene groote inwendige vrijheid mede, die der kinderen Gods.
Dewijl men zich immers door deze godsvrucht als slaaf aan Jezus Christus overgeeft en zich in deze hoedanigheid aan Hem toewijdt, beloont die goede Meester de liefdevolle gevangenschap, waarin men zich stelt, door:
1°. de ziel van alle gewetensangsten en alle slaafsche vrees te bevrijden, die haar in het nauw kunnen brengen, overwinnen en verstoren;
2quot;. door het hart ruimer te doen kloppen om het vast betrouwen op God, die zich onze Vader toont;
3°. door de ziel eene teedere en kinderlijke liefde in te boezemen.
Het ligt niet in mijn bestek deze waarheid met bewijzen te staven. Ik stel mij tevreden een historie aan te halen,
168
dien ik gelezen heb in het leven van de Eerw. Moeder A gries van Jezus, kloosterlinge van de Orde van den H. Dominions uit het klooster van Langeae in Auvergne en die aldaar, ten jare 1634, in geur van heiligheid is gestorven. Sleehts zeven jaren oud en aan groote geesteskwellingen onderhevig, hoorde zij eene stem die haar zeide dat, zoo zij van deze kwellingen bevrijd en tegen al hare vijanden beschermd wilde worden, zij zoo spoedig mogelijk de slavin van Jezus Christus en van zijne heilige Moeder moest worden. Te huis teruggekeerd, haastte zij zich, ofschoon zij vroeger niet wist waarin deze godsvrucht bestond, zich geheel en al aan Jezus door Maria toe te wijden, bond een ijzeren keten om de lendenen en droeg dien tot aan haren dood.
Alle kwellingen en gewetensangsten verdwenen en zij bevond zich in eene groote kalmte en verlichting des harten. Dit zette haar aan deze godsvrucht aan verscheiden vrome personen bekend te maken, onder anderen aan den Eerw. Heer Olier, stichter van 't Seminarie van Saiut-Sulpice en aan vele
169
priesters en geestelijken van hetzelfde Seminarie. Eens verscheen haar de heilige Maagd en bond haar een gouden keten om den hals, ten bewijze van de vreugde, welke deze toewijding, als slavin aan haar goddelijken Zoon, aan Haar veroorzaakt had. De H. Cecilia, die de Koningin des Hemels vergezelde, voegde haar deze woorden toe : Gelukzalig zijn de getrouwe slaven van de Koninginne des Hemels, want hunner zal de ware vrijheid zijn: U te dienen is vrijheid. 1)
Zevende beweegreden. Nog eene andere reden kan ons aansporen deze godsvrucht tot de onze te maken, het groote nut namelijk dat onze evennaaste daaruit trekt. Door deze oefening toch kwijt men zich van de naastenliefde op voortreffelijke wijze. Door Maria's handen immers geeft men hem al wat iemand het dierbaarst is: geheel de waarde namelijk van al zijne goede werken, zelfs de minste gedachte en het geringste lijden niet uitgezonderd ; men stemt toe, dat al wat men in voldoeningen verworven heeft en zal
1
Tibi servire libertas.
170
verwerven tot aan den dood, naar Maria's goedvinden aangewend worde: öf tot bekeering der zondaren öf tot verlossing van de zielen des vagevuurs. Is dit niet zijn evenmensch volmaakt liefhebben? Is dit niet bandelen als ware leerling van Jezus Christus, die de liefde tot kenteeken draagt? Is dit niet het middel om de zondaren te bekee-ren, zonder vreeze voor ijdeleu lof; om de zielen des vagevuurs te verlossen, zonder bijna iets anders te verrichten, dan hetgeen iedereen in zijn staat verplicht is te doen?
Ten einde al het voortreffelijke dezer beweegreden te doorgronden, zou men moeten beseffen welk groot een goed het is een zondaar te bekeeren of eene ziel uit het vagevuur te bevrijden: een oneindig goed, dat grooter is dan de schepping van hemel en aarde, wijl men eene ziel in het bezit van God stelt. Wanneer men door deze oefening slechts ééne ziel, gedurende geheel zijn leven, uit het vagevuur bevrijdde of slechts één zondaar bekeerde, zou dit niet voldoende zijn om ieder, die met liefde bezield is; over te halen haar te omhelzen?
m
Doch men moet ook opmerken, dat onze goede werken, gaande door Maria's handen, in zuiverheid en bijgevolg in verdiensten en waarde toenemen. Daarom worden zij ook zooveel te krachtiger om de pijnen van de zielen in het vagevuur te verzachten en de zondaren te bekeeren, dan wanneer zij niet door Maria's maagdelijke en vrijgevige handen gingen. Het weinige dat der Hemel-koninginne, zonder eigen wil, met eene zeer belangelooze liefde geschonken wordt, verkrijgt voorwaar groote macht om Gods toorn te bedaren en zijne barmhartigheid af te roepen. Het kan gebeuren; dat iemand, die deze godsvrucht trouw beoefend heeft, bij zijn dood verscheiden zielen, door hare bemiddeling uit het vagevuur verlost en verscheiden zondaren bekeerd heeft, al heeft hij ook enkel gewone handelingen verricht. Welke vreugde bij zijn oordeel! Welke glorie in eeuwigheid!
Achtste beweegreden. Eindelijk wat ons in zekeren zin nog krachtiger moet aansporen om deze godsvrucht tot de allerheiligste Maagd te omhelzen, is dat zij een bewonderenswaardig middel is om
172
in de deugd te volharden en altoos getrouw te blijven. Want waaraan is het te wijten, dat de bekeering van het meerendeel der zondaren niet duurzaam is? Wat is de oorzaak, dat men zoo licht in de zonde hervalt ? Waaraan is het toe te schrijven, dat de meeste rechtvaardigen, in stede van voortgang te maken op het pad der deugd en nieuwe genaden te erlangen, de weinige deugden en genaden, welke zij bezitten^ verliezen ? Dit ongeluk moeit hieraan worden toegeschreven, zooals ik vroeger reeds heb aangestipt, dat de mensch, zoo bedorven, zoo zwak, zoo onstandvastig, op zich zeiven vertrouwt, op eigen krachten steunt, en zich sterk genoeg waant den schat zijner genaden, deugden en verdiensten te kunnen bewaren. Door deze godsvrucht nu vertrouwt men der heilige Maagd, die getrouw is, al wat men bezit; toe; men kiest Haar tot algemeene Bewaarster van al zijn natuurlijke en bovennatuurlijke goederen. Men verlaat zich op hare getrouwheid, steunt op hare macht, bouwt op hare goedertierenheid en liefde, opdat Zij onze deugden en verdiensten, ondanks den
13
173
duivel, de wereld en het vleesch, die ze ons pogen te ontrukken, beware en venneerdere. Men zegt Haar, gelijk een goed kind aan zijne moeder en een trouwe dienaar aan zijne Meesteres: Bewaar vrijn schat: Deposition custodi. Mijne goede Moeder en Meesteres, ik erken dat ik, door uwe voorspraak, meer genaden van God ontvangen heb, dan ik verdien. Mijne noodlottige ondervinding leert mij, dat ik dezen schat in een zeer broos vat draag en dat ik te zwak en te ellendig ben dezen in mij te behouden. Ik bid U, neem en bewaar al wat ik bezit en beschut het door uwe getrouwheid en macht. Indien Gij mij beschut, zal ik geen schade lijden, indien Gij mij ondersteunt, zal ik niet vallen, indien Gij mij verdedigt, zal ik niets van mijne vijanden te duchten hebben.
De II. Bernardus zegt dit in uitdrukkelijke bewoordingen, om deze oefening bij ons ingang te doen vinden : âWanneer Maria u ondersteunt, valt gij âniet; wanneer Zij u beschermt, behoeft âgij niet te vreezen ; wanneer Zij u leidt, âvermoeit gij u niet; wanneer Zij u
174
âgunstig is, zult gij in de have des heils âaanlanden.quot; 1)
De H. Bonaventura schijnt hetzelfde te zeggen, maar in nog krachtiger bewoordingen; âDe H. Maagd, zegt hij, âis niet alleen in de volheid der Hellingen begrepen, maar Zij omvat en âbewaart ook de Heiligen in hunne âvolheid, opdat deze niet vermindere; âZij verhindert, dat hunne deugden verdwijnen, hunne verdiensten verloren âgaan, hunne genaden ophouden, dat âde duivel hen benadeele, eindelijk dat âJezus Christus hen straffe, wanneer zij âzondigen.quot; f)
Maria is de getrouwe Maagd, die, door hare onveranderlijke gehechtheid aan God, de verliezen herstelt, welke de ontrouwe Eva, door hare ongetrouwheid, veroorzaakt heeft; die de gehechtheid aan God met de volharding verkrijgt
1
Ipsa tenentc, non corruis; ipsa protegente, non me-tuis; ipsa duce non fatigaris; ipsa propitia pervenis. (S. Bern. Serm. 2. super âMissus estquot;).
(â¢)-) Virgo non solum in plenitudine Sanctorum detinetur, sed etiam in plenitudine Sanctos detinet, ne plenitudo minuatur, detinet virtutes, ne fugiant; detinet merita ne pereant, detinet gratias ne eüluant; detinet daemones ne noceant; detinet Filium ne peccatores percutiat. (S. Bonav. in Spec. s. v.).
175
voor hen, die aan Haar gehecht zijn. Daarom vergelijkt een Heilige Haar bij een stevig anker, dat ons belet en tegenhoudt schipbreuk te lijden op de onstuimige zee dezer wereld, waarin zoovele personen omkomen, omdat zij zich niet aan Maria hebben vastgeklemd: âWij âhechten, zegt hij, de zielen aan de hoop âop U, als aan een stevig anker.quot; 1) Aan Haar hebben de Heiligen, die hunne zaligheid bewerkt hebben, zich innig vastgestrengeld, aan Haar hebben zij ook hun cvenmensch gehecht om hem in de deugd te doen volharden. Gelukkig dus, ja duizendmaal gelukkig de Christenen, die zich aan Haar, als aan een stevig anker, getrouw en geheel en al hechten ! Tevergeefs zullen de stormen dezer wereld tegen hen opbruisen, zij kunnen hen niet medesleuren, noch hen van hunne hemelsche schatten berooven! f)
1
Animas ad speiu tuam sicut ad firmam anchoram alligamus.
f) God liet deze hemelsche ster lichten voor ons, ongelukkige zwervers op de holle zee dezer wereld, blootgesteld aan duizenden gevaren. Helaas! wij dobberen verre van de haven, alom door een tastbaar donker omgeven, door felle orkanen bestookt, door de opgezweepte baren overstelpt. (S. Ans. Serm. sup. Ave). â Doch er is geen schipbreuk te duchten, zoo wy het oog gericht houden op die
176
Gelukkig de personen van beider kunne, die zich in Haar als in de arke Noë's opsluiten! De wateren des zondvloeds, die zoovelen in hun schoot begraven hebben, zullen hun niet schaden, want; Die in mij zijn, om hunne xaligheid te betverken, zullen niet zondigen, 1) zegt zij met de Wijsheid. Gelukkig de ontrouwe kinderen der ongelukkige Eva, die zich aan Maria hechten, aan de altijd getrouwe en nimmer onstandvastige Maagd: Getrouw blijft Zij, ctfwij ken kan Zij niet, f) de Maagd die de Haar herninnenden liefheeft §)! Zij bemint hen niet alleen met eene liefde uit genegenheid, maar met eene werkelijke en krachtdadige liefde, door hen, om den grooten overvloed van genaden, niet te laten achteruitgaan op het pad der deugd noch op den weg te laten bezwijken, bij
1
Qui operantur in me non peccabunt. Eccl. XXIV. 20.
-}â¢) Fidelis permanet, se ipsam negare non potest.
§) Ego diligentes me diligo (Prov. VIII. 17).
177
het verlies van de genade van haren Zoon.
Die goede Moeder aanvaardt steeds, uit zuivere liefde, al wat men Haar ter bewaring toevertrouwt. Heeft Zij het eenmaal in hoedanigheid van Bewaarster aangenomen, dan is Zij, uit rechtvaardigheid verplicht, om wille van die overeenkomst, het voor ons te behoeden. Ecnc vergelijking zal dit duidelijk maken. Ik veronderstel dat ik iemand duizend kronen ter bewaring heb toevertrouwd; deze is verplicht ze voor mij te bewaren en zoo ze door zijne achteloosheid verloren gaan, is hij rechtens verantwoordelijk voor dit verlies. Maar neen, deze getrouwe Maagd zal niet door hare achteloosheid laten verloren gaan, hetgeen men Haar toevertrouwt; hemel en aarde zouden eerder vergaan, dan dat Zij achteloos en trouweloos zou wezen jegens hen, die op Haar vertrouwen. Arme kinderen van Maria, uwe zwakheid heeft haar toppunt bereikt, uwe onstandvastigheid is groot, uw binnenste is zeer bedorven, ja, ik weet het, gij zijt gesproten uit Adams en Eva's zondig nageslacht; maar ont-
178
moedigt u daarom niet; troost en verblijdt u integendeel, dat gij het geheim kent, dat ik u ontsluier, een geheim aan bijna alle Christenen, zelfs aan de vroom-sten, onbekend. Laat niet uw goud en zilver in uwe eigen kofi'ers, welke reeds door den boezen geest, die u bestolen heeft, verbrijzeld zijn; welke te klein, te broos en te oud zijn om zoo een grooten en kostbaren schat te bevatten. Giet geen zuiver en kristalhelder bronwater in uwe door de zonde bezoedelde en besmette vaten; al is er ook de zonde niet meer in, haar nageur blijft nog over en is in staat om het water te bederven. Giet geene geurige wijnen in uwe oude tonnen, waarin slechte wijn is geweest; zij zullen daardoor bedorven worden en gevaar loopen uitgestort te worden.
Ofschoon gij mij begrijpt, uitverkoren zielen, wil ik nochtans meer onbewimpeld spreken. Vertrouwt het goud uwer liefde, het zilver uwer zuiverheid, de wateren der hemelsche genaden en den wijn uwer verdiensten en deugden niet toe aan een zak met gaten, aan een ouden en verbroken koffer, aan een versleten en muf vat, zooals gij zijt; anders zult gij beroofd worden door de
179
dieven, d. i. door de helsche geesten, die dag en nacht het gunstig oogenblik daartoe bespieden; anders zult gij dooiden slechten reuk van uw eigenliefde, van uw zelfbetrouwen en van uw eigen wil alles bederven, wat God u zuivers heeft toevertrouwd. Legt en stort in Maria's schoot en hart al uwe schatten, al uwe genaden en deugden: het is een geestelijk vat van godsvrucht: Geestelijk vat, eenvaardig vat, schoon vat van godsvrucht. Sedert God zelf in persoon zich daarin met al zijne volmaaktheden heeft opgesloten, is het geheel geestelijk en de geestelijke woon der geestelijke zielen geworden; is het eerwaardig geworden cn dient tot eeretroon aan de grootste prinsen in alle eeuwigheid; is het schoon geworden in godsvrucht en het verrukkelijkste verblijf in zachtheid, genaden en deugden, is het eindelijk rijk geworden als een gulden huis, sterk als de toren van David en zuiver als een ivoren toren.
O, hoe gelukkig is de mensch, die alles aan Maria heeft afgestaan, die in alles en voor alles op Maria betrouwt ! Hij is geheel in Maria en Maria is ge-
180
heel in hem ! Gerust kan Lij met David uitroepen : Voor mij is Maria geschapen, *) of met den welbeminden leerling : Ik heb Haar voor mijn al (jeno-men, f) of met Jezus Christus : Al het mijne behoort U en al het uwe behoort mij toe. §)
Zoo de een of andere bevitter, die dit leest, zich inbeeldt, dat ik met overdrijving en uit eene te ver gezochte godsvrucht spreek, dan begrijpt hij mij helaas niet, omdat hij of een vleesche-lijk mensch is, die het geestelijke niet smaakt, of een wereldling, die den H. Geest niet kan ontvangen, of wel een hoogmoedige, die alles verwerpt en veracht, wat hij niet vat. Maar de zielen, die niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil des mans, maar uit God en uit Maria geboren zijn, verstaan en smaken hetgeen ik zeg.
Intusschen zeg ik voor beiden â om het onderbrokene weder op te vatten â, dat de heilige Maagd Maria, daar Zij het getrouwste en edelmoedigste van
*) Haec facta est mihi Ps. CXVIII. 56.
t) Acccpi earn in mea S. Joan XIX. 27.
§) Omnia mea tua sunt, et omnia tua mea sunt. S. Joann. XVII. 10.
181
alle zuivere schepelen is, zich nooit in liefde en edelmoedigheid laat overwinnen, en dat Zij veel terugschenkt van hetgeen Zij van God heeft ontvangen, voor het weinige dat wij Haar geven. Hieruit volgt, dat wanneer iemand zich zonder voorbehoud aan Maria overgeeft, Zij zich ook zonder voorbehoud aan hem schenkt; dat wanneer iemand, zonder vermetelheid, met zijne medewerking om de deugden te verkrijgen en zijne hartstochten te beteugelen, al zijn betrouwen op Maria stelt, â deze goede Moeder zich zonder voorbehoud aan hem geeft. Dat Maria's trouwe kinderen dus vrijmoedig met den H. Johannes Damascenus uitroepen: âMijnbetrouwen âop U stellende, o Moeder Gods, zal ik âzalig worden ; met uwe hulp zal ik âmijne vijanden bestrijden en op de vlucht âdrijven ; want de godsvrucht tot u is een âwapen des heils, dat God schenkt aan âhen, die Hij wil zalig maken. 1)
1
Spem tuam habens, o Deipara, seivabor, defensionem tuara possidens, non timebo; persequar inimieos meos et in fugam vcrtani, habens proteetiouém et auxilium tnum; nam tilii devotnm esse est anua quacdam salutis quae Deus bis dat quos vult salvos fieri. (S. Joann. Damase.)
Afbeelding dezer Toewijding in de geschiedenis van Jacob en Ezau,
an al de waarheden, betrekkelijk
de heilige Maagd en hare kinderen en dienaren, waarover ik tot nu gesproken heb, geeft de H. Geest ons, in het boek der Schepping, eene bewonderenswaardige afbeelding in de geschiedenis van Jacob, die den zegen zijns vaders Izaiik, door de zorg eu vindingrijkheid zijner moeder Rebecca, ontving. Ziehier vooreerst de geschiedenis zooals de H. Geest ze ons verhaalt, vervolgens zal ik er eenige uitlegging bijvoegen.
Nadat Ezau zijn eerstgeboorterecht aan Jacob verkocht had, verzekerde Rebecca, moeder der beide broeders, die Jacob innig liefhad, dezen laatsten dit voordeel, eenige jaren daarna, door eene heilige en geheimnisvolle behendigheid.
181
alle zuivere scliepelen is, zich nooit in liefde en edelmoedigheid laat overwinnen, en dat Zij veel terugschenkt van hetgeen Zij van God heeft ontvangen, voor het weinige dat wij Haar geven. Hieruit volgt, dat wanneer iemand zich zonder voorbehoud aan Maria overgeeft, Zij zich ook zonder voorbehoud aan hem schenkt; dat wanneer iemand, zonder vermetelheid, met zijne medewerking om de deugden te verkrijgen en zijne hartstochten te beteugelen, al zijn betrouwen op Maria stelt, â deze goede Moeder zich zonder voorbehoud aan hem geeft. Dat Maria's trouwe kinderen dus vrijmoedig met den H. Johannes Damascenus uitroepen : âMijn betrouwen âop U stellende, o Moeder Gods, zal ik âzalig worden ; met uwe hulp zal ik âmijne vijanden bestrijden en op de vlucht âdrijven ; want de godsvrucht tot u is een âwapen des heils, dat God schenkt aan âhen, die Hij wil zalig maken. 1)
1
Spcui tuam habens, o Deipara, servabor, defensionem tuam possidens, non timebo; porsequar inimicos meos et in fugam vertani, habens proteetionem et auxilium tuum; nam tibi devotum esse est anua quaedam salutis quae Deus his dat quos vult salvos fieri, (b. Joann. Damasc.)
Afbeelding dezer Toewijding in de geschiedenis van Jaoob en Ezau,
an ul de waarheden, betrekkelijk
⢠Ie heilige Maagd en hare kinderen en dienaren, waarover ik tot nu gesproken heb, geeft de H. Geest ons, in het boek der Schepping, eene bewonderenswaardige afbeelding in do geschiedenis van Jacob, die den zogen zijns vaders Izaak, door de zorg en vindingrijkheid zijner moeder Rebecca, ontving. Ziehier vooreerst de geschiedenis zooals de H. Geest ze ons verhaalt, vervolgens zal ik er eenige uitlegging bijvoegen.
Nadat Ezau zijn eerstgeboorterecht aan Jacob verkocht had, verzekerde Rebecca, moeder der beide broeders, die Jacob innig liefhad, dozen laatsten dit voordeel, eenige jaren daarna, door eene heilige en geheinmisvolle behendigheid.
183
Tzaak, ver in jaren gevorderd en zijne kinderen vóór zijn dood willende zegenen, ontbood zijn lieveling Ezan en beval hem op jacht te gaan en hem iets mede te brengen om te eten, waarna hij hem zou zegenen. Rebecca onderrichtte Jacob onverwijld van hetgeen plaats had en gelastte hem twee geitenbokjes uit de kudde te halen. Toen hij ze zijne moeder gebracht had, bereidde zij er een voor Izafik aangenaam gebraad van, bekleedde Jacob vervolgens met Ezau's kleederen, die zij in bewaring had en bedekte zijn hals en zijne handen met het vel der geitenbokjes, opdat zijn blinde vader, Jacobs stem hoorende, evenwel door de haren zijner handen overtuigd zou worden, dat het Ezau, zijn broeder was. Izaak verwonderd over deze stem, waarin hij die van Jacob meende te herkennen, deed hem naderbij komen, en na de haren van het vel dei-bokjes, waarmede deze zijne handen bedekt had, aangeraakt te hebben, zeide hij dat liet wel Jacobs stem was, maar dat het Ezau's handen waren.
Nadat hij gegeten had, omhelsde hij Jacob, en na den geur van diens wel-
184
riekende kleederen ingeademd te hebben, zegende hij hem en voorspelde hem den dauw des hemels en de vruchtbaarheid der aarde ; stelde hem tot meester aan van al zijne broeders en eindigde zijn zegen met de woorden: âDat hij, dien âvervloekt, zelf vervloekt zij en dat hij, âdie u zegent, zelf gezegend zij.quot; Deze woorden waren ternauwernood over Izaaks lippen, of Ezau trad binnen en bracht het wild mede, dat hij op de jacht geschoten had, opdat zijn vader hem vervolgens zou zegenen.
De heilige Oudvader was zeer verbaasd, toen hij inzag wat er gebeurd was; maar verre van terug te trekken wat hij gedaan had, bevestigde hij het integendeel, omdat hij daarin duidelijk den vinger Gods zag. Hierop barstte Ezau, volgens het woord der H. Schrift, in een woest geschreeuw uit, beschuldigde zijn broeder openlijk van bedrog en vroeg zijn vader of hij dan maar ééne zegening had. In dit opzicht, merken de HH. Vaders aan, was Ezau het beeld van hen, die God gaarne met de wereld willen laten samengaan en daarom de hemelsche vertroostingen met de aardsche willen genieten.
185
Izaak bewogen door het luid geween van Ezan, zegende hem eindelijk, maar met eene aardsche zegening, terwijl hij hem van zijn broeder afhankelijk maakte. Dit had tot gevolge, dat Ezau een zoo onverbiddelijken haat tegen Jacob opvatte, dat hij slechts den dood zijns vaders afwachtte, om zijn broeder te vermoorden. Jacob zou dien dood niet ontkomen zijn, zoo zijne dierbare moeder hem hier niet tegen gevrijwaard had door haar beleid en haren goeden raad, dien Jacob volgde.
Alvorens deze zoo heerlijke geschiedenis uit te leggen, moet ik doen opmerken, dat Jacob, volgens de HH. Vaders en de Verklaarders der H. Schrift, eene afbeelding is van Jezus Christus en van de uitverkorenen, en Ezau van de verdoemden. Om zich hiervan te overtuigen, behoeft men slechts het gedrag van beiden na te gaan.
1°. Ezau de oudste, was forsch en gespierd van lichaam, slim en handig in het boogschieten en in het wild vangen.
2°. Hij bleef bijna nooit te huis, en daar hij alleen op kracht en behendigheid bouwde, arbeidde hij slechts buitenshuis.
186
3°. Het was hem vrij onverschillig of hij aan zijne moeder Rebecca behaagde of niet; hij gaf er zich dan ook geene moeite toe.
4°. Hij was zoo gulzig en zoo op zijn spijs gesteld, dat hij zijn eerstgeboorterecht voor een bord linzensoep verkocht.
5°. Hij was even als Caïn afgunstig op zijn broeder en vervolgde hem op allerlei wijzen.
Hiermede strookt de dagelijksche gedragslijn der verworpelingen.
1°. Zij bouwen op hunne kracht en ervarenheid in de tijdelijke zaken, zijn zeer sterk; zeer bekwaam en zeer verlicht in de aardsche dingen, maar zeer zwak en zeer onwetend in de hcmelsche: Sterk in de aardsche, viaar zwak in de hemelsche dingen.
Dientengevolge:
2°. blijven zij niet of zeer weinig te huis, in hun eigen woon, met andere woorden : in hun binnenste, dat het inwendige en wezenlijke huis is, door God aan eiken mensch gegeven, om daarin, naar zijn voorbeeld, te wonen : want God blijft altijd in zijne woning. igt;e verwor-
187
pelingen houden niet van geestelijke afzondering, van geestelijke zaken noch van innerlijke godsvrucht; zij beschouwen hen die het inwendig leven beoefenen en van de wereld teruggetrokken zijn en meer binnens- dan buitenshuis leven, als kleingeestigen, kwezels en wilden.
3°. De verworpelingen bekreunen zich weinig om de godsvrucht tot de heilige Maagd, de Moeder der uitverkorenen. Dit wil niet zeggen dat zij Haar bepaald haat toedragen, neen, zij zwaaien Haar zelfs lof toe, en verklaren dat zij Haar liefhebben en beoefenen zelfs eenige devoties te barer eere; maar voor het overige, kunnen zij niet dan met leede oogen zien, dat men Haar teeder liefheeft, omdat zij niet met Jacobs kinderlijke liefde jegens Haar bezield zijn. Zij vinden iets aan te merken op de godvruchtige oefeningen, welke hare goede kinderen en dienaren zoo trouw onderhouden, om hare genegenheid te winnen, omdat zij in den waan zijn, dat deze godsvrucht' niet ter zaligheid nuttig is. Zij zijn van meening, dat men volstaan kan, hare genegenheid
188
gewonnen heeft en haar dienaar kan genoemd worden, zoo men Haar niet bepaald haat, hare godsvrucht niet openlijk veracht en zoo men eenige gebeden ter harer eere prevelt, al is het ook zonder teedere liefde tot Haar, zonder beterschap voor zich zeiven.
4°. De verworpelingen verkoopen hun eerstgeboorterecht, met andere woorden, de geneugten van het hemelsch Paradijs, voor een bord linzensoep, d. w. z. voor de genoegens der aarde. Zij lachen, eten, drinken, vermaken zich, spelen en dansen, zonder er zich over te bekommeren, evenals Ezaü, of zij zich den zegen des hemelschen Vaders waardig maken of niet. In één woord, zij denken alleen aan de aarde, beminnen alleen de aarde, spreken en handelen alleen om de aarde en verkoopen zoodoende de genade des H. Doopsels, hun kleed der onschuld en het hemelsch erfgoed voor een oogen-blik van wellust, voor een ijdelen rook van eer, voor een stuk harde, gele of witte aarde.
5°. De verworpelingen eindelijk haten en vervolgen de voorbeschikten dagelijks, openlijk of heimelijk, en daar zij
14
189
hen niet kunnen verdragen, verachten en gispen zij hen, bootsen hen na, be-leedigen, bestelen, bedriegen, verarmen, verjagen en belasteren hen, terwijl zij zelf schatten opeenstapelen, zich aan de vermaken overgeven, kans hebben om vooruit te komen, rijkdommen op-eenhoopen, in aanzien toenemen en op hun gemak leven.
Wat Jacob de jongste betreft;
1°. deze had een zacht, teer en vreedzaam karakter ; hij bleef meestal te huis om de gunst zijner moeder Rebecca, die hij innig liefhad, te winnen. Verwijderde hij zich van huis, dan was het niet uit eigen wil of uit betrouwen op zijne behendigheid, maar om zijne moeder te gehoorzamen.
2°. Hij beminde en eerde zijne moeder, daarom bleef hij te huis; hij vermeed alles wat Haar kon mishagen en verrichtte al wat hij meende dat Haar aangenaam kon zijn. Dit alles deed hem in Rebecca's liefde stijgen.
3°. Hij was onderworpen aan zijne geliefde moeder, gehoorzaamde haar in alles, oogenblikkelijk en zonder toeven, liefdevol, zonder klagen; de minste
190
wenk was voldoende om den jeugdigen Jacob aan te zetten haar verlangen te voldoen. Hij hechtte geloof aan al hare woorden; b.v. toen zij hem beval twee geitenbokjes te halen en ze haar te brengen, om ze tot eene spijze te bereiden voor zijn vader Izaak. Hierop merkte Jacob niet aan, dat een enkel geitenbokje voldoende was voor het maal van een enkel man; maar zonder hierover na te denken, volbracht hij haar bevel.
4°. Hij stelde een groot vertrouwen in zijne lieve moeder. Daar hij niet steunde op eigen vaardigheid, betrouwde hij enkel en alleen op de zorgen en de bescherming zijner moeder. Hij riep hare hulp in voor al zijne noodwendigheden, raadpleegde haar in al zijne twijfelingen; bijv. toen hij haar vroeg of' hij zich niet de vervloeking zijns vaders zou op den hals halen, geloofde hij haar en vertrouwde op haar, zoodra zij hem gezegd had, dat zij die vervloeking op zich nam.
5°. Eindelijk volgde hij, naar zijn vermogen, de deugden na, die hij in zijne moeder opmerkte. Dit schijnt een
191
der redenen te zijn, waarom hij gewoonlijk thuis bleef: met het oogwit namelijk om zijne deugdzame moeder na te volgen, eii zich van de slechte gezelschappen, die de zeden bederven, verwijderd te houden. Hierdoor maakte hij zich waardig den dubbelen zegen zijns dierbaren vaders te ontvangen.
Hiermede strookt ook de dagelijksche gedragslijn der uitverkorenen.
T. Zij blijven te huis bij hunne moeder; met andere woorden, zij beminnen de geestelijke afzondering, zijn ingetogen en leggen zich op het gebed toe. l^it doen zij op het voorbeeld en in gezelschap hunner moeder, de Heilige Maagd, wier glorie geheel inwendig is en die gedurende haar gcheele leven de afzondering en het gebed zoozeer heeft liefgehad. Zij komen wel is waar somwijlen buiten cu in aanraking met de wereld, maar dit geschiedt dan alleen om den wil Gods en dien hunner lieve Moeder op te volgen en om de plichten van hunnen staat te vervullen. Wat schijnbaar groot-sche dingen zij ook buiten verrichten, zij geven de voorkeur aan die, welke zij in zich zeiven, in hun binnenste, in
192
gezelschap dor allerheiligste Maagd tot stand brengen. Daar immers arbeiden zij aan het groove werk hunner zaligheid, in vergelijking waarvan de andere werken slechts kinderspel zijn. Dit is de reden waarom zij, terwijl hunne broeders zich, met veel inspanning, handigheid en voldoening, voor de wereld aftobben, om haren lof en hare goedkeuring in te oogsten, â inzien, door den H. Geest voorgelicht, dat er meer glorie, voordeel en geneugten opgesloten zijn in de afzondering met Jezus Christus, hun toonbeeld ; in eene geheele en volkomen onderwerping aan hunne Moeder, dan uit eigen macht, zooals zoovele Ezau's en verworpelingen, natuur- en genadewonderen te verrichten in de wereld. De glorie voor God en de rijkdommen voor den mensch bevinden zich in Maria'1 woon ! *)
Heere Jezus, hoe beminlijk zijn uwe tabernakelen!
De museh beeft een huis gevonden om daarin, te verblijven, de tortelduif een nest om er hare kleinen 'te verbergen, f) O, wat
1
Gloria et divitiac in domo ejus. Ps. CXI. 3.
t) Quam dilectatabernaculatua, Dominc.Ps.LXXXIir.2.
193
is de menscli gelukkig, die Maria s huis bewoont, waarin Gij het eerst uw verblijf hebt gevestigd! Het is in deze woon der uitverkorenen, dat hij zijne hulp van U alleen erlangt, een huis, waarin Hij verdiepingen en trappen van alle deugden aangebracht heeft, om m zijn liart tot de volmaaktheid op te klimmen in dit tranendal.
11. De uitverkorenen beminnen teecter de Heilige Maagd en eeren Haar waarlijk als hunne goede Moeder en Meesteres. Zij beminnen Haar niet enkel met den mond, maar ook in waarheid; zij vereeren Haar niet alleen uitwendig maar ook in den grond huns harten, /i] vermijden gelijk Jacob al wat Haar kan mishagen en volbrengen al wat zij geschikt achten om hare genegenheid te verwerven. Zij brengen en schenken Haar niet enkel twee geitenbokjes, zooals Jacob aan Rebecca; maar zij wijden Haar toe hun lichaam en hunne ziel, met al hunne vermogens, afgebeeld dooide twee geitenbokjes van Jacob. Zij wijden haar dit alles toe. i â¢
'lquot;. opdat zij het ontvange, als iets
dat Haar toebehoort.
194
2°. opdat zij ze doode en doe sterven aan de zonde en aan henzelven, door ze te zuiveren van hun omkleedsel en hunne eigenliefde, opdat zij zoodoende mogen behagen aan haren Zoon, die sleehts hen, welke aan zich zeiven afgestorven zijn, tot vrienden en leerlingen wil hebben.
3°. opdat Zij alles bereide naar den smaak van den hemelsehen Vader en tot Zijne grootste glorie, welke Zij beter kent dan eenig schepsel.
4°. opdat lichaam en ziel, door hare zorgen en hare voorspraak, goed gezuiverd van alle smet, goed gedood, goed gereinigd en goed toebereid, eene keurige spijze zij, den mond en den zegen des hemelschen Vaders waardig. Zullen dit niet de voorbeschikten doen, die de volmaakte toewijding aan Jezus, door Maria's handen, welke wij hun leeren, smaken en getrouw beoefenen, om Jezus en Maria eene krachtdadige liefde te betuigen?
De verworpelingen, wel is waar, bekennen dat zij Jezus beminnen en Maria liefhebben en vereeren, maar dat zij niet zoover gaan van hun wezen, hun lichaam met zijne zintuigen en hunne ziel met
195
hare hartstochten, gelijk de uitverkorenen aan de Hemelkoninginne toe te wijden. Deze laatsten zijn onderworpen en gehoorzaam aan de heilige Maagd, als aan hunne liefdevolle Moeder, naar Jezus voorbeeld, die gedurende de drie en dertig jaren, welke hij op aarde doorgebracht heeft; er dertig heeft besteed om zijn goddelijken Vader te verheerlijken, door eene volmaakte en algeheele onderwerping aan zijne H. Moeder.
III. De uitverkorenen gehoorzamen aan Maria, door hare raadgevingen stipt op te volgen, zooals Jacob die van Rebecca, welke hem zeide: Zoon volbreng mijn raadgevingen 1); of gelijk de bedienden op de bruiloft te Cana, tot wie de Heilige Maagd zcide: Volbreng alles wal mijn Zoon u zal zeggen, f ) Omdat Jacob zijne moeder gehoorzaamd had, ontving hij als bij wonder den vaderlijken zegen, alhoewel hij dien natuurlijkerwijze niet moest ontvangen. De bedienden van de bruiloft te Cana, wer-
1
Tili mi, acquiesce consiliis mcis (Gen. XXVII. 3). f) Quodcum que dixerit vobis, facite. (S. Joan. II. 5).
196
den, omdat zij Maria's raad hadden gevolgd, met Jezus eerste wonder vereerd, die op de bede zijner Moeder het water in wijn veranderde. Zoo ook zullen allen, die tot het einde der eeuwen, door den hemelschen Vader gezegend en dooide wonderen Gods vereerd worden, deze genaden slechts ontvangen ten gevolge van hunne volmaakte gehoorzaamheid aan Maria. De kinderen Ezau's daarentegen zullen, bij gemis aan onderwerping aan de Heilige Maagd hun zegen verliezen.
IV. De uitverkorenen stellen een groot vertrouwen op de goedheid en de macht der allerheiligste Maagd, hunne goede Moeder ; zij roepen onophoudelijk hare hulp in, beschouwen Haar als hunne poolster om in de veilige haven aan te landen; leggen Haar met alle openhartigheid hunne zorgen en behoeften bloot en hechten zich aan hare barmhartigheid en zachtmoedigheid, om door hare voorspraak, de vergiffenis der zonden te verkrijgen, of om in hunne smarten en hun rampspoed hare moederlijke vertroostingen te smaken. Zij werpen, verschuilen en verbergen zich op eene be-
mmm
197
wondercnswnardige wijze in haren moederlijken en maalt;i'delijken schoot, om daar in zuivere liefde te ontvlammen, van de kleinste vlekken gezuiverd te worden en volkomen Jezus te vinden, die er als op zijn glorierijksten troon, zetelt. O welk een geluk! âGeloof niet, zegt de abt Gnerric, dat het een groo-ter geluk is in Abrahams dan in aria's schoot te wonen, daar er de Heer zijn troon heeft opgeslagen.quot;1)
Do verworpelingen daarentegen stellen al hnn vertrouwen in zich zeiven en eten dientengevolge, met den verloren zoon, niets dan zwijnenkost. Zij voeden zich slechts met aarde gelijk de padden, en daar zij met de wereldlingcn enkel het zichtbare en uiterlijke beminnen, smaken zij niet Maria's zoetigheden en gevoelen niet dien zekeren steun en dat vast betrouwen, waarmede de uitverkorenen jegens hunne goede Moeder bezield zijn. âZij hongeren ellendig naar âde dingen van buiten, zegt de H. Gre-âgorius. omdat zij de zoetheid niet wil-
1
Ne crcdidcris majoris esse felicitatis habitarc in sinu Abrahae quara in sinu Marine cum in eo Dominus posuerit thronum suura.
198
âlen smaken, welke in hun binnenste en âin Jezus en Maria schuilt.quot;
V. De uitverkorenen eindelijk bewandelen de wegen der Heilige Maagd, hunne innig beminde Moeder ; met andere woorden, zij volgen Haar na. Dit maakt luiii waar geluk uit, bezielt hen met godsvrucht en merkt hen met liet teeken der voorbeschikking, zooals hun deze goede Moeder zegt; Gelukliy zij die mijne wegen bewandelen. 1) Gelukzalig zij, dio mijne deugden beoefenen en mijne voetstappen, met de hulp der goddelijke genade, drukken. Gelukkig zijn zij in deze wereld en gedurende hun leven, om den overvloed van genaden en zoetigheden, welken ik hun uit mijne volheid mededeel en overvloediger dan aan anderen, die mij niet zoo van nabij navolgen. Gelukkig zijn zij bij hun dood; want zacht en kalm zal deze zijn en ik zelf zal er gewoonlijk bij tegenwoordig zijn, om mijne kinderen in de vreugde dei-eeuwigheid binnen te leiden. Gelukkig zijn zij eindelijk in eeuwigheid; want geen mijner dienaren, die mijne deugden
1
Beati qui custodiunt vias meas. Prov. VIII. 32.
199
trouw heeft nagevolgd, is ooit verloren gegaan. 1) Ongelukkig daarentegen zijn de verworpelingen èn gedurende hun leven, èn bij hun dood, èn in Eeuwigheid ; omdat zij do deugden der allerheiligste Maagd niet navolgen, zich tevreden stellende, met soms in hare broederschappen te treden, eenige gebeden te harer eere op te zeggen of eenige uiterlijke godsvrucht te beoefenen.
O Heilige Maagd, mijne goede Moeder, hoe gelukkig zijn zij, ik herhaal het in de vervoering mijns harten, hoe gelukkig zijn de personen van beider kunne, die zich niet laten misleiden door eene valsche godsvrucht jegens U, die getrouw uwe wegen bewandelen en uwe raadgevingen en bevelen opvolgen! Maar hoe ongelukkig en verworpen zijn degenen, die door misbruik te maken van uwe godsvrucht, de geboden uws Zoons
*
1
,Ta dc Moedor van God is do Ladder des Hemels, de Deur dos l'aradijzes, de schrik des atgronds, do Hoop dor zondaren, do Behoudenis der wereld, de steno der zee, do Haven dor schipbreukelingen; de Toevlucht der hehoeftigen, do verkwikking der afgeniatton, do sterkte dor woifelnioedigen, de groote Middelares tusschen God en dc nienschen. (S. Laur. Just. Sum. do Annunt. dirg.)
â Zie verder 't âMemorare van den H. Bernardus.
Noot v. d. vert.
200
niet nakomen: Vervloekt zijn allen die van uwe geboden afwijken. *)
Nu ga ik de liefderijkste diensten aanstippen, welke de H. Maagd, als de beste der moeders, hare trouwe dienaren bewijst, die zich op de door mij aangegeven wijze, en naar Jacobs afbeelding aan Haar hebben toegewijd.
I. Zij bemint ze: Ik bemin hen die
*) Maledicti qui declinont a mandatistuis. Ps. CXVIII. 21. Hoe beklagenswaardig zijn daarom onze afgedwaalde broeders die niets van de teederheid en zoete genegenheid gevoelen, die ons hart voor Maria vervult. Hun hart is koud en onverschillig, hebben zij eenig besef van Maria's grootheden en voorrechten, zoo achten en eerbiedigen zij Haar wel, maar beminnen Haar toch niet gelijk men eene goede Moeder liefheeft. Hun eeredienst ten aanzien dor allerheiligste Maagd, zoo hij eeredienst mag heeten is koud en dor; een eeredienst van den geest, eene denkwijze, eene beschouwende hulde van bloote waardeering.
Daarom ook verstaan zij van alles wat wij ter eere van Maria doen of spreken, volstrekt niets; zij begrijpen niet dat de vereering van Maria eene behoefte voor ons hart is; zij beseffen niet dat deze vereering een natuurlijk gevolg is van ons geestelijk zoonschap afstammende van den Kruisberg, dat het voor ons even-natuurlijk is, Maria met eenige voldoening te eeren, aan te roepen, te beminnen, als voor een kind dat denzelfden zoeten plicht vervult jegens zijne moeder.
Is dit waar voor onze ongelukkige van de Katholieke eenheid afgescheiden broeders, is dit helaas ook niet eenigszins van toepassing op onze Katholieke geloofsge-nooten? Waar is hunne teederheid en liefde tot de Hemelkoninginnen waar hunne edelmoedigheid en standvastigheid in haroji eeredienst? Behooren velen helaas niet tot die klasse van lauwe Christenen, wier beeld onsdegelukz. de Montfort zoo natuurlijk en zoo meesterlijk heeft afge-teekend ?
Noot v. d. vamp;rt.
201
mij liefhebben. (Boek der Spreuken VIII. 17). Zij bemint hen :
10. omdat zij hunne ware Moeder is ; eene moeder nu bemint altijd haar kind, de vrucht van haren schoot.
2°. Zij bemint hen uit dankbaarheid, omdat zij Haar waarlijk als hunne goede Moeder liefhebben.
3°. Zij bemint hen, omdat zij, voorbeschikt zijnde, door God bemind worden : Jacob heb ik bemind, maar Ezau gehaat. 1)
4°. Zij bemint hen, omdat zij zich allen aan Haar hebben toegewijd en haar bezit en erfdeel zijn : Ik heb Israël tot erfdeel, f)
Zij bemint hen tceder en teederder dan alle moeders te zamen. Verzamelt, als het mogelijk is, al de natuurlijke liefde, welke de moeders der geheele wereld voor hunne kinderen gevoelen, in het hart eener enkele moeder jegens een enkel kind; dan zal deze moeder voorzeker dit kind eene groote liefde toedragen; maar dan blijft het nog zeker, dat Maria hare kinderen nog teederder lief-
1
Jacob delexi, Esau autem odio habui. (Rom.IX. 13).
f) In Israël haereditare (Eccl. XXIV. 13).
202
heeft dan deze moeder dat eenig kind. Zij bemint hen niet alleen met innigheid, maar ook met krachtdadigheid. Hare liefde tot hen is werkzaam en krachtdadig en nog meer dan de liefde van Rebecca tot Jacob. Ziehier wat deze goede Moeder, wier beeld Rebecca was, doet, om over hare kinderen den zegen des hemelschen Vaders te doen afdalen.
a.) Zij bespiedt, gelijk Rebecca, de gunstige gelegenheid om hen wel te doen, lien machtiger en rijker te maken. Daar Zij ons voor- en nadeel, onzen voor- en tegenspoed, de zegeningen en vervloekingen Gods duidelijk in God ziet, beschikt Zij alles zoodanig van te voren, dat hare dienaren van allerlei rampen bevrijd en met alle soort van zegeningen overladen worden.
Wanneer dus iemand, om zijne getrouwheid in de een of andere bediening, kans heeft eenige gunst van God te verkrijgen, is het zeker dat Maria deze zal verwerven voor haar dierbaar kind en haren dienaar, en hem de genade zal geven om zijre taak getrouw te volbrengen; âZij draagt zorg
203
voor onze belangen, zegt een Heilige.1) h) De Hemelkoningin geeft hare kinderen goeden raad, zooals Rebecca aan Jacob : Zoon volbreng mijne raadgevingen ! Zij geeft hun den raad. Haar twee geitenbokjes aan te brengen, namelijk hun lichaam en hunne ziel, Haar deze toe te wijden, opdat Zij er eene aan God aangename spijze van make. Zij spoort hen aan alles te doen, wat haar Zoon Jezus Christus door zijne woorden en zijn voorbeeld heeft geleerd.
Geeft Zij hun dien raad niet zelve, dan doet Zij dit door de bediening der Engelen, die geen grooter geluk en ge-noetren kunnen smaken dan een harer bevelen ten uitvoer te brengen, op aarde neer te dalen en een harer getrouwe dienaren bij te staan.
c) Wat doet nu die goede Moeder, wanneer men Haar zijn lichaam en zijne ziel, met al wat er van afhangt, zonder eenig voorbehoud, toegewijd heeft? Hetgeen Rebccca eertijds met de twee geitenbokjes deed, welke Jacob Haar aanbracht.
1
Ipsa procurat negotia nostra.
204
lo. Zij doodt ze en doet ze het leven van den ouden Adam afleggen.
2°. Zij ontdoet en bevrijdt ze van hun natuurlijk vel, met andere woorden, van hunne kwade neigingen en van alle gehechtheid aan het schepsel.
3°. Zij zuivert ze van hunne smetten en zonden.
4°. Zij bereidt ze naar Gods smaak en tot zijne meerdere glorie. En daar Maria alleen volkomen dezen goddelijken smaak en deze grootere glorie des Aller-hoogsten kent, kan ook Zij alleen en zonder zich te vergissen onze ziel en ons lichaam toebereiden en schikken naar dezen oneindig verheven smaak en deze oneindig verborgen glorie.
d). Deze goede Moeder, na de volmaakte Opdracht van ons zeiven, van onze eigen verdiensten en voldoeningen, volgens de door mij aangegeven godsvrucht, aanvaard te hebben, ontdoet ons van onze kleederen, reinigt ons en maakt ons geschikt om voor den hemelschen Yader te verschijnen.
1°. Zij bekleedt ons met een zuiver, nieuw, kostbaar en welriekend kleed van onzen Broeder, van haren Zoon Jezus
-nr-
205
Christus. Dit kleed heeft Zij in bewaring en tot hare beschikking, daar Zij de algemeene Schatbewaarster en Uitdeelster is der deugden en verdiensten van haren Zoon, Jezus Christus, welke Zij uitdeelt aan wie Zij wil, wanneer Zij wil, zooals Zij wil en zooveel Zij wil, gelijk wij boven gezien hebben.
2°. Zij omwikkelt den hals en de handen harer dienaren niet het vel der gedoode geitenbokjes, m. a. w.. Zij versiert hen niet de verdiensten en de waarde van hunne eigen werken. Zij doodt wel is waar al wat onzuiver en onvolmaakt in hen is; maar Zij verdrijft en verstrooit niet al het goede, dat de genade in hen heeft uitgewerkt. Zij bewaart en vermeerdert het, om daarvan het sieraad en de kracht van hunne handen en van hun hals te maken, d. w. z. om hen te versterken en te helpen het juk des Heeren te torsen, dat op den hals genomen wordt en om voor Gods glorie en de zaligheid hunner arme broeders grootsche dingen te verrichten.
3°. Zij geeft een nieuwen geur en een frissche bevalligheid aan hunne sleede-
206
ren en sieraden, door hen met hare kleederen, d. i. inet hare verdiensten en deugden te versieren. Deze heeft Zij hun, bij haren dood, als testament nagelaten, om de woorden te gebruiken van eene kloosterzuster, in de laatste eeuw in geur van heiligheid gestorven en hiervan door eene openbaring onderricht. Daarom zijn al hare ondergeschikten, hare trouwe dienaren en kinderen dubbel gekleed, met de kleederen van haren goddelijken Zoon en met de hare: al hare liidsgenooten zijn duhhd gekleed f1). Daarom ook hebben zij niets te vreezen van de koude noch van de blanke sneeuw, d. i. van Jezus Christus, dien de verworpelingen, geheel naakt en ontbloot van de verdiensten van den goddelijken Zaligmaker, niet kunnen verdragen (2).
Eindelijk bewerkt Zij, dat de hemelsche Vader zijn zegen over hen uitstorte, â waarop zij als jongere en aangenomen kinderen natuurlijkerwijze geen aanspraak
207
konden maken. Met deze geheel nieuwe, uiterst kostbare en zeer welriekende kleederen uitgedost en met hunne ziel en hun lichaam, wel voorbereid en gezuiverd, naderen zij betrouwvol tot het rustbed des hemelschen Vaders. Die goede Vader hoort en herkent hunne stem, welke die eens zondaars is; Hij raakt hunne met vellen omwonden handen aan, ademt den geurigen reuk hunner kleederen in en nuttigt met genoegen, hetgeen Maria, hunne Moeder, Hem heeft bereid. Want in hen bemerkt Hij de verdiensten en den aangenamen geur van zijn Zoon en van de Hemelkoningin. Hij geeft hun zijn dubbelen zegen, zegen van den dauw des hemels (1), d. i. de goddelijke genade, die het onderpand is der glorie : Hij heeft ons gezegend met den geestelijken zegen in Jesus Christus {2); â zegen van het vette der aard,e f3), dat wil zeggen: Hij schenkt hun het dagelijksch brood en een voldoenden overvloed van goederen dezer aarde. Hij stelt hen als meesters aa;i over
1
8) Benedixit nos in omni benedictione spiritali in
2
Christo Jesu (Ephes I. 3).
3
') De pinguedine terrae (Gen. XXVI. 28).
208
hunne oudere broeders, de verworpelingen. Dit wil niet ?.:cggen, dat deze heerschappij in de wereld, welke in een oogwenk voorbijgaat, altijd uitschijnt ; want de verworpelingen zwaaien hier vaak den schepter; De zondaren zullen onrecht plegen en zich beroemen (1). Ik heb den goddelooze gezien hoog verheven en in aanzien (2). Maar deze heerschappij bestaat toch in merkelijkheid en zal duidelijk uitschijnen in de andere wereld, in alle eeuwigheid, alwaar de rechtvaardigen, gelijk de Heilige Geest zegt, de volkeren zullen beheerschen (3) en den schepter over hen zwaaien. De Goddelijke Majesteit zegent hen niet alleen in hunne personen en goederen, maar Hij zegent ook nog allen die hen zegenen, en vervloekt allen, die hen vervloeken en vervolgen.
II. De tweede liefdedienst, welken de Heilige Maagd haren trouwen dienaren bewijst, bestaat hierin, dat Zij hen van alles naar ziel en lichaam voorziet. Zij bekleedt hen inct dubbele kleederen,
1
(') Peccatores effabuntur ct gloria buntur (Ps. XCII, 3.4).
2
(quot;) Vidi impium superexaltatum et elevatum (Ps. XXXVI. 35).
3
) Dominabuutur populis (Sap. III. 8).
209
naar wij gezien hebben; Zij geeft hun
de uitgezochtste spijzen van 's Heeren tafel te nuttigen; Zij zet hun het brood des levens voor, dat zij toebereid heeft: â Vervult u met mijne geslachten (1). ,Mijne geliefde kinderen,quot; voegt Zij hun met het Bock der Wijsheid toe: âVer-âvult u met mijne geslachten, d. w. z. met Jezus, de vrucht des levens, die ik voor ter wereld heb gebracht.quot; âKomt en âeet mijn brood, dat Jezus Christus is, â herhaalt Zij op cene andere plaats, â-âdrinkt den wijn zijner liefde, dien ik âvoor u gemengd heb(2).quot;
Omdat Zij de Schatbewaarster en Uitdeelster is van de gaven en genaden des Allerhoogsten, gebruikt Zij er het grootste en beste deel van om hare kinderen en dienaren te voeden en te onderhouden. Zij zijn verzadigd door het levende Brood en dronken van den Wijn, die maagden voortbrengt.
Gedragen door Maria''s schoot 5) kun-
(') A generationibus meis implemini. Eccl. XXIV. 26.
) Venite, comedite panem meuju et bibite vinum quod miscui vobis; comedite et bibite, et inebriamini, carisaimi. (Prov. IX. 5).
(s) Adubera portabimini (Js. XXVI. 16).
Jezus verheerlijkt lichaam, zegt de H. Auguatinus, is hetzelfde ala dat Hy aannam in den achoot van Maria.
-m-
nen zij het juk van Jezus Christus zóó gemakkelijk torsen, dat zij zijne zwaarte nauwelijks gevoelen, uit hoofde van de olie der godsvrucht die allen last verlicht. O)
III. De derde weldaad, welke de Heilige Maagd haren dienaren bewijst, bestaat hierin, dat Zij hen geleidt en bestuurt volgens den wil van haren Zoon. Rebecca geleidde haren zoon Jacob en gaf hem van tijd tot tijd heilzame raadgevingen, hetzij oin over hem den zegen des Vaders af te trekken, hetzij ora hem voor den wrok en voor de vervolging zijns broeders, Ezau, te behoeden. Maria, die de Sterre der zee is, voert hare ge-
Voorwaar, uit het zuiver bloed van Maria's edel Hart werd dat Lichaam gevormd, thans, in de heerlijkheid van een eeuwigdurend Koningschap, aan de rechterzijde des Allerhoogsten gezeteld, het voorwerp van 's Vaders welbehagen, de oorsprong van vreugde voor al de Hemelbewoners. Doch dit Lichaam verbergt denverblindenden luister zijner glorie onder nederige gedaanten en verblijft, zoo omsluierd, bij ons, nietige, hulpbehoevende ballingen in dit tranendal, niet enkel om ons bijstand, troost en licht te schenken, maar ook om zich met ons te vereenigen, als 't ware te vereenzelvigen in de H. Communie. â Hoeveel verplichting hebben wij dus niet aan die allerzaligste Moeder, want dit Lichaam is hetzelfde dat Zij gebaard, dat Zij met alle moederlijke teederheid gevoed heeft. (S. Petr. Dam. Serm. 46. in Nativ. B. Virg.)
'Root v. d. vert.
O Jugum eorum coniputrescet a facie olei. (Js. X 27).
211
trouwe dienaren in de veilige haven; Zij wijst hun de wegen des eeuwigen levens aan, behoedt hen voor de gevaarlijke klippen, leidt hen bij de hand op de paden der gerechtigheid, ondersteunt hen, wanneer zij op het punt staan van te vallen, richt hen op wanneer zij gevallen zijn en berispt hen, als eene liefdevolle moeder, wanneer zij misdaan hebben; ja soms zelfs straft Zij hen liefderijk. Kan een kind, dat aan Maria, zijne Moeder en zijne schrandere Geleidster gehoorzaamt op de .wegen der eeuwigheid verdwalen ? Wanneer gij Haar volgt, zegt de H. Bernardus, zult gij niet dwalen. I1)
O Ipsam sequens non devias.
O gij allen, zegt de H. Bernardus, die heen en weer geslingerd wordt, over dien oceaan, waarop, helaas! zoovelen schipbreuk lijden: wilt gij ontsnappen aan de opgezweepte stormen, wendt het oog nimmer af van den glans dezer Ster. Zoo de rukwind der bekoringen opbruist en u naar de klippen der beproevingen heen-sleurt, ziet dan op naar de Ster, vestigt dan uwen blik op Maria! Wordt gij bestormd door de opgeruide baren des hoogmoeds, door haat, nijd, naijver en afgunst, o ziet dan op naar Maria! Zoo gramschap, hebzucht of wellust het broze huikje uwer ziel schier doen omkantelen, ziet dan op naar Maria! Indien gij bedwelmd, vervaard, radeloos en wanhopend u reeds door de holle kaken des afgronds ziet verslinden, o dan nog een blik, een kreet tot Maria. In alle gevaren, noodwer.digheden en rampen, keert u altijd tot Maria! . . . Order hare leiding zult gij niet afdwalen, onder hare bescherming niet bezwijken, onder hare bestiering niet omkomen, maar ongedeerd het doel uwer zeevaart bereiken.
(S. Bern. Hom. 2. super Missus). Noot v. d. vcrt.
212
Vreest niet, dat een waar kind van Maria door den boozen geest zal bedrogen worden en in eenige vrijwillige ketterij vallen. Daar waar Maria Geleidster is, kunnen de booze geesten met hunne drogredenen en de ketters met hunne spitsvondigheden geene plaats vinden ; Onder hare bescherming zult (jij niet bezwijken. (S. Bern.)
IV. De vierde weldaad, welke de Heilige Maagd haren trouwen kinderen bewijst, bestaat hierin, dat Zij hen verdedigt en beschermt tegen hunne vijanden. Rebecca trok door hare zorgen en behendigheid Jacob uit al dc gevaren, waarin hij zich bevond en vrijwaarde hem vooral tegen den dood, welken Ezau hem waarschijnlijk uit haat en nijd zou toegebracht hebben, gelijk Caïn handelde tegenover Abel.
Maria, de goede Moeder der uitverkorenen, verbergt hen onder de vleugelen harer bescherming, gelijk de hen hare kiekens. Zij spreekt, vernedert zich en daalt af tot al hunne zwakheden, om hen te beschutten tegen den sperwer en den gier. Zij omgeeft en vergezelt hen
213
als een in slagorde geschaard leger, f1) Kan iemMid, door een welgeordend leger van honderdduizend krijgers omgeven, nog zijne vijanden vreezen ? Maria's trouwe dienaar, door hare koninklijke bescherming en macht omgeven, hoeft nog minder te duchten. Eerder zou deze goede Moeder en machtige Vorstin duizend legioenen Engelen zenden om een harer dienaren bij te staan, dan dat er ooit gezegd kan worden, dat een getrouw kind van Maria, dat zich aan Haar heeft overgegeven, voor de boosheid, het getal en de macht zijner vijanden heeft moeten wijken.
V. De vijfde en grootste liefdedienst, dien de beminnenswaardige Maagd Maria aan hare vrome en getrouwe dienaren bewijst, bestaat hierin, dat zij voor hen pleit hij haren Zoon en zijne gramschap tot bedaren brengt door hare gebeden. Zij vereenigt hen met Hem door een nau-wen band, dien Zij nooit laat verbreken.
Rebecca liet Jacob tot de sponde zijns vaders naderen en de goede grijsaard raakte hem aan, omhelsde en kuste hem, omdat hij voldaan was over en verza-
(') lit castrorum acies ordinata (Cont. VI. 3.)
214
digd van de wel toebereide vleeschspij-zen, welke hij hem had gebracht. Na met veel voldoening den voortreffelijken geur zijner kleederen ingeademd te hebben, riep hij uit: Dit is de geur mijns zoons, die gelijk is aan den geur van een vetten akker, dien de Heer qezegend heeft. (1)
Deze volle akker, wiens geur het hart des Vaders verrukt, is niets anders dan de geur van Maria's deugden en verdiensten, die een veld zijn, vol van genaden, waarop God de Vader zijn eenigen Zoon, als graankorrel der uitverkorenen, heeft gezaaid. O, hoe welkom is een door Maria's goeden geur omgeven kind bij Jezus Christus, den Vader der toekomstige eeuwen! O hoe innig en volmaakt is het met Hem vereend! Wij hebben zulks boven breedvoerig aangetoond. Wanneer Maria verder hare kinderen en getrouwe dienaren met hare gunsten heeft overladen, wanneer Zij hun den zegen des hemelsehen Vaders en de vereeniging met Jezus Christus heeft verworven, bewaart zij hen in
(l) Eccc odor filii mei sicut odor agri pleni, cui benedixit Dominus. (Gen. XXVII. 27.)
215
Jezus Christus en Jezus Christus in hen. Zij behoedt hen en waakt steeds over hen, uit vreeze dat zij Gods genade verliezen en in de strikken hunner vijanden verward geraken. Zij behoedt de Heiligen in hunne volheid (1) en doet hen daarin tot het einde volharden, zooals wij gezien hebben.
Ziedaar dan de uitlegging dezer groot-sche en eeuwenoude afbeelding der voorbestemming en verwerping, welke zoo weinig gekend wordt en toch zoo vol geheimen is.
(') In plenitudine detinet.
HOOFDSTUK III.
Wonderbare uitwerkselen dezer godsvrucht in eene haar getrouwe ziel.
verzekerd, dierbare broeder.
âat uwe getrouwheid aan de in- en uitwendige oefeningen dezer godsvrueht, die ik u nu ga blootleggen, met de volgende uitwerkselen gepaard gaan:
lA Voorgelicht door het licht, dat de H. Geest u door Maria, zijne dierbare Bruid, zal mededeelen, zult gij den kwaden grond uws harten, uw bederf en uwe onbekwaamheid tot alle goed inzien, indien God er niet als oorsprong dei-natuur en der genade het beginsel van is. Ten gevolge dezer kennis zult gij u zeiven verachten en slechts met afschuw aan u zeiven denken. Gij zult u zeiven beschouwen als eene slak, die alles met haar smetstof verontreinigt, of als een
217
padde die alles met haar venijn vergiftigt, of als eene boosaardige slang, die slechts zoekt te bedriegen. (1)
De nederige Maagd Maria eindelijk, zal u deelgenoot maken van hare diepe nederigheid, wat ten gevolge zal hebben, dat gij u veracht, de minachting zult najagen en niemand zult verachten.
20. De Heilige Maagd zal u deelgenoot maken van haar geloof, dat schitterender op aarde heeft uitgeblonken dan dat van alle Aartsvaders, Profeten, Apostelen en Heiligen. Nu Zij in de hoogste hemelen troont, bezielt haar ditzelfde geloof niet meer; want door het licht der glorie ziet Zij nu alles duidelijk in God, maar met goedvinden des Aller-hoogsten, heeft Zij het nochtans niet bij hare glorierijke ten-Hemelopneming verloren; want Zij heeft het behouden, om hare getrouwe dienaren en dienaressen hiermede in de strijdende Kerk aan te vuren. Hoe meer gij dus de genegenheid
(') Ik meende hier niet Tan het oorspronkelijke te moeten afwijken, ofschoon het der wereldsche fijnge-voeligheid aanstoot kan geven. Wie deze uitdrukkingen wat kras in de ooren klinken, verwijs ik naar den H. Paulus, den H. Bernardus en andere groote Heiligen, die nog sterkere vergelijkingen bezigen.
Noot v. d. vcrt
218
dezer doorluchtige Vorstin en getrouwe Maagd weet te winnen, des te groo-ter geloof zal ook in geheel uwe gedragslijn uitstralen; â een zuiver geloof dat u zal aantrekken, u weinig om het gevoelige en het uiterlijke tc bekreunen; â¢â een levendig en van liefde brandend geloof, dat u zal overhalen uwe werken alleen uit beweegredenen van zuivere liefde te doen. Het zal een vast en onwankelbaar geloof zijn, eene rots gelijk, dat u pal en onwrikbaar zal doen blijven te midden der stormen en orkanen; â een werkend en doordringend geloof, dat, als een geheimzinnige sleutel, u toegang zal verleenen tot al de geheimen van Jezus Christus, tot de uitersten der menschen en tot het hart van God zel-ven. Het zal een moedig geloof zijn, dat u zonder aarzelen, voor God en voor de zaligheid der zielen grootsche dingen zal doen ondernemen en tot stand brengen. Een geloof eindelijk dat u eene brandende fakkel, een goddelijk leven, een verborgen schat der goddelijke wijsheid en een machtig wapen zal zijn, waarvan gij u bedienen zult om hen te verlichten, die in de duisternissen en de schaduw
-m-
des doods zuchten, om lien aan te wakkeren, die lauw zijn en het glinsterende goud der liefde noodig hebben, om hen met een nieuw leven te bezielen, die dooide zonde dood zyn voor God, om door zachte en krachtige bewoordingen de ijskoude harten en de ceders van den Libanon te vermurwen en te ontwortelen en eindelijk om den duivel en alle vijanden onzer zaligheid het hoofd te bieden.
3». Deze Moeder der schoone hefde zal allen gewetensangst, alle slaafsche en ongeregelde vrees uit uw hart bannen. Zij'' zal uw hart openen en verruimen, oili met de heilige vrijheid der kinderen Gods, den weg der geboden van haren goddelijken Zoon te bewandelen, om er de zuivere liefde in te storten, wier schat Zij in bezit heeft. Zoodoende zult gij niet meer handelen, gelijk vroeger hét geval was, uit vreeze voor den God van liefde, maar uit zuivere liefde. Gij zult Hem als uwen goeden Vader be-scliouwen, wien gij altijd zult trachten te behagen en met wien gij vertrouwelijk zult omgaan, gelijk een kind met zijn goeden vader. Hebt gij het ongeluk
-52Ã-
van Hem te beleedigen, zoo zult gij u aanstonds voor Hem vernederen, Hem ootmoedig om vergeving bidden, met openhartigheid uwe handen naar Hem utstrekken, liefdevol, zonder ontsteltenis of ongerustheid opstaan, en zonder ontmoediging tot Hem blijven naderen.
4°. De Heilige Maagd zal u met een vast betrouwen op God en op Haar zelve bezielen:
1°. Want gij zult niet meer uit u zeiven maar door die liefdevolle Moeder tot Jezus Christus naderen.
2quot;. Gij hebt al uwe verdiensten, genaden en voldoeningen te harer beschikking gesteld, om Haar daarover alle vrijheid te laten; daarom ook zal Zij u hare deugden mededeelen en met hare verdiensten bekleeden, zoodat gij betrouw-vol zeggen kunt: Zie, Maria, uwe dienstmaagd, mij geschiede naar uw woord C1).
3quot;. Omdat gij u met ziel en lichaam geheel aan Haar hebt toegewijd, zal Maria, wier vrijgevigheid geen grenzen kent, zich niet in edelmoedigheid laten
O Ecco ancilla Domini, fiat mihi secundum verbum
tuum. (S.-Luc. I. 38.) -w-
221
overwinnen en zich op ecne wonderbare en werkelijke wijze aan u geven. Daarom znlt gij Haar gerust kunnen zeggen: Ik behoor U toe, Heilige Maagd, maak mij zalig (1). of wel met den beminden Leerling, zooals ik reeds aangestipt heb: U, lieve Moeder, heb voor mijn al genomen (2). Ook met den H. Bonaventura zult gij Haar deze woorden toevoegen: âBemin-âlijke Meesteres en Medeverlosseres, ik âzal met vertrouwen handelen en niet âvreezen, omdat Gij mijn kracht en mijn âlof zijt in den Heer' (3) en op eene andere plaats: âTk ben geheel de uwe âcn al het mijne is het uwe. O giorie-ârijke en boven al het geschapene ver-,, heven Maagd, dat ik ü als een zegel âop mijn hart plaatse, want uwe liefde âis sterk als de dood.quot;
Met den Profeet zult gij tot God kunnen zeggen: Heere, noch mijn hart, noch mijne oogen hebben reden om zich
C) ïuus sum ego, salvum me fac.
(2) Accepi te in mea.
(3) Ecce Domina salvatrix mea, fiducialiter agam et nor. timebo, quia fortitude mea et lans mea en Domino es tu. â
Tims tot us ego sum et omnia mea tua sunt; o Virgo gloriosa super omnia beuedicta, pouam te ut signaculum super cor mer.m, quia fortis est ut mors dilectio tua!
222
te verheffen, zich te verhoor aardig en en grootsche en wonderbare dingen na te-jagen, en hierin ben ik niet nederig genoeg, maar ik heb mijne ziel door vertrouwen opgebeurd en aangemoedigd; ik ben een kind gelijk, van de genoegens d.er aarde gespeend en rustende op den boezem mijner moeder en op dien boezem word ik met weldaden overladen (1).
4°. Uw vertrouwen in Haar zal nog vermeerderd worden, daar gij Haar al wat gij goeds bezit in bewaring gegeven hebt om het uit te deelen of te bewaren en dus minder vertrouwen in u zeiven zult stellen en veel in deze over-gezegende Moeder en getrouwe Maagd, die uwe Schatbewaarster is. O, welk een vertrouwen en welk een troost als iemand zeggen kan, dat de schatkamer Gods, waarin hij al zijn kostbaarheden opgesloten heeft, ook de zijne is. âZij is, zegt een Heilige, de schat des Hoerenquot;.
5quot;. âMaria's ziel zal zich met de âuwe vereenigen om den Heer te ver-
(') Domina non est exaltatum cor meum, neque clati sunt oculi mei; neque ambulavi in magnis, neque in mirabilibus super me, si non humiliter sentiebam: sed exaltavi animam meam sicut ablactatus est super mat re sua, ita retributio in anima rnea. (Ps. CXXX. 2.)
223
âheerlijken; haar geest zal den uwen âvervangen, om zich in God, zijn Schep-âper, te verblijden, mits gij getrouw âdeze godsvrucht beoefent.quot; f1)
âAch! wanneer zal die gelukkige tijd âaanbreken,quot; riep een heilig man van onzen tijd uit, die geheel in Maria verslonden was, â âwanneer zal die âgelukkige stonde aanbreken, dat Maria âwederom als Meesteres en Koningin in âde harten zal heerschen, om ze geheel âcn al aan de heerschappij van haren âmachtigen en eenigen Jezus te onder-âwerpen?quot; Wanneer zullen de zielen Maria zoozeer inademen als de lichamen de lucht? Alsdan zullen er wonderbare dingen op deze aarde plaats hebben, cn de heilige Geest, Maria, zijne dierbare Bruid, in de zielen als overgeplant ziende, zal hierin zijne genaden overvloedig uitstorten en ze met zijne gaven vervullen, voornamelijk met de gave der wijsheid, om er genadewonderen in te bewerken.
Dierbare broeder, wanneer zullen wij dien gelukkigen tijd, die eeuw van
(') Sit in singulis anima Mariae ut magnificet Dominum; sit in singulis spiritus Mariae, ut exultet in Deo. (S. Ambros.)
224
Maria, mogen beleven, die stonde, waarop de zielen geheel in Maria's hart opgesloten, levende afbeeldsels zullen worden dier machtige Koningin, om Jezus te beminnen en te verheerlijken ? Die tijd zal eerst dan aanbreken, wanneer men de devotie, die ik ter leering voorhoud, zal kennen en beoefenen: Opdat uw rijk Icome, home Maria s rijk (1 j.
6°. Wanneer de boom des levens goed gekweekt wordt in onze ziel door de trouwe beoefening dezer godsvrucht, zal Hij op tijd zijn vrucht dragen, die niets anders dan Jezus Christus is. Ik zie zoovele vrome lieden van beider kunne, die Jezus zoeken, de een langs dezen weg, de ander langs genen, en na, gedu-ende den nacht veel gearbeid te hebben, kunnen zij uitroepen; Werkende geheel den nacht, hebben wij niets gevangen (2). Op hen kan men de woorden toepassen: Veel hebt gij gewerkt, maar weinig voordeel behaald (3), Jezus Christus heerscht nog te weinig in uw hart. Maar op Maria's
(') Ut adveniat regnum tuimi, adveniat regnum Mariae. {*) Per totam noctem laborantes, nihil cepimus. (S. Luc. V. 5.)
(8) Laborastis multura, et iutulistia panim. (Agg. I. 6.)
225
maagdelijken weg en door deze goddelijke oefening, welke ik u voorhoud, werkt men gedurende den dag, werkt men op eene heilige plaats, werkt men weinig en vordert veel. Bij Maria bestaat geen nacht, omdat Zij nooit de zonde noch zelfs de schaduw der zonde gekend heeft. Maria is eene heilige plaats en het Heilige der Heiligen, waarin de Gelukzaligen gevormd en gegoten worden. Let wel, bid ik n, op mijne woorden: de Heiligen worden in Maria gegoten. Er is een groot onderscheid tusschen een beeld vervaardigd met hamer en beitel en een beeld, in een vorm gegoten. De beeldhouwers vervaardigen vele beelden op de eerste wijze en dit kost hun veel tijd; zij die zich van de tweede wijze bedienen, arbeiden weinig en vervaardigen de beelden in korten tijd. De H. Augustinus noemt de Heilige Maagd: Den vorm Gods: Forma Dei, (1) geschikt om afbeeldsels van God te vormen. Wie in dezen goddelijken vorm gegoten wordt, is weldra in Jezus Christus en Jezus Christus in hem gevormd en gegoten.
(') Si formain Dei te appellem, digna existis.
226
Met weinig moeiten en in weinig tijds zal hij een afbeeldsel Gods worden, omdat hij gegoten is in den vorm die een God gevormd heeft (1).
Ik kan, dunkt mij, die zielbestierders en vrome personen, welke Jezus Christus in zich of in anderen willen vormen door middel van eene andere oefening dan deze, â gevoeglijk vergelijken bij beeldhouwers, die hun vertrouwen stellen in hunne kennis, bedrevenheid en kunde eu een onnoemelijk getal hamer- en beitelslagen geven aan een harden steen of aan een slecht geschaafd stuk hout om er Jezus' beeltenis van te maken. Somwijlen slagen zij niet Jezus Christus natuurlijk voor te stellen, hetzij uit gebrek van genoegzame kennis van den persoon van Jezus Christus, hetzij om reden van een slechten stoot of houw.
227
die alles bedorven heeft. Maar zij, die het geheim aanvaarden, dat ik hun aanbied, vergelijk ik met grond bij gieters en beeldhouwers die â na Maria's schoonen vorm gevonden te hebben, waarin Jezus zoo natuurlijk en zoo overheerlijk gevormd is, â geen betrouwen stellen op hunne eigene kennis, maar alleen op de volmaaktheid van het model en zich in Maria verschuilen en opsluiten om het natuurlijke portret van Jezus Christus te worden. Eene heerlijke en ware vergelijking! Wie zal ze begrijpen? Ik verlang dat gij het zijt, geliefde broeder. Maar gedenk, dat men alleen in den vorm giet wat gesmolten en vloeibaar is, dat wil zeggen, dat gij den ouden Adam in u moet vernietigen en smelten, om een nieuwe in Maria te worden.
7°. Door deze oefening, getrouw beoefend, zult gij in ééne maand tijds meer glorie aan Jezus Christus geven, dan door eene andere, alhoewel moeilijker, in vele jaren. Ziehier de bewijsgronden waarop ik mijne bewering schraag.
1°. Daar gij uwe handelingen dooide Heilige Maagd verricht, zooals u deze «godsvrucht leert, laat quot;ij uwe eigene
228
meeningen en werken, alhoewel ze goed en u bekend zijn, varen, om u, als het ware, in de hare, welke u onbekend zijn, te verliezen. Daarom ook hebt gij deelgenootschap met hare verheven meeningen, welke altijd zóó zuiver zijn geweest, dat Zij door de kleinste harer handelingen, b.v, door aan haar spinnewiel te werken, door een enkelen naaldsteek. God meer heeft verheerlijk^ dan een H. Laurentius door zijne wreede marteling op den gloeienden rooster, ja zelfs meer dan alle Heiligen door hunne heldhaftigste werken. Daarom ook is de Heilige Maagd, tijdens haar leven hier op aarde, met zoo een onuitsprekelijken overvloed van genaden en verdiensten verrijkt, dat men eerder de sterren aan het uitspansel, de waterdruppels der zee en de zandkorrels aan het strand, dan hare verdiensten en genaden zou kunnen tellen (]), en dat Zij
(*) Volgens de leer van Suarez (Comm. disp. 18, sect. 4) en van den H. Alplionsns (Heerl. v. M. geboorte) verdubbelde Maria's steeds groeiende heiligheid elk oogenblik.
Om hiervan een denkbeeld te geven, maken de godgeleerden de volgende berekening. Eene genade, die in eene ziel al hare uitwerkselen erlangt, bekomt een toe-
229
God meer heeft verheerlijkt dan alle Engelen en Heiligen zulks gedaan hebben of nog zullen doen. O wonder Gods, Maria, Gij alleen zijt bij machte genadewonderen te bewerken in de zielen, die zich in u M'illen opsluiten.
2°. Eene tweede reden is, dat iemand, die getrouw deze godsvrucht blijft beoefenen, al wat hij uit zich zeiven denkt of doet voor niets telt eu zijn steun en welbehagen alleen in Maria stelt, om tot Jezus te naderen, en zelfs om met Hem te spreken. Zoodoende beoefent men méér de nederigheid dan de personen, die uit zich zelve bandelen en een onmerkbaren steun en een onmerkbaar welbehagen in bun eiy-en gesteltenissen zoeken. Zoo-doende verheerlijkt men ook meer God, die alleen volmaakt verheerlijkt wordt
vloed van eene nieuwe en gelijke genade, en wordt alzoo verdubbeld. l)e genade nu was altijd krachtdadig in de H. Maagd. Gesteld derhalve dat op een gegeven oogenblik Maria's heiligheid honderd graden bereikte, zoo bracht de volgende oefening van liefde honderd nieuwe graden van heiligheid voort; eene tweede oefening van liefde, veroorzaakt door eene heiligheid van tweehonderd graden, verwekte eene nieuwe heiligheid van vierhonderd graden enz. Tot welken verbazenden graad van verdiensten moet diensvolgens hare wonderbare heiligheid zijn gestegen, gedurende de 72 jaren van haar tijdelijk leven? De vergelijking van den zaligen schrijver is dus zeer juist. Noot v. d. vert.
230
door de nederigen en ootmoedigen van harte.
3quot;. Tengevolge van Maria's overgroote liefde tot ons, wil Zij liet geschenk onzer handelingen met hare maagdelijke handen aanvaarden. Zij geeft hieraan eene â wonderbare schoonheid en heerlijken luister. Zij biedt het Jezus Christus aan, wetende dat zij geene weigering heeft te vreezen. Onze Goddelijke Verlosser wordt daardoor meer verheerlijkt dan wanneer wij Hem dit geschenk met onze misdadige handen aanboden.
4°. Eene laatste reden is, dat gij nooit aan Maria denkt, zonder dat Zij in uwe plaats aan God denkt; dat gij Maria nooit looft of vereert, zonder dat Zij God looft en vereert. Maria staat in innige betrekking met God, en ik zon Haar wel de Echo Gods willen noemen, daar Zij niets zegt en herhaalt dan God. Noemt gij Maria, zoo noemt Zij God. De H. Elisabeth prees Maria en noemde Haar gelukzalig, omdat Zij geloofd had, Maria, de getrouwe weerklank Gods, hief aanstonds den lofzang aan: Mijne ziel verheft den Heer.
Wat Maria bij deze gelegenheid ge-
231
daan heeft, doet Zij alle dagen. Als men Haar prijst, bemint, eert of iets geeft, dan wordt God geprezen, bemind, verheerlijkt, men geeft dan aan God in en door Maria.
HOOFDSTUK IV.
Bijzondere oefeningen dezer godsvrucht
A. UITWENDIGE OEFENINGEN.
Samp;lliocwel de kern dezer godsvrucht in hot inwendige bestaat, heeft zij desniettemin verscheiden uitwendige oefeningen, die men niet moet verwaar-loozen : Dit moet men doen en dat niet verwaarloozen f1).
Immers uitwendige wel verrichte oefeningen kunnen öf de inwendige behulpzaam zijn of den mensch, die zich altijd door de zintuigen laat leiden, herinneren aan hetgeen hij verricht heeft of verrichten moet. De uitwendige oefeningen kunnen ook iets bijdragen om den evennaaste, die ze ziet, te stichten. Dit alles kunnen de inwendige oefeningen niet uitwerken. Geen wereldling, noch criti-
(l) Haec oportet facere et illa non omittere.
233
cus werpe mij dus tegen, dat de ware godsvrucht in liet hart zetelt, dat men al het uiterlijke moet vermijden, dat daarmede ijdelheid kan gepaard gaan, dat men zijne godsvrucht moet verbergen. Met mijn goddelijken Meester antwoord ik hun : Dat de menschen uwe goede werken zien, opdat zij uwen Vader, die in de Hemelen woont, verheerlijken. âDit wil niet zeggen,quot; merkt de H. Gregorius aan, âdat men deze uit-âwendige handelingen of godvruchtige âoefeningen moet verrichten om den âmenschen te behagen, of daarmede eeni-âgen lof in te oogsten; wat louter ijdel-âheid zou zijn ; maar men verricht ze âsoms in het bijzijn der menschen met âhet oogmerk om God te behagen en âHem daardoor te doen verheerlijken, âzonder zich om de verachting of den âlof der menschen te bekommeren.quot;
Ik zal slechts in 't kort eenige uitwendige oefeningen aanstippen. Ik noem deze uitwendig, niet als waren zij louter uitwendig, maar omdat zij iets uitwendigs hebben, alsook om ze van de louter inwendige te onderscheiden.
â p
p^ERSTE OEFENING.
ie personen, die deze bijzondere godsvrucht willen omhelzen, â dieniet als Broederschap is opgericht, ofschoon dit te wenschen ware O) â moeten, na ten minste twaalf dagen besteed te hebben om zich geheel te ontdoen van den geest der wereld, die tegenstrijdig is met den geest van Jezus Christus, gelijk ik in het eerste deel van deze voorbereiding tot Jezus' komst gezegd heb, â moeten, zeg ik, drie weken gebruiken om door de Heilige Maagd Jezus' geest te verkrijgen. Ziehier de orde, die zij
(*) Wij hopen dat binnenkort deze godvruchtige quot;svensch van den zaligen schrijver verwezenlijkt en de H. Kerk met dit nieuw Broederschap verrijkt worde, dat voorzeker niet weinig zal bijdragen om de liefde tot de Hemel-Koninginne aan te vuren en te vermeerderen.
Noot v. (I. vert.
ti;
231
daan heeft, doet Zij alle dagen. Als men Haar prijst, bemint, eert of iets geeft, dan wordt God geprezen, bemind, verheerlijkt. men geeft dan aan God in en door Maria.
w
HOOFDSTUK IV.
Bijzondere oefeningen dezer godsvrucht
A. UITWENDIGE OEFENINGEN.
II loc wel de kern dezer godsvrucht in liet inwendige bestaat, heeft zij desniettemin verscheiden uitwendige oefeningen, die men niet moet verwaar-loozen : Dit moet men doen en dat niet verwaarloozen (1).
Immers uitwendige wel verrichte oefeningen kunnen of de inwendige behulpzaam zijn of den mensch, die zich altijd door de zintuigen laat leiden, herinneren aan hetgeen hij verricht heeft of verrichten moet. De uitwendige oefeningen kunnen ook iets bijdragen om den evennaaste, die ze ziet, te stichten. Dit alles kunnen de inwendige oefeningen niet uitwerken. Geen wereldling, noch criti-
(l) Haec oportet facere et illa non omittere.
233
ens werpe mij dus tegen, dat de ware godsvrucht in het hart zetelt, dat men al het uiterlijke moet vermijden, dat daarmede ijdelheid kan gepaard gaan, dat men zijne godsvrucht moet verbergen. Met mijn goddelijken Meester antwoord ik hun : Dat de menschen uwe goede werken zien, opdat zij uwen Vader, die in de Hemelen woont, verheerlijken. âDit wil niet zeggen,quot; merkt de TT. Gregorius aan, âdat men deze uit-âwendige handelingen of godvruchtige âoefeningen moet verrichten om den âmenschen tc behagen, of daarmede eeni-âgen lof in te oogsten; wat louter ijdel-âheid zou zijn; maar men verricht ze âsoms in het bijzijn der menschen met âhet oogmerk om God te behagen en âHem daardoor te doen verheerlijken, âzonder zich om do verachting of den âlof der menschen te bekommeren.quot;
Tk zal slechts in 't kort eenige uitwendige oefeningen aanstippen. Tk noem deze uitwendig, niet als waren zij louter uitwendig, maar omdat zij iets uitwendigs hebben, alsook om ze van de louter inwendige te onderscheiden.
ii
ill
pERSTE OEFENING.
personen, die ilczc hijzondere gods-xifr vrucht willen omhelzen, â die niet als Broederschap is opgericht, ofschoon dit te wenschen ware (1) â moeten, na ten minste twaalf dagen besteed te hebben om zich geheel te ontdoen van den geest der wereld, die tegenstrijdig is met den geest van Jezus Christus, gelijk ik in het eerste deel van deze voorbereiding tot Jezus' komst gezegd heb, â moeten, zeg ik, drie weken gebruiken om door de Heilige Maagd Jezus' geest te verkrijgen. Ziellier de orde, die zij
(,) Wij hopen dat binnenkort deze godvruchtige wensch van den zaligen schrijver verwezenlijkt en de H. Kerk met dit nieuw Broederschap verrijkt worde, dat voorzeker niet weinig zal bijdragen om de liefde tot de Hemel-Koninginne aan te vuren en te vermeerderen.
Noot v. d. vert.
233
ens werpe mij dus tegen, dat de ware godsvrucht in het hart zetelt, dat men al het uiterlijke moet vermijden, dat daarmede ijdelheid kan gepaard gaan, dat men zijne godsvrucht moet verbergen. Met mijn goddelijken Meester antwoord ik hun : Dat de menschen uwe goede werken zien, opdat zij uwen Vader, die in de Hemelen woont, verheerlijken. âDit wil niet zeggen,quot; merkt de H. Gregorius aan, âdat men deze uit-â wendige handelingen of godvruchtige âoefeningen moet verrichten om den âmenschen te behagen, of daarmede eeni-âgen lof in te oogsten; wat louter ijdel-âheid zou zijn ; maar men verricht ze âsoms in het bijzijn der menschen met âhet oogmerk om God te behagen en âHem daardoor te doen verheerlijken, âzonder zich om de verachting of den âlof der menschen te bekommeren.quot;
Ik zal slechts in 't kort eenige uitwendige oefeningen aanstippen. Ik noem deze uitwendig, niet als waren zij louter uitwendig, maar omdat zij iets uitwendigs hebben, alsook om ze van de louter inwendige te onderscheiden.
pERSTE OEFENING.
i^e P01'3011011' (^0 bijzondere gods-xiy vrucht willen omhelzen, â die niet als Broederschap is opgericht, ofschoon dit te wenschen ware (') â moeten, na ten minste twaalf dagen besteed te hebben om zich geheel te ontdoen van den geest der wereld, die tegenstrijdig is met den geest van Jezus Christus, gelijk ik in het eerste deel van deze voorbereiding tot Jezus' komst gezegd heb, â moeten, zeg ik, drie weken gebruiken om door de Heilige Maagd Jezus' geest te verkrijgen. Ziehier de orde, die zij
(*) Wij hopen dat binnenkort deze godvruchtige quot;svensch van den zaligen schrijver verwezenlijkt en de H. Kerk met dit nieuw Broederschap verrijkt worde, dat voorzeker niet weinig zal bijdragen om de liefde tot de Hemel-Koninginne aan te vuren en te vermeerderen.
Noot v. d. vert.
235
kunnen volgen: Gedurende de eerste week, moeten zij al hunne gebeden en godvruchtige oefeningen verrichten met het oogwit om de kennis van zich zei-ven en het berouw over hunne zonden te verkrijgen. Eene diepe nederigheid moet dit alles beheerschen. Daarom kunnen zij, zoo zij verkiezen, overwegen al wat ik over onze slechte inborst gezegd heb, zich gedurende de zes dagen dezer week beschouwen als slakken, padden, onreine dieren, slangen en bokken, of wel de drie gezegden van den H. Bernardus overwegen: Denk wat gij yeiveest zijt, een verachtelijk zaad; ivat gij zijt, een vat van onreinheid; wat gij zijn zult, het aas der wormen f1).
Zij kunnen Onzen Goddelijken Heiland eu zijnen H. Geest bidden om hen te verlichten en wel met deze woorden: Heer, geef dat ik zie (2), of; Dat ik mij kenne (8); of: Kom, heilige Geest {4) en dagelijks het: Gegroet Sterre der Zee (5) en de
(') Cogita quid fueris, semen putridum; quid sis, vas stercorum; quid futurus sis, esca vermium (S. Bern.)
(2) Domine ut videam.
(3) Noverini me.
(4) Veni, Sancte Spiritus.
(5) Ave maris Stella.
236
Litanie van den H. Geest of de Litanie van de H. Maagd hidden.
Gedurende de tweede week zullen zij zich in al hunne dagelijksche gebeden en werken beijveren om de allerheiligste Maagd te leeren kennen. Die kennis moeten zij aan den Heiligen Geest vragen. Zij kunnen lezen of overwegen, wat wij over Hem gezegd hebben. Zij moeten gelijk de eerste week, de Litanie van den H. Geest bidden, het âGegroet, Sterre der Zeequot; en daarenboven dagelijks een Rozenkrans, of ten minste een Rozenhoedje.
De derde week moeten zij besteden om Jezus Christus te leeren kennen. Zij kunnen alles wat wij over die kennis gezegd hebben, lezen en overwegen en het gebed van den H. Augustinus, in het eerste deel dezer âVerhandelingquot; opgenomen, bidden. Met denzelfden Heilige kunnen zij honderd en honderdmaal daags zeggen: , Heer, dat ik U kenneT of wel: âHeer maak dat ik zie wie Gij zijt!quot; Gelijk de voorgaande weken, moeten zij de Litanie van den H. Geest en het: âGegroet, Sterre der-Zee'' bidden en er dagelijks de Litanie
17
237
van den zoeten Naam Jezus bijvoegen.
Na verloop van drie weken moeten zij biechten en communiceeren, met de meening om zich, als slaven van liefde, door Maria's handen, aan Jezus Christus toe te wijden. Na de H. Communie, die zij liefst moeten ontvangen op de hierna aangegeven wijze, zullen zij de formule hunner toewijding, die ook later vermeld staat, bidden. Is die akte van toewijding niet gedrukt, dan moeten zij ze overschrijven of laten overschrijven en denzelfden dag dat zij haar afgelegd hebben, teekenen. Het ware te wenschen dat zij dien dag eenige schatting aan Jezus Christus en de Heilige Maagd betaalden, hetzij als boete voor hunne vroegere ongetrouwheid aan hunne H. Doopgeloften, hetzij om getuigenis af te leggen van hunne algeheele afhankelijkheid van de opperheerschappij van Jezus en Maria. Die schatting kan naar ieders godsvrucht en vermogen bestaan in een vasten, eene versterving, eene aalmoes, eene gewijde kaars; al gaven zij slechts ééne speld als huldebewijs, maar met een goed hart, dit zou voldoende zijn voor Jezus, die alleen naar den goeden
238
wil ziet. Ten minste eens in het jaar, op denzelfden dag, moeten zij deze toewijding hernieuwen en dezelfde drieweke-lijksche oefeningen verrichten. Al wat zij gedaan hebben, kunnen zij trouwens elke maand, eiken dag hernieuwen met deze weinige woorden: Ik behoor U geheel toe en al het mijne is het uwe, o mijn beminlijke Jezus, door Maria, uwe heilige Moeder.
'y WEEDE OEFENING.
,^'7ij moeten dagelijks bidden, zonder fS* daaromtrent evenwel eenige verplichting o[) zich te nemen âde Kleine Kroon der H. Maagdquot;, bestaande uit drie âOnze Vadersquot; en twaalf âWees gegroetquot; ter eere van do twaalf voorrechten en grootheden der allerheiligste Maagd. Deze
O O
oefening is zeer oud en gegrond op de H. Schrift. De H. Joannes zag eene Vrouwe met twaalf sterren gekroond, bekleed met de zon en de maan onder
239
hare voeten. Volgens de schriftverklaarders is de allerheiligste Maagd deze Vrouwe. Er zijn verschillende wijzen om die âKleine Kroonquot; te bidden ; het zou te omslachtig zijn om ze allen hier aan te geven. De Heilige Geest zal ze aan de trouwe beoefenaars dezer godsvrucht bekend maken. Om echter die Kroon zoo eenvoudig mogelijk te bidden, moet men beginnen met te zeggen: Sta mij toe U te prijzen, H. Maagd â Geef mij kracht tegen uwe vijanden (1). Vervolgens bidt men de Twaalf artikelen des Geloofs, dan één âOnze Vaderquot;, viermaal het âWees gegroetquot; en eenmaal âEere zij den Vaderquot;. En zoo vervolgens. Aan het einde bidt men: â Onder uwe bescliermingquot; (2) enz.
Perde oefening.
JjcTct is zeer loffelijk, zeer roemrijk en tfj* zeer nuttig voor de personen die
(') Bignare me laudare te, Virgo sacrata; â da mihi virtutem contra hostes tuos.
O Sub tuum praesidium.
240
aldus slaven van Jezus on Maria geworden zijn, om als toeken hunner slavernij, kleine met eeno bijzondere wijding voorziene kettinkjes te dragen, f1)
Deze uiterlijke teekenen bohoorcn wel is waar niet tot het wezen dezer godsvrucht en men kan ze zoor goed achterwege laten, al hoeft men ook deze devotie omhelsd. Nochtans kan ik niet nalaten de personen van beiderlei kunne zeer te prijzen, die, na de schandelijke ketenen van de slavernij dos duivels, waarin do erfzonde en misschien ook de dadelijke zonden hen haddon gekluisterd,
(') Men zou kunnen denkon, dat sommige dekreten dor Boomsclio Congregaties hot gebruik dezer kettinkjes ton eenonmalo verboden hebben. Wij vindon evenwol niets in deze dekreten dat deze oefening aan particuliere personen ontzegt, vooral als men die kettinkjes draagt als zinnebeeld van de slavernij van Jezus en Maria, waarin eigenlijk de godsvrucht van den zaligen do Montfort bestaat. Ziellier de woorden van het dekreet: (Prohi bentur) imagines, numismata insculpta pro confraterni-tatibus mancipiorum Matris Dei, italice schiavi della madre di Din, sodales catenates exprimontia. Itemlibolli in quibus eisdem confraternitatibus rogulae praesribontur. Confraternitates autem quae catenulas distribuunt, con-fratribus et consororibus, brachio et collo circumponendas atque gestandas, ut eo signo beatissimae quot;V irgini mancipatos so esse profiteantur, et quarum. institutum in eo mancipatu praecipue versatur. damnantur et extinguuntur. Societatibus vero quae ritum aliquem aut quodcumque aliud ad mancipatum ejusmodi pertinens adhibent, praocipitur ut id statim rojiciant (Index . . . Decreta goneralia ... § 3. n. 3). Noot v. d. vert.
241
te hebben verbroken, â zich vrijwillig aan de glorievolle slavernij van Jezus Christus hebben onderworpen en er met den H. Paulus groot op gaan in boeien geklonken te worden om Jezus wille. Boeien, duizendmaal glorievoller en kostbaarder, al zijn zij ook van ijzer, dan de gouden sieraden der keizers.
Was er eertijds niets zoo schandelijk als het kruis, thans is dit hout het glorierijkste in het Christendom. Zeggen wij hetzelfde van de ketenen der slavernij. Er was onder de ouden en thans zelfs nog onder de heidenen niets schandelijker dan deze ketenen; maar onder de Christenen is er niets doorluchtiger dan die ketenen van Jezus Christus, dewijl zij ons van de schandelijke banden der zonden en des duivels bevrijden en zelfs daarvoor vrijwaren; dewijl zij ons de vrijheid weergeven, ons kluisteren aan Jezus en Maria, niet door dwang en geweld zooals galeislaven, maar doorliefde, zooals kinderen ; Æ/,: zal hen tot mij trekken, zegt God door den mond van den Profeet, door liefdebanden, f1) Bar den bijgevolg die sterk zijn als de dood en, in
O Traham eos in vinculo cliaritatis. (Os. XI . 4.)
242
zekeren zin, nog sterker, voor hen die deze roemrijke teekenen getrouw tot den dood dragen. Want ofschoon de dood de lichamen vernietigt door ze tot bederf te doen overgaan, zal hij de banden hunner slavernij niet kunnen vernietigen, die, van ijzer zijnde, niet gemakkelijk tot stof overgaan. Wellicht ook zullen die ketenen, welke op den laatstcn dag des oordeels, de beenderen dezer verrezen lichamen nog zullen omknellen, een gedeelte hunner glorie uitmaken en in ketenen van licht en glorie veranderd worden.
Gelukkig dus, duizendmaal gelukkig, de roemri jke slaven van Jezus en Maria, die hunne ketenen tot in het graf dragen !
Ziehier de redenen waarom men deze kettinkjes draagt:
1°. Om den Christen te herinneren aan de geloften en de verbintenissen van zijn H. Doopsel, aan de volmaakte vernieuwing, welke hij daarvan door deze godsvrucht gedaan heeft en aan de gestrenge verplichting welke op hem rust om daaraan getrouw te blijven. Daar de mensch, die zich vaak meer door de
243
ziutuigon clan door liet zuiver geloof laat leiden, zijne verplichtingen jegens God gemakkelijk vergeet als hem niet iets uiterlijks te hulp komt, om ze hem in liet geheugen terug te roepen, â dienen deze kettinkjes den Christen wonderlijk wel om hem te doen denken aan de ketenen der zonde en aan de slavernij des duivels, waarvan het H. Doopsel hem heeft verlost en aan zijne afhankelijkheid van Jezus Christus, welke hij Hem in dit H. Sacrament heeft beloofd en vervolgens door dc hernieuwing zijner doop-geloften wederom bekrachtigd heeft. Eene der redenen dan ook, waarom zoo weinige Christenen aan hunne Doopge-loften denken, en even ongebonden als de heidenen leven, als hadden zij geen geloften afgelegd aan God, moet hierin gezocht worden, dat zij geen uitwendig teeken bij zich dragen dat hen daaraan herinnert.
2°. Men draagt deze kettinkjes om te toonen dat men zich niet schaamt over de slavernij van Jezus Christus en dat men aan de slavernij der wereld, der zonde en des duivels verzaakt.
3°. Men draagt ze om zich te vrijwa-
244
ren tegen lt;le ketenen der zonde en des duivels. Want wij moeten ketenen van ongerechtigheid of ketenen van liefde en zaligheid dragen: De ketenen der zondaren of dn ketenen der liefde f1).
O dierbare broeder, laat ons de ketenen der zonde en der zondaren, dei-wereld en der wereldlingen, van den duivel en zijne trawanten verbreken en hun noodlottig juk ver van onze schouderen werpen: Verbreken icij hunne handen, en werpen wij ver van onze schouderen hun juk (s).
Plaatsen wij onze voeten, om mij van de woorden des H. Geestes te bedienen, in de glorievolle boeien van Jezus Christus en onzen hals in zijne banden (8).
Merk wel op, dat de H. Geest alvorens die woorden uit te spreken, uwe ziel voorbereidt, opdat zij Zijn gewich-tigen raad niet verwerpe. Ziehier zijne woorden: Hoor, mijn zoon, en onivavjj
(') Vincula peccatorum aut vincula caritatis.
(2) Dirumpamus vincula eorum et projiciamus a nobis jugum ipsorum.
(3) Injice pedem tuum in compcdcs illius, et in torques illius collum tuum: subjice liuraerum tuum et porta illam et ne acedieris vinculis ejus (Eccl. VI. 25â26.)
245
een verstandig en raad, en verwerp hem niet O).
Gij wilt inij wel veroorloven, dierbare vriend, dat ik mij hier met den H. Geest vereenige om u denzelfden raad te geven: Zijne ketenen zijn ketenen van zaligheid (2).
Daar Jezus Christus, aan het kruishout geklonken, alles, tegen wil en dank zelfs, tot zich moet trekken, zoo zal Hij de verworpelingen door de ketenen hunner zonden trekken, om ze als galeiboeven en booze geesten aan zijn eeuwigen toorn en aan zijne wrekende gerechtigheid te kluisteren. Maar de voorbeschikten zal Hij, voornamelijk in deze laatste tijden, door banden van liefde aantrekken: Alles zal ik tot mij trekken (3). Ik zal ze door liefdebanden aantrekken (4). Deze getrouwe slaven of dragers van Jezus' ketenen: gehondenen van Christus, kunnen hunne kettinkjes öf aan den hals, of aan de voeten dragen. Pater Yin-centius Caraffa, de zevende Generaal
(') Audi, lili. ot accipo consilium mtellcctus et ne abjicias consilium mcum. (Ecc. VI. 24.)
^J) Vincula illius illigatura salutaris. (Eccl. VI. 37.) (8) Omnia traham ad meipsum. (S Joann. XII . 23. (4) Traham cos iu vinculis caritatis. (Os. XI , 4.)
246
van 't Gezelschap van Jezus, die ten jarc 1643 in geur van heiligheid gestorven is, droeg, als teeken zijner slavernij, een ijzeren band om de voeten en verklaarde, dat het hem smartte, zijn keten niet in het openbaar te kunnen dragen. De Eerw. Moeder Agnes van Jezus, van wie wij reeds gesproken hebben, droeg een ijzeren kettinkje om de lendenen. Eenige andere personen hebben ze om den hals gedragen, om boete te doen voor do paarlen en kleinood iën, welke zij in de wereld om den hals droegen. Anderen droegen ze om de armen, om zich bij hunnen handenarbeid te herinneren, dat zij Jezus' slaven waren.
y IERDE OEFENING.
.ijyij moeten eene groote godsvrucht voor het verheven geheim der Menschwording des AVoords, hetwelk den 25 Maart gevierd wordt, aan den dag leggen.
Dit is eigenlijk het geheim dezer
247
godsvrucht, die door den Heiligen Geest is geopenbaard: f1)
1°. om de onuitsprekelijke afhankelijkheid te eeren en na te volgen, welke God de Zoon aan den dag heeft willen leggen met betrekking tot Maria, ter verheerlijking van God den Vader en om onze zaligheid; eene afhankelijkheid, welke vooral uitschijnt in de Menschwor-ding, waardoor Jezus zich als gevangene en slaaf stelt in Maria's schoot en waardoor Hij in alles van Haar afhankelijk is.
2quot;. Om God te danken voor de onvergelijkelijke genaden, waarmede Hij Maria
(') Terecht geeft de Montfort liet feest van Maria-Boodschap aan als het Hoofdfeest zijner godsvrucht. Het is de herinnering aan de Menschwording van Gods Zoon. die geheel eenige gebeurtenis, welke het middelpunt des Christendoms is. Het is de grond en de kroon aller glorie van Maria, hot is de feestdag van haar goddelijk moederschap. En is dit niet zoowel het uitstekendste der voorrechten aan Maria verleend, als de grond, waarom al het andere Haar gewerd wat haar verheft hoven alle schepselen Gods?
Hierdoor begrijpen wij de verordening der concilies van Toledo, om Maria-Boodschap even plechtig te vieren als het Kerstfeest. (Chr. Hefele, Conciliengeschichte. (III. 95.)
Ook in Nederland werd deze feestdag vroeger plechtig gevierd. De Utrechtsche bisschop Jan van Arkel plaatste dien op de lijst der feestdagen en de ordinariën van den Dom en St. Salvator te Utrecht bewijzen, dat deze feestdag in de veertiende eeuw bij de kapittelheeren aldaar groote belangstelling genoot. (Chr. Moll's «Kerkgeschiedenis van Nederland vóór de Hervorming. V. bid. 2. 4.) Noot v. d, verf.
248
verrijkt heeft, vooral voor de genade van haar goddelijk Moederschap, hetwelk in dit geheim herdacht wordt. Dit zijn de twee voornaamste doeleinden van de slavernij van Jezus in Maria.
Gelieve op te merken, dat ik mij gewoonlijk van de uitdrukking bedien: slaaf van Jezus in Maria, slaaf van Maria in Jezus. Men kan wel is waar, gelijk velen tot nu toe gedaan hebben, zeggen; slaaf van Maria; slaaf der II. Maagd; maar ik geloof dat het verkieslijker is zich slaaf van Jezus in Maria te noemen, gelijk de Eerw. Heer Tronson, algemeen Overste van het Seminarie van Saint-Sulpice, beroemd om zijne zeldzame omzichtigheid en diepe godsvrucht, zulks aanraadde aan een geestelijke, die hem hierover raadpleegde.
Ziehier om welke redenen:
a. Dewijl wij in eene eeuw van hoogmoed leven, waarin vele opgeblazen geleerden, vrijgeesten en bedillers gevonden worden, die zelfs op de diepst ingewortelde en de degelijkste godvruchtige oefeningen iets aan te merken hebben. Daarom is het beter, te zeggen: slaverni/j van Jezus in Maria en
249
beter zich de slaaf van Jezus Christus dan van Maria tc noemen, om hen niet zonder noodzakelijkheid reden te geven tot beknibbeling. Deze godsvrucht wordt alsdan betiteld naar haar laatste doeleinde dat Jezus Christus is, in plaats van naar den weg en het middel om tot dit doeleinde te geraken, Maria. Nochtans men kan in waarheid beide benamingen evengoed gebruiken, zooals ik dan ook doe. Een reiziger b.v. die van Orleans naar Tours gaat en den weg neemt over Amboise, kan zeer goed zeggen dat hij op reis is naar Amboise en Tours; met dit verschil nochtans dat Amboise slechts de kortste weg is naar Tours, en Tours alleen het laatste doel en het einde zijner reis.
Daar het voornaamste geheim, dat men in deze godsvrucht viert en eert, dat der menschwording is, en men daarin Jezus slechts in Maria en mensch-geworden in haren schoot kan vinden, is het gepaster te zeggen do slavernij van Jezus in Maria, van Jezus verblijvende en heerschende ia Maria, volgens dit heerlijk gebed van zoovele groote mannen: 0 Jezus, levende in
250
Maria, kom en leef in ons volgens Uwen geest.
3°. Deze spreekwijze toont beter de innige vereeniging aan, die er tnsschen Jezus en Maria b.estaat. Zij zijn zoo innig vereenigd, dat de een geheel in de ander is; Jezus is geheel in Maria en Maria is geheel in Jezus; of liever Zij is niet meer, maar Jezus is geheel alleen in Maria. Eerder zou men het licht van de zon, dan Maria van Jezus kunnen scheiden. Dientengevolge kan men Onzen Goddiilijken Verlosser Jezus van Maria en de heilige Mr.agd Maria van Jezus noemen.
Daar mijn bestek niet gedoogt bij de uitmuntendheid en grootheid van het geheim van Jezus, levende en heerschende in Maria, of van de Menschwording des Woords, te blijven stilstaan, stel ik mij tevreden met in 't kort aan te stippen, dat dit het eerste, het verborgenste, het verheveuste en het minst gekende geheim van Jezus Christus is. Jezus heeft in dit geheim, in overeenstemming met Maria, al de uitverkorenen afgezonderd in haren maagdelijken schoot, die daarom ook door dc Heiligen do
251
zaal van Gods geheimen genoemd wordt. I )oor dit geheim heeft de goddelijke Verlosser al de volgende geheimen van geheel zijns levens tevens gewrocht: Jezus op de wereld komend zegt: zie ik kom, God, om uwen wil te volbrengen (1).
Dit geheim is bijgevolg een korte inhoud van al de geheimen, daar het, als het eerste, de genaden van alle bevat. Het is de troon van Gods barmhartigheid, vrijgevigheid en glorie. Het is de troon zijner barmhartigheid voor ons, omdat men, evenals men Jezus alleen door Maria kan naderen, zoo ook Jezus niet kan zien of spreken dan door tus-sehenkomst dier gezegende Vrouwe. Jezus, die zijne dierbare Moeder altijd verhoort, verleent altoos zijne genade en barmhartigheid aan de arme zondaren ; Naderen wij dus met vertrouwen tot den troon der genade (2).
Het is de troon zijner vrijgevigheid voor Maria, omdat deze nieuwe Adam, terwijl Hij in dit ware aardsche paradijs
(') Jesus iugrediens mundum, dicit: Ecce venio ut faciam, Deus. voluntatem tuam. (Hebr. X. 5â9.)
(2) Adeamus igitur cum tiducia ad thronum gratiac. (llebr. IV. 16.)
252
verbleef, zoovele wonderen in het geheim heeft gewrocht, dat noch de Engelen noch de menschen ze begrijpen. Daarom noemen de Heiligen Maria de pracht Gods, alsof Gods heerlijke id alleen in Maria uitstraalde f1). Het is de troon zijner glorie voor zijn hemelschen vader, dewijl Jezus Christus de gramschap zijns Vaders, die over de menschen zou losbarsten, in Maria volkomen heeft gestild. In Haar ook heeft Plij zijne glorie hersteld, welke Hem de zonde ontroofd had, en door het offer van zijn wil en van zichzelven, heeft Hij zijn hemelschen Vader meer verheerlijkt dan al de offers der oude wet. De goddelijke Heiland heeft God den Vader eindelijk eene oneindige glorie verschaft, welke Hij nog nooit van den mensch ontvangen had.
Vijfde oefening.
.'?7 ij moeten eene groote godsvrucht hebben voor het â Wees gegroetquot; of
(') Magnificentia Dei â Solummodo ibi, magnificus Dominus. (Is. XXXIII. 21.)
--TE-
253
de groetenis des Engels, waarvan weinige, zelt's verlichte Christenen, de waarde, de verdienste, do voortreffelijkheid en de noodzakelijkheid kennen. De Heilige Maagd heeft verscheiden malen aan groote en zeer geleerde Heiligen moeten verschijnen, om hun de verdienste van liet Wees gegroet aan te toonen, zooals aan den H. Dominicus, den H. Joannes Capistranus, den gehikz. Alanus de Enpe. Zij hebben boeken volgeschreven over de wonderen en de werkdadigheid van dit gebed om de zielen tot inkeer te brengen. Zij hebben luide verkondigd en in het openbaar gepredikt, dat gelijk de zaligheid door het âWees gegroetquot; begonnen was, zoo ook de zaligheid van een ieder aan dit gebed verbonden is. Zij leerden, dat dit gebed de vrucht des levens aan deze dorre en onvruchtbare aarde gebracht heeft en dat ditzelfde gebed, mits het goed gebeden wordt, het woord Gods in onze zielen moet doen ontkiemen en de vrucht des levens, Jezus Christus, voortbrengen. Het âWees gegroetquot; is een hemelschc dauw, zeiden zij, die de aarde, met andere ^oorden, de ziel besproeit om haar tc
254
gelegener tijd hare vrucht te doen dragen. Eene ziel, welke niet door dit gebed besproeid wordt, draagt geen vrucht maar distelen en doornen, en staat op het punt verloren te gaan.
Ziehier wat de heilige Maagd aan den zaligen Alanus de Rupe open-haarde, gelijk in zijn bock : .,]gt;(' dignitate Rosariiquot; (over de waarde van den Rozenkrans), opgeteckend staat: âAVeet, mijn zoon, en maak hot aan allen bekend, dat het een waarschijnlijk en naast tee-ken is van eeuwige verdoemenis: afkeer, lauwheid en nalatigheid te betoonen in liet bidden van de Groetenis des Engels, die geheel de wereld verzoend heeft.quot; (M
Ziedaar troostrijke, maar tevens vree-selijke woorden, welke men bezwaarlijk zou gelooven, werden zij ons niet gewaarborgd door dezen heiligen man, den H. Dominicus, verder door vele andere groote mannen en door de ondervinding van vele eeuwen. Altoos toch heeft men opgemerkt dat zij, die met het
(l) Scias enim ct secure intelligas et inde late omnibus notum facias, quod videlicet signum probabile est et propinquum aeternae damnatiouis, horrere etacediareac negligere salutationem Angelium. totius mundi repara-tionem.
255
teek en der verwerping gemerkt zijn, zooals de ketters, de goddeloozen, de hoogmoedigen en de wereldlingen het âWees gegroetquot; en het Rozenhoedje haten of verachten.
De ketters leeren en bidden nog wel het âOnze Vader,quot; maar het Rozenhoedje en het âAVees gegroetquot; niet. Daarvan heb-ben zij een afschuw; liever droegen zij een slang bij zich dan een Rozenkrans. Ook de hoogmoedigen, ofschoon katholieken, als zijnde met dezelfde gevoelens als hun vader Lucifer bezield, leggen ook niets dan verachting en onverschilligheid voor het , Wees gegroetquot; aan den dag, en beschouwen den Rozenkrans als eene devotie goed voor onwetenden en voor hen, die niet kunnen lezen. Daarentegen heeft men bij ondervinding gezien, dat de personen van beider kunne, die groote teekenen van voorbeschikking dragen, het ,, Wees gegroetquot; liefhebben, smaken en met graagte bidden. Hoe vuriger zij God beminnen, hoe liever zij het bidden. Dit verklaarde de Heilige Maagd ook aan den zaligen Alanus in de woorden welke op de boven aangehaalde volgen.
256
Ik weet er mij geen rekenschap van te geven, â maar toch is het waar: ik ken geen beter middel om te weten of iemand aan God toebehoort, dan te onderzoeken of hij het âWees gegroetquot; en het Rozenhoedje bemint.
Ik zeg bemint; want het kan gebeuren dat iemand in de volstrekte onmogelijkheid is om het te bidden; maar hij bemint het toch altijd en spoort anderen aan om hem na te volgen. Uitverkoren zielen, slaven van Jezus in Maria, weet, dat liet âWees gegroetquot; het schoonste van alle gebeden is na het Onze Vader. Het is de volmaaktste groet, dien gij Maria kunt aanbieden, dewijl het de groetenis is, welke de Allerhoogste Haar door een Aartsengel liet brengen om haar hart te winnen. Zooveel macht oefende het, om zijne geheime bekoorlijkheden, waarmede het vervuld is, op Maria uit, dat Zij, niettegenstaande hare nederigheid, hare toestemming gaf tot de Menschwording van het Woord. Door dien groet ook zult gij onfeilbaar haar hart voor u winnen, mits gij het naar behooren bidt.
Het âWees gegroetquot; goed gebeden,
257
dat wil zeggen, met aandacht, godsvrucht en ingetogenheid, is, volgens de Heiligen, een vijand des duivels, dien het op de vlucht drijft en een hamer die hem verplettert. Het is de heiliging der ziel, de vreugde der Engelen, de lofzang der voorbeschikten, het loflied van het nieuw verbond, de vreugde van Maria en de glorie der allerheiligste Drieëenheid.
Het âWees gegroetquot; is een hemel-sche dauw, welke de ziel vruchtbaar maakt; het is eene kuische cn liefdevolle omhelzing van Maria, het is eene pur-pere roos, welke men Haar aanbiedt, liet is eene kostbare parel, welke men Haar schenkt, het is een beker vol goddelijk ambrozijn en nectar, dien men Haar toereikt.
Al deze vergelijkingen zijn aan de Heiligen ontleend (1).
Ik verzoek u dus dringend, om de liefde, die ik u in Jezus en Maria toedraag, ii niet tevreden te stellen met de kleine Kroon der H. Maagd, maar
(') Vergelijkt hierover: de H. Basilius de Groote, (apud Maracci. Fundatores Mariani. cap. 2.) â H. Aagustinus. (ibid. cap. 3. â Antitistes Mariani. cap. 1. num. 37.) â H. Thomas (Devotissima expositio super Salut. ang.) enz.
Noot v. cl. vert.
258
ook nog het Rozenhoedje en zelfs, zoo ii de tijd het veroorlooft, den Rozenkrans dagelijks te bidden. Bij uw sterfuur zult gij het oogenblik en het uur zegenen, waarop gij aan mijne woorden hebt geloof gehecht; en na in Jezus en Maria's zegeningen gezaaid te hebben, zult gij eeuwige zegeningen iu den Hemel inoog-sten: Die itt zegeningen zaait, zal in zegeningen maaien (1).
(Zesde oefening.
y?T\
.-T/iin God te bedanken voor de genaden, welke Ifij aan de allerheiligste Maagd bewezen heeft, moeten wij dikwijls den lofzang: Mijne ziel verheft den Heer of t âMagnificat,quot; op het voorbeeld der zalige Maria van Oignies en van vele andere Heiligen bidden. Dit is het eenig-ste gebed, het eenigste werk, dat de H. Maagd heeft vervaardigd of liever dat Jezus in Haar heeft gemaakt, want Hij
(') Qui seminat in benedictionibus, de benedictionibus et motet. (II Cor. IX. 6.)
259
sprak door haren mond. Dit is het grootste offer van lof, dat God in do genadewet van een zuiver schepsel ontvangen heeft. Het is eensdeels het nederigste en dankbaarste en anderdeels het verhevenste en edelste aller lofliederen. Het bevat zulke groote en verheven geheimen, dat de Engelen er sommige niet van kennen. Gei'son, die even vroom als geleerd was, ondernam slechts tegen het einde zijns levens, grootendeels besteed aan het schrijven van verhandelingen vol geleerdheid en vroomheid, de verklaring van liet âMagnificatquot; en dan nog met vreeze. Zoo wilde hij al'zijne werken bekronen.
Hij deelt in een lijvig boekdeel, dat hij daarover schreef, vele bewonderenswaardige dingen mede over dit heerlijk en goddelijk loflied. Onder anderen zegt hij, dat de allerheiligste Maagd, het dikwijls zelve bad, en voornamelijk na de H. Communie, als dankzegging. De geleerde Benzonius verhaalt in zijne verklaring van 't âMagnificatquot; vele mirakelen, door de macht van dezen lofzang gewrocht. Hij zegt, dat de duivelen sidderen en de vlucht nemen bij hot hoc-
260
ren dezer woorden: Kracht heeft Hij uitgeoefend door zijnen arm, de hoo-vaardigen van harte verstrooid f1).
jZevemde oefening.
paria's trouwe dienaren moeten de be-Ã'vi dorven wereld bijzonder verachten, haten en vluchten en zich van de oefe-ninsren van verachting der wereld bedie-
o O
nen, welke wij in het eerste deel aangegeven hebben.
O O
Bijzondere en inwendige oefeningen voor hen, die volmaakt iviiien worden.
â -jy devotie, welke ik juist heb aangestipt, en die men niet moet verzuimen uit achteloosheid of minachting, voor zooverre de stand en de staat van ieder gedoogt, zijn de volgende inwendige oefeningen zeer heiligmakend voor de personen, die door den li. Geest tot eene hooge volmaaktheid geroepen worden. In het kort samengevat, bestaan zij hierin : men moet al zijne handelingen verrichten, door, met, in en voor Maria, ten einde ze volmaakt door, met, in en voor Jezus te doen.
I. Men moet zijne werken door Maria doen. Dit wil zeggen, men moet de allerheiligste Maagd in alles gehoorza-
clialve de uitwondige oefeningen der
262
men, zich in alles door haren geest, die de Geest Gods is, laten leiden. Zij die door den geest Gods geleid worden zijn kinderen Gods (1). Zij die door Maria's geest geleid worden, zijn kinderen van Maria en bijgevolg kinderen van God, zooals wij aangetoond hebben. Onder de zoo talrijke personen, die Maria vereeren, zijn er geen ware godvruchtige, dan degenen, die zich door haren geest laten leiden. Ik zeide, dat Maria's geest Gods geest is; dewijl Zij zich nooit door haren geest, maar altijd door den geest Gods heeft laten leiden, die zich zoozeer met Haar heeft vereenzelvigd, dat hij als haar geest is geworden.
Daarom zegt de H. Ambrosius : âDat Maria's ziel in een ieder zij, om âden Verlosser te verheerlijken ; dat âMaria's geest in een ieder zij, o.n zich âin God te verblijden.quot; Hoe gelukkig is de ziel, die naar het voorbeeld van een vromen Leekebroeder der Jezuïeten, Rodriguez, in geur van heiligheid gestorven, geheel door Maria's geest vervuld en bestuurd wordt, welke een
(*) Q ii spiritu Dei agimtur, ii sunt filii Dei. (I Kom VIII. 14.)
263
zachte en sterke, een ijverige en voorzichtige, een nederige en moedige, een zuivere en diepe geest is!
Opdat de ziel zich door Maria's geest late geleiden, moet zij :
1°. Verzaken aan haren eigen geest, aan haar eigen licht en haren eigen wil, vooraleer zij iets verricht; bij voorbeeld: vooraleer zij haar gebed doet, de H. M is hoort, de H. Communie ontvangt.
Want de duisternissen van onzen eigen geest en de boosheid van onzen eigen wil en onze eigen werking zouden, zoo wij ze volgen, alhoewel zij ons goed toeschijnen, een beletsel zijn voor Maria's geest.
2°. Men moet zich aan Maria's geest overgeven, om op de wijze, welke Zij verkiest, bewogen en geleid te worden. Men moet zich in hare maagdelijke handen stellen en laten, gelijk een werktuig in de handen van den werkman, gelijk eene luit in de handen van een bekwamen speler. Men moet zich in Haar verbergen en aan Haar overgeven, gelijk een steen, dien men in zee werpt. Dit kan zonder veel moeilijkheid en in een oogwenk geschieden: door een enkelen wenk des geestes,
264
eene enkele beweging des wils, of ook mondeling, door bijv. te zeggen : ,, Ik verzaak aan mij zeiven, ik geef mij aan U, mijn lieve Moeder, over*
Al gevoelt men ook in deze oefening van vereeniging. geene gevoelige zoetheid, toch bestaat zij wel degelijk. Eveneens toeh zou men niet minder den duivel toebehooren, al zeide men het ook zonder gevoelige aandoening, door met evenveel oprechtheid, wat God verhoede, te zeggen: âIk geef mij aan den duivel.quot;
3°. Men moet van tijd tot tijd, gedurende en na het werk, dezelfde oefening van opdracht en vereeniging hernieuwen, en hoe meer men het doet. des te meer zal men zich heiligen en tot de vereeniging met Jezus Christus' geraken, die, als noodzakelijk gevolg, uit de vereeniging met Maria voortspruit, want Maria's geest is Jezus' geest.
JI. Men moet zijne handelingen met Maria verrichten. Dit wil zeggen, men moet in zijne werken Maria voor oogen hebben, als het volmaaktste toonbeeld van alle deugd en volmaaktheid, dat de Heilige Geest in een zuiver schepsel gevormd heeft; opdat wij het naar ons
265
zwak vermogen zonden navolgen. Bij elke handeling moeten wij dus overwegen, hoe Maria die gedaan heeft of zou doen, zoo Zij in onze plaats ware. Derhalve moeten wij de verheven deugden, welke Zij gedurende haar leven beoefend heeft, voor oogen hebben en overwegen, eu wel voornamelijk de volgende:
lquot;. Haar levendig geloof, dat Haar zonder aarzelen aan het woord des Engels deed gelooven; en dat Zij trouw en standvastig tot aan den voet des kruises aan den «lag heeft gelegd.
2quot;. Hare diepe nederigheid, welke Haar deed besluiten verborgen te leven, het stilzwijgen te bewaren, zich aan alles te onderwerpen en in alles de laatste plaats te kiezen.
3quot;. Hare geheel goddelijke kuisch-heid, die haars gelijke nooit onder de zon gehad heeft of zal hebben, en eindelijk al de andere deugden. Men her-innere zich, ik herhaal het nogmaals, dat Maria de groote en eenige vorm van God is, geschikt om met weinige moeiten en in weinig tijds, levende beelden van God te maken. Wie zich van dezen vorm bedient en zich daarin laat gieten.
266
verandert weldra in Jezus Christus, wien deze vorm naar de natuur voorstelt.
III. Men moet zijne handelingen in Maria verrichten. Om deze oefening wel te begrijpen, moet men weten:
1°. T)at de Heilige Maagd het ware aardsch paradijs is van den nieuwen Adam en dat het oude aardsch paradijs er slechts eene afbeelding van was. In dit aardsch paradijs dan, bevinden zich onnoemelijke rijkdommen, schoonheden, zeldzaamheden en zoetheden, welke ds nieuwe Adam, Jezus Christus, daarin heeft achtergelaten. In dit aardsch paradijs heeft hij negen maanden zijn welbehagen genomen, zijne wonderen gewrocht en zijne rijkdommen met de heerlijkheid van een God ten toon gespreid. Deze allerheiligste plaats is enkel samengesteld uit eene maagdelijke en onbevlekte aarde, waarvan de nieuwe Adam gevormd, waarmede Hij gevoed is, zonder eenigevlek of smet, door de werking van den Heiligen geest, die daarin woont. In dit aardsch paradijs is werkelijk de boom des levens, welke Jezus Christus, de vrucht des levens gedragen hóeft; de boom der kennis van goed en kwaad.
267
die het licht aan de wereld gegeven heeft. In dat goddelijk oord bevinden zich boomen, door Gods hand geplant en door zijne goddelijke genade besproeid, die dagelijks vrachten van een godde-lijkcn smaak gedragen hebben en dragen. Daar treft men aan bloemperken met heerlijke veelkleurige bloemen van deugden versierd, wier geur zelfs de Engelen in verrukking brengt. Hier spreiden zich groene weiden van hoop uit, verheffen zich oninneembare torens van kracht, bevallige huizen van vertrouwen.
Alleen de Heilige Geest kan de waarheid, welke onder deze stoffelijke beelden verborgen is, in volle klaarheid doen uitschitteren. In dit oord ademt men ecne lucht van volmaakte zuiverheid; schittert eeuc heerlijke zon, zonder schaduw, de zon der Godheid; prijkt een heerlijke dag zonder nacht, de dag der heilige menschhcid ; gloeit een brandend en bestendig fornuis van liefde, dat al het ijzer, hetwelk daarmede in aanraking komt, gloeiend maakt en in goud verandert ; vliet een stroom van nederigheid, die uit den grond ontspringt en na zich in vier vertakkinyjen verdeeld te hebben,
268
â dit zijn de vier hoofddeugden â geheel dat bekoorlijk oord besproeit.
De Heilige Geest noemt de Heilige Maagd ook, door den mond der H.H. Vaders, de Ooster-Poort, waardoor de hoogepriester, Jezus Christus, de wereld in- en uitgaat; Hij is er de eerste maal door binnengekomen, Hij zal er ook een tweeden keer door intreden.
2°. Wijders moet men nog weten dat de Heilige Maagd het heiligdom der Godheid is, de rustplaats der aanbiddelijke Drieëcnheid, de troon, de stede, het altaar, de tempel, de wereld Gods. Al deze verschillende benamingen en lofspraken zijn zeer waar met betrekking tot de verscheiden wonderen, die de Allerhoogste in Maria gewrocht heeft. O welke rijkdommen! O welke glorie! O welk een vreugde, welkeen geluk in Maria te kunnen binnentreden en daar te wonen, in wie de Allerhoogste den troon zijner opperste heerlijkheid geplaatst heeft 1 Maar hoe moeilijk ook is het voor zondaren, gelijk wij zijn, het verlof, de geschiktheid en het licht te verkrijgen, om in zulk een verheven en heilig oord binnen te gaan, dat niet, gelijk in het
19
269
eerste aardsehe paradijs, door een Che-rubijn maar door den Heiligen Geest zeiven bewaakt wordt, die daar als alleen-heerscher den sehepter zwaait, en die van Haar gezegd heeft: Een afgesloten tuin is mijne zuster, een verzegelde bron (1).
Maria is afgesloten, Maria is verzegeld; de ongelukkige kinderen van Adam en
kunnen hierin niet dan door eene bijzondere genade des Heiligen Geestes, die zij verdienen moeten, binnentreden (2).
(') Hortus conclusus, soror mea, liortus conclusus, fons signatus. (Cant IV. 12.)
Hoe trefTend en liecrlijk is de vergelijking van Maria met den Lusthof van Eden! Voorzeker de Montfort heeft deze schets met meesterhand afgewerkt. Overigens hierin heeft hij zicli trouw, zooals altijd, van de uitdrukkingen der H. Vaders bediend.
Zij is het Paradijs, door den nieuwen Adam bewoond, (S. Damasc. Orat. 1. de Dorm. B. Virg.) â Genoeglijke Lusthof, waaruit de viorvoudige stroom des Evangelies de heilzame wateren der genade over de geloovigen doet stroomen. (S. Bas. Seleuc. Or in Annunt) enz.
Noot v. (1. vert.
(2) Maria is de Verzegelde Bron van het Hooglied (S. Epiph. De Laud. Virg.) â Eene Bron, verzegeld door de kracht der allerheiligste Drievuldigheid. (S. Hieron. De assumpt: ad Paul. et Eust.) â Verzegelde Brcn, waarvan de doorschijnende helderheid niet gestoord werd door de Menschwording des Heeren. (S. II de ph. De Perp. Virg. Mar.) â
Maria is de Gesloten tuin van Salomon (S. Chrys. Orat. 3, de Ann.) â een Lusthof, slechts open voor de Zon en den Hemelschen dauw. (Rich, a S. Laur. De Laud, Virg. 12.) â beplant met de lelie der zuiverheid, do roos der liefde, het viooltje der nederigheid. (S. Bern. Deprec. ad B. Virg.) Noot v. cl. vert.
270
Nadat men deze voortreffelijke genade door zijne getrouwheid verdiend heeft, moet men in het heerlijk binnenste van Maria met welbehagen verblijven, er in vrede rusten, er al zijn betrouwen en steun op stellen, er zieh mot gerustheid verschuilen en er zich zonder voorbehoud aan overgeven, opdat in dien maagdelijken boezem:
1quot;. De ziel gevoed worde met de melk harer genade en moederlijke barmhartigheid.
2°. Opdat zij bevrijd worde van hare onrust, hare vreesachtigheden en gewetensangsten.
3quot;. Opdat zij daar in veiligheid zij tegen al de vijanden der wereld, den duivel en de zonde, die daar nooit hebben kunnen binnendringen. Daarom zegt zij, dat al degenen, die in Haar tverken, niet zondigen (1), dat wil zeggen, dat zij, die in den geest in Mf iria verblijven, geene zware zonden bedrijven.
4quot;. Opdat de ziel in Jezus Christus en Jezus Christus in Haar gevormd worde. Want haar schoot is, gelijk de HH. Vaders zeggen, de zaal der godde-
(*) Qui operantur in me non peccabunt. (Eccl. XXIV. 30.)
lijke Sacramenten, waarin Jezus Christus en al zijne uitverkorenen gevormd zijn: Een mensch en een niensch is in Haar geboren i1).
IV. Ten slotte moet men al zijne handelingen voor Maria verrichten. Want daar men zich geheel aan haren dienst heeft toegewijd, is het billijk, dat men alles voor Haar doe, gelijk een dienstknecht, een bediende en een slaaf. Niet dat men Haar als einddoel zijner werken moet nemen; want dit is Jezus Christus alleen; maar als zijn naaste einde en geheimzinnig middelpunt, alsmede als een gemakkelijk middel om tot Hem te komen. Gelijk een goede dienstknecht en slaaf, moet men niet werkeloos blijven; maar men moet, steunende op hare
(') Homo et homo natus est in ea. (Ps. LXXXVI. 5.)
Maria werd tweemaal moeder. Te Bethlehem baarde Zij en zonder de minste smart haren eerstgeboren Zoon (S. Lucas. II. 7.) Op Golgotha, waar Zij voor de bijzondere veroordeeling van Eva voldeed, gelijk Jezus voor die van Adam, baarde Zij, maar onder onuitsprekelijke smarten, hare geestelijke aangenomen kinderen. Daarom zegt de H. Bonaventura zeer gepast met den H. Augustinus: âMaria is tweemaal moeder geworden, lichamelijkerwijze van Christus en geestclijkerwijze van den Christen. (S. Bon. Spec. B. Virg. lect. 8. â
Jezus heelt vele broeders, niet volgens de natuur, maar door de genade, namelijk door de H. Maagd en door zijn hemelschen Vader. (H. Athanas. In Luc. num. 9 ad fin. Noot v. d. vert.)
272
bescherming, grootsche dingen voor die doorlaclitige Oppervorstin ondernemen en doen. Men moet hare voorrechten verdedigen, wanneer zij Haar betwist worden; hare glorie voorstaan, als die wordt aangevallen. Men moet iedereen, zoo mogelijk; tot haren dienst en tot deze ware en degelijke; godsvrucht trekken. Men moet hen te woord staan en opstaan tegen hen, die van hare godsvrucht misbruik maken, om haren Zoon te beleedigen. Men moet deze ware wijze om Haar te vereeren doen wortel schieten. Tot loon voor die kleine diensten Haar bewezen, moet men op niets anders aanspraak maken, dan op de eer van aan zulk cene beminlijke Vorstin toe te behooren, en op het geluk om, door Haar, in den tijd en de eeuwigheid, door een onverbreekbaren band met Jezus, haren Zoon, vereenigd te worden.
Glorie aan Jezus in Maria!
Glorie aan Maria in Jezus!
Glorie aan God alleen!
Toepassing dezer godsyrucht bij 't ontvangen der H, Communie.
I. Vóór de Tl. Communie.
1quot;. Verneder u diep voor God.
2°. Verzaak aan uw bedorven inborst en uwe gemoedsstemming, onder welke schoone kleuren uwe eigenliefde ze u ook voorspiegelt.
3quot;. Hernieuw uwe opdracht, met deze woorden: , Ik behoor U geheel toe, mijne dierbare Meesteres, met al wat ik bezit.quot;
4quot;. Vraag aan uwe lieve Moeder haar hart, om haren goddelijken Zoon daarin met hare gevoelens te ontvangen. Houd Haar voor, dat de glorie van haren Zoon eischt, dat Hij niet in een hart zoo besmet en onstandvastig als het uwe nederdale ; een hart dat voorzeker aan zijne eer afbreuk zou doen of wel deze zou doen verloren gaan. Zoo Zij wil
274
kan Zij, om hare heerschappij ovér de harten, bij u komen wonen om haren Zoon te ontvangen. Breng Haar onder het oog, dat de goddelijke Verlosser door Haar zonder smet zal ontvangen worden en zonder gevaar van be-leedigd of verworpen te worden. God is in haar midden, zij zal niet (jeschokt worden, f1) Zeg Haar met vertrouwen, dat al wat gij Haar van uw goed gegeven hebt, zeer gering is om Haar te vereeren, maar dat gij, door de H. Communie, Haar hetzelfde geschenk wilt aanbieden, dat de eeuwige Vader Haar gegeven heeft. Daardoor zal Zij meer vereerd worden, dan wanneer gij Haar al de goederen dezer wereld geeft. Jezus, die Haar innig liefheeft, wenscht nog steeds in Haar zijn welbehagen te nemen en te verblijven, al is dan ook uw hart ellendiger en armoediger dan de stal, waarin Jezus geen bezwaar maakte neder te dalen, omdat Zij daar was. Vraag Haar met teedere woorden haar hart. Ik neem U, o Maria tot mijn al, schenk mij uw hart.
(') Deus in medio ejus non commovebitur. (Ps. XLV. G.)
275
11. Gedurende de H. Communie.
M/.'umcor het oogenblik gekomen is, waarop gij Jezus Christus gaat ontvangen , zeg dan driemaal: â Heer ik ben n iet waar dig (l) enz., alsof gij voor de eerste maal tot den Vader des Hemels zeidet, dat gij, ter oorzake van uwe slechte gedachten en grove ondankbaarheid jegens een zoo goeden Vader, niet waardig zijt, om zijn eeniggeboren Zoon te ontvangen ; maar dat Maria, zijne getrouwe Dienstmaagd hier ⢠verblijft: Zie de Dienstmaagd des lieer en (2), die in en voor u bidt en u een bijzonder vertrouwen en eene bijzondere hoop bij zijne goddelijke Majesteit inboezemt: Op bijzondere wijze hebt gij mij in de hoop bevestigd. (3)
Zeg tot God den Zoon : Heer ilc hen niet waardig enz. U te ontvangen, wegens mijne nuttelooze en slechte gesprekken en mijne ongetrouwheid in uwen
C1) Domine non sum dignus etc.
(2) Ecce ancilla Domini.
Cs) Quoniam singulariter in spe constitnisti me. (Ph. IV. 10.)
276
dienst. Maar smeek Hem zich uwer te ontfermen, zeg Hem, dat gij Hem in liet huis zijner Moeder wilt binnenleiden en dat gij Hem niet wilt laten gaan, voordat Hi j daar zijn intrek heeft genomen: Ik hield hem vast, en zal hem niet loslaten, voordat ik hem heb doen binnentreden in het huis mijner moeder en in hare rustplaats, f1} Verzoek Hom tot zijne rustplaats te komen en in de arke zijner heiliging zijne woon te vestigen: âSta op, Heere, Kom op uwe rustplaats en in de arke uwer heiliging. (2) Zeg Hem dat gij uw vertrouwen hoegenaamd niet in uwe verdiensten, uwe kracht en voorbereiding stelt, zooals Ezau, maar in Maria, uwe dierbare Moeder, gelijk Jacob in de zorgen van Rebecca. Zeg Hem, dat, hoezeer gij ook op Ezau gelijkt en hoe groot zondaar gij ook zijt, tot zijne heiligheid durft naderen, steunende op en versierd met de deugden zijner heilige Moeder.
(') Tenui eum, nee dimitiam, donee introdueam iilum in domuni matris meae, et in cubieulum genitrieis meae. (Cant. III. 4.)
(2) Surge Domine, in requiem tuam, tu et area saneti-ficationis touae. (Ps. CXXXI. 3.)
275
II. Gedurende de H. Communie.
\A^aimeel' 'iet 00genblik gekomen is, VkX waarop gij Jezus Christus gaat ontvangen, zeg dan driemaal: â Heer ik hen niet waardig (1) enz., alsof gij voor de eerste maal tot den Vader des Hemels zeidet, dat gij, ter oorzake van uwe slechte gedachten en grove ondankbaarheid jegens een zoo goeden Vader, niet waardig zijt, om zijn eeniggeboren Zoon te ontvangen ; maar dat Maria, zijne getrouwe Dienstmaagd hier-verblijft: Zie de Dienstmaagd des lieer en (2), die in en voor n bidt en u een bijzonder vertrouwen en eene bijzondere hoop bij zijne goddelijke Majesteit inboezemt: Op bijzondere wijze hebt gij mij in de hoop bevestigd. (3)
Zeg tot God den Zoon : Heer ik ben niet waardig enz. U te ontvangen, wegens mijne nuttelooze en slechte gesprekken en mijne ongetrouwheid in uwen
(') Domine non sum dignus etc.
(8) Ecce ancilla Domini.
(s) Quoniam singulariter in spe constituisti me. (Ps. IV. 10.)
276
dienst. Maar smeek Hem zich uwer te ontfermen, zeg Hem, dat gij Hem in het huis zijner Moeder wilt binnenleiden en dat gij Hem niet wilt laten gaan, voordat Hij daar zijn intrek heeft genomen; Ik hield hem vast, en zal hem niet loslaten, voordat ik hem heb doen binnentreden in het huis mijner moeder en in hare rustplaats. {l) Verzoek Hem tot zijne rustplaats te komen en in de arke zijner heiliging zijne woon te vestigen: âSta op, Heere, Kom op uwe rustplaats en in de arke uwer heiliging. (2) Zeg Hem dat gij uw vertrouwen hoegenaamd niet in uwe verdiensten, uwe kracht en voorbereiding stelt, zooalö Ezau, maar in Maria, uwe dierbare Moeder, gelijk Jacob in de zorgen van Rebecca. Zeg Hem, dat, hoezeer gij ook op Ezau gelijkt en hoe groot zondaar gij ook zijt. tot zijne heiligheid durft naderen, steunende op en versierd met de deugden zijner heilige Moeder.
(') Tenui eum, nee dimittam, donee introdueam illum in domum matris meae, et in eubicnlum genitricis meae. (Cant. III. 4.)
(2) Surge Doinine, in requiem tuam, tu et area sancti-fieationis touae. (Ps. CXXXI. 3.)
277
Zeg tot den H. Geest: Heer ik hen niet ivaardig enz. het knnstgewroclit. uwer liefde te ontvangen, om mijne lauwheid en de boosheid mijner werken, alsmede om mijne weigering in het ontvangen uwer ingevingen. Maar zeg Hem ook, dat al uw betrouwen op Maria, zijne getrouwe Bruid, berust; zoodat gij met den H. Bernardus kunt uitroepen : Dit is mijn grootste vertrouwen, dit is de geheele. reden mijner hope. p)
Gij kunt don H. Geest zelfs vragen om in Maria, zijne onafscheidbare Bruid, neder te dalen; want haar schoot is even zuiver en haar hart gloeit nog van een zelfde liefde als vroeger. Vestigt Hij niet zijne woon in u, dan zal Jezus en Maria in uw hart niet gevormd, noch op ware wijze gehuisvest worden.
III. Na de H. Communie.
^Ta de H. Communie, moet gij, geheel in u zeiven verslonden en met gesloten
(') Haoc mea maxima fiducia est; haec tota ratio spei meae.
278
oogen, Jezus Christus in Maria's hart binnenleiden. Laat Hem aan de zorgen zijner Moeder over. Zij zal hem liefdevol ontvangen, cene eervolle plaats geven, diep aanbidden, volmaakt beminnen, teeder omhelzen en Hem, in geest en waarheid, verschillende eerediensten bewijzen, die ons, om onze ondoordringbare duisternissen, onbekend zijn. Of ook, verneder u diep in uw hart, in tegenwoordigheid van Jezus, die in Maria woont; houdt wacht als een slaaf aan de deur van het paleis eens Konings, die zich met de Koningin onderhoudt, waarbij zij u niet van noode hebben. Doorkruis intusschen in den geest geheel de aarde en noodig de schepselen uit, om, in uwe plaats, Jezus in Maria te bedanken, te aanbidden en te beminnen: Komt en aanbidt Hem â of wel vraag zelf aan Jezus, in vereeniging met Maria, de komst van zijn rijk op aarde door zijne heilige Moeder, of de goddelijke wijsheid, de goddelijke liefde, de vergiffenis uwer zonden, of eenige andere genade; maar altijd door en in Maria. Zeg met een blik op u zeiven: Heere, zie niet naar mijne zonden, maar dat uwe
279
oog en slechts in mij op de deugden en de verdiensten van Maria letten. 11) En, na de herinnering uwer zonden, moet gij er bijvoegen: Ik heb deze zonden bedreven {2) of wel: Red mij van den boozenen bedrie-gelijken mensch (3), of ook : Mijn Jezus, Gij moet in mijne ziel toenemen en ik afnemen, f4) Maria, mijne goede Moeder, Gij moet bij mij toenemen, en ik minder worden dan ik geweest ben. O Jezus en Maria, groeit in mij aan en neemt in de andere menschen toe. (b)
Er bestaat nog een onnoemelijk getal andere gedachten, welke de H. Geest ii ingeeft of zal ingeven, zoo gij geheel ingetogen en verstorven zijt en getrouw deze groote en verheven godsvrucht beoefent, die ik u geleerd heb. Maar, herinner u, dat, wanneer gij Maria in uwe H. Communie laat handelen, Jezus des te meer zal verheerlijkt worden. En gij zult Maria des te meer voor Jezus, en Jezus in Maria laten handelen, naarmate gij u dieper zult vernederen en
1
3; Ab hoinino iniquo et doloso erue me
2
v4) Te oportet creseere, me autem minui.
3
(r') Crescite et multiplicamiui.
280
Hen geduldig en aandachtig znlt aan-hooren, zonder u moeiten te geven, om te zien, te smaken, ot' te gevoelen. Want de rechtvaardige leeft vooral uit het geloof en vooral in de H. Communie die eene oefening van geloof is: De rechtvaardige leeft uit hét geloof, f1)
(^1) Justus ex li tie vivit. (Hebr. X. 38.)
mmÃÃMïMMMMÃÃE
Toewijding van zich zei ven aan Jezus Christus, de mensohgeivorden Wijsheid, door Maria's handen.
(^hccmvige en menschgeworden quot;Wijsheid!
O zeer beminlijke en aanbiddelijke Jezus, waarlijk God en menseh, eenig-geboren Zoon van den eeuwigen Vader en van Maria, altijd Maagd, ik aanbid U diep in den schoot en do heerlijkheid uws Vaders, gedurende de eeuwigheid, en in den maagdelijken schoot van Maria, uwe ovcrwaardige Moeder, in den tijd uwer menschwording.
Ik betuig U mijn dank, dat Gij u zeiven vernederd hebt, door do gedaante van een slaaf aan te nemen, om mij uit de wreede slavernij des duivels te verlossen. Ik loof en verheerlijk U, omdat Gij u gewaardigd hebt, aan Maria, uwe heilige Moeder, in alles onderworpen
282
te zijn, ten einde mij door Haar uw getrouwen slaaf te maken. Maar helaas! ondankbare en ontrouwe, die ik ben, ik heb de geloften niet nageleefd, welke ik U zoo plechtig in mijn H. Doopsel afgelegd heb. Ik heb mijne verplichtingen niet vervuld; ik verdien niet uw kind noch uw slaaf genoemd te worden. En daar er niets in mij is of het verdient uw afkeer en uw toorn, durf ik niet meer uit mij zeiven tot uwe allerheiligste en doorluchtige Ma jesteit naderen. Daarom neem ik mijne toevlucht tot de voorspraak uwer allerheiligste Moeder, die Gij mij als Middelares bij U gegeven hebt. Door hare tusschenkomst hoop ik van U te verkrijgen het berouw over mijne zonden, de vergiffenis mijner ongerechtigheden en de ware Wijsheid.
Wees dan gegroet, o onbevlekte Maagd Maria, levend tabernakel der Godheid, waarin de eeuwige verborgen Wijsheid door de Engelen en de menschen wil aanbeden worden. Gegroet, o Konin-ginne des Hemels en der aarde, aan wier heerschappij alles onderworpen is, wat onder God staat. Gegroet, o veilige toevlucht der zondaren, die niemand
283
uwe barmhartigheid weigert, verzadig mijne begeerte naar de goddelijke Wijsheid en aanvaard daarom de beloften en de offerande, die ik U in mijne nietigheid aanbied.
Ik... . (zeg uw naam), ontrouwe zondaar, hernieuw en bezegel heden in uwe handen de geloften van mijn H. Doopsel. Ik verzaak voor altijd aan Satan; aan zijne ijdelheden en werken, en ik wijd mij geheel toe aan Jezus Christus, de menschgeworden Wijsheid, om mijn kruis, al de dagen mijns levens, na Hem te dragen. En opdat ik Hem eene groo-tere getrouwheid betoone dan ik tot nu toe heb gedaan, kies ik U heden, o Maria, in tegenwoordigheid van geheel het Hemelsch Hof voor mijne Moeder en Meesteres. Ik geef U over en wijd U toe mijn lichaam en mijne ziel, mijne in- en uitwendige goederen en de waarde zelfs van mijne verleden, tegenwoordige en toekomstige werken. Ik laat U een geheel en vol recht, om over mij en al wat mij toebehoort, zonder eenig voorbehoud, naar uw goedvinden, tot meerdere eere Gods, in den tijd en de eeuwigheid te beschikken. Aanvaard, o
284
goedertieren Maagd, deze kleine offerande mijner slavernij, ter eere vim en in ver-eeniging met do onderwerping, welke zelfs de eeuwige Wijsheid aan uw moederschap heeft willen betoonen; ââ als hulde van de macht, welke Gij beiden over dit aardwormpje en dezen ellendi-gen zondaar hebt; â tot dank voor de voorrechten, waarmede de Allerheiligste Drieëenheid U begunstigd heeft.
Ik verklaar, dat ik voortaan, als uw ware slaaf, in alles uwe eer wil zoeken en U wil gehoorzamen. O bewonderenswaardige Moeder, vertoon mij aan uw dierbaren Zoon, in hoedanigheid van eeuwigen slaaf, opdat Hij, na mij door U vrijgekocht te hebben, mij door U ont-vange. O Moeder van barmhartigheid, schenk mij de genade, om de ware Wijsheid Gods te erlangen. Neem mij daarom op onder het getal van hen, die Gij liefhebt, die Gij onderricht, die Gij leidt, die Gij voedt en die Gij beschermt als uwe kinderen en slaven. O getrouwe Maagd, maak van mij in alles een zoo volmaakten leerling, navolger en slaaf van de menschgeworden Wijsheid Jezus Christus, uwen Zoon, dat ik, door uwe
20
285
voorspraak, op uw voorbeeld tot de volheid van zijn leeftijd op aarde en van zijne glorie in den Hemel moge komen. Amen.
Die het kan hegrijpen, hegrijpe het ('), Wie is de wijze, die dit vat ? (2).
GOD ALLEEN.
O Quis potest oapere capiat.
(s) Quis sapiens, et intelliget haec . . ?
EINDE.
'-iV qciSvrucbricji; tSicviaa-z va JV lm- ; 1 a. (1)
Tot Jezus door Maria!
Leent daaraan, Christenen, gehoor :
ïot Jezus door Maria Gaan allen, die God uitverkoor!
ïer eer van Jezus, mijn Behoeder,
Zingt thans mijn ziel, en looft en prijst De teedre goedheid, die zijn Moeder Haar trouwen dienaar steeds bewijst!
(*) Deze vertaling van een van de Montfort's godvruchtige liederen hebben wij ontleend aan het Maandschrift âDe Rozenkrans.quot; (Jaarg. 1889).
De zalige de Montfort dichtte meer dan 300 geestelijke liederen. De vrome Dienaar van Maria kon zingen in alle tonen, nu in luid-jubelende, dan in zaeht-weemoedige, nn in breede en majestueuze, dan weer in zachte klanken ; maar wat toon hij ook aanhief, het was altoos in eene schoone en vloeiende taai, eene hooge kennis van de menschelijke ziel en eene aantrekkelijke beschrijving van Jezus, Maria en de Gelukzaligen des Hemels, en het was altoos zóó, dat hij genietbaar bleef voor het volk. Vandaar die verbazende populariteit zijner gezangen en die gretigheid en aandrang, waarmede Frank-rijk's geloovigen zoo gaarne de liederen van den gelukz. de Montfort zingen. Noot v. d. vert.
287
Och! of mijn woord dóór 't luchtruim vaarde
En overal verkonden mocht,
Dut hij 't gelukkigst is op aarde
Die Haar zich 't innigst heeft verknocht!
Zij, Koningin van Jezus Harte,
Is heel mijn schat en heel mijn vreugd. Mijn toeverlaat en troost in smarte.
De rijke bronaar mijner deugd!
Tot âArke des Verbondsquot; verheven
Is zij mij 't âHeiligequot; zonder vlek.
Haar kleed, uit deugden saamgeweven, Is 't kleed, waarmee 'k mijn armoe dek!
Zij is voor mij die heiige âTempelquot;,
Waar 'k altijd mijnen Jezus vind, Vertrouwvol overschrij 'k den drempel.
Want nooit versmaadt Zij 't biddend kind !
Zij is de âVrijstadquot; immer veilig.
Waar mij geen vijand ooit verdelgt.
En zij is de âArke,quot; Gode heilig.
Waar mij geen zondvloed ooit verzwelgt!
Om meer aan God gelijk te wezen.
Heb 'k aan Maria toegewijd.
Aan hare liefde, nooit volprezen.
Mijn lichaam, ziel en zaligheid!
Verhef ik mij tot God, mijn Vader,
Uit d'afgrond mijner nietigheid,
Dan zweef ik Hem op vleuglen nader. Mij door haar goedheid uitgespreid!
288
Drukt zondeschuld mijn hart, dan vlucht ik Tot Haar, die aller lasten tilt,
âZiedaar uw Moeder,quot; zoo verzucht ik, En Jezus' gramschap is gestild!
Aanhoor mij, Christen, Godgetrouwe, Die Jezus steeds zoo dierbaar waart:
Ik zing de heerlijkheid der Vrouwe Die onder 't kruis U heeft gebaard!
Zij, Moeder en Vorstin van allen,
Staat overal mij krachtig bij.
En mocht soms zwakheid mij doen vallen. Dan is Ze in 't opstaan mij ter zij !
Als angst en wanhoop mij benauwen Om 't kwaad, dat ik, helaas! misdreef.
Dan schenkt één beo rust en vertrouwen; Bid, Moeder, dat God mij vergeev'!quot;
Haar oog schenkt heldenmoed ten strijde, Als 't liefdrijk op mij nederzict:
Hot zegt mij: âIk kamp aan uw zijde! âHoud moed! Mijn kind verlaat ik niet!quot;
Maria zetelt op de trone.
Die 'k Haar in 't hart heb opgericht;
Een schitterende gloriekrone
Omstraalt haar heerlijk aangezicht!
Haar vruchtbaar en haar smetloos leven Maakt, dat ook 't mijne vruchten draagt,
Haar needrigheid heeft mij verheven,
Haar deemoed mijne krachten schraagt!
289
Zij is die heldere fonteine,
Die mij niet heilgenade drenkt,
Mij zuivert als een engelreine,
Mij troost, geluk en vreugde schenkt!
Gii ik door Jezus, onzen Broeder,
Tot God, dan word ik nooit versmaad.
Ga ik tot Jezus door zijn Moeder
Dan vindt mijn smeekbeê immer baat!
Alleen in Haar en door Haar leven Geeft rijkdom van genade en deugd.
Richt steeds getrouw naar God mijn streven En maakt dat mij Gods Wil verheugt!
Neen, U beschrijft geen cnglenveder Wat vreugde Zij mij steeds bereidt!
Maria, ik bemin à teeder En nu èn in allo eeuwigheid.
VOORWOOED.
De godvruchtige lezer zal wel bemerkt hebben dat de gelukz. de Montfort eenige gebeden voor de driewekelijksche voorbereiding tot de Opdracht met warmte aanbeveelt. Hij heeft deze niet in zijn werk opgenomen. Tot gemak van het aan Maria verkleefd kind, dat deze godvruchtige oefening wil omhelzen, heb ik geineend deze gebeden hierbij te moeten voegen. Eenige zijn van de hand van den Gelukzalige, andere getrokken uit verschillende gebedenboeken. Ik zal dit ter plaatse aangeven.
Mogen ze den ijverigen Maria-vereerder tot eene nog vuriger godsvrucht tot die lieve Moeder aanwakkeren en hem van de uitmuntendheid van Grignons devotie doordringen!
Ue vertaler.
yvuzE
cm 6c- JC. tc bociciv iiv
vctccitiqinq met ©Realia. (!) ---ââ¢lt;=---
Op liet oogenblik dat het H. Misoffer begint, moot gij u, door schrik bevangen, in de gedachte verplaatsen op den Calvarieberg en zeggen : Hier ben ik op den Calvarieberg! . . . Verzamel uw hart en geest om mijne gevoelens te deden. Terwijl de priester het Confiteor aan den voet van het altaar bidt, moet gij ii den doodsstrijd voor den geest roepen, dien de Zaligmaker Jezus, de eeuwige Wijsheid in den hof van Olijven te door-
(') Deze wijze om de H. ]\Iis te liooren van den H. Leonardus a Portu Mauritio, welke deze zoo dringend aan hen, die hij tot de volmaaktheid leidde, aanbeval, is in den geest van den gelukz. de Montlbrt opgesteld. In de raadgevingen, welke ieder deel van het H. Misoü'er vooralgaan, spreekt Maria tot de Christenziel en spoort haar aan om hare gevoelens te dealen.
Noot v. (I. verf.
295
staan had. Onderzoek in 't kort uwe zonden, en, om er een levendig berouw over te gevoelen, verhef uw hart tot mij; ik zal u leeren om u met mijn Zoon te slachtofferen.
Van den Introïtus tot aan het Evangelie.
De oneindige Majesteit Gods loven en eeren.
Gedurende het eerste gedeelte der H. Mis, moei gij u bezighouden met aan God dc hulde te brengen, welke Hem verschuldigd is. Maar hoe zal dit kunnen plaats hebben? Weet gij niet, dat al de lof, de aanbiddingen der Engelen en Heiligen, zelfs die welke ik onophoudelijk der allerheiligste Drie-eenheid breng, niets zijn voor God, dewijl zijne macht en heerlijkheid geene grenzen kent ? Jezus alleen, de menschgeworden Wijsheid kan dit op waardige wijze volbrengen, door de vernederingen, waaraan Hij zich onderwerpt in 'tH. Misoffer. Draag met mij die vernederingen van mijn Zoon op; verneder u daarom diep door aan uwe gevoelens te verzaken, en zeg, met
296
vertrouwen en liefde, in vereenlglng met mij:
O mijn God, ik aanbid en erken U als den Verlosser en Meester mijns levens. Ik belijd dat ik, al wat ik ben en al wat ik bezit, van uwe vrijgevige hand beb ontvangen.
Maar dewijl uwe opperste Majesteit eene oneindige eer eu hulde verdient en ik, in mijne uiterste armoede, u zelf niet kan brengen, wat ik U verschuldigd ben â bied ik U de vernederingen mijns Verlossers aan en offer U voor mij zeiven en voor al de schepselen de eerbewijzingen op, welke Jezus IJ op dit altaar brengt. Laat, Heer, uwe blikken op uwen goddelijken Zoon afdalen, in wien Gij uw welbehagen neemt. Wat Jezus doet, wil ik met Hem doen; ik verootmoedig en verneder mij met Hem voor uwe opperste Majesteit; ik aanbid U in vereeniging met al zijne aanbiddingen en al zijne gevoelens.
En om dit volmaakter te verrichten, wil ik U die vernederingen met Maria aanbieden :
Moeder Gods help mij om aan God
297
waardige eerbewijzingen te brengen, en wees daarom geheel in mij, offer in mij de gevoelens van uw hart op en voornamelijk de overgroote vreugde, welke Gij gevoelt over de oneindige eer, die in dit hoogverheven offer aan de Goddelijke Majesteit wordt bewezen.
Zet deze akten inwendig voort, zonder u te bekommeren over de aangegeven formule. Hoe meer gij mijne gevoelens tot do uwe maakt, des te meer zal ik u ook met gevoelens van volmaakte nederigheid en dieper vernietiging bezielen.
O! welk een vreugde zult gij zoodoende aan de allerheiligste Drieëenheid en aan mij verschaffen !
Van hef Evangelie tot de Opoffering.
WiSv/erp een blik op uwe zonden, en zie welke schuld gij op u geladen hebt.
Eene enkele doodzonde weegt zoo zwaar in de schaal der goddelijke gerechtigheid, dat al de goede werken der Heiligen niet voldoende zouden zijn om ze uit te wis-
298
schen. Om Gods gramschap te stillen is er niets minder noodig dan het bloed, dat mijn Zoon op den Calvarieberg vergoten heeft.
Terwijl de priester voor n dit allerkostbaarst bloed op het heilig' altaar opdraagt, roep in uw geheugen terug de tranen die ik zelve voor u op den Calvarieberg heb gestort â de tranen die ik zoo dikwijls hernieuwd heb sedert Jezus' Hemelvaart, hetzij toen ik den lijdensweg volgde, hetzij toen ik het H. Misoffer bijwoonde, dat door mijn aangenomen Zoon Joannes werd opgedragen. Met deze gedachte bezield, moet gij uwe tranen met de mijne mengen en met een diep vernederd hart zeggen :
Hier is, mijn God, die ondankbare ziel, welke zich zoo dikwijls jegens U schuldig heeft gemaakt, maar die nu hare ontelbare fouten van ganscher harte verfoeit. Wat kan ik U wclvalliger, ter voldoening, aanbieden, dan de vernederingen, waardoor de eeuwige Wijsheid, uw Zoon Jezus Christus, voor mij aan de goddelijke gerechtigheid heeft voldaan, en die hij U thans op het altaar opoffert ?
299
Aanvaard dan, Hemelsche Vader, met de tranen van Maria, al de verdiensten van Jezus, het Bloed van Jezus, Jezus zei ven in persoon, uwen eenigen Zoon en den Zoon van Maria in den tijd, die, in hoedanigheid van slachtoffer, zich nog gewaardigt zijn offer ten mijnen gunste te hernieuwen. En omdat mijn Jezus op dit Altaar, zich als mijn Middelaar en Voorspreker stelt, en u, door zijn kostbaar bloed, vergiffenis voor mij vraagt, â vereenig ik mijne stem met die van dit aanbiddelijk Bloed, en vraag u genade voor de ontelbare zonden, welke ik bedreven heb en voor al de zonden der wereld. Het Bloed van Jezus roept tot U om barmhartigheid, en mijn hart, met berouw vervuld, vraagt U die met Hem. Mijn God, zoo mijne tranen U niet treffen, dat dan de verzuchtingen van uwen Zoon en de beden van Maria U vermurwen! Indien Jezus, aan het Kruishout vergiffenis verwierf voor geheel het menschelijk geslacht, waarom zou Hij haar dan niet voor mij op dit altaar erlangen ? Ja, ik hoop het, uit kracht van dit kostbaar Bloed en ter liefde van Maria, uwe welbeminde Doch-
300
ter, zult Gij mij al mijne zonden vergeven, welke ik tot mijn laatsten snik wil beweenen. Schenk ook, Heer, aan alle zondaren der wereld berouw en vergiffenis. O Moeder Gods, Gij ziet mijn leedwezen ; vraag voor mij de tranen van den H. Petrus, het berouw van de H. Magdalena en de smart van zoovele Heiligen, die van zondaren, ware boet-vaardigen zijn geworden: opdat ik, dooide verdiensten van dit H. Misoffer, al-geheele vergeving van al mijne zonden moge bekomen!
Verwek deze akten niet een levendig en diep berouw, dat ik zelve aan mijn goddelijken Zoon zal aanbieden, en wees verzekerd dat gij zoodoende alle schulden zult uitwisschen, waarmede uwe ongetrouwheden n tegenover God heiaden hebben.
Van de Opoffering tot aan de Communie.
God bedanken voor de weldaden, waarmede Hij ii overladen heeft.
Hoep in uw geest terug de gunsten waarmede gij tot op dezen dag over-
21
801
laden zijt. Zij zijn bovenmate groot! . . Ja, met mij kunt gij dikwijls, van gan-scher harte, uitroepen : I gt;e Almachtige heeft in mij groote dingen gewrocht. En hoeveel meer wil die God van goedheid nog voor u in de toekomst doen !
Gedenk dat gij Hem niet waardiglijk kunt bedanken, dan door het Hart van mijn Zoon, te dien einde in de handen des priesters op het altaar neergedaald. Beschouw met liefde dien goddelijken Verlosser, die zijnen Vader voor u bedankt ; vereenig u met de koren dei-Engelen en Gelukzaligen; maar wees vooral gedachtig dat ik daar met u ben en zeg tot God met een vreugdevol hart :
O mijn God, die mij zoo teeder bemind hebt. Gij ziet mij hier voor uw aanschijn, beladen metal de weldaden, waarmede Gij mij tot op den huidigen dag hebt willen verrijken en nog wilt verrijken in den tijd en in de eeuwigheid. Ik beken dat uwe barmhartigheid jegens mij oneindig is; maar ik ben niet bij machte U weder te geven wat ikü verschuldigd ben. Ontvang, ITcer, tot dankzegging van zoovele gun-
302
sten deze zuivere, heilige en onbevlekte Hostie, die ik U in vereeniging met Maria, door de handen des priesters, aanbied. Deze offerande, die IT zoo aangenaam is, is voldoende â¢â- ik weet het â om de gaven, welke Gij mij zoo rijkelijk uitgedeeld hebt, te vergelden. Omdat zij van oneindige waarde is, vergeldt Zij ruimschoots al het goede wat ik van U ontvangen heb, en in de toekomst nog hoop te ontvangen.
Engelen des Heeren en gij zalige hemelbewoners, Gij vooral H. Maagd, mijne Moedor, vereenigt U met mij om mijn God te danken, en gewaardigt U, Hem, tot dank voor al deze gunsten, op te dragen alle H. Missen, die heden over de geheele wereld gelezen worden; smeekt Hem mijne verlangens te aanvaarden en in aanmerking te nemen de van liefde blakende dankzeggingen, welke Jezus Christus Hem' nu voor mij op dit altaar aanbiedt.
Stel u niet tevreden met aan deze gevoelens slechts eenmaal lucht te geven; vereenig u ook met de lofzeggingen mijns Harten. Met welk een zacht welgevallen zal de God van goedheid niet
303
die bekentenis van eenc zoo liefdevolle dankbaarheid aanvaarden.
Tot de Communie des Priesters.
Alle genaden vragen; welke gij noo-dig hebt.
Zoo aij niet het geluk hebt tot de Tafel des Hoeren to naderen, verzuim dan toch niet de geestelijke Communie te doen, die ongetwijfeld in do zielen eene groote vereeniging met Jezus Christus teweegbrengt. Verbeeld u, naar de beoefening van eenige mijner dienaren, dat ik u het Kindje Jezus aanbied, hetwelk op het altaar opnieuw is willen geboren worden. Verruim uw hart, want Gods Zoon zelf bidt en vraagt voor u. Zoo ik u de verzekering gaf, dat ik zelf uwe gebeden tot Gtxls troon wilde brengen als uwe Voorspreekster, welk zacht vertrouwen van weldra verhoord te worden, zou zich dan niet van uw hart meester maken! Maar 't is Jezus zelf, mijn welbeminde Zoon, die uw Voorspreker wil zijn en zijn kostbaar Bloed voor
304
ii aan zijn Vader opoffert. Vergenoeg n dus niet met eenige gunsten te vragen; maar volg mij na en vraag groote genaden voor ii en voor de gelieele wereld. Zeg nu, geheel in mij opgesloten, met gevoelens van diepe vernedering:
God mijns harten, ik erken dat ik uwe gaven onwaardig ben; neen, ik beken liet, om wille mijner ontelbare zonden, verdien ik niet dat Gij mij verhoort. Maar beschouw het aanschijn uws Zoons; aanzie dit Go('(lelijk slachtoffer, dat Gij voor mij op deze aarde hebt willen zenden, en dat, op dit altaar, terwijl het U zijn bloed en leven opoffert, almachtige smeekingen, voor mij tot U opstuurt. Gewaardig ze te aanhooren, Heer, en verleen mij, ten aanzien van Jezus' verdiensten, al de genaden, welke Gi j weet, dat ik noodig heb om mijne zaligheid te bewerken. Moeder Gods, gij ziet mijne overgroote behoefte, en U is alle macht op het hart van uw Zoon gegeven; ik verstout mij dus ü te smeeken, voor mij de vergiffenis mijner zonden tc vragen, de kennis van mijzelven en eenc gedurige vereeniging niet U en met uw zoeten
305
Verlosser. Verkrijg voor mij, almachtige Hemelkoningin, al de deugden in een hoogen graad, alsmede al wat mij noodzakelijk is, om heilig te worden. Vraag ook alle genaden, welke ik verplicht ben voor mijn evennaaste af te smeeken, namelijk den bloei der H. Kerk, de bekeering der ongeloovigen, der zondaren en voornamelijk van allen, die mij dierbaar zijn; de verlossing van alle zielen, die thans in het vagevuur zuchten.
Vraag vrij, zonder vreeze van Hem te verarmen, die zoo gaarne geeft: vraag voor u, voor uwe ouders, weldoeners enz. voor de Kerk en haar Opperhoofd; vraag met levendig vertrouwen, verzekerd, dat uwe gebeden, vereenigd met die van Jezus en van mij zonder twijfel zullen verhoord worden.
Verblijf na het einde der H. Mis nog cenigen tijd in de kerk om dank te zeggen, verwijder u vervolgens met do zelfde gevoelens alsof gij van den Calvarieberg afkwaamt.
Alvorens u aan uw arbeid te begeven, moet gij met de H. Theresia, de H. Monica uw hart op het altaar ter aanbidding achterlaten, en u gedurende den dag
806
herinneren, dat hot daar in Jezus' nabijheid is. Deze gedachte zal de vurigheid in uw hart aanwakkeren en uwe inge-togenheid vergemakkelijken.
die bekentenis van eene zoo liefdevolle dankbaarheid aanvaarden.
Tot de Communie des Priesters.
Alle genaden vragen, welke gij noo-dig hebt.
Zoo gij niet het geluk hebt tot de Tafel des Heeren te naderen, verzuim dan toch niet de geestelijke Communie te doen, die ongetwijfeld in de zielen eene groote vereeniging met Jezus Christus teweegbrengt. Verbeeld u, naar de beoefening van eenige mijner dienaren, dat ik u het Kindje Jezus aanbied, hetwelk op bet altaar opnieuw is willen geboren worden. Verruim uw hart, want Gods Zoon zelf bidt en vraagt voor u. Zoo ik u de verzekering gaf, dat ik zelf uwe gebeden tot Gtxls troon wilde brengen als uwe Voorspreekster, welk zacht vertrouwen van weldra verhoord te worden, zou zich dan niet van uw hart meester maken! Maar 't is Jezus zelf, mijn welbeminde Zoon, die uw Voorspreker wil zijn en zijn kostbaar Bloed voor
304
ii aan zijn Vader opoff ert. Vergenoeg u dus niet met eenige gunsten te vragen; maar volg mij na en vraag groote genaden voor u en voor de gelieele wereld. Zeg nu, geheel in mij opgesloten, met gevoelens van diepe vernedering:
God mijns harten, ik erken dat ik uwe gaven onwaardig ben; neen, ik beken het, om wille mijner ontelbare zonden, verdien ik niet dat Gij mij verhoort. Maar besehouw het aanschijn uws Zoons; aanzie dit Goddelijk slachtoffer, dat Gij voor mij op deze aarde hebt willen zenden, en dat, op dit altaar, terwijl liet U zijn bloed en leven opoffert, almachtige smeekingen, voor mij tot U opstuurt. Ge waardig ze te aanhooren, Heer, en verleen mij, ten aanzien van Jezus' verdiensten, al de genaden, welke Gij weet, dat ik noodig heb om mijne zaligheid te bewerken. Moeder Gods, gij ziet mijne overgrootc behoefte, en U is alle macht op het hart van uw Zoon gegeven; ik verstout mij dus U te smeeken, voor mij de vergiffenis mijner zonden te vragen, do kennis van mijzelven en eene gedurige vereeniging met U en niet uw zoeten
305
Verlosser. Verkrijg voor mij, almachtige Hemelkoningin, al (Ie deugden in een hoogen graad, alsmede al wat mij noodzakelijk is, om heilig te worden. Vraag ook alle genaden, welke ik verplicht ben voor mijn evennaaste af te smeeken, namelijk den bloei der H. Kerk, do bekeering der ongeloovigen, der zondaren en voornamelijk van allen, die mij dierbaar zijn; de verlossing van alle zielen, die thans in het vagevuur zuchten.
Vraag vrij, zonder vreeze van Hem te verarmen, die zoo gaarne geeft: vraag voor u, voor uwe ouders, weldoeners enz. voor dc Kerk en haar Opperhoofd ; vraag met levendig vertrouwen, verzekerd, dat uwe gebeden, vereenigd met die van Jezus en van mij zonder twijfel zullen verhoord worden.
Verblijf na het einde der H. Mis nog ecnigen tijd in de kerk om dank tc zeggen, verwijder u vervolgens met de zelfde gevoelens alsof gij van den Calvarieberg afkwaamt.
Alvorens u aan uw arbeid te begeven, moet gij met de H. Theresia, de H. Monica uw hart op het altaar ter aanbidding achterlaten, en u gedurende den dag
306
herinneren, dat hot daar in Jezus' nabijheid is. Deze gedachte zal de vurigheid in uw hart aanwakkeren en uwe inge-togenlieid vergemakkelijken.
LITANIE VAN DEN II. (JEEST
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, hoor ons.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm l' onzer, (lod, Zoon, Verlosser der wereld.
God, H. Geest,
H. Drievuldigheid, éen God,
H. Geest die van den Vader en den Zoon voortkomt, 5
Geest der eeuwige waarheid. Geest van wijsheid en verstand. Geest van raad en sterkte. Geest van vreeze des Heeren,
o
; en macht, 5
Geest, door wiens ingeving de Profeten ge- r
sproken hebben,
H. Geest, wiens zalving ons alle dingen leert,
H. Geest, die do afgedwaalde zondaren bekeert,
H. Geest, die uwe ware geloovigen tot één hart en ééne ziel mnakt,
308
H. Geest, die uwen kinderen dc ware vrijheid verleent, ontferm U onzer.
If. Geest, die do dubbelhartigen en geveinsden ontvlucht.
H. Geest, die do ziel zijt van het lichaam
der H. Kerk,
H. Geest, die ons do duistere punten der
H. Schrift door uwe Kerk verklaart, TT. Geest, die de Apostelen vervuld en in
hun mond uwe woorden gelegd hebt, 11. Geest, die alleen ons Gods wet volmaakt
kunt doen volbrengen,
H. Geest, die zelf ook dc gever van het
bidden zijt, â
H. Geest, die zelf in ons en voor ons bidt, 5quot; H. Geest, die onze harten van droefheid verlost en ze met liefde, blijdschap en 5 vrede vervult, ^
H. Geest, die ons geduld, goedertierenheid
en goedheid verleent, §
H. Geest, die onze zielen met zachtmoedig- 3
hoid en zedigheid versiert,
H. Geest, die ons de onthouding en de
kuischheid verleent,
H. Geest, die do liefde Gods in onze harten stort,
H. Geest, die in de zielen der geloovigcn
als in uwe tempels woont,
II. Geest, die in de harten dor gcloovigen stroomen van levende wateren doet ontspringen,
TT. Geest, door wicn wij nu geeno slaven meer zijn, maar Gods kinderen en erfgenamen.
II. Geest, door wien dc slaafsche vreeze is
309
weggenomen en wij als Godskinderen met liefde en vertrouwen tot onzen Vader roepen, ontferm U onzer.
H. Geest, die ons naar de voltrekking onzer aanneming en verlossing doet zuchten en verlangen, ontferm U onzer.
11. Geest, die in ons wonende, onze sterfelijke lichamen zult levend maken, ontferm
U onzer.
Wees genadig, spaar ons Heer!
Wees genadig, verhoor ons Heer!
Van alle zonden, verlos ons Heer! Van vermetelheid en wanhoop. Van ongeloovigheid en hardnekkigheid tegen
de bekende waarheid.
Van alle bekoringen en lagen des duivels, Van afgekeerdheid, tweedracht, gramschap
en nijd tegen onzen naaste.
Van alle onreinheid naar ziel en lichaam, Van onboetvaardigheid en verstoktheid des -1 gemoeds, §,
Van allen geest, die U tegenstrijdig is, S Door uwe altijddurende voortkomst van den o Vader en den Zoon, S
Door uwe wonderbare werking waardoor Christus in het lichaam der zuivere Maagd g ontvangen is, .1
Door uwe nederdaling over Christus bij zijn Doopsel,
Door uwe komst over de leerlingen van Christus,
In den dag des oordeels, verlos ons Heer! Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons! Dat wij nooit de vleeschelijke neigingen opvolgen, wij bidden U, verhoor ons!
310
Dat gij don geest dor rechtvaardigheid in
onze harten wilt vernieuwen,
Dat gij ons wilt versterken om manmoedig
hot goede te doen,
Dat wij U nooit bedroeven.
Dat wij U nooit wederstaan.
Dat gij onze harten zóó wilt vervnllen, dat ^ de vermakelijkheden der wereld bij ons ^ geen ingang vindon, _
Dat wij allen geesten geen geloof schenken, g; maar wijselijk onderscheiden of zij uitGod zijn, ^ Dat wij, door uwe genade in don geest van a zachtmoedigheid, de zondaren onderrichten en vermanen,
Dat wij altijd arm van geest mogen wezen, 2_ Dat Gij ons hongerig en dorstig naar de 5 rechtvaardigheid wilt maken, °
Dat Gij ons dc zachtmoedigheid on barm- 0 hartigheid tot alle menschen wilt instorten, 7^ Dat wij den vrede met onzen naaste zoo onderhouden, dat wij kinderen Gods mogon genoemd worden.
Dat Gij ons zuiver van hart wilt maken, opdat wij God mogen zion.
Dat wij de vervolging om do rechtvaardigheid, als een bijzonder geluk achten,
Dat Gij ons tot het einde toe in het goede leven wilt bevestigen, wij bidden U verhoor ons!
Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer!
Lam Gods, dat do zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer! _
811
Christus, lioor ons.
Christus, verhoor ons.
Hoor. ()ntferm U onzer.
()nzc vader enz.
V. Do genade van den H. Geest. A. Verlichte onze zinnen en harten.
Laat ons bidden.
O God die de harten der geloovigen door de verlichting; van den H. Geest hebt onderwezen, geef, dat wij door denzelfden Geest het goede kennen en doen, en ons altijd over zijne vertroosting mogen verblijden. Door onzen Heer Jezus Christus, uwen Zoon. Amen.
LITANIE
VAN DEN
ZOETEN NAAM JEZUS.
Keer, ontferm U onzer.
(Jlirishis, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons,
God, hemelsche Vader, ontferm LI onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld.
God, heilige Geest, ö5
Heilige Drievuldigheid, één God,
Jezus, Zoon van den levenden God, 3
Jezus, glans des vaders,
Jezus, klaarheid van liet eeuwige licht,
Jezus, koning der glorie, S
Jezus, Zoon van de Maagd Maria, §
Allerbeminlijkste Jezus, ^
Wondervolle Jezus,
Allermachtigste Jezus,
Allergeduldigste Jezus,
Allergehoorzaaraste Jezus,
Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van harte,
Jezus, minnaar der kuischheid.
813
Jezus, onze liefde, ontferm U 0IlZ0lâ .
Jezus, God des vredes, .
Jezus, bron des levens,
Jezus, voorbeeld aller deugden,
Jezus, ijveraar der zielen,
Jezus, onze toevlucht,
Jezus, vader der armen,
Jezus, lioop der geloovigen, ~
Jezus, goede Herder, -5
Jezus, waar licht der Wereld. g
Jezus, eeuwige wijsheid,
Jezus, oneindige goedheid,
Jezus, onze weg en ons leven, 9
Jezus, blijdschap der Engelen,
Jezus, koning der Oudvaders,
Jezus, ingever der Profeten,
Jezus, leeraar der Evangelisten,
Jezus, sterkte der Martelaren,
Jezus, licht der Belijders,
Jezus, zuiverheid der Maagden,
Jezus, kroon van alle Heiligen,
Wees ons genadig, spaar ons Jezus.
Wees ons genadig, verhoor ons Jezus.
Van alle kwaad, verlos ons Jezus.
Van alle zonden,
Van uwe gramschap, 5*
Van de listen des duivels,
Van den onreinen geest, m
Van het verzuim uwer goddelijke inspraken, g Van den eeuwigen dood, quot;
Door het geheim uwer H. Menschwording, S? Door uwe geboorte, a
Door uwe kindsheid, â '
Door uw goddelijk leven,
Door uwen arbeid,
314
Door uw benauwdheden en lijden, lt;
Door uw kruis en uwe verlatenheid, e.
Door uwe smarten, §
Door uwen dood en uwe begrafenis, o
Door uwe verrijzenis, 5
Door uwe hemelvaart, verlos ons Jezus. ^ Door uwe vreugde, verlos ons Jezus.
Door uwe heerlijkheid, verlos ons Jezus. V Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, spaar ons, Jezus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons Jezus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden dor wereld, ontferm IJ onzer.
Jezus, hoor ons.
Jezus, verhoor ons.
Heer ontferm U onzer.
Christus ontferm U onzer.
Heer ontferm u onzer.
Onze vader, enz.
LAAT ONS BIDDEN.quot;
O, God, die den glorievollen Naam van onzen Heer Jezus Christus uwen eeniggeboren Zoon, zoo zoet en zoo beminlijk hebt gemaakt voor uwe geloovigen, maar vreeselijk en schrikwekkend voor de booze geesten: geef door uwe genade, dat allen, die dezen Naam van Jezus eerbiedig vereeren op aarde, voor het tegenwoordige de zoet-
815
heid der heilige vertroosting en in de toekomst de zalige heerlijkheid en het eindeloos geluk des hemels mogen verwerven. Door denzelfden Jezus Christus onzen Heer. Amen.
UlTANIE
Heer. ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Hoor, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
(xod, hemelsche Vader, ontferm ü onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm ü
onzer.
God H. (ieest ontferm U onzer. II. Drievuldigheid één God, ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd dei- Maagden, S'.
Moeder van Christus,
Moedor der goddelijke genade, o
Allerreinste Moeder, S,
Allerzuiverste Moeder, o
Ongeschonden Moeder, §
Onbevlekte Moeder,
Zeor minnelijke Moeder,
316
Zeer wonderbare Moeder, bid voor ons
Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers,
Allervoorzichtigste Maagd,
Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagt;,
Goedertierene Maagd,
Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid.
Zetel der wijsheid.
Oorzaak onzer blijdschap,
Geestelijk vat.
Eerwaardig vat.
Schoon vat van godsvrucht.
Geestelijke roos, H'
Toren van David,
[voren Toren, o
Gulden huis, 2
Ark des verbonds, o
Deur des Hemels, w
Morgenster,
Behoudenis der kranken.
Toevlucht der zondaren.
Troost der bedrukten.
Hulp der Christenen,
Koningin der Engelen,
Koningin der Patriarchen,
Koningin der Profeten.
Koningin der Apostelen,
Koningin der Martelaren.
Koningin der Belijders,
Koningin der Maagden,
Koningin van alle Heiligen,
Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans,
22
317
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer ontferm U onzer.
Christus ontferm U onzer.
Onze Vader .... Wees gegroet....
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder Gods! wil onze gebeden in onzen nood niet versmaden; maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd; onze Vrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.
V. Bid voor ons H. Moeder Gods. A. Opdat wij waardig worden dei-beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden ü, o Heer, stort uwe genaden in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de Menschwording van Christus uwen Zoon
318
hebben leeren kennen, door zijn Lijden en Kruis tot de glorie der verrijzenis mogen geraken. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
MEMORARE.
Gedenk, o genadigste Maagd Maria, dat men nooit gehoord heeft, dat iemand, die tot U vluchtte, uw bijstand verzocht of uwe voorspraak inriep, verlaten is geworden. Aangemoedigd door dit vertrouwen, o Maagd der Maagden, snel ik tot U en werp mij, zuchtende, onder het gewicht mijner zonden, voor uwe voeten neder. O Moeder des eeuwigen Woords, versmaad mijne gebeden niet, maar neem ze genadig aan en gewaardig ze te verhooren. Amen.
i'lïfo.cjitiliccU'
^K-
fiyiÃne ziel maakt groot den Heer, En mijn geest is verheugd in God, mijnen Zaligmaker,
319
Omdat Hij neerzag op de geringheid
zijner Dienstmaagd,
Want zie van nu af znllen alle geslachten mij zalig prijzen,
Want de Almachtige heeft groote dingen aan mij gedaan, en zijn Naam is heilig. En zijn erbarmen strekt zich uit van geslacht tot geslacht over allen, die met zijne vreeze bezield zijn, Hij heeft kracht geoefend door zijnen arm; de hoovaardigen van harte verstrooid,
Machtigen heeft Hij van den troon
geworpen en geringen verheven, Behoeftigen heeft Hij met goederen verrijkt, en rijken ledig weggezonden. Israël, zijnen dienstknecht, is Hij tc hulp gekomen, zijner barmhartigheid indachtig.
Gelijk Hij 't onzen Voorvaderen beloofde, ten gunste van Abraham, van zijn kroost, in eeuwigheid.
Eere zij den Vader, den Zoon en den H. Geest,
Gelijk het was in het begin, en nu, en altijd en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
320
tlv^ iiiato victim.
ü Zeester, zing ik lof,
Gods Moeder, hoog verheven En altijd Maagd gebleven,
ü, deur van 't Hemelhof!
Hoor Gabriel den groet Van âAvequot; tot U spreken. Wil Eva's vloek verbreken Die ons nog zuchten doet.
Verbreek ons zondenjuk,
Doe 't licht voor blinden stralen. Verdrijf al onze kwalen Verkrijg ons 't waar' geluk.
Toon dat Gij Moeder zijt. Doe Jezus ons verhoeren,
Hij die voor ons geboren Uw kind is voor altijd.
O Maagd, zoo zacht, zoo rein, Nooit door een vlek geschonden. Maak dat wij. zonder zonden En zacht en zuiver zijn.
Schenk ons de zuiverheid,
lilijf immer ons bewaken,
Opdat wij eens geraken Bij U in de eeuwigheid.
Den Vader en den Zoon Wil 'k lof en eer bewijzen. Den heil'gen geest ook prijzen Vol glorie op zijn troon.
Amen.
Kleine Kroon of Krans der heilige Maagd (naar den zaligen de Montfort.)
Kom, H. Geest; vervul de harten uwer geloovigeu en stort in lien hot vuur uwer liefde.
V. Zend uwen Geest, en zij zullen herschapen worden.
A. En gij zult het aanschijn der aarde hernieuwen.
Laat ons bidden.
O God die de harten der geloovigeu door de verlichting van den H. Geest onderwezen hebt, geef, dat wij door denzolfdon Geest het goede kennen en doen en ons altijd over zijne vertroosting mogen verblijden. Door onzen Heer, Jezus Christus, uwen Zoon. Amen.
322
V. Sta mij toe U te prijzen, H. Maagd.
A. Geef mij kracht tegen uwe vijanden.
1 Onze Vader . . .
1 W ees gegroet .. .
Gelukkig zijt Gij, o Maagd Maria, die den Heer, Schepper der wereld in uwen maagdelijken schoot gedragen hebt: Gij hebt gebaard Dengene, die U geschapen heeft, en Gij zijt eeuwig Maagd gebleven.
V. Verblijd U Maria;
A. Verblijd U duizendwerf.
2°. Wees gegroet.
O heilige en onbevlekte Maagd, ik weet niet, met welke lofzangen ik uwe grootheid op waardige wijze kan doen uitstralen ; want Gij hebt gedragen in uw schoot Dengene, dien de Hemelen zelfs niet kunnen omvatten!
V. Verblijd U Maria;
A. Verblijd U duizendwerf.
3°. Wees gegroet.
Gij zijl geheel schoon, II. Maagd
323
Maria, cn op U kleeft niet de minste smet!
V. A^erblijd LI Maria;
A. Verblijd U duizendwerf !
r. w ees gegroet.
Uwe deugden, H. Maagd, zijn talrijker dan de sterren des hemels. V. Verblijd U Maria;
A. Verblijd U duizendwerf.
Eere zij den Vader, en den Zoon en den H. Geest.
Gelijk het was in het begin, cn nn, cn altijd en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
II. Onze V a d e r.
5°. Wees gegroet.
Eere zij lT Oppervorstin der wereld, voer ons met U de vreugde des Hemels binnen!
V. Verblijd IT Maria;
A. Verblijd [7 duizendwerf.
324
6quot;. Wees gegroet.
Eere zij Ã, Schatbewatirster van 's Heeren genaden : deel ons van uwe schatten mede !
V. Verblijd ü Maria;
A. Verblijd U duizendwerf.
7°. Wees gegroet. ..
Eere zij U, Middelares tusscben God en de menscben, maak dat de Abnach-tige ons gunstig zij !
V. Verblijd ü Maria;
A. Verblijd U duizendwerf.
8°. Wees gegroet.
Eere zij U, H. Maagd Maria, die de ketterijen uitroeit en de duivelen op de vluelit drijft; wees onze beilige Geleidster !
V. Verblijd U Maria;
A. Verblijd U duizendwerf !
Eere zij den Vader, enz.
325
111. Onze lt; V a d e r.
9quot;. Wees gegroet. . .
Eere zij ü, Maria, die de toevlucht der zondaren zijt; wees onze voorspraak bij uwen Zoon!
V. Verblijd U, Maria ;
A. Verblijd U duizendwerf!
10°. Wees gegroet. . .
Eere zij U, Maria, Moeder der weezen, maak dat God de Vader ons genadig zij !
V. Verblijd U, Maria;
A. Verblijd U duizendwerf !
11°. Wees gegroet.. .
Eere zij U, die de vreugde zijt dei-rechtvaardigen ; voer ons met U de vreugde des Hemels binnen!
V. Verblijd U Maria ;
A. Verblijd 11 duizendwerf!
12°. Wees gegroet. . .
Eere zij (Maria, die altijd gereed
320
staat om ons in liet leven en bij den dood te helpen en bij te staan, voer ons met U het Hemelrijk binnen !
V. Verblijd, U Maria;
A. Verblijd U duizendwerf!
Eere zij den Vader enz.
Laat ons b i d d e n.
Wees gegroet, Maria, welbeminde Dochter van God den Vader, Wees gegroet, Maria, wonderbare Moeder van God den Zoon. Wees gegroet, Maria, zeer getrouwe Bruid van God den H. Geest. Wees gegroet, Maria, doorluchtige Tempel der allerheiligste Drieëenheid. Wees gegroet, Maria, dierbare Meesteres, liefderijke Moeder, Koningin mijns harten, mijn leven, mijne zoetheid en mijne hoop bij Jezus, mijn hart en mijne ziel. Ik ben geheel de uwe en al wat ik bezit behoort U toe. O Maagd, gezegend boven alle zuivere schepselen, ik smeek U, geef dat uwe ziel heden in mij zij om den Heer te verheerlijken; dat uw Geest in mij zij, om zich in God te verblijden. O getrouwe Maagd, plaats TT als een zegel op mijn hart, opdat ik door
327
en in U trouw bevonden worde bij mijn God ! O barmhartige Moeder, verleen mij dc genade om mij heden te scharen onder het getal van degenen, die Gij liefhebt, onderricht, voedt, geleidt en beschermt als uwe kinderen. O Koningin des Hemels, gedoog niet, dat er iets in mij is, wat U niet toebehoort. O Dochter van den Koning der koningen, wier glorie voornamelijk inwendig is, gedoog niet, dat ik mij aan zichtbare en vergankelijke dingen overlevere; maar geef, dat ik, door den overvloed van genaden, al mijne krachten aan het inwendig leven wijde, om er in God mijn genoegen, mijn schat, mijn geluk, mijne glorie en mijne rust te vinden, opdat door den H. Geest, uw getrouwen Bruidegom en U, mijne getrouwe Bruid, â Jezus Christus, uw innig geliefde Zoon volmaakt in onze harten gevormd worde, tot meerdere eere Gods, van onzen Vader, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
328
tjel'c6 tot (fcsi-to, (cveiibc uv ^featio.
Jezus, levende in Maria, kom en leef â¢lt;- in ons, in uwen geest van heiligheid, in de volheid uwer gaven, in de volmaaktheid uwer wegen, in de waarheid uwer deugden, in de gemeenschap uwer goddelijke deugden. Heerseh in ons over alle vijandelijke machten, den duivel, de wereld en het vleesch, in de deugd uws geestes en tot de verheerlijking uws Vaders. (300 dagen aflaat) (1)
(^) Al is bovenstaande âKleine Kroonquot; niet door den zaligen de Montfort opgesteld, de wijze van haar te bidden hebben wij aan hem te danken. Om hare bevalligheid nog te vermeerderen, voegde hij er de zoete aanspraak bij: âVerblijd ü, Maria; â verblijd ü duizendwerf!quot;
Deze âKleine Kransquot; en de daarop volgende gebeden kunnen den vurigen Mariavereerder niet genoeg als âMorgengebedquot; aanbevolen worden. Trouwens het is de gewoonte bij de leden van 't Gezelscliap van Maria en van de Doch teren der Wijsheid deze eiken morgen, op voorschrift van hun zaligen Stichter, te bidden.
Daar deze âKleine Kroonquot; oorspronkelijk in het Latijn was opgesteld, heb ik dit gebed in deze taal willen opnemen, aan het einde van dit werk.
Noot v. d. vert.
329
dl u va eKchamp;w ivi'czio.
%
eerlijke Moeder van God! Gij toe-gangsdeure des Hemels! Leidende Starre der zee! O beveilig liot weif'lende menschdom Dat naar redding verzucht; Gij die uwen
Schepper gebaard hebt, Moeder en Maagd te gelijk! Och, heerlijk
wonder der wereld, Weiger den groet niet, door ons ontleend
aan den Engel; Maar heb deernis met ons, ellendige slaven der zonde. (Gedurende de vier weken van den Advent.) V. De Engel des Heeren heeft aan
Maria geboodschapt, A. En Zij ontving van den Heiligen
Geest.
Gebed.
Wij smeeken U, o Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die dooide boodschap des Engels de Mensch-wording van Christus, uwen Zoon, hebben leeren kennen, door zijn Lijden en
-ÃÃÃÃÃÃ-
Kruis tot de glorie der verrijzenis mogen geraken. Door denzelfden Christus onzen Heer. â Amen.
(Van Kerstmis tot Lichtmis)
V. Na de geboorte, o Maagd, blijft Gij ongeschonden;
A. Bid voor ons, o Moeder Gods.
Gebed.
O God, die door de vruchtbare maag-delijkheid der allerheiligste Maagd Maria de genade van het eeuwige heil aan het menschdom hebt verleend; wij bidden U, laat ons de voorspraak genieten van Haar door wie wij den Oorsprong des levens mochten ontvangen, Jezus Christus, onzen Heer en uwen Zoon.
ave cHcgi-na.
Gegroet, o Hemelkoningin!
Gegroet, der Englen Vorstin!
Heil U, o Bron, Genadepoort,
Waaruit de eeuwige Ochtend gloort!
Verheug U, glorievolle Maagd,
Die de opperkroon der schoonheid draagt.
Leef, leef, o Maagd zoo hemelschoon!
En wees ons Voorspraak bij uw Zoon.
V. Gedoog dat ik U love, Heilige
Maagd,
331
A. Wees mijne sterkte tegen nwe
vijanden.
Gebed.
Barmhartige God, kom onze zwakheid te hulp, opdat wij door de voorspraak der H. Moeder des Heeren, wier gedachtenis wij vieren, uit onze zonden mogen opstaan. Door denzelfden Christus, onzen Heer. â Amen.
c)vcq i 11 cv lt;ï!ccti.
Juich, Koningin der hemelscharen!
Alleluia!
Wien Gij verdient hebt, Maagd, te baren....
Alleluia!
Is naar Hij had voorzeid, verrezen!
Alleluia!
Wil (iii bij God ons Voorspraak wezen.
Alleluia!
V. O Maagd Maria, juich en verheug U, Alleluia !
A. Want de Heer is waarlijk verrezen, Alleluia !
GEBED.
O God die II gewaardigd hebt, door de verrijzenis van uwen Zoon, onzen Heer Jezus Christus, de wereld te verblijden ; wij bidden U, verleen ons,
332
door zijne Moeder, de Maagd Maria, de vreugde des eeuwigen levens te erlangen. Door denzelfden Christus, onzen lieer. â Amen.
Pvc cUcq i na.
Gegroet, Koningin, Moeder der barmhartigheid! Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees
gegroet!
Tot U verheft'en wij ons noodgeschrei,
Hullingen, kinderen van Eva.
Tot U verzuchten wij, klagend en ween end,
Van uit het tranendal dezer wereld.
Welaan dan, onze Middelares!
Wend uwe zoo barmhartige blikken tot ons,
En toon ons, na deze ballingschap, uwen Jezus,
De gezegende vrucht van uwen schoot!
0 ineedoogende, o goedertieren, o zoete
Maagd Maria!
V. Bid voor ons, heilige Moeder Gods, A. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus. GEBED.
Almachtige, eeuwige God, die het lichaam en de ziel der roemrijke Moedermaagd Maria, door de medewerking van den Heiligen Geest tot eene waardige woonplaats voor uwen Zoon hebt
333
bereid, geef dat wij, die ons in haar aandenken verblijden, door hare genadige voorspraak van alle dreigend onheil en van den eeuwigen dood mogen bevrijd worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. â Amen.
omv 615-H. 3C. llza-no tc
11 a a : ^j v 1 z-a Ciqcvt be
yoORBEREIDING.
Tn den naam des Vaders . . . enz.
Tk vereenig mij met allo Heiligen des Hemels, met alle rechtvaardigen der aarde en alle welgezinde Christenen dezer plaatse. Ik vereenig mij met ü, mijn Jezus, om uwe H. Moeder naar' waarde te loven, en U in en door Haar te verheerlijken. Ik verzaak aan alle verstrooiingen, die mij kunnen overvallen onder het bidden van dezen H. Rozenkrans, dien ik mij voorneem met ingetogenheid, oplettendheid en godsvrucht te bidden, alsof hij de laatste mijns levens ware.
Wij dragen U op, allerheiligste Drie-eenheid, dit âIk geloof in God den
334
Vader ...quot; ter vereering van al de geheimen onzes Geloofs, en deze drie âOnze Vaderquot; en âWees gegroetquot; ter vereering van de Eenheid van uw wezen en de Drievuldigheid der personen. Wij bidden U om een levendig geloof, eene vaste hoop en eene vurige liefde. Ik geloof in God den Vader. ..
Onze Vader ...
Driemaal het Wees gegroet. . .
Eere zij den Vader . . .
cSlij^c qcfjci 111cvv.
I. Geheim. Pe JMenschwording.
^ragcn U op, Heere Jezus, dit eer-' ste tientje ter eere uwer Menschwording in Maria's schoot, en smeeken U, ons, door dit Geheim en door zijne voorspraak, met eene diepe nederigheid te bezielen. â Amen.
Onze Vader.. .
Tienmaal: Wees gegroet. . .
Eere zij den Vader . . .
335
De genade van 't Geheim der Mensch-wording vervulle onze harten. â Amen.
II. Geheim.
j-let ^bezoek.
M/ij dragen U op, Hcere Jezus, dit tweede tientje, ter eere van het Bezoek uwer heilige Moeder aan hare nicht, de H. Elisabeth en van do heiliging van den H. Joannes den Dooper, en smee-ken U, ons door dit Geheim en door de voorspraak uwer H. Moeder, de naastenliefde te schenken. â Amen.
Onze Vader .. .
Tienmaal Wees gegroet:
Eere zij den Vader. ..
De genade van 't Geheim der Bezoeking, vervulle onze harten. â Amen.
III. Geheim.
jJezus Qeboorte.
^7ij dragen U op, Heere Jezus, dit der-tamp;K de tientje, ter eere uwer Geboorte in den stal van Bethlehem, en wij smeeken
386
U, ons, door dit geheim en door de voorspraak uwer H. Moeder, te verlee-nen de onthechting van het aardsehe, de verachting der rijl tdommen en de liefde der armoede. â Amen.
Onze Vader.
Tienmaal Wees gegroet.. .
Eere zij den Vader .. .
De Genade van 't Geheim van Jezus' Geboorte vervulle onze harten. â Amen.
IV. Geheim.
PE PPDRACHT IN DEN 'J'EM.PEL.
\A/i-i ^ op, Heere Jezns,ditvier-
Js* de tientje, ter eere uwer Opdracht in den Tempel en der Zuivering van Maria, en smeeken U ons, door dit geheim en door zijne voorspraak, eenc groote zuiverheid des lichaams en des geestes te verleenen. â Amen.
Onze Vader.
Tienmaal Wees gegroet. ..
Eere zij den Vader . ..
De genade van 't Geheim der Zuivering, vervulle onze harten. â Amen.
337
V. Geheim.
jjEZUS y/EDERVINDING.
ij dragen U op, Heere Jezus, dit vijf-de tientje ter eere uwer Wedervinding in den Tempel door Maria, en smeeken U, ons door dit Geheim en door hare voorspraak de ware wijsheid te verlee-nen. â¢â Amen.
Onze Vader.
Tienmaal Wees gegroet.. .
Eere zij den Vader . . .
De genade van 't Geheim van Jezus' Wedervinding, vervulle onze harten. â Amen.
SÃ^CCVC G?j C bei 11 1 Cl T.
VI. Geheim.
PE POODSSTRIJD.
^ \ A^/ij dragcM' U op, Heere Jezus,ditzesde tientje, ter eere van uw Doodsstrijd
338
in den ITof van Olijven, en smeeken U, ons door dit Geheim en door de voorspraak uwer H. Moeder, het berouw over onze zonden te verleenen. â Amen. Onze Vader . . .
Tienmaal Wees gegroet. . .
Eere zij den Vader . . .
De genade van 't Geheim van Jezus' Doodsstrijd vervulle onze harten. âAmen.
dige Geeseling en smeeken U, ons, door dit Geheim en door de voorspraak uwer H. Moeder, de versterving onzer zintuigen te verleenen. â Amen.
Ome Vader . ..
Tienmaal JVees gegroet. ..
Eere zij den Vader. . .
De genade van 't Geheim van Jezus' Geeseling vervulle onze harten. â Amen.
339
Vil!. Geheim.
pe poornenkroning.
ij dragen ü op, Heere Jezus, ditacht-ste tientje ter eere uwer Doornenkroning, en smeeken U, ons door dit Geheim en door de voorspraak uwer H. Moeder, de minachting der wereld te verleenen. â Amen.
Onze Vader . . .
Tienmaal Wees gegroet.. .
Eere zij den Vader ...
De genade van 't Geheim van Jezus' Doornenkroning vervulle onze harten. â Amen.
IX. Geheim. Pe Jlt;.ruisdraging.
dragen U op, Heere Jezus, dit ne-vM gende tientje ter eere uwer Kruisdraging, en smeeken U. ons door dit Geheim en door de voorspraak uwer H. Moeder liet geduld in al onze kruisen te verleenen. â Amen.
340
Onze Vader . . .
Tienmaal Wees gegroet. . .
Eere zij den Vader .. .
De genade van 't- Geheim der Kruisdraging vervnlle onze harten. â Amen.
X. Geheim. Pe ^Cruisiging.
y\A'/ 'â¢) dragen U op, Heere Jezus, dit tien-JfcK de tientje ter eere van uwe Kruisiging en van uw smartelijken Dood op den Calvarieberg, en smeeken U, ons door dit Geheim en door de voorspraak uwer Moedor te verleenen de bekeering der zondaren, de volharding der rechtvaardigen en de verlossing der zielen in het Vagevuur. â Amen.
Onze Vader . . .
Tienmaal Wees gegroet. . .
Eere zij den Vader . . .
De genade van 't Geheim van Jezus' Kruisiging vervnlle onze harten. ⢠Amen.
341
QfCciiatijllc ÃdSei.mcH-.
XI. Geheim. Pe Verrijzenis.
M/ij dragen U op, Heere Jezus, dit elf-de tientje ter eere uwer glorierijke Verrijzenis en smeeken U, ons door dit Geheim en door de voorspraak uwer H. Moeder, te verleenen de liefde Gods en de vurigheid in uwen dienst. â Amen.
Onze Vader.. .
Tienmaal Wees gegroet.. .
Eere zij den Vader . â .
De genade van 't Geheim der Verrijzenis vervulle onze harten. â Amen.
XII. Geheim. Pe hemelvaart.
%Æ ij dragen U op, Heere Jezus, dit twaalfde Geheim, ter eere uwer zegepralende Hemelvaart, en smeeken U ons, door dit Geheim eu door ds voor-
342
spraak uwer H. Moeder te verleenen een vurig verlangen naar den Hemel, ons dierbaar vaderland. â Amen.
Onze Vader . . .
Tienmaal; wees gegroet . . .
Eere zij den Vader . . .
De genade van 't Geheim der Hemelvaart vervulle onze harten. â Amen.
XIH. Geheim.
op, Heere Jezus, dit dei-tiende tientje ter eere van hot Geheim van Pinksteren, en smeeken U, ons door dit Geheim en door de voorspraak uwer H. Moeder, don Heiligen Geest in onze harten te doen nederdalen. â Amen.
Onze Vader . . .
Tienmaal: wees gegroet . . .
Eere zij den Vader . . .
De «renade van 't Geheim van Pink-stèren, vervulle onze harten. â Amen.
343
XIV. Geheim.
pe yen-ffemel-qpnemma der j4 jm.aagd.
VA/i-i di'agcu U o]), Ilccrc Jezus,dit veer-tiende tientje ter eere der Verrijzenis en zegepralende Ten-Hemel-opneming nwer H. Moeder in den Hemel, en smce-ken U, ons, door dit Geheim en door zijne voorspraak te verleenen, eene tee-dere godsvrucht tot eene zoo goede Moeder â Amen.
Onze Vader . . .
Tienmaal: wees gegroet . . .
Eere zij den Vader . . .
Pe genade van 't Geheim der Ten-Hemel-opneming vervulle onze harten. â Amen.
XV. Geheim. jmaria's j'croning.
ij dragen U op, ITocrc Jezus, dit vijf-tiende cn laatste tientje ter eere van de Kroning uwer H. Moeder, en smce-
344
ken U, ons door dit Geheim en door zijne voorsprauk te verloenen de volharding in de genade en de kroon dei-glorie.
Onze Vader . . .
Tienmaal: wees gegroet . . .
Eere zij den Vader . . .
De genade van 't Geheim der glorievolle Kroning van Maria vervulle onze harten. â Amen.
GEBED. (')
Ik groet U, Maria, zeer beminlijke Dochter van God den Vader, bewonderenswaardige moeder van God den Zoon, zeer getrouwe Bruid van God den Heiligen Geest, verheven Tempel dei-allerheiligste Drieëenheid. Jk groet U, machtige Oppervorstinne, aan wie alles onderworpen is in den Hemel en op
(1) De Zalige de Montfort had eene bijzondere voorliefde tot het bidden en verspreiden van 't H. Rozenkransgebed. Daarom ook wilde hij lid worden van de Derde Orde van den H. Dominicus, dien grooten prediker van den H. Rozenkrans, daarom ook sloot hij geene Missie, zonder de geloovigen overreed te hebben dit veelvermogend en heerlijk gebed, wekelijks en, zoo mogelijk, dagelijks gez amenlijk of in den familiekring te bidden. Om hun de wijze van dit te bidden te vergemakkelijken, gaf hij hun bovenstaande methode, die, om hare eenvoudigheid en degelijkheid zeer populair is geworden in Frankrijk.
Bovenstaand Gebed behoort ook tot deze methode en dient tot slotgebed. Noot v. d. vert.
345
aarde. Ik groet U, zekere Toevlucht der zondaren, Onze lieve Vrouwe van Barmhartigheid, die nooit iemand verstoeten hebt. Hoe groot zondaar ik ook ben, ik werp mij aan uwe voeten neder en bid U, mij van den goeden Jezus, Uw dierbaren Zoon, te verkrijgen, het berouw over mijne zonden, alsmede de goddelijke wijsheid. Ik wijd mij geheel aan ü toe, met al wat ik bezit. Ik kies U heden tot mijne Moeder en Meesteresse; beschouw mij als den geringsten uwer dienaren. Aanhoor, mijne Vorstin, aanhoor de verzuchtingen van een hart dat U getrouw wil beminnen en dienen. Dat er niet gezegd worde, dat van al degenen, die tot U hunne toevlucht genomen hebben, ik de eerste ben die verstoeten is geworden. O mijne hoop! o mijn leven! o mijn getrouwe en onbevlekte Maagd Maria, verdedig mij, voed mij, verhoor mij, onderricht mij en maak mij zalig! â Amen.
4..^
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
CtocI, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm LT
onzer.
God, heilige Vader, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U
onzer.
Gelukzalige de Montfort, bid voor ons. Gelukzalige de Montfort, Getrouwe navolger van Jezus Christus, Gelukzalige de Montfort, Welsprekende ^ Prediker des Kruises, gj Gelukzalige de Montfort, Verheerlijker van
't Heilig hart, § Gelukzalige de Montfort, Godvruchtige quot;â slaaf van Jezus in Maria, § Gelukzalige de Montfort, Apostel van den quot;
allerheiligsten R ozenkrans. Gelukzalige de Montfort, Man des Gebeds,
O
â --rfT'iiil â .A~
347
Gelukzalige de Montfort, Wonder van
versterving, bid voor ons. Gelukzalige de Montfort, Hartstochtelijk
beminnaar der armoede. Gelukzalige de Montfort, Onverschrokken
kampvechter der waarheid. Gelukzalige de Montfort, Vurige verdediger van 't Katholiek Geloof, |_ Gelukzalige de Montfort, onvermoeide ijver- £;
aar van Gods glorie en het zielenheil, ^ Gelukzalige de Montfort, Hersteller van §
's Hoeren Tempels, Gelukzalige de Montfort, Vader der armen, i Gelukzalige de Montfort, Hulp der behoef- ®
tigen en zieken, Gelukzalige de Montfort, Leeraar der Kinderen en der jeugd. Gelukzalige de Montfort, Stichter van
Kloosterorden, Gelukzalige de Montfort, Toonbeeld der
priesters en missionarissen, Verkrijg ons de ware wijsheid, gelukzalige
de Montfort! ^ Verkrijg ons den geest van Geloof,
Verkrijg ons den geest van gebed, ~
Verkrijg ons den geest van nodengheid, p Verkrijg ons de liefde des Kruises, 壉
Verkrijg ons uwe ware godsvrucht tot Maria, ® Verkrijg ons uwe liefde tot de Kerk, g'
Verkrijg ons uwe verknochtheid aan den
Plaatsvervanger van Christus, cquot; Verkrijg ons uwe kinderlijke gehoorzaam-
beid aan den onfeilbaren Paus, 3 Verkrijg ons uwen moed in de beproevingen, ^ Verkrijg ons uwe liefde tot het verborgen leven.
348
Verkrijg ons uwen ijver tot de bekee- ^ q
ring der zondaren, squot; amp; Verkrijg ons de volharding in het goede, ^ 0 S-Verkrijg ons de genade van een goeden â¢-dood.
Lam Gods, dar, wegneemt de zonden der wereld.
spaar ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
V. Gelukzalige de Montfort, A. Wees onze voorspreker bij God.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, d-e den gelukzalige Ludovi-cus Maria, uwen belijder, gemaakt hebt tot een uitmuntend apostel van het o-e-heim des Kruises en van den allerheiligsten Rozenkrans, en dooi- hem de Kerk met eene nieuwe Orde hebt verrijkt ; geef ons, door zijne voorspraak, dat wij door liet leven, het sterven en de Verrijzenis van uwen eeniggeboren Zoon het loon der eeuwige zaligheid mogen verwerven. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen. ('j
(1) Bovenstaande Litanie is Kerkelijk goedgekeurd. De Oratie is genomen uit het Kerkelijk Officie van den wordt Van Grelukzalige, die don 28 April gevierd
24
va i \ L^a! vli'x-cqqi liq tcz cezc bcz- txCfet amp;ciCigM'e ^ItaaqL1 iT'lt'acia.
,'t Te Deum,quot; nagevolgd door don H. Bonaventui-a (')
ü, Moeder Gods loven wij.
U, Maagd Maria verecren wij.
U, Bruid van God den Vader, eert geheel de aarde.
Alle Engelen, Aartsengelen, Tronen en Overlieden zingen lofliederen U ter eere.
Alle Machten en Krachten der Hemelen, alle Heerschappijen betuigen U hunne gehoorzaamheid.
Alle Hemelkoren, alle Cherubijnen en Seraphijnen, omstuwen al jubelende Uw troon.
Alle Engelen herhalen onophoudelijk:
Heilig, heilig, heilig is Maria, de Moeder Gods, Moeder en altijd Maagd.
(t) Zie âPsalterium ma jus B. Mariae Virgin is.quot;
350
Hemel en aarde zijn vervuld met de Majesteit en de glorie van de vrucht uws lichaams.
Het luisterrijke koor der Apostelen vereert ü als de Moeder des Scheppers.
Het schitterende heir der zalige Martelaren eert U als de Moeder des Verlossers.
Het zegepralend leger der Belijders noemt U den Tempel der allerheiligste Drieëenheid.
De lieflijke stoet der Maagden juicht U toe als het voorbeeld der maagdelijkheid en nederigheid.
Geheel het Hemelhof vereert U als zijne Koningin.
De Heilige Kerk over de gansche aarde noemt U in hare lofliederen :
Moeder der goddelijke Majesteit.
Koninklijke Oppervorstinne der hemelen, heilige, lieflijke en barmhartige Maagd Maria.
Gij zijt de Koninginne der Engelen, de deur van het Paradijs.
De ladder van het hemelsche Koninkrijk, de glorietroon, de arke der genade en der goedheid.
Gij zijt de bron der barmhartigheid.
351
de Bruid en de Moeder van den Koning der eeuwen.
Gij zijt de tempel en het heiligdom van den Heiligen Geest, de verheven rustplaats der aanbiddelijke Drieëenheid.
Gij zijt bij God de Middelares der menschen, die Gij liefhebt.
Gij zijt de Voorspreekster der armen, de Troosteres der bedrukten, de schuilplaats en de troost der zondaren.
Gij zijt de Uitdeelster der genaden, de Overwinnares en de schrik der hel-sche geesten en der hoovaardigen.
Koninginne van hemel en aarde, bij God zijt Gij onze eenige hoop.
Gij zijt het heil van allen die U aanroepen, de haven der schipbreukelingen, de troost der ongelukkigen.
Gij zijt de Moeder van alle Gelukzaligen, het hoogste geluk na God, de troost van alle Hemelbewoners.
Gij zijt de volharding der rechtvaardigen, het heil der afdwalenden.
Gij waart de belofte der Patriarchen, de waarheid der Profeten.
Gij hebt de Apostelen verlicht en de Evangelisten onderwezen.
Gij zijt de kracht der Martelaren,
352
het voorbeeld der Belijders, de eer en de vreugde der Maagden.
Om den verbannen mensch te verlossen, hebt Gij den Zoon Gods in uw maagdelijk lichaam gedragen.
Door U is de aartsvijand verplet, het rijk der hemelen voor de geloovi-gen geopend.
Met uw goddelijken Zoon zetelt Gij aan de rechterhand des Vaders; o Maagd Maria, bid voor ons dengene, die eens als rechter zal wederkomen. Wij bidden U dan, kom uwe dienaren te hulp, die door het dierbaar bloed van Uw Zoon verlost zijn.
Geef, o barmhartige Maagd, dat wij in de eeuwige glorie, onder het getal der Heiligen opgenomen worden.
Onze Meesteres, maak uw volk zalig, om het erfdeel van uw goddelijken Zoon deelachtig te worden.
Bestuur ons, bescherm ons en neem ons voor eeuwig onder uwe moederlijke hoede. Alle dagen begroeten wij U, o lieve Moeder. Tot in eeuwigheid willen wij U, met mond en hart, loven.
Gewaardig ü, zoete Maagd Maria, ons nu en altijd van zonden te bewaren.
353
Heb medelijden met ons, o teedere Moeder, heb medelijden met ons.
Laat uwe overgroote barmhartigheid over ons nederdalen ; want op U, Maagd Maria, stellen wij al ons betrouwen.
Op U, zoete Maagd Maria, hebben wij onze hoop gevestigd, houd niet op ons bij te staan.
ü zij lof, eere, macht en glorie in de eeuwen der eeuwen. Amen.
(') Op liet einde van dit werk staat deze Lofzanir In t Latijn.
cïo-ivo- t'cic-na cBca,l'ae ÃlCt'atlac
Cl^lï'Cj i 1113.
Veni, sancte Spiritus, reple tuonim corda fideliutn, ct tui amoris in eis ignem accende.
V. Ei uitte Spiritum tuum et crea-buntur.
R. Et renovabis faciem terrae. OREMUS.
Deus, qui corda fidelium sancti Spiritus illustratione docuisti: da nobis eodein Spiritu recta sapere, et de ejus semper consolatione gaudere. Per Christum l)o-minum nostrum.
R. Amen.
355
V. Dignare me laudare te, Virgo sacrata.
li. Da mihi virtutem contra host,es tuos.
L P at er n os t er.
1 Ave, Maria.
Beata es, Virgo Maria, (juae Domi-iiuin portasti Creatorem mundi, geuuisti (jui te fecit et in aeternum permanes Virgo.
V. Gande, Maria Virgo ;
R. Gaude millies!
2. Ave, Maria.
Sancta et immaculata Virginitas, (|ui-lgt;us te laudibus efferam nescio; quia quem coeli capere non poterant, tuo gremio contulisti.
VT. Gaude, Maria Virgo ;
R. Gaude millies!
3. Ave, Maria.
Tota pulchra es, Virgo Maria, te macula non est in te.
356
V. Gaude, Maria Virgo;
R. Gaude millies!
4. Ave, Maria.
Plures tibi sunt dotes, Virgo, quam sidera coelo.
V. Gaude, Maria Virgo;
R. Gaude uiiliies!
Gloria Patri et Filio etc.
LI. F at er N o ste r.
5. Ave, Maria.
Gloria tibi sit, Imperatrix poli! Tecimi nos perducas ad gaudia Coeli. V. Gaude, Maria Virgo;
R. Gaude millies!
6. Ave, Maria.
Gloria tibi sit, Thesauraria gratiaruni Domini! Pae nos partieipes thesauri tui. V. Gaude, Maria Virgo;
R. Gaude millies!
357
7. Ave, Maria.
Gloria tibi sit, Mediatrix inter Deuni et hominem! Fac nobis propitium Omni-potentem.
V. Gaude, Maria Virgo ;
R. Gaude millies!
8. Ave, Maria.
Gloria tibi sit, hseresum et dsemo-num Interemptrix! Sis pia nostra guber-natrix.
V. Gaude, Maria Virgo;
R. Gaude millies!
Gloria Patri et Filio etc.
III. Pater No ster.
9. Ave, Maria.
Gloria tibi sit, Refugium peccatorura ! Intercede pro nobis ad Dominum. V. Gaude, Maria Virgo ;
R. Gaude millies!
10. Ave, Maria.
Gloria tibi sit, orphanorum Mater ! Fac nobis propitius sit omnipotens Pater.
358
V. Gunde, Maria Virgo;
R. Gaude millies!
11. Ave, Maria.
Gloria tibi sit, Lsetitia justorum! Tecum ikjs perducas ad gaudia coelorum.
V. Gaude, Maria Virgo;
R. Gaude millies!
12. Ave, Maria.
Gloria tibi sit, in vita et in morte Adjutrix praesentissima ! Tecum nos perducas ad coelorum regna.
V. Gaude, Maria Virgo ;
R. Gaude millies!
Gloria Patri et Filio etc.
OREMUS.
Ave, Maria, filia Dei Patris; ave Maria, mater Dei Filii; ave, Maria sponsa Spiritus sancti; ave, Maria, tem-plum totius sanctissimae Trinitatis; ave Maria, domina mea, bona mea, rosa mea, regina cordis mei, mater, vita,
359
dulcedo et spes mea carissima, imo, cor meum et anima mea: tuus totus ego sum, et omnia mea tua sunt, o Virgo super omnia benedicta. Sit ergo in me anima tua, ut magnificet Dominum; sit in me spiritus tuus, ut exultet in Deo. Pone te, Virgo fidelis, ut signaculum super cor meum, ut in te et per te Deo fidelis inveniar. Largire, o Benigna, ut illis annumerer quos tamquam filios amas, doces, dirigis, foves, protegis. Fac ut, amore tui, terrenas omnes spernens con-solationes, coelestibus semper inhaeream, donee in me, per Spiritum sanctum, Sponsum tuum fidelissimum, et te, fide-lissimam ejus sponsam, formetur Jesus Christus, Filius tuus, ad gloriam Patris. R. Amen.
Te Matrem Dei laudamus: te Mariam Virgincm profltenuir.
Te aeterni Patris Sponsam: omnis terra veneratur.
Tibi onines Angeli et Arehangeli : tibi Throni et Prineipatus fideliter deser-viunt.
Tibi omnes Potestates, et omnes Vir-tutes coeloram: et imiversae Dominati-ones obediunt.
Tibi omnes cliori, tibi Cherubim et Seraphim: exultantes assistunt.
Tibi omnis angelica creatura: incessa-bili voce proclamat.
Sancta, sancta, saiicta: Maria Dei Genitrix, Mater et Virgo.
C1) Vide âPsalterium majus B. Mariae Virginiftquot; Sti Bonaventnrae.
361
Pleni sunt coeli et terra: majestatis gloriae fructus ventris tui.
Te gloriosus Apostolorum chorus: sui Creatoris matrem collaudat.
Te beatorum Martyrum eoetus candi-datus: Cliristi Genitrieem glorificat.
Tc gloriosus Confessorum exercitus Trinitatis templum appellat.
Te sanctorum Virginem chorea ama-hilis : virginitatis et humilitatis exemplum praedicat.
Te tota coelestis curia: Reginam ho-norat.
Te per universum orbem: Ecclesia invocando concelebrat:
Matrem divinae Majestatis;
Venerandam te veram Regis coelestis pucrperam: sanctam quoque, dulcem et piam.
Tu, Angelorum Domina: tu Paradisi janua.
Tu, scala regni coelestis et gloriae.
Tu, thalamus, tu area pietatis et gratiae.
Tu, vena misericordiae: tu Sponsa et Mater Regis aeterni.
Tu, templum et sacrarium Spiritus sancti: totius beiatissimae Trinitatus nobile triclinium.
362
Tu, Mediatrix Dei et hominum ama-trix: mortalium coelestis illuminatrix. »
Tu, agcnizatrix pugnantium. advocata pauperum; miseratrix et refugimn peeca-torum.
Tu, erogatrix munerum: separatrix ac terror daemonum et superborum.
Tu, mundi Domina, eoeli Regina : post Deum sola spes nostra.
Tu, solus te invocantium, portus nau-fragantium; miserorum solatium, pereun-tium refugium.
Tu, Mater omnium beatorum, gaudium plenum post Deum : omnium supernorum civium solatium.
Tu, promotrix justorum, congregatrix errantium: promissio Patriarcharum.
Tu, Veritas Prophetarum, praeconium et doctrix Apostolorum: magistra Evan-gelistarum.
Tu, fortitude Martyrum, exemplar Con-fessorum : honor et festivitas Virginum.
Tu, ad iiberandum exulem hominem: Filium Dei suseepisti in urterum.
Per te, expugnato hoste antiquo: sunt aperta fidelibus regna coelorum.
Tu cum Filio tuo sedes: ad dexteram Patris.
363
Tu ipsum pro nobis roga, Virgo Maria: quern nos ad judicandum credi-mus esse venturum.
Te ergo poscimus, nobis tuis famuli's subveni: qui pretioso sanguine Filii tui redempti smnus.
Aeterna fac, pia Virgo, cum sanetis tuis nos gloria numerari.
Salvum fac populum tuum, Domina: ut simus pa-ticipes haereditatis Filii tui.
Et vege r. is et custodi nos in aeternum.
Per singuios dies, o pia, te salutamus.
Et laudare te cupimus usque in aeternum : mente et voce.
Dignare, dulcis Maria, nunc et semper, nos sine delicto conservare.
Miserere, pia, nobis: miserere nobis.
Fiat misericordia tua magna nobis-cum : quia in te Virgo Maria, confidimus.
In te, dulcis Maria, speramus: nos defendas in aeternum.
Te decet laus, te decet imperium: tibi virtus et gloria in saecula saeculo-rura. Amen.
EINDE.
f.
.