ocr page 1

260

Vak 90

ocr page 2

—

ocr page 3

Pro£. Dr. Willibrord JLsmpea Wittevrouwens'ngel 26 TTTr-F^CF-IT

ocr page 4
ocr page 5

1

ocr page 6

H i 1 d e g a r d i s.

ocr page 7

HET LEVEN

VAN DE

H. ÏÏILDEG1RDIS,

'ï'atronesse «Ier nieii-w-opgericlite Pai-oeliio

ÏÏILLEGEESBERG-ROTTERDAM.

RottbkOA'M , G. W. VAN BELLE, 1892.

j3. yvi. ^ots.

cOl. clC, zn oRcctor.

UITGEGEVEN TEN VOORDEELE DER NIEUWE PAROCHIEKERK

te; Hillegeijsberg.

quot; ^ ... • -

! • T c ^

JWET'KERKELIJKE GOE^KEVRING.

N quot; ^ ' lt;

ocr page 8

IMPRIMATUR.

Roierodami , J. BOS,

die 1 Maji 1892. Libr. Censor..

ocr page 9

VERKLARING.

pvereeisjkomstig de voorschriften van onze moeder de }i. jcerk en de decreten

van jZ. ji. Paus ]Jrbanus viii en andere Pausen, op de vereering der heiligen betrekking hebbende, verklaren wij, dat

hetgeen hier over het leven van de ji. JilL-

degardis, maagd, geschreven is, slechts in algeheele onderwerping aan die decreten geschreven is, en wij dus ook niets van hetgeen door den ji. JStoel niet is bevestigd, als ware het bevestigd, hebben willen voorstellen.

De Schrijver.

ocr page 10
ocr page 11

VOORREDE,

_I

Eibingens pastoor, Ludwig Scheider, maakte in deze eeuw de meest uitvoerige studie om de deugden en het leven van S. Hildegardis voor te stellen. En toen deze pastoor stierf, wees Z. D. Hoogwaardigheid Monseigneur Blum, Bisschop van Limburg, pastoor Schmelzeis aan, om het heilig werk van zijn voorganger voort te zetten. Deze heeft het leven van S. Hildegardis en de verhandeling over hare werken uitgegeven, en ons boekje heeft dit werk van 615 ') bladzijden {ongerekend de appendices) tot grondslag, en naar dat werk verwijzen wij aan den voet onzer pagina''s. Onder de menigte medehelpers , dankt pastoor Schmelzeis bijzonder Herrn Geist-lichen Rath Slecht, en verder geeft hij als voornaamste bronnen op:

1. Het leven van S. Hildegardis, hetwelk door twee monniken Godfried en Theodorik is geschreven. Zij kenden de heilige van nabij. Godfried schreef het eerste boek, en Theodorik het tweede en derde boek dezer historie en hij voegde een voorwoord daarbij.

') De titel is : Das Lehen und Wirken der heilige Hildegardis von J. Ph. Schmelzeis, Freiburg in Breisgau, in Herdersche Ver-lagshandlung. Anno 1879. a 3.60.

ocr page 12

2. Een uittreksel uit de ondkrzoekingsacten , die in 1233 over Hildegardis1 leven zijn opgemaakt, en welke naar Rome zijn opgezonden. De proost, de deken en nog een derde geestelijke der Maimer-kerk waren door Paus Gregorius (1227—41) tot dit onderzoek aangesteld.

3. De talrijke en zeer omvangrijke geschriften der heilige zelve.

Verder dienden hier nog: Het getuigenis van een ouden abt Johan van Tritenheim; de arbeid der Bollandisten, van Joannes Stilting, en een bericht uit een levensbeschrijving der heiligen, dat in twee oude Utrecht-■sche handschriften voorkwam. Die handschriften schenen jonger dan die van Godfried en Theodorik, doch moeten weinig bevat hebben, 'i welk het werk der genoemde monniken niet meedeelden. Pater Stilting maakte dezen zijn arbeid bekend, door te Antwerpen in 1755 de 5de band van de September-heiligen uit te geven onder den titel Commentarius pnevius en daarachter de levensbeschrijving van Godfried en Theodorik, alsmede een uittreksel uit de inquisitie-acten. J. P. Migne, Patrologife cursus completus Tom CXCVII. Paris 1855, heeft de drie laatste stukken alsmede de meeste werken van S. Hildegardis.

ocr page 13

OPDRACHT. 1)

mint Hildegard, zoo groot, o Patrones, wij vragen — n zwakke klanken U, dat ge om goedgunstig zijt. z eem aan dit klein geschrift, aan uwen roem gewijd, H at glorie van uw naam U dankbaar opgedragen.

X oe krachtig leeren ons uw wond're levensdagen: _ „n Zijne heiligen vraagt God een langen strijd.quot; p- eer gij, in teeFnen groot, mv kind1 ren wijd en zijd O ien weg, waarvan om strijd uw boeken ons gewagen.

m ens werd gij, Hildegard, hier uit uw woon verdreven !. figt; od lof: weer rijst op nieuw uw tempel hier omhoog! gt; an uwen eeredienst is glans en kracht hergeven.

x icht, Hildegard, op ons Gods goedertieren oog, o at uwe beê ons geve mv voorbeeld na te streven, n n^t wondre woord en werk ons, zwakken, sterken moog'

1

Den schrijver van vereerende zijde aangeboden.

ocr page 14
ocr page 15

KORTE EESCflIEDEilS VAK OE H, HILDEGIHDIS,

Patronesse van Hillegersberg.

EERSTE HOOFDSTUK. Het levensverliaal.

§ 1. De geboorte en eerste jeugd der Heilige.

Nauwelijks zal een onzer landgenooten langs den Rijn het vaderland zijn uitgegaan, of dadelijk begint hij op te merken, dat er in die vrome streken, menig schoon heiligdom is gebouwd, ter eere van de vaderlandsche heiligen. Eéne nu dezer heiligen, in den laatsten tijd vooral, in haar vaderland meer en meer vereerd, maar tevens in Nederland opnieuw ten troon verheven, is de H. Hildegardis en van haar leven, mirakelen en geschriften, zullen wij hier eenige trekken gaan mededeelen.

In den zomertijd van het jaar 1098 , werd Hildegardis te Böckelheim, een plaatsje tegenover Kreusnach , op 17 September geboren '). Haar geboorteplaats

') Schmelzeis, pag. 38 en 73, ook voor het volgende. Overigens beperken wij met het oog op de voorrede onze aanhalingen. S. Hildkoardis. 1

ocr page 16

2

behoorde toen tot het graafschap Sponheim (of Span-heim) en hare ouders waren Hildebert en Mechtilde (Mathilde). Evenals de ouders van den H. Bernar-dus (van wien wij nog meer vernemen in Hildegardis leven), waren ook de ouders van Hildegardis zeer rijk en van adel; zij waren menschen wel is waar vol wereldsche bezigheden, maar toch niet ondankbaar jegens God, zooals de historie op zinrijke wijze zegt. Haar vader wordt zelfs elders een flinke god-vreezende man geheeten, die het zwaard droeg in dienst van Spanheims graaf.

Met vreugde zullen dus deze godvreezende menschen hun dochtertje bij hare komst op aarde hebben begroet, en dat dochtertje bezat reeds dadelijk een grooten rijkdom, want zij stond in nauwer verband met den hemel, dan ooit aan een kindje gebeurt. Hoort, wat zij ons op Gods bevel verhaalt, wanneer zij twee-en-veertig jaren oud is geworden:

„ Die geheimenisvolle gave — zoo zegt zij dan over „hare visioenen — die geheimenisvolle gave van „verborgene en wonderbare gezichten, heb ik reeds „van mijne kindsheid af waargenomen, van den tijd „namelijk, waarop ik vijf jaren oud was en zoo tot „heden toe; ja nog altoos gaat dit doorquot; !). En wanneer die visioenen, op vijfjarigen leeftijd aanschouwd , hier genoemd worden, dan is daarmêe het H. Zieners-ambt in al zijn grootheid bedoeld, want elders van diergelijke openbare openbaringen spre-

') Schmelzeis, pag. 73, No. 29.

ocr page 17

kende, verhaalt de heilige ons van eenen wondren omgang met den hemel, die wel is waar minder volmaakt was, maar die dan ook reeds plaats greep op haar derde jaar, ja zelfs bij het toenemen van haar eerste bestaan ').

Het plan nu der Goddelijke Voorzienigheid met deze buitengewone gaven van S. Hildegardis, ten opzichte Zijner H. Kerk, kunnen wij hier reeds gevoegelijk mededeelen. Wij noemden reeds den H. Bernardus en tevens heeft de lezer uit de opgave van Hildegardis' geboorteplaats begrepen, dat zij ter wereld kwam in de elfde eeuw, die eeuw welke dei-Kerk van Christus nog zoovele zorgen baarde. Welnu Hildegardis' leven heet een echo van S. Bernardus leven s). Hij had den boozen geest der elfde eeuw op het felst bestreden (1039—1155); hij de rechterhand des Pausen, de groote kruistocht-prediker, de hervormer der kloosters, ging Hildegardis voor, en maakte haar, volgens hare ware verdiensten, bekend aan den Paus 1). Maar ook Hildegardis beantwoordde getrouw aan S. Bernards geest en bedoelingen, en nog menig jaar na S. Bernards dood, bleef Hildegardis in zijnen geest voortwerken en als het zout der aarde, juist door hare wondergave, tegen elk bederf zich verzetten, van welke zijde dit bederf ook in Gods heilige Kerk zich vertoonen dorst.

1

) Schmelzeis, pag. 612 in verband met pag. 37. Dit officie (zie pag. G12) wordt geroemd tegenover anderen.

ocr page 18

4

Dat Jesus dus met zijne Kerk blijft en ter zijner tijd haar redding geeft, zou eenmaal ook Hildegardis, door middel van hare wondergave, aantoonen. Vóór haar hadden S. Gregorius en den H. Petrus T) ami anus er velen tot de reine zedeleer van Christus teruggebracht, S. Bernardus nam hun arbeid op en zette dien voort, maar S. Hildegardis heeft S. Bernardus daarbij op wonderbare wijze gesteund en verbreid.

Hoe liefelijk heeft intusschen Hildegardis, reeds in haar eerste kindsheid , met Jesus omgegaan! Wie zal zich een denkbeeld vormen van dat geheimzinnige mrsum corda, hetwelk in dit kinderhart alle dagen, ja, alle oogenblikken omhoog steeg, te meer omdat dit hart zorgvuldig door de ouders voor alle booze invloeden bleef gevrijwaard! Waarlijk hier mag reeds in bovennatuurlijken zin het vers van Tasso klinken: Wat leert de trouwe niet in de oefenschool der liefde. Bijzonder leerde die kinderlijke trouw het geduldig lijden. Zóó zwak, zoo ziekelijk was de heilige, dat het eene zeldzaamheid was, wanneer zij zich loopehde bewegen kon.') Een der gevolgen dezer ziekelijkheid was o. a. een groot gebrek van kennis in de gewone schoolwetenschap; de heilige zelve getuigt hiervan aldus: „Velen der uitwendige dingen bleven mij onbekend van wege de hevige ziekten, die mij verteerden en mijne krachten sloopten.quot; !) Toch zoude God zijn plan, zijn bestemming van Hilde-

') Schmelzeis 40—70. 2) Schmelzeis pag. 42.

ocr page 19

5

gardis volvoeren. Bijzonder zouden ook haar ouders hier in de eerste tijden toe meêwerken.

§ 2. Hiidegardis in het klooster.

De ouders van S. Hiidegardis bezaten onder hunne verwanten zekere Jutta, eene dochter van graaf Stephan te Sponheim en van zijne gemalin Sophia, en aan deze Jutta, een kloostervrouwe, werd nu Hiidegardis toevertrouwd. Trithemius, een vrome abt uit die dagen, getuigt ons van deze zaak het volgende: „Toen deze jonkvrouw (Jutta) twee en „twintig jaren oud was, verachte zij uit liefde tot „Christus, alle vreugden dezer wereld, en met „toestemming van haren vader, ondernam zij het „kloosterleven. Haar vader bouwde haar een cel-„woning op den berg des H. Disibodus. Drie jonk-„vrouwen, die hetzelfde voornemen toonden, sloten „zich (later) bij Jutta (ook Gutta geheeten) aan. „Een dezer drie was S. Hildegardquot; '). Nog een ander bericht omtrent deze kloosteriutrêe van Hiidegardis luidt als volgt: „Toen zij s) nauwelijks acht jaren „oud was en op geestelijke wijze met Christus begraven „zoude worden, en met Hem tot de glorie van de „ onsterfelijkheid zoude opgaan, werd zij op den berg „van den H. Disibodus opgesloten bij de vrome en

') Zie hierover Schmelzeis. '2') Schmelzeis pag. 59.

ocr page 20

6

„godgewijde vrouw Jutta; deze bekleedde haar toen „ met het gewaad der onschuld en deemoed, onderwees „haar verder in Davids gezangen en leerde haar „God, op den harp der tien snaren, te prijzen.quot;

Voorwaar, gelukkig was Hildegardis. Gelijk Samuel als knaap door zijne ouders aan den hoogcpriester werd afgestaan, opdat hij altoos den Heer zoude dienen; en gelijk de allerheiligste maagd Maria, als zeer jeugdig kind, in den tempel Gode werd toegewijd, zoo gebeurde het ook hier met Hildegardis. Hildegardis.... toen reeds zoo gelukkig in God!

Het is waar, menigwerf, zelfs onder Katholieken, begrijpt men van deze zaak te weinig; men meent dat daardoor aan de kinderen al te vroeg een zekere dwang wordt opgelegd, om kloosterling of priester te worden. Dan, dit is zeer onjuist; wij stellen als voorbeeld Hildegardis, die hoogstwaarschijnlijk bij hare geboorte Gode was toegewijd en nu als achtjarig meisje reeds het klooster intrad. Was die opdracht of die intree een gebod voor haar, om zelve kloosterlinge te worden? In geenen deele. Men onthoude dit! Al hadden de ouders in die dagen een gelofte gedaan van hun kind tot priester op te leiden of tot kloostermaagd, dan lag daarin van zelf de voorwaarde opgesloten, mits het bedoelde kind zich met die vroomheid der ouders kon vereenigen. J a, wij gaan verder en zeggen de godgeleerden na: Niemand mag, zonder vollen, vrijen wil, het priesterschap of den klooster-staat aanvaarden. Maar, zoo vraagt men misschien: Waarom deden de ouders in vroegere eeuwen toch

ocr page 21

7

dikwerf, zooals de ouders van Hildegardis hier met hun dochter deden? Dit gebeurde eenvoudig om de zekerheid te hebben, dat de kinderen alle dagen goede voorbeelden zouden zien, zooals onze kleinen het immers nog op de Zusters-scholen zien. Verder mochten de ouders ook zóó beproeven, of er geestelijke roeping in hun kroost ware of komen zoude; want men vergete niet, dat ouders, welke goede Katholieke gevoelens in deze zaak wenschen te volgen, de roeping tot den geestelijken staat, ongetwijfeld als een groote genade Gods hebben te beschouwen; men vergete niet — zoo voege men hier achter — dat ouders door te groote natuurlijke gehechtheid soms die roeping hunner kinderen zeer dwaselijk in den weg staan.

Deze hindernis trof, zooals wij zagen, Hildegardis niet. Zij verwisselde in haar klooster spoedig den kinder-leeftijd voor de jeugd en na weinige jaren brak de dag der heilige professie voor haar aan, die dag, waarop zij zich vrijwillig verbond tot die geloften van kuischheid, gehoorzaamheid en armoede, welke den mensch als met drie nagelen aan het kruis van Christus verbinden, om hem meer en meer los te maken van de aarde. Hildegardis heeft zoo die geloften opgevat, en haar, evenals duizende andere heiligen ook getrouw zoo nageleefd. Godfried ') haar levensbeschrij ver, zij ons hier ten getuige. Met duidelijke woorden verklaart hij , dat toen Hildegardis „door „ het afleggen der kloostergeloften en door het aanne-

') Schmelzeis, pag. 63.

ocr page 22

8

„men van den gewijden sluier zich aan Christus had „toegewijd, zij steeds toenam in grootere heiligheid „en voortging van de eene deugd in de andere.quot;

Welk een vreugde moet dit voor hare ouders geweest zijn, welk een vreugde voor hare overste! Deze toch — zoo begrijpt iedereen — was in deze zaak niet weinig betrokken; en zij verheugde zich hierom vooral in Hildegardis vooruitgang, zoo meldt de historie uitdrukkelijk, omdat deze leerlinge, zoodoende ook ieders leermeesteresse werd op de paden der volmaaktheid. In haar gloeide bijzonder, zoo verhaalt ons de monnik Godfried l): „ eene goedige liefde, die niemand uitsloot. Ootmoed beschermde hare maagdelijkheid. Hare groote onthouding van spijs en drank kwam overeen met de armoede harer kleedij ; de rust van haar hart bleek uit haar zwijgen en de karigheid harer woorden. Doch alle deze kleinodiën van deugden stonden onder bescherming van het geduld. En dewijl de mensch in de smarten wordt gekend, zooals het goud in den oven wordt beproefd, leed Hildegardis zoozeer in haar lichaam, alsof haar leven slechts een langzame dood was. Maar dit alles werd aangevuld door den Heiligen Geest, die vooral in haar een geest van wetenschap en een geest van sterkte is geweest.quot;

De goede orde in Hildegardis' leven verschijnt hier dus zonneklaar; naast buitengewone roeping in lateren tijd, eerst de persoonlijke deugdsoefening! Gelijk

') Bij Schmelzeis, pag. 63.

ocr page 23

9

Jesus er immer zijne grootheid in stelde, om eerst te doen en dan te leeren, zoodat de evangelist die volgorde ') in zijn bericht doet uitkomen, zoo ging het ook hier. Eenmaal ja, zoude Hildegardis, vol van den H. Geest, gepurperde kerkvorsten en landgraven ja, koningen onderwijzen; zij zoude hen leeren hoe de rechtvaardigheid moest zegevieren tegenover onrecht; hoe de liefde tegenover de altoos-durende twisten dier dagen moest worden hernieuwd; hoe kuischheid en heiligheid den geestelijken stand moest verheffen; in één woord, Hildegardis zou eens openlijk het wee der tiende en der elfde eeuw moeten bestrijden. Welnu, daarom eerst zelve hoogst sober, hoogst liefdevol, hoogst kuisch vooral geleefd, in alle geduld en lichaamslijden. En ongetwijfeld zijn hierin de vrome overste Gutta en de zielzorger van Hilde-gard, die beiden hare visioenen kenden, haar ter hulpe geweest. Immers ook aan hen, die wellicht, naar de oude traditie der kloosters, schier de ge-heele Heilige Schriftuur kenden, aan hen kon het woord niet onbekend zijn van Jesus zeiven, tegen diegenen , die wondervolle gaven ten bate van anderen ontvangen, maar, zelf helaas, hun persoonlijke heiligheid verwaarloozen. „Velenquot; !) zoo zegt toch Jesus, „ velen zullen in dien dag (des oordeels) „tot mij zeggen; Maar Heer! hebben wij niet „ in Uwen naam geprofeteerd, en in Uwen naam

') Coepit Jesus facere et docere. ^ JIatthaeus VII, 22.

ocr page 24

10

„de duivelen uitgeworpen en in Uwen naam vele „wonderteekenen gedaan, en tochquot; — zoo spreekt de toekomstige Rechter — „ zal ik hen zeggen: „ Gaat weg van mij, gij bewerkers der ongerech-„tigheid.quot;

Omdat er dus zoovelen in den oordeelsdag zullen verloren gaan, die hier op aarde wondervolle gaven hebben ontvangen, daarom was er dubbele waakzaamheid noodig voor Hildegardis' zaligheid, en alleen, omdat dit begrepen werd en Hildegardis naast de ontvangene hooge gaven, ook hooge eischen vroeg van zich zelve, werd zij steeds meer en meer waardig, om als tolk van haren hemelschen Bruidegom op te treden, zonder persoonlijken ondergang te mo ten vreezen.

Om hier achtereenvolgens het overzicht van Hildegardis' kloosterleven af te schetsen, vermelden wij, dat toen Jutta overleden was, (Jutta door Hildegardis meer dan dertig jaren vereerd en in alles gehoorzaamd) Hildegardis zelve door de zusteren tot overste of Magistra werd gekozen, l) en dat alle heiligheid opnieuw en steeds hooger nog, in Hildegardis schitterde. „Toenquot; 2) zoo zegt de historie, „gedroeg de godgewijde jonkvrouw zich zoo onder tegenspoed en onder voorspoed, dat zij zich in het geluk niet liet verheffen en in

') Schraelzeis pag. 69. s) Schmelzeis pag. 152.

ocr page 25

11

de rampen niet deed neêrslaan. Bij het eene zoowel als bij het andere, bewaarde zij ééne eu dezelfde levenskracht; door schelden werd zij niet bevreesd, en door lof niet vervoerd; zij bestuurde hare ziel voor alle toestanden, gelijk een boogschutter zijn boog voor verschillende krachten weet te spannen. Hare zielskracht verflauwde nooit en zij bestuurde hare zusteren, door nu eens mild en dan weer gestreng op te treden, doch in die gestrengheid was nog altoos zekere vriendelijkheid en als honig vloeide de deemoed van haren tong.quot;

§ 3. Openbaar optreden van Sint Hildegardis.

Nu ging de groote roeping van de H. Maagd Hildegardis vervuld worden. Omtrent haar 40!quot;e levensjaar, alzoo in het jaar des Heeren 1138, ontving1) Hildegardis door een bijzondere hemelsche verschijning het bevel om hare visioenen bekend te maken en op te schrijven.

Dit bevel des hemels mocht des te moeielijker schijnen, omdat Jutta aan Hildegardis alleen het Latijnsche letterschrift -— niet eens de taal zelve, en ook geen moedertaal (volgens de regelen der school) had geleerd. Dit kon wellicht nimmer geschieden door Hildegardis' ziekelijkheid 2). Bij dit bezwaar

1

') Schmelzeis pag. 69—73.

2

) Als boven.

ocr page 26

12

kwam nog een tweede, namelijk de natuurlijke schroomvalligheid l). „Ten dien tijdequot; zegt de heilige, „werd ik in een hemelsch gezicht zeiven, „ als genoodzaakt en gedwongen, om te verkondigen, „wat ik gezien en gehoord had. Maar ik vreesde „en schaamde mij zeer, om openlijk te gaan ver-„kondigen, wat ik zoolang had gezwegen.quot; De gehoorzaamheid echter triumfeerde, en zie, nauwelijks bracht Hildegardis haar offer, of hare natuurlijke krachten keerden, trots alle ziekelijkheid, terug en de H. Geest vulde ook hare kennis aan. „Het „geschieddequot; zoo zegt zij, „in het jaar 1141 van „de menschwording van Gods Zoon, Jesus Christus, „ toen ik twee en veertig jaren oud was, dat er een „licht uit den geopenden hemel kwam, en dat het „zich door geheel mijn hoofd en mijn geheele hart „ en . borst verspreidde. Evenals een vlam, die niet „brandt, doch slechts verwarmt, zoo vlamde ook „ dat licht; het geleek der zon, die dadelijk datgene „verwarmt, waar hare stralen op vallen. En zoo had „ik eensklaps de gave der uitlegging van de heilige „boeken, namelijk van het Boek der Psalmen, van „het H. Evangelie, en van de andere heilige boe-„ken, zoowel van het Oude als van het Nieuwe „Testament. Toch had ik evenwel geen kennis vqn de „enkele textwoorden, evenmin als van de afdeeling „der lettergrepen, of van Naamval en „Tijden.quot;

Dit was voorwaar een groot wonder Gods, want

'') Schmelzeis, pag. 69—73.

ocr page 27

13

ofschoon Hildegardis volgens de historie, hulp gehad heeft zelfs van meer dan een persoon ') om den zeer grooten omvang van hare ingevingen en gedachten te boeken, zoo staan wij hier toch voor het wonderbaarlijk feit, dat iemand die niets kende dan eenige Latijnsche letters, die geen enkele taal goed had geleerd , nu allereerst zelve Latijnsche boeken schreef of groote gedeelten daarvan. Terwijl Hildegardis dus vroeger hare hemelgeheimen hoogstens aan Vrouwe Jutta of haren biechtvader vertrouwde, zoo vertrouwde zij die nu door Gods macht, aan iedereen en geleek zij in geleerdheid op sommige andere heiligen , eenen H. Paschalis, een H. Liduïna enz, die de gave des H. Geestes, en wel de gave van wijsheid en verstand in meer dan gewone mate, hebben bezeten en meêgedeeld, zonder studiën te hebben gemaakt.

Tot de merkwaardigste boeken van Hildegardis, die men, in nabootsing van den titel der oudste heidensche profetesse, de Sibylle van het Noorden, heeft genoemd, behooren o. a.: 2)

Het werk Scivias, d. i. sci (weet) vias (de wegen) en wel de wegen des Heeren. Vervolgens het boek over Gods werken: Divinorum operum, nog verder het boek Vitae meritorum, dat is: het boek van het leven der verdiensten, en eene uitlegging der heilige Evangeliën. Verder heeft zij nog eene nieuwe taalvorming met geheimzinnig alphabet aangelegd, daarna nog

') Schmelzeis, pag. 82. s) Schmelzeis, pag. 308.

ocr page 28

14

zeventig Latijnsche liederen, ja zelfs een paar geneeskundige werken geschreven. En nog zijn wij onvolledig, als zijnde het ons hier ondoenlijk om tot volledigheid te komen, hier, waar de oude perkamenten zelfs verschillen, en waar verzamelingen als van de Bollandisten en Migne worden nagepluist. Maar zelfs met dit onvolledige verslag voor oogen, moeten wij het woord van S. Paulus recht doen wedervaren, als hij zegt: Het zwakke der wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen. Paus Eugenius III keurde anno 1148 alles goed, hetgeen tot dien tijd door Hildegardis was geschreven '). Zijn brief aan haar, die nu reeds overste van den Rupertus-berg bij Bingen was geworden en den Disibodus-berg had verlaten, bestaat nog geheel en het is mede een feit, dat haar wondervolle toestand, eerst door hare gewone oversten, onder welke de bisschop van Maintz, en later door een Pauselijk gezantschap') was onderzocht, en als heilig beschouwd werd. Wat het veranderen van woonstede aangaat, zoo beweerde Hildegardis uit den hemel daartoe te zijn aangespoord; haar streven was vooral, in grootere eenzaamheid en dus in minder omgang met de wereld, bepaaldelijk met de mannelijke wereld, te zijn. In welken tijd onze heilige op den Rupertus-berg aankwam, is niet bij een maand of dag te bepalen. Maar alles bereke-

*) Zie Schmelzeis, pag. 92 en 93. 2) Idem, ut supra fere eodem loco.

ocr page 29

15

nende zegt Schmelzeis, ') gebeurde dit anno 1147. De terreinen voor hare nieuwe woning verkreeg Hil-degardis, wellicht gedeeltelijk door aankoop, maar gedeeltelijk ook door schenking van Megenhard van Spanheim, wiens dochter Hiltrudis onder Hildegardis leefde. Veel meer nog had deze verwisseling van woning in, waardoor tevens zekere onafhankelijkheid verkregen werd, doch wij meenen hier te kunnen volstaan, met alleen te wijzen op de hemelsche lastgeving , die Hildegardis ook voor dit werk had ontvangen.

Dan niet alleen door hare miraculeuse geschriften, zou Hildegardis een licht der Katholieke wereld zijn. Neen, tot Hildegardis vloeide, vooral na 's Pausen uitspraak , om zoo te spreken, de halve Katholieke wereld en volgens de roeping haar gegeven, predikte en vermaande zij onvermoeid, als de bijzondere afgezante van God, wier roeping telkens in groote mirakelen werd bewezen, waaraan wij later nog eenige bladzijden hopen te wijden. Hier zij het reeds genoeg te melden, dat zij door den geest Gods bezield, de wonderlijkste dingen bekend maakte, die op verre afstanden gebeurde, ja zij kende de gedachten en de zielsgeheimen van de vromen, die tot haar om hulp snelden. Maar ook hen , die met kwade of bedriegelijke gemoederen tot haar kwamen, kende zij en dan nam zij hare Christelijke wrake ter hand; zij bestrafte deze huichelaars, en hare bestraffingen ongetwijfeld meester-

'0 Pag. 130.

ocr page 30

16

stukken van zachtmoedigheid en ernst, bekeerden de ongelukkige zondaars, zoodat men zeggen kan dat niemand ') zich ooit tot haar begeven heeft, of door hare heilzame vermaningen onderwezen, besloot hij henengaande tot een beter leven.

En nog verder gaan de wondere feiten. Hilde-gardis, die reeds veelvuldige briefwisseling hield, niet alleen met menschen in nederigen staat, maar ook met de hoogste prelaten in Jesus' Kerk, werd door den geest Gods gedreven, om ook hare, dusgenaamde apostolische reizen te gaan ondernemen, in verschillende bisdommen. De Heilige slechts te zien, haren raad te ontvangen, iedereen achtte dit een buitengewoon geluk. Als hemelgezante dus, trok zij rond, overal weldoende en Gods belangen voorstaande, in de diocesen van Keulen, Maintz, Trier en vele anderen. Voegen wij, in het voorbijgaan hierbij, dat Hildegardis ook in onze streken, bijv. te Werden a/d. Roer is geweest, dan is reeds, (vooral in verband met de volksoverlevering) het gevoelen niet te verwerpen, dat de Heilige ook nabij de Maas tot het plaatsje gekomen is, wat nog altoos Hil-legersberg (Hildegards-berg) wordt genoemd. Sommige schrijvers spreken hier van zekere Hillegond, eene reuzin uit den heidenschen tijd, doch dit behoort tot

') Heel deze vermelding van H. Hildegardis wondergaven, leest men o. a. in het zoo geprezene officium van de paters van Solesmes op het feet van S. Hildegardis. Bij Schmelzeis 612. 2) Schmelzeis 531—535.

ocr page 31

17

de fabelen, waaraan de oudheid rijk genoeg is. Overigens zie men hier de geschiedenis van de parochieoprichting te Hillegersberg, welke in het vierde hoofdstuk van dit boek wordt toegevoegd.

Nog een nieuwe glorie ') heeft Hildegardis zich verworven in den grooten strijd tegen degenen, die toen ter tijde Christus heilige Kerk, door oproer, scheuring en ketterij wilden verderven. Door woord en geschriften bevocht en overwon zij hen door vol-wonderbaar gezag en goedheid (stupenda auctoritate et gratia). De in Duitschland weder voortwoekerende Catharen — een zeer afschuwelijke ketterij — vonden in Hildegardis een onoverwinbare heldin, hen allen te machtig, en evenzoo verging het dengenen, die de weer opkomende leer van Berengarius wilden verspreiden. Hildegardis verwon hen o. a. door een zeer geleerd geschrift.

Met recht dus mogen wij hier de vraag stellen: Is het nog te verwonderen, dat de heilige Kerkleeraar Bernardus, onze groote Hildegardis kennende en schattende, haar altoos heeft verheven, hare geschriften heeft geëerd en haar openlijk heeft verdedigd tegen de beschuldigingen van anderen? ■ Was het wonder, dat Paus Eugenius III op een7 Concilie te Trier, in tegenwoordigheid van vele bisschoppen en kardinalen, de gevoelens van Bernardus goedkeurde s) ?

') Pag. 612 bij Schmelzeis.

2) Eoden loco.

3) Schmelzeis, pag. 87 (Idem pag. 267, 261, 198 en Caput VIII en 612).

S. Hildegardis. o

ocr page 32

18

Waarlijk hoog stond Hildegardis als een lichtende fakkel in Gods Kerk. Behalve al wat haar ziek lichaam eu haar kloosterhestuur te dragen gaf, torschte zij immer een groot deel van de zorgen , verschillende bisdommen betreffende.') Behalve den reeds genoemden Paus Eugenius III, hebben drie opvolgende Pausen en de vorsten van Frankrijk, Italië en Germanic,') ook een leeraar, een kanunnik en bisschop van Utrecht (zie later hoofdstuk III), dus in één woord, zeer vele allerbraafste en allergeleerdste mannen haren raad ingewonnen, en hebben zij zich zeiven, de H. Roomsche Kerk, het oude Roomsch-Keizerrijk en zoovele andere Christenstaten in haar gebed aanbevolen. !) Eindelijk deed Hildegardis die menigte van wonderen, waarvan wij in ons tweede hoofdstuk zullen spreken.

Hier leeren wij dus het woord waardeeren: God is wonderbaar in Zijne heiligen; doch die heilige is altoos noodzakelijk één met de Kerkelijke overheden. Zonder de goedkeuring, zonder de samenwerking dezer oversten met haar, zou de H. Hildegardis voor ons Katholieken nooit eenige grootheid, op gebied van leering of stichting zijn geweest. Nu echter staat zij voor onze oogen, niet nog zoozeer als de Sybille van het Noorden, maar veelmeer als een der

') Schmelzeis, pag. 87 (Idem pig. 267, 261, 198 en Caput VIII en 612).

-) Schmelzeis, pag. 612 in het officie der paters van Solesmes, dat als goed en volledig wordt geroemd.

ocr page 33

19

allerwijsste maagden, die de heerlijke bruiloft van haren Bruidegom genieten mag in de eeuwige vreugde.

§ 4. Glorievol uiteinde van S. Hildegardis.

Nadat nu — zoo verhaalt een kloosterling, Theo-dorik l) geheeten, — Hildegardis den Heer in vele vermoeienissen en strijd, vroom had gediend, wenschte zij , hoogbejaard zijnde, van den druk dezes levens ontbonden te worden en met Christus te zijn. God verhoorde haren wensch en openbaarde aan Hildegardis haar einde, zoodat Hildegardis dit aan hare zusteren heeft bekend gemaakt. Zij werd nu eenigen tijd ziek, en keerde op het 82s'e jaar haars levens, op 17 September, zalig tot haren hemelschen Bruidegom terug.

Hare geestelijke zusters — zoo gaat onze verhaler voort — wier geheele vreugde en troost zij was, woonden het verscheiden der geliefde moeder onder bittere tranen bij..... s)

Het is waar, ') zij twijfelden niet aan Hildegardis belooning noch aan de voorspraak die zij der zusteren zou bewijzen , maar toen zij daar hare altoos getrouwe troosteres zagen heengaan, werden zij met den diepsten rouw vervuld.

De goede God toonde nu bij haar heengaan aan

') Schmelzeis, pag. 592.

■•*) Idem, pag. 597 en 598.

:gt;) Zie over dit verhaal Schmelzeis p. 598.

ocr page 34

20

iedereen, welke verdiensten zij bij Hem genoot. Boven de woning toch, in welke de heilige Hilde-gardis bij den eersten schemer van den Zondagsnacht hare ziel aan God teruggaf, verschenen er twee bogen van verschillende kleuren aan het firmament, die zich tot de breedte van een flinke straat uitbreidden en zich naar de vier deelen der aarde uitstrekten. De eene ging van het noorden naar het zuiden en de andere van het oosten naar het westen; doch in de hoogte, waar de twee bogen zich kruisten, kwam weder een hel licht, dat zoo groot als de maan was, en dit straalde verre uit en scheen de duisternis des nachts boven het huis te verbleeken. In dit licht nu verscheen een rood schitterend kruis, eerst klein, maar daarna al groeiende tot in het onmetelijke en dan om dit groote kruis liepen weer ontelbare kringen van verschillende kleuren, die elk weer hun rood kruis met een kring vertoonde, zijnde zij evenwel elk kleiner dan het eerste kruis. Toen nu dit heerlijk kruissterrenbeeld zich aan het firmament had uitgebreid, toen stond het aan den hemel over zijn breedte het meest naar het oosten, maar scheen ook naar de aarde en wel naar het huis van S. Hildegardis te neigen en zoo was het helder op den geheelen berg. 't Is zeer zeker aan te nemen, dat God met dit teeken heeft willen aangeven, in welke hemelsche klaarheid Hij zijne geliefde bruid in den hemel had verheerlijkt ').

') Schmelzeis p. 598.

ocr page 35

21

Hiermee in verband melden wij dadelijk de wonderen nog vóór de begrafenis van Hildegardis geschied. Zij bestaan hierin, dat twee menschen die haar heilig lichaam zochten aan te raken, van zware ziekten werden bevrijd.

Eindelijk sloeg het uur der begrafenis. Een reeks van eerbiedwaardige mannen deden Hildegardis de laatste eer hunner tegenwoordigheid aan, terwijl men eerst den lijksluier wegnam en behoorlijk bewaarde , hetgeen zeer velen — zegt Theodorik — ten heil is geweest. Zoo hopen wij —- aldus luiden Theodoriks laatste woorden — en wij gelooven vast, dat Hildegardis gedachtenis onsterfelijk is bij God, die haar in dit leven een bijzonder deel zijner gaven heeft geschonken. Hem zij lof en eer in eeuwigheid ■).

Onze heilige was nu neergelegd in het midden van het koor barer kerk voor het hoogaltaar, op den Rupertus-berg, waar zij gestorven was. Hoe hoog men hare werken schatte, bleek wel uit de prachtige verzamelingen, die men er van maakte, en wat haar zelve aangaat, Theodorik de schrijver, noemt haar dadelijk Sancta, heilige. De pausen Gregorius IX, Innocentius IV, Clemens V en Joannes XXII hielden zich met den arbeid voor eene formeele heiligverklaring bezig, doch deze werd — zooals Stilting bemerkt — steeds moeielijker, want de wonderen, die eertijds bij haar graf, door hun

') Zie Sclimelzeis pag. 603, 608, 609.

ocr page 36

22

menigte, zelfs den H. Dienst stoorden, waren nu niet meer aan te wijzen, daar door verloop van tijd, vele getuigen ontbraken. Toch werd Hildegardis als heilige vereerd en de kerk nam haar als zoodanig op, zoodat wij in het Martyrologium op 17 Sept. lezen: Apud Bingiam in diocesi Moguntiuensi, sanctae Hildegardis Virginia, dat is: By Bingen in het Diocees Maintz is het heden het feest van de H. Hildegardis, Maagd. Later werden gedeelten van haar lichaam als kostbare reliquien genomen en vereerd. Zoo nam men in 1498 , met grooten eerbied, op den Rupertusberg een arm van het heilig lichaam af, om die in het klooster zelf te vereeren.

Nadat dit Rupertus-klooster, tijdens den dertigjarigen krijg, in 1632, door vuur vernietigd was, namen de nonnen de heilige relieken der H. Hilde-gard en die van S. Rupertus, op hare vlucht mede naar Keulen. Bij een der Jubilé-processiën in 1634 (onder Paus Urbanus IV) werden deze relieken, op Pinkster-Zondag rondgedragen, ten einde het einde van den heerschenden oorlog te verkrijgen.

Later werd de kloosterfamilie van S. Rupertusberg naar het klooster te Eibingen overgebracht. De relieken gingen mede. Dan ook Eibingen's klooster werd opgeheven en hiermeê verviel de laatste stichting van S. Hildegardis. De weinige kloostervrouwen, die overbleven, moesten met hunnen zielzorger vluchten en stierven uit. ') De keurige Codices (oude boeken)

') Zie Schmelzeis, pag. 608 en 609 voor heel dit verhaal.

ocr page 37

23

werden naar 's Rijks bibliotheek te Wiesbaden verwezen; een groot deel van de kerksieraden en be-noodigdheden werd door de burgers van Bingen over-genonaen en wel ten dienste van de S. Rocbus-kapel, die, in den Franscben krijg verwoest zijnde, nu door hen weer hersteld werd. De Relieken van den H. Ruper-tus werden ook aan deze kapel geschonken, maar de overige, namelijk die van S. Hildegardis, zijn aan de parochiekerk van Eibingen overgegeven; het klooster, voor zoover het niet gesloopt was, diende voor tuighuis en de kerk bijzonder voor kanonnenbergplaats. In 1831 echter ontwierp de burgerlijke en kerkelijke gemeente hier een nieuw plan tot herbouw. De kerk werd opnieuw ingewijd, tot parochiekerk verklaard en daartoe ook gebruikt. En nu ook werden in haar de relieken teruggebracht en spoedig daarna ook de twee zeer bijzondere van Hildegardis, namelijk het hart en de tong der heilige, welke de priester van het Rupertusklooster bij de verwoesting had meegenomen ').

Op 17 Sept. 1857 had, nadat pastoor Ludwig Schneider de echtheid der relieken opnieuw had bewezen en daarover een beslissing van den Bisschop van (Duitsch) Limburg had ontvangen, een heerlijk groot feest plaats. Deze pastoor had namelijk een nieuw altaar gebouwd in de parochiekerk voor de Relieken, en de plechtige overvoering van de H. Overblijfselen naar

') Schmelzeis, pag. 609 (mit sich gefuhrt, nach seinem Tode zugestelt).

ocr page 38

24

dit altaar, viel juist op S. Hildegardis-dag (17 Sept. 1857). Hiermede kan samengaan, hetgeen ik op een plaatje van S. Hildegardis zag gedrukt; dat namelijk (gelijk men weleer een arm van Hildegardis lichaam scheidde) zoo in de kapel van Sint Rochus een der ribben van onze heilige rust; doch de parochiekerk te Eibingen bezit het hoofd met haarlokken, het ordeskleed, het gebeente, het hart en de tong. ') Hildegardis die zoovele ziekten had doorstaan, genas na haren dood zeer vele koortsziekten en wordt daarom als beschermster tegen alle hwade koortsen aangeroepen.

Zoo zagen wij het leven en den dood van de H. Maagd Hildegardis. Wij gaan nu verder iets van hare mirakelen, en later nog van hare boeken mede-deelen. Mogen wij hier nog opmerken; vooreerst, dat vele Katholieken, wanneer zij den Rhijn afreizen, zeer gemakkelijk in dat naburige buitenland, ook de Relieken van S. Hildegardis eens kunnen vereeren, en vervolgens,, dat men in het vaderland zelf, haar eenig heiligdom in Holland, gemakkelijk kan bezoeken, door naar Hillegersberg bij Rotterdam te gaan. Wat vóór de hervorming haar aldaar was toegewijd, is haar eindelijk na drie eeuwen van verlatenheid teruggegeven in de nieuwe kerk, in de nieuw opgerichte parochie van Sint Hildegardis.

') Zie Sclimelzeis, pag. 609 en 610.

ocr page 39

TWEEDE HOOFDSTUK De mirakelen van de H. Hildegardis. ')

Toen Jesus, onze Heiland, ten hemel ging, zeide Hij; „Deze zijn de teekenen, die hen zullen volgen die in Mij gelooven: In Mijnen naam zullen zij duivelen uitdrijven, vreemde talen zullen zij spreken, slangen opnemen, en als zij iets doodelijlcs zullen drinken, zal het hen niet schaden; zieken zullen zij de handen opleggen en zij zullen genezen !). Gelijk één der Kerkvaders opmerkt, waren deze wonderen vooral noodig, om in het begin der Kerk, de ongeloovigen en bekeerden te overtuigen, evenals wij een boom begieten, zoolang de wortelen niet vaststaan. Wie weet dan ook niet, hoe de apostelen de gave der talen verwierven, hoe Petrus den lamme genas, en hoe zijn schaduw alleen de zieken gezond maakte, hoe de diaken Philippus, na het doopsel van den kamerling, wonderbaar naar Azotus werd gezonden, hoe Paulus zekeren Publius, op het eiland Malta, door handen-oplegging genas, en, hoe een adder daar aan de handen des apostels hangende, hem niet schaadde! Dat alles waren zoovele bewijzen, dat die apostelen de waarheid leerden. God immers zou hen anders niet zoo wonderdadig hebben bijgestaan, dewijl, zoo

') Sc.hmelzeis, pag. 555—565.

') Marc. XVI, 18.

ocr page 40

26

als een ieder begrijpt, van Gods zijde nooit de leugen maar alleen de waarheid zal kenbaar gemaakt en verspreid worden.

Er waren schier duizend jaren verloopen na de apostolische tijden, toen Hildegardis opstond; ook haar gaf de Heer vele wondergaven. Deze strekten zich over het algemeen uit tot zieken en kranken; hier echter zullen wij er één voorstellen, die inzonderheid Hildegardis' zending van G-od bewees, nam. het verlossen van een bezetene.

„ Nadat mij — zoo verhaalt Hildegardis — in een visioen of hemelsch gezicht de Schrift en de woorden van het S. Jans-evangelie geleerd waren, viel ik in zoo zware ziekte, dat ik in langen tijd niet kon opstaan '). Dit werd mij van den Zuidenwind aangebracht en mijn lichaam was daardoor met zulke smarten vervuld, dat de ziel het nauwelijks uithield. Na een half jaar drong datzelfde lijden zóó door mijn lichaam, dat ik mij in een torment bevond, alsof de ziel uit dit leven scheiden zoii. Daarna echter mengde zich een ander lijden, als van koelte en van water, door het vroegere heete lijden heen, waardoor mijn vleesch iets verfrischt werd, zoodat het niet verbrandde. Zoo was ik een vol jaar geslagen. Maar ik zag tegelijk in een visioen, dat mijn leven in dit verloop niet eindigen, maar nog een weinig voortduren zou !).

') Dit lijden moest als boete-lijden dienen, eer de uitdrijving geschiedde.

2) Als boven.

ocr page 41

27

Inmiddels werd mij, zoo zegt Hildegardis, bericht, dat beneden in de streken, verre van ons, en aan den Rijn gelegen, een adellijk persoon van den duivel was bezeten. Ook kwamen latere berichten over haar tot mij.quot;

De bezetene was van hare zijde dadelijk met S. Hildegardis en hare kracht bekend. Rondweg zeide zij: Daar, in de hoog ere Rijnstreken, bestaat een oude vrouw en volgens hare plannen zal ik worden uitgedreven.

Als dan ook de vrienden der bezetene dit hoorden, trokken zij met de ongelukkige naar Hildegardis. Het ongelukkige meisje was nu reeds acht jaren in deze bezoeking. Voordat men optrok, nam de Abt van Brauweiler de zorg op zich, om Hildegardis aan te schrijven. Hij had het namelijk bijgewoond, hoe men in het zevende jaar der bezetenheid, de arme ongelukkige te Brauweiler, bij het Sint Nicolaasbeeld had gevoerd, daar zag en hoorde hij veel; maar tevens zal ook hij niet het minst op deze verklaring van Satan hebben gelet: Zijn •prooi zou hij niet anders verlaten, dan door den-raad en hulp van zekere oude vrouw, in de hoog ere Rijnstreken. Haar naam verdraaiende, zeide hij daarbij : deze oude vrouw ivordt Scrumpilgardis geheeten.

Een briefwisseling had dus plaats tusschen den abt van Brauweiler en Hildegardis. Maar Hildegardis scheen voor de uitdrijving hare tegenwoordigheid niet noodzakelijk te achten; althans door vertrouwde handen zond zij een schrijven naar het klooster

ocr page 42

28

van den abt, waar de bezetene was, en schrijft zij over het getal en den aard der priesters, die bij de uitdrijving zouden optreden. Dezen traden dus nu op. En wat gebeurde? Toen de lezer der plechtigheid aan deze plaats van den brief van Hil-degardis was gekomen: „ En ik, o ongeleerde en „armzalige vrouw, ik zeg tot u, o geest der gods-„ lastering,... . dat gij van dit menschenkind uit-„gaatquot;. ... op dat oogenblik werd de booze geest geheel grimmig, hij klaagde en huilde, doch na een half uur stond de jonkvrouw op als genezen.

Nu wierp zij zich voor liet altaar van den H. Nico-laus neder en dankte Grod voor hare bevrijding, doch eer men onder klokkengelui het Te Deum kon aanheffen, daar keerde de oude vijand weer tot zijn prooi terug; de vrouw sidderde weer en was weer allerrampzaligst. Eén lichtstraal echter kwam in deze duisternis. Weer sprak de booze van de tegenwoordigheid der oude vrouw, zoodat men nu besloot de bezetene (Sigewize geheeten) in Hildegardis' klooster te brengen. Doch Welk eene moeielijkheid, te meer omdat de duivel de vorige zonden der arme bezetene valschelijk napluisde, of schandelijke woorden uitsloeg, of geweldig blies en raasde. Vooral bij drie zaken werd hij giftig: vooreerst als men de bezetene van de eene heilige plaats naar een andere voerde; vervolgens als het gewone volk aalmoezen gaf voor het verlossen van de arme Sigewize, en eindelijk, als hij door de gebeden der Geestelijken krachtens Gods genade werd genoodigd, om uit te

ocr page 43

29

gaan. Doch ten slotte zoude hij — zooals hij beloofd had — geheel en al wijken in de kortere of langere tegenwoordigheid van Hildegardis. En deze heerlijke verlossing gebeurde op Paasch-Zaterdag bij de Fontwijding. Toen het, zegt Hildegardis, aan het altaar klonk (dus reeds vóór de eigenlijke Fontwijding onder het lezen der dusgenaamde prophetiën): „ De geest Gods zweefde over de waterenquot; daar begon de geest weer te razen, te stampvoeten enz. Onmid-delijk daarna hoorde ik den Allerhoogste zeggen: „Wijk Satan, uit het hulsel van het lichaam dezer vrouw, en maak plaats in haar voor den H. Geest.quot; Nu sloeg de booze eensklaps op de vlucht, stank en walging achterlatend. Maar nu was de vrouw dan ook werkelijk verlost en zij bleef, zoo lang zij op deze wereld leefde, gezond van zinnen, naar lichaam en ziel. Zoo had eindelijk de tegenwoordigheid van Hildegardis gezegevierd. En waarom? Zeker om al haar voorafgaand lijden, om hare versterving en gebed. Althans dit mag men gerust afleiden uit de woorden des Heeren, dat eenige duivelen niet wijken dan door vasten en bidden. ')

Behalve de genoemde duivel-uitdrijving, worden aan Hildegardis nog een onnoemelijk getal andere mirakelen toegeschreven. Deze wonderen zijn gewis voor niemand een geloofsstuk, want hoe groot is hier de geloofsruimte niet. Niettemin toont niemand zich een geleerde, als hij aan de wonderen van de

') Marc. IX. 28.

ocr page 44

30

H. Hildegardis twijfelt, omdat één der bronnen, waarin vele der mirakelen vermeld staan, dat onderzoek is, hetwelk door de Pauselijke afgezanten is gedaan, en, zooals de geleerden het noemen, in actis inquisitionis is opgenomen. Het is waar, dat, toen het Pauselijk onderzoek plaats greep, vele mirakelen niet meer zóó te bewijzen, waren als in den eersten tijd na Hildegardis' dood. Nu toch waren reeds de meeste ooggetuigen gestorven, en dit gaf de groote moeielijkheid in zake de plechtige canonisatie. Maar al volgt op een Inquisitie-onderzoek geen volledig effect, het blijft toch in den regel een duchtig onderzoek op 't gebied der historie. Ook wordt een heilige niet eeuwen achtereen door het volk als patrones tegen de koorts vereerd, zonder histori-schen grond.

Wil men eindelijk — nu in onze dagen de hypnose en suggestie optreedt — de plotselinge genezing van zieken liever een andere kleur geven dan de wonder-glans, het is wel zeker dat men (waar het zoovelerlei menschen geldt), hiermede te eenzijdig oordeelt.

Wij laten hier nu eenige wonderen, door Hildegardis verricht, volgen, zooals wij die in het werk van den Z.Eerw. heer Schmelzeis (pag. 555—565) vinden opgeteekend.

ocr page 45

31

Genezingen dooh Hildegardis. ')

In het derde boek der levensbeschrijving van Hildegardis verhaalt Theodorich de volgende wonderdadige genezingen:

1quot;. Toen Hildegardis bij Rudesheim op zekeren dag over de rivier de Rijn voer, om naar het naburige zusterklooster te gaan, naderde eene vrouw, met een blind kindje in de armen, het schip, zij smeekte onder tranen, dat de H. Abdis haar kind de handen zou opleggen. Gedachtig aan Dengene, Die gesproken had: „Ga naar het bad Siloë, en wasch uquot;, schepte Hildegardis met den linkerhand water uit de rivier, zegende het met de rechterhand, en toen zij daarna met dit water de oogjes besproeid had, kreeg het kind door Gods gunstbetoon het gezicht terug.

2quot;. De dochter van een zekere vrouw Hazecha, te Hingen, werd krank en sprak na drie dagen niet meer. De moeder liep toen naar de jonkvrouw Hildegardis en verwierf van haar niets anders dan gezegend water. Nadat de zieke daarvan gedronken had, verkreeg zij dadelijk haar stem en hare krachten.

8'. In een der Duitsche kloosters van dien tijd diende zekere Bertha, als eene ijverige maagd, de zusters.^ Een gezwel aan hals en borst maakte het haar zeer benauwd. Eindelijk nam dit euvel zoozeer toe, dat zij noch spijs noch drank gebruiken, ja haar eigen speeksel niet inslikken kon. Tot Gods

') Schmelzeis, pag. 560 en volgg.

ocr page 46

32

dienares gevoerd, smeekt zij meer door teekenen dan door woorden, om hulp tegen de ziekte, die den dood nabij kwam. De H. Hildegardis, die deze maagd om hare standvastigheid, haar plicht en dienen liefhad, raakte haar op de smartelijkste plaatsen aan, met het teeken van het H. kruis, en gaf haar de gezondheid weer.

4°. Zelfs in hare afwezigheid deelde Hildegardis hare wondervolle weldaden uit. Zoo was er bij Ander-nach een soldaat, die krank lag en den dood voelde naderen. Toen op zekeren dag eenige vrienden hem waren komen bezoeken, en het uur geslagen was waarop zij zich naar de kerk moesten begeven, gingen zij heen, en lieten slechts eene vrouw achter, die den zieke moest bewaken. Nu begon de zieke onder 'hartelijke verzuchtingen God aan te roepen en ootmoedig te smeeken, dat hem ter wille van de verdiensten van Hildegardis de gezondheid mocht worden weêrgegeven. Nauwelijks was het gebed geëindigd, of hij verkreeg de gunst, door het volgende gezicht verkwikt te worden. Het was den zieke, als zag hij de eerbiedwaardige maagd naderbij komen bij zijne legerstede, en als hoorde hij haar vragen; „Wilt gij gezond worden?quot; Toen de lijdende krijgsman nu antwoordde, dat hij dit zeer vurig verlangde, legde Hildegardis de hand op zijn hoofd en sprak: „ In den naam van Dengene, Die gezegd heeft : ') Aan kranken zullen zij de handen opleggen.

l) Marc. XVI. 18.

ocr page 47

33

en zij zullen gezond wordenquot; moge deze ziekte van u heengaan; word gezond!quot;

Na deze woorden verdween de verschijning; de kranke soldaat richtte zich op van zijne legerstede, en herkreeg de gezondheid tot verbazing van allen, die met zijn treurigen toestand bekend waren geweest.

Verklaring van een geheimzinnig schrift.

De volgende merkwaardige gebeurtenis heeft plaats gehad te Rudesheim (in Zwaben).

Zooals men weet, moet in elke kerk, waar het Allerheiligste bewaard wordt, altijd een licht ontstoken blijven, de z. g. Grodslamp, ten teeken, dat onze Heer in de kerk tegenwoordig is. ' Nu scheen in de kerk van Rudesheim de zorg voor den Godslamp aan een bepaalden priester te zijn toevertrouwd. Op zekeren keer, toen de dag reeds voorbij was, en de avond was ingevallen, trad die priester de kerk binnen om als naar gewoonte den Godslamp te verzorgen. Doch begrijp zijne verbazing.... daar zag hij op het altaar twee brandende kaarsen. Spoedig evenwel stelde hij zich gerust, door te denken, dat zij des morgens niet waren uitgedoofd; en aan den knaap, die den priester in 't H. Dienstwerk getrouw behulpzaam was en ook nu wederom was medegekomen, vroeg hij: Waarom hebt gij de kaarsen na de H. Mis niet uitgedoofd? De knaap zeide nu, dat hij zeker wist de kaarsen te hebben uitgedaan. Toen nu de priester naar het altaar ging

s. iilldegardis. 3

ocr page 48

84

om ze uit te blazen, vond hij op het altaar de corporale l) uitgespreid, gelijk deze uitgespreid is onder de H. Mis. Bij het gezicht daarvan stond hij verbaasd en de knaap viel ter aarde en riep in extase: „Het zwaard des Heeren doodt ons.quot; De priester meende, dat de knaap doodgeslagen was, en hief hem spoedig van den grond op; doch deze had geen letsel bekomen , en zeide nog deze woorden: „Als wij de letters, die zich in de corporale bevinden, gaan bezien, dan zullen wij niet sterven.quot; De priester geloofde, dat de knaap door vrees buiten zichzelve was , doch nogmaals naderde hij het altaar, en vond in de corporale, ter plaatse waar het Aanbiddelijk Lichaam en Bloed van Jesus Christus onder de H. Mis rust, vijf letters, in den vorm van een kruis, zonder toedoen van menschenhand geschreven, nl. in de breedte A. P. H., in de hoogte K. P. D.s) Nadat hij dit bezien en zorgvuldig beschouwd had, kwam de knaap wederom tot bewustzijn en stond op. De priester vouwde de corporale dicht, doofde de kaarsen uit, en begaf zich diep getroffen naar huis. Zeven dagen bleven de letters zichtbaar; den achtsten dag waren zij verdwenen. Vol verwondering over het voorval, deelde de priester dit aan vrome en wijze mannen mede; maar wat dit alles beteekenen moest, kon hij

') De corporale is de linnen doek waarop onder de H. Mis het H. Sacrament rust.

K.

-) Derlialve waren de letters aldus geplaatst: A. !'■ H.

D.

ocr page 49

35

van niemand te weten komen. Eindelijk na een verloop van zestien jaren, toen de faam aan heel de wereld verkondigde-, dat de zalige Hildegardis door den H. Geest verlicht werd, kwam ook hij tot deze uitverkorene Vrouw en mocht vernemen, wat het buitengewone teeken, volgens de verklaring van den Geest Gods, beduiden moest. Gelijk eenmaal Daniël aan den Babylouischen koning Balthasar verklaard had de geheimzinnige woorden, op den muur geschreven, Mane, Thecel, 1'hares: zoo verklaarde nu Hildegardis de op den corporale geschreven letters aldus: K beteekent Kyrium, P: Presbyter, D: derisit, A: ascendat, P: poenitens, H: homo. De Hollandsche vertaling hiervan is deze: „ Den Heer heeft de Priester beleedigd: dat hij opstijge als boetvaardig mensch.quot;

Als de priester nu dit hoorde, werd hij door vreeze aangegrepen, en beschuldigde zich van zijne fouten. Hij beterde zich, trad in een klooster, en beijverde zich met alle kracht om de nalatigheden van zijn vroeger leven weder goed te maken door berouw en boetedoeningen. En dewijl hij opsteeg tot een hooger en gestrenger leven (gelijk onze heilige de wonderbare letters had uitgelegd) bewees hij te zijn een volmaakte dienaar Gods, door zijn heiligen levenswandel.

Van de menigte koortslijders, welke Hildegardis genas, noemen wij de twee volgende:

1'. Een adellijk meisje, dat, evenals onze heilige, den naam van Hildegardis droeg, had huis en ouders en de wereld vaarwel gezegd, om door het afleggen harer beloften, zich aan Hildegardis over

ocr page 50

36

te geven. Daar zij nu door derdedaagsche koorts werd gekweld en geen enkel geneesmiddel baatte, viel het haar eensklaps in, om de hulp van S. Hilde-gardis in te roepen. Deze legde de zieke de handen op, volgens 's Heeren woord: Zieken zullen zij de handen opleggen, en dezen zullen gezond worden, en zie, ook hier hield, onder gebed en zegening, de koorts door handlegging op.

2'. Spoedig daarna werd zekere broeder Noricus, die vroom leefde in cel en kloosterkleed, zeer van de derdedaagsche koorts gekweld. Hij hoorde van het wonder, aan zuster Hildegard gedaan (zie hierboven) en ontving op zijn bêe, vroom en nederig, het teeken van de zegening van S. Hildegardis, en dade-üjk werd de koorts overwonnen en de kranke genezen.

Wellicht zal het dus juist in onze lagere koortsstreken eene groote weldaad Gods wezen, dat de H. Hildegardis opnieuw, in hare eigene kerk bij Rotterdam kaïi worden vereerd.

Gaan wij nu over tot hare geschriften, die waarlijk ook den naam van wonderen verdienen.

ocr page 51

DERDE HOOFDSTUK.

De geschriften der H. Hildcgardis.

In den loop van ons werk hadden wij dan eenige uittreksels van Hildegardis' werken beloofd. Voorop echter moeten wij herinneren aan de les van Thomas a Kempis, dat wij den goeden vromen geest der oude H. vaderen bij de lezing moeten meebrengen. Vol geloove dus, zal men lezen uit Hildegardis' boek Scivias, bijzonder het begin, hetwelk handelt over de verloving van Christus met Zijne bruid de Kerk, en over het H. Misoffer. Wij hebben den langen zinnenbouw, om verstaanbaar te zijn bij de vertaling, eenigszins moeten splitsen, en kozen gedeelten, die voor het vrome volk dienen konden.

De verloving van Christus met de U. Kerk.

{Scivias II, 6.)

„Ik zag (daarna), zegt Hildegardis — dat, toen de Zoon Gods aan het kruis hing, de reeds vroeger genoemde gestalte (dat is de Kerk, gelijk Hildegardis te voren beduid heeft) volgens aloud raadsbesluit haastig voorttrad quot;) als een heldere glans, welke door Gods macht tot Hem (den Gekruiste) werd heen-

') Schmelzeis, pag. 371 enz.

ocr page 52

38

gevoerd. En terwijl zij nu van het bloed, dat vloeide nit Jesus' zijde en hoog opsprong, overgoten werd, werd zij overeenkomstig den wil van den hemelschen Vader, in gelukkige verloving, met Jesus vereenigd, en met Zijn vleesch en bloed, vol eere begiftigd.

En ik hoorde een stemme van den hemel die zeide: „Deze zal, o mijn Zoon, Uw bruid zijn, tot herstel van Mijn volk, wiens moeder zij zal zijn; door de heiliging des H. Geestes en van het water zal zij de zielen opnieuw doen geboren worden.quot; En toen nu dezelfde gestalte spoedig op deze wijze in krachten toenam , zag ik iets als een altaar; de gestalte trad nu tot dit altaar, en hare offergave goed beziende, toonde zij deze met deemoed den hemelschen Vader en Zijne engelen.quot;

Bemerking: Het bovenstaande leert vooral Jesus' liefde. Met Zijn bloed heeft Hij ons uit loutere liefde gekocht, niet met het bloed van een verzoen-bok of lam. En van die verloving viert de Kerk in de H. Mis telkens de gedachtenis.

Het H. Mis-offer. ')'

(Scivias II, 6).

Daarna zag ik ook, dat toen de priester zich met de H. gewaden kleedde, plotseling eene groote licht-helderheid met gevolg van engelen uit den

') Schmelzeis, p. 372 enz.

ocr page 53

39

hemel kwam, die het geheele altaar omstraalde, en deze bleef daar zoolang, totdat het Geheim voltrokken was en de priester zich van het altaar verwijderde.

Toen het evangelie des vredes gelezen en de offergaaf, die geconsacreerd moest worden, op het altaar was neergelegd, en de priester den lof zong van den Allerhoogsten God, welke aldus klinkt: „Heilig, heilig, heilig is de Heer Sabaothquot; en hij zoo de H. Geheimen begon , zie daar viel plotseling een vurige bliksemschicht van onuitsprekelijke klaarheid uit den geopendsn hemel op genoemde offergave, en overgoot die met hare schittering evenals de zon elke zaak verlicht, omdat zij die met hare stralen doordringt. Eu terwijl nu dat licht de offergave op deze wijze bestraalde, nam dat licht, op onzichtbare wijze, het offer omhoog tot in de verborgenheid der hemelen, en voerde het ook weder terug op het altaar, evenals een mensch zijn adem naar binnen haalt, en dan weder naar buiten brengt. Zoo ging het dus ook deze offergave, die het ware vleesch en het ware bloed was geworden, ofschoon zij voor de oogen der menschen als brood en wijn scheen. En toen ik dat zag, verschenen als in een spiegel op 'tzelfde oogenblik, de teekenen der geboorte, der passie, der begrafenis, alsmede ook die der opstanding en hemelvaart van onzen Verlosser, den eengeboren Zoon Gods. Dit nu had Jesus vroeger zelf altoos zoo voor zijn gezicht, toen Hij, de Zoon Gods, nog op de wereld was.

Terwijl al verder de priester het lied zong van

ocr page 54

40

het onschuldige Lam , hetwelk aldus aanvangt: „ Lam Gods! Gij, die wegneemt de zonden der wereld en terwijl hij zich ter H. Communie voorbereidde, zie, toen trok zich het genoemde vurige bliksemlicht naar den hemel terug. En ik hoorde, toen de hemel gesloten was, een stem uit dien hemel, zeggende: Eet en drinkt het Lichaam en Bloed van Mijnen Zoon tol uitdelging der overtreding van Eva, opdat gij wetr in de ware erfenis treedt. En toen nu ook de overige menschen naderbij traden tot liet ontvangen van het H. Sacrament, toen ontdekte ik vijf soorten onder hen. De eersten waren helder naar lichaam en vurig naar de ziel. Anderen echter kwamen naar het lichaam bleek, en naar de ziel duister. Velen ook waren naar het lichaam vol vuil ') en in de ziel door allerlei onreinheid der menschelijke vlekken overgoten. Velen ook waren naar het lichaam vol scherpe doornen omgeven, en schenen in de ziel walgelijk. Anderen echter waren naar het lichaam bloedig en schenen naar de ziel kwalijk riekend, als een vuil lichaam. Wanneer zij het H. Sacrament ontvingen, werden velen van alle dezen, als met een vuurglans omgoten, maar ook anderen werden als door een donkere wolk in den nacht gehuld.

Toen het H. Geheim ten einde was en terwijl de priester van het altaar ging, trok de bovengenoemde helderheid, die uit den hemel gekomen

') Struppig en anssasig

ocr page 55

41

was, namelijk, die helderheid, die heel het altaar had omhuld, tot de verborgenheid des hemels terug.

Bemerking. Hildegardis zag dus bij de H. Communie , hetgeen de H. Thomas van Aquine eenmaal zong: „ Mors est malis, vita bonis. Dit Sacrament is de dood voor de boozen, en het leven voor de goeden.quot;

Zegening en vloek. ')

Scivias (op het einde).

En wederom hoorde ik een stemme uit den helderen hemel, welke tot God zeide: „O hoogste Koning, lof zij U, dat Gij dit in een eenvoudigen en ongeleerden mensch doet.quot; Doch ook nogmaals riep de stem van den hemel in alles overtreffend geweld, en sprak: „ Hoort en bemerkt gij allen, die een geloovig hart hebt en uw hemelsche belooning en zaligheid wenscht! O, gij menschen, die een geloovig hart hebt en de hemelsche vergelding wacht, ontvangt deze rede, legt ze diep in uw hart, en wijst deze vermaning niet terug bij de doorzoeking in het geheim (uws harten), want Ik, die getuigenis der waarheid geef, Ik de levende en ware God, Ik die tot u spreek en niet zwijg, Ik zeg en zeg nogmaals: Wie zal mij met geweld overwinnen? Al Avie dat beproeft, hem zal Ik nederwerpen. Daarom zal de mensch den berg [de majesteit Gods]

') Schmelzeis, pag. 388.

ocr page 56

42

niet beroeren welke hij toch niet kan opheffen, maar hij zal in de dalen van den deemoed vertoeven. De dapperen, die in het verwinnen der aarde hun kracht toonen, *) zij verachten mij; de kort-zichtigen verwerpen Mij in hun lijdensstormen; de wijzen nemen Mijne spijze niet aan, en ook zij niet die het gebouw huns levens naar eigen keuze willen oprichten. Maar Ik zal alle dezen door 't kleine en geringe beschamen, zooals Ik Goliath in den knaap (David) neergeworpen, en Holofernes in Judith overwonnen heb. Alzoo , indien iemand de geheimnisvolle woorden van dit boek terugwijst, dan zal Ik Mijn boog tegen hem spannen en met de pijlen van Mijn pijlkoker hem doorboren, en zijn kroon van het hoofd werpen, en hem aan diegenen gelijk maken, die bij (den berg) Horeb vielen , omdat zij tegen Mij hebben gemord. Wie maar ooit zijn vloek zal uitspreken tegen deze voorzegging , hij zal dien vloek, welken Isiiac eenmaal uitsprak, op zich laden; maar wie haar vastgrijpt en haar in het harte draagt, hij zal met de zegening van den hemelschen dauw worden vervuld. En wie haar koestert en in zijne herinnering bewaart, hij zal een berg worden van myrrhe en wierook en van alle welriekende geuren, en hij zal een verspreider zijn van zegeningen over anderen; want daartoe gaat hij omhoog tot zegening van een ander, gelijk Abraham deed; (de Kerk) de nieuwe uitver-

') Schmelzeis, p. 388.

ocr page 57

43

korene Bruid van het Lam Gods zal zich aan hem als aan een kolom, voor Gods aanschijn, vasthechten. De schaduw van 's Heeren hand zal hem

beschutten---- Doch, zoo iemand deze woorden van

Gods vinger schende, of zoo hij die door zijn waanwijsheid bederft, of ze ergens naar een vreemd land zou vervoeren, om wille van dien menschelijken zin, welke smadelijk is voor die woorden: dan zal hij verworpen zijn en de vinger Gods (die hem eens voortbracht), zal hem verpletteren.

Looft, looft dus God, gij alle gelukkige harten, om al de wonderen, die Hij in de bleeke gestalte [van Hildegardis] heeft gedaan.

Liber divinornm opernm.

Wij houden den lezer uit dit werk van Hildegardis weder drie puntjes voor l).

I.

Gods grootheid.

„Ik ben (zoo zegt God) door mij zeiven de dag; „Ik die nimmer van eenige zon of licht ben uitge-„gaan, maar door wien de zonne zelve ontstoken is. „ Ik ben ook het verstand, hetwelk niet spreken leert „door een ander, maar die veeleer zelf alle verstan-„ delijkheid uitademt.quot;

') Zie Schmeizeis, pag. 400. Deze uittreksels zijn om clen aard van ons werkje, slechts eenige regelen uit groote boekdeelen.

ocr page 58

44

II.

De val der Engelen.

„Ik (zoo spreekt God), Ik, de Oude van dagen, „Ik heb door Mijn Woord, Dat zonder aanvang in „Mij was en is [d. i. God den Zoon] eenmaal „ een machtig groot Schepsel vol licht geschapen, en „ met hem nog ontelbare kleinere lichtende wezens, „de engelen namelijk, doen te voorschijn treden, „die, toen zij in hun licht ontwaakten. Mij hebben „vergeten, en wilden zijn zooals Ik ben. En daarom „heeft mijne opgewekte gramschap onder geweldige „donders hen in hunne vermetelheid, waarmede zij „ Mij tegenspraken, weggeslingerd, wijl er slechts één „God is, en een andere niet kan zijn.quot;

III.

De roeping der ziel.

„De ziel, die als een levende vonk en een ver-„standelijke adem door de goddelijke kracht bestaat, „zij dringt leven-gevend door geheel het lichaam en „ gaat in liefde met dat lichaam om, en beweegt het „tot ieder goed* werk en drijft het, ofschoon in zonde „ontsproten aan, om met haar mee te werken.quot;

Brieven van St. Hildegardis.

Schmelzeis geeft er eenige aldus op:

1. De kanunnik H. van Utrecht, die op eene reis

ocr page 59

45

naar Rome Hildegardis had leeren kennen, schrijft haar, dat de H. Geest door haar spreekt en hij voor zich daarover niet twijfelt. Maar hij wenschte ook een bewijs daarvoor in handen te hebben, en verzoekt de heilige, steunende op een vroegere belofte harerzijds, hem het geheim der goddelijke openbaring aangaande zijn geestelijken toestand, tot stichting zijner ziel, mede te deelen.

Tegenover dit verlangen vergenoegt zich Hildegardis, hem te wijzen op datgene, wat na de eerste zonde is gebeurd. God riep den mensch, die zich als op een vreemden weg bevond, toe; Adam, waar zijt gij? Hij gaf hem kleeding en sprak; in het gewaad Mijner memchheid zal Ik hem weder opzoeken. En daarna kon de mensch na zijn val opstaan en boete doen. Alzoo, besluit zij , sta op zoo spoedig mogelijk, en hul u zoo snel mogelijk in het Godskleed en vlied voor den duivel. Zoo zou hij, voor wien zij gaarne bidden wilde, leven. x)

2. Ook Godfried, Bisschop van Utrecht (1156— 1177) betoont in een brief aan Hildegardis zijne hoogachting, en evenzoo zijn verlangen naar hare geschriften; tevens verzoekt hij om haar gebed. Hildegardis beantwoordt dit schrijven vol schoone opwekkingen, uiteraard meer bijzonder geschikt voor den bisschop. !)

3. Een brief van Hildegardis aan Everardus I,

■■) Schmelzeis, pag. 267. !') Dezelfde, pag. 198.

ocr page 60

46

Aartsbisschop van Salzburg '). Gelijk uit een schrijven van Everardus blijkt, had deze vroeger Hilde-gardis persoonlijk ontmoet en gesproken, zich in haar gebed aanbevolen, en van haar de belofte ontvangen, dat zij hem met een brief zou antwoorden.

Door zware beproevingen echter van alle kanten gekweld, zendt nu de Aartsbisschop haar een brief, waarin hij nogmaals haar gebed vraagt, en Hilde-gardis aan hare belofte herinnert, dat zij hem schrijven zou, wat God haar over Everardus zou openbaren.

De H. Abdis zendt den Aartsbisschop een brief; daarin prijst zij zijne werkzaamheid, en stelt hem over zijn arbeid gerust, wijl hij dien met het oog op den hemel volbracht heeft. Bijzonder troostend waren voor Everardus deze woorden van onze heilige: „Nu, o vader, zie ik, armzalig schepsel, dat uwe wil verlangt naar de poort der deugden; daarheen zult gij geraken, en wel zóó, dat gij in deze deugden den loop van uw lichamelijk leven eenmaal voleindigen zult.quot; !)

4. Merkwaardig ook, met betrekking tot de laatst geleden pelgrimstochten, in 1891, moet genoemd wor-

') Everardus, die den bisschoppelijken zetel van Salzburg bezette (1147—1164), en een onverschrokken verdediger was van den H. Stoel, is — om de vele wonderen welke bij zijn graf geschiedde — altijd als een Heilige vereerd , ofschoon zijne heiligverklaring nooit door de Kerk is uitgesproken.

(Stadler, „Heiligen Lexiconquot;).

-) Schmelzeis, p. 192.

ocr page 61

47

den het antwoord van de H. Hildegardis op een schrijven van het Eucharius-klooster te Trier. ')

In haar brief spreekt zij tweemaal over de tunica Christi, de H. Rok. Zij begint met de woorden; „Gij, die u den H. Rok van Christus hebt aangetrokken____quot; Door deze bijzondere betrekking, in

welke zij de inwoners van Trier tot het kleed des Heeren brengt, zinspeelt zij duidelijk daarop, dat de inwoners in liet bezit waren van die kostbare Reliquie, welke de kloosterlingen, volgens Hildegardis' figuurlijke spreekwijze, aangetrokken hadden.

Ook over de toekomst der stad Trier laat zij zich in dienzelfden brief zeer gunstig uit: „Uwe plaatsquot; — zoo zijn haar eigen woordefi —• „uwe plaats zie ik niet in de verstrooiing [d. i. niet onder die plaatsen, die den schat des geloofs zullen verliezen], ofschoon wel vele bezoekingen door u te verduren zullen zijn.quot;

') Schmelzeis, p. 222, 223.

ocr page 62

48

LOFZANGEN.

Wij sluiten dit hoofdstuk met eenige lofzangen ter eere van de H. Drievuldigheid, tot Wie de H. Hil-degardis eene bijzondere devotie bezat. Door haar in 't Latijn geschreven, voegen wij de Hollandsche vertaling daarnaast. l)

Tot God dek Vader

O Vis seternitatis qiue omnia ordinasti in corde tuo, per Verbum tuum omnia creata sunt, sicut voluisti. Et ipsum Verbum tuum induit carnem in formatione illa, qujo educta est de Adam. Et sic indumenta ipsius a maximo dolore abstersa sunt. O quam magna est benignitas Salvatoris, qui omnia liberavit per incar-nationem suam, quam di-vinitas expiravit sine vinculo peccati!

O Kracht der eeuwigheid, die alles in Uw hart hebt geordend, door Uw Woord is alles geschapen, zooals Gij hebt gewild. En Uw eigen Woord heeft het vleesch aangenomen in denzelfden vorm, welke van Adam is uitgegaan. En zoo is zijne omkleeding van de grootste smart (der zonde) bevrijd. O hoe groot is de goedheid des Hei-lands, die alles door Zijne Menschwording bevrijd heeft, en Dien God sterven deed zonder eenigen zondenboei!


') In zijn aanhangsel geeft Sehmelzeis er de melodicn bij.

ocr page 63

49

Tot God

O Pastor animarum , et o prima vox, per quam omnes creati sumus, nunc Tibi, Tibi placeat ut dig-neris nos liberare de mise-riis et languoribus nostris.

den Zoon.

O Herder der zielen! o eerste Woord waardoor wij (hetheelal) geschapen zijn, ja nu moge het U behagen , dat Gij U gewaar-digt ons van de ellenden en van onze droefenissen te bevrijden.


Tot God den H. Geest.

1. O ignis Spiritus Pa-racliti! Vita vitse omnis creatime, sanctus es unifi-cando formas,

2. Sanctus es ungendo periculose fractos, sanctus es tergendo foetida vulnera.

3. O Spiraculum sancti-tatis! O ignis charitatis! o dulcis gustus in pecto-ribus et infusio cordium in bono odore virtutum!

4. O Pons purissimus, in quo consideratur, quod

S. Hildeoardis

1. O Vuur van den Geest die de Trooster is, het Leven van het leven van elk schepsel, o Heilige, die alles tot één voegt!

2. Heilig zijt Gij, door hen die gevaarlijk geknakt zijn te zalven, en door te reinigen de kwalijk riekende wonden.

3. O adem van heiligheid! O Liefdevuur! O zoete smaak in ons binnenste, en instorting in de harten, in den goeden geur van deugden!

4. O allerzuiverste bron, waarin wordt gezien, dat

4


ocr page 64

50

Deus alienos colligit et perditos requirit!

5. O lorica vitte et spes compaginis membro-rum omnium, et cingulum honestatis! salva beatos!

6. Custodi eos qui car-cerati sunt ab inimico, et solve ligatos, quos divina vis salvare vult.

7. O iter fortissimum, quod penetra vit omnia, in altissimis et in terrenis et in omnibus abyssis, tu omnes componis et colligis.

8. De te nubes fluunt, sether volat, lapides bumo-rem habent, aqure rivulos educunt et terra viridita-tem sudat.

9. Tu etiam semper educis doctos per inspira-tionem sapientioe Iffitifi-catos.

God de vreemden bijeenroept, en de verlorenen opzoekt!

5. O harnas des levens en hoop der bij eenhouding aller ledematen, o gordel der betamelij kheid, behoud de zaligen!

6. Bewaar hen die door den vijand zijn ingesloten, en maak de geboeiden los, hen, die de kracht Gods wil zalig maken.

7. O allersterkste uitgang , welke alles doordringt, in het allerhoogste en op aarde en in alle afgronden; Gij stelt alles te zamen en houdthetbijeen.

8. Van U vloeien de wolken, beweegt zich de lucht, hebben de steenen hunne vochtigheid, zenden de wateren hunne beken en de aarde haar groene vruchtbaarheid uit.

9. Gij ook zendt altoos Uwe geleerden, die door de ingeving der wijsheid verblijd zijn.


ocr page 65

51

10. Unde laus Tibi sit, 10. Daarom lof aan U qui sonus laudis et gau- die der lof hare toonen dimn vitse, spes et honor geeft en die de vreugde fortissimus, dans prccmia des levens zijt, de hoop lucis. en allerkrachtigste glorie,

die de lauweren des lichts mededeelt.

Deze tien aanroepingen van den grooten H. Trooster, God den H. Geest, kunnen ook als Novene dienen. Men bidde dan iederen dag overwegend een der negen strophen waarna telkens de doxologie (vervat in de laatste strophe). Dan bidde men vijfmaal het Onze Vader en Wees gegroet, waarachter het schietgebed : H. Hildegardis, bid voor ons! Men sluite de novene met Biecht en Communie.

Hier ter plaatse laten wij eene vertaling van de bovengenoemde aanroepingen van den H. Geest volgen in Hollandsche verzen.

1.

O vuur des Troosters, heil'ge Geest,

Wien alles 't leven heeft ontleend, Hoe heilig zijt Gij steeds geweest,

Die 't al in vormen hebt vereend!

2.

Ja Heil'ge, zalft niet Uwe hand Al wat gebroken voor U ligt?

De wonden, vuil en vol van schand.

Hebt Gij, al reinigend, verkwikt.

ocr page 66

52

3.

O heilige adem! Liefdevuur,

O zoete smaak voor elks gemoed, Daalt Gij in 't hart, wat heerlijk uur! Hoe geuren dan de deugden zoet!

4.

O Bronne, zuiver als kristal.

In Uwe klaarheid blijkt het weer:

God zoekt zijn vreemden overal,

Zie, zijn verloornen zoekt de Heer.

5.

O 's Levens-harnas, Hope! Gij!

Die alle leden vast omsnoert.

Maak, reinheids-gordel, allen blij Die Gij ten hoogen hemel voert.

6.

Door U zij iedereen bevrijd

Van zijnen vijand!... Beef' en trill', Ja barst' de helboei, wijd en zijd,

Waar Godes kracht behoeden wil!

7

Door al wat is, omlaag, omhoog.

Trekt Gij, gelijk een sterke baan; Gij schiept en ziet met wakend oog Heel de aard en ied'ren afgrond 'aan.

ocr page 67

53

8.

De wolk, zij regent door U, Heer!

De lucht vliedt, vochtig wordt de steen. De bergstroom zendt zijn beken neêr,

Heel 't aardrijk groent door U alleen.

9.

En ja, zoo schenkt Ge ook, goede God,

Geleerden, wie de wijsheid boeit; Hoe juichen zij in 't heerlijkst lot,

Als uw begees'tring hen doorgloeit.

10.

U zij dan onze lof gewijd!

U Levensvreugd, U Vreugdetoon! Schenk, Hoop en Glorie in den strijd Ons uwen lichtstraal eens ten loon.

Amen.

ocr page 68

VIERDE HOOFDSTUK.

De H. Hildegardis vereerd in Nederland.

Geschiedkundige schets harer Parochie te Hillegersherg.')

I.

Daar wij in dit hoofdstuk, overeenkomstig boven-staanden titel, handelen zullen over de vereering van de H. Hildegardis in ons vaderland, en met name in de weder opgerichte parochie Hillegersherg: willen wij eerst melden wat in de geschiedboeken omtrent het aloude Hillegersherg ons wordt medegedeeld.

Hillegersherg wordt vaak zoo oud geheeten, dat zijn historie met allerlei fabelen uit den Heidenschen tijd is vermengd. Eene reuzin, met name Hillegond, zoo verhaalt b. v. de Nederlandsche stads- en dorpsbeschrijver, eene reuzin zoude aldaar gewoond hebben, op zekeren dag naar het zeestrand gegaan zijn en vandaar een voorschoot vol zand gehaald hebben, maar teruggekomen zijnde op de plaats, alwaar nu

*) Bij het vervaardigen van dit hoofdstuk mocht de schrijver zeer gewaardeerde inlichtingen ontvangen van den pastoor te Hillegersherg, den Zeereerw. heer C. A. Hammer. Aan Z.Eerw. hiervoor mijn openlijken dank. Voor degenen die tot de St. Hil-degardis-parochie behooren, zal dit hoofdstuk gewis blijvende waarde hebben.

ocr page 69

55

de kerk in het dorp Hillegersberg staat, zou het zand haar, door 't breken van den band van haar voorschoot, ontvallen wezen, en hieraan zou de naam van Hillegondsberg zijn oorsprong ontleenen; op de hoogte van het gevallen zand bouwde de reuzin haar kasteel.

Gelukkig loopen er ook betere berichten omtrent het plaatsje. Het zou namelijk ten tijde van graaf Dirk II in het licht der geschiedenis zijn getreden. Deze, zoo zegt men, had tot vrouw zekere Hille-gaarde, dochter van den toenmaligen koning van Frankrijk; en ontving van Otto, keizer van het Roomsche Rijk, de gronden tusschen de Liera en Hisla (de Lier en de ïïoll. LJsel). Daar nu deze grond een verhooging of bergje van welzand bevatte, en de graaf zijne gemalin eeren wilde, noemde hij de nieuwe strpek Hillegaardesberg. Terwijl nu het sprookje van de reuzin door den berichtgever zelf wordt afgebroken met de heenwijzing naar een zuster van den vermaarden Sparrewouder reus Klaas van Kijten; terwijl de ruïne van het kasteel te Hillegersberg op Romeinsche nederzetting heenwij st, en de naam Hillegond in plaats van Hillegarde een gissing is uit het midden der vorige eeuw, weten wij zeker, dat vóór de hervorming de parochiekerk van Hillegersberg was toegewijd aan twee Heiligen namelijk aan S. Willebrord en aan S. Hildegardis {Bat. Sacra).

Wat is er nu van deze ware S. Hildegardis bekend?

Een geleerd oudheidkundige, leeraar aan een onzer seminariën, gaf daarvan de volgende berichten:

ocr page 70

56

De heilige komt op 17 Sept. aldus voor in het Romeinsche martelaarsboek: Te Bingen in het bisdom Mainz (de gedachtenis van) de heilige Hilde-gardis, maagd.

Deze heilige Hildegardis was eene der beroemdste personen van haren tijd. Zij was abdisse in het klooster Rupertsberg bij Bingen en overleed in 1179. Zij heeft briefwisseling gehouden met den H. Bernar-dus, met vier achtereenvolgende Pausen en twee keizers en vele werken geschreven, die uitgegeven zijn o. a. door Migne en door kard. Pitra. Ook heeft Hildegardis hoogst merkwaardige en door de uitkomst bevestigde profetieën gedaan, zoodat zij ook om deze voorspellingsgave hoog geëerd was.

Brengen wij nu ons het sprookje der reuzin bij deze mededeelingen des leeraars te binnen, dan begrijpen wij, hoe oude schrijvers (zooals bijv. Junius p. 316 der Batavia) van de reuzin alweer een waarzegster maken, of hoe zij alles tot eene verbazende stichtings-legende ineen smelten. Nog altoos vertoont daarenboven het wapen der gemeente Hillegersberg een vrouwtje in staande houding met haar schortje vol zand, en Junius noemt dit vrouwtje de H. Hil-legardis.

Een zeer uitvoerig leven der Heilige is; Schmelzeis Das Leben und Wirken der Hl. Hildegardis. Freiburg. Herder 1879. Haar feest wordt als groot-dubbel (duplex majus) gevierd in het diocees Limburg (Duitschland), en nog onlangs is een nieuw officie vóór dat feest te Rome goedgekeurd. De geschriften

ocr page 71

57

der H. Hildegardis zijn uitgegeven door Migne Patro-logx tomus 197, aangevuld door kard Pitra, analecta S. Hildegardis opera, Spicilegio Solesm parata typis sacri montis Casjonensis 1882.

Vóór de Hervorming — zoo voegen wij hier nog bij — werd de pastory van Hillegersberg vergeven door den abt van S. Paulus te Utrecht; anno 1483 was zoodoende .Tacobus Mercator hier pastoor, na hem Jacobus Marchand, die tevens vicaris was van de S. Lanrenskerk te Rotterdam en deken van Schieland; anno 1572 — het bloedjaar der Katholieken — werd Johan Jacobs hier uit zijn pastorie gezet.

Rotterdam heeft groote verplichting aan Hillegersberg, want toen zijn herder Duifhuis tijdens de hervorming afviel, heeft genoemde Joannes Jacobs, na eerst bij den heer van Capelle geschuild te hebben, Rotterdams zielzorg waargenomen. Hij had daar — zoo zegt de Batavia Sacra pag. 197 — wel geen vasten zetel om de bitterheid der tijden; maar in de buurt vertoevende, was hij telkens onder de zijnen tegenwoordig, hen in het oude geloof bevestigend, hun zijn troost in de droevige zaken aanbiedend, en hun op hun verzoek de heilige zaken meedeelend, wanneer zij het verlangden, of de noodzakelijkheid het vroeg; dit heeft hij gedaan tot 1618, den Gquot;1 Mei, waarop hij in den hoogsten ouderdom zijn ambt en leven aflegde. Nog moet zijn doopboek voorhanden zijn, loopende van 8 April 1575 tot 29 April 1616 en door Joannes van Meppel uit verschillende deelen tot één gebonden.

ocr page 72

58

De aloude kerk van Hillegersbevg droeg voorheen (natuurlijk liet de Reformatie veel vervallen) beroemd schilderwerk in hare ramen. Zij waren vervaardigd door do vermaarde mannen Willem Van Kleef en Pieter Lover en bestonden 1°. in een glas, waarop gezien werd het wapen der stad Rotterdam, wordende omringd door de bijzondere wapens van de regeeringspersonen ter dier stede; 2°. het wapen van Schieland en rondom de wapens van dijkgraaf, hoogheemraden, rentmeester en secretaris; 3°. het wapen van Hillegersberg en zijne bestuurders; 4°. het wapen van Beukelsdijk en ziju regenten; 5°. een glas voor kerkeraden, die ten wapen voerden een bijbel met de woorden: Zalig die leest; 6°. een glas met het wapen der groote visscherij, omgeven door de commissarissen dier visscherij: 7°. het wapen van Schieland in het klein, omringd met wapens van bijzondere personen; 8°. het wapen van Holland.

Over het dorp is een boekje geschreven: W. van den Hoonaard, geschiedkundige en topografische beschrijving van de dorpen Hillegersberg en Rergschenhoek. Met platen. Rott. 1824. Men onthoude evenwel, dat de naam Hildegonde niets met Hillegersberg te maken heeft, zooals v. d. Hoonaard zelf in bovengenoemd werkje erkennen moet. Ook van Spaan heeft hierover geschreven in zijn werk over Rotterdam.

Als aanvulling op het voornoemde, laten wij nog volgen wat vóór eenigen tijd het dagblad De Maasbode ons over Hillegersberg meêdeelde. 't Is een uittrek-

ocr page 73

59

sel uit het geschiedkundige werk „Tegenwoordige staat van alle Volkerenquot;. ')

„ Hillegersberg, of beter Hildegaerdsberg, (ook door sommigen Hillegondsberg geheeten) is met Rotteban het grootste Ambacht in Schieland. Men leidt den naam Hillegersberg het gevoegelijkst af van Hilde-gardis, die bij de Roomschgezinden zeer geëerd wordt; alsmede van een zandheuvel (berg) waarop dit dorp gebouwd is. Aan Hildegardis en Willibrordus was de kerk van dit Ambacht gewijd. a)

De gemeene overlevering beuzelt hier wel van eene reuzin Hillegond, die, met het nederwerpen van een schortekleed vol zand, den berg of heuvel te dezer plaatse zou veroorzaakt hebben; maar de tijden, waarin dusdanige vertelsels geloof vonden, zijn reeds lang verdwenen.

Junius haalt den naam aan van eene waarzegster Hildegardis, wier kasteel op den gemelden zandheuvel gestaan heeft, te midden van een moezigen grond. Hij zegt ook dat het hem heugde, de voorzeggingen dezer vrouw gezien te hebben, die zeer wel op den toestand van zijnen tijd pasten. 1) Hoever deze geleerde man, die anders van geen lichtgeloovig-heid verdacht wordt, zich in den waan van echtheid dezer profetie heeft laten vervoeren, valt moeielijk te raden. Van onze heilige is hier geen spraak.

1

) Junii, Batav. Cap. XVIII.

ocr page 74

60

De kerk (in het dorp) schijnt van hoogen ouderdom, doch is zeer net en fraai.

In het Ambacht van Hillegersberg is eene Roomsch-gezinde Statie, waartoe ook de Roomschgezinden van verscheidene omliggende Ambachten behooren.

Het kasteel van Hillegersberg, gemeenlijk het Reuzenhuis geheeten, stond ten zuiden der kerk en even buiten den kerkhofmuur. Men ziet er nog eenig overschot van, waarop de ooievaars nestelen. In het begin dezer eeuw was het veel grooter; het was afkomstig van de oude heeren van Matenes, en werd in den jare 1426 door de Kennemers, onder Willem Nagel verbrand. ')

Aanteekeningen.

1. Daar de stad Rotterdam Ambachtsheer van Hillegersberg is geweest, zoo berusten er in het gemeentearchief nog bescheiden, op die bezitting betrekkelijk, en kunnen hieronder nog wel bijzonderheden schuilen omtrent de kerkelijke toestanden vóór en na de Hervorming.

2. Wat de Statie der Katholieken betreft, zoo zoude men geneigd zijn uit de omschrijving op te maken, dat de kerk na de Hervorming dichter bij het dorp Hillegersberg heeft gestaan. De plaats der nu nog bestaande kerk is bepaald te Bergschenhoek.

De doop-registers van de Roomsche Statie zijn in de archieven van Hillegersberg, ten raadhuize aldaar

') Van Spaan, Beschr. van Kotterdam.

ocr page 75

61

berustende, zoowel als die der Hervormden van de beide gemeenten Hillegersberg en Bergschenhoek.

3 Omtrent het zoogenaamde „Reuzenhuisquot; of de ruïne van het oude kasteel, kan nog worden meê-gedeeld, dat voor een aantal jaren dit gebouw is ingericht tot begraafplaats voor aanzienlijke familiën, en men daarom grafkelders er in heeft laten metselen. Zij zijn meest allen eigendom van Rotterdamsche familiën. Hierdoor is die ruïne bij de algemeene begraafplaats ingelijfd.

Nadat dan, zooals de geschiedboeken opgeven, in het jaar 1572 de laatste herder van Hillegersberg, Johan Jacobs, aldaar uit zijne pastorie was gezet, werden ook — gelijk in meerdere plaatsen van ons vaderland — de Katholieken van hun tempel beroofd. De H. Hildegardis werd helaas niet meer in het openbaar te Hillegersberg vereerd!... Wilden de trouw gebleven Katholieken hunne godsdienstplichten waarnemen, dan moesten zij zich voortaan ') elders begeven, waar volijverige, zich opofferende priesters in het geheim de kudde des Heeren verzorgden en de afgedwaalden trachten terug te brengen.

') Vooral na den dood van pastoor Jacobs. Opmerkelijk mag het heeten, dat 300 jaren later bij de hernievnving der parochie, de eerste misdienaar die zich bij pastoor Hammer kwam aanmelden, denzelfden naam draagt: Johan Jacobs, en woonachtig is in Hillegersberg, terzelfder plaatse waar pastoor Jacobs weleer uit zijne pastorie werd verjaagd.

ocr page 76

62

Ofschoon zulks, wegens de vervolging, zonder twijfel met vele moeielijkheden gepaard ging, was het van tijd tot tijd toch doenlijk. In Delft trouwens, gelijk de geleerde Pater van Lommei S. J. meêdeelt, verbleven in dien tijd de pastoors Joannes Smetius en Paulus Cornelii (met hunne kapelanen Gerardus, Jacobus, Andreas Cornelii en Jacobus Andreae) in hunne vroegere standplaatsen.

Door deze priesters werden de Katholieken van Delfland van tijd tot tijd in het geheim bezocht; en zulks geschiedde na 1592 niet minder ijverig door reguliere en seculiere zendelingen, daartoe gemachtigd door de Apostolische Vicarissen en door de Nuntiussen van Brussel en Keulen. Zoo wordt ook van Cornelius van Duijst, Katholiek zendeling te Delft, gezegd: Rij legt zich ook toe de Delflanders te helpen. Meermalen wdrdt dit verhaald van hem en van zijne opvolgers.

Hoelang deze droevige toestand voor de Katholieken alhier geduurd heeft, is niet met zekerheid te bepalen; onze voorvaderen schijnen dienaangaande weinig te hebben opgeteekend, althans wij vinden in de archieven hoegenaamd niets er over vermeld. Later, toen hier te lande de Katholieke Kerk meerdere vrijheid kreeg, hebben de geloovigen, in Hillegersberg en omstreken woonachtig, vermoedelijk hunne godsdienstplichten waargenomen te Bergschenhoek, Over-schie en Rotterdam. Wij moeten ten deze berusten in de gaping die hier bestaat in de geschiedenis der Katholieken van Hillegersberg na de Reformatie.

ocr page 77

63

II.

Na de zegenrijke herstelling van de Kerkelijke hierarchie in Nederland, toen door Z. D. Hoogw. Mgr. F. J. van Vree z. g. de parochiën zijn opgericht, werden de bewoners van Hillegersherg c. a. quot;) ingelijfd bij de parochie Bergschenhoek. Desniettemin bleven de meeste inwoners alhier verre verwijderd van hunne parochiekerk: velen woonden nagenoeg een nnr afstands van de kerk en van hun zielzorger, hetgeen onwillekeurig bij sommigen nadeeligen invloed uitoefende op hun godsdienstig leven. Ook in sjjoedeischende gevallen, waarin men geestelijke hulp noodig had, begaf men zich meermalen eerder naar Rotterdam dan naar Bergschenhoek.

Van tijd tot tijd werd dan ook de wensch geuit, dat Hillegersherg weder eene zelfstandige parochie worden, en dus eigen kerk en zielzorger hebben mocht. Aan dien wensch nogtans stonden vele moeielijkheden in den weg, waarbij vooral de finan-ciëele kwestie het hare bijdroeg. Het getal Katholieken was betrekkelijk te klein om al de lasten te kunnen dragen, welke verbonden waren o. a. aan den aankoop van een geschikt terrein, het bouwen eener kerk en pastorie, het onderhoud van den pastoor enz. Men moest dus wachten totdat gunstiger tijden eenmaal zouden aanbreken.

') Cum annexis, d. i. Schiebroek, De Heul, 't Zwaanshals , Zwaans-Eiland, Nieuw-Terbregge en gedeeltelijk de Alexander-Polder. Het getal Katholieken in deze streken bedroeg in 1890 ruim drie honderd zielen.

ocr page 78

64

En ziet nog eerder dan menigeen vermoedde, zouden die voor Hillegersberg gunstiger dagen werkelijk aanbreken. Sedert 1885 toch breidde de stad Rotterdam zich meer en meer uit, ook naar de Noordzijde d. i. naar den kant van het, allen Rotterdammers bekende, schoone Hillegersberg; het daar aanwezige weiland werd hoe langer hoe meer herschapen in bouwterrein, zoodat, binnen den tij d van 5 jaren genoemde stad, ook voorbij den Noordsingel, met verscheidene nieuwe en volkrijke straten was vermeerderd. Voor de meeste Katholieke bewoners in deze wijken werd nu de afstand van hunne parochie-kerk (H. Antonius van Padua) al grooter en grooter, en daardoor ontstond als van zelf dringende behoefte aan eene nieuwe kerk.

III.

Om in bovenstaande behoefte, en tegelijkertijd in die van de bewoners der gemeente Hillegersberg, te voorzien, besloot de Kerkelijke Overheid van het Bisdom van Haarlem, Z. D. Hoogw. Mgr. C. J. M. Bottemanne, eerlang eene nieuwe parochie op te richten. Daardoor zouden velen, die vroeger moeie-lijk, soms onmogelijk hunne godsdienstplichten konden waarnemen, beter hieraan kunnen voldoen.

Reeds was door de te Hillegersberg gevestigde Maatschap Oosthoek amp; Barendrecht voor eene nieuwe kerk gratis aangeboden een stuk grond, groot 1500 □ meters, en dit welwillend aanbod was door de Kerkelijke overheid dankbaar aanvaard. Later is

ocr page 79

65

dit ten-ein nog vergroot door aankoop van 600 □ meters, waarvan de koopsom geheel en al geschonken werd door een milclen gever, wiens naam de bescheidenheid ons verbiedt hier te noemen. Genoemd terrein nn, te zamen groot 21 aren, is gelegen onder Hille-gersberg, aan den Oostblommerdijkschen of Bergweg, nabij de grenzen der stad Rotterdam; het is door bevoegd gezag het meest geschikt bevonden voor den bouw eener kerk in de nieuw op te richten parochie.

Den 24s,en Januari werd nu door Z. D. Hoogw. den Bisschop voor] oopig eene bouwcommissie benoemd , bestaande uit vier personen, in verschillende wijken der toekomstige parochie woonachtig. ') Aan deze commissie werd opgedragen de middelen te beramen en gelden in te zamelen, ten einde spoedig met den bouw der kerk te kunnen beginnen, en daartoe door een bekwaam architekt een plan te laten ontwerpen. Een maand later werd door den Bisschop tot procurator der toekomstige parochie benoemd de WelEerw. Heer C. A. Hammer, tot dusverre kapelaan te Leiden (O. L. V. Hemelvaart). Daar er te Hille-gersberg noch kerk noch pastorie bestond, nam Z.E.W. den 28st quot; Februari 1890 zijn voorloopigen intrek in de pastorie te Bergschenhoek, welwillend door den pastoor aldaar aangeboden.

Gedachtig aan het woord wat de Apostel Petrus

') De leden der bouwcommissie waren: M. Ham, L. Rooiing, H. van Alphen en J. Brouwer. Aan 't hoofd dezer commissie stond eerst de pastoor van Bergschenhoek, later da nieuwe pastoor van Hillegersberg.

S. HlLDEOARDlS. 5

ocr page 80

66

eenmaal sprak; „Heer, in Uwen Naam ga ik het net uitwerpen begon- de Eerw. procurator met moed de gewichtige taak door de Kerkelijke overheid hem op de schouders gelegd. Na rijpe bespreking met de leden der bouwcommissie, werd, in eene vergadering den 3quot; Maart daaropvolgende, eenparig besloten voor-loopig eene houten Nood- of Hulpkerk te doen verrijzen.

Wat de plaats betrof, was er eerst sprake de noodkerk te doen bouwen op het terrein bestemd voor de nieuwe kerk. Doch bedenkende dat de noodkerk geen hinderpaal zijn mocht, wanneer eenmaal met de nieuwe een aanvang zou gemaakt worden, alsook dat er nog geen enkele weg of begaanbaar pad tot bedoeld terrein toegang gaf, besloot men een ander stuk grond ten dienste der noodkerk te huren. Bereidwillig werd door de reeds genoemde Maatschap aan dat verlangen voldaan, en werd door haar tegen zeer matigen prijs een stuk grond verhuurd groot 495 centiaren, gelegen aan den straatweg naar Rotterdam (de Bergweg) in de nabijheid van het terrein der nieuwe kerk.

Niet langer echter dan tot 31 December 1892 zou deze huur loopen , want aan de schenking van het bouwterrein ten dienste der nieuwe kerk ') was de voorwaarde verbonden en aanvaard, dat uiterlijk in 1892 de nieuwe kerk gereed zou zijn en in gebruik worden gesteld.

Na bisschoppelijke machtiging, en geholpen door den geldelijken steun van meergegoede Katholieken,

i) Zie bladz. 64.

ocr page 81

67

ook van elders, werd nu spoedig door J. H. van der Pluym, aannemer te Rotterdam, — onder leiding van den architect E. J. Margry — met het plaatsen der noodkerk begonnen en ijverig voortgezet. Geen enkel ongeval deed zich hierbij voor, zoo dat nog op het einde derzelfde maand Maart, door de voorspraak van den H. Joseph, onder wiens bescherming het werk gesteld was, de noodkerk kon worden in gebruik genomen ').

Intusschen had de Dames-vereeniging van het H. Sacrament, afd. Rotterdam, welwillend voorzien in de allereerste altaarbehoeften; bovendien hadden vier Eerw. geestelijken enkele voorwerpen, voor den eeredienst bestemd, geheel belangeloos den procurator doen toekomen. Uit dien hoofde had de Eerw. heer Hammer in die dagen weinig geld te besteden tot aankoop van altaarbehoeften, hetgeen Z.Eerw. inde gegeven omstandigheid, wanneer men nl. als van meet af moet beginnen, hoogst welkom was.

IV.

De 30ste Maart van het jaar O. H. 1890 was voorde geloovigen van Hillegersberg en omstreken de lang verbeide, vreugdevolle dag, waarop voor de eerste maal na ruim 300 jaren weder het H. Misoffer te Hillegersberg zou worden opgedragen. Wij nemen dit

') Omtrent dezen tijd verlegde de Eerw. procurator zijn domicilie naar Hillegersberg, voorloopig ten Imize van den heer G. Bakker, aan den Bergweg, naast de noodkerk.

ocr page 82

68

heugelijke feit over, zooals het ons weinige dagen later in eenige Katholieke nieuwsbladen is medegedeeld:

„ Hillegersberg , 31 Maart. Gisteren was het voor de Katholieken van Hillegersberg c. a. een treffende en vreugdevolle dag. Voor het eerst toch na de Reformatie waren zij weder in het bezit van een eigen kerk; en hoewel deze slechts uit hout is opgetrokken, voldoet zij nochtans aan een reeds lang bestaande behoefte, doordat de geloovigen van Hillegersberg en omstreken metterwoon zeer verre van hunne parochiekerk verwijderd waren.

„Nadat Zaterdag 1.1. de nood-of hulpkerk namens Z. D. H. den Bisschop van Haarlem door den Zeereerw. Deken van Rotterdam was ingezegend, droeg gisteren de procurator der nieuwe parochie de Weleerw. heer C. A. Hammer, ten en ten 10 ure aldaar het H. Misoffer op.

„In eene treffende toespraak wees Z.Weleerw. de geloovigen op het groote voorrecht van in hunne nabijheid weder eene kerk te hebben, waarin, hoe nederig zij ook was, weldra zou bewaarheid worden het Woord door God eenmaal gesproken over den tempel van Salomon: „Elegi et sanctificavi locum istum: Deze plaats heb Ik uitverkoren en geheiligd!quot;

„ Zeer in overeenstemming met het feit van dezen dag was daarom het eerste „ Hosanna Filio Davidquot; wat in deze nieuwe kerk weerklonk. Die woorden toch, waarmede de plechtigheid der Palmwijding een aanvang nam, waren hier ter plaatse in zekeren zin eene welkomstgroet aan den Zoon Gods, die

ocr page 83

69

na 300 jaren weder in ons midden kwam wonen in Zijn H. Sacrament.

„ Onder den Hoogdienst, voorafgegaan door den lofzang Veni Creator, van Beltjens, voerde het zangkoor, welwillend geassisteerd door eenige heeren zangers uit Rotterdam, op onberispelijke wijze, de 1ste Mis uit van J. H. Verhulst.

„Den geheelen dag was er groote toeloop van mensehen die de Katholieke kerk van Hillegersberg in oogenschouw kwamen nemen; hiertoe droeg niet weinig bij het schoone weder, dat tal van Rotterdammers een wandeling deed maken naar het schoone Hillegersberg.

„Ten teeken van vreugde over de nieuwe kerk zag men van enkele woningen de vaderlandsche driekleur wapperen.

„Moge de goede God den volijverigen priester, met de zorg voor de nieuwe parochie belast, zegenen in zijne pogingen, opdat na niet langen tijd een nieuwe en schoone tempel tot Gods eer te Hillegersberg verrijzen moge.

„De nieuwe kerk is, op last van Z. D. H. Mgr. den Bisschop, gesteld onder het patronaat van de H. Hildegardis, voormalige patrones der parochie, aan wie het dorp Hillegersberg (Hildegardsberg) ook zijn naam ontleend heeft.quot;

Zoo was dan door de stichting der kerk , welke door de geestelijke Overheid opnieuw gesteld was onder het patronaat van de H. Hildegardis, deze roemvolle Heilige hier weder in eere hersteld: de

ocr page 84

70

kroon haar 300 jaren lang ontroofd werd Haar nu weder op het hoofd gezet, en wat eeuwen lang door de dusgenaamde Hervorming verwoest lag, deed het geloof onzer dagen weder glorievol herleven. Dit laatste werd treffend vertolkt in het volgende jaarschrift van een bevriende hand naar Hillegers-berg gezonden.

EXaLtabVntVr Deserta sanCte HILDegarDIs, LsetabVi^tVr eIVs patroCInlo. D. w. z. (Wat van de H. Hildegardis verwoest lag — nl. kerk en parochie — zal weder worden verheven, en zich onder hare bescherming verheugen).

't Scheen alsof de bescherming van de wondervolle H. Patrones reeds aanstonds zichtbaar was. Groot toch was de hulp, veelzijdig de medewerking welke men in die dagen mocht ondervinden. Ook door de vele geschenken, in weinig tijds aan de kerk gegeven, was de rector der hulpkerk in staat gesteld alle plechtigheden der Goede Week naar behooren met de geloovigen te vieren v). Op Witten Donderdag vooral toonden de Hillegersbergsche Katholieken het voorrecht te waardeeren van weder in hunne nabijheid eene kerk te hebben; want, den geheelen dag door, kwamen velen den Zaligmaker in het

Alleen bleef hiervan uitgezonderd op Paasch-Zaterdag de wijding van de Font, wijl volgens de Kerkelijke wetten in eene bijkerk niet mag gedoopt worden. De noodkerk alhier was nu, tot aan de oprichting der parochie, bijkerk van Bergschenhoek. Van daar droeg de Eerw. Heer Hammer den reeds genoemden titel van rector of procurator.

ocr page 85

71

H. Sacrament Zijner liefde aanbidden. Op Goeden Vrijdag, des namiddags ten 3 ure, had, na eene treffende predikatie van den Welccrw. pater Timmerman van de Orde der Franciscanen, de Kerkelijke wijding en oprichting plaats van den H. Kruisweg. En op het Paaschfeest had de houten noodkerk, wegens de geschenken in bloemen, kantwerk, kandelaars enz. werkelijk reeds een feestelijk aanzien.

Toen nu de kerk slechts weinige Zondagen was in gebruik genomen, bleek het dat zij helaas veel te klein was. Niet alleen waren de 160 zitplaatsen terstond grif verhuurd, maar ook op eiken Zon- en feestdag was de kerk zóó eivol, dat men tot buiten het portaal stond. Die toestand kon moeielijk zoo blijven. Daarom belegde de bestaande bouwcommissie weldra eene vergadering, waarin eenstemmig het besluit werd genomen van bisschoppelijke machtiging te vragen om de kerk te doen vergrooten. Toen korten tijd daarna op deze aanvrage een gunstig antwoord was ontvangen, werd de vergrooting aanbesteed aan denzelfden aannemer, die de noodkerk had geplaatst, den heer J. H. van der Plnijm.

Evenals de bouw, zoo werd ook de vergrooting dei-kerk zonder ongevallen, spoedig en tot aller genoegen voltooid. Den 16,',,quot; Mei, na het eerste Communiefeest der kinderen, werd met het werk begonnen, en den 25«te.- Mei, op het Pinksterfeest was de vergrooting reeds een voldongen feit. De kerk was ruim een derde gedeelte grooter geworden, en had bovendien aan de

ocr page 86

72

achterzijde1) een flinke tribune van 40 zitplaatsen; het benedenschip was met 112 zitplaatsen vermeerderd.

Hoezeer nu ook aan de houten hulpkerk eenige zorgen en kosten besteed waren, werd niettemin het groote werk wat nog te wachten stond, nl. de bouw der nieuwe kerk, niet vergeten. Gelijk echter met dergelijke zaken meer het geval is, was de finantiëele kwestie niet de minste. Uit dien hoofde zal in dankbare herinnering blijven de allereerste geldelijke steun, geschonken door de Katholieken van Berg-schenhoek. Ook het Katholieke Rotterdam, alwaar de Rector aan de huizen giften mocht inzamelen, heeft voor den bouw een degelijken grondslag gelegd'; het opwekkend woord, in het dagblad De Maasbode van 28 Mei, had een zeer gunstige uitwerking. Als blijvend aandenken zij aan die „ Bede voor Hillegersbergquot; hier een plaats vergund.

Een bede voor Hillegersberg.

Aangezien Z. D. H. de Bisschop van Haarlem den nieuwbenoemden pastoor van Hillegersberg zeer bijzonder aan de liefdadigheid der Rotterdamsche Katholieken aanbeveelt, zoo is het De Maasbode een aangename plicht, onzen stadgenooten te herinneren, dat de genoemde herder, de Zeereerw. heer Hammer, persoonlijk aan de huizen der ingezetenen zal

') Het zangkoor bevond zich aan de linkerzijde van liet altaar, op een kleine tribune. Een preekstoel was er niet, zoodat er gepreekt werd van af het altaar.

ocr page 87

73

verschijnen, om een offertje te vragen, beginnende in de parochie van den Houttuin. Als wij al de redenen zouden willen opnoemen, die in deze zaak tot gulheid behooren aan te sporen, dan zouden wij niet spoedig gereed zijn. Wij stellen dus slechts in het kort eenige punten, die ieder goedwillige Katholiek gaarne zal uitwerken. Rotterdammers, bedenkt dan eens in uw hart:

1°. Dat er eens een tijd is geweest, waarin uwe vaderen vaak vol bezorgdheid en te midden der vervolging hoopten, dat de geestelijke van Hillegersberg tot hen komen zoude, ten einde de zielzorg hier waar te nemen. Aan dat plaatsje hebben wij dus verplichting, en wij moeten geven, om de assche onzer vaderen niet te onteeren.

2°. Herinnert u, hoe bloedig de geestelijke stand tijdens de ifaZta-opvoering is beleedigd. Geeft dan nu eerherstel aan een priester, die niet voor zich, maar voor zijne kudde komt vragen.

3°. Overweegt eens, welke schande het wezen zoude, als men, weinige schreden buiten eene zoo rijke stad als Rotterdam, zoude zeggen; Voor alle nuttige werken toonde Rotterdam zijn rijkdom, maar hier heeft het voor den Heiland geen handvol goud over gehad. Zoo iets zal hier nooit gebeuren.

4°. Bedenkt ook, dat het zeker groot is, voor bmtenlandsche goede zaken te offeren, doch dat de kinderen des huizes vóórgaan. Een deel van Rotterdam's Katholieken behoort tot deze nieuwe parochie.

5°. Uwe edelmoedigheid ten opzichte van De

ocr page 88

74

Coksdorp, Feijenoord, Wijk aan Zee enz. was zóó groot, dat gij eenen naam, een roemrijken naam hebt te handhaven en te bewaren voor de oogen van uwen hoogverheven Kerkvorst en van uwe mede-diocesanen.

6quot;. De ontzaglijke toeneming van uwen handel, die ieder jaar honderden zeeschepen meer in uwe havens voert, is een groote zegening Gods en mag wel eenige schatting van dankbaarheid opbrengen, door God een behoorlijk huis te geven.

7Ü. Bedenkt eindelijk, dat, zoo de geheele kerk van Hillegersberg in volle heerlijkheid zal pralen, wij nog niets verders zijn, dan wij reeds vóór de Hervorming zijn geweest. Wie zoude dan niet helpen, om, den ouden luister weer te herstellen van het Katholieke Nederland?

Met de meeste bescheidenheid worden deze woorden in den Maasbode door een priester voor zijnen armen ambtsbroeder geschreven. Mogen de Pinksterdagen menigeen aansporen, hier aan de uitbreiding van het Godsrijk op aarde mede te werken.

Zooals te begrijpen is, hebben ook de geloovigen, welke tot de nieuwe parochie zouden behooren, ten dezen opzichte eene groote offervaardigheid aan den dag gelegd; eene offervaardigheid waarvan zij voortdurend nieuwe bewijzen afleggen.

Nadat eene inschrijving geopend was, hoeveel ieder naar keuze wekelijks, maandelijks of jaarlijks

ocr page 89

75

voor de nieuwe kerk wenschte te geven, gingen geregeld elke week tien zelatricen in de verschillende wijken der nieuwe parochie ijverig rond, om de beloofde offers in te zamelen. Daarenboven namen eenige landbouwers op zich, om telken jare een aantal lammeren te weiden en deze later als schapen te verkoopen, ten einde de zuivere winst hiervan weder ten bate der kerk aan te wenden. Dit goede voorbeeld had zoodanigen bijval, dat sommigen die geen weiland bezaten, toch die zaak steunden door, zooals zij het noemden, een zilver of droog schaapje te geven, d. w. z. een geldelijk offer, in evenredigheid van de winst, die door de landbouwers met hunne schapen behaald was.

Eindelijk mag hier niet onvermeld blijven een bijzonder bewijs van achting en toegenegenheid, welke de geloovigen hebben aan den dag gelegd voor hunnen zielzorger. Eenige meergegoede Katholieken van Schiebroek en Hillegersberg huurden namelijk onderling een nieuw gebouwd huis, gelegen aan den Bergweg, schuin tegenover de kerk; zij boden dit huis den Eerw. heer Hammer aan, als voorloopige pastorie. Deze aanbieding kon en mocht natuurlijk niet worden afgewezen: daarom verliet Z.Eerw. in Augustus 1890 de woning van den heer Bakker, en nam zijn intrek in de nieuwe hulp-pastorie. Aldaar heeft Z.Eerw. gewoond tot 1 Aug. 1892, op welk tijdstip de pastoor met den kapelaan de nieuwgebouwde pastorie ging betrekken.

Met een enkel woord moet thans nog worden

ocr page 90

76

opgeteekend de 17da September dezes jaars, waarop hier, voor het eerst na de Reformatie, weder de feestdag gevierd werd der H. Patrones Hildegardis. Met groote geestdrift is door de geloovigen deze voor hen blijde dag gevierd. Onder den Vroegdienst naderden velen tot de H. Tafel, en onder den Hoog-dienst, ten 10 ure, was de kerk zóó vol, dat er met geen mogelijkheid meer plaats te krijgen was. Het altaar was voor dit feest smaakvol versierd, waartoe niet weinig bijdroegen de nieuwe bloemen en andere sieraden, welke toen door de zorgen van den Eerw. herder, voor de eerste maal op het altaar prijkten.

De Hoogmis ') werd dien dag opgedragen dooiden Zeereerw. Hooggel. heer J. A. de Rijk, professor aan 't seminarie Hageveld. Na het H. Evangelie hield de Zeereerw. celebrant eene kernachtige toespraak, welke op de toegestroomde geloovigen een diepen indruk maakte. Zijneerw. wees er op, hoe plechtig en gedenkwaardig voor de Katholieken van Hillegersberg deze dag was, waarop weder, na ruim 300 jaren, hier ter plaatse de feestdag gevierd mocht worden barer aloude Patrones, de H. Hildegardis. Dit feest trouwens; zoo zeide Zijneerw., leert ons opnieuw: De Katholieke Kerk sterft nooit! De zon mag soms geruimen tijd achter de wolken verborgen blijven : eenmaal breken die wolken door, en schijnt de zon wêer in helderen glans. Zoo ook hier. Driehon-

') In Oratorio publico, in testo titularis, una missa solemnis de eodem cantari potest. De Hebdt.

ocr page 91

77

derd en achttien jaren lang was de H. Hildegardis van hier als verdreven, er mocht ter harer eere geen tempel meer zijn, haar naam zon niet meer genoemd

worden!____ En ziet thans zijn door Gods goedheid

die duistere wolken verdreven: heden op hare feestdag mogen de geloovigen van Hillegersberg weder juichen en jubelen Hildegardis ter eer; de gloriekroon haar eenmaal ontnomen is haar weder op 't hoofd gedrukt. — Na eenige trekken uit het wondervolle leven van de H. Hildegardis te hebben medegedeeld, en na getoond te hebben , hoezeer Hildegardis vóór dc Reformatie de gevierde Patronesse van Hillegersberg was, besloot de gewijde redenaar zijne indrukwekkende toespraak met eene aansporing om Hildegardis na te volgen, vooral in hare vurige liefde tot God.

Een bijzondere gelegenheid was den Katholieken alhier aangeboden, om blijk te geven van die werk-dadige liefde voor God, door steeds hunne giften te offeren voor een nieuwen tempel, welke Hem ter eer, onder aanroeping van de H. Hildegardis zou gewijd worden. Eu wanneer eenmaal de torenspitse naar den hemel zal wijzen, dan zullen daardoor de geloovigen van deze gemeente eene gedenkzuil gesticht hebben, die aan het verre nageslacht verkondigen zal hunne liefde voor God, en voor hunne Heilige Patronesse Hildegardis.

Nadat de H. Mis geëindigd, en de zegen met het H. Sacrament gegeven was, zongen alle aanwezigen met geestdrift het volgende, door prof. De Rijk vervaardigde lied.

ocr page 92

78

JUBELLIED

TOT DE

IT. HILDEGARDE. Patronesse van Hillegersberg.

Wijze: Wees gegroet op kindertoon.

Hildegarde, wees gegroet,

Wees gezegend duizendmalen;

Onze harten staan in gloed,

Onze stemmen ze herhalen

't Hooglied van uw feestgetij, Hildegarde, sta ons bij.

In den hof der Roomsehe Kerk, (Onze Kerk door Gods genaden), Staan in rijen, perk bij perk,

Vele bloesems langs de paden. Wonderbare leliebloem,

Hildegarde, u eer en roem!

Hildegarde''s Berg ,_ uw troon, Is sinds eeuwen u geheiligd;

Toon, dat ge uw' en onzen woon Voor elk kwaad met kracht beveiligt, Allen rampspoed van ons keert, Ons vooral voor zonde weert.

ocr page 93

79

Bruid van God, gewijde Maagd, Jonkvrouw, schoon en uitverkoren,

Geef wat ons gezang u vraagt, Dat we alléén aan God behooren. Hoor ons op uw feestgetij, Hildegarde, sta ons bij.

Opdat we allen, eeuwiglijk Eens gezaligd in den lioogen.

Erven van Gods Koningrijk, 't Jubellied u zingen mogen, Juichend, onuitspreekbaar blij: Hildegarde, uw kroon zijn wij.

Was nu op dit feest door sommigen de wensch uitgesproken, dat men eerlang in de kerk ook een beeld van St. Hildegardis zien mocht, die wensch zou weldra in vervulling gaan.

Door den heer S., beeldhouwer te Rotterdam, werd aan de kerk alhier ten geschenke gegeven een fijn bewerkt beeld van de H. Patrones. Overeenkomstig den titelplaat van dit boek — doch in staande houding — is onze Heilige afgebeeld, in de eene hand den staf houdend ') en het door haar beschreven boek, terwijl zij in de andere hand de pen houdt, waarmede zij hemelsche wijsheid op Gods ingeving heeft opgeteekend. Het beeld is eigenlijk, ten ge-

'j Omdat zij Abdis van het klooster was.

ocr page 94

80

schenke gegeven voor de nieuwe kerk boven het St. Hildegardis-altaar. Bij de plechtige wijding van het beeld werd o. a. gezongen het navolgende lied. wat ook hier een plaats vinde.

SMEEKLIED

TOT DE

H. IIILÜEQARDIS.

Wijze: Creator al me siderum.

O Hildegardis! uw gezin Roept hoopvol uw bescherming in, De kind'ren van uw huis zijn wij';

Zoo sta ons dan als Moeder bij.

Op de eigen grond , waar 't voorgeslacht In 's Heeren huis u hulde bracht,

Zien we opwaarts naar uw glorie heen, Verlangend in uw spoor te treên.

Met bange schreden vangen we aan,

Vaak talmend om vooruit te gaan.

Reeds wank'lend als de zwakke voet Den minsten struikelsteen ontmoet.

Gevaar omringt ons overal;

Ach, hoed ons voor een droeven val!

Blijf met een innig medelij',

O Patrones, ons steeds nabij.

ocr page 95

81

Richt wie er valt weêr zacht omhoog, Troost met uw blik zijn weenend oog, O help zijn zwakheid op te staan En weêr bemoedigd voort te gaan.

Uw moedig voorbeeld trekt ons aan Wij wenschen in uw spoor te gaan; Neem zelf uw kind'ren bij de hand, Leid ons naar 't hemelsch vaderland.

Sint Hildegard , uw huisgezin Roept hoopvol uw bescherming in, 't U toevertrouwde kroost zijn wij, Zoo sta ons dan als Moeder bij.

P.

S. Hildegardis.

ocr page 96

82

V.

Eene zeer gedenkwaardige dag was voor Hillegers-berg de 24quot;e October 1890, waarop door Z. D. Hoogw. Mgr. C. J. M. Bottemanne, Bisschop van Haarlem, de nieuwe parochie kerkelijk werd opgericht. De desbetreffende stichtings-akte luidt aldus:

Aangezien het voor het zielenheil der Katholieken, die te Hillegersberg en in de nabijheid daarvan wonen, noodzakelijk mag worden geacht den voor-

ocr page 97

83

loopigen toestand, waarin zij zich bevinden op te heffen, en door het oprichten eener nieuwe parochie eene regeling te maken, welke beter in hunne geestelijke behoeften zal voorzien,

Zoo hebben Wij , nadat belanghebbenden door Ons gehoord zijn, en met toestemming van Ons Hoogwaardig Kapittel besloten, om, krachtens Ons Bis-schoppelijk gezag en door de H. Kerkvergadering van Trente aan Ons gedelegeerde volmacht, vast te stellen bij dezen, als volgt;

Art. I. Van de parochie van Bergschenhoek en van de parochie van den H. Antonius van Padua te Rotterdam, scheiden wij die gedeelten af welke gelegen zijn binnen de grenslijn, zoo aanstonds vast te stellen.

Art. II. Bedoelde gedeelten richten Wij op tot eene eigene, zelfstandige en van de overige parochiën geheel vrije en onafhankelijke parochie, onder den titel; parochie van de H. Hildegardis te Hillegers-berg, behoorende tot het dekenaat Rotterdam.

Art. III. De reeds bestaande hulpkerk van de H. Hildegardis te Hillegersberg verheffen Wij tot parochiekerk met alle rechten en voorrechten, welke aan parochiekerken toekomen.

Art. IV. Aan die parochie wijzen Wij als parochiaal grondgebied toe, met wijziging in zooverre van de Bisschoppelijke besluiten van 10 Dec. 1858, en 19 Maart 1874, alles wat gelegen is binnen de volgende grenslijn, welke Wij bij dezen vaststellen als volgt:

ocr page 98

84

Van de brug op de Strikkade loopt de lijn westwaarts midden door de dijksloot langs den polder „ de Honderd tien morgen quot;; dan zuidwaarts gaande langs de grens der burgerlijke gemeente Overschie (ten oosten van Schiebroek) midden door het water van de Oudendijksche Watering, en verder midden over het padje „de duizend treden,quot; ook genaamd de Scherpendrechtsche kade, tot in de Schie en dan zuidoostwaarts midden door het water van de Schie (m. a. w. de grens der burgerlijke gemeente Hillegers-berg volgende) tot aan de grenspaal „ Hillegersberg-Rotterdamquot; op de Schiekade. Vandaar noordoost-waarts opgaande langs de grens der burgerlijke gemeente Hillegersberg, dat is achter den tuin der huizen „ Schoon- en Veelzichtquot; om; dan — de grens der burgerlijke gemeente Hillegersberg verlatende — langs de noordzijde van genoemden tuin, dwars over den Blommerdijkschen of Bergweg, midden door den Noordsingel tot aan de Hooge Rottebrug; verder oostwaarts door het water „de Rottequot; tot aan de grens der burgerlijke gemeente Hillegersberg aan den Ringdijk. Vervolgens over de brug van de Ringdijk-sloot oostwaarts gaande, midden over den Ringdijk tot aan den Spiegelnisser Tocht, verder door het water van den Spiegelnisser Tocht tot aan den Ter-bregschen weg; dan midden over den Terbregschen weg tot aan de Rottekade. Vandaar westwaarts door het water van de Rotte en het Bergsche Verlaat, door de Sluis en verder door het water van de Strikkade tot aan de brug op de Strikkade, vanwaar de lijn is uitgegaan.

ocr page 99

85

Al het bovenstaande verordenen Wij en stellen Wij vast, bevelende dat het door allen wie het aangaat zal geëerbiedigd en onderhouden worden. En zal dit Ons besluit op den eersten Zondag na ontvangst in de kerk van de H. Hildegardis te Hillegers-berg worden afgekondigd.

Gedaan te Haarlem den 24 October.

f CASPAR, Bisschop van Haarlem.

Op last van Zijne Doorl. Hoogw.

C. J. Juffermans, Secretaris

Op bovengenoemden datum was alzoo de hulpkerk verheven tot parochie-kerk, en werd door Z. D. Hoogw. den Bisschop tot eersten pastoor benoemd den Weleerw. heer C. A. Hammer, tot nu toe procurator of rector der hulpkerk. Tevens werd bij besluit van Z. D. Hoogw. d.d. 24 October opgericht het R.-K. parochiaal kerkbestuur ').

Op Zondag 26 October, des avonds onder het Lof, had de kerkelijke installatie van den nieuw benoemden pastoor plaats door den Zeereerw. heer N. F. Taverne, Deken van Rotterdam; bij deze gelegen-

') De vier eerste kerkmeesters zijn de heeren: Fr. X. Tb. Olmer (secretaris), Th. G. Schoof (penningm.), M. Ham en L. Eooling.

ocr page 100

86

heid wenschte de Zeereerw. Deken de parochianen geluk met hunnen herder, en bracht hij tevens in herinnering hoe zij hunnen zielzorger, zoowel op geestelijk als op stoffelijk gebied, moesten eeren en waardeeren.

Na afloop dezer plechtigheid had in de pastorie ten overstaan van den Zeereerw. Deken, de eerste vergadering plaats van het parochiaal Kerkbestuur. In deze vergadering, mede bijgewoond door de tot dusver bestaande bouw-commissie, werd door deze laatste aan het parochiaal Kerkbestuur rekening en verantwoording gedaan over haar tot nu toe gevoerd beheer, en werden door haar, ten overstaan van genoemden Zeereerw. Deken, alle gelden, geldswaarden , bescheiden enz., die genoemde commissie in hare hoedanigheid in berusting had, tegen behoorlijken, wederzijds gewaarmerkten en onderteekenden inventaris overgegeven.

Alles in orde bevonden zijnde, werd na gedane overdracht, door den Zeereerw. Deken aan de nu ontbonden bouw-commissie dank gebracht voor haar gevoerd beheer.

Een der eerste zorgen van het Kerkbestuur betrof inzonderheid den bouw der nieuwe kerk. Wilde deze immers in 1892 voltooid zijn, (overeenkomstig 't contract met de gevers van het bouwterrein, de Maatschap Oosthoek amp; Barendregt) dan werd het nu tijd om ten minste met de voorbereiding een aanvang te maken.

Nadat aan de nieuwe parochianen, in Rotterdam

ocr page 101

87

woonachtig '), circulaires waren gezonden, waarin ook hunne geldelijke medewerking voor de nieuwe kerk verzocht werd, mocht de Eerw. Pastoor — bij zijn eerste huisbezoek in dit gedeelte der parochie — ondervinden, dat de inteekeningslijsten over het algemeen goed waren ingevuld. Evenals de parochianen in. Hillegersberg, wilden ook die van Rotterdam, ieder naar vermogen — hetzij wekelijks, maandelijks of per jaar — gaarne een „steentjequot; voor de nieuwe kerk bijdragen.

Nu moest vóór alles gezorgd worden, dat het parochiaal kerkbestuur alhier op wettige wijze ook bezit nam van het gegeven bouwterrein. Dit geschiedde. Na weinig tijds werd, in tegenwoordigheid van belanghebbenden, met getuigen, de grond ten dienste van de nieuwe kerk, pastorie en tuin, groot 21 aren, ten overstaan van den notaris A. P. A. Vink, resideerende te Hillegersberg, aan het R. K. parochiaal kerkbestuur van de H. Hildegardis wettig overgedragen.

Thans eigenaar geworden van genoemd bouwterrein, besloot nu het kerkbestuur, na rijpe bespreking en na ook andere gezaghebbende personen gehoord te hebben, om, door den architect E. J. Margry te Rotterdam, teekeningen en bestek te doen ontwerpen voor eene eenvoudige maar ruime parochiekerk met pastorie.

Zooals men van genoemden architect verwachten

') Tot aan den Noordsingel.

ocr page 102

88

kon, werd aan de hem gedane opdracht door Z.Ed. tot aller genoegen voldaan. Teekeningen en bestek eener kerk (in gothieken stijl in kruisvorm) lieten over het geheel niets te wenschen over; en dit laatste werd te meer gewaardeerd, wijl het parochiaal kerkbestuur, onder goedkeuring van de geestelijke Overheid , besloten had de nieuwe kerk niet geheel maar gedeeltelijk te bouwen. Tot dit besluit was men gekomen door de navolgende redenen. Vooreerst zou de kerk, geheel afgebouwd zijnde — in aanmerking genomen het getal parochianen ') — in den eersten tijd veel te groot zijn. Toch moest men, om de uitbreiding van Rotterdam naar den kant van Hillegersberg, rekening houden met de toekomst van deze parochie; vandaar het plan voor een groote en ruime kerk. Maar bovendien zouden de onkosten voor den geheelen bouw de krachten van deze nog jeugdige parochie te boven gaan, voorzeker een punt wat bij dergelijke omstandigheden niet mocht worden over 't hoofd gezien.

Toen nu de laatste voorbereidende maatregelen door den architect 2) genomen waren, toen de door het kerkbestuur uitgeschreven geldleening volteekend

') De parochie telde in 1891 ruim 1200 communicanten.

:) Dit was de laatste arbeid van zijn werkzaam leven. Omtrent dezen tijd werd de heer E. J. Margry door eene smartelijke ziekte aangetast, ten gevolge waarvan Z.Ed, den S811 Aug. 1891 is bezweken. Hij ruste in vrede!...

In de plaats van den geachten overledene trad nu op als architect: Gebrs. Margry amp; Snickers, te Rotterdam.

ocr page 103

89

en de vereischte toestemming van het gemeentebestuur van Hillegersberg verkregen was, had den 26'quot; Mei 1891, in het café van den heer G. Freericks te Hillegersberg de aanbesteding plaats van het eerste gedeelte der nieuwe kerk, met sacristie, pastorie enz. Ingekomen waren 13 biljetten. Bij opening bleek dat de minste inschrijvers waren de heeren J. Van der Pluym en J. Gielen te Rotterdam, zijnde hunne aannemingssom ƒ 72.626. Aan deze laatsten werd het werk gegund.

Kort daarop werd nu door genoemde aannemers met den bouw begonnen; na weinig tijds hoorde men aan den Bergweg het snuiven der stoommachinen die de heipalen voor de nieuwe kerk en pastorie in den grond dreven.

Indachtig echter dat een gebouw niet hecht zij tenzij de Heer het huis houwt, werd sedert de aanbesteding iedere week in de noodkerk het Lof gehouden ter eere van den H. Joseph , waaronder het Rozenhoedje werd gebeden, ten einde door de voorspraak van de H. Maagd en haren H. Bruidegom, Gods zegen af te smeeken over den bouw der nieuwe kerk.

Toen, na eenigen tijd bouwens, de muren der nieuwe kerk zichtbaar werden, werd ook het verlangen der parochianen naar die nieuwe kerk levendiger. De beperkte ruimte in de houten noodkerk droeg niet weinig daartoe bij. De verwachting, na de vergrooting der noodkerk gekoesterd, dat deze wel voor een paar jaar voldoende zou zijn voor de ge-

ocr page 104

90

loovigen der St. Hildegardis-parochie, was niet verwezenlijkt geworden. Want binnen een jaar tijds was de kerk weder te klein, veel te klein geworden; dit bewees dat de parochie meer en meer toenam, alsook dat de geloovigen er prijs op stelden hunne eigene parochiekerk te bezoeken, waar iederen Zondag door hun herder het H. Misoffer voor hun geestelijk en tijdelijk welzijn wordt opgedragen.

Uit dien hoofde werd ook de taak van pastoor Hammer, hoezeer ook ZEw. onvermoeid werkzaam was, te veel omvattend in deze uitgestrekte parochie, en werd, om hierin te gemoet te komen, aan ZEw. een medehelper gegeven. Door Z. D. Hoogw. den Bisschop werd tot eersten kapelaan van Hillegersberg benoemd de WelEerw. heer E. H. Rijkenberg, 1) welke den 27quot; Augustus 1891 alhier aankwam, en met jeugdigen ijver zijn priesterlijken werkkring-begon. s)

Dit hoofdstuk eindigende, doen wij dit niet dan met den vurigen wensch, dat de parochie van S. Hil-degardis door Gods zegen meer en meer in bloei toeneme, en zij weldra haar nieuwen tempel, der H. Hildegardis ter eer, moge voltooid zien. Ten tijde waarop dit boek het licht ziet 2) is de nieuwe kerk te Hillegersberg nog niet gereed, men is nog ijverig

1

^ Den 16n Augustus 1891 Priester gewijd.

2

) Meimaand 1892.

ocr page 105

91

bezig met den bouw; doch na weinige weken, in September a. s. zullen kerk en pastorie gereed zijn en worden in gebruik genomen.

Dan zeker zullen de parochianen vol vreugde meer dan ooit tot hun H. Patrones uitroepen;

Lsetare Virgo HILDegarDe In VIrtVte tVa, beneDICens paroChlfc eXVLtantl.

d. w. z.

Verblijd U, H. Maagd Hildegarde, in uwe (hier optredende) kracht, en zegen onze verheugde parochie! ').

') Men zie de nota aan den voet der bladzijde 93.

ocr page 106

VIJFDE HOOFDSTUK.

Terschillende gebeden, onder aanroeping Tan de H. Hildegardis.

BEMERKING.

I. Onder de gebeden zijn er sommigen, die niet door de Pausen of door de H. Kerk voor den openharen eeredienst in gebruik zijn gesteld. Velen zijn gebeden, die de schrijver van dit boekje vervaardigde, en die Zijne Doorl. Hoogwaardigheid de Bisschop, door zijn boekenkeurder, heeft goedgekeurd, om door eiken geloovige in het bijzonder te worden gebruikt. Wie dus — om een voorbeeld te geven — naar Hillegersberg met dit boekje gaat, hij moge met veel vrucht voor zijne ziel daar uit bidden; hij kan dat zelfs in alle andere kerken doen, maar het behoort bijv. niet, dat deze gebeden onder een openbaar Lof of onder de H. Mis zouden worden voorgebeden voor allen.

II. Telkens als in de Misgebeden enz. over de H. Hildegardis wordt gesproken, zijn die woorden tus-schen twee haakjes geplaatst, niet omdat men ze elders niet mag bidden, maar omdat zij uiteraard het beste toepasselijk zijn in de eigene kerk der Heilige.

III. Eindelijk moet men den priester bij de H. Mis zooveel mogelijk bijhouden, en als men ten

ocr page 107

93

achteren is, eenige gebeden overslaan, om weêr met den priester gelijk te komen.

MORGENGEBED. ')

Aanbidding en dank. O God, mijn Schepper en Zaligmaker, ik lig hier voor U neder en aanbid U met al uwe Engelen en Heiligen. Met hen aanbid ik U op alle plaatsen waar Gij rust in het Allerheiligste Sacrament. Ik bemin U uit geheel mijn hart, en dank U voor alle weldaden welke Gij mij naar ziel en lichaam hebt bewezen, en bijzonder dat Gij mij dezen nacht weder genadig-hebt bewaard.

Goedertierene Jesus, neem mij heden onder Uwe goddelijke hoede en help mij in al mijne behoeften en ongenoegzaamheid. Maria, Moeder van barmhartigheid, H. Jozef, ik stel mij onder uwe machtige bescherming. Groote Aartsengel Michael, mijn Engelbewaarder, en mijne Beschermheiligen, staat mij bij en bidt voor mij.

Goede meening. Mijn Heer en mijn God, alles wat ik heden zal denken, spreken, doen of lijden, draag ik U ten offer op. Ik vereenig al mijne werken en beproevingen met den arbeid en het lijden van Jesus en Maria. Ook wensch ik al de aflaten te verdienen waaraan ik heden kan deelachtig worden.

') Dit morgen- en avondgebed is den schrijver aangeboden, (en gaarne aanvaard) van dezelfde hand, die het vorige hoofdstuk grootendeels hielp bewerken.

ocr page 108

94

Voornemen. Barmhartige God, die het willen en het volbrengen geeft, ik neem mij vast voor, heden met de hulp Uwer genade, alle zonden en elke naaste gelegenheid van zonden zorgvuldig te vluchten, en de goede voornemens, bij mijne laatste biecht gemaakt, getrouw te volbrengen. Ik bid U, om de liefde van Jesus en Maria mij de genade van volharding te willen veiieenen.

O mijn genadige Jesus, aan uw allerheiligst Hart draag ik dit mijn voornemen op, om heden vooral tegen mijn hoofdgebrek te strijden en mij toe te leggen op ware deugd. Op eene bijzondere wijze wil ik uw goddelijk voorbeeld trachten te volgen.

Onze Vader. — Wees gegroet. — Ik geloof in God den Vader.

Bid driemaal het Wees gegroet ter eere van Marians Onbevlekte Ontvangenis, om de deugd van zuiverheid volgens uwen staat te beoefenen.

Gewaardig U, o Heer! mij en de mij dierbaren dezen dag van alle zonden te bewaren.

Onbevlekt ontvangen Maagd en Moeder Gods Maria, alle Gods lieve Heiligen, en gij, o gelukzalige Hildegardis, bidt voor mij, dat ik heden mijnen Heer en God in niets mishage.

O Engel Gods, die mijn bewaarder zijt, aan wiens zorg ik door de opperste Goedheid ben toevertrouwd, gewaardig u mij heden te verlichten, te bewaren en te besturen. Amen.

H. Michaël, verhoor de bede van onzen H. Vader: verdrijf den duivel met al zijnen aanhang. Amen.

ocr page 109

95

AVONDGEBED.

Ik geloof en belijd, o Drieëenige God, dat Gij hier tegenwoordig zijt. Gij ziet mij op dit oogenblik neder-geknield, om U bij het einde van dezen dag mijne laatste groete aan te bieden, en U uit den grond des harten mijn innigen dank te betuigen voor al de weldaden , welke Gij mij gedurende mijn gansche leven maar bijzonder op dezen dag weder verleend hebt.

Dank, driewerf dank, o eeuwige God! voor al de liefdebewijzen, die ik van Uwe goedheid mocht ontvangen. Daarom draag ik U, aan het einde van dezen dag, alles op, wat heden over de geheele wereld U ter eer verricht is. Geef dat ik de grootheid Uwer gaven meer en meer moge kennen, en door een heilig leven daaraan beantwoorden, opdat ik, levende en stervende in Uwe liefde, mij eens bij U moge verheugen in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet. — Ik geloof in God den Vader.

Akten van Geloof, Hoop en Liefde.

Heilige Geest, oorsprong des lichts, doe mij met een rouwmoedig hart nagaan het kwaad wat ik heden gedaan heb, en schenk mij tranen van boetvaardigheid om mijne zonden te betreuren.

(Let eens aandachtig op u zeiven.*)

Heb ik heden ochtend mijn morgengeleed verricht?...

Heb ik vandaag gedurende mijne bezigheden nu en

ocr page 110

96

dan aan God gedacht?... mij in den geest vereenigd met Jesus en Maria?... mij herinnerd aan de goede voornemens bij mijne laatste biecht gemaakt?...

Welke dagelijksche zonden heb ik heden bedreven?...

Heb ik mij misschien aan eene doodzonde plichtig gemaakt... door gedachten... door woorden... of door werken ?...

Hoe is op dit oogenblik de toestand van mijn geweten?. ..

Ben ik bereid voor het bijzonder oordeel te verschijnen... als mijne legerstede eens mijn doodsbed ware?...

Als ik dezen nacht stierf, waar zou mijne ziel dan heengaan?... naar den hemel?... naar het vagevuur?... of naar de hel ?...

Verwek nu ootmoedig een akte van volmaakt berouw, opdat gij bereid zijt dezen nacht voor Gods oordeel te verschijnen.

Mijn Heer en mijn God, het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik tegen TJ gezondigd heb, omdat Gij het hoogste Goed en bovenal beminnelijk zijt, en Gij de zonde oneindig verfoeit. Ik bid U ootmoedig om vergiffenis door de verdiensten van onzen Heer Jesus Christus, en ik neem mij vast voor, met de hulp Uwer genade, mijne zonden te biechten, de zonden en alle gevaarlijke gelegenheden te vluchten, boetvaardigheid te doen en U nooit meer te beleedigen.

Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o H. Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood; maar verlos ons altijd van alle gevaren,

ocr page 111

97

o glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster! verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon!

Wij bidden U, o Heer, bezoek deze woning, en weer verre van haar alle listen des vijands; dat Uwe heilige Engelen daarin wonen, om ons in vrede te bewaren, en dat Uw zegen altijd over ons zij , door Jesus Christus, onzen Heer.

Al mijne zuchten, iedere ademhaling, ja elke klopping van mijn hart in dezen nacht offer ik, o God, aan U op.

Bescherm ons, o Heer, terwijl wij waken: bewaar ons terwijl wij slapen, opdat wij met Christus waken, en in vrede mogen rusten. Amen.

Bid driemaal het iVees gegroet ter eere van Maria's Onbevlekte Ontvangenis, om de deugd van zuiverheid volgens uwen staat te beoefenen.

Jesus, Maria, Jozef,

ik geef U mijn lichaam en mijne ziel.

Jesus, Maria, Jozef,

staat mij bij in mijnen doodstrijd.

Jesus, Maria, Jozef,

laat mijne ziel met U in vrede rusten. Amen. Ons zegene de Almachtige God, de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest. Amen.

7

S. Hildkgakdis.

ocr page 112

98

GEBEDEN ONDER DE H. MIS.

V OOKBEREIDIN GSGEBED.

O God, hemelsche Vader, die mij hebt geschapen, God de Zoon, die mij door Uw dierbaar bloed hebt verlost, God de H. Geest die mij in het Doopsel geheiligd hebt. Allerheiligste Drievuldigheid, geef mij Uwe genade, dat ik dit H. Misoffer met grooten eerbied en aandacht moge bijwonen, en in vereeni-ging met den Priester het aan Uwe Goddelijke Majesteit ten offer brenge:

1. Tot roem en eer van Uw H. Naam, om U te aanbidden en te belijden dat Gij de eenige hoogste God, en Heer over ons menschen en alle schepselen zijt, en U alléén dit offer toekomt.

2. Tot dankzegging voor alle genaden en weldaden aan mij bewezen.

3. Tot voldoening voor al mijne zonden en misdaden.

4. Tot verwerving van Uwe Goddelijke hulp en bijstand in allen nood, zoo voor mij zeiven als voor al mijne dierbaren, alsook voor de geloovige zielen in het vagevuur.

Neem, o barmhartige God en Heer, dit offer genadig aan; laat mijn ootmoedig gebed U welgevallig zijn, en gelieve het te verhoorea, door onzen Heer Jesus Christus, Uwen Zoon, Wiens lijden en dood

ocr page 113

99

op geheimzinnige wijze weldra op het altaar zal worden tegenwoordig gesteld. Amen.

Bij het begin der H. Mis.

V. In den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Amen. Ik zal ingaan tot het altaar Gods.

jR. Tot God, die mijne jeugd verblijdt.

V. Oordeel ') mij, o God, en onderscheid mijne zaak van het onheilige volk, verlos mij van den onrechtvaardigen en listigen mensch.

Ji. Want mijne sterkte en mijn toevlucht, o God, zijt gij; waarom hebt Gij mij nu verstooten en waarom ontstelt Gij mij , terwijl mijn vijand voorttreedt ?

V. Zend Uw licht en Uwe waarheid af; zij toch hebben mij geleid en zullen mij terugvoeren tot Uwen heiligen berg en tot Uwe heilige tenten.

B. En ik zal ingaan tot het altaar Gods, tot God die mijne jeugd verblijdt.

V. Ik zal u op de citer loven. God, mijn God! waarom zijt gij treurig mijne ziel en waarom ontstelt gij mij?

B. Hoop op God, want ik zal Hem nog belijden, Hij is mijn Heiland en mijn God.

') Deze Psalm is door David gebeden, toen hij voor zijne vijanden uit zijn paleis moest vluchten. Die koning zocht hulp bij God. Zoo moet ook de Christen doen, die door den duivel wordt vervolgd, en in dien g3est bidde men dezen Psalm.

ocr page 114

100

V. Glorie zij den Vader, en den Zoon en den H. Geest.

ü. Gelijk het was in den beginne, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

V. Ik zal ingaan tot het altaar Gods.

jR. Tot God die mijne jeugd verblijdt.

Confiteor.

V. Ik belijde mijn schuld voor God almachtig, voor de Allerheiligste Maagd Maria, voor den H. Aartsengel Michaël, voor den H. Joannes den Dooper, voor de Heilige Apostelen Petrus en Pau-lus, voor alle Heiligen, en voor U, mijne broeders , dat ik zeer gezondigd heb, door gedachten, woorden en werken, door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld. Daarom bid ik de Allerheiligste Maagd Maria, den H. Aartsengel Michaël, den H. Joannes den Dooper, de Heilige Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en u mijne broeders voor mij bij den Heer, onzen God te willen bidden.

V. De almachtige God ontferme zich over u, en na uwe zonden vergeven te hebben, voere Hij u ten eeuwigen leven. Amen.

(De Misdienaar bidt nu namens de geloovigeu het Oonfiteor). Daarna zegt de Priester;

V. De almachtige God ontferme zich over u, Hij vergeve u uwe zonden, en Hij voere u ten eeuwigen leven.

R. Amen.

ocr page 115

101

V. De almachtige en barmhartige Heer schenke u kwijtschelding, vergiffenis en ontbinding uwer zonden.

R. Amen.

V. God, Gij zult U tot ons keeren en ons levend maken.

R. En Uw volk zal zich in U verheugen. V. Toon ons, Heer, Uwe barmhartigheid. R. En schenk aan ons Uw heil.

V. Heer, verhoor mijn gebed.

R. En mijn gebed kome tot u.

V. De Heer zij met u.

R. En met uwen geest.

Terwijl de priester het altaar beklimt.

Neem Heer! van ons weg onze ongerechtigheden, opdat wij tot het heilige der heiligen, met een zuiver hart mogen ingaan.

Als de priester het altaar kust.

Wij vragen U Heer, door de verdiensten der heiligen en van hen, wier overblijfselen hier rusten, ') dat Gij onze zonden gelieft kwijt te schelden.

De priester leest den Introïtus, die alle dagen verschilt. Men kan dus hidden:

Te recht, eeren wij o God, in de taal der H. Schriften, Uwe geheimen en heiligen. Geef glorie

') In elk altaar rusten eenige reliquieën van Heiligen.

I

ocr page 116

102

aan Uwen H. Naam en geef ons Uwe genade. Glorie zij den Vader enz.

Het Kyrie eleison.

V. Heer, ontferm U onzer, i

„ TT l Dit ter eere van God den

R. Heer, ontferm U onzer. gt; vader

V. Heer, ontferm U onzer. )

R. Christus, ontferm U onzer. \

V. Christus, ontferm U onzer. Te^^re van 6od den

R. Christus, ontferm U onzer. )

V. Heer, ontferm U onzer. \

,, Tr ,, TT I Ter eere van God den

R. Heer, ontterm U onzer. \ H c,eest

V. Heer, ontferm U onzer. )

Bij het Gloria.

Glorie zij aan God in den hooge en vrede op aarde aan de menschen van goeden wil. Wij loven U, wij zegenen U, wij aanbidden U, wij verheerlijken U, wij danken U om Uwe groote glorie. Heere God, hemelsche Koning, o God, almachtig Vader. O Heer, Gij eeniggeboren Zoon, Jesus Christus. Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders. Gij die de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer. Gij, die de zonden der wereld wegneemt, ontvang onze smeekbede. Gij die zit aan de rechterhand des Vaders, ontferm U onzer. Want Gij alleen zijt heilig, Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste, Jesus Christus, met den H. Geest in de glorie des Vaders. Amen.

ocr page 117

103

De priester zegt;

V. De Heer zij met u.

R. En met uwen geest.

De priester leest uit het Misboek eeniye gebeden en het Epistel. {Hierbij bidde men het volgende.)

Laat ons bidden.

Almachtige, eeuwige God, wij eeren Uwe verheerlijkte Heiligen en wij vieren Uwe Geheimen, om Uw heiligen Naam te vereeren en de hulp dier Heiligen te erlangen. Geef ons, bidden wij U, dit alles te verwerven, door onzen Heer Jesus Christus, Uwen Zoon, Die met U en den H. Geest leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Laat ons bidden.

O God, Die ons Uwe Geheimen geopenbaard hebt, opdat wij het eeuwig loven zouden bezitten , en overvloediger zouden bezitten , o vermeerder in ons het heilig Geloof en de kinderlijke onderwerping aan onze geestelijke vaderen. Door Jesus Christus, onzen Heer, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Laat ons bidden.

O God, Wien het eigen is, genadig te zijn en te sparen, roep alle zondaars tot bekeering, en geef, dat zij mogen inzien, hoeveel beter één dag is in Uwe voorhoven, dan duizend in de woningen der

ocr page 118

104

zondaren. Door Jesus ChristAis onzen Heer, Uwen Zoon, Die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Greestes, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Onder het Epistel.

Ik weet, o mijn God, het H. Epistel bevat die heerlijke lessen der profeten of der apostelen, welke lessen de goeden getroost, de boozen gedreigd, en de heiligen nog meer geheiligd hebben. O konde ik hun inhoud eens goed opnemen in mijne ziel!... Of kan ik reeds naar waarheid met een' H. Paulus zeggen: „ De wereld is voor mij gekruisigd en ik voor de wereld?quot; Draag ik inderdaad Christus in mij? Helaas, neen. Doch voortaan zal ik mijn hart veranderen en met Jeremias bid ik tot U, o God: Genees mij Heer, en ik zal dan waarlijk genezen worden, red Gij mij en ik zal waarlijk gered worden , want Gij zijt mijn glorie.

(O H. Hildegardis, wier vermaak het was, telkens in uwe visioenen de Heilige Schriftuur te overwegen, leer ons voortaan zoo oplettend bij de predikatiën en uitleggingen der priesters te zijn, dat wij uw aandacht ten minste uit de verte mogen navolgen.)

Bij het H. Evangelie.

De priester en de geloovigen teekenen zich bij het H. Evangelie met den rechterduim op het voorhoofd, op den mond en op de borst. Dit beteekent dat wij het H. Evangelie met het verstand aannemen, met den mond belijden, en het in ons hart bewaren.

ocr page 119

105

O goede Zaligmaker, Uwe vier evangelisten hebben in hun evangeliën Uw heilig leven beschreven (en de H. Hildegardis kon dat Evangelie wonderbaarlijk verstaan). De priester kust ook niet eerbied het boek, omdat Uwe wonderbare daden en Uwe woorden daaruit worden voorgelezen. O lieve Jesus, hadde ik zelf U eens mogen hooren, in die schoone gelijkenissen, van het verloren schaap, van den verloren Zoon, en zoovele anderen. Maar toch, het voornaamste van dat alles is mij bekend; ik weet namelijk dat Gij ons verklaard hebt: „De Zoon des men-schm is gekomen om 'e zoeken en zalig te maken wat verloren ivas.quot; Daarmee zal ik mij dus altoos troosten; ik zal onthouden dat het Evangelie waarlijk is de goede boodschap voor ons arme menschen, en nooit dus wil ik wanhopen om mijne zonden. Maar daarbij beloof ik ook mijne trouw aan die heilige woorden. Ik wil nooit met het geloof spotten, ik wil bidden, dat alle menschen tot bekeering komen, ja, geef mij o goede Heiland, den moed om desnoods voor Uwe heilige woorden te sterven. In dien geest kus ik met den priester het H. Evangelie, en ik zeg met hem: Door de woorden des Evangelies mogen onze misdaden worden uitgeroeid!

R. Eere zij U, o Christus!

Bij het Credo.

Indien deze in de Mis gelezen wordt, hidde men met aandacht: het „Ik geloof in God den Vader.quot;

ocr page 120

106

De offerande.

V. De Heer zij met u.

R. En met uwen geest.

Laat ons bidden.

Wees geprezen o God! in Uwe heiligen, bij het vieren van Uwe geheimen (en bijzonder in de H. Hildegardis).

Na de ontdekking van den kelk, begint het eerste van de drie voorname dselen der H. Mis, nl. de offerande van brood en wijn.

Met den priester bidde men:

Ontvang, heilige Vader, almachtige eeuwige God, deze onbevlekte offerande, die ik — Uw onwaardige dienaar, — U opdraag, U mijn waren en levenden God, voor mijne ontelbare zonden, beleedigingen en nalatigheden en voor alle omstanders, en ook nog voor alle geloovigen, levenden zoowel als afgestorvenen , opdat het mij en hun strekke ten eeuwig heil.

Bij het ingieten in den kelk:

O God, die de waardigheid van het menschelijke bestaan wonderbaar hebt geschapen en nog wonderbaarder in Christus hebt herschapen, geef ons door dit geheim van het water en den wijn *) aan de

') De priester doet één of twee druppels water in den wijn, opdat de wijn van het H. Offer zoude gelijken op dien van liet H. Avondmaal en om de vereeniging van Christus met de geloovigen, en nog meerdere schoone geestelijke zaken af te beelden.

ocr page 121

107

Godheid van Hem deelachtig te worden, die zich gewaardigd heeft onze menschheid aan te nemen, namelijk Jesus Christus onzen Heer, die met U leeft en heerscht, in de eenheid, des H. Geestes, door alle eeuwen der eeuwen.

De priester heft den kelk een weinig op.

Wij offeren U, o Heer, den kelk des heils, en bidden Uwe goedheid, dat zij voor het aanschijn Uwer Goddelijke majesteit met den geur der zoetheid opstijge.

Terwijl de priester buigt.

In den geest van ootmoed en met een vermorzeld hart, mogen wij, o Heer, door U worden opgenomen, en zoo geschiede ons offer, dat het U behage. Heere God!

De priester breidt de handen uit en zegent het brood en den wijn.

Kom Heiligmaker, almachtige, eeuwige God, en zegen dit offer. Uwen Naam toebereid.

De priester wascht zich de vingeren l).

Met David roep ik hier tot U, mijn God, dat ik altoos onder de onschuldigen wil toeven, mij van alle vlekken zal zuiveren en de glorie van Uw huis zal liefhebben. Verwerp mij dan niet, o Heer, met de goddeloozen, die in hun rechterhand allerlei

') Dit beteekent de reinheid, die noodig is bij de II. Mis.

ocr page 122

108

rijkdom hebben door diefstal en zonde, maar plaats mij bij de onschuldigen die samenkomen in Uwe kerk. Glorie zij den Vader enz.

De 'priester buigt voor het altaar.

Ontvang, o Heilige Drieëenbeid, deze offerande die wij U aanbieden ter gedachtenis van het lijden, de opstanding en de hemelvaart van onzen Heer Jesus Christus, en ter eere der Allerheiligste Maagd Maria, van den Heiligen Joannes den Dooper, van de Heilige Apostelen Petrus en Paulus en van alle Heiligen, bijzonder van hen wier overblijfselen hier rusten, opdat het hun strekke ter eere, ons evenwel tot heil, en opdat zij voor ons smeeken in den hemel, wier gedachtenis wij vieren op aarde. Door Christus onzen Heer.

(H. Hildegardis, bid voor ons!)

Orate Fratres.

Bidt broeders {zegt de priester, en zich omkeerende zegt hij in stilte) opdat mijn en uw offer behagelijk zij bij den almachtigen God.

De Misdienaar zegt:

De Heer ontvange het offer uit uwe handen, ter eere en glorie van Zijnen Naam, alsmede tot ons voordeel, en ten nutte van Zijne geheele Heilige Kerk.

Onder de stille gebeden kan men zeggen.

O Groote en Heilige Drievuldigheid! voordat wij

ocr page 123

109

Uwen Naam de hoogste glorie gaan geven, door middel der H. Consecratie, bevelen wij ons nogmaals in Uwe goedgunstigheid.

Strakke ook ons ten heil, al datgene wat de priester voor ons bidt, betreffende de heiligen, die de Kerk heden viert of betreffende de geheimen, die heden worden herdacht. Geef ons eene innige liefde en deelneming met alle die zoo goede en deugdzame hemellingen, (en met de H. Hildegardis in het bijzonder). Moge door hunne voorspraak ook de kennis der geestelijke zaken in ons toenemen, (zooals de H. Hildegardis heel haar leven meer en meer van haren hemelschen Vader heeft geleerd. Dit alles smeeken wij door Jesus Christus onzen Heer, die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht door alle eeuwen der eeuwen.

Prefatie.

R. Amen.

V. De Heer zij met u,

R. En met uwen geest!

V. Omhoog uwe harten!

R. Ze zijn geheven tot den Heer.

V. Laten wij dankzeggen, den Heer onzen God.

R. Dit is waardig en rechtvaardig.

Ja waarlijk het is waardig en rechtvaardig, passend en heilzaam, dat wij U altoos dankzeggen, heilige Heer! almachtige Vader, eeuwige God, door Christus onzen Heer. 1)

') Hier komen somtijcis eenige aanduidingen bij der feestdagen.

ocr page 124

110

Door Hem loven de engelen Uwe Majesteit, aanbidden haar de Heerschappij en en sidderen zelfs de Machten. De hemelen, de krachten der hemelen en de heilige Seraphijnen vieren haar met eenparige opgetogenheid.

Nu smeeken wij dan, dat Gij U gewaardigen moogt, ook onze stemmen met hen te aanvaarden, daar wij in gelijke zielsverheffing juichen:

Sanctus

Heilig, heilig, heilig, de God der heerscharen! Met de majesteit Zijner glorie zijn de hemelen en de aarde vervuld.

Hosanna in den Hooge!

Gezegend Hij (Christus) die tot ons komt (op 't altaar) in den naam des Heeren! Hosanna in den hooge!

De stille gebeden of Canon ').

(Uit te spreken als Kaanon.)

U dan, o allerbarmhartigste Vader, vragen en smeeken wij door Jesus Christus, Uwen Zoon, dat Gij aanvaarden wilt en dat Gij zegent f deze gaven f deze geschenken f deze heilige vlekkelooze offerande, die wij U allereerst offeren, voor Uwe heilige Katholieke Kerk, welke Gij U verwaardigen moogt in vrede te doen leven, te behoeden en in eenheid te bewaren, te zamen met Uwen dienaar, onzen

*) Het hooge van d3 H. Mis is vervuld met gebeden van Christus en de apostelen.

ocr page 125

Ill

H. Vader den Paus en met onzen Bisschop, en met allen die het waarachtig en onvervalscht geloof voorstaan.

Gedachtenis der levenden.

Gedenk o Heer, N. N. en allen die hier omstanders zijn, wier geloof en godsvrucht U bekend is, voor wie wij U dit offer opdragen, of die U zelf dit offer van lof opdragen, voor zich en al de hunnen, voor de verlossing hunner zielen, voor de hoop van hun heil en welvaren, en die U hunne beden opdragen, als aan den waren en levenden God.

Het gebed „ Communicantes.quot;

Wij eeren ook hier en denken met veel liefde, na Jesus Christus onzen Heer, aan de allerheiligste Maagd Maria, don H. Joannes den Dooper, de heilige roemrijke apostelen, en die pausen en martelaren der eerste eeuwen, op wier voorspraak wij bij dit ontzaggelijk offer durven steunen.

Bij de handlegginr/ en de zegening over den kelk.

Wij vragen dus nu smeekende, o Heer, dat Gij deze offerande van onze dienstbaarheid jegens U en tevens van heel Uw huisgezin (de H. Kerk), in genade jegens ons wilt aannemen , dat Gij onze dagen in vrede wilt beschikken, dat Gij ons van de eeuwige verdoemenis wilt vrijwaren, en ons eenmaal plaatst in de glorie Uwer heiligen. Door Christus, onzen Heer, door Wien Gij dit alles gaat aanvaarden.

ocr page 126

112

De Consecratie. {Het 2' voorname deel der H. Mis.} Voor en bij de opheffing der H. Hostie ').

Mijn Heiland, mijn God, en mijn Koning, ik geloof dat Gij hier op het altaar waarlijk, wezenlijk en zelfstandig tegenwoordig komt onder de nederige gedaante van brood. In vereeniging met de heilige engelen, die U hier omringen, aanbid ook ik met den diepsten eerbied. O mijn Jesus, Gij die U zeiven eenmaal aan het kruis den hemelschen Vader hebt opgedragen, geef mij deel aan Uw H. Lijden, aan Uw waarachtig Lichaam en Bloed in dit H. Sacrament, nu en in het uur van mijnen dood.

Voor en hij de opheffing van het H. Bloed.

O dierbare Heiland, drie uren hingt Gij vol smarte aan het kruis; overvloedig vloeide Uw H. Bloed uit Uwe wonden. O mijn Zaligmaker, wasch mij door Uw Bloed rein van alle zonden; laat de kracht van Uw H. Offer niet door nieuwe zonden in mij verijdeld worden, maar versterk mij, om met moed en getrouwheid den engen weg te bewandelen, die leidt

') De woorden der consecratie zijn hier uit eerbied door gebeden van aanbidding vervangen. Bekend is het verhaal. dat eenige menschcn eens op het veld die hoogheilige woorden uitspraken en door liet hemelvuur werden verteerd. Overigens weet de geloovige dat die woorden (voorafgegaan door een inleiding) dezelfde zijn, die Christus zelf in het Av o ndmaal heeft uitgesproken.

ocr page 127

113

ten eeuwigen leven. Eeuwige Vader, ik offer U op het dierbaar Bloed van Jesus Christus, tot vergiffenis mijner zonden, tot bekeering der zondaren, tot lafenis der geloovige zielen in het vagevuur, en voor de behoeften der H. Kerk. Amen.

Geloofd, aanbeden, gedankt en bemind zij ten allen tijde Jesus Christus in het H. Sacrament des Altaars.

Na de Consecratie.

Daarom nu, o God, wij Uwe dienaren en Uw heilig volk. Wij denken aan dienzelfden Christus, Uwen Zoon, en onzen Heer, zoowel aan Zijn H. lijden als aan Zijne opstanding uit voorgeborchte en graf, alsook aan Zijne glorievolle hemelvaart, en offeren uit Uwe giften en gaven, aan Uwe verhevene Majesteit een reine offerande, eene heilige offerande, een vlek-kelooze offerande, het H. Brood des eeuwigen levens en den kelk der altoosdurende zaligheid.

O, moogt Gij hierop dan met goedgunstig en helder gelaat, (o God) gelieven neêr te zien, zooals Gij U gewaardigd hebt neêr te zien en aan te nemen, de geschenken van Uwen dienaar Abel, de offerande van onzen aartsvader Abraham, en hetgeen Uw hooge-priester Melchisedech U opgedragen heeft. O almachtige God, vervul ons verder met alle zegening, uitgaande van Uw altaar.

Memento der overledenen.

Gedenk ook. Heer! Uwe dienaren en dienaressen N. N., die ons met het teeken de? geloofs zijn S. Hildegardis. 8

ocr page 128

114

vooruitgegaan en nu in den slaap des vredes rusten. Geef hun en allen die in Christus rusten de plaats van verkwikking, rust en vrede, zoo smeeken wij door Christus onzen Heer.

Nobis quoque peccatoribus.

Eindelijk, gewaardig U ook ons zondaren, ons, die Uwe dienaren zijn en op de menigte Uwer barmhartigheden hopen, eenig deel en gemeenschap te geven, met Uwe heilige Apostelen en Martelaren, met Joannes, Stephanus, Matthias, Barnabas, Ignatius, Alexander, Marcellinus, Petrus, Felicitas, Per-petua, Agatha, Lucia, Agnes, Caecilia, Anastasia en alle Uwe heiligen, onder wier aantal Gij ons gelieft op te nemen, niet als beoordeelaar onzer verdiensten, maar als schenker van belooning. Door Christus onzen Heer, door Wien Gij alle deze goederen altoos schept, levend maakt, zegent en ons verleent. Door Hem en in Hem en met Hem, zij U, den almachtigen Vader met den H. Geest alle eer en glorie.

Pater Noster.

V. Door alle eeuwen der eeuwen.

R. Amen.

Laat ons bidden.

V. Door heilzame voorschriften vermaand en door goddelijk voorbeeld gevormd, durven wij zeggen;

Onze Vader, die in de hemelen zijt. Geheiligd zij Uw naam. Ons toekome Uw rijk. Uw wil geschiede op aarde als in den hemel. Geef ons heden ons

ocr page 129

115

dagelijksch brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren.

V. En leid ons niet in bekoring.

B. Maar verlos ons van den kwade. Amen.

De priester bidt.

Verlos ons, zoo smeeken wij Heer. van alle kwade dingen, die voorbijgegaan, tegenwoordig of toekomstig zijn, en door de voorspraak van de allerheiligste Maagd Maria, der HH. Apostelen Petrus en Paulus en Andreas en alle heiligen, geef goedgunstig vrede in onze dagen, opdat wij door de hulp Uwer barmhartigheid geholpen, altoos van zonden mogen bevrijd en voor alle ontsteltenis beveiligd zijn. Door Christus onzen fleer, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes.

V. Door alle eeuwen der eeuwen.

K. Amen.

Hier verdeelt de priester de li. Hostie, en een deel in den kelk doende zinken, zegt hij:

V. De vrede des Heeren zij altoos met u.

R. En met uwen geest.

Het Agnus Dei.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

ocr page 130

116

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons den vrede.

Opmerking. De communiegebeden des priesters, hoe schoon ook, zijn hier vervangen door de geestelijke communie, die ieder Christen behoort te doen.

Bij het: Domine, non sum dignus.

O mijn God, ik hoor den misdienaar het teeken geven, waarbij de priester zegt; Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord, en mijn ziel zal gezond worden. Ik zeg dit driemalen met hem en ik klop ook op mijn borst; hoezeer verlang ik U te ontvangen, zooals de priester nu de H. Hostie ontvangt. O Heer, ik wil mij ten minste met geloof verbeelden, dat Gij nu ook in Uwe goedheid tot mij komt en mij eeniger-mate gelijk maakt aan hen, die waarlijk ter H. Communie gaan. O mochten zij en mocht ik iets ontvangen van die verbetering, die de H. Hildegardis in zoovele communicanten zag. Ja, nu de priester daar ook den kelk met Uw Goddelijk Bloed nuttigt, nu roep ik vol berouw en toch vol vertrouwen uit: Het Bloed van onzen Heer Jesus Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven.

Bemerking. Het is eene verkeerde gewoonte, om na het „ Domine non sum dignusquot; terstond te gaan zitten, want juist dan begint het derde voorname deel der H. Mis, de Nuttiging. Eerst na de Nuttiging , d. i. wanneer de priester boven den kelk zijne vingers wascht, eerst dan moest men gaan zitten.

ocr page 131

117

Zijn er vele communicanten, of heeft de priester heilige vaten te zuiveren, dan bidde men nog een wijle uit eigen hart, of men leze de litanie van de H. Hildegardis, een gedeelte van den rozenkrans enz.

De priester dekt den kelk en gaat naar het Misboek.

Gezegend zij de H. Drievuldigheid en onverdeelde Eenheid, omdat Zij aan ons barmhartigheid heeft bewezen.

De priester zegt:

V. De Heer zij met u.

R. En met uwen geest!

De priester keert tot het boek terug.

Laat ons bidden.

Almachtige God, die ons gegeven hebt, met den priester dit Heilig offer aan Uwen Heiligen Naam op te dragen, en de geestelijke Communie te verrichten, geef dat wij altoos in de aanbidding van Uwen Heiligen Naam en in de deelneming van Uw heilig altaar mogen volharden. Door Christus onzen Heer. Amen.

Laat ons bidden.

O God, Hersteller der onschuld en Beminnaar der deugden, roep door de voorspraak van de H. Hildegardis, de zondaren en bijzonder N. N. weêr tot Uw H. Tafel; roep den verloren zoon naar Uw vaderhuis, bekleed hem met Uwe heiligmakende genade en geef hem dat Heilig Lam ten feestdisch,

ocr page 132

118

hetwelk Gij zelf zijt, o Christus, onze Heer, die met den Vader en den H. Geest, leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Laat ons bidden.

Wij bidden U smeekend. Almogende God, om de teruggave der gezondheid naar de ziel en naar het lichaam, en geef ons door de voorspraak van de H. Hildegardis, Patronesse tegen koorts en andere ziekelijkheid, zóó dit aardsche leven te genieten, dat wij U altoos met alle krachten kunnen dienen. Door Christus onzen Heer. Amen.

De priester zegt:

V. De Heer zij met u.

R. En met uwen geest!

V. Gaat, de Mis is geëindigd!

R. Aan God de dank.

Na een kort gebed geeft de priester den zegen, welke men geknield behoort te ontvangen.

U zegene de almachtige God, de Vader en de Zoon en de H. Geest. Amen.

Sint Jans Evangelie.

V. De Heer zij met u.

R. En met uwen geest.

V. Het begin van het H. Evangelie volgens Joannes.

R. Glorie aan U, o Heer!

ocr page 133

119

In den beginne was het Woord en het Woord was bij God, en God was het Woord. Dit was in den begin bij God. Alle dingen zijn door Hetzelve geworden en zonder Hetzelve is er niets geworden van hetgeen er geworden is. In Hetzelve was leven en het leven was het licht der menschen en het licht schijnt in de duisternissen en de duisternissen hebben Het niet begrepen. Er was een mensch van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om van het licht getuigenis te geven, opdat allen door hem gelooven zouden. Hij was het licht niet, maar hij was om van het licht getuigenis te geven. Hij [Gods Zoon] was het waarachtig Licht, hetwelk iederen mensch verlicht, komende in deze wereld. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in Zijn eigendom, doch de zijnen hebben Hem niet aangenomen. Maar allen, die Hem aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden; degenen die in Zijnen Naam gelooven, welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil eens mans, maar uit God geboren zijn. En het Woord is vleesch yeworden, [hier knielt men,] en het heeft onder ons gewoond. En wij hebben Zijne glorie gezien, eene glorie als van den eenig-geboren Zoon des Vaders vol van genade en waarheid.

R. Gode zij dank.

Hierna eindigt de stille H. Mis met de gebeden, nu voorgeschreven door Z. H. Paus Leo XIII. Deze gebeden

ocr page 134

120

moeten geknield verricht worden, en zijn verrijkt met 300 dagen aflaat.

Driemaal het „Wees gegroet Maria,quot; enz. Daarna eenmaal:

Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid ;

Ons loven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet;

Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva;

Tot U smeeken wij, zuchtend en weenend in dit dal van tranen.

Daarom dan onze Voorspreekster, ach, sla op ons Uwe zoo barmhartige oogen.

En toon ons, na deze ballingschap, Jesus, de gezegende vrucht Uws lichaams;

O goedertierene, o meêdoogende, o zoete Maagd Maria.

Bid voor ons, H. Moeder Gods.

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Laat ons bidden.

O God, onze toevlucht en onze kracht, zie genadig neder op het volk, dat tot U smeekt; en verhoor barmhartig en goedgunstig — door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den H. Joseph, Haren Bruidegom, Uwe HH. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen — de gebeden die wij storten voor de bekeering der zondaren, voor de vrijheid en de verheffing onzer Moeder de H. Kerk. Door Christus onzen Heer. Amen.

ocr page 135

121

H. Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd; wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen des duivels. God gebiede hem, smeeken wij ootmoedig; en Gij, Vorst der hemelsche legermacht, drijf Satan en de andere booze geesten, die tot verderf der zielen over de wereld rondgaan, door de Goddelijke kracht in de hel terug. Amen.

BIECHTOEFENING.

V OORBEREIDINGSGEBED.

O mijn God, hoezeer dank ik U, dat ik in mijne zonden niet gestorven ben. O Vader in den hemel welk eene gedachte, dat ik reeds in het vuur der hel had kunnen branden, en wel door mijn eigen schuld, dewijl ik zoo dwaas was meer den duivel te dienen dan U, mijn goeden God! Ach, sedert ik zondigde zijn er duizenden onverwachts voor Uw oordeel geroepen, en mij hebt Gij gespaard, mij geeft gij nog de gelegenheid om' al mijne zonden uit te wisschen door eene rouwmoedige biecht. Nogmaals breng ik U uit het diepste mijner ziel daarvoor mijn oprechten dank, en ik vraag U, barmhartige God, de genade om thans mijne zonden te belijden met een oprecht berouw en droefheid over hetgeen ik heb misdaan en met het oprechte voornemen van ze

ocr page 136

122

nooit meer te bedrijven. Zie, Heer, als een misdadiger lig ik hier voor Uwe voeten neder, ik smeek met gevoelens van levendig schuldbesef vergiffenis van alle beleedigingen waarmede ik Uwe Goddelijke Majesteit heb vergramd. Ik offer U de poenitentie die ik zal ontvangen, al het goed dat ik doen zal, al de kruisen en smarten die ik verduren zal, in den geest van boetvaardigheid op, tot voldoening voor mijne zonden.

Aanroeping des H. Gcestes.

O H. Geest, zoo vaak door de H. Hildegardis aangeroepen, verlicht nu ook mijn zondig hart, opdat ik mij zeiven goed kenne, mijne zonden oprecht en rouwmoedig belijde, en de vergiffenis verwerve. Door Christus onzen Heer!

Mijn Jesus barmhartigheid!

O God wees mij zondaar genadig!

H. Hildegardis, help mij bij het gewetensonderzoek.

Bemerking. A. Wie dikwijls te biechten gaat, behoeft zich niet lang te onderzoeken. Toch moet men het onderzoek nauwlettend doen. Men kan bijv. eens nagaan of men niet in gebreke blijft zijn schulden te betalen en andere verplichtingen van rechtvaardigheid te voldoen.

Of men zijne geestelijke oefeningen niet verzuimt.

Of men verdraagzaam is, en niet lichtgeraakt.

Of men niet gehecht is aan eigen oordeel, en daarom weigert den raad van wijze en voorzichtige lieden, soms van den biechtvader, te volgen.

ocr page 137

123

Of men genoeg let in den omgang met anderen dat het kwaadspreken ook door God verboden is.

Of men niet te veel uithuizig is, tengevolge waarvan soms wanorde of ergernis in zijn gezin heeft plaats gehad.

Of men zijne kinderen, in dezen gevaarlijken tijd voor het geloof en de goede zeden, wel getrouw naar de Katholieke school zendt, en naar den Catechismus.

Of men wel let met wie zijne kinderen omgaan; of men soms toestaat dat zij zonder toezicht omgang hebben met personen van het andere geslacht (vooral in den verkeeringstijd). Men vergete trouwens nooit, dat tot de vreemde zonden ook behooren het „niet belettenquot; en „ niet bestraffenquot; van het kwaad als men er toe in staat is.

B. Wie sedert geruimen tijd niet gebiecht heeft, onderzoeke zich omtrent zijne gedachten; of men vermetel of liefdeloos geweest is in het beoordeelen van zijn evenmensch; of men vrijwillig die gedachten heeft onderhouden; of men verlangd heeft dat den evennaaste nadeel overkwam; of men gevoelens van haat, afgekeerdheid, wraak heeft gekoesterd, misschien wel tegenover familieleden; of men niet vrijwillig heeft toegestemd in onzuivere gedachten, begeerten enz.

Vervolgens moet men onderzoeken de zonden door woorden: bijv. kwaadspreken, lastertaal, beleedi-gingen, scheldwoorden, ontuchtige woorden of gesprekken , vloeken, leugentaal, spotternij enz.

Daarna moet men zijne werken onderzoeken: bijv.

ocr page 138

124

of men de plichten van zijnen staat heeft volbracht; of men zijnen staat in zuiverheid heeft beleefd; of men zijn evennaaste geen kwaad of nadeel heeft toegebracht; of men de Zon- en feestdagen niet heeft ontheiligd door slaafschen arbeid buiten noodzakelijkheid; of men de H. Mis met godsvrucht heeft bijgewoond; of men de Vasten- en Onthoudingswet heeft onderhouden; of men, bijzonder wat de eerbaarheid aangaat, zich niet aan gelegenheid heeft blootgesteld om God te beleedigen, anderen niet in de gelegenheid heeft gebracht enz.

C. Men kan ook op andere wijze zijn geweten onderzoeken door met aandacht na te gaan de tien geboden Gods , de vijf geboden der H. Kerk, de zeven hoofdzonden, de vreemde zonden enz. en door na te gaan of men de verplichtingen van zijnen staat volgens Gods wil volbracht heeft. Men vergete niet te onderzoeken hoe dikwijls men tegen een of ander gebod zondigde, want men moet zijne zonden, althans de doodzonden, belijden met getal en omstandigheden.

Berouw.

Na hel geivetensonderzoek verwekke men zijn berouw, o. a. kan daartoe dit gebed dienen:

O mijn God, ik ben uit geheel mijn hart bedroefd over alle zonden, die ik ooit heb bedreven , omdat zij U mishagen, U die geheel goed in U zeiven, en geheel beminnelijk zijt. Ik denk hier, o Jesus, hoe Gij voor mij in een kribje op stroo hebt gelegen, en aan een kruishout zijt geklonken. O nu heb ik

ocr page 139

125

U opnieuw gekruisigd, Uwen hemelschen Vader verbitterd, den hemel verloren, en de eeuwige hel verdiend. Met schaamte en berouw roep ik thans tot U; Vader, ik heb gezondigd, tegen den hemel èn tegen U, ik ben niet waardig, om Uw kind genoemd te worden, maak mij slechts als één Uwer dienaren. Voortaan zal ik beterschap betoonen, ik zal niet meer zoo toornig zijn, zoo slordig in het gebed, zoo trouweloos en kwaadsprekend jegens mijn naasten, en alle geboden, der Kerk, zooals de Zonen Vastendagen zal ik onderhouden, ja liever sterven, dan doodzonde doen, door vloeken, onkuischheid, dronkenschap, of welke zonde ook.

H. Hildegardis, bekeerderes der zondaren, help mij om mij zei ven nog beter te kennen en mijne biecht vruchtdragend te maken.

Bemerking. Ga nu vroom te biechten, en zeg zoo eerbaar mogelijk uwe zonden. Acht de biechtvader u de vergiffenis waardig, wees verheugd; acht hij het beter die vergiffenis uit te stellen, wees tevreden en gehoorzaam. De priester spreekt hier uit naam van God, wees niet wijzer dan hij.

Na de Biecht.

(Men bidde uit eigen hart, of dit gebed).

O hoe groot, o Vader, is uwe goedheid. Kan ik gelooven aan zooveel geluk. Eerst en zooeven nog was ik een verloren zoon, een prooi der hel, een opstandeling tegen mijn allerliefsten en allervolmaak-sten Vader, en nu behoor ik, naar het woord van

ocr page 140

126

den H. Petrus, tot het priesterlijk volk, het heilige volk, dat volk, wat Jesus Christus zich verwierf door Zijn Bloed. O voorwaar, ook gij, H. Hilde-gardis, hebt mij daarbij geholpen en ik dank u daarvoor en roep van ganscher harte: Geprezen moet gij wezen, o Koning aller koningen, geprezen Uwe koningsdochter Hildegardis; zoo lang ik adem haal, zal ik U, o God, nu getrouw blijven, en er zorgvuldig op letten van mijne voornemens te vervullen.

Bemerking. Hier bedenke men, dat het volbrengen der poenitentie nu of op gestelden tijd moet gebeuren. Men bidde daarna nog een wijle, door tot God te zeggen, welke bijzonder kwaad men uu bepaald zal vermijden, en men kan, na de acten van geloof, hoop en liefde verwekt te hebben, vol blijdschap de kerk verlaten.

COMMUNIE-GEBEDEN.

Vóór de H. Communie.

Akte van Geloof.

O groote God ik sta dan hier voor het Heilig altaar, hetwelk de H. Hildegardis met hemelsch licht, ja met bliksemflitsen zag omgeven. Ik geloof, dat de H. engelen hier Uwen troon omgeven, en

ocr page 141

127

dat Gij, o Heer, hier waarlijk, wezenlijken zelfstandig tegenwoordig zijt. Verder neem ik ook onverdeeld aan, wat de H. Kerk ons leert en bijzonder dat er één God is in wezen, en drievuldig in personen, dat de tweede Persoon der H. Drieëenheid voor ons is Mensch geworden en gestorven; in één woord, vóór alles wil ik, nu ik de H. Communie ga ontvangen, getuigenis afleggen van mijn vast geloof aan alles, wat Gij ons geopenbaard hebt.

Ah te van Hoop.

„Op U, heb ik gehoopt, o Heer! in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.quot; Zou ik toch mijn vertrouwen niet stellen op U, mijn Zaligmaker, die zelf ons toeroept: „ Komt tot Mij, gij allen die belast zijt en beladen, en Ik zal u verkwikken.quot; Nog altijd zijt Gij dezelfde liefdevolle Jesus, die weleer op aarde gekomen zijt, om te zoeken en zalig te maken hetgeen verloren was. Gij zijt het Lam Gods, dat de zonden der wereld, dus ook mijne zonden, wegneemt. Ofschoon Gij ook de groote God zijt, voor Wien de engelen hun aanschijn met eerbied bedekken, blijft Gij niettemin voor ons de goede Herder, die nog het verloren schaap opzoekt, het met blijdschap terugbrengt, ja die zoo groote liefde voor ons. Uwe schapen, koestert, dat Gij ons spijzigt met Uw Goddelijk Vleesch en Bloed.

O mocht ik van nu af altijd U, mijn goeden Herder, getrouw blijven! Door Uwe hulp ondersteund, zal ik voortaan nooit meer zondigen, en dat nieuwe

ocr page 142

128

leven beginnen, waarvan de apostel zegt: Broeder», laat ons als bij dag eerbaar wandtlen... en doet aan, den Heer Jesus Christus. In deze stemming ga ik U, goeden Jesus ontvangen, vol vertrouwen, dat Uw H. Lichaam en Bloed mijne ziel beware ten eeuwige leven.

Akte van Liefde.

O wie schetst de vreugde van hem die Jesus in het hart draagt döor de liefde! Ja, zoo leert H. Hil-degardis, uw rechtvaardige zal wezen als een berg van alle welriekende kruiden, en hij zal een verspreider ijn van alle zegeningen. Geef mij dan, o God! de gave van te leven in Uwe liefde; laat mij nooit meer door de zonde van U scheiden, maar leer mij, overeenkomstig mijnen staat het woord van Uwe heilige bergpredikatie volbrengen: „Weest volmaakt gelijk uw hemelsche Vader volmaakt is.quot;

O Heer, tot dien H. Tafel mag ik nu naderen, waarvan ik anders slechts den priester zie nuttigen. Ik wil daarbij vooral nog eens denken aan Uw woord: Doet dit ter Mijner gedachtenis. Zeker, mijn Jesus! ik vier Uwe gedachtenis, ik denk er aan met tranen, dat er bij Uwe geboorte reeds geen plaats voor U was in den herberg, dat Gij later zoo arm waart, dat Gij geen steen hadt om Uw hoofd op te doen rusten, ja, dat Gij bij Uw heilig sterven in plaats van een sterfbed, een kruisboom hadt, met kwaadaardige menschen omringd. O, mijne ziel, dat alles was voor mij, en toen gaf Jesus nog zich zei ven, om bij mij te zijn tot mijn heil in dit

ocr page 143

129

H. Sacrament. Waarlijk overdenk dat alles, mijne ziel, en als gij geen steen zijt, bemin dan toch Jesus ook eens wederkeerig!

„Voortaan ben ik der wereld gekruisigd en de wereld voor mij (Gal. II, 20).quot;

Ootmoed en verlangen.

Heer, ik ben niet waardig dat Gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts een woord en mijne ziel zal gezond worden (Dit herhale men driemaal).

Kom dan, o Goddelijke Zaligmaker, kom in mijn hart: ik verlang naar U; nu begrijp ik meer dan ooit dat Gij alleen mij gelukkig kunt maken voor tijd en eeuwigheid.

H. Maagd Hildegardis, ik ga thans uwen Jesus en den mijne ontvangen. Verkrijg mij die gesteldheid waarmeê gij tijdens uw leven op aarde uw Heer en God in de H. Communie ontvangen hebt. Amen.

Bemerking. Nu gaat gij met gevouwen handen naar de Communiebank, vooral ordelijk, dus niet langs verkeerde kerkpaden. Aan de communiebank zelve brengt gij de tong goed, maar eerbiedig, uit den mond. Evenzoo trekt gij de tong bedaard terug, wanneer de H. Hostie u gegeven is; zorg, dat gij de H. Hostie met den diepsten eerbied nuttigt.

Na de H. Communie.

Bemerking. Op uwe plaats teruggekeerd zijnde, moet gij eerst uit uw eigen hart u met Jesus, Die S. Hildegakdis 9

ocr page 144

130

in u is, onderhouden en Hem al uwe behoeften kenbaar maken (vooral als gij dien dag uwe Novene sluit). Daarna kan men bidden als volgt;

Aanbidding.

Met den diepsten eerbied aanbid ik U, mijn God en Zaligmaker, die in de overmaat Uwer liefde, U gewaardigt hebt tot mij te komen. ï*u vooral mag ik zeggen:

Niet ik leef, maar Christus leeft in mij!

Heer, welk geluk geschiedt mij , dat Gij zelf tot mij komt! Gij, de opperste Majesteit tot een nie-tigen sterveling: de Heer tot Zijn dienstknecht (dienstmaagd); de oneindige God tot een eindig schepsel!

Ik aanbid ook, o Goddelijke Zaligmaker, Uwe H. Menschheid, vereenigd met Uwe Godheid; Uw H. Lichaam, eenmaal om ons van hoofd tot voet gewond; Uw goddelijk hoofd om ons met doornen gekroond; ik vereer Uwe gezegende handen en voeten om mij doornageld aan het kruis; Uw goddelijk Hart met eene lans doorstoken; Uw dierbaar Bloed, dat voor onze zaligheid gestroomd heeft.

Heer, Gij alleen zijt waardig te ontvangen allen lof en glorie, eer en aanbidding, macht en zegening in eeuwigheid!

Dankzegging.

Wat zal ik den Heer wedergeven voor alles wat Hij mij geschonken heeft! U, Heer, loven wij, U, o God, belijden wij. Heilig, heilig, heilig zijt Gij,

ocr page 145

131

mijn lieve Jesus, in mijn hart. In de taal van Hil-degardis roep ik uit: Looft, looft God, alle gelukkige harten, om de wonderen welke Hij aan onze gestalte gedaan heeft!

Evenals weleer Uwe H. Moeder, zoo verheft thans ook mijne ziel den Heer, en mijn geest juicht in God mijnen Zaligmaker, Dien ik thans in mijn hart bezit. Neen mijn mond of mijne tong is niet in staat om den Heer naar waarde dank te zeggen: daarom verheft mijne zied den Heer, magnificat anima mea Dominum, en mijn geest juicht in God mijnen Zaligmaker, die genadevol nederzag op de geringheid van zijn dienstknecht (dienstmaagd) en door de H. Communie in Zijne almacht groote dingen aan mij gedaan heeft: fecit mihi manna, qui po tens est.

H. Maria, Moeder des Heeren, alle Engelen en Heiligen des hemels, en gij gelukzalige Hildegardis, helpt mij, om Jesus met mij dank te zeggen voor de onbegrijpelijke liefde en goedheid, welke Hij mij heden in de H. Communie verleend heeft.

Opoffering.

Hoe schoon nochtans de dankbaarheid is in woorden, o mijn Jesus, ik weet, dat zij verre overtroffen wordt in daden. En die daadwerkelijke dankbaarheid wil ik U gaarne betoonen; nu Gij , o Jesus, U geheel geschonken hebt aan mij, wil ik mijzelven weder-keerig. geven aan U; voortaan moet ik geheel aan U toehehooren. Ik offer U dus uit den grond mijns harten mijn lichaam op en mijne ziel, mijne zin-

ocr page 146

132

tuigen en vermogens, al wat ik heb, al wat ik ben. Niet meer voor mijzelven wil ik leven, of voor de wereld, maar alleen voor U, tot Uwe meerdere eer en glorie.

Vernieuwing der goede voornemens.

Nogmaals vraag ik U, mijn Heer en mijn God, vergiffenis van allö zonden die ik ooit tegen U bedreven heb; hoezeer berouwen mij die dagen en uren mijns levens waarop ik U niet bemind, maar door zonden beleedigd heb. Ik draag U opnieuw de goede voornemens op, die ik gemaakt heb bij het te biechten gaan. Ik zal trachten altijd de zonde, als het grootste kwaad, te vluchten; mijne verkeerde hartstochten en neigingen met kracht te onderdrukken en de geboden van God en van de H. Kerk stipt te onderhouden. Uit liefde tot U zal ik mijn best doen om mij voornamelijk te verbeteren in mijne hoofdfout, waarvan ik mij meermalen in den biechtstoel moest beschuldigen. {Men denke hier een oogenhlih aan zijne hoofdfouten). Ik zal van nu af de gevaarlijke gelegenheden tot zonde vluchten: die huizen, die personen of die plaatsen, welke voor mij eene oorzaak tot val waren. Doch, lieve Jesus, ik weet het bij ondervinding, ik ben uit mij zeiven zoo .zwak; daarom vraag ik nu reeds Uwe krachtdadige hulp voor die oogenblikken, waarin de duivel, de wereld of het vleesch mij weder tot het kwaad bekoren zullen.

ocr page 147

133

Verschillende heden tot Jems,

Goddelijke Zaligmaker, Die thans rust in mijn gelukkig hart, eenmaal hebt Gij zelf ons geleerd: „Vraagt en gij zult verkrijgen,quot; en in deze oogen-blikken roept gij meer dan ooit mij toe: „Wat wilt gij, dat Ik voor U doen zal?quot; Goede Jesus, sta mij toe, dat ik in dit genadevolle uur, met kinderlijk vertrouwen, de behoeften en verlangens van mijn hart U blootleg.

Vóór alles bid ik, dat ik U mijn Heer en mijn God meer en meer moge kennen en beminnen; o geef mij eene oprechte liefde voor U: ontvlam mijn koud hart door Uw goddelijk vuur, opdat ik U voortaan beminne, niet meer met woorden alleen, maar met de daad en in waarheid. Dan zal die liefde tot U voor mij eene voortdurende opwekking zijn, om de goede voornemens ten uitvoer te brengen , welke ik zooeven voor U vernieuwd heb, en zoodoende zal nooit meer de doodzonde mij van IJ scheiden.

En daar Gij, mijn Zaligmaker, gezegd hebt dat het een kenteeken is, dat wij Uwe leerlingen zijn, als wij elkander hef hebben, zoo vraag ik U ook eene ware liefde voor mijne evennaasten. Hoe toch zou ik, zonder de naastenliefde, zuivere en oprechte liefde kunnen hebben voor God, daar Gij zelf ons geleerd hebt: „Van deze twee geboden hangt de gansche wet en de profeten!quot;

Neem daarom weg uit mijn hart alle afgekeerd-

ocr page 148

134

heid en vijandige gezindheid jegens mijn evenmensch, en stort daarin die barmhartige werkdadige naastenliefde , waarvan Uw H. Hart vervuld was. Volgaarne wil ik daarom de gebreken van mijne medemenschen verdragen, inzonderheid van hen met wie ik dagelijks moet omgaan; al het onaangename, elke beleediging mij aangedaan wil ik gaarne vergeven en vergeten.

En zoodra toorn of misnoegen weder in mijn hart mocht opwellen, laat dan Uwe bede aan het Kruis in mijne ooren klinken: „Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.quot; Daardoor tevens zal ik toonen dat in mijnen mond waarheid is, wat ik dagelijks in het „ Onze Vader bid; „Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze

schuldenaren.quot;

Heer mijn God, ik bemin U bovenal; ik bemin mijne naasten gelijk mij zeiven uit liefde tot U; in deze liefde wil ik leven; help mij om daarin te volharden tot aan mijnen dood.

Maar nog andere gunsten en genaden heb ik noodig voor mijne arme ziel. Heer! Gij kent mijne behoeften en mijnen nood; Gij weet beter nog dan ik zelf hoe arm ik ben in deugden. Ik smeek U dan, o Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte, dat ook ik nederig en zachtmoedig moge zijn. Gij, die de hoo-vaardigen wederstaat maar den nederigen Uwe genade schenkt, geef mij de nederigheid, zonder welke geene ware deugd bestaan kan, dewijl nederigheid de trouwe gezellin zijn moet van elke deugd. O mijn Zaligmaker, Gij hebt U eenmaal ten diepste vernederd, de

ocr page 149

135

gestalte van een dienstknecht aannemende; ja nog dezen morgen hebt gij in Uwe liefde U zóó vernederd, dat Gij wildet nederdalen in mijne arme ziel, leer mij toch ook nederig zijn en allen hoogmoed en eigenliefde uit mijn hart verbannen.

O Jesus, Gij die gehoorzaam geworden zijt tot den dood, ja tot den dood des kruises: en in dit H. Sacrament nog dagelijks gehoorzaamt aan de stem des priesters onder de Consecratie: geef dat ook mijne spijze zij den wil te volbrengen van den Hemelschen Vader. En daar ik dien H. wil van God volbreng door den wil te doen van mijne overheden, verleen mij dan die ware onderdanigheid en gehoorzaamheid aan degenen, die Gij met gezag over mij gesteld hebt; mijne ouders, en alle oversten, zoo geestelijke als wereldlijke.

O Lam zonder vlek! O Jesus, Zoon der allerzuiverste Maagd Maria, Gij hebt mij heden aan de H. Tafel gevoed met die kostbare spijze, welke genoemd wordt de „Tarwe der uitverkorenen en de wijn, die maagden kweektquot;, o ik smeek U schep in mij een rein, een zuiver hart. Van mijn kant zal ik waakzaam zijn O]) mijne gedachten, woorden, op al mijne zintuigen; ik zal alle gevaarlijke gelegenheden tot onzuiverheid met de grootste zorgvuldigheid vermijden. En wanneer niettemin satan mij kwellen zal door den prikkel des vleesches, laat mij dan niet vergeten tot U te bidden, dewijl ik weet dat Uwe genade mij genoeg is.

Lieve Jesus, op dit gelukkige oogenblik nu Gij

ocr page 150

136

zelf in mij woont, kan ik U niet genoeg vragen. Daarom vraag ik U nog een vurigen ijver en liefde voor het gebed. Uw groote dienaar, de H. Alphonsus, verzekert.het ons; „Wie goed bidt wordt zalig: maar wie het gebed verwaarloost, gaat verloren.quot; Ik wil daarom eiken dag getrouw mijne gebeden verrichten, en nooit daarin nalatig zijn.

Telkens ook, als mij de gelegenheid open staat, wil ik gaarne ook hier komen bidden in Uwen Tempel. Evenals Gij er Uw vermaak in vindt in het H. Sacrament des altaars met ons kinderen der menschen te zijn; zoo wil ik wederkeerig toonen, dat het mijn genoegen is hier bij U te zijn. Want hier vooral zal ik leeren hoe zoet het is God te dienen en de wereld te verachten; hoe dwaas het is, den zeer korten tijd dezes levens te besteden om vergankelijke goederen na te jagen en niet te zorgen voor de eeuwigheid; ik zal leeren tevreden te zijn in den staat, waarin ik geplaatst ben; geduldig te zijn in tegenspoed en wederwaardigheden; kortom hier voor Uwen troon zal ik telkens nieuwe kracht verwerven ten einde te volharden op den weg naar het eeuwige leven.

Eindelijk, o dierbare Verlosser, smeek ik U om de genade van een zalig stervensuur. Bewaar mij voor een haastigen, onvoorzienen dood. Laat mij niet sterven zonder op waardige wijze de laatste Heilige Sacramenten te hebben ontvangen, en wel zóó, dat ik alle vruchten daaraan verbonden moge deelachtig worden. Verlaat mij niet in mijne laatste oogenblikken, maar versterk mij dan tegen alle

ocr page 151

137

aanvechtingen van den duivel, opdat ik alzoo door Uwe barmhartige, genadige hulp een zaligen dood moge sterven, die voor mij de overgang zijn zal tot het eeuwige leven, waarvan ik het onderpand ontvangen heb in de H. Communie. „ Wie mij eet, zal leven in eeuwigheid!quot;

{Hier kan men aan Jesus blootleggen zijne tijdelijke hehoeften in zooverre zij namelijk niet schaden aan onze eeuwige zaligheid).

H. Hildegardis, bid Jesus met mij om verhooring van mijn gebed.

H. Hildegardis, bid Jesus nogmaals met mij om de verhooring van mijn gebed.

H. Hildegardis, bid ten derde male met mij tot Jesus om de verhooring van mijn gebed. Amen.

Gebed voor anderen.

Terwijl, o mijn Zaligmaker, de liefde vordert, dat ik ook bid voor anderen, wanneer kan ik dit dan beter doen dan in deze gelukkige oogenblikken!

Zegen daarom, lieve Jesus, mijne dierbare ouders, zegen hen voor al het goede mij bewezen, beloon hen met de eeuwige zaligheid. Zegen mijne broeders en zusters, mijne naastbestaanden, mijne vrienden en weldoeners. Zegen allen, die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen, aan wie ik beloofd heb , voor wie ik verplicht ben te bidden, en die voor mij bidden; deel hun de geestelijke en tijdelijke gunsten mede, die ik zooeven u heb afgesmeekt voor mij zeiven.

ocr page 152

138

Bewaar de onschuldigen, bevestig en versterk de rechtvaardigen; help de armen, de gevangenen, de bedroefden, de reizigers, de zieken en de stervenden; bekeer de zondaren en de dwalenden, verlicht de ongeloovigen.

God van goedheid en genade, heb ook medelijden met de zielen, die in het vagevuur lijden: inzonderheid smeek ik U voor die zielen, welke op aarde door de nauwste banden met mij verbonden waren, voor N. N. en ook voor de zielen, die het meest verlaten zijn, maak in Uwe barmhartigheid een_ einde aan hare pijnen en verleen aan allen de eeuwige rust.

Zegen ook, goede Jesus, Uw Stedehouder op aarde, onzen H. Vader den Paus; ondersteun Hem in den zwaren strijd, welken hij in onze dagen van ongeloof tegen de vijanden der H. Kerk te voeren heeft, en voer Hem met de Hem toevertrouwde kudde tot de eeuwige zaligheid. Zegen ook onzen hoogwaardigen Bisschop, den Opperherder van dit Bisdom; zegen alle zieleherders, opdat zij met ijver en met groote winst voor den hemel arbeiden aan de zaligheid der zielen. Ondersteun ook met Uwe krachtige hulp de missionarissen, die in vreemde landen zich wijden aan de bekeering der heidenen en ongeloovigen. Zegen hun heiligen maar moeitevollen arbeid, opdat zij zeer vele zielen uit de macht van Satan bevrijden, en aan U, mijn God, mogen terugschenken.

Zegen, lieve Jesus, de geheele heilige Kerk; neem de dwalingen, ergernissen en scheuringen weg, ver-

ocr page 153

139

breid haar meer en meer over de gansche aarde, en doe haar zegevieren over al hare vijanden.

Zegen ook alle Christenvorsten; verlicht hun verstand , opdat zij, in deze dagen van ongeloof en opstand, met wijsheid hunne onderdanen in vrede mogen besturen volgens Uwe heilige wetten en geboden. Amen.

Nu bidcle men, aandachtig en godvruchtig voor het kruisbeeld nedergeknield, het volgende gebed waaraan een volle aflaat verleend is, toevoeg el)jk aan de geloovige zielen.

Zie mij hier, o goede en allerzoetste Jesus; voor Uw Heilig aanschijn werp ik mij op mijne knieën neder en smeek U met den grootsten aandrang mijner ziel, levendige gevoelens van Geloof, Hoop en Liefde, van waarachtig berouw over mijne zonden, met een vast voornemen mij daarvan te beteren, in mijn hart te willen drukken, terwijl ik met groote liefde en droefheid Uwe Heilige vijf Wonden in den geest beschouw, en mij voor oogen stel wat de Profeet David reeds van U, o goede Jesus, voor-

ocr page 154

140

zegde: Zij hebben mijne handen en voeten doorboord, zij hebben al mijne beenderen geteld (Ps. 21, 17 en 18).

Vijfmaal het Onze Vader en Wees gegroet tot intentie van Z. H. den Paus.

Bemerking. Een goed Christen zal na de H. Communie minstens een kwartier uurs in het gebed doorbrengen , en niet, zooals lauwe Christenen, kort na de H. Communie reeds de kerk verlaten. Volstaan dus deze gebeden niet, dan kan men nog bidden de Litanie van de H. Hildegardis, een gedeelte van den Rozenkrans, of men spreke nog een oogenblik uit eigen hart tot Jesus.

Bijzondere betnerking. Meermalen wordt door sommigen, die na de H. Communie spoedig de kerk verlaten, als verontschuldiging opgegeven: ik kan niet lezen. Mochten er in uw gezin of omgeving personen zijn, die werkelijk dit gebrek hebben, lees hun dan bij gelegenheid het volgende eens voor:

Als gij een buitengewoon groote weldaad hebt ontvangen, kunt gij dan uwen weldoener niet bedanken, al kunt gij niet lezen?----

Als gij ziek of verzwakt zijt, en de geneesheer komt tot u, kunt gij hem dan uw toestand niet kenbaar maken, al kunt gij niet lezen ?.. .

Als gij aan een of andere zaak behoefte hebt, kunt gij er dan niet om vragen, omdat gij niet

lezen kunt?____

Welnu pas dit toe op de H. Communie. Al kunt gij niet lezen, zoo neemt dit niet weg, dat gij den

ocr page 155

141

Zaligmaker na de H. Communie in uw hart kunt aanbidden, en Uw Goddelijken Weldoener bedanken voor de onwaardeerbare genade, dat Hij tot u gekomen is.

Vervolgens kunt gij aan den hemelschen Geneesheer uwer ziel uwe geestelijke kwalen blootleggen, Hem smeeken om sterkte, ten einde u in uwe fouten te verbeteren, en voortgang te maken in deugd.

Bovendien kunt gij aan Jesus alles vragen wat gij noodig hebt voor u zei ven, voor anderen en voor de geloovige zielen in het vagevuur. De Zaligmaker let niet op schoone woorden, maar ziet vooral naar het hart.

„Mijn kind, zegt Hij, geef Mij uw hart.quot;

Daarna kunt gij bidden: vijfmaal het Onze Vader en het Wees gegroet, ter eere van Jesus' vijf heilige wonden. Ook de akten van Geloof, Hoop en Liefde. Vervolgens een Rozenhoedje om, in vereeniging met Maria, den Zoon van God nogmaals te danken voor de groote weldaad der H. Communie, aan u geschonken.

Breng den dag, waarop gij 's morgens onzen Heer hebt ontvangen, in godsvrucht door. Laat iedere Communiedag voor u een feestdag zijn. Woon 's namiddags de Vespers of het Lof bij , ten einde Christus in Zijn H. Sacrament nogmaals een bezoek te brengen; maar vooral bewaar uw hart, wat de woonplaats van Christus is geworden, voor alle wereldsche vermaken, verstrooiing of zonden. Maak door uw

ocr page 156

142

gedrag dat Jesus' belofte ook in u zal vervuld worden; „Wie Mij eet, zal leven in eeuwigheid!quot;

Geloofd zij Jesus Christus in het H. Sacrament des Altaars.

GEBEDEN TIJDENS DE NOVENE.

Litanie ter eere van de H. HilUegardis.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus hoor ons.

Christus verhoor ons.

God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God de Zoon, voor ons mensch geworden, ontferm U onzer.

God, Heilige Geest, ontferm U onzer.

H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

H. Benedictus, wiens Orde Hildegardis volgde,

H. Hildegardis, maagd vol zuiverheid,

H. Hildegardis, glorie der Benedictijnen,

H. Hildegardis, van uw bestaan af Gode toegewijd, en in omgang met den hemel, 1 g

H. Hildegardis, die van uw vijfde levensjaar / gt; af de geheimen des hemels gekend hebt, l ^2

H. Hildegardis, die als een lievelinge Gods reeds op uw achtste jaar het klooster zijt ingegaan,

ocr page 157

143

H. Hildegardis, ongeleerd voor de wereld, maar

verlicht door den H. Geest,

H. Hildegardis, vaak arm en behoeftig in uw klooster, maar rijk in nederigheid en in andere kloosterdeugden,

H. Hildegardis, geheel onderworpen aan uwe Oversten,

H. Hildegardis, die zelve tot Overste verkoren, al de uwen als eene liefhebbende moeder hebt verzorgd,

H. Hildegardis, die vooral in uw bestuur alles

door goedheid hebt verwonnen, H. Hildegardis, uitverkoren vat van den H. Geest, H. Hildegardis, die op twee en veertig jarigen leeftijd iedereen verbaasd hebt door uwe visioenen en geschriften,

H. Hildegardis, die dit alles op Gods bevel

hebt bekend gemaakt;

H. Hildegardis, Profetes van het Nieuwe Verbond ,

H. Hildegardis, wonderdoenster en uitdrijfster

van duivelen,

H. Hildegardis, toevlucht der zondaren, zelfs

van de meest verstokten,

H. Hildegardis, behoud der kranken, voornamelijk der koortslijders,

H. Hildegardis, door Paus Eugenius den Derde

en zijne opvolgers ten hoogste geëerd, H. Hildegardis; vriendin en beschermkind van den H. Bernardus,

ocr page 158

144

Wees genadig, spaar ons, Heer!

Wees genadig, verhoor ons, Heer!

Van alle kwaad, verlos ons. Heer!

Door de voorspraak van alle Nederlandsche heiligen, welke reeds voor Uw troon staan, Door de langdurige ziekten en het grootste ge- I duld van de H. Hildegardis, I

Door hare navolging van Uwe goedheid, f

Door haren dood, onder vele mirakelen,

Door de Kruis-verschijningen in de wolken, die 1 Uwe liefde tot Hildegardis toonden, I

Door de genezing van hen, die haar heilig j

lichaam zochten aan te raken.

Door de glorie van al Uwe Heiligen, j

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij onze zonden kwijtscheldt, \

Dat Gij de zondaren om de voorspraak van de

H. Hildegardis wilt bekeeren.

Dat Gij haar, die allen bekeerde en troost gaf,

ook beveelt ons te troosten en te bekeeren. Dat Gij door hare voorspraak de jeugd vroom

doet opgroeien, \

Dat Gij ons niet doet hechten aan de wijsheid

dezer wereld,

Dat Gij ons moogt leeren in ziekte, lijden en

tegenspoed geduldig te zijn,

Dat wij onze geestelijke en wereldlijke overheden stipt mogen gehoorzamen,

Dat wij eens zoo tevreden en blij mogen sterven als de H. Hildegardis gestorven is, gt;

ocr page 159

145

Dat de geloovige zielen in het vagevuur spoedig door U mogen bevrijd en gered worden. Wij bidden U, verhoor ons.

Zoon Gods, Wij bidden U, verhoor ons.

Lam Gods, Dat de zonden der wereld wegneemt,

spaar ons Heer.

Lam Gods, Dat de zonden der wereld wegneemt,

verhoor ons Heer.

Lam Gods, Dat de zonden der wereld wegneemt,

ontferm U onzer.

Christus hoor ons!

Christus verhoor ons!

V. Bid voor ons. Heilige Hildegardis!

R. Opdat wij der beloften van Christus waardig worden.

Laat ons bidden.

(1' dag der Novene). God, die Uwe gelukzalige Maagd Hildegardis met velerlei hemelsche gaven versierd hebt, wij smeeken U, dat wij , haar voorbeeld en hare lessen dagelijks voor oogen houdende, verdienen mogen uit de duisternis dezer tegenwoordige wereld over te gaan tot Uw allerzaligst Licht. Door Christus onzen Heer. {Kerkel. Getijden').

(2* dag der Novene). God, die in Uwe gelukzalige Maagd Hildegardis ons een Heilige hebt geschonken, vol grootheid en vol goedheid, geef, dat Uw eindeloos medelijden alles herstelle wat in ons bedorven S. Hildegardis. 10

ocr page 160

146

is, en dat Uwe almacht ons tegen alle vijanden ver-dedige. Door Christus onzen Heer.

(3' dag der Novene). De gedachtenis vierend, o Heer, van de Heilige Hildegardis, bieden wij U tevens onze smeekingen aan; verleen, bidden wij U, dat deze ons niet alleen tijdelijke hulp verschaffen, maar ook ons voortgang doen maken op den weg ten eeuwigen leven. Door Christus onzen Heer.

_ (Kerkel. Officie).

(4quot; dag der Novene). O God, Die de H. Hildegardis van hare kindsheid af met vele ziekten bezocht, maar ook door Uwe genade tot eene wonderbare bloem van geduld en navolging van Jesus hebt gemaakt, verleen ons, dat wij door den liefelijken geur van haar geduld in lijden en wederwaardigheden ons verheugen , in hare heilige voetstappen treden, en ook zeiven als een aangenamen geur van liefde tot het kruis bevonden en in clen hemel door U mogen gekroond worden. Amen.

(5quot; dag der Novene). Blijf, o Heer, Uwe voortdurende hulp schenken aan ons, die Gij altijd met Uwe Goddelijke genade verkwikt; en wil ons, die Gij door Uwe hemelsche onderwijzingen gevoed hebt, door de voorspraak van Uwe gelukzalige Maagd Hildegardis, met heilzame vertroostingen vergezellen. Door Christus, onzen Heer. (Kerkel. Officie).

ocr page 161

147

(6' dcuI der Novene). God, Die U gewaardigd hebt aan Uwe dienaren buitengewone gunsten te ver-leenen door de H. Hildegardis toen zij nog op aarde was, verleen ons genadig, dat wij nu, door hare machtige voorspraak in den hemel, verkrijgen mogen wat wij met vertrouwen op hare^ verdiensten van U afsmeeken, door Jesus Christus, onzen Heer.

(7e dag der Novene). Verhoor ons, God ons Heil! opdat, gelijk wij ons verheugen in de gedachtenis van Uwe gelukzalige Maagd Hildegardis, wij evenzeer door het voedsel harer hemelsche leering versterkt , en door den ij ver harer oprechte godsvrucht opgewekt worden tot hare navolging. Door Christus, onzen Heer. _ (Ker kei. Getijden).

(8quot; dar/ der Novene). Goddelijke Zaligmaker, wij bevelen U bijzonder de zieken, de met dorheid ge-slagenen en de zondaren aan. Eenmaal was er een tijd, waarin de Heilige Hildegardis, — aan wie deze kerk en parochie is toegewijd — op wonderbare wijze in alle deze drie nooden voorzag. O, laat haar nog eens een deel dier gunsten ons geven, en toon ons. Uwe dienaren, dat er niets onmogelijk is voor hem, die gelooft. Amen.

(98 dag der Novene'). Wij bidden U, o Heer, dat genadige kwijtschelding onzer zonden U worde afge-

ocr page 162

148

smeekt door Uwe gelukzalige Maagd Hildegardis. welke tijdens haar leven U altijd behaagd heeft door hare kuischheid en door de beoefening van deugd. Door Christus, onzen Heer.

_ (Kerlcel. Getijden).

Men bidde nu vijfmaal het Onze Vader en het Wees gegroet tot die intentie, waarvoor men de Novene houdt. Daarna

Gebed tot de H. Hildegardis.

Onder Uwe bescherming vlucht ik nu, o Heilige Hildegardis, en vraag van u, indien het mij zalig is, om uitkomst. Wat zoude u onmogelijk zijn bij God, groote Heilige, wier gezelschap de duivel reeds op aarde vluchten moest; die het licht des hemels reeds hier beschouwdet en die zelve zoo vaak in ziekte en allerlei moeielijkheden zijt geweest. O red mij dan, die zoo arm ben en zoo bedroefd. Ja, dat God opsta op uwe bede, en dat al zijne hateren vlieden voor Zijn aangezicht; en wil in ons daarentegen de troostwoorden der H. Schrift vervullen: „de rechtvaardigen zullen zich verheugen en blijde zijn voor het aanschijn Gods.quot;

H. Hildegardis, bid voor ons. Amen.

ocr page 163

149

Lied ter eere van de H. Hildegardis, Paü'oncsse ■van Hillegersberjf.

Wijze; „Aan U, o Koning der eeuwen.quot; U Hildegardis, in glorie,

U Jesus' wondere maagd,

Aan U het lied der victorie,

Door 't vroom geloof gestaafd!

Hier — eeuwen reeds geleden —

Hier stond uw kerk, uw woóu, Nu rijzen weer uw beden.

Opnieuw rees hier uw troon!

Alleluja! Alleluja!

U prijst heel het grijs verleden, Om teekenen, wonder groot; De hemelsche heerlijkheden Lag Jesus voor u bloot;

O wondervol aanschouwen.

Sint Paulus schier gelijk!

O, leer ons op u bouwen,

U, reeds op aard, zoo rijk.

Alleluja! Alleluja!

Gij moeder der kloostervrouwen.

Trots krankheid, toch altoos sterk, Wat wijsheid mocht gij ontvouwen

Voor 't heil van Jesus-Kerk!

'k Zie vorsten en prelaten.

Sint Bernard ook zoo groot,

'k Zie alle Christen-staten,

Door u gesteund in nood.

Alleluja! Alleluja!

ocr page 164

150

O wonder, gij dreeft ook den booze Van een droeve jonkvrouw heên,

Gij zondt steeds de krachteloozen, Van koortsen vrij, daarheen.

Wij smeeken uwe liefde

Blijf ook voor ons zoo goed;

Help, wie de pijn ooit griefde, Verligt gij elk gemoed.

Alleluja! Alleluja!

Zij Hildegardis in glorie U altoos dit lied gewijd!

En scliittere vol victorie

Uw weldoen, wijd en zijd!

Dan toch nog eene bede Tot u, o Hildegard!

O, open in deez stede

Het off'rend Christenhart!

Alleluja! Alleluja!

Dan rijst weêr hoog uwe tinne, En menige tempelboog.

Waar 't kunstenaars-brein op zinne Aanschouwt eens hier uw oog.

En bouwen wij die wone Voor Hildegard op aard,

O zij bouwt ons een troone.

Door niets ooit geëvenaard!

Alleluja! Alleluja!

EINDE.

ocr page 165

BLADWIJZER.

Verklaring.

Voorrede.

Opdracht van het boek aan do H. Hildegardis.

Eerste Hoofdstuk.

Het Levensverhaal. Blz

§ 1. De geboorte en eerste jeugd der Heilige. . 1

§ 2. Hildegardis in het klooster..................5

§ 3. Openbaar optreden der Heilige..............11

§ 4. Glorievol uiteinde van St. Hildegardis . . 19

Tweede Hoofdstuk.

Dc mirakelen van de II. Hildegardis.

Uitdrijving des duivels............... 26

Verschillende genezingen.............. 31

Verklaring van een geheimzinnig schrift..... 33

Genezingen van koortslijders............ 35

Derde Hooedstuk.

De geschriften der H. Hildegardis.

a) Uit het boek; Scivtas............. 37

Cl. Verloving van Christus met de H. Kerk.)

(2. liet H. Misoffer. — 3. Zegening en vloek.)

/)) Uit het boek; Divinorum operum...... 43

(1. Gods grootheid. — 2. De val der Engelen.) (3. De roeping der ziel.)

c) Vier brieven van St. Hildegardis....... 44

d) Lofzangen ter eere van de PI. Drievuldigheid. 48

ocr page 166

Vierde Hoofdstuk.

De H. Hildegardis vereerd in Nederland.

Geschiedkundige schets harer Parochie te Hillegersberg.

Blz.

I. (Vóór en tijdens de Reformatie....................^4

II. (Bij het herstel der kerkelijke hierarchie, in 1853) . 63

III. (Plannen tot stichting der nieuwe parochie) .... 64

A7

IV. Hulpkerk en rector) ..............................'

Jubellied tot de H. Hildegardis....................78

Smeeklied tot de H. Hildegardis..................80

V. (Stichting der Parochie)............................82

Vijfde Hoofdstuk.

Verschillende gebeden, onder aanroeping van de H. Hildegardis.

Morgengebed..........................................^

Avondgebed.....................

Gebeden onder de H. Mis..........................98

Gebeden na de H. Mis, voorgeschreven door

Z. H. Paus Leo XIII..............120

Biechtoefening..........................121

Communiegebeden..................126

Gebeden tijdens de Novene............142

Litanie ter eere van de H. Hildegardis.....142

Loflied ter eere van de H. Hildegardis.....149

ocr page 167
ocr page 168
ocr page 169