ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

vm: I öb

CHRONOLOGISCH OVERZICHT

van de geschiedenis der

TWEE LAATSTE EEUWEN.

ten dienste van

GYMNASIA EN HOOGEKE BURGERSCHOLEN.

door

DE. C. WILDE S.J.

Leiden, J. W. VAN (LEEUWEN,

Maarsmanssteeg.

1898

ocr page 4
ocr page 5

Dit boekje is in de eerste plaats geschreven voor allen, die zich tot een examen in de Nieuwe Geschiedenis voorbereiden.

Ook anderen, die de herinnering aan het vroeger geleerde wenschen te verlevendigen of in een oogenhlik van twijfel zekerheid verlangen omtrent een of ander geschiedkundig feit, zullen, naar ik vertrouw, dit hoekje met vrucht raadplegen.

Het uitvoerig alphahetisch register zal hun daarbij goede diensten kunnen bewijzen.

De schrijver heeft niet gemeend zijn godsdienstige overtuiging te moeten verbergen: toch gelooft hij niet de gevoelens van andersdenkenden te hebben gekwetst.

Moge dit boekje de beoefening der geschiedenis aangenamer en gemakkelijker maken.

ocr page 6
ocr page 7

TNHOÜD.

I. De achttiende eeuw tot aan liet beg'in der Fransclie Omwenteling;.

BI ad7,.

EERSTE HOOFDSTUK. — De beide groote oorlogen in

het begin der achttiende eeuw.........1

§ 1. De Spaanscho Successie-oorlog........2

§ 2. De groote Noordsche oorlog.........10

TWEEDE HOOFDSTUK. — Europa van den vrede te

Utrecht tot den Oostenkijkschen Successie-oorlog . 16

§ 1. Spanje, Portugal, Italië gedurende de regeering

van Philips V..............17

§ 2. Duitschland gedurende de regeering van Karei VI 20 § 3. Frankrijk gedurende het Regentschap en het bestuur van Fleury.............23

§ 4. Engeland en Holland van den vrede te Utrecht tot

den Oostenrijkschen Successie-oorlog.....25

§ 5. Do Noordsche Rijken ten tijde der eerste opvolgers

van Peter den Grooten...........29

DERDE HOOFDSTUK. — De beide groote oorlogen in het

midden der achttiende eeuw..........31

§ 1. De Oostenrijksche Successie-oorlog......31

§ 2. De Zevenjarige oorlog . . . ,.......36

§ 3. De Zee-oorlog tusschen Engeland en Frankrijk. . 39

ocr page 8

viii inhoud.

Bladz.

VIERDE HOOFDSTUK. — De laatste vur en twintig

jaeen vóór de Fransche ReVOLUTIK.......42

§ 1. Duitschland na het einde van den Zevenjarigen

oorlog.................42

§ 2. De Noordsohe Staten gedurende de regeering van

Katharina II. De ondergang van Polen .... 48 § 3. Engeland en Holland sedert den Zevenjarigen oorlog.

De opstand der Amerikaansche Koloniën .... 56 § 4. Portugal, de Bourbonsche Rijken en Italië ... 65

II. Het tijdperk der Fransehe Revolutie.

EERSTE HOOFDSTUK. — De Revolutie......74

§ 1. De Algemeene Staten en de Constitueerende Vergadering (5 Mei 1789—30 Sept. 1791).....75

§ 2. De Wetgevende Vergadering (1 Oct. 1791—20 Sept.

1792)..................................80

§ 3. De Nationale Conventie (20 Sept. 1792—26 Oct. 1795) 82 § 4. De oorlogen der Revolutie tot aan den vrede van

Bazel (1792—1795)..........................86

§ 5. Het Directoire (27 Oct. 1795—9 Nov. 1799) ... 91

§ 6. De oorlogen tijdens het Directoire......92

§ 7. De eerste jaren der Bataafsche Republiek (1795—

1801)..................98

TWEEDE HOOFDSTUK. — Napoleon Bonaparte . . . 100

§ 1. Het Consulaat (1799—1804)......... 101

§ 2. De eerste jaren van het Fransehe Keizerrijk (1804—

1807).................. 106

§ 3. Het Fransch-Russische Verbond.......112

§ 4. De tocht naar Moskou, de Vrijheidsoorlogen en de

val van Napoleon (1812—1814)........118

§ 5. Nederland van 1801—1814.........124

§ 6. Het Congres te Weenen, de honderd dagen. . . 129

ocr page 9

inhodd. ix

III. De negentiende eeuw van het Congres te Weenen tot het herstel van het Duitsche Rijk (1815—1871).

Blndz.

EERSTE HOOFDSTUK. — De Restauratie en het Heilig

Verbond..................134

§ 1. Frankrijk van 1815—1830 .......... 135

§ 2. Spanje, Portugal, Italië (1815—1830)...... 140

§ 3. Duitschland en Nederland (1815—1830)..... 146

§ 4. Rusland, Turkije, Griekenland (1815—1830) . . . 150

§ 5. Engeland (1815—1830)........... 155

TWEEDE HOOFDSTUK. — De Julimonarchie (1830— 1848)................... 157

§ 1. Frankrijk gedurende de regeering van Louis Philippe 158

§ 2. Spanje, Portugal, Italië (1830—1848)...... 165

§ 3. De Belgische Revolutie. Holland, België (1830—

1848).................. 169

§ 4. Duitschland, Zwitserland, Zweden, Denemarken

(1830—1848)............... 175

§ 5. Rusland, Turkije, Griekenland (1830—1848) . . . 179 § 6. Engeland (1830—1848)........... 182

DERDE HOOFDSTUK. — Revolutie en Reactie (1848— 1852)................... 184

§ 1. Frankrijk gedurende de tweede Republiek (1848—

1852)................. 185

§ 2, De Revolutie in Duitschland.........189

§ 3. De oorlog in Sleeswijk-Holstein.......193

§ 4. De Revolutie in Duitsch-Oostenrijk en Hongarije . 194 § 5. De Revolutie in Italië...........197

VIERDE HOOFDSTUK. — De tijd van het tweede Keizerrijk (1852—1870)............ 200

§ 1. De eerste 'jaren van het tweede Keizerrijk (1852—

1860).................. 200

§ 2. De liberale vervorming van het Keizerrijk (1860—

1870).................. 208

ocr page 10

x inhoud.

Bladz.

§ 3. Duitschland gedurende het tweede Keizerrijk . . 215 § 4. De Fransch-Duitsche Oorlog (1870—1871) .... 223 § 5. Spanje, Portugal, Italië, tijdens het tweede Keizerrijk (1850—1870).............. 280

§ 6. De Staten van Noord- en Oost-Europa gedurende

het tweede Keizerrijk...........236

§ 7. Engeland, Holland, België, Zwitserland gedurende DE (

het tweede Keizerrijk...........239

VIJFDE HOOFDSTUK. — Amerika gedurende de Negentiende Eeuw................248

Dg jï

§ 1. De Vereenigde Staten van Noord-Amerika van

1800—1880................ 244 splits

§ 2. Spaansch en Portugeesch Amerika van 1800—1880. 249

AANHANGSEL. —■ Kort overzicht van de voornaamste I- 1

gebeurtenissen der laatste jaren......... 253 (

Alphabetisch Register I. (1700—1789)........ 265

„ „ II. (1789—1815)........ 281

II.

(

„ „ III. (1815—1898)........ 293

III.

In elt;

iren.

ocr page 11

I

(h.

15 23

VERDEELING

30

VAN

36

DE GESCHIEDENIS DER BEIDE LAATSTE EEUWEN.

39

t3

De geschiedenis der beide laatste eeuwen kan gevoegelijk

14 splitst worden in drie afdeelingen:

19

I. De Geschiedenis der achttiende eeuw tot aan het begin der Pransche Omwenteling, 1700—1789.

55

II. De Geschiedenis der Fransche Revolutie tot aan het

13 Congres te Weenen, 1789—1815.

III. De Geschiedenis der negentiende eeuw van het Congres te Weenen tot het herstel van het Duitsche Keizerrijk, 1815—1871.

In een aanhangsel behandelen wij de geschiedenis der laatste iren.

ocr page 12
ocr page 13

I. DE ACHTTIENDE EEUW TOT AAN HET BEGIN DER ERANSCHE OMWENTELING. 1700 — 1789.

Eerste Hoofdstuk.

De beide groote oorlogen in liet begin der achttiende eeuw.

De achttiende eeuw wordt geopend door twee langdurige en bloedige oorlogen, die beide den politieken toestand van Europa aanmerkelijk wijzigden.

Terwijl in het Noorden en Oosten van Europa de groote Noordsche oorlog het overwifht van Zweden vernietigt, en aan, een nieuw tot dusver bijna onbekend rijk, met do heerschappij/ „ in het Noorden, eene voorname plaats onder de groote mogend-heden verzekert, wordt het Zuiden en Westen van ons wereld- ' deel geteisterd door den Spaanscheii Successie-oorlog, die de Fransche overmacht in Europa te niet doet en het staatkundig evenwicht op nieuwe grondslagen vestigt. Wol behoudt Lodewijk XIV door een onverhoopte wisseling der fortuin de Spaansche kroon voor zijn kleinzoon, maar de vreeselijke uitputting van zijn land keert het gevaar der gevreesde Fransche overheersching.

ocr page 14

De geschiodonis der achttiende eeuw. §1. DE SPAANSCHE 8UCCESSIE-OOELOG.

r

1665—1700. Karei II, koning van Spanje.

£ 1658—1705. Leopold I, keizer van Duitschland.

, 1643—1715. Lodewijk XIV, koning van Frankrijk.

\ 1689—1702. Willem III, koning van Engeland; stadhouder j van Holland sedert 1672.

Treurige toestand van Spanjê~ dat gedurende de geheele zeventiende eeuw zijn macht en welvaart voortdurend had zien verminderen. De ziekelijkheid van den kinderloozen koning Karei II doet een spoedig uitsterven van den ouderen tak der Habsburgers voorzien. Daardoor ontstaat het vraagstuk der Spaansche Successie.

De familiebetrekkingen der verschillende mededingers blijken uit de hieronderstaande geslachtslijst.

Anna van Oostenrijk.

X

Lodewijk XIIL

Philips III, koning van Spanje. Philips IV, koning van Spanje.

Maria Anna.

X

Keizer Ferdinand III. I


Lodewijk XIV. Maria Teresia. Karei II. Marg. Teresia. Keizer Leopold I.

X X

Maria Teresia v.Spanje. Margareta Teresia v. Spanje.

i

•Lodewijk (le grand Dauphin).

V

Philips Tan Anjon. A

1

Maria Antonia.

x

Maximiliaan Emanuel v.Beieren. I

Jozef Ferdinand (t 1699).


Leopold I heeft uit zijn derde huwelijk met Eleonora van Palts-Neubuvcj nog twee zoons: Jozef I {keizer 1705—1711) en Karei (als keizer Karei VI 1711—1740).

Keizer Leopold maakt aanspraak op de Spaansche erfenis, steunende op de volgende rechtsgronden; 1?. Hij vertegenwoordigde den jongeren tak van het Habsburf/sche Huis, waarvan de oudere tak in Sp'anje regeerde. 25-, Zijne moeder Maria Anna was de dochter van Philips III, koning van Spanje. Zijne echtgenoote Margareta Teresia was de

dochter van Philips IV, koning van Spanje.

Daarbij had Philips IV, voor het geval van kinderloos overlijden van zijn zoon Karei II, de gemalin van Leopold I en hare nakomelingen tot zijn erfgenamen benoemd; deze bepaling was goedgekeurd door de Spaansche Cortes en erkend door Lodewijk XIV.

Leopolds dochter Maria Antonia had bij haar huwelijk met den keurvorst van Beieren afstand gedaan van haar

//

i i ii A

ocr page 15

De Spaansche Successie-oorlog.

rechten op de Spaansche nalatenschap ten behoeve van haar vader Leopold I. Deze echter draagt, om niet door het herstel van het rijk van Karei V te veel tegenstand bij de andere mogendheden op tp wekken, pijn rechten over op zijn jonysten zoon Karei. ^ - o-uX . V'j

Ook Lodewijk XIV beweert aanspraak te kunnen maken op de nalatenschap van Karei H. Immers 1°. Zijne moeder Anna van Oostenrijk was de oudste dochter van Philips III. 2°. Zijne gemalin Maria Teresia was de oudste dochter van Philips IV.

Wel is waar hadden beide vorstinnen uitdrukkelijk afstand gedaan van al hare rechten op de Spaansche monarchie, maar Lodewijk acht zich daardoor niet gebonden, omdat de bij zijn huwelijk met Maria Teresia bedongen bruidschat niet was uitbetaald.

Ook hij verlangt de Spaansche erfenis niet voor zich, maar voor zijn tweeden kleinzoon Philips van Anjou.

Volgens Spaansche opvatting is de naaste erfgenaam de erfprins van Beieren, Jozef Ferdinand, zoon van Maria Antonia en eenige kleinzoon van Margareta Teresia.

In de meeste Europeesche landen, vooral in Engeland en Holland heerscht algemeene vrees voor de vereeniging der Spaansche monarchie, hetzij met de landen der Habsburgers hetzij met Frankrijk.

Te Madrid — sedert den vrede van Rijswijk 1697 — voortdurende kuiperijen en twisten tusschen de Oostenrijksche, Beiersche en Fransche partij. Schitterende vrijgevigheid van den Franschen gezant d'IhuxourL.

1698. Eerste testament van Karei II. De erfprins van Beieren, Jozef Ferdinand, wordt als universeel

erfgenaam aangewezen.

Eerste verdeolingsverdrag tusschen Lodewijk XIV en Willem III. De Beiersche erfprins zal de geheele Spaansche monarchie erven, behalve de Italiaansche bezittingen {Napels, Sicilië, Sardinië), die aan den Dauphin zullen ten deel vallen, terwijl de keizer' alleen Milaan zal verkrijgen. .

Op het bericht daarvan groote verontwaardiging van Karei II, die bij een tweede testament den Beierschen prins op nieuw tot zijn universeelen erfgenaam benoemt. (Nov. 1698.)'

1699. Plotselinge dood van den Beierschen erfprins te 8'Tebr. Brussel.

1700. Tweede verdeelingsverdrag tusschen Lodewijk XIV en Willem III. Karel%an Oostenrijk zal

thans het vroeger aan don Beierschen erfprins toegewezen deel erven; de Dauphin, behalve zijn vroeger deel. nog Lotharingen, terwijl de hertog van dat land .\Jilricm als vergoeding verkrijgt.

3

ocr page 16

Do geschiedenis der achttiende eeuw.

Nieuw protest zoowel van Karei II als van keizer Leopold I. \ Listige kuiperijen der Fransche partij te Madrid.

1700. Karei II benoemt Philips van Anjou tot zijn 2 October. uniYerseeleu erfgenaam, onder voorwaarde, dat de

Spaansche kroon nooit met de Fransche zal ver-eenigd worden. quot;quot;

1 Nov. Dood van Karei II.

16 Nov. Lodewijk XIV aanvaardt de Spaansche erfenis.

1701—1746. Philips V, koning van Spanje. Hij wordt aanstonds erkend in de geheele .monarchie. Protest van keizer Leopold. Hij besluit zijne rechten met de wapenen te handhaven. Engenins van Savoye (geb. 1663 f 1736) opperbevelhebber (Tor keizeiT^e. troepen.

quot; Verbond des keizers met den keurvorst van Brandenburg, , Frederik III, wien hij den titel van koning iu Pruisen toekent. ■ Plechtige kroning van den nieuwen-koning te Koningsbergen

(18 Jan. 1701). Protest van Paus Clemens XI. 1701—1713. Frederik I, koning in Pruisen.

Ontevredenheid van quot;Willem III en Heinsius over do aanvaarding van Kareis testament door Lodewijk XIV. In Engeland en Holland is de stemming weifelend; de Tory's zijn sterk tegen den oorlog. Engeland en Holland erkennen Philips V als koning van Spanje (1701).

1701—1714. Spaaiische Successie-oorlog.

De keizer, voorloopig alleen gesteund door de keurvorsten van Brandenburg en Hannover, begint den oorlog in Italië om Milaan, een Duitsch leen, te heroveren. . .

Stoute tocht van Prins Eugenius over de Alpen. Hij verslaat Catihat bij Carpi en Villeroy bij Chiari (1701).

Onvoorzichtige handelwijze van Lodewijk XIV ? hij waarborgt de récTiten quot;van Philips op den Franschen troon ^ hij sluit een ! verbond met de keurvorsten van Keulen en Beieren en met de hor-, togen van Savoye en Mantua eiVlaat eenige vêsïïngon in de Spaansche Nederlandenquot; door Fransche troepen bezetten.

1701. Act of Settlement; de katholieke Stuarts worden Juni. van den Engelschen troon uitgesloten en de

opvolging verzekerd aan het Huis van Hannover.

7 Sept. Het groote Verbond in den Haag gesloten tusschen

den keizer, Engeland, en Holland.

16 Sept. Dood van Jacobus II. Lodewijk XIV erkent diens zoon Jacolnis III als koning van Engeland. Groote verontwaardiging aldaar; de oorlog tegen Frankrijk wordt definitief besloten.

4

ocr page 17

De Spaansche Successie-oorlog.

1702. Dood van Willem III. Hij wordt in Engeland opgevolgd door Anna (1702—1714), tweede dochter van Jacobus II.

In Holland begint het tweede stadhouderloos tijdvak (1702— 1747). Do houding van beide mogendheden tegenover Lodewijk XIV wordt door Willems dood niet veranderd. Hot driemanschap: Eugcuius van ISavoyc, John Churchill, later hertog van Marlborough (een groot veldheer, behendig diplomaat maar laag en hebzuchtig), Antonie Heiusius, Raadpensionaris van Holland. Marlborough's echtgenoote Sarah Jenninc/s staat in hooge gunst bij koningin 'Anna.

Mei. De keizer, Engeland en Holland verklaren nagenoeg gelijktijdig den oorlog aan Lodewijk XIV.

Voornaamste voldheeren van den kant der bond-genooten: Eugenius, Marlborough, Lodewijk van Baden, Starhemberg, Stanhope, Peterborough, Galloway (Ruvigny), Jan Willem Friso; van den kant der Fransehen: Catinat, Vendóme, Villars. Bouffiers, Berwick.

De Spaansche Successie-oorlog, die op 4 verschillende krijgs-tooneelen Spanje, België, Italië, Duitschland gevoerd is, kan in drie tijdvakken worden verdeeld. Van 1701—1704 houden de beide partijen elkander nagenoeg in evenwicht; 1704—1710 is het tijdperk van de groote nederlagen der Franschen ; 1710—1714 door den algeheelen omkeer der Engelsche staatkunde helt do krijgskans weder naar dë Pransche zijde over, zoodat bij den vrede de Spaansche erfenis aan Philips van Anjou verzekerd blijft.

1702—1704. Oorlog in Italië. Villeroy wordt te Cretnoita door *---- de keizerlijke troepen overvallen en gevangen genomen. Vendóme komt met een nieuw leger naar Loinbardijo. Slag bij Luzzara (1702). Eugenius keert naar Weenen terug; Vendóme herwint een deel van het verloren gebied. — De hertog van Savoye verlaat de zijde der Franschen (1703), toch behoudt Vendóme het overwicht in Italië.

In de Nederlanden en de Rijnstreken staat Marlborough aan het hoofd der Engelsch-Nederlandsche troepen. Hij wordt voortdurend gedwarsboomd door de gedeputeerden te velde, zoodat de oorlog aldaar slepend gevoerd wordt.

In Spanje wordt de zilvervloot gedeeltelijk bemachtigd door Engelschen en Hollanders in de baai van Vigos (1702). Portugal verlaat de zijde van Lodewijk XIV en sluit zich aan bij het groote verbond door het verdrag van Methuen (1703). Door dit zelfde verdrag opent het tegen een verlaging der

5

ocr page 18

De geschiedenis der achttiende eeuw.

rechten op de Portugeosche wijnen, zijn grenzen voor de Engelsche fabriekswaren. Kavel van Oostenrijk wordt te Weenen plechtig uitgeroepen als koning van Spanje; hij landt te Lissabon (8 Maart 1704). In hetzelfde jaar bemachtigt een Engelsch-Hollandsche vloot onder Booke en Callenburgh de sterke vesting Gibraltar, die sedert dien tijd in het bezit der Engelschen gebleven is.

Oorlog in Duitschland. Lodewijk van Baden trekt over den Rijn en verovert Landau (1702).

De keurvorst van Beieren (bondgenoot van Lodewijk XIV) vermeestert de vrije rijksstad Ulm; hij wordt in den rijksban geslagen.

Vitlars trekt over den Rijn en verslaat Lodewijk van Baden bij Friedlingen (1702, 14 Oct.). Hij trekt door het Zwarte Woud en vereenigt zich met de Beieren (1703). Hachelijke toestand van keizer Leopold.

Gevaarlijke opstand in Hongarije onder Rakotsy; voor goed geeindigd 1711.

De keurvorst van Beieren van het Noorden en Vendóme van het Zuiden doen een inval in Tyrol maar worden met groot verlies teruggedreven. Villars verslaat den keizerlijken generaal Styrum bij Höchstadt.

De Pransclien nemen Augsburg en Passau in en bedreigen Oostenrijk.

Marlborough trekt uit België langs den Rijn naar Beieren en vereenigt zich met het keizerlijke leger onder Eugenius en Lodewijk van Baden. Slag van Hüchstildt; de Franschen en Beieren onder l aiiarii, fflarsiii en den keurvorst van Beieren worden door Eugenius en Marlborough totaal verslagen. Tallard wordt gevangen genomen. Diepe indruk door deze overwinning overal teweeggebracht. Beieren valt in de macht des keizers;

de Pransche troepen worden uit geheel Duitschland verdreven.

Opstand der Camisards in de Cevennen. Cavalier^ biedt langen tijd tegenstand aan de koninklijke legers. Villars herstelt de rust.

Dood van keizer Leopold.

Jozef I, keizer van Duitschland, zet den oorlog krachtdadig voort.

Slag bij Kamillies door Marlborough op Villeroy gewonnen. De Pranschen, onder Vendóme, bemachtigen het grootste gedeelte van Savoye en Piemont. La Peuillade belegert Turijn.

6

1704.

13 Aug.

1702—1704.

1705. 1705-1711.

1706. 23 Mei.

ocr page 19

De Spaansche Successio-oorlog.

7 Sept. Slag bij Turijn. Eugeuins verslaat het Fransche leger onder den hertog van Orleans en Marsin. Mantua wordt door de keizerlijke troepen oezet. De Fransehen ontruimen geheel Italië.

1707. Daim verovert het koninkrijk Napels.

Een inval in hot Zuid-Oosten van Frankrijk en een belegering van Toulon door Prins Eugenius, gesteund door een Engelsehe vloot, mislukt.

In Spanje bemachtigt Karei, met de hulp van een Engelsch-Hollandsch leger, Barcelona (1705) en Valencia (IJOfi). Ook Madrid (1706) valt in de handen der Engelschen en For-tugeezen onder Galloway, die het echter weldra moeten ontruimen.

1707. Berwick verslaat de bondgenooten bij Almanza.

25 April. Valencia en Lerida vallen weder in de macht

van Philips V. Ook Starhemberg, die met een klein leger naar Spanje wordt gezonden, kan geen beslissende voordeelen behalen. Toch veroveren de bondgenooten Sardinië e n M i n o r c a. -—

1708. Uitputting van Frankrijk. Vruchtelooze krijgstocht van den pretendent, Jacobus III, naar Schotland.

Marlborough en Eugenius overwinnen de Franschon onder den due de Bourr/ogne en Vendame bij Oudenaarde (11 Juli) en veroveren geheel België. Na een dappere verdediging wordt Boufllers genoodzaakt Lille over te geven (10 Dec). Strenge winter, ellende en gebrek in Frankrijk; algêmeenë ontevredenheid.

1709. Lodewijk XIVvraagt den vrede; de Torcy onderhandelt met Heinsius. Harde eischen der bondgenooten.

Zij vorderen o. a. den afstand der geheele Spaansche erfenis en van alle veroveringen sedert 1648, alsmede dat Lodewijk desnoods met geweld zijn kleinzoon tot afstand zou dwingen. De 40 artikelen. Uiterste pogingen van Lodewijk XIV. Villars wordt belast mot het opperbevel over een laatst quot; Fransch leger; de onderhandelingen worden af

gebroken.

11 Septj. Slag bij Malplaquet, de bloedigste van den geheelen oorlog. De Franschen worden verslagen door Eugenius en Marlborough maar trekken in goede orde naar hun land terug. Eugenius bemachtigt Mons.

1710. Nieuwe pogingen van Lodewijk XIV om den vrede te verkrijgen. Onderhandelingen te G e e r t r u i d e n-

liquot;

ocr page 20

De geschiedenis der achttiende eeuw.

berg. Huxelles en Polignac, Buys en van der Dussen. De bondgeriooten vernieuwen en verhoogen hun vroegere eischen. De onderhandelingen worden opnieuw afgebroken.

In Spanje is ondertusschen na talrijke gevechten Madrid voor de tweede maal in do handen van Karei III gevallen (1710), die echter do stad weldra weer verlaat. Bij den terugtocht dor bondgenooton worden de Engelschen onder Stanhope door Vendomo verslagen bij ISrihuajn; de slag van Villaviciosa tusschen Starhemberg en Vendöme blijft onbeslist. Geheel Spanje behalve Calalonië komt weer in de macht van Philips V. De bondgenooten nemen terzelfder tijd eenige steden van Fransch Vlaanderen.

Omkeer der publieke opinie in Engeland. Sarah Jennings (lady Marlborough) valt in ongenade bij de koningin (April 1710); daardoor wordt ook Marlborough's positie onhoudbaar. Ont-binding van het Parlement; door de nieuwe verkiezingen verkrijgen de Tory's, die gunstig voor den vrede gestemd zijn, de meerderheid. Harley en St. John (Bolingbroke) de voornaamste leden van het ministerie. Geheime onderhandelingen met Frankrijk.

Dood van keizer Jozef I. Zijn brooder wordt gekozen tot zijn opvolger, onder den naam van Karei VI (1711—1740). Gevaar voor een nieuw rijk als v^in Karei V.

Marlborough, van oneerlijkheid en diefstal beschuldigd, wordt van het opperbevel ontzet en vervangen door Or mond.

Voorloopir/e vrede tusschen Frankrijk en Engeland.

Prins Eugenius te Londen; zijne vergeefsche pogingen om Engeland tot het voortzetten van den oorlog te bewegen.

Opening van het vredecongres te Utrecht. Overmoedige houding der Fransche gezanten.

Gevecht bij Denain. Viüars overvalt en verslaat een deel van Eugenius' leger, zoodat deze zijn aanvallende houding moet laten varen.

Vrede te Utrecht van Frankrijk en Spanje met Engeland, Savoye, Portugal, Pruisen, Holland.

Voornaamste bepalingen: 1°. Philips van Anjou behoudt Spanje met de bezittingen in de „beide Indiënquot;, maar de kronen van Frankrijk en Spanje blijven voor eeuiviy gescheiden.

2». Karei TI zal behouden Milaan (met Mantua), Napels,

8

1711. 17 April.

October.

1712. Jan.

29 April.

24 Juli.

1713.

11 April.

ocr page 21

De Spaansche Successie-oorlog.

Sardinië, en de Spaansche Nederlanden. Het Duitsche Rijk zal de grenzen quot;l)ëKbüden van 1697.

3°. De hertog1 van Savoye verkrijgt eenige, deelen van het hertogdom Milaan alsmede Sicilië en den koningstitel.

4°. Engeland blijft in hot bezit van Gibraltar en Minorca. -Lodewijk XIV erkent d(i erfopvolging van hel finis van Hannover en zal den pretendent. Jacobus III van zijn gebied verwijderen. Do havenwerken van Duinkerken worden geslecht. Engeland verkrijgt Territ-Nc.uve (Frankrijk behoudt het kleine eilandje kaap-lireton en recht op de vissoherij), A kadië en de Hudsonsbaai-landen. Spanje schenkt aan Engeland quot; belangrijke voordeden 'vóór den handel (vermindering van inkomende rechten, het „asientoquot;, het „permissie-schipquot;).

5°, Pruisen verkrijgt Spaansch Ópper-Gelder, Neufchdtel, en do erkenning van don koningstitel; daarentegen wordt het prinsdom Oranje (verkregen door erfenis van Willem III) aan Frankrijk afgestaan.

6°. De Re|nibliek der Tereenigde Nederlanden sluit een voordeelig handelsverdrag met Frankrijk en verwerft het recht op een „barrièrequot; (het bezetten van S vestingen) in de Zuidelijke Nederlanden.

7° Portugal ziet zijne bezittingen in Zuid-Amerika uitgebreid. Protést van keizer Karei VI, die den oorlog alleen voortzet. Villars strijdt voorspoedig tegen Prins Eugenius aan den Rijn; hij verovert Jaadait en Freiburg.

1714. Vrede van Kastadt, - v^, . /.«■

17 Maart, na langdurige onderhandelingen tusschen Lodewijk XIV en keizer Karei VI. Het Duitsche rijk sluit eenige maahdefTTater den vrede van Baden (7 Sept.). De vrede van Utrecht wordt bekrachtigd; de beide keurvorsten van Reiden en Beieren worden in hunne bezittingen en waardigheden hersteld. Tusschen Karei VI en Philips V wordt geen vrede gesloten.

Omtrent denzelfden tijd wordt de oorlog in Spanje ge-eindigd met de inneming van Barcelona, door Berwick, die het gezag des konings in geheel Spanje herstelt.

Het gevolg van den bloedigen oorlog is vooreerst^ de vestigingquot; van een nieuw stamhuis in Spanje, waardoor de nauwe verbinding van dat rijk met de Duitsche Habsburgers (die 150 jaren had bestaan) wordt verbrokerv'Frankrijk heeft door de zware offers, die de oorlog had gekost, zijn overmacht in Europa verloren eni'de regeering van Lodewijk XV, die volgt, is niet in staat dit te herstellen.

'Karei VI verkrijgt in plaats der Spaansche kroon een

9

ocr page 22

De goschiodenis der achttiende eeuw.

belangrijke uitbreiding zijner erflanden, zonder nochtans zijn macht aanmerkelijk te zien aangroeien.

Holland verliest langzamerhand zijn macht en invloed, terwijl Pruisen en 'Savoye, wier heerschers den koninklijken titel verkrijgen, zich voor de groote toekomst voorbereiden die hen wacht.iHet grootste voordeel valt aan Engeland ten deel, dat zoowel op zee als in do kolonies niet alleen Frankrijk ver overvleugelt, maar in handel en scheepvaart Holland begint te overtreffen.

§ 2. DE GEOOTE NOORDSCHE OORLOG.

Rusland onder de Reöeeking van Peter den Grooten.

Iwan III, de Groote (1462—1503), had Rusland bevrijd van de heerschappij der Momjolen en na zijn huwelijk met Sophia, de erfgename der Paleologen, het wapen der Byzantijnsche keizers, dm duhïïélën adelaar~aangenomen. Zijn kleinzoon Iwan IV, de Vcrschrihkeljke (1533—1584), aanvaardt den titel van Czaar (Caesar); hij verovert de Khanaten Kazan en Astrakan, richt een vaste lijfwacht, do Strelitzen, op en vestigt de onbeperkte monarchie. Onder zijne regeering begint de kozak Jermak de verovering van Siberië.

Met Iwan's zoon Feodor I sterft in 1598 het huis van Burik uit; na langdurige burgertwisten beklimt in 1613 Michael Romanof (1613—1645) den troon en sticht een nieuw keizerlijk huis. Michael's zoon Alexis (1645—1676) wordt opgevolgd door zijn zoon Feodor III (1676—1682), na wiens dood zijn halve broêr Peter door de Bojaren en den Patriarch van Moskou tot Czaar wordt benoemd. Opstand der Strelitzen, bewerkt door Peters halve zuster Sophia. Iwan, Peters halve broêr, wordt tot keizer benoemd terwijl Peter zijn medekeizer wordt. Beiden staan onder voogdijschap van hun zuster Sophia (1682—1689).

Peter wordt opgevoed te Preobraschenskoi en richt aldaar een garde op, die door een Schot, Gordon, op Westersche wijze wordt geoefend. Lefort uit Genève wint Poters vriendschap en brengt hem in kennis met de Europeesche beschaving.

1689. Peter maakt zich met geweld van de opperheerschappij meester; hij verbant zijne zuster in een klooster; in naam blijft Iwan F mederegent tot zijn dood (1696).

10

ocr page 23

Do grootc Noordscho oorlog.

1689—1725. Peter I, Czaar van Rusland.

Peter wordt de hervormer van zijn volk; zijn dubbel doel: de invoering der Westersche beschaving in Rusland en de verovering van de Kustland en der Zwarte en Baltische Zee. Hij leert verschillende ambachten en kunsten, maar blijft een barbaar; zijn onmatigheid, zedeloosheid en wreedheid. Hij legt de grondslagen der Russische Zeemacht.

Rusland neemt deel aan den grooten Turkschen oorlog. Verovering van AjyjX.flfüKi).

Samenzwering tegen Peters leven door de Oud-Russische partij; zij wordt ontdekt en bloedig gestraft.

Peters eerste reis naar ThiiLscidanjl, Holland, Engeland en Oostennj AT Hij werkt te Zaandam als Pie ter haas. Hij lokt vele Duitscho, Hollandsche en Engelsche kunstenaars naar Rusland.

Nieuw oproer der Strolitzen door fjordon bedwongen. Peter ontbindt hot korps der Strelitzen; wreede terechtstellingen; de Czaar doot zijne echtgenoote Eudoxia Lapuchin in een klooster opsluiten. Haar zoon Alexei wordt de tegenstander zijns vaders.

1699. Dood van Leforl; Meuscliikof wordt Peters gunsteling en minister.

1703. Stichting der nieuwe hoofdstad St. Petersburg, waarheen de zetel der regeering wordt verplaatst.

Peter huwt met Kgthaiiim, de gevangene van Marienhurg. Kinderen uit dat huwelijk: Anna, Elizabeth, een zoon Peter, die weldra sterft.

1716—1717. Tweede reis van Peter door Europa.

Zijn twist met zijnen zoon Alexéi, die de besliste tegenstander van Peters hervormingen en daarbij verontwaardigd is over de verbanning zijner moeder; hij wordt heimelijk gesteund door de Oud-Russische partij. — Alexei vlucht naar Duitschland en Italië, maar keert terug, na belofte van algeheele vergiffenis te hebben ontvangen. Hij wordt gedwongen afstand te doen van den troon; daarna, van een samenzwering tegen zijn vader beschuldigd en ter dood veroordeeld, sterft hij in de gevangenis (1718).

1721. De waardigheid van Patriarch van Moskou (reeds sedert 1700 niet meer vervuld) wordt afgeschaft;

11

1686-1699.

1697.

1697—1698.

1698.

ocr page 24

CtïpJr - ^k^^i^A-^z.

zid:trzr?r^ ^^

tU^J 12 ^ De seschiedenis der achttiende eeuw.

de heilige Synode door den Czaar benoemd verkrijgt het hoogste gezag in godsdienstzaken.

1722. Oorlog tegen Perzië; Peter verovert Derbent,

Baku en andere gewesten. Het politiek testament van Peter den Grooten. Éon de Beaumont. Peter voert een nieuwe regeling der troonopvolging in, later door Paul I veranderd.

Hervormingen van Peter den Grooten. Behalve leger en vloot (bij zijn dood telde het leger meer dan 200.000 man op Wpeterselie wijze geoefend , de vloot 48 linieschepen en vele''ÊleméfêT vaartuigen) hervormde Peter het geheele J bestuur van zijn rijk. Een senaat met uitgebreide bevoegdheden verving de oude vergadering (Doema) tier Bojaren; het rijk werd verdeeld in 8 groote gouvernementen; de steden verkregen eenige rechten; rechten en plichten van den adel werden, ?£,;£ geheel gewijzigd; strenge politie, de derde afdeelinrjp^ oLgt; |

Invoering van Westersche gebruiken in kleeding en samen-' leving; groote vooruitgang van handel en nijverheid; talrijke ■•-21,'' fabrieken, kanalen, scholen en boekdrukkerijen; hospitalen en quot; apotheken; een dagblad; de academie van wetenschappen te St. Petersburg (1724).

1725. Dood van Peter den Grooten. Hij wordt opgevolgd door zijne weduwe Katharina I.

1654—1660. Karei ■ X van Palts-Tweebrugg-en , koning van Zweden: hij voert oorlog met Denemarken, Polen en Busland.

Bij de vredesverdragen van Kopenhagen, Oliva (1660) en Kardis Y1661) behoudt Zweden het grootste gedeelte zijner veroveringen, nl: Finland, Karelië, Inr/ermanland, Esthland, Lijfland, Voor-Pommeren met Stettin en de eilanden Usedom, Wollin en Rügen, alsmede de hertogdommen Bremen en Verden. '

A

1660—1697. Karei XI. De rijksraad maakt gebruik van's konings minderjarigheid om de macht der kroon aanmerkelijk te beperken; Zweden wordt in verschillende oorlogen van Lodewijk XIV gewikkeld; nederlaag der Zweedsche troepen bij Fehrbellin (1675).

1680—1682. Karei XI herstelt de onbeperkte koninklijke macht en doet veel voor den bloei van zijn rijk; hij laat zijn zoon een goedgevulde schatkist en een voortreffelijk leger na.

ocr page 25

De groote Noordsche oorlog.

—17IS. Knrol XIT - koning van Zweden (geb. 1682).

Zijn vermetele dapperheid, stijfhoofdigheid, wreedheid, strenge zeden. Hij laat zich aanstonds meerderjarig verklaren.

1697 -171*8- Afflgnst Saksen, koning van Polen. (Als

keurvorst van Saksen Frederik Auqust I; na zijn verkiezing tot koning van Polen werd hij Katholiek.)

1699—173p._ Frederik.lY►.koning van Denemarken.

Geheim Verbond -van Peter den Grooten met August II van Polen en Frederik IV van Denemarken

,1 , , tegen Zweden.

ibH-hSr (fli

1700—1721. Groote Noordsche Oorlog.

Oorzaken: Peter de Groote ^wenscht het bezit van de kustlanden der August II wil Lijfland ver-

overen [PfjlkulJ; Prederik IV is in twist' riïëïquot; don hertog P»- vah Holslein-Gottorp, zwager en bondgenoot van Karei XII. / „

1700f—■ PrëSerik IV tast den quot;Viéiftog , van Holstein-Gottorp aan. Bedrijvigheid en geestkracht van Karei XII; hij steekt over de Sond en noodzaakt den koning van Denemarken tot den vrede van Travendahl (bij Lübeck). Gematigdheid van den overwinnaar. Frederik IV onttrekt zich aan het verbond en ontruimt het Holsteinsche gebied.

August II van Polen belegert Biga, maar wordt door de bezetting teruggedreven.

Karei XII keert zich togen Peter den Grooten, die een inval in Esthland gedaan heeft en Narva belefiert.

30 Nov. Slag bij Narvaj het Russisch leger wordt, ondanks zi]n groote overmacht, door Karei XII verslagen.

1701. Karei trekt Polen binnen. De Poolsche Bljksdag verklaart geen deel te willen nomen aan den oorlog des konings tegen Zweden. Karei eischt do afzetting van August II; hij bemachtigt Warschau en verslaat oen Saksisch-Poolsch leger bij Klissoiv (1702) en Pultusk (1703). ' ----

1701. Do Poolsche Rijksdag wordt gedwongen een nieuwen koning te kiezen.

1704—1709. Stanislaus Leszinski, koning van Polen.

August van Saksen doet herhaalde pogingen om den troon te herwinnen.

13

ocr page 26

Do geschiedenis der achttiende eeuw.

1706. De Saksers worden door de Zweden onder Rhemkiöld verslagen bij Frausiadt; Karei rukt door

Silezië Saksen binnen en dwingt August tot den vrede van Altranstadt, waarbij deze Stanislaus Leszinski als koning van Polen erkent, en het verbond met Peter den Grooten verbreekt. Wreede terechtstelling van den Lijflander Po.tkul. — Marlborough te A Itranstaclt. Karei weigert zich te mengen in dea Spaansehamp;n Successie-oorlog..

Gedurende Kareis verblijf in Polen en Saksen maakt Peter de Groote aanmerkelijke veroveringen in de Zweedsche Oostzee-provinciën.

1707. Karei verlaat Saksen; hij trekt tegen de Russen op om in Moskou den vrede te teekenen en dringt

door tot Smolensk (1708). Hij laat zich door Mazeppa, heiman der Kozakken, verleiden om naar de Ukraine te trekken.

Slag bij Liesna; de Zweedsche generaal Löwenhaupt, die Karei versterking en levensmiddelen wil brengen, wordt door de Russen verslagen. Vreeslijk gebrek in het Zweedsche leger; ontzettende winterkoude: Mazeppa, door de Kozakken verlaten, kan geen hulp bieden.

1709. Karei slaat het beleg voor Pultawa, de hoofdstad der Ukraine. Peter komt met een groot Russisch leger om de stad te ontzetten.

8 Juli. Slag bij Pultawa;

algeheele nederlaag der Zweden. Karei, reeds in een vroeger gevecht gewond, vlucht met 500 man naar Turkije en vestigt zich eerst te Bender, 1a±ar tejjiu^iitae. Generaal Löwenhaupt moet zich met het overschot des legers gevangen geven.

August van Saksen en Prederik van Denemarken hernieuwen hun verbond met Peter tegen de Zweden; Stanislaus Leszinski wordt uit Polen verdreven.

1709—1710. Groote veroveringen van Peter I in de Oostzee-provinciën en in Finland. De Denen doen een inval in Zweden.

1710. Haagsch concert tusschen den keizer, Engeland en Holland, waarbij Jutland, Sleeswijk-Holstein en

de Zweedsche bezittingen in Duitschland onzijdig worden verklaard. Karei verwerpt dit verdrag. De Denen veroveren Sleeswijk alsmede Bremen en Verden (1712). Pogingen van Karei XII om de Turken tot den oorlog tegen de Russen op te hitsen; eindelijk (1710) wordt de oorlog verklaard.

14

ocr page 27

Do groote Noordsche oorlog.

1711. De Russen bij de Pruth verslagen en ingesloten.

List van Petgragemalin Katharina. Vrede vanFalszy. Rusland .-Azuf Terug en staat Karei XII eëri vrijgeleide

naar zijne staten toe; Karei doet vergeefsche pogingen om een nieuwen oorlog te bewerken. Hij weigert uit Turkije te vertrekken; hij wordt gevangen genomen door de Turken en blijft een tijd lang in gevangenschap. Ellendige toestand van Zweden.

Prederik Willem I, koning in Pruisen, sluit zich aan bij de vijanden van Zweden en bezet Stettin.

Karei keert uit Turkije terug; zijn vermetele rit naar Straalsond.

George I, keurvorst van Hannover, koning van Engeland, verbindt zich met Kareis vijanden. Hij koopt van Denemarken Bremen en Verden. De Pruisen belegeren Straalsond; Karei moet de stad verlaten, die zich weldra aan de belegeraars overgeeft.

Baron von Görtz wordt minister van Karei XII; zijn financieele operaties; koiierc.n i^inhh'rs Zijne onderhandelingen met Peter den Grooten en met Kardinaal Alberoni, minister van Philips V van Spanje. Hij wil Jacobus III op den troon van Engeland, Stanislaus Leszinski op dien van Polen herstellen.

1718. Karei doet een inval in Noorwegen, belegert de vesting Prederikshal en wordt, aldaar door een kogel gedood. (11 Dec.). Ontevredenheid van den Zweedschen adel over Kareis despotisch bestuur. De kroon wordt geschonken aan Kareis jonlt;jste zuster Ulrica Eleonora en de koninklijke macht zeer besnoeid. Görtz woydt gBvangen genomoiv «m-op wederrechtelijke wijze ter doodj^aarde^W-e» onthoofd (1719).

quot; quot; STBfekiiïg der onderhandelingen met Peter den

Grooten.

1719 en 1720.Zweden sluit te S^to.cJjJixU-m en ^rederiksburg vrede met zijne vijanden. George 1 van Hannover behoudt de hertogdommen Breinen en Verden voor ƒ 1.800.000; Pruisen verkrijgt voor ƒ 3.600.000 Voor-Pommeren tot aan de Peene met de eilanden Usedom en Wollin. Denemarken geeft alle veroveringen in Zweden terug voor /'1.080.000, maar behoudt Slees wijk. Zweden verliest de tolvrijheid in de Sond. Polen verblijft aan August II, die aan Stanislaus Leszinski /1.800.000 moet uitkeeren. Stanislaus behoudt den titel van koning.

15

1713.

1714.

1715.

ocr page 28

De geschiedenis der achttiende eeuw.

1720—1751. Frederik I van Hessen, echtgenoot van Ulrica Èleönora, koning quot;quot;van Zweden. Bij zijn troonsbestijging nieuwe beperking der koninklijke macht.

1719 en 1720. Vreeslijke invallen van Peter den Grooten in Zweden.

1721. Trede Tan Nvstadt .

tusschen Zweden en Rusland. Zweden staat voor /quot;3.600.000 aan Rusland af: Lijfland, Esthland. Ingermanland en Karelië alsmede een deel van Finland.

i' De eerste rang onder de Noordsche Staten gaat over op Rusland, dat tevens in de rij der groote mogendheden van Europa treedt.''Zweden behoudt slechts Finland alsmede Voor-Pommeren lot aan de Peene met het eiland Rür/en en de stad WismarS Het vervalt meer en meer ten gevolge van het slechte bestuur van den Rijksraad.

Tweede Hoofdstuk.

Europa van den Trede te' Utrecht tot den Oostenrykschen Successie-oorlog. ,■■■;%

i' Gedurende dit tijdperk wordt Europa onophoudelijk verontrust door de eerzuchtige plannen van Philips V, die, gedreven door zijne tweede gemalin Elisabeth van Parma, ook voor de zonen uit zijn tweede huwelijk een kroon tracht te verkrijgen, en met dat doel beurtelings met en tegen de meeste Europeesche mogendheden samenspant.

5, Daartegenover staat het streven van keizer Karei VI om zijne geheele nalatenschap te verzekeren aan zijné oudste dochter Maria Teresia, en de daartoe uitgevaardigde pragmatieke Sanctie door alle mogendheden te doen waarborgen.

Engeland, waar George I van Hannover op de Whir/s steunende den troon beklimt, verkeert gedurende dit tijdperk meestal in goede verstandhouding met Frankrijk, voornamelijk ten gevolge van de overeenstemming der eerste ministers in de twee rijken Walpole en F leur y. die beiden, zooveel mogelijk, den vrede in Europa wenschen te handhaven.

/'4 Terwijl Polen door binnenlandsche onlusten meer ■ en nieer wordt verzwakt, begint Rusland reeds een merkbaren invloed te oefenen op de gebeurtenissen van Midden- en W est-Europa.

16

ocr page 29

Spanje, Portugal, Italië gedurende do rog. v. Philips V. 17

§1. SPANJE, PORTUGAL, ITALIË GEDURENDE DE REGEERING VAN PHILIPS V.

Door den vrede van Utrecht komt Philips V (1701—1746) in het rustig bezit van den Spaansohen troon, hoewel Karei VI zijn aanspraak nog blijft handhaven, evenals Philips rechtens niet wil afzien van de Spaansche bezittingen, bij dien vrede den keizer toegewezen.

1714. Met goedvinden der Cortes regelt Philips V de erfopvolging op den Spaansehen troon volgens de — eenigszins verzachte — Salische wet.

Zwak en onstandvastig karakter des konings; zijn voorliefde voor Frankrijk; hij laat zich leiden door zijne echt-genoote Maria Louisa van Savoye (f 1714). Invloed van prinses Omni; door hare bemiddeling en op raad van Julius Al heroni, gezant van den hertog van Panna, sluit Philips weldra een tweede huwelijk met Elisabeth Faruese, prinses van Panna; prinses Orsini wórdt van het hof en uit Spanje verwijderd. Alberoni leidt het bestuur des rijks (1716 eerste minister, 1717 kardinaal)-, hij tracht Spanje uit zijn verval op te beuren, en brengt financiën, leger en vloot in beteren toestand.

Haat van Philips V tegen Philips van Orleans (regent in Frankrijk sedert den dood van Lodewijk XIV); hij verlangt zelf het regentschap; zijn geheime hoop op den Franschen troon.

1

1706. Geboorte van den infant Carlos; trotsche plannen van Elisabeth Farnese; zij wordt ondersteund door Alberoni; onderhandelingen met Engeland (1715); latei-met v. Gürtz, minister van Karei XII (1716—1717). Een Spaansch leger bezet Sardinië (1717) en Sicilië (1718).

1718 —1720. Quadruple-alliantie

■ - ;■ ,.tT

tusschen Karei VI, George I, Frankrijk en (later) de Ilepubliek der Vercemgde Nederlanden. Bepalingen: Karei VI zal Philips V erkennen als koning van Spanje: deze zal afzien van de vroegere Spaansche bezittingen in Italië en België; de hertog van Savoye zal Sicilië verruilen tegen Sardinië cn den titel van koning van Sardinië aannemen; Karei (zoon van Philips V en Elisabeth Farnese) zal Toskane en Par ma ' ' verkrijgen na hot uitsterven der aldaar regeerende huizen van Medici en Farnese.

2

ocr page 30

De geschiedenis dor achttiende eeuw.

Spanje weigert die bepalingen te aanvaarden; een Engelsch eskader vernielt de Spaansche vloot bij kaap Passaro. Mislukte samenzwering van Cellamare, Spaansch gezant te Parijs, tegen den regent. Dood van Karei XII.

1719. Een Spaansche vloot, die een leger naar Schotland zou voeren om een opstand tegen George I

te ondersteunen, wordt door den storm verstrooid; de opstand mislukt; een Fransch leger, onder Berwick, trekt over de Spaansche grenzen.

5 Dec. Alberoni wordt ontslagen: hii moet Spanie verlaten (f 1752).

1720. Spanje neemt de bepalingen der quadruple-alliantie aan.

1721. Herstel der goede-botrekkingen tusschen Frankrijk en Spanje; de dochter van Philips V wordt verloofd met Lodewijk XV en in Frankrijk opgevoed.

1724. Philips V doet afstand van den troon ten voordeele van zijn oudsten zoon, Lodewijk I, die nog in hetzelfde jaar sterft, waarop Philips V den troon wederom beklimt.

1725. De hertog van Bourbon. die sedert den dood van dTïïï regent (1753) het bestuur van Frankrijk in

handen heeft, doet Lodewijk XV huwen met Maria Leszinska (dochter van Stanislaus Leszinski) en zendt de Spaansche infante naar haar vaderland terug. Verontwaardiging aan het hof te Madrid.

Toenadering van Spanje tot den keizer; verbond van Weenen. Ripperda. Karei VI en Philips V erkennen en waarborgen elkanders bezittingen. Spanje schenkt groote voorrechten aan de Compagnie van Ostende, door Karei VI in 1722 opgericht, en belooft de pragmatieke sanctie te waarborgen. Groote huwelijksplannen. Daarentegen sluiten Frankrijk, Engeland , Pruisen en later ook Holland het verbond van HannoTer (of Herrenhausen). Gevaar voor een algemeenen Europeeschen oorlog.

1726. Ripperda valt in ongenade; verbond van Karei VI met Rusland. Pruisen onttrekt zich aan het verbond van Herrenhausen.

1727. Mislukte poging der Spanjaarden om Gibraltar te heroveren.

Verkoeling tusschen Spanje en den keizer.

18

ocr page 31

Spanje, Portugal, Italië geSurende do reg. v. Philips V. 19

1729. Verdrag te Sevilla tusschon Spanje, Frankrijk, Enqelaml en Holland togen don keizer gericht.

1731. Verdrag te Weenen. Ontbinding der Compagnie van Ostonde: de keizer laat toe dat de Spaanscho troepen Toskane en Parma bezetten; de infant Carlos aanvaardt het bestuur over Toskane.

Tijdens den Poolschen Successie-oorlorj (1733—1738) veroveren de Spanjaarden Napels en Sicilië, die bij de iireliminalren van Weenen (1735) den infant Carlos worden toegewezen; Panna en Piacenza wordt den keizer afgestaan; ontevredenheid van Elisabeth Farnese.

Van den Oostenrijkschen Snccessie-oorlog (1741—1748) maakt Spanje gebruik om deze beide hertogdommen te heroveren, die bij den vrede van Aken (1748) het deel worden van den infant Philips, jongeren zoon van Elisabeth.

1746. Dood van Philips V. Hij wordt opgevolgd door zijn oudsten zoon Ferdinand VI.

1706—1750. Jan V, koning van Portugal, Itex fidclisaimus. Noodlottige gevolgen van het verdrag met lord Methuen gesloten; de Engelscho concurrentie doodt Portugals handel en nijverheid.

1720 (1675)—17301 Victor Amadeus II, koning van Sardinië;

hij doet afstand van den troon ton behoeve van zijn zoon.

1730—1773. Karei Emanuel III. Zijn twist met zijn vader.

Opkomst en voortdurende uitbreiding van het koninkrijk Sardinië, dat in de verschillende oorlogen nu eens de partij der Bourbons dan weder die der Habsbunjers kiest, om zooveel mogelijk voordeel te behalen en geen der beide partijen het besliste overwicht in Italië te verschaffen.

Venetië verliest meer en meer macht en invloed. Het neemt deel aan den grooton Turkschen oorlog (1683—1699) waardoor het Morea verkrijgt.

1714. Verlies van More», dat bij den vrede van Passa-rowitz (1718) aan Turkije verblijft; Venetië verkrijgt eenige sterkten op do kust der Adriatische Zee.

1731. Het geslacht Farnese sterft uit in Parma en Piacenza. Carlos, infant van Spanje, wordt hertog van Parma en Piacenza. (1735 aan Karei VI).

ocr page 32

20 Do geschiedenis der achttiende eeuw.

1737. De Medici sterven uit in Toskane, dat aan Frans Stephanus van Lotharingen komt.

De Pausen van dit tijdvak hebben voortdurend te kampen met de aanmatiging van het burgerlijk gezag in geestelijke zaken.

1700—1721. Clemens XI. Hij veroordeelt nogmaals het Jansenisme (QitesnelJ door de bul Unigenitus.

1721—1730. lunocentius XIII.

1730—1740. Clemens XII.

1740—1758. Benedictus XIV, een der geleerdste Pausen.

1735—1759. Karei, koning van Napels en Sicilië, voert veel verbeteringen in.

1729—1768. Opstand der Corsikanen tegen de Republiek Genua.

Koning Theodorus; Paoli. De Franschen veroveren het eiland.

§2. DUITSCHLAND GEDURENDE DE REGEERING VAN KAREL VI.

Sedert den vrede van Munster (1648) heeft het rijk alle politieke beteekenis verloren. Het bestaat uit meer dan 300 grootero en kleinere staten. Omstreeks het begin der 18do eeuw verkrijgen drie der keurvorsten (nl. die van Saksen, Brandenburg en Hannover) een koningskroon en beschouwen zich nagenoeg als geheel onafhankelijk van den keizerJ'Ook de andere rijksvorsten erkennen ternauwernood in naam zijn gezag, vooral daar zij volgens een bepaling van den Munster-schen vrede ook met buitenlandsche vorsten verbonden mogen sl ui ten./'De keizer bezit als zoodanig volstrekt geen macht; zijn titel schenkt hem don eersten rang onder de koningen van Europa: politieke beteekenis heeft hij alleen door zijne uitgestrekte erflanden (Oostenrijk, Bohemen, Hongarije, België, Napels ^i.u.Pj.c.r .1, ...7~~

Sedert 1668 is de Rijksdag te Regensburg permanent. Hij is verdoold in 3 collegia (Keurvorsten, Vorsten, Rijkssteden I , en heeft weinig gezag: daarbij is de behandeling der voorstellen ontzettend omslachtig. Voor godsdienstige geschillen is hij verdeeld in het Corpus Catholicorum en het Corpus Evangelicorum. — De beslissingen van het Rjkskamer-

ocr page 33

Duitschland gedurende de regeering van Karei VI. 21

Le—s.J' ex^-^.

cjerecht vroeger te Spiers, sedert 168j) te Wetzlar; worden in vele streken van Dnltschland niet'moer erkend^'Het Rijksleger is een samenraapsel van onbruikbare troepen^ Sedert 1692 zijn er negen keurvorsten: 3 geestelijke^Keulen, Mentz, Trier; 6 wereldlijke: Beieren, BoTieïTien, Brandenburj, Palts, Saksen en quot;FTannover'./l^i]

1711—1740. Karei TI, de laatste keizer uit het Habs-burgsche Huis.

Volgens de bepalingen der vredesverdragen van Utrecht en Rastadt verkreeg Karei VI de Spaansohe Nederlanden, het hertogdom Milaan, Napels en Sardinië; zonder nochtans Philips V als koning van Spanje te erkennen.

1715. Barrière-tractaat, te Antwerpen gesloten.

1716^1X18. Oorlog tegen lt;le Turken, die (1714) Morea aan de Venetian en hadden ontrukt; Prins Eugenius overwint de Turken bij Pcterwardein (1716) en Belgrado (1717).

1718. Vrede yan Passarowitz. Turkije staat den keizer

quot;Rel Banaat van Temesvar, Servië, Klein- Wallachije alsmede een deel van Bosnië af, maar behoudt Morea, terwijl de Venetiancn eenige sterkten in Dalmalië verkrijgen.-

1720 Volgens do bepalingen der quadruple-alliantie verkrijgt Karei VI Sicilië en geeft in ruil daarvoor het eiland Sardinië aan den hertocj van Savoye, die sedert den titel voert van koning van Sardinië.

Karei VI vaardigt de pragmatieke Sanctie uit, waarbij hij bepaalt: 1°. de landen, door het Huis van Habsburg beheerscht, zijn één en ondeelbaar; 2°. Bij ontstentenis van mannelijke nakomelingen gaan al die landen onverdeeld over op de dochters des keizers en hare afstammelingen; 3°. mocht die lijn uitsterven, dan vervalt alles aan de dochters van Jozef I of hare erfgenamen. .

Voor deze bepalingen, reeds in 1713 opgesteld, verwerft de keizer gaandeweg de toestemming van de Standen zijner erflanden, alsmede den waarborg der meeste Staten van Europa.

1722. Oprichting der Handels-Compagni e te OstenthB-;—die quot;weldra groole voorrechten van Spanje verkrijgt en één voordeeligen handel op Oost- en West-Indië drijft. Ontevredenheid in Engeland en Holland.

De kortstondige door Bipperxta (1725) bewerkte toenadering des keizers tot Spanje brengt een tijd lang den Europeeschen

ocr page 34

De geschiedenis der achttiende eeuw.

vrede in gevaar. Het verdrag van Ween en (1731), waarbij Karei VI de Compagnie van Ostende opoffert en Parma en Toskane door Spaansche troepen laat bezetten , maar de waarborging der pragmatieke sanctie door Frankrijk, Spanje, Engeland en Holland verkrijgt, maakt een einde aan den gespannen toestand.

1733—1738. Dood van August II. koning van Polen; Poolsche Successie-oorlog. Stanislaus Lesziuski, gekozen door de meerderheid van den rijksdag, wordt door Frankrijk gesteund : August 111 vau Saksen wordt geholpen door Karei VI en door Eusland.

Stanislaus wordt door een Russisch leger uit Polen verdreven. Frankrijk. Spanje en Sardinië verklaren don keizer den oorlog. De Franschen onder Berwick bezetten Lotharingen en dringen op den rechter Eijn-oever door. Villars bemachtigt Milaan; de Spanjaarden veroveren Napels en Sicilië. Het keizerlijke leger onder Prins Eugenius is niet tegen de Franschen bestand. De zeemogendheden laten den keizer in den steek. Alleen Rusland zendt hulptroepen.

1735. Yoorloopiire vrede te Weeueu (bekrachtigd 1738). I SEïïhislaus Leszinski doet afstand van Polen, maar

behoudt den titel van koning en ontvangt Lotharingen, dat na zijn dood (1766) aan Frankrijk zal vervallen.; Karei VI staat aan den infant Don Carlos Napels en Sicilië/en verkrijgt daarvoor Parma en Piacênza; Sardinië wordt vergroot met een klein gedeelte van het hertogdom Milaan; Frans Slephamcs, hertog van Lotharingen, zal, na hot uitsterven van het huis van Medici (1787), Toskane verkrijgen en huwt met des keizers oudste dochter, Maria ÏVvesf'a.yFrankrijk, Spanje, Saksen (en Polen) waarborgen nogmaals de pragmatieke sanctie.

Sedert 1735. Oorlog van Rusland en Turkije. Münnich neemt A zof.

1736. Dood van Prins Eugeuius.

1786—1789. Karei VI neemt deel aan den oorlog tegen de Turken; de keizerlijke troepen worden herhaaldelijk verslagen.

1739. Vrede van Belgrado. De keizer verliest Servië met Belgrado, Klein-Wallach je en wat hij bezat van

Bosnië. De Russen behouden Azof maar moeten de vestingwerken sloopen.

Zacht maar zwak bestuur van Karei VI. Stoffelijke bloei en welvaart zijner erflanden; verwaarloozing van het leger en wanorde in de openbare geldmiddelen; omslachtige en verouderde administratie.

1740. Dood van keizer Karei VI.

22

ocr page 35

Frankrijk gedurende het regentsch. en het best. v. Floury. 23

1701—1713. Frederik I, koning in Pruisen; hij verkrijgt bij den vrede van Utrecht Spaansch Opper-Gelder en Neufchatel maar staat hot prinsdom Oranje aan Frankrijk af. Zijn weelde en verkwisting.

1713—1740. Frederik Willem I noemt deel aan don grooton Noordschen oorlog; hij verkrijgt Voor-Pomnieren tot aan de Peene; zijn zuinig en geregeld bestuur; zijn zorg voor het leger; de reuzengarde; barbaarsche krijgstucht; Leopold van Dessau.

1730. Hevige twist met zijn oudsten zoon Frederik (geb.

1712): de prins wil ontvluchten naar Engeland. Zijn gevangenschap te Küstrin; v. Katte onthoofd. Hij verzoent zich weder met zijn vador. Zijn omgang met Fransche geleerden en vrijdenkers. Het slot Rheinsberg.

§ 3. FRANKRIJK GEDURENDE HET REGENTSCHAP EN HET BESTUUR VAN FLEURY.

Treurige ouderdom van Lodewijk XIV. De Spaansche Successie-oorlog had de laatste krachten van Frankrijk uitgeput; handel, nijverheid en landbouw kwijnden; overal heerschto ontevredenheid en verbittering. Bij de openbare rampen kwamen voor den koning nog smartelijke verliezen in zijn familie.

1711. Dood van den Dauphin (Ze ;/raf!d Ztoitp/im, leerling van Bossuet).

1712. Dood van den Due de Bourgogne, 'skonings oudsten kleinzoon (leerling van Fénélon); in hetzelfde jaar sterft ook diens oudste zoon de Due de Bretagne.

1714. Dood van den Due de Berry, jongsten kleinzoon des konings.

1710. Geboorte van den Due d'Aujou (Lodewijk XV), 15 Febr. tweeden zoon van den Due de Bourgogne.

Sedert 1702 nieuwe woelingen der Jansenisten. Quesnel schrijft do Reflexions morales, die door den Paus worden veroordeeld. De bul „Cnlgenltnsquot; (1713). Het klooster Port-lhujal des Champs wordt opgeheven en geslecht (1709).

1715. Dood van Lodewijk XIV, die sedert zijn huwelijk 1 Sept. met Mad. de Maiiiteuon (1684) weer geregeld zijne

godsdienstplichten had vervuld. Algemeene vreugde des volks ovor zijn dood.

ocr page 36

Do geschiedenis der achttiende eeuw.

1715 — 1774. Lodewijk XV, koning van Frankrijk.

Bij zijn testament had Lodewijk XIV een raad Tan rejrentscliai» ingesteld onder voorzitterschap van zijn neef Philips van Orleans. Op voorstel van dezen vernietigt het Parlement van Parijs het testament des konings en draagt Philips van Orleans het regentsehai» op •). Ontevredenheid van Philips V van Spanje.

1715—1723. Regentschap van Philips van Orleans (la Régence).

Groote natuurlijke bekwaamheden van den regent; zijn innemende manieren, groote werkkracht gepaard mot vadsigheid en traagheid; zijn afschuwelijke zedeloosheid. Do roués. Ongeloof en zedenbederf in Frankrijk.

Vijandige houding van Spanje tegen den regent; toenadering tot Engeland. Vergeefsche poging van den pretendent Jacobus III om de Engelsche kroon te herwinnen; Mardijk; verdrag te Hannover (1716) met Engeland en Holland (1717) ter handhaving der rechten van den regent.

De groote plannen van Alberoni worden verijdeld dooide quadruple-alliantie. hoofdzakelijk bewerkt door Dubois, leermeester en vertrouweling van den regent; Dubois, een man van groote bekwaamheden maar van slechten levenswandel, wordt door den regent benoemd tot aartsbisschop van Kamerijk, daarna kardinaal en minister (1722).

Financieele moeilijkheden. De staatsschuld bedraagt 2500 millioerTfrancs; jaarlijks is er een reusachtig tekort (1716, 93 millioen). Pogingen van den regent om het evenwicht te herstellen. Het gehalte der munten wordt verminderd; veel schuldvorderingen ten laste van den staat worden ongeldig verklaard; strenge maatregelen tegen pachters van belastingen, leveranciers, woekeraars enz. Al deze maatregelen

baten weinig en verwekken veel verbittering. Sedert IZlii. Groote ondernemingen van_Jkdiii_Linv, een Schot.

24

Hij richt een wisselbank op. — Hij t directeur der Compagnie des Indes Occidentales of Missisippi-Compagnie, die den alleenhandel op Louisiana (toen het geheele bekken

1) De 13 Parlementen (het oudste en voornaamste was dat van Parijs) waren de hoogste rechtbanken in Frankrijk met veel uitgebreider macht dan die der hedendaagsche gerechtshoven. Het Parlement van Parijs was ontstaan uit eene afdeeling van den koninklijken raad. Het bestond uit de Grand'' chatnbre, la Tournelle, drie chambres des enquêtes, de chambre des requètes, de chambre des mar des. Zijn rechtsgebied strekte zich uit over het grootste gedeelte des rijks; de rest was verdeeld onder de andere Parlementen. Het registreert de-koninklijke verordeningen; recht van remontrance; lettres de jussion ; lit de justice. Evenals het testament van Lodewijk XIV in 1715 was dat van Lodewijk XIII in 1643 door het Parijsche Parlement vernietigd en Anna van Oostenrijk tot regentes benoemd.

ocr page 37

Engel, en Holl. v. d. vrede te Utr. t. d. Oostenr. Succ.-oorl. 25

van den Missisippi) on andere voorrechten verkrijgt. Algemeene speculatiewocde; de aandeelen rijzen tot 3000 »/„.

17^8. De bank van Law wordt tot staatsbank verheven.

Tegenspoed dor ondernemingen in Louisiana; plotselinge daling der aandeelen.

1720. De bank moet hare betalingen staken; staatsbankroet ; Law neemt de vlucht en sterft te V-enetië in armoede.

1723. Lodewijk XV wordt meerderjarig verklaard. Dood van Dubois en van den hertog van Orleans. De hertog van Bourbon neemt do leiding der regeering op zich.

1725. De in 1721 herstelde verstandhouding mot Spanje wordt verbroken; Lodewijk XV huwt met Maria Leszinska, dochter van Stanislaus Leszinski, ge-gewezen koning van Polen.

1726. De hertog van Bourbon wordt ontslagen en vervangen door Kardinaal Flenry, bisschop van

Fréjus, opvoeder des konings. Hij weet door een wijs en zuinig beheer (1726—1743) de geldmiddelen des Eijks te verbeteren; zijn goede verstandhouding met den Engelschen minister Walpole; zijn streven om den vrede te handhaven. Door zijn tusschenkomst in den Poolschon Successie-oorlog verkrijgt Stanislaus Leszinski Lotharingen met Bar, dat na zijn dood (1766) aan Frankrijk zal vervallen.

17-13. Dood van Fleury, die zich tegen zijn wil in den

Oostenr ij ksctten Successie-oorloy liet medeslepen.

§ 4. ENGELAND EN HOLLAND VAN DEN VREDE TE UTRECHT TOT DEN OOSTENRIJKSCHEN SUCCESSIE-OORLOG.

1702—1714. Anna , tweede dochter van Jacobus II, koningin ■i^trr'T^ngeTaiKl. Haar echtgenoot, Georr/e^ van Dene-marken, en hare 13 kinderen sterven vóór haafTZij is gunstig gezind voor de tory's, maar door den invloed van ladj; MarJ-fe-Siö-U-gJ1- en,gesteund door de openbare meening, blijven de whigs gedurende een groot gedeelte harer regeering aan het bestuur. Hare pogingen om de opvolging te verzekeren van haar broeder Jacobus III, den pretendent, (ook Ridder van St. Georr/e genoemd) mislukken door diens weigering om het Katholieke geloof te verzaken.

ocr page 38

De geschiedenis der achttiende eeuw.

1707. Vereeniging Y.an Engeland en Schotland ouder één Pitrlement; groote voordeeïën door die vereeniging voor beide landen bewerkt, die echter aanvankelijk hevig misnoegen in Schotland verwekt. Jacobus III doet een vruchte-loo^e.. poging om de Schotscbp kropnje verkrijgen.

1710. Lady Slarlborough valt in ongenade; het whig-ministerie wordt grootondeéls ontslagen, de nieuwe verkiezingen schenken een groote meerderheid aan de tory's; IIar ley en St. John. ministers. Vredesonderhandelingen met frankrijk; Marlborough wordt van het opperbevel des legers ontzet; Engeland laat zijne bondgenooten in den steek.

1713. Bij den vrede te Utrecht verkrijgt Engeland van Frankrijk belangrijke voordeelen voor zijne koloniën (Akadië, de Hudsonsbaai-landen. New-Foundland); van Spanje Minorca en Gibraltar, het asiento en een voordeelig

handelsvcrdragT

1714. Verdeeldheid onder de tory's; Saint-John (lord Bolingbroke) helt over naar de Jacohieten; Harley

(lord Oxford) verbindt zich met de gematigde wliigs om de opvolging van (ïenrap. van Hanmmp.r te verzekeren. Plotselinge dood der koningin; George van Hannover wordt algemeen als koning erkend.

1714-—1727. George I, keurvorst van Hannover (Brunswijk-

Lüneburq), achterkleinzoon van Jacobus 1. (Zijne moeder was de dochter van den Winterkoning, Frederik van de Palts, die zelf gehuwd was met Elisabeth , dochter van Jacobus I.) Het *or!/-ministerie wordt ontslagen. George steunt op de wighs, die nu voor een langen tijd de regeeringspartij vormen. Vele tory's, o. a. Ormond en Bolingbroke wijken uit en steunen den pretendent.

1715. Vruchtelooze poging van den pretendent om de kroon te herwinnen; wreedheid, der regeering tegen de gevangen Jacobieten; ook de door Alberoni ondersteunde krijgstocht van 1719 mislukt.

1716. De Septennial-bill, die den duur van het parlement van 3 op 7 jaren brengt, draagt met

de komst van het nieuwe koningshuis er veel toe bij om de macht van het parlement te versterken.

De Zuidzee-compagnie van Blount, een tegenhanger der Bank en Missisippi-Compagnie van Law. Dwaze opdrijving der aandeelen. De Compagnie neemt de staatsschuld over (1719). Weldra volgt een algeheel bankroet (1720).

26

ocr page 39

Engel, en Holl. v. d. vrede te Utr. t. d. Oostenr. Succ.-oorl. 27

1721—1742. Walpole minister; hij weet de noodlottige gevolgen van de financieels crisis te verminderen; hij poogt, in overeenstemming met Kardinaal Fleury, den vrede te bewaren en houdt zich staande door schaamtelooze om-kooping. Onder zijn bestuur groote vooruitgang van Engeland en Schotland in handel, landbouw en nijverheid; uitbreiding der Engelsche kolonies; stelselmatige verdrukking en verarming

van Ierland.

1727—1760. George II, koning van Engeland.

1731. Engeland waarborgt de pragmatieke sanctie en verkrijgt daarvoor de ontbinding der Compagnie van Ostende. In den Poolschen Successie-oorlog blijft Engeland onzijdig.

1742. Val van Walpole, die zich tevergeefs verzet had tegen hot beginnen van den Asiento-oorlog tegen Spanje (1739—1748) en niet krachtdadig wil optreden in den Oostenrijkschen Successie-oorlog (1741—1748). Hij sterft 1745. Gedurende dit tijdvak leefden in Engeland veel groote schrijvers en redenaars o. a. Bolingbroke, Swift, Steele, Addison, Fielding, De Foe. Opkomst en invloed dor dagbladen.

1702 — 1747. Tweede Stadhouderloos Tijdperk in de

Vereenigdo Nederlanden.

1689—1720. Antoiiie Heiusius, raadpensionaris van Holland.

Hij blijft de politiek van Willem III getrouw.

1711. Dood van Jan Willem Priso bij het overvaren van liet Hollandsch Diep. Zijn zoon Willem Karei Hendrik Friso yolgt hem op als Stadhouder van Friesland, later ook van Groningen (1718), Gelderland en Drente (1722). Bij den vrede van Utrecht verkrijgt de Republiek een voordeelig handelsverdrag met Frankrijk en recht op een barrière in de Zuidelijke Nederlanden, nader geregeld door het b arrièr e-tract aat (1715). Namen, Meenen, Doornik, Warneton, Veurne, Fort Knokke worden geheel, Dendermonde gedeeltelijk door Hollandsche troepen bezet. De Eepubliek verkrijgt verder nog een deeltje van Vlaanderen en van Spaansch Opper-Gelder (Venlo, Stevensweert en St. Middelj.

Na den vrede van Utrecht begint er onder alle opzichten verslapping en uitputting te heerschen in de Republiek. Men tracht zooveel mogelijk de onzijdigheid te bewaren en verliest daardoor gaandeweg invloed en achting bij de andere mogendheden. Om den slechten toestand der schatkist te verbeteren vermindert men leger en vloot, zoodat zelfs tegen de Moorsche kapers de eer der vlag niet wordt gehandhaafd. Handel. scheepvaart en nijverheid gaan sterk achteruit, ook tengevolge

ocr page 40

De geschiedenis der achttiende eeuw.

van buitenlandsche concurrentie; speculatie in effecten; windhandel ; groote verliezen alhier geleden ten gevolge dei-ondernemingen van Law en Blount.

Toch bekleedt do Republiek nog langen tijd een eervolle plaats onder de mogendheden, vooral wegens de bekwaamheden van Heinsius, v. Slingelandt, Hnp en andere voorname staatslieden; ook de welvaart is nog groot. De poging om door hervorming van de staatsregeling meer eenheid en kracht in het bestuur te brengen, stuit af op de baatzucht der aristocratische regenten, die ook de verheffing van Willem Karei Hendrik Priso (later Willem IV) tot stadhouder van Holland beletten.

1716—1717. Buitengewone vergadering der Algemeene Staten,

bijeengeroepen op voorstel van Overijsel. Graaf van liechteren opent de vergadering. Men kan het over niets eens worden dan over het afdanken van troepen. De vergadering gaat uiteen zonder iets belangrijks verricht te hebben.

1720—1727. Izaak van Hoornebeek, raadpensionaris.

1727—1736. Simon van Slingelandt, raadpensionaris; hij is een waardig opvolger van Jan de Witt; hij doet vruchtelooze pogingen om vele misbruiken in het bestuur te verbeteren. Na de opheffing der Compagnie van Ostende waarborgt ook de Republiek de pragmatieke sanctie; in den Poolschen Successie-oorlog blijft zij, evenals Engeland, neutraal.

1736—1746. Antonie van der Heim, raadpensionaris.

In de kerkelijke toestanden kwam gedurende dit tijdvak weinig verandering; de Katholieken waren en bleven van alle openbare betrekkingen uitgesloten en werden bij vele gelegenheden verongelijkt; de plakkaten bleven van kracht. De Jansenisten, die uit Frankrijk en België naar Nederland uitweken, genoten de gunst der regeering. In 1723 werd Cornelis Sleenhoven tot hun bisschop van Utrecht verkozen; later werden ook te Haarlem en Deventer door hen bisschoppen aangesteld.

De Oost-Indische Compagnie breidt haar gebied voortdurend uit en levert nog zeer ruime winsten op. Ternate, Tutor en omliggende eilanden, het Noorden van Celebes, een groot deel van Java komen onder haar gezag. Een groote samenzwering der Chineezen te Batavia wordt door een verschrikkelijk bloedbad — meer dan 10.000 kwamen er om — verijdeld (1740 Oct.); Valckenier, Imhoff.

De West-Indische Compagnie komt niet weder tot bloei.

28

ocr page 41

De Noordsche Rijken t. tijde d. eerste opvolg, v. Peter d. Gr. 29

§ 5. DE NOOEDSCHE RIJKEN TEN TIJDE DER EERSTE OPVOLGERS VAN PETER DEN GROOTEN.

1725—1727. Katharina I, weduwe van Peter den Grooten. Zij staat geheel onder den invloed van Menschikof. Hare zedeloosheid en onmatigheid. Heerschzucht en hebzucht van Menschikof. Hij wil zijn dochter doen huwen met Peter,

zoon van Alexei.

1727—1730. Peter II, zoon van Alexei; hij verbant Menschikof naar Beresof. Hij staat onder den invloed van zijn leermeester Ostermann en van de prinsen Dolgorucki. Zijne uitspattingen. Hij sterft aan de pokken, 14 jaar oud.

1730—1740. Anna (dochter van In;an, broeder van Peter den Grooten), door de Ouil-Hussische partij op den troon geplaatst. Zij moet een verdrag onderteekenen, dat de regeerings-macht bijna geheel aan een raad van 8 personen in handen geeft. Zij herroept weldra dit verdrag. De bewerkers daarvan worden naar Siberië gezonden of gedood, vooral de leden der familie Dolgorucki. Haar gunsteling Biron, Münnich en Ostermann hebben den grootsten invloed.

1726. Verbond met keizer Karei VI.

1733—1735. Haar tusschenkomst in den PooUchen Successieoorlog. Münnich verdrijft Stanislaus Leszinski uit Polen.

1735—1739. Oorlog tegen Turkije, te zamen met Oostenrijk.

Münnich verovert Azof, Otschakof, Kinburn en een gedeelte der Krim en verslaat o. a. de Turken bij Statputscliane, terwijl de Oostenrijkers dooide Turken worden verslagen o. a. bij Krolska.

1739. Yrede van Belgrado. Rusland verkrijgt Azof, dat geslecht en ontvolkt moet worden.

1739. Samenzwering door sommige aanhangers der Oud-Russische partij (Wolinski en anderen) tegen de

keizerin en do Duitschers in haren dienst (Ostermann, Münnich, Biron e. a.). De samenzwering mislukt; velen ter dood gebracht of verbannen naar Siberië.

1740. Dood van Anna. Zij benoemt tot haren opvolger Iwan TI, den zoon harer nicht Anna Leopoldowna,

(de dochter harer oudste zuster Katharina en van den hertog Karei Leopold van Mecklenburg) en van den hertog Anton Ulrik van Brunswijk-Bevern. — Biron regent. — Biron door Münnich gevangen genomen en naar Siberië gezonden: Anna Leopoldowna regentes; Münnich en Ostermann ministers.

ocr page 42

De geschiedenis der achttiende eeuw.

1741—1762. Elisabeth, jongste dochter van Peter den Grooten.

Zij weet de soldaten der garde te winnen en zendt den regent, zijne echtgenoote, Münnich en Ostermann naar Siberië. Iwan opgesloten te Schlüsselburg.

Reactie tegen de Duitschers. Alle takken van bestuur worden weder aan Russen toevertrouwd: groote oneerlijkheid en kuiperijen. Bentuschef, Apraxin. Oorlog met Zweden (1741—1743), geëindigd met den vrede van Abo, waardoor Rusland nog een deel van Fintand verkrijgt. Elisabeth mengt zich in den Oostenrijkschen Successie-oorlog ten gunste van Maria Teresia (1747). Haar afkeer van Frederik II van Pruisen doet haar ijverig deel nemen in den Zevenjarigen oorlog. Haar dood redt Frederik II.

Zweden vervalt meer en. meer onder het bestuur van den rijksraad. Voortdurende partijschappen. Hoeden, Franschgezinden en Mutsen, Russischgezind'en.

Denemarken blijft in rust sedert het einde van den grooten Noordschen oorlog.

1699—1730. Frederik IV is prachtlievend, maar weet de geldmiddelen in goeden staat te houden.

1730—1746. Christiaan VI, ijverig voorstander der piëtisten;

tooneel en andere wereldsche vermaken verboden. Veel zorg wordt besteed voor handel, nijverheid en onderwijs. De beroemde Deensche schrijver Holberg bloeide omtrent dezen tijd.

1697- -1783. August II van Sakser., koning van Polen. Gruwelijke wreedheden en afpersingen door de Russen gedurende den Noordschen oorlog. Polen geraakt meer en meer onder Russischen invloed.

1733—1735. Poolsclie Successie-oorlog. De groote meerderheid van den _adel verkiest Stanislaus Leszinski, die echter voor zijn mededinger August III van Saksen moet wijken, dewijl deze door Karei VI en keizerin Anna gesteund wordt.

1734. Een Russisch leger, onder Münnich, verdrijft Stanislaus uit Polen.

1733—1763. August Hl van Saksen; voortdurende binnen-landsche onlusten. Polen, hoewel steeds onzijdig, heeft veel te lijden gedurende de oorlogen van het volgende tijdvak.

30

ocr page 43

De Oostenrijksche Successie-oorlog. 31

Derde Hoofdstuk.

De beide groote oorlogen in liet midden der achttiende eeuw.

Gelijk het begin, zoo wordt ook het mul den der achttiende eeuw ingenomen door 'twee bloedige oorlogen, waarin bijna alle Europeesche staten worden gewikkeld.

Wederom is het de rijke erfenis van, het^ Hahsburgsche Huis (thans van den jongstep tak), die do begeerlijkhoid der mogendheden opwekt, om met schending der heiligste rechten en verplichtingen, zich op de, naar men meende, weerlooze prooi te storten. De heldenmoed en onwrikbare standvastigheid der edele keizersdochter Marij^^eresia en de ridderlijke trouw harer onderdanen — SaTquot;êï^TwHI^ ondersteund door de zéemociendheiïifn — bewaren haar geslacht voor den algeheelen ondergang; alleen haar gevaarlijkste vijand Frederik II blijft in het bezit van een aanmerkelijk deel der Oostenrijksche landen. _ a

Het zeer verklaarbare streven van Maria Teresia om , •het haar schandelijk ontroofde Silezië te herwinnen wordt de ^ aanleiding tot den Zevenjarigen oorlog.

Tegelijk ontbrandt in de overzeesche koloniën oen hevige strijd tusschen Frankrijk en Engeland.

Beide oorlogen bewerken een ingrijpende verandering in de onderlinge betrekkingen der mogendheden: le renversement des alliances.//rlt; '

Door den langdurigen krijg verwerft Pruisen een eervolle plaats onder de staten van Europa; Frankrijk verliest hot grootste gedeelte zijner bezittingen, terwijl Engeland zijn heerschappij op zee voor lange jaren bevestigt.

§1. DE OOSTENRIJKSCHE SUCCESSIE-OORLOG. 1740—178(). Frederik TT, koning van Pruisen;

groot veldheer, groot diplomaat, groot regent, maar zonder godsdienst, zonder eer en geweten. Terstond bij dén aanvang zijner regeering voert hij verschillende verbeteringen in en vermeerdert nog het leger, zonder zijn volk zwaardere belastingen op te leggen.

1740. Dood van Karei VI. Zijn oudste dochter, Maria Teresia (gehuwd met Frans Stephamis van

Lotharingen-Toskane) volgt hem op in het bestuur der Oostenrijksche erflanden en wordt door bijna alle mogendheden (ook

ocr page 44

De geschiedenis der achttiende eeuw.

door Prederik II) erkend. Zij beheerscht de Oostenrijksche erflanden van 1740—1780. Van 1745—1765 was zij keizerin van Duitschland, omdat haar echtgenoot de keizerskroon droeg. (Haar jongste zuster Maria Anna huwt Karei van Lotharingen, den broer van Frans Stephanus).

Protest van Karei Albert, keurvorst van Beieren (afstammende van een dochter van keizer Perdinand ï en gehuwd met een dochter van Jozef I), die de pragmatieke sanctie nooit had erkend; hij maakt aanspraak op de geheels nalatenschap van Karei VI (steunende op een verkeerd verklaarde plaats uit het testament van Perdinand I).

Prederik II eischt van Maria Teresia den afstand van 4 Silezische vorstendommen. Zijn rechten daarop waren meer dan twijfelachtig en daïu'bij reeds lang verjaard; bovendien had zijn vader door cl^erkenning en waarborging der pragmatieke sanctie indirect afstand daarvan gedaan. De ware reden van zijn eisch was zijn verlangen, om zijn land te ver-grooten en voordeel te trekken uit de moeilijke omstandigheden, waarin Maria Teresia verkeerde. Zijn eisch wordt afgewezen.

1740—1742. Eerste Silezische oorlog.

Prederik trekt Silezië binnen en bezet bijna het geheele land.

1741. Slag van Mollwitz, door Prederik (of liever Schwcrin) op Neipperg gewonnen. Prederik II sluit een'verbond met Prankrijk.

1741—1748. Oostenrijksche Successie-oorlog.

Door den goeden uitslag van Prederiks weder-s rechtelijken aanval worden vele andere mogendheden opgewekt, Jom de aanspraken van Karei Albert van Beieren te steunen, y ten einde zelf een deel der Oostenrijksche ërfenis te verkrijgen.

gt;J Saksen (dat in 1734 de pragmatieke sanctie had erkend) vordert Boliemen en Moravië.

k) Frankrijk wordt door den maarschalk Belleisle tot den oorlog gedreven, geheel tegen den wil van Fleury fjjok Spanje en Sardinië verklaren wederrechtelijk den oorlog aan Maria Teresia.

1741. Verdrag van henburg tusschen Beieren,

Prankrijk, Spanje.

1741—1743. Zweedscli-Uiissisclie oorlog. De door Frankrijk omgekochte Hoeden doen den oorlog verklaren, ten einde Rusland te beletten Maria Teresia bij te staan. De Zweden worden verslagen bij Wil-niannstrand.

32

ocr page 45

Do Oostenrijksche Successio-oorlog. . 33

1742. Het Zweedsche leger geeft zich bij Helnimjfors gevangen.

1743. Vrede van Abo; Rusland verkrijgt Finland tot aan de Kymene; de opvolging in Zweden wordt verzekerd aan Adolf Frederik van Holstein-Gottorp (1751—1771), die nauw verwant is aan den vermoedelijken troonopvolger

in Rusland, Peter Ulrik van Holstein-Gottorp (later Peter III).

1739—1748. Zee-oorlog tnssclieu Engeland en Spanje wegens den smokkelhandel der Engelsche kooplieden in de Spaansche bezittingen. „Jenkins' earsquot;. Vruchteloos verzet van Walpole. Pitt. Inneming van Porto-Bello door de Engelschen (1739).

Engeland besluit Maria Teresia bij te staan, maar bepaalt zich voorloopig tot onderhandelingen, vooral met Frederik den Grooten. Groote gevaren voor Maria Teresia.

1741. Inval der Beieren in Oostenrijk. Zij veroveren Linz.De Franschen trekken over den Rijn; Georgell

sluit met hen een wapenstilstand. De Saksers, Beieren en Franschen vallen in Bohenien. — Karei Albert laat zich te Praag als koning huldigen. Maria Teresia vlucht naar Hongarije. Zij wordt te Presburg gekroond. Frans Stephanus wordt haar mederegent. Algemeene geestdrift der Hongaren. „Moriamur pro Reye nostra Maria Teresia.quot;

Verdrag van Klein-Schnellcndorf door bemiddeling van quot;Engeland, waarbijquot; Maria Teresia aan Frederik II Neder-Silezië met Neisse afstaat. Daardoor verkrijgt zij de vrijheid, omquot; zichquot; met alle kracht tegen de Beieren te keeren. — Dapperheid der Hongaren. De Beieren uit Oostenrijk verdreven.

1742. Inval der Oostenrijkers in Beieren. München veroverd.

1742—1745. Karei VII van Beieren, keizer van Duitschland; op den dag zijner kroning, 12 Febr., trekken de Oostenrijkers München binnen.

1742. Frederik II verbreekt het verdrag van Klein-Schnellendorf en doet met een leger van Pruisen, Franschen en Saksers een inval in Moravië, maar wordt genoodzaakt terug te keeren. Hij wint den slag van Czaslau of Chotusitz.

11 Juni. Vrede van Breslau, later bekrachtigd te Berlijn, (28 Juli). Frederik verkrijgt Silezië en Glatz, behalve Troppau en Teschen. Ook Saksen sluit vrede (weldra een verbond) met Maria Teresia; bemiddeling van Engeland, lord Uyndford.

3

ocr page 46

De geschiedenis der achttiende eeuw.

Val van Walpole. Zijn opvolger Carteret besluit, steunende op do neiging van den koning en het Parlement, Maria Teresia krachtig bij te staan. Ook de Nederlandsche Republiek besluit haar met geld en troepen te steunen. Sardinië verlaat het bondgenootschap tegen Oostenrijk en sluit zich bij Maria Teresia aan. De Franschen uit Bohemen verdreven; hun stoutmoedige terugtocht uit Praag. Maria Teresia wordt gehuldigd als koningin van Bohemen.

1748. Karei van Lotharingen verslaat do Beieren bij Simpach. Het pragmatieke leger onder George II, koning van Engeland, verslaat het Fransche leger onder den hertog van Ndailies bij Dettingen.

13 Sept. Yerdrag: Tan Worms, tusschen Maria Tore'sia, Engeland en Sardinië, voornamelijk om de Bourbons uit Italië to verdrijven.

30 Sept. Frankrijk verklaart den oorlog aan Sardinië en in het volgende jaar aan Engeland en Maria Teresia.

Oorlog in Italië met afwisselend geluk, zonder groote veldslagen.

Inval de)- Franschen in België-, Lodewijk XV zelf bij het leger. Hij wordt gevaarlijk ziek te Metz.

Karei van Lotharingen trekt over den Rijn en doet oen inval in Frankrijk. Hij moet terugkeeron, omdat Froderik II den vrede van Breslau verbroken heeft.

Meesterlijke terugtocht der Oostenrijkers naar Bohomon.

Froderik II verkrijgt Oost-Friesland ; de Hollandsche troepen ontruimen Emden en Leeraard (1744).

1744—1745. Tweede Silezische oorlog.

Frederik II doet met 80,000 man een inval in Bohemen, maar wordt door de schrandere krijgskunde van Karei van Lotharingen en Traim genoodzaakt met groot verlies het land te verlaten.

1745. Dood van Karei VII. Zijn zoon Maxiniiliaan Jozef

20 Jan. doet bij het verdrag van Füssen (22 April) afstand van al zijn aanspraken op de erfenis van Karei VI en belooft zijne stem als keurvorst aan Frans van Lotharingen; daarvoor behoudt hij Beieren.

4 Juni. De Oostenrijkers en Saksers doen een inval in Silozië. Frederik verslaat hen bij Hoheufrledberg; hij rukt Bohemen weder binnen, maar moet weldra terugtrekken. Hij overwint wederom Karei van Lotharingen bij^Soor (30 Sept.).

34

ocr page 47

De Oostenrijksche Succossie-om-log.

1745—1765. Frans I, keizer van Duitschland;

protest van Frederik II tegen zijne verkiezing. Slagen van Hennersdorf en.' Kesselsdorf' door de Pruisen op de Oostenrijkers én Saksers gewonnen.

1745. Vrede van Dresden, waarbij de vrede van BresLju 26 Dec. wordt bevestigd. Saksen betaalt aan Pruisen een

som gelds voor het ontruimen van zijn gebied. Frederik II erkent Frans I als keizer.

1745—1748. Oorlog in de Oostenrijksche Nederlanden. Manrits van Saksen, zoon van August den Sterken aan het hoofd der Fransche legers. Vele vestingen (de Barrièresteden) door de Franschen veroverd. —li Slag: van Fontenoy, door Maurits gewonnen op den hertog van Cumberland (1745).

1745—1746. Laatste poging der Jacobleten. Karei Eduard, zoon van don Pretendent, Jacobus TH, landt in Schotland ; hij bemachtigt Edinburg en bijna het geheele koninkrijk. Hij doet een inval in Engeland en dringt door tot Manchester en Derby. Paniek te Londen. Karei Eduard wordt door de Schotsche hoofden genoopt naar Schotland terug te koeren.

1746. Hij overwint nog eens de Engelschen bij Falkirk, maar wordt door den hertog van Cumberland

geheel en al verslagen bij Culloden. Wreedheid der overwinnaars. Karei Eduard komt na vele gevaren weer in Frankrijk terug, f 1788.

1746. Slag bij Rocoux. Verbond van Maria Teresia inet Elisabeth van Rusland, die in het volgende jaar een Russisch leger naar Duitschland zendt.

1746. Dood van Philips V van Spanje. Zijn opvolger Ferdinand VI (1746—59) verlangt naar vrede.

1747. Slag 'Tan Lafeld, door Maurits van Saksen gewonnen. De Franschen bedreigen het gebied der Nederlandsche Republiek. Beleg van Sluis.

1747—1751. Omwenteling in Nederland; Willem IV stadhouder der zeven provinciën; weldra met grootere macht bekleed dan een zijner voorgangers.

1747. Inneming van Bergen-op-Zoom door Loewenthal.

1748. Beleg en overgave van Maastricht; algemeene uitputting.

35

ocr page 48

De geschiedenis der achttiende eeuw.

1748. Trede yan Aken.

Oct. Maria Teresia wordt erkend als eenige erfgename

van Karei VI. Zij staat een gedeelte van het hertogdom Milaan af aan Sardinië; Pai tim en Piacenza aan den Spaansohen infant Philips. De Nederlanden ontvangen de Barrière terug. Engeland geeft de veroverde koloniën aan Frankrijk en Spanje terug. Frederik II wordt bevestigd in het bezit van Silezië. Het /Isienio-verdrag tusschen Spanje en England wordt voor 4 jaren vernieuwd.

§2. DE ZEVENJARIGE OORLOG.

Gespannen' toestand in Europa na den vrede van Aken. Alle quot;partijen voorzien een nieuwen oorlog.-j Frederik II en Maria Teresia zoeken door versterking van leger en geldmiddelen zich voor den aanstaanden krijg voor te bereiden; Frederik vermeerdert zijn leger tot 150.000 man (Pruisen had toen S'/j millioen inwoners); beiden voeren groote verbeteringen in bij alle takken van bestuur.

J Sedert 1750 voortdurende twisten tusschen Frankrijk en Engeland, zoowel in Amerika als in Indië.

-' Verkoeling der vriendschap tusschen Engeland en Oostenrijk. George II, vreezend voor zijn keurvorstendom Hannover, dat door de Franschen wordt bedreigd, zasikL atoun „eerst bij Bus-land (verdrag te Petershurg 30 Sept. 1755), daarna bij Pruisen.

1756. Verdrag te Westiniuster (of White-Hall) tusschen

lo Jan. George II__en__Frederik II om den vrede in

Duitschland te handhaven, en vreemde mogendheden te beletten haar troepen het Rijk te doen binnentrokken.

^ gt; Te Versailles groote verontwaardiging tegen Frederik wegens dat verbond. Kauiiitz wöet door bèfniddeling van Mad. de Pompadour en de Bernis een verdedigend verbond te bewerken tusschen Frankrijk en Oostenrijk door het eerste verdrag vin' Yersailb's (1 Mei ITöOj^ Groote omkeer in de Europeesche staatfmnde (le rénversemëïïl ies alliances). Vijandschap van keizerin Elisabeth tegen Frederik II. Zij sluit zich aan bij het verbond van Frankrijk en Oostenrijk.

Krijgstoerustingen van beide zijden. Beleedigend ultimatum van Frederik aan Maria Teresia. Haar waardig antwoord.

1756—1763. ZeTenjarige oorlog.

1756. Frederik besluit zijn vijanden te voorkomen en trekt, zonder oorlogsverklaring, Saksen binnen (29 Aug). Hij bemachtigt Dresden. Het Saksisch leger ingesloten bij Pirna.

36

ocr page 49

De Zevenjarige oorlog.

Slag van Lowositz, door Frederik gewonnon op Browne (1 Oct.). De Saksers moeten zich gevangen govon. August III neemt de wijk naar Polen. Algemeeno verontwaardiging in geheel Europa.

1757. Tweede (en thans aanvallend) verdrag van Versailles tusschen Frankrijk en Oostenrijk; daaraan nemen doel: llusland, Saksen en Zweden; ook liet Dnitsclie Rijk verklaart aan Frederik den oorlog. Pruisen vindt alleen bondge-nooten in Engeland, dat hem vooral met gold ondersteunt, Hannover, Golha, Hessen en Brunaivijk. De oorlog wordt gevoerd:

1°. In Saksen, Silezië, Bohemen , Moravië tussehen Pruisen i en Oostenrijkers.

2°. In Pruisen, Brandenburg, Pommeren voornamelijk i tusschen Pruisen en Russen.

fiquot;. In het Westen van Duitschland (Westfalen, Hannover, do Rijnstreken) door Engelschon, Hannoveranen en Pruisen j tegen de Franschen.

1 Voornaamste veldheeren in dezen oorlog: Pruisen: Frederik, zijn broer Hendrik, Ferdinand van Brunswijk, Schwerhi.. Lehwald, Wedéll, Maurits van Dessau, Fink. Fmiqué, Ziethen, Sei/dlitz; Oostenrijkers: Dann, Landen, Karei van Lotharingen, Browne; Russen: Apraxhi, Fermor, Soltikof; Franschen: d'Est rees. Richelieu, Broglie, Contades, Soubise: Engelschen: Cumberland, (zoon van George II).

1757. Inval van Frederik in Bohemen. Hij verslaat Karei van Lotharingen bij Praag eji belegert die stad, maar wordt zelf verslagen door Daun bij Kollin (18 Juni). Hij trekt terug naar Saksen.

26 Juli. Slag van Hastenbeck, door d'Estréesgewonnen.

8 Sept. Verdrag van KI o o ster - Z e v e n, waarbij bijna jjeheel Hannover aan de Franschen wordt overgelaten.

Kuiperijen van Frederik in Rusland. De Grootvorsttroonopvolger (later Peter III) is hem gunstig gezind; hij weet den kanselier, Bestuschef en den opperbevelhebber Apraxin om te koopen. Na langdurig talmen rukt een Russisch leger Pruisen binnen en verslaat Lehwald bij Gross-Jager sd or f (30 Aug.) maar trekt weer naar Rusland terug.

De Zweden worden uit Pruisisch-Pommeren verdreven.

De Franschen onder Soubise vallen in Saksen.

5 Nov. Roemrijke overwinning bij Rossbach, door Frederik op hen bevochten.

De Oostenrijkers bemachtigen een groot gedeelte van Silezië, ook Breslau.

37

ocr page 50

Do geschiedenis der achttiende eeuw.

5 Dec. Fredërik verslaat hen onder Karei van Lotharingen en Daim bij Lentlieu (35.000 Pr. tegen 80.000 Oostenr.) Breslau herwonnen. In Engeland wordt Pitt minister. Hij doet het verdrag van Klooster-Zeven verwerpen; Ferdinand v. li runs wijk wordt aanvoerder van het Engelsch-Duitsche leger.

Val van den Russischen minister Bestuschef. Apraxin verliest het opperbevel. Fermor, aanvoerder der Russen; later Soitikof.

1758. Inval van Frederik in Moravië, zijn tegenspoed; hij moet het beleg van Oimütz opbreken.

Hij verslaat de Russen bij Zorndorf (25 Aug.), maar wordt zelf door Daim bij Hoghkir ch (ff Oct.) overvallen en verslagen. Ferdinand van Brunswijk verslaat de Franschen onder niquot;i-Tiy»nt bij Crefeld (23 Juni).

Ferdinand van Brunswijk wordt door den hertog de Broglie bij Bergen verslagen. maar overwint hem en Contades bij Minden.

Groote nederlaag van Frederik te Kunersdorf togen do vereenigdo Oostenrijkers en Russen (Camion, Soitikof).

Capitulatie van Fink te Maxen. Dresden door het Rijksleger ingenomen.

Laudon verovert Glatz en verslaat Fouqué bij Landshut, maar wordt door Frederik bij Liegnitz overwonnen. De Russen en Oostenrijkers bezetten Berlijn, maar verlaten het spoedig weder. Frederik (Ziethen) verslaat Daun bij Turgau.

Pitt neemt zijn ontslag als minister (wegens zijn geschil met den nieuwen koning George III omtrent de houding tegenover Spanje). Zijn opvolger Bute verleent Frederik geen onderstand meer.

Het versterkte kamp te Bunzelviitz; Laudon bemachtigt Schweidnitz, de Russén Wjrhcn 'Kolhcrfj. TTetel ige toestand van Frederik. Zijn ondergang schijnt zeker. Uitputting zijner geldmiddelen; de munt in waarde verminderd.

1762. Dood van keizerin Elisabeth; haar opvolger Pr ter III

Jan. is Frederiks bewonderaar en vriend.

38

1759. 12 Aug.

1760.

1761.

5 Meii_ Hij Tsluit, met—hem den vrede van Petersburg en wordt weldra zijn bondgenoot tégen Óostenrijk; het Russische leger' wordt onder Frederiks bevelen gesteld.

22 Mei.,

Vrede van Hamburg tusschen Pruisen en Zwedonj

ocr page 51

De Zee-oorlog tusschen Engeland en Frankrijk.

Peter III onttroond door zijn gemalin on kort daarna gedood. Kathariua II roept het Russische leger terug, maar handhaaft den vrede met Frederik.

Slag van Burkersdorf, door Frederik II gewonnen. Schweidnitz heroverd.

Prins Hendrik verslaat de Oostenrijkers bij Freiberg.

Voorloopige vrede tusschen Frankrijk en Engeland te Fontainehleau; beide mogendheden roepen hare troepen uit Duitschland terug.

Vrede te St. Hubertsburg tusschen Pruisen, Oostenrijk en Saksen. Ieder behoudt hetgeen hij voor den oorlog bezat. Frederik belooft zijn stem voor de verkiezing van Jozef, zoon van Maria Teresia, tot Roomsoh koning.

§ 3. DE ZEE-OORLOG TUSSCHEN ENGELAND EN FRANKRIJK. (1755—1763.)

Onnauwkeurige afbakening der grenzen tusschen do Fransche en Engelsche koloniën in Noord-Amerika bij de vredesverdragen van Utrecht en Aken; voortdurende twisten tusschen beide mogendheden, vooral over de uitgestrektheid van Akadië (Nieuw-Schotland), door de Franschen in 1718 a.m Engeland afgestaan.

De Franschen bouwen een rij forten van de Canadeesche meren naar den Ohio, om de Engelsche koloniën van het binnenland af te sluiten en hun eigen bezittingen in Canada te verbinden met Louisiana (toen het geheele bekken van den Missisippi).

1754. De Engelschen bouwen ook een fort aan den Ohio; de Franschen nemen het in, en noemen het Fort Duquesne. George Wasliingrton wordt door de Engelschen uitgezonden, om het te hernemen; hij wordt gevangengenomen door de Franschen. Vruchtelooze vredesonderhandelingen.

1755. Frankrijk en Engeland zenden beiden een vloot naar Amerika. Gevecht aan den mond van den St. Laurens; 2 Fransche oorlogsschepen genomen. De Engelschen kapen tal van koopvaardijschepen.

1756. De Franschen onder Richelieu en la Galisso-nière veroveren Minorca. Een Engelsche vloot onder Bijng wordt teruggedreven; daarom wordt Byng ter dood veroordeeld.

39

9 Juli.

21 Juli.

29 Oct. 3 Nov.

1763.

ocr page 52

40 De geschiedenis der achttiende eeuw.

1757—1761. William Pitt minister. Hij zet den oorlog in Europa en in de koloniën met kracht door („Canada is in Duitschland veroverdquot;). Montcalm, Wolfe,

Washington. De Engelschen overal in het voordeel tegen de Franschen.

1759. Boscawen verslaat een Pransche vloot bij Lagos; Hawke een andere in de baai van Q li i b ér on. De Engelschen nemen Guadeloupe. Wolfe verslaat Montcalm bij Quebec. Beide aanvoerders sneuvelen in den strijd; Quebec ingenomen door de Engelschen. Geheel Canada valt in hunne macht.

1760—1820. George III, Koning van Engeland.

Zijn gunsteling liule zoekt Pitt ten val te brengen.

1761. Familie-verdrag tusschen Frankrijk en Spanje; 15 Aug. ook de overige Bourbonscho hoven sluiten zich

daarbij aan. Pitt wil Spanje den oorlog verklaren; de koning weigert. Pitt treedt af; Bute minister. Spanje verklaart den oorlog aan Engeland. (Dcc.' 1761).

1762. Frankrijk en Spanje willen Portugal mot Engeland in oorlog brengen. Portugal weigert. Do bond-

genooten verklaren het den oorlog. Een inval der Spanjaarden wordt door den dapperen vorst van Schaumburg-Lippe afgeslagen.

Rodney neemt Martinique en andere kleine Antillen. Havanna en Manilla worden door do Engelschen bemachtigd. Vele Spaansche koopvaardijschepen vallen in do handen der Engelschen.

3 Nov. Preliminairen van Foutainebleau.

1763. Vrede yan Parijs.

10 Febr. Engeland verkrijgt Canada, Louisiana, ten Oosten van den Missisippi, Florida en eonige kleine eilanden, herwint Minorca, maar geoft Havanna, Manilla enz. terug; Spanje verkrijgt Louisiana ten Westen van den Missisippi, met Nieuiv-Orleans.

1756-1763. Oorlog in Oost-Indië.

1526. Baber, een afstammeling van Tamerlan, sticht het Rijk van den grooten Mogol in Indië; het blijft machtig tot aan den dood van Aurerg-Zeb (1707) en valt daarna uiteen in verschillende kleinere deelen, wier hoofden,

ocr page 53

Dg Zee-oorlog tusschen Engeland en Frankrijk.

„Nabobquot; genoemd, feitelijk onafhankelijk zijn. terwijl de Groole Mogol, die te Del/ii woont, alleen in naam nog het oppergebied heeft. — Na het verval der Portugeesche en derHollandsehe macht betwisten Franschen en Engelschen elkander den voorrang in Indië.

1741. Dupleix, Fransch gouverneur te Pondichenj (de voornaamste Fransche kolonie); hij voert voorspoedige oorlogen tegen de Indische vorsten en de Engelschen, die zich voornamelijk te Bombay, Madras en Calcutta vestigen.

1746. Inneming van Madras door Im Bourdonnaye, Fransch gouverneur te Ixle de. France; zijn twist met Dupleix. De Franschen brengen een groot deel van Indië onder hun oppergezag.

1748. Bij den vrede van Aken wordt Madras aan de Engelschen teruggegeven.

Weldra nieuwe twisten tusschen Franschen en Engelschen. Clive behaalt verschillende overwinningen op do bondgenooten der Franschen.

1754. Dupleix wordt teruggeroepen en de Franschen zien van al hun veroveringen af.

1756. Twisten tusschen de Engelschen en den Nahoh van Bengalen, Suraja Dowla, die Fort William (bij Calcutta) neemt en de bezetting wreedaardig behandelt.

1757. Clive wreekt zijn landgenooten op Suraja Dowla. Slag van Plassey, waardoor de macht der Engelschen in Indië wordt gegrondvest.

1758. Lally Tollend al komt met 1200 Franschen in Indië. Hij is zeer moedig, maar neemt Europeanen en Indianen tegen zich in.

1759. Vergeefsch beleg van Madras door de Franschen.

1760. Lally Tollendal wordt door de Engelschen verslagen bij Wandewash.

1761. De Engelschen veroveren Pondichery; Lally Tollendal gevangen (in 1765 te Parijs Ier dood veroordeeld en onthoofd). Einde der Fransche heerschappij in Oost-Indie.

1768. Bij den vrede van Parijs wordt Pondichery teruggegeven, maar de vestingwerken worden geslecht.

1774. Clive, van afpersing beschuldigd, doodt zich zelf.

41

ocr page 54

De geschiedenis der achttiende eeuw.

Vierde Hoofdstuk.

De laatste vyf en twintig jaren vóór de Fransehe Revolutie.

Dit tijdperk is als de voorbereiding der .groote omwenteling, die gedurende de laatste jaren der IS1'0 eeuw Frankrijk , ja geheel Europa zou beroeren.

/ In bijna alle landen worden de politieke rechten der Standen vernietigd; verlichte „despoten kwellen de volkeren door de hatelijkste dwingelandij en wekken overal ontevredenheid en bitteren wrok; de schaamtelooze berooving van een eeuwenouden, roem vollen staat, de schandelijke verdrukking van een heldhaftige natie vervult alle edele harten met afkoelen haat tegen de gekroonde boosheid.

In geheel Europa, maar vooral in Frankrijk neemt het afschuwelijkst quot;zedenbederf schrikbarend toe; de troon wordt onteerd door een wellustigen grijsaard; het hof geeft het aanstekelijk voorbeeld van alle schanddaden.»Een valsche wijsbegeerte ondermijnt straffeloos het voorvaderlijk Geloof, terwijl de Kerk door een achterdochtige staatkunde wordt bestreden en van hare kloekste; Verdedigers wordt beroofdfDe opvoeding der jeugd komt in de handen der vrijdenkers.

6- Het Fransehe hof verspilt millioenen in ongehoorde weelde; het lagere volk zucht onder ondragelijke lasten en de bevoorrechte standen verzetten zich met dwaze hardnekkigheid tegen elke redelijke hervorming.

Aan gene zijde van den Oceaan geeft een volk het gevaarlijke voorbeeld van een zegevierenderLOpstand tegen een tyran-nieke regeering, en de beginselen, aldaar verkondigd en toegepast, vinden een luiden weerklank in de gemoederen der Euro-peesche volkeren.

§ 1. DUITSCHLAND NA HET EINDE VAN DEN ZEVENJARIGEN OORLOG.

fjevolgeii vmi de» zeyenjatlgCll» oorlog. De „eenheid van Duitscliland ,is voor goed vefriietigd. Tegenover den kcTzer staat de koning van Pruisen. De onderlinge naijver tusschen beiden zal voortduren tot in onze eeuw en niet eindigen voor de vereeniging van Oostenrijk mot Duitschland geheel verbroken is.

42

ocr page 55

Duitschland na het einde van den Zevenjarigen oorlog. 43

17()5—1790. Jozef II, keizer van Duitschland.

Door zijne moeder Maria Tere si a wordt hij benoemd tot mederegent der Oostenrijksche erflanden. Hij voert vele verbeteringen in . zoowel in het leger als in het beheer der geldmiddelen. Voor het overige behoudt Maria Teresia het bewind zelf. Haar voornaamste minister is Kaunltz. Streven naar meerdere centralisatie; invoering van een nieuw wetboek nNemesis Teresianaquot;. Niettegenstaande de oprechte godsvrucht der keizerin begint reeds onder hare regeering een reeks van inbreuken op de rechten dor Katholieke Kerk. — In het geheel is hare regeering een tijdperk van voorspoed en welvaart voor hare staten.

17Gf». Toenadering tot Pruisen, uit vrees voor Rusland;

samenkomst van Jozef II met Frederik If to Neisse, en in het volgende jaar te Neustadt in Bohemen. Hun pogingen om den vrede tusschen Rusland en Turkije te bewerken leiden tot de eerste verdeeliiig vau Polen, waarin Maria Teresia zeer tegen haar zin toestemt (1772). Door die verdeeling wordt Cfaliclë bij de Oostenrijksche erflanden gevoegd, die in 1775 nog vergroot worden mot de Ttnkttwjii!! i]nm- Turkije afgestaan.

1777. Na hot overlijden van den kinderloozen keurvorst van Beieren Maxlmiliaau Jozef, maakt Jozef II aanspraak op een groot gedeelte van diens nalatenschap. De naaste erfgenaam. Karei Tlieodoor van de Palts, erkent die aanspraak. Jozef II doot een gedeelte van Beieren door zijne troepen bezetten.

Protest van Karei van Palts-Tweebrnggen, den naasten erfgenaam van den kinderloozen Kurel Tlic.odoor. Hij vindt steun bij Frederik II.

1778—1779. Beiersche Successie-oorlog.

Frederik II rukt Bohemen binnen. Geen gevechten van beteekenis. Bemiddeling van Frankrijk en Rusland.

1779. Vrede te Teschen. Oostenrijk ziet af van alle aanspraak op Beieren en behoudt alleen het Inn-viertel. Het stemt toe in do aanstaande vereeniging van Anshach en Bayreuth met Pruisen.

1780. Dood van Maria Teresia. Jozef II volgt haar op als vorst der Oostenrijksche erflanden

(1780—175)0). Zijn groote hervormingsplannen. Kaunitz blijft zijn voornaamste minister. Hij beschouwt Frederik TI als zijn voorbeeld, maar mist diens voorzichtigheid en beleid.

ocr page 56

De geschiedenis der achttiende eeuw.

Hervoriningen ran Jozef II. Afschaffing van vele bijzondere rechten der verschillende Duitsche erflanden; de lijf eigenschap houdt op. Hij laat zich niet als koning van Hongarije kronen, om de constitutie van dat land niet te moeten bezweren. Hij vervangt in Hongarije het Latijn door het Duitsch als offi-cieele taal; centralisatie van het bestuur; opmeting van het land en volkstelling. Groote verbittering in geheel Hongarije.

Tegen het einde zijner regeering ziet de keizer zich genoodzaakt de meeste zijner hervormingen te herroepen.

Vijandige houding van Jozef II tegen de Katholieke Kerk en den H. Stoel. Het tolerantie-edikt (1781); hij seculariseert in den loop zijner regeering bijna 300 kloosters;

beperkt het verkeer der bisschoppen met den Paus en mengt zich in vele bijzonderheden van den eeredienst en van do opleiding der geestelijken.

1782. Itcis van Pius VI naar Weenen; groote geestdrift der, bevolking; do keizer behandelt den Paus eerbiedig, maar luistert niet naar diens vermaningen; onbetamelijk gedrag van Kaunitz. — Jozef II la Rome (1783).

Anti-kerkelijke en anti-godsdienstige strooming in Duitsch-land, door den keizer aangemoedigd. De Febronius (v. Hontheim); het Jozefisme. Pogingen der a a r t s o issc il ó pp e n van Menlz,

Keulen, Trier en Salzburg om een, soort van nationale Kerk te stichten; de Emser Punctaties (1786). Bedrijvigheid van don Pauselijken nuntius Pacca, die de bisschoppen voor den Paus weet te winnen. ,

Ook in de Oostenrijksche Nederlanden poogt Jozef II vele hervormingen in te, voeren. Opribhting van een algemeen seminarie te Leuven, en -te Luxemburg (1786). Hij wil de opleiding der geestelijkheid aan de bisschoppen onttrekken.

Moedige tegenstand, van Kardinaal Frauckenberg, aartsbisschop' van Mechelen. ÖnlUsten in het Seminarie te Leuven; de gees- ,

tjslijkheid vindt steun bij het volk. i ^

1787. Jozef schaft de_ staatsregeling der Oostenrijksche Nederlanden af. Ontevredenheid in België. Onlusten te Brussel,(1788). Trautmannsdorf en d'Alton.

1789. Jozef II vernietigt de Joyense Eutrée. O p sta n d in België; v. d. Noot, Vouck en v. d. Eynde.

Men zoekt hulp bij Engeland, Holland en Pruisen. De opstandelingen vinden een wijkplaats op Hollandsch gebied. Hun ver-eenigingspunt is Breda; van der Merscli hun aanvoerder.

44

ocr page 57

Duitschland na het einde van den Zevenjarigen oorlog., 45

26 Oct. Gevecht bij Turnhout door de opstandelingen ge-wonnen. OoK Brurjrjc., Oxlcnde vallen irï hunne

handen. Radeloosheid der Oostenrijksche regeering.

12 Dec. De Oostenrijkers moeten Brussel ontruimen.

^1790. De Belgen verklaren zich onafhankelijk als lt;le Ver-éeuigde Belgisclie Staten. Pius VT tracht tevergeefs den vrede te herstellen. Verdeeldheid onder de Belgen.

Buitenlaiulsche politiek van Jozef II.

1781. Hij verkrijgt de ontruiming der Barrière-steden.

1783. Hij vordert van Holland den afstand van Maastricht en eenige andere grensdistricten.

1784. Hij eischt de opening der Schelde. Weigering der Staten. Een Oostenrijksch oorlogsschip wil zonder

tol te betalen de Schelde afvaren. Het wordt door kanonschoten genoodzaakt de vlag te strijken. Jozef beschouwt dit als een oorlogsverklaring en doet een leger naar de Nederlanden oprukken. De Staten gelasten een algemeene volkswapening.

1785. Bemiddeling van Lodewijk XVI. Yrede te. Fon-taiiiebleattr Dï'TTnilt;■ staat Lilh en Liefkemhoek af

en betaalt fl. 9.500.000 (waarvan Frankrijk do helft voldoet), maar lt;le Schelde blijft gesloten. Teleurstelling en ontevredenheid in België.

1784. Nieuwe poging van Jozef II om Beieren te verwerven. 4n ruil voor dat land biedt hij den keurvorst Karei Theodoor een deel van lieli/ii! aan onder den naam van koninkrijk Bonrgondië. Luxernbwy, Limbunj en Namen zullen den aartsbisschop van Sal.zburlt;/gt; in ruil voor zijne bezittingen worden toegewezen.

1785. Protest van Karei van Tweebruggen, naasten erfgenaam van Karei Theodoor. Hij vindt

wederom steun bij Frederik II, die het Dnitsche Vorsten-verbond sticht. Jozef II is genoodzaakt van zijne plannen af te zien.

Nauwe betrekkingen van Jozef II tot Katharina II van Rusland. Sedert 1782 bestaat er een geheim verbond tusschen beiden.

1787. Jozef II vergezelt Katharina op haar reis naar de Krim en belooft zijn hulp bij den aanstaanden oorlog tegen de Turken.

ocr page 58

Do geschiedenis der achttiende eeuw.

1788—1791. Oorlog tegen de Turken.

Jozef II onderneemt dien als bondgenoot van Rusland. Tegenspoed van Jozef en zijn veldheer Lascy. De Turken doen verwoestende invallen in Hongarije.

1789. Laudon wordt aan het hoofd des legers gesteld en verovert Belr/radn. Do prins van Koburg verslaat mot den Russischen generaal Suwwof de Turken bij Fokschani en bij do Rymnik.

1790. Pruisen en Engeland toonen zich zeer genegen voor de Turken. Gevaar voor een oorlog.

22 Febr. Dood van Jozef II, die reeds in het vorige jaar ziek uit Hongarije was teruggekeerd. Hij was een man van grooto bekwaamheden. maar moest tot zijne teleurstelling ondervinden. dat al zijne hervormingen haar doel misten, omdat zij niet geleidelijk en mot voorzichtigheid werden ingevoerd. Het Jozefisme is nog in onze dagen een ramp voor Oostenrijk.

1790—1792. Leopold II, broeder van Jozef II, keizer van Duitschland.

Hij herstelt op het Congres te Reichenau de goede verstandhouding met Pruisen. Generaal Bender herstelt het keizerlijk gezag in België; do hervormingen van Jozef II worden afgeschaft.

1791. Yrcdc te Sistowa. Leopold geeft alle veroveringen terug en behoudt alleen Orsowa,

Pruisen. Binnenlandsch bestuur van Frederik den Grooten; zijn krachtige pogingen om de gevolgen van den langdurigen oorlog weg te nemen. Veel zorg voor landbouw, handel en nijverheid, eene bank te Berlijn opgericht; hooge in- en uitgaande rechten; veel kanalen gegraven en wegen aangelegd; hooge belastingen; de régie. — Het leger is de voornaamste zorg des konings. De sterkte bedraagt 200,000 man, waarvan minstens 100,000 altijd onder de wapenen (bij een bevolking van 5 a 6 millioen). Alleen edellieden kunnen officier worden; 2/3 der soldaten zijn buitenlanders.

Hervorming van het rechtswezen. De „Codex Prideri-cimiusquot;; Cocceji, Cartner en Suarez.

46

ocr page 59

Duitschliind na het einde van den Zevenjarigen oorlog. 47

Frederik is volmaakt onverschillig op het punt van godsdienst. — Zijne vrienden: Voltaire, d'Alemhert, d'Argens. Frederik beschermt de Jezuïeten, maar veroorlooft zich menige willekeurige en gewelddadige inmenging in godsdienstige zaken. — A. Faulhaber martelaar van het biechtgeheim.

Onderwijs, opvoeding, kunst en wetenschap worden stiefmoederlijk behandeld. — Frederik is een voorbeeld van werkzaamheid en spaarzaamheid, die soms in hardvochtige gierigheid ontaarden. — Hij blijft geheel buiten de letterkundige beweging in Duitschland.

In de tweede helft der achttiende eeuw begint de herleving der Duitsche letterkunde. Bodmer (1698—1783); Gottsched (1700—1766); Klopstock (1724—1803) de Messias; Lessing (1729—1781), vooral groot als kunstrechter, Laokoon, Nathan de VFyze; Wieland (1733—1813) Oberon; Herder (1744—1803), Cid; Goethe (1749—1832) Werther, Gütz, Faust; Schiller (1759—1805) die Rauber, Wallenslein, Teil. Balladen.

1764. Frederik sluit een verbond met Katharina 11 en ondersteunt hare kuiperijen in Polen.

Ten einde den ondergang van Turkije te voorkomen en Polen niet geheel in de macht van Rusland te doen geraken, bewerkt Frederik de eerste verdeeling van Polen (1772), waardoor hij West-Pruisen (behalve Dantzig en Thorn), het Bisdom Ermeland en het Hetze-district verkrijgt en aldus Oost-Pruisen met zijn Duitsche bezittingen verbindt.

178(). Dood van Frederik II.

Hij was do grootste vorst zijner eeuw. Pruisen dankt hem zijne plaats onder de groote mogendheden van Europa. Zijn gedrag jegens Maria Teresia en de verdeeling van Polen schandvlekken zijn nagedachtenis.

1786—1797. Frederik Willem II, koning van Pruisen.

Hij is de zoon van Frederiks oudsten broeder August Willem. Hij is welwillend en streng orthodox, maar zedeloos en verkwistend. Wöllner, Bisschoffswerder en Hertzberg (tot 1791) zijn zijne voornaamste ministers.

Hij mengt zich in de onlusten, in de Nederlandsche Republiek uitgebarsten (1787) en neemt in 1793 en 1795 deel aan de tweede en derde verdeeling van Polen.

In de kleinere Duitsche staten heerscht gedurende dit tijdvak veelal groote dwingelandij en willekeur in het bestuur, gepaard met schandelijke verkwisting, zedeloosheid

ocr page 60

De geschiedenis der achttiende eeuw.

en ongeloof aan de hoven, alwaar men het verleidelijke voorbeeld van Lodeivijk XV tracht na te volgen.

Vooral sedert de opheffing der Jezuïeten-orde wordt het onderwijs ook aan de meeste Katholieke hoogescholen meer en meer anti-kerkelijk.

1724—1804. Kant — hoogleeraar te Koningsbergen — de stichter der moderne rationalistische wijsbegeerte.

1776. Weishaupl sticht de orde der Illuminaten (een soort • van vrijmetselarij).

§ 2. DE NOORDSCHE STATEN GEDURENDE DE REGEERING VAN KATHARINA II.

DE ONDERGANG VAN POLEN.

48

1762. Peter III, keizer van Rusland. Stichter van het 5 Jan. huis van Holstein-Gottorp ') (Hij is de zoon van Karei Prederik, hertog van Holstein-Gottorp en Anna , de oudere dochter van Peter den Grooten). Zijn bewondering voor Frederik den Grooten. Hij sluit vrede en daarna een verbond met Pruisen, en brengt daardoor een omkeer te weeg in den Zevenjarigen oorlog. Zijn voorliefde voor de Pruisische inrichtingen , voor de Protestanten, voor zijn Holsteinsche lijfwacht. Hij voert verschillende heilzame veranderingen in, roept vele ballingen uit Siberië terug, o.|a. Münnich, maar verbittert de

') Geslochtslijst der Russische lieerschers gedurende de achttiende eeuw.

Katliarina.

X

Karei Leopold van Mecklenburg.

Anna.

X

Anton Ulrik van Brunswijk.

Iwan VI, onttroond 1741, t 1764.

Feodor III.

•;-1682.

Anna

11740.

Peter de Groote •{• 1725.

V X

Eudoxia Lapuchin. Katharina I 1727.

Alexei Anna. Elisabeth

11718. X 11762.

Karei Frederik Peter II van

11729. Holstein-Gottorp.

I

Peter III f 1762.

X

Katharina II 1706. van Anhalt-Zerhst.

Alexei t 1676. Iwan V t 1696. Sophia.


Paul I f 1801.

ocr page 61

De Noordsche St. ged. d. reg. v. Kath. II. Do ondorg. v. Polen. 49

geestelijkheid, het leger en het volk. Zijn zedeloos leven en oneenigheid met zijne vrouw Katharina van Anhalt-Zerbst.

Samenzwering tegen Peter III door Katharina met Gregorius en Alexis Orlof, Panin en de vorstin Dasc/ikof. Peter III te Peterhof.

9 Juli. Katharina begeeft zich naar de kazerne dor garde te Petersburg. — Potemkin. — Zij wordt tot keizerin uitgeroepen. Lafhartigheid van Peter. Hij wordt gevangen genomen en doet afstand van den troon.

16 Juli. Peter III wordt te Ropscha door Alexis Orlof en eenige anderen vermoord.

1762—1796. Katharina II, keizerin van Rusland;

haar groote bekwaamheden, ontsierd door afschuwelijke zedeloosheid (haar gunstelingen : Orlof, Potemkin en anderen) en onrechlvaanlicje politiek. Zij handhaaft den vrede met Pruisen, maar roept hare troepen terug.

1764. Mirotvitsch doet een poging om Iwan VI te bevrijden; deze wordt gedood. Mirowitsch met zijn handlangers terechtgesteld.

lïiiiuenlaiKlsche hervormingen. Katharina roept oone commissie uit al haar landen bijeen, om een algemeen wetboek te ontworpen; deze poging leidt niet tot bevredigende uitkomst '[ (1766—1768). Zij poogt de lyfeif/enschap af te schaffen, doch 1 te vergeefs. Hare zorg voor handel. landbouw, leger en vloot. Zij roept koloruston in haar Rijk; zij tracht de Westersche beschaving meer en meer te verbreiden. Zij bewondert de , ongeloovige Fransche en Engelsche wijsgeeron, maar beschermt toch do Jezuïeten verbiedt de afkondiging van de breve „Dominus nc- 'Redctnpjorquot; in hare Staten. Zij hervormt de geheime' UOlUlë. Haar argwaan en vijandschap jegens haren zoon Paul. Men noemde haar ,,de (tweede) Semirainis van j,) het Noordenquot; en telt haar onder de „verlichte despotenquot;.

Katharina herstelt Biron (den gunsteling der keizerin Anna) , als hertog van Koerland en maakt dit geheel afhankelijk van Rusland.

t 1768. Dood van August III, koning van Polen.

1764. Katharina sluit een verbond met Frederik II, om haar invloed te doen gelden bij de koningskeuze-, beiden verzetten zich tegen de verkiezing van een Saksischen prins, en trachten de verkiezing van Stanislaus Puniatowski door te drijven. Re|)niii en Kayserlingk te Warschau; Russische troepen in Polen; schandelijke gewelddadigheden.

ocr page 62

De geschiedenis der achttiende eeuw.

1764—1795. Stanislaus PoniatowsM, laatste koning van Polen.

Hij wordt gesteund door de machtige Czartoryski.

Eedenon van de verzwakking en don ondergang van het Poolsche Rijk:

a) Het koiiiugscha|) bij kenze (sedert 1572) en de voortdurende vermindering der koninklijke macht. De „Republiek Polen.quot;

b) Het liberum veto.

c) Het recht van confederatie. Daarbij het bijna geheel ontbreken van een middelstand; er waren bijna alleen edellieden,

hoeren en Joden.

1764. Rusland en Pruisen eischen volkomen vrijheid en gelijkstelling der Dissidenten met de Katholieken (geen 4.000.000 tegen 11.000.000 Katholieken).

De Dissidenten hadden volkomen godsdienstvrijheid maar geen toegang tot hooge waardigheden, en waren dus in veel gunstiger omstandigheden dan de Katholieken in vele protes-tantsche landen. Tegenstand van den koning en den rijksdag. Gewelddadigheden van Repnin.

1767. Hij laat twee bisschoppen en eenige edellieden gewelddadig oplichten en naar Eusland voeren.

Katharina verbant hen naar Siberië. Lafhartigheid van den koning; do rijksdag wordt gedwongen toe te geven. Confederatie van Rad om. (Radziwilï).

1768. Confederatie van Bar onder Pulawski, Frans Potocki, Krasinski e. a. ter verdediging van den godsdienst

en de vrijheid des vaderlands. Vreeselijko burgeroorlog in Polen. Bar, Krakau en vele andere steden vallen in de handen der Russen en Kozakken, die ijselijke wreedheden plegen. De geconfedereerden vragen hulp aan de Turken. De Russen schenden het Turksche grondgebied. Frankrijk zendt D u m o ü r i è z naar Polen. Verwarring en twisten bij de geconfedereerden.

1768 — 1774. Eerste oorlog tegen de Turken.

1769—1770. Nederlagen der Turken; de Russen onder Galilzin en Romiantzof veroveren Bessarabië, Moldavië, Wall ach je. Slag bij den Kaghul. Inneming van Jsmaü, Bender, Braila en A kjerman.

Alexis Orlof zeilt met een Russische vloot van Kroonstad naar de Middellandsche Zee (1769). Opstand der Grieken in

50

ocr page 63

De Noordsche St. ged. d. reg. v. Kath. II. De onderg. v. Polon. 51

Morea. Trouweloosheid der Russen. De Grieken door do Turken bedwongen; vreeselijke gruwelen. Nederlaag der Turksche vloot biiTgjjliCSiiie (1770). Elphinstoiïê, Dügdaie, Hassan-Bey.

1771. De Russen veroveren de Krim.

1772. Opstand in Egypte onder Ali-Bey met behulp (Ter Russische vloot.

De Turken onderdrukken het oproer.

Frederik II en Jozef II ontevreden over de groote veroveringen der Russen; hun samenkomsten te Neisse (1769) en Neustadt (1770).

Oostenrijk bezet het Poolsche district van Zips, dat vroeger tot Hongarije had behoord.

Prins Hendrik van Pruisen te Petersburg; onderhandelingen over een verdeeling van Polen.

Verbond van Oostenrijk met Turkije, om een dragelijken vrede te bewerken.

Verdrag tussohen Pruisen en Rusland ter verdeel ing van Polen. — Maria Teresia wordt uitgenoodigd daaraan deel te nemen. Haar tegenstand overwonnen door Kaunitz en Jozef II.

1772. Eerste Terdeeling van Polen;

Rusland krijgt Wit-Rnsland, (2000 vierk. M. met 1.800.000 inw.); Oostenrijk: Galicië en Lodomirië (1400 vierk. M. met 3.000.000 inw.); Pruisen: West-Pruisen, Erineland euChet Netze-district} behalve Pantzig en Thorn (700 vierk. M. met 650.000 inwoners).

1778. Schandelijke lafhartigheid van Stanislaus Ponia-towski. De rijksdag, door geweld en omkooping overgehaald, stemt in de verbrokkeling van Polen toe. De 3 mogendheden waarborgen de Constitutie (de „vrijheidquot;) van Polen, die de onlusten en zwakheid des lands moet doen voortduren. — Onverschilligheid der overige Europeesche mogendheden. Alléén de Paus protesteert.

1772. Wapenstilstand en onderhandelingen tusschen Rusland en Turkije.

1773. De oorlog wordt hervat. -v

1774. Nederlaag der Turken bij Sell inula; de Grootvizier moet zich gevangen geven.

1773.

1769. 1770—1771.

1771.

1772.

ocr page 64

Do geschiedenis der achttiende eeuw.

21 Juli. Vrede van Kutschuk-Kaynardgi.

De Tartaren van de Krim en de Kuhan. Butschak en Jcdisan worden onafhankelijk. — Rusland verkrijgt Azof (zonder beperking], Kertsch, Jenikale, Kinhut n, Groot- en Klein-Kahardije; vrije vaart op de Tarksche wateren.

1773. Opstand der Kozakken onder Pngatschef. die ^ich voor Pelei- ITTquot;Ttttgceft. fTij pTéégt vreeslijke gruwelen en verslaat quot;v^rgchillencté Eüssische legerbenden; hij neemt do stad Kazan in (1774), maar wordt bij Tzaritzin verslagen door Michelson, door zijne volgelingen uitgeleverd en te Moskou onthoofd (1775).

1780. Om de veiligheid van den koophandel gedurende den Amerikaanschen bevrijdingsoorlor/ te verzekeren, sticht Katharina het verbond tot handhaving van do gewapende onzijdigheid ter zee, waarbij zich Denemarken, Zireden, Pruisen, Oostenrijk en Portucjal aansluiten. De toetreding van Holland wordt verhinderd door den oorlog, die weldra tusschen Holland. en Engeland begint.

Verhond van Katharina met Jozef II; ontwerp eener verdoeling van Turkije.

Onlusten bij de Tartaren in de Krim. DoKhan Schahin-Girai wordt verdreven en zoekt hulp bij de Russen. Hij wordt weder op zijn troon hersteld; nieuwe onlusten in de Krim.

Hij doet afstand van zijn Rijk ten behoeve der Bussen. Potemkin verovert het en laat bijna de geheele bevolking uitmoorden. Verontwaardiging te Con-stantinopel.

Verdrag van Rusland met Turkije, waarbij do Krim aan Rusland blijft. Potemkin krijgt den eerenaam van den Tauriër, en wordt stadhouder van de Krim.

Reis van Katharina II en Josef II naar de Krim; bedriegerijen van Potemkin. Nieuw verhond tusschen Oostenrijk en Rusland.

1787 — 1792. Tweede oorlog tegen de Turken.

Nederlaag der Turken bij Kinhurn; Suwarof.

1788. Jozef II verklaart den oorlog aan de Turken; de Oostenrijkers onder Lasey lijden groote verliezen. Potemkin verovert Otschakof.

52

1782.

1782.

1783.

1784. 1787.

ocr page 65

De Noordsche St. ged. d. reg. v. Kath. II. De onderg. v. Polen. 53

1789. Slag bij Fokschani en bij de Rymnik, door Suwarof en Koburg op de Turken gewonnen; Laudon verovert Belgrado.

1790. Dood van Jozef II. Leopold II sluit in het volgende jaar te SisjLojg.a vrede met de Porte.

1790. Suwarof neemt de sterke vesting Ismail stormenderhand in.

1791. Voorloopige vrede te Galatz. — Dood van Potemkin.

1792. Rusland behoudt de Krim en verlmjgt het gebied tot aan den Dniester met Otschakof.

1751—1771. Adolf Frederik van Holstein koning van Zweden;

grooté macht van den adel; het koninklijk gezag zoo goed als vernietigd. Twisten tusschen hoeden en mutsen.

1771—1793. fin staaf' Adolf TTT. konin g van Zweden.

1772. Staatsgreep: Gustaaf Adolf III berooft den.

rijksraad van zijne machtj' het koninklijk gezag aanmerkelijk uitgebreid. Gustaaf weet de liefde van zijn volk te winnen. Hij doet veel voor de welvaart en macht des lands; hij zorgt voor leger en vloot, nijverheid, handel, kunsten en wetenschappon. — Zijn ongeloof, lichtzinnig leven, zijne verkwistingen en de hooge belastingen, die daarvan het gevolg waren, vervreemden later velen van hem. Ontevredenheid in Pruisen en Rusland over de omwenteling in Zweden. Een bondgenootschap met Frankrijk voorkomt een dreigenden oorlog.

1788—1790. Oorlog tegen Rusland en Denemarken.

1788. Gustaaf Adolf III doet een inval in Finland en bedreigt Petersbunj. Onbesliste zeeslag bij

Hoogland.

Ontevredenheid in het leger; de officieren weigeren verder aan den oorlog deel te nemen, omdat hij zonder toestemming van den rijksraad is verklaard.

Zij onderhandelen met de Russen. Gustaaf Adolf III te Stockholm; hij drijft de Denen terug, die een inval in Zweden hadden gedaan.

1789. Hij vindt hulp bij de Dalekarliërs en verandert op nieuw de staatsregeling, zoodat hij

feitelijk onbeperkt monarch wordt.

De oorlog wordt hernieuwd. Onbesliste slag bij Bornhohn.

ocr page 66

Do geschiedenis der achttiende eeuw.

1790. De Zweedsche vloot in de baai van Wiborg ingesloten , en door de dapperheid des konings bevrijd. Groole overwinninij dar Zweden bij Svenskasond. — Door de uitputting zijner geldmiddelen gedwongen. sIuit Gustaaf III nog in het zelfde jaar den vrede van Varela, die de grenzen der beide rijken onveranderd laat. Hij sluit een verbond met Rusland terquot; bestrijding der Fransche Kevolutie (1791).

Ontevredenheid in Zweden, vooral onder den adel.

1792. Gustaaf' Adolf III wordt vermoord door Ankarstrnm; hij wordt opgevolgd door zijn zoon Oustaaf Adolf IV (1792—1809) onder regentschap van zijn oom Karei van Sudermaidand.

1790. lïwleving van de vaderlandsliefde in Polen. — Verbond met Pruisen; de bisschop Krasinski, Stanislaus Potocki en anderen dwingen de Russische legers Polen te verlaten.

1791. Hervorming in de staatsregeling. Het koningschap erfelijk in het Saksische Buis; afschaffing van het liberum veto, van het recht van Confederal ie; uitbreiding der koninklijke macht; 2 kamers.

1792. Ontevredenheid van een deel des Poolschen adels. Felix Potocki, Branicki e. a. sluiten de confederatie

van Targowitz ter beschefming der Poolsche vrijheid en vragen hulp aan Rusland.

Verraderlijke politiek van Pruisen, dat zijn bondgenooten verlaat.

Een Russisch leger rukt Polen binnen.

Dappere maar vruchtelooze tegenstand der Polen onder Jozef Poniatowski en Kosciusko.

Lafhartigheid des konings; de vroegere constitutie wordt hersteld.

1793. Tweede verdeeling van Polen.

Rusland eischt Litliauen, Podolië, de Ukraine

(4500 vierk. M. met 3.000.000 inw.). Pruisen Dantzig, Thorn, Posen, Kaliscli (zoogen. Zuid-Pruisen 1000 vierk. M. met 1.500.000 inw.) Gewelddadigheden der Russen. De Rijksdag te Grodno wordt gedwongen toe te geven. Groote verbittering in Polen.

De Russen willen het Poolsche leger doen ontbinden.

1794. Algemeene opstand; Kosciusko, Donibroioski en Jozef Poniatowski verdrijven do Russische bezetting uit Warschau en dwingen de Pruisen het beleg dier stad op te breken.

Van alle zijden dringen de Russische legers Polen binnen. Slag van Macieowitz (10 Oct.); Kosciusko verslagen en ge-

54

ocr page 67

De Noordsche St. ged. d. reg. v. Kath. II. De onderg. v. Polen. 55

vangen genomen. „Finis Poloniae.quot; Suwarof neemt Praga stormenderhand in; vreeslijk bloedbad. Overgave van Warschau;

het Poolsche leger wordt weldra genoodzaakt te capituleeren.

1795. Derde Terdeeling ran Polen.

Pruisen neemt Nieinv-Oost-Pruisen met Warschau

(900 vierk. M. 1.000.000 inw.); Oostenrijk West-Galiciü met Krakan (800 vierk. M. mot 1.000.000 inw.); Rusland verkrijgt het overige (2000 vierk. M.). Stanislaus Poniatowski legt de kroon neder, en vestigt zich te St. Petersburg, alwaar hij 8 jaar later overlijdt.

1796. Dood van Katharina II. Zij wordt opgevolgd door haar zoon.

1796 — 1801. Paul I, keizer van Rusland.

1746—1766. Frederik V. koning van Denemarken. Zijn minister licnisdöï-ii'- Hij doet veel voor kunst en wetenschap (Klopstock). Hij sluit een tweede huwelijk met Juliana Maria van Brunswijk.

1766—1808. Cliristiaaii VII. Hij huwt met Karolina Mathilde, zuster van George III van Engeland. Losbandigheid en zwakheid van geest des konings. Struensee, een geneesheer uit Altona, wint zijn vertrouwen. Hij weet de goede verstandhouding tusschen koning en koningin te herstellen. Hij wordt Kabinetsminister (1771). Hij voort met overhaasting vele hervormingen in (vrijheid van drukpers, verbeteringen in het rechtswezen, het gebruik der Duitsche taal); hij kwetst den adel en heeft vele vijanden. Brandt, oppasser van den koning.

1772. Kuiperijen van 's konings stiefmoeder, Juliana Maria-, samenzwering tegen Struensee. De koningin Karolina Mathilde, Struensee, Brandt en zijn aanhangers gevangen genomen. Het huwelijk des konings wórdt ontbonden; de koningin wordt naar Cellc in Hannover verbannen. Struensee en Brandt ter dood gebracht. Juliana Maria en haar zoon Frederik (halve broer van Christiaan VII) blijven in het bezit der macht. Alle hervormingen van Struensee worden plotseling afgeschaft.

1784. De kroonprins Frederik (zoon van Christiaan VII) komt in het bezit van het regentschap. Zijn minister Bernstorff (de jongere) leidt de regeering met beleid.

1804. Afschaffing van slavenhandel en lijfelgenscliap.

ocr page 68

De geschiedenis der achttiende eeuw.

§ 3. ENGELAND EN HOLLAND SEDEET DEN ZEVENJARIGEN OOELOG.

DE OPSTAND DER AMERIKAANSCHE KOLONIËN.

1760 — 1820. George III, kleinzoon van George II.

Hij is meer genegen voor de tnn/s, en wil zelf regeeren. — „George wees koningquot;\

1761. Hij geeft Pitt zijn ontslag; Bute minister. Spanje neemt deel aan den oorlog. Engeland geeft geen subsidie meer aan Frederik II.

1763. Vrede van Parijs, tussehen Ene/eland, Frankrijk en Spanje. Groote voordeelen door Engeland verkregen, maar de schulden ontzettend vermeerderd; zij bedragen ruim 126.000.000 pond sterl. Nadeelcn vaii de verdrijving der Franschen uit Noord-Amerika., De koloniën hebben (jeen buitenlandse hen vijand meer te. vreo2;on en gevoelen geen behoefte aan de hulp van hel nwederlandJ/Zij hadden bovendien hun eiyen kracht en krijgshaftigheid leéren kennen. Vergennes (toenmaals Fransch gezant te Constantinopel.

later minister) voorspelt den opstand der koloniën.

1764. De minister Grenville besluit tot de invoering der stempelbelastilig'. Groote verbittering in Amerika; alle koloniën (behalve Canada en Nieuw-Brunswijk) verklaren zich er tegen, omdat zij niet willen, dat hun een belasting worde opgelegd door een Parlement , \ waarin zij niet vertegenwoordigd zijn.

1765. De stempelbelasting door het Parlement aangenomen. De uitvoering blijkt eene onmogelijkheid,

door den passieven tegenstand der Amerikanen. Fraiiklin te Londen als agent van Pennsglvanië. Onderscheid tussehen binnenlandsche en büitenlandsche belastingen. Pitt en Bnrke tegen de stempelbelasting.

1766. De stempelbelasting afgeschaft. Geestdrift in Amerika. Pitt minister. Hij verkrijgt den titel van Lord Chatham. Zijn ziekte.

1767. De minister Townshend stelt voor de heffing van invoerrechten op glas, papier, thee en andere

artikels (een büitenlandsche belasting). Nieuwe verbittering in Amerika; men verwerpt het onderscheid tussehen binnen- en büitenlandsche belasting. Hancock. De Amerikanen weigeren Engelsche waren te koopen.

56

ocr page 69

Eng. en Holl. sodert d. Zev.jar. oorl. Do opst. d. Amer. Kol. 57

1768. Pitt neemt wegens langdurige ziekte zijn ontslag. Engelsche troepen in Amerika.

1770. Lord North, hoofd van hot ministerie. Do „mnord van Bostonquot;.

De andere belastingen worden afgeschaft, alleen die op de thee blijft behouden. Tegenstand van Franklin; zijn polemische geschriften. Hij publiceert de brieven van Hutchinson. Groote verbittering in Amerika en in Engeland. De brieven van „Juniusquot;.

1773. De Amerikanen werpen te Boston 3 ladingen thee in het water.

1774. Do haven te Boston wordt gesloten.

Het Engelsche Parlement schenkt den Katholieken van Canada vrijheid van godsdienst; daardoor blijft Canada voor Engeland behouden.

5 Sept. Algemeen Congres te Philadelphia. Adams, Patrick Henry, Washington. Verklaring van dc

rechten der Amerikanen; protest tegen do maatregelen van hot gouvernement. Men besluit alle handelsverkeer met Engeland te staken. Velen kanten zich tegen de afscheiding van Engeland. Do Loyalisten. Adros aan den koning. Onderhandelingen van Franklin te Londen. Zijn conferenties met Pitt.

Pogingen van Pitt en Burke om een verzoening te bewerken. Hunne voorstellen worden verworpen.

1775. Gevechten van Concord en Lexington (18 April).

Het congres besluit den oorlog. De dertien koloniën nemen den naam aan van de „Vereeiligde Statenquot;; die Staten zijn: New-Hampshire, Massachusetts, Bhode-lsland, Connecticut, New-York, New- Yerseij, Pennsylvanië, Delaware, Maryland, Virginia, Noord-Carolina, Zuid-Carolina, Georgia. — Washington tot opperbevelhebber gekozen. Zijn moeilijke positie; zijn geduld, beleid, standvastigheid. Zijn onderbevelhebbers Gates, Adams, Prescott, Lee, v. Steuben. De Engelsche aanvoerders: Gage, Howe, Bonrgoyne, Clinton.

Slag bij Bunkershill, door Gage op de opstandelingen gewonnen. Nieuwe onderhandelingen afgewezen. Het Britsche Parlement verbiedt allen handel met de 13 Amerikaansche gewesten.

1776. Howe wordt genoodzaakt Boston te ontruimen. (17 Maart.)

De Engelschen koopen soldaten van Duüsche Vorsten en hitsen de Indianen en Negers tegen do Amerikanen op.

ocr page 70

De geschiedenis dor achttiende eeuw.

4 Juli. Het congres te Philadelphia verklaart de 13 staten onafhankelijk.

Jejferson, Hancock, Franklin.

Vruchtelooze inval der Amerikanen in Canada.

Howo bemachtigt Netv- York.

Washington overvalt en verslaat de Hessen bij Trenton.

De Amerikanen vragen de hulp der Franschen. Franklin te Parijs. Hij wekt algemeene bewondering. Hot gouvernement wil de onzijdigheid bewaren. Lafayette gaat naar Amerika. Kosciusko. De Engelschen bemachtigen Philadelphia. Capitulatie vau Saratoga. Generaal Bourgoyne wordt genoodzaakt, zich met zijn leger over te geven aan Gales.

Yerbond Tan Frankrijk met Ameiika.

Men stelt in het Parlement voor, de onafhankelijkheid der koloniën te erkennen. Pitt houdt daartegen zijn laatste redevoering. Hij sterft korten tijd daarna.

Oorlogsverklaring vau Engeland aau Frankrijk. Slag (gevecht) bij Ouessant. Een Fransche vloot stevent naar Amerika. Oorlog in West-Indië.

1779. Spanje neemt deel aan den oorlog. Een poging der Franschen en Spanjaarden om in Engeland te landen

wordt door een storm verijdeld.

Pa u 1 Jones, een moedig Amerikaansch kaper. Hij loopt te Texel binnen en wordt met geestdrift ontvangen te Amsterdam en 's Gravenhage. Klachten van den Engelschen gezant Yorke wegens smokkelhandel en schending der neutraliteit vooral op het eiland St. Eustatius. Fielding en Bylandt bij het eiland Wight.

1780. Een Fransch leger onder Rochambeau landt in Amerika.Verraad van den Amerikaanschen generaal

Arnold. Rodney verslaat den Spaanschen admiraal Langara bij kaap St. Vincent.

Rusland, Zweden, Denemarken sluiten het verdrag van gewapende onzijdigheid ter zee. Holland aarzelt zich daarbij aan te sluiten.

1778. Onderhandelingen van William Lee met Jean de Neufville, een Amsterdamsch koopman; ontwerp van een handelsverdrag tusschen Holland en de Vereenigde Staten.

58

1777.

17 Oct. 1778.

ocr page 71

Eng. en Holl. sedort d. Zevenj. oorl. Do opst. d. Amer. Kol. 59

1780. Henry La wrens, vroeger President van het congres, vertrekt naar Frankrijk; zijn schip wordt genomen. Hot ontwerp-verdrag tusschen Holland en de Ver-eenigde Staten koml in de macht der Engelschen.

Moeilijkheden der Holland.•iche Republiek, wier hulp en bondgenootschap door de beide partijen wordt geëischt. De handel in scheepsbenoodigdheden; Yorke, de la Vauguyon.

Engeland verklaart den oorlog aan de Yereeuigde Provinciën.

Groote nadoelen door onzen handel geleden. Rodney vermeestert St. ËM.sfai itt.s en behaalt grooten buit. De oorlog in West-Indië wordt met afwisselend geluk gevoerd.

Slag bij Doggersbank tusschen Parker en Zoutman (Uedel, Braam, van Kinsbergen). De Engelschen wijken het eerst.

De Engelsche generaal Cornwallis wordt genoodzaakt zich met 7000 man te Torktown in Virginia aan Washington en Rochambeau over te geven. Ontmoediging in Engeland. St. Eustatius door de Franschen herwonnen. De Spanjaarden veroveren Florida.

1782. Minorca door Crillon aan de Engelschen ontnomen.

Val van het ministerie North. Vredesonderhandelingen geopend. Rodney verijdelt de pogingen der Franschen en Spanjaarden om Jamaica te nemen door de

overwinning bij Dominica.

1779—1782. Blokkade en beleg van Gibraltar. Drijvende batterijen. Crillon. Dappere verdediging door Elliot.

1783. Yrede van Versailles.

Engeland ièrkent de onafhankelijkheid der Ver-eenigde Staten, aan welke bovendien het Engelsche gedeelte van Louisiana wordt afgestaan. Het staat aan Spanje Florida en Minorca, y'aan Frankrijk Gore a en Tab ago af enr geeft verder de veroverde koloniën aan Frankrijk en Spanje terug.

1784. Vrede van Parijs tusschen Engeland en Holland, dat Negapatnam aan Engeland afstaat, maar zijn andere bezittingen terugkrijgt. De Engelschen verkrijgen vrije vaart op de Oost-Indische eilanden.

Ontevredenheid in Ierland wegens de zware verdrukking door de Engelschen. — Hendrik Flood; Grattan.

1780. Ierland verkrijgt vrijheid van handel en verkeer met do Engelsche bezittingen.

1781. 5 Aug. 20 Oct.

ocr page 72

De geschiedenis der achttiende eeuw.

1782. Het lersche Parlement wordt bijna onafhankelijk van het Engelsche; Ierland verkrijgt een soort van autonomie, onder Engelsche heerschappij de Katholieken blijven nog van bijna alle openbare betrekkingen uitgesloten.

1783—1801. Eerste ministerie van William Pitt. Hij is de tweede zoon van den ouderen Pitt (Lord Chatham)j wiens titel op zijn oudsten zoon overgaat. Groote bekwaamheden van Pitt. De liulia-bill (1784:) j hervormingen in het beheer der geldmiddelen, waardoor het tekort in de schatkist weldra in een batig slot verandert. Veel zorg voor handel en nijverheid; handelsverdrag met Frankrijk (1786); tegenstand van Fox. George III lijdt bij tusschenpoozen aan waanzin; Pitt belet de instelling van een regentschap (1788).

Tegenover de Pranscho Revolutie neemtPitt aanvankelijk een o n z ij d i g e h o u d i n g, aan; de afzetting en de terechtstelling van Lodewijk XVI maakt Pitt, in overeenstemming met George III en de overgroote meerderheid des volks, tot een onverzoenlijken vijand der Bevotutie, Door deze verdediging der conservatieve beginselen wordt Pitt de leider een er nieuwe groote tory-partij (conservatieven], tegenover welke slechts een betrekkelijk geringe minderheid van whigs (liberalen, radicalen onder leiding van Fox en Sheridan] staat. Strenge maatregelen ter bestrijding der revolutionnaire beginselen; de alien-bill (1793). Groote kosten van den langdurigen oorlog tegen Frankrijk (1793—1802); verstandige maatregelen der regeering om de nadeelen te voorkomen of te verzachten; de Engelschen beheerschen de zee en veroveren het grootste deel der Fransche en Hollandsche Koloniën.

Het lot der Katholieken in Ierland (en Engeland) wordt althans een weinig verlicht. Zij verkrijgen het kiesrecht voor, het lersche Parlemeut, zonder zelf verkiesbaar te zijn. Herhaalde pogingen der Franschen om in Ierland te landen; herhaalde opstanden en samenzweringen aldaar (vooral 1796 en 1797).

Het Engelsche Parlement besluit de zelfstandigheid van het lersche Parlement te vernietigen (1799); hel lersche Parlement (omgekocht of geïntimideerd) aanvaardt de Unie (1800).

Pitt poogt de emancipatie der Katholieken te bewerken; de koning verzet zich daartegen; ontslag van Pitt (1801).

In Indië breiden de Engelschen hunne macht voortdurend uit. Warren Hastings gouverneur-r/eneraal (1772—1785). Schandelijke afpersingen. Langdurige en bloedige oorlogen met den krijgshaftigen sultan van Mijsore, Hyder-Ali en diens zoon en opvolger Tippo-Saib.

60

ocr page 73

Eng. en Holl. sodort d. Zevonj. oorl. De opst. d. Amor. Kol. 61

1799. Tippo-Saib sneuvelt bij de inneming van Seringapatam door den gouvernour-goneraal lord Richard Wellesley (broer van Arthur -Wellvsley, later Wellington, die onder zijn onderen broeder aan de bestorming der vesting deelneemt).

Groote voonUtcianu van Engeland op het gebied van landbouw, handel en nijverheid. Gewichtige uitvindingen.

1736 - 1819. James Watt , uitvinder van het stoomwerktuig.

1771. De spinmachine uitgevonden door Ark wright. 1728—1779. James Cook. Hij doet 3 groote reizen in de Stille Zuidzee. Hij ontdekt deSandwichs-eilanden en het Zuidpoolland. Hij wordt vermoord op de Sandwichs-eilanden.

Dodwel, Hume, Gibbons e. a. hebben grooten invloed op de gelijktijdige en latere schrijvers in Frankrijk. Deïsme en Theïsme. Macpherson geeft de grootendeels door hem zelf

vervaardigde gedichten van Ossian uit.

1703—1791. John Wesley, stichter der McUinclisf.cn of Wesleyanen.

Groote redenaars in het Parlement: Pitt, Burke, Fox.

Moeilijke toestand der Vereeuigde Staten van Noord-Amerika.

Geringe macht van het congres tegenover de afzonderlijke staten. Financieele moeilijkheden; Bondsstaat of Statenbond: de sla venkwestie.

1783. Washington's afscheid van zijn leger. Zijn rustig leven te Mount-Vernon.

1787. Conventie te Philadelphia. Ontwerp eener constitutie, na hevigen tegenstand gaandeweg door alle staten aangenomen. Het Congres, bestaande uit twee kamers, heeft de wetgevende macht voor geheel de Unie-, de afzonderlijke staten behouden hun souvereiniteit in hun eigen aangelegenheden. Tegenover het buitenland vorint de Unie maar één Staat. Een verantwoordelijke president? voor 4 jaar gekozen; hij mag ééns herkozen worden. Dc slavernij mag niet vóór 1808 afgeschaft worden. Vrijheid van godsdienst, geen staatskerk, geen adel. Onzekerheid omtrent vele punten dei-nieuwe constitutie.

1789 —1797. Washington, President der Vereenigde Staten van Noord-Amerika.

1790. Dood van Franklin; schrijver, staatsman, geleerde; „cripuit coelo fulmen sceptrumque tyrannisquot;.

ocr page 74

De goschiedonis dor achttiende eeuw.

1799. Dood Tan (ïeorge Washington.

1792. Stichting der stad Washington, die in 1800 de

hoofdstad der Unie ivordt.

1747—1751. Nederland. Stadhouderschap van Willem IV '). Hij is met de beste bedoelingen bezield, maar kan èn wegens gemis van geestkracht, èn -wegens den korten tijd van zijn bestuur, niet allo misbruiken wegnemen, wier verbetering men van hem verwachtte.

Hooge waardigheden worden den prins opgedragen; o. a. het Opper-direcleurschap der O. en W, I. Compagnieën. Het stadhouderschap erfelijk verklaard, ook in de vrouwelijke linie.

Drie staatkundige partijen in het land: de aristocraten (de oude staatsgezinde partij der regenten-familiën), de prinsgezinden (Oranjeklanten) en de democraten (die den rechtstreekschen invloed der burgerij op de regeering voorstonden).

Ontevredenheid wegens vele misbruiken in de regeering.

De vroedschappen der meeste steden staan de opbrengst der posterijen aan den prins af, die ze aan de provincies schenkt (1747).

62

1748. Onlusten te Amsterdam. De Doelisten en de Bijltjes.

') Geslachtslijst der Hollandsche en Friesche stadhouders.

Willem (de ryko) van Nassau-Dillenbui-g.

Willem I van Oranje, Stadhouder van Holland enz.

Maurits. Fredenk Hendrik.

I

Jan van Nassau (de oude), Stadhouder van Gelderland. Willem Lodewijk, Ernst Casimir.

Stadh. v. Friesland. |


WUlemlI. Louise Henriette. Albettine Ague*. Hendrik Casimir. WillemFrederik.

X X FrederikWlllem, Willem Fredenk,

Keurvorst van Stadhouder can

Willem 111 Brandenburg. Friesland. t 1702.

X

Albertine Agues. Hendrik Casimir II.

I

Jan Willem Friso.

Willem IV.

Willem V.

I

Konuig Willem I.

ocr page 75

Eng. on Holl. sedert d. Zovenj. oorl. Do opst. d. Amor. Kol. 63

To Amsterdam en in verscheidene andere steden wordt de wel verzet. Ook Amsterdam staat nu de opbrengst der posterijen aan de provincie af. Welgemeende pogingen van Willem IV om handel en nijverheid te bevorderen. Geboorte van den erfprins, den ijraaf van Buren (1748).

17B0. Afschaffing van de verpachting der belastingen; de collecte ingesteld.

1751. Dood van Willem IV.

1751—1795. Willem V, stadhouder.

1751—1759. Anna Yau Engeland, weduwe van Willem IV, Gouvernante, bijgestaan door don hertog Lodewijk Ernst van Brnnswijk-Wolfenbuttel. Gedurende don Zevenjarigen oorlog blijft Nederland onzijdig, niettegenstaande het verdrag met Engeland van 1678. Nadoelen door Engelsehe kapers aan onzen handel toegebracht. Ook do Algerijnsche en Marok-kaansche zeeroovers berokkenen ons veel schade. Zwakheid der Nederlandsche Regeering.

1759. Dood van Anna; de hertog van Brunswijk voogd van den prins.

1766. Willem V aanvaardt het bestuur. De hertog van Brunswijk ontvangt grooto geldelijke belooningen. De Acte van Consulentscha|). Willem V huwt met Frederika Sophia Wilhelmina van Pruisen, nicht van Frederik den Grooten.

1780—1784. Ylerde Engelsehe oorlog (zie boven).

Nadoelen door den Nederlandschen handel go-geleden. Men beschuldigt don prins en den hertog van Brunswijk van heulen met Engeland on geeft hun de schuld van den ongelukkigen loop der gebeurtenissen.

Jozef II verkrijgt van de Republiek de ontruiming der Barrière-steden (1780). Zijn eisch omtrent de opening der Schelde en don afstand van Maastricht en eenigo andero grensdistricten wordt afgewezen; door bemiddeling van Frankrijk worden de geschillen vereffend bij den vrede van Fontaiiiebleau (1785).

Toenemende ontevredenheid in Nederland. Do democraten, teleurgesteld in hun hoop van door hulp des stadhouders de vervulling hunner wenschen en de afschaffing der heorschendo misbruiken te vorkrijgen, veroenigen zich met de aristocraten en vormen te zamen met dezen de partij dor Patriotten of Keezen; zij worden gesteund door don Franschen gezant; do Oranjeklanten zijn meer Engelschgezind. Sedert 1783 beginnen do Patriotten in de steden exercitie-genoot-

ocr page 76

De geschiedenis der achttiende eeuw.

schappen of vrijcorpsen op te richten. Onlusten op verschillende plaatsen. De drie pensionarissen: de Gijzelaar (Dordrecht], y. Berckel [Amsterdam), Zeebergh (Haarlem).

Van der Capellen tot den Poll bewerkt de afschaffing der drostendiensten in Overijsel (1783).

1784. Het bestaan der acte van Consulentschap wordt bekend. — Ontslag van den hertog van Brunswijk.

1785. De Staten van Holland verbieden het dragon van Oranjelinten en ontnomen den stadhouder het bevel over het garnizoen van den Haarj. Do prins verlaat met zijn gezin den Haag. — Kaat Mossel.

1786. Ocker Gevaerts en Corn, de Gijzelaar willen door de stadhouderlijke poort rijden. Hess en Mour and.

Onlusten te Hat tem en Elhurg. De prins doet op last der Staten van Gelderland die steden door zijn troepen bezetten. Dacndels. De Staten van Holland ontslaan de troepen, te hunner repartitie staande, van den eed van trouw aan den stadhouder. Gerecht bij Vreeswijk tusschen soldaten van den prins en burgers van Utrecht. Vruchtelooze pogingen om het geschil bij te leggen. — Frederik Willem II zendt den graaf von Goertz als buitengewoon gezant naar Nederland; Frankrijk den graaf de Rai/neval. De prinses poogt den stadhouder tot krachtdadig optreden aan te zetten; verdeeldheid aan hot prinselijk hof.

Do commissie van defensie te Woerden. Twee vliegende legertjes.

1787. Reis der Prinses naar den Haag. Zij wordt bij de Goej an verwollo-sluis tegengehouden.

Verontwaardiging van den koning van Pruisen. — Zijn gezant Thulemeijer eischt schitterende voldoening. De Staten van Holland zoeken steun bij den Franschen gezant, den Marquis de Vérac. — Frankrijk vreest voor een oorlog met Engeland en durft dus geen krachtige hulp verleenen.

De koning van Pruisen zendt een leger van 20.000 man , onder bevel van Karei Willem Ferdinand van Brunswijk naar Nederland. — Lafhartigheid van den Rijngraaf van Salm, opperbevelhebber der Staatsche troepen ; G o r c u m en Utrecht ingenomen. Ook Amsterdam moet weldra capituleeren. — Gewelddadigheden tegen de Patriotten gepleegd.

Alle maatregelen, tegen den prins genomen, worden ingetrokken. Vele Patriotten wijken uit. De Raadpensionaris v. Bleyswijk wordt vervangen door v. d. Spiegel; Fcaneiö/' ontpoort.

64

ocr page 77

Portugal, do Bourbonsche Kijken on Italië. 65

1788. Defensief verbond met Engeland en Pruisen. Door do acte van (ïarantie wordt het stadhouderschap voor een wezenlijk bestanddeel der Unie verklaard.

Sedert 1750. Verval der O. I. Compagnie, vooral door oneerlijkheid der ambtenaren en slecht bestuur. Zij moet veel schulden maken. Veel nadeel lijdt zij door den Engelschen oorlog.

1790. Een commissie wordt ingesteld en naar Indië gezonden, om onderzoek naar den toestand te doen. Vóór zij haar taak volbracht heoft wordt Holland door de Pranschen veroverd.

1791. De W. I. Compagnie ontbonden; hare bezittingen worden bestuurd door een Raad van Koloniën.

Gedurende dit tijdperk algemeene achteruitgang van handel en nijverheid (vooral sedert 1780); veel windhandel.

De Wetenschap werd nog altijd ijverig in Nederland beoefend. Boerhaave, Rnlinkeuius, Valckenaer waren in geheel Europa beroemd. De dichtkunst vond weinig geniale beoefenaars. Bilderdijk behoort reeds half tot een volgend tijdvak. Meer en meer komt Nederland onder den invloed der ongeloovige Fransche en Duitse he schrijvers en dichters.

§4. PORTUGAL, DE BOURBONSCHE RIJKEN EN ITALIË.

1750—1777. Jozef I Emanuel, koning van Portugal. Van karakter welwillend en zacht, maar zwak en zedeloos.

1099-1782. Sebastiaau Carvalho, markies van Pombal.

Hij was een man van groote bekwaamheden en werkkracht, maar van onverzadelijke heerschzucht en deinsde voor geen middel terug, om zijn doel te bereiken. Door zijn verblijf in het buitenland (Engeland, Oostenrijk) was hij in aanraking gekomen met de „philosophenquot; van die dagen en had hunne godsdienstige en politieke meeningen in zich opgenomen. Zijn streven was, eerst de gunst des konings te winnen, daarna een onbeperkte heerschappij te voeren over het geheele land, en al wat niet voor hem wilde buigen te verpletteren. Zijn haat tegen den hoon en adjiL-m de Jezuïeten. Hij behoort tot de zoogenaamde verlichte^despnten. Hij voert veel hervormingen in en wekt veel misnoegen. De Wijn-Compagnie te Oporto. Oproer aldaar den Jezuïeten toegeschreven.

ocr page 78

De geschiedenis der achttiende eeuw.

1755. Aardbeving van Lissabon. Verstandige maatregelen 1 Nov. van Pombal; I'. Malagrida.

1620—1760. De Ileductles Tan Paraguay en Uruguay. De Jezuïeten besturen daar 200.000 Indianen onder Spaansch oppergezag-, groote welvaart der Reducties; de Indianen worden langzamerhand tot een beschaafd en christelijk volk gevormd. Schandelijke lasterschriften tegen de Jezuïeten, opgesteld door abbé Platei (een afvalligen Kapucijn) en door Pombal alom verspreid. Koning Nikolaas; goudmijnen, koophandel.

1750. Afstand van een deel der Reducties van Uruguay door Spanje aan Portugal. Tegenstand der Indianen; zij worden met geweld onderworpen; vele Reducties worden verwoest. Nieuwe laster tegen de missionarissen. Teleurstelling van Pombal.

1758. Aanslag op den koning. De markies van Tavora en de hertog van Aveiro met hunne families worden daarvan beticht.

Ook de Jezuïeten worden daarin betrokken.

1759. Na een schandelijk onrechtvaardig proces worden de beschuldigde edellieden wreedaardig ter dood gebracht.

Pombal laat alle Jezuïeten in Portugal en in de Portugeesche koloniën oplichten en een gedeelte daarvan in de vreeselijke gevangenisholen der forten St. Juliaan en Azeitao werpen; de anderen doet hij naar den Kerkelijken Staat deporteeren ; P. Malagrida wordt terechtgesteld (1761).

Protest van Paus Clemens XIII; Pombal breekt alle betrekkingen met den Pauselijken stoel af; hij eischt do opheffing der geheele Orde.

Onbeperkte macht en schrikbewind van Pombal; zijn talrijke hervormingen in handel, nijverheid, landbouw enz. In alles toont hij dezelfde overhaasting en gewelddadigheid als Jozef II; daarom zijn zelfs zijn heilzame inrichtingen niet duurzaam; zich zelf weet hij zeer te verrijken. De hoogeschool van Coimbra wordt hervormd, maar komt daardoor geheel tot verval. Het getal studenten da.Jt van 3000 tot 400.

Oorlog met Spanje; Engeland zendt den vorst van Lippe-Schaumburg naar Portugal, die het Portugeesche leger reorganiseert en de Spanjaarden uit het land verdrijft.

Dood van Jozef I Emanuel. Hij wordt opgevolgd door zijn dochter

66

1762—1763.

1777.

ocr page 79

Portugal, do Bourbonscho Eijken en Italië.

1777—1816. Maria I, gehuwd met haar com Pedro III (1777— 1786), die haar mederegent wordt.

Algemeene haat tegen Pombal. De politieke gevangenen (meer dan 9000) worden bevrijd. Het proces van de Aveiro's en Tavora's gecasseerd; Pombal zelf ontslagen en ter dood veroordeeld; hij verkrijgt gratie; hij sterft te Pombal (1782).

Zachte en weldadige regeering van Maria, die de verkeerde inrichtingen van Pombal afschaft, en het goede tracht te behouden.

1792. Maria wordt krankzinnig. Haar zoon Jan VI voert het regentschap tot den dood zijner moeder. 1746—1759. Ferdinand VI, koning van Spanje. Hij sluit weldra den vrede van Aken, waarin hij Panna en Piacenza voor zijn broer Philips verkrijgt.

Hij doet veel voor leger en financiën (zijn voornaamste minister Ensenada), maar vervalt weldra in zwaarmoedigheid.

Zijn hofzanger Farinelli. Ferdinand wordt opgevolgd door zijn broêr

1759—1788. Karei III, koning van Spanje,

die Napels en Sicilië aan zijn derden zoon Ferdinand afstaat.

Zijn ministers Grimaldi en Squillace. Hunne overhaaste hervormingen veroorzaken herhaaldelijk onlusten, zoodat de koning genoodzaakt wordt ze te ontslaan. Aranda, eerste minister (1766).

1761. Karei sluit met Frankrijk, Napels en Parnm het Familieverdrag, neemt deel aan den oorlog met Engeland en doet een inval in Portugal, die door den vorst van Lippe-Schaumburcj wordt afgeweerd. Bij den vrede van Parijs verkrijgt Spanje het westelijk gedeelte van Louisiana (met Niemv-Orleans) maar staat Florida aan Engeland af. Haat van Aranda tegen de Jezuïeten: ook hij behoort onder de verlichte despoten. Hij weet Karei III achterdocht in te boezemen.

Valsche brieven den generaal der Jezuïeten, P. L. Ricei, toegedicht.

1767. Alle Jezuieten (60fl0 in getal) in geheel Spanje en 3 April, alle Spaansche bezittingen worden opgelicht en naar den Kerkelijken Staat ingescheept; Clemens XIII protesteert tevergeefs. De Jeiyiïeten vinden een toevluchtsoord op Corsica en worden later naar den Kerkelijken Staat overgebracht. Karei III eischt de opheffing der Sociëteit van Jezus. Waardige houding des Pausen. Noodlottige gevolgen voor de missies en voor de Indianen, vooral in Amerika.

67

ocr page 80

De geschiedenis der achttiende eeuw.

1779—1783. Spanje neemt deel aan den Noord-Amerikaanschen Vrijheidsoorlog. Vruchteloos beleg van Gibraltar.

Spanje verkrijgt bij den vrede van Parijs Minorca en Florida. Op het einde der regeering van Karei III is Florida-ninnca minister, die, vroeger aanhanger der ongeloovige philosophen, doch in later tijd tot betere gevoelens teruggekeerd, veel doet voor landbouw, handel en verkeer.

1788—1808. Karei IV, koning van Spanje.

1715—1774. Lodewijk XV, koning van Frankrijk.

1743. l)ood van Kardinaal Fleury, die gedurende 17 jaar Frankrijk voortreffelijk had bestuurd. Lodewijk XV wil zei/' de regeering leiden. Zijn zedeloos leven. Madame de Chateauroux.

1744. Lodewijk XV neemt persoonlijk deel aan den oorlog in de Zuidelijke Nederlanden. Zijne ziekte te Metz.

Hij verzoent zich met zijne deugdzame gemalin. Madame de Chateauroux wordt verwijderd. Hij geneest en wordt met geestdrift te Parijs ontvangen. Weldra hervalt hij in zijn vroegere ongeregeldheden. Madame de Pompadour (1745—1764). Schandelijke verkwistingen aan het hof: de geheele regeering in handen der gunstelingen van de Pompadour; haar haat tegen de Jezuïeten; zij wordt verheerlijkt door de philosophen.

Bij den vrede van Aken (1748) verkrijgt Frankrijk niet het minste voordeel van zijn groote opofferingen. Ontevredenheid onder het volk over de voortdurend verzwaarde belastingen. Toeneming van zedeloosheid en ongeloof in Frankrijk. Nieuwe

politieke en sociale beginselen.

1689—1755. Montesquieu; Lettres Persanes ; Considérations sur la grandeur et la decadence des Remains; Esprit des lols. De trias politica. Hij is de vader van het moderne „constitutionalismequot;.

1694:—1778. Yoltalre (Arouet), de goddelooze spotter.

Tragedies, Henriade, Vie de Charles XII, Siècle de Louis XIV; satiren, brieven enz. „Écrasez l'infdme.quot; Zijn schandelijke zedeloosheid, hebzucht en jaloerschheid. Zijn vriendschap met Frederik den Grooten; hij komt te Berlijn, maar maakt zich daar onmogelijk. Hij wordt uit Frankrijk verdreven. Zijn verblijf te Ferney bij Genève; hij verheerlijkt Frederik II, Katharina II, Gustaaf III en verdedigt de verdeeling van Polen. Hij komt in 1778 naar Parijs terug en wordt aldaar met geestdrift toegejuicht. Zijn verschrikkelijke dood. Hij is de vader van het lichtzinnige, spotzieke, zedelnoze ongeloof. De Encyclopedisten: d'Alembert, Diderot; Holhach, Helvetius.

68

ocr page 81

Portugal, de Bourbonsche Rijken on Italië.

1712—1774. J. Jacques Rousseau.

Discours sur les arts et les sciences. Coiitrat social. Émile. Confessions.

Hij is de vader van het socialisme en de democratie.

1694—1774. OiH'suay, voornaamste voorstander en grondlegger van het systeem der physiocraten, die het mercantilisme bestrijden.

Twisten tusschen de regeering en het Parlement van Parijs, voornamelijk naar aanleiding der verzwaarde belastingen en woelingen der Jansenisten, die de bul „Unigenitusquot; niet willen aannemen en dus van do H. Sacramenten worden uitgesloten. Het Jansenistisch-gezinde Parlement verbant den moedigen aartsbisschop van Parijs Cliristoplie de Iteanmont. De koning poogt tevergeefs de aanmatiging van het Parlement te fnuiken.

1756—1763. Verbend met Maria Teresia; Zevenjarige oorlog;

schandelijke nederlagen der Fransche troepen in Duitschland; groote verliezen op zee en in de kolonies. Algemeene ontevredenheid.

1757. Aanslag van Dainiens op den koning. Wreode terechtstelling.

1758. Choisenl, minister van buitenlandsche zaken; hij is een aanhanger der moderne philosophen en een vijand der Jezuïeten; als diplomaat niet zonder beteekenis.

1761. Hij sluit het Familieverdrag en weet Spanje deel te doen nemen aan den oorlog tegen Engeland.

Partijen aan het hof: de deugdzame koningin Maria Leszinska en de Dauphin tegenover Madame de Pompadour en Choiseul.

Onwaardige houding des konings.

Onvoorzichtige ondernemingen van den Jezuïet P. Lavalette. overste der Missie van Martinique, zonder goedkeuring en voorkennis zijner oversten. Zijne schepen worden dooide Engelschen genomen. Hij zelf wordt uit de Orde verwijderd. Onrechtvaardige eisch, aan de Fransche Jezuïeten gesteld, om de schulden van Lavalette te betalen, hoewel volgens de kerkelijke en burgerlijke wetten elk huis en elke missie in geldelijke zaken geheel zelfstandig was.

1761. Het proces voor het Parlement Tan Parijs, dat uit de grootste vijanden der Jezuïeten bestaat. Schandelijke partijdigheid der rechters; hevige aanvallen van den kant aller piiilosophische schrijvers in Frankrijk. De

69

ocr page 82

De geschiedenis der achttiende eeuw.

Jezuïeten worden veroordeeld om de schulden te betalen; bovendien verlangt het Parlement van Parijs een onderzoek omtrent den regel der Orde, dien het als goddeloos veroordeelt. Het besluit tot de suppressie van de Orde in Frankrijk.

Protest van bijna alle Pransche bisschoppen; pogingen des konings, om de Jezuïeten te redden. Zijne zwakheid en lafhartigheid.

1762. IIij geeft toe; sluiting van alle Collegies der Jezuïeten in Frankrijk. — De opvoeding der jeugd in de handen der vrijdenkers; de Orde in Frankrijk opgeheven. Moedige verdediging der Jezuïeten door Christophe de Beaumont, aartsbisschop van Parijs. De Bourbonsche hoven dringen bij den Paus aan op de geheele suppressie der Orde.

1768. Vrede van Parijs; Frankrijk verliest zijn macht in Indië en Amerika.

1764. Dood van Madame de Pompadour.

1765. Dood van den Dauphin (vader van Lodewijk XVI).

1766. Dood van Stanislaus Leszinski. Lotharingen bij Frankrijk ingelijfd.

1768. Dood van Maria Leszinska. Madame Dubarry verleidt den koning tot de allerschandelijkste uitspattingen; ongehoorde verkwistingen. Corsica door de Republiek Genua aan Frankrijk verkocht. Paoli, het hoofd der opgestane Corsicanen, wordt verdreven.

1770. Huwelijk van den Dauphin met Maria Antoinette,

dochter van Maria Teresia. Maupeou minister; val van Choiseul; nieuwe twisten met de Parlementen.

1771. Ontbinding van het Parlement van Parijs en

daarna ook der twaalf overige Parlementen; er worden hoogere gerechtshoven ingesteld, die volstrekt geen politieke bevoegdheid bezitten.

1774. Dood van Lodewijk XV. Treurige toestand des lands: geloof en zeden vervallen; de eerbied voor het gezag vernietigd; de geldmiddelen in wanorde, het volk onder zware belastingen gebukt; overal ontevredenheid.

1774—1793. Lodewijk XVI, koning van Frankrijk.

Vreugde van het volk -bij zijn troonsbestijging; „le désiréquot;. Zijn reine zeden; welwillendheid maar zwakheid en besluiteloosheid. De koningin deugdzaam maar lichtzinnig

70

ocr page 83

Portugal, de Bourbonsohe Rijken en Italië. 71

en praohtlievend; weldra door de Franschen als ,,rAulrichiennequot; gehaat en door een vijandige partij afschuwelijk gelasterd. Proces over het paarlsnoer; affaire du collier; Kard. de Rohan; Mad. Lai nolle (1784—1785). Maupeou wordt verwijderd; in zijne plaats komt Maurepas, die Turgot tot minister van financiën [controleur general des Finances) en Malesherbes tot minister van het koninklijk huis doet benoemen. Vergennes, minister van buitenlandsche zaken. Groote hervormingsplannen van Turgot. Do Parlementen worden hersteld en hervatten terstond hun verzet tegen de plannen tot hervorming en bezuiniging.

1776. Turgot en Malesherbes treden af. Necker intendant der financiën.

177(»—1783. Amerikaansclie Vrijheidsoorlog.

Algemeene sympathie in Frankrijk voor de opstandelingen. Lafayette. Franklin te Parijs en te V ersailles.

1778. Frankrijk neemt deel aan den strijd.

1783. Vrede te Yersailles. Engeland erkent de onafhankelijkheid van Amerika en staat Tabago en Gorea aan Frankrijk af.

1785. Tusschenkomst van Frankrijk in den twist tusschen Jozef II en de Nederlandsche Republiek; Verdrag (vrede) van Fontainebleau.

1781. Nieuwe financieelemoeielijkheden. Necker's „Cotnpte renduquot;. Hij wordt ontslagen.

1783. Calonue minister van financiën. Nieuwe leeningen en verkwistingen.

1787. Calonne poogt hervormingen in te voeren en ook de bevoorrechte standen in de lasten des

staats te doen deelen. Daarom beroept hij een vergadering der Notabelen te Versailles. Calonne's voorstellen worden ver-tvorpen, hij zelf wordt ontslagen; zijn opvolger is Loménie de Brienne, aartsbisschop van Se/is. Nieuwe twisten met het Parlement van Parijs.

1788. Necker wordt benoemd tot „controleur général des financesquot;. De Algemeene Staten worden bijeengeroepen tegen 1 Mei van het volgend jaar. Voortdurend gebrek en onlusten in het geheele Rijk.

1730—1773. Karei Emanuel, koning van Sardinië; zijn twist met zijn vader; hij neemt herhaaldelijk deel aan de verschillende oorlogen, die tijdens zijne regeering in Italië

ocr page 84

De geschiedenis der achttiende eeuw.

gevoerd worden en verkrijgt bij den vrede van Wennen (1738) een kleine vergrooting van zijn gebied. Hij zorgt goed voor leger en financiën. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon

1773—1796. Victor Aiucdeus Ili

De Republiek Venetië vervalt meer en meer; de Republiek Genua wordt door een langdurigen opstand op Corsica genoopt dit eiland aan Frankrijk af te staan (1768).

1737—1765. Frans Tan Lotharingen, hertog van Toskane. Zijn tweede zoon Leopold. (1765—1790) volgt hem op in die waardigheid. Zijn zacht bestuur; ook hij is do moderne verlichting min of meer toegedaan. Synode van Pistoja. Hij wordt opgevolgd door zijn tweeden zoon Ferdinand III.

1748—1765. Philips (jongste zoon van Philips V van Spanje) hertog van Parma.

1765—1802. Ferdinand. Wederrechtelijke maatregelen tegen de H. Kerk, genomen op aansporing van den minister du Tiilot. Ook hij verdrijft de Jezuïeten uit zijne staten.

1759—1805. (1825) Ferdinand IV (1), koning van Napels (derde zoon van Karei III). Zijn minister Tanncei is evenals Pombal een vijand van den H. Stoel.

1767. De Jezuïeten uit Napels verdreven.

1758—1769. Clemens XIII ondervindt vele grievende be-leedigingen van de Katholieke hoven. Hij is een moedig verdediger der overal vervolgde Jezuïeten.

1769—1774. Clemens XIV (L. Ganganelli),

gekozen na een langdurig conclave te midden van de afschuwelijkste kuiperijen der Katholieke mogendheden. De Bourbonsche hoven dringen met hevigheid op de ontbinding der Jezuïeten aan. Monino (Florida-Blanca), Spaansch gezant te Rome. Zijn onbeschaamde handelwijze en bedreigingen tegen den Paus.

1773. Clemens XIV vernietigt de Orde der Jezuïeten dooide Breve „Voniinus ac liedemptorquot;, die niet de minste veroordeeling dor Orde bevat, maar de opheffing alleen voorstelt als een noodzakelijk middel om den vrede te herstellen. „ Compulsus feci.quot; Do generaal P. L. Ricci gevangen genomen. Vreugde van alle vrijdenkers en Jansenisten. Frederik II en Katharina II beletten de afkondiging

72

ocr page 85

Portugal, de Bourbonsche Eijkon en Italië. 73

der Breve en handhaven aldus de Jezuïeten in hunne Rijken. Onbillijk verwijt te dien opzichte aan de Jezuïeten van Rusland gedaan. Reeds Clemens XIV en later Pi us VI keuren mondeling hun voortbestaan goed.

1775—1799. Pius VI heeft veel te kampen met Jozef II, die zijne verderfelijke hervormingen in zijn staten wil invoeren, 's Pausen reis naar Weenen heeft de gewenschte uitwerking niet, maar bewerkt toch een schitterende openbaring van het Katholieke geloof in Duitschland.

ocr page 86

II. HET TIJDPERK DER ERANSCHE REYOLUTIE.

1789-1815.

Eerste Hoofdstuk.

üe Revolutie.

De bloedige omwenteling, die niet alleen Frankrijk, maar geheel Europa teisterde en zoowel in de denkwijze als in den staatkundigen toestand der volkeren een algeheelen omkeer teweegbracht, begint met de opening der Algemeene Staten te Versailles, 5 Mei 1789.

Sedert dat oogenblik heersoht, bijna in geheel Frankrijk, een voortdurende regeeringloosheid; het door dweepzieke opruiers misleide en opgehitste volk pleegt in zijn woede gruwelijke misdaden; de Algemeene Staten — weldra Nationale Vergadering geheeten — die zich feitelijk alle gezag hebben aangematigd, bepalen zich tot het ontijdig verkondigen van gevaarlijke beginselen, tot stelselmatige oppositie tegen de regeering en het omverwerpen van alle bestaande instellingen. De nieuwe constitutie, te midden van al die beroeringen ontworpen en aangenomen, blijkt weldra geheel ongeschikt; de val van het koningschap is slechts een vraag van tijd. Een roekeloos ondernomen oorlog verhaast de bloedige ontknooping en opent voor Frankrijk in het binnenland een tijdperk van ijzing wekkende gruwelen en wreedaardige dwingelandij: tegenover

ocr page 87

De Algemeene Staten en de Constitueerende Vergadering. 75

den buitenlandschon vijand handhaven talentvolle veldheeren niet alleen de onafhankelijkheid des lands en de eer der „tricolorequot;, maar verkrijgen door tal van schitterende overwinningen een roemvollen vrede en belangrijke uitbreiding van het Fransche gebied; Engeland alleen trotseert onver-wonnen de Fransche wapens.

De heerschappij over het door alle rampen der anarchie en tyrannic gekwelde land valt eindelijk den stoutsten en grootsten dier krijgshelden ten deel, wiens krachtige hand weldra rust en orde herstelt, maar wiens onverzadelijke heersch-zucht een nieuwe reeks van bloedige oorlogen veroorzaakt.

§ 1. DE ALGEMEENE STATEN EN DE CONSTITUEERENDE VERGADERING. (5 Mei 1789—30 Sept. 1791.)

De oorzaken der Fransche Revolutie kan men onderscheiden in stoffelijke en zedelijke, naarmate zij meer op den materieelen toestand des volks of op de heerschende denkwijze betrekking hebben.

Stoffelijke oorzaken, a) De talrijke misbruiken in het despotisch staatsbestuur. Alle macht berust feitelijk bij den koning, die soms met groote willekeur over vrijheid en goederen zijner onderdanen beschikt — lettres de cachet, de Bastille —; belastingen worden uitgeschreven zonder eenige medewerking des volks; dfe Algemeene Staten sedert 1614 niet meer bijeengeroepen', voortdurende twisten met de Parlementen, die zich langzamerhand als de verdedigers des volks trachten voor te doen

b) De groote voorrechten van geestelijkheid en adel, die bijna uitsluitend de hooge waardigheden bekleeden en voor het grootste gedeelte vrij zijn van de belastingen — taille (hoofdgeld), aide (belasting op wijn enz.), gabelle (op het zout) — waaronder de derde stand gebukt gaat. Daarbij de vaak zeer drukkende feodale rechten (heerendiensten enz.) en tienden.

c) De treurige verwarring in de geldmiddelen, ten gevolge waarvan He belastingen altijd hooger werden en men een staatsbankroet vreesde. De staatsschuld bedroeg in 1789 ca. 4000 millioen frs., de jaarlijksche begrooting ca. 500 millioen, het tekort /40 millioen (thans bedraagt de schuld ca. 30000 millioen, de begrooting ruim 3300 millioen).

Zedelijke oorzaken, a) De verzwakking van het voorvaderlijk geloof en het algemeene zedenbederf.

b) De invloed der zoogenaamde philosophen en de verspreiding der nieuwe beginselen omtrent het staatsbestuur en de maatschappelijke betrekkingen.

ocr page 88

r

76 Het tijdperk der Frahsche Kevolutie.

c) Het voorbeeld der Vereenigde Staten van Noord-Amerika.

Bij deze redenen dienen wij te voegen de zwakheid en on-slandvastigheid van Lodewijk XVI, die wel met de beste bedoelingen en de innigste liefde voor zijn volk was bezield, maar de noodige geestkracht miste om een doeltreffend besluit te nemen en in het eenmaal beslotene onwrikbaar te volharden; de onvoorzichtigheid, bekrompenheid en lichtvaardigheid van 's konings raadslieden; de snoode plannen van eenige utopisten, die hun dwaze hersenschimmen ook ten koste der grootste gruwelen wilden verwezenlijken.

1789. Opening Tan de vergadering der Algemeene 5 Mei. Staten te VërsaTlles.

De^ vergadering bestaat uitde afgevaardigden der drie slandeiuXixeeste 1 ijkheid .^Tde 1 .'Ttf*-'i'de stand; de beide eerste standen tellen ieder ongeveer 300. de derde stand ongeveer 000 afgevaardigden.

Onder. de voornaamste Leden moeten genoemd worden: T'Talleyrand, bisschop van AutunjSiéyhs, Mauryhi 1 ips van Orleans, Lafayette, Cazalèsj/Mirabeau (de grootste redenaar • en bekwaamste staatsman der vergadering), Bailly, Robespierre, Pétion, Barnave, Mounier, Malouet.

Verwachtingen en wenschen des volks uitgedrukt in de „cahiersquot;.

Eedevoering van Necker over den staat der geldmiddelen , die niemands verwachtingen bevredigt.

Onvoorzichtige handelwijze van den minister, die bevoegdheid , wijze van vergadering en stemming niet nauwkeurig had omschreven.

Het onderzoek der geloofsbrieven. De derde stand verlangt, dat de drie standen gezamenlijk zullen beraadslagen en hoofdeiyk stemmen. Weigering van geestelijkheid en adel.

Oproer en onlusten in geheel Frankrijk. Talrijke schotschriften en spotprenten. Mirabeau's courant „les États générauxquot;, eerst door de regeering verboden, daarna toegelaten.

I 17 Juni. Op voorstel van Siéyês verklaart de. derde st;ind zichzelf tot „Assemblee Nationalequot; en noodigt''de'beide andere standen uit zich daarbij aan te sluiten. Verschillende leden Van dè geestelijkheid eii dén adel geven *quot;■ . . aan die uitnoodigirig gehoor. . gt; .

20 Juni. De eed in de Kaatsbaan; de vergadering zweert niet uiteen te zullen gaan vóór zij aan Frankrijk een constitutie zal gegeven h'ëlbben. Vandaar verkrijgt deze vergadering den naam van Assemblée Nationale Constitnante.

ocr page 89

De Algemeene Staten en de Constitueerende Vergadering. 77

23 Juni. Koninklijke zitting der Algemeene Staten. De koning

staat üejiei-er/elcle bijeenroeping der Algemeene Staten toe; hij geeft hun deel m tfê ivétgevihg; hij erkent de afschaffing der privilegiën ten opzichte der belastingen, maar handhaaft de scheiding der drie standen. Necker blijft afwezig.

Verzet van den derden stand. Miraheau. Gaandeweg vereenigen zich talrijke leden van geestelijkheid en adel met den derden stand.

27 Juni. De koning geeft toe; hij beveelt de beide eerste standen zich aan te sluiten bij den tiers état.

De koning trekt een leger samen in de nabijheid der hoofdstad.

11 Juli. Ontslag van Necker. Groote opgewondenheid te Parijs. Kuiperijen van den hertog van Orleans. Het P al ais-Royal. Camille Des n jcmims. Botsingen tusschen de troepen en het gemeen.De „tricolorequot; (rood en blauw de kleuren der stad Parijs; wit die der Bourbons).

14 Juli. Bestorming en inneming der Bastille.

Wreedheden van hot gemeen. Oprichting der nationale narde; haar eerste commandant L a f a y e 11 o. Bailly wordt „mairequot; van Parijs.

17 Juli. De koning geeft wederom toe. Necker wordt teruggeroepen. Lodêwijk 'XVT te Parijs. Hij tooit zich met de driekleurige kokarde.

Einde der onbeperkte monarchie in Frankrijk.

Oproer en anarchie in het gehoele land; plundering van kasteelen en kloosters; waanzinnige vrees des volks voor denkbeeldige roevers. Lijdelijke houding der overheden en der nationale vergadering; onvertrouwbaarheid van het leger. Begin der emigratie (de graaf van Artois, de prinsen van CondiT en Uontl enz.)

Gebrekkige regeling der Constitueerende Vergadering; gemis van parlementaire onderyinding; geen vaste voorzitter; dwaze utopieën van vele der afgevaardigden; velen zijn- aanhangers van Rousseau, andoren van Montesquieu, daarbij grootendeels zeer anti-kerkelijk,weel J ansenisten.veel Voltairianen. Geen vaste_ partijen met een juist omschreven program. Men laat zich veelal leiden door de geestdrift van het oogen-blik; ten gevolge daarvan worden de gewichtigste besluiten dikwijls in opgewondenheid genomen. Invloed der tribunes (reeds te Versailles, nog krachtiger later' te Parijs).

ocr page 90

Hot tijdperk der Pransche Revolutie.

4 Aug. Afschaffing yan bijna alle voorrechten der beide

eersle standen.'Overdreven wedlfver iri edelmoedigheid, De adeVj Vicomtêde Noailles) ziet af van alle feodale réchten, de geestelijkheid van de tienden. Alle burgers zullen gelijkelijk bijdragen tot de uitgaven van den staat en toegang hebben tot alle openbare ambten. Onbillijkheid en dwaasheid dezer overhaaste besluiten.

27 Aug. pp Declaration des droits de lgt;homine_ (die als inleiding moet dienen (JeiT'hog te ontwerpen Constitutie), aangenomen zeer tegen den zin der verstandigste leden (b.v. Mirabeau, Mounier e. a.).

In de vergadering kan men drie — niet scherp geteekende — partijen onderscheiden; de „acistQfiraten' of de rechterzijde; de linkerzijde (volkspartij, veelaT steunende op het gemeen); het centrum (vooral ijverende voor een constitutie naar Engelsch voorbeeld). Onverstandige houding der aristocraten, die hunne tegenstanders dikwijls noodeloos verbitteren.

Vijandige houding en ongegrond wantrouwen van de linkerzijde tegen den koning en het hof. De vergadering maakt zich gaandeweg meester van het geheele openbare gezag, zonder het behoorlijk te kunnen handhaven. Alge-moene anarchie; stelselmatige ondermijning der krijgstucht bii het leger.

Onstuimige beraadslagingen over de nieuwe constitutie; het veto.

5 Oct. Nieuw oproer te Pariis

P—— ■P—Wtpc-»— - 'i unc jgWiifKfrrinrnr -i

wegens duurte der levensmiddelen en boosaardige geruchten, waarschijnlijk door den hertog van Orleans uitgestrooid. Tocht van het gemeen en de nationale garde naar Versailles; aanval op het paleis; aanslag op de koningin, moord-tooneelen in het paleis; de dames de la halte; lafhartige en dubbelzinnige houding van Lafayette.

6 Oct. De koning wordt gedwongen zijn resi

dentie naar Parijs te verplaatsen; de Constituante volgt hem daarheen en komt nog meer onder den invloed van het Parijsche grauw. — Vele aanzienlijke burgers verlaten Frankrijk; vele leden der nationale vergadering nemen geen deel meer aan de zittingen. Groot e invloed der politieke clubs: Jacobijnen, Cordeliers.

Om de schulden van den staat te dekken worden de rjees-telijke goederen tot staatseigendom verklaard. De staat belast zich met de kosten van den eeredienst.

78

ocr page 91

De Algemeene Staten en de Constitueerende Vergadering. 79

1790. Eerste uitgifte van Assignaten (^OOnwHioen),

April. gewaarborgd door de opbrengst der te verkoopen

nationale goederen (d. w. z. de vroegere goederen der geestelijkheid).

14 Juli. Verbroederingsfeest. Do koning neemt daaraan deel en zweert dat hij de (nog niet voltooide) constitutie zal handhaven.

4 Sept. Ontslag van Necker, die sinds lang allen invloed had verloren.

Mirabeau begint over te hellen tot de zijde des konings, die hem grootmoedig in zijn geldelijke omstandigheden bijstaat. Zijn poging om minister te worden was reeds vroeger door de vergadering (7 Nov. 1789) verijdeld. Hij weet toch den koning menigen dienst te bewijzen; zijne goede raadgevingen en verdere plannen. Zijn moeielijke positie. Hij ondervindt de gevolgen zijner losbandige en schandelijke jongelingsjaren.

1791. Dood van Mirabeau; hij wordt met veel pracht

2 April, in het Panthéon begraven. De koning besluit te

vluchten.

21—25 Juni. Vlucht des konings; hij wordt herkend en aan-gèhoüdën door Droüet te Varennes. (Bouillé). Pétion en Barnave voeren de koninklijke familie naar Parijs terug. Verguizing door het grauw. Lodewijk XVI wordt geschorst en zorgvuldig bewaakt. De Nationale Vergadering voert het bewind. De graaf van Provence, 's konings broeder, (later Lodewijk XVIII) ontkomt gelukkig over de grenzen; de rechterzijde belet de afzetting des konings.

17 Juli. Oproer te Parijs (om de .afzetting des konings te bewerken), door Lafayette en Bailly bedwongen. Oprichting van de club der Feuillants als tegenwicht tegen de Jacobijnen, die een oogenblik verschrikt, weldra hun invloed herwinnen.

Sept. I)e Constitutie voltooid; de koning wordt in zijne waardigheid hersteld om de nieuwe constitutie in volle vrijheid te kunnen aannemen.

De Constitueerende Vergadering besluit de inlijving van de pauselijke bezittingen Avignon en Venaissin, alwaar ten gevolge der ophitsing van Pransche oproermakers de vreeslijkste gruwelen waren gepleegd (Jourdan coupe-tête).

Hoofdinhond der f)onstitntie van 1791. Frankrijk is een erfelijke constitntioneMe inonarcKfé; ^quot;quot;Foiling is de drager der uitvoerende macht; Tiij is onschendbaar ; hij heeft een civiele

ocr page 92

Het tijdperk der Fransche Revolutie.

lijst (25 millioen frs.), zijn titel Roi des Francais, hij benoemt de ministers, die verantwoordelijk zijn aan de Wetgrevende Vergadering.

Deze bestaat uit één Kamer, om de % jaren vernieuwd door indirecte verkiezingen (grondvercjaderingen, aktieve burgers, census); zij kan niet ontbonden worden door den koning; zij heeft de wetgevende macht, stemt belastingen en begrootingen; de koning heeft een suspensief veto voor 2 legislaturen (4 jaren); tot een oorlogsverklaring besluit zij op uitdrukkelijk voorstel des konings.

De rechterlijke macht wordt uitgeoefend door rechters, gekozen door de burgers; jury's; de parlementen en overige gerechtshoven van vroeger zijn afgeschaft (1790). Het land wordt verdeeld in 83 (thans 80) departementen, naar bergen, rivieren, enz. genoemd; de provinciën met' haar eigenaardige instellingen en voorrechten worden vernietigd; de besturen van steden, districten, departementen worden verkozen door de burgers; krachteloosheid van het centrale gezag.

Verder gelijkheid voor de wet van alle burgers; adellijke titels, wapens en voorrechten zijn afgeschaft; opheffing en verbeurdverklaring van alle kloosters.

De geestelijkheid, van hare goederen beroofd, wordt bezoldigd door den staat: zij wordt, evenals de burgerlijke ambtenaren, door de burgers gekozen; constitution civile du clergé (Ig Juli 1790), die haar geheel moet losrukken van den Paus; de overgroote meerderheid (bijna alle bisschoppen en ruim ïl3 der lagere geestelijkheid) weigert den eed op de constitution civile af te leggen en wordt daarom wreedaardig vervolgd.

14 Sept. De koning bekrachtigt de constitutie, wier meeste artikels hij reeds afzonderlijk had goedgekeurd.

30 Sept. De Constituante gaat uiteen, na bepaald te hebben, dat geen enkel harer leden zal zitting hebben in de Wetgevende Vergadering. Dwaasheid van dit besluit, hetwelk Frankrijk overlevert aan onervaren en roe-kelooze volksmenners.

§ 2. DE WETGEVENDE VERGADERING.

(1 Oct. 1791—2fi Sept. 1792.)

1791. Opening der Wetgevende Vergadering; 745 leden.

1 Oct. Partijen: de cec/iterzi/de (Feu ill ants, voorstanders der constitutioneele monarchie); de linkerzijde (Girondijnen en Montagnards).

80

ocr page 93

Do Wetgevende Vergadering.

Voornaamste sprekers vooral Girondijnen, Vergniaud, Brissot, Condorcet, Guadet, Isnard, Gensonné.

De vergadering staat geheel onder den invloed van de glufrs der Jacobijnen en der Cordeliers (Robespierre, Dantoii, Murat, Fabre d'Eglantine, Camille Desmoutins, Pétion.)

Nov. Baillij neemt zijn ontslag als maire van Parijs. Pétion wordt in zijne plaats gekozen.

Vijandige bonding der linke rz ij de tegen den koning en het ministerie. Do doodstraf wordt uitgesproken tegen de emigres; de deportatie tegen alle priesters, die den eed op de constitution civile weigerden af te leggen {prétres inser-mentés). De koning maakt gebruik van zijn veto. Woede der Girondijnen.

1792. De club der Feuillants wordt met geweld door de Jacobijnen uiteengedreven.

Maart. Het ministerie, uit Feuillants bestaande, moet zijn ontslag nemen; de koning benoemt een ministerie vanGirondijnen: Claviére, Roland, Servan. Damonriej;. Uitdagende houding der Nationale Vergadering en van het ministerie tegen het Duüsche Rijk. De Girondijnen willen den oorlog.

20 Agril. Oorlogsverklaring aan Frans II, verbonden met Frederik Willem II van Pruisen, die do teruggave van Avignon aan den Paus en de schadeloosstolling der dooide revolutie benadeelde Duitsche vorsten verlangden.

De eerste berichten van het krijgstooneel zijn ongunstig voor de Pranschen.

Ontslag van het Girondijnsche ministerie, omdat de koning de wetten tegen de priesters en emigres niet wil bekrachtigen. Hevige opgewondenheid te Parijs.

20 Juni. Optocht van het gewapende grauw naaide Tuilerieën om den koning tot bekrachtiging der maatregelen tegen de geestelijkheid te dwingen. Heldhaftige moed der koninklijke familie; laaghartige lafheid van Pétion. Verontwaardiging te Parijs en bij het leger. Pétion wordt afgezet. Lafayette te Parijs; weldra wordt Pétion weer in zijn ambt hersteld; de Jacobijnen behouden het overwicht.

25 Juli. Manifest van den hertog van Brunswijk, opperbevelhebber van het Pruisische leger; woede te Parijs.

10 Aug. Bestorming der Tuilerieën; de koninkliike familie in de Wetgevende Vergadering. Schandelijke wreedheden van het gemeen; moord der getrouwe Zwitsers.

De koning wordt geschorst en gevangen gezet in den Temple.

81

ocr page 94

Het tijdperk der Fransche Revolutie.

Dn Girondijnen komen op nieuw aan het bewind Danton minister van Justitie. Anarchie te Parijs; alle macht is aldaar in handen van den Jacobijnsch-gezinden burgerraad.

V Een Nationale Conventie wordt bijeengeroepen om over de ^ ^ toekomst van Frankrijk te beslissen.

Ongunstige berichten van hét oorlogstooneel doen de woede nog toenemen. Lafayette vlucht naar de Oostenrijksche troepen.

2 en 3 Sept. Septembermoorden. 1400 gevangen aristocraten en priesters worden door gehuurde moordenaars vermoord; schandelijke wreedheden; Marat, Danton. Moord-tooneelen in verschillende steden des lands.

! !

§ 3. DE NATIONALE CONVENTIE.

(20 Sept. 1792—26 Oct. 1795.)

1792. Opening der Nationale Conventie. 747 leden. Partijen: 20 Sept. de rechterzijde, thans gevormd door de Girondijnen, ongeveer 150 leden (Vergni au d, Condor eet Barbar oux, Lanjuinais, Brissot, Roland, Isnard. Valazé, Petion, enz.); la plaine of Ie marais (Monge, Chénier, Siéyès, Grégoire, Boissy d'Anglas, Barras, Cambacérès, Daunou, enz.); de linkerzijde, gevormd door de Berg-partij of la Montagne, ca. 100 leden (Robespierre, Danton, Marat, Philippe Égalité, St. Just, Couthon, Collot d'Herbois, CamilleDesmoulins,Ca,rnot, Lebon enz.); Petion president der vergadering.

Op voorstel van Collot d'Herbois wordt het koningschap afgeschaft en de republiek te Parijs uitgeroepen. Verschillende Comités worden ingesteld; bijv. voor oorlog, financiën, algemeene veiligheid (süreté générale). Een Girondijnsch ministerie en een comité exécutif provisoire.

De Commune of burgerraad van Par ijs overheerscht ftitëlijkquot; de Cbnventie.j en steunt op het gepeupel der 48 sections ' (wijken) der stad. Dit vormt een soort van revolutionnaire burgerwacht , ca._3200iQ man sterk, onder opperbevel van Santerre. Chau-inquot;ite en Hébert voornaamste leden der Commune.

Sept. Twisten tusschen de Girondijnen en de Berg-partij, Marat en Robespierre worden in beschuldiging gesteld maar vrijgesproken.

Dec. Proces van Lodewijk XVI voor de Conventie. Hij kiest tot zijn verdedigers Tronchet,Malesherbes, De Sèze. Hardvochtige behandeling der koninklijke familie in den Temple. Schandelijke rechtsverkrachting, schrikaanjaging; lafhartigheid der Girondijnen, die 's konings leven gaarne hadden gered; gewelddadigheden der Berg-partij en der Parijsche Commune.

82

ocr page 95

De Nationale Conventie.

1793. Lodewijk XVI wordt met een geringe meerderheid van

15 Jan. stemmen ter dood veroordeeld. Ook Philips van Orleans (Philippe Égalité) stemt voor zijn dood. Afscheid dos konings van zijne familie. Edgeworth.

21 Jan. Terechtstellliig Tan Lodewijk XYI.

Ontzetting in geheel Europa; grootc coalitie tegen de Pransche Eepubliek.

De dood des konings doet den strijd tusschen Girondijnen Montagnards nog feller ontbranden. Afschaffing van de onschendbaarheid der afgevaardigden. Nederlagen in België-, lichting van 800.000 man; opstand in de Vendée, verraad van Dumouriez.

6 April. Het Comité du salut pnblic ingesteld, waarin eerst Danton (tot 10 Juli) daarna weldra Robespierre en Coulhon de voornaamste plaats innemen.

Het „maximumquot;; de gedwongen leeningen, geforceerde koers der assignaten, het „tribunal révolutionnairequot;. P o u q u i e r-T i n v i 11 e.

14 April. Marat wordt in staat van beschuldiging gesteld maar vrijgesproken. Een commisie van 12 leden (commission des douze) wordt benoemd om het gedrag der Parijsche Commune te onderzoeken. Hébert, uitgever van den Pére Duchèsne, wordt in hechtenis genomen.

BlMei—2Juni.Oproer teParijs; de Cowewiie wordt omsingeld door het gemeen onder leiding van Uenriot. Yal der fiirondjjnsche partij. Een groot getal Girondijhén wordl gevangen genomen. Marat, Danton en Robespierre hebben feitelijk hot gezag in handen.

13 Juli. Marat wordt vermoord door Char lotte Cor day.

10 Aug. De door de Nationale Conventie uitgewerkte constitutie wordt geproclameerd; (de Constitutie van het jaar I), maar | nooit toegepast. De Conventie besluit niet uiteen te gaan vóór het einde van den oorlog. De levée en masse besloten.

Sept. De „loi des suspectsquot; uitgevaardigd, tengevolge waarvan duizenden in de gevangenis worden geworpen.

6 Oct. Afschaffing der oude tijdrekening. Het jaar y begint 22 Sept. 1792. Nieuwe namen der maanden : Vendemi aire, Brumaire, Primaire ; Nivóse, Pluviuse, Ventöse: Germinal. Floréal. Pr air lal: Messidor. Thermidor.

83

ocr page 96

Het tijdperk der Fransche Revolutie.

Fvuctidor. De décades; de 5 jours sansculottides. — Deze tijdrekening blijft uitsluitend in gebruik tot 21 Dec. ISOquot;!; zij wordt geheel afgeschaft 1 Jan. 1806.

10 Oct. De Constitutie van het jaar I wordt geschorst tot aan den vrede.

Het Schrikbewind. — Het comité du salut public wordt met bijna dictatoriale macht bekleed; de zelfstandigheid der departementen, districten enz. geheel vernietigd; overal „agents nationauxquot; met bijna onbeperkte volmacht en comités révolution-naires.

\ 16 Oct. Marie Antoinette wordt onthoofd na een harde gevangenschap en een schandelijk proces. Hébert. Haar zoon (Lodewijk XVH) bij den schoenmaker Simon (sedert 1 Juli), die hem wreedaardig mishandelt.

31 Oct. Onthoofding van de gevangen Girondijnen. Nog veel andere bekende en beruchte personen worden in de volgende maanden gedood, o. a. de hertoq van Orleans, Bailly, Barnave, Madame Roland (vrouw van den gewezen minister). Madame Dubarry.

Nov. Afschafftng ran den christelijken godsdienst. Gobel constitutioneel bisschop van Parijs zweert het Christendom af. De eeredienst der r e d e. lléherl, Chaumette. — Wreede vervolging der priesters. Ontheiliging en verwoesting van kerken en heiligdommen in geheel Frankrijk.

Naijver van Robespierre tegen Danton en togen Hébert.

1794. Robespierre en Danton doen Hébert en zijne voor-24 Febr. naamste aanhangers onthoofden.

5 April. Danton, Camille Desmoulins en hunne aanhangers (de „indulgentsquot;) worden ter dood gebracht. Robespierre blijft meester van den toestand. Hij streeft naar de dictatuur.

Verdubbelde wreedheid van het tribunal révolutionnaire; in geheel Frankrijk worden er 143 revolutionnaire rechtbanken ingesteld. Lebon, Carrier. Een nieuwe wet (22 prairial) verkort nog de processen voor het tribunal révolutionnaire. Dood van Madame Elisabeth, zuster van Lodewijk XVI (21 Mei), \ van Lavoisier, Malesherbes, Gobel, Chaumette enz.

Besluit van de Conventie omtrent het „Etre Suprèmequot;

en de onsterfelijkheid der ziel (7 Mei).

84

ocr page 97

De Nationale Conventie.

8 Juni. Peest van het „Être Suprèmequot;. Robespierre staat op het toppunt zijner macht. Zijn bloeddorstige plannen.

Samenzwering tegen hem gesmeed: Collot d'Hcjbcis , Billaud-Varennes , Tallien, Legendre enz.

27 Juli. (9 Thermidor.) Val jan Robespierre j ]4~

hij wordt door de Conventie in staat van bb-schuldiqing gesteld en gevangen genomen, maar door de Commune bevrijd; op het stadhuis valt hij wederom in do macht van de troepen der Conventie.

28 Juli. Hij wordt onthoofd te zamen met S. Just,

Couth on, Henriot, den jongeren Bobespierre en anderen. Einde van het schrikbewind.

Do plaine, thans T e r m i d o r i e n s genoemd, verkrijgt nu het overwicht in de Conventie. Zij steunt op .den gegoeden burgerstand, de jeunesse dorée. Voornaamste Thermi-doriens: Tallien, Bourdon, Fréron m 1 r leider der ienuosae dnrpel Legendre, Boissy d'Anglas, Daunou. De macht van het comité du salut public wordt aanmerkelijk beperkt en de samenstelling er van gewijzigd. De ergste misbruiken in de revolutionnaire rechtspleging worden .afgeschaft. Vele aanhangers van Robespierre worden onthoofd.

Hevige aanvallen der Jeunesse dorée op de Jacobijnen. Hun macht wordt gebroken; hun club eindelijk gesloten. (Nov.)

Vele gevluchte Girondijnen komen weer in de nationale Conventie. Proces tegen Fouquier-Tinville en tegen Carrier, die met vele anderen worden onthoofd.

1795. (12 Germinal.) Opstand der Jacobijnen;

1 April, hij wordt bedwongen. Collot d'Herbois, Billaud-Varennes e. a. worden gedeporteerd naar Cayenne.

20 Mei. Nieuwe opstand der Jacobijnen te Parijs.

Heldhaftige moed van Boissy d'Anglas', de voorsteden van Parijs worden ontwapend en de stad ontvangt een garnizoen van linietroepen. Vele Jacobijnen gevangen genomen en gedood.

Woede des volks tegen de Jacobijnen-, in sommige streken, vooral in het Zuiden des lands (Lyon, Bouches du Ehóne) hebben gruwelijke moordtooneelen plaats; la terreur blanche. Veel rooverbenden.

,j{ 8 Juni. Dood van Lodewijk XVII. Zijn zuster, Marie Térèse, 1'orphéline du Temple, wordt aan de Oostenrijkers uitgeleverd. — De Comte de Provence noemt den titel

85

ocr page 98

Het tijdperk der Pransche Revolutie.

aan van Lodewijk XVIII. Een commissie van elf leden {Uaunou Boissy d'Anglas, Lanjuinais enz.) wordt benoemd om een nieuwe constitutie te vervaardigen.

(Jonstitutie van het jaur lll^ Het uitvoerend bewind toever■ trouwTaan5quot;fiTrecteurs,Benoemd door het Wetgevende Lichaam-, elk jaar treedt één hunner af. Twee kamers: de Baad der Vijfhonderd, die de wetten voorstelt en bespreekt; de Baad der Ouden (zij moesten minstens 40 jaar oud zijn en gehuwd o^ weduwnaar, 250 loden), die ze onveranderd aanneemt of verwerpt. Verkiezingen met één trap; vrijheid van godsdienat. Toch blijven de getrouwe priesters nog altijd verbannen; sommigen werden oogluikend toegelaten. Deze constitutie wordt zonder tegenstand aanvaard.

De Conventie besluit, dat het nieuwe Wetgevende Lichaam voor hvee derden zal bestaan uit leden der Conventie. Ook deze bepaling wordt door een volksstemming goedgekeurd (zeer veel onthoudingen). Hevige ontevredenheid daarover te Parijs, alwaar zich een sterke reactie ten gunste der royalisten vertoont.

5 Oct. (13 Vendémiaire.) Opstand der royalisten te Parijs; de Conventie verkeert in groot gevaar. Marras wordt opperbevelhebber der troepen; hij belast Bonaparte met de verdediging der Conventie. De opstandelingen worden uiteengedreven.

26 Oct. Laats(e zitting der Nationale Conventie.

Verkiezing der5Directeurs: La Beveillère-Lépeaux, Carnot, Beubell, Le Tourneur, Barras.

De nieuwe constitutie treedt in werking.

Treurige toestand van Prankrijk; volslagen wanorde in de geldmiddelen; armoede, gebrek, verwildering der zeden, algemeene ontevredenheid. De eer des lands alleen gehandhaafd door de legers.

§4. DE OOELOGEN DER REVOLUTIE TOT AAN DEN VREDE VAN BAZEL. (1792—1795.)

Wantrouwen der meeste Europeesche mogendheden tegenover de Pransche Revolutie; alleen Engeland is aanvankelijk gunstig voor Prankrijk gestemd. De émigrés zoeken de voornaamste hoven tot een gewapende tusschenkomst te bewegen. Zij zelf vormen een klein leger en bedreigen de Pransche grens. Hun voornaamste wijkplaats is het gebied van den keurvorst van Trier. De prinsen te Coblentz.

86

ocr page 99

De oorlogen der Revolutie tot aan den vrede van Bazel. 87

Ten gevolge van een protest der Fransche regeering worden de émigrés van de grens verwijderd en hun leger ontbonden.

Inbreuk der Constitueerende Vergadering op de rechten der Dmtsclie vorsten, die bezittingen in Frankrijk hadden; protest der benadeelde vorsten en van den keizer. Avii/noti en Venaissin worden eerst in opstand gebracht, daarna~~bii FrankriilZ in-gëlyfd; schandelijke gruwelen aldaar gepleegd. Protest van Paus Pius VI (1791).

1791. Conferentie te Pillnltz van keizer Leopold II met

Aug. F reder ik Willem II, koning van Pruisen. Vergeefsche pogingen van den graaf van Artois, om een gewapende tusschenkomst te bewerken. Leopold II is voor het behoud van den vrede.

1793—1806. Frans II, keizer van Duitschland.

Het Girondijnsche ministerie in Frankrijk maakt den oorlog onvermijdelijk.

20 Apr. Oorlogsverklaring: aan Frans II; ook Pruisen en Sardinië nemen weldra deel aan den strijd.

De Franschen doen een inval in de Oostenrijkse he 'Nederlanden, maar worden met schande teruggedreven. Moord van generaal Dillon.

25 Juli. Manifest van den hertog van Brunswijk, opperbevelhebber der Pruisische troepen.Verkeerdo uitwerking daarvan. Valsche voorstelling van de gezindheid der franschen.

19 Aug. Een Pruisisch leger van 42.000 man (met eenige

duizenden Oostenrijkers en émigrés) trekt over de grenzen.

Long wij en Verdun ingenomen. Vijandige stemming der bevolking.

20 Sept. Onbesliste slag van Valmj, Kellermann, Du

in our ie z. De Pruisen en Oostenrijkers trekken terug en sluiten een wapenstilstand-, ziekte en gebrek in hun leger; het Fransche gebied wordt ontruimd.

X 23 Sept. De Franschen onder Montesquiou doen een inval in Savoye en bemachtigen Chambéry. Sauoue en Nice worden met de Fransche Republiek ver-eenigd. De frontières naturelles.

Oct. Gust ine bemachtigt Spiers, Worms en Mentz;

alom worden vrijhoidsboomen geplant en zware contributies geheven; kerken en kloosters geplunderd; de Illuminaten.

ocr page 100

88

quot;|y 6 Nov

1793—1797. Eerste Coalitie.

De dood van Lodeiviik XVI wekt algemeene ^verontwaardiging in geheel EuroT^A^JSpanje^JPortugal, Engeland 'Holland,'1 de meeste Italiaansche en Duitsche vorsten sluiten zich aan bij het verbond tegen de F ran selTê- Republiek. W. Pitt is de ziel der coalitie; zijn tegenstander is Fox.

1 Febr. Frankrijk verklaart den oorlog aan Engeland en aan den stadhouder der Vereenigde Nederlanden. Daendels en de patriotten bij Dumouriez; in vele steden dor Unie onstaat een comité revolutionnaire. „ Willem de laatste.quot;

Dumouriez trekt Staats-Brahant binnen en bemachtigt Breda, Klundert, Geertruidenberg; dappere tegenstand in Willemstad. Schandelijke afpersingen in België door de commissarissen der Conventie; verontwaardiging der bevolking.

Nederlaag van den Franschen generaal A/traoda bij Al denhoven. Dumouriez keert ijlings uit Staats-Brabant terug. Zijn plan om de Conventie omver te werpen en Lodewijk XVII op den troon te plaatsen.

■7 18 Maart, glag: van Neerwinden. Dumouriez wordt verslagen door den prins van Kohurg. De gedeputeerden der Conventie willen Dumouriez afzetten en naar Parijs doen vervoeren. Dumouriez voorkomt hen en levert hen uit aan de Oostenrijkers (Beurnonville, Camus, Quinette, Banc.al, Lamarque, later ingewisseld tegen Marie Térèse, Vorphéline du Temple], Hij zelf loopt over naar de Oostenrijkers met eenige zijner officieren o. a. den hertog van Chartres (zoon van Philippe Egalité, later Louis Philippe, koning van Frankrijk). Geheel België wordt door de Oostenrijkers heroverd. De Pruisen nemen Mentz, de Oostenrijkers Condé en Valenciennes (28 Juli).

Van alle kanten wordt het Fransche gebied bedreigd; de Spanjaarden doen een inval in Roussülon; Toulon in de macht der Engelschen.

Blnnenlaudsclie oorlogen.

1793. Opstand der Vendée, waar reeds lang groote Maart. ontevredenheid heerschte. Voornaamste hoofden: d'Elbée, de la Rochejaquelin, de Lescure, de Charette, Cathélineau, Stofflet. De opstandelingen bemachtigen verschillende voorname plaatsen o. a. Saumur en Angers, maar worden teruggeslagen voor Nantes. Westermann,

Het tijdperk der Fransche Revolutie.

Slaar bij Jcuimaues. Dumouriez verslaat den hertog lianamp;'wsen-TescheH en bemachtigt geheel België.

ocr page 101

De oorlogen der Revolutie tot aan den vrede van Bazel. 89

San Ier re en andere republikeinsche generaals dringen het land binnen en plegen afschuwelijke wreedheden; les colonnes in-females.

Carrier te Nantes; de noyarles; de Vendée hervat den oorlog; de Chouans in BreiayHe. De strijd wordt met afwisselende kans gevoerd.

1795. Landing der emigres op Quibéron; de poging mislukt.

Hoche brengt den oorlog nagenoeg ten einde; in het volgende jaar worden Charette en Slojflet gevangen genomen en gedood.

De val der Girondijnen (Juni 1793) veroorzaakt in verschillende deelen van Frankrijk opstanden tegen de heerschende partij. Bordeaux, Lyon en andere steden worden na hevigen tegenstand onderworpen; overal worden de ijsolijkste wreedheden gepleegd.

Oorlogen tegen de verbonden mogendheden. Gewelddadige maatregelen door de Conventie gen omen ^ De levée en masse. Carnot Vorganisateur de la victoire; de generaals, die een slag verliezen, worden onverbiddelijk onthoofd (Custine, Beauharnais, Houchard. e. a.); de afgevaardigden dor Conventie in de legers (Saint-Just, Carnot e. a.); hun tyranniek maar krachtig' optreden.

Nieuwe wijze van oorlogvoeren; de aanvallen in groote massa's: ontzettende opo/ferinr/ van menschenlevens. Veel bekwame generaals; republikeinsche geestdrift. '.larrt,'//»»/ en onderling wantrouwen der bondgenooten, die meer en meer door hun tegenstrijdige belangen (vooral in Polen) belet worden den oorlog met kracht te voeren.

Sept. Slag bij Hondschoote; Uouchard overwint de Engelschen onder den hertog van York.

Slag bij Wattignies; Jourdan overwint Koburg en ontzet Maubeuge.

Oct.—Dec. Na herhaaldelijk teruggeslagen te zijn, weet H och e de Pruisen (Brunswijk) en Oostenrijkers (Wurmser) uit Elzas te verdrijven en ontzet Landau. De

Weissenburger linies.

Dec. Toulon wordt door do Franschen heroverd.

D u g o m m i e r. Bonaparte; ijselijke wreedheden aldaar gepleegd.

1794. Jourdan verslaat Koburg bij JFlenrus en maakt 26 Juni. zich wederom meester van geheel België.quot;

De Oostenrijkers wijken over den Rijn terug; ook de Pruisen ontruimen den linker Rijnoever.

ocr page 102

90 Het tijdperk der Fransche Kevolutie.

Pichegru doet een inval in Staats-Brabaut. Hij neemt 's tiertogenbosch en andere vestingen; hij trekt over de dichujevrozen rivieren; het Hollandsch-Engelsche leger kan geen tegenstand bieden. Omwenteling in verschillende sleden; de Fransohen komen als vrienden en bevrijders.

1795. Willem V verlaat Nederland. De Bataafsche 18 Jan. Republiek wordt uitgeroepen en komt geheel onder Fransohen invloed.

Vquot; 16 Mei. Verdrag van den Haag, Siéijès en Beubell. De Bataafsche Republiek moet Staats-Vlaanderen, Maastricht en Venlo aan de Fransohen afstaan: de Schelde wordt geopend; oorlogssohatting van 100 millioen gulden; onderhond van 25000 man Fransohe troepen; of- en defensief verbond met Frankrijk en dus oorlog tegen Engeland; vele koopvaarders en een groot gedeelte der koloniën verloren; Nederland wordt overstroomd met assignaten.

Tegenzin van Frederik Willem II van Pruisen tegen do voortzetting van don oorlog met Frankrijk; zijn wantrouwen en naijver tegen Oostenrijk; zijn twisten met Engeland en Holland.

1795. Vrede te Bazel tusschen Pruisen en Frankrijk.

' 7)f- ' , 5 April. Pruisen staat legen een belofte van schadeloosstelling y*»quot; ***** ■ zijn eigen bezittingen op den linker Rijnoever

•t» ■U'-quot; aan Frankrijk af en verklaart te zullen berusten

jftot ' in den afstand van den geheelen linker

Rijnoever. De demarcatie-lijn.

22 Juli. Vrede tusschen Frankrijk en Spanje, eveneens te Bazel gesloten, nadat de oorlog in de Pyreneën met afwisselende kans was gevoerd. Spanje staat aan Frankrijk het Spaansohe gedeelte van St. Domingo^ af. Godoy „de Vredevorstquot;. In het volgende jaar sluit Spanje het verdrag van St. Ildephonso, waardoor hetFrankrijksbondgenoot wordt en deelneemt aan den oorlog tegen Engeland.

Oorlog ter zee en in de kolonies.

Verschrikkelijke gruwelen in het Fransche gedeelte van St. Domingo ten gevolge van de besluiten der Nationale Vergadering aangaande de Mulatten en de Negers. Toussaint Louverture.

1794. Slag bij Ouessant; de Fransche vloot onder Villaret-Joyeuse verslagen door Howe. Nagenoeg alle Fransche kolonies vallen in de handen der Engelschen, die na het verdrag van den Haag (16 Mei 1795) ook in oorlog komen met de Bataafsche Republiek.

ocr page 103

Het Directoire.

§ 5. HET DIRECTOIRE. (27 Oct. 1795—9 Nov. 1799).

Groote moeilijkheden, waarmede het Directoire te kampen heeft: algeheele verwarring der geldmiddelen, gebrek en duurte der levensmiddelen; algemeene ontevredenheid, zoowel van den kant der royalisten, die meer en meer invloed verkrijgen, als van dien der Jacohijnen ; daarbij schrikbarende corruptie en oneerlijkheid in alle takken van het bestuur; eindelijk zware oorlogen tegen het buitenland. Behalve Car not waren de Directeurs mannen van verachte-lijken levenswandel (Barras „le plus corrompu der pourrisquot;) en geringe bekwaamheden.

1796. Samenzwering van Baboeuf (Jacobijn en 15 Mei. Socialist); zij wordt ontdekt en bloedig gestraft.

Vele Jacohijnen worden verbannen. Krachtige reactie ten gunste van het koningschap; de verkiezingen van April 1797 brengen veel erkende royalisten in het Wetgevende Lichaam. Pichegru, die in het geheim met Lodewijk XVi 11 onderhandelt, wordt voorzitter in den Raad der Vijfhonderd. Barthélémy, die Le Tourneur had vervangen, en Car not hellen over tot de royalisten. Hun vijandige houding tegenover de drie andere Directeurs. Verbittering van Napoleon Bonaparte tegen de royalisten.

1797. (18 Fruetidor) Coup d'État,; met hulp van 4_ Sept. generaal A ugereau, door Bonaparte gezonden, doen

Barras, lieubell en La Réveillère-Lepeaux hun tegenstanders Barthélémy, Pichegru en anderen naar Cayenne depor-teeren; Car nol ontvlucht. Een groot gedeelte der verkiezingen wordt vernietigd; verschillende dagbladen geschorst, priesters en emigres weer hevig vervolgd. M e r li n (van Douay) en Francois (van Neufchdteau) worden Directeurs in plaats van Carnot en Barthélémy.

Herhaald staatsbankroet. De assignaten, uitgegeven tot een bedrag van meer dan 45 milliard en, verliezen alle waarde (zij dalen tot O,290/0//; zij worden vervangen (]79()) door nianda/s territoriaux, die weldra het zelfde lot deelen. Eindelijk wordt de schuld getiërceerd j(1797 30 Sept.), maar ook dit middel baat niet. Schandelijke, afpersingen in de veroverde gewesten. Algemeene haat en verachting jegens het Directoire; afgunst en vrees der bewindhebbers tegenover Bonaparte. De expeditie naar Egypte (1798—1799); gedurende dien tijd talrijke nederlagen der Fransche legers in Europa; groote ontevredenheid in het binnenland.

Herhaalde samenzweringen en staatsgrepen. Si'éyès en Barras worden de invloedrijkste leden van het Directoire.

91

ocr page 104

Het tijdperk der Fransche Revolutie.

1799. Terugkeer van Bonaparte uit Egypte. Hij

Oct. wordt met algemeene geestdrift ontvangen. Verschillende partijen trachten hem te winnen. Zijn onderhandelingen met Siéyés, Talleyrand, Fouché enz. Lucien Bonaparte wordt voorzitter van den Uaad der Vijfhonderd.

J) Nov. (18 Brumaire.) Coup d'État van Napoleon Bonaparte.

De Ttaad der Ouden besluit de verplaatsing van het Wetgevende Lichaam naar St. Cloud. Napoleon wordt commandant van alle troepen in en om Parijs. De Directeurs worden overgehaald of gedwongen hun waardigheid neer te leggen. {Barras, Siéyés, Roger-Ducos, Gohier,Moulins).

10 Nov. (15) Brumaire.) Bonaparte doet den Baad der Vijfhonderd uiteenjagen. Een aantal afgevaardigden, aanhangers van Bonaparte, benoemen een „Commission consulaire executivequot; bestaande uit Napoleon, Siéyés en Roger-Ducos. Een nieuwe constitutie wordt ontworpen.

/X7C Constitiitle Tnu het jaar Till, Drie consuls, Napoleon, CamUacérès, Lebrun, voor 10 jaar benoemd, zijn de dragers der uitvoerende macht en hebben het initiatief bij het voorstellen der wetten; feitelijk berust alle macht bij den eersten consul; de beide anderen hebben slechts raadgevende stem. Er is een Baad van State-, een Senaat van 80 leden — Siéyés eerste president —; het Tribunaat (100 leden) bespreekt de wetsvoorstellen door do regeei ing ingediend; het Wetgevend Lichaam (300 gleden) neemt ze onveranderd aan of verwerpt ze. Er is een soort van algemeen stemrecht met verschillende trappen:- liste communale, liste départementale, liste nationale. De nieuwe constitutie wordt door het volk aangenomen met meer dan 3.000.000 stemmen.

25 Dec. [4 Nivöse van het jaar VIII.J De drie consuls aanvaarden hun ambt. Einde der Fransche Revolutie.

§6. DE OORLOGEN TIJDENS HET DIRECTOIRE. 1796. Veldtocht in Duitschland.

Jour dan trekt over den Midden-Bijn, Mor eau over den Boven-Bijn tegen de keizerlijke troepen op.

Aarstliertog Karei (broer van Frans II] trekt langzaam voor Mor eau terug: hij keert zich plotseling tegen Jour dan, die langs den Mein tot dicht bij de grens van Bohemen is

92

ocr page 105

Do oorlogen tijdens het Directoire.

doorgedrongen, verslaat hem bij Amberg (24 Augustus) en Würzburg (3 Sept.) en drijft hem over den Rijn terug.

Ook Moreau moet thans terugtrekken; zijn meesterlijke tocht door het Höllenthal.

1796—1797. quot;Veldtocht in Italië.

Napoleon Bonaparte opperbevelhebber van het Fransche leger in Italië.

Hij is de iweecfe zoon van Carlo Bonaparte en Laetitia Eamolino, geboren te Ajaccio op het eiland Corsica 15 Aug. 1160-, 1779 op de militaire school te Brienne; verder te Parijs, 1785 luitenant te Valence: zijn groote talenten, maar afgetrokken karakter. Tusschen 1789—1792 verblijft hij meestal op Corsica; zijn betrekking met Panli; hij keert naar Frankrijk terug en onderscheidt zich bij het beleg van Toulon 1793; „le souper de Beaucairequot; ■. zijn betrekkingen met den jongeren Robespierre; na den J) T hermidgr verliest hij zijn rang; hij wordt door Barras belast met de verdediging der Conventie tegen den opstand der royalisten (5 Oct. 1105) en wordt eindelijk door tusschenkomst van Barras benoemd tot opperbevelhebber van het leger in Italië. Zijn huwelijk met Joséphine Tascher de la Pager ie weduwe van den onthoofden generaal de Beauharnais {Maart 1700).

Havelooze toestand der Fransche troepen in Italië, ontevredenheid der oudere generaals over den jeugdigen veldheer. Hij weet weldra allen te overmeesteren. Zijn voornaamste onderbevelhebbers: Masséna, Auger eau, Serrurier; verder in de lagere rangen: Ju not. Mn rat, Mar mout, L an nes, Berthier. Proclamatie van Bonaparte tot zijne troepen. De Oostenrijkers worden aangevoerd door Beaulieu, de Sardiniërs door Colli.

12—21 Apr. Gevechten van Montenotte, Millesimo, Dego,

28 April.

10 Mei.

Ceva, Mondovi, waarin beurtelings Oostenrijkers en Sardiniërs in verschillende afdeelingen verslagen en ten slotte geheel van elkander gescheiden worden.

De koning van Sardinië sluit den wapenstilstand van Cheraseo, waardoor de voornaamste vestingen van zijn land in de handen der Franschen komen. Beaulieu moet haastig naar Lombardije terugwijken.

Gevecht bij Lod i, Bonaparte,trekt over de Adda,

93

ocr page 106

Het tijdperk der Pransche Revolutie.

15 Mei. Vrede te Parijs tusschen Frankrijk en Sardinië; Savoye en Nice worden voor goed aan Prankrijk afgestaan, de emigres moeten het koninkrijk verlaten.

16 Mei. Bonaparte trekt Milaan binnen, Beaulieu neemt de wijk naar Mantua.

Schandelijke afpersingen in Noord-Italië; groote sommen gelds, schilderijen, handschriften, standbeelden worden in menigte naar Parijs vervoerd. Panna, Modena, Napels koopen den vrede (de groothertog van Toskane had reeds in Januari J705 vrede gesloten; toch worden in zijn gebied veel Engelsche koopwaren verbeurd verklaard). Paus Pius.. VI kan slechts door den afstand der Legaties en van Ancona, alsmede door een zware oorlogsschatting, een wapenstilstand verkrijgen.

1796—1797. Beleg van Mantua. De Oostenrijkers doen vier Juli—Pebr. pogingen om de vesting te ontzetten.

2—4 Aug. Gevechten bij Lonato en Castiglione (Wttrm-ser, Quosdanowitsch).

8 Sept. Slag bij Bassano {Wurmser, Davidowitsch). Wurm-ser trekt Mantua binnen.

13—17 Nov. Slag bij Arcole (Alvinczy, Davidowitsch).

1797. Slag bij Rivoli {Alvinczy, Provera).

14 Jan. In al deze gevechten worden de Oostenrijkers verslagen ten gevolge van de noodlottige splitsing hunner strijdkrachten en de traagheid hunner bewegingen tegenover de snelheid van Bonaparte.

Pebr. Oy.ftrgave van Mantna. Wurmser. mag vrij aftrekken \ met 700 man; 15.000 worden krijgsgevangen.

Bonaparte richt in Noord-Italië de Ligurische (Genua), Cis- en Transpadaansche Republieken op.

. - Hij verbreekt den wapenstilstand met den Paus en noodzaakt Pius Vl tot den vrede van Tolentino (19 Pebr.), waarbij deze Avignon en Venaissin, benevens Bologna, Fer rara en de Ho mag na aan Prankrijk afstaat en nogmaals groote geldsommen moet betalen.

^ Hervatting van den oorlog tegen de Oosten-\ rijkers. Aartshertog Karei aan het hoofd der keizerlijke troepen. Hij kan Napoleon niet tegenhouden, die door het Venetiaansche gebied trekt, hem tot een rampspoedigen terugtocht noopt en doordringt tot in Stiermarken. Frans TI roept zijn geheele volk onder de wapenen; ook in het Venetiaansche

94

ocr page 107

De oorlogen tijdons het Directoire.

gebied hevige opstand tegen de Franschen, die door hun afpersingen het volk verbitterden. Gevaarlijke toestand van Napoleon. Hij onderhandelt met den aartshertog Karei.

18 April. Voorloopige vrede te Leoben.

Gewelddadigheden van Napoleon tegen de Signoria van Venetië-, hij maakt zich meester van het geheele gebied en heft zware krijgsschattingen. De 4 paarden van San Marco en vele andere kunstwerken worden naar Parijs vervoerd. Einde der Venetiaansche Republiek.

17 Oct. Trede van Campo-Formio (na langdurige onderhandelingen tusschen Bonaparte en Cobenzl).

De keizer staat af de Oostenrijksche N e d ex,- -landen en het hertogdom MiTaan/ (Loriihardije) inet a n j^uaquot;;~hi| erkent 3ê~ sTaaTTu n d i glTve randeringen door Bonaparte in Italië bewerkt; de Cis- en Transpa-daansche Republieken worden vereenigd tot de Cisalp ij nsche Republiek, di^ Lombar dij e, Mantua, Modena, de Romagna, de I^egatiën vanjfaologna en Ferrara, alsmede een deel van het Venetiaansche gebied omvat. De hertog van Modena zal Breisgau (thans in Baden) ontvangen. De keizer verkrijgt daarvoor het Venetiaansche gebied tot a a ri (Te Etscti (Adige;. De koizeF'~'i'Pj'itlf-TiT^ztcfi—vfTÓfr zijn toestmypmmg—té geven tot den afstand van den linJeei^Rijnoever', de Duitse he vorsten, die door dien afstand hun gebied verliezen, zullen op den rechter Rijnoever, voornamelijk door kerkelijk gebied, schadeloos gesteld worden. De vrede met hel Duitsche Rijk zal voorbereid worden op een congres te Rastatt. Einde (Ier eerste coalitie. Alleen Engeland blijft nog in oorlog met trnnnnj};.

1797. Vergeefsche poging van Hoche om in Ierland te landen, alwaar een groote samenzwering tegen de Engelschen gevormd is. De Engelschen vernietigen een Hollandsche vloot onder De Winter bij de Kamperduinen en een Spaansche bij Kaap St. Vincent. Vredesonderhandelingen blijven vruchteloos.

1796-1801. Paul I, keizer van Rusland.

Zijn hevige afkeer van de Fransche Revolutie.

1797—1840. Frederik Willem III, koning van Pruisen.

Hij poogt zijn onzijdigheid te handhaven.

1798. Kuiperijen der Franschen te Rome, alwaar zij voortdurend onlusten en oproer pogen te ver-

95

ocr page 108

Het tijdperk der Pransehe Revolutie.

wekken. Generaal Duphot wordt gedood. Berthier trekt met een Fransch leger naar Rome; hij richt de Bomeinsche Republiek op en doet Paus Pius VI gevankelijk naar Prankrijk vervoeren (Pebr. 1798), die later sterft te Valence (1799). De Helvetische Repnliliek onder protectoraat van Prankrijk: ook daar onbeschaamde afpersingen (Hapinat). Genève wordt bij Prankrijk ingelijfd.

Na ij ver en wantrouwen van het Directoire tegen Bonaparte. Men wil hem uit Prankrijk verwijderen en besluit daarom tot de expeditie naar Er/ypte.

Napoleon scheept zich in te Toulon met 35000 man en veel uitstekende generaals en geleerden, o. a. Kleber, Desaix, Lannes, Davoiit, Monge , Champollion. Onderhandelingen met Tippo-Saih., Malta door veraad ingenomen.

Bonaparte landt in Egypte en neemt Alexandrië.

Slag bij de Pyramiden; Napoleon maakt zich meester van Cairo en verovert geheel Egypte.

Slag bij Abonkir. Nelson vernielt de Pransehe vloot onder B r u e y s.

Stoute plannen van Napoleon. Hij onderneemt de verovering van Syrië; oorlogsverklaring van den Sultan.

Napoleon bemachtigt Jaffa; hij belegert St. Jean d'A ere (Akka) maar wordt teruggedreven door do Engelschen en Turken 'onder Sidney Smith. Hij overwint een Turksch leger bij den herrj Thabor en keert naar Egypte terug, alwaar hij wederom de Turken overwint bij Aboukir (23 Juli). Berichten uit Frankrijk nopen hem terug te keeren; hij geeft het opperbevel aan Kleber (22 Aug.); hij landt te Fréjus (Oct.).

1800. Kleber verslaat een Turksch leger bij He li op ol is 20 Maart, en onderdrukt een gevaarlijken opstand. Hij wordt vermoord; zijn opvolger Menou wordt bij Alexandrië door de Engelschen verslagen en moet Egypte ontruimen; zijn leger wordt op Engelsche schepen naar Prankrijk overgevoerd (1801). Ook Malta was na een langdurig beleg door de Engelschen bemachtigd (1800).

1797—1799. Congres te Rustadt. Lage kuiperijen der Duitse he vorsten om door de gunst der Franschen groote voordeelen te verwerven. Overmoedig optreden der Pransehe gezanten Treilhard , Roberjot, Üebnj. Bonnier. De onderhandelingen leiden tot geen bevredigende uitkomst : zij worden afge-

96

1798. 20 Mei.

iy

1 Juli. 21 Juli.

1 Aug.

179(J.

ocr page 109

De oorlogen tijdens hot Directoire.

broken bij het begin van den tweeden coalitie-oorlog (Maart 1799). De Fransche gezanten worden bij hun vertrek door Oostenrijkse/ie huzaren overvallen; Bonnier en Roberjot worden vermoord, Debnj gewond (28 April 1799). /

1798. Schandelijke gewelddadigheden van het Directoire tegen den koning van Sardinië Karei Emanuel IV (1796—1802). Hij wordt genoodzaakt afstand te doen van al zijne bezittingen op het vaste land en behoudt alleen het eiland Sardinië.

1798—1801. Tweede Coalitie, door PM bewerkt tusschen

Rusland, Oostenrijk, Engeland, Turkije en Napels.lt;

De Napolitanen beginnen den oorlog (opgehitst door Nelson); hun aanvoerder is de Oostenrijksche generaal Mack. Zij bemachtigen Rome, maar worden weldra verslagen en teruggedreven door Championnet en Macdonald. Lafhartigheid en wanorde in het Napolitaansche leger.

De Franschen trekken Napels binnen. Koning Ferdinand IV vlucht naar Palermo. De Parthenopeesche Bepubliek wordt opgericht.

De Fransche troepen worden uit Napels teruggeroepen; een Russisch-Turksch leger herstelt het gezag des konings. Kardinaal Kuffo. Wreedheden gepleegd door de Engelschen en de Lazzaroni.

Frankrijk verklaart den oorlog aan den keizer.

J o u r d a n valt in Z u i d-D u i t s c h 1 a n d, maar wordt bijiiStockach verslagen door den aartshertog Karei, die daarna Zwitserland binnendringt enMassêna bij Zürich overwint; toch weef deze zich in Zwitserland staande te houden.

Veldtoclit in Noord-Italië. De Oostenrijkers onder Krarj verslaan de Franschen onder Sc hé re r bij Magnano (5 April).

Komst van een Russisch leger onder Suwarof', die met Krag vereenigd, Mor eau verslaat bip'Cassano, Macdonald bij de Tr eb ia, Joubert bif.'N o v i. De Franschen worden bijna geheel uit Italië verdreven; einde der Romeinsche Republiek.

Oneerlijke politiek van den Oostenrijkschen minister Thugut; ontevredenheid van Suwarof'. Men besluit dat de Oostenrijkers in Noord-Italië, de Russen in Zwitserland den oorlog zullen voeren. Aartshertog Karei verlaat Zwitserland, waar slechts Hotze achterblijft ter ondersteuning van den Russischen generaal Korsakof. Beiden worden door M a s s é n a verslagen bij Zürich (25 en §6 Sept.).

97

1799. Jan.

J uni.

1799. Maart.

7

ocr page 110

Het tijdperk dor Fransche Revolutie.

Stoute tocht van Suwarof over den St. Gothard; hij komt te laat om do nederlaag van Hotze en Korsakof te beletten en wordt genoodzaakt met bovenmenschelijke inspanning naar Tyrol te wijkon. Zijn verontwaardiging tegen de Oostenrijkers. Paul I roept zijn troepen terug,

Aug. Poging der Engelschen en Kussen om de Bataafsche Republiek te bevrijden. Zij landen bij den Helder en maken zich meester van de Hollandscho vloot. Slagen van Bergen en Kastrikum, gewonnen door de Fransche en Bataafsche troepen onder Brune en Daendels; de bondyenooten moeten wijken.

Gedurende de laatste maanden van 1799 en de eerste van 1800 rusten de krijgsbedrijven: daarvan maakt Bonaparte gebruik om de regeering van Frankrijk te regelen en alles voor een nieuwen veldtocht voor te bereiden. — Intusschen is te Venetië een nieuwe Paus gekozen, die den naam van Pius VII aanneemt (1800).

§ 7. DE EERSTE JAREN DER BATAAFSCHE REPUBLIEK. (1795—1801.)

Het Haagsche verdrag, op zeer nadeeligo voorwaarden gesloten, brengt de Republiek in volslagen afhankelijkheid van Frankrijk en in oorlog met Engeland. Kaap de goede Hoop (1796), M a 1 a k k a, Ceylon, do M o 1 u k k e n en andere kolonies vallen in de handen der vijanden, zoodat in 1801 alleen Java nog in Nederlandsch bezit is. Ook do Nodorlandscho vloot onder Lucas (1796) en De Winter (bij do Kamperduinen 1797) wordt door de Engelschen verslagen, die zich in 1799 ook meester maken van de schepen van Story ■ bij den Helder. Groot nadeel voor don Nederlandschen handel. Daarenboven gaat het land gebukt onder de zware oorlogsschatting en de kosten voor onderhoud en uitrusting van het Fransche bezettingsleger; terwijl de assignaten ook hier weldra alle waarde verliezen en velen verarmen.

1795. Te Amsterdam en in vele andere steden worden de vroedschappen vervangen door de leden van do verschillende revolutionnaire comités', de afgevaardigden dier nieuwe stedelijke regoeringon (municipaliteiten) komen in de plaats van de Staten der verschillenden provincies, welke op hunne beurt een geheele wijziging brengen in het personeel der Generale Staten.

98

ocr page 111

De eerste jaren der Bataafsche Republiek.

Een comité uit do nieuwe Slaten-Gencraal stelt oen reglement op, volgens hetwelk een nieuwe staatsregeling zal worden ontworpen. Het geheele gebied (ook Brabant en Dronte) wordt verdeeld in i26 districten, die ieder (bij indirecte keuze) één afgevaardigde zullon kiezen voor een Nationale Vergadering, met die in oei el ij ke taak belast.

1796. Opening «Ier Nationale Vergadering in den Haag. 1 Maart. Eerste Voorzitter Pieter Paulus, weldra overleden en vervangen door Pieter Leonard v. d. Kasteele. Partijen in de Nationale Vergadering: ünitarissen (voor algeheele centralisatie en amalgame; Vreede, Midderigh, i'. Ifoo/f, ook Ockerse, Gogel, Daendels); Federalisten (voor grooter zelfstandigheid der afzonderlijke provincies: De Mist, Vitringa); Moderaten (Schimmelpenninck). Hevige twisten; een eerste ontwerp in federalistischen geest wordt door een volksstemming verworpen (1797), daarop nieuwe verkiezing en nog grooter oneenigheid in de vergadering.

1798. Eerste Coup d'État. Met toelating van don Franschen 22 Jan. gezant nemen Midderigh en Daendels een 20-tal hunner tegenstanders gevangen en wijzigen het bestaande reglement. Een voorloopig Uitvoerend Bewind van 5 leden (Vreode, Fynje, v. Langen, Fokker, Wildrik). De thans gezuiverde „Constituecrende Vergadering repre-senteerende het Bataafsche Volkquot; voltooit weldra de Eerste Staatsregeling, die door een volksstemming (ca. 150.000 stemmen vóór, ruim 11.000 tegen) wordt aangenomen (23 April).

Staatsregeling van 17!gt;8(/'' Staatsregeling). De wetgevende macht berust bij het Ver teg en wo or d igend Lichaam (2 kamers te zamen 94 leden', de eerste, 64 leden, stelt de wetten voor, do tweede, 30 loden, neemt ze aan of verwerpt zé)-, voor de verkiezing der leden is het land verdeeld in Oi districten, olk district in 40 ijrondvei'i/iulcringen (elke beantwoordend aan 500 zielen); verkiezing gedeeltelijk rechtstreeks, gedeeltelijk met één trap; stemrecht bijna algemeen (maar voorgeschreven eed van afkeer legen het stadhouderschap, aristocratie , federalisme en anarchie).

Uitvoerend bewind van, vijf leden {Directeuren genoemd), gekozen door het Vertegenwoordigend Lichaam; ieder jaar treedt één hunner af. Acht „agentenquot; (ministers).

Algeheele centralisatie van bestuur: acht departementen geheel verschillend van de oude provincies; do amalgame der schulden; afschaffing van alle bijzondere rechten en privilegies; de staatskerk opgeheven.

99

ocr page 112

Het tijdperk der Fransche Revolutie.

4 Mei. De Nationale Verijadcrinij besluit (evenals do Fransche Conventie in 1795), dat hare leden deel zullen uil-maken van het Vertegenwoordigend Lichaam. Ontevredenheid daarover.

12 Juni. Tweede Conp d'État. Met hulp van den Franschen generaal Joubert neemt Daendels oenigo leden van het Voorloopig Bewind én van de NationaleVergadering gevangen. — Het Vertegenwoordigend Lichaam wordt thans regelmatig gekozen. De eerste 5 leden van het Uitvoerend Bewind zijn: Ermerins, Jloeth, v. Hasselt, v. Haersolte, v. Iloo/f.

Groote fouten der nieuwe staatsregeling; daarbij de groote nadeelen en kosten van den oorlog; algemeene ontevredenheid.

1801. Met goedkeuring van Napoleon doen drie leden van het Uitvoerend Bewind {Pyman, v. Haersolte, Besier) tegen den wil van hun beide ambtgenooten {Ermerins en v. Swinden) en van hot Vertegenwoordigend Lichaam een nieuwe staatsregeling door de grondvergaderingen 'aannemen (inderdaad stemden ruim 50000 tegen en slechts 16000 vóór, maar de niet stemmenden, bijna 350000, werden beschouwd als er vóór te stemmen).

Staatsregeling van 1801 {ide Staatsregeling)-.'Jien Staatsbewind van 12 leden heeft de uitvoerende macht; het Wetgevend Lichaam bestaat uit 85 1 c d o n (zondur redd van initiatief en amendement)-, de oude indeeling dor provincies (departementen) wordt nagenoeg weer hersteld-, grooter zelfstandigheid toegekend aan de plaatselijke besturen; de eed van afkeer enz. wordt vervangen door een eed van getrouwheid aan de constitutie; het Nationale Sij ml icaat vim drie personen; éénheid van munt, gewicht en maat. Ook deze staatsregeling kan Nederlands bloei niet doen herleven.

Tweede Hoofdstuk.

Napoleon Bonaparte.

Niet minder dan de eerste jaren der achttiende eeuw wordt het begin der negentiende beroerd door een lange reeks van bloedige oorlogen , die bijna alle landen van Europa teisterden.

Die verschrikkelijke tijd is als het ware het laatste bedrijf van den reusachtigen, meer dan honderdjarigen strijd tusschen Frankrijk en Engeland, die, be-

100

ocr page 113

Het Consulaat.

gonnen met het zelfstandig optraden der Enrjelsche staatkunde bij de troonsbestijging van Willem III (1688), met eenige tusschenpoozen heeft voortgeduurd tot den val van Napoleon (1815).

Terwijl de mogendheden van het vaste land van Europa achtereenvolgens moeten bukken voor de wapenen van den machtigen veroveraar, biedt Engeland, verdedigd door zijne gunstige ligging en zijn onverwinnelijke „houten murenquot; onwrikbaren tegenstand en vormt de kern van iedere nieuwe coalitie tegen Frankrijk.

In zijne woede om dien ongenaakbaren vijand te treffen laat Napoleon zich altijd verder vervoeren op den weg van geweld en onrecht; meer en meer verbittert hij alle vorsten en volkeren van Europa, onder wier vereenigde aanvallen hij eindelijk moet bezwijken.

§ 1. HET CONSULAAT.

(1799—1804.)

Verstandig beheer van Bonaparte, die er in slaagt in korten tijd rust en orde te herstellen en de elkander vijandige partijen te bevredigen. Hij centraliseert langzamerhand het geheele bestuur in zijne handen en verkrijgt een despotische macht, veel grooter dan die der vroegere koningen van Frankrijk.

Pouchjé minister vanTalleyrand minister van huitenlandsche zaken- Streng toezicht op de pers.

Bonaparte staat aan de emigres en de door het Directoire verbannen personen {les fructidorisés) o. a. Car not (kort daarop tot minister van oorlog benoemd) toe naar Frankrijk terug te keeren; de Bourbons blijven verbannen.

Langzamerhand sluiten zich vele royalisten bij den eersten consul aan. De Vendée wordt tot rust gebracht; de prètres insermentés worden niet meer vervolgd; het feest van den koningsmoord (21 Jan.) wordt afgeschaft.

Vredesvoorstellen door den eersten consul gedaan aan keizer Frans II en George III van Engeland-, zij worden afgewezen.

Veldtocht van het jaar 1800.

Moreau trekt bij Bazel en Schaffhausen over den Rijn, hij drijft de Oostenrijkers onder Kray terug en dwingt hen tot de wapenschorsing van Parsdorf (15 Juli 1800), die bijna geheel Zuid-Duitschland in de handen der overwinnaars laat.

101

ocr page 114

102 Het tijdperk der Pransche Revolutie.

Masséim wordt door de Oostenrijkers onder O t t ingesloten in Oeiiua; zijn heldhaftige tegenstand (21 April—4 Juni) geeft Napoleon tijd zijn toerustingen te voltooien.

Stonte tocht van Napoleon over den grooten Sint Bernard.

Het fort Bard (Macdonald); Napoleon maakt zich meester van Piemont en Lombardije en trekt Milaan binnen.

Gevecht bij Montebello. Lannes drijft een Oostenrijksch legerkorps terug.

Slag bij Marengo, .i/aw'**™/-*;

De Oostenrijkers onder Melas (Zach), die de overwinning op Napoleon reeds bevochten waanden, worden ten laatste door Desaix en Kellermann geheel en al verslagen. Desaix sneuvelt', Zach en zijn geheele staf gevangen genomen.

Wapenschorsing te Alessandria; geheel Noord-Italië tot aan de Mincio valt in de handen der Pranschen. Napoleon keert zegevierend naar Parijs terug.

Slag bij Hohenlinden. •quot;

Aartshertog Jan van Oostenrijk — opvolger van Kray —quot; wordt verslagen door Morcau. quot;Wapenstilstand te Steyer. Ook in Italië behalen de Pranschen onder Brune aanmerkelijke voordeelen.

Vrede Tan LunéTille {Cobenzl, Lucien Bonaparte).

De vrede van Campo-Formio wordt bekrachtigd. Prans II erkent bovendien de Bataafsche en de Helvetische Republiek en sluit tevens vrede in naam van het Duitscbe Rijk. Toskane, onder den naam koninkrijk Etrurië, komt aan Lodewijk, zoon van den hertog van Parma. Par ma komt in 1802 aan Pr ankrijk. De hertog van Toskane zal in Duitschland een schadeloosstelling (Salzburg) verkrijgen evenals de wereldlijke Duitsche vorsten, die hun goederen op den linker Rijnoever hebben verloren. De Cisalpijnsche Republiek wordt voortaan ItaliaanscUe Republiek genoemd.

Toenadering van Paid I tot Bonaparte. Verontwaardiging des keizers tegen Oostenrijk en Engeland. Hij hernieuwt met Denemarken, Zweden en Pruisen het verdrag tot handhaving der neutraliteit ter zee (1800). De Engelschen nemen talrijke koopvaardijschepen der onzijdige mogendheden; Parker en Nelson bombardeeren Kopenhagen (1801).

10 Juni.

A'X 14 Juni.

15 Juni.

^ J% Dec.

1801.

ocr page 115

Het Consulaat.

Ontevredenheid in Rusland over het willekeurig bestuur van Paul I. Samenzwering Ier/en den keizer (met voorkennis van zijn oudsten zoon Alexander).

1801. Paul I, keizer van Rusland, wordt vermoord.

28 Maart. (Benniqsen, Pahlen, Subof', Panin.) Hij wordt opgevolgd door zijn oudsten zoon

1801 — 1825. Alexander I, keizer van Rusland.

Hij sluit in Oct. 1801 met Frankrijk den vrede van Parijs, maar herstelt tevens de goede verstandhouding met Engeland.

Ook Napels, dat. de Engelsche schepen uit zijne havens moet weren, en Turkije sluiten vrede met Frankrijk. Paus PiusVIl (1800—1823) wordt hersteld in het bezit van den Kerkeljken Staal (binnen de grenzen van 1797).

1801. Verdrag te Aranjuez tusschen Frankrijk en 21 Maart. Spanje, waarbij Spaansch Louisiana {te)i Westen van den Missisippi) aan Frankrijk wordt teruggegeven. Een kortstondige oorlog met Portugal wordt ge-eindigd met den vrede van Badajaz. Het koninkrijk E t r u r i ë.

1803. Vrede van Anilens, na langdurige onderhan-25 Maart, delingen gesloten tusschen Engeland en Frankrijk met Spanje en de Balaafsche Republiek.

Engeland geeft alle veroverde kolonies terug behalve Ceylon en Trinidad. jDe Por te komt weder in het bezit van Egi/pte/De Jonische eilanden (vroeger Venetiaansch gebied) vormen een Republiek onder bescherming van Rusland en Turkije. Engeland helonfl Ma 11a terug te geven aan de Ridders van St. .Ian. G r o o t e vreugde te Par ij s en te Londen.

1803. Na langdurige en schandelijke onderhandelingen wordt onder toezicht van Frankrijk en Rusland de schadeloosstelling der verschillende Duitsche vorsten geregeld door den Reichsdeigt;utations-hau|)tscIiluss {Eindbesluit der Rijks-deputatie). Secularisatie en mediatis a tie. Een groot gedeelte der kerkelijke bezittingen, der kleinere vorstendommen en vrije steden wordt aan verschillende grootere vorsten toegewezen. Er blijft slechts één kerkelijke keurvorst, de Aartsbisschop van Mentz; Zes vrije steden (Hamburg, Lübeck, Bremen, Frankfort, Augsburg, Neurenberg). De geheele inrichting van het Duitsche Rijk wordt vernietigd; vier nieuwe keurvorsten: Baden, Wurtemberg, Hessen-Kassei, Salzburg.

103

ocr page 116

Het tijdperk der Pransche Revolutie.

Na zijn terugkeer uit Italië vermeerdert Napoleon nog zijn gezag in Frankrijk en bereidt langzamerhand den weg naar den troon. De financiën worden beter geregeld; veel zorg voor handel en nijverheid (vooral gedurende den vrede met Engeland); grodte openbare werken. De Pransohe Bank opgericht (reeds in Jan. 1800).

Reorganisatie van het rechtswezen. Do code civil (later code Napoléon genoemd), samengesteld vooral door Tronchet, Cambacérès, Portalis, Treilhard met medewerking van Napoleon zelf (definitief aangenomen Maart 1804).

Het onderwijs komt geheel in de macht van den Staat; later wordt het nog meer gecentraliseerd door de instelling der Université, die het monopolie van het onderwijn verkrijgt (1806).

Napoleon besluit ook op godsdienstig gebied den vrede in Frankrijk te herstellen. Langdurige onderhandelingen met Paus Pius VII. Kardinaal Consah'i te Parijs (1801).

Hooge en onbillijke eischen van Napoleon. De Paus gerust \J in het verlies der kerkelijke goederen in Frankrijk erf in do volledige reorganisatie van de kerkelijke indeeling des lands. Opmerkelijke uitoefening der Pauselijke oppermacht; gevoelige knak gegeven aan het Gallicanisme. De meeste der nog levende bisschoppen van Frankrijk doen vrijwillig afstand van hunne waardigheid, de anderen worden door den Paus daarvan vervallen verklaard. Enkele bisschoppen en priesters verzetten zich; la petite Église. De uitoefening van den Katholieken godsdienst wordt in Frankrijk hersteld; het Katholicisme is „de godsdienst van de groote meerderheid der Franschen.quot;

Plechtige afkondiging van het Concordaat.

De organieke artikels; kwade trouw van Bonaparte; protest van Paus Pius VII. Herleving van het Katholieke geloof in Frankrijk. Chateaubriand, Bonald, de Maistre.

Aanslag ojgt; Bonaparte; de helsche machine. Hoewel eenige royalisten de schuldigen waren, worden veel vroegere Jacobijnen en anarchisten gevangen gezet of naar Cayenne gedeporteerd. Strenge politiemaatregelen.

Bonaparte wordt benoemd tot Consul voor zijn geheel e leven. Zijne macht wordt nog quot;vergroot; een plebisriel van rvim 3,500,000 stemmen (slechts ca. 8000 tegen) bekrachtigt dit besluit (2 Aug.). Hij verkrijgt het (eenigszins beperkt) recht om zijn opvolger aan te wijzen.

104

p- 1802. 8 April.

1800. 24 Dec.

1802.

ocr page 117

Het Consulaat,

Instelling van de Legion d'honneur (1802 , 2Mei); meer en meer aanhangers der Bourbons sluiten zich aan bij Bonaparte; 7.ijn verblijf op de Tmlerieën verkrijgt het uiterlijk van een hofhouding.

Geheime onderhandelingen van Napoleon met Lode wijk XVIII om hem tot den afstand zijner rechten te bewegen (1803); fier antwoord.

1804. Samenzwering van eenige royalisten en Jacobjnen tegen Bonaparte. De schuldigen worden gevangen genomen. Pichegru in de gevangenis dood gevonden; Georges Cadoudal (vroeger hoofd der Chouans) en anderen onthoofd; Moreau, onschuldiij in den aanslag betrokken, wordt naar Amerika verbannen.

Napoleon doet den Due d'Enghien (den jongstcn prins uit het geslacht van Condé) wederrechtelijk te Etlenheim in Baden oplichten, zonder een schijn van schuld veroordeelen en ter dood brengen te Vlnceiuies. Caulaincourt, Savary.

Na eenige aarzeling proclameert de Senaat op voorstel van het Tribunaat {Carnal had alleen tegen gestemd) Na|toleoii tot erfelijk keizer lt;ler Franse,hen (Empereur des Franpais). Ook dit besluit wordt door een plebisciet van ruim 3,500,000 stemmen bekrachtigd.

Kroging van Napoleon

/

in de Notre-Dame te Parijs. Paus Pitis VII dient Napoleon en Josephine de Beauharnais (die den dag te voren in het geheim kerkelijk met den keizer was gehuwd) de zalving toe; de kroon zet Napoleon (tegen de afspraak) zich zelf en daarna zijne vrouw op het hoofd.

Bouupurte en de Fransche koloniën. Behalve het (1801) herwonnen gedeelte van Louisiana, wil Bonaparte ook St. Domingo en de andere in den oorlog verloren kolonies aan Frankrijk terugschenken.

1801. Expeditie naar St. Domingo, alwaar de neger Toussaint-Louvertnre zich van het gezag had meester gemaakt. Een leger van 26000 man onder bevel van generaal Leclerc {zwager van Napoleon) onderwerpt het eiland. Toussaint-Louverture wordt wederrechtelijk gevangen genomen en sterft weldra in den kerker (1803).

Schandelijke wreedheden van beide zijden gepleegd; de gele koorts vernietigt grootendeels het Fransche leger; ook Leclerc bezwijkt. Na het hernieuwen van den oorlog met

105

Maart.

18 Mei.

w 2 Dec.

ocr page 118

Het tijdperk der Fransche Revolutie.

Engeland wordt het overschot der troepen op Engelsche schepen naar Frankrijk teruggebracht. St. Domingo voor Frankrijk verloren (1803).

In hetzelfde jaar verkoopt Napoleon het van Spanje pas ontvangen gedeelte van Louisiana aan de Vereenigde Stalen van Noord-Anierika.

Napoleon doet zich proclameeren tot president der Italiaanse,he Republiek (1 Dec. 1801).

Hij voegt Piemont bij Frankrijk en laat eenige havens in Napels door zijne troepen bezetten (1802).

Protest van Engeland en Rusland.

Onlusten in Zwitserland. Napoleon legt het land een nieuwe staatsregeling op en maakt het geheel afhankelijk van Frankrijk (1803). Acte de mediation.

Ook in de Bataafsche Republiek (zie blz. 100) wordt de Fransche invloed versterkt door een verandering in de constitutie (1801).

Bij de schadeloosstelling der Ouitsche vorsten speelt Frankrijk de voornaamste rol.

Ontevredenheid in Engeland over den vrede van Amiens; de Engelschen weigeren Malta te ontruimen; weder-zijdsche belemmering van den handel; hevige pennestrijd in de dagbladen.

1803. De oorlog tusschen Frankrijk en Engeland

Mei. wordt hervat. De Engelschen bemachtigen tal- .

rijke Fransche en Hollandsche oorlogsschepen en koopvaarders; Napoleon doet Hannover door Fransche troepen bezetten; Spanje blij ft bondgenoot van Frankrijk en vijand van Engeland.

1804. Val van het ministerie Addington. Pitt

opnieuw aan het bestuur (1804—1806).

§2. DE EERSTE JAREN VAN HET FRANSCHE KEIZERRIJK (1804—1807).

1804—1814(1815). Napoleon I, keizer der Franschen.

Voornaamste leden der keizerlijke familie: Madame Mère, de moeder des keizers; Josephine de Beauharnais, zijne gemalin-, zijne broers Jozef en Lodewijk worden „princes Francaisquot;; Lucien moet, daar hij zijn huwelijk niet wil verbreken , Frankrijk verlaten; ook Jeróme is om dezelfde reden voorloopig in ongenade; Éugène en Hortense de Beau-

106

ocr page 119

De eorsto jaren van het Pransehe keizerrijk. 107

harnais (gehuwd met Lodeivijk lionapwle), 's keizers stiefkinderen; Stephanie de Beauharnais, nicht der keizerin wordt geadopteerd. — Mnrat echtgenoot van 's keizers jongste zuster Caroline Bonaparte. Kardinaal Fesch, halve broer van Laelitia Itamolino.')

ocr page 120

Het tijdperk der Pransche Revolutie.

Schitterend hof des keizers; grootwaardigheidsbekleeders; grand-électeur, connétable, archi-chancelier enz.; iO maarschalken, o. a.: Berthier, Mural, Masséna, Lannes, Ney, Augereau, Davout, enz.

Het keizerrijk wordt erkend door de meeste Europeesche mogendheden. Rusland, Engeland en Zweden weigeren dit.

1804. Frans II, keizer van Duitschland, neemt bovendien den titel aan van erfelijk keizer van Oostenrijk

(1804—1835). pi

Napoleons politiek wordt bepaald door ziin y^ipfoloos eyiüsaie * en zijn onvorzadelijke /icmsc/icMc/i?. In het binnenland willekeurig bestuur: daaraan beantwoordt de lawisle vleiSËM, vooral van vroegere *■ revolutiehelden f. aanmatiging tegenover het kerkelijk gezag en voortdurende moeilijkheden met Paus Pius Vil, die zich niet naar 's keizers onredelijke eisehen wil schikken; daarbij veel voortreffelijke maatregelen om het welzijn en de inacht des rijks te bevorderen. Tegenover de buitenlandsche mogendheden miskent hij alle beginselen van het volkenrecht-, zijn woedende vijandschap tegen Engeland drijft hem altijd vorder voort op de baan van verovering en geweld, waarop hij eindelijk zijn eigen ondergang vindt.

Groote krijgstoerustingen tegen Engeland. Het kamp te Boulogne.

1865. / De Italiaanse,he Republiek wordt veranderd in het koninkrijk Italië. Napoleon zet zich te Milaan de ijzeren kroon op het hoofd. Eugène de Beauharnais onderkoning van Italië.

Jl De Lignrisclie Republiek (Genua) wordt met Frankrijk ver-eenigd.

In de Bataafsche Republiek nieuwe verandering der staatsregeling; het Staatsbewind van 12 leden wordt vervangen door een éénhoofdig bestuur. Rutger Jan Scliimmelpeniiinck, Raadpensionaris.

1805—1807. Derde Coalitie , door Engeland bewerkt. Eerst met Oostenrijk, Rnsland en Napels; daarna met Pruisen, Rusland, Zweden. Beieren (Montgelas), Wu rt ember g, Baden on verscheidene andere Duitsche vorsten onderhandelen heimelijk met Frankrijk; Pruisen blijft voorloopig onzijdig.

Hot kamp te Boulogne wordt opgebroken; geniale krijgstocht van Napoleon naar den Rijn. De Oostenrijkers onder Mack te Ulm.

108

ocr page 121

Do eerste jaren van liet Pransche keizerrijk.

Oct. Mack wordt na verschillende kleinere nederlagen te Uhn ingesloten. Bernaclotte schendt het Pruisisch grondgebied-, verontwaardiging te Berlijn. Mack wordt genoodzaakt zich over te geven.

KA_ 27Oct. Slag bij Trafalgar:

de Pransche en Spaansche vloten worden dooide Engelschen vernield. Dood Tan Nelsou.

Napoleon rukt door tot in het hart van Oostenrijk; hij bemachtigt Weenen en trekt over den Donau. De Russen vereenigen zich met de Oostenrijkers.

2 Dec. Slag van Austerlitz fde driekeizer-slag);

de Russen en Oostenrijkers geheel verslagen. Samenkomst van Frans II met Napoleon. De Russen moeten aftrekken; deze veldslag doet ook Pruisen van alle oorlogszuchtige plannen afzien.

15 Dec. Verdrag te Schönbrunn tusschen Prankrijk en Pruisen (Talleyrand, Haugwitz); Pruisen staat aan Napoleon Neufchdtel, Cleef en Anspac/i af; daarvoor zal het Hannover verkrijgen.

jjö Dec. Vrede te Presburg.

Oostenrijk staat af Venetië aan hot koninkrijk Italië; Ti/rol aan Beieren, Voor-Oostenrijk aan Wurtem-berg en Baden. Beieren en Wurtembcrg worden koninkrijken; ter schadevergoeding verkrijgt Oostenrijk Salzburg, terwijl de keurvorst van Salzburg Würzburg ontvangt.

De Bourbons worden uit Napols verdreven; Ferdinand IV handhaaft zich met hulp der Engelsche vloot als koning van Sicilië. Napoleon's broer. Jozef Bonaparte, koning van Napels (1806—1808).

1806. Dood van William Pitt. Zijn opvolger Fox knoopt

23 Jan. onderhandelingen aan met Napoleon, die echter bij den dood van Pox (Sept. 1806) afgebroken worden.

1806—1810. Lodewijk Bonaparte, koning van Holland.

Murat, zwager des keizers, hertog (later groothertog) van Berg; Elisa Bacciochi, zuster van Napoleon, reeds sedert 1806 vorstin van Lucca en Piombino; Berthier, vorst van Neufchdtel, Talleyrand, hertog van Benevento; Bernadotte, vorst van Ponte-Corvo; enz.

109

ocr page 122

Het tijdperk der Fransche Revolutie.

1806. Stfohting van het BilnYerboml onder protectoraal van ISapoleon. Beieren, Wurtemberg, Baden, Hessen en vele andere Duitsche vorsten scheiden zich van het Duilsche Bijk af' en sluiten voor aanval en verdediging een verbond met Frankrijk.

10 Aug. Frans II legt do waardigheid van Duitseh keizer neder, ginde van het Heilige Roomsche Bijk, na een bestaan van meer dan duizend jaren (25 Dec. 800— 10 Aug. 1806).

Pruisen neemt bezit van Hannover en sluit zijne havens voor de Engelsche schepen. Engeland verklaart den oorlog aan Pruisen.

De koning van Pruisen wil een Noord-Duitschen Bond oprichten ; Napoleon, die eerst dit plan begunstigde, belet daarna de uitvoering er van.

Napoleon onderhandelt met Fox. Hij doet het aanbod Hannover, zoo pas aan Pruisen afgestaan aan George III terug te geven. Verbittering te Berlijn; koningin Louise met prins Louis quot;Ferdinand de ziel der oorlogs-partij.

Verbond van Pruisen met JinslnndL, onderhandelingen met Engeland; de keurvorst van Saksen en eenige andere kleine Noord-Duitsche vorsten steunen Pruisen.

Begin Oct. Pruisen verklaart den oorlog aan Frankrijk. Hohenlohe en Brühswijk (die ook in 1787 en 1792 het bevel had gevoerd) aanvoerders der Pruisische troepen. Het Pruisisch leger in Saksen en Thuringen.

14 Oct. Slag bij Jena; Napoleon verslaat de Pruisen onder Hohenlohe.

Slag bij Auerstadt; Da oma verslaat de Pruisen onder den hertog van Brunswijk.

Verpletterende nederlagen der Pruisen en Saksers.

Algeheele moede- en radeloosheid der Pruisische generaals; bijna het geheele leger wordt gevangen genomen of verstrooid; de meeste vestingen geven zich zonder noodzakelijkheid aan de Franschen over; het grootste deel des lands valt in hunne handen.

Napoleon doet zijn intocht te Berlijn; Frederik Willem III vlucht naar Koningsbergen.

Napoleon proclameert te Berlijn het blocus continental.

110

27 Oct. 21 Nov.

ocr page 123

De eerste jaren van het Pransche keizerrijk. 111

Hij sluit te Posen vrede mot Frederik August van Saksen die den titel van Koning aanneemt en toetreedt tot het Rijnverbond.

Opstand in het Pruisisch go dee Ito van Polen. Eindelijk komen de Eussische legors opdagen.

1807. Pruisen sluit vrede met Engeland en doet afstand van Hannover.

7 Februari. Slag bij Eylau (Napoleon, Bennigsen, Lestocq), die onbeslist blijft. Prederik Willem III te Memel.

Dappere verdediging van enkele Pruisische vestingen: Kolberg, Graudenz, Neisse, Dantzig (ingenomen 26 Mei).

14 Juni. Slag bij Friedland; beslissende nederlaag der Bussen en Pruisen. Koningsbergen en het geheele gebied tot aan den Niemen valt in de handen der Pranschen.

Bijeenkomst van Napoleon en Alexander op den Niemen. Onderhandelingen tusschen koningin Louise en Napoleon.

7 en 9 Juli. Trede te Tilsit; Ruslaud verliest niets, maar'verkrijgt nog een klein stukje (Bialystok) van Pruisisch Polen: het erkent de door Napoleon gestichte en nog te stichten staten; het aanvaardt de bemiddeling van Frankrijk in den pas uitgebroken oorlog met Turkije en biedt zijn bemiddeling aan om den vrede tusschen Pr ankrijk en Engeland te bewerken, (jehenne artikels: weigert Engeland den vrede, dan zal Rusland het den oorlog verklaren; ook Zweden zal tot den vrede met Frankrijk worden genoopt.

Pruisen doet afstand van al wat het bezit ten Westen van de Elbe alsmede van alles ivat het verkreeg bij de tweede en de derde verdeeling van Polen. Daarbij moot het zware krijgskosten afdragen en zijn havens voor de Engelsche schepen sluiten; tot het volledige betalen der bepaalde sommen blijven de voornaamste Pruisische vestingen door de Fransche troepen bezet. Het Pruisische leger mag het cijfer van 42000 man niet te boven gaan. Hardvochtige wreedheid van Napoleon tegenover Pruisen, dat van 5500 vierk. G. Af. met ca. 10 millioen inwoners verminderd wordt tot 2800 vierk. G. M. met 4,/j millioen.

Uit de Pools che gewesten door Pruisen afgestaan, wordt het hertogdom Warschau gevormd; de koning van Saksen wordt hertog van Warschau.

ocr page 124

Het tijdperk der Fransche Revolutie.

Uit een deel van Hannover en jie vroegere Pruisische gewesten in Noord-Duitschland vormt Napoleon hot koninkrijk Westfalen. Jerome Bonaparte verbreekt zijn huwelijk

met Miss Patterson en huwt met Katharina van Wurtemherg. Hij wordt koning van Westfalen; zijn residentie Kassei; zijn verkwisting en losbandigheid.

1807. Denemarken wordt door de Franschen bedreigd.

Een Engelsche vloot bombardeert Kopenhagen; de Deensche vloot wordt vernield of naar Engeland weggevoerd. Denemarken omhelst de partij van Napoleon en aanvaardt het blocus continental. De Engelschen bemachtigen Helgoland.

1792—1809. Cfustaaf Adolf IV, koning van Zweden. Hij is de onverzoenlijke vijand der Revolutie en van Napoleon. Ook na den vredo van Tilsit blijft hij in oorlog met Frankrijk. Zweedsch-Pommeren wordt door do Franschen onder Bernadotte bezet.

§3. HET PRANSCH-RUSSISCHE VERBOND. (1807—1812.)

Gedurende den eersten tijd na den vrodo van Tilsit duurt de zeer vriendschappelijke verhouding tusschen Napoleon en Alexander voort. Savanj als zaakgelastigde, daarna Caulaincourt (due de Vicence) gezant te Petersburg. Groote plannen aangaande Turkije en Indië.

Gevaren voor den duur der vriendschap; de Donau-vorstendoinmen, Pruisen, Polen. De hooge kringen te Petersburg blijven zeer afkeerig van Frankrijk. Kuiperijen van den Engelschen zaakgelastigde. Cj d'

Rusland verklaart den oorlog aan Engeland; nadoelen voor beide landen tengevolge van den oorlog.

Verraderlijke inval der Russen inFinland (volgens afspraak met Napoleon); overgave der sterke vesting Sweaborg; bijna het geheele land valt in de handen der Russen.

Gustaaf Adolf IV wordt door eonige ontevreden generaals onttroond; hij wordt vervangen door zijn oom,

112

1807. Nov.'

1808. 1809.

ocr page 125

Het Fransch-Russischo Verbond.

1809—1818. Karei XIII, koning van Zweden, die weldra met Frankrijk en Denemarken vrede sluit en Xweedsch-Pommeren. terug ontvangt. Bij den vrede van Trëïlérntsliam staat hij Finland aan Rusland af.

1810. Bermidotte wordt met goedvinden van Napoleon door Karei XIII als zoon en opvolger aange-nomen;. langzamerhand ontstaat er verkoeling tusschen den keizer en zijn vroegeren maarschalk.

1807—1812. Oorlog tusschen Unslaud en Turkije. De bemiddeling van Napoleon bewerkt den vrede niet, omdat deze Rusland de Donnu-vorstendommen niet wil toewijzen. Bij den vrede van Bukarest (1812) worden Prnth en Donau de 'grens der beide Rijken.

Treurige toestand van Pruisen, dat gebukt gaat onder ontzaglijke krijgslasten en nog bijna geheel bezet wordt gehouden door Fr arische troepen. Napoleon wil het nog meer vernederen door Silezië bij het koninkrijk Saksen te voegen; eerst op herhaald aandringen van Rusland laat hij zijne plannen voorloopig varen en roept een doel zijner legers uit Pruisen terug (1808).

Sedert 1807 groote lier vormingen in Pruisen. Stern (1808 door Napoleon uit Pruisen verdreven), Hardenherg, Bliicher, Scharnliorst, Gneisenau. Het leger wordt in het geheim georganiseerd; de algemeene dienstplicht: de landweer.

In Engeland komen na den dood van Fox (1806) de tory's opnieuw aan het bestuur en zetten den oorlog tegen Napoleon met onbezweken moed voort. Canning, Castlereagh, Wellesley zijn de voornaamste ministers uit dien tijd.

1811. George III vervalt in ongeneeslijke krankzinnigheid. De Prins van Wales (later George IV) regent

van het koninkrijk (1811—1820). Zijn ergerlijke levenswandel wekt veel opspraak en afkeer.

De Engelsohe vloot bemachtigt nagenoeg alle Fran-sche en Hollandsche bezittingen en beheerscht de zee. Do sluiting der havens van Rusland, Pruisen en Zweden wordt gedeeltelijk vergoed door de (1808) herstelde handelsbetrekkingen met ' Portugal, Spanje en de koloniën dezer staten. Toch heeft het hlocus continental noodlottige gevolgen voor Engeland; hooge graanprijzen en zeer lage dag-loonen; sedert 1811 vijandige verhouding tot de Vereenigde Staten van Noord-Amerika, die zich vooi-Frankrijk verklaren en den handel met Engeland beletten.

113

ocr page 126

Het tijdperk der Fransche Revolutie.

1812—1814. Oorlog tusschcn Engeland en de Vereenigde Staten.

Geen slagen van beteekenis; do Amerikanen doen een inval in Canada, maar worden teruggedreven; de Engel-schen bezetten en plunderen Washington (24 Aug. 1814), maar worden teruggedreven voor Baltimore. Op zee worden van weerszijden eenige schepen buitgemaakt. De oorlog wordt beeindigd door den vrede te Gent (24 Dec. 1814), waarbij de veroveringen van beide kanten worden teruggegeven. Even na het sluiten van den vrede drijft Jackson de Engelschen voor Nieuw-Orleans terug (8 Jan. 1816).

Sedert den vrede te Tilsit wordt het bestuur in Frankrijk meer en meer willekeurig. Het tribunaat opgeheven (1807); de pers staat onder streng politietoezicht-, de conscriptie wordt altijd drukkender. Zmare belnttiiu/en; het b 1 ocus continental (nog strenger sedert het decreet van Milaan 1807) doodt den handel en wekt overal ontevredenheid, hoewel het eenige takken van nijverheid doet bloeien. Engelsche varen worden verbrand; strenge maatregelen tegen de smokkelaars. Kanalen, straatwegen en andere openbare werken worden ondernomen.

Verwonderlijke werkkracht des keizers.

1807. Het koninkrijk Etrurië wordt bij Frankrijk ingelijfd.

Napoleon treedt vijandig op tegen Portugal. Hij eischt dat Tiet Engeland den oorlog verklaren en het blocus continental aanvaarden zal. Weigering van den prinsregent (latei-koning Jan VI).

Een Fransch leger onder Junot trekt Portugal binnen; de prinsregent gaat met de krankzinnige koningin Maria, met vele voorname Portugeezen en de geheele vloot naar Brazilië. De Franschen bezetten het gansche land; schandelijke afpersingen en gewelddadigheden. Junot, hertog van Abrantes. Plan om Portugal te verdeelen. Talrijke Fransche legerkorpsen in Spanje.

Twisten in de koninklijke familie te Madrid. Karei IV en zijne echtgenoote, opgehitst door Godoy, zijn zeer vijandig tegen hun zoon Ferdinand, die het volk op zijne hand heeft.

1808. Opstand te Aranjuez. Karei IV doet afstand van

Maart. den troon ten behoeve van zijn zoon Ferdinand.

'Haat des volks tegen Godoy.

1808(1814)—1833. Ferdinand Til, koning van Spanje.

Nieuwe twisten in de koninklijke familie. Karei IV herroept zijn troonsafstand; vader en zoon vragen de tusschenkomst en beslissing van Napoleon, die een groot

114

ocr page 127

Het Prunsch-Russische Verbond.

Fransch leger onder Murat Spanje heeft laten binnenrukken. Ook Madrid is door de Franschen bezet.

April. Ferdinand VII en Karei IV met zijne echtgenoote en Godoy te Bnyonne om Napoleons beslissing in te roepen.

Bloedifie opstand te Madrid door Murat bedwongen.

6 Mei. Napoleon dwingt Ferdinand VII afstand te doen van de kroon. Ook Karei IV moet zijn rechten aan Napoleon overdragen. Ferdinand VII gevangen tfT Valenvaii.

Schandelijke misdaad en groote politieke fout van Napoleon.

6 Juni. Napoleon benoemt zijn broer Jozef tot koning van Spanje (1808—1814). Mnrat wordt koning van Napels ; het groothertogdom Berq komt iets later nnn den oudsten zoon van Lode wijk Bonaparte, koning van Holland.

Algeiueene opstand in Spanje. Overal vormen zich junta's; de centrale Junta te Sevilla, later te Cadix; de guerilla. Cuesta, Castarios, Palafox. De Franschen worden herhaaldelijk in kleine gevechten verslagen.

23 Juli. Capitulatie te Baylen; generaal JDupont moet zich met 18000 man overgeven. Groote geestdrift in geheel Spanje-, verontwaardiging van Napoleon; oorlogszuchtige stemming te Weenen. Jozef Bonaparte vlucht . uit Madrid; de Spaansche troepen, die onder Bernadoite in Denemarken dienen, keeren naar hun vaderland terug; la R o m a n a.

Ook in Portugal breekt oen algemeene opstand tegen de Franschen uit. Een Engelsch leger onder Arthur Wellesley (later Wellington) landt aan de monding van den Mondego.

Sept. Slag bij Vimeiro. Junot wordt gedwongen tot de capitulatie van Gin tra. Zijne troepen worden op Engelsche schepen naar Frankrijk vervoerd.

27 Sept.—14 Oct, Saineukomst van Napoleon met Alexander I

te Erfnrt. Schitterende vergadering van koningen en vorsten. Langdurige onderhandelingen; het bondgenootschap wordt vernieuwd maar de vriendschap van Tilsit niet geheel hersteld; verraderlijke kuiperijen van Tallejrand. Luisterrijke feesten; Talrna.

115

ocr page 128

116 Het tijdperk der Pransche Revolutie.

1808—1809. Napoleon trekt in persoon naar Spanje en verslaat herhaaldelijk de Spaansche benden o. a. bij Somosierra (30 Nov.); ook de Engelschen worden uit het land gedreven.

Napoleon trekt M adri d binnen (Deo.); ook Jozef Bonaparte keert er weder terug (22 Jan. 1809).

Het gevaar van den oorlog met Oostenrijk noopt den keizer Spanje te verlaten.

Heldhaftige verdediging van Saragossa dooi-Pal af ox. (Lannes). Soull bemachtigt Oporto.

Wellesley landt met een nieuw Engelsch leger in Portugal en drijft Soull terug.

1809.26 Juli. Slag bij__TalaTera de la Reyna. Wellesley overwint de Franschen onder Jozef Bonaparte, Victor en Jourdan, maar trekt daarop naar Portugal terug. Hij verkrijgt den titel van hertog van Wellington.

Cadix wordt te vergeefs door de Pranschen belegerd.

Begin van den opstand der Spaansche koloniën in Amerika, Mexico (1809), Bnenos-Ayres (1810).

1812. De „Constitutie_van' 1812quot; te Cadix uitgevaardigd.

Slag van Salamanca; Marmont wordt door Wellington verslagen. Langzamerhand worden de Franschen uit Spanje verdreven.

1813. _ Slag bij Vittoria, door Wellington gewonnen.

17 Oct. Wellington trekt over de Bidassoa.

Sedert 1806 Groote hervormingen en krijgstoerustingen in Oostenrijk; Stadion; aartshertog Karei minister van oorlog; oprichting van eon landweer. Herleving van den nationalen geest in Duitschland; de Tugendbund.

Verbond van Oostenrijk met Engeland; vruchtel ooze pogingen om Pruisen en Rusland te winnen. Metternich gezant te Parijs; zijn berichten omtrent de verraderlijke plannen van Napoleon. Diepe indruk in geheel Europa teweeggebracht door de gebeurtenissen in Spanje.

1808.Q De oorlog wordt verklaard; het Oostenrijk-

Apr-n. sche leger rukt Beieren binnen; noodlottige traagheid van den aartshertog Karei, die de goede gelegenheid verzuimt om vóór de komst van Napoleon een deel der Pranschen te vernietigen. De Kussen zijn de bond-genooten der Franschen en doen een inval in Galicië, maar vermijden het Oostenrijksche leger te ontmoeten.

ocr page 129

Het Fransch-Russische Verbond.

20— 23 Apr. Gevechten van Abensberg, Eckmühl,

Regensburg; de Oostenrijkers worden door den keizer met groote verliezen over den Donau teruggedreven. Napoleon te Weenen.

21-22 Mei. Slag van Asperen en Essling; joerste )'

groote nederlaag van Napoleon (L a n n e s sneuvelt). Groote bedrijvigheid van Napoleon om de geleden verliezen te horstellen.

6 Juli. Slag Tan Wagram; do Oostenrijkers worden teruggedreven (vooral ten gevolge van het wegblijven van den aartuhertocj Jan, die den 14 Juni bij Raab door Eugène de Beauharnais was verslagen).

Opstand der Tyrolers, die herhaaldelijk do Beieren en Franschen uit hun land verdrijven. maar eindelijk overweldigd worden. Audreas Hofer; Speckbacher.

Ook in andere stroken van Duitschland hebben er volksopstanden tegen de Franschen plaats. 8chili (Straahoml); de hertog van Brunswijk-Oels.

Expeditie der Engolschen onder lord Chat ham naar Zeeland. Zij bemachtigen Walcheren en het fort Bath, maar koeren weldra terug.

14 Qct. Vrede yan Weenen (of Sdumbrunn).

Oostenrijk staat delllyrische provinciën aan Frankrijk; W e st-G nlivi ë aan het hertogdom Warschau.

'Tarnopol aan Rusland, Salzburg aan Beieren af.

Tyrol wordt door Napoleon verdeeld tusschen Beieren en het koninkrijk Italië, Hofer gevangen en dood geschoten te Mantua (Febr. 1810).

Alcjeheele uitputting van Oostenrijk, nog vermeerderd dooide zware krijgslasten, die aan Frankrijk moeten betaald worden.

Moeilijkheden met Paus Plus Vil, die weigert het huwelijk van Jeróme Napoleon te ontbinden en ook niet tot het bloous continental wil toetreden. Napoleon doet eenige doelen van het pauselijk gebied bezetten.

1808 2 Febr. De Franschen onder Miollis bezetten Home.

1809. Napoleon annexeert den Kor kei ij kon Staat (gedeeltelijk bij Frankrijk, gedeeltelijk bij het koninkrijk Italië). Pius VII doet Napoleon in den kerkelijken ban. De Paus en kardinaal Pac'ca gevangen genomen en uit Rome weggevoerd (Itailet). De andere kardinalen worden verstrooid.

117

ocr page 130

118 Het tijdperk der Fransche Revolutie.

1809—1812, Pius VU te Savona gevimgen gehouden. Hij weigert de door Napoleon benoemde bisschoppen te be-bevestigen.

1811. Nationaal Concilie te Parijs.

1812. Pius V11 wordt vervoerd naar Fontainebleau; onbeschaamd gedrag van Napoléon.

1813. Pius VII onderteekent het voorloopirj concordaat 25 Jan. van Fontainebleau. Napoleon maakt hot

openbaar tegen de afspraak met den Paus. Pius VH herroept daarop zijne concessies. — Woede van Napoleon.

1814. Napoleon, gedrongen door zijn tegenspoed, laat Pius VII eerst naar Savona dan naar Home terugvoeren.

1809. Napoleon verbreekt zijn huwelijk met quot;üëc. Joséphine de Beau ham ais.

Hij vraagt om de hand van Marie Louise, dochter van Frans I van Oostenrijk. — Redenen waarom de aanvraag wordt ingewilligd.

1810. Huwelijk van Napoleon met Marie Louise. Boode 1 April, en zwarte kardinalen. Joséphine verwijderd (f 1814

te Malmaison).

1811 20Mrt. («eboorte van den koning van Rome.

1810. Lode wijk Napoleon moet afstand doen van 1 Juli. den troon van Holland.

9 Juli. Holland wordt met Frankrijk vereenigd.

12 Nov. Door een decreet wordt de Republiek Wallis bij Frankrijk ingelijfd.

10 Dec. Hel geheels N. W. gedeelte van Duitsehland wordt

bij Frankrijk ingelijfd. Lübeck en Rome zijn thans de uiterste punten van het Fransche keizerrijk, dat 42 millioen inwoners in 130 departementen telt.

Willekeurig en hardvochtig bestuur van Napoleon. Ontevredenheid in Frankrijk; groote verbittering bij de overwonnen volkeren.

§4. DE TOCHT NAAR MOSKOU, DE VRIJHEIDSOORLOG EN DE VAL VAN NAPOLEON. (1812—1814.)

Ontevredenheid in Rusland over het verbond met Napoleon;])het hlocus continental; de vergrooting van het hertogdom Warschau-, de laatste uitbreiding \sin het Fransche

ocr page 131

Moskou, Vrijheidsoorlog, val van Napoleon. 119

gebied, waardoor de groothertog van, Oldenburg, bloedverwant des keizers, zijn land had verloren;'/de weigering van Napoleon om de Donau-vorstendommen aan Rusland over te laten.

1812 voorjiiar. Toenadering van Rusland tot Engeland en Zweden.

Conferentie te Aho. Kusland belooft aan Zweden Noorwegen ter vergoeding voor Finland. Het sluit met Turkije den vrede van Bukarest. S t e i n in Rusland.

Sedert 1811. Ontzaglijke toerustingen van Napoleon.

Hij dwingt Pruisen en Oostenrijk tot het sluiten van een verbond en het leveren van hulptroepen. Geheim plan van Alexander om een inval te doen in het hertogdom Warschau en in Duitscldand.

1812. Ultimatum van Rusland; de Russische ge-April. zant Kurahin verlaat Parijs. Het Fransche leger bedraagt ruim 600.000 man; daarbij nog 30.000 Oostenrijkers onderSchwarzenherg inVolhynië en 20.000 Pruisen (York) in Koerland.

23 Juni. Napoleon trekt over den Niemen.

Onzekerheid in het Russische hoofdkwartier. Bagration, Barclag de Talig, Tomiassof. De Polen hopen het herstel van hun Rijk, weigering van Napoleon dit te beloven; de geestdrift bekoelt weldra.

28 Juni. Napoleon te Wilna-, vruchtelooze pogingen der Franschen om de Russische legers te scheiden en te verpletteren. Groote verliezen der Franschen, die reeds veel te lijden hebben van gebrek aan leeftocht; verslapping der krijgstucht. Aarzeling van Napoleon om den tocht nog in dit jaar verder voort te zetten; de beide vleugels van zijn leger onder Macdonald (onder wien de Pruisen staan) en Schwarzenberg komen niet ver genoeg vooruit. Redenen, waarom hij zijn tocht vervolgt. De Russen wijken voortdurend terug.

17 en 18 Aug. Slag bij Smolensk; de Russen worden verslagen, maar stoken de stad in brand. Kutusof wordt aan het hoofd der Russische legers geplaatst.

7 Sept. Slag bij Borodino.

De Russen worden verslagen. Moskou ontruimd.

14 Sept. Napoleon trekt Moslvou binnen;

den volgenden nacht begint de Itraurt van Moskou.

ocr page 132

Het tijdperk der Pransche Revolutie.

Het grootste gedeelte der stad vernield. Rostopschin. Napoleon blijft nog een maand te Moskou; hij beproeft onderhandelingen aan te knoopen, maar deze worden afgewezen. Gebrek aan s levensmiddelen, vooral aan voeder voor de paarden.

l^iJOct. Napoleon verlaat Moskou. Zijn leger teltnog 110.000 man.

Verschrikkelijke terugtocht; koude, honger, voortdurende aanvallen der Russen, vooral dor Kozakken. Herhaalde gevechten, waardoor orde en krijgstucht meer en meer ondermijnd worden en vooral do paarden verminderen. Vreeslijke verliezen door de Franschen geleden.

28 Nov. Overtocht over de Ueresina; schitterend beleid van Napoleon; zware verliezen. Slechts 30.000 man geregelde troepen komen or over. Hot leger wordt geheel gedemoraliseerd.

6 Dec. Napoleon verlaat zijn leger; óver Warschau en verder door Duitschland keert hij naar Frankrijk terug. Het ganse he leger, behalve de Oostenrijkers en Pruisen die de vleugels vormden, was vernietigd; ook de Russen hadden veel verloren; Franschen en Russen samen wel 1.000.000. Tijdens de afwezigheid van Napoleon (22 Oct.) aanslag van Generaal Mal et. Groote indruk der gebeurtenissen in Duitschland, vooral in Pruisen.

30 Dec. Generaal York heeft met den Russischen generaal Diebitsch eene conferentie te Tanroggen. Begin van Pruisens verheffing tegen Napoleon.

WlXj e- 'i G' -

Moeilijke toestand van den koning van Pruisen; het geheele land, zelfs de hoofdstad, was nog in de macht der Franserhen; York wordt officieel afgezet maai' heimelijk aaiigi'/inocdi'jd. Onderhandelingen met Oostenrijk en Rusland. Aarzeling van M etter nich; Oostenrijk besluit voorloopig onzijdig te blijven, maar zich tot den oorlog voor te bereiden.

' 22 Jan. Frederik Willem III verlaat Berlijn en begeeft zich naar Breslau, buiten het bereik der Pransche troepen. — Groote krijgstoerustingen in Pruisen.

27 Febr. Verdrag van Kalisch tussehen Pruisen en Itusland.

Instelling der ridderorde van het ijzeren hr'tis: oorlogsverklaring aan Frankrijk.

17 Maart. De koning van Pruisen roept zijn gelieele volk te wapen; ongelooflijke geestdrift; weldra staan bijna 250.000 man in het veld. Scharnh orst, Hl iiclier. Gneisenau, Bülow, York.

120

ocr page 133

Moskou, Vrijheidsoorlog, val van Napoleon. 121

Pruisen wordt door de Pransche troepen ontruimd; de Russen onder Kulusof, die weldra sterft, daarna onder W'itt-grenstein trekken het land binnen.

De koning van Saksen poogt neutraal te blijven.

Verwonderlijke geestkracht van Napoleon, die binnen een paar maanden een geheel nieuw leger op de been brengt.

Opstand te Hamburg en Bremen, door Van damme en latei-door Davout bloedig onderdrukt.

De Pruisen en Russen rukken Saksen binnen; de koning \van Saksen begeeft zich naar Praag en sluit oen verbond met Oostenrijk.

2 Mei. Napoleon komt in Saksen aan; hij verslaat de bondgenooten onder Wittgenstein en Blücher bij Gross-GJirscheu (of Lützen).

De koning van Saksen keert naar Dresden terug en vernieuwt zijn verbond mot Napoleon.

De Bussen en Pruisen trekken terug over de Elbe.

20—21 Mei. Slag: bij Itantzeu; Russen en Pruisen worden wederom verslagen; groote verliezen van beide kanten.

/\ vi'Vulh.'1' ta.

5Juni—10 Aug. Wapenschorsing door bemiddeling van Oostenrijk. Metternicli te Dresden) eischen der bondgenooten; onverzettelijkheid van Napoleon.

Conferentie te Praag. Van beide kanten gebruikt men den rusttijd tot krachtige krijgstoerustingen. Zweden sluit zich aan bij de bondgenooten; Deneniarken bij Napoleon.

10 Aug. Einde der onderhandelingen te Praag.

12 Aug. Oostenrijk verklaart Napoleon den oorlog.

Drie legers der bondgenooten: het Noordelijkè onder Bernadotte om Berlijn te dekkenhet Silezische onder Blücher. het Bolieëmsche onder Schwarzenberg. Mor eau in het gevolg van keizer Alexander. De keizers van Oostenrijk en Rusland en de koning van Pruisen zullen altijd persoonlijk bij hunne legers blijven. Schwarzenberg opperbevelhebher: geen groot veldheer, maar een man van veel takt.

23 Aug. Oudinot doet een poging om Berlijn te nemen.

Hij wordt verslagen bij Grossbeeren [BülowJ; werkeloosheid van Bernadotte.

ocr page 134

Het tijdperk der Fransche Revolutie.

26—27 Aug. Slag bij Dresden; de bondgenooten onder Scluvar-zenberg worden door Napoleon verslagen; zij wijken naar Bohemen terug; dood van Mor eau. .Yan-damme, die de verslagen bondgenooten moest vervolgen , wordt verslagen en met zijn geheele legerkorps gevangen genomen bi[ Culm.

- 26 Aug. Slag bij de Katzbach; Macdonald wordt totaal verslagen door Blilcher.

5 Sept. S.lag bij Dennewitz; Ney, die Berlijn moest nemen, wordt door Bülow geheel en al verslagen.

Door die nederlagen zijner onderbevelhebbers wordt Napoleon genoodzaakt Dresden prijs te geven.

Beieren sluit met Oostenrijk het verdrag van Ried en verlaat de zijde van Napoleon. Stoute strooptochten der Pruisen en Russen in het koninkrijk Westfalen; de Kozakken te Kassei.

16—19 Oct. Slag van Leipzig.

Napoleon totaal verslagen.

De Saksers loopen over. De koning van Saksen gevankelijk naar Berlijn vervoerd. Saksen onder Pruisische administratie.

Rernadotte keert zich tegen de Denen en dwingt hen tot den vrede van Kiel (Jan. 1814), waarbij zij Noorwegen afstaan in ruil voor Zweedsch-Pommeren. ^

Napoleon vlucht uit Duitschland. Hij verslaat de Beieren bij H an au en trekt over den Rijn terugï

Het Rijnverbond wordt ontbonden; het koninkrijk West- quot; falen vernietigd.

De Pranschen worden uit Holland verdreven; de prins van Oranje te 's Gravenhage; hij wordt gehuldigd als S o u v e r e i n Vorst der Nederlanden (Dec.).

Aarzeling der bondgenooten om het krijgstooneel naar Frankrijk te verplaatsen; aanbiedingen van Metternich aan Napoleon (Prankrijk tot den Rijn en de Alpen)-, zij worden verworpen.

Murat onderhandelt met Metternich (sedert Nov.) en verlaat de zijde van Napoleon; de Oostenrijkers trekken het koninkrijk Italië binnen en dringen, geholpen door Murat, Eugène de Beauharnais terug.

19 Dec. Napoleon opent het Wetgevend Lichaam. Velen zijner generaals en ministers beginnen reeds aan zijne . zaak te wanhopen en onderhandelen heimelijk met de Bourbons (Talleyrand, Fouchéj.

122

ocr page 135

Moskou, Vrijheidsoorlog, val van Napoleon. 123

Klachten van do afgevaardigden over de zware lasten van den oorlog. Het Wetgevend Lichaam wordt verdaagd.

Groote bedrijvigheid van Napoleon; hij weet nog eenmaal een nieuw leger te vormen en toont in den ongelijken strijd tegen de verpletterende overmacht der bondgenooton zijn volle grootheid als veldheer.

Het hoofdleger onder Schwarzenberg' trekt bij Bazel (einde Dec.), Blücher bij Mannheim, Kaub en Coblentz over den Rijn (1 Jan. 1814). Algenieene inval in Frankrijk.

1814. Slag bij Brieuue; Blücher wordt door NapnU-on

29 Jan. verslagen, maar, na versterkt te zijn door een deel van het hoofdleger, drijft hij bij La Rothière (1 Tebr.) den keizer terug.

ficlavarzeuberu zal langs de Seine, Blücher langs de Marne naar Parijs voorttrekken. Napoleon maakt gebruik van de scheiding der bondgenooten om eerst Blücher bij Cham-paubert, Montinirail, Chateau-Thierry én Vauchamps (10—14 Folk'.), daarna Schwarzenberg bij Nangis en Mouterean gevoelige verliezen toe te brengen.

5 Febr.—19 Maart. Congres te Chatillon. Men biedt Napoleon Frankrijk binnen de grenzen van '1702. Door zijn krijgsgeluk verblind wijst Napoleon de voorstellen af.

Napoleon doet Paus Pius VII en koning Fer-_ diriand VII van Spanje naar hunne staten terug-keeren.

27 Febr. Slag van Bar-sur-Aube. Schwarzenberg drijft Ondinot terug.

9 Maart. Slag bij Laon. Blücher verslaat Napoleon. 20—21 Mrt. Schwarzenberg verslaat Napoleon bij Arcis-sur-Anbe.

-Napoleon besluit de bondgenooten in den rug aan te vallen en de geheele bevolking in het Oosten van Frankrijk te wapen te roepen. Hij trekt naar Rheims: de, bondgenooten zei ten hun tocht naar Parijs voort. '

Schwarzenberg verslaat Marmonl en Mortier bij La Fère Champenoise (25 Maart). Marie Louise vlucht met den koning van Rome naar Blois.

30 Maart. Slag bij Parijs; bestorming der hoogte vanMont-martrë. Marmonl en Mortier geven de stad over.

ocr page 136

Het tijdperk der Fransche Eovolutie.

31 Maart. Intocht der verbonden vorsten te Parijs.

Onderhandelingen met Talleyrand, die de bond-genooten en vele aanzienlijke Franschen voor de Bourbons weet te winnen.

2 April. De Senaat verklaart Napoleon vervallen van het keizerschap.

6 April. Lodewijk XVIII wordt uitgeroepen als koning van Frankrijk.

Napoleon te Foutainebleata; hij besluit een laatsten aanval te wagen tot redding van Parijs. Zijne generaals Ney, Marmont e. a. weigeren hun medewerking.

11 April. Hij «loet afstand van den troon (eerst ten bate van zijn zoon, daarna zonder voorbehoud).UHij behoudt don titel van keizer enlt;) verkrijgt het eiland Elba met een jaarlijksche toelage van 3 millioen frs. Marie Louise zal Parma ontvangen. Intusschen heeft Wellington bij Toulouse een laatste overwinning behaald op Soull (10 April).

4 Mei. Intocht van Lodewijk XVIII te Parijs.

Napoleon landt op Elba. De Franschen ontruimen (op 's konings bevel) de vestingen, die zij nog in Duitschland en Nederland bezet hadden, b.v. Hamburg /DauotU), Maagdenburg, Wezel, Mentz, den Helder, Delfzijl e. a. Lodewijk XVIII geeft aan Frankrijk een grondwet (de „chartequot;).

1814. gt; Eerste 'vrede van Parijs.

30 Mei. (^Frankrijk verkrijgt de grenzen van 1792 (dus vergeleken met die van 1790 een vergrooting van ,ca. 150 vierk. M.); Engeland geeft de veroverde Fransche kolonies terug met uitzondering van Tabago, St. Lucia en Isle de France. Een congres der vóórnaamste vorsten en slaalsliedente W e e n e n zal dén 'toestand van Europa regelen.

§5 NEDERLAND VAN 1801—1815.

Gedurende dit geheele tijdperk is de toestand van Nederland zeer treurig; de welvaart des volks wordt ondermijnd door de zware krijgslasten, den algeheelen stilstand van den handel en het verlies der buitenlandsche bezittingen. Alle verandering van staatsregeling kan in dien treurigen toestand geen verbetering brengen.

Bij den vrede van Amiens (1802) geeft Engeland aan de Bataafsche Republiek alle veroverde kolonies — met uit-

124

ocr page 137

Nederland van 1801—1815.

zondering van Ceylon — terug; de prins van Oranje ontvangt een schadeloosstelling in Duitschland (Corvey, Weingarten, Dortmund, weer verloren in 1806); de handel begint weer te lierlauen; maar de weldra hernieuwde oorlog verijdelt de hoop op betere tijden.

1805. Napoleon, ontevreden met het Sfaatsheivind, verlangt de invoering van oen éénhoofdig en krachtig bestuur. Rutger Jan Schimmelpenninok, gezant te Parijs, moet een nieuwe staatsregeling ontwerpen.

Derde Staatsregeling: Een Raadpensionaris, door de Wetgevende Vergadering voor 5 jaren benoemd en herkiesbaar, heeft de uitvoerende macht en uitsluitend het recht om voorstellen te doen aan de Wetgevende Vergadering, die ze onveranderd moet aannemen of verwerpen. De Wetgevende Vergadering bestaat uit 10 leden, gekozen door de departementale besturen. De raadpensionaris benoemt een staatsraad, en zijn secretarissen van staat (ministers). Het groot besogne.

Deze staatsregeling wordt aangenomen door het volk (J-WOO stemmen vóór, 136 tegen).

Volgens verlangen van Napoleon wordt R. ./. Schimmelpenni nek tot raadpensionaris benoemd.

Welgemeende pogingen van Schimmelpenninck voor het welzijn des lands. Wel op het lager onderwijs (1806); algemeene rijksbelastingen ingevoerd (Gogel); openbare werken.

Napoleon is weldra ontevreden met den raadpensionaris; hij wil Holland als koninkrijk geven aan zijn broeder Lodewijk. Onderhandelingen: deputatie tot Napoleon gezonden. (Verhuell, Willem Six).

180('gt;—1810. Lodewijk Bonaparte, koning van Holland.

De vierde Staatsregeling is bijna gelijk aan de derde. Alleen is do macht des konings nog iets grooter dan die van den raadpensionaris. Wetgevend Lichaam 89 leden. Staatsraad 13 leden.

Lodewijkquot; tracht het welzijn zijner nieuwe onderdanen te behartigen en wint daardoor hun genegenheid, maar komt daardoor dikwijls in tegenspraak met de bedoelingen des keizers. Het familie-statuut, 's Konings wispelturigheid en verkwisting; allertreurigste staat der geldmiddelen. Hooge eischen van Napoleon: schepen en soldaten.

1807 12 Jan. Ramp te Leiden.

1808 en 1809. Overstroomingen in Zeeland en Zuid-Hol-

land. Weldadige hulp dos konings aan de onge-

125

ocr page 138

Het tijdperk der Pransche Revolutie.

lukkigen verleend. De „koninklijke ridderorde der uniequot; (1807) het koninklijk instituut van wetenschappen, letteren en schoone kunsten (1808); de constitutioneele adel (1809). Nuttige openbare werken: straatwegen aangelegd, de monding van den Rijn verbeterd, vele dijken vernieuwd.

De Fransche wetgeving van den Code Napoleon wordt met eenige wijzigingen in Holland ingevoerd. Ontevredenheid des keizers over die veranderingen.

Na den vrede van Tilsit verkrijgt Holland Oost-Friesland, maar moet Vlissingen aan Frankrijk afstaan.

Inval der Engelschen in Zeeland, onder lord Chatham (oudste broer van VF. Pitt); bombardement van Vlissingen; Walcheren, Schouwen, Duiveland vallen in de macht des vijands, die weldra genoodzaakt wordt terug te wijken. Ontevredenheid van Napoleon over den zwakken tegenstand.

Moeielijkheden tusschen Lodewijk en den keizer: het blocus Continental; de conscriptie; de tiërceering der staatsschuld.

1809—1810. Lodewijk te Parijs. Hij wordt genoodzaakt het zuidelijk deel des lands tot aan de Waal (met Zeeland) af te staan {Roëll, Verhuell). Fransche troepen en ambtenaren in Nederland. Napoleon besluit Holland bij zijn Rijk in te lijven.

Lodewijk doet afstand van den troon ten behoeve van zijn oudsten zoon Lodewijk; hij verlaat heimelijk het land en begeeft zich naar Bohemen.

Holland wordt bij Frankrijk ingelijfd.

De Nederlandsche kolonies, bij den vrede van Amiens door Engeland teruggegeven, komen langzamerhand weder in de macht des vijands. {Kaap de goede Hoop in 1806). Daendels, door koning Lodewijk tot gouverneur-generaal van Nederlandsch Oost-Indië benoemd (1807—1811), handhaaft met kracht en gestrengheid het Nederlandsche bestuur op Java en doet veel voor uitbreiding van de koffie teelt en den aanleg van goede wegen; maar kan niet verhinderen, dat de Molukken en andere buitenposten door de Engelschen worden bemachtigt (1810). Onder zijn opvolger 'Janssens valt ook Java in hunne handen (1811). Alleen op het eiland Desirna bij SamjaHaU verdedigt Hendrik Doe ff de Nederlandsche vlag.

126

1809. 1807. 1809.

1810. 1 Juli.

9 Juli.

ocr page 139

Nederland van 1801—1815.

Napoleon benoemt Lebrun, due de Plaisance, tot alge mean stadhouder in Holland. Amsterdam, de derde stad des Rijks, Nederland ondervindt de volle gestrengheid van het keizerlijk bestuur. Do staatsschuld wordt r/etiërceerd, de conscriptie (zelfs met terugwerkende kracht) ingevoerd; het blocus continental allerstrengst gehandhaafd; Enlt;jelsclie waren verbrand.

Nauwkeurig toezicht op de pers-, onbeperkte macht der prefecten en Aer politie. De Celles, de Stassart: Devilliers-Duterrage. De Code Napoleon wordt zonder eenige wijziging ingevoerd; de rechtspleging door Jury's. Nieuwe namen der departementen. Algemeene achteruitgang en verarming des volks; in de groote steden worden vele huizen gesloojjt. Veel laagheid en vleierij.

Na den tocht naar Rusland beginnen sommigen een mogelijk herstel der nationale onafhankelijkheid te hopen. De oorlog van 1813 vordert een nieuwe lichting; Napoleon richt de garde d'honneur op, waartoe Nederland ca. 000 jongelingen moet leveren.

Voorbereiding tot een opstand tegen Napoleon: Johan Melchior Kemper en Anton Reinhard Falck.

Gijsbert Karei van Hogendorp, van der Duyn van Maasdam , v. Limburg Stirum en hunne vrienden. Hun voorzichtig optreden.

1813. De Pruisen en Russen naderen de Hollandsche Begin Nov. grenzen.

14 Nov. Amsterdam wordt door Franschen ontruimd ; den volgenden dag komt het aldaar tot een volksbeweging; een voorloopig bestuur tot handhaving der orde.

17 Nov. De oranje-kokarde in den Haag; v. Limburg-Stirum gouverneur dier stad in naam van den prins van Oranje. Verschillende proclamaties door v. Hogendorp en zijne vrienden uitgevaardigd (17 en 20 Nov.) hebben weinig uitwerking; men is nog te zeer bevreesd voor de Franschen.

19 Nov. Men zendt een deputatie (Fagel en de Perponcher) tot den prins van Oranje (zoon van prins Willem V f 1806.)

De Pruisen en Russen dringen Holland binnen; Billow neemt de stad Arnhem in; meer en meer steden door de Franschen ontruimd.

30 Nov. De prins van Oranje landt te Scheve-ningen. Geestdrift in den Haag.

127

ocr page 140

Het tijdperk der Fransehe Revolutie.

2 Dec. De prins te Amsterdam; men biedt hem de souvereiniteit aan; hij aanvaardt die onder voorwaarde, dat zoo spoedig mogelijk een constitutie zal worden opgesteld.

Algemeene volkswapening; vrijwillige geldelijke bijdragen voor den oorlog tegen Napoleon.

Dec. Een commissie van 15 leden wordt benoemd om een nieuwe constitutie {de eerste grondwet) te ontwerpen. G. K. v. Hogend o r p, voorzitter.

1814. - De eerste Grondwet aangenomen, door een ver-

29 Maart, gadering van Notabelen in de Nieuwe kerk te

Amsterdam. Door de departementale besturen waren uit de verschillende provinciën 000 Notabelen aangewezen; van dezen kwamen er 474 te Amsterdam bijeen; 44S stemmen vóór het ontwerp, quot;iG er tegen.

30 Maart. Willem I gehuldigd als sonverein vorst. Volgens

de eerste grondwet (de vijfde staatsregeling) heeft de souvereine vorst de uitvoerende macht; hij heeft een inkomen van fl. 1.500.000 en moet de hervormde godsdienst belijden; voor het overige hebben de belijders van alle godsdienstige gezindten gelijke rechten.

De Staten-Generaal bestaan uit één kamer, 55 leden, gekozen door de Provinciale Staten. Ministers verantwoordelijk aan den vorst. De wetgevende macht wordt gedeeld door den vorst en de Staten-Generaal; gewone en buitengewone begrooting. Over een wijziging in do grondwet stemt een kamer in dubbel aantal (110 leden) gekozen.

De souvereine vorst benoemt voor den eersten keer de leden der Staten-Generaal.

Do bondgenooten besluiten (Maart 1814) België met Holland te vereenigen; dit punt nader geregeld bij het verdrag te Londen (de acht artikels, Juni 1814); voor goed vastgesteld door het Congres te Weenen (Mei 1815).

Aug. 1814. Verdrag met Engeland; Nederland ontvangt alle koloniën terug, die het bezat op 1 Januari 1803, behalve Kaap de goede Hoop, Demerary, Essequibo, Berbice.

1815. 1 Mrt. Napoleon landt te Cannes in Frankrijk.

16 Maart. De souvereine vorst neemt den titel aan van Willem I, koning der Nederlanden,

128

ocr page 141

Het Congres te quot;Weenon. De honderd dagen.

§6. HET CONGRES TE WEENEN. DE HONDERD DAGEN. 1814—1815. Congres te Weeneu.

Sept.—Juni. Daarbij zijn tegenwoordig de keiz er s van Oostenrijk en Rusland, de koningen van Pruisen, Denemarken, Beieren, Wurtemberg en een groot aantal mindere uorsten.

Keizerlijke gastvrijheid van Frans I; schitterende feesten. Moeilijke taak van het Congres; onderlinge naijver der verschillende mogendheden. Do Poolsche en de Saksische kwestie.

Voornaamste diplomalen op het Congres: Metternich (Oostenrijk! •, Hardenberg en W. v. Humboldt [Pruisen)-, Nesselrode en Rasumowski (Rusland); Castlereagh en Wellington (Engeland); Talleyrand (Frankrijk).

Behendigheid van Talleyrand, die weet te bewerken, dat Frankrijk op het Congres als een groote mogendheid kan optreden.

Behalve de vijf groote mogendheden nemen in sommige gevallen ook nog Spanje, Portugal en Zweden aan de onderhandelingen deel.

1 Nov. Na langdurige voorbereidende onderhandelingen plechtige opening van het Congres.

Hevige twisten tusschen de mogendheden. Rusland en Pruisen staan tegenover Oostenrijk, Engeland en Frankrijk. Meer dan eens gevaar voor een grooten Europeeschen oorlog. De eensgezindheid wordt geheel en al hersteld door het bericht van de landing van Napoleon in Frankrijk (1 Maart 1815).

De voornaamste bepalingen van het Congres zijn de volgende:

Oostenrijk herwint de Illyrische provinciën, Tyrol met Salzburg alsmede Tarnopol (in 1809 aan Rusland afgestaan). Daarbij verkrijgt het in Italië Lombardije (Milaan) en Venetië (het Lombardo-Venetiaansch koninkrijk).

Pruisen verwerft ruim de helft van het koninkrijk Saksen, Posen (Dantzig en Thorn), Zweedsch-['ommeren, daarbij de Rijn-provincie en West falen.

. Beieren moet Salzburg en Tyrol aan Oostenrijk teruggeven, maar verkrijgt ter vergoeding verschillende stroken aan den Mein en aan den linker Rijnoever (Rijn-Beieren) en behoudt het grootste gedeelte der onder Napoleon gewonnen landen.

129

ocr page 142

Hot tijdperk der Fransche Revolutie.

Hannover, vergroot met Oost-Friesland en eenige andere streken, wordt als koninkrijk teruggegeven aan George III, koning van EngelancTT

De koning van Saksen verliest de helft van zijn gebied, maar blijft zijn rang behonden.

Wnrtemberg, Baden, Hessen en de meeste andere Daitsche staten behouden het grootste deel der hun door Napoleon geschonken landstreken. Frankfort, Hamburg, Bremen, Lübeek blijven vrije steden.

Het fluitsehe Keizerrijk wordt niet hersteld. In de plaats daarvan treedt de Duitsche Bond,bestaande uit 39 staten, onder voorzitterschap van den keizer van Oostenrijk. De Bondsdag te Frankfort aan den Mein.

Engeland behoudt een gedeelte der veroverde koloniën, o. a. de Kaap de goede Hoop: Malta, Helgoland; George III herwint Hannover.

Zwitserland verkrijgt Genève, Wallis en Neufchcitel (dat echter ook onderworpen blijft aan den koning van Pruisen).

Nederland wordt, vergroot door de toevoeging van België, als koninkrijk gegeven aan Willem I van Oranje (zoon van quot;Willem V); het komt wederom in het bezit van bijna al zijne koloniën. Willem I wordt wegens Luxemburg lid van den Duitschen Bond.

■In Spanje wordt Ferdinand VII op den troon hersteld.

Ook Italië keert voor het grootste gedeelte onder het gezag zijner vroegere yorsten.-terpg. Pi us VII trekt in zegepraal 11 ome binnen; Sa'rdinië wordt vergroot met het gebied van Genua) Parma en Piacenza komt aan Marie Louise, echtgenoote van Napoleon; na haar dood zal het vervallen aan een Bóurhonschen prins. die intussohen Lucc/i verkrijgt; Napoleon's zoon wordt opgevoed te Weenen als hertog van Reiehstadt. Toskane en/Modena vervallen weder aan Oostenrjksche aartshertogen.

Murat behoudt voorloopig den troon van Napels.

Do Jonische Eilanden vormen een republiek.onder bescherming van Engeland. ,

Denemarken verliest Noorwegen en verkrijgt Lauenburg (in ruil voor Zweedse h-P o m meren, dat aan Pruisen komt). De koning van Denemarken wordt wegens Holstein en Lauenburg lid van den Duitschen Bund. . .

Zweden staat Zweedse h-P om mor en aan 'Pruisen (Denemarken) af; ter vergoeding voor het verlies van Finland (1809) wordt Noorwegen door personeele unie met Zweden vereenigd.

130

ocr page 143

Het Congres te Weenen. De honderd dagen.

Rusland blijft in het bezit van Finland en verkrijgt het grootste gedeelte van het hertogdom Warschau onder den naam van koninkrijk Polen; dit koninkrijk verkrijgt een eigen constitutie en bestuur. Krak au wordt een republiek onder protectoraat van Rusland, Oostenrijk en Pruisen.

Het onrecht, door de secularisatie en mediatisatie aan vele kerkelijke en wereldlijke vorsten gepleegd, wordt niet hersteld; protest van Paus Pins Vil.

1815.10 Juni. Het Congres van Weeneu gaat uiteen.

Ontevredenheid in Frankrijk met het bestuur der Bourbons. Het l_eger is verbitterd wegens de geleden nederlagen-, vele officieren worden ontslagen of op wachtgeld gesteld en vervangen door emigres, die soms zeer overmoedig optreden. Velen, die tijdens de Revolutie goederen van uitucwekenen gekocht hebben, vreezen die te moeten teruggeven. Daarbij is de nationale eer gekrenkt door het verlies der „frontieres naturellesquot;.

In het begin van 1815 samenzwering van eenige ontevreden generaals en Jacobijnen om de regeering omver to werpen (Fouché).

Bedrijvigheid van Napoleon op het eiland Elba. Hij hervormt het bestuur, verbetert havens en wegen; hij oefent en versterkt zijn kleine lijfwacht. Rechtmatige grieven des keizers.

De Pransche regeering is nalatig in het uitkeeren der hem toegekende jaarwedde. OphetCongres te Weenen denkt men er over Napoleon/rerder van Frankrijk ie verwijderen. Fleury op Elba (13 Febr. 1815),.

1815. Napoleon landt te Cannes met 1100 man.

1 Maart. De afdeelingen, tegen hem uitgezonden, loopen tot hem over. La Bédoyère. Napoleon trekt Grenoble binnen; hij wordt te Lgon met geestdrift ontvangen; alge-meene afval der koninklijke troepen. Ney gaat tot Napoleon over bij Lons-le-Saul.nier (li Maart). Lodewijk XVIII vlucht naar Gent.

20 Maart. Napoleon trekt Parijs binnen en herstelt het ■ keizerlijk gezag in geheel Frankrijk. De honderd dagen (20 Maart tot 22 Juni).

25 Maart. De groote mogendheden vernieuwen hun verbond en verklaren den oorlog aan Napoleon. Vruchtelooze pogingen des keizers om de bondgenooten te verdeelen. Een nieuwe oorlog is onvermijdelijk.

Moeilijke toestand van Napoleon. Hij moet gewichtige

131

ocr page 144

Het tijdperk der Fransche Revolutie.

c,veranderingen maken in de constitutie van het keizerrijk. De Acte additionnel. Het champ de Mal.

' Royalistische opstanden in de Vendee. Tegenzin der natie tegen een nieuwen oorlog.

Murat doet een imtal in den Kerkelijken Slaat en roept de Italianen te wapen. Hij wordt door de Oostenrijkers verslagen bij ïolentino (3 Mei) en verliest zijn riik. Ferdinaud IV komt weder in het bezit van Napels.

12 Juni. Napoleon verlaat Parijs om den oorlog in de Nederlanden te beginnen. Zijn leger telt 130.000 ■man; tegenover hem staat Blücher met Jquot;20.000 Pruisen ea Wellington met 100.000 Engelschen en Hollanders (de prins van Oranje). Onverstandige plaatsing van de troepen der bondgenooten.

16 Juni. Slag bij Llgny. Blücher wordt door Napoleon overwonnen; de Pruisen trekken in goede orde terug. Grouchy met de vervolging des vijands belast.

Op denzelfden dag gevecht bij tynatrebras; JVe;/ tegen een deel van het Engelsche leger; dapperheid van den prins van Oranje.

18 Juni. Slag bij Waterloo.

Beslissende nederlaag van Napoleon. De overwinning der bondgenooten wordt bewerkt dooide komst der Pruisen onder Blücher.

22 Juni. Napoleon doet ten tweeden male afstand van don troon ten behoeve van zijn zoon, Napoleon II, die echter niet als keizer wordt erkend. Einde van de honderd dagen.

Napoleon wil vluchten naar Amerika. Hij geeft zich bij Roche fort over aan Maill.and, kapitein van het Engelsche oorlogsschip „Bellerophonquot; (Juli).

Krachtens een besluit der verbonden mogendheden wordt Napoleon vervoerd naar St. Helena. Zijn harde gevangenschap aldaar. Hudson Lowe.

De mémoires van Napoleon. Zijn getrouwe volgelingen Montholon, Las Cases, Gourgaud, Bertrand.

1821. 5 Mei. Dood ran Napoleon Bonaparte. 1815. Tweede vrede van Parijs.

20 Nov. Frankrijk behoudt de grenzen van ITOO (met Avignon, Venaissin en verschillende enclaves). Het moet 'krijgskosten betalen ten bedrage van 700 millioen frs.,

132

ocr page 145

Het Congres te Weenen. De honderd dagen.

en gedurende'5 jaren een gedeelte der grensvestingen laten bezetten door 150.01)0 man van de troepen der bondgenooton.

Teruggave van een gedeelte der naar Parijs gevoerde kunstwerken.

26 Sept. Alexander I van Rusland, Frans I van Oostenrijk en Fmlerik Willem III van Pruisen onderteekenen de acte van het Heilig Verbond, waarbij zich gaandeweg de meeste Europeesche mogendheden aansluiten.

Oct. Murat doet een poging om gewapenderhand zijn rijk te herwinnen; hij wordt gevangen genomen en ter dood gebracht.

133

ocr page 146

III. DE NEGENTIENDE EEUW VAN HET CONGRES TE WEENEN TOT HET HERSTEL VAN HET DUITSCHE RIJK.

IBIS- iö7i.

Eerste Hoofdstuk.

De Restauratie eu het Heilig Terboud.

Op de onstuimige tijden der Fransche Revolutie en der heerschappij van Napoleon volgt een reeksjaren van hctrekkelijke rust voor het uitgeputte Europa.

Het Congres te Weenen, dat, hoe onvolmaakt dan ook, door gemeenschappelijk overleg het Europeesch evenwicht heeft hersteld, en de overeenstemming aldaar tusschen de verschillende vorsten verkregen, vormen voor een vrij langen tijd een tamelijk vasten grondslag voor de onderlinge betrekkingen der staten van Europa, gedurende vele jaren door geen bloedigen oorlog verstoord.

Maal' heerscht er ru^t ei,i vi'ede tusschen de verschillende staten onderling, bijn|t alle rijken zijn het tooneel van binnen-landsche onlusten, veroorzaakt door degenen, wier wenschen of verwachtingen door de bepalingen van het Weener Congres waren teleurgesteld.

ocr page 147

Frankrijk van 1815—1830.

In Frankrijk moet de wettige dynastie een hachelijken strijd voeren tegen de vereenigde pogingen aller revolutionnaire partijen; en hoewel de groote meerderheid des volks zich reeds lang met den nieuwen toestand heeft verzoend, bezwijkt zij — nedeelteüjk door eigen schuld — voor de listige aanvallen harer vijanden.

Ook in andere landen heeft het herstelde gezag der wettige vorsten herhaaldelijk te kampen mot oproer en opstand dei-zoogenaamde liberalen, die onder den schijn van de geschonden rechten der volken en^Jnatinnaliteilen te verdedigen, al het Bestaande pogen omver te werpen.

De krachtige, soms al te strenge, maatregelen der groote mogendheden-, door het Heilig Verbond vereenigd, doen die onberaden pogingen mislukken, die overigens, in het algemeen genomen, zeer weinig bijval vinden bij de groote meerderheid der bevolking. Slechts daar, waar godsdienst, nationaliteit en moedertaal ernstig bedreigd worden (zooals in België, Polen, Griekenland) komt de opstand voort uit den boezem des volks.

§1. FRANKRIJK VAN 1815—1830.

1814—1824. Lodewijk XVIII, koning van Frankri/jk en Navarra.

Moeilijke omstandigheden, waaronder hij de regeering aanvaardt. .Het leger nog veelal Bonaigt;artistisch gezind-, de middelstand behept met liberale en repuhlikeinsche ideeën; daarbij veel bekrompenheid en overmoed bij de teruggekeerde royalisten.

Lodewijk XVIII, zelf niet zonder bekwaamheden, maar zonder vaste beginselen en godsdienst, daarbij oud en zwak. De dauphin „de graaf van Artoisquot; (later Karei X) oprecht godsdienstig gezind, maar zonder vastberadenheid en doorzicht; zijn beide zoons de hertogen van Angoulême en Berry. De hertog van Orleans, zoon van Philippe Égalité, houdt zich meer op afstand van het hof en zoekt de vriendschap der liberalen.

De „Chartequot; van 1814, een weinig veranderd in 1815, stelt de uitvoerende macht in handen van den. onverantwoordelijken en onschendbaren koning; ' de w/Ugeykndé beiHïst' te zamen bij den koning en 2 kaniers, die-der erfelijke Pairs en die der A f g e v a a r d'i g d e n, door directe verkiezing gekozen; de census. De Katholieke godsdienst is de godsdienst van den staat, de andere eerediensten genieten wettelijke vrijheid en be-

135

ocr page 148

136 De geschiedenis dor nogentionde eeuw.

scheriningjf^e meeste instellingen van het keizerrijk : de indeeling des lands in departementen, het wetboek van Napoleon, de „légion d'honneurquot; enz. blijven bestaan.

Politieke part ij c n ; royalisten en indcitendenten; de eersten nog yerdeéld in de ultra's (vooral gesteund door den cqmte d'Artols) en do gematigden, ook doctrinaires genoemd (meer volgens den zin van Lodewijk XVIII)-, de independenten waren deels Bonapartisten deels republikeinen. Later werden dé independenten veelal liberalen genoemd; ook de Orleanisten behooren tot de liberalen.

1815. L o d e w ij k XVIII keert naar P a r ij s terug.

Juli. Het ministerie Talle.yrand-Fouché. Amnestie mot

vrij talrijke uitzonderingen. In het Zuiden en Westen des lands onlusten en gewelddadigheden tegen de aanhangers van Napoleon, de „terreur blanchequot; (zeer overdreven voorgesteld door liberale schrijvers).

De verkiezingen vallen uit geheel in den geest der ultra's; la Chambre introuvable.

Lodewijk XVIII ontslaat het ministerie Talleyrand-Fouché; Richelieu (vriend van keizer Alexander I) wordt minister van buitoniandsche zaken en hoofd van het kabinet; Decazes, minister van politie. Rechtvaardige bestraffing Van officieren en hoogo ambtenaren, die in 1815 tot Napoleon waren overgeloopon. La Bédoyère, Ney en eenige anderen gefusilleerd.

De kamer eischt strenge maatregelen tegen vele anderen-, twisten tusschen de ultra's en de doctrinaire's, die het ministerie steunen.

1816. Op verlangen van Richelieu ontbindt de koning

Sopt. de Chambre introuvable. Verkiezingen volgens een

gewijzigd reglement meer in liberalen geest. Ten gevolge eener kieswet, door de nieuwe kamer (1816) aangenomen, neemt, bij de jaarlijksche partieele vernieuwing, het aantal independenten voortdurend toe: Laf fitte, Casimir Périer, Lafayette, Manuel, Daunou, Benjamin Constant, Grégoire e. a. worden gaandeweg verkozen. Herhaalde samenzweringen die zonder moeite worden bedwongen.

1818. Congres te Aken. Richelieu weet het vertrek der vreemde bezettingstroepen (2 jaar vóór den vastgestelden tormijn) te bewerken. Frankrijk treedt toe tot het Heilig Verbond. Richelieu verlaat het ministerie. Decazes (bijzondere vriend des konings) regeert in liberalen geest, maar kan daardoor de vijandschap der liberalen niet ontwapenen; herhaalde onlusten; do verkiezing van den vroogoren „regicidequot; Grégoire door de kamer vernietigd (1819).

ocr page 149

Frankrijk van 1815—1830.

1820. Louvel vermoordt den Iiertog1 van Berry; eenige 13 Febr. maanden later geboorte van den hertog van Bordeaux {Comte de Chambord).

Decazes moet zijn ontslag nemen. Richelieu wederom minister; de censuur op de pers; een nieuwe kieswet brengt een sterke meerderheid van „ultra'squot; in de kamer. lUchelieu treedt wederom af (Dec. 1821).

1821—1828. Yillèle minister; bekwaam als financier en rechtschapen van karakter. Geheime r/enootschappen: vrijmetselaars en Carbonari; „la Congregationquot;, dwaze geruchten daaromtrent verspreid.

1821 5 Mei. Dood van Napoleon op St. Belena.

Revolutionnaire woelingen in Europa veroorzaken de congressen van Troppau (1820) en Laybach (1821).

1822. Congres van Verona. Metternich, Wellington, Chateaubriand. Frankrijk aanvaardt de interventie in Spanje; afgunst van Engeland.

1823. Dé hertog vau Angoulême rukt Spanje binnen. Mislukte poging van Fabvier om een opstand

onder de troepen te verwekken.

Roemvolle tocht door Spanje; de Franschen door het volk overal als redders begroet. „Nooit heeft een leger zóó weinig kivaad gedaan en zóó veel beletquot;. De Trocadero wordt ingenomen;

Cadix capituleert; Ferdinand VII wordt in zijn gezag hersteld.

1824. Dood van Lodewijk XVI11. Hij wordt opgevolgd door zijn broer, den graaf van Artois.

1824—1830. Karei X, koning van Frankrijk.

Voorspoedig begin zijner regeering', bloei van het land; goede toestand der schatkist vooral te danken aan Villèle.

1825. Schadeloosstelling van 1000 millioen /Vs., toegekend aan de emigres, wier goederen waren verbeurd

verklaard. Billijkheid van dien maatregel, die met de grootste onpartijdigheid wordt uitgevoerd. Hevige oppositie der liberalen. Grootmoedigheid van Karei X jegens den hertog van Orleans, die toch in zijne vijandige houding volhardt en met de liberale oppositie blijft heulen.

29 Mei. Plechtige kroning van Karei X te Reims, die eveneens door de liberalen wordt gelaakt en bespot.

137

ocr page 150

De geschiedenis der negentiende eeuw.

Dood en plechtige begrafenis van generaal Foy, een der voornaamste sprekers der oppositie. Villèle raakt in onmin met de meerderheid der Kamer (Chateaubriand). Hevige aanvallen der liberale pers.

1827. Oproerige kreten bij een revue der nationale 29 April, garde te Parijs. De nationalo garde wordt ontbonden; men vergeet de xuape ien op te eischen.

Villèle herstelt de censuur (door Karei X in het begin zijner regeering afgeschaft). Hij ontbindt de kamer der A f-geuaardiijden, die in den laatsten tijd verschillende zijner wetsvoorstellen had verworpen.

Bedrijvigheid der liberalen. Het genootschap „aide toi le ciel t'aidera. De kamer heeft een liberale meerderheid: Dupont, Laf fitte, Périer, Benjamin Constant, Lafayette, D u pin, Royer-Collard e. a.

1827. Dec. Villèle neemt zijn ontslag. Het liberale ministerie Martignac (Jan. 1828).

1827. Tussch enkomst der Pranschen in den ops't-and der Grieken. Ben Fransch eskader onder de Rigny neemt deel aan den slag van N a v a r i n o.

1828. Een Fransch legerkorps onder generaal Maison landt in M o r e a en noopt de troepen van Ibrahim

Pascha Griekenland te verlaten. Liberale maatregelen van het gouvernement: de censuur voor goed afgeschaft ; vijandelijkheden tegen de „congregatiesquot;, die seminaries en andere godsdienstige scholen bestuurden, vooral tegen de Jezuieten. ' ■

18 Juni. „Ordonnance royalequot; die alle oversten en leeraars aan seminaries en colleges verplicht officieel te verklaren, dat zij niet tot eene niet erkende congregatie behooren en het getal 'seminariën beperkt.

Tegenzin van Karei X; de liberalen zijn nog niet voldaan.

1829. Val van het ministerie Martignac; de koning benoemt zijn vriend de Polignac tot hoofd

van het ministerie. Bourmont minister' van oorlog. Groote kunstmatige verontwaardiging in geheel Frankrijk over die keuze. „Het onmogelijke ministeriequot;.

Hevige aanvallen der liberale pers (Guizot, Béranger). Het Journal des De'bats. Chateaubriand. De „Nationalquot; onder Thiers, Mig net en A. Carrel.

138

ocr page 151

Frankrijk van 1815—1830.

1830. Opening der kamers. Een meerderheid van 2 Maart. 221 leden tegen 184 verklaart zich openlijk vijandig tegen het ministerie.

De kamer der Afgevaardigden wordt ontbonden.

Sedert 1814. Twisten tusschen Frankrijk en den Dey vü n Algiers.

1827. De Dey beleedigt in het openbaar den Franschen consul-, de havens van Algiers worden geblokkeerd door een Fransche vloot.

1830. Een Fransche vloot met een talrijk landleger aan Mei. boord vertrekt naar Algiers. Bourmoiit, Duperrè, Lahitle. Protest van Engeland.

19 Juni. Slag van Staouéli, door de Franschen gewonnen. 4 Juli. Bestorming en inneming van Algiers.

Het Keizers fori, de Kasba. De Dey Tlussein-Pascha moet de quot;stad overgeven. Rijke huil door de Franschen

behaald. A Ig i e r s__w ordt een Fransche

kolonie.

Juli. Verkiezijigen in Frankrijk; de liberale oppositie ivordt versterkt tot 372 stemmen. Het ministerie biedt zijn ontslag aan. Karei X weigert.

26 Juli. De ordonnances royales: schorsing van de

Vrijheid der drukpers: ontbinding der pasgekozen, maar nog niet bijeengeroepen kamer; nieuwe

kieswet met indirecte verkiezingen en vermindering van het aantal kiezers -, vaststelling der nieuwe verkiezingen in September. Onzekerheid omtrent de wettigheid der ordon-nances. De koning beriep zich op art. 14 der charte, dat hem het recfit toekende: „de faire les ordonnances nécessaires pour Vexécution des lois et la sureté de l'Etatquot;.

27 Juli. Protest der liberale partij; Thiers, Dupin,

Périer. Marmont, commandant van Parijs: verontwaardiging over die benoeming; onvoorzichtigheid der regeering; het garnizoen van Parijs is veel te zwak. Begin van den opstand.

28 Juli; De opstand neemt in hevigheid toe; Lafayette is

in het geheim de leider; de studenten der polytechnische school (Cavaignac); de driekleur. Karei X te Saint-Cloud.

29 Juli. Een paar regimenten loopen over; de

andere troepen worden uit de stad gedreven. Een voorloopig bewind op het stadhuis te Parijs (republikeinen^. Karei X wil toegeven: het is te laat.

139

ocr page 152

140 De geschiedenis der negentiende eeuw.

Verschillende bedoelingen der opsta n delingen, sommigen wenschen de republiek-, de meer gematigden zijn voor den_ hertog van Orleans. Dupin, Thiers, Laf [it le, Mig net, Sébastiani. — De hertog van Orleans te Parijs-, men benoemt hem tot „Lieutenant generalquot; van het koninkrijk; zijn tocht naar het stadhuis; Lafayette voor hem gewonnen.

Aarzeling van Karei X; ook hij benoemt den hertog van Lieutenant general. Deze weigert die benoeming van hem te aanvaarden. Karei X te Itambouillet.

Karei X en de hertog van Angoulême .doen afstand van den troon ten behoeve van den hertog van Bordeaux i Henri VJ en benoemen den hertog van Orleans tot regent. — Valsche en ondankbare handelwijze van dezen jegens zijn koning en weldoener.

De kamer wordt bijeengeroepen; bijna alleen de liberalen komen daar te zamen.

De liberale meerderheid der kamer verklaart Karei X en de geheele oudere linie der Bourbons van (leu troon vervallen, en schenkt de kroon aan den hertog van Orleans, die den naam aanneemt van Louis Philippe 1, rol des Francais. Wijziging der Charte ui liberalen zin.

Karei X, door geruchten van een nieuwen opstand genoopt te vluchten, scheept zich in te Cherbourg en begeeft zich naar Schotland. Hij overlijdt te Görz in 1836; de hertog van Angoidème volgt hem in het graf in 1844; de hertog van Bordeaux {graaf van Chambord) sterft te Frohsdorf in 1883. Met hem sterft de oudere linie van den Franschen tak der Bourbons uit.

§2. SPANJE, POKTUGAL, ITALIË.

1815—1830.

(1808)1814—1833. Ferdinand YII, koning van Spanje.

Moeilijke omstandigheden bij zijne terugkomst in zijn koninkrijk. Het geheele land verwoest door den langdurigen oorlog; het bestuur in verwarring; leger en volk verwilderd, de schatkist totaal uitgeput; de Amerikaansche kolonies in opstand, de constitutie van 1812, die de koninklijke macht bijna geheel te niet doet.

Orleans tot

2 Aug.

3 Aug. 7 Aug.

14 Aug.

ocr page 153

Spanje, Portugal, Italië.

1814. Ferdinand schaft de constitutie af. Zijn willekeurig en ongeregeld bestuur. Het leger wordt zeer verminderd; veel verdienstelijke generaals ontslagen. De „Josephino'squot; vervolgd. Groote ontevredenheid bij vele officieren en eenige liberalen; de overgroote meerderheid des volks is geheel onverschillig voor de liberale theorieën.

1810—1826. Opstand der Spaansclie kolonies in Amerika, die

na een hevigen strijd hunne onafhankelijkheid veroveren. Bolivar, Sucre, San Martin in Zuid-Amerika : Itlirhide in Mexico. Spanje behoudt van al zijne Amerikaansche bezittingen alleen Cuba en Por tori co.

Spanje verkoopt Florida aan do Vereenigde Staten.

Herhaalde samenzweringen o. a. van Mina en Por li er; zij vindon geen steun bij het volk en worden gemakkelijk bedwongen.

Opstand te Cartix onder de troepen, die naar Amerika zouden worden ingescheept. De Constitutie van 1812 wederom geproclameerd; R i e g o e n Quiroga do aanvoerders der oproerlingen.- Ferdinand VII wordt gedwongen de Constitutie te bezweren en een liberaal ministerie te~benoemen. Liberale maatregelen: de kerkelijke goederen in beslag genomen, de meeste kloosters opgeheven, de Jezuïeten verdreven, enz.

Ontevredenheid van de groote meerderheid des volks. Herhaalde roi/alistische opstanden; een „regentschapquot; te S e o d' Ur gel.

Partijen: royalisten („servilo'squot;, „apostolico'squot;); moderad o's, exalt ado's (radikalen). Voortdurend oproer en burgerkrijg.

Bezorgdheid der groote mogendheden wegens den toestand in Spanje en Italië. Op het door MetterniclCs invloed bewerkte congres van Verona (1822) wordt niettegenstaande denquot;-lëgëhzin van Engeland aan Frankrijk de taak opgedragen om de orde in Spanje te horstellen.

1822. De hertog van Angonlênie herstelt het koninklijk gezag, maar de toestand in Spanje blijft voortdurend treurig en onzeker. Vele der opstandelingen worden ter dood gebracht o. a. Riego.

1823. Monroe, president der Vereenigde Staten, verklaart quot;gein inmenging eener Europeosche quot;mogendheid in Amerikaansche aange-Tegenheden te zullen dulden. Do „Monroe doctrine.quot;

141

1819.

1820. 1quot; Jan.

ocr page 154

Do geschiedenis der negentiende eeuw.

1825. Engeland (Canning) erkent do onafhankelijkheid derSpaansche kolonies inAmerika; reeds lang had het de opstandelingen in het geheim ondersteund.

1829. Huwelijk van Ferdinand VII, die tot dusver kinderloos was gebleven met Maria Christina van Napels.

1830. Pragmatieke Sanctie waarbij de door Philips V 29 Maart. Tn 1713 met toestemming der Cortes ingevoerde

wet op de troonopvolging wordt afgeschaft, en de broeder des koningsachter een dochter des quot;konings wordt gesteld.

1 Oct. Geboorte van 's konings dochter Isabella, later nog eene dochter Louise. Protest van'skonings oudsten broer, Don Carlos, tegen de Pragmatieke Sanctiër Toëhadering des konings tot de 'liberale partij.

Na eenige aarzeling erkent Ferdinand Louis Philippe als koning der Franschen.

1838. Dood van Ferdinand VII, die in een gevaarlijke ziekte de Pragmatieke Sanctie eerst herroepen, maar daarna op aandrang zijner heerschzuchtige gemalin vernieuwd had. Hij wordt opgevolgd door zijne 3-jarige dochter Isabella, onder regentschap zijner weduwe Maria Christina. Don Carlos in Portugal. Twee partijen in Spanje: Carlisten en Christiïïö'sr

1816—1826. Jan VI, koning van Portugal, regent sedert 1702, in plaats van zijne moeder Maria, die krankzinnig geworden was. Sedert den inval der Franschen in Portugal (1807) verblijft het hof te Rio-Janeirp in Brazilië en, nadat de troepen van Napoleon door de Engelschen zijn verdreven, wordt het land bestuurd door lord Beresford, als opperbevelhebber van het Portugeesche leger. O nte vr eden-heid in Portugal.

1817. Samenzwering togen het bestuur van lord Beresford', zij wordt ontdekt en bestraft.

1820. Naar aanleiding der r evo 1 utie in Spanje opstand te Oporto; Sepulveda. Men eischt en verkrijgt de verwijdering van Beresford; de terugkomst van Jan VI naar Portugal en de invoering eener zeer liberale constitutie volgens het model der Spaansche van 1812.

Jan VI laat zijn oudsten zoon Dom Pedro als regent in Brazilië achter. Ontevredenheid aldaar; opstand tegen het Portugeesche gezag (1822).

142

ocr page 155

■ Spanje, Portugal. Italië. 143

1821—1831. Pedro I, keizer van Brazilië. Door den steun van ~Engeland en de krachtige hulp van den Engelschman Cochrane worden de Portugeesche troepen verdreven.

1825. Portugal erkent de onafhankelijkheid van Brazilië.

Liberaal bestuur in Portugal; heerschappij der Vrijmetselaars-, vjandii/e maatregelen tegen de Kerk. Ontevredenheid van een groot deel des volks met de nieuwe wijze van bestuur.

1823. Dom Miguel, tweede zoon des konings, gesteund quot;Boor do koningin Carlotta en een deel des legers, weet de constitutie te doen afschaffen. Hij Wordt door zijn vader tot opperbevelhebber der Portugeesche troepen benoemd.

1824. Nieuwe onlusten; men weet den koning wantrouwen jegens zijn zoon' in te boezemen; Jan VI vlucht' met cenige zijner ministers op een Engelsch oorlogsschip. Miguel wordt genoodzaakt het land te verlaten.

1826. Dood van Jan VI. Er wordt een regentschap benoemd, dat Dom Pedro erkent als

koning van Portugal. Pedro had echter bij zijn komst op den troon van Brazilië voor zich en zijne mannelijke erfgenamen afstand moeten doen van de Portugeesche kroon; daarom eischt hij die kroon voor zijne dochter Maria da Gloria. Tevens geeft hij aan Portugal een vrijzinnige constitutie en benoemt zijn broer Miguel tot regent tijdens de minderjarigheid van Maria, onder vooraarde, dat hij met deze zal huwen en de gegeven constitutie zal handhaven.

Miguel stemt daarin toe onder voorwaarde, dat de oude Portugeesche Cortes alles zullen goedkeuren. De meerderheid des volks is tegen de nieuwe constitutie.

1828. De oude Cortes (in drie standen), door Miguel bijeengeroepen, verklaren, -dat Pedro alle rechten op den Portugeeschen troon heeft verloren en roepen Miguel tot wettigen en onbeperkten koning van Portugal uit, terwijl zij hem tevens ontslaan van alle beloften aan zijn broer gedaan. De groote meerderheid des volks is voor Miguel.

1828— 1834. Mignel, koning van Portugal.

Hij schaft de constitutie afj herhaalde onlusten door de liberalen verwekt worden met gestrengheid beteugeld. Schandelijke laster door de geheele liberale pers tegen Miguel verspreid.

ocr page 156

Do geschiedenis der negentiende eeuw.

1829. De aanhangers van Pedro maken zich meester van het eiland Terceira en bieden met goed gevolg tegenstand aan de troepen van Miguel.

1831. Revolutie in Brazilië; Pedro I doet afstand van de regeering.

Pedro II, keizer van Brazilië.

Pedro I keert naar Europa terug en wint den steun der liberale gouvernementen van Frankrijk en Engeland voor zijne dochter Maria da Gloria.

Hij bemachtigt Oporto, dat door generaal Saldanha tegen de aanvallen der Miguelisten onder Bour-mont wordt verdedigd.

1833. Slag bij kaap S. Vincent; de vloot van Miguel wordt vernietigd; Lissabon valt in de hand van

Pedro, die zijne dochter Maria tot koningin doet uitroepen. Miguel handhaaft zich in helgrootste deel des liijks.ïlij weigert Don Carlos, den Spaanschen pretendent, uit zijn gebied te verwijderen.

1834. Viervoudig verhoud tusschen Engeland, Frankrijk, Spanje en Pedro. Een Spaansch legerkorps bedreigt Miguel.

Capltnlatie van Evora. Miguel ziet af van zijn rechten op de kroon en begeeft zich naar Duitschland. P e d r o wordt regent voor zijne dochter en draagt den naani van Pedro IV. Hij sterft nog in hetzelfde jaar.

Italië is door het congres te Weenen grootendeels aan zijne vroegere vorsten teruggeschonken. Ontevredenheid bij een vrij gering getal liberalen {officieren, advocaten, studenten), die de éénheid van Italië met den constitutioneelen regeeringsvorm wènschen en vooral in de Oostenrijkers gezworen vijanden zien.

Vele geheime genootschappen', de Carbonari; rooverbenden. De meerderheid van het volk is hier evenals elders geheel onverschillig voor de liberale en revolutionnaire utopieën en laat zich alleen bij sommige gelegenheden medeslepen.

Kerkelijke Staat. Herstel der pauselijke regeering.

1814. Pius VII keert naar Rome terug tot vreugde zijner onderdanen; zijn wijs en zacht bestuur; hij herstelt de Orde der Jezuïeten voor geheel de wereld door de bul „Sollicitudo omniumquot; (7 Aug. 1814); algemeene amnestie; herleving van godsdienst en wetenschap. Pius VII sterft in 1823.

144

1831—1889. 1832.

ocr page 157

Spanje, Portugal, Italië.

1823—1829. Leo XII (Hannibal de la Genga). Het groote jubilé (1825).

1829—1830. Pius VUI (Fr. Xav. Castiijlione); onlusten door de revolutiemannen in verschillende streken verwekt.

1815—1825. Ferdinand I, koning der beide Siciliën. Hij had reeds aldaar geregeerd^ onder den naam van Ferdinand IV (sedert 1759), en in 1805 Napels verloren, maar 'Sicilië Behouden.

Ontevredenheid der Sicilianen, vooral wegens het vertrek des konings naar Napels en die [afschaffing] der vroegere 'constitutie. Zwak bestuur des konings; veel Carbonari en vroegere aanhangers van M u r a t. Talrijke misbruiken. Geheim verdrag met Ooste nrijk.

1820. Opstand der soldaten te Nola. Pepe, Morelli. De 'koning, in de macht der opstandelingen, aanvaardt

de Spaansche constitutie van het jaar 18i'2.

Opstand te Palermo. Sicilië wil zijn onaf han-kelijkheid herwinnen; een Napolitaansch leger herovert het eiland.

1821. Congres te Laybach. Ferdinand I begeeft zich in persoon daarheen; de groote mogendheden eischen

de afschaffing der constitutie', weigering van het parlement te Napels.

Een Oostenrijkseh leger onder Primont rukt Napels binnen en maakt in zeer korten tijd en zonder moeite een einde aan den opstand. Lafheid der oproerlingen. Ferdinand I keert naar zijn rijk terug; de constitutie wordt afgeschaft; de schuldigen met gestrengheid bestraft.

1825—1830. F«¥di«and I, koning der beide Siciliën.

1802—1821. Victor Emanuel I, koning van Sardinië.

Zijn welwillend maar zwak bestuur •, afschaffing van de meeste Fransche inrichtingen; de straatweg over den Simplon vervalt. •— Ook in Sardinië talrijkè Carbonari en republikeinen.

1821. Opstand der bezetting te Alessandria, die de

Spaansche constitutie van 1812 uitroept; veel andere troepen sluiten zich bij de oproermakers aan.

Victor Emanuel doet afstand van den troon, ten behoeve van zijn afwezigen broer Karei Fèlix en benoemt zijn neef, Karei Albert van Savoye-Carignan, die in betrekking staat met de Carbonari, tot regent.

Karei Albert aanvaardt voorloopig de constitutie, die echter door den koning Karei Felix wordt verworpen.

145

10

ocr page 158

146 De geschiedenis dor negentiende eeuw.

Een Oostewijksch leger onder Bübna herstelt weldra de orde; de oproerlingen worden verslagen bij Novara.

1821—1831, Karei Felix, koning van Sardinië.

1815—1847. Marie Louise, echlgenoote van Napoleon, beheerscht . Parma en Piacenza.

Toskane en Modena worden bestuurd door aartshertoijun uit het- Oostenrijksohe Huis.

Overwicht van Oostenrijk in Italië. Groote stoffelijke bloei van het Lombar do- Venetiaansch koninkrijk. Ook daar echter veel Carbonari en ontevredenen vooral bij de hoogere klassen.

Het Jozefisme wekt ontevredenheid bij de geestelijken. Streng politie-toezicht verdachte personen worden gevangen gezet of verbannen. Silvio Pellico.

§ 3. DUITSOHLAND EN NEDERLAND. (1815—1830.)

X3eestdrift bij het Düitsche volk opgewekt door de- verdrijving der Franschen. Tweevoudige wensch: herstel van het Duitsche Keizerrijk en invoering eener liberale constitutie, heide wenschen worden teleurgesteld door het Congres te Wecnen: vandaar veelal ontevredenheid vooral onder de studenten der hoogescholen, vermeerderd door streng politie-toezicht en door de weigering - der voornaamste Duitsche staten om de minste vrijzinnige hervorming in te voeren.

Treurige toestand der Katholieke Kerk, die, sedert 1803 van bijna al hare rijke goederen beroofd, in vele deelen van Duitschland bloot staat aan de willekeur van Protestantsche of Jozefistische gouvernementen.

Groote invloed van den Oostenrijkschen minister Metternich, die, niettegenstaande den naijver van Pruisen, in de meeste aangelegenheden zijn zin weet door te drijven.

De Duitsche Bond. Het voorzitterschap berust bij den keizer van Oostenrijk. De onderlinge naijver der verschillende staten belet alle krachtige maatregelen. Enkele kleinere staten voeren een constitutie met volksvertegenwoordiging in, zooals Beieren, Wurtemberg, Saksen-Weimar, enz.

De „Burschenschaftenquot; (studentenvereenigingeny, weldra verdacht van revolutionnaire gevoelens.

ocr page 159

Duitschland en Nederland.

Feest op den Wartburg. Demonstratie tegen

het reactionnairc bestuur.

Congres Yan Aken.

Karl Ludwig Sand (een student) vermoordt den schrijver Kotzebue; hij wordt onthoofd, v Congres te Karlsbad; op .Metternich's voorstel strenge maatregelen tegen de studenten en de drukpers.

1820. „ Wiener Schlussaktequot;, bekrachtiging en bevestiging van den Duitschen Bond ids een onverbreekbare vereenigitig der souvereine vorsten en vrije steden.

Oostenrijk. Uitputting des lands tengevolge der langdurige oorlogen; bureaukratisch en achterdochtig bestuur van Metlernich; ontevredenheid in Hongarije en in de Italiaansche provincies.

Toch heeft Metternich gedurende dit tijdvak grooten invloed op de Europeesche politiek en weet, niettegenstaande herhaalde wrijving, over het geheel de goede verstandhouding, vooral 'met Pruisen en Rusland' te bewaren. Op zijn voorstel hebben de congressen van Troppau, Laybach en Verona plaats; onder zijne leiding is Oostenrijk de krachtigste bestijder der Revolutie in Italië en Duitschland: haat der liberalen tegen hem.

Pruisen. Bureaukratisch bestuur-, de beloofde constitutie wordt niet ingevoerd. Strenge maatregelen tegen alle vrijzinnige schrijvers en professoren. Arndt, Görres, Jahn. •

Begin.van de moeilijkheden met de Katholieke Kerk; de gemengde huwelijken. Overigens herleving van handel en nijverheid; de romantische school.

1823. Invoering van provinciale landdagen met zeer beperkte bevoegdheid.

1815—1840. Willem I, koning der Nederlanden.

Moeilijkheid der vereeniging van Holland mot België: godsdienst, taal, volkskarakter, geschiedenis. Toch waren die hinderpalen niet onoverkomelijk geweest, vooral daar de vereeniging zoo groote voordcelen op stoffelijk gebied medebracht. Stijfhoofdigheid van Willem I, vooroordeelen zijner ministers.

1815. Nieuwe Grondwet, bewerkt door een commissie Aug. van 24 leden [Pi Hollanders, 12 Belgen). Twee Kamers: do eerste (40—60 leden), benoemd door den koning, de tweede {110 leden, 55 uit Holland, 55 uit België),

147

1817. 18 Oct.

1818. ■ 1819.

ocr page 160

De geschiedenis der negentiende eeuw.

gekozen door de Prooinciale Slaten-, de koning heeft een inkomen van /'2.400.000; hij behoeft niet tot de Hervormde kerk te behooren-, gelijke vrijheid en bescherming voor alle rjodsdiensten; gewone begrooting om de 10 jaren, de buitengewone ieder jaar vastgesteld; de ministers verantwoordelijk aan den konincj. De staatsschuld verdeeld in levende ('/s) en donde schuld ('-/a). Het amorlisatie-si/ndicaat. Vrijheid van drukpers.

De Grondwet wordt in Noord-Nederland aangenomen door eene vergadering der Staten-Generaal in dubbel aantal. Voor het Zuiden wordt (evenals in hei voricje jaar yoov het Noorden) eene vergadering van ('1603, één op W00) notabelen bijeenroepen.

Bezwaren der Belgen tegen de Grondwet; vrees der Katholieken ten opzichte van rjodsdienst en onderwijs (die vrees bleek niet ongegrond).

1815. Stemming der Notabelen. 100 tegen, 527 vóór; de

Aug. overigen hadden niet gestemd. De koning verklaart desniettemin de Grondwet vooi-

aangenomen en wordt kort daarop te Brussel gehuldigd.

„Jugement doctrinalquot; der Belgische bisschoppen, die verklaren, dat een Katholiek den eed op de geheele Grondwet niet kan afleggen; de Paus keurt hunne houding goed; onderhandelingen met Rome; do eed met voorbehoud. Onverstandige houding der regeering, die niet schroomt de Belgen, voornamelijk de Katholieken, nutteloos te stooten.

1816. Huwelijk van den prins van Oranje met Anna Paulowna, jongste zuster van keizer Alexander I.

Gebeden naar aanleiding van dat huwelijk dooide regeering voorgeschreven. Vrijmoedigheid van Mgr. de Broglie, bisschop van Gent; hij raadpleegt den Paus daaromtrent.

1817. Geboorte van Willem Alexander Paul Prederik Lodewijk (later koumg1 Willem UI).

Veroordeeling van den bisschop van Gent wegens het „jugement. doctrinalquot; en wegens zijn briefwisseling met een „buitenlandsche mogendheidquot;/'(ie» Hij vlucht;

zijn vonnis aangeplakt aan den schandpaal. Veroordeeling van den abbé De Foere.

Herhaalde inbreuk op de vrijheid van drukpers.

Inmenging dor regeering in zaken den godsdienst betreffende. Het „placetquot;. Onbillijke eisch eener Protestantsche regeering om in kerkelijke zaken alle voorrechten eener Katholieke rogeering te verkrijgen. Het onderwijs in België wordt in antikatholieken geest geregeld. Brief der Belgische bisschoppen aan den koning.

148

ocr page 161

Duitschland en Nederland.

Voornaamste ministers van Willem I: v. Nagell van Ampseti, Gijsb. Karei van Hngendorp, v. Mannen (justitie), linëtl, Appelius, Falck. Zelfstandig en eigenzinnig karakter des konings; hij wil zelf regeer en.

1816. Lord Exmouth en Th. F. v. Capellen bombardeeron Algiers en bevrijden 1000 slaven. Nederland herkrijgt zijn kolonies. Afschaffing van den slavenhandel.

Groote openbare werken onder de regeering van Willem I ondernomen: het Nieuwe Diep, het Nuord-Jloll. kanaal, het Zederik-kanaal, het kanaal van Voorne, de Zuid-Willemsvaart, de Dedemsvaart, ook verschillende kanalen in Vlaanderen en Henegouwen. Fabrieken o. a. te Seraing. Het metrieke stelsel-woi-Ai ingevoerd, maar met behoud der Uollandsche namen-, de nationale bank te Amsterdam gesticht.

Oprichting der Mederlanilsche Handelmaatschappij; de koning neemt zelf voor 4 millioen daaraan deel en waarborgt een rente van 4l/2 0I0.

Uitbreiding onzer bezittingen in de Oost. Gelukkige oorlogen op Sumatra (Palembang),

Celebes en de Molukken.

Oorlog met Diepo-Negoro in Djokjokarta. De opstand bedwongen; Diepo-Negoro gevangen genomen. De Koek, van Geen.

Verdrag met Engeland, dat ons zijne bezittingen op Sumatra en Billiton afstaat in ruil tegen Malakka.

J. v. d. Bosch gouverneur-generaal van Nederlandsoh Oost-Indië; het cultuurstelsel; zware last voor de inlandsche bevolking; groote baten voor Nederland.

Nieuwe moeilijkheden met de Belgen. Twee partijen aldaar: de clericalen en de liberalen, die elkander aanvankelijk hevig bestrijden-, het Hollandsche gouvernement verdrukt in het begin voornamelijk de clericalen, later ook de liberalen en bewerkt daardoor de vereeniging dei-beide partijen.

1825. Tirannieke maatregelen tegen het Katholieke onderwijs-, de seminaries gesloten; het Collegium Philosophicum te Leuven; verbod om in het buitenland te studeeren. Protest der bisschoppen.

Herhaalde persprocessen (eigenlijk gt;n strijd met de grondwet, maar volgens een buitengewone ivet van 1815, aangevuld 1818 en 1830). Van der Straeten; schorsing van zeven advocaten door v. Maanen; de Potter, Tielenians.

149

1824.

1826—1830.

1824. 1880.

ocr page 162

De geschiedenis der negentiende eeuw.

1821. Ongunstige financieels toestand; nieuwe belastinyen, die vooral in Zuid-Nederland gehaat zijn: vooral op het geslacht en gemaal, lievige tooneelen in de vergaderingen der Staten-Generaal. Voornaamste sprekers: van Ilogendorp, Kemper, de Gerlache, Dotrenge, Beyphins, Surlet de Chokier, de Stassart.

1819. Besluit omtrent de Hollandsche taal in de Vlaamse he provincies.

Kieuwe grieven der Belgen: bevoordeeling van Noord-Nederland bij benoemingen van ambtenaren en officieren-, het Zuiden moet de zware schulden van het Noorden mede dragen; het zendt, hoewel de bevolking veel talrijker is, slechts evenveel afgevaardigden als het Noorden; men verlangt de verantwoordelijkheid der ministers en bekendheid met den fjnancieelen toestand; grieven tegen het amortisatiesyndicaat.

1827. Concordaat met Paus Leo XII: 2 Bisdommen in het N.: Amsterdam en 's Hertogenbosch; de

verplichting om de lessen van het Collegium Philosophicum bij te wonen wordt opgeheven.

Kwade trouw der regeer in g, die het Concordaat (hoewel door den Paus en den koning onderteekend) weigert uit te voeren.

Geheime plannen om eene scheuring te bewerken.

1828. Unie tnsscheu de liberalen en clericalen in België tegen de regeering.

1829. Willem I geeft op sommige punten toe. Eeis des konings door de Zuidelijke Nederlanden. „ La conduite infamequot;.

1830. Nieuwe wet op de pers „tegen de buitensporige schrijvers.quot;

De regeering begunstigt verschillende antikatholieke dagbladen o. a. „Ie Nationalquot;. Libry Bagnano.

Groote verbittering in geheel Zuid-Nederland.

§4. RUSLAND, TURKIJE, GRIEKENLAND. (1815—1830.)

1801—1825. Alexander I, keizer van Rusland.

Groote voordeelen door Rusland gedurende de oorlogen van het tijdperk der Franscho Revolutie verkregen: Firtland, Bessarabië, bijna geheel het hertogdom Warschau. Pinan-cieele uitputting des lands. Edelmoedig maar eenigszins overspannen karakter van Alexander I. Hij vooral belet de vermindering van het Pransche grondgebied. Mevrouw v. Krüdener zet hem aan tot het sluiten van het Heilig Verbond.

150

ocr page 163

Rusland, Turkije, Griekonland.

1815. De Jezuïeten uit Petersburg verdreven. Zij worden uit Rusland verjaagd (1820). De nieuwe generaal vestigt zich te Rome.

In de eerste jaren na het Congres van Weenen is Alexander liberaal gezind. Hij herstelt het koninkrijk Polen (dat echter alleen het. Russisch gedeelte van het hertogdom Warschau bevat) onder een conalitulionneel lies tuur-, twee kamers; een Poolsch leger. Ook in Rusland zelf worden eenige hervormingen ingevoerd.

Verschillende samenzweringen wijzigen de liberale denkbeelden des keizers. Hij steunt Metternich in de bestrijding der Revolutie in Spanje, Italië en Duitschland.

1824. Rusland bezet de Westelijke kust van Noord-Amerika (Alaska).

1825. Reis des keizers door zijn ontzaglijk rijk. Hij sterft kinderloos te Taganrog (I Dec.).

Coiistautijn, oudste broiir des keizers ca stadhouder van Polen, had reeds eenige jaren te voren bij een geheime akte afstand gedaan van :://« cec/ite» ; edelmoedigheid van zijn jongsten broer Nikolaas, die toch zijn broêr doet uitroepen als keizer. Constantijn blijft bij zijn vroeger besluit. Nikolaas aanvaardt de kroon. quot;•

Samenzwering der Decabristen: Truhetzkoi, Pestel e. a.; hunne plannen ;'een paar regimenten weigeren den eed van trouw aan keizer Nikolaas te zweren en roepen Constantijn en „de Constitutiequot; uit. Generaal Miloradoivitsch gedood. Krachtdadig optreden van den keizer. De opstand zonder moeite bedwongen.

1835—1855. Nikolaas I, keizer van Rusland.

Zijn krachtig, despotisch bestuur; verdrukking der Katholieken en der Polen. In zijn buitenlandsche politiek hervat hij de plannen van Peter den Grooten en verbreekt weldra de verstandhouding met de Westersche mogendheden; in het binnenland zoekt hij alles te „nussificeerenquot;, maar hij is toch genoodzaakt veel buitenlanders (b.v. Diebitsch, Cancrin, Nesselrode) in hooge ambten te plaatsen. Centralisatie van 'het bestuur; oneerlijkheid der ambtenaren. De „derde afdeelingquot;.

1826—1828. Oorlog met Perzië. Abbas Mirza, de Perzische troonopvolger valt in Russisch Kankazie', Paske-witsch verslaat de Perzen herhaaldelijk en neemt de vesting Eriwan.

Vrede van Turkmantschai. Rusland verkrijgt een aanmerkelijk deel van Armenië en grooten invloed in Perzië.

151

ocr page 164

/ _

152 De geschiedenis der negentiende eeuw.

1789—1807. Selim UI, Sultan van Turkije.

Groote vermindering der Turksche macht; nadeelige oorlogen met Busland; de Sultan beproeft hervormingen in te voeren en vooral de Janitscharen op Europeesche wijze te organiseeren;hij wordt door een opstand zijner soldaten van den troon beroofd en weldra gedood. Zijn opvolger, Mustapha II (1807—1808), wordt na één jaar vermoord.

1808- 1839. Mahmud II tracht eveneens, maar mei meer voorzichtigheid hervormingen in te voeren.

Treurige toestand van een groot deel der christelijke bevolking van het Turksche Rijk, de „Rajah's''; zij zijn overgeleverd aan de willekeur en de afpersingen der Pascha's; in sommige streken b.v. in Moren hebben zij gedeeltelijk een eigen bestuur onder hunne stamhoofden, maar blijven steeds in barbaarschheid; voortdurende veten; moord en bloedwraak; talrijke rooverbenden.

De Grieksche eilanden zijn door handel en scheepvaart rijk en bloeiend.

De bevolking van Griekenland bestaat voor het grootste gedeelte uit een mengsel van Albaneezen en Slavische stammen; slechts weinig echte afstammelingen der oude Grieken Hun geestelijk hoofd is de Patriarch van Constantinopel.

De Fanartoten-, hun pogingen om beschaving en wetenschap onder de Grieken te doen herleven: Maurokordatos, Ipsilanli, Bhigas, Korais. Grieksche studenten aan Westersche hoogescholen.

Indruk door de Fransche Revolutie en Napoleon's tocht naar Egypte in Griekenland teweeggebracht.

De Republiek der Jonische eilanden.

Opstand der Serviërs (1805).

De .,Hetaeriaquot;, een geheim genootschap, opgericht door Rhigas.

1812. Stichting van het genootschap der „Philomuzenquot;.

Capo d'Istrias, gunsteling van keizer Alexander. Het Congres te Weenen blijft doof voor de Grieken.

1814. De gesticht te Odessa; hun streven ver

borgen onderquot; den schijn van bevordering van kunst en wetenschap; het genootschap verplaatst zijn hoofdzetel naar Constantinopel en verspreidt zich over het geheele Grieksche deel van Turkije. Alexander Jpsilanti, Russisch officier en gunsteling van keizer Alexander, wordt „Algemeen Ephoorquot; (president).

1820—1822. Gevaarlijke opstand van Ali, pascha van Janina, tegen den Sultan; een aanzienlijk deel deel der Turksche legermacht wordt daardoor bezig gehouden.

ocr page 165

Rusland, Turkije, Griekenland.

1821. Alexander IpsiLinti begint den opstand te Jassy in Moldavië. Hij wordt door de Turken verslagen en vlucht óp Oostenrijkseh gebied, waar hij wordt gevangen gezet te Munkasz. Hij sterft te Weenen (1828).

Opstand In Morea. De Metropolitaan Germanos te Patras. Petro Mauromichdlis met de Main alten. Kolokotronis. Verschrikkelijke , wreedheden tegen de Turken gepleegd. Bijna geheel Morea in de macht der opstandelingen. Ook in Livad jë, Epirus en Macedonië begint de opstand; de eilanden sluiten zich daarbij aan. Kanaris, Miaulis.

21 April. Verschrikkelijke slachting onder de Grie

ken te Constantinopel. De Patriarch (iref/orius en 8 bisschoppen met talrijke andere Grieken worden vermoord. Hevige twisten der Grieken onderling: de Klephten en de Primaten. Demetrio» Ipsilanli', Alexander Mauro-kordatos; Odysseus, Marko Botzaris. Verschrikkelijke wreedheden der Turken op het eiland Chios. Heldendaden van Kanaris, die verschillende Turksche schepen in brand steekt. De Turksche vloot wijkt naar den Hellespont terug.

Tripolitza ingenomen, de Turken geheel uit Morea verdreven. Athene valt in de macht der Grieken.

1805—1849. Mehemed Ali, pascha van Egypte.

Zijn groote bekwaamheden gepaard mot geweten-looze wreedheid. Hij weet zich tot pascha, ja tot onbeperkten meester van Egypte 'te maken en vernietigt de macht der Mamelukken, die hem in zijne plannen hadden bijgestaan. Zijn despotisch bestuur; hij zorgt voor orde en veiligheid; de opbrengst des lands wordt aanmerkelijk vermeerderd; met behulp van Fransche officieren reorganiseert hij zijn leger volgens Westersche manier; zijn talrijke en goed uitgeruste vloot. Zijn voorliefde voor Frankrijk.

1824. De Sultan weet hom over te halen zijn leger en vloot naar Griekenland te zenden en staat hem daarvoor Kandia en Cyprus af. Kandia wordt door de Egyptische troepen veroverd en verwoest.

1825. Ibrahim Pascha, zoon van Mehemed Ali, landt in Morea en bemachtigt het grootste deel van het schiereiland, lieschid Pascha slaat het beleg voor Missolunghi; ook Ibrahim Pascha neemt daaraan deel. Heldhaftige tegenstand der Grieken. Lord Byron.

1826. Laatste uitval der bezetting van Missolunghi; de

22 April, puinhoopen der stad vallen in de macht der Turken.

A thenc wordt door Rescind Pascha ingenomen.

158

ocr page 166

154 De geschiedenis der negentiende eeuw.

Ongunstige houding der groote mogendheden tegenover de Grieken. Mclternich weet zelfs keizer Alexander tegen hem in te nemen; hunne afgezanten worden niet ontvangen door het Congres van Verona. Groote en algemeene geestdrift in Europa voor dé zaak der Grieken. Aanzienlijke sommen worden bijeengebracht. De Ph'dhellenen. Prins (later koning) Lodewijk van Beieren-, lord Byron, Cochrane. Voortdurende onderhandelingen tusschen de verschillende mogendheden , die wel min of meer aan den drang der publieke opinie moeten toegeven, maar vooral een oorlog in het Oosten wenschen te voorkomen. Hunne voorstellen ten opzichte der Grieksche kwestie worden door den Sultan afgewezen. Engeland erkent de Grieken als oorlogvoerende partij (1823). Canning een vriend der Grieken.

Groote invloed der troonsbeklimming van keizer Nikolaas op den loop der gebeurtenissen in Griekenland. Zijn onderhandelingen met Engeland-, het Petersburger protokol(1826).

Hij eischt van Turkije de getrouwe en stipte uitvoering van den vrede van Bukarest.

Hervormingen in het Turksche krijgswezen. Opstand der Janitscharen. Zij worden na een moorddadig gevecht overweldigd; het geheele korps der Janitscharen wordt vernietigd. Tengevolge daarvan oogenblikkelijke onmacht ider Porte, die gedwongen wordt het verdrag van Akjerman aan te nemen en aan de Russische eischen te voldoen.

Engeland overhandigt den Sultan het Petersburger protokol.

De Sultan weigqrt beslist zich daarnaar te schikken (1827).

1827. Verdrag van Londen tusschen Rusland, Frankrijk en Engeland. Eene vloot der drie mogendheden aan de kusten van Griekenland. Oostenrijk poogt te bemiddelen.

20 Oct. Slag ran Xavarino;

de Turksch-Egyptische vloot wordt vernietigd door die der bondgenooten; Codrington, de Bigny, v. Heijden. Diepe indruk in geheel Europa teweeggebracht; ontevredenheid te Weenen en te Londen; rechtmatige verbolgenheid des Sultans, vooral tegen Rusland.

1838—1829. Russisch-Turksche oorlog.

Een Russisch leger onder Wittgenstein bezet de Donau-vorstendommen en trekt over den Donau. Na een langdurig beleg wordt Varna veroverd, maar het beleg van Silistria en Schumla moet worden opgebroken. Groote verliezen der Russen door gebrek en ziekten. Paske-witsch bemachtigt Kars en Achalzik.

ocr page 167

Engeland.

Pogingen van Mellernich om den vredo te bewerken door Uusland afgewezen.

1829. Diebitscli opperbevelhebber van het Russische leger. Hij bemachtigt Silistrin, verslaat de Turken bij Kuletscha en trekt over den Balkan. Ilalil Pascha geeft Adrianopol over. Paskewitsch bemachtigt Erzerum.

14 Sept. Vrede Tan Adrianopel.

Rusland verkrijgt de Donau-della benevens eenige vestingen in Trans-Kaukazië en Armenië; vrije vaart op de Turksche wateren. Do Sultan zal omtrent Griekenland de besluiten der conferentie van Londen (Frankrijk, Engeland en Itusland) aannemen.

1828. Ibrahim Pascha wordt genoodzaakt Morea te ontruimen. De Franschen onder Maison bezetten de voornaamste vestingen.

Voortdurende onlusten, en burgertwisten in Griekenland, vermeerderd door de kuiperijen der groote mogendheden. Petra Mauromichalis op bevel van den president Capo d'Istrias gevangen genomen. Miaulis steekt een groot deel dor Grieksche vloot in brand. De mogendheden bieden de kroon van Griekenland aan Leopold van Saksen-Koburg aan, die ze afwijst.

1831. Capo d'Istrias wordt vermoord door Constantijn en Georgios Mauromichalis. Nieuwe burgertwisten. De mogendheden doen prins Otto van Beieren tot koning van Griekenland verkiezen en bepalen de grenzen van het koninkrijk.

1832—1862. Otto I, koning van Griekenland.

§ 5. ENGELAND.

(1815—1830).

1820—1830. George IY, koning van Engeland;

sedert 1811 regent in plaats van zijn vader. Groote politieke voor de el en voor Engeland verkregen door den moedigen strijd tegen de Fransche Revolutie en Napoleon: aanmerkelijke uitbreiding van hel koloniaal gebied (o. a. Kaap de goede Hoop, Ceylon); vernietiging der handels-en oorlogsvloot van bijna alle Europeesche mogendheden en dus voor Engeland onbeperkte heerschappij op zee. Daar-

155

ocr page 168

De geschiedenis der negentiende eeuw.

tegenover: groote vermeerdering der openbare schuld-, het vaste land van Europa heeft tengevolge van het blocus continental zijne industrie ontwikkeld en is ook ten gevolge der verarming minder in staat Engelsche produkten te koopen.

1815. Groote finanoieele en industrteele crisis.

Öok de landbouw lijdt zeer ten gevolge van den grooten invoer van Russisch graan. Een „korenwetquot; belemmert dien invoer en doet de fc/'oorfp/'yrere aanmerkelijk ryze»; groote -ontevredenheid en herhaalde onlusten en opstanden onder de werklieden der fabrieken.

De lory's sedeït langen tijd aan het roer. Castlereagh en Wellington sluiten zich in hoofdzaak aan bij de strevingen van het Heilig Verbond en beletten in het binnenland de meeste hervormingen.

Hevige agitatie in Engeland tegen de bestaande misbruiken. De hervormings-partij. Burdett, Cochrane Brougham ; William CobbeU

Groote schrijvers, allen min of meer in vrijzinnigen geest: Southeij, Coleridge, Wordsworth, Walter Scott, Byron (1788—1824).

1820. Samenzwering van TisUcivood ; strenge maatregelen der regeering. Dood van George III. De prinsregent aanvaardt de kroon. Zijn zedeloos leven en zijn afkeer van zijne echtgenoote Caroline van Brunswijk. Zijn proces tegen zijne echtgenoote. Broa-.. gham. Algemeene verontwaardiging.

1822. ' Canuing komt wederom in het ministerie: omkeer in de Engelsche politiek. Engeland erkéntde onafhankelijkheid der Spaansche kolonies in Zuid-Amerika en van Brazilië en toont meer welwillendheid jegens de Grieken. Verzachting van het protectionisme in Engeland. De acte van navigatie wordt gewijzigd; veel inkomende rechten verminderd. Het „schaalrechtquot; op het koren doet de broodprijzen ten minste eenigszins, dalen (1823). • , ^

Verouderd verkiezings-systeem in Engeland. De „rotten boroughsquot;. Een voorstel tot hervorming wordt verworpen.

Treurige toestand der Katholieken in geheel het Britsche Rijk, maar vooral in Ierland. ,1)6 Test-eed sluit hen uit van het Parlement en van alle stoaïspostón. Verschrikkelijke armoede der lersche Katholieken, die van het grootste gedeelte hunner eigendommen beroofd, de pachters geworden waren der Engelsche lords, die meestal hun inkomsten buiten Ierland verteerden^ Daarbij moeten de Katholieke Ieren nog „rfe tiendenquot; betalen ten behoeve der Anglikaansche kerk. Opzettelijke be-

156

ocr page 169

Engeland.

nadeeling van den f«rschen handel en de lersche nijverheid door Engeland. De vereeniging (Unie) van het lersche Parlement met het Engelsche, „de Uniequot; (1800), had dien onge-lukkigen toestand nog verergerd.

Herhaalde opstanden en samenzweringen in Ierland. De White-boys; daartegen de Oranqixt.en, waartoe vele leden der hoogste Engelsche aristocratie behooren.

1775—1847. Daniel O-Connel, „the great Agitatorquot;.

Zijn schitterende loelsprekenclheid; zijn edel karakter-, hij blijft altijd binnen de perken der wet.

1823. Hij sticht de „Catholic Associationquot;^, Reusachtige meetings.

Het voorstel tot afschaffing van de „test-actquot; door het Hoogerhuis verworpen.

1827. Dood van Canning. Wellington en Peel vormen een „reaclionnairquot; kabinet.

1828. Verkiezing van O-Connel tot afgevaardigde voor het graafschap Clare. Hevige opgewondenheid ih Ierland; vrees voor een algemeenen opstand. De „emnnclpatie-billquot;, door Peel in het Lager Huis ingediend, wordt aangenomen.

1829. Wellington doet de wet aannemen in het Honger Huis, niettegenstaande den verbitterden tegenstand der tory's.' Ook de koning geeft na veel aarzeling zijne goedkeuring aan de wet. Groote vreugde in Ierland.

Groote uitvindingen op industrieel gebied.

1812. Eerste stoomboot op de Clyde.

1825. De eerste spoorweg geopend van Liverpool naar Manchester. George Stevenson, uitvinder der locomotief. Begin van de invoering der gasverlichting. De veiligheidslamp van Davy.

Tweede Hoofdstuk.

De Juli-momircliic (1830—1848).

De Juli-omwenteling, die in Frankrijk de wettige dynastie der Bourbons van den troon verdreef en liet politieke overwicht der liberale Bourgeoisie bevostig,de, vindt weldra luiden weerklank in vele landen van Europa.

157

ocr page 170

De geschiedenis der negentiende eeuw.

De daaruit ontstane onlusten worden echter op de meeste plaatsen gemakkelijk bedwongen; slechts in twee landen, Belcjië en Polen, slaat het oproer tot een revolutie over. Terwijl de Polen, door Europa~in den sTeeK-g^éTaten, na een heldhaftigen maar vruchteloozen tegenstand voor de Russische overmacht moeten bukken, herwint België, door de welwillende hulp van Frankrijk en Engeland, zijn nationale zelfstandigheid en bereikt onder een zeer vrijzinnige constitutie weldra ëon hoogen trap van bloei.

Het heilig Verbond, dat van 1815—1830 de groote mogendheden, althans die van het vaste land, had vereenigd,is door de Juli-omwenteling onherstelbaar verbroken. Gedurende bijna den geheelen duur der Juli-monarchie staan de twee liberale mogendheden (Frankrijk en Engeland. tegenover de drie conservatieve staten van Middel- en Oost-Europa en ondersteunen binnen zekere grenzen ook in het buitenland de revolutionnaire of liberale beweging, zonder nochtans den Europeeschen vrede te willen versmoren, •

Dank zij die vredelievende gezindheid blijft Europa, niettegenstaande herhaalde kleinere botsingen, voor groote internationale oorlogen bewaard; nijverheid en handel maken groote vorderingen, ook ten gevolge der meer en meer algemeene toepassing van stoomkracht en electriciteit.

§1. FRANKRIJK GEDURENDE DE REGEERING VAN LOUIS PHILIPPE.

1830-1848. Louis Philippe, koning der Franschen gt;).

Hij is de zoon van Philippe Égalité; hij dient in de nationale garde onder Lafaytte, in het 1 eger onder Dumouriez; met dezen neemt hij de vlucht na den slag van Neerwinden.

Zijn huwelijk met Marie Amélie, dochter van Ferdinand IV van Sicilië (1809); zijn onberispelijk familie-leven; 5 zoons (due d'Orléans, due de Nemours, prince de Joinville, due d'Aumale, due de Montpensier), 3 dochters.

Zijn liberale denkbeelden; tijdens de Restauratie voert hij een stille oppositie tegen de Bourbons; zijn streven naar populariteit. Hij geldt als het model van een constitutioneelen vorst. Zijn schraapzucht en overdreven zuinigheid.

Moeilijke toestand waaronder hij het bestuur aanvaardt. Zijne vijanden in het binnenland ;)1 e g i t i m i s te n,

158

ocr page 171

Frankrijk gedurende do regeering van Louis Philippe.

Bonapartisten, republikeinen. Zijne vrienden: de liberalen, r f'.vü ow»./(«',• •

In het begin is het gouvernement zeer zwak tegenover de revolutiemannen en moet zelfs de oproerige bewegingen h-x i •gt;'• in het buitenland eenigszins ondersteunen, zeer tegen don zin des konings. Door zijn behendige politiek en de gelukkige bestrijding der revolutie en anarchie in Frank-

159

ocr page 172

De geschiedenis der negentiende eeuw.

rijk weet Louis Philippe langzamerhand de achting der verschillende hoven te verwerven. Het „juste milieuquot;. Louis Philippe poogt veelal zelf te regeeren, althans bedekte-lijk, en den eenen zijner ministers door den anderen te dwarsboomen. Vandaar voortdurende wisseling van ministeriej vooral in den eersten tijd zijner regeering.

Sedert 1830 bestaat er veelal een samengaan van Frankrijk met Engeland, de twee „liberalequot; staten tegen (Te drie andere groote mogendheden, die min of meer onder den invloed van Metternich een zeer conservatieve politiek-volgen en qeen constitutie wenschen in te voeren. j)it samengaan met Engeland wordt echter meer dan ééns gestoord én definitief verbroken in 184(1 tengevolge der Spaansche huwelijken.

Engeland erkent terstond de troonsbeklimming van Louis Philippe-, langzamerhand volgen de andere mogendheden; Rusland zeer schoorvoetend, Spanje alleen na een bedreiging met oorlog.

Herhaalde onlusten in het begin der regeering van Louis Philippe. De laatste ministers van Karei X in staat van beschuldifiing gesteld en opgesloten te Vincennes. Zwakheid van het gouvernement tegen de oproerlingen. Herziening der „chartequot; in liberalen geest.

Laffitte kan als minister de onlusten niet beteugelen; Lafayette keert zich tegen den koning; herhaalde oproeren te Parijs en in andere steden. Ontslag van Laffitte.

1831. Casimir Périer minister; hij beteugelt de opstanden te Lyon (1832), Grenoble en elders.

Louis Philippe weigert de kroon van België, zijn tweeden zoon, den due de Nemours, aangeboden; Leopold ^v. Sak sen - K o bur g huwt Louise, de oudste dochter des konings. Een Fransch leger in België. Talleyrand te Londen.

1832. Maarschalk Gérard neemt de citadel van Antwerpen in.

Louis Philippe komt niet tusschen beiden in den opstand der Polen; ook in Italië verhindert hij het herstel der orde door de Oostenrijkers niet; alleen om de publieke opinie te bevredigen laat hij in dat jaar (1832) Ancona bezetten.

In Spanje en Portugal ondersteunt hij in vereeniging met Engeland de liberale partij.

Poging der hertogin van Berry om te Marseille en in de Vendée een legitimistischcn opstand te bewerken; zij wordt gevangen genomen, maar na het bekend worden van

160

ocr page 173

Frankrijk gedurende de regeering van Louis Philippe. 161

haar huwelijk met den graaf Luochese-Palli wordt zij ontslagen uit haar gevangenis te Blaye.

De Cholera in Frankrijk; paniek onder de bevolking. Dood van Casimir Périer (Mei 1832).

1832. Nieuwe en bloedige opstand te Par ij s 5 en 6 Jan. bij gelegenheid der begrafenis van generaal Lamarque. Krachtige maatregelen der regeering.

22 Juli. Dood van den hertog van Reichstadt te Schönbrunn.

Lodewijk Napoleon, derde zoon vanLodewijk, den vroegeren koning van Holland, wordt thans de pretendent der Bonapartisten. Hij verblijft meestal te Arcnenhercj in Zwitserland bij zijne moeder Hoi-tense.

Ministerie Soult, waarin ook Thiers, de Broglie en Guizot zitting nemen („Casimir Périer en trois personnesquot;).

Geheime genootschappen en voortdurende samenzweringen van republikeinen, socialisten, anarchisten. Fourier, Saint-Simon, Blanqui, Barbes. De Sociéte'des Amis dupeuple: de Société des droits de Vhornme. Optreden der Katholieke part ij: Montalemhert, Lacordaire, de Lamennais.

De strijd om de vrijheid van onderwijs.

1834. Nieuwe opstanden te Lyon en Parijs. Strenge wetten op politieke spotprenten, op vereenigingen, op de dagbladen enz.

Herhaalde veranderingen inhetminis-t e r i e. De koning slaagt er in het driemanschap Thiers, Guizot, de Broglie te verdeelen.

1835. Moordaanslag op den koning door Fleschi, Moray en Pépin. Helsche machine. De koning blijft ongedeerd. Later nog meer aanslagen: Meunier, Alihaud. Darmes, Lecomte, Joseph Henri.

1836. Aanslag van Lodewijk Napoleon te Straatsburg. Persigny, Vaudrey. Hij wordt gevangen genomen; Louis Philippe laat hem naar Amerika vervoeren. Zijne medeplichtigen worden vrij gesproken.

1837. Huwelijk van 's konings oudsten zoon, den hertog van Orleans, met prinses H é 1 è n e van Mecklenburg.

Voortdurende oorlogeninAlgiers. Langzamerhand wordt een aanzienlijk grondgebied veroverd. Atid el-Kader voornaamste tegenstander der Franschen.Vruchtelooze expeditie tegen Constantine (1836).

11

ocr page 174

162 De geschiedenis der negentiende eeuw.

1837. Verdrag van Tafha met Abd el-Kader; Const anti ne wordt door generaal Vatóe stormenderhand ingenomen.

Lodewijk Napoleon keert uit Amerika naar Zwitserland terug; het Fransche gouvernement eischt zijne v e r w ij d e r i n g;

de kantons weigeren-, Napoleon vertrekt vrijwillig (1838).

1888. Ontruiming van Ancona door de Fransche troepen. Dood van Talleyrand. Voortdurende kuiperijen onder de Fransche staatslieden, die elkander de ministerieele portefeuilles betwisten. In de kamer 5 partijen: het r echter-centrum (Dupm, Giti'rof), het linker-centrum (Thiers, Odilon Bnrrol); de rechterzijde of legitimisten {Berryer „de grootste redenaar sedert Mirabeauquot;); de linkerzijde, verdeeld in republikeinen (Dupont, Arago) en radicalen (Garnicr-Pages, later Ledru-Iiollin).

Voortdurende aanvragen des konings om uitkeeringen ten behoeve zijner kinderen.

1839. Val van het ministerie Molé, dat sedert 1836 het land had bestuurd. C

1840. Na een ministerie Soult, dat nog niet één, jaar duurde, wordt Thiers chef van het ministerie (1 Maart).

De Oostersche kwestie. Mehemed Ali wordt gesteund door-Frankrijk. Krijgszuchtige stemming in Frankrijk. Gevaar voor een algemeenen Europeeschen oorlog. Louis Philippe ivil geen oorlog voeren - hij gebruikt die stemming alleen om de begrooting van oorlog te vermeerderen en de versterking van Parijs (niet alleen tegen den buitenmaar ook tegen den binnenlandschenvijand)te doen aannemen.

Thiers treedt af (29 Oct.); daarna komen wederom Soult en G u i z o t in het ministerie, die de zaak in der minne schikken. TTe Entente cordiale hersteld. Thiers in de oppositie.

Het lijk van Napoleon I wordt van St. Helerra naar Parijs overgevoerd (la helle Poule) en in het Hotel des Invalides begraven. Nieuwe aanslag van Lodewijk Napoleon te Boulogne. Hij wordt gevangen genomen ën veroordeeld tot levenslange gevangenschap op het kasteel te Ham.

1842. Dood van den hertog van Orleans, den oudsten zoon des konings.

ocr page 175

Frankrijk gedurende de regeering van Louis Philippe. 163

Naijver tusschen Frankrijk en Engeland op zee en in de kolonies. De Franschen bezetten eenige eilanden in de Stille Zuidzee, o. a. Tahiti.

Groote stoffel ij ke bloei van Frankrijk onder de regeering van Louis Philippe. De spoorwegen.

Schandelijke corruptie en zedenbederf; omkooperij op groote schaal. Losbandigheid der pers: Victor Hugo, Lamartine, Béranger, de Musset, George Sand, Eugene Sue, Alex. Dumas, Balzac, enz. Daartegenover gr oote Katholieke schrijvers en redenaars: de Montalembert, Lacordaire, Ravignan, Dom Pitra. De Katholiek-liberalen; vooral in Frankrijk en België.

Nieuwe oorlogen in Algiers. Bugeaud wordt gouver-neur-generaal. Abd el-Kader wordt herhaaldelijk verslagen en genoodzaakt naar Marocco te vluchten.

1844. Oorlog met Marocco. Bugeaud verslaat den sultan b ij I s 1 y. Vrede van T an g e-r.

Nieuwe oorlogen met Abd el-Kader; hij wordt verlaten door zijne voornaamste aanhangers. La Moriciére, Cavaignac en andere Fransche generaals dringen hem meer en meer N terug..

1847. Hij geeft zich over aan den hertog van ' Au male, opvolger van' Bugeaud-, de Fransche regeering verbreekt het woord van den hertog, die hem de vrijheid beloofd had, en cioet hem gevangen zetten.

1846. Lodewijk Napoleon ontvlucht uit zijne gevangenis te Ham en gaat naar Londen. Dokter Conneau.

Naijver van Frankrijk en Engeland in Spanje.

Louis Philippe poogt twee zijner zonen te doen huwen met Isabella van Spanje en hare zuster Louise. Tegenstand van Engeland. Onderhandelingen met het Britsche gouvernement. Koningin Victoria te Eu (1843 en 1845).

1846. Huwelijk van Isabella met haar neef Fraus van 10 Oct. Assiz en van hare zuster Lpuise met den hertog

van Montpensier, jong sten zoon van Louis Philippe. Groote verontwaardiging in Engeland. Verbreking der Entente cordiale.

Louis Philippe sluit zich meer aan bij de dr i e cons e r -vatieve mogendheden en steunt de politiek van Metternich in Zwitserland en Italië. Hij laat de inlijving der republiek Krak au bij Oostenrijk toe.

E,n g e 1 a n d( Paimcrslon)sie\int overal de revolutionnairepartijen.

ocr page 176

164 De geschiedenis der negentiende eeuw.

Hevige aanvallen der oppositie tegen het ministerie Guizoit, dat, tengevolge van onheKchaamdc. pressie bij de verkiezingen, over een groote meerderheid beschikt.

Groote schandalen in de hoogste kringen. Teste, Cubières; „les satisfaitsquot;; zelfmoord van Bresson, Fransch gezant te Napels; vreeselijke moord der hertogin de Choiseul-Praslin door haar eigen echtgenoot. Dood van Mad. Adelaide, de zuster van Louis Philippe.

Coalitie tegen het ministerie en de meerderheid in 3e kamer: Thiers, Odilon Barrat, Ledru-Bollin, verder Louis Blanc, Lamartine, Garnier-Pagès e. a.: liberalen, republikeinen en anarchisten.

Hun eisch: de ontbinding der kamers en uitbreiding vanhet kiesrecht „la ré forme Electoralequot;. Hunne bedoelingen.

De banketten. Bij een banket te Lille wordt de toost op den koning met opzet weggelaten. De troonrede in het begin van 1848. Hevige twisten in de kamer.

De oppositie besluit een banket te doen houden te Parijs, waaraan o. a. ook officieren en manschappen der nationale garde zouden deelnemen. Het banket wordt verboden (21 Febr.). Aarzeling der gematigden; onderhun-delingen met de regeering.

Begin der onlusten te Par ij s; men eischt het ontslag van Guizot; de koning weigert.

De onlusten nemen toe. Guizot verzoekt den koning om zijn ontslag, daar ook de nationale gurde zich tegen hem verklaart. Molé minister; vreugde over die gebeurtenis te Parijs.

Teleurstelling der republikeinen en Aer geheime genootschappen. Het moordtooneel bij het ministerie vanBuiten-landsohe zaken. Giacomoni. De onlusten worden hernieuwd; weldra geheel Parijs in oproer.

24 Febr. In den nacht van 23 op 24 Febr. wordt Thiers met Odilon Barrot tot minister benoemd; Bugeaud, later Gérard tot opperbevelhebber der troepen.

Weifelende bestrijding van den opstand; de troepen zijn vermoeid en ontmoedigd. Hevige strijd bij het Chateau d'Eau; de koning monstert eenige regimenten der linie en der nationale garde; hij vindt daar weinig sympathie. Besluiteloosheid des konings. Verschillende leden der koninklijke familie sporen den koning aan afstand te doen van den troon. Tegenstand der koningin en van Bugeaud.

1848. quot;

22 Febr. _2a Febr.

ocr page 177

Spanje, Portugal, Italië.

Na langdurig aarzelen doet Louis Philippe afstand van den troon ten, behoeve van zijn kleinzoon den graaf vuil Parijs, onder regentschap zijner moeder Hélène van Mecklenburg, hertogin van Orleans.

Het Chateau d'Eau valt in de macht der oproerlingen. Louis Philippe vlucht naar St. Cloud.

De hertog vnn Nemours en de hertogin van Orleans pogen den graaf van Parijs in de kamer tot koning te doen uitroepen. Dit wordt verhinderd door Lamartine, Marie, Crémieux en andere republikeinen, die een voorloopig bewind willen doen benoemen. Het gemeen bestormt de zaal van het Wetgevende Lichaam. De hertogin van Orleans, hare kinderen, de hertog van Nemours en de koningsgezinde afgevaardigden moeten vluchten.

Proclameering van een voorloopig bewind, bestaande o. a. uit Dupont, Arage, Ledru-Rollin, Lamartine, 0r émieux, Caussidière, Louis Blanc, dat althans voorloopig, behoudens de goedkeuring van het volk, de Republiek uitroept.

Louis Philippe vlucht naar Engeland.

1850. Dood van Louis Philippe.

§ 2. SPANJE, PORTUGAL, ITALIË.

(1830—1848.)

1833—1868. Isabella II, koningin van Spanje.

1883—1840. Maria Christina, regentes. Haar verkwisting en schraapzucht-, zij huwt met een soldaat, Munoz, dien zij tot hertog van liianzares benoemt. Protest van Don Carlos tegen de afschaffing der Salische wet. Hij .vindt steun bij de cnnservdtieven en bij de bevolking der Daskische 'provincies, die bedreigd wordt met het verlies harer „fuerosquot; (oude privilegies). Maria Christina steunt op de liberale partij, verdeeld in modorado's en progressisten. De eersten vooral gesteund door Frankrijk, de laatsten door Engeland.

183^. Afkondiging eener nieuwe meer gematigde constitutie „Estatudo realquot;.

Viervoudig verbond tusschen Frankrijk, Engeland, Spanje en Dom Pedro om Dom Miguel en Don Carlos uit Portugal te verdrijven.

165

ocr page 178

166 De geschiedenis der negentiende eeuw.

1834 —1840. Carlisten-oorlog.

Don Carlos in de Baskische provinciën. Herhaalde nederlagen der regeeringstroepen. Voorname aanvoerders der Carlisten: Zumalacarreguy, Cabrera, Merino, Maroto. Wreedheden van beide zijden gepleegd. Moeilijke toestand der regeering. De hulp door Prankrijk en Engeland verleend brengt weinig voordeel aan. Herhaalde opstanden; muiterijen onder de troepen. Allertreurigste toestand der schatkist.

1834. De cholera in Spanje; herhaaldelijk oproer en bestorming der kloosters; gruwelijke wreedheden der oproerlingen.

1835. Nieuwe opstanden. De exaltado's (progressisten) komen aan het roer. Mendizabal minister. De

Jezuïeten uit Spanje verdreven; alle kloosters worden opgeheven , de kerkelijke goederen verbeurd verklaard; de toestand der schatkist wordt voortdurend ongunstiger. Nieuwe overwinningen der Carlisten. Hun generaal Gomez bedreigt Madrid.

Nieuwe opstand der soldaten te Madrid. De regentes belegerd en gevangen te la Granja. De constitutie van 1812 met eenige wijzigingen hersteld. Oproer en regeering-loosheid in geheel Spanje.

1836. Espartero, opperbevelhebber der regeeringstroepen, brengt den Carlisten gevoelige verliezen toe en ontzet Bilbao.

1837. Stoute tocht van Don Carlos en Cabrera tegen Madrid; zij worden door Espartero genoodzaakt terug te trekken. Oneenigheden onder de Carlisten. Maroto wordt hun voornaamste aanvoerder.

1839. Verraad van Maroto; hij sluit met Espartero Eet verdrag van Bergara.

1840. Cabrera moet met het overschot zijner benden Spanje verlaten. Isabella wordt door de Baskische

provincies gehuldigd. Espartero hertog van de Overwinning.

Don Carlos (Karei V) té Bourges. Hij doet afstand van zijne rechten ten behoeve van zijn oudsten zoon (Karei VI).

Espartero, gesteund door de progressisten en begunstigd door Engeland, noodzaakt Maria Christina het regentschap neer te leggen en het land te verlaten. Hij zelf wordt regent; verdrukking der Katholieken', voortdurende samenzweringen van heerschzuchtige generaals.

ocr page 179

Spanje, Portugal, Italië.

1843. Narvaez, Odonnel, Prim en anderen, geholpen door Maria Christina, werpen het bestuur van Espartero omver.

Isabella wordt meerderjarig verklaard. Maria Christina keerir~haar Spanje terug; Narvaez minister; hij wordt hertog van Valencia; hij weet rust en orde te handhaven 'en opent onderhandelingen met den Paus. Hij herstelt de koninklijke macht en de krijgstucht.

Na ij ver tusschen Frankrijk en Engeland, die elkander het overwicht in Spanje betwisten. Hun kuiperijen ten opzichte van het huwelijk van Isabella en hare zuster Louise. Zij beletten een huwelijk met Don Carlos, om Spanje voortdurend in onrust te houden. Engeland zag gaarne het huwelijk van Isabella met een prins van Koburg; Louis Philippe geeft voor Isabella de voorkeur aan haar neef Frans van A ssiz, voor hare zuster Louise biedt hij zijn jongsten zoon, den hertog van Montpensier, als bruidegom aan. ,

Geheime afspraak tusschen Louis Philippe en Victoria.

Onvoorzichtigheid van den Engelschen gezant Bulwer. List van den Franschen gezant Bresson. De Fransche invloed behoudt het overwicht.

1846. „De Spaausche huwelijken.quot; Isabella huwt haar 10 Oct. neef Frans van Asslz; Louise den hertog van Montpensier (den jongsten zoon van Louis Philippe).

1833—1853. Maria II da Gloria, koningin van Portugal. Zij huwt eerst met den hertog van Leuchtdn-berg, zoon van Eugéne de Beauharnais, daarna 1835 met prins Ferdinand van Saksen-Koburg-

Cohary, die ook den titel van koning verkrijgt. Gedurende haar regeering hebben er herhaalde opstanden plaats, die meer dan eens een wijziging der grondwet ten gevolge hebben. .Septembristen (radicalen) en Pedristen (gematigden) betwisten elkander het gezag. Beiden zijn vijandig aan de Kerk.

Een poging om Dom Miguel op den troon te herstellen mislukt (1846). Groote verwarring in de financiën. De verbeurdverklaring der kerkelijke goederen kan daarin geen verbetering brengen; het land komt geheel en al in afhankelijkheid van Engeland; de Portugeesche nijverheid en handel kwijnen. Saldanha, Palrnella, Villa flor, Bandeira, Da Costa-Cabral zijn de voornaamste partijhoofden.

167

ocr page 180

168 De geschiedenis der negentiende eeuw.

Gevolgen der Jnli-omweiiteling iu Italië. De vrees voor de Oostenrijksche troepen onder den energieken generaal Frimont beteugelt aanvankelijk de oproerige strevingen. Het beginsel der non-interventie wordt in de Fransche kamer geproclameerd.

1831. Oproer te Modena. Menotti; de hertog van Modena vindt een veilig toevluchtsoord te Mantua. Ook te Parma komt oproer; Marie Louise vlucht naar Piacenza. Schandelijke afpersingen en diefstallen der liberale bevrijders.

1831—1846. Ctregorlus XVI, (Mauro Capellari). Oproer te Boloijna en in verscheidene steden van den Ker-

kelijken Staat. De twee zoons van Lodewijk Bonaparte (koning van Holland) sluiten zich bij de oproerlingen aan. De Oostenrijkers onder Frimont herstellen zonder moeite de orde; de oudste dor beide zoons van Lodewijk Bonaparte (Lodewijk) sterft te Forli tengevolge der vermoeienissen, de jongste, Karei Lodewijk (later Napoleon III), ontkomt.

De verdreven vorsten worden hersteld, de schuldigen gestraft.

Tegen het einde des jaars nieuwe opstand te Bologna; de Oostenrijkers herstellen de orde.

1832—1838. Bezetting Tan Ancona door de Franschen. Protest van Paus Gregorius XVI. Bevredigende verklaring van Louis Philippe, die geen oorlog wil. Hervormingen in den Kerkelijken Staat ingevoerd.

1830—1859. Ferdinand II, koning der beide Siciliën.

1837. Opstand in Sicilië, krachtdadig bedwongen.

1831—1849. Karei Albert, koning van Sardinië.

1834. Inval van eenige oproerlingen in Sardinië. M a z z i n i sticht het „jonge Italiëquot;. Herhaalde samenzweringen en complotten. Groote politieke en letterkundige beweging in Italië. Cantu, Leopardi, Massimo d'Azeglio, Gioberti, Balbo.

Haat en laster der liberalen tegen Paus Gregorius XVI.

1846 — 1878. Pius IX (Joannes Maria Mastaï-Ferretti;

geboren te Sinigaglia 1792). Edelmoedig en beminnelijk karakter van den Paus. Hij voert verschillende vrijzinnige hervormingen in; algemeene amnestie; gemeentebestuur voor de stad Kome, veel meer

ocr page 181

De Belgische Revolutie, Holland, België. 169

leeken in het bestuur. Geestdrift van geheel Italië en geheel Europa voor den nieuwen „liberalenquot; Paus. Listige kuiperijen der revolutie-mannen. Kardinaal Antonelli minister.

1847. Karei Albert Tan Sardinië wordt de leider der revolutionnaire partij in Italië. Zijn

onaangenaamheden met Oostenrijk. Oproerige beweging in Lombardije. Oostenrijk legt een sterke bezetting in de stad Fer rara; protest van Pius IX. Onderhandelingen over een Ttaliaansche tol-vereeniging.

Frankrijk en Oostenrijk trachten gezamenlijk de liberale beweging tegen te houden, die door Engeland (Lord Minto) wordt aangemoedigd.

1848. Opstand van Sicilië. Engeland begunstigt 12 Jan. het oproer. Ferdinand II geeft een constitutie;.

ook Karei A Ibert eh verschillende andere Italiaansche /' vorsten volgen Kef gegevon voorbeeld. Nog meer herv(u-nunr;eri te Bome-, de Paus staat het vormen eener burgerwacht toe en benoemt een ministerie, dat grootendeels uit leeken bestaat. In Lombardije handhaaft Radetzky het Oosténrijksche gezag.

§ 3. DE BELGISCHE REVOLUTIE, HOLLAND, BELGIË.

(1830—1848.)

Groote indruk door de Juli-omwenteling in België teweeggebracht.

1830. Oproer te Brussel. De graaf van Bylandt, comman-25—28 Aug. dant der Hollandsche troepen, ontruimt de stad;

het paleis van v. Maanen geplunderd; een burgerwacht onder Emanuel v.d. Linden d'Hoor/vorst; de Brabantsche kleuren. Het voorbeeld van Brussel wordt nagevolgd te Luik en elders. Vergadering van voorname ingezetenen te Brussel. Men besluit een deputatie met een verzoekschrift om herstel der grieven tot den koning te zenden.

28 Aug. De koning ontvangt bericht van den opstand. De kamers bijeengeroepen tegen 18 Sept.; de prins van Oranje en prins Frederik worden met troepen naar het Zuiden gezonden om den toestand te onderzoeken.

30 Aug. De prins van Oranje en prins Frederik te Vilvoorden; bijeenkomst aldaar met eenige notabelen uit Brussel. De prins van Oranje wil

ocr page 182

170 De geschiedenis der negentiende eeuw.

met zijne troepen de stad binnentrekken. Opgewondenheid te Brussel; men versterkt de stad, eischt administratieve scheiding van Noord- en Zuid-Nederland en verlangt, dat de prins zal komen zonder militaire macht. Tweede bijeenkomst te Vilvoorden; de prins belooft te zullen komen zonder troepen.

31 Aug. De prins van Oranje te Brussel. Zijn ge-gevaarlijke positie; vergadering in zijn paleis. De prins belooft de wenschen der Belgen aan zijn vader te zullen mededeelen. De koning weigert toe te geven aan de eischen der „muitersquot; en verlangt eerst onderwerping. Groote opgewondenheid in Holland.

13 Sept. Opening der Staten-Generaal. Twee vragen door den koning aan de kamers voorgesteld: moet de Grondwet gewijzigd'? moet de betrekking tusschen Holland en België veranderd worden?

22—26 Sept. Vruchtelooze poging van prins Frederik om Brussel gewapenderhand te bemachtigen; na een hevigen strijd moeten de Hollandsche troepen de stad ontruimen. Groote verbittering in België; al-gemeene opstand in het geheele land: de Belgische soldaten loopen over; geheel België {ook Limburg] voor Holland verloren behalve Maastricht (Dibbets), Antwerpen (Chassé), de citadel van Dendermonde en Luxemburg (een Duitsche bondsvesting).

Voorloopig bestuur te Brussel: d'Hoogvorst, Rogier, Sylvain v. d. Weyer, de Mérode, Gendebien, weldra ook de Potter.

29 Sept. De Kamers in den Haag nemen de administratieve scheiding van België en herziening der Grondwet aan (althans in beginsel).

4 Oct. Het voorloopig bestuur proclameert de onafhankelijkheid vau België. Bijeenroeping van een Nationaal Congres.

Op verzoek van vele aanzienlijke Belgen wordt de prins van Oranje als algemeen stadhouder naar Antwerpen gezonden. Hij doet herhaalde pogingen om de opstandelingen te bevredigen. Zijne moeilijke positie; hij wordt gewantrouwd door beide partijen. Zijne voorstellen worden afgewezen.

4 Oct. Willem I wendt zich tot de groote mogendheden, die het verdrag van Londen (de ^ artikels) van 1814 hadden onderteekend.

ocr page 183

De Belgische Revolutie, Holland, België. 171

Nov. Dp Conferentie te Londen: Palmerston {eerst Aberdeen), Talleyrand, Palck, van Zuylen van Nijevelt; later ook de prins van Oranje; Dedel. De Belgen zenden van de Weijer en Vilain XIV naar Londen.

5 Oct. Willem I roept het Nederlandsche volk te wapen; Oproer te Antwerpen) gevecht bij Burgerhout.

27 Oct. Bombardement van Antwerpen door Chassé en Koopman. Wapenstilstand door de Conferentie van Londen bewerkt.

Het voornaamste streven der Conferentie is den Euro-peeschen vrede te bewaren. Frankrijk en vooral Engeland (na den val van het tory-ministerie en het optreden van Palmerston) begunstigen België; de drie Oostelijke mogendheden meer voor Willem I.

Het Nationaal Congres te Brussel verklaart zich voor den co nsti t uti o n e el-m on ar chale n r ege e r ings v or m met uitsluiting van het Huis van Oranje. De Potter neemt zijn ontslag en verlaat België.

De Nederlandsche gevolmachtigde wordt niet meer tot deConferentie vanLonden toegelaten; de scheiding van België en Nederland wordt in beginsel erkend, Palck protesteert te vergeefsch.

Na langdurige en moeilijke onderhandelingen vaardigt de Conferentie de „protocollenquot; uit: scheiding van Nederland en België; België moet 'quot;/3, der gemeenschappelijke schuld dragen, maar behoudt de vrije vaart op Oost-Indië. Nederland verkrijgt de grenzen van 1790; België het overige (behalve Luxemburg, dat den koning als vergoeding voor zijne Nassausche bezittingen toekwam). De Schelde zal geopend b 1 ij v e n.

Willem I aanvaardt de „protocollenquot;, die door de Belgen verworpen worden. Hun eischen: Staats-Vlaanderen, geheel Limburg, Luxemburg; zij weigeren te deelen in de staatsschuld.

Candidaten voor den troon in België: de hertog van Leuchtenberg, zoon van Eugène de Beauharnais, de due de Nemours, prins Otto v. Beieren, (ook aartshertog Karei van Oostenrijk verkreeg verscheidene stemmen). Enkelen zijn ook voor den prins van Oranje. Orangistische samenzweringen: Gregoire te Gent; v. d. Smissen te Antwerpen.

23 Nov.

20 Dec.

1831. 20 Jan.

ocr page 184

172 De geschiedenis der negentiende eeuw.

3 Feb. Het Congres verkiest den due de. Nemours. Louis

Philippe weigert. Surlet deChokier wordt tot regent, benoemd.

4 Juni. Na langdurige onderhandelingen wordt Leopold

van Saksen-Kobnrg (weduwnaar van Charlotte, dochter van George IV van Engeland) tot koning der Belgen verkozen. Hij aanvaardt de kroon en huwt met Louise, oudste dochter van Louis Philippe.

27 Juni. De Conferentie te Londen wijzigt de pr o toe oil e n en vaardigt de 18 artikelen uit (de Nothomb); België hoeft niet bij te dragen tot de lasten der Nederlands che schuld (van vóór 1815) en verkrijgt uitzicht op Limburg en Luxemburg. Deze artikelen worden door Leopold I aanvaard, door Willem I verworpen.

Krijgszuchtige stemming in Nederland, vooral opgewekt door den dood van v. Speijk (5 Febr. 1831). Gr oote geestdrift. Hobein. Veel vrijwilligers.

2 —12 Aug. Tiemlaagsche yeldtocht, vooral veroorzaakt door de troonsbestijging van Leopold I. Het Nederlandsch leger c. a. 36000 man on der den prins v. Oranje, prins Frederik , Saksen- VVeuiiar, v. Geen. Het Belgische leger (in 2 deelen: van de Maas en de Schelde) onder Daine, Ticken de Ter hove en Leopold zelf, ongeveer 30.000 man. Het Nederlandsche is veel beter georganiseerd en staat onder goede leiding. De prins van Oranje weet de beide Belgische legers te scheiden en ze afzonderlijk te verslaan. Gevechten bij Houthalen en Hasselt (tegen het leger van de Maas, dat geheel verstrooid wordt); slag bij Leuven tegenkoning Leopold (met het leger van de Schelde). Nederlaag derBelgen. De Hollanders bedreigen Brussel.

Een Fransch leger onder Gérard rukt België binnen. De Engelsche gezant Adair bewerkt een wapenstilstand. De Hollanders bezetten Leuven gedurende één dag en trekken daarna terug.

14 Oct. De Conferentie vaardigt de 24 artikelen uit. Limburg en Luxemburg zouden verdeeld worden; de Schelde en Maas vrij; België zou jaarlijks fl. 8.400.000 bijdragen voor de renten der^ Nederlandsche staatsschuld. iMaasicic/ilt; voor Nederland behouden. Ontevredenheid in Nederland en België. Koning Leopold weet door groote inspanning de toestemming van het Nationaal Congres te verkrijgen en onder-teekent de 24 artikelen. Willem I blijft volstrekt weigeren. Hij hoopt steeds op een omkeer van den toestand.

ocr page 185

De Belgische Revolutie, Holland, België. 173

De Conferentie poogt te vergeefs W illeml over te halen. Zending van OWo/'naar den Haag. Onverzettelijkheid des konings hier algemeen toegejuicht.

1832. Overeenkomst tusschen Frankrijk en Engeland. 22 Oct. Embargo op de Nederlandsche schepen. Een Fransch

leger onder Gérard rukt België binnen om de citadel van Antwerpen tot overgave te dwingen.

4—24 Dec. De citadel gebombardeerd. Heldhaftige verdediging door Chassé. Hij capituleert en wordt met zijne soldaten naar Frankrijk vervoerd. Ook Koopman krijgsgevangen; de Schelde-vloot vernield.

1833. Wapenstilstand voor onbepaalden tijd. Mei. Het embargo wordt opgeheven: de krijgsgevangenen keeren naar Nederland terug. Willem I

weigertnog altijd de bepalingen der Conferentie te accepteeren. Groote lasten voor Nederland. Talrijk leger; België draagt niets bij voor de renten der staatsschuld. (1830 '23 millioen, 1839 35 millioen jaarlijks.)

1838. De koning verklaart de 24 artikelen te Maart. accepteeren. België wil aanmerkelijk minder

betalen. Lastige onderhandelingen.

1839. Eindverdrag. België draagt jaarlijkss millioen 19 April, bij voor de rente der schuld. Luxemburg en

Limburg worden verdeeld. Ho 11. Luxemburg blijft bij den Duitschen Bond; Holl. Limburg (behalve Maastricht en Venlo) maakt van nu af deel van dien Bond uit.

Sedert 1839. Oppositie tegen het „persoonlijk bewindquot; van Willem I; men verlangt openbaarheid van den financieelen toestand, ministerieele verant-woordelijkheid enz. De koning verliest gaandeweg zijn populariteit. Zijn voorgenomen huwelijk met de Belgische gravin d'Oultreniont, die Katholiek is. Hevige verontwaardiging der Protestanten.

1840. Herziening der Grondwet: Het inkomen der kroon teruggebracht op ]'l2 niill. gld.'. verandering

van de indeeling dos Rijks {Noord- en Zuid-Holland)-, de buitengewone en gewone begrooting niet meer onderscheiden, maar gezamenlijk om de quot;2 jaar vastgesteld; meer toezicht op de financiën; de ministers verantwoordelijk. De koning keurt die wijzigingen met weerzin goed.

ocr page 186

174 De geschiedenis der negentiende eeuw.

7 Oct. Hij doet afstand van den troon; hij huwt met de gravin d'Oultremont en vestigt zich onder den naam van graaf van Nassau in Duitschland.

1843. 12 Dec. Dood van Willem I te Berlijn.

1839. Opening van den spoorweg tusschen Haarlem en Amsterdam; weldra aanleg van den Rijnspoorweg. Droogmaking van de Haarlemmermeer door de kamer verworpen.

1840-1849. Willem II.

Moeilijke toestand bij het begin zijner regeering. Financieele moeilijkheden. Staatsschuld 2200 mill.; 134 mill, op de kolonies; 35 mill, achterstand (1842). Vruchtelooze pogingen om den toestand te regelen.

Rochusscn, v. d. Ileym v. Duyvendijke.

1843. t. Hall, minister van financiën. Zijn voorstellen: buitengewone heffing van 34.000.000 of vrijwillige leening van 127.000.000 a 3 0/0.

1844. Zijn voorstellen worden aangenomen; de leening volteekend; edelmoedigheid van

Willem II. De conversie; de financieele toestand weldra gunstiger. Verbetering van het muntwezen.

Welwillende gezindheid 'des konings jegens de Katholieken; hij poogt het onderwijs op billijker wijze te regelen (1842). Hij betoont zich ook verdraagzaam jegens de Afgescheidenen (sedert 1834).

1841. Luxemburg verkrijgt een eigen Grondwet.

1844. Negen leden der 2(ie kamer doen een voorstel tot herziening der Grondwet (Thorbecke, I^uzac, de Kempenaer, Storm, Wichers, Anemaat, van Eechteren, v. Dam v. Isselt, v. Heemstra).

1845. De voorstellen worden verworpen. Liberalen en Conservatieven.

1847. Willem II besluit over te gaan tot her-

Oct. ziening der grondwet.

1848. De ingediende voorstellen worden verworpen.

Maart. Willem II besluit tot herziening in meer

liberalen geest. Schhnmelpenninck, daarna Donker-Curtius minister. Commissie van 5 led ten (Thorbecke, Luzac, de Kempenaer, Storm, Donker-Curtius) om een voorstel daaromtrent te ontwerpen.

ocr page 187

Duitschland, Zwitserland, Zweden, Denemarken. 175

1848. Het voorstel aangenomen en door den Juli en Oct. koning bekrachtigd.

Directe verkiezingen met census voor de 2lt;le kamer, jaarlijksohe b egr ootingen, ministers verantwoordelijk volgens ivette-lyke regeling; koning onschendbaar.

3 Nov. De nieuwe grondwet afgekondigd.

1849.17 Maart. Dood van Willem 11 te Tilburg.

1831-1865. Leopold I, koning der Belgen.

Groote vooruitgang des lands onder zijne regeering; nijverheid en handel bereiken een hoogen trap van bloei; talrijke spoorwegen.

Hevige strijd tusschen de Katholieken (klerikalen) en de liberalen, die vooral de vrijheid der Kerk en van het Katholieke onderwijs bestrijden. Leopold I poogt zooveel mogelijk het evenwicht tusschen de beide partijen te bewaren.

1834. Wederoprichting der Katholieke Hooge-school te Leuven, die weldra een hoogen trap van bloei bereikt (thans ca. 2000 studenten); daartegenover stichten de liberalen de Vrije Universiteit té Brussel.

§4. DUITSCHLAND, ZWITSERLAND, ZWEDEN, DENEMARKEN. 1830—1848.

Gevolgen der Juli-omweiiteling in Duitschland; in verschillende kleinere staten, B runs wijk (waar hertog Karei verdreven en door zijn broer Willem vervangen wordt), S a k s e n {nieuwe staatsregeling), Hessen (Hassenpflug minister), H anno ver hebben onlusten plaats, die echter weldra worden bedwongen.

1833. Hannover verkrijgt een nieuwe constitutie.

1825—1848. Lodewijk I, koning van Beieren. Hij doet veel voor wetenschap en kunst; zijn geestdrift voor Griekenland. München wordt „ Duitse It A thene.quot;

1832. Onlusten in Rijn-Beieren. Wirth en Sieben-pfeiffer. Het Hambacher feest. Maarschalk Wrede herstelt de rust. Rot teek en Welcker in Baden.

ocr page 188

De geschiedenis der negentiende eeuw.

1833. Aanslag der radioalen op den Bondsdag te Frankfort. Sij mislukt jammerlijk. Hot rjonye Daitschlandquot;. Kevolutionnaire schrijvers: Heine, Börne, Lauhe, Mandt, Gulzkow. Het pantheïsme van Her/el. De werken van velen dezer schrijvers worden door den Bondsdag verboden.

1837. Dood van Willem IV, koning van Engeland en Hannover. Daar in Hannover de Salische wet geldt, gaat de kroon van dat land over op zijn broer

1837—1851. Ernst August, koning van Hannover; vroeger hertog van Cumberland. Hij schaft de constitutie van 1833 eigenmachtig af. Onlusten te Göttingen. Zeven professoren weigeren den eed van huldiging: Jac. en Willi. Grimm, Dahimann, Weber, Gervinus, Albrecht, Ewald; zij worden ontslagen, maar weldra aan andere hoogescholen beroepen.

In Pruisen hevige strijd wegens de gemengde huwelijken.

Streven der Pruisische regeering om de Katholieke provincies te protestantiseeren. Moedige tegenstand der aartsbisschoppen van Keulen en Posen, Clemens August v. Droste en Martinus v. Dunin.

1837. De aartsbisschop van Keulen wordt te Minden gevangen gezet.

1839. De aartsbisschop van Posen naar Kolberg vervoerd.

1840 — 1861. Frederik Willem IY, koning van Pruisen.

Zijn godvruchtig en edelmoedig karakter; zijn geestdrift voor kunst en wetenschap; hij is geniaal maar soms wat onstandvastig. Hij is gunstig gezind voor de Katholieken. De strijd met Eome in der minne geschikt.

1844. Bonge en Czerski willen een nieuwe sekte „de Duitsch-Katholieke Kerkquot; stichten; zij maken eerst veel opgang bij Protestanten en rationalisten, maar strekken weldra ten spot.

Groote materieele vooruitgang van Duitsch-land. De spoorwegen. Pruisen richt een tolverbond op, waartoe een groot gedeelte der Duitsche staten buiten Oostenrijk toetreedt (1833).

1835—1848. Ferdinand I, keizer van Oostenrijk.

Metternich blijft het bewind voeren en heeft nog altijd veel invloed op den loop der Europeesche zaken.

176

ocr page 189

Duitschland, Zwitserland, Zweden, Denemarken. 177

Sedert 1844. Herhaalde revolutionnaire woelingen in Duitschland, o. a. naar aanleiding van het uitbreken der aardappelziekte (1846). In vele streken dringt men meer én meer aan op de invoering eener constitutie.

1847. Prederik Willem IV staat de bijeenroeping van den j,vereenigden landdagquot; toe, maar weigert een constitutie in te voeren.

1846. Oproer in Polen. Krak au is het schuiloord dei-samenzweerders. Mieroslawski, Tyssowski.

Gewelddadigheden in Galicië, de boeren staan tegen den adel op.

Oostenrijk neemt, met goedvinden van Pruisen en Rusland, Krakaa in bezit. Het protest van Frankrijk en Engeland wordt niet geteld. Invloed der „Spaansche huwelijkenquot;. 1830—1848. Herhaalde onlusten in Zwitserland. De aristocratische regeeringen worden op veel plaatsen cloor democratische vervangen.

1831. Het kanton Bazel wordt in tweëen verdeeld: Bazel-stad, Bazel-land. Zwitserland is het toevluchtsoord voor de politieke vluchtelingen: Polen, Duitschers, Italianen. Mazzini. Herhaalde moeilijkheden met de verschillende gouvernementen; Lodeivjk Napoleon te Arenen-berg (1838).

Hevige verbittering tussehen radicalen en clerical en. De radicale kantons sluiten het „Siebener-concordatquot; (verhoud van 7), de Katholieke „het verbond van Sarnenquot;. Burgertwisten in Bazel en Schioytz. Het verbond van Sarnen wordt ontbonden.

1840 en 41. In Zurich en Luzern wordt de radicale regeering door een conservatieve vervangen. Leu van Ebersoll, leider der Katholieken van Luzern. Schandelijke onrechtvaardigheden- der radicalen in Aargau; alle kloosters worden opgeheven, hunne goederen verbeurd verklaard.

1845. Gewapende inval der radicalen in Luzern; ■ zij worden verslagen; Ochsenbein en liothpletz. De Jezuïeten worden naar Luzern geroepen en belast met het theologisch onderwijs. Woede dei-liberalen. Leu vermoord.

1845. Zeven Katholieke kantons sluiten den „Sonderl)iiiidquot;.De „Tagsatsungquot;,door de radicalen beheerscht, besluit tot ontbinding van den Sonder-bund en tot verdrijving der Jezuïeten. De Katholieke kantons weigeren die besluiten uit te voeren.

12

ocr page 190

De geschiedenis der negentiende eeviw.

1847. De „Sonrterbimds-oorlogquot;. Üufour aanvoerder van hof leger der radicalen, t. Salis-Soglio staat aan het hoofd van het Kathoiieke. leger. Frankrijk en Oostenrijk pogen den vrede te bewerken. Palmerston moedigt de radicalen aan. .

Preiburg ingenomen door de radicalen; gevecht bij Gisllkoirf de Katholieken worden verslagen. De conservatieve regeeringen overal door radicale vervangen. De Jezuïeten worden uit Zwitserland verdreven. Zware oorlogsschatting aan de overwonnenen opgelegd. Nieuwe bonrtsconstitutie. die de rechten der afz onderlijkèTrantons_,zeer besnpeit.-De conservatieve mogendheden protesteeren te vergeefs.

1809—1818. Karei XIII, koning van Zweden. Hij adopteert den Fransrhen maarschalk Bernadotte)'die hem opvolgt onder den naam van

1818—1844. Karei XIV. Hij doet veel voor den bloei zijns lands.

1844—1859. Oskar I, koning van Zweden.

1808 — 1839. Frederik TI, koning van Denemarken.

Groote verliezen der Denen gedurende de oorlogen van het Napoleontisch tijdvak. Denemarken is sedert 1807 de trouwe bondgenoot van Frankrijk en blijft dat tot den vrede van Kiel (1814), waarbij het Noorwegen moet afstaan en Zweedsch-Pommeren, later Lauenburg, als vergoeding ontvangt. Moeilijkheden tengevolge van het verschil van taal en nationaliteit tusschen Sleeswijk, Holstein, Lauenburg en het eigenlijke Denemarken. Verschil in grondwet en erfopvolging. Holstein behoort tot den Duitschen Bond. Sleeswijk niet; maar beide zijn onafscheidelijk vereenigd.

De Deensche regeermg poogt het Duitsehe element te verzwakken, maar doet daardoor juist een hevige Reactie Sontstaan. De Hoogeschool te Kiel. Dahlmann. Frederik Tl N. wordt opgevolgd door zijn neef.

1869 — 1848. Cliristiaan TUI, koning van Denemarken.

1846. Open brief door Christiaan VIII uitgevaardigd om voor het te verwachten uitsterven van hot koninklijk huis de erfopvolging en de eenheid des Rijks te verzekeren. Groote ontevredenheid in Sleeswijk-Holstein: protest van den Duitschen Bond, waarop geen acht wordt geslagen. Christiaan VIII wordt opgevolgd door zijn zoon Frederik VII.

178

ocr page 191

Rusland, Turkije, Griokenland.

§ 5. RUSLAND, TURKIJE, GRIEKENLAND.

(1830—1848.)

Groote ontevredenheid in het door Alexander I opgerichte koninkrijk Polen. De stadhouder des keizers, groot-vorst Konstantijn, hoewel niet ongunstig voor de Polon gestemd, kwetst de nationale fierheid der Polon herhaaldelijk en is daarom zeer gehaat. Talrijke samenzweringen tegen het Russische bestuur. Indruk door de gebeurtenissen te Parijs en te Brussel teweeggebracht.

1830. Aanslag op den ouderkoning van Polen; algemeene

29 Nov. opstand te Warschau; de Poolsche regimenten

scharen zich aan de zijde der opstandelingen; de onderkoning knoopt onderhandelingen aan en verkrijgt vrijen aftocht voor zich en de Russische troepen.

Geheel het koninkrijk Polen staat tegen de Russen op en verdrijft hunne troepen.

Onderlinge verdeeldheid onder de Polon: de „Wittenquot; (riematiciden) en de „Roodenquot; (radicalen). Voorloopig bewind: Czartoriski (wit], Lelewel (rood) e. a.; Chlopicki dictator (wit). Hij poogt door onderhandelingen met keizer Nikolaas I herstel der grieven te verkrijgen. Nikolaas vordert eerst algeheele onderwerping. Chlopicki legt de dictatuur neder; de radicalen verkrijgen het overwicht. Radzi will wordt opperbevelhebber.

1831. De Rijksdag verklaart liet Huis Romanof vervallen

25 Jan. Van den troon. ItteBitscli trekt met een leger van

quot;120.000 man tegen de Polen op. Slagen van Waver en (ïrochow; de Polon onder Radziwill (feitelijk Chlopicki) moeten wijken, maar brengen de Russen zoo zware verliezen toe, dat ze weer terugtrekken. Chlopicki, zwaar gewond, verlaat het leger. Skrzynecki wordt opperbevelhebber. Herhaalde gevechten met wisselenden uitslag; de opstand breidt zich meer en meer uit.

26 Mei. Skrzynecki wordt door Diebitsch verslagen bij

Ostrolenka. Een andere Poolsche afdeeling onder UwcrmcM wordt op Oostenrijksch gebied ontwapend.

10 Juni. De Cholera in Rusland en Polen; dood van Diebitsch;

ook grootvorst Constantijn overlijdt. Paskewitscll opperbevelhebber. Hij trekt tegen Warschau op. Verwarring en burgertwisten aldaar. Kruckówicki opperbevelhebber.

179

ocr page 192

180 Dc geschiedenis der negentiende eeuw.

9enlOSept. Woedende aanvallen der Russen, Zij nemert de buitenwerken van Warschau in. Kruckowicki geeft de stad over; de Rijksdag met het Poolsohe leger verlaat de stad; de 60.000 Polen, die nog onder de wapenen staan, worden verstrooid of over de grens gedreven en aldaar ontwapend. De vestingen Modlin en Zamosk vallen in de handen der Russen. Groote geestdrift voor de Poolsche zaak in geheel Europa. De gouvernementen willen zich in die zaak niet mengen. Groote ontevredenheid der liberalen vooral in Frankrijk.

Paskewitsch stadhouder in Polen. Strenge straffen; velen-worden naar Siberië vervoerd of verbanden; duizenden Polen verlaten hun vaderland.

1832. Het „Organiek Statuutquot;; de Poolsche grondwet geschorst. Vervolging der Katholieken, vooral der geünieerde Grieken en Ruthenen.

Schandelijke wreedheden tegen hen gepleegd. Alle Roomsch-Katholieke kloosters worden opgeheven.

1839. Drie afvallige bisschoppen decreteeren de vereeniging der Rutheensche (vroeger geünieerde) Kerk met de Schismatieke Russische Kerk. De keizer keurt dat besluit goed en laat de Ruthenen gewelddadig bekeeren.

Groote verzwakking van het Turksche Kijk. Herhaalde opstanden in verschillende provincies, die njet veel moeite worden bedwongen. Hervormingen vanMahmud II, die wel eenige verbetering bewerken, maar het verval niet

kunnen tegenhouden, „ie Moniteur Ottomanquot;, y , •

1881. ?egin der twisten van den S ul t an met M ehemed Ali, pascha van Egypte, die in financieel en militair opziéht veel machtiger is dan zijn leenheer. Zijn twist met den pascha van Akka. Ibrahim Pascha verovert zuidelijk Syrië. Beleg van Akka.

1832. De Sultan spreekt den banvloek over M ehem'ed Ali uit en zendt een leger van 60.000 man onder Hussein Pascha naar Syrië.

Akka ingenomen door Ibrahim. Slag bij Homs; Hussein wordt verslagen. Ibrahim bemachtigt geheel Syfïe en trekt over den Taurus.

21 Dec. Slag bij Konieh (IconiumJ. Ibrahim verslaat het laatste Turksche leger onder den Groot-vizier R e s c h i d P a s c h a. Vergeefsche onderhandelingen.

ocr page 193

Rusland, Turkije, Griekenland.

1833. Tiisschi'ukomst van Rusland. Een Russische vloot brengt een Russisch leger naar Klein-Azië7 Naijver van Frankrijk en van Engeland, die Rusland den overwegenden invloed in Turkije misgunnen. Orlof naar Constantinopel gezonden.

Door den vrede van K ut a h i a verkrijgt Mehemed Ali de beleening mèt~Syrië en Adana.

TTflóf sluit met den Sultan het verdrag van Hunkiar Skelessi, waarbij Turkije zich verplicht de Dardanellen voor alle vreemde oorlogsschepen te sluiten en wederkeerig op de hulp van Rusland mag rekenen.

Mahmud II doet *de uiterste pogingen om zijn leger te reoj-ganisoereh ; Pruisische officieren in Turkschen dienst. Mollke. Handélsverdragen met Engeland en andere mogendheden.

Nieuwe oorlog met Mehemed Ali. Een Turksch leger onder Hafiz Pascha wil Syrië ver over ep.

1839. Slag van Nisih;

24 Juni. het Turksche leger wordt door Ibrahim Pascha geheel verslagen.

30 Juni. Dood van Mahmml. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon

1839-1861. AMul-Medjid.

De KapiifTan-Pasch a levert de Turksche vloot over aan Mehemed Ali. Pogingen der groot'e mogendheden om den ondergang van hot Turksche Rijk te verhoeden. Frankrijk steunt Mehemed Ali. Kuiperijen van Thiers-,■ Frankrijk wordt geheel geïsoleerd.

1840. Verdrag van Londen tusschen Engeland, Rusland, Oostenrijk en Pruisen. Ultimatum aan Mehemed Ali gezonden.

Groote verbittering in Frankrijk: krijgstoerustingen; de versterking van Parijs boatotenj val van Thiers: zijn opvolger S o u 11 ■Guizot) herstelt de goede verstandhouding mot de andere mogendheden.

Een Engelsch-Oostenrijksche vloot bombardeert Boy rut, neemt Akka en noodzaakt Mehemed Ali tot onderwerping.

1841. Mehemed Ali behoudt Egypte tegen een jaarlijksche schatting, maar doet afstand van Syrië, Kandia enz.

181

ocr page 194

De geschiedenis der negentiende eeuw.

„Het verdrag van de Zeeengtenquot;, door de 5 groote mogendheden onderteekénd, sluit de Dardanellen voor de vrebmde oorlogschepen en waarborgt de integriteit van Turkij e.

1832—1862. Otto I, koning van Griekenland.

Hij heeft te kampen met vele moeilijkheden. Haat dor Grieken tegen de Beiersche ambtenaren, die eenige jaren na do komst des konings worden ontslagen. Moeilijkheden met Frankrijk en Engeland, die elkander den overwegenden invloed betwisten. Financieele moeilijkheden.

1844. Tengevolge van een opstand, het jaar te voren uitgebarsten, verkrijgt Griekenland een c^on-stitutioneele regeering.Voortdurende twisten.

§ 6. ENGELAND (1830- 1848).

1830—1837. Willem IV, koning van Engeland.

Tengevolge der Juli-omwenteling neemt de „reform-bewegingquot; (om verandering in de kieswet te verkrijgen) meer en meer toe. Het torij-ministerie Wellington neemt zijn ontslag en wordt vervangen .door een whig-ministerie onder Grey en Palmerston. Groote invloed dier verandering op de houding van Engeland in de Euro-peesche politiek (België).

1831. Reform-bill van Hussel, die, na langdurigen TëgenstanS van hot H o o g e r H u i s, in het volgende jaar door den koning wordt onderteekend.

1838. O-Conuel weet te bewerken, dat de „kerkelijke belastingquot; en de „tiendenquot;, ten gunste der Anglikaansche kerk in Ierland geheven, worden verminderd of afgeschaft. Hij streeft naar do verbreking der Unie van Ierland met Engeland onder één Parlement en naar administratieve scheiding; do „repeal-bewegingquot;. Hij blijft steeds binnen de perken der wet; monster-meetings (bij Tara 250.000 'iiienschen): Father Mathew do groote bestrijder der dronkenschap.

1844. Een Protestantsche jury veroordeelt O-Connel als opruier en samenzweerder tot langdurige gevangenschap; het Hoogor Huis doet hem in vrijheid stellen.

182

ocr page 195

Engeland.

1846. Vreeslijke hongersnood in Ierland; aardappelziekte; onlusten en ongeregeldheden; strenge maatregelen dor regeering. Duizenden Ieren verlaten hun vaderland en vestigen zich in Amerika.

1847. Dood van O-Coimel te Genua.

1833. Afschaffing der slavernij in de Britsche kolonies. Wilberl'orce. Ook politieke redenen werken daartoe mede.

1837. Dood van Willem IV. De dochter van zijn broer, den hertog van Kent, volgt hem op als koningin

Victoria.

1840. Koniiigin Victoria huwt met prins Albert van Saksen-Koburg. Zijn voortreffelijke hoedanigheden; hun gelukkig huwelijk.

Willom's jongste broer Ernst August, hertog van Cumberland, bestijgt den troon van Hannover, dat van Engeland wordt afgescheiden.

1838. Stichting der Anti-cornlaw-league. Cobden. De vrijhandelsbeweging.

1839—1846. Ministerie Peel-Wellington (tori/). De „Char-tistenquot;,

Peel bewerkt een vermindering der invoerrechten. Groote vooruitgang van den handel.

1846. Afschaffing der korenbelasting. Ontevredenheid der groote grondeigenaars. Groote vooruitgang der Engelsche nijverheid.

1846. Val van het ministerie Peel-Wel 1 ington naar aanleiding eener dwang wet tegen Ierland. Het liberale ministerie Russel-Palmerston ondersteun! alle oproerige bewegingen op het Vaste Land en werkt krachtig mede tot het uitbreken dei-Revolutie van 1848 in Italië en elders.

1834. Verandering in het Octrooi der Indische Handels-Compagnie. De handel op Indië wordt vrijgesteld voor iedereen.

1840—1842. De onrechtuaardige „Opium-oorlogquot; m e t C h i na. De Engelschen verkrijgen Hongkong: China moet 5 havens voor den Europeeschen handel openstellen.

1839—1848. Oorlogen der Engelschen in Afghanistan.

1845—1849. Door twee oorlogen maken de Engelschen zich meester van het Rijk der Seiks of Pendsjab.

183

ocr page 196

184 De geschiedenis der^negentiende eeuw.

Sedert 1830 groote vooruitgang van handel en nijverheid in Engeland. Het spoorwegnet aanmerkelijk uitgebreid.

1838. De eerste stoomboot vaart over den Atlantischen Oceaan.

Groote vooruitgang der natuurkundige wetenschappen, ontdekkingen op allerlei gebied; groote schrijvers, vooral van romans: Dickens, Thackeray, Bulwer e. a.

Derde Hoofdstuk.

Revolutie en Reactie (1848—1852).

Groote beteekenis der omwentelingen van het jaar 1848. De eerste Fransche Revolutie had zich in hare onnnddeUijke sociale gevolgen nagenoeg tot Frankrijk beperkt. Het grootste gedeelte van Europa was wel' hevig daardoor (jeschokt, maar had of zijne vroegere staatsinrichtingen behouden óf was wederom daartoe teruggekeerd. Van de groote Europeesche staten was, buiten Engeland, alleen Frankrijk eene con-stitutioneele monarchie geworden.

Ook de Juli-omivenfeling had daarin slechts geringe wijziging gebracht.

Het jaar 18A8 zou dien toestand van Europa bijna geheel verStidéren, zoodat, met uitzondering van Rusland en Turkije, sedert dat jaar (of althans betrekkelijk korten tijd daarna) alle Europeesche Bijken een constitutioneelen regeerings-vorm verkregen. Tegelijkertijd vervielen nagenoeg alle oude voorrechten der verschillende standen en werd de gelijkheid voor de vet bijna overal afgekondigd.

Nog in een ander opzicht verdient hot jaar 1848 onze aandacht: niet alleen de derde maar ook de vierde stand is de drager der revolutionnaire vaan; niet alleen ide „bourgeoisiequot;, maar ook de arbeiders eischen recht voor hunne talrijke grievenvyVoeg daarbij een nieuwe allerkrachtigste uiting van het nationaliteitsgevoel in Duitschland, Italië en Hongarije, dat, na bloedigen en langdurigen strijd beteugeld, ook later nog menigmaal de rampen des oorlogs op Europa zal doen neerkomen.

ocr page 197

Frankrijk gedurende de tweede Kepubliek.

§ 1. FRANKRIJK GEDURENDE DE TWEEDE REPUBLIEK (1848—1852).

Zware taak van het Voorloopig Bewind. De meer gematigde elementen, aan wier hoofd Lamarline staat,hebben alle moeite om zich zelf en de openbare orde te handhaven tegen de socialisten en anarchisten, die door Ledru-Rollin, Louis Blanc, Marrust, Flacon in het bestuur vertegenwoordigd zijn, terwijl de prefect van politie, Caussidière, geheel op de hand der oproermakers is. Monster-petities der door de clubs opgeruide werklieden.

1848. Het „recht op arbeidquot; wordt erkend. Eisch om de

26 Febr. roode vlag; moedige tegenstand van Lamartine.

27 Febr. Afschaffing van het Koningschap en

proclameering der Republiek. Door een monster-petitie verkrijgen de anarchisten de oprichting van de „nationale werkplaatsenquot;. Zij worden de verzamelplaatsen van alle werkschuwende en oproerige arbeiders en een krachtig hulpmiddel voor de anarchisten, Groote kosten dier werkplaatsen. Verwarring in den geldelijken toestand des lands.

Socialistische en anarchistische propagande in geheel Frankrijk om aan de revolutiemannen de meerderheid bij de verkiezingen te verschaffen. Het algemeene stemrecht wordt afgekondigd. „Scrutin de lislequot;, Eisch der revolutie-partij om de verkiezingen vopr de Nationale (Constitueerende) Vergadering uit te stellen; tegenstand van de gematigde leden der regeering.

17 Maart. Nieuwe monster-petitie van meer dan 100.000 werklieden om de uitstelling dei-verkiezingen en verwijdering der troepen uit Parijs te verkrijgen. De regeering geeft toe. De verkiezingen worden bepaald op 23 April.

16 April. Nieuwe aanslag der anarchisten om het voorloopig bewind omver te werpen; hij wordt door Ledru-Itollin verraden en belet door het beleidvol optreden van de generaals Changarnier en Duvivier,

23 April. De verkiezingen voor de Nationale Vergadering geven de overgroote meerderheid aan de partij der gematigden. Voornaamste leden; Lamartine (ge-kozen in 10 departementen), du Pont de l'Eure, Ledru-Rollin, Montalembert, Lacordaire e. a. In het geheel 900 leden.

185

ocr page 198

De geschiedenis def negentiende eeuw.

4 Mei. Plechtige opening der Nationale Vergadering. De Republiek wordt de blijvende regeeringsvorm verklaard. Een Uitvoerend Bewind van 5 personen wordt gekozen: Arago, Garnier-Pagès, Marie, Lamartine, Ledru-Rollin. Woede der anarchisten.

15 Mei. De anarchisten pogen nogmaals de regeering te bemachtigen; groote petitie om oorlogsverklaring tegen Rusland; nalatigheid en medeplichtigheid van Caussidiêre en eenige andere ambtenaren. De Vergadering is eenige uren in de macht van het gemeen. Eindelijk worden de oproerlingen verdreven en ruimen ook het stadhuis, waar zich reeds een nieuwe voorloopige regeering had gevormd. Caussidiêre ontslagen; algemeene afkeer van de oproermakers.

Aanvullings-verkiezinge n,waarbij o.amp;.Lodetvij k Napoleon* in 4 departementen wordt gekozen. Vrees en achterdocht tegen hem; hij doet afstand van zijn zetel in deVergadering. Krachtige vooruitgang der Bonapartistische beweging.

Vermindering en daarna geheele sluiting der nationale werkplaatsen, waar meer dan i00.OOI) werktièden op staatskosten

werkeloos rondzwierven.

23—27 Juni. Hevig oproer te Parijs. Talrijke barricades.

Generaal Cavaignac dictator. Na hevigen strijd weet hij de orde te hérstèllen. Verschillende generaals (Duvivier, Négrier, Bedeau, Cl. ThomasJ ane\xye\eti. Heldhaftige dood van Mgr. Affre, aartsbisschop van Parijs, die den strijd zocht te bedaren.

27 Juni. Cavaignac wordt benoemd tot hoofd van het uitvoerend bewind, met Senlitélvan „Président du Conseilquot;. HTf mag zelf zijn ministers benoemen. Veel anar-ehistén gevangen genomen; een groot gedeelte wordt gedeporteerd. Krachtige maatregelen der regeering om de rust te handhaven.

Partijen in de Nationale Vergader ing: inonarchisten, (legitimisten, Orleanisten, Bonapartisten) gematigde republikeinen, radicalen.

17 Sept. Nieuwe aanvullingsverkiezingen; Lodewijk Napoleon wordt in 5 departementen gekozen; hij neemt thans zitting voor Parijs. Zijn beleidvol optreden verwerft hem veel aanhang. De verbanning der Bonaparte's wordt opgeheven.

4 Nov. De nieuwe constitutie geproclameerd.

Frankrijk is een Republiek; aan haar hoofd een

186

ocr page 199

Frankrijk gedurende de tweede Eepubliek. 187

d

verantwoordelijk pi'esideut, vdoor djrecte verkiezing van geheel het volk gekozenvooi' 4 jaren, enrf. na een tusschentijd vun 4 jaren herkiesbaaty Écn kwner^'xïui niet kan ontbonden wordeny (750 leden) ,70m de ~3' jar en te vernieuwen jyalgemeen kiesrecht, scnitin de liste.

Pretendenten voor de waardigheid van president der Republiek: Cavaignac (gematigd republikein); Lodeioijk Napulenit (op wien de stemmen der Katholieken en verder van bijna alle monarchisten zich vereenigden), Ledru-Rollin, (radicaal); verder liaspail (anarchist), Lamartine, Changarnier enz. Lodewijk Napoleon weet door zijne sluwe houding de vriendschap van Katholieken en liberalen te winnen (zijn brief aan den pauselijken Nuntius over de tijdelijke macht des Pausen).

10 Dec. Napoleon wordt gekozen met S'/i millioen sfemm eh; Caua/iynac verkreeg 1 'j,, millioen, Ledru-Rollin 370.000, Lamartine slechts 18.000.

20 Dec. Napoleon aanvaardt het presidentschap en legt den eed op de constitutie af.

1849. Nieuwe aanslagen der anarchisten, door de waakzaamheid der regeering verijdeld. De (Constitu-eerende) Nationale Vergadering stelt de verkiezingen voor de Wetgevende vast op 4 Maart.

19 Maart. Opening der Wetgevende Vergadering; de Consti-tueerende gaat uiteen. De meerderheid (500 leden) behoort aan de rechterzijde (monarchisten); de uiterste linkerzijde telt 180 stemmen. Odilon Barrat, hoofd van het ministerie.

April. Expeditie naar Rome tot herstel der pauselijke macht. Een legerkorps van 7500 man onder Oudinot wordt naar Civita-vecchia gezonden en doet een aanval op Rome; het wordt teruggeslagen. Weldra worden versterkingen gezonden.

3 Juli. Oudinot trekt Rome binnen. Het pauselijk gezag hersteld. Vreugde der Katholieken; woede dei-radicalen.

Eenige pogingen tot opstand te Parijs worden verijdeld. Vlucht van Ledru-Rollin (Juni).

De brief aan Edgar Ney. Begin der oneenig-heid van den president met de Wetgevende Vergadering.

31 Oct. Napoleon verandert van ministerie. Rouher. V r ij -heid van onderwijs, beperking van het algemeene kiesrecht; herhaalde aanvragen

ocr page 200

188 De geschiedenis der negentiende eeuw.

van den president ter verhooging zijner civiele lijst.

Zijne reizen door F r ;i n k r ij k; hij wordt overal met geestdrift begroet. Zijne pogingen om officieren en soldaten voor zich te winnen.

Groote revue te Parijs; de kreet vVive Napoléon tquot;

Changarnier wordt ontzet van het opperbevel der troepen en der nationale garde te Parijs.

Herhaalde petities om verandering der constitutie. Het ministerie wordt herhaaldelijk gewijzigd. Mormj, Persigny, Fleury de voornaamste aanhangers en medehelpers van den president; zijne financieele moeilijkheden. Nieuw ministerie; St.-Arnaud minister van oorlog. Voorstel van den president tot herstel van het algemeen stemrecht; het wordt door de Vergadering verworpen-, woelige tooneelen en hevige twisten.

Soiree bij den president. Geheime vergadering: Morny, St.-Arnaud, Mag nan e. a.

Coup d'État;

78 politieke personen, waaronder 16 afgevaardigden o. a. Thiers, Cavaignac, Changarnier, La Moricière e. a. worden gevangen genomen. i

Proclamatie van den president, dieyin naam van het Fransche volk het'atgemeen stemrecht, herstelt, zijn handelwijze tegenover de Vergadering en tevens een nieuwe constitutie (een verantwoordelijk president voor 10 jaar, een Raad van State, Senaat, Wetgevend Lichaam) aan de stemming van het volk oridéFwerpl. Staat van beleg te Parijs en ih sommige andere steden.

2—4 Dec. Eenige vruchtelooze pogingen van wettelijk en gewelddadig verzet worden gemakkelijk verijdeld. Enkele barricades-, de afgevaardigde Baudin wordt gedood.

Onlusten in verschillende steden des lands; de buitensporigheden der socialisten doen alle ordelievende burgers de zijde van den president kiezen. Eenige der op 2 Dec. gearresteerden worden verbannen (tijdelijk) o. a. Thiers, Changarnier, La Moricière.

20,31 Dec. Plebisciet;

71/2 millioen stemmen voor den president-, 600.000 tegen. 1852. De nieuwe constitutie wordt geprocla-14 Jan. meerd; de vrijheid van drukpers zeer besnoeid;

1850. 10 Oct.

1851. 5 Jan.

1851. Nov.

1 Dec.

2 Dec.

ocr page 201

De Revolutie in Duitscbland.

verbeurdverklaring van de vaste goederen der familie Orleans.

29 Maart. Bijeenkomst van het Wetgevend Lichaam, nagenoeg geheel bestaande uit aanhangers van den president.

Nieuwe reis van den president door Frankrijk. Voorbereiding van het keizerrijk; „VEmpire c'est la paixquot;.

6 Nov. De Senaat besluit de herstelling van het keizerrijk. Protest van Chamhord.

21, 22 Nov. Nieuw plebisciet. Bijna 8 nnllioen stemmen vóór, ca. 230.000 tegen het „Empirequot;.

2 Dec. Napoleon III wordt geproclameerd, par la grace de Dieu et la volonté nationale Empereur des Francais. Het keizerrijk wordt weldra door alle mogendheden erkend.

§ 2. DE EEYOLUTIE IN DUITSCHLAND.

1848. Oproerige beweging in Baden (Hassennann ^ Slruve), Wurtemberg, Hessen, Nassau en andere kleinere staten van Duitschland; men verlangt vooral consti-tutioneele regeeringen in de afzonderlijke staten en vertegenwoordiging van het volk in het bestuur van den Duitschen Bond.

20 Maart. Lode wijk I van Beieren doet afstand van den troon (Lola Montez).

1848—1864. Maximilinan II, koning van Beieren.

■6 Maart. Vergadering van 1 ib eral e p ar tij h o of d e n te Heidelberg.Men besluit een „ Voor-parlementquot; bijeen te roepen te Frankfort alM.

31Mrt.—5Apr. Het Voor-parlement, bestaande uit 500 leden, besluit, dat door algemeene verkiezingen in geheel Duitschland een Nationaal Parlement zal worden gevormd, bestemd om Duitschland een nieuwe constitutie te geven. Na 4 dagen gaat het uiteen, maar een „Ausschussquot; van 50 leden blijft vereenigd, om in overleg met den Bondspla^d de samenkomst van het Nationale Parlement voor te bereiden.

April. ü/ecAerenSfmue bewerken een republikeinschen opstand in het Zuiden van Bad e n. Verraderlijke moord van generaal Frederik non Gagern. De oproer-

189

ocr page 202

De geschiedenis der negentiende eeuw.

lingen worden verslagen en vluchten naar Zwitserland.

Sedert 6 Mrt. Oproerige bewegingen in Pruisen, vooral te Berlijn, maar ook in verschillende andere steden. De politie en de soldaten raken herhaaldelijk slaags met het gemeen.

14 Maart. Deputatie van den gemeenteraad van Berlijn naar den koning gezonden. Op het bericht der gebeurtenissen te Weenen (zie beneden) beroept de koning den vereenigden landdag tegen 2 April, neemt een ander ministerie en schenkt vrijheid van drukpers en „volkswapeningquot;.

18 Maart. Men eischt het vertrek der soldaten uit

Berlijn; groote optocht naar het koninklijk paleis. Twee geweerschoten, die niemand kwetsen, veroorzaken een algemeen oproer; barricades in Berlijn; verbitterd gevecht. De barricades gaandeweg genomen.

19 Maart. De koning geeft bevel tot vertrek der

troepen. Hij komt aldus in de macht van het gemeen. Schiuerin en v. Arnim ministers. Amnestie en verdere eischen worden ingewilligd.

Een Constitueerende Vergadering zal bijeen geroepen worden.

Opstand in Posen. Mieroslawski. De opstand wordt bedwongen.

22 Mei. Opening der Constitueerende Vergadering. Zij

is zeer radicaal.

Omkeer tengevolge der overwinningen van Uadetzkij en het herstel van het wettelijk gezag in Oostenrijk. De graaf van Brandenburg minister; de Constitu eerende Vergadering wordt verdaagd en naar Brandenburg -ver plaatst, waar zij weldra wordt ontbonden.

Nov. Wrangel trekt met een talrijke troepenmach Berlijn binnen en herstelt de rust. Woede der democraten-, oproerige bewegingen op verschillende plaatsen zonder moeite door de troepen be dwongen.

De koning van Pruisen geeft aan zijn land uil

eigen beweging een grondwet.

1848. Opening van het Duitsche Parlement; ca. 550 18 Mei. leden. Verschillende partijen: de groote meerderheid is monarchaal (in verschillenden

190

ocr page 203

De Revolutie in Duitschland.

graad); linker en rechter centrum] Ae linkerzijde, de radicalen. l)e Groot- en Klein-Duitse hem. Voorzitter, Hendrik von Gar/ern. Voornaamste leden: Arndt, Dahlmann, Droysen, Grimm, Schwerin, Lasaulx, Döllinger, Lichnowski, Raveaux, Blum, K. Vogt enz.

Moeilijke taak der Vergadering: zij moet in die onrustige tijden een constitutie voor geheel Duitschland ontwerpen, zonder eigen macht te bezitten om hare besluiten te doen eerbiedigen.

De souvereiniteit des volks wordt geproclameerd. Op voorstel van H. v. Gagern besluit de Vergadering een voorloopig „Rijksbestuurderquot; te kiezen, die het bestuur in handen zal nemen totdat de constitutie gereed zal zijn.

29 Juni. Aartshertog' Jan van Oostenrijk, jongste broer van keizer Frans I, wordt met groote meerderheid tot Rijksbestuurder gekozen.

12 Juli. De Bondsdag draagt hem zijn macht over. Het Rijksministerie. Machteloosheid van het Rijksbestuur. Herhaalde onlusten in geheel Duitschland; voortdurende woelingen der democraten.

Het Duitsche Parlement treedt op voor de rechten van Sleeswijk-Holstein tegenover Denemarken. Door bemiddeling der mogendheden wordt de wapenstilstand van Mahnn gesloten. volgens welken de beide hertogdommen door een Pruisisch-Deensche commissie zouden bestuurd worden. Verontwaardiging daarover te Frankfort. Het Parlement weigert eerst de bekrachtiging daarvan, maar wordt toch door zijn onmacht gedwongen toe te geven. De democraten gebruiken dit middel om onlusten te verwekken. Schandelijke moord van prins Lichnowski en generaal Auerswald (18 Sept.). Opstand te Frankfort door de gewapende macht bedwongen.

Nieuwe opstanden in Zuid-Duitschland. Struve gevangen gezet.

Het Parlement te Frankfort houdt zich bezig met het opstellen eener nieuwe Duitsche grondwet voor het geheele land. De „grondrechtenquot;^ van den burger.

De Klein-Duitsche partij weet door te drijven, dat Duitschland (met uitsluiting van Oostenrijk) tot een constitutioneel Keizerrijk wordt verklaard.

1849. Frederik Willem IV, koning van Pruisen, wordt 28 Maart, tot keizer van Dnitschland verkozen. Protest van Oostenrijk, dat zijn afgevaardigden uit Frankfort terugroept.

191

ocr page 204

De geschiedenis dor negentiende eeuw.

28 April. Frederik Willem van Pruisen weigert de keizerskroon te aanvaarden. \Hrmsen, Hannovér, Salcsén, roepen hun afgevaardigden terug.

Ontevredenheid der radicale partij. Opstanden

te Dresden en in de Rijnprovincie.

Mei—Aug. Nieuwe opstand in Baden en in Rijn-Beieren. De soldaten loopen over, zoodat een tijdlang het bestuur van het land in de handen der oproermakers komt. De vesting Rastadt valt in hunne macht. Hecker, Struve (uit de gevangenis bevrijd), Mieroslawski, Tiedemann. De prins van Pruisen (later keizer Willem I) herstelt de rust in Baden; Tiedemann gefusilleerd. Vele oproerlingen vluchten naar Zwitserland of Noord-Amerika. Baden blijft eenigen tijd door Pruisische troepen bezet.

Na de terugroeping der Oostenrijksche en Pruisische afgevaardigden leggen zeer vele leden van het Duitsche Parlement hun waardigheid neer. Het overschot bestaat bijna uitsluitend uit republikeinen en democraten; zij vormen het zoogenaamde ^romp-parlementquot; en verplaatsen hun vergaderingen naar Stuttgart.

Hun revolutionnaire besluiten. Zij benoemen een „ rij ks-regentschdpquot;.

De Wurtembergsche regeering doet de zittingen van het „romp-parlementquot; met geweld sluiten.

De vorsten van Hohenzollern-Hechingen en Sigmaringen staan hun gebied aan Pruisen af.

Herstel van den Dnitschen Bond.

Congres van eenige Duitsche vorston te Berlijn. Het „verbond der drie koningenquot; (Pruisen, Saksen, Hannover), waarbij zich verschillende kleinere staten aansluiten. Hun streven is een nauwere vereeniging der Duitsche staten buiten Oostenrijk te bewerken, met een door het volk gekozen Algemeenen Rijksdag.

Protest van Oostenrijk, Beieren enWurtemberg, die verklaren, dat de oude Duitsche Bond nog niet is ontb on den. Hannovër en Saksen verlaten de zijde van Pruisen; Pruisen geeft toe. Men benoemt een „voorloopige commissiequot; om de bondsaangelegenheden te leiden.

De Rijksbestuurder, aartshertog Jan, legt zijn waardigheid neder.

Niettegenstaande het protest van Pruisen en eenige kleinere staten, wordt de oude Djiitsche

Bond, onder voorzitterschap van Uostenrijk, hersteld.

192

18 Juni.

1849. Mei.

10 Dec.

1850. J Sept.

ocr page 205

De oorlog in Sleeswijk-Holstoin.

Spanning tusschen Pruisen en Oostenrijk naar aanleiding der onlusten in Hessen (ffassenpflur/), waarbij 0 ost enrijk de regeering, Pruisen de oppositie steunt. Enkele schoten gewisseld bij Bronnzell. Door bemiddeling van Rusland wordt do vrede hersteld.

Conferenties te Olmütz en to Dresden, die den Duitsehen Bond opnieuw regelen.

1851. De Bondsdag te Frankfort wordt in zijn 30 Mei. ouden vorm heropend. Do „grondrechtenquot; worden afgeschaft. Gaandeweg worden de meeste democratische inrichtingen vernietigd.

§3. DE OORLOG IN SLEESWIJK-HOLSTEIN. 1848-1863. Frederlk VII, koning van Denemarken.

20 Jan. 15 Nov. Hij geeft eene gemeenscliap^elijke constitutie voor zijn ge heel e rijk, ook voor Sleeswijh - Ilohtein. Protest der „standenquot; van de beide gewesten alsmede van den hertog van Augustenhurg, wiens erfrecht door die nieuwe grondwet wordt aangetast.

Een voorloopig bestuur wordt gevormd; hot vraagt en verkrijgt de opneming van Sleeswijk in den Duitsehen Bond.

4 April. De Bondsdag draagt de verdediging van de rechten der Sleeswijk-Holsteiners aan Pruisen op.

' Do Pruisische troepen onder Wrangel bemachtigen het grootste gedeelte van Jutland. De Denen blokkoeren de Duitsche kusten.

Tusschenkomst van Rusland, Engeland en Zweden, die Denemarken niet verzwakt willen zien. Een Zweedsch leger in Denemarken.

26 Aug. Wajienstilstaiid te Mtilmö; de Pruisische troepen moeten Jutland ontruimen; Sleeswijk-Holstein zal bestuurd worden door een Fruisisc h- Deense he commissie.

1849. De Wapenstilstand van Malmö wordt opgezegd. Pruisische, Saksische, Beiersche en andere Bonds-troepen rukken Denemarken binnen. De Düppeler Schansen worden ingenomen.

De Sleeswijk-Holsteiners onder Bonin verslaan de Denen bij K o 1 d i n g, maar lijden de nederlaag bij F r e d e r i ci a.

Nieuwe tusschenkomst van Engeland en Bus-land. Pruisen wordt genoopt zijne troepen uit Denemarken

193

13

ocr page 206

194 De geschiedenis dor negentiende eeuw.

terug te trekken en sluit den vrede van Berlijn (2 Juli 1850), waarbij het aan Denemarken in SIeeswijk-Holstein de vrije hand laat. De Sleeswijk-Holsteiners zetten den strijd voort, maar worden verslagen bij Idstedt.

1850. Protocol van Londen, onderteekend door Rusland, 2 Aug. Engeland, Frankrijk en Oostenrijk (later ook door Pruisen aangenomen), volgens hetwelk de beide hertogdommen weder onder de macht van Denemarken worden gebracht. Pruisische en Oostenrijksché troepen moeten de opstandelingen ontwapenen. Hardewraak derDeensche regeering.

1852. Nieuw protocol van Londen. !)om de integriteit van Denemarken te behouden, wordt een nieuwe erfop-volyinij vastgesteld voor Denemarken en tevens voor Sleeswijk-Holstein (zonder de goedkeuring van de „standenquot; dezer \ hertogdommen).,^ Prins Christiaan van Soiiderburc/-Glücksburq wordt tot erfgenaam van den kinderloozen koning, Prederik VII, geproclameerd. Denemarken belooft de rechten der hertogdommen te handhaven, maar houdt die belofte niet. Het protocol van Londen wordt wel onderteekend door de i/roote mofiendheden en later ook door eenif/e andere staten van Duitschland, maar niet door den (intusschen herstelden) Duitschen Bondsdag.

§ 4. DE REVOLUTIE IN DUITSCH-OOSTENRIJK ■ EN HONGARIJE.

1848. Opstand te Weenen.

• 13—15 Mrt. Metternicli {minister sedert 1800) treedt af en neemt de wijk naar Engeland. Gewapende studenten en een burgerwacht bezetten de stad. Vrijheid van drukpers en vereeniging; een algemeene constitutie voor het geheele Rijk wordt toegezegd. Onlusten in Hongarije.

15 Mei. Nieuw oproer te Weenen; de keizer begeeft zich naar Innsbruck. Een Algemeene Constitueerende Rijksdag wordt bijeengeroepen.

Juni. Algemeen „SI aven-Congresquot; te Praag.

Palacki. Opstand te Praag, door Windisch-Gratz bedwongen.

Aug. Do keizer keort op verzoek van den Rijksdag naar Weenen terug.

ocr page 207

De Revolutie'in Duitsch-Oostenrijk en Hongarije. 195

6 Oct. Nieuwe opstand te Weenen. De troepen verlaten de stad. Schandelijke moord van den minister van oorlog Latour.

De keizer neemt de wijk naar Ohnntz; een keizerlijk leger onderWindisch-Grfttz trekt tegen het oproerige Weenen op.

31 Oct. Inneming van Weeuen door Windisch-Gratz en Jellachich, die eerst een leger der Hongaren, dat de stad kwam ontzetten, moesten verslaan. Verschillende oproermakers worden gedood, o. a. Robert Blum, lid van het Duitsche Parlement. De Constitueerende Eijksdag wordt beroepen naar Kremsier bij Olmütz.

2 Dec. Keizer Ferdinand doet afstand van do kroon ten behoeve van zijn neef Frans Jozef I. Deze schenkt aan geheel Oostenrijk een zelfde constitutie, die echter weldra weer wordt afgeschaft (31 Deo. 1851).

Sedert 1846. Ontevredenheid en verzet tegen de regeering in den Hongaarschen Rijksdag. KoSSUtll weet in het geheele land een hevige vijandschap tegen de Duitschers te verwekken. De Hongaren verkrijgen gaandeweg verschillende concessies, o. a. de invoering van het Magyaarsch als officieelo taal.

1848. Hevige redevoering van Kossuth in den

Maart. Hongaarschen Eijksdag. Een deputatie wordt naar Weenen gezonden om den keizer de verdere eischen der Hongaren voor te stellen, voornamelijk de vorming van een onafhankelijk ministerie voor Hongarije te Pesth. De keizer geeft toe; Batthyani hoofd van het ministerie. Revolutionnaire hesluiten van den Hongaarschen Rijksdag, door het ministerie slechts zeer weinig beteugeld. Gelijkheid voor de wet, algemeen kiesrecht, vrijheid van drukpers, inlijving van Zevenbergen bij Hongarije. De keizer wordt genoodzaakt tot alles zijne toestemming te geven.

Ontevredenheid der Zuidelijke Slaven (Slavoniërs, Kr oaten, Serviërs enz.), die door de Hongaarsche regeering, waarvan zij afhankelijk zijn, in hun nationale rechten ten zeerste worden gekrenkt. Zij komen in verzet tegen de verordeningen van het Hongaarsche ministerie en beroepen zich op den keizer. Hun aanvoerder Jellachich^ door den keizer tot Ban van Kroatië verheven. Keizer Ferdinand blijft voor-loopig onzijdig.

22 Juli. De Hongaarsche Rijksdag bewilligt een lichting van 200.000 man en oen som van 42 millioen om

ocr page 208

De geschiedenis der negentiende oeuw.

den oorlog tegen Jellachich te voeren, die voor verrader en oproerling tegen den keizei- verklaard wordt.

Jellachich trekt mot een talrijk leger Hongarije binnen om de oproerige Hongaren in den naam des keizers te onderwerpen.

20 Sept. Slag bij Velensce door Jellachich tegen Görgey verloren.

Dubbelzinnige houding des keizers, die de Slaven niet aan de Hongaren wil prijsgeven. Verontwaardiging in den Hongaarsohen Rijksdag. Een commissie ter verdediging van het land wordt gevormd. Kossuth met dictatoriale macht bekleed. De aartshertog Stephanus, Palatinus (stadhouder) van Hongarije, keert naar Weenen terug.

Generaal Lamberg wordt als buitengewoon Regeerings-commissaris naar Pesth gezonden en door den keizer met het opperbevel over alle troepen in Hongarije belast. Oproerig besluit van den Hongaarsohen Rijksdag.

28 Sept. Schandelijke moord op generaal Lamberg gepleegd; de moordenaars worden niet gestraft.

Begin Oct. De keizer verklaart den Rijksdag ontbonden en stelt geheel Hongarije onder de krijgswet. Jellachich wordt benoemd tot stadhouder en opperbevelhebber aller troepen in Hongarije.

2 Dec. Na den troonsafstand van keizer Ferdinand ten behoeve van Frans Jozef nemen de Hongaren den schijn aan, of zij alleen den nieuwen „onwettigen koningquot; niet willen erkennen. Windisch-Grnlz opperbevelhebber van alle keizerlijke troepen. Hij wordt krachtdadig gesteund door Jellachich. Görc/eg opperbevelhebber der Hongaren.

1849. Na de Hongaren eenige malen te hebben verslagen, trekken de keizerlijke troepen Pesth en Of en binnen. De Hongaarsche Rijksdag wordt verplaatst naar

Debreczin.

In Zevenbergen strijdt de Poolsche generaal Bern aan het hoofd der oproerlingen met goed gevolg tegen de Oostenrijkers onder Puchner en de Russen onder Lüders, die den Oostenrijkers hulp verleenen.

Krachtige aanvallende bewoging derHongaren onder Görgey. De Oostenrijkers worden herhaaldelijk verslagen o. a. bij Göddllö; zij moeten het beleg der sterke vesting Komorn opbreken, Windisch-Gratz wordt vervangen door generaal Welden.

196

ocr page 209

De Revolutie in Italië.

21 Mei. Ofeu wordt stormenderhand ingenomen door do Honjaren. De Oostenrijkers nagenoeg geheel uit Hongarije verdreven.

14 April. Kossuth doet door den Hongaarschen Rijksdag het Huis ran Hubsburg van de Hougaarsche krooB-vervalIei» „x_erklaren. Ontevredenheid van vele officieren, o. a. van Giinien. Kossuth „president-gouverneurquot;,

Samenkomst van keizer Frans Jozef met keizer Nikolaas I te Warschau. Rusland biedt zijne hulp aan om den opstand der Hongaren te bedwingen.

Juni. Een Russisch leger onder Paskewitscli trekt over de Karpaten; oen ander onder L ü d e r s dringt opnieuw Zevenbergen binnen. De Oostenrijkers onder generaal Hay nan.

Görgey wordt door Haynau herhaaldelijk verslagen o. a. bij Itaab, Komorn, Waitzen.

De Rijksdag wordt verplaatst naar Szegedin. Dembinski wordt door Haynau bij Szörek verslagen. De Oostenrijkers ontzetten Temesvar. Bern uit Zevenbergen verdreven. Kossuth geeft de dictatuur aan Gürgey over en vlucht naar Turkije.

Capitulatie van Villagos. Görgeg geeft zich met zijn leger van 25000 man aan de Bussen over. Verscheidene hoofden van den opstand worden met den dood gestraft, o. a. Batthyani.

Overgave van Komorn door Klapka; einde van den Hongaarschen opstand. De Hongaarsche Constitutie wordt afgeschaft.

§ 5. DE REVOLUTIE IN ITALIË.

Nieuwe opstanden te Napels en in Sicilië. Koning Ferdinand weet door den moed zijner Zwitsersche troepen de orde te herstellen; in den loop van het volgende jaar wordt ook Sicilië onderworpen. Woede der revolutiemannen tegen Ferdinand II; „il re bomba.quot;

Opstand te Milaan, op het bericht der gebeurtenissen te Weenen. Na een gevecht in do straten dei-stad trekt Badetzky zijne troepen in de citadel bijeen.

23 Maart. Hij verlaat de stad, daar hij bedreigd wordt door een Sardinisch leger.

197

5 Aug.

13 Aug. 27 Sept.

1848. Mei.

1848.

ocr page 210

198 De geschiedenis der negentiende eeuw.

Karei Albert van Sardinië verklaart den oorlog aan Oostenrijk en trekt Milaan binnen. Opstand in verschillende steden van het Oostenrijksche gebied, o. a. in Venetië (Manin).

Slag van Cnstozza, door Radetzky op Karei Albert gewonnen. Milaan weer in de macht der Oostenrijkers. Wapenstilstand met Karei Albert.

Karei Albert hervat den oorlog tegen Oostenrijk.

Slag van Novara.

Karei Albert totaal verslagen door Itadetzky. Hij doet afstand van den troon en begeeft zich naar Portugal, waar hij in hetzelfde jaar overlijdt.

18é9—1878. Victor Emanuel II, koning van Sardinië.

Hij sluit eerst een wapenstilstand, daarna vrede met Oostenrijk. Edelmoedigheid des overwinnaars. Het Sardinisch gebied blijft ongeschonden. Victor Emanuel betaalt eene schadevergoeding van 75 millioen frs.

De opstand in de rest van hot Lombardo- Venetiaansch Koninkrijk wordt gemakkelijk bedwongen. Brescia, Haynau.

Langdurig en moeilijk beleg van Veriëlië. Radetzky staat zeer zachte voorwaarden van overgave toe. Manin en andere oproermakers mogen de stad en het Italiaansche gebied ongedeerd verlaten.

Ook in de van Oostenrijk afhankelijke staten wordt de orde hersteld.

Opstand te Rome.

Groote opgewondenheid te Rome ten gevolge dei-gebeurtenissen te Parijs en Nap el s. Boosaardige ophitsingen der volksmenners.

1848. Pius IX wordt gedwongen een liberale constitutie te geven. Nieuwe onlusten ten gevolge der gebeurtenissen te Weenen en Milaan. Men eischt, dat Pius IX deel zal nemen aan den oorlog tegen de Oostenrijkers. Zijn liberale minister Mamiani doet tegen den wil des Pausen de troepen oprukken. Projtest van Pius IX.

Hij benoemt de Rossi (vroeger gezant van Louis Philippe bij Gregorius XVI) tot eersten minister. Zijn geestkracht en toewijding aan denPaus.Woede der Carbonari tegen hem.

24 Maart.

25 Juli.

1849. 20 Maart.

23 Maart.

ocr page 211

De Revolutie in Italië.

15 Nov. Rossi wordt vermoord. Oproer te Home. Pius IX moet een democratisch ministerie benoemen. Zijn protest tegen die afgedwongen maatregelen, in tegenwoordigheid van de gezanten dor verschillende mogendheden.

25 Nov. Pius IX vlucht naar Gaëta. Graaf Spaur, de Beiersche gezant.

De revolutie-mannen bemachtigen het gezag te Rome. Men wil aldaar een Constitueerende Vergaderinq voor geheel Italië doen houden. Mazzini. Saffi, Armellini zijn de hoofden van het radicale bestuur. De Pauselijke heerschappij wordt afgeschaft en te Rome de Republiek gepro-cl ameerd.

Het Spaansche gouvernement noodigt de regeeringen dei-Katholieke landen uit om maatregelen te nemen tot het herstel vanhet wettig gezag te Rome. De Paus roept de hulp in van Oostenrijk, Frankrijk, Spanje en Napels.

1849. EenFransch leger onder Oudinot landt te C i v i t a-5 April. Vecchia. De Oostenrijkers in de Romagna.

Bovendien Spaansche en Napolitaansche troepen in den Kerkelijken Staat.

Hardnekkige tegenstand der republikeinen onder Garibaldi, die de Fransche troepen herhaaldelijk terugslaat, maar eindelijk genoodzaakt wordt te kapituleeren. De hoofdleiders ontvluchten.

5 Juli. De Franschen trekken Rome binnen. Hun aanmatigende houding tegenover het Pauselijk gezag. De brief van Napoleon aan Edgar Ney. Men wil den Paus allerlei moderne en liberale hervormingen opdringen. P i u s IX b 1 ij f t daarom voorloopig te Gaëta.

1850. Pius IX keert naar Rome terug. Zijn groot-12 April, moedigheid jegens' de oproermakers. Zijn welgemeende pogingen om orde onwelvaart te herstellen.

Kardinaal Antonelli, secretaris van Staat.

In de andere Europeesche staten bleef het rustig gedurende het revolutie-jaar; alleen in Zwitserland werd hot kanton Neufchatel, waar de koning van Pruisen vorst was (hoewel het toch tot het Zwitsersche Bondgenootschap behoorde), aan het gezag des konings onttrokken. Na oen mislukte poging, aldaar door de „royalistenquot; gewaagd om het gezag des konings te herstellen, doet Fred'crik Willem IV (in 1857) door bemiddeling van Napoleon III afstand van zijne rechten op het vorstendom.

199

ocr page 212

De geschiedenis der negentiende eeuw.

Vierde Hoofdstuk.

De tyd van het tweede Keizerrgk (1852—1870).

De troonsbestijging van Napoleon III opent een nieuw tijdperk in de geschiedenis van Europa. Waren de jaren van 1815 tot 1848 nagenoeg vrij van internationale oorlogen, het Keizerrijk, dat een eeuw van vrede aankondigde, brengt een tijd van bloedigen krijg. In Europa woeden, behalve talrijke binnenlandsche opstanden, vijf groote oorlogen, die het staatkundig evenwicht geheel en al wijzigen.

Aanvankelijk schijnt Frankrijk onder het keizerlijk bestuur weer voor goed de eerste plaats in Europa te hebben veroverd. Napoleon wordt gevreesd en gevierd als de machtigste vorst, de grootste staatsman van zijn tijd; maar juist door zijne staatkunde, een zonderling mengsel van Macchiavelistische sluwheid en edelmoedige droomen, wordt dePransche keizer in het verderf gestort.

Italië en Duitschland herwinnen door zijne hulp of medeplichtigheid hun nationale eenheid ten koste der schandelijkste rechtsverkrachting, maar in plaats van dank vindt Frankrijk in het onder Pruisische heerschappij vereenigde Duitschland zijn gevaarlijksten vijand, voor wiens overmacht het na een wanhopigen strijd zal moeten bukken.

§1. DE EERSTE JAREN VAN HET TWEEDE KEIZERRIJK (1852—1860).

18B2—1870. Napoleon III, keizer der Franschen.

2Dec. 4Sept. Inrichting van het tweede Keizerrijk.

De keizer, persoonlijk verantwoordelijk, is de mandataris van het souvereine volt en oefent als zoodanig de souvereiniteit uit, hem opgedragen door de plebiscieten van i851 en De ministers zijn hem verantwoordelijk, niet aan de

kamer. „Le gouvernement personnelquot;. Een Raad van State; Senaat, Wetgevend Lichaam met feitelijk zeer beperkte bevoegdheid. Later werden gaandeweg belangrijke wijzigingen in de constitutie gebracht, waardoor eindelijk het „Empire liberalquot; ontstond. Civiele lijst van 33 millioen frs.

Voornaamste aanhangers en raadslieden des keizers: de Morny, de Persigny, Rouher, St.-Arnaud, Waleivsky, Maupas, Magnan, Dronyn de Lhnls, Fleury. Dokter Conneau,

Voornaamste leden der keizerlijke familie'): Jeróme Bonaparte (vroeger koning van Westfalen) f 1860; diens dochter, prinses Mathilde (gehuwd met den Russischen prins

200

ocr page 213

De eerste jaren van het tweede Keizerrijk.

201

Demidof); diens zoon, Napoleon Jozef, gewoonlijk prins Napoleon genoemd (Plon-Plon), gehuwd met prinses Clolitde, dochter van Victor Emanuel; Lucien Bonaparte, „prince de Caninoquot; (oudste zoon van Lucien Bonaparte, den tweedon broer van Napoleon I) en zijn broer Pierre Bonaparte.

X gt;

§* O

TS

£ X quot;cö

a gt;

.2 ö

gt; ^ ^

o s-. 'O «

O co Plt; G

lt;o ^

a ^

m

f-c 03 A si a e

n

) O

I x.

I

• E* ^

eö

p W

s /

x

s

■w

A cö G

§ 0 .2

cS

'öo O)

O

S1 quot;!

s

PQ 'H

a s

.2 M

O w

P

cd

1 O

©

Su ' e8

1 «S

ocr page 214

De geschiedenis der negentiende eeuw.

1853. Huwelijk van Napoleon III met Marie Engéuie de Montijo, gravin van Teba. Hare oprechte vroomheid; zij is een goede echtyenoote en moeder, en verkrijgt veel invloed op den keizer.

Schitterend hof te Parijs; St. Cloud, Conipiêgne, Fontainebleau, Biarritz.

1856. Geboorte van den kelzerJijken prins Napoléon

16 Maart. Ellgèll© Louis JCilM JoSCph ; luisterrijke feesten.

Talrijke inrichtingen van weldadigheid; groote publieke werken, vooral te Parijs (Hausmann); spoorlijnen en voortreffelijke straatwegen aangelegd; havenwerken (Brest, Cherbourg). Aanmoediging van handel en nijverheid. Handelsverdragen (sedert 1860) met Engeland, Pruisen enz.; v r ij h a n d e 1.

Algemeene tentoonstellingen (1855,1867); conversie der leeningen. In het algemeen groote stoffelijke bloei van Frankrijk, hoewel de staatsschulden aanmerkelijk toenemen. Er geschiedt ook veel voor kunst, wetenschap en onderwijs.

Sedert den Krint-oorlarj bekleedt Frankrijk weer d e eerste plaats in Europa en geldt Napoleon voor den grootsten staatsman en politicus. Veel vorstelijke bezoeken te Parijs (vooral 1867).

De populariteit des keizers, die aanvankelijk bijzonder groot was, begint langzamerhand le verminderen, vooral sedert 1860, nog meer sedert 1866. In het Wetgevende Lichaam eerst volstrekt geen oppositie; sedert 1857 een 5-tal opposanten; na 1863 wordt de oppositie talrijker en machtiger, vooral in de groote steden. Toch blijft de overgroote meerderheid volstrekt imperialistisch gezind; pressie op de verkiezingen, officieele candidalen.

In het begin zijner regeering begunstigt de keizer de geestelijkheid; langzamerhand verkoelt zijne verhouding tot de Kerk en de Katholieke partij, vooral tengevolge der gebeurtenissen in Italië (L. Veuillot, de Univers; Mgr. Pie). Zedeloosheid en ongeloof nemen eerst langzaam, later met vreeslijke snelheid toe.

1854—1856. De Krim-oorlog.

Sedert 1847. Onlusten tusschen de Latijnsche en Grieksche Christenen te Jeruzalem wegens het bezit der Heilige Plaatsen. De Latijnen worden ondersteund door Frankrij k, de Grieken door Ttn sI a n d. De Sultan benoemt eén scheidsgerecht, dat de LaTIjlien in het gelijk stelt. Bedreigingen van Rusland.

202

ocr page 215

De eerste jaren van het tweede Keizerrijk.

1853. Groote plannen van keizer Nikolaas I. Zijne onderhandelingen met den Engelschen gezant

te Petersburg {Seymour) over den „zieken manquot;. Ongerustheid in Engeland over de Russische plannen. Slralford-Cannimj te P a r ij s.

Vorst Mensclükof te Constantinopel. Zijn onbeschaamd

optreden. Zijn ultimatum. Hij eiscbt___Yxmr—Eusland het

protectoraat jCLK-er___alle ^GrTeksolve- OJwisteneh in

Turkije. Weigering van den Sultan. Hij wordt in zijn tegenstand bemoedigd door Frankrijk en Engeland.

21 Mei. De onderhandelingen worden afgebroken. M e n -schikof verlaat Constantinopel.

25 Juni. Een Fransch-Engelseh eskader in de Besika-baai (bij Gallipoli).

2 Juli. Een Russisch leger van 80.000 man trekt over de Pruth en bezet de Donau-vorstendommen. Vruchtelooze pogingen der Westersche mogendheden, alsmede van Oostenrijk , om den oorlog te verhinderen. Conferentie te

Weenen. Napoleon stelt een algemeen Con(jj-£_s.....voor om de

verdragen herzien. Rusland

weigert.

October. Oorlogsverklaring van Turkije aan Rus-Ja n d. Omer Pascha trekt over den Donau en bestrijdt de Russen met gunstig gevolg. In Armenië bemachtigen de Turken eenige Russische forten.

30 Nov. Admiraal Nachimof vernielt een Turksche vloot in de haven van Siuope. Verontwaardiging daarover in Engeland.'

1854. Het Engelsch-Fr ansch e sk ad er 1 o op t d e 5 Jan. Zwarte Zee binnen.

Pogingen van beide zijden gedaan om Pruisen te winnen. Frederik Willem IV blijft onzijdig.

27 Maart. Oorlogsverklaring vau Engeland eu Frankrijk aan Rusland. Verbond der beide mogendheden met Turkije.

Fransehe en Engelsche troepen te Gallipoli, later te Varna. St. Arnaud, lord Baglan; de admiraals Dundas en Uamelin.

De Russen belegeren Silistria, dat met dapperheid en goed gevolg wordt verdedigd. Paskewüsch wordt gewond en legt het opperbevel neder. Oostenrijk eischt van Rusland de ontruiming der Don au - v or st e n d omm en. De Russen verlaten Moldavië en Wallach ij e, die door een Oosten-rijksch legerkorps worden bezet.

208

ocr page 216

204 De geschiedenis der negentiende eeuw.

Aarzeling der bondgenooten omtrent het verdere doel van hun onderneming. De cholera te Varna; groote verliezen daardoor geleden. Men besluit de Russen in de Krim aan te vallen.

25 Aug. De troepen gaan schoep naar de Krim (36000 Franschen, 22000 Engelschen) en landen te Eupatoria (13 Sept.).

20 Sept. Slag bij de Alma. De Russen onder Menschikof en Gortachakof worden teruggedreven (Bouquet). Men besluit Sebastopol te belegeren. Sterke vestimj-Tvërkeh dier, stad: ih', Malhkóf-foren, de t/roote en de kleine Redan. Todleben. Kor nil of. De cholera barst op nieuV- -u.it.-

29 Sept. Dood van St. Arnaud. Hij wordt vervangen door Canrobert. v

25 Oct. Gevecht bij Bal aki a va. Begin van het bombardement van SebastopoE

5 Nov. Slag bij Inkerman door Menschikof verloren.

Groote ontberingen en verliezen van de troepen der bondgenooten.

Vermeerdering der troepen in de Krim; deTur-k e n onder Omer Pascha.

Moeilijke positie van Oostenrijk, dat zoowel door Rusland als door Frankrijk tot een bondgenootschap wordt uit-genoodigd. Dubbelzinnige politiek van den Oostenrijkschen minister v. Buol.

1855. Sardinië sluit zich aan bij de bondgenooten. Een

10 Jan. leger van 15.000 man onder La Marmora landt in de Krim.

2 Maart. Dood van keizer Nikolaas I.

1855 — 1881. Alexander II, keizer van Rumiand.

Nieuwe onderhandelingen te Weenen, die vruchteloos blijven. Oostenrijk geraakt in onmin met alle mogendheden.

Nieuwe aanvallen op f-ie b a s t op.ol., Pélissier tot opperbevelhebber benoemd; hij 'maakt zich van de bultenivej-ken van Sebastopol meester; eeri bestorming van den Éalakof-toren en •'enige andere forten wordt met groot verlies afgeslfigen.

Expedities naar Kèrlsch eiif Jenikale:, Tdganróg gebombardeerd.

6 Aug. 1 Slag aan de Tgchernaja. De Russen onder Gort-

schakof wordenquot; verslagen.

ocr page 217

De eerste jaren van het tweede Keizerrijk.

8 Sept. Bestorming en inneming v a n d e n Malakof-toren, waardoor Sebastopol onhoudbaar wordt (M a c -Mahon). quot;Pc 1 i s s i e r wordt benoemd tot due de Main kof. De Russen ontruimen de stad.

Een expeditie naar de Oost-Zee, bij het begin van den oorlog (1854) ondernomen ondes Napier en Parseval Deschénes, blijft zonder uitwerking. Bomarsund (op de Aland-eilanden) gebombardeerd.

25 Nov. De Eussen bemachtigen de Turksche vesting Kar s.

Nieuwe vrede,svoorstellen van Oostenrijk. Het'zendt met goedvinden der bondgenooten een ultimatum naar PéTTetsburg, dat gunstig wordt aangenomen.

1856. Vredescongres te Parijs van de vertegenwoordigers van Frankrijk, Engeland , Rusland, Oostenrijk, Turkije en Sardinië; Pruisen wordt later toegelaten. Waleivski, Clarendon, Or lof, Jiuol, Cavour, Manteuffel. Lange en moeilijke onderhandelingen.

30 Maart. Vrede van Parijs.

Rusland geeft Kars aan de Turken terug en verliest een gedeelte van Bessarabië, zoodat het van de monding van den Donau wordt afgesloten. De Zwarte Zee geneutraliseerd; geen krijgshavens en geen oorlogsvloot mogen daar onderhouden worden. Vrije scheepvaart op den Donau. Rusland ziet af van het protectoraat der, Donau-vorstendommen, wier bestuur later door een internationale conferentie zal geregeld worden. De Sultan schenkt aan zijne christelijke onderdanen dezelfde rechten als aan de Mahomedancn; Turkije wordt officieel opgenomen onder do Euro-peesche staten. Het Turksche gebied door allen geivaarborijd. Na het sluiten van den vrede worden er nog algemeene bepalingen gemaakt over de kaapvaart en de blokkade van zeehavens („elke vlag dekt elke lading behalve oorlogs-contrebandequot;). ,

8 April. Cavour brengt den „onhoudbaren toestandquot; in Italië ter sprake; 'de „Italiaansche kwestiequot;.

Tijdens den Krim-oorlog wordt Griekenland in bedwang gehouden door een' Engelsch-Fransch eskader. Een. Fransche afdeeling bezet den Pireus. . 1859. Na langdurige onderhandelingen worden de Donau-vorstendommen vereenigd onder het bestuur van vorst Alexander Cusa, later vervangen door vorst (thans koning) Karei van Uohenzollern (1866).

205

ocr page 218

206 Do geschiedenis der negentiende eeuw.

Isolement van Oostenrijk, dat in den Krim-oorlog bij geen der partijen dank had verworven. Gespannen verhouding tegenover Sardinië. Cavour begunstigt op alle mogelijke wijze samenzweerders en onruststokers in het Lomhardo-Veneliaansch Koninkrijk.. Zijn goede verstandhouding met Frankrijk.

Napoleon aarzelt de „bevrijding van Italiëquot; te ondernemen.

1858. Aanslag op het leven van Napoleon door

14 Jan. Orsini, Fieri, Rudio en Gomez. Schitterende pleitrede van Jules Faure. Brief van Orsini aan den

keizer, met diens toestemming gepubliceerd. Ongerustheid in geheel Europa. Verkoeling tusschen Frankrijk en Engeland. Strenge politi e-m aatregelen tegen samenzweerders en politieke moordenaars. Generaal Espinasse minister van binnenlandsche zaken. Diepe indruk van den aanslag op Napoleon.

21 Juli. Bijeenkomst van Cavour met Napoleon tejPlom-b i è f e sT

1859. Onheilspellende woorden van Napoleon aan den Oostenrijkschen gezant v. Hübner.

Verloving van prins Napoleon (Plon-plon) met prinses Clotilde, dochter van Victor Emanuel.

Verbond tusschen Frankrijk en Sardinië; la Guéronnière's brochure: „Napoléon III et l'Italiequot;.

Pogingen der andere mogendheden, vooral van Engeland, om den oorlog te verhinderen. Zij worden verijdeld door het onbeschaamde optreden van Cavour, die met opzetden vrede onmogelijk maakt.

23 April. Ultimatum van Oostenrijk te Turijn overhandigd.

Het eischt de ontwapening binnen drie dagen. Het wordt afgewezen. Oorlogsverklaring van. Oostenrijk aan Sardinië.

30 April. De Oostenrijksche troepen trekken over den Ticino.

3 Mei. Frankrijk verklaart den oorlog aan Oostenrijk.

Aarzeling en traagheid van het Oostenrijksche leger onder Gyulay, die den tijd, dat de Fransche troepen nog ver verwijderd zijn, niet benuttigt. Niel, Canrobert, Mac Mahon. Vrijkorps onder Garibaldi. De getrokken kanonnen (vóórladers).

12 Mei. Napoleon landt te Genua.

20 Mei. Gevecht bij Montebello. De Oostenrijkers moeten terugwijken. Zij trekken \over den Ticino terug

ocr page 219

De eerste jaren van het tweede Keizerrijk. 207

en worden gevolgd door het Fransche en het Sardinische leger.

Slag bij Magenta.

De Oostenrijkers worden verslagen. Mac Mahon „duc de Mafientaquot;. De Oostenrijkers ontruimen Milaan.

Napoleon houdt met Victor Emanuel zijn intocht in Milaan.

De Oostenrijksche troepen verlaten de „Hertogdommenquot; als mede de „Legatiesquot;-, oproer en onlusten aldaar door Cavour aangestookt. Een proclamatie van Napoleon roept de Lombar-dijers (en do overige Italianen) te wapen.

De keizer van Oostenrijk neemt het opperbevel over zijn leger op zich. (Schlick, Benedek.)

24 Juni. Slag bij Solferino.

Nederlaag der Oostenrijkers. Diepe indruk van het bloedige slagveld op Napoleon; twisten tusschen de Fransche generaals; groote verliezen door hen geleden. Moeilijkheid om het Fransche leger voltallig te houden en te vermeerderen.

Opgewondenheid in geheel Duitschland; een groot gedeelte van het Bondsleger wordt gemobiliseerd. Gevaar voor een algemeenen Europeeschen oorlog. Sterke positie der Oostenrijkers in den vestingvierhoek (Mantua, Verona, Peschiera, Legnagó).

Plan om een opstand in Hongarije te bewerken. Kossuth, Klapka. Napoleon besluit den oorlog te eindigen.

8 Juli. Wapenstilstand te Villafranca. Begin der vredesonderhandelingen.

11 Juli. Samenkomst van Napoleon met Frans Jozef, die den volgenden dag de preliminairenvan Villafranca onderteekent.

)0osteiirijk staat Lomhar dij c aan Napoleon af, maar behoudt Venetië met Mantua, en Peschiera. De ondertusschen verdreven Italiaanschc vorsten zullen (desnoods met geweld) in hun gebied hersteld worden. Groote ontevredenheid der Italianen; Cavour neemt zijn ontslag als minister.

10 NOT. Trede Tan Zurich., die de bepalingen van Villafranca bekrachtigt. Een algemeen Euro-peesch Congres zal worden bijeengeroepen om den toestand van Italië te regelen.

4 Juni.

8 Juni.

ocr page 220

208 De geschiedenis der negentrende eeuw.

Schandelijke kuiperijen, der Piemonte esche regeering, die op alle mogelijke wijze onrust stookt in de staten van Midden-Italië en weet te bewerken, dat men door zoogen. plebiscieten den koning van Sardinië de dictatuur of de kroon opdraagt. Groote ontevredenheid der Katho-1 i e k e p a r t ij i n F r a n k r ij k: hatelijke maatregelen der regeering tegen de Katholieke pers en de rquot;Vincentius-Vereenigingenquot;.

De Pieterspenning. De Pauselijke Zouaven. La Moricière, Pirnodan.

1860. Savoye en Nizza aan Frankrijk afgestaan; een volksstemming keurt dien afstand goed. Verontwaardiging van vele Italianen, vooral van Garibaldi; wantrouwen jegens Napoleon in geheel Europa.

Napoleon begunstigt in het geheim de wederrechtelijke ondernemingen van Cavour en Garibaldi in Italië. Hij laat toe dat niet alleen de ItaliaanscheHertogdommen enNapels, maar ook het grootste gedeelte van den Kerkelijken Staat met Sardinië vereenigd worden en duldt de vernietiging van het pauselijk leger bij Gastel-Fidardo (18 Sept. 1860), hoewel een groot getal der edelste Fransche geslachten daarin vertegenwoordigd waren. Alleen Eome en het omliggend gebied worden door een Fransche bezetting voor do aanslagen der Italianen beveiligd. Napoleon erkent het Koninkrijk Italië (1861, 15 Juni). Hij verliest de genegenheid en don steun der Fransche Katholieken.

§ 2. DE LIBERALE VERVORMING VAN HET KEIZERRIJK (1860—1870).

Sedert 1860 begint er een meer liberale richting in het keizerlijk bestuur zichtbaar te worden. Niet alleen in de handelspolitiek breekt Napoleon door het sluiten van een zeer vrijzinnig verdrag van koophandel met Engeland (Cubden) en andere staten (1860) met de vroegere traditie, maar ook in de binnenlandsche staatkunde wordt een reeks geopend van hervormingen in liberalen geest, die langzamerhand den aard van het ,,persoonlijk bewindquot; geheel en al wijzigen en eindelijk het „empire autoritairequot; vervormen tot het „empire liberalquot;. De Morny, de Persigny, Billault. Het stenographisch verslag van de zittingen der kamers zal worden afgedrukt; het adres van antwoord op do troonrede, de ministers zonder portefeuille („spreekministersquot;).

• Hevige tooneelen in het Wetgevend Lichaam en in den Senaat, naar aanleiding der gebeurtenissen in Italië (Maart 1861). De „oppositie der 91quot;.

ocr page 221

De liberale vervorming van het Keizerrijk. 209

1863. Bij de verkiezingen voor het Wetgevende Lichaam maakt de oppositie {legitimisten, Orleaniaten, republikeinen, radicalen, anarchisten) groote vorderingen, vooral te Parijn en in andere groote steden. Thiers, Berryer, Jules Favre, Jules Simon, Pelletan, Ollivier en andere tegenstanders der regeering worden gekozen; de oppositie klimt van 5 leden tot 36 (de geheele kamer 283 leden). Veranderingen in het ministerie; Duruy, minister van onderwijs, voert veel hervormingen in; veelal in antikatholieken geest. Toenemende zedeloosheid en lichtzinnigheid in alle klassen der maatschappij. Langzame ondermijning van het aanzien en de populariteit des keizers bij de werklieden.

Overzeesche Ondernemingen. Bedoeling vanNapoleon: zooveel mogelijk poogt hij de woelige Franschen bezig te houden en door roemvolle ondernemingen binnen en buiten Europa hun aandacht van de binnenlandsche toestanden af te leiden.

Sedert 1854. Uitbreiding der Pransche kolonies in S e n egamb ië (Faidherbe). In Algiers wordt nog steeds tegen de Kabylenstammen gestreden: het gebied wordt gaandeweg gekoloniseerd; krachtige pogingen om de Arabieren aldaar te beschaven en voor Frankrijk te winnen. De Turko's en de Zmiaven in het Fransche leger.

1857—1858. Eerste oorlog van Frankrijk en Engeland tegen China wegens het mishandelen en vermoorden van missionarissen en kooplieden. Canton wordt bemachtigd, eene Fransch-Engelsche vloot vaart de Pei-ho op. Vrede van Tien-tsin (niet ver van Peking). Opening van nieuwe havens voor den Europeeschen handel: vrijheid voor do missionarissen on inlandscho Christenen. Frankrijk en Engeland- mogen een gezant houden to Peking. De Chineezen schenden het verdrag van Tien-tsin.

1859—1860. Tweede oorlog van Frankrijk en Engeland tegen China.

1860. De monding van de Pei-ho geforceerd; de Taku-[orten ingenomen; generaal Cousin de Mon-tauban (graaf Palikao) verslaat de Chineezen bij Falikao. Hot zomerpaleis des keizers bij Peking wordt geplunderd en verbrand; fabelachtige schatten aldaar buitgemaakt en vernield. Door bemiddeling van den Russischen zaakgelastigde Ignatief bezetten de bondgenooten een der poorten van Peking, waarop weldra de vrede van Peking volgt, die het verdrag van Tien-tsin bevestigt en de voorrechten der Franschen en Engelschen nog vermeerdert. China betaalt een zware oorlogsschatting.

14

ocr page 222

210 De geschiedenis der negentiende eeuw.

Sedert 1854. Japan begint zijne havens voor deYereenigde Staten, Holland, Frankrijk, Engeland en andere Enropeesche staten te openen.

185ft—1862. Oorlog van Frankrijk en Spanje tegen Tu-Duc, keizer van Annara (Achter-Indië), wegens Het vermoorden van missionarissen enz. De Pranschen bemachtigen Saigon en verschillende andere steden.

Verdrag van Saigon.^Cochinchina komt onder Pransch gezag ijCamhodja onder Pransch protectoraat. Herhaalde opstanden en onlusten.

Neder-Cochinchina wordt definitief bij dePransche kolonies ingelijfd.

Onlusten in Syrië; wreedaardige moord op de Christenen van den Libanon (do Macometot) gepleegd door de Drusen en Kurden. Schandelijke houding der Turksche ambtenaars; te Damascus beschermt Abd el-Kader vele ongelukkigen. 1860—1861. Een Pransch leger herstelt de rust in Syrië en doet de voornaamste schuldigen bestraffen. Naijver van Engeland tegen den Pranschen invloed in het Oosten.

1856(1862)—1869. Het kanaal van Suez wordt gegraven. Ferdinand de Lesseps; aanvankelijk werkt Engeland de onderneming tegen, daar het daardoor een aanmerkelijke vermeerdering van Frankrijks invloed in Egypte vreest. Het kanaal wordt plechtig geopend in tegenwoordigheid van keizer Frans Jozef en keizerin Eugénie (1869).

1861. Begin der moeilijkheden met de Republiek Mexico.

De president Juarez benadeelt de belangen dor Eurogeesche kooplieden en bankiers. Schandelijke woeker van van den Geneefschen bankier .fecker; hij weet den due de Morny voor zich te winnen, die hem als Franse liman laat naturaliseeren en daarna voor zijne belangen optreedt.

Ook Spanje en Engeland hebben talrijke grieven tegon Juarez.

31 Oct. Verdrag te Londen tusschen Prankrijk, Engeland en Spanje.

1862. quot; Een vloot der drie mogendheden stevent naar

Vera-Cruz. Conventie van* Sole^lad; on-eenigheid der bondgenooten.

Frankrijk verwerpt de Conventie van Soledad. De Engelschc en Spaansche troepen keeren naar Europa terug.

Groote plannen van .Napoleon ten opzichte van Mexico. Door de vestiging van een Mexicaansch Keizerrijk

1862.

1867. 1860.

ocr page 223

De liberale vervorming van het Keizerrijk. 211

wil hij vooreerst do regeeringloosheid in Spaansch-Amerika doen eindigen en den in vloed van Frankrijk in die streken uitbreiden, vervolgens een tegenwicht vormen tegenover de aangroeiende macht der Vereenigde Staten van Noord-Amerika.

1861—1865. „Amerikiiansche Secessie-oorlogquot;; Frankrijk én Engeland erkennen de „Geconfedereerde ■ Statenquot; als een oorlogvoerende partij. De Trent-affaire.

1862. April.

Sept.

1863.

Aanzienlijke vermeerdering der Fransche troepen in Mexico; de oorlog wordt aan Juarez verklaard. Vergeefsche aanval op Puebla.

Generaal F o r e y landt met nieuwe Fransche troepen te Vera-Cruz. Lincoln steunt Juarez.

Forey bemachtigt Puebla: en daarna Mexico; een J unt;i, die de regeerihg voorloopig in handen neemt, roept eene vergadering van Nolabelen bijeen, die de kr o on van Mexico aanbiedt aan Maximiliaau van Oostenrijk, broer van keizer Frans Jozef.

Een deputatie dier vergadering te Miramar. Aarzeling van Maximiliaan. Napoleon weet hem over te halen.

Do Fransche troepen veroveren het grootste gedeelte van Mexico. Juarez vlucht naar het Noorden, en wordt voortdurend door de Vereenigde Staten gesteund.

1864. Maximiliaan aanvaardt do keizerskroon van Mexico; verdrag met Napoleon, die zich verplicht zijn troepen in Mexico te laten, totdat de inrichting en vestiging van het Mexicaamche Keizerrijk zal voltooid zijn. Ruime vergoeding aan Frankrijk beloofd.

12 Juni. Plechtige intocht van Maximiliaan in Mexico.

Moeilijke toestand van den nieuwen keizer; hij is nagenoeg geheel afhankelijk van den Franschen opperbevelhebber Bazaine, die hem herhaaldelijk dwarsboomt. Bazaine's geheime plannen. Fouten van Maximiliaan: om de liberalen te winnen vervreemdt hij de Katholieken van zich en kan toch de eischen der eerstgenoemden niet bevredigen. Financieele moeilijkheden; Maximiliaan wil de kerkelijke goederen doen verkoopen; de Paus wil dat niet toestaan. In Frankrijk verklaart zich de oppositie altijd heviger tegen de Mexicaansche onderneming.

4 April. Het Huis der^Representanten te Washington protesteert tegen de oprichting van een Keizerrijk

/

ocr page 224

212 Do geschiedenis der negentiende eeuw.

in Amerika en dat wel onder bescherminy eenei- Europeeschu mogendheid. De Senaat stelt de behandeling dezer motie voor onbepaalden tijd uit.

1865. Juarez wordt door de Fransche troepen bijna uit het geheele land verdreven. Streng decreet door Maxi-

miliaan tegen de aanhangers van den ex-president uitgevaardigd.

Protest der Vereenigde Stat en te Par ijs; aarzeling van Napoleon. Seward, minister van buitenlandsche zaken der Vereenigde Staten, eischt de ontruiming van Mexico door de Fransche troepen. Hij weigert Maximiliaan als keizer te erkennen.

1866. Napoleon besluit toe te geven; begin dei-ontruiming van Mexico door de Franschen; teleurstelling van Maximiliaan. Vruchtelooze onderhandelingen: Maximiliaan's echtgenoote, Charlotte, bij Napoleon. Invloed der gebeurtenissen in Europa. Mtuïi'mjfiaan wil de kroon neerleggen, maar wordt daarvan teruggehouden door een deel zijner aanhangers. Dc Franschen verlaten langzamerhand het Mexicaansche gebied, dat terstond in de macht van Juarez'

aanhangers terugvalt.

1867. Nieuwe nederlagen dor keizerlijke troepen. Maximiliaan verlaat Mexico; zijn tocht naar Queretaro. Hij wordt aldaar ingesloten door Escobedo, onderbevelhebber van Juarez.

Queretaro door verraad ingenomen.

19 Juni. JHaximiliaan wordt met zijne getrouwe aanhangers MLLramon en Mejia doodgeschoten. Zware sla!? voor het prestige van Napoleon.

.quot; Tegenspoed van Napoleon in zijn Europeesche politiek! Verwikkelingen met Italië, dat, niet tevreden ' met de verworven gewesten, ook Venetië en vooral Rome wil veroveren. Napoloon noodzaakt het Italiaansche gouvernement , zich gewapenderhand te verzetten tegen de onderneming van Garibaldi (1862).

1864. September-conventie, waarbij Frankrijk be-15 gfept. looft, zijn troepen binnen twee jaren uit Rome terug te roepen en Italië zich verplicht, de pauselijke heerschappij te hand haveB.''Flurincji de hoofdstad van Italië (1865).

1866. De Fransche troepen verlaten Rome; in het volgende , jaar nieuwe inval van Garibaldi in den

Kerkelijken Staat. Napoleon wordt door de publieke opinio in Frankrijk genoodzaakt wederom Fransche troepen naar Rome

ocr page 225

De liberale vervorming van het Keizerrijk.

te zonden. Slag bij Montana (1867 4 Nov.), door de pauselijke Zouaven met hulp der Pranschen op de Garibaldisten gewonnen; verkoeling tusschen Frankrijk en Italië.

1863. Opstand in Polen. Schandelijke wreedheden

Jan. der Russische regeering. Protesten van Frankrijk, Oostenrijk en Engeland. Rusland, gesteund door Pruisen , weigert alle concession.

4 Nov. Nieuwe poging van Napoleon om e e n algemeen Congres bijeen te roepen ten einde de verdragen van 1815 te herzien. De weigering van Engeland verijdelt dit plan.

15 Nov. Dood van Prederik VII, koning van Dene-marken. De Deensche kwestie wordt hernieuwd ; Napoleon doet geen ernstige poging om Denemarken te steunen; door den vrede van Weenen (1864) komt Sleesivyk-Holstein in de macht van Pruisen en Oostenrijk.

De gespannen verhouding tusschen Pruisen en Oostenrijk doet een nieuwen oorlog voorzien. Bismarck te Biarritz bij den keizer (1864 en 1865). Napoleon stemt toe in een verbond tusschen Pruisen en Italië tegen Oostenrijk, in de hoop zelf dan eënige uitbreiding van gebied te verkrijgen; hij belooft onzijdig te blijven.

Een nieuwe uitnoodiging tot een algemeen congres om alle hangende kwesties te regelen (1866) wordt verijdeld door de weigering van Oostenrijk.

1866. Oorlog van Pruisen en Italië tegen Oosten r ij k en de kleinere Duitsche staten.

3 Juli. De slag van Königrgriitz beslist de overwinning

ten gunste van Pruisen. Teleurstelling van Napoleon.

4 Juli. Oostenrijk roept de bemiddeling des Pranschen

keizers in en staat hem Venetië af. Aarzeling van Napoleon omtrent gewapende of ongewapende interventie. Het Pransche leger is niet tegen het Pruisische opgewassen. Napoleon ziet zich genoopt de aanmerkelijke vergrooting van Pruisen en de stichting van den Noord-Duitschen Bond toe to laten, zonder de gehoopte vergoeding te verwerven. Bepalingen omtrent Zuid-üuilschland en Noord-Sleeswijk. Vermindering van het aanzien des keizers, groote ontevredenheid in Frankrijk.

1866—1867. Pogingen des keizers om het leger te versterken.

Het Chassepot-geweer; de mitrailleuses. Het voorstel van maarschalk Niel om den algemeenen dienstplicht (volgens Pruisisch systeem) in te voeren, wordt niet aan-

213

ocr page 226

214 De geschiedenis der negentiende eeuw.

genomen; men stelt zich tevreden met een belangrijke versterking en reorganisatie van het leger; de Fransche krijgsmacht blijft veel zwakker dan de Pruisische. Trochu; de berichten van Stoffel over het Pruisisch leger.

1867. De Luxembnrg-sche kwestie. Geheime onderhandelingen van Napoleon met Willem III, koning van Holland, over den verkoop van het groothertogdom Luxemburg, welks hoofdstad — vroeger Duitsche Bonds-vesting — nog steeds door Pruisische troepen, was bezet. Pruisen verzet zich tegen den verkoop; hevige opgewondenheid in Duitschland. Gevaar voor een oorlog tusschen Frankrijk en Pruisen.

Een conferentie van de vertegenwoordigers der gropte mogendheden (ook Italië) te Londen bepaalt, dat de vesting Luxemburg door de Pruisische troepen ontruimd en daarna ontmanteld zal worden; de neutraliteit van het groothertogdom wordt door alle groote mogendheden gewaar-b or g d. Teleurstelling van Napoleon.

1 April. Opening- der tentoonstelling te Parijs. Veel vorstelijke bezoeken (de keizers van .Rmtorad en OostenW/fc, de Sultan, de koningen van Pruisen, Portugal, Beieren, Zweden enz.). Aanslag op den keizer van Rusland.

Napoleon te Salzburg. Geheime onderhandelingen met Oostenrijk en Italië over een eventueel verbond tegen Pruisen. Wantrouwen en ontevredenheid te Berlijn, alwaar men alle plannen van Napoleon om zijn gebied uit te breiden (België) tegenwerkt. Toenemende verbittering van w e e r s z ij d e n.

Belangrijke wijzigingen in de binnenlandsche staatkunde des keizers.

1865. Scheuring der oppositie in het Wetgevend Lichaam (de 36). De Tiers-parti. Ollivier, Darimon e. a. Onderhandelingen des keizers met Ollivier.

1867. Uitbreiding der bevoegdheid van het Wetgevend 19 J an. Lichaam. Het recht van interpellatie. V erandering in de wet op de pers; het recht van vereeniging (1868).

Hevige aanvallen der republikeinsche pers tegen het Keizerrijk; Roche fort sticht la Lanternej reeds na twee nummers wordt hij veroordeeld. Onlusten op het graf van Baud in. (iambetta.

Ontevredenheid der vurige aanhangers van het Keizerrijk. Jeróme David-, de „Arcadiensquot;.

1869. De verkiezingen voor het Wetgevende Lichaam verzekeren het overwicht aan den Tiers-parti. Nieuwe

ocr page 227

Duitschland gedurende het tweede Keizerrijk. 215

liithrfiiding der bevoegdheden van Wetrjevend Lichaam en Senaat; het recht van initiatief^Jverantwoordelijkheid der ministers; zij kunnen in staat van beschuldiging gesteld worden door den Senaat. Wijziging van het ministerie. Hnuher wordt voorzitter van den Senaat.

Nieuwe onderhandelingen met Ollivier, die belast wordt een ministerie te vormen uit de meerderheid.

1870. Ollivier minister; begin van het „Empire libéralquot;.

2 Jan. Een groot gedeelte der oppositie wordt door do gedane concessies bevredigd, de uiterste linkerzijde (radicalen; socialisten) blijft onverzoenlijk, „les Irré-conciliablesquot;: Gambetla, Ferry, liochefort, Grévy enz.

Hevige pennestrijd tusschen Pierre Bonaparte en liochefort; de prins doodt Victor Noir (10 Jan.); hij wordt , vrij ge-sproken. Woede der radicalen. Herhaalde revolutionnaire en socialistische onlusten onder de werklieden, door de regeering met kracht bedwongen. De „internationalequot;.

20 April. Een - Senaius-Consultequot; stelt een nieuwe wijziging in de Constitutie1, vast. ')l)e Senaat wordt geheel gelijk aan een „eerste kamerquot; ^A'eranderingen in de Constitutie kunnen voortaan alleen plaats hebben op voorstel .van don keizer door middel van een „volksbesluitquot;fMen besluit deze verandering en alle voorafgaande (sedert 1860) te onderwerpen aan de bekrachtiging van het Fransche volk.

8 Mei. Plébiscite: „Le peuple francais approuve les réformes libérales opérées dans la Constitution depuis 1860 et ratifie le Senatus-Consulte du 20 Avrilquot;. Groote beteekenis der stemming. Ruim 7 millioen stemmen er vóór, ca. l'/j millioen er tegen, 1,800,000 onthouden zich van stemming.

Schitterende zegepraal des keizers; het „Empire libéralquot; schijnt voor lange jaren bevestigd.

§3. DUITSCHLAND GEDURENDE HET TWEEDE KEIZERRIJK.

Voortdurende na ij ver en spanning tusschen Oostenrijk en Pruisen, die, na herhaalde pogingen tot toenadering, eindigt met de definitieve afscheiding van Oosten-rijk, terwijl de overige Duitsche staten onder Pruisisch oppergezag nauw vereenigd, weldra het nieuwe Duitsche Rijk zullen vormen.

ocr page 228

216 De geschiedenis der negentiende eeuw.

Oostenrijk heeft voortdurend te kampen met de ontevredenheid zijner Hongaar se he en Italiaansche onderdanen. Welgemeende pogingen van Frans Jozef om aan de redelijke wenschen te voldoen. Het Concordaat met Paus Pius IX (1855) geeft meer vrijheid aan de Kerk. Aartshertog Maximiliaan, broer des keizers, stadrtortder der Italiaansche gewesten, poogt door verzoenende maatregelen de spanning aldaar te verminderen. Kuiperijen der Sardinische regeering. Cavour.

Lastige toestand van Oosten rijk en Pruisen gedurende den Krim-oorlog; Oostenrijk wordt geheel geïsoleerd. Overmoedige houding van Cavour op het Congres le Parijs (1856).

1859. In den oorlog tegen Frankrijk en Sardinië lijden de Oostenrijkers de nederlaag; groote ontevredenheid in Duitschland; de naijver van Pruisen belet een gewapende tusschenkomst van den Duitschen Bond. De „N at i on al - Ve r e i nquot;. Bij den vrede van Zürich verliest Oostenrijk Lombardije.

Frans Jozef vaardigt een Constitutie voor zijn geheele rijk (Gesamtstaatsverfassung) uit. Ook deze maatregel kan de Hongaren niet bevredigen, die

hun eigen constitutie en ministerie verlangen. Groote financieele moeilijkheden.

Pruisen verkrijgt een gebied aan de Jahde (Oldenburg); begin der Pruisische oorlogsvloot.

Onlusten te Neufchdtel; de conservatieven (aanhangers van Pruisen) bewerken een opstand, die weldra wordt onderdrukt. Door bemiddeling van Napoleon III («. Bismarck) doet Frederik Willem IV afstand van zijne rechten; de gevangen royalisten worden in vrijheid gesteld.

Frederik W illem IV vervalt ineenongeneeslijke ziekte. Zijn broer Willem aanvaardt eerst voor een jaar het bestuur, later voor goed het regentschap.

Aanmerkelijke vermeerdering van het Pruisischeleger. De driejarige diensttijd.v. Boon minister van oorlog. Het Huis der Afgevaardigden ('211quot; kamer) staat die vermeerdering tijdelijk toe.

Bismarck gezant te Petersburg.

1861. Dood van Frederik Willem IV. Hij wordt 2 Jan. opgevolgd door zijn broeder.

1861. 26 Febr.

1853. 1856—1857.

1857. Oct.

1859.

ocr page 229

Duitschland gedurende het tweede Keizerrijk.

1861—-1888. Willem I, koning van Pruisen.

Conflict tusschen de regeering en het Huis der Afgevaardigden (liberalen) wegens de vermeerdering van het ler/er, die de regeering blijvend wil behouden.

Het H e e r e n h u i s kamer) steunt de regeering.

1862. Het Huis der afgevaardigden wordt ontbonden. De nieuwe verkiezingen zijn nog ongunstiger voor de regeering. Bismarck, gezant te Parijs.

23 Sept. De begrooting voor het volgende jaar wordt v e r w o r p_e_n.

0. y. Bisiiiarck-Schönhauseii, minister-president.

Hij trotseert den tegenstand der afgevaardigden en bestuurt gedurende vier jaren het land zon d e r be-gxeotijig. De hervorming en vermeerdering van het leger wofdl krachtig doorgezet. Schorsing der vrijheid van drukpers; hatelijke maatregelen tegen de leden der oppositie.

Pruisen neemt tegenover Oostenrijk een meer en meer vijandige houding aan. De keurvorst van Hessen wordt gedwongen de constitutie van zijn land te eerbiedigen. Pruisen erkent het Koninkrijk Italië.

1863. Gedurende den Poolschen opstand steunt Pruisen Rusland tegen de andere mogendheden. Verontwaardiging van alle liberalen tegen Bismarck.

Poging van Oostenrijk om den Duit-schen Bond te hervormen.

Aug. Vergadering der Duitsche Yorsten te Frankfort

met dat doel door keizer Frans Jozef bijeengeroepen. Door den tegenstand van Pruisen mislukt die poging.

De Deensche kwestie.

Het Deensche gouvernement houdt zich niet aan het protocol van Londen van 1852 (zie blz. 194)7/Verdrukking der Duitsche nationaliteit: • herhaalde pogingen óm Sleeswijk-Holstein of ten minste Slees wijk alleen door een zelfde constitutie geheel met Denemarken te vereenigen. De Eider-partij. Vruchteloos protest van den Bondsdag te Frankfort.

1863. Frederik VII besluit door een nieuwe con-30 Maart, stitutie Slees wijk bü Denemarken in te lijven. Verontwaardiging in Sïeèswijk-ffolstehi en in geheel DüilschTdnd. De Duitsche Bond bedreigt Denemarken met „Bonds-executiequot;. Ook Pruisen en Oostenrijk protesteer en. De kamers te Kopenhagen nemen de nieuwe constitutie aan (13 Nov.); twee dagen later sterft Frederik VII.

217

ocr page 230

De geschiedenis der negentiende eeuw.

1863. Christiaan IX, koning van Denemarken.

Hij bekrachtigt de nieuwe constitutie, die in strijd is met de verdragen van 185%; derhalve protest van Oostenrijk en Pruisen (Jan. 1864), als onderteekenaars dier verdragen.

Protest van Frederik yan Augustenburg: '), die nadere rechten heeft op de opvolging in Sleeswijk-Holstein en die het protocol van ISöl niet heeft erkend. De Duitsche Bond ondersteunt zijne aanspraak.

Bondstroepen {flannoveranen en Saksers) bezetten Holstein en Lauenburg, alwaar Frederik VIII (van Augustenburg) als

hertog wordt uitgeroepen.

1864. Oorlog van Oostenrijk en ^Pruisen tegen Denemarken.

Wegens de weigering van Christiaan IX om de nieuwe constitutie af te sch affen, trekt een leger van 45000 Pruisen en 30000 Oostenrijkers onder Wrangel en Gahlentz Sleeswijk binnen.

De Deensche opperbevelhebber de Meza ontruimt het Danewirk.

18 April. De Pruisen bestormen de IMippeler Schansen. De Oostenrijkers dringen door tot in Jutland. 12Mei—26 Juni. Wapenschorsing; vruchtelooze onderhandelingen te Londen.

') Geslachtslijst der koningen van Denemarken en der hertogen van Sleeswijk-Holstein.

Christiaan I1Igt; koning van Denemarken, 1533—1559.

Frederik li, kon.v.Denemarken enz. 1559-1588. Johan, hert. y. Sleeswamp;k-Holstein,

Christiaan VIII, charlotte Oudere tak, Jongere tak,

kon. v. Denemarken, X ^ Sondcrburg^quot; Sondorburgfquot;

1889—1848. Willem v. Hessen-Kassei. A.ugusteilburgf. Gliicksburg'.

Frederik VII, Louise Frederik. christiaan, Christiaan

1848—1863 x ( 1869) v. Sonderb.-Glücksb.,

Christiaan IX ......... kon. v. Denemarken,

(v. Sonderburg-Glücksburg), Frederik V. onder den naam 18G3. Augustenburg. van

ChristiaanlX,

X 1863.

Willem II, keizer van Duitschland.

218

ocr page 231

Duitschland gedurende het tweede Keizerrijk. 219

28—29 Juni. De Pruisen veroveren hot eiland Alsen. Geheel Jutland in de macht der bondgenooton. Verschillende kleine gevechten op zee. Denemarken verklaart zich bereid tot onderhandelingen over den vrede.

30 Oct. Vrede te Weenen.

Sleeggijk-Holstéin en Ljmenburg worden jian Pruisen en Oostenrijk afgestaan- GemeemchapiJelijk bestuur van Sleeswijk-Holstein door Pruisen en Oostenrijk. Ontevredenheid aldaar, en in geheel Duitschland; de publieke opinie verlangt de oprichting van een zell'standiq hertogdom Sleeswijk-Holstein onder Frederik v. Auguslenhurg; Bismarck eischt dat de nieuwe Staat onder militair opzicht met Pruisen zal worden vereenigd.

Voortdurende twisten tusschen de Pruisische en de Oostenrijksche regeeringscommissarissen. Wantrouwen tusschen de beide gouvernementen. Gevaar voor een oorlog. Bismarck te Biarritz.

1865. Verdrag te Grasteiu. Pruisen en Oostenrijk behouden

14 Aug. Te zamen het bquot;ëzitder veroverde hertogdommen;

maar het bestuur over Holstein komt voorloopig aan Oostenrijk, dat over Sleeswijk aan Pruisen} Lauenburg komt voor SJ'/j. niillioen daalders aan Pruisen.

Nieuwe óneenigheid; O o s t e n r ij k begunstigt de aanspraken van Frederik van Augustenburg, door Pruisen tegengewerkt.

Geheime onderhandelingen tusschen Pruisen en Italië.

Tweede reis van Bismarck naar Biarritz. Zijn onderhandelingen met Napoleon. Hij weet Napoleon's belofte van neutraliteit in een aanstaanden oorlog met Oostenrijk, en zijne toestemming tot een verbond van Pruisen met Italië te verwerven. Verwachtingen van Napoleon.

1866. Verbond tusschen Pruisen en Italië. Generaal

8 April. Gov one te Berlijn.

9 April. Voorstel tot hervorming van den Duitschen Bond,

waardoor Oostenrijk buiten Duitschland zou worden gesloten en de rest onder de opperheerschappij van Pruisen vereenigd. Het wordt afgewezen.

Groote krijgstoerustingen van beide zijden; verschillende pogingen ter bemiddeling. In Pruisen is de publieke opinie sterk tegen den oorlog.

1 Juni. Oostenrijk onderwerpt de regeling der zaken in .

Sleeswijk-Holstein aan de beslissing van den Duitschen ' Bond.

ocr page 232

220 De geschiedenis der negentiende e^uw.

3 Juni. De Oostenrijksche commissaris in H olst ein roept de Stenden 'van dat hertogdom bijeen ter verkiezing van een hertog. Protest van Pruisen.

7 Juni. De Pruisische troepen onder Manteuffel rukken Holstein binnen, dat door de Oostenrijkers wordt ontruimd.

14 Juni. Oostenrijk stelt in den Bondsdag de mobilisatie van liet Bondsleger tegeif Pruisen voor; dit voorstel wordt met igroote meerderheid aangenomen.

Pruisen verklaart den Duitschen Bond voor ontbonden en noodigt do Duitsche staten (vooral Hannover, Saksen, Hessen) tot een nieuw verbond uil.

Jun.—Aug. Oorlog van Pruisen en Italië tegen

Oostenrijk en de meeste Duitsche staten {Beieren, Wurtemberg, Saksen, Hannover, Baden, de beide Hessen, Nassau enz.).

De oorlog wordt gevoerd: 1°. In Tloliemen (.(ƒoravië, Oostenrijk) tussschen de Pruisen en de Oostenrijkers en Saksers.

2°. In West- en Znilt;l-l)iiitsclllaiid; de Pruisen tegen de Hannoveranen en Zuid-Duitschers.

3°. In Soord-Italië en Zuid-Tyrol tusschen de Oostenrijkers en Italianen.

Voornaamste generaals: Oostenrijkers: Beiysdek, aartshertog AlbrecUt, (zoon van aartshertog Karei), admiraal Tegethoff.

Prinsen: y. Moltke (chef van den generalen staf), de kroonprins van Pruisen, prins Frederik Karei (neef des konings); Herwarlh von Bittenfeld, Steinnietz, Vogel von Falken-stein, v. Göben.

Italianen: La Marmora, Cialdini, admiraal Persano.

Oorlog in Bohemen.

Einde Juni. Do Pruisen trekken met drie legers van verschillende kanten Bohemen binnen. Nalatigheidvan B e n e d e k, die de Boheemsche bergpassen niet behoorlijk verdedigt. De Oostenrijkers worden teruggedrongen in verschillende gevechten, o. a. bij Münchengratz, Gitschin, Nachod, Skalitz enz. en wijken naar Königgratz.

3 Juli. Slag bij Königgratz (Sadowa).

' Door de groote dapperheid der Pruisische troepen (Fransecky) en de tijdige komst van den kroonprins van Pruisen met zijn leger wordt de overwinning ten gunste der

ocr page 233

Duitschland gedurende het tweede Keizerrijk. 221

Pruisen beslist (het naaldgeweer). Grooto ontsteltenis te W e e n e n en te P a r ij s.

4 Juli. Frans Jozef roept de bemiddeling van Napoleon in en staat hem Venetië af;Napoleon durft zich niet gewapenderhand in don strijd mengen; lastige onderhandelingen-, Benedetli (de Fransche gezant) in het Pruisische hoofdkwartier; schranderheid van v. GoUz, Pruisisch gezant te Parijs.

Haastige terugtochtderOostenrijkers;de Pruisen bezetten geheel Bohemen en rukken voort tot in do nabijheid van Weenen. Gevecht te Blumenau bij Presburg (22 Juli).

26 Juli. Wapenstilstand en kort daarop preli

minair en van Nikolsburg door bemiddeling r- van Frankrijk.

Oorlog in West- en Zuilt;l-l)nitsc1iliinlt;1.

Do Pruisen rukken van verschillende kanten Hannover binnen. George V, koning van Hannover (1851—1866), trekt met zijn leger naar het Zuiden om zich met de Beieren te vereenigen,

27 Juni. Slag bij Langensalza. De Hannoveranen slaan een

Pruisisch korps terug, maar worden weldra dooide overmacht ingesloten en genoodzaakt zich over te geven. George Y vertrekt naar Oostenrijk.

10 Juli. De Beieren worden na verschillende kleinere nederlagen verslagen bij Kissingen en eenige dagen later bij Aschaffenburg. Frankfort en Darmstadt worden door de Pruisen bezet.

Het Pruisische leger verslaat ook de Badensche en quot;Wurtembergsche troepen.

2 Aug. Wapenschorsing tusschen do Zuid-Duitsche Staten en Pruisen.

Oorlog in Italië.

De Italianen onder La Marmora trekken over de Mincio endoen een inval in het Venetiaansch gebied. Cialdini bedreigt het van den Zuidkant.

24- Juni. Slag bij Custozza;

roemrijke overwinning der Oostenrijkers onder aartshertog Albreclit; de Italianen keeren naar hun land terug.

Na den slag van Königgratz worden de meeste Oostenrijksche troepen uit Italië teruggeroepen; hiervan maken de Italianen gebruik om het Oostenrijksche gebied (ook het Zuiden van Tyrol) binnen te rukken.

ocr page 234

222 De geschiedenis der negentiende eeuw.

Italië wil zich niet aansluiten bij den voorloopigen vrede van Nikohburg. De Italiaansche vloot onder Persano doet een aanval op het eiland Lissa.

20 Juli. Slag bij Lissa. ^

De dappere Oostenrijksche admiraal Tegethoff verslaat de veel talrijkere Italiaansche vloot en dwingt ze naar Ancona terug te keeren.

2 Aug. Ook Italië aanvaardt den wapenstilstand. De Italiaansche troepen ontruimen Zuid-Tyrol.

23 Aug. Vrede van Praag.

Oostenrijk erkent de ontbinding van den Duit-schen Bond en geeft zijn toestemming tot de annexaties en verdere veranderingen door Pruisen in Duitschland te bewerken. Sleeswijk-Holstein wordt aan Pruisen afgestaan; in do Noordelijke streken van Sleesivijk zal een vrije volkslemming beslissen over de Pruisische of Deensche nationaliteit (dezo bepaling opgeheven 1878). Oostenrijk betaalt aan Pruisen 20 millioen daalders. Het zal Venetië aan Italië afstaan.

De Zuid-Duitselie Staten zullen een eigen verbond mogen stichten. Sleeswijk-Holstein, Haunovér, Hessen-Kassei, STassau, Frankfort komen bij Pruisen, dat daardoor aangroeit van 5000 vierk. G.M. met 19'/2 millioen inw. tot 6400 vierk. G.M. met 24 millioen inw.

Saksen en de Zuid-Duitsche Staten moeten alleen oorlogskosten betalen en onbeduidende stukjes afstaan.

(Jeheim verdrag tusschen Pruisen en de Znid-I)uitsche Staten, waarbij deze zich verplichten om ingeval van oorlog hun legers onder oppejbevo 1 des konings van Pruisen te stellen.

Vrede te Weenen tusschen Oostenrijk en Italië. Oostenrijk erkent het Koninkrijk Italië en staat Venetië af.

Einde van den twist tusschen de Pruisische regeering en het Huis der afgevaardigden; de „indemniteitquot;.

Stichting van den Noord-Duitsehen Hond.

Cónstitueerend'e Rijksdag van den Noord-Duitschen Bond te Berlijn. De Koord-Duitsche Bond omvat alle Duitsche staten ten Noorden van den Mein gelegen (Pruisen, Saksen, de helft van Hessen-Darmstaflt en vérdere ~Noord-Duitsche staten, in het geheel 22 met een gebied van 7500 vierk. G. M. en ca. 30 millioen inw.). De

3 Oct.

3 Sept. 1867,

ocr page 235

De Fransch-Duitsohe oorlog.

president van den Bond is de koning van Pruisen, die ook npnerbeveUiëbber is van het ijondsleger en den Hond in het buitenlancT-vertegenwoordigt':quot;JJe üon(Tsraad vertegenwoordigt de'vefBöhderi gouvernementen(Pruisen 17stemmen, do andere te zanien 36); de Rijksdag (1 kamer, door algemeene en rechtstreeksche verkiezingen gekozen), het volk. Éénheid van post, telegraaf en douane. Graaf Bismaro.k bondskanselier.

Wantrouwen en naijver van Frankrijk, dat de verwachte uitbreiding aan den Rijn niet heeft verkregen en de ver-eeniging der Zuid-Duitsche Staten met den Noord-Duitschen Bond niet wil gedoogen.

De Luxemburgsche kwestie wordt door de groote mogendheden in der minne geschikt.

Ontevredenheid in Hannover; het feest te H iet zing; het Welfen-legioen; Pruisen legt beslag op het persoonlijk vermogen van den koning van Hannover ; het „reptiliën-fondsquot;.

Het „Zollparlamentquot;; onderhandeling over de „tnl-vereenigingquot; tusschen Noord- en Zuid-Duitschland.

In Oostenrijk komt na den oorlog een einde aan den twist met de Hongaren (Ausglnich). De Dcak-partij. Splitsing des Rijks in twee groote deelen Cis-Leithanië en Trans-Leithanië; beide doelen hebben een guheel afzonderlijk bestuur; de delegaties; eenheid tegenover het buitenland, v. Beust (vroeger Saksisch minister) Rijkskanselier.

S Juni. Frans Jozef te Ofen als koning van Hongarije

gekroond. Ontevredenheid in Bohemen en Croatië. Hatelijke maatregelen tegen do Katholieke Kork. Het Concordaat van 1855 wordt verbroken. In de buitenlandse he politiek toenadering tot Frankrijk; Frans Jozef te Parijs Napoleon te Salzburg.

§4. DE FRANSCH-DUITSOHE OORLOG (1870—1871).

De oorzaak van don bloedigon oorlog is vooreerst do wederzijdsche naijver tusschen Frankrijk en Pruisen, die beiden de eerste plaats onder de Europeesche Staten willen innemen.

Verder van den kant van Frankrijk . de ontevredenheid wegens ile weigering van Pruisen om de in 1866 verwachte compensaties toe te staan en de binnenlandHchc moeilijkheden l die Napoleon III nopen, om door een gelukkigen oorlog tegen Pruisen, zijn geschokte macht en verminderd aanzien, te herstellen.

223

1867.

1868. 1867.

ocr page 236

22i De geschiedenis der negentiende eeuw.

Van den kant van Pruisen komt daarbij de hoop op du volledige vereeniging van geheel Diiitschland, het zekerst te verkrijgen door een oorlog van het geheele Duitsohe :«oZamp;_tegen den „erfvijandquot;.

De aanleiding tot den oorlog werd de Spaanse he kwestie.

Revolutie in Spanje. Prim, Serrano, Topete en andere ontevreden generaals dwingen Isabella II het land te verlaten. Een Constitueerende Vergadering bepaalt dat Spanje een consli-tutioneele monarchie zal blijven. Serrano voorloopig regent. Men zoekt een gesohikten candidaat voor den Spaanschen troon.

Eerste onderhandelingen der Spaansche regeering met prins Leopold van Hohenzollern (bloedverwant varimën koning van Pruisen, maar ook geparenteerd met de Bonapartes).

Na herhaalde weigering aanvaardt hij met toestemming van den koning van Pruisen de hem aangeboden Vroon. Groote opgewondenheid in Frankrijk. Hartstochtelijke taal der pers. Aarzeling den keizers. Partijen voor en tegen den oorlog in het ministerie en de kamers. Onvoorzichtige (zeer krijgshaftige) houding van het ministerie.

De Fransche gezant Benedetti bij Willem I te Ems. Hij verlangt, dat de koning den prins van Hohenzollern het aanvaarden der candidatuur zal verbieden. Ontwijkend antwoord des konings.

12 Juli. Leopold van ^Hohenzollern ziet af van

zifne candidatuur.

13 Juli. Nieuwe eisch van het Fransche minis

terie, dat quot;Willem I zich zal verplichten nooit meer zijne toestemming tot die candidatuur te geven. De koning weigert dit beslist. Het incident te Ems. Laatste audiëntie van Benedetti bij den koning.

Het door Bismarck verkorte bericht der gebeurtenissen te Ems wordt overal gepubliceerd. Groote sensatie in Frankrijk en Duit schlan d. De Pruisische gezant verlaat (met verlof) Parijs.

15 Juli. Ministerraad te St. Clond; na lange aarzeling wordt de oorlog besloten. Stormachtige zitting van liet Wetgevende Lichaam; de uiterste linkerzijde is tegen den oorlog. Thiers.

1868. Sept.

1869. Maart.

, 1870. V Juni.

6 Juli. 9 Juli.

ocr page 237

De Pransch-Duitsche oorlog.

19 Juli. De Fransche oorlogsverklaring wordt te Berlijn OTerhandigd.

Groote geestdrift in geheel Duitschland. De Zuid-Duitsche Staten sluiten zich bij Pruisen aan.

Voortreffelijke organisatie en snelle mobilisatie van het Duitsche leger; verwarring en overhaasting bij de Pransohen; verblindheid van den Pranschen minister van oorlog Leboeuf.

Voorname veldheeren in dezen oorlog: Duitschers: v. Moltke, de kroonprins van Pruisen, prins Frederik Karei, de kroonprins van Saksen, v. Sleinrnetz, v. Manteuffel, v. Göben, v. d. Tann, v. Werder.

Franschen: Bazaine, 91ac-Mahon, Trochu, Aureüe de Paladines, Chanzy, Faidherbe. Bourbaki.

Onderhandelingen van Prankrijk met Oostenrijk en Italië over een bondgenootschap tegen Pruisen; de uitslag der eerste gevechten doet ze mislukken. Ook de andere mogendheden blijven onzijdig.

28 Juli. Napoleon begeeft zich met den keizerlijken prins naar Metz om het opperbevel der troepen op zich te nemen. De keizerin tot regentes benoemd.

De Fransche strijdkrachten staan bij Metz (het Bijnleger) onder Bazaine (ca. 200.000 man), verder onder Mac-Mahon bij Straatsburg en in N oord-Elzas (ca. 50.000 man).Daarbij de reserve te Chalons. De Duitschers vormen drie legers■. het eerste te Coblenz onder Steinmetz (60.000 man); het tweede te Mentz onder prins Frederik Karei (200.000 man); het derde te Mannheim onder den kroonprins van Pruisen (130.000 man). Het opperbevel van het geheele leger berust bij Willem I; de chef van den generalen staf is t. Moltke.

Een Fransche vloot stoomt naar de Noord- en Oost-Zee om de havens te blokkeeren, maar brengt den Duitschers slechts weinig nadeel toe.

2 Aug. De Pranschen bezetten Saarbrücken.

4 Aug. Gevecht te quot;Weissenburg; een divisie van Mac-Mahon's leger wordt door de voorhoede van het derde Duitsche leger teruggedreven.

6 Aug. De Pransche bezetting verlaat Rome.

Slag bij Wörth ; groote overwinning van den kroonprins van Pruisen op Mac-Mahon, die ijlings naar Chalons terugtrekt.

Op denzelfden dag slag bij Spiclieren; een deel van het Rijnleger (Frnssard) wordt door de voorhoede van het eerste en tweede Duitsche leger verslagen.'

225

15

ocr page 238

226 De geschiedenis der negentiende eeuw.

Het Rijnleger trekt terug naar Metz. De Duitschers bezetten een groot deel van Elzas en Lotharingen. De ulancn. Verbittering te Parijs. Het Wetgevende Lichaam wordt bijeengeroepen.

9 Aug. Val yan het ministerie Ollivier. Palikao {Cousin de Monlauhan) vormt een nieuw ministerie. Troclm wordt gouverneur van Parijs. D e keizer draagt het opper-beveloveraanBazaine. Krachtige poging van het ministerie om Parijs te versterken en het leger te reorganiseeren.

De Duitschers besluiten het te Metz geconcentreerde Eijnleger in te sluiten. Zij volvoeren hun plan door de drie bloedige slagen bij Metz.

14 Aug. Slag bij Colombey (Bomy) ten 0. van Metz.

16 Aug. Slag bij Vionville {Mars la Tour) ten Z. v. Metz.

18 Aug. Slag bij Gravelotte {Si. Priuat) t e n W.v. M e t z.

Ten gevolge dezer slagen blijft Bazaine met bijna 200.000 man in Metz ingesloten door prins t'rederik Karei met het eerste en een deel van het tweede leger. De kroonprins van Pruisen met het derde en een nieuw gevormd vierde leger {het leger van de Maas) onder den kroonprins van Saksen trekken tegen Chalons op.

Mac-Mahon trekt met het te Chalons gereorganiseerde leger en den keizer, die vóór de insluiting Metz verlaten had, naar het Noorden om Bazaine te ontzetten. Gevaar van dien tocht. Aan de Maas wordt hij door de Duitsche legers achterhaald.

30 Aug. Slag bij Beaumont; het korps Failly wordt overvallen en verslagen.

1 Sept. Slag bij Sedan.

Beslissende nederlaag der Franschen; Mac-Mahon gewond. Het leger wordt door de Duitschers ingesloten binnen de vesting.

2 Sept. Napoleon geeft zich gevangen;

capit.ulatie van het geheele Fransche leger, {bijna lamp;r.OOO man met 400 kanonnen), v. Wimpffen. Napoleon wordt als krijgsgevangen vervoerd naar Kassei en verblijft op het kasteel Wilhelmshöhe.

Ongeveer tegelijkertijd beproeft Bazaine bij Noisseville (31 Aug.) tevergeefs de linies der Duitschers te doorbreken.

ocr page 239

De Pransch-Duitsche oorlog.

4 Sept. Opstand te Parijs, yal van het Keizerrijk; Frankrijk wordt een Republiek.

Keizerin Eugénie vlucht naar Engeland.

Het „Gouvernement de la defense nationalequot;. Trochu hoofd van het bewind en opperbevelhebber te Parijs; Oambetta, Jules Favre, Roche fort, Crémieux e. a. Parijs wordt nog meer versterkt en van levensmiddelen voorzien; de nationale garde vermeerderd; gevaarlijke elementen daaronder: communards, anarchisten, socialisten.

De Duitsche troepen trekken op naar Parijs.

19en20Sept. Onderhandelingen tusschen Bismarck en JulesPavrete Ferriéres, die tot geen uitkomst leiden. De „guerre d outrancequot;.

Thiers beproeft te vergeefs door een reis naar de verschillende hoven van Europa, de tusschenkomst der groote mogendheden te verwerven.

19 Sept. —28 Jan. Beleg Tan Parijs.

De Duitschers bemachtigen verschillende vestingen, o. a. Toul (23 Sept.) Straatsburg (27 Sept.). Generaal v. Werder verovert met de Badensche troepen bijna geheel Elzas en dringt tot in Bourgogne door.

Sedert de insluiting van Parijs berust het bestuur daarbuiten en de leiding van den oorlog in de handen eener delegatie van het „Gouvernement de la defense nationalequot;, gevestigd te Tours, later te Bordeaux. Gambetta (met Freycinet) heeft daar den meesten invloed. Zijn koortsachtige bedrijvigheid om altijd nieuwe legers te vormen en te wapenen, ten einde Parijs te ontzetten en do Duitschers uit Frankrijk te verdrijven. Hij treedt op als dictator; zijn algeheele onkunde van het krijgswezen.

Twee legers worden gevormd: het eene aan de Loire, het andere in de Noordelijke departementen. De Franc-tireurs.

11 Oct. De Beieren onder v. d. Tann verslaan het Loire-leger en bezetten Orleans.

27 Oct. Capitulatie van Metz. Na langdurige onderhandelingen gequot;efi.3azaine zich met zijn geheele leger gevangen (bijna 4ty$(lOI) man met 1500 kanonnen). Zijne dubbelzinnige houding; later (1873) wordt hij door een krijgsraad ter dood veroordeeld; hij ontvang t genade, maar wordt gevangen gezet op het eiland Sle. Marguerite, vanwaar hij een jaar later ontvlucht.

227

ocr page 240

228 De geschiedenis der negentiende eeuw.

Een gedeelte van het insluitingsleger onder prins Frederik Karei trekt naar de Loire, een ander onder Manteuffel naar het N oor den.

9 Nov. Slag bij Coulraiers. Von der Tann wordt door het aanmerkelijk versterkte Loire-lecjer onder Aurelle de Paladines verslagen. Orleans wordt door de Franschen herwonnen.

De Beieren vereenigen zich met de aanrukkende troepen van prins Frederik Karei, die de pogingen van het Loire-leger om tot Parijs door te dringen, verijdelt.

Hij verslaat de Franschen bij Beaune la Bolande, Patay, Loigny en bezet Orleans opnieuw (5 Dec.). De delegatie verplaatst haren zetel naar Tours.

Aurelle de Paladines wordt afgezet; zijn leger wordt in twee deelen gesplitst; het eene onder Chanzy (aan de Loir e en in het We s t e n), het andere onder Bonrbaki, die naar het Oosten gezonden wordt. Chanzy wordt Beaugency

(10 Dec.) en daarna bij Le Mans (6—12 Jan. 1871) door prins Frederik Karei verslagen en zoo goed als vernietigd.

Ondertusschen heeft Manteuffel het Noorder-leger onder Faidherbe herhaaldelijk verslagen, o. a. bij Amiens (27 Nov.), aan de Hallue (24 Dec.) en verschillende steden, o. a. Dieppe en R ou a an, bemachtigd. -

1871. Slag bij St. Quentin. v. Göben (opvolger van 19 Jan. Manteuffel) brengt Faidherbe een beslissende nederlaag toe.

In het Oosten van Frankrijk heeft v. Wer der, na de inneming van Straatsburg en vele andere vestingen in Bourgogne en Pranche-Comté, met voordeel gestreden tegen Garibaldi , die aan het hoofd van zijn benden de Franschen te hulp gesneld is. Beleg van Belfort, dat door Denfert hardnekkig wordt verdedigd (3 Nov. 1870—16 Febr. 1871). Bourbaki trekt met een gedeelte van het Loire-leger (150.000 man) naar het Oosten om Belfort te ontzetten en een inval in Baden te doen (Einde Dec.).

Om het beleg van Belfort te dekken verschanst v: Werder zich met 43.000 man aan de Lisaine bij Mont-béliar d.

15—17 Jan. Slag bij de Lisaine. Bourbaki wordt teruggeslagen.

Manteuffel komt aan het hoofd van een nieuw gevormd Zuider-leger v. Werder te hulp en noodzaakt het leger van Bourbaki om den 1 Febr. bij Pontarlier naar Zwitserland te vluchten, alwaar het ontwapend wordt. Capitulatie van Belfort (16 Febr.).

ocr page 241

De Fransoh-Duitsche oorlog.

Ondertusschen blijft Parijs voortdurend door de Duitsche troepen ingesloten. Tal van reusachtige uitvallen (21 Oct., 28 Oct., 30 Nov., 19 Jan. 1871) leiden tot geen uitkomst. Herhaaldelijk onlusten en oproer in de stad. Daarbij komt het bombardement (sedert 27 Dec.) en gebrek aan levens-middelen.

Onderhandelingen van Pruisen met de andere Duitsche staten over het herstel van het Duitsche Keizerrijk.

' - Lodewijk II, koning van Beieren (1864—1886), noodigt in naam der Duitsche vorsten den koning van Pruisen uit, den titel van keizer aan te nemen.

1871. Herstel van het Duitsche Keizerrijk.

18 Jan. Willem I wordt in de Salie des glacés te Versailles tot Duitsch keizer uitgeroepen.

Nieuwe onderhandelingen tusschen Bismarck en Favre.

28 Jan. Capitulatie ran Parijs.

Wapenschorsing voor 3 weken om de verkiezing eener Nationale Vergadering te bewerken, die te Bordeaux zal bijeenkomen en over oorlog en vrede zal beslissen.

Hevige tegenstand van Gambetta; hij legt zijn dictatuur neder; Thiers wordt tot hoofd der regeering benoemd (pacte de Bordeaux]. Onderhandelingen te Versailles tusschen Thiers en Bismarck.

26 Pebr. Preliminaireu van Versailles.

Frankrijk staat aan Dnitschland af Elzas (behalve Beifort) en een gedeelte van Lothaflugen met Metz {quot;200 vierk. G.M. met i/'/ï millioen inwoners) en betaalt de krijgskosten ten bedrage van 5 milliarden frs. Tot aan de volledige betaling zal 6en gedeelte van Frankrijk door de Duitsche troepen bezet Wijven. Ook een gedeelte van Parijs zal door 30.000 man Duit-schers bezet worden, tot de bekrachtiging der preliminairen door de Nationale Vergadering (1—3 Maart).

10 Mei. Vrede yan Frankfort tusschen Duitschland en Frankrijk.

De preliminairen van Versailles worden bekrachtigd. %

Het Duitsche Rijk bestaat door de toetreding der Zuid-Duitsche Staten uit 25 leden; de constitutie van den Noord-Duitschmi Bond wordt met eenige wijzigingen over het geheele Rijk uitgestrekt. De Bondsraad telt 58 stemmen {Pruisen n, Beieren G, Saksen en Wurtemberg ieder 4 stemmen enz.).

229

ocr page 242

230 De geschiedenis der negentiende eeuw.

Elzas-Lotharingen wordt een Rijks 1 and, bestuurd door een stadhouder. Vorst Bismarck wordt Rijkskanselier; de Rijksdag .telt 597 afgevaardigden. Het Duitsche Ri^k beslaat 9879 vierk.

G.M. met 41 millioet^ inw. (1895 52 millioen).

Maart—Mei. Te Parijs maakt, na het vertrek der Duitsche troepen, de niet ontwapend,e nationale garde, grootendeels uit anarchisten of socialisten bestaande, zich van de stad meester, die door de linie-troepen ontruimd wordt.

Versailles, zetel der Nationale Vergadering.

6 April. Mac-Mahon aan het hoofd der uit Duitschland teruggekeerde troepen begint een tweede beleg van Parijs. Schrikbewind der „Communequot;-, Roche fort, Cluserel, Bossel, Delescluze, enz. de ; aartsbisschop van Parijs, Mgr. Varboy, en verschillende andere priesters en aanzienlijke burgers worden als gijzelaars gevangen genomen en weldra vermoord. De Duitschers blijven onzijdig.

21—28 Mei. De troepen der regeering dringen de stad binnen.

Woedende straatgevechten; barricades; de petroleurs en petroleusen, de Tuilerieën, het stadhuis, het Pal ais Royal en andere gebouwen worden in brand gestoken. Na hevigen strijd behalen de regeeringstroepen de overwinning. Talrijke executies en deportaties.

§5. SPANJE, PORTUGAL, ITALIË TIJDENS HET TWEEDE KEIZERRIJK. (1850-^1870.)

In Spanje regeert Isabella in betrekkelijke rust: het land herstelt zich onder het bestuur van Narvaez en O-Donnel langzamerhand van de langdurige burgertwisten; toch hebben er nog herhaalde pronunciamento's plaats, dikwijls gevolgd door een wisseling van ministerie.

1851. Val van Narvaez. Na onophoudelijke onlusten komt in 1854 Espartero aan het bestuur, die vervangen wordt door O-Donnel (1856), die op zijne beurt herhaaldelijk met Narvaez afwisselt.

1855. Onlusten op Cuba.

1859. O-Donnel sluit een Concordaat met den Paus, waardoor de geestelijkheid eenige vergoeding ontvangt voor de haar ontroofde kerkelijke goederen.

ocr page 243

Spanje, Portugal, Italië tijdens het twee/le Keizerrijk. 231

1859—1860. Oorlog met Marooco. O-Donnel „hertorj van Tetuanquot;. Spanje neemt aanvankelijk met Engeland en Frankrijk deel 'aan de expeditie tegen Juarez en Mexico, maar trekt weldra zijn troepen (onder Prim) terug.

Een oogenblik herwinnen de Spanjaarden San Domingo (1861), maar laten het reeds in 1864 aan zijn lot over.

1867. Dood van O-Donnel.

1868. Dood van Narvaez. In hetzelfde jaar opstand door Prim, Serrano, Topete aangestookt. De koninklijke troepen worden bij de brug van Alcolea door Serrano verslagen. Isabella vlucht naar Frankrijk. — Tegelijkertijd opstand op Cuha (1868). De Cortes besluiten, dat Spanje een monarchie zal blijven. Zij zoeken een koning. — De candidatuur van Prins Leopold van Hóhenzollern (1870) wordt de aanleiding van den Fransch-Duitschea oorlog. Onderwijl is Serrano regent. In hetzelfde jaar wordt Prim vermoord. Na langdurige onderhandelingen aanvaardt Arnedco, -hertog van Aosta, zoon van Victor Emanuel, de Spaansche kroon (einde 1870).

In Portugal voortdurende twisten tussehen de zoogenaamde gematigden (liberalen) en progressisten. Het land gaat • hoe langer hoe meer achteruit.

1853—1861. Pedro V, koning van Portugal. Hij wordt opgevolgd door zijn broer

1861—1889. Lodewijk I; zijn opvolger is zijn zoon Carlos I.

Italië.

In den Kerkelijken Start poogt Pius IX de treurige gevolgen der revolutie weg te nemen, zonder nochtans de liberale maatregelen zijnor eerste jaren te hernieuwen. Herhaalde lastige eischen en raadgevingen van Napoleon, wiens troepen Rome nog steeds bezet houden.

Tijdens de onlusten van 1859 en 1860 plaatst Pius IX aan het hoofd zijner troepen den Pranschen generaal La Moriciére, die het pauselijk leger tracht te reorganiseeren en moedig strijdt bij Caslel-Fidardo (1860). De Zouaven; de Pimodan.

1849 — 1878. Victor Emanuel II, koning van Sardinië

(sedert 1861 koning van Italië).

Hij blijft de liberale revolutionnaire politiek van zijn vader volgen. Massimo d'Azeglio. Voorbereiding tot een nieuwen oorlog tegen Oostenrijk.

ocr page 244

De geschiedenis der negentiende eeu\v.

1851—1859. Eerste ministerie van Cavour. Hij voert verschillende hervormingen in; hatelijke maatregelen tegen de Katholieke Kerk. Groote uitgaven voor leger en vloot. Drukkende schulden, zware belastingen.

Zijn kuiperijen in Lornbardije tegen het Oosten-rijksch gezag.

1855. Om de gunst van Frankrijk en Engeland ie •wirmen neemt Sardinië deel aan den Krim-oorlog. La Marmora met , 15.000 man in den slag bij de Tschernaja.

1856. Congres te Parijs; Cavour aldaar toegelaten; hij brengt den „onhoudbaren toestandquot; van Italië ter sprake.

1858. Toenemende spanning tusschen Oostenrijk en Sardinië. Cavour te Plombiêres.

1859. Huwelijk van prins Napoleon met Clotilde, dochter van Victor Emanuel. Verbond tusschen

Frankrijk en Sardinië. Ultimatum van Oostenrijk, door Cavour afgewezen. In den Italiaanschen oorlog lijden de Oostenrijkers de nederlaag bij MaüSXilü. en £ol£erit}o

Tegelijkertijd opstanden in de staten van Middel-Italië on in de Romagna. De hertogen van Parma en Modena en de groothertog van Toskane moeten hun landen verlaten. Een voorloopig bestuur aldaar ingesteld.

11 Juli. Preliminairen van Villafranca. Sardinië verkrijgt Lornbardije; de rechten der verdreven vorsten zullen worden gehandhaafd. Een Italiaansch Verbond zal worden gesticht. Ontevredenheid van Cavour; hij neemt zijn ontslag.

Schandelijke kuiperijen van Sardinië. Fanti, Farini, Sicasoli en andere Sardinische agenten bewerken, dat de opgestane landen hun inlijving bij Sardinië verzoeken. Aarzelend antwoord des konings; dubbelzinnige houding van Napoleon.

10 Nov. Door den vrede van ZUrich wordt de verdere regeling der Italiaansche aangelegenheden aan een internationaal Congres voorbehouden. Laaghartige voorstellen van Napoleon aan Paus Pius IX; diens waardig antwoord. Oostenrijk verklaart de herstelling der verdreven vorsten niet gewapenderhand- te zullen afdwingen.

1860. Cavour wederom aan het hoofd van het bestuur.

Jan. Napoleon verwerft Savoye en Nizza en laat daarvoor aan Sardinië vrije hand in Middel-Italië. Door „volksstemmingquot; wordt do annexatie dier landen Brf Sardinië besloten.

232

ocr page 245

Spanje, Portugal, Italië tijdens het tweede Keizerrijk. 233

1859. Dood van Ferdiuand II, koning der beide Siciliën. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Frans II.

Moeilijke toestand van den jongen koning; hevige aanvallen tegen het Napolitaansche bestuur in de geheele liberale pers. Gladstone. Ontbinding der Zwitsersche reyime.nten. Kuiperijen en samenzweringen der Sardinische agenten.

1860. Opstand te Palermo, aangestookt door Garibaldi, die zelf — met oogluikende, toestemming der Sardinische regeering — een expeditie naar Sicilië uitrust en door de hulp van een Engelsch oorlogsschip veilig te Marsala landt; zijn voornaamste helpers Crispi, Bixio, Türr e. a. Hij behaalt verschillende overwinningen op de koninklijke troepen, bemachtigt Palermo en verdrijft de Napolitanen uit Sicilië. Vruchtelooze pogingen van Frans II om door libérale hervormingen en onderhandelingen met Sardinië althans een gedeelte van zijn rijk te redden. Arglistige politiek van Cavour.

Garibaldi landt, heimelijk ondersteund door Sardinië, in Calabrië. Verraad en lafhartigheid der Napolitaansche troepen. Frans H, door de meesten der zijnen verlaten, trekt met het overschot van zijn leger naar Capua terug (5 Sept.); intocht van Garibaldi te Napels (7 Sept.); hij neemt den titel aan van Dictator van beide Siciliën in naam van Victor Emanuel. De vloot valt in handen van Persano.

Cavour besluit in Napels tusschen beiden te komen. Hij verkrijgt van Napoleon de toestemming tot de annexatie der Oostelijke helft van den Kerkdijken Staat (de Marken en Umbrië).

7 Sept. Cavour eischt van den Paus „de ontwapening der vreemde huurlingenquot;. quot;Waardig antwoord van Kardinaal Antonelli. Een opstand (door Cavour aangestookt) barst uit op de pauselijke grens.

Cialdini en Fanti trekken met een leger van 70.000 man den Kerkdijken Staat binnen. Huichelachtige houding van Napoleon tegenover Pius IX.

18 Sept. Slag bij Castel-Fidardo. Een gedeelte der Pauselijke troepen (Italianen) neemt lafhartig de vlucht; de ■ouaven strijden met heldenmoed tegen de overmacht ; Phnodan sneuvelt. La Moricière wordt met het overschot zijner troepen m Ancona ingesloten. Hij moet weldra capituleeren (29 Sept.).

De Franschen handhaven 's Pausen gezag in Rome en omstreken. Na de verovering van Ancona trekt Victor Emanuel naar Napels, alwaar hij het gezag aanvaardt. Een plebisciet e achtigt' zoowel in de veroverde deelen jan den Kerkelijke^ Maat, als in Napels en Sicilië, de vereeniging met Sardinië.

ocr page 246

234 De geschiedenis der negentiende eeuw.

20 Oct. De Napolitaansche troepen ontruimen hun positie bij Capua; de meesten trekken met den koning terug naar Gaëta, dat aanstonds door de Sardiniërs wordt ingesloten. Heldhaftige verdediging der stad; moedige houding van Frans II en zijne gemalin. De stad, hevig gebombardeerd, geteisterd door besmettelijke ziekten, moet capituleeren (13 Pebr. 1861). Frans II begeeft quot;zicK naar Eome.

1861. Bijeenkomst van het door Victor Emanuel bijeen-18 Febr. geroepen Italiaansche Parlement. Het erkentquot; en

bekrachtigt de gebeurtenissen der laatste jaren en proclameert Victor Eimuiuel tot koning van Italië (17 Maart 1861).

Moeilijke toestand van het nieuwe Koninkrijk. De meeste Europeesche staten loeigecen het te erkennen; overal nog vele aanhangers der vorige regeeringen', talrijke rooverbenden in Napels en Sicilië; daarbij veel republikeinen. Garibaldi wil terstond door de verovering van Rome en Venetië de eenheid van Italië voltooien, hetgeen Cavour uit vrees voor Napoleon niet mag toestaan. Bittere vijandschap tusschen Cavour en CJaribaldi, die hem ook den afstand van Savoye en A?ii-a niet kan vergeven;

hevige tooneelen in het parlement te Turijn.

6 Juni. Dood van Cavour; zijn laatste woorden „de vrije Kerk in den vrijen Staatquot;. Zijn opvolger Ricasoli verkrijgt de erkenning van het Koninkrijk Italië door Frankrijk. Hij wordt vervangen door Ratazzi (1862).

1862. Nieuwe onderneming van Garibaldi tegen Rome. Op Sicilië vergadert hij een bende en steekt daarmede naar het Zuiden van Calabrië over, maar wordt bij Aspromonte door de Italiaan,schc troepen verslagen; hij zelf wordt gewond en weldra naar Caprera teruggebracht.

1864. Bij de „Septeillher-COTIventiequot; belooft Napoleon 15 Sept. binnen 3 jaar zijn troepen uit Rome terug te trekken,

daarentegen zal Italië de souvereiniteit dos Pausen handhaven.

1865. Florence, hoofdstad van Italië.

1864. 8 Dec. Pius IX vaardigt den Syllabus uit.

1866. Door de overwinningen der Pruisen verkrijgt Italië het gebied van Venetië. Oostenrijk erkent hot

Koninkrijk Italië.

Rome wordt overeenkomstig de September-conventie door ae Franschen ontruimd. De Paus vernieuwt zijn oproeping tot de Katholieke jongelingschap, die in grooten getale, (ca. 3000), (vooral uit Frankrijk, België en Holland) dienst neemt in het Pauselijk leger.

ocr page 247

Spanje, Portugal, Italië tijdens het tweede Keizerrijk. 235

1867. . Nieuwe aanslag van Garibaldi tegen het pauselijk gebied; groote ontevredenheid van Napoleon, die de September-conventie voor geschonden v verklaart.

4 Nov. - Sla? van Meutana door de dappere Pauselijke Zouaven, geholpen door eenige Fransche afdeelingen, op de Garibaldisten gewonnen. Een Italiaansch leger ontwapent de vluchtende Garibaldisten. Onrechtvaardige maatregelen van het Italiaansch gouvernement tegen de Kerk; verbeurdverklaring van Kerkelijke, ffpederen.

1869—1870. Het Vaticaansch Concilie, geopend in tn/en-

8 Dec.—18 Jul. ivoordigheid van 747 bisschoppen. D^-onfeilbaarlieid des Pausen wordt met groote meerderheid ioi Dogma verklaard. Eenige bisschoppen zijn tegen de „opportuniteitquot;, maar onderwerpen zich na het Concilie. Eenige Duitsche professoren, (Döllinger, Reinkens, Ileusch, Friedrich e. a.) weigeren zich te onderwerpen.

De uitbarsting van den F ranselt-Duitschen oorlog veroorzaakt het vertrek der vergaderde bisschoppen.

6 Aug. Napoleon doet de Fransche bezetting Rome en het

pauselijk gebied ontruimen.

7 Sept. Huichelachtige brief van Victor Emanuel aan Pius IX.

Nog vóór het antwoord ontgingen kon zijn, rukt een groot Italiaansch leger onder Cialdini den Kerkdijken Staat binnen (11 Sept.). Rome wordt ingesloten. Na een korte maar moedige verdediging beveelt Pius IX de stad over te geven.

20 Sept. De Italianen trekken Rome binnen. Vernietiging van de tijdelijke macht des Pausen. Lafhartige houding der Europeesche mogendheden; protest van Garcia Moreno, president van Ecuador.

De Waarborgen-wet. De Paus behoudt de souvereine rechten voor zijn persoon en zijn paleis-, vrij verkeer met het buitenland enz. Een civiele lijst van 31 'j miliioen wordt hem aangeboden maar geweigerd. Schandelijke willekeur jegens kloosters, kerkelijke en liefdadige instellingen.

2 Oct. Een „plebiscietquot; bekrachtigt den roof van het pauselijk gebied. Borne hoofdstad van Italië. Victor Emanuel vestigt zich in het Quirinaal.

Pius IX blijft volharden in zijn onwrikbaar protest tegen

schending van de rechten der Kerk.

ocr page 248

236 De geschiedenis der negentiende eeuw.

§ 6. DE STATEN VAN NOORD- EN OOST-EUROPA GEDURENDE HET TWEEDE KEIZERRIJK.

Rusland blijft rustig te midden der algemeene beroering van 1848. Keizer Mkolaas toont zich overal een beslist vijand van alle oproerige beweging en leent zijn hulp aan Oostenrijk (1849) tot onderwerping der opgestane Hongaren. Trotsche houding tegenover Napoleon III.

De heerschzuchtige plannen van Nikolaas I ten opzichte van Turkije veroorzaken den Krim-oorloy. Bij den vrede van Parijs (1856) moet Rusland een stukje van Bessarabië afstaan, Kars teruggeven, afzien van het protectoraat van de Donau-vorstendommen. Bovendien wordt de Zwarte Zee geneutraliseerd.

Groote uitputting van Rusland; vijandschap tegen Oostenrijk; toenadering tot Frankrijk. Oortschakof leider der buitenlandse he politiek.

Alexander II schijnt meer tot de beginselen van Alexander I terug te keeren.

Hervormingen in het binnenland; grootere vrijheid voor de pers; aanleg van spoorwegen.

1861. Afschaffing van de lijfeigenschap der boeren.

Groot geldelijk verlies voor den adel. Ontevredenheid in vele deelen des rijks.

Treurige toestand van Polen gedurende het despotisch bestuur van Nikolaas I; Alexander II poogt eenige grieven weg te nemen, maar de Polen verklaren zijne concessies voor onvoldoende en eischen het herstel van het gansche Poolsche Rijk, alleen door pevsoneele unie met Rusland verbonden.

Sedert 1861. Herhaalde onlusten en kleine opstanden in Polen.

Grootvorst Konstantijn, stadhouder van Polen', markies Wielopolkski (een Pool) chef van het. burgerlijke bestuur.

De ontevredenheid blijft toenemen.

De regeering besluit de onrustige elementen met geweld in het leger in te lijven en aldus uit Polen te verwijderen.

Deze maatregel wordt in het begin van 1863 met grooln ruwheid volvoerd. Groote verbittering in Polen. Velen vluchten in de bosschen en vormen aldaar gewapende benden.

ocr page 249

De staten v. N.- en O.-Eur. gedurende het tw. Keizerrijk. 237

1863—1864. Tweede Poolsche opstand. Geen groote slagen, maar veel kleine gevechten, waarin ten laatste de Kussen de overhand behouden. Eerst Mieroslawski, daarna Langiewitsch dictator; daarna een geheim comité, dat der regeering veel last veroorzaakt.

De pogingen tot hemiddeling, door Frankrijk, Engeland en Oostenrijk gedaan, worden door Alexander II, steunend op de hulp van Pruisen, afgewezen. Na de gevangenneming van het geheim comité wordt de rust zonder moeite hersteld. Wreede maatregelen der Russische regeering zoowel in Polen als in Lithauen; Berg, Murawief. Verdrukking der Katholieke Kerk. Polen wordt verdeeld in 10 gouvernementen erv geYieeXxasi, Rusland saamgesmolten.

Ook de Protustantsche bevolking der Oostzee-provinciön heeft veel te lijden. Het panslavisme: Katkof, Aksakof.

Voortdurende uitbreiding van het Russische gebied in Azië.

1858. Schamyl, opperhoofd der Mohammedaanse he Tscher-kessen in den Kaukazus, wordt herhaaldelijk verslagen en moet zich aan generaal Bariatinski overgeven (1859).

Rusland verkrijgt van China het A mur-gebied en brengt een groot gedeelte van Turkestan in zijne macht. Bochara, Samarkand, Khiva worden schatplichtig gemaakt. Daarentegen worden de Russische bezittingen in Noord-Amerika aan de Vereenigde Staten verkocht (1867).

Een voorbijgaande toenadering tot Frankrijk (na den vrede van Parijs) wordt gevolgd door een innige verhouding tot Pruisen, waardoor Bismarck de vrijheid verkrijgt om in 1864, 1866 en 1870 zijne plannen te volvoeren.

Van de nederlagen der Franschen in 1870 maakt Rusland gebruik, om zich te onttrekken aan de bepalingen van den vrede te Parijs (1856) aangaande de neutraliteit der Zwarte Zee. Een conferentie te. Londen neemt daarmede genoegen (18 Maart 1871).

Turkije.

Toenemend verval van het Turksche Rijk. Wanbestuur en geldverspilling. Sedert den Krim-oorlog sluit Turkije herhaalde leeningen.

1858. Moldavië en Wallachije worden vereenigd onder den naam van vorstendom Rumenië. Alexander Cusa wordt aldaar als vorst erkend.

ocr page 250

238 De geschiedenis der negentiende eeuw.

1860 Moordtooneelen in Syrië; Drusen en Maronieten.

Schandelijk gedrag der Turksche ambtenaren; edelmoedigheid van Ahd el-Kader. Een Fransch leger herstelt de rust en bewerkt de bestraffing van eemgen van de voornaamste aanleggers der gruwelen.

1861—1862. Onlusten in Servië en Montenegro, door de Turken onderdrukt.

1861—1876. Abdul Aziz, Sultan van Turkije.

Het wanbestuur duurt voort. Kuiperijen te Constantinopel van Engeland , Frankrijk en Rusland, die elkander den voorrang betwisten.

1868. Opstand op het eiland Candia.

In Egypte wordt onder het bestuur van Said en Ismail Pascha door Ferd. de Lesseps, gesteund door den Franschen invloed, het kanaal van Suez gegraven. Tegenwerking der Engelschen. Plechtige opening van het kanaal in tegenwoordigheid van keizer Frans Jozef en keizerin Eugenie (1869).

Griekenland blijft voortdurend in onrust. Tijdens den Krim-oorlog verhindert een Fransch-Engelsche vloot vijandelijkheden tegen de Turken. Ten gevolge daarvan verbittering tegen koning Otto I.

1862. Een opstand berooft Otto I van zijne kroon.

Na langdurige onderhandelingen tusschen Rusland, Engeland en Frankrijk wordt hij vervangen door prins Willem van Denemarken, die onder den naam van George I den troon bestijgt (1863). Engeland staat bij die gelegenheid de Jonuche eilanden aan het Koninkrijk Griekenland at.

Zweden.

1844—1859. Oscar I, koning van Zweden.

Hij komt tusschen beiden ten gunste van Denemarken bij gelegenheid van den

bewerkt mede den wapenstilstand van Malmo (1848). In den Krim-oorlog blijft hij, niettegenstaande de p0gmgen vm Frankryk. onzijdig. Gedurende zijne regeering groote JoorlV^Jquot;\g van zieden in handel en nijverheid; de godsdienstvrijheid wordt eerst onder zijn opvolger ingevoerd.

1859—1872. Karei XY, koning van Zweden. , „ ,

Onder zijne regeering (1866) verkrijgt Zweden een nieuwe grondwet. Hij wordt opgevolgd door zijn zoen Oscar II.

f

ocr page 251

Engel., Holl., België, Zwitserl. ged. het tw. Keizerrijk. 239

Denemarken.

1858. De Sond-tol wordt door de Europeesche en Amerikaanse he handeldrijvende staten afgekocht.

1863. Troonsbestijging van Cliristiaan IX, die de door zijn voorganger voorgestelde constitutie bekrachtigt en daardoor aanleiding geeft tot den rampspoed igen oorlog met Pruisen en Oostenrijk. Bij den vrede van Weenen verliest Denemarken Sleeswijk, Holstein en Lauenburg, zonder dat de moreele steun van Engeland eenige verzachting der harde voorwaarden kan verkrijgen.

Gedurende de oorlogen tusschen Pruisen en Oostenrijk, Duitschland en Frankrijk bewaart Denemarken wijselijk de neutraliteit. De bepaling van den vrede te Praag omtrent Noord-Sleesivijk werd niet uitgevoerd.

§7. ENGELAND, HOLLAND, BELGIË, ZWITSERLAND GEDURENDE HET TWEEDE KEIZERRIJK.

(1848—1870.)

Engeland, de veilige schuilplaats van alle revolutiemannen, bleef in 1848 zelf voor onlusten bewaard. De dreigende beweging der Chartisten en der lersche ontevredenen wordt zonder moeite bedwongen.

Treurige toestand in Ierland. Verschrikkelijke hongersnood. Honderdduizenden verlaten hun vaderland. De

„ Feniansquot;.

1849. Intrekking der reeds lang gewijzigde Acte van Navigatie.

1850. Herstel der Katholieke Hierarchie in Engeland. Kardinaal Wiseman, aartsbisschop van Westminster. De „Oxford-bewegingquot; (sedert 1833); Pusey, Newman.

Sedert 1860. Vrijzinnige handelsverdragen, eerst met Frankrijk, daarna ook met andere landen. Cobden.

Sedert den dood der beide groote tory's Rob. Peel (f 1850) en Wellington (f 1852) is Palmerston (whig) de voornaamste staatsman van Engeland. Goede betrekkingen met Frankrijk. Engeland erkent terstond Napoleon als keizer en voert gezamenlijk met hem den Krim-oorlog.

Na den aanslag van Orsini (1858) verkoeling der goede verhouding; ontevredenheid van Engeland over den oorlog tegen

ocr page 252

240 De geschiedenis der negentiende eeuw.

Oostenrijk en de inlijving van Saooye en Nizza (1860). Palmer-ston begunstigt op alle mogelijke wijze de vorming van het ééne Italië.

Langzamerhand vermindert de invloed van Engeland op den loop der gebeurtenissen in Europa. Gebrek aan een krachtig leger. Algemeen wantrouwen.

1861. Engeland neemt deel aan de expeditie tegen Mexico, maar onttrekt weldra zijn medewerking aan de plannen van Napoleon. In den Noord-Amerikaanschen Secessie-oorlog blijft Engeland (evenals Frankrijk) onzijdig. De „Geconfedereerde Stalenquot; worden als oorlogvoerende partij erkend. Engeland begunstigt heimelijk hunne kapers. De Alabama. De Trent-affaire.

In den Poolschen opstand {186S) en den Slees wij k- Uolsteinschen oorlog (1864) poogt Engeland te vergeefs de zwakkere partij te steunen; in 1866 en 1870 bewaart het de neutraliteit.

1861. Dood van Albert van Saksen-Koburg, den prins-gemaal.

1865. Dood van Palmerston. Gtorfs(ogt;ie wordt de leider der whigs; de tory's onder Derby en Disraeli (lord Beaconsfield).

1866. Eerste kabel tusschen Ierland {Valencia) en New-Foundland (Trinity-hay).

De Eugelsche Bezittingen nemen gedurende dit tijdperk voortdurend in uitgebreidheid en welvaart toe; langzamerhand verkrijgen vele kolonies een eigen bestuur, nagenoeg geheel onafhankelijk van het moederland, en alleen tegenover het buitenland er mede vereenigd.

In Australië worden sedert 1851 rijke goudvelden ontdekt, die met landbouw en veeteelt, veel tot de opkomst der Engelsohe kolonies bijdragen.

In Afrika erkent Engeland in 1852 na langdurigen strijd de onafhankelijkheid der Transvaalsche Republiek (gesticht door de uit Kaap-kolonie en Natal uitgeweken Boers), in 1854 die van den Oranje-Vrijstaat.

1868. Expeditie der Engelschen naar Abessinië tegen koning Theodorus, die Engelsche onderdanen had verongelijkt. Inneming der hoofdstad Magdala door Rob. Napier-, dood van Theodorus.

In Azië voert Engeland sedert 1856 alleen, later te zamen met Frankrijk oorlog tegen China. Bij den vrede van Tientsin

ocr page 253

Engel., Holl., België, Zwitserl. ged. het tw. Keizerrijk. 241

(1858) en van Peking (1860) verkrijgen de bondgenooten de opening van verscheidene havens en hot recht van gezanten te houden te Peking. Vrijheid voor do missionarissen. Ook Japan opent (sedert 1854) eenige havons voor den Euro-peeschen handel.

In Indië breiden de Engelschen hunne bezittingen voortdurend uit.

1851—1853. Oorlogen tegen de Birmanen, die een deel van hun gebied moeten afstaan.

1857—1859. Groote opstand der Sepoy's (inlandscliu troepen) In Britsch-Indië. Delhi valt in de handen der opstandelingen, die een Indischen prins als keizer uitroepen. Wreedheden tegen de Europeanen. Nena-Saib. Na de inneming van Delhi (Sept. 1857) door Wilson maken de generaals Outram, Campbell, Havelock e. a. in den loop van 1858 een einde aan den opstand, die van weerszijden stroomen bloeds deed vloeien.

Strenge wraak der Engelschen, wreede straften.

1858. De Oost-Indische Compagnie verliest het bestuur over Britsch-Indië, dat geheel aan den Staat overgaat.

In de Amerikaansche kolonies herhaalde twisten tusschen de Canadeezen en de Engelsche kolonisten. Sommigen willen zich aansluiten bij de Vereenigde Staten.

1867—1873. Vorming van het ,,Dominion of Canadaquot;, hetwelk nagenoeg alle bezittingen der Engelschen in Noord-Amerika omvat en een geheel zelfstandig bestuur heeft.

1849—1890. Willem III , koning der Nederlanden.

Hij is gehuwd mot Sophie van Wurlemherc) ( f 1877); zijn oom prins Frederik (f 1881), zijn broer prins Hendrik (tl879); zijn beide zoons Willem (f 1879) en Alexander (quot;1-1884) sterven vóór den koning.

Gedurende dit tijdperk wordt do wetgeving in liberalen geest uitgewerkt. Tlwrbecke, Heemskerk, Fransen van de Putte zijn de voornaamste ministers. De Katholieken sluiten zich in de kamers aanvankelijk bij de liberale partij aan, latei-wenden zij zich meer naar den kant der conservatieven on antirevolutionnairen {Groen van Prinster er); toch behouden de liberalen de meerderheid in de kamer.

Veel welvaart, groote vooruitgang van handel en nijverheid. Ook de financiën van den staat komen in beteren toestand. De Indische baten. De staatsschuld langzamerhand verminderd tot 980 nüllioen gld. (1878): daarbij kunnen nog

16

ocr page 254

242 Do geschiedenis der negentiende eeuw.

vele spoorwegen en andere publieke werken worden aangelegd.

1849—1853. Eerste ministerie Th orb eek e, dat verschillende gewichtige wetten, o. a. de provinciale wet} (jemeentewet, kieswet, lelegraafivet enz. tot stand brengt.

1852. Voltooiing der droogmaking van het Haarlemmermeer (18.000 H.A.).

1853. Herstel der Katholieke Hlerarchie in Nederland.

Eén aartsbisdom: Utrecht; vier bisdommen : Haarlem, 's Hertogenbosch, Eoermond, Breda De April-beweging; val van het ministerie Thorbecke,

1857. Wet op het Lager Onderwijs; hevige tegenstand der antirevolutionnairen (Christelijke en maatschappelijke deugden).

1859. Afschaffing der slavernij in Ned. Indië (Eochussen.)

1861. Spoorwegwet; aanleg van gewichtige lijnen (ieder jaar 10 millioen uit de Indische baten).

Nederland erkent het koninkrijk Italië. Ontevredenheid der Katholieken.

1864—1866. Tweede ministerie Thorbecke.

Afschaffing der slavernij in West-Indiö. Nieuw douane-tarief (vrijhandel).

1863. Wet op het Middelbaar Onderwijs.

1866—1868. Eerste ministerie Heemskerk; v. Zuijlen van Nijevelt minister van buitenlandsche zaken.

1867. Luxemburgsche kwestie. Het gevaar van een Europeeschen oorlog afgewend door de conferentie te Londen. De handelwijze van den minister van buitenlandsche i zaken wordt afgekeurd; ontbinding der kamer; de nieuwet verkiezingen vallen ook ongunstig voor hot ministerie uit, dat daarop zijn ontslag neemt.

Luxemburg wordt geneutraliseerd, onder den waarborg der groote mogendheden; Limburg losgemaakt van Duitsek land en geheel met Nederland vercenigd.

1870. Afschaffing der doodstraf (t'. Lüaar). Op heffing van ons gezantschap bij den Paus verontwaardiging der Katholieken.

1871—1872. Derde ministerie Thorbecke.

ocr page 255

Engel., Holl., België, Zwitserl. ged. hot tw. Keizerrijk. 243

1872. Dood van Thorbecke.

In de kolonies word door herhaalde oorlogen met de inlandsche vorsten ons gebied voortdurend uitgebreid. Er werden o. a. tochten ondernomen naar Bali (1846—1849), naar de Westkust van Borneo, naar Celebes (Boni) enz. Veel last veroorzaken voortdurend de Atjehsche zeeroovers, wier onafhankelijkheid men volgens een verdrag met Emjeland van iSamp;i moet eerbiedigen.

«-W

1871. Nederland verkoopt aan Engeland zijne bezittingen op de kust van Guinea (voor 24000 pond ster).) en verkrijgt daarvoor vrijheid van handelen op Sumatra. Daarop volgt het begin van den ongelukkigen oorlog met Atjeh.

België blijft onder de regeering van Leopold I een benijdenswaardige rust genieten en maakt groote vorderingen op het gebied van handel en nijverheid. De strijd tusschen clericalen en liberalen wordt hoe langer zoo heviger. Vrees voor Fransc/ie annexatie-plannen-, versterking van Antwerpen.

1865. Dood van Leopold I; hij wordt opgevolgd door zijn zoon Leopold II.

Zwitserland komt (1856 en 1857) in onmin met Pruisen wegens den opstand der royalisten te Neufchdtel. Door bemiddeling van Napoleon III wordt het geschil in der minne geschikt.

Tijdens den Fransch-Duitsohen oorlog handhaaft Zwitserland zijn neutraliteit; het leger van Bourbaki wordt op Zwitsersch gebied ontwapend (1 Pebr. 1871).

Vijfde Hoofdstuk.

Amerika gedurende de negentiende eeuw.

Evenals de Engelsche Kolonies op het einde der achttiende eeuw herwinnen in het begin der negentiende do Spaansche Bezittingen in Amerika hun onafhankelijkheid. Maar de vrijheid , ten koste van een bloedigen en langdurigen krijg bevochten,

rden

llen-

wet} tand

mer- i

land,

aar-eda. i

ecko.':

igen-naai-

adië

ieder )nte-

i d i ö.

i van j

een •entte - s Ischc l'l )uwc C erio ||

borg

itsch- :

op-:

a ns:

ocr page 256

244 De geschiedenis der negentiende eeuw.

wordt voor Spaansch Amerika niet de bron van vrede en welvaart, maar van onophoudelijke burgertwisten, die deze door de natuur zoo zeer begunstigde landen in een zee van rampen en ellende dompelen.

De Vcreenigde Staten van Noord-Amerika nemen intusschen voortdurend in macht en rijkdom toe; en zelfs de verschrikkelijke burgeroorlog, die gedurende 4 jaren de Unie teistert, vertraagt slechts weinig de ontwikkeling der reusachtige Republiek, die Europa niet slechts met naijver en afgunst, maar met ontzag en vrees vervult.

§ 1. DE VEREENIGDE STATEN VAN N OORD - AMERIKA VAN 1800—1880.

Na de verovering der onafhankelijkheid nemen de Vcreenigde Staten van Noord-Amerika voortdurend in uitgebreidheid en bloei toe. Telkens worden er nieuwe Staten en Gebieden opgericht.

1803. Aankoop van Fransch Lousiana voor 16 millioen dollars.

1812—1814. Oorlog met Engeland. quot;Washington door de Engelschen ingenomen, die New-Orleans te vergeefs belegeren.

1814. Vrede te Gent. Amerika verplicht zich den over-zeeschen slavenhandel tegen te gaan; de veroveringen worden van weerszijden terug gegeven.

Groote tegenstelling tusschen de Noordelijke en Zuidelijke Staten.

In de Noordelijke; vrije arbeid, veel immigratie uit Europa, weldra bloeiende industrie en veel handel] spoorwegen-, graanbouw. Protectionisten.

In de Zuidelijke: plantagehouw (suiker, katoen], slavenarbeid, weinig nijverheid en immigratie. Uit de Zuidelijke Staten komen de meeste staatslieden der Unie. Vrijhandelaars.

Politieke partijen: Republikeinen (voorstanders der souvereiniteit der Unie) vooral in het Noorden; Democraten (voorstanders van de souvereiniteit der afzonderlijke Staten) vooral in het Zuiden.

Volgens bepaling van 1787 mag de slavernij niet afgeschaft worden vóór 1808. Gaandeweg neemt in het Noorden de afkeer tegen de slavenhouders toe. De Zuidelijke Staten zijn er voortdurend op uit, om door verovering der aangrenzende

ocr page 257

De Voreenigdo Staten van Noord-Amerika.

Spaansche bezittingen het aantal der Slavenstaten te vermeerderen en zich daardoor de meerderheid in den Senaat (2 leden per Staat) te verzekeren.

1819. Florida voor 5.000.000 dollars door Spanje afgestaan.

1817—1825. Monroe, president der Vereenigde Staten van Noord-Amerika.

De Vereenigde Staten ondersteunen heimelijk den opstand der Spaansche Kolonies in Zuid-Amerika. De Monroe-doctrine.

1820. Missouri-Compromis. Men bepaalt dat ten Noorden van SO3 30' NB. geen Slavenstaat mag worden opgericht. Er waren toen 11 Vrije en 11 Slavenstaten. H. Clay.

1825. Liberia gesticht op de kust van Afrika, om de Negers naar hun vaderland terug te voeren en de vrijheid te verzekeren (onafhankelijk sedert 1847).

1836. Texas verklaart zich onafhankelijk van de Republiek Mexico.

1845. Het wordt als een nieuwe Slavenstaat in de Unie opgenomen.

1846—1848. Oorlog met Mexico. Taylor. Scott.

Scott landt bij Ver a-Cruz en bemachtigt de stad Mexico.

1848. Vrede van Guadelouite-Hidalgo. De Rio Grande del Norte wordt de grens tusschen beide landen. Ook Opper-Californiëwordt aan de Vereenigde Staten afgestaan (later nog Nieuw-Mexico en Arizona).

1846. Grensregeling met Engeland. De grens wordt bepaald door 49° N. B.

1848. Het eerste goud gevonden in Californië fSutterJ. Sterke toeneming der bevolking aldaar.

1850. Wet over hot vangen en uitleveren der wegye-loopen slaven; groote verbittering in het Noorden.

1854. De Kansas-Nebraska-bill aangenomen (waardoor ook in die nieuw opgerichte Gebieden de

slavernij zou kunnen ingevoerd worden, hoewel deze ten Noorden van 30° 30' geleyen waren).

1857 (4 Maart)—1861. Itudianan (demokraat), de laatste president uit de Zuidelijke Staten. Vermindering dor inkomende rechten; groote financieele krisis.

245

ocr page 258

De geschiedenis der negentiende eeuw.

1860. Terkiezing Tan A. Lincoln tot president der Vereenigde Staten {republikein uit de Noordelijke Staten).

ZnW-Carolina verklaart de Unie ontbonden. De partij van Zuid-Carolina volgen weldra Florida, Alabama, Georgia, Louisiana, Texas-, later nog; Oost- Vircjinië, Arkansas, Tenessee, Noord-Carolina; onzijdig bleven: Missouri en Kentucky.

Verraderlijke handelwijze van Buchanan, die de Zuidelijke Staten zooveel mogelijk van krijgsbehoeften tracht te voorzien. Zeer vele officieren kiezen de partij der „Gecon-federeerden.quot;

1861. Congres te Montgommery;

de afgescheidenen vormen de „Geconfedereerde Statenquot;. Jeffei'son IJOTis'pïêsideHt.quot;Hoofdstad ;7?ic/(gt;?iowd in Oost-Virginië. Vruchtelooze poging van Lincoln, om de eenheid der Unie te bewaren.

12 April. Begin der vijandelijkheden. Beschieting en inneming van Fort Sumter bij Charleston door de Gecon federeerden.

1861 —1865. Burgeroorlog (Secessie- of Slav en-oorlog ].

Het Noorden bestond uit 21 Staten (en 8 Gebieden) met ongeveer '21 millioen inwoners.

Het Zuiden uit 11 Staten met 5'/2 millioen vrijen en 3 millioen slaven.

Voornaamste veldheeren: in het Noorden: Mac Clellan, Grant, Sherman, Sheridan; van het Zuiden: Lee, Jackson, Beauregard, Johnston.

Voornaamste tooneel van den oorlog: a. Virginië, b. de oevers van de Missisippi: c. het Zuiden der Geconfedereerde Staten d. de zeekusten, die door de vloot der Unionisten geblokkeerd werden. Admiraal Farragut.

De Geconfedereerden rusten veel kapers uit, o. a. de Alabama.

Deze oorlog is vooral merkwaardig door de groote hardnekkigheid der beide partijen; de toepassing der nieuwste uit-vindingen op de oorlogswerktuigen (Merrimac en Monitor, reusachtige kanonnen, torpedo's) alsmede door de stoute ruitertochten [raids]. Morgan, Stuart.

1861. Eerste slag bij de Bull Run (tusschen Washington en Richmond) gewonnen door de Geconfedereerden

246

ocr page 259

De Vereenigde Staten van Noord-Amerika. 247

onder Beauregard en ./olinslon; Ontsteltenis te Washington. Groote toebereidselen voor den oorlog. Mac Clellan opperbevelhebber.

1862. Tegenspoed der Geconfedereerden in het Westen: Grant en Ualleck maken zich meester van bijna

den geheelen loop van den Missisippi. Faragut verovert N e w -Orleans.

Mac Clellan bedreigt Richmond, maar wordt door Lee in verschillende gevechten (bij de Chickahomini) teruggedreven; schoone terugtocht van Mac Clellan. Lee verslaat de Unionisten voor de tweede maal bij de Bull Run en doet een inval in Maryland, maar trekt na den onbeslisten slag bij de Anti et am terug.

Uitputting der Geconfedereerden, wier handel en katoen-uitvoer nagenoeg geheel vernietigd wordt.

Ontevredenheid in Frankrijk en JDngeland, die gaarne de verdeeling der Vereenigde Staten zouden gezien hebben.

Engeland verleent een veilig toevluchtsoord aan de kaperschepen der Geconfedereerden, vooral aan de Alabama.

Lincoln proclameert de vrijlating aller slaven in de geheele Unie tegen 1 Januari van het volgend jaar.

Mac Clellan van zijn commando ontheven; zijn opvolger Burnside wordt door Lee verslagen in den grooten slag bij Frederiksburg.

1863. Lee verslaat de Unionisten bij Chancellor svill e en doet een stouten inval in Maryland, maar

wordt verslagen bij Gettysburg; hij keert terug naar Virginië.

Invoering der conscriptie in de Noordelijke Staten. Oproer te New-York.

Grant neemt na een langdurig beleg Vicksburg aan don Missisippi in.

Hij verslaat de Geconfedereerden bij Chattanooga. Vruchte-looze pogingen der Unionisten, om Charleston te bemachtigen.

1864. Grant, opperbevelhebber van het geheele leger der

Unionisten. Zijn krijgsplan: hij zelf' zal in het Noorden Lee, Sherman in het Zuiden Johnson bestrijden. Heldhaftige tegenstand van Lee, die, niettegenstaande de overmacht zijner vijanden. Grant herhaalde nederlagen toebrengt. Stoute tocht van Sherman door Georgië; hij verwoest een groot gedeelte van dien staat en bemachtigt Savannah.

De Alabama bij Cherbourg in den grond geboord door de Kearsartje. Farragut bemachtigt de baai van Mobile. De Tenessee.

ocr page 260

De geschiedenis der negentiende eeuw.

4 Nov. Herkiezing van Lincoln tot president der Ver-eenigde Staten. Zijn mededinger was Mac Clellan.

1865. Sherman doet een nieuwen tocht door Zuid- en Noord-Carolina en bemachtigt Charleston.

Laatste hevige gevechten bij Petersburg; na heldhaftigen tegenstand wordt Lee door de overmacht verpletterd. Richmond ingenomen door de Unionisten. Lee geeft zich over aan Grant; ook de overige generaals der Gecon-federeerden leggen de wapens neder. Jefferson Davis vlucht, maar wordt achterhaald en gevangen gezet, doch later vrij gelaten.

14 April. Lincoln vermoord door Booth; Johnson president. De Unie wordt hersteld: de slavernij definitief afijeschaft; algemeene amnestie. Groote uitputting van beide zijden, vooral in de Zuidelijke Staten; de schuld geklommen tot op 3.000.000.000 dollars.

Spoedig herstellen de Vereenigde Staten zich van de verliezen des oorlogs; de schuld wordt weldra zeer verminderd; groote uitbreiding van spoorwegen en telegraaf-1 ij n e n.

Protest van de Vereeni-gde Staten tegen de in-m en ging der Pranschen in Mexico. Zij weigeren Maxi nu haan als keizer te erkèhnen. Napoleon wordt genoodzaakt zijn troepen uit Mexico terug te roepen. Maximiliaan wordt ter dood gebracht (1867).

1867. De Vereenigde Staten koopen Russisch Noord-Amerika (Alaska) voor ruim 7.000.000 dollars.

1869. Eerste spoorweg van den Atlantischen naar den Stillen Oceaan.

1869—1877. Grant, president der Vereenigde Staten.

1870. Volledig burgerrecht aan de Negers geschonken.

1872. De Alabama-kwestie beslecht: Engeland betaalt IB'/j millioen dollars schadevergoeding.

Groote kuiperijen en oneerlijkheden onder de ambtenaren der Republiek. De Tamany-club, Vooral de Republikeinen maken zich aan veelvuldige bedriegerijen schuldig.

1881. Garfield, president der Vereenigde Staten.

Zijn krachtig optreden; na eenige maanden wordt hij vermoord.

De Indianen worden meer en meer teruggedreven en verminderen gaandeweg (1880 waren er in de geheele Unie niet meer dan 400.000).

248

ocr page 261

Spaansch en Portugeesch Amerika

§ 2. SPAANSCH EN PORTUGEESCH AMERIKA VAN 1800—1880.

Ontevredenheid in de Spaansche Kolonies over het despotisch bestuur. De Creolen worden steeds achtergesteld bij de geboren Spanjaarden: de handel met alle landen buiten Spanje blijft verboden. Door de verdrijving der Jezuïeten gaan vele missies onder de Indianen te niet.

1796—1808. De Enc/elschen doen herhaalde aanvallen op de Spaansche Kolonies, maar worden teruggeslagen. Op enkele plaatsen begin van een opstand, Bulivar, Miranda.

1808. De troonsbestijging van Jozef Bonaparte wordt het sein tot meer algemeenen opstand. De Kolonies {La Plata) weigeren de door hem gezonden stadhouders te erkennen. Het bestuur wordt gevoerd door Junta's, die met de centrale Junta (de Cortes) lt;e Cacfcr onderhandelen, om voor de Kolonies gelijkstelling met het Moederland te verkrijgen. Hun eischen worden afgewezen. Tenyevohje daarvan opstand tegen Spanje.

1811. In Venezuela wordt de Republiek geproclameerd.

Langzamerhand winnen de Spanjaarden weer veld; aardbeving van Carracas (1812). Simon Bolivar zet den strijd voort in de wouden aan den Orinoco.

Ook in Mexico breekt (1810—1811) een bloedige opstand der Indianen uit onder Hidalgo-, na diens dood worden zijne benden verstrooid.

1814. Terugkomst van Ferdinand VII naar Spanje.

De Kolonies vragen van hem herstel hunner grieven. Hij weigert en zendt Mor Ulo met 10.000 man naar Amerika. Bloedige oorlog. Schandelijke wreedheden. Engeland en de Vereenigde Staten van Noord-Amerika ondersteunen heimelijk de opstandelingen.

1817. Bolivar maakt zich meester van de stad Angostura aan den Orinoco. Een Congres aldaar bijeengeroepen benoemt hem tot Kapitein-generaal der „ Uepubliek Venezuelaquot; (1819). Ook Nieuw-Grenada valt in de macht der opstandelingen en vormt, met Venezuela vereenigd, de Republiek Columbia.

249

ocr page 262

Do geschiedenis der negentiende eeuw.

1820. Een nieuw leger, door Ferdinand VII te Cadix verzameld, maakt opstand tegen den koning en veroorzaakt de Spaansche Revolutie. Onderhandelingen van de afgevaardigden der Kolonies metdenie uwe (liberale) Cortes. Ook zij willen geen gevolg geven aan dé eischen der Amerikanen. De onlusten in Spanje beletten het zenden van troepen naar Zuid-Amerika, dat eindelijk geheel in de macht der opstandelingen valt.

1821. Boliyar „el Libertadorquot;, president dei-Republiek Columbia.

1823. De Spanjaarden ontruimen Porto-Cabello, hun

Nov. laatste bezitting in Venezuela.

1825. Engeland erkent de onafhankelijkheid der Zuid-Amerikaansche Republieken.

1816. Oprichting van de Republiek der Vereenigde Staten van Rio de la Plata.

1817—1818. De Spanjaarden worden door San Martin (van La Plata) uit Chili verdreven.

1820—1824. Bloedige oorlog in Peru. Door de hulp van Bolivar en Cochrane slagen do Peruanen er in de Spanjaarden te verdrijven.

1824. Beslissende nederlaag der Spanjaarden bij Ayacucho

(Sucre).

1826. De Spanjaarden ontruimen Callao hun laatste bezitting in Zuid-Amerika

Sedert dien tijd is Zuid-Amerika ,het tooneel van onophoudelijke burgertwisten en omwentelingen. Een poging van Bolivar om geheel Spaansch (en Portugeesch) Amerika tot één Statenbond te vereenigen (1826) mislukt. Bolivia (Opper-Peru) scheidt zich af van Peru, Ecuador van Columbia; ook Venezuela en Columbia verbreken hun verbond. Overal opstand tegen Bolivar, die eindelijk zijn waardigheden neerlegt en kort daarna sterft (1830).

1820. Nieuwe opstand in Mexico tegen het Spaansche gezag. De onderkoning stelt generaal Iturbide aan het hoofd der troepen, die zich weldra tegen Spanje verklaart en zich (1822) tot keizer van Mexico doet uitroepen.

1823. Iturbide wordt door generaal Santanna genoodzaakt de kroon neer te leggen en het land te verlaten. Het volgende jaar keert hij terug, maar wordt gevangen genomen en ter dood gebracht. Mexico blijft een federatieve Republiek.

250

ocr page 263

Spaansch en Portugeesch Amerika

1825. De Spanjaarden ontruimen San Juan d'Ulloa, hun laatste bezitting in Mexico.

Ook Middel-Amerika gaat voor Spanje verloren. Niet minder dan de Republieken van Zuid-Amerika wordt Mexico en evenzoo Middel-Amerika geteisterd door onophoudelijke burgertwisten.

Brazilië.

1817. De koninklijke familie van Portugal verlaat bij de nadering der Pransohe troepen Lissabon en vestigt zich te Eio Janeiro. .

1820. Opstand te Oporto; Jan VI keert naar Portugal terug; hij laat zijn oudsten zoon Pedro als regent achter.

Ontevredenheid der Brazilianen; opstand tegen het Portugeésche gezag. Pedro stelt zich aan het hoofd dei-beweging en wordt tot keizer van Brazilië uitgeroepen.

1822—1831. Pedro I, keizer van Brazilië.

1831. Hij wordt genoodzaakt afstand te doen van den troon ten behoeve van zijn minderjarigen zoon Pedro II.

1831—1889. Pedro II, keizer van Brazilië.

1840. Pedro II wordt meerderjarig verklaard. Ook in Brazilië herhaalde onlusten en samenzweringen.

1864—1870. Oorlog van Brazilië, Argentinië en Uruguay tegen de Republiek Paraguay. Na langdurigen dapperen tegenstand wordt de dictator van Paraguay, Solano Lopez, overwonnen en gedood.

1888. Afschaffing der slavernij in Brazilië.

1889. Omwenteling in Brazilië. Pedro II wordt verdreven, Brazilië wordt een federatieve Republiek. Sedert dien tijd bijna voortdurende onlusten.

1864—1866. Oorlog van Spanje tegen Peru en Chili.

Een Spaansche vloot bombardeert Valparaiso ; door bemiddeling der Vereenigde Staten van Noord-Amerika wordt de vrede hersteld.

1879—1881. Oorlog van Chili tegen Peru en Bolivia.

De bondgenooten worden herhaaldelijk te land en te water door de strijdkrachten van Chili verslagen en moeten de Salpeter-districten van Atacama afstaan.

251

ocr page 264

252 Do geschiedenis der negentiende eeuw.

In Ecuador herstelt na langdurige burgertwisten de voortreffelijke president Gabriel Garcia-Moreno orde en welvaart en doet veel voor godsdienstig onderwijs, handel en nijverheid. Hij protesteert tegen de berooving des Pausen; haat der liberalen tegen hem.

Hij wordt vermoord (5 Aug. 1875); na zijn dood nieuwe burgertwisten.

Ook Mexico wordt voortdurend door burgeroorlogen geteisterd. Texas scheidt zich af.

1846—1848. Oorlog met de Vereenigde Staten van Noord-Amerika. Bij den vrede van Guadeloupe-Hidalgo moet Mexico Texas, Nieuw-Mexico en Opper-Californië afstaan. gt;

1860. Beuito Juarez verdrijft zijn mededinger Mir am on en maakt zich van het gezag meester. Zijn gewelddadig bestuur; vervolging der geestelijkheid; benadeeling der Europeesche kooplieden en schorsing van de betaling der rente aan de vreemde schuldeischers veroorzaakt de expeditie der Pranschen, Spanjaarden en Engelschon naarquot;Mexico (1861).

Na de overeenkomst van Soledad (1862) trekken Engeland en Spanje hunne troepen terug; Frankrijk zet den oorlog voort, verdrijft Juarez en doet Maximiliaau van Oostenrijk tot keizer van Mexico verkiezen (1864).

Door het protest der Vereenigde Staten wordt Napoleon genoodzaakt zijn troepen terug te roepen (1866, '67).

Maximiliaau valt in de handen zijner vijanden on wordt doodgeschoten (1867, 19 Juni.)

Na Maxhniliaan's dood herwint Juarez de oppermacht; sedert nog herhaalde onlusten; in de laatste jaren onder Porfirio Diaz begin van betere toestanden.

ocr page 265

AANHANGSEL.

Kort overzicht van de voornaamste gebeurtenissen der laatste jaren.

In Duitschland begint kort na het herstel der politieke eenheid de „Kulturkanipfquot; tegen de Katholieke Kork.

Tegenover de vijandige houding der regeering vormen de Katholieken het Centrum. Groote redenaars en bekwame politieke leiders der Katholieken: Windthorst, v. Mallinekrodt, P. en A. Reichenspcrger, v. Franckenstein e. a.

Verbanning der Jezuïeten (1872); het Pruisisch gezantschap bij den Paus wordt afgeschaft; de Mei-wetten (1873). Vele bisschoppen en priesters gevangen gezet.

De Oud-Katholieke beweging, hoezeer door de regeering gesteund, blijft zonder beteekenis. Hot Centrum neemt steeds toe in aantal en invloed.

Terzelfder tijd in Zwitserland hatelijke vervolging der Katholieken door het gouvernement.

Ontevredenheid in Elzas en Lotharingen; harde maatregelen der regeering. Verzwaring der militaire lasten; toeneming der Socialisten: Bebel, Liebknecht.

1878. Aanslagen op het 1 e von d es ke i z er s door Hödel en Nobiling. De socialisten-wet. Het protectionisme herleeft in Duitschland. Begin van toenadering lot Rome. Falck treedt af als minister van eeredienst. Putt-kammer. De „discretionnaire wettenquot; (1880).

ocr page 266

254 Aanhangsel.

Langzamerhand wordt de betrekking tusschen Berlijn en Rome gunstiger; het Pruisisch gezantschap bij het Vatioaan wordt hersteld (1881); de hardste bepalingen der Mei-wetten worden gaandeweg verzacht.

1887. Nieuwe vermeerdering van leger en vloot; het septennaat; bemiddeling des Pausen. 1888. 9 Mrt. Dood van keizer Willem I.

1888. 9 Maart—15 Juni. Frederik III, koning van Pruisen, keizer van Duitschiand;

hij wordt opgevolgd door zijn zoon Willem II.

1890. Bismarck treedt af als Rijkskanselier (f 1898 , 30 Juli); hij wordt vervangen door generaal v. Caprivi, die op zijne beurt in 1894 plaats maakt voor den vorst toii Hoheiüohe-Schillingsfiivst.

In de buitenlandsche politiek, sedert 1872 toenadering tot Oostenrijk; daarbij voortdurend goede verstandhouding met Rusland. De „driekeizers-hondquot;. Met Frankrijk herhaaldelijk ernstige verwikkelingen en gevaar voor een nieuwen oorlog.

Op het Congres te Berlijn (1878) bewerkt Bismarck het behoud van den vrede tusschen Rusland en Engeland en het bezetten van Bosnië en Herzegowina door de Oosten-rijksche troepen. Sedert dien tijd verkoeling en weldra vijandschap tusschen Duitschiand en Rusland, dat naar den Franschen kant begint over te hellen.

1879. Verdedigend Verbond tusschen Duitschiand en Oostenrijk (Andrassy), waarbij in 1883 ook Italië zich aansluit; daardoor ontstaat „de triple-alliantiequot;. De triple-alliantie wordt sedert geregeld op vaste tijden vernieuwd.

Sedert 1884. Duitsche koloniën in Afrika (Angra Pequêna, Camerun, Togo, in Oost-Afrika) en Australië. De Congo-conferentie te Berlijn (1884—1885); de Congo-staat.

1885. Twist met Spanje wegens de Carolinen, door Leo XIII beslecht.

1890. Tegen afstand van Zanzibar verkrijgt Duitschiand van Engeland het eiland Helgoland.

1895. Duitschiand komt met Frankrijk en Rusland tusschenbeide bij den vrede tusschen Japan en China.

ocr page 267

Aanhangsel.

1897. De moord eeniger Duitsche missionarissen geeft Duitsohland de aanleiding om de haven en de stad Kiao-Tschau te bezetten.

Oostenrijk wordt nog voortdurend geteisterd door twisten tusschen de verschillende nationaliteiten des Rijks.

Op het Congres van Berlijn (1878) verkrijgt het Bosnië en Herzegowina en sluit kort daarna een defensief verbond met Duitsohland, hetwelk (1883) door toetreding van Italië in een triple-alliantie overgaat.

Nederland handhaaft zijn neutraliteit in den oorlog van 1870 en blijft in goede betrekkingen met alle Europeesche mogendheden. Ook in het binnenland wordt de rust niet verstoord; in de kamers behouden de liberalen een geringe meerderheid, die na de herziening der Grondwet (1887) minderheid wordt.

Wijziging der tvet op het hooger (1876), en op het lager onderwijs (1878); herziening der Grondwet (1887), na langdurige onderhandelingen tot stand gekomen. Een voor-loopig kiesreglement doet het aantal stemgerechtigden aanmerkelijk klimmen (van 140.000 tot 290.000).

Tengevolge daarvan nieuwe verkiezingen (1888), die de meerderheid schenken aan de Katholieken en Anti-reTolutioimairen.

1888—1891. Ministerie Mackay. De Voogdij wet; de schoolwet;

oneenigheid tusschen de anti-liberale partijen naar aanleiding der legerwet van Bergansius. Dr. Schaepman. Tengevolge daarvan herwinnen de liberalen de meerderheid (1891).

1879. Huwelijk van Willem III met prinses Emma van Waldeck-Pyrmont.

1880. Geboorte van prinses Wilhelmina, dochter des 31 Aug. konings.

1890. Dood van koning Willem III; hij wordt opgevolgd door zijne dochter koningin Wilhelmina,

onder regentschap harer moeder, de koninginregentes Emma. Een Baad van voogdijschap.

1898. Plechtige inhuldiging van koningin 6 Sept. Wilhelmina te Amsterdam.

Sedert 1873. Oorlog met Atjeli. Een eerste expeditie (1873) mislukt. Een tweede onder v. Swieten slaagt beter ;

255

ocr page 268

Aanhangsel.

de Kraton ingenomen; toch is de oorlog nog lang niet geëindigd. Groote kosten. Het „batiij slotquot; der Indische begrooting is (sedert 1879) in een „te kortquot; veranderd.

1894. Expeditie naar Lombok; generaal Vetter.

In Luxemburg komt na den dood van Willem III Adolf, vroeger hertog van Nassau, aan het bestuur.

in België duren de twisten tusschen clericalen en liberalen voort. Hatelijke maatregelen van het liberale ministerie Prère-Orban (1878—1884). Daarna brengen de verkiezingen de Katholieken weer aan het bewind. Toeneming der socialisten. Talrijke werkstakingen en onlusten, vooral in Henegouwen (1886).

Door stoute tochten van Livingstone, Stanley en anderen wordt het binnenland van Afrika voor den Europeeschen handel ontsloten. Een internationale Congo-maatschappij verwerft een uitgestrekt gebied, dat volgens de bepaling der Congo-conferentie (1884—1885), wordt gevormd tot den onafhankelijken Coiigo-staat onder souvereiniteit van Le opold II, koning van België.

1871—1873. Thiers, president der Franschequot;Republiek.

Hij bedwingt de Commune, sluit den vrede van Frankfort en verhaast door de spoedige betaling der vijf milliarden de ontruiming van Frankrijk door de Duitsche troepen. Hij raakt in onmin met de monarchale meerderheid der Nationale Vergadering en wordt vervangen door Mac-Mahon.

1873. Dood van Napoleon III te Chislehurst. Zijn zoon Louis Napoleon pretendent der Bonapartisten.

1873 — 1879. Mac-Mahon, president der Fransche Republiek.

Verzoening [„fusionquot;} van de legitimisten en Orleanisten. Onderhandelingen met Cltambord over het herstel van het koningschap in Frankrijk. Zij mislukken; de witte vlag.

De duur van het presidentschap wordt bepaald op zeven jaren. Oneenigheid tusschen de monarchale partijen.

1875. Na langdurige twisten wordt de Republiek als definitieve r eg e erin gsvor m aanvaard en een nieuwe Constitutie opgesteld en aangenomen.

256

ocr page 269

Aanhangsel.

1876. De algemeene verkiezingen geven in de nieuwe kamers de meerderheid aan de republikeinen. Herhaalde con/licten met den president, die eindelijk (1877) de kamer ontbindt. Hevige verkiezingsstrijd.

3 Sept. Dood van Thiers.

1877. De verkiezingen van 14 Oct. bevestigen de republikeinsche meer dorheid; na herhaalde wisseling van ministerie legt Mac-Mahon (30 Jan. 1879) zijn waardigheid neder.

1879-1887. Jules Grevy,

Republiek.

Gambetta voorzitter der kamer. De zetel der regeoring wordt weder naar Parijs verplaatst.

Hatelijke maatregelen tegen de Katholieke Kerk. Ferry, Paul Bert. De schoolwetten; de geestelijke orden worden verdreven; de Maart-decreten (1880).

1879. Dood van Lode wijk Napoleon (den prince imperial) in een oorlog der Engelschen tegen de Ka/f'er* in Zuid-Afrika. Splitsing der Bona-partistische partij. Prins Napoleon. (Plon-Plon) 11891 en zijn zoon Victor Bonaparte.

1883. Dood van Gambetta.

Dood van den graaf vanChambordte Frohsdorf. De pretendent der thans vereenigde legitimisten en Orleanisten is de Graaf van Parijs (f 1894), daarna diens zoon, de hertog ran Orleans. Hatelijke maatregelen tegen de prinsen der vroegere dynastieën (1883—1886).

Altijd toenemende demoralisatie van Frankrijk: anarchisten; werkstakingen;omkooperij op reusachtige schaal. Wilson (schoonzoon van den president), dAndlau, Caffarel.

1887. Tengevolge van dat alles wordt Grévy

Dec. (hoewel nog in 1886 voor 7 jaar herkozen) genoodzaakt zijn ambt neer te leggen.

president der Fransche

1887—1894. Sadi Camot,

Republiek.

Ook onder zijn bestuur, talrijke kuiperijen en schandalen. De plannen van generaal Boulanger (-(-1891) mislukken.

257

De Panama-schaiidaleii (1892—1893), do Lesseps. De Jodenkwestie (Drumont); herhaalde aanslagen der anarchisten (Ravachol).

president der Fransche

ocr page 270

r

258 Aanhangsel.

1894. Sadi Ca mot te Lyon vermoord door 24 Juni. Caserio, een Italiaanschen anarchist.

1894—1895. Casimir Périer, president der Fransche Republiek.

Hij legt reeds na zes maanden zijne waardigheid neder.

1895. Felix Faure, president der Fransche Republiek.

Met Duitsohland bleef de verhouding gespannen; herhaaldelijk wrijving en gevaar voor een oorlog; ook tegen Engeland (Egypte) en Italië (Tunis) bestaat er veel vijandschap; daarentegen altijd grootere toenadering tot Rusland. De Fransche vloot te Kroonstad, de Russische te Toulon. Keizer Nikolaas II te Parijs (1896); de „nations amies et alliées.quot;

Aanmerkelijke uitbreiding der Fransche kolonies. Tunis onder Fransch protectoraat (1881). Oorlogen in Tonkin: de „ Zwartvlai/genquot;, twisten met China (1883—1885). Admiraal Courbet.

1895. Na langdurige twisten tusschen do Hova's en do Fransche regeering wordt het eiland Madagascar bij de Fransche kolonies ingelijfd.

Spanje.

Met veel moeite gelukt het Prim, A m e d c o

zoon van Victor Emanuel, de Spaansche kroon to ! doen aanvaarden.

1870—1873. Amedeo, koning van Spanje.

Dec. — Febr. Zijn regeering is oen reeks van vruchtelon:/: pogingen om orde en rust in liet land to herstellen. In 1872 breekt een nieuwe Carlistische opstand uit.

1873. Amedeo, niet in staat zijn gezag te doen gelden. legt de kroon neder.

1873—1875. Spanje als Republiek.

Voortdurende opstanden en burgeroorlogen, l'o i Carlisten — hun pretendent is C ar 1 o s VI1,kleinzoon van den tegenstander van Isabella — verslaan herhaaldelijk de republikeinsche legers.

ocr page 271

Aanhangsel.

1875. Eenige generaals (Martinez-Campos, Primo de

Dec. Rivera e. a.) roepen Don Alphonso, den zoon van Isabella, tot koning van Spanje uit.

1875 — 1885. Alphonso XII, koning van Spanje.

Weldra (Febr. 1876) worden de Carlisten bij Estella verslagen; de rust in de Baskische provinciën wordt hersteld.

1878. Einde van den opstand op Cuba.

Zeer langzaam herstelt zich het land van de langdurige oorlogen. De moeilijkheden met Duitsch-land wegens de Carolinen worden door Leo XIII in der minne geschikt (1885).

1885. Dood van Alphonso XII; hij wordt opgevolgd door zijn zoon AlpllOUSO XIII onder regentschap zijner moeder Christina.

1895. Nieuwe opstand op Cuba; oneerlijke politiek der Vereenigde Staten van Noord-Am e r i k a. Tegelijkertijd opstand op de Philippjnen.

1898. Oorlog tusschen Spanje eu Noord-Amerika. Cuba, Portorico, de Philippijnen vallen in de macht der Vereenigde Stalen. Uitputting van Spanje; gevaar voor binnen-landsche onlusten. Vredesonderhandelingen te Parijs (Oct.).

Itïllië blijft voortdurend in strijd met den Paus, die zijne rechten niet wil prijsgeven.

Sc handel ij ke berooving van kloosters en liefdadige instellingen. Toch blijft de toestand der schatkist zeer ongunstig.

1878. Dood van Victor Emanuel. Hij wordt opge-8 Jan. volgd door zijn zoon Humbert I.

1878. 7 Febr. Dood van Paus Pius IX.

20 Febr. Verkiezing van Kardinaal Joachim Pecci, die den naam aanneemt van Leo XIII. De verhouding tusschen den Paus en do Italiaansche regeering blijft onveranderd.

1882. Dood van Garibaldi.

Onophoudelijke kuiperijen der Italiaansche staatslieden, die elkaar het bestuur betwisten. Crispi, Giolilti, Rudini, Zanardelli enz. Bankschandalen. Herhaalde opsla)),den (o. a. 1898); toeneming der republikeinen en anarchisten.

Met Frankrijk geraakt Italië herhaaldelijk in twist; vooral sedert 1881 wegens de bezetting van Ticnis door

259

ocr page 272

Aanhangsel.

de Franschen. Toenadcrimj tot Duitschland en Oostenrijk, waarmede in 1883 de triple-alliantie wordt gesloten. Tengevolge daarvan aanmerkelijke verzwaring der begrooting van oorlog.

1885. De Italianen bezetten Massowah aan de Roede Zee. Sedert dien tijd breiden zij hun koloniaal

gebied voortdurend uit (Baratieri, Baldissera), maar komen daardoor in oorlog met Menelik, opper koning van Abes-synië, die hun in 1895 en 1896 gevoelige nederlagen toebrengt en hen noodzaakt het grootste gedeelte der veroverde landstreken te ontruimen.

Engeland.

1867. Nieuwe hervorming der kieswet; belangrijke uit-breidiivj van tiet stemrecht. De verkiezingen van 1868 schenken een aanzienlijke meerderheid aan de liberalen. Ook in 1885 wordt het kiesrecht nogmaals aanzienlijk uitgebreid. De inwendige geschiedenis van Engeland gedurende de laatste jaren wordt beheerscht door de lersehe kwestie, die niettegenstaande alle pogingen nog altijd onopgelost blijft.

Eerste aanslagen van Fenians en Moonlighters.

Sedert 1876. De lersehe afgevaardigden in het Parlement verlangen de Home-rule. Parnell. Het obstructionisme.

Wanordelijkheden in Ierland. Het „hoycotLenquot;; de „land-leaguequot;, het „plan of campaignquot;. Talrijke misdaden; de moord in het Phoenix-park (1882). Daarop strenge dwang-wetten {coercion-lai(lt;), die de rust en veiligheid niet kunnen herstellen.

1886. Na verschillende wisselingen van ministerie, grootendeels door de Ieren bewerkt, doet Gladstone

het voorstel om aan Ierland de Home-rule te schenken. Scheuring in de liberale part ij: de unionisten. Het voorstel van Gladstone wordt verworpen. Ben tory-kabinet {Salisbury) komt aan het bestuur.

Verdeeldheid onder de Ieren; dood van Parnell (1891).

1892. Ten gevolge der verkiezingen aan hot bestuur teruggekeerd, dient Gladstone opnieuw het H om e -rule-ontwerp in; het Lager Huis neemt het voorstel aan; het Hooger Huis verwerpt het. Oneenigheid onder de liberalen. Gladstone neemt zijn ontslag.

1895. Lord Salisbury hoofd van het ministerie; de ververkiezingen zijn gunstig voor de ton/s.

260

ocr page 273

Aanhangsel.

1898. Dood van Gladstone.

Tegenover het buitenland toonen de whigs zich steeds meer bedeesd, de tory's meer voortvarend. Engeland is niet in staat de neutraliteit der Zwarte Zee tegenover Rusland te handhaven (1871); ook in de Alabama-kwestie (1872) geeft het toe.

Het tory-cabinet Disraeli (lord Beacons field) doet koningin Victoria don titel van keizerin van Indië aannemen (1876) en komt krachtig tusschenbeide in den liussisch-Turlischen oorloc; (1878). Op het Congres te Berlijn verkrijgt het de wijziging dor vredesvoorwaarden van San Stephano-, daarbij het eiland Cyprus.

In de kolonies breiden de Engelschen door voorspoedige oorlogen hun gebied voortdurend uit. De A shantynen (1874) worden onderworpen; de Transvaalsche Republiek — voor een tijd — geannexeerd (1877); ook tegen de .-l/V/Zmne/i, (1878—1880) en de Zoeloe-Kaffers (1878—1879) heeft Engeland te strijden. Dood van den prince imperial (1879). Koning Cetewayo wordt gevangen genomen en naar Londen gevoerd.

1881—1884. Opstand der Transvaalsche Boers; de Engelschen worden verslagen bij Langneck en bij de Majuba-bergen (1881); Engeland wordt genoodzaakt hun onafhankelijkheid (met oen geringe beperking) te erkennen (1884). Paul Kriiger. Sedert dien tijd voortdurend naijver en wantrouwen tusschen do Boers en de Emielschen. De verraderlijke inval van Dr. Jameson (1896) mislukt. lihodes. De Boers vinden veel sympathie in geheel Europa.

1882. Onlusten in Egypte. Reactie tegen de Europeanen, voornamelijk tegen de Franschen en Engelschen. Arabi Pascha.

Moord der Europeanen, voornamelijk te Alexandria (Juni). Daarom bombardeert een Engelsche vloot de stad. Alexandrië en Cairo door Engelsche troepen bezet.

Slag bij Tel el-Kebir (13 Sept.). Een Engelsch leger onder Wolseley verslaat Arabi Pascha. Geheel Egypte komt onder Engelschen invloed. Naijver der Franschen.

Sedert 1881. Opstand in Egyptisch Soedan. Do Mahdi. De

Egyptische legers worden herhaaldelijk verslagen.

Gordon, door de Engelsche regeering gezonden, poogt te vergeefs de rust te herstellen. Hij wordt door de Mahdisten gedood bij de inneming van Khar to e m (1885). Na langdurige aarzeling en herhaalde mislukte pogingen dringt eindelijk (1898) oen Engelsch-Egyptisch leger Soedan binnen, verslaat de aanhangers van den Mahdi en herovert Khartoem.

261

ocr page 274

Aanhangsel.

Voortdurende twisten met Rusland, dat in Afghanistan en China zijn invloed versterkt; herhaalde wrijving met Frankrijk. AlgomeenwantrouwentegendeEngelschepolitiek.

1877—1878. Rnssisch-Tnrksche oorlog.

Aanleiding: Opstand in Herzegowina (1875) door Servië en__Mant(inëgro ondersteund. Ook de Bulgaren maken öpstand maar worden verslagen; onmenschelijke wreedheden dei-Turken. Servië en Montenegro verklaren den oorlog aan Turkije.

De Serviërs (Tschernajef) moeten wijken voor de Turken bij A1 e x i n a t z (Sept. 1876). Een wapenstilstand wordt geslolt; en. later vrede. De groote mogendheden eischen do invoering van talrijke hervormingen. Ontevredenheid in Turkije. De „Jong-Turkenquot;.

1876. AImIiiI Aziz wordt afgezet en weldra daarna Maart. vermoord. Hij wordt vervangen door Mnrad V, die na eenige maanden wordt afgezet.

31 Aug. Abdul Hamid, Sultan van Turkije.

De grootvizier Midhat Pascha poogt vele hervormingen in te voeren. Een volksvertegenwoordiging {weldra voor onhepaalden tijd verdaagd). Daar al die maatregelen weinig gevolg hebben (Midhat Pascha verbannen Febr. 1877), verklaren Rusland en Rumeuië den oorlog aan Turkije (Apr. 1877).quot;

De Rnssen trekken over den Donau bij Sistowa.

Generaal Gurko trekt over den Balkan en bezet den S c h i p k a - p a s. Bloedige gevechten bij Plevna waar de dappere Osman Pascha verscheiden maanden (Juli—December) alle Russsische aanvallen terugslaat. Ook bij den Schipka-pas wordt verwoed gestreden.

Osman Pascha van alle zijden ingesloten moet zich aan de Russen overgeven. Servië verklaart op nieuw den oorlog aan de Turken. De Russische legers dringen door tot in de nabijheid van C onst an t i nop el. Ook in Armenië lijden do Turken de nederlaag en verliezen Kars.

Vrede te San Stefano; harde voorwaarden voor de Turken. D a a r t eg en protesteeren Engeland en Oostenrijk. Gevaar voor een oorlog; de Engelsche vloot vaart de Dar dan ellen binnen.

202

1877. 27 Juni.

10 Dec.

1878.

ocr page 275

Aanhangsel.

13 Juni —13 Juli. Congres te Berlijn.

Door bemiddeling van llisinarck wordt de vrede bewaard; de voorwaarden van San Stefano worden aanmerkelijk gewijzigd.

Vooniaamste bemalingen Tan het JDougres te Berlijn; Rnmeiiie, quot;Sèrvxë, Montenegro worden aiiajliankelijk en daarbij vergroot ten koste van Turkije;?/het land tusschen Donau en Balkan (met Sophia) wordt een Vorstendom Bulgarije, schatplichtig aan de Porte^Zuid-Bulgarije blijft onder den naam van Üost-Rumelië onder het gezag van den Sultan, maar verkrijgt een eigen bestuur onder een Christen-gouverneur,'/)osteiirijk verwerft het bestuur van Bosnië en Herzegowina (onder suzereiniteit van den Sultan) ^Turkije Rusliyid eenige streken in Armenië af en betaalt de k r ij gs k o o t e n P/Briekeiilaiid zal in Thessalië en Epirus eenige uitbreiding verkrijgen; eindelijk \vörden nogmaals aan de belijders van alle eerediensten in Turkije gelijke rechten geschonken.

Bumenië staat in ruil voor de verkregen uitbreiding (de Dobrud.icha) aan Kiisland het deel van Bessarabië af, in 1856 verworven. Rusland strekt zich wederom uit tot aan do monding van den Donau.

Na den vrede blijft de verwarring in het Turksche bestuur voortduren. Karei van Rumenië neemt in 1881, Milan van Servië 1882 den koningstitel aan.

1879—1886. Alexander van Battenberg, vorst van Bulgarije.

Hij is in het begin geheel a/liankelijk van Rusland , maar weet zich eindelijk daarvan te bevrijden. Hij bewerkt een opstand in Oost-Rumelië en vereenigt dat gewest met zijn gebied (1885). Daarom oorlog mot Servië; ^Wea;amto-verslaat de Serviërs bij Slivnitza en Pirot. Door bemiddeling van Oostenrijk wordt weldra de vrede hersteld. Groote ontevredenheid van Rusland.

1886. Alexander wordt door oen samenzwering dei-Russische partij uit zijn land verdreven. Schandelijke kuiperijen der Russen. Kanlbars. Voorzichtige en krachtige houding der Bulgaarsche regeering. Stanibulof'. Eindelijk wordt prins Ferdinand van Kobnrg-Cohary tot vorst van Bulgarije verkozen (1887), die eerst in vijandschap met Rusland blijft en door Oostenrijk wordt gesteund, maar later zich geheel aan Rusland overgeeft. Voortdurende twisten en groote naijver tusschen de Balkan-Staten, alwaar Oostenrijk

en Rusland elkanders invloed betwisten.

Sedert 1895. Gruwelijke moordtooneelen in Armenië;

de vertoogon der Europoeschc mogendheden baten

263

ocr page 276

Aanhangsel.

niets. Opstand in Crttla, door Griekenland gesteund. Daarom (1897) oorlog tusschen Griekenland en Turkije; de Grieken worden verslagen en moeten een gedeelte van Thessalië afstaan. Het „Europeesch Concertquot;. De onlusten op Creta duren nog steeds voort.

Na den oorlog van 1870 duurt de vriendschap tusschen Rusland en Duitschland voort, maar begint te verkoelen sedert het Congres te Berlijn. Gortschakof. Toenadering tot Frankrijk. Voortdurende twisten met Engeland. Aanmerkelijke uitbreiding van het Russische gebied in Turkestan en Mand-schurije. De Trans-Kaspische en de Siberische spoorweg.

Rusland wordt voortdurend geteisterd door de samen-zwcrlngeu der Nihilisten; ontelbare aanslagen tegen den keizer en hooge ambtenaren.

1881. Alexander II wordt te Petersburg door de Nihilisten 13 Maart, vermoord.

1881—1894. Alexander III, keizer van Rusland.

Hij wordt opgevolgd door zijn zoon NlkolaaS II.

In Noorwegen hevige nationale beweging tegen de vereeniging met Zweden.

1894. Japan, dat sedert een dertigtal jaren groote vorderingen heeft gemaakt op den weg der nieuwere beschaving, geraakt in oorlog met China wegens het protectoraat van Corca. Schitterende overwinningen der Japan-sche legers en vloten.

1895. Trede van Simonoseki. Duitschland, Frankrijk en Rus/and komen tusschenbeide en bewerken een aanmerkelijke verzachtinc/ der vredesvoorwaarden.

264

ocr page 277

ALPHABETISCH REGISTER.

Afkortingen.

Cz. = Czaar, Czarin. gh. = groothertog, h. = hertog. K. = Koning, Koningin.

pr.

s.

vr.

preliminairen.

slag.

vrede.


I.

1700—1789.

Abo (vr.) 80. 33.

Act of Settlement 4.

Acte- van Consulentschap 63. 04.

— Garantie 65.

Adams 57.

Addison 27.

Adolf Frederik (v. Holstein-Gottorp) K. v. Zweden 33. 53. Akadië(Nieuw Sehotland)9.26.B9. Aken (vr.) 19. 36. 39. 41. 67. 68. Akjerman 50.

Alberoni (kard.) 15.17.18.24.26. Albertine Agnes 62.

Alembert (d') 47. 68.

Alexei (Alexis) Cz. 10. 48.

— Russ. Prins 11. 48. Algerijnen (kapers) 63.

Ali-Bey 51.

Alien-bill 60.

Almanza (s.) 7.

Alpen 4.

Alton (d') 44.

Alton a 55.

Altranstiidt (vr.) 14. Amsterdam 58. 62—64.

Anjou (duo d') 23. Ankarström 54.

Anna Cz. 29 v. 48 v.

— K. v. Eng. 5. 25. 63.

— v. Oostenr. 2. 3. 24.

— Leopoldowna 29.

— Petrowna 11. 48.

Ansbach 43.

Antillen 40.

Anton Ulrik h. v. Brunsw.-

Bevern 29. 48.

Antwerpen 21.

Apraxin 30. 37 v.

Aranda (d') 67.

Argens (d') 47.

Arkwright 61.

Arnold 58.

Arouet zie Voltaire.

Asiento (verdr.) 9. 26. 36. Asiento-oorlog 27.

Astrakan 10.


ocr page 278

Register I.

266

Augsburg 6.

August II (do Sterke), K. v. Polen (als keurvorst v. Saksen Fred. Aug. I) 13 v. 22. 30. 35. — Ill (v. Saksen), K. v. Polen 22. 30. 37. 49.

Baber 40.

Baden (vr.) 9.

Baku 12.

Bar 25.

— (Confederatie v.) 50. Barcelona 7. 9.

Barrière 35 v. 63. Barrière-tractaat 21. 27. 45. Batavia 28.

Bayreuth 43.

Beaumont (de) 69 v.

Beieren 6. 32—34. 43. 45. België 4—7. 9. 17. 20 v. 27 v.

34 v. 44—46.

Belgrado 46. 53.

— (s.) 21.

— (vr.) 22. 29.

Belleisle 32.

Bender 14. 46. 50.

Benedictus XIV 20.

Berezof 29.

Bergen (s.) 38.

— -op-Zoom 35.

Berlijn 38. 46.

Berlijn (vr.) 33.

Bernis (de) 36.

Bernstorff (de oudere) 55.

— (de jongere) 55.

Berry (due de) 23.

Berwick 5. 7. 9. 18. 22. Bessarabië 50.

Bestuschef 30. 37 v.

Bijltjes 62.

Bilderdijk 65.

Biron 29. 49.

Bisschoffswerdor 47.

August Willem pr. v. Pruisen 47.

Aureng-Zeb. 40.

Aveiro (h. v.) 66 v.

Azeitao (fort) 66.

Azof 11. 14. 22. 52.

B.

Blount 26. 28.

Bodmer 47.

Boerhaave 65.

Bohemen 20. 32—31. SV. 'f3.

Bojaren 10. 12.

Bolingbroke 8. 26 v.

Bombay 41.

Bornholm (s.) 53.

Boscawen 40.

Bosnië 21 v.

Bossuet 23.

Boston 57.

Bouftters 5. 7.

Bourbon (h. v.) 18. 25.

— (huis v.) 19. 34. Bourdonnaye (la) 41. Bourgogne (due de) 7. 23. Bourgondië (Koninkr.) 46. Bourgoyne 57 v.

Braam 69.

Braïla 50.

Brandenburg 37.

Brandt 55.

Branicki 54.

Breda 44.

Bremen 12. 14 v.

Breslau 37 v.

— (vr.) 33—35.

Bretagne (due de) 23. Brihuega (s.) 8.

Broglie (de) 37 v.

Browne 37.

Brugge 45.

Brunswijk 37.

Brussel 3. 44 v.

Bukowina 43.


ocr page 279

1700—1789.

207

Bunkershill (s.) 57. Bunzolwitz 38. Burke 50 v. 01. Burkersdorf (s.) 39. Bute 38. 40. 50.

Butschak 52. Buys 8. Bylandt 58. Byng 39.

c.

Calcutta 41.

Callenburgh 0.

Calonne 71.

Camisards 0.

Canada 39 v. 50—58.

Capellcn (v. d. tot den Pol) 04.

Carlos infant v. Sp. 17. 19. 22.

Carmer 40.

Carpi (s.) 4.

Carteret 34.

Catalonië 8.

Catinat 4 v.

Cavalier 0.

Celebes 28.

Cellamare 18.

Celle 55.

Cevennon 0.

Chambre dos enquêtes 24.

— marées 24.

— requêtes 24.

Chatoauroux (mad. de) 08. Chatham zie Pitt de oudore. Chiari (s.) 4.

Chineezen 28.

Choiseul 09 v.

Chotusitz (s.) zio Czaslau Christiaan VI K. v. Denem. 30.

— VII K. v. Denem. 55. Churchill zie Marlborough. Clemens XI 4. 20.

— XII 20.

— XIII 00 v. 72.

Clemens XIV 51. 72 v. Clermont 38.

Clinton 57.

Clive 41.

Codex Fredericianus 40. Co'fmbra 00.

Collecte 03.

Commissie van defensie 04. Compagnie (Oost-Indische) 28. 02. 05.

— (West-Indische) 28. 02. 05.

— des Indes Occidentales 24. Concert (Haagsch) 14. Concord (gev.) 57. Confederatie (recht van) 50.54, Connecticut 57. Constantinopel 52. 30. Contades 37 v.

Contrat social 09.

Cook 61.

Cornwallis 59.

Corpus Catholicorum 20.

— Evangelicorum 20.

Corsica 20. 07. 70 72.

Cortes (Spaansche) 2. 17. Crefeld (s.) 38.

Cremona 5.

Crillon 59.

Cumberland (h. v.) 37. Czartoryski 50.

Czaslau (s.) 33.


D.

Dalmatië 21. Damicns 09. Dantzig 47. 51. 54.

Daondels 04. Dagbladen 27. Dalekarliërs 53.

ocr page 280

I Register I.

268

Daschkof 46.

Daun 7. 37 v.

Dauphin (le grand) 23. — (zoon v. Led. XV) 70.

Dedel 59.

De Foe 27.

De Gijzelaar (Cornelis) 64. Delaware 57.

Delhi 41.

Denain (gev.) 8.

Dendermonde 27.

Denemarken 12.14 v. 30. 52 v. 58. Derbent 12.

Derby 35.

Despoten (verlichte) 65. Dettingen (s.) 84.

Deventer 28.

De Wit (Jan) 28.

Diderot 68.

Dissidenten 50.

Dniester 53.

Dodwell 61.

Doelisten 62.

Edinburgh 85.

Egypte 51.

Eleonora v. Palts-Neuburg 2. Elisabeth Cz. 11. 26. 35 v. 38. 48.

— Farnese (v. Parma) 16 v. 19.

— dochter van Jac. I 26. Elliot 59.

Elphinstone 51.

Emden 34.

Emser Punctaties 44. Encyclopedisten 68.

Falkirk 35.

Falszy (vr.) 15. Familie-verdrag 40. 67. 69.

Doggersbank (s.) 59. Dolgorucki 29.

Dombrowski 54.

Dominica (s.) 59.

Dominus ac Redemptor (breve) 49.

Doornik 27.

Dordrecht 64.

Drente 27.

Dresden 36. 38.

— (vr.) 35.

Drostendiensten 64,

Dubarry (mad.) 70.

Dubois 24 v.

Dugdale 51.

Duinkerken 9.

Duitsohland 5 v. 9. 11. 14.

20—23. 31—39. 42—48. Dumouriez 50.

Dupleix 41.

Duquesne (fort) 39.

Du Tillot 72.

Engeland 2—11. 14. 16—19. 21—29. 31—39. 44. 46. 52. 56—63. 65. 67. 69. 71. Ensenada 67.

Eon de Beaumont 12. Ermeland (bisdom) 47. 51. Ernst Casimir 62.

Esprit des lois 68.

Esthland 12 v. 16.

Estrées (d') 37.

Eudoxia Lapuchin 48. Eugenius van Savoye 4—9.21v. Exercitie-genootschappen 63.

F.

Farinelli 67.

Farnese (huis v.) 17. 19. Faulhaber 47.


ocr page 281

1700—1789.

269

Fobronius (v. Hontheim) 44. Fehrbellin (s.) 12.

Fénélon 23.

Feodoor I Cz. 10.

— III „ 10. 48. Ferdinand I Keiz. 32.

— III „ 2.

— IV K. van Napels en Sic. 67. 72.

— VI K. v. Sp. 19. 35. 67.

— III gh. v. Toskane 72.

— h. v. Brunswijk 37 v.

— h. v. Parma 72.

Formor 37 v.

Fouillade (la) 6.

Fielding 27. 58.

Fink 37 v.

Finland 12. 14. 16. 30. 33. 53. Fleury (kard.) 16.23.25.27.32.68. Flood 59.

Florida 40. 59. 67. v.

— Blanca (Monino) 68. 72. Fokschani (s.) 46. 53. Fontaineblau (pr.) 39 v.

— (vr.) 45. 63. 71.

Fontenoy (s.) 35.

Fouqué 37 v.

Fox 60 v.

Franckenberg (kard.) 44.

Fran ek er 64.

Franklin 56—58. 61. 71. Frankrijk 1—10. 16—19. 22—28. 31 v. 34—43.

50. 53—56. 58—64.

67—72.

Frans I (v. Loth.-Tosk.) Keiz. 20. 22. 81. 35. 72.

Fraustadt (s.) 14.

Frederik (v. d. Palts) K. van Bohemen 26.

— IV K.v. Denemarken 13v.30. -V „ 55.

—VI „ (als prins

regent) 55.

— I (als krv. v. Brandenburg III) K. v. Pruisen 4. 23. 32.

— II(deGr.)K.v.Pruisen23.30— 39.43.45.47—49.51.56.63.68.72.

— I (v.Hessen) K.v.Zweden 16. —Hendrik stadh.v.Holland 62. —Willem I K.v.Pruisen 15.23. —Willem II „ 47.64. —Willem krv. v. Brandenburg 62.

Frederika Sophia Wilhelmina

(v. Pruisen) 63. Frederiksburg (vr.) 15. Frederikshal 15.

Freiberg (s.) 39.

Freiburg 9.

Friedlingen (s.) 6.

Friesland 27.

Friso (Jan Willem) 5. 27. 62.

— (Willem Karei Hendrik) zie Willem IV stadh.v.Holland.

Füssen (vr.) 34.


Gage 57.

Galatz (pr.) 53.

Galicië 43. 51. Galissonière (de la) 39. Galitzin 50.

Galloway 5. 7.

Gates 57 v. Geertruidenberg 7. Gelderland 27. 64.

G.

Gent 45.

Genua (republ.) 20. 70. 72. George I (krv. v. Hann.) K. v. Eng. 4. 15—18. 26.

— II (krv. v. Hann.) K. v. Eng. 27. 32. 34. 36 v.

— Ill (krv.v.Hann.) K. v. Eng. 38. 40. 55 v. 60.

— v. Denem. 25.


ocr page 282

Kegister I.

270

Georgia 57.

Gibbons 61.

Gibraltar 6. 9. 18. 26. 59. 68.

Glatz 33. 38.

Goejanverwelle-sluis 64.

Goertz (graaf v.) 64.

Goethe 47.

Gorcum 64.

Gordon 10 v.

Gorea 59. 71.

Görtz (baron v.) 15. 17.

Gotha 37.

Gottsched 47.

Grand'-Chambre 24.

Haarlem 64.

Habsburg (huis v.) 2v. 19.21.31. Hamburg (vr.) 38.

Hancock 56. 58.

Hannover 36 v. 55.

— (huis v.) 4. 9.

— (verbond) zie Herrenhausen.

— (verdr.) 24.

Harcourt (d') 3.

Harley (zie Oxford). Hassan-Bey 51.

Hastenbeck (s.) 37.

Hastings (Warren) 60.

Hattem 64.

Hawke 40.

Heinsius 4 v. 7. 27 v. Helsingfors (s.) 33.

Helvetius 61.

Hendrik v. Pruisen (prins) 37. 39. 51.

— Casimir I stadh. 62.

— Casimir H 62.

Hennersdorf (s.) 35.

Henry (Patrick) 57.

Herder 47.

Herrenhausen (verb.) 18. Hertzberg 47.

Grattan 59.

's Gravenhage 4. 58. 64. Grenville 56.

Griekenland 50 v.

Grimaldi 67.

Grodno 54.

Groningen 27. Groot-Kabardije 52. Gross-Jilgersdorf (s.) 87. Guadeloupe 40.

Gustaaf-Adolf III K. v. Zw.

53 v. 68.

— IV K. v, Zw. 54.

Hess 64.

Hessen 37. 58.

Hochkirch (s.) 38.

Höchstiidt (s.) 6.

Hoeden (partij in Zweden) 30.

32. 53.

Hohenfriedberg (s.) 34. Holbach 68.

Holberg 30.

Holland 3—5.8—11.14.17—19. 21 v. 24—29. 34—36. 44 v. 47. 52. 58 v. 62—65. 71. Hollandsch diep 27. Holstein-Go11'irp (h. v.) 13. — (huis v.) 48.

Hongarije 6. 20. 33. 46. 51. Hoogland (zeesl.) 53. Hoornbeek (v.) 28.

Hop. 28.

Howe 57 v,.

Hudsonsbaailanden 9. 26. Hume 61.

Hutchinson 57.

Huxelles 8.

Hyder-Ali 60.

Hyndford 33.


ocr page 283

1700—1789.

271

Ierland 27. 59 v.

Illuminaten 48.

Imhoff 28.

India-bill 60.

Ingermanland 12. 16. Innocentius XIII 20. Inn-viertel 43.

Insulinde (O. Ind. eilanden) 59.

Jacobieten 26. 35.

Jacobus I K. v. Engeland 26.

— II K. v. Engeland 4 v. 25.

— III pretendent 4. 7. 9. 15. 24—26. 35.

Jamaica 59.

Jan (de Oude,v.Nassau), stadh. v. Gelderl. 62.

— V K. v. Portugal 19.

— VI „ 67. Jansenisme 20.

Jansenisten 23. 28. 69. 72. Jassy (vr.) 53.

Java 28.

Jedisan 52.

Jenikale 52.

K.

Kaap Breton 9.

Kaghul (s.) 50.

Kalisch 54.

Kant 48.

Kardis (vr.) 12.

Karei V (v. Oostenr.) Keiz. 3. 8. — VI „ (als pretendent

v. Sp. Karei III) Keiz. 2 v. 6-9.16—19.21 v. 29—32.34.36.

Isle de Prance 41.

Ismail 50. 53.

Italië 4 v, 7. 11.17—20.34. 72. Iwan III Cz. 10.

— IV „ 10.

— V „ 10. 48.

— VI „ 29 v. 48 v.

Jennings (Sarah) 5. 8. 25 v. Jermak 10.

Jezuïeten 47—49. 65—70. 72 v. Jonos (Paul) 58.

Joyeuse Entree 44.

Jozef I(v.Oostenr.)Keiz.2.6.8.32.

— II „ 39.43— 46. 51—53. 63. 71. 73.

— I Emanuel K. v. Port. 65 v. —Ferdinand erfpr.v. Beier. 2 v. Jozefisme 44. 46.

Juliaan (fort St.) 66.

Juliana Maria v. Brunsw. 55. Junius 57.

Jutland 14.

Karei VII (K. Alb. v. Beier.) Keiz. 32—34.

— II K. v. Spanje 2—4.

— III „ 17. 20. 67.

— IV „ 68.

— X (v. Palts-Tweebruggen), K. v. Zw. 12.

— XI K. v. Zweden 12.

— XII „ 13—15.18.


ocr page 284

Eegister I.

272

Karei v. Lothar. 31. 34. 37 v.

— v. Palts-Tweebruggen 43.45.

— v. Sudermanland 54.

— Eduard (zoon v. Jac. III) 35.

— Emanuel III K.v.Sard. 19.71v.

— Frederik, h. v. Holstein-Gottorp 48.

— Leopold v. Mecklenburg 29.48.

— Theodoor v. d. Palts 43. 45.

— Willem Ferdinand v.Brunsw. 64.

Karelië 12. 16.

Karolina Mathilde 55. Katharina I Cz. 11 v. 15. 29.48.

— II Cz. 39. 45. 47—50. 52. 55. 68. 72.

— Iwanowna 29. 48. Katholieken in Canada 57.

— in Holland 28.

— in Ierland 60.

— in Polen 50.

— (emancipatie der) 60.

Katte (v.) 23.

Kaunitz 36. 43 v. 51. Kayserlingk 49.

Kazan 10. 52.

Kerk (Kathol.) 43 v.

Kerkelijke Staat 67.

Kertsch 52.

Kesselsdorf (s.) 35.

Kinburn 29. 52.

Kinsbergen (v.) 59.

Klein-Kabardije 52.

Klein-Schnellendorf(verdr.)33.

Klein-Wallachije 21.

Klissow (s.) 13.

Klooster-zeven (verdr.) 37 v.

Klopstock 47. 65.

Knokke (fort) 27.

Koburg (Josias; prins v.) 46.53.

Koerland 49.

Kolberg 33.

Kollin (s.) 37.

Kolonies (Eng.) 26. v. 39. 56.

— (Fransche) 39. 60.

— (Holl.) 60.

— (Spaansche) 33. Koningsbergen 4. 48. Kopenhagen (v.) 12. Kosciusko 54. 58.

Kozakken 14. 50. 52.

Krakau 50. 55.

Krasinski 50. 64.

Krim 29. 45. 51—53. Kroonstad 50.

Krotska (s.) 29.

Kuban 52.

Kunersdorf (s.) 38.

Küstrin 23.

Kutschuk-Kaynardge (vr.) 52. Kymene 33.


L.

Lafayette 58. 71.

Lafeld (s.) 35.

Lagos 40.

Lally Tollendal 41. Lamotte (mad.) 71. Landau 6. 9.

Langara 58.

Landshut (s.) 38. Lapuchin (Eudoxia) 11.

Lascy 46. 52.

Laudon 37 v. 46. 53. Lavalette 69. Law (John) 24—26. 28. Laurens (Henry) 59. Lee (William) 57 v. Leeroord 34.

Lefort 10 v.

Lehwald 37.


ocr page 285

1700—1789.

273

Leopold I Keiz. 2. 4. 6.

— II (gh. v. Tosk.) Keiz. 46. 53.

— v. Dessau 23.

Lerida 7.

Lessing 47.

Lettres de jussion 24.

Leuthen (s.) 38.

Leuven 44.

Lexington (gev.) 57.

Liberum veto 60. 54. Liefkenshoek (fort) 45.

Liegnitz (s.) 38.

Liesna (s.) 14.

Lijfland 12 v. 16.

Lille 7.

Lillo (fort) 45.

Limburg 45.

Linz 33.

Lippe-Schaumburg (vorst v.)66v. Lissabon 6, 66.

Lit de justice 24.

Lithauen 54.

LodowijkXIII K. v.Frankr. 2.24.

M.

Maastricht 35. 45. 63.

Macieowitz (s.) 54.

Macpherson 61.

Madras 41.

Madrid 3 v. 7 v. 18.

Maintenon (mad. de) 23. Malagrida 66.

Malesherbes 71.

Malplaquet (s.) 7.

Manchester 35.

Manilla 40.

Mantua 7 v.

— (h. v.) 4.

Mardijk 24.

Margaretha Teresia v. Sp. 2 v. Maria I, K. v. Port. 67.

— Anna v. Sp. 2. 32.

— Antoinette 70.

Lodewijk XIV K. v. Prankr. 1—7. 9. 12. 17. 23 v.

— XV K. v. Frankr. 9. 18. 28—25. 34. 48. 68. 70.

— XVI K. v. Frankr. 45.60.70.

— I K. v. Spanje 18.

— v. Baden 5 v.

— le grand Dauphin 2.

— Ernst v.Brunswijk-Wolfen-buttel 63.

Lodomiriö 51.

Loewenthal 35.

Lombardije 3—5. 8 v. 21 v. 36. Loménie de Brienne 71. Londen 8. 35. 56 v. Lotharingen 3. 22. 25. 70. Louise Henriette 62. Louisiana 24 v. 39 v. 59. 67. Löwenhaupt 14.

Lowositz (s.) 37.

Loyalisten 57.

Luxemburg 44 v.

Luzzara (s.) 5.

Maria Antonia v. Oost. 2 v.

— Leszinska 18. 25. 69 v.

— Louisa v. Savoye 17.

— Teresia (v. Oost.) K. 16. 22. 30—36. 39. 43. 47. 51. 69 v.

— Teresia v. Sp. 2 v. Marlborough 5—8. 14. 26.

— lady; zie Sarah Jennings. Marokkanen (kapers) 63. Margin 6 v.

Martinique 40. 69.

Maryland 57.

Massachusetts 57.

Maupeou 70 v.

Maurepas 71.

Maurits stadh. v. Holl. 62.

— v. Dessau 37.

— v. Saksen 35.


18

ocr page 286

Register I.

274

Maxen 38.

Maxim. Emanuel krv. v. Beier.

2. 4. 6. 9.

Maxim. Jozef krv. v. Beier.

34. 43.

Mazeppa 14.

Medici (huis v.) 17. 20. 22. Meenen 27.

Menschikof 11. 29. Mercantilisten 69. Methodisten 61.

Methuen 5. 19.

Metz 34. 68.

Michael Romanof Cz. 10. Michelson 52.

Milaan (hertogdom) zie Lom-

bardije.

Minden (s.) 38.

Minorca 7. 9. 26. 39. v. 59. 68. Mirowitsch 49.

Missisippi 39 v.

Namen 27. 45.

Napels 3. 7 v. 19—22. 67. 72. Narva (s.) 13.

Necker 71.

Nederlanden (Oostenrijksche) zie België.

— (Republ. d. Vereenigde) zie Holland.

— (Zuidel.) zie België. Neder-Silezië 33.

Negapatnam 59.

Neipperg 32.

Neisse 33. 43. 51.

Nemesis Teresiana 43. Netze-district 47. 51. Neufchatel 9. 23.

Neufville (Jean de) 58. Neustadt 43. 51.

Missisippi-Compagnie 24. 26. Mogol (de groote) 40 v. Moldavië 50.

Mollwitz (s.) 32.

Mongolen 10.

Monino zie Plorida-Blanca. Mons 7.

Montcalm 40.

Montesquieu. 68.

Mooren 27.

Moravië 32. v. 37 v.

Morea 19. 21. 51.

Moskou 14. 52.

Mossel (Kaat) 64. Mount-Vernon 61.

Mourand 64.

Miinchen 33.

Münnich 22. 29 v. 42. Munster (vr.) 20.

Mutsen (partij in Zweden) 30. 53.

Neutraliteit ter zee 52. 58. New-Foundland 9. 26. New-Hampshire 57. New-Yersey 57.

New-York 57. Nieuw-Brunswijk 56. Nieuw-Oost-Pruisen 55. Nieuw-Orleans 67. Nieuw-Schotland zie Akadiö. Noailles (h. v.) 34. Noord-Amerika 36.39.56—59. Noord-Carolina 57. Noorwegen 15.

North 57. 59.

Notabelen (verg. der) 71. Nymphenburg (verdr.) 32. Nystadt (vr.) 16. 30.


Ocker Gevaorts 64. Ohio 39.

Oliva (vr.) 12.

Olmütz 38.

Oorlog (Groote Noordsche) 1. 10—16. 23. 30.


ocr page 287

1700—1789.

275

Oorlog (Gr. Turksche) 11. 19.

— (Zevenjarige) 31. 36—39. 42. 48. 56. 63.

— (eerste Silczische) 82.

— (tweede „ 34. Oostenrijk 6. 11. 20. 29.34—39.

42 v. 45 v. 51 v. 55. Oost-Friesland 34.

Oost-Indië 21. 36. 40 v. 60. 65. Oost-Pruisen 47.

Oporto 65.

Oppor-Geldor(Spaansch) 9.23.27. Oranje (prinsdom) 9. 23. Oranjeklanten 02 v.

Orlof (Alexis) 49 v. — (Gregorius) 49.

Ormond 8. 26.

Orsini (prinses) 17.

Orsowa 46.

Ossian 61.

Ostende (handelscomp.v.) 18 v.

21 v. 27 v. 45.

Ostermann 29 v..

Otschakof 29. 52 v. Oudenaarde (s.) 7.

Ouessant (s.) 58.

Overijsel 28. 64.

Oxford (lord) 8. 26.


P.

Pacca 44.

Paleologen 10.

Panin 49.

Paoli 20. 70.

Parijs 18. 58.

— (vr.) 40 v. 56. 59. 67 v. Parker 59.

Parlement (Engelsch) 26.34.56v. 60.

— (lersch) 60.

— v. Parijs 24. 58. 69—71. Par ma (en Piaoenza) 17.19. 22.

36. 67.

Passaro (kaap, s.) 18. Passarowitz (vr.) 19. 21.

Passau 6.

Patkul 13 v.

Patriotten 62—64.

Paul I Cz. 12. 48 v. 55.

Pedro III, K. v.-Portugal 67. Peene 15 v. 23.

Pennsylvanië 56 v.

Perzië 12.

Peter I (do gr.) Cz. 10 v. 13—16. 29. 48.

— (politiek testament v.) 12.

Peter II, Cz. 29. 48.

— III (Pet. Ulrik v. Holstein-Gottorp) 33. 39. 48 v.

Peterborough 5.

Peterhof 49.

Petersburg 11 v. 49. 51. 53. 55.

— (verdr.) 36.

— (vr.) 38.

Peterwardein (s.) 21. Philadelphia 57 v.

— (Congres te) 58.

— (conventie te) 61.

Philips III. K. v. Spanje 2 v.

— IV. K. v. Spanje 2 v.

— V (v. Anjou), K. v. Sp. 2—5. 7^-9. 16—19. 21. 24. 35.

— (inf. v. Sp.). h. v. Parma 19. 86. 67. 72.

— (v. Orleans) Regent 7. 17. 24 v.

Philosophen 65. 68. Physiocraten 69.

Piemont 6.

Piëtisten 31.

Pirna 36.

Pistoja (Synode v.) 72.


ocr page 288

Register I.

276

Pitt (William; de oudere) 33. 38. j 40. 56—58. 60.

— (de jongere) 60.

Pius VI 44 v. 73.

Plasse5' (s.) 41.

Platei 66.

Podolië 54.

Polen 12—16. 22. 29 v. 47 - 50.

— (Ie verdeeling) 43. 47. 51.

— (2e verdeeling) 47.

— (3e verdeeling) 47. 55. Polignac 8.

Pombal (markies v.) 65—67. Pommeren 37.

Pompadour (mad. de) 36.68—70. Pondichery 41.

Poniatowski (Jozef) 54.

Porte (zie Turkije).

Porto-bello 33.

Port-Boyal des Champs 23.

Portugal5.8 v.17-20.40.52.65-67. Posen 54.

Potemkin 49. 52 v.

Potocki (Felix) 54.

— (Frans) 50.

— (Stanislaus) 54.

Praag 33 v. 37.

Praga 55.

Pragmat. sanctie 16. 18. 21 v.

27v. 32.

Preobraschenskoi 10. Presburg 23.

Prescott 57.

Pruisen 4. 8—10. 15. 18. 31.

33. 35—39. 43 v. 46—54. 65. Pruth (s.) 15.

Pugatsehef 52.

Pulawski 50.

Pultawa (s.) 14.

Pultusk (s.) 13.


Q.

Quadruple-alliantie 17 v. 21. 24. [ Quesnel 20. 23. Quebec 40. j Quibéron 40.

Raad van koloniën 65. Radom (Confederatie v.) 50. Radziwill 50.

Rakotsi 6.

Ramillies (s.) ,6.

Rastadt (vr.) 9. 21.

Rayneval (de) 64.

Rechteren (van) 28.

Reducties v. Paraguay en

Uruguay 66.

Regensburg (rijksdag te) 20. Régie 46.

Reichenau (congres te) 46. Remontrance (recht van) 24. Renversement des alliances

31. 36.

Repnin 49 v.

R.

Revolutie (Fr.) 1. 42. 54. 60. Rheinsberg 23.

Rhenskiöld 14.

Rhode-Island 57.

Ricci 67. 72.

Richelieu 37. 39.

Riga 13.

Rijk (Duitsch) zie Duitschland. Rijkskamergerecht 20. Rijnstreken 5. 37.

Rijswijk (vr.) 3.

Ripperda 18. 21.

Rochambeau 58 v.

Rocoux (s.) 35.

Rodney 40. 58 v.

Rohan (kard. de) 71.

Rome 44.


ocr page 289

1700—1789.

277

Romiantzof 50.

Rooke 6.

Ropscha 49.

Rossbach (s.) (37.

Roués 24.

Rousseau (J. Jacques) 09. Riigen 12. 16.

Ruhnkenius 65.

Rurik (huis v.) 10.

Rusland 10—12. 15 v. 18. 22.

29.82v. 86v. 48.46.48—55.58. Ruvigny (zie Galloway). Rymnik (s.) 46. 53.


Saksen 14.20.22.32 v. 35—37.89.

Salisehe Wot 17.

Salm 64.

Salzburg 44 v.

Sandwichs-eilanden 61.

Saratoga (capitulatie v.) 58.

Sardinië 3.7.9.17.19.21 v.32.34.36.

Savoye 6. 8. 10.

Schahin-Girai 52.

Schaumbürg-Lippe 40.

Schelde 45. 63.

Schiller 47.

Schlüsselburg 30.

Schotland 7. 18. 26 v. 35.

Schumla 51.

Schweidnitz 38 v.

Schwerin 32. 37.

Septennial-bill 26.

Seringapatam 61.

Servië 21 v.

Sevilla (verdr.) 19.

Seydlitz 37.

Sheridan 60.

Siberië 10. 29 v. 48. 50.

Sicilië 3. 9. 17. 19. 21 v. 67.

Silezië 14. 82 v. 86 v.

Simpach (s.) 84.

Sistowa (vr.) 46. 58.

Slavenhandel (in Denem.) 55.

Slavenkwestie (inV er. Stat.) 61.

Sleeswijk 14 v.

—Holstein 14.

Slingelandt 28.

Sluis 35.

Smolensk 14.

Soltikof 37 v.

Sond 13. 15.

Soor (s.) 84.

Sophia v. Rusl. 10. 48.

Soubise 37.

Spanje 2. 5. 7—9. 17—22. 24— 27. 32 v. 36. 88. 40. 56. 58 v. 66—69.

Spiers 21.

Squillace 67.

St. Eustatius 58 v, St. Hubertsburg (vr.) 89. St. John (zie Bolingbroke). St. Laurens (gev.) 89. St. Michiel 27.

St. Vincent 58. (Kaap s.) Stanhope 5. 8.

Stanislaus Leszinski K.v.Polen 13—15. 18. 22. 25. 29 v. 70.

— Poniatowski K. v. Polen 49—51. 55.

Starhenberg 5. 7. 8.

Staten (algemeene) v. Holl. 28.

— (algemeene) v. Prankr. 71. Stawutschane (s.) 29.

Steele 27.

Steenhoven 28. Stempelbelasting 56.

Stettin 12. 15.

Steuben (v.) 57.

Stevensweert 27.

Stille Zuidzee 61.

Stockholm 58.

— (vr.) 15.

Straalsond 15.

Strelitzen 10 v.

Struensee 55.

Stuart (huis) 4.

Styrum 6.


ocr page 290

Register I.

278

Suarez 4(5.

Successie-oorlog (Beiersche) 43.

— — (Oostenr.) 1(gt;. 19.25.27. 80—36.

— (Poolsche) 19. 22. 25. 27—40.

— (Spaanscho) 1—10. 14. 23.

Suraja Dowla 41. Suwarof 49. 52 v. 55. Svenskasond (s.) 54. Swift 27.

Synode (de heilige) 12.


Tabago 59. 71.

Tallard 6.

Tamerlan 40.

Tanucci 72.

Targowitz (confederatie v.)54. Tartaren 52.

Tavora (markies v.) 66 v. Temesvar (Banaat) 21. Ternate 28.

Terre-Neuve (zie New-Pound-land).

Teschen 33.

— (vr.) 43.

Texel 58.

Theodorus K. v. Corsica 20. Thorn 47. 51. 54.

Thulemeyer 64.

Tidor 28.

Tippo-Saib 60 v. Tolerantie-edikt 44.

Torcy (de) 7.

Torgau (s.) 38.

Tory's 4. 8. 25 v. 56. 60. Toskane 17. 19 v. 22.

Toulon 7.

Tournelle (la) 24.

Townshend 56.

Traun 34.

Trautmannsdorf 44. Travendahl (vr.) 13.

Trenton (s.1 58.

Trias Politica 68.

Troppau 33.

Tschesme (s.) 51.

Turgot 71.

Turijn 6.

— (s.) 7.

Turkije 14 v. 19. 21 v. 29. 43.

45—47. 50—53.

Turnhout (gev.) 45.

Tyrol 6.

Tzaritzin (s.) 52.


Ukraine 14. 54.

Ulm 6.

Ulrica Eleonora 15.

Unio (Holl.) zie Holland. — (v. lerl. en Eng.) 60.

u.

Unigenitus (bul) 20. 23. 69. Usedom 12. 15.

Utrecht 64.

— (vr.) 8 v.16v. 21.23.25—27.39.


Valckenaer 65. Valckenier 28. Valencia 7. Van Berckel 64. Van Bleyswijck 64. Van den Eijnde 44.

Van den Spiegel 64. Van der Dussen 8. Van der Heim 28. Van der Mersch 44. Van der Noot 44. Varela (vr.) 54.


ocr page 291

1700—1789.

279

Vauguyon (de la) 59.

Vendöme (do) 6—8.

Venetië 19. 21. 25. 72.

Venlo 27.

Vérac (de) 64.

Verbond (groot) 4.

Verden 12. 14 v.

Vereenigde Staten v. België 45.

— v. N.-Am. 57—59. 61. Vergennes 56. 71.

Versailles (If verdr. v.) 36.

— (2e verdr. v.) 37.

— (vr.) 59. 91.

Veurne 27.

Victor Amedeus II (h.v.Savoye, K.V.Sicilië) K. v. Sardinië 4 v. 9. 17. 19. 21.

— Ill K. v. Sard. 72.

Vigos (baai van) 5.

Villars 5—9. 22.

Villaviciosa (s.) 8.

Villeroy 4—6.

Virginia 57. 59.

Vlaanderen 27.

— (Fransch) 8.

Vliegende legertjes 64. Voltaire (Arouet) 47. 68. Vonck 44.

Voor-Pommeren 12. 15 v. 23. Vorsten verbond (Duitsch) 45. Vreeswijk (gev.) 64. Vrijcorpsen 64. Vrijheidsoorlog (Amer.) 52.

56—59. 68. 71. Vroedschappen 65.


w.

Wallachije 50.

Walpole 16. 25. 27. 33 v. Wandewash (s.) 41.

Warneton 27.

Warnitza 14.

Warschau 13. 49. 54 v. Washington (George) pres. d. Ver. St. 39 v. 57—59. 61 v.

— (stad) 62.

Watt (James) 61.

Wedell 87.

Weenen 5 v. 44.

— (pr. v.) 19. 22.

— (verb.) 18.

— (verdr.) 19. 22.

— (vr.) 22. 72.

Weishaupt 48.

Wellesley (Arthur) zie Wellington.

— (Richard) 61.

Wesley (John) 61. Wesleyanen 61.

Westfalen 37.

West-Galicië 55.

West-Indië 21. 58. v. Westminster (vr.) 36. West-Pruisen 47. 31.

Wetzlar 21.

Whigs 16. 25 v. 60.

Wiborg 54.

Wieland 47.

Wight 48.

Wijn-Compagnie 66.

Willem (de rijke) v. •Nassau-Dillenburg 62.

— I (v.Oranje) stadh.v.Holl. 62.

— II „ 62.

— Ill stadh. v. Holl., K. v. Engeland 2—5. 9. 27. 62.

— IV(W.Karel Hendrik Friso) stadh. v. Holl. 27. v. 35. 62 v.

— V (eerst graaf v. Buren) stadli. v. Holl. 62— 64.

— I K. v. Ned. 62.

— Frederik stadh. v. Friesl. 62.

— Lodewijk „ 62. William (fort) 41. Wilmannsstrand (s.) 32.


ocr page 292

Register I.

280

Windhandel 65. Wismar 16. Wit-Rusland 51. Woerden 64. Wolfe 40.

Wolinski 29. Wollin 12. 15. Wöllner 47. Worms (verdr.) 34.


Y.

Yorke 59.

Yorktown 59.

z.

Zaandam 11.

Zeeberg 64.

Zee-oorlog (Eng.—Pr.) 39. Ziethen 37 v.

Zilvervloot (Spaansche) 5. Zips 51.

Zorndorf (s.) 38.

Zoutman 59.

Zuid-Amerika 9. Zuid-Carolina 57. Zuidpoolland 61. Zuidzee-compagnio 27. Zwarte Woud 6.

Zweden 1. 12—16. 30. 52—54. 58.


ocr page 293

ALPHABETISCH REGISTER.

IL

1789—1815.

Abensberg (gev.) 117. Abo (confoi-.) 119.

Aboukir (s.) 96.

Abrantes (h. v.) zie Junot. Acte additionnel 132.

Adda 93.

Addington 104.

Adige (zie Etsch.)

Aide 75.

Ajaccio 93.

Aldenhoven (s.) 88. Alessandria (wapenschorsing) 102.

Alexander I, Cz. 103. 111 v.

115. 119. 138.

Alexandrië 96.

Alvinczy 94.

Amalgame 99.

Aniberg (s.) 93.

Amiens (vr.) 103. 106. 124.

Baboeuf 91.

Baden 103. 108—110. 130. Badajoz (vr.) 103. Bagration 119.

Bailly 76 v. 79. 81. 84. Baltimore (gev.) 114. Bancal 88.

A.

Amsterdam 98.

Ancona 94.

Angers 88.

Anspach 109.

Aranjuez 114.

— (verdr.) 103. Arcis-sur-Aubo (s.) 123. Arcole (s.) 94.

Artois (graaf v.) 77. 87. Arouet (zie Voltaire)

Artikels (organieke) 104. Asperen en Essling (s.) 117. Assemblee Nationale, zie Na^

tionale Vergadering. Assignaten 79. 98.

Auerstiidt (s.) 110.

Augereau 91. 93. 108. Augsburg 103.

Austerlitz (s.) 109.

Avignon 79. 81. 87. 94. 132.

B.

j Bank (Fransche) 104. Bar-sur-Aube (s.) 123. Barbaroux 82.

Barclay de Tolly 119. Bard (fort) 102. Barnave 76. 79. 84. Barras 82. 86. 91—93.


ocr page 294

Register II.

282

Barthélemy 91.

Bassano (s.) 94.

Bastille 77.

Bath (fort) 117.

Bautzen (s.) 121.

Baylen (capitulatie te) 115.

Bayonne (samenkomst te) 115.

Bazel 90. 101.

— (v.) 86.

Beauharnais (de) generaal 89. 93.

— Eugêne 106. 108. 122.

— Hortense 106 v.

— Joséphine 105—107. 118.

— Stephanie 107.

Beaulieu 93 v.

Beieren 108—110. 129.

België 88. 87—89.

Bellerophon 182.

Benevento (hert. v.) zie Talleyrand.

Bennigsen 103. 111.

Berbice 128.

Beresina 120.

Berg (hertogdom) 109.

Bergen (s.) 98.

Bergpartij (Montagne) 80.82 v. Bernadotte 109.112 v. 115.121 v. Berthier 93. 96. 108 v. Bertrand 182.

Besier 100.

Beurnonville 88.

Bialystok 111.

Bidassoa 116.

Billaud-Varennes 85.

Blocus Continental 110.112—114

117. 126 v.

Blücher 118. 120—123. 132.

Bohemen 92.

Boissy d' Anglas 82. 85 v. Bologna 94 v.

Bonald 104.

Bonaparte (familie) geslachtslijst A 107.

— Carlo 93.

— Elisa 109.

—JeromeK.v.Westfal. 112.117.

— Jozef K.v. Spanje 109.115 v.

— Lodewijk K. v. Holland

109. 118. 125 v.

— Lucien 92. 102.

— Napoleon zie Napoleon I. Bonnier 96 v.

Bordeaux 89.

Borodino (s.) 119.

Bouches du Rhone 85. Bouillé 79.

Boulogne (kamp te) 108.

Bourbon (huis) 101. 109. 131.

Bourdon 85.

Breda 88.

Breisgau 95.

Bremen 103. 121. 130.

Breslau 120.

Bretagne 89.

Brienne 93.

— (s.) 138.

Brissot 81 v.

Brueys 96.

Brumaire 88.

Brune 102.

Brunswijk (h. v.) 81. 87. 89.

110. 117.

Buenos-Ayres 116.

Bukarest (vr.) 118. 119.

Bülow 120—122. 127.


c.

Cadix 116.

Cadoudal (Georges) 105. Cahiers 76.

Cambacérès 82. 92. 104. Campo-Pormio (vr.) 95. 102. Camus 88.


ocr page 295

1789—1815.

283

Canada 114.

Cannes 131.

Canning 113.

Carnot 82. 86. 89. 91.101. 105. Carrier 84 v. 89.

Castanos 114.

Castiglione (gov.) 94. Castlereagh 113. 129. Cathélineau 88.

Caulaincourt (due de Vicenee)

105. 112.

Cayenne 85. 91. 104.

Cazalès 76.

Celles (de) 127.

Ceva (gev.) 93.

Ceylon 98. 103. 125. Chambéry 87.

Champaubert (s.) 123. Championnet 97.

Champollion 96.

Charette (de) 88 v.

Chartres (h. v.) 88. Chateaubriand 104. Chateau-Thierry (s.) 12:5. Chatham (lord) 117. 120. Chatillon (Congres) 123. Chaumette 82. 84.

Chénier 82.

Cherasco (verdr.) 93.

Chouans 89.

Cintra (capitulatie) 115. Clavière 81.

Cleef 109.

Coalitie (Ie) 88. 95.

— (2e) 97.

— (3e) 108.

D.

Daendels 88. 98—100. 126.

Danton 81—84.

Dantzig 111. 129.

Daunou 82. 85 v.

Davidowitsch 94.

Davout 96. 108. 110. 121.

Cobenzl 95. 102.

Coblentz 86.

Code Napoleon (crvil)104.126 v. Colli 93.

Collot d'Herbois 82. 85. Commune (v. Parijs) 82 v. 85. Concilie (nationaal) 118. Concordaat (met Nap. I) 104.

— (voorloopig) v. Fontaine-bleau 118.

Condé (prins van) 77. 88. Condorcet 81 v.

Consalvi (Kard.) 104. Constituante zie Nat. Verg. Constitution civile du clergé80. Constitutie in Frankrijk v. 1791 79.

— van het jaar I 83.

— „ III 86.

— „ VIII 92.

— van Spanje v. 1812 116. Consulaat 101.

Conti (prins v.) 77.

Conventie (Nation.) 82 v. 85 v.

88 v. 93.

Corday (Charlotte) 83. Cordeliers 78. 81.

Corvey , 125.

Coup d'État in Frankrijk(le)91.

„ ' (2e)92.

— in Holland (lo) 99.

— „ (2o) 100. Couthon 82 v. 85.

Cuesta 115.

Culm (s.) 122.

Custino 87. 89.

De Mist 99.

De Sèze 82.

Do Winter 95. 98.

Dobry 96 v.

Declaration des droits de I'homme 78.


ocr page 296

Register II.

284

Dego (gev.) 93.

Demerary 128.

Denemarken 102.11:1.115. 121.

129 v.

Dennewitz (s.) 122.

Desaix 96. 102. Desmoulins(Camille) 77.81 v.84. Devilliers-Duterrage 127. Diebitsch 120.

Dillon 87.

Directoire 91 v. 96 v. 101. Doeff 126.

Donau-Vorstendommenl 12.119. Dortmund 125.

Douay 91.

Drente 99.

Dresden (s.) 122.

Drouet 79.

Dubarry (mad.) 84.

Dugommier 89.

Duitsch Keizerrijk 81. 95.

102 v. 110. 130.

Duitsche Bond 130. Duitschland 81. 87. 95. 97. Dumouriez 81. 83. 87 v. Duphot 96.

Dupont 115.

Duyn van Maasdam (van der) 127.


E.

Eckmühl (gev.) 117. Edgeworth 83.

Egypte 91 v. 96. 103.

Elba 124. 131.

Elbée (d') 88.

Elisabeth (madame) 84.

Elzas 89.

Emigratie 77.

Engeland 86. 88—90. 95—98. 100. 102 v. 106. 108—117. 119. 124. 126 128—132.

Fabre d'Églantine 81.

Pagel 127.

Falck 127.

Federalisten 99.

Feest v. d. koningsmoord 101.

Ferdinand IV K. v. Napels 97.

109. 132.

- VII K. v. Sp. 114 v. 123. 130. Ferrara 94 v.

Fesch (kard.) 107.

Feuillants 79- 81.

Enghien (due d') 105.

Erfurt (samenkomst te) 115. Ermerins 100.

Essequibo 128.

Etrurië (koninkr.) zie Toskane. Etsch (Adige) 95.

Ettenheim 105.

Eylau (s.) 111.

F.

Finland 112 v. 119. 130 v.

Fleurus (s.) 89.

Fleury 131.

Floréal 83.

Fokker 99.

Fouché 92. 101. 122. 131. Fouquier-Tinville 83. 85. Fox 88. 109 v. 113.

Francois de Neufchateau 91. Frankfort 103. 130.

Frankrijk 74. 76—98.100—134.


ocr page 297

1789—1815.

285

Frans II Keiz. v. Duitschl. (Frans I Keiz. v. Oostenr.) 81.87.92—94.108—114.129.133. Fransch-Russisch Verbond 112. Fred. August K.v.Saksen 110 v.

121 v. 130.

Fred.Willem II K.v.Pr. 81.87.90. — Ill K. v. Pr. 95.111.130.133.

Frederiksham (vr.) 113. Fréjus 96.

Fréron 85.

Friedland (s.) 111. Frimaire 83.

Fructidor 84.

Fynje 99.


G.

Galicië 116.

Gallicanisme 104.

Garde d'honneur 127.

Geertruidenberg 88.

Geloofsbrieven 76.

Genève 96. 130.

Gensonné 81.

Gent 131.

— (vr.) 114.

Genua 102. 108. 130.

George III K v.Eng. 101.113.130,

Germinal 83.

Girondijnen 80—85. 89.

Gneisenau 120.

Gobel 84.

God oy (vorst v.d.vrcde)90.114v. Gogel 99. 125.

Gohier 92.

Gourgaud 132.

Graudenz 111.

's Gravenhage 90. 99.

Grégoire 82.

Grenoble 131.

Gross-Görschen (s.) 121. Grossbeeren (s.) 121.

Grouchy 182.

Guadot 81.

Gustaaf Adolf IV K. v. Zw. 112.


H.

Hamburg 103. 121. 130.

Hanau (s.) 122.

Hannover 106. 109—112. 130.

Hardenberg 129.

Haugwitz 109.

Hébert 83 v.

Helder 98.

Helgoland 112. 130.

Heliopolis (s.) 96.

Henriot 83. 85.

's Hertogenbosch 90.

Hessen 110. 130.

—Kassei 103.

Hoche 89. 95.

Hoeth 100.

Hofer (Andreas) 117. Hogendorp (Gijsbert Karei v.) 127 v.

Hohenlinden (s.) 102. (zie Verb.)

Hohenlohe 110.

Holland 88. 90. 98—100.102 v.

106.108.118.122.124.130.132. Höllenthal 93.

Holstein-Gottorp (h. v.) 130. Hondschoote (s.) 39.

Hotze 97 v.

Houchard 89.

Howe 90.

Hudson Lowe 132.

Humboldt (W. v.) 129.


ocr page 298

Register II.

286

Ierland 95.

Illuminaten 87.

Illyrische provinciën 129. Indië 112.

Jacobijnen 78 v. 81. 85. 91.

105. 131.

Jaffa 96.

Jan VI, K. v. Portugal 114. Jan (aartsh.) 102. 117. Jansenisten 77.

Janssens 126.

Java 98.

Jemmapes (s.) 88.

Jena (s.) 110.

Kaap de GoedeHoop 98.108.130. Kaatsbaan (eed in de) 76. Kalisch (verdr.) 120. Kamperduinen (s.) 95. 98.

Karei (aartsh.) 92. 94 v. 97.116.

— IV, K. v. Sp. 114 v.

— XIII, K. v. Zw. 113.

— Emanuel IV, K. v. Sard. 97. Kassei 112. 122.

Kastrikum (s.) 98.

Katharina v. Wurtemberg 112. Katzbach (s.) 122.

Kellermann 87. 102.

Kemper 127.

Kerkelijke Staat 103. 132.

Kiel (vr.) 122.

La Bédoyere 131.

La Fère Champenoise (s.) 123. La Reveillère-Lepaux 86. 91. La Rothière (s.) 123.

Lafayette 76—79. 81 v.

Isle de France 124.

Isnard 81 v.

Italië 93—95. 97.102.104. 109. 129 v. 132.

J.

Jeunesse dorée 85.

Jonische eilanden 103. 130. Joubert 97. 100.

Jourdan 89. 92. 97. 116.

— coupe tête 79.

Joséphine (Keizerin) zio de

Beauharnais.

Junot 93. 114 v.

Junta te Cadix 115.

— te Sevilla 115.

Kléber 96.

Klundert 88.

Koburg (Josias; pr. v.) 88 v.

Kolberg 111.

Kolonies (Pransche) 105.

— (Hollandsche) 126.

— (Spaansche) 116. Koningsbergen 110 v. Kopenhagen 102. 112. Korsakof 97 v.

Kray 97. 101 v.

Kroon (ijzeren) 108.

Kruis (ijzeren) 120.

Kurakin 119.

Kutusof 119. 121.

L.

Lamarque 88.

Landau 89.

Lanjuinais 82. 86.

Lannes 93. 96. 102.108. 116 v. Laon (s.) 123.


ocr page 299

1789—1815.

287

Las Cases 132.

Lauenburg 130.

Lavoisier 84.

Le Tourneur 86. 91.

Lebon 82. 84.

Lebrun 92. 127.

Leclerc 105.

Legaties 94.

Legendre 85.

Légion d' honneur 105.

Leiden 125.

Leipzig (s.) 122.

Leoben (pr. v.) 95.

Leopold II (grooth. v. Toskane)

Keizer van Duitsehland 87. Lescure (de) 88.

Lestocq 111.

Ligny 132.

Limburg Stirum (v.) 127. Lodewijk (v. Parma) K.v. Etrurië 102.

Maasticht 90.

Macdonald 97. 102. 119. 122.

Mack 97. 108 v.

Madrid 115.

Magnano (s.) 97.

Maistre (de) 104.

Maitland 132.

Malakka 98.

Malesherbes 82. 84.

Malet 120.

Malouet 76.

Malta 96. 103. 106.

Mantua 94 v.

Marais 82.

Marat 81—83.

Marengo (s.) 102.

Maria I K. v. Port 114.

Marie Antoinette 78. 84.

— Louise (v. Oostenr.) Keizerin v. Pr. 107. 118. 123 v. 130.

— Therèse (orphél. du Temple) 85. 88.

Lodewijk XVI K.v. Fr. 76 v. 79. 82—84. 88.

— XVII 85. 88.

— XVIII K. v. Pr. 86. 91. 105. 124. 131.

Lodi (gev.) 93.

Lombardije 93. 95. 102. 129.

Lombardo-Venet Koninkr.129.

Lonato (gev.) 94.

Londen 103. 128.

Longwy 87.

Lons ie Saulnier 131.

Louis Perdinandprins v.Pr.110.

Louise K. v. Pruisen 110 v.

Louisiana 103. 105 v.

Louverture (Toussaint) 90.105.

Lübeck 103. 118.

Lucas 98.

Lunéville (vr.) 102. Luxemburg 130.

Lyon 85. 89. 131.

Marmont 93. 116. 123 v. Masséna 93. 97. 102. 108. Maubeuge 89.

Maury 76.

Mediatisatie 103.

Mein 92. 129.

Melas 102.

Memel 111.

Menou 96.

Mentz 87 v. 103.

Merlin 91.

Messidor 83.

Metternich 116. 120. v. 129.

Mexico 116.

Midderigh 99.

Milaan 94. 102. 114. 129.

Millesimo (gev.) 93.

Mincio 102.

Miollis 117.

Mirabeau 76—79.

Miranda 88.

Missisippi 103.


ocr page 300

Register II.

288

Modena 94 v. Moderaten 99. Molukken 98. Mondego 115.

Mondovi (gev.) 93. Monge 82. 96. Montebello (gev.) 102. Montenotte „ 93. Monterean (s.) 123. Montesquieu 77. 87. Montgelas 108.

Montholon 132.

Montmartre 123.

Montmirail (s.) 123.

Moreau 92 v. 97.101 v. 105.121 v.

Mortier 123.

Moskou 119 v.

Moulins 92.

Mounier 76.

Mulatten 90.

Murat K. v. Napels 93.107— 109. 115. 122. 130. 182 v.


Nangis (gev.) 123.

Nantes 88 v.

Napels 94. 97. 103. 106. 108 v.

130—132.

Napoleon I Bonaparte Keiz. v. Fr.86. 89. 91—96. 98.100—112. 114—132.

— n 107. 132.

Necker 76 v. 79.

Neerwinden (s.) 88.

Neisse HI.

Nelson 96 v. '102. 109. Nesselrode 129.

Ockerso 99.

Oldenburg 119.

Oostenrijk 85. 87—90.93 v. 97. 102. i08 v. 116. 119—122. 129—133.

Pacca (Kard.) 117.

Pahlen 103.

Palafox 115 v.

Panin 103.

Paoli 93.

Parijs 81—83.85. 92—94.102— 104. 124. 131.

Neufchatel 109. 130. Neurenberg 103. Neutraliteit (ter zee) 102. New-Orleans (gev.) 114. Ney 108. 122. 124. 131. Nice 87. 94.

Niemen 111. 119.

Nivose 83.

Noailles (de) 78. Noord-Italië 102. Noorwegen 119. 130.

Novi (s.) 97.

o.

Oporto 116.

Oranje (prins v.) 125. 127 v. Ott 102.

Oudinot 121. 123.

Ouessant (s.) 96.

P.

Parijs (s.) 121.

— (Ie vrede) 124.

- (2o „ ) 132.

Parker 102.

Parma (en Piacenza)94.102.130. Parsdorf (wapenschors, v.) 101. Patterson (Miss) 112.


ocr page 301

1789—1815.

289

Paul I Cz. v. Kusl. 95. 98.102 v. Paulus (Pieter) 99.

Perponcher (de) 127.

Pétion 79. 81 v.

Philips v. Orleans (Égalité) 76.

82—84. 88,

Philosopher! 75.

Pichegru 90 v. 105.

Piemont 102. 106.

Pillnitz (conferentie v.) 87. Pitt (William; de jongere) 88.

97. 106.

Pius VI 87. 94. 96. — VII 98. 103—105. 108.117 v.

123. 130 v.

Plaine 82.

Plaisance (due de) 127.

Plebisciet 105.

Pluvióse 83.

Polen 111—113. 131. Pommeren (Zweedsch) 112 v.

122. 129 v.

Portalis 104.

Portugal 88.103. 113—115.129. Posen 111. 129.

Praag 121.

Prairial 83.

Provence (graaf v.) 79. 85. Provera 94.

Pruisen 81. 87—90. 97. 102. 108.110—113.116. 119—121. 129—133.

Pyman 100.

Pyramiden (s.) 96.


Q-

Quatrebras (gov.) 132. Quinette 88.

Quesnay 76. Quosdanowitsch 94.

Quibéron 89.

Rad et 117.

Ramolino (Laetitia) 93. 107. Rapinat 96.

Rastadt (Congres) 95 v. Rasumowski 129.

Regensburg (gev.) 117. Reichsdeputations-hauptschluss 103.

Reichstadt (h.v.) zie Napoleon II. Republiek (Bataafsche) zie Holl.

— (Cis-Alpijnsche) 95. 102.

— (Cis-Padaansche) 94 v.

— (Helvetische) 96. 102.

— (Italiaansche) 102. 106. 108.

— (Ligurische) 94. 108.

— (Parthenopeesche) 97.

— (Romeinsche) 96 v.

— (Trans-Padaansche) 94 v.

Reubell 86. 90 v.

Revolutie (Fr.) 74—133.

Ried (verdr.) 121.

Rijn 89. 92 v. 101. Rijn-Beieren 129.

Rijnoever (linker-) 89 v. 95.102. Rijnprovincie 129. Rijnverbond 110 v. 122. Rivoli (s.) 94.

Rob er jot 96 v.

Robespierre 76. 81—85. Rochefort 132.

Rochejaquelin (do la) 88. Roëll 126.

Roger Ducos 92.

Roland 81 v.

— (mad.) 84.

Romagna 94 v.


19

ocr page 302

290

Romana (la) 115.

Rome 95—97. 117, — (K. v.) 118. 123 v. 130. 132.

zie Napoleon II.

Roomsche Rijk 110. Rostopschin 120.

Rousseau (J. Jacques) 77. Roussillon 88.

Ruffo (Kard.) 97.

Rusland 97 v. 103. 106.108— 113.116. 118—124.129.131— 133.

Register II.


s.

Saksen 100. 121 -123. 129 v. 1

—Teschen (h. v.) 88.

Salamanca (s.) 116.

Salzburg 102 v. 117. 129.

Santerre 82. 89.

Saragossa 116.

Sardinië 87. 93 v. 97. 130.

Saumur 88.

Savary 105. 112.

Savona 118.

Savoye 87. 94. 105.

Schaffhausen 101.

Scharnhorst 113. 120.

Schelde 90.

Schérer 97.

Schill 117.

Schimmelpenninck 99.108.125. Schönbrunn (verdr.) 109. — (vr.) 117.

Schrikbewind 84. Schwarzenberg 119. 121 v. Secularisatie 103.

Selim III Sultan v. Turkije 96. Septembermoorden 82. Serrurier 93.

Servan 81.

Sicilië 109.

Sidney-Smith 96.

Sieyès 76. 82. 90—92.

Simon 84.

Six (Willem) 125.

Smolensk (s.) 119.

Somosierra (gev.) 116.

Soult 116. 124.

Spanje 88. 90. 103. 106.113-

116. 129. v.

Speckbacher 117.

Spiers 87.

St. Bernard (de groote) 102.

St. Cloud 92.

St. Domingo 90. 105. v.

St. Gothard 98..

St. Ildephonso (verdr.) 90.

St. Jan (Ridders v.) 103.

St. Jean d'Acre (Akka) 96.

St. Just 82. 85. 89.

St. Helena 132.

St. Lucia 124. 130.

St. Vincent (s.) 95.

Staats-Brabant 88. 90. 99.

Staats-Vlaanderen 90.

Staatsbewind 125.

Stadion 116.

Stassart (de) 127.

Staten (algem.; v. Holl.) 98 v.

— (algem.; v. Fr.) 74. 76.

Stein 113. 119.

Steyer (verdr.) 102.

Stiermarken 94.

Stockach (s.) 97.

Stofïlot 88 v.

Story 98.

Straalsond 117.

Subof 103.

Suwarof 97 v.

Sweaborg 112.

Syndicaat (nationaal) 100.

Syrië 96.


ocr page 303

1789—1815.

291

T.

Tabago 124.

Taillo 75.

Talavera de la Reyna (s.) 110. Talleyrand 76. 92.101. 109.115.

122. 124. 129.

Tallien 85.

Talma 115.

Tarnopol 117. 129.

Tauroggen (conferentie) 120. Temple 81.

Terreur-Blanehe 85.

Thabor (s.) 96.

Thermidor 83.

Thermidoriens 85.

Thorn 129.

Thugut 97. .

Thuringen 110.

Tienden (in Frankrijk) 75. Tierceering dor staatsschuld (in Holl.) 126 v.

Tiers-Etat 75 v.

Tilsit (vr.) 111. 126. Tippo-Saib Suit. v. Mysore 96. Tclentino (vr.) 94. 132. Tormassof 119.

Toskane 94. 102 v. 114. 130. Toulon 88 v. 93. 96.

Toulouse (s.) 124.

Trafalgar (s.) 109 (zie Verbeter.). Trebia (s.) 97.

Treilhard 104.

Tribunaat 105.

Tricolore 77.

Trier (krv. v.) 86.

Trinidad 103.

Tronchet 82. 104. Tugendbund 116.

Tuilerieën 81. 105.

Turkije 96 v. 103. 111 v. 119. Tyrol 98. 109. 117. 129.


u.

Ulm 108 v.

Université 104.

V.

Valazé 82.

Valenlt;jay 115.

Valence 93. 96. Valenciennes 88.

Valmy (s.) 87.

Vandamme 121 v. v. d. Kasteele 99. v. Haersolte 100. v. Hasselt 100.

v. Hooft' 99 v.

v. Langen 99.

v. Swinden 100. Varennes 79.

Vauchamps (gev.) 123. Venaissin 79. 87. 94. 132.

Vendée 83. 88. 101. 132.

Vendémiairo 83.

Venetië 94 v. 98. 109. 129.

Venlo 90.

Ventöse 83.

Verbond (heilig) 133.

Vereenigde Staten v. N.-A.

104. 113. 132. j Vergadering (Nationale) Constituante 74—80.

— (Nationale in Holl.) 99 v.

— (Wetgevende) Legislative 80—82.

Vorgniaud 81 v.

Verhuell 125 v.


ocr page 304

Register II.

202

Versailles 78.

Veto 78.

Victor 116.

Villaret Joyeuse 90. Vimeiro (s.) 115. Vincennes 105.

Vitringa 99. Vittoria (s.) 116. Vlissingen 126. Vreede 99. Vroedschappen 98.


w.

Wagram (s.) 117.

Walcheren 117.

Wallis 118. 130.

Warschau 131.

- (hertogdom) 111. Washington 114.

Waterloo (s.) 132.

Wattignies (s.) 89.

Weenen 109. 130 v.

— (Congres) 128 v.

— (vr.) 117.

Weingarten 125. Weissenburger Linies 80. Wellesley (Arthur) zie Wellington.

— (Richard) 113.

| Wellington 115 v. 124.129.132. West-Galicië 117.

Westerman 88.

Westfalen (Koninkr.) 112.122. i 129.

Wildrik 99.

Willem I K. v. Holl. 128.130. ! — III K. v. Eng.: Stadh. v. j Holl. 101.

— V Stad. v. Holl. 130. Wittgenstein 121.

Wurmser 89. 94. Wurtemberg 103. 108—110. 129 v.

; Würzburg 109.

1 - (s.) 93.


Y.

j York (h. v.) 89.

York (generaal) 119.

Zach 102.

Zuid-Duitschland 97. 101. Zürich (s.) 97.

Zweedsch Pommeren (zie Pommeren).

z.

I Zweden 102. 108.111.113.119. 121. 129 v.

Zwitserland 97. 106. 130.


ocr page 305

ALPHABETISCH REGISTER.

III.

1815—1898.

Abbas Mirza 151.

Abd el-Kader 101—103.210.238.

Abdul-Aziz Sultan v. Turkije

214. 238. 202.

Abdul-Hamid „ 202. Abdul-Medjid ,, 181. Aberdeen 171.

Abessinië 240. 200.

Achalzik 154.

Achter-Indië 210.

Acte van Navigatie 150. 23tt. Adair 172.

Adana 181.

Adelaide (mad.) 104.

Adolf (v. Nassau) gh. v. Luxemburg 256.

Adrianopel 155.

— (vr.) 155.

Affre 180.

Afgescheidenen 174. Afghanistan 183. 201 v.

Afrika 240. 245. 254. 256.

Aken (congres) 130. 147. Akjerman (verdr.) 153.

Akka 180.

Aksakof 237.

Alabama (staat) 240.

— (schip) 240. 240—248. 201. Aland-eilanden 205.

Alaska, zie Russisch Noord-

Amerika.

Albaneezen 152.

Albert v.Saksen-Koburg(.prins-

gemaal) 183. 240.

Albrecht (aartshertog) 220 v.

— (prof, te Göttingen) 176. Alcolea (s.) 231.

Alessandria 145.

Alexander I Cz. 136. 148.

150—152. 17lt;». 230.

— II Cz. 204. 230 v. 204.

— Ill ., 264.

— (v. Battenberg) vorst v. Bulgarije 263.

— (Cusa) vorst v. Rumenië 205. 237.

— (prins der Nederl.) 241. Alexandrië 201.

Alexinatz (s.) 202.

Algiers 139. 149. 101. 163. 209. Ali pascha v. Janina 152. Alibaud 161.

Alma (s.) 204.

Alphonso XII K. v. Spanje 259.

— XIII „ ' 259. Alsen 219.

Amedeo (h. v. Aosta) K. v.

Spanje 231. 258.

Amerika Portugeesch 251.

— Spaansch 243 v. 249—252. Amiens (s.) 228. Amortisatie-syndicaat 148.150.


ocr page 306

Register III.

294

Amsterdam 148—150.174.255. Amur-gebied 237.

Anarchisten 209.

Ancona 162. 168. 222. 233. Andlau (d') 257.

Andrassy 254.

Anemaat 174.

Anglikaansche Kerk 156. Angostura 249.

Angoulême (due d') 135.137.140. Angra Pequena 254.

Anna Paulowna K. der Nederlanden 148.

Annam 209.

Anti-cornlaw-league 183. Antietam (s.) 247. Anti-revolutionnairen 241 v.

255

Antonelli (Kard.) 169.199. 233. Antwerpen 160. 170 v. 173. 243. Appelius 149.

April-beweging 242.

Arabieren 209.

Arabi-Pascha 261.

Arago 162. 165. 186.

Arcadiens 214.

Baden 145. 189. 220 v. 228.

Balaklawa (s.) 204.

Balbo 168.

Baldissera 260.

Balkan 155. 262 v.

Balzac 163.

Bandeira 167.

Baratieri 260.

Barbes 161.

Bariatinski 237.

Barrot (Odilon) 162. 164. 187.

Baskische provincies 165 v.

Bassermann 189.

Batthyani 195. 197.

Baudin 188. 214.

Bazaine 211. 225. 227.

Aronenberg 161.

Argentinië (V oreenigde Staten van Rio de la Plata) 250 v. Arizona 245.

Arkansas 246.

Armellini 199.

Armenië 151.155 v. 203. 262 v. Arndt 147. 191.

Arnim (v.) 190.

Artois (graaf v.) zio Karei X

K. v. Frankr.

Aschaffenburg (s.) 221. Ashantijnen 261.

Aspromonte (s.) 234. Association (Catholic) 157. Atacama 251.

Athene 153.

Atjeh 243. 255.

Auerswald 191.

Aumale (due d') 158. 163. Aurelle de Paladines 225. 228. Ausgleich (tusschen Oostenr.

en Hongar.) 223.

Australië 240. 254.

Ayacucho 250.

Azeglio, (Massimo d') 168. 231.

B.

Bazel 177.

Beaconsfleld (Disraeli) 240.261. Beaugencey (s.) 228. Beauharnais (Eug. de) 167.171. Beaumont (s.) 226.

Beaune la Rolando (s.) 228. Beauregard 246 v.

Bebel 253.

Bedeau 186.

Beieren 146.175.198.214.220v.

229.

Belfort 228 v.

België 135. 147. 150. 158. 160. 163. 169—175. 214. 234. 239. 243. 256.

Belle Poule (la) 162.


ocr page 307

1815—1898.

295

Bern 196 v.

Benedek 207. 220.

BenodeHi 221. 224.

Beranger 138. 163.

Beresford (lord) 142.

Berg 237.

Bergansius 255.

Bergara (verdr.) 166.

Berlijn 174.192. 214.219.222.225.

— (congres) 254 v. 261. 263 v.

— (vr.) 194.

Bernadotte zie Karei XIV K.

v. Zweden.

Berry (due de) 135.

— (duchesse de) 160.

Berryer 162. 209.

Bert (Paul) 257.

Besika-baai 203.

Bessarabië 150. 205. 236. 263. Beust (v.) 223.

Bcyrut 181.

Biarritz 202. 213. 219.

Bilbao 166.

Billault 208.

Billiton 149.

Birmanen 241.

Bismarck (v.) 213. 216 v. 219.

223 v. 227. 229 v. 237.254.263. Bixio 233.

Blanc (Louis) 164 v. 185. Blanqui 161.

Blaye 161.

BIocus Continental 156.

Blum (Robert) 191. 196. Blumenau (s.) 221.

Boohara 237.

Boers 261.

Bohemen 220 v. 223.

Bolivar 141. 249 v.

Bolivia 250 v.

Bologna 168.

Bomarsund 205.

Bonaparte (familie) geslju-hts- i lijst B. 201.

— Napoleon IzieNapoleon I. [

— Napoleon II zie Napoleon II.'

— Napoleon III zie Napoleon III.

Bonaparte Napoleon (Eugene Lodewijk) prince imperial 201 v. 225. 256 v. 261.

— Napoleon (prins: Plon-plon) 201. 206. 257.

— Napoleon (Lodewijk, zoon van Lodew. Bonap., K. v. Holland) 168.

— Napoleon (Lodewijk ook Karei Lodewijk) zie Nap. III.

— Napoleon Louis 201. Napoleon Victor 201. 257.

— Charles Lucien, prince de Canino, 201.

- J erómoK.v.Westfalen200v. Jozef K. v. Spanje 201. 249.

— Lodewijk K. v. Holland 161. 168. 201.

Lucien,prinoedeCanino201. Lucien (Kard.) 201. Mathilde (prinses) 200 v. Pierre 201. 215. Bonapartisten 136. 159. 161.

256.

Boni 243.

Bonin (v.) 193.

Booth 248.

Bordeaux 227. 229.

— (due de) zie Chambord. Borne 176.

Borneo 243.

Borny (s.) 226.

Bosch (v. d.) 149.

Bosnië 254 v. 263.

Bosquet 204.

Botzaris (Marko) 153. Boulanger 257.

Boulogne 162.

Bourbaki 225. 228. 243. Bourbons 140. 157 v.

Bourges 166.

Bourgogne 227 v.

Bourmont 138 v. 144. Brandenburg (graaf v.) 190. [ Brazilië 142—144. 156. 251. Breda 242.

Brescia 198.

ocr page 308

Register III.

296

Bresson 164. 167.

Brest 202.

Broglie (del bisschop van Gent 148.

Bronnzell 193.

Brougham 156.

Brunswijk 175.

Brussel 148. 169- 171. 175.

— Nationaal Congres 170—172.

— Vrije Universiteit 175.

Bubna 146.

Buchanan 245 v.

c.

Cabrera 166.

Cadix 137. 141. 248. 250.

Caffarel 257.

Cairo 261.

Calabrië 233 v.

Californië 245.

Callao 250.

Cambodja 210.

Camerun 254.

Campbell 241.

Canadeezen 241.

Cancrin 151.

Candia, zie Creta.

Canino (prince de) 201.

Canning 142. 154. 156 v. Canrobert 204. 206.

Canton 209.

Cantu 168.

Capellari (Mauro) zie Grego-

rius XVI.

Capellen 149. (v.)

Capo d'Istrias 152. 155.

Caprera 234.

Caprivi 254.

Capua 233 v.

Carbonari 144—146. 198. Carlisten 142. 166. 258 v.

Carlos V (Don) 142.144.165—167.

— VI „ 166.

— VII J. 258.

Carlotta K. v. Portugal 143.

Bugeaud 163 v. Bukarest (vr.) 154. Bulgarije 262 v.

Buil Eun (s.) 246 v. Bulwer 167. 184.

Buol (v.) 204 v.

Burdett 156.

Burgerhout (gev.) 171. Burnside 247. Burschenschaften 146. Bylandt (v.) 169.

Byron (lord) 153 v. 156.

Carnot (Sadi) 257 v.

Carolina v. Brunswijk 156. Carolinon 254. 259.

Carracas 249.

Carrel 138.

Caserio 258.

Castel-Pidardo (s.) 208.231.233. Castlereagh 156.

Castiglione . zie Pius VIII. Caussidière 165. 185 v. Cavaignac 139. 163. 186—188. Cavour 205—208.216.232—234. Celebes 149. 243.

Centrum 253.

Cetewayo 261.

Ceylon 155.

Chalons 225 v.

Chambord comte de (duo do Bordeaux, Henri V) 137.140. 189. 256 v.

Chambre introuvable 135. Chancellorsvillo (s.) 247. Changarnier 185. 187 v. Chanzy 225. 228.

Charleston 246—248. Charlotte v. Engeland (prinses) 172.

Charte (Pransche) 135.140.160. Chartisten 183. 289.

Chartres (Rob. due de) 159. Chassé 170 v. 173.


ocr page 309

1815—1898.

297

Chassopot-gewoer 213. Chateaubriand 137 v.

Chateau d'Eau. 164 v. Chatanooga (s.) 247.

Cherbourg 140. 202. 247. Chickahomini (s.) 247.

Chili 250 v.

China 209. 237. 240. 254.258.262. Chios 153.

Chislehurst 256.

Chlopicki 179.

Choiseul-Praslin (de) 164. Chokier (Surlet de) 172. Christiaan VIII K. v. Denemarken 178.

— IX (v. Sonderburg-Glüeks-burg) K. v. Denemarken 194. 218. 239.

— v.Sonderburg-Augustenburg. 193. 218.

Christina K. v. Spanje 259. Christino's 142.

Cialdini 220 v. 233. 235. Cis-Leithanië 223. Civita-Vecchia 199.

Clare 157.

Clarendon 205.

Clay (H.) 245.

Clotilde van Savoye (prinses)

201. 206. 232.

Cluseret 230.

Clyde 157.

Cobbet (William) 156.

Cobden 183. 208. 239.

Coblenz 225.

Coohinchina 210.

Cochrane 143. 154. 156. 250. Codrington 154.

Coleridge 156.

Colombey (s.) 226.

Columbia 249 v.

Commune (te Parijs) 230. 256. Compagnie (Oost-Indische)241. Compiègne 202.

Concert (Europeesch) 264. Concordaat (Oostenrijk 1855)

216. 223.

Congo-confcrentio 254. 256. Congo-maatschappij 256. Congo-staat 254. 256.

Conneau 163. 200.

Constant (Benjamin) 136. 138. Constantijn, zie Konstantijn. Constantine 161 v. Constantinopel 152 v. 202.

238. 262.

Corea 264.

Costa-Cabral (da) 167. Coulmiers (s.) 228.

Coup d'État (van Napoleon III) 188.

Courbet 258.

Cousin de Montauban zie

Palikao.

Crémieux 165—227.

Creolen 249.

Creta(Candia) 153.181.238.264.

Crispi 259.

Croatië 223.

Cuba 141. 230 v. 259.

Cubières 164.

Cultuurstelsel 149.

Cumberland zie Ernst August

K. v. Hannover.

Custozza (s.) 198. 221.

Cyprus 153. 261.

Czartoriski 179.

Czerski 176.


Dahlmann 176. 178. 191. Daine 172.

Dam (v.) v. Isselt 174. Damascus 210.

D.

| Danewirk 218.

Darboy 230.

Dardanellen 181 v. 262. i Darimon 214.


ocr page 310

Register III.

298

Darmes 161.

Darmstadt 221.

Daunou 136.

David (Jéróme) 21-t.

Davy 147.

De Foere (abbe) 108. De Kempenaer 174.

De Kock 149.

De Potter 149. 170 v. Deakpartij 223.

Debreczin 196.

Decabristen 151.

Decazes 136 v.

Dedel 171.

Dedemsvaart 149.

Delescluse 230.

Delhi 241.

Dembinski 197.

Demidof 201.

Democraten (partij in deV. St.) 244.

Dendermonde 170. Denemarken 175.178.191.198v.

213. 217—219. 238 v. Denfert 228.

Derby 240.

Dibbets 170.

Dickens 184.

Diebitsch 151. 155. 179. Dieppe 228.

Diepo Negoro 149. Discretionnaire wetten 253. Disraëli zie Beaconsfleld. Dobrudscha 263.

Döllinger 191. 235.

Dominion of Canada 241. Donauvorstendommen 154.

203. 205. 236. Donker-Curtius 174.

Doodstraf (afschaffing der) 242. Dotrenge 150.

Dresden 193.

Driekeizers-bond 254.

Droste (Clem. Aug. v.).'176. Drouyn de Lhuis 200. Droysen 191.

Drumont 257.

Drusen 210. 238.

Dufour 178.

Duitsche Bond 146 v. 173. 178. 189—193. 214. 216—222.

— Bondsdag 176. 189. 193.

— Koloniën zie Koloniën.

— Eijk 215. 229 v. Duitschland 144. 146 v. 174—

176. 194. 200. 207. 214—230. 239. 253—255. 258—260. 264. Dumas (Alex.) 163. Dumouriez 158.

Dundas 203.

Dunin (v.) 176.

Duperré 139.

Dupin 138—140. 162.

Dupont 138. 162. 165. Düppeler-Schansen 193. 218. Duruy 209.

Duvivier 195 z.

Dwernicki 179.


E.

Ebersoll zie Leu.

Ecuador 235. 250. 252.

Egypte 153. 210. 288. 258. 261. Eider-partij 217.

Elzas 226 v. 229. 253. —Lotharingen 230. Emancipatie-bill 155.

Emma (v. Waldeck-Pyrmont), K. der Nederlanbon 255.

Empire autoritaire 208. — liberal 200. 208. 215. Ems 224.

Engeland 137. 141—144. 149. 155-158. 163.165—167.169. 171.173.176.182—184.193 v. 202 v. 205 v. 208—211. 213. 231 v. 237—241.243—245.247. 249v.252.254.257v.260.262.264.


ocr page 311

1815—1898.

Epirus 153. '263.

Eriwan 151.

Ernst August (h.v. Cumberland)

K. v. Hannover 176. 183. Erzerum 155.

Escobedo 212.

Espartero (h.v. d. Overwinning) i

166 v. 230.

Espinasse 206.

Estatudo Real 165.

Fabvier 137.

Faidhorbe 209. 225. 228.

Failly 226.

Falck (Holl. minister) 149.171.

— (Pruis, minister) 253. Fanarioten 152.

Fanti 232 v.

Farini 232.

Farragut 246 v.

Faure (Félix) 258.

Favre (Jules) 209. 227. 229. Fenians 289. 200.

Ferdinand I Keiz. v. Oostenr. 176. 195 v.

— I (IV) K. der beide Siciliën 145. 158.

— II K. d. b. Sicil. 168v. 197.233.

— VII v. Sp. 137. 140—142. 249 v.

— (v. Saksen-Koburg-Cohary) K. v. Portugal 167.

— (v. Saksen-Koburg-Cohary) vorst v. Bulgarije 263.

Ferrara 169.

Ferrières '227.

Ferry 215. '257.

Fieschi 161.

Finland 150.

Fleury 188. '200.

Flocon 185.

Florence 212. 234.

Florida 141. 245 v. Fontainebleau '202.

Estclla (s.) 256.

Eu 163.

Eugéniè (de Montijo gravin van ïeba)K. d. Franschen 202. 210. 227 v.

Eupatoria 204.

Evora (capitulatie v.) 144. Ewald 176.

Exaltado's 166.

Exmouth 149.

Forey 211.

Forli 168.

Fourier 161.

Foy 138.

Franche-Comté 228. Franc-tireurs 227. Franckenstein (v.) 253. Frankfort 176. 193. 217.221 v.

— (vr.) 229. 256.

Frankrijk 135—142. 144. 146.

153—155. 157—169.171.173. 184—189. 194. 199 v. 200— 215. 221. 223—232. 234. 236— 240. 247 v. 252. 254. 256— 259. 261 v. 264. Fransch-Duitsche oorlog 223—

230. 235. 243.

Frans I K. der beide Siciliën 145 (zie Verbeteringen).

— II K. d. beide Siciliën 233 v.

— Josef I Keizer v. Oostenr. 195 v. 207. 210 v. 216 v. 221. 223. 238.

— v. Assiz inf. v. Sp. 163.167. Fransecky (v.) 220.

Fransen v. d. Putte 241. Fredericia 193.

Frederik III K. v. Pr., Keiz. v. Duitschl. 254.

— VI K. van Denemarken 178.

_ VII

Y -1-1- « jï J?

178. 193 v. 213. 217.


ocr page 312

Register III.

300

Frederik v. Augustenburg (Fred. Vni) 218 v.

— (pr. d. Nederl.) 169 v. quot;172. 241.

— Karei (prins) 220. 225 v. 228.

— Willom IV K. van Pruison 176 v. 191 v. 199. 203. 216.

Prederiksburg (s.) 247.

Preiburg 178.

G-

Gablentz (v.) 218.

Gaëta 199. 234.

Gagern (Prederik v.) 189.

— (Hendrik v.) 191.

Gallipoli 203.

Gambetta 214 v. 227. 229. 257. Garcia Moreno 235. 252.

Garfield 248.

Garibaldi 199. 206. 208. 212 v.

228. 233—235. 259. Garnier-Fagès 162. 164. 186. Gastein (verdr.) 219. Geconfedereerde Staten v. N.Am. 211. 246 v.

Geen (v.) 149. 172.

Gendebien 170.

Genga (Hannibal de la) zie

Leo XII.

Gent 171.

— (vr.) 244.

Genna 206.

George I K.v. Griekenland 238.

— Ill K.v. Engeland 156.

— IV K.v. Engeland 155.172.

— V K.v. Hannover 221. Georgia 246 v.

Gérard 160. 164. 172 v.

Gerlache (de) 150.

Germanos 153.

Gervinus 176.

Gesamtstaatsverfassung (Oostenrijk) 216.

Geslachtslijst der fam. Bonaparte B 201.

Geslachtslijst der fam. Orleans 159.

Prère-Orban 256. Preycinet 227. Priederich 235. Primont 145. 168. Prohsdorf 140. 257. Prossard 225. Fuevos 165.

Geslachtslijst der Koningen v.

Denem.en h.v.Sl.-Holst.218. Gettysburg (s.) 247.

Giacomoni 164.

Gioberti 168.

Giolitti 259.

Gislikon (s.) 178.

Gitschin (s.) 220.

Gladstone 233. 240. 260. Göben (v.) 220. 225. 228. Gödöllö (s.) 196.

Goltz (v.) 221.

Gomez 166. 206.

Gordon 261.

Görgey 196 v.

Görres 147.

Gortschakof 204. 236. 264. Görz 140.

Göttingen 176.

Gouvernement do la defense

nationale 227.

Govone 219.

Granja (la) 166.

Grant 246—248.

's Gravenhage 173.

Gravelotte (s.) 226.

Grégoire 135. 171.

Gregorios patr. v. Constan-

tinopel 153.

Gregorius XVI CMauro Capel-

lari) 168. 198.

Grenoble 160.

Grévy 215. 257.

Grey 182.

Griekenland 134.138.150.152— 156.175. 202 v. 205.238.263 v.


ocr page 313

1815—1898.

301

Grimm (Jac.) 176. 191. — (Wilh.) 176.

Grochow (s.) 179.

Groen van Prinstorer 241. Guadeloupe Hidalgo (vr.) 245. 252.

Haarlem 174. 242. Haarlemmermeer 174. 242. Habsburg (huis v.) 197.

Hafiz Pascha 181.

Halil Pascha 155.

Hall (v.) 174.

Halleck 247.

Hallue (s.) 228.

Ham 162.

Hambacher feest 175.

Hamelin 203.

Handelmaatschappij (Nod.) 149. Hannover 175 v. 183. 218.

220—223.

Hasselt (s.) 172.

Hassenpflug 175. 193. Hausmann 202.

Havelock 241.

Haynau 197 v,

Hecker 189. 192.

Heemskerk 241 v.

Heemstra (v.) 174.

Hegel 176.

Heilige Plaatsen 202.

Heine 176.

Helène (v. Mecklenburg) h.

v. Orleans 161. 165. Helgoland 254.

Hellespont 153.

Hendrik (prins dor Nederl.) 241. Henegouwen 139. 256.

Henri V zie Chambord.

Henri (Joseph) 161. 's Hertogenbosch 150. 242. Herwarth v. Bittenfeld 220. Herzegowina 254 v. 262 v.

Guinea (kust v.) 243. Guizot 138. 161 v. 164 IBI. Gurko 262.

Gutzkow 176.

Gyulay 206.

Hessen-Darmstadt 220. 222. Hessen-Kassel 175.189.193.217. 220. 222.

Hetaeria 152.

Hoyden (v.) 154. Heym(v.d.-v.Duyvendijke)174. Hidalgo 249.

Hierarchie (herstelling in

Nederl). 242.

Hietzing 223.

Hobein 172.

Hödel 253.

Hogendorp (Gijsb. Karel v.) 149 v.

Hohenlohe-Schillingsfiirst

(vorst v.) 254. Hohenzollern-Hochingen

(vorst v.) 192. —Sigmaringen (vorst v.) 192. Holland zie Nederland. Holstein 178. 218—220. Home-rule 260.

Homs (s.) 180.

Hongarije 147. 194—197. 207.

216. 223.

Hongkong 183.

Hortenso do Beauharnais 161. Houthalen (gev.) 172.

Hova's 258.

Hübner (v.) 206.

Hugo (Victor) 162.

Humbert I K. v. Italië 259. Hunkiar-Skelessi (verdr.) 181. Hussein Pascha Dev v. Algiers 139.

— Turksch generaal 180.


ocr page 314

Eegister III.

302

Ibrahim Pascha quot;138. 155.180 v. Idsted (s.) 194.

Ierland 15G v. 239 v. 260. Ignatief 209.

Indepondenten (in Frankrijk) 136.

Indianen in Noord-Amerika 249.

Indië (Britsch) 241. 261. — (Nederlandsch) 149. 242 v.

255 v.

Inkerman (s.) 204.

Innsbrück 194.

Internationale 215.

Jackson 246.

Jahdo 216.

Jahn 147.

Jameson 261.

JanVI K.v.Portugal 142 v. 251. Jan (aartsh.) Eijksbestuurder

191 v.

Janitscharen 152. 154.

Japan 210. 241. 254. 264. Jassy 153.

Jecker 210.

Jefferson Davis 246. 248. Jellachich 195 v.

Jenikale 204.

Jeruzalem 202.

K.

Kaap de Goede Hoop 155. — St. Vincent (s.) 144. Kaap-kolonie 241.

Kaapvaart 205.

Kabylen-stammen 209.

Kaffers 257.

Kanaris 153.

Ipsilanti (Alexander) 152 v. — (Demetrios) 153. Irréconciliables 215.

Isabella II K. v. Spanje 142.

163.165—167. 224. 230. 258 v. Isly (s.) 163.

Ismail Pascha 288.

Italië 140 v. 144—147.151. 160. 163.165.168 v. 197—199.202. 206—208. 212—214. 216 v. 219—222. 225. 230—235. 240. 242. 255. 258—260.

Iturbide (generaal) Keiz. v. Mexico 141. 250.

Jezuïeten 138.141.144.151.166.

177 v. 249. 253.

Johnson 247 v.

Johnston 246.

Joinville (prince do) 158 v. Jong Duitschland 176.

— Italië 168.

— Turken 262.

Jonische eilanden 152. 238. Josephine's 141.

Jozefisme 146.

Juarez 210—212. 231. 252. Jugement doctrinal 148. Juli-monarchie 157—165. Juli-omwenteling 139 v. 158. Jutland 193. 218 v.

Kandia zie Creta. Kansas-Nebraskabill 245. Karei X (Comte d'Artois) K.v.

Frankrijk 135.137—140.160. Karei XIÏI K. v. Zweden 178.

— XIV „ 178.

— XV „ 238.


ocr page 315

1815—1898.

303

Karol (v. Hohenzollern) K. v. Rumenië 205. 263.

— h. v. Brunswijk 175.

— V v.Spanje zieCarlosV (Don)

— VI ' VI

*A » ff ff v L ff

— (aartshertog) 171. 200.

— Albert (v. Savoye-Carignan) K. v. Sardinië 145. 168 v. 198.

— Felix K. v. Sardinië 145 v. Karlsbad 147.

Karpaten 197.

Kars 154. 205. 236. 262.

Kasba 189.

Kassei 226.

Katkof 237.

Kaukasus 237.

Kaukazië 151. 155.

Kaulbars 263.

Kearsarge 247.

Keizerrijk (tweede) 200—230.

Keizersi'ort 139.

Kemper 150.

Kentucky 246.

Kerk (Hervormde) 148.

— (Katholieke) 146 v.

— (Duitsch-Kath.) 176. Kerkelijke Staat 144. 168. 199.

208. 212. 231. 233. 235. Kertsch 204.

Keulen 176.

Khartoem 261.

Khiva 237.

Kiao-Tschau 255.

Kiel 178.

— (vr.) 178.

Kissingen (s.) 221.

Klapka 197. 207.

L.

La Bedoyère 136. La Guéronnière 206.

La Marmora 204. 220 v. La Moricière 163. 188. 208. Laoordaire 161. 163. 185. Lafayette 136.138—140.158.160. ;

Klephten 153.

Kolberg 176.

Kolding (s.) 193.

Kolokotronis 153.

Kolonies (Duitsche) 254. — (Engelsche)155.183.240v.261. —(Pransche 139.163.209 v. 258. —(Nederl.) 149. 243. 255 v. —(Spaansche) 141. 156. 243—

245. 249—252. 259.

Komorn 196 v.

Konieh (s.) 180.

Königgratz (s.) 213. 220 v. Konstantijn (grootv.; broer v.

Alex. I) 151. 179. —(grootv.; broer v.Alex.II) 236. Koopman 171. 173. Kopenhagen 217.

Koraïs 152.

Kornilof 204.

Kossuth 195—197. 207. Kotzebue 147.

Krakau 163. 177.

Kraton 256.

Kremsier 195.

Krim 204.

—oorlog 202—206. 216. 232.

236—239.

Kroaten 195.

Kroonstad 258.

Kruckowieki 179 v.

Krüdener (mad. v.) 150. Krüger (Paul) 261.

Kuletscha (s.) 155. Kulturkampf 253.

Kurden 210.

Kutahia (vr.) 181.

Laffitte 136. 138—140. 160. Lahitte 139.

Lamarque 161.

Lamartine 163—165.185—187. Lamberg 196.

Lamennais 161.


ocr page 316

Register III.

304

Langensalza (s.) 221. Langiewitsch 237.

Langneck (s.) 261.

Lanterne (la) 214.

Lasaulx 191.

Latour 195.

Laube 176.

Lauenburg 178. 218 v. Laybach (congres) 137.145.147. Leboeuf 225.

Lecomte 161.

Ledru-Rollin 162. 164 v. 185—

187.

Lee 246—248.

Légion d'honneur 136. Legitimisten 158. 209. 256. Legnago 207.

Lelewel 179.

Leo XII (Hannibal de la Genga)

145. 150.

Leo XIII'(Joachim Pecci) 254.

.259.

Leopardi 168.

Leopold I (v. Saksen-Koburg) K. v. België 155. 160. 172. 175. 243.

— II K. v. België 243. 256.

— v. Hohenzollern 224. 231. Lesseps (Ferdinand de) 210.

238. 257.

Lou v. Ebersoll 177. Leuchtenberg (h. v.) 167. 171. Leuven 149. 172. 175.

— (Hoogeschool) 175.

Libanon 210.

Liberia 245.

Libry Bagnano 160. Lichnowski 191.

Liebknecht 253.

Lilaar (v.) 242.

Lille 164.

Limburg 170—173. 242. Lincoln 211. 246—248.

Linden d'Hoogvorst (v. d.) 169. Lisaine (s.) 228.

Lissa (s.) 222.

Lissabon 144. 251.

Lithauen 237.

Livadië 153.

Liverpool 157.

Livingstone 256.

Lodewijk I K. v. Portugal 231.

— I K. v. Beieren 154.175.189.

— II „ 229.

— K. v. Holland zie Bonaparte.

— XVIII K. v. Frankrijk 135 -137.

Loigny (s.) 228.

Loire 227 v.

Lombardije 169. 207. 216. 232. Lombardo-Venetiaansch

Koninkrijk 146. 198. 206. Lombok 256.

London 160. 163. 171. 210. 214. 217 v. 237. 261.

— (conferentie) 155. 171—173. 242.

— (protocollen) 171 v. 194.

— (verdr.) 154. 170. 181. Lotharingen 226. 229. 243. Louis Philippe I (h. v. Chartres,

h. v. Orleans) K.v. Frankrijk 135. 137. 140. 142.158—165. Louise (v. Orleans) K. v. Bolgië 160. 172.

— infante, v. Spanje 142.163. 167.

Louisiana 246.

— (Fransch) 244.

Louvel 137.

Lucchese-Palli 161.

Lüders 196 v.

Luik 169.

Luxemburg 170—174. 814. 242. 256.

Luxemburgsche kwestie 214.

223.

Luzac 174.

Lyon 160 v. 258.


ocr page 317

1815—1898.

305

Maanen (v.) 149. 169.

Maart-decreten 257.

Maas 172. 226.

Maastricht 170. 172. (v.)

Mao Clellan 246—248.

Mac Malion (due do Magenta)

205—207. 225 v. 280. 256 v. Macedonië 153.

Mackay 255.

Madagascar 258.

Madrid 166.

Magdala 240.

Magenta (s.) 207. 232.

Magnan 188. 200.

Mahdi 261.

Mahmud II Sultan v. Turkije

152. 154. 180 v.

Mainotten 153.

Maison 138. 155.

Maju ba-bergen (s.) 261.

Malakka 149.

Malakof (due de) zie Pélissier —toren 204 v.

Mallinckrodt (v.) 243.

Malmö (wapenstilstand) 191.

193. 238.

Mamelukken 153.

Mamiani 198.

Manchester 157.

Mandschurije 264.

Manin 198.

Mannheim 225.

Manteuffel (v.) 205. 220. 225. 228. Mantua 168. 207.

Manuel 136.

Maria I K. v. Portugal 142.

— II da Gloria K. v. Portugal 143 v. 167.

— Christina (v. Napels) K. v. Spanje 142. 165—167.

Marie Aniélie K.v. Frankrijk 158.

— Louise v. Oostenrijk Keiz.

v.Frankrijk. h.v.Parma 146.168. - (Alex. Thomas) 165. 186.

Marken (de) 233.

Marmont 139.

Marocco 163. 231.

Maronieten 210. 238.

Maroto 166.

Marrast 185.,

Marsala 233.

Marseille 160.

Mars la Tour (s.) 226. Martignac 138. Martinez-Campos 259. Martinique 137.

Maryland 247.

Massowah 260.

Mastaï-Ferretti zie Pius IX. Mathew 182.

Mathilde (prinses) zie Bonap. Mauro Capellari zie Grog. XVI. Maurokordatos 152 v. Mauromiehalis (Constantijn) 155.

— (Georgios) 155.

— (Petro) 153. 155.

Maupas 200.

MaximiliaanIIK.v.Beierenl89.

— (v. Oostenrijk) Keiz. van Mexico 211 v. 216. 248.252.

Mazzini 168. 177. 199.

Mehemed AU 153. 162. 180 v.

Mein 222.

Mei-wetten 253.

Mejia 212.

Mendizabal 166.

Menelik Keiz. v. Abossinië 260.

Monotti 168.

Menschikof 203 v.

Montana (s.) 213. 235.

Mentz 225.

Merino 166.

Mérode (do) 170.

Morrimac 246.

Mettornich (v.) 137.141. 146 v.

151. 154 v. 160.163. 176.194. Mot:/, 225. 227. 229.


ocr page 318

Eegister III.

306

Meunier 161.

Mexico 141. 210—212. 231. 240.

245. 248—252.

Méza (de) 218.

Miaulis 153. 155. Middel-Amerika 251.

— Italië 232.

Midhat Pascha 262. Mieroslawski 177.190. 192. 237. Mignet 138.

Milaan 197 v. 207.

Milan K. v. Servië 263. Miloradowitsch 151.

Mina 141.

Mincio 221.

Minden 176.

Minto (lord) 169.

Miguel (Don) K. v. Portugal

140. 143 v. 105. 167. Miguelisten 144.

Miramar 212.

Miramon 253.

Miranda 249.

Missisippi 246 v.

Missolunghi 153.

Missouri 246.

—compromis 245. Mitrailleuses 213.

Mobile 247.

Modena 146. 168. 232. Moderados 165.

Modlin 180.

Moldavië 153. 203. 237.

Naaldgeweer 221.

Nachimof 203.

Nachod (s.) 220.

Nagell v. Ampsen (v.) 149.

Napels 142. 145. 197—199. 208.

233 v.

Napier (Charles) 205. — (Robert) 240.

Napoleon I Keizer v. Frankr. 136 v. 142. 162.

Molé 162. 164.

Moltke (v.) 181. 220. 225. Molukken 149.

Monitor 246.

Monroe 141. 245. Montalembert 161. 163. 185. Montbéliard 228.

Montebello (gev.) 206. Montenegro 238. 262. v. Montez (Lola) 189. Montgommery (congres) 24(). Montpensier (duo do) 158.163. 167.

Montijo (Marie Eugénie do)

zie Eugénie.

Moonlighters 260.

Moravië 220.

Morea 138. 152 v. 155. Morelli 145.

Moroy 161.

Morgan 246.

Morillo 249.

Morny (de) 188. 200. 208. 210. München 175.

Münchengriitz (s.) 220.

Mundt 176.

Munkasz 153.

Munoz (h. v. Eianzares) 165. Murad V Sultan v. Turkije 262. Murat K. v. Napels 145. Murawief 237.

Musset (de) 163.

Mustapha II Sult.v. Turkijel52.

Napoleon II (K. v. Rome) h.v.

Reichstadt 161. 201. — III (Karei Lodewijk, later Lodewijk Napoleon) pres. d. Fr. Rep., Keizer v. Frankr. 161—163. 168.177.186—189. 199. 202. 206—208. 210—214. 216—219. 221. 223. 225 v. 231—236. 239 v. 243. 248. 256.


ocr page 319

1815—1898.

307

Narvaez (h. v. Valencia) 167.

230 v.

Nassau 189. 220. 222. Nassausche bezittingen 171. Natal 240.

National (le) 138. 150. Nationalverein 216.

Navarino (s.) 188. 150. Neder-Cochinchina 210. Nederland (Holland) 146—150. 169—175. 210. 214. 234. 239. 241—248. 255.

Noderl. (Oost-)Indië zie Indië. Nederl. Koloniën zie Koloniën. Négrier 186.

Nemours (due do) 158.160.165.

171 v.

Nena-Saib 241.

Nesselrode 151.

Neufchatel 199. 216. 243. New-Foundland 240. New-Orleans 244. 247. New-York 247.

Newman 289.

Ney 136.

— (Edgar) 187. 199.

Niel 213.

Ochsenbein 177.

O-Connell (Daniel) 157. 182 v. O-Donnel 167. 230 v.

Odysseus 153.

Ofen 196 v. 223.

Oldenburg 216.

Ollivier 209. 214 v. 226. Olmütz 198. 195.

Omer Pascha 203 v. Omwenteling zie Revolutie. Onderwijs (Katholiek) 149.

— (wet op lager) 242.

— (wet op middelbaar) 242. Oost-Afrika 234.

Oost-Friesland 126. 180. Oost-Indië zie Indië.

Nieuwe Diep 149. Nieuw-Grenada 249. Nieuw-Mexico 245. 252. Nihilisten 264.

Nikolaas I Keiz. v. Rusland 151. 154. 179. 197. 203 v. 286.

— II Keiz. v. Rusland 258. 264. Nikolsburg (pr.) 221 v.

Nisib (s.) 181.

Nizza (Nico) 208. 232.234. 240. Nobiling 253.

Noir (Victor) 215.

Noisseville (s.) 226.

Nola 145.

Non-interventie 168. N oord-Amerika (Engelsoh) 241.

— (Russisch) 151. 237. 248. Noord-Carolina 246. 248. Noord-Duitscho Bond 213.222v. Noord-Holland 173. Noord-Hollandsoh Kanaal 149. Noord-Italië 220. Noord-Nederland 170. Noord-Sleeswijk 213. 239. Noorwegen 178. 264.

Nothomb (de) 172.

Novara (s.) 146. 198.

O.

1 Oost-Indische compagnie 241. Oost-Rumelië 263. Oost-Virginië 246.

Oost-zee 205. 225. Oost-zee-provinciën 237. Oostenrijk 144—147. 154. 160. 163.168v. 176.193—199.203— 207. 210. 213—223. 225. 231 v. 234. 236 v. 239 v. 254 v. 260. 262 v.

Opium-oorlog 183.

Oporto 142. 144. 251. Opper-Californië 245. 252. Opper-Peru 250.

| Orangisten 157.

Oranje (huis v.) 171.


ocr page 320

Register III.

308

Oranje (prins v.) zoon v.Willeml

zie Willem II K. d. Nederl. —(prins v.) zoon v .Willem III2 tl. Oranje-vrijstraat 240.

Orleans (stad) 227 v.

— (familie) geslachtslijst 159.

— Louis Philippe (h. v.) zie Louis Philippe I.

— Ferdinand (h. v.) 159. 161.

— Louis Philippe Robert (h. v.) 159. 257.

Orleanisten 157. 209. 250.

Orlof 173. 181. 205.

Orsini 200. 239.

Palembang 149.

Palermo 145. 238.

Palikao (s.) 209.

— (Cousin de Montauban graaf v.) 209. 226.

Palmella 167.

Palmerston 168. 171. 178.182.

239 v.

Paraguay 251.

Parijs 136. 138—140.160—162. 164. 186—188. 198. 202 v. 205 209. 212. 214.216v. 221.223. 224. 226—230. 232. 236 v. 257—259.

— (graaf v.) 15:). 165. 267. Parlement (Duitsch) 189. v. 195. Parma 145. 108. 232.

Parnell 260.

Parseval-Deschênes 205. Paskewitsch 151. 154 v. 179 v.

197. 203.

Patay (s.) 228.

Patras 153.

Pecci (Joachim) zie Leo XIII. Pedro I (Dom) Koiz. v. Brazilië (als K. v. Portug. Pedro IV) 142—144. 165. 251.

Oscar I K. v. Zweden 178. 23(S. — II , „ 238. (zio

Verbelerinr/en.)

Osman Pascha 262.

Ostrolonka (s.) 179.

Otto I (v.Beioren) K.v.Griekenland 155. 171. 182. 238. Oudinot 187. 199. Oud-Katholieken. 253. Oultremont (gravin d') 173 v. Outram 241.

Overwinning (h. v. d.) zio

Espartero.

Oxford-beweging -239.

Pedro II Keizer v. Brazilië 144 251.

— V K. v. Portugal 231. Peel 157. 239.

Pei-ho 209.

Peking (vr.) 209. 241.

Pólissier (due de Malakof) 204 v.

Pellet an 209.

Pellico (Silvio) 146.

Pendsjab 183.

Pepe 145.

Pepin 161.

Périer (Casimir) min. v. Louis Philippe 136. 138 v. 160 v.

— (Casimir) presid. der Fr. Republiek 258.

Persano 220. 222. 233.

Persigny (de) 101.188. 200.208.

Peru 250 v.

Perzië 151.

Peschiera 207.

Postel 151.

Posth 195 v.

Petersburg 203. 205. 216. 264.

— (protokol) 254.

— (N. Amerika ; s.) 248. Philhellenen 154.


ocr page 321

1815—1898.

309

(piAixoC 152.

Pliilippijnen 259.

Philips V K. v. Spanje 142.

Philomuzen 152,

Phoenix-park 260.

Piacenza '168.

Pie (Mgr.) 202.

Pieri 206.

Pieterspenning 208.

Pimodan (de) 208, 231. 233. Pirëus 205.

Pirot (s.) 263.

Pitra (Dom) 163.

Pins VII 144.

— VIII (Fr. Xav.Castiglionc) 145.

— IX (Jo. Mar. Mastaï Feretti) 168 v. 198 v. 216. 231—235. 259.

Plebisciet (1851) 188.

— (1852) 189.

— (1870) 215.

Plevna (s.) 262.

Plombières 206. 232. Plon-Plon zie Bonaparte. Polen 135. 151 158. 160.179 v.

213. 217. 236 v.

Polignac (de) 138.

Pommeren (Zweedsch) 178.

Pontarlier 228.

Pont de 1'Eure (du) 185.

Porfirio Diaz 252.

Porlier 141.

Forte zie Turkije.

Forto-Cabello 250.

Portori'io 141. 259.

Portugal 140. 142—144. 160.

165. 167. 198. 214. 230 v. 251. Posen 176.

Praag 194.

— (vr.) 22?. 239.

Pragmatieke Sanctie van Ferd.

VII 142.

Presburg 221.

Prim 167. 224. 231. 258. Primaten 153.

Primo de Rivera 259. Progressisten 165 v. Protectionisten 244.

Pruisen 146 v. 176 v. 190. 192—194. 199. 202 v. 205. 213—230. 237. 239. 243. 253 v. Pruth 203.

Puchner 196.

Puebla 211.

Pusey 239.

Puttkammer (v.) 253.


Q.

Queretaro 212. 1 Quiroga 141.

Quirinaal 235.

R.

Eaab (s.) 197.

Radetzky 160. 190. 197 v. Radziwill 179.

Raglan (lord) 203.

Rajah's 152.

Rambouillet 140.

Raspail 187.

Rastadt 192.

Ratazzi 234.

Ravachol 257.

Raveaux 191.

Ravignan (de) 163.

Rechteren (van) 174.

Redan (groote en kleine) 204. Roform-beweging 182. Reform-bill 182.


ocr page 322

Register III.

310

Reichensperger A. 253. — P. 253.

Eeichstadt (h.v.)zieNapoleonll. Reims 137.

Reinkens 235.

Repeal-beweging 182. Reptiliën-fonds 223.

Reschid Pascha 153. 180. Restauratie (tijdv.der) 134—157. Reusoh 235.

Revolutie (omwenteling): In België (1830) 169—173. In Brazilië (1821) 142 v. 251.

(1831) 144. 251. (1889) 251. In Duitschl. (1830) 175 v.

(1848) 189—193. In Frankr.(1830) 139 v.

(1848) 164v.l84—186. (1870) 227. 230. In Griekenl. (1821) 152—155. (1844) 182. (1862) 238. In Hongarije (1848) 194—197. In Italië (1820) 145 v. (1830) 168.

(1848) 169. 197—199. (1860) 232 v. In Oostenrijk (1848) 194 v. In Portugal (1820) 142 v. In Pruisen (1848) 190. In Spanje (1820) 141.

(1868) 224. 231. Reyphins 150.

Rhigas 152.

Rhodes (Cecil) 261.

Rianzares (h. v.) zie Mimoz. Ricasoli 232. 234.

Richelieu (due de) 136 v. Richmond 246. 248.

s.

Saarbrücken 225.

Sadowa (s.) 220.

Saffi 199.

Said Pascha v. Egypte 238. |

Riego 141.

Rigny (de) 138. 154. Rijksbestuurder ziejan(aartsh.) Rijksdag (Duitsche) 222 v.

— (Hongaarsche) 195 v.

— (Oostenrijksche) 194 v. Rijksministerio (Duitsch) 191. Rijn-Beieren 175. Rijnspoorweg 174.

Rio Grande del Norte 245.

Rio Janeiro 124. 251.

Rochefort 214 v. 230.

Rochussen 174. 242.

Roëll 149.

Roermond 242.

Rogier 170.

Romagna 199. 232.

Rome 143.148.151.168v.176.lS7.

198v.212.225.2Bl.233-235.253. Ronge 176.

Roode zee 260.

Roon (v.) 216.

Rossel 230.

Rossi (de) 198 v.

Rothpletz 177.

Rotteck 175.

Rouaan 228.

Rouher 187. 200. 215. Royer-Collard 138.

Rudini 259.

Rudio 206.

Rumenië 237. 262 v.

Rusland 147. 150—152. 154 v. 160. 179—182. 193 v. 196 v. 202—205. 213 v. 217. 236-238. 254. 258. 261—264. Russol 182 v.

Russisch-Turksche oorlog 151

v. 262 v.

Rutheensche kerk 180.

Saigon 210.

Saksen 175. 193. 218.220.222.

225 v. 229.

—Weimar (h. v.) 172.


ocr page 323

1815—1808.

311

Saldanha 144. 167.

Salis-Soglio (v.) 178.

Salisbury 260.

Salische wot 165. 176.

Salzburg 214. 224.

Samarkand 238.

San Domingo 231.

San Juan d'UUoa 251. San Martin 141. 250. San Stephano (vr.) 261—263. Sand (Georgo) 162.

— (Karl Ludwig) 147.

Sardinië 145. 168 v. 197 v.

204—208. 216. 231—233. Sarnon (verbond v.) 177. Savannah 247.

Savoye 208. 232. 234. 240. Schaalrecht 156.

Schaopman 255.

Schamyl 237.

Schelde 171 v.

Scheldevloot 173. Schimmelpenninck 174. Sohipka-pas 262.

Schliok 207.

Schlussakte (Wiener-) 147. Schönbrunn 161.

Sohumla 154.

Schwerin 190 v.

Schwytz 177.

Scott (Walter) 156.

— (generaal) 245.

Sébastiani 140.

Sebastopol 204 v. Secessie-oorlog (Amerik.) 211.

240. 246—248.

Sedan (s.) 226.

Selim III Sultan v. Turkije 152. Senegambië 209.

Seo d'Urgel 141.

Sepoy's 241.

Septeniber-conventie 212. Septembristen 167.

Septennaat 254.

Sepulveda 142.

Seraing 149.

Serrano 224. 231.

Servië 152. 195. 262 v.

Seward 212.

Seymour 203.

Sheridan 246.

Sherman 246—248.

Siberische spoorweg 264. Sicilië 145. 168 v. 197. 233 v. Siciliën (de beide) 145. 168.

233 v.

Siebener-concordat 177. Siebenpfeiffer 175.

Silistria 154 v. 203. Simonoseki (vr.) 264.

Simon (Jules) 209.

Simplon 145.

Sinigaglia 168.

Sinope (s.) 203.

Sistowa 262.

Skalitz (s.) 220.

Skrzynecki 179. Slaven-congres 194.

—oorlog zie Secessie-oorlog. —Staten 245.

Slavernij (afschaffing der) 183.

242. 247. 251.

Slavoniërs 152. 195.

Slees wijk 178. 193. 217—219. 222.

—Hol'stein 191. 193 v. 213. 217—219. 222. 238 240. Holsteinsche oorlog (eerste) 193 v.

—Holsteinsche „ (tweede)

217—219. 238. 240.

Slivnitza (s.) 263.

Soedan 261.

Solano-Lopez 251.

Soledad (verdr.) 210. 252. Solferino (s.) 207. 232. Sonderbund 177. Sonderbunds-oorlog 178. Sond-tol 239.

Sophie (v. Wurtemberg) K.

der Nederlanden 241. 263. Soult 162 v. 181.

! Southey 156.

i Spaansche huwelijken 160.


ocr page 324

Register III.

312

Spanje 187. 140—142.144.151. 160. 162. 165—167. 199.210. 224. 230 v. 249—252. 254. 258 v.

Spaur (v.) 199.

Spicheron (s.) 225. Spreekministers 208. St. Arnaud 188. 200. 203 v. St. Cloud 139. 165. 202. 224. St. Helena 137. 162. St. Privat (s.) 226. St. Quentin (s.) 228. St. Simon 161. Ste. Marguerite 227. Staats-Vlaanderen 171. Stambulof 263.

Stanley 256.

Staouéli (s.) 139.

Stassart (de) 150.

Steinmetz (v.) 220. 225.

Tafna (s.) 162.

Taganrog 151. 204.

Tahiti 163.

Taku-forten 209.

Talleyrand 136. 160. 162. 171.

Tamany-club 248.

Tanger (vr.) 163.

Tann (v. d.) 225. 227 v.

Tara 182.

Taylor 245.

Tegethof 220. 222.

Tell el Kobir (s.) 261.

Temesvar 197.

Tenessee 246 v.

Test-act 157.

—eed 156.

Teste 164.

Tetuan (h. v.) zie O-Donnel. Texas 245 v. 252.

Thackeray 184.

Theodorus K. v. Abessynië 240. Thessalië 263 v.

Thiers 138—140. 161 v. 164. 181. 188. 209. 224. 229. 256 v.

Stephanus (aartsh.) 196. Stevenson (George) 157. Stoffel 214.

Storm 174.

Straatsburg 161. 225. 227 v.

Straeten (v. d.) 149.

Stratford-Canning 203.

Struve 190—192.

Stuart 246.

Sucre 141. 250.

Sue (Eug.) 162.

Suez (kanaal) 210. 238.

Sumatra 149. 2«.

Sumter (fort) 246.

Surlet de Chokier 150. 172.

Sutter 245.

Syllabus 234.

Syrië 181. 210. 238.

Szegedin 197.

Szörek (s.) 197.

Thomas (CI.) 186.

Thorbecke 174. 241—243. Ticino 206.

Ticken do Terhove 172. Tiedemann 192.

Tielemans 149.

Tien-Tsin (vr.) 209. 240. Tiers-parti 214.

Tilburg 175.

Tistlewood 156.

Todleben 204.

Togo 254.

Tolverbond (Duitsch) 176.

Tolvereeniging (Ital.) 169.

Tonkin 258.

Topete 224. 231.

Tory's 156 v. 171.182 v. 239 v.

260 v.

Toskane 146. 232.

Toulon 258.

Trans-Caspische spoorweg 264. Trans-Leithanië 223. Transvaalsche Republiek 240. 261.


ocr page 325

1815—1898.

313

Trent-affaire 211. 240. Trinity-bay 240. Triple-alliantie 254 v. 260. Tripolitza 153.

Trocadero 137.

Trochu 214. 225 v.

Troppau (congres) \'YÏ. 147. Trubetzkoi 151. Tscherkossen 237. Tschernaja (s.) 204. 232. Tsohernajef 262.

Tu-Duo K. v. Annam 210.

Umbrië 233.

Unie van het Eng. en lersch

parlement. 157.

Unionisten 247 v.

Valéo 161.

Valencia (Ierland) 240.

— (h. v.) zie Narvaez. Valparaiso 251.

Van de Weyer 170 v. Van der Smissen 171. Van Speyk 172.

Varna 154. 203 v.

Vaticaansch Concilie 235. Vaudrey 161.

Velensce (s.) 196.

Vendée 160.

Venetië 198.207.212v.221v.234. Venezuela 249 v.

Venlo 173.

Vera-Cruz 210 v. 245. Verbond der drie koningenl92.

— (Heilig) VM. 136.150.156 v. Vereenigde Staten v. Noord-

Amerika 141. 210—212.'2;i7. 243—252. 259.

Vereenigde Staten van Kio de

la Plata zie Argentinië. Verona 207.

— (congres) 137. 141. 147. 154.

ïuilerieën 230.

Tunis 258 v.

Turijn 206. 234.

Turkestan '237. 264.

Turkije 150.152—155.179—182. 197.203—205.236—238.261— 264.

Turkmantschai (s.) 151. Turko's 209.

Tiirr 223.

Tyrol 220 v.

Tyssowski 177.

u.

Univers 202.

Uruguay 251.

Utrecht 242.

V.

Versailles 229 v.

— (pr.) 229.

Vetter 256.

Veuillot (Louis) 202. Vicksburg '247.

Victor Emanuel II K. v. Sardinië . K. v. Italië 145. 198. 201. 206 v. 231—235. 258 v. Victoria K. v. Engeland, Keizerin v. Indië 163. 167. 183. 261.

Viervoudig verbond 144. 165. Vilain XIV 171.

Villaflor 167.

Villafranca (pr.) 207. 232. Villagos (capitulatie) 197. Villèle 137 v.

Vilvoorden 169 v.

Vincennes 160.

Vionville 226.

Virginië 246 v.

Vogel v. Falckenstoin 220. Vogt (K.) 191.

Voorpari em ent 189.


ocr page 326

. ■ • *T-\ •«r 1

. Waitfen (s.) quot;197.

Walewsky 200. «05.

Wallacliije 203. 2S7. 'Warschau (hertogdom) 151.

— (stad) 150. 179 v. 197. . Wartburg 147.

Washington 211. 244. 246 v. Waver 179.

Weber 1».

Weenen 184. 153 v. 194—198. 208 v. 213. 219. 221 v, 239.

— ^Congres) 144. 146. 151 V. Weissenburg (s* 225. v Welcker 175. ; . ^ ' Welden 196.

Welfen-legioen 223. Wellington 137.156 v. 182. 239. Werder (amp;) 225. 227 v. West-Indië 242.

Westminster 239.

Whigs 182 v. 239 v. 260 v. White-boys 157.

Wichers 174.

Wielopolsky 236.

Wilbèrforce 183.

Wilhelmina (K. dor Nederlanden) 255.

Wilhelmshöhe 226.

Zamosk 180.

Zanardelli 259.

Zanzibar 254.

Zederik-kanaal 149.

Zeeëngten (verdrag van de)182. Zevenbergen 195—197. Zoeloe-Kaffers 261. Zoll-Parlement 223.

Zouaven 209.

— (pauselijke) 208.213.233.235. Zuid-Amerika 141 v. 249—252. —Carolina 246. 248.

—Duitsche Staten 222 v. 225.229.

Wjllem I (prinsv.Pruisen) K.v. Pruisen,Keiz.v.Duitsohl.192. 216 v. 224 v. 229. 254.

— 11 K. v. Pruisen. Keiz. v. Duitsohl. 254.

— IK. der Nederl. 148—150. 170—174.

— II (prins v. Oranje) K. der Nederl. 148. 169—172.174 v.

— Ill 149. 214. 241. 255.

— .IV K. v. Engeland 176. i^Lv. *

— h. V. Brunswijk 175.

—pr.v. Denemark. zie George I

K. v. Griekenland.

Wilson 241. 257.

Wimpffen (v.) 226.

Windhorst 253. Windiach-Gratz 194—196. Wirth 175.

Wiseman (Kard.) 239. Wittgenstein 154.

Wolseley 261.

Wordsworth 156.

Worth (s.) 225.

Wrangel (v.) 190. 193. 218. Wrede (v.) 175.

Wurtemberg 146. 189. 220 v. 229.

Zuid-Holland 173. —Nederland 170. Zuidwillemsvaart 149. Zuidzee (Stille) 163. Zumalacareguy 166.

Zurich (vr.) 207. 216. 232. Zuylen van Nyevelt (v.) 171. 242.

Zwarte Zee 205. 236 v. 261. Zwartvlaggen 258.

Zweden 175.193. 214. 238. 264. Zwitserland 162 v. 175.177 v. 197. 199. 228. 239. 243. 253.


ocr page 327

CONFERENTIARUM

1935

li

Mr

vS.

IS»;

'mm;:

M

ITGAVE PROVIN Cl ALA AT WEERT

ocr page 328

IMPRIMATUR HONORATUS CAMINADA O.F.M.

MIN. PROV.

WERTHAE, DIE 11 NOVEMBRIS 1934^