iS' ,
f r'/
BRAZILIÃ.
. m
nBB V f.
f-;v,
A--
â «: â
â1
WZ sS/
BRAZILIÃ.
LAND EN VOLK GESCHETST
DOOR
M. L. VAN DEVENTER,
Ourl Consul-Geiicraul in Brazilië.
MET EEN AANHANGSEL
OVEli DEN' OEimOMlSCIIEX EN FIXANTIEKLEN TOESTAXI) VAN IlliAZILIK.
Tweede, goeiksape Uitgave-/
A. II. TEN HOKKKL IIIIINI NK.
T
I.
LISSABON. â OP ZEE. â DAKAR.
Het jongste verblijf in Europa van den Braziliaan-schen monarch, den geleerdsten en tevens populairsten wellicht van alle vreemde vorsten, heeft de aandacht op nieuw gevestigd op een rijk, dat voor ons, als koloniale mogendheid, een eigenaardige belangrijkheid bezit. Nergens behoorde het land der Brazielkoffie beter bekend te zijn dan in het koffie-teelende, koffie-vei lende en koffie-drinkende Nederland. Toch is dit, zooals het wel eens meer met gevolgtrekkingen gaat die in den aard der zaak schijnen te liggen, doorgaans het geval niet. Brazilië is zoo ver af; men is van beschrijvingen van vreemde landen zoo licht verzadigd! En, mits de makelaar in staat zij zijne Mocha- en Javakoffie met het minder kostbare westersche product te vermengen en de huisvrouw haar troost voortdurend bij haar koffie-potje vinden kan, neemt het land der voortbrenging, al is het ook een aardsch paradijs, in hun verbeelding
6
slechts eene zeer bescheidene plaats in. Zal het ons gelukken, die verbeelding te doen spreken ? Aan de geringe bekendheid kan altans in zekere mate worden te gemoet gekomen; en aan den wensch om daartoe bij te dragen is alleen de uitgaaf der volgende schetsen te danken, die op niet veel meer aanspraak maken dan een trouwe afdruk te zijn der indrukken van eigen aanschouwing en ervaring.
Over de reisgelegenheden naar Zuid-Amerika behoeven wij niet uit te wijden; men heeft ze voor het grijpen. Duitsche booten, die u op zeer «gemüthliche» maar primitieve wijze herbergen en met «Hausmanskost» afschepen; Engelsche, in de grootste verscheidenheid, waarvan sommige ook aan gene zijde der Magellaans-straat varen en daarom de meest soliede van alle Zuid-Amerika-vaarders zijn. Andere Engelsche steamers doen Antwerpen aan, hetgeen onze buren aanleiding geeft tot de bewering, dat er ook eene Belgische lijn bestaat. Verder Fransche van verschillende ondernemingen, alle even gunstig bekend om de gezelligheid aan boord als om de uitmuntende tafel. De voorrechten eener Nederlandsche boot kunnen wij hier bezwaarlijk opsommen, omdat er tot dusver geene in de vaart op Zuid-Amerika wordt aangetroffen. De ondernemingsgeest onzer handelaren kan vooralsnog de vergelijking met het beeld van Janus niet doorstaan. Janus had twee aangezichten, waarvan het eene naar het Oosten, het andere naar het Westen gekeerd was. De Nederlandsche handel richt zijn blik steeds bij voorkeur oostwaarts, en wanneer hij ook al één oog naar het Westen
7
slaat, is dat oog, bedriegen wij ons niet, nog slechts half geopend. Vandaar, dat onze landgenooten zoo goed als geen deel hebben aan ondernemingen op het Zuiden Van dat werelddeel, en Nederland, even als zijn handel, daar nog zóó weinig bekend is.
Vandaar ook, dat terwijl elke vertrekkende boot naar gindsche streken jeugdige Duitschers en Engel-schen medevoert, die daar plaatsing op bestaande kantoren vinden of uitgezonden worden om nieuwe betrekkingen aan te knoopen, de Hollanders slechts schitteren door hunne afwezigheid. Het jonge Holland schijnt maar niet te begrijpen, dat er iets anders en beters voor hem te doen is dan politiek en letterkundig geharrewar, en het slechts onder die ééne voorwaarde de hoop der natie uitmaakt, dat het moed toone tot den vreedzamen strijd met andere natiën en kracht wete te paren aan ondernemingsgeest. Zij, die ons zullen willen volgen op onzen tocht naar het verre Zuiden, weten nu reeds, dat zij hunne landgenooten vaarwel hebben te zeggen en er onderweg geene zullen ontmoeten.
Het algemeene rendez-vous en voorname uitgangspunt der Zuid-Amerika-reizigers is Lissabon. Daar leggen alle transatlantische booten van verschillende nationaliteit aan, eer zij de groote reis gaan ondernemen; daar eindigen de spoorbanen, die Frankrijk's en Spanje's hoofdsteden verbinden met de zuidelijkste Europeesche wereldhaven. Wee uwer echter, wanneer de bagage, die gij meevoert, den meêdoogenloozen
8
blik der tolbeambten niet veilig doorstaan kan, of uw gelaat eenig spoor van de eene of andere verdachte ongesteldheid draagt. Gij wordt dan in letterlijken zin aan de pols gevoeld en in overdrachtelijken zin ader gelaten; want op geen punt valt er met de Portugeesche administratie minder te gekscheren, dan waar het de quarantaine en de tolrechten geldt. Op de minste verdenking gaat ge het Lazareth in, dat niets goeds heeft dan zijne mooie ligging, â en dan nog wel op uw eigen kosten. En waar ge, bij ongeluk, verzuimd mocht hebben een stuk uwer bagage aan te geven, maakt gij weldra kennis met een toltarief, dat in strafbepalingen en fiscaliteit nog steeds zijn weerga zoekt.
Men zou anders voor zijn genoegen een bezoek gaan brengen aan dat Tolkantoor. Wie van den zeekant binnenkomt, en dit is met verreweg de meesten het geval, moet, om daarheen te geraken, naar het tegenovergestelde eind der stad stevenen. Dan ontrolt zich voor het bekoorde oog des reizigers nagenoeg geheel Lissabon, uitgestrekt over zacht glooiende heuvelen, gewiegd door de golven van de Taag, eer hij nog eenige kennis gemaakt heeft met Portugeezen, Portugeesche bureaucratie en contrólegeest. Hoe schilderachtig is al dat leven en gewoel, dat zich voordoet, zoodra de machine haar laatste verzuchting geslaakt heeft en de stoomer stil ligt! Dan wordt men eensklaps van alle zijden omringd door booten en bootjes, die te midden van het mastbosch van schepen op de rivier tot dusver onopgemerkt waren gebleven, en waarvan
9
de een allerlei vruchten en slechte sigaren te koop komt aanbieden, en de ander zijn vrachtje van boord zoekt te halen. Zie dat bootsvolk, op blootc voeten, met ontbloote borst, en veelkleurige mutsen op het hoofd, die aan den oud-hollandschen vaderlief zouden doen denken indien zij niet in het midden gevouwen over het hoofd hingen. Zij klimmen met de behendigheid van apen tegen het dek op, krioelen en duwen en dringen door elkander, en spreken u toe in een taal die het tegenovergestelde van welluidend is, zoolang nog één reiziger aan boord zich door hunne verlokkende aanbiedingen en door de betiteling als Excellenza niet heeft laten overreden, om in hun bont beschilderde maar daarom niet minder vuile vervoermiddel af te dalen. Dat tooneeltje is een Doré waard, al zon men het ook liever op zijn doek zien, dan er zich dikwijls in te bewegen. Eindelijk geraakten ook wij met een van die rooverstronies klaar, en werden wij zonder ongelukken en zonder dat er iets aan onze bagage ontbrak, aan het Hotel Central afgezet. De vele Portugeesche zegeningen, die ons bij het afscheidnemen van onzen schuitevoerder ten deel vielen, waren wel een bewijs dat wij goed aan de tand waren gevoeld.
Het Hotel Central ligt in een klein park van geurende accacia's, in de onmiddellijke nabijheid van de Taag. Het levert een onvergelijkelijk uitzicht over de rivierzijde der stad, die iets verder een bocht vormt, en den blik doet reiken tot aan het fraaie torentje van Belem, met zijne herinneringen aan het wereld-
10
ontdekkende voorgeslacht. Het tegenwoordige geslacht bereikt die voorstad van Lissabon per tram, door de lange reeks van straten welke van uit het hoofdplein daarheen leidt. Er zijn in later tijd hotels en badhuizen verrezen, wijl Belem zoo goed als aan zee ligt, en door zich in de richting daarheen uit te breiden een geschikt en gemakkelijk te bereiken zeebad belooft te zijn. Zoo wordt de plaats waar Vasco de Gama eenmaal van wal stak, het Brighton der moderne Portugeezen.
Een enkele hoofdstraat, evenwijdig met de rivier loopende, vormt de benedenstad. Overigens bestaat geheel Lissabon uit hellende wegen, met al de ongemakken die daaraan voor het algemeene verkeer verbonden zijn. Nu zou dit nadeel zeker in andere hoofdsteden zwaarder wegen, want het verkeer is in Lissabon van luttele beteekenis. Ook in dit opzicht gevoelt men zich reeds geheel in het Zuiden: werkzaamheid schijnt hier nergens haar zetel te hebben, van bedrijvigheid geen spoor. Voor de winkelramen, aan de hoeken der straten, aan de lantarenpalen, overal vindt men troepen leegloopers, met hun breede gekleurde doeken om 't lijf gebonden, het buisje over den schouder geworpen en de cigarette in den mond. Aan levendige gesticulaties geen gebrek, aan werken en handelen des te meer. Het kan zonder overdrijving gezegd worden, dat de helft der Lissabonsche bevolking op deze of gene wijze den tijd met niets doen doodt; en daar hetzelfde voor het geheele land geldt, dringt zich de gedachte onwillekeurig aan
11
u op, hoe door aan die armen werk te verschaffen en al die slapende krachten ten nutte te maken, Portugal zijn welvaart vermeerderen en zijne schulden verminderen zou!
Zelfs op die plaatsen waar anders de volksbedrijvigheid zich het levendigst vertoont, als de markten, heerscht een doffe en duffe rust. Dit wil echter geenszins zeggen dat er orde en netheid gevonden worden, want juist de verwarring die op het Lissabon-sche marktplein heerscht is karakteristiek. Het eerst wordt de aandacht getrokken door de papegaaien, die van alle uitstallingen onafscheidelijk schijnen te zijn, en alles overschreeuwen; dan door den aap op een stokje, die waar ge hem ook ziet zijn diefachtige natuur bot viert. Aldus omringd, zit een vuil wijf sinaasappelen en bananen, kippen en ganzen uit te venten, dat wil zeggen, kalm af te wachten dat er zich een kooper daarvoor aanmeldt. Met de gevloekte mandjes, die in een paar kramen te koop worden aangeboden, is dit alles wat de markt oplevert. Maar de kippen en ganzen loopen hier met de kalkoenen en konijnen, en zelfs met de varkens vrij in het rond. De drek ligt een voet hoog, daar niemand aan opruimen denkt. Er is op vele plaatsen voor een reiziger met gewone zindelijkheidsbegrippen bedeeld, geen doorkomen te vinden, en zoo is hij dikwijls de gedwongen getuige van de minst stichtelijke huiselijke tooneelen, die met het grootste sans gêne in het marktleven worden ingevlochten. Bedenk, dat dit alles wordt afgespeeld onder dezelfde reus-
u
achtige parapluie, die de uitgestalde vruchten, enz. tegen de zonnestralen moet beschermen, en gij hebt een denkbeeld van hetgeen een Portugeesch marktplein te zien en.......te genieten geeft.
Wilt ge verder de gedenkwaardigheden der stad zien, dan moet ge uw toevlucht tot de muildieren nemen; want paarden zijn voor het ruwe werk van het opklouteren tegen de steile straten op den duur niet berekend. Wij zagen den koning in een rijtuig uitrijden, waarvoor vier prachtexemplaren van die dieren gespannen waren. Maar de ezels die overal langs uwen weg te huur worden aangeboden, zijn minder mooi. Op deze wordt, bij wijze van zadel, een hoop doeken gebonden, zoo hoog en breed, dat er tamelijk lange beenen vereischt worden, om eenigszins het fatsoen van een ruiter te kunnen bewaren. Op dat would-be-zadel ligt onder het riem eene parapluie, zooals men die nog alleen bij onze boeren in den achterhoek vindt, ten gebruike van den goedwilligen vreemdeling, die verzocht wordt aldus uitgedost over Lissabon's erbarmelijk plaveisel voort te sukkelen. Op zulk een troon gezeten, lieten wij ons leiden naar het stierengevecht, dat op het Campo Santa Anna zou plaats hebben.
Den vorigen dag waren de dieren, voor dat gevecht bestemd, met echt Portugeesche zorgeloosheid naar de stad gebracht. Dertien stieren, slechts door weinige ruiters begeleid en met een muziekkorps achter zich, hadden wij, los door elkander loopende, door de tamelijk bevolkte buitenwijken zien binnenkomen. De
13
matadores, met een tweede muziekkorps bij zich, waren gelijktijdig, als ridders uitgedost, de hoofdstraten der stad doorgereden. Deze reclames, met alles wat voorafgegaan was, hadden het gewenschte gevolg; en het was niet dan met veel moeite en na tal van afzetterijen ondergaan te hebben, dat wij een paar zitplaatsen in de propvolle gereserveerde ruimte der Arena konden machtig worden. Voor de Portu-geezen geldt hetzelfde als voor de Spanjaarden: wil men hen opgewonden zien, men ga naar een stierengevecht. De toejuichingen, waarvan de Lissa-bonsche bevolking, en de vrouwelijke niet het minst, eiken wel toegebrachten steek en eiken val van man of paard deden vergezeld gaan, hun aanmoedigingen om toch snel en ruw te werk te gaan, verdienden belachelijk genoemd te worden, indien zij niet bedroevend waren. Het is een staat van dronkenschap, waarin die volksmassa, van heinde en ver bijeengekomen, van den mindere tot den meerdere verkeert, een dronkenschap die voor een Hollander volkomen onbegrijpelijk is.
Als gewoonlijk kwamen nu allereerst de picadores den stier twee pijlen in den nek duwen, om hem daarna behendig te ontloopen. Het dier, teleurgesteld in zijne pogingen om die pijlen af te schudden, loopt woedend in 't rond. Reeds met den eersten sprong was hij in zijn vaart over de binnenste omheining. Gelukkig waren de zitplaatsen der Arena goed beschermd, achter eene tweede omheining, en het dier werd door tusschendeuren weder in het strijdperk gedreven. Echter
14
alleen om op nieuw en op allerlei wijzen gekweld en gesard te worden. De vlugheid waarmee toen de prachtig uitgedoste picadores hunne veelkleurige mantels den stier toewierpen, die weer opvingen en telkens de stooten, waarmede zij bedreigd werden, ontweken, was bewonderenswaard. Het was ook het eenige in de geheele voorstelling dat dien naam verdiende.
Daarop kwam de beurt aan de ruiters, die, met lanzen gewapend, het strijdperk binnen reden. Spoedig kregen een paar stieren het nu te kwaad, en werden bloedend weggesleept. Daarentegen werd een van de matadores tusschen de horens opgenomen en over de omheining geslingerd. Lang bleef hij daar liggen, en aan de toejuichingen kwam geen einde. Alles raasde en tierde door elkander; totdat de man eindelijk werd weggedragen, naar het zich liet aanzien, om het lot te deelen van dien matador van het voorgaande gevecht, die er het leven bij had ingeschoten. Hiermede was de vertooning ten einde, en hoewel die niet met zooveel weidschen omhaal plaats had als de wereldberuchte Spaansche stierengevechten, vonden wij ze al beestachtig genoeg om niet naar een herhaling er van te verlangen.
Van het Campo Santa Anna terugkeerende, genoten wij op sommige punten, onder anderen in een nieuw aangelegd park, heerlijke vergezichten over de lage stad, en vonden wij eindelijk in de voortreffelijke wijnen van het Hóte! Central eenige vergoeding voor de inwendige verbittering, die het stierengevecht bij ons had achtergelaten.
15
Evenals elke Portugeesche en ook elke Braziliaansche stad van eenige beteekenis, heeft Lissabon zijn Passeio publico. Deze wandeling, die publiek zou kunnen heeten indien zij niet door een hek afgesloten ware, en indien men er niet â zooals wij zien zullen â bij den uitgang betalen moest, biedt weinig aantrekkelijks aan. Het fraaie ijzeren hekwerk, waardoor men den tuin inkomt, zou er meer van doen verwachten. Een enkele breede alléé van sierboomen met een paar onbeduidende, donkere zijlanen maakt den geheelen tuin uit. Des Zondags wordt er draaglijke muziek gemaakt, en op alle groote en kleine heiligen-dagen illuminatie. Zoo spoedig als wij de publieke wandeling ingekomen waren, was het ons echter niet vergund er weder uit te gaan. Bij de deur werden wij door een wachter aangehouden en om 200 reis de persoon aangesproken. Wij wierpen natuurlijk tegen, dat ons bij den ingang was gezegd, dat die vrij was; maar dit baatte niet: de entreé was wel vrij, zei de man, maar bij den uitgang moest betaald worden. Men zal moeten erkennen, dat dit een vinding is, die het Portugeesche vernuft eer aandoet. Op den Lissabonschen publieken tuin verdiende alzoo, evenals op vele andere publieke vermakelijkheden, het woord van Dante toepassing: »Zoo ge hier binnen komt, o sterveling! laat dan alle hoop
varen...... van er zonder kleerscheuren weer uit
te komenquot;.
Menschen zagen wij hier, overigens, al heel weinig, en dames in het geheel niet. De fashionable dames
10
vertoonen zich zelden in het openbaar; om de zwart-eesnorde Lissabonsche schoonen te kunnen bewon-deren, moet men in de middaguren langs hare balcons flaneeren. Die afwezigheid van de schoone sekse veroorzaakt eene te grooter leegte op de straten, daar deze, zooals gezegd, met uitzondering van enkele weinige punten, zich door gemis aan alle bedrijvig heid kenmerken.
Wij hadden gaarne, alvorens onze reis voort te zetten, een paar dagen over gehad voor een bezoek aan Cintra, dat wegens zijn heerlijke ligging en zijn koninklijk paleis beroemd is. Reeds van zee uit hadden wij, eenige uren eer wij de Taag binnen-stoomden, de torens van het kasteel tusschen de met bosschen begroeide bergtoppen zien doorschemeren. Tegenover het poëtische waas, echter, dat Byron's Childe Harold over Cintra verspreid heeft, staat hier de materieële moeilijkheid, dat men er bijna niet komen kan. Er bestond een spoorweg, maar aangezien men zijn leven waagde met daarvan gebruik te maken, bleef iedereen er uit, en de spoorweg verliep. Voor een rijtuig daarheen, afgezien van het aantal uren dat daarmede gemoeid is, vroeg men zooveel duizend reis, dat wij er van duizelden. Wij gaven het dus voor ditmaal op, hetgeen ons te minder berouwde, toen wij later vernamen dat behalve den imposanten aanblik, dien het van eenigen afstand te zien geeft, het paleis van Cintra niet veel merkwaardigs meer oplevert dan twee reusachtige antieke schoorsteenmantels in de groote zaal, die echter eenig in hun soort moeten zijn.
17
Een dagje werd nog aangenaam besteed aan een rit per tram naar Belem, en een bezoek aan het interessante gothieke kloostergebouw aldaar. Een avond nog gewijd aan de fraaie Operazaal, waar toen een Italiaansche troep voorstellingen gaf. En daarna de matten opgerold en de hut betrokken, die voor «enige weken onze huisvesting zou zijn! Wij hadden van den toren van Belem het schip al de haven zien binnenloopen, dat ons naar een ander werelddeel zou overbrengen. Er viel dus slechts afscheid te nemen van Lissabon, om aan boord der zeestoomboot ons hare heerlijkheden nog eens voor den geest te brengen.
Men zou zich zeer bedriegen, wanneer men meenen mocht, dat men op een zeereis van herinneringen alleen leven moest. Tenzij men in het geval verkeerde van dien kapitein eener Fransche stoomboot, die twintig jaren achtereen de vaart tusschen Bordeaux en Zuid-Amerika deed, telken jare in vijf reizen heen en weder, levert een reis op de Zuidelijke zeeën een waar genot op, en verplaatsen de dagen, aan boord eener transatlantische boot doorgebracht, u in een wereld van gedachten, die voor verreweg de meesten nieuw is. De eerste dagen zijn natuurlijk geheel aan orienteering gewijd: oriënteering op het zeekasteel, waaraan ge uw leven en dat der uwen toevertrouwt, in de beperkte ruimte die ge voor den duur der reis de uwe moogt noemen; oriënteering te midden dier bonte mengeling van menschen uit alle landen en standen, met wie gij hier weken lang samen leven zult. Daar zijn er â en dat zijn steeds de meesten in
18
getal â die, aanhoudenden tegenspoed moede, al hun verwachtingen gaan overbrengen naar een andere wereld. Verdreven Polen, somtijds, en ex-Carlisten, die het willen beproeven of daar meer eerbied voor de legitimiteit van volks- en vorstenrechten te vinden is. Argentijnsche en Braziliaansche familiën, die van een langdurig verblijf te Parijs eene groote mate van ontevredenheid met de eigen toestanden naar huis medenemen. Dametjes van allerlei nationaliteit (Wienerinnen vooral), die haar fortuin op zee beproeven, en die het dan ook niet onmogelijk is op een volgende stoomboot weer te vinden. Voorname kooplieden, die hunne betrekkingen tusschen twee werelddeelen gaan onderhouden, en jongelui, die door ondernemende Hamburgsche of Engelsche huizen uitgezonden worden om handelsbetrekkingen aan te knoopen. Een enkele gezant of consul, dien een gril zijner Regeering overplaatst, om voor anderen het veld te ruimen; en Roomsche geestelijken, die, aan den onverbiddelijken wil hunner kerk gehoorzamende, van het Oosten naar het Westen trekken, om later met dezelfde blijmoedigheid van het Westen naar het Oosten te gaan.
Op onze boot bevond zich een achttal monniken, voor Bolivia bestemd, die reeds den eersten Zondag den besten een godsdienstoefening gingen houden voor de landverhuizers. Daar waren Portugeezen, die Brazilië, Italianen en Baskiërs die de Plata-Staten cfineren bevolken, in hunne verschillende kleederdrach-
ö o 7
ten dooreengemengd en de schilderachtigste groepen
ld
vormend. Na afloop der Mis werd door eenige passagiers, de toongevers â zooals er zich in elk gezelschap alras een groepje vormt â beslag gelegd op een dier monniken. Het was namelijk al in de eerste dagen gebleken, dat de scheepskok niet de kunst verstond om Macaroni goed te bereiden, en nu werd de fra-kok daartoe aangezocht, die er zich ook goedwillig voor vinden liet, krachtdadig in dezen bijgestaan door twee zijner medebroederen. Eere wien eere toekomt: de fraters verstonden die echt Italiaan-sche kunst uitstekend, en konden zich alzoo beroemen op één dag de geestelijke en lichamelijke behoeften van een groot deel onzer scheepswereld te hebben bevredigd.
Reeds een paar dagen na het vertrek uit Lissabon passeert men de piek van Tenerifife, een geheel kale rots met een sneeuwtop. Veel is er niet aan te zien, evenmin als aan het uit sneeuwwitte huizen bestaande stadje aan haar voet. Maar men ondervindt hier, gelijk te Madeira, den invloed van het heerlijkste klimaat, en, als men zich daarbij den Tenerifife-wijn en het gezang der kanarievogels denkt, moet het daar aan land wel uit te houden zijn. De vogel in de hut van onzen buurman sloeg lustiger dan ooit in de lucht van zijn vaderland, en het was alsof onder den invloed der reine en geurende atmosfeer aller tongen los raakten en alle gemoederen zich stemden tot vroolijkheid. Het zijn genoeglijke dagen, met prachtig weder op zee doorgebracht, als de gezelligheid den boventoon voert, en een ieder het zijne bijbrengt om hetgeen
20
men noodwendig missen moet te vergoeden. Met de loffelijkste bedoelingen gaven eenigen hun piano spel, anderen haar zang ten beste. Er werd een concert georganiseerd, met een voorstelling van goocheltoeren. De goochelaar was een van die hybridische wezens, van wie nooit iemand weet d'oü il vient, ni oü il va, al had hij de voorzorg genomen van op zijn kaartjes te laten drukken; Vice-consul honoraire du Chili a Francfort s/M. Wij moeten intusschen erkennen, dat hij even behendig was in de edele goochelkunst als in het uitvinden van titels.
De vrij dragelijke Erard, die ten genoegen der reizigers in het salon der eerste klasse stond, werd nu wel wat veel afgebeukt; de viool van onzen buurman miste wel eens een quint; de twee andere muzikale medereizigers stemden niet altijd samen. Toch deed al die muziek genoegen, gaf zij beweging en, zooals het aanhooren van muziek doorgaans doet, wekte zij op tot gesprek. Op den concertavond werd de piano naar het bovendek gebracht, dat door de zorg van den vriendelijken kapitein met vlaggen versierd was. Het was als bevonden wij ons hiei in een tweede zaal. Een iedereen zette zijn beste beentje vooruit, ook in den letterlijken zin des woords, Want op de inspanning die het musiceren ons leeken gekost had, moest natuurlijk de ontspanning van den dans volgen. Wat daaraan eene lokale kleur gaf en ons het meest aantrok, was een nationale dans van Peru. Er bevonden zich onder de passagiers ook een paar
21
Peruanen, van dat type dat wij uit de reizen van Marcquoy kennen; breede gezichten, pikzwarte haren en droomerige oogen. Ik zag die lieden slechts eens uit hunne gewone slaperigheid ontwaken: het was bij gelegenheid van dezen dans. Fluks werd er van de voorplecht een beeldschoon Peruaansch meisje gehaald, dat zich niet liet bidden om haar nationalen dans voor te dragen, en dadelijk met haar zakdoek gereed stond. Een harer landgenooten was haar partner; de Chileenen accompagneerden op de Indiaansche manier, door met hun knokkels op overeind gezette tonnen te slaan. De dans was zoo geaccidenteerd mogelijk: een liefdespel, dat een aanhoudend toenaderen van de zijde des dansers, een gedurig afweren of ontvluchten der danseres te kennen gaf. Vandaar de meest onverwachte combinaties, waarbij de Peru-aansche schoone al haar natuurlijke gratie en vlugheid ten toon spreidde. Die dans zou waardiglijk den avond besloten hebben, indien wij niet op een Engelsche boot geweest waren. Geen Engelsch feest kan beginnen of afloopen zonder het «God save the Queen»: zoo ook hier. De geheele bemanning van het schip had gedurende ons feest op het dek geschaard gestaan, en zong nu dat waarlijk verhefifende volkslied mede. Het' zware mannenkoor deed, bij de stilte van den nacht, te midden der onafzienbare zee, een prachtige uitwerking.
Onder de Tropen zijn de nachten meestal verrukkelijk. Het maanlicht geeft, niet minder dan de zonnige dag, een doorschijnendheid van lucht te zien,
waarvan wij Noordlanders ons geen denkbeeld kunnen maken. Halve nachten brachten wij door met waarnemingen aan dezen heerlijken hemel, waaraan het onnoemelijk getal nevelsterren een geheel eigenaardi-gen aanblik geeft. Daarbij kregen wij nu het beroemde Kruis van het Zuiden in het gezicht. Onze hoog gespannen verwachting daaromtrent werd echter eenigszins ontnuchterd, want als sterrenbeeld is dat kruis vrij onregelmatig, en van de vijf sterren waaruit het bestaat, schijnt er slechts één volkomen helder. Daarentegen flikkerden Jupiter en Mars zoo klaar als ooit, en zagen wij met den teleskoop ook Jupiter's satellieten.
Wij waren nu op de hoogte van Fuego gekomen, waarvan men op de kaart leert, dat het tot de Kaap-Verdische eilanden behoort. Den vorigen dag waren wij al stoomende het eerste dier eilanden gepasseerd, en den volgenden kregen wij Brava, het meest zuidelijke, eerst in het gezicht; het schijnt dus wel een illusie der geografen, van al die eilanden één enkelen groep te willen vormen. Maar, behoort daar ook al een levendige verbeelding toe, dit is zeker, dat het bergland van Fuego, met zijne schilderachtige dorpen, een fraaien aanblik opleverde; terwijl het passeeren van eenige groote koopvaarders, de eerste schepén die wij sedert zes dagen ontmoetten, stof opleverde voor de gesprekken van dien dag. Kn dat is al veel op een lange zeereis.
De Fransche stoombooten stevenen op deze hoogte om kaap Verd, en doen Dakar aan. Dakar is eene
2:3
kolonie op het vaste land van Afrika, en behoort tot de bezittingen van Frankrijk in Senegambië. Er wordt hier eenige handel met de inboorlingen gedreven, en de Maatschappij der «Messageries Maritimes» heeft er haar depots. De groote aantrekkelijkheid der plaats voor de vreemdelingen bestaat echter in den Negerkoning en het Negerhof. Het Fransch bestuur heeft aan het rijk van Dakar eene zekere autonomie gelaten; vandaar dat men er nog een Vorst, al is het niet op den troon, dan toch op een rustbank aantreft. De haven, waar men landt, is zeer veilig, gevormd als zij wordt door een aanzienlijken dam, dien de Franschen aangelegd hebben; en het uitzicht, dat het plaatsje oplevert, is niet onaardig, daar zich op den voorgrond eenige groote gebouwen, als het zoogenaamde paleis, de kazerne der Spahis, eenige magazijnen en cafés vertoonen. Zoodra men echter het land ingaat, om de negerbevolking in hare woningen op te zoeken, komt men in eene ware zandwoestijn. Wij huiverden bij den aanblik daarvan, en het werd ons nu volkomen begrijpelijk, hoe die zandmassa, bij oostelijke winden, hare stofdeelen tot ver over den grooten Oceaan kan verspreiden. Ook wij hadden, aan boord zijnde, ons deel er van reeds genoten.
De eentoonigheid van het landschap wordt hier alleen afgewisseld door een aantal dier merkwaardige Baobabs, met afgebroken kruinen, ter hoogte van niet meer dan dertig meter, maar met ontzaglijk zware stammen en dicht gebladerte. Eenige stammen
24
dier boomen konden wij met acht personen niet omspannen. Onder deze baobabs en enkele kokos-en dadelpalmen liggen de negerwoningen verspreid, die het rijk van Dakar vormen. Te midden zijner onderdanen houdt hier de Koning een verblijf, dat zich in niets anders van de overige woningen onderscheidt, dan dat de bamboesomheining uitgestrekter is, ruimte latende voor eene afzonderlijke hut der Koningin en eenige andere. Aan den ingang van dit terrein lagen een paar negers, met onbruikbare geweren naast zich, op den grond uitgestrekt, die het niet de moeite waard oordeelden ter eere van ons bezoek op te staan. Het waren, zoo als trouwens een groot deel van het negerras, flinke, slank gebouwde menschen. De Dakarsche Vorst maakte een uitzondering op zijn ras; hij was klein en zag er leelijk en onaangenaam uit. Men had ons gewaarschuwd hem niet de hand te reiken, aange-gezien Zijne Majesteit aan de lepra leed. Wij stelden ons daarvoor schadeloos, door zijne gemalin eens, duchtig de beide glimmende handen te schudden. Behalve die twee allerhoogste personen, waren nog een zestal anderen waarschijnlijk, grootwaardigheids-bekleeders, in de vorstelijke hut gezeten. Allen bleven bèwegingloos, en grijnsden ons slechts nu en dan toe. Er werd geen woord gesproken, totdat eindelijk een der zwarte heeren met een bakje rondging, waarin ieder het zijne offerde. Wij waren te meer blijde dat de voorstelling hiermede afliep, daar er in die woning een dampkring heerschte, waarbij
vergeleken de versmachtende hitte onder de Afri-kaansche zon eene heerlijkheid was. Een Fransch photograaf had gezorgd dat de gelaatstrekken van Dakar's vorstenfamilie aan de vergetelheid ontrukt werden, zoodat wij hare welgelijkende portretten als souvenir konden meênemen. Uit mededoogen met onze waarde lezeressen, laten wij de reproductie hier echter achterwege.
Verder liet Afrika's onherbergzame kust al zeer weinig indruk achter. Vóór het vertrek onzer boot gaf een troepje negerjongens in roeischuitjes proeven hunner behendigheid in het duiken, en het uit het water ophalen van de koperen muntstukken die wij er in wierpen. Een ander troepje trachtte ons de amuletten op te dringen, waarmede zij omhangen waren, en die zij tegen hooge prijzen verkoopen wilden. Een hunner droeg een bracelet, dat een waar kunstwerk was, om den pols gesnoerd; wij hadden er gaarne 20 francs voor over, en bemerkten eerst toen het te laat was, dat de neger, die het ons afstond, daarvoor zijne geheele hand had moeten ont-vleezen. Zoozeer is la soif de ror ook bij het negerras doorgedrongen.
Langs eenige transportschepen, naar Oost-lndië bestemd, ging het nu de haven uit. Eene groote Fransche bark vergezelde ons, met eene lading gedeporteerden voor Nieuw-Caledonie bestemd. Van het eiland Noronha, waar Brazilië zijne strafgevangenen heenzendt, waren wij nu reeds niet ver meer verwijderd.
In ééne rechte lijn richten alle stoomschepen van
2()
hier koers naar de Braziliaansche kust. Men nadert
deze echter eerst nadat de gevaarlijke koraalriften
der Abrolho's vermeden zijn, en dus daar waar de
bergen slechts eene smalle strook laag land aan zee
overlaten. Reeds meenden wij in het verschiet het
rotsachtige voorgebergte te zien opdoemen, dat aan
alle Rio-reizigers het einde hunner beproevingen
aankondigt, toen een snel opkomende storm ons
overviel. Gecne zeereis, zonder ten minste één storm!
De zuidelijke zeeën mogen over het algemeen kalm
zijn, heftig worden zij echter bewogen, wanneer een
dier orkanen loeit, die periodiek de Pampas van
Argentinië teisteren. Het einde van zulk een storm
kregen wij nog in den laatsten nacht, vlak ^
voor den boeg. Het geweldige stampen van het
schip bracht de magen der passagiers in groote
beroering, en had ook op het porselein en glaswerk
aan boord de allernadeeligste uitwerking. Gelukkig
wendden wij spoedig op de kust'aan, en bracht de
veranderde richting ook weldra de kalmte wêer in
de gemoederen. De bergen, die ons den toegang
zouden openen tot de beroemde baai van Rio de
Janeiro, lagen vóór ons. Het licht van den vuurtoren
op het eilandje Raza had dat lang verbeide punt
al van verre aangekondigd. Thans werd het, met
een dier snelle overgangen die aan de keerkringen
eigen zijn, plotseling dag.
II.
RIO DE JANEIRO (STAD en GEBIED).
De aanblik der baai von Rio de Janeiro is, voor wie haar het eerst ziet, zeker de schilderachtigste der wereld. De ligging van Constantinopel levert wellicht zachtere lijnen voor het oog op, zijne minarets .zijn fijn van vorm; maar de muur die de stad omringt, geeft er een indruk van oostersche afgeslotenheid aan. Napels dankt zijn roem vooral aan den éénigen Vesuvius. Maar Brazilië's hoofdstad, die zich als het oude Rome over zeven heuvelen uitstrekt, is als een Italiaansche stad te midden van den weelderigen plantengroei der Tropen, besproeid door eene baai die alles aanbiedt: eilanden met palmen bedekt, waartusschen de woningen verscholen liggen, granietrotsen met kasteelen en kloosters op den top en scheepswerven aan den voet, een krans van hooge bergen in het blauw verschiet, en den altijd kalmen waterspiegel onder den heldersten hemel voor u, tot liet mengsel van nationaliteiten zelfs, dat zich daar op den stroom verdringt; alles verplaatst u in een
28
andere wereld, waarin de betoovering der natuur zich paart aan den weldadigen indruk der mensche-lijke bedrijvigheid.
Over de zacht glooiende, in 't rijkste groen prangende heuvelen van den voorgrond verheffen zich de fraaie vormen van den Corcovado en den Pao de Assucar. Tuinen en landhuizen versieren en verlevendigen de oevers dezer binnenzee, die niet minder dan 100 mijlen in omvang telt. Aan elke der sterke krommingen, welke zij aan de overzijde der hoofdstad vormt, zijn kleine steden gelegen: Icarahy,Jurujuba, en het met een Indiaanschen naam prijkende Nictheroy, de hoofdplaats der provincie, waarvan wij echter slechts de flauwe omtrekken konden onderscheiden, daar het zonlicht juist aan die zijde doorbrak. Eerst toen onze boot het fort Villegagnon naderde, dat op een eilandje gebouwd is, en van waar het gebruikelijke kanonschot u het welkom toeroept, kregen wij de baai in haar geheelen omvang te zien. De stad ontvouwde zich nu voor ons oog, met haar amphitheater van heuvels en tusschenliggende dalen. Als ééne vuurmassa weerkaatsten, van den voet tot den top dier hoogten, alle ruiten en daken en tichel-steenen der huizen, zoover het oog reikte, het verblindende rood der opkomende zon. De voorsteden Batafogo, Larangeiras, Tijuca lagen, hier achter een diep inspringende bocht, ginds tusschen het geboomte verscholen. Vlak voor ons onderscheidden wij reeds tal van villa's, kerken en kloostergebouwen op de meest uitkomende punten; verder het beroemde
29
krankzinnigengesticht, het hospitaal der Misericordia, de marinewerven, als een voorproef aanbiedende van hetgeen een bezoek der stad ons zou te zien geven. De geheele indruk, dien Rio bij zoodanige verlichting maakt, met haar onbeschrijfelijk schoone golf, waarin een mastbosch van schepen en in alle richtingen elkander kruisende bootjes zich weerspiegelen, is overweldigend. Morgen- of avonduren, hier doorgebracht, tellen mede onder de hoogste genietingen van het leven.
Sao Sebastiaó de Rio de Janeiro, de zeer trouwe en heldhaftige keizerstad, is niet alleen door 't aantal harer inwoners ( 400.000), maar ook door haar industrieel en zelfs wetenschappelijk leven de eerste stad van Zuid-Amerika. Zij wordt op het geheele westelijke halfrond in die opzichten alleen door enkele der grootste steden van de Vereenigde Staten overtroffen. Haar baai, waar de vlaggen van alle natiën en de handel van alle werelddeelen zich vereenigen, een baai zoo veilig, dat geen loods er zou kunnen bestaan; de bedrijvigheid eener groote koopstad, met een rijk voortbrengend land achter zich; de zetel der Regeering van een verlichten Keizer; het niet te miskennen streven naar geestelijken zoowel als mate-riëelen vooruitgang; grootsche openbare instellingen; rijkdom en weelde, â alles loopt samen om aan Rio de Janeiro een belangrijke plaats onder de wereldsteden te verzekeren.
De indruk echter, dien het inwendige der stad geeft, is minder gunstig. Reeds de eerste schreden, die men er zet, doen kennis maken met de gevaar-
30
lijkste trappen en halsbrekendste landingsplaatsen, welke een havenstad kan opleveren. En nog mag men zich gelukkig rekenen een landingsplaats te vinden, wijl soms een geruimen tijd het opkomende tij niet vergunt aan wal te stappen. De hoofdlandingsplaats leidt onmiddelijk naar het plein Dom Pedro, aldus genoemd naar het keizerlijk paleis, dat een der zijden daarvan uitmaakt; een plein dat tot voorkorten tijd nog het meest geschikt was om den aankomenden reiziger te desillusioneeren. Thans is het grootendeels in een park herschapen, dat met de groeikracht, aan deze luchtstreek eigen, al spoedig een liefelijken aanblik zal opleveren. Ook geeft het nieuwe, statige gebouw van het Ministerie van Landbouw en Koophandel, dat men reeds van verre voor oogen heeft, een goed denkbeeld van een land, hetwelk zijn welvaart uit die beide bronnen putten moet. De vorstelijke woning, daarentegen, is een onaanzienlijk gebouw van twee lage verdiepingen, waartoe een stoep en deuren toegang geven, die alle kentee-nenen van verval dragen; evenzoo de hoofdingang en de escalier d'homicnr. Wij willen over de vertrekken niet uitweiden ; maar men heeft ons verzekerd dat, toen bij gelegenheid eener groote plechtigheid in de aangrenzende keizerlijke kapel, het corps diplomatique met zijn dames in optocht door de zalen en gangen trok, men op al te duidelijke en gevoelige wijze herinnerd werd aan den regen, die daarbuiten viel. Zooveel is zeker, dat de Keizer bij herhaling voor de gelden die de Wetgevende Macht hem tot den
;3i
bouw van een nieuw paleis aanbood, bedankt heeft.
Het plein Dom Pedro wordt verder begrensd door het Marktgebouw, dat overdekt is, en slechts een kleine opene ruimte in het midden heeft. Aan de waterzijde daarvan is de vischmarkt. De grootste levendigheid heerscht hier steeds door het af- en aanvaren van tal van booten, die de producten der zee en baai, oesters in onnoemelijke hoeveelheid en van alle grootte, en onder andere ook de garopa aanbrengen, de heerlijkste visch die een Lucullus zich denken kan. De markt is in alle opzichten en ten alle tijde een bezoek overwaard. Niet zelden vindt men er exemplaren van Braziliaansche diersoorten, apen, papegaaien en kleinere vogels, pacca's, tamandua's (miereneters) te koop aangeboden, waarvan sommige niet dan met veel moeite te vangen zijn. De prachtigste vruchten van het land, ananassen van Pernambuco, manga's van Bahia, oranjes en bananen, welke beide geen seizoen kennen, liggen er door elkander met do peren uit Frankrijk, de appelen uit de Vereenigde Staten en de fruta do conde uit Peru aangebracht. Eene niet minder bonte stalenkaart leveren de groepen der koopers en verkoopers op, waardig door het penseel van een Hogarth te worden geschetst. Mulatten, die de groenten van de chacara's1) hunner meesters uitventen ; halfnaakte Negerinnen, met uitstallingen van vruchten en amuletten; een enkele hierheen verdwaalde
1
Landhuizen, het midden houdende tusschen eene stadswoning en eene buitenplaats.
Europeesche en Chineesche handelaar, die het grofste aardewerk, dat er te vinden is, tegen hooge prijzen aan den man tracht te brengen; koopvrouwen van Zanzibar, in haar rijke nationale kleederdracht van zijde, met zware vergulden kettingen om hals en armen. En daartusschen de koks en maats van de schepen van alle natiën, die in de haven liggen, de blanke huisvrouw met haar mandje aan den arm en de Braziliaansche, door verscheidene slavinnen gevolgd. Kokkinnen in alle nuances, van de pikzwarte Congo-negerin tot de Europeesche blondine, vindt men hier dooreengemengd met de huurslaven, die in de lijdzaamste houding afwachten wat de dag hun brengen zal.
Hetzelfde cosmopolitische karakter draagt het leven op de straten van Rio. Uit hoe groote verscheidenheid van afstamming en kruising de bevolking van Brazilië is voortgekomen, men treft specimens van elke soort op de straten, evenals in de winkels, in de openbare vereenigingen en gezelschappen aan. Het negerras is echter het sterkst vertegenwoordigd, hetgeen te meer uitkomt in de middaguren, wanneer iedereen wiens zaken hem niet in de handelsstad roepen, zijn siesta neemt. Dan ziet ge, in weerwil dat het zweet hun langs het gezicht gutst, de sterke slavengestalten de zwaarste lasten torschen, en op de maat van hun eentonig gezang in versnelden pas voorbijdraven. Ginds zit een afschuwelijke mulattin, op een stoep haar pijpje rookende, met minachting een jonge negerin na te staren, die tirée a quatre épingles, in wit mousseline met een
33
scharlakenroode bloem in haar keurslijf, voortschrijdt in het volle bewustzijn barer onweerstaanbaarheid. De negerinnen van Minas zijn trotsche vrouwengestalten, aan karyatiden gelijk, zoo majestueus is haar houding en zoo kolossaal zijn hare vormen; indien haar gelaat den indruk niet geheel uitwischte, zouden zij op den naam van schoonheden aanspraak kunnen maken. Zij zijn bijna alle verkoopsters van groenten en vruchten, en stellen haar waar ten toon in de meest bezochte wijken der stad, of loopendoor de straten met een grooten trommel op het hoofd en een stok in de hand, dien zij aanhoudend met het blik in aanraking brengen onder het nimmer afwisselend geschreeuw van «compra doceslt;gt; ').
Wij noemden daareven de handelsstad, omdat Rio de Janeiro even als Londen zijn City heeft, die van de fashionable buitenwijken scherp is afgescheiden. In die city vertellen de slordig over de straat geworpen koffieboonen u van een handel, die in dat artikel dien der geheele overige wereld overtreft. De koffiekantoren en pakhuizen vormen geheele wijken, die met den scherpen geur daarvan doortrokken zijn. Gelukkig hij, die de tallooze zware vrachtwagens, met muildieren bespannen, weet te ontloopen, waarmede de koffie van den ochtend tot den avond naar de inschepingsplaatsen wordt vervoerd. In de Rna Direita en de Rua da Alfandega zijn de voorname handelshuizen gevestigd. De Ruas do Ouvidor en dos O urines bestaan
') Zoetigheden te koop !
3
.â¢31
bijna uitsluitend uit groote magazijnen; de eerste is de elegante winkelstraat bij uitnemendheid, die in de namiddaguren den levendigsten aanblik oplevert. In de naaste omgeving der Alfandega (tolkantoor) en der nieuwe Beurs is overigens het centrum der bedrijvigheid. Naar de menschenmassa te oordeelen, die zich in dit gedeelte der stad tusschen 12 en 4 uren beweegt, zou men niet meenen in Zuid-Amerika te zijn. Alle nationaliteiten ziet men op dien tijd van den dag hier vertegenwoordigd; alle talen hoort men hier spreken, maar Engelsch en Fransch wel het meest. De Parijsche mode zwaait overal haar staf, getuige de zwarte cylinderhoeden en zwarte jassen der heeren, en de elegante toiletten der dames; ook daarin heeft de zwarte kleur veelal den boventoon. Als om de grilligheid van het contrast te verhoogen, geven de negers en vooral de negerinnen, voor zoover zij namelijk gekleed gaan, de voorkeur aan het wit.
In de eigenlijke handelsstad van Rio zijn de straten nauw en de huizen hoog. De eerste onderscheiden zich evenmin door reinheid als door een nette bestrating ; integendeel maken de groote steenen platen, bij wijze van trottoir aan de huizenzijde gelegd, het verkeer moeilijker, deels omdat zij schuin en scheef door elkaar liggen, deels omdat de rijtuigen er overheen rijden. Verreweg de meeste straten hebben een holte naar het midden, waardoor goten ontstaan, die in den warmen regentijd de bron van de schadelijkste uitdampingen worden. En daar de meeste straten elkander rechthoekig snijden, zoo
â¢35
hebben zich veelal diepe gaten gevormd, die in de hoogste mate de circulatie stremmen, maar om wier herstel zich niemand bekommert. Sommige dier gaten, ware modderpoelen, verdienen klassiek genoemd te worden, want zij bestaan waarschijnlijk al sedert den bouw der stad. Daar de drukste straten ook de nauwste zijn, moeten de rijtuigen wel gedurig van het trottoir gebruik maken. Bedenkt men daarbij, dat thans bijna de geheele stad door de rails van den Amerikaanschen tramweg doorkruist wordt, dan kan het, bij de gestadige opvolging van vrachtwagens en andere vervoermiddelen niet verwonderen, dat men dikwijls lang wachten moet, eer men de druk bezochte straten kan oversteken.
De tramweg, welks wagens den zonderlingen naam van «Bond» dragen, is een ware zegen voor Rio. Terwijl ieder ander vervoermiddel over de halsbrekende bestrating een beproeving voor lijf en leden is, glijdt men hiermede gemakkelijk en snel voort; terwijl, in tegenstelling met de schreeuwend dure prijzen der huurrijtuigen, elke rit met deze «bonds» slechts ioo of hoogstens 200 reis (12 of 25 cents) kost. De dienst is uitmuntend geregeld, onder het persoonlijk toezicht van den hoofddirecteur, een energieken Noord-Amerikaan, die tevens hoofdaandeelhouder is. Men verzekert, dat de aandeelen dezer onderneming tegenwoordig 120 pet. afwerpen, Uit het hart der stad rijden de wagens geregeld alle vijf of tien minuten af. Zij brengen u naar de uiterste buitenwijken, den Botanischen tuin in de
36
eene, Andarahy en Tijuca in de andere richting; en bij het aan wal stappen te Rio, met welke boot gij ook aankomt, staan kleinere «bonds» gereed om u naar de hartaderen der stad te voeren,
De regelmatigheid van den dienst en de netheid der wagens, die in den regel geheel open zijn en slechts bij regenweder door geslotene vervangen worden, zijn oorzaak, dat een ieder daarvan gebruik maakt. Gij vindt er de dienstbare negerin en den slaaf naast de dame in baltoilet, den koopman of ambtenaar, die van zijn kantoor komt, en den met pakjes beladen boodschappenlooper, naast den staatsminister. De Braziliaansche ministers hebben, zoolang zij in functie zijn, recht op een équipage, begeleid door twee ordonnances te paard; maken zij echter gebruik van de «bonds», dan ziet men hun ordonnances naast deze wagens voortdraven. De Gravin van Eu, Regentes bij 's Keizers afwezigheid, heeft, naar beweerd wordt, meermalen in den tramwagen plaats genomen.
Tot de groote voorrechten van Rio behooren ook de waterleiding en de gasverlichting. De laatste is tot in de verst afgelegen stadswijken en tot de hoogste punten op verkwistende wijze uitgestrekt. Het gaslicht heeft hier een veel grooter werking dan elders, welke meerdere kracht wordt toegeschreven aan den zuiverder toestand van den dampkring. Het gezicht, dat de stad daardoor bij avond oplevert, met haar duizenden lichten tusschen het groen der boomen schitterende, is, hetzij men haar van de
zijde der baai, of van Sao Christovaó of van de hoogten van Tijuca nadert, onvergelijkelijk schoon.
De waterleiding is zeker het meest grootsche kunstwerk van Rio. Zij werd reeds omtreeks het midden der 17de eeuw door den toenmaligen Portugeeschen gouverneur aangelegd, maar tot in 1829 is er door Fransche in genieursde laatste hand aan gelegd, zoodat het bronwater van den Corcovado sedert de geheele stad doorstroomde. Op het plein Ca-ioca werd toen de beroemde kolossale bron gemetseld, die door een veertigtal kranen water geeft. Dat plein is voortdurend met een aantal kleine wagens bezet, wier voerlieden meerendeels Italianen, het water in tonnen naar 'de min bevoorrechte buurten overbrengen. Overigens wordt het water in buizen door de meeste straten geleid, en vindt men op korte afstanden kranen voor algemeen gebruik. Menige neger en negerin maakt daar des morgens toilet. Voor het buitengewone waterverbruik voldoet echter de toevoer van den Corcovado, hoe aanzienlijk ook, niet meer, en men heeft thans ook dat uit de bronnen van Tijuca stadswaarts geleid.
Onder de instellingen van openbare weldadigheid der hoofdstad verdienen vooral genoemd te worden het hospitaal der Misericordia en het krankzinnigengesticht Dom Pedro II. Beide liggen aan de baai, en geen Braziliaansch reiziger, met wien gij het voorrecht hebt de haven binnen te stoomen, die er uw aandacht niet aanstonds op vestigt.
Hoewel het algemeene gasthuis (Santa Casa da
38
Misericordia) reeds in 1545 gesticht is, bestaat het in zijne tegenwoordige gedaante eerst sedert de laatste dertig jaren. Het is thans niet alleen het grootste en beste hospitaal van Zuid-Amerika, maar het wordt ook door slechts zeer weinige gelijksoortige inrichtingen in Europa overtroffen. Reeds het 600 voetlange front van het gebouw maakt een imposanten indruk, die echter nog verhoogd wordt door een bezoek aan de ontzaglijk groote lokalen. Twee ziekenzalen nemen, met de ruimen gang, de geheele breedte in; zij zijn met het prachtigste mahoniehout betimmerd. Wij vonden ze goed geventileerd, en er heerschte een orde en netheid, die men in de meeste Braziliaansche woonhuizen te vergeefs zoekt. De geneeskundige dienst laat weinig te wenschen over. Onder de hoofdleiding der voornaamste artsen, verplegen zusters van liefdadigheid de zieken, bereiden zij de medicijnen, en koken zij den dagelijkschen pot voor de geheele inrichting. De keukens zijn reusachtig groot; er staan twee theeketels op het vuur, die elk een groot schaap zouden kunnen bevatten. Het gemiddeld aantal verpleegden in de Misericordia bedraagt dan ook IIOO a 1200. De stichting bestaat meerendeels van giften en schenkingen; slechts een geringe bijdrage wordt van de scheepvaart geheven, waarvoor vreemde zeelieden gratis verpleegd worden. Over het geheel is het getal vreemdelingen het grootst; ook de verhouding van het getal der mannelijke zieken tot dat der vrouwelijke verdient opmerking, daar zij nagenoeg overeenkomt met die tusschen mannen en vrouwen onder
39
de landverhuizers, die jaarlijks hier aan wal stappen. Dat overigens het beheer der zusters van liefdadigheid in deze «Santa Casa» dezelfde nadeelen medebrengt, als in de Europeesche ziekenhuizen waar de dienst aan haar overgelaten wordt, behoeft geen betoog.
Het vondeling- en het weeshuis staan mede onder haar beheer. Het eerste was tot voor eenige jaren berucht wegens de ongeloofelijke sterfte, die er heerschte; in 1852 bedroeg deze 79 pCt. van de op de schijven neergelegde kinderen. Tegenwoordig bedraagt het aantal sterfgevallen nog gemiddeld 20 pCt. De hier opgroeiende meisjes worden in het weeshuis opgenomen, de jongens voor de zeedienst bestemd. Er bestaat een tamelijk toereikend fonds, om aan meisjes die uit het weeshuis trouwen een behoorlijke bruidschat te geven.
Het krankzinnigengesticht staat onder hetzelfde hoofdbestuur als de Misericordia, en geniet de bijzondere bescherming des Keizers. De regeering van den verlichten minister d'Abrantes heeft een eigenaardig middel gevonden, om de fondsen dier instelling te doen stijgen. Uitgaande van de verdedigbare stelling, dat gekken moeten bijdragen tot onderhoud van een gekkengesticht, is aan allen die zich bij de regeering aanmelden ter verkrijging eener ridderorde of van een adelijken titel, de voorwaarde opgelegd, dat zij eene belangrijke som gelds afstaan tot bestrijding der uitgaven. Het pleit voor de ijdelheid der Brazilianen, dat het gesticht dientengevolge in een bloeienden staat verkeert. Het middel verdient overweging en aanbeveling, ook buiten Brazilië.
40
Het gesticht Dom Pedro Segundo is een prachtig gebouw, op een der gezondste punten van de baai van Botafogo gelegen, en is zeer doelmatig ingericht. De ruime terrassen en binnenpleinen bieden een heerlijke gelegenheid aan om de geesteskranken zooveel en zoolang mogelijk de vrije lucht te doen genieten. Een bezoek daar gebracht laat echter altoos een treu-rigen indruk achter. Wij werden in een der zalen, waar een veertigtal onschadelijke vrouwen bijeen waren, opmerkzaam gemaakt op eene, die in een hoek op een soort van troon gezeten was, en zich met allerlei kinderlijken opschik omhangen had Zij beeldde zich in de Keizerin van Brazilië te zijn. De gewoonte brengt mede, dat men haar de vergunning tot het bezichtigen der lokalen vraagt, die dan ook allerge-nadigst verleend wordt.
Toen wij, door een behoorlijk aantal wachters vergezeld, het deel van het gebouw betraden waar de gevaarlijke zieken zich bevinden, zagen wij een man en eene vrouw die beiden tot de allergevaarlijksten behoorden, vrij in den open gang rond wandelen. De roman dien deze vrouw in werkelijkheid doorleefd en die haar hier gebracht had, overtrof in verschrikkingen al wat het overspannen brein van een Sue of een Dumas ooit bedacht heeft. Zij zag ons in een rustig oogenblik met zachte oogen aan, waaruit een diepe weemoed sprak; maar daar kwam de waanzin plotseling weer boven, en zelfs de sterke armen der wachters konden niet beletten, dat zij tegen het traliewerk van een venster opvloog en haar tanden trachtte
41
te slaan in een der ijzeren staven. Schuimbekkende van woede zat zij daar als vastgenageld, totdat het eener zuster van liefdadigheid, die gewoon was haar op te passen, gelukte haar met zachte woorden naar haar cel terug te brengen. De rol welke die zusters hier vervullen, is eene van de zuiverste zelfopoffering, en verdient aller bewondering. Zij die op dit oogen-blik een einde aan dat treurige tafreel maakte, was weinige dagen te voren slechts met moeite gered uit de handen der ongelukkige, die aan hare zorgen was toevertrouwd.
Met het groote hospitaal der hoofdstad hangt een openbare begrafenis-onderneming samen, die wel een afzonderlijke vermelding waard is. Alle sterfgevallen worden daar aangegeven, en van dat hospitaal uit wordt het noodige voor de begrafenissen verricht. De kosten daarvan loopen ontzaglijk hoog; er is misschien geen plaats ter wereld, waar men zich met meer weelde kan laten begraven dan te Rio de Janeiro. Men vindt er lijkwagens in alle kleuren: evenals de wagen, die door een hemel, op kolommen rustende, bedekt wordt, is ook de kist rood, geel of blauw geverfd. Gemeenlijk bestaat het span uit zes witte paarden. Het kostuum van den koetsier regelt zich naar de kleur van den wagen; alleen de bidders zijn in 't zwart gekleed, en zitten, wijl er bij eiken lijkstoet, om de groote afstanden, aanhoudend gedraafd word, op muilezels, langs welke de lange lamfers hunner hoeden slepen. Tot zelfs de verste bekenden van een overledene worden uitgenoodigd zijne begrafenis
42
bij te wonen; vandaar, dat zelden een stoet van dien aard door minder dan een dertigtal rijtuigen gevolgd wordt. Van orde of etiquette is daarbij geen sprake, en terwijl de rijtuigen door elkander als ware 't om het hardst rijden, ziet men niets dan lachende en rookende monden daarin. Een Braziliaansche lijkstoet over 's Heeren straten dravende, tusschen tram- en vrachtwagens en troepen muildieren door, levert dan ook een weinig stichtelijk gezicht op.
En die optochten zijn vele; want het aantal sterfgevallen, dat te Rio in gewone tijden groot is, bereikt tijdens de bijna jaarlijks wederkeerende epidemiën een ongehoord cijfer. In elk ander land zouden dan ook concurreerende ondernemingen bij de vleet zijn opgekomen, terwijl men hier steeds afhankelijk blijft van de ééne die van hooger hand is opgericht. Dit volslagen gemis aan vrij initiatief wreekt zich in eene buitensporige duurte. Duurte heerscht trouwens in alles: in begrafenissen wegens het monopolie, in het huren van rijtuigen, omdat de huurkoetsiers het gemakkelijker vinden gezamenlijk het publiek te overvragen, dan de kansen eener vrije mededinging te beloopen. In parenthese zij gezegd, dat een gewoon huurrijtuig met twee muildieren bespannen, 5 Milreis d.i./6.25 per uur kost.. Duurte heerscht verder in de huishuren, omdat men de bouwmaterialen, in plaats van te benuttigen wat men bij de hand heeft, van elders komen laat; in de dagelijksche leefwijze en levensbehoeften, omdat er gebrek aan nijverheid is, die van de voorhanden zijnde prachtige houtsoorten meubels weet
4quot;gt;
te vervaardigen, en de landbouw alles heeft opgeofferd aan dat ééne product, dat de koffieplanters rijk maakt; terwijl alle andere artikelen zwaar belast zijn. Waar men ook rondom zich ziet, de duurte in alles en op elk gebied wijst op een verkeerde volkshuishouding, aan welke de eerste voorwaarden der welvaart, vrijheid en ondernemingsgeest, ontbreken.
Er is over de volken der zuidelijke luchtstreken veel geschreven, en bij ons Noordlanders is het een gewoonte geworden hun inertie toe te schrijven aan den verlammenden invloed van het klimaat. Zeer zeker gedoogt een aanhoudende warmte niet die inspanning van krachten, welke een frisschere luchtstreek als van zelve meebrengt. Wij zijn echter overtuigd, dat de fout hier veel meer ligt in de slechte opvoeding en het gebrek aan onderwijs, die beide onverschilligheid aankweeken, in het slechte voorbeeld der hoogere standen, en in de algemeene zedeloosheid. Daarbij wordt de luiheid gevoed door eene kerk, die in haar bloei, gelijk zij hier verkeert, geen week laat voorbijgaan zonder de feesten harer heiligen te vieren. Zijn de Zondagen niet altijd als algemeene rustdagen geëerd, die heiligen-dagen worden het des te meer; en een groot vierde gedeelte der dagen van het jaar is daardoor aan niets-doen gewijd! Een niets-doen in den letterlijken zin des woords, niet afgewisseld door wandelingen, lichaamsoefeningen of vroolijke uitspanningen; maar alleen hierin bestaande dat in alle huizen, zoover het oog reikt, de geheele familie staat of ligt uit te kijken
44
uit de wijd opengeslagen vensters, dat de mindere standen hetzelfde doen van de drempels hunner deuren, dat de jongelieden op de colleges een extra-les in de verveling nemen, en iedereen in één woord, na het bezoek der ochtendmis, zich zoo weinig mogelijk beweegt. In Rio ziet men zelden of nooit dames wandelen; heeft men het voorrecht er te ontmoeten, dan kan men zeker wezen dat het vreemdelingen zijn. Op de werkdagen gaan de mannen vroeg per «bond» naar kantoren of werkplaatsen, om met dezelfde gelegenheid weder huiswaarts te keeren. De wagens van den Amerikaanschen tramweg zijn dan ook het eenige, dat levendigheid aan de straten van Rio geeft, althans in de fatsoenlijke wijken. Daar ziet men op de meeste uren van den dag niet anders dan de glimmende gezichten der negers, die met de meeste koelbloedigheid in de heete zon boodschappen loopen, of met pakken op hun hoofd te dragen hun dagelijksch brood verdienen. Brood in den figuurlijken zin genomen, want die lieden voeden zich met bananen en oranjes, en eten daarbij niets anders dan een zwarte worst van een afschuwelijken smaak. De negers, die men hier te lande ziet, behooren over het geheel tot een goedaardig ras. Het zijn vriendelijke menschen en trouwe bedienden, altoos gereed om een dienst te bewijzen, altoos vroolijk en tevreden. Het is opmerkelijk hoe spoedig men zich aan die zwarte gezichten gewent, en hoe eenvoudig men in de «bonds» naast een pikzwarte negerin plaats neemt, wier niet minder zwarte boezem uit een sneeuwwitte japon te voorschijn
komt. Een grijze neger is en blijft echter het leelijkste wezen, dat men zich denken kan.
Wij zijn intusschen verscheidene van het honderdtal kerken, dat Brazilie's hoofdstad rijk is, ongemerkt voorbijgegaan; zoozeer missen deze geheel alle architectonische waarde. Wat in de meeste andere landen de troetelkinderen der bouwkunst zijn, zijn in Zuid-Amerika plompe steenmassa's zonder eenige hoofdgedachte. De Braziliaansche kerken dagteekenen nagenoeg van denzelfden tijd, waarin de Jezuïeten die in Spaansch-Amerika gebouwd hebben; hoewel in bouworde verschillend, hebben zij het smakelooze met elkander gemeen. Evenzoo ook de inwendige versiering, hoe verblindend rijk die somtijds zijn moge. Op den Largo Mac ha do is thans in aangenamen stijl eene kerk voltooid, die von Tschudi nog onafgewerkt zag. Het front met zijn fraaie zuilenrij en breede steenen trap heeft, even als het inwendige, veel overeenkomst met rde Parijsche Madeleine. Zij maakt eene der vier zijden uit van het genoemde plein, waar de voorsteden Larangeiras en Botafogo een aanvang nemen, en dat door zijn sierlijken aanleg en prachtige palmboomen thans eene der liefelijkste wandelplaatsen van Rio vormt.
Op een avond de Rua da Lapa doorgaande, zagen wij voor de daar gelegen kerk een zonderlinge vertooning. Tegen dat gebouw aan was een tent opgeslagen, rijk met lampions behangen, waarin een korps muzikanten speelde. In de kerk zelf liep het volk druk af en aan, want het was een heiligen-dag. De
melodieën van Verdi lokten aan, en toen wij naderbij waren gekomen, bleek ons, dat in die muziektent tevens een openbare uitventing van allerlei sierlijke snuisterijen plaats had. Ter eere van den heilige, wiens naamdag gevierd werd, hadden de dames van het kerspel al die petits riens vervaardigd, die hier den meestbiedende onder begeleiding van muziek te koop werden aangeboden. Men zeide, dat de opbrengst daarvan aan de kerk ten goede komen zou.
Er is aan kerkelijke feesten in een zoo uitsluitend Katholiek land als Brazilië natuurlijk geen einde. Een der merkwaardigste is wel de viering van den Heiligen Sacramentsdag en de processie, die daarbij plaats heeft. De Keizerlijke kapel zagen wij voor die gelegenheid rijk maar zeer bont behangen en schitterend verlicht. Wij vonden er den Keizer, de Keizerin en alle rijksdignitarissen geknield liggen voor het heilige der heiligen' dat straks in optocht door de stad zou worden gedragen. De kerkmuziek was alweder operamuziek; de meest bekende airs van Verdi's Ballo in Maschera werden achter elkaar op het waarlijk fraaie orgel afgespeeld. De wierooklucht dreef ons naar buiten, te meer nog wijl, zoodra het middaguur sloeg, het groote publiek werd toegelaten en iedereen naar binnenstormde. Negers en negerinnen, halfnaakt maar toch met de traditioneele parapluie in de hand; mulatinnen in de schreeu-wendste zondagskostuums, sommige als echte ge-loovigen met lange gekleurde kaarsen gewapend, om die te gaan offeren op het altaar. Ongeloovigen
4.7
werden trouwens ook toegelaten. Mahomedanen uit Zanzibar, Chineezen, en zelfs een paar getatoueerde Zuidzee-eilanders, zagen wij onder die bonte menigte.
De hoofdstraten waren intusschen door de troepen en haie afgezet; ook de nationale garde was onder de wapens, en maakte geen al te slecht figuur, met uitzondering echter van den kapelmeester der muziek, die in een vuurrood pak een vijftig passen voor den troep liep, en een helm droeg, die op zijn hoofd waggelde. De artillerie schaarde zich op het plein Dom Pedro. Nadat het geduld van het publiek op een lange proef gesteld was, begon de optocht met een voorstelling van St George, waarvoor men een pop aangekleed had. En dit was wel noodig, daar geen mensch het al den tijd dat die optocht duurde, in de houding van den drakenbestrijder zou hebben uitgehouden. Toen die sinjeur met zijn gevolg voorbij was, zette zich eerst de geestelijke processie in beweging. Al de orden waren daarbij vertegenwoordigd, in prachtige kostumen. De pièce dc imhai werd gevormd door een baldaquin van zware gele zijde, rustende op acht kolommen, die door den Keizer en zijne ministers werd gedragen. Op de baar daaronder lag het corpus Christi. Toen dit op den drempel der kapel verscheen, met zijn hoogste en allerhoogste omgeving, was het of eensklaps hooren en zien ons vergingenv De kanonnen op het plein werden afgeschoten; alle klokken van de honderd kerken van Rio begonnen te gelijk te luiden; de infanterie, in de Rua Direita geschaard, gaf een salvo
-1-8
van drie schoten. En dat alles werd door de echo's der omliggende bergen zoovele malen herhaald! De voorstelling werd daardoor één oogenblik imposant'. De troepen knielden nu op commando, en vele toeschouwers deden hetzelfde uit eigen beweging, terwijl het corpus Christi voorbijgedragen werd.
Achter den Keizer en zijn ministerie sloten zich de verdere hooge staatslichamen aan, allen in galakostuum en met lange kaarsen in de hand ; en toen die voorbij waren, werd de processie door de infanterie en artillerie besloten. Wij beklaagden uit den grond onzes harten de grootwaardigheidsbekleeders, die daar onder de hitte der middagzon verplicht waren in plechtigen optocht, uren lang, blootshoofds over de straten van Rio te loopen. Gelukkiger dan zij, waren wij voor het verdere gedeelte van dien dag bij Braziliaansche families genoodigd, en hadden daardoor de welkome gelegenheid om een nieuw kijkje te nemen in het echt nationale leven.
Het was laat geworden eer wij de woning van onzen gastheer bereikt hadden, en aan zijn tafel konden plaats nemen. Maar ook al waren wij er niet uitdrukkelijk genoodigd geweest, had het diner ons daarom niet behoeven te ontgaan. Aan de middagtafel van elk Braziliaansch gezin van eenig aanzien zijn steeds couverts gereed, ter beschikking van den gaanden en komenden man; een gebruik, dat door de ontzaglijke afstanden
49
die veelal afgelegd moeten worden, gewettigd wordt, maar tevens een sprekend getuigenis levert van de mate der gastvrijheid die hier heerscht. Terwijl onze maaltijd reeds ten halve voleindigd was, kwamen er nog vrienden des huizes aan deelnemen, die dan ook eerst na den afloop aan ons werden voorgesteld.
Eene niet geringe verlegenheid veroorzaakt aan den vreemdeling de nationale gewoonte om alle gerechten van het middagmaal tegelijk op tafel te brengen. Nadat de soep gebruikt is, laat elke gast door den achter zijn stoel geplaatsten negerjongen (moleque) zich van de schotels die hem het meest toelachen bedienen, in de volgorde die hij zelf verkiest. Dit is nu, bij de rijke verscheidenheid van gerechten, waarop de goede Braziliaansche tafels roem mogen dragen, wel aangenaam; maar behalve andere kleine moeielijk-heden, is het noodig dat men daarvoor eiken schotel bij zijn waren naam wete te noemen, wat niet alleen vorderingen in de culinaire wetenschap maar ook eene kennis der landtaal onderstelt, waarop wij ons in geenen deele konden laten voorstaan. Wij vreesden reeds, in 't gezicht der vleeschpotten van Egypte, bij gemis van een zakwoordenboek, tot hongerlijden gedoemd te zijn, toen de dames aan tafel, met die echt vrouwelijke beminnelijkheid die zich zoo zelden verloochent, zich over ons en onze onwetendheid ontfermden. Nooit volprezen is het Braziliaansche schoone geslacht, dat aldus den vreemdeling tot tolk en leidsvrouw strekt.
Hoe sterk het familieleven in Brazilië ontwikkeld
4
50
is, bleek ons uit het voorbeeld van het achtenswaardige gezin, in welks midden wij verder den avond doorbrachten. Als een waar patriarch, zetelde de heer des huizes te midden zijner kinderen en kleinkinderen, die allen in de ouderlijke woning gevestigd waren. In diens chacara heerschte, bij veel verscheidenheid van aanleg en beweging, een eensgezindheid onder de bewoners, die niet nalaten kon een hoog denkbeeld te geven van de huisselijke deugden der Brazilianen.
Is het ons aangenaam hieraan een rechtmatigen lof toe te kennen, de algemeene opvoeding is aan den anderen kant van dien aard, dat zij op den duur een hoogst nadeeligen invloed moet uitoefenen, en dien ook reeds uitgeoefend heeft. Eene Braziliaansche vrouw, hetzij van hoogeren of lageren stand, zoogt zeer zelden hare kinderen, die van de geboorte af aan eene negerin of mulattin worden overgegeven. Bezit de familie geen eigen slavin die daarvoor dienen kan, dan wordt een zoodanige gehuurd. Menig slaven-eigenaar maakt door zijne negerinnen als minnen te verhuren, schitterende zaken, wijl de voordeelen daarvan in zijn zak vloeien, en met de schromelijkste bedriegerij dezelfde slavinnen meermalen achtereen als zoodanig verhuurd worden. Welken invloed dit op de gezondheid der kinderen moet uitoefenen, laat zich begrijpen. Nu komt met de min ook haar kind in de familie, aanvankelijk als speelgenoot, daarna als bediende van het kind des huizes. Vandaar dat men in elk Braziliaansch huisgezin verscheidenheid van rassen aantreft. De negerkinderen worden, opgroeiende, veel-
51
eer de vertrouwelingen dan de dienstboden hunner voormalige speelmakkers; vooral de negerjongens vormen als 't ware een deel van het huisgezin. Zij willigen niet alleen van jongs af al de luimen hunner gebieders in, waardoor deze heerschzuchtig en lui van aard worden, maar zijn niet zelden voortreffelijke leermeesters in alle andere ondeugden. Een nationaal schrijver, José de Alencar, heeft in zijn schouwspel «O demonio familiar» den verderfelijken invloed dezer vermenging van het neger-element met de Brazili-aansche maatschappij in treffende kleuren geschetst. Maar te vergeefs. Het oude opvoedingsstelsel blijft nog altijd heerschen, en het is onnoodig te zeggen, dat daardoor de hechtste grondslag van het huisgezin, de zedelijkheid, gevaar loopt van ondermijnd te worden. Zeker wreekt de slavernij zich in geen opzicht gevoeliger, dan aldus bij de opvoeding van het jonge Braziliaansche geslacht.
Geven wij der regeering van den tegenwoordigen Keizer slechts de eer die haar toekomt, wanneer wij hier herinneren, dat zij het is die de slavernij heeft afgeschaft, wij willen haar tevens een tweede kroon vlechten voor haar bemoeiingen omtrent het openbaar onderwijs. Het was aan Dom Pedro II voorbehouden, al zijne zorgen aan dit gewichtig deel der volksbelangen te wijden.
Een der grootste schulden van het Portugeesche moederland jegens zijn kolonie Brazilië was de stremming van het onderwijs. De volksscholen werden onderdrukt, en het hooger onderwijs bleef beperkt tot
52
de universiteit van Coimbra, in Portugal. Met de onafhankelijkheidsverklaring sloeg men nieuwe wegen in, en reeds de eerste staatsregeling van het Keizerrijk decreteerde, dat het lager onderwijs kosteloos zou zijn. Eerst in latere jaren intusschen, werden elementaire scholen in alle steden en dorpen opgericht, en verrezen er vak-hoogescholen, als voor de rechtsgeleerdheid te Saó Paulo en Olinda, voor de medicijnen te Rio en Bahia, en voor de godgeleerdheid te Rio de Janeiro. Een particuliere vereeniging stichtte eene Acadeinia paedagogica,ten blijke hoezeer de deelneming voor het onderwijs ook buiten de regeeringskringen was opgewekt. Gymnasiën en handelsscholen verrezen, en zoo ook vóór een tiental jaren eene Polytechnische school, onder het oppertoezicht van den toenmaligen Minister-President, een der verlichtste staatslieden van Brazilië, den Burggraaf de Rio Branco.
Het toezicht over het openbaar onderwijs is, voor een rijk van zoo groote uitgestrektheid, vrij doelmatig ingericht. Iedere provincie is daartoe verdeeld in een zeker aantal kringen, die hunne directeurs of opzieners hebben, welke onder de leiding van een provincialen inspecteur staan. De Regeering doet door bijzondere begunstigingen al het mogelijke, om geschikte onderwijzers tot zich te trekken. Zij draagt uitsluitend de kosten van het lager onderwijs, en slechts weinige onderwijzers trekken jaarwedden beneden de 1000 gulden Ned. Terwijl er nauwelijks een dorp in de verst afgelegene provincie is, dat niet zijn behoorlijke schoolinrichting heeft, kan alzoo naar waarheid gezegd
53
worden, dat zelfs weinige Europeesche Staten in zoo korten tijd zooveel voor het volksonderwijs gedaan hebben, als Brazilië. Het is waar, dat van de zes millioen volwassen burgers in 1875 twee millioen nog niet konden lezen. Daar staat echter tegenover, dat op het tegenwoordige tijdstip meer dan twee millioen kinderen de openbare scholen bezoeken, welk aantal nog met die der bijzondere scholen moet vermeerderd worden. Op eene bevolking van nog geen tien millioen zielen verdient dat cijfer alleszins genoemd te worden.
Wij hebben voor ons liggen het programma van het gymnasium Dom Pedro II in de hoofdstad, met zevenjarige cursus. Het omvat de Bijbelsche en Brazili-aansche geschiedenissen, de Aardrijkskunde, de Griek-sche, Latijnsche, Portugeesche, Fransche, Engelsche, Duitsche en Italiaansche talen, de Philosophic, de Rhetorica, de Aesthetica, de Natuurlijke Historie, de Physica en Mathematica, de Dichtkunst, het Teekenen, de Muziek en den Dans. De vakken van onderwijs zijn dus veelvuldig genoeg. Maar men wachte zich wel, wat omvang en duur der studiën aangaat, een Europeeschen maatstaf aan te leggen. Wat de Europeesche bezoekers eener Braziliaansche school het meest treffen moet, is dat er bijna altijd vrij af schijnt te zijn. Aan de lessen worden slechts enkele vroege ochtenduren besteed, en regel is het, dat de overige tijd van den dag aan uitspanningen of een behaaglijk niets doen gewijd wordt. Wij kwamen maanden achtereen, bijna dagelijks en op de
5i
meest verschillende uren van den dag, te Petropolis voorbij een inrichting van middelbaar onderwijs, die gezegd werd tot de beste van dien aard te behooren; en wij verklaren op ons geweten, dat wij de leerlingen, jongelieden van 16 tot 20 jaren, zelden anders gezien hebben dan op het gras langs den weg gelegerd, slapende of luierende, dansende, of bezig de ellendigste van alle piano's af te beuken. Ernst en volharding worden bij alle studiën gemist. Eensdeels dragen de onderwijzers hiervan de schuld, wier meeren-deel afkeerig is van eenigszins inspannenden arbeid. Ten andere draagt hiertoe veel bij eene vrij algemeene ongeschiktheid om diep in de onderwerpen door te dringen, wat wij geneigd zouden zijn een nationaal gebrek te noemen. De Brazilianen hebben in den regel vernuft, zijn vlug van bevatting en vormen uitstekende redenaars; maar wetenschappelijken zin, geduld en lust tot den arbeid missen zij ten eenenmale. Met een enkele uitzondering, is al hun studie oppervlakkig.
Die uitzondering vonden wij in de studie der muziek door de dames. Met een volharding, de verhevenste zaak waardig, worden daaraan niet de uren, maar de dagen gewijd. Welke wijken der stad men bezoeken moge, hetzij men bij gehuwde of ongehuwde, jonge of oudere dames binnentreedt, overal rinkelen de schelle tonen van door het klimaat bedorven piano's u tegen. Hebt gij het ongeluk in een eenigszins bevolkte buurt te wonen, dan is die overvloed van harmonie bijzonder geschikt om u krankzinnig te maken. De techniek, de virtuositeit der Brazili-
O O
aansche dames is groot; wij troffen er menige aan die zich, met zekerheid van succes, op onze concerten zou kunnen doen hooren. Maar haar repertoire is beperkt, en bepaalt zich, behalve het verwarde volkslied en de vrij onbeduidende opera-muziek van den nationalen componist Gomes, tot de stukken der nieuwe Fransche en Italiaansche toondichters, Verdi en Offenbach bij voorkeur. De beschaafdste, meest muzikale Braziliaan heeft van Beethoven en zijne symphoniën nooit gehoord!
Men begrijpt dus licht, welke soort van opera's in Brazilie's hoofdstad worden opgevoerd. In het groote theater «Dom Pedro» geeft de eene of andere Italiaansche troep, die van Montevideo of Buenos-Ayres huiswaarts keert, nu en dan voorstellingen. Sedert Tamberlick zich hier eenmaal vertoond heeft, hoort men er gewoonlijk niet dan stemmen van den derden â of vierden rang. In de kleinere theaters, «Alcazar» en «Casino,» vindt de Braziliaan meer de muziek zijner keuze. Fransche troepen geven daar tot in 't oneindige voorstellingen van «la Fille de Mad. Angot», «la jolie Parfumeuse» en tutti quanti; en om de ver-sletene Parijsche schoonheden, die de titel- en andere rollen vervullen, verdringt zich de bloem van Rio's jongelingschap.
Een zonderlingen aanblik leveren die theatergebouwen op, open als zij zijn van boven en aan drie zijden, en omringd door bosschen van bamboes, waaronder een gedeelte van het publiek zich neervlijt, om vandaar de voorstelling aan te hooren. Gedurende
56
de pauzes neemt deze ruimte de plaats van foyer inr en lokt het vlottende deel der vrouwelijke bevolking-van Rio, dat hier sterk vertegenwoordigd is, veelal tot buitensporige verteringen uit. De meeste actrices mengen zich daaronder, en niet zelden wordt de voortzetting eener voorstelling vertraagd, daar de betrokken persoon den tijd nog niet gekomen acht om, uit het gezellige bamboes-bosch, op de planken te voorschijn te treden. Zulke interrupties gaan gewoonlijk van een geweldig leven in de zaal vergezeld. Trouwens het publiek neemt aan de geheele vertooning het levendigste deel. Onophoudelijk worden acteurs in de rede gevallen, evenals dit met de redenaars in de Kamers het geval is; goed- of afkeuring wordt altoos op de sprekendste wijze aan den dag gelegd. Geen noot wordt goed uitgebracht, geen pas vlug afgedanst, of er valt een regen van rozen en camelia's op het tooneel neer. Het beroep der bouquetieres is hier veel voordeeliger dan te Parijs. Zoowel losse bloemen als bouquetten worden, met het enkele doel om weggegooid te worden, in het Alcazar van Rio tot zulke fabelachtige prijzen verkocht, dat zij niet zelden de dwazen, die ze bij opbod koopen, ruïneeren, maar aan de min of meer lieftallige verkoopsters een goed bestaan verschaffen. Het saus gene heeft in deze theaters zijn toppunt bereikt. Geen vreemdeling, die hier niet eens een voorstelling moet gaan bijwonen, om de eigenaardige loszinnigheid van het nationaal karakter in haar fort te zien; maar wij geven hem den raad, zijne dochters te huis te laten.
57
Van geheel anderen aard is het The air o Gymnasia Dramatico. De ernst der voorstellingen trekt daar ook een ander publiek heen. Gedurende ons verblijf te Rio werd er het nationale drama ygt; Os Lazaristasquot; voor steeds volle zalen opgevoerd. Het was de poging der Lazaristen, waaronder men hier de Jezuïeten verstaat, om na de amnestie, aan de bisschoppen van Para en Pernambuco verleend, het roer weder in handen te krijgen, die dat stuk aan een bekwaam schrijver der liberale partij in de pen had gegeven. De toevloed der menigte groeide aan, naarmate het drama meer besproken werd. De politiek maakte er zich meester van, en met zuidelijke levendigheid werd voor elke der tegenstrijdige meeningen tot op de straat partij gekozen. De politie wist niet wat te doen, daar ook zij onderling verdeeld was, zoodat de militaire macht moest aanrukken om de gemoederen met de sabel tot bedaren te brengen. De geestelijkheid, die zich door het nieuwe stuk en den ontzaglijken bijval, dien het ondervond, maar al te zeer gegeeseld wist, verkreeg einde-delijk van de Regeering, dat deze de verdere opvoering er van verbood, en het genoemde theater werd tot straf voor zijn «stoutigheid,» voor een poos gesloten.
Onze wandeling door Rio hebben wij aldus ongemerkt voortgezet. Want de genoemde theaters zijn dicht bij elkander gelegen, en grenzen onmiddellijk aart het Lat'go do Rocio. Dit plein, door een sierlijk hek omgeven, vormt een lieflijke wandelplaats in het hart der stad, waar éénmaal per week des avonds muziek wordt gegeven. In het midden van dit als
58
park aangelegde plein verheft zich het bronzen ruiter stanbeeld van Dom Pedro I, den eersten Keizer van Brazilië. Het is het eenige plastische kunstwerk van wezenlijk beteekenis, vervaardigd door den Franschen beeldhouwer Louis Rochet, die zijn held heeft voorgesteld op het oogenblik, dat hij de tijding der overwinning van Ipiranga ontvangt en Brazilië's onafhankelijkheid van het moederland uitroept.
Door de Rua do Condc d'Eu voortgaande, komt men aan het reusachtige Campo Santa Anna, grooter in afmetingen dan de Parijsche Place de la Concorde, maar aan alle zijden door huizen ingesloten. Het paleis van den Senaat, de Munt, het Centrale Spoorwegstation, het Nationaal Museum zijn, afschoon geen van alle eene eigenlijk architectonische waarde bezit, de grootste en merkwaardigste gebouwen, die men hier voor zich ziet. Sedert jaren is men bezig dit uitgestrekte plein in een prachtig park te herscheppen.
Het Nationaal Museum is, vooral sedert zijn verbouwing, een bezoek alleszins waard. Het staat thans onder de hoofdleiding van den talentvollen botanicus Ladislaó Netto, en bezit voor elke der natuurhistorische afdeelingen bekwame directeuren. In de plaats van de verwarring, die daar vroeger heerschte, is thans een wetenschappelijke orde getreden en spreiden zoowel de botanische, zoölogische en mineralogische, als de ethnographische musea een groot deel der schatten van land en volk ten toon. Twee Duitsche natuurkundigen bereizen de verschillende provinciën, met het
59
doel om de verzamelingen te verrijken; een maatregel, die reeds de beste vruchten heeft afgeworpen. De voorlezingen over botanie en zoölogie, welke de tegenwoordige directeuren in een der zalen van het Museum houden, worden geregeld door een talrijk publiek bijgewoond. Sedert geruimen tijd heeft er eene ruiling plaats tusschen dat Museum en ons Museum van Natuurlijke Historie te Leiden, waarvan de beste uitkomsten verwacht mogen worden.
Langs het groote vrouwenklooster van Ajuda gaande, komt men nu aan den Passeio publico, die een geheel anderen indruk achter laat dan zijn naamgenoot in de Portugeesche hoofdstad. Vooreerst staat hij metterdaad voor het publiek open, en ten tweede verkeert deze tuin, onder het opzicht van een Duitschen deskundige, in den besten staat van cultuur. De Brazi-liaansche plantenwereld wordt hier door prachtige exemplaren vertegenwoordigd; wij zagen in de vijvers heerlijk bloeiende Nymphea en Victoria regia. De geheele tuin is met zorg onderhouden, en van het eenigszins hooger liggende terras heeft men een uitzicht over een groot gedeelte der baai tot aan zee, dat, bij helder maanlicht vooral, verrukkelijk is.
Van hier wordt veelal door het groote publiek de uitwerking der vuren van het St. Jansfeest gade geslagen. Dat feest van heidenschen oorsprong heeft de Roomsche Kerk met eenige voorliefde overgenomen; van daar dat het in de zuiver katholieke landen ook een wezenlijk volks-feest is. De massa's hout, die bij deze gelegenheid allerwege in vlammen opgaan, de
60
vuurwerken, die op de kvvistigste wijze ontstoken worden, vertegenwoordigen groote kapitalen. Er zijn buitendien weinig feestvieringen in Brazilië die niet met het afsteken van vuurwerk (zelfs op klaar lichten dag) vergezeld gaan; en daar, behalve de bijzondere ,en huiselijke feesten, alle naamdagen van heiligen, zoo groote als kleine, herdacht worden, gaat er zeker geen week voorbij, waarin de rosse vlammen op de hoogten of in de laagten en het geknetter in de lucht niet van de kinderachtigste verspilling getuigen, die een arm volk begaan kan.
Wij spoedden ons echter, ten einde het ware genot van een St. Jansfeest te hebben, naar het gastvrije klooster op den top van Rio Comprido. Rio Comprido is wegens zijn heerlijke ligging bekend: de vrij hooge berg waartegen deze buitenwijk leunt, beheerscht de zeven heuvels der stad, en is met bosschen bedekt. In het midden van zware mangaboomen was hier een reusachtige houtstapel opgericht, die nu ter eere van Sint-Jan werd in brand gestoken. De hoog opstijgende vlammen hadden tusschen het donkere groen eene tooverachtige uitwerking. Alle genoodigden werden van vuurwerk in allerlei gedaanten en kleuren voorzien, en wij behoeven niet te zeggen dat het afsteken daarvan tot grappige scènes aanleiding gaf. Kleine luchtballons, door middel van petroleum verlicht, werden opgelaten. Alsof daardoor een sein gegeven ware, werd nu weldra in alle richtingen het geknetter van het vuurwerk gehoord, en zagen wij de omliggende heuvels en zelfs de bergen aan de overzijde der baai
61
door de vlammen der daar aangestokene houtstapels verlicht. De groepen van boomen en huizen, straten en kaden, de schepen in de baai, alles teekende zich te midden dier algemeene verlichting in zijn eigenaardigheid af, en terwijl de schichten van het vuurwerk heinde en ver door de lucht vlogen, maar ook de duisternis hier en daar weder het licht verving, maakte het geheel den indruk, alsof men zich in een andere wereld verplaatst vond. Dit schouwspel kan slechts zóó genoten -worden te midden eener omgeving als die van Rio de Janeiro. Toen wij eindelijk noode daarvan scheidden, hadden wij over onzen geheelen terugweg muziek in den tramwagen, en stak een der muzikanten aanhoudend bengaalsch vuur af. Bijna verblind tehuis komende, moesten wij den halven nacht door nog het gebulder der kanonschoten en het geknetter van het vuurwerk hooren.
III.
OMSTREKEN DER HOOFDSTAD.
De afstand, dien wij op den avond der St Jans-viering afteleggen hadden, eer wij voor goed den rumoerigen tramwagen konden uitstappen, leverde het sterkste bewijs voor de ontzaglijke uitgestrektheid van het gebied der hoofdstad. Hoewel er aanhoudend in sterken draf gereden werd, bereikten onze vehikels, van den buitenwijk Rio Comprido af, eerst na verloop van een vol uur het plein, waar zij af- en aanrijden. Van daar naar Botafogo, waar wij onzen intrek hadden genomen, moesten wij andermaal een uur trammen.
De voorstad Botafogo ligt aan een inham der groote baai van Rio, waarvan zij door eene sterk inspringende landtong gescheiden is. De baai zelve van Botafogo is daardoor een binnenmeer gelijk, waarlangs de met prachtige villa's en hotels bebouwde kade zich in den vorm eener halve maan uitstrekt. Niets verrukkelijker dan een wandeling over deze kade bij den avond, wanneer de vlammen der tallooze gas-
63
lantarens zich in het heldere water weerspiegelen, ol wanneer het maanlicht de grillige vormen der bergen afteekent, en door de smalle opening voor u heen een blik vergunt over de uitgestrektheid der groote baai.
Botafogo is door bergen omringd, aan de zeezijde door het Suikerbrood en den Corcovado, aan de zijde der stad door het massief van Sta Theresa, waar een gedeelte van Rio tegen aangebouwd ligt. De berg die de zooeven genoemde landtong vormt, is het doel van vele wandelingen, daar de top, van het hotel d' Angleterre in een klein uur bereikbaar, een heerlijk uitzicht aanbiedt over den ingang der golf. Die ingang wordt door den berg letterlijk bestreken, en hier is dan ook de standplaats van den kustwachter, wiens taak het is alle in 't gezicht komende schepen naar de stad te signaleren. De man zou een goed werk doen met voor zijne talrijke bezoekers eenige verfrisschingen verkrijgbaar te stellen; hij schijnt echter de voorkeur te geven aan het smokkelen, wat hij hier ongestraft doen kan, en misschien ook wel zoo voordeelig is. Terwijl men opklimt langs de overblijfselen van een oud portugeesch vestingwerk, voert een pad aan de andere zijde naar het zeestrand af, dat met bosschen van cactussen begroeid is, waar-tusschen enkele woningen verscholen liggen. Een zeebad in deze zuidelijke temperatuur, met het prachtige kustland in 't gezicht, is een meer dan gewoon genot.
Van de baai van Botafogo, brengen de Ameri-
I I, 1 1
C4
kaansche cbonds» u binnen een half uur naar den wereldberoemden Botanischen Tuin. Men zou wen-schen dat die rit veel langer duurde. Eerst door de straten der voorstad, leidt de weg weldra onder geboomte langs een reeks buitenverblijven die, aan den voet van den Corcovado gebouwd, te midden van heerlijke tuinen elkander opvolgen. Links ligt het veld, waarop eene vereeniging van Engelschen bokspartijen en verdere athletische oefeningen houdt, die onder de heete zon van Rio al menig slachtoffer gekost hebben. Rechts van ons zien wij een oud feodaal kasteel, dat aan de Portugeesche heerschappij herinnert, verderop een der liefelijkste parken van den omtrek, het eigendem van den Senator Pompeo. Voorts buitenhuis aan buitenhuis, waar kooplieden en ambtenaren eiken namiddag het stof der city komen afschudden; totdat, tegenover eenige kleine logementen, die geheel het karakter onzer boerenherbergen dragen, de tramwagen stilhoudt voor de poort die tot den Botanischen Tuin toegang geeft.
Al dadelijk staat gij voor de groote allée van koningspalmen, om straks daaronder de geheele uitgestrektheid van dien tuin te doorloopen. Sierlijk is deze laan, waarover een ieder voor het minst weet meê te spreken, veeleer dan indrukwekkend. De ruim honderd voet hooge, lijnrechte, witte stammen, door niets onderbroken vóórdat een twintigtal lichtgroene pluimvormige bladen er de kruin op zetten, bevreemden u, tegelijkertijd dat gij het heerlijke effect, 't welk zij tegen de helderblauwe lucht maken
65
bewondert. De indruk dezer palmen-allee, die door een tweede van iets lagere stammen gekruist wordt, zou grooter zijn, wanneer zij niet te midden van zulk eene trotsche omgeving geplaatst ware. . Want, terwijl de Botanische Tuin aan de eene zijde paalt aan den steilen wand van den Corcovado, is hij aan de andere omringd door de bergen van Tijuca, die van den voet tot den top één bosch vertoonende, het heerlijkste amphitheater vormen dat ooit een landschap omsloten heeft.
Uit een wetenschappelijk oogpunt heeft de Tuin weinig of geen waarde. De planten, uit andere wereld-deelen hier overgebracht, zijn over 't algemeen verwaarloosd. De theecultuur, waarmede vóór jaren een proef genomen werd, is reeds opgegeven; de verschillende soorten van suikerriet, die men van plan was te vergelijken, vonden wij dermate verwilderd en dooreen gegroeid, dat er geen onderscheid meer te herkennen viel. Maar de prachtigste specimens der Braziliaansche plantenwereld zijn- hier ver-eenigd, en in dit opzicht is Rio's botanische tuin éénig in zijn soort. Bijna alle palmen hebben hier vertegenwoordigers, van de nederige Sago-palm tot de imposante Indaya met hare twintig voet lange bladeren. De grijskleurige Pandanus met zijne rechte wortels boven den grond en zijne spits gevormde bladeren, vormt het grilligste contrast met het donkere massief der Manga's, waarvan eene dichte allée naar den voet van den Corcovado leidt. Een tweede schaduwrijke plek wordt gevormd door bosschen
5
66
van bamboes, die een vijver omzoomen. Hier lokken rustbanken tot mijmeren uit; de trotsche omgeving, de verrukkelijke atmosfeer, de rust die er heerscht, nauwelijks afgebroken door de sprongen van een paar ouïstitis-aapjes of het wegsluipen van een enkelen miereneter, â alles verplaatst u in de natuur der keerkringen, waarin het maximum van orde gebracht werd waarvoor de indolente geest der bewoners vatbaar is.
De Corcovado verdient vooral van het midden der stad uit, d. i. van S,a Theresa, te worden bestegen. Wij vingen dien tocht aan bij de Rna dos Ar cos, aldus genoemd naar de bogen, welke de waterleiding hier over de straat heenvoeren : die weg is de langste maar ook de schoonste, en volgt dat merkwaardige kunstwerk tot daar waar het water op den berg ontspringt. Op de hoogte van Squot; Theresa gekomen, ziet men de geheele stad, in den letterlijken zin des woords, voor zijne voeten uitgespreid. Een diep ravijn scheidde vroeger het gebergte in tweeën, maar thans voert een kettingbrug op duizelingwekkende hoogte over een gedeelte der straten; trotsch schouwspel, te midden der prachtige natuur! De stad eindigt hier allengs; nog slechts enkele buitenverblijven,, en de weg leidt het bosch in, een bosch dat een heerlijken voorsmaak geeft van de Braziliaansche «Urwalder». Zacht stijgende slingert ons pad hierdoor heen, totdat wij aan een opene plek komen waar enkele reusachtige cederboomen het punt aanwijzen waar de bronnen zijn, die de hoofdstad van drink-
G7
water voorzien. Van hier vloeit dit nog een eind weegs boven den grond, om daarna in een reservoir opgenomen en door buizen in metselwerk verder afgevoerd te worden. Op deze plek, die de heugenis van menigen pic-nic draagt, worden paarden en muildieren achtergelaten, en begint het eigenlijke bergklimmen. De bestijging van den top van den Corcovado duurt overigens slechts een half uur, en biedt voor eenigzins geoefende bergreizigers weinig moeilijkheden aan: verscheidene dames van ons gezelschap maakten die tot het eind mede.
Wij waren in den vroegen morgen op weg gegaan, en het landschap was overal in nevelen gehuld. Slechts de toppen der omliggende bergen kwamen als eilanden uit een zee van wolken te voorschijn. Eén rood punt in het oosten kondigde het opkomen der zon aan. Daar teekende zich over de golvende toppen der boomen, de stad beneden ons flauvvelijk af; bosschen en velden, heuvels en dalen volgden, en welhaast lag geheel Rio Janeiro en zelfs een groot deel der provincie in het zonlicht voor ons oog uitgespreid. Hier de prachtige baai, met haar tal van eilanden, op 40 mijlen afstand door het Orgelgebergte begrensd; daar, aan onze voeten, de Oceaan, met schepen bedekt, en zijn onmetelijk verschiet. Opgetogen van verrukking, bleven allen aan deze plaats geboeid.
Wij kenden de heerlijkste punten der Alpen en Apennynen, het beroemde uitzicht van Montserrat boven Barcelona; er waren er onder onze tocht-
68
genooten die den Caucasus doorkruist hadden. Maar wij getuigden om strijd, dat geen uitzicht breeder, meer afgewisseld, trotscher en liefelijker tevens is, dan dat hetwelk de Corcovado op zijn top aanbiedt, in de vroege uren van den morgen.
Achter den straks genoemden Botanischen Tuin leidt een tamelijk goed onderhouden rijweg â voor Brazilië een bijzonderheid â tegen de hoogten op, in de richting van Tijuca. Met den Corcovado aan de eene, en den Gaveao met zijn olifantsvorm aan de andere zijde, volgt die weg min of meer de krommingen welke de kust hier maakt, en levert hij tusschen het geboomte door verrassende vista's op de altijd blauwe zee. Sedert de laatste jaren staan, op het punt waar men begint te stijgen, ezels voor den rit naar Tijuca reed, als bevond men zich aan den voet van den Drachenfels of van het Alte Schloss. Dit is echter de eenige herinnering aan het zomerseizoen in Europa, wanneer de vroolijke scharen der reizigers zich verdringen om een opwekkend bain d'air te nemen. Hier . is alles stilte en rust. Ware het niet, dat nu en dan de vreemdelingen van het oponthoud hunner boot in de haven gebruik maakten om Rio's omstreken te bezoeken, men zou hier niemand aantreffen. Een waar Braziliaan wandelt en rijdt niet. Van daar dat, evenals op zoovele andere punten waar de welige natuur tot gestadige bewondering dringt, ook hier de stilte heerscht van een kerkhof. En vandaar ook, dat de ezels van den Botanischen Tuin van Rio een veel benijdenswaar-
69
diger lot hebben, dan hunne natuurgenoten aan den voet van den Drachenfels.
Tijuca is een buurtschap, ongeveer twee uren van de stad verwijderd en alleen bestaande uit buitenverblijven, groote en kleine, en logementen. Wie hier bij White, vroeger Bennett, zijn intrek neemt, is zeker een der beste hotels te vinden, die Brazilië bezit. Wanneer hij althans met Engelsch terecht kan; want Engelsch is hier de bediening, en het Engelsch de taal, die men bijna uitsluitend hoort. Het hotel leunt tegen een berg met oranjeboomen, wier goudgele vruchten in de blauwe lucht het heerlijkst effect maken tegen het donkere loof. Aan de eene zijde vormt de rivier van Tijuca hier een reeks van kleine vallen, aan de andere is het water in twee bassins afgeleid, die onder dichte bosschen van bamboes den logeergasten natuurlijke badplaatsen aanbieden. In liefelijkheid kunnen de omstreken, waar de eene wandeling de andere opvolgt, bezwaarlijk overtroffen worden. Hier is het een park, bij welks aanleg van al den rijkdom der plantenwereld partij is getrokken, om straks op de hoogte het ruimste uitzicht te geven over het westelijke deel der baai van Rio en den loop der spoorwegen, uren landwaarts in. Daar weder herinneren de beide groote watervallen in de waarlijk trotsche omgeving aan die der Barberine, op de Tc te Noire. Ginds, voorbij den grootsten dier vallen, voert een veelbetreden weg naar het zeestrand, terwijl voor liefhebbers van bergklimmen de Piek van Tijuca de gelegenheid geeft om hun krachten te oefenen, en
70
een hoogte te bereiken, welke die van den Corcovado nog met eenige honderden voeten overtreft. Daalt men eindelijk van Tijuca weder naar Rio af, dan levert de groote straatweg, die tot Andarahy sterk helt, door het bosch heen, waarin hij is aangelegd, nu en dan de heerlijkste vergezichten op én over de stad én over de baai.
Boven een der verst verwijderde punten van de baai van Rio, op een plateau van het Orgelgebergte, ligt Petropolis, het zomerverblijf des Keizers en van vele familiën en vreemden, wier omstandigheden het toelaten de drukkende hitte, die in de stad heerscht, te ontvlieden. Voor het afleggen van den korten afstand, die Rio van Petropolis scheidt, worden thans twee, vroeger drieërlei vervoermiddelen gebezigd; de stoomboot, de spoorwagen en tot voor weinige jaren de diligence.
De baai doet bij deze overvaart vooral haar roem gestand, van het schoonste natuurtooneel der wereld op te leveren. Nauw heeft de boot zich door de dicht opeengedrongen schepen heengeworsteld, die tusschen hun mastbosch door een heerlijken terugblik vergunnen op de stad met haar achterliggende hoogten en de bergen van Tijuca, of men nadert de Ilha do Gover-nador, het grootste van de eilanden der baai, met een oppervlakte van 20 vierkante mijlen en een krans van huizen en villa's aan het water. Meer rechts af ligt de groep der Jerobaibas en het idyllische eilandje Paqueta. Al die kleine eilanden hebben een eigenaardige bekoorlijkheid. Hier krijgt men een enkel
71
hutje te zien te midden eener bananenplanting, of bosschen van oranjeboomen, die een mandioca-veld omgeven; ginds verheffen slanke palmen hun sierlijke kruinen over lager geboomte; daar weder komen kale rotssteenen van de grilligste vormen boven den waterspiegel re voorschijn. En een spiegel is de heldere vlakte metterdaad, die de bewegingen der haaien en inktvisschen weerkaatst en waarop de zeemeeuw neerstrijkt om zijne prooi op te visschen. Elke raderslag der boot geeft nieuwe afwisseling, levert nieuwe gezichtspunten op, totdat de imposante massa van het Orgelgebergte vóór u weder indrukken van een anderen aard doet verwachten.
Eerst moeten echter uw leden nog geradbraakt worden op een spoorweg, waarvan de eene rail niet op hetzelfde vlak ligt als de andere, in wagens die smal, smerig en doorgaans volgepropt zijn, terwijl de locomotief alle krachten inspant om den op 't water verloren tijd weder intehalen. Gelukkig duurt deze rit over den oudsten van alle Braziliaansche spoorwegen slechts kort. In dolle vaart gaat het over den moerassigen grond, voorbij Inhomerim en zijne rijke suikerplantages, naar den voet van de Serra d' Estrella, waar nog tot in het jaar 1882 een min of meer lange rij diligences, elke met zes sterke muildieren bespannen, de reizigers afwachtte. Sedert is ook dit vervoermiddel door den spoorweg vervangen.
De bergbestijging is reeds door mevr. d'Agassiz met haar fijne pen en haar kennis van de prachtige planten-
Wereld, te midden waarvan men zich hier bevindt, beschreven. De aanleg van den straatweg heeft groote hinderpalen te overwinnen gehad, en verdient, trots zijn gebreken die herhaalde herstellingen noodzakelijk maken, allen lof. In zigzag voert hij door een trotsch landschap, waarin Urwald en struikgewassen, weiden en rotspartijen, ravijnen en watervallen in gestadige afwisseling het oog verrukken. Bij eene halte opent zich een heerlijk panorama over den afgelegden weg, de vlakte en de baai, dat, naarmate men meer stijgt, nog aan uitgebreidheid wint. Bij gunstige verlichting, in de ochtend- en namiddaguren vooral, is dit uitzicht tooverachtig schoon.
Nog eer gij de barrière van Petropolis binnenrijdt, want Petropolis heeft zijn tol zoo goed als de straatweg van den Haag naar Leiden, noodigt een eerst korten tijd geleden opgericht Belvedère aan de zijde van den weg u uit, om het panorama van de hoofdstad en haar baai in alle kalmte te genieten. Dat is ook het punt waar in den goeden, ouden tijd de diligences doorgaans verwelkomd werden door een stoet van rijtuigen, die dit tot het doel van hun rit namen. Des Zaterdagsmiddags, tusschen 5 en 6 uur in de zomermaanden, kon men zeker zijn, hier de beau monde van het stadje bijeen te vinden. De corso naar dit vermaarde uitzicht, over den keurigen en gemakkelijken straatweg, is ook de eenige uitspanning der Petropolitanen 1
De ligging van het oord is allerliefelijkst, en prachtig is de aanblik, dien de lage valei van de Paltz, van den straatweg gezien, aanbiedt. De Rua do Imperador
73
maakt met de Rita da Imperatriz de hoofdstraat van Petropolis uit. Beide deze straten zijn gebouwd aan de oevers der Piabanha, die, hoewel gekanaliseerd, bij zware regentijden nog wel eens overstroomt en dan het verkeer belemmert. Aan de kromming dier rivier zijn eenige villa's gelegen, die met het paleis des Keizers het sieraad der plaats uitmaken. Nog een zvould-fa-stra.a.t, door weinige kwalijk aaneengeregen huizen gevormd, en het eigenlijke stadscentrum verliest zich weldra geheel in de zijdalen. Ook telt de bevel king, die der uren ver uitgestrekte dalen meêgerekend, nog geen 8000 zielen. Hieronder zijn meer dan 5000 Duitschers.
De dalen, die van de stad in alle richtingen uitloopen, worden bewoond door de oorspronkelijke kolonisten of hun nakomelingen. Want Petropolis is een der eerste Braziliaansche plaatsen geweest, waar de landverhuizers werden heengelokt. Vandaar, dat deze hun woonplaatsen nog veelal koloniën noemen en de omstreken der plaats naar het geboorteland dier lieden de namen dragen van Westfalen, de Paltz, het Rijndal, Bingen, Nassau, Zwitserland. De namen zijn gebleven, maar het type is verloren gegaan. Het jongere geslacht dezer landverhuizers, en vooral het vrouwelijke deel, heeft taal en zeden van de Brazilianen overgenomen. De ellende, die vooral in de eerste tijden van het bestaan dezer kolonie verduurd werd, heeft veel medegewerkt om den band der gezinnen los te maken en het zedelijkheidsgevoel te bederven. Duitsche eerlijkheid en trouw zoekt men in deze
7-1.
kolonisten-woningen veelal te vergeefs. Wat men bij die afstammelingen van Duitschers thans vindt, zijn de taal en zeden der Brazilianen, zijn Grieksche en andere uitheemsche namen, het uitvloeisel van al te nauwe aanrakingen met de in menige woning zoozeer geziene zomergasten! En dezelfde verhouding en dezelfde vermenging is het lot van bijna alle vreemde koloniën in deze provincie.
Werkzaamheid zoeke men hier ook niet. Het voorbeeld der landskinderen heeft verlammend op de landverhuizers gewerkt. In plaats van geheel Petropolis en zelfs de nabijgelegen hoofdstad met de producten van hun landbouw te voorzien, brengen de meesten niet eens genoeg voor hun eigen onderhoud op. Menige arbeiderswoning is te midden der weligste natuur nog het toonbeeld der armoede. De duurte, reeds algemeen door de buitensporige vrachten van alles wat uit Rio hier moet aangebracht worden, is daardoor nog bovenmatig gestegen. Duurte in de levensmiddelen en in de loonen. Het is waar, dat tot de duurte der laatste de geheele maatschappelijke toestand van Brazilië medewerkt. Daarvan is dan ook het gevolg, dat hier geen huisbedienden te krijgen zijn voor een loon beneden de 30 Milreis of Æ 40 per maand, dat een tuinman zelden minder dan 40 Milreis of/50 per maand verdient, en een draaglijke kok of kokkin nauwelijks tevreden is met 100 Milreis, zegge Æ125 per maand. Vindt men zulke vorderingen te hoog, dan loopen de dienstboden zonder omwegen weg; wanneer zij geen buitensporige loonen kunnen verdienen met
75
weinig te werken, werken zij nog liever in 't geheel niet. Een zoodanige toestand, men zal 't gereedelijk inzien, wijst op ondermijnde maatschappelijke grondslagen.
Petropolis heeft, in zijn algemeen aspect, iets van een Europeesche badplaats, waar weinig gebaad, op gezette tijden van den dag gewandeld en veel verveling geleden wordt. Gezonde lucht, mooie omstreken, ijzerbronnen en een badhuis in schreeuwenden renais-sance-stijl voltooien de vergelijking. In de zomermaanden, d. i. JanuariâMei, heerscht hier groote levendigheid; en drie omvangrijke logementen (waarvan twee Engelsche) komen dan ruimte te kort. Het theatergebouw wordt dan geopend, al is het slechts voor een troep koorddansers, een cirque verrijst in de open lucht; thoinnte-vwuche en fhommc-Jlüte ver-toonen hun kunsten. Aan diners geen gebrek, al leveren die onder een temperateur van So a 90 graden Fahr. niet altoos een onverdeeld genot op. Trouwens de groote kwesties der diners en der dienstboden zijn het meest algemeene onderwerp der gesprekken. Wie den besten kok kan machtig worden is de held van een seizoen, wie in staat is zijn bedienden langer dan een maand te behouden, bezit het toppunt der wijsheid 1 Jammer dat de natuur in dit zomerseizoen zoo dikwijls alle overleggingen en afspraken verijdelt. Als regel geldt, hier meer nog dan in Rio, dat bij regenweer aan geen uitnoodiging wordt gevolg gegeven; en dit is noodig, daar hier te lande, en vooral op een hoogte van 3000 voet boven de zee, stortvloeden soms binnen den tijd van één halfuur den heldersten hemel
7ö
vervangen. Het is ons zelf overkomen, dat wij, bij het plotseling losbreken van die tropische buien, halverwege moesten terugkeeren, zeker zijnde dat het feest waarop wij genoodigd waren niet door zou gaan. Geldt dit een diner, dan is zoodanige tegenspoed voor den gastheer bijzonder onaangenaam.
De beste tijd om de heerlijke omstreken van Petropolis te genieten, is het winterseizoen, dat, hoewel niet geheel zonder regen, toch, in vergelijking met de zomermaanden, het droge jaargetij kan genoemd worden. De thermometer Fahr. wijst dan nog van 65 tot 750, zoodat voor den Europeeër, die de altoos groene natuur voor zich ziet. de illusie volkomen zijn zomer weergeeft. Slechts herinnert de zon in de middaguren levendig aan de keerkringen. Het is daarom zelfs in den winter zaak, dat men vroeg op weg ga; te meer wijl, met uitzondering van den enkelen grooten straatweg naar de provincie Minas, alle wegen slecht zijn. Een paar geoefende beenen of een sterk paard of muildier zijn in Brazilië overal een onmisbaar vereischte.
De omstreken zijn rijk aan romantische partijen. Eene der meest bekende, die dan ook meermalen is afgebeeld, is de waterval van den Itamaraty. Wij kiezen den langsten weg daarheen, daar deze wel aanvankelijk steil tegen het gebergte opvoert, maar tevens het snelst in het bosch brengt. Een aangename frischheid heerscht hier op alle uren van den dag, en in deze altoos vochtige atmosfeer gedijt de rijkste vegetatie. De broodboom, de bamboes en stamvarens
77
bereiken hier buitengewone afmetingen; de heerlijkste orchideeën wisselen af met de rijk bloeiende canna. Aan den voet der berghellingen, waarop hier en daar koffie en maïsplantingen aangelegd zijn, slingert zich de thans verlaten oude weg naar Minas, die niet veel meer dan een pad voor muildieren is. Waar het bosch openingen laat, kunnen wij dat breede, steenige pad, waaraan enkele planterswoningen liggen, uren ver zich zien voortslingeren langs den voet der bergen. De bijna loodrechte lijnen, die zich daar-tusschen afteekenen, zijn de zoo goed als onbestijg-bare paden, waarlangs de houthakkers naar boven gaan. Alleen negers kunnen voor dien duizeling-wekkenden arbeid gebruikt worden. Onze weg voert ons voorbij den val eener beek waarover hier een brug geslagen is, bestaande uit enkele boomstammen met wat tusschengevoegde klei. Op alle punten, waar de weg zoo modderachtig is dat men er anders in zou blijven steken, wordt hij op dezelfde wijze begaanbaar gemaakt. De val is zoodanig overgroeid, dat men hem wel hoort maar niet zien kan. Slechts kan men hem beneden in de diepte zien verdwijnen; en als wij met moeite door het kreupelhout ons langs de steile helling een weg banen, staan wij voor een sombere grot, waarin de beek met donderend geweld neervalt. Dit is de Grotta da Saudadc, aldus genoemd, omdat het altoos frissche water heilzaam voor de gezondheid wordt geacht. Hier dringt geen zonnestraal door; men vindt zich eensklaps als van de wereld afgesloten. Slechts het steenachtige bed
78
der beek geeft toegang tot deze enge ruimte, waarin in weerwil der duisternis nog heerlijke bladplanten groeien en waarboven de overhangende rots en het dicht ineen gegroeide geboomte een ondoordringbaar dak vormen. Verderop wordt onze weg bezwaarlijker en laat het dichte bosch ternauwernood doorgang voor eén persoon. Rotsblokken van de schelste witte kleur, scherp tegen de hangende varens afstekende, schijnen hem te versperren of steken zoo laag over het pad, dat men slechts gebukt langs den bergwand voort kan gaan. Eindelijk wordt het lichter. Armdikke bamboes vormen met tal van lianen een natuurlijk prieel van groote uitgestrektheid, waardoor heen ons een heerlijk uitzicht op den berg Itamaraty, op eenigen afstand van ons, vergund wordt. Hier belet de rivier den verderen voortgang. De Rio Itamaraty is niet meer dan een paar honderd voet breed, maar de rotsachtige bedding, gevoegd bij den sterken stroom, maakt het doorwaden eenigszins lastig. Aan de overzijde gekomen, moesten wij nog de goede richting zoeken; daar er slechts één woning in het gezicht was, reden wij daarheen. Het was het zonderlingste woonhuis, dat men zich voorstellen kan. De oorspronkelijke woning was geheel vervallen; geen glasruit, geen deur was in haar geheel gebleven, van dak geen spoor. Maar in plaats van ze te herstellen, had men er een tweede huis omheen gebouwd; en de daardoor ontstane veranda strekte aan de voorzijde voor woonkamers, en aan de achterzijde voor slaapkamers. Intusschen verleende het hoofdgebouw een
79
ongestoorde verblijfplaats aan ratten, kikvorschen en slangen.
Weinige minuten nadat ons de weg gewezen was, waren wij weder aan de Itaniaraty, op het punt waar zij eene reeks van kleine rapids vormt. Van hier af rijst het pad te gelijk met de bedding van het water en blijft het geruimen tijd op den oever; zoodat men, bij de weinig beduidende krommingen, wel een half uur voor zich uit den loop der rivier met het oog kan volgen. Eindelijk gaat de weg met een scherpen hoek het bosch in, en begint de stijging, die door den hoogst ongelijken, rotsachtigen grond moeilijk gemaakt wordt. Weder nadert hij de bedding der rivier; maar het water blijft nu achter huizenhooge, op en door elkander geworpen rotssteenen, geheel voor het oog verborgen. Nog een sterke stijging, te steil haast voor onze paarden, en een opening in het geboomte geeft ons een blik op den ondersten val. Gaat men een honderd schreden vooruit, tot aan de loodrechte zijde, die hier den oever vormt, dan is het gezicht overweldigend. Men heeft den val vlak voor zich, in de geheele breedte van zijn fraaien granietbodem. Terwijl de bovenste val het geheele bassin vult, waarmee wij ons op gelijke hoogte bevinden, wordt de onderste slechts door een scheur van wellicht twintig meter breedte gevormd, waardoor de geheele watermassa schuimende en stampende neerploft. Als in een afgrond, zoo diep beneden ons, verliest de rivier zich tusschen de rotsblokken, die eerst bij den voet van den val worden teruggedron-
80
gen. De wolk van schuim en regen, die ons omgeeft, dwingt ons de plek te verlaten en wij stijgen naar den bovensten val op. Wij vinden hier hetzelfde verschijnsel, dat slechts een gedeelte van den granietbodem, die het bed der rivier vormt, met water bedekt is, waardoor men zonder gevaar halverwege daarop gaan kan. De watermassa die de Itamaraty hier doet nederstorten, is zeker veel minder dan die van den val te Schaffhausen; maar in hoogte wint de eerste het. En dan welk een omgeving! Op de plaats, waar wij staan, komt de rivier juist met een kromming tusschen het dichte geboomte te voorschijn, om zich honderd meters diep neer te storten. Beneden en voor ons kronkelt zij in de diepte verder, terwijl recht boven ons zich de piek van Itamaraty verheft, en het dal der rivier, uren in de verte, omringd wordt door een krans van bergen, van den voet tot den top met bosschen begroeid; een indrukwekkend panorama, trotsch door de breede proportiën der lijnen en de groote afstanden die het oog kan overzien, liefelijk in de hoogste mate door de eeuwig jeugdige natuur.
Wij zouden van deze plek niet zoo spoedig hebben kunnen scheiden, indien niet de verdere tocht door het bosch een even groot genot beloofd had. Het Urwald, dat de Itamaraty in den aanvang doorloopt, is rijk aan wel is waar sombere maar prachtige tooneelen. Nog eens de rivier doorwaad, en na een straffen rit van een uur zijn wij te Caxambu. Van die^ buurtschap naar Petropolis is slechts een klein uur
81
rijdens. Een begroeide bergkam scheidt beiden af; wat men aan de eene zijde stijgt, daalt men aan de andere. Aan den eenen kant van Caxambu heeft men een heerlijken terugblik op de piek van Itamaraty en de wouden, die de bergen aldaar bedekken. Bij het gezicht dier dichte bosschen kost het moeite om zich voor te stellen, dat zij zulke idyllische oorden verbergen, als wij zooeven bezocht hadden. Aan de tegenovergestelde zijde doet zich een geheel ander gezicht op, en Petropolis ligt aan onze voeten. Het Keizerlijk paleis beheerscht weder alles in den omtrek; maar daaroverheen zien wij ook het nieuwe hospitaal, de duitsche kerk, het badhuis. Steil gaat nu de weg naar beneden, totdat wij in het dal der Zwitsers de bewoonde kom van het stadje weder bereiken.
li
6
IV.
m
BUITENLEVEN. â JACHT. â SLAVEN. â KOFFIECULTUUR.
Hier zij de Europeesche lezer al dadelijk op zijn hoede, dat er van een buitenleven in zijn zin geen sprake is. Een verblijf van eenige zomermaanden op het land, met een smaakvol aangelegd park en een vroolijken hertenkamp voor zich, met tal van logés, rijtoeren, vischpartijen â niets van dit alles 1 In Zuid-Amerika is het buitenleven bij uitsluiting een plantersleven, in het Spaansche deel op de estancia s, in het Portugeesche op de fazenda s. Winter en zomer duurt daar het verblijf van den landheer voort, en laat hij zelf het oog gaan over den veldarbeid, de eenige bron zijner rijkdommen. Daarvan is noodwendig een afgeslotenheid het gevolg, die zich in de leefwijze, de maatschappelijk begrippen der grondbezitters, en niet minder in den toestand van den landbouw zeiven openbaart. Bosschen verbranden, slaven koopen, koffie planten en plukken, is veelal de eenige bezigheid en eenige wijsheid van den Braziliaanschen planter. Maar, laten wij diens Fazenda ') van naderbij beschouwen.
') Plan'.age en buitenverblijf.
S3
Het woonhuis is in den regel een zeer groot gebouw, want wijdloopigheid is onafscheidelijk van de Brazili-aansche bouworde. En hier vooral heerscht zij, waar de grond den fazendeiro weinig of niets kost, en deze zijn paleis moet hebben te middenonderdanen. Gewoonlijk vormen twee lagere gebouwen van buitengewone lengte aan de vóór- of achterzijde vleugels, waarin zich de negerwoningen en de fabriekmatige inrichtingen bevinden. Op de goederen van een der grootste grondbezitters in de provincie Rio, den baron de Sao Clemente, die op de koloniale tentoonstelling te Amsterdam zich zoo eervol door zijne inzendingen van koffie onderscheidde, troffen wij niet minder dan tien zulke woonhuizen aan. Alle waren op voortreffelijke wijze gemeubeld en van dienstpersoneel voorzien. De bezittingen van dien gastvrijen Braziliaan en die zijns broeders, den baron de Novo-Friburgo, beslaan dan ook een gezamenlijke oppervlakte gelijk aan die onzer provincie Utrecht.
Weelde heerscht er in het leven op de fazcnda s in vele opzichten. Paarden, muildieren en slaven worden niet geteld. Elk logeergast heeft ze ter zijner beschikking. De in zijn dienst gestelde huisneger komt eiken avond de gebruikelijke voetwassching doen, gelijk hij eiken morgen vóór het aanbreken van den dag met het traditionele kopje koffie geduldig staat te wachten, totdat het u behaagt wakker te worden. Alle maaltijden bestaan uit de grootste verscheidenheid van gerechten, en getuigen, met de keurige en ruime eetzaal zelve, van den rijkdom der eigenaren. Een biljardzaal ontbreekt zelden.
84
Maar naast die weelde bestaat er, voor ons Europeërs, een groot gemis aan comfort. Houten vloeren, al zijn zij gecireerd, en kalkwanden mogen bevorderlijk zijn aan de frischheid der vertrekken, zij geven er ook ongezelligheid aan. Een bibliotheek zoekt men overal te vergeefs, evenals eene gezelschapszaal, of men moest dien laatsten naam willen geven aan het zeer groote vertrek, dat tot de slaapkamers toegang geeft, en waaraan deze haar eenige licht en lucht ontleenen. De Braziliaan geeft voor zijne slaapplaats de voorkeur aan een donkere alkove. waarvan er doorgaans drie uitkomen op eene gemeenschappelijke zaal. Overdag komt hier veelal het gezin bijeen, en worden er ook wel bezoeken afgewacht. Voorts heerscht op elke fazenda een volslagen gebrek aan die plaats, waarvan men in Brazilië niet eens zeggen kan dat de keizer er te voet gaat.
Voor huisbedienden worden de geschiktste negers en negerinnen uitgezocht Men vindt onder hen zorgvuldige oppassers en uitmuntende koks. Met de plantage-slaven wordt nooit gesproken dan door tusschen-komst der feitoren, of opzichters. Wanneer die slaven het woonhuis des eigenaars voorbijgaan â hetgeen altoos op een eerbiedigen afstand geschiedt, â ont-blooten zij het hoofd en prevelen zij een gebed voor het welzijn der bewoners, totdat zij het huis achter zich hebben. En hetzelfde ritueel wordt door hen gevolgd bij elke ontmoeting met hunne meerderen. Het maakt een eigenaardige vertooning die lieden in de koffietuinen aan den arbeid te zien, de beweging
85
lusschen het groen dier pikzwarte negers, wier vrouwen in roede wollen rokken gekleed en met veelkleurige doeken om het hoofd versierd zijn. In den namiddag, nadat de grootste hitte voorbij was, reden wij meermalen daarheen. Het was in den pluktijd. Dan ziet men groote lompe wagens, door zes a tien ossen met moeite tegen de bergen op trekken, om den voorraad koffieboonen in ontvang te nemen. Van alle kanten komen de slaven den pluk van dien dag op hunne hoofden aandragen. Door velen wordt de maat vol gebracht, door verscheidene echter niet; sommige hebben slechts een zeer dunne laag in hunne manden, dat zijn de luiaards uit den troep. Wanneer deze laatsten dagen achtereen zoo voortgaan, blijft de straf niet uit. Want geven al de goede marken, die de opzichter aan de dragers der volle manden uitdeelt, recht op niets, de kwade marken geven daarentegen, aan hem of haar die ze ontvangt, recht op een dracht slagen.
Men neme hieruit geen aanleiding om een al te diep medelijden met het lot der slaven op te vatten. Het ligt in het eigenbelang der grondbezitters, hen menschelijk te behandelen. Wel hebben wij er gezien, en dit op meer dan ééne plaats, die zware ijzeren ringen om den hals droegen, waaraan een dito staaf bevestigd was, die hen in al hunne bewegingen vooral bij den veldarbeid, jammerlijk moest belemmeren. Maar dit waren gedroste slaven, of ook wel de zoodanige, die meer dan één moord op hun geweten hadden. Deze worden op zulk eene zichtbare wijze
86
als het ware ten toon gesteld; men vindt hen meestal op verlaten hoeken alléén aan den arbeid. Over het geheel echter heeft de negerslaaf het in Brazilië goed, en is hij â wat meer zegt â tevreden. Zijne voeding op de plantage is rijkelijk; twee malen daags bekomt hij vleesch. Op elk landgoed van eenige beteekenis is een ziekenhuis, met eene apotheek, waarvan alle negers het vrije gebruik hebben; op vele is ook eene school, waar zij zoowel als hunne kinderen onderwijs kunnen bekomen. Alle kinderen sedert het jaar 1871 geboren, worden vrije menschen. Niemand heeft zorgen in die zwarte samenleving, die geene hoogere idealen kent.
Daar waar de slavemvoningen afgescheiden van het heerenhuis zijn, bestaan zij uit groote houten barakken, aan wier lange zijden rijen van kleine kamers zijn aangebracht. Door het midden loopt een breede gang, aan de uiteinden waarvan stookplaatsen gemetseld zijn. De kamertjes zijn juist groot genoeg om een ijzeren ledikant te bevatten, met een kist of kistje, waarin de gcheele bezitting der bewoners geborgen wordt. Moeders slapen daar met hare kinderen. Al die alcoves, ten getale van 100 en meer, ontvangen haar eenig licht en lucht uit den corridor, die op zijne beurt zeer gebrekkig wordt geventileerd door enkele openingen in het dak. De vrouwen leven afgescheiden van de mannen; op de meeste plaatsen mag na 9 ure 's avonds geen man een voet in het huis der negerinnen zetten. Dat deze afscheiding echter hare grenzen heeft, bewijst wel het
87
groote aantal jeugdige negerbollen, die men overal over den grond ziet krioelen.
Is de arbeid afgeloopen, dan worden op de stookplaatsen vuren aangelegd, en de negers zetten zich pratende en rookende daaromheen. Aan levendigheid en gesticulaties geen gebrek. Welk een verschrikkelijk geraas daar dan ook gemaakt worde, de landheer ziet en hoort dit gaarne, als een bewijs van de tevredenheid zijner onderdanen. Het toppunt der vroolijkheid is bereikt, wanneer de dag met muziek en dans besloten wordt. De dans vooral is een fcrforniancc, die geen Europeaan mag nalaten te gaan zien. Hij wordt begeleid door muziek, gemaakt op langvormige smalle tonnen, waarover ezelsvellen gespannen zijn, die door eenige negerhanden met kracht gebeukt worden, en ook somtijds door een gezang, dat bij tusschenpoozen afgebroken evenwel altoos denzélfden eentoonigen dreun behoudt. Een veertigtal negers en een gelijk getal negerinnen, die met het vallen van den avond ook de laatste zorg voor hun toilet hadden prijsgegeven, voerden hun nationalen dans uit. Zoodra mannen en vrouwen ieder aan ééne zijde geschaard waren, begon deze met het langzaam naar elkander toeschuiven der beide seksen. Bij alle gemis aan gratie, was hier slechts eene ver-renking der ledematen te zien, die het meest aan een gymnastieschool deed denken. Daarna verwijderden zij zich weer van elkander. Maar allengs werden de bewegingen losser: men had zijn krachten tot dusver slechts gespaard. Zij trachtten nu elkander
88
te krijgen, te vatten, en de behendigheid der negermeisjes bestaat in dit te ontwijken. Er kwam nu vuur in het spel. De sprongen werden hoe langer hoe gewaagder, en zouden het nog wel meer geweest zijn, indien wij niet door ons bijzijn onwillekeurig de rol van den sergent de ville vervuld hadden, die bij Bullier zijn waarschuwend «modéréz vos transports» hooren doet. Wij zagen toch al op het einde het levendige beeld van den Parijschen cancan voor ons. Als de Parijzenaars het eens wisten, dat zij hun modeldans ontleenden aan.....de Negers!
Van het onmisbare middel van productie, als hoedanig de Braziliaansche planter nog altijd de slaven beschouwt, komen wij op de productie zelve; de koffie natuurlijk. Want sedert de groote planters alle cultures hebben laten varen voor die van dit ééne artikel, is Brazilië het koffie-voortbrengende land bij uitnemendheid geworden. Men legt hier de koffietuinen, evenals op Java, aan op de plaats van versch afgebrande bosschen; de gesteldheid van den grond brengt mede, dat in de provinciën Rio en Minas die tuinen veelal tegen de bergen liggen. De planten behoeven hier echter niet, zooals in onze Oost-Indische Koloniën geschiedt, door de tusschenplanting van een ander gewas tegen de hitte der zonnestralen beschermd te worden. Op een afstand van 2 a 2'/» meter van elkaar uitgeplant, geven de koffieboompjes reeds in het vierde jaar een vrij goede opbrengst. De rijkste oogsten leveren zij
89
van 7 tot 20 jaren; gemiddeld wordt dan 1 % a 2 pond zuivere koffie per jaar van één boom geplukt, een soortgelijk resultaat als vroeger in Suriname verkregen werd. De invloed, dien de hoedanigheid van den grond op de koffie heeft, is echter zeer groot. Volgens de vergelijkende analyse van dr. Peckolt, te Cantagallo, het voornaamste koffiedistrikt der provincie Rio, bezit de koffie van kalkgrond op elke 100 grammen 0,954 grammen caffeine, die van steen-grond slechts 0.548. Na verloop van dertig jaren worden in den regel de koffiebergen aan hun lot overgelaten.
De behandeling en bewerking van het product is zeer verschillend, naar gelang van de kennis en zorg waarmede zij geschiedt, van den omvang der werkkrachten en niet minder van het bedrijfskapitaal. De eenvoudigste handelwijze, die nog op enkele plaatsen door kleinere grondbezitters gevolgd wordt, bestaat hierin, dat de boonen na geplukt te zijn, op de droogplaatsen uitgeschud worden, daarna in een stampmolen van de drooge hulzen ontdaan en in een zoogenaam-den stofmolen verder gezuiverd worden. Wij willen hier de behandeling beschrijven, zooals wij ze op de meeste groote fazenda's aantroffen, waarheen de werktuigen van Lidgerwood reeds lang hun weg hebben gevonden.
Een groot voorrecht voor de fabriekmatige inrichtingen in Brazilë is de waterkracht, die men bijna overal voor niet heeft. Zij drijft de koffiemachine, de suikerpers, den maïsmolen, de houtzagen. Slechts op
90
weinige plaatsen geschiedt dit een en ander door middel van stoom. Veelal vonden wij tegen het fabrieksgebouw aan een groot, vier voet hoog bassin gemetseld, Avaarheen het bergwater afgeleid is. In dit bassin wordt bij wagenvrachten al de geplukte koffie uitgestort. De slechte boonen, lichter dan het water zijnde, blijven bovendrijven en komen, door eene opening in de bovenlaag van het metselwerk, in een afzonderlijken vergaarbak. De goede boonen worden door een smalle buis in het fabrieksgebouw afgevoerd. Zij komen daar eerst in de onthulzingsmachine. Deze bestaat uit twee cylinders, wier wrijving de beide boonen waaruit de vrucht bestaat uit de buitenhuls stoot. Het op die wijze verdubbelde getal valt nogmaals in een waterreservoir, en de boonen worden eerst na daar gewasschen te zijn, op de droogplaatsen uitgelegd.
Een tweede fabrieksgebouw, een reusachtige bergplaats bevattende, ontvangt de gedroogde boonen. Uit deze bergplaats drijft een langwerpige cylinder haar bij kleine hoeveelheden in een zeer kunstig ingerichte tweede onthulzingsmachine; want elke boon heeft nu nog een schil of huid te verliezen. Is dit geschied, dan komen ze in den laatsten schiftings-cylinder, waaruit naar den verschillenden omvang der gaten, de boonen volgens haar grootte in verschillende bakken vallen. Nu eerst hebben de machines haar werk verricht, en blijft nog over de soorten der koffie uit te zoeken, hetgeen gewoonlijk door vrouwen geschiedt. Dat dit veel aandacht en ook eenige kennis van de koffieboon vordert, zal iedereen toegeven, wien bij een
91
koffiehandelaar wel eens de blikken bussen mei monsters getoond zijn, en die opgemerkt heeft hoe slecht zij dikwijls zijn gesorteerd. De Hollandsche huisvrouw, die dagelijks haar aantal kopjes koffie orbert, heeft geen denkbeeld van de omvangrijke bewerking, die het product van den koffieboon! ondergaan moet, eer dit den zoo kostbaren drank oplevert.
De wijze waarop de koffietuinen in Brazilië aangelegd worden, maakt daarvan echter een waren roofbouw. Wel is waar wordt op sommige plantages, waar de afvoer gemakkelijk en het beheer voorbeeldig is, van de prachtige bosschen, die daarvoor omgehouwen worden, eenige partij getrokken. Maar in den regel worden de boomen, zoover als men het plan heeft koffie te planten, na geveld te zijn, verbrand; hoogstens worden zij hier of daar voor den bouw van bruggen aangewend. Wij zagen de fraaiste mahonie-en cederstammen tot stutten voor invallende schuren en tot de leiding van wijngaarden gebruikt. Juist hier waar hij de heerlijkste resultaten zou opleveren, vindt men van een rationeelen houtkap geen spoor.
Die, boschvernieling is oorzaak, dat ook het wild hoe langer hoe meer de bewoonde streken verlaat-om zijn toevlucht in het diepe binnenland te zoeken. De kleine jacht alleen belooft soms nog een rijken buit. Buideldieren en pacca's worden bijna overal aangetroffen, en leveren een zeer smakelijk gerecht op. Snippen, eenden, toekans en de Braziliaansche fazanten [jamboes) evenzeer. Jachthonden vindt men echter in Brazilië nergens; men moet zich vergenoegen
93
met op de jacht gedresseerde negerjongens. En werkelijk weten dezen het wild met de grootste behendigheid op te jagen, en staan zij voor geen slooten of modderpoelen om het geschotene te halen. In den omtrek van Cantagallo zagen wij zeer vele capivari's. Dit is een soort van wild zwijn, ter hoogte van een gewoon varken, dat echter zoo weinig wild is, dat, hoewel wij er soms troepen van tegenkwamen, zij ons gewoonlijk uit den weg gingen. Het loont de moeite niet ze te schieten, daar zij niet eetbaar zijn, en hun vel slechts een middelmatige soort van zoolleder oplevert. Op eene der door ons bezochte fazenda's was een binnenmeer bevolkt met krokodillen, waaronder sommige van een aanzienlijke lengte. Op het heetst van den dag kwamen deze dieren zich blakeren in de zon, langs de oevers van het meer. Zij waren dan zeer licht te schieten geweest, hetgeen wij evenwel nalieten ter wille van onzen gastheer. Hij achtte de tegenwoordigheid van krokodillen op zijn landgoed een «great attraction» voor de vreemdelingen.
Hoewel Brazilië dikwijls het land der apen genoemd wordt, ziet men die beesten slechts zelden, zoowel om de reeds vermelde reden, als omdat zij de woningen der menschen schuwen. Des nachts wordt menigmaal een maïsveld door een troep apen vernield; maar een dwaas die ze den volgenden morgen zoeken zou! Een apenjacht in het Urwald is dan ook steeds min of meer eene gebeurtenis. Daar zij ons beloofd was, werden reeds dagen te voren aanstalten er voor gemaakt, en uitnoodigingen rondgezonden. Zoo sloegen wij in
93
gezelschap van een tiental ruiters, op een vroegen morgen den weg naar het woud in, gevolgd door het noodige aantal negers, met bijlen en stokken gewapend, en muildieren met den proviand. Aan zulk een tocht zijn altijd eenige gevaren verbonden, niet zoozeer van wege de dieren die men jagen wil, als wel van hen, die men niet zoekt: de slang in de eerste plaats, daarna de jaguar. Er was dan ook aan vuurwapenen geen gebrek; maar wij haasten ons hierbij te voegen, dat wij alleen kennis maakten met het gebrul van den Braziliaanschen tijger, al was dit ook op vrij korten afstand. Waarschijnlijk werd het dier door het geraas en gekraak, dat ons voortdringen in het bosch teweeg bracht, bij tijds verjaagd. Want in het Urwald moet een pad telkens opnieuw gebaand worden; en ofschoon wij in een richting geleid werden die weinige maanden tevoren nog begaan was, viel er aan geen voortgang te denken zonder het gebruik van mes en bijl. Wij hadden ons en file achter elkander gesteld, deels uit voorzichtigheid deels uit noodzaak, elk met een neger naast ons, en wachtten nu geduldig af dat alle hinderpalen zouden zijn weggeruimd.
Men moet te midden van een oorspronkelijk Bra-ziliaansch woud geweest zijn, om zich een denkbeeld te maken van den verheven en tevens vernietigenden indruk, dien het teweeg brengt. Alles is grootsch, reusachtig; het spot met onze eerste begrippen van natuur- en plantkunde. Hier groeien boomtakken van boven naar beneden, om zich intewortelen en nieuwe lanten te vormen; daar komen heerlijk bloeiende
94
gewassen voort op doode stammen, of tieren slingerplanten zonder wortelen. Terwijl licht en lucht beide schijnen te ontbreken, zoo dicht gesloten is het groene gewelf boven u, prijkt daar een ontelbare verscheidenheid van planten in den weligsten groei aan uwe voeten. Als eene tweede verdieping wordt door de bamboes, de boomvarens, de palmen gevormd, terwijl daarboven kaneel- en cederboomen hunne dichte kruinen verheffen. Alles is frisch en geurend, maar wordt door zulk eene verwarde massa lianen en afhangende gewassen verbonden, dat het één ondoordringbaar geheel oplevert en de duisternis op sommige plaatsen volkomen is
Telkens moest er opnieuw halt worden gehouden, om althans de zwaarste takken, die onzen weg versperden, te verwijderen. Nu eens ging het over kolossale boomstammen, dan weder door de hellende bedding eener beek, die sedert er geen water zich in bevond dermate begroeid was, dat hare verraderlijke diepten onzen paarden menigen val kostten. Het was of wij thans al de bewoners van het stille woud hadden opgejaagd, zulk een oorverdoovend geraas werd er boven onze hoofden aangeheven. De tirrador deed zijne zware stem hooren, gelijk aan het slaan op een aambeeld; de tanjariden verhieven hunne krijschende stemmen ; papegaaien, kleine apen, tatoe's brachten de takken in beweging; terwijl een verdacht geschuifel van bladen menigmaal de geduchte nabijheid van slangen verried. Op eens stonden wij voor den Rio-Grande, een tak van de Parahijba,
95
die door het woud stroomt. De rivier was hier zoo diep, dat het water den paarden tot aan de zadels reikte. Onze karavaan bood, haar doorwadende, een schilderachtigen aanblik op. De negers hielden de geweren hoog boven hunne hoofden, maar konden toch niet nalaten met lt;le andere hand evoluties met hunne stokken en bijlen te maken, als om hun meesterschap in de gymnastiek te toonen. Aan gene zijde van den Rio Grande gekomen, ging het berg op, berg af, altoos over een helschen weg maar door het prachtigste woud, totdat wij eindelijk eene kleine opene vlakte bereikten, waar de gidsen lieten halt houden. Hier was toch een der geliefkoosde verblijfplaatsen der Sh/ifar-apen, het doel van onzen tocht. Wij hadden het eigenaardig gehuil dezer dieren reeds op eenigen afstand gehoord, en zouden ze nu ook weldra te zien krijgen.
De Stentor-aap is de grootste der Braziliaansche apensoorten; hij bereikt vier a vier en een halven voet. Men vindt hem op enkele afgelegen punten der provincie Rio, zooals waar wij ons thans bevonden, en in veel grooteren getale aan de Amazone. Daar zij waren opgejaagd door het gedruisch dat ons vooraf was gegaan, ontdekten wij er verscheidene tegelijk in het voor ons liggende kreupelhout. Eene verschijning, die door een algemeen salvo uit onze geweren begroet werd. Wij mochten er echter geen van machtig worden, hetzij wij te haastig aangelegd hadden, hetzij onze negerjongens na het vuren niet al te nauwkeurig zochten, wat bij de bekende woede der
96
stentors, wanneer zij getroffen zijn, niet onverklaarbaar was. Later zagen wij er nog een op een alleenstaanden boom zitten, blijkbaar de rol van schildwacht vervullende voor den troep, die zich daarachter zal bevonden hebben. Er was echter geen denken aan. dat punt te naderen. Naar den afstand te oordeelen, waarop het zich van ons bevond, was het een kolossaal dier.
Daar wij verder geen brulapen meer ontmoetten, moest de jacht als mislukt beschouwd worden en vergenoegden wij ons met, als souvenir aan hunne nabijheid, de hier groeiende harde vrucht te plukken en mee te nemen, met wier scherp getande schil zij gewoon zijn hunne baarden uit te kammen. Het overschot dier baarden was onze trophee! Slechts deze voldoening smaakten wij nog, dat er tengevolge van onzen tocht een paar slangen minder op de wereld waren. Op het geroep der negers zagen wij, op een punt van den weg waar wij reeds voorbij gereden waren, twee Cobra's liggen. Dadelijk waren alle stokken opgericht, en door een paar welgerichte slagen op den rug waren zij spoedig gedood. Zij waren ongeveer drie vingers dik en een paar meters lang.
Nu ging het naar den val van den Rio Grande, waarvan wij niet ver meer verwijderd waren.
Trouwens reeds op grooten afstand hadden wij dien gehoord, en de richting daarheen was van zelve aangewezen. Er was slechts één pad om op te stijgen, dat ternauwernood ruimte liet voor één enkel mensch of dier : van keeren hier geen mogelijkheid. Links hadden wij den steilopgaanden berg, rechts de dui-
97
zelingvvekkende diepte, waarin de rivier wordt voortgestuwd. Als in een stofwolk van water naderden wij den bovensten val. Hier wijkt de berg aan de zijde, waar wij ons bevonden, terug, en laat een vlakte over die wellicht vroeger door het water bedekt is geweest, terwijl aan den overkant een hooge bergtop, de hoogste uit den omtrek, zich a pic verheft. Langs deze granietrots stort de Rio Grande zich ruim 200 voet naar beneden en vormt zij groote en sierlijke bogen. Het breken der zonnestralen in het water maakte hierdoor het heerlijkste effect. Bloeiende orchideeën sierden en verlevendigden de over de rivier hangende boomstammen en takken.
De plek, waar wij ons te midden van het Urwald bevonden, was romantisch boven beschrijving. Rondom door bergen en bosschen ingesloten, achtten wij het voorzichtig vuren te doen aanleggen, om ons tegen onwelkome gasten te beveiligen. Zoo werd ons terrein afgebakend, en smaakten wij hier op Gods aardbodem gezeten de genietingen van een maaltijd, dien wij na zulk een vermoeienden tocht wel verdiend hadden. Terwijl daar aan de eene zijde het water met schuim bedekt en razende naar beneden stortte, knetterden aan de andere de houtvuren, bij wier hellen gloed onze paarden en muildieren door de slaven werden op en neergeleid. De geheele omgeving van dit prachtig oord was wel geschikt om een onvergetelijken indruk na te laten van de Braziliaansche natuur.
V.
DE GOUDMIJNEN VAN MORRO VELHO (Prov. Minas).
Ons oordeel over de logementen van Brazilië Iaat ééne uitzondering toe, en eene zeer gunstige. Daar, waar de lange weg een aanvang neemt die naar de goudmijnen van Morro Velho, ditmaal het doel van onzen tocht, voert, is door eene particuliere maatschappij het Hotel de I'Union gesticht, dat in de meeste opzichten aan de eischen van het Europeesche comfort beantwoordt. Het stadje Juiz de Fora, dat op het bezit van dit éénige logement roemen mag, was tijdens onzen tocht nog het eindpunt van den spoorweg, die de provinciën Rio de Janeiro en Minas verbindt; maar wij gaven de voorkeur aan den omweg over Petro-polis, daar deze ons kennis deed maken met eene der prachtigste chaussées, die in eene tropische natuur zijn aangelegd. Van de Parahyba af, die de grens tusschen de genoemde provinciën vormt, en over welke wild-stroomende rivier hier een trotsche brug gebouwd is, levert deze straatweg eene schier ongeëvenaarde
99
afwisseling van gezichtspunten op. Nu eens voert hij door de dichtste bosschen, dan weder vergunt hij een blik op uitgestrekte koffie-bergen en velden. Het dal der Parahybuna, dat hij geruimen tijd volgt, vonden wij als omzoomd door reusachtige agave's, waarvan vele met volkomen ontwikkelde bloemstengels, en de bosschen van bamboes, die hier ongemeene afmetingen verkrijgen, vormden de liefelijkste groene bogen boven ons hoofd. De mail-coach voerde ons pijlsnel over dezen met veel zorg onderhouden weg; alle uren werden onze zes muildieren verniewd, zoodat wij in een kleinen dag reizens ruim 150 kilometers aflegden. Eer de avond viel was het rendez-vous bereikt, dat als uitgangspunt voor een kameraadschappelijken tocht naar de bekende goudmijnen in Minas was gekozen.
Maar welk een verschil, toen wij 's anderen morgens vroeg ons comfortable logement verlatende, ons op weg begaven! In plaats van den heerlijken straatweg, wiens natuurschoonheden onze herinnering nog vervulden, slechte paden, door onophoudelijke plasregens doorweekt en onkenbaar geworden, een landschap dat in eentoonigheid zijn weêrga zoekt, zonder boomen, zonder menschen of dieren; en in plaats van de gemakkelijke rustbank boven op de diligence, het onmogelijke zadel van een muildier, dat gedurende zeven lange dagen ons eenige middel van vervoer ; zal uitmaken. Wij halen de spons over die geheele week, die tot de vervelendste van ons verblijf in Brazilië behoord heeft, te meer, daar er geen andere
100
weg bestond om terug te keeren noch om de reis te vervolgen, zoodat wij kort daarna gedwongen waren hetzelfde getal dagen andermaal op dezelfde wijze door te brengen. ')
Sao Joh.o del Rei, de gemeente waartoe de goudmijnen der Engelsche maatschappij behooren, is zulk een weinig beteekenend, ónoogelijk nest, dat het niet de minste vertroosting voor de ellende der reis opleverde. Gelukkig was het met de inrichtingen dier maatschappij geheel anders gesteld; en terwijl wij mijlen ver van alle beschaving meenden te zijn, was het een weelde hier een dier cottages aan te treffen, waar de echt Engelsche comfort op de gelukkigste wijze gepaard ging met Braziliaansche gastvrijheid. Eere en dank zij daarvoor aan den Heer Gordon, den Superintendent General, en diens achtenswaardig gezin gebracht! Het was zijne schuld niet, dat het onophoudelijke geraas der machines zijner fabriek ons weinig verademing en nog minder nachtrust gunde.
Zoowel de mijnen zelve als de uitgestrekte fabrieksgebouwen zijn in de onmiddellijke nabijheid der hoofdwoning gelegen. Wij lieten ons allereerst in de mijnwerken afdalen in een dier vele tonnen, waar-meê de erts uit de diepte opgehaald wordt, en die doorgaans ledig terug keeren. Die tocht «in
') De spoorweg, die thans van Juiz de Fora in een kleinen dag reizens naar Sao Joito del Rei en de mijnen van Morro Velho als eindpunt voert, kwam eerst jaren na dezen tocht tot stand.
101
's aardrijks ingewanden,» ter diepte van wel 400 meters, had niets aantrekkelijks. Door lagen van leisteen, die de wanden der enge put vormen, geraakten wij eindelijk in eene uitgestrekte ruimte, waar men althans overeind staan kan. Wie zich echter eenigszins hoog gespannen denkbeelden van een goudmijn gevormd heeft, wordt hier door den aanblik van alles om hem heen spoedig ontgoocheld. Die donkere, druipende muren doen, evenzeer als de zwarte werklieden, die daar met bijlen den steen uithouwen, veeleer aan een kolenmijn denken, dan aan een vergaarplaats van het edelste metaal. In niets onderscheidt zich de goudhoudende erts van andere, zoodat wij onzen gids maar op zijn woord geloofden, waar hij ons op de rijkste lagen daarvan opmerkzaam maakte. Nu eens werden wij door gangen geleid, waar wij letterlijk kruipen moesten, dan weder waren wij verplicht ons tegen den natten muur te drukken, om plaats te maken voor de met erts beladen wagens, die naar de monding gereden werden, In weerwil van de luide viva's, waarmede onze ververschijning in elke afdeeling begroet werd, waren wij dan ook blijde een nieuwen uitgang te vinden. Eerst na twaalfhonderd treden van een bijna loodrechten trap te zijn opgeklommen, mochten wij het daglicht weêr aanschouwen.
De ertsklompen, in de mijngangen uitgehouwen, zijn natuurlijk zeer ongelijk van vorm. De eerste bewerking, die zij nu in de reusachtige loods, waar zij gestort worden, ondergaan, bestaat in het stuk
102
hakken er van op eene zooveel mogelijk gelijke grootte, waarna zij achtereenvolgens in trechters worden geworpen. Langs een vernuftig toegepast hellend vlak, laten die trechters telkens slechts één blok doorvallen in den stampmolen. Wij zagen een honderdtal van die molens in werking, zoodat een zelfde getal erstblokken te gelijkertijd vermalen werd. Het was een geraas en geknars, om er het gehoor bij te verliezen.
Het aanzienlijkste fabrieksgebouw is over een stroo-mend water opgericht, dat hier eene gemetselde onderlaag heeft gekregen : ruwe ossenhuiden zijn aaneensluitend daarover uitgespreid. Door eene zeef van koperdraad wordt nu de fijngemalen gouderts in de ingedijkte beken uitgestrooid. De geleidingen zijn vijftien meters lang, zoodat verreweg het grootste deel van het goud tijd heeft zich vast te zetten. Het goudstof namelijk, als het zwaarst zijnde, valt het eerst neêr, en hecht zich met eenige zand- en arsenicum-deelen aan het haar der koehuiden, terwijl het overige ertspoeder door den stroom wordt voortgesleept.
De voornaamste bewerking moet het edele metaal echter nog ondergaan. De gouddelvers in Afrika, de Chineezen in Californië volgen daarbij eene zeer primitieve handelwijs. Zij werpen het nog uiterst vermengde goudstof in een houten bak, gieten daarover water, en roeren dit met de hand zoodanig dat de slechte deelen wegspoelen. Dat hierdoor veel goud verloren gaat, ligt voor de hand. Men volgt in de groote mijnwerken, en zoo ook te Morro Velho, eene veel betere methode. De slijklaag uit den bodem
103
der waterleidingen wordt in tonnen uitgestort, en met kwik vermengd. Zooals bekend is, hechten zich alleen de gouddeelen aan die laatste stof, en vormen zij daarmede vereenigd de zwaarste zelfstandigheid. Deze, nu door een gestadige wenteling van 24 uren verkregen, wordt gewasschen, en met de hand tot ballen gekneed. Om daarna de afscheiding der kwik te verkrijgen, legt men die ballen op schalen in een heeten oven. De kwik wordt vluchtig en laat het goud los, zoodat dit in een afzonderlijken bak kan worden opgevangen. Het goud is nu eerst van alle aanhangselen bevrijd, en wordt dan veelal tot staven gegoten, ter gemiddelde waarde van 500 £., zegge 6000 gl.
De slijklaag, die het tot poeder gestampte goud bevat, wordt intusschen niet ééns, maar drie malen achtereen opgevangen en door dezelfde zeef gewasschen, alvorens die laatste bewerking te ondergaan. Dan eerst heeft men de zekerheid, dat er het edele metaal zooveel mogelijk uit getrokken is. De resultaten. welke op die wijze verkregen worden, zijn dan ook verrassend ; zoodat het geen zeldzaamheid is, dat de mijnen van Morro Velho twee en drie tonnen gouds zuiver per maand opbrengen. Geen wonder ook, dat de aandeelen der »St. John del Rey-Mining Companyquot; ter Beurze van Londen tot eene waarde van 250 pCt. stegen.
Ruim 1200 arbeiders zijn in deze mijnen en fabrieksgebouwen werkzaam, waarvan de kleinste helft slechts uit vreemden, blanken zoowel als kleurlingen, bestaat. Wij waren tegenwoordig bij eene inspectie, die de
104
superintendent over de grootste helft hunner, namelijk de slaven der Compagnie, hield: de zonderlingste revue welke wij ooit bijgewoond hebben. Al die zwarten, mannen, vrouwen en kinderen, droegen de voorgeschreven uniform. De vrouwen in witte rokken, met kakelbonte doeken over de schouders en een rooden doek om het hoofd, terwijl hare aanvoersters aan strikken van rood lint op den rok kenbaar waren. De mannen in witte pantalons, blauwe kielen en een rood mutsje op het hoofd: de voorsten onder hen droegen hun onderscheidingsteeken op de mouwen. Zooals zij daar geschaard stonden rondom den hoo-gen vlaggestok, waaraan de Britsche kleuren schitterden, vormden zij een tafereel van de treffendste tegenstrijdigheid. De plooien der Britsche vlag haar beschermende schaduw uitspreidende over al die sla-venhoofden, was dat het beeld der hooggeroemde Britsche philanthropic ?
Die arbeid van slaven aan eene Britsche onderneming heeft natuurlijk, zoodra het feit door een onbescheidenheid ten laatste aan het licht gebracht werd, de aandacht van het Parlement te Londen getrokken. Dit was voor de oppositie een welkom thema, om der toenmalige regeering een verwijt te maken van de schennis dier beginselen van menschlievend-heid, welke de Britsche staatkunde zoo gaarne in 't openbaar belijdt. Zijn wij wel ingelicht, dan gaat echter de maatschappij van Morro-Velho niettemin ongestoord voort, met slavenkrachten te benuttigen ter vruchtbaarmaking van het Britsche kapitaal.
105
Van dit punt der provincie Minas naar de veel belovende stroomen van Diamantina en de door Indianen bewoonde landstreek, is niet ver; maar wij bekennen gaarne, dat het vooruitzicht van even onmogelijke wegen als die, welke wij reeds afgelegd hadden, ons allen lust tot het zoeken naar de Braziliaansche diamanten benam. En evenmin was hetgeen wij omtrent den staat van beschaving der Botocudos-Indianen vernamen, geschikt om ons op te wekken hun in hunne bosschen een bezoek te gaan brengen. Was liet een straf voor die luiheid en nalatigheid, dat het ongeluk ons op de terugreis vervolgde? Dat een paar onzer muildieren ons begaven, waardoor wij slechts te kiezen hadden tusschen het achterlaten van een deel der bagage, of wel het te voet doen afleggen van den langen weg door onze camara-da s? Dat nu de jaguar, wiens gehuil wij te voren slechts gehoord hadden, ons vervolgde, en de arme dieren, die liggen bleven, tot zijn prooi koos? Dat wij, eindelijk, den weg verloren hebbende, in een half Indiaansch, half Portugeesch gehucht aanlandden, waar tot overmaat van smart een soort van kermisfeest de geheele omwonende bevolking vereenigd had! Congonhas de Campo, ter nauwer-nood door een paar duizend zielen bewoond, telde er op dat oogenblik wel vijftien duizend. Van daar de volstrekte onmogelijkheid ergens een onderkomen te vinden. Voor éénige troost vormde er een palmengroep «unser Nacht-quartiergt;. Maar, al blonken maan en sterren nog zoo schoon, een nacht op die wijze door-
106
gebracht, met een enkele ossenhuid voor legerstede, in gezelschap van negers en negerinnen en van dieren met vier en met duizend pooten, behoort niet juist tot de genietingen des levens. Nooit hebben wij haastiger afscheid genomen dan, bij het krieken van den dag, van dit onherbergzame oord.
De Parahyba was nu spoedig bereikt. Met hare prachtig begroeide oevers, heerlijk tegen de hoogten gelegene landhuizen en op menig punt tot in het water reikende bosschen, vormt zij eene schilderachtige rivier. Zij is van hier af, en lager, onbevaarbaar voor elk ander vervoermiddel dan voor houtvlotten. Eilanden, rotssteenen, rapids zonder tal, maken haar zelfs gevaarlijk; en aan stroomverbete-ring heeft waarschijnlijk niemand nog gedacht. Daarentegen splitst zich de groote spoorweg Dom Pedro hier in twee armen, de rivier op- en afwaarts; en een prachtige baan, het dal der Parahyba volgende, verbindt de beide provinciën Rio en Sao Paulo, en voert in eene rechte lijn naar de hoofdstad van dit laatste gewest.
Wij kiezen echter voor een uitstap naar de door de Santos-koffie beroemd gewordene landstreek een andere route, en wel die over zee, welke ons in vijftien uren van Rio naar de haven van Sao Paulo overbrengt.
VI.
DE PROVINCIE SAO PAULO. SANTOS, CAMPINAS.
De stoombooten in de vaart van Rio naar Santos blijven voortdurend in de nabijheid der kust. Die vaart levert in den aanvang fraaie gezichtspunten op. De kleine eilandjes, welke even buiten de baai in volle zee liggen, zijn tegen het midden van den dag veelal omringd en verlevendigd door tal van visschersbooten, die, met hunne groote witte zeilen op, de vangst van den ochtend huiswaarts brengen. De bergen der kust hebben schilderachtige vormen; het stadje Mangaratiba ligt liefelijk tegen hen aangeleund, in eene diep inspringende bocht. Maar verder is er niet veel meer te zien, om de eenvoudige reden dat de booten, die de geregelde gemeenschap tusschen de twee groote zeeplaatsen onderhouden, in het middaguur Rio verlatende, al heel spoedig door de duisternis overvallen worden. Want de dagen zijn onder de Keerkringen kort. En zoo ontwaakten wij eerst bij de laatste beweging der schroef, wier krachtige wentelingen
108
ons in vijftien uren tijds aan den ingang der tweede handelshaven van het rijk hadden gebracht. Het eerste wat wij hier te genieten kregen was de sterk gekaneelde Arrowroot, die op de ontbijttafel der «Paulista» voorgediend werd, en gevolgd door het onvermijdelijke kopje koffie, als het geschiktste middel ter ontnuchtering scheen beschouwd te worden.
Santos ligt achter een eiland, aan eene diepe insnijding der kust. Ter hoogte van de baai is het strand breed, door tuinen van palmen en bromeliaceeën afgeperkt, waartusschen sierlijke landhuizen verscholen liggen. De stad zelve keert den rug naar het zeestrand, waardoor de haven tegen de hevigste winden beveiligd is. Maar, afgezien van de reusachtige magazijnen voor den opslag der koffie bestemd, die aan de kaden en zelfs tot in de haven op paalwerk gebouwd zijn, maakt Santos een weinig grootschen of aangenamen indruk. De straten zijn nauw, de huizen laag, en het geheele aanzien is somber. Eene groote open ruimte in het midden der stad is tot openbaar plein aangelegd, maar men heeft het zonderlinge denkbeeld gehad daarop geen enkelen boom te planten. Van den geest van verlichting, die hier heerscht, kan het volgende staaltje getuigen. Tegen het station van den Sao Paulo-spoorweg aan leunt een vervallen kloostergebouw, beklemd tusschen goederenpakhuizen aan den eenen, en den ezelstal eener tramwegmaatschappij aan den anderen kant. Op onze vraag, waarom die ruïne niet opgeruimd werd, kregen wij ten antwoord, dat dit geenszins de schuld was van het stedelijk bestuur,
109
en ,ook niet van de geestelijke broederschap aan wie het gebouw behoorde, maar eeniglijk van den Heiligen Antonius. Toen, namelijk, tot de overdracht van het oude klooster aan de spoorwegmaatschappij besloten was en er reeds met de opruiming een begin gemaakt werd, kon men het beeld van dien heilige onmogelijk van zijne plaats krijgen. Nadat alle pogingen vruchteloos gebleken waren, heeft men gezwicht ^oor den aldus geopenbaarden wil van Santos' beschermheilige, en is het gedeelte van het klooster, waar het beeld staat, in zijn oorspronkelijke gedaante behouden. Het overige werd daarop voor ezelstal ingericht.
De Siio Paulo-spoorweg is een waar kunstwerk. Met eene gemiddelde helling van tien ten honderd bestijgt hij het gebergte van Cubatiio, langs eene van die draadlijnen, die sedert bij bergspoorwegen algemeen in gebruik zijn gekomen. Hij is in vier sectiën verdeeld, voor ieder van welke een stoomwerktuig, op een in de rotsen uitgehouwen plateau opgesteld, de beweegkracht aanbrengt; de laatste sectie eindigt in het station der hoofdstad Sao Paulo. Niet meer dan drie wagons, waaronder een breakwagen met een krachtig remtoestel, mogen tegelijk opgetrokken worden. De vergunning, om den tocht op dien geheel openen breakwagen te maken, schonk ons het vrije en ruime genot der heerlijke natuur. Want het zijn de oorsponkelijke wouden, waardoor deze spoorweg u heenvoert, en die daarvan een der prachtigste bergovergangen maken, welke de bekende wereld aanbiedt. Het toppunt van natuurschoon levert
no
het uitzicht van een viaduct, die in het hellend vlak, met eene sierlijke kromming, over een driehonderd voet diep ravijn leidt. Langs dit duizelingwekkende kunstwerk, dat den naam van zijn Engelschen bouwmeester vereeuwigd heeft, dwalen uw verbaasde blikken van de fraaie stammen daar vóór u naar het weelderige gewelf, dat zich achter u gesloten heeft. Overal om u, naar boven zoowel als naar beneden, het Urzvald, welks donker loof door de bloeiende boomen als met een feestgewaad overtogen is, welks ondoordringbare dichtheid slechts één doorgang toelaat, den weg, dien het menschelijk vernuft, met overwinning van bijna onoverkomelijke moeilijkheden, zich ter voldoening aan de levensbehoefte van een geheel gewest, daar heeft weten te banen. Wel is de tegenstelling groot met de dorre hoogvlakte, door welke gij ten laatste de hoofdplaats dier provincie bereikt.
De temperatuur is op de hoogvlakten van Sao Paulo en die der zuidelijker gelegen provinciën frisch : het was er in Augustus, het midden van den wintertijd, kond. Niet zelden gebeurt het in dit seisoen, dat de nachten vorst medebrengen en de koffietuinen daarvan te lijden hebben. Daarentegen gedijen hier reeds vele Europeesche voortbrengselen. Op korten afstand van de hoofdstad houdt zich eene kolonie van een vijftigtal Zwitsersche gezinnen uitsluitend bezig met het kweeken onzer groenten, die daar gereeden aftrek vinden, en aan de kolonisten een middel van bestaan opleveren. Men ziet bij hen goede bloemkool, doperwten, wortelen, die alle in de provincie Rio te vergeefs ge-
Ill
zocht worden ; terwijl hier, als ware 't bij contrast, ook met het beste gevolg de Maranta gekweekt wordt, die â zooals bekend is â de West-Indische arrowroot voortbrengt.
Het verschil van temperatuur openbaart zich ook in de kleeding der inwoners. Nergens in geheel Brazilië zagen wij zooveel wollen stoffen dragen. De kleeding-stukken, in de winkels van Sao Paulo en Campinas uitgestald, doen veeleer aan Noord Europa denken, dan aan het land der manga's en bananen. Zijn de vrouwen, die men ontmoet, niet geheel in wollen stoffen gehuld, dan dragen zij althans een wollen doek; en hier is reeds het gebruik ingevoerd, hetwelk algemeener wordt naar mate men meer zuidelijk komt, dat de dames op hare wandelingen zwarte doeken over het hoofd en de schouders dragen, en daarmede de sierlijke mantilla vormen.
De hoofdstad Sao Paulo bezit niet veel andere merkwaardigheden dan eene Hoogeschool voor rechtsgeleerdheid, die reeds beroemd geworden personen heeft opgeleverd, en een bisschoppelijk Seminarie. Dit laatste staat onder de leiding van Fransche leeraren, onder welke wij fijn beschaafde, veelzijdig ontwikkelde mannen aantroffen. Het vreemde element wordt hier overigens het sterkst vertegenwoordigd door de Duitschers, die dan ook hun eigen burgerschool en een klein kerkgebouw bezitten. De Duitsche Rijks-regeering zorgt met onvermoeiden ijver, behalve voor de stoffelijke, ook voor de geestelijke belangen harer landgenooten in vreemde werelddeelen. Zoodra zich
112
een eenigszins talrijke vereeniging van Duitschers gevormd heeft, wordt aan deze, op haar verlangen, een predikant uit Berlijn toegezonden; en zoo is hier, evenals in Petropolis en op menig ander punt van het Braziliaansche Rijk, een aaneengesloten Evangelische gemeente ontstaan, die zich in het genot eener volkomen vrijheid van eeredienst mag verheugen.
Het bisschoppelijke buitengoed, waar wij genoodigd waren, ligt verscheidene uren van de stad af, te midden eener onherbergzame landstreek. Het vormt als het ware eene oase in de woestijn, waar door de aanhoudende vlijt der Kapucyner-paters woeste gronden bebouwd en moerassen droog gelegd worden; terwijl er alreeds een parkaanleg ontstaan is, die zoowel voor hun goeden smaak als voor hun botanische kennis getuigt. Vooral de Eucalyptus scheen hier te tieren: wij zagen nergens elders zulke prachtexemplaren van dien Australischen boom. Wij maakten het uitstapje naar dit landgoed in gezelschap van den Deenschen graaf van Holstein, die zich in het belang zijner botanische onderzoekingen een hut op den naast bij zijnden bergtop had laten inrichten. Hij toog daar binnen kort heen met zijne blikken bussen en conserven, terwijl hij als een echte Nimrod zich zijn dierlijk voedsel door de jacht dacht te verschaffen. Onze beste wenschen vergezelden hem.
Het reizen is in deze streek, zooals trouwens in verreweg het grootste gedeelte der provincie, bij volslagen gemis aan gebaande wegen, uiterst vermoeiend. Wij maakten hier kennis met een vervoermiddel, voor
113
vier personen geschikt, zoo ligt van bouw als bij de gesteldheid der wegen mogelijk is, en dat geheel uiteen kan worden genomen. Dit laatste, om te voorzien in het niet zelden voorkomende geval dat een stroom moet worden overgestoken, als wanneer de reizigers zich op de trekdieren zetten, min een, op welks rug men de stukken van het rijtuig bevestigt, om zoo over het water te worden gevoerd. In deze trolly s nemen buigzame, maar van onbreekbaar hout gemaakte latten, de plaats der vêeren in. Deze zijn tegen alle schokken bestand. Men kan, ook al ware men met de levendigste verbeelding begaafd, die opeenvolging van modderpoelen, van diepe putten en verdachte hellingen geen wegen noemen. Het is waar, de inlandsche drijvers of, wil men, koetsiers zijn niet ligt vervaard. Zij leggen bij eiken hinderpaal maar de zweep over hun zesspan: de muildieren nemen geweldige sprongen, en slepen den wagen door dik en dun. Men meent verloren te zijn; maar neen, daar staan wagen, dieren en menschen reeds behouden aan de overzijde van het onheilspellend gevaar! Men heeft zich slechts met alle kracht aan de planken moeten vastklampen, om niet door den geweldigen schok te worden weggeslingerd. Wel vijftig malen hebben wij op die wijze plaatsen overgestoken, die ontoegankelijk schenen, maar waarover onze koetsier in dolle vaart henenreed, en wisten wij op 't eind niet wat meer bewondering verdiende, de koelbloedigheid en handigheid dezer voerlieden, of de stevige bouw hunner trolly''s.
8
114
Voelt gij u niet afgeschrikt, dan brengt een soortgelijk vervoermiddel u naar den Salto van Itur den beroemden waterval van westelijk Sao Paulo. Hoogerop hebben zich de beide armen der rivier de Tieté met een derden stroom verecnigd en een uitgebreid meer gevormd. Die watermassa, veel aanzienlijker dan die van den Rijn te Schaffhausen, wordt door sterk vooruitspringende rotsen als tegengehouden, en heeft zich hier een doorgang van nauwelijks honderd voet breedte gebaand. Met donderend geweld stort de hoofdstroom naar de diepte, voor het oog niets dan schuim en stof vormend, terwijl het water, de gespleten rotsen doorbrekende, nog op tal van plaatsen kleinere nevenvallen vormt. Een aanhoudende tochtwind heerscht hier. Evenals bij Schaffhausen, biedt' een alleenstaande rots het fraaiste algezicht over dezen trotschen val aan; men kan vandaar den loop der rivier nog ver volgen, tot waar zij zich te midden der bosschen aan het verrukte oog onttrekt. Een kleine nevenarm der Tieté is afgeleid voor het drijven eener katoenspinnerij, ter hoogte van den hoofdvak
Itu, waarnaar de waterval der Tieté genoemd wordt, is een binnenstadje van weinig omvang en nog minder ontwikkeling. De ligging dier plaats, rondom door bosschen omgeven, was verleidelijk genoeg om er ons heen te lokken, maar het innerlijk beantwoordde daaraan in geen enkel opzicht. De huizen, die wij binnentraden, waren vuil en van eene zeer primitieve bouworde. In de hoofdstraten groeide het gras over nimmer
115
opgeruimde vuilnishoopen, als men de benaming van straat geven mag aan de zandwegen, die liet stadje doorsnijden. Gevoegd bij het gemis aan verlichting, werd hierdoor het uitgaan te Itu bij den avond tot een waagstuk gemaakt. Eene opmerkelijke eigenaardigheid, die men hier evenals in sommige andere middenpunten van schaars bevolkte, onvruchtbare districten van Brazilië ontmoet, zijn de bedelaars te paard. De omliggende landstreek levert aan de bewoners der hier en daar verspreide gehuchten niet genoeg op om een sober bestaan vol te houden, en zoo maken deze, bij de groote afstanden, van het eenige vervoermiddel dat hun ten dienste staat gebruik, om in de naastbijzijnde stad het onmisbare voor hun levensonderhoud op te zamelen. Of eene ontmoeting met zulke bedelaars te paard voor den niets kwaads vermoedenden reiziger op eenzame wegen wel veilig zou zijn, wagen wij te betwijfelen. En de menigvuldige houten kruizen, die men in afgelegen streken ziet opgericht, als herinnering aan zoovele op die plaatsen gepleegde moorden, schijnen onze vrees alleszins te wettigen.
Vóórdat wij van den nieuw gebouwden spoorweg gebruik maakten om onze reis door de provincie te vervolgen, hielden wij nog een dag rust op de fazenda van den heer Tybiriga de Ipateninga. Naar het schijnt zijn er meer families van dienzelfden naam in het land, die om het zeerst bogen op hunne Indiaansche afkomst; maar men verzekerde ons zeer stellig, dat deze de eenige zuivere afstammeling van dat geslacht
116
is, 't welk in dat geval met hem dreigt verloren te gaan. Onze gastheer mocht eene gunstige uitzondering op vele andere groote planters heeten, daar hij eene uitgezochte boekerij van Engelsche en Fransche werken over het vak van den landbouw bezat, waartoe zeker zijne associatie met een Engelschman mede aanleiding had gegeven. De cultuur van het suikerriet had hij geheel laten varen: hij kweekte nu op zijne hooge gronden niets dan maïs, klaver en Europeesche groenten. Het ware voor het land te wenschen, dat zijn voorbeeld in ruimeren kring navolging vond, want niets houdt wellicht den algemeenen vooruitgang zoozeer tegen, als de schrikbarende duurte der eerste levensbehoeften.
Zijne fazenda leverde wel het sprekendste bewijs van de geringe eischen, die de Braziliaansche comfort stelt. Evenals op de aanzienlijkste landhuizen, vonden wij ook hier de slaapkamers als alcoves op eene gemeenschappelijke zaal uitkomende, zonder licht of lucht; verder kalkmuren en houten beschotten, naast een volslagen gemis aan tapijten of matten. Ook plafonds en zelfs vensters ontbraken hier. Het geheele gebouw was in één stuk tot het dak opgetrokken, zoodat de benedenverdieping, trouwens de eenige, de hoogte'had van een klein kerkgebouw. Van onze easy chairs, mochten wij de spinnewebben en verdere natuurlijke versierselen der dakbalken bewonderen, en daar men zich de weelde van vensterruiten ontzegd had, kon de buitenlucht alleen getemperd worden door het sluiten der blinden. Het was de type van
117
ongezelligheid; maar de heer Tybiriga de Ipateninga, de afstammeling in rechte lijn van een aanzienlijk Indiaansch geslacht, beweerde nog nooit de behoefte aan meerder gemakken te hebben ondervonden. En dit in de onmiddelijke nabijheid van een spoorwegstation, van den locomotief der beschaving!
In de provincie Sao Paulo heeft men den oorsprong te zoeken van het zoogenaamde Parcerie-stelsel, waardoor tusschen de Braziliaansche arbeidgevers en de vreemde arbeiders, of landverhuizers, eeneverhoudingisontstaan, die voor veel ontwikkeling vatbaar schijnt. Dit stelsel is voor het vraagstuk der landverhuizing van het grootste belang, gegrond als het is op eene verdeeling van den arbeid en der vruchten van den arbeid, met behulp waarvan de immigrant niet slechts de vereischten voor den landbouw onder een vreemd klimaat leert kennen, maar ook dadelijk in staat gesteld wordt voordeel te trekken van zijn zwoegen en ploegen. Als overgang tot het voor hem zoozeer gewenschte grondbezit, komt ons dit stelsel het meest geleidelijke voor.
De planter, die vreemde arbeiders in zijn dienst neemt, begint met de kosten van hun overtocht, zoowel als van hun eerste inrichting op zijne goederen te betalen. Tot dit laatste einde wordt hun eene kleine woning met een stuk gronds afgestaan, waarvoor een matige huurprijs in rekening wordt gebracht. Het eerste wordt ais voorschot beschouwd. Verder worden hun zooveel koffieboomen te onderhouden
118
en te plukken gegeven, als zij bewerken kunnen. Wanneer de immigrant, eindelijk, ook medegewerkt heeft aan de reiniging der boonen, verkrijgt hij recht op de helft der netto-opbrengst daarvan. ') Werkzame en oplettende lieden kunnen, onder zulke voorwaarden, bijna zeker zijn van een goede uitkomst, te meer daar zij met de vruchten hunner perceelen grond en het vele gevogelte, dat Brazilië oplevert, al spoedig in hun onderhoud voorzien kunnen. Wij hebben menigen vlijtigen kolonist ontmoet, die zich met de penningen, in de vijf eerste jaren van zijn contract verdiend, land kon koopen, waarop hij zich ging vestigen; terwijl anderen ons besparingen toonden, die verscheidene duizenden guldens beliepen. Waren die lieden in het Schwarzwald of elders onder een vaderlijk Duitsch bestuur gebleven, dan zouden zij het waarschijnlijk nooit zoover hebben gebracht.
Het parcerie-stelsel heeft ontegenzeggelijk zijne schaduwzijden, en zeer donkere, waarover wij hier bezwaarlijk kunnen uitweiden. Naarmate echter in Brazilië het besef meer algemeen wordt, dat het gemis der uitstervende slavenkrachten dringend voorziening vordert, zal ook de behandeling van den vreemden landverhuizer van de zijde der planters aan humaniteit winnen, en daarmede het groote struikelblok voor eene volkomen eerlijke uitvoering der contracten
') Zoo luidt het contract van den Heer Joaquim do Amaral, eigenaar der plantage «Sete Quedas,quot; met diens Uuitsche kolonisten o. a: 'rNach geschehenen Verkauf des Caffee, gehort dem Eigen-thümer die eine Halfte des Rein-Ertrags, und die andere Halfte den Colonisten».....
119
van dien aard vervallen. Eene merkbare verbetering in dien geest is op vele plaatsen reeds waar te nemen.
Daar het meerendeel der kolonisten zich in het genot van groote gezinnen verheugt, is het onderwijs een punt van overwegend belang. Op eene fazenda waar wij toevalligerwijze stilhielden, werd juist een Duitsche onderwijzer aangenomen, ten behoeve der kinderen van kort te voren aangekomen landverhuizersfamilies. Op menige andere 2:,laats vonden wij voor het elementaire onderwijs metterdaad naar be-hooren zorg gedragen. Maar te ontkennen is het niet, dat bij de afgelegenheid der meeste plantages, in dit opzicht veel, zoo niet alles, afhangt van de gezindheid der groote grondbezitters. Een sterk sprekend voorbeeld van willekeur leverde, onder meerdere, de bekende Senator Vergueiro, door wien het parcerie-stelsel in deze provincie ingevoerd, maar daarmede ook het eerst weder gebroken werd. Behalve enkele kolonistengezinnen, bestonden zijne werklieden uit inlanders en negers. Was het nu het gevolg van een langdurig verblijf van dien Braziliaan in Noord-Duitschland, of â zooals anderen, met meer grond wellicht, beweren â van zijne geschillen met de Roomsche geestelijkheid, zooveel is zeker, dat hij het duizendtal werklieden in zijn dienst, grootendeels Negers en Portugeezen, deed onderwijzen in de leer van Luther!
Zijne fazenda, het in de geschiedenis der Brazili-aansche kolonisatie zoo bekende Ibicaba, verder Sao Lorenzo, Sao jeronimo, Sete Quedas, zijn de
120
voornaamste uit een tal van koffieplantages in het sedert een tiental jaren voor den handel ontsloten gedeelte dezer provincie. Van de zeehaven van Sao Paulo af, beloopt de spoorweg, die in een rechte lijn naar het binnenland voert, thans ruim 480,000 kilometers. Is al de hoogvlakte tot Jundiahy weinig ontgonnen, het daarachter liggende land is het des te meer; in die vruchtbare streek heeft de koffieteelt die der suiker geheel verdrongen. En het is hier, dat het uitstekende product wordt voortgebracht, dat onder den naam van Santos-koffie op de markten van Europa en Noord Amerika eene wel verdiende vermaardheid heeft verworven.
Op enkele plaatsen wordt ook eene zeer goede tabaksoort gekweekt; dit is met name het geval in de omstreken van Santa Barbara. Maar van meer be-teekenis zijn de katoen-plantages in deze provincie, die eene zeer eigenaardige geschiedenis hebben. Het is met de teelt van het katoen aldaar geheel anders geloopen. dan het zich tijdens den secessieoorlog iquot; de Noordelijke Vereenigde Staten liet aanzien. Van de omstandigheden van dien oorlog had Brazilië behendig partij getrokken om een plaats te veroveren onder de katoenvoortbrengende landen, waartoe de immigratie van uitgewekenen uit de Noordelijke Unie krachtig bijdroeg. Zoolang die oorlog geduurd heeft, nam de teelt in Sao Paulo dan ook eene groote vlucht. Die vlucht is nu sedert de laatste twintig jaren wel gebroken; maar het aankweeken der grondstof heeft de industrie doen geboren worden. Een veertigtal fabrieken
121
verrezen op verschillende punten van het land; fabrieken die de grootst mogelijke natuurlijke voordeelen bezaten, daar zij op den bodem zelf gebouwd werden, die de grondstof oplevert, en uit de talrijke rivieren en stroomen eene beweegkracht voor niet trokken, die elders een deel van het bedrijfskapitaal verslindt. Op die wijze wordt er thans juist zooveel katoen aangekweekt en vervaardigd, als voor het binnen-landsch verbruik gevraagd wordt. Dit zijn de grovere stoffen voor de negers en den minderen man. De sterke mededinging van het vreemde fabrikaat is oorzaak, dat deze fabrieken zich niet op de vervaardiging der fijnere stoffen hebben toegelegd; zoodat ^ de steden aan de kusten zich geregeld voorzien van
Engelsche en Duitsche katoentjes. Een poging met den invoer van het Twentsche fabrikaat beproefd, is mislukt.
Het middenpunt van dit rijk produceerende binnenland der provincie Sao Paulo vormt het merkwaardige Campinas, tijdens het bezoek van Tschudi nog een gehucht, thans eene stad van wezenlijke beteekenis met ruim 30.000 inwoners. De goederentreinen, die hier dagelijks af- en aanrijden, overtreffen ver in aantal die der passagiers. En niet slechts de waren die per spoor aangebracht worden, ook de voortbrengselen der terzijde af gelegen comarca s worden hier opgeslagen of verder vervoerd. Men is daardoor nergens beter en meer in de gelegenheid die eigenaardige groepen te leeren kennen, welke onder den naam van iropa s bestemd zijn voor het goederenvervoer in de verre binnenlanden. Dertig, veertig en zelfs
100
meer beladene en bepakte muildieren slechts voorafgegaan door een enkel onbeladen, dat met schellen om den hals voor wegwijzer dient, ziet men los door elkander loopende, de rol onzer vrachtkarren vervullen. Een paar tropeiro s, dus genaamd omdat zij die karavaan begeleiden en, des noodig, beschermen moeten, van top tot teen gewapend, verhoogen, in hun rooverskostuum, het schilderachtige effect van zulk een geheel. Een neger, die ons den weg wees, verwonderde zich grootelijks dat wij stil hielden om zulke optochten te zien voorbij gaan. Op onze verzekering dat wij die trapa's nergens elders ontmoet hadden, haalde hij medelijdend de schouders op: blijkbaar stond de man op een hooger standpunt dan wij.
Campinas is voor het cultuurland van Sao Paulo wat Cantagallo is voor het aanzienlijkste district der provincie Rio de Janeiro, maar is tevens de verblijfplaats van een aantal groote grondbezitters, wier plantages dieper landwaards in gelegen zijn. De nette en aanzienlijke woningen, die daardoor verrezen zijn, geven haar een deftig, grootsteedsch aanzien, waartoe de lange, lijnrechte straten het hare bijdragen. Koffiehuizen, staande kermisvertooningen vindt men er in de meeste wijken. Wellicht wordt voor openbare vermakelijkheden in geene Braziliaansche stad meer gedaan, dan in Campinas. Een illuminatie daar gegeven ter viering van den geboortedag des keizers, was zoo sierlijk en algemeen, als men ze in 't hart van dit land niet zoeken zou. De voorstellingen op de straten, de kegelbanen, met het Duitsche bier en de Hollandsche pijpen.
123
alles herinnerde aan eene Europeesche feestviering.
Een vrij groot plein, dat nog ruimer zou lijken indien niet twee der voornaamste gebouwen, de nieuwe hoofdkerk en de comedie, in 't midden daarvan gelegen waren, vormt het centrum der stad. Even daarbuiten is thans een hospitaal voltooid, dat op de grootste schaal aangelegd en voortreffelijk ingericht is. Het Duitsche element drijft te Campinas boven; de nijverheid, door verscheidene werktuigen- en hoeden-fabrieken vertegenwoordigd, is geheel in Duitsche handen. Er bestaan dan ook twee scholen, voornamelijk voor Duitsche kinderen, waar een 300 tal jongens en meisjes een tamelijk voldoend lager onderwijs genieten. Meer invloed op de vorming der Braziliaansche jongelingschap heeft een Lycaeum verkregen, dat vóór ongeveer twintig jaren door Noord-Amerikaansche zendelingen gesticht is, en steeds op voorbeeldige wijze geleid wordt. De meeste leerlingen zijn zonen van planters in deze provincie, die tot hun zeventiende jaar hier de lessen volgen, ook als voorbereiding tot het hooger onderwijs. De talen die geleerd worden zijn, behalve Grieksch en Latijn, het Engelsch, Duitsch en Fransch. In 1885 beliep het aantal leerlingen op dit Lycaeum een paar honderd.
Dat Campinas in waarheid het middenpunt van een der voornaamste koffie-districten van Brazilië is, bleek ook daaruit, dat wij daar zelden het heldere zonlicht mochten aanschouwen. Het verbranden der bosschen is â zooals men weet â de gewone voorbereiding tot den aanleg van elke koffie-planting.
134
Dit feit nu herhaalt zich zoo dikwijls en in alle richtingen, dat, althans gedurende de wintermaanden, de hemel boven de stad veelal vaal en beneveld is, ten gevolge der aanhoudende en uitgestrekte boschbranden.
Overigens heeft eene zonsverduistering in deze streken ook wel op andere wijze, en, hoewel van korten duur, met nadeeüger gevolgen plaats. Wie zich, als wij, twee malen op den weg eener sprink-hanenverhuizing bevonden heeft, kan begrijpen dat de tochten dezer dieren tot de plagen van Egypte gerekend werden. De snelheid, waarmede zij zich vertoonen, is onbegrijpelijk. Wanneer niet toevallig de aandacht gevestigd is geweest op de zijde vanwaar zij komen, of eene vrij plotselinge verflauwing van het daglicht niet de opmerkzaamheid getrokken heeft, wordt hunne verschijning slechts eenige seconden te voren door een aantal voorloopers aangekondigd. Men is dan spoedig genoeg overtuigd dat men zich te midden eener wereld van sprinkhanen bevindt. Van boven benemen zij u het gezicht van den hemel, rondom u dat van den grond, waarop gij staat. Overal zijt ge bedekt met die nog geen palm lange grijze insekten, die zonder ophouden door andere vervangen worden. Nu eens is de wolk, die zij vormen dunner, dan weer dichter, naar mate een zwerm zich afscheidt om elders neer te strijken, of er een nieuwe aanvoer komt. Maar geruimen tijd blijft gij in het midden van dien nevel, die zelfs niet optrekt naar mate hij zich uitbreidt: dat is slechts een bewijs van het millioenental insekten, die zich
voor en achter en boven u bewegen. Ook nadat men eindelijk van de plaag bevrijd is, blijft het licht der zon nog lang bedekt door hun omvliegende menigte.
Wee den grondeigenaar, op wiens bebouwd land de sprinkhanen bij hunne verhuizingen neerkomen. Zij vliegen zoo ongelijkmatig, dat verschillende zwermen soms eenzelfde veld voor het doel hunner rooftochten kiezen, of wel éen zwerm zich in 't oneindige verdeelt. In de meeste gevallen is echter de oogst bedorven. In minder tijd dan wij behoeven om mee te deelen ywat onze oogen gezien hebben, heeft elk diertje uit de gonzende massa het zijne van de te veld staande gewassen genoten, en wanneer zij voor-bijgestreken zijn is daar weinig of niets meer te vinden. Op haar tocht door eene smalle strook der provincie Rio en een breeder deel der provincie Sao Paulo had de sprinkhanenverhuizing, waarvan wij spreken, in weinige dagen alle oogsten vernield, en een schade veroorzaakt, die voor beide provinciën een ramp verdiende genoemd te worden.
Naast de sprinkhanen, zijn de grootste vijanden van den Braziliaanschen landbouwer de mieren. Zij verdienden zelfs, als altijd en alom tegenwoordig, in de eerste plaats genoemd te worden. Geen plantage, geen tuin, die er niet door bezocht wordt, en niets dat tegen hen bestand is! Ziehier hoe zij te werk gaan, bij het volkomen ontbladeren der grootste boo-men. Een afdeeling mieren beklimt de takken en verspreidt zich daarin: met een verwonderlijk instinct
126
worden dan de bladeren op eene gelijke grootte door hen als afgezaagd. Die bladeren worden, zoodra zij op den grond vallen, door het hoofdkorps opgenomen, en naar de holen gesleept. Is een mierenverblijf eenigszins ver verwijderd, dan ontmoet men dikwijls langs de wegen en door de bosschen, die als een golvend lint zich voortbewegende menigte, die door niets dan alleen door het water kan worden tegengehouden.
Deze insecten maken een plaag voor den landbouw uit, en zijn ook in weerwil van de vijandschap der miereneters (famnndua s) nergens zoo talrijk als in Brazilië. De wet van Darwin, volgens welke het kleine natuurnoodwendig door het grootere moet wor den ingeslokt, komt in dit geval althans niet in vervulling. Ook vinden de mieren in hunne woningen een uitmuntende bescherming. Allerwege, door bet geheele land, vindt ge die mierenhuizen in de gedaante van rechte of scheve kegels, dikwijls ter hoogte van 12 en 20 voeten. Op enkele plaatsen zagen wij ze rondom boomstammen opgebouwd. Die nesten, waarin myriaden van insecten huizen, zijn met een dikke laag leem overdekt, die in de zon gehard is. De graad dier hardheid bleek ons daaruit, dat wij te vergeefs trachtten ze met het schot van onzen revolver te doorboren: de kogel bleef in de buitenste laag zitten.
De planter, die hun een verwoeden oorlog aandoet, is dan ook op allerlei verdelgingsmiddelen bedacht, waarvan wij tijdens ons verblijf verscheidene proefnemingen bijwoonden. Op de meeste /agenda's zijn
137
bepaalde personen aangewezen, die zich met niets anders dan de bestrijding en uitroeiing der mieren bezighouden. Het meest gewone middel daartoe bestaat in het teweeg brengen van een dichten rook in de nesten, waardoor de bewoners zouden moeten stikken. Het is echter herhaaldelijk gebleken, dat hun dan andere uitwegen openstaan, waardoor het doel gedeeltelijk of ook wel geheel verijdeld wordt. De Keizerlijke Regeering heeft zich reeds voor lang de zaak, die een nationaal belang mag genoemd worden, aangetrokken ; maar tot dusver te vergeefs. Laatstelijk is door haar eene som van 50 Conto's, d. i. meer dan 50.000 gl. uitgeloofd aan dengene, die een onfeilbaar middel tot uitroeiing der mieren zou weten te vinden. Zoover wij weten, is men echter nog steeds zoekende.
Vil.
DE KOLONISATIE IN DE PROVINCIÃN STA CATHARINA en RIO GRANDE DO SUL.
De jongste geschiedenis der zuidelijke provinciën van Brazilië is eigenlijk die der Duitsche kolonisatie in die gewesten. Vormt al het Duitsche element niet meer dan een zesde van het bevolkingscijfer, de waarde van het grondbezit, thans in zijne handen, heeft daar reeds een derde der geheele waarde bereikt; en ware het niet dat de groote slachterijen (Saladeros) nog een echt Braziliaansch bedrijf uitmaakten, zou men kunnen zeggen, dat nijverheid en landbouw er uitsluitend door vreemden beoefend worden. De Duitsche landbouwkoloniën in de voormalige oorspronkelijke wouden der zuidelijkste provinciën voorzien thans reeds een groot deel van het rijk met de door haar geteelde levensmiddelen. Zij zijn dan ook, waar de rivieren geen gemakkelijken afvoerweg aanboden, mee-rendeels door spoorwegen met de havens verbonden.
Het kleine Joinville, dat evenals Blumenau, van zijn uitvoerhaven in weinig tijd over water te bereiken
129
is, levert den aangenaamsten aanblik op. Als in die vele kleinere Duitsche badplaatsen, die nog geen weeldebad geworden zijn, liggen hier de vriendelijke lage woningen, door tuinen omringd, te midden van het boschrijke bergland, waartusschen enkele villa's verscholen liggen, en ademt alles welvaart en »Ge-müthlichkeit.quot; Welvaart echter zonder rijkdom. Want al is de bodem hier in het Zuiden vruchtbaar, hij is toch slechts akkergrond van den tweeden rang,-en daardoor ontbreekt het dezen provinciën aan zoodanige groote handelsproducten, die voor de vorming van aanzienlijke kapitalen onmisbaar zijn. Daarentegen brengt hij alles voort wat de landbouwer slechts verlangen kan : granen, maïs, boonen en verdere groenten op het hooge land; koffie, suiker, rijst, bananen langs de kusten. En dit het geheele jaar door; want, terwijl de Europeesche vruchten en gewassen in het winterseizoen gedeien, doen dit de Braziliaansche in den zomertijd. De wijze, waarop de grond ontgonnen wordt, is hier echter, evenals in het overige Brazilië, een ware roofbouw. Werpt de onbemeste akker geene ruime voordeden meer af, dan wordt hij verlaten, en ter verkrijging van verschen bodem wordt dan telkens een nieuw gedeelte van het woud omgehouwen en verbrand.
De uitmuntende wegen vergemakkelijken het onderlinge verkeer der kolonisten, en des zondags vooral is Joinville het middenpunt voor velen tot uit de verst afgelegen nederzettingen van Dona Francisca. Dan komt de echt Duitsche geest van gezellige vroolijk-
8
130
heid tot zijn recht. Onmiddellijk na den kerkgang wordt er met bierdrinken een begin gemaakt, dat natuurlijk den ganschen dag onafgebroken aanhoudt. 'sMiddags vormt het schijfschieten en 'savonds de dans in openbare tuinen voor den een, wat rijpartijen en liefhebberijtooneelen voor den ander opleveren. De beste verstandhouding wordt tusschen de verschillende categorieën van burgers aangekweekt; maar ookheerscht nergens die insolente rijkdom, die zoo drukkend op anderen werkt, evenmin als er hier eenig spoor van armoede gevonden wordt.
Blumenau bezit in de Itajahy een nog beteren afvoerweg dan Joinville. Haar hoofdplaats, aan de oevers dier prachtige rivier gelegen, telt thans ongeveer 15,000 zielen, waaronder niet minder dan 13,000 Duitschers, die sedert eenige jaren er hun afzonderlijk dagblad op nahouden. Ook verschillende vereenigingen, waaronder eene tot het houden van voordrachten en tentoonstellingen van landbouwkundigen aard, getuigen van den goeden geest, die daar heerscht. De kolonisten van Blumenau hebben zich van den aanvang af meer bijzonder op landbouw en veeteelt toegelegd. Zij zijn verder dan die der zuster-kolonie met hunne ontginningen voortgedrongen, en hebben ook de dalen der hooge bergstreek bevolkt. Het suikerriet en de maïs worden door hen in niet mindere mate gekweekt, dan aardappelen en zuivelproducten. De maïs strekt voornamelijk voor de voedering van het hoornvee, dat er hier zeer goed uitziet, hoewel het winter en zomer buiten blijft,
131
Voor de bereiding van het mandioca-meel, dat het hoofdvoedsel der menschen uitmaakt, bezit Blumenau eenige molens, terwijl men er ook een paar sigaren-makerijen aantreft. Dat in dit middenpunt van Duitsche menschen en zeden negen bierbrouwerijen een goed bestaan kunnen vinden, zal zeker niemand verwonderen.
Zijn nu deze koloniën van elkander en van de â¢overige in hetzelfde gewest door min of meer groote afstanden gescheiden, het land rondom Porto Alegre vertoont daarentegen één onafgebroken reeks van Duitsche nederzettingen, die daar een grondgebied ter grootte van het geheele koninkrijk Saksen beslaan. Porto Alegre is de hoofdstad der provincie Rio Grande do Sul, en Duitschers geven daar den toon aan in beschaving en handel. Maar in de boschrijke hoogvlakten ten noorden en noordwesten dier plaats hoort men niet anders dan de Duitsche taal; want daar is een 100,000 tal Teuto-Brazilianen gevestigd, die met Brazilië niets dan het onderdanenverband gemeen hebben. Het mag een feit eenig in de geschiedenis der kolonisatie genoemd worden, dat zich uit geringen oorsprong en de armste elementen hier, te midden eener vreemde en juist niet vriendschappelijk gezinde bevolking, een Duitsche stam gevormd heeft, die zijn taal en zeden in eere houdende, thans zijne takken krachtig in alle richtingen uitspreidt.
Porto Alegre, de uitvoerhaven dezer vreemde nederzettingen, is met haar door een spoorweg van 43 kilometers verbonden. Deze voert tot aan de grens
133
der bosch-kolonien. Wat daarachter ligt is hoogland, doorsneden door tamelijk begaanbare wegen. Uitgestrekte bouwlanden, zooals in Europa, vindt men hier niet; de akkers liggen verspreid tusschen de bosschen. Maar de plantengroei is zoo rijk en weelderig mogelijk, hetgeen niet alleen voor het katoen, de suiker, de mandioca geldt, maar evenzeer voor alle voortbrengselen van den Europeeschen landbouw. Het gebruik van de ploeg is hier, in tegenstelling met de Braziliaansche werkwijze, algemeen. Daar men niet gewoon is daglooners te huren, moet het geheele gezin der kolonisten medewerken aan de bearbeiding van den grond. Hun lot is niet in allen deele benijdenswaardig, de arbeid onder den Braziiiaanschen hemel is, zelfs in de zuidelijkste streken van het rijk, nog zwaar; en wij zouden geenszins durven zeggen dat het deel der Duitsche vrouwen niet al te hard is. De grootste lof, dien een kolonist voor zijne wederhelft over heeft, luidt: »Zij werkt voor drie negersquot;! Maar overal in deze breede rij van koloniën heerscht dan ook eene gelijke welvaart. Armoede is er onbekend, en waar deze zich onverhoopt vertoonen mocht, kan men zeker zijn dat daarin door eendrachtige hulp zou voorzien worden. De voorbeelden zijn schaarsch, dat hier Duitsche landverhuizers niet slagen; terwijl van hunne landgenooten in de Noordelijke Unie gemiddeld 50 % ten ondergaan.
In.aanleg en bouworde hebben de hoofdwoonplaatsen der kolonisten in deze provincie veel overeenkomst met Blumenau. Nabij de centra der bevolking heeft
133
zich ook de nijverheid nêergezet. Daar vindt men, behalve do onvermijdelijke bierbrouwerijen, koren- en houtzaagmolens, pannenbakkerijen, en is zelfs een enkele slijperij van agaatsteen verrezen. Overigens zijn, naar de geheele afwezigheid van winkels te oordeelen, de behoeften dier bevolking niet veelvuldig. Een enkele handelaar verkoopt nagenoeg alles wat in het dage-lijksche leven gevorderd wordt, en des zondags komen de bewoners der meer verwijderde buurtschappen bij hem hunne inkoopen doen.
Het onderlinge verkeer geschiedt geregeld per paard of muildier. Deze vervoermiddelen moeten ook voorzien in de eigenaardige bezwaren, welke de wegen opleveren, en die toenemen naarmate men dieper in het binnenland doordringt. De vrachtgoederen van daar en daarheen worden steeds verzonden door middel dier trapa's van muildieren, waarmede wij in de provincie Sao Paulo kennis hebben gemaakt. De kolonie Germania, in het hart van Rio Grande do Sul, vormt het eigenlijke eindpunt van alle geregeld verkeer. Wat daarachter ligt, de geheele landstreek tot aan de rivieren de Uruguay en Parana, die hier de westelijke grens van het keizerrijk vormen, is in hoofdzaak nog terra incognita
En dit is metterdaad ook het geval met de uitgestrekte prairieën van Matto Grosso, van Para, van Amazonas en meer andere streken. De vruchtbaarheid waarvan die gewesten, die in oppervlakte het grootste deel van Brazilië beslaan, de heerlijke sporen dragen, is nog slechts in zeer geringe mate aan het
134
algemeen ten goede gekomen. Het gezagdoorhet centrale bestuur daar uitgeoefend, heeft niet veel meer dan eene schijnbeteekenis; en het is niet te voorzien dat hierin in langen tijd verandering zal komen. Gebrek aan bevolking en gebrek aan kapitaal staan aan elke ontwikkeling der binnenlanden in den weg. Wat op kleine schaal, en onder tamelijk gunstige omstandigheden, door nijvere landverhuizers verricht kan worden, is ten aanzien van landen ter oppervlakte van half Europa, onder de tropische zon, eenvoudig een onmogelijkheid. Het oorspronkelijke ras, dat eens Brazilië's sertao's bevolkte, is geheel of grootendeels uitgestorven. En het lot dier provinciën, men kan zeggen van nagenoeg het geheele achterland van Brazilië, ligt daardoor zoozeer in het duister, dat geen voorspelling daaromtrent op eenigszins redelijken grondslag zou kunnen gemaakt worden. Dat echter de ontwikkeling en beschaving van dat ontzaglijk groote gebied van Rio de Janeiro zou uitgaan, meenen wij te moeten betwijfelen.
AANHANGSEL.
Koffie-voortbrenging en uitvoer van Brazilië.
Reeds bij meer dan ééne gelegenheid is dit belangrijke onderwerp door mij besproken. Tijdens de Interna-tionale-Koloniale Tentoonstelling te Amsterdam gaf dit aanleiding tot een strijd met den Commissaris van Brazilië bij die tentoonstelling '), een strijd, dien ik allerminst zou willen hervatten nu de heer Lemos van het tooneel afgetreden is. Maar wel schijnt het hier de plaats te wijzen op de volkomen bevestiging, welke mijn oordeel van toenmaals gevonden heeft in de uitkomsten der zending van den heer van Deldex-LaÃRNE, zoodat thans met meerder zekerheid de vraag beoordeeld kan worden, of de cijfers van voortbrenging en uitvoer van het land der groote koffieproductie werkelijk hun hoogste punt bereikt hebben.
De uitvoer der koffie bedraagt meer dan 9/io van
') Algemeen Handelsblad, 13â15 Nov. 1883.
136
den geheelen uitvoer van Brazilië. Ziehier het beloop daarvan gedurende de laatste tien jaren:
iniSjS/g................... 4.800,000 balen.
1879/80...........â ....... 4.100,000 ,,
1880/r......................................5.500,000 ,,
1881/2....................................5.500,000
1882/3,....................................6.200,000 ,,
1883/4......................................5.200,000 ,,
1884/5......................................6.100,000 ,,
1885/6......................................5,500,000 ,,
1886/7......................................6.000,000 ,,
1887/8......................................3,200,000 ,, ')
Neemt men in aanmerking, dat over het voorgaande tienjarige tijdvak de jaarlijksche uitvoer gemiddeld 3.400,000 en over het tienjarige tijdperk daarvoor slechts 2.700,000 balen beliep, dan is het zeker dat gedurende de jaren 1877â1886 de grootste koffie-productie in Brazilië heeft plaats gehad, maar rijst tevens de vraag, of deze voor nog grooter uitbreiding vatbaar is, dan wel van het thans bereikte standpunt onvermijdelijk dalen moet.
Die vraag wordt geheel beheerscht door de slaven-quaestie. Zoolang er eenvoudig eene samentrekking der voornaamste slavenkrachten in Brazilie's koffie-teelende provinciën plaats had, kon, bij de gesteldheid
') Deze ronde cijfers zijn het uitvloeisel eener vergelijking van den Algemeenen Staat der heeren L. Jacohson Zn., c. s., met de staten der heeren Bradshaw, Dürre en Kalte, de uitmuntende rapporten van het Duitsche Consulaat te Rio en de gegevens door den heer van Delden verzameld.
3 37
der cultures en de richting waarin deze zich bewogen, eene aanzienlijke toeneming der koffieproductie niet uitblijven. Vooral gedurende de jaren 1870â1876, werden slaven uit de overige provinciën aangekocht voor Sao Paulo, Rio de Janeiro, Minas Geraes, Bahia, en bij de teelt en den pluk der koffie aldaar aan 't werk gesteld. Telde het bekende gewest der Santos-koffie in het eerste dier jaren nauwelijks 80,000 slaven, in 1876 bezat het dientengevolge reeds 170,000. De provincie Rio bracht haar getal van 200 op 300 duizend, en de cijfers der slavenbevolking van de beide laatstgenoemde provinciën stegen in die jaren, van 200 en 100 duizend, resp. tot 290,000 en 160,000.
Die schoone dagen van Aranjuez voor den planter zijn echter voorbij. Laat ons zien door welke oorzaken. De wet van 1871, waarbij de slavernij in Brazilië in beginsel afgeschaft werd, gaf in werkelijkheid niet veel meer dan eene belofte voor de toekomst. Maar zij opende een tijdperk, waarin alle abolitionistische neigingen, door edelmoedige voorbeelden gesteund, zich vrij konden ontwikkelen ; zij legde een grondslag, waarop om strijd de staatkundige partijen konden voortbouwen, naar mate dit aan haar belang en haar populariteit dienstbaar was. Talloos waren de plannen en voorstellen, die ten gunste der slaven door Conservatieven zoowel als Liberalen ontworpen, en bij de vertegenwoordiging ingediend werden. De beweging tot uitbreiding der Wet van 1871, of liever de reactie tegen hare weinig doeltreffende bepalingen, nam met elk jaar toe. En nadat eene nieuwe wet van September
138
1885 de slaven boven den leeftijd van 65 jaar vrij verklaard had, is vóór weinige maanden tot een onvoorwaardelijke en onmiddellijke invrijheidstelling van alle slaven in Brazilië besloten. Wat, naar den loop van de trapsgewijze vermindering der slavenkrachten te oordeelen, eerst over een tiental jaren zou hebben plaats gehad, is thans reeds een voldongen feit geworden.
Het is alzoo niet de vraag meer, of naast de slavernij, in Brazilië op de vreemde immigratie gerekend kan worden, voor de instandhouding der groote cultures, van die der koffie in de eerste plaats. Aannemende dat vreemde arbeiders al in staat zijn zouden den slavenarbeid te vervangen, dringt de vraag reeds of zij dit nu zijn, althans in een zeer kort tijdsbestek kunnen zijn.
Want de koffieteelt in Brazilië werd tot dusver bijna uitsluitend door slavenkrachten gedreven. Vóór weinige jaren bevonden zich in de drie grootste koffievoortbrengende provinciën van het midden ongeveer 750,000 slaven, waarvan de kleinste helft uitsluitend bij de koffiecultuur was ingedeeld. Deze 300,000 slaven-veldarbeiders, gemiddeld 14 a 15 uren per dag werkende, vertegenwoordigden het arbeidsvermogen van wel 7-, zoo niet 8-honderd duizend Euro-peesche landverhuizers, die bezwaarlijk op meer dan 40(5 uren werkens in de koffietuinen per dag geschat kunnen worden. Welk een tegenstelling vormen hiermede niet cijfers als de volgende! Hoe oud toch de kolonisatieplannen in Brazilië reeds zijn, worden
139
voor alsnog in de provinciën der groote cultures de minste kolonisten aangetroffen. Bij de volslagen onbetrouwbaarheid der Braziliaansche statistiek, zou het totale cijfer der vreemde landverhuizers, welke thans in het Keizerrijk gevestigd zijn, bezwaarlijk zijn op te geven; maar zeker is het aantal dergenen, die hun werk bij de koffiecultuur der drie provinciën van het midden zochten. naar verhouding zeer gering. Sao Paulo, dat in de kolonisatie het verst van deze gevorderd is, telt nauwelijks één duizendtal bij de koffieteelt ingedeelde kolonistengezinnen, Rio de Janeiro en Minas Geraes te zamen geen honderd. Zóó ver is men verwijderd van eene mogelijke vervanging der slavenkrachten, op het oogenblik zelf waarop de plotselinge afschaffing der slavernij den arbeid gedesorganiseerd heeft.
De groote fout waarin het meerendeel der Braziliaansche planters bij het vraagstuk der immigratie vervallen zijn is, dat zij ter vervanging der uitstervende slaven, niet vrije arbeiders, maar nieuwe slaven, in de gedaante van vreemde landverhuizers, gezocht hebben. En ik kan het mij voorstellen hoe een der voornaamste fazendeiro's van Rio, bij het mislukken der laatste poging om koelies voor den veldarbeid op de plantages in te voeren, heeft uitgeroepen: »thans is alle hoop om de koffiecultuur staande te houden ons ontvallen!quot; ').
Maar daarmede wordt ook de kanker blootgelegd,
1) Bij van Delden, Brazilië en Java, blz. 333.
J 40
die aan Brazilie's economische toestanden knaagt. Want niet door verouderde begrippen en veroordeelde instellingen tijdig prijs te geven, heeft men getracht den opkomenden storm te bezweren. De grond van Brazilië is, op weinige uitzonderingen na, het eigendom der groote planters. Dit is zoo waar, dat de staat zoo goed als geene gronden uitgeven kan. Die onmacht, gevoegd bij den onwil der planterspartij, wier ijdelheid steeds met goed gevolg heeft volgehouden dat Brazilië haar toebehoort, heeft de natuurlijke uitwerking gehad, dat het vrije grondbezit van vreemden er in de gewesten van den grooten landbouw, in algemeenen zin, onbekend is. In de opvatting der fasendeiro s, die door geen tegenspoed, geen schuldenlast heeft kunnen ⢠verzwakt worden, is de koffieteelt in Brazilië niet alleen zonder slavenarbeid onbestaanbaar, maar is zij ook noodwendig eene plantagecultuur, die niet op de gesplitste perceelen van een steeds vermeerderend aantal kleine grondeigenaren naar behooren zou kunnen gedreven worden. Ofschoon die opvatting wel niet op feiten gegrond is, kan zij echter evenmin door feiten, zij het zelfs van elders ontleend, worden wederlegd. Maar zij moest dan ook het gevolg hebben â niet, zooals de heer van Delden in zijn aangehaalde werk gemeend heeft, dat de verdeeling der groote goederen den planters op een gegeven oogenblik zou worden opgedrongen, â maar dat op dat oogenblik, hetwelk geen ander dan dat der volkomene vrijmaking der slaven is, de veldarbeid in al zijne deelen en op ver de meeste
141
plaatsen een geheele ontwrichting te gemoet ging
Dat oogenbük is thans gekomen. Zelfs ten aanzien van dien treurigen toestand, heeft de spreekwoordelijke Braziliaansche zucht tot grootspraak zich niet verloochend, en heeft een bericht uit die bron medegedeeld, dat één enkele planter uit eigen beweging aan 1900 (zegge; negentienhonderd!) zijner slaven de vrijheid had gegeven, maar al die 1900 slaven zich verbonden hadden zonder loon bij hem te blijven werken. Al de onwaarschijnlijkheden van zoodanig bericht daargelaten, bewijzen de uitkomsten van den laatsten en de vooruitzichten omtrent den nieuwen oogst reeds het tegendeel, van 't geen het chauvinisme van den Braziliaan zou willen doen gelooven. Tijdingen van anderen oorsprong hebben tegelijkertijd ook gemeld, dat, als eerste gevolg der vrijmaking, de slaven van verschillende plantages waren weggeloopen en wegen en spoorwegstations vernield hadden, terwijl in de Santos-zóne zelfs de koffietuinen slecht onderhouden werden.
Om ontvangsten in de havens en uitvoeren van Rio-zoowel als Santos-koffie te vinden, welke in hoeveelheid met die van het laatste jaar 1887â188S overeenkomen, moet men minstens tien jaren teruggaan. Vóór de groote productie van het laatste tijdvak, beliepen die uitvoeren (ik neem het boekjaar 1876â77) voor geheel Brazilië 3,500,000 balen: over het thans geëindigde boekjaar van 1 Juli 1887 tot 30 Juni 1888 hebben zij voor Rio de Janeiro 1,800,000, voor Santos 1,300.000 balen, dus in het geheel slechts 3,100,000 bedragen;
142
de voorraden geschat op 170,000 balen. Op dien belangrijken teruggang, vergeleken bij de latere jaren, heeft kennelijk de gisting die een onafscheidelijk gevolg van de onmiddellijke voorbereidingen der emancipatie zijn moest, haar invloed uitgeoefend. Wat zal het niet zijn, nu die emancipatie voldongen schijnt!
Zeker kan eene min of meer rijke vruchtdraging in Brazilië's uitgestrekte koffietuinen daardoor niet op eens worden weggedacht. Deze kan, ook bij gemis aan de noodige verpleging, nog jaren lang aanhouden. Van daar tot het plukken en het inoogsten bestaat echter een zeer groote afstand. Meende het best onderrichte van alle Braziliaansche dagbladen, het te Rio verschijnende Jornal do Corntnercio aanvankelijk, dat, ten gevolge der vrijmaking der slaven, wel een derde van den verwachten oogst verloren zou gaan, thans schat het reeds het verloren gaande deel op de helft. En werd eerst de uitvoer der Braziel-koffie voor het aangevangen jaar 1888â89 geraamd 0P 31 vijf millioen balen, nu schrijft hetzelfde blad, den geheelen oogst voor dat jaar over het geheele rijk tot geen hooger bedrag te mogen ramen '). Wat dit cijfer zegt, vooral na de exceptioneel lage ontvangsten en uitvoeren van het laatst voorgaande jaar, zal wel niet behoeven te worden aangetoond.
Ik voed dan ook de gegronde vrees, dat de groote planterspartij aldaar weldra, in 't gezicht
') Indische Mercuur van u en 25 Augustus.
113
der vleeschpotten van Egypte, hongeren zal, bij gebrek aan middelen om de spijzen aan den mond te brengen. De voorspelling, die ik vóór eenige jaren meende te kunnen doen1), wordt thans reeds bewaarheid: âNiets kan de cultuur der handelsproducten in Brazilië tegenhouden op het hellend vlak, waarop zij zich in weerwil van schoonschijnende resultaten bevindt. De laatste krachten zijn aangewend en de laatste middelen besteed; er is eene uiterste krachtsinspanning geweest, waarop noodzakelijk verslapping volgen moet. Het toppunt der oude cultures in Brazilië is bereikt.quot;
De bank van Brazilië,
in 1853 opgericht, is eene deposito-, disconto- en wisselbank. Zij verkreeg eerst later het uitsluitende recht bankbilletten uit te geven, een recht dat haar bij de Wet van 12 Sept. 1866 weder ontnomen werd.
Sedert dit tijdstip is in deze voornaamste bankinstelling van het Keizerrijk eene hypotheekkas gevestigd, uitsluitend ten behoeve van den landbouw, waardoor haar tegenwoordige organisatie die eener Crediet-maatschappij zeer nabij komt. Het kapitaal, voor dit landbouwcrediet bestemd, mag niet minder dan 25 millioen Milreis bedragen. Ten einde de bank te noodzaken met dit bedrag in zijn geheel den landbouw te gemoet te komen, werd bij eene Wet
1
) Indische Gids van October 1883.
144
van 1873 bepaald, dat, indien na afloop van het eerste jaar, die som niet tot het voorgeschreven doel besteed mocht zijn, de verplichte intrekking van de billetten der bank met 2 % vermeerderd zou worden, en zoo vervolgens, totdat die jaarlijksche inwisseling op 8 % zou gebracht zijn. Het beleid der bankdirectie heeft met den aandrang van den hulpbehoevenden landbouw samengewerkt, om die bepalingen onnoodig te maken. De werkkring voor de hypothecaire operatiën der Bank van Brazilië is intusschen beperkt tot de koffie-teelende provinciën van het midden, benevens Parana en Sta. Catharina. Het maximum-bedrag van elke hypotheek is 120,000 Milreis.
Met behulp dezer instelling werd de landbouwcrisis van 1872 en 1873 bezworen, niet alleen, maar werden ook aan de ondernemers waarborgen gegeven zooals zij die wellicht in geen ander land bezitten. De rente dezer bank-hypotheken werd tot 6 % beperkt, terwijl andere credietinstellingen 8 % en meer berekenden. Door de bepaling van den duur derzelve op 20 jaren, met eene amortisatie van 5%, konden de planters gedurende al dien tijd ongestoord doorwerken, zonder vrees te voeden voor het willekeurig opeischen der gelden op een ongelegen oogenblik. Bovendien werden nog de promessen dier planters, op wier goederen hypotheken verleend waren, door de bank van Brazilië, en trouwens ook door andere banken, in den regel gedisconteerd.
Het verleenen der hypotheken geschiedt door de Bank op gedrukte aanvragen, waarin de titels van
115
eigendom, omvang en inventaris der goederen, bewijzen van inschrijving der slaven, enz. vermeld worden. Het bedrag, dat in geld en dat hetwelk in hypotheek-brieven rentende 6 % verleend wordt, regelt zich naar de aanvragen en de beschikbare middelen. Het meest kenschetsend voor de Braziliaansche toestanden is wel het feit, dat de geheele som, die voorgeschoten wordt, zelden hooger is, dan de werkelijke waarde der slaven op de landelijke onderneming bedraagt.
Hieruit blijkt opnieuw de alles beheerschende invloed, dien de slavernij uitoefent op alle toestanden, die met den Braziliaanschen landbouw in betrekking staan. Door de toenemende schaarste en duurte der werkkrachten, maakten de planters, in weerwil der hun verleende faciliteiten, hoe langer hoe slechtere zaken. En hield de fictieve waarde der slaven nog geruimen tijd verband met het bedrag der hypothecaire voorschotten, de waarborg daarin voor de banken gelegen, is met de afschaffing der slavernij geheel, of althans grootendeels vervallen.
De geldelijke toestand der groote planters is, door oorzaken van velerlei aard, steeds achteruit gegaan. 570 plantages in de Rio-zóne, 220 in de Santos-zóne, zijn thans alleen bij de Bank van Brazilië verbonden door hypotheken, waarvan het restant vóór een paar jaren nog 28,000,000 Milreis beliep. Wat het ergste is, â volgens volkomen betrouwbare schattingen, â zouden niet meer dan 30 percent der tegenwoordige koffieondernemers in staat zijn bij liquidatie hunne schulden te betalen, terwijl ruim 50 percent reeds zoo
14(i
hopeloos staan, dat zij zelfs bij zeer hooge prijzen van hun product er niet meer bovenop kunnen komen.
Wat der Bank van Brazilië onder zulke omstandigheden, na de geheele opheffing der slavernij, te doen zal staan, is een raadsel. De zoogenaamde Engelsche Bank te Rio heeft, jaren geleden, voor een soortgelijk geval geplaatst, eene verpande plantage in bezit en eigen beheer genomen; maar de uitkomsten dier exploitatie zijn, bedrieg ik mij niet, weinig uitlokkend tot navolging geweest. En wat was dit nog, in vergelijking met de eventualiteit die voor de Bank van Brazilië zou zijn weggelegd 1 Hopen wij, dat het aan de wijsheid eener verlichte Regeering en een verstandig beleid der Bankdirectie gegeven zij den knoop te ontwarren, die anders door den drang der gebeurtenissen wel eens op geweldige wijze kon worden doorgehakt.
Spoorwegen.
In de voorgaande bladzijden heb ik o. a. reeds melding gemaakt van Brazilie's oudste spoorweglijn. Deze, slechts 18 kilometers lang, werd in December 1856 geopend. Nauwelijks dertig jaren later, waren ± 5 duizend kilometers spoorweg in exploitatie, terwijl er 2V2 duizend aangelegd werden. De voortgang, dien de spoorwegbouw in het Braziliaansche keizerrijk gedurende dat tijdperk gemaakt heeft, was dus grooter dan die in eenig land van Europa.
Dit springt te sterker in 't oog, wanneer men
147
overweegt, dat van de nog geen vijfduizend kilometers, drie en een half duizend aangelegd en in verkeer zijn alleen over de koffievoortbrengende provinciën bij uitnemendheid, Sao Paulo, Rio de Janeiro en Mina Gcraes Bovendien vindt men eenige honderde kilometers spoorlijnen in Bahia en Espiritu Santo. Deze hebben alle hoofdzakelijk, zoo niet uitsluitend de verbinding der koffiedistricten met de zeehavens ten doel, en zijn dan ook eerst, sedert de groole vlucht die de productie genomen heeft, begonnen voordeel af te werpen. De stamlijnen zijn die genaamd Dom Pedro II, en van Santos naar Jundiahy, met hare verlengingen en vertakkingen. De eerste verbindt de provinciën Rio de Janeiro, Sao Faulo en Minas onderling en met de groote uitvoerhaven der hoofdstad; de tweede voert thans van Santos ± 750 kilometers landwaarts in de provincie Sao Paulo. In Minas leidt eene spoorlijn van 200 km. naar de bekende goudmijnen van Sao Joao del Rei, eene andere van gelijke lengte naar Leopoldina en Uba. Het hart der koffiedistricten van de provincie Rio wordt doorsneden door spoorlijnen naar Canta-gallo en Rio Bonito, ter gezamenlijke lengte van 280 kilometers.
Ook hier heeft de spoorwegkoorts, die successievelijk alle landen aantastte, geheerscht, en menige lijn doen aanleggen, die geene voldoende redenen van bestaan had. Ten gevolge der eigenaardige toestanden van cultuur en bevolking, liggen die lijnen, welke niet rechtstreeks de koffiedistricten met de zee verbinden.
148
in den regel renteloos. De geldmiddelen van Brazilië worden daardoor sterk aangesproken, want geene lijn is aangelegd zonder garantie van den staat of de provinciën. De groote Dom Pedrospoorweg werpt thans te nauwernood 5 % af, maar de exploitatie der meeste andere staatslijnen levert niets dan verlies op. De voordeeligste lijn van het geheele rijk, die van Santos-Jundiahy, werd, nadat de concessie daarvan aan eene Engelsche maatschappij vcrkocht was, in Februari 1867 geopend. De Regeering was echter verplicht, tot het einde van het jaar 1872 toe het geheele bedrag der gewaarborgde renten te betalen.
Het goederenvervoer op de Braziliaansche spoorwegen is thans oneindig beter geregeld en goedkooper, dan een tiental jaren geleden. Toch zijn de transportkosten nog drukkend voor artikelen van betrekkelijk zoo veel omvang en weinig waarde, als de koffie.
Plaatsen aan de oorspronkelijke stamlijnen gelegen, zijn in dit opzicht het best bedeeld. Zoo kost het vervoer van een zak koffie uit het belangrijke district Vassouras (provincie Rio de Janeiro) langs den Dom Pedro spoorweg, slechts 1 $ 26 tot aan de verschepingshaven, en nagenoeg hetzelfde uit Campinas naar Santos. Voor afstanden van ± 130 en 180 kilometers, zijn die prijzen niet bijzonder hoog te noemen '). Daarentegen wordt voor het vervoer uit de niet minder voorname koffiedistricten Cantagallo en Juiz de Fora naar Rio 2 $ 80 betaald; en voor
') Ik herinner hier, dat de Braziliaansche Milreis $ ongeveer in waarde gelijk staat met f 1.20 Ned.
149
meer verwijderde streken als Leopoldina, in de provincie Minas, en Rio Claro, in Sao Paulo, beloopt dit allicht 3 h 4 Milreis per zak van 60 kilogr. Daarbij moet dan nog het vervoer van de fazemia (plantage) naar het spoorwegstation en dikwijls watervervoer en assurantie gevoegd worden, hetgeen de kosten gemiddeld met 3 tot 4 $ per ton verhoogt. Het is niet overbodig dit in 't oog te houden, bij de meening van velen dat de koffie-zone van Brazilië onbegrensd zijn zou.
Vele planters in het binnenland moeten nu reeds, uit hoofde der hooge transportkosten, de mindere soorten hunner koffie aanhouden, willen zij niet op den prijs toeleggen. In het zooeven vermelde Leopoldina niet alleen, maar ook in Juiz de Fora en in verscheidene plaatsen der provinciën Sao Paulo en Espiritu Santo, hebben vóór weinige jaren, de fazendeirds hun product met zwaar verlies gerealiseerd. De opbrengst was niet eens voldoende om de kosten van vervoer te dekken. De koffie moest in handen der spoorweg-directiën blijven, en deze verkochten ze bij openbare veiling aan de meest biedenden.
Alle spoorbanen in Brazilië hebben smal spoor, met uitzondering der Dom Pedro 11 en Santos-Jundiahy lijnen, als mede van den ouden weg naar het Orgelgebergte, die thans tot Petropolis is voortgezet.
De verbeterde uitkomsten van de exploitatie der hoofdlijnen in latere jaren blijken uit de volgende tabellen :
150
|
LIJN DOM PEDRO 11. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
LIJN SANTOS-JUNDIAHY. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
JAREN. INKOMSTEN (lU MllreiS.)
187 2............................................I.0l6,109
187 3............................................I-847.443
187 4............................................2.456,732
187 5............................................2.6l8,594
187 6............................................2.289,150
«877............................................2.297,137
187 8............................................3.007,580
187 9............................................2.900,150
188 0............................................2,577,731
188 1............................................3,404,976
188 2............................................3.5S3.83O
151
Het personenvervoer staat op beide lijnen ver achter bij dat der goederen, hoewel het in den loop der genoemde tien jaren ook nagenoeg verdubbeld is. Langs de verschillende lijnen van den Dom Pedro spoorweg werden in 1882 niet meer dan 2.780,000 personen vervoerd.
r-