v
/
EEGELEN EU STATUTEN
88 ö
ER
VAN DE
f®i|iej|atili der H. Maa^d,
â¢V
Vak 88
REGELEN EN STATUTEN ^
VAN DE
Hoofd-Congregatie der H. Maagd
EN VAN DE OVERIGE MET HAAK VEEEENIGDE
CONGREGATIÃN.
(Vit het Latijn.)
voorafgegaan dooi' ecne geschiedkundige Schets van het ontstaan en de uitbreiding dier Hoofd-Congregatie en gevolgd door de Gebeden en Oefeningen, aldaar gebruikelijk,
Typ. LANGENDAM amp; Co.
31BL. quot;CONV.
Vv »J C hi Li fsi S
Iiriprinn.a,t-u.r.
Ainslelodami, F. T. H. van Ogtiiop
die 16 Jannarii 1880. Lib. Cons.
GESCHIEDKUNDIGE SCHETS
van het ontstaan en de uitbreiding van de Hoofd-Congregatie der H. Maagd.
Het schijnt in het plan der -Goddelijke Voorzienigheid te liggen, dat zij de grootste wereldgebeurtenissen doet geboren worden uit oorzaken, die volgens menschelijke beschouwing, daarvoor te weinig beduidend, te nietig zijn. Vooral met betrekking tot de stichting van Jezus' Kerk, en alles wat wij ter harer uitbreiding, ter harer verheerlijking hebben zien gebeuren, worden letterlek de woorden van den H. Paulus (I Cor. I. 27â29) bewaarheid; âHet zwakke der wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen
..... en hetgeen niets is, om hetgeen iets
is te niet te doen, opdat geen vleesch roeme voor Zijn aangezicht.quot; Deze woorden aarzelen wij niet ook toe te passen op de Congregatie der H. Maagd. Als wy ha r ontstaan, hare wonderbare verspreiding over de wereld, den magtigen invloed dien zij in alle werelddeelen heeft uitgeoefend ter bekeering, ter bevestiging en volmaking van zoovele duizenden
6
zielen, en, om de woorden van Benedictüs XIV te gebruiken, hot ongelooflijke groote nut dat personen van alle standen der maatschappij uit deze zoo loffelijke en godsdienstige instelling getrokken hebben,quot; slechts oppervlakkig nagaan, dan vragen wij ons met bewondering af: hoe is hot mogelijk geweest dat eene vereeniging van kinderen, zoo klein/ zoo nietsbeduidend in haar begin, weldra de uiterste grenzen dor aarde bereikt heeft niet alleen, maar ook onder den bijstand, der Allerheiligste Maagd, hare Beschermster, overal haar weldadigen invloed zoo krachtdadig heeft doen gevoelen. £i
lu navolging derhalve van zoovele andere schrijvers, vrees ik geenszins op haar toe te passen, wat de Zaligmaker zegt in de gelijkenis van het mosterdzaad: het was wel het kleinste van alle zaden, nogtans werd het een boom, op wiens takken de vogelen des hemels kwamen nederzitten! immers ook hier was het een klein zaadje, dat, neergelegd in de harten van eenige jeugdige kinderen, weldra opgroeide tot een grooten boom, die zijne takken over de gansche wereld uitspreidde, en onder wiens verkwikkende schaduw allen, die daar een schuilplaats zochton, lafenis en nieuwe krachten ontvingen.
Het kleine zaadkorreltje, waaruit die overheerlijke bloem ontkiemde, werd gezaaid door
Joannes Leonius (Van dee Leeuw) in liet jaar 15631). Hij was con eenvoudig loeraar van eeu der laagste klassen in hot Eomeinsch Collogie te Rome, maar bezield met een vii-rigen ijver om in zijne jeugdige leerlingen niet alieen zucht naar wetenschappen op te wekken, maar met het verlangen naar een godvruchtig leven, vooral liefde en achting voor de schoone deugd dor jongelingschap diep in hun hart te prenten. Te dien einde had hij in zijne leskamer een klein altaartje op-gerigt, dat naar tijd en omstandigheden behoorlijk versierd werd. Daar verzamelde hij Oelken avond na don schooltijd diegenen zijner leerlingen welke meer dan de overigen het verlangen te kennen gaven, dat zij met de beoefening der fraaie letteren, ook wilden vooruitgaan in een braaf en godsdienstig leven. Daar vereenigd rondom dat altaartje, stortten zij gezamenlijk hunne gebeden, waarna een' hunner uit een godvruchtig boek
1
Joiiannks Leon us, tc Luik géborén, tr.id in 1551 te Home in de Sociëteit van Jezus Vervuld met de teederste godsvrucht jejrens de 11. Maagd, begon hij in 1563 in het Romeiiisch Cüllegie aldaar de eerste Congegatie, cn voerde haar ecuigen tijd daarna in Parijs jn. Omstreeks 1560 bevond hij zich te Lyon, alwaar hij met de zorg der Italiaansche soldaten belast, van deur tot deur voor hen bedelde om ze in hunne ziekten, koude eu gebrek te kunnen bijstaan. Hij stierf den li) November 1584 te Turijn, den troost medenemende dat hij een werk gesticht had, waarvan later met regt mogt gezegd worden: âeen kleine bron is tot een machtigen stroom geworden.:'
8
het een of ander tot onderlinge stichting quot;voorlas. _ quot;Weldra was hunne godsvrucht hiermede niet moer voldaan; er werd bepaald, dat zij ook op Zon- en Feestdagen bijeen zouden komen, om, één van hart on'ziel eenigen tijd in gebed en kinderlijke lofliederen met elkander door te brengen1).
Niet weinig werkte dit schoone voorbeeld van de kleinste der scholieren op het hart der overigen; er bestond een heilige naijver, en liet duurde niet lang of ook in hen werd hpt verlangen opgewekt om bij die Vereeni-ging te worden toegelaten.
Het jaar 1564 mag wel een belangrijk jaar voor die Vereeniging genoemd worden. Het steeds toeneriiende getal kinderen, dio tot haar toetraden, maakte, dat er eenige voorzorgen moesten genomen worden, ten einde orde en liefde in die bijeenkomsten te blijven handhaven. Het getal leden was nu geklommen tot 70.
Twee gewichtige bqamp;luiten werden dat jaar ten uitvoer gebragt. Vooreerst om zich naau-wer aan de Koningin des Hemels, de Moeder-Maagd Maria, te verbinden en meer en meer de liefde tot haar in die jeugdige harten te doen ontvlammen, werd van nu af deze god vruchtige Vereering plechtig aan de H. Maagd Maria toegewijd. Zij zou voortaan de bijzondere
1
Saccliini; Uist. Soc. Jesu, p. II. lib. VII n. 7.
9
Beschermster wezen van allen die in deze Vereeniging hunne toevlucht tot haar zouden nemen, en de Vereeniging zelve zou dan voortaan den roemvollen titel dragen van âSodaliteit of Congregatie der Allerheiligste Maagd Maria.quot;
Ten anderen werden er eenige regelen sa:-mengesteld, welke den tijd der bijeenkomsten en de verschillende oefeningen en godvruchtige werken nader bepaalden. Het zijn deze regelen welke grootendeels nu nog in de vergaderingen worden onderhouden. âElke weekquot;, zegt bovengenoemde geschiedschrijver (p. n. lib. n0. 37) âontvingen zij het H. Sacrament van Boetvaardigheid, en elke maand naderden zij tot de H. Tafel. Dagelijks waren zij tegenwoordig bij de H. Sacraücie der Mis, en baden ook eiken dag het Rozenhoedje of bepaald aangewezen gebeden ter eere van de H. Maagd; des avonds na schooltijd kwamen zij bijeen en bragten dan een kwartier door met geestelijke overwegingen, terwijl een ander kwartier gedeeltelijk aan de stof dor meditatie voor den volgenden dag, en gedeeltelijk aan godvruchtige gesprekken besteed werd. Op de feestdagen, nadat zij de Vespers gezongen hadden, gingen eenigen naaide Godshuizen omquot; de zieken te bezoeken, anderen gingen de Relikwieën der Heiligen vereeren, of wel zich eenigen tijd toewijden aan de beoefening van verschillende liefda-
10
dige werken. Aan het hoofd der Vereeniging stond een der leden van de Sociëteit, die alles regelde en op do Zondagen een kleine toespraak tot hen hield. Uit hun midden werd door hen oen Prefekt gekozen aan wien gedeeltelijk de leiding der Congegratie werd opgedragen.quot; â Daarbij werden nog 12 andere leden benoemd, onder wien de verschillende werkzaamheden der Congregatie verdeeld werden.')
Onder de heilzame vruchten, welke de Congregatie voortbragt, was deze niet de minste, dat zij allen bezield met even groote liefde als godsvrucht, door onderling verkeer zich aan allen omgang met ongodsdienstige 011 bedorvene personen onttrokkenquot;).
Doze besluiten schonken aan de tot nu toe kleine Veroeniging een nienwe levenskracht; dagelijks zag men nieuwe loden eene plaats vragen onder de kinderen van Maria,
*) Notizie istorichc, d. Con gr: Prima-Primavia. Tlonia 18G5.
**) Saccmint. (Ibid. lib. VI. n. 17) verhaalt ons dut er in het jaar 15G2 te Genua cn te Perugia een soort van Congregatie bestond in liet Collcgic dér Sociëteit. Dit seh nt toch meer cene vereeniging van jongelieden tc zijn geweest met het doel om ziel» door dien band van eenheid des te sterker te maken tegen de verleiding van valsche geloofsbegrippen en zedebederf. Hij zegt daarvan: âvoord de leden van die vereeniging munten uit door ware godsvrucht. Hunne ouders en kennissen die hen te voren gekend luidden, stonden verbaasd over de verandering hunner zeden. Niets was hun een grooter genoegen dan de Zon- en Feestdagen, niet zoo als toe'onder de je gtl zoozeer was ingeworteld, in ledigheid en ronddwalen,
11
zoodat vijf jaren later, in 1569 de Congregatie zoo talrijk was, dat men zich genoodzaakt zag haar in tweeën te splitsen, waarvan de eene âde Grootequot; genaamd, de leerlingen van boven de 18 jaren, en de andere, âde Kleinequot;, leerlingen van beneden dien leeftijd in zich opnam.
De grooto die nu de Hoofd-Congregatie (Prima-Primaria) genoemd werd begon hare vergaderingen te houden in do kerk van Maria-Boodschap, eene kerk aan het Bomein-sche Collegio, en ontleende daaraan hare benaming van âHoofd-Congregatie van Maria Boodschapquot;. De geschiedenis') heeft ons do namen bewaard van drie der ijverigsto Con-greganisten Maiïianus Peebeneditte, Augus-ïines Valerio en Octaviüs Bandini, die allo drie naderhand tot hooge waardigheden in de H. Kerk werden verheven. Zij waren het die, terwijl zij leerlingen in de wijs-
niiiiir met (le godsvruchtsoefeningen en het overwegen der g-.tl-delijke geheimen door te brengen. Op de Viisten-iivonddagen bleven zij den gelieelcn diig tot l:i;it in den avond, binnen do muren van het Collegic om niet getuifre te moeten zijn van dwaze en zedelooze vertooningen ; niet zelden werden zij dan ook bespot en beschimpt door hunne lichtzinniger medescholieren, doch ook dit verdroegen zij met liefde, en op het voorbeeld van Christus baden zij voor hunne bespotters. Met zooveel eerbied en godsvrucht woonden zij het verkondigen van Gods woord en de 11. Mis hij, dat zij voor allen liet voorwerp waren eener zeldzame stichtingquot; â
*) Ciaeconio nel rontif: di sisto V, n. 30; cfr Notizie isto-riehe p. ö.
12
begeerte aan genoemd Collegie waren, in het welbegrepen belang der Congregatie meenden alle pogingen te moeten aanwenden om die splitsing der Congregatie te bewerken, en de âttrooto naar do kerk van Maria-Boodschap over te brengen. Hoe overigens de Congregatie zich van den beginne af beijverde om tit een geheel geregeld Bestuur te komen, blijkt uit hare aanteekeningen, waarin wij in het jaar 1576 vermeld zien de benoeming van oen Ondorrigter der nieuwelingen, en iii 1578 van een Bestuurder der Gezangen, welke men op den feestdag van Maria-Boodschap plagt te zingen.')
Zoo leefde en bloeide de Congregatie binnen de muren van genoemd Collegie totdat in het jaar 1584 een nieuw tijdperk zich voor haar ontsloot. â Be Algemeene overste dor Sociëteit van Jezus, Patee Claudius Aqua viva.
) In het jaar 1593 v ertl dc Co preprtitie te Rome, om den groeten toevloed van leden, an demi aal, doeli nu in drie klassen verdeeld, waarvan de eerste (Prima primaria (iejonge-lieden behield van hoven de 21 jaren. De tweede (seeomla primavia) bestond uit Jongelingen boven de 14 jaren, e i de derde (terzo-pi'iniaria( uit die van benede. dezen leeftijd.
^a een b4-jari}j bestaan, in kiös, werd door den algemeenen Overste der Sociëteit, 1'. gosinu's Nickkl, aan de Uoofd-Con-«rregatie eeue groote zaal ter vergadering afgestaan, welke dooide prachtigste schilderijen en zeer kostbare geschenken van allerlei aard. binnen korten tijd, in eene overheerlijke kapel herschapen werd. Ondanks deze plaatsverandering' heeft zij toch altijd, als dankbare herinnering aan de kerk waar zij het eerst vergaderde, den titel van Hoofd-Con g e g r a t i e van O. L. Boodschap blijven behouden.
13
verlangde het voortbestaan der Congregatie te verzekeren, en evenals te Rome ook elders door haar diezelfde vruchten van deugden en goede zeden voort te brengen tot welk einde hij zich wendde tot het Hoofd der Kerk, Paus Gregorius XIII. Toen deze Paus na de gewonnen inlichtingen, de Congregatie meer leerde kennen, hare regels nader overwoog, en vooral de voorbeelden van deugd en ware godsvrucht in hare leden bewonderde, vaardigde hij zijne Bulle ,,Omiiipotentis Deiquot; uit, waarin hij met den grootsten lof gewagende van de godsvrucht en het voorbeeldig loven der congreganisten, met Apostolisch gezag vooraltijd de Hoofd-Gongregatle vestigde in de kerk van Maria-Boodschap; haar met de grootste voorregten en aflaten verrijkte i aan don tijdelijken Algemeenen Overste der Sociëteit de magtiging verleende in elke stad of plaats, waar de Sociëteit een College had, in die Collegiën of in hunne kerken voor de scholieren te zamen met andere godvruchtige christenen, ééne Congregatie op te rigten onder den titel van Maria-Boodschap, afhankelijk van de Hoofd-Congregatie, en ze met deze zoodanig te vereenigen, dat zij deelden in al de gunsien, aan de Hoofd-Congregatie geschonken; en daarenboven de magtiging om regelen en besluiten uit te vaardigen, en ze te onderzoeken, naar tijd en omstandigheden te veranderen enz. Tengevolge van deze voorregten beriep voornoemde
14
Algemeene Overste eene vergadering van zestien Consultoren, door wier medewerking hij eenige statuten voorschreef, ten einde het Bestuur der Congregatie zoo volkomen mogelijk te regelen.
Nu eenmaal de poorten van het Romeinsch Collegie voor haar ontsloten waren, verspreidde zij zich op eene wonderbare wijze over de geheele wereld. Overal, tot aan de uiterste grenzen der aarde, waar de leden der Sociëteit scholen voor de studeerende jeugd geopend hadden zag men de Congregatie verrijzen, hoorde men hare leden door dezelfde regelen, door dezelfde gebeden ver-eonigd, den lof der Allerh. Maagd verkondigen; zoodat reeds twee jaren later in 1586, Paus Sixtus V, ziende welke vruchtbaarheid zij over de aarde verspreidde, haar nieuwe voorregten schonk in zijne Bulle âSuperna dispositionequot; en in 1587 in zijne Bulle âquot;Ro-manum decet Pontiflcem.quot; Hij nam de beperking weg dat in elk huis der Sociëteit slechts ééne Congregatie voor de scholieren alleen of te zamen met andere godvruchtige personen mogt opgerigt worden, en verleende aan den Algemeenon Overste der Sociëteit het regt dat in alle huizen, kerken en Col-legiën der Sociëteit voor het tegenwoordige en voor de toekomst, hetzij voor de leerlingen alleen, hetzij voor godvruchtige personen hetzij voor beiden te zamen, en dat wel onder welken titel der H. Maagd ook.
zooveel Congregatiën mogten opgerigt worden als men nuttig oordeelde, en deze, zoo ook alle andere reeds bestaande, met de Hoofd-Congregatie te vereenigen. Al deze gunsten werden door Clemens VIII in zijne Bulle âGum sicut nobisquot; in 1002, en door Geeoorius XV in zijne Bnlle âAlias pro partequot; in 1621 bevestigd en uitgebreid.
Hierdoor was het nu mogelijk geworden, dat de jongelingen, die na volbragte studiën de Collegiën verlieten, om verder hunne loopbaan in de verschillende standen der maatschappij te voltrekken, hun vurigst verlangen bevredigd zagen, in dankbare herinnering aan die gelukkige studiejaren, met hunne leermeesters en medeleerlingen door gebeden en goede werken vereenigd te blijven voortleven. Vandaar weldra do Congregatiën van kardinalen, priesters, militairen, overheidspersonen, edelen, burgers, kooplieden, kunstenaars, enz., die ieder naar hunnen stand bleven volharden in de beoefening der goede werken, zooals zij dat van jongsaf in de Congregatie geleerd hadden.
Boven al zijne voorzaten toonde Benedictus XIV een ware vader en beschermer te zijn van de Congregatie. In de Apostolische Breve âGloriosae Dominaequot; (van den 27 Sept. dos jaars 1748), spreekt hij de taal van zijn hart, en in de gemoedelijke uitdrukkingen verkondigt hij ons, welke achting, welke liefde hij der Congregatie toedroeg, waarvan
16
hij ook in zijne studiejaren zulk een ijverig lid geweest was. âHet is ongeloofelijkquot; zegt hij, âwelk een groot nut personen van alle standen der maatschappij getrokken hebben uit deze zoo loffelijke en godsdienstige instelling, die zoo overvloedig voorzien is van heilige en zalige regelen, welke op de verschillende standen van de leden der Congregatiën wijselijk wórden toegepast, en door den ijver bijzonder dere Bestuurders zorgvuldig onderhouden worden .... âWij,quot; zegt hij verder, âdie ons met vreugde de heilige en godvruchtige oefeningen van deze Congregatie van Maria Hemelvaart in het Professenhuis der Sociëteit van Jesus te Rome, voor dat wij tot hoogere waardigheden verheven werden, met veel geestelijken troost hebben bijgewoond, oordeelen dat het onze herderlijke pligt is, deze instelling van echte en welgegronde godsvrucht, waardoor de christelijke deugd behartigd en de zaligheid der zielen grootelijks bevorderd wordt, met onze Apostolische magt en mildadigheid te moeten bevoordeelen: daarom hebben wij al de verleende gunsten en aflaten van onze voorzaten, reeds door onzen Pauselijken brief van den 24 April van dit jaar âPraelaris Romanorum Pontiflcumquot; goedgekeurd, nu bevestigd, uitgebreid en vermeerderd .... Intusschen willen wij al de leden en bedienaren der Congregatiën in den Heer opwekken, om dé zoozeer gewenschte en voor hun-
17
nen geestelijken voortgang zoo noodzakelijke naarstigheid, die zij, zooals wij hopen, in het bijwonen der godsdienstige oefeningen der Congregatiën zullen aan den dag leggen, met de verdienste eener heilige onderwerping en gehoorzaamheid te bekronen, en in alles wat de Congregatie in haar bestuur betreft, zich met een blij en vaardig gemoed te schikken naar de bevelen van den Algemoe-nen Overste der Sociëteit van Jezus en van ile Bestuurders door hem aangesteld, om al-zoo de g e 1 ij k v o r m i g h e i d te onderhouden en door hun wederkeerig voorbeeld anderen daartoe aan te moedigen.quot;
Paus Leo XII gaf op 7 Maart 1825 aan al die verleende gunsten nog die uitbreiding, dat de Algemeene Overste der Sociëteit van Jezus ook Congregatiën mogt oprichten en met de Hoofd-Congregatie vereenigen, in die kerken en huizen, welke in geenen deeleaan dezorgen van genoemde Sociëteit waren toevertrouwd.
Ik moet hier gewagen van de treurige omstandigheden, waarin de Congregatie in 't laatst der vorige eeuw gebragt werd.
De groote Paus Besedictus XIV had ten aanhoore van de geheele wereld den grootsten lof van die Vereeniging nauwelijks verkondigd, toen eenige jaren later, te gelijk met de Sociëteit van Jezus, ook haar de gevoeligste slag werd toegebracht. Slechts 25 jaren waren verloopen, toen in 1773 de Sociëteit van Jezus by wiens algemeenen Over
18
ste het Hoofdbestuur der Congregatie berustte, door Paus Clemens XT V werd opgeheven, en daardoor de Hoofd-Congregatie en alle andoren met deze vereenigd, van haar hoofdbestuur werden beroofd. Dit ging wel in andere handen over, doch dit nam niet weg, dat de Congregatie gedurende de volgende 25 jaren een tijdvak van vele en groote moeielijkheden heeft doorleefd. Nog geen twee jaren na de opheffing der Sociëteit, welke do Hoofd-Congregatie, zooals in hare gedenkstukken staat aangeteekend, als het afsterven eener onvergelijkelijke moeder, met heete tranen betreurde, of zij zag zich dan ook reeds genoodzaakt zich in een verzoekschrift tot Paus Pius VI te wenden, met de dringende bede dat de magtiging om andere Congregatiën aan de Hoofd-Congregatie aan te sluiten, vroeger verleend aan den Algemee-nen Overste der Sociëteit, thans op den tijde-1Ãken Bestuurder der Hoofd-Congregatie mogt overgaan; doch hierop ontving zy van den Kardinaal-Vicaris ten antwoord dat hij persoonlijk reeds met de noodigo magt bekleed was geworden om over het vereenigigen met de Hoofd-Congregatie te beslissen; dat de Secretarie der Aflaten meende in overweging te moeten honden, dat het regt van vcTeenicjen toegestaan geweest ten gunste dier Congregatiën, welke onder de leiding der Sociëieit van Jezus stonden; doch welke nu opgeheven was. Hierop bood de Eaad der Congregatie
19
een tweede verzoekschrift aan, waarin verzocht werd dat door duidelijko verklaringen een eindo aan die moeielijkheid mogt gemaakt worden. Hunne verwachting weid teleur gesteld. Immers, de H. Gongiegatie der Aflaten vaardigde nu een decreet uit, quot;waarin zij verklaarde bij haar vorig besluit te volharden, en voegde er ter nadere verduidelijking bij, dat geene Congregatie met do Hoofd-Congregatie kon veroenigd worden, dan van jongelingen, die zich op de wetenschappen en fraaie kunsten toelegden.
Door deze beperking werd de Congregatie niet alleen gestuit in haren uitgebreiden werkkring onder alle klassen vanmenschen, maar . ook tot overmaat van rampen, beroofd van zoovele regten, als haar door de quot;^ei-schillende Pausen met zooveel liefde waren toegestaan. Vandaar dat zij, bij de vurigste gebeden tot hare Beschermster, besloot tot eer. derde verzoekschrift, door bemiddeling â van een Oud-Congreganist, den kardinaal Peano.-Xav. de Zelaüa ; doch deze bede quot;bleef door toevallige omstandigheden op dit oegenblik wederom zonder gevolg; totdat zij ten laatste in 1798 hare pogingen met den gewenschten uitslag bekroond zag.
Paus Pius VI was reeds gevankelijk naar Frankrijk vervoerd, en alle Kardinalen hadden Eome verlaten, zoodat hierdoor het Hoofdbestuur der Congregatie, uiterst moeilijk, zoo niet onmogelijk werd. Van doze ge-
20
legenlieid maakte de Congregatie gebruik om aan Zijne Heiligheid de noodzakelijkheid te betoogen, dat bovengenoemde magtiging dan nu ten minste mogt overgedragen worden op den Bestuurder dor Hoofd-Congregatie. Het antwoord van Z. H., zoo gunstig mogelijk voor de Congregatie, bevredigde hare zoolang teleurgestelde wenschen. Het besluit werd uitgevaardigd dat de Bestuurder der Hoofd-Congregatie van dit oogenblik af met de uitgebreidste volmagt in dezen bekleed werd; zoodat de toenmalige ijverige Bestuurder Settimio Costanzi, den 20 Mei 1798, in een rondgaanden brief deze Pauselijke verklaring kon mededeelen; âdat voortaan aan den Bestuurder der Hoofd-Congregatie de beoordeeling en magtiging was overgedragen, om de andere Congregatiën die zulks aanvroegen, met de Hoofd-Congregatie te vereenigen, hetzij die Congregatiën bestonden uit studenten, hetzij uit andere personen van beider geslacht, waar ook opgerigt of nog op te rigten, en dat deze allen deel hadden aan al die gunsten, vobrregten en aflaten, aan de Hoofd-Congregatie vergund of nog te vergunnen.quot;
Groot was de blijdschap der Congegratie over het haar teruggeschonken leven, en met nieuwen moed streefde zij nu wederom voorwaarts om deugd en godsvrucht te verspreiden.
Gedurende het tijdvak tusschen de ophef-
21
ling der Sociëteit en haar herstel, vindt men als de ijverige Bestuurders der Hoofd-Congregatie aangetcekend: Pitho Antonio Vittoei, die haar geheel zijn schat godvruchtige boeken ten geschenke gaf; op hem volgde de bovengenoemde Settimio Con-stanzi: vervolgens Pieteo Capeano, leeraar aan de Gregorius-Universiteit en later Aartsbisschop van Iconio en Kardinaal; ten laatste Ludovicüs Ponzileoni, een^ uitstekend redenaar en kanunnik van het Vaticaan, die het geluk had in 1824, bij de teruggave van het Romeinsch Collegie aan de in het jaar 1814 herstelde Sociëteit van Jezus, het hoofdbestuur der Hoofd-Congregatie wederom in handen te kunnen geven van den Alge-meenen Overste der Sociëteit.quot;)
quot;Wat betreft de snelle voortplanting dezer roemrijke instelling in de verschillende we-relddeelen, dealen wij slechts bij eenige al-gemeene bescheiden ook eenige opgaven mede, vooral met betrekking tot ons Vaderland. Gedurende de le eeuw van het bestaan der Sociëteit van Jezus, bezat deze meer dan 800 verschillende Collegiën en huizen, waarin meer dan 1000 Congregatiën bloeiden. Pater Geegoeius Cisneeus alléén rigtte meer dan 300 Congregatiën op in de Indien. Reeds omstreeks het jaar 1575 mogt zich België in hot bezit van die weldadige Vereeniging ver-
*) Notizie istoviche, p. 10.
22
heugen. Door Pater Feanciscus Costeb het eerst aldaar ingevoerd, verspreidde zij zich op wonderbare wijze over geheel het land. Binnen korten tijd telde men daar 90 Congregatiën in de verschillende steden, als te Leuven, Brussel, Mechelen, Antwerpen, 's Hertogenbosch, Gent enz. Leuven had er alleen zes voor even zoovele klassen van menschen. Deze stad telde onder hare Congregatieleden den beroemden Justus Lipsius, hoogleeraar aan de Universteit van Leuven, die het zich ten heiligste pligt maakte nooit eene bijeenkomst der Congregatie te verzuimen, en niet zelden ter halver maaltijd zich verwijderde om niet aan zijne teedere godsvrucht jegens de H. Maagd te kort te blijven; die op zijn doodbed nog verklaarde, dat geen daad in zijn leven hem nu meer troost schonk dan lid te zijn geworden van de Congregatie der H. Maagd, en hierom dan ook, nadat hij met de teederste gevoelens van godsvrucht jegens Maria, voor de laatste maal de woorden zijner toewijding in hare Congregatie had uitgesproken, met een onbepaald vertrouwen op de hulp zijner Moedor, den geest gaf. Antwerpen telde weldra tien Congregatiën mot meer dan 3000 leden, en Mechelen zag binnen acht dagen na de oprigting eener Congregatie liet getal leden tot 4690, en kort daarna tot 7000 opklimmen.')
* lum Saec. Soc. Jesu. p. -120, 421, 874, 875.
Van af het jaar barer kanonieke oprigting door Paus Geegoeius XIII in 1584, tot het jaar 1824 waren reeds 2476 Congregatiën met do Hoofd-Congregatie vereenigd; maar van dat jaar tot het jaar 1864 werd dit getal vermeerderd met 7040, zoodat in dit laatste jaar do Hoofd-Congregatie 9516 met haar ver-eenigde Congregatiën mogt tellen.1)
Ik mag het niet stilzwijgend voorbijgaan, hoe in 18()3 het derde Eeuwfeest van het ontstaan der Congregatie op zoo pleg-tige wijze de geheele wereld door is gevierd. Ook in ons vaderland wedijverden toen do leden der verschillende Congregatiën met .goedkeuring en op aanmoediging van al onze beminde Kerkvoogden, hoe zij zich door voorafgaande geestelijke oefeningen het heiligst zouden voorbereiden, om op dien dag niet alleen zich te verblijden over de groote weldaad van deze zoo heilvolle instelling, maar ook om den goeden God en de H. Maagd in 't algemeen te danken voor al het goede wat de Congregatie gedurende die driehonderd jaren gesticht heeft, te danken voor de onschatbare gunsten en genaden, welke een ieder in het bijzonder als lid dezer heilige vereeniging, door de voorspraak dier allerzaligste Moeder van God heeft mogen ontvangen. â
Welken invloed de Congregatie van Maria
1
Noti/ie istoriclic p. 17.
24
in Frankijk, vooral in het laatst der vorige en het begin dezer eeuw uitoefende, hoe zij daar streed tegen ongeloof en ketterij, hoe zij voor de vereenigde goddeloozen het mikpunt der hevigste vervolgingen werd, maar tegelijk voor zoovele duizenden en duizenden van geleerden en eenvoudige geloovigen het bolwerk bleef tegen afval van geloof en goede zeden, ja zelfs hoe zij voor vele steden bijna liet eenige anker des behouds was, dit alles u te herinneren zou ons te ver voeren, te meer daar zulks door de geschiedschrijvers uitvoerig is medegedeeld.1)
Te regt mochten wij derhalve de Congregatie met den zaadkorrel van het Evangelie vergelijken, welke in zoo korten tijd de grooto boom werd, die zijne takken heinde en verre over de gansche aarde uitspreidde. Hoe kan men zich met hot oog op zulke verbazende uitkomsten, iets geringers voorstellen dan die weinige kinderen, biddende en zingende rondom een altaartje; en toch hebben wij daaraan een instelling te danken, waar hertogen en prinsen, koningen en keizers, bisschoppen en kardinalen, wier namen op do lijsten der Congregatie-leden zoo luisterrijk schitteren, zich gelukkig achten deel vati uit )e maken. Om slechis eonigon te noemen, zoo vinden wij op do geschiedrollon der Congregatiën, behalve zou velen die na-
1
Zie Crctincau-Joly op 't woord : Congregations.
25
erhand der Societeit van Jesus, door geleerdheid en heiligheid, tot eer en roem verstrekt hebben, de namen van een Fenelion van een H. Alphonsus de Liguoei en een Bossuet, van Ferdinand II, Eoomsch Keizer, die zich in alle Congregatiën van zijn rijk en zelfs daar buiten, als lid liet inschhrij ven. on van zijn zoon Ferdinand III; van een Augusta, moeder van Rudolf II; van Maria, gemalin van keizer Maximiliaan ; van Elisabeth, gemalin van koning Karel IX en van Sigimund III, ioning van Polen, wiens smeekschrift om toch onder de leden te worden aangenomen, nog heden ten dage bewaard gebleven is.
Deze allen, zoo verschillend van land en van levenswijze, werden over de geheele wereld door dezelfde regelen, door dezelfde zucht om voor hunne Moeder Maria te leven on te sterven, op het nauwste vereenigd.
Zonder nu verder uit te weidon over de werkzaamheden, de vruchten van deugd en liefdadigheid, over de heldhaftigste voorbeelden van zelfopoffering in oorlogen en ziekten, waarvan de geschiedenis en vooral do âEerste eeuw der Sociëteit van Jesusquot; ons over de eerste honderd jaren van haar bestaan reeds zulke treffende tafereelen beschrijft, laten wij dankbaar zijn aan God en de H. Maagd, dat ook wij het geluk hebben leden te zijn van die roemvolle vereeniging, hooren wij tot onze .stichting en opwekking
paters quot;⢠i ^NDEKBROEDEHS j
iitÃWt Nit-DOfii* J/ \^_
26
van godsvrucht jegens die H. Maagd, de teedere uitboezemmgen, dat ajlerschoonste gebed van keizer Ferdinand II, waarmede hij zich zeiven en al wat hij bezat aan de H. Maagd Maria toewijdde, en wat hij, opdat de wereld zou weten, dat hij ook een kind van Maria was, even als zijn zoon fekdinand III, in al de Congregatiën liet inschrijven. âAller verhevenste Maagd Maria! Ik belijd openlijk en van ganscher harte dat ook ik een kind ben van die Congregatie, ter uwer vereering en aanroeping vereenigd. MIJ zeiven, mijne echtgenoot en mijne kinderen, het Eoomsche rijk, aan wiens hoofd God mij geplaatst heeft, al de rijken die ik van mijne voorouders ontving, mijn volk, mijne legers die voor U en uwen Zoon strijden, alles vertrouw ik U en uwe veel vermogende bescherming toe. Wil ook mij, die voor U, voor beider glorie leef, regeer en strijd, als een der Uwen aannemen.
Ik zal derhalve aan U zijn, Maria! aan U al de mijnen, aan U mijne landen, mijne rijken, aan U mijne volken en legers; bescherm ze, overwin door haar, regeer en heersch over allen. Dit is mijn wensch, mijne gelofte, 1640. Uit liefde en rechtvaardigheid : de uwe, Ferdinandus.quot;quot;) Laten wij zijne woorden tot de onze maken, en spre-
gt;:) Prinium Stee. Soc. Jesu. p. 302.
27
ken ook wij zóó uit geheel ons hart tot Maria al de dagen onzes levens. Geve Clod, dat wij nimmer de weldaden, door God en de H. Maagd aan de Congregatiën geschonken, noch de schoone voorbeelden van hen, die ons zijn voorgegaan, mogen vergeten; maar dat wij ons beijveren hen, in deugd en Godsvrucht, in de beoefening van liefdewerken en vooral in hunne teedere en kinderlijke liefde voor de Koningin des Hemels te ovenaren, opdat wij ons harer moederlijke bescherming eiken dag van ons leven meer en meer waardig maken.
IX.
JOSEPH MARIANUS PARTHENIUS
van de Sociëteit van Jesus,
aan de leden der Congregatie van de H. Maagd.')
-^-.-=4-
Indien gij bij de beoordeeling van dit boekje,
*) De beroemde Pater JosEPir Marta Mazzolari, of zooals hij zicli om zijne groote liefde tot Maria noemde en door anderen genoemd werd Marian us Parthenius, dat is Mabia-nus Kind van Maria, was te Pesaro den 11 Julij 1712 geboren, uit een adelijke familie van Cremona. Hij trad den 24 Jan narij 1732 in de Sociëteit van Jesus, en leeraarde 27 jaren te Florence en te Rome. Hij stierf te Rome den 14 September 178G. â Allerijverigst als hij was voor het welzijn der met de Hoofd-Congregatie vereenigde Congregatiën der H. Maagd, bragt hij in het kort hare regels en statuten in de Latijnsche taal bijeen zoo nogtans dat hij, gelijk hij zelf verklaart, in alles wUt de hoofdzaken betrof, al de voorschriften, die van den beginne af in de Congregatiën, bestuurd door de Sociëteit van Jesus, aangenomen waren met den heiligsten eerbied en trouw heeft bewaard. Deze zelfde regels en statuten werden in 1855 door de zorg en onder toezigt van den Z.Eerw Pater Petrus Becks, Algemeen Overste dierzelfde Sociëteit herdrukt, en aan alle bovengenoemde Congregatiën aanbevolen, opdat zij allen bij het vaststellen harer bijzondere regelen zich houden zouden aan hetgeen P. Parthenius in zijn gulden boekje ons gegeven lieeft. Notizie istoriche.)
29
wat ik u thans aanbied, niet ziet naar zijn omvang, die voorzeker al zeer gering is, maar zooals hot behoort, het voortreffelijke en de groote waarde der zaken die het inhoudt daarvoor tot maatstaf zult genomen hebben, dan zult gij ongetwijfeld moeten bekennen dat niets u welgevallige!' kon zijn, niets door u op hooger prijs moet geschat worden. Immers in dit boekje worden de regelen, door welke alle Congregatiën, en derhalve ook de uwe gevestigd zijn, geheel beschreven, en wel zoo, dat zij tot uwen geestelijken voortgang ten krachtigste zullen medewerken. Wat nu do Congregatiën zelve betreft, Paus Gbegobius XIII moet naar regt en verdiensten daarvan de insteller on grondlegger genoemd worden. Hij immers heelt de Congregatie, welke door de leerlingen in het Romeinsch Collegie begonnen was, door hiertoe uitgevaardigde Apostolische brieven goedgekeurd. Toen nu, in navolging van deze eerste Congregatie vele anderen in de Collegiën der Sociëteit waren opgerigt, heeft hjj ze allen met elkander willen vereenigen, en daarom bepaald 3at de Romein-sche Congregatie de Hoofd-Congregatie zijn zoude, met die bepaling, dat wanneer aan deze als aan het hoofd eenige weldaad zou geschonken worden, deze ook op de anderen als op hare ledematen zou overgaan. Hoe na dien tijd de Maria-Vereenigingen zich vermenigvuldigd en over geheel Europa en meer
30
nog daar buiten verspreid hebben, kan nauwelijks meer aangewezen worden. Dit ten minste is zeker: overal waar de Sociëteit van Jesus, die ter verbreiding van Gods glorie, de uiterste hoeken der wereld bezocht, is doorgedrongen, daar ook zag men de Maria-Vereenigingen verschijnen. Welke zegenrijke vruchten dezen nu aanbragten voor do jongelingen, die in de Collegiën van de Sociëteit van Jesus de fraaije letteren bestudeerden, behoef ik hier niet te melden. Daarvan getuigt ten duidelijkste hun dagelijkste voortgang niet alleen in de studie, maar veel meer nog in godsvrucht en deugden. Immers, die allergoedertierendste Moeder dezer Vereeningen, zij, de zetel der wijsheid, kon niet nalaten hare kinderen, zoo geheel aan Haar toegewijd en aan Haren dienst verbonden, met de teederste moederliefde te verzorgen, en daardoor hun dien dubbelen luister te verwerven, dat zij èn door deugden èn door wetenschappen zoo roemrijk boven allen uitschitterden.
De zoo heilzame instelling van dergelijke Vereenigingen bleef dan ook niet binnen de muren der Collegiën beperkt; zij bereikte ook de overige huizen der Sociëteit en die van andere stichtingen, en werd met de zegen-rijkste uitkomsten onder alle klassen van menschen ingevoerd. De toeloop toch uit alle rangen was zoo groot, zoo wonderbaar, dat de bestaanden Congregatiën moesten veiquot;-
31
deeld en van een gescheiden, en andere nie-wen worden opgerigt. Dit geschiedde dan ook op gezag der Pausen Sixtus V, Geego-eius XV en Clemens VIII, zooals blijkt uit hunne decreten; zoodat wij die instelling zulke groote uitbreiding zien erlangen, dat weldra schier alle klassen van menschen, van welken rang of' stand ook, elk hunne eigene Congregatiën hadden. Zoovelen wy er derhalve heinde en ver over den ganschen aardbodem verspreid zien, zoovelen zijn er van de Hoofd-Congregatie te Rome afgeleid; zoodat wij met alle regt haar kunnen vergelijken met die overvloedige bron, welke ontsprongen in het aardsch paradijs, door hare vruchtbare wateren den geheelen aardbodem blijft drenken.
Nu scheen men noch om de bestendiging, noch voor den luister der Congregatiën iets meer te kunnen eischen, toen Benedictus XIV van zijne buitengewone, ja bijna goddelijke liefde voor de Congregatiën zoo schitterend deed blijken. Zijne verdiensten jegens haar zijn zoo groot, zoo menigvuldig, dat men zulks niet alleen niet vragen, maar zelfs niet zou hebben durven verlangen. Het is hier de plaats niet die allen te vermelden; een ieder kan ze lezen in zijne waarlijk Gouden Bulle, welke het blijvend bewijs, hot altijddurend gedenkteeken zal zijn van zijne weldaden. In deze Bulle heeft deze zoo weldadige Paus zijne en zijner voorgangers magtbrieven op-
32
genomen en daardoor hebben wij al de voor-regten, door do andere Pausen verleend, ook aan hem to danken; vervolgens heeft hij die voorrogten zoo uitgebreid en vermeerderd dat wij in hem, na Gregomus XI IT, een tweeden grondlegger der Congregatiën moeten erkennen. Dit zij gezegd van de Pauselijke Magtbrieven en Decreten.
Om nu op do regelen tanig te komen, het is overbodig veel daarover uit te weiden, oven als het niet noodig is de leden tot de getrouwe naleving er van aan te sporen; dit is immers altijd hun streven geweest, om alios wat door de Bestuurders werd voorgesteld, bereidvaardig en blijmoedig ton uitvoer te brengen.
Als gij nu do Regelen, welke in dit boekje staan, vergelijkt mot die, welke eertijds in het Romeinsche Collegie en elders gedrukt, nog voorhanden zijn, dan zult gij bevinden, dat zij geheel en al gelijkluidend zijn, terwijl er hier en daar slechts iets is bijgevoegd, wat voor eene deugdzame opleiding der jeugd geschikter voorkwam. Daar toch de Roomsche Pausen magtiging gegeven hadden, om daar, waar het noodig bleek de oudere Regels buiten gebruik te stellen en nieuwe daarvoor in de plaats te nemen, kwam het wenschelijk voor eenigo nieuwe er bij te voegen en deze het wettige regt van Regelen te schenken, met die heilige verpligting nogtans, dat al wat van de
33
oudere Regelen kon behouden blijven, ook in zijn geheel, en ongeschonden moest blijven staan.
Wat blijft er verder over, beminde Congregatieleden ! dan dat gij u geheel toewijdt aan den dienst van Haar, âwie te dienen heerschen is,quot; die om hare buitengewone welwillendheid jegens ons, zich zoo diep vernedert, dat zij dient diegenen die haar dienen'? Wat immers is er, dat de Allerheiligste Maagd ons niet bezorgen kan, zij wier verdiensten voor God zoo groot en menigvuldig zijn^ en wier goedheid daarenboven jegens ons zóó groot is; zoodat haar noch magt noch wil ontbreekt om ons wel te doen, vooral indien wij door menigvuldige vereering en vooral door onzen trouwen dienst in hare Congregatie ons best doen, om ons hare zoo krachtige bescherming waardig te maken.
âLaten wij dan,quot; om u ten slotte met do woorden van den H. Bernardus (Sermo de Nat. B. V.) toe te spreken, âlaten wij uit het diepste onzer ziel, met de grootste tee-derheid des harten, met algeheele toewijding Maria vereeren; dit toch is de wil van Hem die gewild heeft dat wij alles door Maria zouden hebben. Zij is de ladder, waarlangs de zondaar tot God terugkeert, zij is ons grootste vertrouwen, zij is de grondslag van onze hoop. Wat streven wij naar groote dingen? Laat ons genade vragen en die vragen
34
door Maria; zij vindt alles wat zij zoekt, aan haar kan niets geweigerd worden.quot;
ixr.
PETRUS BECKX.
Algemeen Overste der Sociëteit van
Jesus. --
Dewijl Gkegobiüs XIII, gelukkiger gedachtenis, in zijn Constitutie âOmnipotentis Deiquot;, uitgevaardigd den 5 December 158-t, en bevestigd door Sictus V, Benedictus XIV en Leo XII, aan alle Algemeone Oversten dei-Sociëteit van Jesus of' hunne tijdelijke vicarissen goedgunstig heeft toegestaan, dat zij voor de goede instandhouding, het bestuur en de behoorlijke leiding zoowel van de Hoofd-Congregatie, opgericht in het Eo-moinsch Collegie van de Sociëteit van Jesus, als van alle anderen en van elke Congregatie met haar veroenigd. Statuten, Constitution en besluiten kunnen uitvaardigen en deze nadat zij uitgevaardigd zijn, zoo dikwijls het hun, naar omstandigheden van
tijd, of om andere redenen raogt goeddunken, vrij kunnen en mogen veranderen, verbeteren, beperken of hervormen, of ook andere nieuwe maken; daarom geven wy, opdat de gelvjkvor migheid overal z oo-v e e 1 m o g e 1 ij k worde o n d e r li o u-d e n , de machtiging dit boekje uit te geven, waarin de Regelen en Statuten van do Congregatie der H. Maagd Maria vervat zijn, zooals die eertijds door Pater Joseph Maeia-nus Pabthenius gerangschikt on volgens de oude gebruiken zijn bewerkt, welke Regelen wij bij dezen, met het ons, zooals boven gezegd is, verleende gezag, goedkeuren en bevestigen.
REGELEN EN STATUTEN
yan de Congregatiën der Allerheiligste Maagd Maria.*)
EERSTE HOOFDSTUK.
ALGEMEENE REttELEJf.
I.
Daar do allerhoiligsto Maagd on Mooder Grods do bijzondere patrones dor Congregatie is, zoo kan men verzekerd zijn, dat zij haar ook zal tor harte, nemen en beschermen; -zp immers is de moedor van barmhartigheid die allen bemint welke haar beminnen, en die allen bewaart en beschermt, welke met vertrouwen en godsvrucht tot haar hunne toevlucht nemen; daarom is het boven alles billijk, dat de loden haar niet alleen oene zeer groote achting en bijzonderen eerbied betoonen, maar ook door een onberis-
') Vertaald uit de Romeinsehe Uitgave, goedgekeurd en aanbevolen door den Z. Eerw. l'ater Beckx, Algemeenc Overste der Soeieteit van Jksls, Rome, ter drukkerij van de Cevilt:ï uattoiica. Ibuu. Zie voorgaanden brief.
37
pelijken levenswandel en reinheid van zeden de voorbeelden haver allerverhevenste deugden trachten na te volgen, en elkander onderling tot liefde jegens haar op te wekken. Het onderhouden dezer regelen zal zeer veel bijdragen om dat alles gemakkelijk in beoefening te brengen; waarom men dan ook gemeend heeft die op schrift te moeten stellen, opdat zij zooveel mogelijk gemeen zouden zijn aan alle Congregatiën, welke met die van Rome vereenigd zijn. Nogtans is het geoorloofd dat elke Congregatie, behalve deze algemeene nog eenige bijzondere regelen hebbe, welke zij, naar verscheidenheid van plaatsen en personen, voor zich dienstig mogt oordeelen.
II.
I)e Congregatie zal bestuurd worden door een Bestuurder (Directeur of Moderator) van de plaats waar zij is opgericht, en den Pre-fekt van de Congregatie met behulp en overleg van twee Assistenten. Aan dezen worden nog toegevoegd twaalf raadsleden, van welke oen de betrekking van raadschrijver zal waarnemen. Dit getal raadsleden mag bij een gering aantal Congregatie leden, niet anders dan op zes teruggebracht worden. Behalve dezen worden er ook andere ondergeschikte bedienaren aangesteld, zooals elke
38
Congregatie die noodig heeft. Allen echter moeten zoowel aan den Bestuurder der Congregatie als aan den prefekt en de andere ondergeschikte bedienaren, naar ieders waardigheid, den verschuldigden eerbied bewijzen, en hun, in alles wat de Congregatie betreft, gehoorzamen. Als iemand der bedienaren verhinderd wordt zijne bediening waar te nemen, moet hij zoodra mogelijk den Bestuurder of den prefekt daarvan verwittigen, opdat hij door iemand anders vervangen worde.
III.
Daar nu het veelvuldig gebruik der HH. Sacramenten hoogst nuttig is tor bereiking van het dool dezer Vereeniging, namelijk do bevordering van deugd en christelijko 'godsvrucht, zoo moeten zij, die onder het getal harer leden willen opgenomen worden, vóór dat zij worden aangenomen, door eene gewone of eene algemeene biecht, naar dat zulks de biechtvader het nuttigste in den Heer zal oordeelen, zich vazi hunne zonden zuiveren. Vervolgens vermanen wij al de gt; loden, dat zij minstens ééns in de maand te biechten en te communie gaan, en daarenboven op sommige hoogere feestdagen van Onzen Heer en zijne allerheiligste Moeder. Nogtans de hoogere bedienaren, de Prefekt, Assisten-
ten, Secretaris en Raadsleden kunnen dik-wijler dan de andere leden, wien zij tot voorbeeld moeten strekken, biechten en de H. Communie ontvangen, tenzij hun geestelijke vader daar anders over mogt oordeelen.
IV.
Ieder kieze zich, voor zoover het mogelijk is, een gewonen biechtvader, en na eenmaal gedane keuze, moet men niet ligtzinnig van biechtvader veranderen. Aan hom hehoort men dan ook zijn geweten geheel en al te openbaren, en zich in alles, wat de leiding van hot geweten aangaat, door hem te laten vormen en besturen.
V.
Op de Zondagen, alsook op de geboden feestdagen, moeten 's morgens allen in de vergaderplaats te zamen komen, waar zij zich ongeveer anderhalf uur met godvruchtige enquot; geestelijke oefeningen zullen bezig houden, volgens de orde die door den pro-fokt zal voorgeschreven worden. Deze orde zal nagenoeg zijn als volgt: Er wordt begonnen met de lezing van een godvruchtig boek, waarmede men voortgaat tot zoolang alle of bijna alle leden aanwezig zijn; dan
40
wordt er een gedeelte van de Getijden der H. Maagd gezongen; vervolgens zal do Bestuurder der Congregatie eeno korte onderrig-ting houden over zaken, die voor den geestelijken voortgang der leden bevorderlijk zijn: hierop volgt de H. Mis. Als deze geëindigd is, bidt men, volgens de bijzondere gewoonte van elke Congregatie, do Litanie of eenige andere gebeden, en daarna kunnen de loden heengaan; maar zij die tot de H. Communie genaderd zijn. moeten ten minste nog een kwartier uurs aan hunne dankzegging besteden. Na den middag vervolgens kunnen de Congregation, die alsdan gewoon zijn to vergaderen, zich een half uur of iets langer met ongeveer dezelfde oefeningen van 's morgens bezig houden.
VI.
Dewijl nu de leden der Congregatie door oon bijzonderen titel aan de H. Maagd zijn toegewijd en verbonden, daarom moeten zij Haar, naast God, ook de grootste liefde toedragen; derhalve zullen de Bestuurders en de prefekt der Congregatie alle middelen aanwenden om die liefde to vermeerderen en uit te breiden; zij zullen dus zorgen dat de hoogere feestdagen zoowel van Christus onzen Heer als van de Moedermaagd door do leden met meer vurigheid en grooter gods-
41
vrucht gevierd worden. Eu die godsvrucht zal grooter zijn. als de leden gedurende negen dagen vóór het feest door daarvoor geschikte oefeningen, en vooral door heilige overwegingen, zich voorbereiden en hun hart stemmen. Om hun dit gemakkelijker to maken, moeten de punten dor overwegingen en de andere bijzondere oefeningen voor elk van die dagen op schrift gesteld, en zelfs, indien do kosten zulks toelaten, in druk rondgedeeld, of op eon geschikten tijd in do vergadering worden voorgelezen.
VII.
Waar het gebruikelijk is, brenge ieder lid in de vergadering een briefje mode, waarop, zonder naamteekening nogtans, do oefeningen staan aangeteekend, welke hij gedurende die dagen heeft verrigt; dit briefje wordt door hom in een daartoe bestemde bus of kistje gestoken; naderhand worden die oefeningen behoorlijk gerangschikt, in een boek overgeschreven, en in de plaats van de gewone onderrigting, in hot openbaar voorgelezen. Die voorlezing moet, voor zoo ver dit kan, geschieden op een dag, zoo kort mogelijk, voor het feest, ten einde een ieder, door de herinnering van hetgeen hij heeft hooren voorlezen, des te krachtiger tot die grootere vurigheid en godsvrucht opgewekt worde.
42
De leden moeten zich ook wel overtuigd houden dat zij zich aan de H. Maagd welgevallig zullen maken, als zij niet alleen op bovengenoomde dagen die oefeningen zullen verrigten, maar ook eiken dag door een of andere oefening ten minste, de gunst der H. Moeder Gods trachten te winnen.
VUT
Daar het lezen van geestelijke boeken zoozeer door de Heilige Vaders wordt aanbevolen, en zooveel bijdraagt tot den geestelijken voortgang, daarom moeten de leden daar veelvuldig gebruik van maken. Indien het derhalve mogelijk is, moot de Congregatie eene biblotheek van dergelijke boeken hebben, ruim genoeg voorzien voor het getal leden; volgens regeling van den Bestuurder kunnen zij daar boeken uit medenemen, om er te huis dikwijls in te lezen. De boeken worden uitgedeeld door hem aan wien de Bestuurder deze bediening heeft opgedragen.
IX
Ook moet de Bestuurder aan de leden jaarlijks een tjjd aanwijzen gedurende welken zij do oefeningen van den H. Ignatius moeten doen. Men moet hun een naauwkeurige aanwyzing geven van die oefeningen, opdat
43
iedereen wete welke oefening in elk uui gedaan moet worden, en allen zullen met nauwgezetheid die aanwijzing onderhouden. Ui], die belast is om aan al de leden te za-men vcreenigd do oefeningen te geven, moet hen vooral aansporen tot eene goede biecht. Tc dien einde kunnen hun eenige korte punten voorgesteld worden, in hot algemeen over hot gebruik en hot veelvuldig ontvangen der HH. Sacramonton, over do keuzo van dezen of genen levensstaat, en moer dergeliike zaken, welke hun in die dagen vooral dienst en hulp kunnen aanbrengen. De oefeningen in de vergadering zullen ongeveer zijn als volgt: Men kan 's morgens beginnen mot de lezing van een boek, dat de stoften behandelt, welke daarna moeten overwogen worden. Na de lezing zal hij die de oefeningen leidt, een onderzoek instellen over bovengenoemde punten. Daarna volgt de uiteenzetting dor meditatie, waarna allen de H. Mis bijwonen. Nadat vervolgons de Psalm Miserere op een lageren en berouwwek-kenden toon gezongen is, worde aan een ieder de vrijheid gegeven zich te verwijderen. Na den middag zal nagenoeg dezelfde orde voor do oefeningen gevolgd worden. De H. Vastentijd schijnt voor deze oefeningen hot meest geschikt, tenzij de Bestuurder der Congregatie er anders over mogt ooi doelen. Na alzoo, volgens voorschrift dor Bestuurder der Congregatie, drie, vier of meer dagen te
44
hebben doorgebragt, komen allen den daarop volgenden morgen in de vergadering bijeen, om gezamentlijk het Allerheiligste Lichaam des Heeren te ontvangen. De leden moeten vooral zorgen dat niet het geringste oogen-blik van dien allerkostbaarsten tijd door hunne zorgeloosheid verloren ga; zij moeten â¢over hetgeen zij in de vergadering gehoord hebbon tc huis nadenken on aan geestelijke lezing en overweging veel meer tijd besteden, dan zij buiten die oefeningsdagen gewoon zijn.
X.
Ook moet men ten zeerste bezorgd zijn dat de bijeenkomsten der Congregatie niet om elke ook onbeduidende reden worden achtergelaten. Mocht zich echter eene reden voordoen, waarom men meent op dien dag de bijeenkomst niet te moeten houden, dan komt hot den Bestuurder toe over de gewichtigheid dier reden te oordeelen, die, na de zaak goed beschouwd en rijpelijk in den Heer te hebben overdacht, bepalen zal wat hij meent het beste te wezen. De dagen, waarop de bijeenkomsten gewoonlijk plaats hebben, zijn nagenoeg alle Zondagen, do Feestdagen van 's Heeren Geboorte, Besnijdenis, Hemelvaart, Pinksteren. H.Sacraments-dag, alsook alle verpligtende feestdagen der Allerheiligste Maagd en van alle Apostelen:
45
daarenboven de feestdagen van den H. Joseph, van de Geboorte van den H. Joannes den dooper, van den H. Laurentius en den H. Aloysius. Op deze dagen wordt nooit de bijeenkomst overgeslagen, ten zij misschien op Kerstmis en H. Sacramentsdag.)
XI.
. Die op de vastgestelde dagen en uren van de vergaderingen afwezig zijn geweest, moeten zoodra mogelijk de reden hiervan opgeven aan den Bestuurder, wiens zaak het is de geldigheid der reden te beoordeolen. Indien deze bevindt dat er eenige schuld bi] komt, kan hij, op wat wijze hij zulks goedvindt, die leden vermanen; en ook om dergelijke afwezigheid, of om andere overtredingen, kan hij ze soms voor bepaalden tijd do vergaderingen ontzeggen, naar dat hij liet tot welzijn der Congregatie en tot glorie van onzen Heer het nuttigste oordeelt. Om zekerder en gemakkelijker te weten of iemand afwezig is, moet de Congregatie een boek hebben, waarin èn de dagen zijn aangegeven waarop gedurende
Om alle onzekerheid weg te nemen voor Congregatiën, voor welke liet zeer moeielijk en dikwerf onmogelijk is op genoemde dagen te vergaderen, wordt gewoonlijk in de nan-vraag tot kanonieke oprichting der Congregatie vernield hoe dikwerf men voornemens is hijeen te komen, aan welke bepaling men zich dan zooveel mogelijk moet houden, {de / en.)
46
het jaar de bijeenkomsten zullen plaats hebben èn de namen der leden zóó zijn aan-geteekend; dat doer hot mot eon enkel teeken er bij te voegen, iemands afwezigheid gemakkelijk aangewezen wordt; ofschoon nog-tans allen met dien ijver jegens de H. Maagd moeten bezield zijn, en zoo bezorgd voor hun eigen geestelijken voortgang, dat zij deze of andere dergelijke middelen ter aansporing niet zoo zeer noodig hebben.
XII.
Indien er gedurende het jaar plechtigheden en feestelijke bijeenkomsten in de Congregatie moeten plaats hebben, of als er bij welke gelegenheid ook, andere onkosten moeten gemaakt worden, moet elke Congregatie rijpelijk overwegen wat met het oog op het getal en den stand der leden het dien-stigste is. Zij, die van minderen stand zijn, kunnen dergelijke uitgaven, niet dragen; die van hoogeren stand zoeken er bijna een ijdele praalvertooning in. Derhalve mag men niet te kwistig zijn met dergelijke uitgaven, dewijl zij dikwerf al de inkomsten uitputten en verslinden, die zeker veel beter voor nuttiger zaken tot meerdere eer van God en der H. Maagd hadtien moeten besteed worden. Daarom zal elke Congregatie bij hare overige bepalingen, ook volgens hot gevoelen en met goedvinden van tien Be-
47
stuurder, vaststellen wat zij hieromtrent kan en moet doen, daarbij vooral in het oog houdende die uitgaven, welke reeds tot meerderen voortgang der leden in den waren geest en in godsvrucht noodzakelijk gevorderd, en daarom ook in deze regelen mot zooveel aandrang aanbevolen worden.
XIII.
Dagelijks zullen de leden bij het opstaan, nadat zij God voor alle weldaden, zoo al-gemeene als bijzondere, en vooral voor die, welke zij gedurende dien nacht van zijne Goddelijke Majesteit ontvingen, zullen bedankt hebben, eerst de acten van Geloof, Hoop en Liefde bidden; daarna driemaal het OnzeVader en Weesgegroet ter eere der Allerheiligste Drievuldigheid, en, éénmaal de Twaalf Artikelen des G e 1 o o f s en het Salve E e g i n a, behalve de andere gebeden, welke ieder naar den raad van zijn biechtvader gewoon is te bid-ben. Met deze geboden moeten zij daarom toch niet tevreden zijn, maar iedereen zorgo dat hij minstens een kwartier aan het inwendig gebed of do overweging bestede, en dagelijks, als het mogelijk is, hot H. Misoffer bijwone. 's Avonds, voor zij zich te rust begeven, zullen zij wederom ongeveer een kwartier hun geweten nagaan en onder-
48
zoeken, en zoowel over alle zonden, als vooral over die welke zij bevinden gedurende dien dag te hebben begaan, een berouw verwekken; daarna bidden zij een Onze Vader en Wees g c g' r o a t, on den Psalm De Profundis voor de goloo-vige zielen.
XIV.
Dewijl de leden eener Congregatie tot oene eenigzins hoogere volmaaktheid clan de overige menschen geroepen zijn, zoo wordt liet aan allen in liet algemeen dan ook aanbevolen, dat zij een grooteren ijver aan den dag moeten leggen voor de oefeningen van godsvrucht en christelijke liefde, als zijn; dikwerf te biechten gaan en tot de H. Tafel naderen, het Oflicie dor H. Maagd en den Rozenkrans bidden; waar plaats en personen het toelaten, de gevangenen bezoeken; van tijd tot tijd naar de gasthuizen gaan, vooral op die dagen, welke een meer plegtig feest van Onzen Heer of van de Hquot;. Maagd voorafgaan. Deze en meer dergelijke goede werken worden hun aanbevolen, en daarom zal ieder naar zijn stand en godsvrucht, afzonderlijk of wel de geheele Congregatie geza-mentlijk, volgens de verordening en den raad van hem, die aan het hoofd der Congregatie staat, in die werken geoefend worden.
49
XV.
Als iemand der leden eener Congregatie ernstig ziek wordt, zal vooral do bestuurder en do Prefokt niet alleen zorgen dat hij bezocht on van de HH. Sacramenten dei-Kerk voorzien wordo, maar ook allen zullen hem in hunne geboden den Heer aanbevelen. En als hij komt te sterven, mogen de leden, waar het nog de loffelijke gewoonte is dat zij het lijk tor begraafplaats vergezellen, dit voorbeeld van Christelijke liefde niet achterlaten. Vervolgens op ilea eersten daartoe geschikten dag zullen zij allen gezament-lijk, als het mogelijk is, in de vergadering, of ten minste ieder voor zich afzonderlijk do O e t ij den der o v e r 1 o d o n e n voor hem bidden. Maar gedurende acht dagen zullen zij allen dagelijks ééns den Psalm Do Profu n dis met het gebed der overledenen voor hom bidden. N er volgens zal de gehoele Congregatie, aan het altaar der Congregatie, dat voor hare overledene loden geprivilegieerd is, ecne H. ^lis tot lafenis zijner ziel laten opdragen.
XVI.
Indien iemand, uithoofde eener reis, afwezig moet zijn van de Congregatie, moet hij den Bestuurder en den prefokt daarvan ver-
50
wittig.ni; ook zal hij van hen magtiging en opene brieven vragen, om ook in andere Congregatiën, wenvaarts hij zich welligt mogt begeven, als een der leden te worden toegelaten. En aangezien hij afwezig zijnde, toch deelachtig blijft aan de verdiensten dei-Congregatie, betaamt het ook dat hij aan de overige leden van tijd tot tijd eenig be-rigt geve over zich zels'en en zijn toestand, door te schrijven aan den profeet, en zich aan de gebeden der leden aan te bevelen. Doch waar hij ook zij, altijd moet hij zorgen, dat hij zich als een waar kind der Congregatie doe kennen, en door onbesproken zeden en een voorbeeldig leven allon trachten te stichten pn tot deugd en braafheid op te wekken.
XVII.
Zij moeten elkander met een ware en op-regte liefde beminnen, en zorgen dat zij den vrede en de onderlinge eendracht bevorderen, en dagelijks in ware en christelijke deugden voortgang maken. Om echter dit doel des te gemakkelijker te bereiken, zal het zeer heilzaam' zijn de bijeenkomsten der Congregatie trouw bij te wonen, het beoefenen harer godsdienstige- werken niet te verwaarloozen, met zulke personen dikwerf om te gaan, van wie zij eenig voordeel kunnen trekken, don
51
omgang met ongodsdienstigen, alsook alle gelegenheden te vlugten, die liun eenig nadeel zouden kunnen toebrengen, als zijn: openbare voorstellingen, twisten, oneenigheden, gemor en andere dergelijke zaken, die den goeden naam en de achting voor do Congregregatie doen dalen. Integendeel moeten zij hun bost doen om in alles zich zoodanig te gedragen, dat zij waardig geacht worden onder de bescherming van de Allerheiligste Maagd te staan.
XVIII.
Ten eindo deze bepalingen en regelen gemakkelijker te onderhouden, moeten zij, zoo dikwerf do niowe prefekt en do overige bedienaren afgekondigd worden, in het openbaar in de vergadering worden voorgelezen. Dat eindelijk een ieder zorgo de regelen mot de grootste nauwgezetheid na te komen. Behalve deze regelen zal ook iedereen a'1 de bijzondere gewoonten zijper Congregatie onderhouden; maar de bedienaren moeten de regelen, welke aan hunne bediening eigen zijn. dikwijler herlezen, om ze des te naauw-keuriger te kunnen onderhouden
TWEEDE HOOFSTUK.
Oyer het toelaten van Leden tot de Congregatie.
I.
Die in do Congregatie wenscht toegelaten te worden, begeve zich lot den Bestuurder en den prefekt, en als deze genoeg van hem vernomen, en voldoende inlichtingen over zijn leeftijd, beroep, deugden en andere hoedanigheden hebben ingewonnen, zal de prefekt in de bijeenkomst der twaalf of zes raadsleden over hem verslag uitbrengen, om hem gedurende eenigen tijd, zooals later zal gezegd worden, ter proefneming in de Congregatie toe te laten. Gedurende dien tijd mag hij alleen bij de geestelijke oefeningen der Congregatie, maar geenzins waar iets overlegd of beraadslaagd wordt, tegenwoordig zijn. Hij zal ook, voor zooveel de plaatsruimte het toelaat, gedurende dien tijd van de overigen afgescheiden zitten.
II.
Als iemand geschikt bevonden, maar nog niet opgenomen is, zullen de Bestuurder en de prefekt hem toevertrouwen aan een der
leden, die door braafheid uitmunt, on hem aan zij no trouw en zorg overlaten, om go-durende den proeftijd, (die naar gelang der personen, ongeveer twee of drie maanden zal duren), hem in de instellingen en regelen der Congregatie en overige gebruiken te on-derrigten, en de moeielijkheden, die hem soms mogten voorkomen, op te lossen, ten einde hij, na alles grondig onderzocht te hebben, zijn wensch moge vervuld zien. Wanneer nu de tijd aanbreekt, dat hij moet aangenomen worden, zal hij hem, om op den dag zijner aanneming, volgens do gunsten en voorregten aan de Congregatie verleend, den vollen aflaat te kunnen verdienen, vermanen, dat hij zich voorbereide om op dien dag het Allerheiligste Sacrament to ontvangen, ten einde daardoor aan zoo groeten schat deelachtig te kunnen worden.
III.
Alvorens nogtans iemand in de Congregatie opgenomen wordt, zal er wederom in de zitting der twaalf of zes raadsleden verslag over hem worden uitgebragt, om van de raadsleden, en vooral van hem aan wiens zorg hij was toevertrouwd, te vernemen, in hoeverre hij zich tot op den bepaalden tijd goed hebbe gedragen. Bevindt men, dat hij gedurende den proeftijd niet geheel aan de
54
verwachtingen heeft voldaan, zal de raad bij meerderheid van stemmen, beslissen, of hij zonder verder bedenken afgewezen, of wol zijn proeftijd verlengd zal worden. Maar heeft hij van zich en zijne deugdzaamheid goede blijken gegeven, dan zal hij met too-stemming van den Bestuurder, zonder wiens voorkennis en raadpleging niets geldig zijn kan, volgons de wijzo dio later wordt voorgeschreven, aangenomen worden.
DERDE HOOFDSTUK.
Over de bsvestigins; of aanneming van leden.
I.
Do feestdagen der H. Maagd Maria en in hot bijzonder do drie feestdagen der Boodschap, Hemelvaart en Ontvangenis der H. Maagd schijnen hot meest geschikt voor de aanneming van nieuwe leden. Op deze dagen derhalve zullen zij in de Congregatie opgenomen worden. Zij, dio moeten worden aangenomen, begeven zich eerst voor het altaar der H. Maagd, en daar neergeknield bidden zij eenigen tijd tot do goedertierendste Moeder, haar vurig smeekende, dat zij zich
00
gowaardigo hen onder het getal harer kinderen op te nemen. Dan zal hij, aan wiens zorg zij, zooals boven gezegd iw, gedurende den proeftijd waren toevertrouwd, mot luider stem het formulier der aanneming opzeggen met korte tusschenpoozen, zoodat zij, die opgenomen worden, zijne woorden gemakkelijk volgen, en to gelijk met hetzelfde formulier kunnen uitspreken. Hot formulier van aanneming is als volgt:
II.
FORMULIER VAN AANNEMING (of: Ade van toewijding.)
Allerheiligste Maagd on Moeder Gods Maria, ik .... ofschoon alleronwaardigst U te dienon, maar opgewekt door uwe bewondo-renswaardige goedheid, en gedrongen door het verlangen mij aan uwen dienst to verbinden, kies U heden in tegenwoordigheid van mijn Engelbewaarder en van geheel hot hemelsch hof tot myne Koningin, Beschermster en Moeder, en neem mij vastelijk voor, U voortaan altijd te zullen dienen, en voor zooveel in mij is, te zullen zorgen, dat gij van allen getrouw gediend wordt. IJ derhalve, liefdevolle Moeder, bid en smeek ik, door het Blood van Jesus Christus, dat voor
mij vergoten is, gewaardig U mij onder liet getal mver beschermelingen en tot uwen eeuwigen dienaar aan te nemen. Sta mij bij in al mijne handelingen, en verwerf mij do genade, dat ik mij in woorden, werken en gedachten zoo godrage, dat ik nimmer noch uwe, noch de oogen van uwen allerheiligsten Zoon beleedige. Wees mijnor gedachtig, en verlaat mij niet in het uur des doods. Amen.
III.
Dit gedaan zijnde, staan zij allen op, on worden zij door don onderrigter der nieuwelingen naar den Bestuurder geleid; deze zal-hun verklaren dat zij in de Congregatie zijn opgenomen, en tot blijk hiervan hen omhelzen, en in naam der geheele Congregatie aannemen. Als vader zal hij ze als zijne kinderen ontvangen, en hen omhelzende in korte woorden opwekken tot gehoorzaamheid aan de regels en de instellingen der Congregatie, en tot vereering en godsvrucht jegens de H. Maagd, aan wier bescherming zy zich op dezen dag vooral hebben toevertrouwd. Hij zal hun ook het regel-boekje der Congregatie geven, ten einde zij die regelen altyd bij zich hebben, en van tijd tot tijd te huis lezen, om ze des to gemakkelijker te kunnen onderhouden. Vervolgens
worden zij op gelijke wijze naar den prefekt geleid, die hen zoo kort mogelijk tot hetgeen boven gezegd is zal aansporen. Ten laatste worden er tot dankzeging eenige korte gebeden verrigt, volgens gewoonte van elke Congregatie.
VIERDE HOOFDSTUK.
Over d9 Verkiezing van den Prefekt en de overige bedienaren.
I.
De prefekt en de overige bedienaren zullen ééns hoogstens tweemaal 'sjaars op de voornaamste feestdagen der H. Maagd gekozen worden. Do Bestuurder der Congregatie, do prefekt, assistenten, raadsleden en secretaris komen daartoe bijeen, en na den Lofzang: âKom, Schepper-Geestquot; met de gewone geboden te hebben verrigt, kiezen zij, bij onderlinge mededeeling hunner stemmen, uit de geheele Congregatie drie leden, die door voorbeeldige deugd en aanbevelenswaardige braafheid boven anderen uitmunten. Deze drie worden dan aan do geheele Congregatie voorgesteld; die de meeste stemmen verkrijgt, wordt tot Prefekt, dio minder stemmen verkrijgen, worden naar het getal stemmen tot
58
eerste en tweede assistenten benoemd. Do stemmen worden opgenomen door den Bestuurder der Congregatie en door den prefekt. Ongeveer op dezelfde wijze moeten de raadsleden en do raadschrijver gekozen worden, maai zij mogen volstrekt niet aan de gehoelo veigadering ter keuze worden voorgesteld.
II.
De schatbewaarder, koster, portier, en andere mindere bedienaren, voor zoover deze volgens de gewoonte dor Congregatie noodig zijn, kunnen door den Bestuurder en den Prefect te zamen met do assistenten en don raadschrijver gekozen worden, met inachtneming nogtans van de groot ere talrijkheid en de stichting der leden. Bij het begin echter van elko nieuwe prefectuur zullen even als de hoogere zoo ook de mindere bedienaren veranderd worden, tenzij do Bestuurder en do piofect, om billijke redenen althans het anders mogten goedvinden.
III.
Als op dio wijze de hoogere en mindere bedienaren der Congregatie gekozen zijn, worden zij op den feestdag der H. Maagd'in de Congregatie afgekondigd. Tot meerdere
godsvrucht en plechtigheid kan de Bestuurder der Congregatie aan elk der bedienaren do teekenen aan olke bediening eigen, uitreiken. Do raadschrijvor zal derhalve do namen der bedienaren mot luider stem aflezen, volgons do orde dat zij gekozen zijn en ieders rang on waardigheid zulks vordert. Hij, wiens naam wordt afgelezen, bogevo zich naar den Bestuurder en voor hom neergeknield, ontvangt hij van hem do teekenen zijner bediening; do Bestuurder zal hem in weinige woorden opwekken om die bediening mot dien vlijt en die zorg, zooals de bediening dat vordert, waar te nomen, on hom zoo kort mogelijk de verplichtingen or van voorhouden. Nadat'op die wijze al do bedienaren zijn aangesteld, zal of do Bestuurder der Congregatie zelf, of oen ander de vergaderde leden der Congregatie toespreken, on hon tot hot ijverig bijwonen dor bijeenkomsten, tot liet onderhouden dor regelen, tot godsvrucht on llofdo voor de H. Maagd, en vooral tot navolging harer deugden aansporen.
IV.
Mogt do prefokt, vóór dat de helft van don tijd zijner bediening verstroken is, overlijden of door eenig ander toeval belet zijn in do verdere uitoefening van zijn ambt, dan zal volgons de uitspraak van den Bestuurder oen
60
ander in zijne plaats benoemd worden tot aan den tijd der nieuwe verkiezing. Hetzelfde zal ook geschieden bij het vervangen dei-óverige bedienaren.
VIJFDE HOOFDSTUK.
Wat in de Raadsvergaderingen moet onderhouden worden.
Ter instandhouding en uitbreiding dor Con^rcg;lhe schijnt het niet alleen noodza-k ei Uk dat de leden dikwerf tot het doen van goestolyke oefeningen vergaderen, maar ook dat zi) van tijd tot tijd bijeenkomen om over bet behoorlijke bestuur der Congregatie te 1 andeleii. Derhalve zullen de Bestuurder met den prelekt, assistenten, raadsohrijver en de twaalf of zes raadsleden, zoo dikwerf het noodig zal zijn, op oen geschikt uur tezainen komen, om de voorkomende zaken te behandelen en daaromtrent besluiten le nemen liet doen van voorstellen in den Ruad behoort vooral aan den Bestuurder; de overigen
zullen in alles zijn gezag hoogschatten en
nnt jl?01,1Zijl\00quot;deel lat0n leid0n' Ofschoon k zij, al wat zij noodzakelijk mochten oor-
Sn A1,? quot;0pas!:e zeiliKheid kunnen voorstellen. Allen moeten zich wachten van elke
61
ongeregelde gemoedsstemming, en in het uitbrengen van hun gevoelen eenig en alleen de eer van God en Gods Moeder, en den geestelijken voortgang der Congregatie voor oogen houden..
ZESDE HOOFDSTUK.
Regels van den Prefikt.
I.
Aangezien do Prefekt door waardigheid en bediening boven de andere leden der Congregatie staat, en hom na den Bestuurder tie eerste plaats toekomt, zoo behoort hij ook zijn uiterste best te doen, om door ecu deugdzaam leven boven al de overigen uitte munten. Bijgevolg moet hij niet alleen de bijzondere regelen zijner bediening, maar ook de algemeene mot de grootste nauwgezetheid onderhouden, vooral die, welke betrekking hebben op het ontvangen der HH. Sacramenten, door meermalen dan de anderen zijne zonden te belijden en tot het Allerheiligste Sacrament te naderen; ook zal hij er zich op toeleggen, dat hij niet zoozeer door woorden dan door voorbeelden de Congregatie in deugd en Christelijke volmaaktheid doe vooruitgaan.
11.
Hij moet altijd op de vastgestelde tijden in do Congregatie tegenwoordig zijn, en bij tijds en mot beleid voorzien in alles wat tot de gewone geestelijke oefeningen behoort, zooals hij dit te voren met den Bestuurder zal hebben afgesproken. Mocht hij door een wettig beletsel verhinderd, niet in de vergadering kunnen tegenwoordig zijn, dan zal hij zoodra mogelijk den Bestuurder waarschuwen. Alsdan zal de eerste assistent zijne plaats vervangen, en bij afwezigheid van deze do tweede assistent.
III.
Ofschoon op don prefekt de zorg voor de Congregatie berust, moet hij toch wol weton dat hij ondergeschikt is aan den Bestuurder, van wien hij altijd vernemen zal hoe hij do zaken moet behandelen. Daarom zal hij niets veranderen noch afschaffen, noch iets nieuws invoeren zonder voorkennis of goedkeuring van den Bestuurder, opdat in de Congregatie alles met te meer voorzichtigheid en bedaardheid tot grootere eer van God en do Moedermaagd geschiede.
IV.
Hij zal zorgen dat zoo dikwijls de nieuwe
prefekt on de overige bedienaren zijn gekozen, de algemeene regelen der Congregatie in de vergadering worden voorgelezen, maar bovenal zorge Mi dat zij door allen goed onderhouden worden. Ook zal hij toezien dat de overige ondergeschikte bedienaren de regels van hun ambt goed nakomen, vooral de assistenten, de raadschrijver en do twaalf of zes raadsleden. Hij moet insgelijks zorgen dat de namen der leden van do Congregatie op eene lijst geschreven zijn; alsook dat er een boek zij, waarin de namen zoowel der aanwezige als der afwezige leden staan op-geteekend, op do wijze zooals dat in den elfden dor algemeene regels is voorgeschreven ; ook een tweede boek waarin de bedienaren, met vermelding van dag en jaar dat zij aangesteld zijn, worden ingeschreven, en een derde boek, waarin wordt aangeteekend wie, op wat dag en jaar in de Congregatie aangenomen, en ook, als men het te weten kan komen, wanneer hij gestorven is.
V.
Als iemand der leden ziok is, zal de Prefekt hom uit naam der Congregatie doen bezoeken; als do ziekte toeneemt, zal hij zorgen, dat allen voor hom geboden aan God opdragen. Mogt er gevaar van sterven zijn, moet hij zorgen dat den zieke do Allerhei-
64
ligste Sacramenten der stervenden toegediend worden; en als hij overleden is, dat de leden de voorgeschreven gebeden tot lafenis zijner ziel verrichten.
VI
De zoogenaamde opene brieven zal hij te zamen met den Bestuurder onderteekenen Indien soms iemand der leden om gewichtige overtredingen uit de Congregatie moet weggezonden worden, zal hij niets doen zonder den Bestuurder te raadplegen, en ook met anders dan volgons zijn oordeel en gevoelen die zaak behandelen.
ZEVENDE HOOFDSTUK.
Regels der Asaiatenten,
T.
De bediening der Assistenten bestaat daarin, dat zij door raad en daad den prefekt in het besturen der Congregatie bijstaan. Daarom is hot dan ook plichtmatig, dat zij goed met hem overeenstemmen, opdat door
65
eenheid van gevoelen liet bestuur der Congregatie des te geregelder plaats liebbe.
II.
Zij moeten zoowel in do openbare als bijzondere bijeenkomsten tegenwoordig zijn, en als do prefekt afwezig is, zal de eerste assistent zijne plaats vervullen; zijn beiden afwezig, dan bekleedt de tweede assistent de bediening van prefekt. Zij moeten dikwerf met don Bestuurder en den prefekt spreken over al wat den geestelijken voortgang dei-Congregatie betreft, en dezen door woord en voorbeeld, zooveel het hun met de goddelijke genade zal mogelijk zijn, trachten te bevorderen.
ACHTSTE HOOFDSTUK.
Regels van den Raadschrijver.
I.
Do geheim- of raadschiijver zal alle beraadslagingen bijwonen. Do zaken van grooter belang zal hij in een daartoe bestemd boek aanteekenen; maar van al wat moet ingeschreven worden, moet hij aan den Bestuur-
66
der en den prefekt eerst een afschrift ver-toonen.
II.
In de boeken, waarvan vroeger gesproken is, moet hij met de grootste nauwkeurigheid alles inschrijven, wat in elk boek behoort.
Wat in de beraadslagingen vastgesteld is mag hij niemand mededoelen, en hij moet' zooals zijn naam dit aanduidt, het stilzwijiren weten te bewaren.
III.
Het is aan zijne zorg opgedragen do openo brieven, bengten, bevelen on al het andere wat het gebruik medebrengt, te schrijven! alsook te onderteekenen, en to verzegelen niet het gewone zegel der Congregatie: doch in alles moet hij te werk gaan volgens de bepaling van den Bestuurder en den prefekt.
NEGENDE HOOFDSTUK.
Regeis van de twaalf of zes Raadsleden
Uit de Congregatie-leden worden, volgens
67
de wijzo die in de regels der kiezing is voorgeschreven, eenigo loden gekozen, namelijk twaalf als de Congregatie talrijk, maar zes als zij minder talrijk is. Hun plicht is het, don prefekt in de beraadslagingen en hot bestieren der Congregatie ton dienste te staan. Daarom behooron zij genomen te worden uit de oudore en deugd-zamoro leden. In het uitbrengen van hun gevoelen zullen zij immer de grootere oer van God en dor Moedermaagd, en don geestelijken voortgang dor Congregatie voor oogon houden, en wel toezien dat zij zich door geen partijzucht van eene regtvaardigo oordeelvelling laten afbrengen. Zooals meermalen gezegd is, moeten zij, gelijk zij door waardigheid boven do anderen staan, ook door hun voorbeeld boven hen trachten uit te munten.
TIENDE HOOFDSTUK.
Regeis van den Cnderrigter der nieuwelingen.
Do bediening van den Onderrigter der nieuwelingen bestaat hierin, dat hij volgens voorschrift van den Bestuurder en don prefect, diegenen die in de Congregatie verlangen aangenomen te worden onderrigte, door
hun do regels uit te leggen, en hen bekend te maken met andere bijzondere gebruiken van de Congregatie. Hij moet vooral zorgen, dat iiij zoowel dezen als allo anderen die aan zijne zorg zijn toevertrouwd, do grootste liefde toedrage en met ijver zijnen bijstand vorleene. Dikwijls moet hij met den Bestuurder en den prefekt over hen onderhandelen en beider raad inwinnen, hoe hij zo het best op den weg van den dienst van God zal kunnen geleiden. Hij moet ook eene tabel hebben, waarop het formulier der aanneming gedrukt of sierlijk geschreven staat. Hot komt hem toe, diegenen die tot leden wen-schen aangenomen te worden, de plaats aan het altaar aan te wijzen, het formulier voor to lezen en hen tot den Bestuurder en den prefekt te geleiden.
ELFDE HOOFDSTUK.
Regels van den schatbewaarder.
De Schatbewaarder mag niet de minste uitgave doen buiten order van den Bestuurder. Hij moet een kistje hebben, waarin het geld der Congregatie bewaard wordt. Dit kistje moet door twee verschillende sleutels gesloten zijn, waarvan de eene berust bij den bestuurder, den anderen zal hij bij zich houden, tenzü men dit anders mogt bepalen; immers in
69
Congregatiën, wier leden nog zeer jong zijn, is het welligt beter dit niet toe te staan. Daarbij moet hij een boek hebben, waarin inkomsten en uitgaven nauwkeurig staan opgeteekend, welk boek hij, zoo dikwerf do Bestuurder het goed vindt, hem zal doen inzien en verklaren. Hij wachte zich wel, van ooit iemand uit naam der Congregatie iets te vragen, hetzij om gewone of om buitengewone uitgaven der Congregatie te bestrijden; maar hij stelle zich tevreden met die giften, welke naar gewoonte door allen geschonken worden, en die, welke ieder naar zijne milddadigheid, in elke vergadering gewoon is bij te dragen.
TWAALFDE HOOFDSTUK,
Regels van. den prefekt der Bifiliotheek:.
De Bibliotheek der Congregatie en al de boeken die zij bevat, worden aan zijne zorg en trouw overgelaten. Hij begrijpe wel van hoe groot gewicht zijne bediening is, en hoezeer hij in do bediening door zijne zorgvuldigheid veel voordeel, maar ook door zijne nalatigheid veel nadeel aan de overige leden kan aanbrengen. Na het eindigen der vergadering zal hij de boeken aan de leden uit-
70
deelen. Hij moet van al de boeken een nauwkeurig opgemaakte lijst hebben, welke hij ter inzage zal leggen of toonen als zij gevraagd wordt, opdat zoo iedereen uit de bibliotheek het door hem verlangde boek kunne verkrijgen. Hij geveechteraan niemand een boek af, dan nadat hij door dengenen zeiven, die het boek verlangt, den naam, voornaam, titel van liet boek, dag, maand en jaar, waarop hot medegenomen wordt, op een briefje naauwkeurig hebbo doen aanteokenen. Dit briefje bewaart hij, tot dat het book, wat medegenomen is, wordt teruggebragt, waarna Lij hem het.briefje teruggeeft. Hij sta niot toe dat iemand twee boeken te gelijk naar huis medeneme, noch dat iemand een boek behoude gedurende de herfstvacantie. Allen moeten, zoodra deze is aangekondigd, al de boeken die zij hebben, naar de bibliotheek terug brengen.
DERTIENDE HOOFDSTUK.
Regels voor de ziekenbezoekers.
Aangezien de prefekt onmogelijk alle zieke leden, vooral indien er velen tegelijk mogten ziek zijn, meermalen in persoon zelf kan bezoeken, zoo is het noodig dat hij er onder de
7L
leden der Congregatie eenigen hebbe, die hem in zulk een godvruchtig en heilig werk ter zijde gestaan en zijne taak verlichten; hun getal zal door den Bestuurder worden bepaald, die ook zal toezien dat hij tot deze bediening die leden uitkiest, welke hij weet dat, meer gevorderd in leeftijd, ook door braafheid boven anderen uitmunten. Hunne werkkring is, de zieke leden dikwerf te bezoeken, met zorg naar hun toestand te vernemen, on dit don Bestuurder on don profekt mede te doelen ; hen vuriger aan God aan to bevelen, en to zorgon dat zij door do gomoonschap-pelijko geboden dor Congregatie worden bijgestaan. Neemt de ziekte toe, dan moeten zij zoodra mogelijk don Bestuurder en den prefekt waarschuwen, teneinde deze, volgons hun ambt den zieke kunnen gaan bezoeken en voorkomen dat de in gevaar verkeerende zieke niet storve alsvorens hij behoorlijk van alle H.H. Sacramenten der stervenden voorzien zij. Hot is ook zeer goed niet alleen de zieken' als zij bedlegerig zijn meermalen te bezoeken, maar ook als zij van hunne ziekte beginnen te herstellen^ en dan zooveel mogelijk zorgen dat zij hen door geestelijke gesprekken in den Heer troosten en opbeuren.
72
VEERTIENDE HOOFDSTUK.
ZESeg-els -vcor lt;a.erL koster.
Er kunnen, naar de talrijkheid dor Congregatie, twee, drie of vier kosters zijn. Zij moeten zich wel overtuigd houden, dat zij door de werkzaamheden dezer bediening, naast God, de Moeder Gods en Maagd dienen en voor haar arbeiden. Daarom moeten zij het niet beneden zich rekenen de vergaderplaats uit te vegen of andere nederige werkzaamheden aldaar te verrigten. Vóór alles moeten zij zorgen dat de priestergewaden on al het overige wat bij de H. Offerande dei-Mis gebruikt moet worden, behoorlijk gereetl en uiterst zindelijk zij. Er moet van al het huisraad dor Congregatie oen register in een boek geschreven worden ; en wanneer zij hunne bediening neerleggen, moeten zij dit overhandigen aan hunne opvolgers, wien zij ook onderrigten moeten waar dat alles moot geplaatst worden. Zij moeten alles wat tot deze bediening behoort betamelijk en ordelijk gerangschikt wegleggen en bewaren : alles moet afgesloten en do sleutels bij den Bestuurder der Congregatie gebragt worden. Zij mogen zich niet ligtvaardig of zonder goede reden, en niet dan met verlof van den Bestuurder, uit de vergadering verwijderen, maar behooren te zamen met do anderen al de geestelijke oefeningen der Congregatie bij te
73
wonen. Niet de minste uitgave mogen zij doen, buiten voorkennis en raad van den ^Bestuurder. Zij moeten hun genoegen niet zoeken in al te kostbare versieringen. De Bestuurder zal met do noodige voorzichtigheid hun die ten eenonmalo verbieden, of zo tenminste zoo weten te matigen, dat er zoo weinig mogelijk onkosten mode gepaard gaan.
VIJFTIENDE HOOFDSTUK.
Regels van djn Lezer.
Hij meet zich zoo vroegtijdig mogelijk naar do vergadering begeven. Do vergadering immers noemt eon aanvang met de lozing uit oen godvruchtig book. Nooit leze hij voor uit een boek, dat niet door don Bestuurder is aangewezen. Aanstonds na do afkondiging van een nieuw bestuur, moet hij de algemeono regels voorlezen. Hij moet niet to haastig lozen, maar met luide duido-lijko en heldere stem. en van tijd tot tijd oven stilstaan, om hetgeen hij leest èn go-makkelijker te doen verstaan èn dieper in do harten der hoorders te doen doordringen. Daarom is hot noodzakelijk dat hij goed wete on begrijpo van welk belang do geos-telijke lezing is, en hoeveel deze bijdraagt
4
74
zoowel tot verbetering des levens, als tot vermeerdering van godsvrucht. Men voege bij do lezers ook zangers, die don leden bij het zingen dor motten van do H. Maagd, dé zangwijze en don toon aangeven.
ZESTIENDE HOOFDSTUK.
Regels van den Portier.
Ook deze moet zoo vroegtijdig mogelijk naar do vergadering gaan. Hij moet dén naam 011 voornaam van allo leden, volgens alphabetische orde bewerkt en gerangschikt op oono lijst of in oen book opgeteokond bobben, om dos te vlugger, wanneer hotnoodig is, ieders naam te kunnen vinden. Do namen moeten zoo zijn ingeschreven, dat met oon of andor toeken, volgons bepaling van den Bestuurder er bij to voegen, aangeduid wordt, wie van de vergadering afwezig is en wie or tegenwoordig zijn geweest, en of zij tot do H. Tafel zijn genaderd of niet. Dit book moet met do grootste zorg bewaard worden, daarom zal men het niet onbedachtzaam aan iemand toevertrouwen, maar alleen aan hem, van wiens trouw en deugdelijkheid de Bestuurder ten volle overtuigd is. Als dit boek volgeschreven is, moet hot bij do ge-schiodbooken dor Congregatie weggelegd en bewaard worden.
75
ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.
Regels v. de overige mindere bedienaren.
Indien do Congregatie, naarmate do work-zaamhodon die or verrigt moeten worden, nog andere ondergeschikte bodienaron in grootor of kleiner getal mogt noodig hebben.
hot geoorloofd hun do regelen, welke zij moeten onderhouden, voor te schrijven. Maar niets mag or vastgesteld worden, tenzij niet overleg on- goedvinden van don Bestuurder der Congregatie. Men moet zich ook wachten iets te bopolen, wat mot de ovorige regels in strijd is; maar bovenal moet men bezorgd zijn dat er niets gedaan worde wat niet in alle deelen passend en doelmatig is voor do godsvrucht en hot geestelijk voordeel dor loden; alles echter, wat daarmede niet is overeen te brongen, of wat aanstootelijk is, moet ten eenemale er uit verwijderd en als van niet do minste kracht beschouwd
worden.
O
y
U
V
76
Getuigschrift der Aanneming.
Door dit ⢠ons getuigschrift willen wij verklaren, dat onze in Christus beminde
............. den . . .
â .......van het jaar . , . .
is aangenomen als lid dor Congregatie, onder
den titel van......to
zoodat hij diensvolgens mag en kan verwerven al de aflaten, gunsten, weldaden en vooiTogten, wolke de andere reeds aangenomen leden genieten; en bij overlijden, door al de gebeden, welke volgens gewoonte voor afgestorvene Congregatieleden verrigt worden, door deze onze Congregatie moet geholpen worden.
Gegeven ter voornoemde Congregatie van de Moeder Gods en Maagd, dag en jaar als boven.
T-gt;c Bestuurder,
De Prefekt,
De Raadselirij ver,
11 V.
AFLATEN
vergund duor dc Pausen aan dc Hoafd-Congregatie, opgerigt onder den titel can Maria-Boodschap, in het Rumeinsche Col-kgie, cu ecenzoo aan al du Congregatiën, die op dezelfde wijze zijn of zullen worden opgerigt, â nuts zij met voornoemde Hoofd-Congregatie wettig vereenigd zijn.
Volle Alliiton
voor alle Christen geloovigen van beider geslacht.
1. Allo Christen geloovigen, hetzij men lid der Congregatie is of niet, indien zij met een waar berouw hunne zonden gebiecht, en het H. Lichaam dos Heeren genuttigd hebben en op den titel-feestdag der Congregatie, (te beginnen met de eerste vespers op don vooravond tot zonsondergang van den feestdag), de kerk, kapel of bidplaats der Congregatie godvruchtig bezoeken, en aldaar bidden voor hot heil en dc uitbreiding des Christendoms, do uitroeiing der ketterijen, den algemeenen en den ouderlingen vrede der Christen-Vorsten, en het welzijn van den Paus, of andere gebeden volgens
78
hunne godsvrucht storten, kunnen eenen vollen aflaat verdienen.
2. Indien do Congregatie, behalve de H.
Maagd, een tweeden titel of patroon heeft,
is op dezen feestdag op dezelfde wijze een T* volle aflaat verleend. Indien do Congregatie dezen tweeden titel niet heeft, mag haar Bestuurder elk jaar, met toelating van den Bisschop, een dag naar goedvinden verkiezen.
3. Elk dezer beide feestdagen mag, insgelijks met toelating van den Bisschop, op eon anderen dag, zelfs op een Zondag verzet worden, en dan kan men den bovengemelden aflaat verdienen op den dag, waarop dan de plechtigheid gevierd wordt, zelfs indien op ilezen dag een dubbel feest (feslum duplex)
invalt, in welk {;eval üvc plechtige Votief-Misse van dat verzette feest kan opgedragen worden.
quot;Vollo AlTjitoii
welke alléén docr de leden cn Bedienaren der Congregaüni, ni door hen die deze behulpzaam zijn, kunnen verdiend worden.
1. Op don dag, dat iemand in de Congregatie wordt aangenomen, verdient hij, als hij met een waar leedwezen gebiecht en liet
Allerheiligste Sacrament des Altaars in de kerk der Congregatie of in eene andere kerk zal ontvangen hebben, een vollen aflaat en do kwijtscholding van al zijne zonden.
2. Denzelfdeii aflaat in den ure des doods.
3. Insgelijks do leden eener Congregatie, die, nadat zij met een waar berouw gebiecht hebben, .op do dagen der Geboorte en dor Hemelvaart van onzen Heer Jesus Christus, on op do feestdagen der Onbevlekte Ont-vangenis. Geboorte, Boodschap en Hemelvaart van Maria, hot H. Lichaam des Hoeren aldaar nuttigen.
4. Ook een vollen aflaat ééns in de week op een van de dagen, op welke men volgons do regelen en do gebruiken dor gemolde Hoofd-Congregatie of der andere Congregatiën gewoon is bijeen te komen; mits zij met con waar berouw gebiecht en de H. Communie ontvangen hebbende, do kerk of kapel, bidplaats of vergaderplaats hunner Congregatie bezoeken, en aldaar godvruchtige gebeden aan God opdragen voor do eendragt der Christen-Vorsten, do uitroeiing der ketterijen en de verhefting onzer Moeder de H. Kerk. Wanneer nogtans gedurende dezelfde week do leden der Congregatie twee of driemaal vergaderen, zal ieder slechts één van dezo dagen naar goedvinden mogen kiezen om den aflaat te verdienen. Intusschen moeten zij zich herrinneren, dat zij hierin, gelijk
so
in al hot overige van do leiding hunner Bo-stuurders moeten afhangen.
5. In do Congregation, welker leden gewoon zijn des avonds, des nachts, of op een ander uur na don middag te vergaderen, kan naar verkiezing op denzelfdon of op don volgenden dag, de volle aflaat verdiend worden
6. Do Priesters, met het bestuur der Congregatie belast, kunnen (mits zij daartoe van don Bisschop eens voor altijd hot verlof hebben verkregen), zoo dikwijls zij de zieke loden of bedienaren der Congregatie bezoeken, en hou door geestelijke vermaningen, hetzij om de ongemakken der ziekte geduldig te verdragen, of om den dood gewillig van de hand des Hoeren aan to nemen, trachten to helpen, en hen voor oen beeld van den gekruisten Zaligmaker driemaal het Onze Vader en hot Wees Gegroet, volgens de inzig-ten van don Paus en van onze Moeder do H. Kerk, hebben doen bidden, deze zieken op den dag, waarop zij het Allerheiligste Sacrament ontvangen hebben, een vollen aflaat doen verdienen.
7. Do volle aflaat, die eens in deweelcYer-gund is, kan tweemaal 's jaars door deleden der Congregation verdiend worden, alhoewel zij do bidplaats hunner Congregatie niet bezoeken. mits zij oeno andere kerk bezoeken, waarin zij hot Allerheiligste Sacrament des Altaars ontvangen, na voorafgaande alge-meene biecht van geheel hun voorgaande
81
loven of van hunne laatste algemeene biecht. Bij deze gelegenheid wordt hot doen eoner algemeene biecht zeer geprezen, gelijk ook door do Pausen eeno bijzondere godsvrucht tot do allerheiligste Maagd dringend wordt aanbevolen. Daarenboven wordt den loden der Congregatie op hot hart gedrukt, dat zij toch nooit mogen weigeren zich aan den raad on do bevelen van hunne bijzondoro Bostuuffiers met een ijverigen en bereidvaar-digen wil te onderwerpen.
Aflaten vsin ze ven .iavon,
toegestaan aan dezelfde personen, even zoo dikwijls als zij een der volgende goede werken verrigten.
1. Het lijk van een Ud der Congregatie of elk ander geloovigc bij eeno kerkelijke begrafenis vergezellen.
'2 Als zij, door het luiden der klok ge-waarschuwd, dat een geloovige in doodstrijd verkeert of sterft, bidden voor de genezing of oen zaligen dood van dien zieke, of voor de rust der ziel van dien overledene.
3. Eeno openbare of bijzondere godvruchtige bijeenkomst, do goddelijke diensten, geestelijke gesprekken of onderrigtingen bijwonen.
82
4 Tegenwoordig zijn bij godsdienstige oefeningen, door de Congregatie met toe-s te mm mg van don Bestuurder goedgevonden, tot lafenis van een overleden lid der Congregatie, of van een anderen geloovige.
5. Misse hoeren op een werkdag.0
6. Des avonds, alvorens te gaan slapen, net geweten zorgvuldig onderzoeken.
7. Arme zieken, hetzij Congregatie-leden ol met, m gasthuizen of andere huizen bezoeken.
S. Do gevangenen bezoeken.
9. Degenen, die in tweedragt leven, met elkander verzoenen.
Verklaring.
De leden der Congregatiën zullen al deze aflaten kunnen verdienen overal waar zij zich bevinden, indien zij in de kerk der plaats waar zij zijn, of elders, zooals zij kunnen, verngten hetgeen voorgeschreven is om genoemde aflaten te verdienen.
Aiiclore Aflaten,
De leden der Congregatiën verdienen al de aflaten, vergund aan de Statiën van de kerken van Rome, zoo binnen als buiten de
8B
muren dier stad, mits zij in de Vaste en op andere tijden des jaars, op de dagen van die Statie, do kerk, of kapel, of eigene bidplaats indien er eene is, of anders eene andore kerk of kapel dor plaats waar zij tijdelijk verblijven, godvruchtig bezoeken, on aldaar zeven-maar hot Onsc Vader en hot Wees gegroet bidden. ')
=!) De art aten, vergund aan de Statiën van de kerken van Rome, 7.ijn de volgende: ^ .
1. Op den feestdag der Besnijdenis, op Brie Kontu'jen, op de Zondagen van Sephinyesimn, Sexayesiuut, Q/iinqnfir/esima, 30 jaren en 30 quadragenen, . , ,
2. Gedurende de veertigdaagsehc J ast^ op .'lsc/i-11 oensdnr/ en op den vierden Zondag van de Vaste 15 jaren en qua-dwenen ; op Tolm-Zonday 25 jaren en 25 quadragenen; op WiUrn Donderdny, volle aflaat; op Goeden I rijdny en op den Za ter dat/ vóór Faschen, 30 jaren en 30 quadragenen; op :il de andere dagen van de Vaste, 10 jaren en 10 quadragenen.
3. Op den Zonday ran Pnschen, voIIj allaat; op al (ie andere dagen van liet Octaaf, en op den feestdag van den II. Jfarkiis en op de dn Krmsdayen, 30 jaren en 30 quadragenen.
-!⢠Op 's Heer en Hemelvaart, volle allaat.
ö' Op Pinksteravond, 10 jaren en 10 quadragenen ; op den Zonday van Pinksteren en op al de dagen van liet Octaaf, o0 jaren en 30 quadragenen.
(». Gedurende den Advent: op den derden Zonday lojarcn en 15 quadragenen, op den eersten, tweeden en derden Zonday en op de drie Quaterteuiperdayen, 10 jaren en 10 quadragenen. .
7. Op Kerstavond, in de Nacht-misse en in de Aurora-misse, 15 jaren en 15 quadragenen, en gedurende den day, volle allaat; op de drie rolyende da yen, 30 jaren en 30 quadragenen.
Aldus de V e r z a in e 1 i n g d er a f 1 a t e n, gedrukt te Rome in 1S71, met goedkeuring van de II. Congregatie der aflaten.
84
Aflaten voor do Overledenen.
1. Al de bovengemelde aflaten kunnen toegepast worden tot lafenis dor zielen van de overledene geloovigen.
2. Het altaar van al de Congregatiën is geprivilegieerd voor alle priesters, die er Misse lezen, doch alleen tot lafenis der zielen, van overledene Congregatie-leden.
3. Maar elke priester der Congregatie, die de Misse leest tot lafenis der ziel van een lid zi/)ner Congregatie, kan hetzelfde voorregt genieten, onverschillig aan welk altaar en in welke kerk het ook zij.
A-iitlei-e voon-cjjtoii on
ti'iinsteii.
1. Allo koningen, prinsen, hertogen en graven, die met oppermagt bekleed zijn, als ook hunne eigene en aangehuwde verwanten, in den eersten en tweeden graad slechts, indien zij gevraagd hebben in de Hoofd-Con-gregatie of^ elders in andere Congregatiën, reeds opgerigt of nog op te rigten, ingeschreven te worden, kunnen, hoewel afwezig, als zij bovenvermelde werken van godsvrucht verrigten, en eeno kerk naar gelegenheid en verkiezing bezoeken, de voornoonulo aflaten, kwijtscheldingen en ontslagingen insgelijks verdienen.
85
2. Aan alle geloovigen, die voor het Allor-lieiligste Sacrament des Altaars, wanneei het in de bidplaatsen dor bovengemelde Hoofd-Congregatie of der andere Congregatiën, die daarmede vereenigd zijn of zullen worden, met toelating nogtans van don Bisschop, gedurende drie achtereenvolgende dagen uitgesteld is, eenigen tijd bidden, en do andere voorgeschreveno werken verngten, worden de aflaten, kwijtscheldingen en ont-sla^ingon vergnnd, welke zy zouden kunnen verdienen, indien zij de kerken bezochten, waarin het Allerheiligste Sacrament gedu-rende veertiy uren is uitgesteld.
3. Aangezien het dikwijls geschiedt dat do ' geestelijke oefeningen, dio gewoonlijk acht dagen duren, om wettige redenon, op sommige plaatsen, volgens omstandigheid van personen, plaatsen en tijden, geen volle acht, maar slechts vijf, zes of zeven dagen kunnen gehouden worden, zoo woiden de aflaten, welke alleen verleend zijn aan degenen, die acht dagen lang de oefeningen bijwonen, ook vergund aan hen, dio^ ze gedurende zeven, zes of ton mhisto vijf achtereenvolgende dagen zullen gehouden hebben.
Pen C Maart 177« liecft (1c II. Cong, ilcr All, cn (lev It. Ret - beoordeeld, dat de liorenstuandc oppivc dooi- dedrukpeis der'unostolisclie Kamer nic-t in het lielit gegeven worden.
Gedaan te Home, ter Seer. v. d. II. Congreg. der analen.
.1 igt;k Somalia, Seer. v. d. ii. Congreg. der aflaten.
Plaats t des Zegels.
VI.
waardoor de Algemeene Ooerste der Societeit van Jesus cene Congregatie met de Hoofd-Congregatie van Home vereenigt.
N. N. Generaal der Societeit van Jesus.
Aan allou on een ieder die dezen brief zullen lezen, heil en zegen in Hem din do ware en eeuwige zaligheid is. Niet alleen do lodo, maar ook hot gebruik en do ondervinding hebben altijd aangetoond dat do verga-doringon van godvrnchtige porsonon. voornamelijk die welke onder bescherming dor allerheiligste Maagd zijn ingesteld, zoowol wegens den bijzondoren on zekeren bijstand der Moeder Gods, als wegens de bijzondere oefeningen van deugden en godsdienst, die daarin gewoonlijk behartigd worden, alsook door hot wederzijdsch goed voorbeeld, dat gomoenlijk zoo krachtig werkt om do barton der mensehen op eeno gemakkelijke en zachte wijze tot al wat good is, te leiden, zeer nuttig zijn om don geost van godsvrucht te bevorderen. Daarom hooft oiuu Societeit, die zich bevlijtigt allo middelen aan te wenden welke
87
met hare instelling overeenkomen, om liet heil en do volmaaktheid van den evonaaste met Gods hulp te bewerken en te bevorderen, geoordeeld, dat zoo krachtig bevonden middel niet te mogen nalaten. Hierom, derhalve, toen P. Claudius Aqua viva, on/.o voorzaat, aan Paus Gregobius XIII, zaliger gedachtenis, kenbaar gemaakt had, dat in het Collogio van onze Societeit te Rome sedert lang eene Vereeniging van leerlingen onder den titel van Maria Boodschap bestond, en dat de jeugd, die in andere scholen onzer Societeit 'onderwezen werd, dezelfde regels en dezelfde godsdienstige oefeningen tot haar grootste nut had aangenomen; en dat het derhalve van belang scheen, deze zoo godvruchtige instelling, opdat zij dagelijks meer en meer zoude toenemen, door zijn apostolische magt niet alleen goed te keuren, maar ook met geestelijke gunsten te verrijken, hooft Gregobius XI lï, zaliger gedachtenis, altijd bezield met den grootsten ijver om de eer van God op alle wijzen te vermeerderen, zich gewaardigd ook in deze zaak, tot meerdere eere Gods, aan die smeekingen van onzen voorzaat te voldoen en dit te verklaren door een apostolischen brief, gegeven den 3 November van het jaar 1584. Deze Paus heeft dan vooreerst in ons Roomsch Collegie do Hoofd-Congregatie voor onze leerlingen alleen, of ook te gelijk met hom voor andere geloovi-gen door zijne apostolische magt onder den
88
titel van Maria Boodschap opgerigt en ingesteld, en haar verscheidene aflaten en voor-regten uit do schatten der H. Kerk milddadig vergund. Daarna heeft hij den tijdelijken Generaal of Vicaris-Generaal voor altijd go-magtigd om in al tic Collegiën dor Socioteit zoo voor onze leerlingen alleen, als te gelijk voor andere geloovigen, die tot hunnen geestelijken voortgang zouden wenschen leden daarvan te zijn. onder den titel van Maria-Boodschap, dusdanige Congregatiën, zonder eonig nadeel nogtans der Collegiën of der kerken aan deze toebehoorende, op te rigten en mot de Hoofd-Congregatie van Rome als leden met liet hoofd te veroenigen; zoodat zij al de gunsten, aflaten, kwijtscheldingen en alle andere voorregten als de Hoofd-Congregatie zullen genieten.
Daarenboven heeft dezelfde Paus deze Congregatiën, zoowol de Hoofd-Congregatie als alle andere aan deze verbonden en ondergeschikt, op zulk eene wijze aan de zorg onzer Sociëteit toevertrouwd, dat hot aan den Generaal of Vicaris-Generaal toekomt, die Congregatiën, hetzij in persoon, hetzij door iemand uit de Sociëteit van hem daartoe gekozen, te bezoeken, ter harer goede bestiering welke besluiten ook uitte vaardigen, en dereeds uitgevaardigde uit te leggen; Ja zelfs om ook later naar eisch van zaken en tijden, gelijk zij zulks in don Hoer nuttig znlien oordeelen, dio te veranderen, te verbeteren en te wijzigen.
80
Paus SixTus V, ingelijks mot eenen groo-ten iivor ontvlamd ora ilo cero Gods uit te breiden, en de zaligheid van de kudde dos lleeron. welke aan zijne herderlijke zorg was toevertrouwd, te bevorderen, gunstig toestemmende in de smeekingen van onzen zelfden voorzaat, heeft naderhand de gemelde magtiging en de bullo van Paus Geeoobius, zijnen voorzaat, zoo uitgebreid, dat het aan don Generaal of aan den Vicaris-Generaal onzer Sociëteit voor altijd toegestaan en vergund is niet slecht ééne, ma r meerdoie Congregatiën voor do leerlingen alleen, oi voor anderen te zamen, zoo ondei den titel van Maria-Boodschap, als onder eone andere benaming of titel, in allo kerken, huizon, CollogiOn en Seminariën onzer bocieteit en in andere plaatsen, welke onder haar bestuui en opzicht staan, en aan hare zorg toevertrouwd zijn. met apostolische magt op te rieten en in te stellen; en deze alsdan met do voornoemde Hoofd-Congregatio te \oi-eenigen, en daaraan al do volle of andere aflaten, kwijtscheldingen, ontbindingen, uitzonderingen, vrijheden on de overige gunsten, vergunningen, geestelijke en tijdelijke yooi-regten, die aan do Hoofd-Congregatio of aan andere Congregatiën, welko met deze vei-eenig-d ziin of voreenigd zullen worden ot, aan hare leden zoo leerlingen als anderen vergund zijn of zullen worden, voor a'tijd mede te deolen, en dit alles tot genoemde
90
Congregatiën en hare leden, al zijn deze geono scholieren, zonder onderscheid en in gelijke mate uit to breiden, hun toe to staan en te vorleenen.
BenedixtusXIV, zaliger gedachtenis, gelijk in zijnen apostolischen brief ondor het gou-den^ zegel, uitgegeven don 27 September 1lt;4S, on Jn eenen anderen van den 8 September 1751 wijdloopig is uitgelegd, hoeft al deze vergunningen en voorregton bevestigd en vermeerderd. Paus Leo XII, zaliger gedachtenis, heeft door oenen apostolischen brief, bij wijze van breve, uitgegeven den 17 Mei 182i, bepaald dat die aan ons in hunne volheid vergund blijven. Daarenboven hoettjiij ze allen in oenen bijzonderen brief Nan 7 Maart 1825 door Apostolisch gezag goedgunstig uitgebreid tot alle andere Congregation, waar die ook bestaan mogen, ofschoon ze noch in de kerken of huizon der Sociëteit opgerigt, noch aan do zorg dor Sociëteit toevertrouwd waren.
Daarom, aangezien de in Christus opregt beminde hoeren prefekt on assistenten van
de Congregatie....., ten gevolge hunner
groote liefde tot God en godsvrucht jegens de allerheiligste Maagd, Ons in hunnen naam en in dien der overige leden hunner Congregatie, zoo door hen zolvon als door de in Christus oprecht beminde hoeren prefekt en assistenten der Hoofd-Congregatie van Rome geboden hebben, dat het ons gelieve,
91
ingevolge de magt welke de Apostolische Stoel, gelijk wij gezegd hebben. Ons heelt vergund, eene Congregatie onder naam van .... op te rigten, en met de gemelde Hoofd-Gongregatie te vereenigen; terwijl wij zulke godsvrucht niet alleen met liefde begroeten, maar ook ten hoogste prijzen, zoo rieten wij door de magt aan Ons, gelijk hier boven gezegd is, toegestaan, eene Con-
creeatie als boven bedeeld is op, en verbinden
en vereenigen die met do Hootd-Gongiegatio van Rome; en al de voorregten, ook do vol o aflaten, en alle overige gunsten die aan de Hemd-Congregatie of aan andere met deze, gelijk hier boven is gezegd, verecnigde Congregatiën vergund zijn ot vergund zullen worden, worden op dezelfde wijze, zoo als die aan de Hoofd-Congregatie zijn toegestaan, haar ook medegedeeld en verleend, in den naam van de Allerheiligste Drievuldigheid, van den Vader, den Zoon en den H. Oeest, wier goddelijke Majesteit wij ootmoedig bid-zich te gewaardigen deze vergunning m den Hemel goed te keuren en te bevestigen, de leden der Congregatie met vermeerderingvan hemel-sche gaven verrijkt, dagelijks in haio oogen welgevalliger te maken en eenmaal in het bezit der eeuwige heerlijkheid, hun te ver-leenen dat zij haar aanschijn en dat der allerheiligste Maagd, na haar getrouw en godvruchtig gediend te hebben, eeuwig mogen aanschouwen.
92
Tot oorkonde der waarheid, hebben wii S mof T'J CiS0'!llan,|i^ ondertoekenden krachtigen. 0nZGr yociëtoit tG be-
Gegeven te Rome, don.....
--
VII.
GEBEÃEN
en andera gaestelijks 03fenin-9n van de Congregatie der H. Maagd.
DAGELIJKSCHE GEBEDEN (volgens da 13. dor alg. reg.)
des morgens.
Akte van Geloof, Hoop en Liefde.
Pn w0ofnSp maal 1,ot 0nzeVader AHpwL.t f G®?roet' ter cere van de Alleiheiligste Drievuldigheid, het: Ik ^e-
1 O Of 1 n God den Va de r, en hot:
Salve Regina.
quot;VVees gegroet. Koningin, Moeder der barmhartigheid. Ons loven, onze zoetheid, onze
93
linnn wpes eesroet. Tot u roepen wij bal-SSn, SeS? van Eva, Tot U klagend en weenend in dit dal van tianen. Welaan dan, onze voorspreekster, ^end u^e barmhartige oogen tot ons. En t00quot; '
deze ballingschap, de gezegende vuicht uws lichaams, Jesus. 0 meêdoogende, o goedei tierene! o zoete Maagd Maria!
DES AVONDS.
Na zijn geweten onderzocht te hebben, bidt men oen Akte va n B e r o_u w.
Daarna één Onze V a lt;1 e r en een Wees gegroet.
Vervolgens den Psalm:
De Profanclis.
Uit de diepte heb ik tot U geroepen, o Heer; Heer, verhoor mijne stem.
Laat uwe ooren luisteren naar de stem
mijner smeeking. , â
Indien gij. Heer, de ongerechtigheden gadeslaat, Heer, wie zal er bestaan'?
Omdat er bij U ontferming is, en om uwe wet, heb ik op U, o Heer, vertrouwd. ^ Mijne ziel heeft op zijn woord vertrouwd; mijne ziel heeft op den Heer gehoopt.
94
Dat Israël op den lieer hoope, van den morgenstond tot don nacht toe.
Want bij den Heer is barmhartigheid, en bi) ^Hem is overvloedige verlossing.
En Hij zal Israël verlossen uit al zijne ongerechtigheden.
Heer, geef hun do eeuwige rust.
En het eeuwige licht verlichte hen.
Diit zij ruston in vrede. Amen.
GEBEDEN
BIJ DE
Gewone Vergaderingen.
Gebeden bij de gewone Vergaderingen.*)
quot;^7quot;erLi, Sazicte SpiritvL-s.
(Kerkgezang.)
Kom. o Heilige Geesb! daal neer, Zend van uit dor heemlensfeor
Van uw goddlijk licht eoii straal; Kom, der armen Vadorzoot,
Kom. o Bron van alle goed,
Kom, o licht der harten, daal.
Be'-ite Trooster in do smart,
Zoete Gastvriend voor hot hart. Ziels verkwikking, o zoo zoet! Rust voor 't hart in zwoegonstijd, Lnafnis in verwoeden strijd. Troost voor wie in tranen boet.
quot; ) l it het, Gehedcnboekje (kr Hoofd-Coiifrroir.itif; Preci so-litc ivcitarsi nel ie coie/r pnm.i-priin.m.-i Koine 1807 ) Dr-ze sreWden w ij/int zij noiiUins eenigszins op Keestdi gen en eenige iindeie tijden van het jaar.
97
Zaligst Licht! o, dat uw straal Tot in 't (iiopst des harten daal *) Van ons aan uw leiding trouw.
Zonder uw genadekracht V Niets is dan dos monschon magt,
Niots, wat hom niet schaden zou.
A
Eeinig wat daar is besmeurd, Drenk al wat verdord daar treurt, Hooi ook wat er wond ontving; Buig in ons hot stug gemoed, 't Koude hart vorwanno nw gloed, Rigt weer wat or dwalen ging.
Ooef hem, die ü trouw belijdt.. En wiens zookro hoop gij zijt,
't Heilig Zovongavontal.
Geef het loon dor deugd bereid,
Ooef oon dood, die zaligheid
Eeuwige vreugd ons schonken zal. Amen.
H. .T. H. Marijnen s. j.
98
ZEZom., Scl^epper-CS-esst.
Vcni, Creutor Spiritus,
Meutes tuorum visita,
Imple superuil gratia.
Quae tu cre:isti peclor.i. Qni dicei-is Paniclitus, Altissimi donuin Dei,
Fons vivus, ignis clmritis. Et spii-italis unotio. Tu septiformis mnnc.rc.
Digitus p.itcrn.ic dexterne, Tu rite promissuin Piitris, Sermoue ditans guttura. Acconde lumen sensihus. lufundc ainorem cordilius, Infiinia nostri eorporis,
Virtute iirm:ins perpeti.
Hostem rcpellas longius, Pacemquc doues protiuus, Diictore sio te pnievio,
Vitemus oimie uoxim.
Per te seiamus, da Patrem, Nosoiiines atque Filinm,
Teque utriusque Spiritum, Credanius omni tempore. Deo Patri sit gloria.
Et Pilio, qui a mortuis, Surrexit, ac Paniclito, [11 saeeuloruin siiecul i.
Amen.
99
quot;Ven.!, Creator Spxrit-u.s.
Kom, Schepper-Geest, diuil op ons neer, Bezoek 't gemoed der uwen weer;
Vervul met bovenaardsclie kracbt, JJe harten door U voortgebracht.
Gij, VVien men den vertrooster noemt, Des Allcrhoogsten gave roemt. De levensbron, vuur, liefdegloed,
En zoete zalving voor 't gemoed. Gij, zevenvoudig gavenpand,
De vinger van Gods regterhand,
Die 's Vaders waar Beloofde zijt,
En tong mot talengaaf verblijdt.
Maak, dat de ziunen 't licht bestraal'. Uw liefde in aller harten daal',
En Gij ons lichaam t' allen tijd Een steun in zijne zwakheid zijt.
Drijf ver den vijand van ons heen.
Verleen ook uwen vree meteen ;
Dat, door uw leiding zóó behoed.
Wij al ontgaan wat schade doet.
Dat elk door U den Vader eer'
Den zoon ook door U kennen leer'.
En IJ, hun beider Geest, altijd Onwrikbaar in geloof belijd'.
Zij God den Vader lof geboon.
En zijn uit 't graf verrezen Zoon,
En aan den Trooster, met ben één.
Door alle eeuwen eeuwen heen.
Amen. H. .1. II. Mahijnen s. j.
100
v. Zend uwen Geest, en zij zullen geschapen worden.
u. En gij zult hot aanschijn dor aarde vernieuwen.
laat ons biddex.
O God, die do harten dor geloovigen dooide verlichting van don Heiligen Geest hebt onderwezen; geef, dat wij in donzolfdon Goest wat rogt is smaken on ons altijd in zijne vertroosting verheugen.
Wij bidden U, o Heer door de voorspraak der H. Maria, altijd Maagd, bescherm deze vergadering togen allen tegenspoed, en van ganscher harte voor U nedergeworpen, bevrijd haar genadig van allo listen dor vijanden.
Wij bidden U, o Heer, voorkom oiize werken door don invloed uwer genade, en voltrek ze door uwe medewerking, opdat al onzo gebeden en handelingen altijd van U beginnen on, eenmaal door U begonnen, ook door CJ voltrokken worden. l)oor onzen Heer Jesus Christus uwen Zoon, die met U loeft on heerscht in do eenheid van denzelfden H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
(Men bult een gedeelte van de Getijden der II. Mucigd, en dcicimci eet/e hdvev Autlphouen volgens den tijd den Jams, (da volgt):
' 101
Van den Advent tot Maria-Lichtmis.
Alma redempLoris Mater.
Vorlioveno Moedor des Verlossers, die voor ons eon openo poort des hemels en sterre der zee blijft.
Komt hot vallend volk, dat wenscht op te staan, te hulp.
Gij, die tot verbazing der natuur uwen Heiligen Schepper hebt gebaard. Maagd te voren en Maagd daarna.
o, Neem dien groet uit Gabriels mond, en ontferm U over de zondaars.
v. De Engel des Heeren hoeft Maria geboodschapt.
e. En zij heeft ontvangen van den H. Geest.
laat ons bidden
quot;Wij bidden u, Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des engels de menschwording van Christus uwen Zoon gekend hebben, door zijn lijden en kruis tot de glorie der verrijze-t nis gebragt worden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
Heilige Maria, zonder vlek ontvangen! Bid voor ons.
102
Van Kerstavond tol Maria-Lichtmis, het vers en Gebed veranderen als volgt:
v. Na het baren zijt gij ongeschondene Maagd gebleven.
E. Moeder van God, wees onze voorspraak.
LAAT ONS BIDDEN.
o God, die door de vruchtbare maagdelijkheid der heilige Maria de gaven der eeuwige zaligheld aan het niensuholijk gc-slacht hebt verleend, wij bidden u, verleen ons, dat wij de voorspraak van haar mogen gevoelen, door wie wij verdiend hebben den oorsprong des levens te ontvangen, onzen Heer Jesus Christus uwen Zoon. Amen.
Heilige Maria, zonder vlek ontvangen! Bid voor ons.
Van Maria-Lichlmis lot Witten Donderdag.
Ave, Regina Ccelorum.
Wees gegroet. Koningin der Hemelen; wees gegroet. Vorstin der engelen.
quot;Wij groeten u, o reine stam; wij groeten u, o hemelpoort, waaruit voor de wereld het licht is ontsproten.
103
Verblijd u, glorierijke Maagd, die schoon zijt boven allen.
Wees gegroet, o hoog-vorhoorlijkte, en bid Christus voor ons.
v. Gedoog dat ik u love, hoiligo Maagd.
ii. Geef mij sterkte togen uwe vijanden.
LAAT ONS BIDDEN.
Barmhartige God, wil onze zwakheid ondersteunen, opdat wij, die de gedachtenis dor heilige Moedor Gods vieren, door don bijstand van hare voorspraak uit on/,o zonden mogen opstaan. Door donzelfdon Christus onzen Heer. Amen.
Heilige Maria, zonder vlok ontvangen! Bid voor ons.
Van Paschen tot H. Drievuldighoids-Zondag.
Regina Coeli.
Verblijd u. Koningin des Hemels, alleluja.
Want dien gij waardig geweest zijt te dragen, alleluja.
Is verrezen, gelijk Hij voorzegd heeft, alleluja.
Bid God voor ons, alleluja.
v. Verheug en verblijd u. Maagd Maria, alleluja.
h. Want de Hoer is waarlijk verrezen, alleluja.
104
laat ons bidden.
o Giorl, dio door do verrijzenis van uwen Zoon, onzen Hoor Josus Christus, U gowaar-digd hel^t de wereld te verblijden; wij bidden U, geef dat wij door zijne Moeder dó Maagd Maria, de vreugde van het eeuwig loven mogen verwerven. Door denzelfden Christus onzer Heer. Amen.
Heilige Maria, zonder vlek ontvangen! Bid voor ons.
Van. IJ. Driovnldighoids-ZondagtoWcH Advent.
Salve Regina.
Wees gegroet. Koningin, Moeder der barm-hartigheid.
Ons loven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet.
Tot u roepen wij ballingen, kinderen van Eva.
Tot u zuchten wij, klagend en weenend in dit dal van tranen.
Welaan dan, onze voorspreekster, wend uwe barmhartige oogen tot ons.
En toon ons, na deze ballingschap, de gezegende vrucht uws ligchaams, Jesus.
o Meêdoogende, o goedertieren e,
o Zoete Maagd Maria!
v. Bid voor ons, heilige Moeder Gods.
e. Opdat wij do beloften van Christus waardig worden.
105
LAAÃ ONS BIDDEN.
Almagtige eeuwige God, die door de medewerking van don Heiligen Geest hetligehaam en do ziel der glorierijke Maagd en Moeder Maria tot eeno waardige woonplaats van uwen Zoon hebt bereid; geef', dat wij, die ons in hare gedachtenis verblijden, door hare goedertiereno voorspraak van alle aanstaande kwaad on van den eeuwigen dood bevrijd worden. Door denzelfden Christus onzen lieer. Amen.
Heilige Maria, zonder vlek ontvangen! Bid voor ons.
Vervolgens de Onderrigliny.
üSTa, d.e OELd.srrig-tin.g-.
v. Sterk, o God! wat gij gewrocht hebt in ons.
k. Van uit uwen heiligen tempel te Jerusalem.
LAAT ONS BIDDEN.
Verleen ons, o Heer, den bijstand uwer genade, opdat 'wij, al wat gij ons door uwe verlichting hebt loeren kennen, door uwe hulp ook mogen volbrengen. Door Christus onzen lieer. Amen.
106
litiiiej van i® Heilige Maagd Maria.
|
Kyrie, elcïson. Chrisii, cleïson. Kyrie, clcïson. Christi, ü-udi nos. Cliristi, cxiiudi nos. Piiter do ccclis Deus, miserere nobis, Fiii Redemplor nmndi Deus, miserere nobis. Spiritus Sanctc Deus, miserere nobis. Siinetii Trinitus unus Deus, miserere nobis. Siineta iV aria, ora pro nobis. Siineta Dei Genetrix, ora pro nobis. Saneta Virgo virginum, ora pro nobis. lilaler Cliristi, ora pro nobis. Mater divinaï gratia), ora pro nobis. Mater purissima, ora pro nobis. Mater e uiissima. Mater inviolata. |
I Heer, ontferm u onzer. ! Christus, ontferm u on-[ zer. j Heer, ontferm u onzer, i Christus, lioor ons. Christus, verhoor ons. God, hemelsche V:ider, ; ontferm u onzer. God Zoon, verlosser der wereld, ontf. u onzer. God, Heilige Geest, ontferm a onzer. Heilige Drievuldigheid, j één God, ontf. u onzer. Heilige Varia,bid voor ous. Heilige Moeder Gods. bid voor ons. Heilige Maagd der Maagden, bid voor ons Moedor van Christus, bid voor ous. Moeder der goddelijke genade, bid voor ons. A1 lerreinste Moeder, bid voor ons. Allerzuiverste Moeder, Ongesehondene Moeder, |
107
|
Miitcr intcmcrata, Mater iinia,bills, Mater admiraliilis, Mater Creatoris, Mater Salvatoris, Virgo prudentissima, \ irgo vcnerand.i, Virgo pracdicanda, Virgo potens, Virgo clemens, Virgo (Idelis, Speculum justiliic. q n Scdes sapientuc, -3 Causa nostra: licti- 3 tiac, § Vas spirituele, r Vas liouorabile, Vas insigne devoli- onis, llosa. mystioa, Turris Davidica, Tunis eburnea, Doinns aurea, Foederis area, Janua eoell, Stella matntina, S.ilus infirmovuni, Kefuginm pecealorum, Consolatrix afflictonun, |
Onbevlekte Moeder, Beminnelijke Moeder, Wonderbare Moeder, Moeder des Scheppers, Moederdes'/; iligra ikers. Al lervoorziclitigste Maagd, Eerwaardige Maagd, Lofwaardige Maagd, Magtige Maagd, Goedertierciie Maagd, G-ctrouwc Maagd, Spiegel der recht-vaardigheid, ^ Zetel der Wijsheid, ,, Oorzaak onzer blijd- g schap, ^ Geestelijk vat, 0 Eerwaardig vat, Uitmuntend vat van go.lsvrucht, Geestelijke roos. Toren van David, Ivoren toren. Gulden Huis, Ark des verbonds. Deur des hemels. Morgenster, Behoud der kranken, Toevluelit der zondaren, Troosteres der bedrukten. |
los
|
Auxilium Cliiisliiino-rum, Hogin;i Angclonnn, Itcgina p;ifri:ircli;uiiin, O llcgin.i prophet irum, - Ucgiim jipostelorum, 6 a Regiivi miirtvrum quot; w' Kegiim confessorum, Kcgin:i virginuni, Jicgiii:i s.'iuctoium omnium, ItcginM, sine l.-ibc oicgiimJi coiioept.,i) Roginn sacriitissiini Rosjirii, Agnus Dei, qui tollis peec.i tn mundi, puree nobis. Domino. Agnus Dei, qui tollis peee.i tii mundi, exjiudi nos, Domine. Agnus Dei, qui lollis pecc.it,-l mundi, miserere nobis. Christ i, audi nos. Oluisti, exaudi nos. Kyrie, eleïsou |
Hulp der Christenen, Kouingin der engelen. Koningin der aarts-_ vilders, g Koningin der pro- K pheten, i Koningin der npos- ° teleu, 0' Koningin der mir- p telaren. Koningin der belijders, Koningin der maagden. Koningin van uilc heiligen. Koningin, zonder erf- sn et ontvangen, Koningin vim den allerheiligsten Rozenkrans, Lam Gods,dat wegneemt dc zonden der wereld, spaar ons, Heer. Lam Gods,diitwegneemt dc zonden der wereld, verhoor ons, Heer. Lam Gods,datwegnecmt de zonden der wereld, ontferm u onzer,Heer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons. Heer, ontferm u onzer |
109
|
Clu-isti eleison. Kyrie, cleïson. |
Cliristus, ontf. u onzer. Heer, ontferm u onzer |
Onze Vader, enz.
Onder uwe bescherming nomen wij onze toevlugt. Heilige Moeder Oods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar bevrijd ons altijd van alle gevaren, glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.
v. Bid voor ons. Heilige Moeder Gods! r. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
laat ons bidden.
Wij bidden u, Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap dos engels do menschwording van Clnistus uwen Zoon gekend hebben, door zijn lijden on kruis tot de glorie dor verrijzenis gebragt worden. Door denzelfden Christus onzen Hoer. Amen.
v. Bid voor ons, Heilige Joseph! r. Opdat, wij de beloften van Christus waardig worden.
laat ons bidden.
Wij bidden u, o Heer, dat wij door do verdiensten van den Bruidegom uwer aller-
110
heiligste Moeder mogen geholpen worden opdat wij, hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen bekomen, door zijne voorspraak mogen verkrijgen. Die leeft en heerscht in do eeuwen der eeuwen. Amen.
v. Bid voor ons. Heilige Aloysius! ~ R. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
LAAT ONS BIDDEN.
o God, uitdeeler der hemelsche gaven, die in den engelachtigen jongeling Aloysius eene wonderbare onschuld van leven met eene even groote boetvaardigheid vereenigd hebt, geef ons door zijne verdiensten en voorbede dat wij, die hom in zijne onschuld niet gevolgd hebben, hem ten minste in zijne boetvaardigheid mogen navolgen. Door Christus onzen Heer. Amen.
v. Wees uwe vergadering indachtig, k. Welke gij van het begin hebt bezeten, v. Laat ons bidden voor onzen Paus N. R. De Heer spare hem, behoude hem in het loven, make heia gelukzalig op aarde en levere hem niet over aan don wil zijner vijanden.
\. Laat ons bidden voor onze weldoener?. R. ffewaardig u, o Hoer, al degenen, die ons weldoen om Uwen Naam. met het eeuwig-leven te beloonen. Amen.
Ill
v. Laat ons bidden voor de overledene geloovigen.
R. Heer, geef hun de eeuwige rust en het eeuwig licht verlichte hen.
v. Voor onze afwezige medebroeders, u. Mijn God, maak uwe dienaren zalig, die op U hopen.
v. Heer, zend hun bijstand uit de heilige plaats.
k. En bescherm hen uit Sion.
v. Heer, verhoor mijn gebed. k. En mijn geroep kome tot u.
LAAT OKS BIDDEN.
o God, wij bidden U, verbreek door uwe goedertierendheid do banden onzer zonden, en bewaar, door de voorspraak van de gelukzalige Maagd Maria en van alle Heiligen, ons uwe dienaren, onze weldoeners en medeburgers in alle heiligheid; wil onze bloedverwanten, nabestaanden en vrienden van hunne ongoregtigheden zuiveren en hen met deugden versieren; geef ons vrede en heil; verwijder alle zigtbare en onzigtbare vijanden; weer de begeerten des vleesches van ons af; verleen ons gunstig weer en vruchtbaarheid der aarde; schenk liefde aan onze vrienden; en wil deze stad met al hare inwoners van allo ziekte en van de inagt der ongeloövigen ongedeerd bewaren; on verleen don geloo-
112
vigon hier op aarde een gelukkig leven en den overledenen de eeuwige rust. Behoed onzen H. Vader N., onzen Bisschop, al onze overheden, en geheel het Christen volk tegen alle onheilen, en uw zegen zi] altijd op ons. Door Christus onzen Heer. Amen.
Ah de tijd toelaat zingt men een lofzang ter eere der H. Maagd.
v. De Goddelijke hulp blijve altijd met ons.
r. Amen.
Geloofd zij Jesus Christus!
In alle eeuwen der eewen. Amen.
CS-EBEÃEiT.
voor een overledene der Congregatie.
Laat ons bidden voor onze overledene broeder N.
v. Heer, geef hem de eeuwige rust:
r. En het eeuwige licht verlichte hem.
Be Profundls.
Uit de diepte heb ik tot U geroepen, o Heer; Heer verhoor mijne stem.
Laat uwe ooron luisteren naar de stem mijner smeeking.
113
Indien gij, Heer, de ongoregtigheden gadeslaat, Heer, wie zal er bestaan ?
Omdat er bij U ontferming is, en om uwe wot, heb ik op U, o Hoer, vertrouwd.
Mijne ziel hoeft op zijn woord vertrouwd; mijne ziel hoeft op den Heer gehoopt.
Dat Israël op don Heer hope, van den morgenstond tot don nacht toe.
Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem is overvloedige verlossing.
En Hij zal Israël verlossen uit al zijne on-gerechtigheden.
Heor, geef hun de eeuwige rust
En het eeuwig licht verlichte hen.
v. Van de poort der hel
E. Verlos, Hoor! zijne ziel.
v. Dat zij ruste in vrede.
r. Amen.
v. Heer, verhoor mijn gebed.
e. En mijn geroep komo tot IJ.
laat ons bidden.
Wij bidden U, o Heer, ontsla de ziel van uwen dienaar N., onzen broeder, opdat hij voor de wereld gestorven, voor U leve; en wat hij door de zwakheid des vleesches in het menschelijk verkeer mocht misdaan hebben, wil hem dit door do vergiffenis uwer
114
allerbarmhartigste goedheid genadiglijk kwijtschelden.
o God, milddadig in het schenken van vergeving, en minnaar van de zaligheid der menschen, wij smeeken uwe goedertierenheid, dat gij, door de voorspraak der gelukzalige Maria, altijd Maagd, en van al uwe Heiligen, do broeders, bloedverwanten en weldoeners van deze vereeniging, welko uit do wereld gescheiden zijn, tot do gemeenschap der eeuwige zaligheid wilt doen komen.
_ o God! Schepper en Verlosser aller geloo-vigen, schonk aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van alle zonden, opdat zij de kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door onze godvruchtige smeekingen mogen verwerven. Die looft eu heerscht in de eeuwigheid der eeuwighe-tien. Amen.
v. Heer, geef hun de eeuwige rust; k. En hot eeuwig licht verlichte hen. Dat door Gods barmhartigheid zijne ziel en de zielen van alle geloovigen rusten in vrede. Amen.
O-EBEXD
ah iemand der Congregatie gevaarlijk ziek is.
Laat ons bidden voor onzen brooder N. die ziek is.
115
Alraacbtige eeuwige God, altijddurende zaligheid dor geloovigen, wij smeokou U om don bijstand uwer barmhartigheid voor uwen dienaar die ziek is; verhoor onze gebeden, opdat hij, in de gezondheid hersteld, u zijne dankbaarheid in uwe Kerk betuige. Door Christus onzen Heer. Amen.
aan den tweeden Patroon der Congregatie.
Heilige N., machtige voorspreker bij God, ik verkies u heden, voor geheel mijn loven tot een bijzonderen patroon, leidsman en bestuurder van mijne ziel en mijn lichaam, van mijne gedachten, woorden en werken, van mijne begeerten en genegenheden, van mijne eer en goederen, van mijn leven en mijnen dood. Ik neem mij vastelijk voor, uwen heiligen naam te verheffen, en uwe eer te bevorderen zooveel het mij zal mogelijk zijn. Ik bid u dan vurig, ontvang mij voor uwen eeuwigen dienaar, help mij in al mijne werken, en verlaat mij niet in het uur van mijnen dood. Amen.
Gebeden bij de Raadsvergaderingen.
VÃÃR DE BERAADSLAGING.
De Lofzang met het vers en gebed tot den H. Geest blz. 98.
llf)
Onze Vader. â quot;Wees gegroet.
Heilige Maria, zonder vlek ontvangen, Bid voor ons.
NA DE BERAADSLAGING.
v. Sterk, o God, wat Gij gewrocht hebt m ons.
n. Van uit uwen heiligen tempel te Jerusalem.
Oiuo Vader. â Wees gegroet.
Heilige Maria, zonder vlek ontvangen
Bid voor ons.
Geloofd zij Jesus Christus!
In allo eeuwen der eeuwen. Amen.
Gebeden bij de Verkiezingen.
VÃÃE DE VERKIEZING.
Be Lofzang met het vers en gebed tot den â tl. heest, blz. 98.
NA DE VERKIEZING.
Als het nieuwe Bestuur is afgekondigd, wordt l( ⢠hcicvcimcnt uitgesteld: vevvolcjens de Lofzang: ' J
âïo Doum laudamusquot;, blz. 146
âBenedictioquot;, blz. 148.
?
x
117
GKBtBIBIDIBlsr
hij de uitdeeling der Maand-Patroneu.
liet godvruclilis gebruik om voor elke maand des jiiiirs een en bijzundercn putroon aan te nemen, komt van den li, Franeiscus de Bor^ia. Nog fe midden der wereld levende als Grande van Spanje en hertog van Gandia, had hij reeds de heerlijkste uitwerkselen van deze heilzame oefening hij zijne huisgenooten ondervonden ; toen hij iin Algemeen Overste der Soeieti-it van Jezus was geworden, liet hij niet na, haar ook in de Huizen zijner Orde in te voeren Van daar is dit gebruik in (te Congregation der allerheiligste Maagd overgegaan.
De uitdeeling der maandbriefji s wordt op de volgende wijze in de laatste bijeenkomst van elke maand gedaan.
De Bestuurder neemt vooraf een briefje en leest het af voor geheel de Congregatie, opdat zij wete onder de bescherming van welken Heilige zij de volgende maand bijzonderlijk gesteld is; daarna komt elk lid der Congregatie op zijne beurt aan den voit des altaars nederknie-len en ontvangt van den Bestuurder een briefje, dat hem aanwijst, welken hijzonderen Patroon hij in al zijne noodwendigheden voornamelijk moet aanroepen ; dit briefje bevat tegelijker tijd eene grondspreuk tot overdenking, eene deugd ter beoefening en eindelijk een of li eer personen, die hij in zijne gebeden aan God hijzonder zal aai.bevelen Op het einde van deze pleehtiglieid leest men de Litanie van alle Heiligen welke voor dezen dag de plaats vervangt van die der ïl. Maagd Maria.
1 Met het begin der maand zal men zich op eene bijzondere wijze onder de bescberining stellen van den Ileilise, dien men voer Patroon heeft ontvangen. 3. Men zal hein 's morgens en 's avonds bijzonder aanroepen. 3. Op zijnen feestdag of wel den volgenden Zondag, zal men tot de heilige Sacramenten naderen. 4. liet is raad-
118
zaam, zijn leven te lezen, opdat, iedereen hem navolge volgens zijnen staat. 5 Op het einde der maand zal men hem bedanken voor al de gunsten, die men door zijne voorspraak van God heelt bekomen, en men zal zich no? eens voor het overige zijns levens in zijne bescherming aanbevelen.
Na de gewone gebeden en de ondevrigtiny:
y. Sterk, o God, hetgeen gij gewrocht liebt in ons.
R. an uit uwen heiligen tempel te Jerusalem.
LAAT ONS BIDDEN.
Verleen ons, o Heer, don bijstand uwer genado, opdat wij, al wat gij oiis door uwe verlichting hebt loeren kennen, door uwe hulp ook mogen volbrengen. Door Cliristus, onzen Heer. Amen.
Nu worden de briefjes der Maand-Patronen uitgedeeld, waarna gebeden uordl :
â \. Bid voor ons, hoilige N. (//ier noemt men den algemeenen Patroon.)
R. Opdat wij do beloften van Christus waardig worden.
LAAT ONS BIDDEN.
0 God, die ons elke maand oen der Homo-lingen tot patronen schenkt, verleen ons genadig, dat wij allen door do voorspraak van den heiligen N., dien wij voor deze maand
Ill)
als beschermer van uwe goedheid ontvangen hebben, alsook onze ouders, onze vrienden en vijanden, den krachtigon bijstand uwer genade mogen ondervinden, en door die hulp gesterkt, ook do deugd, welke hij ons door zijn voorbeeld geloerd heeft, mogen beoefenen. Door Christus, onzen Heer. Amen.
.4/-S- hel niaanclbi icf je een (jeheitn aangeeft in plaats ran eut Heilige, kan men het volgend gebed lezen :
Almachtige eeuwige (Md, geef ons door het geheim.... vermeerdering van geloof, hoop on liefde, eu opdat wij waardig worden te verkrijgen wat (HJ belooft, doe ons bemin non wat gij gebiedt. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Xjita.ii.ie -va-ra. a.lle Heil:gfezi.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, onform U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U
onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer H. Maria, bid voor ons.
120
H. Moedor Gods, bid voor ons.
H. Maagd der Maagden bid voor ons.
H. Michael, bid voor ons.
H. Gabriel, bid voor ons.
H. Raphael, bid voor ons.
Alle H. Engelen en Aartsengelen, bidt voor ons.
Allo H. Koren der zalige geesten, bidt voor ons.
H. Joannes de Doopor. bid voor ons.
H. Joseph, bid voor ons.
Alle H. Patriarchen en Profeten, bidt voor ons.
H. Petrus.
H. Paulus,
H. Andreas,
H. Jacobus,
H. Joannes,
H. Thomas, Sö
H. Jacobus,
H. Philippus, c
H. Bartholomeus. §
H. Mattheus,
H. Simon, §
H. Thaddéus, ®
H. Mathias,
H. Barnabas,
H. Lucas,
H. Marcus,
Alle H. Apostelen en Evangeliston. bidt voor ons.
Alle H. Discipelen des Hoeren, bidt voor ons. Alle H. Onnoozele Kinderen, bidt voor ons. H. Stephanas, bid voor ons.
IT. Laurentius, bitl voor ons.
121
H. Vincentius, bid voor ons.
H. Fabianus ou Sebastianus, bidt voor ons. H. Joannes on Paulus, bidt voor ons. H. Cosmas on Damianus, bidt voor ons. H. Gervasius on Protasius, bidt voor ons. Alle H. Martelaars, bidt voor ons H. Silvester, 2
H. Gregorins, ^
H. Ambrosius, $
H. Augustinus,
H. Hieronymus, o
H. Martinus, S
H. Nicolaus,
Allo H. Bisschoppon on Belijders, bidt voor ons. Allo H. Leeraren, bidt voor ons. H. Antonius, bid voor ons.
H. Bonedictus, bid voor ons.
H. Bernardus, bid voor ons.
H. Dominicus, bid voor ons.
H. Franciseus, bid voor ons.
Alle H. Priesters on Levieten, bidt voor ons. Allo H. Monniken en Kluizenaars,bidt voor ons. H. Maria Magdalena, S
H. Agatha, 01
H. Lucia, g
H. Agnes, 2
H. Cecilia,
H. Gatharina, g
H. Anaatatia.
Alle H. Maagden en AVeduwon, bidt voor ons. Alle Heiligen Gods, bidt voor ons.
Wees genadig, spaar ons Heer.
6
Wees genadig, verhoor ons Heer.
Van alle kwaad, verlos ons Heer.
Van alle zonde,
Van uwe gramschap.
Van eenen haastigen en onvoorzionen dood. Van de listen des duivels.
Van gramschap, haat en allen kwaden wil. Van don geest der onkuischheid, ^
Van bliksem en onweder,
Van den geesel dor aardbeving, §-
Van. pest, hongersnood on oorlog,
Van den eeuwigen dood, §
Door het geheim uwer H. Menschwording, quot; Door uwe komst, ffi
Door uwe geboorte, §
Door uw doopsel en H. vasten.
Door uw kruis en lijden,
Door uwen dood en uwe begrafenis,
Door uwe H. verrijzenis.
Door uwe wonderbare hemelvaart.
Door de komst van den H. GeestdenVertrooster. In den dag des oordeels.
Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij ons wilt sparen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij onze misdaden wilt kwijtscholden,
wij bidden ü, verhoor ons.
Dat gij U geWaardigt ons tot eene ware boetvaardigheid te geleiden, wij bidden U, verhoor ons.
Dat gij U gowaardigt uwe Kerk te bestieren on te bewaren, wij bidden U, verhoor ons.
123
Dat gij TT gowaardigt het kerkelijk Opperhoofd en al de geestelijke overheden in den H. Godsdienst to bewaren,
Dat gij U gewaardigt do vyandon der H. ^
Kerk to vernederen, r .
Dat gij U gowaardigt don Christon-Komn- â â gen en Vorsten vrede en ware oendragt gquot;.
to geven, amp;
Dat gij U gowaardigt allo Christen vol- S koroii vrede en eenheid te verleonoii, ^ Dat gij U gowaardigt ons in uwen H. ' Dienst to versterken on te bewaren, lt; Dat gij onze gemoederen tot hGiiielscho g.
begeerten wilt opwekken. g
Dat gij U gowaardigt al onze weldoeners ^ niet'de eeuwige goederen te vergelden, g Dat gij U gewaardigt onze zielen en de » zielen van onze broeders, bloedverwanten 011 weldoeners, voor de eeuwige verdoemenis te behoeden.
Dat gij U gewaardigt de vruchten der aarde te geven te bewaren.
Dat gij U gewaardigt allo overledoneno
geloovigen de eeuwige rust te geven, Dat gij U gewaardigt ons te verhooren.
Zoon Gods, wij bidden U, verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonde der wereld,
spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt do zonden dor
wereld, verhoor ons. Hoor.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld. ontferm U onzer.
124
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz. '
psalm 69.
o God! kom mij te hulp; Heer haast U, om mij te helpen.
Dat zij beschaamd en bevreesd worden die mijne ziel zoeken.
Dat zij torag wijken en zich schamen, die mij kwaad willen.
Dat zij terstond met schaamte terugkeeren die mij in mijne verdrukking bespotten.
Dat allen, die ü zoeken, zich in U ver-heugen en verblijdden: en dat zij, die mve zaligheid beminnen, altijd zeggen: Hoogo-e-acht zij de Heer.
Doch ik ben behoeftig en arm: o God' help mij:
Gij zijt mijn helper en mijn Verlosser: 4-Heer vertoef niet.
Glorie zij den Vader, enz.
v. Maak uwe dienaars zalig.
k. Mijn God, die op U hopen.
v. Heer! wees ons een sterke toren. e. Tegen onzen vijand.
V. Laat den vijand niets tegen ons vermogen.
r. En laat den zoon der boosheid zich niet verstouten ons te schaden.
v. Hoer! handel niet met ons naar onze zonden.
«. En vergeld ons niet naar onze boosheden.
v. Laat ons bidden voor onzen Paus N. e. De Hoer spare hem, belwuden hem in het leven, en make hem zalig'op aarde, en levere hem itiet over aan den wil zijner vyanden.
v. Laat ons bidden voor onze weldoeners. r. Heer! gewaardig U allen, die ons goed doen om uwen naam, met hot eeuAvig leven te vergelden. Amen.
v. Laat ons bidden voor de overledene geloovigen.
r. Heer! geef hun de eeuwige rust, en hot eeuwige licht verlichte hen.
v. Dat zij rusten in vrede.
r. Amen.
v. Voor onze afwezige medebroeders. r. Mijn God, maak uwe dienaren zalig
die op U hopen.
v. Heer zend hun hulp uit de heilige plaats.
r. En bescherm hen uit Sion.
v. Heer! veihoor mijn gebed,
e. En mijn geroep kome tot U.
126
LAAT ONS BIDDEN.
o God! aan wion hot eigon is altijd gona-b te zijn on to sparon, ontvang ons gebed-opdat uwe goedertiorone barmhartigheid ons en al uwo dienaren, dio mot do ketenen dor
Z0WHnhfdd^n11 ontbindo.
riJ f ?â ' Ieel'! verhoor do geboden
/omlo'n boiii !°0n' er! ®Paai' dogonon die liunne zonden belijden, opdat wij tevens vergiftenis
en vi ode van uwe goedertierenheid venverven Toon ons genadiglijk, o Heer! uwe onuit-«prekehjke barmhartigheid, opdat gij ons uit l i-z «â '? mooamp;t verlossen, on te go-
0 ^0t'! die door de zonden vergramd, en dooi do boetvaardigheid verzoend wordt, zie
dond vnlt 01 0P ^le, gebeden van uw bid-demi -volk, en wend do geesels uwer gram-
den verdienen8 ' Welke ^ Cl00r 0nzo zon-Almagtige eeuwige God! ontferm U over m\ oii dienaar onzen Paus N, en bestier hem volgens uwo goedertierenheid op don woedes eeuwigen levens; opdat hij door uwe
unrkracl^lbrTnge11 6,1 het met
kan; opdat onze harten genegen zijn tot het volbrengen uwer geboden, en wij, van de vrees der vijanden ontslagen, door uwe bescherming in rust mogen leven.
Ontvonk, o Heer! onze nieren en ons nart door het vuur van den H. Geest, opdat wij U mot een zuiver ligchaam dienen, en met een rein hart behagen.
o God, Schepper en Verlosser van alle gc-loovigen! schonk aan de zielen van uwe dienaren en dionaressen vergiffenis van allo zonden, opdat zij de kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door onze godvruchtige gebeden mogen verwerven.
AVij bidden U, o Heer! voorkom onze werken door den invloed uwer genade, en voltrek ze door uwe medewerking; opdat al onze gebeden en handelingen altijd van L beginnen, en eenmaal door U begonnen, ook door U voltrokken worden.
Almaotige eeuwige God! die over levenden en dooden heerscht, en U ontfermt oycl allen, die Gij te voren weet, dat door het geloof en de werken de uwen zullen zijn; wij bidden U ootmoedig, dat degenen voor wie wij voorgenomen hebben onze gebeden te storten, hetzij die nog in de wereldleven of reeds overleden zijn, door de voorspraaR van al uwe Heiligen, van uwe genadige barmhartigheid vergiffenis van al hunne zonden mogen verkrijgen, door onzen Heer Jesus Christus uwen Zoon, die met u leeft
128
en heerscht, in de eenheid van den H. Geest (jod in alle eeuwen der eeuwen. Amen, ' v. Heer, verhoor mijn gebed.
«. Eu mijn geroep kome tot U.
v. De almagtige en barmhartige Heer ver-hoore ons.
e. Amen.
i Vquot; , c!0 .z'0.'011 c'el' geloovigen door Gods oarmnarugheid in vrede rusten.
-n. Amen.
-fftema kan een lofzang van de II. Maagd of van een anderen Heilige gezongen worden.
t
c
i
Gi-ESIEIDErtT.
te Rome gehruikelijk, hij de plegthje Opdragt en Aanneming
â^â â¢Â«4â
1 Do Eerwaarde Bestuurlt;1 er, oj wie de plechtigheid verrigt, begint voor het altaar de volgende Hymne, die door het kqoi icordl voortgezet:
âVeni Creator Spiritusquot;, blz. 98 of 99.
2. Preek.
3. Wijding der medailles.
(Inmiddels kan er eene Hymne gezongen worden ter eere der Allerheiligste Maagd.)
v Adjutorium nos- v. Onze hulp is in trmn iii nomine Do- den naam des Hee-mini, ren'
r. Qui fecit coelum [ R, Die hemel en et terrain. aarde gemaakt heeft.
v. Domine exaudi i y. Heer, verhoor orationem meam, â mijn gebed.
130
|
K. Et clamor meus ad te veniat. v. Dominus vobis-cum, K- Et cum spiritu tno. oremus. Omnipotons sempi-terne Deus, qui .Sanctorum tuorum imagines (si ve effigies) scul-pi autpingi non repro-bas, nt quotis illas oculis corporis intue-mur, toties eorum actus et sanctitatem ad imitandum memoriae oculis meditemur; has. quaesumus, imagines in honorum et memo-riam Boatissimae Vir-ginis Mariae, Matris JJomini nostri Jesu Christi, et S... adap-tatas bene f dicere et sanctie f flcare dig-noris, et praesta, nt quicumque coram illis |
R. Eu mijn geroep kome tot U. v. Ee heer zij met u. R En met uwen geest. laat ons bidden. Almagtigo eeuwige God, die het vervaardigen of schilderen van de afbeeldingen uwer Heiligen niet veroordeelt, opdat, zoo dikwerf wij deze met do oogen des lichaams beschouwen, wij hunne daden en heiligen wandel ter navolging mot de oogen des gees-tes zouden overwogen, wij bidden ü, gewaar-dig deze afbeeldingen ter eere der gedachtenis van de allerheiligste Maagd Maria, do Moedor onzes Hoeren Jesus Christus en vnn den U ... ver- |
131
vaardigd, te zefgenen en te heifligen, en verleen dat allen, die voor deze de allerheiligste Maagd en den H ... ootmoediglijk zullen trachten oor en hulde te bewijzen, door hunne verdiensten en voorspraak, van U genade voor het tegenwoordige en de eeuwige glorie voor het toekomstige leven mogen erlangen. Door den-zelfden Christus onzen Heer.
Amen.
Vervolgens worden de medailjes met wijwater besproeid.
4. De Secretaris zegt tot de Aspiranten:
Tot lof en glorie der Allerheiligste Drievul-â f- digheid, ter eere der allerzaligste Maagd Maria Onbevlekt Ontvangen, onze Moeder en Patrones, tot uitbreiding onzer Congregatie nwen zij naderen, die wonschen aangenomen te worden tot leden onzer Congregatie, namelijk do volgende; N.... N....
Beatissimam Virgi-nem et S ... supplici-ter colere et honorare studuerit, illuismeritis ot obtendu a te gra-tiam in praesonti et aoternam gloriam ob-tineat in futurem. Per eumdem Christum Do-minum nostrum.
Amen.
i'
182
Zoodra deze ter bepaalde plaatse zijn oeko-men zegt de Prefokt, zich tol den Eerw. Bestuurder keerende ;
Eerwaarde Vader! allen, die hier tegenwoordig zijn, opgewekt door het verlangen om m zich zeiven en in anderen de godsvrucht tot do gelukzalige Maagd Maria te vermeerderen, verzoeken u dringend in onze Congregatie te worden aangenomen.
De Eerw a a r d e B e s t u u r d e r. Met do grootste blijdschap verneem ik dit uw verlangen. Opdat ons dit echter dos te duidelijker en volkomenor blijke, zoo antwoordt met heldere en verstaanbare stem op de vragen, die de profekt dezer Congregatie u zal voorstellon.
Do P r o f e k t. Verlangt gij inderdaad opgenomen te worden in deze Congregatie der allerzaligste Maagd Maria, om u, onder de noschenning der allorroomrijksto Maagd en Moeder, geheel en al aan Jesus Christus onzen Zaligmaker toe te wijden?
Do Aspi rante n. Wij verlangen dit mrgeheel ons hart!
De prefokt. Wilt gij dan opregt uw best doen om in deze Congregatie don ijver
voor de deugd door uwe godsvrucht, â de onderlinge liefde door reinheid van zeden, zachtmoedigheid on voorkouiGnheid, - on do stichting uwer naasten door uwe goede voorbeelden te bevorderen?
De Aspiranten. Ja, dat willen wij.
De Pr ef e k t. Belooft gij getrouwenale-vino- van de Regelen der Congregatie, kinder-lilke liefde jegens de bestuurders, en in alles wat de Congregatie betreft, bereidvaardige gehoorzaamheid?
De Aspiranten. Dat beloven wij!
Do Profekt. En. wat gij beloofd hebt, hoelang wilt gij dit onderhouden?
De Aspiranten. Altijd!
D e E e r w. Bestuurde r. Mijne beminden' gij begeert voorzeker eene zaak, die â der ' allerheiligste Maagd hoogst aangenaam en voor u zeiven hoogst nuttig en van het grootste gewigt is. Als gij u aan den dienst on de bescherming van de allerheiligste Mooder Gods hebt toegewijd, dan kunt gyi met de meeste zekerheid vertrouwen, dat gij ii door do voorspraak van haar, die allen bemint welke haar beminnen, groote gunsten van don hemel zult verwerven. Die aller-goedertierenste Moeder staat wel is waai allen bij, die hare hulp vragen; maar hen
184
die haar opregt zijn toegewijd, omgeeft zij voortdurend met hare bescherming, zonder hen noch in gevaren, noch in kwellingen of ellenden van dit leven, noch in het uur van sterven ooit te verlaten. Wilt gij dit ook ondervinden, dan moet gij nimmer de woorden uit uw geheugen verliezen, welke gij thans gaat uitspreken; en doet dan uw bost, dat uwe onberispelijke zoden en geheel uw levensgedrag hot bewijs leveren, dat gij onder hot getal harer dienaren zijt opgenomen. Vernieuwt derhalve nu, dewijl het ware geloof de wortel is en de grondslag van alle regt-vaardiging on heiligheid, de geloofsbelijdenis, welke onze H. Moedor do Katholieke Kerk gebruikt.
In dn) naam van ailc Aspiranten, leest een van hoi met duidelijke stem de cjeloof'sbeUjdenis van het Concilie van Trente voor, en allen honden Irandende waskaarsen in de hand.
GELOOFSBELIJDENIS VAN HET CONCILIE VAN TBENTE.
Ik N. N. geloof vastelijk en belijd al het-geno in het geloofsbegrip, welke do Heilige Roomsch-Katholieke Kerk gebruikt, te weten:
135
Ik geloof in éénen God, don almachtigen Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in éénen Heer Jezus Christus, Gods eenigen Zoon, en voor allo eeuwen uit don Vader geboren. God van God, Licht van Licht, waren God van don waren God, geboren en niet gemaakt, van één wezen met don Vader, door wion alles gemaakt is. Die om ons nienschen on onze zaligheid uit den hemel is nedergedaald, en het vleesch heeft aangenomen door den Heiligen Geest uit do Maagd Maria: en is mensch geworden. H\j is ook voor ons gekruist onder Pontius Pi-latus. Hij hoeft geloden on is begraven. Hij is volgens do Schriften ten dorden dage verrezen.' En Hij is opgeklommen ton hemel, zit aan do rechterhand des Vaders; on Hij zal wederom met heerlijkheid komen om do levenden en dooden to oordeolon; zijn Rijk zal geen einde hebben. En in don Heiligen Geest, den Hoer en levendmakende, die uit don Vader en den Zóón voortkomt; die met den Vader en don Zoon te zamon aangebeden en medeverheerlijkt wordt, die door do Profeten gesproken heeft. En ééne Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk. Ik belijd één Doopsel tot vergeving dor zonden. En ik verwacht de verrijzenis dor dooden en het eeuwige loven. Amen.
Ik noem vastolijk aan en omhels do apostolieke en kerkelijke Overleveringen,
136
en alle andere gebruiken en instellingen van diezelfde Kerk. Ook neem ik de heilige Schrift aan volgens den zin, dien onze Moeder de H. Kerk, aan wien hot toekomt te oordeelen over den waren zin en de uitlegging der H. Schrift, gehouden hoeft en nog houdt, en ik zal deze nooit anders verstaan, of uitleggen, dan volgens het algemeen ge-volgens der Vaderen.
Ik belijd ook, dat or waarlijk en eigenlijk zevon Sacramenten dor nieuwe Wet zijn, van Jesus Christus onzen Hoer ingesteld, en die, ofschoon niet allen voor een ieder, tot zaligheid der menschon noodzakelijk zijn, namelijk: het Doopsel, het Vormsel, het H. Sacrament dos Altaars, de Biecht, 'het H. Oliesel, het Priesterschap en het Huwelijk; en dat zij genade geven; ook dat van deze Sacramenten het Doopsel, het Vormsel en hot Priesterschap zonder heiligschending niet meer dan ééns kunnen ontvangen worden. Ik neem ook aan de aangenomene en goedgekeurde gebruiken der Katholieke Kerk, bij de plegtige toediening der voornoemde Sacramenten.
Ik neem ook aan en omhels al hetgene wat in de heilige Kerkvergadering van Trente over de erfzonde en de regtvaardigmaking bepaald en verklaard is.
Ook belijd ik, dat in do H. Mis eene ware, eigenlijke en verzoenende offerande voor levenden en dooden aan God wordt opge-
137
dragen; en dat in het Allerheiligste Sacra-inont des Altaars bot Ligohaam en Bloed te gelijk: met de Ziel en do Godheid van onzen lieer Jesus Christus, waari'ik, wezenlijk en zelfetandig tegenwoordig zijn, en dat de ge-heele zelfstandigheid van het brood in zijn Ligchaam en de geheele zelfstandigheid van den wijn in zijn Bloed veranderd wordt, welke verandering de Katholieke Kerk âtranssubstantiatiequot; noemt. Ook belijd ik, dat onder iedere gedaante Christus geheel en volkomen en oen waar Sacrament ontvangen wordt.
Ik houd standvastig, dat er een vagevuur is en dat de zielen aldaar door do voorbiddingen der geloovigen geholpen worden. Insgelijks dat de Heiligen, die met Christus heersciien, bohooren vereerd en aangeroepen te worden, dat zij aan God gebeden voor ons opdragen, en dat men hunne overblijfselen
dient te vereeren. , , ,,
Ik betuig vastelijk, dat men de beelden van Christus, van de altijd Maagd geblevene Moeder Gods, alsmede van de andere Heiligen behoort te hebben en te behouden, en aan deze de verschuldigde eer en achting te
bowijzen^d ^ dat (;)e magt om aflaten te
verleenen, door Christus aan de Keik is achtergelaten, en dat het gebruik maken dei aflaten het Christenvolk allerheilzaamst is.
Ik erken de heilige. Katholieke, Aposto-lieke, Koomsche Kerk als de Moeder en
138
Meesteres van alle Kerken; en ik beloof en zweer oprogte gehoorzaamheid aan den Paus van Rome, die de opvolger is van den heiligen 1 etrus, den Vorst der Apostelen, en de Stedehouder van Jesus Christus.
Zonder de minste twijfeling neem ik ook aan en belijd ik al het overige wat door de H. Kerkregels en door de algemeene Kerkvergadering van Trente, en door het Algemeen Concilie va-i het Vatikaan geleerd, uitgesproken en verklaard is, voornamelijk omtrent het primaat van den Roomschen Paus en zijn onfeilbaar leeraarsambt: en tevens veroordeel, verwerp en doem ik al hetgeen daartegen is, enook alle ketterijen, die door de Kerk veroordeeld, verworpen en gedoemd zijn.
Dit waar katholiek geloof, buiten hetwelk niemand kan zalig worden en hetwelk ik thans geheel vrijwillig belijd en in waarheid houd, dit zelfde geloof, beloof en zweer ik.... tot don laatsten adem mijns levens met Gods liulp geheel en onvervalscht standvastig te zullen bewaren en belijden; en beloof plegtig en bezweer het, dat ik, voor zooveel in mij is, zorgen zal, dat door mijne onderhoorigen en door hen, wier zorg op mij in mijne betrekking rusten zal, het ook zal gehouden, geleerd en verkondigd worden.
Zoo helpe mij God en deze heilige Evangeliën Gods.
5. De Eerw. Bestuurder. Opdat gij dos te getrouwer moogt volbrengen, wat
139
ffii zoo even beloofd licbt. lc£? nu ple^tig voor het aanschijn der goheele Congregatie uwe geloften neder aan de voeten uwer allerminzaamste Moeder.
Ulc aspiranten geknield, met een brandende waskaars in de hand, volgen met Godsvrucht degenen, aan wiens sorg zij gedurende den nroetlijd werden toevertrouwd terwijl deze met luider stem de Akte van toewijding *) by gedeelten uitspreekt, welke woorden allen geza-mentlijk telkens herhalen.
ACKÃE VAN TOEWIJDING.
Allerheiligste Maagd - en Moeder Gods Maria ik... ofschoon alleronwaardigst u te dienon, - maar opgewekt - door uwe bowondoronwaardige goedheid, - en gedrongen door het verlangen - mil aan uwen dienst te verbinden, â kies U heden, -in tegenwoordigheid van mijn Engelbewaai-t|01- _ en van geheel het hemelsch hof, tot mijne Koningin, â Beschermster en Moeder; â en neem mij vastelijk voor, -U voortaan altijd te zullen dienen, - en voor zooveel in mij is, te zullen zorgen
- dat gij van allen trouw gediend wordt.
- U derhalve, liefdevolle Moedor, - bid en
Z 1) H. de Bisscliop van Haarlem liccft een aflaat van 40 dagen verleend aan de leden der Congregatiën, 'oo d.hoerj zij deze akte godv uchtig zullen bidden, (1 ïiovemljei
140
smeek ik, â door hot blood van Josus Chris-tus, â dat voor mij vergoten is, â gewaar-dig U â mij onder hot getal uwer beschermelingen â en tot uwen eeuwigen dienaar aan te nemen. â Sta mij bij in al mijne handelingen, â en verwerf mij de genade, dat ik mij in woorden, â werken en gedachten zóó gedrage, â dat ik nimmer noch Uwe, â noch de oogen van uwen Allerhei-ligsten Zoon beleedige. â Wees mijner gedachtig en verlaat mij niet in het uur des doods. Amen.
. D e E e r w. Bestuurder qceft aan mier hunner het gewijde medaile der Ã. Maand zcycjende: '
Accipe signum Congregationis B. M. V. ad corporis et animae defensionem, ut divi-nae bonitatis gratia et ope Marias Matris tiuc iDternam beatitudinem consequi merearis; in Nomine Patris f et Filii et Spiritus Sancti. Amen *)
Terwijl de medailjes worden uitgereikt, zingt het koor een lofzang der H. Maagd en daarna:
Ontvang liet toeken der Congregntie van de H. Miuigd Mana, tot vcruediging van lichaam en ziel; opdat «rij door de genade van Gods goedheid en de hulp van Maria uwe Moeder de eeuwige zsiligheid moogt verwerven in den naam des Vaders' t des Zoons en des 11. Geestes. Amen.
141
Psalm 182.
Zie, hoe goed en hoe lielel\jk is het, dat broeders zaïnen wonen.
Het is gelijk de kostelijke olie op het hootd: nederdalend op den baard, op den baard van Aiiron.
Die nederdaalt op den zoom zijner klee-deren. Het is gelijk de dauw van Hermon, die nederdaalt op den berg Sion!
Want do Heer heeft aldaar den zegen geboden, en het leven tot in eeuwigheid.
Glorie zij den Vader, enz.
7. De Eerw. Bestuurder keert zich tot de nieuwe leden en zegt:
Tot meerdere glorie van God, tot eere der Allerz. Maagd Maria, tot geestelijk welzijn dezer Congregatiie en krachtens de magt, door Z. H. den Paus. . . aan mij toevertrouwd, noem ik. . . , tijdelijk Bestuurder dezer Congregatie, u.....op. onder het getal der leden van onze Congregatie, opgericht onder den titel van. . . . , en maak en verklaar U deelachtig aan al de genaden, vruchten, voorregten en aflaten, welke de H. Roomsche Kerk aan de HoofdCongregatie te Rome, waarmede deze onze Congregatie op kanonieke wijze is vereenigd. heeft verleend. In den naam des Vaders t on des Zoons t en des H. t Geestes. Amen.
142
Dat Christus u opneme onder het getal zijnor medebroeders en zijner dienaren. Hij yerleene n tijd om goed' te leven, gelegenheid om wol te doen, standvastigheid om goed te volharden, en om gelukkig tot do erfenis des eeuwigen levens te geraken; en goljjk ons heden ons onderlinge liefde goos-telijker wijze op aarde vereenigt, zoo moge do goddelijke goedheid, die ons de liefde geeft en haar zoozeer bemint, zich gewaar-digen ons met do goloovigen in den homol te voreenigen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
8. D e E o r w. B e s t u u r der:
v. Sterk, o God, wat Gij gewocht hebt in ons,
e. Van uit uwen heiligen tempel to Jerusalem.
v. Maak uwo dienaron zalig.
h. Mijn God, die op U hopen.
v. Heer, zendt hun hulp uit de heilige plaats.
e. En bescherm hon uit Sion.
v. Hoer, verhoor mijn gebed.
e. En mijn geroep kome tot U. v. Do Hoer zij mot u.
e. En met uwen geest.
148
Laat ons bidden.
Verhoor o Hoer, onze smeekingon, en ge-waardig U, deze uwe dienaren, die wij in do Congregatie der gelukzalige Maagd Maria hebben aangenomen, te zo t genen; en verleen hun, dat zij onze regelen, niet de hulp uwer genade, door een heilig, godvruchtig en godsdienstig loven mogen onderhouden; en door do onderhouding er van het eeuwig loven mogen verwerven. Door Christus onzen Heer. Amen.
9. Het Allerheiligste wordt nu uitgesteld, de Lofzang Magnificat gezongen, en lid altaar bewierookt: (mogt de lijd ontbreken, dan into-neert cüe E e r w a a r d e Best u u r d o r, aanstonds na de uitstelling c.n hewierooking van het Allerheiligste, het Te Deum.)
|
Magnifigat anima mea Dominum. Et exultavit spiritus meus: in Deosalutari meo. Quia respexit humi-litatem ancillae suae: â¢ecce enim, ex hoe beatam me dicent om-nes generationes. |
Mijne ziel maakt groot den Heer. En verheugd heeft zich mijn geest in God, mijnen Zaligmaker. Omdat Hij nederzag op de geringheid zijner dienstmaagd: want zie van nu af, zullen allo geslachten mij zalig prijzen. |
144
|
Quia fecit mihi magna qui potens est: et sanctum nomen ejus. Et misericordia ejos a progonie in progu-nies: timentibus eum. Fecit potentiam in brachio suo; dispersit superbos mente cordis sui. Deposuit potentes de sode: et exaltavit humiles. Esurientes implovit bonis: et devites di misit inanes. Suscopit Israël pue-rum suum: recordatus misericordia) sua3. Sicut locutus est ad patres nostres; Abraham et somini ejus in sfficula. |
Dewijl Hij groote dingen aan mij gedaan heeft, Hij die machtig is; en heilig is zijn naam. En zijne barmhartig-heid is van geslacht tot geslacht over degenen die Hem vreezen.-Hij hoeft kracht gedaan door zijnen arm,-verstrooid heeft Hij die hoogmoedig zijn in don waan huns harten, Magtigen heeft Hij van den toopn gestort, en geringon verheven. Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld, en rijken ledig weggezonden. Hij heeft Israël zijnen dienstknecht aangenomen, indachtig zijner barmhartigheid. Gelijk Hij aan onze Vaderen heeft toegezegd, aan Abraham en aan zijn zaad in eeuwigheid. |
145
|
Gloria Patri, etFilio, et Spiritui Sancto. Si cut orat in princi-pio, et nunc et semper, et in sajcula saoco--lorum. quot; Amen. |
Glorie /.ij lt;len Vader, den Zoon en den H. Geest. Gelijk het was in den beginne, nu en altijd, in alle eeuwen | der eeuwen. 1 Amen. |
Te Deum Laudamus.
U o God loven wij, U, o Heer, belijden wij.
U, eeuwigen Vader eert de gansche aarde.
U, roepen al de engelen, U do hemelen en al de magten.
U de cherubijnen en serafijnen onophoudelijk toe:
Heilig,
Heilig,
Heilig, is de Heer, de God der heerscharen.
Hemel en aarde zijn vol van de Majesteit uwer glorie.
U looft het glorierijke koor dor apostelen.
U het lofwaardig getal der profeten.
U hot blinkend heer dor martelaren.
U belijdt de heilige Kerk over heel de wereld.
Don Vader van onmetelijke majesteit.
Uwen eerwaardigen, waarachtigen en eenigon Zoon,
Alsook den Vertrooster, den II. Geest.
Gij, Christus, zijt do Koning der Glorie.
146
Gij zijt des Vaders eeuwigen Zoon.
Gij, mensch willende worden om den mensch te verlossen, Gij hebt den schoot eener Maagd niet geschroomd.
Gij hebt na liet overwinnen van den prikkel des doods, voor de geloovigon het rijk der hemelen geopend.
Gij zijt aan de regterhand Gods, in de glorie des Vaders.
Wij gelooven, dat Gij als regter zult komen.
(De Priester gewoonlijk alleen.)
Wij bidden ü dan, kom uwen dienaren te hulp, die Gij door uw dierbaar bloed hebt vrijgekocht.
Maak, dat zij met uwe Heiligen in de glorie geteld worden.
Heer maak uw volk zalig, en zegen uw erfdeel.
Bestuur hen, en verhef hen tot in de eeuwigheid.
Eiken dag zegenen wij ü.
En wij loven uwen naam in eeuwigheid, en in de eeuwen der eeuwen.
Gewaardig U, Heer, ons dezen dag zonder zonde te bewaren.
Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.
Dat uwe barmhartigheid. Heer, over ons kome, gelijk wij op U gehoopt hebben.
147
Op U, Hoer, heb ik gehoopt, in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.
v. Laat ons den Vader, en den Zoon, met den Heiligen Geest zegenen.
r. Laat ons hem loven en verheffen in allo eeuwen.
v. Heer, verhoor mijn gebed.
e. En mijn geroep kome tot U. v. De Heer zij met U.
e. En met uwen geest.
Laat ons bidden.
o God, wiens barmhartigheden zonder tal, on wiens schatten van goedheid onuitputtelijk zijn, wij danken uwe allerliefdadigste Majesteit voor de verleende weldaden, uwe goedertierenheid altijd smeekende, dat gij, die aan de biddenden verleent wat zij vragen, hen niet verlaten, maar tot de toekomende belooning wilt voorbereiden. Door onzen^ Heer Jesus Christus uwen Zoon, die met U leeft en heerscht, in de eenheid van den H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Benedictio.
Tantum ergo Sacramentum Veneremur cernui:
Et antiquum documentum Novo cedat ritui;
Praestet fldes supplementum Sensuum defectui.
148
Genitor-, Genitoque Laus et jubelatio,
Salus, honor, virtus quoque, Sit et benedictio; Procedenti ab utroque Compar sit laudatio. Amen.
v. Panom do coelo praestitisti eis.x k. Omne delectamentum in se habentem.
Oremus.
Deus, qui nobis sub Sacramento mirabili passionis tuao memoriam reliquisti: tribue. quaesumus, ito nos Corporis et Sanguinis tui sacra mysteria venerari. ut redemptionis tuae fructum in nobis jugiter sentiainus. Qui vivis et regnas in saeeula saecolorum. Amen.
psalm 116.
Laudate Dominum, Looft den lieer, alle omnes gentes; laudate natiën, looft. Hem alle euin, omnes populi. volken.
Quoniamconflrmataj Want zijn goeder-est super nos miseri- tierenheid is bevestigd cordia ejus; et Veritas over ons, endewanr-Dommi manet in ae- heid des Heeren blijft termnn. in eeuwigheid.
Gloria Patri, et Filio, Glorie zij den Vader, et Spiritui Sancto. den Zoon en den H. i Geest.
149
|
Sicut erat in prinei-pio, et nunc et semper et in saecula sae-culormn. Amen. |
Gielijk lietwas in den beginne, nu en altikl, in alle eeuwen der eeuwen. Amen. |
Of mcu zinge naar verkiesing een lofzang der H. Maagd.
A. M. D. G.
INKOUD.
niiidz.
I. Gescliicdkundige schets vim het ont-staiin cu de uitbreiding vim dc Hoofd-Congrcgatie der 11. Mnngd .... 5 II. Joseph Mariiinus Pavthenius S. J., :iuu de leden vim de Congregatie der H. Maagd...........28
III. Petrus Beckx, Algemeen Overste dei-Sociëteit van Jesus......34
IV. Regelen en Statuten van de Congregatiën der II. Maagd......30
IToofdst.
1. Algemeeue regelen.......oo
2. Over het toelaten van leden tot de Congregatie.........52
3. Over de bevestiging of aanneming vim
leden........... . 54
4. Over dc verkiezing van den Prcfekt.
en overige bedienaren......57
5. Wat iii^lc Raadsvergaderingen moet onderhouden worden......00
0. Regels van den Prefekt.....01
7. ,, â dc Assistenten .... 01
8. â â den Raadschrijver ... 05
9. â â de twaalf of zes Raadsleden. 00 ](). ,, â den Oiiderrigtcr der nieuwelingen ..........M
11. Regels van den Schatbewaarder . . 08
12. â â â Prcfektder bibliotheek 09
13. â â de Ziekenbezoekers. . . 70
14. ,, â den Koster.....72
152
- , Bludz.
Ja. Kegels van den Lezer..... 73
l''- gt;. Portier.....74
17- â gt; » de overige mindere Bedic- 75 11 ji re 11......
Getnigsohrift der amineininsr . 7()
V. Aflaten..............77
VI. Mngtblief ter oprigting eeiier Cong're-.'
gntie en hiire voreeniging mef de Hoofd-Congregatie .... gc
VII. Gebeden en andere geestelijke oefeningen ..... . . . . . 93
D.igelijksche gebeden.......'93
Gebeden bij de gewone gt; erg ideringen . 90 â voor een overledene der Congr 113 quot; quot; j) zieke ,, tt ' ] | j.
Opdracht aan den tweeden Patroon . . ⢠115 Gebeden bij de Raadsvergaderingen . 115
» » » Verkiezing.....â¢. ng
quot; j» Uitdeeling der Maand-
Patronen .... .....Hj-
Gebeden bij do Plechtige Ondra/'t . 120 Te Deuni laudainus '. . . .n. . . . 14,5 Benediclio ......... \ 47
I