ocr page 1

Vak 90

ocr page 2

I . I

ocr page 3
ocr page 4

1-

r

y

v

#

jf

7

'

,

. •

.

i

ocr page 5

157

1

'Sép

liiffil lili 4

REL. DEI! ORDE V. PREMONSTREIT.

HAAR Lamp;YEM EH HAAR WERK, DE MIS VAN! EEEHERSm

: 1 DOOR

^tRTHUPy j^OTH,

j^EDACTEUf^ VAN „p!JJNIVERS.quot;

Uit liet Franscli vertaald

A. M. D. G.

t

OOSTEEHOUT (X IJ,-.)

H. C. VAN DEK AA amp; ZONEN,

Kloosterstraat, D. 312, 213, 241.

Mms

'mïsi-- .....

Vak 90

ocr page 6
ocr page 7

1 tfrtX No.

I liSfEE I#SA.

ICf X X TO Y.^'VV^T VFf quot;Oquot; X X 'Q fvrv-r^Qvr XXvcX-tlJCl gt;aja-x ja.xx /liix lArxAjd xx JCtjOL^,

DE MIS VAN EERHERSTEL,

1)001 J

/ARTHUPV j^OTH,

flEDACTEUP^ VAN „TL'UNIVERS.quot;

UIT HEX rRAXSCIl A'ERTAALÜ A. M. I). CI.

t

— ik

quot;'MEilJjQEDERS WEERr.

00STERE0ÜT (N. Br.) H. C. VAN DEE AA amp; ZOXEX. Kloosterstraat, I). 242, 24.'3, 244.

ocr page 8

IMPRIMATUR.

Datum in Seminavio Yjielaav lific IS' Pebr. liS'.M.

J. J. HOPSTAKENquot;,

Reg. iSciu. Libr. Cens.

ocr page 9

VOORBERICHT.

len allen tijde gesckicdcn er 'wonderen in Gods Kerk. Zonder Ie spreken van die uitwendige werketi, welke aller ■aandacht trekkende, de grootheid en verhevenheid van het Katholicisme getuigen, zijn er inwendige naken, die men weestal ongemerkt voorbijgaat, maar die niet minder hewou-derensvaardig zijn dan de schitterendste openharingen van het katholieke leven.

H at is schooner dan de werking van God in eene ziel, gade te slaan, den invloed 'Zijner genade en de heschikkin-gen Zijner Toorzienlgheid na te speuren , die ziel zich langzamerhand te zien onthechten van alle aardsche handen en zich verheffen hoven het wereldsche, hoven zich zelve, om slechts in God te teven, en in die innige vereeniging met haren Schepper de heerlijkste vruchten van godsvrucht ■en liefde voort te brengen.

Onze tijd, hoe he vagen, hoe tegenstrijdig met het geeste-lijke leren hij ook zijn moge, is niet de minst vruchithare in wonderbare voorheelden van de kracht der genade. Hoe meer de wereld ons het beeld van wanorde en verwarring voor oogen stelt, des te meer troost vindt men in het beschouwen van die levens verborgen in God, van die heldhaftige deugden, welke de aarde versieren en de schoonheid der Kerk uitmaken.

/julk een leven is ook dat der arme en heilige vrouw, wier gesc/Mems wij gaan verhalen.

ocr page 10

— 4 —

Hare aflcomxt was genng, maar Gnd deed in haar ff roofc duiffin. Hij koos haar uit om haren hetvoii/lcrciiswaardiffeit-ffccd ran nederiffhieid en versferrinff, ten einde door haar in ind teren te roepen een, werk van verheren ffodsrruvht, dat strekken, moet om den christelijken //eest te doen her-hloewn.

yn at de i'Hssel rail iff held ran een smartelijk heproefd leven kwam zij als eenrondiffe leekezustcr hare dagen, eindigen, in het klooster der orljertinessen te lionlo n. Nadat zij de wereld ffesticht had door haar hetdhaftiff ffeloof en haren geest ran toewijding, sierde zij in t klooster door den rijkdom harer deugden.

Tn dit heilig restoord ondernam X i stKK ÜOSA zelre het verhaal ran, hare totgrralten, niet, uit een gevoel van trots, doeh in, de hoop anderen, nuttig te kunnen wezen. Jfieromtrent maakte zij zich — waarom Ind verzwegen lt; — de meest naïeve roorstellitigen.

.Daar zij geleefd had in eene tjeperkte omgeving^ welke zoo i/oed als geheid vreemd was aan zaken op letterkunde tjetrekking heVbeud, verheeldde zij zich, dat er (fihrek hestoml aan goede hoeken, om den mensch zijne pliehten jegens ('tl ui en :ijn gezin te leeren. 'Daarom wilde zij m die leemte helpen, voorzien door haar eigen leren, hare eiffene ondervinding ten leste te geren. Zij hoopte hiermede 'haren medemenschen een aroot voordeel te VerschaIjen en wilde het hd titel geven .*

EE XE MAGDAJjENA óf DE WEG DES GEL UKS.

Lang reeds had zij dit plan gekoesterd, zij had zelfs enkele hladzijden geschreven , doch verschillende omstandiffheden helet ten haar hiermee voort te gaan. Toen zij nu ludiffieuse was te Bonlien, kreeg zij de gedachte het voort te zetten. De Kerv. Moeder Priorin, aarzelde lang alvorens zij haar verlof gaf aan deze godrrnchtige legeert»

ocr page 11

gevolg Ie geven; uit vrees dat de goede -mier, na met de zuiverste meening legonnen te zijn, ten laatste /Urm een valstrik voor hare nederigJwul zou vinden. Ten laatste echter door hare hwlerlijhe ondervrrping en haar errliedig amihou-den getrojen, veroorloofde zij Zi'stick Rosa haar teven te schrijven, onder voorn-aarde echter dat zij hieraan slechts 's Zondags en op Feest dn ge,, tou ver/en, opdat haar dagelijh seheu artjeid, vaaraan de vijze Overste uit roorzirhtigleul voorgaf reet meer vaarde te hechten dan aan at haar sehrij-ccj/, cr uirt door .zo?/ Jijde//,

Tegm het ei „de van 1STT zette zij zich aan het tcerl' op de /en trjeu, m zaorerre hare hij-na voortdnre/nle :lel:elijk-heid het toeliet. 'Met dezen arleid tracht de nederige zuster het tot eeiüge opstelletjes, aver de geleurtenissen van haar lilin, eet te !/ het jneest geetpend oordeelde otn anderen te ondervijzen, -larnrnrr dat haar daad in 1 smgt;. aau (]c:igt; een eind,- maakte. :aodat zij slecht* het eerste gedeelte haars lerens het rellen. Jhernlt hel,hen vij voonuunetijl,- peput en het overige cot hold uit hare talrijke hrleven, de herinneringen der personen icelke haar het hest rjeh-nd hehlen, (in de eerste plaats haar zoon, hare hlechdvaders, hare mederetlgleH-zen.) de korte lerensheschrijrlng, vervaardigd door de Eenr. 'Priorin ran Bonlleu, en de mondelinge mededeelIngen ran deze her ie. () eerste, die ons zeer veel hij dit verk heeft f/c/l()l]K'//.

JL-t Is vooral Zr.sïEi; Rosa irelke vij het,t,en villen schetsen in dit hoek, dat toegewijd is aan tare nagedacht-als en aan het goede verk de,- Mis tot Eerherstel van haar nltgegaau, zoo Ceel mogelijk laten vij haar zei ren spreken. U'rHicht zal men moeietijk gelooven, dat de v.lttrekseten, welke vij aan hare aanteekeningen en hrleven onttcenen, afkomstig zijn van lt;de hand eener persoon, die zelfs de eerste regelen der spelkunst

ocr page 12

— G —

niet hnde. Hoewel eeue vrouw uit de mindere Has, zonder eenige verstaudelijhe ontwikkeUng, wa» Zusïeii Rosa niettemin hegaafd wet een huitengeivonen geest, en wat aan haar onder-trijs onthrak, leerd door het goddelijk licht, dat haar bestraalde, rijkelijk aangevuld. Zander de spraakkunst te kennen, schreef zij met gemak en in goede zinnen. // ij hehoej'den slechts de pnnctnatie en de spelling in hare geschriften te veranderen om daaruit hladzijden te kunnen trekken, die eren eenvoudig als verheven die letterkundige schoonheid hezitten, welke men hier en daar in dit werk aantreft. II at hare, opvatting hetreftT deze is altijd verheven en toont eene ziel, door God lestendig verlicht.

Bit leven can Züstek Rosa zal, zoo vertromveu wij, het goede, dat zij heoogde, op breeder schaal uitwerken. Door de werking van God te toonen in eene vrouw van de nederigste afkomst, en de medewerking can die bevoorrechte ziel met de genade zal het èn tot les en tot aanmoediging strekken voor de personen, die verlangen voortgang te maken in de godsvrucht* Moge het vooral bijdragen om aan de godvruchtige Christenen die heilige oefening der Mis tot Eerherstel te doen- kennen, eu n'uardeeren , die het werk geweest is van Zustek Rosa en het doel van haar leven van lijden en opoffering.

Om te gehoorzamen aan liet Decreet van Paus UVba-nns VIII, verklaren wij, aan alles, wat dit boek behelst, niets anders dan een menschel ijk gezag toe te kennen, buiten hetgeen door de H. Roomsche Katholieke Kerk en door den H. Stoel bekrachtigd is, aan wiens oordeel wij, als gehoorzame kinderen ons zeiven onderwerpen in al onze schriften.

ocr page 13

Z U S T E R R 0 s A

HAAR LEVEN EN HAAR WERK.

Isslo 11 oofVlxtn!»:.

Kinderjaren van Zuster Rosa.

Zi sïeh Eosa werd nit onbemiddelde ouders geboren. Wel behoorde baar vader, M. Mirabal, tot eene oude liandelsfamilie van Parijs, maar door tegenspoed waren zij in lam stand zeer aebteruit gegaan. In de tegen liet einde zoo veel bewogen achttiende eeuw begon de woe-kergeest reeds de oude handelsgewoonten te verstoren ; en men zag wisselvalligheden van de fortuin, tot dusverre onbekend. De oude echtheid van den handel en het vaderlijk erfgoed wankelde, en vele huizen te Parijs moesten hunne betalingen staken.

M. Mirabal leidde ten gevolge der verliezen, door zijn vader ondergaan, een vrij avontuurlijk leven. Begaafd met een vnrigen geest, vatbaar voor verheven gevoelens, behoorde hij tot het s'rta! dergenen wier goede hoedanigheden gevaren , ja zelfs gebreken worden, als zij niet door den geest van godsdienst worden geleid. Hij huwde Mej. Stein, van wie hij slechts wist, dat zij arm was en geleden had.

Dit edelmoedig karakter, dat een onderpand van geluk had kunnen worden , indien een gevoel van godsdienst het bestuurd had, schonk aan dit jonge huishouden de vreugde en eensgezindheid niet, die men verwachten zou;

ocr page 14

alweer een hewijs, dat een vurig en edel gemoed soms meer dan eenig ander den breidel van bovennatuurlijke denkbeelden noodig heeft. ])eze karakters dwalen licht af, omdat zij zich door de indrukken van hun hart, de droomen hunner verbeelding en de gebeurtenissen des levens laten beheerschen en vaak het beleid missen in de behartiging der stoffelijke belarigei], dat men bij gewone menschen aantreft.

liet huwelijk was in het eerst gelukkig en wellicht was het gelukkig gebleven, zegt Zr stek Rosa, ware eene toevallige omstandigheid het niet komen verstoren.

Men bood M. Mirabal eene plaats aan het hof dei-keizerin Josephine . welke hij had, moeten weigeren „omdatquot;, voegt de goede Zuster er op hare eenvoudige wijze bij „de betrekking welke hij had, voldoende wasquot;. Deze post bracht hem in aanraking met personen van het hof. Dit vleide zijne eigenliefde, doch het strekte ten nadeele der genegenheid, welke hij zijne vrouw toedroeg. Hij begon zijn nederig huwelijk te betreuren en werd uithuizig, hetzij door bezigheden, hetzij uit al keer van een alledaagseh leven. Zijne arme vrouw bespeurde de verandering. begreep ook dat zij er mede oorzaak van was en leed er bitter door. Daar zij geen godsdienstig gevoel bezat om haar verdriet te heiligen en geen kind, waarop zij hare gedachten en genegenheid kon vestigen, gaf zij zich geheel over aan de bitterheid harer smart. Zij sloot zich als het ware op in hare droefheid, eene opsluiting, welke zonder God en z jn vaderlijk oog slechts eene wreede gevangenis voor eene bedrukte ziel is. Het moest nog erger worden. Bij het verdriet voegde zich weldra de behoefte. Tengevolge der echtscheiding van Xapoleon en Josephine verloor M. ili-

ocr page 15

rabal zijn post aan liet hof en weldra heersclito armoede in het gezin. Intiisachen hadden de omstandigheden en wellicht zijn eigen radenken M. Mirahal ten ojizichte zijner vrouw tot een beter inzicht gebracht.

Met de onstumiiglieid van een geest, die in niets het midden weet te houden, verkoos h!.j eene geringe jilauts boven een voordeelig aanbod hem gedaan, ten einde hierdoor zijne vro'iw te bewijzen, dat voortaan niets hem van haar zou scheiden. Zelfs bezwoer hij dit onder eed met zijne gewone lichtzinnigheid, hetgeen voor het jonge huishouden wederom eene bron van nieuwe beproevingen werd eji van iiicnw verdriet \ oor zijne vrouw, daar hij letterlijk zijn woord ten uitvoer bracht. Liever wildo hij zijne echtgenoote gebrek laten lijden, dan haar te doen vreezen dat hij. zijne vroegere welvaart trachtende te herkrijgen, ook in zijne oude gewoonten zou hervallen.

Xochtans zouden de echtelieden in deze armoede gelukkig hebben kunnen zijn, indien het hart der vrouw nog- ontvankelijk geweest was voor vertrouwen en vreugde en vooral indien zij m den godsdienst sterkte geput had om de wederwaardigheden des levens te verdragen.

Zoo was dit jeugdig huisgezin niet alleen arm maar ook ongelukkig' en onder deze omstandigheden kwam het kind ter wereld, welks geschiedenis wij gaan beschrijven.

..j)e geboorte van het eerste kind is steeds eene blijde gebeurtenis in een gezin . schreef zeventig jaren daarna onze waarde Zist kii Kosa : ,,zoo was het niet met de mijne, die bij de behoeftigheid mijner ouders als eene overmaat van ongeluk beschouwd werd. 't was op den Maart IMi'. Zoodra ik geboren was. ging mijn vader eene voedster halen ; deze bracht mij naar het stadhuis, daarna na de kerk van St. Severinus, waar de

ocr page 16

Suisse mijn peter was; vervolgens ging zij mijn pakje halen, vertrok met mij naar hare landstreek bij Soissons, en was zeer ontevreden dat zij haar kind het suikergoed niet kon medehrengen, dat zij het beloofd had om liet te troosten over hare afwezigheid.quot;

Het kind, dat bij hare geboorte zoo weinig welkom was, had de namen ontvangen van Louise, Madeleine, Euphrosine. Zij kreeg slechts den tijd ter wereld te komen en gedoopt te worden. Voor haar geen moeder-kus, geene moederzorg! Men ontdeed zich zoodra mogelijk van haar. De Voorzienigheid scheen haar reeds mi het doel te willen toonen, waartoe zij komen moest.

Er bestaan in het leven van die omstandigheden, welke als vingerwijzingen en voorteekenen des Hemels zijn. God, die Magdalena bestemde, om eenmaal deel uit te maken van de Xorbertijnsche familie, liet toe, dat dit schepseltje ver van hare ouders en naar de omstreken van Soissons gebracht werd, in dat beroemde dal van Premonstreit, de bakermat der religieuze orde , waarin zij na veel omzwerven en vele wisselvalligheden, eens hare aardsche reis zou komen eindigen. Wie ziet hier niet een soort van geheimzinnigen band tusschen het begin en het einde van dit leven, door-Gods barmhartigheid zoo vaderlijk geleid ?

Tevens begint hier voor Zusïek Rosa die lange loopbaan vol beproeving en smart, een loopbaan welke de prijs moest zijn van die bijzondere genaden, waarmede zij -bevoorrecht werd en liet teeken der buitengewone zending, waartoe dit nederig schepsel was voorbestem;!.

„Bij het begin van het volgend jaar,quot; aldus gaat Zusïeii Rosa voort, „kwam een zusje, dat even welkom was als ik, mijn verblijf deelen, en kort daarop bood

ocr page 17

men mijn vader eene betrekking aan, die goed scheen te zijn. doch op twee en twintig uren afstand in de stad Provins.

Het was in deze omstandigheid wijs geweest, alleen te vertrekken, zooals mijne moeder hom aanried, doch zijne belofte van zijne vrouw nooit meer te verlaten niet willende schenden, gaf hij de voorkeur aan eene volledige verhuizing en nam zelfs zijne kat en zijn vogel mede. De betrekking voldeed hem slechts ten halve, nochtans zou hij erin gebleven zijn, indien staatkundige verwikkelingen bij het terugkeeren der Bourbons hem dit niet onmogelijk gemaakt hadden. Ifijne moeder verwachtte haar derde kind ; mijne ouders bevonden zich in grooten nood, daar zij geen werk, weinig middelen en vele behoeften hadden. Kortom, weinigen tijd later, na vele ellenden en moeilijkheden, kwamen zij, na hunne laatste meubelen verkocht te hebben, te Parijs terug met hunne kat, hun vogel en een kind meer.quot;

Eindelijk kreeg il. Mirabel door tusschenkomst van een vriend eene plaats als boekhouder, welke hij zes en twintig jaar bekleedde.

Terwijl de kleine Magdalene; aldus werd zij genoemd, bij hare min was, overkwam haar een ongeluk, dat haar liet leven had kunnen kosten. Ten gevolge van een val bezeerde zij het hoofd zoo erg, dat de geneesheer eerst meende, dat de hersenen gekwetst waren. Maar God waakte over dit kind zijner liefde en hoewel Hi j van de teerste jeugd af haar door beproevingen bezocht, beschermde Hij haar leven. De eerste lieftalligheid barer kindsheid werd door niemand opgemerkt. Zij had geene moeder om zich over hare ontwikkeling te verheugen,

ocr page 18

—12—

hare eerste woorden te onthouden, de eerste vertrouwelinge te zijn van hetgeen in haar kinderhart omging. Toen zij drie jaren ond was werd zij naar liuis terug-gehracht. Zistek Hosa zegt, dat zij alles, wat zij hier van verhaalt, slechts heeft hooren zeggen, vooral van hare grootmoeder, die, gelukkig voor.de arme kleine, dezen dag hij hare onders doorbracht, om hen te helpen hij de tehuiskomst van Iran kind.

Deze bladzijde harer herinneringen is hartroerend en alvorens ze af te schrijven geven wij eerst de woorden terug van Zl'ster Rosa hij het hegtu harer aanteekenin-gen. „Ik vertrouw, dat de inededeelingen, welke ik ga doen, geen blaam op mijne arme moeder znllen werpen, daar zij nooit iemand eenig kwaad heeft gedaan, liefdadig was voor de armen, rechtvaardig en edelmoedig, waarom mijn vader zei; „Haar ontbreekt slechts een moederhart.quot;

Zij was dus wel te beklagen, daar zij van het moederschap slechts het lijden kende en stierf zonder te weten, hoezeer ik haar zon bemind hebben, indien zij mij dit veroorloofd had.quot;'

De Imiselijke omstandigheden van Mme Mirabal, de moeilijke taak, die haar eensklaps op de schouders gelegd werd, daarbij het ongestadig ea lastig humeur van haren echtgenoot, gevoegd bij de lasten van het geldgebrek, al deze beproevingen, waartegen de arme vrouw de hulpmiddelen van den godsdienst niet kon stellen, hadden het moederhart bedolven en het karakter der echtgenoote verbitterd, lioe had zij teederheid kunnen gevoelen voor een kind, welks geboorte werd beschouwd als eene ramp, een kind, dat zy niet met de moedermelk had gevoed, dat zij noch had leeren spreken.

ocr page 19

noch leeren bidden , dat zij zelfs niet kon herkennen, toen men het haar terugbracht!

Ziehier hoe Zuster Kos.v hare wederkomst in liet ouderlijke huis beschrijft. ..Toen de min mij aan mijne moeder aanbood, was zij zeer verwonderd en zonder haar werk te onderbreken zeide zij : „Is dat nu bet kind ! Zet het op den grondquot; en als zij zag, dat ik slechts loopen kon, wanneer ik mij aan de meubelen vasthield. rie[i ze uit: „Xu dat is wat moois ! dat kan met de drie jaar nog niet loopen ! De min antwoordde ; ..Juffrouw, dat komt van haren val, zij is bang, doch, als men haar slechts een vinger toereikt, loopt ze vlug.quot; En toen mijne moeder mij hoorde spreken, was zij weder misnoegd, omdat ik verschillende woorden maar slecht •kon uitbrengen. He goede min antwoordde : ,.Juffrouw ge moet er geduld mede hebben. Als u bet kmd eens gezien had in den treurigen toestand, waarin ik baai-gezien heb ! Ik was zeer bang haar te verliezen.quot;

Mijne moedor antwoordde; .. Dat was geen groot ongeluk geweest I En nu begon zij weder te klagen over mijn boersch voorkomen. Mijne grootmoeder zag- wel, dat ik hier geen troost zou kunnen vinden na het vertrek mijner min en die goede manieren niet zoude ver-krijgen, die ik niet kende en zeide daarom tot mijn vader, die juist blnueu kwam en mij beter dan mijne moeder ontving': ..Ik heb grooteu zin om dit kind eenig'e dagen mede te nemen. Zij zal bij mij vroolijker leven dan hier, ik zal met haar in den jardin du Luxembourg gaan wandelen, daar zal zij kinderen zien en hare min vergeten.1' Mijn vader stemde toe en mijne bonne manian, zooals ik haar zoo gaarne noemde, nam mij dadelijk mede, uit vrees dat mijne ouders hunne toestemming zouden

ocr page 20

—14—

intrekkenquot;.

Deze ontvangst der kleine Madeleine laat reeds de beproevingen glessen, die vóórhaar een begin namen. Hare jeugd verminderde de bitterheid daarvan niet, want wie heeft niet opgemerkt, hoe levendig kinderen eene goede of kwade bejegening gevoelen, zelfs dan als zij die niet ten volle begrijpen. Zij hebben linn hartzeer, hunne vreugde, vaak veel levendiger dan op rijperen leeftijd. Hunne ziel ontvangt vaak indrukken, welker invloed zich in late Jaren nog doet gevoelen. Het volgende strekt tot bewijs:

„Mijne grootmoeder had mij een korfje gegeven en zoo dikwijls zij mij naar den Jardin du Luxembourg, de gewone verzamelplaats van de kinderen der wijk, bracht, liet zij dit door de fruitvrouw vullen , die aan den ingang stond. Xa eenige dagen liet ik hare hand los om naar de koopvrouw te loopen en haar mijn mandje te geven, waarin zij aalbessen deed.

Xooit zie ik die vruchten, of ik denk aan het genoegen, dat ik mijne grootmoeder bij die gelegenheid verschafte.quot; En wel mocht de goede oude zich verheugen, toen zij het tot dusverre gebrekkelijke kind, geheel alleen naar het voorwerp barer kinderlijke verlangens zag snellen. Juist deze vreugde, die zij hare grootmoeder veroorzaakt had, griftte zich zoo diep in de herinnering van het kind dat zij, zoo vaak zij aalbessen zag, aan dit voorval dacht.

Eene kleinigheid ! En toch is zij als het ware eene openbaring van het karakter van Zi sïeu Rosa. Eeeds ziet men hier dat verlangen om anderen diensten te bewijzen en aangenaam te zijn ; men ziet er ook de kiem van hebzucht in, welk gebrek voor haar eene

ocr page 21

reden van diepe vernedering, van gedurige versterving worden zal. Later zal liet trod zijn, die haar geheel tot zich zal trekken; God, wien zij eer en glorie zal geven, tot wien zij zich zal verheffen als de lang opgesloten vogel, die zich met snellen wiekslag ten hemel verheft.

De enkele dagen, die de kleine aldus hij hare grootmoeder doorbracht, behooren tot dat klein getal gelukkige uren, welke God haar van tijd tot tijd deed doorleven, hetzij om haar van bittere beproevingen te doen bekomen, hetzij om haar tot nieuwe te bereiden. „Zoodra ik gewoon was in de kamer te blijven zonder te schreien,quot; aldus gaat de schrijfster voort, ,.kwam mijn vader mij halen en beloofde mij spoedig terug te zullen brengen, als ik zoet was. Toen mijne moeder zag, dat ik alleen kon loopon, scheen zij tevreden, omhelsde mij, en gaf mij allerlei speelgoed. Toch begon ik te schreien, toen mijn vader weg was. Mijne moeder zeide ; „Zult gij dan eeuwig schreien'quot; ? Ik antwoordde : „Ik schrei niet, ik lach.quot; „Als gij zoo'n gezicht trekt als gij lacht,quot; hernam mijne moeder, „raad ik u aan maar te schreien.quot;

.Men ziet reeds, dat de arme kleine begreep, boe men bare tranen als eene fout aanzag en zij daarvoor gestraft zou worden. Men had haar zoo aanbevolen bij bare moeder niet te weenen. Er ligt iets treffends in het antwoord: „Ik schrei niet, ik lach.quot; Zal zij dan nooit mogen ondervinden, hoe zoet het is door eene moeder getroost te worden ! Xeen Zi stkü Rosa heeft nooit dit geluk gehad, dat de Voorzienigheid bij voorkeur het kind van den arme toedeelt, dat opgevoed wordt in de armen zijner moeder, terwijl het kind der rijken zoo vaak aan de handen van huurlingen wordt toevertrouwd.

En duidt dit woord : „ik schrei niet, ik lach,quot; niet

ocr page 22

—16—

reeds iets aan van die zielskracht; waarmede zij in latere jaren zich zeiven zal weten te overwinnen ! Lachen in plaats van schreien is vaak christelijke heldenmoed.

De opvoeding- der kleine Hagdalene werd, om zoo te spreken, aan het toeval overgelaten. Hare moeder bekommerde zich niet om haar. Haar vader onderwees haar op zeer verkeerde wijze. Van godsdienst geen sprake ; voor zed el eer de fabelen van La Fontaine. Het geheele onderricht van het kind bestond in het van buiten lee-ren dier vertellingen van dieren, zeer geschikt om het verstand en de verbeelding der kinderen bezig te houden, doch niet in staat hun hart te vormen. Door deze eerste, zeer gebrekkige opleiding bleef haar geheel het leven lang een zekeren smaak bij voor de dichtkunst. Zij las gaarne verzen en schreef die uit. Zelfs maakte zij kleine gelegenheidsdichten, die den stempel van een levendigen en schranderen geest dragen. Zoo vindt men vaak in hare geschriften aanhalingen tiit den een of anderen dichter, waarvan zij stukken gelezen had.

Xaast deze fabelen wist haar vader haar niets anders in handen te geven, dan die ijdele boeken, welke nooit de goede voorbeelden of de heilzame lessen kunnen vervangen, waardoor een goed vader en eene teedere moeder de ziel van hun kind tot het goede trachten te brengen.

Wij lezen in de aanteekeniugen van Zusteu Rosa ; „Mijn vader had het ongelukkige denkbeeld opgevat mij de vertellingen van Moeder de Gans te schenken, om mij door het bekijken der prentjes te vermaken. Hij heeft hiervan veel spijt gehad, toen hij bemerkte, dat ik slechts van . wolven en slangen droomde en geen enkel oogen-blik op eene donkere plaats durfde blijven. Ik vreesde monsters door de vensters te zien komen, verbeeldde mij

ocr page 23

-17—

Blauwbaard zijne vrouwen te zien vermoorden, en deze indrukken zijn mij zeer lang bijgebleven.''

Hierin ligt wederom eene ernstige les voor de ouders, die den jeugdigen geest hunner kinderen meenen te moeten voeden met dergelijke sprookjes, in plaats van te zorgen dat de eerste indrukken, welke zoo diep eu bestendig zijn, hunne jeugdige zielen beelden verschaffen van wat goed, schoon en edel is. Zusteü Rosa was het slachtoffer van deze dwaling. Haar hart bleef ledig, haar geest werd met schrikbeelden vervuld, zij wist niets van al datgene wat een christelijk vader, eene godvruchtige moeder hun kind onderwijzen. Hare slechte opvoeding maakte hare jeugd ongelukkig. Bij

hare ouders leerde zij niets behalve.....lijden.

----------------------

ï loolVlstule. De Lijdensschool.

Het lijden was voor Zisteu Rosa met liet leven begonnen ; het lag in hare roeping. Tot de eerste schreden op den lijdensweg werd zij genoopt door haar, van wie zij slechts teederheid en toegenegenheid had moeten verwachten. Het is een vreeselijk ongeluk voor een kind geene moeder te hebben of wel eene, welke dezen naam niet verdient, en dit ongeluk doet zich reeds vroeg gevoelen. Toen do kleine Magdalena nog in de wieg lag, moest zij de moedermelk met den moederkus ontberen ; toen zij bij hare familie teruggebracht werd, vond zij er slechts den afkeer, de hardvochtigheid van eene vrouw,

z. 11.

ocr page 24

voor Avie liet moederschap een ondragelijke last was. Zij groeide op tot haar vijfde jaar, zonder het hittere van huren toestand al te zeer te gevoelen. Zij was te jong om de ontheringen en de gestrengheid te heseffen, die zij te lijden had. Het gevoel van haar ongeluk ontwaakte hij gelegenheid van een sterfgeval in hare familie; de dood joeg haar de grootste vrees aan. Het ongelukkig kind, welks verstand thans genoegzaam ontwikkeld was om te vatten wat er rondom haar voorviel doch dat het licht des geloofs ten eenenmale miste, zag in den dood, die aan hare zijde slachtoffers maakte, niets dan het akelige der scheiding.

„Ik was vijf jaar oud,quot; schrijft Zi steii Eosa, „toen mijn zusje Aglaé van de min thuis kwam. Daar mijne grootmoeder voor mijn zusje niet kon doen, wat zij voor mij gedaan had, kwijnde dit weg van verdriet na het vertrek liarer min. Ik was eenigszins verwonderd, toen ik o]) zekeren dag, nadat mijne moeder zusje in de wieg had gelegd, haar die in eene andere kamer zag dragen. Zij sloot de deur en ging er niet meer hinnen, voor dat vader thuis kwam, die zeer verwonderd was, toen moeder hem heel hedaard zei do; „De kleine is dood.quot; Mijn vader hleef er lang hij en zeide, toen hij weder hinnen kwam : „Arm schaap, het was niet de moeite waard, dat ik u thuis liet komen.quot; Hij ging zonder eten heen, hoewel mijne moeder hem aanzette eerst zijn middagmaal te nemen. Den volgenden dag zag ik een man, die een kistje droeg, waarvan ik de hestemming niet kende; maar ik kwam die te weten toen ik zag, dat hij mijn zusje er in lei, wat mij zeer veel leed veroorzaakte, vooral toen hij haar medenam. Ik wilde hem naloopen om te zien, waar hij er mede hleef, doch mijne moeder

ocr page 25

—19—

verbood het mij en ik sclireide, tot dat mijn vader thuis kwam. Tosn ik hem vroeg, of de man mijn znsje weldra terug zou brengen, zeide hij mij, dat hij haar begraven had en dat wij haar nooit zouden wederzien.

Ik verbleekte en begon te beven. In deze gemoedsgesteltenis bleef ik nog langen tijd. Hoorde ik iemand de deur naderen, dan vreesde ik, dat de man, die mijn zusje weggehaald had, ook mij zou komen halen.quot;

Aldus leerde het arme kind plotseling de groote en vreeselijke geheimen van den dood, van het graf, van eene alles beslissende scheiding, zonder dat een enkel woord van christelijken troos:, zonder dat een straal van hoop dit arme, bedroefde kinderhart kwam geruststellen en troosten, zonder dat vader of moeder haar zeiden, dat dit aardsche hulsel eens zal verrijzen, dat de ziel nooit sterft, dat de hemel het vaderland is waarin wij elkander na dit aardsche leven wedervinden.

Deze indruk was zoo levendig op de kleine Magdalena dat de vader, vreezende dat die voortdurende zenuwachtigheid toe zou nemen, het kind naar hare grootmoeder bracht om er verstrooiing te vinden. Daar wachtte haar gelukkig wat zij behoefde: verandering van plaats en van levenswijze, moederzorg, liefde , afleiding. Het was echter van korten dnur, zoowel als de rust in liet ouderlijk huis na hare terugkomst. Een ander zusje was in dien tusschentijd geboren, en thans scheen het hart der moeder te kloppen voor haar kind, dat zij verplicht was zelve te voeden, Zeer kort was de levensduur van dit kind, dat drie maanden na de geboorte aan de kinderpokken stierf. Uit vrees voor besmetting zond de vader Magdalena naar hare tante. Deze voorzorg bevrijdde haar voor de aandoeningen, bij den dood der kleine

ocr page 26

—20—

Aglaé ondergaan ; maar ook de korte huiselijke vrede hield hiermede op.

Magdalena had een derde zusje Jeaunette, dat buiten opgevoed was en op vierjarigen leeftijd thuis kwam, zij zelf was toen zeven jaar oud. Het kind werd even slecht ontvangen als de vorige, het was ziekelijk en eene afzichtelijke kwaal had haar hoofdje en haar lichaam geheel aangetast. De moeder had een afkeer van het arme schepseltje. Toen zij met de behandeling, dooiden dokter voorgeschreven, moest beginnen, verklaarde zij kortweg aan haren man, dat zij er niets aan deed en dat hij het kind kon laten verzorgen door wien hij wilde. Het was nu Magdalena, die met haren vader, de walgelijke taak ondernam. En al wilde de ontaarde moeder het kind niet verzorgen, zoo ontzag zij zich niet het nog meer te doen lijden. Zij liet duidelijk haren afkeer blijken, raakte he't meisje slechts met eene tang aan, liet haar eten aan een houten stoel, die voor haar geplaatst werd uit een aarden schoteltje, dat apart gewasschen moest worden.

Een groot stuk grijs papier diende haar tot servet en tafellaken, en het was haar verboden te gaan zitten of eenig meubel aan te raken, zoodat het kind den gauschen dag door de kamer kroop. Do dokter, ziende dat zij zoo slecht verzorgd werd, liet haar in liet Gasthuis van het Kind-Jezus opnemen. Men riep een kruier, die het kind daarheen zou brengen en het met een touw op zrn wagentje bond. Het arme schaap gevoelde zich hier zoo gelukkig dat zij smeekte er altijd te mogen blijven. Zij stierf twee jaren later.

Met zulke treurige voorbeelden voor oogen, en onder de slechte behandeling, die zij zelve steeds ondervond,.

ocr page 27

—21—

nam de kleine Magdalena toe in jaren, doch zij zag in het leven niets anders dan lijden, in het ouderlijke huis de plaats van haar ongeluk, in hare moeder een beul. Deze begon het kind te vervolgen als had zij het zich tot taak gesteld het door eene aanhoudende foltering voor de misdaad van haar bestaan te doen boeten.

Maar wij zouden handelen tegen den wensch van de goede Zustee Eos.v, indien wij niet trachtten de hardvochtigheid dezer moeder zonder moederhart te versclioo-' nen, die zij veeleer beklaagde dan beschuldigde.

Geboren gedurende het schrikbewind en vroeg haar vader verloren hebbende, had zij de leiding gemist, die haar tot eene ciiristelijke vrouw had kunnen vormen. Elk onderricht, elke godsdienstoefening was haar, gelijk zoo vele andereu in dien noodlottigen tijd vreemd gebleven. Intusschen bezat zij van nature goede hoedanigheden en, had zij bij hare eerlijkheid en rechtvaardigheid den geest van geloof gehad, zoo noodig rot het goed vervullen harer plichten, dan zou zij , zelfs in hare moeilijke omstandigheden, eene goede moeder geworden zijn.quot; „Het uiterlijk mijner moeder,quot; zegt Zusïeu Eosa, „duidde geen gebrek aan opvoeding aan, want hare bescheidenheid en zedigheid bevrijdden haar van die fouten, welke slecht opgevoede personen vaak bedrijven. Zij sprak quot;vriendelijk, en had bevallige manieren. Kooit beklaagde zij zich over iemand, al had zij hiertoe ook alle reden. Zij nam de grootste voorzorg in acht om niemand schade te berokkenen, al moest zij zelve hierbij verliezen. Nooit sprak zij kwaad en duldde niet dat anderen dit deden, en met recht zeide mijn vader van haar, dat haar niets ontbrak dan een waar moederhart, daar zij goed was voor iedereen behalve voor hare kinderen. Haar eenig

ocr page 28

22

gebrek was jaloerschlieid, een gebrek, dat men vaak in de harten vindt, die het innigst beminnen.

Wellicht wenschte zij geene kinderen te krijgen, uit vreeze dat de liefde, welke de vader hun zou toedragen, die voor de moeder verminderen zou. En niettegenstaande dien wensch, kreeg zij er twaalf in tien jaren. Men begrijpt, hoezeer zij hierdoor heeft moeten lijden en hoe ondragelijk haar die last viel. Hoeveel deugd had zij noodig om datgene gedwongen te doen, wat voor andere moeders de zoetste plicht is. Moge deze overweging het karakter mijner moeder bij de lezers van dit werk in een beter daglicht stellen.quot;

Zonder verbittering, steeds met eene verontschuldiging voor de ongelukkige vrouw verhaalt Zuster Hosa de kwellingen harer kinderjaren. .Men wordt diep getroffen bij het lezen der hartroerende bladzijden, waarmede zij dit eerste deel haars levens besluit. De kleine bad opgemerkt, dat zoo dikwijls haar vader die waarlijk veel van het kind hield, haar minzaam toesprak, zij den geheelen dag straf kreeg, zonder dat zij wist waarom. Daarom werd zij minder lief jegens haar vader, die dit weldra bemerkte. ..Mijn vader,quot; herneemt Zister Hosa, meende, dat ik pruilde, en eens toen moeder afwezig was, vroeg hij mij, waarom ik hem niet meer kwam omhelzen en hem niet antwoordde, als hij mij aansprak. Ik zeide hem de reden en hij antwoordde : „Heb maar geduid, ik zal wel een middel vinden om met u te spreken en u de straf te sparen.quot; Eenige dagen daarna zou hij mij eene fabel van La Fontaine van buiten laten leeren, die ik op den verjaardag mijner grootmoeder moest opzeggen. Daar ik niet kon lezen, zette mijn vader mij op zijne knieën en aldus konden wij, zoodra

ocr page 29

moeder zich even verwijderde, elkander onze liefde betoo-nen. Toen dit middel gelukte, gebruikte mijn vader het meermalen en bij den dood der kleine Suzanne, kende ik bijna al de Fabelen van buiten.

Toen ik na den dood van mijn zusje tehuis terugkwam en ik moeder wilde omhelzen, stiet zij mij terug, zeggende, dat zij van geen Judaskus hield. Ik begreep hier niets van en dacht dat zij toornig was ; later zou zij, meende ik, mij weer de liefde betoonen, die zij mij voor mijn vertrek toedroeg. Doch ik vergiste mij zeer !

Somtijds ging vader na bet middagmaal een weinig met mij wandelen ; nu zorgde moeder, dat het eten laat klaar was, opdat hij geen tijd zou hebben. Mij begreep dit wel en ze'de, dat hij, als het niet vroeger gereed was, in een restaurant zou gaan dineeren. Xu vond de ongelukkige vrouw iets anders uit. Zij liet mij zoo slordig loopen, dat ik er uitzag als een bedelaarskind. Vader durfde zoo niet niet mij op straat komen en zeide niets, uit vrees dat ik het zou moeten ontgelden. Somtijds kocht hij mij een kleedje en liet het mij door mijne tante geven. Moeder vond niets naar haren zin en maakte eer, magazijn van alle kleederen, speelgoed en lekkernijen, die ik kreeg. Bracht men mij koeken mede, dan zeide zij, dat ik die later zou opeten, en, als de menschen weg waren, gaf' zij ze aan de kat. In den winter mocht ik niet bij het vuur komen, waardoor ik winterhanden en wintervoeten kreeg ; daarbij waren «iijno versleten schoenen veel te klein voor mijne voeten, waarvan ik nu nog de gevolgen ondervind. Vervolgens begon zij het uur van mijn ontbijt later te stellen en vergat het ten laatste geheel en al, waardoor ik tot laat in den namiddag zonder eten bleef.

ocr page 30

Als mijn vader mij bij 't middagmaal een groot stuk brood sneed, nam zij er do korst af voor de soep, en de helft van liet kruim tot voeder voor de kat; s' avonds moest ik zonder eten naar l)cd en kreeg dus slechts een half maal per dag. Deze matigheidskuur liet moeder mij volgen van mijn zesde tot mijn vijftiende jaar, toen ik liet ouderlijke huis verliet om mijn leertijd te heginnen. AVas ik echter alleen en stond de kast open, dan nam ik om mijn vreeselijken honger te stillen, eenige korsten, die er altijd in menigte lagen, ook at ik vaak het eten der kat, ja al wat maar eenigszins eetbaar was. Als ik hoodschappen doende op straat hrood of vruchten vond, die in de goot gevallen waren, raapte ik die op. Moest ik broodjes halen voor het onthijt mijner ouders, dan stal ik er soms een in den winkel, dat ik onderweg opat, en als ik vreesde, dat men het merkte, ging ik naar een anderen hakker.quot;' Xederig voegt zij hierbij: „Ik betreur van gansehor harte, die eerste fouten, die het begin van veel grootere geweest zijn.quot;

De goede Zuster stelde zich het misdadige dezer kleine diefstallen, waartoe de honger haar bracht, wel wat overdreven voor; doch daarin lag het begin eener gewoonte, welke haar later tot minder verschoonbare zaken verleidde die haar eene gegronde reden tot zelfverwijt worden. In haar beklagenswaardigen toestand had zij tot leidster slechts de zwakke en weifelende stem van een kindergeweten tegenover de gebiedende stem van dringenden nood. Haar toestand verdiende medelijden. Mishandeld, van alles beroofd, zelfs van het noodige voedsel, leefde zij naar ziel en lichaam in de grootste ontbering. Het huis werd voor haar eene gevangenis. Zij was tien jaren oud, toen hare ouders eene

ocr page 31

andere woning betrokken en haar tot kamer een hokje aanwezen, dat zij een alkoof noemt. Het was een onzindelijk , ongezond verblijf, zonder licht of lucht. Den geheelen dag kwam zij er niet nit, dan alleen om hare moeder in het huishouden te helpen of als haar vader thuis was ; den overigen tijd hracht zij op een houtblok gezeten in ledigheid door. 's Nachts sliep zij op een vuilen stroozak en lag vaak nog liever op den grond, omdat de friscliheid van de steenen haar de kwelling van het ongedierte minder deed gevoelen. In dit ellendig verblijf bracht dit tienjarig kind hare nachten en het grootste deel barer dagen door in werkeloosheid, die zoo terecht de bron van alle kwaad genoemd wordt. Hoezeer was bet te vreezen dat een kind, dat aldus aan zich zeiven werd overgelaten geheel en al bedorven zou worden.

Intusschen begreep de vader ten laatste, dat Magdalen a toch eenig onderricht moest hebben. Ook nu bleef haar weer geen verdriet gespaard.

Hoort, hoe zij haar intrede in de school vertelt:

„Ik was twaalf jaar oud, en sedert lang zeide mijn vader, dat moeder mij naar school moest zenden, doch vruchteloos, want zij wilde niet voor mij betalen en zelfs de moeite niet doen mij op eene kostelooze school geplaatst te krijgen. Mijne tante was zoo goed dit te doen; want mijn vader moest op zijn kantoor zijn op de uren, dat nieuwe leerlingen voor de scholen moesten aangegeven worden en kon zich er dus niet mede belasten. Mijne goede tante deelde dit aan de meesteres der school mede en maakte, dat ik den volgenden dag reeds mocht komen. Vader bracht er mij heen toen hij naar zijn kantoor ging. Voor wij weggingen, vroeg hij mijne moeder;

ocr page 32

*

—2G—

„Wat liel)t ge de kleine voor ontbijt gegevenquot; ? Zij antwoordde : ..AVat ik meende, dat goed was.quot; Hoewel mijn vader dacht, dat ik inderdaad iets gehad had, nam f(

hij een korfje en deed er een groot stuk hrood, druiven en noten in. Dit was een feestmaal, doch liet was liet eenige, want den volgenden dag, hield mijne moeder mij in het huishouden he/ig tot mijn vader weg was, ten einde deze mij niets meer geven zou. Toen ik nu met mijn mandje hij haar kwam en verzocht er iets in te doen, nam zij het mij af en zeide : „het is niet de moeite waard.quot; Ik antwoordde bevende, dat het was om mede naar school te nemen, waarop zij de deur opende en mij gebood te vertrekken op een toon die alles behalve malsch klonk. Ten twaalf ure zei de meesteres mij,

dat ik de kinderen zou volgen, die hunne korfjes gingen balen. „Juffrouw, ik heb er geen/'was mijn antwoord. Toen ' zij mij mi wilde laten heen gaan, verzocht ik te mogen blijven, daar ik tehuis toch niets van moeder krijgen zou. De kinderen hadden medelijden en deelden mij mede van het hunne. Zij deden dit zoo mild, dat ik niet alles kon nemen wat zij mij aanboden en ik beloven moest den volgenden dag iets aan te nemen van hen, van wie ik dit heden niet deed. Ik was zeer blij aldus zeker te zijn een maal te hebben. Dit was het beste, wat ik van de school medenam, want ik kwam bijna altijd,

als de lees-, schrijf- en taalles geeindigd waren en leerde slechts wat rekenen. Deze eenzijdige kennis werd mij zeer nadeelig, zooals men later zien zal.

„De volgende maand schrapte de schoolopziener, die mij altijd afwezig vond, mij van de schoollijst en verbood de meesteres mij verder toe te laten. Ik was zeer bedroefd over deze bepaling, die mij de hoop op een mid-

\

ocr page 33

—27—

dagmaal en de gelegenheid om te knnnen leeren, benam. Lang bleef ik op den trap van do school staan, daar ik niet vóór den gewonen tijd naar huis durfde gaan en vooral niet durfde zeggen, dat ik van de school gejaagd was. Do volgende dagen ging ik heen , zoodra mijne moeder mij missen kon en slenterde treurig langs do straat, naar eenig eten zoekende.

Hoe treurig is liet verhaal der eerste jaren van Zustek Rosa ! In wolk con beklagenswaardigen toestand bevond zij zich, daar zij noch thuis, noch in de school kon verblijven en alleen en hulpeloos als op de straat geworpen werd.

Wat moest er van het arme schaap worden ? De vogels, de insecten , de dieren des velds vinden hun voedsel, doch de straat biedt den arme geen brood. Intusschen vond hot verlaten kind er ton minste voedsel voor hare ziel. Aldus voorziet God op de eeno of andere wijze in den nood zijner kinderen.quot;

-—-—■-£_^gxo-5_0. —-—-

\

1 Xooiclstixli:.

De Genade en de Zonde.

In deze harde school van hot léven had do kleine Magdalena den troost van de godsvrucht niet. Bijna zonder godsdienst opgevoed, ondervond zij al hot ongelukkige van den toestand van een kind zonder moedor en zonder God. De voorzienigheid wilde haar van hare eerste levensjaren gewoon maken aan hot lijden, opdat

ocr page 34

zij moediger dat lange vrijwillige martelaarsschap zon verkiezen, hetwelk haar deel zon zijn. Doch mocht liet haar langer aan Grod ontbreken ? Was liet niet voor Hem alleen, dat zij moest leven, en was zij niet geroepen om in Zijne hand een uitverkoren werktuig te worden? God had, ongetwijfeld toegelaten , dat dit voorbeschikte schepsel niet dadelijk de onderwijzingen van den godsdienst ontving , opdat men beter in haar het werk der genade zon erkennen. Toen het dnidelijk genoeg bleek, dat de menschen er geen deel in hadden, begon God zich aan deze verlaten ziel te openbaren door geheime waarschuwingen. De inwendige stem, die als de voorbode der genade is, deed zich langzamerhand hooren en de eerste lichtstralen des levens begonnen haar verstand te verhelderen.

Zoo als wij reeds zagen werd Magdalena van de school verwijderd en zwierf lawgs de straat, daar zij liet niet waagde voor het einde van den schooltijd thuis te komen.

Op deze wandelingen zonder doel begon zij de kerken te bezoeken , die zij voorbijkwam hetzij uit kinderlijke nieuwsgierigheid, hetzij uit kracht eener bijzondere genade van Hem, die de beste aller Vaders is en die de kleinen en armen, welke niemand beschermt of troost, tot zich trekt.

Deze bladzijde barer aanteekeningen is zeer treffend.

Zij schrijft: „Ik ging dikwijls naar de kerk, candat ik daar een troost vond, dien ik overal elders miste. Vooral ging ik gaarne naar de kerk van den H. Seve-rinus, waar ik mij voor de doopvont plaatste en bij mij zelve zeidc : „Hier ben ik gedoopt.quot; En zonder dat ik de genaden kende, aan dit H. Sacrament verbonden, gevoelde ik mij, alsof ik ze gekend had en alsof God mij

ocr page 35

inwendig had toegefluisterd : „Arm kind , uwe moeder veroorzaakt U veel lijden, doch troost U ; Ik neem TJ onder Mijne bescherming en wel voor altijd.quot;'

„lieeds verscheidene dagen bezocht ik zoo de kerken, toen ik eene religieuze zag, die met hare leerlingen naar St. Etienne du ]\lont ging. Ik volgde haar en woonde den Catechismus bij. Toen zij wegging naderde ik haar en zeide : „Zuster, ik ben zeer ongelukkig, ik ben uit de school gejaagd. Mag ik bij U komen ?quot; Zij vroeg mij waarom , en toen ik haar de reden noemde en zij aan de waarheid scheen te twijfelen, vervolgde ik „Als ge verkiest zal ik de meesteres dier school verzoeken U een brief te schrijven, en geziüt dan zien, dat ik de waarheid spreek.quot; Zij gaf mij toen verlof naar hare school te komen. Zonder dat ik het wist. had ik tot de overste zelve gesproken. Zij bracht mij in de laagste klas en zeide tot de Zuster mijn naam» niet op te schrijven, doch mij toe te laten als ik kwam. Ik hoopte er het middagmaal weer te vinden, dat ik verloren had, doch toen ik al de kinderen zag vertrekken begreep ik. dat ik mij hierin misrekend had.

Ik had er veel spijt van, doch de hoop, dat ik zou loeren, troostte mij. Den volgenden Donderdag liet de goede religieuze mij tot de Catechismus lessen toe. Ik vertelde het denzelfden dag aan mijn Vader en vroeg hem de boeken, die ik noodig had, doch zonder hem te zeggen, dat ik op eene andere school was.

Eenige dagen later droeg de zuster onzer klas mij op den volgenden Zondag eene boodschap voor haar te doen en gaf mij hiertoe vijf en zeventig centen.quot;

Zuster Rosa zal hier zeer nederig hare fout bekennen. Doch men beoordeele haar niet te streng. Behoort men

ocr page 36

—so

li iet toegevend te zijn voor een tienjarig kind, dat hare makkertjes maaltijd ziet houden zonder dat zij zelve een mandje heeft, ware liet ook slechts met een enkel stuk brood er in, en hetwelk hij het thuis komen uit de school niets anders ten doel valt dan oude korsten hrond en weggeworpen groenten, welke zij hier en daar opzoekt! Plotseling vijftien stuivers te bezitten, geld genoeg ora dien dag den honger te stillen en voorraad voor de volgende te koopen! Dat was eene groote bekoring, en zij alleen ujogen den steen op haar werpen , die zich sterk maken daaraan te hebben kunnen weerstaan op haren leeftijd. Do kleine Magdalena deed, wat vele andere kinderen gedaan zouden hebben; hooren wij haar zelve :

„Toen ik dit geld te mijner beschikking had, gevoelde ik de bekoring er brood voor te koopen, zonder te bedenken, dat ik dan de boodschap niet meer doen kon. De volgende week vroeg de zuster, of ik gedaan had wat zij mij had opgedragen. Ik zoch eene verontschuldiging om tijd te winnen. Eindelijk zeide zij : „Geef mij het geld terug, dan zal ik een ander er mede belasten.quot; Had ik in mijne verwarring bekend, wat ik met het geld gedaan had, dan zou haar medelijden mij wellicht deze fout vergeven hebben en het had mij voor vele andere bewaard.

Doch ik deed het niet en kwam zoo op een dwaalweg, waarop mijn geweten mij zeer verontrustte. Ik verzon allerlei middelen om uit de verlegenheid te raken. Ik wilde mijn vader peggen, dat ik, eene boodschap voor moeder doende, het geld verloren had en hem verzoeken mij dit te geven, opdat ik geen straf zou krijgen. Uit vrees dat vader mij zoii ondervragen, liet ik dit denk-

ocr page 37

beeld varen en besloot niet meer naar school te gaan. zoolang ik het bedrag niet kon teruggeven.

Zoo nam ik om eene kleine fout te herstellen mijne toevlucht tot een middel, dat m'j tot veel zwaardere fouten bracht.quot;

Toen Zusteh Rosa deze herinneringen nederschreef, kon zij zich rekenschap geven van de wegen der Voorzienigheid en in die eerste fouten, waarvan het geweten haar beschuldigde, hot begin zien van de zware bekoringen, waardoor de helsche vijand, reeds zoodra hij in haaide werking der genade zag, die zocht togen te werken. Het is aan hem, dat zij dien eersten val in de zonde verwijt. „Kot is zeker,quot; schrijft zij, „dat de duivel naijverig op de bescherming mij door God beloofd, trachtte mij die nog meer onwaardig te maken. AVeet hij dan niet, dat de goedheid van Ciod zoo groot is, dat de afgrond onzer ellenden den afgrond zijner barmhartigheid tot ons schijnt te trekken, die steeds grooter blijkt dan onze zonden, als deze gevolgd worden door een oprecht berouw en liet vaste voornemen ze niet meer te bedrijven.quot;

Men bemerkt, dat Zistkk li os a behoefte gevoelt zich te versterken door de gedachte aan Gods barmhartigheid, alvorens zij overgaat tot het verhaal van verscheidene misslagen en bedriegerijen uit haar kinderleven, welke zij met eene buitengewone ntvuwkeurigheid mededeelt als stonden zij haar steeds voor oogen. Deze fouten beweende zij gedurende geheel haar leven, alsof de groote ontberingen, die zij dagelijks lijden moest, in (lods oogen de boosaardigheid dier fouten niet verminderd hadden. En terwijl zij ons aldus een blik laat werpen in haar schuldig en misleid kinderhart, toont zij daarvan onwil-

ocr page 38

lekeurig altijd den teederen en wel wil lenden kant. Nooit zegt zij een woord van afkeer of bitterheid na zooveel beproeving en onbillijkbeid, steeds is zij toegevend voor hare moeder, als had zij slechts weldaden van haar ontvangen. Omstandiger dan noodig is, verhaalt zij al die kleine diefstallen, waartoe de honger haar verleidde. Zij had zich gewoon gemaakt, steeds een deel van liet geld, dat hare moeder, voor de boodschappen meegaf, terug te honden. Kerst wilde zij hiermede de vijftien stuivers betalen, die zij op scliool schuldig was, ten einde er terug te kunnen keeren ; doch later kreeg zij andere invallen en voor bet zakgeld, dat zij zich aldus verschafte, kocht zij nu eens wol en gaas om een kabas voor hare moeder te borduren ot bretellen voor haren vader te breien, dan weder boeken of andere voorwerpen. De gewoonte sleepte haar weldra verder op dien gevaarlijken weg mede; zij sleet hare dagen op straat. Als zij ergens eene bank of een gemakkelijken steen vond , zette zij zich daar neder om te werken. Zoo verloor het arme kind den lust om naar school te gaan, en dacht er zelfs niet meer aan. Langzamerhand kreeg zij smaak in dit zwervend leven, het werd voor haar een pleiziertocht. Immers zij behoefde slechts langs de straat te loopen en kon het geld, dat haar toevertrouwd werd voor de boodschappen aan snoeperij en beuzelarijen besneden.

Aldus verliep eene maand, zonder dat de kleine straatloopster er in liet minst aandacht van levenswijze te-veranderen, zonder dat zij zich in het minst over de gevolgen barer dagelijksche dieverijen bekommerde. Doch ten laatste werd de list ontdekt, waarvan zij zich bediende om ze te verbergen. Haar vader werd gewaar-

ocr page 39

scluiwd; de rekening van jnff'rouw 3Iiral)al bij den kruinenier ging de som van zestig francs te Loven. De verwondering van haren man was groot, hij bemerkte nu, dat de nota's, die Magdalena thuis hracht, niet gekwiteerd waren. Hare moeder had nooit iets dergelijks van haar venvacht en zag de rekeningen niet na. Het schuldige kind verwachtte de strengste straf, doch hare font werd tevens als eene les beschouwd door hare zorgelooze ouders, [oen hunne verwondering en hun kwade luim voorbij waren, moesten zij in het gedrag van hun kind wel bet gevolg zien van zondige nalatigheid ten haren opzichte. Zij begrepen, hoewel veel te Iaat, dat zij zeiven de kleine tot diefstal en straatlooperij gebracht hadden, door haar niet: te bewaken en gebrek te laten lijden. De geheele straf bestond hicvin. dat zij zelve hare schuld bij den kruidenier moest gaan bekennen. Zisïkü Hosa ziet daarin slechts een bewijs dor welwillendheid barer ouders ; ook voegt /ij er bij. dat de goedheid baars vaders, en de toegevendheid harer moeder baar meer berouw inboezemden dan de strengste straften hadden kunnen doen. l)e ouders deden hun voordeel met de les. \ an dezen dagquot;, zegt Zr.ster Hosa, ..gaf moeder mij dagelijks een groot stuk brood, waardoor ik eenigszins voor de kwellingen des hongers bewaard bleef. Het arme kind kreeg dus iets meer dan de ellendige kliekjes, waarmede zij gewoon was zich te voeden.quot;

Na deze gebeurtenis ging Magdalena weder naar school en nam ook aan de cateehismusles deel.

Het tijdstip der eerste H. Communie naderde voor haar. Gewoonlijk is dit een dag van genade en geluk in het leven van het christen kind. Het verwacht met aandoening het plechtig oogenblik, waarop het Brood

ocr page 40

der Engelen voor lieni zal gebroken worden, waarop liet zich met zijn Schepper zal mogen vereenigen. Lang te voren bereidt het zieli tot die heilige plechtigheid met vrees en liefde. Voor velen is het een tijdstip van lier-vorming, van ernstig streven naar de deugd; voor anderen van buitengewone genade, van roeping tot een hooger doel. Doch liet is ook soms een tijd van vree-selijke beproeving. Het gebeurt vaak. dat de duivel, naijverig op zekere zielen, waarin hij eene bijzondere roeping bespeurt, haar met alle kracht aanvalt, en met Gods toelating haar met al de list zijner helsche macht bestrijdt. Dan voert de booze geest een verwoeden kamp tegen die arme zielen, welke hij aan God poogt te onttrekken, door haar in akelige bekoringen te verstrikken. en haar zelfs tot heiligschennis te brengen, ten einde reeds in het begin Gods werk tegen te houden en de goddelijke roeping te verijdelen.

Aldus ging het Ztstkii Rosa. Bestemd om een voorbeeld te worden van alle smarten en tezelfdertijd geroepen om door haar lijden bijzonder mede te werken tot glorie van God. had zij zelfs dien enkelen dag van geluk niet. die bijna in geen enkel leven ontbreekt. In plaats van de vreugde en genaden, die deze plechtigheid in de ziel van het kind stort, vond zij er slechts bitterheid en verschrikkelijken zielsangst. Dit was het gevolg van de kleine fouten van haar zwervend leven, welke haar geweten of liever de duivel in hare oogen zeer vergrootte. Zie hier wat zij ons met groote nederigheid hierover schrijft;

„Ik heb gezegd, dat ik een dwaalweg was ingeslagen, dien ik niet verlaten zou, alvorens hem geheel door-loopen te hebben, want mijn geest was zoodanig verblind

ocr page 41

door mijne fouten, dat ik niets meer zag dan mijn ongeluk. Daar de eerste Communie de grootste daad onzes levens is. niet slechts door de heiligheid van het Sacrament, maar ook door den invloed dien het op heel ons hestaan uitoefent, naar de gesteltenis waarin wij het ontvangen, zou ik mij nooit kunnen troosten over hot groote ongeluk mij tot zulk eene groote zaak zoo slecht voorbereid te hebben, ware het niet door de hoop, dat de bekentenis, die ik ga doen, andere kinderen voor het zelfde gevaar zal behoeden. Op het oogenblik, dat de Heer door een uitwerksel zijner Voorzienigheid mij tot den Catechismus toeliet om Hem te leeren kennen, dienen en beminnen, verdubbelde do duivel, jaloerscb op zooveel genade, zijne woede om mij des te onwaardiger te maken en mij tot wanhoop te brengen, ten einde Grods weldaden te verijdelen. Hiertoe bracht hij mij allengs tot dieper val, mijne fouten werden steeds grooter, totdat ze ter kennis van mijn vader kwamen. Toen ik hoorde, dat men biechten moest, begreep ik mij van die fouten te moeten beschuldigen ; dit was ik wel van plan, doch ik meende, dat dit later gemakkelijker zou gaan, als ik gewoon was te biechten. Ueze treurige begoocheling, waarvan ik later de noodlottige gevolgen ondervond, lokte mij in satan's valstrik en bracht mij tot heiligschennis, ondanks al hetgeen ik deed of wilde doen om dit ongeluk te vermijden. Ik wendde mij tot den Kapelaan, die den Catechismus deed. Na het onderzoek zeide hij ons, dat de ouders van al de kinderen, die toegelaten werden, moesten komen getuigen, hoe deze zich tehuis gedroegen. Ik hoopte, dat mijn vader mij van den zielsangst die mij pijnigde, zou verlossen, door de waarheid te zeggen. Doch in plaats van zelf

ocr page 42

—?A)—

te gatiu, gaf liij mij een brief mede, dien hij in mijne tegenwoordigheid moeder voorlas , en waarin hij den Kapelaan bedankte en zeide, dat ik profiteerde van de zorgen en liet onderricht, dat ik in de Catechismus genoot. Toen ik dezen brief medenam, was ik van plan den priester te zeggen, dat mijn vader hem bedroog en door deze woorden de gelegenheid te vinden hem al het gewicht en de omstandigheden mijner zonden te openbaren; doch ondanks deze zoo oprechte en levendige begeerte, zweeg ik. Ik wachtte eene andere gelegenheid af in de hoop, dat zij gunstiger zou zijn. De eerste dag der retraite maakte op mij zulk een sterken indruk, dat ik het besluit nam mijne eerste Communie niet te doen, zoolang ik aldus gesteld was; toch volgde ik al de oefeningen in de hoop, dat ik de noodige kracht tot bekentenis zou vinden. Ik plaatste mij echter wat naar achter om te doen gelooven, dat ik te laat gekomen en weggestuurd was, hetgeen ik s avonds te voren ook aan mijne ouders zeide. Ik meende, zoo het mij veroorloofd werd weder naar den catechismus te komen, te zeggen dat. wijl ik geene goede eerste Communie doen kon, ik ze liever niet mede deed en dat dit gezegde mijn biechtvader aanleiding zou geven naar de reden hiervan te vragen. Doch, helaas ! in plaats van, zooals ik mij had voorgenomen, de geheelc waarheid te zeggen, wendde ik voor te laat te zijn gekomen wegens ongesteldheid. Den tweedon dag dor retraite 'bleef ik in dezelfden zielstoestand en daar ik mijne toevlucht niet meer durfde nemen tot de middelen, die den vorigen dag slechts tot een leugen geleid hadden, bad ik Grod mij voor het ongeluk, dat ik vreesde, te behoeden. Toen ik mij in den biechtstoel bevond, zeide

ocr page 43

.) i

de goede priester mij ; „Mijn kind. als gij niet good bereid zijt. mag ik u do heilige absolutie niet gevci;, quot;vvant dit zon u slechts schuldiger maken, denk er wei aan.quot;

Hierop wachtte hij een oogenblik en vervolgde toen : „Als ik n de absolutie geef, doe ik dit slechts op voorwaarde, dat gij dagelijks het Memorare bidt.quot;

Dit beloofde ik, waarop bij de vreeselijke woorden uitsprak, die mijne eerste beiligscbennis bezegelden.

Later maakte ik weder het plan, mij te laten kleeden en naar de kerk te gaan zonder de H. Communie te ontvangen ; injne ouders zou ik dan wijs maken, dat de groote zaak geëindigd was. Ik hoopte steeds, dat Clod mij de genade zou bewijzen mij niet te laten sterven, alvorens ik eene goede Communie zou gedaan bebben. Xiemve teleurstelling !

Toen vader thuis kwam, omhelsde hij mij zeggende : „Morgen, mijn kind, ga ik niet naar bet kantoor, maar zal u naar de kerk vergezellen, liet is mijn recht, dat ik aan niemand afsta; uwe grootmoeder komt ook.quot; Ik bedankte hem en ging schreiend been. Ik bracht een vreeselijken nacht door, gedurende welken ik besloot den Kapelaan te zeggen, dat bet mij onmogelijk was te communiceeren, en bem te verzoeken den Pastoor te melden, dat, als hij bij mij zou komen, ik bet hoofd zou laten zinken om de heilige Hostie niette ontvangen. Maar toen het oogenblik daar was, verloor ik alle zielskracht: ik bad geen geheugen, geen wil, geen wroeging, geen geluk, doch verkeerde in een staat van uitputting, die in tranen eindigde. Dit ongeluk trof mij den oden Augustus.' De heiligschennis was voltrokken door liet ongelukkige kind ; minder uit boos-

11

■ :

ocr page 44

—38—

lieid, dan wel ten gevolge der betoovering, door den lielsclien geest op hare ziel teweeggebracht. Xa die-ontheiliging scheen de arme kleine liet bewustzijn van zich zeiven verloren te hebben. Zij zonk blindelings al dieper cn dieper in het kwaad. Zustek Rosa vervolgt:

„Onze Pastoor werd tot bisschop van Grenoble benoemd, in zijne kerk gewijd en diende er ons het H. Vormsel toe. Ik biechtte om dit heilig Sacrament te ontvangen, doch steeds in dezelfde gesteltenis. Eenige dagen daarna ging ik nogmaals ter biecht, om verlof te krijgen, den volgenden dag, zijnde een groote feestdag van O. L. Vrouw, te communiceeren. Dit was de zesde en laatste heiligschennis, die ik het ongeluk had in den loop van weinige dagen te bedrijven.quot;

Aldus mocht de duivel zegevieren, over eene door-God uitverkoren ziel . die hij plotseling in den afgrond der zonde had gestort. Thans mocht hij zijne overwinning over God vieren; hij was geslaagd, waar hij meestal het onderspit moet delven. Door zijne listen had hij diegene, welke God eens zooveel glorie moest verschaffen, tot zonde gebracht; Zt sïF.u lios.v had eene slechte eerste Communie gedaan.

Naarmate zij meer in de genade toenam, werd dit voor haar eene bron van steeds grooter smart en steeds dieper vernedering, waarom zij als boete de vreeselijke beproevingen gaarne omhelsde, welke God haar later overzond , alsook de niet minder strenge boetvaardigheid , welke zij zich zelve oplegde. Geheel haar leven betreurde-zij hare heiligschennis, die vooral het werk des duivels was.

Toen zij later het religieuze leven verkozen had, liet God toe, tot belooning van al wat zij voor Hem gedaan en geleden had, dat de herinnering aan dit treurig voor-

ocr page 45

val minder pijnlijk voor haar werd, doch de gevolgen dezer zonde waren aanvankelijk zeer betreurenswaardig. Nauwelijks kende zij de waarheid en den troost van den godsdienst , of deze hemelsche gaven werden haar onttrokken , zij was de prooi dor zonde geworden. Hare ziel, van God beroofd op het oogenblik, dat zij zich pas in Zijn bezit verheugde, verviel tot verwarring cn moedeloosheid onder het gewicht harer fouten. Diep was haar val , doch de hand des Heeren beurde weldra de zondares op , die zoo diep gevallen was , alleen omdat zij meer schaamte over de zonde had, dan vertrouwen op de grenzelooze goedheid van den hemeLschen Vader.

^ ,----.O J O ■--__-

-Ixle I EooTcli-itiilv.

Hare Bekeering.

Toen de eerste H. Communie voorbij was, trad Mag-dalena Mirabal in dat tweede tijdperk des levens, waarin men een beroep kiest. Zij moest werken om door de wereld te komen, daar hare ouders geen andere middelen bezaten, dan die hun arbeid opbracht. Men zou haar bij eene naaister in de leer doen. Hare tante, die zelf naaister was, belastte zich met de plaatsing. Den 1 Februari 1820 verliet Magdalena het ouderlijk huis en kwam als leerlinge achtereenvolgens in verschillende huizen ; hare ouders wilden , dat zij kosteloos gevoed, gehuisvest cn onderhouden werd , en dit veroorzaakte vele moeielijkheden. „Eerst op Paaschmaandag !(! April,

ocr page 46

-40-

zoo verhaald Zcstku Rosa, trad ik hij ATej. C. in dienst, waar ik hleet. Deze juffrouw was naaister, eene groote vriendin mijner tante en woonde met deze in hetzelfde huis. Daar zij mijne on gelukkigen toestand kende, had zij medelijden met mij en nam mij aan voor drie jaren. Zij noemde mij hare'dochter en hehandelde mij, als ware ik dit werkelijk geweest. Doch ondanks al de goedheid, welke deze juffrouw mij hoteonde, liet mijn verblijf in haar huis veel te wenschen over. '

Volgens de voorwaarde tnssehen mijne ouders en Mej. C. aangegaan, was zij verplicht mij hehoorlijk te voeden en haar haroep in den grond te loeren, te waken over mijne zeden en mij niet hoven de gewone uren te laten werken. De heide eerste voorwaarden werden in geweten nagekomen ; doch niet de laatste, want deze juffrouw was jong en zonder ondervinding. Daar zij zeer vroolijk was, zong zij dikwijls minder passende liederen, lt;lie mij aanleiding gaven haar vragen te doen, waarmede zij lachte, hetgeen mij vernederde en slechte gedachten hij mij deed opkomen, die ik niet gehad zou hehhen, als zij mij in ernst geantwoord had. In den zoogenaamden komkommertijd, die twee maanden duurt, las zij romans, hetgeen mij zeer heviei. want zij las ze hardop en de verhalen hoeiden mij. Kens had men haar een hoek gegeven met de aanbeveling het mij niet voor te lezen. Zij volgde den raad en las het zachtjes. Daar dit tegen hare gewoonte was . verzocht ik haar hardop te lezen. Zij had een voorwendsel kunnen vinden om het niet te doen en dan had ik niet quot;bemerkt, dat liet haar gewoon hoek niet was, doch zij leide mij de reden. Ik vroeg, waarom ik den inhoud niet hooren mocht, en zij antwoordde lachend: omdat ik nog geen een en twintig

ocr page 47

—41-

jaav oud was. Als ware dochter van Eva besloot ik niet zoolang te wachten, alvorens liet verboden boel'; te lezen , doch hot mij te veschatten, ten einde er in de eenzaamheid kennis mee te maken. Zoo geschiedde, doch daar ik het niet begreep, legde ik liet weder weg, en dacht er niet meer aan. De booze geest boezemde mij steeds de begeerte in, datgene te weten, wat men mij wilde verbergen en ik beschouwde de personen boven de een en twintig als zeer gelukkig, want ik meende dat '/a] geen last hadden van de kwellingen der nieuwsgierigheid.

Xiet in dit punt alleen kwam moj. ('. (k; voorwaaiden niet na. De goede bepalingen der oude contracten, die den patroon verplichtte, als vader over zijne leerlingen te waken, was reeds lang in onbruik geraakt, vooral te Parijs. Doch nog eene andere inbreuk werd gemaakt waaronder iUagdalena zeer leed.

..Mijne meesteres.'' zoo zegt de goede Zuster, „lette volstrekt niet op het getal werkuren. Gedurende tien maanden waren liet dagen van achttien urén, eens of tweemaal per week werkte men den gansehen nacht door, op zon- en feestdagen werd het werk eerst 's avonds nedergelegd. Deze bovenmatige arbeid heeft mij menige ongesteldheid en het laatste jaar, eene zware ziekte op den hals gehaald.quot;

Tijdens hare leerjaren ondervond het meisje geen ander leed dan dien buitensporigen arbeid.

Zij leed niet onder de ongodsdienstigheid, waarvan bare meesteres haar het voorbeeld gaf, daar zij zelve alle gevoel van godsdienst had afgelegd na de heiligschennissen barer eerste Communie. Wel had (iod zijne band niet van het arme kind afgetrokken, dat zich veeleer

ocr page 48

door den duivel had laten Ledriegen, dan dat zij de heiligheid van het goddelijk (leheim had willen aanranden ; doch hare ziel, door de zonde verblind, door haren val als verlamd, begreep het waar geluk niet en wist niet meer waar liet te zoeken. Zij leefde in onverschilligheid, ongevoelig voor do wroeging van het geweten.

De gevaarlijkste valstrik des duivels is, de zonde zoo afschuwelijk voor te stellen, dat men wel verre van te trachten er zich door een oprecht berouw van te zuiveren, in volslagen moedeloosheid vervalt, waarop eene dofte onverschilligheid volgt. Zoo eene krachtige werking der genade de ziel dan niet plotseling komt opheffen, valt /.ij onvermijdelijk in den afgrond.

Magdalena stond op den rand. De zonde had haar zoo niet het geloof benomen, dan toch den ijver voor den godsdienst en zelfs de begeerte om hare fouten te herstellen en tot God terug te keeren. God hield echter niet op dit bevoorrecht schepsel van Zijne voorliefde te doen blijken. Het behaagde de Voorzienigheid haar nog in dezen toestand te laten, opdat zij later een levendiger afschuw van de zonde, en eene grootere liefde tot het H. Sacrament zou gevoelen, door het leedwezen Jezus zoolang miskend te hebben. God maakte aan dezen toestand een einde door een straal Zijner genade. Wij zijn tot het jaar 1828 gekomen, liet zestiende onzer waarde Zi sïeu Rosa. Toen vond de gebeurtenis plaats die zij met zooveel berouw en dankbaarheid hare bekeering noemt, en die zij ons zoo treffend verhaalt.

„Het was Vastenavond,quot; zegt zij, „mijne meesteres was bij hare zuster op het middagmaal genoodigd, en omdat men familiezaken te bespreken had, kon zij mij

ocr page 49

—43—

niet als naar gewoonte nieclenemen ; zij betuigde mi; haar spijt hierover, alsmede hare bezorgdheid mij op dezen woeligen dag alleen thuis te moeten laten. Tante was verhuisd en woonde nier meer met otïs in hetzelfde huis, doch tegen over de andere deur der kerk van Notre Dame de bonne Nouvelle. Ik zei zoo tot mijne meesteres : ..Juffrouw , als ik mij verveel, zal ik naar tante gaan , quot;k loop dan maar door do kerk.quot; .Maar de kerk werd voor mij dr ven van, Daniastcu*. Tegen den avond legde ik mijn werk neder, om mij naar tante te begeven. De ontroering die mij aangreep bij het zien van het tl. Sacrament, voor het eerst sedert den dag mijner eerste 11. Communie, overmeesterde mij geheel. Ik viel op de knieën bij de deur en bad : „Heer, ik ben niet waardig de oogen tot U op te slaan ; daarom bid ik de 11. Maagd en alle heiligen voor mij üwe oneindige barmhartigheid af te smeeken.quot; Op dit oogen-blik trok de liroedersehap mij voorbij, zij schaarde zich aan weerszijden van het koor. flet zien van die jonge meisjes in het wit gekleed, als ik op den dag mijner eerste Communie, veroorzaakte eene hevige ontroering in mijn binnenste, hernieuwde al de indrukken, welke ik toen gevoeld had en die mijne verandering van levenswijze bijna geheel had uitgewischt.

Vervolgens vermaande de Pastoor de geloovigen , voor de bekeering der grootste zondaars te bidden, omdat, zei hij, de barmhartigheid Gods zoo groot is, dat deze, hoe misdadig ook, groote heiligen kunnen worden, indien zij hunne zonden betreuren en zich beteren.quot;

De herinnering aan deze preek, die als tot haar gelicht scheen, was zoo levendig in den geest van Zistkk Rosa geprent, dat zij die bijna geheel teruggeeft.

ocr page 50

—44—

De redenaar, ( liet was de Zeereerwaarden M. Portales,) haalde voorbeelden aan van de voornaamste bekeeringen. Die van den H. Petrus, den H. Paulus, van de H. ilag-dalena, stelden de jeugdige zondares de grootste zonden en de edelmoedigste vergiffenis voor oogen. „Had Judas zelf.quot; aldus ging de redenaar voort, ,.%icli het medelijden zijns ^[eesters met al de ongelukkige zondaars herinnerd, was hij zich aan Zijtic voeten komen werpen, dan zou de Heer lieni onmiddellijk vergeven hebbben. Doch hij had geen vertrouwen in de oneindige barmhartigheid en deze wanhooji maakte van een apostel een verdoemeling.quot;

Dit laatste woord was de schicht der genade ; hij drong door het hart van Magdalena. Wat had haar sedert hare zonde ontbroken ? Zeker nog liet bewustzijn barer schuld, noch bet berouw over hare fout, die haar zoo groot, ja bijna onherstelbaar toescheen. Het was even als bij Judas, het vertrouwen in de goddelijke goedheid, dat zij miste, liet wantrouwen na de door-slaandste bewijzen van Grods oneindige liefde, had ook van haar eene verdoemelinge gemaakt. „Ik was zoo ontroerd bij deze laatste woorden,quot; zegt zij; „alsook dooide eerboete, die hierop volgde, dat ik bij den zegen van het allerheiligst Sacrament eene levendige begeerte gevoelde te gaan biechten, hoewel het mij even als vroeger eene onmogelijkheid scheen; doch de gedachte aan al de valstrikken, waarin ik vroeger gevangen was, deden mij liet besluit opvatten de kerk niet uit te gaan, alvorens den Pastoor gesproken te hebben. Zoodra het lof geëindigd was trad ik de Sacristie binnen om hem te zeggen, dat ik het ongeluk had gehad eene slechte eerste ('oni-munie te doen en dat ik in de onmogelijkheid zijnde

ocr page 51

te komen biechten, mij in zijne gebeden Inv.im aanhe-A elen, opdat God mijne begeerte levendig mocht houden tot den tijd, dat Hij mij hiertoe de genade geven zon.

j\L Portales zcide mij : „ Vraag uwe meestereK verlof morgen, Aschwoffijsdag,' een kruis te komen halen ; indien gij dit verkrijgt, kunt gij terzelfder tijd biechten, zonder haar iets te zeggen.'' Ik dankte (lod en Zijn dienaar voor de gevoelens van hoop en vertrouwen, die ik gewaar werd en om ze te behouden ging ik recht naar huis.

lgt;ij dit verhaal zoo treffend in zijn eenvoud raadt men wat er in de ziel der jeugdige boetvaardige omging. ^ elk eene tegenstelling tusschen de woorden van vergeving en bemoediging en den treurigen angst en de kwelling der eerste Communie! En welk een licht, welk een vrede moesten zij niet storten in het hart, dat verhard was gebleven uit gebrek aan vertrouwen alleen.

ZrsTKi; Rosa, laat ons het werk der genade tot liet einde volgen. „Bij hare thuiskomstquot;, verhaalt zij ..omhelsde mijne meesteres mij zeggende : „Arm kind, hebt ge LI niet verveeld . terwijl ik mij vermaakte. Ik zal t hiervoor wel eens schadeloos stellen. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om haar mijn verlangen te kennen te geven. „Dit is eene vreemde gedachte'', zeide zij, „doch daar ieder zijn vermaak vindt, waar hij het zoekt, moogt ge gaan, mits ge niet te lang blijft.quot;

Magdalena had met den Pastoor afgesproken, dat zij. zoodra de gewijde asch was uitgedeeld, zou komen biechten om niet te lang weg te blijven en geen argwaan te verwekken. Dit was voor haar de beslissende sta]) om den slechten weg, dien zij ingeslagen was, te verlaten, en het arme meisje, door Gods barmhartigheid gerustgesteld . deed dien met de vurigste begeerte tot

ocr page 52

—46—

Hein terug te keeren. Doch liet ging zoo vlug niet. „Deze eerste biecht was slechts eene uiteenzetting mijner raoeielijkheden en tevens ontving ik de genade van een goeden raad, dien ik noodig had om ze te overwinnen.quot;

Slecht opgevoed, als zij geweest was, vervolgens aan zich zelve overgelaten en hloodgesteld aan alle gevaren, steeds in de omgeving van iemand die eer in staat was haar kwaad te leeren dan haar er van terug te houden , had de jeugdige leerlinge eene gewoonte van zondigen aangenomen , welke den hiechtvader aanzette haar eenigen tijd op de proef te stellen, alvorens haaide heilige absolutie te geven. Hoe hard moest liet haar niet vallen aldus als eene groote zondares behandeld te worden, daar zij niets vuriger verlangde dan met (lod verzoend te worden.

„Tegen het einde van de Vasten, dns na veertig dagen wachtens, hoopte ik de heilige absolutie te ontvangen, doch het werd nog uitgesteld en daar ik aanhield met vragen zeide mijn biechtvader, dat zulk eene groote genade nooit vurig genoeg kan verlangd worden, dat liet meer van mij zeiven dan van hem afhing de absolutie te ontvangen, daar hij ze mij niet kon geven, alvorens ik geleerd had mij te onthouden van eere zware zonde, welke ik sinds lang dikwijls bedreef. Daar de maand Mei naderde, vroeg ik, wat ik ter eere van de H. Maagd doen kon, waarop M. Portales mij zeide; „Gij moet u vcreenigen niet de meeningen der H. Kerk en dagelijks al niediteerende een Wees gegroet bidden.quot; Ik zeide, dat ik niet mediteeren kon. Toen gaf de Pastoor mij een gebed met de woorden: „Hier hebt gij eene opgestelde meditatie. Het was de omschrijving van het quot;Wees gegroet.quot;

ocr page 53

—47—

Dit gebed maakte haar troost en hare kracht uit gedurende liet lange uitstel. De heilige Maagd met zooveel volharding aangeroepen als de toevlucht der zondaren, ondersteunde haar in hare pogingen. Eindelijk oordeelde de hiechtvader de boetelinge genoegzaam voorbereid om de vergiffenis barer zonden te ontvangen. Zij had bewijzen genoeg gegeven van een oprecht be-romv. Het zalig uur der genade sloeg voor haar. Op al die kwellingen der ziel, op don strijd tegen het kwaad, op de wroeging des gewetens zou nu vrede, vreugde en het genieten van Gods liei'do volgen. Dit ging echter niet zonder nieuwe hinderpalen van den kant des duivels, gelijk het vervolg toont:

„Ik mocht biechten op het einde van de maand Mei en was zeer verwonderd over het nauwkeurig onderzoek, waaraan de Pastoor mij onderwierp omtrent al de voornaamste punten van den catechismus. Vervolgens zeide hij mij : „De kinderen der eerste Communie gaan Maandag in retraite, vraag uwe meesteres verlof de oefeningen te volgen, om u tot eene tweede H. Communie te bereiden.quot; Hoe zal ik de gevoelens beschrijven, die bij deze woorden zich in mijn hart verdrongen ! Vreugde, vrees, hoop. streden om den voorrang. Xa een oogen-blik antwoordde ik : „O mijn vader, hoe zou ik vier dagen durven vragen aan iemand, die mij den geheelen Zondag laat werken en mij geen half uur toestaat om naar de Mis te gaan.quot; De Pastoor antwoordde : „Heeft onze lieve Heer niet tot Zijne apostelen en in hen tot alle geloovigen gezegd ; „Vraagt en gij zult verkrijgen, opdat uwe vreugde volkomen zij.quot; Deze belofte moet u tegen alle hoop in, doen hopen.quot; Ik gevoelde mij door deze woorden bemoedigd , cn ik bespiedde een

ocr page 54

-4s—

gunstig oogeribllk om er mijne meesteres van te spreken. Ik trachtte haar gunstig te stemmen door mijne voorkomendheid ten haren opzichte te vevduhhelen. Toen de gelegenheid zich eindelijk aanbood, zeide ik haar, dat ik mijne tweede H. Communie niet gedaan had, voor ik hij haar kwam en ik dit het vorig jaar niet had durven vragen.

Ziende dat zij mij welwillend aanhoorde, voegde ik erbij : „Ik had altijd eea groot verlangen hiernaar, doch alvorens U er over te spreken, heb ik den Pastoor gevraagd, ot' dit nog mogelijk was. Hij heeft mij geantwoord. dat ik in dit geval 's morgens en 's avonds de oefeningen moest bijwonen. Ik heb hem toen geantwoord^ dat ik er U over zou spreken en hem uwe meening zou mededeelen. „O ik wil dit wel toestaan . hernam

zij met een tevreden gelaat, doch we moeten eens zien, hoe uwe kleederen er uit zien.quot; Zij ging die dadelijk nazien, keurde slechts het kleed en den sluier goed en was zoo goed vooral hot overige te zorgen.

MaJgdalona volgde de oefeningen en werkte in den tüsschentijd met des te meer ijver om den voor haren meesteres verloren tijd in te halen. Deze had. tegen alle verwachting, de oplettendheid haar slechts zeer weinig en ernstig toe te spreken. Aldus werd de belofte van den waardigen priester, gegrond op de woorden van liet evangelie, letterlijk vervuld.

Eindelijk brak de gelukkige dag aan, waarop het dei-berouwvolle zondares vergund zou worden in de vereeni-ging met haren God eene ongekende vreugde te smaken. ZrsTEi! Ilos.v zegt daarvan slechts één woord, doch een woord vol uitdrukking. ..Deze dag.quot; zegt zij, „was voor mij wat Thabor voor de apostelen was, zoowel door de

ocr page 55

—49—

overmaat mijner vreugde ais door do kortheid van mijn geluk.quot;

Te kort, inderdaad, was de dag! Het gelukkig kind had al de zoetheid der zielsvervoering slechts gesmaakt om spoedig weer al de droefheid der werkelijkheid te ondervinden. Xa dit geluk van Thahor, waar Jezus zich in den luister Zijner liefde getoond had, daalde de jeugdige leerlinge des Heeren weldra weder in het dal van tranen en ellende, niet meer om er de wroeging en den zielsangst der zonde, doch om de moeielijkheden van liet leven en des geloofs te ondervinden. Tot in het bezit van haren Zaligmaker moest zij bitterheid en tegenspoed

ondervinden.

---—~.....-____

Hool'dstnli;.

Nieuwe Beproevingen.

Beproeving, lijden, verdriet moesten liet deel blijven van die ziel door G-od voorbestemd tot lijden, opdat zij waardiger zou worden aan Zijne glorie te arbeiden.

De vreugde van die zoo vurige communie, die voor haar het tijdperk van genade ontsloot, werd haar ook eene nieuwe oorzaak van beproeving. Lag het niet duidelijk in den wil der Voorzienigheid haar steeds langs doornige wegen te geleiden ? Zi steii Rosa zelve gaat ons het vervolg barer treurige geschiedenis mededeel en.

„De twee volgende zondagen stond mijne meesteres

ocr page 56

50—

mij nog toe de Mis en de processie bij te wonen. Helaas! liet was voor liet laatst, doch ik wist het niet en genoot ongestoord deze groote genade. Den derden Zondag zette ik mij aan liet werk en verwachtte telkens het welwillend verlof te zullen krijgen naar de kerk te gaan. Toen ik voor de laatste Mis hoorde luiden, vroeg ik hare toestemming om er heen te gaan. Hierop keerde zij zich toornig om en voegde mij harsch toe, ol ik haar voor den gek hield. Zij scheen zoo hoos, dat ik vreesde voor slaag. „Hoe!quot; riep zij uit, „zoudt ge het aanzien, dat uwe meesteres zich doodwerkt, terwijl gij de dame uithangt; neen, ge blijft thuisquot;. — Ik antwoordde heleefd : „Juffrouw, dit verwijt zou ik verdienen, indien ik weigerde te werken gcdureiulc de week, ol als ik verzocht om te quot;■aan wandelen. Ik vraag dit half uur slechts om een

O ...

heiligen plicht te vervullen, zoo heilig dat ik, al moest ik ook veel harder werken om het verlof te krijgen, dit gaarne zou doen.quot; Zij zweeg een oogenhlik. Ik durfde mij echter niet verwijderen en woonde in den geest de Mis hij, want ik kon gelukkig alles hooren Avat er in de Kerk omging. In den namiddag sprak zij 'als naar gewoonte met mij en toen ik quot;s avonds, alvorens naar hed te gaan haar omhelsde, vroeg zij : „Ueukt ge nog aan uwe Mis ?quot; Ik antwoordde, dat ik hoopte, die nooit door mijne schuld te verzuimen, waarop zij hernam ..Ge zult echter moeten hesluiten er verder niet meer over te spreken, als ge mij niet voor goed hoos op u wilt maken. Ik groette en ging heen. Zoodra het mogelijk was mijn hiechtvader te spreken, deelde ik hem deze nieuwe moeielijkheid mede en vroeg, of hij meende, dat ik mij door eenige fout deze nieuwe zwarigheid op den hals had gehaald. „Neen,quot; zeide hij, „hot is eene

ocr page 57

—51—

beproeving-, die God toelaat, om uwe getrouwheid te toetsen. Onderwerp U, bid voor uwe meesteres, doe alles wat gij kunt om hare genegenheid te behouden en hoop alles van de Voorzienigheid.quot;

Het was inderdaad eene harde kwelling, die God dit voorbeschikte kind overzond , niet slechts om haar op de proet te stellen, doch onk om haar op den moeilijken weg der volmaaktheid te doen voortgaan.

Hetzij door eene vlaag van ongewone welwillendheid, hetzij uit eerbied voor liet gebruik der tweede Communie had hare meesteres tot dusverre toegegeven, doch zij deelde in liet , helaas , in sommige deel en der Fransche wereld zoo algemeen gevoelen, dat het na die Communie ook met de godsdienst-oefeningen gedaan moet zijn. Magdalena was met een minder vasten wil het slachtoffer van dit noodlottig vooroordeel geworden. „Hoevele kinderen, ? roept zij met den nadruk eener treurige ervaring uit , „moeten na hunne eerste Communie dezelfde moeielijkheden ondergaan , als ik, wanneer de •ouders hun zeggen: „Xu is het met de Kerk gedaan! nu moet ge slechts denken aan een winstgevend beroep! Menige moeder heeft mij als ik vroeg, waarom zij hare kinderen naar de Catechismus zond, gezegd: „Omdat zij hunne eerste Communie moeten doen; „Welnuquot; heb ik .geantwoord, „doet dit woord eerntc niet veronderstellen , dat zij door vele andere moet gevolgd worden, en is de Catechismus niet bloot de leertijd van een volgend christelijk leven! Indien gij uwe kinderen het eerste gebod, dat hunne plichten jegens God behelst, doet verzuimen , zullen zij ook weldra het vierde te uwen opzichte veronachtzamen. Ik heb vijf jaren doorgebracht in eene betrekking, welke mij in aanraking bracht met

ocr page 58

Trouwen in de gevangenis en onder die ongelukkigen.. welke mij soms hare treurige geschiedenis verhaalden, schreven de meesten haren val toe aan het verbod of de hinderpalen, waardoor men haar belet had de beloften te vervullen aan God gedaan op den dag der eerste H. Communie.quot;

Dit had ook de treurige geschiedenis kunnen worden van de heilige vrouw, wier leven wij beschrijven.

Zij moest dezelfde hindernissen overwinnen , doch de genade had zich zoodanig van haar hart meester gemaakt, dat zij aan de gevaren ontsnapte , waaraan eene ongodsdienstige meesteres haar blootstelde. Twee jaren gingen aldus voorbij, onder moeielijkheden, welke bare-deugd slechts bevestigden. Meerdere kwelling wachtte haar nog.

Wij zijn in 1830. Magdalena was nu achttien jaren oud. Wij vinden haar op dezen leeftijd geheel doordrongen van de bemelsche genaden, welke twee jaren van getrouwheid aan (xod en strijd tegen zich zeiven , te raidden der lasten barer betrekking, slechts vermeerderd hebben. Haar leertijd spoedt ten einde; zij is in staat haar brood te winnen. Doch wat kan zij beginnen ? Het leven als modiste in een atelier beeft vele gevaren, en zij is nog te jong om voor eigen rekening te beginnen. Het deugdzame meisje was nog niet aan liet einde barer wederwaardigheden! Ziehier, hoe zij zelve de feiten verhaalt:

„Mijn leertijd was om in April 18;J0. Vader, die voor mij den omgang vreesde niet lichtzinnige meisjes,, die men zoo vaak op de modewinkels aantreft, verzocht mijne meesteres mij nog eenigen tijd op dezelfde voorwaarden te houden , doch mij iets te laten verdienen..

ocr page 59

Zij bood mij honderd francs jaarlijks, betaalbaar om de drie maanden, hetgeen werd aangenomen en mij in staat stelde eenige nieuwe kleederen die ik hard noodig had aan te schaffen. Ik kocht er eenvoudige, en deugdelijke en allereerst een wit kleed om de processie te kunnen volgen, want hoewel buiten weten mijner meesteres, was ik lid der broederschap. Ik meende, dat zij, nu mijn leertijd voorbij was, niet meer dezelfde macht over mij had en ik mij deze groote vreugde mocht veroorloven. De geheele zomer ging zoo voorbij, zonder dat zij iets opmerkte, want ik kon mij in dit jaargetij 's Zondags in het wit kleeden, zonder dat dit opviel. Doch in den winter ging die niet ; ik zou mijn geheim verraden hebben en liet zou er wellicht mede gegaan zijn, als twee jaar vroeger met de heilige Mis.

Ik verzocht daarom de directrice der processie het verlof, mij in haai- huis te kleeden en mijne witte klee-deren bij haar te laten, hetgeen zij mij gaarne toestond. Ongelukkig was de fruitvrouw mijner meesteres portierster van dit huis ; zij bemerkte weldra mijne list en maakte alles bekend. Zij vond echter geen geloof. Ik kon aldus den geheelen winter voortgaan, doch in den zomer, toen ik vrij meende te zijn, kwam die nare fruitvrouw, welke zich beleedigd achtte, omdat men haar niet had willen gelooven, er weder op terug en beloofde Mej. C. te waarschuwen op het oogenblik, dat zij mij op heeterdaad kon betrappen. Het was op den tweeden Zondag van Juli, den verjaardag mijner aanneming en patroonfeest der broederschap. Bij het begin van het Credo sloeg ik de oogen op en ontwaarde mijne meesteres, wier toornige blikken zoo onheilspellend op mij gevestigd waren , dat ik vreesde, dat er in die heilige

ocr page 60

—54—

plaats een schandaal zou ])laats lieLben en ik bad God dit te verhoeden. Ik durfde niet naar Imis gaan , daar ik groote onaangenaamheden voorzag. In afwachting van het uur voor liet avondlof ging ik mijn verdriet aan de schoonmoeder mijner meesteres med cd celen. Deze uitmuntende vrouw zeide mij : „Ik ga met u naar de kerk, daarna zal ik u thuis brengen en uwe zaak bepleiten/' Zooveel goedheid van de zijde een or persoon, die mijne meesteres eerbiedigen moest, stelde mij eenigs-zins gerust, doch daar ik zag dat deze nog boos was, groette ik haar van verre en ging recht naar mijne kamer. Ik kon o]) een afstand bet gesprek volgen, dat tamelijk heftig gevoerd word en het werd mij duidelijk, dat de goede dame niets te mijnen gunste vermocht. Ik bracht een treurigen nacht door. Den volgenden morgen, vroeg' ik verscheidene malen , welk werk ik moest nemen. Daar ik geen antwoord kreeg, hield ik mij in het huishouden bezig. Toen dit gedaan was, lier-haalde ik mijne vraag en verzocht baar te antwoorden. Toen zeide zij ; ..Doe wat ge wilt, doch het zal hier niet meer zijn, want ik ga uw vader waarschuwen, dat bij U thuis hale on daar plaatse, waar ge niet meer uit kunt loopeu.quot; Deze bedreiging en die toornige toon klonken, alsof zij mij gevangen wilde laten zetten. Dit denkbeeld verwarde mijn verstand. Ik ging de deur uit,, als om naar mijne kamer te gaan, doch ik zette hét op een loepen, zonder te weten wat ilc deed. Ik merkte eerst, dat ik in den faubourg St. Laurent was, toen ik de kerk, aan dien heilige gewijd voor mij zag. Die trad ik binnen en gaf voor het beeld van O. L. V. der Zeven Weeën vrijen loop aan mijne tranen. Het was bet feest van O. L. V. van het Schapulier. De gedachte

ocr page 61

—Oigt;—

aan dat schapulier, hetwelk ik sedert een jaar droeg, troostte mij. Ik had de heilige Maagd liet vertrouwen te gedenken, waarmede ik mij onder hare bescherming had geplaatst en mij niet te verlaten. Ik bleet' er verscheidene uren. Gaarne had ik daar den nacht doorgebracht, doch ik begreep, dat dit niet mogelijk was en begon te denken aan welk gevaar ik was blootgesteld, daar ik noch bij mijne meesteres, noch bij mijne ouders durfde terugkeeren. Op straat blijvende, zoo spiegelde mijne gejaagdheid mij voor, had ik kans vermoord of door eene patrouille aangehouden te worden. Waagde ik het eenig openbaar gebouw binnen te treden, dan wachtten mij misschien smadelijke beleedigmgen. In de hoofdwacht kon ik wellicht beschermers vinden, doch men zou proces-verbaal opmaken en mij ondervragen! Toen wendde ik nogmaals den smeekenden blik tot de II. Maagd en bad: ) bedroefde Moeder, bewaar mij toch vooralle gevaren, waaraan ik blootgesteld ben. Hoe onwaardig ook, ik ben toch uw kind.quot; Dadelijk kwam mij juffrouw D., eene oude kennis mijns vaders, in de gedachten, ik beschouwde dit als eene ingeving der H. Maagd en na mijne hemelsche beschermster bedankt te hebben, begaf ik mij naar deze dame om haar een nachtverblijf te vragen.

..Zij ontving mij zeer minzaam en zeide : ,.Ik wil u gaarne ontvangen, doch ik geloof, dat ik n een beteren dienst bewijs, als ik u raad naar uwe meesteres terug te a'aan en daar uwe zaak in orde breng.quot; Ik antwoord-

o 0

de, dat ik haar zeer dankbaar was voor hare goedheid. AV as zij geslaagd dan waren mijne moeielijkheden voor het oogenblik uit den weg geruimd, doch ik toonde groeten tegenzin om het voorstel aan te nemen, wel voor-

ocr page 62

ziende, dat het cene vreemdelinge niet zou gelukken datgene te verkrijgen, wat aan eene schoonmoeder geweigerd was. Juffrouw 1). gaf toe en veroorloofde mij dien nacht hij hare dochter te slapen. Ik was zoo gelukkig onder dak te zijn, dat ik spoedig insliep vol vertrouwen en dankbaarheid. Den volgenden morgen verzocht ik mijne vriendelijke gezellin de Mis tot mijne intentie te hooren, en ik verliet beide dames met de hede terug te mogen komen, als ik 's avonds nog huiten dienst zou wezen en dat wij dan samen een heroep op de vergevingsgezindheid mijner meesteres wagen zouden.quot; De vluchtelinge had een groot verlangen weder opgenomen te worden. Eene overdreven vrees, die de duivel aanwakkerde, had haar tot de vlucht aangezet. Zij hegaf zicli naar de kapel van den H. Dioni-sius, vanwaar zij een lijkstoet naar het kerkhof volgde en den dag doorbracht met het bezoeken der graven. „De opschriften,quot; zegt zij, „herinnerden mij waarheden, die ik nooit zoo goed begrepen had, als in den toestand van verlatenheid, waarin ik mij bevond. Toen liet avond werd, begreep ik te moeten heengaan en, wel gevoelende wat het beste voor mij was, richtte ik mijne schreden naar de woning mijner meesteres. Ik hoopte baar te ontmoeten en van verre te zien, of zij nog boos was. Ik zag haar niet, doch wel hare tante, die mij gezocht had en mij ried mijn voornemen uit te Aoeren. Dit wilde ik gaarne, doch de vrees verkreeg weder de overhand, en ik bleef liever op een stoel den nacht doorbrengen bij de tante, dan, gelijk liet behoorde, naar mijne meesteres terug te keeren. Den volgenden morgen vertrok ik zeer vroeg, uit vrees dat men mij terug zou houden. Dien dag begaf ik mij naar liet kerkhof

ocr page 63

H

Père-la-Ohaise, alwaar velen mijner familieleden en kennissen begraven lagen. Ik wilde hun mijne kwellingen toevertrouwen en voor de rust hunner ziel hidden.quot;

Van dien tijd had ZrsïEi: Rosa eene groote godsvrucht tot de geloovige zielen, en had veel voor haar. Zij geeft in hare aanteekeningen zelfs een schoon gehed voor de overledenen en voegt er hij ; „liet zou mij zeer veel genoegen doen, zoo de personen,, die dit gehed lezen,

erbij wilden voegen : „Heer, indien dc zielen, die ik hetreur, geen gehed meer noodig hehhen, otter ik het II voor de arme moeder, die goed was voor iedereen, he-halve voor hare kinderen.quot;

Goede ziel, zoo zachtmoedig jegens eene moeder, die zoo weinig uwe erkentelijkheid verdiende, geen lezer zal weigeren aan uw verzoek te voldoen !

ZrsTEU Eosa gaat voort: „Het gehed op het kerkhof had mijn moed in zooverre versterkt, dat ik hesloot mij naar de kerk tegenover ons liuis te hegeven in de hoop,

dat mijne moeielijkheden daar zouden eindigen, waar zij begonnen waren. Ik vond er de schoonmoeder mijner meesteres, die, daar ik nog niet naar huis durfde gaan, mij bij hare zuster bracht. Zoodra ik binnengetreden was, plaatsten die vrouwen zich bij de deur, om mij liet heengaan te beletten. Hierop begeleiden zij samen de vluchteling naar hare meesteres en beloofden haar, dat zij goed ontvangen zou worden.

„Zoodra Mej. C. mij zag, omhelsde zij mij, met zooveel toegenegenheid , dat ik van vreugde geen woord kon uitbrengen. Zij bracht mij naar bed en gaf mij een bord soep, waaraan ik groote behoefte had, want gedurende drie dayren had ik slechts voor 10 cents brood

meu iiciu jjv sier us \ oor ii' cem« uroou.

I iir

gegeten en eenig water gedronken, dat men mij uit

IS®

s-; :■

gtes

ocr page 64

liefde gereikt en soms met een weinig wijn vermengd had. ])oor allerlei voorkomendheden deed mijne meesteres mij hegrijpen, zonder liet te zeggen, dat zij spijt had over het leed, dat zij mij had aangedaan en liet gevaar, waaraan zij mij had blootgesteld.'

Deze goede gesteltenis openbaart zich op het oogenblik, dat Magdalena er niet lang voordeel van kan trekken. Zij genoot slechts een korten vrede en zou weldra nieuw leed ondervinden. Het lijden en den tegenspoed, hare onafscheidbare gezellen, groeiden met haar aan, zij mengden zich in elk tijdperk naars levens, om haar tot dat innig verkeer met God op te voeren, dat zij eens genieten zou.

Odo I EooitlsitTilc. Wederwaardigheden en Bekoringen.

De jonge modiste had nu haar tweeden leertijd geein-digd. De vader was wol geneigd om haar te huis voor eigen rekening te laten werken. Dit wenschte zij echter niet, want zij wist maar al te wel, wat haar daar wachtte; daarenboven verliet zij niet gaarne hare meesteres, nu deze zoo ton goede veranderd was. Naar huis terugkeerende, zou zij weder den vrede verliezen, dien zij niet zooveel geduld en zelfverloochening had verkregen en nieuwe moeielijkheden, nieuwen strijd te gemoet gaan. In vergelijking van vroeger kon zij zich gelukkig achten; men werkte 's avonds niet meer zoo laat, zelden des nachts en schier nooit meer des Zondags, terwijl Magdalena thans volkomen vrijheid genoot voor hare

ocr page 65

—59—

oefeningen van gorlsvruclit. De meesteres was haar genegen, zij beminden elkander en het scheiden zon hard vallen. In het belang van Magdalena had juffrouw O., den Heer Miralml ernstig afgeraden zijn plan te volvoeren , waardoor zijne dochter aan vele teleurstellingen zon blootgesteld worden. Zij was te jong om zich als naaister te vestigen op eene kamer waar liet werk haar niet zon komen opzoeken. Doch hij nam hiervan niets aan, hetgeen dan ook om goede redenen geschiedde.

Eene twaalfde dochter in 1S22 geboren, was evenals de andere naar de min gezonden en verre van hare onders grootgebracht; dit kind was nn tien jaren oud. M. Mirabal had gewacht met haar te halen tot dat zijne oudste dochter thuis zou komen en deze haar als leerlinge zon kunnen nemen. Dit scheen hem het beste middel om beider toekomst te verzekeren en hij was hier niet af te brengen.

Magdalena moest dus gehoorzamen en op den bepaalden tijd bare meesteres verlaten. ..Die dagquot;, aldus schrijft zij, ..viel mij zeer hard, want behalve de bezwaren door mijne meesteres voorzien waren er nog vele andere, die zij niet kende. Met plan van mijn vader mij voor eigen rekening te laten werken, beoogde ook, mij gemakkelijker en beter te kunnen uithuwelijken dan wanneer ik eenvoudige naaister bleef. Hij sprak mij dikwijls van zijne plannen, hetgeen mij bedroefde; want ik durfde hem niet zeggen , dat ik heel andere had. Mijn vader was vergeten, wat ik als kind geleden had en begreep niet, waarom ik zoo tegen het terugkeeren in het ouderlijk huis op zag. Om mij te bemoedigen tooverde hij mij eene toekomst voor zoo gelukkig, als hij inderdaad wenschte.

Dit doet mij thans zien, dat hij een even slecht pro-

ocr page 66

—GO—

feet als goed vader was, want hij spiegelde mij zooveel geluk voor, en toch is mijn leven niets anders geweest dan een opeenstapeling van allo rampen. Het waren vel eens waar niet meer de ellenden mijner kindsche jaren, maar nog veel grootere die ik niemand kon toevertrouwen ; want het was voor mijne ouders niet aangenaam te zien, dat hun kind zich hij hen niet gelukkig gevoelde.quot;

Vast besloten den wil Gods in alles te volgen, nam Magdalena zonder klagen haar kruis op. Want sedert hare hekeering had zij door hot gebed en de vereeniging met God het zoover gebracht, dat zij niets anders wilde dan datgene, wat de Voorzienigheid scheen te vragen. Men ziet dit uit het volgende.

„Daar mijn vader aan zijne kennissen de plannen te mijnen opzichte had mede gedeeld, gaven verscheidene personen mij werk om mij aan den gang te helpen, hetgeen mijn vader deed gelooven, dat hij wijs gehandeld had met mij thuis te plaatsen. Doch hij vatte niet, dat een kleed veel spoediger gemaakt dan versleten is en men ten minste een vijftigtal klanten noodig heeft om voortdurend werk te hebben. Van den anderen kant stoorde mijne moeder , die geen begrip had van cle zorg en nauwkeurigheid waarmede zulk werk moet afgemaakt worden, mij dikwijls zoodanig, dat ik eene geheele week noodig had voor een eenvoudig kleed. Na uitvoering dezer eerste bestellingen, had ik al spoedig geene andere klant meer dan mijne moeder. Het viel mij hard aldus tot last mijner ouders te zijn, terwijl ik in staat was mijn eigen brood te verdienen, ja zelfs wat over te leggen. Zoo bracht ik drie maanden door; ik versleet mijne kleederen en zag geen kans ze door nieuwe te vervan-

ocr page 67

—Gl-

gen, wat liet weinige wat ik verdiende gaf ik aan mijne moeder. Ik vreesde weder in denzelfden toestand te geraken als in mijne kinderjaren en om dit ongeluk te vermijden, vroeg ik verlof mijne tante te gaan Lezoeken, ten einde Mej. C.- te zien en haar mijnen kommer toe te vertrouwen. Deze had medelijden met mij en beloofde mij haar best te doen om mij te helpen.quot;

Eenige dagen later schreef deze dame inderdaad aan hare oude leerlinge, dat zij werk gekregen had, hetwelk spoed vereischte, en dat zij haar verzocht verlof te vragen om haar te komen helpen. Daar het wellicht eeni-gen tijd zou duren, zou zij tevens graag zien, dat zij quot;bed en kleederen medebracht. Deze brief bracht Mag-dalena in zulk eeue ontsteltenis, dat zij haar vader dien niet durfde ter hand stellen, doch den volgenden morgen toegevouwen op zijn bord legde bij het ontbijt. M. Mi-ra bal scheen ontevreden. Nadat hij den brief gelezen had, vroeg het meisje beschroomd, Avat hij wilde dat zij deed. Mijne moeder antwoordde : ..Men moet het werk gaan halen, waar het te vinden is, als het niet naar ons toekomt.quot; M. Mirabal gaf eenig teeken van instemming en zijne dochter maakte hiervan gebruik om zich dadelijk tot het vertrek te bereiden. Deze zaak strookte niet met de hersenschimmen haars vaders, doch volkomen met de verlangens barer moeder, „die,quot; zegt Zi steh Rosa, „mij omhelsde op eene wijze, die mij toonde , dat zij even blij was als ik.quot;

Onderweg begon onze Magdalena na te denken. Zou het wel waar zijn, dat deze goede juffrouw inderdaad zoo veel werk had ? Zou het geen voorwendsel zijn om haar uit haren neteligen toestand te verlossen ? Wat zou zij dan beginnen in een huis, waar men haar slechts

ocr page 68

—G2—

uit goedheid liet komen, tot mettertijd kaar verblijf er hinderlijk zou worden. Zij trachtte intusschen in den geest alles zoo goed mogelijk te overleggen, meenende, dat zij toch rustig zou kunnen arbeiden en liet haar niet modielijk zou zijn in de magazijnen steeds werk te vinden.

Bij hare oude meesteres werd zij met liefde ontvangen. Doch, zooals zij voorzien had, zeide deze haar. „Ik hen blij U uit den nood geholpen te hehhen, maar ik heh o]) het oogenhlik geen werk. Magdalena antwoordde, dat men in de kleeder-magazijnen veel werk buitenshuis gaf en dat zij er ook om zou gaan vragen. Het moedige kind voegde er bij, dat zij slechts .')(• ct. daags voor haar onderhoud noodig had; dit was reeds het begin barer toekomstige verstervingen. Het plan werd goedgekeurd, en denzelfden dag met de uitvoering begonnen. Daar de jonge modiste vlug en goedkoop werkte, vond zij meer werk dan zij afmaken kon ; zij deelde hare oude meesteres hiervan mede, zoolang deze geen werk had en was blij haar dien kleinen dienst te kunnen bewijzen, terwijl zij zulk een grooten genoot. Op die wijze leidde zij een werkzaam en geregeld leven. Behalve haar naaiwerk vormden het gebed, de geestelijke lezingen de oefeningen van godsvrucht, waartoe zij volkomen vrijheid genoot, hare eenige verstrooiing. Zij maakte zoodoende groote vorderingen op den weg dor deugd, en leefde meer en meer in vereeniging met Grod.

Slechts eene enkele gebeurtenis kwam dien stillen levensloop onderbreken. Sedert vele jaren werkte hare meesteres voor eene dame, wier echtgenoot zich den titel gaf van professor in de anatomie. Bij gelegenheid, dat Magdalena daar eene boodschap deed, had deze man aan

ocr page 69

de jonge dochter eenige Saclgevingen omtrent hare gezondheid gegeven, die door het nachtwerk ondermijnd ■was. Toen zij eens ongesteld was, had hij haar zelfs hezocht en behandeld, en liet meisje was hem hiervoor zeer dankbaar ; doch zij hi d haren dokter sedert lang niet teruggezien en hem daardoor vergeten.

Op zekeren Zondag ging zij naar hare ouders en belastte zich met eene boodschap voor de vrouw van den zoogenaamden professor , die in afwezigheid zijner echtgenoote baar ontving. Hij vroeg met belangstelling naar hare gezondheid en daar Magdalena hem nogmaals bedankte en te kennen gaf, dat het haar aangenaam zou zijn hem op hare beurt eenigen dienst te betoonen, zeide hij, dat zij hiertoe in de gelegenheid was, en zelfs tot het bewijzen van een zeer grooten.

Zonder den minsten argwaan verklaarde zij zich hiertoe bereid, waarop hij haar verzocht den volgenden zondag op ditzelfde uur zich in zijn laboratorium, waarvan hij haar straat en nummer nauwkeurig opschreef, te willen vervoegen. Nog voegde hij er bij : ,-Zeg vooral aan niemand, dat ik dit lokaal bezit, noch dat ik u daar bescheiden heb.

Deze geheimzinnige aanbeveling boezemde Magdalena eene vrees in, die zij slechts kon overwinnen door bet herdenken van al de goedheid, welke haar weldoener haar betoond had. Zij had haar woord gegeven en meende, dat zij verplicht was het te houden. Had zij meer ondervinding gehad, zij zou haar vader of hare meesteres geraadpleegd hebben. Deze week viel haar lang, want het was haar bang om het hart. l)e ongelukkige Zondag kwam maar al te spoedig. Bij baai-ontwaken beval zij zich vurig aan God en verliet zich

ocr page 70

—64—

geheel op de goddelijke Yoorzienigheid. Zonder zich rekenschap van hare vrees te kunnen geven, gevoelde zij, dat zij eene onvoorzichtigheid ging bedrijven en het scheen haar onmogelijk zich er aan te onttrekken, nadat zij haar woord gegeven had. Bij de kerk van den H. Stephanus gekomen, trad zij binnen en bad (lod nogmaals haar de heiligschennissen barer eerste H. Communie te vergeven en haar te beschermen.

Aldus versterkt ging Magdalena naar de aangeduide plaats. Het buis, in eene afgelegen wijk gelegen, zag er somber uit. Het was een laag gebouw, zonder vensters aan de straat, en met eene deur als die van eene schuur. Na bet telken van het H. Kruis gemaakt te hebben, schelde zij aan, waarop hij, die haar verwachtte, dadelijk zelf opende. Tervolgens sloot hij de deur en stak den sleutel bij zich. Dit verontrustte baar grootelijks. Het huis was als een grafkelder, men zag te midden dei-plaats een put en overal beenderen van menschen en dieren. Het arme meisje werd bang en weigerde verder te gaan. Toen de man baren angst bespeurde, antwoordde hij, betzij om haar schrik aan te jagen, betzij om zich met haren angst te vermaken, dat hij haar niet weg zou laten gaan en zij volkomen in zijne macht was. Hierop begon hij haar voor te lezen uit een boek dat uit de hel afkomstig scheen. ,.!Iet dreigende van het gevaar, waarin ik mij bevond,quot; schrijft zij, „gaven mij eene bovcnnatmniijke kracht. Ik wierp mij op mijne knieën, verhief oog en handen ten hemel en riep uit: ,.() toevlucht der zondaars, heilige ^laagd Maria, red mij, bescherm mij I En, groote kracht van het gebed, ik ontwaarde in mij een ongeleenden moed, ik was niet bang meer, ik gevoelde mij niet meer alleen, de andere

ocr page 71

mocht nu beven. Hij verl/leekte, wankelde als een misdadiger Bn scheen slechts kracht te hebben mij de deur te openen, en mij te smeeken dit voorval geheim te houden. Ik had niets te beloven en haastte mij slechts heen naar de kerk, om O. L. \ rouw te gaan bedanken voor de bijzondere bescherming, welke zij nooit weigert aan degenen, die haar in het uur van gevaar aanroepen.quot;

De herinnering aan dit voorval deed haar later dikwijls liet lot betreuren der jonge meisjes, die even als zij aan zich zeiven overgelaten, de neiging van haar hart volgen en handelen zonder raad te vragen onder voorwendsel, dat zij slechts liet goede beoogen. Vooral wilde zij haar voorbeeld tot waarschuwing doen dienen voor de jeugd, die niet zelden door een te gevoelig hart, onergdenkendheid ot gebrek aan ondervinding in het

grootste gevaar wordt gebracht.

-------

Voor eigen Rekening.

Xa deze vreesel ij ko ontmoeting, waartoe hare onvoorzichtigheid haar gebracht had, vreesde JTagdalena zeer dien man nog ooit onder de oogen te komen, hetgeen zeer goed mogelijk was, daar hare meesteres voor zijne vrouw werkte en zij niemand dit vreeselijke voorval kon mededeelen.

iSTogmaals kwam de Voorzienigheid ter hul]) door haar liet middel te verschaffen een huis te verlaten, waar

Z. li.

ocr page 72

hare deugd op de proef kou gesteld worden. Eene bloedverwante liarer meesteres kwam te recliter tijd deze een verblijl' vragen, en de kamer, waarin Magdalena woonde Avas de eenige, die beschikbaar was. Deze omstandigheid bood haar een goed voorwendsel aan om heen te gaan en voor zich zelve eene woning te zoeken. Eene o Ti de vriendin ontving haar bij zich op een zolderkamertje. Geen menschen weten beter elkander te helpen dan de armen en behoeftigen. Xu had zij wel eene kamer, doch als zij dagelijks naar hare meesteres ging, kon zij bespied worden door hem. dien zij meer dan den dood vreesde. Zij besloot dus eene vermeerdering van salaris te vragen, ten einde ingeval dit geweigerd werd, voor goed van hare meesteres afscheid te nemen. Het gebeurde, zooals zij verwacht had. Daar stond zij nu geheel op zich zelve en was verplicht in haar onderhond te voorzien. Zij was een slachtoffer der deugd en had van de menschen niets te verwachten. Doch Grod waakt over de armen en ongelukkigen, die tot Hem hun toevlucht nemen. Bij Hem zocht zij hulp : die hulp kwam, doch weder slechts in die mate, dat zij steeds in beproeving en zorgen bleef. Hooren wij haar zelve :

„De Voorzienigheid liet mij eene naaister vinden, die mij vijftien stuivers daags aanbood. Nooit had ik zooveel verdiend. De volgende week stelde zij mij voor in eene alkoof, die zij niet gebruikte, te blijven slapen. Op het einde van de eerste maand gaf zij mij eene som o]) afrekening, doch elke maand gaf zij minder en op het laatst van den winter was zij mij zestig francs schuldig. Lang verzocht ik te vergeefs om deze som. Toen moest ik met kracht voor mijn recht optreden en dreigde zelfs haar gerechtelijk tot betaling te dwingen.

ocr page 73

.Zij lachte hiermede, wel wetende, dat ik daarmede niet veel winnen zou ; doch toen ik haar bedreigde eenige zaken, die tot haar nadeel zonden dienen bekend te maken, werd zij bang en betaalde. Nooit had ik zooveel geld in handen gehad. Ik wenschte dit goed te gebruiken en , oir hierin niet mijn wil , doch dien van God te volgen, raadpleegde ik eene oude vriendin, die verstandig en godvruchtig was, hetgeen haar mijn vertrouwen waardig maakte. Zij ried mij aan een kamertje te huren, en mij de noodigste zaken aan te schaffen. Ik antwoordde, dat ik gevoelde, te jong te zijn om vertrouwen in te boezemen aan de klanten, waarop zij beloofde mij te vergezellen en voor mij als voor zich zelve te spreken. De Voorzienigheid liet ons in de straat Beauregard op de zesde verdieping een kamertje vinden, waarvoor men zestig francs huur vroeg. Het was drie meter lang, twee meter breed en had een aardig venster, dat op de straat uitzag. Hot huis scheen zindelijk en goed onderhouden , verf en behangsel waren frisch ; ik vond het prachtig. „Hier zult ge aangenaam wonen ,quot; zeide mijne vriendin , „betaal den eersten termijn, dan kunt ge er u dadelijk vestigen.quot; Zij was zoo goed aan ■de portierster te zeggen , dat zij mij sedert lang kende en verzocht haar mij aan de bewoners van het huis aan te bevelen voor naaiwerk.quot; Hierop verliet de goede vrouw met Magdalena de nieuwe woning om de noodige meubelen te koopen. .Men besteedde hieraan weinig geld. Op de beddeplank plaatste men het brood en liet keukengereedschap ; alle overige zaken werden geborgen achter eene gordijn, dat van den wand neerhing. Het weinige linnengoed vond plaats onder de matras , ■de kleederen werden aan spijkers opgehangen, de breek-

ocr page 74

—GH—

bare voorwerpen in doozen onder het bed geschoven. De netheid vergoedde het gemis van meubelen. Tot sieraad dienden een kruisbeeld en twee kleine schilderijtjes , een godsdienstig onderwerp voorstellende , die de kamer liet voorkomen eener kloostercel gaven. Magda-lena had hier haar leven willen slijten, zonder iets anders te begeeren.

Wij A-inden hier een bewijs van de groote deugd. waartoe Magdalena te midden der wederwaardigheden van hare jeugd gekomen was. In haren rampzaligen toestand had zij met God tot leermeester , en tevens onderricht door hare eigene ondervinding , den weg der christelijke volmaaktheid gevonden en hare voorschriften tot regel van haar gedrag gemaakt. Welk eene les geeft deze eenvoudige naaister , door hare gehoorzaamheid aan Grod en hare zelfverloochening ! Wie volmaakt wil worden, moet beginnen met zijn wil te richten naaiden Avil van God. Want volgens den 11. Augustinus ,, moet de wil van God de regel zijn van den onzen, en niet onze wil de regel van den Zijnen. Wrillen wat en niets willen dan wat God wil, is geheel de christen. En zoover had Magdalena liet gebracht.

Ondanks haar verlangen om geheel haar leven in het eerst gehuurde kamertje door te brengen . verwisselde-zij dit een half jaar later tegen een grootere op dezelfde verdieping. Dit kostte 100 francs en onderscheidde zich door een schoorsteen en eene kast in den muur , eene tot dusverre ongekende weelde. Om deze kamer te meubelen , kocht zij eene ladetafel . twee stoelen en een tafeltje, samen voor 4;') francs. Xu was zij eindelijk flink gesteld.

Deze verbetering behaagde vooral aan haren vader ..

ocr page 75

—G9—

flie hierin een begin der vervulling van zijne grootsclie plannen zag. Intnsschen begon het werk haar te ontbreken en moest Magdalena weer bij eene modiste in ■dienst gaan. Daar had zij veel om hare deugd en hare godsvrucht te lijden, zoodat zij er hare vroegere beproevingen terugvond. Vooral viel het haar pijnlijk het maal met de andere naaisters te nemen, die haar bespotten en op allerlei wijzen kwelden. Zij was het mikpunt barer dubbelzinnige aardigheden. En niet alleen hiervan had zij te lijden , doch 's avonds laat bij het naar huis gaan was zij blootgesteld aan gevaarlijke ontmoetingen en zelfs aan de vervolging van losbandigen. Deze toestand werd onhoudbaar en noodzaakte haar van werkplaats te veranderen. Even als altijd kwam de Voorzienigheid op het juiste uur te hulp en deed haar in de buurt eene uitmuntende vrouw vinden, die haar als modiste aannam. Mme Desrosiers , dit was de naam der dame en die, welke de jongste zuster van Magdalena eens dragen zou. was getroffen door do deugd en den verlaten toestand van liet meisje. Zij verheugde zicli haar van dienst te kunnen zijn. Haar man was portier , terwijl zij naaister was. In hare bescheiden omgeving, was zij eene echte huismoeder . zooals Zi steu llos.v ons zegt, die haar ten voorbeeld stelt aan anderen. Zij ging beleidvol met hare kinderen om en droeg hun eene verstandige liefde toe. Xooit liet zij hen alleen of bij personen, wier karakter en zeden haar niet genoegzaam bekend waren , uit vrees , dat in hunne tegenwoordigheid iets mocht gezegd worden, dat de onschuld kon kwetsen.

Nooit mochten zij met vreemde kinderen spelen , dan in tegenwoordigheid der moeder , opdat zij geen kwaad ■zouden leeren. Door deze voorzorgen spaarde zij zich

ocr page 76

—70—

liet bitter verdriet der onaclitzanie moeders, die over liare kinderen niet waken in limine eerste jeugd en ze,, vroeg bedorven , tot haar eigen verdriet zien opgroeien. Overigens was zij even oplettend op de vorming van hun geest, als van hun hart en wilde niet . dat men hare kinderen verdichtselen verhaalde, opdat zij latei-niet zouden twijfelen aan de waarheden , die men hun zou onderwijzen.

ileeds plukten deze brave ouders de vruchten hunner zorgvuldigheid. Zij behoefden nooit hunne kinderen te straffen. Xiet dat zij bedorven werden of van alle gebreken vrij waren , doch zij stonden onder zulk eene tucht, dat, als er eene fout bedreven was, het genoeg was , dat vader of moeder hen streng aankeken of een woord van vermaning tot hen richtten. De schuldige boog clan liet hoofd en hiermede was alles gedaan.

Dit christelijke huisgezin beviel Magdalena. Daar vond zij , met haar dagelijksch brood , vrede en veiligheid. Ook gevoelde zij zich hier gelukkig; men was over haar werk en haar gedrag tevreden, alles ging best. Toen zij lenigen tijd bij Mme Desrosiers was , gaf zij haar verlangen te kennen , haar zusje hier als leerlinge geplaatst te zien op dezelfde voorwaarden als zij bij Mej. C. De uitmuntende vrouw stemde hierin toe , om den wille van Magdalena, die zij achtte en beminde. 31. Mirabal was er ook mede ingenomen en liet zijn dochtertje thuis komen tot groot verdriet der pleegouders, die liet kind als liet hunne beschouwden. Het arme meisje was ver van hunne ouders opgegroeid, zij bezat goede hoedanigheden en had een buitengewonen aanleg. Hare familieleden waren verheugd en tevens verwonderd, toen zij zagen, dat niets in haar liet blijken, dat zij zoo.

ocr page 77

lang Imiteii geleefd en niet lt;le kinderen liarer pleegouders de schapen gehoed had. Zij was voorkomend en verstandig en overtrof de goede verwachting, welke Mme Desrosiers zonder haar te kennen van haar h;:d opgevat. Daar zij bovendien reeds goed kon naaien en zeer behendig was , kon zij binnen een half jaar voor eene goede naaister gelden en bewees belangrijke diensten in liet huis, waar men haar zoo welwillend ontvangen had.

Magdalena vond in deze zuster eene lieve gezellin. Bij haar . in deze goede familie, en op haar lief kamertje , dat niet ver af was, vond zij reden genoeg zich gelukkig te gevoelen. Daarbij ried IFnie Desrosiers haar aan zich wat betere meubelen te verschaffen , en liet haar een grooten spieg'el, een latafel met marmeren blad, een groot ledikant en stoelen koopen , alles van note-boomhont voor 11quot;) francs. A\ el dra stelde zij Magdalen a eene schikking' voor, volgens welke zij in haar huis eene betere kamer kon bewonen zonder hoogere huur. Dit was eene overmaat van geluk. „Daar dit alles,quot; zegt Zvstkk Rosa, „niet het uitvloeisel was van mijnen wil, meende ik den raad, die mij gegeven word te moeten beschouwen als een wenk van Gods heiligen wil.quot;

Het was een rustige en gelukkige tijd, dien het jonge meisje in het huis der familie Desrosiers doorbracht, doch het duurde slechts zoolang als noodig was om haar de vreugde van het huiselijk geluk, dat haar deel niet mocht worden , te doen gevoelen en te leeren ook dit geluk te verzaken.

Aldus de leiding der Yoorzieniglieid volgende , stond zij weldra weder aan den ingang van een nieuwen weg van beproevingen even smartelijk als de vroegere. God

ocr page 78

wilde haar daar op geleiden om liare vorming te voltooien , in de kweekschool van liet lijden, dat haar tot hare roeping moest voorbereiden.

Hooi cis ti ili:.

Haar Huwelijk.

Bij al de wederwaardigheden, die het leven en de he-keering van Magdalena kenschetsen , verwondert men zich , dat de inspraak der genade haar niet aanzet een leven en eene wereld te verlaten , waarin zij zoo ongelukkig was , ten einde zich geheel aan (lod te geven. Zij dacht hieraan inderdaad , doch het uur om dit plan uit te voeren was nog niet geslagen. Zij hespeurde die bepaalde roeping niet, welke het teeken is van den wil Gods. Door wroeging gepijnigd , streed zij tegen de twijfelingen en besluiteloosheid van een wijfelend gemoed, en wachtte, tot dat God haar als het ware bij de hand zou nemen om haar te geleiden, waarheen Hij wilde. „Onmiddellijk na mijne bekeering,quot; zegt Zcstek IIosa, „boezemde het genot van zulk eene weldaad mij le begeerte in , mijn geheelc leven aan de beoefening van goede werken toe te wijden en, daar ik meende, dat liet religieuze leven het volmaaktste was , bad ik God mij hiertoe te brengen. Ik hoopte hierin het middel te vinden beter mijne groote en talrijke zonden uit te boeten door de gebeden en de goede werken der heilige zielen.

ocr page 79

waarmede ik vereenigcl zou wezen. Doch wijl op dien tijd mijne jeugd en mijn toestand mij niet toelieten over mij zeiven te beschikker.' , schenen het gehed en de onderwerping aan den goddelijken wil eene schadeloosstelling voor mijn verlangen , totdat de omstandigheden mij duidelijker den wil Gods zouden aanwijzen. Ik begreep, dat ik geene buitengewone genaden hopen mocht, indien ik den weg verliet, dien de goddelijke Voorzienigheid voor mijne voeten scheen af te bakenen. De moeielijkhedcn, die ik op het einde van mijn leertijd ontmoette, waren liet begin van die baan. Toen ik mij op mijn bovenkamertje bevond, en er over nadacht , hoe ik daar gekomen was , begon ik te gelooven , dat God , mij der religieuze roeping onwaardig oordeelende , mij uit medelijden in een stand geplaatst had, die er eenigs-zins op geleek. Aldus meenende, dat het Gods wil was, dat ik mijn leven in dit klein vertrekje zou doorbrengen, was ik hiervoor zeer dankbaar, en dacht slechts aan het middel om aldus gelijk eene religieuze te leven met God alleen tot getuige, Jezus-Christus tot voorbeeld en Maria tot steun. Ik nam tof regel de geboden der 11.11. Harten van Jezus en Maria, die ik in een boek gevonden had, en om deze handeling plechtiger te maken, schreef ik ze met mijn bloed alsook mijne voornemens, die ik in den vorm eener professie opstelde. X:; die geschreven te hebben , was mijn eenig verlangen ze zoo getrouw mogelijk na te leven en mij geheel aan den wil Gods te onderwerpen.'' Toen zij zich aldus geheel in de armen van Góds Voorzienigheid geworpen had , nam zij het aanbod aan, zich in de kamer der familie Desrosiers te vestigen, waar haar eene gebeurtenis wachtte, waarop zij nooit gerekend had. In hetzelfde huis leefde eene

ocr page 80

—74—

familie Prètres, zeer bevriend met de Desrosiers. W el-dra sloten de jonge jnft'ronwen Prètres , zeer nette en deugdzame meisjes, eene nauwe vriendschap met Magda-lena Mirabal. De ouders droegen deze eene ware toegenegenheid toe en zochten naar gelegenheden om haar van dienst te zijn. Op zekeren dag zeido de vader zonder conige inleiding ; „Ik ken een heer van de Conferentie van den H. Vincentius van Paulo , die in den echt wil treden . en mij heeft verzocht hem een hraaf meisje aan te wijzen , dat een heroep heeft, hetwelk zij thuis uit kan oefenen. Ik heh aan u g'edacht Magda-lena en geantwoord, dat ik zulk een meisje kende, doch niet wist . of zij het aan zou nemen.quot; Magdalena had nooit plan gehad voor een huwelijk ; zij was door dit voorstel verrast. quot;Mme Desrosiers hare verwarring bespeurende zeide, dat men eerst inlichtingen omtrent het gedrag en de middelen van bestaan van dien heer moest inwinnen. M. Prètres wist. dat het een man was van 37 jaren, kleermaker van beroep, dat hij 1200 francs op intrest had staan en zich voorbeeldig gedroeg. Vooral kon men tot zijn lof zeggen , dat hij vele jare zijne oude , verlamde moeder bij zich had gehouden en haar al de zorgen betoond had van een liefdevollen zoon ; en toen men, in de meening hem ecu dienst te bewijzen, van zijne afwezigheid gebruikt gemaakt had , om haar in een gasthuis te doen opnemen , was de goede zoon hierover zeer bedroefd. ging tweemaal in de week zijne moeder bezoeken, en bracht haar allerlei kleine versnaperingen , die hij meende dat zij graag had. Toer. de-goede vrouw stierf, had hij zijn horloge in de bank van leening geplaatst om haar-eene fatsoenlijke begrafenis te verleeneu , terwijl hij zelf haar graf onderhield. Xiets

ocr page 81

— lt;i)—

meer voor liaar lichaam kunnende doen , was hij in de Conferentie van den H. Yincentius getreden , ten eicde voor hare zielsrust de liefdewerken , die hij als lid der Conferentie doen kon, op te dragen. M. Prètres sprak me'; nadruk over dezen trek van kinderliefde. Moest zulk een goede zoon geen uitmuntend echtgenoot zijn ? M. Desrosiers ried Magdalena aan er hare ouders over te spreken. Dien raad kon zij gerust volgen ; daardoor werd zij tot niets verplicht. Zij onderwier]) zich met hare gewone gewilligheid.

Het lag in de plannen van M. Mirahal , dat zijne dochter door een fatsoenlijk huwelijk , zich een bestaan verzekerde. Hij keurde het plan dus niet alleen goed , maar zette haar zelfs er toe aar;. Hij gaf M. Griselain, zoo was zijn naam, verlof zijne dochter eenige malen te hezoeken om elkander te leeren kennen.

Ongelukkig waren de inlichtingen van den voorkomenden M. Prètres niet volledig. Hoewel zeer godvruchtig had M. Griselain een vreemd karakter. Doch Magdalena heschouwde zich ver])licht wederom de leiding der Voorzienigheid te volgen , en het was haar geheel onverschillig op welke wijze. Inderdaad was dit eene uitmuntende gesteltenis , doch zij overdreef eenigs-zins. Intussohen schijnt liet dat God haar door het vuur der beproeving van het huwelijk wilde laten gaan, alvorens haar tot een volmaakteren staat te roepen. Haar gedrag behoort hier echter niet als voorbeeld gesteld te worden. Van hot oogenblik, dat zij in alle oprechtheid tot God teruggekeerd , het religieuze leven als het geschikste beschouwde om geheel voor God te leven , had zij zich niet zoo mogen overgeven aan het gevoel harer onwaardigheid, en hare inwendige gestelte-

ocr page 82

nis oprechter moeten mededeelen. Werd zij eerst van den religieuzen staat afgetrokken, zoo kwam dit alleen, omdat zij den grond harer ziel niet genoeg aan haren zielbestierder had hloot gelegd. Toen zij vervolgens, als het ware ondanks zich zelve, zich verplicht gevoelde in het huwelijk te treden, geschiedde dit wederom, omdat zij niet genoegzaam haren afkeer voor dezen staat openbaarde. Later begreep zij dit en schreef aan haren zoon. „Men mist zijne roeping slechts door eigen schuld, hetzij omdat men zijne eigen inzichten volgt, hetzij omdat men niet oprecht genoeg is jegens zijne oversten en ziel-bestierders. Dit is mij gebeurd, toen mijn biechtvader mij de opmerkingen maakte, die zijne voorzichtigheid hem ingaf. Ik verkeerde in de meening , dat de grootte mijner zonden mij de genade, die ik afsmeekte, onwaardig maakte, en nam mij voor er nooit meer van te spreken, en in den geest van boetvaardigheid al het lijden te aanvaarden, wat liet missen mijner roeping zou meebrengen. Had ik mijn biechtvader gezegd, hoevele nachten ik in tranen doorbracht, hoezeer ik mij ontroerd gevoelde bij het zien van aan God toegewijde personen ; iiad ik in plaats van hem mijn huwelijk aan te kondigen, hem raad gevraagd en gezegd , hoezeer die staat mij tegen was, ik geloof zeker, dat hij er mij van teruggehouden zou hebben.quot;

De echtgenoot, die men Magdalena Mirabal aanbood, was kleermaker en behoorde dus thuis in den kring van naaisters, modisten enz.; in dit opzicht pasten partijen bij elkaar; doch het meisje had hoedanigheden en gevoelens verre boven haren stand verheven. Zonder eigenlijk gezegde opvoeding ontvangen te hebben had zij geest en verstand. Haar letterkundige aanleg , eenigszins door liet

ocr page 83

lezen ontwikkeld , gaven haar eene wijze van zicli uit te drukken beter dan die van het gros barer omgeving. Uit hare jeugd had zij de fahelen onthouden, zoodat zij daardoor zekeren smaak in de diehtkunst verkregen had. die haar in staat stelde hij sommige gelegenheden kleine A'ersjes te maken , waarin de gedachte liet gebrekkige van zinswending in rijm gedeeltelijk vergoedde.

Ook schreef zij zonder eenigen taalregel geleerd te hehhen hijna zonder fouten.

Daarenboven had de godsvrucht haren geest in hooger sfeer gevoerd, l it den godsdienst putte zij eene verhevenheid van gevoelens, die haar schadeloos stelde voor het gemis der menschelijke wetenscha]). Lichamelijk scheen zij minder hevoorrecht. Zij was klein en mager. De jeugd en de deugd maakten in den tijd, waarvan wij sproken, hare eenige bekoorlijkheden uit. .1 laar gelaat bad veel uitdrukking. teekende verstand en goedheid, liet vuur der ziel sprak uit hare oogen, waarin men tot zelfs in haren ouden dag den gloed der goddelijke liefde zag schitteren.

In alle opzichten stond Magdalena ver hoven den man, dien men haar schenken wilde. Hij was niet in staat in haar die wijze en sterke vrouw te erkennen kost-haarder, volgens den H. Geest, dan de zeldzaamste schatten en die men tot do uiteinden der wereld moet gaan zoeken.

„Een huis en rijkdommenquot;, zegt de !i. Schrift, ,.komen ons van onze voorouders, doch eene deugdzame vrouw is eene gave des hemels.quot;

Zulk eene vrouw zou M. Griselain gevonden hehhen in het jonge meisje, indien hij zelf haar waardig geweest was. Het huwelijksplan, door de vrienden voorgesteld.

ocr page 84

door do ouders aangenomen, kwam als van zelf tot uitvoering. Magdalena liet zich alles welgevallen. Op eene familiepartij, eenige dagen voor haar huwelijk gegeven, drukte de goede M. Desrosiers zijne wenschen in deze weinige woorden uit;

1'Jcn man, oprccht en goed,

In, Juut sfenlt ocervlocd.

En zij waren, zegt Zi stkü Rosa, vooral opmerkenswaardig , omdat juist liet tegendeel mijn deel werd. Men voorzag toen niet, wat er zou gebeuren.

En voor de godvruchtige Magdalena, die dit huwelijk met hare gewone gelatenheid slechts aanging om zich aan den goddelijken wil te onderwerpen, hegon wederom een tijdperk van beproeving en lijden.

Door eene vermeerdering van smart moest zij tot hare ware roeping komen.

O*!*»' 3 loolclstiilv. Huwelijkskruisen.

Het leven van Zcstkü Rosa in de wereld moest eene aaneenschakeling blijven van lijden en bitterheid. Hare kindsheid miste alle vreugd ; hare eerste Communie was zonder zoetheid, haar huwelijk zonder bekoorlijkheid. Gèen straal van liefde, die het verlichtte, geen glimlach van geluk, die het veraangenaamde. Dat huwelijk was een besluit, dat zij om zoo te zeggen , dooi- de omstandigheden en den wil baars vaders had moeten nemen.

ocr page 85

Zij zelve had er slechts deel in , voor zooverre liet de verloochening gold van haren eigen wil en de onderwerping aan de leiding der Voorzienigheid. Daarenboven knoopten zich daaraan de meest vernederende omstaokl igheden en voorwaarden zelfs, die het bijna noodlottig maakten. M. Griselain miste niet slechts een aangenaam voorkomen, doch hij had zulke vreemde denkbeelden , dat hierdoor de goede hoedanigheden van- zijn hart verdonkerd werden. Het was een man met weinig verstand en een vreemd humeur.

Een ongeval had het huwelijk haast belet. Bij het naderen van het bepaalde tijdstip had M. Griselain om de familiepapieren geschreven , benevens om eene som bij een notaris berustende. Men antwoordde, dat deze overleden was en men niets in zijn kantoor gevonden bad , de papieren en het geld betreffende, (leheel ontsteld, toont bij zijn brief aan Magdalena en zegt: „Ik kan nu niet meer trouwen ; ik ben mijn geld kwijt.quot; Had zijne aanstaande in deze vereeniging iets anders gezien dan de schikking Gods, dan zou zij in dit ongeval eene aanleiding gevonden hebben, zich vrij te maken. Doch altijd onderworpen . altijd edelmoedig, antwoordde zij haren aanstaande, dat dit voor haar geene reden was, daar zij hem niet om zijn geld had genomen , doch om zijn lot te deelen, hoedanig liet wezen mocht en om de moeielijkheden des levens mot hem te dragen.

Door bemiddeling van een mcnschiievend advocaat, j\[. Bonnet, die lange jaren de raadsman der armen in de Conferentie van den H. Yincentius was, werd het geld teruggegeven. Doch andere on spoed kwam wederom dit huwelijk verhinderen, alsom Magdalena andermaal gelegenheid te geven zich aan den goddelijken wil

ocr page 86

—-SO-

te onderwerpen. Niets maakte liet aanstaand huwelijksfeest aantrekkelijk. At. Griselain had een vriend , dien hij als getuige wilde nemen. Het was een man van een fatsoenlijk uiterlijk en met nette manieren , welke eene scherpe tegenstelling vormden met die zijner vrouw. Deze deed zich voor als iemand uit de laagste klas , welke men slechts onder den hijnaam Bertrand kende. Daarenhoven woonde zij niet hij haren man. De vriend van M. Griselain had de uitnoodiging slechts aangenomen op voorwaarde , dat men zijne Bertrand niet op de bruiloft zou verzoeken. Doch tegenspoed, moeilijkheden, bespotting zelfs moest vereenigd worden hij dit huwelijk, waarvoor dit zachtzinnig meisje zoo weinig geschikt scheen. Vooreerst was de weinige eendracht, welke in de familie Mirahal heerschte, eene reden van bekommering , en welverre dat zij mocht hopen thans eene verzoening te hewerken , had zij allen grond te vreezen , dat eene gelegenheid, welke zoovele onderling verdeelde familieleden hij elkander ging hrengen , hunne onaangename verhouding nog zou Aermeerderen ; zij wist waarlijk niet hoe liet aan te leggen.

De herinnering aan deze moeitcvolle taak en hare eigene goedhartigheid in dit geval, vindt men terug in de raadgevingen, welke Zistkü Hos a geett aan menschen. die zich in dergelijke omstandigheden mochten bevinden, ih de Avenken ten opzichte der onaangenaamheden, welke vaak het huAvelijk voorafgaan. .A\ at liefdevolle en vreedzame menschen vaak bedroeft, schrijft zij met haar gewonen eenvoud en liefde, is van hunne liloedverwanten dikAvijls tegenstrijdige raadgevingen te ontvangen.

Zij zouden aller raad Avillen volgen, ieder Avillen voldoen, niemand Avillen krenken; deze begeerte houdt hen

ocr page 87

—81—

meer bezig' dan hun eigen geluk. Dit bezwaar weegt het meest bij personen , die met de beste gevoelens bezield zijn ; om zich hiervan te ontdoen , moeten zij de hulp inroepen van den goeden Vader , dien wij allen in den hemel hebben, en wiens wil wij het volmaaktst moeten nakomen.quot;

Magdalena bad en vroeg raad. De goede Mme Des-rosiers, wier gevoelen als het verstandigst gevolgd werd, was van meening al de bloedverwanten tot de huwelijksmis uit te noodigen, doch slechts den vader, de moeder en de zuster der bruid aan tafel te verzoeken. Om dezen maatregel tegenover de andere familieleden te vergoelijken , stelde zij voor het bruiloftsmaal in haar huis te geven. Zoo geschiedde. Toen alles gereed was kwam M. Gïisehtin zeggen . dat hij vreesde er niet bij tegenwoordig te kunnen zijn. „Zoo dit gebeurt,quot; zeide hij , „zal men bruiloft vieren zonder huwelijk , en latei-het huwelijk zonder bruiloft.quot; Dit was een vreemd denkbeeld, geheel volgens zijn geest. 's Avonds te voren was hij nog geneigd niet te verschijnen en de plechtigheid uit testellen. De arme man bevond zich dan ook in treurigen toestand , daar liij een abces aan den arm had en met puisten overdekt was.

Zijn vriend zette hom intusschen aan het huwelijk te laten doorgaan , al zou hij zich daarna weder naar bed moeten begeven. Er bestonden goede redenen daarvoor, vooral het naderen van do Tasten, waardoor het huwelijk tot na Paschen zou moeten uitgesteld worden. M. Griselain gaf toe en beloofde den raad zijns vriends te volgen. Voor .Magdalena Mirabal was het een groot offer een huwelijk onder zulke omstandigheden aan te gaan. Hoe treurig bleef voor haar de herinnering aan eeue

ocr page 88

vereeniging, gesloten zonder eenig ander gevoel clan dat van een plicht, dien zij moest vervullen en die zulke smartelijke gevolgen heliben zon ! „De dag van Maria-Lichtmis,quot; iilchis lezen wij in de geschriften van Züsteu Eosa, „was een patroondag der congregatie, hetgeen mij nog heter deed gevoelen . hoe groot het otter was, dat ik hracht met deze te verlaten , om een staat te aanvaarden , waarin ik voorzag zooveel te zullen lijden. Dan gedacht ik, dat op dezen dag do heilige Maagd het zwaard van smart, dat Haar aangekondigd werd, omhelsd had, en dat ik naar haar voorbeeld al het lijden , hetwelk de Voorzienigheid mij overzenden zou , moest aannemen tot hoete mijner zonden en tot vervulling mijner beloften. En , o hoe innig bad ik de H. Maagd voor mij de genade der volharding te verkrijgen!

Op den morgen , dat haar otter zou voltrokken worden , moest Magdalena zich bezig houden met de voorbereidselen tot de plechtigheid en den maaltijd , terwijl de vriend van M. Griselain hem aankleedde en de uit-genoodigden vereenigde. Onder de bespottelijke voorvallen van dezen dag verhaalt Zusteu Rosa, dat ondanks de overeenkomst Jlcrtrcuul het vermaak der bruiloft niet wilde missen. „Zij trokquot;, verhaalt zij vroolijk, „een geel katoenen kleed aan , zette een half vuile muts op, deed een voorschort en zwarte kousen aan. Vervolgens pakte zij in eene tasch een paar witte kousen en goed gepoetste schoenen, en toen wij in de kerk kwamen, zat zij in een biechtstoel om van kousen en schoenen te verwisselen.quot;

Alles werkte pijnlijk op het eergevoel van Magdalena Mirabal bij dit huwelijk. Als lid der broederschap vau de jonge dochters der parochie had zij het voorrecht tc

ocr page 89

trouwen tegen vermindering van onkosten onder uitstelling van het vaandel en in de kapel van de H. Maagd. Dezelfde voorrechten genoot M. Griselain als lid der Conferentie. De familie en de bruidegom hadden eene zekere pracht hij de plechtigheid gevraagd. Aangestoken lusters en fluweelen armstoelen verhoogden den glans. Doch voor de hraid verkeerde dit weder in vernedering.

Er komen soms kleine teleurstellingen voor, die de ■eigenliefde evenzeer krenken als groote heschamingen. Volgens liet gehrnik hood men den gehuwden een schaal aan, opdat zij daarop liet goud- of zilverstuk zouden leggen , dat men als hruidsoffer aan de kaarsen hecht, welke voor liet bruidspaar staan. Dit komt het dienstpersoneel der kerk ten goede. Bij een huwelijk van deze klas gaf men gewoonlijk vijf francs. In hare verwarring of verstrooiing verstond de bruid niet wat men begeerde, doch legde in de schaal haar trouwring en ■een kwart-franc. De koster spaarde haar de vernedering niet, voor liet oog aller aanwezigen dit kleine geldstukje op hare kaars te plakken. Zuster Rosa bemerkt hierbij , dat God deze beschaming toeliet om haar te bewaren voor liet gevoel van trots , dat de te groote pracht der plechtigheid haar had kunnen inboezemen.

Die praal van een oogenblik moest zij wel duur betalen ; want de dag van haar huwelijk was het aanvangspunt eener reeks van steeds smartelijker beproevingen.

Op liet bruiloftsmaal hield de bruidegom zich aanvankelijk goed, doch stond weldra op en verzocht ziju vriend hem naar bed te brengen. Tien dagen achteréén bleef hij daar, zoodat zijne vrouw haar huwelijksleven als liefdezus-

ocr page 90

—84—

ter mocht beginnen. Gelukkiger waren zij geweest, had zij immer zieken op te passen gehad.

In het verhaal harer nieuwe tegenspoeden begint Zuster Rosa zich nederig te heschuldigen, ten einde de nagedachtenis van haren man te sparen. Zij verwijt zich, hem niet behandeld te hebben zoo als haar plicht was , daar zij hem niet genoeg kende. Arooral betreurt zij het met een waarlijk overdreven gewetensangst, niet geweten te hebben, dat er een soort van vloek op haren man rustte. Zeer onvoorzichtig voorzeker had M. Gri-selain , die met zijne aangeboren buitensporigheden , gevoelens van godsvrucht verbond, de belofte gedaan eene pelgrimsreize te ondernemen , en die had hij nooit v ol-bracht. „Dit,quot; zegt Zcsïeh Rosa, „heeft waarschijnlijk veel tot onze ongelukken bijgedragen. Inderdaad, als menschen , die hun woord niet houden, door huns gelijken veracht worden , clan is het niet te verwonderen, dat God, die meer dan iemand recht heeft op de getrouwe vervulling der beloften, welke wij Hem doen, zich vertoornt tegen hen, die dit verzuimen.quot;

De deugdzame vrouw meent, dat, had zij den geestelijken meineed gekend , die op de ziel baars mans kleefde, zij medelijden zou gehad hebben met zijn toestand in plaats van zicli te bedroeven over zijn gedrag ten haren opzichte, en zij getracht zou hebben hem aan do uitwerkselen van Gods wraak te onttrekken dooi hem dezen heiligen gewetensplicht te helpen vervullen.

Ook wist zij niet, dat zijne vreemde handelwijze liet gevolg kon zijn eener familicziekte ; eene zijner zusters toch was krankzinnig gestorven. „Had ik dit van het begin af geweten,quot; zegt zij , „dan zou ik begrepen hebben dat zijne zonderlingheid en zijne onbeleefdheid de

ocr page 91

voorteekeiien konden wezen van eene dergelijke kwaal, en in plaats van hem zijn ongelijk zooals ik deed, onop-lioxidelijk voor te houden , zou ik er slechts met God over gesproken en Hem gebeden hebben mijn man het licht te geven om zijn plicht te begrijpen en de genade om zicli te verbeteren. Ik zou getracht hebben hem op te vroolijken en te verstrooien als vroeger, toen hij ziek was, eu dit zou hem gunstig voor mij gestemd hebben.quot;

Hn toch zou deze zoo opofferende vrouw er moeilijk in geslaagd zijn liet somber humeur van haren man te verbeteren.

In zijne goede oogenblikken zeide deze ; „Ik verveel mij nooit bij mijne vrouw, want bij al wat ik zeg of doe, heeft zij dadelijk iets , dat hierop past te zeggen of te zingen.quot; Dit woord, door haar zelve aangeteekend, bewijst, dat zij nooit haar plicht als voorkomende en aangename levensgezellin veronachtzaamd heeft, zelfs zonder dat zij wist, dat haar man aan eene erfelijke krankheid lijden kon.

Het is niet hare schuld , als, tengevolge eener volkomen verstandsverbijstering, de man, dien zij niet genezen kon, weldra voor haar een dwingeland werd. Doch hoe treffend is het, als men haar zulke onverdiende verwijtingen tot zich zelve hoort richten. „Thans in de stilte van liet klooster,quot; schreef zij, „gevoel ik beter wat ik had beliooren te doen. AVat ik toen gevoelde was slechts de wreedo wonde aan mijne eigenliefde toege-hraclit. Hoewel ik niet uit neiging gehuwd was , doch alleen uit verlangen om den wil Gods te volbrengen, was ilv niet onverschillig voor harde bejegening. Ik geloof zelfs, dat hoe zuiverder mijne meening was, hoe-meer ik in de godsdienstige gevoelens van M. Griselain

ocr page 92

—86—

een onderpand van geluk had meenen te zien , hoemeer ik teleurgesteld was, bij het gemis van alle kieschheidT van alle verhevenheid van geest, van het edelmoedige karakter, dat ik meende het deel te zijn van al degenen, die God zoeken.quot;

Eerst had zij duizenden wederwaardigheden en hescha-mingen te lijden van een man, die noch gevoel , noch oordeel, noch vorstand had , hoewel hij goedaardig en godsdienstig was in zooverre zijn geest daarvoor geschiktheid hezat.

De zaken gingen intusschen in den aanvang redelijk wel. Xa haar huwelijk zette Mme Griiselain liet heroep van naaister voort, zij kreeg zelfs de klanten van M. l)es-rosiers die nu haar man moest helpen in het gieten van wassen heelden. Deze waardige vrouw overleefde die verandering van bezigheid niet lang. Door haren dood kwam Mme Griselain in nadere verwantschap met de familie, waarin zij vroeger toevlTOlit en bescherming gevonden had , en dit gebeurde door hare jonste zuster. De jonge leerlinge van Mme Desrosiers had eerst hare plaats ingenomen bij liet werk, dat eene zwakke gezondheid haar niet toeliet voort te zetten en tevens bij de verzorging der jongste kinderen, waarmede de uitmuntende moeder zich niet meer kon bezighouden, en op haar uitdrukkelijkcn wensch nam zij voortaan de plaats der overledene in. Door dit huwelijk werd Mme Griselain de schoonzuster van M. Desrosiers. Deze nieuwe-band , welke haar met den waardigen beschermer barer jeugd verbond, kon het verdriet, dat zij van haren man. ondervond, niet verzachten.

Deze toch zou een welwillenden raad ten opzichte van de behandeling zijner vrouw niet geduld hebben.

ocr page 93

Alles werd eene reden tot tegenspraak en twist Ij ij een man met zulk een zwakken en prikkelbaren .geest. Uit liefdadigheid Itad zijne godvruchtige vrouw zich het lot aangetrokken van de dochter van een zijner zwagers, een ongelukkig zinneloos kind, wier opvoeding geheel verwaarloosd was door een onheschaafden cn ongodsdien-stigen vader : zij had het kind voor een gering kostgeld hij zich aan luiis genomen, en liet haar eenig onderricht geven. Dit werd weldra een nieuwe grief voor haren man , die zich tegen het kind en later ook tegen zijne vrouw vertoornde, omdat de betaling eerst lang en daarna geheel uitbleef. M. Griselain kon het arme schaap niet dulden en zon op middelen om zich van haar te ontdoen. Het kind werd nog ongelukkiger dan te voren, en hare pleegmoeder met haar. „Slechts in het geheim.quot; zegt zij in hare geschriften, „kon ik mij met haar onderhoud belasten. Ik za^', dat haar alles ontbrak en durfde niet in hare behoeften voorzien. Zij kreeg niets in overvloed dan mishandeling en grootendeels onbillijke verwijten. Verscheidene malen zette de oom haar aan de deur en zeide, dat zij kon gaan waarheen zij verkoos, daar hij niets meer van haar wilde weten.quot;

Die dreigementen tegen en die slechte behandeling van het ongelukkig wezen , dat zij had opgenomen , bedroefden Magdalena bitter. Tamelijk onverwacht werd de zaak nog erger; in het huishouden ontstond eene groote verandering, cn eene nieuwe bron van lijden werd voor Zrs-terEosa geopend. Bij het zielsverdriet voegde zich de nood. Steeds bereid, aan anderen diensten te bewijzen, en zich voor hen op te offeren , had de edelmoedige vrouw zich aangeboden om een zieke bloedverwante te gaan oppassen. Zonder zich over eene vermeerdering van vermoeienis

ocr page 94

te bekommeren en zonder de gevolgen te berekenen, welke bare afwezigheid voor een man met zulke zwakke geestvermogens hebben kon , had zij met zijne toestemming niet geaarzeld , zich naar eene zieke tante te begeven. Deze tante had in vroegere jaren haar weldaden bewezen, waarvoor zij thans het loon eischte. Dit kwam, omdat zij een baatzuchtig en veeleischend karakter had, welke verkeerde eigenschappen nog ontwikkeld waren door de dwaze teederheid eener moeder , die haar in de jeugd bedorven en zich in alles tot bare slavin gemaakt had. „Misschien,quot; zegt Zusïeu Eosa, „was het de gewoonte aldus anderen zich voor haar te zien inspannen, welke mijne tante dat baatzuchtig karakter gegeven had, waardoor zij later het grootste geluk van den mensch miste, dat van zich voor anderen op te offeren.quot; Dit geluk kon de heilige vrouw ten volle smaken, doch niet zonder veel zelfverloochening bij eene zieke, die hare omgeving geen oogenblik met rust liet , alle tien minuten vroeg , hoe laat het was , en in toorn geraakte, als men haar antwoordde dat het pas tien minuten later was dan de vorige maal. Gedurende eene volle week stelde Mme Griselain zich dag en nacht met het grootste geduld ten dienste dezer tante. Doch zij wist niet, hoe duur haar deze bclangelooze liefde te staan zou komen. Gedurende die afwezigheid had haar man een plan ten uitvoer gebracht, waarbij bij zijne vrouw liefst niet thuis had. Deze vond echter gelegenheid de zieke eenige uren te verlaten met de belofte weldra weder te koeren. Tot hare verwondering hield de man haar nu thuis, zeggende, dat zij hem helpen moest, daar hij zooveel werk had. Dit was voor het oogenblik waar. Terwijl hij alleen was, had hij, als kleermaker een nieuwe wijze van wer-

ocr page 95

—89—

ken gevoDclen, die hem \'eeleer tot ondergang dan tot fortuin moest brengen. Het vervolg toont liet duidelijk.

10«le Hooiclstxik.

Rouw en Ellende.

Sedert Mme Griselain in haar huishouden was, had zij wel zorg en kommer, doch geene behoeften gehad. Nadat men zich gevestigd had, bleef er eenig geld over, dat met spaarzaamheid bij de verdiensten gevoegd werd. Zij hadden aldus eenige honderden francs overgegaard. Doch M. Griselain , die tot dusverre voor patroons had gewerkt, wilde voor eigen rekening beginnen. Het denkbeeld was niet slecht, doch hij gebruikte hiertoe verkeerde middelen, l it vrecze dat zijne Avijze en verstandige vrouw zijne handeling zou afkeuren, had liij haar, door de ziekte der tante begunstigd, eenigen tijd afwezig gehouden.

Gebruik makende van dat afzijn zijner vrouw, had bij met eenige vreemde lieden afgesproken hun kleederen te leveren op onbepaald crediet, mits zij hem meer klanten op dezelfde voorwaarden bezorgen zouden. Binnen weinige dagen had hij er genoeg om zich te ruineeren. Doch dit was niet het grootste verdriet zijner vrouw. Om al zijne klanten te voldoen begon hij 's Zondags te werken en veronachtzaamde zijne godsdienstplichten. De christelijke vrouw was verplicht hem aanmerkingen te

ocr page 96

—90—

maken , niet om zich te beklagen , dat hij hunne spaarpenningen zoo lichtvaardig waagde, doch vooral om hem de treurige gevolgen te toonen van zijn vergeten van Gods wet. En om de les heter ingang te doen vinden, herhaalde zij nogmaals , dat liet niet om zijn geld was , maar om het leven niet hem te deelen, dat zij hem gehuwd had. De armoede, de ellende schrikten haar niet af, maar hem aldus voortdurend liet heilig gehod van het vieren van den Zondag te zien overtreden en aldus de zonde aan hunnen haard te zien zetelen , dat was meer dan zij dragen kon.

Ondanks deze wijze vermaningen ging haar man voort, en volhardde in het kwaad, waardoor hij in minder dan een jaar zijn gezin tot de grootste armoede bracht. Niet straffeloos overtreedt men Gods wet. Maar ook van den anderen kant verbindt God aan hare trouwe naleving beloften, die men steeds vervuld ziet. De Kerk leert in hare teedere liefde voor den mensch , dat het nakomen der goddelijke geboden voor de rechtvaardigen gewoonlijk ook eene bron van tijdelijke zegeningen is. Doch wee hun , die ze overtreden, al ziet men de straf niet op den voet volgen. Voor het echtpaar Griselain bleet zij niet uit. Toen zij alles verloren hadden in een handel , dien God niet zegende , konden zij hunne huur weldra niet meer betalen. Ondanks de toegevendheid van den huisheer, moesten zij eindelijk het huis verlaten en wisten niet meer, waar brood, waar huisvesting te vinden. Gelukkig voor hen kwam in een huis der wijk Chaussée d' Antin, eene portiersplaats open, welke een braaf man , een hunner kennissen, met eene betere verwisseld had. Deze deelde het echtpaar Griselain de reden mede , waarom hij eene minder ver-

ocr page 97

moeiende en meer winstgevende gezocht had , niettemin was deze plaats eene uitkomst voor menschen, die geheel van middelen om te bestaan beroofd waren. Zij moesten God nog danken te midden hunner droefheid. De eigenaar van hun vorig huis had zich in betaling der achterstallige huur wel tevreden willen stellen met schuldbrieven na langen 'cijd invorderbaar, en eenige meubelen, in de bank van leening geplaatst, hadden de verhuiskosten gedekt. Alles was nu in orde geweest, indien de echtelieden in hunne hoedanigheid van portiers niet aan zekere verplichtingen hadden moeten voldoen. Er moest noodzakelijk geld in voorraad zijn voor de boodschappen der bewoners, voor briefport en vracht, voor kleine rekeningen die op vertoon voldaan moesten worden; men moest voortdurend geld voorschieten en de nieuwe portiers konden nauwelijks hun maandelijksch loon afwachten, veel minder voorschotten doen. Hierop hadden zij niet gerekend. Zij konden dit niet openbaren , wilden zij geen gevaar loopen , hunne plaats te verliezen , en brachten tot hunne laatste stukken linnengoed naar de bank van leening. Zij zaten bitter in nood, daar zij behalve het aangenomen kind, een jong kindje te onderhouden hadden. Om kosteloos te leven vroegen zij aan de dienstboden van het huis afval en korsten brood voor hunne konijnen , waarvan zij het beste voor zich zeiven hielden. De arme vrouw kende deze wijze van voeden, waarvan zij in hare jeugd maanden lang gebruik gemaakt had. O]) zekeren dag, dat zij in grooten nood zat en er niets meer in huis was, vond zij op den drempel eene doode kip. Zij aarzelde alvorens ze op te nemen, vreezende, dat de eigenaar haar zou opvorderen of dat zij bedorven was. Doch de nood sprak luider dan

ocr page 98

de kieschlieid eu de afkeer. Toen na eenige uren niemand er naar was komen vragen en het beest niet ziek scheen geweest te zijn , stak men het in den pot; liet was zeer goed. De goddelijke Voorzienigheid had voor hen gezorgd; doch het werd tijd , dat God eene bestendige hulp zond.

In het huis woonde eene zekere Juff. Xathalic de Lajolais , nicht van een generaal van denzelfden naam , eene dame even goed en eenvoudig als deftig. Met de scherpzinnigheid van een weldadig hart bemerkte zij weldra den nood der portiers en wilde daarvan de oorzaak kennen ten einde hun ter hulp te kunnen komen. Eene kleine som, door hare tusschenkonst van het koninklijk huis verkregen, hielp hen uit den nood. Hiermede konden zij de noodige verschotten doen en de betaling daarvan afwachten. Intusschen ging deze goede dame voort voor hen te zorgen en hen op allerlei wijzen wel te doen.

Ongelukkig was deze betere toestand niet van langen duur. Het volgend jaar moesten zij door de geboorte van een tweede kind weder voor het behoud hunner plaats vreezen. De eigenares van het huis , had hen , toen zij zich met een kind van eenige maanden oud aanboden, doen verstaan, dat zij , als er meer kwamen , niet zouden kunnen blijven. at zou er dan A an hen worden ? Intusschen moesten zij alles voorbereiden voor de geboorte van het verwachte kind. Zoodra Mej. Lajolais met den toestand der waardige vrouw bekend was, deed zij haar op kiesche wijze genieten van de verschillende liefdewerken ten voordeele der behoeftige kraamvrouwen en wist haar daarbij nog eene kleine toelage te bezorgen. In hot geheim als het ware bracht

ocr page 99

de arme moeder een dochtertje ter wereld. Kon zij onder bovengenoemde bedreiging van hare plaats te verliezen wel de zoetheid van het moederschap smaken ? Hare grootste zorg was het kleine wezen aan aller oog te onttrekken. Dit gelukte haar tamelijk wel, doch slechts door A^ele listen, die zeer nadeelig waren voor de gezondheid van het kind. Om het niet alleen te laten in de slaapkamer, welke ver van de portierswoning aflag moest zij liet daar gedurende de eerste maanden in de lade eener ladetafel nedcrleggen, die zij half open liet om de noodige lucht in te laten ; later verborg zij het gemakkelijker onder de werktafel van haren man.

Welk eene smart voor de goede moeder tot zulke barbaarsche voorzorgen verplicht te zijn. Hoe gelukkig zou zij zich geacht hebben , het dierbaar kind vrijelijk op te voeden en naast haar broertje te zien opgroeien. Al de vreugde, die zij van hem genoot, werd door de gedachte aan zijn zusje verbitterd. Helaas! nog grooter lijden was haar voorbehouden. Had zij geleden als dochter, als echtgenoote, ook als moeder moest haar hart verscheurd worden. Haar leven , hare genegenheid behoorde geheel aan die dierbare wezens , welke zij niet evenveel dankbaarheid en liefde van God ontvangen had, als zij zelve hij hare geboorte ontevredenheid had veroorzaakt. Doch zij was niet bestemd voor het geluk. De kinderen , die te midden de:- beproevingen van het huwelijk haren troost moesten uitmaken, werden haar weldra ontrukt. Giod, die do deugd zijner getrouwe dienstmaagd op eene harde proef wilde stellen, had haar huwelijk in het eerst des te meer gezegend, opdat zij het verlies van haar eerstgeboorne te smartelijker zou gevoelen. Deze zoon was haar te dierbaarder, omdat

ocr page 100

—!)4—

zij met aandrang God gesmeekt had hem levend ter wereld te laten komen; vóór hem was er een dood ge-horen. Om dit ongeluk een tweeden keer te ontgaan, had zij dagelijks den Heer, en riep de voorspraak van den H. Johannes den Dooper te dien einde in. God verhoorde haar gebed en den 17 Juli 1839 op het feest van den H. Alexis, bracht zij een zoon ter wereld, wien zij den naam gaf van den lieilige, op wiens feest hij geboren was.

Haar kleine Alexis was een allerliefst kind. Hij behoorde tot die engelachtige wezens, welke zoo vroegtijdig tot liet goede geneigd zijn, zoo doordrongen van den god-delijken invloed, dat zij slechts aan de aarde geschonken schijnen om den menschcn een tastbaar beeld van de hemelsche voorbeschikking te geven. Als eene teedere en liefdevolle moeder zag zij zich innig door dit dierbaar kind bemind. Onder andere kinderlijke trekken zijner eerste jaren verhaalt zij : „Als ik voor hem werkte, zeidc hij ; „Moeder ge werkt voor uw lieveling, ik moet u omhelsen;quot; daarop klom hij op de sporten van mijn stoel en als hij weder eraf geklommen was zeide hij : „ik heb u niet hartelijk genoeg omhelsd , ik moet het beter doen.quot; En hij begon opnieuw. ..En toen ik hem eens toevoegde, om te zien wat hij zou antwoorden : „Gij hebt mij niet lief, daar gij mij den eersten keer nooit hartelijk omarmt,quot; antwoordde hij mij met zijne kinderlijke eenvoudigheid : „Begrijpt gij dan niet, dat ik dit maar doe om u tweemaal te kussen!quot;

Hij had eene buitengewone liefde voor de armen. Daar hij nog niet goed loopen kon , droeg zijne moeder bem als zij haastig eenige boodschappen te doen had. Eens had hij een koek in de hand , toen zij eene bede-

ocr page 101

lares togen kwamen , wie Magclalena een stuiver gafquot; zonder opgemerkt te hebben, dat deze ook een kind bij zich had. Dadelijk vraagt de kleine Alexis haar hem neder te zetten , zeggende : „Mama daar , daar!quot; Zij ging door, waarop de kleine hegon te schreien , zonder dat zij wist waarom. AVijl zij de reden wilde weten , ging zij terug en begreep alles ; hij wilde zijn koek aan liet kind der arme vrouw geven.

Alexis beloofde even godvruchtig als goedhartig te worden. „Op driejarigen leeftijd luisterde hij reeds zoo aandachtig naar de predicatie als menig volwassene en in den loop der week vroeg hij dikwijls , of ik dit of dat nog wist. Na zijn gebed voegde hij uit zich zeiven er bij : „Mijn God maak, bid ik U, mijn zusje gezond ; laat haar niet sterven. want wij hebben haar zoo lief.quot; Hij had eerbied voor liet kruis en zeide met al de kracht van zijn kinderhart: „Dit is liet kruis van O. L. lieer.quot; Als Ztstkr Kosa in hare oude dagen deze trekken mededeelde , kon zij hare tranen niet weerhouden.

En dit lieve kind moest haar zoo vroeg ontvallen. „Op Palm-Zondag, verhaalt de arme moeder, nam ik hem mede naar do kerk, zonder dat ik wist dat hij ongesteld was. Wellicht maakte hij het niet bekend uit vrees dat ik hem niet mede zou nemen. Onder de H. Mis was hij zoo aandachtig, dat ik meende, dat onze Lieve Heer hem misschien tot de priesterlijke waardigheid bestemde, en mijne gedachten dwaalden rond in den doolhof van den hoogmoed. Reeds zag ik hem de hoogste kerkelijke waardigheden bekleeden. Deze mijmering duurde de goheele mis lang. Toen zij geoindigd was, zeide mijn kind: „Laat ons naar huis gaan.quot; Dit verwonderde mij zeer, want het was de eerste maal , dat hij van naar huis

ocr page 102

—96—

gaan sprak. Zoodra wij thuis waren, zeide hij : „Moeder ik ben zoo ziek, mag ik naar bed ?quot; En toen hij in zijn bedje lag, voegde hij erbij: „Als ik sterf, ga ik naaiden hemel niet waar ? O. L. Heer is zoo goed , Hij zal mij vergeven, want ik heb Hem zoo lief!quot; Deze woorden gaven mij een voorgevoel van liet ongeluk, dat mij bedreigde. Ik liet den dokter halen, doch daar hij ver af woonde , kwam hij eerst tegen drie uren ; ik vroeg zijn gevoelen. Hij antwoordde: „ik zal het u dezen avond zeggen.quot; Te tien uren kwam hij terug en zeide: „Als er van nacht niets bij komt, zal hij er door komen.quot; Den volgenden dag had do typhus zich geopenbaard. Ondanks de hoop van den dokter, was het kind doodelijk aangetast. Iemand uit het huis bood de bedroefde moeder aan om met een kleedingstuk van het kind eene slaapwandelaarster te gaan raadplegen , die volgens geruchten reeds zoo vele zieken gered had.

De godvruchtige vrouw had van dergelijke consultatiën hooren spreken als van bijgeloovigheden, strijdende tegen den geest der kerk. Zij weigerde beleefd zeggende: „Ik dank u , ik kan dit niet aannemen , uw voorstel strijdt tegen eene belofte, welke ik aan God gedaan heb.quot; En daar de vraagster aanhield en haar zeide , dat liet haar eens berouwen zou, antwoordde zij : „Men heeft nooit spijt aan God getrouw gebleven te zijn. Wellicht Avil Hij mij slechts gelijk Abraham beproeven. Hij is meester van al wat ik heb en ben; Zijn wil geschiede !quot;' De arme moeder was bereid tot het offer, dat God ging vragen. Zij droeg hare smart met gelatenheid. Men meent eene bladzijde te lezen uit de handelingen der martelaren in het verhaal zoo verheven in zijn eenvoud: „Op den oden Paaschdag viel dit jaar het feest van

ocr page 103

M aria boodschap ; toen vlood mijn dierbaren engel bij liet luiden van den Angelus ten hemel om daar eeuwig God , dien hij reeds op aarde zoo kinderlijk lief had. te beminnen en Maria, vol van genade te gaan begroeten. Hij was vijf jaar en acht maanden oud. Den volgenden dag werd voor 1c begraven is gezorgd, lüj het naderen van dit noodlottig uur, ried men mij in mijne kamer te gaan, doch ik bleef liever bij mijnen schat, en wilde niets van mijn offer verliezen om beter te beseffen wat de H. ilaagd aan den voet van het kruis moet geleden hebben. Ik gevoelde, dat deze gedachte mijne liefde voor Jezus en Maria vermeerderde ; doch ik wist nog niet wat vreeselijks mijn moederhart nog ondervinden zou.

Het kistje, dat men thuis bracht, was een weinig te klein ; toen men het lijkje er in wilde leggen, bleef het hoofdje o]) den rand. Een der dragers beproefde te vergeefs het er in te leggen . waarop de hardvochtige man een zwaren slag op het hoofdje gaf, die zeker daarin iets verbrijzeld heeft, wijl de hersenen uit den neus schenen te spatten. Mijn God, hoe pijnlijk trof mij die slag. Ik wist wel , dat mijn kind daardoor niet leed , doch in mijn hart, waar hij voortleefde, gevoelde ik hem als niet mij gewond. Ja, zoo iets onuitsprekelijks moet de Moeder Gods gevoeld hebben, toen de lans het Hart baars Zoons opende.... Het is te Parijs het gebruik do dooden een uur lang op den drempel der voordeur te plaatsen, opdat de voorbijgangers hen met wijwater zouden kunnen besproeien , en voor hen bidden. Toen hij daar stond, legde ik het kruis en een kroontje er op en bleef bij den schat, die men mij weldra ging ontrukken. Toen men hem wegdroeg en mijne blikken hem niet langer konden volgen, keerde ik naar mijn dochtertje weder.quot;

ocr page 104

— 98—

Helaas niemve droefheid waclitte haar. Het arme hind, dat voor wieg eene Iade, voor speelplaats het onderstel cener quot;vvei'htafel gehad had, kon niet lang aan zulk eene levenswijze weerstaan. Gevoed niet slechte melk, heroofd van lucht en beweging, kreeg zij stuipen en volgde weldra haar hroertje. Do arme moeder verloor hare heide kinderen binnen elf dagen. Het was voor haar nog een grooter verdriet te scheiden van dit schepseltje dat zij eerst op den dag van haren dood kon ver-toonen. Het arme schaap had slechts lang genoeg ge-leeiVl om hare moeder met al de kracht der liefde aan zich te hechten en haar gelegenheid te geven (lod een tweede en nog pijnlijker offer te brengen. Deze dubbel smartelijke dood was het gevolg der ellende , waartoe haar man haar gebracht had. Green sterretje van hoop lichtte in haar donkeren nacht.

En toch was de kelk nog niet tot den bodem geledigd. Va\\ moest nog meer lijden. Het offer barer kinderen was volbracht. Zij had dien zwaren slag met groote zielskracht en gelatenheid gedragen. In de smartelijkste verliezen vindt den christen den verbeven troost van den godsdienst. Hij weet , dat de dood , die hem hiei Aan zijne dierbaren berooft. liet middel is hem die in een ander leven terug te geven. ^loge die wezens, hem zoo dierbaar , van de aarde verdwijnen, hij ziet ze herleven in hot eeuwig vaderland. Niets eindigt voor hem met den dood. In zijne oogen is hij het begin van een beter leven, en het graf de wieg des hemels.

De godsdienstige moeder vond in haar bewonderenswaardig geloof alle beweegredenen tot troost. Zij bezat tegen de smart een krachtig geneesmiddel, dat zij zeiven ons leert kennen. „In groote beproevingen is het beste

ocr page 105

—99—

middel om zich daar door niet tc laten nederslaan, de gedachte, dat men ze ontvangt uit de hand van God, die de toekomst kent en die gebeurtenissen tot ons welzijn keert, Avelke ons allernoodlottigst toeschijnen. ïfog een ander middel is medelijden te hebben met het leed van anderen, omdat wij , terwijl wij ons best doen hen te troosten, ons eigen lijden vergeten.quot; Dit is het loon dat Grod aan de liefdadigheid geeft.

Zoo vond de waardige vrouw in overvloed opbeuring in hare liefde tot den naaste. Zij berustte in baallot en offerde zich voor anderen op. Doch dit benam haar het gevoel van het lijden niet. Het offer haver kinderen was voltrokken , doch het verdriet, dat haar onsre-

o

lukkige man haar veroorzaakte, nam steeds toe. Na reeds zooveel door zijr lastig humeur geleden te hebben, bracht hij haar in de grootste angsten, wijl hij meer en meer het geloof verloor en zijne vrouw erg mishandelde.

lldo UooiVii-i tills:.

Door beproeving geheiligd.

Xa den dood der beide kinderen leefden de echtge-nooten eenigen tijd in minder pijnlijke omstandigheden. Daar zij in het huis, dat hun zoovele treurige voorvallen herinnerde , niet meer blijven konden , zochten zij eene andere portiersplaats en vonden die op Ile-Saint-Louis. Het was in April 1845. Het eerste jaar , dat zij hier doorbrachten , verliep tamelijk rustig en men

ocr page 106

—-100—

vleide zich , dat de treurige indrukken , welke zij ontvangen hadden, den kranken geest des mans zouden genezen hebben. Hij had zijn oud beroep van kleermaker weder ter hand genomen, terwijl zijne vrouw, bij het vervullen van hare nederige bediening tevens naaiwerk verrichtte. Doch het was slechts eene korte kalmte in den storm. De arme man verviel weldra tot nog erger dan zijn vorigen toestand. Hij werd somber , jaloersch en wilde zich met niets meer bezighouden. Zijn ziekelijke geest vatte afgekeerdheid op tegen alle vrouwen. Hij sprak er slechts met verachting en kwaadaardigheid van en vergeleek ze allen met de vrouwen van verdachte zeden, die de schande barer kunne uitmaken. Zijne deugdzame vrouw kreeg ook haar deel van zijn argwaan en zijne verachting. Hij beoordeelde haar gelijk de andere en verborg zijne meening niet. Hij veroorloofde zich de verachtelijkste toespelingen , en ging zelfs zoo ver, dat hij haar beschuldigde bij personen , die hare deugd het best kenden. Dit somber en onrustig humeur maakte hem gevaarlijk voor zijne brave gezellin. Dikwijls sprak hij haar van middelen , die mannen gebruiken kunnen , om zich van hunne vrouwen te ontdoen , zonder dat deze liet gewaar worden. Zoodra hij eenig groot stuk goed uitgespreid op tafel zag liggen , verbeeldde hij zich , dat het een doodskleed was en begon aan het adres zijner vrouw akelige lijkliederen le zingen. Dit alles joeg de arme vrouw schrik aan en verplichtte haar zich voor de woede van den ongelukkige in acht te nomen en alles, wat een wapen in zijne handen kon worden , te verbergen. Eens bemerkte hij dit en zeide : ..AVees maar niet bang, ik zal u niet vermoorden, want ik weet wat mij dan wachten zou en hieraan

ocr page 107

wil ik mij niet blootstellen. Maar ik zal u langzaam doen sterven, door middelen waarvan gij niets merken zult en waaraan ge niet lang zult weerstaan.quot; Zij vreesde, dat hij deze afsclmwelijke bedreiging ten uitvoer zou brengen. Hoe kon zij met dien man blijven wonen ? Het arme slachtoffer was liever naar eene gevangenis gegaan. Zij ging zelfs zoo ver, dat zij zonder eenig vergrijp te plegen, middelen zocht om zich te doen gevangen nemen , doch zij wist niet tot wien zij zich moest wenden om deze zonderlinge gunst te bekomen, en tie vrees verraden te zullen worden deed haar aan dit vreemde plan vaarwel zeggen. Volgens den raad van een advokaat besloot zij liever gerechtelijk eene scheiding te vragen. „Hit was eene harde noodzakelijkheid,quot; schrijft de heilige vrouw, wier leven slechts één lang offer was, „en ik moest veel lijden en veel vreezen en beven, alvorens ik zoo ver kwam.quot; Eigenlijk hoopte zij , dat door hare aanvrage de treurige staat van haar man zou bekend worden en men het noodzakelijk oor-deelen zou, hem in een krankzinnigen gesticht te plaatsen. Hoch de eenvoudige vrouw wist niet, hoe langzaam de justitie en, vooral de gratis justitie handelt. Het middel, waarop zij rekende bood zeer zwakke hulp. Zij ontving liet eerste advies over hare zaak twaalf jaren later, twee jaar na het overlijden van haren man. Het samenwonen met een zinnelooze , de voortdurende vrees voor hem, verwarden ten laatste liet verstand zijner rampzalige vrouw. Vreemde gedachten van zelfmoord maakten zicli van haar meester.

Het was niet de wanhoop der goddeloozen, die in den dood een middel zoeken om te ontsnappen aan een voor hen, ondragelijk leven; liet was een toestand van bewus-

ocr page 108

—102—

telooslicid , die haar heen dreef naar alle gelegenheden om zich den dood te berokkenen. Toen zij later dezen toestand beschreef, zeide Züsteb Hosa: „Ik had altijd dezelfde gevoelens van gelooi', doch voelde mij door cene soort van ouweerstaanhare kracht gedreven, even alsof ik stond op den rand van een afgrond, waarin men mij wilde neerstorten. Deze inbeelding was des te gevaarlijker, omdat ik verscheidene trappen moest beklimmen, dikwijls water moest scheppen uit een put en altijd bt uggen over moest, als ik uitging. Doch telkens verhief ik mijn geest tot onze heilige Hoeder en onmiddellijk herinnerde zij mij, dat bet schapulier, hetwelk ik te haier eer droeg een zeker onderpand van hare bescheiming was, en dat daaraan bet voorrecht verbonden was bewaard te blijven voor een ongeluhkigen dood, indien quot;\\ ij liet met liefde en vertrouwen dragen. Telkens werd ik aldus van die vreesclijke bekoringen verlost; welke twee jaren geduurd hebben ; doch ik had er slechts op den dag last van ; des nachts zwegen zij wegens den vree-selijken angst, dien ik voor mijn man gevoelde.

Hetzij dit geestesverwarring of bekoring geweest zij, de arme vrouw'leed buitengemeen onder dcze.j kwelling, zij huiverde bij de gedachte van te kunnen toegeven aan het afschuwelijk denkbeeld, dat haar pijnigde.

God gunde haar echter wederom eene korte rust. Te midden van dien benarden toestand bracht zij Aen 1 Juni IS-Ui een derde kind ter wereld, een zoon, die Paul genoemd werd. De geboorte van dit kind, door de A oor-zienigheid haar gezonden, als een troost voor den dood der anderen, schonk wederom eenige rust aan liet huishouden. M. Griselain begon zijn werk weer en naarmate de zorg voor zijne zaken hem meer bezig hield, scheen

ocr page 109

zijn geest te bedaren. Er kwam een tijd van vrede voor de arme vrouw. In ]!~4S stelde de dood van een oom lien in het bezit van eenige duizenden francs. Dit was een aardig vermogen voor liet behoeftige eclitpaar en bradit er zeker veel toe bij om de betere verstandhouding tusschen hen te doen voortduren. Nog twee andere kinderen kwamen het gezin vermeerderen, doeh zij leefden slechts korten tijd.

Yerseheidene jaren verliepen, waaruit wij slechts weten, dat zij, wier leven eene aaneenschakeling van kwellingen geweest was, langs den weg des lijdens tot een lioogen graad van godsvrucht steeg. Doch deze deugd moest nog aangroeien door een nieuwen geest van opoffering. door het liefdevol omhelzen van versterving en boetvaardigheid, liet waren de laatste beproevingen, van haar huwelijksleven, die de nederige vrouw voor goed op den weg der volmaaktheid plaatsten.

Langzamerhand hernam haar man zijn somber en jaloersch humeur. Onder den invloed der lasteringen van eene slechte vrouw, die hem alom vervolgde, begon hij andermaal zijne echtgenoote te verdenken. Zijn karakter werd steeds bitterder , van argwaan kwam hij tot haat en leed soms aan vlagen van woedenden waanzin. Alles vertoornde hem. De oude vrienden durfden ^Fme Griselain niet meer bezoeken , noch zelfs haar schrijven uit vrees haar in moeielijkheclen te brengen. Het samenwonen werd eene onmogelijkheid- en een gevaar.

AVat te doen tegen een krankzinnigen! De toestand werd zoo onhoudbaar, dat zij haarman moest ontvluchten.

Xa hem een deel harer kleine erfenis te hebben achtergelaten, zocht zij met de twee haar overgebleven kinderen eene schuilplaatst in de parochie Bonne-Xouvelle,

ocr page 110

—104—

alwaar zij weder hare naald opnam. Dit gebeurde in den loop van 180;-). Bij het verlaten van het huis, waar zij acht jaar lang portierster geweest was. nam zij de achting mede van al de personen, die haar daar gekend hadden. To midden der moeielijkheden van haar huwelijk had zij de genegenheid weten te winnen van al de bewoners des huizes en h j haar vertrek gaven zij haar een getuigschrift; „dat men haar steeds gekend had als eene uitmuntende moeder en onberispelijke echtgonoote, zeer trouw in het vervullen van al hare plichten, dat men nooit iets gehoord had, dat tot haar nadeel strekte, of in staat was de goede meening, die men te haren opzichte koesterde, te verminderen en dat zij bijgevolg de achting en bescherming aller welgezinden verdiende.quot; Met zulle een getuigschrift kon zij eervol een huis verlaten , waar zij niet veilig meer was, en wel zonder kwaadwillige tongen vat op haar te geven.

Tegen het einde des jaars zette men haar aan, (dit getuigde meer van belangstelling in haar dan van voorzichtigheid ,j met de geringe som, die haar overbleef eene kleine kruidenierszaak te Mont-Martre te beginnen. Deze winkel Avas gelegen in de Rue du Poteau Xo. 7 in eene destijds zeer stille wijk, geheel door akkers omringd en bewoond door werklieden en kleine burgers.

Mme Grriselain was in handen gevallen van een oneerlijk verkooper, die, nadat hij aan haar do zaak had overgedaan, zich op eenige schreden afstands ging vestigen. liet ergste was, dat zij geene kennis van het vak had. De onderneming was dus zeer gewaagd. Hoe was de waardige vrouw er toe gekomen ? W aarschijn-lijk weder door hare gewoonte van zich in alles aan den wil van God te onderwerpen, zoodra zij dien meende

ocr page 111

te bespeuren. ])e raad van vertrouwde personen en de oinstandigliedeu schenen haar voldoende redenen om ertoe te besluiten. Zij had zich niet vergist: wat menschelij-ker wijze beschouwd noodlottig was , moest een zalig gevolg voor hare ziel hebben.

Te Mont-Martre ontmoette deze uitstekende christin een jong kapelaan , Mr. Alexandre Truchon . die de zielbe-stierder werd, welken zij zoo zeer behoefde.

Gevormd in de godvruchtige school van Haint-Sulpice en reeds eenige jaren als priester werkzaam . begreep deze ijverige geestelijke met welk eene ziel hij te doen had en wist haar voorzichtig te geleiden op de buitengewone wegen, welke zij ging betreden.

Het was onder zijne leiding dat zij de versterving begon te beoefenen. He dood van een vierde kind, wekte in haar den heiligen geest der boetvaardigheid nog meer op. Klein in getal zijn de zielen, die, volmaakt aan zich zelven ontecht, Jezus in Zijn lijden willen volgen en den last van Zijn kruis dragen. Allen willen met Hem den hemel bezitten , doch weinigen iets voor Hem lijden. De nederige christin, van wie hier sprake is , wenschte Jezus om Jezus te beminnen ; voor Hem wilde zij lijden na Hem gezegend te hebben in al de kwellingen, die haar overkomen waren.

Als eerste versterving legde zij zich op, slechts water bij hare maaltijden te drinken. Vroeger was koffie voor haar, als voor zoovele vrouwen , de geliefkoosde drank bij het ontbijt , doch sedert lang had zij die door eene soort van soep vervangen. Zij zeide, dat zij zich wilde versterven om de neiging tot zinnelijkheid te bestrijden, waarvan zij zich met al de nederigheid der heiligen beschuldigde.

ocr page 112

— lOo—

Om dezelfde reden zong zij, die tal van aardige liedjes kende en vroolijk van aard was , niet anders meer dan godvruchtige gezangen. Waren deze eerste verstervingen oogenscliijnlijk Islein , zij waren niettemin groot in de oogen van God, die de edelmoedige meening naar waarde schatte. Daarenboven gingen deze kleine ontberingen van een aantal andere vergezeld, naarmate de gelegenheid zich voordeed. De nederige boetelinge volgde bij hare dagelijksehe opofferingen de inspraak der genade. Een der grootste geestelijke voorrechten , welke zij van God meende ontvangen te hebben , bestond hierin , dat zij bij gelegenheid van een negendaagschsn pelgrimstocht het graf van den Calvarieberg van Mont-Martre had mogen bewaken.- Van. acht uur 's morgens tot acht uur 's avonds bleef zij negen dagen lang in gebed en overweging bij het heiligdom, dat men op den berg der martelaars vereert. Zij bad met de pelgrims, die de novene hielden , zij bad voor hen en zorgde voor het ontsteken der kaarsen, liet was als eeno retraite voor haar. In de holte van die rots, geheel overgegeven aan de overdenking van het lijden , beschouwde zij met tee-dere godsvrucht de wonden des Zaligmakers. Zij overdacht do oneindige goedheid van den Zoon Gods voor de raenschen , en hare ziel opende zich meer en meer voor de liefde tot den goddelijken Zaligmaker ; brandend werd haai' verlangen om voor Hem te lijden, en in hare ziel het rijk van den lijdenden Godmensch te vestigen. Zoodanig was de intrede in deze nieuwe loopbaan van versterving. Haar leven, in voortdurend lijden doorgebracht, had haar hiertoe voorbereid. Thans alleen zijnde en het oog van haar waanzinnigen man niet meer duchtende, gaf zij zich vrij aan hare boctplegingen over.

ocr page 113

—107—

Intuschen liield do zorg voor liet winkeltje haar ook aan liet stoffelijke gekluisterd. Zij was eenc winkelierster, zooals men er weinig vindt, en wier eerlijkheid tot het uiterste gedreven , sterk afstak hij de middelen, waarvan men zich zoo vaak bedient om spoedig rijk te worden. Wie weet niet, dat de kleinhandel . vooral in kruidenierswaren bestaat uit eene menigte bedriegerijen, waarbij het eigenbelang de stem van het geweten smoort! Hoeveel bedrog in gewicht en kwaliteit! Hoeveel kunstgrepen om den kooper te bedriegen ! In tegenstelling met andere verkoopers gaf Mme Griselain altijd te veel uit vrees van te weinig te geven ; zij verloor in plaats van te winnen. In hare goedhartigheid , vooral ten opzichte der armen en behoeftigen , zoo talrijk in hare wijk, gaf zij iedereen crediet voor zoolang hij wilde. Grewoonlijk was zij de dupe barer goedheid, vele klanten haalden steeds en vergaten te betalen. Haar handel werd een uitreiken van aalmoezen. Ook kwam het vervullen der godsdienstplichten haar duur te staan. De eerste Mis was te zeven uren en de kerk op den top van den heuvel lag tamelijk ver van hare woning , zoodat zij voor eene gelezen Mis twee uren moest rekenen. Cledureude dien tijd was de winkel of gesloten of toevertrouwd aan een kind van acht a negen jaar , dat de klanten bediende tot zijne moeder thuis kwam en dan zelf naar de kerk ging. In de afwezigheid der moeder kwamen er klanten genoeg, die het kind bedrogen en zonder betalen medenamen wat zij verlangden. Op deze wijze kon de zaak niet bloeien. Door het crediet geven werd de al te goede winkelierster verplicht zelv'e schuld te maken; weldra vermeerderde deze en wist zij niet meer, hoe aan hare verplichtingen te voldoen

ocr page 114

— lOo—

Om dezelfde reden zong zij, die tal van aardige liedjes kende en vroolijk van aard was , niet anders meer dan godvruchtige gezangen. Waren deze eerste verstervingen oogenschijnlijk klein , zij waren niettemin groot in de oogen van God, die de edelmoedige meening naar waarde schatte. Daarenboven gingen deze kleine ontberingen van een aantal andere vergezeld, naarmate de gelegenheid zich voordeed. De nederige boetelinge volgde bij hare dagelijksche opofferingen de inspraak der genade. Een der grooMe geestelijke voorrechten , welke zij van God meende ontvangen te hebben , bestond hierin , dat zij bij gelegenheid van een negendaagschsn pelgrimstocht bet graf van den Calvarieberg van Mont-ilartre had mogen bewaken.- Van- acht uur 's morgens tot acht uur 's avonds bleef zij negen dagen lang in gebed en overweging bij het heiligdom, dat men op den berg der martelaars vereert. Zij bad met de pelgrims, die de novene hielden . zij bad voor hen en zorgde voor het ontsteken der kaarsen. Het was als eene retraite voor haar. In do holte van die rots, geheel overgegeven aan de overdenking van hot lijden , beschouwde zij met tee-dere godsvrucht de wonden des Zaligmakers. Zij overdacht de oneindige goedheid van den Zoon Gods voor do menschen , en hare ziel opende zich meer en meer voor de liefde tot den goddelijken Zaligmaker ; brandend werd haar veria igen om voor Hem te lijden, en in hare ziel het rijk van den lijdenden Godmensch te vestigen. Zoodanig was de intrede in deze nieuwe loopbaan van versterving. Haar leven, in voortdurend lijden doorgebracht, had haar hiertoe voorbereid. Thans alleen zijnde en het oog van haar waanzinnigen man niet meer duchtende, gaf zij zich vrij aan hare boetplegingen over.

ocr page 115

Litusclien hield de zorg voor liet winkeltje haar ook aan het stoffelijke gekluisterd. Zij was eene winkelierster, zooals men er weinig vindt, en wier eerlijkheid tot het uiterste gedreven , sterk afstak hij de middelen , waarvan men zich zoo vaak hedient om spoedig rijk te worden. Wie weet niet, dat de kleinhandel , vooral in kruidenierswaren hestaat uit eene menigte hedriegerijen, waarhij het eigenbelang de stem van het geweten smoort! Hoeveel hedrog in gewicht en kwaliteit! Hoeveel kunstgrepen om den kooper te hedriegen ! In tegenstelling met andere verkoopers gaf' Mme Griselain altijd te veel uit vrees van te weinig te geven ; zij verloor in plaats van te wirnen. In hare goedhartigheid , vooral ten opzichte der armen en hehoeftigen , zoo talrijk in hare wijk, gaf zij iedereen crediet voor zoolang hij wilde. Gewoonlijk was zij de dupe liarcr goedheid , vele klanten haalden steeds en vergaten te betalen. ILaar handel werd een uitreiken van aalmoezen. Ook kwam het vervullen der godsdienstplichten haar duur te staan. De eerste Mis was te zeven uren en de kerk op den top van den heuvel lag tamelijk ver van hare woning , zoodat zij voor eene gelezen Mis twee uren moest rekenen. Gedurende dien tijd was de winkel of gesloten of toevertrouwd aan een kind van acht a negen jaar , dat de klanten bediende tot zijne moeder thuis kwam en dan zcli' naar de kerk ging. In de afwezigheid dei-moeder kwamen er klanten genoeg, die het kind bedrogen en zonder betalen medenamen wat zij verlangden. Op deze wijze kon de zaak niet bloeien. Door het crediet geven werd de al te goede winkelierster verplicht zelve schuld te maken; weldra vermeerderde deze en wist zij niet meer, hoe aan hare verplichtingen te voldoen

ocr page 116

—1 OS-

en in haar onderhoud te voorzien. Binnenkort had de arme weder aan alles gebrek. Voor haar was dit niets geweest, doch zij moest voor haar kind zorgen. In dezen uitersten nood , keerde zij zich tot haren man. Bij de scheiding had zij hem een kapitaaltje overgelaten , dat hem in staat stelde in zijne heldere oogenhlikken liet beroep van kleermaker te blijven uitoefenen. Daar hij een knap werkman en arbeidzaam was, had hij in eene afgelegen wijk zich eenige klanten weten te verschaffen en zijne zaken gingen tamelijk voordeelig.

In haren nood stelde de arme moeder hem voor hun kind bij zich te nemen. Dit was voor haar het grootste aller offers, doch zij bracht het, gedeeltelijk opdat haar kind geen gebrek zou lijden, gedeeltelijk in de hoop haar man tot betere gevoelens te brengen. Zij schreef hem dan tegen liet laatst van 1855, dat zij geneigd was hem Paul af te staan, op voorwaarde dat hij hem christelijk zou opvoeden en hem naar de school zou zenden , en vroeg voor zich zelve slechts de gunst hem van tijd tot tijd te mogen bezoeken. Jlij stemde daarin toe. De ongelukkige man was niet slecht van aard, verre van daar. Zonder die ongelukkige geestverbijstering, welke zijne goede hoedanigheden bedierf, zou hij een goed echtgenoot geweest zijn, gelijk hij zich nu een goed vader toonde. Gedurende de weinige maanden, dat het kind bij hem bleef, bewees hij het groote liefde en zorg. Hij gevoelde zich ongelukkig, hij leed door de scheiding van zijne vrouw en door de eenzaamheid. Deze echter had hem in zich zelve doen keercn ; het bijzijn van zijn kind deed het overige. Hij bad zijne vrouw om vergeving en stelde haar voor weder samen te leven.

Dit was eene groote vreugde voor de goede vrouw.

ocr page 117

—109—

Zij had liieriii minder haar eigen voordeel op liet oog , daar het alleen zijn haar niet zoo zwaar viel , dan het welzijn van haren man. Ver van haar , was hij tevens ver van God. Zij hoopte hem tot het beoefenen van zijne godsdienstplichten , alsook tot het hezit der rede terug te brengen.

Ter gelegenheid van deze gelukkige gebeurtenis, schreef zij aan haar nieuwen zielsbesticrder X. Duliamel, terwijl zij hem over de bijzondere genade, haar door God geschonken, sprak ; „Die gunst, welke mij in dit oogen-blik met vreugde vervult, is de terugkeer van mijn man, die ik niet ophield af te sraeeken. Ik hoop, dat uw raad hem in het goede zal bevestigen en dat, indien hij behoort tot de werklieden , die ter elfder uur geroepen werden, hij het loon der trouwe arbeiders zal ontvangen. Moge hij . om dit te verdienen , God met ijver en volharding dienen , opdat wij na hier op aarde ongelukkig gescheiden geweest te zijn , in de andere wereld steeds vereenigd leven.quot;

Alles ging wel den eersten tijd na de hereeniging. Met het geld van 31. Griselain werd de schuld betaald. Daar hij in zijne goede oogenblikken , meer kennis van zaken had dan zijne vrouw, bracht hij den winkel weldra o]) een beteren voet. Hij belastte zich met inkoop en betaling. Zijne vrouw hield zich alleen bezig met den verkoop. Door hare lieftalligheid en hare minzaamheid trok zij de klanten , doch weldra werd de man weder jaloersch en gaf dit opnieuw eeuc reden tot twist. Hij herviel in zijne vlagen van woede en de toestand der arme vrouw werd erger dan ooit. Dit belette haar intusschen niet groote vorderingen te maken op den weg der heiligheid. Hóe meer kommer zij had , hoe meer

ocr page 118

—110—

ya] hare boetplegirsgen verduLbclde. Xiet tevreden slechts water te drinken , begon zij dagelijks te vasten. Zij Avist steeds gelegenheden te vinden te lijden uit liefde tot Jezus en zondaars te hekeeren. Te midden van haren Imiselijken kommer vond zij eene hoetpleging uit, die nog harder moest vallen dan een aanhoudend vasten. Om te hoeten voor de verplichting Zondags te verkoopen, hetgeen hare zaak en haar man eischte, sliep zij één nacht op den grond; weldra deed zij dit twee nachten en vervolgens de geheele week.

Welk eene les voor zoovele Christenen, die dezen naam nauwelijks verdienen, en die na het hoogst noodzakelijke van den Zondagsplicht verricht te hehhen er een dag van vermaak en uitspanning van maken. De ijver onzer heilige boetvaardige rustte nog niet.

Omstreeks dezen tijd leerde zij eene vrouw kennen door eene vreemde kwaal aangetast, die de geneesheeren niet kenden en die al de teekenen vertoonde van bezetenheid door den duivel. Tit medelijden had zij zich deze ongelukkige aangetrokken, wekte haar op met raadgevingen en voorbeelden en trachtte de vreeselijke beproeving door godsdienstige oefeningen te verzachten. Als eene moeder voor een gebrekkig kind, zoo zorgde zij voor de lijderes. Het gezelschap dezer vrouw boezemde haar zelve een grooter afschuw van het kwaad, eene grootere liefde tot God in en vermeerderde nog hare boetedoeningen.

In de heilige begeerte om steeds meer te lijden , was zij niet tevreden op den grond te slapen na een dag van vermoeienis en ontbering ; de onverzadelijke boetelinge liet uit twee planken een kruis timmeren van hare lengte, en voortaan had zij geen ander rustbed meer dan dit

ocr page 119

hout, waarop zij zich gekleed nederlegde. Deze soo.-t van boete beviel bijzonder aan hare vurige godsvrucht. Aldus uitgestrekt , verbeeldde zij zich , de plaats in te nemen van Jezus, dien zij in haar hart droeg; zij gevoelde zich gelukkig het beeld der kruisiging te mogen voorstellen, er eenige smart van te gevoelen en zich met den lijdenden Grodmensch in den geest van eereboete en offerande te vereenigen. O welk eene schoone verbintenis van de ziel met onzen lieer .lezus-Christus door de liefde en de kracht van Zijn kruis.

Deze voor de natuur zoo pijnlijke gewoonte werd voorde heilige vrouw de bron van Innige vreugde en troost. Met de heilige Communie was dit kruis haar leven , hare kracht, hare gezondheid. Het bleet' eerst voor leder een geheim.

Buiten weten van haar eersten zielbestlerder te Mont-Martre was zij aan die wijze van zelfkastijding begonnen. Deze werd er echter mee bekend. Daar hij niet terstond zulk eene buitengewone daad kon goedkeuren besloot hij zijne geestelijke dochter te beproeven door haar de Communie te ontzeggen. Eens kwam hij haar bezoeken en verzocht het kruis te mogen zien, waarop zij den nacht doorbracht. quot;Wat zelde hij haar ?. . . Het kind , dat er alleen getuige van was, verstond het niet, doch hij begreep, dat de priester haar verbood gedurende een zekeren tijd te connnuniceeren. ..Toen,quot; verhaalt haar zoon , „zag Ik mijne moeder zich aan zijne voeten werpen, hem vergiffenis vragen; zij klaagde en smolt In tranen, doch de wijze bestierder hield vol.quot; Het was de zwaarste beproeving , die hij haar op kon leggen. Geplaatst te zijn tusschen haar kruis en de H. Communie, te moeten kiezen tusschen die belde, was erger dan de

ocr page 120

—112—

])ijnl);u]k; zij Avert! daardoor als liet ware beroofd van een der noodzakelijke bestanddeelen liaars levens. Nadat zij eenigen tijd gehoorzaamd had, werd hot verbod opgeheven ; want het scheen, dat God zeli' deze ziel geleidde op de buitengewone wegen van boetvaardigheid en versterving.

Haar tweede biechtvader keurde het dierbaar kruis goed en wijdde het en hare gehoorzaamheid maakte de boete nog verdienstelijker.

De H. Communie zou zij niet lang hebben kunnen ontberen. Daarin vond zij hulp en troost voor hare kwellingen. Sedert vele jaren was het H. Sacrament haar leven , het voedsel, dat hare ziel behoefde. Zij hield zich staande door het dagelijksch gebruik van dit hemelbrood. Zij hongerde daarnaar.

Eens sprak haar oude biechtvader met M. Dubamel, die hem als zielbestierder dezer heilige ziel was opgevolgd en zeide hem; ..Ik heb ^Lme Griselain ontmoet; zij zag er ziek en uitgeput uit. Ik vroeg wat haar deerde en kreeg ten antwoord: „Sedert vier dagen heb ik niet gecommuniceerd!quot; Inderdaad communiceeren was leven, was zielevoedsel. Vier dagen niet communiceeren was uitteren, was van geestelijken honger sterven.

De waardige priester voegde, toen hij later dezen trek verhaalde, er bij : „En dit gebeurde in 1850 te midden der beslommering van een winkel, met een jaloerschen man, die 's nachts opstond om haar en hot kind met den dood te bedreigen.quot; Aldus werden de zwaarste beproevingen , de bitterste smarten voor haar middelen ter heiliging. Het gebed, de boetpleging, de heilige Communie stelden haar schadeloos voor alles. Zij leefde voortaan slechts in- en voor God. Intusschen vermeer-

ocr page 121

—113—

derde de quot;\voede der waan zin s v 1 ag'en bij haren man. Op liet oogenblik, waarvan M. Duluimel spreekt, liet hij haar rust noch duur. Dikwijls kwam hij haar 's nachts met bedreigingen wakker maken en op den dag mishandelde hij haar gruwelijk. Eens bracht hij haar aan het hoofd eene groore wonde toe. Bebloed snelde zij de straat op om hulp te zoeken bij de buren. Hier was met geduld niets uit te richten. Van dien dag af moest zij voor goed van den armen krankzinnige scheiden en haar zoon met zich nemen. Op de klachten der buren werd de gevaarlijke man naar liet krankzinnigengesticht van Bicètre gebracht, waar hij den 20 April 1857 overleed. Zijne arme vrouw , die in het huwelijk slechts droefheid en smart ondervonden had, was nu voor goed van hem verlost: en door den dood haars mans werd zij

nader tot God en tot haar levensdoel gebracht.

•----—-------

s i lt;gt;lt;gt;rlt;

De christelijke Ttloeder.

Het was niet de schuld van Mme Griselain, dat haar gezin geen toonbeeld was van een christelijk huishouden. Zonder eenige neiging verbonden aan een staat, aan een man, die voor haar alle bekoorlijkheid miste, had zij de nieuwe levenstaak slechts op zich genomen in de meening, dat God dit wilde.

A an haren kant had zij dien staat aanvaard met eene

s Z. 1!

ocr page 122

-114

volkomen zelfverloocliening en algeheele toewijding, ver-eenigd met lioedanigheden en deugden als orde, gods-vruclrt, verstand en vroolijkheid, die haar huwelijksleven gelukkig hadden kunnen en moeten maken. Yoorzoover het in hare macht stond , toonde zij wat de christelijke . vrouw in haar huishouden wezen moet, zelfs dan als zij te strijden heelt met de grootste moeielijkheid en het bitterste verdriet. Als men niets zoekt dan het volbrengen van don goddelijken wil . kan men altijd zijn plicht vervullen en Mme Cxriselain deed dit op onberispelijke wijze. En liet de verwarring van haar huiselijk leven de echtgenoote eenigszins in de schaduw , zoo kwam de christelijke moeder daarbij des te beter uit.

Ondanks haar natuurlijken afkeer voor het huwelijk, had de waardige vrouw een oprecht moederhart. Zij wilde haar eerste kind zelve zoogen ; hoewel men baar zcide, dat zij hiertoe de kracht miste. Zij antwoordde, dat men om dit te weten probeeren moest en dat zij zich rijk beloond zou achten . indien zij hierdoor baar kind mocht bewaren voor verschillende gevaren en kwade indrukken, waaraan het Im] cene vreemde voedster blootgesteld kon worden. Kn voorzeker had zij gelijk ! Met welke tecderheid voegt zij erbij ; „Ik wist, dat ik mijn kind meer dan mijn leven lief zou hebben , en begreep, dat ik de eerste zijn moest om zijn hart voor ie deugd te vormen. Ik zeide bij mij zelve , dat dit boompje de vruchten zou dragen, die ik daarop enten zou ; de liefde tot het goed , de haat der zonde , omdat de gevoelens , die mijne genegenheid in zijn hart moest nederleggen , onuitwischbaar zouden wezen. A\ ant het goede zaad gaat nooit geheel verloren.

Deze eerstgeborene, met zooveel wijsheid en liefde

ocr page 123

—115—

opgevoed, was haar kleine Alexis , dat lieve kind . op driejarigen leeftijd reeds zoo veelbelovend in godsvrucht en verstand. Hij was haar door den hemel veeleer geleend dan geschonken. Als engel ontving zij hem , als engel gaf zij hem aan God terug. Bij den dood van haren man bleef van de vijf kinderen slechts één meer over. De overigen waren jong gestorven. De brave moeder bracht al hare teederheid, al hare liefde over op dit laatste kind, up baren Paul. Aan hem kon zij too-nen. welk eene bewonderenswaardige moeder en opvoedster zij was. Zoodra het kind twee jaar oud was, begon zij zijn karakter te bestudeeren. De kleine was zacht en bevattelijk, doch eenigszins baatzuchtig, hoovaardig en jaloersch. Even vindingrijk als verstandig zocht zij middelen om dc natuur van bet kind te wijzigen en hem vooral godsvrucht in te prenten. Prentjes, vertelseltjes, liedjes alles diende haar als middel om goede gedachten in zijnen geest, goede gevoelens in zijn hart te prenten. De uitmuntende moeder had een iuist begrip van eene goede opvoeding. Wij herinneren ons . dat zij verdichtsels afkeurde en slechts die boeken in handen der kinderen zien wilde, die in staat zijn hun geest tot het goede-, en hun hart tot godsvrucht en liefde Gods te vormen, en hun dankbaarheid jegens God, kinderliefde, edelmoedigheid, rechtvaardigheid en naastenliefde te lee-ren beoefenen.

Zij was van meening, dat het aanwenden van zedelijke middelen het kind voor menige fout en voor menige straf behoedt. Daarom wilde zij , dat men zeer weinig lichamelijke straffen gaf. Ziellier wat zij daaromtrent zegt: „Ik heb dikwijls hooren zeggen : ..Wie goed bemint, kastijdt goed . doch ik heb vaak bemerkt, aan de

ocr page 124

—hg—

wijze, waarop ouders die dit zeiden, hunne kinderen opvoedden, dat die spreuk voor hen beteekende het is heter te kastijden dan te bederven. Dit is zeer waar, maar zij kozen hiertoe de geschikte middelen niet. Moge eene groote gestrengheid in liet straffen soms beletten in de fouten te hervallen , zoo verandert zij echter het hart niet. Het is echter die verandering des harten , welke de ouders moesten trachten te bewerken , want zoolang men zijne zonden niet verfoeit loopt men gevaar ze opnieuw te bedrijven , als men gelegenheid heeft en de straf kan ontduiken.

Daar de vrees voor straf alleen onvoldoende is voor eene oprechte beterschap en te groote gestrengheid de wederzijdsche genegenheid vermindert, zou men wijzer doen zachtere middelen aan te wenden, die beter strooken met de waardigheid der ouders en de behoeften der kinderen .

Aldus handelde Züstek Rosa. Zij had voordeel getrokken uit de ondervinding, welke zij in de brave familie Desrosiers opgedaan had. Daar had zij wel opgevoede kinderen ontmoet en aldus bracht zij ook het hare op door een goed voorbeeld, door overtuiging, door den geest van geloof en plicht, veeleer dan door gestrengheid.

Toen Paul tien jaar oud was, herhaalde zijne moeder hem dikwijls de schoone woorden van Blanca van Cas-tiliö : „Mijn zoon , God weet, hoe lief gij mij zijt, en nochtans zou ik u liever zien sterven dan u eene zonde zien bedrijven.quot; Het kind begreep dit en bleef onschuldig. Toen zij het huis baars echtgenoots verliet, nam zij haar zoon mede. Xu was zij zonder middelen van bestaan. Op aanbeveling van den Heer Truchon kwam zij als arbeidster in een huis , waar men zich bezig hield

ocr page 125

mot liet vervaardigen van kunstbloemen. Het verdroot haar niet, zoo zij moeielijklieden ondervond als zij den moederplicht slechts kon vervullen. Het dagelijksch werk hegon 's morgens ten zeven uren en eindigde 's avonds ten li ure. Om bijtijds op liet werk te zijn, moest zij vroeg vertrekken, want het magazijn lag bijna een uur ver. Doch de godvruchtige moeder stond nog veel vroeger op. Zij woonde dagelijks de H. Mis bij , en hield een half uur meditatie. Alvorens te vertrekken had zij in de behoeften van haar kind voorzien. Als Paul wakker werd, vond hij op tafel zijn mandje gereed met zijne boterhammen en een tleschje zwarte koffie. Naar school gaande , kwam hij langs eene melkvrouw , die in last had hem eene tas warme melk te geven; 's mi ddags kocht hij voor een stuiver, altijd in zijn zorgvuldig verstelden zak gestoken , in de gaarkeuken met de armen eene portie vleesch en groenten, die het maal uit het korfje voltooide. Helaas , de arme moeder was niet zoo verzorgd geworden in hare kindsheid. Als haar kleine maar geen gebrek leed, was zij tevreden. Zij, aan ontbering gewoon , bracht den dag zonder eten door. Zij had noch de middelen om zich een maal m een restaurant te verschaffen , noch den lust om zich te mengen onder die menschen, welke zij in wijnhuizen of gaarkeukens zou ontmoet hebben. Op het uur van bet ontbijt verliet zij het werk met de anderen en ging hare ziel verkwikken bij Hem, die gezegd heeft: „Komt tot mij gij , die hongert en ik zal u verzadigen , komt tot mij gij , die weent en ik zal u troosten.quot; En de arme moeder had honger en weende. Aan de voeten van den God van het H. Sacrament kwam zij moed en kracht putten voor hare zware taak.

ocr page 126

—118—

Niettegenstaande zulke ontberingen was het werk niet ■voldoende om haar klein huishouden te onderhouden. Yan negen francs per week moest zij met haar kind leven, huishuur en schoolgeld betalen. Dit was l'L franc per dag. De VoorzLenigheid bezorgde haar gelukkig eene kleine toelage. Haar zoon werd ter wille van zijn net voorkomen cn goed gedrag als misdienaar in de kerk van Montmartre aangenomen. Zijne kleine betrekking bracht hem tien francs in de maand op, juist het benoo-digde voor huishuur en schoolgeld. Zijne moeder werd hiermede veel geholpen.

Het kind vergold door liefde en voorkomendheid de zorg en opoffering zijner moeder. Niet tevreden met zoo zijne liei'de te betuigen, wilde hij op zekeren avond haar eene verrassing bereiden. Nadat hij, uit school gekomen,, zijn werk had afgemaakt, legde hij het vuur aan en kookte het water, evenals hij dit zijne moeder had zien doen, om deze aldus de moeite te besparen de soep, hun gewoon maal, te bereiden. Daar moeder nog uiet kwam, waagde hij het even als zij brood, zout en een weinigje boter in het water te doen ; hij wachtte nu geduldig , tot dit kooksel de gewone soep scheen te worden , vervolgens zette hij zich weder aan het schrijven. Eindelijk, eindelijk kwam de goede vrouw terug , als gewoonlijk ongerust, haar kind een geheelen dag alleen te hebben moeten laten. Doch hoezeer was zij nu getroffen dooide voorkomendheid van haar lieveling. Nooit had de soep haar zoo goed gesmaakt. Het kind meende reeds een bekwame kok te zijn, cn oefende zich dagelijks verder in het koken der soep , die zijne moeder steeds uitmuntend vond. Dit was het eenige voedsel der brave vrouw.

Haar leven was slechts eene gedurige versterving;

ocr page 127

terwijl zij aldus na een langen dag van vasten en werken een schralen maaltijd nam, ging zij voort den nacht op haar kruis door te brengen en droeg om haar midden een ijzeren gordel. Gedurende hare gebeden hield zij, om ook de onvrijwillige verstrooiing te vermijden, in hare gevouwen handen eene noot met ijzeren punten , die zij in haar vleesch drukte. Zij gevoelde geen lijden als zij slechts toenam in liefde tot God , en hare smarten en ontberingen eene nieuwe bron van genade werden voor den zoon. dien zij in de godsvrucht opkweekte.

Dit eenig kind was heel haar leven. Intusschen besloot zij , door een offer grooter dan al de overige , zich van hem te scheiden om hem aan God op te dragon. Paul had zijne eerste Jl. Communie gedaan ; hij was godvruchtig , en hoe jong ook , hij bezat reeds kenteekenen van roeping tot liet priesterschap. Zijne goede moeder bemerkte dit wel. Bij gelegenheid dat zij den Heer Truchon bedankte hem als misdienaar te hebben toegelaten, schreef zij : „Ik twijfel niet, of door het naderen tot liet altaar des Heeren zal hij do begeerte in zich voelen ontwaken er nooit van te scheiden. ]\Ioge de Heer hem die genade schenken.quot; Haar groote geest van geloof verlangde voor hem don volmaaktsten staat. Hare innigste vreugde was het te denken, dat die zoon eens priester wezen zou en een steun der armen.

ilet deze gevoelens bezield , kwam de goede Moeder hem in 1859 aanbieden aan den eerw. Heer Leprévost, stichter en overste der Broeders van den H. Vincentius van Paulo, met verzoek hem toe te laten tot het klein noviciaat in het Moederhuis. De man Gods wilde hem te voren beproeven. Er had tusschen den waardigen Overste en het kind een treffend tooneel plaats , dat

ocr page 128

— 120—

ZusTEi! HosA aldus verhaalt: „Toen ik Paul aan den Eerw. Overste voorstelde , zotte deze hem op zijne knie en herhaalde hem in de treffendste bewoordingen wat ik voor hem gedaan en geleden had sedert zijne geboorte en de zorg , die hij mij , als mijn eenige steun , in den ouden dag verschuldigd was.quot; Vervolgens zeide hij : „Ik denk, dat mijne woorden n van besluit hebben doen veranderen.quot; „Neen, Eerwaarde.quot; „Wel hoe, gij kent uw plicht en weigert hem te vervullen, en daarbij durft gij dit in tegenwoordigheid uwer moedor zeggen. Grij moet een ondankbaar kind zijn.quot; „O Eerwaarde, moeder weet wel, dat ik haar lief heb , en als ik haar verlaat om God, vertrouw ik. dat God voor haar zal zorgen.quot; „Mijn kind!quot; zeide de waardige priester vervolgens; „gij hoopt hierop, ik durf het u verzekeren.quot;

Do vreugde , welke dit gesprek de godvruchtige moeder veroorzaakte, was volgens hare uitdrukking het eerste schijnsel van den bliksemstraal, die haar hart zou verbrijzelen. Het offer was gebracht, en de moederliefde mocht zich niet aankanten tegen de vervulling van een plan haar zoo dierbaar. Doch hoe groot was hare verrassing en droefheid, toen zij vernam, dat er oer.e zekere som gevraagd werd, alvorens haar zoon liet noviciaat kon aanvaarden.

En de arme vrouw had niets ! Te vergeefs smeekte zij. Do Heer Loprcvost, die wellicht de moedsr evenzeer als den zoon wilde beproeven, zeide: „tletiseene groote gunst, dat ik u slechts vijf honderd francs vraag vooral voor een kind van twaalf jaar.quot;

Yijf honderd francs ! Hare schoone plannen vielen geheel in duigen. De arme vrouw was zeer ter neder geslagen. „Mijn God,quot; zuchtte zij , „Gij weet, ik heb

ocr page 129

—121—

mijn zoon slechts voor IJ opgevoed ; liij is TJ toegewijd en mijn grootste geluk zou zijn hem in Uwen dienst te zien werken,quot; en zij schreide , de heldhaftige moeder. Ja zij schreide opnieuw , toen zij later dit voorval verhaalde aan de Eevw. Overste van het klooster , waarin zij haar leven eirdigde.

„In mijnen nood,quot; aldus verhaalt zij , „riep ik de Moeder van smarten aan, haar smeekende onzen Zaligmaker Zijne beloften van barmhartigheid te willen herinneren , waardoor ik bleef hopen tegen alle hoop in. Ik herhaalde : „Heer wat moet ik doen ?quot; En inwendig hoorde ik eene stem, die mij znide : „Keer naar Vaugirard terug en bied tien francs per maand.quot; „Mijn God, hoe kan ik zulk eene verplichting aangaan, daar' ik slechts zeven francs en vijf centimes per week verdien.quot; „Gij kunt dit door slechts vijf en dertig centimes per dag voor uw onderhoud te gebruiken.quot; „Mijn God, zal ik met zoo wenig voedsel lang genoeg leven om die som te kunnen voldoe-. Zal ik steeds werk hebben en gezond zijn ?quot; „.la ik beloof het u.quot; Dit antwoord troostte mij en den volgenden dag, zonder dat ik iemand iets van mijn voornemen verteld had , beloofde mijne meesteres mij vijf en twintig centimes verhooging per dag. Als reden gaf zij op , dat mijn werk moeielijker was dan dat der andere werksters. Deze belofte was mij een bewijs der goddelijke bescherming. Ik ging naar Vaugirard terug. M ijn voorstel werd aangenomen en na vier en een half jaar ontving ik kwitantie der vijf honderd francs.

Deze kwitantie, treffend getuigschrift van don heldenmoed der christelijke moeder , bestaat nog. Gedurende vier en een half jaar stortte de bewonderenswaardige

ocr page 130

—122—

vrouw met tien francs te gelijk, de som van 500 francs,. den prijs van haar vasten en ontbering. Hoeveel zou het menigeen kosten één dag van liet jaar te leven zooals zij. Toen zij deze ■wijze van betaling aan den Overste kwam voorstellen, vreesde zij dat men die niet zou aannemen. ..Gielukkig zegt zij,quot; zonder te denken , dat het offer geheel aan hare zijde was, ,.gelukkig wilde men liet wel doen.quot;

Van dien dag volgde zij een nog strengeren levensregel. Xiet langer werd de magere soep door het lieve kind voor haar hercid. Hij was niet meer daar !

Dit voedsel was ten minste warm geweest en minder zwaar voor de maag dan de dagelijksche portie, die het verving. Een stuk brood met een weinig wijn, (en welken wijn !) dit was voortaan haar eenige spijs, tot zoolang zij in het klooster trad. Met zeven stuivers daags kwam zij toe. Zij had dit bij voorkeur gekozen, „omdat het,quot; zeide zij , „goedkoop en voedzaam is, want ik moest mijne krachten in stand houden om niet te sterven, alvorens mijne vijf honderd francs betaald te hebben, die de toekomst van mijn kind in een godsdienstig gesticht verzekerden ; het was steeds gereed, met koken had ik geen moeite en daarenboven het was brood en wijn, eene herinnering aan de II. Mis.quot;

Des vrijdags dronk zij, tot afwisscheling en om hare versterving te vermeerderen, slechts water bij het brood.

Dezen levensregel, welke zij eerst uit nood aannam , zullen wij haar later uit dankbaarheid zien voortzetten.

Paul was in het klein noviciaat der Broeders van den H. Yincentius getreden in Januari 1S59. Het hart zijner moeder volgde hem. Van verre leefde zij nog

ocr page 131

met hem , doch zij beminde hem slechts in (rod , en hernieuwde telkens het offer, dat zij gebracht had. Zoo schreef zij hem kort na zijne aanneming op liet feest van Maria Lichtmis.

„Ik kan dezen schoonen dag niet beter eindigen, dan met U te spreken over de blijdschap, die hij mij verschaft heeft. Alle godsdienstplechtigheden verheugen het Christelijk hart , doch dit feest is bijzonder het onze, omdat de H. Maagd, die haren zoon in den tempel opoffert, het voorbeeld aller moeders is.

En hoewel ik door den afstand, die ons van elkander scheidt, niet naar dezelfde Mis kon gaan als gij, ben ik toch te zeven uren gegaan, om terzelfder tijd als gij, in de kerk te zijn. Toen ik mijn Zaligmaker, niet als Simeon in mijne armen, maar in mijn hart ontving, heb ik tot God gezegd ; „Heer, ik dank U duizendmaal mij een zoon geschonken te hebben. Eens is hij U ook opgedragen , doch helaas! bevlekt met de erfzonden, en door de oneindige verdiensten van den Zaligmaker is hij wederom een kind der Kerk, een kind van God geworden.quot; Alle jaren bied illt; op dezen dag God uw hart aan en bid Hem het te versieren met de deugden, die uwen staat het meest passen, als de nederigheid, de gehoorzaamheid , de godsvrucht, opdat gij naar het voorbeeld van het Kind Jezus inoogt toenemen in jaren en in behagelijkheid bij God en bij de menschen.quot;

In hare godvruchtige bezorgdheid hield zij niet op, hoewel van hem gescheiden , raad te geven , hetzij zij hem kwam bezoeken of hem schreef, ten einde zijne neiging tot het godvreezend leven aan te wakkeren. Vooral leerde zij hem nederigheid, dien grondslag aller deugden. Zoo schreef zij eens, toen zij belet geweest was

ocr page 132

—124—

de prijs uitdeeling bij te wonen op liet feest dei- Hemelvaart van Maria :

„C. 11. heeft mij laten weten, dat gij een prijs lielot gekregen en tiw werk ten toon gesteld is. Ik heb God hieivoor bedankt en ik hoop, dat deze eer nooit voor u eene aanleiding tot hoogmoed zal zijn, evenmin als elk succes , dat God ooit aan uwe studiën zal gelieven te geven. Deze genade zal ik voor U aan de H. Maagd vragen. Het schoonste geschenk, dat wij haar kunnen aanbieden, is een nederig en dankbaar hart. Als de Heer liet huis niet opbouwt, zullen wij te vergeefs dit trachten te doen ; dus laat ons denken niet de H. Maagd, wanneer het ons welgaat: „Mijne Ziel maakt groot den Heer!quot;

Toen zij in 1864 verplicht was hare kleine woning te verlaten , had zij zich gaarne dicht bij haren Zoon gevestigd. Hij was slechts achttien jaar oud. Als liefhebbende moeder dacht zij, dat haar raad, hare leiding hem nuttig konden zijn, hoewel hij voortaan een overste en een regel te volgen had.

Het huis van Yaugirard, waarin zij hoopte te kunnen komen, zou voor haar iets van een klooster gehad hebben, waarnaar zij sedert haar weduwschap steeds streefde. He arme moeder was niet veel eischend. Zij vroeg het kleinste kamertje, het kleinste hoekje van het huis , waarvoor zij gaarne het geringste huiswerk wilde verrichten. Doch er was geene plaats voor haar. God wilde haar daar niet. De christelijke moeder had zich genoeg betuigd. Do Voorzienigheid riep haar elders.

ocr page 133

13tlo 11lt;gt;lt;gt;(Vlst ii li.

Het Apostolaat.

Het leven dezer godvruchtige vrouw beperkte zich niet tot liet vervullen van hare plichten als vrouw en moeder, of tot de beoefening der vurigste godsvrucht en strengste versterving. Xiet tevreden met eigen heiliging, was zij zeer bezorgd voor de zaligheid van anderen. In die nederige cliristin leefde de ziel eens apostels. iTet een vurigen aard en een edelmoedig hart begaafd, was het weldoen haar tot hartstocht geworden. De liefdadigheid was haar een eerste middel geweest om rondom zich als een apostel te werken. quot;Welk een invloed heeft een goed hart niet op zijne omgeving! Er is eene wijze van prediken door zachtmoedigheid, minzaamheid, voorkomendheid, die vaak luider spreekt dan zedelessen. Om haren godsdienst te doen beminnen , trachtte Mme Griselain zelve beminnelijk te zijn ; zij behoorde niet tot die menschen, welke de bekoorlijkheid van de godsvrucht wegnemen door hun lastig humeur , hun geest van tegenspraak en beknibbeling en beter weten af te keuren dan te prijzen.

Altijd goed, altijd opofferend trachtte zij bij elke gelegenheid anderen aangenaam te zijn. Bij fumiliepartijen, hij vereenigingen van vrienden wist zij de slechte gesprekken te keeren, het kwaadspreken te beletten, doch terzelfder tijd bezat zij het talent de verveling bij die Q-eleffenheden verre te houden met de hulp van een vin-

O o

dingrijken en liefdevollen geest. Zij hielp kleine gezel-schapspelen aan den gang , verzon aardige bezigheden , wist kleine gelegenheidsversjes en vroolijke liedjes te

ocr page 134

—12()

improviseeren. In dit alles wenl zij geleid door de liefde tot don naaste. Hoorten wij, iioo zij /jclve de een-voudigheid en goedheid barer ziel blootlegt: „Ik bob meerinalen opgemerkt, dat men in talrijke gezelscbappen en bij lange gesprekken , in gevaar is vele fouten met de tong te bedrijven, of woorden te zeggen, die schadelijk zijn, hetzij voor hen, die ze zeggen of voor ben , die ze aanhooren. Xn eens zijn bet ijdele en vervelende praatjes, dan weer spotternijen, die de liefde kwetsen en vaak twist doen ontstaan. Er zijn er, die, voortkomende uit trots , den hoogmoed van anderen kwetsen , zoodat zij , die ze uitspreken, vaak bet voorwerp van verachting en afkeer worden van ben die , geminacht meenen te zijn. Of wel liet is leugentaal, kwaadspreken, laster wat men boort.quot;

ifeu ziet welk een verstand, welk een doorzicht deze vrouw van geringe afkomst had. Bij de opsomming van de fouten, die maar al te dikwijls in de gesprekken sluipen, voegt zij eenige opmerkingen, die zeer juist zijn en tevens van een groeten geest van naastenliefde getuigen.

„Onder de schadelijke woorden bekleedt het kwaadspreken en de laster eene groote plaats, ilen begrijpt niet welk genoegen iemand er in vinden kan aldus kwaad van anderen te zeggen , en nochtans is het een feit; weinigen zijn vrij van dit gebrek , dat ieder verfoeit en ieder begaat. Elke tijd , elke plaats leent er zich toe. In gesprekken, in familiezaken, zoowel als in zaken met vreemden beknibbelt, laakt, verdraait men de handelingen van den afwezige, van den vreemdeling, van de ouders, de priesters , van diegenen die regeeren, zoowel als van hen die dienen ; men valt rechts en links de wetten, de gebruiken, de overleveringen aan, en

ocr page 135

spaart niets. Men vindt ze zeldzaam, maar zij is hoogst aelitcnswaardig de tong, die den naaste spaart. En tocli is liet kwaadspreken bijna altijd eene groote zonde en de godsdienst veroordeelt dit gebrek ten zeerste.

AVat zou men zk-li veel moeite sparen, zoo men ziek gewoon maakte van niemand kwaad te denken, noch te zeggen. Hoe zor. men zieli door God en de menschen doen beminnen! Vergeten wij niet, dat liet kwaadspreken bijna altijd een onherstelbaar nadeel veroorzaakt, dat bet verdeeldheid tnsschen broeders kan zaaien, haat en wantrouwen kan onderhouden, de verzoening beletten, aan kooplieden het crediet, aan werklieden het werk, aan ambtenaars eene plaats, aan armen de aalmoes kan benemen. Het kwaadspreken eindelijk voert tot veel ander kwaad en vreeselijke verplichtingen tot herstel van het anderen veroorzaakte nadeel rusten op sommigen.

Er zijn menschen in de wereld , die , al gaven zij al hun geld en goed. het kwaad niet zouden kunnen herstellen, dat zij gesticht hebben. En de Opperrechter heeft ons gewaarschuwd, dat Hij op den jongsten dag tot den laatsten penning zal eischen. Men zou al deze fouten en die treurige gevolgen vermijden , als men bij visites, die men maakt of ontvangt afscheid nam , zoodra men elkander niets nuttigs meer te zeggen beeft, en als men o]) die partijtjes, waar men soms verplicht is zich te bevinden, een of ander tijdverdrijf uitdacht. Men kan stichtende of leerrijke zaken vertellen aan de personen bij wie men zich bevindt, en die men wil bezighouden, doch hiertoe heeft men tact , verstand en eene zekere gevatheid noodig , om do vragen en opmerkingen, waartoe die verhalen aanleiding geven behoorlijk te beantwoorden of te weerleggen. Het is inderdaad niet gemak-

ocr page 136

—128—

kelijk een gesprek flink gaande te houden, menschen te ontvangen , ten allen tijde zijne tong zuiver te bewaren en zich. hij (iod te kunnen verantwoorden.quot;

Deze heilige grondregelen hracht de hrave vrouw getrouw in toepassing. Zij strekten haar tot leiddraad in den omgang met den evennaaste.

Altijd bescheiden en voorzichtig in hare woorden, was zij steeds behoedzaam om nooit iets te zeggen, wat de waarheid oi de liefde kon kwetsen. Hare groote zorg was niemand verdriet te veroorzaken, met ieder op goeden voet te leven en alom vrede te stichten.

Doch hare liefde bepaalde zich hierbij niet. Ten tijde dat zij haar winkeltje te Montmartre hield, namen de menschen in die afgelegen wijk, te midden van akkers gelegen, dikwijls tot haar hunne toevlucht in den nood. Zij ging van huis tot huis om te troosten en te helpen, waar zij kon. Dikwijls bracht zij den nacht bij de zieken door. Mets scheen haar te vermoeien, als het betrof anderen wel te doen. Zij zeide, dat het grootste geluk O]) aarde bestaat in zich edelmoedig op te offeren.

„Men kan dus schrijft zij, ,.de kinderen niet vroeg genoeg de naastenliefde leeren kennen, die ons het geluk doet vinden in liever te geven dan te ontvangen, en te geven met die kieschheid. welke niet slechts de ellende verzacht, doch daarenboven eene zoete vreugde geeft aan dengene, wien men eenen dienst bewijst en hem verheft in plaats van hem te verlagen.quot; In de beoefening der naastenliefde vond zij troost in haar lijden.

Zooals wij zeiden, kwam men bij ziekte, vaak tot haar. Dank aan hare buitengewone liefdadigheid had zij zich een naam verworven, waarvoor de medische faculteit wel geen borg zou gebleven zijn, doch die hare klanten

ocr page 137

-12!)—

genoegzaam vevivomven inboezemde. Door vele zieken te zien en te behandelen liad zij eenige ondervinding opgedaan. Men raadpleegde haar, als ■ware zij geneesheer. Zij bepaalde de ziekte, wanneer het er eene was, die zich genoegzaam door de gewone verschijnselen deed kennen, en wees het middel aan , dat de dokter kon voorschrijven. Men zeide, zoo groot was het vertrouwen of liever zoo zichtbaar beloonde de Voorzienigheid hare naastenliefde , dat zij personen gered had , die door de genees-heeren waren opgegeven. Doch vooral gebruikte zij den naam, dien zij zich in dr wijk verworven had , om menigen zieke do genade van een goeden dood te verschaffen. Dit was het hoofddoel der zorgen, die zij even bereidwillig bewees als men haar die vertronwvol kwam vragen.

Zij had altijd klanten , die zij trachtte tot Grod terug te brengen. Do bekeering der zondaars was haar liefdewerk hij uitnemendheid en zij wijdde zich hieraan met al den ijver van een apostel. Dit was eene der redenen, die haar na den dood van haren man nog in de wereld terughielden. Zij vreesde, dat hare intrede in het klooster de zaligheid zou beletten van verschillende personen, die zij door hare pogingen tot het geloof hoopte terug te brengen.

Overigens was haar ijver voorzichtig en verlicht ; zij wist van pas te spreken , te zeggen wat noodig was en alles met wijs overleg na te gaan. Ziehier het gedrag, dat zij haren zoon eens voorschreef, toen zij hem vermaande bij een haar dierbaar persoon de vroegere gevoelens ^an godsvrucht op te wekken. „Als gij gelegenheid vindt een goeden raad te geven, moet gij dien niet rechtstreeks tot haar richten. Men moet steeds in het

!l z. R.

ocr page 138

—130—

algemeen spreken van de verplichtingen jegens God en liet voordeel dat Zijnen dienst ons geeft, als de gelegenheid zich hiertoe aanbiedt. Xict al te haastig, want door een slecht geplaatsten ijver zonden wij het werk Gods kunnen vertragen of heletton. Als hare gesteltenis verandert schijnt, moet gij daarom den moed niet verliezen, doch veel belang toonen in hare aardsche belangen, indien zij u daarover spreekt. Wellicht beloont God uwe liefde door n een andermaal beter te doen slagen.quot;

Deze raadgevingen, die voor iedereen goed zijn, bracht zij gedurig in praktijk , doch zij had nog andere , die luider spraken tot Uareu dienst. Ziehier hoe zij dit het eerst aanlegde. Het was nog tijdens hare jeugd, dat zij begon zich dergelijke klau-i-ea te verschaffen. Innig doordrongen van het woord van den II. Jacobus : „Wie do ziel zijns broeders redt, redt de Zijne,quot; begon zij haar apostelambt, bij de portierster van haar huis, die niets aan godsdienstoefeningen deed. Zij bewerkte deze bekeering meer door dienstvaardigheid dan door woorden. Eens verontschuldigde deze vrouw zich, dat zij niet naar de kerk kon gaan wegens de plichten van haar beroep ; het jonge meisje hield haar bij het woord en bood zich aan den trap te vegen en op de deur te passen om haar den tijd te geven 's Zondags naar de mis te gaan , en zoolang zij in dit huis bleef, volbracht zij dezen dienst van liefde en nederigheid. Vele menschen doen de godsdienstplichten voer zich zeiven en gevoelen zich hiertoe aangetrokken, doch hoe weinigen trachten anderen tot het beoefenen der hunne te brengen; vooral, als zij zich daartoe zelve eenig offer van tijd of eigen gemak moeten brengen. Zelfs zijn er vele menschen, die den naam hebben godvruchtig te zijn, en

ocr page 139

—131—

•die geen genoegen, geen tijdverdrijf, geen lievelingsschotel zonden willen missen , om dienstboden den tijd tft geven hnnne godsdienstplichten te vervullen. Vindt men er zelfs geen, die den godsdienst slechts goedvinden voor zich zeiven, doch zich niet hekommeren om de ziel van hun evennaaste ? Hoe oprecht was de godsvrucht van die waardige ijveraarster, die gaarne de geringste diensten hewees, om anderen hunne plichten te doen volbrengen.

Hare wijze van prediken en hekeeren bestond vooral in een stichtend voorbeeld. Hierin volgde zij den H. Franciscus van Assisië na. Men kent den grondregel van den Serafijnschen Vader; hij meende niet, dat hij hein-: • met de zielen aller zondaars, doch hij zeide : „Zoodanig .aoet het leven zijn van den waren dienaar Gods, zoodanig liet licht van zijne woorden en voorbeelden. dat het als eene stem is, die alle goddeloozen hunne zonden verwijt.quot; Het leven dezer trouwe dienstmaagd Gods was eene voortdurende prediking. Hare woorden, hare voorbeelden, alles werkte samen om diegenen terug te brengen, die door zonde of onverschilligheid verre van God gehouden werden.

Welk een schitterend voorbeeld gaf zij in hare bescheiden omgeving. Was haar invloed heilzaam voor de zondaars, zoo was haar omgang kostbaar voor de deugd-zamen. Met hare kennissen , geringe lieden gelijk zij , en even als zij in hunne eenvoudigheid door het licht des hemels verlicht, sprak zij gaarne van God en godsdienst en deed dit met buitengewone zalving. Eene barer goede kerkvriendinnen schreef haar eens m allen eenvoud : „Ik kan u niet voldoen, onmogelijk voor mij met zooveel zalving en gemakkelijkheid te schrijven als

ocr page 140

—lo2—

gij. Ik heb veel tijd noodig , en dan nog kan ik liet xi niet nadoen ; liet is onmogelijk mij uit te drukken op uwe manier ; vooral als gij vau God eu godsdienst spreekt, weet ge u met zulk ee;: levendig geloof uit te drukken. Ik geloof, dat God u Lij zon dei' bevoorrecht en u reeds hier een voorsmaak der zaligheid geeft, alvorens zich aan u in Zijne volle glorie te vertoonen.quot; In deze nederige vrouw verwezenlijkte zich dit woord der Navolging ; „Eenigen, die mij uit geheel hun hart beminnen , hebben de goddelijke zaken geleerd en spraken er over op wonderbare wijze.quot; Gods liclde was inderdaad de bron van die wetenschap en die welsprekendheid, welke hare godvruchtige vriendinnen bewonderden.

Even als alle heiligen had zij ijver voor de zielen.. Wat heeft zij niet gedaan voor de zaligheid van haren evennaaste ! Zij gevoelde groot medelijden met de zondaars, en bad veel voor hunne bekeering. .Met een waren apostolischen geest bezield, stelde zij belang in alle goede katholieke werken , en droeg naar hare geringe middelen daartoe bij. Het genootschap tot voortplanting des geloofs, de H. Kindsheid , de conferentie van den H. Yincentius van Paulo , de stichtingen kortelings in Montmartre opgericht, alle konden rekenen op haren ijver. Men bewondert thans die grootsche stichtingen , welke zulk een krachtig werktuig zijn tot voortplanting van het Katholicismus. liet is eerie der grootste glorie-stralen van Frankrijk, in .deze eeuw, zulke werken van geloof en liefde gegrond te hebben , die zich over de geheele wereld uitstrekken. De eer daarvan komt vooral aan de stichters toe, doch liet zou niet billijk zijn de nederige medehelpers te vergeten. Vooral wanneer men dieper doordringt, in de meest verborgene levens vindt

ocr page 141

men het geheim van de oprichting en uithreicling dier stichtingen, welke werkelijke mirakelen zijn van de christelijke godsvrucht. ^len ziet dan , dat het steeds door de kleinsten is , dat God de grootste werken doet. In alle gevallen hadden die groote stichtingen slechts kleine beginselen. Mme Griselaiii was een dier verborgene werklieden der eerste ure , welke medehielpen aan de oprichting der H. Kindsheid. Evenals de voortplanting' des Greloofs. ontstond het slechts langzamer].and. Te Parijs in 18.:!7 hegonnen , werd het langzamerhand in eenige parochiën gevestigd. Tan Parijs verspreidde het zich over geheel Frankrijk en andere katholieke landen. In 1854 was het nog in zijn begin, en bestond niet in Montmarlre. De arme kruidenierster uit de Hue du Poteau had de eer het daarin te voeren.

Deze stichting staat in verband met een der enkele gelukkige dagen van haar bestaan , en met een plan , dat geheel haar levensloop veranderd zou hebben. quot;Weinig tijd na haar huwelijk stond zij op het punt met haren man zich geheel aan het werk van Mgr. Torbin Janson toe te wijden.

Bij eene bedevaart naar het oude Calvarie van den Ment Yalerien, waarbij het echtpaar Griselain zich had aangesloten , hadden zij M. 1' Abbé Toulon, toen kapelaan van Saint Grermain 1' Auxerrois, ontmoet. Deze sprak hun den volgenden dag van het plan des Aromen bisschops van Nancy, om het heilig doopsel te bezorgen aan de kinderen der barbaarsche volkeren , die hen bij de geboorte ter dood brengen of op mesthoopen tot prooi der dieren werpen.

„De ijver en de liefde , die dezen heiligen priester bezielden,quot; zegt Zi sïeu Rosa , „gingen uit zijn hart in

ocr page 142

—134—

liet onze over door liet vuur zijner woorden en deden, ons het geluk Lenijden van de missionarissen , die hun leven voor dit goede werk ten bffer gingen brengen. Toen wij die begeerte uitspraken , zei de die brave geestelijke ons: „Welnu, bet hangt slechts van u af hieraan deel te nemen, want Monseigneur Avil leeken medezenden om de priesters te helpen. Ook vraagt hij vrouwen om die kinderen, welke men redden kan, op te voeden.quot;

Dit plan lachte mij toe. Eeeds zag ik mij moeder naar het hart, want ik gevoelde , dat ik die arme kinderen , voor wie ik alles wilde verlaten , innig lief zou hebben. Ik werd omveer,staanbaar aangetrokken hun de eerste moederzorgen te bewijzen en hen op mijnen schoot de zoete namen van „Jezus, Maria, Joscf, te loeren uitspreken.

Die schoone droom was van korten duur, want Monseigneur erkende weldra , dat mijn man geene voorzichtigheid en bescheidenheid had en hij ondanks zijn goeden wil de missie meer kwaad dan goed zou doen. Ik moest dus voor het oogenblik mijn plan vaarwel zeggen , en later heb ik mij langs minder gevaarlijke wegen aan dit goede werk toegewijd.quot;

Door deze omstandigheid had zij eene groote liefdevoor de H. Kindsheid behouden. Het uur sloeg waarop zij die in werking kon brengen. Ziehier wat zij verhaalt ; „Ik ben eene groote zondares, die door den Eerw. Heer Portales ben bekeerd en achttien jaar bestuurd ; deze heilige priester stierf den 19 Jan. 11S54. Zijn hart wordt in de kerk van Xotre Dame des Bonne Nouvelle bewaard.quot; Na, deze inleiding gaat Zusteu Rosa voort: „Tegen het einde van November van hetzelfde jaar sliep ik op zekeren avond, na voor de rust der ziel mijns

ocr page 143

vaders gebeden te liebbei), in en had dezen droom : „Ik bevond mij bij M. Portal es , en teen hij mij aansprak , kwam het mij in de gedachten hem te vragen , hoe hij zich bevond. „Vrij wel,quot; zeide hij en vervolgens de hand op zijne borst leggende voegde hij er bij : „Doch ik heb hier iets.quot; Toen geleidde hij mij naar een venster en vroeg mij wat ik zag. Ik antwoordde , dat ik geloofde te ^lontiuartre aan den kant van het Maria-plein te zijn. Hij zeide: „/^ie hooger. Op hetzelfde oogenblik herinnerde ik mij . dat zijn hart in de kerk bewaard lag en dacht, dat hij een heilige moest zijn om zonder hart te kunnen leven. Nu zag ik aan den hemel een groot licht . dat geheel Montmartre verhelderde. In het midden was iets . wat ik niet goed kon onderscheiden, doch dat verdween, toen hij na het beschreven te hebben er bij voegde ; ..Zie nog eens.quot; Toen zag ik onzen Zaligmaker, die drie jaar oud scheen, en de hand gaf aan Zijne heilige Moeder en den 11. Josef. Mgr.de Torbin .lanson lag voor de li. Familie geknield, juist zooals de groep op het eerste zegel der II. Kindsheid afgebeeld is. Toen viel ik op mijne knieën , zeggende : „Jezus, Maria, Josef, ontfermt U over ons.quot; M. Porta-les was verdwenen, doch ik herkende zijne stem, die mij toevoegde ; „Het is wel, houd er U mede bezig.quot; Toen ontwaakte ik tot mijn grooten spijt. Ik had gewild, dat deze droom werkelijkheid geweest was. Ik schreef aan mijne beste vriendin en verzocht haar met mij God te danken, zonder te vermoeden, dat bijzondere beschikkingen der Voorzienigheid mij zoo spoedig de woorden van M. Portales zouden doen uitvoeren. Hoe eenvoudig die omstandigheden ook waren , waarvan Zustimi Rosa spreekt, werden zij nochtans de aanleiding tot de stich-

ocr page 144

—136—

ting van hot liefdewerk in hare parochie.

Op zekeren avond hij het uitgaan der school praatte Paul met zijne makkers ; zijne moeder kwam er hij en hoorde hun gesprek. Paul sprak over de Chineesjes en over do wreedheid dor ouders, die hen op de straat leggen om er niet voor te moeten zorgen. Do kinderen wilden dit niet gelooven en konden niet denken dat er zulke ontaarde moeders waren. Mme (xrisolain onderrichtte hen en legde hun het Werk der il. Kindsheid uit, waardoor de kleine christenen in Europa hunne broertjes in China ter hulp kunnen komen. Verbaasd en getroffen verklaarden de kleinen om strijd, dat zij aan dit schoone werk deel wilden nemen. Een quot;hunner vertelde, dat hij vier stuivers per week kroeg en er ten minste een wilde geven. Dit was te veel ; een stuiver por maand was voldoende. Dit waren de eerste rekruten der nederige Zelatrice van Montmartro. Dit tweetal scholieren trachtte zij weldra tot een twaalftal te doen aangroeien , waarin zij slaagde. Doch om de aflaten te verdienen en de Annalen te ontvangen, moest de serie van Montmartre ingeschreven worden op de registers der A'ereeniging. Hot genootschap bestond niet in de parochie van den If. Petrus ; de Directeur der parochie van O. L. V. wilde hare lijst niet aannemen en ried do Zelatrice liever hare propagande voort te zetten en de Verooniging te Montmartre te doen oprichten. Door haren droom aangemoedigd, had zij rust noch duur , alvorens zij dien verwezenlijkt zag. Lijden en vermoeienis verminderden hare vurigheid geenszins. Eerst trachtte zij het getal leden te vermeerderen, vervolgens hield zij eene loterij ten voordeele van de zaak , waarin zij alle kleine snuisterijen bracht, die zij bezat tot zeli's gedach-

ocr page 145

—137—

tenissen van liaren overleden vader. Vooral poogde -/Ay haar biechtvader over te halen tot eene welgeregelde oprichting in de parochie en spaarde hiertoe noch brieven, noch arbeid.

Er zijn vaak lastige vromen, doch er zijn er gelukkig ook, die den ijver der priesters aanvuren. Het goede komt vaak tot stand door de wederzijtlsche hulp van vurige zielen en van hen. die het gezag in handen hebben. Zeker vindt men naast den ijver, dien God zegent, omdat hij voortkomt uit eene nederige ziel, welke spreekt of liever smeekt zonder de minste aanmatiging, ook ware woelgeesten met onbescheiden ijver, die den eerbied voor de priesters zouden verminderen onder voorwendsel van de eer van (!od te bevorderen. Doch deze hoovaardij staat ver beneden den apostolischen geest van die kleinen en eenvoudigen aan wie God zich mededeelt. Met eerbiedigen aandrang verkreeg .Mme Griselain eindelijk de verwezenlijking van haar verlangen. Den 28 Mei 185(j werd de 11. Kindsheid te Montmartre gevestigd. De waardige vrouw ontving van den centralen raad een diploma als Zelatrice ; dit was hare belooning. Zij had het geluk hare stichting snel te zien toenemen. De Burgemeester wilde , dat zijne dochters erin werden opgenomen en dit voorbeeld vond navolgers in de katholieke gezinnen. Doch een beginnend werk moet gesteund en aangemoedigd worden en zoolang de ijverige vrouw in de parochie bleef, werkte zij daaraan met alle kracht. Tot het einde haars levens hield zij er het oog op gevestigd, en volgde met vreugde den schitterenden voortgang te Montmartre en elders.

Overigens stelde zij veel belang in den bloei der H. Kerk onder ieder opzicht en bad daarvoor vurig , want

ocr page 146

—138—

haar ijver overtrof verre hare krachten. Zij zou de wereld hehhen -vvilleii bekeeren, zij zou honderdmaal haar leven hehhen willen geven om God tc doen hemin-nen en den godsdienst onder de menscheu aan te wakkeren. Is dit niet de ware liefde tot God ? Immers hoe meer men Hem hemint, hoe meer men Hem wil

doen heminnen.

_____|------

14cle 11 ooiVlf-it iiK.

De ijver voor Gotis glorie.

Men verwondere zich niet zulke uitstekende vruchten van godsvrucht en liefde te vinden in zulk een uederigen stand. In liet oog der meusclien was onze heldin slechts eene zeer gewone vrouw, doch zij was groot in de oogen Gods. Dat zoo nederig, zoo gering leven volgens de wereld werd tot een verheven gemaakt door de hoogste verlangens der ziel. In de nederigheid van haren stand leefde de getrouwe dienstmaagd geheel in God. Hare gedachten en handelingen hadden Hem alleen tot doel. Zij wilde niets tor wereld, dan God dienen en eeren, en bewerken, dat dit ook door anderen geschiedde

Door een hewonderenswaardig uitwerksel der genade alleen kon iemand van zoo weinig verstandelijke ontwikkeling en zulk een geringen stand zoo bezig zijn met het denkbeeld van Gods grootheid. Zij was daarvan diep doordrongen, dit gevoel vervulde haar geheel. Zonder ander licht dan dat des geloofs had zij begrepen ,

ocr page 147

—139—

dat de ijver voor de glorie van God g'elieei den raenscli dient in beslag te nemen. Hierdoor had zij zich tot de opperste Waarheid verheven.

God , dien men niet vindt, als men niet rein is, had zich aan de nederige vrouw medegedeeld als helooning voor hare hoetplegingen en otters. Zij behoorde tot die eenvoudige en rechtzinnige zielen aan wie Hij zich openbaart. Zij kreeg deel aan de hemelsche openbaringen , die den kleinen en nederigen voorbehouden zijn. Op haar kan men de woorden der .Navolging toepassen: „Ik ben het, die op één oogenblik den nederige verhef en hem omtrent het eeuwig leven meer licht geef dan een ander door tien jaren studie in de scliolen kan lee-ren.quot; Alsook deze waarheid: „Hoe nederiger en eenvoudiger van harte iemand uwer is, hoe meer zijn verstand zich uitzet en verheft, omdat het licht van boven komt.quot;

Zusteü JRosa dacht van hare jeugd af veel aan de uitersten der menschen. Een trek uit dien tijd toont , hoezeer de genade eenmaal meesteres liaars harten haaide glorie van God deed begrijpen en verlangen. Eens dat zij 's morgens vroeg over de markt te Parijs ging , zag zij bergen voorraad, die haar zeer schoon toeschenen. Er waren vruchten van alle soorten, vleesch, visch, groenten , alles in rijken overvloed. Plotseling gevoelt zij zich doordrongen van eene groote dankbaarheid jegens God , die zoo overvloedig in al onze behoeften voorziet, en zij dacht: „Ach kon ik zoo vele daden uit liefde tot God verrichten als daar verschillende zaken opgehoopt liggen.quot; En er waren er duizenden !

Vervolgens overmeesterde een ander gevoel hare ziel, bij het herdenken der ondankbaarheid van hen, die deze

ocr page 148

—140—

gaven van de goddelijke Voorzienigheid ontvangen. Nauwelijks denkt een klein getal eraan God te danken; anderen bedienen er zicli wellicht van om Hem te helee-digen door het misbruik, dat zij er van maken. Dan weer wilde zij al die zaken kunnen missen om door hare ontbering de zonden van zinnelijkheid en gulzigheid te herstellen, die hiermede bedreven zouden worden.

Toen sprak eene stem in haar binnenste , die haar zeide , dat de dag zon komen , waarop zij van dit alles geen gebruik meer maken zou. Zij meende , dat dit eene begoocheling was en lachte er heimelijk mede. Hoe zou zij al de zaken kunnen missen, die men beschouwde als onontbeerlijk voor liet leven? „Bit is onmogelijkquot; dacht zij , en zoo dikwijls zij haar maal nam , sprak zij tot zich zelve : ,.T)e tijd is nog niet daar, dat ik zonder eten leven kan!quot;

En die dag brak aan. Men heeft gezien , hoezeer zij streed tegen de zinnelijkheid. Door eene liefde tot Grod, veel sterker dan alle zinnelijke verlangens , beroofde zij zich niet slechts van alle smakelijke gerechten , maar ook van liet meest gewone voedsel door een aanhoudend vasten. Om haren zoon aan God te kunnen toewijden , had zij zich beperkt tot de goedkoopste en geringste wijze van voeding waarbij met den smaak geen rekening gehouden werd en het lichaam nauwelijks de noodige kracht vond.

Het was slechts door een voortdurenden stri.d tegen

t» O

zich zelve, dat deze sterke ziel zich aan die harde ontbering gewoon maakte. Zij was uit haren aard tot zinnelijkheid in eten en drinken geneigd en moest zich zelve gedurig bestrijden om den strengen regel, dien zij zich had opgelegd te blijven volgen. Juist door dat ver-

ocr page 149

—141— '■

langen naar lekkernijen vond zij gelegenheid zieli meer te versterven en dit steeds met de begeerte om den Schepper van alle goed, hierdoor te vereeren. Het was ook om God meer eer en glorie te geven en in den geest van boetpieging, dat zij het kruis tot gezel en tot legerstede gekozen had. En hoezeer beminde zij dat kruis van den goddelijken Verlosser, dat zij steeds met zich droeg, dat haar, op eene vernuftige wijze verborgen, alom vergezelde, en dat zij eerst verliet, toen de gehoorzaamheid haar hiertoe in het klooster verplichtte.

De groote wensch dezer ziel was het bevorderen van Gods glorie en hierom troffen de beleedigingen God aangedaan haar zoo diep. Zij had alles willen uitboeten , alles herstellen , hare eigene fouten en die van hare evennaasten ; zij had gewild, dat haar leven en dat van allo menschen, dat alle zaken, dat allo schepselen zouden medewerken tot de glorie des Schoppers. Zij wist genoeg, do eenvoudige vrouw , om te begrijpen , dat hierin het opperste goed, de volmaakte waarheid, de volstrekte orde gelegen is.

Haar zielenijver, haar apostolische geest werd in haar versterkt door do overweging van de eer , die voor den Schepper zou voortspruiten uit het goed, waartoe zij anderen aanspoorde. Indien zij zooveel belang stelde in de H. Kindsheid dat zij zelfs eenigszins lastig werd voor de geestelijkheid barer parochie, dan was dit alleen, omdat zij er de glorie van God inzag. „Indien ik,quot; aldus schreef zij aan den Heer Truchon, „u durf verzoeken een oogenblik van uwe bezigheden af te zonderen om een blik op dezen brief te slaan , zoo is dit, omdat ik hoop met uwe hulp iets voor Gods glorie te kunnen doen.quot; Een andere maal schreef zij : „De bloei van dit

ocr page 150

—142—

werk zal strekken tot glorie van God en zal liet Hart van Onzen Heer verheugen, die gekomen is om de men-schen door Zijne kribbe en Zijn kruis zalig te maken.quot;

Men mag zeggen, dat de glorie Gods liet hoofddenkbeeld geweest is van het leven van Zuster Rosa. Toen zij nog in de wereld was , diende alles haar als middel om zich tot God te verheffen. Het zien der schepselen verhief haar tot den Schepper. Door een levendig gevoel Zijner oneindige goedheid en volmaaktheid bracht zij alles tot Hem terug en putte zich uit in verlangens , die slechts Zijne eer ten doel hadden.

Een trek door haar zelve verhaald, schildert hare ziel: „Eens op een avond,quot; aldus zegt zij met al den eenvoud eener oprechte ziel , „kwam zij over eene brug , en zag een prachtigen sterrenhemel, dien het water weerkaatste. Dit heerlijk schouwspel bewonderende , vormde zij den wensch, dat alle vermogens van haar lichaam en hare ziel even zoo vele spiegels mochten zijn om al de goedheden en weldaden Gods te weerkaatsen en zoo Zijne glorie en grootheid en vooral Zijne liefde tot ons te verkondigen. Eene inwendige stem zeide haar, dat dit zou gebeuren. Zij was hierover ten hoogste verwonderd, vooral toen dezelfde stem haar deed verstaan, dat dit zon zijn , als zij niet meer eten zou. „Wat kan ik , arme vrouw, toch doen om God zulk eene glorie te verschaffen ! Een bisschop, een redenaar waren daartoe in staat, maar ik ? Wat kan ik doen ?quot; zoo dacht zij. Hierop begreep de nederige vrouw , dat God juist daarom er meer glorie uit zou trekken ; want hoe zwakker het werktuig is, hoe beter de vinger Gods zichtbaar wordt. Bedient de tuinman zicb niet van mest en vuilnis om de schoonste planten te doen bloeien ?

ocr page 151

—143—

Doch Zuster Rosa moest eerst nog- in het lijden dien God eenig en alleen leeren beminnen. Ka het vertrek van den Heer Truchon had de Voorzienigheid haar, zooals wij reeds meldden , in den Heer Duhamel een ziel-hestierder doen vinden, die, even godvruchtig als verlicht, haar in hare huiselijke wederwaardigheden bemoedigde en haar leerde lijden in vereeniging met haren Zaligmaker. Onder Zijne leiding maakte zij buitengewonen voortgang op den weg der volmaaktheid.

Daar ^Ime Griselain te Montmartre eene vriendin had van haren stand en van bijzondere deugd, die eveneens de geestelijke dochter van den Heer Duhamel was, bestierde hij haar te zamen. Hij schreef haar te gelijk, als de bezigheden zijner bediening hem niet toelieten haar te gaan bezoeken of als hij afwezig was. Zie hier op welk eene vaderlijke wijze hij die uitverkoren zielen toesprak.

„Waarde Dochters, liet deed mij genoegen eenig bericht van n te ontvangen, hoe treurig liet ook zij, want niets is werkelijk en uitsluitend droevig voor die zielen , die alles aan God opdragen en met Jezus vereenigd zijn. Ik hoop u spoedig te zien en u al de genegenheid te betoonen , die God van mij vraagt om u in Zijne liefde te bewaren. O meent toch niet, dat gij verlaten zijt van uwen Welbeminde, want Zijn Hart waakt! Hij verwijdert zich om daarna dichter bij u te zijn. Hij verdroogt maar om u te overstroomen , Hij ontneemt u alles om u beter met zich op het kruis te kunnen nagelen. Doch daardoor laat God ons ook de bediening van Jezus zelve vervullen. Wij zijn het zoenoffer , dat voor Zijne glorie verteerd wordt. Het slachtoffer wordt aan de vlammen prijs gegeven , doch God ontvangt den

ocr page 152

—144—

geur. Graat dan voort, geliefde dochters, u van u zeiven te oiithechten, niets te willen, niets te wenschen dan den wil alleen van onzen liemelschen A ader. Herkent Hem in Zijne slagen , in Zijne gestrengheid, in uwe verlatenheid, en, komt er een enkel zonnestraaltje, dat uw hart verlicht en verwarmt , maakt er dan gebruik van om uwe ziel een weinig te verkwikken en doet intusschen gelijk Jezus oj» het kruis, dan eens rustende op dezen , dan op genen nagel in den geest mede lijdende met onzen Verlosser.quot;

Deze vermaningen , beantwoordden volkomen aan de gevoelens onzer godvruchtige heldin, of liever deze heilige lessen van liefde waren slechts de uitdrukking barer ziel. Voor Jezus lijden, Jezus beminnen was geheel haar leven. Een volgende maal schreef Al. Duhamel haar: Mijne waarde dochters in Christus, de goede Crod geeft mij de gedachten in, u een woordje te schrijven. Ik denk, dat dit wel niet noodig is en dat gij beiden in vertrouwen en vrede met Clod leeft, te midden der beproevingen naar ziel en lichaam, die God u wellicht in zijne liefde overzendt. Ik heb zoo even mijn bezoek aan het H. Sacrament gebracht en u beiden aan het Hart van den goeden Meester aanbevolen. Ik was eenigszins ongerust, doch ik heb gedacht, dat Hij u wel bewaren zal, omdat Hij u bemint. Hij geeft u daarvan het beste bewijs door u het kruis te dragen te geven. Dat dit kruis de toevlucht uws harten zij, terwijl het tevens Zijn last is.. Ik bid u ter liefde van uw voorbeeld , put daaxin uwe kracht, uw steun, uwe hoop, en houdt u verzekerd, dat Hij , die het u geeft, die het wellicht op uw hart wil drukken en het in uw hart wil prenten in alle bitterheid , u ook Zijne hulp en Zijne genade belooft. Leeft

ocr page 153

—14;quot;)—

in en voor Jezus ; verlaat Hem niet, dan zal Hij u ook nooit verlaten. Gelooft niet in dorheid en verlatenheid , dat Hij voor u verloren is ; want juist dan is Hij het dichtst hij uwe ziel, het nauwst niet u vereenigd.quot;

Aldus onderhielden deze heide zielen, door de liefde verbonden , door denzelfden raad gesterkt elkander in de liefde tot Jezus in een zelfden geest van opoffering en edelmoedigheid.

Het is vooral tot Mme Griselain, dat M. Duhamel zich richt, als hij van het H. Hart van Jezus sprekende zegt: „Leef geheel voor Hem, ten einde Hem te troosten voor het klein getal Zijner aanbidders; offer Hem uwe werken, uw lijder., uwe begeerten, uwen wil vooral; doe niets , zoo gij wilt , doch wees tot alles bereid , vooral dood voor u zelve , voor uwe eigenliefde , zelfs voor de begeerte u zelve te voldoen in het goede , bemin God alleen, alles in God en om God.quot;

God alleen en alles in God beminnen was de hoofdregel der gedachten en handelingen van Züstee Rosa. In haar geestelijk verkeer met dien verlichten zielbe-stierder dreef de gedachte aan Gods glorie altijd boven. Zoo schreef zij hem tot nieuwjaarswensch : „Zou ik voor u aardsche goederen vragen ? Zij zijn een dienaar Gods onwaardig en daarenboven maken zij deel. uit van hot beloofde honderdvoud dergenen , die eerst het rijk der hemelen zoeken. T)it begeert gij, niet voor u, doch voor de glorie van God. want, zoo alle menschen dit jaar den Heer dienden , zou het wel het gelukkigste jaar zijn , dat men ooit beleefd had. Aldus beoordeelde de heilige vrouw alles in het licht van het geloof en zag zij God in alles. AVat zou zij niet hebben willen doen en lijden om in dit jaar God door alle menschen gediend te zien.

10 z. K.

ocr page 154

—ui;—

quot;Welke boetvaardigheid had zij zich niet willen opleggen om alle fouten tegen God gepleegd te herstellen. Gaarne had zij hiervoor haar lijden zien vermeerderen.

Hoe meer zij leed , hoe nader zij kwam tot het doel van haar leven van opoffering. Het oogenblik van werken zou weldra aanbreken. Een zeker voorgevoel, eene inwendige stem hadden haar menigmaal verwittigd, dat het haar vergund zou zijn krachtdadig te werken voor de glorie van God. Deze grootsche zending moest dan plaats hebben , als zij zou ophouden te eten , te weten als zij haar voortdurend vasten zoo ver gebracht zou hebben, als liet mogelijk was. Dit was liet teeken, dat haar gegeven was. En is men niet geheel in de hand Gods, dan, als men Hem zijne ziel geheel gegeven heeft door liet otter van al hare genegenheden, en zijn lichaam door het te beperken tot het allernoodzakelijkste voedsel ?

Er komt geone geestelijke zending van den hemel, of zij eischt getrouwe medewerking met de handelingen Gods en eene geheele overgeving aan Zijne leiding. Op deze voorwaarden alleen kan do mensch een werktuig in Zijne hand worden. Aldus begreep het de getrouwe dienstmaagd des Heeren, zooals men ziet uit den volgenden brief aan hare vriendin, die zij vermaande moedig voor den dienst en de glorie Gods de kruisen en beproevingen te \ erdragen.

„Ik heb heden bijzonder voor u gebeden en wat ik ten uwer opzichte vernomen heb , is zoo troostend , dat ik mij haast u dit mede te deelen, opdat gij de inzichten Gods omtrent u kennende , uit uwe ziel allo vrees verbant en u geheel aan Hem overgeeft. Gij weet, dat, zoo de Heer zelf de tempels tot Zijne glorie opgericht, niet ondersteunde , de menschen ze te vergeefs zouden oprichten. Het gaat eveneens zoo met den tempel, dien

ocr page 155

—147—

■God zich voor de eeuwigheid bouwt. De zielen zijn de levende steenen, die hem moeten vormen, doch alvorens ze te plaatsen, bewerkt Hij ze door de beproevingen des levens. De gewone moeten de muren vormen, alsook de kolommen en pilaren , doch op die steenen , welke Hij tot sieraden bestemt, vermenigvuldigt de hemelsche steenhouwer de slagen van hamer en beitel om daarin Zijne gelijkenis te drukken. Hij noemt die Zijne heiligen , en die , welke het meest geleden hebben , plaatst Hij liet dichtst bij zich. Daarom vormt de H. Maagd het tabernakel, wijl haar hart alleen meer deugd en smarten geborgen heeft dan die van allo andere heiligen te zamen.

Gij zult mij antwoorden, dat gij daarbij niet vergeleken kunt worden , dat gij hare deugden niet bezit en uw lijden niet in de schaduw van het hare staan kan.

Ik weet dit en zal u zeggen waarom. Treed met mij in eene kerk. Ka onze nederige aanbidding God aangeboden te hebben, zal ik u de ramen toonen en u zeggen , dat zij uw beeld vormen ; zie hier op welke wijze. Zij gelijken u in hunnen oorsprong, want evenals uw lichaam van een weinig stof gevormd is, zijn zij gemaakt van een weinig zand, dat aan eene zesr hevige hitte blootgesteld , smelt en gezuiverd wordt. Als het afkoelt, is het eene andere zelfstandigheid, neemt eiken vorm aan, die men verlangt, en leent zich tot elk gebruik. Gelukkig duizendwerf, als gij de genade begrijpt, die de Heer u bewijst, met u als tot een venster te bestemmen, want evenals die der stoffelijke tempels een eigen karakter hebben, dat hen nuttiger maakt dan bet goud en de edelsteenen , die de tempels versieren , daar men zonder de vensters niet zou kunnen zien, zoo is het ook

ocr page 156

-US-

met u. Konden zij echter redeneeren en gevoelen, dam zouden zij zich wellicht even als gij beklagen, dat zij het vuur moeten doorstaan om te veranderen , hetgeen eene groote ondankbaarheid zou Avezen , omdat zandkorrels , die slechts geschikt schenen om onder de voeten vertrapt te worden, door de kunst der menschen mogen dienen om Gods tempel te bewaren voor reg'en en stof,, zonder dat liet licht er uitgesloten hlijve. Zij mogen zich dus beroemen God en Zijne heiligen hiervoor te beveiligen. Begrijpt gij deze eer? Troost u dus, als gij evenals deze vensters, die ons licht verschaffen zonder het te weten, en die de zon doorgloeit 7 zonder dat zij het bemerken, niets gevoelt dan lijden ; want er zal een dag komen , waarop gij hegrijpen zult, dat , niets zijnde in uw eigen oog of in dat der wereld , de zon van rechtvaardigheid en liefde op uw hart geschenen heeft en dit doordringende met hare genadestralen, liet zal doen smelten van dankbaarheid en liefcl^.

Het is wel van zich zelve, dat Ztstek Rosa spreekt pnder den sluier van dit edel en verheven zinnebeeld.

Een steen, gehouwen en gebeiteld door den hamer der beproeving , geheel doorboord door de scherpe punt der smart, zou zij een steun en een sieraad worden voor den tempel des Heeren. Een zandkorrel , onder de voeten vertrapt door de onverschilligheid der menschen, gesmolten en gezuiverd in het vuur der goddelijke liefde, zou zij veranderen in een schitterend glasraam, waardoor een nieuw licht in het heilig gebouw der Kerk zou dringen., tot grootere glorie van God.

ocr page 157

—149—

l£5cle Hooiclssstiilc.

De Mis van Eerherstel.

God, die alios voor zich geschapen heeft, heeft alles gt; gemaakt tot Zijne glorie. Dit is het verheven doel dei-schepping. Onderworpen aan de wet van hun Schepper, streven de onbezielde wezens gedwee dit doel na. De hemel en de aarde , de sterren , de zeeën, de dieren, de planten alles brengt hulde aan Dengene, die ze het aanzijn gaf. Alles in de natuur gehoorzaamt, alles prijst de macht en de goedheid van den goddelijken Meester , en de raensch alleen geeft God geene glorie. Onbegrijpelijk geheim van boosheid ! De mensch is niets uit zich zeiven , hij vermag niets voor zijn bestaan of zijn behoud. De geboorte en den dood worden hem toebedeeld. Hij kan niets voegen noch bij zijne gestalte , noch bij den duur van zijn leven. Zonder de lucht, de zon, de vruchten der aarde en de dieren zou hij niet kunnen leven , en dit alles zijn gaven Gods. Intusschen leeft de mensch, als ware hij zijn eigen heer en meester , als had hij alles uit zich zeiven , als ware hij zijn eigen doel. En hierin ligt de oneindige boosheid , de vreese-lijke wanorde.

Indien het ons vergund ware de zedelijke wereld, evenals de uitwendige wereld te zien, eu indien de verschijnselen der natuur konden vergeleken worden bij de feiten der onzichtbare orde, dan zouden wij een vreeselijk schouwspel gewaar worden. Eene ontzettende verwarring zou zich voor onze oogen vertoonen. Men zou den mensch zien in opstand tegen God. Van alle kanten

ocr page 158

—150—

zonden zicli godslasteringen verlieffen , gelijk aan hel-sche uitbarstingen, die de lucht met rook- en vunrkolom-men zonden vervullen. De ongehoorzaamheid, de zonden zouden even zoo vele aardbevingen schijnen, of wel gelijk zijn aan vreeselijko overstrooi)lingen, die overal dood eu ontzetting verspreiden. Een God beleedigd, een God miskend , een God geloochend , dat is Avel de afschuwelijkste , de monsterachtigste wanorde, die zich laat bedenken !

De heilige zielen worden bij het zien van deze wanorde met schrik en droefheid vervuld ; zij treuren over de atzichtelijkheid van het kwaad en de ondankbaarheid der menschen ; zij bewenen de oneer, die den goddelijken ]\teester hierdoor wordt aangedaan en hoe meer zij God beminnen, hoe meer zij lijden.

Dit was de groote kwelling van Zt stick Rosa. Zij leed in het diepste harer ziel, als zij zag, dat God, die zoo beminnelijk is , zoo weinig bemind wordt ; en zoo vaak zij dit woord herhaalde , kwamen haar de tranen in de oogen. Haar hart, van eerbied en medelijden doordrongen, leed door die menigte beleedigingen en oneerbiedigheden der goddelijke Majesteit aangedaan.

Vooral in de kerk gevoelde zij de groote oneer, waarmede God bejegend wordt door de onverschilligheid en goddeloosheid der menschen. Inderdaad, daar heeft de eeuwige Zoon des Vaders, het menschgeworden Woord , God en mensch te zamen , den troon Zijner godheid op aarde opgericht, daar wil de Opperheer in Zijn goddelijken Zoon , den Verlosser der menschen , aanbeden en bemind worden.

Op het altaar in Zijn Sacrament van liefde tegenwoordig , wacht Jezus de hulde der menschen , door Zijn

ocr page 159

—151—

Bloed vrijgekocht. Hij is altijd gereed zich als slachtoffer op te dragen om aldus het offer van Kalvarië voovt te zetten en zoo tot middelaar te dienen tusschen den hemel en de aarde. Intusschen weigert of verzuimt eene menigte christenen aan (lod do hulde te brengen , die 1 tem toekomt. Zij komen Hem niet in de heilige plaatsen aanhielden, zij nemen geen deel aan de H. Mis. Helaas , hoe vaak zijn onze tempels ledig en wordt het heilig Sacraficie in de verborgenheid en de eenzaamheid van het heiligdom opgedragen ! Het gezicht van dergelijke nalatigheden , die even zoo vele heleedigingen en versmadingen zijn Gode aangedaan, veroorzaakte de godvruchtige dienares des Heeren eene altijd nieuwe smart. „Als ik,quot; zegt zij , ..in de kerk kwam en die lange rijen ledige stoelen en banken zag, kromp mijn hart inéén en ik verdubbelde mijne akten van geloof, hoop en berouw en trachtte deze akten in getal dat der ledige stoelen te doen overtreffen.quot;

Op deze wijze wilde zij boeten voor de afwezigheid van zoovele ondankbare en sehnldige harten en zooveel zij kon de fout herstellen van die ontelbare zondaars , die zelfs zooveel niet aan God denken, dat zij Hem eens per week komen aanbidden. Zij had het getal der ont-brekenden willen aanvullen door een nog grooter getal akten van gelooi'. hoop en berouw . te weten door eene tot in het oneindige vermenigvuldigde opdracht van zich zelve. Zij offerde zich met al de gevoelens van haar hart geheel voor hen op.

,.]\Len is verwonderd te zien, dat de akte van berouw hier treedt in plaats der gewone akte van liefde. Zi stkii Rosa had voor God zulk een diepen eerbied, dat zij Hem ter nauwernood durfde zeggen ; „Ik bemin ü,quot; zonder

ocr page 160

—102—

daarbij de stem van haar berouw te doen spreken. Het beschouwen der goedheid van God wees haar tegelijk op zulk een afgrond van ellende , dat het haar niet mogelijk scheen, dat uit zulk eene armoede een zuiver gevoel van liefde kon ontstaan , als het niet eerst door het vuur van het berouw en de nederigheid gelouterd werd. De akte van berouw op de lippen dezer arme vrouw was wel eene akte van brandende, zuivere liefde! AV ie haar heeft hooren zeggen : ,.Mijn God ik heb een innig berouw II beleedigd te hebben , omdat Grij oneindig goed, oneindig heilig, oneindig beminnelijk zijt, kan alleen begrijpen welke liefde die woorden te kennen gaven aan het zoo vurig, zoo teeder , zoo nederig, zoo beminnend hart onzer Zuster.

Bij liet gebed voor de afwezigen , bij de aanbidding tot eerherstel voegde zij de gedachte aan hare zonden.

De uitdrukking barer liefde tot God was tegelijkertijd die van haar berouw. Zij vereenzelfde zich met de zondaars, en voor hen en in hunne plaats biddende, bad zij tevens voor zich tot uitboeting barer vroegere zonden.

Haar ijver om voor de afwezigen te bidden , bracht haar langzamerhand tot de gewoonte eiken Zondag eene Mis te hooren voor iedere klas van personen, die, om goede of kwade redenen , dien dag de Mis niet bijwoonden. Aldus hoorde zij eene Mis voor de zondaars , die door onverschilligheid of goddeloosheid de Mis verzuimden, eene voor de zieken , die door ziekte of gebrekkigheid thuis moesten blijven en daarna een derde voor 1c zielen , die gedurende die week voor Gods rechterstoel gedaagd, niet meer de heilige AI is konden bijwonen, doch door haar verlost en geholpen moesten worden.

Deze Missen voor de afwezigen eindigde de brave

ocr page 161

vrouw met eene van dankzegging. Aldus vereenigde zij, zonder het zelve te weten, deze vier voorname intentiën van liet H. Sacraficie ; de aanbidding, de smeeking, de voldoening, de dankzegging. Zij aauhwl God met do gelukzalige zielen , die deze aarde verlaten hadden ; zij sweelic genade en barmhartigheid af voor de zieken en de zielen in liet vagevuur ; zij trachtte voor de zondaars te voldoen , eindelijk clan/de zij den Gever van alle goed voor alle genaden , gedurende die week ontvangen door alle schepselen. „Ik vereenigde mij,quot; zegt zij, „met de dankbare harten en ik loofde God dubbel in de plaats dergenon, die niet erkentelijk zijn.quot;

Doch dit was slechts eene persoonlijke oefening, ingegeven door eene beweging harer vurige ziel, welke slechts onvolledig aan hare meening beantwoordde. Wat zij tot dusverre uit zich zelve en uit godsvrucht gedaan had, zou zij op Gods ingeving voortaan op bestendig wijze verrichten en dit het algemeene karakter eener broederschap geven.

Dit is het keerpunt in het leven van Zuster Eosa , het doel, waarnaar heel die smartelijke loopbaan, welke zij tot dusverre zoo edelmoedig , zoo vurig had doorloo-pen, zich richtte. jSTu gaat God op eene zichtbare wijze medewerken, om haar liet plan toe te vertrouwen, waartoe zij door hare beproevingen en offers verdiende mede te werken.

De kerk van St. Xicolas des Champs was de plaats , gekozen voor deze goddelijke mededeelingen. De nederige weduwe was destijds als naaister in de straat Notre Dame de Nazareth gevestigd. Zij had hare nieuwe parochie, waarin zij haren vorigeu zielbestierder M. Du-hamel als kapelaan wedervond , zeer lief. In de buurt

ocr page 162

—154—

stond ook de kerk van la Bonne Nouvelle, die haar de barmhartigheid des Heeren ten haren opzichte herinnerde en voor haar het begin was geweest van vele uitstekende genaden. Dikwijls kwam zij in St. Nicolas des Champs bidden , met hare vurige en nooit voldane godsvrucht. Daar had zij de gewoonte aangenomen , 's Zondags vier missen te hooren in plaats der afwezigen. Ziehier wat haar volgens hare eigene mededeeling overkwam op H. Sacramentsdag van liet jaar iHii'.

„Na missen tot al deze intention gehoord te hebben , wilde ik de kerk verlaten ; doch mijn Zaligmaker in de eenzaamheid ziende, kon ik er niet toe besluiten, en bleef om eenig afwezig persoon te vervangen. De Mis van twaalf ure zou beginnen ; ik wist niet tot welke meening die te hooren ; ik keerde in mij zelve en bad mijn Zaligmaker zich te doen kennen en beminnen. Toen liet Hij mij zien, dat allo werken van godsvrucht Hem aangenaam zijn om de glorie . welke zij Zijn hemelschen Vader verschaffen, en do genaden, welke zij over de arme zondaars uitstorten. Doch terzelfder tijd toonde Hij mij aan , dat er eene leemte bestaat tusschcn deze verschillende werken en dat die gaping vervuld zou worden door een werk , dat als de band van al de andere zou wezen.quot;

ZrsïEii Rosa legt de beteekenis van die inwendige voorlichting uit met behulp eener gelijkenis, haar dooiden Zaligmaker ingegeven. „Daar ik,quot; zegt zij, „niets van dit alles begreep, gaf de Heer mij deze gedachte in om mij er een denkbeeld van te geven. Veronderstelt, dat een vader, die twaalf kinderen opgevoed heeft, hun zijn verlangen bekend maakt, dat ieder hunner, om hem zijne-dankbaarheid en liefde te toonen, een uur wekelijks voor

ocr page 163

—155—

hora werkt. Veronderstelt, dat zes weigeren en dat drie liet met onaelitzaamlieid en drie niet ijver doen. De goede zonen zouden bij het zien van liet gedrag hunner broeders jegens hun vader bedroefd worden en vergeving voor hen vragen. 1) t zou zeer goed zijn. Doch als de vader het werk van allen noodig had, zou hem iets oiitbreken. Toen begreep ik en in den geest van eerherstel beloofde ik alle Zon- en Feestdagen eene tweede ilis te hooren tot intentie mijner afwezige broeders.quot;

Zij begreep toen, zoo als zij later zeide, dat de stichting bestemd om de leemte tusschen de andere goede werken van godsvrucht en liefde aan te vullen, een werk was tot Jieniel da' fjlonc aan, God, door de me-mehen tvrsehul-digd, en zij beloofde de tweede ]\ris des Zondags te hooren in de plaat* der afirecir/en, als om aan God de heilige schuld af te dragen ons door de stem der Kerk opgelegd in het gebod : (lij zult s '/ondaij* eu op de Feestdagen Max loon n.

De heilige vrouw voegt hier nog eigenhandig bij : „God deed mij verstaan, dat de methode van Mis hooren van den gelukz. Leonardus a Porto Mauritio tot dit einde zeer dienstig zou zijn . omdat men aldus zich voor de afwezigen zou kwijten van de viervoudige schuld , die wij jegens de goddelijke Majesteit hebben te betalen.quot;

God had haar door eene bevattelijke vergelijking doen verstaan, dat Hem de hulde behoort van al Zijne schepselen ; zij dus die weigeren Hem te aanbidden, ontrooven Hem een deel Zijner glorie. Derhalve moet het voor de ware kinderen Gods een voorwerp van smart zijn , ontaarde zonen te zien ontbreken bij het vervullen van die heilige verplichting jegens ons aller Vader. Het zien van die ondankbaarheid moet hen aanzetten hunnerzijds

■■■■ tvj—

ocr page 164

—15G—

door eene verdubbeling van liefde liet leed dien Yader aangedaan te lierstellen, niet slechts om de fouten der schuldigen te verminderen, doch ook om datgene wat de Vader van Zijne zonen verwacht aan te vullen.

Geheel doordrongen van de gedachte de glorie Gods te bevorderen door de vier doeleinden van het H. Sacra-ficie volgens de haar ingegeven methode, hoorde de gunstelinge des Heeren op deze wijze eene vijfde Mis, waarin zij zich vereenzelfdigde met de afwezigen en de gebeden in het meervoud bad. Aldus stichtte zij de Mis van Eerherstelling ; dit was de aanvang der heilige oefening van eene tweede Mis te hooren in den geest van eerboete, des Zondags en op de feestdagen.

Aldus ging zij voort tot het feest van liet H. Hart, dat dit jaar te Parijs gevierd werd den 13 Juli. Op dezen gewijden dag, door de teederste godsvrucht jegens den persoon des Zaligmakers geheiligd, ontving zij nieuwe mededeelingen ten opzichte der Mis van Eerherstelling. ,.Het werd mij vergund,quot; zegt zij. „iets te mogen weten omtrent de tweevoudige glorie, die God toekomt. De eene is aan God eigen en, even als Zijne goddelijke volmaaktheden, onbereikbaar voor de menschen, die er niets kunnen bijvoegen, niets kunnen afdoen; de andere glorie daarentegen gewaardigt Hij zich van ons aan te nemen en Hij vindt daarin Zijn genot door de groote liefde, welke Hij voor ons heeft.

Verrukt in aanschouwing van God , begreep de arme vrouw datgene wat de Heer haar liet zien beter dan zij in staat was het uit te drukken. Wat er op dien schoo-nen dag van het feest van liet H. Hart in haar omging, kon zij niet verklaren ; „want,quot; zeide zij, „daar deze zaken geheel geestelijk zijn, kunnen geene woorden ze wedergeven.quot;

ocr page 165

Ziehier iutusschen wat zij daaromtrent aan Pater Blot schreef: „Indien ik teekenen kon, zou het mij wellicht gemakkelijker vallen u van deze tweevoudige glorie Gods een denkbeeld te geven. Om de eerste uit te drukken, welke Hem eigen is en evenals haar oorsprong onmetelijk en schitterender dan de zon , zou ik een soort van regenboog willen vormen , met dit onderscheid , dat ik , in plaats van kleuren, licht zou aanbrengen, dat verbleekt naar mate het zich van het middenpunt verwijdert. Doch rondom dien on meetbaren lichtkrans , welks vuurgloed ligt in het Hart van God, en welks stralen zich tot ons uitstrekken , bevindt zich die andere glorie , welke (lod zich gewaardigt van Zijne schepselen aan te nemen , en welke onze daden , zoo zij wel volbracht worden , Hem bezorgen. Deze werken , welke opstijgen van de aarde onder verschillende schakeeringen en gelijk aan zoovele spiegels, rondom die onmetelijke zon geplaatst, ontvangen hare stralen en zenden allen glans tot haar terug.

Toen, op dat schoone feest van het H. Hart in 1862, begreep ik , welke smart de onverschilligheid van zoovele christenen ten opzichte van het geheim van het H. Sacrament onzen Zaligmaker moest veroorzaken. En dit niet slechts om het goede, dat onze lieer hun zou willen doen en waarvan zij zich berooven, doch vooral wegens de eer en glorie, welke God trekt uit wel verrichte communiën en aanbiddingen, wel opgedragen en Avel gehoorde Missen : eene eer en glorie, welke de onverschillige of ongodsdienstige christenen hem ontrooven door het verzuimen der H. Mis. Bij het begin der Mis van 12 uren, welke ik toen bijwoonde, terwijl ik onzen Heer dankte voor de bijzondere genaden, aan mijne zwakheid door Zijn Hart geschonken, vooral die van levendig

ocr page 166

—158—

do smart te gevoelen, welke de nalatigheid der christenen in liet bijwonen der II. Geheimen, hem doet lijden, en terwijl ik hem vurig' bad diezelfde genaden te schenken aan de godvruchtige hielen, ten einde haar aan te zetten eene tweede Mis te hoeren tot eerherstel, deed de goede Zaligmaker mij verstaan , dat dit zijn voornemen was en dat hij groote genaden zon mededeelen aan hen, die deze godsvrucht omliclsden.

Omstreeks het einde der His zag ik in den geest iets van de glorie, welke liet 11. Sacrificie der Mis aan God verschaft. Vervolgens 1 morde ik de Mis van één uur voor al degenen, die er geene gehoord hadden op dezen feestdag. Ik zette mijne dankzegging voort tot de vespers en het was toeii, djit ik eenig licht ontving omtrent de voorwaarden dezer oefening. Zonder te kunnen hegrijpen, door welke middelen dit werk zon hekend worden en op welken tijd het God zou behagen het alom onder het volk te verspreiden, meende ik te zien, dat het eenmaal eene katholieke vereenigiug zou worden; dat men zooveel mogel ijk de Mis op aangeduide wijze moest hooren, voorafgegaan door eene soort van offerande of begeerte, in-vereeniging niet al de medeleden; eindelijk , dat men , met toelating van zijn biechtvader, eenmaal meer in de maand ot in de week moest communi-ceeren. De H. Comimmie als meest onmiddellijke en uitmuntende deelneming' aan het H. Sacrificie, zou de plaats kunnen vervangen der t-weede Mis, voor hen, wien het onmogelijk zon zijn z;e hij te wonen gedurende de week. l)e akte van begeerte moet voorde Mis of heilige communie gebeden worden, als oefening van vereeniging der leden.quot;

In eene andere aan teelden ing komt Zusteii Rosa terug oj) hetgeen zij begrepen heeft van de glorie van God en

ocr page 167

—159—

drukt zicli uit op eene wijze, welke naar onze meenhigquot; het werk eu den geest der Mis van Eerherstel beter afteekent. Wat ons doet meenen, dat dit eene nieuwe genade was , is, dat Zustee Eosa van zich zelve sprekende zegt: „ rweemaal Ifh d' de glorie Qmls oezienpm Indien zij ten minste niet wil zeggen, dat zij de glorie Gods onder twee verschillende beelden gezien heeft. Wat het laatste zou doen veronderstellen, is, dat zij hier onmiddellijk bijvoegt: „Eerst eene inwendige glorie, eigen aan (lod en noodzakelijk, welke niet anders zijn kan dan die, welke God in zich zeiven en alleen in zich zeiven vindt. En omtrent dit punt, kan ik slechts zwijgen, zoo onmachtig zijn de woorden om uit te drukken, wat men zou willen zeggen over de natuur eu den luister dezer glorie. Vervolgens zag ik, als een gordel rondom deze werkelijke glorie, de andere (acciden-teele) glorie, welke God bewezen word door de schepping, door de werken en de deugden der menscheu. Maar in deze tweede bemerkte ik eene groote leemte, liever eene menigte ledige plaatsen of ruimten, en God gewaardigde zich mij te doen verstaan , dat de Mis tot Eerherstel bestemd was om die ruimten aan te vullen door al de andere werken en deugden, waarmede Gods glorie bevorderd wordt, met elkander te verbinden.quot;

W ie bewondert hier niet hoe deze arme vrouw , zoo ontbloot van alle menschelijke wetenschap, zulke verheven zaken beschrijft !

Dit komt, omdat God zelf haar onderwezen had. Zij had eigenlijk gezegd noch visioen , noch openbaring op dezen buitengewonen dag , maar zij ontving een licht, waarin datgene wat de Hoer wilde doen zien haar duidelijk verscheen. Ziehier wat zij aan Pater Blot ver-

ocr page 168

•—1(30—

luicalt omtrent de wijze, waarop God gewoon was in haar te spreken : „Alvorens in bijzonderheden te treden, geloof ik, dat liet nuttig is u een woord omtrent mijne gesteltenis ir het algemeen te zeggen. Wat de uitlegging moeielijk maakt is , dat de zintuigen geen deel hebben aan hetgeen in mij omgaat. Er is noch visioen , noch openharing, doch eene volmaakte kennis van hetgeen de lieer mij leert of vraagt na het gehad of de H. Communie. Het was mij , alsof het Hart van .Jezus op het mijne kloppende mij deed hegrijpen, wat Hij wilde, evenals twee vriendenharten , die elkander verstaan , zonder te spreken.

Smeek ik hij voorbeeld aan God om eene bekeering, dan weet ik, in minder tijd dan ik noodig heb om Zijn aanbiddelijken Naam uit te spreken, dat deze genade mij zal gegeven worden, indien ik nauwkeurig alles doe wat de Heer mij vraagt. Indien ik eene zaak inwendig zie, zie ik haar niet werkelijk doch ik heb er eene kennis van , als had ik ze gezien en als herinnerde ik mij dit.

Aldus gaf God door aan haar hart mededeel ingen te doen haar de gedachte in der Alis tot Eerherstelling. God had haar eraan herinnerd , dat het bijzonder door het H. Misoffer is , dat Hem de glorie bewezen wordt, die Hij van de aarde verwacht. De menschen zondigen en geven den Schepper de hulde niet, die zij Hem verschuldigd zijn. De zonde is de groote wanorde dei-wereld ; door haar wordt de goddelijke orde verbroken.

Door liet offer van het Kruis is onze Verlosser de zonden der menschen komen hoeten ; door het opdragen van liet heilig Misoffer, heeld en voortzetting van het offer des kruises , moet de christen met Jezus-Ghristus vereenigd den hoon herstellen , dien de zonde God aan-

ocr page 169

doet, door Hem te berooven van de aanbidding Zijner redelijke schepselen. Dit is het theologisch denkbeeld der Mis van Eerherstel, op goddelijke wijze ingegeven aan eene arme vrouw , die slechts ééne zaak ter wereld kende , te weten , dat Clod , die oneindig goed is , ook oneindig bemind moet worden.

Alle volkeren, die in de godheid geloofd hebben, hebben geene betere wijze van vereering gevonden dan het aanbieden barer eigene gaven. De otters van vruchten der aarde, de brandoffers der dieren zijn de grondslag van den oudsten eeredienst. Doch sedert de figuren plaats gemaakt hebben voor de werkelijkheid en de schaduw voor de waarheid, sedert liet bloedig offer van Kalvarië, bestaat er slechts één enkel en waar offer meer, te weten dat van het Lam zonder vlek. Alles komt van het goddelijk Lam, alles heeft op dit Lam betrekking in tijd en eeuwigheid. Aan Hem bewijst alles hulde in den hemel en de hel , tot Hem roepen alle stemmen in een eindeloos koor: glorie, eer, macht en lof in alle eeuwen der eeuwen! lloe afschuwelijk is dus de zonde der men-schen, die door het bloed van dit Lam vrijgekocht, verzuimen den eeuwigen Vader de schatting van glorie te brengen , Hem verschaft door liet offer van het mensch-geworden \\ oord ! Aan du ziel zoo dierbaar aan Zijn Hart heeft Hij de waarde van dit offer geopenbaard door in haar de gedachte te verwekken op Zon- en Feestdagen eene tweede Mis te hooren ter vergoeding voor de afwezigheid van zoovele onverschilligen en goddeloozen. De nederige vertrouwelinge van deze goddelijke gedachte wilde, dat liet doel dezer godvruchtige oefening goed begrepen werd.

Het was niet slechts om de bekeering der afwezigen

11 Z. K.

ocr page 170

—162—

te verkrijgen, of om eenige andere beweegreden van dezen aard , dat men 's Zondags eene tweede Mis moest hooren , doch tot eerherstel der glorie, welke God wel van ons wil ontvangen en waarvan zoovele menschen Hem berooven door de snoodste ondankbaarheid. De Mis tot Eerherstel, dat is de glorie Gods in Jezus-Chns-tUs hersteld, door het middel, dat het best geschikt is dit te bewerken, hetzelfde dat het menschgeworden Woord tot verlossing der wereld gebezigd heeft, te weten het H. Sacraficie der Mis, als voortzetting van liet bloedig offer o]) Kalvarië.

Intnssclien mag eene tweede meening zich hierbij aansluiten. Het heilig Sacralicie, waaraan do christenen deel nemen, is ingesteld tot eer van God ; ook de bekeering der zondaars werkt tot deze eer mede. Zi steh Rosa schreef: „de bekeering van den afwezige is bijna altijd het voorwerp van liet verlangen dergenen , welke deze niet verplichte Mis hooren, en dikwijls zal deze genade door God worden toegestaan als belooning voor de akte van eerherstel aan Hem gedaan. Doch de Mis moet eigenlijk uitsluitend gehoord worden met de meening tot herstel der eer , die God door de menschen moet bewezen worden.

Is het niet duidelijk, dat God, in dezen tijd \an \ er-slapping des geloofs en van religieuze onverschilligheid aan de ware christenen het middel heelt willen mede-deelen, om de onverschilligheid van zoovele goddeloozen te herstellen en door hunne godsvrucht het uitwerksel van het heilig Sacraficie te verdubbelen.

Doch wat moest er worden van dit denkbeeld in het hart der arme vrouw aan wie God het medegedeeld had ? Hoe moest dit werk, dat zij geroepen was op te richten,

ocr page 171

tot stand komen? Hier is duidelijk de vinger der Voorzienigheid zichtbaar. God zou zelf alles voor zijn doel bereiden.

-----

ICitlo Hooldstxilv.

Zuster Rosa's Zending.

Xiet te vergeefs had God zicli aan Zijne godvruchtige dienstmaagd geopenbaard. Had Hij, toen Hij haar Zijne glorie toonde, met die leemten, welke de onverschilligheid der menschen er in maakt, toen Hij haar de krachtdadigheid deed kennen van het H. Misoffer, dat van alle godsdienstige oefeningen liet best geschikt is om deze leemten aan te vullen door de oneindige eer, die liet aan Zijne Oppermajesteit geeft , had Hij toen niet gewild, dat zij dit visioen openbaar maakte , ten einde onder de christenen de oefening der Mis van Eerherstelling te vestigen? Doch wat beteekende zij, arme geringe vrouw, voor zulk eene zending? Al had ook haar leven van buitengewoon lijden en opoffering haar bereid tot het ontvangen der hemelsche inspraken, maakte dan haar ongelukkige toestand haar niet ongeschikt om de bijzondere gunsten , die zij ontvangen had, te doen dienen tot de vervulling der plannen van de Voorzienigheid ?

De Almachtige zou werken door haar , en hier moet men bewonderen, hoe God met zulk een zwak werktuig Zijne voornemens doorzet. Alles ging als van zelf na eenigen tijd en dat met de eenvoudigste en meest on voor-

ocr page 172

—11)4—

ziene middelen. Wel is waar kwamen er ook hinderpaleir en ontmoette de vervulling der goddelijke inzichten tegenkanting en tegenspraak. De duivel mocht toch een werk, dat waarin de glorie van God zoo zeer betrokken was, niet tot stand laten komen zonder althans te beproeven het te verijdelen. Daarom was het begin zoo moeielijk en zoo ontmoedigend.

Met de gevoelens der diepste ootmoedigheid en dei-innigste dankbaarheid had de godvruchtige vrouw de luededeelingen van den goddelijken Meester ontvangen. Het waren voor haar bevelen , en zij aarzelde niet in den grond haars harten te zeggen met de H. Maagd : „Zie de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar Uw woord.quot; Zij beschouwde zich derhalve als verplicht datgene te doen kennen , wat de Heer haar inwendig gezegd had en te werken aan de oprichting der oefening van godsvrucht, die haar onderwezen was. Zij voor zich heiligde , uit dankbaarheid voor do ontvangen genade , door een nieuw besluit haar leven van ontbering en gestrengheid. Het houten kruis , waarop zij den nacht doorbracht, werd haar dierbaarder dan ooit; hetweimgje brood en wijn , waarvan zij zoovele jaren geleefd had , gedeeltelijk uit zuinigheid , gedeeltelijk uit versterving werd haar eenig onderhoud : ten eerste tor eere van de bestanddeelen der Eucharistie, ten tweede als dankbaarheid voor het H. Sacrament des Altaars , ten derde als eereboete voor de versmadingen en oneer, die Jezus-Christus daar ontvangt.

Doch het was haar niet geoorloofd de genade m zich verborgen te houden; zij moest die naar buiten verspreiden , wilde zij hare zending volbrengen. God had haar doen zien , hoe aangenaam het Hem zou wezen, indien

ocr page 173

—1G5—

quot;Zijne getrouwe dienaars zich vermenigvuldigden om aan .Zijne liefde te beantwoorden, door op de Zon- en Feestdagen eene tweede Mis voor hunne afwezige broeders re hooren. Daarenboven had Hij, toen Hij haar liet weten, dat Hij verlangde deze oefening algemeen te zien worden, haar bevolen de gebeden der Mis van Eerherstelling te schrijven en te verspreiden. Daar zij dus het geheim der openbaringen van den li» Juni en 13 Juli niet in haar hart kon besluiten , meende zij liet allereerst aan haren biechtvader te moeten mede deelen, denkende zoo te beantwoorden aan liet doel, dat haar van boven was ■geopenbaard.

Doch hier hadden haar ijver en hare werkzaamheid een harden strijd te leveren met hare nederigheid. quot;Want zette hare nederigheid haar aan , de bijzondere gunsten, waarvan zij liet voorwerp was , te verbergen, haar ijver mocht haar niet toelaten in stilte en werkeloosheid voort te leven. Was het van den anderen kant voor haar plicht de bevelen Gods uit te voeren , zoo was het ook eene groote reden tot verlegenheid zich op den voorgrond te stollen. „Ik werd te dien opzichte zeer gekweld,quot; schreef zij ; „ik wenschte dat hot werk bekend werd , en ik durfde er niet van spreken. Doch God verweet mij dit, hetgeen mij dwong er mijn biechtvader over te spreken.quot;

Eenmaal vast besloten , ging zij in allen eenvoud te werk. Zij deelde haren zielbestierder de openbaringen mede. welke zij gekregen had. Deze ontving met de noodige omzichtigheid de mededeelingen van Zusïek Eosa. „Hij had veel moeite om mij te gelooven,quot; zegt zij.

Dit kwam niet zoozeer voort uit het buitengewone lt;der zaak, dat God aldus met eene ziel verkeerde. Zeker

ocr page 174

—1GG—

Avas zij , die zeicle de glorie Gods gezien te lieMren met de zending de daarin bestaande leemten aan te vullen , door de instelling der Mis tot Eerherstel, slechts eene arme vromv , doch hoevele dergelijke voorbeelden, vindt men in de levens der heiligen. Was de gelukzalige Juliana, gekozen om liet feest van het H. Sacrament in te stellen, niet een zeer gering persoon ? AVas het niet aan eene eenvoudige religieuze van Puray-le-ilonial, dat Onze lieer zich in Zijn heilig Hart had geopenbaard , met de opdracht onder de menschen de teedere eu geheimzinnige devotie te verspreiden, die Hij zich had voorbehouden om do liefde op te wekken in de laatste tijden ?

Het schijnt de gewone -weg Gods te zijn zich te openbaren aan nederige, verborgen zielen. Hij vertrouwt haar een kostbare kiem, die moet opkomen en vruchten dragen tot Zijne glorie en tot heil der zielen.

De voorzichtige zielbestierder, tot wien de heilige vrouw zich gericht had met de mededeeling der buitengewone genaden . waarmede God haar wel had willen begunstigen, kende deze bewonderenswaardige wegen der Voorzienigheid wel, die gaarne de minste werktuigen kiest voor de grootste plannen , doch om beter de echtheid der goddelijke openbaring te doen uitkomen moest hij de gelukkige gunstelinge beproeven.

AVas hot geen uitwerksel van hoogmoed, gsene begoocheling des duivels ? AL Duhamel kon hierover oordee-len door de kennis, die hij van deze ziel bezat. Zoolang hij haar bestierde, had hij in haar de werking Ier genade kunnen volgen. Hij had de veranderingen kunnen gadeslaan van eene natuur , eerst door de zonde bedorven,, doch die zich langzamerhand zoodanig onthecht had van de gebreken der ziel en de zwakheden van het dagelijkse!).

ocr page 175

leven, dat zij zich tot de hoogste volmaaktheid verheven had. Hij kende hare boetvaardigheid, hare deugden en hierin lag de heste waarborg. Buiten do biecht had de nederige vrouw hem haar zielstoestand blootgelegd m den volgenden brief, welken zij hein schreef twee jaar nadat zij zich onder zijne geestelijke leiding geplaatst had:

„Grebeden, zoo onvolmaakt als de mijne, verdienen niet verhoord te worden, dit weet ik ; doch volgens den raad, dien gij mij in uwen vaderlijken brief gegeven hebt, van geheel voor Grod te leven , ten einde Hem eenige vergoeding te geven voor het klein getal Zijner aanbidders, en mij de verschillende gesteltenissen herinnerende, waarin ik God tot dusverre gediend heb . zie ik tot dusverre niets gedaan te hebben , dat Hem aangenaam heeft kunnen wezen. Tot in de eerste jaren mijner bekeering, toen ik God vurig beminde, deed de duivel mij Hem zoo dikwijls, zoo zwaar beleedigen , dat ik zonder de hulp der H. Maagd , die ik dikwijls aanriep, zoowel als mijne heilige patrones, nooit had kunnen zegevieren ; doch zoo vaak ik in eenige fout viel, scheen mijne liefde aan te groeien, want ik zeide : „Heer, daar Gij aan mij no patrones veel vergeven hebt , omdat zij U veel bemind heeft, AVil ik IJ ook veel beminnen, omdat Gij mij vele zonden vergeven hebt.quot;

Toen begon ik mij op de versterving toe te leggen , en de boetplegingen, die ik deed, vielen mij zoo gemakkelijk en ik vermeerderde die zoo snel , dat ik spoedig bemerkte, dat God mij bovennatuurlijke genade schonk. Ik was hiervoor zeer dankbaar, doch later werd ik daarop zoo hoovaardig, dat ik niet geloof eene goede daad verricht, eene goede gedachte gevormd, eene genade 't zij groot of klein ontvangen te hebben, die niet door ijdel-

ocr page 176

—IGS-

heid werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd. Deze gesteltenissen bleven mij zelfs in de biecht bij ; hierom dank ik Grod , dat Hij mij niet toegelaten heeft u te spreken over de buitengewone genaden, waarmede de Heer zich gewaardigde mij te begunstigen. Ik geloof nochtans, dat liet noodig zal zijn u die te doen kennen, dan zal liet u gemakkelijker zijn do plannen van God omtrent mij te kennen , en zult gij niet meer vreezen , dat de boetplegingen mijne gezondheid benadeelen , als gij weet welk uitwerksel zij op mij te weeg brengen. In deze gesteltenis was ik in de maand Juli. 1.1. Sedert de Heer mij aan uwe leiding heeft toevertrouwd , hoop ik de driftigheid en den hoogmoed overwonnen te hebben en verlang ik eene groote nederigheid te verkrijgen; dan kan ik zonder vrees u doen kennen wat de Heer in mij gewrocht heeft, want, zoolang gij dit niet weet, is het onmogelijk mij te leeren kennen, waartoe de Heer deze zaken bestemt.quot;

Na het ontvangen van dezen brief had de Heer Du-hamel de geestelijke werking gadegeslagen , die in zijne godvruchtige penitente had plaats gevonden. Het werk der genade had zich in haar voltooid , de laatste zonde-vlekken waren uit die zuivere en heilige ziel geweken. De wijze zielbestierder was bereid tot het ontvangen der nieuwe vertrouwelijke mededeelingen , die zij hem wilde doen. Bij het licht van openbaringen van zulk een bovennatuurlijken aard moest het leven der heilige duidelijker voor hem worden. Xu kon hij de reden begrijpen van hare buitengewone boetpleging, en de oorzaak der bijzondere gratiën, waarvan zij eerst vermeden had hem te spreken en die slechts de voorboden waren van grootere gunsten, welke haar wachtten.

ocr page 177

—169—

Moest men zich verwonderen , dat God zich aan haar geopenbaard en haar gekozen had tot tolk Zijner inzichten, tot werktuig Zijner plannen.

Doch er zijn zoovele begoochelingen mogelijk, de vervoeringen der godsvrucht zelfs zijn vaak zoo bedriegelijk, en men moet bekennen , dat deze dienares des Heeren , zoo vurig van aard was en zulk een gloeienden ijver bezat, dat de gewone redenen van voorzichtigheid verboden onmiddelijk geloof te slaan aan hare wonderlijke mededeelingen. M. Duhamel twijfelde, dacht na, stelde uit en nam eindelijk hare mededeelingen aan. De oefening der Mis van Eerherstel scheen hem goed en aanbevelenswaardig toe en waarlijk door Grod ingegeven. Hij stond haar , die deze oefening in den naam des hemels bekend maakte, toe er van te spreken aan twee personen, even godvruchtig als zij, met wier hulp zij de gebeden dezer Mis samenstelde. Dit was zwaar werk , want zij had bijna drie weken noodig om een enkel te schrijven en de andere eischten bijna evenveel tijd. Zij nam den tijd er over na te denken, zich er van te doordringen. Volgens de methode van den Gel. Leonardus a Porto Maur. opgesteld , overeenkomstig de vier doeleinden van liet H. Misoffer , drukken zij met evenveel zalving als kracht de gevoelens uit der ziel , vereenigd met den priester aan het altaar, om God op eene Hem waardige wijze te eeren , aan Zijne rechtvaardigheid te voldoen , Hem voor Zijne weldaden te danken en Hem nieuwe genaden te vragen. Deze godvruchtige gebeden, zoowel op de heilige handeling toegepast , troffen den priester door hun schoonen inhoud. Hij erkende daarin •den stempel Gods.

De eerste gedachte der uitmuntende vrouw was geweest

ocr page 178

—170-

cleze devotie te verspreiden door middel eener vereeniging. Doch men moest daartoe liet Werk bekend maken. Haar zoon. de vertrouw el ing harer gedachten, ried haar aan. met hot vunr en de onervarenheid van zijn leeftijd, een boekje te verspreiden , dat de gebeden der Mis van Eerherstel bevatte. Doch mocht zij niet terecht opmerken, geen uitgever te zullen vinden, of werd liet werkje al op haar naam gedrukt, dan toch geen ingang bij-liet publiek. Neon, een bekend priester of pater alleen kon met eenig gezag in dit nieuwe werk optreden.

God voorzag er in. Een kortelings uitgegeven werkje van den Eerw. Pater Blot over de Communie tot eerherstel kwam in handen der godvruchtige vrouw. Zij zag hierin eenc vingerwijzing Clods. W as hij het niet. tot wien zij zich behoorde te wenden ? Do schrijver was bekend door verscheidene godvruchtige werken en vooral door zijn ij ver voorliet 11. Sacrament. Af. Duhamel belastte zich met de zorg bij hem de middelaar zijner godvruchtige penitente te zijn. Hij deelde hem mede wat hij wist van haar en van de mededeelingen , haar door Clod gedaan. Echter had hij zich niet geheel juist uitgedrukt, hetgeen blijkt uit den volgenden brief, waarin zij bijzonder drukt op den aard der Mis van Eerherstel.

Zeer Eerwaarde Vader.

In uwe mededeeling omtrent het onderhoud , dat gij met den Eerw. Pater over de Mis van Eerherstel gehad hebt, toondet gij eene groote onverschilligheid omtrent de wijze, hoe men zich daarin bezighoudt. Vergeef mij zoo ik u deswegen eene opmerking durf maken. A\ as er sprake van eene zaak, die mij persoonlijk betrof, dan zou God mij de genade geven mij aan uwe beslissing te onderwerpen, doch daar het er op aankomt den wil Gods

ocr page 179

—171—

te volbrengen, moet ik u mijn gevoelen geheel bloorleg-gen ; wellicht heb ik mij niet goed uitgedrukt, waardoor gij meent, dat het voldoende is de Mis bij te wonen en er naar willekeur verschillende gebeden uit te spreken. Ik denk dit n et en gij zult anders oordeelen , als ik u genoegzame uitlegging gegeven heb. Gij Aveet, dat ik op H. Sacramentsdag het besluit nam alle Zondagen eene tweede Mis te hooreu voor al degenen , die om welke reden ook dit zouden verzuimen. Somtijds las ik de Mis der zieken , dan weer bad ik voor de bekeering der zondaars, ik smeekte dikwijls Onzen Heer zich te doen kennen en beminnen van alle menschen , doch op het feest van iiet .11. Hart bij liet begin der Mis van 12 uren, bedankte ik den Zaligmaker voor de bijzondere genaden , die ik van Zijn beminnelijk Hart ontvangen had, bijzonder dat ik had mogen begrijpen wat Hij leed door de onachtzaamheid der menschen die geen deelnemen aan de geheimen Zijner liefde. Toen bad ik Hem dezelfde genade te verleenen aau alle waarlijk godvruchtige personen en hun het verlangen te geven eene tweede Mis in den geest van eerboete te hoor en. Mijn goede Meester liet mij verstaan, dat dit Zijn plan was en Hij toonde mij de talrijke genaden, die Hij verleenen zou aan degenen, die deze godsvrucht wilden beoefenen. Vele zijn reeds geschonken en, zoo noodig, zou ik verscheidene personen kunnen aanwijzen, die wonderdadig genezen en bekeerd zijn. Bij het einde der Ms mocht ik iets ontwaren van de glorie , die God door liet H. Sacraticie ontvangt. Indien ik mij minder onwaardig kende , zou ik er u iets van mededeelen, doch ik zal dit niet doen, zoo gij het mij niet beveelt. Ik hoorde de Mis van één uur voor degenen, die geen Mis gehoord hadden, en

ocr page 180

—172—

bereidde mij hiertoe voor door een akte van verlangen. Vervolgens gaf mijn goddelijke Meester mij de gebeden in , die Hij wilde , dat ik Hem gedurende de Mis zou opdragen ; daarna gebood Hij mij ze te schrijven en zoodra mogelijk te verspreiden. Ik heb drie weken noodig gehad om er een op te stellen.'

Na dezen brief stelde M. Duhaniel zijne penitente in betrekking met Pater Blot. Deze ijverige kloosterling ontving haar met goedheid , beloofde haar zich met de zaak bezig te houden, als zijne Oversten hem dit zouden toestaan, doch eerst verlangde hij de mededeeling, welke zij hem mondeling gedaan had, ook schriftelijk te hebben.

Dit was voor haar het oogenblik aan de plannen der Voorzienigheid te beantwoorden. Doch hoe zou zij , onwetende en ongeletterde vrouw liet aanleggen om de voor geen uitdrukking vatbare zaken mede te deelen , welke zij in haar onderhoud met (rod gehoord en gezien had ? Was dit niet haar onderwerpen aan eene onmogelijke zaak, aan eene beproeving boven hare kracht, haar te verplichten schriftelijk rekenschap te geven van de openbaringen , die zij mededeelde. De arme vrouw bereidde zich tot het werk voor, dat men haar oplegde, door eene verdubbeling van gebeden en boet plegingen. Met Clods hulp, (want was Hij het niet, die haar ingaf, wat zij schrijven moest ?) stelde zij het verhaal op van de hemel-sche gunsten, waarvan zij het voorwerp geweest was, en men bevond, dat zij als godgeleerde gesproken had over de glorie van Glod en de kracht van het H. Misoffer. Was het mogelijk nog te twijfelen , of de goddelijke Meester zich aan haar geopenbaard had , gelijk zij het mededeelde, en dat Hij haar waarlijk de gedachte had ingegeven de menschen meer te doen medewerken tot

ocr page 181

Zijne verheerlijking door eene grootere devotie tot liet H. Misoffer ?

Het was in Xovember 18(53, dat M. Duhamel aan Pater Blot de oefening en de geljeden van zijne godvruchtige penitente kwam brengen. Tegen het einde van het volgende jaar gaf deze ze uit, na den raad van wijze en ervaren religieuzen te hebben ingewonnen in een werkje, getiteld : /A- //. Mis van. Eerherstel. Het begon met liet eenvoudig en treffend verhaal , dat de ijverige zelatrice hem had medegedeeld omtrent de goddelijke ingeving van den lil Juni en 13 Juli 1802. Doch wat zou men van deze mededeelingen gaan denken '? Zouden die feiten genoegzaam gestaafd, de mirakelen bewezen zijn '? Als een voorzichtig zielbestierder, vreesde M. Duhamel eenigszins de gevolgen dezer openbaarmaking. Zou men hem hiervoor niet verantwoordelijk stellen ? Zou hij niet verplicht worden borg te blijven voor de waarheid der omstandigheden , waaronder deze Mis tot Eerherstel ontstaan was ? Xiet hij maakte die opwerpingen , want hij kende de heilige en oprechte ziel van ZrsTEii Rosa in den grond, neen, het was twijfel omtrent het nut van het openbaar maken der buitengewone zaken, die haar overkomen waren. Liever had hij gezien , dat men zich bepaald had de oefening der Mis van Eerherstel te doen kennen . zonder haren buitengewonen oorsprong mede te deelen.

Zeer eerbiedig doch met vaste overtuiging antwoordt hem de nederige dienstmaagd Gods, niet vreezende borg te blijven voor deze openbaringen, die haar biechtvader niet verwonderen , doch slechts eenigszins verontrusten. En met welken eenvoud doet zij haar lijden, hare boetvaardigheid, hare ziekten spreken als getuigen der wer-

ocr page 182

—174—

kelijkheid van de goddelijke voorkomendheid ten haren opzichte. INIet welke heilige stoutmoedigheid stelt zij zich zelve als een onmiskenbaar teeken harer zending.

De volgende brief, aan haar biechtvader gericht, is een document der openbaringen Gods aan Zijne gehoorzame dienares.

Mijn waarde Vader.

Veroorloof mij, daar de korte tijd, dien gij mij wijden kondt, niet toeliet mij genoegzaam te verklaren , thans al wat gij mij gezegd hebt te beantwoorden. Ten eerste hebt gij mij bericht, dat liet moeielijk zoir zijn de mirakelen in de werkjes medegedeeld te bewijzen, omdat mijn tegenwoordige toestand mij geene gelegenheid aanbiedt de noodige stappen te doen ; waarop ik geantwoord heb, dat ik dit niet verlangde , daar God goed en machtig genoeg is om er andere te bewerken, zoo dit noodig is. Wat vooral moet uitgedrukt worden is, dat het voorname doel van dit werk niet is de Mis te hoeren tot bekeering der zondaars, doch om God de glorie te geven , die zij Hem ontrooven, eu dat de verkregen bekeeringen slechts belooningen zijn aan deze intentie toegestaan , even als alle andere beloofde genaden. Gij hebt mij ook gezegd, dat het nutteloos is van deze openbaring te spreken, dat het moeielijk zou gaan begrepen en geloofd te worden, zoolang echte mirakelen de waarheid niet bevestigen. Daarom heeft God, die zich van mij wilde bedienen om te doen kennen wat Hij verlangde en beloofde om er zekere bewijzen van te geven wonderlijke zaken volbracht, die deze openbaring voorafgegaan, vergezeld en gevolgd hebben. Gij hebt Eerw. Vader, de ziekte niet vergeten, veroorzaakt door verschillende gemoedsbewegingen , wijl ik den wil Gods wilde volbrengen en mij in de onmo-

ocr page 183

gelijkheid zag- dit te kunnen doen; gij weet, dat ik bijna drie maanden bewusteloos gelegen lieb , zonder ander voedsel dan de liefde Clods, geene andere geneesmiddelen dan lucht en azijn ; dat de dokters niets van mijne ziekte begrepen, die mij intusschen zoo verzwakte, dat ik niet kon zien, hooren, spreken en elk oogenblik gevreesd werd, dat liet mijn laatste wezen zou.

Op den dag, dat ik liet geluk had de heilige Teerspijze te ontvangen , vroeg ik aan mijn beminden Zaligmaker medelijden te hebben met mij en met de personen , die mij zoo liefderijk oppasten, door deze beproeving te verkorten en mij door een zeker teeken te doen zien , wat ik doen moest: toen bracht ik uit ganscher harte liet offer van mijn leven, en bad God mij liet liever te ontnemen, dan toe te laten dat ik mij bedroog. Ik beloofde Hem, dat ik, zoo Hij mij de gezondheid wedergaf, die geheel aan Zijne glorie zou besteden, dat ik u van deze openbaring zou spreken, zonder mij over eenige moeielijk-heid te bekommeren , door de zekerheid dat God niets toe zou laten, dan voor Zijne meerdere glorie. Gij weet mijn Vader, hoeveel moeite gij hadt mij tc gelooven ; echter heb ik , zonder aan de onderwerping u verschuldigd te kort te blijven, steeds geantwoord : „God zal u doen zien dat het Zijn wil is , door u de middelen te geven van te slagen.quot; Eenige dagen daarna kreeg ik een werkje in handen over de Conmunw tot Ecrhcntel. Dit was voor mij het mosterdzaad van hot Evangelie. Gij hebt het doen ontkiemen , God heeft het gezegend en laten opgroeien. Sedert het ontvangen van deze genade , heb ik het besluit gevormd voor voedsel niets anders te nemen , dan de substanties, die de H. Eucharistie voorstellen , ten eerste uit dankbaarheid voor de

ocr page 184

—1TG—

instelling daarvan , vervolgens als eerboete voor de be-leedigingen , die Jezus er ontvangt en om de genade te verkrijgen van te slagen. Het is nu liet zevende jaar , dat ik dit quot;besluit volbreng , en gij weet, dat mijne gezondheid er niet door verzwakt • is ; welnu om te werken , zoo als ik doe , niets gebruikende dan een stuk brood en een glas wijn, moet God mij wel ondersteunen en ik geloof niet, dat Hij deze genade en vele andere zou toestaan, indien Hij niet wilde, dat zij mij tot bewijs der waarheid zouden strekken. Hierom zijn de voorzorgen, welke ik genomen heb om ze te verbergen , door een uitwerksel der Voorzienigheid middelen geworden om ze te doen kennen, opdat men , even als in het Evangelie van den lamme, leere dat aan Clod niets onmogelijk is. Aldus, Eerw. Vader, bid ik u wel over dit alles tot Clods eer na te denken, opdat Hij u Zijn heiligen wil leere kennen en u de genade en de middelen geve dien te volbrengen.quot;

Madeleine Griselain.

Dat leven van lijden en versterving, die buitengewone toestand naar ziel en lichaam, tengevolge der openbaring, waardoor zij begunstigd was geworden, was dit niet het bewijs der goddelijke Avonderen in haar gewrocht ? Kon men weigeren hieraan te gelooven ? AVas de Mis tot Eerherstel slechts de vrucht eener verhitte verbeelding, dan zou zij weldra verdwijnen met degene , lt;..ie ze uitgedacht had; was zij daarentegen eene goddelijke inspraak , dan moest zij even als alle zaken van God wortel schieten en zich uitbreiden. Derhalve moest men den tijd en de Voorzienigheid laten werken. God toonde weldra zelf, dat het werk van Hem kwam, en getuigde aldus, dat de nederige vrouw, aan wie Hij zich had medegedeeld werkelijk de zending bekomen had deze

ocr page 185

oefening tot Zijne meerdere glorie te doen kennen en te verspreiden.

Zij, die geheel aan den dienst Gods was overgegeven, zocht slechts het middel om Zijne bevelen uit te voeren. Zwijgen en werkeloosheid stond bij haar gelijk aan het veronachtzamen der genade. Na haren biechtvader overtuigd te hebben, spoorde zij hem aan tot handelen. In haar eenigszins overhaasten ijver had zij gewild, dat hij zich zonder verwijl tot den l'aus zeiven richtte om Z.K. de opkomende stichting te doen kennen en hem te bidden haar over de geheele wereld te verspreiden. Het kwam haar A'oor, dat dit heilig werk des te aanbevelenswaardiger was, omdat G-od zich om het hekend te maken bediend had van het onwaardig schepsel, „wijl ik,quot; zeide zij, „van nature slechts eene verzameling ben van zonden en onvolmaaktheden , niets kan en niets weet.quot;

Haar ijver misleidde haar eenigszins. Zij toonde in het vervullen harer zending eene vurigheid, een drift, die geen \iitstel noch hinderpaal duldde. Grewoonlijk gaan de zaken Gods langzaam. l)c beste , de heiligste moeten door den tijd beproefd worden. Deze goede ziel liep den tijd vooruit. Het oogenblik was nog niet gekomen, waarop volgens hare begeerte de Opperherder het Werk moest kennen , goedkeuren en in de katholieke wereld verspreiden. De Kerk neemt geene nieuwe zaken aan , hoe voortreffelijk zij ook zijn , die door hare wijsheid en haar gezag do vereischte wijding niet ontvangen heb-hen. Dat drukt er den goddelijken stempel op.

ocr page 186

—178—

l^tle I looiVl^t iiK. Een voorsmaak van het Kloosterleven.

Het Werk der Mis tot Eerherstel was aangekondigd, liet boekje van Pater Elot maakte liet bekend. Docli zij , die God gekozen had niettegenstaande bare geringheid, om de oefening aan de godvruchtige zielen te doen kennen , had hare taak niet geheel volbracht door het mededeel en der goddelijke inspraken. Uc goddelijke Meester had haar nog meer gevraagd. Volgens de inwendige raadgevingen, die zij ontvangen had, zegt zij zelve hiervan;

Zonder te begrijpen door welke middelen dit werk bekend zou worden en op welken tijd God het algemeen zou verspreiden, meende ik in te zien, dat het eens over de geheele aarde bekend zou worden en men hiertoe door vereeniging zou bijdragen. Zij zelve moest hiertoe de eerste stappen doen. Op welke wijze 'r1 Dit wist zij niet.

Evenals te voren ging God voort haar langs omwegen te leiden. Welk een langen weg had Hij haar doen doorloopen, alvorens haar de boodschap des heils toe te vertrouwen , waarmede zij belast was. Nog een zijpad moest zij inslaan , eer zij geraakte tot het ebde , waar God haar al de middelen zou doen vinden, die Hij bereid had ter voltrekking van een arbeid van zoo groot belang voor de glorie Zijner oneindige majesteit.

Doch keeren wij een oogenblik op onze schreden terug om de wegen der Voorzienigheid te volgen. Sedert het oogenblik barer bekeering was onze heilige boetvaardige onwrikbaar in Gods dienst, doch hierin alleen was zij bestendig. Als jonge dochter, als vrouw , als weduwe

ocr page 187

—179—

liacl zij een zwervend leven geleid , geslingerd door de wisselvalligheid van een armoedig bestaan, van luüs en staat veranderende volgens de omstandigheden, nooit zich zeiven toehehoorende , nooit over haar eigen leven kunnende beschikken. Zij werd voortdurend in beweging gehouden onder de leiding van God, die haar steeds gereed wilde zien op Zijne roepstem te antwoorden.

Het vrijwillig gedragen lijden had haar gezuiverd, de versterving had haar van zich zelve onthecht. Zij was geheel en al in Grods hand , en liet zich geleiden, waar Hij wilde en door de middelen, die Hij dienstig oordeelde.

Met haar vroeger verlangen naar het klooster had zij zich in de wereld moeten beperken tot het beoefenen der deugden van den religieuzen staat. Doch hoe meer bekoorlijkheid de gehoorzaamheid, de zuiverheid, de armoede voor hare ziel hadden, hoe meer zij verlangde in staat te zijn ze in meer volmaaktheid te mogen beoefenen. Die altijd sterker trek was eene luide roepstem van boven. Xa den dood van haren man in 1857 had zij eene nieuwe en nog levendiger begeerte ontwaard zich geheel aan God toe te wijden in het kloosterleven. Toen deze band verbroken was, wilde zij dadelijk een anderen vormen, die dierbaarder was aan hare godsvrucht. Haar zielbestierder meende, dat toen voor haar het oogenblik gekomen Avas de vroegere neiging te volgen. Om haar voort te helpen had hij haar als buitenzuster aanbevolen bij de Oversten van een klooster. Hij meende, dat het middel om latei- in de stichting opgenomen te worden voor haar was het verrichten dier kleine bezigheden in huis en buiten, waartoe leeftijd en stand haar bekwaam maakten.

Doch er bestond een beletsel. Sedert het weduwschap

ocr page 188

— 1 HO-

liaar vrij liet, leefde de goede vrouw in innige vriendschap met hare oude gezellin in godsvrucht en goede werken. Zij waren nauw verbonden. De liefderijke weduwevreesde door haar vertrek hare vriendin een doodelijk verdriet aan te doen en wellicht hare zaligheid te bena-deelen. Dit kwam vooral, omdat zij het voorbeeld onder het oog had gehad van twee zeer godvruchtige en innig, vereende zusters, waarvan de eene geheel van het goede pad was afgeweken , toen de andere haar had verlaten om naar het klooster te gaan. Hoe treffend is de brief, waarin de waardige vrouw aan haar zielbestierder haar toestand blootlegt.

„Ik dank u,quot; schreef zij hem. „voor dc goedheid, die u aan mij doet denken, alsook dat gij mij naar dit heilig huis gezonden hebt, waar ik meer dan ooit het verlangen gevoel geheel aan Grod te behooren. Zes en twintig jaren geleden gevoelde ik dit voor het eerst en sedert dien tijd hebben de geestelijke en tijdelijke beproevingen , waaraan God mij heeft onderworpen , dit nooit een oogenblik uit mijn hart kunnen wisschen ; want na de zonde kan eene ziel geen grootere ramp overkomen dan haren roep te missen. Ik beklaag mij n et over de groote moeielijkheden , die ik heb geleden, ik weet dat nog grootere mijn deel hadden moeten wezen ; want al de pijnen der hel zouden niet in staat geweest zijn genoegzaam mijne zonden te bestraffen, daar esne enkele reeds de hel verdient. Hoewel ik mij volkomen onwaardig erken mijne dagen in een klooster te eindigen, komt liet mij toch voor, dat dit de wil Gods is. Ofschoon ik soms deze gedachte van mij zoek te verwijderen, komt zij mij telkens voor den geest, hetgeen mij doet gelooven dat gij , toen de goede Overste u gezegd heeft, dat zij

ocr page 189

iemand noodig had om de boodschappen te doen, daarom aan mij gedacht hebt. Ik zou zeer gelukkig zijn, indien het mogelijk was , dat men mij hiervoor aannam , doch ik durf dit niet hopen, al tracht ik ook mijne verlangens gelijkvormig te doen zijn aan den heiligen wil van God. Daar ik dien niet kennen kan, hid ik u mij door uwen raad te helpen en onderwerp mij met ganscher harte aan uwe heslissing. Ik hen ongerust wegens Mme Gerardin, die ontroostbaar zal zijn. Ik vrees , dat het verdriet hare gezondheid en wellicht hare ziel zal benadeelen en hare zaligheid en die van andere personen , wier bekeering ik hoop te verkrijgen, in den weg zal staan.quot; Zoo was hare geaardheid. In de jeugd hadden gehoorzaamheid en nederigheid haar belet den trek tot het religieuze leven te volgen, na den dood baars mans was het de liefde, die haar in de wereld terughield. Doch latei-ontving zij van God de besproken bijzondere voorrechten, die als eene andere roepstem waren. Hoezeer moest zij toen niet verlangen de wereld te verlaten om liet kloosterleven te omhelzen , waartoe al de begeerten van haar hart haar trokken! Steeds geleefd hebbende in zelfver' loochening en armoede, had zij geene banden te breken, aan geene ijdellieid te verzaken. En zeker thans, nu zij als eene arme weduwe van haar dagloon leefde, was de zorg voor voedsel en huisvesting haar deel, hoe armoedig zij zich ook behielp. Haar dierbaarste wensch was al de nietigheid des levens te verlaten om zicli geheel aan God te wijden, doch de omstandigheden leenden zicli hiertoe nog niet.

Op haren leeftijd, in haren stand, zonder middelen in een klooster opgenomen te worden, was geene gemakkelijke zaak. Daarenboven was de toekomst van haren

ocr page 190

—182—

zoon nog te weinig verzekerd om hem aan zich zeiven over te laten. Op het einde van 18(52 had dit dierbaar kind, toen slechts zestien jaar oud, eerst zijn klein noviciaat volbracht, hij had zijn proeftijd nog niet doorloo-pen. Deze hinderpalen wekten bezorgdheid in de godvruchtige moeder. Ook leed zij, Avijl zij niet kon volbrengen , wat God haar gevraagd had. In haren ijver had zij zonder uitstel met alle kracht Clod die nieuwe glorie willen verschaffen, welke Hij door de Mis van Eerherstel van de menschen zou ontvangen. Zij had haar ijver aan anderen willen mededeelen, vele menschen van goeden wil rondom zich willen vergaderen , reeds eene vereen iging vormen tot verspreiding van dit goede Werk. Haar vurige aard was vaak sterker dan hare onderwerping aan de Voorzienigheid, zij had een ondernemend karakter. quot;Werkzaamheid zette haar aan om te handelen, doch zij moest zich laten leiden en 3L Duha-mel ried haar vooral zich geheel aan de beschikking der Yoorzienigheid over te geven.

„Vermijd vooral,quot; schreef hij haar omtrent dezen tijd, „den eigen wil. Het ligt in uwen aard te werken, wees slechts een gedwee werktuig. Een bezem veegt niet uit zich zeiven, doe gij ook zoo. Wacht de hand des Mees-tors af en offer alles wat gij doen zult op om te gehoorzamen aan den wil van God. Hij zal het geschikte oogenblik weten te kiezen. God wil niet, dat gij u voor goed vestigt. Hij laat u veranderen van plaats , opdat gij steeds beschikbaar blijft.quot;

„Altijd ter beschikking,quot; dit was wel de toestand, die paste aan de godvruchtige vriendin des Heeren tot den dag, waarop het de Voorzienigheid behaagde haar een vast verblijf te geven.

ocr page 191

—183—

Intussclien hield de ijverige zielbestiei der, terwijl hij haar aanzette zich geheel op de goddelijke wijsheid te verlaten, zich hezig niet haar den weg tot het klooster te hanen.

Men schreef 18(35. Voorde vijftiende maal ten minste was de arme weduwe verhuisd. Sinds hare jeugd leidde zij liet zwervend leven der behoeftige Parijzenaars, die gedurig van woonplaats verwisselen. Zij was weder in Montmartre teruggekeerd en ging steeds voor een dagloon werken, hare levenswijze was dezelfde. In de parochie Xotre Dame de Clignancourt had de waardige vrouw in M. Paulian een jong priester ontmoet vol ijver eu godsvrucht, die gedurende twee jaren haar biechtvader was en met M. Duhaniel de zorg harer geestelijke leiding deelde. Hij ook wist de deugd van deze ziel vol geloof en vol moed, zoo boetvaardig en tevens zoo gehoorzaam naar waarde te schatten, zoodat zij van dezen jongen kapelaan eene wijze leiding op den weg der volmaaktheid genoot.

Sedert 1 Hf)-! bestond er te Clichy la Garenne bij Parijs een huis, bekend onder den naam van St. Annagesticht, door eene weldadige dame Mme Chupin gesticht als toevluchtsoord voor verdwaalde meisjes met het doel die eenigen tijd in dit huis te houden ten einde haar godsdienst, orde en werkzaamheid te leeren.

In den tijd, waarvan wij spreken, hadden de dames , aan dit liefdadig gesticht verbonden , zich tot eene ver-eeniging gevormd, om als religieuzen volgens den derden regel van den H. Dominicus te leven. M. Duhamel meende, dat dit huis een goed verblijf zou kunnen worden voor zijne dierbare penitente, dat zij daar eene levenswijze naar haren smaak zou kunnen vinden. Doch

ocr page 192

—184—

er waren bezwaren. Van de eene zijde verbood de regel personen boven de een en dertig jaren als religieuze te ontvangen ; van de andere zijde wilde de godvruchtige weduwe, boe geboorzaam ook in al bet overige ,niet af-Avijkon van baren boetvaardigen levensregel en A an hare godsvrucht, die voor haar liet leven der ziel, en, vreemd genoeg, ook de gezondheid was. Zij moest haar eenigen arraelijken maaltijd van brood en wijn, baar houten kruis tot bed en de dagelijksche communie behouden. De waardige priester trachtte haar intreden in St. Anna te vergemakkelijken. Zij vroeg niet tot de religieuze professie te worden toegelaten ; liet was voor haar nederig verlangen genoeg, dat men baar een klein plaatsje gat' en haar de nederigste bedieningen van het huis toe-vertrouwde.

Aldus werden de zaken geregeld. Xa eenige onder-haudelingen stemde men er in toe haar als buiten zuster te ontvangen, afgezonderd van de overigen levende volgens den derden regel. Het was voor baar eene zoete vreugde in een buis aan liet religieuze leven toegewijd ontvangen te worden. De dagteekening van haar intrede in bet St. Annage-sticht staat in den vorm van een Ex-voto op de muren der O. L. Y. Kapel in de L. V. Kerk te Clignancourt. Dit kleine gedenkteeken barer godsvrucht draagt deze woorden , uit het hart op het marnier overgebracht : Liefde en danlchaarheid aim Jezus, Maria, ■Soxcf, omdat zij mij aliijd verhoord lehleu. 12 Sovemhcr IHl!;quot;) jl/. Z. M. /'ve G.

ïbans was haar dierbaarste wensch verhoord geworden, daar zij haar arm wereldse!i leven ging verlaten voor een anderen staat, die baar dichter bij God bracht.

il. Dubamel bad, toen hij haar voordroeg, gezegd, dat zij zich in alles zou schikken , hetzij men baar wilde

ocr page 193

—185—

gebruiken voor de boodschappen of voor liet huiswerk. Er was eene zuster met de boodschappen belast, die niet gaarne haar religieus kleed uittrok om de stad in te gaan. Dit was eene gelegenheid voor onze goede weduwe om zich als plaatsvervangster aan te bieden. Men gebruikte haar dan voor de boodschappen. Daar zij Parijs goed kende , was zij hiertoe zeer geschikt. Dit werkzaam leven mishaagde haar niet en zij verrichtte alles met ijver en verstand. Ook in het huis maakten haar leeftijd en hare ondervinding haar geschikt cm met de ongelukkige verpleegden van het gesticht om te kunnen gaan.

Dank aan de tusschenkomst van haren zielbestierder behoefde de nederige postulante niet van levensregel te veranderen. Terwijl hij hare opname bepleitte , schreef hij haar; „Ik heb voor u vrijheid gevraagd ten opzichte van uwe maaltijden en uwe kamer, zeggende, dat gij de de wereld vaarwel zeidet, omdat God u eene roeping gegeven had, die in de wereld onuitvoerbaar is.quot;

Nochtans deden zich zwarigheden voor. Hetzij men in dat alles niet nauwkeurig genoeg overeen gekomen was, hetzij men werkelijke moeielijkheden voor de gemeenschap voorzag in de eigenaardigheden der postulante, veroorloofde men haar niet haren regel volkomen te volgen. Vooral in liet punt der dagelijksche communie ontmoette zij hinderpalen. Dc regel noch het gebruik van het huis lieten dit toe en de heilige ziel kon die evenmin ontberen als hare verstervingen.

Het was noch iiit verwaandheid, noch uit hoovaardig-heid , dat zij zelfs in een klooster hare buitengewone levenswijze wilde volhouden. Door eene gewoonte, welke de genade in haar gevormd had , was deze haar letter-

ocr page 194

—186—

lijk noodzakelijk geworden. Elk afwijken van hare geregelde onthouding maakte haar ernstig ongesteld. Zonder de dagelijksche communie verkwijnde zij. Het H. Sacrament was voor haar te recht „de herniewwiug van 'Achaam eu zielquot;. Als zij ziek werd, was liet eenige middel om haar te genezen ze den strengen levensregel weder te laten volgen. Daar dit een der bijzondere trekken van haar leven is, moet men hooren, wat haar zielbestierder dacht over do moeielijkheden, welke zij te dien opzichte bij de zusters Dominicanessen ondervond. De volgende brief toont, dat hij hierover oordeelde als zij.

Waarde Dochter.

,.Ik verwonder mij geenszins, dat uw inwendige angst u weder kwelt bij het derven der dagelijksche communie. Ik verwachtte dit, en ik denk, dat hetzelfde u zal overkomen, als men uw voedsel en uwe slaapplaats verandert. Ik rekende op dezen schok en denk, dat het niet door uwe schuld is, dat gij lijdt, omdat gij u onder-wierpt en liet besluit gevormd luidt, zonder tegenspraak te gehoorzamen. Doch het is niet te verwonderen , dat men u heeft willen beproeven, alvorens u zulk eene uitstekende gunst toe te staan, en men uwe roeping wil kennen. Dit lichamelijk lijden en dien zielsangst, die u aanvallen, hebt gij ondervonden, zoo dikwijls gij, ook buiten uwe schuld van uw levensregel afweekt. Ik herinner mij, dat gij te Montmartre ziek geworden zijt, toen gij drie dagen lang niet gecommuniceerd liadt. Grij weet ook, dat, toen gij naai' uwe tante in de stad gingt en ik u verlof gaf te eten gelijk een ander, gij hiervoor gestraft werdt. Ik denk , dat gij nog meer lijden naar ziel en lichaam zult ondervinden , wellicht zult gij er

ocr page 195

mede in bed geraken. Neem dit aan , mijn kind , als het wezen moet en met de meening daardoor den wil Gods omtrent n door ervaring te leeren kennen. Het is niet te verwonderen dat, daar ik zelf tien jaar noodig gehad lieh om den wil van Giod duidelijk te zien , uwe nieuwe Oversten den gewonen weg beproeven , alvorens u de genade een er communie te geven, die gij zeker minder waardig zijt dan degenen, die u geleiden en het minder doen dan gij. Zoo men mijn raad vroeg, ziehier wat ik zou zeggen : Clij moet meer dan anderen com-municeeren, omdat gij zwakker zijt dan anderen en den moed en de kracht niet zoudt hebben anders uw levensregel te volgen. Men zal zeggen, dat de anderen dienzelfden grond kunnen aanvoeren , doch met het oog op uwen levensregel en uwe zwakheid , heeft de ondervinding mij geleerd en schijnt mij nog te zeggen , dat uw dagelijksch geestelijk brood u ontbreekt. Ik voeg er bij, dat, wijl gij aan de tegenwoordigheid van uwen hemel-schen bruidegom gewoon zijt , Zijne afwezigheid u liet hart wondt en u langzaam doet uitteren. Dit komt omdat de oude gewoonte niet gevolgd wordt. Hierdoor ontstaat eene gevoeligheid van hart, door God zeiven veroorzaakt, en eene smart, die voortkomt ixit de oorzaak, dat Hij u tot dusverre bedorven heeft.

Daarenboven hebt gij uw hart niet volkomen geopend omtrent uwe fouten , noch omtrent de genaden Gods , die u ten volle overtuigd hebben van Zijnen wil in deze drie punten : 1. Het kruis tot bed. 2. Uw regel voor de maaltijden en 3. als troost en steun in deze buitengewone levenswijze, de veelvuldige communiën. Deze drie zaken, vereenigd met den dood aan u zeiven en eene groote vereeniging met God, schijnen mij noodzakelijk.

ocr page 196

—188—

„Doch kunt gij , daar het geene biecht is , hierover niet spreken met de góede Moeder Overste of iemand anders door haar aangewezen ? Gij zoudt zeker zijn, wel gekend en g'osd geleid te worden en uw biechtvader niet lastig behoeven te vallen. Als uwe Overste u begrijpt , zou zij hem kunnen mededeelen , wat zij nuttig acht; zij zou u beletten uw eigen wil te doen , uwe gewetensangsten bedaren en door den toestand van uw lichaam en uwe ziel na te gaan, u wellicht toestaan meer te communiceeren.

Gij kunt op algenieene wijze in groote trekken de bijzondere omstandigheden van uw leven aanhalen en haar zeggen , hoe gij tot deze levenswijze gekomen zijt. Ook zouden uwe angsten door een woord te stillen zijn, daar gij uwe goede moeder de7i geheelen dag bij u hebt. Overleg niet te lang. Als men gehoorzaamt, kan men God met beleedigen. Indien men u meerdere communiën toestaat, heb ik liefst, dat dit in de parochie kerk zij , opdat uwe hoovaardigheid het goede niet bederve , en dit is eene der reden , waarom ik geloof, dat men u vrijheid moet geven om uit te gaan.

Spreek dan met uwe Overste, toon haar mijn brief zoo gij wilt en tracht niet te schreien, noch u te bedroeven om het verlies van den lieven Jezus. Gij lijdt veel, dit weet ik. Mocht ge te bed raken , schrijf liet mij dan ■ en hoop als immer, dat hét een kwaad is, waaruit het goede, een kruis, waaruit het licht voortkomen zal.quot;

Deze zoo wijze , zoo overtuigende brief, overwon alle moeielijkheden. De godvruchtige ziel mocht haar levensregel blijven volgen en behoefde slechts haar eenig maal in eene soep te veranderen ; dit was dezelfde, die haar jeugdig kind haar vroeger kookte. De dagelijksche

ocr page 197

—189—

communie werd haar veroorloofd. AVat moest zij meer heljhen om in liet St. Annagesticht gelukkig te ziji: ?

Met haar huwelijksnaam op den drempel dezer woning tegen dien van Zuster Rosa te ruilen, legde zij al hare moeielijkheden , al hare kwellingen van vroeger af en behoefde slechts voor God , in den vrede harer ziel, bevrijd van al do ellenden van haren vroegeren staat te leven. Wat zij in St. Anna vond , was niet het religieuze leven met zijn plechtige beloften, zijne afzondering, zijne heilige koorgezangen, zijne bijzondere genaden, doch het was hiervan een klein , doch zoet deel. Xa eene loopbaan , zooveel bewogen als de hare , bood dit huis van gebed en heiliging haar eene stille woning van rust in den lieer.

Wat haar leven daar was gedurende de vijf jaren, die zij er doorbracht . weten wij door de getuigenis , welke de waardige stichtster bij den dood van Ztsteii Rosa van haar gaf. „Het was eene aanéénschakeling van offers , van zelfverloochening . van boetvaardigheid. De volmaaktste liefde bezielde haar edel hart. Zij sliep nooit op een bed , zij nam hare rust op den grond, uitgestrekt op een houten kruis , hiertoe vervaardigd. Zij nam slechts één maal per dag en dit bestond uit een kom soep , nooit kom men haar iets anders doen eten ; altijd bereid diensten te bewijzen , scheen hare schoone ziel veel meer in den hemel dan op aarde te verblijven.

Dit was de herinnering, die zij achtergelaten had van haar verblijf in het St. Annagesticht, twaalf jaar nadat zij dit verlaten had.

Reeds toen de omstandigheden haar geroepen hadden dit heilig verblijf te verlaten, waar zij de leden tot stichting verstrekte, had dezelfde Overste haar het schoonste

ocr page 198

—190—

getuigschrift medegegeven. „Gredurende deze laatste vijf jarenquot; zeide zij, „heeft Mme Griselain eene buitengewone toewijding aan den werkkring van liet St. Annagesticht getoond. Hare godsvrucht heeft zich nooit verloochend, haar karakter is zeer zacht en gelijkmoedig , zij heeft ons steeds door haar eenvoud en vurigheid gesticht. Mme Griselain, Ztsteii Rosa genaamd, is eene oprechte dienstmaagd des Heeren.quot; Al den ijver, al de opoffering, die zij in haren vroegeren staat voor de zaligheid dei-zielen getoond had , gebruikte zij thans in hot zorgen voor de ongelukkige meisjes en vrouwen van alle soort, die in het gesticht opgenomen waren. Zij had hare bediening lief, omdat deze haar in de gelegenheid stelde nuttig te zijn, te meer daar deze rampzalige wezens haar aan eigen lot herinnerden. De meesten ervan waren volgens hare ervaring, ongelukkig geworden ten gevolge eener slecht gedane eerste Communie of ten gevolge der hinderpalen, door ouders of meesters aan hare volharding gesteld. Dit ongeluk wekte haar medelijden en zij achtte zich gelukkig door het goede , dat zij haar deed, de fouten der eigen jeugd te kunnen boeten.

De vijf jaren door Zuster Rosa hier doorgebracht vormden een zalige rust in haar veelbewogen leven en nochtans kwam de dag, waarop zij dit verblijf verliet, om weder een onzeker bestaan te aanvaarden.

ocr page 199

—191—

1 ^clo 11 «»lt;gt;lVlt-it iilc.

Laatste Pleisterplaats.

Was liet geene wispelturigheid, die Zusïeii Hosa een liuis deed verlaten, waar zij zulk een nuttig gebruik van haren tijd kor. maken en waar zij de middelen vond meer en meer aan hare heiliging te werken ?

Waarom dit zalig toevluchtsoord vaarwel gezegd ? Dit kwam , omdat zij volgens het woord harer Overste „eene ware dienstmaagd des Heeren was.quot; Zij moest dus derwaarts gaan , waar de Meester haar zond. En het huis, waarin de arme weduwe zich afgezonderd had, was niet dat, waartoe God haar bestemde. Het St. Anna-gesticht was slechts eene halte. Na deze gezegende inleiding tot het kloosterleven moest zij nog op eene laatste pleisterplaats verblijven alvorens iiet doel te bereiken.

Eene onvoorziene omstandigheid veroorzaakte haar vertrek. Tegen het einde van Juni 180!) kwam Mgr. Lavigerie, Aartsbisschop van Algiers, het H. Sacrament des Vormsels toedienen te Parijs bij de Broeders van den H. Vincentius in de Hue Vaugirard. De belangen van zijn bisdom waren de aanleiding tot zijn bezoek; de doorluchtige Prelaat was reeds beroemd door zijn ijver. Hij had reeds verscheidene groote stichtingen gegrond, die hem eens op den zetel van den H. Cyprianus zouden brengen en hem tot een nieuwen patriarch van Afrika moesten maken. In dezen tijd maakte Paul Griselain deel uit der Congregatie van den eerbiedwaardigen Heer Leprévost. Sedert tien jaar was hij in het klein noviciaat. Om zijn goed gedrag, zijn ernstigen aard, zijne godsvrucht

ocr page 200

—192—

was liij als broeder aangenomen. 3Ien vond lieni slechts eenigszins onrustig en onbestendig.

De jeugdige broeder vervulde den post van Ceremoniemeester. Li deze hoedanigheid ging hij met een kleinen stoet Mgr. den Aartsbisschop te gemoet, om Z. 13. H. met de hem verschuldigde eer te ontvangen. Alvorens uit zijn rijtuig te komen, zeide Monseigneur tot M. Le-prévost; „Eerwaarde Vader, ik sta}) niet uit, als gij mij niet belooft mij drie uwèr broeders te gevenquot;. „Monseigneur,quot; antwoordde de Eerw. Overste minzaam, „wij zullen het wel eens worden.quot; In de kapel had de Aartsbisschop den jongen Ceremoniemeester bemerkt en toen de plechtigheid afgeloopen was, nam hij dezen bij de hand en zeide tot M. Leprévost: „Dezen jongeling moet ;k hebben, ik neem hem mede.quot; Paul Griselain was een even vurig ijveraar voor de Mis van Eerherstel als zijne moeder. Hij deelde in hare zorg en werkte met haar tot verspreiding der godvruchtige oefening. Reeds had hij de volkomen goedkeuring van Mgr. dc Ségur verkregen, van dien goeden Prelaat, zoo volijverig in alle ondernemingen der godsvrucht. Hij trachtte dadelijk ook den Aartsbisschop voor zijn dierbaar Werk te winnen. Xu was M. Duhamel, de vriend en raadsman van moederen zoon, in zijne jeugd een studiegenoot van Mgr. Lavigerie geweest; de waardige priester was mot Z. 1). H. steeds in betrekking gebleven. Heeds had hij gelegenheid gehad dezen over de Mis van Eerherstel te onderhouden. De weg was gebaand.

Aangemoedigd door de welwillendheid, die de Prelaat hem betoond had, begaf Paul G-riselain zich op zekeren avond naar het kasteel d'Issy, waar Z. D. H. woonde. Mgr. Lavigerie was afwezig. De jonge broeder verzocht

ocr page 201

—193—

den portier liem liet werkje van Pater Blot over de AL is tot Eerherstel ter hand te stellen. Eenige dagen later kwam hij op een ^morgen weder, dezen keer werd hij toegelaten. Monseigneur had het werkje gelezen en er genoegen in gevonden. ' Gedurende het onderhoud, dat hootdzakelijk over deze heilige oefening liep, viel Monseigneur den jongen broeder in de reden en zeide: ..Maar, mijn kind, gij verlangt zeker priester te worden?quot;' ..Inderdaad, Monseigneur, sedert tien jaren is dit mijn'eenige wensch.quot; En de jongeling verhaalde den Prelaat al de inwendige heproevingen en de wederwaardigheden , die hij wegens zijne roeping ontmoet had. ..Kom met mij naar Algiers,quot; sprak Monseigneur, „dan zal ik u priester wijden.quot; Vervolgens zinspelende op hot verlangen zijner goede moeder om de godsvrucht der Mis van Eerherstel door den J f. Stoel goedgekeurd te zien , voegde de Prelaat erhij : ..Ik zal met het verlof van den H. Stoel de Aartshroedersehap der Mis tot Eerherstel, in de O. L. Vr. kerk van Afrika oprichten/quot; Wat kon de zoon der arme weduwe Griselain nog meer hegeeren ? En kon zijne moeder grooter geluk overkomen 'i Haar zoon priester en de Aartsbroederschap van hare Mis te Algiers gevestigd , dit was de vervulling der dierbaarste wenschen , het bereiken van het doel baars levens ! De Aartsbischop had laten zeggen, dat hij haar omtrent dit heilig Werk wilde spreken. De nederige vrouw oordeelde zich deze eer onwaardig en vreesde , dat het onderhoud met den Prelaat haar gevoelens van ijdele glorie zou inboezemen. Zij verwees den Bisschop naar haren zoon.

Intusschen verliet Mgr. Lavigerie Parijs zonder iets af te doen. De tijd verliep. De Aartsbisschop had zich tegen het einde des jaars naar Rome begeven om het

r.\ Z. U.

ocr page 202

—194—

Concilie bij te wonen. Had hij zijn aanbod vergeten of van zijne voornemens afgezien ?

Het voorstel van Mgr. Lavigerie had in Paul zijne vroegere hoop verlevendigd. Geheel vervuld met de plannen van den Aartsbisschop te zijnen opzichte , geloofde hij, dat God hem riep om priester te worden der ver-eeniging van dc door Mgr. gestichte missionarissen. Tot dusverre hadden zijne Oversten, die in hem de teekenen eener ware roeping tot het priesterambt niet meenden te bemerken , aan zijne begeerten weerstaan. Doch de gelegenheid bood zich thans aan tot het volgen van zijne genegenheid. Dc inzichten van den jongen broeder waren zuiver en oprecht. Sedert tien jaren leefde hij van hoop, wellicht van begoochelingen, waaraan de voorkomendheid van den Aartsbisschop nieuw voedsel gegeven had.

Thans gedrongen een besluit te nemen , verzocht hij M. Duhamel voor hem aan Mgr. Lavigerie te schrijven. Den 25 Maart 1870 antwoordde deze uit Eome aan zijn ouden studiegenoot. Zijn brief bevatte eene uitnoodiging aan Paul Griselain om te komen , te meer daar de verheven Prelaat, van het begin af getroffen door de grootheid en het nut van het Werk der Mis van Eerherstel, zich in Eome beijverd had van den H. Stoel eene goedkeuring met bijzondere gunsten hiervoor te verkrijgen.

In dezen zelfden brief zeide Zijne Eminentie : „AVaar-ora zou Mme Griselain niet met haar zoon naar Afrika komen ? Ik zou zulk eene heilige ziel zeer gaarne in eene mijner vereenigingen opnemen. In Algiers meer dan ergens anders hebben wij gebeden en eerherstelling noodig.quot;

Zoo stonden de zaken, toen de volgende maand de jonge broeder Griselain bericht kreeg van het ministerie

ocr page 203

—195—

van Oorlog , tot welks gebied de zaken in Algiers behoorden, dat Mgr. Lavigerie hem naar Algiers riep. Het ministerie stond liern vrijen oaTertocht toe. Daar M. Le-prévost alles te voren met den Prelaat had afgesproken, viel er slechts te vertrekken. Doch kon de moeder haar kind alleen laten gaan ? Was haar leven niet met het zijne verbonden ? En was deze uitnoodiging naar Algiers niet de stem van God omtrent het Werk der Mis tot Eerherstel ? Werd haar thans niet het middel geboden om de Aartslwoederschap te doen oprichten, die aai; het Werk zijn bestaan en voortduring moest verzekeren ? Zoodra zij de roeping Grods meende te erkennen, besloot Zuster Kosa St.' Anna te verlaten om den weg te volgen, die zich voor haar opende. Zij liet echter niet alles .achter, want zij nam uit dit heilig oord het witte kleed der Dominicanessen mede, om daarmede op den dag van haren dood te worden bekleed, als met het bevoorrechte lijkgewaad tier derde orde.

Moeder en zoon vertrokken dus naar Algiers op den laatsten Zaterdag van Mei 1870. De reis was lang en moeielijk. Zij Ijrachten den Zondag te Lyon door. Bij hare aankomst te Marseille werd de arme vrouw ziek. Xoch zij, nodi haar zoon kenden iemand in deze groote zeestad en zij hadden slechts het hoognoodige reisgeld; in het geval van ziekte was bij de bepaling der reiskosten niet voorzien. Paul ondernam den volgenden morgen vroeg eene bedevaart naar O. L. Vr. van Bescherming. Toen liij terug kwam was zijne moeder iets beter. Met groeten moed ging zij 's avonds scheep. Doch nog meer moed Itacl zij noodig gedurende den overtocht. Eindelijk kwamen zij Donderdag morgen te Algiers aan •en werden te vier uur bij Mgr. Lavigerie ontvangen.

ocr page 204

—196—

Grevoelde de Kardinaal niet eenige teleurstelling bij het zien van dat arme, meer dan eenvoudig gekleede vrouwtje? Vreesde liij niet onmiddellijk , dat iemand, die er reeds zoo bejaard en zoo zwak uitzag, hem eer tot last dan tot hulp zou strekken ?

De nederige vrouw stelde Monseigneur een latijnschen brief van M. Duhamel ter hand. Dit was in het kort de geschiedenis zijner vroegere penitente en der bijzondere genaden, waarmede zij begunstigd was geworden. Ondanks de teleurstelling, die de persoon wellicht veroorzaakt had , stelde Monseigneur belang in eene ziel , van wier deugd zijn oude schoolmakker zooveel aanbevelenswaardigs wist te zeggen. Hij zond haar voorloopig naar El-Biar bij Algiers tot de liefdezusters van den goeden Herder.

Toen zij in dit huis kwam , moest de vreemdelinge zich naar de gewoonten van het huis voegen. Zij gevoelde zich hierdoor spoedig zoo ongesteld , dat zij den eersten Zondag het bed moest houden en niet naar de H. Mis kon gaan. Volgens den raad des dokters moest men de zieke haren gewonen levensregel laten hervatten. Eenige weken later zond Monseigneur haar naar St. Eugene in een klein gebouw, naast de bisschoppelijke woning gelegen. Zij was hier portierster en tevens belast met het onderhoud van het linnen en de kerkgewaden van M onseigneur. Hier vond zij eene afzondering, waarin zij vrijelijk hare godsdienstoefeningei kon verrichten , terwijl zij haar naaiwerk deed en had zij de voldoening bij haren zoon te zijn.

Voor hare geestelijke leiding had Monseigneur haar verwezen naar Pater Alexander , Proost der Paters van Premonstreit van O. L. V. van Afrika, liaar aanbevelende

ocr page 205

dezen niemven Directeur den brief A an Pater Dulianiel te toonen en liare ziel gelieel aan hem bloot te leggen. Deze waardige kloosterling ondervroeg haar nauwkeurig over hare levenswijze, omtrent de openbaring der Mis van Eerherstel, gaf haar een gedragsregel volgens de derde orde van den H. Dominieus, waartoe de goede zuster bleef behooren. De Pater wilde, dat zij dagelijks twee Missen zou hooren volgens hare methode ; hij stond haar toe het officie van den namiddag bij de religieuzen van O. L. Yr. van Afrika bij te wonen. Hij wilde, dat hare oefeningen van godsvrucht, hoe talrijk ook, steeds voor hare andere bezigheden gingen. Onder zijne leiding kon zij zeker zijn de middelen te vinden van hier even heilig te leven als in het gt;St. Annagesticht.

AV ie zou gedacht hebben dat haar weder andere beproevingen wachtten ? Dadelijk na zijne aankomst was de jonge Paul in het Seminarie St. Eugène geplaatst, om er zijne klassieke studiën te beginnen. Zijne goede moeder verheugde zich, dat haar zoon eindelijk den weg gevonden had, die hem tot liet altaar moest voeren.

as dit de hartewensch van haar dierbaar kind , niet minder was liet de hare. Zij vertrouwde , dat de welwillendheid van haar verheven Beschermer en de gemakkelijkheid waarmede hij thans zijne neiging volgen kon, hem nu toch tot het gewenschte doel zouden brengen. Helaas! de proef mislukte! De jonge broeder beantwoordde niet aan de verwachting van Monseigneur , cn ook deze vond zijne hoop niet verwezenlijkt. Hetzij hij in hem de vereischte hoedanigheden voor het priesterambt niet ontdekte, hetzij hij nuttiger oordeelde hem als eenvoudig broeder voor zijne liefdewerken te bezigen , Monseigneur hield op hem tot de wijding aan te zetten.

ocr page 206

—198—

]\rgr. Lavigerie was den liquot;) Juli vertrokken om bij liet sluiten van liet Vaticaansch Concilie tegenwoordig te zijn. Hij kwam weldra terug. De oorlogsverklaring van Frankrijk aan Duitschland van den 18 Juli had Z. E. onderweg opgehouden , en hij kwam te Algiers weder, zonder te Eome geweest te zijn. Bij zijne terugkomst zond hij Paul Griselain naar het Weeshuis van Maison-Carrée ter hulp van Pater Charmetant, een zijner ijverigste helpers.

In deze nieuwe betrekking zag de arme jongeling het gewenschte doel voor zijne oogen verdwijnen. Dit was niet de weg naar het priesterschap. Verplicht zijne nauwelijks begonnen studiën te onderbreken, in zijne hoop teleurgesteld, werd hij bedroefd en kreeg een tegenzin in zijn verblijf in Algiers. Hij wilde priester worden, omdat hij vastelijk geloofde, dat God hem tot dezen staat riep en het zijn plicht was Gods wil te volgen. Doch zoo vaak hij hiertoe eenige poging aanwendde, had hij zoowel te Parijs als te Algiers steeds een hinderpaal, eene onmogelijkheid ontmoet. Dit werd voor hem eene voortdurende oorzaak van verbittering en verdriet.

Zijne goede moeder hield niet op hem met haren raad te steunen. Zij trachtte hem met zijne betrekking te verzoenen en boezemde hem geduld en onderwerping in aan de inzichten der Voorzienigheid ; vooral ried zij hem af door overlu-asting de zaken te bederven. „Wij moeten,quot; aldus schreef zij hem , „ons aan den goddelijken wil onderwerpen in groote als in kleine zaken , in den tijd en do eeuwigheid. De moeielijkheden hebben het voordeel, dat zij ons leeren ons zeiven en onze begeerten te wantrouwen. Wat wij met het meeste vuur zoeken,, willen wij vaak niet meer , als men het ons geeft. Gij

ocr page 207

—199—

moet tot ii zeiven zeggen : „Daar deze moeielijkheicl in mij ligt, zal ik ze overal meedragen ; liet is dus nutteloos te willen veranderen. Het noviciaat is een proeftijd, waarin men zijne roeping bestudeert; indien ik mijne studiën niet kan voortzetten, zal ik mij bij de Broeders van 0. L. V. van Afrika voegen of naar Vaugirard terug-keeren.quot; Laat ons er in berusten. Ja , mijn dierbaar kind , ik vertrouw , dat de Yoorzienigbeid ons niet zal verlaten , zoolang wij ons volgens Hare plannen laten geleiden. Indien wij in de toekomst konden lezen, zouden wij wellicht Gnd zonder ophouden bedanken voor datgene , wat ons nu bedroeft. Daarom zal ik niets doen van al wat gij mij voorstelt. Wij zouden op geene bijzondere genaden mogen hopen , als wij den weg verlieten , ons door de Voorzienigheid gebaand , om een anderen in te slaan.quot;

Eenige dagen later schreef zij weder : „Ik heb geen plan uwe roeping te bestrijden , doch het spijt mij , dat gij verkeerde middelen wilt kiezen, om daartoe te komen. De schoonste gesteltenis is een groot vertrouwen op Clod. Is Hij niet oneindig goed en barmhartig? Welnu als Hij u het verlangen ingeeft, zal Hij u de middelen bezorgen. flii zegt. dat uw biechtvader uwe roeping goedkeurt ; ik hoop dat het zoo zij ; doch ik denk niet, dat hij u de middelen aanraadt. die gij beproeven wilt. Mijn dierbaarste wensch is, dat gij er niet de proef mee nemen zult. Monseigneur heeft tot iemand , die over u sprak , gezegd , dat een engel hem niet van besluit zou doen veranderen en hij u nooit zou toestaan wat gij begeert: het is derhalve nutteloos er nogmaals op aan te dringen. Gij zoudt Monseigneur nog meer tegen u innemen. Als iemand voor u wilde spreken , zoudt ge

ocr page 208

—200—

aan Monseigneur kunnen laten zeggen, dat het, wijl gij niet voor zijne quot;Werken geschikt zijt, voor u wenschelij-kor was, zooilra mogelijk naar Frankrijk terug te keeren; dat de plaats , die gij inneemt wellicht heter door een ander vervuld zou worden ; dat wij zeer dankbaar zijn voor zijne goedheid, ons in de tegenwoordige omstandigheden wel te willen houden ; doch dat het, uit vrees dat gij zieker zoudt worden , wellicht verkieslijk was , dat Monseigneur zoo goed was ons de middelen te verschaffen om terug te keeren.quot; Dit was een wijze raad.

Intnsschen waren ten gevolge der omwenteling van den 4 Septeniher te Algiers wanordelijkheden uitgebroken , die het leven van den Aartsbisschop in gevaar brachten. Xadat de opstandelingen verscheidene malen pogingen hadden aangewend tegen het militair gezag op te staan, was Mgr. Lavigerie besloten zich te Constantine te vestigen. Bij zijn vertrek had hij Paul Griselain tot bewaking zijner woning bij zijne moeder laten komen. Het zag er te Algiers slecht uit. Het Seminarie was tot hospitaal ingericht. De portierster van Monseigneur was keukenmeid en had voor al die menschen de maaltijden te bereiden.

Bij haar teruggekomen, had de zoon na eene novene ter eere van O. L. \ . van Afrika de rust des harten wedergevonden. Doch die inwendige strijd had hem dermate gekweld , dat hij ziek werd. Men moest hem tot herstel zijner gezondheid naar eene andere streek zenden , waarna hij zijne bediening te Maison-Garrée hervatte.

De tijd verliep , niets geschiedde volgens den wensch van den armen jongeling. Xa verschillende pogingen werd hij voor goed verwijderd. Monseigneur liet hem

ocr page 209

—201—

weten, dat hij hem voor zijne werken niet meer noodig liad.

AN'at was er gebeurd ? Had de zoon alleen de belangstelling verloren ? ()f gevoelde bij den weerslag der vooroordeelen , die op zijne moeder rustten ? Helaas, de beproevingen , zoo algemeen in liet leven der heiligen , hadden de heldhaftige vrouw niet ontbroken. Afgunst, boosaardigheid hadden zich tegen haar verheven. Zekere personen uit de omgeving of de huishouding van Monseigneur konden haar niet lijden. De kwade tongen spaarden haar niet. De eene zeide, dat moeder en zoon slechts fortuinzoekers waren, die in Algiers aan de rampen van den oorlog zochten te ontsnappen ; anderen, die voorgaven de beschermelinge van Monseigneur in den grond te kennen , verklaarden , dat al hare versterving en deugd slechts huichelarij was. Dit alles kwam Monseigneur ter oore. Door zijne afwezigheid was het Z. D. H. onmogelijk het zelf te onderzoeken. De kwaadsprekers hadden zijne goede trouw bedrogen. Trachtte men niet door bewijzen te staven, dat de persoon, wie hij zijn vertrouwen geschonken had . huichelde om aan hare deugd te doen gelooven ; dat zij door wilde gaan, als at zij bijna niets, terwijl zij in het geheim zich rijkelijk voedde? Men verhaalde zelfs (en was dit niet doorslaand?) dat men haar eens in de keuken verrast had terwijl zij voor zich eene kip klaar maakte. O hoe ver gaat toch do kwaadwilligheid! Zoo het die vrouw, zoo heldhaftig in hare lange onthouding , door eene buitengewone bekooring of door eene plotselinge zwakheid barer natuur, gebeurd ware , zich eene kip te bereiden, dan ware zij naar het voorbeeld van den H. Franciscus van Assisië de eerste geweest, om zich hiervan te beschuldigen en zich er over te vernederen. Xeen alles was oprecht in

ocr page 210

—202—

deze waarlijk eenvoudige ziel. Neen, niet voor het oog der menscheu had zij aldus jaren in haar huis verborgen geleefd, met God alleen tot getuige en haar biechtvader tot eenigen vertrouweling. Ondanks de ongunstigs geruchten bleef Mgr. Lavigerie overtuigd, dat deze uitmuntende vrouw niet uit geveindsheid handelde , doch slechts uit berekening om meer vertrouwen in te boezemen en haar Werk ingang te doen vinden. Met zijn ijver, die altijd het goede voorstaat, had hij steeds de Mis van Eerherstel goedgekeurd , daar hij de grootheid en de beteekenis hiervan gevoelde. Doch zijne inzichten met de persoon, aan wie God ze had toevertrouwd, waren veranderd. Hij liet haar weten, dat zij naar Frankrijk terug kon keeren.

Wat had zij nu verder in Algiers zonder haren zoon en zonder boschorming kunnen uitrichten. Zij moest dus vertrekken. Het was dan gedaan niet de Mis van Eerherstel , waarom zij naar Afrika gekomen was. In dit oogenblik scheen alles verloren. Doch door haar verblijf aldaar was toch iets gewonnen. De beschikking der Yoorzienigheid was niet te vergeefs. God had de nede-

o o

rige bode Zijner genade niet zonder doel van zoo verre naar Afrika laten komen. Zusthe Kosa had daar gevonden , wat de Voorzienigheid haar had voorbehouden en het bevel, dat haar uit Algiers verwijderde, bracht haar nader tot God.

ocr page 211

—200—

lOcle li* gt;lt; gt; tVis tul»'.

Intrede in het Klooster.

Niets was do arme moeder gelukt, noch voor zicli. noch voor haren zoon. En nochtans was zij, zooals wij zeiden niet naar Algiers gegaan, zonder eene beschikking Gods. De wegen der Yoorzienigheid zijn altijd bewonderenswaardig, wij ontwaren dit evenzeer in kleine als in groote zaken. Vwe ziet niet de goddelijke wijsheid in den samenloop der omstandigheden, die het leven ken-teekenen van onze goede Zuster Hosa ?

Uit opoffering voor haren zoon zeker ging zij naar Algiers, doch lier. waren vooral de belangen der Mis van Eerherstel, die haar daarheen dreven. Het scheen , dat de uitstekende Prelaat, die voor Afrika en voor de Kerk zulke groote zaken gedaan heeft, liet uitgekozen werktuig was ter uitvoering der zending van de nederige dienstmaagd. Eerst stelt ilonseigneur belang in het Werk. hij had beloofd liet goed te keuren , het te Algiers in te voeren, liet door den H. Stoel als Aartsbroederschap voor de geheele wereld te doen oprichten. Hij geloofde ter zelfder tijd van de opoffering van den zoon en de moeder partij te kunnen trekken. Duidden deze goede gesteltenissen niet aan, dat de Alrikaansche bodem bestemd was om de kiem der Mis tot Eerherstel te ontvangen en te doen gedijen ?

Aldus volgens menschelijke inzichten , doch anders waren de plannen Gods. Algiers moest slechts eene halte zijn voor de bode der goddelijke gave.

De uitstekende Prelaat was slechts een tijdelijk werk-

ocr page 212

—204—

tuig in de hand des Almaclitigen. Hij was de stem, die tot deze uitverkorene Gods , even als God eertijds tot Abraham , gezegd had ; „Verlaat uw huis en uw land en kom naar het land, dat ik u zal toonen.quot; Doch dat land was Algiers niet. Ver van daar op eene eenzame plek aan den voet der Alpen bezit de groote Afrikaan-sche leeraar de H. Augustinus, een andere plaats zoo nederig, zoo verborgen , dat men zou meenen, dat liet de landelijke hut is van den grooten wetgever van liet kloosterleven. Het was daar, dat na lange omwegen en ontelbare hindernissen de arme nederige vrouw eindelijk hare tent zou opslaan en haar kostbaren schat zou neder-leggen. Doch hoe had God haar deze beloofde aarde getoond ?

Zooals wij zagen was de heilige vrouw onder de leiding geplaatst van Pater Alexander, Proost der Predik-heeren. Deze wijze kloosterling, zeer bedreven in geestelijke zaken , had weldra een hoog denkbeeld van de deugd en den geest van ZrsTKii Rosa opgevat.

Toen zij Algiers moest verlaten , was hij haar eenige steun, en om te beantwoorden aan hare begeerte in een klooster te treden, verwees hij haar naar een zijner orde.

Omstreeks dezen tijd liet God toe, dat de oude familie der Korbertinessen, sedert eene eeuw uit Erankrijk verdwenen , wederom opstond even als de kloosters der Paters , reeds vroeger in België en Frankrijk hersteld. Door eene schikking der Voorzienigheid werd dit herstel voorbereid in het hart eener zeer godvruchtige vrouw , die nog jong zijnde aan de wereld vaarwel had gezegd, ter zelfder tijd, dat de arme weduwe de genade der Mis van Eerherstel ontving. Schenen deze beide werken elkander niet aan te trekken 'r1

ocr page 213

—205—

Was er eene betere inrichting om de gedachte der Mis van Eerherstel te omvatten dan die van den H. Nor-hertns, beroemd door zijne godsvrucht tot het H. Sacrament ? En moest de jonge tak van de tweede Orde van Premonstreit als het ware geen nieuw sap ontleenen en zicli verjeugdigen door het aannemen van deze nieuwe devotie tot den God der Eucharistie ?

De Proost van O. L. V. van Afrika was het werktuig, waarvan de Voorzienigheid zich bediende om de nieuwe Xorbertijnsclie kloosterlingen in aanraking te brengen met de nederige zelatrice der Mis van Eerherstel. Den 15 Maart 1871 schreef hij aan de Overste der kleine vereenigmg om haar zijne heilige beschermelinge aan te bevelen ;

„Wij hebben hier eene uitverkoren ziel, die nauw met God verbonden is. Deze vrouw, eene weduwe, leidt een zeer buitengewoon leven. Zij eet slechts eenmaal daags en haar maaltijd bestaat dan uit een weinig brood en wijn, Zij slaapt niet slechts op stroo. doch op een kruis. Hare gezondheid lijdt volstrekt niet door deze buitengewone verstervingen, zij vervult den geheelen dag door hare bezigheden gelijk ieder ander. Doch zoodra zij iets aan hare levenswijze verandert , wordt zij ziek. Zij wordt met buitengewone genaden begunstigd, en schijnt de zending te hebben ontvangen eene Broederschap op te richten , die tot titel zou dragen : de l//-v can Ein-lo/nfellln'i en tot doel, God de glorie weder te geven , die zoovele ongelukkige christenen Hem ontnemen, door bij deze groote geheimen te ontbreken. Het was tot oprichting van dit werk , dat de Aartsbisschop van Algiers haar naar Afrika heelt laten komen. Z. D. H. , die er niet aan twijfelt. dat deze persoon van God buitengewone

ocr page 214

—206—

genaden ontvangen heeft, heeft mij vroeger over dit Werk gesproken en over zijn plan dit op te richten en tot middelpunt O. L. V. van Afrika te kiezen. Monseigneur was van zins te Rome de macht aan te vragen liet als Aartsbroederschap in te richten, aflaten er voor aan te vragen en liet door een mandement hekend te maken. Doch heden verneem ik, dat Monseigneur aan zijn secretaris heeft geschreven , deze vrouw , die sedert een jaar hier is, te melden, dat zij naar Parijs kan terugkeeren , vanwaar liij haar had laten komen. Ik heh daarop besloten u te schrijven, teneinde te vragen, of u die goede vrouw niet in uwe vereeniging zoudt kunnen opnemen ? Het komt mij voor, dat zulk een heilige ziel noodzakelijk den zegen Grods op uw beginnend werk moet aftrekken. Zij is acht en vijftig jaar oud ; zij zal zijn, al wat gij wilt en doen , al wat gij verlangt. Zoo gij er geen bezwaar in ziet, zal ik deze vrouw, die op vertrekken staat, tot u zenden ; gij kunt met haar spreken en de brieven lezen , die Monseigneur haar heeft geschreven, alsook die van haar biechtvader, waarna het u gemakkelijk zal zijn uw oordeel te vormen en uw besluit te nemen.quot;

Met groot doorzicht en wel doordrongen van den geest van den kloosterlijken staat schreef de jonge Overste aan den Proost, en kon niet nalaten hem de groote vrees, het mistrouwen bijna te laten blijken , dat haar alles wat buiten het gewone was inboezemde. Zij toonde hem de bijzondere bezwaren aan, die vooral voor een pas gestichte gemeente bestonden in het aannemen van iemand, die, al was het ook zonder droombeelden, zoo'n buitengewonen weg bewandelde. Zou inderdaad de zonderlingheid, van eene enkele, gevoegd bij het gebrek aan

ocr page 215

—207—

ondervinding van al de overigen gcene oorzaak van verwarring en moeielijkheden worden r Daarbij verlangde de Overste te weten, om welke reden Monseigneur aldus iemand wegzond , van wie men zooveel goeds zeide en die hij zelf uit Parijs had laten komen. De Proost antwoordde haar onmiddellijk onder dagteekening van den 27 Maart;

„Ik beaam volkomen uwe wijze van buitengewone zaken te beoordeelen. De persoon , van wie ik U heb gesproken en die IJ dezen brief zal brengen, lieeft noch extasen, noch openbaringen ondervonden. Het is slechts een aandrang tot liet verrichten van deze of gene zaak, welke zij echter niet doet, alvorens ze aan de goedkeuring dergenen, d;e ze moeten beoordeelen, te hebben onderworpen en van hen gehoord te hebben, dat het de wil Gods is. Daze gehoorzaamheid en de eenvoud, die in heel haar gedrag doorstraalt, spreken voor haar ten beste.

Dat ik U over deze vrouw gesproken heb, was om de plannen Gods niet te verhinderen, ingeval Hij zich van ons wilde bedienen om de Mis tot Eerherstel in te voeren.

Zie dan en onderzoek.

De Aartsbisschop is sedert de maand November afwezig ; daarom kan ik U de redenen niet zeggen, waarom Z. D. H. aldus met haar heeft gehandeld. De goede God bedient zich van alles om tot zijn doel te komen.quot;

Op denzelfden dag scheepte de arme uit Afrika verbannen weduwe zich met haren zoon in. Het was Maandag in de Passieweek. De reis was niet zonder moeielijkheden. Men was met hevigen wind vertrokken, zoodat het vaartuig de kust van Spanje Langs moest zeilen.

ocr page 216

—208—

Weldra stak de storm oj). Tier dagen en vier nachten verkeerde liet schip in gevaar. Den zesden dag eindelijk liep liet vaartuig te Marseille binnen. Onze heide reizigers hrachten een eerste hezoek hij O. L. A . van Be-scherniing om Haar te danken. Denzelfden avond verlieten zi] Marseille per spoor. Uit vrees van de Mis te verzuimen , overnachtten zij te Arles. Xa hunne godsdienstplichten volhracht te hehhen , begaven zij zich quot;weder op weg, en eenige uren later kwamen zij te Mou-télimar. Daar verliet de zoon zijne moeder om een verblijf te vragen hij do Paters Predikheeren van de abdij te Frigolet. (Jm hem te volgen was zij naar Afrika gekomen, bij hare terugkomst was zij verplicht van hem te scheiden.

Dicht bij Montclimar, te Maubec, diende liet klooster der ïrappistijnen voorloopig tot verblijf aan de moedige vrouw, die, na aldaar zich in het kloosterleven te hebben laten inleiden , met hare gezellinnen de stichting dei-nieuwe Norbertinen voorbereidde. Daarheen begaf de arme' vrouw zich den Isten April des avonds, zonder zelfs te weten , of men haar zou willen ontvangen. Doch wat had zij te vreezen ? Thans was zij aan het einde liarer loopbaan. Xa zooveel omwegen en zooveel hinderpalen had God haar als hij de hand geleid in de heilige orde van Premonstreit , die , haar aannemende , erfgename werd van hare zending om lie.: \\ erk haar toevertrouwd te doen kennen en te verspreiden. Zij bood zich aan met haren kostbaren schat, de Mis van Eerherstel , aan die poort, waar de H. Nor bert us haar wachtte met zijne Ciborie in de hand als zinnebeeld zijner vurige godsvrucht tot het li. Sacrament des Altaars.

Het lag in de plannen der Voorzienigheid, dat de Orde

ocr page 217

van Premonstreit, bekend om haren eerbied tot liet H. Sacrament, bij hare wedergeboorte in Frankrijk de bezitster en verspreidster zou worden der nieuwe oefening van de Mis van Eerherstel. Aldus Yortrouwde Grod iu den looji der eeuwen de Werken van genade, aan geestelijke orden, welke Hij met de bewaring en verspreiding belast. Aan de Dominicanen gaf Hij den rozenkrans, aan de Franciscanen den kruisweg, aan de Karmelieten het schapulier, aan de Jesuiten de devotie tot het H. Hart van Jesus. aan de Premonstrensers de ]\[is. En deze bedeeling beantwoordt aan hunne roeping. Deze verschillende devotiën, die voor hen als een erfgoed geworden zijn, zijn veeleer uit hen zeiven ontsproten dan zij wel aangebracht zijn, even als de takken uit den stam.

De plannen Clods waren volbracht. Zijne getrouwe dienares was eindelijk aangekomen op den drempel der kleine gemeente , die gesticht scheen met het doel om haar te ontvangen. Zij bood zich zeer nederig aan iu hare armoedige kleeding, hare zwarte muts en zoo klein, zoo teer, zoo mager, dat de Overste bij het openen der traliën om haar te ontvangen haar zelfs in het eerst niet ontdekte. De ziel openbaarde zich onmiddellijk. De waardige Overste begreep, dat zij met eene uitgelezen christin te doen had.

Ondanks de achting echter, die zij opgevat had voor zulk eene deugdzame vrouw, ondanks de goede getuigenissen. die de Proost van O. L. \ . van Afrika omtrent haar gegeven had, vreesde zij in hare stichting, die postulante van bijna zestig jaren , zonder middelen, zonder onderricht, zoo zwak van gezondheid . niet te kunnen behouden. Zij was er zeer over bekommerd. De staatkundige beroeringen gedoogden niet haar naar Parijs te

11 z. R.

ocr page 218

—210—

zenden en om een bestaan te vinden bleef haar toch niets anders over dan zoodra mogelijk de betrekking terug te zien te krijgen , die zij verlaten had. Maar God , die haar hier gebracht had, zou zelf de poorten des kloosters openen. Hij gaf de Overste in haar te laten blijven, tot er zich een gunstiger oogenblik om te vertrekken zou voordoen. Men kon haar zoo eenigszins van nabij leeren kennen, de Overste schikte het gaarne zoo. In den grond Avas zij geneigd deze heilige ziel aan te nemen. as deze haar daarbij niet door de Voorzienigheid toegezonden?

Terwijl de bannelinge naar Maubec reisde . had haar zoon zich naar het klooster van gt;St. Michel van de orde van Premonstreit te Graveson begeven. Volgens den raad van zijn biechtvader te Algiers ging hij hier de proef nemen van het kloosterleven. De goede jongeling was altijd ongerust omtrent zijne roeping. En liet was vooral om zijne opneming bij de Paters te vergemakkelijken , dat de goede Overste zijne moeder behield. O]) eene andere wijze, dan zij wel dacht, diende zij hierin Gods plannen.

En boe zou men de beschikking der goddelijke Wijsheid kunnen miskennen ? De zoon werd overtuigd door-de ondervinding , dat hij minder voor het beschouwende dan voor het werkdadige leven geschikt was; hij keerde terug naar de Broeders van den H. Vincentius , waar hem een leven van zelfopoffering wachtte liij de kinderen der arbeidende klas. Zijn tocht naar Algiers had slechts gediend om de opname zijner moeder in het klooster te vergemakkelijken. Te Algiers had de brave vrouw kennis gemaakt met de Norbertijnen, daar ook ontmoette zij den man Gods , die haar toegang verschafte in de kloosterfamilie, aan welke zij de Mis van Eerherstel

ocr page 219

—211—

moest vermaken. Al dat heen- en weder trekken van moeder en zoon lag' dus op den weg der Voorzienigheid.

De nieuwe dochters van den H. jSTorbertus stonden op het punt zich in eene voorloopige woning , hij de abdij van Mauhec hehoorende, tot vereeniging te vormen ; zij waren slechts zes in getal. Do medehulp van huiten-zusters A-oor de boodschappen zou noodzakelijk zijn. Kwam ZrsTEii Eosa daarvoor niet juist van pas ? Zij was blij , de arme vrouw , toen de Overste haar zeide , dat men haar daartoe wilde houden. Dit was haar eerste graad van toelating, zij vervulde hare taak uitstekend. Xooit zag men eene vlijtiger, gehoorzamer, minzamer portierster, zij was voor alles steeds gereed. De vreemdelingen vonden haar goed, dienstvaardig, overal mede tevreden, altijd opgeruimd, zonder eenige in het oog vallende zonderlingheid. Daarenboven kende zij haar oud beroep nog zeer goed en bewees goeden dienst met de naald, zoo voor oude als voor nieuwe kleederen.

Bij het vormen der vereeniging in 1871 waren er twee portiersters, doch geene keukenzuster. Wat nu gedaan ? Hoe schraal liet onderhoud dezer heilige dochters ook mocht zijn, het moest tocli bereid worden. Onze goede vrouw , deze zwarigheid der zusters bespeurende , zeide met de haar eigene vroolijkheid: „Als de zusters niet moeielijker zijn dan een bisschop, zou ik haar wellicht de soep kunnen koken, daar ik dit ook te Algiers bij Mgr. Lavigerie deed.quot; Door dit aanbod bewees zij haar een grooten dienst en zij ging er groot op. Het was aardig haar in de keuken te zien rond loepen met een bankje, waardoor zij in staat was bij hare potten en pannen te klimmen. Zij maakte de groenten schoon, terwijl zij op den grond geknield lag, hetgeen zij deed,

ocr page 220

—212—

zooals zij lachend zeide „om de zolen harer voeten te-sparen.quot; Zuster Hosa nam het kleed van buitenzuster aan den G Juni 1871, op het feest van de overbrenging der Eelikwieën van den H. Norbertus. Zij behield den naam van Hos a , dien zij bij het intreden in het St. Annagesticht had aangenomen. Men had haar lief, de oude Zuster , die altijd stichtend zich zoo goed naaide kloosterregels en de jonge zusters wist te voegen en alles liet vermoeden, dat zij weldra voor goed zou worden toegelaten. Zij was zeer vroolijk, zooals al de godvruchtige personen, die veel geleden hebben. Na eenige weken legde zij haar keukenschcpter weder af om portierster te worden. Xu moest zij dikwijls van het huis naar de poort loopen en was dan vaak een eind weegs, zeer aan den noorden wind blootgesteld. Zij was zoo teer . dat men steeds vreesde haar als een dorren tak te zien wegwaaien over de muren van het klooster. Zij lachte met de vrees der zusters, zeggende : „Men zal wellicht een draad aan mijn pootje moeten binden , om mij niet geheel en al te verliezen.quot; Op zekeren dag zag men haar verschijnen zonder kap , die zij had vervangen door hare zwarte muts ..naar de mode zooals de jonge zusters zeiden ; de muts was heel eenvoudig, doch voegde slecht bij haar kloosterpakje. Men begreep niet, wat zij daarmede voorhad , en zij antwoordde met hare gewone vroolijkheid : ..Wel liet waait hier zoo sterk, dat de horens der ossen wel af zouden waaien ; is het wonder dat ik er mijne kap bij gelaten heb r* De storm had haar zoo oneerbiedig behandeld, dat, om niet blootshoofds te loopen , zij hare muts uit den voddezak was gaan zoeken.

Zcstki! 11 os a bleef portierster tot het einde des jaars.

ocr page 221

—213—

Intusschen had de Overste de oude abdij van Cistertien van St. Anne de Bonlieu bij Montélimar gekocht. Den 28 October werd deze in bezit genomen door acht zusters en liet leven van opsluiting en gebed der Norbertijnen aldaar ingevoerd. Zlsïkk Rosa behoorde tot dit getal. Tot nu toe buitenzuster, begeerde zij vurig liet klooster te mogen binnentreden. De Overste opende haar daar van de deur, alsmede die van alle harten. Den 8 December werd zij toegelaten tot de oefeningen der vereeniging. Den 2 Februari ontving zij liet witte kleed, het was haar trouwdag. Hoeveel gelukkiger maakte haar dit heilig kleed , waardoor zij in hare oude dagen de bruid des Heeren werd.

Zij had haren zoon deze gelukkige gebeurtenis medegedeeld en schreef hem nog geheel onder dien zoeten indruk twee maanden later :

„Het geluk dat ik smaakte, toen ik u deze blijde tijding mededeelde, werd verdubbeld dooi' het genoeg'en, dat ik u daarmede hoopte te doen ; want in den toestand, waarin ik mij bevind . is dit zulk eene groote genade. Ik denk, dat God mij die heeft toegestaan als belooning voor de offers , die ik gebracht heb, om u hetzelfde geluk te verschaften.quot;'

Tot haar grooten spijt belette doofheid haar de onderrichtingen der novicen bij te wonen. Doch zij had genoegzame kennis van al de heilige zaken, die de H. Geest, beter dan iemand anders, onderwijst, wanneer Hij eene ziel in de eenzaamheid geleidt om tot haar hart te spreken.

De bijna zestigjarige novice bezat eene engelachtige godsvrucht, een bestendig vroolijk humeur, eene zich nooit verloochenende liefde; naar het voorbeeld des Zaligmakers was zij ootmoedig en zachtmoedig van harte,

ocr page 222

—214—

■werkzaam en verstorven, zij beminde liare „moedersquot; en zusters en werd door allen bemind , zij leefde getrouw den regel na. W at ontbrak haar om kloosterzuster te worden '? Zij had liet geluk als leekezuster geprofest te worden den 1 Maart 1873, met twee andere novicen door den Pastoor van St. Anne de Bonlieu, bestuurder van liet klooster, een zeer verstandig en deugdzaam priester, door God in deze parochie geplaatst om de jeugdige gemeente tot beschermer, tot gids en tot vader te strekken.

Xu was haar geluk volkomen. Hare dankbaarheid jegens God was even groot als hare vreugde, en als eene altijd beminnende moeder liet zij haren zoon in beide gevoelens deelen. Thans zoo gelukkig zijnde zich aan God te mogen toewijden, dacht zij weder aan dien zoon, zoo innig aan haar leven verknocht, die haar in dezen weg was voorgegaan door onder den naam van Broeder Stephanus zijne geloften uit te spreken in de Congregatie van de Broeders van den 11. Yincentius. Eenige dagen voor hare professie schreef zij hem :

Mijn dierbare zoon.

De zeer Eerw. Pater Dom Gabriël, abt van Aigucbelle, heeft mij het voorgeschreven examen doen afleggen en ik ben toegelaten tot het afleggen mijner geloften. Dit is wel het oogenblik , waarop men aan God alles wat men is en alles wat men heeft ten offer moet brengen. Ik heb slechts weinig, en wat ik ben is nog veel minder. Gij alleen zult mij het middel verschaffen, om die schuld te voldoen; want de offers des harten zijn alleen Gode waardig. Bij deze plechtige gelegenheid zal ik dus het offer vernieuwen, dat ik gebracht heb, op den dag, toen ik u aan uw eerbiedwaardigen Overste heb aangeboden.

ocr page 223

—215—

Hoe smartelijk onze scheiding mij viel, bedankte ik God voor de genade , die Hij u bewees , van u te bewaren A'oor de gevaren, waaraan gij in de wereld Avaart blootgesteld geweest, en ik bad voor uwe volharding. En nu, dat de Heer mij dezelfde gunst gelieft te verleenen, wat zal ik Hem nu opofferen uit dankbaarheid voor eene zoo groote weldaad ? Gij zult het weder zijn, die mij zult helpen ; want niets meer bezittende dan mijn titel van moeder, zal ik ook dien nederleggen op het altaar, op den dag mijner professie. Die zoete moedernaam, die mij zooveel moed schonk te midden mijner moeielijkheden en beproevingen , zal door den naam van hroeder en zuster worden verwangen.

AVelk een geluk, welk eene glorie te denken, dat men broeder en zuster is in het heilig kloosterleven !

Vaarwel , mijn dierbaar kind, dit is de laatste maal, dat ik u aldus noem ; en daar gij ver van mij zult zijn in mijn laatste oogenblik, dat mijn eeuwig lot zal beslissen , zoo bid ik God in den hemel den zegen te bevestigen, dien ik u uit ganscher harte geef. In den naam des Vaders en des Zoons en des heiligen Geestes. Amen.

Van dit oogenblik af gebruikte Zi stkk Rosa, getrouw aan haar woord , geen enkele maal meer haar titel van moeder. Als zij twee- of driemaal 'sjaars aan haren zoon schreef, noemde zij hem steeds „mijn waarde Broeder,'' en zij had hem verplicht, haar nooit meer dan zuster te noemen ; als zij van hem sprak, zeide zij : „Broeder Stephanus.quot;

Beiden door het kloosterleven hervormd, waren moeder

en zoon broeder en zuster in God geworden.

---—-----

ocr page 224

—21(3—

I Looilt;lï-itul».

Het leven in het Klooster.

Eindelijk was de arme Zr stek Kosa in de haven aangeland , eindelijk had zij het einde haver moeielijkheden en zwerftochten hereikt, en was door onverhreekbare handen aan den Heer verhonden. Bij haar opneming in deze orde van gehed en boetvaardigheid omhelsde zij een leven van heschouwing en gestrengheid, onderscheiden door deze drie kenmerken, zoo overeenkomstig met haren smaak en hare gewoonten : eene strenge opsluiting, eene groote armoede en een heiligen ijver voor den god-delijken dienst. Met hare verheven natuur was Zusteii Kosa geschikt om de vreugde te smaken van dat leven van gehed, hijna geheel aan den voet des altaars, als een gedurige lofzang des Heeren , doorgehracht. Doch de bijzondere bediening der leekezusters voegde voor haar hij de zoetheid dor overweging ook dat handwerk, waaraan haar werkzame aard behoefte had.

Het klooster was derhalve voor Zusteü Kosa hot geluk ; nochthans ontbrak haar iets, n. 1. het lijden. Zou zij, die oprechte minnares van het kruis niet gemeend hebben iets van haren goeden Jezus verloren te hebben, indien zij de bitterheid van Zijn Lijden niet meer had mogen smaken! Het geestelijke leven zou in haar oog minder waarde gehad hebben , indien zij daarin slechts vreugde gevonden had. Zij had behoefte aan lichamelijk-en zelfs aan zieleleed , in vereeniging met den goddelij-ken Zaligmaker. Doch ook dit vond zij in het klooster, daar zij zonder ophouden leed.

ocr page 225

—217—

Ten eerste moest zij hij de aanname hare lichamelijke hoetvaardigheden ten offer hrengen. De hijna zestigjarige postulante ondervond eene pijnlijke A'errassing , toen de Overste haar mededeelde , dat elke afwijking moest ophouden en zij eenvoudig den regel moest volgen. AV ei-nig bedreven als zij was in de gewoonten van het kloosterleven , had zij niet bedacht, dat de eenvormigheid hiertoe eene vereischte en de gehoorzaamheid de grondslag is. De uitzonderingen zouden weldra de verwoesting van het gemeenschappelijk leven zijn. Iedereen moet bij zijn intreden zich naar den algemeeuen regel voegen.

De goede zuster onderwierp zich , zij begreep, dat de gehoorzaamheid beter was dan de offerande , en dat de versterving nod tans hare trouwe gezellin kon blijven. Zij schikte zich dus naar liet gebod barer Overste , om het houten kruis te verwisselen tegen een stroozak, en gebruikte de spijs der anderen. Deze verzachting van gestrengheid werd voor haar eene oorzaak van lijden en ongesteldheid. Dit was gebeurd, zoo vaak zij iets aan hare gewone voedingswijze veranderde. Zij werd weldra zoo ziek, dat zij het bed moest houden. Daar men met haren buitengewonen toestand nog niet bekend was, kon niemand gelooveu, dat hare ongesteldheid liet gevolg was van eene verbetering in levenswijze. Zij leed dan groote lichaamspijnen en daar zij in dezen toestand slechts zelden kon communiceeren, gevoelde zij die onuitsprekelijke ongesteldheid , die deze ontbering steeds in haar voortbracht. Zij kwijnde letterlijk weg. De ziekte, de ongesteldheid werden hare getrouwe gezellinnen, die zij als boden des hemels begroette. Het leven in het klooster werd voor Zuster Ros.v een leven in de ziekenzaal.

ocr page 226

—218—

Doch welk een gelukkig leven was dit voor eene ziel, die zoo innig met God vereenigd was! Welk eene vreugde in liet lijden en welk eene werkzaamheid in de ziekte !

De jeugdige gemeente van St. Anna had noch geene zieken of gehrekkigen. AFet de vroolijkheid aan jonge zusters eigen vond men het zeer passend „iemand op de ziekenzaal te hehhen om die in te wijden.quot; En men hegon met een waren ijver de goede oude zuster te verzorgen. Wel verre van tot last te strekken , werd zij als het ware eene behoefte voor de vereeniging.

Doch de zorg hielp niet meer dan al het overige. In hare kleine cel hracht zij den dag in lijden door en de nacht vermeerderde dit door het gehrek aan vrije lucht. Als de pijnen hedaarden, voelde zij hare ingewanden als door een vuur verteren, zoodat het haar onmogelijk was te slapen, als zij, zelfs in het strengste van den winter, niet hij het geopend venster lag. Men wist waarlijk niet, wat voor haar te doen ; zij alleen kende de oorzaak van haar lijden. De gehoorzaamheid verbood haar zich te beklagen of iets tegen den regel te vragen. Doch in vertrouwelijke mededeelingen aan haar vroegeren ziels-bestierder verborg zij niet, dat het het voedsel was, dat haar lichamelijk- en zielelijden veroorzaakte. Daarbij had zij de Overste den waren toestand medegedeeld. Toen zij zich te 3Iaubec aanbood, vroeg deze, of hare gezondheid goed was. Zij antwoordde nederig, dat zij eene goede gezondheid genoot, doch dat zij , een eenigszins buitengewone levenswijze geleid hebbende, die wellicht door eene verandering van voedsel zou benadeelen. ,. Want zij was door God gewaarschuwd, dat zij door eene verandering in den gewonen regel zich ziekten op

ocr page 227

—219—

den hals zon halen, al was dit ook zonder hare schuld.quot; Ziehier de getuigenis , welke na den dood van Zuster Rosa jVL Dnharael, die altijd zeer voorzichtig was ten opzichte der hnitengewone teekenen , die zich hij zijne penitente voordeden, omtrent haar gaf.

rAV 'at hare hoetvaardigheid betreft, bestaande in liet slapen op een houten kruis en te midden van het zwaarste werk te vasten, heb ik steeds gemeend, dat Girod dit wilde , want, zooals ik reeds gezegd heb, werd zij ziek en gevoelde zij zich ongelukkig, zoodra zij hiermee ophield. Tweemaal ben ik haar gaan bedienen en meende, dat zij ging sterven , doch zij zeide mij : „Xcen , mijn reglement zal mij genezen.quot; Ik beval haar toen op te staan , te gaan werken , op haar kruis te slapen en zij was hersteld.quot;

AVat hiervan ook zij, de arme zuster wist maar al te Avel, dat het de verandering van levenswijze was , die hare ziekte veroorzaakte, hoewel zij van tijd tot tijd kleine concessies ten gunste barer geliefkoosde boetple-gingen ontving. Ondanks de liefde tot den regel had de Overste soms medelijden met de arme zieke.

Toen zij eens door deze ondervraagd werd aangaande hetgeen haar zou kunnen verlichten , antwoordde zij ; „Alen verzorgt mij te goed ; dat vermeerdert mijn lijden.quot; En toen men trachtte haar van het tegendeel te overtuigen, vraagde zij verlof hare gedachten uit te leggen, en zeidc : ,,Hot lijden is mijn element ; indien ik geene humtmatltjc smarten (aldus noemde zij hare verstervingen) lijd, dan moet ik natuurlijke smarten lijden.quot; „Zie, Eerw. moeder,quot; voegde zij er nadenkend bij, „als gij een vischje neemt , en om het wel te doen , het in een nestje van satijn en rozen legt, zou het arme dier weldra sterven :

ocr page 228

—220—

want liet kan het water niet missen : het is zijn element. Ik, Eerw. moeder, die begrijp, wat een visch niet begrijpen kan, ik ben zeer dankbaar voor uwe goedheid en zorg, maar al troost dit mijn hart, zoo kan het mijn lichaam niet genezen. Ik botrenr het water /quot;

De Overste vond het toen eene wreedheid den regel te handhaven tegenover deze vurige minnares van het lijden; en met groote voorzichtigheid veroorloofde zij somtijds eene afwijking van het gewone leven ten gunste van de geliefde boetpleging der zieke. En dan bedankte de heilige ziel haar teeder, in een der briefjes , die zij gaarne aan hare geliefde Overste schreef.

Haar dierbaar kruis vooral miste zij zeer. Zoodra zij dit kostbaar hout niet meer tot steun had , viel zij in vreemden zielsangst. Het was haar, of alle genaden baars levens aan dit kruis verbonden waren. Gedurende het geheele noviciaat werd zij door inwendige beproevingen gekweld. Sedert hare professie had de duivel zich nog o]) vreeselijker wijze trachten te wreken; slechts door de hulp Gods had zij gezegevierd. Hij viel haar zoo verwoed aan, dat de goede zuster vreesde zijne prooi te worden, ülen herinnert zich, dat zij eene vriendin had gehad, die door den duivel bezeten was. De gedachte aan deze deed haar vreezen , dat zij haar rampzalig lot zou deelen. Dikwijls kwam haar de gedachte in den geest, dat God haar voor deze beproeving slechts zou bewaren, als zij op haar kruis steunde. Zij kende dus het geneesmiddel en mocht zich er niet van bedienen. Meermalen wilde zij tie Overste haar dierbaar kruis terugvragen of zich van een paar planken een ander maken ; doch zij durfde liiertoe geen verlof verzoeken. Eindelijk ging zij haren angst aan de Overste mededee-

ocr page 229

—221—

lcn, die om haar gerust te stellen op de kracht van het gewijde water wees. Zi sïek Rosa kreeg hierdoor nieuwe godsvrucht voor het gewijde water, dat haar voornaamste geneesmiddel werd. Zij trok hieruit groot voordeel, zooals al degenen , dio er zich met geloof en liefde van hedienen. De heilige ziel had haar lijden lief, zoo als anderen hun gemak. Mon zou gezegd hehben , dat zij de ziekte aan den gang trachtte te houden , om altijd iets te lijden te hebben. Zij nam zeer weinig geneesmiddelen en dan nog slechts uit inschikkelijkheid, als men aanhield, dat zij ze gebruiken zou. Nooit was zij geneigd tot hetgeen haar kon verlichten en zij stelde gaarne liet nemen der medicijnen uit. „Als ge goedvindt,quot; zeide zij tot de ziekenoppasster, „zullen we hiermede tot Paschen wachten,quot; en men was pas de vasten ingetreden ! Zij hoopte, dat men aldus de kwaal of liet geneesmiddel zou vergeten. (Jok Avilde zij gedurende de twaalf jaren van haar kloosterleven nooit een geneesheer, hoewel zij bijna altijd ziek was.

Doch er was een middel, dat zij gaarne aanwendde en dat altijd hielp. Als zij meer leed dan gewoonlijk, gingen de zusters dikwijls aan de Overste vragen , of er nergens eenige whxnw -proecme of bijzondei'e bekeering had plaats gehad, om aan Zcsteii Rosa te vertellen en haar te genezen. Dit was inderdaad haar beste geneesmiddel! Hoe dikwijls hebben wij haar do lijdenssponde plotseling zien verlaten bij het bericht van de bekeering eens zondaars of van eene zegepraal voor de H. Kerk ! Dan was zij genezen; dan vergat zij alles. Het was waarlijk de vervoering der vreugde , die haar weder op de been hielp. Doch deze opbeuringen kwamen niet heel dikwijls voor; want men had haar slechts'enkele raaien goede

ocr page 230

berichten te geven van de Kerk in een tijd, dat de Paus te Rome onderdrukt en de godsdienst in Frankrijk vervolgd werd.

De goede zuster was gewoonlijk des Vrijdags zieker dan andere dagen , dan kon zij niet het minste voedsel nemen. Men viel haar hieromtrent eenigszins lastig en zeide, dat zij door het gebrek aan voedsel in dien staat geraakte en moest beproeven iets te gebruiken. De arme zuster, bij ondervinding wetende wat hiervan was, zon dit liever niet gedaan hebben en veroorloofde zich bij dergelijke gelegenheden de jonge zusters , die haar verzorgden, tegen te spreken ; docli een andermaal beproefde zij iets te nemen en werd er niet beter door, integendeel, gewoonlijk werd zij zieker. Bijna telken jare was zij bijzonder ongesteld in de Goede Week ; maar altijd verrees zij met den Zaligmaker en met Paschen kwam zij weer in liet gewone spoor.

Onder haar voortdurend lijden, leefde Zuster Rosa als op zicli zelve. Zij was meer met liet hart dan in werkelijkheid in de vereeniging. Het leven der leekezusters is werkzaam, hare bediening heeft ten doel de koorzusters den tijd te laten om God te loven. Zij moeten zich bezighouden met het huiswerk van het klooster. ZisïEii Bos a kon slechts zelden hare taak vervullen. In het begin was zij in de keuken, gedurende haar verblijf in de ziekenkamer verstelde zij de kleederen.

Intusschen onderwierp zij zich met de grootste gelatenheid aan den wil Gods en trachtte die ook haren zoon in te boezemen. Deze goede jongeling had bij de Broeders -s an den H. Yincentius de bevrediging zijner wenschen nog niet gevonden. Broeder Stephanus was religieus zonder het inderdaad te zijn , daar zijne Over-

ocr page 231

sten nog niet goed gevonden hadden hem tot de grooto beloften toe te laten. Wellicht meenden zij . dat de innige begeerte naar het priesterschap oorzaak was van geene genoegzame standvastigheid in den kloosterstaat Zijne goede moeder ondersteunde en bemoedigde hem in deze beproeving en gaf hem den raad naar haar voorbeeld in alles te berusten. Ziehier wat zij hem schreef: „Daar Clod overal is en men Hem overal dienen kan, is liet hetzelfde waar en hoe ! Wij zijn niet in het klooster gegaan om onzen wil te doen, doch om onzen goddelijken Zaligmaker na te volgen, die nooit den Zijne gedaan heeft. Om mij dit te doen begrijpen, laat God toe , dat ik sedert mijne professie op de ziekenkamer ben, beroofd van de dagelijksche communie, zonder den heiligen regel noch de oefeningen der gemeente te kunnen volgen, liet verdriet, dat ik daarover gevoelde, vermeerderde mijn lijden en deed mij de verdiensten verliezen. Eindelijk heeft God mij de genade bewezen, dit te begrijpen en sedert ik geheel onderworpen ben , gevoel ik mij beter naar ziel en lichaam. Want als de duivel den afschuw ziet, dien eene ziel voor de zonde heeft, valt hij haar hiermede niet aan, doch tracht haar te kwellen door zinsbegoochelingen , die haar de goedheid van God en van degenen, van wie zij afhangt doen miskennen. Ik weet dit bij ondervinding eu hoop door deze bekentenis u voor hetzelfde lot te bewaren. Gij hebt mij verleden jaar gezegd, dat gij geheel liet uiterlijk van een kloosterling hadt en er niets aan ontbrak dan de geloften ; wellicht wil God ons aldus aan den voet van het kruis vereenigen zooals Magdalena en den geliefden leerling of wel in Zijn H. Hart gelijk Martha en Maria, die Hij gelijkelijk beminde , hoewel de eene

ocr page 232

—224—

liaven tijd doorbracht met Hem te dienen, de andere met naar Hem te luisteren. Zijn we niet ondankbaar en laat ons bedenken , dat de roeping tot den geestelijken stand altijd het beste deel is , dat God ons geven kan. Xemen wij in dankbaarheid aan, wat Hij ons in liefde geeft.quot;

Zij beschouwde de ziekte evenals de gezondheid als eene gave des hemels en het religieuze leven scheen haar gelukkig zelf in de ziekenkamer. Gelukkig kwamen er tnsschenpoozen van beterschap , waarop zij die kon verlaten en aan het leven der gemeenschap kon deelnemen. Dit was voor haar eene groote blijdschap, vooral als zij de godvruchtige oefeningen in het koor kon volgen.

..De maand van het H. Hart,quot; aldus schreef zij in iSTl) aan haren zoon, „is mij gunstig geweest. Sedert drie weken kan ik in huis rondloopen met belmlp van een stok, of van den arm eener zuster. Ik ben er blij om. Ik kan naar do H. Mis gaan en op onze plaats gaan zitten, met de toestemming van gedurende den tijd der oefeningen te blijven zitten. Dit doet mij veel genoegen ; want sedert lang had de Eerw. Moeder voor mij een armstoel als draagstoel laten inrichten. Ik moest zelfs bij de Communie dikwijls blijven zitten, want ik kon mijne voeten niet op den grond zetten, ook kon ik niet liggen en bracht de nachten slapeloos door. Het is niet, zooals gij meent, de zachte lucht, die dit teweegbrengt ; want de hitte doet mij zoo weinig goed, dat ik nacht en dag deuren en vensters openliet, omdat ik het zoo benauwd had. dat ik voor neusbloeden vreesde. '

Deze korte beterschap hield soms afgebroken door ongesteldheid eenigen tijd aan. In het begin van 187S werd ZrsTER Eos.v bepaald beter. Zij maakte hiervan

ocr page 233

gebruik om met vurigheid den regel te volgen. Hoe gelukkig was zij aan M. Dnhamel te kunnen schrijven: „Sedert eene maand bid ik geregeld mijn officie, ik sta te vijf uren op en blijf twee uren geknield om mijne meditatie te doen, Mis te liooren en andere godvruchtige oefeningen te verrichten. Ik werk den ganschen dag en heb rustige nachten.... Na vier jaren van veel lijden is dit eene groote genade. Ziel en lichaam worden, zooals gij weet, tegen de groote feestdagen zeer geschokt, doch een weinig rust en een paar goede woorden zijn voldoende tot genezing.quot;

Sedert vele jaren was Zuster Rosa gewoon dagelijks te communiceeren. Deze gunst werd haar in het klooster niet onttrokken, doch de ziekte belette haar vaak er gebruik van te maken. Met de gezondheid vond zij ook deze terug; dit was het groote voordeel, dat voor haar uit de beterschap voortsproot en zij deelde dit haren zoon mede.

„Ik bevind mij steeds tamelijk wel,quot; schreef hem zijne brave moeder, ..mijn lijden is dragelijk en laat mij sedert twee maanden de dagelijksche Communie toe , een onbe-sehrijvelijk geluk, waarvan ik drie en een halfjaar verstoken was, daar ik slechts zelden en ten koste van veel moeite voor degenen, die mij oppasten, communiceeren kou.quot;

De kapel was de lievelingsplaats van haar hart. Daar had zij haar leven Avillen doorbrengen, aan Jezus voeten in aanbidding nedergeknield. Behalve onder het goddelijk officie en de dagelijksche godsdienstoefeningen die zij, als haar toestand liet toeliet, altijd bijwoonde , ging zij nog, zoo vaak de regel dit toeliet alleen met God haar vermaak zoeken aan den voet des altaars. Zij hoorde zoo gaarne de zusters de getijden dingen. Dit is

1.'gt; z. u.

ocr page 234

de voorname bediening der Norbertinessen , en als het niet bijzondere plechtigheid geschiedde, verzocht zij steeds op het koor te mogen komen, in plaats van op de tribune, waar zij gewoonlijk zat te bidden. Zij had ook groote godsvrucht in de voorgeschreven gebeden der leekezus-ters, en als de Overste wegens ouderdom of ziekte haar wilde ontslaan van liet opstaan te middernacht, maakte zij hiervan slechts in de uiterste noodzakelijkheid gebruik. Als de zuster , belast met het wekken , soms hare rust niet wilde storen , stond zij uit zich zeiven op bij het gerucht der anderen en haastte zich zoodanig , dat zij nog voor de anderen aankwam soms wel ten nadeele van haar toilet. Daar zij wegens hare doofheid de bel slecht hoorde, ging men haar in hare cel waarschuwen, als zij op andere uren bidden moest. Toen zij ziek was, wilde de ziekenzuster dat zij liggende zou bidden, doch de eerbiedige liefde, die ZrsïER Rosa voor God koesterde, gaf haar gewoonlijk de noodige kracht om op te staan , hetgeen zij altijd deed als zij maar eenigszins kon.

Haar grootste spijt was, toen zij doof werd, dat zij de sermonen en opwekkingen tot de gemeenschap gesproken niet meer verstaan kon. Om haar eenigszins schadeloos te stellen, had zij verkregen, dat zoo vaak men helde voor eene onderrichting elke zuster een W eesgegroet tot hare intentie bidden zou. Dit was een groote troost; want, was zij beroofd van het voorrecht het sermoon te hoo-ren, zoo kreeg zij ten minste haar deel in de genaden, die het moest voortbrengen. Ondanks het lijden en de ziekelijkheid, die haar gewoonlijk beletten de zusters te volgen , trachtte Zvstee Rosa met een waren geest van godsdienst ten minste in den geest den regel te behartigen en steeds in vereeniging met hare zusters te leven.

ocr page 235

vissite' Hooflt;i«txxïv.

Vreugde en beproevingen in het Klooster.

Het kloosterleven was voor Zusïek Rosa een meiig'sel van vreugde en beproeving. Het schijnt, dat God, die deze ziel langs doornige wegen naar de heiligheid wilde voeren, haar de genade van het leven in het klooster duur wilde laten betalen.

Heeds in liet begin van haar noviciaat was zij ter prooi aan hevigen zielsangst en kende liet lijden eener ziel, die zich geheel aan God wil geven en die de duivel aanvalt door allerlei bekoringen. Zuster Rosa zeide zelve, dat zij zonder eene bijzondere hulp van God nooit volhard zou hebben. Bij liet komen in het klooster ontmoette zij slechts hindernissen, hare ziekte was eene voorname. Kort na het begin van haar noviciaat verloor zij liet gehoor, waardoor zij als van de gemeenschap uitgesloten werd, hetgeen hare ziekte weldra nog meer deed. Doch God stelde haar hiervoor inwendig schadeloos. De gedachte aan hare slecht verrichte eerste Communie drukte zwaar op hare ziel, liet was haar grootste verdriet. God verlichtte dien last. Xauwelijks was zij in het klooster , ot liet werd helder in haar geweten ; zij zag het ongeluk, dat haar overkomen was minder zwaar in en de smart, die zij er steeds over gevoeld had, veranderde in dankbaarheid. Ziehier wat zij daaromtrent aan hare Overste mededeelde :

„Op den vooravond van den verjaardag mijner eerste H. Communie dacht ik den geheelen dag aan alles wat ik gedaan heb , om het afschuwelijk ongeluk, dat mij

ocr page 236

22*—

overkomen is, te vermijden ; doch in plaats van mij even als de vorige jaren te quot;bedroeven, boezemde God mij eene-innige dankbaarheid in , daar Hij mij zooveel tijd en zoovele middelen verleend heeft om Zijne rechtvaardigheid te verzoenen en Zijne barmhartigheid in te roepen. Den volgenden dag heb ik gedurende de H. Mis mijne heilige patrones aangeroepen om door hare voorspraak de gesteltenis te verkrijgen , die haar bezielde aan de voeten des Zaligmakers. Hierop kreeg ik deze inspraak, dat mijne eerste Communie niet slecht geweest is, omdat de buitengewone goedheid van God mij mijne zonden vergeven had ter wille der groote liefde , die ik voor Hem had en het vast besluit , dat ik gevormd had , van in den geest van boete al de moeielijkheden te omhelzen , die Hij mij in den loop mijns levens zou overzenden , en ik wijdde dit voor immer aan werken van boete toe.

Deze gedachte aan de barmhartigheid Gods bevestigde in haar den vrede der ziel. Dit was een der groote genaden van hare roeping tot den geestelijken stand.

Tot in het klooster ontmoette Zusteti Rosa tegenspraak, mistrouwen zelfs ten opzichte der buitengewone zaken, die in hare levenswijze voorkwamen , en ook dit was eene bron van dagelijksche beproeving, die zij echter met den vrede en de vreugde van een goed geweten verdroeg.

Hoewel men haar tusschenbeide eenige toegevendheid betoonde ten opzichte harer dierbare boetpleging, was de voorzichtigheid der Overste in dit punt a ooi haar eene voortdurende kwelling. Zoodra zich eenige minder goede opwelling van haar karakter vertoonde , zoodra een of ander woord aanwees, dat zij te veel beteekenis hechtte aan hare oefeningen , werd zij onmiddellijk tot den ge-

ocr page 237

—229—

wonen regel teruggebracht. Dit was haar zeer onaangenaam en oefende haar geduld , doch zij gehoorzaamde immer.

Om nu de gevaren der ijdelheid te verwijderen en tevens den indruk dezer zonderlingheden op den g'eest der jongere zusters tegen te gaan, sprak de Overste over al deze zaken slechts met onverschilligheid, en scheen ze meer aan zwakheid dan aan vurigheid toe te schrijven. Men noemde dit wel eens „de grillen van Zustek Rosa,quot; hetgeen de jonge zusters veroorloofde dit alles zeer licht te schatten.

Jleer dan eene ondernam zelfs, de oude zuster te lier-vormen en haar te bewijzen, dat zij groot gevaar liep zich te bedriegen door hare eigenaardigheden. De goede zuster, zoo gedwee bij het woord barer Overste, veroor-looide zich dan de jongeren te antwoorden : „Wat wilt ge dat ik er aan doe ? Het is zeer ongelukkig voor mij anders te zijn dan anderen, dit is een mijner zwaarste kruisen. Wel verre van hiermede tevreden te zijn scheen deze taal haar verdacht. — „Xu . zie eens,quot; zeiden zij , „Zustek Rosa gelooft, dat zij niet is gelijk een ander! Zij meent zeker buitengewone wegen te bewandelen?quot; En die kinderen, die met zooveel zorg voor de gevaren van dergelijke begoochelingen gewaarschuwd waren, meenden het recht te hebben , in oprechte naastenliefde hare aanmatigingen, gelijk zij het noemden, af te keuren! „Zie,quot; zeide eene dezer ernstig tot de Eerw. Overste ; „/£ hel) Zmler Rosa goed onderzocht, sedert ik haar in de ziekenzaal dien : maar liet is dood eenvoudig een goede christin en anders niets.quot; — „G-elooft gij dat Y' hernam de Overste op den eenvoudigst mogelijken toon. „O ja, zeker, dat is zij juist.quot;

ocr page 238

—230—

Hoe nederig en gehoorzaam zij ook was, was het voor de Priorin van Bonlieu eene moeielijke zaak eene dergelijke ziel te besturen. Zij had al de voorzichtigheid noodig, die de geest Gods mededeelt, om de juiste maat te houden tusschen hetgeen zij mocht toelaten of moest weigeren en tot het einde toe had zij omzichtigheid te gebruiken met eene kloosterlinge, die ziekte en gewoonten steeds huiten den gewonen koers dreven.

Ook de vorige biechtvader van Ztisteii Eosa hield niet op haar te vermanen zich zeer in acht te nemen en trachtte haar door wantrouwen van zich zelve en diepe nederigheid tegen de zinsbegoochelingen der eigenliefde of verkeerden ijver te waarschuwen. Acht jaren nadat zij in het klooster gekomen was schrééf M. Duhamel aan zijne geestelijke dochter :

„Ik hoor 'met genoegen , dat gij genezen zijt en den regel zonder uitzondering naleeft. Dit verheugt mij zeer, niet slechts , omdat gij beter zijt, maar omdat gij den gewonen weg bewandelt. Ik stel dien bijna boven den buitengewonen ; hij bewaart tegen eigenliefde en zinsbegoocheling. Zie bijvoorbeeld eens, of de buitengewone wegen , langs welke ik beken, dat God u geleid heelt, u niet eenigen eigenwaan hebben ingeboezemd. Hoezeer moet men niet vreezen gehandeld te hebben volgens inbeelding, eigenliefde of ten minste met eenig mengsel daarvan, als men niet den algemeenen weg volgt. Zie in het licht Gods eens na, of uwe ziekten eenigszins het gevolg of do straf van eenige dezer fouten hebben kunnen zijn ! Men gelooft, wat men gaarne gelooft waar te zijn. Ook is er in die liefde tot het kruis vaak iets zenuwachtigs , gelijk ik zelf heb ondervonden; dan doet men de zaken meer uit gevoel, dan volgens plicht. Ik

ocr page 239

—231—

geloof, dat vele godvruchtige personen, ja wellicLt heiligen, iets van het hunne hij de. leiding der genade gevoegd hebben en hierdoor zich zeiven hebben benadeeld!quot;

Moge Zuster Rosa zich hieromtrent ook al iets te verwijten gehad hebben, zoo was zij niettemin zeer onderdanig en gehoorzaam. Alleen beklaagde de goedo zuster zich scmtijds, niet verstaan te worden.

Er komen vaak toestanden voor, die men eerst bij den dood begrijpt. Dan laat Clod het licht worden en openbaart zich aan gene zijde van het graf in zijne heiligen.

Doch mochten de kleine onregelmatigheden der waarde zuster de gewone voorzichtigheid op de proef stellen, zoo dienden hare onderwerping, hare diepe nederigheid en haar moed in het lijden den zusters grootenlijks tot stichting.

Te midden van haar lijden gevoelde zij zich gelukkig, omdat zij altijd tevreden was, en zij in de beproevingen van dit leven het begin zag van een eeuwig geluk.

Van uit hare armelijke cel schreef zij aan haren zoon: „Ik begin het vijfde jaar in de ziekenzaal, en hoewel ik op dit oogenblik beter ben, hoop ik, dat zij voor mij de deur des hemels zijn zal , omdat mijn hart aan den wil Gods onderworpen is. Ik dank U voor uwe wenschen en hoop, dat God ze verhoeren : want als men zich gereed maakt rekenschap te gaan geven, is het goed zijne rekeningen eens na te zien en het gebed toont ons onze schulden en onze bezittingen.quot;

ZrsTEi! Rosa was zelfs te midden van haar lijden steeds vroolijk en opgeruimd en vond dikwijls een aardig gezegde , een gepast antwoord. Daar zij door hare doofheid verhinderd was de sermonen en andere oefenin-

ocr page 240

gen te verstaan, zond dc Overste haar dikwijls de eene of andere zuster om haar wat te verstrooien of de algemeene aanbevelingen mede te deelen. Zij maakte gaarne van die gelegenheden gebruik om de lofzangen barer jeugd te zingen en zeide tot de zuster, die haar gezelschap hield: „Kies maar uit, wat gij wilt, ik zal het u leeren.quot; Eens koos deze : II n' est pour moi qu' un seul bien sur la terre.— „Neen,quot; zeide zij, haar met de levendige zwarte oogjes aanziende , ik verkies : Bruions d' ardeur ! Dit heb ik steeds in mijnen geest. Somtijds bracht zij den nacht wakende dooi- en als men haar vraagde , hoe zij gerust had, antwoordde zij : „Ik heb niet veel geslapen, doch ik heb veel gezongenquot; en het bovenstaande was haar geliefkoosd lied.

In het klooster van St. Anna onderhoudt men een voortdurend vasten volgens den regel van den H. Xor-bertus. Groenten , eieren , vruchten , enz. vormen liet gewone voedsel; somtijds een weinig visch. Den eersten keer dat men verschen tonijn (thon) at, was dit een feest. Dc ziekenoppasster wilde ook Zi steh Eosa hierop vergasten en vraagde haar: „Houdt ge veel van tonijn ? (thon). „O ja,quot; antwoordde deze, ,.j'aime beaucoup le bon ton !quot;

En wel mocht zij zich beroemen veel van den goeden toon te houden ! Xiets was zoo minzaam als de omgang van die oude , door ouderdom gekromde zuster , en als zij een uiterlijk van waardigheid aannam, scheen dat arme , magere lichaam zich te verheffen en zich te be-kleeden met de majesteit der schoone ziel , die immer met heilige en verheven zaken bezig was. Als de ziekenoppasster haar het bezoek van eene der Mères aanmeldde , stond zij op, zocht alles in hare cel op te rui-

ocr page 241

men, zette een stoel klaar, schonk wat meer dan gewone zorg' aan hare kleeding, verwachtte het beloofde bezoek met blijde vreugd en ontving liet niet zooveel eerbied , dat de goede zuste.'s er over getroffen waren. Een barer zeide: „Xooit gevoel ik mij zoo vereerd als in die arme cel, men meent eene groote dame te zijn , te oordeelen naar de wijze, waarop men daar ontvangen wordt!quot;

Kwam eene der Oversten een oogenblik op het terras, waarop de cel van Zi sïeii Rosa uitkwam, dan haastte de goede zuster zich , haar een stoel, een voetbankje te brengen; zij zou heel de cel hebben leeg gedragen om liet haar gemakkelijk te maken. l)e ziekenzuster zeide somtijds, dat, als zij zich zoo zeer vermoeide , de Mères niet meer naar haren kant zouden durven komen. Dit kon zij niet gelooven , daar zij meende , dat ieder moest bemerken , dat die kleine opmerkzaamheden haar meer vreugde dan vermoeienis veroorzaakten.

Kwam het feest van eene der ziekenzusters , dan liet Zuster Rosa zich een bouquetje plukken. Zij stelde een hartelijk versje op voor de feestvierende en plaatste zich achter de deur om haar te verrassen, „want,quot; zeide zij, „bij een feest moet er eene verrassing zijn.quot; Zoodra de zuster verscheen, begon Zusteu Rosa te zingen en daarna trok zij een papier uit den zak en zeide met bevende stem het vervaardigde versje op.

Daar Zuster Eosa zoo veel opmerkzaamheid voor hare zusters had, begrijpt men, dat ook haar feest wederkee-rig feestelijk herdacht werd. Men maakte schoone bou-quetten , bracht haar vruchten en prentjes en plaatste dit alles op haar tafeltje . terwijl zij in het gebed was. En als zij binnenkwam , was de beurt aan de jongere

ocr page 242

—234—

zusters om te zingen, terwijl de goede zestigjarige innig aangedaan, do tranen niet kou Aveerhonden. Men vergat de goede r/iel niet in hare ziekenzaal. Elke opmerkzaamheid verheugde haar hart en hielp de ontberingen lijden, die haar ziekelijke toestand veroorzaakte. Alen liet haar deelen in alle goede werken, betrok haar in alle liet' en leed. Zij had een groot aandeel in de genegenheid van de moeder en de zusters. Zij was werkelijk een lid van het gezin. Ouderworpen aan alle lijden en smarten , die baar als tot een slachtoffer maakten , genoot zij den vrede en de geestelijke vreugd , die God haren ouden dag had voorbehouden. En in de kleine cel leidde zij in de tegenwoordigheid van (xod en Zijne engelen, een leven van werkzaamheid en gebed.

Söste I loolVlï-il iiK'.

De kracht van het Gebed.

Lijden en bidden, ziedaar heel het leven van Ztstku Eosa. Hare voorname bezigheid was met God te ver-keeren, hare ware kracht was liet gebed. En welk eenen ijver legde zij in dit opzicht aan den dag. Diepe godsvrucht maakte haar vindingrijk om de oefeningen eoner kloosterlinge te vereenigen met de eischeu van haren apostolischen ijver.

Zij bad van hare cel eene bidplaats gemaakt, waaruit dag en nacht vurige gebeden, eindelooze smeekingen opstegen. Welke goede zaken verhandelde zij daar met

ocr page 243

—235—

den hemel, hoevele heilige gebeden vooral de behoeften der H. Kerk, tegen allo rampen, voor alle ongelukkigen, voor het heelal!

Daar zat zij bewegeloos en had het drukker dan iemand ; vaak schoot er den nacht bij in. Dit was de vruchtbaartste aller bezigheden. De werehlling kent tie kracht van het gebed niet. Alleen oog hebbend voor het uiterlijke, ziet hij slechts de tastbare uitwerkselen. Hij Aveet niet wat liet gebed vermag bij God, van Wien hier beneden alles afhangt. De wereld houdt geene rekening met die geheimzinnige macht, welke uitwerkselen voortbrengt, die , al zijn ze niet altijd zichtbaar, ten minste even wezenlijk bestaan. Deze geheime werking-is de groote kracht der Kerk.

In de Kerk bestaat eene heilige samenzwering van gebeden , die in het geheim wonderen van genade uitwerkt. Hoevele gelukkige omstandigheden, onverhoopte uitkomst, verwonderlijke bekeeringen, die men menschelijker wijze niet uitleggen kan, zijn aan het gebed der christenen te danken.

Onze Zuster Rosa bad zonder ophouden. Haar inwendig leven was een voortdurend gebed. 3Iet hare groote liefde tot God , haar vurigen ijver a'oor het goede , had zij altijd veel te doen. Hare ziel stond open voor al de behoeften der Kerk en der zielen, voor alle werken van liefde en godsvrucht, voor al de behoeften der armen , der kleinen , der ongelukkigen. Haar gebed omvatte alles; zij bezat den waren geest der Kerk ! Hoevele christenen vergeten die algemeene Moeder. Hoevelen die nooit aan haar denken , die onverschillig blijven voor Hare belangen , als waren zij Hare kinderen niet! Zij denken er niet aan om voor Haar aan God den vrede ,

ocr page 244

—236—

de vereeniging , de uitbreiding, de zegepraal over Hare vijanden te vragen. Zustbe Rosa . bad voor al deze bijzondere meeningen. Zij geloofde in de Kerk, zij beminde Haar. Tot Haar streefden onophoudelijk hare gedachten en genegenheden. Zij bad voor Haar Opper-hoofd , dien zij nooit anders noemde dan onzen heiligen Vader den Paus, en het was de eerbiedigste aller dochters, die aldus sprak. Zij bad ook voor de priesters en voor alles wat op den godsdienst betrekking had. Hare intentie veranderde naar de feestdagen. Niemand kon de groote gevoelens uitdrukken, die de goede zuster dan bezielden. Geene Onze Vaders alleen bad zij dan, neen liet werd eene bede van het hart, die zij tot God richtte, tot Hem sprekende als tot een koning , hem de behoeften voordragende van degenen , die haar aan het hart lagen. Vooral tegen de H. quot;Wijdingen vraagde zij God onophoudelijk de noodige genaden voor lieu die moesten wijden en voor hen die do heilige Orden gingen ontvangen. Zij had zelfs voor dit doel een gebed opgesteld, dat zij haren zoon zond , hem vermanende het dagelijks te bidden; want zeide zij : „Indien elke priester een St. Jan was , zou elke zondaar weldra een H. Paulus worden. Vragen wij dus aan God, dat Hij tot Zijne meerdere glorie aan al Zijne bedienaars moge verleenen het geloof van den H. Petrus, de liefde van den H. Paulus, het licht van der H. Augustinus, den ijver van den H. Carolus Borromeus , de godsvrucht van den H. Ber-nardus, de evangelische vrijheid van den H. Ambrosius, de' zachtmoedigheid van den H. Franciscus van Sales, de nederigheid van den H. Vincentus a Paulo. Moge God het begin en het einde zijn van al hunne daden , opdat zij , na het leven besteed te hebben om hunne

ocr page 245

broeders op de wegen dor rechtvaardigheid te geleiden , de schitterende kroon mogen ontvangen, welke God bestemd heeft voor Zijne waardige dienaars.quot;

Haar ijver voor het welzijn der Kerk strekte zich uit over alle katholieke belangen en goede werken. Zij bad tot alle intentiën en verheugde zich over al wat er gelukkigs gebeurde voor den godsdienst. Haar zoon deed zijn best haar alle mogelijke beweegredenen tot vreugde, die hij vinden kon , te verschaffen , somtijds zelfs een weinig overdrijvende. In 187() verkregen de katholieken vrijheid voor het hooger onderwijs, men hield zich bezig met het stichten van universiteiten. Dit was het groote nieuws van den dag, dat haar vroegere biechtvader haar mededeelde. Hierop schreef zij aan haren zoon; „Ik dank u voor al de goede tijdingen, die gij mij mededeelt en die mij meer goed doen dan alle mogelijke geneesmiddelen. Dit weet M. Duhamel Avel en daarom spreekt hij mij over het groote werk der universiteiten. Er wordt veel gebeden tot deze intentie. Als de uitslag u bekend is , zult gij mij veel genoegen doen dien mede te deel en.quot;

Eens op een zeer stormachtigen dag, toen de wind de boomen onder haar venster teisterde , zeide zij tot de Overste : „Ik bid veel voor het Parlement, omdat deze storm zoo eenigszins een beeld is van wat daar omgaat. Er zal op ditoogenblik ook wel zoo iets gaande zijn.quot; Het was het tijdstip der groote debatten over Art. 7.

Door den ijver voor de Kerk was Zlsïek li os a ook bezorgd voor het bestuur der Staten, waarvan grooten-deels het welzijn van den godsdienst en het geluk der volken afhangt. Zoo vaak er een feest aanbrak van een heiligen koning of eene heilige koningin , zooals de

ocr page 246

—238—

H. Lodewijk IX , de H. Henricus , de H. Elisabeth of andere, bad zij hen aanroepende voor de vorsten, die de volkeren regeeren en dat met zulle eene kennis van zaken, dat de zusters, die haar hoorden, — want in hare doofheid bad zij steeds niet luider stem tot elkander zeiden: „Men zou waarlijk gelooven , dat Zi'sïek Rosa van de trappen van een troon gedaald is.quot;

Men zou inderdaad gezegd hebben dat deze goede zuster eene bepaalde zending had voor alle noodwendigheden. Zij bad zonder ophouden , zelfs gedurende haar werk , waarop zij echter al hare opmerkzaamheid vestigde. Daar zij in alle klassen der maatschappij verkeerd had, bad zij voor alle soorten van menschen en men vond in hare papieren zeer schoone gebeden, die zij opgesteld had tot verschillende intentiën.

Hare liefde boezemde haar gebeden in voor de zieken, waarmede zij een groot medelijden gevoelde. Vooral dacht zij aan de stervenden , omdat , zeide zij , het uur van den dood het beslissend oogenblik is voor de volharding der rechtvaardigen, zoowel als voor de bekeering der zondaars.

Het christelijk gezin hield haar altijd bezig : dan eens bad zij voor de vaders, dan voor de moeders, dan weder voor de kinderen. Zij had aller behoeften steeds voor den geest. Men zou gemeend hebben eene algemeene moeder te hooren , die bij de goddelijke Voorzienigheid de zaken van alle geslachten en alle standen bepleit.

Dan weder waren het zekere tijden van het jaar, die haar bijzonder tot gebed aanspoorden. De Vastenavond was voor haar een tijd van smart en bijzondere eereboete; gedurende het veertig uren Gebed verliet zij hare tribune tegen over het altaar bijna niet en tegen hare gewoonte

ocr page 247

was zij op die dagen treurig gestemd. Ook bad zij voor zekere wijken van Parijs, waar zij wist dat men op een bepaalden tijd van het jaar, God meer beleedigde. Op andere tijden bad zij voor de bedroefden, de ongelukkigen. Op zekeren dag, den 15 der maand , kwam een goede , ook zeer godvruchtige Mère haar bezoeken en zeide: „Zusïeii Rosa ik heb gebeden voor alle arme menschen, die vandaag betalen moeten ; want ik heb er soms gezien, die zeer in nood zaten omtrent dezen tijd.quot; „Moeder,quot; gaf Zustei! Rosa ten antwoord , „ik vergeet nooit dezen datum nocli den Isten.quot; En altijd bad zij, opdat God medelijden en toegevendheid mocht inboezemen aan de schuldeischers, geduld en eerlijkheid aan de schuldenaars, rechtvaardigheid aan allen.

Zij had groot medelijden met de armen, wier ellende en nood zij uit ondervinding kende; zij wist hoe na deze aan Gods Hart liggen.

Zij bad voor de armen, daar zij zelve arm geweest was, zij bad voor de rijken, die zij nooit benijdde. Die eenvoudige vrouw zag alles in zulk een helder licht van waarheid, dat zij elke zaak op de juiste waarde schatte en aan elk schepsel die achting beAvees, welke het toekwam, volgens de orde door God bij de uitdeeling Zijner gaven in acht genomen.

Ook had zij, zoo onwetend in de menschelijke wetenschappen, eene bijzondere neiging om voor de geleerden te bidden, die zij als hoogere wezens vereerde. Zij meende, dat een man, die den titel van geleerde en christen in zich vereenigt, den hoogsten graad van volmaaktheid bereid heeft. Christen alleen is genoeg, dacht zij, geleerde alleen is niet genoeg ; doch christen en geleerde samen, dat is de volmaaktheid. Ook had zij eene groote devotie tot

ocr page 248

—240—

de heiligen , die door wetenschap hebben uitgeschenen en daaraan de heldhaftige beoefening der deugd paarden.

Door de herinnering aan hare ongelukkige jeugd had zij eene voorliefde voor de kinderen.

Haar hart stond steeds open voor al hunne geestelijke behoeften, hare zorg strekte zich uit over alle gevaren, waaraan zij blootgesteld konden zijn. Met welk eene teedere godsvrucht bad zij voor hen. AVij zien dit in de brieven aan haren zoon. Broeder Stephanus was belast met de zorg voor kinderen in de weeshuizen en scholen van den H. Vincentius. Dit maakte den baud tusschen moeder en zoon nog nauwer ; want, terwijl hij al zijne zorg besteedde om zijne bediening wel te vervullen , bad de goede zuster voor de kinderen en aldus ontmoetten zij elkander in de toewijding en zorg voor hun geluk.

Op de nieuwjaarswenschen van haren zoon antwoordde zij : „Het bijzonder doel mijner gebeden staat in verband met uwe beloften. Vergeet niet mij te zeggen, of gij het onderwijs weer begonnen zijt ; want ik heb gaarne, dat gij mij over uwe kinderen spreekt, en ik bid dikwijls, dat zij gebruik mogen maken van de onderrichtingen en goede voorbeelden , die zij ontvangen.quot; In een vroegeren brief zeide zij : ..Ik heb niet verzuimd te bidden voor de volharding van degenen, die in retraite zijn, opdat het goddelijk zaad een overvloedigen oogst van alle deugden voortbrenge.quot; Een andermaal schreef zij aan haren zoon: ..Ik mag niet verzuimen te bidden voor de kinderen , die zich tot hunne eerste Commun'.e bereiden. opdat hunne goede gesteltenis over hen en hunne gezinnen alle geestelijke en tijdelijke genaden, een heilig leven, een zalig sterven aftrekke en zij out-

ocr page 249

—241 —

vangen mogen worden in de eeuwige tabernakelen om liet H. Hart van Jezus, die zich gewaardigt tot lien te komen, te aanbidden.quot;

In een brief, waarin zij liera zijne kindsheid in liet geheugen roept, sprak zij : „Al deze redenen hebben mij van Kerstmis tot Lichtmis doen bidden , dat al de kinderen, die dit jaar hunne eerste Communie doen, mogen zalig worden.quot;

Hare meeningen waren even menigvuldig, als hare gebeden vurig waren. „Op Allerkinderendag,quot; schreef zij wederom aan haren zoon , „heb ik mijne communie opgedragen voor de misdienaars , daar ik weet, dat het hun teest is. Ik heb God gebeden , dat Hij niet mocht toelaten , dat de kinderen , die de heilige engelen in de kerk voorstellen en even als zij Gods lof uitgalmen, liet ongeluk hebben eeuwig verloren te gaan.quot; quot;Wat is treffender dan de zorg voor deze kleine koorknapen, aan wien weinig geloovigen in hunne gebeden zullen denken. Zi.sTEit Eosa dacht aan alles, wat betrekking heeft op de glorie van God en het welzijn der Kerk. A\ as zij begeerig naar lijden, zoo was zij als onverzade-lijk in het gebed ! Xiet slechts dacht zij nooit a-enoeo'

«' O Ö

te bidden, doch zij vreesde het niet goed te doen. Eenige dagen voor het feest van den H. Rozenkrans van het jaar 1S78, vraagde Zi stek IIosa aan God de genade van goed te bidden. Toen, zich de Kananeesche vrouw van het Kvangelie herinnerende , begon zij de g'evoelens te bewonderen van geloof en vertrouwen van deze vrouw, vooral hare nederigheid en volharding. Op den dag van het feest bad zij tot deze intentie vccrlu-u roccukmii-icu met de gebeden tot O. L. V. van het H. Hart, de lita-niën van den H. Xorbertus en van O. L. V. van Lourdes.

II! z. K,

ocr page 250

Zij gevoelde hierdoor een grooten vrede en een groot vertrouwen. Zij had als eene ingeving ontvangen , dat, zoo zij dagelijks deze gebeden deed, zij op O. L. V. Hemelvaart eene groote genade zou verwerven, liet was dus een verbazend getal gebeden gedurende tien maanden. Zij omhelsde dapper deze taak van gebed. De betere staat harer gezondheid liet haar dit toe. Doch zij moest er den tijd toe kunnen vinden. Zij kon zich voor zulk een langen tijd niet verbinden, zonder het middel te weten, hoe zij er zich van moest kwijten. Om ze nu niet met hare andere gebeden te verwarren of ze te vergeten , vraagde zij verlof dagelijks de Metten bij te wonen en zij verrichtte die gebeden gedurende het middernachts gebed. Doch zij wist niet, of zij het vol zou houden en meende ook verlof te moeten vragen. Hiertoe richtte zij zich schriftelijk tot de Overste.

„Ik heb geen enkelen dag overgeslagen,quot; zegt zij , „tot de eerste week van den Advent, doch de gedachte, dat ik reeds twee maanden volgehouden had , boezemde mij gevoelens in meer gelijkvormig aan die van den Phariseër dan aan die der Kananeesche vrouw. Zoodra ik ilit bemerkte, bad ik God om vergeving en smeekte Hem mij voor dergelijke bekoringen te bewaren , indien Hij wilde , dat ik met die gebeden zou voortgaan. In afwachting van uwe beslissing, Eerw. Moeder , doe ik deze gebeden op het bed geknield. Misschien is het de wil Gods, dat ik slechts Hem tot getuige en Zijne heilige Moeder tot steun hebbe en u tot gids en ouderstand om mij te bewaren tegen de klippen van luiheid en verwaandheid en de volharding tot het einde toe te verwerven.quot; Wij weten niet, welke bijzondere genade Zustet? Rosa zich voorstelde door deze gebeden te ver-

ocr page 251

krijgen; docli de wijze Overste moest ook tlians weder haren ijver wijzigen en matigen.

Zij was zeer vindingrijk in het opsporen van middelen om hare gebeden , ja om zich zelve te verdubbelen , en hiertoe verplaatste zij zich in verbeelding in de haar bekende kerken, nam deel aan de oefeningen, die aldaar gehouden werden , aan de feesten , die men er vierde. A ooral nam zij gaarne in den geest deel aan die plechtigheden , waarbij zij gedurende haar verblijf te Parijs tegenwoordig geweest was, omdat zij daarvan den tijd en de regeling kende. Eens, toen hare beenen zeer gezwollen waren, vond de ziekenoppasster, die haar of te bod of in haar leunstoel waande, haar bij de tafel staan, terwijl zij met groote inspanning bij een klein lichtje in haar kerkboek las. „Zustek Rosa,quot; vraagde deze, „waarom blijft ge staan, met uwe gezwollen beenen ?quot; Deze zag haar aan, boA'en haar bril uitkijkende, hetgeen bij haar steeds een teeken van verwondering was, en zei de: „Zuster, ik vereenig mij in dit oogenblik met de processie, die men thans in de O. L. Y. Kerk doet, en te Parijs houdt men de processie niet zittend.quot; Vervolgens bad zij hare gebeden tot het einde toe en keerde toen in hare cel terug. Zelfs dan , als zij door ziekte of lijden uitgeput was, hield Zuster Rosa niet op te bidden. Zij schreef dienaangaande openhartig aan haren biechtvader : „Als ik niet in staat was te bidden , offerde ik aan God mijn lijden, om al datgene te verkrijgen, wat het meest kan toebrengen tot Zijne glorie en het welzijn van al de zielen , die het geluk hebben Hem te beminnen en deze genaden te verkrijgen voor degenen, die ze niet bezitten.quot;

Er was een punt van den regel , waartegen Zi stkii

ocr page 252

—244—

Rosa nooit misdeed, hetzij in ziekte of gezondheid, te weten liet stilzwijgen. Om dit verdienstelijker temaken, had zij het tot een gebed hervormd door de meening, die zij hierbij maakte. Ziehier op welke wijze zij dit deed;

,.Tot meerdere eer van God en tot zaligheid der zielen: Yan 's morgens (en deze morgen begon voor Zuster Rosa te middernacht.') tot aan de H. Mis zal ik mijn stilzwijgen vereenigen met dat van den Zaligmaker van liet oogenblik Zijner ontvangenis, tot dat Hij begon te spreken. Ik zal dit God opofferen om van Zijne goedheid te verkrijgen, dat er in de tegenwoordigheid van kinderen geen woord gezegd worde, dat hunne onschuld kan schaden of hun ergernis kan geven. Van de H. Mis tot den middag zal ik mijn stilzwijgen vereenigen met dat van O.-H.-J.-C. gedurende zijn smartvol lijden; ik zal dit aan God opofferen, opdat alle zieke en bedroefde personen in stilte het kruis mogen dragen, dat de Voorzienigheid hun overzendt. A an 's middags tot 's avonds zal ik mijn stilzwijgen vereenigen met dat van den Zaligmaker in het H. Sacrament en dit aan God opdragen , opdat de zieken bewaard mogen blijven voor een stilzwijgen, dat hen zou blootstellen zonder de 11.11. Sacramenten te sterven.

Hoe groot was de devotie dezer goede zuster voor de de H. Mis ! Zij moest al zeer ziek zijn om ze niet dagelijks te hooren , en zij volgde die in haar kerkboek , vooral des Zondags. Men vond na haren dood den 20 sten Zondag na Pinksteren geteekend ; dit was de Mis van den vorigen Zondag , die zij zooals immer gevolgd had. Ook gebeurde het dikwijls, dat zij zinspelingen maakte op het Evangelie of het Epistel als: ..Heden zeide O. L. Heer dit.....quot; of.. ..de 11. l'aulus meende dezen mor-

ocr page 253

—245—

gen dat.....quot; Geclureiicle de week las zij volgens den

dag de Mis van een apostel, een martelaar, een belijder. Zij had vrienden en kennissen onder al de heiligen van het paradijs; zij had voor elk hare hulde, hare dankzegging, hare aanbevelingen ; ofwel zij hoorde de Mis voor een zieke , een zondaar, een overledene , ofwel volgens de intentie, die men wekelijks schrijft op eene tabel van gevraagde gebeden. Deze gebeden , aan de kloostergemeente verzocht, hielden haar dikwijls bezig; bijna dagelijks zag zij de tabel na, en daar zij klein en krom was en hare oogen sedert lang door het handwerk versleten waren , moest zij op een bankje klimmen , ofwel de tabel van den muur nemen, en bestudeerde dan haar aan een der vensters. Die haar aldus zagen, zeiden : „Zusteii Eosa leest de courant.quot; Ja daar vond zij hare politiek ; daar vond zij berichten . waarin haar hart belang stelde ; daar rezen hare fondsen en sloot zij goede zaken met den hemel. Van daar ging zij de H. Mis lezen voor deze of gene zaak. Door het lezen der Mis verstond zij het lezen van de gebeden der H. Mis in haar kerkboek.

Zeker zal men zich niet verwonderen, dat bij al deze zoo talrijke, zoo verschillende intentiën de Mis van Eerherstelling eene eerste plaats innam. Men sprak er zelden over, hetzij dat de wijze Overste haar nederig wilde houden , of dat zij vreesde , hierdoor de aandacht der zusters te zeer op Zusteii Rosa en hare bijzonderheden te vestigen. En deze volgde die terughouding na. Doch zij sprak voortdurend met G-od over de heilige godsvrucht, haar ingegeven door zulk een bijzonder voorrecht van genade en smeekte Hem, dat Hij ze tot Zijne grootere glorie mocht verspreiden. Wij zien uit hare brieven aan

ocr page 254

—240—

M. Duliaiuel , hoezeer zij hiervoor bezorgd was, en hoe zij , zelve niets vermogende , haar vroegeren zieTbestier-der aanvuurde. Zij schreef hem in 1875:

„Ik dank u voor de berichten omtrent Pater Blot. Ik hoop, dat hij, zoowel als gij, steeds aan de verspreiding der Mis tot Eerherstel denkt. Ik bid hiervoor dagelijks en offer er sedert twee en een half jaar mijn lijden voorop. Hoe zalig zou ik zijn , indien liet u mocht gelukken, dit jaar de goedkeuring te verwerven van Monseigneur den Aartsbisschop van Parijs , omdat in die stad deze devotie mij is ingegeven.quot;

In liet begin van 1878 werd M. Duhamel benoemd tot Pastoor van Vincennes. Zi stek Ixosa maakte hiervan gebruik om een hartelijk woordje te zeggen ten A'oordeele van het haar zoo dierbare werk. „Ik verheug mij,quot; zoo schreef zij, „over de genegenheid, die gij steeds voor de Mis van Eerherstel koestert en ik hoop , dat even als gij de eerste verspreider er van geweest zijt onder de geloovigen, gij het ook zult zijn bij de herders en hun raden zult het te doen kennen.quot;

Het volgende jaar noemde zij hem eenige pastoors van Parijs op, die zij gaarne met haar werk bekend zag gemaakt. Zij had veel spijt het niet aan den Pastoor van O. L. Y. der Overwinningen te hebben doen kennen, omdat het haar voorkwam , dat de H. Maagd , die zoo bijzonder in die kerk vereerd wordt, het onder Hare bescherming zou hebben genomen en het zou hebben doen. slagen.

Hoe groot haar ijver voor die devotie ook was , haar door God zeiven ingegeven, had Zi stek. IIosa zich toch in de laatste jaren, iiit versterving en nederigheid, opgelegd er volstrekt niet meer van te spreken. Dit was

ocr page 255

reeds eene groote boetpleging, doch uiets viel haar zwaarder dan zelve die devotie niet meer te kunnen heoefenen. Het was voor haar eene groote opoffering 's Zondags slechts eene ilis te kunnen hooren, daar deze afgelegen plaats slechts een priester heeft, die tegelijker tijd het klooster en de kerk bediende. De goede zuster stelde zich zoo goed mogelijk hiervoor schadeloos. ïs'a de ilis der gemeente te zeven uren bijgewoond te hebben, begaf zij zich naar de tribune , ten einde zoo goed mogelijk deel te nemen aan de Mis van tien uren in de andere kapel der oude abdij, die tot parochiekerk diende. Aldus belette de ziekte haar nooit op deze wijze de tweede Mis des Zondags te hooren. De intentie kwam in de plaats van de werkelijke tegenwoordigheid en zoo goed mogelijk vereenigde zij zich met den priester.

Langzamerhand verzwakte de ziekte hare lichaamskrachten en geestvermogens. Zij hield niet op met-dezelfde vurigheid te bidden, doch de afwijking van den geest , de dorheid van het hart verplichtten haar vaak zich van een boek te bedienen. Zij vond hierin dezelfde voldoening niet. Ook zeide zij op zekeren dag tot eene zuster , die gewoon was zonder boek te bidden: ..Wat zijt gij gelukkig, gij verblijft op den Thabor, ik op Kalvarië. Ik ben ook geweest zooals gij en had geen boek noodig ; ik zei steeds tot mij zelve, men neemt geen bock om tot zijn \ ader te spreken.quot; Zij bevond zich toen, gelijk liet dikwijls in hare laatste jaren gebeurde, in eene groote dorheid van geest en nam liever een boek dan ledig te blijven „ten einde eene geleerde taal te spreken tot haren \ ader, die in den hemel is. Iloevele nachten heb ik aan mijn venster doorgebracht in het beschouwen der sterren , die de glorie des hemels ver-

ocr page 256

halen ! En die nachten schenen mij slechts een oogenhlik. Als de dag aanbrak, hernam ik mijn werk, veel heter uitgerust, dan door een langen slaap.quot;

Doch in dorheid als in vurigheid, te midden van lijden en ziekte als in de heste gezondheid, bleef ZusïeeHosa trouw aan de bediening van gebed, die hare roeping en haar leven uitmaakte. Tot den laatsten zucht hield hare ziel niet op zich tot God te verheffen en in Hem te wonen door een voortdurend gebed, dat de dood alleen hier beneden kwam onderbreken.

BToolclstiili.

Deugden van Zuster Rosa.

Gelijk de bloemen in den vollen grond overgeplant door de sappen der aarde en de zuivere lucht des hemels eene nieuwe kracht en schoonheid verkrijgen, zoo schitterden de deugden, die Zustek Hos a in de wereld beoefend had, in den heiligen kring van liet klooster met levendiger glans en verspreidden den zoetsten geur.

Er bleef van haar bijna niets meer clan de ziel over. Het arm lichaam, door boetvaardigheid uitgemergeld, door ziekte en ouderdom verteerd, was bijna niets meer. Zij had.geen ander leven dan dat der genade. In liet klooster , nam de ziel , in God verloren, eene nieuwe vlucht naar den hemel en schitterde met de stralen der genade. Hare grootheid, hare schoonheid waren geheel inwendig. Hoezeer zou de wereld die arme, oude religieuze veracht

ocr page 257

—249—

hebbeu, door de jaren gekroond , wier gedachten godvruchtige dwaasheden en mijmeringen, wier gestrengheden grillen geleken !

En toch bood die nederige vrouw een beeld aan van den glans der goddelijke gunst, hare ziel werd verlicht door het vuur der goddelijke liefde.

De eerste deugd, die zich in haar vertoonde, was de liefde tot God , eene vurige , innige . werkzame , onvermoeibare, heldhaftige liefde. Men weet, hoever die ging; weinige zielen hebben Grod meer bemind. Beminde zij Hem niet, alvorens Hem te kennen ? quot;Wa it zoodra zij Zijne stem hoorde, erkende zij die. zij volgde God op het eerste teeken. Sedert dien tijd had zij zich geheel aan Hem gehecht; Hem had zij haar hart geschonken. Hem beminde zij boven al.

Met zulke gevoelens van liefde, kende Zisteii Rosa geen ander goed dan God : al hare gedachten, al hare daden hadden betrekking op dien goeden Meester, zij had geen wil dan den Zijne, al hare vreugde en droefheid hadden Hem ten doel.

Lit die liefde sproot het groote berouw, dat haar tranen afperste, zoo vaak zij aan Gods goedheid en hare eigene zonden dacht; ..God zoo goed !:' dan begon zij te beven, en als zij hierbij voegde: „en zoo weinig bemind!quot; barstte zij in tranen uit. En als zij overwoog, dat het ook door haar was , dat die goede God zoo weinig' bemind werd, gelijk dit gebeurde als zij te biechten ging, dan smolt zij in tranen, en wel verre van nedergedrukt te worden , putte de goede ziister hierin nieuwe kracht ■om zich in alles te overwinnen.

En welk licht stortte die liefde in hare ziel!

Hoe duidelijk zag zij hare minste fouten, hare kleinste

ocr page 258

—250—

onvolmaaktheden ! In haar onderzoek van geweten, geene angstvalligheid, geene kleingeestigheid, doch eene buitengewone juistheid van blik. !Met welke nauwkeurigheid vatte zij de minste schakeeringen, de kleinste bewegingen in gedachten , woorden en werken. „Dit was voor mij,quot; zeide haar biechtvader, „de toetssteen harer heiligheid; want wel moest zij van God verlicht worden om zoo helder te kunnen zien , en eene groote getrouwheid aan dit licht was er noodig, om aldus zonder eenige list der eigenliefde of eene verwarring des geestes de diepste plooien van het eigen hart te doorzoeken.

Hare vereeniging met God was eene bron van goddelijke verlichting. Wie weet niet, dat God op verschillende wijzen tot de ziel spreekt! Vooral verkeert llij gaarne met de kleinen en nederigen. Xiet tevreden met Zich aan hem mede te deelen door de tegenwoordigheid Zijner genade, spreekt Hij tot hun hart en doet hun eene taal hooren, die liet geestelijk oor volkomen verstaat. Ztsteu Eosa hoorde vaak die stem Gods. Zij deelde met den eenvoud des geloofs datgene mede, wat haar in dit innig onderhoud met God werd toevertrouwd.

Meermalen zeide zij: „God heeft mij gezegdquot; of „God heeft mij doen kennenquot; en zij sprak met evenveel verzekering , als had zij die woorden van Gods lippen ontvangen. De liefde, die zij God toedroeg, deed haar vree-zen, dat zij Hem nooit genoeg zou kunnen beminnen; want zij begreep met den H. Bernardus, dat God slechts bemint om wederliefde te verkrijgen „en,quot; zegt de H. Thomas , „het is ter oorzake van Zijne liefde, dat God de onze begeert.quot; Doch door de groote liefde van God tot ons doordrongen, gevoelde zij in zich nooit eene genoegzame wederliefde. De duivel bediende zich hier-

ocr page 259

van om haar eenigen tijd hevig te kwellen. Zij verbeeldde zich, dat zij God niet meer beminde. Hare ziel werd hevig geschokt ; doch toen zij eens deze gedachte vond : „Begeeren Clod te beminnen, en zich met Hem te vereenigen is reeds Hem beminnen en met Hem ver-eenigd zijn vond zij de rust weder, en hield zich verzekerd, dat zij God beminde uit al hare macht, daar zij niets anders begeerde dan Hem te beminnen en met Hem vereenigd te zijn.

Men zou gemeend hebben, dat de H. Communie haar leven was. Zij kon dit hemelbrood niet derven. Met de H. Magdalena van Pazzi zou zij steeds hebben moeten herhalen, dat zij naar God hongerde. Het H. Sacrament was het voedsel barer ziel.

Toen zij zich te St. Anna aanbood, had zij reeds jaren lang het geluk genoten dagelijks to mogen communiceeren, en deze genade werd haar in het religieuze leven niet ontnomen. Hare voorbereiding was treffend ; want vooral in de laatste jaren viel deze haar moeielijk, omdat zij gekweld werd door een brandenden dorst, die haar keel en borst uitdroogde. De zuster, die bet teeken voor de Metten moest geven, wekte haar een oogenblik voor middernacht, opdat zij nog een teug water zou kuimen nemen. Somtijds was het op slag en had zij nauwelijks hare lippen bevochtigd bij den eersten klokslag. Dan hield zij dadelijk op met drinken en wachtte zoo goed zij kon het uur van de H. Mis, welke te 7 uren geschiedde. Het is niet mogelijk liet lijden uit te drukken, dat haar jaren lang hierdoor veroorzaakt werd. Al kon zij voor middernacht drinken , zoo was voor haar liet tijdsverloop tot zeven uren nog zeer lang. De dorst belette haar gewoonlijk te slapen, hetgeen haar zeer ver-

ocr page 260

—252—

moeide , vooral op de dagen, dat zij zwakker was dan gewoonlijk. Somtijds worstelde zij tot zes uren en ondanks haar groot verlangen en goeden wil kon zij liet niet langer uithouden ; zoodat zij én dorst én slapeloosheid leed zonder de allerhoogste schadevergoeding der H. Communie. Dit gebeurde echter zelden ; gewoonlijk wachtte de goede zuster tot liet uiterste, zeggende : „Nog twee

uren..... nog één uur, nog een kwartier....quot; doch na zulk

eene inspanning mocht zij zeggen ; „Zie, ik eet mijn brood in het zweet des aanschijns.quot; En toch was het niet om den geestelijken troost, dien zij ontving; want dikwijls waren , vooral in de laatste dagen van haar ballingschap, dorheid en duisternis haar deel. Haar geloof alleen geleidde haar tot de H. Tafel, langs de grootste hinderpalen ; haar geloof, ja maar ook haar diepe eerbied; men vergeve ons het woord, hare uitnemende leleefdJieid voor allen. Niet alleen was de H. Communie in hare oogen de beste gelegenheid om groote hulp te verkrijgen voor hare behoeftige ziel, maar zij meende ook, dat zij grootelijks zou te kort doen aan de beleefdheid, aan J.-C. verschuldigd. „Hij gewaardigt zich mij aan zijne tafel te noodigen.... dit is wel de moeite waard zich wat te gen eer en !quot; Als men voor sloeg, haar vroeger dan de gemeente te laten connnuniceeren, nam zij dit zeer zelden aan. „ Voor mij alleen, o neen, men moet niets aan de gewone uren veranderen.quot; En toch als zij niet te communie kon gaan waren liet „hare dagen zonder zon;quot; dikwijls zag men haar dan schreien. Zij zocht zich schadeloos te stellen, door eene barer zusters te verzoeken , dadelijk na do H. Slis bij haar te komen ; zij aanbad dan J.-C. tegenwoordig in het hart barer medezuster en haar verdriet veranderde in eene zoo zoete vreugde, dat

ocr page 261

men zou gezegd hebben, dat zij werkelijk de goddelijke tegenwoordigheid genoot van haren goeden Meester. Somtijds verzocht zij in dit geval de Overste eene andere zuster in hare plaats te laten counnuniceeren, welke dien dag de iï. Communie niet ontvangen zou hebben ; dit vertroostte haar, „want,quot; zeide zij „al lijd ik er door, zoo verliest O.-lj.-Heer er niet bij ; integendeel Hij wint er bij, want de zusters zijn allen beter dan ik.quot;

Deze groote liefde tot God is in haar de grondslag geweest van alle andere deugden. Eigenlijk is dit immer het geval. De liefde Gods is het begin der vlucht van de ziel tot het goede, de beweegreden van den moed in den strijd , de oorzaak der volharding in het streven. Door God te beminnen bovenal leerde Zi stfji Rosa zich zelve overwinnen, zich versterven, lijden en berusten in alles.

Wanneer do ziel aldus bevestigd is in de liefde Godsr vindt zij zich zoodanig verheven boven alles, wat tot den mensch en de aarde behoort, dat de deugd haar als natuurlijk wordt. Uit deze verheven bron vloeit de zelfverloochening, waarin de gehoorzaamheid, de nederigheid, de versterving, het geduld hun oorsprong hebben. Hoe meer eene ziel aan God behoort, hoe minder zij zich zelve aankleeft.

Ook in ZrsTKü llos.v had de liefde Gods eene volkomen verzaking aan haren eigen wil tengevolge , en aan al wat den geest of de zinnen kan streden. Zij hield zich in deze heilige gesteltenis door het gedurig beoefenen der versterving. Toen zij in het klooster aan hare buitengewone levenswijze vaarwel moest zeggen , wist zij zich hiervoor schadeloos te stellen door ontberingen en boetplegingen, die haar nog veel zwaarder vielen. Gelijk

ocr page 262

—204—

alle heiligen legde zij zich meer op de versterving toe , naarmate de liefde Gods in haar hart toenam. In ver-' vereeniging met den Zaligmaker zocht zij alle middelen, alle gelegenheden op om offers te brengen , om eenige pijn te lijden uit liefde tot haren welbeminden Meester. Hoevele trekken van versterving kan men van haar niet verhalen !

Vooral in de Vasten wist de goede zuster zich nog kleine extra verstervingen op te leggen. „Ik zag haar eens,quot; zoo verhaalt de Eerw. Moeder, „met e'ene zekere gejaagdheid naar mij toekomen , terwijl zij mij zeide : „Vandaag zou ik mij eens gaarne regaleeren.quot; Hoewel eenigszins verwonderd, begreep ik weldra hare meening en om haar genoegen te doen, begon ik alles op te sommen, waarmede ik meende haar pleizier te kunnen doen. Hierop zeide zij mij : „Ik heb reeds alles wat ik noodig heb , doch kom slechts permissie vragen om het te gebruiken.quot; Thans was ik geheel uit het veld geslagen en vraagde door een blik om uitlegging, waarop zij twee notendoppen uit den zak haalde, die van binnen Isdig, van buiten met ijzeren punten voorzien waren , en die men door aldus de beide doppen in de gesloten handen tegen elkander te duwen in de handpalmen drukken kon, juist op de plaats, waar de Zaligmaker de punt der nagelen in Zijn maagdelijk vleesch had ontvangen.

Een andermaal kwam zij weder met hare noten en zeide : „Eerw. Moeder, droog brood smaakt niet.quot; — „quot;Welnu, ik zal er u iets bijgeven.quot; — ,,O Moeder, droog brood met noten smaakt zoo goed !quot; En deze woorden gingen vergezeld van een blik van vurige begeerte.

Een volgende maal ging zij zelfs zoo ver, dat zij de Eerw. Overste verzocht hare oude stramme handen vast

ocr page 263

rond de notendoppen te drukken , daar zij er zelve de kracht niet meer toe had. Deze vergenoegde zich de oude vingers tusschen hare handen te nemen, waarop de goede zuster treurig wegging, zeggende: „Ik heb u gevraagd mijne handen te drukken, als of gij mij lief hadt ! En ik dacht dat gij mij meer hemindet!quot;

Tot verklaring harer zonderlingheden bekende Zi ster Eosa eens aan hare ziekenoppassters , dat zij zich aan G-od ten offer had gebracht voor de bekeering der zondaars ; en dat zij dus niet moesten trachten haar lijden te verminderen, voor zoo ver zij liet verdragen kon. De goede zuster, die dit heeft medegedeeld, voegt er bij, dat zij meent, dat (»od haar offer had aangenomen; want als men trachtte haar lijden van den eenen kant te verminderen , vermeerderde het van den anderen. En met den besten wil der wereld bedroog men zich vaak in de middelen , die men gebruikte om haar lijden te verzachten. Daar vruchten de goede zieke goed deden , brachten de Overste en de zusters haar de eerste en de schoonste uit den tuin. Doch liet verlangen, dat zij hiernaar toonde , was dikwijls weder eene nieuwe wijze om zich te versterven; want zij stelde zich tevreden met ze te bezien , legde ze in een kistje bij haar bed, en gebruikte ze eerst dan, als ze half rot waren. Waren de zusters hierover bedroefd, dan verzekerde de zieke haar, dat zij ze juist zoo liefst at. Somtijds ledigde de ziekenzuster liet kistje in hare afwezigheid en hernieuwde den voorraad. Als Zi ster Eosa de list bemerkte, zeide zij : „mijn Melue deugniet is weder bezig geweest.quot; Somtijds liet de oppasster om haar genoegen te doen haar de rotte vruchten houden, dan was zij „eene groote Iran-quot; en kreeg een dankbaren blik ter belooning.

ocr page 264

Sedert de laatste jaren at Zcster Rosa slechts gekookte aardappelen, doch toen zij kort voor haren dood door een hardnekkigen hoest werd aangetast, die haar den gehee-len nacht kwelde, wilde de ziekenoppasster haar avondmaal veranderen. Zij antwoordde ; ..O zuster, aardappelen zijn zoo goed voor zieken, die doen nooit kwaad.quot; Nochtans moest zij er aan verzaken, doch opdat de boetvaardigheid er niets Irj zou verliezen , verzocht zij de zuster al de oude korsten , die zij gedurende den dag niet opat, 's avonds tot eene pap te koken. Toen men haar dir maal bracht bedankte zij de zuster herhaaldelijk en voegde er lachend bij ; ..O wat zult ge toch een schoone kroon van broodkorsten in den hemel hebben!quot;

Doch eene andere versterving was deze, die eene minder verstorven ziel dan de hare zeker niet uitgedacht zou hebben. Ontving Zister Rosa een brief, dan was zij gewoon dien slechts een of twee dagen later te lezen, hoewel de weinige brieven, die zij kreeg, zeer belangrijk voor haar waren : bijvoorbeeld die van M. Dnhamel, haren zoon, of van andere leden barer familie, voor wie zij steeds eene teedere genegenheid bleef koesteren. Zij moest zich overwinnen om zich dit uitstel te getroosten. Men ziet dit uit den volgenden trek. Sedert eenigen tijd verwachtte zij een brief van haren zoon. De Overste deelde haar mede, dat er een gekomen was. en hetzij zij haar gelegenheid tot eene versterving of eene akte van gehoorzaamheid wilde laten geven , zeide zij haar , dien eerst den volgenden dag te lezen. Uit vergissing of met opzet gaf zij haar den brief niet en toen Zcsïer Rosa hem kreeg, wilde zij de Overste bedanken haar de gelegenheid ontnomen te hebben voor de bekoring te bezwijken ..want,quot; zeide zij, „ik telde de dagen en de uren.quot;

ocr page 265

—257—

Bij eene andere gelegenheid toonde zij zich waaHijk heldhaftig. Tijdens de uitdrijving der kloosterlingen was zij zeer beducht omtrent het lot van haren zoon, daar zij niet wist, of de Broeders van den 11. Vineentius al ot niet onder de uitgedreven orden Ijehoorden. De zorg benam haar den slaap en den eetlust! .,Mijn God,quot; zuchtte zij vaak, „wat moet er van mijn arm kind worden!quot;

Het duurde verscheidene dagen , alvorens men eenig bericht ontving. Kindel ijk brengt de bode een brief, dien de Kcrw. Overste zich haast aan Zcstki; Rosa te laten brengen. ..Ik dacht, zeide de zuster die haar dien bracht, „dat Zi'stkh Uosa, na dit lange uitstel en onder zulke omstandigheden, haastig haar brief zou openen. doch neen, alle haast was aan mijne zijde, ik was buiten adem en riep haar toe: ..Hier is een brief van Broeder Stephanus ! Doch zij nam hem bedaard aan , zai; mij met een dankbaren blik aan. schoof hem in den zak van haar voorschoot en las hem eerst den vol quot;-end en dag.quot;

zrstkü Ros a bad voel voor de zielen in het vagevuur; zij voegde bij de gewone gebeden met aflaten verrijkt eene boetedoening om deze of gene genade te verkrijgen voor zielen, waarin zij belang stelde. Dan legde zij zich ontberingen op om voor de zonden te boeten , waarop hare versterving betrekking ]1£U| Zoo bracht zij, hoewel eene wandeling in de open lucht haar goed deed . verscheidene jaren door, gedurende welke zij bijna nooit in den tuin kwam, om nuttelooze oi' zondige tochten uit te boeten van de zielen , die in het vagevuur voor deze fouten leden. Dan weder plaatste zij zich in de ongemakkelijkste houding om te boeten voor die personen , welke te veel aan hun gemak hadden toegegeven.

17 Z. li.

ocr page 266

—258—

Men verwonderde zich , line Zi stkü Rosa , die zoo weinig ging', hare kousen zoo kon verslijten ; doch men wist niet, dat de goede ziel op alle mogelijke wijzen hare voeten wondde, dan eens door amandelschillen, dan door kersenpitten of kleine steentjes, om te boeten voor den schuldigen wandel harer beschermelingen of de zonden van ijdelheid , bedreven door verscheidene personen in de zorg voor hun schoeisel. Zij legde zich deze boetpleging nogmaals op voor de bekeering der zondaars, nadat zij die voor de zielen in het vagevuur volbracht had. Aldus bezigde zij dubbele middelen van gebed en boetvaardigheid.

I loolVlf-ituli.

Vervolg der deugden en heiligen dood van Zuster Rosa.

Hoevele andere deugden schitterden nog in Zuster Rosa behalve hare versterving! En elke deugd werd door haar op zulle eene buitengewone wijze beoefend, dat men zou gemeend hebben, dat het hare hoofddeugd was.

In het klooster toonde Zistkü Eosa zich gehoorzaam op de volmaaktste wijze. Deze deugd kostte haar wellicht wel het meeste , want om zich aan den wil harer Oversten te onderwerpen , moest zij verminderen in gestrengheid en versterving. Het was voor haar eene groote daad van gehoorzaamheid te moeten verzaken aan hare levenswijze, om het gewone leven van het klooster te

ocr page 267

volgen ; doch zij begreep weldra , dat niets volmaakter is dan de gehoorzaamheid.

Van den eersten tot den laatsten dag van het kloosterlijk leven, volgde Zi:sïeii Rosa den regel nauwkeurig. Xiet slechts volbracht zij al wat hij voorschrijft, doch zij deed niet liet minste zonder verlof. Zij vraagde dit voor de minste zaken, steeds vreezende haren eigen wil ergens in te zoeken.

Gedurende de eerste tijden harer toelating bij. de isor-bertinessen gaf zij een voorbeeld van gehoorzaamheid, zooals men vaak in de levens der heiligen aantreft. De kleine gemeente bevond zich toen nog te Maubec, en Zusteü Rosa werd voor eene zaak naar de abdij van St. Michel de Frigolet op een afstand van vijftien mijlen gezonden. Zij bracht drie dagen in die eenzame plaats door, bijna zonder eten , om zich niet in gevaar te stellen de voorschriften harer Overste te overtreden. Deze had haar bij het vertrek bevolen over hare vroegere omstandigheden .en de reden , die haar tot het klooster gebracht hadden, te zwijgen. Zusteii Hosa zocht daarom een verblijf in eene ledige hut, van waar zij hare boodschappen doen kon , zonder in het logement der abdij te komen. Aldus leefde zij drie dagen van een stuk brood en een handvol kersen , als voorraad op reis medegenomen en waarvan zij nog iets mede terugbracht. Zij bekende echter, uitgeput te zijn van honger en vermoeienis, daar zij na dit lange vasten nog een groot eind weegs te voet had moeten afleggen.

De buitenzusters mogen volgens den regel niet binnen het eigenlijke klooster komen, doch bij gebrek aan plaats ■werd ZusTKit Hosa, hoewel toen eenvoudig buitenzuster, binnen het huis toegelaten. Zij had hooren zeggen, dat

ocr page 268

—2(')( )~

dit te St. Ai\iia niet meer plaats zou mogen hehbeu, als-de zustêi's voor goed gevestigd wareii. Toen zij nu de ruïnen van Bonlieu betrokken, meende Zcstkr Mosa, als gehoorzame dochter, aan de deur te moeten lolijveu staan., 1 )e zusters, druk bezig met de eerste zorgen der installatie , bemerkten hare afwezigheid slechts eenige uren later. De Overste haastte zich haar te doen binnenkomen, want er was geen lokaal buiten het klooster. Imi toen men haar vraagde, waarom zij niet met de anderen binnengekomen was, gaf zij nederig ten antwoord ; „Eerw.. Moeder ik vreesde tegen uwe meening en tegen den regel te handelen.

Een der groote kwellingen van Zcsteu Uos.v was van hare zijde de groote behoefte aan lucht en van die haier oppassters de vrees, dat zij zich eene verkoudheid op den hals zou halen door zells bij groote koude voor een open venster te slapen. Zoodra zij vast sliep, sloot men stilletjes het venster en sloop zachtjes weg. Doch het verschil van temperatuur deed haar gewoonlijk eenige oogenblikken later ontwaken. Daar zij dan het venstei,. door hare .IA'/v-« gesloten, niet meer durfde openen, stond zij stil op, kroop naar de deur barer cel, die op het terras uitkwam . om wat koude lucht door hei sleutelgat te gaan inademen. Kens dat men haar eenige opmerkingen dienaangaande maakte en baar zeide, dat zij zich blootstelde zich aldus eene „goede verkoudheid op den hals te halen, antwoordde zij lachend: ..Ik heb altijd gemeend, dat er geene „goede' waren. Dit was hare eenige insubordinatie.

Onze Heer .1 ezus-Christus beeft gezegd ; „Indien gij niet wordt als kleine kinderen , zult gij het lijk des hemels niet ingaan. Het is dus niet te verwonderen

ocr page 269

—201—

■dat Zi,-'tki( Kosa ook die bewonderen,swaardie-e eenvoudigheid en kinderlijke opreclitheid navolgde. Zij ging als een kind niet hare Overste om. In alles wat zij deed, straalde die eenvoud van geest en hart ten volle door. Daarom liet zij zich met de grootste onderdanigheid door hare Overste en haren biechtvader geleiden. Zij opende hun haar hart met kinderlijk vertrouwen omtrent hare inwendige mocielijkheden, hare bekoringen, omtrent alles wat zij gevoelde : zoowel de aanvallen des duivels , als de inspraken der genade. Zij vernederde zich met treffende oprechtheid voor degene, in wie zij Gods gezag vereerde en vraagde haar vergeving zelfs voor de kleinste fouten. Ziehier een trek van hare onderdanigheid en overgeving aan den wil barer Overste.

Men had uit hare cel om een of andere reden eenige boeken en voorwerpen van godsvrucht verwijderd, waaraan de goede oude zuster gehecht was. Zij had hier verdriet over, doch bij de eerste gelegenheid haastte zij zich aan de Eerw. .Moeder vergiffenis te vragen over den spijt, dien zij hierover gevoeld had, zeggende dat , wijl zij het offer van die voorwerpen gebracht had, „zij niet moest doen als kleine kinderen , die , als zij hun lekkers aanbieden , beginnen te schreien , als men het aanneemt. „Deze gedachte,quot; voegde zij er hij , „heeft mijn leed veroorzaakt, niet die voorwerpen, maar mijne ondankbaarheid jegens God , en om die goed te maken, heb ik gezegd : „lieer , ik wil al wat Gij wilt, omdat Gij het wilt, zooals Gij liet wilt, en zooveel als Gij wilt.

aren deze boeken mij noodig, zoo zoudt Gij toegelaten hebben, dat ze mij teruggegeven werden. Daarom wil ik ze niet meer vragen noch begeeren, vertrouwende, dat Gij mij in de plaats Uw Hart tot school , Uw heilig

ocr page 270

—2()2—

kruis tot Ijoek, en niijno Eerw. Overste tot onderwijzeres zult geven.quot;

Indien , zooals wij quot;bereids opmerkten , de leiding van eene dergelijke ziel niet zonder moeielijklieid was , zoo maakte hare volkomen onderwerping alles goed. Zij was in alles zoo onderdanig, zoo ontlieclit van zich zelver dat het niet moeielijk viel haar te gebieden.

Hare nederigheid was even groot als hare gehoorzaamheid. Zij gehoorzaamde slechts daarom zoo goed, omdat zij nederig was. Zij hield zich voor eene groote zondares, en sprak steeds van hare ellenden, hare fouten. Zij vreesde zoo zeer voor hoovaardige gedachten, dat zij hij elke gelegenheid zocht zich hare vroegere fouten voor oogen te stellen. Wel verre van de geringste ijdelheid te voeden omtrent hare verstervingen en langdurige gebeden, beschuldigde zij zich van het minste gevoel van eigenwaan en beschouwde al wat zij deed slechts als eene onvolledige boete voor al hare zonden. Do volgende trek schildert op aardige wijze haar gevoel van diepen ootmoed. Haar scherpzinnige geest deed Ztstuu li os a een groot onderscheid maken in het gebruik der woorden ïioodlrj en nnit'iy. Bijna altijd als men haar iets tot voeding , kleeding of werk bracht, zeide men : „Zuster Rosa , dit is wellicht noodig voor uwaarop zij antwoordde ; „Noodig niet, doch nuttig.quot; Kene der zusters wilde haar eenigszins vangen door op dit woord zinspelende , haar , toen het hare beurt was te biechten te gaan , te zeggen : „Zusteu Rosa daar u dit wellicht naiily is, kom ik u zeggen, dat het uwe beurt is.' „O ma Mere,quot; hernam Zisteü Rosa levendig, ..niet nutiig, doch zeer noodipquot;

Zoo oordeelde zij, ondanks de heiligheid haars levens.

ocr page 271

—2(i3—

Hoewel eenigszins o])ge\vonclen van aard, wachtte zij zidi steeds hare meening te uiten in zaken, waartoe zij niet volkomen bevoegd was. Eens toonde men haar eene schilderij van het H. Hart, die men op de spreekkamer uitpakte en waarvoor al de zusters in bewondering stonden te kijken, lien vraagde haar, hoe zij die vond. doch zij verontschuldigde zich, zeggende ; Ik ben te onbekwaam om de waarde van die schilderij te begrijpen of er over te spreken. Ik weet slechts, dat .zij mij zeer bevalt en dat ik ze met groot genoegen beschouw.quot;'

Men moet het zeker als een groot bewijs van nederigheid beschouwen , dat de goede zuster nooit van zich zelve gesproken heeft in betrekking tot de Mis van Eerherstel tot die zuster, die haar liet langst op de ziekenzaal gediend heeft. Deze hoorde tot hare groote verwondering eerst na den dood barer dierbare zieke, hoezeer deze er in betrokken was. Wel sprak Zi stkü Rosa met veel vuur van deze devotie, doch zonder te zeggen, hoe-veel zij er toe had bijgedragen. De goede zuster, die de zieke zoo vaak met het boekje van Pater Blot in de hand vond. had nooit gedacht , dat Zi stkk Rosa die ,.nederige vrouwquot; was, waarvan in dit werkje gesproken wordt. „Dit verwondert mij des te meer,quot; zeide de goede zuster , ..daar Ztstioü Ros.v geene geheimen voor mij had.quot;

Een der uitstekendste vruchten der nederigheid is ongetwijfeld de beleefdheid ; niet die wellevendheid der wereld, die slechts in ijdele plichtplegingen bestaat, doch die ware en beminnelijke deugd, welke een deel der goedheid uitmaakt. De nederige weet zich achter anderen te stellen , zich voor anderen alles te getroosten , voorkomend en minzaam voor allen te zijn. Zi stku Hosa

ocr page 272

—^i;4—

bezat die goedhartige minzaamheid , die beminnelijke voorkomendheid, welke het sieraad der nederige en zaelit-moedige harten uitmaken.

Zij was vol heleefdlieid niet slechts voor de Oversten, doch voor iedereen ; voor de jongste zuster zoowel als voor de oudste. Als zij alleen op het koor zat te bidden , knielde zij als immer op den grond en rustte met een harer elbogen op den rand A an een stoel; doch , zoodra er eene zuster binnenkwam, stond zij op en bracht haar den stoel in haar voorkomen het genoegen toonende, dat zij smaken zou, als men hem wel wilde aannemen. Doch de andere zusters deden dit niet en de arme stoel, (de eenige „ die op het koor stond ,) bloei' ledig staan . wijl hij niet zoo gemakkelijk te verdeden was als het brood, dat de godvruchtige kluizenaars der woestijn om strijd aan elkaar wilden afstaan.

Even als alle groote en verheven zielen, die de werken van anderen niet behoeven te verkleinen om de hunne te vergrooten , was Zi sti-ü Rosa dankbaar voor den minsten dienst, dien men haar bewees, schatte alles hoog, wat men haar aanbood en betaalde alles door haar gebed.

Zij had daarbij zekere renten in gebeden te betalen voor die personen, aan wie zij meer meende verschuldigd te wezen. Aldus bad zij dagelijks een rozenhoedje voor de Priorin, een tientje voor ieder harer oppassters, drie Weesgegroeten voor de zusters, die haar een dienst bewezen hadden en die zij mogelijk had vergeten. W ant zij wilde hare rekeningen steeds in orde houden en die van het hart, beweerde zij, zijn de heiligste.

Haar geduld, hare zachtmoedigheid waren onverstoorbaar. Ziehier daarvan een allerliefst voorbeeld. Met

ocr page 273

al deu eerbied dien zij voor de Eenv. Moeder koesterde, was ZisïEii. Rosa, niet liet herstellen der kousen Leiast, soms ten einde raad over de wijze waarop de eerste vaak hare kousen versleet, want zij kon ze niet behoorlijk stoppen door de menigte van gaten. Wel mocht zij ter verontschuldiging bijbrengen: ..Onze Eenv. Moeder doet niets ten halve dikwijls verloor zij er den moed bij. Eens dat de zaak haar bedenkelijker dan ooit toescheen, kon zij een uitroep niet weerhouden bij liet zien van twee geheel verscheurde hielen en de ziekenzuster hoorde haar zeggen : „Dit gaat allo grenzen te buiten. Ik durf het onze Hoeder met zeggen , doch daar zij heden toch op de ziekenzaal komen moet , zal ik hare kousen ten toon hangen en als zij deze in zulk een toestand ziet, zaï zij er wel hrontr over gevoelen.quot; Doch toen eene zuster eenige oogenblikken later haar het middagmaal bracht, vond deze haar berouwvol over dezen kleinen uitval en hoorde haar zeggen : ,.Ik heb verkeerd gedaan niet zoo te spreken; want ik denk , dat de Eenv. Moeder uit nederigheid en uit liefde aldus hare kousen verslijt : uit nederigheid om te doen gelijk ieder ander en uit lieldo, opdat Zusteii Rosa de anderen niet beknorre.quot; Nooit werd zij ongeduldig. Hare gelijkheid van humeur, hare stille vroolijkheid. haar onverstoorbaar geduld deden de zusters . die haar niet van nabij gekend hadden, ge-looven dat Zistkii Hos\ eene goede ziel was, die nooit iets te lijden had gehad, noch naar lichaam, noch naar ziel.

Al deze deugden zouden eindelijk het loon ontvangen, bedert lang reeds stichtte Zi sthü .Hosa de wereld, hare loopbaan was volbracht, haar werk voltooid. Het jaar .1.VS2 besloot haar levensloop. God, die haar een kostbaren dood voorbehield , wilde dat zij zich hiertoe lang

ocr page 274

—2GG—

Tjcvcidde. De ziekte was voor haar eene voortdurende waarschuwing. Zusteü Rosa dacht vaak aan den dood. zij sprak er ook dikwijls van , doch steeds met eerbied en kinderlijke vrees. Want hoewel zij sedert lang aan God toebehoorde, wist zij welke strenge rekenschap men zal moeten geven niet slechts van zijne daden, doch ook van alle genaden, die men van God ontvangen heeft.

Gedurende den laatsten zomer, dien Zi stkw llos.v op aarde doorbracht, had zij de gewoonte aangenomen eiken Zaterdag de fouten dei1 week op te teekenen en zij zeide tot eene der zusters : „Mocht ik alvorens te sterven het gebruik der spraak verliezen, dan moet gij dit papiertje aan den Pastoor geven , het bevat mijne zonden van deze week. Zij had deze voorzorg niet noodig ; de dood verrastte haar niet en de ziekte benam haar evenmin het gebruik barer vermogens.

Te midden barer hevigste beproevingen in de wereld had Zr stek Rosa van den hemel de verzekering meen en te ontvangen , dat zij ■ ondanks haar lijden een boogen ouderdom zou bereiken. Zij meende hierin eene soort goedkeuring te zien van hare strenge levenswijze en de bevestiging der genaden , waarmede zij bevoorrecht was geworden. Doch later had zij eene. andere inspraak gehad , die haar mededeelde, dat het werk der Mis van Eerherstel eerst na haren dood zou verspreid worden. Van toen af verlangde zij aan den eenen kant te leven om hare heilige oefeningen van boetvaardigheid te kunnen voortzetten, en aan den anderen kant te sterven om den voortgang der Mis van Eerherstel te bevorderen. Dit vertrouwde zij aan den haar altijd genegen zielbestierder.

„Ik was zeer ongerust over dezen tweestrijd,quot; schreef zij ; ..toen bad ik God mij uit deze onrust te verlossen.

ocr page 275

en Hij zeide mij inwendig , dat Hij mij liet offer mijns levens niet vraagde, doch alleen dit van de kennis van de verspreiding van dit Werk. De vreugde , die ik er over zon gevoelen , wn mij even nadeelig zijn als alles wat ik te Montmartre deed en de zaak zou hetzelfde lot hebben als de H. Kindsheid, die na door uwen ijver gebloeid te hebben, later opgegeven werd om mij te straffen voor do gevoelens van hoogmoed, die mij daarvan zonder noodzakelijkheid deden spreken. Daarom heb ik de Eerw. Overste verzocht, als zij Pater Dom Gabriel spreken zou, mij niets te zeggen van den voortgang van liet Werk . opdat ik , zoo liet God behaagt, lang mag leven , om le waarheid daarvan te getuigen , zonder dat ik behoef te vreezen den voortgang te belemmeren.quot;

Deze soort van verdrag stelde haar gerust. Het lag waarlijk in de plannen der Yoorzienigheid , dat Zi stf/k 11 o.sa lang leefde, zooals zij dit had aangekondigd. Zeventig jaar is een lange loopbaan; daarna is volgens de 11. Schrift slechts ziekte en lijden te wachten. Zcstrh Ros.v bereikte dien ouderdom ondanks hare verstervingen bij nacht en bij dag. Zij mocht dus leven als getuigenis van hetgeen zij gezegd had en tevens vroeg genoeg sterven om de voortplanting van haar dierbaar Werk niet tegen te houden.

In den herfst van het jaar 1882 werd Zi stkü Rosa weder ziek. Dikwijls had men haar in denzelfden toestand gezien en men sloeg er niet meer acht op dan naar gewoonte. Van het begin van October verzwakte zij meer en meer. Bij het bezoek der Overste in de ziekenzaal, zcidc zij haar, niet zonder eenige aandoening; want de gedachte aan den dood trof haar diep : „Eer-

ocr page 276

waarde Moeder, ill ga sterven : ik wil het uiterste niet afSvacliten om u te bedanken en n vaarwel te zeggen. Gij zijt altijd zoo goed voor mij geweest: God zal er n voor loonen. Mag ik n nu aanbevelen , wat mij liet dierbaarst is op aarde?...quot; Hier zweeg zij een oogen-blik. daar zij hare aandoening niet kon meester worden, en hernam : ..Mijn zoon is bezorgd naar lichaam en ziel, zooveel het hier beneden geschieden kan ; het is zijn lot niet, dat mij bezighoudt. Gij weet, Eerw. Moeder, wat God mij in het hart heeft gestort omtrent de H. Mis van Eerherstelling. Dit beveel ik aan u ; gelief hieraan te denken, als ik dood ben, en eenige boekjes te verspreiden, en als het n mogelijk is. zorg dan, dat men er den H. Yader over spreke. Als Z. Heiligheid het gezegend zal hebben, zal het een katholiek werk zijn. Indien gij mij dit wilt beloven . Eerw. Moeder , dunkt mij, dat ik geruster zal kunnen sterven.quot; 13e Overste beloofde het haar, en deze belofte strekte haar tot groeten troost.

Zij verzwakte meer en meer, doch zonder eenige bepaalde ziekte te hebben. Men meende eerst, dat het een gevolg was van de groote zomerhitte , die zij slecht verdragen kon.

:s Zaterdags 14 October verzocht zij in de ziekenzaal te mogen biechten, daar zij meende zich niet meer volgens hare gewoonte naar den biechtstoel te kunnen begeven. 's Maandags wenkte zij de zuster, die belast was met de nitdeeling van het werk. „Ik zal weldra mijne levenstaak volbracht hebben,quot; zeide zij; „ik heb maar vijf of zes dagen nog noodig.quot; 's Woensdags verzocht zij bediend te worden , doch men vond haar niet erger en beschouwde het nog niet noodzakelijk. Op haar aanhoudend verzoek gaf de biechtvader haar echter het

ocr page 277

—2(19—

H. Oliesel, dat zij ontving in de kapel der ziekenzaal, waarheen zij zich begeven had. Donderdags begaf zij zich andermaal daar heen , ontving er de H. Communie en liet niet na de H. -Al is te bidden voor de zieken . deze maal voor eigen rekening. :s Zaterdags quot;s morgens deden zich geene bedenkelijke verschijnselen voor : zij was vermoeid, doch stond weder oji en bleef rechtop zitten met de voeten op haar stoeltje. Tegen half elf verzocht zij. dat men de gebeden der stervenden zou bidden ; doch men waande haar einde niet zoo nabij : dit uitstel bedroefde de zieke, en voor de laatste maal moest zij nog zeggen , „dat men haar weder niet geloofde.quot; Te half een komt mei geloopen om de Overste te roepen ; deze snelt naar de zieke en vindt haar zieltogend ; zij neemt haar in hare armen , legt haar op haar bed; men begint onmiddellijk de gebeden der stervenden ; de zusters snellen toe bij het luiden der klok , men steekt de kaars aan, men brengt de relikwie van den H. Xor-bertus, en de stervende groet driemaal door eene hoofdbuiging de relikwie van haren heiligen Yader. De apostel van het 11. Sacrament kwam den laatsten zucht ontvangen van zijne dochter, de getrouwe aanbidster daarvan. Isa dien drievoudigen groet gaf de zieltogende in eenen laatsten snik . zonder eenigen doodstrijd , hare ziel aan God terug in den ouderdom van 70 jaren en 7 maanden , op den dag, dat de Kerk het feest viert der H. I rsula en barer gezellinnen, 21 October 1KS2. Gedurende de gebeden der rond hare stervenssponde vergaderde gemeente was zij zachtjes in den Heer ontslapen.

Men plaatste haar lijk in het koor der kapel, alwaar liet bleef tot Maandag morgen tot het uur voor de begrafenis bepaald.

ocr page 278

—270—

God wilde zijne getrouwe dienstmaagd zichtbaar ver-lieerlijkeu. Dadelijk na haren dood werd dit arme lichaam, door de jaren gekromd, door hoetpleging uitgemergeld, door ziekte uitgeput als hervormd, liet werd geheel recht, en op het gelaat rustte zulk een vrede, en eene zoo volmaakte schoonheid, dat al do zusters er over verbaasd waren. De personen van buiten, die haar dooide traliën konden zien, waren er niet minder door getroffen. Het was omnogelijk in deze doode, door eene bovonaardsche schoonheid als verheerlijkt, de arme oude zuster , die men twaalf jaren lang daar gezien had te herkennen. Men bewees haar de laatste eer met buitengewone godsvrucht. Zij werd op het kleine kerkhof te Bonlieu begraven. De zusters, die haar zeer liefhadden, bleven lang onder een onbeschrijfelijken indruk van eerbied voor hare deugd en overtuiging van haar eeuwig geluk. Zooals het altijd met de heiligen gaat, scheen hare verheven godsvrucht, hare heldhaftige deugd met meer glans bij bet licht van het graf. Haar gedachtenis werd met een stralenkrans van heiligheid omgeven. Men achtte, men beminde haar gedurende baar leven, men begon haar als eene heilige te vereeren na haren dood. Thans rust zij in het nederig graf, waar God haar reeds heeft gelieven te vereeren door haren naam onder de menschen te verspreiden en vooral door eene wonderdadige groeikracht te verleenen aan haar lievelingswerk, de H. Mis van Eerherstel, waarvoor deze bewonderenswaardige dienares des Heeren heeft geleefd en geleden.

ocr page 279

—271 —

I looitlj-i lui»:.

De H. Mis van Eerherstel.

Degene , die een denkbeeld oppert, dat vruchtbaar is in zijne uitwerkselen wordt voor een meer dan gewoon mensch gebonden. De eene gaat de zeeën over om eene nieuwe wereld op te sporen, de andere doorgraaft landen om de zeeën te vereenigen, een derde vindt bet middel om met de snelbeid van den stoom de aarde te doorreizen , eon vierde weder om de gedachte met de snelbeid van den bliksem mede te deelen. Dit is voldoende om ken bij allo volken voor groote mannen te doen doorgaan. Men noemt zo geniale wezens, weldoeners der menschlieid. En nocbtans wat zijn in Gods oog die kleine uitvindingen , tot liet aardscbe beperkt, die slec-bts den mensch tot voorwerp bobben !

Doch ziedaar eene arme vrouw, die een middel komt aanwijzen om God overvloedig te verheerlijken en beter mede te werken tot de vervulling van de plannen des Heeren! Is dit niet onvergelijkelijk grooter en nuttiger! Inderdaad die Mis van Eerherstel, die tweede Mis, des Zondags gehoord door een geloovige, om te voldoen voor een ongelukkige, die ze verzuimt, dat is de eer, verschuldigd aan de goddelijke majesteit, door de godsvrucht als hersteld en vermeerderd, dat is het doel der schepping ten volle in de wereld vervuld, dat is de voortzetting van het werk der verlossing onder de menschen.

Doch boe zou men zich niet verwonderen, dat zulk eene grootsche ingeving tot een der nederigste onder de vrouwen gekomen is ! Voor den geloovige is dit even

ocr page 280

eenvoudig als verheven middel, om het deficit van Gods glorie door eene tweede Mis op den dag des Heeren goed te maken, eene hoogere en oneindig vruchtbaarder gedachte dan de schoonste uitvindingen der menschen.

Zij was dus groot voor (lod, dat nederig schepsel, daar zij ondanks hare geringheid tot liet opwekken van eene zoo groote gedachte verkozen werd.

Haar leven, dat geheel lijden en offers was, legt hare zending uit van aan de christenen te leeren om door het herhaald offer der 11. Mis te voldoen voor de onrechtvaardigheid der zondaars, door de leemten aan te vullen, die hunne onverschilligheid of goddeloosheid laat in de glorie, die (lod van Zijne schepselen behoort te ontvangen. Die minnares van liet kruis, die vrijwillig gekruisigde verdiende te behooren tot het getal der bevoorrechte schepselen , wien (lod toestaat op bijzondere wijze mede te werken tot voltooiing der verlossing.

Doch de verspreiding van die heilige oefening is niet minder bewonderenswaardig. Er zij eene menigte schoone gedachten , verheven opvattingen , door groote denkers , door beroemde schrijvers geuit, die altijd begraven zullen blijven in de boeken , waarin zij zijn opgeteekend. Xooit zullen er daden uit ontspruiten. Doch ziehier eene gedachte, verheven wel is waar in haar doel, doch eenvoudig in zich zelve, die uit het hart eener geringe, arme, nederige vrouw komt, verborgen voor het oog der wereld; eene gedachte, die gaat aangroeien tot eene grootsche stichting der christelijke godsvrucht! Is hier niet de vinger Gods zichtbaar !

Ja wel is het God, die de nederige dienstmaagd, de arme weduwe van St. Xicolas des Champs het denkbeeld der .Mis tot Eerherstel heeft ingegeven. Hij zal het doen gedijen.

ocr page 281

—273—

De gelukkige gunstelinge des Heeren had geene vuriger begeerte van het eerste oogenblik dan deze devotie te verspreiden. Doch wat vermocht zij ! Waartoe hadden hare stappen , haar aandringen , ja zelfs hare reis naar Algiers gediend ! Haar vroegere zielbestierder schreef haar eens : „Pater Blot zeide mij onlangs : „Om werken, die ons geopenbaard worden , te doen gelukken en te verspreiden, moet men heilig zijn en sterven.quot; Hij haalde mij de godsvrucht aan van het H. Hart en andere , die eerst verspreid zijn na den dood der personen , die belast werden ze te verspreiden. Mistrouwt God onzen hoogmoed! Dit is Zijn geheim.quot;

Ze.ster Rosa was niet meer. Zoodra haar arm lichaam plotseling van gedaante veranderd was , schitterde hare heiligheid in de oogen der zusters. Hare zending was als goedgekeurd. Zister Kosa was dood, zij was heilig geweest. God toonde ziek in haar. Yan dat oogenblik af begint het Werk zich te verspreiden.

Gedurende het leven van deze vriendin des Heeren bleef liet Werk haar geopenbaard besloten in het hart van een klein getal godvruchtige personen, die deze oefeningen onder elkander volbrachten. In 1878 was de Overste van gt;St. Anne de Bonlieu , op aandringen van Zi'stek Rosa en met den raad van verscheidene personen van gezag , besloten eene proeve te wagen. Hoewel zij volkomen de grootheid begreep eener devotie , die Gods eer ten doel heeft, meende zij tot dusverre, dat St. Anna de plaats niet was om deze godsvrucht op te richten. Zij zag er slechts eene gedachte in van de goede Zcsïer Rosa ,' waarvan God op Zijn tijd partij zou weten te trekken , indien dit Zijn wil was. Dit jaar, hoorende, dat eenige godvruchtige personen trachtten een middel-

is Z. R.

ocr page 282

-274—

punt te vinden , had zij toegestaan , dat het klooster van St. Anna hiertoe gekozen werd. Eene noot, hij de laatste uitgave van het werkje van Pater Blot gevoegd, deelde den geloovigen mede, dat men zich in het klooster der Xorbertinessen van Bonlieu kon laten inschrijven. De Overste had in hare voorzichtigheid het klooster slechts tot voorloopigen zetel van liet Werk bestemd. Het scheen haar te klein , te afgelegen en zij vreesde vooral liet uit zijne stille verhorgenheid te trekken, die hare dierbare geestelijke familie zoo voordeelig was. Doch God, die Zuster Rosa in hare laatste jaren de kloosterpoort van Bonlieu geopend had, scheen dit nederig heiligdom tot middenpunt van liet werk der Mis van Eerherstel bestemd te hebben.

Gedurende dien tijd bereidde in stilte en gebed een goed en eerbiedwaardig man, door de Voorzienigheid als steun en gids bij de Norbertinessen geplaatst, een geheel nieuw en volledig plan. Als biechtvader van Zuster Rosa gedurende de twaalf jaren, die deze goede ziel in het klooster doorbracht, getuige van hare buitengewone deugd en der wonderen , door de genade in hare ziel bewerkt, had hij het groote gewicht van haar denkbeeld begrepen. Door overweging vormde hij een plan tot ontwikkeling van het Werk gelijk aan dat van Zuster Rosa en Mgr. Lavigerie ; eene broederschap voorloopig gesticht met de goedkeuring van den Bisschop van het diocees en vervolgens door den Opperherder tot Aarts-bróederschap verheven met vertakkingen over de geheele wereld. Den 1 (kien April 1886 op het feest der Zeven Weeën van Maria gevoelde M. Revol zich door eene inspraak der genade aangespoord , het Werk op uitgebreider schaal te verspreiden. Een klein reglement werd

ocr page 283

—275—

aan den Bisschop van Valence, tot wiens bisdom Bonlieii behoort, ter goedkeuring aangeboden. Deze godvruchtige en ijverige prelaat wilde dit eenvoudig, practisch reglement gaarne bekrachtigen en verhief de vereeniging den '21 April 1H8() tot Broederschap. Dit was het begin van het Werk, dat weldra in het volle licht verscheen. Binnen eenige maanden ontving het op verzoek van ziju ijverigen directeur de goedkeuring en aanmoediging van meer dan dertig bisschoppen van Frankrijk en het buitenland ; verscheidene zelfs verrijkten het met aflaten. Dit waren kostbare aanbevelingen. Doch een hooger gezag moest het komen steunen en bestendigen. De ijverige beschermers vraagden te Home de goedkeuring, die bevestigt, den zegen, die verlevendigt. Beide werden gegeven. In twee pauselijke Breves heeft de plaatsbe-kleeder van Jezus-Christus de instelling der Mis van Eerherstel geprezen , en liet reglement , het doel, de beoefening gezegend. Bij de eerste Breve, gedagteekend 24 Augustus 1H8B , verhief Zijne Heiligheid Leo XIII de Broederschap der Mis van Eerherstel tot Aartsbroederschap : de tweede verrijkte deze met kostbare aflaten.

Bij deze liooge bescherming voegde zich die van den Bisschop van Valence, in wiens bisdom de Aartsbroederschap is gevestigd en haar zetel en middelpunt heeft. Doordrongen van de groote maatschappelijke beteekenis van dit Werk heeft de doorluchtige prelaat het bijzonder aan de geloovigen aanbevolen bij een mandement, dat volgens den Kanunnik Didelot, een der vurigste voorstanders , „de sluitsteen van het werk der Mis van Eerherstel worden zal.quot;

Van dit oogenblik is het Werk , kerkelijk opgericht in het heiligdom van O. L. V. van Bonlieu, met reuzen-

ocr page 284

schreden voortgegaan. In Italië, Spanje, Holland, België, Engeland lieeft liet vertakkingen. In 1888 telde liet reeds 35000 leden. Alom wordt het door zelatenrs en zelatrices bevorderd., Tot vereeniging der leden verschijnt er een maandschrift; La divine Hostie. Zoo bloeit deze godsvrucht meer en meer.

Het Werk, aan Züsïek Rosa ingegeven, is dus gegrond. Yolgens hare begeerte is het door de hoogste kerkelijke macht goedgekeurd ; het is over de geheele wereld verspreid. Met Gods genade zal het in de Kerk bloeien en eene algemeene oefening van het christelijk leven worden.

Er bestaat geene uitmuntender devotie. Haar oorsprong is goddelijk. Men kan zeggen , dat de Zaligmaker ze het eerst beoefend heeft, toen Hij , zich als slachtoffer stellende voor de zaligheid der wereld, op Kalvarië het groote zoenoffer opdroeg.

In Hem is de glorie van God op goddelijke wijze hersteld. Door de stichting van de Mis van Eerherstel wordt dit zelfde offer op aarde herhaald en zooveel malen vermeerderd als er christenen zijn , die deze verheven handeling herhalen door zich te vereenigen met den priester om met hem het heilig offer des altaars op te dragen. Aldus wordt het werk van Kalvarië voltooid. Het uitwerksel der Verlossing wordt vermeerderd in de wereld door het dikwijlder bijwonen van liet H. Misoffer; „want,quot; zegt de heilige Liturgie, „zoo vaak dit offer wordt opgedragen, wordt het werk der Verlossing vernieuwci.quot;

Geen werk van godsvrucht kan God aangenamer zijn, dan dat van de geloovige christenen, die zich stellen als plaatsvervangers voor de afwezigen bij de Zondagsche Mis, wijl deze bijzonder Zijne glorie ten doel heeft. De

ocr page 285

Mis is liet werk van aanbidding bij uitnemendheid, liet krachtigst middel om God den roem te geven, die Hem als Opperheer van het heelal toekomt. Hoe meer men dit verheven werk verricht, hoe meer eer men aan Grod verschaft.

Geen werk is meer volgens den geest der Kerk. Wat is beter gegrond, wat is eenvoudiger tegelijkertijd dan deze oefening, die het geloovig hart aanspoort tot bevordering van Gods eer en tot de godsvrucht jegens het H. Misoffer!

En mag men niet zeggen , dat dit werk van de Mis van Eerherstel, even als alle instellingen van godsvrucht en liefde door den geest Gods ingeboezemd, op zijn tijd komt! In een tijd, dat de goddeloosheid hare aanvallen verdubbelt tegen Onzen Heer Jezus-Christus, waarin eene nog meer beleedigende onverschilligheid Zijn aanbiddelijk Hart wondt, gevoelen de getrouwe zielen zich gedrongen , zoovele beleedigingen door oefeningen van liefde en boetvaardigheid uit te boeten. Aldus zijn al de werken ontstaan van aanbidding en eerherstel, waardoor de godsvrucht der geloovigen den goddelijken Zaligmaker schadeloos tracht te stellen voor al de beleedigingen , die Hij van Zijne schuldige kinderen ontvangt. Beminnen voor degenen , die Hem niet beminnen , de plaats vervangen der goddeloozen en onverschilligen om God de eer te geven, die zij Hem weigeren, bidden en lijden ter voldoening der zonden der wereld , ziedaar het doel van die werken, die de geest van geloof naar alle vormen der liefde weet te schikken en naar eiken levensstand.

Eertijds beschouwden onze vaderen het bijwonen der H. Mis als den eersten aller plichten. De dag van den

ocr page 286

—278—

christen was hierop ingericht. AVat is liiervan geworden ! Men zou zeggen , dat het bijwonen der Slis niet met de gewoonten van het hedendaagsche leven overéén te brengen is , die het uur van opstaan steeds meer en meer verschuiven.

Zou men tot de dagelijksche gewoonte van Mis hoeren niet terugkomen, indien uien beter de beteekenis hiervan begreep! En wat is beter hiertoe geschikt, dan de enkele gedachte der Mis van Eerherstel! Zij zal den christen werkdadig herinneren , dat het offer der Mis, waaraan hij deelneemt, het geschiktste middel is om de glorie Gods te bevorderen. En welke christen, die dezen naam verdient, zou weigeren hiertoe bij te dragen! Wie zou weigeren den Heer te geven , wat Hem toekomt. „O hoe ondankbaar is de meusch,quot; zegt de 11. Ignatius, „als hij de volstrekte verplichting niet erkent, met al zijne krachten de glorie des Heeren te bevorderen.quot; En daar het reglement der Mis tot Eerherstel toelaat in den loop der week de tweede Mis te liooren , die men des Zondags niet ter intentie van dit Werk heeft kunnen opofferen, zal dit voor vele christenen eene nieuwe reden zijn om dagelijks de Mis bij te wonen.

Zij zullen met meer gelooi'en godsvrucht daarbij tegenwoordig zijn , als zij bedenken , dat zij niet slechts een persoonlijken plicht, doch eene zending vervullen ; dat zij in de kerk zijn in plaats van een afwezige ; dat zij de bediening van aanbidders vervullen ; dat zij dealen in- het ambt der engelen , wier voorname bezigheid bestaat in God te loeven ; dat zij eindelijk vereenigd zijn met alle schepselen van den hemel en der aarde , wier bestemming is den lof des Allerhoogsten te verkondigen.

Doch vooral des Zondags , als zoovele zondaars God

ocr page 287

—279—

vergrammen , door Hem op dien dag de Hom verschuldigde glorie te weigeren, terwijl zij door hunne schuldige afwezigheid de goddelijke weldaad dor verlossing verachten , zullen de ware geloovigen des te ijveriger zijn om door een herhaald hijwonen der heilige geheimen , het ongelijk der goddelijke majesteit aangedaan te herstellen.

Door zich van de inzichten van liet H. Offer te doordringen , zullen zij zich inniger hiermede vereenigen. Voor vele christenen zal de Mis van Eerherstel een middel zijn om hun leven te hervormen, zij zullen zich gewoon maken aan de glorie van God te denken en hegrijpen , dat het leven van den meusch hier op aarde alleen he-steed moet worden om die glorie te hevorderen.

En dit zijn niet de eenige voordeelen.

De godsdienst wordt in onze dagen dubhel beproefd van hinnen en van buiten. Van den eenen kant vervolging, van den anderen afscheiding. Terwijl van de eene zijde de openbare macht zich vijandig toont aan den godsdienst en het volk zich meer en meer van het christendom afwendt, zoeken de geloovigen vaak hun godsdienst in het lezen van boeken en het houden van bijzondere oefeningen. Het is , of men het ware vooi--werp dei1 godsvrucht door bijoefeningen wil vervangen en zich een persoonlijke godsvrucht scheppen wil.

Het Werk der Mis van Eerherstel is uitnemend geschikt om de geloovigen tot het altaar en de Kerk terug te brengen, ze aan den priester te hechten en hun te herinneren , dat het H. Misoffer den grondslag van den christelijken godsdienst, de bron aller genaden, het middelpunt aller godsvrucht is. Zij zal dit vooral zijn, als de geloovigen , na eene eerste Mis vergezeld van eene

ocr page 288

heilige Communie, eene tweede Mis tot de vier gewone doeleinden, de zoogenaamde hoogmis, bijwonen om meer openhaarheid aan hunne hulde aan G-od en meer glans aan hun eerherstel te geven. Aldus zal zij tevens de geloovigen hechten aan de oefeningen hunner parochiekerk.

Dit zijn de vruchten , die de nieuwe godsvrucht der Mis van Eerherstel geroepen is voort te brengen. De christenen zullen haar ontvangen als eene der schoonste uitvindingen der genade, eene der zaligste oefeningen van godsvrucht. God zal nog eens weder bewonderenswaardig zijn in Zijne werken , daar Hij zich bediend heeft van zulk een zwak werktuig , om onder de men-schen de vruchten der Verlossing en de maat Zijner glorie te vermeerderen. En wellicht zal de Kerk eenmaal aan deze nederige vrouw, door God uitverkoren , den troost verschuldigd zijn het christelijk volk meer dan ooit gehecht te zien aan het Sacraficie der nieuwe wet.

ocr page 289

—281 —

N A 1 1 D 1,

Ten slotte moeten wij den godvrnchtigen lezer nog quot;bekend maken , dat liet Broederschap der H. Mis van Eerherstel, door Zi steb Eosa ontworpen, hetwelk reeds zoo rijke vruchten draagt in Frankrijk, ook iu Nederland en België , met kerkelijke goedkeuring opgericht en tot Aartsbroederschap verheven is. Het werd in de Abdijkerk van Tongerloo ingesteld door den Kardinaal-Aartsbisschop van Mechelen , den 12 September 1888, en bij Breve van 18 Juli 1890 door Z. H. Leo XIII tot Aartsbroederschap voor België verheven. En bijna gelijktijdig werd hetzelfde Broederschap door Mgr. A. Godschalk , Bisschop van 's Bosch, in de Abdijkerk der Norbertijnen te Heeswijk in Noordbrabant gevestigd , vervolgens door Z. H. Leo XIII, bij Breve van 8 Augustus 1890 , goedgekeurd en tot Aartsbroederschap voor geheel Nederland verklaard. Zoo in Nederland als in België heeft-het Broederschap, in dien betrekkelijk korten tijd, reeds veel opgang gemaakt.

Moge nadere bekendheid met oorsprong en doel zijn bloei verzekeren en steeds vermeerderen. Moge deze

ocr page 290

heerlijke devotie meer behartigd worden in een tijd, dat men de katholieken, vooral in de grooto steden, al meer en meer aan hunne kerkelijke verplichtingen ziet te kort blijven. Welk Eerherstel toch zal aan God aangenamer zijn , dan dat Hem gegeven wordt door de onbloedige vernieuwing van het H. Sacraticie des Kruises en door meerdere en innigere deelneming aan dat zoenoffer bij uitnemendheid ? Is er nog een godvruchtig werk dat Gods straffende hand zal tegenhouden en Zijne rechtvaardige gramschap verzoenen , dan is dit voorzeker het H. Misoffer.

ocr page 291

INHOUD.

ocr page 292
ocr page 293

—285—

INHOUD.

Hoofdst. Bladz.

I. Kinderjaren van Zuster Rosa. 7.

II. De Lijdensschool. 17.

III. De genade en de zonde. 27.

IV. Hare bekeering. 89.

V. Nieuwe beproevingen. 49.

VI. Wederwaardigheden en bekoringen. 58. VIL Voor eigen rekening. 65.

VIII. Haai- huwelijk. 72.

IX. Huwelijkskruisen. 78.

X. Rouw en ellende. 89.

XI. Door beproeving geheiligd. 99.

XII. De christelijke moeder. 118.

XIII. Het apostolaat. 125.

XIV. De ijver voor Gods glorie. 188.

XV. De Mis van Eerherstel. 149.

XVI. Zuster Rosa's zending. 168. XVH. Een voorsmaak van het kloosterleven. 178.

XVIII.Laatste pleisterplaats. 191.

XIX. Intrede in het klooster. 208.

ocr page 294

—286—

XX. Het leven in het klooster. 216

XXI. Vreugde en beproevingen in het

klooster. 227

XXII. De kracht van het gebed. 234

XXIII.Deugden van Zuster Rosa. 248

XXIV.Vervolg der deugden en heiligen dood van Zuster Rosa. 258

XXV. De H. Mis van Eerherstel. 271

......—

±

ocr page 295

DRUKTE IL EX VERB ETER D.

Bladz.

(10 Wel eens waar; locs : wel is waar.

204 Proost der Predikheeron; lees: 1'rior der Jsorbertijnen. 208 Norbertinen ; lees : Norljertlnessen.

208 Predikheeren ; lees : Prenioustratensers.

209 Preinonstreusers ; lees: Premonstratensers.

In eenige exem])laren staat:

2;i2 le bonne ton ; lees : Ie bon ton.

Andere feilen van minder aanbelang gelieve de lezer zeli' te verbeteren.

ocr page 296
ocr page 297
ocr page 298
ocr page 299
ocr page 300

/

ocr page 301
ocr page 302