tiSbsjp~-
f
By (1. L. VAN LifilHUYSi.
Singel, 434, A.ls^CSTEmiDA.JVn,
Ziet eerstdaags het licht:
DE TWEEDE DEUK
DER
Verzamelde Dichtwerken
VAN
St. H, J, A. M. SCHAEPMAH,
J. P. VALKS,
Nassauplein No 4
Advertentie Bureau,
Plaatsiog in alle dag-, weekbladen en lijdsdiriftrii,
Hoogste korting voor Handelsannonces
Bij meerdere plaatsingen Contract.
Stoomdrukkerij van Theo Kesvel amp; C°., Amsterdam.
DE âEQUITABLE.quot; Lcmsverwkering Maatsckppij der Vereenigde Statea.
Opgericht te New-Yoric 1859
Waarborgfonds 1 Januari 1S88 f 210,947,260.â.
Nieuwe Verzekeringen in 1887. â 345,057,762.â.
Uitstaande Verzekeringen. . â 1,207,573,905.â.
Premie-Inkomen......â 47,789,375.â.
Totaal Inkomen......â 58,102,122.â.
Bankiers de Heeren ADOLPH BOISSEVAIN amp; O. te Amslerdam, bij wien een bedrag van
HONDERD DUIZEND DOLLARS $ lOO.OOO.
aan Obligatiën gedeponeerd zijn, als waarborg voor de verzekerden in Nederland.
De Equitable Levensverzekering-Maatschappij der V.-S. sluit Contracten van allerlei aard, als: Verzekering van Kapitaal op een bepaalden tijd uit te keeren, met betaling van slechts 5 of 10 jaar preraien. Verzekering voor het geheele leven op twee hoofden. Tijdelijke verzekering. Verzekering tegen eenen bepaalden termijn ten behoeve van Kinderen. Dadelijk ingaande Lijfrente. Uitgestelde Lijfrente, enz. Tontine Polissen, onaantastbare Polissen en onver-beurbare Polissen.
Tarieven en inlichtingen gratis en franco bij de bekende Agenten der Equitable en bij Directie.
296 N. Z. Voorburgwal,
AJISTEllWAM.
R. R. H. TOELAER,
Directeur.
, .a. /^/
.HIJ ZAL 'T
7
WEL WETEN!quot;
300 Recepten voor Dames en Heer en, die prijs stellen op beschaving en takt
DOOR
DWARSKIJKER.
Naar 't Engelsche DON'' T.
Amsterdam: C. L. VAN LANGENHUYSEN.
////â
h50
Ja, waarschijnlijk, zal hij 't wel weten, maar misschien ook niet! Toch zijn zijne beweringen niet enkel geput uit bekende autoriteiten, maar berusten ook grootendeels op eigen ondervinding, â op waarnemingen. Hij heeft alle beschaafde landen der wereld afgereisd, en overal lang genoeg vertoefd, om er 't zijne van te hebben, en te weten, wat daar 't beste en 't redelijkste was op het gebied van beschaving en takt, en toen hij in Engeland kwam, en in Londen in 't voorjaar drie maanden lang het leven der hoogere standen van nabij had leeren kennen, dacht hij bij zichzelf; hiér is 't!
't Was zeker 't natuurlijke gevolg van den luister, die de engelsche kroon nog omgeeft, dat hij dit dacht, want hij vervolgde bij zichzelf; als alle menschen op de wereld hun best wilden doen, om zich te gedragen zoo als deze, o wat een fatsoenlijke, goed opgevoede wereld zou dat zijn.
2
Toen ging hij zitten, en schreef een boekje, waarin hij de meest in 't oogloopende fouten aangaf, die dagelijks, door ieder die maar oogen heeft, kunnen worden opgemerkt bij hen, die zich wezenlijk iets op hun beschaving en takt laten voorstaan.
Dit boekje is natuurlijk niet kompleet, maar 't is ook niet onvolledig. Er staan dingen in, die wel vanzelf spreken, maar wier vermelding toch een noodzakelijkheid bleek.
Vindt ge er soms regels in, die u al te verfijnd voorkomen.... kom, kom, ge behoeft immers uw eigen beschaving niet hooger op te voeren, dan gezelf verlangt!
En nu is dit boekje voor Nederlanders bewerkt^ met het oog op de zeden en gebruiken van ons land.
Weet ge, wie hij is? â Dat ben ik.
Dwarskijker.
âHIJ ZAL T WEL WETEN!'
i.
AAN TAFEL,
Als ge ergends ten eten zijt gevraagd, kom dan niet te laat. Dit is verkeerd zoowel ten opzichte van uwen gastheer, en de andere gasten, als van het eten zelf.
Als ge t'huis eet, kom dan ook niet te laat. Dit is verkeerd ten opzichte uwer huisgenooten, en kan de harmonie en den aangenamen toon aan tafel niet bevorderen.
Ga niet zitten, voor de dames gezeten zijn, of voor uw gastheer of gastvrouw hiertoe het teeken hebben gegeven.
Zit niet op een halve el afstands van de tafel, maar ook niet met uw lijf er tegen aan.
Stop uw servet niet vast in uw kraag, en sprijd 't niet uit over uw borst: ten minste, als ge niet in een kinderstoel zit. Leg 't losjes over uw kniën.
Bedien de heeren aan tafel niet, voor dat de dames bediend zijn, ook zij, die bij u t'huis hooren.
Breng uw soeplepel niet met het uiteinde aan uw mond, en ook niet met den breeden kant; kies juist het middenevenredige. Niet slurpen of andere geluiden maken, als ge soep eet. Neem geen tweede portie soep.
Zit niet met een krommen rug en buig niet over uw bord heên. Zit zoo recht mogelijk, zonder stijfheid.
Bijt uw brood niet af. Breek 't naast uw bord. Breek geen brood in uw soep.
Breng nooit uw mes aan uw mond. (Maar dat behoeft ge toch niet te zeggen! Niet? Ga maar in de eerste de beste restauratie en kijk eens.) Gebruik uw mes niet om uw vork op te hopen met eten, om 't zoo naar uw mond te transporteeren. Neem op uw vork, wat er gevoeglijk op kan en niet meer.
Gebruik geen staal mes bij visch. Men heeft tegenwoordig messen van zilver of compositie voor het vischgerecht.
Hanteer mes, vork en lepel op een nette manier: houd ze vast bij het einde van den steel of het heft. Deze gewoonte kan men alleen door oefening en waarneming verkrijgen. Leg uw mes en vork neur op uw bord terwijl ge praat; niet op den rand van 't bord, terwijl heft en steel op de tafel rusten, maar op 't bord alleen. Maak geen gebaren
met mes of vork in uw hand. Wijs er niet mee. Zwaai er niet meê.
Zoo ge een tweede portie van 't zelfde gerecht zoudt verlangen, plaats dan, wanneer uw eerste portie opgegeten is, uw vork met den steel naar uw linker, uw mes met het heft naar uw rechter hand op uw bord. Verlangt ge niet meer van 't zelfde gerecht, plaats dan uw mes en vork met heft en steel naast elkaar naar uw rechter hand gericht op uw bord. Dit vergemakkelijkt het werk van de dienstbode, die afneemt.
Eet niet te gauw en schrokkerig, maar bedaard en op uw gemak. Haastmaken is onwelvoegelijk.
Neem niet te veel tegelijk in uw mond, en zorg dat men u niet hoor kauwen.
Ga niet met uw eigen mes in het botervlootje of in 't zoutvaatje, of in eenig andere schotel.
Houd uw elbogen niet in de hoogte bij het snijden van uw vleesch. Houd ze zoo dicht mogelijk aan uw lijf.
Als ge drinkt, steek dan uw glas niet in de lucht, als of ge 't, 't onderste boven over uw neus wilde zetten. Breng 't langzaam aan uw lippen, en laat een gedeelte van den inhoud bedaard in uw mond vloeien.
Eet uw groenten niet met een lepel. Eet ze met een vork. De regel is, dat niets met een lepel gegeten mag worden, wat men met een vork eten
kan. Zelfs ijs wordt nu veelal met een vork gegeten.
Lik uw lepel en vork niet af. Zelfs niet heel eventjes.
Verslind niet het laatste stukje brood; schraap niet het laatste voedsel bij elkaar op uw bord; maak uw bord niet schoon, en eet de overgebleven saus niet met uw brood op. Schoonmaken en vatenwasschen gebeurt in de keuken.
In 't algemeen is 't beter, geen tweede keer van hetzelfde gerecht te verlangen.
Stukjes been, vruchtenpitten, of andere oneetbare zaken moet men niet op zijn bord uitspugen, zelfs niet achter 't handje: breng uw vork of lepel bedaard aan uw lippen, en bezorg ze zoodoende op uw bord.
Leg niets op den rand van uw bord: noch beentjes, noch vet, noch pitten, noch wat ook. Laat al deze zaken binnen den rand blijven.
Reik niet voor een ander heên, om iets te krijgen.
Vraag uw buurman niet, 't een of ander aan te geven, wanneer de dienstbode bij de hand is.
Bepoetel de zaken niet, die bij uw bord liggen. Speel niet met uw servet, of uw glas, of uw vork, of uw ezeltje, of met wat ook.
Gebruik uw servet niet als een zakdoek, om baard, neus of voorhoofd af te vegen. Gebruik 't alleen voor uw lippen, en uw vingertoppen.
Keer uw buurman rechts niet uw rug toe, om te praten met buurman links of omgekeerd; spreek niet voor- of achterom dengeen, die naast u zit-
Vergeet niet, dat de dame, die aan uw zijde geplaatst is, recht heeft op uw oplettendheid. De dame, naast wie men zit, moet men niet veronachtzamen, of men aan haar voorgesteld is of niet (aan een table-d'hóte b. v.).
Praat niet met een vollen mond; of eigenlijk, zorg dat uw mond nooit vol is. 't Is gezonder en welvoeglijker om kleine hapjes te nemen.
Wees niet verlegen. Doe uw best om u-zelf te beheerschen en op uw gemak te zijn; laat niet merken, dat ge op u zelf let. Vergeet niet dat men aan zich zelf zoo goed als aan anderen eerbied verschuldigd is.
Laat uw vork niet op den grond vallen; maar, als 't bij ongeluk gebeurt, houd u dan bedaard. Vraag eenvoudig aan de meid of knecht een andere, en bemoei u verder niet met 't geval. Maak u niet ongerust over fouten of vergissingen die ge begaat; misschien heeft niemand 't gemerkt, vestig er dus niet de aandacht op. Een zekere philosophische onverschilligheid is hier aanbevolen.
Ga niet achteruit liggen in uw stoel. De Romeinen lagen wel bij hun maaltijden, maar de hedendaagsche beschaving wil dat niet meer.
8
Plaats uw elbogen niet op de tafel. Leun niet tegen de tafel.
Gebruik geen tandenstoker aan tafel.
Eet geen uien of prei: tenzij ge alleen zijt, en den geheelen avond alleen denkt te blijven. Men moet de onaangename kenmerken van wat men gegeten of gedronken heeft liever niet bij zich houden.
Dwing uwen gast geen voedsel op. Vroeger was dit aangenomen, en 'twas ook beleefd voor een gast om niet te weigeren, tenzij hij rede had met een bizonder gebaar aan te geven, dat hij verzadigd was. Om iemand, die bij u eet, absoluut meer te willen geven dan hij verlangt, wordt tegenwoordig gelukkig voor slechten smaak gehouden.
Zoo ge ergends ten eten zijt, vouw dan niet uw servet op, als ge gedaan hebt. Laat 't los naast uw bord liggen.
Sta vooral op, als de dames na het eten weggaan, en als ge met de heeren wenscht te blijven rooken. Blijf staan, tot de dames de kamer uit zijn.
Zoo ge aan tafel, voor 't een of ander gerecht bedankt, openbaar dan uw beweeggrond niet. Zeg niet: âNeen dank u, daar kan ik niet goed tegenquot; of âdat is een betje te zwaar voor me/'1 Als ge eenvoudig bedankt, heeft niemand 't recht u iets te vragen, of u van iets te verdenken.
9
Spreek nooit over onaangenaamheden van de maag: over indigestie, dyspepsia of andere zaken. Eten en zich het eten laten smaken is een aangename gezellige bezigheid. Eten verteren daarentegen heeft niets gezelligs, en hoe u dit gelukt boezemt uw dischgenoten' geen belang in.
Maak ook geen aanmerkingen op hetgeen anderen eten, en laat uw vriendschappelijke bezorgdheid u niet verleiden ze te waarschuwen voor 't een of ander, wat minder verteerbaar, of bloedverhittend of de hemel weet wat is. De persoon, aan wien ge deze opmerkingen zoudt maken, kan waarschijnlijk veel beter oordeelen dan gij, wat hij verdragen kan en wat niet, en zal zeker liever hebben, dat ge u met uw eigen zaken bemoeit.
Bied de dame, die gij binnenleidt, uw rechter arm aan. Een man moet altijd een vrouw zijn rechter arm aanbieden, tenzij hij met haar getrouwd is.
Laat vooral niemand merken, dat ge uw best doet, om u netjes te gedragen; 't is beter, nu en dan een fout te maken, dan te toonen, dat men om niets anders denkt, dan om fouten te vermijden.
Drink niet te veel wijn.
Bedank uw gastheer of gastvrouw niet âvoor 't genotene.quot; Als ge weggaat, zeg eenvoudig, dat 't een aangename avond is geweest, dat is voldoende.
Kom niet aan 't ontbijt in een kamerjapon of
10
een nachtjak. Een vrouw moet zich 's morgens eenvoudig, maar toch frisch en smaakvol kleeden, zonder papillotten in 't haar. Een man moet niet verschijnen zonder boord of overhemd, met een enkele das om.
Zorg dat er voor 't ontbijt kleine servetten zijn: dat zij, die bij u aanzitten, geen eier- of koffie-vlakken aan hun zakdoek behoeven te maken. Dit is alleronsmakelijkst.
Drink geen thee of koffie uit uw schoteltje. Ofschoon ge zelf nooit tegen dezen regel mag zondigen, is 't toch niet goed anderen om deze of dergelijke gewoonten te bespotten. Aan de tafel van een engelschen prins werd eens een dorpsbewoner ontvangen, die ook zijn thee in zijn schoteltje overgoot en zoo dronk. De heeren en dames van 't hof schepten in dit voorval een bizonder vermaak. De prins echter nam bedaard zijn kopje op en goot de thee eveneens in 't schoteltje: op deze wijze gaf hij een les aan zijn omgeving, en zette zijn gast op zijn gemak.
Laat uw lepeltje nooit in uw kopje. Vroeger dacht men hierdoor aan te kunnen geven, dat men geen thee meer verlangde. Dit wordt ook niet meer gedaan, 't Lepeltje moet altijd op 't schoteltje blijven.
Lees geen couranten, boeken of brieven, wanneer ge met anderen aan tafel zit.
11
Versier uw das of vest of de lapellen van uw jas niet met dooier van ei of koffiedruppels, die wellicht van uw snor afkomstig zijn. Met een klein beetje zorg kunt ge al deze ongevallen voorkomen. Weinig zaken zijn zoo wansmakelijk, als iemand te ontmoeten, wiens kleederen, de duidelijke bewijzen dragen, dat hij pas ontbeten of gedineerd heeft.
Sta niet op van tafel voor de maaltijd afge-loopen is.
II.
OVER KLEEDING EN PERSOONLIJKE GEWOONTEN.
Wees vóór alles zindelijk. â De zindelijkheid van 't lichaam wordt meer verwaarloosd, dan menigeen oppervlakkig zou denken.
Draag geen vuil linnen. Wees uiterst kieskeurig op dit punt.
Wees helder en rein niet alleen op uw linnen, maar in alles. De zindelijkheid is een der voornaamste huislijke deugden.
Wees vooral oplettend, op de onderdeelen van uw toilette. Vele menschen, die in andere opzichten net en zindelijk zijn, hebben toch zwarte nagels. Dit is walgelijk. Draag ook zorg de haartjes te verwijderen, die dikwijls in de neusgaten en bij de oorklep groeien; 't is een kleine moeite, die den tijd er aan besteed wel waard is.
Werk vooral niet aan uw ooren, uw neus ot uw nagels, waar andere bij zijn. Zindelijkheid en netheid in alles wat het lichaam betreft, zijn onmisbaar, maar 't toilet maken hoort op de slaapkamer alleen t'huis.
13
Verf uw haar niet. De kleur is toch nooit natuurlijk en niemand loopt er in.
Gebruik geen haarolie of pomade. Deze gewoonte, die vroeger zoo algemeen was, is nu bepaald van slechten smaak, en is ook niet zindelijk.
Draag geen kleeren, die in 't oog vallen door hun kleur of buitengewoon model. Draag niets â hier richten wij ons tot de lezers, niet tot de lezeressen â draag niets dat mooi genoemd kan worden. Wat hebben mannen met mooie kleeren noodig! Kies stille kleuren en patronen, die niet opzichtig zijn, en draag niets dat de aandacht trekt. Er is niets tegen te zeggen, dat de kleêren van een man hem goed zitten en goed staan, en dat hij met smaak en zorg de schakeering kiest, die 't best met zijn persoonlijkheid harmonieert, en de coupe die zijn figuur 't voordeeligst doet uitkomen; maar opgeschikt en mooi mag geen man wezen.
Draag geen gekleurde hemden. Al kan 't er op reis en in den zomer mêe door, 't is toch van bedenkelijken smaak. Eenvoudig, wit linnen is altijd 't beste.
Draag nooit een rok vóór zes uur 's avonds; zelfs niet, als ge trouwt.
Draag 's morgens geen zwart laken, en nooit een zwart laken broek, behalve bij uw rok.
Draag nooit een hoogen hoed bij een jas zonder
14
taille. Een Engelsche baronet die zich eens aan dit vergrijp schuldig had gemaakt, werd er voor in een bekenden club gedebaloteerd.
Draag nooit een lagen hoed bij een zoogenaamde gekleede jas; al hebt ge ook uw overjas aan.
Draag uw hoed niet schuin of achter op uw hoofd. Zorg dat het middenpunt van den rand vlak boven uw neus zit.
Loop niet met ongepoetste schoenen: maar laat ze niet poetsen op straat.
Draag geen ornamenten aan uw horloge-ketting: geen charivari, geen ringen aan uw vingers; gouden overhemds- en manchet-knoopen, een doekspeld, een zegel- en een trouwring zijn veroorloofd, maar hoe eenvoudiger hoe beter. Draag nooit diamanten. (Deze regels, wij herhalen het, zijn bestemd voor mannen alleen).
Draag geen chamber-cloak of pantoffels buiten uw slaapkamer. Hiermede aan tafel of in gezelschap te verschijnen is zoo onwelvoegelijk als 't maar kan.
Loop niet met een luie, sleepende stap. Loop rechtop en vast, maar niet stijf; loop op uw gemak, maar toch met waardigheid. Loop niet met kromme kniën, of de voeten binnenwaarts; loop niet gemaakt, maar ook niet slenterig
Houd uw handen niet in uw zakken, en uw duimen niet in de armsgaten van uw vest.
Houd uw tandenstoker niet als een cigarette tus-
15
schen uw lippen. Kauw er niet op. Gebruik er geen, altans niet in 't publiek. Zuig niet op uw tanden.
Spuug niet. Gezonde menschen behoeven niet te spugen; en lijders aan long of keel moeten 't stil en zoo ongemerkt mogelijk in hun zakdoek doen, zelfs op straat.
Fluit niet op straat, noch in publieke vervoermiddelen, noch op openbare vergaderingen, noch in een badinrichting, of elders, waar iemand 't hooren kan; m. a. w. fluit nooit!
Lach niet buitensporig. Lach hartelijk als 't voorkomt, maar niet zonder uitscheiden, en zoo, dat de aanwezigen vreezen, dat ge een stuip zult krijgen.
Glimlach of grinnik niet om alles wat ge hoort of ziet. Glimlach of lach, wanneer er voldoende aanleiding toe is, houd verder uw mond gesloten en wees ernstig. Menschen, die om alles lachen, zijn gewoonlijk tot niets in staat.
Gaap, hik of nies niet in gezelschap. Voelt ge de hik of de nies opkomen, houd dan even uw adem in en bied eenigen weêrstand: ge zult zien, dat 't dan van zelf voorbijgaat.
Heb de gewoonte niet, uw lip te laten hangen en met uw mond open te zitten. âHoud uw mond dichtquot; is de titel van een boek door een geleerde over dit onderwerp geschreven. Adem door uw neus, niet door uw mond; slaap met uw mond
16
dicht; en houd hem dicht, tenzij ge hem opent om de een of andere rede. Een open mond is 't kenmerk van een zwak karakter, en is schadelijk voor de gezondheid in 't algemeen en de tanden in 't bijzonder.
Wees niet altijd met uw handen in de weêr op en bij uw gezicht: trek niet onophoudelijk aan uw snorren of baard, en laat uw hoofdhaar met vrede. Houd uw handen rustig en onder â¢controle.
Wees niet te familiaar. Sla uw vrienden niet op hun rug, pook hen niet in hun zij, knijp hen niet in hun arm, geef hen geen andere handtastelijke bewijzen van uw vergenoegdheid. Laat dat alles na, en duld 't ook niet van anderen.
Storm niet, zonder te zijn aangediend, of zonder kloppen, de kamer van uw vriend binnen. Dit is hoogst onbescheiden, hoe gemeenzaam ge ook samen moogt zijn.
Houd in een kantoor uw hoed niet op. Dit is juist zoo erg als hem op te houden in een kamer.
Breng geen brandende sigaar in een kantoor of winkel binnen.
Gluur niet in brieven en rekeningen, die ge op iemands lessenaar ziet liggen. Kijk niet over zijn schouder, als hij leest of schrijft. Wees bescheiden.
17
Speel niet met uw horloge-ketting of met wat anders, terwijl ge met iemand spreekt of naar hem luistert: speel vooral niet met de zijne. Dit is een allertreurigst aaawendsel.
Zit niet met uw voet te trippelen of de maat aan te geven als ge in iemands gezelschap muziek hoort. Trommel niet met uw vingers op stoelen, tafels of glasruiten. Neurie niet. Het instinkt om leven te maken is een overblijfsel der aloude barbaarschheid.
Wees niet laag tegenover uw meerderen en niet aanmatigend tegenover uw minderen. Toon uw waardigheid en gevoel van eigenwaarde in 't eerste geval, en leg eenige consideratie voor het gevoel van anderen, wie zij ook zijn mogen, aan den dag, in 't tweede.
Kom niet in de tegenwoordigheid van vrouwen met een van wijn en alcohol doortrokken adem, of met een baard vol tabakslucht. Rookers moesten altijd hun baard of snorren wasschen, nadat zij gerookt hebben.
Drink geen wijn of sterken drank in den ochtend... of liever, drink nooit tusschen de eene maaltijd en de andere. Borrelen is niet alleen gemeen en onwelvoe-gelijk, maar 'tis ook schadelijk voor de gezondheid.
Wees niet bang om âneenquot; te zeggen, als iemand u te drinken noodigt, of u dringt meer te nemen, dan goed voor is. De vriendschap van iemand, die dit kwalijk zou nemen, behoeft ge niet op prijs te stellen.
III.
IN GEZELSCHAP.
Doe altijd uw overjas uit, voor ge een kamer binnengaat, hoe kort uw bezoek ook zij; in den namiddag kunt ge hoed en stok bij u houden (of de dames haar parasol); maar uw paraplu nooit.
Ga niet bij een ieder rond om een handje te geven. Als de gastvrouw of gastheer u de hand biedt is dit goed; een buiging voor de rest van 't gezelschap is voldoende.
Bied nooit uw hand aan aan een dame. 't Is aan haar u deze gunst te bewijzen of niet. Hetzelfde geldt ten aanzien van personen, die ouder zijn dan gij, of die in eenig opzicht boven u staan.
Bied niet als gastvrouw aan, een bezoeker van zijn hoed of stok âte ontlasten.quot; Let niet op deze zaken, 't Is korrekt, dat hij ze bij zich heeft; 'tis niet korrekt, dat de gastvrouw er notitie van neemt.
Wees niet te haastig om ergens te gaan zitten: staan is even gemakkelijk en aangenaam; staande kan men ook aangenamer praten en bij deze en gene rondgaan.
19
Wees niet onverschillig en afgetrokken; maar wees ook niet indringend en aanhalig, 't Beste is een bedaarde manier van zich voor te doen.
Zit niet te kijken naar de meubels, de schilderijen of andere zaken, als wildet gij nagaan wat ze waard zijn; en kijk ook niet gedurig naar 't zelfde mensch.
Als ge gezeten zijt, sta dan op, telkens als er een dame binnenkomt.
Ga niet lui liggen op de canapé of in een gemak-kelijken stoel. Luieren komt alleen in uw eigen kamer te pas.
Zit niet altoos met uw beenen over elkaar. Bijna iedere man doet 't, maar vermijd het toch.
Zit niet op uw stoel te wippen. Wees kalm en op uw gemak.
Verander uw voeten niet gedurig van positie. Draai niet met uw duimen, en speel niet met kwasten en knoppen, of andere voorwerpen, die onder het bereik uwer vingers komen.
Denk niet te veel aan u zelf en uw eigen voorkomen.
âDe ware wellevendheid, zegt een schrijver, stelt zooveel belang in de aangelegenheden van anderen, dat zij geen tijd heeft aan eigen zaken te denken.quot;
Kijk nooit in den spiegel, wanneer ge niet alléén zijt.
20
Stel nooit dames aan heeren voor: heeren, hoe hoog ook geplaatst, moeten altijd aan dames voorgesteld worden.
Evenzoo jonge mannen aan oudere mannen en jonge vrouwen aan oudere vrouwen.
Als men u vraagt, iets te zingen of te spelen, weiger dan niet, tenzij ge vast besloten zijt 't niet te doen. Om te weigeren, alleen met het doel, uw gastvrouw aanleiding te geven 't u herhaaldelijk te verzoeken, is een onverdraaglijke gewoonte. Daarom zeggen wij aan iedere gastvrouw :
Vraag nooit iemand meer dan tweemaal om iets voor te dragen. Een eerste weigering kan misschien uit zedigheid of schroom voorkomen, maar een tweede moet worden beschouwd als ernstig gemeend.
Trek niemand aan zijn jas, japon of arm als ge tot hem of haar wilt spreken. Noem ze bij den naam, of wacht tot hun oogen de uwe ontmoeten.
Spreek niet te luid, en spreek niet alleen: geef den anderen ook een beurt.
Richt niemand 't woord toe, voor een ander heen.
Fluister niet in gezelschap. Als ge iets in 't geheim hebt mede te deelen, wacht dan tot ge met uw vertrouweling alleen zijt.
Praat niet over u zelf, uw gezondheid of uw zaken.
21
Zoo gij u bemind wilt maken, praat dan over hetgeen, waar anderen belang in stellen, niet over hetgeen u zelf interesseert.
Spreek niet in gezelschap tot een persoon, over zaken die u en hem uitsluitend aangaan, of die gij en hij alleen begrijpen.
Praat niet over uw ongesteldheden, of andere onaangenaamheden, die ge ondervindt. Klagende lieden behooren in alle landen tot een vervelend ras.
Praat niet over menschen, die niemand der aanwezigen kent.
Wees niet geestig ten koste van een ander; stel niemand in een belachlijk daglicht; wees voorzichtig dat ge den aangenamen toon, die in 't gezelschap heerscht, door niets stoort.
Herhaal de kwade geruchten of de schandalen niet die u ter oore komen.
Spreek niet over lieden van verdacht allooi, of over onvoegzame onderwerpen.
Wijd niet uit over de schoonheid van afwezige vrouwen; of over den rijkdom in de huizen van andere menschen; of over 't welslagen van andere bals of partijen; of over 't meer uitstekende van wien of wat ook. Te veel lof, personen of dingen toegezwaaid die ons niet omgeven, wekt ontevredenheid bij de personen, in wier midden wij ons bevinden.
Als iemand een lied voorgedragen heeft, zeg
22
dan niet: âWat een heerlijk lied! U moest die of die quot;t eens hooien zingen.quot;
In een woord, leg u toe op takt. Als ge er het instinkt niet van bezit, kunt ge toch wel eerst om anderen denken en dan om u zelf; op die wijze zult ge een heel eind ver komen.
Breng geen godsdienstige of politieke onderwerpen te berde.
Verschil van meening op deze punten kan zeer licht eenige verbittering wekken, daarom is 't best ze te vermijden.
Geef geen overdreven beeld van uwe indrukken. Altijd juist de waarheid te spreken is grooten-deels een kwestie van gewoonte. Vele menschen, die nooit liegen of opzettelijk iemand bedriegen, kunnen toch zeer te wantrouwen zijn als zij steeds de gewoonte hebben hunne mededeelingen sterk te overdrijven of te kleuren.
Val niemand in de rede. Iemand in 't midden van zijn opmerkingen, geschiedenis of anecdote in eens te onderbreken, is onverschoonbaar.
Spreek ook niet tegen. Verschil van meening kan niemand kwalijk nemen, maar halsstarrige tegenspraak is een inbreuk op de eerste wetten der wellevendheid.
Wees niet twistziek. Een redetwist, die geestig en vlug gevoerd wordt en niet te lang duurt, kan er mee door; maar wanneer twee personen in
23
1
mm
een heeten woordenstrijd geraken en aan alle andere gesprekken den pas afsnijden, is het de plicht der gastvrouw tusschen beide te komen en met takt het onderwerp, dat de aanleiding tot het verschil was, te verbannen, door het discours op iets anders te brengen.
Wees niet lang van stof. Hebt ge iets te vertellen, daal dan niet af tot de kleinste bijzonderheden, houd geen uitweidingen â wees kort) duidelijk; en tracht zoo spoedig ge kunt tot de hoofdzaak te komen. Berijd geen stokpaardjes. Spreek niet over dingen, die de meerderheid van het gezelschap geene belangstelling inboezemen; in 't kort: wees niet vervelend.
Vertel geen afgezaagde grappen en maak geen flauwe woordspelingen. Nu en dan een aardige woordspeling is heel amusant, maar het voortdurend jacht maken erop is onuitstaanbaar; men-schen die steeds geestig willen zijn, maken zich zelf belachelijk en vervelen 't geheele gezelschap.
Breng de gesprekken niet over, die aan uwe eigene tafel of aan die uwer vrienden gevoerd zijn, vooral niet zoo ze over personen geloopen hebben. Praatjes, die oververteld worden, nemen gewoonlijk in omvang toe en een onbeduidend gezegde kan, wanneer het overgebracht wordt, veel verdriet veroorzaaken.
Vraagt men u uwe meening omtrent dezen of
*11
1 |l 1
24
genen persoon: geef die dan niet te gauw; want hoe licht kunnen er onaangenaamheden ontstaan, indien uwe woorden aan den bewusten persoon worden medegedeeld.
Breng geene anecdoten of herinneringen omtrent uwe vrienden of familieleden op 't tapijt, tenzij uwe toehoorders die vrienden kennen of er belang in stellen.
Indien ge u zelf de gave toekent van aardig andere personen na te kunnen doen â en vele menschen laten zich hierop ten rechte of ten onrechte voorstaan â denk dan toch niet, dat gij in gezelschap geroepen zijt om dat talent bot te vieren. De meeste menschen zijn er volstrekt niet op gesteld, dat men hunne eigenaardigheden opmerkt: en gij kunt bijna zeker zijn dat de een of andere welmeenende en gedienstige vriend aan B zal vertellen, hoe alleraardigst (of hoe allerhatelijkst) A hem op 't diner bij mijnheer die of die heeft nagedaan.
Antwoord niet kortaf op vragen, die u gedaan of opmerkingen die u medegedeeld worden. Dat schrikt uw buurman af en is onbeleefd, zoo niet beleedigend.
Zet geen ontevreden of onverschillig gezicht en toon u niet ongeduldig, wanneer anderen aan 't woord zijn. Beleefd naar elk te kunnen luisteren is een der eerste kenmerken van eene goede opvoeding.
25
Wees vooral niet pedant. Weid niet uit over uwe eigene talenten en ervaringen. Houd geene verhandelingen over wat gij gedaan hebt of van plan zijt te doen of over uwen buitengewonen aanleg voor dit of dat. Zorg dat ge niet de held zijt van uwe eigene verhalen.
Hebt ge veel gereisd, wees dan spaarzaam met uwe reisverhalen en lucht niet voortdurend uwe kennis omtrent vreemde plaatsen, gewoonten en gebruiken; denk ook niet dat alles in uw eigen land zooveel minder goed ingericht is en dat uwe landgenooten zooveel lager staan dan de bewoners van andere landen.
Wees er niet op uit overal en op alles wat aan te merken. Onvoorwaardelijk alles te prijzen is vervelend, maar voortdurend alles af te keuren is onuitstaanbaar.
Een man van de wereld moet scherp weten te onderscheiden en levendig gevoelen waar hij moet bewonderen en waar afkeuren.
Toon geen slecht humeur omdat gij vindt, dat men niet genoeg werk van u maakt. Wees er slechts op bedacht u aangenaam te maken : tracht te behagen en gij zult u zelf amuseeren en tevreden zijn.
Vindt ge iemand vervelend, toon het hem niet; zulk eene overwinning is het toppunt van beleefdheid.
26
Is het aan u om aan de speeltafel te geven, bevochtig uwe vingers dan niet bij het ronddeelen der kaarten: die gewoonte is ten hoogste af te keuren.
Wees niet boos, als ge in 't spel verliest. Gij speelt voor uw plezier, niet om te toonen hoe knap gij er in zijt.
Zijt voorkomend en beleefd jegens oudere menschen. Jongelui komen daarin al te dikwijls te kort en hebben al zeer weinig attenties voor bejaarden, vooral wanneer deze door de gebreken van den ouderdom, zooals doofheid, bezocht zijn. Echte beleefdheid en een waarlijk goed hart kunnen zich niet beter uitspreken dan door vriendelijke, kleine oplettendheden voor ouden van dagen.
Neem in gezelschap geen boek ter hand. Vervelen de menschen u, ga dan heen; zoo niet, wees dan zoo wellevend hun uwe aandacht te schenken
Ga niet vlak voor het vuur staan, zoodat ge anderen van de warmte berooft: egoïsme is de ergste van alle slechte eigenschappen in gezelschap.
Laat bij 't binnenkomen of het verlaten van een kamer altijd de dames voorgaan: hierop is geene uitzondering.
Kijk niet voortdurend op uw horloge, alsof ge verlangend waart, dat de tijd om was.
27
Blijf niet zóó lang zitten, dat uw gastheer of gastvrouw gaan twijfelen of ge ooit zult vertrekken; maar aan den anderen kant moet gij ook niet midden in een gesprek opstaan. Uw eigen gezond verstand zal u het juiste oogenblik doen kiezen om vaarwel te zeggen.
r-â
IV.
IN 'T PUBLIEK.
1
Houd op straat altijd rechts; anders geraakt gij in botsing met anderen en ontstaat er verwarring.
Loop niet tegen anderen aan, stoot hen niet met uwe ellebogen uit den weg; wees in geen opzicht onbeschoft.
Verzuim niet uwe excuses te maken, wanneer gij iemand op de teenen trapt, tegen hem aan bonst of hem op eenige andere wijze lastig valt.
Wijs niemand na, keer u niet om, ten einde menschen na te kijken, lach niet om hen, die, hetzij door hunne kleeding, hetzij door hunne manieren uwe aandacht trekken; staar de menschen, die u tegenkomen niet strak aan â vergeet nooit te toonen, dat ge een fatsoenlijk man zijt.
In een gedrang moet ge uwen wandelstok of uwe paraplu niet horizontaal houden. Dat is lastig voor anderen en heeft dikwijls ongelukken teweeg gebracht, vooral bij kinderen, wier oogen
29
groot gevaar loopen door de punt van uwen stok.
Rook niet op straat, tenzij in weinig bezochte buurten. Doe het evenmin op reis, behalve in de rookcoupés van den spoortrein; het is hoogst onopgevoed een cigaar aan te steken in een waggon voor niet-rookers en 't kan u in groote ongelegenheid brengen, indien uwe medereizigers er aanmerking op maken.
Rook nooit wanneer er iemand last van zou kunnen hebben Blaas nooit de rook in 't gezicht van hen, die in uwe nabijheid zijn.
Eet niet op straat; het is belachelijk en pleit niet voor uwe goede manieren.
Versper den ingang voor kerken, schouwburgen of andere openbare gebouwen niet voor uwe mede-menschen. Sta niet voor hotels of koffiehuizen naar de voorbijgangers te staren; dat is hoogst brutaal.
Blijf niet in 't midden van de straat staan praten: ontmoet ge eene kennis, die ge spreken wilt, ga dan wat op zij staan.
Herinner u de rechten en 't gemak van anderen en plaats u dus niet vlak voor den ingang van een tram, een spoorwegcoupé of een wachtkamer.
Neem uwen hoed af voor iedere dame, die gij kent.
Groet het eerst een heer, met wien ge gewoon zijt een groet te wisselen, als hij vergezeld is van
30
eene dame, hetzij gij haar kent of niet. Wandelt gij met eene kennis, groet dan iedere dame voor wie hij den hoed afneemt, ook al is zij u niet bekend.
Houd op straat geene dame staande; wenscht gij iets te zeggen aan eene dame, die gij tegenkomt, wandel dan een eindje met haar mede en vergeet niet den hoed weer af te nemen, wanneer ge haar verlaat.
Voeg u niet bij eene dame en eenen heer, die samen wandelen, zelfs niet al kent gij ze intiem. Heel licht zoudt gij een âfacheux troisièmequot; kunnen zijn.
Gij behoeft uwen handschoen niet uit te trekken om iemand de hand te geven ; verontschuldigingen is ook onnoodig, daar het zeer gebruikelijk is iemand eene gehandschoende hand toe te steken.
Laat eene dame, die u onbekend is, iets vallen en raapt gij het voor haar op of geeft gij haar kaartje door aan den conducteur in spoor of tram, neem dan even uwen hoed af; doet dit bij eiken kleinen dienst, dien ge haar bewijst.
Wandelt ge met eene kennis, stel die dan niet dadelijk voor aan elkeen, dien ge toevallig op uw weg ontmoet. Gij moet niet te gauw menschen aan elkander voorstellen; doe het niet, wanneer gij niet zeker zijt, dat beide personen het wenschen.
Menschen die slechts âhandelsvriendenquot; van u zijn, moet gij op straat niet ophouden, tenzij ge
31
hun iets van gewicht te zeggen hebt. Zij, die drukke bezigheden hebben, kunnen hun tijd best gebruiken en verkwisten dien niet graag door uwe onbeduidende opmerkingen aan te hooren.
Laat uwen vriend niet onverwacht alleen op straat staan, zonder hem eene korte verklaring te geven, waarom ge hem verlaat.
Hebt ge op straat inlichtingen omtrent een of ander te vragen, wend u dan niet tot den eersten den besten vreemdeling. Jonge dames vooral moeten dezen wenk ter harte nemen. Op reis kunt ge den conducteur of een ander beambte uwe vragen doen: op straat zijn er altijd politieagenten, die u terecht kunnen helpen.
Wees niet overbeleefd; onbeleefdheid is een gebrek, eene te groote mate van beleefdheid is een ander. Laat een vreemdeling iets vallen, vlieg er dan niet heen om het op te rapen, ten minste als er geene bijzondere redenen voor zijn. Ten opzichte van dames en oudere of gebrekkige heeren kunt ge niet te gedienstig wezen: maar tegenover mannen van uwe eigene jaren, neemt gij door over-groote gedienstigheid den schijn van onderdanigheid aan en dat staat niet.
Stoot niet ieder onbeleefd op zij, loop geen vrouwen of kinderen omver, vergeet niet alle wetten der beleefdheid om u zelf eene goede plaats in een spoorweg-coupé of ergens anders te ver-
32
overen. Ga bedaard uwen weg; misschien zult ge dan niet zulk eene goede plaats krijgen, maar gij zult u zelf veel beleefder vinden, dan wanneer gij iedereen en alles voorbij dringt, en dat gevoel is toch ook wat waard.
Neem niet meer plaats in beslag in een omnibus, tram- of spoorwagen, dan gij noodig hebt. In dat opzicht zondigen de dames meer dan de heeren. Als men veel gereisd heeft, komt men tot het rekenkunstige besluit, dat de seksen tot elkander staan als zes tot vijf â want in een omnibus, waar plaats is voor zes mannen, kunnen vijf vrouwen nauwelijks ruimte genoeg vinden.
Roep nooit tot medereizigers : âer is geen plaats hier!quot; wanneer dat niet het geval is; door zoo iets te doen, denkt gij meer aan uw eigen gemak.
Komt gij op een concert of in eenen schouwburg, wanneer de uitvoering reeds begonnen is, maak dan zoo weinig mogelijk drukte, anders hindert en ontstemt gij de overige toeschouwers. Kom op tijd en zorg dat ge uwe plaats hebt ingenomen voordat de voorstelling begint. Eigenlijk zoude iedere schouwburg-directeur streng moeten weigeren iemand in de zaal toe te laten, nadat het gordijn opgehaald is; hij zou er zeker 't grootste deel van het publiek eenen dienst meê doen.
Spreek niet gedurende de voorstelling of de uitvoering; gij stoort anderen, die gaarne willen
33
luisteren en dat is heel onbeleefd. Ongelukkig maken zich juist aan dit gebrek gewoonlijk die Klasse van .rnenschen schuldig, die zich op hunne goede manieren bijzonder laten voorstaan.
Sta niet op voor het einde van de voorstelling: dat is eene slechte gewoonte. Het is, voor de echte liefhebbers, zeer onaangenaam de laatste tonen van een muziekstuk of de laatste zinnen van een tooneelstuk geheel te verliezen door het geschuif van stoelen en het openen van deuren; daarenboven is 't beleedigend en grievend voor hen, die, na u een avond van genot verschaft te hebben, toch wel recht hadden op de gewone burgerlijke beleefdheid van uwen kant.
Plaats u op eene tentoonstelling niet vlak voor het stuk, dat het meest de aandacht trekt, en vermijd zooveel mogelijk voor anderen heen te loopen, die de eene of andere schilderij staan te bekijken.
Laat u niet voorstaan op eene kunstkennis die ge niet bezit; menschen die er waarlijk verstand Yian hebben, verkondigen dat zoo luide niet.
V.
IN DE CORRESPONDENTIE.
Maak niet te veel gebruik van briefkaarten. Een kort bericht over zaken kunt ge op een briefkaart schrijven; maar een particuliere mede-deeling op een open kaart moet ge vermijden; in sommige gevallen kan t zelfs beleedigend zijn vqor hem, aan wien gij schrijft, en 't is de vraag of zulk eene kaartbrief wel beantwoord behoeft te worden.
Schrijf geen brieven op gelinieerd of op een slecht soort van papier en neem voor. uwe particuliere correspondentie geen papier uitsluitend voor kantoorgebruik bestemd, en waarop b.v. de naam uwer firma gedrukt is. Smaakvol postpapier wordt beschouwd als een bewijs van distinctie en door smaakvol postpapier moet men verstaan velletjes en couverts van uitmuntende
35
â pp
mm
â
kwaliteit, maar geheel effen. Men kan zijne initialen, zijn monogram of zijn adres er op laten drukken, maar van verdere versieringen moet men zich onthouden.
Zoo ge een brief insluit, ter bezorging aan eenen derden persoon, vergeet dan niet dien te frankeeren.
h
Antwoord op alle uitnoodigingen pf gij ze aanneemt of niet. Laat in 't algemeen geen brief onbeantwoord, en verzuim niet alle beleefdheden en attenties u aangedaan dankbaar te erkennen.
Neem de slechte gewoonte niet aan uwe brieven kruiswijs vol te schrijven: gij maakt ze daardoor onleesbaar.
Vlecht noch in uwe brieven noch in uwe gesprekken te veel vreemde woorden â het is een verkeerd aanwendsel en het klinkt gemaakt. Gebruik in uwe brieven geene aanhalingen in eene vreemde taal, welke hem wien ge schrijft onbekend is; door dat te doen neemt gij den schijn aan van hem uwe meerdere kennis te willen doen gevoelen.
Geef niet te spoedig introductie-brieven aan personen op wier kennismaking zij aan wie de brief gericht is, waarschijnlijk niet gesteld zullen zijn; en val met zulke brieven ook geene menschen lastig, die door hunne drukke bezigheden weinig
36
gelegenheid hebben zich aan vreemdelingen te wijden.
Maak nooit het couvert van eenen introductiebrief toe. Als gij, uit kieschheid, iemand niet, met zijn vol bewustzijn, overbrenger wilt maken van te groote lof schrijf dan een brief p. post.
VI.
IN HET ALGEMEEN.
Berisp uwe kinderen of uwe dienstboden niet, wanneer er vreemden bij zijn. Ontzie hun eergevoel.
Neem kinderen niet mee in gezelschap. Laat ze niet aan tafel zitten, wanneer gij gasten hebt. Dwing anderen niet notitie van hen te nemen. Geef uwe bevelen niet op eenen meesterachtigen toon; spaar de gevoelens van uwe minderen. Gij zult veel beter gehoorzaamd worden, indien dat wat gij van hen vraagt zoo weinig mogelijk op een bevel gelijkt.
Val niemand lastig met uwe huiselijke onaangenaamheden ; met verhalen van uwe weerspannige dienstboden, bij voorbeeld.
Echtgenooten ! spreekt in gezelschap nooit over elkander in afkeurenden zin; geen spotachtige lachjes of hatelijke opmerkingen tegen vreemden over de onhandigheden of zwakheden van uwen 'levensgezel -of gezellin.
Vermaak u nieb ten koste van afwezigen; breng geen lasterpraatjes over en spreek geen kwaad: laten wij er ons toch op toeleggen het goede in anderen op te merken; dan treden van zelf de minder aangename eigenschappen op den achtergrond.
Schat dat wat gij zelf doet zoo laag, en dat wat anderen doen zoo hoog mogelijk.
Wees geen plaaggeest: de neiging om voortdurend kinderen te sarren of honden en katten te kwellen verraadt weinig geest en nog minder hart.
Drijf niet met alles den spot en wees edelmoedig in 't beoordeelen van uwe concurrenten op wetenschappelijk gebied of in zaken. Afgunst op dit punt is eene gevaarlijke eigenschap en 't bewijs van een onedel karakter. Gij moet zóóveel eerbied voor u zelf hebben en zóó hoog staan, dat gij de verdiensten van eenen mededinger eerder te hoog dan te laag stelt.
Leen geene boeken, wanneer gij ze niet dadelijk teruggeeft. In elk geval bederf ze niet; â maak geen ezelsooren aan de bladeren, maak er geene aanteekeningen in. Zorg dat er geene vetvlekken aan 'komen. LeeS ze, maar beschouw ze als vrienden, die ontzien moeten worden.
Wees matig in 't maken van muziek. Uwe buren hebben zenuwen; vervolg hen niet met uwe instrumenten; gun hun nu en dan rust.
39
Neem u voor, tenzij ge een uitmuntend speler zijt, u in gezelschap zoo weinig mogelijk te laten hooren.
Wees niet veeleischend, wees niet zelfzuchtig, wees niet somber en gedrukt als 't u niet meêloopt; wees vooral geen Nurks â één mokker in een huisgezin is voldoende om er de rust uit te verquot; drijven en ieder uit de huiskamer te jagen.
Hebt ge iemand een' vriendschapsdienst bewezen, spreek er dan naderhand zelf noo'it over.
Beroep u niet te licht op goede kennissen, zelfs niet op oude vrienden, wanneer het er op aan komt eene gunst te vragen in naam van die bekendheid of die vriendschap.
Zijt , gij gehuwd, open dan eikaars brieven niet, tenzij het u uitdrukkelijk gevraagd zij bij afwezigheid van den geadresseerde.
Hoffelijkheid moet, naast wederkeerig vriendschappelijk vertrouwen, een voorname factor blij-quot; ven in de gedragslijn die gehuwde lieden volgen moeten.
Laat men u eene handteekening aan het einde van eenen brief 'zien, denk dan niet dat men u daarmee het recht geeft van den geheelen inhoud kennis te nemen.
Bemoei u nooit met de regeling van eens anders huishouden en geef geene welgemeende wenken over de beste wijze om van een bepaald inkomen
4(1
te leven. âMet uw inkomen, waarde vriend, zoudt ge veel meer kunnen doen, ge zoudt nooit in verlegenheid behoeven te zitten en nog geld overhoudenquot; ; dat is eene opmerking, die, in negen van de tien gevallen, voortspruit uit onbekendheid met den stand van de zaken uwer vrienden ; niets is daarbij onbescheidener dan zich ongevraagd te steken in de particuliere aangelegenheden van anderen.
Denk niet, dat, door uw haar lang te dragen, door u excentriek te kleeden en wijde boorden aan te doen, gij den stempel van eenen artist of dichter op uwen persoon drukt.
Omdat gij van ver gevorderden leeftijd zijt, moet gij niet denken, dat gij het voorrecht hebt ongepaste of dubbelzinnige dingen te zeggen, die jonge menschen doen blozen. Het is met den geest als met den goeden wijn: hoe ouder, hoe zuiverder en fijner van smaak. Hoe onaangenaam voor eene moeder om tot hare dochters te moeten zeggen: âLuistert niet naar wat hij vertelt: oude menschen moeten al wat praten.quot;
Wees niet al te oprecht; weet wat gij zeggen en zwijgen moet. Al te oprechte menschen, die er alleS uitflappen, zijn even erg als onbeleefde lieden.
Vraag de menschen niet uit: bespeurt ge dat men ongaarne op eene vraag antwoordt, ga er
41 â¢
dan niet op door; gij zoudt misschien pijnlijke of ten minste onaangename punten kunnen aanraken.
Denk niet, dat alle wenken in dit boekje overbodig zijn; misschien is dat in uw geval waar, van enkele dezer raadgevingen: maar de besten onder ons zijn niet volmaakt, zoo min in manieren als in iets anders.
VII,
BPJ HET UIT-LOGEEREN-GAAN.
Neem de woorden van uwe gastvrouw, wanneer zij u zegt âte doen alsof gij thuis waartquot;, en âhaar huis als het uwe te beschouwen'quot; niet al te letterlijk op.
Blijf ergens niet langer logeeren dan oorspronkelijk | het plan was, behalve wanneer men u dringehd en ernstig daartoe uitnoodigt.
Logeert gij bij vrienden, vermijd dan personen te bezoeken, met wie uwe gastvrouw niet op goeden voet is.
Verzuim niet u op de hoogte te stellen van de regels van quot;t huis, waar gij vertoeft: b. v. of rooken in de slaapkamers, om hoogen inzet spelen, en dergelijke dingen gastheer en gastvromV onaangenaam zijn.
Zorg altijd, dat gij schrijfgereedschap en postzegels bij u hebt; damesi moeten ook haqr naai-gereedschap meenemen; 't leenen van dergelijke kleinigheden moet gij vermijden.
VIII.
IN 'T SPREKEN.
Zondig niet tegen de beschaafde spreektaal. Lees dus boeken van de beste schrijvers en luister oplettend hoe menschen van opvoeding spreken; die beide moeten uwe taalmeesters zijn, want zij leeren u meer dan alle mogelijke dictionnaires en boeken over spraakkunst. ,
Val niet over uwe woorden, bijt ze niet af, slik ze niet in; spreek duidelijk. Spreek niet door den neus, ook niet te schel of te hoog; wees in alle omstandigheden meester over uwe stem; zorg dat uw toon zacht en laag zij, zonder dat gij echter in 't euvel vervalt van te mompelen of te brommen.
Vele menschen houden onder 't spreken hunne lippen en tanden op elkaar geklemd; doe dat nooit; gij maakt het hun tot wie ge het woord richt, onmogelijk u te verstaan.
Gebruik, om uwe verwondering of verontwaardiging te betuigen, geene gewijde taal, geene
44
uitroepingen, waarin de naam van het Opperwezen voorkomt.
Vermijd een aaneenschakeling van bijvoegelijke naamwoorden; wees niet te kwistig met het gebruik van den superlatief; matig uwe vervoering! Zeg niet âprachtig,quot; wanneer iets eenvoudig âmooiquot; is, of âverrukkelijk11 en âuitmuntend,quot; wanneer ge met âprettig11 en âgoedquot; volstaan kunt. Overdreven uitdrukkingen, hetzij in 't spreken of schrijven, zijn nooit een bewijs van goeden smaak.
Vindt ge iets niet mooi of houdt ge ergens niet van, wees ook dan niet te hevig in uwe uitingen; eene jonge dame, die âeen afschuw'1 heeft van rapen en een geel lintje âmonsterlijkquot; vindt, toont dat zij volstrekt niet op de hoogte is van de waarde, die in hare taal aan die bijvoeglijke naamwoorden toegekend wordt.
Spreek niet van ânettequot; menschen, eene ânettequot; opvoeding of een ânetquot; vaasje: zeg welopgevoede of wellevende menschen, eene goede opvoeding, een smaakvol vaasje.
Verwar niet liggen en leggen: leggen heeft eene transitieve, liggen eene intransitieve beteekenis. Dus: ik ging op de canapé liggen, maar ik legde of lei het boek op de tafel, ik heb 't boek neergelegd niet gelegen.
Ziet of hoort ge iets grappigs of iets vreemds,
45
k
noem 't dan niet âleuk1', âuiigquot;, of âraarquot;; van die woorden wordt veel misbruik gemaakt.
Ge kunt iets nooit âvreeselijkquot; prettig, âverschrikkelijkquot; mooi, âijselijkquot; of âergquot; aardig vinden.
Zeg tegen eene dame, die gij niet kent, nooit âdamequot;, maar mevrouw, of juffrouw als.zij zeer jong is.
Welopgevoeden gebruiken, in den toesprekenden naamval het woord âDamequot; alleen in 't meervoud. Ook zegt men, van iemand sprekend, bij voorkeur âeen. vrouw'1, niet âeen damequot;.
Zeg niet Wagnersche of Meyerbeersche muzielj, als ge muziek van Wagner of Meyerbeer bedoelt. Wagnersche muziek is muziek in den trant van Wagner.
Spreek niet van eene Sekretaresse.
Spreek niet van een âgemoedelijkquot; leven in den zin van een gezellig leven. Een gemoedelijk man is een man die een goed hart heeft.
Dagelijks hoort men spreken van âde betrokken personenquot;' of leest men âde betrokken officier is voor den krijgsraad gedaagd;'1 dat zijn uitdrukkingen, die niet te rechtvaardigen zijn: de daarin betrokken persoon of de persoon, wien de zaak aangaat.
Zeg niet een publicist, als gij een journalist bedoelt.
46
«
Gebruik het woord zvrocht, ivrocJUen alleen in den verleden tijd.
Zeg niet: âik ben meerdere dagen uit de stad geweest,quot; voor verscheidene dagen.
Schrijf of zeg niet voorradig in plaats van voorhanden: men neemt geen courant op of men leest er in: opruiming van alle voorradige goederen.
Is eene dame^ wat bijzonder gekleed, dan hoort men al heel spoedig zeggen; âWat kleedt die mevrouw A. zich opvallend; dat is alweer een woord, dat we van de Duitschers geleerd hebben; opval of opvallen zijn geen Hollandsche woorden, dus zeg voortaan: in -'t oog loopend: in sommige gevallen opmerkelijk.
Spreek niet van bijval.
Zeg evenmin: âhij heeft bij dat failliet eenc beduidende som verloren.quot; maar eene veelbeduidende of belangrijke som.
Niet: ik deed het met onwil, voor ik deed het met tegenzin.
Wilt ge aan uwe meid te kennen geven dat zij zuat betreft den geheelen Zondag kan uitgaan; zeg haar dan niet: mijnentwege moogt ge uitgaan. Mijnentwege beteekent in mijn na arm, ten mijnen behoeve.
Schrijf niet: Hij woont te den Haag of te Helder. Men woont in den Haag of aan den Helder.
Zeg niet: ik zou gaarne wenschen, voor ik
* â¦
47
zou wenschen of ik zou gaarne willen: wenschen sluit gaarne reeds in.
Zeg nooit va?i af {van aÆ zijne geboorte of van af het huis,) tenzij ge kunt besluiten er op te laten volgen tot toe. ^
âWij zitten rond de tafelquot; is eene uitdrukking, die veel gebruikt wordt, maar af tè keuren is: 't is een Anglicisme; zeg ovi de tafel of rondom de tafel.
⢠. *
Zeg niet hebt u of bent u: u wordt gevolgd
door* den 3llo,gt; persoonsvorm, dus: u heeft en u is. *
Gebruik in uw spreken geen overtollige n's; -wat klinkt leelijker dan: âtoen durfde-n-ik, toen voelde-n-ik.quot;
Een slecht aanwendsel van vele menschen is ook 't gebruik van mijn voor mij: b. v. âMen heeft u in de Kalverstraat gezien.'1 âMijn?!'\ Eene fout, waarop reeds dikwijls gewezen is en die toch nog onophoudelijk gemaakt wordt, is 't gebruik van luxurieus voor luxueus.
Men heeft aanmerkingen op of bedenkingen tegen een zaak, maar ergens iets op tegen hebben is geen Hollandsch.
Zeg niet bassist voor baszanger of bas: een bassist is iemand die een bas bespeelt.
âWij hebben ons pas gezien of gesprokenquot;, is eene uitdrukking, veel gebezigd door lieden, die
48
zich op hun gemeenzaamheid met het fransch iets laten voorstaan; zeg toch: wij hebben elkaar pas gezien.
Zeg niet: ik heb nog eene bemerking te maken ; dat is onzen Duitschen naburen nagepraat; 't Hollandsche woord is aanmerking of opmerking.
En ten slotte: hoort ge van iemand in een gezelschap eene fout tegen dp taal of de uitspraak, speel dan niet den schoolmeester, door er hem opmerkzaam op te maken en hem te doen blozen; wilt gij er iets van zeggen, doe 't dan wanneer er geen vreemden bij zijn.
IX.
VRIENDELIJKE RAADGEVINGEN AAN DAMES.
Garneer uwe japonnen en verdere kleeding-stukken eenvoudig. Te veel garneersel op het costuum eener vrouw toont een slechten smaak en bewijst onbekendheid met de eerste regelen der schoonheidsleer, die altijd den eenvoud als hoofddeugd voorschrijven: een eenvoud, die geen elegantie uitsluit.
Overlading in elk opzicht moet ge vermijden; laat die over aan menschen van weinig distinctie. Gebruik het woord kleed niet, wanneer ge van uwe japon spreekt. Het is geen Hollandsch; oi' behoort tot den redenaarsstijl. Zeg japon of costuum.
Onderwerp u niet slaafsch aan de mode. Hecht meer geloof aan uw eigen goeden smaak en aan wat uw spiegel u vertelt dan aan wat uwe naaister u in hare hooge wijsheid voorschrijft. Dwing de mode zich te voegen naar uwe persoonlijkheid. Een lange vrouw en eene, die klein van gestalte is, kunnen zich niet ongestraft op dezelfde wijze
50
kleeden; een van haar beiden moet er noodzakelijk onder lijden.
Vergeet niet, dat een gezicht nooit voordeelig uitkomt, wanneer het is blootgesteld aan 't volle ongetemperde zonnelicht. Een hoed moest eigenlijk zoo van vorm zijn, dat het gelaat gedeeltelijk in de schaduw is ; want juist die teere, zachte tinten, die zich in de oogen weerspiegelen en langs de wangen spelen, schenken aan de schoonheid der vrouw hare grootste charmes. Zet de mode u den hoed achter op het hoofd, verzet u tegen haar; beveelt ze u uw hoed op den neus te dragen, weiger dan toch het slachtoffer harer heerschzucht te zijn.
.Draag in huis nimmer verschoten of gevlekte japonnen of verlepte lintjes en strikjes, nooit iets dat niet netjes of helder is. Kom aan 't ontbijt in een frisch, lief japonnetje, fleurig, zacht van kleur, aangenaam voor de oogen â juist als eene pas geplukte bloem.
Bedenk dat ge' u kleeden moet voor 't genoegen uwer huisgenooten, die u gaarne bewonderen 'willen, indien ge hun een smaakvol ge-kleede vrouw te aanschouwen geeft.
Draag noo t ringen aan uw wijsvingers. Eenige welgekozen ringen staan overigens quot;sierlijk en ver-hoogen de schoonheid van de hand, maar te veel ringen misvormen haar en 't in het oog loopende van
51
zulk eene tentoonstelling is bijzonder weinig gedistingeerd. En wat moet men wel zeggen, wanneer zulke met ringen bedekte vingers eens veel te zeldzaam kennis maken met water en zeep?
Draag geen oorbellen, die door hunne zwaarte uw oor uit 't fatsoen trekken. Een goed gevormd oor is een sieraad; een dat misvormd is dooide versierselen, die men er in aanbrengt, is leelijk om aan te zien.
Draag overdag geen diamanten, vooral niet op straat; bewaar ze enkel voor gelegenheden, waar gij bepaald âgekleedquot; moet zijn en dan nog: geen overdaad!
Wacht er u voor uwe natuurlijke bekoorlijkheden te verhoogen door het gebruik van de verfdoos. Frissche lucht, beweging, een bad in den morgen en goede voeding, die alle schenken den wangen, de eenige tint die behagen kan, die der natuur.
Eet niet te veel gebak of suikergoed; denk aan uwe tanden.
Spreek niet in hooge, schrille tonen. Uw stem zij zacht en liefelijk. Denk aan 't gezegde van Shakespeare, dat een algemeen erkende waarheid uitdrukt: Haar stem was immer zacht, stil en liefelijk â een uitmuntend iets in eene vrouw.
Lees niet enkel romannetjes. De meeste vrouwen geven aan dat soort lectuur te veel tijd.
52
Goede romans zijn goed op hun tijd; maar hoe kunnen vrouwen verwachten de gelijke van den man te zijn op het gebied van 't verstandsleven,. wanneer zij haren geest enkel voeden met zulken lichten weinig degelijken kost.
Ge moet niet, telken keer als ge in 't publiek eene vriendin ontmoet of afscheid van haar neemt, elkaar omhelzen en kussen. Onthoud dat zulke uitbundige betuigingen van genegenheid in 't openbaar, van slechten smaak zijn.
Gebruik geen lieve woordjes, wanneer gij ze niet meent. Het woord âlieve1' is in den mond van sommige vrouwen eene variatie op de spelling van ânaar schepselquot;.
Wanneer ge eene visite maakt, moet ge niet voortdurend praten over heengaan, telkens voorstellen om op te staan en dan toch, per slot van rekening blijven zitten. Zijt ge besloten te vertrekken, zeg 't dan en neem afscheid.
Laat het afscheidnemen ook niet zoo oneindig lang duren. De vrouw, die boven aan den trap al met vaarwel zeggen begint, er mee doorgaat tot aan de deur en dan nog eens in eene herhaling vervalt, brengt den man, die haar vergezelt, hij moge haar echtgenoot of haar aanstaande zijn, tot wanhoop. Dus, dames, denkt er aan, zegt eens of tweemaal vaarwel en daarmee uit.
Vergeet niet hem, die u zijne plaats in den
53
spoorweg-coupé of in den tramwagen aanbiedt of die de beleefdheid heeft uw kaartje aan den conducteur door te geven met een woord of een blik, te bedanken. Een vriendelijk woord van dank uit den mond eener vrouw is eene ruime belooning voor elke moeite, die een man zich in zulke gevallen geeft en voor elke opoffering, die hij zich getroost.
Zorg er voor uwe parasol of parapluie, wanneer ze gesloten zijn, zoo te houden, dat de oogen van hen, die u naderen, geen gevaar loo-pen. En leg ze ook nooit, wanneer gij u hetzij in den trein, hetzij in den tram of omnibus bevindt zoo, dat zij den ingang versperren en hen, die eenigszins haastig binnenkomen, doen struikelen.
Spreek vooral niet luid op publieke plaatsen, 't Is best mogelijk dat een ingetogen, stille manier van zich te gedragen uit de mode is, maar geloof me: het is en blijft eene groote aaritrekke-lijkheid in eene vrouw.
Maak geen hatelijke aanmerkingen. Het is waar, dat de zachtmoedigheid van eene vrouw dikwijls op zware proef gesteld wordt door alles wat ongevoelige, ruwe mannen haar doen lijden, en zij verdient daarvoor bewondering, maar toch sommige vrouwen â en soms â laten we het maar niet neerschrijven.
Wend geen vroolijkheid voor, wanneer gij die niet voelt en jonce dames, gichel niet voortdu-
54
rend. Beantwoord een geestig gezegde of een grap met een glimlach, dat is voldoende. Er zijn jonge dames, die eiken keer, dat zij lachen, haar gezicht in hare handen verbergen of eene dergelijke dwaasheid vertoonen en tot wie we wel zouden willen roepen; laat toch die kunsten! Wandelt ge tusschen twee heeren in, geef dan nooit beiden een arm.
Lach niet en spreek niet luid, wanneer gij in de kerk zijt.
Zoo ge een diner geeft, vraag dan nooit meer gasten, dan ge gemakkelijk plaatsen kunt. Te veel menschen aan tafel beletten 't voeren van een algemeen gesprek, iets dat juist zoo aangenaam zijn kan en een te groot gezelschap beneemt niet alleen dikwijls het genoegen aan uwe vrienden, maar is ook een last voor hen, die moeten dienen.
Toon u niet beleedigd omdat uwe vriendin u niet eiken keer, dat zij een partijtje geeft, inviteert. Hare genegenheid voor u behoeft daarom nog niet verminderd te zijn, immers het is mogelijk, dat zij maar een bepaald aantal menschen kan plaatsen en dat zij nog vele andere vrienden heeft, die zij gaarne bij zich ziet.
Verwacht niet, wanneer gij in een winkel iets koopen wilt, dat gij 't goedkooper zult krijgen door er aanmerkingen op te maken of door te
55
vertellen, dat gij het elders voor minderen prijs gezien hebt. De winkelier is gewoon aan zulk soort van kunstjes en zal u het artikel er geen cent minder om geven; of indien hij al voorgeeft het te doen, dan zal hij zijn toevlucht nemen tot eene praktijk, die sommige weinig nauwgezette winkeliers er op nahouden, en u behendig iets in de hand stoppen, dat er op 't oog 't zelfde uitziet, maar dat van minder kwaliteit i?.
Zoo eene kennis u een voorwerp laat zien, dat zij gekocht heeft en er u den prijs bij noemt, roep dan niet dadelijk: âHoe duurl Zooveel zou ik er nooit voor betaald hebben.'quot; Dat beteekent met andere woorden hetzelfde, als dat ge uwe kennis in vergelijking met u zelf heel onervaren en dwaas vindt.
Vraag nooit naar den prijs van de nieuwe japon, die uwe vriendin draagt
Stel de beleefdheid en het geduld van winkelbedienden niet op te zware proef, door hen eene menigte voorwerpen te voorschijn te laten halen, die gij toch niet van plan zijt te koopen.
Wanneer gij eene visite maakt, vertel dan toch geen wonderen van de knapheid en braafheid uwer kinderen. Men zal heel beleefd naar u luisteren, maar uwe toehoorders zullen toch waarschijnlijk hunne eigene kinderen veel knapper en braver vinden, ze zullen er zich later vroolijk
56
over maken, dat gij de uwe zulke modellen vindt en ze zullen elkaar vertellen, dat uwe wonderkinderen heel gewone schepseltjes zijn.
Ook van uwe volwassen dochter moet ge niet, zelfs in vertrouwen aan al uwe vrienden zeggen, dat zij de âbellequot; van den avond op dit of dat bal geweest is. Twaalf moeders op zijn allerminst vertellen juist hetzelfde van hare dochters.
Wanneer uwe vriendin een boek leest dat gij kent, gaat haar dan niet, tenzij zij er om vraagt, den afloop van de geschiedenis en de ontwikkeling der karakters vertellen. Gij toont dan wel het boek gelezen te hebben, maar ge bederft haar genoegen, en de schrijver zou haar het verhaal zeker beter verteld hebben, dan gij het doen kunt.
Zorg dat uwe gesprekken, die, al loopen zij over minbeduidende zaken, toch aardig kunnen zijn, niet te alledaagsch zijn en niet voortdurend over menschen handelen.
Het kan hun, met wie gij babbelt, niet in 't minst interesseeren te vernemen, dat gij mevrouw die of die met hare dochters ontmoet hebt; personen welke zij misschien niet eens kennen, en van wie gij hun dan lang en breed vertelt, hoe zij gekleed waren.
Maak u nooit schuldig aan kleingeestige mi lage daden, vooral niet tegenover uwe dienstboden of hen, die uwe minderen zijn.
57
Kies tot uw motto: Noblesse oblige: dat predikt u eerbied voor u zelf en zal u verhinderen ooit tegenover wien ook onverschillig in welke omstandigheden, anders te handelen dan eene vrouw van goeden stand betaamt.
Verwacht niet van uwe dienstboden (meestal meisjes, die het voordeel van eene goede opvoeding hebben moeten ontberen), dat zij zich immer voorbeeldig zullen gedragen, dat zij minder dan gij zelf aan hun humeur zullen toegeven en dat zij minder dan gij neiging zullen hebben om zich netjes te kleeden, wanneer zij er gelegenheid toe vinden. Toon dat er gegronde redenen zijn, wanneer gij u laat voorstaan op uwe betere zedelijke opvoeding, door toegevend te zijn voor de zwakheden van andere menschen en door rekening te houden met de omstandigheden.
Moedig uwe dienstboden niet aan u al de praatjes over te brengen, die zij, door de meiden van anderen, omtrent uwe buren of kennissen, vernomen hebben en toon uwe verontwaardiging, zoo gij bemerkt, dat zij van uw eigen huishouden gebabbeld hebben bij vreemden.
Twijfel niet aan de bewondering die de samensteller van dit boekje voor de vrouwen koestert.
De maatschappelijke tekortkomingen der vrouwen zijn inderdaad luttel, wanneer men ze vergelijkt bij die der mannen; maar de enkele
58
waarschuwingen, die hier zijn neergeschreven^ zullen misschien blijken niet geheel onnoodig te-zijn; zij worden gegeven zonder eenige onvriendelijke bedoelingen en met den diepsten eerbied, voor haar aan wie ze gericht zijn.
PERRY amp; Cl,
95 en 97 Ealveïstraat
AMSTERDAM,
filialen: AKMEM en s GRWEWUGE.
Vraag uitgebreitle, géillustreenle prijscourant van b'm:iea y ,m ti f #t-:x.
Speciale prijscouranten van
KOFFERS â TASSCHEN KRICKET â CROQUET LAWNTENNIS â FOOTBALL en BADARTIKELEN, als: BADLAKENS â BA 1)H ANDSCHOENEN BADMUTSEN â 'EADKÃIPEN SPON SEN ZAKKEN
SPONSEN.
⢠,
PERRY amp; G0.,
95/97 Kalverstraat, AMSTERDAM.
--
/â
r-
INHOUD.
Bladz.
I. Aan tafel..........3.
II. Over kleeding en persoonlijke gewoonten .........12.
III. In gezelschap...........18.
IV. In 't publiek.........28.
V. In de correspondentie.....34.
VI. In het algemeen.......37.
VIL Bij het uit-logeeren-gaan .... 42.
VIII. In 't spreken........43.
IX, Vriendelijke raadgevingen aan dames. 49.