r ^r \ â â p gt; quot;ti ;x r 11 T i ' C1 r* 't p
iJ-i t ^ i Ki. *i i I
b/ %
Het Utrechtsch
PA ARDEN-STAMBOEK.
15 jVIaart 1890â1 Januari 1898.
Bibbotbeefc de» Rijksuniversiteit te Utrecht Afd. Diergeneeskunde
Typ. J. VAN BOEKHOVEN, Utrecht.
%
INHOUD.
Bladz.
Bestuur en Keuringscommissie vau het Utreclitseh Paardeu-Stamboek . . 5
Statuten van de verecniging âhet Utreclitseh Paarden-Stamboekquot;. ... 7
Bepalingen omtrent de Inrichting en Inschrijving der Stamboeken en Kegisters van het. Utreclitseh Paarden-Stamboek..........]5
Geschiedkundig Overzicht der maatregelen, welke in den loop der tijden, in de provincie Utrecht genomen zijn, tot verbetering van het
Paardenras...........................21
Bijlage..........................................................39
Bock I. Hengsten....................⢠. . . 47
Boek 1]. Merriën..............................................'gt;7
VOORBERICHT.
Exemplaren van deze aflevering zijn, zoolang de voorraad strekt, te bekomen bij den heer Secretaris-Penningmeester. G. C. D. Baron van Harden broek van Lokhorst te Jutfaas, voor f i.50. franco door Nederland f 1.65.
Het Bestuur van het Utreehtsch Paarden-Stamboek bestaat uit de Heeren:
C. J. Hacke vax Mijnden, te Utrecht, Voorzitter 'j.
Jtir. ,T. van den Bosch, te Utrecht ').
J. W. Vernooij, te Cothen.
C. J. Kneppelhoüt van Sterkenbi:rg . te Driebergen.
Jhr. H. Bosch van Drakestein van Nieuw-Ameliswaard -).
te Vechten.
Luit' H. van Soetekjieer Vos, te Utrecht.
G. C. D. Baron van Hardenbroek van Lookhorst, te Jutfaas, Secretaris-Penning meesier.
De Keuringscommissie bestaat uit de Heeren:
B. hkn Oiden. te Opijnen.
W. Beker . te Brammen.
Kapt. J. II. Knel, te Utrecht.
.1. vax Baal. te Buren.
M. G. de Bruix. te Utrecht.
Luit1 H. vax Soetermeee Vos. te Utrecht.
') Treedt volgens rooster in 1S98 af.
2) Is 5 ;Februari 1898 tot voorzitter gekozen; met dezen datum zijn iu plaats van de aftredende leden iu het bestuur gekozen de heeren:
Kapt. J. TT. Knel te Utrecht en J. de Goeij te Houten.
Statuten van de Vereeniging
âHET UTRECHTSCH PAARDEN-STAMBOEKquot;.
Goedgekeurd hij Koninklijk Besluit van 25 Septemhe)' 1890 Ar0. 30.
Artikel 1.
De Vereeniging heeft ten doel liet aanleggen, bijhouden en in druk uitgeven van stamregisters voor paarden, en bevordert al hetgeen tot verbetering van het paardenras in de provincie Utrecht strekken kan.
8
Art. ±
De Vereeniging is opgericht den 15 Maart 1890 en vangt hare werkzaamheden aan. zoodra de Koninklijke goedkeuring op de Statuten is verkregen.
De zetel der Vereeniging is gevestigd in de gemeente Utrecht.
Het Vereenigingsjaar loopt van 1 Januari tot ultimo December.
Art. 3.
De Vereeniging bestaat uit:
u. gewone leden, en b. leden-begunstigers.
Art. 4.
De jaarlijksche contributie der gewone leden bedraagt /' 2.5Ã. Begunstigers zijn die leden, welke zich verbinden voor eene jaarlijksche contributie van minstens /' 10.â.
Art. 5.
Jaarlijksche bijdragen ol' schenkingen in eens van maatschappijen. vereenigingen, collegies, genootschappen en hunne afdeelingen of particulieren, enz., kimnen dooi' het bestuur der Vereeniging worden aangenomen, doch geven geene rechten, toegekend aan de gewone leden en leden-begunstigers, met uitzondering van het in artikel 0 bepaalde.
Art. 6.
De gewone leden en leden-begunstigers, evenals de in artikel 5 genoemde maatschappijen, enz., ontvangen van alle gedrukte stukken der Vereeniging één exemplaar gratis, zoo zij hiertoe hun verlangen aan het bestuur kenbaar maken, en het bestuur dit in het belang der Vereeniging acht.
O
Art. 7.
Zij. die gewoon lid of lid-begunstiger wenschen te worden, melden zich daartoe schriftelijk aan bij den Secretaris der Vereeniffino'.
O O
Art. 8.
De contributiën der gewone leden en leden-begunstigers worden door den Penningmeester der Vereeniging voor den lcn Maart van ieder loopend jaar geïnd.
Tusschentijds toetredende leden betalen onmiddellijk bij de aangifte de geheele contributie over liet loopende jaar aan den Penningmeester der Vereeniging.
Opzegging van bet lidmaatschap moet vóór of op den 1⢠November geschieden aan den Secretaris der Vereeniging.
Bij gebreke dezer opzegging is men verplicht do contributie voor liet volgend jaar te voldoen.
Art. 9.
Alle brieven en stukken worden aan den Secretaris der Vereeniging opgezonden.
Art, 10.
Elk lid heeft het recht. om iu eene algemeene vergadering der Vereeniging zoodanige voorstellen te doen, als hem, ter bevordering van het doel der Vereeniging, noodig schijnt. Deze voorstellen moeten, om onder de punten van beschrijving te worden opgenomen, minstens ééne maand voor de algemeene vergadering bij den Secretaris der Vereeniging zijn ingekomen.
1Ã
Art. li.
Het bestuur der Vereeiiiging bestaat uit zeven leden / gekozen door en uit de leden der Vereeuiging, en regelt onderliug zijne werkzaamheden.
Art. 12.
De leden van liet bestuur worden benoemd voor den tijd van zes jaren.
Zij aanvaarden hunne betrekking met den l⢠Januari van het jaar waarin en waarvoor ze voor het eerst zijn benoemd. Om de twee jaren treden twee of drie leden van het bestuur af.
De rooster der aftreding wordt tusschen de leden door het lot geregeld.
De aftredende leden, met uitzondering van den Voorzitter en den Secretaris, zijn gedurende twee jaren niet herkiesbaar.
Art. 13.
liet bestuur draagt zorg voor de stipte naleving der Statuten en andere bepalingen en reglementen, dooi' de Ver-eeniging vastgesteld, en behartigt hare belangen, zoowel in als buiten de provincie Utrecht.
Art. 14.
Het stemmen over personen geschiedt met gesloten brief jes en bij niet meer dan twee vrije stemmingen.
Niet- of niet behoorlijk' ingevulde stembriefjes worden bij de bepaling der meerderheid afgetrokken van het getal der uitgebrachte stemmen.
Wanneer bij de tweede vrije stemming geene volstrekte
II
meerderheid is verkregen, heelt eene herstemming plaats tusschen twee of meer personen, die de meeste stemmen bekwamen.
Verkrijgen twee of meer personen bij de eindstemming een gelijk aantal stemmen, dan beslist het lot.
De vergadering beslist bij volstrekte meerderheid van stemmen, (uitgenomen in die zaken, waarover nadere bepalingen in deze Statuten voorkomen) der in de vergadering tegenwoordig zijnde leden over voorstellen, op liet convocatie-biljet voorkomende.
Voorstellen, die niet op het convocatie-biljet voorkomen, kunnen niet behandeld worden, tenzij daartoe met der aanwezige leden wordt besloten. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen.
Aht. irgt;.
De Vereeniging vergadert minstens tweemalen in het jaar.
Het bestuur heeft het recht meerdere algemeene vergaderingen uit te schrijven.
De oproeping tot alle vergaderingen heeft minstens acht dagen te voren schriftelijk plaats, met opgaaf der te behandelen punten.
Spoedvereischende zaken, ter beoordeeling van het bestuur, kunnen dit in de tijdsbepalingen doen afwijken.
Arï. 1(3.
In de maand Januari wordt eene algemeene vergadering gehouden, ter bespreking van het doen van voorstellen ter opname onder de punten van beschrijving, voor de algemeene vergadering in de maand .Mei.
In de maand Mei wordt de rekening en verantwoording
12
van het vorige jaar op eeti algemeene vergadering vastgesteld, nadat die door een commissie van drie leden is onderzocht.
Deze commissie wordt in de algemeene vergadering van de maand Mei door en uit de aanwezige leden der Vereeniging benoemd.
In de algemeene vergadering van de maand Januari heeft, zoo noodig, tevens plaats de verkiezing van leden van liet bestuur.
In door overlijden of' bedanken tusschentijds opengevallen plaatsen in het bestuur wordt in de eerstvolgende algemeene vergadering voorzien, en treedt de nieuw gekozene in de plaats van zijnen voorganger.
Art. 17.
De benoeming van Commission geschiedt door de vergadering, op voordracht van het bestuur, uitgezonderd de inartikeHG dezer Statuten genoemde Commissie en die Commissiën, omtrent welker benoeming in eenige bepaling of reglement der Vereeniging uitdrukkelijke voorschriften voorkomen.
Art. 18.
In deze Statuten wordt geene wijziging gemaakt, dan die in eene voorgaande algemeene vergadering is voorgesteld, op het convocatie-biljet is vermeld, en bij meerderheid van % der aanwezige leden is aangenomen, onder voorbehoud der nadere Koninklijke goedkeuring.
Art. 19.
De Vereeniging wordt aangegaan voor den tijd van 20 jaar en zal niet kunnen ontbonden worden, dan bij een â op
13
cene expresselijk daartoe belegde algemeene vergadering â genomen besluit met der uitgebrachte stemmen. Bij ontbinding worden alle eigendommen der Vereeniging het eigendom van het Genootschap voor Landbouw en Kruidkunde te Utrecht, met inachtneming van art. 1702 Burgelijk Wetboek.
BEPALINGEN
OMTRENT DE
Inrichting en Inschrijving der Stamboeken en Registers
VAN
HET UTRECHTSCH PAARDEN-STAMBOEK,
Art. 1.
Het doel van liet Utrechtscb Paarden-Stamboek is het vormen van een ras, dat liet meest geschikt is om in ile provincie Utrecht te worden gefokt.
Art. II.
Het type van dit ras is: een middelmatig groot, goed gebouwd koetspaard met goede gangen, tevens geschikt voor het landbouwbedrijf in deze provincie.
Art. III.
In het stamboek kunnen worden ingeschreven: hengsten en merriën behoorende tot het in art. IT genoemd type en voldoende aan de volgende eischen:
a. warmbloedig;
h. vrij van. voor de fokkerij nadeelige, erfelijke gebreken;
10
c. van een lioogte (met inbegrip van l c.M. voot' de dikte van het ijzer):
voor hengsten van 1.50 .\i. tot 1.04 .M.
» merriën » 1.54 » » i.02 »
De hoogte gemeten onder een galg op het hoogste punt van den schoft.
Art. IV.
Paarden eenigszins afwijkende van het bovenbeschreven type kunnen slechts dan worden ingeschreven zoo op goede gronden mag worden verwacht, dat zij tot verbetering of veredeling van het ras kunnen bijdragen.
Art. V.
Het Utrechtsch Paarden-Stamboek wordt tweeledig gehouden:
1quot;. Het geschreven stamboek, tabellarisch- en in i'egister-vorm, bestemd ter aanwijzing der afstamming.
1quot;. Het stamboek, hetwelk bij afleveringen in druk wordt uitgegeven en behalve het hierboven in sub 1° genoemde. bevat al wat door het bestuur der vereeniging, geacht wordt openbaar te moeten gemaakt worden, henevens voor zoover mogelijk de veranderingen, die sedert de laatste aflevering met de in het stamboek voorkomende paarden hebben plaats gehad.
Van dit boek blijft een dooi' den Voorzitter gewaarmerkt exemplaar in het archief bewaard.
Van eerstgenoemd boek kunnen de eigenaars der ingeschreven paarden, leden der vereeniging, uittreksels, boven het inde laatste alinea van Art. IX dezer bepalingen genoemde afschrift, bekomen bij den Secretaris tegen betaling van / i. - pei paard en per uittreksel.
17
Art. VI.
Het stamboek wordt gesplitst in drie deelen, als:
1°. Hengsten, Boek I. H.
2(). Merriën, Boek 11. M.
3quot;. Veulens, wier beide ouders iu de hierboven vermelde stamboeken voorkomen; Boek III. V.
Auï. VII.
Al deze boeken worden gefolieerd, op alle bladzijden gekant-teekend en gewaarmerkt door den Voorzitter der vereenüdno-.
^ O O
Art. Vlll.
Op den lstcquot; Januari van ieder jaar worden de stamboeken , in artikel II vermeld, door hem, die ze heeft gehouden, afgesloten . en wordt van die boeken voor den lst''n Maart daaraanvolgende een alphabetisch register opgemaakt en in liet registerboek ingeschreven, houdende de namen, voornamen en woonplaats van hen, van wie in het afgeloopen jaar paarden in het boek zijn opgenomen, met verwijzing daarachter naar het deel waarin, de bladzijde waarop en het nummer, waaronder voormelde paarden staan opgeteekend.
Art. IX.
De inschrijving geschiedt in de Stamboeken door den secretaris der vereeniging volgens de opgaven van de keuringscommissie.
Dadelijk na de inschrijving zendt de secretaris afschrift daarvan aan den eigenaar.
2
18
Art. X.
Dg inrichting en redactie van het in druk uit te geven stamboek wordt floor liet bestuur der vereeniging vastgesteld.
Aut. XI.
liet bestuur draagt zorg voor de noodige publiciteit der in het Stamboek ingeschreven hengsten, namen der eigenaar dezer hengsten en plaatsen, waai- de hengsten gestationeerd zijn.
Art. XII,
De prijs van het in druk verkrijgbaar te stellen Stamboek wordt door het bestuur vastgesteld.
Art. XIII.
De afstammelingen van in het Stamboek voorkomende paarden worden in de daarvoor bestemde veulensboeken niet opgenomen, tenzij de navolgende bepalingen zijn nageleefd.
Hij, wiens in het Stamboek voorkomende hengst eene daarin mede-opgenomene merrie heeft besprongen, geeft aan den eigenaar daarvan een door hem onderteekend bewijs, volgens een dooi- het bestuur vastgesteld formulier.
Binnen zeven maanden na den sprong, als de menie draagt, zendt de eigenaar vorenstaand bewijs aan den secretaris der vereeniging, met verklaring, dat zijne merrie van voormelden sprong drachtig is.
Uiterlijk binnen de twee maanden na de geboorte, zendt de eigenaar aan den secretaris der vereeniging nadere opgaven omtrent soort en kenteekenen van het veulen, met verzoek van inschrijving in het daarvoor bestemde boek.
Wanneer aan deze voorwaarden niet is voldaan, is het ter
19
beoordeeling van het bestuur, of het veulen al dan niet kan ingeschreven worden, echter slechts zoolang het veulen nog zoogenaamd hij de merrie is.
ART. XIV.
Alléén leden der vereeniging: «het Utrechtsch paarden-stamhoek» of zij, the bij goedkeuring van hun paard lid worden, kunnen de paarden, waarvan zij eigenaars zijn, in de stamregisters der vereeniging doen inschrijven.
Art. XV.
Jaarlijks hebben minstens twee keuringen plaats, welke van te voren zullen bekend gemaakt worden.
Tijd en plaats voor de keuringen worden door het bestuur bepaald, terwijl nog acht dagen voor de uitgeschreven keuring-de aanvragen tot inschrijving bij den secretaris inkomen.
Aanvragen om een buitengewone keuring moeten schriftelijk aan den secretaris worden gedaan. De kosten van deze keuring-zijn voor rekening van den aanvrager.
Art. XVI.
De secretaris houdt aanteekening van alle ingekomen stukken , in een â - dooi' het bestuur vast te stellen â register en zendt vier dagen voor iedere keuring afschrift van de ingekomen aanvragen aan den voorzitter.
Art. XVII.
Het bestuur benoemt telken jare eene commissie van drie of vijf leden, welke onderzoekt, of het paard, waarvan de opname gevraagd is, alle eigenschappen bezit, om in het stamboek te worden opgenomen.
20
De commissie besluit onmiddellijk, na atloop van het onderzoek, tot al of niet opname en zendt des verlangd van dat onderzoek een schriftelijk verslag aan den secretaris.
Dadelijk na de goedkeuring tot inschrijving worden de paarden der leden gratis ingeschreven en kunnen alle ingeschrevene paarden van het door het bestuur vast te stellen merk der vereeniging voorzien worden.
Bij voorkomende geschillen, beslist het bestuur der vereeniging in het hoogste ressort.
De leden der keurings-commissiën ontvangen reis-, verblijf-en bureau-kosten, of eene vergoeding, ter beoordeeling van het bestuur.
Art. XVIII.
Blijkt het, dat op eenigerlei wijze misleiding bij de opneming-van een paard of de vermelding van de afstamming der veulens heeft plaats gehad, dan kan het dier, waaromtrent onjuiste inlichtingen of opgaven zijn verstrekt, geschrapt worden en den eigenaar het lidmaatschap voor het stamboek ontzegd worden.
Art. XIX.
Het maandblad «Het Paard» is het ofiicieel orgaan van de Vereeniging «liet Utrechtsch Paarden-stamboek.»
GESCHIEDKUNDIG OVERZICHT der maatregelen, welke in den loop der tijden, in de provincie Utrecht genomen zijn, tot verbetering van het Paardenras.
In bijna alle staten van het beschaafde deel van Europa vindt men gedurende de laatste drie eeuwen bepalingen en wetten op de paardenfokkerij. Het oudste reglement op de paardenfokkerij, dat in zekeren zin dus als een aanleiding tot het ontstaan van latere bepalingen is te beschouwen, vindt men terug in een edict van Hendrik VlII van Engeland, die in 15'35 aan de eigenaren van een bepaalde uitgestrektheid grond de verplichting oplegde, hun meniën alleen door hengsten van een zekere hoogte te laten dekken. (Bill for Hie increase of horses). Van af dien tijd ziet men, dat bijna alle regeeringen in reglementeering van dezen tak van veeteelt een waarborg zochten voor de verheffing der paardenfokkerij, hetzij uit een handels-of wel uit een militair oogpunt.
De losse band der Unie van Utrecht, welke de souvereine provinciën samenbond, is de oorzaak, dat men voor ons vaderland tot het jaar 1795 voor elke provincie afzonderlijk een stel wetten vindt. Na den korten tijd van groote centralisatie van gezag, die de Bataafsche Republiek en het Koninkrijk Holland kenmerkten, ziet men wederom aan bet
22
provinciaal bestuur grootendeels de behartiging van de belangen der paardenfokkerij opgedragen, iets wat tot bijna op onze dagen toe is gehandhaafd.
De eerste maatregelen tot verbetering van het Utrechtsch paardenras, dateeren van 27 Augustus 1(335 en 31 Maart 1G37 toen âFrederick Henrick, bij der Gratie Gods, Prince van Orange Nassau, Erfstadhouder, mitsgaders de Stalen van den Lande van Utrechtquot;, een placcaat âarresteerden'quot; en later âcorrigeerden en awplieerdenquot; met dezen aanhef:
âallen den geenen, die desen sullen sien, of te hoeren lesen, salut. Alsoo wij bevinden dal die paarden in den lande van Utrecht dagelijks meer verargeren, vermits de huysluyden ten platte lande, sonder ordre met haar twee- en driejaarigc voolen hare merriepaarden leden dekken, xoaarvan niet clan onbequame, onsterke en laffe â paarden voortkomen, en die generatie van goede paarden t'eenemale bedorven wordt, tot nadeele ran voorz. huysluyden, ejroote ondienst van de Paarde-marekten van de Stad, stede en Lande van Utrecht, en jegens de reputatie, die de Provincie van Utrecht in 't fokken van goede paarden van ouds gehad heeft, soo is 't dat wij daar inne willende voorzien, hebben geordonneert ende gestcdueert, 0] clonneeren en slatu eer en, mits dese de poind en en articulen hier na volgende.quot;
Die âarticulenquot; zijn zeventien in gelal; primo werd aan de dorpen de verplichting opgelegd, om naar mate van het aantal merriën 2, 3 of 4 hengsten te koopen, terwijl ook een of twee van de ânotabelste ingezetenenquot; als hengstenhouder mochten optreden. Al deze hengsten moesten 5 hoogstens 14 jaar oud zijn en gekocht worden met âkennisse van Ambachtsheer, Schout en gerecht van elcke plaatse. Voorz. spring-hengsten moesten hebben gi oole klare oogen, niet maanoogig, ncch blind uyt'er natuure, ofte dat se van selfs gekregen
23
hebben, niet dirk van kaken, niet scheidoorig, niet speckhalsig, niet c/root van hooft, of te slim van beenen, noch gallen, noch overhoeven, noch spaeyen, noch leesten, noch langlijvig, noch die eenig ander g eb reek hebben, dut die voolen, die daar af komen hinderlijk ofte schadelijck sonde mogen wesen, maar dat men sal verkiesen (,soo veel doenlijck is) frissche hengsten-poarden, die mei besneden van hals en kop zijn, goed van mond en wel vem draf.''''
Al deze dorpshengsten moesten tweemaal 's jaars (i Maart en i October) te Utrecht op het Vredenburg gekeurd worden âbij onse Gedeputeerden ofte Gecommitteerdenquot;.
Met boete werd bedreigd hij, die zijn merrie door andere dan de dorpshengsten liet âbedekkenquot;, die tweejarige voolen met andere merriepaarden liet ivijenquot;, terwijl het wegblijven van de hengstenkeuring, of' het verkoopen van een hengst zender consent respectievelijk met een boete van 50 en 300 Carolusgulden werd bestraft.
Het dekgeld bedroeg zes gulden en geen hengst mocht meer dan driemaal per dag dekken.
Intusschen trachtte men niet alleen door straffen, maar ook door premiën de fokkerij te verhelfen; zoo werd bij âpublicatie van de Heeren Gecommitteerden van de Edel Mogende Heeren Staten van den Lande Utrechtquot; d.d. 9 April 1040 op âhet vertoonen van den besten springhengstquot; een premie van 100 gulden gesteld; de tweede en derde prijswaardige hengst werd met 70 en 25 gulden beloond.
De moeielijke dagen van lü72, toen bijna het geheele Sticht door de Franschen was bezet, schijnen voor de paardenfokkerij aldaar niet gunstig geweest te zijn, want kort daarna (20 Januari 1075) vaardigden de Erfstadhouder Willem Henrick en de Sleden opnieuw een placcaat en ordonnantie uit, daar de Franschen, door het medenemen van de beste
24
paarden, de fokkerij gevoelig geknakt hadden. Dit placaat is bijna woordelijk gelijk aan dat van 1635, verscherpte alleen enkele straffen met ..met verbeurte van 't vool en merriequot;, en schreef verder voor, dat bij de bovengemelde groote keuring op liet Vredenburg âdie geene, dewelke den heden hengst ten voorsz. respective tijden ende plaatse kan vertoonen, een premie sal genieten van tien pond Vlaams, sullende het-selve staan ter arbitrage van de Heer en Or dinar is, Gedeputeerden , ofte hare gecommitteerden.quot;
Een Nader-ordonnantie op het houden van keur- ofte spring-hengsten vnn 12 January 1691 verdeelde: ,//e geheele Provincie in sekere Districten, waarin sal ojte sullen luorden aangesteld sekere Persoon ofte Personen, dewelke met Seclusie van allen anderen, sullen houden Keur- ofte Springhengsten.quot; De jaarlijksche Keuring werd bepaald op half Februari, terwijl voor 24 Juni geen hengst mocht verkocht worden.
Hetzij dat aan deze reglementen niet de hand werd gehouden, hetzij dat ze onmachtig waren om de fokkerij in het goede spoor te houden, zeker is het, dat de Staten âondervindende het gioot verval, dat in deze provincie gekomen is in het aanfokken van goede, sterke en ivelgemaaktc paardenquot;, op 31 Juli 1776 een nieuwe ordonnantie uitvaardigden, waarop ze reeds het volgende jaar een ampliatie gaven, daar er âvele practijken in hel werken gesteldquot; werden om âde ge-qualificeerde Houders van Keurhengsten voorbij te gaan.quot; Ze gelasten bij bovenvermelde ordonnantie, dat in ieder der vier quai tieren van deze provincie een zeker aantal gekeurde springhengsten zouden worden gehouden âhuiten welke tot het dekken van merriën geene zullen mogen worden gebruiktquot; Deze hengsten moesten weder elk jaar gekeurd worden ten overstaan van âHeeren Gecommitteerden, met assumtie van twee schouten uit ieder quartier, nevens noch een kundig
persoori\ terwijl ze moesten zijn welgemaakt, zonder aangeboren gebreken, welke op de jonge paarden zouden kunnen overgaan, terwijl geen ander âhair dan zwart of bruinquot; werd geduld. Alle overtredingen tegen deze ordonnantie werden met zware boete gestraft, welke bij bovengemelde ampliatie nog verhoogd werden, terwijl hierbij ook aan de hengstenhouders de verplichting tot het houden van deklijsten werd opgelegd. Het dekgeld werd bepaald op vier gulden.
Tevens werden er weder premie-keuringen voorgeschreven en voor elk kwartier prijzen van 150, '100 en 70 gulden uitgeloofd.
Gemakkelijk schijnt dit reglement in de toepassing niet geweest te zijn, want 21 Januari 1784 publiceerden de Staten een resolutie, waarbij werd âgelragt eenicje zwarigheden in de executie der gestelde ordres uit den weg ie ruimenquot; iets wat echter niet wel mogelijk bleek, daar 9 Februari 1785 âde Stalen van den lande van Utrechtquot; deden âte wedenquot; dat nu âhijzonder in dezen tijd, waarinne, so door gebrek aan Pa n-den , als anders, onz' ordres nog al grooterc difjicid-tijten ontmoeten. Wij goed gevonden hebben, bij provisie, de In- en opgesetenea le permiüeeren, hunne Merriepaarden met ongekeurde hengsten te laaien dekken, zoodal Ordonnantie en Ampliatien voor het tegenwoordige gesteld worden builen effect.quot;
Lang zou deze vrijheid niet duren; wij zijn nu tot het tijdstip genaderd dal de âeen en ondeelbare Bataafsche republiekquot; het goedvond onder het motto; âgelijkheid, vrijheiden broederschapquot; een publicatie ie arresteeren (31 Dec. 1799, het vijfde jaar der Bataafsche vrijheid) waarbij de piarden-fokkerij geheel onder het toezicht werd gebracht van don Agent van Oeconomie te 's Gravenhage. Deze benoemde in elk departement uit een ânominatie van drie personenquot; een keurmeester, welke hem eenmaal 'sjaars een mondeling
26
verslag moest doen en wiens taak bij instructie (van 26 Maart 1800) door het wetgevend lichaam was bepaald. Behalve dat de Keurmeester de hengsten moest keuren âalvorens deze mochten heidimmenquot;, zoo werden nog de volgende vreemde en lastige bepalingen vastgesteld. De hengst van een hengstenhouder, welke er slechts een bezat, moest zijn zwart of roodbruin; bezat hij er twee dan moest ei' minstens een zwart zijn, de andere roodbruin âmet zwarte Beenen, Staart en Maanquot;. De grootste moest minstens 5 voet 2 duim meten, de âplatstequot; 5 Rijnlandsche voeten. Ze moesten van inlandsch ras zijn. liet dekgeld werd bepaald op 3 gulden waarvan 3 stuivers voor den Keurmeester. Ook kocht de Keurmeester voor elk departement per jaar 20 merrie veulens, die onder de gegadigden werden verloot en waarvan de koopprijs in 5 termijnen van een jaar moest terug betaald worden.
Per departement werden aan premie's beschikbaar gesteld: /' 100 voor den besten hengst (deze mocht op poene van f 500 niet verkocht worden).
/ 100, /' 75, /' 50 en 7 premie's van f 25 voor de beste merrie's (dit is de eerste maal dat hiervoor premie's werden uitgeloofd).
Lang bleef dit reglement niet van kracht; zoodra het Staatsbewind het Uitvoerend bewind had vervangen, kregen de departementale besturen weder de beschikking over alles wat de Politie, Oeconomie en Finantie van het departement betrof en 17 Februari 1803 werden de publicatie van 1799 en de instructie van 1800 ingetrokken.
Het is ons niet gelukt te ontdekken of er gedurende het bestaan van het Koninkrijk Holland maatregelen genomen zijn tot bevordering der paardenfokkerij.
Wel schijnt gedurende die oorlogsjaren de uitvoer zeer
27
groot te zijn geweest, zooilat tot zell's de dekhengsten toe naar het buitenland gingen; Koning Lodewijk verbood in April 1808 de uitvoer van gekeurde dekhengsten. Er schijnt dus een keuring te hebben bestaan, terwijl ook bij ttan-schrijving van '27 April en 27 September 1808 het dekgeld geregeld werd. Eindelijk regelde het gouvernement bij aanschrijving van 12 April '1810 de fokkerij-questie tot in de kleinste bijzonderheden door een wet âhoudende eenif/e be-palingen lot bevordering der paardenfokkerij inhei Koninkrijk Holland.quot;
Deze wet liet wel aan de departementale besturen eenige vrijheid om met de plaatselijke behoeften rekening te kunnen houden o. a. de grootte van het dekgeld, maar regelde toch tal van zaken, als bijv. wie hengstenhouders waren, n.1. zij wier hengsten om geld dekten: alleen hun hengsten moesten gekeurd worden, verder de minimum leeftijd waarop een hengst mocht dekken (twee jaar ezi acht maanden).
De tijd ontbrak om deze wet door departementale reglementen aan te vullen, daar den -J2'len Juli 1810 ons land bij het Fransche Keizerrijk werd ingelijfd. Gedurende Napoleon's regeering is geen decreet uitgevaardigd, waarbij de paardenfokkerij in ons land aan staatstoezicht werd onderworpen.
Spoedig na het herstel onzer onafhankelijkheid reglementeerden de Staten der provincie Utrecht de paardenfokkerij binnen hun gewest opnieuw. (Dit reglement uitgevaardigd 27 Sept. 1817 provinciaal blad Nquot;. 42 was goedgekeurd bij Kon. besluit van 30 Aug. 1817 Litt. 1). Het bevatte 11 artikelen, de belangrijkste bepalingen waren: het verbod om een hengst te houden, die niet door de Commissie van Landbouw was gekeurd; deze keuring geschiedde elk jaar in November of December; de goedgekeurde werden gebrand, de afgekeurde voor het einde des jaars gesneden. De hengst
28
die niet ter keuring kwam, was zonder vorm van proces afgekeurd. Niemand mocht op straf van boete zelfs zijn eigen merrie's door een afgekeurden hengst laten dekken, âüc hengsten moesten zijn van eene schoone gestalte, zwaar van taille, wel geproportioneerd, vlug en regt ter been, volkomen gaaf, zonder eenige gebreken, en moedig van aart.quot; Drie premies van /' 75, /' 50 en f 25 werden voor den besten hengst uitgeloofd en mochten maar eens aan denzelfden gegeven worden.
De uitvoering van dit reglement schijnt met veel bezwaren en tegenkanting gepaard gegaan te zijn, herhaalde malen werd het daarom opnieuw ter kennis gebracht (2 i Dec. 1819 Nu. 20, 19 Aug. 1822 N0. 29) en met enkele kleine wijzigingen, welke noodig waren geworden door het reglement op rijksstoeterijen (gearresteerd bij Kon. Besl. 2 Juni 1826 N0. 115) nogmaals in 1827 (5 Nov. N0. 25) en 1828 (20 Oct. N0. 129) gedeeltelijk (wat de aangifte voor de keuring betrof).
Ingevolge een missive der administratie van de Nationale Nijverheid, uitgelokt door liet Kon. Besl. van 17 Juni 1838 N0. 85, vaardigde de Staten 10 Juli 1838 opnieuw een reglement voor de paardenfokkerij uit, dat in hoofdzaak overeenkomt met dat van 1817. Nieuw waren de bepalingen dat de eigenaars van hengst en merrie beide beboet werden, indien de hengst dekte voor zijn 2'le jaar of indien deze niet gekeurd was, tevens moesten hengsten boven de 17, jaar afzonderlijk, in een goed afgesloten kamp weiden. De hengstenhouders werden verplicht deklijsten aan te houden. De premiehengsten moesten minstens meten 1 el, 5 palm en 3 duim; deze maat werd in 1839 gebracht op 1 el. 5 palm en 7 duim of wel 5 Rijnlandsche voeten.
Dit reglement bleef ongewijzigd van kracht tot 23 Dec. 1853 toen een nieuw (prov. Blad Nquot;. 109) werd gearresteerd dat
29
enkele wijzigingen op het vroegere bevatten. Ofschoon de boeten verscherpt werden, zoo werden enkele artikels veel milder. Zoo verviel o. a. dat het den eigenaar van een niet gekeurden hengst verboden was, door dezen zijn eigen merrie's te laten dekken; zoo behoefde een afgekeurde herigst niet meer gesneden te worden. Bepaald werd dat op de jaarlijksche keuring tusschen 15 Oct. en 30 Nov. alle hengsten boven de twee- en een half jaar moesten komen. De bepalingen omtrent de prim eer ing bleven de zelfde.
Lang zou echter dit reglement niet in werking zijn; reeds den i6den Juli '1856 besloten de Gedeputeerde Staten, een conclusie trekkend uit de driejarige ondervinding, alle reglementen op de paardenfokkerij op te hetfen. Dit besluit (goedgekeurd bij Kon. Besl. van 31 July 1856 Nquot;. 75) onthief echter niet alleen den fokker van elke beperkende bepaling-bij de uitoefening van zijn bedrijf, m. a. w. schafte liet de verplichte keuring af, maar tevens maakte het een eind aan alle hulp van regeeringswege, daar ook het toekennen van premies werd gestaakt.
Andermaal trad nu de paardenfokkerij een periode in, waarbij zij dwang nog steun van regeeringswege ondervond, en andermaal ondervond men, dat deze belangrijke tak van het landbouwbedrijf, wil hij op den duur winstgevend zijn, deze beide factoren niet kan onti)eeren.
Tot ongeveer een vijf en twintig jaar geleden fokte een ieder slechts met eigen middelen. Het bleek echter dat in de meeste gevallen de alleenstaande paardenfokker onmachtig was zich het hengstenmateriaal aan te schaffen, waarmede hij in concurréntie kon treden met den buitenlander, die, gesteund door staatshulp of wel werkende met een zeer groot bedrijfskapitaal en grondbezit. gevormd door het onvervi-eemd-baar landbezit of eerstgeboorterecht, hem meer en meer
30
van de markt drono' m. a. w. de uitvoer verminderde merkbaai'. Vanaf het jaar 1 fko zien we allerwege in Nederland hengsten-associatie's ontstaan. ') De drang, die spoedig reeds van deze vereenigingen uitging tot regiementeering en ondersteuning-der paardenfokkerij van provincie- en rijkswege, was spoedig merkbaar. De verplichte hengstenkeuring werd weder in verscheiden provinciën ingevoerd (Noord-Brabant, Gelderland. Over-IJsel en Zuid-Holland) en de ondersteuning het zich niet lang meer wachten. Het sein gaf het Ministerie van Oorlog: nadat in 1884 was bepaald dat een zeker aantal remonte-paarden in het binnenland zouden worden gekocht, werd op de begrooting van dit departement van af 1885 elk jaar een bedrag van /'2000.â uitgetrokken, om ter beschikking te worden gesteld van verschillende maatschappijen van landbouw, ten einde besteed te worden tot primeering van hengsten of liet oprichten en steunen van paardenstamboeken. Eenmaal deze eerste stap gedaan, duurde het niet lang of het ministerie van Handel, Waterstaat en Nijverheid volgde spoedig liet voorbeeld en besloot eendrachthjk met Oorlog samen te werken.
In een missive dd. 21 Maart 1890 (Litt. D. onderafdeeling Handel en Nijverheid) werd aan de Gedeputeerde Staten der verschillende provinciën het volgende ter kennis gebracht; âqp de begrooting van mijn Departement en van het Departement van Oorlog zijn voor de bevordering en verbetering van het inlandsche paardenras kredieten geopend tot een gezamentlvjk bedrag van f40.000.â. Blijkens de Memorie van anhvoord, behoorende bij de eerstgenoemde begrooting ligt het in de bedoeling om toe te kennen:
a. bijdragen voor het onderhoud van fokhengsten;
') De eerste liengstenassociat.ie ontstond in 1867 te Appingedam.
31
b. premiën voor merriën met veulen;
c. subsidiën voor de aanschaffing van buitenlandsche fok-hengsten voor den publieken dienstquot;.
Het subsidie werd verdeeld, âbij gebreke aan beteren maatstafquot; volgens het in elk gewest geboren aantal veulens, (voor de provincie Utrecht bedroeg het /'2900.â).
Het beheer van deze gelden zou, behoudens een gepaste controle, worden opgedragen ..aan de besturen van erkende groote vereenigingen, wélke niet zich de verbetering van het paardenras ten doel steldenquot;. ') Voor deze controle n.1. dat âde gelden zouden worden besteed voor het doel waarvoor ze gegeven werdenquot; bestemde het Ministerie voor Oorlog en dat van Handel, Waterstaat en Nijverheid eenige officieren dei' Bereden artillerie, die zitting moesten hebben in die keurings-commissien, welke de premiën afkomstig van de rijksgelden hadden toe te kennen.
Tevens werd van rijkswege er op aangedrongen, dat in die gewesten waar nog geen paardenstamboeken waren opgencht. dit zou geschieden, daar âvolgens algemeen gevoelen dit veel tot verbetering van ons paardenras zal kunnen bijdragen.quot;
(De vereeniging âhet Utrechtsch Paarden-Stamboekquot; werd 15 Maart 1890 opgericht).
Intusschen was men in Utrecht hoewel dankbaar nog niet voldaan; ook van het provinciaal bestuur verwachtte men steun en wel in de eerste plaats een provinciaal reglement op de hengstenkeuringen. Het bestuur der Vereeniging ..het Utrechtsch Paarden-Stamboekquot; richtte 16 Juni 1892 een schrijven aan âHeeren, Leden der Provinciale Staten van Utrechtquot; waarin het de eer had te berichten:
') Voor de provincie Utrecht werd hiermede belast liet genootschap voor Landbouw en Kruidkunde.
32
^clat in de laatst gehouden Algemeene Vergadering dier Vereeniging, met algemeene stemmen is besloten zich tot TJioe Vergadering te loenden met het verzoek bij provinciaal reglement de heng stenkeuringen in de provincie Utrecht verplichtend te stellen en teel op grond van de navolgende redenen:
â¢i('. omdat deze keuring in de provincie Gelderland verplichtend is gesteld, waarvan het gevolg is dat het afgekeurd fokmateriaal ten deele wordt geplaatst over de grenzen dier provincie in Utrecht of wel aldaar verkocht aan lieden die dit tegen veel lager dekgeld dan bij bekroonde en in het stamboek ingeschreven hengsten wordt gevraagd, disponibel stellen waarmede zij ook werkelijk succes hebben, doch natuurlijk zeer ten nadeele van liet paardenras in deze provincie; 2n. omdat ons ter oore is gekomen dat de Regeering zeer gesteld is op verplichte keuringen en het dus wel mogelijk is dat zij bezwaar gaat maken met het ver-leenen van subsidiën aan die provinciën waar zulks niet geschiedt;
3°. omdat de paar denfokkers in deze provincie er van overtuigd zijn. dat ondanks al de premiën die jaarlijks worden uitgeloofd, weinig valt te hopen op eenige verbetering van het paardenras, zoolang nog totaal ongeschikte hengsten gebruikt mogen worden en concurrentie kunnen voeren tegen goed fokmateriaal. Dat er zoo gedacht wordt, blijkt uit het besluit der algemeene vergadering van het Genootschap van Landbouw en Kruidkunde gehouden te Utrecht in het jaar 1890, alwaar vele hengstenhouders tegenwoordig waren en waarin met 5(3 van de GO uitgebrachte stemmen, de wenschelijkheid van verplichte keuringen werd uitgesproken.quot;
33
De verplichte keuring werd intusschen in de^jjrovincie Utrecht nog niet ingevoerd ( wel dateert van af d t het provinciale subsidie voor de paardenfokkerij^. Dit subsidie dcit gaandeweg tot / 3900 per jaar is gestegen, vormt met het rijkssubsidie (dit bedroeg in 1897 de som van/quot;3100) de linantieele steun, die de overheid aan de paardenfokkers der provincie Utrecht schenkt.
intusschen bleek het dat het bestuur van het Utrechtsch Paarden-Stamboek goed gezien had, toen het in bovengemeld schrijven de vrees uitdrukte, dat liet wel mogelijk was dat df* legeeiing bezuaai zou gaan maken om aan die provinciën een subsidie te verleenen waar de verplichte hengstenkeurino-niet was ingevoerd. De 13den Augustus 1895 werd het volgende reglement door de Ministers van Binnenlandsche Zaken en van Oorlog vastgesteld, waarvan we volledigheidshalve den aanhef en eenige artikelen zullen laten volgen.
Overwegende dat het wenschelijk is het Reglement aangaande de ondersteuning van Rijkswege van do paardenfokkerij, vastgesteld bij de beschikking van de Ministers van Waterstaat, Handel en Nijverheid en van Oorlog van 18/27 April 1891 nu. 206/78, afd. Handel en Nijverheid (â¢Iste onderafd.). en li'1'' afd. (Generale staf), te herzien;
Hebben goedgevonden:
met intrekking van die beschikking, (e dezer zake het volgend Reglement vast te stellen:
Art. 1.
'lei' verbetering van de paardenrassen in Nederland worden vanwege den Staat jaarlijks toegekend:
1quot;. Bijdragen voor het ouderhoud van dekhengsten van ten minste 2', jaar oud;
34
k20. l'remiën voor merriën beneden 8-jarigen leeftijd met veulen;
3°. Aanhoudingsbijdragen voor merriën van ten minste 2 en ten hoogste 5 jaar oud;
4°. Aanhoudingsbijdragen voor hengsten niet ouder dan 21/2 jaar.
De gelden, bestemd voor de toekenning van de sub iâ4 bedoelde bijdragen en premiën, mogen voor een of meer van die bijdragen of premiën of voor alle te zamen worden besteed.
Uit die gelden mogen ook worden gekweten noodzakelijke kosten, vallende op de toekenning dier bijdragen en premiën.
Art. 2.
Voor de in art. 1 bedoelde bijdragen en premiën komen alleen in aanmerking paarden, die in de provincie waar (ie keuring plaats heeft te huis behooren of aldaar zijn gestationeerd; dit laatste voor zoover het zijn uit het buitenland ingevoerde fokhengsten. die voor het eerst aan de keuring-deelnemen.
De toekenning van bijdragen en premiën geschiedt vergelijkenderwijze, doch alleen van paarden, die op zichzelf beschouwd waardig zijn om te worden bekroond. Daarenboven worden de onderhoudsbijdragen, bedoeld in art. 1 sub 1°., niet toegekend voor hengsten, waarvan niet, hetzvj op de icyze aangegeven in het provinciaal reglement op de paardenfokkerij, hetzvj uit eene verklaring van een veearts voor de provincie door den Minister van Binnenlandsche Zaken aangewezen, blijkt, dat zij vrij zijn van erfelijke gebreken.
Art. 3.
De samenstelling van een reglement voor het toekennen der in art. 1 bedoelde bijdragen en premiën, het benoemen
35
eener keuringscommissie en het beheer over en de uitbetaling van de gelden voor de bijdragen en premiën bestemd. is opgedragen aan eene commissie voor elke provincie benoemd of aangewezen door de Gedeputeerde Staten, de besturen van de in de provincie gevestigde landbouwvereenigingen en paardenstamboeken gehoord.
Indien zulks door de Gedeputeerde Staten wenschelijk wordt geacht, kan op voordracht van die Staten door den Minister van Oorlog een militair lid worden aangewezen om in die commissie zitting te nemen.quot;
Aan de keuringscommissie wordt door den Minister van Oorlog een militair lid toegevoegd.
Op voordracht van de Gedeputeerde Staten kan door de Ministers van Binnenlandsche Zaken en van Oorlog vergunning worden verleend tot het samensmelten van beide commissiën.
Het in de lstc zinsnede van dit artikel bedoelde reglement wordt door tusschenkomst van de Gedeputeerde Staten. die daarbij tevens hun advies voegen, aan de goedkeuring van de Ministers van Binnenlandsche Zaken en van Oorlog onderworpen, tot waarborg dat daarin niets voorkomt wat met dit Algemeen Reglement in strijd is.
Art. 4.
Vanwege den Minister van Oorlog kan een getuigschrift worden gegeven voor paarden, die voor het fokken van remonte-paarden âgeschiktquot; of âzeer geschiktquot; worden geoordeeld. Deze getuigschriften geiden niet langer dan één jaar. maar kunnen telken jare worden verlengd.
Art. 5.
De eigenaar van een dekhengst. waarvoor een onderhoudsbijdrage is toegekend, is verplicht den bekroonden hengst
36
gedurende den eerstvolgenden dektijd ter beschikking te stellen op eene plaats binnen de provincie, hem aangewezen dooide volgens art. 3 door Gedeputeerde Staten benoemde of aangewezen commissie, tegen betaling van een dekgeld, waarvan liet maximum door de commissie wordt vastgesteld.
Tot het verkrijgen der bijdragen moeten aan den secretaris der commissie nauwkeurig ingevulde deklijsten worden toegezonden.
Art. G.
De in art. 1 sub 2° bedoelde premie voor eene merrie met veulen wordt uitgekeerd in het jaar, volgend op dat waarin de bekroning heeft plaats gehad, en wel na 1 Juni van dat jaar. mits de merrie op laatstgenoemden datum nog het eigendom zij van een inwoner der provincie en zij ook verder voor de fokkerij gebezigd is.
Aan deze laatste voorwaarde wordt geacht niet te zijn voldaan, wanneer de menie blijkt gedekt te zijn door een hengst, die niet krachtens het provinciaal reglement op de paardenfokkerij is goedgekeurd ol â in de provinciën waar zoodanig reglement niet bestaat â door een hengst, waaromtrent geene verklaring kan worden vertoond van een voor de provincie door den Minister van Binnenlandsche Zaken aangewezen veearts, waaruit blijkt, dat de hengst vrij is van erfelijke gebreken.
Art. 7.
De in art. 1 sub 3U bedoelde aanhoudingsbijdragen voor
2.__5-jarige meniën worden uitbetaald in het jaar, volgend
op dat der toekenning, nadat deze meniën op eene dei' keuringen wederom zijn voorgebracht; van de als 2-jarig
37
bekroonde (dan 3-jarig) moet alsdan een bewijs worden overgelegd dat ze gedekt zijn, terwijl de als 3â5-jarig bekroonde (dan 4â6-jarig) moeten vertoond worden met hare veulens en met overlegging van een bewijs, dat ze andermaal gedekt zijn.
Ten aanzien van de voorwaarde van het gedekt zijn geldt ook hier de bepaling van het laatste lid van art. ü.
Art. 8.
De in art. i sub 4° bedoelde aanhoudingsbijdragen voor hengsten, niet ouder dan 2V-, jaar, worden uitbetaald in het jaar, volgend op dat der toekenning, en wel na 1 Mei, mits de hengst in dat jaar op eene der keuringen voor zulke paarden is voorgebracht en het eigendom zij van een inwoner der provincie.
Art. 0.
Eigenaren van fokhengsten en rnerriën en van hengsten. jonger dan 2'/., jaar, waarvoor bijdragen of premiën zijn toegekend, ontvangen, met afwijking van het in artt. 5, 0. 7 en 8 bepaalde, deze ook wanneer het paard sterft of wanneer liet door eenig gebrek â mits dit niet blijke een erfelijk gebrek te zijn â buiten toedoen van den eigenaar niet meer aan de gestelde voorwaarden voldoet.
Een en ander moet door de keuringscommissie worden geconstateerd.
Art. 10.
Behoudens goedkeuring van de Ministers van Binnenlandsche Zaken en van Oorlog, kunnen door de volgens art. 3 door de Gedeputeerde Staten benoemde of aangewezen coramissiën
38
aan de toekenning der bijdragen en prerniën boven en behalve de in dit Reglement vernielde voorwaardennog andere verbonden worden.
De Staten besloten het subsidie aan te nemen en als gevolg en in aansluiting van bovengenoemde rijksvoorschriften publiceerden de Gedeputeerde Staten der provincie Utrecht den 28stequot; Januari 1897 een reglement op de keuring van dekhengsten, dat in zijn geheel hieraan als bijlage is toegevoegd. Hieruit blijkt dat van af 1898 de verplichte hengstenkeuring voor deze provincie weder is ingevoerd.
Ruim twee honderd en vijftig jaar geleden zag het Vreden-burg voor het eerst de âspringhengstenquot; der provincie bij elkaar om te worden gekeurd .pif) de gedeputeerden ofte gecommitteerden van de Staten van den lande van Utrecht quot; en andermaal roept een commissie door Gedeputeerde Staten âbenoemd of aangewezenquot; de paardenfokkers der provincie op dat zelfde plein zamen om hun hengsten voor de keuring te monsteren. Na twee en een halve eeuw van ondervinding is men ten derde male op het punt van uitgang teruggekomen; die âarticidenquot; van de vroede vaderen van den lande van Utrecht, hoe dikwerf weggeredeneerd, in een ander kleed gestoken roept de noodzaak hen telkens weder terug, als het dreigt dat âcfe generatie van goede paarden feenenmale bedorven wordt.quot;
Maar wie de schae zich zelf verheelt.
Van schande niet wil hooren.
Wordt door de les, hem toebedeeld, Nog dommer dan te voren.
Utrecht, 1 Januari 1898.
H. VAN SOETERMEER VOS..
Bijlage.
REGLEMENT
OP DE
KEURING VM DEKHENGSTEN
IN DE
Provincie UTRECHT.
Art. 1.
Het is verboden in de provincie Utrecht andere hengsten tot het dekken van merriën te bezigen, dan die ten minste twee en half jaar oud, en overeenkomstig de voorschriften van dit Reglement goedgekeurd en van het laatste keuringsmerk voorzien zijn.
Dit verbod is niet toepasselijk, wanneer de hengst en de merrie in vollen en onvoorwaardelijken eigendom zijn bij een en denzelfden persoon.
Art. 2.
Jaarlijks vóór den eersten Maart heeft eene keuring plaats van alle hengsten, die tot dekking in deze provincie worden gebezigd.
De keuring geschiedt te Utrecht.
De dagen der keuring worden vastgesteld door Gedeputeerde Staten op voorstel der keuringscommissie; zij worden in het Provinciaal-blad medegedeeld, en door Burgemeester en Wethouders in elke gemeente ten minste twintiy dagen te voren openlijk bekend gemaakt.
40
Art, 3.
Tot het verrichten der keuring benoemen Gedeputeerde Staten. gehoord het Hoofdbestuur van het te Utrecht gevestigde Genootschap voor Landbouw en Kruidkunde, eene Commissie van vijf leden.
Houders van denkhengsten in de provincie Utrecht kunnen geen lid der Commissie zijn.
De leden der Commissie hebben zitting gedurende vijf jaren, jaarlijks, te beginnen met den l^quot; Januari .1898, treedt één van hen af volgens een rooster, door de Commissie bij loting op te maken en aan Gedeputeerde Staten mede te deelen. De aftredende is terstond herkiesbaar.
Het lid der Commissie, benoemd ter vervulling eener tusschen-tijds ontstane vacature, treedt af op den tijd, waarop degene, in wiens plaats hij verkozen is, moest aftreden.
De leden der Commissie genieten reis- en verblijfkosten volgens het Koninklijk besluit van 5 Januari 1884 (Staatsblad n0. 4), en worden voor de toepassing daarvan gerangschikt in de tweede klasse. Bovendien genieten de leden een vacatie-geld van /' 10.â voor eiken dag van keuring en de Secretaris daarenboven eene jaarlijksche toelage van /' 50.â.
Ter voorziening in de noodzakelijke onkosten mag de Commissie beschikken over een bedrag van ten hoogste f 200.â per jaar.
Art. 4.
Buiten de keuring in Art. 2 bedoeld kan door Gedeputeerde Staten op daartoe aan den Voorzitter der Commissie gericht verzoek van belanghebbenden of op voorstel der Commissie zelve eone buitengewone keuring van dekhengsten worden gehouden.
Voorzoover zoodanige keuring op verzoek van belanghebbenden geschiedt, komt de helft der kosten daarvan te hunnen laste, en wordt vooruit betaald (de vacatiegelden en de reis- en verblijfkosten van de leden der Commissie daaronder begrepen). Gedeputeerde Staten zijn bevoegd in buitengewone gevallen van die betaling ontheffing te verleenen.
il
Art. 5.
De keuringen geschieden ten overstaan van een lid van Gedeputeerde Staten of van de Provinciale Staten, door Gedeputeerde Staten aan te wijzen, door de Commissie in Art. 3 genoemd of door ten minste drie harer leden.
Van de leden, die aan de keuring deelnemen. moet minstens één gediplomeerd veearts wezen; bij gebreke daarvan doet de Commissie zich door een gediplomeerd veearts als adviseerend lid bijstaan.
Art. 0.
De keuring is zonder beroep en gaat niet verder dan het weren van hengsten, behebt met erfelijke gebreken.
Gebreken, welke in den regel tot afkeuring der aangeboden hengsten leiden, zijn: stille kolder, periodieke oogontsteking (maan-blindheid), grauwe en zwarte staar, gebreken in de plaatsing en den vorm der tanden (varkensgebit, snoekgebit enz.) dampigheid, snuiven (cornage), het ontbreken van een of beide bollen (klophengst), kruiszwakte, spat, hazenhak, hanetred of hanespat, over-hoef, zijbeen, gebrekkige hoefvorming, rattenstaart en belangrijke gebreken in stand, gang of bouw, naar het oordeel der Commissie.
De goedgekeurde hengsten worden op den linker voorhoef gebrand met een merk, bestaande uit de letter U met de twee laatste cijfers van het jaartal.
Art. 7.
De eigenaars of houders, die hunne hengsten ter keuring wenschen aan te bieden, zijn verplicht daarvan ten minste tien dagen vóór de keuring schriftelijk aangifte te doen bij den Secretaris der keuringscommissie met opgave van:
a. naam en woonplaats van den eigenaar of houder.
b. naam, ouderdom. ras, kleur en bijzondere kenteekenen van den hengst;
42
c. zoo mogelijk, de afstamming van den hengst en naam en woonplaats van den fokker.
Deze opgaven beliooren te geschieden op biljetten; waarvan de inrichting door Gedeputeerde Staten bepaald wordt, en die gratis ten gemeentehuize verkrijgbaar worden gesteld.
Hengsten, na bovengemelden termijn aangegeven, worden niet tot de keuring toegelaten, tenzij de Commissie tegen de toelating-geen bezwaar heeft, en de eigenaar of houder vooraf bij haren Secretaris een bedrag van f 2.50 gestort heeft. hetwelk door de Commissie in hare rekening verantwoord wordt.
Art. 8.
De uitslag der keuring wordt zoodra mogelijk door G-edeputeerde Staten openlijk bekend gemaakt met opgave van het signalement der goedgekeurde hengsten en de namen en de woonplaatsen dei-eigenaars of houders. Deze bekendmaking wordt door Gedeputeerde Staten in voldoend getal exemplaren gezonden aan alle gemeente-besturen in de provincie, die voor de aanplakking zorg dragen.
Bij afkeuring van een hengst verstrekt de Commissie aan hem. door wien de hengst ter keuring wordt aangeboden, op zijn schriftelijk verlangen inlichtingen over de redenen der afkeuring.
Art. 9.
Aan de geleiders van hengsten, die bij de gewone keuringen ter keuring worden aangeboden. wordt door den Secretaris der Commissie tegen kwijting eene vergoeding uitgereikt, berekend tegen vijf cents per kilometer, door hem met den hengst op de heen- of de terugreis afgelegd naar de plaats van keuring.
Deze vergoeding wordt niet uitgereikt voor een hengst, die niet wordt goedgekeurd, indien die ook bij de laatst plaats gehad hebbende keuring was afgekeurd.
43
Art. 10.
De Voorzitter en de Secretaris der Commissie zijn belast met de regeling en leiding der keuring.
Jaarlijks vóór den eersten Februari zenden zij een verslag van de werkzaamheden der Commissie gedurende het laatst verloopen jaar aan Gedeputeerde Staten in, met opgaaf van de over dat tijdvak genoten ontvangsten en gedane uitgaven.
Art. 11.
De keuringscommissie verstrekt aan den eigenaar of houder van eiken goedgekeurden hengst:
a. een keuringsbewijs, vermeldende het jaar en den dag der keuring, den naam, den ouderdom en het signalement van den hengst, en den naam en de woonplaats van den eigenaar of houder;
Dit bewijs wordt geteekend door den Voorzitter en den Secretaris der Commissie.
h. twee deklijsten, ingericht naar een door Gedeputeerde Staten vast te stellen model;
De deklijsten bevatten naam, geboortejaar, signalement en afstamming (zoover bekend) van den hengst, de dagteekening der keuring en den naam, voornaam en woonplaats van den eigenaar of houder.
Art. 12.
De eigenaar of houder van een goedgekeurden hengst is verplicht, op de volgens Art. 11 verstrekte deklijsten nauwkeurig aanteekening te houden van de merriën, welke door zijnen hengst gedekt zijn, van den dag waarop zulks plaats heeft gehad, en van de namen en woonplaatsen van hare eigenaars.
De eigenaar of houder is verplicht een dezer deklijsten behoorlijk
44
ingevuld en onderteekend na, afloop van den dektijd en in elk geval vóór den 31stlt;'u December van het jaar, vrachtvrij aan den Secretaris der keuringscommissie in te zenden.
Art. 13.
Gedeputeerde Staten stellen voor de Commissie eene instructie vast.
Art. 14.
De kosten, uit de uitvoering van dit reglement voortvloeiende, worden bestreden uit de middelen der Provincie; ter bestrijding der kosten; in Art. 9 vermeld, kan de Secretaris een voorschot bij Gedeputeerde Staten aanvragen.
Art. 15.
De eigenaar of houder van een hengst, welke in strijd met het verbod, in Art. 1 vervat, tot dekking van eene merrie gebezigd wordt, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijf en zeventig gulden.
De eigenaar of houder van een goedgekeurden hengst, die in strijd niet het bepaalde bij Art. 12 op de voor dien hengst verstrekte deklijsten niet of niet behoorlijk aanteekening houdt van de merriën, welke door dien hengst zijn gedekt, of nalaat een exemplaar van die lijst behoorlijk ingevuld en onderteekend vóór den bepaalden tijd vrachtvrij aan den Secretaris der Commissie in te zenden, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste tien gulden voor iedere overtreding.
Art. 16.
Voor de toepassing van dit Reglement wordt hij, bij wien de hengst is opgestald. als houder daarvan aangemerkt.
Art. 17.
Met het opsporen der overtredingen van dit Eeglement zijn, behalve de personen, aangewezen bij het Wetboek van Strafvordering, belast alle ambtenaren van Eijks- en Gemeentepolitie.
Art. 18.
Dit Reglement treedt in werking den dag na de afkondiging.
Ocei-ijaiifjshepalijiij.
De hengsten, die in het jaar 1897 niet worden goedgekeurd, mogen nog tot den tijd der gewone keuring in 1898 tot dekking-der merriën gebezigd worden.
Gegeven te Utrecht, den 28'itei1 Januari 1897.
De Gedeputeerde Staten voornoemd,
SCHIMMELPENNINCK v. d. O.
v. NIJENBEEK, Voorzitter.
C. K. MEKKUS, Griffier.
I
BOEK 1.
HENGSTEN.
1. WELKOM, toebehoorende aan P. Veldhuizen te L o o s d r e c li t.
Geboren in 1887, hoog 1.53 M., donkerbruin, iets stekelharig , grijze kol. wit vlekje linkerdij. Oldenburgsch ras.
Fokker en afstamming onbekend.
Welkom werd in Februari ISflO in het stamboek opgenomen.
2. BEETLY GREAT GUN, toebehoorende aan de Vereeniging tot Verbetering van liet Paardenras in de provincie Utrecht. Gestationeerd aan de Bilt.
Geboren 1887 te Beetly Hall (Norfolk), hoog 1.60 M., donkerbruin , Norfolk ras.
Vader: Dachie.
Moeder: Kate.
Beetly Great Gun werd 11 Februari 1891 in het stamboek opgenomen.
Hij is in Engeland verkocht in November 1895.
3. MODIN, toebehoorende aan J. C. van Eeten te Jaarsveld.
Geboren 15 Maart 1888 te Hecklen, hoog 1.64 M., bruin met klein kolletje.
tó
Ovenjruoloader: Modin.
Vader: Magnaat.
Moeder: Othello.
Modin werd 11 Februari 1891 in het stamboek opgenomen.
Hij werd bekroond:
Februari 1891 te Utrecht f 300.â.
18 Augustus 1891 te Utrecht lile Bestuursprijs.
Augustus 1891. Culemborg 2'le prijs.
September 1891, Alkmaar lste prijs.
Februari 1891, Vianen l3te prijs.
October 1891, Kijksaanhoudingsteeken voor de jaren 1892 en 1893 a f 400.â'.
Juni 1892, Wageningen Isle prijs f 100.â.
September 1892, Leiden 2de prijs f 50.â.
Juni 1893, Scheveningen 3'ie prijs /' 150.â.
Augustus 1893. Bijksaanhoudingspremie voor 1894 /'200.â.
1894 Provinciale premie Z.-Holland f 250.â.
1895 â â â - 250.â.
1896 â - 250.â.
Nquot;. 4. GRAAF WEDEL, toebehooiende aan J. C. van Eeïen te Jaarsveld.
Geboren 1 Mei 1890 te Spaggerwarden, hoog 1.65 M. r donkerbruin.
Grootvader: Young Wagnat.
Vader: Arnulf.
Moeder: Oldenburgsche merrie.
Graaf Wedel werd 24 Februari 1893 in het stamboek opgenomen.
Hij werd bekroond:
Februari 1893 te Utrecht met f 200.â.
1893 te Woerden Bestuursprijs.
â te Amsterdam 8do prijs f 25.â.
â te Wijk bij Duurstede 2'le prijs.
Augustus 1893 te Rotterdam Bijksaanhoudingspremie/'200.â .
1894 Provinciale premie Z.-Holland /' 250.â.
â Woerden lsfe prijs /' 50.â.
1895 Provinciale Premie Z.-Holland /' 250.â.
â Gouda 3Je prijs f 40.â.
1896 Provinciale premie Z.-Holland /' 250.â.
49
N0. 5. BLACK quot;WARRIOR, toebehoorende aan de Vereeni-ging tot Verbetering van het Paardenras in de provincie Utrecht. Gestationeerd aan de Bilt.
Geboren 1892 op de Stoetery van den Prins van Wales, hoog 1.57 M., zwart.
\ ader: Cadet.
Moeder: Brown Bess.
Black Warrior werd 5 Maart 1895 niet een premie van /' 200.â te Utrecht bekroond , en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
Hij overleed 25 Juni 1895.
Nquot;. 0. QUEENS CADET, toebehoorende aan de Vereeni-ging tot Verbetering van het Paardenras in de provincie Utrecht. Gestationeerd aan de Bilt.
Geboren in 1892 op de Stoetery van de Prins van Wales, hoog 1.52 M., goudvos.
Vader: Cadet.
Moeder: Lady.
Cadet werd 5 Maart 1895 met een premie van f 200.â te Utrecht bekroond en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
Is 18 September 189C verkocht aan de Vereeniging tot Verbetering van het Paardenras in Friesland's Noord westhoek.
N0. 1 bis. JACOB, toebehoorende aan .1. van de Vuert te W o ii d e n b e r g.
Deze hengst is geboren in 1887, hoog 1.65 M., bruin, gekruist Geldersch ras.
Jacob werd in 1890 in het stamboek opgenomen.
Vader: onbekend.
Moeder: onbekend.
Hij werd bekroond.
Nquot;. 'ibis. BATAAF, toebehoorende aan P Veldui izex te Loosdrecht.
Geboren in 1885, hoog 1.58 M., donkerbruin, kolletje, witte haren op de neus, links achter sok met zwarte vlekken op de kroon, Inlandsch ras.
4
50
Fokker: Piet Zijlmans, Haarlemmermeer.
Vader: onbekend.
Moeder: onbekend.
Bataaf werd in 1890 in het stamboek opgenomen.
Bekroond in 1887 met de 2le prijs in Hoorn, in 1888 2'le prijs te 's Hage.
Nn. 3bis. MOOR, toebehooi-ende aan Jhr. J. Steengrachï van Oostcapelle luiize Beerschoten, de Bilt.
Geboren in 1886, hoog 1.54 M., zwart, Inlandsch ras.
Fokker en afstamming onbekend.
Aangekocht door den eigenaar in 1888 in Friesland.
De Moor is in Februari 1891 in het stamboek opgenomen.
Bekroond in 1891 met den 2de prijs in Utrecht.
Nu. ibis. MORIAAN, toebehoorende aan ,1. tj. van Dijk Az. te Schalkwijk.
Geboren in 1888, hoog 1.56 M., zwart, Inlandsch ras.
Fokker en afstamming onbekend.
De Moriaan werd 11 Februari 1892 in het stamboek opgenomen.
Hij behaalde verschillende aanhoudingspremiën van het Utrechtsch Genootschap van Landbouw en Kruidkunde.
N0. obis. HORSA, toebehoorende aan H. Peek te Bun nik.
Geboren in 1889; hoog 1.57 M., donkerbruin, kol Inlandsch ras.
Fokker: Mienes.
Vader: Horsa te Alkmaar.
Moeder: Kolletje, Inlandsche merrie.
Horsa werd 11 Februari 1892 in het stamboek opgenomen.
Als één en tweejarige behaalde Horsa aanhoudingspremiën van het Utrechtsch Genootschap van Landbouw en Kruidkunde.
Nquot;. Qbis. DE WAKKER, toebehoorende aan N. W. vax Woudexukim; te Zeist-Dri ebergen.
Geboren in 1890, hoog 1.59 M., donkerbruin, rechts achter witte sok, Inlandsch ras.
Fokker en afstamming onbekend.
De Wakker werd 11 Februari 1892 in het stamboek opgenomen.
Behaalde verschillende aanhoudingspremiën van het Utrechtsch Genootschap voor Landbouw en Kruidkunde.
cd ö
JU
r
S
ff
Nn. 7. ORLOFF, toebehoorende aan C. Vermeulen te U t r e c h t.
Geboren in 1889, donkerbruin, Inlandsch ras.
Orlofï werd in Februari 1892 opgenomen in het Stamboek.
In 1893 gecastreerd.
Nn. 8. EDZARD, toebehoorende aan G. Spithoven te W e r k hove n.
Geboren in 1889, boog 1.60 M., donkerbruin, gekruist ras.
Fokker en afstamming onbekend.
Edzard werd 23 Februari 1893 opgenomen in het stamboek.
Hij werd 23 Februari bekroond met een premie van f 100.â, in 1893, 1894, 1895 en 1896 jaarlijks met een premie van f 200.â door het Utrechtsch Genootschap van Landbouw en Kruidkunde.
N0. 0. TABOE, toebehoorende aan H. van der Grift te Br enkel en.
Geboren in 1890, hoog 1.56 M., zwart, Inlandsch ras.
Fokker en afstamming onbekend.
Tabor werd 23 Februari in het stamboek opgenomen.
In 1892 bekroond met een premie van f 150.â, in 1893 met f 200.â door het Utrechtsch Genootschap van Landbouw en Kruidkunde.
In 1894 verkocht naar Engeland.
Nquot;. 10. JULIUS, toebehoorende aan J. G. van Di.ik Az. te Schalkwijk.
Geboren in 1891, hoog 1.58 M., zwart, Inlandsch ras.
Julius werd 24 Februari 1894 in het stamboek opgenomen.
Hij werd 19 Mei 1893 bekroond met een aanhoudingspremie van f 50.â en 24 Februari 1894 met een aanhoudingspremie van f 150.â door het Genootschap van Landbouw en Kruidkunde te Utrecht.
Nu verkocht naar Engeland.
52
N0. li. WELSON, toebehoorende aan G. J. van Dijk Az. te Schalkwijk.
Geboren in 1891, hoog 1.56 M., zwart. Inlandsch ras. Fokker en afstamming onbekend.
Welson werd 24 Februari lb9-t in liet stamboek opgenomen.
N0. 12. POLLUX, toebelioorende aan C. vax Schaick te U ii d - W u 1 v e n. Houten.
Geboren in 1891, hoog 1.60 M., zwart, scheeve kol, Inlandsch ras.
Vader: Piet.
Hoeder: Princes.
Pollux werd 2-i Februari 1893 in het stamboek opgenomen. Bekroond 19 Mei 1892 te Utrecht met /'50.â, te Maarsen
1892 lst,! prijs, 22 Februari 1893 f 150.â te Utrecht. In
1893 lste prijs te Nijmegen, lste prijs te Amsterdam, lste prijs te Wijk bij Duurstede, 24 Februari 1894 f' 200.â te Utrecht, 24 Augustus 1894 2de prijs te IJselstein.
Nquot;. 13. CORNELIS, toebehoorende aan D. van der Grift te Baarn.
Geboren in 1891, hoog 1.57 M., ros, Inlandsch ras.
Fokker: Eigenaar.
Vader: Moor, N0. 3 Stamboek.
Moeder: Gekruist Geldersch ras.
Cornelis werd 24 Februari 1893 in het stamboek opgenomen.
Hij werd in 1892 bekroond met een aanhoudingspremie van f 50.â, in 1893 met /' 150.â en in 1894 met f 200.â door het Utrechtsch Genootschap van Landbouw en Kruidkunde.
Nquot; l i.. TUISKO, toebehoorende aan C. van Eck te Houten.
Geboren 31 Maart 1891 bij H. T. Btltmax te Haarlem-merveer, hoog 1.58 M., Goudros, kol. links achter witte sok. Ingeschreven in het veulenboek van het Nederlandsch
53
Paardenstamboek onder N0. 69. In Januari 1893 (N0. 238 Boek II H. Nederlandsch Paardenstamboek).
Fokker: F. van Niekerken te Utrecht.
Vader: Horatius, Anglo Norman, ras, N0. 61, X. P. S.
Moeder: Jacoba, Nquot;. 6.; X. P. S.
Tuisko werd den â¢2-j;sten Februari 1893 opgenomen in het stamboek.
Hij is met de Moeder bekroond op de tentoonstelling van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw in 1891 te Alkmaar.
19 Mei 1892 premie van f 50.â van het Genootschap van Landbouw en Kruidkunde te Utrecht.
Augustus 1894 Amsterdam 2de prijs f 50. â.
N0. 15. MASSIF, toebehoorende aan P. Veldhuizen te Loosd recht.
Geboren in 1888, hoog 1.65 M., zwart, enkele witte haren voor het hoofd, gekruist Inlandsch ras.
Door den eigenaar op 5-jarige leeftijd gekocht op de Utrechtsche hengstenmarkt. Afkomstig uit Zevenbergen.
Vader: onbekend.
Moeder: onbekend.
Hij werd bekroond in 1891 met een aanhoudingspremie van f 200.â, in 1895 met f 100.â door het Utrechtsch Genootschap van Landbouw en Kruidkunde.
Massif werd 24 Februari 1894 in het stamboek opgenomen.
N0. 16. ADAM, toebehoorende aan D. Pgt;. Streefkerk te Ho ii ten.
Geboren in 1891, hoog 1.60 M. zwart. Inlandsch ras.
Fokker: onbekend.
Vader: Bonaparte.
Moeder: Dora, U. P. S., Nquot;. 24.
Adam werd 21 Februari 1894 in het stamboek opgenomen.
Hij werd bekroond in 1892 met f 50.â . in 1893 met /150.â, in 1894 met f 200.â van wege het Genootschap van Landbouw en Kruidkunde te Utrecht.
In 1895 gecastreerd.
54
Nquot;. 17. BISMARCK, toebelioorende aan R. van Dijk te de Bilt.
Geboren in 1890, hoog 160 M., donkerbruin, scheef kolletje; gekruist ras.
Vader-, onbekend.
Moeder: Julia (ü. P. S., N0. 3).
Bismarck werd 21 Februari 1894 in het stamboek opgenomen.
Hij werd bekroond 21 Februari 1894 met een aanhoudingspremie van f 200.â door het Utrechtsch Genootschap van Landbouw en Kruidkunde.
Nquot;. 18. BOY, toebelioorende aan A. Stork, te de Bilt.
Geboren in 1890 te Kerkdriel, hoog 1.59 M.. donkerrood-bruin , links achter witte sok.
Vader: Jago, Bovenlandsche hengst.
Moeder: Inlandsche merrie.
Boy werd 21 Februari 1894 in het stamboek opgenomen.
Nquot;. 19. BRINIO, toebelioorende aan C. van Eck te Houten.
Geboren in 1892, hoog 1.61 M., donkerbruin, gekruist ras.
Fokker: F. van Niekerken te Utrecht.
Vader: Horatius, Anglonorman ras, Nquot;. 61, N. P. S.
Moeder: N0. 500, N. P. S.
Brinio werd 5 Maart 1895 in het stamboek opgenomen.
Hij werd bekroond in 1895 en 1896 met een jaarlijksche premie van /' 200.â, door het Utrechtsch Genootschap van Landbouw en Kruidkunde.
In 1892 met zijn moeder te Leiden lste prijs f 100.â. In 1893 te Utrecht /'50.â, Augustus 1895 Is10 prijs /'25.â te Uselstein, September 1895 lsle prijs f 25â te Loenen, September 1896 lste prijs f 70.â te Woerden.
N0. 20. EDZARB II, toebelioorende aan H. van Bentum te Houten.
Geboren in 1892, hoog 1.58 M.. donkerbruin gekruist ras.
Vader: Edzard, (U. P. S., Nquot;. 8).
Moeder: Inlandsche merrie.
Edzard II werd 5 Februari in het stamboek opgenomen.
Hij werd bekroond 24 Februari 1894 met /' 150.â en 5 Maart 1895 met een aanhoudingspremie van /' 200.â door liet Utrechtsch Genootschap van Landbouw en Kruidkunde
oo
21. POLLUX II, toebei looiende aan C. van Schaick Oud-Wulven te Houten,
Greboren in 1892, hoog 1 60 M.. zwart, kolletje, gekruist ras.
Fokker: Eigenaar.
Vader: Pollux, (Nquot;. 12, U. P. S.)
Moeder: Inlandsche merrie
Pollux II is 17 Februari 1890 in het stamboek opgenomen.
Hij is bekroond te Utrecht 24 Februari 1894 met Æ 150.â, 5 Maart 1895 met f 200.â, Augustus 1895 derde prijs te Arnhem en 17 Februari 1896 /' 200.â te Utrecht.
'22. ROMEO, toebehoorende aan A. Spithoven te Werklio ven.
Geboren in 1893 bij den eigenaar, hoog 1.58 M., zwart, links achter halt' binnensokje, gekruist ras.
Wider: Edzard, (Nquot;. 8, U. P. S.)
Moeder: Inlandsche merrie.
Romeo is 17 Februari 1896 in het stamboek opgenomen.
Hij werd bekroond in 1894 met een premie van f 50.â, in 1895 met f 150.â. In 1896 werd hij in de reserve opgenomen.
23. ROLANDSZOON, toebehoorende aan 1). van heu Grift te l'aavn.
Geboren in 1893 bij H. A. Pauwen te West-Pannerden, hoog 1.59 M., donkerbruin, gekruist ras.
Fokker: G. F. van Niekeeken , Utrecht.
Vader: Roland van H. G. Pauwen te West-Pannerden (N. P. S., Nquot;. 221, Geldersch P. S., N». 228).
Moeder: Surprise, (N. P. S. Nu. 134).
Eolandszoon is in het stamboek opgenomen den 17dequot; F ebruari 1896.
Bekroond in Utrecht in 1895 met f 50.â, in 1895 met /' 150.â en in 1896 met f 200.â
24. TRILBY, toebei looiende aan .1. C. van Ekten te J a a r s v e 1 d.
Geboren in 1898 te Struckhausen-Altendorf, hoog 1.55 M.,
5G
donkerbruin, kol, rechts voor sok, achter wit sokje met een vlekje.
Gekocht door den eigenaar in 1893 in Duitschland (Zurich).
Vader: Aibrat.
Moeder: Oldenburgsche merrie.
Bekroond in Utrecht 17 Februari 1896 met een premie van /' 200.â.
N0. 25. GREAT GUN, toebeiloorende aan J. Verxooij te II o u t e n.
Geboren in 1893 bij den Eigenaar, hoog 1.59 M., donkerbruin , gekruist ras.
Fokker; Eigenaar.
Vader: Beetly Great Gun U. P. S. Boek H II, Nquot;. 2. Engelsch stamboek Nquot;. 460 fol. 8, geboren bij James Cokeb, Beetly Hall Norfolk.
Overcjrootvader: Darkie.
Moeder: Inlandsche merrie.
Overgrootmoeder: Kate.
Great Gun is in het stamboek opgenomen den lsl0 April 1896.
Hij werd bekroond in Utrecht in 1894 met een prijs van f 50. â , in 1895 van /150.
Nquot;. 26. BECK FORD, toebehoorende aan J. he Boer te Utrecht.
Geboren in 1891, hoog 1.64 M., brum, voor sok wit, twee witte achter sokken, gekruist Engelsch volbloed.
Fokker: C. Punt te Klundert.
Vader: Engelsche volbloed.
Moeder: Inlandsch ras.
Beckford is in het stamboek opgenomen den lste April 1896.
Hij is bekroond te Houten Juni 1897 met den lslen prijs van f 25.â.
BOEK 11.
MERRIER
Nn. 1. TRUITJE, toebehoorende aan (J. vax Sciiaick. Oudwulven te Houten.
Geboren in 1887 bij den eigenaar, hoog 1.57 M., moorkop, Inlandsch ras.
Afstamming onbekend,
Truitje werd in Mei 1890 opgenomen in het stamboek.
Nn. 2. WILHELMINA, toebehoorende A. Dorresteix Wz. te de Bilt.
Geboren in 1885, hoog 1.59 M., zwart, Inlandsch ras. Afstamming onbekend.
Wilhelmina werd in Mei 1890 opgenomen in het stamboek.
Nquot;. 3. JULIA., toebeboorende aan W. Sïurkexboom te Houten.
Geboren in 1886 , hoog 1.58 M., donkerbruin, Inlandsch ras. Afstamming onbekend.
Julia werd in Mei 1890 opgenomen in het stamboek.
Nquot;. 4. DE SNEL, toebeboorende aan J. J. Stürkexboom te Houten.
Geboren in 1883, hoog 1.57 M., zwart, Inlandsch ras. Afstamming onbekend.
De 8nel werd in Mei 1890 opgenomen in het stamboek.
58
Nn. 5. KAATJE, toebelioorende aan C. Pauw te Jutfaas.
Geboren in 1885, hoog 1.59 Mv donkerbruin, Inlandscli ras.
Afstamming onbekend.
Kaatje werd in Mei 1890 opgenomen in bet stamboek.
Bekroond in 1893 en 1894 met haar veulen te Utrecht met /' 200.â.
N0. 6. MIE, toebelioorende aan C. J. Hacke vax Mijnden te Loosdrecht.
Geboren in 1885, hoog 1.59 M., donkerbruin, gekruist Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Mie werd in Mei 1890 opgenomen in liet stamboek.
Nquot;. 7. JAANTJE, toebehoorende aan C. J. Hacke van Mijnden te Loosdrecht.
Geboren in 1885, hoogte 1.56 M., donkerbruin, rechts achter witte bal, gekruist Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Jaantje werd in Mei 1890 opgenomen in het stamboek.
Nquot;. 8. CHRISTINE, toebehoorende aan C. J. Hacke van Mijnden te Loosdrecht.
Geboren in 1885, hoogte 1.58 M., donkerbruin, inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Christine werd in Mei 1890 in het stamboek opgenomen.
Nquot;. 9. C0EA, toebelioorende aan J'. Veldhuizen te Loos-drech t.
Geboren in 1886, hoogte 1.54 M. ros, stekelharig met kol, gekruist Inlandsch ras.
Door den eigenaar als veulen aangekocht.
Afstamming onbekend.
Cora werd in 1891 opgenomen in het stamboek.
Nquot;. 10. MAEIANNA, toebehoorende aan P. Veldhuizen te Loosdrecht.
Geboren in 1878, hoogte 1.64 M.. donkerbruin , gekruist Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Marianna werd in 1892 opgenomen in het stamboek.
11. JOHANNA, toebehooiende aan J. .1. Stlrkexboo.m te H o vi t e n.
Geboren in 1886 bij den Eigenaar, hoog 1.57 M., donkerbruin , gekruist Inlandsch ras.
Vader: bruine hengst van J. Veenooy te Houten.
Moeder: Snel (N0. 4, U. P. S.)
Johanna werd in 1891 opgenomen in liet stamboek.
12. MIE, toebehoorende aan Gerrit(tROex te Hoogland.
Geboren in 1883, hoog 1.62, M., donkerbruin, eenige witte haren op liet voorhoofd, gekruist Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Mie werd 18 April 1891 opgenomen in het stamboek.
13. VLUG, toebehoorende aan .1. Foxtein te lloeve-1 a k e n.
Geboren in 1882, hoog 1.55 M., moorkop, kol, Inlandsch ras. Afstamming onbekend.
Vlug werd 18 April 1890 opgenomen in het stamboek. Hij werd verkocht in October 1892 aan E. van Eaamsdonk te Nijkerk.
14. VOS, toebehoorende aan G. S( iiröder te B unni k.
Geboren in 1882, hoog 1.55 M., ros met druifskol, gekruist ras. Afstamming onbekend.
Vos werd 18 Augustus 1891 opgenomen in het stamboek.
15. DE BRUIN, toebehoorende aan C. v.vx Wiciien te J ntfaas.
Geboren in 1884, hoog 1.58 M., zwart, Inlandsch ras. Afstamming onbekend.
De Bruin werd 18 Augustus 1891 opgenomen in het stamboek.
10. RAS, toebehoorende aan II. van Bemmei. te Oude n r ij n.
Geboren in 1887, hoog 1.58 M., zwart Inlandsch ras. Afstamming onbekend.
Kas werd 18 Augustus 1891 opgenomen in het stamboek.
00
17. WITVOET, toebehoorende aan A. vax Dijk te Wijk bij Duurstede.
Geljoren in 1881, hoog 1.57 M., lichtbruin, kolletje, achter sokken, gekruist Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Witvoet werd 18 Augustus 1891 opgenomen in het stamboek.
18. GAL A.THÃ, toebehoorende aan W. C. yax den Moven te Vechten.
Geboren 1886, hoog 1.60 M., bruin, gekruist Inlandsch ras. Vader: Welkom, N0. 1, U. P. S., Boek H11.
Moeder: onbekend.
Galathé werd 18 Augustus 1801 in het stamboek opgenomen.
19. WAKKER, toebei loorende aan J. N. Verxooi.i te Cotlien.
Geboren in 1887, hoog 1.56 M. bruin, Inlandsch ras. Afstamming onbekend.
Wakker werd 18 Augustus 1891 opgenomen in het stamboek.
120. SNEL, toebehoorende aan C. vax Eck te Houten.
Geboren in 1886, hoog 1.60 M., donkerbruin, kolletje, Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Snel werd 8 October 1891 opgenomen in het stamboek.
21. WILHELMINA, toebehoorende aan A. R Somer te Houten.
Geboren in 1888, hoog 1.61 M., roodbruin, gekruist Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Wilhelmina werd 8 October 1891 opgenomen in het stamboek. Bekroond in 1892 met een aanhoudingspremie van f 200.â. Gedekt in 1892 door bruine hengst van G. van Woudenberg.
22. GERTRUDE, toebehoorende aan C. J. Kneppelhout vax Sterkexbürg te Driebergen.
Geboren in 1886, hoog 1.57 M., donkerbruin, Inlandsch ras. Afstamming onbekend.
01
Gertrude werd 8 October 1891 opgenomen in het stamboek. Gertrude is met haar veulen in Augustus 1892 met /' 200.â bekroond door het Genootschap van Landbouw en Kruidkunde.
23. EMMA, toebehoorende aan W. Sturkenboom te Houten.
Geboren in 1887, hoog 1.58 M., donkerbruin, gekruist Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Emma werd 8 October 1891 opgenomen in het stamboek.
â¢2i. DORA, toebehoorende aan D. li. Streefkerk te Houten.
Geboren 17 April 1888 bij den Eigenaar, hoog 1.58 M.r zwartbruin met eenige witte haren voorliet hoofd, Inlandsch ras. Vader: onbekend.
Moeder: Inlandsche merrie.
Dora werd 8 October 1891 in het stamboek opgenomen.
2ö. SNEL, toebehoorende aan Jhr. J. Steent mi acht van Oostcapelle, Huize Beerschoten te de Bilt.
Geboren in 1882, hoog 1.63 M., donkerbruin, gekruist Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Snel werd 8 October 1891 opgenomen in het stamboek. Bekroond in 1892 met haar hengstveulen (vader Beetly Great Gun JvT0. 2 Boek H II U. P. S.) met Æ 200.â door het Hoofdbestuur van het Utrechtscb Genootschap van Landbouw en Kruidkunde.
In 1892 door den zelfden hengst gedekt.
20. JOHANNA, toebehoorende aan A. Vi.üoswjik te W illeskop.
Geboren in 1883. hoog 1.56 M., zwart, Inlandsch ras. Afstamming onbekend.
Johanna werd 8 October 1891 voorwaardelijk in het stamboek opgenomen, daar zij in een lichten graad kreupel was. In 1892 werd zij goedgekeurd.
02
Nquot;. 27. JOSINA, toebehoorende aan E. C. van Rijn te Bun nik.
Geboren iu 1888, hoog 1.53 M., donkerbruin, Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Josina werd 8 October 1891 voorwaardelijk in het stamboek opgenomen, daar zij op de keuring rechts in lichten graad kreupel was.
In 1892 werd zij goedgekeurd.
Bekroond met haar veulen in Augustus 1892 met f 200. door het Hoofdbestuur van het Utrechtsch Genootschap van Landbouw en Kruidkunde.
N0. 28. X, toebehoorende aan Jhr. L. van Loon te Doorn.
Geboren in 1884, hoog 1.62 M., donkerbruin, gekruist Engelsch ras.
Afstamming onbekend.
X werd 18 Augustus 1892 opgenomen in het stamboek.
N0. 29. Z, toebehoorende aan G. van Leeuwen te Harmelen.
Geboren in 1886, hoog 1.57 M., zweetvos met eenige witte haren op het voorhoofd, Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Z werd 18 Augustus 1892 opgenomen in hut stamboek.
Bekroond te Utrecht met haar veulen met f 200.â in Juli 1892.
N0. 30. NORA, toebehoorende aim T. van Dijk te Zeist.
Geboren in 1888, hoog 1.54 M., donkerbruin met scheeve bles. Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Nora werd 18 Augustus 1892 opgenomen in het stamboek.
Bekroond met haar veulen 10 Aug. 1892, 15 Aug. 1893 met /' 200.â, 18 Aug. 1894. 14 Aug. 1895 met f 150.â telkens te Utrecht door het Hoofdbestuur van liet Genootschap van Landbouw en Kruidkunde.
Nquot;. 31. MARIE, toebehoorende aan D. van Wees te Houten.
Geboren in 1888, hoog 1.59 M., donkerbruin met een halve scheeve bles rechts afloopend , Inlandsch ras.
(33
Afstamming onbekend.
Marie werd 18 Augustus 1892 opgenomen in het stamboek.
Bekroond te Utrecht met haar veulen met /' 200. 18 Augustus 1892.
Nquot;. 32. COBA, toebehoorende aan .1. Oskam te J.lselstein.
Geboren in 1887, hoog 1.60 M., zwart, Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Coba werd 18 Augustus 1892 iu het stamboek opgenomen.
Bekroond met haar veulen te Utrecht met f 200.â 18 Augustus 1892.
Nquot;. 33. MINA, toebehoorende aan Wed⢠de Goei.i te Vleuten.
Geboren in 1887, hoog 1.57 M., donkerbruin met bles, Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Mina werd 18 Augustus 1892 in het stamboek opgenomen.
Bekroond met haar veulen te Utrecht met een prijs van /' 200.â 18 Augustus 1892, en 9 Augustus 1893.
In 1894 verkocht naar Frankrijk.
N0. 34. CORA, toebehoorende aan C. van Wijk te Jutfaas.
Geboren in 1887. hoog 1.59 M., donkerbruin met kol, gekruist Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Cora werd 18 Augustus 1892 in het stamboek opgenomen.
Bekroond te Utrecht met haar veulen 18 Augustus 1892 en 9 Augustus 1893, telkens met /' 200.â.
Nquot;. 35. NORMA, toebehoorende aan J. van Wijk te O dijk.
Geboren in 1890, hoog 1.60 M., donkerbruin. gekruist Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Norma werd 9 Augustus 1893 in het stamboek opgenomen.
Bekroond te Utrecht met haar veulen 9 Augustus 1893.
64
Nu. 36. WAKKER, toebehoorende aan Joiis Boekhout te Houten.
Geboren in 1890, lioog 1.60 M., donkere vos met eenige witte haren voor het hoofd, Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Wakker werd 9 Augustus 1893 in het stamboek opgenomen.
Bekroond met haar veulen te Utrecht 9 Augustus 1893 met Æ 200.ââ¢, 13 Augustus 1894, 14 Augustus 1895 telkens met f 150.â.
Verkocht Februari 1896 aan Gebr- 1\ii;.uei: te Arnhem voor /' 750.â.
N0. 37. SOPHIE, toebehoorende aan A. Verkerk te de Rilt.
Geboren in 1886, hoog 1.62 M., geelbruin met een klein kolletje, gekruist Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Sophie werd 9 Augustus 1893 in het stamboek opgenomen.
Bekroond met haar veulen te Utrecht met /' 150.â 9 Augustus 1898.
Nquot;. 38. JAANTJE, toebehoorende aan .1. Verkerk fe Woudenberg.
Geboren in 1893, hoog 1.59 M., donkerbruin, gekruist Inlandsch ras.
Jaantje werd 9 Augustus 1893 in het stamboek opgenomen.
Bekroond met haar veulen te Utrecht 13 Augustus 1894 en 14 Augustus 1895 niet f 150.â, 18 Augustus 1896 ter gelegenheid van de keuring te Utrecht N0. 4 van de Reserve.
Nquot;. 39. LITA, toebehoorende aan J. N. Verxoom te Cothen.
Geboren in 1889, hoog 1.58 M., bruin, gekruist Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Lita werd 13 Augustus 1894 in het stamboek opgenomen.
Bekroond met haar veulen te Utrecht 13 Augustus 1894 en 14 Augustus 1895 met f 150.â en te IJselstein 1894.
'iO. SNEL II, toebehooreade aan .1. .1. Sïurkenboom te Houten.
Geboren in 1890 hoog 1.58 M., donkerbruin met een scheef oploopend kolletje.
Vader: de Snel (N0. 4, U. P. S.).
Moeder: gekruist Geldersche merrie.
Snel II werd opgenomen.
Bekroond met haar veulen te Utrecht 13 Augustus 1894 met f' 150.â en ook te Wijk bij Duurstede in Augustus 1894.
41. KOBA, toebehoorende aan W. li. van Woi dkx-i'.kik: Rz. te Houten.
Geboren in 1890 , hoog 1.54 M., zwart, gekruist Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Koba werd 13 Augustus 1894 in liet stamboek opgenomen.
42. EMMA, toehelioorende aan W. Lokhorst te Werkhoven.
Geboren in 1890, hoog 1.56 M., lichtbruin met witte achtersokjes met zwarte vlekken. gekruist Inlandsch ras.
Afstamming onbekend.
Emma werd 13 Augustus 1893 in het stamboek opgenomen.
43. MIRZA, toebehoorende aan J. N. Vernoou te C o 111 e n.
Geboren 1890 bij den eigenaar, hoog 1.60 M., lichtbruin, met een grijs kolletje en eenige witte haren op zijn neus.
Vader: onbekend.
Moeder: onbekend.
Mirza is 29 Augustus 1893 met haar veulen te Utrecht met /' 150.â bekroond en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
44. RIKA, toebehoorendn aan A. II. vax Dmk te Wijk bij I) ii ii rstede.
Geboren 1891, boog J .62 M., lichtbruin, rechts voor een half sokje met zwarte vlekken, links voor half sokje, rechts achter halve witte voet, gekruist Geldersch ras.
Vader: Julius te Avezaath.
Moeder: onbekend.
GG
Rika werd 29 Augustus 1893 in het stamboek opgenomen.
Zij werd in 1893 te Wijk l)ij Duurstede met den ls,en prijs bekroond.
In 1894 stamboekprijs ad /' -10.â.
In Augustus 1895 aanhoudingspremie ad /'150.â te Utrecht.
Nquot;. 45. MAZEPPA, toebehoorende aan A. Stoük te de Bilt.
Geboren 1891, hoog 1.50 M., vos met kol.
Vader: onbekend.
Moeder: onbekend.
Mazeppa werd in Februari 1894 te Utrecht met een aanhoudingspremie van /' 200.â bekroond 7 en dien zelfden dag-in het stamboek opgenomen.
Nquot;. 4G. JENNY, toebeiloorende aan W. van dek Lek te Utrecht.
Geboren 1890, hoog 1.65 M., bruin.
Vader: onbekend.
Moeder: onbekend.
Jenny werd in Februari 1894 te Utrecht met een aanhoudingspremie van f 200.â bekroond ^ en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
Nquot;. 47. MAE.IE, toebehoorende aan A. vax der Lauw te T uil on 't W a a I.
Geboren 1889, hoog 1.63 M., ros met een stipje, voor het hoofd.
Vader: onbekend.
Moedei â¢: onbekend.
Marie werd in Februari 1894 te Utrecht met een aanhoudingspremie van f 200.â bekroond, en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
Nquot;. 48. DE BATAAF, toebehoorende aan N. A. van Dijk te Jutfaas.
Geboren 1891. lioog 1.60 M. donkerbruin.
Vader: onbekend.
Moeder: onbekend.
De Bataaf werd in Februari 1894 met een aanhoudingspremie van f 200.â bekroond en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
67
Nquot;. 49. JAANTJE, toebehooreude ann J. van Dijk te d e J]i 11.
Geboren 1890, hoog 1.59 M., donkerbruin met eenige witte haren voor het hoofd.
Vader: onbekend.
Moeder: onbekend.
.laantje werd in Februari 1894 met een aanhoudingspremie van / 200.â te Utrecht bekroond, en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
Nquot;. .j0. PRINSES, toebehooreude aan J. de Uüem te Houten.
Geboren 1890, hoog 1.62 M., donkerbruin met witte haren voor het hoofd.
Vader: onbekend.
Moeder: onbekend.
Prinses werd in Februari 1894 met een aanhoudingspremie van /' 200.â te Utrecht bekroond, en werd dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
Nquot;. 51. C0E.A, toebehooreude aan 11. van Bentum te 11 o u t e n.
Geboren 1891, hoog 1.57 M., bruin.
Vader: onbekend.
Moede}-: onbekend.
Cora werd in Februari 1894 met een aanhoudingspremie van f 200.â te Utrecht bekroond. en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
Nquot;. 52. POP, toebehooreude aan II. Hamoen te de Hommel.
Geboren 1892, hoog 1.59 M., donkerbruin.
Vader: onbekend.
Moeder: onbekend.
Pop werd 4 April 1895 met een aanhoudingspremie van / 200.â bekroond en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
08
nquot;. 53. LUCY, toebehoorende aan ,Ian wüudemjerf; te H o u t e n.
Geboren 1891. hoog 1.60 M., bruin.
Vader: onbekend.
Moeder: onbekend.
Lucy werd 4 April 1895 met een aanhoudingspremie van /' 200.â bekroond en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
Nu. 54. VLUG, toebehoorende aan 11. Sciioexmakku te Maarsseveen.
Geboren 1890 . hoog 1.62 M.. bruin.
Vader: onbekend.
Moeder: onbekend.
Vlug werd 4 April 1895 met een aanhoudingspremie van /' 200.â bekroond en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
V. 55. EMMA, toebehoorende aan J. Uyttewaal te Scha 1 k wij k.
Geboren 1892, hoog 1.60 M., donkerbruin.
Vader: onbekend.
Moedei-: onbekend.
Emma werd 4 April 1895 met een aanhoudingspremie van /' 200.â bekroond en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
Nquot;. 5(3. DE PROPER, toebehoorende aan i'. vax üe.m.mei. te Houten.
Geboren 1892, hoog 1.60 M. . donkerbruin, gekruist Geldersch ras.
Vader: onbekend.
Moeder: onbekend.
De Proper werd 4 April 1895 met een aanhoudingspremie van f 200.â bekroond en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
69
N0. 57. DE VLIEG, toel jehoorende aan .1. van der Lee to Raam brugge.
Geboren 1892, hoog 1.63 M, bruin.
Vader: onbekend.
Moeder-, onbekend.
De Vlieg werd in April 1895 met een aanhoudingspremie van /' 200.â bekroond, en dien zelfden dag in liet stamboek opgenomen.
Nr'. 58. JEANETTE, toebeiloorerule aati Joir uk (tOei.i te Houten.
Geboren 1891, hoog 1.60 M., bruin.
Vader: onbekend.
Moeder: onbekend.
Jeanette werd -I April 1895 met een aanhoudingspremie van /'200.â bekroond, en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
N0. 59. MINA, toebehoorende aan .1. Lekkkkkekkeu te Al a s t w ij k.
Geboren 1891, hoog 1.62 M., bruin.
Vader: onbekend.
Moedei â : onbekend.
Mina werd 4 April 1895 met een aanhoudingspremie van f 200.â bekroond, en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
N0. 60. DOLLY, toebehoorende aan 0. W. vax dex Hoven te Vechten.
Geboren 1891, hoog 1.60 M., ros.
Afstamming onbekend.
Dolly werd 4 April 1895 met een aanhoudingspremie van /' 200.â bekroond, en dien zelfden dag in het stamboek opgekomen.
N0. 61. SJOUK, toebehoorende aan P. Veuhiltzex te Loosd recli t.
Geboren 1892, hoog 1.58 M. donkerbruin met een scheef gekapt kolletje.
Afstamming onbekend.
Sjouk werd bekroond 31 Augustus 1894 te Loosdrecht met f 40.â en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
70
N0. 62. SYMPATHIE, toebehoorende aan M. van Qimkel te R ens w o u d e.
Geboren 1891. hoog 1.59 M., bruin.
Afstamming onbekend.
Sympathie werd in Augustus 1894 te Utrecht bekroond met f 150.â en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
N0. 63. ANNA, toebehoo rende aan Jan van Wijk te U o ii ten.
Geboren 1891, hoog 1.58 M., geelbruin.
Afstamming onbekend.
Anna werd te IJselstein met een eerste prijs bekroond en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
In Mei 1895 verkocht aan P. van Wijk te Houten.
Nn. 64. CORA, toebehoorende aan M. van (Iinkel te R ens won de.
Geboren 1891, hoog 1.58 M., bruin.
Afstamming onbekend.
Cora werd 14 Augustus 1895 te Utrecht met Æ 150.â bekroond en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
N0. 65. ALEIDA, toebehoorende aan (b van Roüijen te Houten.
Geboren 1892, hoog 1.59 M., bruin.
Afstamming onbekend.
Aleida werd 14 Augustus 1895 te Utrecht met f 150.â bekroond en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
Nquot;. 66. CLEOPATRA, toebehoorende aan C. van Eck te Houten.
Geboren 1891, hoog 1.57 M., donkerbruin met scheeve kol, rechts achter witte sokje.
Afstamming onbekend.
Cleopatra werd 14 Augustus 1895, met haar veulen te Utrecht bekroond met f 150.â en in Augustus 1896 als N0. 1 in den reserve opgenomen.
Den 14'len Augustus werd zij in het stamboek opgenomen.
71
67. VLUG, toebehoorende aan J. van Wijk te Odijk.
Geboren 1891, hoog 1.61 M., bruin gekruist ras.
Afstamming onbekend.
Vlug werd 18 Maart 1896 bekroond te Utrecht met Æ 200. en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
08. MIE, toebehoorende aan P. vax Wfik te Mouten.
Geboren 1898, hoog 1.54 M., donkerbruin.
Afstamming onbekend.
Mie werd 1 April 1896 in het stamboek opgenomen.
(39. JOHANNA, toebehoorende aan ,1. .1. Sturkexboom te Houten.
Geboren 1892, hoog 1.58 M., donkerbruin met wit kolletje, links achter witte sok.
Johanna werd 1 April 1896 in het stamboek opgenomen.
70. MIKA, toebehoorende aan J. N. Verxooij te Col li en.
Geboren 1892, hoog 1.56 M.. donkerbruin, gekruist ras.
Afstamming onbekend.
Mika werd 1 April 1896 te Houten met f 25. â bekroond en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
71a. SUZANNA, toebehoorende aan J. X, Vernooi.i te Co then.
Geboren 1893, hoog 1.55 M., donkerbruin, gekruist ras.
Vader: de Moor, N0. 3, U. P. S.
Moeder: Caro, N0. 48, U. P. S.
Suzanna werd 1 April 1896 in het stamboek opgenomen.
lib. MARIE, toebehoorende aan W. Sturkenbooji te Houten.
Geboren 1891, hoog 1.57 M., donkerbruin.
Afstamming onbekend.
Marie werd 1 April 1896 te Houten in het stamboek opgenomen.
72
Nn. 72. JOHANNA, toebei loorende aan E. Huiuen te Ac li ter we te r i ng.
Geboren 1892, hoog 1.64 M., zwart gekruist ras.
Afstamming onbekend.
Johanna werd 20 Maart 1896 te Utrecht met f 200.â bekroond en 1quot; April in het stamboek opgenomen.
N0. 73. BERNADINE, toebei ioorende aan C. J. Kxeppejjiolt va\ Steukexbuui; te J)i'iebergen.
Geboren 1893, hoog 1.59 M., bruin, links achter witte sok en vetlok. Gekruist ras.
I quot;ader: Bernard.
Moeder: Geldersche merrie.
Bernadine werd 20 Maart 1896 te Utrecht met f 200.â bekroond en 1quot; April in het stamboek opgenomen.
N0 74. SNEL, toebehoorende aan Gr. v.vx dkh Lauw ie W e r k hove n.
Geboren 1893, hoog 1.60 M., zwart met een klein wit snuitje en rechts achter klein wit sokje.
Afstamming onbekend.
Snel werd 20 Maart 1896 te Utrecht bekroond met/'200.â en 1 April in het stamboek opgenomen.
N0. 75. MARTHA, toebeJioorende aan C. F. vax Rooijex te H o ii t e n.
Geboren 1893, hoog 1.61 M., donkerbruin.
Afstamming onbekend.
Martha werd als 2Je Reserve goedgekeurd op de keuring van 20 Maart 1896 te Utrecht.
De lste April werd zij in het stamboek opgenomen.
Nn. 76. ASTRA., toebehoorende aan Joir Boekhout te Ho nten.
Geboren 1892, hoog 1.57 M., donkerbruin met een breede bles met een witte onderlip, twee tot aan de springgewrichten witte sokken gekruist ras.
Afstamming onbekend.
73
Astra werd 20 Maart 1896 te Utrecht lx â¢kroond met /'200. en 1 April in het stamboek opgenomen.
Verkocht in Juni 1896 aan den Heer Ogïeop te Dordrecht voor /' 1200.â.
Nn. 77. WILHELMINA, toebehoorende aan A. vax üecse-KOir te Use 1st ei n
Geboren 1892, hoog 1.61 M., donkerbruin, gekruist ras.
Afstamming onbekend.
Wilhelmina werd 20 Maart 1896 te Utrecht met f 200.â bekroond en 1 April in het stamboek opgenomen.
Nquot;. 78. SOPHIA, toebehoorende aan J. N. Veuxooi.i to C o then.
Geboren 1893, hoog 1.65 M., donkerbruin met scheef oploopende kol.
Afstamming onbekend.
Sophia werd 20 Maart 1896 te Utrecht met /'200. bekroond
en 1 April in het stamboek opgenomen.
Nquot;. 7!). MARIA, toebehoorende aan .i. Kool te Wijk li ij Duurstede.
Geboren 1893, hoog 1.65 M., donkerbruin, gekruist ras.
Afstamming onbekend.
Maria werd 20 Maart 1896 te Utrecht bekroond met f 20(). en 1 April in het stamboek opgenomen.
Nquot;. 80. HOHSA, toebei loo rende aan de Wedwi! de Goeu to VI en ten.
Geboren 1892, hoog 1.61 M., zwart, gekruist ras.
Afstamming onbekend.
Horsa werd 20 Maart 1896 te Utrecht met / 200. - bekroond en 1 April in het stamboek opgenomen.
Nquot;. 81. KOOS, toebeiicorende aan li. van hek Vi.iert te Rens wc li de.
Geboren 1893, hoog 1.56 M., donkerbruin.
Vader; Jacob, N0. 1, U. P. S.
Moeder: Geldersche merrie.
Koos werd 8 April 1896 te Woudenberg in het stamboek opgenomen.
74
N0, 82. wakker, toebehoorende aan dc Wedwo van Wees te Houten.
Geboren 1893, hoog 1.63 M.
Vader: Beatly Great Gun, Nquot;. 31, U. P. S. H II.
Moeder: Marie, N0. 31, U. P. S.
Wakker werd 20 Maart 1896 te Utrecht bekroond met f 200.â en 1 April in liet stamboek opgenomen.
Nquot;. 83. moor, toebehoorende aan Jon5 Lekkerkerker te Montfoort.
Geboren 1893, hoog 1.60 M., moorkop, gekruist ras.
Afstamming anbekend.
Moor werd 20 Maart 1896 op de keuring te Utrecht als 3lJe reserve aangewezen en 1 April in het stamboek opgenomen.
Nquot;. 84. mika, toebehoorende aan P. van Bemmei. te O ii lt;1 e ii rij n.
Geboren 1893, hoog 1.62 M.. zwart, links achter half wit sokje, halve binnen sok met zwarte vlekken op de hoeven.
Vader: Moor, N0. 3 . U. P. S.
Moeder: Popta.
Mika werd 20 Maart 1896 op de keuring te Utrecht als 5rle reserve aangewezen en 1 April in het stamboek opgenomen.
nquot;. 85. maria, toebehoorende aan g. van 'ï Hoenoerdaal te Bun nik.
Geboren 1892, hoog 1.59 M., donkerbruin met kopersnuit.
Afstamming onbekend.
Maria werd 20 Maart 1896 op de keuring te Utrecht als lste reserve aangewezen en 1 April in het stamboek opgenomen.
Nn. 86. martha, toebehoorende aan W. Bokkenstein te B e n s c h o p.
Geboren 1892, hoog 1.59 M., donkerbruin.
Martha werd 1 April 1896 in het stamboek opgenomen en is 3 April 1896 gestorven.
/o
Nquot;. 87. ROSA, toebeliooremle aan G. van üer Lauw te W e r kh oven.
Geboren 1892, hoog 1.58 M., moorkop, Inlandsch ras.
Rosa werd op de keuring te Utrecht 9 April 1895 als lste reserve aangewezen en op dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
N0. 88. CORNELIA, toebeliooremle aan G. Stlp.kenboom te J u t fa a s.
Geboren 1893, hoog 1.64 M., donkerbruin.
Afstamming onbekend.
Cornelia werd 16 Augustus 1896 te Utrecht met /' 200.â bekroond en op dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
Nquot;. H!». JOHANNA, toebeiloorende aan Jon8 Bokkiioit te Houten.
Geboren 1893, hoog 1.61 M., zwart met drie witte haren op het voorhoofd.
Afstamming onbekend.
Johanna werd 16 Augustus 1896 met haar veulen te Utrecht met f 200.â bekroond en dien zelfden dag in liet stamboek opgenomen.
Nquot;. 90. JET, toebehoorende aan P. van Uossum te Houten.
Geboren 1893, hoog 1.58 M., donkerbruin, gekruist ras.
Afstamming onbekend.
Jet werd 16 Augustus 1896 met haar veulen te Utrecht bekroond met ( 200.â en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
Nquot;. 91. NELLY, toebehoorende aan W. L.UiEinvEU te II o n t e n.
Geboren 1892, hoog 1.68 M., zwart.
Afstamming onbekend.
Nelly werd 16 Augustus 1896 met haar veulen te Utrecht bekroond met f 200.â en dien zelfden dag in het stamboek opgenomen.
â ; â â
-