quot;V-. Iquot;?
é lt;
i I
t li
yH ^ %
^ â 'â â â â â ^' A - -i u S.. â â
T
y-
VOLGORDE VAN DE GEBEDEN
DER
CONGREGATIE.
EEKSTE ZONDAG
toegewijd aan de
Onbevlekte Ontvangenis van Maria.
Handb. bl.
1. Voorbereidend gebed. 54
2. Veni Creator. (Latijn.) 46
(Met de Antipb. het vers en het gebed.)
3. De Antiphona ünalis volgens den tijd van
het jaar. 48
4. KBSi'ONSOKIUlI SaNCTI BONAVENTURyT; ad
Sanctum Antoniüm.
Si quairis miracula.
Mors, error, ealamitas,
Da;mon, lepra fugiunt,
Aegri surgunt sani.
i EERSTE ZONDAG.
quot; Handb. bl.
Cedunt mare, vincula,
Membra, resque perditas
Petunt et aeeipiunt Juvenes et cani.
Pereunt pericala Cessat et uecessitas,
Narrent hi qui sentiunt,
Dieant Paduani.
Cedunt mare etc.
Gloria Patri et Pilio et Spiritui Sancto.
Cedunt etc.
v. Dra pro nobis, B. Antoni.
e. üt digni efficiamur etc.
Oremus.
Mitisaime Deus, qui Bfcum Antonium Con-fessorem tuum perpetuia illustras mira-culorum splendoribus : concede propitius ; ut qu® per ejus merita fideliter petimus, per ejus intercessionem efficaciter eonse-quamur.
Qui vivis et regnas in saioula sa:culo-ïum. r. Amen.
5. Rozenhoedje voor de bekeering der zondaars.
6. Geestelijke lezing. (Naar goedvinden van den.
Directeur.)
7. Litanie van Lorette. (Latijn.) 56
hekste zondag.
Handb. bl.
Na 't Agnus Dei zegt men;
Christe audi nos.
Chriate exaudi nos.
Kyrie eleison, Christe etc. Kyrië etc.
Pater noster.
v. Et ne noa inducas in tentationem.
e. Sed libera nos a malo.
v. Memento congregationis tuse.
a. Quam possedisti ab initio.
v. Oremus pro benefactoribus nostris. e. Retribuere dignare, Domine, omnibus nobis bona facientibus propter nomen tuum vitam aeternam. Amen.
v. Oremus pro fidelibus defanctis.
r. Requiem Eeternam dona eis, Domine, et
lux perpetua luceat eis.
v. Requiescant in pace,
R. Amen.
v. Pro fratibus nostris absentibus.
k. Salvos fac servos tuos. Deus meus, spe-
rantes in te.
v. Mitte eis, Domine, auxilium de sancto. k. Et de Sion tuere eos.
v. Domine exaudi orationem meam. r. Et clamor meus ad te voniat.
Oremus, Defende etc. 59
Wordt gezongen:
3,
eerste zondag.
4
Hymnus.
1.
2.
|
Ave Maria stella, Dei Mater Alma Atque semper virgo, Felix cocli porta. 3. Solve vincla reis, quot; Profer lumon caceis. Mala nostra pelle. Bona cuneta posce. 5. Virgo singularis, Inter omnes mitis, Nos culpis solutos, Mites fac et castos. |
Sumens illud Ave Gabrielis ore, Punda nos in pace, Mutans Eva; nomen. 4. Monstra te esse Matrem, Sumat per te p reces. Qui pro nobis natus, ïuiit esse tuus. 6. Vitam pnesta puram, Iter para tutum, CJt videntes Jesum, Semper oolla:temur. |
Sit lans Deo Patri,
Summo Christo decus.
Spiritui Sancto,
Tribus honor unus.
Amen.
9. Vijf Onze Vader, Wees gegroet en achter elk Glorie zij den Vader, enz. om den aflaat te verdienen; daarna Divinum auxiiium maneat semper nobiscuni. (Resp. Amen.)
eerste zondag. 5
Handb. bl.
10. Vijf Wees gegroet voor allen, die zich in
de gebeden der Congreganisten hebben aanbevolen. (Directeur.)
11. Drie gebeden tot den H. Joseph. 71
12. O RATIONES
IN FINE CONSREGATIONIS DICENDiE. Pro peocatoribus agonizantibua. O Clementissime Jeau, Amator animarnm ! Obsecro te, per agoniam Cordis tui sacra-tissimi et per dolores Matris tuiK immacu-latse, lava in sanguine tuo pecoatores totius mundi, nunc in agonia positos et hodie morituros.
a. Amen.
Cor Jesu in agonia factum, miserere omnium morientium. Cüiteeteur.)
h. Amen.
Indulg. 300 dierum Pius P. IX.
13. Oratio S. Bernardi.
Memorare, o piissima Virgo Maria, non
esse auditum a Sfcculo qnemquam ad tua currentem presidia, tua implorantem auxilia, tua petentem sufïragia esse derelictum ; ego tali animatus confidentia, ad te, Virgo Vir-ginum, Mater, curro; coram te gemens pee-cator assisto; noli. Mater Verbi, verba mea despicere sed audi propitia et exaudi.
r. Amen.
^Cntoniué han ^abua.
Handb. bl.
1. Voorbereidend
2. Veni Creator. (Gelijk boven.)
3. De Antiphona flnalis.
4. Gebed, om God te bedanken vooe de genaden, welke Hu aan den H. Antonius
heeft bewezen :
O Heer Jezus, koning van 't Heelal, glans der Heiligen, wij bedanken U, omdat Gij den H. Antonius hebt uitverkoren om Hem tot een zoo hoogen trap van glorie en heerlijkheid te verheffen in den Hemel en omdat Gij Hem hier op aarde zoo zeer verheft door de menigvuldige wonderen, welke Hij uitwerkt voor hen, die Hem met betrouwen aanroepen; wij smeeken U, o God, om de genade van Zijne krachtige voorspraak in onze geestelijke en tijdelijke noodwendigheden te mogen ondervinden, opdat wij het pad der zonde verlatende, den weg der volmaaktheid bewandelen, dien Hij ons door Zijn voorbeeld heeft aangetoond
'54 46 48
4
tweede zondag.
en Zijne deugden navolgende, ook eens met Hem deel hebben in de eeuwige glorie. R. Amen.
-i Ci- 5. Rozenhoedje voor de overledenen. 6. De Profundis. (Gezongen.)
Daarna zingt de Directeur :
Pater noater.
v. Et ne nos indueas in tentationem.
e. Sed libera nos a malo.
v. A porta inferi.
R. Erue, Domine, animas eorum.
v. Requiescant in pace.
a. Amen.
v. Domine exaudi orationem meam. R. Et clamor meus ad te veniat.
v. Dominus vobiscum.
r. Et cum spiritu tuo.
Oremus.
Deus, venise largitor et humanse salutis amator, quaaimus clementiam tuam, ut nostra congregationis fratres, propinquos et benefactorea, qui ex hoe sseculo transierunt, ' beata Maria semper Virgine intercedente,
ei11! omnibus sanctis tuis ad perpetua; beatitudinis consortium pervenire concedas.
Pidelinm Deus, omnium Conditor et Redemptor, animabus famulorum famula-
7
-i
8 TWEEDE ZONDAG.
Handb. bl.
rumqoe tuarum remissionem cunctorum tribue peccatorum, ut indalgeutiam, quam semper optaverunt, püs supplioationibus oonsequantur. Qui vivis et regnas in ssceula Siceulorum. Amen.
v. Requiem reternam dona eis, Domine. n. Et lux perpetua luceat eis.
v. Requiesoant in pace.
b. Amen.
v. Geestel. lezing. (N.goedvinden v.d.üirect.)
8. Litanie van Lorette. (Latijn.) 56
(Daarna de gebeden die boven zijn opgegeven.)
9. Litanie v. d. H. Antonius v. Padua.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm U onzer, Christus, hoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer.
Gods Zoon, verlosser der wereld, ontf. U o.
God, H. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontf. U onzer.
H. Maria, Moeder en Beschermster van
den H. Antonius, bid voor ons. g;
H- Pranoiscus, vader en onderrichter van lt; den H. Antonius, -gt;
H. Antonius v. Padua, §
OB
Zalige vrucht van Spanje,
TWEEDE ZONDAG.
Nieuw licht van Italië, bid voor ons.
Beschermer en luister van Padua,
Apostel van Frankrijk,
Navolger van den H. Vader Franciscus,
Lelie van zuiverheid,
Kostbare parel der armoede,
Klaarschijnend licht van gehoorzaamheid.
Spiegel van boetvaardigheid,
Roos van verduldigheid,
Vlam van liefde.
Vat van heiligheid,
Pilaar der H. Kerk,
Verkondiger der genade,
Uitroeier der zonden,
Versmader der wereld,
Verheffer van de grootheid Gods,
Ootmoedige verberger der wijsheid,
Leeraar der waarheid,
Klaarblinkende ster der Seralijaen orde,
Ark des Verbonds,
Trompet des Allerhoogaten,
Voorvechter van 't geloof aan 't hoogwaai
Sacrament des Altaars,
Vurig verlangende naar den marteldood, Geesel der ketters.
Schrik der ongeloovigen,
Roede der dwingelanden,
TWEEDE ZONDAG.
Ijverzuchtige liefhebber van Gods huis, bid voor IJveraar der zielen,
Groote woaderdoener.
Patroon in verloren zaken,
Toevlucht der armen,
Gezondheid der zieken.
Vertrooster der bedrukten,
Hof van vreugde.
Kenner der harten,
Voorzegger van toekomende zaken.
Verwekker der dooden.
Schrik der duivelen,
Navolger der Oudvaders ea Profeten, Evenbeeld der Apostelen,
Uitstekende onder de leeraars.
Luister der Heiligen,
Onze allerzoetste vader en beschermer.
Wees genadig, spaar ons Heer.
Wees genadig, verhoor ons Heer.
Van alle kwaad, verlos ons Heer.
Van alle zonden.
Van de macht des duivels.
Van pest, hongersnood en oorlog.
Van den eeuwigen dood,
Door de verdiensten van den H. Antonius, Door zijce brandende liefde tot U en tot evennaaste,
10
TWEEDE ZONDAG.
Door zijn ijver voor de bekeering der zondaars,
verlos ons Heer.
Door zijne vurige begeerte naar den marteldood, Door zijne standvastige volharding in 't beoe- ° fenen zijner beloften van armoede, gehoor- § zaamheid en zuiverheid, ^
Door zijn onvermoeiden arbaid, §
Door de wonderbare menigvuldigheid zijner
mirakelen,
In den dag des oordeels,
Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons tot een waarachtig berouw en leedwezen over onze zonden gelieft te bren-
gen. _ . a
Dat Gij het vuur der goddelijke liefde in onze «=â¢
harten wilt ontsteken, St
Dat Gij U gewaardigt ons deelachtig te maken g1
aan de voorspraak en de verdiensten van a
den H. Antoniup, ,,
Dat Gij ons vaderland in den dienst van den g,
H. Antonius wilt bewaren. Dat Gij aan allen o
die hun toevlucht tot den H. Antonius nemen, o
a
gezondheid naarziel en lichaam gelieftte verleenen, â¢quot; Dat wij door de verdiensten van den tl.
Antonius in alle deugden mogen voortgaan. Lam Gods enz.
v. Bid voor ons enz.
11
TWEEDE ZONDAG,
12
Handb. bl.
Laten wij bidden.
Wonderbare God, vader der barmhartigheid en der vertroosting, die de overblijfselen van 't lichaam van Urnen H. Belijder Antonius voor ons bewaard hebt; wij bedanken U daarvoor en bidden ü door de verdiensten en de voorspraak van denzelfden Heilige, ons te willen aanhooren, opdat ook wij barmhartigheid en troost mogen verwerven. Door J. C. onzen Heer. Amen.
10. Hesp. Si qua;ris. (Gezongen.) Zie boven.
11. Vijf Onze Vader en Wees gegroet enz. als
boven voor den Aflaat.
12. Vijf Wees gegroet. (Directeur.)
13. Gebeden tot den H. Joseph. 71
14. O Glementissime.
15. Memorare.
j
j
- gt;-
Ã
| ||||||||||||||||||||||||
|
(Daarna de gebeden die boven zijn opge |
geven.)
8. Litanie van den H. Joseph. 68
(Met het eerste gebed.) 71
9. Hymnus ; Iste Confessor. (Gezongen.)
1.
Iste confessor Domini eolentes.
Quem pie laudant populi per drbem :
Hac die laitus meruit beatas Scandere sedes.
2.
Qui pius, prudens, humilis, pudicus,
Sobriam duxit sine labe vitam.
Donec humanos animavit aurae Spiritus artus.
DERDE ZONDAS.
Handb. bi.
3.
Cujus ob prsestana meritum frequenter Aegra quae passim jaouere membra,
Viribus morbi domitis, salnti Restituuntur.
4.
Noster hinc illi chorus obsequentem Conoinit laudem, celebresque palmas ;
Ut piis ejus precibus juvemur Omne per revum.
5.
Sit salus illi, decus afque virtus,
Qui super coeli solio coruscans,
Totius raundi seriem gubernat Trinus et unus.
Amen.
10. Vijf Onze Vader etc.
11. Vijf Wees gegroet. (Directeur.)
12. Gebedeu tot den H. Joseph met het 2° te
beginnen; omdat het eerste achter de Litanie gebeden is. 72
13. O Clementissime. (Directeur.)
14. Memorare etc.
14
|
VÃEKDE ZONDAG | ||
|
toegewijd aan den | ||
|
H. ALOYS 1 US. | ||
|
Handb. bl. | ||
|
1. |
Voorbereidend gebed. |
64 |
|
2. |
Veni Creator. (Latijn.) |
46 |
|
3. |
Antiph. finalis. |
48 |
|
4. |
Resp. Si quseris. | |
|
5. |
Tien Wees gegroet, waarna Glorie zij |
etc. |
|
voor de weldoeners der Congregatie. | ||
|
6. |
Geestelijke lezing. (Directeur.) | |
|
7. |
Litanie van Lorette. (Latijn.) |
56 |
(Daarna de gebeden, die boven zijn opgegeven.)
8. Litanie van den H. Aloysius. 64
9. Hymnus : Infensüs etc. (Gezongen.)
1.
Infensus hostis glorise Omnisque culpa: nescius,
Et mollis osor curi»,
Laudetur Aloysius.
2.
Alma juvante Virgine.
Simul fores ac contigit Vitae, sacrato flumine Nascens paar renascitur.
VIERDE ZONDAG.
3.
Primis ab incunabulis. Pi® loquelse seraina Caatis flnunt labellulis,
Jesu et Maria; nomina.
4.
Summo sacet jam numini, Curas profanaa abdicat.
Et se noyermis Virgini Per oastitatem dedicat.
5.
Deo trahente coclitus, Sic mente pergit vivere. Ut carnis expera spiritus Vel angelus oum corpore.
6.
Non hunc honores sa;culi, Non magna tangunt nomina, Non aulici, non servuli, Non cara gentis agmina.
7.
Sed hsec habens despectui, Sacrisque captus gaudiis, Adjunctus almo coitui,
Christi meret stipendiis.
~r
VIERDE ZONDAG. 17
Handb. bl.
8.
Ulo nihil perfectias;
Nihil fait constantius:
Omni carens labecula,
Fit sanctitatis specula.
9.
Utti ter alrao numini Sanctoque Jesu nomini,
Sit laus, decus, dilectio;
Sit laus et Aloysio.
Amen.
10. Vijf Onze Vader en Wees gegroet etc.
11. Vijf Wees gegroet etc. (Directeur.)
12. Gebeden tot den H. Jozef. 71
13. O Clementisaime etc. (Directeur.)
14. Memorare etc.
VÃEKDJe ZONDAG
toegewijd aan den
H. A LOYS I US.
(Als deze de laatste Zondag der maand is.)
1. Voorbereidend gebed. Handb. bh
2. Veni Creator. (Latijn.) 45
(Na de 2^e strophe uitdeeling der maand-briefjes.)
3. Antiphona finalis.
4. Kesp. Si quferis etc.
5. Tien Wees Gegroet, waarna Glorie etc. voor
de weldoeners der Congregatie.
6. Geestelijke lozing. (Directeur.)
7. Litanie der kinderen van Maria. 60
8. Gebed tot den H. Aloysius, om de deugd
van zuiverheid te vragen. 67
9. Hymnus: Infensus etc. (Wordt gezongen.)
10. Vijf Onze Vader en Wees gegroet etc.
11. Vijf Wees gegroet (Directeur.)
12. Gebeden tot den H, Joseph. j
13. O Clementissime etc. (Directeur.)
14. Memorare etc.
r
H. H. HARTEN.
1. Voorbereidend gebed.
2. Veni Creator. (Latijn.)
Handb. bl.
54 46
(Na de 2(ie strophe uitdeeling der maand-briefjes.)
3. Antiph. ünalis.
4. Hesp, Si qutcris.
5. Geestelijke lezing. (Directeur.)
6. Litanie der kinderen van Maria.
60
-er
7. Gebed tot de H. H. Hakten, als volgt: o H. Hart van Jezus, het teederste, het beminnelijkste en het edelmoedigste van alle harten; doordrongen van dankbaarheid bij het zien van uwe weldaden, komen wij ons zonder terughouding en voor altijd aan ü toewijden. Wij willen al onze krachten aanwenden om Uwen eeredienst te verbreiden en, voor zoover het ons mogelijk is, aller harten tot U te trekken. Ontvang heden de onze, lieve Jezus, neem ze als de Uwe aan, verander en zuiver ze, opdat zij Uwer meer waardig worden; maak onze
VIJPDE ZONDAG.
arme harten nederig, zachtaardig, geduldig, getrouw en edelmoedig, gelijk het üwe, door ze met al het vuur van Uwe goddelijke liefde te vervullen. Verberg ze in Uw goddelijk Hart met al de harten, die U beminnen en U zijn toegewijd en gedoog niet dst wij ooit het onze terugvragen. Zie, goede Jezus, wij willen liever sterven, dan ooit Uw aanbiddelijk Hart bedroeven. Ja, H. Hart van Jezus, altijd U te beminnen, te eeren, te dienen en ten allen tijde geheel aan U toe te behooren; ziedaar de wensch van ons hart in leven en in dood.
O Allerheiligst Hart van Maria, altijd Maagd en zonder zonde! het heiligste en zuiverste na dat van Jezus, onuitputbare bron van goedheid, liefde en barmhartigheid, heerlijk voorbeeld van alle deugden, volmaakt evenbeeld van het aanbiddelijk Hart van Jezus ; Hart, hetwelk altijd van de hevigste liefde gebrand heeft en dat God meer dan alle Serafijnen heeft bemind ; Hart, hetwelk allen lof, alle achting en eerbewijzing der Engelen en der menschen waardig is; gewaardig het weinige te ontvangen, wat wij heden voor U verrichten.
Neergeworpen voor Uwen troon bewijzen
20
VIJFDE ZONDAG.
T
21
wij U al de hulde, welke ons arm hart U slechts bewijzen kan; wij bedanken U voor al de weldaden, die wij door U van God ontvangen hebben en wij vereenigen ons met al die zuivere zielen, die er behagen in scheppen U te prijzen en te beminnen. O Hart van Maria, hetwelk bij voorkeur de troon van liefde, vrede en barmhartigheid moet genoemd worden; wij bieden U onze ellendige harten aan, in de hoop, dat, ofschoon die met vele zonden zijn bezoedeld. Gij ze niet zult versmaden. Welaan, teeder geliefde Moeder ! zuiver en heilig ze, vervul ze met liefde tot U en tot Jezus Uwen zoon; met één woord, maak ze gelijk aan het Uwe, opdat zij eens met het Uwe mogen vereenigd worden en in Uw gezelschap God voor eeuwig in den Hemel beminnen mogen. Amen. Dat het goddelijk Hart van Jezus, met 't onbevlekte Hart van Maria altijd en in alle plaatsen gekend, geloofd, bemind en verheerlijkt zij. Amen.
8. Magnificat. (Gezongen.)
Canticum Beat.-e Virgini.
Magnificat anima mea Dominum :
Et exultavit spiritus meus, in Deo salu-tari meo.
I
4-
VIJfDE ZONDAG.
Handb. bl.
Quia repexit humilitatem ancilljE suje, 6GC6 enim ex hoc beatatn me diceut otuues generationes.
Quia fecit mihi magna, qui potena est: et sanctum nomen ejus.
Et misericordia ejus a progenie in progenies timentibus eum.
Fecit potentiam in brachio suo, dispersit superbos mente cordis sni.
Deposuit potentes de sede, et exaltavit humiles.
Bsurientes implevit bonis, et divites di-misit inanes.
Suscepit Israël puerum suum, recordatus misericordiie sua;.
Sicut locutus est ad patres nostros, Abraham et semini ejus in Sitcula.
Gloria etc.
9. Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet etc.
10. Vijfmaal Wees gegroet. (Directeur.)
11. Gebed tot den H. Joseph. 71
12. Het gebed: O Glementissime. (Directeur.)
13. Memorare.
22
Naar goedvinden van den B. P. Directeur kan ook het volgende- of wel een gezang uit het Handboekje gezongen ivorden :
MARIA LEVE !
1.
Maria leev'! wat glans en luister meug'len
Zich in dit hart van alle vlekken vrij. Maria leev' ! de koningin der Eng'len, De moedermaagd aan 't hoofd der maagdenrij. Maria leve! met God Haar kind.
Leve Maria ! Die ons als moeder mint.
2.
Maria leev'! komt laat ons voor haar knielen. Ze is dochter Gods, Gods moeder, Godes bruid. Maria leev'! ze is 't heilverbond der zielen.
Door hare hand stort God zijn gunsten uit. Maria leve ! (Als boven.)
3.
Maria leev'! zou 'k immer haar verlaten ?
'k Was liever dood en lag in 't duister graf. Want zonder Haar, wat zou mij quot;t leven baten ? Neen God, breek eer den draad mijns levens af. Maria leve ! (Als boven.)
24
4.
Maria leev'! laat me in haar liefde leven.
Met haar vereend vrees ik noch dood noch pijn De laatste zucht, die op mijn lip zal zweven. Zal liefdezucht voor U, Maria, zijn.
Maria leve ! (Als boven.)
1
'fS-UJ- (U*-yrtaLOl
[j\^ -â '' n/gt; 1? '}! A4/Ãtjgt;selt;'j
~c/e^lt;~ c- clt;. 4 4 OC fa O^A óC'^t/XLJ oc
/ a g/i-vu^) tynsyi, a- t-Q se .gt;lyryl^-amp;~ra£clt;*7lt; ck.oCt'amp;UA c jégt C-fl^ -*â¬-amp; eâ $u~2lt;i'rn Z-t^fisyUiAcA
â L?Cégt;-* strviy-e C^r a.c CJP OCiy~P
, U^- -t)U*
Pr; quot; tV ^y- (TTots)^^ J
, lt;^r z yrvc */ r^C*~£ ^ ( amp;** ^S^c-s/ £/C4*
QPtit i?/. J/.*. ^£yx-^c ?
â yyx £i^^lt;y7(LQScamp; *lt; S
^ A
J-/. W
' ^Ltst amp;/4-^ ^/J^Y-e^r C -W^^LyC o-if (^AT A J f amp;â amp;. ^C
Afjp/ai. J-yt OL â £*
r-yx. \ramp;jtcgt; ^â p/ -^e 't J2^ .
/tlt;.. gt;-L^-1 ^r d /eA-09
i'lc '/-? 4-! (y-t' ' â ^a~*-^-C'C*.'*Tjr
7Z tfs. cZlt;^z-c*srgt;i. e A-'~e '/»-lt;- f-t £lt;-4
jQsyt. cyt/Hr-* lt;? 4 ,
â
tfCyynJisn c/-â¬/flt; d^i amp;£c xa. $a^yt^-T^ Ol
â
STT-^jo f *1 * Q-J
f , si/} ^ts/ zu /'i ^' -s ^y y^i f, /ti'/ 7* yi/quot;i'quot;â ^t 'féa'S*/' y^i^i amp;yquot;c n
z/£t ^Zy ^ f
^yj lt;£**lt;? jé* gt;*Jis*i- ^ â i £ ^^yy/- |
/ t?. S^'i
^yj^, alt;^ièu ^
_____lt;5^^- . -7
I /f.amp;^
^ ^ _ ' ^v^- yr^ AU^ ar^vV,^,
rr^
ótZ^ ^y
dSety f**
sYXu/^e. ^
*f ^
quot;?gt; T2-.-.ââ.^.-f ^ ^ ^
^ 'lt;'* *'''⢠S'â 'J-St? sw
amp; -*£lt;â ' ^»-»i -éi ^ e-s^-^ s^ ^y1
lt;0*
lt;^£ x 2:
'O^és lt;? ü.' ^^C^^-elt;f-// â¢
C 7 lt;x£*£eit£amp;gt;
^ 'Zlt;zlt;s. /_
a-
qLJ^ stamp;S, S' c
CL-» ⢠^ 'â' ' c'j,,
' ^ . CVl. 'is', -* *-*. gt; * â * * ^r G-^r-c ^»* r (^1*. t
/â /**1
ó'^a*. ^tay /£24*
Sgt;
1
Tj, â «'P/fc;-' fél ?'~~~lt;'
Va, ' gt;;
HANDBOEKJE
v/^~^
VOOR DE
m -p.
Coiiïrepiiisteii yan 0. L. V,
' «Sa ^, 1^. _
%
imprimatur.
M. F. 1)K BEER, Sup. (leu,, et Dec. ad hoc delegatus.
Datum Tilburgi 20 Maji 1888.
lolgens Art. 25 der wet van 28 Juni 1881 (Staatsblad n° 12i) is liet eigeudom gewaarborgd.
Het is oiigeloojiijk, welk fjroot uut personen van allen stand uit deze zoo loffelijke, en godsdienstige instelling getrokken hebben.
Bkskdictus XIV.
O, hoe zoet en aangenaain is het, broedei's te zien, die zich vereenigen onder de schaduw der Onbe-olekt ontvangen Maagd MariaDat de Heer ii zegene, beware en met zijne genade bijblijve!
(Door Z. II. Pius IX, den 12 ÃccemlHT 1866, dgenhaudiggeschre-Ten in het handboekje der Congregatie vau O. L. V. Onbe?lekte Ontvangenis , sedert 18lt;gt;l b(J hot korps Hau^iUke Zouaven opgericht.)
HANDBOEKJE
DE CöimHSTEN Vi 0. L. V.
BKVATTKNIU:
REGELEN . GEBEDEN EN GEZANGEN.
KERKELIJK G()E1)GEKEI EÃ.
T 1 I. B U K G ,
Stoum drukke rij van het 1\. K. .Tonueiis-Weesliuii? 1 S 8 8.
1 V
.* Iâ - I
VOORREDE.
Do rede en fie onderviniiing leeren overtuigend, dat de vereenigingen van godsdienstige menschen, bijzonderlijk als zij onder de bescherming der Allerheiligste Maagd Maria zijn ingesteld, zeer geschikt zijn om de godsvrucht te bevorderen , zoowel door den bijzonderen bijstand der H. Moeder Gods, welken zij overvloedig aan hare vereerders verleent, als dooide veelvuldige godsdienstige oefeningen en gebeden, welke de leden , in den naam van Christus vergaderd , verrichten, en eindelijk door de heilzame onderrichtingen, die zij ontvangen, en door het wederkeerige goede voorbeeld , waardoor zij elkander ongevoelig, maar krachtdadig tot de deugd opwekken.
Daarom heeft Z. H. Paus Gregorius XIII, die steeds met den grootsten ijver bezield -was, om de goddelijke eer op allerlei wijzen te bevorderen, niet geaarzeld door zijnen Apostolischen brief van den 2 November 1584, de Congregatie van O. L. V., welke in 1563 te Home door de leden van het Gezelschap van Jezus was begonnen, te bevestigen en met aflaten te begunstigen; hij heeft ook aan den Generaal of den Vicaris-Generaal van genoemd Gezelschap de macht gegeven, dusdanige Congregatiën in al hunne collegiën voor de scholieren en ook voor anderen op te richten.
/.. U. Paus Sixtus V , overtuigd van het nut dezer instelling, bekrachtigde al de verleende gunsten, en machtigde bovendien den Generaal, de Congregatie, zoowel onder den titel van Maria Boodschap, als onder eene andere aanroeping, in alle collegièn, semina-riën, kerken en huizen van het Gezelschap
/
en in alle andere plaatsen aan hunne zorg toevertrouwd, op te richten en met de Hoofd-Congregatie te vereenigen.
De door zijne geleerdheid en godsvrucht beroemde Paus Benedictus X.1V toonde ook op de klaarblijkelijkste wijze, hoezeer iiij van het groote nut der Congregatie overtuigd was. Hij bekrachtigde en vermeerderde niet alleen de verleende gunsten, maar gaf zelfs eene bulle uit, waarin hij met veel welsprekendheid , het voordeel der Congregatie aantoont. «Het is ongeloollijk, zegt hij , welk groot nut personen van allerlei stand getrokken hebben uit deze lofwaardige en godsdienstige instelling, die overvloedig voorzien is van heilige en zalige regel», met bescheidenheid op de verschillende standen der Congreganisten toegepast, en die door den voorzichtigen ijver van de Directeurs bijzonder wordt verzorgd. Sommigen, getrouw in het bewandelen van den weg der onschuld en godsvrucht, welken zij van hunne teederste jaren onder de bescherming
lt;ler H. Maagd waren ingetreilen, hebben liet geluk gehad de zuiverheid der zeden, die aan alle christenen, maar vooral aan de kinderen van de H. Maagd betaamt, tot het schoonste voorbeeld van anderen, gedurende geheel hun leven te bewaren, en eindelijk de kroon der volharding te bekomen. Anderen , die van de jeugd al' met eene tee dere godsvrucht tot de Moeder Gods bezield, en daardoor tot oen hoogen trap tier goddelijke liefde verheven waren, hebben de-ijdele en vergankelijke goederen en wellusten dezer wereld met eenen grooten en edelen moed verlaten, en een heiliger en veiliger staat in eene geestelijke orde omhelsd ; en alzoo door de geloften aan het kruis van Jezus (Christus gehecht, hebben zij de overige dagen van hun leven in het bevorderen van hunne eigene volmaaktheid en van de zaligheid van hunnen evenmensch doorgebracht.quot;'
« W ij , zoo gaat hij voort, die Ons met vreugde herinneren de heilige oefeningen van
i)
(leze Congregatie , flie Wij, als lui iler Congregatie van Maria Hemelvaart, in liet Pro-lessiehuis der Sociëteit van Jezus te Rome, met veel geestelijken troost hebben bijgewoond , eer Wij tot hoogere waardigheden verheven waren , oordeelen, dat het onze herderlijke plicht is, deze instelling van echte en grondige godvruchtigheid, die de christelijke- deugden en de zaligheid dei-zielen grootelijks bevordert, door onze Apostolische macht en milddadigheid te begunstigen en te bevoorrechten; en daarom hebben Wij al de gunsten en gratiën, die onze Voorzaten daaraan verleend hebben, door onzen Pauselijken brief van den '24 April goedgekeurd , bevestigd , uitgebreid en vermeerderd , gelijk blijkt uit denzelfden brief.'
/,. H. Paus Leo Kil bevestigde al tie verleende gunsten , en in zijnen Apostolischen brief van den 7 Maart iS'üö, breidde hij dezelve uit tot alle andere collegiën, seminariën, kerken en huizen , ofschoon zij niet tot het
10
Gezelschap van Jezus behoorden, mits de Congregatie wettig opgericht en met de Hoofd-(,ongregatie van Home werd vereenigd.
Eindelijk, Z. H. Paus Gregorius XVI, de uitbreiding der Congregatie willende bevorderen , gaf' aan onderscheidene Kerkoversten de macht, om dezelve in de plaatsen hunner .lurisdictie op te richten, met toevoeging van al de allaten en gunsten , welke de Pausen er aan verleend hadden.
VV ie zal, na zoovele ondubbelzinnige bewijzen van goedkeuring en aanmoediging, gegeven door de Opperhoofden der H. Kerk zeiven, nog twijfelen aan het groute nut, dat de Congregatiën van O. L. V. kunnen voortbrengen! Wie ziet niet, dat deze godsdienstige instelling een zeer krachtig middel is, om de godsvrucht jegens de allerheiligste Maagd te bevorderen, en vooral de jeugd tegen de menigvuldige zielsgevaren onzer zedenbedervende tijden te behoeden!
Dat dan al degenen, die het geluk hebben
11
leden te zijn van deze Congregatie. zich verheugen , God er voor bedanken , en zich beijveren , om door de getrouwe onderhouding der llegelen en door een stichtend gedrag , alle menschen van het groote nut dezer lofwaardige instelling meer en meer te overtuigen, opdat dezelve steeds toeneme en hloeie, tot bevordering van de eer van God en den dienst der allerheiligste Maagd Maria.
GOEDK KITKHSG.
De kier votycudc Jlegelen voor de Congrcga-nisten van O. L. \ .. hehbeu IFij iitmwhei'.rly aa-gezien en zeer (f esc hi kt beroiideu , om het doel' der Congregatie te bereiken; «aarom Wij dezelce goedkeuren en aan al de Congregatiën, die in de plaatsen onzer Jiirhdictie reeds zijn opgericht, oj in het vervolg z/fll-en icorden opgericht. ten gebrnike mmbenelen.
(â¢egeven op iXenHLuwe Gerra owAer Jlaaren, op tien frpstdag van 0. l'. Hoodsehap 1S55.
De Aartsbisschop ran Ut recht, Apostolisch Admnistrator oan 'x-Iiosch.
ZFtZEG-EXZ-EIN-
VOOR DE
COIG-EEGrANISTEI YAI 0, L. V.
GETROKKEN UIT DE REGELEN DER â HOOFD-CÃNGREGATIE TE ROME.
A UT. 1.
Patronen.
! )(â eorsle t'ii bijzondere Patrones der Con-gregatie is: de Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, onder den titel van een harer feestdagen ot' geheimenissen. b. v. onder den titel van hare Onbevlekte Ontvangenis, van hare Hemelvaart. enz. Elke Congregatie mag ook nog een tweeden Patroon of eene tweede Patrones aannemen, h. v. den H. Aloysins. den H. Jozef, de H. Anna, enz.
1
10
Gezelschap van Jezus behoorden, mits de led
Congregatie wettig opgericht en met de vei
Hoofd-Congregatie van Rome werd vereenigd. hei
hindelijk , Z. H. Paus Gregorius XVI, de dir
uitbreiding der Congregatie willende bevor- dn
deren , gaf aan onderscheidene Kerkoversten de:
de macht, om dezelve in de plaatsen hunner te
Jurisdictie op te richten, met toevoegintr van en
al de aflaten en gunsten, welke de Pausen Gc
er aan verleend hadden. Mi
V\ ie zal, na zoovele ondubbelzinnige bewijzen van goedkeuring en aanmoediging, gegeven door de Opperhoofden der H. Kerk zeiven, nog twijfelen aan het groote nut, dat de Congregatiën van O. L. V. kunnen voortbrengen ! Wie ziet niet, dat deze godsdienstige instelling een zeer krachtig middel is, om de godsvrucht jegens de allerheiligste Maagd te bevorderen, en vooral de jeugd tegen de menigvuldige zielsgevaren mzer zedenbedervende tijden te behoeden!
Hat dan al degenen, die het geluk hebben
11
leden te zijn van deze Congregatie, zich verheugen, God er voor bedanken , en zich beijveren, om door de getrouwe onderhouding der Regelen en door een stichtend gedrag , alle menschen van het groote nut dezer lofwaardige instelling meer en meer te overtuigen, opdat dezelve steeds toeneme en hloeie, tot bevordering van de eer van God en den dienst der allerheiligste Maagd Maria.
GOEDK K l TK] ]S'G,
De hier vohjeudc Kegelen voor tie Congrega-
nist-en van (). L. V. . hebben IFij uiDiwke/'rif/ nagezien en zeer geschikt herouden , om het doel der Congregatie te bereiken; waarow Wij dezelce goed keuren en aan al de Congregation, die in de plaatsen onzer â furisdictie reeds zijn opgericht, oj in het vernolg zntt-en worden opgericht. ten gehrnihe aantjerelen,
( iegeven oj) den Huize Gerra oirdor tfaaren. op den feestdalt;; van 0. I,. i'. Hondsrhwp 1855.
De. Aartsbisschop ran Utrecht. Apostolisch .Idiiiinistrator eau 's-Hosch.
IFlZEG-IEX/.EIsr
VOOR DE
COIGrEEGAIISTEIf YM 0, L. Y.
GETROKKEN Ã1T DE REGELEN DER ⢠HOOFD-CONGREGATIE TE ROME.
A UT. 1.
Patronen.
üe eci'sto en bijüondere Patrones der Congregatie is: de Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria , onder den titel van een barer feestdagen of gelieimenissen, b. v. onder den Titel van hare Onbevlekte Ontvangenis, van hare Hemelvaart . enz. Elke Congregatie mag ook nog een tweeden Patroon of eene tweede Patrones aannemen, b. v. den H. Aloysins. den H. Jozef, de H. Anna, enz.
14
Art. 2.
Doel.
Uet doel der Congregatie is: hare leden gevoelens van oprechte deugdzaamheid en van ware godsvrucht jegens de Allerheiligste Maagd Maria in te boezemen.
Am. 3.
Titel der leden.
De leden dragen den sohoonen en troostvol-len naam van Kindeken van Maeia.
Art. 4.
Middelen tot bereiking van het doel.
Om aan het doel der Congregatie te beant-woorden en den naam van kinderen van Maria â waardig te dragen , moeten de leden zich onderscheiden , niet alleen door het dikwijls bijwonen van godsdienstige oefeningen en het veelvuldig ontvangen der HH. Sacramenten, maar voornamelijk door het vluchten van gevaarlijke gelegenheden, door het ijverig vervullen van de plichten van hunnen staat, en door oprechte liefde jegens elkander en jegens hunnen even-mensch, vooral jegens de armen en ongeluk-kigen. Zóó doende zullen zij hunne godsvrucht tot de H. Maagd niet enkel doen bestaan in getoelem van eerbied en liefde, en in eenige
15
uitwendige oefeningen van godsvrucht te liarer eer, maar zij zuljen, gelijk « are kinderen , de deugden van hunne ïï. Moeder navolgen.
Aht. Ã.
Bestuur der Congregatie.
Het bestuur der Congregatie is samengesteld uit de volgende personen :
Een Eerwaarden Heer Directeur ; een Prefect ; t wee Assistenten, en een Raad, welke bestaat uit één Secretaris en zes tot twaalf leden, daaronder begrepen den Prefect en de twee Assistenten.
Bovendien zal men, in zooverre dit noodig is, nog benoemen één Schatbewaarder, één Sacristaan, één Portier, één Voorlezer en eenige /angers (*).
Art. (i.
Directeur der Congregatie.
I)e Eerw. Heer Pastoor der Parochie is rechtens Directeur of Bestuurder der Congregatie , tenzij de Hoogeerwaarde Kerkoverste
C*) Voor de CoDgregutic van vi-ouwspe^onoo leest men :
fectc , Secretaresse, Schatbewaarster, Sacristune of Kosteres, Portierster , J'oorlezer es , Zangeressen.
1(1
van lief Diocees liet anders mocht bepalen. Het staat den Eenv. Heer Directeur vrij . een ander niet zijne bediening geheel of gedeeltelijk te belasten.
Diegene, welke aldus de plaats van den Eerw. Heer Directeur bekleedt, zorge, niets »«⢠doen , wat met de inzichten of niet bet verlangen van den Eerw. Heer Directeur strijdig is.
Zonder voorkennis en goedkeuring van den Eerw. Heer Directeur, zal men nimmer iets veranderen, invoeren of verricliten. dat van â¢ecnig gewiclit is.
Akt. 7.
Prefect der Congregatie.
De Prefect moet, als hoofd der Congregatie, met een waren ijver voor de belangen der geheele Congregatie in hei algemeen en van ^elken Congreganist in liet bijzonder bezield zijn, en hen allen door zijn godvruchtig gedrag trachten te stichten. Hij zal dus :
1. Zonder wezenlijk beletsel, nimmer verzuimen de vergadering bij te wonen.
2. Hij zorge, dat hij altijd tijdig bij dezelve .tegenwoordig zij.
3. Ingeval hij werkelijk verhinderd is, moet hij hiervan bijtijds kennis geven aan :len eersten Assistent, opdat deze in de vergadering .zijue plaats bekleede.
.1. Hij zal over liet gedrag der Congreganis-ten, zooveel als in zijn vermogen is , waken , en wanneer liij ziet of hoort, dat iemand onder hen zidi slecht gedraagt, zal hij hiervan kennis geven aan den Eerw. Heer Directeur.
5. Hij zal niet dan om gegronde redenen toestaan , dat men van de Vergadering afwezigzij. Diegenen, die zonder verlof afwezig blijven. zal liij telkens aan;den Eerw. Heer Directeur kenbaar maken.
ti. Als iemand der Congreganisten ziek wordt, zal de Prefect zorgen, dal; de zieke door do leden der Congregatie bezocht worde ; hiertoe zal hij diegenen kiezen , welke . volgens de omstandigheden van plaats en personen, het best geschikt zijn , om den zieke te stichten en te vertroosten. Indien de ziekte toeneemt en gevaarlijk wordt, zal hij hem in de gebeden van a 1 de Congreganisten aanbevelen . en zorgen . indien dit noodig zoude zijn , dat de zieke zelf of zijn biechtvader worde bekend gemaakt met het gevaar der ziekte, ten einde hij tijdig de H. Sacramenten der stervenden kunne ontvangen.
7. Indien de zieke sterft, zal de Prefect hiervan aan al de leden, zoo spoedig mogelijk, kennis geven. opdat zij den overledene dagelijks in hunne gebeden gedenken en wel bepaaldelijk gedurende acht dagen den Psalm Br. Prnfiuuli* of één Onze Vader en één Vees gegroet bidden en
18
óémuaal do H. Communie opdragen tot lafenis zijner ziel. â Jlij zal hon ook uitnoodigen en verzoeken . om , indien zij niet belet zijn , den lijkdienst en de begrafenis bij te «onen. Do Prefect zal ook zorg dragen . dat er op kosten der Congregatie ten minste ééne Mis tot lafenis der ziel van den overledene worde gelezen.
8. Alle drie maanden zal liij do rekening van den Schatbewaarder . in liet bijzijn van de iwee Assistenten en van den Secretaris, nazien, en daarna aan den Eerw. Heer Directeur doen â weten. in welken staat liij dezelve bevonden heeft; hij zal niet toelaten . dat men eenige uitgaven doe zonder zijne goedkeuring.
9. llij zal nauwkeurig onderzoek doen naar het gedrag en de hoedanigheden van degenen . die zich bij hem aanbieden , om in de Congregatie te worden aangenomen; daarna za.1 hij hen bij de eerste vergadering aan den Raad voorstellen. Wordt er nu in den llaad met meerderheid van stemmen besloten, hen aan (e nemen, dan zal de Prefect hiervan kennis geven aan den Eerw. Heer Directeur, en mei dezes goedvinden hen als Aspiranten in de Congregatie opnemen.
10. Hij zal , of zelf, of door een der Assistenten , of door iemand der Raadsleden , die daartoe het best geschikt is, de Aspiranten onderrichten aangaande de Regelen, oefenin-
19
gen en plichten der Congregatie; hij zal ook niet verzuimen , den Eerw. Heer Directeur te doen kennen. hoe de Aspiranten zicli gedragen . vooral als de tijd daar is. dat zij hunne plechtige opdracht of toewijding aan de allei--heiligste Maagd kunnen doen.
11. Bij het aanvaarden en bij het nederleggen van zijne bediening . zal hij met den Secretaris den inventaris van al do tot de Congregatie behooreude goederen en de algemeeue rekening van ontvangsten en uitgaven teekenen, opdat alles in goede orde nan zijne opvolgers worde overgeleverd.
Akt. S.
Assistenten.
De Assistenten staan . ofschoon ondergeschikt aan den Prefect, met hem aan het hoofd dei-Congregatie. In het algemeen is het hun plicht, den Prefect in zijne bediening behulpzaam te zijn , het ware belang der Congregatie zooveel mogelijk te bevorderen, en de Congreganisten door een goed voorbeeld te stichten. Hunne plichten in het bijzonder zijn de volgende:
1. Zij zullen waken over het gedrag der Congreganisten, vooral der Aspiranten , en van
20
hunne bijzondere overtredingen of misslagen aan den Prefect kennis geven.
2. Zij zullen de Aspiranten onderrichten aangaande de liogelen . oefeningen en plichten der Congregatie, als zij hiermede door den Prefect belast zijn.
3. Bij afwezigheid ot' verhindering van den Prefect. bekleedt de eerste Assistent, en bij ahvezigheid of verhindering van dezen, de t weede Assistent, deszelfs plaats.
4. Zij moeten tegenwoordig zijn, als de Schatbewaarder zijne driemaandelijksche rekening doet, i'ii na elke nieuwe keuze, als de Prefect en de Secretaris den inventaris der Congregatie en de rekening van ontvangsten en uitgaven onderteekenen.
Art. 9.
Secretaris-
De Secretaris, die altijd lid van den Kaad moet zijn , heeft vooreerst al de verplichtingen, welke de Raadsleden hebben (/ie art . 10); doch bovendien moet hij :
1. Zorgen voor al het schrijfwerk, dat er in de Congregatie voorkomt: hij moet dus drie boeken hebben. Het eerst? bevat de naamlijst van al de Congrcganisten, waarin aangeteekend zijn hun naam, voornaam, ouderdom, bedrijf, alsmede de dag hunner aanneming en opdracht.
Ucv hoeede bevat de besliasingeii van den Raad, die van eenig gewicht ziju ; hij zal noclitans deze beslissingeu niet inschrijven , alvorens het opstel van hetgeen moet worden ingeschreven, door den Eeriv. Heer Direetenr en door den Raad is goedgekeurd. Het derde bevat de ver-kiezingen, de overledene Congreganisten , de weldoeners, en degenen, die de Congregatie bebben verlaten of uit dezelve zijn weggezonden, zonder nochtans de oorzaak van het verlaten der Congregatie ot' van hunne wegzending uit dezelve er bij te voegen. Deze boeken moet hij onder slot bewaren, en derzelver inzage aan niemand, behalve aan de Raadsleden, veroorloven.
2. Moet hij eene alphabetische lijs) opmaken van al de Congreganisten , welke , als het gevoeglijk kan geschieden , in de kapel of bidplaats zal worden opgehangen.
Als de Schatbewaarder zijne driemaande-lijksche rekening doet. is hij daarbij tegenwoordig ; ook onderteekent hij met den Prefect den inventaris en de algemeene rekening van ontvangsten en uitgaven.
aht. 10.
Raadsleden.
De liaadsleden maken ook deel uit van het liesnmr der Conarecatie, en moeien derhalve
â¢l-l
ook met iriieu bijssonderen ijver do belangen der Congregatie behartigen; zij zullen dus:
1. Altijd tijdig bij de vergaderingen , hetzij van dc Congregatie, hetzij van den Raad, tegenwoordig wezen, en in geval van wezenlijk beletsel. hiervan voorat'aan den Prefect kennis geven.
quot;2. Ju den Raad zullen zij met weinige woorden . v rijmoedig . doch met veel omzichtigheid en zedigheid, hun gevoelen zeggen aangaande de voorstellen . welke door den Eerw. Hoer Directeur of door den Prefect gedaan worden.
/ij mogen ook voorstellen doen in den Baad : maar het is zeer raadzjunn , dat zij van hetgeen zij willen voorstellen. eerst aan den Eerw. Heer Direetenr kennis geven, zooais in Art. Iti gezegd wordt.
4, Indien zij weten, dat iemand der Congre-ganisten merkelijke misslagen begaat, vooral als de Prefect dien persoon bijzonder aan hunne zorg had aanbevolen , dan moeten zij hiervan kennis geven aan den .Eerw. Heer Directeur, of aan den Prefect . en getrouwelijk volbrengen . wat dezen hun dienaangaande zullen opleggen.
Abt. 11.
Scliatbe waarder.
I )e Schatbewaarder zal :
1. Boekhouden van de ontvangsten en uil-
üavtm, en alle dvie luaaucleii rekoninj; doiui aan den l'refcct . in hel bijzijn van de Assistenten en van den Secretaris.
2. Hij zal alles bezorgen waf voor den dienst der Congregatie noodig is. maar niets doen zonder goedkeuring van den Prefect.
8. Vóór elke kiezing zal liij zijne rekening sluiten om behoorlijk goedgekeurd en onder-Teekend te kunnen vvorden. (Zie art:. 7. Xquot; S.)
Akt. 12.
Sacristaan.
De Saeristaan ol' Koster moet nauwkeurig zorg dragen voor de kapel ot' bidplaats en voor al de voorworpen. welke tot dezelve bchooren . hij moet dus zorgen . dat de kaarsen op lijd worden aangestoken en uitgedaan . dat alles zindelijk bewaard blijve . dat de sieraden behoorlijk volgens de plechtigheden gebruik! worden. Hij zal ook eene lijst opmaken van al de meubelen en sieraden . welke het eigendom der Congregatie zijn : deze lijst zal hij bij elke nieuwe verkiezing den Prefect aanbieden . om onderzocht en ouderteekend te worden.
Hij is in al zijne bedieningen geheel ondergeschikt aan den Prefect, zoodat hij , b. v. in het plaatsen van meubelen en van kaarsen . in het gebruik en herstellen van sieraden , enz.
24
ilen Prcfcet moet raadplegen, en in :illes naar diens goedvinden moeiquot; handelen.
Auï. l;!.
Portier.
De Portier moer zorgen . dal de deur dei-kapel ot' bidplaats op den bepaalden tijd geopend en gesloten worde, en dat niemand zonde)' verlof van den Eervr. lieer Directeur de vergadering bijw one.
Overigens zal hij al de andere bedieningen . waarmede de Eervv. Heer Directeur goed zal vinden hem te belasten . nauwkeurig vervullen.
Ook zal hij de afwezige leden bij elke vergadering aan teekenen. en na het einde derzei ve hunne namen aan den Prefect opgeven.
Jvota. //' ilii' filaahcii , '!â¢Â«Â«/â hum de cergadc-r 'uKjCii Imndt in eeue kerk of in eene kapel eau een Mtmter quot;/' liefdadig gesticht, :nlhn de Kouter eu de l'drtier ge.e/ie andere bedieningen rerriehten . dan die /eelke hnn hepaaldelijk door den Eerw. Heer Direetenr trorden aangewezen.
Akt. M.
Voorlezer.
De \ oorlezer zal . wanneer er geene onder-riehling door den Eerw. Heer Directeur of
leuiaiul door lipin lt;gt;;eliisl . gegeven wordt , liet aangewezen punt in een geestelijk boek zóó langzaan) en duidelijk vooriezen, dal hij door allen , die er tegenwoordig zijn . gemakkelijk kan worden verstaan. Over welke slof en hoelang hij moet lezen , zal door den Eerw. Heer Directeur, of bij onvoorziene gevallen, door den Prefect bepaald worden.
Aut, lö.
I»e Zanger*.
De Zangers, die gekozen zijn. oni in de Congregatie den lof van hunne H. Moeder Maria te zingen, gelijk de i']ugelen en I it verkorenen in den Hemel doen . moeten er zich op toeleggen om goed te zingen . en in hunnen zang , in hun gelaat en in geheel hunne houding eene ware godsvrucht en zedigheid doen uitschijnen : daarom zullen zij van tijd tot tijd bij elkander komen , om zich te oefenen , onder het bestuur van den Voorzanger , die daartoe aangesteld is en zonder uitdrukkelijk verlof van den Prafect nimmer afwezig blijven.
Men zal geen gezangen zingen . dan dezulke, welke statig zijn eu tot godsvrucht opwekken.
De Voorzanger is in alles . wat zijne bediening betreft , ondergeschikt aan den Prefect, aan wien hij dus van alles, wat hij aangaande den zang verordent, rekening moet ge\en.
â¢2«;
.Vut. IC).
Rua (Is vergadering'.
IV Liafidsvergadering zal gewoonlijk eens per maand plaats liebben , om te handelen over de belangen der Congregatie.
De llaadsvergadering wordt door den Eerw, lieer Directeur, en bij deszeifs afwezigheid . door den Prefect voorgezeten.
Al de leden van den Eaad zullen zooveel mogelijk trachten bij dezelve tegenwoordig te-zijn. Zij zullen al hetgeen in den Eaad verhandeld wordt. zorgvuldig geheim houden.
Nailai men eerbiedig het Teni Saueic Sjjiritu* . enz. gebeden heeft, wordt het verhandelde der voorgaande zitting, door den Secretaris opgesteld. voorgelezen, en aan de goedkeuring van den Raad ouderworpen. Daarop gaat men over tot de behandeling van nieuwe punten, waarop ieder lid van den Raad in weinige woorden . met omzichtigheid en zedigheid , doch mei vrijmoedigheid . zijn gevoelen zegt.
Zijn er de meeste stemmen vóór. dan wordt het voorstel aangenomen : zijn er evenveel stemmen vóór als tegen . dan kan de Eerw. Heer Directeur, (indien li ij zulks goedvindt), de beslissing geven. Om de voorgestelde punten rijpelijk te kunnen onderzoeken , is het zeer raadzaam , da t de Prefect of eeuig ander ra tuis-
â J7
lid van dezelve eerst kennis geve aan den Kenv. Heer Directeur: als dit niet gesellied is. zal de llaad in deze zitting geen besluit nemen. tenzij de Eenv. Heer Directeur liet uitstel noodeloos oordeelde.
Men sluit de Vergadering met liet gebed: Smó fi'UiU pTaesitlhriu, fff. (Mulft' uwe hesfhvr-Mmy. nn,:.
T)e besluiten van den liaad zijn niet geldig . indien er niet drie vierde gedeelte van de leden iegenwoordig z ij 11.
Eene langdurige afwezigheid van den Prefect , van de Assistenten of van eenig ander üaadslid. is eene wettige reden, om een ander in hunne plaats te doen verkiezen, l.)e Eerw, Heer Directeur zal beslissen, of men tol deze kiezing zal overgaan,
aht, 17.
Verkiezing' van het Bestuur.
1, De kiezing zal jaarlijks plaats liebben.
De Prefect mag zonder reden geene twee acli-lereenvolgeude jaren lierkozen worden; doek hij kan altijd tol een ander ambt benoemd worden. De Uaacl zal beslissen, of er genoegzame reden bestaat, om den Prefect meer jaren te herkiezen, doch in dit geval wordt vereischt , dat dio Prefect (die in dit geval niet medestemt j
fli-ie vici'cli' (lev steinmni licbbc , cn :ils hij dio ineoi'dorlioid licefi, y,;\\ liij luei nog twco andere eandidaten, die de llaad gekozen heeti . aan ireheel de Congregatie ter stemming voorgesteld worden . en bij de volstrekte meerderheid dep stemmen . tot Prefect gekozen zijn.
2. De kiezing geseliiedt op de voJgeudc wijze : Nadat de Prefect , de Assistenten en de overige leden van den liaad verzameld zijn . en na de verlichting van den TT. (ïeest afgesmeekt, te hebhen . schrijft ieder op eeti briefje drie namen der ('ongreganisten, welke hij voor God de waardigste en geschiktste oordeelt , om het ambt van Prefect te bekleeden. DeEerw. Heer Directeur opent de briefjes in het bijwezen van geheel den Raad en de Secretaris teekent de benoemden aan . alsook hoeveel stemmen ieder der benoemden bekomen heeft.
li. De drie namen . die in den lïaad de volstrekte meerderheid van stemmen bekomen hebben. worden daarna aan de geheele Congregatie kenbaar gemaakt. Men legt die voor hei beeld van Maria boven drie doosjes. op zoodanige wijze, dat de kiezer de daarop geschreven namen goed kunne lezen : elk Congreganist (*) ontvangt een balletje, of eene boon. en gaat, volgens
(â¢gt; Hoof CoDgrcgauist tci^taat men luer alleen hem, «lic eeds /(jm- optirarht godaau lieell.
de oproeping van den Secretaris, dezelve neder-legjjon iu een van deze drie doosjes. Wanneer alles geëindigd is. telt de Ecrw. Heer Directeur in liet bijzijn \ an don Raad , de stemmen op . en hij , die de meerderheid heeft bekomen . wordt Prefect benoemd.
1. Om de keuze der twee Assistenten te doen, voegt men bij de twee namen. die overgebleven zijn, nog twee andere namen, welke door den liiiad gekozen worden, op dezelfde wijze als boven bij Xquot; '2 is voorgeschreven. Men kondigt de vier namen voor geheel de (,'on-sregatie af, en men plaatst dezelve boven vier doosjes voor het beeld van Maria: elke Con-greganist ontvangt twee halletjes en gaat die nederleggen in een van de vier doosjes. De Eerw. Heer Directeur, in liet bijzijn van den Baad, telt de stemmen op. en zij , die de meerderheid hebben bekomen , worden tot Assistenten benoemd.
De twee Congreganisten . die geene stemmen genoeg gehad hebben, om tot Assistenten benoemd te worden , zijn rechtens leden van den Raad. Nadat de kiezing van deze bijzondere ambtenaren aldus geschied is, leest men het 7V Deniii, of zingt een danklied . en do Vergadering wordt geëindigd volgens gewoonte.
5. De overige leden van den Kaad kunnen op twee verschillende wijzen gekozen worden ,
namelijk; door den Korw. Hcor Directeur, uici den nieuwgekoxen Prefect. do twee nienwo Assistenten en de twee Raadsleden . (welke alsdan op een ander oogenblik te zamen kiui-nen komen om deze keuze te doen), of wel onmiddellijk door geheel de Congregatie. In dit laatste geval, sclirijft iedere Congreganist op een briefje zooveel namen als er leden van den Raad te kiezen zijn, en legt dit briefje voor bet beeld van Maria neder. Deze briefjes worden dan door den Eerw. Heer Directeur geopend, in de tegenwoordigheid der vijf eers(-gekozen ambtenaren. en de meerderheid van stemmen beslist, welke de leden van den Baad zijn. die er nog ontbreken. â Men bedient zicii van de eerste wijze in die plaatsen, waar de leden der Congregatie elkander niet genoegzaam kennen.
(!. De Eerw. Heer Directeur met den JL'refect en de twee Assistenten kiezen de andere ambtenaren . te weten: den Secretaris, den Schatbewaarder , den Sacristaan of Koster, enz. Dezen allen, behalve de Secretaris, die eerst als Raadslid moet gekozen zijn , mogen onverschillig in of buiten den Raad gekozen worden.
7. De geheele kiezing wordt daarna of in de volgende Vergadering afgekondigd ; en de nieuw gekozen overheid neeml bezit van hare plaats en treedt in bediening.
31
A RT. It*
Aanneming- tot lid der Congregatie.
üc aanneming in clc ('ongregatie geschiedt als volgt:
Alwie in fle Congregatie verlangt aangenomen Ie worden, moet zich bij den Prefect aanbieden.
Indien de Prefect met zijn gedrag en zijnen toestand niet bekend is, moet hij (a) eea namv-keui'ig onderzoek daarnaar doen; (bj hem aan al de leden van den Raad voorstellen, ten einde hun gevoelen te kennen ; (c) als hij de meerderheid van stemmen van den Baad bekomt. hom aan den Eerw. Heer Directeur voorstellen : id) indien de Eei'w. Heer Directeur het goedvindt , Iaat de Prefect hem weten, dat hij is aangenomen cn schrijft hem als Aspirant op: (e) in de volgende Vergadering geeft hij aan al de leden der Congregatie kennis van zijne opneming als Aspirant ; (f) de Prefect zorge, dat hij wegens de Regelen, oefeningen en plichten der Congregatie behoorlijk worde onderricht . iq) JTadat de proeftijd. welke ten minste drie maanden moet dnren, zal zijn geëindigd, en nadat de Raad beslist . en de Eerw. Heer Directeur goedgekeurd zal hebben, dat de Aspirant als lid der Congregatie worde opgenomen , zal de Prefect in de volgende Vergadering aan al de tegenwoordig zijnde Congreganisten kennis geven van dit besluit.
Aut. !'.â¢
l)c Opdracht.
Do opdraelil gescliiedl o]) de volgende wijze :
1. Men zingt ot' bidt den lofzang; / 'â gt;// Creator, als naar gewoonte. Gedurende dezen lofzang zullen alle tegenwoordig zijnde leden , en vooral zij , die liet geluk Lebben hunne oj)-draclit te doen, den H. Geest vurig bidden , dat zij. door Hem verliclit, met eene opreclite godsvrucht jegens do H. Maagd mogen worden bezield, en zich gansch aan liaron dienst mogen toewijden.
2. Na het bidden ot' zingen van den lofzang : Veui Creator, en nadat al de gewone gebeden verricht zijn, knielt do Aspirant neder voor het beeld van O. L. V., aan welks rochtorkanr. zich de Eerw. Hoer Directeur, en aan welks linkerkant zich do Prefect bevindt.
Hij ontvangt eene waskaars in do hand en spreekt alzoo neergeknield do volgende opdracht of toewijding langzaam en met eene duidelijke stem uit;
Heilige Maria, Moeder Gods en Maagd, â ik N. â â . verkies u heden mor mijne Moeder, â Mijne Beschermster en mijne Voorspreekster: â ik neem vast voor, n nooit te verlaten , ââ nooit iets tegen mee eer te zeggen of te doen. itocli Ie ge-
33
doofjcii, dut iels door mijne onderdanen daartegen geflmm worde. â Ik smeek u dan, ontvang mij mor /'/ren eeuwige» dienaar;â sta mij in al Mijne /'â erken hij, â en verlaat mij niet in het uur ran tuijnen, dood. â Amen. (*)
!. Zoodra liij zijne opdracht gedaan heeft, zegt de Prefect, rechtstaande , niet eenc klare stem :
.. Tot meerdere eer en glorie van God, tot bevordering van den dienst der allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, tot geestelijk welzijn en voorspoed van onze Congregatie, wordt (worden 33....) aangenomen onder
het getal der kinderen van Maria, in de Congregatie tier jongelingen, (jonge dochters) ingesteld te.... onder den titel van.... en wordt (worden) deelachtig gemaakt aan al de genaden , voorrechten en gunsten, welke de Apostolische Stoel aan de Eooinsche Hoofd-Congre-gatie vergund heei't.quot;
Indien er velen zijn, die hunne opdracht doen, dan behoeft tie Prefect deze woorden slechts eens te zeggen . te weten , nadat allen hunne opdracht hebben uitgesproken ; bij de woorden,
L. !). II. .loalines Zwijscn . Aarlsbissclmp van Llrrclil, Apostolisch AdinUihtr.iior van 's-Uoseh, hceli goedgunslig virlccnd eone , aflaat van 40 dagen aan al zyne ondcilioorigen, zoo dikwijls zü , leden dt r Congregalie zij mie, dit gewone formulier van oiidraclil godvrnclitig en aandaeUig zullen bidden.
c 3
34
/rordeu KA'...., noemt hij alsdan de namen van degenen, die liunne opdracht hebben gedaan.
5. De Eerw. Heer Directeur neemt de waskaars uit de handen van den nieuwen Congre-ganist en hangt hem het gewijde kruis of de gewijde medalje der Congregatie om, zeggende :
Accipe si/j/iihd Congregationis, ad corporis et animae (lefeusionem, ut divinae bouitaUs gratia, et ope Mariae Matris tuae, aeterncm heatitwdinem consequi merearü. Ju nomine Patri*, et Filii, et Spiritus Saneti. Amen. (*J
(!. Hierna doet de Eerw. Heer Directeur zijne gewone onderrichting of' houdt eene korte toespraak, in welke hij degenen, die hunne opdracht hebben gedaan, en tevens al de Con-greganisten, tot ware en standvastige gods-vrncht jegens de H. Maagd opwekt.
7 Al de Congreganisten zullen deze opdracht elk jaar op den titelfeestdag hunner Congregatie gezamenlijk plechtig hernieuwen : dit geschiedt op de volgende wijze :
lt;.*quot;) Onlvüng het kenmeik der Congregatie, lol bcselicrming voor lichaam en ziel, opdal gü , door de genade van de goddelijke goi'dheid en door den bijstand van Maria, mve Moeder, de eeuwige gelukzalig-Leid mogrt bikomen. In den naam des Vaders, en des Zoon.4', en ties Heiligen (leesles. Amen.
35
Do Prefect, houdende eene waskaars in de hand, knielt eerbiedig voor Let heeld der H. Maagd neder ; al de andere leden plaatsen zich rondom hein op hunne knieën, en herhalen telkens gezamenlijk met luider stemme dat gedeelte der opdracht, hetwelk de Prefect op ee-nen langzamen en duidelijken toon heeft voorgezegd.
8 Op den feestdag van den tweeden Patroon der Congregatie, of op den Zondag onder het octaaf, kan men op dezelfde wijze als hiervoreu gezegd is, zijne opdracht aan dezen Heilige doen met de volgende woorden ;
Heiliye N., machtige ooorspreher bij God, â ik JV. verkies u heden voor geheel mijn leven , â voor eeneu hijzonderen Patroon, Geleider en Bestuurder van mijne ziel en mijn lichaam, â van mijne gedachten , woorden en werken , â van mijne verlangens en gedegenheden , van mijne eer en goederen, ââ van mijn leven en mijnen dood. â Jk nee/ii vastelijk voor, uwen heiligen naam. te verheffen en uwe eer te bevorderen , â zooveel het mij mogelijk zal zijn. â Ik bid u dan vurig, ontvang mij voor uwen eeuwigen dienaar; â help mij in al mijne werken en verlaat mij niet in het unr van mijnen dood. â Amen.
30
Abt. 211.
Algeiueeue Vergadering'.
De Vergadering voor al de Congreganisten zal gewoonlijk plaats hebben om de aeht ot ten minste om de veertien dagen. Bovendien zal liet buitengewone vergadering zijn op de feestdagen der .EI. IMaagd. die als Zondag gevierd worden: op liet feest van den tweeden Patroon der Congregatie, of op den Zondag onder liet octaai . en zoo dikwijls de 35er\v. Heer Directeur liet in bijzondere omstandig-liedeu nuttig zal oordeelen.
De Vergadering zal in gewone omstandig-lieden ongeveer één uur duren. Men begint dezelve met den Lofzang van den H. Geest Veni Creator, deszelfs Antiplione, vers en gebed . waarna de Antiplione. vers en gebed ter eere van Maria. volgens den tijd des jaars, gezongen of gebeden worden. Dan volgt bet gebed, waarin men de meening maakt, met welke men de gebeden en oefeningen gaat verrichten ; â de Litanie van Lorette of van de Kinderen van Maria; Litanie of gebed tot den tweeden Patroon: vljt Onze Vader en ^Aees gegroet om den aflaat te verdienen . en verder nog andere gebeden, als er nog tijd over is en de Prefect het goedvindt, b. v. 10 Wees gegroet ter eere van de 10 deugden van Maria . enz.
Ka deze gebeden geschiedt de onderrichting of geestelijke lezing.
ifen shiit de Vergadering met één of meer gezangen.
In de laatste Vergadering van elke maand geschiedt op het einde de uitdeeling der maand-briefjes.
Dit maandbriefje wijst aan, weikeu bijzonderen Patroon men , gedurende die maand , in al zijne noodwendigheden bijzonderlijk moet aanroepen: het geeft ook eene grondspreuk tot overdenking, eene deugd tot beoefening, en eindelijk één of meer personen, die men bijzonder in zijne gebeden aan God zal aanbevelen.
A kt. 21.
De plichten van eiken CoiigTeganist.
1. Daar elk Congreganist zich op eene bijzondere wijze aan den dienst van Maria toewijdt; daar een ieder. bij zijne opdracht, voor haar beeld neergeknield , de H. Maagd Maria plechtig tot zijne Moeder, Beschermster en Voor-spreekster verkiest, en daarbij het vaste besluit maakt haar nooit te zullen verlaten. nooit iets tegen hare eer te zullen doen of zeggen, noch te gedoogen , dat er door zijne onderdanen iets tegen gedaan worde; daar elk Congreganist dus in waarheid dienaar en /lind van
Maria is , zoo is het ook billijk, dat zij eene groote godsvrucht tot de allerheiligste Maagd hebben , dat zij elkander dikwijls tot hare liefde en vereering opwekken, en in elkanders harten een vurig verlangen trachten te ontsteken, om haren allerheiligsten Naam steeds te verheerlijken.
'i. /ij zullen niet alleen aan den Eerw. Heer Directeur, maar ook aan den Prefect en aan allen, die in bediening boven hen gesteld zijn , den verschuldigden eerbied bewijzen, nimmer met minachting van hen spreken, en hun in alles stipt en met liefde gehoorzamen.
3. Alvorens hunne opdracht te doen, zullen zij , met goedvinden van den Biechtvader, eene generale biecht spreken van geheel hun leven . of van den tijd af, dat zij deze gedaan hebben. Wanneer zij hunne opdracht gedaan hebben. zullen zij ten minste elke maand eens tot de HH. Sacramenten naderen. De Prefect, de Assistenten , de Secretaris en de overige leden van den Raad zullen ten minste alle veertien dagen de HH. Sacramenten ontvangen. altijd met goedvinden van den Biechtvader.
4. Zij zullen de Vergadering nauwkeurig bijwonen : ingeval zij werkelijk verhinderd zijn. zullen zij hiervan tijdig aan den Prefect kennis geven , met opgave van de reden. die hen belet. Indien iemand dit mocht verzuimen, of
zonder verlof naliet de Vergadering bij te wonen , zal de Prefect hiervan onmiddellijk aan den Eerw. Heer Directeur kennis geven.
5. Zij zullen de geestelijke oefeningen, welke in de Vergadering plaats hebben, namelijk: de gezangen, 'de onderrichting, de lezing en de gebeden, niet uit gewoonte, maar met ware godsvrucht bijwonen, met het oprecht inzicht om Maria . hunne heilige Moeder , te vereeren. en met het oprecht verlangen, om derzelver overvloedige vruchten te genieten en aan de aflaten , die er aan verbonden zijn, deelachtig te worden.
(i. Zonder uitdrukkelijk verlof van den Eerw. Heer Directeur, zullen zij niemand, die niet tot de Congregatie behoort, in de Vergadering brengen.
7. Zij zullen dagelijks des moryens, na God bedankt te hebben voor alle weldaden. zoo algemeene als bijzondere, welke zij van zijne oneindige goedheid hebben ontvangen, (Iriemiiat het Onze Fader en U'ees (je.yroet bidden . ter eere van de Allerheiligste Drievuldigheid, eens de twaalf artikelen des geloofs en het Sake Uegtmt. â Des aoonds zullen zij hun geweten onderzoeken en daarna bidden driemaal lirl Onze Vader en het IFees gegroet ter eere van de Allerheiligste Drievuldigheid en eens den psalm De pro/midis: Vit de diepte, enz. tot lafenis der irelooviae zielen.
to
s. Als ceii der leden van de Congregatie merkelijk ziek is, zullen alle leden voor liein bidden. Komt de zieke te overlijden . dan zullen zij allen, zoo veel mogelijk, zijnen lijkdienst bijwonen , en waar liet de gewoonte is. dat de Congreganisten liet lijk naar de begraafplaats dragen of ten minste vergezellen , zullen zij dit voorbeeld van christelijke liefde niet nalaten. Bovendien zullen zij voor hem gedurende acht dagen den psalm De prvfimdis of één Onze Vader en Wees gegroet, bidden en eenmaal de H. Communie opdragen,
9. Als kinderen van de allerheiligste en allerzuiverste Maagd Maria, zullen zij zorgvuldig alles vluchten , wat hen in gevaar van zonde kan brengen , en alles vermijden , waardoor zij aan anderen ontstichting zouden kunnen geven.
Hierom zullen zij alle verbodene en gevaarlijke gezelschappen en gelegenheden, den omgang met slechte en gevaarlijke personen , ook de minste onzedigheid in kleederen of gebaren, en eindelijk alle oneenigheid. allen twist en tweedracht onder elkander of met andere personen zorgvuldig vermijden.
10. Zij moeten niet alleen geene ontstichting geven, maar door hun gedrag anderen tot stichting dienen, en hen tot godsvrucht opwekken. Hierom zullen zij aan Zondag en de ïeest-dagen heiligen door het bijwonen der heilige diensten , door het doen van den kruisweg en
11
andere oefeningen van godsvrucht; zij zullen' ook op de werkdagen, als zij door,hunne bezigheden niet belet zijn , de U. Mis bijwonen; eiken dag ten minste een rozenhoedje bidden , ren minste een kwartier meditatie en eene kleine geestelijke lezing doen. Zij zullen zich ook zooveel mogelijk beijveren , om werken van barmhartigheid te verrichten, door dagelijks, vooral bij de H. Mis en bij de II. Communie, te bidden voor de bekeering van de zondaars en ongeloovigen, hen dikwijls aanbevelende aan de HH. Harten van Jezus en Maria, â door de onderwijzing van onwetenden in de noodzakelijke punten van het II. Geloof, â door het bezoeken van armen en zieken, door het bijstaan der stervenden . - door het bevorderen van godsdienstige inrichtingen of genootschappen, enz. /ij zullen evenwel niets doen zonder toestemming van hunnen Biechtvader of van den Eerw. Heer Directeur , en als zij deze toe-stemming hebben bekomen. zullen zij zich in dit alles met die voorzichtigheid gedragen, welke de omstandigheden vereischen.
Xota. Wui/i/efii' een Congreyaiust zich coor eatigeu tijd naai- eene andere iilaiits moet hegecen,. zaodat hij in de oumogelijkhieid u, de Vergadering hij te wonen , blijft hij toch , lid der Congregatie , aan derzelcer coordeeleu en eerdiensten deel-
42
acUig , mits hij de Uegeleti, zooveel hij kan, nnder-homle. fndieu in, de plaats , waar hij verblijft, de Congregatie is opgericht, dan kan hij van den herio. Heer Directeur of aan den Prefect een getuigschrift van goed' gedrag vragen, ten einde dit aan den. Prefect aldaar te kunnen vertoonen. met verzoek om de Vergadering te mogen bijwonen.
Art. 22.
1 ndieii de Congregatie ooit mocht te niet gaan, dan zal liet overblijvende geld en al de eigendommen der Congregatie tot liefdadige einden worden besteed.
Art. 23.
Om de onderhouding dezer Regelen te verzekeren . zal de Eerw. Heer Directeur zorgen. dat dezelve ten minste eens in het jaar aan de vergaderde leden worden voorgelezen. Overigens zal elk lid zich beijveren dezelve meermalen met aandacht te lezen, en trachten dezelve stipt na te leven , om Gods H. Wil op eene volmaakte wijze te volbrengen.
GEBEDEN
WELKE IN DE
CONGREGATIE VAN O. L. VROUW
IN GEBRUIK ZIJN.
l)es morgens.
Nadat men driemaal het O.tze Vader en U'ees gegroet, ter eere van de Allerheiligste Drievuldigheid , en de tioaalf artikelen den geloofs heeft gebeden, roept men met godsvrucht de Allerheiligste Maagd aan, en smeekt men hare machtige bescherming at' door het bidden van het Sul-i'f Regina:
Wees gegroet. Koningin . Moeder der barmhartigheid : ons leven. onze troost en onze iioop , wees gegroet. Tot u roepen wij , bannelingen . kinderen van Eva. Tot u zuchten wij, kermende en weenende iu dit tranendal. quot;Welaan dan, onze Voorspreekster, keer uwe barmhartige oogen tot ons, en toon ons. na dit ballingschap, de gezegende vrucht uws lichaams, Jezus. O genadige, o meedoogende. o geliefde Maagd Maria !
â I 1
Des avonds.
Men doet het oniliTzoeli des gewetens op de volgende wijze :
1. Zich stellen in de goddelijke tegenwoordigheid en God voor ;il zijne weldaden bedanken.
â gt;, ])p verlichting van den H. Geest vragen.
Onderzoeken, wat men dien dag misdaan heel t, door gedachten. woorden en werken , tegen God. tegen zich zeiven en tegen den even-mensch : overdenkende de plaatsen , waar men geweest is. de personen, niet welke men omgang heeft gehad, de dingen, die men verricht heeft, enz.
j Daarover een waar berouw verwekken.
5, /ijne goede voornemens vernieuwen . en door de voorspraak van Maria de genade vingen, om aan dezelve getrouw te blijven.
Daarna bidt men driemaal het O/ne / ««fez-en H'ee* gegroet, en eens den psalm J)r Profh,/dia, zooals hier volgt:
De profundis clamavi 1 it de diepter heb ad te. Domino: Domi- ik tot u geroepen, o ne . exaudi vocem me- Heer ; Heer , verhoor am. mijne stem.
J 5
|
Fiant aurcs tuae in-tendentes, in voceni dc-precationis meae. Si iniquitates ol)scr-vaveris , Do mine : Do-mine. qnis sustinebit P Quia apud te propi-tiatio est, et propter legem tuam siistiiiui te , Domine. fSustinirit nniiua mea in verbo ejus : speravit anima mea in Domino. A custodia matutina usque ad uoctein . spe-ret Israel in Donduo. (Juia npud Doniinum misericordia: et copiosa apud emu redemptio. Et ipse redimet Israël . ex omnibus iniqui-tatibus ejus. Requiem aeternain dona eis, Domine ; et lux perpetua lut-.eat eis. Requiesciint in pace. Amen. |
Laat uwe ooren luisteren naar de stem mijner smeeking. indien gij , o Heer , de ongereclitigheden gadeslaat: Heer. wie zal er kunnen bestaan ? Omdat er bij u genade is, en om uwe wet heb ik u. o Heer. lankmoedig afgewaebt. Mijne ziel beeft op zijn woord gesteund, mijne ziel beeft op den Heer geboopt. Dal Israël op den Heer bope van den morgenstond tot den nacbt toe. Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij hem is overvloedige verlossing. En bij zal Israël uit al zijne ongerecbtigbe-den verlossen. Heer. geef bun de eeuwige rust, en het eeuwige licht vcvsrlujne hun. Dat zij in vrede misten. Amen. |
In de Vergadering.
|
Veni, Creator Spiritus, Mentes tuorum visita, Imiile superna gratia , Quae tu creasti pectora. Qui die-eris Paraclitus, Altissimi donuru Dei , Fons vivus, ignis, chari-tas, Et spiritalis nnctio. Tu septiformis niunere, Digitus paternae dex-terae : Tu rite promissuin Pa-tris , Scrmone ditans guttura. Accende lumen sensi-bus ; Infunde amorem fordi-bus ; Infirnia nostri corporis Virtute firmans perpeti. |
Kom , Schepper, kom o lieilge Geest. Bezoek ons all' van minst, tot meest, Kom , en stort uw ge- nadekraclit In do liarten door u voortgebracht. Gij zijt de Trooster hoog geroemd , Gij wordt de gave Gods genoemd, De levensbron , de liefdegloed , De zalving van het recht gemoed. Gij zijt van 's Vaders rechterhand. De vinger, en dat waardig pand , Die liart en tong zeer rijk begaaft, En 'met uw zeven giften laaft. Geef, dat uw licht onz' ziel bestraal, En dat uw liefde in 't harte daal, En daar zoo zoet en krachtig werkt, Dat al, wat zwak is, wordt versterkt. |
47
|
Hostem repellas lon-gius, Pacemque clones pro- tijius , Duetore sic te praevio, Vitemus omne uoxium. l'er te sciamus da Pa-trem, Noscamns atque pili-um. Teque utriusque Spiri-tum, Credamus omni tempore. Deo Patri sit gloria, Et Filio, q ui a mortuis Surrexit, alt;! Paradito, Jn saeculormu saecula. Amen. A NT. Veni. Sauote Spiritus, reple tuorum corda fideliuni , et tui amoris in eis ignem accende. i'. Emitte Spiritum tuum, et creabuntnr. iy. Et renovabis fa-ciem terrae. |
Verdrijf' den vijand van ons at', Verleen ons gunst in plaats van straf, Geleid ons langs de rechte baan , Opdat wij alle kwaad ontgaan. Maak , dat ons door u kenbaar zij De Vader, en de Zoon daarbij , En dat wij u, hun beiier Geest, Belijden , dienen onbevreesd. Lof zij den Vader , lof den Zoon, Die door zi jn dood den dood verwon ; Lof aan u, die de Trooster zijt, Van nu af tot iu eeu-wigheid. Amen. Ant. Kom, heilige Geest, vervul de harten van uwe geloovigen, en ontsteek in hen het vuur uwer liefde. 1^. Zend uwen Geest eu zij zullen geschapen worden. IV. En gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen. |
IS
Oremus. laat ons bidden.
Dens, qui corcla fide- O God, die de harten lium Sanoti Spiritus il- der geloovigen door de lustratione docuisti, da verlichtiag van den hei-nobis in eodem Spiri- ligen Geest hebt onder-tu recta sapere, et de wezen, geef, dat vrij eins semper consolatio- door denzeltden treest ne o-audere. Per Domi- al wat recht is smaken, num nostrum Jesuin en ons altijd m zijm-Christum Filium tu- vertroosting verheugen, um. qui tecum vivit et Door onzen Heer Jezus regnat in nnitate ejus- Christus . uwen /0011 . dem Spiritus Santi, die met u leett en Deus, per omnia sae- heerscht, 111 lt;le een-eula saeculorum. Amen. heid van denzeltden heiligen Geest. (jod. in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Na hef Veni Creator leest of zingt wen eene der volgende AntiphoiWi van de ff. Maagd, volgems de verschillende tijden des jaars.
Alma lledemptoris.
Van de Vesperen des Zaterdags vóór den Advent tof Kerstavond ingesloten.
|
Alma JJedemptoris Mater , quae pervia eoeli Porta manes , et stella maris, succurre cadeiiti; |
Teerhartige Moeder des Verlossers, altijd opene poort des Hemels en sterre der zee . |
49
|
Surgei'e qui curat, populo: til quie ge-nuisti . Natura mirante , tu-um sanctum Genitorem, \ irgo prius ac poste-rins. Gabriëlis ab ore Sumons illud Ave, peccatorum miserere. V . Angelas Domini nuntiavit Maria*. l^. Et concepit de Spiritu Sancto. Oremus. Gratiam tuani, qiue-sumus, Domine , meu-ribus nostris ini'unde; ut qui, angelo nunti-ante, Cliristi Filii tui incarnationeni cognovi-mus, per passionem ejus et crucem ad resurrec-tionis gloriam perdu-camur. Per eumdem Christum Dominum nostrum. Amen. |
Kom het zondige volk, dat uit zijne boosheid wenscht op te staan, te hulp : Gij, die tot verwondering der natuur, uwen Schepper gebaard hebt, en altijd maagd zijt gebleven , Gedoog, dat wij u met Gabriel groeten, en ontferm u over de zondaars. â i'. De Engei des Heeren heeft Maria geboodschapt. En zij heelt ontvangen van den heiligen Geest. Laat ons bidden. Wij bidden u. Heer, slort uwe genade in onze harten, opdat wij. die door de boodschap des Engels de menschwor-ding van Christus, uwen /oon , gekend hebben , door zijn lijden en kruis tot de glorie der verrijzenis gebracht worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen. |
4.
50
Van A erstavond lot Maria Licht mis, dezelfde
Antiphone; maar het Vers en yehed veranderen
ah rolgt:
ir. Post partuni virgo f. Na uwe baring inviolata permansisti. zijt gij ongesuhomlen Maagd gebleven.
11. IJ ei Genitrix, in- ft). Moedei1 van God, tercede pro nobis. bid voor ons.
Oremus. Laat ons bidden.
Dnis qui salutis seter- ü God, die door de nw, betaai Maria; vir- vruchtbare maagclelijk-ginitate ftecunda, bn- beid van de heilige mano generi prcemia Maria, do gaven der pra-stitisti: tribue, eeuwige zaligheid aan quwsumus, ut ipsam het menschelijk ge-pro nobis intercedere slacht verleend hebt, wij sentiamus, per quam bidden u, laat ons de meruimus auctorem voorspraak van degene vit» snscipere, Domi- gevoelen , door wie wij num nostrum Jesum verdiend hebben, do Christum Filium tnum. bron des levens, onzen Amen. Heer Jezus Christus,
uwen Zoon, te ontvangen. Amen.
Ave Regina ('«â lorum.
Van Lichtmis tot Witten-Bonderdag.
Ave, Eegina welo- Wees gegroet, Ku-rum ; ave . Domina ningin der Hemelen , Angelorum; wees gegroet, Opper-
vorstin der Engelen !
51
Salve, radix; salve Wij groet (ai u, o wor-jjorta, ex qua mundo t.?l; wij groeten u, o lux est orta. , poort, waaruit het licht
voor de wereld is ontstaan.
Gaude, Virgo glori- Verblijd u, o roeui-osa, super omnes spe- waardige en boven allen 'â iosa. uitmuntende Maagd.
Vale, o val de decora. Wees gegroet , o et pro nobis Christum schoonste der maagden, exora. eu bid Christus voor
ons.
i'. Dignare me lau- v. Gewaardig, dat ik dare te, Virgo saerata. u love, o heilige Maagd.
r). Da mihi virtntem li;. Geef mij sterkte contra hostes tnos. tegen uwe vijanden.
Oremus. Laat ons bidden.
|
Concede. misericors Deus, fragilitati nostra' praesidium; ut quisanc-tie Dei Genitricis me-moriam agimus, inter-cessionis ejus auxilio a nostris iniquitatibus re-surgamus. Per enmdem Christum Dominum nostrum. Amen. |
Barmhartige God, wil onze zwakheid ondersteunen , opdat wij, die de gedachtenis der heilige Moeder Gods vieren , door den bijstand van hare voorspraak uit onze zonden mogen opstaan. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen. |
Ileg'ina C'd'li.
Van de Completen ran Paaschacond, tol de ce,-*le Vespers de,- Allerheiligste th-ieciddiffheid. ingesloten.
llegina clt;eli . Iietarc, Verblijd u. KüJiiiigin alleluia. des Hemels, alleluja.
Quia quem meruisti Want liij , dien gij portare . alleluia. waardig geweest zijt te
dragen . alleluja.
llesurrexil . sicut dixit, Is verrezen, gelijk hij alleluia. gezegd heeft, alleluja.
Ora jn'o nobis Deum, Bid God voor ons , alleluia. alleluja.
â¢i. (xaude et Uetare Verheug en ver-
Vii-go Maria, alleluia, blijd u, o Maagd Maria, alleluja.
Quia, surrexit Do- ij;. Want de Heer is minus vere . alleluia. waarlijk verrezen, alleluja.
Oremus. Laat ons bidden.
Deus, qui per resur- O God, die door de rectionem Filii tui. Do- verrijzenis van uwen mini nostri Jesu Christi, Zoon, onzen Heer Jezus mtindum Ifctilicare dig- Christus, u gewaardigd natus es: pra'sta, qua'- hebt de wereld te ver-snmus . ut per ejus Ge- blijden, geet ons, bidden nitricem Virginem Ma- wij u, dat wij door zij-riam , perpetua; eapia- ne Moeder, de Maagd mus gaudia vitie. Per Maria, de vreugden van eumdum Cliristum Do- het eeuwige leven beko-minuin nostrum. Amen. men. Door denzeltden Christus, onzen quot;leer. Amen.
Salve Keg'ina.
Van de eerste Vespers der allerheiUyste DrieciddUj-heid, tot de ]\oiieii van den Zaterda/j vóór den Advent.
|
Salve Kegiiia , Mater misericordia'; vita, dnl-cedo , et spes nostra , salve. Ad te clamamus exu-]es filii Eva*. Ad te siispirauvas go-in entes et Hcntes in hac Jaerymarum valle. Eja ergo, advoeata nostra, illos tnos niise-ricordes oculos ad nos converte. Et Jesum , benedic-tum fructum ventris tui, iiobis post hoe exiliuin ostemle. O clenieus, o pia , o dulcis Virgo Maria. V'. Ora m-o nobis, sancta De: Genitrix. K. Ut digni effioia-mur promissionibns Christi. |
Wees gegroet, Koningin . Moeder der barmhartigheid : ons leven , onze troost en onze hoop , wees gegroet. Tot u roepen wij, ballingen, kinderen van Eva. Tot Ti zuchten wij, kennende en weenende in dit dal der tranen. Welaan dan , onze middelares, keer uwe barmhartige oogen tot ons. En toon ons na dit ballingschap Jezus, de gezegende vrucht uws lichaams. O genadige, o mee-doogende, o geliefde Maagd Maria. Vquot;. Bid voor ons, heilige Moeder Gods. r). Opdat wij der beloften van Christus waardig worden. |
5i
Oremus. Laat ons bidden.
Omuipotens scmpitcr- Almachtige , eeuwige ne Deus . qui glorios» God , die, door de me-Virginis Matris Maria; dewerking van den liei-corpns et animam , ut ligen Geest, liet lieliaam dignum Filii tui habita- en de ziel der roemwaar-culum efflei mereretur , dige Maagd en Moeder Spiritu Sancto coöpe- Maria , tot eene waar-rante , pra'parasti ; da , dige woonplaats van ut eujus commemora- uwen Zoon bereid liebt, tione laetamur, ejus pia geef, dat wij , die ons intercessione ab instan- in hare gedachtenis ver-tibus malis et a morte blijden, door hare gena-perpetua liberemur. Per dige voorspraak van alle eumdeni Christum T)o- aanstaande kwaad en milium nostrum. Amen. van den eeuwigen dood bevrijd worden. Door deazelt'den Christus, onzen Heer. Amen. ⢠' â¢
Na een dezer Antiphouen gelezen of gezonge» Ie hehhe.n , doet men hel volgende
GEBED,
waarin men de meening maalrl, met welke mrn de oefeningen gaat verriciten.
Om steeds aandachtig te bidden, laten wij ons voorstellen, dat wij in Gods tegenwoordig-
55
heid zijn, en dat zijn alziend oog op een ieder van ons gevestigd is ; ja, dat het zelfs tot in het binnenste van ons Lai't nederziet. (Hier houdt men een weinig stil.)
O allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria hier voor uw beeld nederknielende , en ons hart en onzen geest tot voor uwen troon verheffende , bidden wij u, sla toch uwe moederlijke oogen uit den Hemel op ons neder, en beschouw uwe kinderen , welke wederom in uwen naam vergaderd zijn. Aanhoor, o lieve Moeder, onze gebeden . en draag die voor ons aan uwen lieven Zoon, onzen Heer Jezus Christus . op, opdat hij zich gewaardige dezelve gunstig te verhooren. In het vast vertrouwen dan. dat wij door u , o allerheiligste Maagd , door de voorspraak van onzen H. Patroon N.... en van alle Heiligen zullen verhoord worden gaan wij onze gewoonlijke oefeningen met de volgende intentiën verrichten : tot verheffing van onze Moeder de H. Kerk , voor onzen H. Vader den Paus en voor geheel de geestelijkheid , bijzonder voor den Eerw. Bestuurder van onze Congregatie , en voor alle herders dei-zielen : tot eendracht der christen vorsten . tot uitroeiing der ketterijen , tot bekeering der on-geloovigen, tot verlossing der christen slaven . tot volharding der rechtvaardigen. tot bekee-
rins; der zondaren, en voor allen , die ons i» liet allerheiligste Hart van Maria maandelijlcs worden aanbevolen, en voor allen , die onze Congregatie , op welke wijze ook, verlaten hebben (*); insgelijks voor de weldoeners onzer Congregatie. tot welstand van de Hoofd-Con-gregatie en van alle christelijke vereenigingen , alsmede voor de Broeders en Znsters van dezelve ; voor allen, die zich in onze gebeden hebben aanbevolen , of van iemand onzer , gebeden voor zich of voor anderen verzocht hebben ; vooi- alle geloovlge zielen ; eindelijk voor allen , aan wie wij of iemand van onze Congregatie , op welke wijze ook, wetende of onwetende, nog eenige verplichting zonden hebben.
JSlu (ht ijp.hed leexf. me» yodcruc.htig de Litanie ran ïorefte af van de khulereu oan Maria.
LITANIE VAN LORETTE.
|
Kyrie , el ei son. Christe. eleison. Kyrie, eleison. Christe, audi nos. Christe, exandi nos. |
Heer, ontferm n onzer. Christus, ontf. u onzer. Heer, ontferm u onzer. Christus, hoor ons. Christus . verhoor ons. |
'â¢) Iht laat men weg, als nog niemand ilc Congvogalio verlaten heeft.
57
Pater de coelis Deus, God liemelsclie Vader,
miserere nobis. ontferm n onzer.
Fili Hedemptor mundi Gcd Zoon, Verlosser der Dens, miserere nobis, i wereld, ontf. u onzer. Spiritus Sancte Deus, God heilige Geest, ont-
miserere nobis. ferm u onzer.
Sancta Trinitas, nnus Heilige Drievuldigheid, Deus, miserere nobis. één God , ontferm ü onzer.
Sancta Maria , ora pro Heilige Maria, bid voor
nobis. ons.
Sancta Dei genitrix , Heilige Moeder Gods, Sancta Virgo virginum. Heilige Maagd dei-maagden ,
Mater Christi, Moeder v. Christus,
Mater divinii' gratia;, Moeder der goddelijke genade ,
Mater purissima , o Allerreinste Moeder, y Mater castissima , ^ Allerzuiverste Moe- g;
der, ^
flater inviolata, 3 Ongeschonden Moe- g - der. quot;â
Mater intemerata , £. Onbevlekte Moeder, g Mater amabilis , 35' Minnelijke Moeder, ? Mater admirabilis. Wonderlijke Moeder, Mater Creatoris, Moeder des Schep
pers ,
Mater Salvatoris , Moeder des Zalig
makers ,
Virgo prudentissinia, Allervoorzichtigste Maagd ,
Virgo veneranda, Eerwaardige Maagd,
Virgo pradicanda , Lofwaardige Maagd, Virgo potens , Machtige Maagd ,
58
|
Virgo clemens. ora pro nobis. quot;Virgo lidelis , Speeulnm justitise , Sedes sapienti» , Causa nostra1 heti- tia', Vas spiri tua le . Vras bonorabile, Vas insigne devotio-nis , Kosa mystica, O Turris Davidiea , a Turris eburnea , Domus aurea . Foederis area, o Janua eoeli, aquot; Stella matutina . f Salus infirmorum , Eefugium peccato- rum . Consolatrix aftlieto- rum. Auxilium ebristia- norum , Begina Angetorum , llegina Patriarcba- rum , Eegma Propiieta- rum . llegina Apostolo-rum . |
Goedertierene Maagd, bid voor ons. Getrouwe Maagd . Spiegel der reebt- vaardigbeid. Stoel der wijsheid, Oorzaak onzer blijd- sebap , Geestelijk vat. Eerwaardig vat. Uitmuntend vat van godsvrucht, Geestelijke roos , Toren van David , rj Ivoren toren , Gulden buis , g Ark des verbonds . quot;â Deur des Hemels . 2 Morgenster. ?â Behoudenis der kran-ken. Toevlucht der zondaren , Troosteres der bedrukten , Hulp der christenen. Koningin der Engelen . Koningin der Patriarchen , Koningin der Profeten , Koningin der- Apostelen . |
59
|
Keghiii Mai'tyriim, ora pro nobis. Kea;ii)a Confessorum. Kegina Virginuiu , ?= llegina Sanctorum ö omnium, = Itegina sine la be ori- ^ ginali concepta , Kegina Sacratissimi Eosarii. Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, paree nobis , Domine . Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, exau-di nos , Domine . Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis. Cliriste . audi nos. Christe . exaudi nos. Kyrie, eleison. Cliriste . eleison. Kyrie, eleison. Oremus. Delende (uia-enmus Domine, Beaïa Maria semper Virgine intercedente , istam ab omni |
Koningin der Martelaren , bid voor ons. Koningin der Belijders , tc Koningin der Maag- â den . ï Koningin van alle 5 Heiligen, Koningin, zonder = erfsmet ontvangen, Koningin van den Allerk. Rozenkrans. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt . spaar ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt , verhoor ons . Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontf. vi onzer. Christus , hoor ons. Christus , verhoor ons. Heer , ontferm u onzer. Christus, ontf. u onzer. Heer, ontferm u onzer. Laat ons bhldtni. Wij bidden n Heer door de voorspraat van de H. Maria, altijd Maagd, bescherm van |
60
|
adversitate tamiliam, er toto corde libi prostra-tam , nb hostmm propi-tius tuere clementer in-fidiis. Per Doniiimni nostrum Jesum Chris-ttmi, Filium tuum, qui tecum vivit et regnat in imitate Spiritus Sancti, Deus. ])er omnia Sit'cula sa'i-ulornm. Amen. |
allen tegenspoed deze Tergadering, die van gansclier liarte voor u is iiedergevvorpen . en bevrijd li aar genadig van alle listen der vijanden. Door onzen Heer Jezus Christus, uwen Zoon, die met u leeft en lieerscht, in de eenheid van den heiligen Geest. God, in alle eemven der eeinven. Amen. |
DEB
KINDEREN VAN MARIA.
Heer. ontferm n onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer. ontferm u onzer.
Christus , hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Dochter van God den Vader, verheven boven a lle schepselen , heeneh oonr moe Iciiulereu.
Moeder van God den Xoon en onze Moeder, bescherm nwe hinderen.
Bruid van God den H. Geest, cerhrijy de zuI'hj-heid uwer kinderen.
61
Moeder van macht, verkrijg quot;oor uwe kinder eene sterke deugd : o Ma rui , verhuor on*.
Moeder van liefde, verkrijg voor uwe kinderen eene vrome . edelmoedige en standvastige liefde tot God :
Moeder . vol ijver voor de glorie van uwen goddelijken Zoon, verkrijg voor uwe kinderen eenen brandenden . voorzu-litigen en klaarzienden ijver;
Moeder, die u zuiver hebt kunnen bewaren . als eene lelie in het midden der doornen , verkrijg voor uwe kinderen die liefde der zuiverheid, die hen de minste vlek doet vreezen ;
Moeder. die nooit tie tegenwoordigheid van uwen God uit het oog verloren hebt. verkrijg voor uwe kinderen de gunst van dezelve altijd te bewaren, zelfs in het midden van hel gewoel dezer wereld;
Milddadige Moeder, verkrijg voor uwe kinderen de liefde der opoffering;
Altijd vreedzame Moedei'. zelfs in uwe droef-heid aan den voet van het kruis, verkrijg voor uwe kinderen dien geest van vrede, die hen ondersteunt in het midden der stormen van dit leven :
Moeder vol geloof, verkrijg voor uwe kinderen dien inwendigeu geest, die hen God doet zien in alle schepselen ;
Zachtzinnige en ootmoedige Moeder, vraag voor uwe kinderen die deugden. welke Jezus beminde, en waarvan hij zulke treffende voorbeelden gaf;
Moeder, die God alleen tot getuige uwer werken zocht, verkrijg voor uwe kinderen ,
62
nooit eeu ander inzicht te hebben. clan dat van Hem te behagen; o Maria, verhoor ons.
Zuiverste Maagd , verkrijg dat Tvij , door onze zedigheid, ons altijd als uwe ware kinderen toonen : o Har ia, verhoor ons.
Moeder, die de wereld en hare ijdelheid veracht hebt, verkrijg voor uwe kinderen de macht om te wederstaan aan hare verleidende bekoorlijkheden ; o Maria , verhoor ons.
J)oor uwe ()nbevlekte ()ntvangenis; o onze Moeder, help moe kinderen.
Door den ijver, waarmede gij u, drie jaren oud zijnde, aan God hebt opgeofferd : o onze Moeder , help uwe hinderen.
Dooi- uw heilig Hart, met een zwaard doorsloken ; o onze Moeder , help uwe kinderen.
Gij . die altijd zoo onderdanig waart aan den heiligen wil van God , verkrijg voor uwe kinderen , zich altijd naar denzelven te schikken ; o onze Moeder. verhoor mee kinderen.
Gij . die niemand verlaat, ondersteun in het midden der gevaren dezer wereld, degenen die u toegewijd zijn; u onze Moeder, verhoor uwe kinderen.
Heilige Jozef, zuivere bewaarder van Jezus en Maria . hid voor ons.
Heilige Joannes, die het geluk gehad hebt uwe zorgen aan Maria toe te wijden, l/id voor ons.
H. Aloysius van Gonzaga en Heilige Stanislaus, brandende van liefde tot Jezus en Maria, bidt voor ons.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt , spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt , verhoor ons, Heer.
'
63
Lam Goils, dat de zonden der wereld wegneemt,
ontferm u on:er.
Christus, lioor ons.
('livistus , verhoor ons.
Heer , ontferm u onzer.
Christus . ontferm n onzer.
Heer, ontferm u onzer.
y. O Maria, vol van gratie,
iï. Van liet hoogste des Hemels , zegen uwe kinderen.
La»t ons bidden.
O Jezus , die van uw kruis , Maria aan alle menschen tot Moeder hebt gegeven, en die ons eene nieuwe weldaad vergund hebt, niet ons onder het getal harer uitverkorenen te stellen , maak dat wij . beantwoordende aan de gratiën die gij over ons uitstort, deze zoo troostende woorden waar maken: âHet is onmogelijk, dat ,, een waar dienaar van Maria verloren ga.quot; Om deze genade smeeken wij u, o Jezus, door de teederheid van uw goddelijk Hart , door de verdiensten van uw heilig lijden, en door de voorspraak van uwe allerheiligste Moeder. Amen.
Daarna bidt men vijfmaal het Onze Vader Weesgegroet, tav gewone meeninri der //. Kerk, om. den rollen aflaat te verdienen.
Sa deze vijf Onze Vader en Wees gegroet, bidt men de Litanie of een (iebed tot den ticeeden Patroon der Conqregatic. Omdat, op vele plaatsen de II. Aloysius, of de H. Jozef, of de II. Anna tot tn eeden Patroon n arden gekozen , volgen Uier de J.itanii'n van deze Heiligen.
01.
LIT A-ISTIE
TUB EEBE VAN DEN
H. ALOYSIUS YAI GONZAGA.
Hesc/ermer der jeugd.
Heer, ontferm u onzer.
Christus. ontferm u onzer.
Heer , ontfenii u onzer.
Christus , hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God liemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontf. u onzer God H. Geest, ontferm n onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer H. Maria, beschermster van den H. Aloysius
bid voor ons.
H. Aloysius,
H. Aloysius, verrijkt door de zegeningen
des Heeren ,
H. Aloysius, vervuld met den H. Geesr, H. Aloysius, waardige belijder van Jezus lt; Christus, §
H. Aloysius, godvruchtige aanbidder van quot;â het Allerheiligste Sacrament des Altaars, c il. Aloysius , getrouwe dienaar der H. Moe- * der Gods,
H. Aloysitis, edelmoedige verachter der wellusten dezer wereld ,
fl. Aloysius . voorbeeld van liet volmaakte leven,
biel voor ons.
H. Aloysius, voorbeeld van ootmoedigkeid, H. Aloysius . minnaar der armoede ,
H. Aloysius . volmaakt in getoorzaamliekl. H. Aloysius, wonderbaar in verduldigheid, H. Aloysius, zeer machtig in den Hemel . H. Aloysius, verdrijver der helsche geesten, K. Aloysius, eer en luister der jeugd, ~
H, Aloysius, beschermheilige der scholieren, â H. Aloysius, navolger van het evangelisch lt; leven, o
li. Aloysius, spiegel der maagden,
H. Aloysius, zoetaardigste trooster der be- -drukten. ^
H. Aloysius, genezing der kranken , H. Aloysius , luister en sieraad der Sociëteit van Jezus .
H. Aloysius, klaarblinkend licht der H. Kerk. H. Aloysius, vermaard door menigvuldige mirakelen .
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
spaar ons . Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
verhoor ons , Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm u onzer.
v. Bid voor ons, U. Aloysius,
iï;. Opdat wij der beloften van Christus waardig worden.
Laat ons bidden.
God , uitdeeler der hemelsche gaven . die in den heiligen jongeling Aloysius eene wonderbare c. ó
oiisclmlcl van leven met eenc gelijke boetplegiug verecnigd hebt, vei'gnn ons door zijne verdiensten en gebeden, dat wij, die hom in zijne onsolmld niet liebben gevolgd , bem in zijne boetvaardig-heid navolgen. Door Christus, onzen Heer. Amen.
quot;Wij bidden n, o Heer, dat al degenen, die volgens het voorbeeld van den H. Aloysins trachten te leven in de zuiverheid , waarin uw dienaar zoo wonderlijk heeft uitgeschenen, door de voorspraak van dien Heilige mogen bekomen, dat zij hunne ziel en hun lichaam zuiver en onbesmet lot het einde huns levens bewaren. Door onzen 11 eer Jezus Christus, uwen Zoon. Amen.
Gebed tot dcu H. Aloysins van (Jonzaga.
Heilige Aloysins , die door uwe getrouwheid in korten tijd den Hemel hebt verdiend, waar gij in volle glorie zijt, wij bidden n ootmoedig-lijk , dat gij ons, die nog in het droevig dal der tranen zijn , niet vergeet, maar voor ons van God wilt vragen eene bijzondere godsvrucht tor de allerheiligste Maagd en tot haren Zoon in het Allerheiligste Sacrament, eene oprechte liefde tot God en onzen evennaaste, opdat wij, volgens uw voorbeeld, deugdenrijk en minzaam zijnde op deze wereld, met u in den Hemel mogen geloond worden. Amen.
(tEIJED
om de deugd van ziiiverheid te vrag'eii.
O lieilige Aloysius, die met engelachtige zeden versierd zijt, ik, uw zeer onwaardige vereerder , beveel n op gekeel bijzondere wijze de zuiverlieid van mijne ziel en mijn lichaam aan. Ik smeek u door nwe engelachtige reinlieid, mij aan .le/.ns Christus, het Lam zonder vlek en aan zijne allerheiligste Moeder, de Maagd der maagden aan te bevelen , en mij tegen elke zware zonde te behoedea. Gedoog niet, dat ik mij niet eenige onzuiverheid besmette ; maar als gij ziet, dat ik in bekoring of gevaar hen van te zondigen, verwijder dan uit mijn hart alle onreine aandoeningen. AVek dan in mij de herinnering op aan de eeuwigheid en aan den gekruisten .lezus, prent in mijn hart het gevoelen der heilige vreeze Gods, en ontsteek mij door de goddelijke liefde , opdat ik, na u gevolgd te hebben op aarde, verdiene met u God te genieten in den Hemel. Amen.
Onze Vader. â Wees gegroet.
.VOTA. Zijne Deiliglieid Pius Vil heeft, den fi Slanrt I8UJ, 100 dagen aflaat verleend eens per dag te verdienen door hen, die godvruchtig en mei een rouwmoedig hart liet bovenstaande gehed met ee'n Onze Vader en één Wees gegroet bidden.
GS
UIT-A-KTIE
TE li EEK Iquot;.
VAN DEN H-, JOZEF.
Ilcor, onttevm u onzer.
Christus, ontterin u onzer.
Heer . ontferm u onzer.
Christus. hoor onf.
Christus . vei-lioor ons.
God hemelsclie Vader, ontferm u onzer. God Zoon. Verlosser der wereld, outf. u onzer. God H. Geest, outferm u onzer. H. I)rie\quot;iiIdi^lieid , één God, ontferm u onzer. H. Maria . bid voor ons.
H. Moeder Gods .
H. Maafjd der maagden .
H, Jozef.
Beschermer van Jezus,
Bruidegom van Maria . â
Man naar Gods hart, HL
Getrouwe en wijze dienaar . lt;
Bewaarder der zuiverheid van Maria . Medehulp van Maria, ~'
Leidsman en troost van Maria . ~
Die om Maria met bijzondere genac.en be-
gunstigd zijt.
Allerreinste in zuiverheid .
Allernederigste in ootmoedigheid .
Allervurigste in liefde .
AUerverboveuste in besclaonwmu; , bid vooi ons.
Die doov den H. Geest zeiven reebtvaardig
üijt verklaard .
T)ie in de goddelijke verborgenbeden boven
anderen verlicht zijl geweest,
Die door een Engel in bet gebeim der menscb-
wording onderricht zijt,
Die met Maria, uwe Bruid, naar Bethlebem
zijt gereisd ,
Die, toen gij in de herberg geene plaats
vondt, in eenen stal bebi vernacht , Die waardig zijt geweest, bij Christus te wezen . toen Hij geboren en in eene krib gelegd werd ,
Die met Maria hel Kind Jezus in den tem- S
pel bebt opgeofferd ,
Die op bet woord van den Engel met Jezus ö en zijne Moeder naar Egypte zijt gevlucht, ° Die na den dood van Herodes niet Jezus o en zijne Moeder naar bet land van Israël S zijt wedergekeerd,
Die bet Kind Jezus, dat Ie Jeruzalem was gebleven , met Maria vol droefheid bebt gezocht,
Die Hein na drie dagen met blijdschap gevonden bebt, zittende in bet midden der leeraren .
Aan wien de Heer der beeren op de aarde
onderdanig geweest is ,
Bruidegom van Maria , uit welke Jezus geboren is .
Wiens lot' in her Evangelie vermeld wordt , Onze voorspreker, boor ons. H. -Jozef.
Onze beschermer, verboor ons. H. Jozef.
7(1
In al onzen nood, lielp ons. £L Jozef.
J u al onze benauwdlieden , 3
In liet uur van onzen dood,
Door uwe allerzuiverste trouw . 5
Door uwe vaderlijke zorg en teederlieid . quot;
Door al uwen arbeid en zweet .
Door al uwe deugden . j1
Door al uwe verdiensten . 2
Door uw eeuwig geluk.
AVij , die u als beschermer aanroepen , wij bidden vi, verhoor ons.
Dat gij Jezus wilt bidden om vergiffenis
onzer zonden ,
Dat gij ons aan Jezus en Maria gelieft aan
te bevelen .
Dat gij voor alle. maagden en ongehuwden
do gaaf van zuiverheid wilt verwerven . s! Dat gij voor do getrouwden eene onbevlekte : getrouwheid en heilige eendracht wilt ver- er; werven. ^
Dat gij voor allo vergaderingen eene vol- 3 maakte liefde en overeenstemming wilt ~ verwerven ,
Dat gij de vaders der huisgezinnen in bet lt; christelijk opvoeden hunner kinderen wilt ^ behulpzaam wezen, 5
Dat. gij alle oversten in de bestiering der-genen , die hun zijn toevertrouwd . wilt o behulpzaam zijn. rr.
Dat gij alle vergaderingen . die u bijzonderlijk zijn toegedaan , wilt begunstigen .
Dat gij allen , die op uwe hulp betrouwen,
altijd en overal wilt beschermen,
Dat gij alle geloovige zielen door uwe voorbede will helpen .
Besclienaer van Jezus, wij bidden u, verkoor ons. Bruidegom van Maria, ivij bidden u, verlioor ons. Heilige Jozef, wij bidden u, verboor ons. Lam G ods, dat de zonden der wereld wegneemt , spaar ons, Heer.
Lam G ods. dat tie zonden der wereld wegneemt , verboor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt , ontferm u onzer.
Cbristus, boor ons.
Cbristus , verhoor ons.
Heer , ontferm 11 onzer.
Cbristus, ontferm u onzer.
Heer. ontferm n onzer.
v. Bid voor ons, H. Jozef.
ft. Opdat «ij der beloften van Cbristus waardig worden.
Laat (ins bidden.
O beilige Jozef, die in de ombelzing van Jezus en van Maria, uwe allerliefste Bruid, uit deze wereld gescheiden zijt, wij bidden u , dat gij ons willet te Imlp komen met Jezus en Maria , als de dood ons leven zal eindigen, opdat wij in de omhelzing van Jezus en Maria onzen geest vol vertrouwen mogen geven. Amen.
Wij bidden u . Heer. dat wij door de verdiensten van den Bruidegom uwer allerheiligste
Moeder geliolpen worden ; opdat ons door zijne voorspraak gegeven worde, hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen bekomen ; die leeft en lieersclit in de eeuwen der eeuwen. Amen.
AVij smeeken u, o groote en nuic.litige liei-lige Jozef, onze Patroon, gedoog, dat wij, die uwe kinderen zijn, deze Congregatie aan uwe liescljerming komen aanbevelen; en ge-waardig , dat wij u bidden om van Jezus, uw goddelijk Voedsterkind. den zegen over dezelve te bekomen. Gedenk, dat wij niets anders voor oogen hebben dan de glorie van Jezus, van de allerheiligste Maagd Maria en de uwe. Wij zouden ons zeer gelukkig achten, indien wij uwen naam met de namen van Jezus en Maria door de geheele wereld mochten hooren weergalmen. O H. Jozef, gelief door uwe goedheid aan te vullen , hetgeen ons ontbreekt, tot welzijn van al uwe kinderen aan te zien het verlangen , dat zij hebben om uwen naam minnelijk te maken aan alle harten , en uwe bescherming voordeelig en nuttig te doen zijn aan allen, die n zullen aanroepen. Amen.
7:5
âe LITANIE
'or l TKR K VAN DK
en
HEILIGE MOEDER ANNA.
Heer, ontferm u onzer.
.ei- Christus, ontferm u onzer.
ij. Heer, ontferm u onzer.
.U1 Christus , iioor ons.
Christus, verhoor ons.
S6* God hemelsche Vader, ontferm n onzer.
18 gt; God Zoon. Verlosser der wereld, ontf. u onzer,
/er God H. Geest, ontferm n onzi'r.
ets ' H. Drievuldigheid . één God, ontferm u onzer. H. Anna, bid voor ons.
Moeder der H. Maagd Maria ,
011 Bruid van Joachim ,
â 'lquot; Ark van IS'oi1,
an Wortel van Jesse ,
ch- Vruchtbare wijngaard .
jef' Blijdschap der Engelen . S
Dochter der Patriarchen ,
Vervuld van genade, S
1,en Spiegel van gehoorzaamheid, 2
om Spiegel van verduldigheid. 0
Spiegel van barmhartigheid . Spiegel van godvruchtigheid , Bolwerk der H. Kerk, Toevlucht der zondaren , Bijstand der Christenen, Verlossing der gevangenen, Troost der getrouwden . Moeder der weduwen , Beschermster der maagden ,
7 J,
Haven der zeevarenden, bid voor ons.
AV ejj der reizenden . bid voor ons.
Gezondheid der kranken , bid voor ons. Troosteres der bedrukten, bid voor ons. Helpster dergenen . die n aanroepen . bid voor ons.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
spaar ons . Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
ontferm u onzer.
Christus , hoor ons.
Christus . verhoor ons.
Heer, ontferm u onzer.
Christus. ontferm u onzer.
Heer, ontferm n onzer.
Bid voor ons , H. Anna .
U1. Opdat wij der beloften van Christus waardig worden.
Laai ons bidden.
O God, die u hebt gewaardigd aan de H. Anna de genade te verleenen . de Moeder van uwen eenigen Zoon te baren , verleen ons genadiglijk . dat wij, die hare gedachtenis vieren . door hare voorspraak bij u mogen geholpen worden. Door denzelfden Jezus Christus, onzen Heer. Amen.
Heilige Anna, Moeder van Maria, ja, gij. zijt de moeder van haar, uit wie J3zus, de \ erlosser en Zaligmaker der menschen . heeft
willen geboren worden. O heilige Vrouw, welke wij voor Patrones en medebescliermster onzer Congregatie verkozen hebben, gij waart voor Maria de bewaarster van den schat harer zuiverheid : wij bidden n , groote Heilige . bewaar die deugd ook in ons. kinderen van Maria . en help ons tevens in alle andere deugden onze 11. Moeder navolgen, opdat wij aan haar en rlezus haren Zoon aangenaam mogen zijn ; verkrijg voor ons van God een waar berouw . de vergiffenis onzer zonden en een zaligen dood. Bid voor ons, opdat Jezus en Maria steeds onzen geest en ons hart vervullen; geef, dat zij alleen onze vreugde, onze liefde, ons leven, en het eenige voorwerp van ons streven zijn : ten einde wij door de tussehonkomst van eene Moeder, die Maagd gebleven, en door de verdiensten van eenen God. die mensch geworden ia. hier eenen waren vrede genieten, welke dooiden eeuwigen vrede worde gevolgd. Amen.
N.V DE KIEZING.
Te Jgt;eiiin Landamus.
1*. o God. loven wij ; u, o Heer, belijden wij.
F, eeuwige Vader, eert de gansehe aarde.
V roepen al de Hngelen . de Hemelen. al de Machten ,
7G
De i'IhtiiImjiu'd en Seralijucii oiioplioutlelijk
toe :
Heilig, heilig, licilig is de lieer. God der lieerseharen 1
Hemel en aarde zijn vol van de Majesteit uwer glorie.
Hel glorierijke koor tier Apostelen , Her lofwaardig getal der Profeten , Het blinkende keer der Martelaren looft u . He H. Kerk belijdt u door geheel de aarde, l . Vader van oneindige glorie ,
Uwen hoogwaardigen, waren en eenigen Zoon, Alsmede den Vertrooster den H. Geest. Christus . gij zijt de Koning der glorie. Gij zijl de eeuwige Zoon des Vaders. Gij hebl , wanneer gij , om den niensch Te verlossen . de menschheid zoudt aannemen, den schoot eener Maagd niet geschroomd.
Gij hebl . nadat gij den schicln des doods overwonnen hadt. voor de geloovigen het rijk der Hemelen geopend.
Gij zil aan de rechterhand Gods. in de glorie des Vaders.
quot;U ij gelooven . dat gij eens als rechter zult wederkomen.
AA ij bidden n dan . kom uwe dienaren te hulp. die gij door uw dierbaar Bloed verlosi
(ieef. dat zij. in de eeuwige glorie, onder het getal uwer Heiligen mogen zijn.
Heer, maak uw volk zalig ou. zegen uw erfdeel.
Bestier hen en verhef hen tot in eeuwigheid.
Dagelijks loven wij u.
En wij prijzen uwen naam in eenwijjlieid en in eeuwigheid der eeuwigheden.
Ge waardig u, o Heer, ons heden zonder zonde te bewaren.
Ontferm u onzer. Heer, ontferm u onzer.
Laat, o Hoer, uwe barmhartigheid over ons komen , gelijk wij op u gehoopt hebben.
Op u. o Heer, heb ik inijiie hoop gesteld, en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.
VOOK Igt;E BEIUAJ)SL.U;INlt;;.
Veui, Sancte S|iiritus.
hom . heilige (ieesl . vervul de liarten van uwe geloovigeu . en ontsteek in lien het vuur nwer liefde.
v' . /end nwen (ieest , en zij zullen geschapen «orden.
U. i'jii gij zuil het aanschijn der aai'de hernieuwen.
Laat ons bidden.
O God. die de harten der geloovigen tloor de verlichting van den H. Geest hebt onderwezen , geef. dat wij door denzelfden (ieest al
78
wat reelit is smaken, en ous altijd in zijne vertroosting mogen verheugen. Door onzen Heer Jezus Christus, inven Zoon, die met u leeft en heerscht in de eenheid van deuzelfden IT. Geest. God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen. Oase Vader. â Wees gegroet.
.\A DE BERAADS1AGIXG.
Sul) tuuin praesidiuin.
Onder uwe bescherming nemen wij onze toe-vlueht, o heilige Moeder Gods; verstoot onze gebeden niet in onzen nood , maar bevrijd ons altijd van alle gevaren, o roemwaardige en gezegende Maagd, onze Oppervorstin, onze Middelares, onze Voorspreekster; verzoen ons met uwen Zoon , beveel ons aan uwen Zoon , vertoon ons aan uwen Zoon.
Oi/,:e Vader. â Wee* gegroet.
â lt; - -
(iebed lol den Patroon der maand.
O God, die mij elke maand een der Hemelingen voor Patroon aanwijst, gewaardig u , dooi' de voorspraak van den Heiligen jS. , welken ik door uwe goedheid voor Patroon dezer maand heb bekomen, dat ik en al mijne bloedverwanten , vrienden en vijanden , de uitwerkselen uwer genade gevoelen, en dat ik, gewapend
met den bijstand uwer genade , die deugden moge oefenen, welke luj ons door zijn voorbeeld geleerd beeft. Door Christus, onzen Heer. Amen.
CONGREGATIE VAN 0« Llt; ¥lt;
Volle Aflaten
1. Op den feestdag van den titel der Congregatie.
2. Op den feestdag van den tweeden Patroon der Congregatie.
.\0T.\. \a) Deze twee afl:itcn kunnen niel alleen door de Congre-ganisten . maar door alle andere (jeloovigen verdiend worden, mils zij biechlen, oommuniceeren en de kapel olquot; bidplaats der Congtegalic bezoeken en aldaar bidden volgens de gewone meening.
yb) Bciile deze feestdagen mogen met vergunning van den Bisscbop op oenen anderen dag gevierd worden , op welken dag men dan ook de voornoemde aflaten kan verdienen. In dit geval mag men eene Missa votiva van den Heilige zingen , al is bot ook dat op don verzetten dag elt;'ii dubbel loest lt; (osturn duplexquot;» in de Kerk gevierd wordt.
⢠c) Indien de Congregatie geen tweeden titel of Patroon beeft, kan de F.erw. Heer Direetcur alle jaren , met toelating van don Bis-scbop , een dag naar goedvinden voor den vollen aflaat, onder IN0 2 vermeld , uitkiezen.
3. Op den dag dat men zijne opdrac-lit doet.
1. Op de feestdagen van Kerstmis, Hemel-
80
vaart van à krist us, Onbevlekte Ontvangenis, Geboorte, Boodschap en Hemelvaart van Maria.
Voor deze Uvec Avonll alleenlijk vcrwehl , dat men bieciite en communiceere in «Ie kapel der Congregalie of in eenr andere keik.
5. Eens per week op den dag , dat de Congregatie vergadering houdt, mits men bi echte . communiceere, de kapel der Congregatie bezoeke en daar bidde volgens de gewone meening.
XOTA. Waar men gewoon is de vergadering na den niidda^ te linnden , kan men dezen aflaat naar votkiezing op den/dCdcn ol op den vulsenden dag verdienen.
6, De volle aflaat, eens per week vergund , kan tweemaal 'sjaars door de Congreganisten worden verdiend zonder de bidplaats der Congregatie te bezoeken, mits zij eene andere kerk bezoeken , alwaar zij de H, Communie ontvangen , na bet afleggen eener generale biecht , hetzij van geheel hnn leven, hetzij van den tijd sedert de laatste generale biecht.
7. In het uur des doods.
8, De priesters. met hel bestuur der Congregatiën belast, na ten minste eens voor altijd verlof van den Bisschop hiertoe bekomen te hebben , zoo dikwijls zij de leden of de bedienaars der Congregatiën , die met krankheid overvallen zijn , bezoeken, hen door geestelijke vermaningen helpen , hetzij om de ongemakken der ziekte geduldig te verdragen, hetzij om den dood gewillig van de hand des Heeren te ontvangen , en hen voor een beeld van den ge-kruisten Zaligmaker ten minste driemaal het
SI
(ht:e Vader on Wees getjroel volgen? de inzichten van den Paus en van onze Moeder de H. Kerk doen bidden, kunnen aan deze. kranken eenen vollen aflaat toepassen op den dag . op welken zij het Allerheiligste Sacrament des Altaars ontvangen hebben.
Aflaten van zeven jaren, zoo dikwijls zij een der volgende goede werken verrichten.
1. Het lijk van eenen ('ongreganist of van eenen anderen geloovige naar de begraafplaats vergezellen.
'i. Hij het luiden der klok. bidden voor de genezing ot' eenen zaligen dood van den zieke , oi' voor do rust der ziel van den doodo.
De openbare of bijzondere vergaderingen, de goddelijke diensten , geestelijke samenspraken of vermaningen bijwonen.
1. Tegenwoordig zijn bij godvruchtige oefeningen , welke de Congregatie en hare Bestuurders voor de zielerust van een overleden Gongrega-nist of van een anderen geloovige laten houden.
5. Mis hooren op werkdag.
li. Des avonds , vóór het slapen gaan , zijn geweten onderzoeken.
7. Arme zieken in gasthuizen of elders bezoeken.
â S. De gevangenen bezoeken.
c 6
!). Met elkander verzoenen degenen, die in tweedraclu leven.
VEUKL.UilNC.
I»(' ledfii der Congreputiën zullen :ii deze alialen Kuiinen verdienen overal waar zü zieh bevinden, indien zij in de kerk der plants, waar zij zijn, of elders, zooals zij kunnen, verriclilen lictgelt;ii voorac-sehreven is om zulke aflaten te verdienen.
Andere Aflaten.
I )e C'ongreganisten kannen al do Allaten verdienen , -svelke verleend zijn aan de kerkbezoeken re Rniéie, juits zij op de dagen, waarop die vallen, de kapel der Congregatie, ot'in geval van a t'vveziglieid, eene andere kerk of bidplaats bezoeken en aldaar zecen Once Vader en zeren ll'r-r's (leyront godvrnelitig bidden.
Aflaten voor de Overledenen.
1. Al de bovengenoemde volle en gedeeltelijke aflaten kunnen aan de geloovige zielen des vagevuurs worden toegepast.
i. Het altaar van al de Congregatiën is geprivilegieerd voor al de priesters, die er Mis lezen tot lafenis der ziel van eenen overleden C'ongreganist.
â¢!. Elk Priester-Congreganist, die Mis leest tot lafenis der ziel van eenen anderen C'ongreganist, kan hetzelfde voorrecht genieten, aan welk altaar het ook zij.
GEZANGEN
TE 11 EE RE VA X
gt;1 K I y\.
JN» 1.
Onbevlekte ontvangenis van Marhi.
*) Wijze: M. liquot; o cn \, no 3J ,»»).
1.
'1 rioint! de donders slapen .
En 't onweer is voorbij ;
Heel de aarde juicht herschapen ,
Zij ademt eindlijk vrij.
Triomf- en dankgezangen!
Dc langverwachte Maagd Js onbevlekt ontvangen !
J)c gouden eeuwe daagt.
Lie ,1e MclnUieïn cü ilc Meuwc Melodieën, beid.' uitgegeven te dezer «Irukkcry.
)T. wijst ile Melodieën en \ 31. de Meuwe Melodieën aan.
SI.
Triomf! de nacht is over ;
De schoonste dageraad Rijst op on glimt door quot;t loover .
in volle feestgewaad 1 /00 rees en blonk voor dezen
De vroegste regenboog : En '1 mensclulom, als verrezen , /ag dankend naar omhoog.
⢠gt;.
/00 rijst in vollen luister
Een tempel uit het puin. Ziedaar, daar ligt de kluister I
Hef, Libanon, uw kruin I ]S'ii rollen van de wangen
L)e blijde tranen af:
Triomf- en dankgezangen ! Wij rijzen ook uit 't graf.
t.
O lelie, die beladen
Met dauw, zoo lieflijk bloeiv, Bij doornen . tusschen blaadren
Door zonnegloed geschroeid Vergeet niet de woestijne,
Die door uw gunst herleeft : Gedoog niet, dat ze kwijne , Die ti gedragen heeft.
85
rSfquot; S.
(fCboorte van Maria.
Wijze; M. n® 36 en X. M. u° 21.
1.
De nacht had 't clonkei' lloers om '1; aardrijk heengeslagen:
Door razernijen voortgestuwd ,
Klom satan in triomf op zijnen zegewagen ; Het aardrijk siddert nug en gruwt Woest uit den afgrond opgevlogen , Op zwarte vleuglen zweeft hij aan Met wraak en bliksem schieten de oogen ;
Hij zweert: ..het menschdom zal vergaan !quot; Triomf, nu ligt hij neergedonderd , Met dubblen vloek vermaledijd :
Js' ii huilt hij eeuwig afgezonderd :
Triomf', hij knarsetandt van spijt.
Wie is die krijgsheldin, die zoo kan zegepralen,
En neerslaan de eindelooze ellend ?
Ik zie het brandmerk nog ran hare bliksemstralen
in satans voorhoofd diep geprent.
so
Hij sulinimbekt vnu-liteloos van woede:
Heel de aarde looft de Icrijgaheldin . En noemt haar minnelijke, algocde
En nooit volprezen koningin.
Triomf! enz.
Het is des eeuwgen Zoon , bekleed met alvermogen .
Die, op liet aardrijk neergedaald, Den vrede wederschon k : maar wie had hem bewogen En over God gezegepraald 'r Is zij 'tniet. die, vandaag geboren.
De liemelwraak lieeft vergenoegd .
En zoo die eenwge bliksem voren
In satans voorhoofd heeft geploegd? Triomf 1 enz.
1
Z
4.
Zoo zweept iji d onweersnncl verbolgen ,
Het schuim der baren naar omhoog : En lustig l)linkt op eens voor reiz'gersi, si-bier verzwolgen .
De liefelijke maan in i oog.
Het onweer vlucht; de schepen vliegen
Den afgrond over zonder schroom . En mogen zich wellustig wiegen.
Als op een stillen vredestroom.
Triomf! enz.
[gt;t watei'rijk
sr
O Opperkouingin van Hemel cn van aarde.
Strek op ons uit uw milde hand ,
Die 't raenschelijk iieslaclit van slavernij bewaarde ,
En neem ons liarl , dat voor u brandr. 'lis 'tnwe. Moeder, 't moet u 't leven .
.Ia, 'tmoer n alles wijten dank:
Ontvang ket zonder 't weer te geven .
Het wordt almogend, schoon zoo krank. Triomt'I enz.
INquot; 3.
ISoudscliiip van Maria.
Wijze: \|. n» 7 en X. M. 11° S.
1.
Maria's hart. door liefdebrand Voor 't mensehei ijk geslacht verslonden.
Had nauw naar 't hemelsei) Vaderland Ha ar wensch gevleugeld opgezonden .
Of ziet, mer heerlijklicid omstraald, l it Siou's zaalge lustpriëelen .
Daar komt een Kngel afgedaald: /ij schrikt . . . doch hoort naar zijn bevelen.
2.
DE ENGEL.
Ik oroot u, godd'lijk lieiligcloui , O schoonste werk van 't Alvermogen !
De voorbestemde tijd is om .
En de voorzegging is voltogen.
God is met u : uw znivre schoot, Die den Messias gaat ontvangen .
Zal 't mensclidoni redden van den dood Zoo luidt liel goddelijk verlangen.
:i.
M A 1! 1 A.
A\ el hoe! 'ksta van verwondring stom : Hoe, de Messias zijn geboren
Uit mij , die (iod tot Bruidegom , Vnn kindsche dagen heb verkoren 'i
God is een wellustbron voor mij : Wat tan mijn harte meerder vragen .
Dan in die zoete slavernij Te blijven al mijn levensdagen ?
4.
DK ENGUr..
't Is juist daarin, dat God zijti vreugd. Zijn welbehagen heei't gevonden ;
ZS'u wil hij loonen uwe deugd : Uw maagdom zal niet zijn geschonden ;
89
En brengt gij den Messias voort , üw zoet geluk zal nog vermeeren.
M A E i A .
Uat mij geschiede naar uw woord . Ik ben de dienares des Heeren.
ó.
Zij zweeg, en 'sHemels afgezant Vloog juichend in de liopgte weder.
De Heiige Geest , vol liefdebrand , Daalt op de Maagd der maagden neder :
Het lichaam van 't almogend Woord Is in haar zuivren schoot ontvangen ;
Jn 'themelhof, met vol akkoord, AVeergalmen nieuwe lofgezangen.
]N° t.
Zniveriug'sfeest van Maria of Lichtmisse.
Wijze : M, ii0 S. cu X. M. n0 1.
1.
Verstomt, o volkren , voor dit wonder :
Aanbidt Gods opperheerschappij !
]gt;e wet gebiedt.... de Wetverkonder , De Heiland koopt zich zeiven vrij!
9(1
Ziet Iiaar tot quot;s lleeren tempel komen,
Wier arm het ^odd'lijk Wichtje draagt ; Ziet Jezus' Moeder, zonder schromen, FTem oft'ren , dien de wet liaar vraagt.
Xij komi : ziedaar , drie oliérs sneven Voor één en 'l eigenste altaar neer; De vrome grijsaard schenkt zijn leven.
De Moedermaagd haar maagd'lijke eer, Kn 'i godd'lijk Kind zijn teedre leden.
., O Maagd, hoe wreedlijk zal inv liarl .. Van nu af voortaan zijn doorsneden ..Dooi- i ijselijke staal der smart !
,, Wat slacht hank is dit .Lam besckoren !
âWelk Moedig altaar wacht het af'. .. Hit Iviml , uit nwen schoot geboren!
.. Ma: ir zoo rijst 'l rnenschdom uit het graf.quot; Lof, eer en dank zij God den Vader ,
Lof. eer en dank zij God den Zoon . Kn God den Heilgen Geest te gader : lt; gt;iiz' harten zijn onze oflerkroon.
-«»9 Jgt;i»'lt;OCeecâ
ill
IXquot; s.
Naiiml'eest van Maria.
Wijze: M. u0 en X. M. 110 20.
I.
l'w zooien naam .
Maria, 'k heb clieu 't oorst geweten
l'w zoeten, naam Aanriep ik al de kandjcs saam . Xolt;t staamlend in de wiei; gezeten . Mn k zal in 'l doodsnvir niet verget en l'w zoeten naam.
l'w zoete naam Is a I lerliel'si mnzick in de ooren ;
Uu zoete naam 1 s meer dan honing aangenaam. De duivlen knnnen kom niet hooren : Hij is lief merk der uit verkooriien . l'w zoete naam.
Uw zoele naam Staat eeuwig in mijn liart gescliveven.
92
I'w zocre namn Js zielespijs en dvauk te zaam. Hoe troostelijk verlaat ik 'i leven !
Kop; op mijn cloode Jip zal zweven T7\v ^oete naam.
JN0 «.
Maria onder het kruis.
Wijze: M. 11° 1(1 cn N. -M. 110 i.
1.
Droef stond de Moeder neergebogen, Benevens 'tkruis, dat Jezus droeg: De tranen rolden uit Laar oogen ,
Die ze onbeweeglijk op Hem sloeg.
Acli dan! wal moet er in dit harte.
Dit moederliart. zijn omgegaan! Hoe moest liet grieven, '1 zwaard van smartel Hoe treurig ziet zij .lezns aan !
, Ach . zurlu ze . mocht ik zelve sneven !
.. AVal heeft mijn Jezus toch misdaan? .O Jezus! leven van mijn leven! âHoe ziet me uw stervend ooa: noit aan !quot;
93
Wie zou zijn hart niet voelen scheuren ,
Als hij die goede Moeder ziet Zoo bitterlijk haar /oon betreuren En overstroomen van \ erdriet!
Helaas 'â r is voor onze eigen zonden .
Dat Jezus aan het vloekhout hangt, En , afgemarteld door de wonden ,
]Saar eenen druppel vochts verlangt. Bedrukte Moeder, bron van liefde .
Wat tranen heb ik u gekost I Ach , of uw droefheid dwars doorkliefde Mijn zondig hart, zoo duur verlost!
4.
.Doordrongen nu van medelijden.
En met u snikkend om uw Zoon , Geef dat ik deelneme in uw lijden En onophoudlijk rouw betoon' :
Maak dat mijn hart, geheel verslonden
In goddelijken liefdegloed .
Verborgen in uws Jezus' wonden . Al mijne ondankbaarheid vergoed'.
1.
IV» T.
Stabat Mater Dolorosa.
Wijze: M. Tlquot; 11 ⢠X. M. 11quot; 5.
1.
Naasl liet ki'iiis inet schreiende ooyeti Stond de Moeder , diep bewogen ,
Waar de Zoon doornageld hing ;
Toen door ziel en zmditend harte . ()verstelpt van wee en sinarte , Een doorborend slagzwaard ging.
2.
Hoe bedrukt, hoe neergeslagen ,
Moest die teedre Moeder klagen
Om Gods eenig Kind . haar Zoon! Ach 1 hoe streed zij ; ach 1 hoe kreet zij , En wal boezempijnen leed zij ,
quot;t Eoemrijkst Kind aan 't kruis ten toon.
:i.
Wie kan tranen wederhonen ,
â¢lezus' Moeder zoo aanschouwen
Door zoo grievend leed verscheurd F
AVie kan zonder diep erbarmeji , Jezus' Moeder liooren kermen,
Daar zij haren Zoon betreurt P
4.
Voor de zonden van de zijnen /ag zij Jezus zó(') in pijnen,
Door de felle geeselstraf: 't Dierbaar Kind zag zij hier lijden Gansch verlaten dood'Iijk strijden , Kor de geest Hem nog begaf.
5.
Keef. o Moeder, bron van liefde, Dat ik 't, leed , dat n zoo griefde.
Met u voele en. met u klaag : Dat zijn gloed mijn harte winne , Dat ik Jezus, Godmensch , minne. Dat ik ook aan Hein behaag.
6.
11 eilge Moeder, wil mij geven Wonden. diep in quot;t hart gedreven : Jezus' kruis zij steeds mijn doel. Dat ik, schuilende in zijn wonden. Dus gefolterd, om mijn zonden, Deelend zijne smart gevoel.
96
Moclit ik klagen al miju dagen , Waarlijk al die smarten dragen .
Tot mij 't sterfuur overviel 1 Mij bij 't kruis met u vereenon .
3Iet u sterven , met u weenen ,
'tls de wenseh van mijne ziel.
8.
Maagd. der maagden roem en zegen ! Wees, ach wees mijn zuclit niet tegen
Gun mij . dat ik met u Haag. Doe mij strijden , doe mij lijden Christus' striemen langs de zijden : Dat ik steeds daarvan gewaag I
9.
Doe mij door die slagen wonden . Dronken van dit kruis, verkonden , Wat de liefde uws Zoons vermag; quot;k Ben ontvlamd, in liefde ontsteken: Wil toch zelve voor mij spreken ]n den jongsten oordeelsdag.
10.
Doe mij door het kruis bewaren : Jezus' kruisdood moet mij sparen , Wiens genade mij verheugt.
!tquot;
Als mijn lickaam komt te sterven ,
Geef, dat mijne ziel mag erven
's Hemels glorierijke vreugd.
-----â----
r«i° s.
Het lijden des Heeren.
Wijze : N. M. u0 UO.
1.
Het uur van pijn, het uur van smarte , Geliefkoosd uur voor Jezus' Harte ,
Dat uur, zoolang verbeid begint.
W ant zijne liefde deed Hem wensclien iS'aar pijn en dood , tot heil der menschen , Die Hij tot quot;t uiterst heeft bemind.
2.
Een bloedig zweet druipt van zijn leden Op 't zien der ongerechtigheden
Van 'tmenschdom, waar Hij nu voorlijdt; 't Gewicht der Hem bereide pijnen, Die altegader Hem verschijnen ,
Verzwaart zijn doodelijken strijd.
:i.
Doch, schoon zijn krachten Hem ontzinken . Den laatsten druppel zal Hij drinken A an dezen kelk . Hem aangeboon ;
Hij laat zich grijpen , binden . sleuren , Met doorn en geesel zich verscheuren ,
Zich tergen met geschimp en hoon. c. 7
Geheel zijn schoonlieid is verdwenen , Een worm gelijk heeft Hij geschenen,
Hij is volstrekt niet kenlijk meer. En wreeder nog aan 't kruis geklonken , In lijden zonder peil verzonken,
Sterft Hij : o mensch , uw God en Heer !
5.
Hij sterft!... natuur brengt Hem haar hulde... De mensch , ontslagen van zijn schulden ,
Is in een nieuw verbond geleid. .. God heeft zijn Zoon ten zoen gegeven Zoo juichen wij in blij herleven ,
.. Geloofd zij Hij in eeuwigheid 1quot;
No S».
Heilig Hart van Maria.
AVij/e : X. -U. n» 10.
1.
Gelukkig zij , die hun betrouwen gronden
In 't mini ijk hart der reine Moedermaagd, En daar een rust en zoete woning vonden , Die satan zelf den schrik in 't harte jaagt! O zoet, o minlijk Harte , In blijdschap en in smarte,
Sinds dat ik u tot mijne schuilplaats koos , Gij waart , gij zijt, gij blijft mijn rust altoos.
99
2,
O teeder hart, daar 't zwaard zao wreed in werkte,
Wanneer gij leedt bij Jezus onder 'tkruis; Gij zijt mijn troost, mijn wellust en mijn sterkte, Hoe ook do wind der tegenspoeden ruiscli'. O zoet, o minlijk Harte, enz.
3.
Geruste schans, door de Almacht zelf gewapend;
O heiligdom van vrede en liefdegloed ,
quot;Waar Jezus' hoofd zoo zachtjes lag op slapend. En vredevol ons harten rusten doet.
O zoet, o minlijk Harte , enz.
4.
Geen dageraad kan liefelijker pralen ;
Gij spreidt uw glans, gelijk een heldre maan. Als milde zon , alom uw zegestralen ,
En nimmer roept u iemand vruchtloos aan. 0 zoet, o minlijk Harte, enz.
Sla neer op ons uw medelijdende oogen ,
Bied uwen Zoon ons liartverlangen aan ; O zoete Maagd , Hij zal ons tranen drogen; Een moeder kan geen weigring ondergaan. O zoet, o minlijk Harte, enz.
IfX)
().
O zoete bron, die overstroomt van zegen , Het is op u , dat onze zwakheid koopt. Kom ons te hulp . en snel vooral ons tegen , Als langs de wang het koude doodzweet loopt.
O zoet. o minlijk Harte, enz. ____m ---^ _
IN- lO.
Hemelvaart van Maria.
Wij/P : M. n0 13 en X. gt;1. n0 If).
1.
Triomf! hare oogen zijn geloken,
Triomf, de goddelijke min Heeft hare kluisters losgebroken :
Daalt, Englen! ziet, uw Koningin Eijst o]) door quot;t maatloos ruim der Heemlen
in Sions eenwig vreugdehof.
O God . wat glans ! mijn oogen scheemreu ! Hoort, Uoe verrukkend galmt haar lof.
Nu zwemt ze in wellust opgetogen .
Verslonden in het grondloos lieht: Zij staart met liefdetraan in de oogen En met een glinstrend aangezicht
101
Van bij de Godheid aan , verheven ,
Zoo hoog men nooi een schepsel zag.
Maar 'k zwijg : het is mij niet gegeven , Te zingen znlk een grooten dag.
- x--- - gt;-No li.
Hemelvaart van Maria.
Wijze : N. M. n° 15.
Omringd van de Englei schaar en glanzigste juweelen ,
Bestijgt do Maagd haar glorierijken troon; Haar kroost om haai' zien vormen hare kroon : Ziedaar den zoeten vvensch, die nog haar hart kan streelen.
1.
Erken, gezeten in Gods vreugd . De stem van uw vergaarde lievelingen , Wij willen niet alleen uw zegepraal bezingen , Wij wijden u ook onze jeugd.
Gij deedt ons hart in liefde ontvonken ; Het moet aan u dan zijn geschonken , Verslonden gausch in liefdegloed ; Het kan, het zal zoo zijn , het moet. Omringd van de Englenschaar, enz.
102
't Is in nw hart, dat wij voortaan Een zoet verblijf, een scliuilplaats zullen vinden, En altoos vaster ons aan deugd en heil verbinden. Met teedre liefde u toegedaan.
() beste Moeder , u te minnen, Uit ganscher harte, ziel en zinnen ,
Dit is de vurige begeert,
Die dag en nacht ons ziel verteert. Omringd van de Englenschaar. enz.
3.
Hoelang , o Moeder, moeten wij Den lauwerkrans der heerlijkheid nog derven F Ach, mochten wij welhaast dit groot geluk verwerven ,
Eu zien uw schoonheid van nabij 1 Wat â¢wellust zullen wij dan proeven ! Vliedt dagen, vliedt! waarom zoo toeven 'i Wij zuchten naar dien blijden stond : Dan zingen we u met dankbren mond. Omringd van de Englenschaar , enz.
103 1«.
Eiigplsclie (iroetenis.
Wijze; M. u» 13 en M. u» TT.
1.
Wij stroeten vi met allo lieniellcoren, Wij loven n. ]Maria , duizend maal. God heeft uw kart tot lustprieel verkoren , En buiten God, zwiclit alles ^'oor uw praal.
2.
Wij groeten u , o luister aller vrouwen .
En onder allen 't meest gebenedijd ; We aanroepen u met kinderlijk betrouwen ; Gij zijt onz' lioop, on/. Moeder voor altijd.
3.
Gij , overstroomd van goddelijken zegen .
Gebenedijd door Jezus, uwe vrucht, 't Geen overvloeit, maak dal liet ons beregen, Woestijne, dio naar levend water zucht.
4.
O wondro jMaagd, die uwen Schepper baarde. Kom ons ter hulpe , nu en in dien stond, Dien laatsten stond, als nog uw naam op aarde Vertroostend zweeft op onzen veegen momj.
104 rv» 13.
Lof van Maria en geluk in haren dienst.
Wijze : N. M. 110 fil.
1.
() wat geluk, een kind te zijn Tan Jezus' minnelijke Moeder !
Zij is zijn hulp in nood en pijn ,
Zij geeft hem Jezus zelf tot broeder.
Het kan zijn vijand stout versmaan ,
Zijn voorhoofd prijkt met't woord : cerkoren!
Maria's kind verloren gaan ?
]^een, neen, haar kind ging nooit verloren.
Zoolang haar onze mond kan roemen , Zoolang ook zullen wij te zaam, Vereenigd in haar heilgen naam ,
Maria onze .Moeder noemen.
2.
Maria's alvermogendheid Bij haren Jezus kent geen palen:
En wie kon ooit haar teederheid Met aardselie woorden achterhalen ?
Een enkle blik van deze Maagd Jloet ganseh het heir der helle beven ;
Kauw heeft zij Jezus hulp gevraagd. Of quot;svijands benden zijn verdwenen.
Zoolang, enz.
10ö
O eeuwge vreugd van 't Hemelrijk , Vorstin der negen Englenkoren ,
O wonder van het aardsche rijk. Wat heil , door n te zijn verkoren ,
Om . in een broederlijken band, Uw schoone dengden na te streven ,
En in uw dienst een onderpand 'J'e vinden van liet eenwig leven ! Zoolang, enz.
4.
Moclit ik , ten koste van mijn bloed , De harten aller stervelingen
TJ bieden , vol van liefdegloed , Als offers van beschermelingen !
Ten minste 't onze , u toegewijd , Zal altijd uwe goedheid roemen ,
U , duizendmaal gebenedijd , ü eeuwig onze Moeder noemen. Zoolang, enz.
10(i
IVquot; 14.
(ieluk dor CoiigTOifaiiisten.
Wijze : M. liquot; liO cu N. M. n0 03.
1.
O zoet genot van 't heilig lans des Heeren ,
Waar, rond 't altaar, de reine Moeder-Maagd Haar mantel spreidt om die haar komen eeren. En Jezus toont, dien ze op haar armen draagt' Wat zoeten zegen
Stort ze op ons uit, Als zomerregen
Op liet versmachtend kruid!
2.
'k Wil hier 't gewoel der wereld gansch vergeten,
Die voor de jeugd verleidingsrozen strooit, In stille rust voor uw altaar gezeten,
Maar , Moeder , u , neen, u vergeet ik nooit. Wat zoeten zegen , enz.
3.
Grij , die alreeds do wakende Englen schaarde
Hond onze wieg, eer zich ons oog ontsloot ü Koningin van Hemel en van aarde, Wij blijven u getrouw tot aan den c'ood.
Vi at zoete zegen , enz.
15.
1(17
Geluk der Cougregaiiisteu.
Wijze : M. u0 14 en X. M. n0 63.
1.
.Tuiclit, juicht met ons , o liemelingen '
Wij zijn Maria toegewijd, Die nimmer haar bescliermelingen
Zal laten zwichten in den strijd ! O stond van heil en zegeningen,
Die over ons haar mantel spreidt Laat ons te zaam Maria zingen . Maria, zoo vol minzaamheid!
'tls zij, die onzen Albehoeder,
Als schepsel bracht den Schepper voort ; Zij , die als Dochter , Bruid en Moeder,
Naast aan de Godheid toebehoort. O stond van heil. enz.
3.
'tls zij, die ons met moederoogen Bewaakt van haren glorietroou .
En vrier gebeden al vermogen
Bij Jezus, haren lieven Zoon.
O stond van heil . enz.
1' Mi
IVquot; 14.
(ielnk der Conarregraiiisten.
Wijze : M. n» 30 on N. M. n» 02.
1.
O zoet genot van 't heilig kuis des Heeron, Waar, rond 't altaar, de reine Moeder-Maagd
Haar mantel spreidt om die haar komen eeren, En Jezus toont, dien ze op haar armen draagt!
Wat zoeten zegen Stort ze op ons uit.
Als zomerregen
Op het versmachtend kruid I
2.
'k Wil hier 't gewoel der wereld gansch vergeten, Die voor de jeugd verleidingsrozen strooit.
In stille rust voor uw altaar gezeten,
Maar , Moeder , u , neen, u vergeet ik nooit.
Wat zoeten zegen . enz.
3.
Gij , die alreeds de wakende Englen schaarde Kond onze wieg , eer zich ons oog ontsloot
ü Koningin van Hemel en van aarde, Wij blijven u getrouw tot aan den dood.
AN at zoete zegen , enz.
107 IN» IS.
Geluk der Congreganisten.
Wijze : if. ii0 14 en X. M. n0 63.
1.
Juielit, juiclit met ons , o liemelingen '
Wij zijn Maria toegewijd, Dio nimmer liaar besdiermelingen
Zal laten zwichten iu den strijd 'â O stond van heil en zegeningen ,
Die over ons haar mantel spi'eidt I Laat ons te zaam Maria zuigen . Maria, zoo vol minzaamlieid!
't Is zij, die onzen Albehoeder ,
Als schepsel bracht den Schepper voort : Zij , die als Dochter, Bruid en Moeder.
Naast aan de Godheid toebehoort. O stond van heil , enz.
:S.
'tIs zij, die ons met inoederoogeu Bewaakt van haren glorietroon ,
En wier gebeden al vermogen
Bij Jezus , haren lieven Zoon.
O stond van heil . enz.
los
4.
tls zij , die, als de woeste baren Ons slingeren op klip en strand,
Als fonklend zeester de gevaren A erdrijft en toont ons 't vaderland.
O stond van heil , enz.
5.
Haar naam zij dan in ieders harte Geprent met letteren van vuur ,
En nooit verniindren tijd noch smarten Een liefdegloed , ons hart zoo dnur.
(I stond van heil , enz.
-----
16.
(ieluk der Congreganistcii.
Wijze : -M. ii0 S en \. M, n0 04.
1.
Gelukkig hij , die alle dagen De koningin der Englen dient,
Die , met de Moeder te behagen ,
Den Zoon ook heeft tot besten vriend.
De wereld kan hem niet verleiden , De vrede woont in zijn gemoed:
ISiets kan hem van zijn .Moeder scheiden Hoe dreigende de hel ook woed'.
109 2.
1) wereklling, uw gansclie glorie
Zinkt in de duisternis van tgrat'. Maria's kind zingt daar victorie
En legt liet stofkleed vroolijk af. Geen vreeze kan zijn wang ontverven .
Zijn hart is rein en kalm ; liij zag Zijn leven wolkloos vliên : zijn sterven Is 't einde van ecu sclioonen dag.
f).
De vuist aan 't vaste roer geslagen .
Trotseert de stuurman 't golfgeklots . En stoot niet, Koe de stormen jagen .
Met wand of kiel op iji;ren rots : Dus 't biddend oog tot u verkeven .
Volliardt uw dienaar blij eu \'rij . En tergt, wanneer er duizend beren . Des afgronds Hst en razernij.
4.
Heerscli. Koningin der hemelscharen .
Heersch over ons, u toegewijd. Hij moet de wereld laten varen .
Die voor uw zegevaaudels strijdt. lt;Jij kunt de booze driften teugleu ,
En ons verheften boveu 'tslijk; Spreid over ons beschermingsvleuglen. En voer ons op naar 't eeuwig rijk.
110
INTquot; ir.
Veiligheid in den diens! van Maria.
quot;Wijze: X. M. 11° 58.
1.
Gelukkig zij , die in dit korte leven
In gunste hij Maria staan ;
l)oor welken storm op 's werelds zee gedreven Kon ooit liet kind dier Maagd verloren gaan ? Aanriep men ooit, uit 't slijk der zonde,
Vergeefs liaar naam tot zielsbeliondenis ? ^een , nooit, lioe diep men zinken konde , Vergat zij, dat ze onz' Moeder is.
2,
Doorloopt, doorzoekt van 't noorden tot bet zuiden ,
Van oost tot west het aardsch gebied. En zegt ons, wat die pronkgebouwen duiden , Die 't vragende oog alomme ziet ?
Getuigen zij niet aan onze aarde En toonen zij niet zonneklaar .
Koe zij haar kindren steeds bewaarde Van zonden , onheil en gevaar ?
111
mam
3.
Ik smeek ii dan , o mijne Ivoningiane,
Mijn Loo]) en liefde , vreugd en rust,
Geef, dat ik u steeds meer en meer beminne; Dit is mijn wenscli, mijn liarteznclit en Inst. Aeli lieve Moeder, als ik dale
Ten grave neder, o, verwerf,
J)iit ik in 'tstrijden zegeprale,
En juichend in mv armen sterf.
Nquot; 18.
Voordeeleii in lt;len tlieiist van Maria.
AVijzc : X. J[. 11° 57.
1.
Hoe verrukkend zijn de stonden ,
Waarop 't kraohtelooze kind ]n Maria heeft gevonden
Eene Moeder , die liet mint! N u , nu kan 'tzich stout verzetten
Tegen 'svijands snooden band. En gelieel zijn heir verpletten Door Maria's onderstand.
Slolr/jhi.
() Moeder , sehenk uw kindren Den schoonen zegekrans Van eeuwgen hemelglans,
112
Deu krans, dien nooit zal Liudren De roofgezinde tijd ,
Die Uier ons lieil benijdt.
2.
Zalig, die te allen tijde
Ouder haren mantel schuilt : quot;tIs vergeefs, dat aan zijn zijde
De open afgrond hongrig huilt : Hem zal zij zicli Moeder toogen .
Hem met gunsten o veria an , Hem de bittre tranen drogen .
Hem doen wandlen '» Hemels baan. O Moeder, schenk , enz.
3.
Voelt gij uw geweten knagen,
Beeft gij, zondaars , voor uw lot Op den laatsten dag der dagen ,
Hoopt 1 uw Moeder pleit bij Grod. Laat de rouw uw harte drukken ,
Breekt den slafeiijken band .
En de donders zult ge ontrukken Aan des Beehters gramme hand. O Moeder, schenk, enz.
4.
Hebt gij de onschuld ongeschonden En in vollen glans bewaard ,
113
â BB
Heeft uw voet liet spoor gevondeii,
Dat ook zij betrad op aard.
Komt dan hier de voorproef smaken
Van de zoete hemelvreugd:
Jvomt dan altijd voor haar blaken ,
't Oog gevestigd op haar deugd. 'O Aioeder, schenk, enz.
N' lO.
Aanroeping van Maria.
quot;Wijze : X. JI. 110 :gt;u.
1.
O lieve Moeder van den Heer , Ontvlam in liefdegloed 'Ons gemoed . ons gemoed . meer en meer.
Die niet door dezen gloed wil blaken.
Erkent gij zulk een voor uw kind ? En die voor ijd'le schijnvermaken Dit waar geluk geheel verzaken .
Zijn zij niet ziende blind ?
O lieve Moeder, enz, c. 8
114
3.
Hei Lf Iscli gebroed en wereld saaiugezvroren ,
Betracht en niets dan onzen ondergang:
JJaar nimmer gaf mv Icind den moed verloren : üvv voet verplet den kop der helsche slang. O lieve Moeder, enz.
4.
Gelnkliig zij , die al linn levensdagen
Iquot; wijden met een vroolijk maatgezang ; THe nwen naam in 't gloeiend harte dragen , En n alleen behagen !
lt;) lieve Moeder, enz.
IN» SO.
Salve Regina.
quot;Wijze: M, n0 13 eu X. M. u0 73.
1.
quot;VVij groeten u. Vorstin van alle volken .
Wier lof zoo hoog bij de Englenschare klinkt, I'ie vóór n drijft op glanzig witte wolken . J laar vreugdetraan in de opziende oogen blinkt. 2
Wij groeten u . onz' hope, lust en leven ,
T . dageraad in d eenwig donkren nacht, U . lieve duif, die elk zoo blij zag zweven , Toen ye aan 't heelal den vrede-olijftak bracht.
llü
3.
Her is tot u , dat wij ons zuclifend wenden,
A\ ij , Eva's diepgewoiule nageslacht ; quot;Wij . erfgenamen van zooveel ellenden ,
AN'ij, ballingen ; verstoot niet onze klacht.
4.
Sla neer op ons die medelijdende oogon ,
Die u alleen, o Moeder, eigen zijn; Jin weiger niet ons Jezus zelt' te toogen ; Een enkle blik zal heelen onze pijn.
Gij zijr zoo goed, o lieve, o beste Moeder,
Kn gij verstaat ons hartezucht zoo wM ; Verhoor ons toch : is Jezus niet onz' Broeder En wij uw schat, ontwoekerd aan de hel r
SI.
Toewijding aan Maria.
V\ ijze : M. ii0 3 cn X. M. n0 51.
Moeder vol van teederheid , \lt;d van zoele majesteit.
Ons leven, hoop en vreugd, TJ wijden we onze jeugd.
lie
Ja onz' gansche levenstijd , Moeder , zij 11 toegewijd ; Dan wacliten wij voor loon Een onverwelkbre troon.
3.
Die zijn leven n maar scheukt, JJoor den ouderdom gekrenkt, Sclienkt een verwelkte roos , Beroofd van geut' en bloos.
4.
Ook van tiwe teedre jeugd Bloeidet gij in reine deugd : Dit noemt men niet in schijn, Maar echte kindren zijn.
5.
Geef', o lieve Moeder, geef. Dat in ons uw liefde leev', Getrouw in vreugd en nood, Getrouw, ja, tot den dood.
11«
4.
Voorbocliii der zoime Sclaoonc dageraacl ,
Die 'k mijn liarte gonne ,
Met eei) blij gelaat. Tvindreu van Maria . enz.
5.
Lu-lit in duisternissen ,
Liefelijke maan ;
Kan men 't voetpad missen ,
quot;t Oog op u geslaAn 'i Kindren van .Maria . enz.
G.
iMiid iii zegestralen .
Zonne der natiuir . Moeder , kom ons halen .
In ons stervensuur . ivindren van Maria . enz.
gt;gt;3
119 No £i3.
Dank/ea-g-iii^ aan Maria.
Wijze: X. il. n» Cii.
1.
1 lc dauk u . die 'l leven Ons weer Jiobt gegeven,
O Moeder vol zoetkeid .
Die paalt aan de Godheid in maelit en in goedheid.
jSIaria I wier oogen .
Zvo vol van meedöogen ,
Xooit laten ons gade re slaan; Ook nooit zal uw liefde in onz harten vergaan.
ik dank u , enz.
(gt; Moeder der minne.
Onzquot; znivre lust en onz' hartevriendinne. Maria, wier oogen, enz.
3.
Ik dank u , enz.
() Moeder van vreugden , Verrukkende' toonbeeld van tallooze deugden. Maria . wier oogen , enz.
120
â I.
Ik dank u, enz.
O Moeder vol wonders ,
Die Maagd bieef't en baardet den Meester des Maria , wier oogen , enz. (donders,
Jk dank n , enz.
Maria, wier handen Onzquot; vijanden keetnen met eenwige banden. Maria, wier oogen , enz.
(3.
Ik dank n. enz.
Maria, wier blikken Als levende bliksems, den afgrond versehrikken-Maria, wier oogen , enz.
Ik dank n , enz.
O Moeder van zegen.
Kom snellend op 't einde des levens ons tegen. Maria , wier oogen , enz.
121
rsr» à i.
Betronweu der Coiigrcgaiiisten 01» Maria..
Wijze; M. u» 17 en X. M. 11° 00.
1.
Triomf! Maria's kiudreii , Uw Moeder heeft gezegepraald!
Wat vijand kan n hindren ?
Zijn woede is nn bepaald.
De vrede en de gerechtigheid ,
Zijn d'aardelingen toebereid :
Triomf, Maria's kindren,
Seliept vrengd in veiligheid.
Moet gij nog oorlog wagen Met wereld, vleesch eu helseh gebroed
Zij komt ii onderschragen ,
Door kracht en heldenmoed.
De vrede, euz.
3.
Vreest niet de woeste baren Op de ongestuime wereldzee ;
Zij zal uw kiel bewaren Voor sc-hipbreuk , angst e]i wee. De vrede, enz.
120
4.
ik dank u, enz.
O Moeder vol wonders ,
Die Maagd bleeft en baardet den Meester des^ Maria, wier oogen , enz. (donders
]k dank n , enz.
Maria, wier handen Onz' vijanden keetnen niet eeuwige banden. Maria , wier oogen , enz.
ik dank u, enz.
Maria , wier blikken Als levende bliksems, den afgrond verschrikken. Maria, wier oogen , enz.
Ik dank u , enz.
à Moeder van zegen.
Kom snellend op 't einde des levens ons tegen. Maria , wier oogen , enz.
121
:vo I.
Betrouwen tier Congregauisteii oigt; Maria..
Wijze : M. 11° 17 en X. M. u0 OO.
1.
Triomf! Maria's kindren , Uw Moeder lieeft gezegepraald!
Wat vijand kan n liindren ?
Zijn Moede is nu bepaald.
De vrede en de gerechtiglieid ,
Zijn d'aardelingen toebereid :
Triomf, Maria's kindren,
Schept vreugd in veiligheid.
Moet gij nog oorlog wagen Met wereld, vleesch en helsch gebroed :
Zij komt u onderschragen ,
Door kracht en heldenmoed.
De vrede, enz.
3.
Vreest niet de woeste baren Op de ongestuime wereldzee ;
Zij zal uw kiel bewaren Voor schipbreuk , angst en wee. De vrede , enz.
4.
Xa kort en weinia; streven . X'erwaelit n quot;s Hemels lauwerkroon;
Door kaar in 't aiicler leven ,
Erft «jij een eeuwig loon.
De vrede . enz.
1NTquot; SS.
Belofte van getrouwheid aan Maria.
AVij/c : X. M. 110 55.
Maria, nooit volprezen.
Onz' liulp en troost in allen iiooj:! . Wij zweren u te wezen (retrouw tot in den dood.
1.
(iedooij, dat wij. ellendig' stot, Vereenigd niet het hemelseh hof. Uitgalmen uwen zoeten lof:
Van in onzquot; kinderjaren Gevoelden wij uw zorg en vlijt; l it duizenden gevaren Heeft ons uw hand bevrijd.
12:5
O groot vcnvantschap . dat u bindt! De rade,- kent in u zijl. kind.
TV ij 1 u de Zoolt als Moeder mint :
iin , rijk in deugdenseliatten .
/jijt gij de bruid des Ueilyen ('! ; quot;Wie kan uw grootheid vatten .
Tenzij in 't eeuwig feest r1
:S.
Gij zegepraalt en lieerselit bij (iod: l'w wenscli is Hem een xoet gebod:
En in uw banden rust ons lot.
Ver boven do Knglenkoren .
Verb eerlij kt door uw Zoon . vindt Gij l'w lust in ons te aanbooren .
Te zien van rampen vrij.
4.
\ o o i i beeft een menseb . boe fel gekweld. Door aardsebe ellende of belsrb geweld, A'ergeefs op u zijn hoop gesteld :
En vroeg men naar bewijzen ,
Er zou een algemeen gesebreeuw Door beel de wereld rijzen.
Vernieuwd van eeuw tot eeuw.
121
ÃO.
Volharrtinsf in Jeu dienst van Maria.
quot;Wij/p : X. M. 110 50.
1.
Gij voor het heiligdom der Godheid neergebogen,. lt;gt; Serafs, die, gedaald uit't gromlelooze lieht. Mei gouden vleuglen dekt uw glinstrend aangezicht ,
Die t driemaal-hei lig zingt, in wellust opgetogen ;
Getuigt den heilgen eed. gezworen voor 'taltaar: Zoolang een druppel bloed zal door onze aadren zweven ,
Staan wij Maria voor en wij beminnen haar. Haar, onze Koningin, haar, ons geluk en leven..
Dat rondom. als een leeuw, die dreigt met fonklende oogen ,
De helsche vijand briesche en zoek', wien hij, verslind',
Maria s wakend oog rust altijd op haar kind. En T kind belacht den schroom, bespot het helsch vermogen.
Elkeen herhaal' den eed, enz.
In Oost, -Noord. Zuid en West wordt Laar triomf «fezongeu :
Mot ei'nen sterken hiel vertrad zij quot;t slangen-lioot'd :
Zij lieeft des afgronds macht een rijken Inrit ontroofd :
Den onderaardseheii vorst zijn ij/.ren staf ontwrongen.
Elkeen herhaal' den eed . enz.
4.
Wij ook dus. onbeschroomd, trotseeren hel e;i wereld .
Ja, wij vertrappen ze ook manhaftig met den voet,
Terwijl ons hart voor haar in zuivre liefde gloedt.
En uit liet opziende oog erkentnistraneu parelt.
Elkeen herhaal' den eed. enz.
i\o sr.
De ('ongreganisten tot Maria.
Wijze : N. M. u» 59.
1.
O Moederlief, wees ons indachtig,
Stel onze smeeking voor aan God .
Al nw gebeden zijn almachtig;
Al uwe wenschen zijn gebod.
120
O Moederlief, spreek toeli voor ons ten best?
Dar Jezus ons van alle zonde ontsla , In zijne liefde ons meer en meer beveste. En eenmaal sterven doe in zijn genA.
Verkrijg dit . goede Moeder,
Kn onze wenscheii zullen zijn voldaan. Maria . beste Moeder ,
cli. moge toch ons hart, van alle vrees ontslaan I vuriglijk beminnen nu voortaan !
O Moederlief, wij zijn uw kindren !
-!a. met één woord zijn we uit den nood En onz' behoeften zijn zoo groot!
Spreek maar één woord, niets zal ons hindren (' Moederlief, spreek, enz.
3.
O Moederlief, in vreugdepsalmen O. mochten wij uw zoeten naam. Mei heel het Hemelhof te zaam.
T an nu af aan doen wedergalmen, O Moederlief, spreek, enz.
127
SS.
Ave, maris stella.
AVijzc: X. M. u0 74.
1.
Volglanziso ster op tip baren ,
Al davert de mast als een riet,
O toevlucht iu alle gevaren,
quot;Wij vreezen de onstuimigheid niet.
Waar 't ook dat de zeilen vlogen Jn stukken door de ruime lucht,
Slaan wij maar op u onze oogen.
I)aar op uw wenk het onweer vlucht.
Volglanzige ster, enz. '
2.
Gij hebt 't Hemelrijk ontsloten,
O wondre Moeder, altijd Maagd!
()iis met zegen overgoten
En 'Tdoodlijk vonnis uitgevaagd,
Volglanzige ster, enz.
3.
Eva schonk weleer ons 't leven ,
Maar ach ! zij bracht ons ook den dood.
Moeder! gij kunt beter geven,
Gij geeft de vrucht van uwen schoot.
Volglanzige ster, enz.
Moeder Gods, toon alle stonden Dat lt;;ij ook onze Moeder zijt : Breek de banden onzer zonden
En blijf onz' vesting in den strijd. A oli;lanzige ster . enz.
Maak , dat ook nw kind zoetaardig
En zuiver als uw harte zij ;
Zijn wij znlken naam niet waardig .
Gij blijft toch Moeder. sta ons bij. A olglanzige ster. enz.
ISTgt; Sö.
Magnificat.
'Wijze : N. M. no T-quot;).
1.
Loof, mijne ziel, den Heer , in vreugdestroom verslonden,
Hem, wiens zoo gunstig oog uw nedriglieid aanziet.
't Is Hij, die van hun troon de trotselie vorsten stiet.
12it
quot;Mij maakt Hij Moeder Gods, en laat mij onge-sclionden.
Fioot', mijne ziel, den Heer. en juiuk in uw sreluk: Hij heeft /.ijn dienares gewaardigd te .beschouwen.
à zegen zonder grens I heel de aarde is uit den druk :
.Aan God /,ij volle roem . op Hem zij mijn benouwen !
ZS'n zullen mij voortaan de volkren zalig noemen , En meest gebenedijd in quot;r mensclielijk geslacht: Hij heeft zijn wondren arm getoond in volle macht :
Dat 'tal zijn heilgen naam en zijne goedheid rocme.
Loof, mijne ziel , enz.
,3.
Behoeftigheid heeft Hij met rijkdom overladen. Ootmoedigheid heeft Hij doen klimmen op den troon ,
Aan Abraham beloofd zijn â welbeminden Zoon
JEn Hem aan ons vergund, indachtig zijn genade. Loof, mijne ziel, enz.
c.
130
30.
Te Denm.
Wijze : M. nquot; 15 ea X. M. uquot; 86.
1.
(Ti-oote (iod 1 Ã loven wij , Onbepaald is uw vermogen ;
Voor uwe opperheerschappij Buigt zich 't aardrijk opgetogen ; Gij bestondt vóór allen tijd , Blijvende eenwig wat Gij zijt.
Alles heft een lotlied aan : Cherubijnen, Seralijnen,
Duizenden Englen , die staan Kond uw troon om U te dienen , Alles roept U, nimmer moe,
Heilig, heilig, heilig! toe.
3.
Al w at op uw vruchtbaar woord , Groote God dpiquot; legerscharen ,
Uit het niet sprong dankend voort, Alle schepslep , die ooit waren; Hemel, aarde en oceaan ,
Alles heft een danklied aan.
131
4.
Oj) vcrrukkelijken toon ,
Zingt het Leir der uitvevkoren, Xeergebogeu voor uw troon ; Wartelaars , Apostelkoren ,
Alles juicht in lofgeschal :
Opperkoning van 't heelal.
a.
Grondkracht, waarop 't aardrijk draait, Door wiens hand ontelhre zonnen ,
Zijn door 't maal loos ruim gezaaid, Hoort Ge uw lof; o Onbegonnen ,
Eenge Vader van 't bestaan ,
Door der christnen citer slaan ?
(1.
Lof 'tDrievuldig in persoon,
't Eenig onbesefbaar Wezen ;
Lof U , Vader , lof tl, Zoon , Op denzelfden toon geprezen;
Lof U , Geest, die 'tal vervult. Waart, en zijt , en wezen zult.
7.
(jij , des Vaders eeuwig Woord ,
En te Bethlehem geboren ,
Gij, dien eene Maagd bracht voort, Door IJ zelf daartoe verkoren , Gij vergoot uw dierbaar Bloed, En verwierft ons 't hoogste goed.
Aan dos Vaders recliterkaml Zijt Ge in keerlijkheid gezeten ;
In ontzaggelijken stand .
Zult Gij. Eeckter, ons geweten, I\a .ket laatst trompetgesekal . Openbaren aan 't keelal.
9.
Sta dan mvc dienaars bij . Die voor U en met I* strijden ;
Die Gij met uw bloed koekt, vr Toen 1' Golgotka zag lijden ;
Stel ons , na dit tranendal . Onder 'r juiekend Engleutal.
10.
Zie uw volk genadig aan.
Help ket; zegen . Heer. uw erve.
Leid ons op de reckte baan , Dat geen vijand ons verderve ; Open ons de. gloriezaal . Wij zijn uwe zegepraal.
11.
Alle dagen zullen wij l'we wondre goedkeid prijzen .
Aan uwe opperkeersekappij Eindeloozen dank bewijzen.
Help in d'allerlaatsten strijd , quot;Wie uw keil ge li naam beiijdt.
133 12.
Zoete Jezus, onze Heer ,
Stort meedoogend uwen zegen Op dc cliristcnvolkren neer ;
Zie . ons hart klopt onverlegen : Op U, Jezus, hopen wij;
Jgt;at die hoop nooit ijdel zij!
-lt;â v- â--
N» 31.
Tot lt;le HH. Engelen.
quot;Wijze : X. M. nquot; :2().
1.
O gl ins trend geestendom , miljoenen Eriglen» koren .
I)ie God in vollen glans aanschouwt op zijnea troon .
En 't zielverrukkend lied van lof en dank doet hooren,
Uw hijstand vraagt ons ook een dankbhaar lied tot loon.
2.
Verkondigt dan met ons , dat God is goed en wonder ,
Die iedren sterveling een prins van 't hein elseh Hof
Tot zijn bewaring geett; wat plicht was ooit gegronder,
Dan een zoo goeden God te zingen dank eu lof?
l.U
3.
O mochten ivij u steeds in dankbaarlieicl gelijken.
In reinen liefdegloed en in gehoorzaamheid .
En nooit een enklen stap van 't pad der deugd afwijken ,
Maar altijd dankbaar zijn voor uw gedienstigheid I
4.
Druk diep in ons gemoed den schrik, den haat der zonden
Eu aller booze drift, die ons met ramp en kwaal
Steeds overhoopt: onz' ziel, door uwe hulp ontbonden.
Haakt vrijer en verzucht naar 's Hemels blijde zaal.
5.
O vrienden, houdt niet op naar ons geluk te hijgen :
Wel andren minnen ons, gelijk een bij 't ge-bloemt ,
Gelijk een druivenrank den olm, om op te stijgen:
Uwe liefde is rein, de bun moet baatzucht zijn genoemd.
G.
Gij dan . gezanten Gods, volglanzige Engleu-schareu .
Gij, ware vriendenstoet in voorspoed en in nood,
Licht onze stappen voor. verdrijft al de gevaren. En blijft onz' vrienden steeds in leven en iu dood.
135
N» 3S.
Tot den H. Jozef.
Wijze : N. M. n» ö.
1.
O Jozef, hoop en vreugd der aarde
Maria's zuivro Bruidegom :
ATie kan bevatten uwe waarde .
O luister van liel Cliristendoin 1 Ach! wil ons steeds beschermen .
O Jozef, en verwerf, dat wij . In Jezus' en Maria's armen . Ook eens ontslapen, zooals gij.
De wijsheid Gods beval uw handen
Haar allergrootste schatten aan ; quot;Wie zou niet van begeerte branden .
Om onder uwen schild te staan 'i Ach wil ons . enz.
3.
't Wordt andren heiligen gegeven
Hun God te aanschouwen na hun dood Gij , gij geniet Hem reeds in 't leven, Ja. gij omhelst Hem op uw schoot. Ach', wil ons, enz.
136
4.
LU' stem van Jozuö, vol wonders,
Sprak tot de zonne : ..zon, blijf staan Maar gij gebiedt den God des donders ,
Den God van sterren , zon en maan. Ach I wil ons , enz.
5.
iloelit Hij ons uw volharding geven ,
Die God, gelioorzaam aan nw stem ; Hij is quot;i nu nog in 't ander leven ;
(.I Jozef, o, gebied liet Hem.
Arli ! wil ons , enz.
rvo 33.
Tot den H. Alojsius van (ionzaga.
AVijze : M. n0 10 en X. M. n0 12.
1.
Daait, Englen , daalt uit 't liemelseli liot . Met snaargeluid en zegevanen ;
Een ander Engel vraagt nw lof. Een Engel uit bet dal der tranen.
Als !Xoë's duif, vloog bij 't gevaar Van de ongestuime wereld over;
Zingt zijnen lof met ons te gaar , En kroont zijn boofd niet. gouden loover.
137.
Hij treedt manhaftig niet den voet, Des werelds valsclie welhistrozen ;
'\roor ijdlen roem van vorstlijk bloed-Heeft liij de doornen kroon verkozen.
De leliebloem van zuiverheid Zal hij met doornenschut behoeden ;
Met geesels van boetvaardigheid ,
Zijn maagdlijk vleesch gestaag bebloedei)
3.
O Aloysius , gij waart Een van Maria's lievelingen ,
Een zuivere Engel reeds op aard , Het voorbeeld aller jongelingen.
Indien wij uwe zuiverheid Niet volgden op zoo hooge trappen ,
Verkrijg, dat we in boetvaardigheid',. Kloekmoedig nagaan uwe stappen.
4.
Lang had zijn hart naar U verzucht O opperst (ioed, dat wij ook hopen'.
De ziekte geeft hem volle-vlucht En doet Hem de Englenzalen open.
Rijp voor den Heinel in zijn lent Laat hij blijgeestig de aarde varen ,
In korten tijd heeft hij rol end :
Telt zijne deugden, niet zijn jaren.
138
34.
Tot den H. Slanislans Kostka.
Wijze : M. 11° 17 eu N. M. n0 31.
1.
Komt, Englen , Iiolpt ons roemen
Den heilgen Stanislaus , Die rein als leliebloeiTien .
Die ook een Engel was. Hij had een liart zoo gloeclig.
Den Serafijn gelijk,
Een hart zoo edelmoedig. Eeu hart ganscli goddelijk.
2,
^ijn hand had nauw geschreven , Zijn mond had nauw zijn lust, Met de oogen opgeheven.
Maria's naam, gekust, Of quot;t hart, gansch opgetogen .
Vloog naar Maria's troon; Die Moeder , ganseli bewogen , Beval hem aan haar Zoon.
139
3.
Vervolgd door zijnen broeder
En door den Lutheraan , Eoept hij tot zijne Moeder;
Zij biedt hem Jezus aan. En Jezus, met een lonlsje
Van goddelijke min.
Schiet in zijn hart een vonkje. En maakt hem Sera fin.
4.
De brand is te overvloedig , Hij loopt naar eene vliet. O Kostka , niet zoo spoedig
Geef ons 't geen overschiet. Voor Jezus en Maria
Te branden , zooals gij, Is ook onz wenseli, o Kostka , Die gunst verlangen wij.
5.
Gij hebt in weinig jaren
Eene eeuwe lang geleefd , Indien het deugden waren.
Die men te tellen heeft. Bekom ons ook , o Kostka ,
Een hart in deugden rijk . Voor Jezus en Maria In liefde aan 't uw gelijk.
110
6.
fins hart is als bevrozeu ,
En als een dorre grond , Waarop nooit lenterozen .
Schier altijd onkruid stond; Gij kunt liet vraclitbaar maken:
Zeg het aan ÃMceder maar. En Moeder zal onz' zaken, Bij Jezus nemen « aar.
jN» 3lt;5.
Morgeugebe d.
M ij/o ; X. M. 11° 1
1.
Mijn God, Gij geeft mij dezen dag, Geef ook , dat ik dien heilig make ,
Dat, gansch getrouw aan uw gezag , Ik tot de zaligheid gerake.
O Jezus, k wil naar uwe leer. Liefdadig zijn , van reine zeden .
Godvruchtig, zacht, en te uwer eer, Ootmoedig in uw voetspoor treden.
Ill
Geef' mij een liait dat kan versmaan 'Goed, eer en wellust van de menselien :
Doe mijn gelnk in 1quot; bestaan,
quot;Wees Gij liet voorwerp mijner wenselieu
O moclite mijn geloofslietnig . In mijne werken klaarlijt blijken .
Dacht ik op U , mijn ooggetiiiif', Nooit zonde ik van uw wegen wijken.
Dooi'dring mij, Jezus, door den seliri Dien ons uw oordeel aan moet jagen ;
En laat op ieder oogenblik Een liefdevlam uw kart beliagen.
Gij yA\t 't, dien ik beminnen moet ; Waar Gij niet zijt, zijn ijdellieden :
Gij zijt ons al. o Jezus zoet,
'i\'oor .1T wil ik deezquot; dag besteden.
142
rsi» so.
Avondgebed.
AVijze: N. M. nquot; 8.
1.
Ach , dat Je stilte van den nacht Mij aan mijn uiterst uur doet denken!
3n stof en aseh bestaat enzquot; macht! 1 ti 't oordeel staan is maar een wenken.
Hoe ras vervliegt de tijd! wie zag Zijn snelle vlucht ooit trager zweven P /joo «ordt gij, stervling, eiken dag ^aar de eeuwigheid vooruitgedreven.
2.
O slaap, het beeld van 'smeuschen dood T Daaraan wil ik mijn ziel gewennen ;
O uur van schrik , o uur van nood ! IHe stond zal mij mijn lot doen kennen.
Helaas, wat is 't, dat mij behoedt ? ik heb zoolang, zooveel misdreven !
Doch, Heer, uw goedheid geeft mij moed, Uw goedheid staakt mijn angstig beven
14:5
3.
Hoe bracht ik dezen dag weer door . ])ie nn voor altoos is verdwenen ?
Gaf ik aan uwe stem gehoor,
(H' durfde ik die der boosheid leenen ?
O God , zie op mijn droefheid neer : De nacht ontroert mijn bange leden ,
Bewaar mij voor uw dienst, o Heer! quot;k Wil voortaan beter doen dan lieden.
isf» 3r.
Veiti Saucte Spiritus.
Wijze; M. nquot; 43 en N. M. nquot; 45.
1.
Daal, o bron van alle goed , Kom ons hart in liefde ontvonken Daal, o bron van alle goed . En verrijk ons arm gemoed.
Al uw liefdevonken (Vp ons neergezonken,
Al uw liefdevonken Dringen in 't gemoed.
:t Wordt dus brandend weergesehonken Aan den God , die 't gloeien doet. D»al, o bron , enz.
Ill
Daal, o scliat der armen . neer. Daal, o Gever aller gaven ,
Daal, o schat der armen. neer. Wij verlangen n zoozeer. Dorsten wij . kom la ven : Wanklen wij , kom staven ; Dorsten wij , kom laven Met verfrisseliingnat: â , Breek onz' boeien, zijn wij slaven Dwalen wij . leid ons op 't pad. Daal. o bron , enz.
3.
Eust in arbeid , zalig lieht, .'Zoete troost in bittre stonden , Rust in arbeid , zalig lielit, Dat ons juk zoo zeer verlicht; Mochte ons zijn gezonden Zalving voor onzquot; wonden '. Mochte ons zijn gezonden Uwe milde gaaf,
Totdat wij , niét blijde monden , Danken U in 's Hemels haav'' Daal . o brein , enz. -i
115
No 3S.
Tot den H. Geest.
AVijze : M. 11° 33 en N. M. nquot; 40.
O , welk een lieflijk zielsgenot,
at Ueiiig vmir doorgloeit mijn aadren Erken , mijn ziel, erken uw Crod .
Eu loot' den besten aller vaadren.
O zegen . o gelukkig lot Kom , Schepper-Geest , kom zweven Op 'i veld van dor gebeente : en zie. 't staat op vol leven.
1.
Hoort gij dit wilde feestgezang r quot;t Ts schijn van vreugd in slaafsche boeien.
Doorknaag hun hart, o wroegiugsslang, Terwijl zij 't hootd met bloemen tooien ,
En loopen in hun oudergang. Kom, Schepper-Geest , enz.
Het opzicht spreekt, zij knielen laf: Maar gij, met onweerstaanbaar wapen ,
Gij, dood, perst hun geen zuchten af' â¢Zij wanen, dat Gods donders slapen .
En dansen nog voor quot;t open graf. Kom . Schepper-Geest. enz.
e. 10
116
3.
quot;U cl hoe, als van verstand ontbloot. Zou illt; met hen in scliijnvermaken ,
En in uw vaderlijken schoot,
lt; I God ! \nv heiige wet verzaken ?
^een , Heer, o neen, 'k kies eer den dood. Kom , Schepper-Geest, enz.
-------m gt;------
IV» 30.
.11 o r g- e u 1 i e lt;1.
AVij/e : X. M, ii0 83.
1.
O alziend (Jod, wiens oog mij rusten zag, Kn mij nu nog aanschouwt bij mijn ontwaken ,
Uw goedheid schenkt mij weder eenen dag, Die mij tot 1*. mijn Schepper, weer doet naken. Ik dank uwe Opperheerlijkheid ,
En ofler Haar den dag van heden :
Mijn wensch is, dat Ze zij verspreid. Zoover als uw milddadigheid.
2.
Hoe menig uur zag ik met arendsvlucht , In do eeuwigheid verloren, henen snellen P
Haar Gij verleent mijn smeeken en gezucht Xog dezen dag, om 't onheil te herstellen. Ik dank, enz.
117
3.
Misschien zie ik vandaag de laatste maal Fw schoone zon 'tonmeetbaar rnim verlichten;
Geef dan, eer ik ten grave nederdaal , Genade, om 'tgoed met ijver te verrichten. Ik dank , enz.
4.
O HeerI 'tgevaar bedreigt mijn zwakke ziel; Bewaar mij door uwe Englen te allen tijde;
Dat ik vóór dezen avond nederkniel,
En ie uwer eer mijn danklied moge wijden. Jk dank, enz.
IVquot; i O.
1) a g; 1 i e (1.
Wijze ; M. u0 IS en X. M. u0 8 !â . 1.
De tijd der eerste jaren
Snelt henen als een schip Door 't schuim der woeste baren ,
Bedreigd door storm en klip. Gelukkig zij , die geven
Aan de Opperheerschappij Den schoonsten tijd van 't leven , Eer hij vervlogen zij !
IIS
Wat tranen en wat zuchten
Perst op den rand van 't graf, O wereldscke geneugten ,
Uw valseli genot niet af! Dat andren wierook branden
Voor kunne vijandin ;
Geeft God uw beste panden . Dan is verlies, gewin.
3.
Wacht niet tot de oude dagen.
Uit vreeze dat de tijd , Op zijnen plunderwagen.
Mer :t beste henen rijd'. Men moet het offer geven
Eer de oflerbloenie kwijn'. Dan zal het eind van 't leven Een vroolijke avond zijn.
â¢j
119
3N« -Al.
Aan Maria, mijne onbevlekte Moeder.
Wijze : M. uquot; 19 en X. -M. nquot; 1.
1.
O lelie, schoon en uitgelezen,
Alleen van Adams vlek bevrijd I U , reine Maagd , nog nooit volprezen ,
U zij mijn jnbeltoon gewijd.
Ik voeg mij bij de bemelingen ,
Schoon nog bekleed met 't nietig stof â¢la 'tlïist me uw reinheid te bezingen, Tot eer van God , tot uwen lofquot;.
Uit n . op wie alle eeuwen staren ,
()ntlook een roos , en 't zachte rood Kaatste op bet wit der lelieblaren ,
Wier kelk zich geurig, rein ontsloot. Wie is zoo groot en zoo verheven ,
Zoo needrig en zoo vlekkeloos, Aan wie werd grooter gunst gegeven , Dan u, die God tot Moeder koos?
150
3.
0 duit. o lelip tussflien doren'
Besloten hof, zoo wondersckoon
Gij kuilt alleen mijn liart bekoren.
Ontvang mijn zwakken jubeltoon . Getuige mijner zwakke krachten.
't Beminne u steeds uit gulle borst ; Hoe meer 'k uw zoetheid mag betrachten, Hoe meer k naar aardsche onthecliting dorst.
4.
(' Sehoone zonder wedergade.
Die, zelfs de Godheid tot u trok ,
1 smeek ik slechts om één genade . Ontroof mijn ziel aan helschen wrok:
Ach , zoo gij ziet, dat satans strikken ;
Dat de afgrond voor mij openstaat .
Snijd af, het zijn mijn laatste snikken. Snijd heden af mijn levensdraad.
K» -AS.
Wees gegroet.
Wijze: il. ii0 2Ã cu X. âM. nquot; TS.
1.
ees gegroet op kindertoon . \\ ees gegroet, Maria . Moeder Tan Gods eengeboren Zoon .
Onzen Heiland en Behoeder:
l . die onze Moeder zijt.
I zij ook mijn lied gewijd.
151
Vol van gratie noemde u God. Vol van gunsten en genaden:
O . waar' dit ook hier mijn lor Op de smalle levenspaden
Moeder Gods, o . bid voor mij. Dat ik die steeds waardig zij.
3.
God met n , o , welk een eer I AYie zal n dan tegenstreven ?
(), mocht ik ook God den Heer . Als gij , recht ter eere leven! Bid, Maria, bid voor mij. Dat Gods eer mijn streven zij.
4.
Heerlijk blonk reeds in nw jeugd Uw volstandig Godsvertrouwen;
God beloonde nw stille dengd . Zeegnend boven alle vrouwen. Bid. Maria . bid voor mij .
Dat ik die sleeds waardig zij.
5.
Ook .uw goddelijke Zoon,
Onze Heer, zij mij ten zegen,
Stroom' zijn liefde en gunstbetoon , Op uw smeekgebed , mij tegen. Moeder Gods , o . bid voor mij , Dat uw Zoon mijn Heiland zij.
153
6.
Lieve Moeder , o mijn vreugd , Bid voor mij, o, bid voor allen.
IHe door godsdienst, reine deugd ,, Streven naar uw welgevallen.
Bid voor ons in allen nood,
Tot in 't uur van onzen dood.
IN- 43.
Wees gegroet.
ijze ; M. ii0 4 cu \. .M. n0 7'J.
1.
W ees gegroet, vol van genade .
O Maria , Moedermaagd ,
Die op een bijzondre wijze
Aan den Schepper liebt behaagd..
2.
Gij die onder alle vrouwen Uitverkoren zijt geweest,
Om den Zoon van God te baren ,
Door de kracht van zijnen Geest.
3.
^lei u zij de vrucht gezegend,
Die uw maagdelijke schoot Aan het menschdom heeft geschonken ,, Tot verlossing van den dood.
153
4.
(I Maria . om uw deugden
'I'lians verheven bij Gods troon , Moeder Gods , stor b uw gebeden . Voor ons, zondaars , bij uw Zoon.
Bid , terwijl we in zielsgevaren Zwerven in dit aardselie dal; Bid voor ons , in 't uur bijzonder , Als de dood ons naken zal.
6.
Bied, o Moeder, bk-d uw Idndren
Zoo uw liefderijke hand ,
Dat zij veilig dan vertrekken Xaar liet liemelscli Vaderland.
Amen , amen 1 liet geseliiede ,
Wat ons kinderhart u vraagt, O. dan juichen we eeuwig, eeuwig. Met u , glorierijke Maagd I
IV0 t l .
0|» (Ie Geboorte der H. Maasrd.
Wijze : V. Jr. n0 23.
1.
-Kelens onseliuld was verloren.
loen dc slang haar stem liet liooren , ieerste vromv scliond Godes wet, Maar God deed die slaaig ras hooren . l-)at een A rouw zou zijn geboren . Die haar stout den kop verplet.
Laat der vorsten liovelingen Op geboortefeesten zingen
\ an vorstinnen dezer aard: Jk wil die Vorstin bezingen . Met den stoet der bemelingen . Die den Heiland beeft gebaard.
Slaakt geen zuditen , wereldlingen . tquot; past eer triomf te zingen;
Davids nakroost baarde'ons heil; Heden is die Vrouw geboren ,
Door haar zijn wij uitverkoren . Onze vreugde kent geen peil.
155
4.
Op dcczquot; dag deelt 'sHemels woning.
Zelfs ook Cliristus, God en Koning.
Jn Maria's vreugdestond.
Serafs, Englen en Profeten Koepen, om haar troon gezeten :
Moeder van het heilverbond 1
5.
Zouden wij dan , stervelingen ,
Hier op aard haar lof niet zingen ,
Die ons zooveel hulp verstrekt :
Hier beneên in '(rampvol leven.
Tot we aan God den geest weergeven , Die zijn almacht heeft verwekt 'i
Dochter Gods. van onzen Vader!
Biddend treden wij u nader,
Moeder van den Middelaar'.
Vreugd der Englen, troost der mensehen, Die bij God om voorspraak wenscheu . Heil der uitverkoren schaar'.
7.
Als we. o Maagd, onz' christenplichten Niet naar Jezus' voorbeeld richten .
quot;Wees ons rlan ten beukelaar .
Opdat duivel, hel en zoude Ons niet met den schicht doorwonden In het doodlijk zielsgevaar.
156
S.
i] lii't God, dat wij met rampen Hier op aard met doornen kampen ,
Droog dan onze tranen af:
Toon ons dan , hoe vaak de liefde , 't 1- cl trend zwaard nw ziel doorgriefde En 11 zeven wonden gaf.
9.
Ais we aan T einde van onzquot; dagen, Stervende u om bijstand vragen,
Dat uw oog dan op ons ziet; A Is dan bevende aan onz' lippen , Xog nw ISaatu eens zal ontglippen, -Moeder, dan begeef ons niet.
Hot Wees gegroet.
â Wijze: M. uquot; 4:1 en X. JJ, no 80.
1.
A ergnn dat wij n groeten,
Maria, lieilge Maagd;
Gods gunst kwam u ontmoeten, ijl gij Hem hebt behaagd.
r
1-37
Tot ii, vol vau genade .
A'crhefién we onze atciii : Uw knip kome ons te stade Dooi- uw gebed bij Hem.
Wil ons, o Maagd, verblijilen
Met ii is God de Heer ; [Tw bijstand belpe ons strijden O]) aard, te zijner eer.
4.
Gij, die van alle vrouwen
De zegenrijkste zijt,
Bid voor die u bescliouwen Als helpster te allen tijd.
5,
Gezegend moet Hij wezen.
Dien gij ter wereld bracht : Die Jezus heeft genezen Het mensehelijk geslacht.
G,
Maria , Maagd , Gods Moeder !
Let steeds op onzen nood , Bid voor ons onzen Hoeder . /oo nu, als in den dood.
quot; m liiii ârrquot;
15S
IVquot; ^6.
Lied tot den H. Jozef.
^ ijze : M. n0 27 eu X. 51. n» 7.
1.
Heiige â¢Jo.'.ot', vol betrouwen Brengen we n ons needrig lied ;
Want van aangenomen kindren
Smaadt gij 't dringend smeeken niet.
Waker van den kleinen Jezus,
Hoed ook ons in teedre jeugd ;
Dan gewis voor God en nienschen Groeien we op in eer en deugd.
2,
Mogen we altoos Jezus volgen A an de wieg rot aan liet graf,
Die van ootmoed en van liefde Ons liet schoonste voorbeeld gaf!
quot;Waker, enz.
3.
Ach , bescherm ons heel liet; leven , Sta ons bij in ramp en smart,
Toon ons altijd , beste leidsman ,
Toon ons steeds uw vaderhart'
Waker, enz.
159
I\T° â ±'?.
0|( de Geboorte der H. Maagd.
Wijze: M. no 39 cu N. M. u0 2-5.
1.
ïrceclt levend van geloot' in gindselie woning!
Het Kind, dat daar in 't scliomlend wiegje rust-. Wordt eens do moeder van den Hemelkoning, Der Knglen vreugd en 's mensehen hartelust. O teedre Moeder!
Gij zijt, o Maagd, gt;'a d'Albehoeder ,
Xaar wie mij 'f harte jaagt !
2.
Komt, scharen we ons om 't heil voorspellend Wichtje ,
En lichten wij het wiegekleed omhoog : Verrukken we ons in quot;t min]ijk aangezichtje, Dat eenmaal ons aanstaart met 'ttaederste oog. () dierbre Moeder , enz.
3.
Zoo keert de dageraad zacht blozend weder , En lacht ons toe in purpren morgenglans: Komt, buigen wij te zaam voor''tKindje neder. En sieren wij het op met bloem en krans '. O lieve Moeder, enz.
100
4.
Jji'cngt aan clan knop, en roos, en loof. en bloesem,
En al liet schoon, dat uit onz'aarde ontsproot; Want Jezus zien we al hangen aan liaar boezem. En rusten zaeht op haren moederschoot. Onschatbre Moeder, enz.
------eS-3--i-5sSo. â¢
Aan de H. Moeder (ioils.
Wijze: M. n0 22 en X. ii. n» 13.
1.
Lieve Moeder onzes Heeren .
Die ook onze Moeder zijt ,
Door gezang met u verkamp;eren Boeit het hart, u toegewijd.
2.
O gij , Moeder vol genade 1
Moeder van het godlijk Kind. Ons bijzonder slaat gij gade .
Daar gij 't jeugdig hart bemint.
3.
Ja , Maria lacht ons tegen .
'), Maria is zoo goed !
Ach! Maria geeft ons zegen .
Vlietend mild uit Jezus' Bloed.
Kil
-J..
Wiini zij is voor hsel liet leven Ons ter liulpe in allen nood, :Kii nis ]\1lt;ieder ons gegeven .
In liet uur van onzen dood.
5.
lt;;oodo Moeder, nooit volprezen.
Bid tiij uwen lieven Zoon .
Dat de dienst, aan Hem bewezen. Kens ens selienkc de eeuwge kroon.
I\T° 4tgt;.
])p maand van Maria.
Wijze;: M, 11° 1 1 eu X. Af. nD 10.
1.
Wees welkom . welkom dnizendmalen . O maand, Maria toegewijd; 'Hoe wordt door uwe morgenstralen. Alreeds ons hart en ziel verblijd ! Verlangend zien wij alle jaren .
Uw blijde nadring te gemoet . Om zielenbloempjes te vergaren :
O selioone Meimaand! wees gegroet, c. 11
1G2 2.
Maria , spiegel aller deugden,
O Moeder Gods . der maagden roem , Der wereld troost, der Englen vreugde.
Aanvaard de frissche lentebloem,
Ifet smeekgebed u opgedragen,
lier lofgezang , u toegewijd :
Hegnnstig ons met uw behagen .
Toon, dat gij onze Moeder zijt.
3.
elk ofler zullen we u nog dragen Met dezen schoonen lentetijd F l'-en gift, die t meest u zal behagen:
lt; gt;ns hart en onze dankbaarheid ; lt; )pdat, nu alles gaat herleven,
ij mogen bloeien in de deugd . ' Un u steeds nieuwen lof te geven . Kti met ii eeuwig zijn verheugd.
⢠câ ' * : .
rsTo so.
De droeve Maagd te Betlileheui.
AYijze: M. n» 10 en M. rip 2S.
1.
Ach . ziel , met de oogen rood bekreten ,
Is naast de krib van quot;t godlijk Kind De heiige Moedermaagd gezeten ; D ~ vreeslijk opgestoken wind
KW
Woei gauscli den naclit op ]3ethlcm's akker,
Door 't krakend palmgetakt, en riep Met wild gehuil het Wichtje wakker,
Dat o]) den schoot der Moeder sliep.
2.
In de armen heeft zij 't rondgedragen ,
Bij 't zacht gefluister lt;quot;an een lied :
Maar door 't geweld der onweersslagen
In de open grot, sliep quot;t Kindje niet; Nu Hgr Het woelend in de kribbe ,
Mot bolle handje in quot;t stroo verward, En lok; door 'i pijnelijke kreunen, Een tranenvloed uit 't Moederhart.
:i.
Ziet, beurtlings zit zij 'taan te staren.
Kn beurtlings slaat zij 't oog ter neer : âMijn minlijk Kind 1 hoe zal 'k TT waren?
Jk heb een hart, â en dan niet meer!quot; Zoo zegt ze ... heiige Maagd 1 daar waaien,
Door dwarrelwinden opgerukt,
De stoppels uit het stroo naar boven:
Ziet, hoe zij zich op 't Kindje bukt 1
4.
Gij , ongeziene geestenwaehten ,
Die rondzweeft door de naakte grot. Gij kent den weedom van de klachten Der droeve Moeder van uw God !
Kil
O , spreidt do breed ontplooide vleuglen
Om 't Kind en zijne Moeder nit;
Stilt 't woedend bruisen van do stormen,
Stilt in de palmen 't schel gefluit.
5.
Hoort. het gedruisch des storms schijnt over
Op quot;t stille veld van Uethlehem . En uitgcritseld 't palmenloover
Hoort ! ook niet driewerf luider stem Zingt hier Maria wiegezangen,
En 'l godlijk Kind. het kreunen moe. Wil Imstren naar haar zoete tonen.
En sluit 't gebroken oogje toe.
(i.
iN'n is het zalige verlangen
Der blijde Moedermaagd voldaan !
/ij ziet op de bekreten wangen
Van 't sluimrend Kindje (wel een traan Staat hier en ginder nog te beven)
Een stillen lach ! . .. Kon schooner loon Der droeve Moeder zijn gegeven.
Dan zulk een glimlach van haar Zotm
IGö rvo si.
Maria, onze Moeder.
quot;Wijze : M. 110 en N. M. u0 lt;iU..
1.
'k IJofin uw sTootlieid mot Maria Hoe , o tclir uit David's stam,
Vóór de tijden uitverkoren ,
't Woord des Hceren tot u kwam!
â J.
IViot un\ deugden, 1ioe sj'.i ueedriir Aan des Heeren wil voldeedt;
IToe de loiie uwer kuis.-lilu'id .
üij dat lieil geen krenking leed.
3.
Xiet, lioc 't zwaard van scherpen weedom ü door 't moederharte ging ,
Toen uw Zoon in 't kribje sclireide ,
Toen uw Zoon aan 't kruishout hing.
â¢i.
]S'iet den koninginnenluister,
Die u bij Gods Troon omringt ,
quot;Waar een koor steeds jeugdige Knglen U een nieuwen lofzang zingt.
ICC
o.
JS'een . goen harp, zelfs niet van Clozes,
-Xoeh een David's zware luit,
(Kn hoe ik dan?) stort de tonen A oor zoo groot een lofzang uit.
6.
Maar uw liefde wil ik loven .
Kiet voor Jezus, 'tgodlijk Kind: Ach ! in ijii harte weet zoo weini ij. Hoe men in den Hemel mint.
/ .
Golgotha zag, hoe ge ons mindot.
Waar gij ouder 't kruishout kwaamt, l'ji ons allen, in Joannes.
Daar tot uwe kindren naanit 1
S.
Dat. dat loof ik ; owat liefde
Voor het lijdend Adamskroost!
AVaar de felste smarten knagen ,
Zendt gij 't eerst, o Moeder ! troost.
i).
O, hoe zalig, als ik biddend Voor uw heelt nis nederlag! 't \\ as. alsof ik uit den Hemel. Vriendlijk tot mij laclien zus;.
l(i 7
10.
Ac-li, hoe zalin; was hot lijden,
Zoo ik slei-hts uw bijstand zoclit O . hoe zalig, hier te treuren,
Als 'k ii beminnen mocht
11.
Dan verga t ik alle zorgen ;
In de wereld vaak alleen ,
\'oeide ik biddend voor nw beeltnis Liefdes koestring om mij Leen.
12.
â Ja , dan zag quot;k u in den Hemel
Biddend stijgen van mv troon , En dan vielt ge smeekend neder. Voor den zetel van rnv Zoon !
l:i.
Jin dan badt gij voor uw kindren .
Ja â ik voelde bet voor mij : â Op mijn wangen bleef' de traan nog En reeds was mijn harte blij.
11.
â¢Glorie, liefde zij Maria,
Die ons als haar kindren mint'. Zij . zij toont zich onze Moeder. Toonen wij ons dan haar kind'
los IS'o SS.
0|i den H. gt;'aam \an Maria.
quot;Wijze : il. uquot; J3 cn X. JT. uquot; 27.
1.
't Gedenken aan Maria's naam ,
Js steeds zoo zacht voor t harte ; INTaar eindloos meer dan balsemvoeht
l)ij bittre hoezemsmarte ;
Geen taal, waardoor 'tis uitgedrukt , Hoe deze naam de ziel verrukt.
2
^Maria 's naam , Maria's naam
Verdrijft de sombre dampen ,
Biedt licht aan 't allerdroefst gemoed,.
Dat tegen smart moet kampen. Dat steeds die naam geheiligd zij , Dat bidden en dat snieekcn wij.
3.
't Eerbiedig noemen van dien naam
Kan 'tkoudste hart ontgloeien, A erbreken als door hooger kracht
Des zondaars slavenboeien.
Dat men alzoo, den Zoon ten prijs _ Den naam der Moeder eer bewijü' I
1(39
4.
Geen tonü , die ooit in woorden bracht ^
^Vat onnitspreekbron vrede Maria reeds Laar dienaars biedt
iiij 't zwoegen bier beneden.
Xooit, nooit staat bij baar eerdienst af AV ien God een luirt naar 't zijne gaf.
ö.
Hen , die in reinheid van gemoed,
]Squot;aar Christus' geesi haar eeren, Hen staat ze altoos door voorspraak bij
Zelfs voor dat zij 'tbegeereu:
Zij is hun steun in ramp en nood, Zij is lum toevlucht in den dood.
G.
O Moetler Gods . wees steeds gegroet .
Gegroet met 's Engels woorden ; Gegroet door alwie Christus dient,
In alle wereldoorden'.
Ach . dat onze Ave's ook hierna Afwisslen door 't Alleluja !
170
IV» S3.
Maria's Hemelvaart.
^ ijzc : il. iiö 2 J cii ^J. n0 17.
1.
Daal iiecr, o schaar van juicliende Englcnkoren.
Die om Gods troon op zilvron wieken zweeft; Die d Engeltoim . wen .lezns wus geboren , A an nit dit oord tot door de wolken dreeft.
Daal neer, wil thans n om Maria scharen .
Voer haar met liarpezang lor Jezus op,
Ivoer thans met kracht oj) gouden lier de snaren â¢luich! de eedle Maagd klimt thans ten Hemel
(op.
..En de Engel daalt en licht van 't graf de zerken : âEn de aarde dreunt, door 't statig snaar-
(gebrom.quot;
Daar rijst zij op , geleund op Knglenvlerken . Omringd door een der eêlste maagdendroni.
171
i.
quot;Waarlieon, o Maagd! waavlienen -wilt gij togen
Zoo zonder ons . de telgen van uiv liart ? Ach, Moeder, ach ! tooii toch uw mededoogen Zij dan ons deel dit aalclig dal van smart
5.
jSeen, i zij zoo niet 1 kom dra ons hier verlossen
Trek ons tot u , tot voor nw glorietroon: Wil , Moeder, daar met 't maagdenkleed ons
(dossen .
Ons kransen met een riverwinningskroon.
INo S4.
De Geboorte der H. Maagd.
AVijze ; iF. n0 25 on X. M. riü 1.
1.
Gij , ilie in duisternis gezeten .
Tn zuchten zonder maat of peil .
Veria ngdet. dikwerf nat bekreten .
Schept moed , ziet hier den dag van heil Xa zoo een reeks van bange nachten , quot;Waarin de dood ons hield bekneld, Versrliijnl voor die verlossing wachten Igt;e morgen . die ter redding snelt.
172
Dank God . mijn ziel , zij is gelioven .
Zij, die g.-mscli rein, vol zaligla'i'ii En door (ioil zei ven nitverkoirn,
\ an dc erf'smet vrij is , ons gemeen : \ an dc cvi'smet vrij : want zij zal dragen,
In haren kuischcn niaagdenschoot,
Hein , in wion God stelt zijn behagen . Die ons zal redden uit den nood.
3.
Weldra zal nu de Zon verschijnen,
Te Heilzon, die, zoo rijk verguld, Den zwarten nacht zal doen verdwijnen ,
De zon , die aller wensch vervult.
Juich dan, ja juich, verruki van vreugde,
â¢luichl al het mensohelijk geslacht' Ach . ot'deez' heiidag zoo verheugde, Dat onze ziel dien steeds bevracht 1
I.
0 Maagd ! die door deez' lofzang heden Als nieuwgeboren wordt beschouwd,
Bid, dat we, als nieuwgeboren leden,
Gods liefde zien , die ons behoudt. En Gij, o Almacht. Goedheidsader, Die door deez' Maagd ons heil bereidt .
1 en sjiijt van helscheu ziel verrader .
Geef ook . dat ze ons ten Hemel leidt.
17:S
IV» SS.
Gebooi'te ran de H. Maagd.
Wijze; -\r. uquot; :!',1 en X. M. n0 23.
1
() Moeder Gods . wat t'eesi testoenen strenglen /ich om uw wieg, op dezen dag van vreugd!
Uw prille jeugd bewaakt een drom van Knglen : â \Vat seliouwspel, dat den Hemel zoo verheugt' Gij zijt mijn zegen;
Aliju kart. o Maagd!
K lopt u steeds tegen ,
AYijl gij mij steeds beliaagt.
2.
Wat ik beloof, getuigt gij , liemelingen ,
Hn gij aanlioort, o Heemlen . wat ik zweer:
Gewis, ik zweer, in ramp en zegeningen. Der heiige Maagd voor eeuwig liefde en eer. Gij zijt mijn zegen , enz.
3.
Ik bid en smeek . beroof mij van bet leven . Ruk mij in quot;t graf, nog eer ik t leven keu,
Zoo ooit mijn hart iets anders aan zou kleven. Of zoo ik u, Maria! trouwloos ben.
Gij zijt mijn zegen , enz.
in
Tv» se.
A a ii JI a r i a.
^ ij/.e : -M. ii0 44 en X. M. u0 (Is
1.
]\Jof'd('r dps Hceren .
IMopder pn j\Iiialt;fd '
Xooir lippft u iemand
A mclitioos gevraagd. 2 k k om , o Maria ,
Tot u , als een kind, Dat ii, als zijn Moeder. Keplit liartlijk bemint.
2.
Moeder des Heerpn,
3i.ocdpr van God ! Ook mijnp Moedpr,
Zie op mijn lot.
Gij zijt mijn vertrouwen In voorspoed en nood : Gij zijt mijn vertrouwpn Jji leven en dood.
175
iloedev des ITeereii, . Moeder van mij I Sta mij als Moeder.
Moederlijk bij. *' Moeder van Jezus !
Jk schenk u mijn Iiavi . Jk selienk u mijn liefde, In blijdscliap en smart.
4.
Moeder des Ilecren .
/(â¢{rebodin !
^[achtige Moeder,
Hemelvorstin 1 ^Vij smeeken n needrig .
Van alles ontbloot . Verstoot onze beden Xiet in onzen nood.
is» sr.
l)o Boodscliai» van de H. Maagd.
quot;Wijze : M. ii0 27 en X. M. n0 7 ot' n0
1.
Staak, o wereld, 't angstig zuchten ,
t'«- gelukstaat wordt liorsteld ; T'w belager moet nu vluchten: De geboorte van een Held .
ire
J)io zijn machr hom zal ojitwrin^cvi
A\ ordt geboodschapt; cene Maagd.
â (Orij moogl Gode een danklied zingen). Heeft daartoe zijn oog behaagd.
2.
Aan Maria , de uitverkoren ,
Brengt oen Engel Gods de maar. Dat uit haar zon zijn geboren
s W erekls Heer en Zegenaar:
/ij . de pronk van deugd en zeden ,
/al. â dit spelt hij haar, â Gods /oon In haar kuisohen schoot nog heden Dragen , dalend van zijn troon.
3.
Gij . van de eerstling aller zonden .
Door zijn schikking vrijbewaard .
Hebt bij Hem gena gevonden ,
Uit uw schoot wordt Hij gebaard I Gij , o zuivre . â wil niet vreezen . â⢠/uit. zegt de Engel, door de kracht Van zijn Geest, een Moeder wezen, A ol van troost voor 't aardsch geslacht.
4.
'k Heb zijn wil, â dat Hij gebicde , â
Xu uit uwen mond gehoord ,
/egt Maria: het geschiede Aan zijn dienstmaagd naar uw woord
177
Zoo neemt de Eenge van den Vader
Uit deez' Maagd de menschlieid aan, Komt in 't sterflijk vleescli ons nader, Om ons van den vloek te ontslaan.
5.
Toren van ivoor, met glansen
Tan de Godkeid zelf vervuld Gouden huis , vol eerekransen ,
Die gij eeuwig dragen zult;
Ark van 't heilverbond des Heeren , Troost en heul in ramp en druk! Leer ons steeds ons heil begeeren Help ons tot het grootst geluk.
1V° SS.
De Onbevlekte Ontvangenis van Maria.
Wijze : M. nquot; 28 en N. il. n» 30.
1.
Laat ik rustig van u zingen,
Schoonste, die de hemel mint: Waardig spreken van de dingen,
Die m'in u besloten vindt.
Schoon 't verstand niet kan bevatten , Wat ge een waardigheid bekleedt, Haalt men uit verborgen schatten
Lof , die lastering vertreedt, c. 12
178
2.
_\ooit lioeft u de vloek getroflcn,
Die den boozen Adam sloeg, dimmer kont gij nederploffen
In den afgrond. ICeen , reeds vroeg quot;Was de vloekwet opgeheven
Voor ii, onbevlekte Maagd !
Die de bron droegt van het leven , Door de Godheid onderschraagd.
3.
Ja,. een Engel kwam 't u zeggen,
Dat gij , met Gods geest vervuld , (Een geheim niet uit te leggen),
lt; his oen Jezus baren zult;
God zal in u komen wonen ,
Voorts als kind aan uwe borst Opgevoed, zijn liefde toouen , Lesschende aller zielen dorst.
4.
quot;VV ie dan zoude u schuldig achten
Aan der eerste zoude smet ? Wat verwarring van gedachten,
Die van voorrecht u ontzet, Als waart gij niet uitverkoren , Van der eeuwen eeuwigheid ,
Hein ontvangen , rein geboren ,
En tot Moeder Gods bereid !
179
Onbevlekte , die wij groeten ,
Leer ons , van den vloek bevrijd, Door berouw de zonden boeten ,
Help ons in beproevingstijd. Onder die God welgevallen ,
Laat ons eeuwig zijn geteld, Door Hem , die xi boven allen , Als, een Moeder Leeft gesteld.
No SO.
Hemelvaart van Maria.
Wij/c; M, n0 29 on X, M. n0 :ÃG.
1.
Wie zie 'k bier van de aard vertrekken
In do boogte weggevoerd , Met juweelen zonder vlekken ,
En niet paarlen rijk besnoerd ? Wie komt daar dus opgetreden ,
Door Gods krachten ondersteund , Glinstrend , vol bevalligheden ,
Daar ze op baar beminde leunt ?
2.
Staak . mijn ziel, ja staak uw vragen ;
quot;t Is die uitgelezen Maagd ,
W aardig 's Hemels kroon te dragen , Want zij beeft Gods oog behaagd.
180
Maagd , uit duizenden verkoren ,
Baarde zij den Heer van 't al,
Uit haar werd Gods Zoon geboren ,
In een armen beestenstal.
3.
Wie zal liareu lof niet roemen ,
Die haar danklied heeft betracht, Dat men haar zou zalig noemen.
Tot het laatste nageslacht ?
Wie wordt dau niet opgenomen,
Wiens gemoed wordt niet verrukt ? Wie wenscht niet bij haar te komen, Schoon het vleesch den geest nog dmkt P
4.
Volg, mijn ziel, in al uw streven
'tVoorbeeld van deez' Moedermaagd, Die, ten Hemel opgeheven ,
Daar thans kroon en schepter draagt. Daar zult gij , bij 't puik der vrouwen .
's Heilands Moeder , die gij groet, Eindloos 't aanschijn Gods beschouwen En genieten 't eeuwig goed.
181
O
N° OO.
Hulde en l)ede aan de H. Maagd Maria.
quot;Wijze : JF. nquot; 30 en N. M. u0 70.
1.
Komt , lieflen wij een loflied aan, Ons lied klimme op van de aard,
Tot voor Gods troon, waar de Englen staan 't Zij met hun lied gepaard.
quot;Wij zingen met den toon van 't stof, En knielen zingend neer;
Wij staamlen dankbaar uwen lof, O Moeder van den Heer!
2.
Dat onze lof' u niet mishaag' , O Hemel-koningin!
Al is de toon van 't stof wat laag, Hij dringt den Hemel in.
Geen mensoh , die ooit zooveel vemioelit;
-Niets evenaart uw eer,
Uw hulp is nooit vergeefs gezocht, O Moeder van den Heer!
3,
Uw ootmoed was zoo gadeloos , Zoo kostlijk in Gods oog,
Dat u zijn Zoon tot Moeder koos,
Toen Hem ons lot bewoog.
182
O Morgenster der zaligheid ,
Hij daalde op aarde neer : Ihv deugd Ij ad ons dat heil bereid . C) Moeder van den Heer!
4.
Verbaasd en woedend was de hel Om 't hei! van ons geslacht,
Toen u de Aartsengel Gabriel
De hemel-boodschap bracht.
spanne satan strik en net. Wij vreezen hem niet meer; Uw zaad heeft hem den Icop verplet, () Moeder van den Heer!
Der Englen reine Hemeltoon
Klonk voor het eerst op aard ,
Toen gij , o zuivre Maagd! Gods Zoon
Hadt in een stal gebaard. Het Englenkoor juichte in ons lot
En daalde aanbiddend neer ;
Het zag een menschgeworden God . O Moeder van den Heer I
6.
Wij roepen n in Jezus' kerk
Als hulp en voorspraak aan : Hij heeft zijn eerste wonderwerk
Op uw verzoek gedaan.
Ei, zie dan gunst ig van omhoog Op uw vereerders neer;
Jïcsrliomv ons met uw moederoog. O Moeder van den Hoer 1
7.
Uw Zoon, toen Hij aan t kruishout kin
Ons eeuwig lieil verwierf,
Beval u aan zijn lieveling,
Eer Hij voor 't menselidom stierf. Joannes' liefde ontving dit loon, Die gunst. die troostrijke eer ; Gij werdt zijn Moeder, lüj uw Zoon O Moeder van den Heer!
8.
Wil zoo ook onz? Moeder zijn ;
Ons hart, dat Jezus mint,
Koept tot u, uit deez' rampwoestijn:
âAch , Moeder , zie uw kind !quot; '/Ac, lieve Moeder van genii ,
Toch gunstig op ons neer!
Uw liofdo is zonder wederga , O Moeder van don Hoer'
i).
Ach , Moeder van barmhartigheid ,
Onttrek uw hulp ons niet'.
Als ons de wereld lokt of vleit;
Als gij ons wauklen ziet,
Als ze ons door wellust strikken zot,
Of streelt door lof en eer ,
Dat uwe voorspraak ons dan redd', O Moeder van don Heer!
184
10.
Wanneer ons armoê dreigt of drutt.
Als ziekte of pijn ons kwelt, Als alles wat wij doen, mislukt,
Als ramp op ramp ons knelt; Als niets op aarde ons troosten kan ,
Ã. zie dan op ons neer,
Troost ons door uwe voorspraak dan., O Moeder van den Heer!
11.
Als eenmaal 't bange sterfuur slaat,
Als de aard geen vreugd meer heeft, Als geld en roem ons niet meer baat,
Welliclit slechts wroeging geeft, Als grootheid klein wordt in ons oog,
Met 'swerelds ijdele eer,
Wees onze helpster dan omhoog, O Moeder van den Heer !
12.
Bescherm ons zoo in eiken nood.
En sta ons altijd bij ;
Vooral in 'tuur van onzen dood.
Opdat het zalig zij ,
En wij , om 't heil voor ons bereid ,
Met u Gods lof en eer Verheffen tot m eeuwigheid,
O Moeder van den Heer!
186
ISquot; 61.
Op het feest der Znivering- ran de H. Maagd Maria.
Wiizc : M. nquot; 40 cn N. M. n0 3.
Cl
1.
Zij , die boven alle wetten,
Van den lieilgen Geest ontving, Voor haar, vrij van alle smetten,
quot;Was geen wet van zuivering; Maar niet laf ziek te verscboenen, En zieli beiden trouw te toonen, Geest en letter des gebods : Dit leert ons de Moeder Gods.
Zij , die ons dien Koning baarde, quot;Wiens gebied nooit einden zon, David's spruit, de hoogst eerwaarde, Brengt de gift der armste vrouw. Bij zijn mindren zich te voegen , ÃSeedrig zich te vergenoegen,
Dit is hier de schoone leer Van de dienstmaagd van den Heer.
18(5
/ij , in reinheid boven de Englen,
Aller maagden eer en roem,
Komt zicli met de onreinen nienglen,
En verbergt baar leliebloem 1 Met zijn gaven nooit te prijken ,
Eiken lof bevreesd te ontwijken Eu te siddren voor den trots : Dit leert bier do Moeder Gods.
4.
Zij , niet vreezende ooit te dolen ,
Zoo zij gaat waar God baar wenkt, Laat aan Hem het aanbevolen,
Wat de wereld van haar denkt. Xooit door eigenbaat gedreven Enkel voor Gods eer te leven :
Dit is hier de heldenleer \ an de dienstmaagd van den Heer.
IV0 6S.
Magnificat.
Wijze : N. if. n» 70.
1.
Maak groot, mijn ziel, maak groot den Heer,
En zing Hem blijden lof:
Kniel dankbaar voor uw God ter neer.
187
Hij is alleen het heil, de vreugd. quot;Waarin alleen /.ieli 't liart verheugt , Aanbid Hem in het stof.
2.
Hij zag met welgevalligheid
Op mij , zijn dienstmaagd neer; Aan zijn onmeelbre Majesteit Bevallig door mijn needrigheid, quot;Werd ik , van boven voorbereid, De Moeder van den lieer.
3.
Hierom word ik van elk geslacht.
Van dezen dag af aan,
Gelukkig en vereerd geacht.
Gods naam zij heilig door t heelal: De wonderen zijn zonder tal,
Die Hij mij heeft gedaan.
4.
Zijn mededoogen duurt steeds voort
Van voor- tot nageslacht,
Wanneer het naar zijn wetten hoort : Maar wee '. wanneer hoovaardigheid Het ijdelzinnig hart verleidt;
Dan toont Gods arm zijn kracht.
188
o.
Hij rukt lieu van kun zetels af , Die trotscli Hem wederstaan; Verstrooit hen, als de wind het kaf, En trekt den arme uit het niet, Terwijl de rijke en zijn gebied Als nevelen vergaan.
G.
En hem, die in den tegenspoed
Maar kinderlijk vertrouwt, Beschenkt Hij met zijn overvloed; Den rijke weigert Hij zijn goed , Die roem draagt op zijn overvloed, En op zich zei ven houwt.
Hij nam zijn dienstknecht Israel
Tot zijnen gunstling aan :
Hij deed hem naar belofte wel.
Gelijk Hij sprak tot Abraham,
Kw aan 't geslacht, dat van dien stam In eeuwen zal ontstaan.
189
IV» 03.
Het Kerstfeest.
Wijze : M. u= 31 CU N. M. n» 38.
1.
O , hoe lieerlijk , Hoe begeerlijk Ia liot Kerstfeest voor de ziel!
Jezus kwam op» aarde ,
Gaf der mensohheid waarde , Dat heel de aard voor Jezus kuiel !
O , hoe heerlijk . Hoe begeerlijk Is het Kerstfeest voor da ziel 'â Dat ons loflied rijze ,
Onze mond U prijze ;
Jezus , dat elk voor XI kniel !
3.
O , hoe heerlijk , Hoe begeerlijk Kerstmis, zijt gij voor de ziel O, wat vreugd , wat zegen Zendt dit feest ons tegen; Och, dat elk voor Jezus kniel'!.
190
4.
O, hoc lieerlijk, Hoc begeerlijk Xijt gij, Kerstmis, voor de üiel! Zalige Englen zingen Om die zegeningen!
Pat de menscli. dan nederkniel'!
(gt;. hoe heerlijk , Hoe begeerlijk Is het Kerstfeest voor de ziel! â Tezus , ivelk een waarde Had nw komst op aarde; Dat voor U al 't schepsel kniel'!
C.
O, hoe heerlijk, Hoe begeerlijk Is het Kerstfeest voor de ziel ! Jezus Christus 1 Amen ! Zingen wij te zamen ! Stervling, juich, aanbid en kniel
191
IN' 64.
Het Kerstfeest.
quot;Wijze: M. n» a en X. M. n0
1.
quot;Wanneer Gods Zoon Van 's Hemels troon Op aarde nederdaalde.
Zong de Englenstem Een zang voor Hem, Dien rots en wond herhaalde.
En de Englentoon Trof, lief en schoon . Der leerzaam herdren ooren : Gaat!quot; riep een stem , In Bethlehem,
Daar is tv\v God geboren 'â¢
3.
()p 't wonderwoord Gaan zij ras voort; En God bestiert Imn schreden Di' Heer van 't al quot;Wordt in een stal In waren geest aanbeden.
102
4.
0 God! o God!
1 s dit dan 't lot,
ü Lier op aard beschoren ?
Die 't leven geeft Aan al wat leeft .
Zelf in een stal geboren!
ö.
Ja , Hij is daar , De Middelaar,
Die 't mensclidom vreê komt gev Ginds vluclit de dood, Van maelit ontbloot, En Jezus is ons leven.
0.
Ja , Jezus komt,
En de afgrond schroomt: jMu is zijn buit verloren. En Godes Woord Heersckt eeuwig voort Op de aard, aldus herboren.
7.
En ieder jaar Zingt de Englensohaar Dien dag haar schoonste tonen ,
193
Eu 't monsclidom paart Zijn stem op aard Met lien , die boven wonen.
S.
Maar eons , o God'
Eens treft ons 't lot,
Eens komt de dood ons wekken : Geef dan , dat wij Met de Englcnrei Hierboven 't lied voltrekken.
rv» es.
Oiidraelit van Maria in deu tempel.
Wijze : M. uquot; o2 en N. gt;1. n0 33.
1.
..Vis een bloempje tiissolien hagen, Binnen Sion's tempelwand Voor liet aanseliijn Gods geplant .
quot;Wijkt Maria voor de lagen ,
Die de booze wereld spant.
2.
Als een pas ontloken roze ,
Met des Hemels dauw besproeid , Die de zonne tegengloeit,
Hangt de zoete, vlekkelooze Aan liet altaar Gods geboeid, c. quot; 13
191
3.
Als een lelie uitverkoren ,
Zilverblank en zonder smet,
Die de maan in schaduw zet,
Staat het Maagdeken te gloren,
Dat des satans kop verplet.
4.
Als 't viooltje zacht en teeder,
Dat in stille velden tiert,
Eu het groen der dalen siert,
Euigt het zedig Kindje neder,
Daar het zuchljes opwaarts stiert.
3.
Zuchtjes stiert het, glansjes spreidt het, Geurtjes aamt het, zacht en zoet; Serafs , Kindjes eerestoet,
Hoort het spreken, en verbreidt het, Ach! verbreidt het vol van gloed;
6.
â'k quot;Wijd U , God, mijn hart en zinnen âVoor den tijd en eeuwigteên.quot;
Hoort, zoo sprak het Kindje kleen :
â God, mijn God ! 'k wil U beminnen , â 17 beminnen , U alleen 1quot;
195
:kWil U dienea al mijn dagen,
Heer' wat wilt Gij , dat ik doe ? .. Is het mooglijk ? staat Gij 't toe ? God, mijn God' 'k wil U beliagen, ,, Leer mij , Heere , leer mij , hoe 1quot;
8.
God, mijn God ! ik wil u loven , â Altijd loven , altijd aan !
.. Van deez' sombre levenspaan Stijg voor 1' mijn geest naar boven, Blijf voor Iquot; mijn harte slaan.quot;
9.
God , mijn God 1 'k wil voor U lijden, ,, Smarten lijden zwaar en fel. .. Is 't uw wil zoo , 't is mij wel. God , mijn God ! 'k wil moedig strijden âTegen wereld, vleesch en hel.quot;
10.
, Lieve God, 'k wil alles derven, ,, Om steeds Maagd en rein te zijn; .. Zend mij armoè , smaadheên , pijn , , Laat mij leven , laat mij sterven, âMaarbewaar mij Maagdelijn.
19-i
3.
Als een lelie uitverkoren ,
Zilverblank en zonder smet,
Die de maan in schaduw zet,
Staat liet Maagdeken te gloren,
Dat des satans kop verplet.
4.
Als 't viooltje zacht en teeder,
Dat in stille velden tiert,
En het groen der dalen siert,
Buigt het zedig Kindje neder,
Daar het zuchtjes opwaarts stiert.
5.
Zuchtjes stiert het, glansjes spreidt het, Geurtjes aamt het, zacht en zoet; Serafs , Kindjes eerestoet,
Hoort het spreken, en verbreidt het, Ach ! verbreidt het rol van gloed;
6.
â'k Wijd U , God , mijn hart en zinnen âVoor den tijd en eeuwigheèn.quot;
Hoort, zoo sprak het Kindje kleen :
,, God , mijn God ! 'k wil ü beminnen , â U beminnen , U alleen 1quot;
105
'kWil U dienen al mijn dagen,
,, Heer! wat â wilt Gij , dat ik doe ?
Is het mooglijk ? staat Gij quot;t toe ? God, mijn God! 'k wil U behagen, â Leer mij , Ueere , leer mij , hoe 1quot;
8.
God, mijn God I ik wil u loven , ,, Altijd loven , altijd aan !
âVan deez' sombre levenspaan Stijg voor U mijn geest naar boven, â Blijf voor U mijn harte slaan.quot;
9.
God , mijn God 'k wil voor 17 lijden , â Smarten lijden zwaar en fel. .. Is 't uw wil zoo , 't is mij wol. God , mijn God'. 'k wil moedig strijden ,, Tegen wereld , vleeseh en hel.quot;
10.
.Lieve God, 'kwil alles derven, ,, Om steeds Maagd en rein. te zijn; ., Zend mij armoe , smaadheên , pijn , , Laat mij leven , laat mij sterven , â Maar bewaar mij Maagdelijn.
190
11.
,, 'k Wil. mijn Schepper, U behooren , â U beiiooren , niet aan mij ; â Tot ik, van liet aardsclie vrij , â Staan zal in uw Hemelkoren. âAmen, amen 1 dat 't zoo zijlquot;
JN» lt;gt;lt;gt;.
Toewijding' van zich zeiven aan Maria in hare Congregatie of Broederscliap.
Wijze: N. M. n0 53.
1.
Ik ben aan u 1
lieecls onder quot;t kruis, waaraan de lust uws harten, Uw Jezus, 't wreedste leed doorstond.
Sprak ilij niet zijn bestorven mond ; âZiedaar uw kind, o Vrouw van smarten 1quot; ]k ben aan u'. Ik ben aan u!
Ik ben aan u'.
Keeds op den schoot van mijne lieve moeder, Maria, werd ik u gewijd,
Eeeds toen bevaalt gij voor altijd Uw zoon , uw kind ( clen Uw dochter aan '
Ik ben aan u '. Ik ben aan u !
197
J
3.
⢠Ik lien aan u !
lieeds van dien stond , toen mijne kinderlippen Zich 'teerst ontsloten voor de spraak ,
Maria , was 't mijn zoetst vermaak Uw naam mijn mond te doen ontglippen! Ik ben aan n ! Ik ben aan !
4.
1k ben aan u !
Acli! in dat unr, toen k aan 't banket der Engleu Voor de eerste maal mij lieb gevoed, Wat was quot;t mij toen , Maria , zoet ,
Uw naam met Jezns' naam te menglen !
Ik ben aan u ! Ik ben aan n !
Ik ben aan u !
Van dien dag af, hoe menig duizendmalen Mocht ik die opdracht van mijn hart, O Moederlief, in vreugd en smart,
quot;N oor nwe beeltenis herhalen!
Ik ben aan n ! Ik ben aan u !
G.
1k ben aan n I Maar op dit nur, zoo plechtig in mijn leven, !Xu gij mij in xaw vriendenkring
198
Ontvangen ivilt als lieveling, Wat vreugde doet mijn harte beven 1 Ik ben aan u! Ik ben aan u!
]k ben aan u'
Ja, voor altoos wil ik mij aan n wijden I ... Maar, Koningin , ik ben niet waard Dat gij mij bij uw hofstoet schaart , Zoo wanklend in verleden tijden.
Ik ben aan u! Ik ben aan ul
8.
Ik ben aan u !
Ach , Moederlief! doe mij mijn schuld niet boeten Verstoot, verstoot uw dienaar (dochter) niet, Die it een rouwend harte biedt ,
Met tranen knielend aan uw voeten.
Ik ben aan ul Ik ben aan u 1
9.
Ik ben aan u Ik geef u thans mijn hart en ziel en zinnen.. Wat mij ook op deze aarde beidt,
Niets dat mij van uw liefde scheidt:
Keen ! eeuwig wil ik u beminner.!
Ik ben aan u I Ik ben aan u'.
199 10.
Ik ben aau u O Moeder Gods , zou quot;k u nog ooit begeven ? Zon 't kxinnen zijn r.... Zoo gij t voorziet, Ach . laat mij sterven eer 't geschiedt, En knip den draad af van mijn leven.
Ik ben aan u 1 Ik ben aan u!
Lofzang en Gebed.
Wijze; M. n0 41 en X. M. nquot; 71.
1.
Ziet gij daar de wolken zweven
En de zon. in vollen glans, Hooger, hooger nog verheven ,
Schittren aan des hemels traus ? Kog veel hooger, ver daarboven,
Zetelt op haar liefdetroon, In het hoogst der Hemelhoven . Jezus' .Moeder naast haar Zoon.
O wat luister ! o wat stralen'.
O wat hart verblijdend licht Stroomt door 's Hemels wijde zalen Van haar maagdlijk aangezicht I
200
s Vaders eeuwig alvermogen
Straalt van haar vorstinnenstaf, 's Heilands wijsheid uit haar oogeu , s Geestes gloed haar boezem aiquot;.
3.
Maagdeureien , Englenscharen,
Cherubs, Serafs zonder tal Mengen stem en citersnaren
Met het blijdst bazuingeschal.
Allen juublen God ter eere,
Om Maria's heil verheugd .
En de Moeder van den Heere Is do tweede hemelvreugd.
4.
Xeedrig kind in Salem's tempel 1
Arme Maagd in Kazareth !
^ rouw , verjaagd van Bethleni's drempel
Moeder , onder 't kruis verplet!
Liefste Moeder, in uw leven
Zoo gemarteld , zoo gehoond ,
hn zoo roemrijk thans verheven , En zoo glorierijk gekroond !
5.
Moeder, ach! door al \iw smarten
En door al uw heerlijkheên,
Zie de wensehen onzer harten ,
Hoor, verhoor ons kinderbeên '
201
Moederlief, Avij gaan verloren,
Stelt gij satans maclit geen perk , Moeder , acli! stil Jezus' toren , Ued ons en bescherm do Kerk!
ISI»
Lofzang en opdracht Tan het hart aan Maria-
Wijze ; M. n° 43 en N. M. n» 53.
1.
O Maagd, o sclioonlieid . nooit volprezen, Als Moeder Gods zoo hoog gerezen .
Wat luister schittert om uw troon! Do Seraf, aan zich zelf onttogen,
Juicht, voor uw grootheid neergebogen; O Koningin, wat zijt gij schoon !
Al mist, Maria , 't aardsche duister, Het schouwspel van uw grootschen luister,.
Ons koestert toch uw liefdegloed.
.la de Engel roeme uw heerlijkheden , Wij juichen juublend hier beneden ;
Maria! o , wat zijt gij goed!
202
3.
Dank, dank voor zooveel liefdedaden, Voor zooveel duizenden genaden ,
Gevloeid door uwe milde Land ! Ontvang voor al die zegeningen .
Maria, van uw lievelingen
ïlun hart tot eeuwig onderpand.
4.
O Moeder, altoos even teeder ,
O schouw met welgevallen neder
Op 't offer van uw dierbaar kroost! Schrijf in uw hand ons aller namen.
Neem in uw hart onz' harten samen Dan, Moederlief, zijn wij getroost.
5.
Dan mogen vrij de winden tieren, De bliksems door liet luchtruim zwieren ,
En monsters hollen door de zee : Vergeefsch hun razen , hunne woede : Wij zeilen onder uwe hoede Beveiligd naar de Hemelree.
Cgt;.
Daar zal geen vrees ons hart meer klemmen Daar zingen wij met blijde stemmen.
Geschaard om uwen zegetroon , TTw naam tot lof en God ter eere:
Maria, Moeder van den Heere .
TVat zijt gij goed I wat zijt gij sehoon'
203
iv» eo.
Het Rozenkransje.
Wijze; M. 11° Si en N. M. nquot; 39.
1.
lïozenkransjenu zij lof.
TJit den liof Tan den Hemel neergezonden , A'an versclieiden bloenipjes schoon ,
Als een kroon TTel gevloeliten en gebonden.
2.
Edel kroontje, dat er staat
Voor sieraad Op het hoofd van Gods vriendinne; Gulden krone, die bekroont
En verschoont quot;s Hoogen hemels Koniug'lnne.
Q O.
Allerliefste roosplantsoen,
Altijd groen .
En gij draagt sneeuwwitte rozen; Op elk blaadje zeer bekwaam
Staat de naam Van Maria uitverkozen.
201
4.
Kransjen, dat 11 zoo behaagt,
Moedermaagd I Daar men tussclien vijf robijnen Van ons Heeren Gods gebed,
Wonder net Ziet uw roosje tussclien schijnen..
5.
Psalterken ! gij maakt bevreesd
's Boozen geest,
Die eer Saiil kwam bespringen , Als hij hoort de zoete taal
Menigmaal \ an 't Ave Maria zingen.
6.
Kostelijkste keteken Dat ik ken ,
Beter was er nooit te vinden , Om den boozen vijand fel
Van de hel Krachteloos en vast te binden.
7.
Kransjen , als ik zonderling )
Voor een ring U ga dragen aan mijn vinger, Tegen het hoovaardig vat Goliath
Zijt gij mij een Davids-slinger.
205
8.
â¢Gij verzelt mij waar ik sja,
Waar ik sta .
Zal ik ergens gaan of reizen ,
Met u kort ik weg en tijd ,
Dien kverslijt.
Met te lezen of te pcizen,
9.
Als ik in mijn kamerken
Met n ben ,
In de kerk of in een koekje , Gij dient mij dan altemet
ïen gebed Of voor een gcdvruchtig boekje.
10.
Altoos, als 'kvi medevoer Aan mijn snoer.
Leiddraad , die mij knnt geleiden, Tot Maria's zooten schoot.
In don dood ,
Daar ik nimmer van moet scheiden.
11.
Dat dit lieve kransje zij 't Snoer, dat mij Mot Maria voogquot; te zamen ,
En ik haar, die ik nu dien ,
Moge zien In het eenwig leven. Amen.
206
TV- -7-O.
Toewijding; aan don Heer na de H. Communie,
AVijze : M. 11° 24 en N. M. n» â ! 'ï.
1.
O groote God. wat zijn uw tabernakels A oor mijne ziel verrukkelijk en sclioon!
Gij openbaart ons daar uw heilorakels ,
Daar beft geloof en liefde zich den troon.
2.
Gelukkig bij, die ü daar mag beschouwen! En aan den voet van uwe altaren smaebt l
Een eeuw, getoefd in aardsobe praalgebouwen, Heeft niets bij 't stip, bij U bier doorgebracht.
3.
Ik dobber in een zee van zaligheden ,
En mijne ziel bezit al 't Hemelheil.
O goede God! hoe voeren zwakke beden
Voor mij den stroom van gunsten boven peil l
4.
Ja, de Almacht tart, door duizend zegeningen, Die zij mij schenkt, de wenschen mijner ziel;
Jk voel mijn hart van liefdevuur doordringen , Terwijl ik hier in zuchten nedcrkniel.
207
5.
Een talloos lielr van Englen, die me omringen,
Bewondert stil de onziclitbre Majesteit. Benijdt mijn heil en knielt, o liemelingen, Aanbiddend neer in Gods aanwezigheid 1
6.
En zon een goed, dat vlucht, mijn hart bekoren ?
Mijn hart, waarin de Godheid zelf verblijft ? Neen, neen, mijn God! ik wil T heelbehooren. Zoo uwe kracht in nood mijn zwakheid stijft.
7.
Heersch over mij , als lieer van dood en leven,
Heersch over mij vooral door 't liefderecht; Wijk, wereld! wijk, die mij geen heil kunt geven; Mijn hart blijft steeds aan Jezus vastgehecht.
N° n.
De, Heer is Uod.
Wijze; M. u0 35 ca N. M. nquot; 47.
1.
Ue Heer is God de Heer is God ! Laat de aarde vroolijk juichen , Voor Hem alleen zich buigen :
liet kille Noord , het gloeiend Zuid Keept, Hem aanbiddend , uit: De Heer is God 1 de Heer is God !
208
2.
ïïem dekken donkerheid en nacht . Hij wenkt, en bliksemschicliten Doen de aarde siddrend zwichten Geschokt tot in het ingewand, Erkent zij 's Heeren hand ,
En roept ontsteld: de Heer is God !
3.
ilaar om den troon des Heeren straal Gerechtigheid en waarheid, Bij Hem is licht en klaarheid , De glans van zijnen troon verblindt Een niet is 't menschenkind. De Heer is God! de Heer is God !
4.
Wee hem, die God den Heer veracht En zijnen naam durft honen, God zal zijn macht hem toonen , En hem beschamen in zijn waan ; Gij volken , bidt Hem aan.
De Heer is God ! de Heer is G od !
5.
Maar heil hem, die Jehova vreest; Gods hand zal hem beschermen , Hem leiden met ontfermen ; Uit eiken nood, uit elk gevaar Redt God hem wonderbaar.
De Heer is God! de Heer is God !
(io'ls goedheid.
quot;Wijze ; 51. 110 36 en X. 51. u0 4S.
1.
U, goede God, U roemt mijn lied.
Hoe zwak mijn toon ook zij :
Want beter Vader leeft er niet,
^Ciet één zoo goed als Gij.
2.
Gij kleedt niet menig groen en krnid
Den barren heidegrond :
(.rij stort den dauw er over uit In eiken morgenstond.
3.
Uvr zon gaat over allen op ,
En streelt ons met haar gloed.: Gij zendt den vrnchtbren regendrop . Die 'tveld verkoelen doet.
4.
Gij zijt voor allen even goed;
Elk schepsel, dat er leeft,
Vindt op uw aarde in overvloed
Al wat het noodig heeft, c. 1 14
210
Tan U ontvang ik das aan dag
Zoo menig zoet genot; Ik juich, omdat ik roemen mag l'vr goedheid in mijn lot.
JM» 7-3. Onsterflijkheid.
Wijze: JI. ii0 37 eu N. 51. nquot; 50. 1.
Onder tloot' gedoken, Hangt de doode pop : I it haar kluis gebroken , Stijgt de vlinder o]j.
't Beeld van 't blij herleven ,
Vlinder! zijt gij mij :
k Zal ook opwaarts zweven , Weer ontwaakt als gij.
3.
Eens leg ik den kluister
A'an dit lichaam af,
J5n in schoonen luister Stijg ik uit het graf.
211 4.
'k Zweef op Eiiglenvïerkeu ,
Door geen stof geboeid , quot;\Yaar in zaalge perken Eeuwig vreugde bloeit.
]N° ^4.
In den Advent.
quot;WIj/e : M. n0 ! ó c'ii N . M. u0 o3.
1.
O quot;Wijslieid . uii God zelf geboren .
Die 't groot rJ in uw weegschaal wikt, En alles zaclit en sterk beschikt; Ach! kom , wij wensehen u te hooren. Ach 1 kom , en wil ons krachtig leeren Den weg. die naar den Hemel leidt, En maken onze ziel bereid Om zich waarachtig te bekeeren.
2.
O God , die Isrels volk geleidde, Aan M.ozes in het vuur verscheen, Uw wet schroeft in den harden steen, En 't met uw gunsten overspreidde ; Ach ! wil tot ons ook nederkomen , Verlos door uwe sterke hand ,
Eu voer ons in 't beloofde land, Dat overvloeit van vreugdestroomen.
â¢212
3.
O bloem . uit Jesse's stam te wacliteu I Op vrien de vorsten zullen zieu ! Tot wieu liet heidendom zal vlièn . En zich door u gelukkig acliten ; O heilbloem , wil ten laatste ontspruiten . Laat ons bescliouwen uwe kleur, Inademen uw zoeten geur En werpen 't slangengif naar buiten.
4.
O Gij , die zult den sehepter voeren. Deu sleutel dragen. die ontsluit:
Wiens maclit door niemand wordt gestuit. Wiens rijk ook niemand kan ontroeren; Ai-li, wil, o maclitige! verseliijnen . Verbreek de ketenen dergeen .
Die door benauwdheid en geween In hun gevangenis nog kwijnen.
213
ivo rs.
Kerstlied.
Wijze : iL 11° 38 en X. M . n0 JO.
1.
Herders ! lioe ! ontwaakt gij niet ? Wat is op dit uur geschied ?
Kene stem van Henielingen K lonk door de ongemeten kringen: Gloria 1 Grloria!
O , wat wonder mag deez' naelit Op den aardbol zijn volbraclit! AVant een vreugdespellend' glans , Straalde van den hemeltrans.
2.
Ach 1 ik hoorde een Englenstem , Zij riep ons naar Bethlehem : Van een maagd , door God verkoren, Is daar 't heilig Eind geboren;
Gloria !
Gloria !
O , de Schepper van 't heelal Ligt daar in een beestenstal;
Laat ons spoeden naar dat Kind , Toonen, dat ons hart het mint.
211.
3.
W at gesclienken neem ik mee r Denk toch aan geen offervee: Gij moet een goed kart opdragen . Dit kan 'tgodd'lijk Kind behagen. Gloria !
Gloria 1 Ach . welk oiler is te groot .
A oor dat Kind, dat God ons bood ' Komt, laat ons te zamen gaan . Biddend voor zijn wiegje staan!
'I.
'W elkom . Kindje . wees gegroet. Daar ge uw liefde ons blijken doet: TV elkom , dierbaar Kind . in 't leven Mogen we I onz' harten geven Godlijk Kind.
Dat ons mint,
quot;Voor ons vloeit uw eerste traan . .Neem onz' harten gunstig aan :
V oor uw krib , o Opperheer !
Leggen wij deez' giften neer.
5.
Lieve Moeder van dit Wicht,
I 'at in 't arme wiegje ligt,
Boven allen uitgelezen ,
Moest gij, .fezus' Moeder, wezen: Zuivre Maagd. Moeder-Maagd !
215
Als ge in liefd'gevoel verrukt. 't Lieve Kind aan t harte drukt, Bied liet dan de liarteu aan , Die voor n en Jezus slaan 1
Nquot; -re.
Kerstlied.
Wijze : JI. n» 21 en X. M. n» 34.
1.
De vreugdtoon stijg' naar boven
Uit onbeklemde borst,
Om 't blijde feest te loven
Yan 's Hemels Oppervorst .
Diejuit zijn gloriezalen .
O [wonder van gena Op de aard kwam nederdalen : Kik zinge : Alleluja
2.
Het feestlied laat ziek hooren
Van 'tjuichend christendom, j!su Jezus is geboren:
Het klinkt, weergalmt alom.
/ijue onbegrensde liefde .
Kiep Hem van 's Hemels troon. De smart, die 't menschdoin griefde Bracht Hem in de aardsche woon.
216
3.
Hij komt, en de Englenkoren ,
Met scliittrencl licht omstraald, Doen tüed des vredes liooreu ,
Die op onze aarde daalt. Hij komt, de groote Koning,
Bestierder van 't heelal, 1 it zijne Hemelwoning In eenen armen stal.
4.
In de arme krib gelegen ,
O dierbaar , godd'lijk Kind ! \ erspreidt mve armoê zegen
In 't hart, dat deugd bemint. Ontvang de oprechte hulde ,
Die 'tbiddend hart U biedt; Die vreugd, die ons vervulde, Brengt TT een dankend lied!
0 liefderijke Moeder
\ an quot;tKind, uw hart zoo waard r
1 \v schoot heeft d'Albehoeder. Geschonken aan deze aard.
Ontvang onz' zegenwenschen ,
lt;» zuivre Moeder-Maagd!
Hij is het heil der menschen,
Dien ge in uw armen draagt..
217
INquot; â rr.
Aau Marirt in lt;lo maantl Mei.
Wijze ; M. 11° 12 ch N. n» 11.
1.
O uij. die boven do Engleukoren , Terheven zit naast Jezus' troon , Jn eeuwo-cn luister Hem ziet gloren, Dien gij aanbidt, uw eigen Zoon ; ü Koningin der Hemelingen'.
Die 't eindloos heilig loflied hoort, Waar Serafs uwen Naam bezingen , Wees om onz' zangen niet gestoord.
Helaas! van ui* het dal der aarde Zien wij naar Sion's burcht omhoog ;
Hoe nietig is daar al de waarde ,
Wat ook onz' zwakke mensehheid poog'
Wij staamlen, iiwen Naam ter eere, Met kinderstem een sterflijk lied;
O mocht onz' zang den lof vermeeren Van IT en Hem , die 't hart doorziet!
3.
Hij, die voor ons al zijnen luister Verliet en daalde in uwen schoot;
Hij, die op 's werelds aaklig duister Zijn redding aan ons mensehen bood ;
218
Hij stierf voor ons , die Albehoeder :
/iju kruis werd 021s een zoenaltaar: Toen gaf zijn mond ons U tot Moeder. Sinds zijn we uw kindren iiltegaar.
4.
Dit doet ons op uw liefde Lopen .
lt; gt; teedre Moeder van ons al 1 lt; m i stelt voor ons uw hart steeds open,
quot;VS at leed of ramp ons overval! . Tjw hulp wordt nimmer afgebeden.
Of gij toont, dat ge uw kindren mint, Gij smeekt voor hen in tegenheden ; Tjw bede is machtig bij uw Kind.
5.
Aau u is in den loop der dagen
De schoonste maand des jaars gewijd , Die de aarde bloem en krans doet dragen,
En s mensehen oog en hart verblijdt; L w schoonheid in der zaalgen dreven
A errukt het hart der rnaagdenrei , Die uwe deugden volgde iu quot;t leven , l eerde in ieder jaargetij.
fi.
Gij spreidt den zachten geur der rozen
Tn 's Heereu lusthof om u heen,
Daar, waar geen onschuld heeft te blozen T'-'i t deugdzaam hart heeft uitgestreên :
â¢219
Gij doet den gloed der lelie pralen .
SVier maagdlijk wit: verheft inv lt;;-lnns . Ver schietend mve zilvren stralen . Tot aan des Hemels hoogsten trans.
Betrouwend bieden we u onz' beden ,
O lelieblanke Moedermaagd Als kindren tot hun Moeder treden .
Vreest nimmer 'thart voor 't geen het vraagt. Waak over onze lentedagen,
Uewaar in ons die schoone deugd .
Die we in zoo broze vaten dragen ;
Xji] blijve ons sieraad, onze vreugd.
8.
Wil ons voor eiken strik bewaren.
Dien helsehe list onze onschuld spreidt : Behoed ons voor de zielsgevaren.
Waartoe des werelds geest verleidt:
Laat ons ons cigcu liart mistrouwen,
AVelles neiging tot de zonde helt.
Maar op die heiige liavten bouwen , Die Kind en Moeder openstelt.
220
1NT° TS.
De kinderen van Maria.
M ijze : il. ii0 50 en X. M. r,quot; 49
^ 'j allen zijn Maria's kinclren ,
' ^uder t kruis nam zij ons aan ;
Zijn wij bij haar, niets kan ons liindren . En onz' harten zijn voldaan !
Maria!
Allen zijn we uw kindren;
Maria
Lacht ons als Moeder aan.
1.
We aanschouwen u , met de armen open . De hand omstraald met 't noodig gratie-licht;
Vt at mag kind van u niet hopen ? God heeft uw troon naast zijnen troon gesticht. ^ 'j allen zijn Maria's kindren , enz.
2.
Een sterrenkrans blinkt om uw schedel, Uw glans verdooft den felsten zoanegloed',
Gij trapt de maan , zoo lief, zoo edel; J»e helsehe draak ligt plassend in zijn bloed. Vi ij allen zijn Maria's kindren, enz.
221
3.
Komt schrik ons teeder hart bespringen,
Op 't zien van saians list en boos geweld.....
Wie kan ons uit uw armen wringen I'w liefde, uw macht is tusschen ons gesteld.
Wij allen zijn Maria's kindren . enz.
4.
De wereld toont haar broze goedren .
Roemt 't schijngeluk , dat hare minnaars streelt,
Terwijl gij . Moeder aller moedren ,
Het ware goed aan uwe kindren deelt.
Wij allen zijn Maria's kindren , enz.
5.
Weg, ver van kier, gij scliandverniaken , Die lack en clans met zuckt en tranen paart,
Men kan mv doodend gift niet naken,
Waar Jezus' liefde ons ware vreugde gaart.
Wij allen zijn Maria's kindren , enz.
6.
Trek steeds tot u ons kart en zinnen O Koningin van 't zalig Hemelkof,
Dat wij , naast Jezus, u beminnen , T£n eeuwig meer verkefFen uwen lof.
Wij allen zijn Maria s kindren, enz.
iVo -yo.
Op liet feest der H. Moeder Anna.
\\ijzc: .M. iiquot; 50 cn X. M. nquot; li.
O Anna , wij, Maria's kindren,
AVij bieden u onz' liartegroet:
Smeek gij voor ons , niets zal ons hindren, A\ at storm om onze hoofden woed', O Moeder Anna ,
Voor Maria's kindren ,
lt; gt; Moeder Anna ,
A erwerf gij 't kalm gemoed.
1,
AN at luister glanst om d'achtbren schedel! AA at zachtheid straalt van 't minnelijk gelaat!
Hoe fonkelt t moederoog ! hoe edel Is zij , die daar bij hare Dochter staat! O Anna, wij, Maria's kindren, enz.
AA ie is dat Kind van zegeningen , Dat zooveel liefde aan zijne Moeder biedt P Mijn hart voelt zich tot eerbied dwingen , AN en t oog nn Moeder en dan Dochter ziet. O Anna, wij, Maria's kindren, enz.
â¢223
3.
'k Erken de spruit der eedle vadren , Der koningen , aan Jesse's stam beloofd ;
Jn haar zie ik de lieilzou nadren ,
Die allen glans van aardsche praal verdooft. (3 Anna , wij , Maria s kindren , enz.
4.
Door 's Vaders kart is ze uitverkoren Tot Moeder van den liefde vollen Zoon ,
Die , \iit kaar kuiscken sokoot geboren ,
Voor quot;s menseken keil verliet zijn Hemeltroon. () Anna , wij . Maria's kindren , enz.
De keilige Geest biedt baar zijn liefde .
Kiest haar tot Bruid, sckenkt kaar zijn godd'lijk kart;
Zij wordt onz' Moeder; al wat grieide , Verliest door kaar den angel van de smart. O Anna , wij, Maria's kinderen, enz.
0.
Door u, o zaalge Vrouw, ontvingen Wij dezen kostbren sckat, ons kart zoo waard ;
Zie, bidden wij , op uwe gunstelingen Genadig neer , bescherm ons op deze aard. O Anna, wij , Maria's kindren , enz.
221
Maria is uw kind . ohk' Moeder.
Smeek baar, die u als Moeder mint eu eert.
Dat ze ons bij God . den Albehoeder, De deugden vraag', die gij ons liebt geleerd. O Anna , wij . Maria's kindren . enz.
8.
Vraag baar een teeder mededoogen Met ben, wier bart een prangend leed beknelt
Vraag baar, dat wij die liefd' beoogen , Waardoor ons hart met 'tbare samensmelt. O Anna , wij, Maria's kindren ,
9.
Verkrijg, dat we n en haar behagen , I beiden volgen in onwrikbre deugd ,
En Jezus ons op 't eind der dagen Laat deelen in uw ongestoorde vreugd.
O Anna , wij , Maria's kindren, enz.
ââ-
;n° so.
Kerstlied.
Wijze ; M. iiquot; 40 en N. M. u» 42.
Koor.
quot;W elkom, lief Kind, dat Maria ons baarde ! Komt, stervelingen , staat biddende stil:
Glorie aan God in den hooge ! op aarde! Vrede aan de mensohen van deugdzamen wil.
-22')
1.
quot;k Haak, al lieb ik dons noch doeken 1' in 't stalkon te bezoeken.
Kindje met uw lief gezielit . Dat daar iu een kribje ligt. â¢God: mijn lian begint te branden, i Tleikt zoo lieliijk mij zijn lianden . 'i Kindje met zijn lief gezicht . Dar daar in een kribje ligt. quot;Welkoui . Hef Kind . enz.
Moclil ik eens wat nader treden. Kaken aan die teedre leden'
Kindje, waarom laelit gij zoo In. uw arme wieg op strooi1 Kom , lief Wielitjen , in mijn armen quot;k /al 1quot; aan mijn liart verwarmen. Kindje . waarom laelit gij zoo l.n uw arme wieg op stroo 'r Welkwin . lief Kind . enz.
Maar /.iet eens dat borstje jagen, Jloovt die zuelitjes troosting vragen Ach! aan mijn geprangd gemoed Doen zijn zuchtjes zoo een goed', ' li
22(i
K indjo , ziet Gij clan de smarten In het binnenste mijns harten ?
Ach, aan mijn geprangd gemoed noen zijn zncLtjea zoo een goed ! Welkom . lief Kind , enz,
I,
Kindje , kunt Gij hen die lijden Rn die zuchten , zoo verblijden ?
Tc Voel mijn hart. hoe 't lichter wordt. Kindje, daar Gij tranen stort'
laat die rollen op mijn wangen .
Oje daar aan uw oogjes hangen!
quot;k Voel mijn hart, hoe 't lichter wordt. Kindje, daar Gij tranen storl ! Welkom, lief Kind , enz.
5.
k Ga die lieve Moeder vragen .
ECindje , die TJ heeft gedragen,
Of quot;k mag blijven in den dood Aan uw zijde op haren schoot.
W ees, o Jezus ' Gij mijn Broeder. die lieve Maagd, mijn Moeder!
Van uw zijde op haren schoot Wil ik blijven tot den dood.
Welkom, lief Kind, enz.
Ãl.
Tor core van den H. Viuccntins. ,
Wij/.I! ; M. nquot; Sfi ill X. U II» 13.
1.
quot;Wflk eon seliooiic chit; van. zogou
.Rijst tuin a Homely heldren trann . LïH'ht 't gevoelig harte-tegen ,
Vragend zang en zegekrans ;
't Js her l'eesi van Jezus liefde.
Die in vollen luister glom,
'ï T.eed vorzai-hvond . waar het griefde. Zegen hraeht aan 'l schepslendom.
't 1« het feest van (lodes Kngleu, Die. den zaalgen held ter eer, Hem. de lauworkransen strenglen Voor den Troon van d'Opperheer.
1..
't Is Yijieeutius. de vader
quot;\'an het hnlpelooze kind ,
Die door God en niensch te ga der Als een Engel werd bemind.
2-.'s
Hij. die Jezus liefdedaden
Aan het lijdend mensclidom liood . En door â .voldoen al zijn paden 'IVekeiuii' iot aan den dood.
(!.
Hij , die alle tegeuliede.n
[gt;oor zijn liefdrijk hart verwon.
Door Gods goedheid op zijn schreden SprinKOn zag een zcgonln-on.
f.
(lij vraagt onze danldire klanken.
\ lij. wiens geest op aard nog leeft . II om zal 't christenhart nog danken
Voor het goed, dat hij ons troeft.
---......-
TV»
Lofzang: O gloriosa Virgin urn.
Wijze : M. uquot; IT en X. M. n0 7'i.
1.
(gt; luistervolle . kuiselio Maagd .
Wier hoofd oen kroon van starren draagt..
Die Sion's burcht verlichten.:
Hij is 't. die u geschapen heeft,
Dien ge aan inv borst het levon i;eeft . Toor wien 't heelal moet zwichten.
â¢i.
Wat Eva's seliukl liaav kroost outiiani Herstelt gij ons door i vlekloos Lam .
Door Jezus . dien gij baarde ,
Die ons den toegang tol liet maal Ont sloot van 's 11 om els bruiloftsmaal . Kn ons van druk bewaarde.
3.
O gulden poort:, verlieven troon . O hemelhof, waarin de Zoon
Des grooten Konings woonde 1 De wereld werd , o Maagdverheugd . Als t leven /.ieli . tot heil en vreugd . Door u aan ons vertoonde.
1.
Gezegend zijl gij, god lijk kroost. Die 11 een Maagd, tot Moeder koost .
Die ons gebed wilt hooren . Van eeuwen is TJ lof geweest. Met Vader en den heil gen G eest In 'i rijk der uitverkoren. Anten.
TV- **3.
0 gloriosa Virgimnn.
\\ ) j/ir : M . U0 t t -1.
0 gloriosa Virginum . Sublimis inter sidera .
1 iui te creavit, parvulum
Lac.tcnte, nutris ubere.
2:'.0
lt;^uod Hcva tristis ab^iulii .
ïn fcddis almo gerrainc ; Fntrcnt ut astra ilobilcs ,
Ooeli roclndis card'mes.
'.i.
Tii .Regis alii janua
Kt aula hicis fiilgiila :
Vitam data ui per ^ irginem , Gentcs rcdcinptar, plaiiditlt;'.
4.
â¢Ier-u, '1'ibi sit gloria,
Qui natus os de Virgine, Cum Patre, ei: almo Spiritu, fn sempitorna saeonla. Amen,
ÃÃlt;lr.
Lied van den H. ('usimirus.
Wij/r ; M. 110 5 en K. M. uquot; :ï. ].
i ⢠l i ij . die iroont . ^aar Jezus woont . '/Ao gunstig op mis neder: Ons zondig hart Verkwijnt van smart; Toon u onz' Moeder teeder.
Verhoor ony.' beèn ;
Stil liet geween ,
Van die uw zogen vragon, Ten allen tijd Zal 't hart verblijd 17 dankend Imlde dragen.
O
Weer van ons al Der Koudon straf.
Van 't onboetvaardig sterven. Neen , neen , liet kind Door u bemind,
/al nooit genade derven.
i.
Ivl imui' kindertoon Tot voor don troon , Waarop gij 5iijt vorlieven : Dan volgen wij . Uw kindrenrei In Sion'a zaal ge dreven.
5.
Solienk ons nu deugd. Hierna do vreugd Van niet do Hemelingen . Vereend van geest, Op 't eeuwig feest Maria's naam te zingen.
Opdracht van bet hart aan .Maria.
Wijze: M. li0 ri-gt; cn X. M. nquot; ót,
1.
Xaadrcii «ij jiu Jezus' Moedor. Zingen wij thans haar ter eer .
I-eggen wij te zaam onz' liarten Hier blijinocdig voor haar neer.
2.
lt;⢠^iiiria . zie, wij naadren Vol bet romven lot uw troon :
Smeek voor ons bij d'eexiwgen V adei' En bij .fezns, uwen Xooii.
Maria ^ij door ons ] n eeuwigheid geprezen :
Want zij , die reine Maagd .
Die satans macht verwon .
Is schooner dan de maan,
Meer llikkrend dan de sterren :
â¢la . door haar schittrend licht Verduislert zelfs de zon.
t.
Lieve .Moeder , wees geprezen Voor uw goedheid, voor uw uiaeht .
Blijf ons allen stecnls beschermen ,
Ifelp ons eiken dag en nacht.
Laat ons steeds uw goedheid roemen,.
Geef ons ijver voor uwo eer :
Maak , dat wij ook liier vervullen '( Uriliü; inzicht van den Heer.
li.
(l laat ons hier toch ooli
Haar heilig Hart vereeren : Dat Hart, waar iedereen
En hulp on bijstand vindt.
Vereenen wij ons dan
Door werken en geileden .
Opdat haar heilig Hart Door ieder word' bemind.
\\ ij bevelen vol betrouwen
Ons in uw bemin lijk Dart ;
Laat ons daar een schuilplaata vinde Jn gevaar , in vreugd en smart.
8.
Kuk ons hart geheel van de aarde,
Maak het gansch aan n gelijk, En voer ons met de Englenkoren Na den dood in 't Hemelrijk.
23i
No 86.
Maria Is onze hoop.
Wijze: M. n» 35 en N, M. n» SR.
1.
O Maria , wees geprezen 1
Hoor mij , die uw kind wil wezen ,
Wees geëerd in eeiiwigheid! .Ta, hoor naar mijn kinderzangen , En wil 't lied in gnnst ontvangen, Dat aan n is toegewijd.
Maak, dat ik in dengden winne En ii altijd meer beminne,
Die zoo liefdrijk mij belioedi : Geef mij lust en vlijt bij 't werken , Wil in 'i goede mij versterken, Geef mij in het strijden moed
Laat mij steeds uw goedheid prijzen, U mijn liefde en dank bewijzen .
Voor hot goede, aan mij gedaan. Eeuwig wil ik n beliooren,
Want een kind gaai; nooit verloren, Dat door u wordt bijgestaan!
â 3S5
sr.
Loflied uiii) Jezus Christus.
Wijze; M. u0 49 eu 5C. M. uquot; li.
I.
Ais 't eerste duister breekt, Ontwaakt mijn hart, en spreek Geloofd zij Jezus Christus.
Bij al wat ik begin ,
Eoep ik met hart en zin ; Geloofd zij Jezus Cliristus.
En wat mijn werk ook zij , Ik zeg er vroolijk bij :
Geloofd zij Jezus Christus.
Zingt, mensehenkindren, luid. Zingt jubelend het uit;
Geloofd zij Jezus Christus.
ü.
Heel 't aardrijk in het rond quot;VVeerklinke te eiken stond ; Geloofd zij Jezus Christus.
23Ã
Ak 't liclit ten einde spoedt, Zij dit de laatsle groet: Gelooi'd zij Jezus Christus.
4.
]n nood en bittre smart, Hoep ik met mond en liart: Geloofd zij Jezus ChviBtus. Zingt, Hemel, aarde en zee, Zingt, al wat: ademt, mee : Gelooid zij Jezus Christus.
.1 is trcnrigheid mij plaagt. Dan roep ik onversaagd: Geloofd zij Jezus Christus.
Bij 's levens zielsverdriet Vind ik mijn troost in 't lied : Geloofd zij .fezus Christus.
(3.
Ja, nog mijn ziele spreekt, Ais reeds mij 'tharte breekt: Geloofd zij Jezus Christus. Weerldinke wijd en luid Foor Hem, eeuw in eeuw uit ; Geloofd zij Jezus Christus.
â¢237
INquot; 88.
Ian mijnt; onbevlokle Moeder.
AVijze ; M. liquot; 48 eu N. M. q0 37.
1.
Wij prijzen vol vreugde do znlvurste Maagd,
Wij prijzen ze in vroolijkc zangen ;
Haar schoon heul liceft eeuwig haar Schepper Zij werd zonder zondeu ontvaugeu. (behaagd, O reinste der maagdon, u prijze mijn lied ! \ ersmaad, ach, versmaad mijne zangeu. toch niet.
V an 't hoogste des Hemels zag God op u ncor,
Zijn oog sloeg u liefderijk gade ;
Reeds vóór uw geboorte wordt gij door den Heer,
Vervuld met de grootste genaden ;
!â ij bleeft steeds van iedere zonde bevrijd. En eeuwig uw Heer en uw Schepper gewijd.
3.
Gelijk onder doornen de lelie bekoort,
Zoo zijt gij liet sieraad der vrouwen ; Ach, mocht ik, o Moeder van't eeuwige Woord,
ïoch al uwe schoonheid aanschouwen! O vleklooze Moeder, wat zijt gij toch schoon! Gij deelt in de schoonheid van Jezus, uw Zoon,
'23S
4,
iNn leeft gij daarboven iu cindlooze vreugd .
Waar do Enptlen u juichend omringen: De Hemel wordt tiians door uw schoonheid ver Die Cherubs ea Serafs bezingen. (heugd O luister des Hemels! gij glinstert van licht, God zelf heeft uw troon naast deji zijnen gesticht
5.
O maagdlijke Moeder, o vleMooze Maagd .
Tot boven do sterren verheven ,
Bekom ons die deugd, welke 't meest ti behaagt
En leid ons tot 't eeuwige leven.
Daar zingen wij eeuwig rondom uwen troon: O reinste der maagden, wat zijt gij toch schoon
-00gt;®^gt;C-
Tot lafenis vau de geloovigc zielen.
Wijze : Af. u0 54. en X M. n0 87.
1.
Heiige Vader' uwe kindren
Zuchten thans in 't vagevuur;
Wil hun smarten toch vermindren.
Schenk vergeving in dit uur. Ach ! ontferm IJ , wees genadig;
Bedding, Heer! maar niet te Iaat: Zij verzuchten ook gestadig:
Ach! verzacht ouz' lijdensstamp;at.
23amp;
Goede Vader, wij verlangen
En wij smeelcen onvermoeid, Om deez' ééno gunst te ontvangen ;
Breek den kluister, die hen boeit. Wij , wij willen hen bevrijden;
Om liet bloed van uwen Zoon, Om zijn dood en bitter lijden, Vader! voer hen naar uw troon
rZijn uw dienaars, 'tzijn uw kindren,
Die Gij, goede Gi-od, kastijdt; Wat toch kan hun smart vermindven ?
Onze harten zijn bereid!
Zie op Jezus nogmaals neder;
O! die naam is U zoo zoet;
't Klinkt ook voor uw hart zoo toeder: Jezus' wonden , Jezus' bloed.
4.
O Maria, hoor onz' zangen,
Hoor ons smeeken gunstig aan. Gij vervult steeds ons verlangen
Doe wat ge altijd hebt gedaan.
tZijn uw kindren, die u smeeken
Voor uw kindren , heiige Maagd ; Wil hun boeien toch verbreken,
Schenk hun, wat ons hart u vraagt.
240
Gij , Maria , zijt vermogend
Bij ii^ Jezus, onzen Heer;
Jezus ' zie ook medodooftend
Op die arme zielen neer.
Heiige Vader, schenk haar vrede,
Schenk haar Jezus, schenk haar 17 ; Dit zij onze laatste bede,
-Ach ! verhoor , verhoor ons nu.
IV» 5»0.
Foost van lt;1eu zoeten Naam Jezus.
A\ ijzc : M. u» 55 on X. M. ii» 8S.
1.
Hoe zoet, hoe streelend is uw Naam ,
O Jezus, voor mijn ooren ;
(leen zang is mij zoo aangenaam,
Kan mij zoozeer bekoren.
'kZeg, Jezus; en mijn hart herleeft.
Ach , mocht aan mijne lippen ^oo n zoet geluid a ls Jezus geeft, Ten allen tijd ontglippen.
2^
I w Naam schenkt vreugde aan mijn gemoed
AV anneer 'k hem zie geschreven.
In Jezus zie ik alle goed,
In Jezus zie ik 'tleven.
ees eeuwig in mijn hart geprent .
Wees eeuwig in mijne oogen ,
â¢ill
( u seliooiihcid is aan mij liekciui . /ij kecft mijn h:\rl liowocrpn.
lt;) zcxsto naam i miju lioap i;n ti'oost .
M ijn sterktu in al inijn slrijdon ; Aiijn hart , hoc diepe i'.nchu'u quot;tloost
lómt (lij in cons verblijden.
Goon wereld schaadt mij als ik wil :
'k Bcliocl' d m slechts te spreken ; .. Oroloofcl zij Jezus 1quot; on 'tis stil, 't Gevaar is reeds geweken.
i.
A\'amiccr de duivel mij hostrijdi .
'k Heh niets van hem te duchten; 'k l'oep .â ,. .Tez'.is.quot; 'kben in veilighei
De vijand moet gaan vluchten. Als duivel, wereld, vleesch te zaam
Mijn zuiver hart belagen .
Dan roep ik .Tezus' zoeten naam : Kn quot;t leger is verslagen.
In tegenspoed, in druk en smart
k Zal Jezus ld ij ven noemen: Wat stonnen wooden om mijn hart .
'k Wil Jezus altijd roemen. De laatste zncht, die 't harte doel .
Ik hoop het, zal nog wezen : .. i gt; zoete Jezus ! wees gegroet. .. â¢' Jezus ! w ees geprezen.quot;
240
trij , Maria , zijt vermogend
Bij uvr Jezus, onzen Heer;
Jezus ' zie ook mededoogend
(ip die arme zielen neer.
Heiige Vader, schenk haar vrede ,
Schenk haar Jezus, schenk haar lT ; Dit zij onze laatste bede,
Ach! verhoor, verhoor ons nu.
IVquot; oo.
Feest Yiiu den zoeten Na;im .foziis,
M ijze : Ai. 110 55 cn X. M. iir* 88,
1.
.Hoe zoel;, hoe streelend is \i\y Naam .
O Jezus, voor mijn ooren;
(leen zang is mij zoo aangenaam,
Kan mij zoozeer hekoren.
'k/eg, Jezus : en mijn hart herleeft,
Ach , mocht aan mijne lippen Zoo'n zoot geluid als Jgzus geeft gt; Ten allen tijd ontglippen.
2.
I vr Naam schenkt vreugde aan mijn gemoed.
Wanneer k hem zie geschreven.
In Jezus zie ik alle goed,
In Jezus zie ik 't leven.
Wees eeuwig in mijn hart geprent.
Wees eeuwig in mijne oogen ,
â¢ill
[ « schoonheid is aan mij hokt'iui . /ij liefift mijn li;\rl liowo^pn.
lt;) zocu' liaan11 mijn hoop en troost .
Mijn stcrkle in al mijn slrijtlon ; Mijii hart , hoe (li(!]ie zTicliton 'tloost.
Ivnnt (Jij in (quot;cns \orl)]ijden.
Ocen wereld schaadt, mij als ik wil:
'k 15choet' dan slechts te sproken : ..Geloofd zij Jezus Iquot; en 'tis stil, 't(iovaa.r is reeds geweken.
1.
Waimeer de duivel mij hestrijdt .
'kHeh niets van hem te duciiten ; 'k l'oep .â .. .Teziis.quot; 'k ben in veiligheid .
De vijand moet gaan vluchten. Als duivel, wereld . vleeseh te zaam .
Mijn zuiver hart belagen .
Dan roep ik Jezus' zoeten naam : Ku quot;t leger is verslagen.
5.
In tegenspoed . in drnk eu smart
'kZal Jezus blijven noemen: Wat stormen woeden om mijn hart .
quot;k Wil .lezus altijd roemen.
IV laatste zucht, die 't harte doel . Ik hoop hei . zal nog wezen:
lt; gt; zoete Jezus ! wees gegroet. .. i ⢠Jezus ! wees geprezen.quot;
242 INquot; ÃI.
Vorrijzpnis des Zaligjnakfrs,
VVy?e: M. n0 55 eu N M. u'J SU,
1.
hrten nw Crod , o cliristensohaar !
T)i(^ men sell lieeft willen quot;w ezen : I; Vcrliondig ii do blijde maai',
.Dat Jeziid is verrezen.
Aanbid hier de almaclit van den llee
En zing met blijde klanken ; Alleluja, aan God zij cerl ITeni willen wij bedanken.
(iom, zie : in 'i graf is Hij niet meer Hij heeft den dood doen zwichten Tot kenmerk van zijn heiige leer
Kn kerk. die 3lij kwam stichten. Krken zijn goddelijk gebod , En wandel in zijn wegen :
Alleluja, schenk eer aan God ! Mij schenkt ons zijnen zegen.
3.
.liij de eerste scheemring legt Hij al'
1 )e windsels en de doeken, l'-n gaat, verrezen uit zijn graf, 3*0 Apostlen-schaar bezoeken.
/iodaar do hoop op 't vaderland,
i)e koop op 't eeuwig loven , [)c onsterllijkheid, als onderpand Door Jezus ons gegeven.
I,
Krken . bemin uw God en Heer .
Volbreng Mor zijn bevolen ; Dan zult gij. volgens zijne leer.
Eens in zijn glorie doelen. Wij sterven slechts voor korten tijd .
Om eenmaal te verrijzen ;
A'errijzen voor alle eeuwigheid Om .lezus daar te prijzen.
Gelootd zij Jezus , Godes /oon ,
Die ons thans komt verblijden 1 We ontvangen eens een eeuwig loon
Voor korten tijd te strijden. Dan zullen wij alle eeuwen door.
1 ii Sion's vreugdezalen ,
'i. Allehija met 'tEnglonkoor Ter eer vim God herhalen.
â!-quot;6-
BLADWIJZER,
III.A O/,..
^ oo't'rcd c.................
lt;loedkeuring.............12
Patronen..............];!
Doel................II
Titel des led (-if............-
Middelen lev bereikiur/ vai/ bid doc!.....
liesti'jr,- dey Congregatie.........15
Krecleur der Cmigregalie........
Prefect dei' Congreejatie.........1(gt;
.Issistenten..............];»
ikeretari*..............2ü-
Jiaadsleden.............21
Schatbeioaai'der............22
Saoi'istaim..............2;i.
Portier...............2 f
VooHezef..............
Zangers...............25
Raadsveigodering...........2(i-
herkiezing van het bestuur........27
Aanneming tot lid der Congregatie.....:)1
De Opdracht.............;}2
ilgemeene Vergadering.........:{(!
J'liclten van eiken Congreganist......:)7
KL-i \yr,
. UT
. 11'J-. 154) . 152 . 151. . 151! . 15tv . 15igt; . 160 . 161 . 163 . 165 . IdS . 170 - 17J . 17:5 . 171 . 176 . 177 . 179 , 181
to.
M. 12. 13. U. in.
Kj. 17.
48.
49.
50.
51.
52. r.:j. 51
55.
56. â¢gt;7.
58.
59. (». «1.
«')2. 'â¢.3.
61
65,
66.
â '.W ' ' Hoedcy.
155
156 18!) 191. 19:{
Aan, Maria.....
Da boodschap van de Jl. Maagd. Dc onbedekte ontvangenis van Maria. Hemelvaart van Maria. .
Uulde en bede aan de JJ. Maagd Maria. Op het feest der zuivering ran de 11. Maagd Maria. .
Magnijicat.......
TTet Kerstfeest. ...
Op dc geboorte der //.
Het Wees ffegro -t.
Lied tot d.-ti II. Jozef.
Op de geboorte der U. Maagd.
Aan de H. Moeder Gods.
Do maand ran Maria.
De droeve Maagd te Ji.-thlche.n.
Maria onr.e Moeder.....
Op den H. Naam van Maria.
Maria's Heinelaaart.....
y)e geboorte der 11. Maagd.
Opdracht tan Maria in den tempel. Toewijding van zich zelve,t aan Maria i» hare Congregatie of Brocienehap,
Dajlied. .....
yiatt Mi.'/.ir,.
Wees gegro- t. .
1%
|
IJLVDZ. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Geboden . welke in de Congregatie in gebruik zijn.
DL ADZ.
'Des itiorytii*. . . . â¢.........Vi'
Des Hconds.............14.
Vmi ' 'rcn/ur.............â ICS
Mipltone» ran do H. Maagd.......48
Gebed, vaayiti ,;u-d de mening uaakt. . . â 51
Lilauii' van Lorette...........56
de Kh'dcycf! ran Maria.....6('
â den. 11. Aloysivs. . . . . . . 64
den 1L Jozef........68
.. dc II. Moeder Amm......
Te Deiri.i Lancktnim..........75
Vem Saucle Spiritm..........quot;7
Sub iuv.u prfesidinm. . . . ......7S
Gebed lof den patroon der .t/aand......-
Agaten...............7H
Gezangen ter eere van Maria.
1. Onbevlekte Ontvangenis eau Maria. . . ⢠83
zl. Geboorte tan 'Maria........85
3. Boodschap can Maria........87
4. /aireringsfeest ran Maria of IkAtnimo. Wgt; ö. Naar,feest van Maria........91
6. Maria onder het. kruis........92
7. Stabat Slater Dolorosa........94
5. Het tijden des Ileeren....... .07
0. Ifeilig Marl van Maria......,98
10. Tfemeheart van Maria....... - 10quot;
11. _ ,. .......101
Zaffekc/te oroetenis m:
heiligheid in (/:. ' quot; â - . .
PoordeelÃ.. '* Vquot;.-ia. .
.
Saloe Regina. . ' ' â - .
T°eugt;'jding acM Mar: â¢â¢â¢...
' reziffdc der kincJnJ
dankzegging âa,, Maria. ' quot; â¢
â â
â â
Waguificat. . ' ' ' ⢠â¢
'â Ta Deum. . quot;'quot;â â¢â¢
j'u/ c/fl jjn r-
, ' '^Oclen.
1,4 dquot;quot; 11. Jozef, _â¢â¢â¢â -
r :: - â¢
i/ quot; '-tan/sla!i.lt;) AW/w quot;
^gciigebed. , # ⢠-
Goudgebod '
â ⢠⢠⢠â¢
''orgenlied.
12. 13. U.
15.
16.
17.
18.
19.
20. 21.
oo
â ADZ,.
103.
10.t
IOC-. 107 . I0S - 110 111 IL'l Ui 135
Ã3. 31 25. 2'!
UT 119 121 122 â 121
⢠125
⢠127
⢠12,s . 130 . 133
⢠135
⢠130. . 138
110 112 li:',
115 Mg
27 28,
29.
30. .'(J.
â¢e.
â 'it. :iö. :K!. :I7.
SS.
w
v.