ocr page 1

mmammisap

Vak 87

ïrV.*^quot;•'

3 Laudale Dominum. t

-i;

—„.;.0-OO---lt;— f•

I

Geestelijk Liederenboekje gt;-

- —« - »—

—- ten behoeve Van , %•—_

R. K. Scholen, Collegiën |— Pensionaten, Congregatiën en 3^1 ~*9 . Vereeniging-en, stZ

■.; -i? r-

_ —« uil .-vca

T.i - —••• S,,, -■

v v

UJiüUM¥

■ £-3 LSi 'tóéle sasr i L Dijj . -S sctoül ocsiuuii iuör Zusters.

B,oermond

My WATERREUS 1895.

; *

387

ocr page 2
ocr page 3

/

-y

■;?

' ' wl

t.

I

■

r,

^ :r^ u

-

■

, ' l ' '' i

■

-•quot;'Vr-' -.-4yr' : gt;-

—.. ■■■.......-................

—,

ocr page 4

I ,

quot; - ; -. ,: -■

■

-■;

■n

-

-

,

■ - k- ; :/

3 .h, % *-

- ■ .

quot;

i ■ ■' ■ 1 --

------

ir '.r' ■ ■■-■•:

: ' ■'. '■■■ '•. /■ ■,, '= K ,:?;./;■■■• ■ quot;r :: ,X::-.;. ^ l-v ^ .V;

ocr page 5

Vak 87

j 2 f

Laudate Doinmuin.

oo-lt;lt; -

Geestelijk Liederenboekje

ten behoeve van

R. K. Scholen, Collegien, Pensionaten, Congregatiën en Vereenigingen,

uitgegeven

ten voortleelc eenei' R. R. liijzondcrc school bestuurd door Zusters.

5° Duizendtal.

Roenuoud.

Stoomdrukkerij M. WATERKEUS. 1894.

ocr page 6

Jongelingen on Maagdon, Grijsaards eu Kinderen, looft den naam des Heeren, . . . looft Hem in zijne Heiligen.

Ps. 148, 12. 150, 1.

IMPRIMATUR.

Ruraemundae, 30 ilartii 1888.

P. J. II. Kusscl, Can. Thcol. et Prof. Librorum censor.

Het eigendomsrecht is verzekerd.

ocr page 7

Een Woordje vooraf.

Bij de Eerste uitgave.

Hot aantrekkelijk zingen dor schoolkinderen alhier, geoefend door de zusters van 't Kindlein Jesu, die hen opleiden, deed dit boeksken, do verzameling hunner liederen, ontstaan. Zeker niet alle zijn oorspronkolijk, maar voor zoo ver mogelijk, hebben wij de auteurs of eigenaars er van opgespoord en het noodige verlof ter opname aangevraagd en verkregen. Zijn er een paar nummers bij, waarbij dit om do onbekendheid des dichters, niet geschied is, dan zal, zoo vertrouwen wij, liet goede doel, waartoe dit booksken uitgegeven wordt, wel alles goed maken.

Moeielijk zullen deze liederen niet bevonden worden, daar de praktijk er het tegendeel van bewezen heeft. Kinderen zingen ze. Wel zijn do meeste twee- on driestemmig gezet, maarzoo men er een paar van uitzondert, kunnen ook alle desverkiezende éénstemmig gezongen worden. De bovenste stem is steeds de melodie.

Mogen verder niet alle dien stempel van waardigheid cn kerkelijk karakter dragen, welke

ocr page 8

4

juist aan het katholieke kerklied, past, dan bedenke men, dat het hoekje niet slechts voor de kerk, maar ook voor school en huisgezin

dienstig moet zijn. Een koordirecteur doe dus zijne keuze.

En nu, Boeksken, ga de wereld in en loof God en zijne Heiligen.

BIJ de Tweede uitgave.

Ondanks de zeergroote oplage der eerste uitgave weid liet zangboekje „Laudate Domlnumquot; in betrekkelijk korten tijd geheel uitverkocht. In tal van scholen, op pensionaten en in Congregaties was het ingevoerd als handboekje, doch reeds geruimen tijd kon aan de talrijke aanvragen niet meer worden voldaan. Daarom heeft de uitgever, M. Waterreus, een tweeden druk ondernomen, na alvorens tekst en vooral melodie zorgvuldig te hebben doen herzien. Daarom vertrouwen wij, dat deze tweede uitgave in veler handen moge komen en nog meer geschikt blijke, om vooral onze jeugd te helpen, ten einde door vrome liederen den Heer en zijne Heiligen t€' loven, en aldus zijn naam waardig te dragen.

ocr page 9

Inhoud.

Bladz.

I. Liederen roor het Kerkelijk Jaar. . 9

Advent. 1..........lt;j

Kerstmis. 2—14........11

Driekoningen. 15.........41

Zoete Naam. 16........44

Vastentijd. 17—19.......47

Paschen. 20—22 ................54

Hemelvaart, 23. 24 ..............60

Pinksteren. 25. 26 ................64

H. Drievuldigheid. 27. 28 ............08

H. Sacramentsdag . .......72

a. Sacramentsliederen. 29—31 . . . .72

b. Communieliederon. 32—34 ..........78

c. Latijnsche Gezangen voor het Lof. ... 84 Feest van hot H. Hart van Jezus. 44—47 ... 90

Allerheiligen. 48........107

Allerzielen. 49 . . . , . . . ,110

II. Liederen ter eere van de Allerh. Maagd . 112

A. Voor de Mariafeeston.....112

Onbevlekte Ontvangenis. 50.....112

Maria's Geboorte. 51......115

Maria's Praesentatie. 52......117

Maria Boodschap. 53 ......119

Maria's Zuivering. 54......121

Maria's Hemelvaart. 55......123

B. Voor de Meimaand en andere gelegenheden. 56—70 ..............125

O. Latijnsche gezangen ter oere van

Maria. 71-76.......126

III. Liederen ter eere van Engelen en Heiligen 165

H. Michaël. 77........165

H. Engelbewaarder. 78.......166

H. Jozef. 79-83 . . ... ... 167

H. Anna. 84.........178

ocr page 10

p^p

6

H. Apostelen van ^ederland.

H. Servatius. 86 . ,

H. quot;Willibrordus. 87 H. Alphonsus. 88 .

H. Cecilia. 89 H. Barbara. 90 H. Aloysius. 91. 92

IV. Liederen voor bijzondere gelegenheden .

Bij do Opdracht zijner werken. 9:gt; ....

Voor hot feest der 11. Kindsheid. 94. 95 .

Bij do Opdracht in eeno Congregatie van O. L. Vrunw.

96-99 .........

Loflied ter eero van 0. L. Vrouw in 't Zand. 100 .

Bladz.

. 44

. 37

. 88

. 84

. 86

. 58

. 196

. 159

. 89

. 97

. 125

. 101

. 115

. 121

. 132 54

. 11

. 18

. 209

—^

Alphabetische Inhoud der Liederen,

Nuinm.

16. Aan U te denken, Jezus zoot . 13. Adosto, üdeles.....

37. Adoremus in aotornum .

35. Adoro To devote I .

36. Adoro To devoto II .

22. Alleluja! Alleluja! Surrexit nostra gloria i'3. Alles mijnen God ter eere 73. Ave maris stella ....

38. Ave verum.....

43. Ave vivens hostia .... 56. Bergen, dalen, heuvelklingen .

45. Daalt omlaag, gij, vredesenglen 51. Daar klingt langs gaarde en homeltin 54. De blijde Moedermaagd .

59. Do stille nacht daalt neder 20. De tijd van treuren is voorbij

2, Dit is de dag door God gemaakt . 5. En Kindjen is geboren .

Blndz.

. 179

. 181

. 183

. 185

. 187

. 190

. 191

. 194 . 196

198

200 209

85

100. Een lied van IJ, een lied voor U .

- -

ocr page 11

7

Noram. Bladz. 15. Eens vorscheen or aan den hemel . . . .41 92. E.ja Deo jubilemus.......193

18. Englen des hemels, ach staakt uw gezangen . 48

78. Engel, mij van God gage ven.....166

79. CJaat allen tot Jozef, don Vader der armen . . 167 64. Gegroet, o Hemelkoningin.....141

31. Geloofd zij Jezus Christus.....77

6. Gij daalt van 't sterrenheir.....20

34. Gij englen uit Gods hof......83

48. Gij heil'gen, die in 's Hemels woon . . . 107

27. Heer, heilig, heilig klinkt hot .... 68

84. Heil'ge Anna, blijdo Moeder.....178

82. HeiPge Jozof, trouwo hooder.....174

79. Heil'ge Maagd, Cecilia......187

11. Heiligste nacht, heiligste nacht . . . . 32

29. Hier, hier zegeviert uw liefde .... 72 98. Ik ben een kind van Maria.....205

3. Jeznskind, zoetste Kind......14

26. Kom, Heilige Geest.......66

25. Kom Schepper, kom o Heil'ge Goest ... 64

21. Komt, laat ons juublen voor den Heer ... 56

86. Laat ons blij een loflied zingen .... 181 94. Lieve Jezus, hoor ons smeeken . . . .198

71. Litanie van O. L. Vrouw van Loroton , . 156. 157 81. Luid klinke op heel het wereldrond . . .172

72. Magnificat........158

12. Mangnum nomen Domini Emanuel.... 35

68. Maria, Koningin . •.....150

53. Maria, Maged zoet.......119

57. Maria, zoete Moeder......127

8. Mijn hart wil ik U geven.....25

32. Mij ziel, wat tooft gij op deez' stonde ... 78

19. Naast het kruis mot schreiende oogen ... 51 88. O Alphonsus, opgevaren......185

33. O Brood des Hemels, kostb're spijze ... 80

85. O Gij allen, die Gods vrede.....179

69. O Gij mijn schoone hope.....151

17. O Hart, om onze zonden.....47

67. O Hart, ontvangen vlekloos schoon . . .148

30. O Jezus, Lam voor ons geslacht .... 75

ocr page 12

Nomm.

7. O kindertjes nadert .

1. O kom, o kom Emmanuel 6G. O Koningin vol majesteit 70. O Maria, die do beden

75. O Maria, virgo pia .

49. O Maria vol genaden 58. O Maria, zie uw kindren 99. O Maria, zoete Moeder

76. Omni die, die Mariae 97. O Moeder, zoet en teedor 9G. Onder uwe bescherming 23. Opent uwe poorten . 74. O Sanctissima. . . -87. O quot;Willibrord, die van omhoog 91. Pronkjuweel der hemelingen . 14. Resonet in laudibus 46. Stervling, vindt gij hier beneden

39. Tantum ergo I . . •

40. „ „ II . • •

41. „ „ III .

42. „ „ IV 55. Ten Hemel met Maria .

80. Trouwe hoeder van Gods Moeder

77. U, 's Hoeren kracht en gloriebeeh 90. U, teedre Maagd en Martelares 28. U wil ik minnen, God mijns harten 62. Verheft in blijde zangen .

44. Voor Jezus' harte zinge .

83. Wees gegroet op blijden toon 61. quot;Wees gegroet, o zuivre Maagd

45, Wie kan uw hart genaken . 52. Wie is dat kind met blij gelaat 50. Wij groeten U, Maria 10. Wil der armen IJ erbarmen

4. Zeg mij, zoet aanvallig Wichtje , 24 Ziet daar stijgt de Zoon des menschen 60. Zie uit het hoogst der Heemlen 9. Zoete Jezus, groote God.

ocr page 13

^ r^ni r-r ^ 1

1. el, Naar ü, ver-zucht uw Is - ra-

2. aard,Dat al - le dui - ster-nis ver-

3. kind. Dat godd-lijk groot ons toch zoo

1. Liederen voor het Kerkelijk Jaar.

Advent.

1

el! De zon - de drukt op ons zoo-

ocr page 14

Liederen voor het Kerkelijk Jaar.

LH

10

l. zeer! Ach breng ons toch den vre - (ie quot;2. gaan;Ach voer ons op de rech-te 3. schuld. Ach dat de Va - der ons weer

Üpafpüip

1. weer \

2. baan. )l-5. Dra naakt uw Heil. Ein-

3. duld'./

I —5. ma-nu-el, Wees blij on juich, o

r i

1.—5. Is - ra - el!

ocr page 15

Kerstmis.

[1]2

11

4. O kom, Verlosser, Godes Zoon, — Breng ons genade van uw troon! — De zielen lijden hongersnood, — Daal neer, daal neer, o Hemel-brood. — Dra naakt enz.

5. O kom, o kom Emmanuel, — Bevrijd uw Volk, uw Israël! — De zonde sloot de hemelpoort; — Gij opent haar nu ongestoord. — Dra naakt enz.

Kerstmis,

'i. Dit is de dag' dour Uud gemaakt.

amp;

4-

1. Nu wil ik mij ver - blij-den; Den

2. Voor wien de Se - rafs be -ven; Ik

3. O tra - nen vol ge - na - den! O

4. Voor Uslechts wil ik le - ven; Uw

1'

ocr page 16

I. Liederen voor het Kerkelijk Jaar.

12

[21

m

i x i | |

1. Heer, die hier van lief - do blaakt, Wil

2. zie U hier op Moe- ders-schoot Als

3. drupj)-len in dit jam - mer-dal, Hoe

4. krib - je zal mijn woon-stêe zijn Yoor-

1. ik mijn zan - gen

2. kindje met ons

3. komt gij ons te

4. taan in heel mijn wij - den. Het

le - ven. Gij

sta - de! Eens

le - ven. Maar


Ep=»_cf-f_£Lr-Qr^-r 3

1. heil, dat uit Ma - ri - a's schoot Voor

2. daal - det van uw - he - mei-troon In

3. zult Gij wee-nen hloe-dig rood, Ja

4. kom ook in mijn kin -der-hart, Ik

-F

t-

:»

i

1—1-

• *

'ry~f

1. al - le men-schen thans ont-sproot, Is

2. ar - moe neer,Gij, God de Zoon, Gij

3. wee-nen tot den wreedstendood, Voor't

4. deel dan met ü al - le smart, Ja

ocr page 17

Kerstmis.

(2]

13

i gt;j i r i i 1

1. ook voor mij ge - bo - ren. Voor

2. komt hier voor ons - lij - den. Ja

3. Ie ■ ven van ons al - len. Wij

4. quot;k zal U eeu - wig min- nen. Geen

1. zij - ne krib-be kniel ik neer, Aan-

2. Gij komt van des Sa - tans macht, Waar

3. ook, wij wil - ien wee- nen, Heer; Zie

4. rech-ter zijt Gij, maar een Kind, Dat,

1. bid daar mij - nen God en Heer, In

2. on - der ons de zon - de bracht,Groot-

3. ons dan, god-lijk Kind-je teer. Hier

4. waar het we - der-lief -de vindt. Op

itnn- j J

t#--M==f=f±F=f^==

1. blijd-schap gansch ver - lo - ren.

2. moe-dig ons be - vrij-den.

3. wee-nend ne - der - val-len.

4. lief - do slechts blijft zin-nen.

ocr page 18

14 !• Liederen voor het Kerkelijk Jaar.

[31

3. Jezuskind, zoetste Kind.

Ld ^ |

1. Je - zus - kind,

2. Schoonste Kind

3. Arm - ste Kind,

i

P

§

Li

zoet - ste Kind, lief - ste Kind, rijk - ste Kind,

—J—--

uéz

-*—w-i-»

l


1. I/;er mij tooli, waar

2. O waar-om mij 'i. Zeg- mij waar'k uw i k U vind; zoo be - mind? hof-stoet vind:


.

I

ocr page 19

[3]

15 N

i

=fc±;

f-5

u

Uit

I

iülgiïil

P _

U I

tot ons.

T

b

de tot

Kerstmis.

-•t-

4. Kleinste Kind, grootste Kind, — Waarin God zijn vreugde vindt, — Dieren kiest Gij U tot Uwe wacht — In den kouden en guren nacht. — Uit louter enz.

0. Zwakste Kind. sterkste Kind. — O wat hebt Gij mij hemind! — Door uwe zwakheid hier zoo groot, — Werd ik hier krachtiger dan de dood, — Uit louter liefde enz.

6. Hemelsei) Kind, God'lijk Kind, — Waarom mij toch zoo hemind'? — Was ook mijn harte hard als steen, — Gij doet het smelten door uw geween, — Uit louter enz.

7. Lieflijk Kind, dierbaar Kind! — Zeg mij waar'k uw Moeder vind. — Zij zit hier ook bij't strookribje neer; — Kloppe ons harte dan innig en teêr — Uit liefde tot U en tot haar, Uit liefde tot U en tot haar.

ocr page 20

1. Liederen voor het Kerkelijk Jaar.

4. Liefde deed U nederkomen — Als een zwak en hulploos Kind, — Liefde 'k zal het woord niet schromen — Liefde maakte uw Godheid blind; — Blind voor kruis en folterdood! — God. wat is uw liefde groot! — Blind voor kruis en folterdood; — God, wat is uw liefde groot'.

5. Minnend Kindje, 'k leg een bede. — Eén slechts aan uw kribje neer: — Deel me eeu enkel vonkje mede — Van uw liefde, lieve Heer.

— Ja mijn Jezus, Kindje zoet, — Acli ontvlam mijn koud gemoed! — Ja mijn Jezus, Kindje zoet,

— Ach ontvlam mijn kond gemoed!

18

I

]

ar - men stal; Geen zag men ooit te bo-ven al; Hoe ligt Gij hierter-konings - zoon; Uw he - mei-blik ver-

ocr page 21

Kerstmis.

[5]

19

i|s'; :':.i»

: i ij : r ^

1. vo - ren Zoo schoon in't aard-sche

2. ne - der In ee - nen ar - men

3. telt het, IT voegt een vor- sten

Fpr:g~-=;; mag.;

1. dal: \ 1

2. stal! jl-O.Glori - a, glo - ri - a in ex-

3. kroon./

mmmmum

1—6. cel - sis De - o.

4. O ja, dit Kind in doeken — Is Gods beminde Zoon; — Om't raenschdom te bezoeken. — Verliet Hij zijnen troon. Gloria enz.

5. O Jezus, zie wij knielen — Voor ü aanbiddend neer: — Ontsteek in onze zielen — Uw liefde meer en meer. Gloria enz.

ö. Geef, dat ons hart blijft branden, — Van goddlijk liefdevuur, — En nu, én heel ons leven — Tot 't laatste stervensuur. — Gloria, enz.

ocr page 22

14 !• Liederen voor het Kerkelijk Jaar.

[3]

3. Jczuskind, zoetste Kind.

dv

7*

1. 2.

3.

-try

Je - zus - kind, Schoonste Kind Arm - ste Kind, s

_5.ï

zoet - ste lief - ste rijk - ste

i

Kind, Kind, Kind,


Leer ü

Zes

ik

zoo hof ■

1.

3.

\j ' '

V I ^

mij toch, waar waar-om mij mij ivaar'k uw

P I

U vind;

be - mind ? stoet vind;

^ ^ ^ b Ls: ^ f

1. ü, al - Ier Heme-len God en Heer,

2. Gij, die hier op dat stroo-bed ligt,

3. Heer en Ko - ning van't groot heel-al,

mmmm

\ v

1. Vind ik hier in een krib-je weer Uit

2. Schept in den hemel het glo - rie-licht. Uit

3. Gij, gij troont hier in den ar - menstal Uit

ocr page 23

Kerstmis.

[31

15

n I N ^ n -—j ,

amp; v r 7 i* T *■' ' u \ ï ' l ^ \ ^

l-G. lou - ter lief - de tot ons Uit

iilmiiipiiül

I -f- S-. TT ~ ^

1 ^ ' J ^ 1

1. lou - ter lief - lt;le tot ons.

4. Kleinste Kind, grootste Kind, — Waarin God zijn vreugde vindt, — Dieren kiest Gij ü tot Uwe wacht — In den kouden en guren nacht. — Uit louter enz.

5. Zwakste Kind, sterkste Kind. — O wat hebt Gij mij bemind! — Door uwe zwakheid hier zoo groot, — Werd ik hier krachtiger dan de dood, — Uit louter liefde enz.

6. Hemelsch Kind, God'lijk Kind, — Waarom mij toch zoo bemind? — Was ook mijn harte hard als steen, — Gij doet het smelten door uw geween, — Uit louter enz.

7. Lieflijk Kind, dierbaar Kind! — Zeg mij waar'k uw Moeder vind. — Zij zit lüer ook bij t strookribje neer; — Kloppe ons harte dan innig on teêr — Uit liefde tot U en tot haar. Uit liefde tot U en tot haar.

ocr page 24

16 I. Liederen voor het Kerkelijk Jaar.

[4]

4. Zeg mij, zoet aanvallig Wichtje.

1. Zeg mij,

2. Wist Gij

3. Ja Gij

mm

y

zoet aan - val - lig niet. Iioe't sterf-lijk weet het. God der


i

*—N-

f

b

1, Wicht-je, Naar deez' een-zaam-heid ver-

2, le - ven,TI, des Va -derseeuw'-gen

3, tij - den. Wat dp toe-komst in zich

iüp

É

i4=zr^—

1. jaagd, Schoon ge op't he-moloch aan-ge-

2. Zoon, He - meivreugd noch eer zou

3. sluit; Maar geen zee van grensloos

j--1-j*—ïT --K--fr-j

n

V \j U

P~

u k

1, zicht-je't Ken-merk van uw God-heid

2, ge - ven Maar slechts droefheid,sma£id en

3, lij - den Bluschtuw lief - de - vlam-men

ocr page 25

Kerstmis.

w

17

1 V \ \ ' i

1. draagt, Zeg, waar - om uw vreug-de-

2. hoon ? Dat slechts ar - moe U ver-

3. uit! Bo - ven ar - race, smaaden

i P ^ r i ' £

1. hal Hier ver - mild voor d'ar - men

2. beidt, WaarGij't hoofd ter rus - te

3. smart Gaat de lief - de van uw

tSppf^Ippp

1. stal? Zeg, waar - om uw vreug-de-

2. vlijt. Dat slechts ar - moe U ver-

3. hart. Bo - ven ar - moe, smaaden

1. hal Hier ver-ruild voor d'ar-men stal?

2. beidt^VaarGij'thoofd ter rus-te vlijt.

3. smart Gaat de lief - de van uw hart.

ocr page 26

-;—^-

tg !• Liederen voor het Kerkelijk Jaar. [4] 5

4. Liefde deed ü nederkomen — Als een zwak en hulploos Kind, •— Liefde 'k zal het woord niet schromen — Liefde maakte uw Godheid blind; — Blind voor kruis en folterdood! —■ God, wat ie uw liefde groot! — Blind voor kruis en folterdood; — God, wat is uw liefde groot!

5. Minnend Kindje, 'k leg een bede. — Eén slechte aan uw kribje neer; — Deel me een enkel vonkje mede — Van uw liefde, lieve Heer.

— Ja mijn Jezus, Kindje zoet, — Ach ontvlam mijn koud gemoed! — Ja mijn Jezus. Kindje zoet,

— Ach ontvlam mijn koud gemoed!

5. Eeu Kiiutjeu is geboren.

iiii

is ge - bo - ren In he -mels tee - der. Aan-aan-schijn meldt het: Gij

S

I

1. ee - nen ar - men stai; Geen zag men ooit te '2. min-nig bo-ven al: Hoe ligt Gij hierter-3. zijteen konings - zoon; Uw he - mei-blik ver-

___

------■'

ocr page 27

Kerstmis.

[5]

19

fT? : :':fM ^

r i y '

1. vo - ren Zoo schoon in t aard-sche

2. ne - der In ee - nen av - men

3. telt het, U voegt een vor- sten

tsa2_^2---- ^—a—

I r U ! LJ

1. dal: \ 1

2. stal! |l-G.Glori - a, glo - ri - a in ex-

3. kroon./

1—6. cel - sis De - o.

4. O ja, dit Kind in doeken — Is Gods beminde Zoon; — Om't menschdom te bezoeken, — Verliet Hij zijnen troon. Gloria enz.

5. O Jezus, zie wij knielen — Voor U aanbiddend neer: — Ontsteek in onze zielen — Uw liefde meer en meer. Gloria enz.

ö. Geef, dat ons hart blijft branden, — Van goddlijk liefdevuur, — En nu, én heel ons leven — Tot :t laatste stervensuur. — Gloria, enz.

ocr page 28

20 I* Liederen voor het Kerkelijk Jaar. [6]

6. Gij daalt van't sterrenbeer.

(Woorden van den H. Alphonsus.)

ifi t r

i. Gij daalt van't ster-ren - hoer, o '2. 'tHeel al, o groo-te God, is 3. Die woont in d'eeiiw'gen glans van

T ^ ^ 1 i '

1. al - Ier Heem - len Ko - ning. Gij

2. fwcrk van uw - e han - den; En

3. 'sVa - ders glo - rie - stra-len. Wat

1. daalt in ee - ne grot ver-

2. toch geen glimp van vuur ver-ei. zoekt Ge't lij - den nu op't

'tij ^ ^

1. kleumd van kou - de neer.

2. kwikt U door zijn gloed.

3. stroo - bed koud en hard,

ocr page 29

Kerstmis.

[6]

21

^ !. } u

1. O Kind - je teer, mijn God en

2. O Kind - je goed, o Je - zus

3. O min - nend Hart, gij zoekt de

tepigillppp

1. Heer! Hoe rilt en trilt Gij

2. zoet! uw ar - moe doet mijn

3. smart! Waar - toe - toch kon de

ifjppppëjiü r-fij f c n-

1. lüer in de-ze naak-te wo-ning! Wat

2. liart in lel-le vlam ont-branden. Want

3. kracht der lief-de ü o - ver-ha - len? O

^ u I bi bi ^

1. kost quot;het ü, o god - lijk Kind, Uat

2. lief - de heeft ü, god - lijk Kind. Van

3. Je - zus, mijn be - min - lijkKind. Voor

ocr page 30

Ach,

1. tee - der hebt I)e - mind!

2. hebt Gij mij be - mind!

3. Gij hebt mij be - mind!

4. Doch, Kindlief, wenseht Gij U met 't lijden te vereenen, — Waarom dan hier geschreid ? waarom dié tranenvloed? — O Jezus zoet, — zoo lief, zoo goed! — Doch neen, geen felle smart, maar liefde doet U weenen. — 'k Begrijp U, ja, — mijn Godlijk Kind, Uw schreien roept mij toe: Zoo heb ik u bemind!

5, Gij weent, o goede God, wijl na uw groote liefde — Mijn harte nog niet brandt van vuurgen liefdegloed. — Mijn Heiland zoet, — mijn hoogste Goed! — Helaas, daar was een tijd, dat ik U smartlijk griefde — Maar, dierb're Jezus, ween niet meer. — Droog thans uw traantjes af, — ik min ü, min U teer!

ü. Gij sluimert, Jezus lief, maar toch uw hart blijft wakend; — Ach waaraan denit Gij nog bij al uw zielepijnV — O Lam zoo rein, — O

ocr page 31

Kerstmis.

23

Jezus klein 1 — O Liefde maatloos groot'. Gij antwoordt feller blakend: — 'k Denk aan mijn dood voor u! O Kind, — Ook sluimrend roept Gij luid: zoo heb ik u bemind!

7. Mijn God, Gij n.enkt dan na, om eens voor mij te sterven, — En ik, ik zou op aard' iets minnen buiten U. — Maria, U — bezweer ik nu — Om liefde voor Uw Zoon, wil liefde mij verwerven! — Te weinig heb ik Hem bemind — Doch als mijn liefde faalt, — zoo min voor mij uw Kind!

7. O Kindertjes, nadert.

O kin-dert-jes, Ziet, hoe in dit Van stroois het

4. Knielt hier dan, i na - dert. Gij stal-ken, zoo bed-je, daar t kind-ren. bij


S i i---JVd—

i ' y | ^ T i^, i/

1. klem-ste voor - al Bij't lie - ie - lijk

2. he - meis ver - licht, Hoe hier in dat

3. wee- nendop rust. Ach ziet hoeMa-

4. Je - zus - ken, neer. Vouwt ze - dig uw

ocr page 32

2. doek-jes ge - won-den vol ar - moêen

3. her-dert-jes bid-den voor 'tKindje ge-

4. zegt bet vol vreugde: Ik min u, lief

MiÉOiMiMli'C'

1. nacht God zij - ue be - lol' - te met

2. pijn, Een Kindje veel schooner dan

3. bukt Eu zin - gen Hem lied - jes van

4. Kind, Gij daalt hier op aar - de, om

iipiiiipiPiii

r u i

1. liei' - de vol - bracht.

2. d'Engelt - jes zijn.

3. lief - de ver - rukt.

4. dat - Gij ons mint-

ocr page 33

Kerstmis.

[8]

25

8. Mijn hart wil ik l: gevcu.

K— ST --N--h —'--1

i r p ^ ^ ^ i

1. Mijn hart wil ik 1' ge - ven. O

2. Wie maakte ü todi zoo nie- tig. O

3. 'kWil eeu - wig T' be - min-nen. 0

4:

/1 « H

—

1. lie - ve Je - zus

2. lie -melsch Kind-je

3. lie -melsch Kind-je

Si

Q

zoet; 'k Wil zoet; Wie zoet; Treed

—--j—»■—J--

1 «;s ' .

m t;1 -

le - ven. O schreien, (jij. hin - nen Ont-


U i r y

- . 1 . ..

1. Kind,zoo mild,zoo goed! Geel'mij uw Hart, neem

2. God, onsop - perstGoed?0 lief-de, sterk is

3. steek uw liet- de - gloed! Gijzijthet al - lei--

1

al - tijtl voor U

ocr page 34

[8]

1. (üj liet mijn, Laat bei - de liar - ten

2. u - we macht. Gij bobt ons Je - zus

3. lief-ste Kind, Waarin ik eeu - wig

g-— s-------------1— —I-

fet=?=^d=it=t y ' ■ / / -

1. één hart zijn, O be-melscb Kind-je, Iiier ge - biachtO he-melseh Kind-je, 3. vreugde vind, lt; • he-melsch Kind-je,

* -e- . » : j

^ U '

I. .Ie-/.us /.net, (iij /.ijt zoo mild, zoogoed.

.Ic-zns zoet. VVatzijt Gij mild en goed!

3. Je-zns zoet, Gij zijt zoo mild, zoo goed.

!gt;. Zoele .leïtis, groote Wod.

i i i ' 3

*

4

ocr page 35

V

1. grot No 2 zacht, Als 3. stoet, In

der wil -uw oog -der zaal' -

da - len: glan-zen. krin-gen,

I . gt; \

mm

z t t-

r. . ^ quot; \ gt; u

1. Liet'-lijk Kind-je, Je - zus zoet. Hoor hoe

2. Nim-mer was oen roos zoo schoon, Als het

3. 'kWikle wel. o .Te - zus mijn. Ecu - wig

ocr page 36

28 I* Liederon voor het Kerkelijk Jaar. [9}

Bij uw

Ju -bel-

s ^ gt; ! |^ !

' * * * T' quot;^ *

#_«_ê._0_(mü_k_

«--•-•-t=|S2-f-

ocr page 37

Kerstmis.

29

1. lief - do

2. de aar - de

3. ik uw

I y

drin - gen. Godd-lijk

ne - der. Godd-lijk

broe-der. Godd-lijk

1 N

____ I gt;


1.—3. Kind - je, o Je - zus mijn,

-----------^-T—-—i——__,

—igt;-—V—i——#-•—4 —4—0-

-0—#-

-#-0--0-

✓ gt; S

S S s / /. /

1.—3. O laat, o laat mij toch uw lier ling

N _N VN . i J J.

t-ï-

/ .1 Je-zus mijn.

/T\

»»«'

ÜZIII

J. * lt; •

1.—3. zijn, Goddlijk Kind-je, o

iiÉamp;#

1.—3. o laat mij toch uw liev- iing zijn.

ocr page 38

I. Liederen voor het Kerkelijk Jaar.

[101

30

10. Wil «Ier Armen L' erbarmen.

_s__

iJÊm i ^

1. Wil der ar-men ü er - bar-ruen,

2. Laat ons stil uw Kind aan - bid-den,

3. Laat op he - den on - ze be -den.

1. O Gij, trou-we, zoe - te vrou-we,

2. Omzijn hoofdje een - kro - ne strenglen,

3. lt;i Ma - ri - a. 1' be - ha - yen.

^ Clr □ i r lt; '

1. Hoor, Ma - ri - a. on - ze be - de:

2. En der Lief-de rein en tee - der,

3. Wat wij vra - gen ? t'Schoone Kind-jen

L/ r t- r ' i i

pp

r ! !

Laat ons Saam met Op on t' godd'lijk de Eng'len ze ar - men

Kind aan-t lof-lied

eens - te


ocr page 39

%

[10, Kerstmis, 31

„ iipppipppi

1. schouwen. Hoor. .Ma - ri - a, on - ze

2. meng-len. En der - lief- de rein eu

3. dra - gen. Wat wij vi'a-gen? t'Schoone

r_Q_ ------v----i-,—^------—•——-|

^2 • — r—I-j^P—|-3

1. be - de: Laat ons 't godd-lijk

2. tee - der, Saam met d'eng - len

3. Kind-jen op on - ze ar - men

1. Kind aan - sehou-wen.

2. 't lof-lied meng - len

3. eens te dra - gen.

4. Ach, wat smarte kwelt XTvv harte, — Teeder ♦ Kindjen vol erbarmen, — Kom, kom rusten aan

ons harte - En ons armen 't hart verwarmen. — Kom, kom rusten aan ons harte, - En ons armen 't hart verwarmen.

f). Ach, U griefde dat lt;ie oji aarde Vindt zoo weinig wederliefde; — Kom ons harte dan ontgloeien — En ons boeien door Uw liefde, — Kom ons harte dan ontgloeien — En ons boeien door Uw liefde.

*

ocr page 40

I. Liederen voor hot Kerkelijk Jaar.

quot;gt;[111

32

Ö. Dan, dan zullen, dierbaar Kindjen, -- Hart en zinnen U sleclits minnen; — Dan, dan sluiten we alles buiten, - Om U eeuwig te gewinnen. — Dan, dan sluiten we alles buiten, — Om U eeuwig te gewinnen.

II. Ilrili^lc Niielil.

\ \ ■ cgt;

1 1 .1 I

1. Hei - lig - ste Xarhl! hei-lig-sto Nacht!

2. Lief-de - rijk Har!! lief-de - rijk Hart!

3. God-de - lijk Hart! god-do - lijk Hart!

1——xt--—j—i | i

r ' 111 ^

t. Dui-ster-nis wijkt hier, en lie - Fe - lijk

2. Gij' het ge - luk cn de vreugde des

3. quot;k Breng hij uw kribje mijn nee - dri-ge

1. glan-zeud Straalt van den he-mcl een

2. he - mcls, Srhijut zoo ver-acht in dit ï. ga - ven. Van een rouwmoe-dig en

ocr page 41

Kerstmis.

[11]

33

1. lii-ht in zijn pracht;

2. god - do - lijk Kind.

3. lief - de - rijk liart:

.li

1. schij-ne i, ver - kon-der den vre-de,

2. ons heeft zoo diep U ver - no - derd;

3. min ik, 'k verzaak aan de zon-den,

t

ilplëÉiièpp

1. Vrede op de we-reld den mon-schen ge-

2. AVees dan, o Hart van ons al - len he-

3. ü slechts mijn lief-de bij vreugde, bij

1

Eng-len ver-Lief-do tot Je - zns. ü

ocr page 42

1. Liederen voor het Kerkelijk Jaar.

kumt itan met spooil, Brengt met de lij - den vol smart, Wat roept gij mij zoo be - mint Hier voor ons

r f s j-r Trr

Je - zus, uw God en Heer, Daalde als Zie dan, o lie - ve Heer, Kindje zoo 'k Min niemand meer, o neen. Gij zijt mijn

§ 0 »1; « , ii .

^ X ! lt;

Kind - je neer. Komt dan met spoed!

goed - en teer. Hier is mijn hart!

deel al - leen, Ik hliif uw kind!

ocr page 43

Kerstmis.

I'i. Miigniiiii nuiiieu Doinini.

: «= ; '

-- ^g-=g-:g^ï=3

:_ik—a__'*__lii__ff a rs_«__-2_ '_d

1' I ! I I I 1

Ma^-niiin no - men Do - mi - ui Em-

» —i ■#•

el.

jnod an-mm-ti-

=^q:==l—quot;

ma - nu

—* —8—•-Ï—Jk—^ H— j /-

—«___«__a_.22.-_a_A_fc.

I r r 1

a - tuin est per Ga-bri - cl.

I 1 i lio - (li - e

J !

I

ap - pa - ru - it. ap--J-T__

^=i=s=|i3i^Êgp^

I I J ! 1 I ! -i

pa - ru - it in Is - ra - el,

[12]

ocr page 44

36 I- Liederen voor het Kerkelijk Jaar. [12j

—(£-S s V p—*—

I f 1 1 I ! I 7^ per Ma - ri - am Vir - gi - nem in

^ ~ I ~i li li

Beth-lo - hem. E-ja, E - ja!

i s -5 . i 5 i n

__(2_C ____Tl ___fll ____jg pi—J

quot; j. i i 1 I I J !

Vir - go De - imi ge - nu - it, sic-

I®- ■ • 1 —•, -v -v

11 11;

men - ti - a. Uau-de-te! Gau-

§*• tSgt;-quot; ■amp;■ l I -J-

I I . 1 I 1 I ^ 1 1

de - te! Christus na-tus ho-di-e! Gau-

ocr page 45

Kerstmis.

[I2j 13

37

■amp;■'■» i- ■»•■»• amp; . o .

I I I I I I I i I

de - te! Gau - de - te! ex Ma - ri - a

'======

Vir - gi - iie.

13. Adeste, lidelcs.

mmÊ

r i i

fl - de - les.

ro - lie - to,

Pa - ren-tis

e - ge - mini

ocr page 46

38

- re-mus, ve-

ipiSi # -0—a—# J

! \ \ f

ocr page 47

Kerstmis,

[131 U

39

4' --S

- mi - num.

.Nquot;a het laatste Couplet z._ V

;±d3:-tiz=ti:tl=i^=S;

* *

rar;p=az|

_ L_s\_ i i » 'i' f


Al - le-!u-ja! al-le - lu-ju! al-le-

üL -

iÉEiiÈii:

(*5-lu

jal

14. Rc^onet in laudibtis.

ti.lTF-^J^^=^È3=3=3 BS3=»E2HSE|---iESE3

Re - sü - netquot; in lan - (li - bus, Pu -er-i. con - cl - ni-te,

Qm reg-nat in De - o Pa - tri

the-re ri - a.

ae rrlo

ocr page 48

ru]

■=p \

T I

s

\ 1

1. Si - on cum li - de - li - bus: Ap-

2. vo - co pi - a di - ci- te: Ap-

3. nnl-lnmvo - leus per - de-re. Ap-

4. Laussauctn Pa - ra - cli-to. Ap-

i i I

I

}ia - ru - it, ap - pa - ru - it, (jueni

a

I

^ I I I I H I gt;

l

ye - nu - it

Ma - ri

a. Ap-

ocr page 49

Kerstmis,

114]

41

04 i t m

^ - i - ! I I 1 ♦

pa - rii - it. up - pa - ru - it, Quera

f r [ I m f

ge - nu-it Jla - ri - a.

T)r ielio iihujen.

15. Eens verscheen er nan den Hemel.

......... j i1 |l i

| I

1. Eens ver - scheen er aan den

2. He - den is de Vorst der

3. In - Je - ru - sa - lem ge-

1

lie • mei Ee - ue ster van won - dren

ocr page 50

1 glans, Bij don nacht ge - heel om-

2. daald, Schijnt do luis - ter aan te-

3. heen, Vra - gen waar die groo - te

J---.----1—t--1^-,—i---1--------i-----1—.

I. to - gen Door een held-ren wol - ken-•2. dui - den. Waai' die won-dre ster raeö 3. Ko - ning,Wiens ver-lich-te ster ver-

1. krans: Wij - zen uit oen land van

2. praalt; En do Wij - zen die deez'

3. scheen. Waar die Ko - ning was ga-

1. 't Go-sten Za-gen haar ver - won-derd

2. woor-den Metge - loo - vig har-te

3. bo - ren. Dien zij aan-go - kon-digd

ocr page 51

Driekoningen.

1. aan, Vast be - slo - ten haar te

2. zien. Den - ken slechts, hoe aan dien

3. hatl?AVat der Jo - den Pro - fe-

i r i r ^ i f

1. vol - gen En op - let - tend ga to slaan.

2. Ko - ning Waardige of - Iers aan te bièn,

3. ti - e Van dien grooten VoVstbo - vat?

4. Een der priesters, toen vergaderd. — Wijst hun uit Miehëas aan, — Dat in oen van Juda's steden — Deze^ Koning op moest staan: — ..Bethlehem,quot; dus stond geschreven, — Jiij zijt niet het minst van al, — Want de Vorst zal uit u spruiten, — Die mijn volk regeeren tal.quot; quot;

5. Opwaarts trekt nu 't drietal Wijzen — Dooide ster weer voorgegaan, — Die tot Bethlehem genaderd — Boven eenen stal bleef staan. — .,Hier, hier is de Vorst geboren,quot; — Straalt hun tegen uit dat licht; — En vol eerbied binnen tredend, — Vinden zij het lieve Wicht.

0. Voor dat klein en feeder Kindje, — Vallen zij _aanbiddend néér, — OITren wierook, goud en rayrrhe, — Noemen 't Wichtje God en Heer; — Wijden zich van ganscher harte Aan den

3quot;

13

ocr page 52

44 I- Liederen voor het Kerkelijk Jaar. 15[16]

dienst van't goddlijk Kind; — En g-eheel hun volgend leven — Hebben zijt 't oiirecht beraind

7. Wijzen, die een teeder Wichtje, — Voor uw Koning hebt erkend, — Vol geloof en vast vertrouwen — Tot zijn krib TJ bebt gewend; — Wilt voor ons een voorspraak wezen, — dat ons hart Hem zij gewijd, — Dat wij Hem ook prijzen, eeren, — Én eens komen waar Gij zijt.

Feestdag van den zoeten Naam,

ocr page 53

[16] Driekoningen. 45

iife;. t ■ \ *quot; 0 : I I ^

ii i , 1

1. moed; Maar ho - ven al - le zoe - tig

2. smart. Zoo goed voor wie op aar - de U

3. moed, Maar bo - ven al - le zoe - lig

r 1 i ^ rj : in ü*

1. heid Is mij uw te - gen - ivoor-dig-

2. mint. Maarzoet voor die U ceu - wig

3. held Is mij uw te - gen - woor-dig-

-0- ■ r ,

I. i '' J. I I

1. lieid. Zoo lieer-lijk klinkt geen harp-ac-

2. vindt! Geengou - den tong- die't ooit ver-

3. heid. Blijf.Je -zus. on - ze ziels-ge-

^ Tquot; ! '

1. coord. Zoo lief-lijk werd nooit lied ge-

2. taalquot;, Geen ver - ve, die 't in kleu - ren

3. neugt, Die t' loon zult we - zen on - zer

ocr page 54

I. Liederen voor het Kerkelijk Jaar.

[16]

40

-I-ZZZt

i. • : t

'.==S=^F-

I

1. lioord, Geen hart

2. maal', Slechts die

3. deugd, Wees Gij.

I

gQ ■

liet

Gij-

voel - de ooit sinaa - kte, on - ze


::amp;—F

t s:

I

J. iets zoo schoon, Als Je-zus, 'sVa-ders

2. weet ge - wis, Hoe zoet het U te

3. roem al-leen. Door al - Ier eeu-wen

—i--i-T—®—i-i

• ---±--=i~(«-

- r 1 1

i» » ^i|ii

1. eeuw' - gen Zoon.

2. min - nen is.

3. een - wen heen.

ocr page 55

Vastentijd.

Vastentijd. 17. O Hart, om oit/x* zonden.

Langzaam.

I f m-'3— '—^----|---1-----1

[IV]

• 1 - f • • 1 ^ •

r- , i

1. O Hart, om on - ze zon-den Zoo i. O Hart, op't kruisdoorsto - ken Uit O Hart, nog' steeds verse - ten Door

—--1--F—•—1

nit-erst diep gé-hoond. O Hart. zoo vol van lou-ter liet - de-gloed. Dateens voor ons ge-zie-len zon - der tal. Nog zoo van-een ge-

——'rl-T-d—; =1=^

i.-

i

I

J F—r-

ocr page 56

i. Liederen vor hot Kerkelijk Jaar.

17 [18]

48

18. KiikIi'ii des iu'iiicls, ach slankt inv gezangen.

Langzaam.

1. Eng- len des lie-raels, aeh staakt uw ge-

'2. Zon - daar, aanschouw aan dien schandpaal ge-

3. Hoor van zijn sterfbed uw Heiland nog

•I. 'kBleefoji uw zwerftochtu immer ge-

ocr page 57

49

Uw Heer en 'tAanschijn in

„Gij, o mijn

Deed ik de

—)

1. God is aan't kruishout ge - han-gen,

2. bloeden in tra - nen ver - dron-ken.

3. volk, hebt aan't kruis mij ge - sla - gon,

4. heem-len geen man-na - brood schenken?

d=4q=j=j^-

r ^ t

1. Breektdan in wee-nen en trour-zan-gen

2. 't Voorhoofd om kranstmeteen lolt - ren-de

3. Zeg mij, wat heb ik. uw God, u mis-

4. Heb ik niet al uw ver-lan - gensvol-

L

1. uit!

2. kroon;

3. daan ?

4. daan?

mmmi

!

Roert den on • dank-ba - ren, Kreu - nend van dorst, van zijn 'k Heb ii on - trukt aan de En gij, gij gaaft mij den

ocr page 58

I. Liederen voor het Kerkelijk Jaar.

50

Wi^

i

1. deijs-kon-de har-ten, Meldt huu. gij

2. Va -iler ver-la - ten, Neigt Hij reeils

3. inaclit ii - wer haa-tren,'kStortte op hun

4. hei - de - nen o - ver. Al mij - ne |

--^-F-»-4-1-^— F----1

— r—!--1 | f , ^

1. Se - rafs, iu kla-gend ge - schal:

2. ster-vend 'tge-mar-tel - de hoofd: i!. hoof-den den /.ie - den - den vloed. 4. wel-daan en lief-de ten loon.

# fTTfJ

f mar-ten. Sterft de Ver - los - ser, de

'2. wa -ten. Zon - daar,gij hebt Hem het

3. waa-tren, quot;tDwaugjuk ont-gaan.'tlandoes

4. roo -ver, Gaaft gij mij strie - men en

iüü

strr

—

ocr page 59

Vastentijd.

51

!

i T

,

—^—«—•

: i ,

[18] 19

pjN

SS=

ff'

1. H eer van 't Jieel

2. Ie - ven ont

3. licils te ge ■!. donr-nen en

19. Naast liet kruis met schreienilc oogeu.'

Droevig. ^ | | -1--j— [------j— -j---1—

$êê m m È

==1—

1. Nai.st liet kruis, met sehrei-eu - de oogen.

2. O hoe droe - vig, hoe vol rouwe, 8, Wie weer-houdt zich hier van weenen,

! 1 1 i - J__u__l-Tj--,

I

1. Stond do Moe-dor. diep be - wo - gen.

2. W as die ze -gen - rijk - ste vron- we,

3. Die Gods Moe-der nu boortste - nen,

-j-r—J-l- J-r—l-d-T-S-n

- ^. g--g-

. amp;._:

_r_Ir_

$Ê

1. Waar de Zoon door - na - geld hing;

2. Moe - der van Gods een -gen Zoon.

' 7

al.

roofd! moet. hoon.

3. Door zoo srrie - vend leed ver - scheurd?

ï) Bewerkt naar «Ie vertaling van Vondel, P. vac Baram en anderen.

ocr page 60

1. O - ver - stelpt van wee en sraar - te,

2. Kn wat boe - zem - smar-ten leed zij,

3. Christus, Moe- der hoo -ren ker -men,

€gt; ! I i

1. quot;tWreoddoor - bo - rend slag-zwaard gin;,'.

2. Bij haar Kind.aan'tkruisten toon.

3. Als zij met haar Zoon dus treurt'?

4. Voor de zonden van de zijnen — Zag zij Jezus in do pijnen — Van do felle geeselstraf;

— Zag zij haren Zoon hier lijden, — Gansch verlaten, doodlijk strijden, — ïot Hij zijnen geest hergaf.

5. Geef, o Moeder! bron van liefde, — Dat ik voele wat u griefde, — Dat ik met u ween en klaag: — 't Liefdevuur mijn hart verwinne,

— Ik den Uodmenscb. Christus minne, — En met U aan Hem behaag.

52 !• Liederen voor het Kerkelijk Jaar. [19]

ocr page 61

Vastentijd.

[191

53

0. Cllristus, Moeder! allerkuischte. — Druk ile wonden des Gekruiste — Diep en krachtig in mijn hart; — Acb. verslonden in de wonden ~.®i? 'ee'' voor onze zonden, — Doel met mij zijn wreede smart,

7. Mogt ik klagen al mijn dagen, — Al ''''.i11 pijnen waarlijk dragen — Tot mijn stervensuur zal slaan! — Met u wil ik mij vereenen, — Met ii stenen, met u wennen. — Met u onder quot;t kruishont staan.

8. Maagd der maagden! aoog verheven. — Wil mijn bede niet weerstreven, — Gun mij. dat ik met u klaag, — Doe mij erven Christus sterven. -— Laat mij toch zijn smart niet derven, — Dat k niet T zijn wonden draag.

0. Laat in mij, aan t kruis geklonken, — 't Liefdevuur vol gloed ontvonken,' — 't Liefdevuur tot uwen Zoon; — En ontvlamd en gansch ontstoken. — Worde ik door U voorgesproken. — Moeder, voor zijn rechtertroon.

10. Laat het kruis mijn ziel bedekken, — Mij zijn dood tot schild verstrekken, — En mij koestren met gemi; — En als 't lichaam eens zal sterven, — Doe mijn ziel de glorie erven — Van het paradijs hierna. Amen.

ocr page 62

54 I. Liedoren voor hot Kerkelijk Jaar. [20]

Paschen.

Ï0. De tijd van treuren is voorbij.

vroolijk.

1. De tijd van treu-ren is voor-bij;

2. De Christus leeft, do Christus leeft,

3. O Uod, uw liefde is eind-loos groot,

1. Dit is do dag des Hee-ren: Laat 2 Om nim-raer meer te ster-ven; Hij 3. Uw Zoon, voor ons ge - stor-ven, Ver-

1. nu ons lied oj) t hoog-go - tij Do

2. die den dood ver - won-nen hoeft, Doet

3. rees ver - heer-lijkt, van - don dood,Heeft

•i^pppp^p

1. glo - rie (iods ver - mee - ren. \\ ant

2. ons den he - mol er - von. Hij

3. tie-ven ons ver - wor - ven. Wat

ocr page 63

Paschen.

I Tlij, ilic stierf op Gol - go - (ha. Ver-

2. liet in 't graf do doo - den-wA, Stond

3. nu ook om ons heen ver - ga, Wij

1. won ilon dood. Al - lo - lu - ja! Ziju

2. heer-lijk op. Al - le - lu - jal Zijn

3. /.in -gen't blijde Al - le - lu - ja'. Uw

55

f

I 1 1

1. al - macht zij ge - pre - zen

2. al - macht zij ge - pre - zen

3. lief- de zij go - pre - zen

^üppilil

Kniel Kniel Eens

j: fr—

1. need-rig hij het graf ter neer, Er-

2. need-rig bij het graf ter neer, Er-

3. knie-len wij in, 'sho-mels-woonDaar

ocr page 64

I, Liederen voor het Kerkelijk Jaar.

20 [21]

ken daar u - wen G-od en Heer. Uw ken daar u - wen God en Heer, Uw bo - ven om Uw gin - rie-troon. Want

ver - re - zen. ver - re - zen. ver - re - zen.

i'-i-«-•- -lt;5-a-4 -

r....... / • //

21. Kuiut, laat ons jub'leu voor tien Heer.

Matig and.

Êpiai:pp

1. Komt,

2. Waar

3. Zeg

4. O

laat ons jub -len is, o blij en mij, Ma - ri -a, ja, ver - heugU.

m

i

voor den vreugdvol zeg bet Moe - der-


J—-4-r--i

m

d?—|:

quot; F

- ja

m

Heer, Al -le bart. Al - le mij; Al - le

lu - ja

4. maagd, Al-le - lu - ja

:4=

I I I

Ma - ri - a Waaris nu Wat maakt uw Maar boor rok


ocr page 65

Paschen.

ipM

31

*

i i

1. klaagt en weent niet meer; Al-le - ln-jn!

'2. al uw leed en smart'? Al - le - lu- ju!

3. liart zoo o - ver-Wij? Al-le - lu-ju!

4. wat ons hart 1' vraagt;Ai-le - lu-ja!

g,=r^—é—-,—^=|-q

*tiB£^E|==*=E$=!Ei

—i—r—r

i

1. be lie - mei is weer klaar en '2. Ver-lt;hve-nen is ^ij voor al-

3. Mijn Zoon ver - reesim van ilen

4. Geef,dat wij

ocr page 66

1 I

A1 - le - lu - ja! A1 - le - lu - ja! Sur-\1 - lo - lu - ja! A1 - le - in - ja! Lae-Trn-plio-a Christus ex -pli-cat.Pa-Tri-um -j)lie coe-lum in -so -nat.Mun-Al-le - lu - ja! A1 - le - lu -ja! Quid Al-le - lu - ja! A1 - le -lu -ja! Ta-

J--i—T—-1---1------1---1—-j

» j ^ r H

r-f quot;f i

re - xit no - stra ^lo - ri - a, .le-ta jiul - sen- tur or - ga - na, Jo-trumsc - na - tuin li - be - rat, Mor-dus ex - al - tans ju - bi - lat, Hormoe-sta plo - ras Mag-da - laV Vices - cat om - nis nae - ni - a, Luc-

gt; - ) ~ ; I

2 (

M'

M

o. (

ocr page 67

Paschon.

122]

59

T. *1 J i-'ii

#-

r-

sus ilc - vi - cit tar - ta - ra.

Al-

M

- rat. \

- lat. I

Tri-

tem-que nwirte vensin - Ier-mis

fu - ne - rat u - lu

vit quem quaeris an - xi - a. turn do - po - nat ei - tha-ra.

Dux

3. i

\W! s S I j0' • *

-m- -m- w .0- p J0. «

I i I 1 '^1 ! i

1. !e - lu - ja can - ta • te, Et

2. um - phat vic - tor Te - sus, A

3. vi - tac jam re - vi - xit, Sur-

I. De - o ju - bi ■ la - te lu '2. li - gno re - gnat De - us O 3. re - xit si - cut di - xit. Et

ocr page 68

I. Lioderen voor het Kerkelijk Jaar. 22 [23]

l i

1. cy - tba - ris, in cym -bu - lis be-

2. lae - tii sors, - vie - ta mors, o

8. vi - sns est, et prae-sens est, quem

Hemelvaart.

■i:i. Openi uwe poorlen.

Majestueus en vrij in de maat.

:J - bz^ — d ?::d

i I I I | I

i. O - pent u - we poor-ten, Heem-Ier.,

'J. Eeuw'ge Hemel - poor-ten, zet U

a. Vol-ke - lender aar - de, ver-heugt

60

ocr page 69

I'aschon.

[23]

61

ÏEÜfaa

m

i i

_ L •

1. o - pent U! Ziet, de Ko - ning '2. o - pen, wijd! IX - we Vorst der 3. U en juicht! Prijst nu iü jub'-

:i=F=]i

^:s:d g.;

i i f i 1 r ^

1. der Eer is ter in - tréê daar!

2 glo - rie is ter in - trêc daar!

3 lend uw Ko-ning en - uw God!

—^=s—— t ' - -i—g-j

1. Wie is hij, die Ko - ning. wien dat

2. Wie is hij, die Ko - ning, wien dat

3. Hij die n het krih-jen eensween-

----l-Jz,-!

t. rijk he - hoort? Hij, do Heer, de

2. rijk l)o - hoort? De Heer der heer-

3. do voor ons. Ke - geert nu als

ocr page 70

K

—------J—rv-

|

ja,

lu

f*-

-11

Al - le-

--1-

£

l.—V. lu - ja, Al - le

lu

ja'

24. Ziel daur stijgt de Zoon des uiouscbcii.

EÖ=t=«-

l

1. Ziet daar stijgt de Zoon des menschel

2. Dooreen wolk van licht om-ge-ven,

3. Je - zus, thans aan's Va - derszij-de,

4. Zijt (rij. Je - zus, op-ge - va-ren,

i

ocr page 71

Hemelvaait.

_J-----

-S-j-4-

[a4j

63

' ♦

Op-waarts naar Sc.-liittert Hij Op den ze -Om ons ui -

:i|—4

den van tel

len

I

He - mei heen; liel - dreu glans, (.iods ge - troond, voor te - gaan,

------—


't Was geen Daar ont -Doet den Dat wij

i

1. 't Was geen

2. En be -

3. Een - wig

4. Langs de -ar - mof' meer en lij - den,

wijkt Hij al - Ier oo - gen,

He - mei jui - ehend zingen :

dan 1' een - maal volgen

—i—r

«- ' ' ^ r '

I

1

I

droef-beid meer, o neen!

reikt den He - meitrans;

zijt Ge als Vorst ge-kroond:

zeil - de glor - rie-baan.


*----w

—j—*

M

f~

—P-

0

—t—pizilt

1. Ze - ge -

2. Wel-kom

3. Een-wig

4. Zin - gen pru - lend was zijn vaart,

jniclitheel d'eng-len - schaar,

zijt Gij He - mei-heerI

wij dan u - wen lof


ocr page 72

1. Liederon voor het Kerkelijk Jaar. 24 [25]

. .lui-cliond word Hij na - ge - staartl.

. AVol-kom, Je - zus Milt;l - de - laur:

. Eeu-wig zij U lof en eer!

. Met liet gan-sche He - mei-hof.

i i n i T

---1----------------J -0-m—i--1--1----n

v -fi ^zdl

Jui - cbend werd Hij na - ge - staard.

Wel - kom Je - zus Mid-de-laar!

Een - wig zij U lof en eer!

Met liet gan - sclic Ho - mei-bof.

l'inkstcren.

ocr page 73

Pinksteren.

[25]

65

1. zoek ons al van minst tot meest, Ver

2. wordt de Ga-ve Gods ge - noerad, De

3. vin - ger en dat waar-dig pand, Dat

xr--♦ * f—✓——i—l—tr

l i

1. vul met uw ge - na - den-kracht De

2. Le - vens-bron, de Lief-de-gloed. De

3. harten tong ver - ri.jkten sterkt. En

4. Geef, dat uw Licht de ziel bestraalquot;, — En dat uw liefde in 't harte daal', — Die daar zoo zoet en krachtig werkt, - Dat al wat zwak is wordt versterkt.

5. Verdrijf den vijand van ons af, — Verleen genade in plaats van straf, — Geleid ons langs de rechte baan. ■— Opdat wij alle kwaad ontgaan.

ocr page 74

(30 I. Liederon voor het Korkeüjk Jaar. 25 [20]

6. Miuik, ilat? donr U irns kenbaar zij. — De Vader en de Zoon daarbij, — En dat wie ü. hun beider Geest. — l'elijden, dienen onbevreesd.

7. Lel' zij den Vader. Lof den Zoon, — Die door zijn dood den dooil verwon, — Lof aan U, die de Trooster zijt Van nu af tot in eeuwigheid, —

1. Kom. Hei-li-ge Geest, Van Va-der en

'1. Kom, Hei-li-ge Geest, En zend als wel-

3, Kom, Hei-li-ge Geest, Gij troost van ons

4. O Hei-li-ge Geest, Die zit op den

i

1, Zoem Door lief-de ge - teeld. Hun

'2, eer, In ons kwijnend hart. Uw

3, hart. Uw a - dein ver - drijv' De

4. troon. Eén een - wi - ge God Met

ocr page 75

Pinksteien.

! ' ' Ji: -1—J q

—p—. ——i r quot;■ r~ ! 1quot;

I I : 1

1. vlanunon-de kroon, Die door uw rei-nen

2. lief-de - vlam neer. Dat nu uw licht ook

3. wol-ken der smart. Worde onze ziel, van

4. Va - der en Zoon. U zij door al - len

liiÉtiêêÉiÉli

1. lief- de-gloed De zon - de delgt in

2. ons be-straal', Als hen. die eens in

3. leed be-zwaard, Weerals de he - mei

4. loi' be-reid. Van nu af tot in

4. ons ge - moed. Kom hei-li-ge Geest. Ont-

2. Si - ons zaal. Ver - zuchtten naar 1'. O

3. op - ge - klaard. Zoo-als na den storm De

4. eeu - wig-beid. Eer, glo - rie en lof, U

f -i^il

r • f

1. vlam ons ge - moed

2. god - de - lijk Licht.

3. zon - ne weerstraalt.

4. Hei - li - ge Oeest!

67

ocr page 76

I* Liederen voor hot Kerkelijk Jaar.

//. Drievuldigheid,

'i7. Heer, heilig', hcilia', heilig, kliukt het.

I

Sis

1. JrEcer, hoi - lig, liei - lig, liei - lig', quot;J. Gij, e - ven goed en c - ven 3. Aan - zie ons (toiI, hier iliop ge-

•/V* s sjs * i -'t^l

--1---j--r- ]--1--1---1 ^—P

1. klinkt het, Want hoi-lig zijt Gij zon-dor

2. mach - tig. Gij e - ven oud en o - ven

3. bo - gon, O hoi - li - ge Urievul - dig-

p-y it 8 1,»

1. zingt liet Po blik-ken neo-drig

2. ach - tig, Gij zijt hot wienik

3. rao - gen Door on - zon oor - bied

:=ti=d

ocr page 77

[27] H. Drievuldigheid. 0(gt;

.? ;

I. af - gc - wend. Gij, die 't lie-'J. eer eu prijs! Buig uw ver-3. U be- reid! Eer. glo - rie,

1. gin zijt,baardot,o Va-der, Den Zoon:uit

2. standen al uw krachten. O menseh, voor

3. lof zij aan den Va-der, En aan zijn

mÊmÈmmmm

i

I. bei - den kwam de Geest: Brie-'J. zul - ke Ma - je - steit. Üp-3. één - ge - bo - ren Zoon En

. ëp^iÉÉÉjiiÉ

1. vul-dig-heid, die toch te ga-derReeds

2. dat de groot-heid dier ge-dachten ('

3. aan deulleil-gen (ieestte ga-der. Brie-

ocr page 78

70

1. één vóór il'eeuwen

2. niet ver - voer' tot

3. oen op d'eeuw'gen glo

28. l' wil ik iniuiieii, God mijns hnrtcn.

(Woorden van den H. Angustinus.)

! '^r r r 1 f

1. ü wil ik min-non. God mijns

Ach, dat ik U zoo laat ho-

3. 'k Heb ver van U, o God van

4. 'kHeb toen aan U mijn hart ge-

fe^pÉËliÉË^I^E^

1. har - ten. U wil ik min-non,

2. min - lt;ie, U al - Ier schoonheid,

3. lief - de. Naar rust go - zocht, maar

4. sehon-ken, Bande al het aardsch uit

ocr page 79

H. Drievuldigheid.

71

wmmm

!. God mijn lieil; Ik heb voor

2. d'eeuw'ge Bron, Schoonheid zoo

3. vond die niet; k' Vroeg aan deez' 1. raijn ge - moed. Sinds heeftmijn

1. U van - ai' deez iston - do,

2. oud, zoo jeu - dig te - vens,

3. aarde om vrede en lief - de,

4. ziel haar rust ge - von - den

T^fT

—egt;—

1.

veil:

O

kon!

3.

driet.

4.

goed.

ocr page 80

T. Liederen voor het Kerkelijk Jaar.

28 [29]

-U----i---I-

ife

1. har - ten

•gt;. breekt van

:i. me - ile -

4. toe - n'e -

7.1J11,

spijt,

I

Zoo - lang op Dat Gij zoo Arm Kind. geef O Je - zus.


=^-::=qr;

»-0-

!. aard mij 't licht nog schijn',

•gt;. laat de mij - ne zijt.

ii. toch uw hart aan mij.

4. in alle eeu - wig - heid.

Sacramentsdag,

a. Sacramentsliederen. 29. Uier, bier, zegevier! uw liefde.

Éi

ocr page 81

Sacramentsilag.

L29]

73

^ i j £ u \ ^ ' u

1. lief - de, Brand zij in haar lioog-sten

2. Hei-land,Uw be - inin-don steedsna-

3. rei -ze, Af - ge - mat door lan - gen

m

±

1.

o

Pip ^ 1

r v

gloed; Hier ont - vonlit Gij, zoe - te

hij, Op - dat sleciitsuw min - nend

3. strijd. Kom' zich aan don maal- tijd

I n ^ I V '

i '

1. Je - zns, Door uw schichten't koudst ge-

2. Har-te Hun-ne hoop en toev-lucht

3. zet-ten, Dien uw lief - de hier he-

Ses

t

V

p

\ ^

moed. Al - le zij: Hier ver reidt! Waar Ge

ül

EÏEEEÖ

har - ten, al - le zacht uw teed're TT zelf ons schenkt tot


ocr page 82

I. Lioiloron voor hot Korkolijk Jaar.

J ' 1 r J 1 -

^ r ^ I

1. ta - Ion Mn - gen t eeu-wig luiil ber-

2. lief- do 't Lij - den dat ons liar-te

3. spij-zo En tot laaf nis op de

[29]

• f

1. Ua - Ion:

2. griof-de: | A\rees ge - ze - gend zon-der

3. rei - ze:

PT—~H

t=t

r1-*1

:tt2==t f 2 S

1. end.

J i

V

Je - zus.

Je-zus iu uw Sa - era-ment!

end,

ocr page 83

Sacramentsdag.

1. O Je - zus, Lam voor ons ge-

2. Bij wierook - walm en feest - go-

3. O Je - zus, ze •• gen' thans uw

4. Dan zin-gen we eens niot't Eng'len-

ilipiiêüÉiiÉ

i f i r T f '-T

1. slacht, Op 't al - taar schui-lend dag en

2. luid, Trekt Gij met ons ten om - gang

3. Hand Het volk,hun erf, het gan- sche

4. koor, Dan zin-gen wij al d'eeu-wen

130]

ocr page 84

[30]

I. Liederen voor liet Kerkelijk Jaar.

^_t_prf=pj5_±_«—« i:'

1. hof, U brengt ook d'aar-de dank en

2. al Bij'ttri - om-fant -lijk lof - ge-

3. hoed, Die Gij ver-lost hebt door uw

4. feest Den Va - der. Zoon en Heirgen

4

.J - _ —]-----j------r- -—0— I

*—s

1.—4. zon - der end, Zij Je - sus in zijn

4-Ï

fpz

tz p

I

-4. Sa - era

ment.

4

ocr page 85

Sacramentsdag.

[31]

77

31. Gelooid zij Jezus Christus.

I

1.—1. Ge - loofd zij Jo - zus Chri-stus N\i

zzt

• ♦ •

I

Ei=^;

• » ••

I—-?

-f

\

1. en te al-len tijii, Ge - bo - ren uit den

2. en te al-len tijd, Die aan het kruishout

3. en te al-len tijd, Die op onsneêr deed

4. en te al-len tijd. Dio ons zijn vleesch tot

—fS--

• 0

IS

U !

i

i

Va - der Van al-le eeu - wi^-heid: Hot han-gendMetd'ar-men tut -ge -breid. In da - len Den Geest der hei-lig -held. Die

spij-ze Zijn bloed tot drank be - reidt. O ' —

gt;

I

i

uit de zijn b're

klinkt wree -met kost -

; ï

u' i i

ie - d ren mond. Door

ster-vens - smart Ons

lief-de - vonk Ons

zie -le - spijs, Dat

ocr page 86

I. Liederen voor het Kerkelijk Jaar.

31 [32]

78

■-ff

'■0-

I

I

F#i E^:

1

1

1

1

— m — 1

Mijn

ziel,

wat

toeft

0

zie,

van

lief -

de

Om

zich

uv

heel

aan

ocr page 87

Sacraraentsilag.

[321

79

1. 1 i ! T

1. oji ileez stnii-lt;le! Be - min ilio

2. voor u gloei-oud 'Ver- wijlt uw

3. u te scheiiKen. Noodt .To - zus

1. ii zijn

2. .Ie - zus

3. u ten

^ p- ■ • , -r

I r i

lief - de liiedt; Het hier op aard: Het vrien - den-diseli, En

-l-J—,

r-fi-gn—--U--j~T—--l-J--,

pjrfyt ' -'-«--f ......-j T- * *—* 1

1. is uw God. die smeekt om

2. op - perst Goed.'ton - ehi - dig

3. spijst u met zijn godd'- lijk

1

lief - de En gij, o menscli, gij

ocr page 88

80 1. Liodorou voor het Kerkelijk Jaar. 32 [33]

cjqz —^=r=p^ ---3

1. schenkt zo niet'? En lt;gt;■!,). o '2. brood l)e - waard. Wordt on - der 3. Ie - vens is. Dat u hot

Jr:p^=33

r-i r^j !

1. monseh, gij schenkt ze niet'?

2. schijn van brood bo - waard.

3. Brood des le - vens is.

4. En gij, mijn hart! bij zulke vlammen — Ontsteekt gij niet in liefde-gloed'? — Mijn ziel! Gij geef n niet gewonnen — Bij zulk oen liofdes overvloed'? — Bij zulk een liofdes overvloed?

5. Ja, geef u over, min uw Jezus, — Die alle liefde waardig is; — Hij schenkt zich weg als pand van liefde, — Als voedsel aan zijn heil'gen disch, — Als voedsel aan zijn heirgen discli.

;{3. O Brood des Mcincls, kostb'rc spijze.

! r i i, r -j

1. O Brood des He-tnels! Kostb're

'2. O hart - ver - ster-kend Brood des

3. 0 mijn bo -min-ne - lij - ke

4. 1' zal ik zien in 't za - lig

ocr page 89

Sacrauiontsdag

[33]

81

spij - ze; O le - vens, Wat Goed-heid, Die E - den Van

1

bo • ven al -feest-diseli Jiebt met ge - weid aan - ire - zifht tot

ft--!--,-—i—i « '«s J «1« I «

«Ü mij


^% J - -quot;si? s

mm

bier mijn God op on - der - panden o - ver-mant, Mijn bart,in -lief-de aan- ge -zicht, Gin U daar door alle

i

dieb'-re Schat, Die mij be - reid l 0

k

it;

%—y

1. wond-re wij - ze Tn schijn van

2. voorsmaak te -vens Van'tie - ven

3. vol - le zoet-heid. Om stren- geit

4. eeu- wig - be - don Te min - nen

m

mmwm

M r-r-^Tquot;

brood ge - heel be - vat: ü wil ik

der on - stert-lijk- heidl Ik leef niet

met on - breekbren band! O lief-de

in uw glo - rie-licht. Ja ze - ker

3.

4.

ocr page 90

k=r-Sz

, i i

'4 i

sj)ijst 0115 voedt, ver-mij ye - -ven: Aan - vaard. o niet ver - trou-wen Van Hein, die

1—i—r

ons mid-den, En ge - ge -ven. Gij

ocr page 91

w

met uw Vleesdi en Bloeil. sterkt en za - ligt mij. Uod, aan-vaard ook mij. mij Zich zei - ven geeft

■len uit Gods hoi'. Brengt en juich dan nu, Zie

___I____

xitqi 1?......i.

I 1 1 f ! | |

1. .Te - zus dank en lot', Die neer kwam va-

Ie;

t

2. Christus wil in u van nu af le-

1. ren. Als in een dui - stre wolk. Ten

2. ven. Hij blijft hier steeds uw deel. Als

«•in

1. of - fer

2. gij ü

|

volk-heel

Op Aan

voor zijn slechtste


ocr page 92

I. Liodoren voor het Kerkelijk Jaar.

34 [35]

81

i i i

1. onze ui - ta - ren.

2. Hen) wilt ge - ven.

1. De - i - tas, Quae sub his ti -gte-ris

2. l)c - i - tas, Sed hii- la - tet si - mul

3. Do - mi- ne. Mo im - nmn-Jun)nuinda

') In de volgende liti.jnsche gezangen moet steeds de klemtoon gelegd worden op de cursief gedrukte klinkers.

ocr page 93

Pa - stor fi - de - li - um A - d au-ge

~ ® ^ o is

f«'-deni om - ni - uni In Te ore-

ocr page 94

gg I. Liederen voor liet Kerkelijk Jaar. 35 [36]

V. Panem de coelo ! praestitisti ois. (Allel ««ja).

R. Omne dclectaraentuin | in se habentem. {Allel ja).

:!(gt;. Adoro (c. 11. • tf «SJ 1 ' . S J ,

1 '■ 1 tn rT

1. A-do - ro - te do - vo -te, la-tens '2. \i - sus g««s-tu.s tac-tus in To ' 3. Je - su, (juemve 1 a-turnmmcad-

1 I

1. - ris ve - ro •2. so - In tu - to

2. is - tud quod taui 1® - ti - tas. ere - di - tur. si - ti - o,

i=l4=Ë$^d


1

üc - i - tas, Quae sub his li-'2. ïal - li - tur, Sed au - Ai - tu H. sp i - oi- o, Quan-do ïi et

ocr page 95

87

1. T» - bi se cor ine-ura to-tuin

2. C'rc-ilo quid-quid (U'-xit De-i

8. Ut Tc. re -ve - la -ta eer-neus

:=l-

1. szlt;b-ji - cit

2. Ft -li - us:

3. ïa - ei - e

Qut- a Te ron-Xil lioc ver - bo V« - sti sim be-


1 I 1

ile - ti - uit.

ve - ri - us.

''1 o - ri - ae.


Ij-iZj—j-ij--^--1— —| _

s » i j i

-J—J-r-4—..t-J—J-tH—

-t

1.—8. A - ve Je-su! Ve-ruin Mosn-bu!

pSV, q-1

■ i | , -

=S—M—S-:

1.—8. Chri-ste Je

su! Ad - au - ge

ocr page 96

1.—3. fï-ilemom-ni - um cre-den-ti - nra.

:!7. Aiiori'mus in sietcrniiiii.')

A - do - re - raus in ae-tsr-nura

IT I|=I| 33

/Sa - era-nien-tum Siiti-ot2s - si - imuu [ Cor l e . su

ifet

1. Laii - da-te Domimmi, | omnes.....

■i. (juoiiiiiini-oniirmataestsupernos

3. Gloria Patri et......

4. 13 «Vut erat in priiWpio et nunc et

') Dit „Adoremosquot; kan men ófwel ter eert' van het H. Sacrament, 'quot;'f ter eere van liet H. Hart zingen. In het eerste geval zinge men „Sanctissimum Sacrumeutiimquot; en het tweede ,,Sanctissimum ('or Jesuquot;.

ocr page 97

[37] 38

!.....gen-tcs, | laudato emu . .

2. niisericordme - jus et Veritas Domini

3.....F'ii - lio et......

•1.....sem-pev et in snecula . .

-G* -z?-

m a net

IpÉsli

om- nes po - |inli. in ae-ter-num. . Spi-ri - tui sancto, saecu-lonim. Amen.

38. Ave vi'ruui.

Soli.

A - ve ve-rum oor-pus, nn-tum

ex Ma - r i - a, V ir - g'i - ne.

ocr page 98

jq I. Liederen voor hot Kerkelijk Jaar. [38]

i» er?*-ce pro ho - mi - nc. Cu - jus 1« - tus per - Co - ra-turn

|==^=^zrjz;^-=qzz:ö^==|==^-'5=g vfl-m 112« - xit san - gul - no

inor-tis in ex - a - mi - ne,

O — — cle •■ mens

ocr page 99

Socramontsdag.

(o3J 39

91

:|^T-=q=1; y—a—d—*-

pi

-—1--------:t:=:F=F=^

lt;Ufl - eis rl

J e

SU,

II

:jzz^-:rz= =®z=i?^s—Jz:

=ï=3=g~J

~£=JSl^=lS,

O

Fi - li Ma - ri - ae. IJ'.). Tautum cruo. I.

i--,--1-3-5-

Ggt;-Ggt;—-c

1. Tan-turn er - go Sa-cra- men - turn

2. (n' - ni - to - ri, Gc-ni - to -que

±_

1IM1

)hk~p=^—g—»'-gt;

1. Ye - ne - re - mur eer - nu - i. •_^ l.aus et ju - bi - \a - tl - o,

»^quot;r f r ^zxt-

I. Et an - ti-((iium do - cu - nicn-tum Sa-lus, lio-nor, v/r-tus quo - que,

~ ^

ocr page 100

I. Lioderen voor liet Kerkdijk Jaar.

39 [-10]

92

w—^^—=—

-lt;2?—-

dat \i - tu - i. ue - d i c- ti - o.

No- vc Sit

cc -1)0 -

et

'1=11=^1 -0—amp;-

-sgt;-

Praestet (i ■ iles sup-pie-men-turn Pro - co - den-ti ab u - tvo - que

_____i._____J_

-~f2-i2--P-

zzt=z.\z-=.t=^±=

Sen - su - inn, sen - su - urn, Com- par sit, com - par sit, --I---1--1--1--

-■s—=-

-t-

40. Tantimi ergo. il.

1. Tan-tum

2. (ïe - ni

sa - cra-(ie- ni-

er - go to - ri,


ocr page 101

Sacramentsdag.

t—i—j

1. nicn-tum vo - ne

2. to - (jiie laus et

WOJ

w'

6

i

re - mur - bi-

93 1__.

----1—©-----


C^z-# p 3=1

1. rer - nu - i. Kt an - tï-quum la - ti - o. Sa-lus, lio-nor,

1. do - cu - men-tum no-vo ce-dat

2. vir- tus quo-que Sit et be-ne-

dzzz^zzit

--!---1-

:j5r

SU])

ab

ocr page 102

I. Liodoren voor het Kerkelijk Jaar. 39 [-10]

No- vo Sit et

» •

ce - ilat be - ue

^=3~^=-

Y'i - tu - i.

(h'c-ti - o.


_i__

;q—:55zr^É=z:

-o—^

Praestet ii - iles sup-pie-men-turn Pro - co - den-ti ab u - tro - que

i------i

■J=

amp;-o

— amp;—p-

Sen - su - uni, sen - su - um Com- par sit, com-par sit,

tEEÏEEÈEEgEE.

Scn - su - um ilo - fec-tu- i. cotii - par sit lau- da - ti - o.

t? S

-b---

II

A - men, A - men. 40. Tantuiii ergo. II.

islüiiPii

1. Tan-tum

2. (ie - ni

IT—

er - go to - ri,

sa - cra-Ge- n -

ocr page 103

■

Sacramentsdag.

Woj

98

m

1. men-tum ve - no - re - mur

■i.. to - que lans ot ju - bi-

W—•- gt;-•-♦ = -

I i ^

1. eer - nu - i. Et an - tt - quum

2. la - ti - o. S»-lu.s. ho-nor,

ar rm

1. do - lt;;n - men-tum no-vo ce-dat

-o-

2. v«r- tu.s ([uo -que Sit ct be-ne-

• * ■»-

]. rï - tu 2. lt;U'lt;; - ti

1 __

1. sup - plc

2. ab u

i. Pr«e-stet i'i - des o. Pro - (.-o - den-ti

A—r-J__I—

pipiÉfiipi

men-turn sen-su-tro -que com-par

ocr page 104

1. Liederen voor het Kerkelijk Jaar. 40 [41]

91

rg—5-

n

A-men. A-men.

de - fee - tu - i. Sen - sii-lau - da - ti - o. Coin- par

1 r

de - feo-tu - i. lau- da-ti - o.

1. uni

'gt;. sit

4t. Taiituni ergo !ll

1. Tan-turn er - go sa-era - men-tum

2. Ge -ni - to - ri, ge-ni - to - que

^iÉÉiSÉil^ ijl

1. ve - ne - ve - mur e r- nu - ?,

2. laus et j\i - In - la - ti - o,

jji--!----I--H-f—--J—~1--1

=|^È|EÉêE=S^l

1. et an - tï-quum do - cu-

2. sa - lus, ho- nor, vir - tus

ocr page 105

Sacramentsdag.

42

95

1. men-turn no- vo ee - dat rz - tu-

2. quo-quo sit el be - no - lt;Wc-ti-

!. i; pvae-stet I?' - tics sup - ple-•2. o: pro - ce - dcn-ti ;ilgt; u-

1. men-turn sen-su - um do - t'ec-tu - i. tj-o-(pio couipar sit lau- da-ti - o.

HI

__

mm

4i, Tiintuin IV,

j-.j;

1. Tan-tum er - go su - era-me ii-tum

2. (ie - ni - to-ri. go - ui -to - i|ue

ocr page 106

1. Lioderen voor hot Kerkelijk Jaar. [42]

96

11 I Ji ^

1 vc - ne - re - uuir eer - nu - i, ■J. lans et ju - bi - 1 a - li - o.

-i—-

jquot;^ G~

1

-

J _

1

1. et an - t i - quum do - cu - men-tum

2. sa-lus, ho-nor, yj'r-tus quo-que.

-fcP—g'—é'-f

jp--Ir

amp;-

1. 110 - vo

2. sit et

-J» |—|q

---1__

? quot;1 -.1 bj: • 1 ï I ^

(^c - dat ri - tu - i. bo - no - d/c - ti - o.

sgt;-

^ ?—


1. prne-stet IV - des sup-ple - men-tum

2. pro - ce - den-ti ab u -tro-que

amp; - é =

/

1. sen-su - um de - lee - tu - i.

2. eoni-par sit lau - da - ti - o.

ocr page 107

Sacramentsdag.

2] 43

97

bÖ—

! i II

4:5. Ave vivcns, lius(ilt;i.

. —. ....

111K

— .

hos-

ti -

a,

(Mc -

li -

cum,

gau ■

•di -

urn,

1. Por Te sa - cri - ïi - ei - a

2. Da - turn in vi - a - ti - cnm

3. Tu mer-iTs el pr«e-ini- urn

ocr page 108

I, Liederen voor hot Kerkelijk Jaar. [43]

irt

Éizj-jL-i-l

• ^ '* ♦

! \ Ü

—gt;=s

I

I

1. (^«nc-tii sunt li - n/ - ta;

2. mi -se - ro mor - ta - li: sa. - lus lie - a - to - rum.

mmmrn

Kr - :

« « : »

J

1. Per Te P« - tri glo - ri - a Me - di - ra -men my - sti- cum Ti - l.i 1 rtu- lt;les om - ui - um

-2 5 - —i—0—,—I—.—t--

ii r r i» .-•

k1 ! '

1. il a - tur in - fi - ni - ta

2. mor-lm spi- ri - ta - li.

3. cor-ila de - vo - to - rum

-tP ^ ::

\v f—a

.1. Per Te stat ec

2. Ro - rem ilaiis i-a

3. ('on- ei - mint in

: - / I

- i'lfi - si - ;l

- tlio- li ■ cura sac - cu - la


ocr page 109

Sacramentsdag.

[43] 44

1. j

2. v i

3. sao - cu - 1o

~[J f

'gi - ter tae im -

:;i ■- I!

1 f sr quot;ó*

mu ■

mor

rum.

- ta.

ta - li. A - men.


Feest van het li. Hart van Jezus, 44. Voor .fe/us' Harte /inue.

Niet tc vlvy.

! ;

n

].

zin -

ge

Mijn ziel

in

min

■

2.

bro -

keu

. l it lou

- ter

lief

- de-

3.

SU -

re

Sprong \va

- ter,

hei

-

4.

be -

de,

Slechts éé

- ne,

gun

ze

ocr page 110

1. Liodoren voor het Kerkelijk Jaar.

r«]

100

^felEtefE^EilÖzE:

I |j |

1. nougt! Door al - lo wol - ken

2. pijn; Om mij- ne schulddoor-

0, blood: Hoe rijk stroomt sinds die

1. mij: liuim mij een /.oe - te

.T T', 1.-4. Ge - oord ten ui - Ion

3. vloed.

4. zij. )

ifcl?=35t=;| zizd—iz; ji=M==;i3 — ïH^-~i=ï-l-t=*=ï±:S~iz

1.—1. tij - dé Zij Je - zus hei - lig

ocr page 111

Feest van liet H. Hart van Jezus.

[44]

101

id=^i

^ i M

—#—«—

~i—i— hart zich --qz--N-

1,—4. Hart! Dat

al - Ier

-| ^ ! T—I

mm

rsr

_r_h . u de aan t Hart vol lief-deen

I .—4. wij

Püügü

I ij

1.—4. smart; Dat i

-h—r—F

m0Êmm

V

!.—4. wij - de aan t Hart vol liet - de en smart. 45. Daalt omlaag, gij rredcseiiglen.

Matig vluy.

s :

i—r

i

al

Ier hart zich

i

1. Daalt om •2. Al - Ier Ja, uw

rrl—l-;

Èpgii

:ï

I

laag, rein -

lof

gi.1

ste zal

vre - des-Se - ra-eeu - wig


^

ocr page 112

1. Liederen voor hot Kerkelijk Jaar.

; i i T-r

1. eng-lon, IJie dc blij-de bood-schap

2. phij-nen, Die bet godd-lijk Hart zoo

3. schallen, Godd-lijk cn be-min-lijk

102

1. bracht; A\'ilt met ons uw to - nen •J. mint: En gij vuur'-ge Che-rn-3. Hurt! AVat ons uok ton deel zal

I. meng len, Zingt het lied der Ee - rc-bij -nen, Die daar u - we rus - te 3. val -len. Eer of schande, vreugd oi'

ocr page 113

5] 46 Foost van het H. Hart van Jezus.

103

--1--1- -1---1-

---IJ—Xquot;^~

1. lm - gen Lui - de (.oor

2. rij - zen, Leert ons toch

3. lin - g'en Blij-ven wij

iriÉ

r

Ie wol - ken

de lief - de

het eeu e wig

3-H-J 1

m i


matig vlug.

_J__ ió—

i ' M I |® !

1. Ster - vling, vindt gij hier be-

2. Zie dat Hart; het is door-

3. Ster - vling, zoudt gij nu niet

ocr page 114

104

1. ne - lt;len Decch-te bron van

2. sto-lien Door een wree - de, min-nen. Als gij 'tHart van

I ^1 i f

1. liel -(te niet; O ilan kwaanit gij

2. scherpe lans. Doornen kwa - men Ij. .To -zus ziet? Zal uw hart niet

i i i i i r^i 1 'rH

1. haar niet zoe-keu, waar zij o - ver-

2. het om - kro-nen, Saamge - vlochten

3. voor Hem kloppen. Daar zijn Hart slechts

1

vloe - ilig vliet. Let slechts op de

ocr page 115

[46] Feest van het H. Hait van Jezus. -[05

i=:id

ii i i r ■

i

1. bit -tre smar-te In mvs Je - zus'

2. bo -ven zwe -ven, Door de vlammen

3. mij -ne Lief-de, Dien'k voorbeen zoo

!i^=±d

I

I

i

T

I

1. god - lijk Har-te, En de liet'-de

2. ganscbom - ge -ven. Waarom al die

3. bit - ter grief-de, O wil'k een-wig,

^iüsi

-r—r

1. stroomt u te - gen. Als een

2. bar - te - won- den? Chris-ten,

3. eeu - wig min- nen,'kScbenkü

ocr page 116

I. Liederen voor het Kerkelijk Jaar

m

106

Wie kan uw hart genaken.

matig ving

i ; I 1 I r i r i

i r i r 1

1. Wie kan uw Hart ge-na-ken, O

2. (tij biedt in de o - pen wonde, O

3. Uw lief - de blijft steede boeien, Schoon

1. god - de -

2. im - mer U

3. smeekt, dat ine

ocr page 117

Allerheiligen. :1--1 T

1U7

=j==!^=^i: r !

1 J

leei' ons dan l)e - min - nen, En

3=1-

mmmim.

^—0—0-

\ 1 t

r

I

héerscb in hart en zin-nen. O Je-zus. O

Allerheiligen. 48. Gij Ik'il gt'ti. lt;lic iii's Hemels woon.

zX=T-=-l

T T

1

1. Gij Heil'-^en. die in's He-melswoon Reeds

2. Gij tio -ven al - len. zuivre Maagd, Die

3. Gij Pa -tri - ar- chen, op wier stam De

\

I 1

ocr page 118

108 I. Liederen voor liet Kerkelijk Jaar. [48}

i 1 r i wj r i

1. ze - go - viert met palm eu kroon, En

2. met uw Zoon den rijks-staf draagt, Gij

3. Bloem van Jes-se bloei-en kwam. Gij

If. - hi r : 1

^ r t r r 1 i

i i 1 1

1. ju - belt in het glo-rie - licht, Dat

2. En-glen - ko - ren lioogin eer, Der

3. Zieners, wier ge - wij-de mond Voor-

r i t -f 'r t i-

1 i 1 . i

1. af-straalt van Gods aan - ge-zicht :v

2. heemlen vonklend ster-ren-heir: j Staat

3. af haar schoonheid heeft ver-kond:'

(ins, uw broed'ren, al - tijd bij In

ocr page 119

Allerheiligen.

=i—i——F=g

al ons strij-clen, tot ook wij Eens

IJ'' * i ^

eeu - wig j\il3 - len aan uw zij.

4. Apostelen, wier heilwoord klonk, — Wier licht door heel de wereld blonk, — Gij Martelaars in purpergloed, — Belijders, groot in heldenmoed: Staat ons enz.

5. (iij Maagdenscliarea, engelrein, — Die Christus' Bruiden wildet zijn. — (rij hooggeroemde Vrouwenschaar, — Gij Christus' vrienden alte gaar: Staat ons enz.

6. Daar Ge allen onze broeders zijt, — Sterkt ons in's levens leed en strijd, — Drijft van «ns onheil en gevaar, — Behoedt de gansche Christenschaar. — Staat ons enz.

109

ocr page 120

I. Liederen voor het Kerkelijk Jaar.

[49]

110

Allerzielen, 4,.gt;. O Maria, vol g-eiiiidun.

=j—^--

' =: X! •

l - 1 vol ge - na - den.

i 1 i 1. O Ma - ri - a,

'2. O wat troost geeft reeds uw na - ine 3. Ja voor hen lielit Geookge - le - den,

in dit uur smar-te deert, t kruishout stondt,

i—3—*—ïr—i—g

T ï T

1. Voor uw kin - dren, die zoo lij - den

2. Als hij in zijn bit - ter lij - den

3. Daar met fel - le smart ge - stre-den

ocr page 121

Allerzielen.

—,—^—-I—-I—T—i - ^—'T—n

b~^$==*==*=f=^J=^===l

-r-r-r-r-r-T-f-3

1. Geel' hun door uw Moe - der - bee

2. Breng dan Moe-der - troost ook aan

3. Deid hun die ver - dien - sten mee,

^.i ^ i p • i , •

^ i i 1 1

1. De eeuw'ge rust en zaal'-gen vreè, en

2. Hen, die zóó in smart ver-gaan, in

3. Geef hun rust en /.aal - gen vreè, en

ri i

1. zaal - gen vree.

2. smart ver - gaan.

3. zaal' - gen vrêê.

4. Moeder, Troosteres der droeven, — Spreek voor hen een enkel woord, — Help die zoo uw hulp behoeven — In dat smartvol tranenoord; — Uw verlangen is gebod — Bij uw Zoon, Uw Heer en God, — Uw Heer en (lod.

5. Moeder, nimmer is't vernomen, — Dat uw hulp niet ijlings kwam, — Als in ziels-of lichaamslijden, — Men zijn toevlucht tot U nam: —■ Ach verlos dan van hun pijn, — Moeder, die uw kind'ren zijn, — Uw kindren zijn.

Ill

ocr page 122

112 II- Liederon ter oere van do Allerh. Maagd.

I. Liederen ter eere van de Allerh. Maagd.

A. Voor de Mariafeesten.

Onbevlekte Ontvanyenis, (s. Dec.) 50. Wij groeten l', Maria,

J j.'n

^■roe-ten IT, Ma - ri - a, Gij ulan-ke duif, ont - van-gen Vrij een zi! - vren bronne Zieh

1. op - gang blij ver - kon - dend. Der

2. Gij in de eerste ston - de Den

3. kaatst uw hart de glo - rie Van 't

[50J

ocr page 123

Onbevlekte Ontvangenis.

150]

113

i r r r f

1. Zon - ne lang ver - wacht; Uoor

2. kop der slang ver - plet; O

3. god - dlijk aan - ge - zicht; Daar

1. een' - gen Zoon t ot Moe - der En

2. lof - Jied de - zer aar - de Kan

3. eeu - wig Woord ont - van -gen, Dat

ocr page 124

[50]

!. Xu zijt Gij hoog verheven — Aan Jezus', rechterhand; — Nu loven IJ Gods englen — In 't zalig vaderland: — Bid Jezus uwen Zoon, — Bid Jezus uwen Zoon, — Opdat wij saam met de englen — Eens juublen om uw troon. — Opdat wij saam met de englen — Eeus juublen om uw troon.

ocr page 125

Maria's Geboorte.

[51]

115

Marin's Geboorte,

51. Ihiai' klinkt lan^s aarde en liiMiieltin.

_|:--

i---—i

1. he - mei - tin Een bree-de juich-toon

2. zwarten nacht Ver-drijft van 's werelds

(8. Sopt.)

—4-—0----0-

3. Morgen - ster, Verblijdt reeds de aardsche £==—♦■ -

:=!= — : • • »

i

Ma -Die

Haar --- -

n -

ons luis

iipüüi

i

quot;A

ko - ning-in. Is

aan de macht Der ons van ver De

lie - nen; 2. kim- men; 8. tran- sen:

i.

i

! • 11 i '

op on-ze aardquot; ver-schrik'bre hel - le-Zon van hoo - ö'er

a. 's He - mels ont - wel - digt ter kon - digt

3=

ocr page 126

J10 II. Liederen ter eere van de Allerh. Maagd. [51]

J—i--1--F-1---1

1. sclic-ncn! \

2. schim-men: | Ma

3. glan-sen: /

iEpppppppp

ri - a, Moe - der

1 .1 I I ,

van (lods Zoon, Zoo zingt met deEnglen-

-jg- 4—

I I II —■ w—w ---—Jn:

ztiz:

I 1

ko - ren Heel de aarde op blij - den

—r-t-r—r i ' f quot;

ju - bel-toon, Ma - ri - a is ge-

bo

ocr page 127

Maria's Praesentatie.

[52]

117

Maria's Praesentatie. (21. Nov.

1. tem - pel gaat? Zij wil haar nog zoo

2. smeekend uit. .,Ik kies uw tem-pel

3. leert Ge ons veel! Luid roept Gi j; Kom u

ifar.nuu'

y y 1 1 i

1. jeug-dig le - ven Aan God ge-heel ten

2. tot mijn woning En U tot deel. mijn

3. zeli' toch ge - ven, Gm slechts voor God al-

Si

ocr page 128

J |g II. Liederen ter eero van de Allerh. Maagd.

P±S^:t^±«=M3

'ill li'1

1. of - fer - i^'e - ven. Dat Kind, dat zich ten

2. Heer en Ko- ning quot; En sinds aan God al-

3. leen te le - ven, Ver-zaak aan's wer-elds

• [52]

=t

-tt-

vlek - te Hem ten zie ik

I

!-«=S=i-l

' ! r r i

1. of' - Ier draagt, Is de on - be ■

2. leen ge-wijd, Behoorde 't

3. ij - del-heid!quot; Ma - ri - a,

11

1

0

-3= t

i

1. HeiF - ge Maagd.

2. al - len tijd.

3. ben be - reid.

4. Ja, 'k geef' mij zelf aan U, o God, — !k quot;Wil leven slechts naar uw gebod, — 'k Wil immer ü alleen beminnen, — Ik schenk U hart en ziel en zinnen, — Neem 't otter aan. aan ü gewijd, — Aan U behoor ik voor altijd.

ocr page 129

Maria Boodschap.

[53]

119

Maria Hoodschap. (25. Maart.) 53. Maria, Ma^cd zoet.

ged zoet, den schoot dams val

I i

1. blijd-ste ston

2. al -le tij 3.0 - ver - la

ocr page 130

120 11. Tiiederen ter eere van de Allerh. Maagd.

tb

?-?—_-•--- P--^--S=-3

— fquot; - t t I I -r—3

1. Ga - bri - i;l In u - we

2. Heem- len Heer, i laaide in uw :i. «i'in - «en wij in Sa - tans

tb-..... quot; quot;i f quot; quot; - ■ ■■ ~ ■ quot;quot;--quot;q

kse^EiÊE^ ~f=3=é 11 1 1

1. maag'- den - cel-, Toen zij - ne

2. schoot toen nêêr Om 't zuch- tend

3. sla - ver - nij; ïen af - grond

| N_1 I J J ^

I I

1. mond L t Heil ver - kon - de.

2. mensch-dom te be - vrij - den.

3. been langs duis-tre pa - den.

4. Maar lof en dank aan God — Xu zeegnen wij ons lot, — Want eeuwig beil is ons beschoren. — Sinds Jezus, 't goddlijk Lam. — Dat ons verlossen kwam. — Tot Moeder ü beeft uitverkoren.

5. Wees. Moeder, dan gegroet. — Die ons het hoogste Goed. — Genade en vreugd he ut weergegeven, — O zij ten allen tijd, — l lof en dank gewijd, — Maria, Moeder van het Leven.

[53]

ocr page 131

Maria's Zuivering.

164]

121

Maria's Zuivering, 2. Fein.) 54. lie blijde MotMierniaagd.

1 T 1 II r

43

quot;E—

1. De blij - de Moe - der-maagd. Die '2. Naar wet-te - lijk - ^'e -bod Brengt 'i. Do grijsaard, die Clod mint. Kr-

—i—i--

n tl

«J i

1. 't Kind aan 't har - to

2. zij baar Kind aan

3. kent bet god'-lijk

==t= i

• gt;

t r , ,

1. uit van Beth - le -

2. of - fert aan 't al -

3. drukt vol lief - de -

1--------p

m

draagt, Gaat (iod. En Kind: Hij

f=L=l=

hem Xaar taar. Het smart Zijn


::

j

1. quot;t groot .Te - ru - sa

2. zuiv - rend tor - tels

3. Hei - land aan- zijn

-^=•=3

1

lem. En paar: Dan

hart. En 3


ocr page 132

I

1. Zoon den tem - pel iu.

2. eer - ste - ling weer vrij.

3. hij voor zich den dood.

4. Maar door Gods (ieest verlicht, — Ziet hij ook wat dit Wicht — Eens lijden zal op aard: — Hij spelt .lat vreeslijk zwaard, — Dat 't toeder Moederhart — Doorboren zal met smart.

ó. O droeve Moedermaagd, — Hoor, wat ons hart U vraagt: — Ach geef ons sterkte en kracht Bij 't lijden, dat ons wacht: — En voer ons na den strijd - Ter glorie, ons bereid.

ocr page 133

Maria's Hemelvaart.

[55]

123

Maria's Hemelvaart, (15. Aug.) 55. Ten Heinei met Maria.

(van den H. Alphonsus.)

-3=

■ quot;SB

IJ r r i f r i

=i=i

iill, Ui

i

T

kroon.

Zie

hart?

0

driet

Be-

8'

ocr page 134

--h --1--.

mm

^r-

ha - ren He - mei 's Hemels Km - ning -kind-ren hier op

* : i

1.

•Te -

la»

zus,

ha -

ren

Zoon.

Lgt;

tee -

dre

Moe-

der

- min.

3.

rem 1

uw

troon

ge

- schaard

blij - de Naast zwe - ven Met lo - ven Ees

ocr page 135

[56J Voor do Meimaand. 125

B. Voor ilo Meimaand on an dero gel e ge n he d e n.

56. Kci'g'cii, dalen, hcuvciklingcn.

(van den H. Aiphonsus )

' r r| r ! ^ L;

1. klin-gen, AVilt om strijd liet lof - lied

2. klaa-tren Van uw zil - ver-rei - ne

3. al -len. Laat het o - ver't aardrijk

-#--1

gt; -

»— • «

J ^ L

1. zin-gen. Van de vlek-ke - loo - ze

2. waa-tren, Zingt haar tee-dre har-te

3. schallen: Moe-der-maagd, wat zijt gij

ocr page 136

120 n. Liederen ter eere van de Allerh. Maagd,

f —r / r / j l ^

1. Maagd! Veld en wond en geur - ge

2. min! Vo - gelt-jes, op nien - we

3. schoon! Hoog zij God de Heer ver-

feppiiipiiiip c r quot; ^

1. bloe-men, Komt uw Ko-ning-in - ne

2. wij -zen Moet uw lied ten He- mei

3. he -ven, Die u 't aan-zijn heeft ge-

imémi

de kroon der toeli ook uw zelfs uit - koost

[56]

ocr page 137

Voor do Meimaand.

[56] 57

127

4. Gouden Zon a tin's Hemels transen, — Wat kan halen bij ile glansen, — Die uw liefdevuur verspreidt! - - Zilvren Maan, met zaeliten luister

— Straalt gij in ons zondig duister — Door uw hernelzuiverheid.

ö. Schoonste Eoos, die door uw geuren — 't Flauwst gemoed weer op kunt beuren! — Schattenrijke Bloesempracht! — Blanke Lelie, zonder vlekken, — Steeds blijft ge aller oogen trekken, — Altijd zuiver, altijd zacht!

6. Maar wat bij uw schoonheidbloeien — Ook Gods oog op u blijft boeien, — Eindloos ook Gods Hart verblijdt: — Machtigste aller stervelingen — Wie ook de Eng'len juichend zingen,

— 't Is uw diepe needrigheid.

7. Maagd vol schoonheid in Gods oogen, — Toonbeeld van Gods alvermogen. — Moeder van een godlijk Kind. — Zoetste, teederste van allen,

— Zie mij aan uw voeten vallen, — Geef, dat ook mijn hart u mint!

57. Maria, zoete Moeder.

1

- ri - a, zoe - te Bijstand van den Bijstand van den

T

i^I

Moe - der. Wier zie - ke In zon - daar. Die

* v*- ~ar ■*- *-


ocr page 138

--1quot;

-#--

TT

I

t i -

aan - ge - vuurd. Uw uit - komst weet. O tot U vlucht. O


ÏJ i i |

h^=F—!-----1

t—

Ivo - pe. Geen droe- ve Dien har - ten Door

1

goed - hoid ■J. Iiij geen o. trou - wend

ocr page 139

^ i

Voor do Meimaand.

8 i t i\\i\

i i i i

1. die zoo lief -lijk klinkt, Uw

2. quot;s le - vens last - be - knelt, O

3. J'on-schuld nog - go - tooid: Zoo

129

1. beeld is on - ze ster - re. Die

2. liij - stand van den zwak- ke. Als

3. lang zij U be - min - nen. Ver-

i r-? f

1. ook in 't dui - ster blinkt.

2. Sa - tans nijd hem kwelt.

3. welkt hun blankheid nooit.

4. Blijf onze troost in 't lijden. — Ons uit-zioht in den nood, — Ons schild bij al ons strijden, — Ons heil bij onzen dood, -— Ontsluit ons eens den hemel, — Uw woon en Jezus' woon, — En laat uw kind'ren rusten — Voor eeuwig bij uw troon.

ocr page 140

130 II. Liederen ter eore van ilo Allerh. Maagd. [58]

58. O Maria, zie uw kiiul'ron.

mm 0 ï i

.

1. kinil'-ren. In hun lief - de. niet ver-

2. 1)a -den. Steeds nw 1]ij - stand niet be-

3. smee-ken. Ilooi-nu. Moe-der, 'tbe - de-

]. deeld. Die geen tijd ooit zal ver-

2. looldV Wie, dic^ ira - nier tot T*

3. lied, Dat wij voor nw beelt'-nis

s I

I

^JL____

t ■ ]

i i I

1. raind'-ren, ^Ver-pen zich hier voor ITw

2. tra -den, Za -gen zich van troost je-

3. spre -ken, Ach, ver - geet uw kind'- vn

i i i r f

---jri--1- amp;--1

—JS.----------,

—□

i

'ZÉ

: i

:r|-

r i

ocr page 141

Voor de Meimaand.

[58J

131

allen.

I I I ! i—

±. beeld. \

2. roofd V) 1.-3. O Ma - ri - a, 't klinkt in

3. niet! /

I

---1-

—J—»-45—«—.

I ! I i I r j

1.—3. 't rond, En wij zeg-geu tal - len

; l 1 i l 1 - 1

---1__U-

ZjS.-S_t_

1.—3. me - de. Dat Gij u - wei' kind'-ren ! I i , f i

i^r i

lo Xiet ver - hoort, is nooit ge-

1—3. bo

1

tjqs —^—5- C--I---• • « J L

! r i ! I i

1.-3. boord, noot go-boord in een - wig-beid.

ocr page 142

132 II. Liederen ter eere van de Allerh. Maagd.

50. De stille nachl keert weder.

ip:R=q5=f=^==t-J-

J ^ I I

1. L)e stil - le nacht keert ■J. O Moe - der vol er-

^!;=zj=^=j=fzi;—

1. we - der, de stil - le nacht keert

2. bar- men. O Moe- der vol er-

s -

[59]

' S I »•—»—•-—S—J

i I ^

1. meer; Zijn gun - sten stroomden

2. bruid! O strek uw o - pen

Ea5E^p?E}E«E=tEEElt;EElt;E : r.j=ï=.t,-l=ir=i==«==?=

der, Zijn men O

1. 110 2. ai-

I P '

gun-sten stroom-den strek uw o - pen

ocr page 143

[59]

Voor de Meimaand.

^mmm

1 I

1. ne - lt;ler,

2. ar - men

13:5

* »

• » 0

Wij-Al

ilan - ken U zeequot;- neml naar

mm

^ ' --

ocr page 144

134 li- Liodoron ter ooro van do Allerh. Maagd. 59 [60]

^ ■ 1 i

r1 •: '■••••] - A]

•zL^i=»==r*=*r«r^^±:-ail33

li r ^ U J 1 ,

1. Moe - der ons de - zen nacht be - hoed'!

2. na - ken. hoed ons voor d'eemvcen nacht.

ocr page 145

■ r ; r

ii - we kind - ren

gram- schap fel ont

Je - zus voor ons

(60]

neer. Want vlamd. Doch strcedt: Dan

p I

Moe-der -kunt ons ■ God niets

rod

-r f—

- te Is den Uw 'ren. Schenkt

1. riep ver - geels oen

2. Moe - der vol ont

3. Moe - der, wij be

zon - daar ü Ier ming. Bij lo - ven 't. Wij


_i

ocr page 146

136 T bieder en ter eere van de Allerh. Maagd. 60 [61}

■=±=i=^rz

» v

!

aan. woord, tijd.

I

1. lie - ve 5Ioe - der, quot;i. God een en -kei 3. min - nen U al

• . i ^!

0

I

fil. Wees goaroet, o zuivre Maagd.

V 1 . . • i ' ^ 1

r

I. AVees ge-groet, o Gij zijt schoo - ner Bron - wel al - Ier •!. O Ma-ri -a.

zui - vre Maagd, dan de zon,

liet' - lijk-lieid, zui - vre Maagd,


-i—,

=4

s '

1 I

de vraagt; vensbron; len ti jd; 1' vraagt:

1. Die ons al - Ier be -

2. (rij ons al - Ier le -

3. (Jij schenkt vreugt ten al -

4. Hour toch wat ons hart

Hm

ocr page 147

1. 0 Ma - ri - n.

2. Moeder Gods, zoo lioogver- ]io - \ cit.

3. Met Uw hulp blijft Ge ons om rin - gen:

4. Bid voor ons, dut na dit le - ven

r

1. Maak, dat ons geen

2. 'k Wensch, U prij - zend, B. Moe - der 'kwilliet 4. God zijn He -mei

and scha-de: 'nort te le -ven; blij - ven zin - gen; ons moog ge - ven

•«Si,

vi.1 •


*• : ü « !

-_L

H

•«

—i—r—p-

1.—4. Wees ge - groet 31a

02. Verhcrt in blijde zangen,

!• . »fit.

^ f r r 1 i m i r

1. Ver - belt in blij-de zan - gen Ma-

2, O Ko - ningin der Maag-den. O

3, Gij zijt de steunder zon-daars. De

4. Gij ze -telt in den He - mei Als

ocr page 148

^38 II- Liederen tor eero van do Allerh. Maagd.

[62]

?-i1

♦ •

1. vi - a's

2. Moe- der

3. hulp in

4. 's Hemels eer en loi'; God

van Goils Zoon, Wij

al - lea nood, Be-

Ko - nin - yin, Voer


:q=3=q;

2. Uw ge - na - de - troon; \ ,,

■ ■ T i i ii lllei-u-ge Ma-

d. ie - dien kwa-den- dood. ƒ quot;

=^=1:

i

1--• -g-

T

f

1.—4. ri - a,

Hei - li - ge

Ma - ri - a.

1

eens dien He -mei in.

ocr page 149

Voor do Meimaand.

[62] 63

139

•g f r L; if p 1

1 i

l.—4. On - ze troost. on - ze vreugd,

8. * ^ • i . .11

-1--P-1--^-----#—^----

| • ■•• | f -f- -y

IX lt;,1

1.—4. U zij lof in eou - wig-heid. 03. O Moeder, zoo teedcr.

Lanyzaam.

=ï=i=^:: • ' •« q

^ r -r T f T r tr

'li

1. O Moe - der, zoo tee - der, Zoo

2. Al troont Ge op de ster-ren Naast

3. Ge - groot dni - zend-raa-len. O

4. Ach broek toch den kluister. Die

fe»3=HEtÈa^E3EEEg

I { I I

1. min' -lijk zoo goed, Och, zie op ons

2. Je -zus uw Kind, Ge aanschouwt ook van

3. Moe -der zoo zoet. Uw licht blijft zelfs

4. :t hart mij nog bindt, En roep naar uw

ocr page 150

140 II- Liederen ter eere van deAllerli. Maagd. [Go]

r. ïi ,.'i

—

H—1

1. ne - dor, Weos nog-maals ge - groet; TJw 2 ver-re Ons, die (!ij lie-mint: Ons

3. stra-len Voor 't zondig go - moed; O

4. liüs-ter Uw reikhal - zendland: .Ta,

-J. r-;—^—j—i—|—

' * i *1 it • ilt . i

—r—r—r r—r

1. lof - lied te zin - gen Is al on - ze

2. leed is uw lij - den, TJw troost on- ze

3. Toevlucht der kran-ken, O Troost in t'ver-

4. voer mij daar bin - nen. Ge-ze - gen-de

vreugd, TJw zo - tel te om-rin - gen Dei-

vreugd, Uw kindren ver-blij -den TJw

driet, Zelfs de en-ge-len-klan-ken Vol-

Vrouw, Daar zal ik TJ min - nen Met --1-

i

'mm

1. har - ten ge - neugt.

2. zoet- ste ge - neugt.

3. prij - zen U niet.

4. een - wi - ge trouw.

ocr page 151

Voor do Meimaand.

[61]

141

t)4. Gegroet, o 's Hemels Koningin,

Enigen.

-»---1---gt;--A--

=zt;—

---1--!--1---

groet, o 's He - mels Moe - der der - barra-kin - dren E - va's

quot;i cr;

1. Ko - nin - gil

2. bar - tig - heid, ) O

3. smee- ken luid,

^ i i ^-1 i

men - schen hulp en le - vens vreugde en zien naar u om

Der

Des En

1. a!

quot; ' • «-l8 . tUi :l

1

ziels-vrien-din, \

ocr page 152

242 II- Liederen ter eere van do Allerh. Maagd. [ö-j]

i^t=t=E=i:t:=J==p-EF=c=E=a

1.—3. Wees blij, o En-glen-rij, En'tHeil'-gen

/ r ' I . 1

1.—3. koor daar-bij, Looft haar in liet

r f j quot;ff r r

1.—3. feest-gc - tij: Sal - vo. sal - ve.

^^=^amp;=}4\^EEE:

amp; p » o r

li! I

1.—3. sal - ve Re - gi - na I

4. Zie wat al tranen zonder tal, — O Maria! —• Steeds vloeien in dit jaminerdal, — O Maria!

— Wees blij, o Englenrij, — En quot;t Heirgen koor daarbij, — Looft haar in het feestgetij; — Salve, salve, salve Eegina.

.r). Zie, Moeder, hier mv kindren staan, — O Maria! -— En neem hun beden gunstig aan,

— O Maria! — Wees blij enz.

ocr page 153

Voor de Meimaand.

[04] 05

143

0. Zio vol erbarmen op ons neêr, - O Maria! — Van uit ilo hooge hemelsfeer, — O Jlaria! — Wees blij enz.

7. En toon ons eens, door deugd bereid, — O Maria! — Uw Zoon, den Heer der heerlijkheid, — O Maria! — Wees blij enz.

8. En als go ons voor Gods vierschaar ziet, — O Maria! — Ach Moeder, dan verlaat ons niet. — O Maria! — Wees Wij enz.

--1 |--l-jrzjz

8 8 '

1. Wees ge-groet, o Iv

2. Wees ge-groet, Ccij zon-der zon-den,

3. Wees ge-groet, o mor-gen-ster-re.

Lriu-ne.

€1

ocr page 154

14 J. !!• Liederen ter eore Viiu do Allerh. Maagd.

■ h--1--^-J--1 ~r---1----1---1-1

K r r F ■ P ^

1.—3. Maagden Moe-der, wees go-groet!

1. -3. Maagd en Moe - dor, wees go-groet.

4. Wees gegroet, o blijdseliapsbronne, — Dageraad der nieuwe Zonne, — Ons verkwikkend door uw gloed: — Maagd en Moeder, wees gegroet! (bis.)

5. Sterke en oninneemb're toren, — Door den Koning uitverkoren — Tegen 's vijands overmoed: — Maagd enz.

(i. Wees gegroet, o gouden woning — Van ons aller God en Koning, — Woontent van het hoogste Goed: — Maagd enz.

7. Kunstgewrocht van Gods genaden, — Met Gods sehatten vol geladen — In zoo milden overvloed: — Maagd enz.

8. Ark, die van Gods glorie straalde, •— Waaruit vrede en vreugde daalde — In ons schuldbewust gemoed: — Maagd enz.

9. Ark van Noë, die voor 't woeden — Van der zonden watervloeden — quot;t Heeds wegzinkend kind behoedt: — Maagd onz.

tü. Blanke duive, die der wereld — Bracht d' olijftak, straks bepereld — Met den dauw van 't zoenend Bloed: — Maagd enz.

[65]

ocr page 155

Voor de Meimaand.

11. Lusttuin, vol van bloem en vruchten, — Die 't serpent niet hebt te duchten, — Daar (lods enj^el TI behoedt: Maagd enz.

12. Paradijshout van het leven, — Die de 'Vrucht ons hebt gegeven, — Die ons kwijnend harte voedt: — Maagd enz.

13. Wees gegroet, o Koos der rozen, — lioven lt;luizenden verkozen, — Purperrood door godlijk bloed; — Maagd enz.

14. Roede Jesses, uit wier bloeien — 't Kwijnend menschdoni op zag gloeien — Godlijk Ooft, oneindig zoet: — Maagd enz.

15. Wees gegroet, o roem der vrouwen, — Leliebloeme der landouwen, — Door een doornenhaag behoe.l; — Maagd enz.

16. Wees gegroet, kanaa, der waatren, — Die de wereld overklaatren, — Springend tot het opperst Goed: — Maagd enz.

17. Als do maan met zilvren hoornen — Straalt Gij voor uw uitverkoornen, — Zoo in vóór- als tegenspoed: — Maagd enz.

18. Zeestar in het onweerswoeden, — Flik-krend op de donkre vloeden, — Die den bangen scheepling hoedt — Maagd enz.

19. Gouden deur der hemelzalen, — Waaruit 't blijde licht blijft stralen — In des zondaars droef gemoed: — Maagd enz.

20. Heilstar onzer eerste stonde, — Straal op onze stervenssponde, — Als do dag ten einde spoedt: — Maagd enz.

21. Gij zijt 's werelds Koninginne, — Gij de zon aan 's hemels tinne, — Die ons d'eeuw'gen dag bereidt: — Wees gegroet in eeuwigheid! (bis.)

145

ocr page 156

J46 If- Lioderen tor eere van de Allorh. Maagd. [C6j

lt;;(gt;. O Kouiugiii vol majesteit.

• * J1. '

. . ,—-s~,-----t—F-J

I I I p r ^

(_) ko-nin-gin vol iiui-je - stëit. Ma-0 goed, o liei-lig moe-der- hart, Ma-0 ster (lor zee in d'on-weers nacht Ma-

(rij trou-we hulp der Uij leedt voor ons zoo Ver-blijd ons door mv

i *) iT I

ocr page 157

Voor do Meimaand.

160]

147

1. Ster - Ire Yrou - we, quot;oer ons aan! O

2. Niet aan ons ver - lo - ren zijn. O

3. Als ile storm lien vree- zen iloet. O

»_ s

I

al - le

S7\

;d2—di

•■..i

1 1 ^ 1.—4. help ons strij-den In

al - len nood. Tot

ppiiÈÉgliS

u gt; - r i i

1.—1. in den dood, Ma - ri - a!

4. O Maagd, ontvangen zonder -imet, — Maria! — Uw voet heeft satans kop verplet. Maria! — Zie die vijand valt weer aan: — Kom opnieuw zijn trots verslaan. — O help ons strijden — In alle tijden, — In allen nood, — Tot in den dood, Maria!

*) Men zinge hier niet to snel.

ocr page 158

j 48 II. Liederen tor oere van de Allorh. Maagd. [67]

(iï. (» Hart, ontvangen vlekloos sclioon.

1. O Hart ont-van-gen vlek-loos schoon,

2. O licht, dat voor verdwaal-den gloort,

3. O al - Ier har-ten vreugd en vree,

4. O Hart, ge-kroond met he - mei glans,

|

I i 'J I

\ Gods

Hart van Jla - ri - al \ j/08

ƒ En

/ Schenk

' i i r i r r

1. glo - rie en ge - na - do - troon,

2. zon - daars vei - lig toe - vlnohtsoord,

3. zoe - te troost in boe- zem-wee,

4. een - maal ons den glo - rie - krans,

L__J__|___I__|__51__

: l.

1 •«. i

I.— 1. Hart van Ma - ri - a!

ocr page 159

Voor de Meimaand.

[67]

149

^ÉÊË^ii=ëÊ^{^ig 1 r ;

1.—1. Neem oiaze av - uip linr-ten aan.

I l n i

1.—4. U - we lief - de zij voortaan

/ r i | T !

1.—4. On - ze troost op 's le - vens-baan.

^ i

1.—4. Mach - tig Hart, Mi» - nend Hart, 1.—4. Deel met ons in vreugd en smart.

ocr page 160

II. Liederen ter eere van do Allerh. Maagd.

[68]

ocr page 161

-3-

Voor do Meimaand.

[BS] 69

151

I. moed Uw iiaiuu gc '2. bij Steeds na te 3. smart, Klopt voor TJ

schre - von, Uw stro - ven, Steeds tee - der Klopt


m

(5 soli re sti-e

tee

- ven.

- ven.

- der.

1. naam ge •2. na te ü. voor I.

(gt;!). O Gij, mijn Hchoone Hope.

--------

i i ' T T *

O Gij, mijn sclioone Ho-pe, Mijn Wordt mijne üiel ver - duistord Door (le-dekt door ii - wen man-tel, Ver-Om-ke - ten dan mijn har -te, O

: i

Mijn Dan Wil Ge-

ocr page 162

152 11. Lioderen tor eere van do Allerli. Maagd.

169j

^E^EE3EES=f=f=i

'.....'.....r quot;r rquot; r

1. Ie - ven cn mijn vre - de. Ma-

2. ilrijft uw naam, Sla - ri -a. Dien

3. ik mijn lo - ven slij - ten. Wacht van - gen in uw lief • de. Blijft't

Gij! Deuk

hart. Gij

dood. AVant

tronw. Zoo JS_

mmm

-r-/ i |

ri - a. Roep ster - re. Die lief - de Uit u - we. En J_

ik aan U, Jla zijt de lie - ve als ik in uw is mijn hart het

' «1 M . I

ik U hoop-vol aan: Dan

:s werelds zee ver - licht, En

de - ze we -reld scheid. Dan

niet het mij -ne meer; Aan-

ocr page 163

Voor üe Moimaand.

[G9I 70

153

mmm

vV- .

slaan, richt. ■ heüi. meer.

za wil

liet nim - ner

70. O Maria, die de beden.

J 5 I ^ ^ P I I

1. O Ma - ri - a, die de lie-den

2. Sta ons bij, als ooit de ke - ten

3. Sta ons bij. als 's werelds la - gen

m

, ' ' quot; quot;

1. Hoort van al - len hier be-

2. Van de zon ■ de boeit quot;t ge-

3. Nieuw ge - vaar voor ons doen

10

ocr page 164

154 11» Liedorou tor oero vuu do Allorh. Maagd. [70]

P-^S:- J J; Jrt^f

wi r ' ^ I ^ u

1. ne - den lm - mor lief - de - vol en

'2. avo - ton, Slaak met spoed dien boei die

la - quot;■en.

:=d-i

iiud ons dan aan u - we

-ft-

m

ocr page 165

170] Voor do Meimaand. j 55

1.—6. sta ons bij! O Jla-

! 1 r 1 1

1.—(i. ri - a, sta ons bij.

-1. Sta ons bij, als :t lichaam lijden, — Pijnen, smarten moet bestrijden, — Dat de tijden rustig zijn, — Tot ons do eeuwigheid verschijn. — Zoetste Moeder enz.

5. Sta ons eindlijk bij, uw kind'ren, — Als ons laatste krachten mindren, — Laat ons dan door U bereid, — Winnen 't loon der eeuwigheid. — Zoetste Moeder enz.

6. U zij aller lof besehoren — Jezus, uit de Maagd geboren, — Met den Geest en Vader één, — Nu en door alle eeuwen heen. — Zoetste Moeder enz.

10*

ocr page 166

II. Latijnscho gezangen ter eete van Maria. [72]

156

C. Latijnscho gezangen 71. Litaniiie

pfej------

1.

Kyrio . .

e-

lei-

son,

Christe . .

'e-

lei-

son,

2,

Pater de coe-

lis

De-

us.

Fill Redemptor

mun- . ,

|di

De-

us.

3.

Sanc- . .

ta

Trini-

tas,

Sanc-. . .

jta

Trini-

tas.

4.

Sancta . .

Ma

ri-

a.

Sancta De-

!i

Geni-

trix,

5.

Ma-. . . .

ter

Chris-

ti,

Mater divi-.

nao

gra-

tiae,

ü.

Mater . . .

cas

tis-

si ma,

Mater invi-

0-

la-

ta,

7.

Mater . . .

a-

ma-

bilis,

Mater ad- .

mi-

ra-

bilis.

8,

Mater Sal- .

va-

to-

ris.

Virgo pru- .

den-

tis

sima,

9.

Virgo prae .

di-

can-

da,

Yir- . . . .

go

po-

tens.

10.

Virgo . . .

fi-

de-

lis.

, Speculum .

Au

sti-

tiae,

11.

Causa nostrae lae-

ti-

'tiae,

Vas spiri- .

tu

a-

le.

12.

Vas insigne

devo- . . .

ti-

0-

nis.

Ro- . . .

my-

stica.

13.

Turris . .

'e-

bur-

nea.

Do- . , .

mns

au-

rea.

14.

Janu- . .

a

coe-

li.

Stella ma- .

tu-

ti-

na,

15.

Refugiura

pec-

ca-

to-

rum.

Consolatrix af-

llic-

to-

rum.

16.

Regina An-

ge-

lo-

rum.

Regina Patri-

ar-

cha-

rum.

17.

Regina Apo-

sto-

lo-

rum,

Regi- . . . .

na

Mar-

tyrum

IS.

Regi- . . .

na

Virgi-

num.

Regina Sancto-

rum

|

om-

nium,

19.

Re-. . . .

na

! Sa- . . .

tis

simi.

20.

A- , . . .

gnus

De-

i,

qui- . . . .

i

tol-

lis

21.

A- . . . .

gnus

De-

ji.

| qui- . . .

i

tol-

lis

22.

A- ... .

gnus

De-

li.

i qui- . . . .

i

tol-

lis

V. Ora pro nobis, sancta Doi genitrix. R. Ut digni efficiaraur promissionibus Cliristi.

ocr page 167

[72] Lituniae Lauretanae,

ter eere van Maria. Lauretanae.

157

mme, mine.

,bis.

Chris- ....

te

jau-

jdi-

nos, !! Chris

te

ex-

Spiritus saiic- .

to

Do-

• us, 1

mi se

- re-

re

Trinitas u- . .

nus

De-

. us.

mise

- re-

re

Sancta Vir- . .

go

Vir-

|gi-

num.

- ra

pro

Mater ....

pu

;ris-

si-

ma.

n

n

Mater into- . .

in e-

ra-

. ta,

j i

jj

Mater Cre- . .

a-

itO-

. ris,

n

5 j

Virgo ve- . .

ne-

ran-

•

. da,

jj

Vir- ....

go

] cle-

. mens,

j j

j»

Sedes sa- . .

pi-

len-

ti-

,ae,

55

j5

Vas ho- . . .

no-

ra-

biquot;

lie,

quot;

1)

Turris . . .

Da-

vi-

;di-

jca,

55

Fee- ....

deris ar-

.ca,

55

Salus in- . .

iir-

mo-

1

.rum,

? J

55

Auxilium Christi

-a-

no-

.rum,

gt; J

55

Begina Pro-

phe-

ita-

. rum,

Jgt;

55

Rogina Con- .

fes-

so-

.; rum,

quot;

55

Regina sine labo

originali . .

con-

cep-

.'ta,

quot;

55

Ro- ....

sa-

ri-

i,

5 5

pecca- . . .

ta

l mun-

. di,

! paree

no-

bis

ta

'mun-

. di.

! exau

- di

nes

•

ta

■raun-

. di,

: mise

- re-

Do

ocr page 168

\ 58 II. Latijnsche gezangen ter eero van Maria. [71J

Ti, Mairniiicat.

2,

Et

ex-

sultavit spiritus ....

me -

us

3.

Qui

- a

respexit humilitatem an-

cillae........

SU -

ae

4.

Qui

- a

fecit mihi magna qui potens est

5.

Et

mi-

sericordia ejus a progonie

geni-

os

6.

Fe

- cit

potentiam in brachio . .

!su -

o:

7.

De

- po-

suit potentes de ... .

Ise -

de

8*.

E

- su-

rientes implevit ....

,bo -

nis

9.

Sus

- ce-

pit Israel puerum....

: SU -

um,

10.

Sic

- ut

locutus est ad patres . .

'no -

stros

11.

Glo

- ri-

a Patri, et......

Fili -

0

12.

Sic

- ut

erat in principio et nunc et

sem -

per,

2. in Deo salu-.....

3. ecce onim ex hoe beatam me dicent omnes gene- . ! ra-

4. et sanctum......; no-

5. ti-.........Jmenti-

6. dispersit superbos mente cor-

7. et exal-.......1 ta-

8. et divites di-.....' misit

Ö, recordatus miseri- ... cordi-

10. Abraham, et semini. . . ejus

11. et Spi-.......ritu-

12. et in saecula saecu- . ., lo-

ocr page 169

lt;;{. Ave maris stelia.

1. A - ve ma - ris

2. Su - mens il - Itul

3. Sol- ve vin - cla

1.

Fe -

lix

0,0e - li

por

ta.

2.

Mu-

tans

E - vae

no

men.

3.

Bo -

na

ciuie- ta

pos

ce.

ocr page 170

|(5Q IL Latijnsche gezangen tor oero vun Maria. [73]

1.—3. Te

p - p # p a s

i I i 1 !

Ma

1.—3. et Fi - li - o com - men-da nos, O

/=gt;• *-

Vii-

4. Monstra te esse Matrem, — Sumat per te preoes — Qui pro nobis natus — Tulit esse tuns. — Te deprecamur ete.

5. Virgo singularis — Inter omnes mitis. •— Nos culpis solutos — Mites fac et castos. — Te deprecamur, etc.

6. Vitam praesta param, — Iter para tutum

— Ut videntes Jesimi — Semper collaetemur.

— Te deprecamur etc.

ocr page 171

[74] II. Latijnsche gozar.gou tor eero van Maria. 10 [

74. 0 Sauctissiuia.

, r-r

1. 0 sanc - tis - si - ma, '2. Tu so - la - ti - um

3. Er-co de - bi - los,

vir - go Mama - ter Manos o Ma-

amp; S • S 1

I ^ 'J

1. is - si - ma,

2. fu - gi - um,

3. flo - bi - les.

mmmmm

ippilpü-ppi

1. iu - te-me - ra - ta, O - ra

2. Per te spe - ra - mus, O - ra :j. sa - ua do - lo - res. O - ra

ocr page 172

162 TI- TiUtijnscho gezangen ter eore van Maria. 74 [751

m

J=s-

m

bis. bis. bis.

ra ra ra

pro pro pro

ocr page 173

-j.- , :;g:^

ilkfi-*

I2?I -jS-

-f—pr:t

sal - ve

1,—2. Sal

Do - mi - na!

/TN

ve, _J-_

üi

-fzr-gz

fquot;

Tquot;

die Ma-et mint de

l—1—ö--1--!-----1---t-=H--

iCf

me a lau - des

e - jus al - tier! - mi - nnm te

i ~quot;r-r i i i

1. a - ni - ma; E - jus fes - ta,

2. tn - di - nem; Die ï'e - li - cem

3. li - be - ret; Hanc ap - pel - la,

. ! r i-i i

1. Om - ni ili - e

2. Con - tem - pla- re

3. Ip - sam oo - le,

-J—Jh

ocr page 174

164 II. Lati.jnsche gozangon tor oero van Maria.

^ I f ^ f ! !

I I i

1. e - jus ge - sta eo -le de-

2. ge - ui - tri - oem, die be - a-

3. ne pro- cel- la vi -ti - o-

pr r '

1. vo - tis - si - ma.

2. tam \'ir - gi - nem.

3. rum su - pe - ret.

4. Sine line die reginae — Mundi laudum cantiea. — Ejus bona semper sona, — semper ilia praediea.

5. Nos, o Mater, hie tuere — Vitae per exilium; — Et post mortem fac videre — Te tuumqne i-ilium.

[76]

ocr page 175

II. Michalt;quot;l.

[77]

105

I. Liederen ter eere van Engelen en Heiligen.

II. Michael, 77. U, 's Hecren Kracht en Gloriebeeld.

mmmm

r rtr ■ ■

i

i i

1. U, 's Heeren Kracht en Glo-rie-beeW, U,

2. U dient de iliehte en strijdbre drom Van

3. Hij heeft, mot 'si Heeren kracht omgord. Den

—^--_4 1

fc-d-m--«-3—T—;

-0-0

w—

I

mm

I

1. Je - zus, die ons 't ie - ven deelt, Om-

2. 't duizend-tal - lig eng -len-dom; Daar

3. draak in d'afgrond neer - ge - stort; Hij

i r*

-fl---i-4--J-#—J—r-J- --!----1- --1--,

r r i i ! i

1. ringd van 'teng-len - koor, dat blij Uw

2. Mi - eha - ël, Gods vaandrig hier, Ten

3. blik- seinde uit den be - rael neer Den

ocr page 176

1(3(5 III. Licderon ter ooro van Eugolen on Hoiligon. 77 [78]

• *

p-0-

1. wenk aan - staart, U

2. zo - f^e heft do

3. trotschaard met zijn

I

U

:i=f

r rT ♦

U I.

lo - won wij. kruisba - nier. duiv lon - hoor.

i:


4. Komt, volgen wij dien fieren held — Ton strijde tegen 't helsch geweld; — Dan siert het Lam op 's hemels troon — Ons 't hoofd met de eeuwge gloriekroon.

r i

1. En - gel, mij van God ge - ge - ven •1. Wees mijn schild in al mijn strij-den, 3. Wil ook in mijn laat-sta ston-de,

J--1--| ^

• • »

I

I

Tot oen loids-man Sterk mijn zwak en Eens voor - al mijn

~W~ P

I I I

op dere aard':

weiflend hart,

hoe-der zijn;


ocr page 177

K. Kngelbowaarder.

[78J 79

167

m=------

1. Voer mij door dit aard-sohe le - von

2. Wees mijn troos;: iu al mijn lij - den

3. Dat ik dan toch rein van zon- de

I I I I f I ^

I III

1. Keeht en vei - lig he - mei - 'vaart.

2. In dit bal - lings - 'oord der smart.

3. Voor den troon van God ver - schijn'!

4. Wijk, neen wijk niet van mijn zijde, — Laat mij wandlen aan uw hand — Tot ik mij met U verblijde, — In liet zalig Vaderland.

ƒ/. Jozef.

71). («aut allen tof Jozef.

B^3É=i=feS=j=N

1. Gaat al - len tot Jo - zef, den

2. Geen En - gel werd ooit als Sint

3. Ma - ri - a en Jo - zef en

ocr page 178

IQg TTI. Lioderen ter eere van Engelen en Heiligen. [79]

I I I f3i I I I ^ T

1. va - iler der iir - men. Hij troost ii in

2. Jo - zef ver - lie - ven; Tot Va - der van

3. 't Kind in hun midden: Wat heerlijk, wat

^=3=iï::f=S=:^=:

f f r f i i F r 1

1. va - der-hart gloeit steeds van liefde en er-

2. Bruide -gom wordt hij Ma-ri - a ge-

3. Jo - zef het god - de - lijk Kind nu komt

i js j I_ 1 | u, i

I I l ' 1 I I ff

1. bar-men: Uw be - de zij vn - rig en

2. ge -ven, Ma - ri - a de vruohtba-re,

3. bid-den. Verkrijgt hij zoo ze - ker zoo

ocr page 179

1. kome uit het hart, Tiv !«■ - de zij

2. maagdlij - ke Bruid, Ma - ri - a, de

3. sjioe - dig. 7,on licht. Ver - krijgt hij zoo

g—; X 1 ^ x x

I ! 1

1. vu - rig en kome uit liet hart.

2. vruchtba - re. maagdlij - ke Bruid.

:i. ze - ker. zoo spoe - dig, zoo licht.

4. Hij heeft voor ons allen genade gevonden, — Vlucht daarom tot -lozef zoo goed en zoo rijk; — Verbreekt dan de heillooze keetnen dei-zonden — En weest den Gerechte, den Heiige gelijk, — En weest den Gerechte, den Heiige gelijk.

5. Na hevigen strijd in dit aardsehe gewemel — Is vrede en eeuwig geluk u bereid. — Met Jezus, Maria en Jozef ten Hemel -— Van strijden en aardsehe bekommring bevrijd.

li

ocr page 180

170 Hl- Liederen tor eoro van Engelen en Heiligen. [80]

80. Trouwe Hoeder van Gods Moeder.

ÜÜ

ie

ite

r r P Pquot;

Trou - \vp Hoo - dor van Gods O hel grief- tie zoo u\v quot;t Kind be - sne - den hier be-

1. Zoon, Wend uw •2. dacht: Maar wat 3. af: Maar die

r r ^

oo - gen uit den

vreugde U ver-

zoe-te Je - zus-


» » » lt;!« ^ ^ i

/ lt;/ r i/

1. hoo-gen. Hoor ons smec-ken voor uw

2. heugde, Toen U de En-gel uit - komst

3. groe-te, Och wat zij een vreugde

ocr page 181

lJ 1 • V ^

1. troon. Luid ver - kond-de ied - re

2. bracht!.Je - zus weent dan, quot;t Kindje

3. iriif! A\'e?.ke ont - stel -lint; de voor-

»• ♦

1. ston-de Van uw le - ven hier op ■J. steent dan Op wat stroo; wat boe-zem-3. spel - linjr Van een Si - me-on ook

m

•V 5

-V —

1. aard, Dat het lij - den steeds ver-■J. smart! .Maar als deEuglen :t loflied 3. baart; 't Zie-len - le - ven, ons ge-

ij ^ ■ i V ^ I; ^ |

I. blij-don. Dat de smart steeds vreugde baart. •J. monglen, O dan juicht weer 't vader-hart 3. ge -ven, Heeft uw droefheid op - ge -klaard.

li'

ÊÊad

ocr page 182

172 UI- Liederen ter eere van Engelen en Heiligen. 80 [81]

4. Ach wat smarte brak U 't harte - Op uw vlucht met 't hulploos Wicht: — Maar de ellende gaat ten ende — Als het beeld des afgods zwicht; — En als quot;t keeren U komt deeren. — Als Herodes zoon U kwelt, — Daalde weder de engel neder, — En heeft LT gerustgesteld.

5. Godsgetrouwe, ■welke rouwe — Bij 't verliezen van uw Kind! — Welke ontroering, zielsvervoering. — Als Ge 't blijde wedervindt! — Zóó was lijden en verblijden, — Jozef, steeds uw deel op aard: — Wil dan geven, dat ons leven — Ons een eeuw'ge vreugde baart.

81. Luid klinke op keel het wereldrond.

ht

1. we - reld - rond, Met 't blij - de he - mel-'2. in eenstulp. En toch zoo vorstlijk 3. Schutspatroon, Blijf steeds Gods Kerk na-

zkz

ocr page 183

173

i . ■ _

étê d

1. al - Ier mond, O Jo - zef. ü ter ■J. va - der-hulp I n liaar zoo groöten 3. wcld-en hoon, Door U be - vei-ligd

5zZAZ=3B=ï=]Z=d==|—=1=9

——3—*—•—H

eer; Want nood; Die zij. Dan

TJ Ma - ri - a's in Ma - ri - a een - maal na vol-


1. volk al - om Als heilquot;-gen Kerk-pa-

2. Ki'rk-pa-troon. Wees, Jo -zef. wees ge-

3. de eeuwigheid: Wees, Jo -zet', wees ge-

ocr page 184

•174 MI- Liederen ter eero van Engelen en Heiligen. SI [821

, J..:

1. troon. Be - groet het Cbris-ten-

2. groet. Gij, Ko - nink-lij - ke

3. groet. Her - ha - len wij in

»

1

I

-» ~w

Heil'-ge Heil'-ge Heil'-ge

:q=r!=zi=r=|_ilii—dr=4

*• ; tl

'-»----J-t- i- 0 c • « i

-f-'

\ oed-ster-kind, niet u hadt, werk ver -lioht.

Jo - zef! tron-we Hoe-der Jo - zefl die uw Je -zus Jo - zei'! door Gods Zo-ne

—J-

1. Van uw god - lijk

2. In uw stulp-je

3. In uw need- rig

quot;Woorden van Mgr. v. ii. Ploeg; met verlui van .). AV. v. Leeuwon, eigenaar, overgenomen.

ocr page 185

II. Jozof.

mm

le - veu

op - ziend, lief- de

-4

182]

-d=^q

'—Il_!]_

s s

—I—I— Die uw Vaak van Daar Ma -

i

r

uw

Hem

vol

•To - zus (l'av-licil

heel tot

vraag dat wij vraag dat wij aan - schijn wij

JEESEES ' • i- . i

i

1. Hem be - min-nen

2. Je - zus die -nen Ons ver- blij -den

Heil'-ge Heil' -ge Vraag dat

4__L,

Jo-zef! ■To - zei'! in hun

ÊiÊPi

! ^

zoo - als «^ij.

zoo - als gij.

zoo - als gij.

ocr page 186

176 Lieilerou tor eero van Eugelon on Heiligen. 82 [ö3|

4. Heil'gc Jozef! die in de arruon — Van uw Bruid en Pleegkind stierft, — En voor mv getrouwe liolclo ..... 't Loon der eeuwigheid ver-

wierft: — Heit'ge Jozef! vraag dat wij — Zalig sterven zoo als gij.

op blij - don toon, uw een - voud neer, wat hoeft U God

1. Heil'- ge Jo - zef, trou-we Hoe-der

2. Schonk U im - nier meer ge - na -don,

loog ge - ze - gend, hoog ver- he -ven!

1. Tan Gods inensch-ge - wor - den Zoon,

2. Ja met T' was steeds do Heer

3. Neen, zoo ze - gen- rijk een lot,

quot;L__

i

1. Van Ma - ri - a, zij - ne Moe-der;

2. Op uw har-de Ie - vens-pa-den;

3. Werd geen man hier ooit ge - ge -ven.

quot;UI -Gi-

'I

ocr page 187

1. Dat ik uw be-scherm-ling zij.

2. Dat met mij ook Je -zus zij.

3. Dat ook ik ge-ze -gend zij.

4. Voedstervader van God Zoon, Wil mij toch genii verworven, — Bid voor mij steeds voor Gods troon ~ Nu en in liet uur van sterven. — Heiige Jozef, bid voor mij, — Dat ik sterve zoo als Gij. Heil'ge Jozef, bid voor mij. — Dat ik sterve zoo als gij.

ocr page 188

178 l^ioderen ter eero van Engelen en Heiligen. [84]

II. Anna.

Moe - der Van de rein-ste, sclioonste deug-den Schittert ge onder't HeiFgen-mo - gend Ls uw voorspraak bij den

~r—^—i~v—r—/-

I

Maagd! Door uw trou - we moe - der-tal, Troont gij aan Ma-ri a's

Heer, Daar-om kniel ik. groo-te

w

I '/

zor - gen Hebt gij aan den Heer be-zij - de, Waar ik U be-groe-ten Heii ge, Bid - dend voor uw beelt-nis

ocr page 189

1. haagd; In ilen

2. zal, Als ik

3. neer: Help mij

r

He - rael vindt ge uw lieel Miijn le - ven door uw smeek- gels ir


^ S U f ♦ TT

1. loon Bij Mn

2. door Wan-del

3. bêên Vei -lis'

ri - aquot;s lie - ven Zoon. in het deugden-spoor, door I'.it le - ven heen.


4. Heirge Anna! wil ook vragen. - Dat ik wandele in de deugd — En eens na dit sterflijk leven, — Binnenga de Hemelvreugd, — Waaide Heer in glorie troont — En gij. Moeder, zijt gekroond.

Tot de Apostelen van Kederland. 85, 0, gij allen, die (Jods vrede.

1. O gij al - len, die Gods vre-de

2. Hier hopt gij het kruis des Heeren

3. Maar he-laas, quot;t sroloo-via' le -ven

ocr page 190

J 80 HI- Liedoren tor eere van Engelon on Heiligen. [85]

! U \ \ f

I I

Xc - der - land ons bracht: ilijj in don grond go-plant, zoo blij door U be-reid.

I. Hier in ■2. Moe-di ii. Ons

1

1

I

na - go - slacht, door u\v hand, rij mis-loid.

' \ : i I

-sr '

1. Xog bij 't ver-sto

2. Neer-ge - wor - pen

3. Door dc ket -to

t

ocr page 191

Tot do Apostelen van Nedorbud.

1. l' zij ook dit lied ge - wijd.

2. Hebt ge ons tut (io Is Kerk ge - bracht.

3. Dwaalt nu rond iu duist-ren nacht

4. O mocht weder hier één Schaapstal, — Mocht er slechts één Herder zijn! — Smeek van God, o dierbre Heil'gen, — Dat de ketterij verdwijn'. — Weest voor onze stem niet doof, — Schenk aan allen één Geloof.

//. Servathis.

8G. Laat ons blij een lollicd zingen.

1. Laat ons blij een lol - lied zin - gen

2. Chris-tus riep TT op naar Tong'ren

3. Wond-ren zon - der tal ver - zei - len

ti - us ter eer. ge - le - gen land, A • po - stel - baan,

181

ocr page 192

i 82 UI- Liederen ter eere van Engelen en Heiligen.

j • i

1. Dien wij waar-lijk nio - gen roe-men:

2. En van 't al -taar gaf Gods en -gel

3. En Gij schaardet tal van strijders

1. Bloed-ver - want van on - zen Heer;

2. U den krom-staf in de hand;

3. On -der Chris-tns !c - ger - vaan,

1. ..Zij toeh zijn mijn wa - re broe-ders,quot;

2. Ro - me zag U ne - der-knie-lon,

3. De englon wa - kon bij uw graf-stêe,

[86]

1. Zoo heeft

2. ^\ree- nend

3. Zon -gen

gt; »

Je - zus op 't a-jub'-lend ■ klaard,

eens post daar

ver ■ len

om

graf, strijd;


„Die mijn woor-den trouw Waar tot on -der - pand Hoor, Ser - va -ti - us.

aan - hoo-ren van lief - do, den smeekzang


ocr page 193

[86J 87

H. Servatius.

-Xfe—•-—0-_- -

: q- ^ -q

: • • •

1

Die mijn Waar tot 1 [oor, Ser - va

-ti - \is,

aan - hoo - ren van lief - de den smeekzang,


gx-s fii-f^ '3quot; j rH

En ver - vul - len lier op aard.quot; Pe - trus ü zijn sleu - tel gaf.

Ook do irons U toe -ge-wijd.

//. Willibrordus, O Willibrurd, die van om hoog

33= 0 '

die

ocr page 194

1. van om - hoog Ons 'i. roemen kroon, Gij 3. naamver-breid. Zijn Bruid een ze

ga - slaat met be-i in - ze A - po - stel

schermend oog, Hoor 't na-ge - slaelit der en Pa - troon! Hier hebt Gij, moe - dig uw ij - ver

1. vad'- ren aan. Met wie gij zelf hebt

2. Gods ge - zant. Hier Je - zus' heil - ba-en ge - bed, Mijn va - dren uit den

ocr page 195

II. Willibrurdas.

[87] 68

18.-)

4. Aeli elfmaal ging eon ecuwkring rond, — Sinds Gij hier Satans rijk vit wont. - En nu, acb meer dan !t half geslacht, — Het zonk terug in 's vijands macht.

5. Geliefde Vader en Patroon! — Zie Neerland aan, uw roem en kroon; — 'Bid. Willihrord, hid hij den Heer, — Dat al wie doolt eens wederkeer'.

6. Ach, voer hen met uw trouw gezin, — Ach, voer ook hen uw glorie in: — O Gij, die 't Kruis hier hebt geplant, — Bid voor uw dierbaar Nederland!

77. Alpiionstis.

88. O Alpliousus, opgevaren.

^ ! I 1 quot;p f ' I

1. O Al - phqn-sus, op - ge - va - ren

2. Zie wij vra -gen drie ge - na - den

3. Als wij 1T zien neer-ge - bo - gen

1. Naar de blij - de lie - mei-woon,

2. Aan uw goe - dig va - der -hart;

3. Voor Ma - ri - a's min- lijk beeld.

ocr page 196

186 III. Liedereneer eere van Engelen en Heiligen. [88]

m^mrn

.1 , P i j

1. Zie uw kin -tlren thans zich scha-ren

2. Niet in weel -de en vreugd te ba -den,

3. In ver - ruk -king np - ge - to -gen,

I 1

iT

1. Om uw aard-schen glo - rie-troon;

2. Niet te le -ven vrij van smart:

3. Daar haar lach uw blik- ken streelt;

[s

J—I-

slziE£=:«-

I 1 1

1. Va - der, hoor ons needrig smee-keo,

2. Neen wat de aarde ons ook moog' bie -don,

3. O, dan vra - gen harten zin -nen;

ocr page 197

4. Als ons oog u, droef van harte, — Daar voor Jezus' kruisbeeld vindt, — Waar gij klaagt oiu zooveel smarte: — „Och, de liefde is niet bemind!quot; — O dan vragen we, of die liefde, — Ook ons hart zoo innig griefde; — O Alphonsus enz.

5. O Alphonsus, opgenomen — Thans in 't land van liefde en vrêê; — Badend in de liefdestrooraen — Van Gods grondelooze zee, — Voer ook ons na quot;t blij verwinnen, — De eeuw'ge vreugdezalen binnen. — O Alphonsus enz.

//. Cecilia. 80. Heil'g'e Maagd lt;'ecilia

p-t—h

Maagd Ce - ei - li-keerd tot Chris-tus

1. Heil' - ge

2. (lij, be

3. Wij ook dan

ken 't waar Ge-ia*

ocr page 198

J__]—L-

S

s

f

w

--1--

1. ris - ten, Voor-beeld van ge - loof en

2. dron-gen. Gij hebt's Heeren roem en

3. wij -zen Aan den goe - den, lie - ven

--^-0----0 —L-1---1--i-----quot;

I P P ' r

1. tronw, Waak-zaam te - gen Sa-tans

2. lof Bij ba - zuin en luit be-

3. God; Mo - gen wij Hem daarvoor

'I

ocr page 199

H. Cecilia.

[89]

189

1. strijd, U is de - ze zang jre-

2. kweld, Ju - be - lend Gods lof ver-

3. heid Als Gij Hem hebt toe - be-

«IWÉiWjiliip

' ' i

1. wijd, U is de - ze zang ge - wijd.

'2. meld, Ju - l)e - lend Gods lof ver-meld.

3. reid. Als Gij Hem hebt toe-be -reid.

4. Gij. gemarteld tot den dood, — Hebt des Hetren gunst geprezen; — Geef dat wij geen ongeval, — Dat wij zelfs den dood niet vreezen, — En met 's Heeren gunsten blij — Leven, sten-en zoo als Gij, — Leven, sterven zoo als Gij.

5. Heii ge Maagd Cecilia, — In den Hemel zijn uw zangen — Door het koor der Heil'gen Gods — Met verrukking opgevangen:' — Opgevoerd tot 's Heeren troon -- Schonken ze U der Zaal'gen kroon — Schonken ze U der Zaal'gen kroon.

6. Geef nu. Maagd en Martlares, — Dat ook onze jubelklanken — Stijgen naar de Hemelzaal, -— En wij Gode loven, danken — Met het juublend Zaal'genkoor — De eeuwigheid der eeuwen door, — Do eeuwigheid der eeuwen door.

ocr page 200

190 UI- Liederen ter eere van Engelen en Heiligen. [90]

II. Barbara. 90. ü, teedre Maagd en Martlares.

ri i r i i i i 1 —*

1. ü teecl-re Maagden Mart-la-res, Der

2. O wat al lij - den, wat al smart Ging

3. Maar :t otter voor 't ge - loof gebracht, Is

üFPNPfW*

1. Christnen trou - wc Pa - tro - nes In

2. fol - trend door uw jeug- dig hart, Eer

3. ook uw glo - rie en uw macht; Ja

1. hun zoo ban-gen laqt-sten strijd, U

2. God uw le -vens-cir -kei sloot Door

3. Ne - der - land ge - tuigt het meê; Niet

r-G--J---------nl

[#• «

I U ^ Ü I

1. Bar-ba-ra, ons lied ge • wijd.

2. 's va-ders hand zoo wreed ge - dood.

3. on - ver - hoord laat God uw bet.

ocr page 201

H, Aloysius van Gonzaga.

[90] 91

191

4. O Barbara, gedenk ook mij ■— En sta mij in den doodsstrijd bij, — Geef dat ik eens den dood begroet, — Gesterkt door Jezus' Vleescb en Bloed.

5. U, Heilige Drievuldigheid, - Door Barbara steeds lof' bereid, — Zij eer en loi' en macht alleen — Door aller eeuwen eeuwen been.

H. Aloysius van Gonzaga.

91. Pronkjuweel der Henielingeii.

I I f f i

1. Pronk-ju - weel der He - me-

2. Vlek - loos waart ge al toos op

3. Met uw liart en ziel en

I. lin-gen, Sie-raad van liet Eng-len-

2. aar-de, Vlekloos van uw vroegste

3. zin-nen Bo - ven al - les God al-

ocr page 202

192 UI. Liederen ter eere van Engelen en Heiligen. [91J

1. /in-gen. A - lo - y - si - us. uw

2. waarde Dan de rei- ne chris-ten-

3. minnen. Was nw wel- hist liier be-

i r i i

I i

1. lof'! Door de Kerk zijt ge ons ge-

2. deugd: Oot-moed. kuiscliheid, trouw en

3. néén. Heel nw jeug - dig, hei - lig

1. liij Gods troon, En voor quot;t chiistlijk

2. hoo-gen stand; Wat u lok - te,

3. de eer van God, En tot looi werd

ocr page 203

H. Aioysius van Gonzaga.

ïppiWiÉpi

1. jeug-dig le - ven Als een heil'-ge

2. wat u griefde, Gij bleeft min Gods

3. u ge-ge-ven, Dat gij doelt in

1. Schutspa - troon.

2. dienst ver - pand.

3. 't Englen - lot.

4. Jezus' en Maria's namen — Vloeiden 't eerst uit uwen mond, — En gij droegt ze in 't hart te zamen •— Tot uw laatslen levensstond. — O wij smeeken om uw leven, — Om uw trouw aan Jezus' leer. — Gij. tot voorspraak ons gegeven, — Bid voor ons bij onzen Heer.

92. Eja, Deo jiibilemus.

WIlWWÜTp

kj ^ i— 1 I

1. E - ja De -o ju - bi - le - mus

2. In - ter spi-nas ger - mi - na-sti

3. E - ja San-cte A - lo - y - si.

193

ocr page 204

194 Hl- liederen ter eere van Engelen en Heiligen. [92]

(£ ' s 'I i ' * ' i ;

1. Cum con - ren - tu

2. Coe - li ro - re

3. Flos de - lee - tans

Coe - li - turn, ni - ti - dus. Ait - tfe - los.


I

^ i—

1. Et Gon-za - gain ce - le - bre-mus

2. Mundi fla - tmu e - vi - ta - sti ;■}. In - ter pal- mas pa - ra - di - si

if; f ' fl' - .i-l ^ r ^gt; t r r r -

w.1 i ' ' i

1. flo - rem can - di - dis - si - mum,

2. Cinc-tus ns - que pre - ci - bus.

3. Transpla - ta - tus, jn - va - nos.

I

wmm

I

1. Ma-cu - lis uon in - qui - na - turn,

2. A -do - ran-dam Cru-cam Chrisd

3. Sae-ou - li fac con- tem - nen- tes

ocr page 205

[92] H. Aloysius van Gonzaga.

m

i

-J__

s

33

-r quot;V-r^tr

Ï3

1. 7ion pro - oei - la la - ce - ra - tum.

2. Qua-si so - lem su - spe- xi - sti.

3. Tu -a vo - ce nos di - een- tes:

i¥=f=P

i-

r^-

1. Con - so - nent, '2. A - ve Hos 3. Hoc quid est, con - so - nent A - ve flos. Hoc quid est


1. lau - des ti - bi per - pe - tim:

2. fra - grans nar- do dul - ci - us.

3. Ad ae - ter - na gau - di - a.

ocr page 206

196 Lioderen bij bijzondere gelegenheden. 92 [93]

---j_

i

=i=t

i i ' i i

1. lau - des ti - bi per - pe - tim.

2. f'ra -gransnar- do dul - ei - us.

3. Ad ac - ter- na «'au- di - a.

IV, Liederen bij bijzondere gelegenheden.

Bij de Opdracht zijner Werken, 93. Alles mijueii God ter ccre.1)

i r i r i r fgt;r

«««

1. Al - les raij-nen God ter ee - re

2. Wil mij u - wen ze - gen schenken,

1

Is mijn le - ven en mijn lust.

ocr page 207

Bij de Opdracht zijner Werken.

197

1 I I

if. .

r-rj-f

1. Dat zijn lof en roem ver - mee - re

2. Blijf tocli ira - mer mij ge - den - ken,

• *

L.!-

Â¥

i

ii

1. Bij mijn ar - beid

2. Dat mij (rod barm

4

i

J—J—l-T-1 • 3. - ' *

en mijn rust! har-tig zij.

t: r

WmÊ


1. Ganschwil ik aan God steeds ge - ven

2. In en uit-gaan, al - le da-gen

I ! ' ^

9--1--

—4:—#-i-tt=i===E==f=3

I I ' hf I

1. Ziel en li-chaam heel mijn le - ven;

2. Blij-ven U steeds op - ge - dra-gen;

J—J-

--l=\z

i r.i.'ii

i r i i 1

■0- »

li 'Lip

1. Voot Hem wer - ken dag en nacht,

2. Neem zoo - als ik wenscb. o Heer,

i^i

ocr page 208

198 IV. Liederen bij bijzondere gelegenheden. 93 [94]

1. Je - zus, geef mij daar - toe kracht!

2. Al - les tot uw meer - dere eer.

Voor het Feest der Kindsheid.1) 94. Mevc Jezus, hoor ons sineeken.

is

1. Lie - ve

2. In de

3. Ü wij

^ 55 '• i i i' H s

I

Je - üus, hoor ons

Kinds-heid in - go-

ge -ven blij van

ÏE3

ts—r ;

1. smee-ken. Lui-ster naar der kin- dren

2. schre-ven, On -dor uw ge - volg ge-

3. har -te 't Klei-ne gift - je. dat Gij

!) Men kan daartoo ook Liedoren kiezon uit don K ersttijd.

ocr page 209

Voor het Feest de- Kindsheid.

[94]

199

^ ♦bi

I

1. sprc-ken. Deel daar - toe uw

2. Ie -ven Nu reeds -vel-doen hier op

3. smarte, Naar het heidenseh Chi-na

s n r1 N

3 5 ♦ ? J ! 5 « li '

I ! b i ^ j

1. meê. Zie, wij val - len U te

2. aard'; En dat wel-doen doet ons

3. draagt. Ja, wij ge -ven blij te

1. beè, Laat ons

2. schaard, Kunnen

3. vraagt; Eu dat

I

1. voet; \

2. goed: | Ki

3. moed'; /

mmmmm

gt;

Kind-je Je - zus, ^ees ge-

ocr page 210

1. voet: \

2. goed; | Kind-je Je - zus, wees ge - groet.

3. moet; /

4. Zegen Uians, o Vriend dor kindren. —• Zegen deze Kinderschaar: — Laat den ijver niet vermindren — Voor die arme kleinen daar. — Jezus lief. (jij zijt zoo goed, — Kindje Jezus, wees gegi'oet, — Jezus lief, Gij zijt zoo goed, — Kindje Jezus, wees gegroet.

95. Ijievc Jezus, vriend van kimlren.

^ I I 1 1 r P i 1

1. Lie - ve Je - zus, vriend van kin-dren

2. Ja. wij we-ten, dierb're Hei-land,

H. En toen Gij aan hen op aar -de.

ocr page 211

—i—ü____h____i___l

m

- • - l

i i

r-

1. t Lied uit dank b re kin - der-mon-den

2. Eens hebt Gij het woird ge -spro-ken:

3. Pre - zen zij al - om uw grootheid;

Uil

1. Wordt ü knie-lend 2 liie - ve kind- ren. 3. O dat was uw

=5=

—»---' 0--c—1

aan - ge - boon, komt tut mij. groot- ste vreugd.

=0=

» •


1

Sehooji de rij der zaalquot;- ge En - glen

ocr page 212

202 IV. Liedereu bij bijzondere gelegenheden.

i—-i-

1. U steeds wijdt haar bc - mol - lied:

2. op die lie - vc klei nen neer.

3. Die voor ons zoo al - les zijt?

Ém

r-r

^ I I I

t. Gij hoort on - dor al lt;lie ko - ren;

'2. Ze - gen ons ook, lie - ve Je - zus;

3. Neen, Ver - los - ser, u - wer lief- de

•rl-

1. ook den toon, die

2. dan be - min - nen

3. zij ons hart en

-'p-Z-'-M

't kind U biedt, we IT nog meer. toon ge - wijd.


ocr page 213

quot;i; *

Bij do Opdracht in oene Congregatie.

Bij de Opdracht in eene Congregatie.

Voor de Opdracht. 9(5. Onder uwe bescherming.

U IJ

1. On - dor u - we be - scher-ming ne-nien wij vol vreug de on - ze

196]

'203

n

:1

it

I U \gt; \J

toe - vlucht, O min - ne - lij - ke

kr---—------—

t- 0 % - j H».....v.---v- j j 3

--£_r—r j;__r_r_3

5-A-p—-!

fei?—

Moe-der Gods, ver-stoot de ge-be-den

tl2=iUjnbrSiir----

mmÈ*ÉÊË

f

-f

' i i r

u-wer kin-de-ren niet ili bun-nén

13'

C- '■?

ocr page 214

204 Liederen bij bijzondere gelegenheden. [9G]

^ i y r i r

i 1 i_

nood, maar ver-los ze al - tijd

(quot;S

'W:* ^ ~®=feÈE!S:

^ T \ V V * quot;

I

Moe - der en ge - be - no - dij - do

^ isi h rb--j--N--K-j--1-r' —• »

Maagd, on - ze meest-res, on - ze mid -dia - res, on - ze voor - spreek-

ocr page 215

[96J 97 Bij de Opdracht in eone Congrogatio.

205

-JU:

-H—N-

r t ;= ^

ster! Be - veel 11 - we

I

Je

zus, be-_iv__N

è^gigir

1—r

kin - de - ren aan i—iöjzr;

zgEr j'? |» *■ iT 3 a -]

v- ^ p ^

veel ze aan, ver-toon ze aan.

i i

mm

of - fer ze Hem op.

X a d e O p d r a c li t. 1)7. O .Moedor, zoet en teeder.

Etz

~T-1

ë ■

1 i r 1 if

1. 0 Moe-der. zoet on tee - der, Zie

2. Wij ko -men LT nog vra - gen Met

3. Blijf, blijf steeds onze Moe-der, Be-

«-

^ i l

ocr page 216

* ■»- -T

I

I

1. op uw kindren

2. Gij ons al - le

3. Je - zus on - ze

ne - der. Ge-da - gen Voor Broe- der. Laat


m

•

I !

T

l

1. schaard rond-om uw troon: Wij 2 al - le zon - den hoedt: Maak

In

3. ons uw kind'ren zijn:

—T—k-

y 5 v

1. zijn voor heel ons

2. ons in 't leed ge

3. 's le-vens vreugde

le - v 'ii Thans dul- dig. Standen smarte. In


ocr page 217

- ij-t;—J—i— —i—I—T—i^=-l—i—-4—~i

^? «i »«« 11

---1--1---1---1--L—--j----0--

I

1. Moe-der, wil nu ge - ven. Dat

2. Ie -ven wij on - scbiil-dig, Ge-li. Moe-der, blijft ons har -te Voor

J—j

:==

I 1 1 I i

1. 't of-fer blij-ve al-tijd.

2. luk-kig voor al -tijd.

3. eeu-wig toe- ge - wijd.

4. O zoete koninginne, — Verhoor de laatste beê, — Schenk ons uw heiige minne, — Schenk ons uw zoeten vreê; ■— Help allen eens verwinnen — In d' allerlaatsten strijd, — En voer uw kindren binnen — I )e vreugd der eeuwigheid.

ocr page 218

' i * IjjJ J -fes

i r ^ i i h r f

i; gt; U U | 1;

ri - a, mijn moe - der is zij; en

ö=lz^=;

! I 'UI'''

cl - ken day ze-gent zij mij, en

r ; ' f c 1 r ^ 11

hen een kind van Ma - ri - a, ik lier-

ocr page 219

Nu de Opdracht.

[$77 j ttmmg

^ , P | t p-p fcr

haal het blij ge - zincl: Ik ben Ma-

^ r r r r p r r ^ r r

ri - a's kind, Ja, ik ben Ma - ri- a s

^iSpiii'ÊÏÈpïËÊi

(Ma - ri - a, heeft mij aan-ge-Waar be - ter, zal'k hulp kun-nen Nooit, nooit hebt (rij ie - mand ver-Ma - ri - a, heeft mij aan-ge-Waar be - ter, zal'k hulp kun-nen Nooit, nooit hebt (rij ie - mand ver-

1. no - men, Ma-ri - a. de he-rael-vor-

2. vra- gen, Als ik hier ge'- va - ren ont-

3. stoo- ten. Die hoopvol tot U was ge-

1. stin. Ja 'k zal in den he-mei wel

2. moet? Ja uit - komst zal al-tijd mij

3. vlucht; Dat blijft mijn ver-trouwen ver-

209

ocr page 220

210 IV. Liederen bij bijzondere gelegenheden. 98 [991

1. ko - men. In dien ik die Moe-der be-

2. da - gen Die Moe-der is im -merszoo

3. groo-ten, Zoolang ik Lier angstvol ver-

#/

1. min. \

2. goed. ) Ik ben enz.

3. zucht. /

5)!). O Maria, zoete Moeder.

u / i i *' Z

i; /

1. (.• Ma - ri - a, zoe - te

2. IT te die- nen, I' te

3. U. U wij - den wij ons

ocr page 221

Na de Opdracht.

199]

211

r ^ gt; i \ j

' .. . '

1. woon, Zie goed - gun - stig op ons

2. deugd, Is in on - ze i'ou - gre-

3. houd; Aan uw hoe - de, goe - de

BliÉiÉiiÉpÈ^

1. ne - der Van uw hoo - gen He-mol-*2. ga - tie On - zo zoet - sto le - vens-3. Moeder, Hel)- ben wij ons toe-ver-

I v gt; P

1. troon; Maak dat steeds uw kind-ren-

2. vreugd. O. dat steeds uw moe - der-

3. troiuvd. Ach, ont - hecht ons aan deze

^ i « M i ï j ^

■#- * -0-quot; O • »-

' P U I ^

1. rij Aau uw har - te dier-baar

2. oog Hart en ziel ver - lich - ten

3. aard'. Voer ons har - te he - mei-

ocr page 222

|-~l----H ~—S—*—gH—

TT T' ti t 7 *■

ï y 1 ^ U P I.

t. rij Aan uw har-te dier-baar zij.

2. oog Hart en ziel ver-lich-ten moog'.

3. aardquot; Voor ons har - te hemel - waart.

4. Blijf dan immer heel ons leven, — Onze zoete Koningin, — Sterk ons nu en hij ons sterven, — Voer ons dan den hemel in. — Dan. dan zingen we eeuwig hlij: — Moeder, o hoe goed zijt Gij! — Dan, dan zingen we eeuwig blij; — Moeder, o hoe goed zijt Gij!

Ter eere van O. L. V. in 't Zand. 100. Een lied van U, een lied voor U.

—r=r|=t

* •—a

1

Een lied van U, een lied voor U,

ocr page 223

[lOOj Lied ter oere van 0. L, V. in quot;t Zand. 213

m

* 0

1. heel ons Ne - der - land I Een

2. ha - re kin - dren- schaar; Wat

3. niet uw macht ver - kondt. Uw

:t=t

ocr page 224

IV. Liederen bij bijzondere gelegenheden.

1. n - we moe-der -lief-ile prijst, En ■J. har- te bleef een moe-der-hart, Uw 3. zon-daars tot be - kee-ringop, Wekt

igiiiü^gsjiftüË

1. lof - zingt; Gij zijt goed!

■2. lief- de troon bleef staan.

3. doo- den uit hun graf.

Ja, goed zijt Gij, en maatloos goed! — Zing dat, Mariastad, — Die u reeds zooveel eeuwen roemt — Bewaarster van dien schat. — Zingt dat. gij pelgrims, toegestroomd — Uit alle stad en land, — Tuigt allen van de wondermacht —• Der lieve Vrouw in 't Zand.

[100]

Dus danken we U, en zingen blij — Een lied vol liefde eu gloed, — Daar wederliefde on dankbaarheid — Ons harte kloppen doet; — Wij zingen van het liefdevuur, — Dat in uw boezem brandt, — Een lied van U, een lied voor U, — O lieve Vrouw in quot;t Zand!

Deo gratias et Mariae.

ocr page 225

Corrigenda.

In Nr 13 bladz 37 —raoet zijn - J: 16 maat staat______________J

-é-

In Nr. 14 bladz 40 zrjquot;

laatste regel maat HZljquot; moet zijn —S-

In Xr. ;7 bladz 47, regel 1, 3 en 5 dient het voorteeken te vervallen.

ocr page 226
ocr page 227
ocr page 228
ocr page 229
ocr page 230

J

%•

Bij den uitgever M. Wiatèrreus | zijn 'verschenen

De AUerschoonste Gebeden van ij

den TT. Alfo.nsus in linnen band f 1,25 K

in leerèn bind......f

in chagrin band verg. snee . . 2,75

Waakt en bidt, gebedenboek door den li. Alphonsusv . . . . t^o.so jf per 100 — . . . . . . . -

De Viering vnn TT. - Sacramentsdag d )or Kardinaal Dsehamps . . f 0,10 ; :

JLeljser Drievoudige Verklaring der ij H. Mis.'-e rdfuk . .... -f 0.15 Ir per ico....... . , f 10,00

d. Leerl.

De 'Wegwijzer per 1000 . . . .

o.jo 7

Biechtboekje voor Schoolkinderen, per K stuk 7-/0 ct. per ico .... f 5'°° j

Het gemengde Huwelijk, p. stuk f o, 15 ; gt; per t2 a 14 ct. per 25 a 13 ct. per 50 a-12 ct. per 100 1\ 10 ct. quot;1^

Wat eene Moeder haar kind des j;

Zondags moét leeren, gebrocheerd f 0,25 j gecartonoerd r ..... v f 0,40

Ben Uur, Veihaal door Wallace, ge- :r

brocheerd........ , . f o 25 .

gecartoneerd...... • ^ 0 4° ]

De 15 Geheimen- \r. d. 11. Rozeri-krans! versierd met gravur. in decoratie- ij ven stijl^psr vel 5 ct p. ico vel f 4 00 , ■

jr