ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

A

ocr page 6
ocr page 7

fïONGREGATIE-'loEK,

11I5G15LEN EN OEFENINGEN,

vijoh dj;

CONGREGATIËN DER H. MAAGD,

IN

NEDERLAND

mkt

GEBEDEN en GEZANGEN

dook

^Amsterdam, G. BORG.

1892.

ocr page 8
ocr page 9

VOO H W O O K 1)

Eenige opmerlcingen mogen het Congregatie-Boek, dat thans ten derde malt de pers verlaat, vergezellen, /.ij betreffen ]wofdml:eMjk de vroeger door ons gevolgde en thans onveranderd gebleven methode, krachtens welke wij de Begelen en Oefeningen naar eene tivee-voadige lesing ghven.

De Begelen en Oefeningen, die tot het verschijnen der eerste uitgave van het Congregatie-Boek door de Congregatiën der H. Maagd ten onzent uitsluitend gevolgd werden /varen ontleend aan het welbekende fransche Mandel. In 286',? had P- J- Schneider s. j. echter een latijnsch Manüale het licht doen sien, dat de Begelen en Oefeningen gaf, gelijk sij op dat tijdstip te Bome bij de Hoofd-Cóngregatie in zwang waren. Het verschil, dat er bestond tusschen de regelen van het Mandel en die van het Manuale spoorde mij aan, toen ik tot de eerste uitgave van het Congregatie-Boek besloot, de JEerw. Bestuurders der Congregatiën tot eene nauwkeurige vergelijking van beide lesingen in staat te stellen. Ik behield de Begelen van het Mandel in den tekst en plaatste de Begelen van het Mandale telkens als zij gene icijsigden of aanvulden aan den voet der bladzijden. Het ware ongetwijfeld eenvoudiger geiceest de Romeinsche Begelen in den tekst te plaatsen en die van het Mandel iveg te laten;

ocr page 10

dit werd echter niet raadzaam geoordeeld, dewijl de Begelen van het Manuel door het langdurig en algemeen gebruik zeker gezag hadden verkregen; de afwijkingen waren bovendien niet talrijk noch belangrijk genoeg om eenc lezing, waaraan men door geivoonte gehecht ivas geworden te verwijderen. Ik meende dooide gekozen methode te handelen in het belang der bestaande Congregatiën en tevens te beantwoorden aan de bedoeling van 'Paus Benedictus XJV, die in Zijne Gouden Bulle der Congregatiën overeenstemming onderling en met de Hoofd-Congre,gatie dringend aanbeveelt.

Vóór deze, derde uitgave ter perse ging, heb ik wederom op nieuw de Regelen van het Manuel met de Homeinsche liegelev nauwkeurig vergeleken. Dit maal maakte ik gebruik van de Leges et statuta

sodalitatum B. m. vleginis, quae Primae Pkimariae

Romanae Coniunctae sunt. Deze verzameling van Begelen en Statuten werd bewerkt door den vermaarden Tater Josephus Marianus I'arthenius s. j. en te Home in 1855 herdrukt met de vólgende aanbevelende goedkeuring van den Hoog Eerwaarden Pater Petrm Beckx:

„Aangezien Paus Gregorius XIII in Zijne Constitutie Omnipotentis Dei, gegeven den 5 December 1584 en later bekrachtigd door Sixties V, Benedictus XIV en Leo XII, goedgunstig aan alle tijdelijke Alge-meene Oversten of Vicarissen der Societeit vanJesus de macht heeft verleend om, tot beho'orlijke instandhouding. bestuur en regeling zoo van de Eerste Hoofd-Congregatie in het Itomeinsch Collegie der Societeit van Jesus opgericht, als van alle met haar te vereenigen Congregatiën in het algemeen en in het bijzonder, met

volkomen vrijheid statuten, kegelen ex besluiten te mogen geven, en om deze, nadat zi.t gegeven zouden zijn, zoo dikwerf hun zulks wegens den toestand dier congregatiën, den eisch der tijden, of om andere redenen nuttig zal toeschijnen te mogen veranderen, verbeteren, wijzigen en hervormen of zelfs geheel andere te kunnen voorschrijven; alzoo, opdat overal, in zoo verre dat

ocr page 11

vie

geschieden kan, de gelijkvormigheid icorde bewaard, geven wij verlof tot de uitgave van dit geschrift, waarin de Regelen en Statuten van de Congregatiën der Gelukzalige Maagd Maria zijn vervat, zoo als deze eertijds door P. Josephus Marianus Parthenius, Priester van onze Sociëteit ordelijk zijn gerangschikt en volgens de herkomstige gewoonten zijn opgetcekend, en keuren wij goed enbekrachtigen wij dit alleskrachtens het om, gelijk hoven werd gezegd, verleend gezag.quot;

Uit deze vergelijking nu bleek het dat de Bomeinsche Eegelen door mij aan het Man uale van P. Schneider ontleend, in volkomen overeenstemming waren met de door P. Parthenius verzamelde en opgeteekende. {')

Had ik mij echter ivellicht eenige te groote vrijheid veroorloofd door deze Eegelen in eene andere volgorde te plaatsen? De inzage van de Italiaansche uitgave der Regelen die thans bij de Pkima I'uimakia zelve te Rome in gebruik is. stelde mij ook ten deze volkomen gerust. Deze Italiaansche bewerking voert tot titel: .„Notizie isToiiioHE e Eegole uella Congee-gazione Prima Pkimakia nel Collegio Romano della Compagsia 0i Gesü.quot; Rojia 1865. De Regelen van P. Parthenius worden er niet slechts in andere orde, maar ook in meer uitgébreiden vorm gegeven en zelfs eenigeymate gewijzigd naar de plaatselijke behoeften der Pkima Pkimakia. Eene aanteekening vestigt daarop in dezer voege de aandacht: „De Regelen van P. Parthenius loerden door den Hoog Pier w. P. Beckx aan alle Congregatiën deswegens aanbevolen, opdat elk harer bij het vaststellen van eigene bijzondere bepalingen zich in het wezenlijke zou richten naar hetgene door P. Parthenius in zijn gulden Compendium tverd gegeven. Deze bedoeling hebben wij gestadig in het oog gehouden, middelerwijl wij aan de Regelen onzer Congregatie een ruimeren en meer bepaalden vorm schonken1' {t. a. p. blz. 20). Dezelfde opmerking wordt door den eene. beiverker der Italiaansche Regelen

1

) Kortheidshalve worden ook in deze nitgace dt Regels volgens de Romeinsche lezing telkens met: K. U. aangeduid.

ocr page 12

VIII

herhaald in zijne uiUjave der Oefeningen van de Prima Primaria, vgl. Preci solite recitarsi nella Con-(iregazioxe Prima Primaria in Collegio Romano. Roma 1867, biz. 4.

Ten einde nu vooreerst bij hen, die terecht de meest mogelijke overeenstemming met de Eegelen van Pater Parthenius loenschelijh achten, allen twijfel weg te nemen, die er rijzen kon, aangaande de door mij gebesigde methode en vervolgens om hen gerust te stellen, die ivegens plaatselijke of andere redenen verkiezen mochten de 'Regelen naar het fransche Manuel te volgen, heb ik mij met het nederig verzoek tot den HoogEerw. Pater Generaal der Societeit van Jesus gewend, dat het Hem behagen mocht eene beslissing te-geven op de volgende vragen: of de liomeinsche Regelen en Statuten, gelijk deze door mij werden gegeven, in overeenstemming zijn met die van P. Parthenius; en of de Regelen en Statuten, gelijk deze in het Congregatie-Hoek naar het franselt Manuel in den tekst zijn geplaatst, op zich zelf geacht kunnen worden in overeenstemming te zijn met de Regelen en Statuten van P. Parthenius voor zoo verre althans dezer geest en •trekking betreft en of zij dus toereikend aan Zijne michten voldoen?

Hierop geiverd mij het gunstig antwoord: dat ZHHw. ■tier aarzelde de Regelen en Statuten, gelijk zij inliet Congregatie-Boek gevonden ivorden, bepaaldelijk en öijzonderlijk voor Nederland goed te keuren, en teoem het uitsluitend gebruik der Regelen in den tekst van het Congregatie-Boek geplaatst toe te staan, indien de eerw. Bestuurders der Congregatiën dat nuttig . ouden oordeelen.

Hiermede is nu tevens de verklaring gegeven van de wijziging die de titel onderging. Beide lezingen toch der Regelen en Statuten toerden, gelijk deze uitgave van het Congregatie-Boek ze geeft, door het bevoegd gezag bepaaldelijk voor de Congregatiën der FI. Maagd in Nederland goedgekeurd en beider gebruik, werd haar, al verdiene de Romeinsche lezing immer de voorkeur, goedgunstig toegestaan.

ocr page 13

— IX

Mochten wij het, in liet Voorwoord der tweede uitgave, als een uitstekend voorrecht vermelden, dat het aan zijne Donrl. Hoogw. Mgr. Gerardus Petrus Wilmer behaagd had aan de akte van toewijding {zooals zij thans op hlz. 105 voorlwmt) een aflaat van 40 dagen te verhinden, zoo mogen wij mimet nog meer vreugde en dankbaarheid, wijzen op de groote gunsten ons bij deze derde uitgave te beurt gevallen.

Den 11 Nov. 1S79 toch' wendden wij ons tot zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid Mgr. Petrus Matthias Snickeks met de nederige bede den aflaat door zijn Doorl. Voorganger op den zetel van Haarlem aan de Akte van Toeiuijding verbonden, wederom te willen verleenen, en reeds den 13 Nov- ontvingen wij daarop eene gunstige beschikking in dezelfde bewoordingen, als bij de Uveede uitgave gebezigd, als hier volgt te vermelden ;

..Terbevokdebino der godsvrucht tot deH. Maaou

„en ten bewijze onzek belangstelling in de con-..gregatiën ter harer eere opgericht, en om deze ..verdienstelijke oefening nog meer aan te beve-..len, verleenen Wij aan derzelveb leden eenen ..Aflaat van XL dagen, in den gebruikelwken ..vorm der H. Kerk, zoo dikwijls zij het boven-

staande gebed met godsvrucht zullen bidden.quot;

Voor dit blijk van minzame goedheid getroffen €ii aangemoedigd, richtten tvij ons met hetzelfde verzoek tot UIL Doorl. Hoogic- den Aartsbisschop en Bisschoppen van Nederland en — wij zeggen het met een gemoed vol dankbaarheid — niet te vergeefs- Zijne Doorl- Hoogiv. de Aartsbisschop van Utrecht verleende onder dagteekening van 26 Nov. 1879 aan de géloovigen van het Aartsbisdom denzelfden aflaat cüx boven:

Zijne Doorl. Hoogw. de Bisschop van Eoermonl-

ocr page 14

schonk op 2 December 1S79 diezelfde gunst voor het Bisdom van Roermond, en

op den 5 December 1879 deed Zijne Doorl. Hooyiv. de Bisschop van Bkeda hetzelfde voor zijn diocees.

fiesole, December 1871j.

Ik sluit met de nederige bede dat allen, die Maria lief hebben en dit boek ter hand zullen nemen, mijner gedenken mogen, gelijk ik hunner aan het altaar des Heeren en voor den troon onzer Lieve Moeder gedenken zal.

F. HEYNEN, s. j

ocr page 15

I N n O ü D.

OORKONDEN DEK CONGKEGATIÉN VAN DE H. MAAGD.

Bladz.

I. Oorsprong en voordeelen der Congregatiën. . 1

II. Apostolische Breve van Benedictns XIV: G !o-riosaeDominae......... . 6

III. Diploma, waardoor de Hoog Eerw. Pater Generaal der Sociëteit van Jesns eene Congregatie opricht en met de Hoofd-Congregatie van Rome verbindt............16

IJ.

AFLATEN.

I. Volle aflaten welke door alle geloovigen kunnen verdiend worden...........30

ocr page 16

XII

Eladz'

Volle aHaten alleen voor de leden en bedienaren

der Congregatie...........21

Aflaten van zeven jaren........23

Verklaring.............23

Andere aflaten...........23

Aflaten voor de Overledenen......24

Andere voorrechten en gunsten.....25

II. Aflaten, vergund aan gewijde kruisen, medailles

enz, . , ............26

III. Aanmerkingen over de aflaten......29

III.

REGELS EN STATUTEN DER HOOFP-CONGKEGATIF. 'AX ROME EX DER OVERIGE MET HAAR VEREENIGDE CONGREGATIËN.

I- Al-remeene regelen .........30

IX. Bijzondere regelen..........39

I.

Kegels van den

Prefect.......

39

II.

„ de

Assistenten......

41

III.

, den

Secretaris......

42

IV.

„ de

Raadsleden .

48

V.

den

Trezorier.....

44

VI.

den

Koster . . ...

44

VII.

den

Portier.......

45

VIII.

u de

Voorlezers......

45

IX.

i de

Zangers.......

46

1.

, den

Onderrichter d Aspiranten

46

.gt;

den

Bibliothecaris . . . .

4C

ocr page 17

— XIII

Bladz.

3. Regels van de Ziekenbezoekers .... 47

4. // » de overige lagere Bedienaren . 4S X. Regels betrefiende de beraadslagingen . . 47

Formulier van aanneming, of Diploom . . 48 XI. Regels betretïende de Verkiezing. ... 50 XII. Regels betrettende de Aanneming in de

Congregatie ..........33

Gewoon Formulier van Opdracht. ... 55

IV.

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN DER CONGREGATIËN VAN DE H. MAAGD.

I. Dagelijksehe oefeningen volgens den Video

der Algemeene Regelen...........al

II. Gebeden die in de gewone vergaderingen geschieden .............61

III. Gebeden die bij de beraadslagingen geschieden. SO

IV. Gebeden bij de verkiezingen......82

V. Gebeden bij de uitdeeling der maand-patronen. 36

VI. Plechtige Opdracht en aanneming .... 90

Akte van toewijding met aflaat.....105

VII. Beknoptere wijze van aanneming . . .111 VIII. Akten van toewijding aan den tweeden Patroon

der Congregatie en aan den H. Aloysius. . 113

IX. Getijden der H. Maagd........114

X, Getyden der Overledenen.......189

XI. Overzicht bij wijze van onderzoek . . . .241 XII. Korte schets der deugden van de H. Maagd. 243

ocr page 18

XIV

V.

GODVRUCHTIGE GEBEDEN, DIENSTIG \00R ALLEN.

Bladz.

1. Morgengebed...........244

II. Avondgebed...........246

III. De drie wijzen van bidden volgens den

H. Ignatius...........251

IV. Gebeden onder de H. Mis, volgens het Romeinscbe Missaal, met verklaring der Ceremoniën en antwoorden voor de misdienaren ............' 254

V. Gebeden onder de H. Mis ter eere der

H. Maagd. . ..........283

VI. Gebeden onder de H. Mis v. de Overledenen. 289 Vil. Vesper-Psalmen voor de Zon-en Feestdagen. 301

VIII. Biecbtgebeden..........312

IX. De zeven Boet-psalraen.......319

X. Commtmie-gebeden........328

XI. Litanicn voor alle dagen der week . . . 340 XII. Gebeden ter eere van het Allerh. Sacrament

des Altaars...........362

XIII. Kruisweg-oefening, met gebeden ontleend

aan de Meditatiën van den H. Augustinus. 36G

XIV. Gebeden ter eere der H. Maagd .... 385

XV. Gebeden ter eere van den H. Joseph . 409

XVI. Gebeden ter eere van den H. Ignatius^. . 413 XVII. Gebeden ter eere van den H. Aloysius. . 416 X VIII. Gebeden ter eere van drie roemrijke Dienaren

der H. Maagd..........427

Litanie van den H. Stanislaus Kostka . . 427

ocr page 19

BI adz.

Litanie van den Gelukzaligen Fetrus Canisins 430 Litanie van den Gelukzaligen Joannes

Berchmans...........433

XJX. Gebeden voor de Overledenen , . . . . 435 XX. De Completen..........43G

VI.

GEZANGEN.

Kerkgezangen.............44,4

BIJVOEGSEL.

Senige godvruchtige Liederen........ 52G

ALPHABETISCHE BLADWIJZER.

ocr page 20

GOEDKEURING

Tan den HoogEerw aarden Pater Generaal der Socieleit van Jesus.

Volgaarne verloenen wij onze goedkeuring aan de 1 derde uitgave van het boek dat tot titel heeft Congregatie-Boel; — Regelen en Oefeningen voor de | Congregatiën der H. Maagd in Nederland, met Gebeden en Gezangen door F. lleynen, s.j.: en dringend bevelen wij liet gebruik daarvan aan.

Het bevat toch, ofschoon in eenc andere volgorde; Uc Begelen en Statuten van de Congregatiën der Gelukzalige Maagd Maria, die met de Eerste Hoofd-Congregatie van Home vereenigd zijn, gelijk ze door ons gezag goedgekeurd en bekrachtigd ten jare 1855 in het licht, werden gegeven; het biedt buitendien tal van godvruchtige oefeningen en gebeden, volkomen overeenstemmend mot den geest der bovenvermelde Regelen en Statuten. Dit boek zal derhalve gt; - o alleszins, in zoo verre zulks geschieden kan, bijdragen tot de bevordering der onderlinge, ook voor de Nederlandsche Congregation gewenschte, overeen- ^ .. stemming in de Kegelen. , vromë

Daar vele Congregatiën echter Regelen volgen, die ; eenigszins van de boven bedoelde afwijken, alzoo.; g staan wij, ter gemoetkoming aan allen twijfel die er ^ n soms rijzen mocht, goedgunstig toe en veroorlooven •| ■wij krachtens de ons door den H. Stoel verleende , ^' macht aan de Congregatiën der H. Maagd in Neder- j-

land het gebruik dier Regelen volgens deze nieuwe

uitgave.

PETRUS BECKX, 1879.PRAKP. GEbERALIS S. J

Vigilie der Onbevi. Ontvangenis der H. Maagd.

IMPRIMATUR-

M. BERNSEK,

AMSTELODAMI,

die 20 Januarii 1880.

LIBR. CENSOR.

1

ocr page 21

OORKONDEN

DEK CONGREGATIES VAN DE H. MAAGD.

I. OORSPRONG EN VOORDEELEN DER CONGREGATIËN.

In het jaar 1563 ontstonden de Congregatiën door den ijver en de zorg van een jeugdigen Jesuïet. Deze vrome Religieus Joannes Leonias (van der Leeuw) genaamd, (*) en alstoen leeraar in het Collegie der Sociëteit van Jesus te Rome, algemeen bekend onder den naam van Romeinsch Collegie, wist zijne leerlingen zulk een smaak voor de godsvrucht in te boezemen, dat zij dagelijks buiten den studietijd in eene der zalen van het Collegie bijeenkwamen, om gezamenlijk voor

{*) Pat- r Leonins werd te Luik geboren. In lbB3 begon hij do Congregatie te Rome en voerde haar eenigen tijd daarna te Parijs in met den/elfden ijver en denzelfdcn gunstigen uitslag. Omstreeks 15G9 bevond liij zich te f.yon, alwaar hij met de zorg belast werd voor de Italiaanéche soldaten, die voor den koning van Frankrijk gestreden hebbende veel te lijden hadden van koude en gebrek; tot groote stichting dier sti'd bedelde Pater Leonius voor hen van deur tot deur, en voorzag met de verzamelde aalmoezen in d® behoeften dier zieke en afgematte strijders. Hij stierf ongeveer in 1570 te Turyn op niet vergevorderden leeftijd, den troost medenemende van een werk gesticht te hebben waarvan later met recht mocht worden gezegd: Fons parvus crevit in fluvium magnumI •Een kleine bron is tot een machtigen stroom geworden!**

ocr page 22

een versierd altaar ie bidden, en diiarna cene geestelijke lezing te doen. Des Zondags vergaderden zij om ecne vermaning aan te hoorcn, en den lof van God en van zijne Heilige Moeder te zingen. Zij stelden zich op eene bijzondere wijze onder de bescherming van Maria, en men mag verzekeren, dat die gezegende Maagd, er van hare zijde behagen in' nam homeUche zegeningen over hen uit te storten.

Weldra wenschten niet slechts jongelieden maar ook volwassenen aan de Congregatie deel te nemen. Eene splitsing der leden naar gelang van hun leeftijd en de daaraan beantwoordende behoeften was dus noodig. De Hoofd-Congregatie of Primaria werd aUoo gescheiden in drie af'deelingen, die men de Prima-Primaria, de Secunda-Primaria en de Tertia-Primaria heette, om aan te duiden dat zij allen slechts onderdeden waren van een geheel. De rrima-Primaria of eerste afdeeling der Hoofd-Congregatie was bestemd voor de volwassen leden; ■— lot hare oeteningen werden sedert 1593 zy slechts toegelaten, die den leeftijd van 21 jaren hadden bereikt.

De tweede afdeeling was voor jongelieden boven de 14 jaren en de derde voor kinderen beneden dien leeftijd, lïrj de Prima-Primaria berustte het Hoofdbestuur en de algemeene leiding der overige afdeelingen; aan haar werden door de Pausen de gunsten en voorrechten verleend, waaraan elders opgerichte Congregatiën, door wettige vereenigingen met haar, deelachtig kunnen worden.

Aldus was de oorsprong der Congregatiën van de Allerheiligste Maagd Maria die zich in korten tijd, van het Uomeinseh Collegie, naar al de collegiën en huizen der Sociëteit van Jesus verspreidden, en nu nog, na eene ondervinding van bijna drie eeuwen, aangezien worden als een der geschiktste middelen om onder de geloovigen eene ware godsvrucht tot de Moeder-Gods te onderhouden en een deugdzamen levenswandel te bevorderen.

Het ligt niet in onze bedoeling hier bijzondere melding te maken van de voorrechten en aanmoedigingen, welke de Pausen aan de Congregatiën hebben vergund, vuu Gregorius XIII af, die haar een wettig bestaan

ocr page 23

I

3

este- schonk, tot aan Leo XIT, die al de vroeger verleende j om gunsten op nieuw bekrachtigde. Wij bepalen ons bjj de d en heenwijzing naar de hierachter volgende stukken en h op vooral naar de vermaarde Gouden Bulle van Benearia, dictus XIV.

i er Wij zullen dien grooten Paus zelf eenige der redenen

no-en hooren vermelden welke.de opvolgers van den H. Petrus bewogen hebben, om zoo mildelijk de schatten der H.

ook Kerk voor de Congregatiën te ontsluiten en daaraan zoo

Eenc groote en menigvuldige aflaten te verleenen. n de Voor het oogenblik zij het genoeg hier kortelijk aan

De te stippen:

eiden 1. I^e zoo geheel bijzondere bescherming door de Al-

a de lerheiligste Maagd verleend aan hen die zich aan hare

a aan dienst toewijden. Immers de II. Kerk moedigt ons aan

i van tot vertrouwen op die bijzondere bescherming, wanneer

t der zij, de uitdrukkingen der H.. Schriftuur bezigende, Maria

assen de volgende woordep tot ons laat richten : Ik heb Ivf

gt;3 zij die mij lief hebben; en: Die mij vindt; vindt het leven; en

idden hij zal heil putten uit den Heer/ (Spr. VIII: 17 en 35.)

2, De geheel bijzondere kracht van het gemeenschap-

de 14 pelijk aan God opgedragen gebed, volgens de woorden

eftijd. des Verlossers: Wederom zeg ik u: Indien er twee van

;n de u op de airde samenstemmen, over welki zaak zij ook

haar mogen bidden, het zal hun geschieden van mjnen Vader,

i ver- die in de hemelen is. Want waar er twee of drie in

door mijnen naam vergaderd zijn daar ben Ik in hun midden!

jrden. (Matth. XVIII: 19 en 20).

e Al- 3. De verplichting die men bij de opneming in de

[, van Congregatie aanvaardt van de regelen stiptelijk te on-

luizen derhouden. Want al verplichten deze niet op zonde, zij

a eene stellen ons nochtans in zekere noodzakelijkheid om god-

^orden vruchtig te zijn. Hoe velen toch zijn er niet, die, om

jvigen hun plicht te volbrengen als leden der Congregatie,

)nder- dikwijls tot de H. Sacramenten naderen en op deze wijze

deren. groote misslagen vermijden en zalig worden; terwijl zij

5 mei- daarentegen buiten de Congregatie zijnde, misschien

;ingen, slechts zeldzaam tot deze zouden naderen, en verlo-

rgund, ren g^'an !

icstaan 4. Het woord Gods, hetwelk de leden der Congre-

ocr page 24

galie in hnnne vergaderingen zoo menigmaal hooren, en op hurne jaren, hunnen staat, hunne levensomstandigheden en behoeften bijzonderlijk wordt loegepast. Van hen geldt voornamelijk het woord des Zuligmakers: Mijne schaliën hooren mijne stem. (Joan X: 27).

5. De (mophoudelijke zorgen die de Bestuurders der Congregatiën voor de hun toevertrouwden verplicht zijn te dragen. Hoe vele jeugdige leden eener Congregatie, zijn hunne volharding in de deugd aan de otiderrichtin-gèn, aan den raad en aan de gebeden van den Bestuurder hunner Congregatie verschuldigd! Hor vele anderen zijn door eene liefderijke vermaning van den weg der ondeugd dien zij insloegen terug gekeerd! De Bestuurder eener Congregatie is de getrouwe vriend van wien de H. Schrift zegt; £en getrouwe vriend is eene sterke verdediging; it'ie hem vindt, die heeft een schat gevonden. Daar is niets te vergelijken bij een getrouwen vriend: goud noch zilver kunnen opwegen teyen de waarde zijner trouw. Hen getrouwe vriend is eetie artsenij des levens en der onsterflijkheid.: zij die den Heer vreezen zullen hem oinaen. (Eccli. VI: 14-16.)

6. De goede wei ken, wier oefening ten allen tijde aan de leden der Congregatiën zoo aangenaam was. En wut is er treffender dan gevangenen te bezoeken, armen en zieken te helpen, voor lichamelijke en geestelijke opioedirg van vcnviiarloosde kinderen te zorgen en hen te orderrichten! O, hoezeer strekt dit alles niet tot Gods eer en lot stichting van den evenmensch'

7. De goede voorbeelden welke de leden der Congregatiën verplicht zijn elkander te geven, niet alleen in hunne vergaderingen, maar ook in alle betrekkingen, welke zij met elkander kunnen hebben. Ook vindt men in de Congregatiën een zeker aantal van personen, die men veilig tot voorbeeld mag nemen; en zoo men daarin niet altijd personen aantreft gelijk een Franciscus de Sales, een 1'etrus Fourrier en een Franciscns Kegis, niet zelden vindt men er jongelieden die de voetstappen drukken van een Ubaldinus of van een Bercius.

8. De gegronde hoop, die elk lid der Congregatie heeft, als hij de regelen getrouw onderhoudt, van de

ocr page 25

genade der volharding ten einde toe te zullen bekomen en den dood der gelukzaligen te sterven. Wij zouden hier een tal van feiten kunnen aanhalen, die zeer geschikt zijn om aan de leden der Congregatiën een levendig vertrouwen in t3 boezemen, en hen al meer en meer vast ie hechten aan eene instelling waardoor de liefde jegens God en de H. Maagd gestadig wordt onderhouden en vermeerderd: wij bepalen ons echter tot eene enkele gebeurtenis uit het leven van een der ver-maardste en geleerdste mannen van België.

Men verhaalt dat de onsterflijke Justus Lipsias, hoogleeraar aan de universiteit van Leuven, het zich tol plicht maakte nooit eene bijeenkomst der Congregatie te verzuimen ; men zag hem zelfs meer dan eens van tafel opstaan, lang voor het einde van den maaltijd, om niet aan de allerheiligste Maagd, wie hij, sedert zijne bekeering, eene zoo teedere en toegenegen godsvrucht had beloofd, ongetrouw te zijn. Het gebeurde nochtans dat eene zware ziekte hem in de onmogelijkheid stelde om naar de bijeenkomsten der Congregatie te gaan. en hem zelfs weldra de hoop ontnam van die ooit rneer te zullen bijwonen. In deze beslissende oogenblikken ontwaarde men meer dan ooit, hoezeer hij zijn lidmaatschap der Congregatie vjin de H. Maagd waardeerde. Immers Leonardus Lessius, Pater der Sociëteit van Jesus, vroeg hem, toen hij op zijn uiterste lag, welke daad van zijn leven hem nu het meeste genoegen verschafte, en zieltogende antwoordde hij: dat ik mij in de Congregatie, van Maria heb doen aannemen. Daarna sloeg hij zijn half gebrokene oogen hemelwaarts en de laatste woorden der akte van toewijding, welke hij zoo menigwerf met liefde herhaald had, uitbreidende, sprak hij met een levendig geloof en eene treffende godsvrucht deze woorden: O Moeder van mijn God, help uwen dienair, die worstelt met geheelde eeuwigheid; verlaat mij riet in dit uur, waarvan de eeuwige zaligheid mijner ziel afhmgt.

uO Mater Dei adsis famulo tuo cum tota aeternitate decertanti, nee me deseras in ista hora, a qua pendet aeterna animae meae salus.quot; (In vita.)

ocr page 26

Neen, Maria verlaat nimmer in het nur des doods hen, die gedurende hun leven belijdenis gedaan hebben van haar toe te behooren. Z,ij die v beitiinnen, o mijne, Koningin, zoo roept de H. Bonaventura uit, zullen een diepen vrede, gemeten: nooit zal hunne ziel den doodsmaken ! — Hij\ die u waardig heeft gediend, zal uit uwe hand de eeuwige zaligheid ontvangen!

II. gouden bulle: gloriosae dominae.

Apostolische Brief van Benedictus XIV onder hei gouden zegel uitgetuardigd, waai hij Z. li, uit eigen beweging bekrachtigt en vermeerdert de Aflaten, Gunsten en \ oorrechten, zoo door hem zeiven als door zijne voorzaten verleend aan de Congregatie van O. L. V. Boodschap, o] gericht in het Co lieg ie der Sociëteit van Jesus te Home, en aan de andere Congregatiën die daarmede vereemgd zijn of vereenigd zullen worden.

Benedictus XIV, Paus, ter eeuwige Gedachtenis.

Dat de roemrijke Koningin en Moeder-Gods Maria eene vertering en hulde verdient, waartoe de uitdrukkelijke wil Gods, en de aliijd onfeilbare Geest der Kerk ons even dringend aansporen, is zulk eene helder schitterende waarheid, dat het bijna overbodig moet schijnen onze apostolische vermaningen tot de geloovigen te richten, ten einde hen tot vurigen ijver in de devotie jegens die Gelukzalige Maagd op te wekken.

Waarlijk, de almachtige God heeft Maria, toen Hij die Gelukzalige Maagd boven duizenden uitverkoren en bij de Boodschap van den Engel Gabriël verheven had tot de onuitsprekelijke waardigheid van het Goddelijke Moederschap, overstelpt met zijne genade, overvloediger dan eenig ander schepsel, en haar met de schitterendste glorie gekroond boven alle de werken zijner handen

En ook do Katholieke Kerk heeft immer, voorgelicht

ocr page 27

door God den H. Geest, dezer Maagd als de Moeder van onzen Heer en Verlosser, en als de Koningin des Hemels en dor aarde, diepe hulde en uitstekende eere bewezen; zij heeft haar tevens altoos de meest hartelijke toegenegenheid en kinderlijke liefde betoond, als der teederlievende Moeder, welke zij van Jesus haren stervenden Bruidegom, krachtens zijne laatste woorden, ten erfdeel mocht ontvangen.

Tot haar is de Kerk gewoon in algemeene rampen en stormen, door de woede der helsche vijanden verwekt, als tot de veiligste haven van zaligheid hare toevlucht te nemen ; en zij erkent, aan hare machtige voorbede vooral, de uitroeiing, en de vernietiging van alle ketterijen in de gebeele wereld te moeten toeschrijven.

Maria is de allerschoonste Esiher, die door den oppersten Koning der koningen zoozeer is bemind geworden, dat Hij haar n5et alleen de helft van zijn Rijk. maar om zoo te spreken, geheel zijne macht en heerschappij schijnt te hebben medegedeeld. Zij is de sterke Judith, aan wie de God van Israël de macht heeft gegeven om te zegevieren over al de vijanden van zijn Rijk,

De Kerk noodigt, door de eenparige stem der heilige Vaders, hare kinderen uit, om in al hunne bijzondere noodwendigheden en gevaren met vertrouwen tot Maria te naderen, als tot eene machtige voorspreekster, die immer bereid is voor ons ten beste te spreken bij haren Zoon, den eenigen Zoon Gods. Zij noemt haar de geheimzinnige arke des Verbonds. waarin de geheimen onzer verzoening zijn volbracht, en waarop God zijne oogen slaande zleh zijn verbond zal herinneren en zyner barmhartigheid zal gedenken. Maria is als een hemelscbe stroom, langs welken de wateren aller genaden en gaven in den schoot der ellendige stervelingen vloeien; zij is de gouden poort des hemels, waardoor wij hopen eenmaal de rust der eeuwigdurende zaligheid binnen te treden.

Deze en dergelijke gedachten bezielden den gelukzaligen Belijder Ignatius, toen hij, — uit ijver voor Gods meerdere glorie, het leger der strijdende Kerk, met nieuwe scharen van krijgers, aangeworven onder

ocr page 28

den standaard van Jesus allerheiligsten Naam, vermeerderende, en zich den grooten strijd voor oogen stellende, dien hij en zijne medegezellen niet minder \oor hunne eigene zaligheid dan voor die van anderen gingen ondernemen, — zeer wijslijk oordeelde bijzondere hulp te moeten zoeken in de bescherming der H. Maagd Maria.

Van daar ook dat hij, vertrekkende uit het huis zijns vaders, vervuld van grootsche ontwerpen, en vast besloten den geestelijken strijd te aanvaarden, zich aanstonds ging neder werpen voor de voeten der H. Maagd en onder hare bescherming den moeitevollen weg der volmaaktheid intrad. Toen hij later zijne eerste krijgsmakkers ten strijde wilde geleiden, verkoos hij de kerk van den Martelaarsberg te Parijs, een heiligdom toegewijd aan Maria, boven elk ander heiligdom, om zich aldaar door plechtigen eed aan zijne geestelijke strijdijenooten te verbinden, en vestigde hij alzoo op Maria als op een onwankelbare rots de grondslagen zijner Orde.

Gelijk hij gewoon was niets van belang te besluiten of te ondernemen zonder eerst den naam van Maria aan te roepen; alzoo heeft hij ook al zijne kinderen willen leeren, voornamelijk van hare voorspraak den zegen des Heeren te verwachten in het volbrengen der plichten en bedieningen van hunnen staat, en te vertrouwen dat die toren van sterkte, waaraan duizend schilden hangen, hun te midden der gevaren, die zij voor de zaak der Kerk gingen trotseeren, steeds eene veilige schuilplaats en een onverwinbaar bolwerk zou wezen.

Deze hebben dan ook, over de geheele uitgestrektheid der aarde en der zee, voor koningen en volken, den aanbiddelijken Naam van Jesus dragende, niet opgehouden ter zeiver tijd den allerzoetsten naam van Maria overal te verkondigen •, en aldus werd door hen in al de landen der oude en nieuwe wereld, tegelijk met het licht des geloofs en de reinheid der zeden, de dienst en de eere van de Moeder des Heeren, op verwonderlijke wijze verspreid,

Onder de middelen hiertoe door hen gebezigd, behoort vooral eene nuttige en wijze instelling, die men

ocr page 29

reeds in vele plaatsen ziet opgericht. Want, middelerwijl zij aanhoudend in de bedieningen aan hunne Orde eigen, de belangrijkste diensten bewijzen aan de Kerk en er zich overal op toeleggen, aan de Christelijke jeugd eene waarlijk godsdienstige opvoeding te verschaffen en onderwijs te verleenen in Ie fraaie letieren: dragen zij tevens zorg haar deel te doen nemen aan godvruchtige Sodaliteiten of Congregatiën van de Allerheiligste Maagd en Moeder-Gods; en alzoo de jeugd aan de dienst en de vereering van de Moeder der schoone Hulde, der vrceze en kennis bijzonderlijk toewijdende, leeren zij Laar naar de hoogste volmaaktheid en naar het eeuwige geluk te streven.

Het is ongeloofelijk, welk een groot nut, personen van alle standen der maatschappij getrokken hebben, uit deze zoo loffelijke en godsdienstige instelling, die overvloedig voorzien is van heilige en z ilige regelen, welke oj' de verscliillende staten der leden van de Congregatiën wijslijk zijn toegepast, en door den voorzichtigen ijver van bijzondere bestuurders zorgvuldig onderhouden worden. Ejnigen toch, getrouw in het bewandelen van den weg der onschuld en der godsvrucht, dien zij onder de bescherming dor Allerheiligste Maagd van hunne tee-derste jeugd waren ingetreden, hebben verdiend, de zuiverheid van zeden, die den Christen en den dienaar der H. Maagd betaamt, tot het schoonste voorbeeld van anderen, gadiiren le hunnen geheelen levensloop te bewaren, en eindelijk de kroon der volharding te erlangen. Anderen, die verleid door d; aanlokselen der ondeugd den weg der boosheid bewandelden, zijn tot den Heer teruggekeerd, door de hulp der allerbannhanigste Moeder-Gods, aan wier dienst zij zich in dergelijke Congregatiën hadden toegewijd, en hebben naderhand eene regelmatige rechtvaardige en godvreezende levenswijze aangenomen en daarin, door de heilige oefeningen dezer Congregatiën gedurig bijgestaan, zeer gelukkig volhard. Anderen eindelijk, van jongs af met een teedere godsvrucht jegens de Moeder-Gods bezield, en allengs tot een hoogen trap der goddelijke liefde verheven, hebben de ijdele en verganklijke goederen en vermakèn dezer we-

1*

ocr page 30

10

reld met een grooten en edelen moed verlaten, en een ®oc heiliger en zekerder staat in eene geestelijke Orde om-helsd; en alzoo aan het kruis van Jesus Chiistus door de (^ezlt;

kloosterlijke geloften gehecht, hebben zij de overige dagen en

huns levens in het bevorderen hunner eigene volmaakt- v00

heid en der zaligheid van den evenmensch doorgebracht. oms

Uit dit alles blijkt duidelijk, welke gegronde en wijze ^gt;al1

redenen de Roomsche Pausen, onze voorzaten, bewogen ^ec

hebben, om aan deze Congregatiën, van het begin vieI harer instelling af, hunne Apostolische goedgunstigheid te betoonen, en menigvuldige en bijzondere gunsten en ^ aflaten, zoowel voor hare Bestuurders als voor hare

leden, mildelijk te verleenen, ten einde deze Congre- )uer gratiën aan te moedigen en te verspreiden.

Inderdaad, nauwlijk.-» had de Kerk der Boodschap van ^

de allerheiligste Maagd Maria, behoorende tot de ge- oe^

bouwen van het Komeinsch Collegie, om zoo te spre- a^s

ken, den grondsteen dezer instelling zien leggen onder ^rc

de studeerende jeugd, die naar dit Collegie «oevioeide, en vee

nauwlijks was dit aan Paus Gregorius XIII zaliger ge- t,ot

dachtenis kenbaar gemaakt, of hij verleende onder- ^at

scheidene aflaten, zoowel aan de studenten zelve als aan e(^ de overige geloovigen, die dergelijke loffelijke werken €n oefeningen zouden verrichten.

Bij deze eerste gunsten voegde hij later nog veel In^

grootere; hij begeerde dat deze instelling tot glorie ^a!

Gods. tot eer der allerheiligste Maagd en tot zaligheid var

van het Christen volk, door dezelfde leden der JSociëteit ^er

van Jesus al meer en meer zou worden verspreid, ge- ^ra

lijk hij wist dat reeds geschied was. Daarom vond hij ^61 goed, uit kracht zijner Apostolische macht, in de Kerk der Boodschap van de allerheiligste Maagd Maria, be- J grepen onder de gebouwen van het Romeinsch Collegie

eene tlcofd Congregatie of Hoofd-Sodaliteit op te richten, (Jre die hij voor altijd onder het bestuur van den Generaal - /r0'

der Sociëteit van Jesus, en in geval zijner afwezigheid m0i

of zijns overlijdens, onder het bestuur van den Vicaris- m0'

Generaal derzellde Sociëteit stelde. Hij wilde dat al de afiy

Congregatiën^ reeds opgericht of nog op te richten, in var{ de verschillende werelddeelen onder den titel van de

ocr page 31

11

Boodschap der allerheiligste Maagd, van deze Hoofd-Congregatie of Sodaliteit zouden afhangen; dat zij zich deze ten voorbeeld zouden nemen, hare regelen volgen en van haar de mededeeling der verleende aflaten en voorrechten bekomen. Deze besluiten zijn breedvoeriger omschreven in den met lood bezegelden brief van Paus Gregorius, onzer voorzaat, gegeven den vijfden December van het jaar onzes Heeren vijftien honderd vier-en-tachtig.

Behalve de hulle van Gregorius XIII, haalt Bent-dicins XIV hier nog aan de bullen van Sixfus F, Clemens VIII en Gregorius XV; en vervolgt aldus:

Wij, die ons met vreugde de heilige en godvruchtige oefeningen van deze Congregatie herinneren, welke wij als lid der Congregatie van Maria Hemelvaart in het Professenhuis der Societeit van Jesus te Rome, met veel geestelijken troost hebben bijgewoond, voor dat wij tot hoogere waardigheden verheven werden, oordeelen dat het onze herderlijke plicht is, deze instelling van echte en welgegronde godsvrucht, waardoor de christelijke deugd behartigd en de zaligheid der zielen groote-lijks bevorderd worden, met onze apostolische macht en milddadigheid te moeten begunstigen en aanmoedigen. Daarom hebben wij al de vermelde gunsten en aflaten van onze voorzaten, door onzen pauselijken brief van den 24 der voorledene maand April goedgekeurd, bekrachtigd. uitgebreid en vermeerderd, gelijk blijkt uit den inhoud van denzelfden brief.

In deze Breve, hier in haar geheel opgenomen, verklaart de Paus dat al de Congregatiën, die met de Hoofd-Con-gregatie vereenigd zijn, de H. Maagd tot bijzondere Patrones onder den titel van een harer feesten of geheimen moeten nemen en een tweeden Patroon naar welgevallen mogen kiezen, aan wiens feestdag Z. Id. ook een vollen aflaat verleent; dat het feest van den hoofdtitel en dat van den tweeden titel of patroon eener Congregatie, indien de Bestuurder zulks nuttig oordeelt in tent andere kerh

ocr page 32

12

dan de gewone kan worden gevierd en het bezoek dezer delijl

kerk alsdan voor het verdienen van den A flaat toereikend is. van

Na de mededeeling der Breve zet Bentdictus XIVde D£

Gouden Bulle voort; geeft nadere verklaringen omtrent guns

het verdienen van den ivekelijkschen vollen aflaat, maakt maal

de bedienaren der Congregatie, die geen leden zijn, aan gevo

alle aflaten deelachtig en beveelt eindelijk dringend de Lich

zuiverheid des gewetens en het oefenen van liefdewerken volle

aan en schenkt der Congregatie nieuwe gunsten. wij !

sen

Daar het genoegzaam blijkt, aldus vervolgt Z. H., diem

zoo uit het bovengemelde, als uit andere verordeningen, ande

door onze voorzaten en door ons gegeven, hoezeer het vruc

ons ter harte gaat, dat de H. Sacramenten des Altaars ontv

en der Biecht, volgens den geest van onze Moeder de den

H. Kerk, door alle gcloovigen in het algemeen en door \V

de leden van genoemde Congregatiën in het bijzonder, greg

met zekere en volle vrucht dikwijls ontvangen worden, jegei

begeeren wij vurig, dat men de leden der Congregatiën te (

ernstig aanbevele het allerheilzaamst en lofwaardig ge- door

bruik, om niet alleen door eens algemeene biecht over barn

geheel hun voorgaande leven, zich tot bet intreden in Wet

bedoelde Congregatiën voor te bereiden, hetgeen men ophc

iedereen wijslijk aanraadt; maar ook om eens of twee- D

maal alle jaren de overtredingen en zonden, die zij be- vooi

dreven hebben, hetzij sedert de laatste-algemeene biecht, ziek

hetzij sedert het eerste gebruik der rede, volgens het liefü

goeddunken van een voorzichtigen zielbesiuurder, in de vers

droefheid des harten wederom te gedenken, en meteen Con

waar berouw en een vast voornemen te verfoeien, ze zich aan het oordeel van een wettigen biechtvader te onder- , kelr

werpen, en aldus te trachten hunne verzoening met God aan

steeds meer te verzekeren, en de verbetering huns levens dooi

en de aanwinning van alle deugden dagelijks te bevor- den

•deren; opdat zij alzoo van tijd tot tijd in den geest of

hunner harten vernieuwd en gedurig met nieuwe hulp- eeu

middelen der genade toegerust en versterkt, een leven l

leiden, den Christen en den bijzonderen beschermeling voli

der H. Maagd waardig; en opdat u') door het dikwijls alle herhaald gebruik der goddelijke Geheimen gevoed, ein- t stui

ocr page 33

13

delijk door dezer kracht de hemelsche belooning, waarvan zij het onderpmd zijn, mogen bereiken.

Daarom verleenen wij, als eene nieuwe en bijzondere gunst, aan de leden der Congregatiën, die eens of tweemaal in het jaar de gemelde algemeene biecht met ware gevoelens van boetvaardigheid doen en daarna het EL Lichaam des Heeren nuttigen, dat zij alsdan aan den vollen aflaat deelachtig kunnen worden, dien zij, gelijk wij hierboven hebben toegestaan, in de gewone bidplaatsen hunner eigene Congregatie iedere week kunnen verdienen, alhoewel zij niet in hunne eigene, maar in eene andere kerk, bidplaats of kapel, volgens hunne godsvrucht en goedvinden, het H Sacrament des Altaars ontvangen en de voorgeschrevene gebeden aan God zouden opdragen.

Wij bevelen eindelijk allen leden der voornoemde Congregatiën grootelijks aan, de broederlijke liefde, zoowel jegens elkander, als jegens alle gelo .vigen, zorgvuldig te onderhouden en met ijver te behartigen, opdat zij, door het gestadig oefenen der werken van godsvrucht en barmhartigheid de twee geboden, waarin de geheele Wet en de Profeten besloten zijn, volbrengende, niet ophouden de Kerk Gods te verblijden en te vertroosten.

Daarom hebben wij in onzen bovenvermelden brief, ons voor oogen stellende hoezeer de geloovigen in hunne ziekten de geestelijke en tijdelijke hulp der broederlijke liefde behoeven, buiten andsre aflaten, door ons voor verscheidene werken van godsvrucht aan de leden der Congregatiën vergund, en die tot de personen welke zich aan de dienst der Congregatiën toewijden, uitdrukkelijk zijn uitgebreid, nog bijzondere artaten verleend aan degenen, die, door het luiden der klok van den doodstiijd of het afsterven van een geloovige verwittigd, den almachtigen en barmhartigen G.)d voor het herstel of voor het zalig afsterven van den kranke, of voor de eeuwige rust van den doode, zullen bidden.

Uit eigene beweging, zekere kennis en apostolische volmacht, schenken en vergunnen wij daarenboven, aan alle Priesters der Sociëteit van Jesus, die met het bestuur der Hoofd-Congregatie of van andere Congrega-

ocr page 34

14

tiën of Sodaliteiten met deze vereenigd, belast zijn, of belast zullen worden, de macht om een vollen aflaat, ook toevoegbaar aan de overledene geloovigen, te mogen en te kunnen verleenen. krachtens het apostolisch gezag, hun bij deze bulle vergund, aan de zieke leden of bedienaren der Congregatiën, die zij met het verlof hunner oversten, gaan bezoeken en door geesteliike opwekkingen helpen, hetzij om de ongemakken der ziekte geduldig te verdragen, hetzij om den dood van de hand des Heeren gewillig te ontvangen, als zij hen voor een beeld van den gekruisten Zaligmaker driemaal het gebed des Heeren en de groetenis des Engels zullen doen bidden, op den dag waarop deze zieken het allerheiligste Sacrament des altaars ontvangen.

Zen laatste, na al de voorrechten der Hoofd-Congregatie ook vergund te hebben aan het altaar van O. L. V. van Smarten en aan dat van den H. Franciscus Xaverius in het Romeinsch Collegie, sluit Z. H. de bulle met de volgende woorden:

Eindelijk verklaren wij, dat deze pauselijke brief nooit kan of mag voor twijfelachtig gehouden, herroepen of vernietigd worden, onder voorwending van subreptie, obreptie of nietigheid, noch uithoofde van gebrek aan meening onzerzijds, noch van eenig aitder gebrek; maar dat hij steeds en voor altijd moet gelden, en ziine volle en geheele uitwerking hebben en bekomen ; dat hij in geene herroeping, opheffing, beperkir g, afschaffing hoe ook genaamd van dergelijke of andere aflaten, noch ook in eenige andere daarmeê strijdende beschikking, die door ons, ot door de Pausen, onze opvolgers, of door den Apostolischen Stoel uit dezelfde beweging, kennis en volmacht ooit zou worden gedaan, is besloten, maar altijd van de/.e wordt uitgezonderd; en dat hij altijd, wanneer zulke herroepingen of schikkingen zullen geschieden, in zijn vorigen staat, ten eenen male, geheel en ten volle zal blijven, voor zulks gehouden worden en ten voordeele van al de personen die hij betreft, volkomen zal moeten gelden. £n indien iemand, uit

ocr page 35

15

welke macht ook, met kennis of uit onwetendheid, ietamp; hie^ tegen deed, verklaren wij, dat dit krachteloos en van geene waarde wezen zal.

Niettegenstaande den brief die zich verklaart tegen de uitdeeli' g der aflaten ad instnr, en een anderen, waarin wij bevolen hebben in de aflaatbrieven, tot slot bij te voegen: dat, indien de kerken of de personen, aan welke de aflaten worden vergund, reeds een anderen aflaat bekomen hadden, waarvan daarin geene bijzondere melding wordt gemaakt, zulke aflaatbrieven van geene waarde zonden zijn, en niettegenstaande alle andere, door ons of door de apostolische kanselarij ingestelde regelen, als ook den brief van or zen voorzaat Clemens, over de wijze van broederschappen op te richten en te vereenigen, die wij, ten einde de uitwerking van al heigene hierboven gemeM is, te bekomen, alleen ditmanl in het bijzonder, uitdrukkelijk op de uitgebreidste en volledigste wijze, uit de bovengemelde beweging, kennis en volheid van macht afschaffen. Eveneens heffen wij op alle andere apostolische verordeningen, en bijzonderlijk die reeds door onze bovengenoemde voorzaten zijn opgeheven, krachters hur.ne bovenvermelde brieven, en eindelijk alle strijdige akten, welke die ook wezen mogen ten effecte van dezen brief (1)

Gegeven te Rome, bij de H. Maria de Meerdere, het jaar der menFchwording van onzen Heer Jesus Christus 1748. den zeven en-twintigsten dag van September, het negende jaar van ons Pausdom.

J. Datarius. D. Gardin, passioneüs.

Plaats des gouden f zegels.

1

Hieruit en ook uit dcu brief van Gregorius XV, Alias* pro parte onder den visschersring, gegeven den 15 April 1621, blijkt dat de brief Quaecumqne, van Clemens \II1 geene be-trquot;kking heeft op de Congregatiën, die niet de Prima-Primaria vereenigd worden.

ocr page 36

16

TTT gedacht

111. DIPLOMA, WAARDOOR DE HOOGEERW. PATER ,

zielae

GENERAAL DER SOCIETEIT VAN JESUS EENE ,

deze za

CONGREGATIE OPRICHT, EN MET DE HOOFD- ,

' leenen CONGREGATIE VAN ROME VERBINDT.

en dit

N. N. Generaal der Sociëteit van Jesus. geven

1584

Allen en een iegelijk, die dezen onzen brief zullen Rome

lezen, heil en zegen in Hem, die is het ware en het

. . voor a

eeuwige heil. — Niet slechts de rede, maar ook de be- onder

proefde en bestendige ondervinding leeren, dat vereeni- ..

gingen van godvruchtige personen, vooral wanneer zij ^

onder de hoede der allerzaligste Maagd Maria zijn in- iieeft,

gesteld, groote kracht bezitten ter vermeerdering der i.,

godsvrucht; zoowel wegens de bijzoadere en onbetwij- leliën

felba e bescherming van haar, die dc Moeder is van von

God, als wegens de oefeningen van deugd en godsdien- ^ 3Stej]

stigheid aan dusdanige vcreenigingen eigen, en eindelijk quot;n

wegens het wederzijdsche voorbeeld, dat gemeenlijk met een:g r

zacht en lieflijk geweld de gemoederen der menschen behoon

ten goede pleegt te steramen. Hierom dan ook heeft Hoold-

onze Isociëteit, die reeds alle met hare inrichting stroo- ni,ren

kende middelen bezigde, ten einde met Gods hulp het ° ^

heil en den geestelijken voortgang van den evenmensch verleer

te bevorderen, gemeend ook dit middel, welks deugde- wre^ati

lijkheid door de ondervinding beproeld is, niet onge- overige

brui kt te raceten laten. Weshalve, toen onze voorzaat dezelfd

P. Claudius Aquaviva zaliger gedvchtenis aan Paus toeven

Gregorius XIU bekend had gemaakt; dat er reeds sedert bevoequot;

lang in het collegie onzer Sociëteit te Home, eene ledenquot;

sodalheit van Leerlingen, onder den titel van Maria- te ont

Bondschap was ontstaan, en dat daarna de jeugd, die harer

aieh in onderscheidene andere collegien van onze Sociëteit hovend

'op de studiën toelegde, dit voorbeeld volgende, dezelfde standi '

instelling en dezelfde oefeningen van godsvrucht tot nullen5

haar groot nut had aangenomen, dat het bij gevolg dien- en |ler

stig moest worden geacht, indien tor. meerdere ontwik- pau

keling van zuli een vroom werk, genoemde instelling, om ^

niet alleen door het Pauselijk gezag werd bekrachtigd, Heerei

maar bovendien met geestelijke gunsten werd begiftigd,— t(.

toen heeft het denzelfden Paus Gregorius XIU zaliger

■

ocr page 37

17

gedachtenis volgens den rusteloozen ijver, die hem bezielde ter uitbreiding van Gods eer, behaagd, ook in deze zaak tot Gods glorie, een gunstig antwoord te ver-leenen op de aanvraag van onzen genoemden voorzaat, en dit te bekrachtigen door een Apostolischen brief, gegeven den 2 November van hot jaar onzes Heeren 1584). — Hij heeft dan vooreerst in ons collegie te Rome de Hoofd-Congregatie voor onze leerlingen en voor andere geloovigen. door zijne apostolische macht onder den titel van Maria-Boodschap opgericht en ingesteld, en haar verscheidene aflaten en voorrechten uit de schatten der H. Kerk milddadig vergund. Daarna heeft hij den Generaal of den Vicaris-Generaal voor altijd gemachtigd, om dusdanige Congregatiën in de col-legiën der Sociëteit, zoo voor onze leerlingen alleen, als voor de andeie geloovigen met hen, die tot hunnen geestelijken vooruitgang zouden wenschen er leden van te zijn, onder den titel van Maria-Boodschap, zonder eenig nadeel der collegiën of der kerken, aan deze toe-behoorende, op te richten en met deze Romeinsche Hoofd-Congregatie als leden met haar hoofd te vereenigen, zoodat zij al de gunsten, aflaten, kwijtscheldingen en andere voorrechten, aan de Hoofd-Congregatie verleend, zullen genieten. De zorg voor gemelde Congregatiën, zoo voor de Hoofd-Congregatie als voor de overige, met deze vereenigd en haar ondergeschikt, heeft dezelfde Paus Gregorius in die mate aan onze Sociëteit toevertrouwd, dat de Generaal of de Vicaris-Generaal bevoegd is, door zich zeiven of door ieder ander van de leden der Sociëteit hiertoe gekozen, die Congregatiën te onderzoeken, allerhande voorschriften te geven ter harer regeling, en de reeds gegevene te verklaren; bovendien kunnen zij naar den eisch van zaken en omstandigheden, zoo als zij zulks in den Heer het best zullen oordeelen, deze Congregatiën wijzigen, verbeteren en hervormen.

Paus Sixtus V, insgelijks van grooten ijver ontvlamd, om de eer Gods en de zaligheid van de kudde des Heeren, die aan zijne herderlijke zorg was toevertrouwd, te bevorderen, heeft, de bede van onzen zelfden voor-

ocr page 38

18

zaat goedgunstig inwilligende, naderhand de gemelde machiiging en de bulle van 1'au■ Gregorius XIII, ziinen voorzaat, zoo uitgebreid, dat het aan den Generaal of aan den Vicaris-Generaal onzer Sociëteit voor altijd toegestaan en vergund is, niet slechts eene maar ook meerdere Congregatiën voor de leerlingen, of voor andere geloovigen, of voer beiden te zamen, zoo onder den titel van Maria-Boodschap als onder eene andere benaming, in alle kerken, huizen, collegiën en seminariën onzer Sociëteit en in andere plaatsen, welke onder haar bestuur en opzicht staan, en aan hare zorg toevertrouwd zijn, met apostolische macht op te richten en in te stellen, ook met de voornoemde Hoofd-Congregatie te vereenigen en aan deze al de volle of andere aflaten, kwijtscheldirgen, ontslagingen, uitzonderingen, vrijheden en overige gunsten, toelatingen, geestelijke en lijdelijke voorrechten, die aan de Hoofd-Congrfgatie of aan andere Congn gatiën, w elke niet deze vereenigd zijn, of zullen worden, of aan hare leden, zoo leerlingen als anderen, vergund zijn of vergund zullen worden, voor altijd mede te deelen.

Benedictus XIV, zaliger gedachtenis, gelijk wijder uiteengezet is in zijn apoMolische met goud gezegelde bulle van den 27 September 1748, en in een anderen brief van den 8 September 1751, heeft al deze vergunningen en voorrechten bevestigd en vermeerderd.

Paus Leo XII, zaliger gedachtenis, heeft veiklaard. door een apostolischen, bij wijze van breve den 17 Mei 1824 uiigevaardigden brief, dat die aan ons ten volle vergund blijven. Daarenboven heeft hij, in zijnen brief van 7 Maart 1£25, die goedgur stig uitgebreid tot alle andere Congregatiën, waar deze ook bestaan mogen, hoewel zij noch in de kerken of huizen der Sociëteit opgericht, noch aan de zorg der Sociëteit toevertrouwd waren.

Derhalve, aangezien de door ons in Christns zeer geliefde Heeren Prefect en Assistenten van de Congregatie , volgens hunne uitstekende liefde v.ot God en devotie jegens de allerheiligste Maagd, ons in hunnen naam en in dien der overige leden van de Congregatie,

ocr page 39

19

zoo door hen zeiven, als door de van ons in Christus eveneens zeer geliefde Heerer. Prefect en Assistenten der Hoofd-Congregatie van Rome, verzocht hebben dat het ons behage, door de macht welke de Apostolische Stoel, gelijk boven vermeld, ons heeft vergund, eene Congregatie .....onder aanroeping en titel.....op te

richten en haar met genoemde Hoofd Congregatie te vereenigen, zoo keuren wij zulk eene godsvrucht niet alleen goed, maar richten door de macht ons, gelijk boven gezegd is, toegestaan, eene Cor gregatie op zoo als boven, en wij verbinden en vereenigen haar met de Hoofd-Congregatie van Kome; wij deelen haar ook mede al de voorrechten, zoo volle als andere aflaten, en alle overige gunsten, die aan de Hoofd-Corgregatie of aan andere met deze, gelijk alles boven vernield is, vereenigde Congregatiën vergund zijn of vergund zullen worden, in den naam der Allerheiligste Drievuldigheid, des Vaders, en des Zoons en des H. Geestcs, Wier goddelijke Majesteit wij ootmoedig bidden, dat zij zich ge-waardige deze vergunning in den hemel goed te keuren en te bekrachtigen ; de leden der Congregatie met de gaven der hemelsche genade te begunstigen, hen aan Hare oogen van dag tot dag aangenamer te maken en eindelijk hun te verleenen dat zij Haar aanschijn en het aangezicht der allerheiligste Maagd, na haar getrouwelijk en godvruchtig gediend te hebben, in de eeuwigeglorie onophoudelijk mogen aanschouwen.

In oorkonde hiervan, hebben wij bevolen dezen eigenhandig onderteekenden brief met het zegel onzer Sociëteit te bekrachtigen.

Gegeven te Rome, den ....

ocr page 40

20

A F L A T E N.

I. AFLATEN.

Vergund door de Pausen aan de Hoofd- Congregatie, opgericht onder den titel van Maria Boodschap, in het Romeinse h Collegie der Socicfeit \ van Je sus, en aan al de Congregatiën die op dezelfde wijze zijn of zullen worden opgericht, mits zij met voornoemde Hoofd-Congregatie wettig vereenigd zijn.

VOLLE AFLATEN welke door alle geloovigen kunnen verdiend worden.

1. Alle leden eener Congregatie en alle geloovigen van beiderlei kunne die geene leden eener Congregatie zijn vedienen eenen vollen aflaat, indien zij met een waar berouw hunne zonden gebiecht, en het 11. Lichaam des Heeren genuttigd hebbende, op den dag van het feest of den titel der Congregatie, te beginnen met de eerste vespers op den voor avond tot zon-ondergang van den feestdag, de kerk, kapel of bidplaats der Congregatie godvruchtig bezoeken, en aldaar bidden voor het heil en de uitbreiding des Christendoms, voor de uitroeiing der ketterijen, voor den algemeenen en voor den quot; ouderlingen vrede der christen-vorsten, en voor het wel-zgn van den Paus, of andere gebeden volgens hunne godsvrucht storten.

2, Indien eene Congregatie een anderen titel of een anderen patroon heeft behalve de H. Maagd, dan is er op den dag; waarop het feest van dezen titel of patroon gevierd wordt, gelijkerwijze een vollen aflaat verleend. Heeft eene Congregatie dergel ijken titel niet, dan kan

ocr page 41

21

de Bestuurder dier Congregatie met toestemming van den Bisschop alle jaren een dag naar goedvinden kiezen.

3. Deze beide feestdagen mogen ook met toelating van den Bisschop, lt; p een anderen dag, zelfs op een Zondag, verzet worden, en dan kan men den bovenge-melden aflaat verdienen op dien dag, waarop de plechtigheid gevierd wordt. In dit geval mag er eéne plechtige votiefmisse van dit uitgestald feest worden gehouden, al werd er ook op den vastgestelden dag, in de kerk een dubbel feest {festvm duplex) gevierd.

atie,

! VOLLE AFLATEN

1/ de

rden icelke alleen door de leden en bedienaren der Conyregdtiën jatte door hen die deze behutpzaain zijn, kunnen verdiend

worden.

4. Al wie op den dag, waarop hij in de Congregatie wordt aangenomen, na met een waar leedwezen ge-

quot;■ biecht te hebben, het Allerheiligste Sacrament des

altaars in de kerk der Congregatie of in eene andere igen kerk zal ontvangen, verdient een vollen aflaat en de ;atie kwijtschelding van al zijne zonden.

een 5. Dezelfde aflaat kan in de ure des doods verdiend aam worden.

'iet 6. De leden eener Congregatie, die met een waar be-t de rouw gebiecht hebbende, in dezer kerk het heilig Lichaam : van des Heeren nuttigen, kunnen ook eenen vollen aflaai gre- verdienen op de dagen der Geboorte en der Hemel-het vaart van onzen Heer Jesus Christus, en op de feest-uit- dagen der Onbevlekte Ontvangenis, Geboorte, 13ood-i'en - schap en Hemelvaart van Maria.

wel- 7. Ook een vollen aflaat eens in de week, op een inne van de dagen wanneer, volgens de regelen en gebruiken der gemelde Hoofd-Congregatie of der andere Con-een gregatiën, de bijeenkomsten gewoonlijk gehouden wor-s er den,- mits zij met een waar berouw gebiecht hebbende roon en tot de H. Tafel genaderd zijnde, de kerk of kapel, end. bidplaats of vergaderplaats hunner eigene Congregatie kan bezoeken, en aldaar godvruchtige gebeden aan God op-

ocr page 42

22

dragen voor de eendracht der christen-vorsten, de uit- zonden roeiing der ketterijen, en de verheffing onzer Moeder pnderw de 11. Kerk. Wanneer nochtans gedurende dezelfde week de leden der Congregatie twee of driemaal vergaderen, zal ieder slechts een van deze dtgen naar goedvinden mogen kiezen om den aflaat te verdienen. toe^es l Imusschen moeten zij zich herinneren, dat zij hierin,

gelijk in al het overige, de leiding hunner Bestuurders moeten volgen.

8. In de Congregatiën, welker leden gewoon zijn des avonds of op een ander uur na den middag te vergaderen, kan naar verkiezing op denzelflen of op den volgenden dag, de volle aflaat verdiend worden.

9. De Priesters met het bestuur der Congregatie belast, kunnen, mits zij daartoe van den Bisschop eens voor altijd het verlof hebben verkregen, zoo dikwijls zij de zieke leden of bedienaren der Congregatie bezoeken, hen door geestelijke vermaningen opwekken,

hetzij o;ri de ongemakken der ziekte geduldig te verdragen, of om den dood gewillig van de hand des Hee-ren aan te nemen; en hen voor een beeld van den ge-kruisten Zaligmaker driemaal het Onze Vader en het Wees gegroet volgens de meening van den Paus en van onze Moeder de li. Kerk doen bidden; zóó dikwijls ook deze zieken op den dag, waarop zij het Allerheiligste Sacrament ontvangen hebben, een vollen aflaat doen verdienen.

10. De volle aflaat, eens in de week vergund, kan tweemaal 'sjaars door de leden der Congregatiën verdiend worden, alhoewel zij de bidplaats hunner Congregatie niet bezoeken, mits zij eene andere kerk bezoeken,

waarin zij het allerheiligste Sacrament des altaars ontvangen, na eene algemeene biecht van geheel hun voorgaande leven of sedert hunne laatste algemeene biecht, gesproken te hebben.

11. Te dezer gelegenheid wordt door de Pausen het gebruik der algemeene biecht dringend aangeprezen en de godsvrucht tot de allerheiligste Maagd Maria aanbevolen. Daarenboven worden de leden der Congregatiën vermaand, zich aan de bevelen en den raad hunner bij-

ocr page 43

23

zondere Bestuurders met ondergeschikten wil en ijver te onderwerpen.

AFLATEN VAN ZEVEN JAREN,

toegestaan aan de voornoemde personen, zoo dikwijls zij een der volgende goede werken verrichten,

12. Het lijk van een lid der Congregatie of van een anderen geloovige naar de begraafplaats vergezellen.

13. Bij het luiden der klok bidden voor dv; genezing of zaligen dood van den zieke, of voor de rust der ziel van den overledene.

14. Eene openbare of bijzondere godvruchtige bijeenkomst, de goddelijke diensten, geestelijke samenspraken of vermaningen bijwonen.

15. Tegenwoordig zijn bij de lijkdienst van een overleden lid der Congregatie, of van een anderen geloovige.

10. Misse hooren op een werkdag.

17. Des avonds, alvorens te gaan slapen, zijn geweten onderhoeken.

18. Arme zieken in gasthuizen of elders bezoeken.

19. De gevangenen bezoeken.

20. Degenen, die in tweedracht leven, met elkander verzoenen.

VERKLARING.

kan 21. De leden der Congregatiën zullen al deze aflaten

ver- kunnen verdienen overal waar zij zich bevinden, indien

igre- zij in de kerk der plaats waar zij zijn, of elders, zoo

iken, als zij kunnen, verrichten hetgeen voorgeschreven is om

ont- genoemde atlaten te verdienen.

oor-

echt, ANDERE AFLATEN.

het 22. De leden der Congregatiën verdienen alle aflaten

n en verleend aan de bezoeken (*) of statiën der kerken van

nbe- --.. ,

ifipTi (*) 1)0 aflaten, vergund aan de kerkbezoeken te Rome, zijn de volgende:

OUquot; 1. Op den feestdag der Besnijdenis, op Drie-Koningen, op de

ocr page 44

24

Rome 200 binnen als buiten de stad, mits zij in de veenigdaagsche vaste en op andere tijden en dagen dier statiën de kerk, kapel of bidplaats der Congregatie; of ingeval van afwezigheid, eene andere kerk of kapel der plaats waar zij zich bebinden, godvruchtig bezoeken, en aldaar zevenmaal het Onze Vader en het Wees gegroet bidden.

AFLATEN VOOR DE OVERLEDENEN.

23. Al de bovengemelde aflaten kunnen tot lafenis der zielen aan de overledene geloovigen toegevoegd worden.

24. Het altaar van al de Congregatiën is geprivilegieerd voor alle priesters die er Misse lezen tot lafenis der zielen van overledene leden der Congregatie en onder deze voorwaarde alleen.

25. Maar elk priester der Congregatie, die de Misse leest tot lafenis der ziel van een ander lid der Congregatie, kan hetzelfde voorrecht genieten, onverschillig aan welk altaar het ook zij.

Zondagen van Sfptiiagesima, Sexagesima en Quinquagesima 30 jaren en 30 quadiageuen.

2. Gedurende de veertigdaagsche Vaste: op Asche-Woensdag en op den YienUn Zondag vau de Vaste, 15 jaren en 15 quadragenen; op ralmzondag, 25 jaren en 25 quadragenen; op Witttn-Donderdag, volle aflaat; op Got den Vrijdag en op den Zaterdag voor Puschtn, 30 jaren en 3u quadragenen; op al de andere dagen van de Vaste, 10 jaren en 10 quadragenen.

3. Op den Zondag van Paschtn, volle aflaat, op al de andere dagen van liet Octaaf, op den feestdag van den M. Marcus en op de drie Kruisdagen, 30 jaren en 30 quadragenen.

4. Up 'sHiertn Hemelvaart, volle aflaat.

5. Up Pinkstt ra vond, lo jaren en 10 quadi agenen ; op dea Zondag tan Pinkster, en op al de dagen van het Octaaf, 30 jaren eu 30 quadragenen.

_6. Gedurende den Advent: op den derden Zondag, 15 jaren en 15 quadragenen: op den eersten, tweeden en vierden Zondag, en op de drie Quatertemperdagen van September en December, 10 jaren en 10 quadragenen.

7- Gp Kerstavond, in de Nacht-misse en in de Aurora-misse, 15 jaren en 15 quadragenen, en gedurende den dag, volle aflaat: op de dritt volgende degen, 30 jaren en 30 quadragenen.

Vour de volle aflaten der statiën wurdt biecht en Coaurunie vereiticht. VgJ. A. Maurel S. J. ló« ed. 1872, p. 387.

ocr page 45

25

ANDERE VOORRECHTEN EN GUNSTEN.

26. Alle koningen, prinsen, hertogen en graven, die met oppermacht bekleed zijn, als ook hunne eigene en aangehuwde verwanten in den eersten en tweeden graad kunnen, indien zij in de Hoofd-Congregatie of elders in andere Congregatiën, welke opgericht zijn of opgericht zouden worden, ingeschreven zijn, hoewel afwezig, door de bovenvermelde werken van godsvrucht te verrichten, en eene kerk naar gelegenheid en verkiezing te bezoeken, de voornoemde aflaten, kwijtscheldingen en ontslagingen insgelijks verdienen

27. Aan alle geloovigen, die voor het Allerheiligste Sacrament df'S Ahairs, wanneer' het in de bidplaatsen der bovengemelde Hoofd-Congregatie of der andere Congregatiën, die dauruiede vereeni^d zijn of zullen worden, met de toelating van den Bisschop, gedurende drie achtereenvolgende dagen uitgesteld is, eenigen tijd bidden, en de andere voonreschrevene werken verrichten, worden de aflaten, kwijtscheldingen en ontslagingen vergund, welke zij zouden kunnen verdienen, indien zij de kerken bezochten waarin het Allerheiligste Sacrament gedurende veertig uren is uitgesteld.

28. Eindelijk, aangezien het somtijds geschiedt dat de geestelijke oefeningen van acht dagen, om wettige redenen volgens omstandigheden van personen, plaatsen ■en tijden, geen volle acht, maar slechts vijf, zes of zeven dagen kunnen duren, worden de aflaten, welke verleend zijn aan degenen, die acht dagen lang de oefeningen bijwonen, mede vergund aan hen, die ze gedurende zeven, zes of ten minste vijf achtereenvolgende dagen zullen gehouden hebben.

Den 6 Maart 1776, heeft de heilige Congregatie der aflaten en der heilige reliquiën geoordeeld, dat de bovenstaande opgave door de drukpers der apostolische kamer mocht in het licht gegeven worden (1).

1

Deze inhoud van al de aflaten, welke aan de Congregatie' der IL Maagd Maria, sedert Gregorins XIII tot aan Pius VI, verleend zijn, is nit hef latijnsche origineele stuk nauwkeurig overgebracht.

ocr page 46

26

Gedaan te Rome, ter Secretarie van de H. Congregatie der aflaten.

Jülids Caesar de Somalia, Secretaris van de H. Congregatie der aflatengt; Plaats des zegels.

II. aflaten,

Verleend aan de kruisen, medailles en rozenlcransen^ gewijd door den Pans of door degenen, die van hem de macht daartoe ontvangen hebben.^*)

1. Een rolle aflaat op Kerstdag, op Driekoningendag-^ op Paschen, op 's Heeren Hemelvaart, op Pinksteren, op H. Drievuldigheid en H. Sacramentsdag; op de feestdagen der Onbevlekte Ontvangenis, Geboorte, Zuivering, Boodschap en Hemelvaart van de allerheiligste Maagd Maria; op de feestdagen der Apostelen; op de geboorte van den H. Joannes den Dooper; op den feestdag van den 11. Joseph en op Allerheiligen.

Om deze aflaten te verdienen moet men ten minste eenmaal in de weelc, een der volgende gebeden verrichten, te weten: den rozenkrans of het rozenhoedje bidden, of wel de kerkelijke getijden, of de kleine getij* den van Maria, of de getijden der overledenen, of de zevenboetpsalmen, of de trappsalmen. of moet men gewoon zijn één der volgende goede werken te doen, namelijk: de eerste beginselen der christelijke leering te onderwijzen, gevangenen of zieken in de hospitalen te bezoeken enz.

Men moet daarenboven op de bovenvermelde dagen, na gebiecht te hebben, de H. Communie ontvingen, en alsdan godvruchtige gebeden storten voor de uitroeiing

{*) Veelal ploegt men bij do opdracht aan do leditn gewijde medailles te geven, daarum werd die opgave hier geplaatst. Vgl. -hb cc uit a di orazioni enz. 1855, blz. 392.

ocr page 47

27

«Jer ketterijen en scheuriogea, voor de verspreiding des katholieken geloofs, voor den vrede en de eensgezindheid der christen vorsten en voor de overige noodwendigheden der H. Kerk. De biecht mag gedaan worden op den dag voor het feest, met de eerste Vespers te beginnen. Igt;e personen die de gewoonte hebben van alle acht dagen te biechten, zijn niet verplicht in den loop der week nog eens te biechten om den aflaat te verdienen, als zij maar de andere goede werken die -voorgeschreven zijn, verrichten.

2. Op al de andere feestdagen van onzen Heer en van de allerheiligste Maagd Maria, een aflaat van zevert jaren en zevenmaal veertig dagen, op voorwaarde dat men dezelfde werken verricht hebbe.

3. Op al de andere feestdagen en op al de Zondagen van het jaar, een aflaat van vijf jaren en vijfmaal veertig dagen, behoudens dezelfde voorwaarden.

4. Honderd dagen aflaat, op iederen dag des jaars. dat men bovengemelde werken zal verrichten.

5. Voor zekere godvruchtige oefeningen en goede werken kan men nog de volgende aflaten verdienen. Twee honderd dagen, eiken keer dat men gevangenen of zieken in de hospitalen bezoekt.

6. Honderd dagen, eiken keer dat men zijn geweten onderzoekt, met het voornemen van zich te beleren, en dat men driemaal het Onze Vader en Wees gegroet bidt, ter eerc van de allerheiligste Drievuldigheid; of wel vijfmaal het Onze Vader en Wees gegroet7 ter eere van de vijf wonden van onzen Heer.

7. Twee honderd dagen, eiken keer dat men in de kerk catechismus houdt, of zijne kinderen, zijne nabestaanden. of zijne dienstboden in de christelijke leering onderwijst.

8. Honderd dagen, eiken keer dat men op het kleppen der klok 's morgens, of 's middags of 's avonds den Angelus zal bidden. Die den Angelus niet kennen, voldoen met eenmaal het Onze Vader en Wees gegroet te bidden. Waar de klok niet geluid wordt volstaat men met deze gebeden op de gebruikelijke uren te storten.

9. Vijftig dagen, eiken keer dat men het Onze Vader

ocr page 48

28

en Wees gegroet zal bidden voor degenen die op ster-Ten liggen.

10. Een vollen aflaat kan men verdienen in het nnr des doods, indien men zijne ziel Gode aanbeveelt en den dood met onderwerping aan zijn heiligen wil aanneemt. Kan men de H. Communie niet ontvangen dan is het voldoende berouwvol den Zoeten Naam »7 es us met den mond of althans met het hart aan te roepen. Er zijn nog andere gedeeltelijke aflaten verleend aan de kruisen, medailles en rozenhoedjes, gewijd door den Paus of door degenen die van hem de macht daartoe ontvangen hebben, als ook aan zekere oefeningen en gebedt-n bij de geloovigen in gebruik, doch het zou te lang zijn ze hier te vermelden. De leden der Congregatie zullen dus wel doen indien zij 's morgens een algemeen voornemen maken om ze allen te verdienen.

Wanneer het rozenhoedje daarenboven gewijd is ter eere der H. Rirgitta, wint men aan elke koraal honderd dagen aflaat; en de personen met wie men bidt, winnen van hunnen kant dezelfde aflaten. Bovendien verdient degene die eene maand lang alle dagen dit rozenhoedje bidt, een vollen aflaat, op een dag der maand, volgens zijne verkiezing, mits hij biechte en tot de H. Tafel nadere, eene kerk bezoeke, en vijfmaal het Onze Vader en H'ecs gegroet bidde, volgens de meening van Z. H. den Paus.

Men lette er op dat de aflaat uitsluitend aan de kruisen, medailles, enz. verbonden is, ten voordeele van de personen, aan welke zij voor de eerste maal gegeven zijn, of die er het eerst gebruik van maken. JVlen kan ze dus r.iet weggeven, of aan anderen leen en, om hen de aflaten te doen verdienen.

Al de aflaten, waarvan wij hier gesproken hebben, kunnen aan de zielen des vagevuurs worden toegevoegde

ocr page 49

29

er- III. AANMERKINGEN OVER DE AFLATEN.

lur ' • De aflaat neemt uit zijnen aard geene zonder.» en weg; hij ontslaat slechts van de tijdelijke stnif, die men in- gewoonlijk na de vergiffenis der zoiide nog te boeten lan heeft, en die soms oneigenlijk zonde genoemd wordt. 3us , 2. Men moet in staat van genade aijn om een vollen en. of gedeeltelijken aflaat te kunnen verdienen. Zelfs om de de kwijtschelding der straffen te bekomen, die men voor !cn eene dagelijksche zonde schuldig is, moet men berouw toe hebben over die zonde en geene genegenheid tot haaien blijven behouden. Hieruit blijkt dat men niet altijd een te aflaat geheel en al verdient, maar daaraan slechts deel re- verkrijgt naar evenredigheid der gesteltenis, waarmede al- nien de vereischte voorwaarden volbrengt.

3. Om een vollen aflaat te verdienen, moet men ge-ter meenlijk: 1°. te biechten gaan; 2°. de II. Communie m- ontvangen op den dag dat men voornemens is den af-idt, laat te verdienen; 3°. op denzelfden dag, met ijver ien eenige gebeden storten voor den vrede tusscben de dit Christenvorsten, tot uitroeiing der sclieuringen en kelder terijen, en tot verheffing der heilige Kerk Het is ge-tot noeg dat men zich in het algemeen voorstelle, te bidden het volgens de nieening van onzen H. Vader den Paus, ing NB. Wil men een aflaat verdienen voor de geloovige zielen in het vagevuur, dan is het raadzaam zich de be-ni- vrijding van eene ziel in het bijzonder voor te stellen de en deze bepaaldelijk Gode aan te bevelen. Dit belet ren echter niet dat men bovendien nog eenige andere onder-ian geschikte intentie's kan vormen,

ien

en,

gd-

2*

ocr page 50

80

REGELEN EN STATUTEN

HOOFD-CONGREGATIE VAN ROME EN DER OVERIGE MET HAAR VEREEN1GDE CONGREGATIES.

I. ALGEMEENE REGELEN.

I.

Aangezien de allerheiligste Maagd en Moeder-God Maria, de bijzondere patrones van deze Gongregatie is, moet men verzekerd zijn, dat zij haar op eene bijzondere wijze beschermen en begunstigen wil; want dese Moeder der Genade betoont wederliefde aan hen die haar beminnen. Zij bewaart en beschermt allen, die met eerbied, vertrouwen en liefde tot haar hunne toevlucht 'nemen. Daarom is het vooral betamelijk, dat de leden eener Congregatie van Maria, zich niet alleen door hunne godsvrucht tot de 11. Maagd onderscheiden, maar bovendien ook trachten, door een onschuldig en onberispelijk gedrag, de voorbeelden van hare -Jitmuntende deugden na te volgen en elkander onderling tot hare vereering en liefde opwekken. Om de vervulling dezer plichten voor de leden der Congregatie gemakkelijker te maken, werden de volgende regelen opirL'sleld en in druk uitgegeven, opdat zij zooveel mogelijk gemeen zouden zijn aan al de Congregatiën die me„ de Hoofd-Congregatie te Rome zijn vereenigd. Intnsschen staat het iedere Congregatie vrij buiten deze regelen eenige bijzondere vast te stellen, zoo als zij zulks naar gelang van plaatsen en personen dienstig zal oordeelen.

|\

} \

ocr page 51

SI

n.

De Congregatie xal bestuurd worden door een Bestuurder (Dirceteur of Moderator) die priester is, een prefect en twee assistenten, waarbij men een raad zal voegen. Deze raad zal bestaan uit zes of twaalf leden •volgens het getal der leden van de Congregatie. Een der raadsleden zal de bediening waarnemen van raad-schrijver of secretaris (l). Buiten dezen zullen er nog andere bedienaren mogen aangesteld worden, naar gelang iedere Congregatie het noodig zal oordeelen. Allen zullen de verschuldigde eer bewijzen, niet alleen aan den Bestuurder der Congregatie, maar ook aan den prefect en de overige bedienaren, zoo als hun ambt ver-eischt. Zij z-illen ook gehoorzamen, in alles wat de Congregatie betreft, als de prefect of een ander in zijnen naana hun iets beveelt; en indien er eenig beletsel bestaat, zullen zij bij :ijds den Bestuurder of den prefect hiervan verwittigen.

III.

Vermits de Congregatie zich ten doel stelt, de christelijke deugd en godsvrucht te bevorderen, en hiertoe het dikwijls naderen tot de H. Sacramenten hoogst nuttig is, zoo zullen allen die begeeren aan de Congregatie deel te nemen, voor dat zij aangenomen worden eene algemeene biecht van geheel hun leven spreken, of indien zij reeds een generale biecht gedaan hebben, dan toch de zonden belijden, die zij sedert de laatste algemeene biecht hebben bedreven (2): ten ware de

(1) Het getal der raadsleden mag niet minder dan zes bedragen, al is het getal der leden van de Congregatie nog zoo gering. E. U.

(2) De R. U. verlangt bij de intrede in de Congregatie slechts •Je gewone biecht en laat de algemeene vrij. Zij vermaant tot do Biecht en de II. Communie eens in de maand, en op sommige feestdagen des Heeren en der Allerheiligste Maagd, zonder die nochtans te bepalen. Zij spoort de bijzondere betiienaren, namelijk: prefect, assistenten, secretaris en raadsleden tot menigvuldiger Oommunie aan, doch z»'gt niet, dat zulks moet geschieden om da 14 dagen. Eindelijk geeft zy een regel van dezen inhoud: »ïeder

ocr page 52

32

biechtvader, om b^zondere redenen, goedvond deze achter te laten of uit le stellen. Daarenboven znllen alle leden eener Congregatie tot de H Sacramenten naderen op den eersten Zondag van eiken maand (1), als ook op de voornaamste feestdagen van onzen Heer en van zijne allerheiligste Moeder, te weten: op den dag der Geboorte, der Besnijdenis, der Venijzenis en der Hemelvaart van Christus; op Pinksteren en op H. iSacraments-dag; op den dag der Onbevlekte Ontvangenis, der Geboorte, der Boodschap, der Zuiverii.g (of Lichtmisse) en der Hemelvaart van Maria: ook op Allerheiligen en op den feestdag van den H. Joannes den Dooper of van de H. Apostelen Petrus en Paulus. Ieder van deze feestdagen mag ook dienen voor den eersten Zondag van de maand, wanneer die feestdag op dezen Zondag valt of er nabij is. Doch de bijzondere bedienaren der Congregatie, te welen: dc prefect, de assistenten, de secretaris en de leden van den raad, zullen ten minste alle veertien dagen te biechten gaan en ook meer dan de anderen tot de H. lafel naderen, indien hun zielbestuuider zulks goedvindt.

IV.

De leden der Congregatie zullen alle Zondagen en gebodene feestdagen (1) vergaderen in hunne bidplaat-

1

Men wc-te dat iedereen omtrent het naderen tot de H. Sacramenten den raad zijns biechtvaders moet volgen.

hebbe zijn gewonen biechtvader, voor zoo verre zulks kan geschieden; en men verandere niet lichtzinnig na dien eenmaal gekozen te In bben. Men openbare hem zijn geweten geheel en al en late zich in alles wat het bestuur des gewetens aangaat,door hem leiden en vormen/' It. U.

(1) J»Men zorge vooral dat de bijeenkomsten niet om onbeduidende redenen worden achtergelaten. Ontstaat er echter eene reden, waarom de bijeenkomst zou moeten achtergelaten worden, dan komt liet den Bestuurder toe over hel gewicht dier reden te oordeelen, die, de zaak ri pelijk in den Heer overdacht hebbende, verklaren zal wat hem het oorhaarnt toeschijnt. I'e dagen nochtans waarop de bijeinkomsten gewooi.lijk plaa ts hebben, zijn nagenoeg alle Zondagen, de hooge feesten van 's Heeren Geboorte jBesnijdenis, Jlcm el vaart, Pinksteren, van het H. Sacrament, mits

ocr page 53

3S

sen, waar zij zich een uur zullen bezig houden met geestelijke oefeningen, hun door den Bestuurder en den prefect voorbeschreven. Zonder uitdrukkelijk verlof van den Bestuurder of van den prefect, mag niemand in de vergadering gebracht wore en, die geen lid der Congregatie is; en dit verlof zal niet licht worden toegestaan, om moeilijkheden te vermijden, die daaruit kunnen voortkomen.

V.

De vergaderingen (2) beginnen met den lofzang, de

gaders alle gebodene feestdagen der Allerheiligste Maagd en der Apostelen; alsmede de feestdag van den H. Joseph, van dt geboorte des H. .Joannes Baptista. van den II. Laurentins enden H. Aloysius. Op deze dagen wordt nooit de bijeei kon.st achtergelaten, teiizij wellicht op Kerstmis en H. Sacramentsdag quot; R. U.— Aldus te Rome. Elders zal het soms moeilijk zijn op al de genoemde dagen bijeen te komen; tot wegruiming van dit bezwaar is het toereikend in de aanvraag om kanonieke oprichting te vermelden, hoe dikwerf men voornemens is te vergaderen.

(2) Aangaande de gewone oefeningen bevat de romeinsche uitgave deze bepalingen

»/Op de Zon- en geboden Feestdagen komen allen 's morgens in de bidplaats bijeen, alwaar zij ongeveer een en een half uur met godvruchtige en geestelijke oefeningen bezig zijn, volgens de orde door den Bestuurder en den prefect bepaald. In dezer voege kan zulks geschieden: Men beginne met de lezing van een godvruchtig boek7 welke lezing zoo lang worde voortgezet tot dat allen, of nagenoeg allen tegenwoordig zijn; dan zinge men een gedeelte van de getijden der II. Maagd; daarop volge een korte onderrichting door den Bestuurder over al wat tot geestelijken voortgang der leden dienstig is; vervolgens worde het H. Misoffer opgedragen, en eindelijk bidde men de litanie of andere gebeden volgens het gebruik van iedere Congregatie. Zij, die ter H. Tafel genaderd zijn, moeten ten minste een kwartier uurs na de H Mis aan de dankzegging besteden. De Congregatiën die vervolgens gewoon zijn na den middag samen te komen, kunnen zich nagenoeg met dezelfde oefeningen van 's morgens bezighouden, gedurende een half uur of iets langer.quot;

Hierop volgen onmiddellijk t. a. p. eenige regels die boven ontbreken, in dezer voege:

I. //Vermits de leden zich door uitstekende godsvrucht jegens de H. Maagd volgens God moeten onderscheiden, dewii'I zij aan Haar geheel bijzonderlijk zijn toegewijd, alzoo zullen do Bestuurder en de prefect der Congregatie deze met alle pogingen trachten te vermeerderen. Zij moeten dus zorgen dat de hoogere feesten zoo van den Zaligmaker a's der H. Maagd door do leden met

ocr page 54

34

antiphoon, het vers en het gebed van den H. Geest, waarbij men de anthiphoon, het vers en het gebed van Maria uit het kerkelijk officie, volgens het jaargetijde

jueerdere devotie worden gevierd. Die meerdere devotie zal hierin vooral kunueu bestaan, dat de leden zich negen dagen lang voor den feestdag door bijzondere oefeningen en heilige verrichtingen trachten voor te bereiden. Opdat zulks gemakkelijker door de leden zou kunnen geschieden, worden hun bepaalde punten ter overweging en andere oefeningen voor iederen dier neg» n dagen in geschrifte voorgesteld; en zoo zulks niet te veel kosten zoude veroorzaken, worden ze in gedrukte blaadjes rondgedeeld, of op een geschikt tijdstip in de kapel voorgelezen.

II. «Waar dit gebruikelijk is hrenge ieder lid een briefje mede ter Congregatie, dat de verschillende oefeningen bevat door hein in die dagen verricht, doch hij onderteekene het niet met zijn naam, en werpe het in een bus daartoe bestHind. Al deze oefeningen worden vervolgens, behoorlijk gerangschikt, in een boek opgeteekend en openlijk in stede der onderrichting voorgelezen. De voorlezing geschiede zoo veel mogelijk op den dag die onmiddellijk aan het feest voorafgaat en wel met het doel, dat allen door de herinnering van hetgene zij gehoord hebben tot des te grooter ijver en des te vuriger godsvrucht worden opgewekt. Wijders mogen de leden bedenken, dat zij zich zeer verdienstelijk zullen maken jegens de H. Maagd, indien zij niet slechts op genoemde dagen dergelijke oefeningen verrichten, maar ook iederen dag ten minste door eeuige godvruchtige oefening hulde trachten te brengen aan de Allerheiligste Maagd en Moedor-Gods.

III. „Daar het lezen van godvruchtige boeken door de HU. Vaders y,oo zeer wordt aanbevolen en zoo veel bijdraagt tot geestelijken voortgang, alzoo moeten de leden zich daarop ijverig toeleggen. Weshalve de Congregatie, indien het kun zijn, eene bibliotheek bezitte, die voorzien is van dusdanige boeken en toereikend voor het getal der leden. De leden mogen volgens de regeling des Bestuurders daarvan boeken medenemen, om ze te huis te lezen. De boeken worden uitgedeeld door hen, die de Bestuurder daartoe heeft aangesteld.

IV. ,/Den leden worde jaarlijks door den Bestuurder ook een tijdstip aangewezen, waarop zij zich wijden aan de geestelijke •oefeningen van den H. Ignatius. Men geve hun eene lijst, die nauwkeurig de aanwijzing bevat der godvruchtige verrichtingen, die ieder uur moeten geschieden, en ieder volge naarstiglijk deze aanwijzing. Hij, die belast is met het geven der geestelijke oefeningen, geve ze aan allen gezamenlijk en vermane hen vooral tot het spreken van eene goede biecht. Tot dit ei.ide kunnen hun korte punten ter overweging worden voorgesteld betreffende het heilig en veelvuldig gebruik der H Sacramenten, de verplichtingen van ieders staat, de keuze van dezen of genen levensstaat, en andere dusdanige zaken, die vooral op dat tijdstip hun het meest uuttig en dienstig kunnen zijn. De oefeningen in de kapel of bidplaats te verrichten zijn ten naastenbij de volgende: Men kan ^s morgens beginnen met de lezing van een boek dat handelt over

ocr page 55

35

Toegt. Daarna volgt eenc cnderrichting of eene getstelijke lezing; en men eindigt c!e vergadering met de Litanie van Maria, ft-aarbij men nog vijfmaal het Onz« Vaderen IFees Gegroet voegt, volgens de raeening der H. Kerk, om den vollen aflaat te verdienen, en eenige andere gebeden naar omstandigheden. Voor en na deze oefeningen mogen ook geestelijke liederen, die gesehikt zijn om den ijver in de dienst van God en van de allerheiligste Maagd te onderhouden en te vermeerderen, gezongen worden.

VI.

De leden der Congregatie zullen, zoo veel mogelijk dagelijks het H. Sacrificie der Mis bijwonen (1). Des morgens bij het opstaan, na God bedankt te hebben

♦le etoffen, die later overwogen zullen worden. Na de lezing zal liij, die de oefening geeft, een onderzoek instellen nopens bovenvermelde punten. Op dit onderzoek volgt alsdan de voorstelling en uiteenzetting der meditatie, waarna allen de H. Mis bijwonen. Ten slotte wordt na de H. Mis de psalm Miserere gezongen, doch niet overluid en op een toon die tot berouw en boetvaardigheid stemt. En allen kunnen zich alsdan verwijderen. Dezelfde orde zal na den middag nagenoeg worden gevolgd. De tijd der Veer-tigdaagsche Vaste schijnt het meest geschikt voor deze oefeningen, tenzij den Bestuurder der Congregatie anders mocht blijken. Na zich alzoo drie of vier of ook meer dagen volgens voorschrift des Bestuurders der Congregatie te hebben geoefend zullen allen den volgenden morgen in de kapel bijeenkomen en gezamenlijk het Allerheiligste Lichaam des Heeren nuttigen. De let en moeten zorg dragen dat niet het kleinste oogenblikje van dien kostbaren tijd door hunne achteloosheid verloren ga; wat zij in de kapel hebben gehoord moeten zij te nuis herdenken en meer tijds aan de godvruchtige lezing en de meditatie besteden dan zij buiten de retraite gewoon zijn te doen/' B. U.

(1) De R. TI. geeft aldus de dagelijksche oefeningen op: 's morgens bidde men de akten van geloof, hoop en liifde, driemaal het OnzeVader en Wees gegroet, ter eere der H. Drievuldigheid en eenmaal liet: Ik geloof in God den V,ader en dn Salve Begina. Men boude zich hiermeê niettevre-den maar bestede buitendien ten minste een kwartier uurs aan «le meditatie en wone dagelijks de H. Mis bij, als het kan. 's Avonds onder zoeke men gedurende een k w artier uur» z ij n geweten, verwekke een berouw over de ontdekte misslagen en bidde één Onze quot;Vader en een Wees gegroet en deu psalm De Profnndis voor de overledenen.

ocr page 56

36

voor alle, zoo algemeene als bijzondere weldaden, die zij van zijne oneindige goedheid mocliten ontvangen, zullen zij driemaal het Onze Vader en Wees gegroet, ter eere der allerheiligste Drievuldigheid, en eens het Ik geloof in God den Vader, en de Salve Reqina bidden, behalve de andere gebeden en geestelijke oefeningen, die iedereen zal kunnen verrichten volgens den raad van zijn biechtvader. Des avonds, voor dat zij zich ter ruste begeven, zullen zij hun geweten onderzoeken, daarna driemaal het Onze Vader en Wees gegroet en eens den Psalm De profundis, tot lafenis der geloovige zielen bidden.

VII.

De openbare belijdenis, die de leden der Congregatiën doen, van op eene bijzondere wijze aan Maria te zijn toegewijd, moet hen allen aansporen om ook mee een bijzanderen ijver de werken van godsvrucht te behartigen. Men beveelt hun vooral aan dikwijls tot de H. Sacramenten te naderen, het kleine officie van Maria of den rozenkrans te bidden, eenigen tijd te besteden aan het inwendig gebed, de zieken te bezoeken, de stervenden bij te staan, de onwetende te onderwijzen in de christelijke leering, enz. Zij zullen echter niets ondernemen zonder de toestemming van hunnen biechtvader of van den Bestuurder hunner Congregatie en zich in alles gedragen met die voorzichtigheid, welke de omstandigheden eischen.

vin.

vaa:

en

en

ove

lijk

led(

dra]

niet

te

bijz

bov

psa'

(*

.

dit

Zij die bij eene vergadering afwezig (i) wAreti, zullen

(l) «Opdat ieders afwezigheid des te zekerder en gemakkelijker olijke, zal men een boek aanleggen, waarin de dagen waarop dat jaar de bijeenkomsten zullen plaats vinden, en tevens de namen der loden zoo worden geschrevea. dat er ge nakke. ijk een teeken bij te voegen is hetwelk de afwezigheid te kennen geeft. Evenwel bèhooren allen met dien ijver jegens de TI. maagd bezield en zoo bezorgd te z«ja voor hun eigen vooruitgang, dat zij deze eu dergelijke opwekkende middelen niet grootelykg moeten noodig hebben.quot; 11. ü.

ocr page 57

37

zoo spoedig mogelijk hiervan de reden aan den Bestuurder of aan den prefect te kennen gegeven. Indien men bemerkt dat het uit onachtzaamheid of zonder genoegzame oorzaak geschied is, zullen zij hierover vermaand worden; en zelfs om dusdanige herhaalde afwezigheden of andere overtredingen mag men iemand de bijeenkomst der Congregatie voor eenigen tijd of voor altijd ontzeggen, in zooverre dit het welzijn der Congregatie en de eer Gods zouden vereischen.

IX.

Aangaande de plechtigheden, die de Congregatiën gewoon zijn jaarljiks met meer pracht te vieren, en waarbij zekere toestel noodig is, zal men volgens den bijzonderen toestand dor Congregatie en in het belang der algemeene stichting handelen. Hierop zal men eveneens letten in alle omstandigheden die eenige meerdere uitgaven vereischen. Daarom zal iedere Congregatie met de goedkeuring van haren Bestuurder vaststellen wat dienaangaande mag en moet gedaan worden.

X.

Wanneer iemand van de leden eener Congregatie gevaarlijk ziek wordt, zullen al de leden voor hem bidden, en de prefect zal zorg dragen dat hij bezocht worde en de H. Sacramenten bij tijds ontvange (*). Als hij overleden is, zullen zy allen zoo veel mogelijk zijne lijkdienst bijwonen ; en waar het de gewoonte is dat de leden der Congregatie den overledene ter begraafplaats dragen, zullen zij dit voorbeeld van christelijke liefde niet nalaten. Daarenboven zuilen zij, zoodra mogelijk, te zamen in de kapel der Congregatie, of ieder in het bijzonder, het officie der overledenen voor hem bidden; bovendien zullen allen voor hem, acht dagen lang, den psalm Ue Profundia of eenmaal het Onze Vader en IVees

(') Voornamelijk als zij, wier plicht het is hiervoor te zorgen dit zouden verzuimen.

3

ocr page 58

88

gegroet, bidden. Do Congregatie zal zorgen dat er ten minste eene H. Mis voor zijne ziel aan een geprivilegieerd altaar worde gelezen.

XL

Wanneer een der leden van de Congregatie voor eeni-gen tijd afwezig moet zijn en zich aldus in de onmogelijkheid bevindt om de bijeenkomsten der Congregatie bij te wonen, zal hij den Bestuurder en den prefect daarvan verwittigen, en indien dit gemakkelijk kan geschieden, opene brieven (*) van de Congregatie vragen, om in de bijeenkomsten van eene andere Congregatie toegelaten te worden, zoo hij er eene in zijne verblijfplaats zal aantreffen. Daarenboven, opdat hij, als lid van de Cougfcgatie, hoewel afwezig, deelachtig blijve aan dezer verdiensten, moet hij van tijd tot tijd aan den prefect schrijven (1), ten einde aan zijne medeleden lijding te «jeven, en zich in hunne gebeden te bevelen. Mij zal, overal en altijd, trachten zich te gedragen gelijk het een waar kind van Maria betaamt, om door zijn goed voorbeeld iedereen te stichten en tot deugd en godsvrucht op te wekken.

XIL

TTr

Zij zullen allen voor elkander eene ware en oprechte liefde hebben, alle oorzaken van oneenigheid en twist

(5quot;:) In deze brieven betuigt men, waar en wanneer iemand in de Congregatie aangenomen is, en dat hij verdient door zijn christelijk gedrag bij andere Congregatiën aanbevolen tt worden. Hij, die op de getuigenis dezer brieven in de bijeenkoms: eener andere Congregatie toegelaten wordt, overhandigt ze aan dea Bestuurder, die hem deze bij zijn vertrek weder geeft, ten ware hij zich ergerlijk had gedragen. Zoo haast hij bij zijne Congregatie terugkomt, moet hij het getuigschrift aan zijnen Bestuurder afgeven

(1) Het is niet noodzakelijk dat men schrijve om t celachtig te blijven aan de verdiensten der Congregatie, maar 'iet betaamt, het is billijk dat men zulks doe Daequum estquot;. Alzoo de Ji. ü.

ocr page 59

39

zorgvuldig vermijden, en zich bevlijtigen den geest van vrede en eendracht onderling geduiig te vermeerderen. Eindelijk zal ieder trachten op den weg der deugd en der christelijke volmaaktheid dagelijks voortgang te maken. Hiertoe wordt hun grootolijks aanbevolen de bijeenkomsten der Congregatie ijverig bij te wonen, geene barer oefeningen na te laten, zich dikwijls te onderhouden met godvreezende personen, den omgang met slechte personen en alle gevaarlijke gelegenhedin te vluchten, en dikwijls te bedenken, hoezeer het een lid eener Congregatie betaamt, zich in geheel zijnen wandel zoo te gedragen, dat ieder hem waardig achte een kind van Maria en lid harer Congregatie te zijn.

XIII.

ig te aamt, ü.

Ten einde het onderhouden dezer regelen te verzekeren, zal men die bij iedere nieuwe verkiezing in de kapel dei1 Congregatie voorlezen. Iedereen trachte ze met den grootsten ijver te onderhouden. i)e bedienaren zullen daarenboven hunne bijzondere regelen meermalen herlezen, om ze des te nauwkeuriger op te volgen.

II. BIJZONDERE REGELEN.

I. Regels van den Prefect (*).

1. Aangezien de prefect der Congregatie tot dit ambt verkozen is om het goed gevoelen dat men van zijne deugd en bekwaamheid heeft, moet zijn eerste plicht en voornaamste zorg zijn al de regels stip tel ijk te onderhouden, de geestelijke belangen der Congregatie in het •algemeen, en van elk lid in het bijzonder, vuriglijk te

1

Voor de Congregatiën van jonge dochters en vrouwen kan men lezen: Prefecte, of prefectes, raadschrijfster of geheimschrijf-stei, schatbewaarster, kosteres, denrbewaarster, voorlezeres enz.

ocr page 60

40

beliartigen, en door zijn godvruchtig en zedig gedrag, en

vooral door het dikwijls naderen tot de H. Sacramen- hi]

ten, alle zijne medebroeders in den Heer te stichten. aar

2. Hij zal zich op de gestelde dagen der vergadering de vroegtijdig in de kapel bevinden, en zorgen dat de wai geestelijke oefeningen volgens de aanwijzing van den ( Bestunrder geschieden. Indien hij, om wettige redenen, der belet wordt, in de vergadering tegenwoordig te zijn, zal Pse bij den Bestiuirdnr bij tijds waarschuwen. Ue eerste JVi assistent treedt dan in zijne plaats. «nt

3. Ofschoon de prefect aan het hoofd der Congregatie is, staat, zoo blijft hij nochtans ondergeschikt aan den Be- H. stunrder, dien hij altijd moet raadplegen en zonder wiens gre toestemming hij niets mag veranderen, afschaften noch 1 invoeren opdat alles met des te grootere voorzichtigheid ner en zekerheid tot meerdere eer van God en geestelijk sch; welzijn der Congregatie geschiede. ver

4. Hij zal over het gedrag der leden van de Con- onk gregatie wiiken, en indien hij bevindt dat iemand zich ti ergerlijk of slecht gedraagt, zal hij het den Bestuurder gre] kenbaar maken. Hij zal hem ook de mindere misslagen den mededcelen, die hij mocht opgemerkt hebben, ten einde ond in tijds de noodige maatregelen te kunnen nemen om hed de verslapping der Congregatie voornamelijk in het on- en derhouden der regels te voorkomen (1). dez

5. Als iemand van de Congregatie ziek is, zal de en prefect hem doen bezoeken uit raam van geheel de len. Congregatie, en daartoe zal hij verkiezen degenen die der hem de bekwaamsten schijnen om de zieken te tioosten en

___ | £

ond

(]) ) 11 ij düige zorg dat de overige oiidergescbilite bedienaren ' ris, de lien betrefl'ende regelen behoor;ijk onderbonden, vooral de j10f. assistenten, de secretaris en de G of lii raadsleden. Hij make dat er aai.we'/.ig zijn : t. eene lijst, waarop de name i der leden ge- gaa scbreven stiiiin; S. een boek, waarop de aanwezigen en de afwe- levi zigen bij elke vergadering worden aangeteekenc', zoo als in de noot op den Vlijsten dei- Algemeene Kegelen nader is omschreven; 3. een boek, waarin de verkiezingen der bedienaren, met vermelding van dag en jaar yijn opgeteekendl 4. een boek, bevattende de namen der leden, met vermelding van dag en jaar j hunner opneming in de Congregatie en van linn overlijden, indien . zulks kan geweten worden.quot; K. U. 1

ocr page 61

41

ag, cn te stichten. Indien de ziekte gevaarlijk wordt, zal 2n- hi] hem in de gebeden van al de leden der Congregatie aanbevelen, en indien het noodig is, zal hij zorgen dat ing de zieke bijtijds de H. Sacramenten ontvange en ge-dc waarschuwd worde in welk gevaar hij zich bevindt, len 6. Indien de zieke sterft, zal de prefect al de leden

en, der Congregatie verwittigen, om acht dagen lang den zal Psalm De profundi's of eenmaal het Onze Vader en ste Wees gegroet voor de rust zijner ziel te bidden. Daarenboven zal hij hun aanbevelen, indien zulks mogelijk itie is, om de lijkdienst bij te wonen, als ook de bijzondere Be- H. Missen, die, zoo veel doenlijk, in de kapel der Con-ens gregatie tot lafenis zijner ziel zullen gelezen worden, ach 7. Alle drie maanden zal hij, in tegenwoordigheid zij-

eid ner assistenten en van den secretaris de rekening des lijk schatbewaarders nazien, en daarvan aan den Bestuurder verslag geven; hij zal ook niet toelaten dat men eenige on- onkosten zonder diens toestemming make. :ich 8. De prefect mag niemand op eigen gezag in de Con-

der gregatie aannemen en nog veel minder uit haar wegzen-gen den als hij reeds aangenomen is. Hij zul nauwkeurig nde onderzoeken naar het gedrag en al de andere hoedanig-om heden dergenen, die zich aanbieden om leden te worden on- en zijne bevinding den Bestuurder mededeelen. Indien deze het toelaat, zal hij hen opschrijven als postulanten de en hen in de eerstvolgende raadsvergaderingen voorstelde len. Oordeelt de raad het nuttig en keurt de Bestuur-die der zulks goed dan zal hij hen als aspiranten aannemen fcten en tot de oefeningen der Congregatie toelaten.

9. Bij het aanvaarden en nederleggen zijner bediening onderteekent de prefect met den secretaris den inventa-inren ' ris, behelzende al hetgeen aan de Congregatie toebe-] dat hoort en de algemeene rekening van ontvangst en uit-i ge- gaaf, om alles regelmatig aan zijnen opvolger over te ifwe- leveren.

i) de

niet II. Regels van de Assistenten.

, be-

iiUen ^e(^'enino ^er assistenten bestaat hierin dat zij

den prefect in het bestuur der Congregatie met raad en

ocr page 62

42

daad bijstaan. Zij behooren dus met den prefect van één gevoelen te zijn en dikwerf met hem en den Bestuurder over de belangen der Congregatie te handelen. Even als de prefect zijn zij verplicht in alles aan de leden der Congregatie een goed voorbeeld te geven vooral door het dikwijls naderen tot de 11. Sacramenten.

2. De assistenten kunnen belast worden met de zorg om de aspiranten te onderrichten in de regels, oefeningen en plichten der Congregatie, zij zullen over hen waken, alsmede O' er al de leden die hun aanbevolen zijn, en aan den Bestuurder kennis geven van hetgeen zij tot geestelijken voongang der Congregatie op hun gedrag hebben aan te nierken.

3. Na den prefect, als ook in zijne afwezigheid, hebben de assistenten met recht den voorrang boven al de andere leden van den raad. De plaats van den prefect wordt vervangen door den eersten assistent, en ware ook deze afwezig door den tweeden. Zij moeten tegenwoordig zijn bij de driemaandelijksche verantwoording van den trezorier, en na elke nieuwe keuze als de aftredende prefect en de secretaris den inventaris der Congregatie en de rekening van ontvangsten en uitgaven onderteekenen.

III. Kegels van den Secretaris of Haadschrijver.

1. De secretaris wordt uit het getal der raadsleden gekozen en is in al hunne zittingen tegenwoordig (1). Alles wat er in de Congregatie te schrijven is, moet door hem verricht worden.

2. Hij heeft drie boeken. Het eerste bevat de naamlijst der leden van de Congregatie. Hierin wordt hun naam, voornaam, ouderdom^ beroep, woonplaats en de

(1) ■Hij schrijft de opene brieven en wat er overigens geschreven moet worden, hij onderteekent en bezegelt met liet gewone zegel der Congregatie als zulks noodig is. Hetgene in «le beraadslagingen verhandeld is mag hij aan niemand mededeelen. Hij wete het geheim te hewaren zoo als zijn naam eiacht. (Secretaris d. i. geheimschrijver).quot; K. U.

ocr page 63

43

ï^an dag hunner aanneming en opdracht opp:eteekend. In het

Be- tweede teekent hij de voornaamste beslissingen van den

len. raad op, nadat hij de opstelling daarvan eerst aan den

de Bestuurder getoond en aan de goedkeuring van den raad

ven onderworpen heeft. Het derde behelst de verkiezingen,

;en. de overledene leden der Congregatie, de namen der

org weldoeners en dergenen die van levensstaat veranderd

lin- zijn. Zij die de Congregatie vrijwillig verlaten hebben

va- of daaruit zijn weggezonden, moeten ook in dit boek

ijn, worden aangeteekend, evenwel zonder de reden er van

tot bij te voegen. Deze boeken moet hij wegsluiten en mag

rag die niemand dan den raad laten inzien (1).

3. Hij moet eene lijst vervaardigen, waarop, volgens het

eb- alphabet, de namen en de voornamen van al de leden

de der Congregatie voorkomen. Deze lijst moet hij bij iedere

■eet bijeenkomst in de kapel op eene geschikte plaats ophangen. )0k 4. Hij moet bij de driemaandelijksche rekening en ver-

or- antwoording van den schatbewaarder tegenwoordig zijn

^an en ondertcekent met den prefect den inventaris en de

]de algemeene rekening van ontvangst en uitgaaf.

itie

ee_ IV. Regels van de zes of twaalf Raadsleden.

1. De leden van den raad (2) moeten alle beraadslagingen die het algemeen welzijn der Congregatie betreffen, bijwonen. Zij worden uit de bekwaamste en jeil deugdzaamste leden der Congregatie gekozen, om den

1). overigen leden ten voorbeeld te verstrekken.

oet 2. Ieder lid van den raad moet eene bijzondere zorg

dragen voor degenen die de Bestuurder of prefect hem m« heeft aanbevolen. Daarom zal hij dikwerf bij hen ko-

iun — -

de ' (i)

Vergelijk aaugaande fle boeken der Congregatie, noot 1, bij nu. 4, der regels van den prefect.

= (2) »llun getal is naar gelang der meerdere of mindere talrijk

heid van de Congregatie G of 12. Hunne bediening is den prefect ir in de beraadslagingen en in het bestuur der Congregatie te

line helpen. Het betaamt dus, dat zij uit de oudste en deugdzaamste

^)e_ leden gekozen worden. In het uitbrengen van hun gevoelen moeten

[eil zij altijd Gods meerdere glorie en Maria's eere en het geestelijke

;re^ welzijn der Congregatie voor oogen houden en zich nimmer door

partijdigheid laten leiden.quot; li. ü.

ocr page 64

44

men en met hen op eene eenvoudige en ongekunstelde ■wijze spreken over datgene wat in staat is om hunne godsvrucht te onderhouden. Als iemand, aan zijne bijzondere zorg toevertrouwd, in het vervullen zijner plichten mocht verflauwen, zal hij hem vriendelijk vermanen en daarna den Bestuurder of prefect er van verwittigen, voornamelijk zoo de misslagen van dien aard mochten zijn, dat zij den goeden naam der Congregatie zouden kunnen krenken.

V. Regels van den Trezorier, Schatbewaarder of Penningmeester,

1 De trezorier zal de ontvangsten en uitgaven nauwkeurig opteekenen. Ten alle tijde zal hij den Bestuurder, als deze zulks verlangt, inzage zijner boeken geven en alle drie maanden aan den prelect in tegenwoordigheid van assistenten en secretaris rekening en verantwoording doen, (1)

2. Hij moet alles wat voor de dienst der Congregatie noodig is, bezorgen. Hij zal van den prefect vernemen, wat hem daaromtrent wordt toegelaten.

Voor elke nieuwe verkiezing zal hij zijne rekening sluiten, om behoorlijk goedgekeurd en onderteekend te kunnen worden.

VI. Regels van den Koster.

1. De koster (2) moet zorgdragen voor de kapel en alles wat daarin wordt gebruikt. Hij zal zich bij tijds

(1) »Hij mag geene uitgaven doen zonder voorkennis van den Directeur. — Hij hebbe eene bus of een kistje tor bewaring van het geld der Congregatie. De bus worde met twee verschillende sleutels gesloten, waarvan de eene berust bij den Directeur en de andere bij den trezorier, tenzij men anders mocht goedvinden. In Congregatiën echter die uit minderjarigen bestaan boude men zich streng aan deze verordening. Hij wachte zich van iemand iets ten behoeve der Congregatie te vragen, hetzij ter bes rijding van gewone, hetzij van buitengewone uitgaven; maar hij boude Zich tevreden met die penningen, welke ieder lid naar gehang zijner mildheid gewoon is te geven, telkens als de Congregatie vergadert.quot; R. U.

(2) »Het getal der kosters kan twee, drie of meer bedragen, naar de talrijkheid der Congregatie.quot; R. U.

ocr page 65

45

in de vergadering bevinden ora er alles volgens de bevelen van den Bestuurder en den prefect in gereedheid te brengen.

2. Hij moet den prefect of den trezorier verwittigen van alles wat in de sacristy mocht ontbreken, opdat daarvoor in tijds kunne gezorgd worden.

3. Hij zal een inventaris houden van al de sieraden in de sacristy voorhanden, en dien bij eene nieuwe verkiezing overleggen, om nagezien en onderteekend te worden.

VII. Regels van den Portier of Deurbewaarder.

1. De portier zal trachten zoo veel mogelijk het eerst in de kapel te komen.

2. Hy zal de namen van de leden der Congregatie, die de vergadering bijwonen, aanteekenen (1).

Na iedere bijeenkomst zal hij de aanwe/.igen aan den Bestuurder en den prefect opgeven en daarvan zelf ook aanteekcning houden.

4. Hij moet zijne bediening ter eere van Maria met groote zedigheid en ingetogenheid waarnemen.

VIII. Regels van de Voorlezers.

1. De voorlezers moeten zich vroegtijdig in de kapel bevinden, cn zoodra er zeven of acht leden tegenwoordig zijn, beginnen te lezen. De lezing duurt zoo lang, tot dat het bidden van den Rozenkrans een aanvang neemt, dat is: een kwartier uurs voor dat de oefeningen der Congregatie beginnen. Zoo de tusschentijd aanmerkelijk lang duurt, zullen de lezers elkander verwisselen.

2. Zij zullen van den Bestuurder vernemen uit welk

(I) »Hij houdt de alphabotische lijst of het boek, waarvan sprake is in de noot van den VlIIsten der algemeene regelen. Hij teekent de afwezigen en aanwezigen daarop aan, als ook wie ter II. Tafel zijn genaderd, wie niet. Dit boek wordt niet groote zorg bewaard en dus niet lichtvaardig aan iedereen toevertrouwd, maar aan hem van wiens trouw en voorzichtigheid de Bestuurder overtuigd is. Zoodra dit boek of deze lijst volgeschreven is, worde het ne-* dergelegd en bewaard in het archief der Congregatie.quot; R. U.

3*

ocr page 66

46

boek zij moeten voorlezen en zullen dit met luider stemme en verstaanbaar doen, opdat zij van alle leden der Congregatie goed gehoord en verstaan kunnen worden.

3) Zij moeten hunne bediening met behoorlijke zedigheid en stichting waarnemen (1).

IX. Regels van de Zanyers. (2),

1. Daar de zangers gekozen zijn om in de Congregatie den lof van Maria ie zingen, hetwelk in den Hemel mede door de Engelen en uitverkorenen gedaan wordt, zoo

(1) De IJ. L'. maakt geen melding van bet bidden van don Rozenkrans, maar y.ept alleen liet volgende: »De congregatie begint, met eene godvruchtige lezing. Na de verkiezing van een nieuw bestuur, moeten zij aanstonds dp algemeene regels voorlezen. Het lezen gescbiede zonder overhaasting, met luide, duidelijke en heldere stem, nu en dan ruste men, opdat des te gemakkelijker verstaan worde en des te dieper in de gemoederen der toehoorders dringe wat voorgelezen wordt. Zij moeten beseffen van hoe groet belang de geestelijke lezing is, en hoeveel zij bijdraagt tot verbetering en volmaking des levens en tot opwekking dtr godsvrucht.quot; li. U.

(2) Hier volgen eenige regels die buiten de reeds gemelde nog bovendien door de 1». U. worden opgegeven:

1. tJifgels roti den Onderrichter der aspiranten of candidoten.

»De bediening van dezen, dien mf-n ook het Hoofd der aspiranten noemen kan, beslaat hierin, dat hij volgens aanwijzing van den Bestuurder en den prefect hen. die leden wenschen te worden der Congregatie, onderrichte zoo wat de rege's als de gebruiken betreft aan iedere Congregatie eigen. Hij kome de aan zijne zorg toevertrouwden met de grootste liefde en welwillendheid te ge-moet. Dikwerf raadplege hij den Bestuurder m den prefect, ten einde de hem toevertrouwden des te zekerder te kunnen leiden en besturen in de dierst Gods. Hij hebbe eene tabel., waarop het formulier der opdracht (Sanctissima quot;Virgo etc.) gedrukt of sierlijk geschreven staaf. Het komt hem toe de Candidaten, wanneer zij onder de leden der Congregatie opgenomen worden, tot het altaar te geleiden, hun het formulier voor te !ezen en hen tot den Bestuurder en den prefect te brengen.

2. ygt;Hekels run den Bibliothecaris.

«Hij is belast, met de zorg voor de Maria-bibliotheek en al de boeken die zij bevat. Hij beseffe van hoe groot belang zijne bediening is, en hoezeer hij de overige leden door zijne oplettendheid van dienst en door zijne nalatigheid tot nadfel kan zijn. Bij liet einde der bijeenkomst deele hij den leden de boeken uit. Hij boude nauwkeurig eene lijst der voorhanden zijnde boekeii

ocr page 67

47

moet in hun gezang en op hun gelaat eene ware godsvrucht en zedigheid blijkbaar zijn.

2. Tot meerdere eer van Maria moeten zij ook zoo veel mogelijk in de maat en zuiver zingen. Daarom moeten zij ook van tijd tot tijd ter oefening bij elkander komen en wel onder het toez cht van een daartoe aan-gestelden voorzanger.

3. Als er een nieuw gezang moet geleerd worden, en lederen keer, dat er eene algemeene oefening aangekondigd wordt, moeten alle zangers tegenwoordig zijn. Zonder verlof van den voorzanger mag geen zanger afwezig blijven, terwijl de voorzanger verplicht is hiervan en van alles wat zijne bediening betreft, aan den Bestuurder en den prefect rekenschap te geven.

X. liegels voor de Beraadslagingen.

1. De raad vergadert eens in iedere maand of ten

en plaatse die openlijk ter inzage of tooue haar zoo dikwerf dit vtrlangd wordt, opdat ieder naar zijne keuze een boek kunne medenemen uit de bibliotheek. Hij geve echter aan niemand eenig boek, dan na alvorens van dengene die een boek verlangt, zijn naam en voornaam en don titel des boeks, en dag, maand en jaar, wanneer hij het boek genomen heeft, nauwkeurig op een riefje geteekend, te hebben ontvangen. Dit briefje zal hij bewaren tot dat het boek teruggebracht wordt. Hij zal niet toestaan dat iemand twee boeken medeneme. of het medegenomene behoude gedurende de herfstvacantie; zoodra deze is aangekondigd, moeten de boeken door allen worden teruggegeven.

3. »Befiels van dr Ziekenbezoekers.

«Dewijl de prefect niet alle zieke leden, vooral wanneer er meer te gelijk ziek mochten worden, meermalen in persoon kan bezoeken, is het noodig, dat hij eenige medehelpers hebbe in zulk een godvruchtig en heilig werk De Bestuurder zal hun getal bepalen, en het liefst tot deze bediening kiezen de dusdanigen, van wier verder gevorderden leeftijd en uitstekende deugd hij overtuigd is. Hunne bediening is: de zieke leden dikwerf te bezoeken, berichten in te winnen over hun toestand, en daaromtrent den Bestuurder en den prefect te vergewissen, den zieke ijverig door het gebed Gode aan te bevelen en zorg te dragen, dat hij door de gemeenschappelijke geiteden der Congregatie worde bijgestaan. Bij het toenemen der ziekte moeten zij den Bestuurder en den prefect waarschuwen, opdat zij volgens hun ambt den zieke kunnen bijstaan en zij met alle zorg verhoeden, dat een in zware ongesteldheid verkeerend lid niet uit het leven scheide, dan na

ocr page 68

48

minste eens in de drie maanden ten einde over de be-iUiigen der Congregatie te handelen, in tegemvoordig-iieid van den Bestuurder, die stemrecht bij de beraadslagingen heeft. Wat in den raad behandeld wordt, moet geheim blijven.

alvorens met de II. II. Sacramenten der Kerk to zijn voorzien Het is ook voordeelig do lodon niet slechts te bezoeken, wanneer zij ziek zijn, maar ook nu en dan als zij beginnen te herstellen; men truchte hen alsdan in don Heer op te beuren en te verkwikken door geestelijke gesprekken.

4. ygt; lieg els der overige lagere Bedienaren.

«Indien de Congregatiën dusdanige bedienaren in meerder of minder getal noodig hebben, naar gelang der verschillende verrichtingen die er moetdn geschieden dan wordt toegestaan, dat bun regelen worden voorgeschreven, die zij moeten volgen Daar worde nochtans niets vastgesteld, dan na alvorens den raad en de meening van don Bestuurder dor Congregatie te hebben ingewonnen. Ook wachte men zich iets vast te stellen, wat in strijd zoude zijn met deze Uogelen. En vooral verjnijde men, dat er iets geschiede, wat niet zou overeen te brengen zijn met de godsvrucht en het nut der leden; al hotgone hiermede in strijd is moet geheel en al worden afgeschaft en geweerd, en .als zonder kracht worden beschouwd.quot;

Ten slotte volgt het bewijs van lidmaatschap of het diploma in dezer voege:

»Hoc nostrarum litterarum Door dit ons getuigschrift testimonio constare volumus, verklaren wij, dat onze geliefde

• dilectum in Christo Fratrem . . . Broeder in Christus........

..........die........ don .... ten jare . . . .tot lid

• . . . . anno .... in sodalem is aangenomen dor Congregatie Congrogationis sub titulo N. N. onder den titel van N. N. opge-in N. N. fuisso coöptatum; ut richt te N. N, zoodat hij alle propterea omnes indulgentias, aflaten, gunsten, voorrechten en favor es, gratias ac privilegia privilegiën, waaraan andore roods quibus sodales alii jam confir- aangenomene leden deelachtig mati fruuntur, obtinere possit zijn, kan en mag genieten, en et valeat, et cum ex hac vita in geval van overlijden, bij deze migraverit omnibus, quae de- onze Congregatie recht heeft op functis adhiberi solent suffra- de gebeden, die voor de afge-.giis ab hac Nostra juvari do- storvone leden plegen te ge-beat. schiedon.

Datum ex eadem Deiparae Gegeven tor genoemde Con-Virginis C'ongregatione die et an- grogatie der allerheiligste Maagd 110 quibus supra. en Moedor Gods, ton dage en

jare als boven.

Moderator N. Do Bestuurder N.

Praefect. N. A Secretis N.quot; Prefect N. Secretaris N.quot;

R. U.

ocr page 69

49

2. Hec verslag der voorgaande zitting door den secretaris opgesteld, wordt er voorgelezen en aan de goedkeuring van den raad onderworpen.

3. De voorstellen geschieden gewoonlijk door den Bestuurder De raadsleden behooren in alles het gezag van den Bestuurder zeer op prij 5 te stellen en zich door zijne beslissing te laten leiden. Ieder lid van den raad mag evenwel met christelijke vrijmoedigheid, voorzichtigheid en zedigheid zijn gevoelen te kennen geven.

4. Men bedenke steeds, dat alles wat men in den raad voorstelt, moet strekken tot meerdere eer van God en van Maria, en tevens tot welzijn der Congregatie, daarom zal de Prefect of een ander raadslid den Bestuurder raadplegen omtrent de voorstellen, die in den raad zullen gedaan worden. Indien er in den raad iets voorgesteld mocht worden dai niet voorzien was, zal de raad, op verzoek van den Bestuurder, hieromtrent in die zitting niets beslissen, om alzoo aan den Bestuurder en de leden van den raad tijd ter overweging van het voorstel te geven. Doch zoo do Bestuurder uitstel daaromtrent onnoodig mocht oordeelen, of verklaren dat de zaak eeue spoedige beslissing vereischt, zal de Bestuurder den raad machtigen nog in die zitting over het voorstel te stemmen, na dit alvorens met aandacht overwogen te hebben.

5. Een voorstel wordt aan openlijke of geheime stemming onderworpen indien verschil van meening, he: belang der zaak of andere redenen dit volgens bet oordeel van den Bestuurder vereischen (I). Eene beslissing van den raad is overigens eerst van kracht als de Bestuurder haar heeft goedgekeurd.

6. De raad mag niets besluiien, indien het drie vierde deel zijner leden niet tegenwoordig is. Ware het dat men gedurende een aan merkel .j ken tijd (*') den raad

(*) Hiertoe is eene afwezigheid van drie achtereen volgerjdt maanden genoegzaam.

(1) idiij alle stemmingen van den raad kan de Bestuurder, indieu de stemmen aan beide zijden gelijk zijn, over ééne stem en indien zij ongelijk zijn over twee stemmen beschikken.quot; Aldus bij de Prima Primaria volgens de Notizie istoricbo e Eegole 1865, bl, 4:5

6

ocr page 70

50

in deze meerderheid niet zou kunnen vergaderen, dan ia\ de Bestuurder naar eigen goedvinden of in overleg met den prefect en de twee assistenten, overgaan tot de vervanging der plaatsen van de afwezige leden, die door zulk eene afwezigheid zelve, geacht worden als van hun recht afstand gedaan te hebben.

7. Bij telkens herhaalde afwezigheid van den prefect, van de twee assistenten of van eenig ander raadslid kan de Bestuurder anderen in hunne plaatsen aanstellen tot de volgende verkiezing.

8. Hetgeen eens in den raad besloten en door den Bestuurder goedgekeurd is, worde later niet lichtvaardig Yeranderd.

9. Bij het einde van de beraadslagingen, zal men landden over den algemeenen toestand der Congregatie, om te zien welke de punten zijn, die in bijzondere overweging moeten genomen worden. Men kan dit onderzoek inleiden met de lezing van eenige algemeene of bijzondere regelen, om zich te verzekeren of deze nauwkeurig onderhouden worden. Om dezelfde reden zal men van tijd tot tijd de voorgaande raadsbesluiten voorlezen, ten ware dit reeds na het verslag van de vorige zitting mocht geschied zijn. * Zonder deze voorzorg, of andere diergelijke maatregelen, is het te vreezen. dat eenige raadsbesluiten in bet vervolg zouden vergeten worden.

XI. Regels voor de Verkiezing.

1. De verkiezing zal jaarlijks eens doch nooit meer dan tweemalen plaats hebben. De prefect mag twee opvolgende jaren niet herkozen worden, ten zij om wettige redenen (i); doch hij kan altijd tot een ander ambt quot;worden benoemd. Indien men met recht gelooft dat er

(1) Dt lï. ü. verbiedt volstrekt niet dat dezelfde Profeet meermalen achtereen herkozen wordt, en eischt ook niet dat er bij-rondere redenen bestaan, opdat dit zou kunnen geschieden, noch •ook dat deze door den Raad onderzocht zullen worden. Men is-dus even vrij in de keuzo van den reeds bestaanden 1:refect al» quot;fau ieder ander.

ocr page 71

51

lt;3eriige bijzondere redenon «iin om den prefect twee óf meer achtereenvolgende jaren zijn ambt te laten be-kleeden, zal de raad er over heslissen. Otn dienaangaande tot beslissing te geraken, is het noodig, dat drio vierden der stemmen zich met het voorstel vereenigen. De prefect over wien men handelt, onthoudt zich van. deze stemming. Indien dit voorstel goedgekeurd wordt, zal de prefect, te zamen met twee andere candidaten (vergelijk n0. 3), door den raf-d aan de keus van geheel de Congregatie worden voorgesteld. Deze bepaalt alzoo» de keuze van den prefect

2. De verkiezing geschiedt op de volgende wijze: de prefect en de assistenten, de raadschrij ver en de overige leden van den raad komen bijeen; na alvorens oezamenlijk den li. Geest te hebben aangeroepen, schrijft een ieder hunner op een briefje de namen van drie leden der Congregatie, welke hij voor God de waar-digsten en de bekwaamsten oordeelt, om het ambt van prefect te bekleeden. De Bestiurder opent de briefjes in tegenwoordigheid van geheel den raad; en de. secretaris teekent de benoemden aan. als ook de wijze waarop de stemmen verdeeld zijn.

3. De drie namen, die in den raad de volstrekte meerderheid van stemmen bekomen hebben, worden, daarna aan geheel de Congregatie voorgesteld. Men plaatst die voor het beeld van Maria boven drie doosjes, en elk lid ontvangt een kies-balletje of boontje en gaat dit, volgens oproeping van den secretaris, neder-leggen in een van de drie doosjes. Als alles geëindigd is, telt de Bestuurder met den raad de stemmen op en hij die de meerderheid bekomen heeft wordt to prefect benoemd.

4. De verkiezing der assistenten geschiedt nu aldus: bij de twee namen die overgebleven zijn voegt men nog twee andere namen, nadat deze door den raad op de wijze boven (zie n0. 2) omschreven, gekozen zijn (1).

(1) De R. ü. zegt: )'De Raad kiest 3 personen uit geheel de Congregatie bij meerderheid van stemmen; deze drie worden ter keuze aan geheel de Congregatie voorgesteld; die de meeste «temmen verkrijgt is Prefect, die na dezen de meeste heeft is

ocr page 72

52

Al de leden der Congregatie ontvangen dan zoo vele balletjes als er assistenten te kiezen zijn, en geven hunne stem op dezelfde wijze als hierboven voor den prefect geschied is. De twee leden, die geene stemmen genoeg gehad hebben om tot assistenten benoemd te worden, zijn rechtens leden van den raad. Nadat de verkiezing van deze bijzondere bedienaren aldus geschied is, bidt men het Te Deum, en de vergadering wordt gesloten volgens gewoonte.

5. De overige leden van den raad (1) kunnen op twee verschillende wijzen gekozen worden, te weten, door den Bestuurder, met den nieuw gekozen prefect en de twee nieuwe assistenten (welke in dit geval op een anderen tijd te zamen komen, om deze keus te doen); of wel onmiddellijk docr geheel de Congregatie, en alsdan schrijft ieder lid op een briefje zoo vele namen als er leden van den raad te kiezen zijn; wanneer hi|. nu de keuze der twee assistenten gaat doen, legt hij dit briefje voor het beeld van Maria neder. Deze briefjes worden dan door den Bestuurder geopend, in tegenwoordigheid der vijf eerstgekozene bedienaren, en de meerderheid van stemmen beslist welke de leden van den raad zijn die nog ontbreken. Men bedient zich van de eerste wijze in de plaatsen waar de leden der Congregatie elkander niet genoegzaam kennen.

6. De Bestuurder met den prefect en de twee assistenten kiezen de andere bedienaren (2), te weten: den secretaris, den trezorier, den koster, enz. Deze allen, behalve de secretaris, die altijd raadslid moet zijn, mogen onverschillig uit of buiten den raad gekozen worden.

•eerste Assistent, en die do minsten heeft is tweede Assistent. De [Raadsleden en de Secretaris moeten nagenoeg op dezelfde wijze (d. i. zoo als do Prefect en AssMenten, zien®. 2) gekozen worden, maar moeten geenszins worden onderworpen aan de keuze van geheel de Congregatie.quot; 11. ü.

(1) Zie over de verku-zing van do verdere raadsleden en den Secretaris de voorgaande noot.

(2J «Bij het begin eener nieuwe Prefectuur zullen ook de lagere bedienaren worden veranderd, tenzij do bestuurder en de prefect iiet om billijke redenen anders mochten oordeelen.', R.U

ocr page 73

53

7- De geheele verkiezing (1) wordt in de volgende vergadering afgekondigd, en de nieuw gekozene overheid neemt zitting en treedt in bediening.

XII. Kegels voor de Aanveming in de Congregatie,

1. Al wie in de Congregatie wenscht aangenomen te worden (2) moet zich bij den prefect aanbieden. Deze .stelt hem, na een nauwkeurig onderzoek over het gedrag en de andere hoedanigheden van den verzoeker, aan den raad voor; en zendt hem dan tot den Bestuurder, om door dlt;zen, als hij de meerderheid van stemmen der raadsleden bekomen 1; eft, onder het getal dei-aspiranten aangenomen te worcun. Zij mogen in de vergaderingen tegenwoordig zijn, maar hebben geene stem bij de verkiezingen, en zijn nog niet deelachtig aan

(1) »De uitslag der verkiezing zoo der hoogere als der lagere bedieuaren, zal bij voorkeur op een feestdag der E. Maagd in de Congregatie worden bekend gemaakt. Tot meerdere godsvrucht en plechtigheid kan do Bestuurder aan iederen der bedienaren de teekenen zijner bediening uitreiken. Door den secretaris worden alsdan met luider stem de namen der bedienaren afgeroepen, volgens de orde hunner verkiezing en een ieders rang en waardigheid. Hij wiens naam geLoemd is, trede dan tot den Bestuurder en ontvange knielend van dezen de teekenen zijner waardigheid, en de Bestuurder wekke hen» inmiddels met eenige woorden op tot ijver en vlijt in het waarnemen zijner bediening, en herinnere hem de plichten daaraan verbonden. Nadat alzoo alle bedienaren zijn afgekondigd, zal de Bestuurder of iemand andera het woord voeren tot alle leden der Congregatie, en hen aansporen tot het getrouw bijwonen der vergaderingen, het onderhouden der regels, de devotie en liffde jegens de H. Maagd en vooral tot de bestendige navolging barer deugden.

»lMocht de prefect voordat de helft van den tijd zijner bediening verstreken is komen te overlijden, of door andere redenen belet worden in de uitoefening van zijn ambt, dan zal de Bestuurder een anderen in zijn plaats aanstellen. Hetzelfde zal ook geschieden ter aanvulling van andere openval'ende bedieningen.quot; R. ü.

(■^) gt;'Die in de Congregatie wemcht aangenomen te worden, be-geve zich tot den Bestuurder en tot den prefect. Wanneer beiden genoegzame berichten van hem zeiven en van anderen hebben ingewonnen omtrent zijn leeftijd, beroep, deugden en andere hoedanigheden, dan stelt de prefect hem voor aan den Raad, opdat hem het bijwonen der Congregatie tot proefneming worde toegestaan.quot; B. U.

4*

ocr page 74

64

de aflaten der Congregatie, tot dat zij werkelijk deel van haar uitmaken.

2: Een der bedienaren zal door den prefect belast worden, om den aspirant te onderrichten in de regels, oefeningen en plichten enz. der Congregatie, en over zijn gedrag te waken gedurende geheel zijnen proeftijd, die ten minste drie 'maanden zal duren (l). De raad met den Bestuurder aan het hoofd zal beslissen wanneer hij onder het getal der leden van de Congregatie zal mogen aangenomen worden. Doch men zal dit besluit eerst in de vergadering afkondigen, om zich te verzekeren of geene gegronde redenen daartegen bestaan, welke aan den raad onbekend mochten zijn.

3. Op den dag der aanneming (2) na den lofzang Veni Creator, knielt de aspirant voor het beeld van

(1] »De proeftijd dure ongeveer twee of drie maanden naar gelang der personenquot;.... Loopt deze proeftijd ten einde, dan zal lt;le Raad vergaderen om zijn gedrag te onderzoeken gedurende dien tijd. Blijkt het, dat hij niet geheel aan de verwachting heeft voldaan, dan zal de Tlaad bij meerderheid van stemmen beslissen, of hij voor goed moet afgewezen dan wel of zijn proeftijd moet worden verlengd. Heeft hij aan de verwachting beantwoord, dan worde de dag zijner aanneming vastgesteld, en men vermane den Aspirant, dat hij zich voorbereide om op dien dag tot de II. (Jom-numie te naderen. — In dezer voege de 11. Uitgave der regelen, die tevens opmerkt, dat de aanneming van nieuwe leden geheel afhankelijk is van de goedkeuring des Bestuurders, vzonder wiens voorkennis en raadpleging niets geldigs kan gescbieden.quot;

(2) «De feestdagen der II. Maagd en inzonderheid deze drie: Maria-Boodschap, de Hemelvaart en de Onbevlekte Ontvangenis der allerheiligste Maagd, schijnen het meest geschikt voor de plechtigheid der aanneming. Zij geschiede dus bij voorkeur op deze dagen. De Aspiranten begeven zich eerst tot liet altaar der H. Maagd, en bidden daar eenige oogenblikken geknield tot de goedertierene Moeder, dat zij zich gewaardige hen op l:e nemen onder het getal harer kinderen. Daarna leze de Onderrichter der Candidaten met luider stem en met tusschenpozen het formulier der opdracht of de akte van toewijding voor, zoodat de Aspiranten hem behoorlijk kunnen volgenen het gezamenlijk met hem kunnen uitspreken.quot; Het hier bedoelde formulier is hetzelfde als de Akt e van toewijding. Vgl. plechtige opdracht en aanneming.

»Vervolgens staan de Aspiranten op en worden door hunnen Onderrichter geleid tot den Bestuurder der Congregatie. Deze zegt hun dat zij thans in de Congregatie zijn opgenomen, tot blijk daarvan omarmt hij hen en neemt hen in naam der Congregatie ■aan. Gelyk een vader zijne kinderen, alzoo ontvangt hij hen, en

ocr page 75

55

Maria, eene waskaars in de hand houdende, en spreekt met luider stem zijne opdracht uit in dezer voege:

Sancta Maria, Mater Dei et Virgo, ego N. Te hodie in Dominam, Patronam et Advocatam eligo : finniter-que statuo ac propono, me nunquam Te derelicturum, neque contra Te aliquid umquam dicturum, aut fac-turum, neque perraissurum, ut a meis subditis aliquid contra tuum honorem umquam agatur. Obsecro Te igitur, suscipe me in servum perpetuum; adsis mihi in oinnibus actionibus meis, nee me deseras in hora mortis. Amen.

Heilige Maria, Moeder Gods en Maagd, ik N. kies U heden tot mijne Koningin, Beschermster en Voorspreekster; ik neem het vaste oesluit U nooit te verlaten, of iets te zeggen of te doen dat tegen uwe eer is, of toe te laten dat zulks door mijne onderhoorigen gedaan wordt. Ik smeek IJ dan, neem mij voor eeuwig aan als uwen dienaar (uwe dienares); sta mij bij in alle mijne ondernemingen en verlaat mij niet in de ure van mijn dood. Amen (1).


4. De Eerw. Bestuurder wendt zich hierop tot de aspiranten en zegt:

Ad majorem Dei gloriam. Tot Gods meerdere glorie,

in laudem Beatissimae Vir- tot eere der Allerheiligste

ginis, in spirituale hujus Maagd Maria, tot geestelijk

Congregationis bonum, et welzijn dezer Congregatie,

ocr page 76

55

ex potestate a summo Pon-tifice N. mihi delata ego N. N. pro tempore hu jus Congregationis Praeses, vos N. N. in numerum sodaliuni nostrae Congregatioois. sub titulo N. ereciae, suscipio : et participes reddo et de-claro omnium gratiarum et fruetuum, privilegiorum et indulgentiarum quae Sancta Romana Ecclesia ipsi Pri-mariae Ccngrcgationi Ro-manae, cui haec nostra cano-Bice aggreguta est, concessit.

In nomine f Patris et Fi-lii et Spiritus Sancti. Amen.

en krachtens de macht door Z. H. den Paus N. aan mij toevertrouwd, neem ikN.N., tijdeliik Bestuurder dezer Congregatie, u, N. N., als leden aan van onze Congregatie opgericht onder den titel van N. en raaak en verklaar u deelachtig aan al de genaden, vruchten, voorrechten en aflaten, welke de 11. Stoel aan de Hoofd-Congregatie te Kome, waarmede deze onze Congregatie op Kanonieke wijze is ver-eenigd, heeft verleend.

In den Naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen. (1)


5. Daarna hegeven de nieuwe leden zich tot den Bestuurder, bieden hem de waskaars aan en ontvangen» waar dit gebruikelijk is, het gewijde kruisje of de gewijde medalje der Congregatie. De Bestuurder zegt daarbij tot elk hunner; Accipe signum Congregationis ad corporis et animae defensionem, ut divinae bonitatis gratia, et ope Mariae, Matris tuae, aeternam beaiitudi-nem consequi mercaiis. In nomine Patris, et Filii et Spiritus Sancti. Amen; d. i. Ontvang het onderschei-

(1) Do verandering tloor ons in liet formulier en in de wij'/e van aanncniing gebracht, vereischt eeniere toelichting. De aanneming in de Congregatie is eene te belangrijke handeliog dan dat daarbij afwijking van den geest der goedgekeurde lïomeinsche Kegelen te dulden zij. Daar deze Kegelen nu voorschrijven dat liet formulier van aanneming niet door den Prefect maar door den Bestuurder worde uitgesproken zoo behooren de Congregatiën zich naar dit voorschrift te gedragen. Hiermede vervalt tevens van zelf het zonderlinge, in eenige Congregatiën van vrouwen en jonge dochters allengs ingeslopen misbruik om de Pre-fecte een gewijzigd formulier van aanneming te laten lezon eiï haar aldus de nieuwe ledeu te laten aannemen.

ocr page 77

dingsteekev der Congregatie, ter verdediging van ziel en lichaam, opdat gij door de genade Gods en door den hij stand van Maria, uwe Moeder, de eeuwige zaligheid eenmaal moogt verkrijgen. In den naam des Vaders, enz, 6. Den leden der Congregatie wordt aanbevolen elk jaar op den litel-feestdag burner Congregatie bunne toewijding aan de IJ. Maagd door bet gezamenlijk uitspreken van bet formulier: Sancta Maria plechtig te vernieuwen.

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN

DER CONGKEGATIEN VAN DE H. MAAGD.

I. DAGELIJKSCHE OEFENINGEN VOLGENS DEN VI11011 DER ALGESIEENE REGELEN.

1. Des morgens.

f In den naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes, Amen (1).

Akte van geloof. Mijn Heer en mijn God, ik geloof vaamp;telijk alles wat Gij geopenbaard hebt en mij door de H. Kerk wordt voorgesteld te gelooven; omdat Gij bet geopenbaard hebt, die de eeuwige waarheid en wijsheid zijt, die niet kunt bedriegen of bedrogen worden, In en voor dit geloof wil ik leven en sterven. Heer vermeerder mijn geloof.

1

Zoo dikwerf men het kruisteeken nuiakt en de H. Drievuldigheid aanroept kan men een aflaat van 50 dagen verdienen, welke ook aan de geloovige zielen kan worden toegevoegd.

Pins IX 28 Juli 1863.

ocr page 78

58

Akte van hoop. Mijn Heer en mijn God, ik hoop met een vast vertrouwen, floor de verdiensten van Jesus Christus, van U te zullen verkrijgen de eeuwige zaligheid en alles wat mij daartoe noodig is, omdat Gij dit beloofd hebt, die oneindig machtig, goed en getrouw in uwe beloften zijt. In deze hoop wil ik leven en sterven. Heer vermeerder mijne hoop.

Akte van liefde. Mijn Heer en mijn God, ik bemin U boven alles, en uit geheel mijn hart, omdat Gij boven alles goed en oneindig volmiakt zijt: ik bemin mijn evennaaste gelijk mij zeiven uit liefde tot U. In deze liefde wil ik leven en sterven. Heer vermeerder mijne liefde.

Vervolgeus zpgt men driemaal het Onze Vader en Wees gegroet ter eere der Allerheiligste Drievuldigheid, het; Ik geloof ut God den Vader eu de Salve Jteginu, zoo als volgt :

Salve, Regina, Mater misericordiae. Vita, dul-cedo et spes nostra, salve. Ad te elamamus, exules filii Evae. Ad te suspira-mus, gementes et flentes in hac lacrymarum valle. Eja ergo Advocata nostra, illos mos miserieordes oeu-los ad nos con verte. Et Jesum, benedictum fruc-tum ventris tui, nobis post hoe exilium ostende. O clemens! o pia! O dulcis Virgo Maria!

Z ij t gegroet, o Ko-n i n g i n, Moeder der barmhartigheid. Ons leven, onze wellust, onze hoop, zijt gegroet. Tot U roepen wij ballingen, Eva's kroost. Tot U zuchten wij, treurende en weenende in dit tranendal. 81a Gij dan, onze Voorspreekster, uwe zoo meêdoo-gende oogen op ons neder. En toon ons, na deze ballingschap, Jesus, de gezegende vrucht van uwen schoot. O barmhartige! o liefdevolle ! O minnelijke Maagd Maria!


2. Des avonds.

Onderzoek van geweten. Op de volgende wijze : 1. Zich stellen in de goddelijke tegenwoordigheid en God bedanken voor al zijne weldaden.

ocr page 79

59

2. De verlichting van den H. Geest vragen.

3. Onderzoeken wat men dien dag misdaan heeft,, door gedachten, woorden en werken, tegen God. tegen zich zeiven en tegen den evenmensih, overdenkende de plaatsen waar men geweest is, de personen met wie men gehandeld, de zaken die men verricht heeft, enz.— Onderzoek u ook over nw heerschenden drift, of over eene deugd die u vooral noodig is, en wier oefening gij u bijzonderlijk hebt voorgenomen.

4. Een oprtcht beronw verwekken.

5. Zijne goede voornemens vernieuwen en de genade vragen, door de voorspraak van Maria, om zo getrouw te volbrengen.

Akte van berouw. IVIijn Heer en mijn God? het is mij leed uit den grond van mijn hart, dat ik tegen U gezondigd heb, omdat Gij het hoogsie goed en bovenal beminnelijk zijt, en Gij, o God, de zonde oneindig verfoeit. Ik bid U ootmoedig om vergiffenis door de lerdiensten van Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer, en neem mij vastelijk voor, met de hulp uwer gerade, boetvaardigheid te doen en U_, o God nooit meer te vergrammen. Amen.

Daarna bidt men ten minste eenmaal liet Onze Vadrr en Wees gtyrttt en eens den psalm JJc pro/'l oidis zoo als hier volgt;

De P r o f u n d i s clamavi ad te, Domine! Domine exaudi vocem meam.

Fiant aures tuae inten-dentes in vocem deprecation is meae.

bi iniquitates observave-ris, Domine, Domine quis sustinebit?

Quia apud te propitiatio est, et propter l^gcm tuam sus tin ui te Domine.

Sustinuit anima mea in

Uit de diepte heb ik geroepen tot U. o*Heer! Heer verhoor mijne stem.

Wend goedgunstig uwe ooren tof de stem mijner smeeking.

Zoo Gij onze zonden wilt gedenken Heer, wie zal dan voor U bestaan?

Maar bij U is ontferming, en om uwe beloften verlaat ik mij op U, o Hcir.

Mijne ziel verlaat zich op


ocr page 80

V

verbo ejus, speravit anima mea in Domino.

A custodia matutina usque ad noctem, speret Israël in Domino.

Quia apud Dominum mi-sericordia, et copiosa apud eum redemptio.

Et ipse redimet Israël, ex omnibus iniquitatibus ejus.

Requiem aeternam dona eis Domine: et lux perpetua lueeat eis.

Requiescant in pace. A-men.

CO

zijn woord, mijne ziel hoopt op den fleer.

Van den ochtendstond tot aan den nacht zal Israël op den Heer hopen.

Want bij den Heer is barmhartigheid en bij hem is overvloedige verlossing.

En Hij zal Israël verlossen van al zijne ongerechtigheden.

lieer, geef hun de eeuwige rust. En het eeuwig licht verlichte hen.

Dat zij rusten in vrede. Amen.


3. Gebeden voor de Overledenen.

Voor vader en moeder. O God, die ons geboden hebt vader en moeder te eeren, ontferm U genadig over de zielen van mijnen vader en mijne moeder, vergeef hun hunne zonden, en maak dat ik hen in de vreugde van het eeuwige leven aanschouwen mag. Door Christus onzen Heer. Amen.

Voor vriendenen weldoeners. O God, schenker der vergeving en minnaar van 's menschen heil, wij bidden uwe goedheid, dat Gij de broeders, aanverwanten en weldoeners van deze vereeniging, die uit de/c wereld zijn gescheiden, door de voorbede der allerheiligste Maria, altijd Maagd, en van alle Heiligen, aan de gemeenschap der eeuwige zaligheid deelachtig wilt maken. Door Christus onzen Heer. Amen.

Voor alle geloovige zielen. O God, Schepper en Verlosser aller geloovigen, schenk aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van alle hunne zon-

ocr page 81

61

den, opdat zij de genadige kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door onze godvruchtige gebeden mogen verwerven. Gij die leeft en regeert. God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

4. Gebeden voor Zieken.

Voor één of meer zieken. Almachtige, eeuwige God, altijddurende zaligheid der geloovigen, wij smee-ken U om den bijstand uwer barmhartigheid voor uwen dienaar (dienares, dienaren, dienaressen) die ziek is (zijn), verhoor onze gebeden; opdat hij (zij) in gezondheid hersteld, U in de H. Kerk zijne (liare, hunne) dankbaarheid bewijze (bewijzen). Door Christus onzen Heer. Amen.

Voor oene zieke die op het uiterste ligt. Almachtige en barmhartige God, die aan het menschelijke geslacht de middelen van zaligheid en de gaven van het eeuwige leven geschonken hebt, wend uwe genadige oogen naar uwen dienaar (dienares), die met ziekte overvallen ligt, en verkwik wederom eene ziel, die Gij geschapen hebt, opdat zij, in de ure des doods verdiene zonder smet van zonden, aan U, haren Schepper, door de handen der Engelen te worden voorgesteld. Door Christus onzen Heer. Amen.

II. GEBEDEN, DIE IN DE GEWONE VERGADERINGEN GESCHIEDEN.

1. Vóór de onderrichting.

Na voorafgaande lo/.ing zegt de Prefect aldus :

In den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen.

Hij begint vervolgens den lofzang: Vtni Sa tic te spiritus of den Veni Creator zoo als volgt.

ocr page 82

62

VENI SANCTE SPIRITUS.

P. Veui Sancte Spiritus, Et emitte coelitus,

Lucis tuae radium.

A. Veni Pater pauperum, Veni dator munerum,

Veni lumen cordium.

P. Consolator optime, Dulcis hospes animae, Dulce refrigerium.

A. In labore requies, In aestu temperies.

In lletu solatium.

P. O lux beatissima, Eeple cordis intima, Tuorum fidelium.

A. bine tuo numine. Nihil est in homine,

Nihil est innoxium.

P. Lava quod est sordi-dum.

Riga quod est aridum : Sana (juod est saueium. A. Flecte quoü est rigi-dum:

Fove quod est frigidum: Kege quod est devium.

P. Da tuis fidelibus, In te conüdentibus,

Sacrum Stptenarium.

P. Kom, o kom. Gij Heilage Geest, - Zend van uit den hemeltrans, - Stralen van uw god'lijk licht.

A. Kom, o Vader in den nood, - Kom, o aller gaven bron, - Kom, o hartverkwikkend licht.

P. Beste Trooster in verdriet, - Onzer zielen zoete gast, - Zoete zalving in het leed.

A. Als wij zwoegen geeft Gij rust, - Gij verkwikt bij heeten striid, - Gij vertroost bij droef geween.

P. O volzalig hemellicht, -Dring tot in de harten door, -Van die Ü zijn toegedaan.

A. Zonder uwe tusschen-komst. - O vermag de sterv1-lirg niets, - Is in hem niets zonder vlek.

P. Wat besmeurd is, wasch het rein, - Laaf het dorre met uw dauw, -Geef voor wonden artsenij.

A. Maak den warschen wil gedwee. - Geef 't verkleumde hart uw gloed: -Voer terug wat is verdwaald.

P. Stort in elk geloovig hart, - Dat zijn lot aan U vertrouwt, - Uwe zeven gaven uit.


ocr page 83

63

A. Da virtutis meritum A. schenk aan ons der Da salmis exitum. deugden schatSchenk een

Da perenne gaudium. zalig stervensuur, - Schenk

Amen. ons eeuw'ge hemelvreugd.

Amen.

VENI CHEATOK.

P. Veni Creator Spiritus, Mentes tuorum visita, Imple superna gratia,

Quae tu creasti pectora.

A. Qui diceris Paraclitus, Altissimi donum Dei.

Fons vivus, ignis, charitas, Et spiritalis unctio.

P. Tu septiformis munere, Digitus paternae dexierae, Tu rite proniissum Patris, Sermone ditans guttura.

A. Accende lumen sen-sihus,

Iniunde aniorem cordibus, Infirma nostri corporis, Virtute firmans perpeti.

1'. Ilostem repellas lon-gitis,

Pacemque dor es protinus, Ductore sic te praevio, Vitemus omne noxiuni.

P. Kom Schepper, kom o Heil'ge Geest. - Bezoek der uwen hart en ziel, -Vervul met bovenaardsche kracht - De zielen, door U voortgebracht.

A. Kom Gij, dieelkziin trooster noemt, - Een gaai' des Allerhoogsten Gods, -Een levend 'water, liefdevuur, — En ware zalving van den geest.

P. Gij in Uw gaven zevenvoud, - Gij zijt de vinger van Gods hand; - Gij 's Vaders lang beloofd geschenk, - Geef aan de tong der talen gaaf.

A. Ontsieek in onze horst uw licht, - En stort Uwe liefde in onze ziel, -Versterk de zwakte van ons vleesch, - Met hemel-kracht die nimmer faalt.

P. Verdrijf den vijand verre weg. - En geef ons voortaan zoeten vreê. - O. dat wij aan uw leiding-trouw - Vermijden al wat schaden kan.


ocr page 84

64

mum

A. Maak Gij den Vader ons bekend. - Door U ook kennen wij den Zoon -En dat wij U als beider Geest - Belijden mogen zonder eind.

P. Aan God den Vader zij steeds eer. - En aan den Zoon, die uit den dood - Is opgestaan, den Trooster ook - In aller eeuwen eeuwigheid. A. Amen.

P. Kom o Heilige Geest, vervul de harten uwer ge-loovigen en ontsteek in hen het vuur uwer liefde.

Zend uwen Geest uit, en zij zullen herschapen worden. (Alleluia).

A. En gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen. (Alleluia).

P. Laat ons bidden. O God, die de harten der geloovigen, door de verlichting des H. Geestes onderwezen hebt, geef ons, dat wij in dien zelfden Geest de ware wijsheid erlangen en ons gedurig door zijne vertroosting verblijden: die

Wil men hier eindigen dan besluite men dit gebed zoo als Tolgt. — De verdere hierbij gevoegde gebeden geschieden te Rome in de Hoofd-Congregatie immer onmiddellijk na het voorgaande. ^Tot gerief van hen, die dit boek willen gebruiken in Congregatiën, alwaar men het gewone handboekje volgt, zal alles wal daar ontbreekt, hier tusschen twee haakjes [quot;j geplaatst worden, indien daarvan niet op andere wijze uitdrukkelijk melding wordt gemaakt).

A. Per te sciamus da Patrem,

Noscamus atqae Filium, Tcque ntriusque Spiritual, Credamus ornni tempore.

P. Deo Patri sit gloria Et Filio qui a mortuis Surrexit, ac Paraclito In saeculorum saecula.

A. Amen.

P. Veni Sancte Spiritus, reple tuorum cordafidelium, et tui amoris in eis ignem aceende.

Emitte Spiritum tuum ct creabunter. (Alleluia).

A. Et renovabis faciem terrae. (Alleluia).

P. Oremus.

Deus qui corda fideliuni Sancti Spiritus illustratione docuisti: da nobis in eodern Spiritu recta sapere, et de ejus semper consolatione gaudere:

Per Dominum nostrum Je-sum Christum Filium tuum.

Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die


ocr page 85

65

qui tecum vivit et regnat in imitate ejusdem Spiritus Sancti, Deus per omnia sae-cula saeculorum.

A. Amen.

[Defende. quaesumus Do-mine, beata Maria semper virgine intercedente istam ab omni adversitate familiam, et toto corde tibiprostratam, ab hostium propitius tuere clementer insidiis.

Actiones nostras quaesumus Domine, aspirando prae-veni et adjuvando prose-quere, ut cuncta nostra oratio et operatic a te semper inci-piat et per te coepta finiatur. Per Dominum nostrum Je-sum Christum Filium tuum, qui tecum vivit et regnat in unitate ejusdem Spiritus Sancti, Deus per omnia saecula saeculorum.

A. Amen.

met U leefc en heerscht in de eenheid van denzelf-den Heiligen Geest, God in alle eeuwen der eeuwen.

A. Amen.

[Bescherm, bidden wij U, o Heer, door de voorspraak, der Allerzaligste Maagd Maria, deze schaar van allen tegenspoed: en terwijl zij zich met het volste vertrouwen voor U neder werpt, wil haar goedertierenlijk tegen alle lagen des vijands beveiligen.

Wij bidden U, o Heer, ga onze werken door den invloed uwer genade vooraf, en voltrek ze door uwe medewerking, opdat al onze gebeccn en handelingen immer van U beginnen, en eenmaal begonnen zijnde, ook door il voltrokken worden. Door onzen Heer Jesus Christus uwen Zoon, die met IJ leeft en heerscht in de eenheid van denzelfden Heiligen Geest, God ia alle eeuwen der eeuwen.

A. Amen.


Men bidt een gedeelte van de Getijden der II. Maagd en daarna eene har er antiphonen volgens den tijd dos jaars]

Antiphonen der H. Maagd.

IN DEN ADVENT.

P. Alma Redemptoris, P. Genadevolle Moeder Mater, quae pervia coeli des Verlossers, die ons eene

ocr page 86

66

porta manes et Stella maris.

A. Succurre cadenti, sur-gere qui curat, populo:

P. Tu quae genuisti, ua-tura mirante, tiium Sanctum Genitorcm, virgo prius ac posterius.

A. Gabriëlisaboresumeiis illud Ave, peccatorum miserere.

P. Angelus Domini nun-tiavit Maiiae,

A. Et concepit de Spiritu Sancto.

P. Oremus. Gratiam tuam, quaesumus Domine menti-bus nostris infunde. ut qui, angelo nuntiante Christi Fi-lii tui incarnationem cogno-vimus, per passionem ejus et crucem ad resurrectionis gloriam perducamur. Per eumdem ChristumDominum nostrum, Amen.

open hemeldeur en zeester bliift.

A. Snel uw volk, dat b( zwijkt en zich bekeeren wil, ter hulpe.

P. Gij die tot verbazing d.er natuur uwen heiligen Schepper hebt ter wereld gebracht en immer Maagd gebleven zijt.

A. Gij, die uit Gabriels mond dien wondervollen groet mocht hooien, wil ons zondaars genadig zijn.

P. De Engel des Heeren heeft aan Maria geboodschapt,

A. En zij heeft ontvangen van den H. Geest.

P. Laat ons bidden. Stort, bidden wij U, o lieer, uwe genade uit in onze harten opdat wij, die door de boodschap des Engels de Mensch-wording van Christus uwen Zoon gekend hebben, door zijn kruis en lijden tot de glorie der verrijzenis mogen gebracht worden. Door den-zelfden Christus, onzen Heer, A. Amen.


VAN KERSTAVOND TOT MAKIA LICHTMIS.

De Antiphoon als boven met liet volgende vers:

P. Post partum virgo invi-olata permansisti,

A. Dei genitrix intercede pro nobis.

P. Na de baring zijt gij ongeschondene Maagd gebleven.

A. Heilige Moeder Gods wees onze voorspraak bij God.


ocr page 87

67

P. Oremus. Deus, qui salutis aeternae. Beatae Ma-riae Virginitatefoecunda hu-mano peneri praemia praesti-tisti, tribue quaesumus, ut ipsam pro nobis intercede sentiamus, per quani merui-mus Auctorem \itae susci-pere, Dominum nostrum Je-sum Christum Filiumtuum. A. Amen.

VAN MAKIA LICHTMIS

P. Ave Regina coelorum ave Domina angeloruni.

A. Salve radix, salve porta ex qua mundo lux est orta.

P. Gaude Virgo gloriosa, super omnes speeiosa.

A. Vale, o valde decora, et pro nobis Christum exora.

P. Dignare me laudare te Virgo sacrata.

A. Da mihi virtutem cortra hostes tuos.

P. Oremus. Concede mi-sericors Deus Iragilitati nos-trae praesidium, ut quiSanc-tae Dei Genitiicis memori-am agimus, intercessionis

P. Laat ons bidden. 0 God, die door den vruchtbaren maagdom der allerheiligste Moeder Maria, aan het menschelijk geslacht den prijs voor het eeuwige heii hebt verleend: wij bidden U, geef ons, dat wij de voorbede mogen erlangen van haar, door wie wij den oorsprong des levens hebben mogen ontvangen, onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon. A. Amen.

TOT or PAASCHAVOND.

P. Gegroet gij Koningin des Hemels, gegroet gij der Engelen Vorstin.

A. Gegroet gij heilige stam, gij hemeldeur, van waar der wereld het heillicht gewerd.

P. quot;Verblijd U, o glorierijke Maagd die allen in schoonheid overtreft.

A. Gegroet, o wonder-schoone, en smeek tot Christus voor ons.

P. Vergun mij, o Heilige Maagd, uwen lof te verkondigen.

A. Geef mij kracht tegen uwe vijanden.

P. Laat ons bidden.Schenk goedertieren God, onze zwakheid bijstand, opdat wij, de gedachtenis der Hei lige Moedermaagd veree-


ocr page 88

6S

ejus auxilio a nostris ini-quitatibus resurgimus. Per eumdem Christum Domi-num nostrum. A. Amen.

rende, door hare hulprijke voorbede van onze zonden moojen opstaan. Door denzelfden Christus onzen Heer. A. Amen.


VAN PASCHEN TOT AAN H. DKIEVOLDIGHEIDS-ZONDAG.

P. Regina coeli laetare. Alleluia

A. Quia quem meruisti portare. Alleluia.

P. Resurrexit sieut dixit. Alleluia.

A. Ora pro nobis Deum. Alleluia.

P. Gaude et laetare Virgo Maria. Alleluia.

A. Quia surrexit Domi-nus vere. Alleluia.

P. Oremus. Deus, qui per resurrectionem Filii tui Domini nostri Jesu Christi mundum laetifieare dignatus es, praesta quaesumus, ut per ejus Genitrieem Virgi-nem Mariam perpetuae ca-piamus gaudia vitae. Per eumdem Christum Domi-num nostrum. A. Amen.

P. Koningin des Hemels verheug U. Alleluia.

A. Want dien gij gedragen hebt. Alleluia.

P. Is verrezen gelijk Hij gezegd heeft. Alleluia.

A. Bid God. voor ons. Alleluia.

P. Verheugen verblijd U, o Maagd Maria. Alleluia.

A. Want de Heer is waarlijk verrezen. Alleluia.

P. Laat ons biddun. O God, die U gewaardigd hebt door de verrijzenis van Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer, de wereld te verbidden, geef bidden wij U, dat wij door zijne Moeder, de Heilige Maigd, de vreugd van het eeuwige leven mogen erlangen. Door denzelfden Christus onzen Heer. A. Amen.


VAN H. DRIEVULDIGIIEIDS-ZONDAG TOT DEN ADVENT.

P. Salve, Regina, Mater Misericordiae.

A. Vita, dulcedo et spes nostra, salve.

P. Ad te elamamus exu-les, filii Evae.

P. Zyt gegroet o Koningin, Moeder der Barmhartigheid.

A. Ons leven, onze wellust, onze hoop, zijt gegroet.

P. Tot U roepen wij ballingen, Eva's kroost.


ocr page 89

69

A. Tot U zuchten wij, treurende en weenende in dir. tranendal.

P. Sla gii dan, onze Voorspreekster, Uwe zoo tneedoo-gende oogen op ons neder.

A. En toon ons, na deze ballingschap, Jesus, de gezegende vrucht van uwen schoot.

P. O barmhartige, o liefdevolle,

A. O minnelijke Maagd Maria.

P. Bid voor ons. Heilige Moeder Gods;

A. Opdat wij waardig worden 3e beloften van Chrisius.

F. Laat ons bidden. Almachtige eeuwige God, die het lichaam en de ziel der glorierijke Moedermaagd Maria, door de medewerking des H.Geestes, tot eene waardige woning uws Zoons hebt voorbereid; geef dat wij, die ons in hare gedachtenis verblijden, door hare liefderijke voorbede van alle toekomstig kwaad en van den eeuwigen dood mogen bevrijd worden. Door den-zelfden Christus onzen Heer. A. Amen.

Nü VOLGT DE ONDERRICHTING.

3. Na de Onderrichting.

[P. Confirma hoe, Deus, |P. Sterk, o God! wat Gij quod operatus es in nobis; gewrocht hebt in ons;

A. A templo sancto tuo A. Van uit uwen H. tem-quod est in Jerusalem. pel ie Jerusalem.

A. Ad te suspiramus ge-mentes et flentes in hac lacrymarum valle.

P. Eja ergo, advocata nostra, illos tuos misericordes oculos ad nos converte.

A. Et Jesum benedictum fructum ventris tui, nobis post hoe cxilium oster de.

P. O elemens, o pin,

A. O dulcis Virgo Maria.

P. Oro pro nobis Sancta Dei Genitrix;

A. Ut digni efficiamur promissionibus Christi.

P. Oremus. Omnipotens sempiterne Deus, qui glo-riosae Virginis Matris Mariae corpus et animam, ut dignum Eilii tui habitaculum elfici mereretur, Spiritu Sancto coöperante, piaeparasti; da ut cujus commcmoratione laetamur, ejus pia interces-sione ab instantibus nialis et a morte perpetua libere-mur. Per eumdem Christum Dominum nostrum.

A. Amen.

ocr page 90

70

P. Oremus.

Praesra nobis, quaesumas Domine, aux ilium uratiae tuae, ut quae te auctore fa-cienda cognovimus, te ad-juvante impleamus. Per Christum Oominum nostrum. A. Amen.]

P. Laat ons bidden.

Verleen ons, o Heer, den bijstand uwer genade, opdat wij met uwe hulp mogen volbrengen, wat wij door uwe verlichting als onzen plicht leerden kennen. Door Christus onzen Heer. A. Amen.J


In eenige Congregatiën richt men hierna het volgende gebed tot het JI. liar au Jesus.

15. Hart van Jesus brandende van liefdn voor ons.

.. Ontsteek in ons eene brandende liefde voor 17.

a'. Laat ons bidden.

Almachtige God, wij bidden U, verleen ons, dat wij, die in het allerheiiigste Ilart uws geliefden Zoons al onzen roem stellen, en daaraan de voornaamste weldaden van zijne liefde danken ook in de werking en vruchten daarvan ons mogen verblijden Door denzelfden Christus onzen lieer .

A. Amen.

LITANIE VAN ONZE LIEVE VROUWE 1).

Kyrie eleïson.

Chris te eleïson.

Kyrie eleïson.

Christe audi nos.

Christe exaudi nos.

Pater de coelis. Deus, miserere nobis.

Fili, Redemptor mundi, Deus, miserere nobis.

Spiritus Sancte, Deus, miserere nobis.

Sancta Trinitas, unus Deus, miserere nobis.

Sancta Maria, ora pro nobis.

Sancta Dei Genitrix, ora pro nobis.

Heer ontferm U onzer,

Christus ontierm U onzer.

Heer ontferm U onzer.

Christus hoor ons.

Christus verhoor ons.

God, hemeische Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm ü onzer.

God, Heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één Gud, ontferm ü onzer.

Heilige Maria, bid voor ons.

Heilige Moeder Gods, bid voor ons.


1

300 dagen aflaat telkens (Pius VIT. 30 Sept. 1817); en verscheidene volle aflaten voor die do Litanie allo dagen bidden.

ocr page 91

71

Sancta Virgo virginum, Mater Christi,

Mater divinae gratiae,

Mater purissima, Mater castissima, Mater inviolata,

Mater intemerata, Mater amabilis,

Mater admirabilis, Mater Creatoris, Mater Salvatoris, Virgo pnulentissima, Virgo veneranda, Virgo praedicanda, Virgo potens,

Virgo ei em ens,

Virgo fidelis, Speculum jusritiae,

Sedes sapientiae, Causa nostrae laetitiae, Vas spirituals, Vas honorabile, Vas insigne devotionis,

Rosa mystica,

Turris Davidica,. Turrus eburnea, Domus aurea, Foederis area,

Janua coeli,

Stella mututina,

Salus infirmorum, Kcfugium peccatorum, Oonsolatrix afHicto-ruin.

Auxilium Christiano-rum,

Regina Angelorum,

H. Maagd der Maagden, Moeder van Christus, Moeder der goddeliike

genade,

Allerzuiverste Moeder, Allerreinste Moeder, Onbevlekte- Moeder, Ongescbondene Moeder, Minnelijke Moeder, Verwonderlijk Moeder, Moeder des . jheppers, Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste Maagd Eerwaardige Maagd, Lofwaardige Maagd, Machtige Maagd, Goedertierene Maagd, Getrouwe Maa^d,

Spiegel der rechtvaardig-' heid,

Zetel der wijsheid. Oorzaak onzer blijdschap, Geestelijk vat, Eerbiedwaardig vat. Uitstekend vat van godsvrucht,

Geheimzinnige roos.

Toren van David,

Ivoren toren.

Gulden huis,

Ark des Verbonds,

Deur des Hemels, Morgenster,

Behoudenis der kranken, Toevlucht der zondaren, Troosteres der bedrukten.

Hulp der Christenen,

Koningin der Engelen,


ocr page 92

72

Regina Patriarcharum,

Regina Prophctarum, Regina Apostolorum, Regina Martyrum,

Regina Confessorum, Regina Virginum,

Regina Sanctorum omnium,

Regina sine labo con-cepta,

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, paree nobis Do-mine.

Agnus Dei, qui tollis peeeata mundij exaudi nos Do-mine.

Agnus Dei. qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Christe, audi nos.

Christe, exaudi ros.

Kyrie eleïson.

Christe eleïson.

Kyrie eleïson.

Pater noster.

P. Et ne nos inducas in tentationem.

A. Sed libera nos a malo.

[p Sub tunm praesidium confugimus Sancta Dei Ge-nitrix! nostras deprecalio-nes ne despicias in necessita-tibus nostris sed a periculis cnnetis libera dos semper, quot;Virgo gloriosa et benedicta! Domina nostra, Mediatrix nostra, Advocata nostra, tuo 1'ilio nos reconeilia, tuoi'ilio

Koningin der Patriarchen,

Koningin der Profeten, Koningin der Apostelen, Koningin der Martelaren Koningin der Belijderen, Koningin der Maagden, Koningin van alle Heiligen,

Koningin zonder vlek

ontvangen,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm TJ onzer. Christus hoor ons.

Christus verboor ons.

Heer ontferm U onzer. Christus ontferm U onzer. Heer ontferm U onzer. Onze Vader.

P. En leid ons niet in bekoring.

A. Maar verlos ons van den kwade.

[P. Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, H eilige M oeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar bevrijd ons altijd van al'e gevaren, glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met

a


ocr page 93

73

hos commenda, tuo nos repraesenta.

P. O ra pro nobis Sancta Dei Genitrix,

A. Ut digni efficiamur promissionibas Christi.

P. Oremas. Gratiamtuam quaesumus Domine. menti-bus nostris infunile, ut qui Angelo nuntiante Christi Fi-lii tui incarnationem cogno-vimns, per passionem ejus et crucem ad resurreetionisglo-riam perducamur. Per eum-dem Chrisium Dominum nostrum.

A. Amen.

P. On pro nobis Beatis-'dme Joseph,

A. Ut digni efficiaraur jromissionibus Christi.

P. Oremus. Sanctissimae Genitrieis tuae Sponsi, quaesumus Domine, meritis ad-ju vemur, ut quod possibilitas nostra non obtinet, ejus nobis intercessione donetur. Qui vivis et regnas in sae-ula saeculoruni.

A. Amen.

P. Ora pro nobis S- A-lovsi.

Filio

uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.

P. Bid voor ons, g Heilige Moeder Gods,

A. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

P. Laat ons bidden. Wij bidden U, o Heer, stort uwe genade uit in onze harten, opdat wij, die door de Boodschap des Engels de mensch-wording van Christus uwen Zoon gekend hebben, door zijn Kruis en Lijden tot de glorie der verrijzenis mogen gebracht worden. Door den-zelfden Christus onzen Heer. A Amen.

P. Bid voor ons Heilige Joseph,

A. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

P. Laat ons bidden. Wij bidden U, o Heer, dat wij door de verdiensten van den Bruidegom uwer allerheiligste Moeder moo^en geholpen worden ; opdat wij door zijne voorspraak verkrijgen, het-gene wij door ons zei ven niet kunnen bekomen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen.

A. Amen.

P. Bid voor ons Heilige Aloysius,


ocr page 94

74

A. Ut di^Tii efficiamur ^romissionibus Chrisii.

P. Oreraus. Coelestium dononim distributor Deus, qui in angelico juvene Alo-ysio miram vitac innocemi-am pari cum poenitentia ■sociasti: ejus mcritis et pre-cibus concede, utinnocentem non secuti. poen i ten tern imi-temur. Per Christum Do-zninum Dostrum.

A„ Amen.]

P. Memento Congregati-onis tuae.

A. Quam possedisti ab initio.

[p. Oremus pro Pontifice nostro N.

A. Dominus conservet eum et vivificet eum, et be-atum faciat eum in terra, et con tradat eum in mani-bus inimicoruin ejus.]

P. Oremus pro benefac-toribus nostris.

A. lietribuere dignare, Do-mine, omnibus nobis bona iaciemibus propter nomen tuum vitam aeternam.Amen.

P. Oremus pro fidelibus defunctis.

A.Requiem aeternam dona eis Domine, et lux perpetua ikiceat eis.

A. Opdat wij waardig worden de beloften van B Christus.

P. Lnat ons bidden. O God, Ë uitdeeler der hemelsche gaven, die in den engelach-tigen jongeling Aloysius ( eene wonderbare onschuld des levens met even grooten ijver in de boetedoeningver-eenigd hebt, geef door zijne ; verdiensten tn voorbede, dat wij die hem in zijne ^ onschuld niet gevolgd hebben, hem ten minste in de ' boetpleging mogen navolgen. Door Christus onzen Heer. A. Amen.]

P. Wees uwe vergadering indachtig.

A. Die gij van den beginne af bezeten hebt.

[p- liiddcn wij voor onzer. Paus N.

A. De Heer spare hem, be-houde hem in het leven, make hem gelukzalig opaarde, en levere hem niet over aan den wil zijner\ijanden.]

P. Bidden wij voor onze weldoeners.

A.11 eer,gewaard igU.allen1' die ons. om uwen H. Naam, goed doen, met het eeuwig leven te vergelden. Amen 1 P. Bidden wij voor de ge-l loovigen die overleden zijn.'

A. Heer geef bun de eeuwige rust en het eeuwig! liebt verlichte hen.


ocr page 95

75

P, Requiescant iu pace.

A. Amen.

P. Pro fratribus nostris abseniibus.

A. Salvos fac servos tuos, Deus meus, sperantcsin te.

P. Mitte eis Domineuuxi-lium de sancto.

A. Et de Sion tuere eos.

P. Domine exaudi oratio-nem meam.

A. Et clamor meus ad te veniat.

[p- Oremus. Pietate tua, quaesumus Domine, nostro-rum solve vincula peccato-rum, et intercedente beata Maria cum omnibus sanctis tuis, nos famulos tuos, be-nefactores atque cives nostros in omni sacciijate custodi; omnesque consanguinitate, affinitate atque familiaritate nobis conjunct os a vitiis purga, virtuiibus illustra; pacem et salutem nobis tribue, hostes visibiles et invisibiles remove, carnalia desideria repeile, aerem sa-lubrem et terrue fertilitatem indulge; amicis noMris cha-ritatem largire. a'que urbem banc N. cum omnibus in ea habitantibus ab omni peste infideliumque feritate et potentia illaesam conserva, et omnibus fidelibus vivis et defunctis in terra viven-

P. Dat zij rusten in vrede.

A. Amen.

P. Bidden wij voor onze afwezige medebroeders.

A. Mijn God, maak uwe dienaren zalig die op U hopen.

P. Zend hun hulp, o Heer uit de heilige plaats.

A. En uit Sion bescherm hen.

P. Heer verhoor mijn gebed.

A. En mijn geroep kome tot U.

[P. Laat ons bidden. OGod, wij smeeken U, verbreek door uwe goedertierenheid, de banden onzer zonden, en bewaar ons uwe dienaren, onze weldoeners en medeburgers, door de voorspraak der gelukzalige Maagd Maria en van alle Heiligen, in deugd en heiligheid; zuiver van ongerechtigheden, versier met deugden onze bloedverwanten, nabestaanden en vrienden ; geef vrede en heil; beteugel onze zichtbare en onzichtbare vijanden ; drijf verre van ons alle begeerten des vleesches; verleen ons gunstige weersgesteldheid en vruchtbaarheid der akkers; schenk liefde aan onze vrienden; en bewaar deze stad N. met alle hare inwoners tegen bejmettelijke ziekten en au-


ocr page 96

76

dere onheilen; en verschaf den geloovigen hier op aarde een gelukkig leven, en den overledenen de zalige rust. Behoed onzen Heiligen Vader den Paus N., onzen Bisschop N., den Koning, alle onze Overheden en geheel het Christenvolk tegen alle onheil. En uwe zegen zij altijd met ons. Door Christus onzen Heer. A. Amen.]

NB. Het volgende gebed wordt weggelaten als het voorgaande gebeden is.

P. Oremus. Defende quaesumus Domine, beata Maria semper virgine intercedente, istam ab omni udversiiate fainiliam et toto corde tibi prostratam, ab hostium propitius tuere clementer insidiis. Per Dominum nostrum Jesum Christum Filium tuum, qui tecum vivit et regnat in imitate Spiritus Sancti Deus, per omnia saecula saeculorum.

P. Laat ons bidden. Wij bidden U, o Heer, door de voorspraak der Gelukzalige Maria altijd Maagd,bescherm deze vergadering van allen tegenspoed; en wil haar, die zich met het volste vertrouwen voor U ne-derwerpt, goedertierenlij k tegen alle lagen des vijands beveiligen. Door onzen Heer Jesus Christus uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Gees-tes, God iu alle eeuwen der eeuwen.

A. Amen.

[NB. De ziel van een overleden Lid der Congregatie woidtmet de volgende gebeden Gode aanbevolen.

P. Laat ons bidden voor

P. Requiem aeternam dona ei, Domine.

P. Oremus pro N. fratre nostro defuncto:

onzen broeder N. die overleden is:

P. Heer geef hem de eeuwige rust,

tium vitam, et requiem aeter-nam concede; et Pomificem nostrum N., et Antistitem nostrum N., Regem nostrum N., omnes ])raelatos etcunc-tum populum Christianum ab omni advcrsitate cas-todi, et benedictio tua sit super eos semper. Per Christum Dominum nostrum.

Aihen.]

ocr page 97

77

A. Et lux perpetua lu-ceat ei.

P. De profundis cla-mavi ad te Domine; Do-mine exaudi vocem meam.

A. Fiani aures tnae in-tcndentes: in vocem depre-cationis meae.

P. Si iniquitates obser-vaveris Domine: Domine quis sustinebit?

A. Quia apud te propi-tiatio est: et propter legem luam sustinui te Domine.

P. Sustinuit anima mea in verbo ejus : speravit anima mea in Domino.

A. A eusiodia matutina usque ad noctem : speret Israël in Domino.

P. Quia apud Dominum misericordia; et copiosaapud eum redemptio.

A. Et ipse redimet Israël: ex omnibus iniquitatibus ejus.

P Requiem aeternam : dona eis Domine.

A. Et lux perpetua : lu-ceat eis.

P. A porta inferi,

A. Erue Domine animam ejus.

P. Requicscat in pace,

A. Amen.

P. Domine exaudi ora-tionem meam.

A. En het eeuwige licht verlichte hem.

P. Uit de diepte riep ik tot U o Heer! Heer verhoor mijne stem.

A. quot;Wend goedgunstig uwe ooren tot de stem mijner smeeking. '

P. Zoo Gij onze zonden aanziet, o Heer! Heer wie zal dan voor ü bestaan V

A. Maar bij U is ontferming; en om uwe beloften verlaat ik mij op U, o Heer!

P. Mijne ziel verlaat zich op zijn woord, mijne ziel hoopt op den Heer.

A. Van den ochtendstond tot aan den nacht zal Israël op den Heer hopen.

P. Want bij den Heer is barmhartigheid en by Hem is overvloedige verlossing.

A. En Hij zal Israël verlossen van al zijne ongerechtigheden.

P. Verleen hun, o Heer, de eeuwige rust.

A. En het eeuwig licht verlichte hen.

P. Van de poorte des grafs,

A. Red, Heer! zijne ziel.

P. Dat hij ruste in vrede,.

A. Amen.

P. Heer verhoor mijn gebed.


ocr page 98

A. Et clamor meus ad te veniat.

P. Oremus Absolve quae-sumus Domine animam famuli tui N., fratris nostri, ut defunctus saeculo, tibi vivat; et quae per fra^ili-tatem carnis humana con-versatione commisit, tu ve-nia misericordissimae pieta-tatis clementer absterge.

Deus veniae largitor et humanae salutis amator; quaesumus clementiam tu-am, ut nostrae Congrega-tionis fratres, propinquos et benefactores, qui ex hoe saeculo transierunt, l^eata Maria semper Virgine intercedente cum omnibus sanctis tuis, ad perpetuae beatitudinis consortium per-venire concedas.

Fidelium Deus omnium Conditor et Redcmptor, ani-mabus famulorum, famula-rumque tuarum remissio-nem cunctorum tribue pec-catorum; ut indulgentiam, quam semper optaverunt, piis supplicationibus conse-quantur. Qui vivis et reg-nas etc.

A. En mijn geroep kome

tot ü!

P. Laat ons bidden. Wij bidden U, o Heer, ontsla de ziel van uwen dienaar N. onzen broeder; opdat hij voor deze wereld gestorven bij U moge leven ; en neem genadiglijk weg van hem door de vergiffenis uweraller-barmhartigste goedheid al hetgene bij door de broosheid des vleesches in zijn tijdelij-ken wandel heeft misdreven.

God schenker der vergeving en minnaar van 's men-schen heil, wij bidden uwe goedheid, dat gij de broeders, aanverwanten en weldoeners van deze vereeni-ging, die uit deze wereld zijn gescheiden, door de voorbede der Allerheiligste Maria altijd maagd, en van alle Heiligen aan de gemeenschap der eeuwige zaligheid deelachtig wilt maken.

O God! Schepper en Verlosser aller geloovigen, schenk aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van alle hunne zonden, opdat zij do genadige kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door onze godvruchtigs gebeden mogen verwerven. Gij die leeft en heerscht, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.


ocr page 99

P. Requiem oeternam dona eis, Domine,

A. Et hix perpetua lu-ceat eis.

P. Anima ejus et animae omnium fidelium per mise-ricordiam Dei requiescant in pace.

A. Amen.

F. Verleen hun, o Heer de eeuwige rust,

A. En het eeuwig licht verlichte hen.

P. Zijne ziel en de zielen van alle geloovigen mogen door Gods barmhartigheid ruüten in vrede.

A. Amen.


Indien iemand gevaarlijk ziek is wordt hij op de volgeudc wijze in de gebeden der Congregatie aanbevolen.

P. Oremus pro N. fratre nostro infirmo.

Omnipotens, sempiterne Deus, salus aeterna creden-tium, exaudi nos pro famulo tuo infirmo, pro quo mise-ricordiae tuae imploramus auxilium, ut reddita sibi sanitate gratiarum tibi in ecclesia tua referat actiones. Per Christum Dominum nostrum.

A. Amen.

P. Laat ons bidden voor onzen broeder N.die ziek is.

Almachtige, eeuwige God, altijddurende zaligheid der geloovigen, wij smeeken U om den bijstand uwer barmhartigheid voor uwen dienaar die ziek is; verhoor onze gebeden, opdat hij in gezondheid hersteld, U in de H. Kerk zijne dankbaarheid bewijze. Door Christus onzen Heer.

A. Amen.


[Als de tijd het toelaat zingt men een Lofzang der TT. Maagd.] Daarna lian men gevoegelijk vijfmaal het Onze Vader en het Wees gegroet bidden, volgens de meening der H. Kerk, om den vollen aflaat te verdienen.

P. Divinum auxilium ma-neat semper nobiscum. A. Amen.

| P. Laudetur Jesus Christus.

A. In saecula saeculorum Amen.J

P. De Goddelijke hulp verblijve altijd met ons. A. Amen.

[p- Geloofd zij Jesas Christus.

A. In de eeuwen d«r eeuwen. Amen.] 1)


1

Aan het rs. Laudetur enz. is 50 dagen aflaat verleend. (Clemens XIII en Pius IX.)

ocr page 100

80

UL GEBEDEN^ DIE BIJ DE ÜEKAADSï.AGINGEN GESCllIEDEtf. A. GEWONE GEBEDEN.

1. Vóór de Beraadslagingen.

P. Kom o Heilige Geest-vervul de harten uwer ge-loovigen, en ontsteek in ben het vuur uwer liefde.

A.Zend uwen Geest uit, en zij zullen herschapen woiden P. En gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.

Eaat ons bidden. O God die de liarttn der ge-loovigen, door de verlichting des H. Geestes onderwezen hebt, geef ons dat wij in dienzelfdcn Geest de ware wijsheid erlangen, en ons gedurig door zijne vertroosting verblijden, door Christus onzen Heer. A. Amen.

P. Onzu Vader, enz. P. Wees gegroet, enz.

P. Veni, Sancte Spiritus, reple tnoruni corda fidelium et tui amoris in iis ignem accende.

A. Emitte Sf iritum tuum et creaïiuntur.

P. Et renovabis faciem ter rae.

Oremus. Deus qui corda fidelium Sancti Spiritus illustratiore docuisti, da nobis in eodem Spiritu recta aapere, et de ejus semper consolatione gandere. Per Christum Dominnm nostrum.

P. Pater noster, etc. P. Ave Maria, etc.

2. Na dc Beraadslagingen.

Tgt;. Sub tuum praesidinm confugimus, sancta Dei Ge-niuix; nostras deprecatio-nes ne despicias in ncces-sitatihus nosiris, sed a pe-riculis cunctis libera nos semper. Virgo gloriofa et benedicta, Domina nostra, Advocata nostra; tuo Filio

P. Onder uwe bescherming nemtn wij onze toe-vluchl, H. Moedier Gods; verstoot onze gebeden niet in onzen nood; maar bevrijd ons altijd van alle gevaren, glorierijke en geze-gendeMaagd, onze Vrouwe, onze Middelares, onze Voor-


ocr page 101

81

nos reconcilia, tuo Filio dos commenda, tuo Filio nos repraesenta.

ï'. Pater nos ter, etc. F. Ave Maria, etc.

spreekster, verzoen ons met Uï.en Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.

?. Onze Vader, enz.

?. Wees gegroet, enz.


B. ANDEKE GE HEDEN.

1. Vóór de Beraadslagingen.

])c Anthiph. Vent, Sancte Spiritus, met vs. en gebed als boven (blz, 80).

F. Fater noster, etc. F. Onze quot;Vader, enz.

F. Ave Maria, etc. F. Wees gegroet, enz.

F. Sancta Maria, sine labe F. H.Maria, zonder zonde

eoneepta. ontvangen.

A. Ora pro nobis. A. Bid voor ons.

2. Na de Beraadslagingen.

F. Confirma hoe. Deus, ijuod operatus es in nobis.

A. A temjilo sancto tuo, quod est in Jerusalem.

F. Fater noster, etc.

F. Ave Maria, etc.

F. Sancta Maria sine labe concepta.

A. Ora pro nobis.

F. Laudetur Jesus Christus.

A. In saecula saeculorum.

Amen.

F. Sterk, o God, wat Gij gewrocht hebt in ons.

A. Van uit uwen Heiligen Tempel te Jerusalem.

F. Onze Vader, enz.

F. Wees gegroet, enz.

F. H. Maria zonder zonden ontvangen.

A. Bid voor ons.

F. Gelooid zij Jesus Christus.

A. In do eeuwen der eeuwen.

Amen.


ocr page 102

82

IV. GEBEUEN BIJ DE VERKIEZINGEN.

1. Vóór de Verkiezing.

Ue Hymne, de Antiphoon, het vers en gebed van den H. Geusl (zie boven bludz. 63).

2. Na de Verkiezing.

[Na de bekendmaking van het nieuwe bestuur door den Eerw. Dircoteur, wordt het H. Sacrament uitgesteld

en gezongen :j

UE LOFZANG TE DEUM.

Pref. of Voorz. Te Deum laudamus, te Domi num confuenmr.

A. Te uuter.ium Patrem omnis terra veneratur.

P. Ti bi oinnes angel:, tibi coeli et univorsao potes-

tlltCS.

A. Tibi Cherubim et Seraphim incessauili voce pro-clamant:

P. Sanctus,

A. Sanctus,

V. Saneius Dominus Deus Sabaoth.

A. Pleni sunt coeli et terra majestatis gloriae tuue.

P. Te gloriosus Aposto-lorum chorus.

A. Te Prophetarum lau-dabilis numerus.

P. Te Marty rum candi-datus laadat exercitus.

A. Te per orbem terrarum sancta coufhetur Ecclesia.

P. U, o God, loven wij; U, o lieer prijzen wij.

A U, eeuwige Vader, vereert de gansche aarde.

P. U loven alle Engelen, U alle Hemelen en alle machten.

A. U roepen de Cheru-bynen en Seraphynen zonder ophouden toe;

P. Heilig,

A. Heilig,

P. Heilig, de Heer God der Heirscharen.

A. Hemel en aarde zijn vol van de heerlijkheid uwer Majesteit.

P. U loofc het schitterend koor der Apostelen.

A. U prijst de lofwaardige schaar der Profeten.

P. U roemt het luisterrijk heir der Martelaren.

A. U belijdt de H. Kerk over geheel de aarde,


ocr page 103

83

P. Patrem immensae Ma-jestatis.

A. Venerandum tuum ve-rum et unicum Filium.

P. Sanctum quoque Para-clitum Spiriuira.

A.Tu KcxGloriae,Christe.

P. Tu Patris sempiternus es Fili us.

A. Tu ad liberandura suscepturus hominem, non horruisti Virginis uterum.

P. Tu, devicto mortis aculeo, ap jruisti credentibus regna co^lorum.

A. Tu ad dexteram Dei sedes in gloria Patris.

P. Judex crederi* esse venturus.

P. Vader der onmetelijke Majesteit.

A. En uwen aanbiddens-waardigen, waren, en eeni-gen Zoon.

P. Alsmede den H. Geest, den Trooster.

A. Gij. o Christus, zijt de Koning der glorie.

P. Gij zijt de eeuwige Zoon des Vaders.

A. Gij hebt, toen Gij om ons te verlossen, de menschheid aannaarnt, den schoot eener Maagd niet beneden U geacht.

P. Gij hebt na den prikkel des doods overwonnen te hebben, den geloovigen het liemclrijk geopend.

A. Gij zit aan de rechterhand Gods in de heerlijkheid des Vaders.

VVjj gelooven dat Gij als Rechter zult komen.


Men kuie't bij het volgende vers.

Te ergo quaesumus, tuis famulis subveni, quos pre-iioso sanguine redemisti.

A. Aeterna fac cum sanc-tis tuis in gloria numerari.

P. Salvum fac populum tuum Domine, et benedic haereditati tuae.

A. Et rege eos: et ex-lolle illos usque in aeternum.

Daarom bidden wij U, kom uwe dien iren te hulp, welke Gij met uw dierbaar bloed hebt verlost.

A. Laat hen allen onder uwe Heiligen in di eeuwige heerlijkheid geteld worden.

P. Maak uw volk zalig, o Heer, en zegen uw erfdeel.

A. En bestuur hen en verhef zo tot in eeuwigheid.


ocr page 104

84

P. Per singulos dies be-^edicimus le.

A. Et laudaraus nomen ^uam in saeculum et in saeculum saeculi.

P. Dignare, Domine, die iisto sine peccato nos cus-todire.

A. Miserere nostri, Dp-mine, inisesere nostri.

P. Fiat misericordia tua, Domine, super nos, quem-admodum speravimus in te.

A. In te, Domine, spe-ravi, non confundar in ae-lernnm.

Benedicamus Patrem et ¥ ilium cum Sancto Spiritu.

A. Laudemus et super-exaltemus eum in saecula.

[Benedictus es, Domine, Deus, in firmaxnento coeli.

A. Et laudabilis et glo-riosns et superexaltatus in saecula.

Panem de coelo praesti-tisti eis,

A. Omne delectamentum in se habentem.]

Domine exaudi oratio-nem meam,

A. Et clamor mens ad se veni.it.

Dominus vobiscum,

A. Et cum spiritu tuo.

P. Eiken dag loven wij ü.

A. En wij prijzen uwen naam in eeuwigheid en in de eeuwigheid der eeuwig heden.

P. Gewaardig U, o Heer ons heden van alle zonden te bewaren.

A. Ontferm IJ onzer, o Heer, ontferm U onzer.

P. Doe uwe barmhartigheid op ons nederkomen, o Heer, naarmate wij vertrouwd hebben op U.

A. Op U, o Heer, heb ik gehoopt en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.

Laat ons den Vader en den Zoon en den H. Geest zegenen.

A. Loven en verheffen wij Hem in alle eeuwen.

[Gezegend zijt Gij Heer, God! in het uitspansel des Hemels.

A. En lofwaardig, en glorievol, en boven alles verheven in de eeuwen der eeuwen.

Het goddelijk hemelbrood hebt Gij hun geschonken,

A. Dat alle genot in zich bevat.]

Heer verhoor mijn gebed^

A. En mijn geroep kome tot U.

De Heer zij met u,

A„ En met uwen geest.


ocr page 105

85

Oremus.

Deus, cujus misericordiae non est numerus, et boni-tatis infiniius est thesaurus, piissimae majestati tuae pro collatis donis gratias agi-mus, tuam semper clemen-tiam exorantes, ut qui petent ibus postulata concedis, eosdem non deserens ad praemia futura disponas.

Laat ons bidden.

O God, wiens barmhartigheden zonder tal, enwienamp; genadeschatten onuitputtelijk zijn, wij brengen dank aan uwe milddadige Majesteit voor de ontvangeno weldaden ; en wij smeeken tevens dat Gij, die de bidden-den verhoort, ons nimmer verlaten moogt, maar ons tot de eeuwige belooningen wilt voorbereiden.


Indien hot Allerheiligste niet is uitgesteld dan besluit men. dit gebed in dezer voege:

Per Dominum nostrum Door onzen lieer Jesus Jesum Christum filium Christus uwen Zoon die tuum, qui etc. enz.

Zoo wel, dan wordt dit weggelaten en de Priester vervolgt:

[Deus, qui nobis sub Sa- [0 God die ons in het cramento mirabili passionis wondervolle Altaar-Sacra-tuae memoriam reliquisti: ment de gedachtenis van tribue quaesumus, ita nos uw lijden hebt nagelaten, Corporis et Sanguinis tui geef ons, smeeken wij U, sacra mysteria venerari, ut de Heilige geheimen van redemptionis tuae fructum uw Lichaam en Bloed zOo in nobis jugittr sentiamus. te vereeren, dat wij de Qui vivis et regnus in sae- vrucht uwer verlossing in cula saeculorum.] ons gedurig ontwaren. Die

leek en heerscht, God, in alle eeuwen der eeuwen.] A. Amen.

P. Divinum auxilium ma- P. De Goddelijke hulp neat semper nobiscum. verblijve altijd met ons.

A. Amen.,

ocr page 106

86

V. GEBEDEN BIJ DE U1TDEELIN3 DER HH. MAAND-PATRONEN.

Het godvruchtig gebruik van voor elke maand des jaars een bijzonderen patroon aan te nemen, is afkomstig van den H. Franciscus de Borgia. Nog te midden der wereld levende als Grande van Spanje en Hertog van Gandia had hij reeds de heerlijkste uitwerkselen dezer heilzame oefening bij zijne huisgenooten ontwaard ; toen hij nu Generaal der Sociëteit van Jesus was geworden liet hij niet na haar ook in de Huizen zijner Orde in te voeren. Van daar is deze oefening overgegaan in de Congregatiën der Allerheiligste Maagd.

De uit leeling der maandbriefjes geschiedt op de volgende wijze, in de laatste bijeenkomst van elke maand.

De Bestuurder neemt vooraf een briefje en leest het de geheele Congregatie voor, opdat zij wete onder wiens bescierming zij voor de volgende maand inzon-derheid gesteld is; daarna komt elic lid der Congregatie op zijne beurt aan den voet des Altaars nederknie-len, en ontvangt van den Bestuurder een briefje, dit hem aanwijst welken bijzonderen Patroan hij in al zijne noodwendigheden voDrnamelijk moet aanroepen; dit briefje bevat te gelijkertijd eene kernspreuk tot overdenking, eene deugl ter beoefening, en eindelijk eene o( meer personen, die hij bij voorkeur in zijne gebeden Gade zal aanbevelen. Op het einde dezer plechtigheid leest mei de litanie van alle lliiligin welke voor dezen dag de plaats vervangt van die der H. Maagd.

1. Met het begin der rnaand. zvl nun zich op eene •bijzondere wijze stellen onder de. bescherming van den Heilige, dien men tot Patroon ontvangen heeft. 2. Men zal hem 's morgens en 's avonds godvruehtiglijk .aanroepen. 3. Op zijnen feestdag, of op den volgenden Zondag, zal men tot de H Sacramenten naderen, indien men kin 4, Het is raadzaam zijn leven te lezen, opdat iedereen hem navolge volgens zijnen staat. 5. Op het einde der maand zal men hem bedanken

ocr page 107

87

quot;

voor al de gunsten die raen door zijne voorspraak van God beeft bekomen, en men zal zich nog eens voor het overige zijns levens, in zijne bescherming aanbevelen

GEBED TOT DEN HEILIGE, DIEN MEN TOT PATROON HEEFT VERKREGEN.

Laat ons bidden. O God die mij elke maand een der Hemelingen tot Beschermer aanwijst, geef mij genadig door de voorbede van den Heiligen N.. dien ik als beschermer van uwe goedheid ontvangen heb, dat ik en mijne ouders, vrienden en vijanden, de uitwerkselen uwer genade ontwaren, en dat ik doDr de hulp dierzilfde genade gesterkt de deugd beoefenen moge, welke hij ons met zijn voorjeeld geleerd heeft. Door Christus onzen Heer. Amen.

WIJZE VAN ÜITDEELING DER MAANDPATRONEX.

Na de gewone onderrichting zegt d ; Prefect:

P. Conlirma hoe, Deus, F. Sterk, o God wat gij quod operatus es in nobis, gewrocht hebt in ons,

A. A templo sancto tuo, A. Van uit uwen H. tem-quod est in Jerusalem. pel te Jerusale n.

P. Oremus. Praesta no- P. L iat ons bidden. Verbis, qiiaesumus Domine, leen ons o Heer den bijstand auxilium gratiae tuae, ut uwer genade op lat wij met quae te auctore facienda uwe hulp mogen volbrengen, cognovimus, te adjuvante wat wij door uwe verlichting impleamus. Per Christum als onzen plicht leerden ken-Dominum nostrum. A. nen. Door Cnristus onzen Amen. Heer. A. Amen.

Thans worden de mumlbriefjes uitgedeeM; en als allen up hunne p aafcen zijn teruggekeerd, zegt de Prefect:

P. Ora pro nobis Sancte P. Bid voot ons Hei-N. lige N.

Hij noemt hier den maandpatroou der g.uische Congregatie.

A. Ut digni efficiamur A. Opdat wij waardig promissionibus Chrisii. worden de beloften van Christus.

ocr page 108

P. Laat ons bidden.

Hij bidt eerstquot; van het briefje Let gebed tot den gemeenschap-IK'lijkcn Patroon der Congregatie en vervolgt quot;■

O God, die ons elke maand een der Hemelin-

Deus qui nobis per sin-fiulos menses aliquem ex Coelitihus patronum assig-nas, concede propitius, ut intercesgt;ione beaii JS1. quem patronum hoe mense de lua benignitate suscepimus, nos omnes et parentes, amici et inimici nostri, praesens gratiae auxilium üeniiamus, et ejus de m muniti auxilio virtutem, quam suo docuit exemplo, exercere valea-mus. Ter Christum Domi-num nostrum. A. Amen.

Almachtige, eeuwige God, schenk ons door het Geheim......vermeerdering

van geloof, hoop en liefde: en doe ons beminnen wat Gij gebiedt, opdat wij waardig worden te verkrijgen wat Gij belooft. Door onzen Heer Jesus Christus enz.

gen tot Beschermer aan-wijst, geef ons genadiglijk door de voorbede van den Heiligen N. dien wij als beschermer van uwe goedheid ontvangen hebben, dat wij allen en onze ouders, vrienden en vijanden den gereeden bijstand uwer genade steeds ondervinden, en door dezelfde genade ondersteund, die deugd beoefenen mogen, welke hij ons door zijn voorbeeld heeft geleerd. Door Christus onzen Heer. A. Amen.

Soms geeft het maandbriefje de feestviering van een Geheim te lezen in plaats van een Heilige; men kan alsdan het volgend gebed bezigen :

Oninipoiens sempiterne Deus, da nobis per Wyste-

rium.......fidei spei et

P. Oremus.

charitatis augmentum: et ut mereamur asscqui quod promittis, fac nos amare quod praecipis. Per Domi-num nostrum Jesum Christum etc.

LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.

Kyrie, eltïson. Chrisie, eleïson. Kyrie, eleïson. Christe, audi nos. Chris te, exaudi nos.

Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm IJ onzer. Heer, ontferm U oazer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons.


ocr page 109

89

Tater, de coelis Deus, miserere nobis.

Fili, Redemptor immdi, Deus, miserere nobis. Spiritus Sancte Deus, miserere nobis.

Sancta Trinitas, unus Deus,

miserere nobi^

Sancta Maria, ora pro nobis. Sancta Dei genitrix,

Sancta Virgo virginum, Sancte Michaël,

Sancte Gabriël,

Sancte Eapbaël,

Omnes sancii Angeliet Arch-angeli, orate pro nobis. Omnes SS. beatorum Spiri-tuum ordines, orate pro nobis.

Sancte Joannes Baptista, ora

pro nobis.

Sancte Joseph, ora pro nobis. Omnes SS. Patriarchae et Prophetae, orate pro nobis. Sancte Petre,

Sancte Faule,

Sancte Andrea,

Sancte Jacobe,

Sancte Joannes,

Sancte Thoma,

Sancte Jacobe,

Sancte Philippe,

Sancte Partholomaeë, Sancte Matthaeë,

Sancte Simon,

Sancte Thaddaeë,

Sancte Matthia,

Sancte Barnaba,

Sancte Luca,

Sancte Marce,

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God H. Geest, ontferm TJ onzer.

H. Drievuldigheid.één God,

ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons. H. Moeder Gods, j H. Maagd der Maagden, j H. Michaël, I S

H. Gabriël, c

H. Eaphaël. '

Alle H. Engelen en Aartsengelen, bidt voor ons. Alle H. Koren der zalige geesten, bidt voor ons.

H. Joannes de Dooper, bid. voor ons.

H. Joseph, bid voor ons. Alle H. Patriarchen en Profeten, bidt voor ons. H. Petrus,

H. Paulus,

H. Andreas,

H. Jacobus,

H. Joannes,

H. Thomas, W

H. Jacobus,

H. Philippus, H. Bartholomaeus, H. Matthaeus,

H. Simon,

H. Thaddaeus,

H. Matthias,

H. Barnabas,

H. Lucas,

H. Marcus,


ocr page 110

90

Omnes SS. Apostoli et Evangelistae, orate pro nobis.

Omnes SS. Discipuli Do-

mini, orate pro nobis. Omnes SS. Innocentes, orate

pro nobis.

Sancte Stcphane, ora pro nobis.

Sancte Laurenti, ora pro nobis.

Sancte Vincenti,orapro nobis. Sancti Fabiane et Sebasti-

ane, orate pro nobis, Sancti Joannes et Paule,

orate pro nobis.

Sancti Cosma et Damianc,

orate pro nobis.

Sancti Gervasi et Protasi,

orate pro nobis.

Omnes SS. Marty res, orate

pro nobis.

Sancte Silvester, ora pro nobis.

Sancte Gregori, i O

Sancte Ambrosi, | amp;

Sancte Angustine, i Sancte Hieronyme,

Sancte Martine,

Sancte Nicolaë,

Omnes SS. Pontifices et Confessores, orate pro nobis.

Omnes SS. Doctores, orate

pro nobis.

Sancte Antoni,

Sancte Benedicte,

Sancte Bernarde,

Sancie Dominice,

Sancte Francisce,

Alle H. Apostelen en Evangelisten, bidt voor ons.

Alle H. Discipelen des Hee-ren, bidt voor ons.

Alle H. Onnoozele Kinderen, bidt voor ons.

H. Stephanas, bid voor ons.

H. Laurentius, bid voor ons.

H. Vincentius, bid voor ons.

H. Fabianus en Sebastianus, bidt voor ons.

H. Joannes en Paulus, bidt voor ons.

H. Cosmas en Damianus, bidt voor ons.

H. Gervasins en Protasius, bidt voor ons.

Alle H. Martelaren, bidt voor ons.

H. Silvester, bid voor ons.

H. Gregori us, I tö

H. Ambrosius, ^

H. Augustinus, | g

H. Hieronymus, ' ®

H. Martinus, o

H. Nicolaüs, j S

Alle H. Bisschoppen en Belijders, bidt voor ons.

bidt

Alle H. Leeraren,

voor ons. H. Antonius, H. Benedictus, H. Bernardus, II. Dominicus, H. Franciscus,


ocr page 111

91

Omnes SS. Sacerdotes et Levitae, orate pro nobis. Omnes SS. Monachiet Ere-

mitae, orate pro nobis. Sancta Maria Magdalens,! q Sancta Agatha, : p

Sancta Lucia, i ^

Sancta Agnes, | o

Sancta Caecilia, j a

Sancta Catharina, ! amp;

Sancta Anastasia,

Omnes Sanctae Virgines et Viduae, orate pro nobis. Omnes Sancti et Sanctae Dei, intercedite pro nobis. Propitius esto, paree nobis,

Domine,

Propitius esto, exaudi nos,

Domine,

Ab omni malo, libera nos,

Domine,

Ab omni peccato,

Ab ira tua,

A subitanea et impro-

visa morte,

Ab insidiis diaboli,

. t

Ab ira et odio, et omni 5 mala voluntale, g

A spirita fornicationis, 3

1 o '/■

A fulgure et tempestate, A flagello terrae motns, o : i

A peste, fame et bello, i

A morte perpetua. Per mysterium sanctae Incarnationis tuae, j Per adventum tuum, |

Alle H. Priesters en Levieten, bidt voor ons. Alle H. Monniken en Kluizenaars, bidt voor ons. H. Maria Magdalena, a H. Agatha, S

H. Lucia,

H. Agnes,

H. Caecilia,

H. Catharina, j 3

11. Anastasia,

Alle H. Maanden en Weduwen, bidt voor ons. Alle Gods lieve Heiligen,

bidt voor ons.

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer.

Van alle kwaad, verlos ons,

He3r.

Van alle zonden.

Van uwe gramschap. Van een haastigen en onvoorzienen dood, Van de lagen des duivels.

Van gramschap, haat

en kwaden wil.

Van den geest der on-

kuischheid.

Van bliksem en onweer, Van den geesel der

aardbeving.

Van pest, hongersnood

en oorlog,

Van don eeuwigen dood. Door het geheim uwer

H. Menschwording,

Door uwe komst,


ocr page 112

92

Door uwe geboorte, Door uw doopsel en H. vasten,

^ Door uw kruis en lijden, «T

» Door nw dood en be-g grafenis,

Door uwe H. verrij-3 zenis.

g Door uwe wondervolle 5quot; hemelvaart,

? Door de komst van den H. Geest, den Vertrooster,

In den dag des oordeels, Wij zondaren, wij bidden

verhoor ons.

Dat gij ons wilt sparen. Dat gij onze misdaden

wilt kwijtschelden, Dat gij U gewaardigt, ons tot eene ware boetvaardigheid te geleiden.

Dat gij U gewaardigt, uwe H. Kerk te besturen en te bewaren, Dat gij U gewaardigt, het Kerkelijk Opper-hoold en alle geestelijke overheden in de heilige godsdienst ie doen volharden. Dat gij U gewaardigt, de vijanden der H. Kerk te vernederen. Dat gij U gewaardigt, den Chiisten Koningen en Vorsten vrede en ware eendracht te schenken.

Per rativitatem tuam, Per bapiismum et sanctum jejunium tuum, Per crucem et passio-

nem tuam,

Per mortem et sepultu-

ram tuam.

Per sanctam resurrecti-

ouem tuam, Per admirabilem ascen-

sionem tuam, Per adventum Spiiitus Sancti paracliti.

In die judicii,

Peccatores, te rogamus,

audi nos.

Ut nobis parcas,

Ut nobis indulgeas,

Ut ad veram poeniten-tiam nos pcrducere digneris,

UtEcclesiam tuam sanctam regere et conser-vare digneris, Ut Domnum Apostoli-cum, et omnes Ec-clesiasticos ordincs in sancta religione con-servare digneris.

U,

55

tS;

Ut inimicos Sanctae Ecclesiae humiliare digneris,

Ut regibus et principi-bus Cbristianis pacem et veram concordiam donare digneris.

ocr page 113

93

üt cuncto populo Chris-tiano pacem ei unita-tem largiri digneris.

Ut nosmetipsos in tuo sancto servitio coofor-tare et conservare dig-neris,

üt rnentes nostras ad coelestia desideria eri-gas,

Üt omnibus bencfacto-ribus nostris sempi-terna bona retribuas,

Ut animas nostras, fra-irura, propinquorum et beuefaccurum nos-trorum ab aeterna damnatione eripias,

üt fructus terrae dare et conservare digneris,

üt omnibas fidelibus de-functis requiem aeter-nam donare digneris,

o- ^ ütnos exaudire digneris,

Fili Dei,

Agnus Dei, qui tollis pec-cata mundi, paree nobis, Domine.

Agnus Dei, qui tollis pee-eate mundi, exaudi nos, Domine.

lt;

Dat gij U gewaardigt, aan alle Christenvolken vrede en eendracht te verleenen. Dat gij U gewaardigt, ons in uwe H. dienst te versterken en te bewaren.

Dat gij onze gemoederen tot hemelsche begeerten wilt opwekken,

Dat gij U gewaardigt, al onze weldoeners met de eeuwige goederen te vergelden, Dat gij U gewaardigt,

onze en de zielen van onze broeders, vrienden en weldoeners ' oor de eeuwige verdoemenis te behoeden.

Dat gij U gewaardigt, de vruchten der aarde te geven en te bewaren,

Dat gij U gewaardigt, aan alle overledene geloovigen de eeuwige rust ie geven. Dat gij ü gewaardigt, ons gebed te ver-hooren,

Zoon Gods,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.


ocr page 114

94

Agnus Dei, qni tollis pec-cata muncli, miberere nobis.

Christe, audi nos.

Chrisie, exaudi nos.

Kyrie, eleï^on.

Chiste, eleïson.

Kyrie, eleïson.

Pater nosier, etc.

Et ne nos inducas in ten-tationem,

Sed libera nos a malo.

Lam Gods, dat wegneemt, de zonden der wereld ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

En leid ons niet in bekoring.

Maar verlos ons van den kwade.


Psalm 69.

Deus, in adjutorium meum intende; Domine, ad adju-vandum me feslina

Confundantur et revere-antur: qui quaerunt animam meam.

Avertantur retrorsum, et erubescant, qui voluut mihi mala.

Avertantur statim erubes-centes, qui dicunt mihi: Euge, euge.

Exultent et laetentur in te ooiiies, qui quaerunt te: et dieant semper: Magnifice-tur Dominus, qui diligunt salutare tuum.

Ego vero egenus et pauper sum: Deus, adju\a me.

Adjutor meus, et liberator mcus es tu: Domine ne more ri s.

Gloria Patri etc.

Salvos fac servos tuos.

O God, kom mij te hulp, Heer haast U, om mij te helpen.

Dat zij beschaamd en bevreesd worden, die mijne ziel zoeken.

Dat zij terugwijken en zich schamen, die mij kwaad willen.

Dat zij terstond terugwijken, en zich schamen die mij zeggen: zeer wel! zeerwel!

Dat allen, die U zoeken, zich in TJ verheugen en verblijden; en dat zij, die uwe zaligheid beminnen, altijd zeggen: Hoog geëerd zij de Heer.

Doch ik ben behoeftig en arm, o God, help mij !

Gij zijt mijn helper en verlosser; Heer, toef niet.

Eer zij den Vader enz.

Maak uwe dienaars zalig,


ocr page 115

95

Deus mens, sperantes in te.

Esto nobis, Domine, tur-ris fortitudinis.

A facie inimici.

Nihil proficiat inimicus in nobis,

Et filius iniquitatis non ai)ponat nocere nobis.

Domine, non secundum peccata nostra facias nobis,

Neque secundum iniqui-tat es nostras retribuas nobis.

Oremus pro Pontifice nostro N.

Dominus conservet eum, et vivificet eum, et beatum faciat eum in terra, et non tradat eum in an imam ini-micorum ejus.

Oremus pro benefactori-bus nostris.

Retribuere dignare, Domine, omnibus nobis bona facieniibus propter nomen tuum vitam aeternam. Amen.

Oremus pro fidelibus de-functis.

Requiem aeternam dona eis, Domine, et lux perpe-ttua luccat eis.

Requiescant in pace.

Amen.

Pro I ra tri bus nostris ab-sentibus,

Salvos fac servos tuos, Deus meus, erantes in te.

Mitte eis, Domine, auxili-um de sancto,

Mijn God, dieinUhopen.

Heer, wees ons eene sterke toren.

Tegen onze vijanden.

Laat de vijand niets legen ons vermogen.

En laat de zoon der boosheid zich niet verstouten, ons te schaden.

Heer, handel niet met ons naar onze zonden,

Noch vergeld ons naar onze boosheden.

Bidden wij voor onzen Paus N.

De Heer spaie hem, be-houde hem in het leven, make hem gelukzalig op aarde.en levere hen» niet over aan tien wil zijner vijanden.

Bidden wij voor onze weldoeners.

Heer, ge waardig U, allen die ons, om uwen H.Naam, goed doen, met het eeuwig leven te vergelden. Amen.

Bidden wij voor de geloo-vigen, die overleden zijn.

Heer, geel hun de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte hen.

Dat zij rusten in vrede,

Amen.

Bidden wij voor onze broeders, die afwezig zijn.

Mijn God, maak zalig uwe dienaren, die op U hopen.

Heer, zend hun hulp uit de heilige plaats.


ocr page 116

96

Et de Sion taere eos.

Domine, exaudi orationem meam,

Et clamor meus ad te veniat.

Oremus.

Deus, cui proprium est misereri semper et parcere, suscipe depreeationem nos-tram: ut nos, et omnes famulos tuos, quos delicto-rum catena constringit, mi-seratio tuae pietatis clemen-ter absolvat.

Exaudi, qnaesumus, Do-mine, supplicum preces, et confitentium tibi paree pec-catis; ut pariter nobis in-dulgentiam tribuas benig-nus et pacem.

Inefïabilem nobis, Domine, misericordiam tuam cle-menter ostende: ut simul nos a peccatis omnibus exuas, et a poenis, quas pro his meremur, eripias.

Deus, qui culpa ortende-ris, poenitentia placaris, preces populi tui supplicantis propitius respice: et flagella tuae iracundiae, quae pro peccatis nostris meremur averte.

Omnipotens sempiterne Deus, miserere famulo tuo Pontifici nostro N., et dirige

En bescherm hen uit Sion-

Heer, verhoor mijn gebed,

En mijn geroep kome tot ü.

Laat ons bidden.

O God, wien het eigen is, altijd genadig te zijn en te sparen, ontvang ons gebed, opdat uwe goedertierene barmhartigheid ons en al uwe dienaren, die met de ketenen der zonden beladen zijn, genadiglijk ontbinde.

Wij bidden U, Heer, verhoor de ge beden der ootmoe-digen, en spaar degenen, die hunne zonden belijden, opdat wij tevens vergiffenis .en vrede van uwe goedertierenheid verwerven.

Toon ons genadiglijk, o Heer, uwe onuitsprekelijke barmhartigheid, en verlos ons van alle zonden, en te gelijk van de straffen, welke wij er door verdiend hebben.

O God, die door de zonden vergramd, en door de boetvaardigheid verzoend wordt, zie genadig neder op de gebeden uws volks, dat zich nedcrwerpt voor uwe Majesteit: en wendde gee-sels uwer gramschap van ons af, welke wij door onze zonden verdienen.

Almachtige en eeuwige God, ontferm U over uwen dienaar, onzen Paus N., en


ocr page 117

97

earn secundum tuam clemen-tiam in viam salutis aeier-nae: ut, te donante, tibi pla-cita cupiat, et tota virtute perficiat.

Deus, a quo sancta deside-ria, recta consilia, et justa sunt opera, da servis mis illam, quam mundus dare non potest, pacem: ut et corda nostra niandatis tuis dedita, et hostium sublata formidine, tempora sint tua protectione tranquilla.

Ure igne Sanct Spiritus renes nostros et cor nostrum, Domine; ut tibi casto corpo-re serviamus, et mundo cor-de placeamus.

Fidelium Deus omnium Condiior et Eudcmptcr, ani-mabus famulorum faniula-runique tuarum remissionem cunctorum tribue peccato-rum : ut indulgentiaui, quam semper optaverunt. piis sup-plicationibus consequantur.

Actiones nostras, quaesu-mus, Domine, aspirando praeveni,ei adjuvando prose-quere-, ut cuncta nostra ora-bestuur hem volgens uwe goedertierenheid in den weg des eeuwigen levens ; opdat hij door uwe gunst begeere wat U behaagt, en het met alle kracht volbrenge.

O God, van wien alle heilige begeerten, goede voornemens en rechtvaardigewer-ken voortkomen, geef uwen dienaren den vrede, dien de wereld niet geven kan ; opdat onze harten genegen mogen worden tot het volbrengen uwer geboden, en wij, van de vrees des vijands ontslagen, onder uwe bescherming in kalmte mogen leven.

Ontsteek, o Héér, onze nieren en onze harten door het vuur van den II. Geest, opdat wij U met een zuiver lichaam megen dienen en met een rein hart behagen.

God, Schepper en Verlosser van alle geloovigen, verleen aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van alle zonden, opda1 zij de kwijtschelding van a hunne misdrijven, waarnaa zij steeds zoo vurig verlango hebben, door onze godvruchtige smeekingen mogen verwerven.

Wij hidden U, o Heer, ga onze werken door den invloed uwer genade vooraf en voltrek ze door uwe me.


6

ocr page 118

tio et operatic a te somper incipiat, et per te coepta fi-niatur.

Oranipotens sempiterne Deus, qui vivorum domina-ris simul et mortuorum, om-niumque misereris, quos tuos fide et opera futures esse praenoseis : te supplices exo-ramus, ut pro quibus effun-dere preees decre viinu3,quos-que vel praesens saeculem adhue in carne retinet, vel futurum jam exutos eorpore suscepit,intercedcntibus omnibus Sanctis tuis pietatis tuac dementia, omnium de-lictorum suorum veniam consequantur. PerDominum nostrum J. C. etc.

Amen.

Domine, exaudi oratio-nem meam.

Et clamor meus ad te veniat.

Exaudiat nos omnipotens et misericors Dominus.

Amen. Et fidelium animae per misericordiam Dei requies-cant in pace.

devverking, opdat al onze gebeden en handelingen immer van U beginnen, en eenmaal begonnen zijnde, ook door U voltrokken worden.

Almachtige, eeuwige God, die over levendeu endooden heerscht, en U ontfermt over allen, welke Gij te voren weet dat door geloof en goede werken de uwen zullen worden; wij bidden U ootmoedig, dat degen en, voor wie wij voorgenomen hebben, onze gebeden te storten, hetzij ze nog in deze wereld leven of reeds overleden zijn, op de voorspraak van al uwe Heiligen, door uwe genadige barmhartigheid, vergiffenis van al hunne zonden mogen verkrijgen, door onzen Heer J. C. enz.

Amen.

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot U.

De almachtige en barmhartige Heer verhooreons.

Amen.

En de zielen der geloovi-gen mogen door Gads barmhartigheid rusten in vrede.


Amen.

ocr page 119

99

VI. plechtige opdracht en aanneming.

1. De Eerw. Bestuurder of wie de plechtigheid verricht, begint voor het altaar de volgende Hymne, die door het koor wordt voortgezet:

Veni creatok spiritus, Geest; zie blz. 63.

V. Emitte Spiritum Uium et creabuntur.

E. Et renovabis i'aciem terrae.

V. Domimis vobiscum.

E. Et cum fpiritu tuo.

Oremus

Deus qui corda fldelium Sancti Spiritus illustratione docui.sti, da nobis in eodem Spiritu recta sapere et de ejus semper eonsolatione gaudere. Per Christum I)o-minum nostrum, A. Amen.

Kom schepper, kom o H.

V. Zend uwen Geest uit en zij zullen herschapen worden.

E. En gij zult het aanscluiii der aarde vernieuwen.

V. De Heer zij met U.

R. En met uwen geest.

Laat ons bidden.

O God die de harten der geloovigen, door de verlichting des H. Geestes onderwezen hebt, geef ons, dat wij in dien zelfden geest de ware wijsheid erlangen en ons gedurig door zijne ver-troosiing mogen verbljiden. Door Christus onzen Heer.

A. Amen.


3. wijding der medailles.

Inmiddels kan cr ecne Hymne gezongen worden ter eerc der Allerlieiligsle Maagd.

V. Adjutorium nostrum in nomine Domine.

R. Qui fecit eoelum et terram.

V. Domine exaudi ora-tionem meam.

R. Et clamor meus ad te veniat.

V. Onze hulp is in den naam des Heeren,

E. Die hemel en aarde gemaakt heeft.

V. Heer \erhoor mijn gebed,

E. En mijn geroep kome tot U.


ocr page 120

100

V. De Heer zij met u. R. En met uwen geest.

Laat ons bidden. Almachtige, eeuwige God? die het vervaardigen of schilderen van afbeeldingen uwer Heiligen niet veroordeelt, opdat, zoo dikwerf wij deze met de oogen dos lichaams beschouwen, wij hunne daden en heiligen wandel ter navolging met de oogen des geestes zouden overwegen, wij bidden U ge-waardig deze afbeeldingen ter eere en ter gedachtenis van de allerheiligste Maagd Maria, de Moeder onzes Heeren Jesus Christus en van den H . .. vervaardigd, te ze f genen en te hiili f gen, en verleen dat allen, die voor deze de allerheiligste Maagd en den H . .. ootmoediglijk zullen trachten eer en hulde te bewijzen door hunne verdiensten en voorspraak, van U genade voor het tegenwoordige en de eeuwige glorie voor het toekomstige leven mogen erlangen. Door denzellden Christus onzen Heer. K. Amen.

Vervolgens worden de medailles met wijwater besproeid. 4. De Secretaris zegt tot de Aspiranten gekeerd: Tot lof en glorie der Allerheiligste Drievuldigheid, ter eere der allerzaligste Onbevlekt Ontvangene Maagd Maria, onze Moeder en Patrones, tot uitbreiding en bloei van onze Congregatie, mogen zij toetreden die wenschen

V. Dominus vobiscum, R. Et cum spiritu tuo.

Oremus. Omnipotens, sempiterne Deus, qui Sanctorem tuo-'um imagines (sive effigies) sculpi aut pingi non reprobas, ut q noties illas oculis corporis intuemur, to-ties eorum actus et sanc-titatem ad imitandum memoriae oculis meditemur; has quaesumus, imagines in honorem et memoriam Beatissimae Virginis Ma-riae, Matris Domini nos-tii Jesu Christi et S .. . alt;laptaias bene f dicere et sancti f licare digneris, et praesta, ut quicumque co-ram illis Beatissimam Vir-

^inem et S..... suppli-

ciier colere et ,honorare studuerit, illius meritis et obtentu a te gratiam in praesenti et aeternam glo-.•iam obtineat in futurum. Per eumdem Christum Do-mi num nostrum.

R. Amen.

ocr page 121

101

u. aangenomen te worden tot leden onzer Congregatie, met

est. name: N. N.

Zoodra deze zich ter bepaalde plaatse hebben gesteld, zegt

Jod, De Prefect zich tot den Eenv. Bestuurder keerende :

of Eerwaarde Vader! de hier tegenwoordigen wenschen

gen vuriglijk in hen zeiven en in anderen de godsvrucht tot tor- ► de gelukzalige Maagd Maria te vermeerderen, en verzoe-

^erf ken dringend in onze Congregatie te worden aangenomen,

dos De Eerw. Bestuurder. Met de grootste blijdschap

wij verneem ik uw verlangen. Opdat ons dit echter des te

gen duidelijker en volkomener blijke, zoo antwoordt met

net duidelijke en verstaanbare stem op de vragen die de

len Prefect dezer Congregatie u zal voorstellen,

ge- De Prefect. Begeert gij waarlijk opgenomen te wor-

ren den in deze Congregatie der allerzaligste Maagd Maria,

nis om u onder de bescherming der roemrijke Maagd en

Lgd Moeder geheel en al aan Jesus Christus onzen Zalig-

ses maker toe te wijden?

en De As p iran ten. quot;Wij begeeren zulks van ganscher

r(jf harte.

}ngt; De Prefect. Wilt gij dan oprechtelijk trachten in

gt;or deze Congregatie door uwe godsvrucht den godsdien-

gd stigen zin, door uwe reinheid van zeden, zachtmoedrg-

jk heid en voorkomendheid de broederlijke liefde ; en door

de we goede voorbeelden de stichting uwer naasten te

ir- bevorderen?

m De Aspiranten. Wij willen het!

De Prefect. Belooft gij getrouwe naleving der

0_ Kegelen, volgzaamheid en liefde jegens den Bestuurder,

3_ en in alles wat de Congregatie betreft bereidvaardige

n* gehoorzaamheid?

n De Aspiranten. Wij beloven zulks!

De Prefect. En wat gij beloofd hebt, hoe lang zult gij dit onderhouden?

De Aspiranten. Wij zullen het altijd onderhouden ? : De Eerw. Bestuurder. Beminde vrienden! gij

, begeert voorzeker, eene der allerheiligste Maagd hoogst

I aangename en voor u zeiven hoogst nuttige en zeer

i belangrijk^ zaak. U der dienst en der bescherming

i van de allerheiligste Moeder Gods toewijdende, moogt

6*

ocr page 122

102-

gij hopen door de voorspraak van haar. die allen bemint welke haar beminnen, met de meeste zekerheid de uitstekendste gunsten des hemels te zullen verwerven. Maria de allergoedertierendste Moeder toeh, verhoort allen die haar aanroepen, zij vergezelt met hare bescherming altijd, en verlaat nimmer, noch in de gevaren, kwellingen en ellenden dezes levens, noch in de ure des doods, hen die haar waarlijk genegen zijn. Opdat gij dit ondervinden moogt, zoo verliest nimmer uit het geheugen, wat gij thans zult uitspreken. Tracht ijverig en bestendig door onberispelijke zeden en geheel uw gedrag, het bewijs te leveren dat gij onder het getal harer dienaren zijt opgenomen. Vernieuwt dan, dewijl het ware geloof de wortel is en de grondslag van alle rechtvuardiging en heiligheid, de geloofsbelijdenis, welke onze H. Moeder de Katholieke Kerk gebruikt.

In den naam van alle Aspiranten leest een van hen met duidelijke stem de geloofsbelijdenis van het Concilie van Trente voor, en allen houden brandende waskaarsen in de handen.

GELOOFSBELIJDENIS VOORGESCHREVEN DOOR PADS PIUS IV EN PAUS PIUS IX.

Ik N. geloof vastelijk en belijd al hetgeen de Geloofsbelijdenis van de Heilige Eoomsche Kerk behelst, te weten :

Ik geloof in éénen God, den almachtigen Vader, SSchep-per van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in éénen Heer, Jesus Christus, Gods eenigen Zoon, en uit den Vader geboren vdór alle eeuwen ; God van God, licht van licht, waren God van den waren God, geboren niet gemaakt, van een wezen met den Vader, door wien alles gemaakt is: die om ons men-schen en om onze zaligheid is nedergedaald uit den Hemel, en het vleesch heeft aangenomen door den heilrpen Geest uit de Maagd Maria en is Mensch geworden ; die ook voor ons gekruist is order Tontius Pi lat us, geleden heeft cn begraven is, en verrezen is ten derden dage volgens de Schriften; en is opgeklommen ten Hemel., zit aan de rechterhand des Vaders, en weder zal komen met heerlijkheid, om te oordeelen levenden en dooden; wiens rijk geen einde aal hebben.

ocr page 123

103

En in den Heiligen Geest, den Heer en levendmakende, die van den Vader en den Zoon voortkomt, die met den Vader en den Zoon te znmen aangebeden en verheerlijkt wordt, die gesproker, heeft door de Profeten. En in ééne heilige, kaïholieke en apostolisehe Kerk. Ik belijd één doopsel tot vergeving der zondeii. En ik verwacht de verrijzenis der dooden en het eeuwige leven. Amen.

Ik neem vastelijk aan en omhels de apostolische en kerkelijke Overleveringen, en alle andere gebruiken en instellingen van dezelfde Kerk. Ook neem ik aan de heilige Schrift volgens dien zin, welken gehouden heeft en nog houdt de heilige moeder de Kerk, aan wie het toekomt te oordeelen over den waren zin en de uitlegging der heilige Schriften; en ik zal die nooit anders aannemen en uitleggen, dan volgens het overeenstemmend gevoelen der Vaderen.

Ik belijd ook, dat er zeven ware en eigenlijke Sacramenten der nieuwe Wet zijn, door Jesus Christus onzen Heer ingesteld, en tot zaligheid van het menschelijk geslacht noodzakelijk, schoon niet allen voor een ieder; namelijk: het Doopsel, het Vormsel, het heilig Sacrament des Altaars, de Biecht, het laatste Oliesel, het Priesterschap en het Huwelijk; en dat zij genade geven; en dat van deze Sacramenten het Doopsel, het Vormsel en het Priesterschap zonder heiligschending niet meer can eens kunnen ontvangen worden. Ook neem ik aan de aangenomene en goedgekeurde gebruiken der katholieke Kerk bij de plechtige bediening van al de voornoemde Sacramenten.

Alles wat over de erfzonde en de reehtvaardigmaking in de heilige Kerkvergadering van Trente is gesproken en verklaard, omhels ik en neem ik aan.

Ik belijd insgelijks, dat in de Mis quot;aan God wordt opgedragen eeno ware, eigenlijke en verzoenende offerande voor levenden en dcoden, en dat in het allerheiligste Sacrament des Altaars waarlijk, wezenlijk en zelfstandig tegenwoordig is het lichaam en bloed te gelijk met de ziel en dé Godheid van onzen Heer Jesus Christus en dat er eene verandering plaats heeft van de geheele

ocr page 124

104

zelfstandigheid van het brood in het Lichaam en van de geheele zelfstandigheid van den wijn in het Bloed, welke verandering de Katholieke Kerk Transsubstantiatie noemt. Ook belijd ik, dat onder iedere gedaante Christus geheel en volkomen, en het waarachtige Sacrament ontvangen wordt.

Onwankelbaar houd ik vast, dat er ee i vagevuur is, en dat de zielen aldaar opgehouden, door de gebeden der geloovigen geholpen worden: insgelijks ook, dat de Heiligen, die ie zamen met Christus heerschen, behooren geëerd en aangeroepen te worden; dat zij gebeden aan God voor ons opdragen, en dat hunne overblijfselen behooren vereerd te worden.

Zonder eenigen twijfel betuig ik, dat men de beelden van Christus en van de Moeder Gods, altijd Maagd, alsmede van de andere Heiligen behoort te hebben en te behouden, en daaraan de verschuldigde eer en vereering te bewijzen.

Ik belijd, dat ook de macht, om Aflaten te verleenen door Christus in zijne Kerk is achtergelaten, en dat der-zelver gebruik voor het Christenvolk hoogst heilzaam is.

De heilige katholieke apostolische Roomsche Kerk erken ik voor de moeder en meesteres van alle kerken, en aan den Roomschen Paus, die de opvolger van den gelukzaligen Petrus, het hoofd der Apostelen, en de plaats-bekleeder van Jesus Christus is, beloof en zweer ik ware gehoorzaamheid.

Zoo ook neem ik aan zonder eenigen twijfel en belijd ik al het overige, door de heilige Kanons en door de alge-inecne Kerkvergaderingen, en bijzonder door de II. Kerkvergadering van Trente en door het Algemeen Concilie van het Vaticaan geleerd, uitgesproken en verklaard, voornamelijk omtrent het primaat van den lioomschen Paus en zijn onfeilbaar leeraarsambt; en té gelijker tijd veroordeel, verwerp en doem ik al wat daarmede in strijd is, en de ketterijen, welke ook, op dezelfde wijze als ze door de Kerk veroordeeld, verworpen en gedoemd zijn.

Dit waar katholiek geloof, buiten hetwelk niemand zalig kan worden, hetwelk ik op dit oogenblik vrijwillig

ocr page 125

105

belijd en in waarheid houd, dat beloof en zweer ik N., met Gods hulp, tot den laatsten adem mijns levens geheel en ongeschonden standvastig te behouden en te belijden, als ook naar vermogen te zullen zorgen, dat het door mijne onderhoorigen, of door lier,, voor wie ik in mijne betrekking zal te zorgen hebben, gehouden, geleerd en verkondigd worde.

Zoo helpe mij God en deze heilige Evangeliën Gods.

5. DeEerw. Bestuurder. Opdat gij des te getrouwer moogt volbrengen wat gij zoo even beloofd hebt, alzoo legt nu voor het aanschijn der gansche Congregatie plechtiglijk uwe beloften neder aan de voeten uwer minzame Moeder.

Alle Aspiranten knielen, brandende waskaarsen in do handen houdende en volgen met godsdienst dengene aan wiens zorg zij gedurende den proeftijd werden toevertrouwd. Terwijl deze niet luider stem de Akte van toewijding of het Formulier van op dracht uitspreekt, zeggen zij allen gezamenlijk:

AKTE VAN TOEWIJDING (*).

Sanctissima Virgo et Mater Dei Maria,egoN.N.

licet qui tihi se rvi am INDIGNISSIMUS, MOTUS TA-MEN TUA ADMIRABILI PIE-TATli ET IMPULSUS TIBI SER-VIENDI DESIDERIO, ELIGO TR HODIE CORAM ANGELO MEO TUTELAR! ET CURIA COELKSTI UNIVERSA IN Do-MINAM, ADVOCATAM ET MA-TREM; FIRMITERQDE PRO-PONO ME TIBI SEMPER IN POSTERUM PAMULATURUM ET QUANTUM IN ME ERIT Cü-RATURUM, UT AB OMNIBUS

Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria ik N. N. ofschoon geheel

onwaardig u te dik-nen, doch vertrouwende op uwe verwonderlijke goedheid, en vurig verlangende mij aan uwe dienst te verbinden, kie-ze u heden voor het aanschijn van mijn engelbewaarder en van geheel het hemelsch hof tot

mijne Koningin, Voorspreekster en Moeder:en

neem mij vastelijk voor,


(:,t) Z. D, 11. de Bisschop van Haarlem heeft een aflaat van 40 dagen verleend aan de leden der Congregation, zoo dikwerf zij de/e Akte godvruchtig zullen bidden. (Zie het Voorwoord.)

ocr page 126

106

TIBE FIDELITER SERVIATUR. TE IGITL'R PIISS1MA MaTER, per Jesu Christi SANGUI-np:m pro me sparsum oro

ATQUE OBSECRO, UT 3IE IN CLIENTUM TUORUM NÜME-RUM ATQUE IN SERVüM PERPETUUM RECIPERE DIGIs'E—

RIS. Adsis mihi in omniBUS ACTIONIBUS MEIS, GRA-TIAMQUE IMPETRES UT ITA ME VERBO, OPERE ET CO-GITATIONE GERAM, UT NUM-QUAM NEC TUOSj NEC SANC-TISSIMt FlLII TUI OCU-los offendam.Recorderis MEI, Nl-X ME DESERAS IN HORA MORTIS. AMEN. (*).

U ALTIJD GETROUW TE ZULLEN DIENEN, EN ZOOVEEL IN MIJ IS, TE ZULLEN ZORGEN, DAT GIJ DOOR ALLEN GETROUWELIJK GEDIEND WORDT. Ilv SMEEK EN BEZWEER U DAN, BIJ HET DIERBAAR. TOT MIJN HEIL VERGOTEN BLOED VAN JESUS

Christus, gewaardig u, o

LIEFDEVOLLE MOEDER, MIJ ONDER HET GETAL UWER BESCHERMELINGEN EN TOT UWEN EEUWIGEN DIENAAR AAN TE NEMEN. STA MIJ BIJ IN ALLE MIJNE HANDELINGEN, EN VERWERF MIJ DE GENADE. DAT IK MIJ ZOO GE-DRA GE IN WOORDEN, WERKEN EN GEDACHTEN, DAT IK NIMMER NOCH U, NOCH UWEN

Goddelijken Zoon belee-dige. Wees mijner gedachtig en verlaat mij

NIET IN HET UUR VAN MIJNEN dood. Amen. (*).


6. De Eerw. Bestuurder geeft aan ioder hunner de gewijde medaille der H. Maagd en zegt:

(*J Pator Grasset, de verdienstelijke Bestuurder der Congregatie in liet Piofessenhuis der Sociëteit van Jasus te Parijs, teekent betrekkelijk deze Akte van toewijding aan, dat zij Mldaar eveneens als tlt;' Kome van oudsher in gebruik was, en eerst in zijnen tijd door liet gewone formulier, blijkbaar niets anders dan «-éne verkorting der oude Aktlt;', vervangen werd. Hij voegt er bij, dat afschriften derzelfde Akte van de hand der vermaarde niannen, die de eerste leden dier Congregatie waren, met al de zorg zulke kostbare stukken waardig, aldaar in bet Archief werden bewaard. Vóór al de overigen noemt hij den vromen Kardinaal De la 11 o c h e t o u c a u 11, die dagelijks deze Opdracht bad en overwoog, en haar onmiddellijk voor zijn overlijden tot stichting der aanwezigen uitsprak.

ocr page 127

107

Accipe signum Congregationis B. M. V. ad Corporis et animae defensionem, ut divinae bonitatis gratia et ope Mariae Matris tuae aeternam beatitudinem conse-qui merearis: in Nomine Patrisf et Filii et Spiritus Sancti. Amen. — D. i.: Ontvang het teeken der Congregatie van de H. Maa^d Maria, tot verdediging van lichaam en ziel; opdat gij door de genade van Gods goedheid en de hulp van Maria, uwe Moeder, de eeuwige zaligheid moogt verwerven: in den Naam des Vaders f en des Zoons en des H. Geestes. Amen.

Terwijl de medailles worden uitgereikt, ziugt het koor een lofzang der H. Maagd eu daarna:

Psalm 132.

Ecce quam bonum et quam jucundum: habitare fratres in unum.

Sicut unguentum in ca-

bam, barbam Aaron.

Quod descendit in oram vestimenti ejus: sicut ros Hermon, qui descendit in montem Sion.

Quoniam illic mandavit

Zie hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders samen wonen.

He: is gelijk de koste-

pite; quod descendit in bar- lijke olie op het hoofd:

nederdalende op den baard, op den baard van Aiiron.

Die nederdaalt tot op den zoom zijner kluederen. Het is gelijk de dauw van Hermon, die nederdaalt op den berg Sion!

Want de Heer gebiedt


Dominus benedictionem, et aldaar den zegen, en het vitam usque in «aeculam.

Gloria Patri etc.

Ad majorrm Dei glo-riam, in laüdem Beatis-simae vlrginis mariae, in spiritüale hujus congregationis bonum, et ex potest ate a summo pon-

leven tot in eeuwigheid. Eere zij den Vader enz.

7. De Eerw. Bestuurder keert zich tot de nieuwe Leden en zegt het:

Formulier van Aanneming.

Tot Gods meerdere glorie,tot eere der allerzaligste Maagd Maria, tot

geestelijk welzijn dezer congregatie, en krach-

tensdemachtdoorZ.H.den

ocr page 128

108

tifice N. mihi delaïa ego N, N. pro tempo-re hüjis cokgregatiokis praeses, vos N.N. in nü-merum sodalium nostrae congregation is sdh ti-tulo N. erectae süscipio : et partic1pks reddo et declaro omnium gratia— rum et früctuum, privi-legiorum et indclgenti— arum, quae SanCTA llo-mana Ecclesia ipsi Pri-3iariae congregationi Romanae, cui haec nostra canonice aggkegata est, concessit: in nomine pa-tris f et FlLllf et SPI-ritus f Sancti. Amen.

Suscipiat vos Christus in nunierum confratrum nostrorum et suorum fa-mulorum. Concedat vobis tempus bene agendi, eon-stamiani bene perseverandi, et ad aetcrnae vitae hae-reditatem feliciter perve-niendi: er sicut nos hodie fraterna caritas spiritualiter jungit in teiris, ila divina pie tas, quae diieetionis est auctrix et aniatrix, nos cum lideli litis conjungere dignetur in coelin. Per eumdem Christum Domi-num lostium. Amen.

Paus N. aan mij toevertrouwd, neem ik N.N. tijdelijk bestuurder dezer congregatie u, n. n. als leden aan van onze congregatie, opgericht onder den titel van n. en maak en verklaar u deelachtig aan al de genaden, vruchten, voorrechten en aflaten,welke DeH.StOEL aan de hoofd-congrega-t1e te rome,waarmede deze onze congregatie op ka-nonieke wijze is verbonden, heeft verleend. in den naam des V aders f en

des Zoons f en des Heiligen f Geestes. Amen.

Christus neme u op onder het getal van onze medebroeders en zijne dienaren. Hij verleene u tijd om wel te leven, gelegenheid om deugdzaam te handelen, standvastigheid om naar behooren te volharden, engelnkkiglijk te komen, tot de erfenis des eeuwigen levens; en gelijk ons heden de broederlijke liefce gee^telij-kerwijze vereenigt, zoo moge de goddelijke barmhartigheid,diede onderlinge liefde schenkt en bemint, zich ge-waardigen ons met de zaligen in den hemel'e vereenigen. Door tienzelfden Christus onzen Heer. Amen.


ocr page 129

109

V. Sterk o God, wat Gij gewrocht hebt in ons.

R. Van uit uwen heiligen tempel te Jerusalem.

V. Maak zalig uwe dienaren,

R. Mijn God, die op U hopen.

V. Zend hun hulp o Heer, uit uw Heiligdom,

R. En uit Sion bescherm hen.

V. Heer verhoor mijn gebed.

R. En mijn geroep kome tot U.

V. De Heer zij met u, R. En met uwen geest.

Laat ons bidden. Verhoor, o Heer. onze smeokingen, en gewaard! g U, deze uwe dienaren, die wij hebben aangenomen in de Congregatie der Gelukzalige Maagd Maria, te ze f genen ; en verleen dat zij onze Kegelen, met behulp uwer genade heilig, godvruchtig en godsdienstig levende, mogen onderhouden; en 20 onderhoudende het eeuwig leven verwerven. Door Christus onzen Heer. Amen.

9. Het Allerheiligste wordt nu uitgesteld, de Lofzang: Magnificat gezongen en het altaar bewierookt; mocht de tijd ontbreken, dan intoneert aanstonds na de uitstelling en bewierooking van het Allerheiligste Sae ramen de Eerw. Bestuurder het Te Detiin.

8. De Ecrw. Bestuurder zegt vervolgens;

V. Confirma hoe Deus, quod operatus es in nobis,

R. A templo sancto, tuo quod est in Jerusalem.

V. Salvos fac servos tnos,

K. Deus meus, sperantes in te.

V. Mitte eis Domine, au-xilium de Sancto,

R. Et de Sion tnere eos.

V. Domine exaudi orati-onem meam.

R. Et clamor meus ad te veniat.

V. Dominus vobiscum,

R. Et cum spiritu tuo.

Oremus.

Adesto, Domine, suppli-cationibus nostris, et uos famulos tuos, qnos Oongre-gationi B. M. V. aggrega-vimus, bene f dicere dignare, et praesta, ut statuta nostra, per auxilium gratiae tuae, sanete, pie et religiose vi-vendo valeant observare, et observando vitam prome-reri sempiternam. Per Christum Dominum nostrum. Amen.

ocr page 130

110

Magnificat anima mea Dominam.

Etexultavit spiritus meus; in Deo salntari raeo.

Quia respexit humilita-tem ancillae suae: ecoe enim, ex hoe beatam me dieent omnes generationes.

Quia fecit mihi magna qui potens est: et sanctum nomen ejus.

Kt miserieordia ejus a progenie in progenies: ti-mentibus eum.

Fecit potentiam in bra-chio stto; dispersit super-bos mente cordis sui.

Deposuit potentes de se-de: et exaltavit humiles.

Esurientes implevit bonis; et divites dimisit ina-nes.

Suscepit Israël puerum suum; recordatus misericor-diae suae.

Sicut locutus est ad patres nostres: Abraham et se-mini ejus in saecula.

Gloria Patri etc.

Mijne ziel maakt groot den lieer.

En verheugd heeft zich mijn geest in God, mijnen Zaligmaker I

Omdat Hij nederzag op de geringheid zijner dienst- * maagd; want zie van nu af, zullen alle geslachten mij zalig prijzen.

Dewijl groote dingen aan mij gedaan heelt, Hij die machtig is: er. heilig is zijn naam!

En zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over degenen die Hem vree-zen.

Hij heeft kracht gedaan j; door zijnen arm, verstrooid heeft Hij die hoogmoedig zijn in den waan huns harten.

Machtigen hooft Hij van den troon gestort, en geringen verheven.

Hongerigen heeft hij met goederen vervuld, en rijken ledig weggezonden.

Hij heeft Israël, zijnen dienstknecht aangenomen, indachtig zijner barmhartigheid.

Gelijk Hij aan onze Vaderen heeft toegszegd, aan AbrahaTi en aan zijn zaad in eeuwigheid.

Eere zij den Vader, enz.


10. tb deum i.audaml's

ocr page 131

Ill

11. rLECHTIGE ZEGEN MET HET ALLERHEILIGSTE.

Genitori, Genitoque -Lans et jubilatio, -Sains honor virtis quoque -Sit et benedietio: -Procedenti ab utroque-Compar sit laudatio. -Amen.

V. Panem de Coelo praestitisti eis (Alleluia).

E. Omme delectamentum in se habentem (Alleluia).

OREMDS.

Deus qui nobis sub Sacramento mirabili passionis tuae memoriam reliquisti; tribue quaesumus ita nos Corporis et Sanguinis tni sacra mysteria venerari, ut redemptionis tuae fructum in nobis jugiter sentiamus. Qui vivis et regnas in saecula saeculorum. Amen. (Zie vert. blz. 85).

Psalm: laüdate dominom osines genïes. Laudate Dominum om- Looft den Heer alle na-nes gentes; laudate enm titn, prijst Hem alle volken.

Aan den Vader, aan den Zone - Zij een lof-, een jubelzang, - Hun zij heil en kracht en eere, - Hun zij alle zegening: - Hem ook die uit beiden voortkomt, -Zij gelijke lof gewijd. Amen.

omnes populi.

Quoniam confirmata est super nos misericordia ejus: et Veritas Domini manet in aeternum.

Gloria Patri, etc.

Of men zinare naar verkiezins

Want zijne goedertierenheid is bevestigd over ons, en de waarheid des Heeren blijft in eeuwigheid.

Eere zij den Vader, enz. ; een lofzang der H. Maagd.


VII BEKNOPTERE WIJZE VAN AANNEMING (1).

1. De Eerw. Bestuurder begeeft zich in surplis en stool naar het altaar. Hij bidt aan den voet des al-

1

Wij ontleenen «leze wijze van aauiieming aan de Notizio istoriche e Re go le della Congregazione Prima Prima r ia nel Collegio Romano della Compagnia di Gesu, Roma 1865, bl. 80. In liet formulier: Ego ex auctoritate dat in den oorspronkelflken vorm slechts bruikbaar is voor de Hoofd-Congregatie, hebben wij eenige woorden veranderd. Ook lieten wij de accolade of den amplexn s weg. Vgl. bl. 5i aantoek.2.

ocr page 132

112

taars den Hymnus Veni sancte spiritus enz. (blz. 62) met vss. en gebed (bl. 99). Daarna begeeft hij zich aan de Evangelie-zijde; de profeet en de assistenten vervoegen zich bij hem.

2. De Secretaris kondigt de namen af der aspiranten, die het lidmaatschap zullen verkrijgen.

3. De onderrichter der Aspiranten geleidt de opgeroepenen naar het altaar; deze scharen zich aan den voet des altaars en houden ecne brandende waskaars in de hand.

4. De Eerw. Bestuurder vermaant hen in eene korte toespraak tot devotie jegens de H. Maagd en tot getrouwe onderhouding dor regelen. Hierop knielt ook do Bestuurder neder.

5. De Profeet of de Onderrichter der Aspiranten leest thans de Akte van Toewijding: Sanc-tissima Virgo (bl. 105) voor; de aspiranten volgen woord voor woord.

6. De Eerw. Bestuurder richt zich op en spreekt tot de aspiranten:

Ego ex auctoritato Summi Krachtens het gezag van Pontificis vos in Boatissimao Z. H. den Paus, neem ik u Virginis Mariao Gongroga- aan tot leden der Congre-tione, sub titulo N. erccta, gatio van de Allerzaligste recipio; atque participos ef- Maagd Maria, opgericht on-licio omnium indulgentia- dor den titel van N.; on rum, quas Sacra Sedes Pri- maak u deelachtig aan alle mae Primariae Congregationi aflaten, welke de Heilige Romanae, cui haec nostra Stool aan do Hoofd-Congro-canonice aggrogata est. con- gatie te Rome, waarmede cessit: et nunc quidem no- deze onze Congregatie op mina vestra referantur in kanonieko wijze is vereonigd, album Gongregationis, in hooft ••erleend. Dat dan nu aeternum voro scripla sint uwe namen worden opge-in Goelis. tookend in het beek dor

Congregatie; mogen zij echter voor eeuwig geschreven staan in den Hemel.

7. Hierna knielen de Aspiranten een voor een voor den Bestuurder en bieden hem de waskaars aan. Hij

ocr page 133

113

geoft aan elk hunner het bewijs van lidmaatschap of het diploma der Congregatie met deze woorden;

Ontvang dit diploma ten oewijze dat gij een kind ::ijt der Gelukzalige Maagd en Moeder Gods Maria: doch beter dan dit getuig-sahrift mogen levenswandel en godsvracht it als zoodanig doen kennen. Intusschen zegene n f met haar Goddelijk Kind de Maagd Maria. De laatste woorden uitsprekende geeft hij den zegen. S. De Secretaris stelt eindelijk aan elk der nieuwe leden het regel- en gebeden-boek ter hand en de plechtigheid wordt besloten met he: zingen van den lofzang Te Deum (bl. 82).

VIII. AKTEN VAN TOEWIJDING AAN DEN TWEEDEN PATROON DER CONGREGATIE ES AAN DEN II. ALOTSIUS.

1. Opdracht aan den tweodon patroon, welke menjaarlijks op zijn feestdag plechtig zal vernieuwen.

Heilige N. machtige voorspreker bij God, ik N. kies U heden voor geheel mijn leven, tot bijzonderen Beschermer, leidsman en bestuurder van mijne ziel en van mijn lichaam, van mijne gedachten, woorden en werken, van mijne begeerten en genegenheden, van mijne eer en goederen, van mijn loven en van mijnen dood. Ik neem mij vastelijk voor, uwen naam te verheffen en naar mijn vermogen uwe eer te bevorderen. Ik bid u dan vuriglijk, ontvang mij tot uwen eeuwigen dienaar (dienares), help mij in al mijne werken, en verlaat mij niet in de ure van mijnen dood. Amen.

Aecipe has patentes litte-ras, quibus assertus es B. Mariae Virginis filius: sed tu melius moribas ac pietate te Ejusdem filium exhibe. Interim te t cum Prolc pia benedicat Virgo Maria.

ocr page 134

114

2. Opdracht aan

Sancte Aloysi, ego N. te hodie in Patronum meum et Advocatum eligo, teque ut ducem meum accipio in exercendis virtutibus mihi perquam necessariis, Obe-dientia praecipue, Castitate et Pietatis studio. Me to-tum manibus tuis committo in iis quae ad vocationem meam et progressum in virtutibus et scientiïs spectant. Denique vitam meam, salu-temque aeternam eurae tuae mando. Doce me Mariam ut matrem colere et amare. Adsis mihi in omnibus ne-cessitatibus, nee me relin-quas in hora mortis meae. Amen.

den H. Aloysi us.

Heilige Aloysius, ik N. kies U heden tot mijnen bij zonderen Beschermer en Voorspreker bij God. Ik neem u tot mijnen getrouwen Gids in de beoefening der mij noodzakelijkste deugden, voornamelijk van Gehoorzaamheid, Zuiverheid- en Godsvrucht. Ik stel mij vol-konfen in uwe handen, wat mijne roeping en voortgang in de deu^d en in de wetenschap betreft. Eindelijk, ik geef de geheele leiding mijns levens en mijne eeuwige zaligheid aan uwe zorg over. Lee!' mij Maria beminnen en eeren als mijne Moeder; sta mij bij in alle mijne noodwendigheden en verlaat mij niet in de ure van mijnen dood. Amen.


IX. GETIJDEN DER ALLERHEILIGSTE MAAGD MARIA (*).

Te ekens die in de Getijden voorkomen.

P. Duidt aan wat de Pre- 1 L. Wat de Eerste Lec-fect, tor?

(f') Dezo Getijden oudergiiao eenige wijziging naar de verschillende tijden van het Kerkelijk jaar: 1° In den Advent, d. i. van de eerste Vespers van den eersten Zondag van den Advent tot de eerste Vespers van Kerstmis (24 Dec.); 2n. In den Kersttijd, d. i. van de eerste Vespers van Kerstmis tot en met het feest van O. L. V. Lichtmis, (2 Febr.); 3°. In den Paaschtijd. d. i. van Paasch-Zaterdag des middags, tot Zaterdag middag na Pinksteren ; 4quot;. op den feestdag van O. L. V. B oods e hap, (25Maart). ~ Telkens zullen deze veranderingen aan den voet der bladzijden worden aangeteekend en zal men daarheen verwezen worden door

ocr page 135

U5

1 A. Wat de Eerste Assis- 2 L. Wat de Tweede Lec-

tent tor moet lezen; en

2 A. quot;Wat de Tweede Assis- LL. Wat beide Lectoren

tent te zamen lezen.

Wat van geen teeken is voorafgegaan, moet door allen gezamenlijk worden gelezen; voor deVsi.lmen echtc-r verdeelt men zich in twee koren.

VOORBEREIDEND GEDED.

Aperi, Domine, os raeum ad benedieendum nomen sanctum tuum : munda quoque cor menm ab omnibus vanis, iierversis, et alienis cogitationibus: intel-lectum illumina, affectum infiamma; ut digne, attente ac devote hoe officium re-citare valeam, et exaudiri merear ante conspeetum dl-vinae Majestatis tuae. Per Christum Dominum nostrum. Antw. Amen.

Domine, in uuione illius divinae intentionis qua ipse in terris laudes Deo per— solvisti, has tibi Horas per-solvo.

Open, o Heer, mijnen mond, opdat ik uwen heiligen naam zegene: reinig ook mijn hart van alle ij dele, zondige en verstrooide gedachten; verlicht mijn verstand, ontvlam mijn gemoed, oplat ik waardiglijk, oplettend en godvruchtig deze Getijden moge bidden en verhooring vinde voor het aanschijn uwer goddelijke Majesteit. Door Christus onzen Heer. A. Amen.

O Heer, in vereeniging met die goddelijke meening, waarmede Gii zelf op aarde Gode uwen lof hebt gebracht, wil ik ter uwer eere deze Getijder. volbrengen.


TER METTEN.

P. Ave Maria, gratia plena, Dominus tecum; be-nedicta tu in mulieribus et benedictus fructus ventris titi, Jesus. A. Saneta Maria Mater Dei, ora pro nobis peccatoribus, nunc et in

P. Wees gegroet Maria, vol van genade ; de Heer is met u; gezegend zijt gij boven alle vrouwen; en gezegend is de vrucht uws lichaams. Jesus. A. Heilige Maria,Moeder Gods,bid voor


ocr page 136

Ufi

hora irortis nostrae. Amen.

P. Domine. labia mea aperies;

A. Et os meum annuntia-bit laurtem tuatn.

P. Deus in adjntorium meum intende.

A. Domine ad adjuvan-dum me festina.

P Gloria Patri et Filio et Spiritui Saneto;

A. Sicut erat in princi-pio, et nunc et semper et in saecula saeculorum. Amen. Alleluia. Of van Septuag. tot Wittendonderdag: Lans tibi Domine, iiex aeternae gloriae.

Ikvitatoriuji. DL. Ave Maria, gratia plena, Domi-nus tecum.

Antw. Ave Maria, gratia plena, Dominus tecum

Ps. 94, LL. Venite exul-temus Domino jubileums Deo salutari nostro : praeoc-cupemus faeiem ejus in confessione et in psalmis jubilenuis ei.

Ave Maria, gratia plena, Dominus tecum.

LL. Quoniam Deus mag-nus Dominus, et Rex mag-nus super omnes deos; quo niam non repellet Domi-ons zondaren, nu en in de ure van onzen dood. Amen.

P. Heer gij zult mijne lippen openen;.

A. En mijn mond zal uwen lof verkondigen.

P. O God kom mij le hulp.

A. Heer haast U, om mij te helpen.

P. Eere zij den Vader en den Zoon en den Heiligen

Geest;

A. Gelijk het was in den beginne en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen. Alleluia. Of van Septuag. tot Witkndonder-dag: Lof zij U o Heer, ivoning der eeuwige glorie.

Ikvitatoriüm. LL. 'Wees gegroet Maria, vol van genade; de Heer is met u.

A. Wees gegroet Maria, vol van genade; do Heer is met u.

Ps. 94. LL. Komt laat ons vrolijk zingen den Heer en iaat ons juichen den God onzes heils: laat ons zijn aangezicht te gemoet gaan met lof; laat ons Hem juichen met psalmen.

Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heeris metu.

LL. Want de Heer is de groote God; en do grooto Koning boven alle Goden; want de Heer stoot zijn


ocr page 137

117

?ius plobem saam; quia in manu ejus sunt omnes fines terrae; et altitudines raon-tium ipse conspicit.

Dominus tecum.

LL. Quoniam ipsius est mare, et ipse fecit illud, et aridam fundavcrunt manus ejus. Venite, adoreraus et procidamus ante Deum, plo-remus coram Domino, qui fecit nos : quia ipse est Dominus Deus noster: nos autem populus cjus^etoves pascuae ejus.

Ave Maria, gratia plena, Dominus tecum.

LL. Hodie si vocem ejus audieritis, nolite obdurare corda vestra, sicut in ex-acerbatione; secundum diem tentationis in deserto, ubi tentaveruntme patres vestri, probaverunt, et viderunt opera mea.

Dominus tecum.

LL. Quadraginta annis proximus fui generationi huic, et dixi: Semper hi errant corde; ipsi vero non cognoverunt vias meas; qui-•bus juravi in ira mea, si introïbunt in requiem meam.

Ave Maria, gratia plena, Dominus tecum.

LL. Gloria Patri, etc. A. Dominus tecum.

volk niet van zich: in zijne hand zijn de uiteinden dei-aarde ; en de hoogste bergen aanziet Hij als zijn eigendom.

De Heer is met u.

LL. Hem behoort de zee, want Hij heeft ze gemaakt, en zijne handen hebben het droge gevormd. Komt laat ons aanbidden en nederknie-len voor God. wecnen wij voor het aanschijn des Hec-ren, die ons gemaakt heeft; want Hij is dc Heer onze God, en wij zijn zijn volk, de schapen zijner weide.

Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met u.

LL. Heden, zoo gij zijne stem hoort, verhardt uwe harten niet, gelijk ten tijde der verstoktheid, en ten dage der beproevinge in de woestijn, alwaar Mij uwe vaderen verzochten, Mij beproefden en ook mijne werken zagen.

De Heer is met u.

LL. Veertig jaren was ik dit geslacht nabij en ikzeide; Altijd zijn zij dwalende van hart, en zij kennen mijne wegen niet: en ik heb hun gezworen in mijnen toorn: Zoowaar, zy zullen niet ingaan in mijne ruste.

Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met u.

LL. Eore zij den Vader enz. A. De Heer is met u.

7*


ocr page 138

118

LL. Ave Maria, gratia plena, Dominus tecum.

LL. Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is raet u.


LOFZANG.

P. Quern terra, pontus, sidera,

Colnnt, adoranc, praedieant, ïrinam regen tem maehinara Claustrum Mariae bajnlat.

A. Cui luna sol et omnia Deserviunt per tempora, Perfusa coeli gratia,

Gestant Pnellae viscera.

P. Beata Mater munere, C'ujus supernus Artifex, Mundum pugillo continens. Ventris sub area clausus est.

A. Beata eoeli nuntio, Foecunda Sancto Spiritu, Desideratum Gentibus Cujus per alvtim fusus est.

A. Jesu, tibi sit gloria, Qui natus es de Virgine. Cum Patre et almo Spiritu, In sempiterna saecula. A. Amen.

P. Wien aarde en zee en starrenheir - Vereert, aanbidt en luide prijst, - Hem, die't drievoudig al bestuurt, - Droeg eens Maria's heiligdom.

A. Wien zon en maan en al wat is - Ten vastgestel-den tijde dient, - Hem draagt het lichaam eener Maagd, -Doorstroomd van hemelsche gena.

P. Volzaalge Moeder door Gods gunst! - Uw Schepper, die heel 't wereldrond - Met zijnen vinger houdt omvat, -Wilde in uw schoot omsloten zijn.

A. Gij zaal'ge bij des Engels groet, - Én vrucht'bre door den Heil'gen Geest! -Die door de volken werd verlangd - Is aan uw reine bron ontweid.

P. U, Jesus, zij steeds lof en eer, - Die uit de Maagd geboren zijt; - Den Vader ook en Heil'gen Geest. - Tot in der eeuwen eeuwigheid.

A. Amen.


1« NOCTÜKN.

Zij, die de Getijden dagelijks bidden, lezen den eersten Noc-tuni op Zondiij;, Maandag en Donderdag. In do Congregatie ktui men dien ter afwisseling biddeu in de maand Januari. April, Juli en October.

ocr page 139

119

Psalm 3.

Antiph. 1 L. Benedictatn.

1. A. Dominc Dominus noster, * quam admirabile est nomen tuum in universa terra!

Quoniam elevata est ma-gnifieentia tua * super coelos.

Ex ore infantium et lae-tentium perfeeisti laudem, propter inimieos tuos : quot;:i'c nt destruas inimicum et ulto-rem.

Quoniam videbo coelo.s tuos opera digitorum tuo-rum; * lunam et stellas quae tu fundasti.

Quid est homo, quod memor es ejus ? ^ aut filius hominis, quoniam visitas eum?

Minuisti eum paulb minus ab Angelis, gloria et honore eoronïisti eum; et eonstituisti eum super opera manuum tuarnm.

Omnia subjeeisti sub pe-dibus ejus: oves et boves universas, insuper et peeora campi.

Volueres eoeli et pisces maris, * qui perambulant semitas maris.

Antiph. 1 L. Gezegend

zijt gij-

1 A. O Heer onze Heer hoe wondervol is uw naam op de gansche aarde!

Want verheven is uwe Majesteit boven de Hemelen.

Uit den mond der kinderen en der zuigelingen hebt Gij ü lof bereid om den wille uwer tegenpartij-ders : opdat Gij te niet zoudt doen den vijand en zijn verdediger.

Ik wil uwen Hemel aanzien, het gewrocht uwer vingeren ; de maan en de sterren, die Gij hebt gegrondvest.

Wat is de menseh. dat Gij zijner gedenkt V of de zoon des menschen, dat Gij hem bezoekt?

Een weinig minder hebt Gij hem gemaakt dan de Engelen en met heerlijkheid en eere gekroond; en Gij hebt hem gesteld over de werken uwer handen.

Alles hebt Gij onder zijne voeten gezet; alle schapen en ossen, ook mede de dieren des vclds.

De vogelen des hemels en de visschen der zee, die de paden der zeeën doorwandelen.


ocr page 140

120

Domine Dominus noster,* (fuam admirabilc est nomen tunm in universa terra!

Gloria Fatri, etc.

Ant. Benedicta tu in mu-lieribus, et benedictos fruc-tus ventris tui.

Ant. 2 L Sicut mvrrha.

O Heer. onze lieer, hoe wondervol is uw naam op de gansche aarde!

Eere zij den Vader, enz.

Ant. Gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws lichaams.

Ant. 2 L. Als uitgele-zene mirre.


Psalm 18.

2 A. Coeli enarrant glo-riam Dei; * et opera ma-nuurn ejus annuntiat fir-mamentum.

Dies diei eructat verbum,* et nox nocti indicat scien-tiam.

Non simt loquélae, neque sermones, * quorum non au-diantur voqes eorum.

In omnem terram exivit son us eorum * et in fines orbis terrae verba eorum.

In sole posuit tabernacu-lum suum; quot;::'r et ipse tan-quam sponsus procedens de thalamo suo.

Exultavit ut gigas ad cur-rendam vlam, a summo coelo egressio ejus.

Et occurs us ejus usque ad summum ejus; ':5'? nee est qui se abscondat a calore ejus.

2 A. De hemelen verhalen Gods eer; en het uitspansel verkondigt de werken zijner handen.

De dag meldt zijn woord aan den dag; en de nacht leert wetenschap aan den nacht.

Geene spraak en gcenc talen zijn er, waar hunne stem niet wordt gehoord.

Hun geluid gaat uit over de gansche aarde: en tot het einde der wereld hunne reden.

In de zon heeft hij zijne tent gesteld; en zij is aan een bruidegom gelijk, die te voorschijn treedt uit zijne slaapkamer.

Vrolijk springt zij op als een machtige held om haar pad tc loopen; haar uitgang is van het eene einde des hemels:

En haar omloop is tot het andere einde, en daar is niemand die zich verbergt voor hare hitte.


ocr page 141

121

Lex Domini immaculata, convertens animas: * testimonium Domini fidele, sapi-entiam praestans parvulis.

Justitiae Domini reotae, laetifieantes eorda: * prae-ceptum Domini lueidum, illuminans oeulos.

Timor Domini sanetus, permaaens in saeeulnm sae-culi; * judicia Domini vera, jnstificata in semetipsa.

Desiderabilia super aurum et lapidem pretiosum mul-tum; * et duleiora super mel et favum.

Etenim servus taus eus-todit ea, * in eustodiendis illis retributio multa.

Delicta quis intelligit? ab oecultis meis munda me:!!i et ab alienis paree servo tuo.

Si mei non fuerint do-minati, tune immaculatus ero: * et emundabor a delicto maximo.

Et erunt ut complaeeant eloquia oris mei; * et meditatie cordis mei in conspectu tuo semper.

Dominc adjutor metis, * et redemptor metis.

Gloria I'atri.

De wet des Heeren is zonder smet, bekeerende de zielen; de getuigenis dos Haeren is getrouw, den kbinen wijsheid gevende.

De bevelen des Heeren zijn recht, verblijdende de harten; het gebod des Heeren is klaar, verlichtende de oogen.

De vreeze des Heeren is heilig, voortbestaande in de eeuwen der eeuwen; de uitspraken des Heeren zijn waarachtig, gerechtvaardigd in haar zeiven.

Begeerlijker zijn zij dan goud en het kostbaarst edel-gesteent', en zoeter dan honig en honigzeem.

Uw dienaar ook onderhoudt ze; en in het houden er van is groote belooning.

Wie kent zijne overtredingen? Keinig mij van mijne verborgene zonden : . en behoed uwen dienaar tegen vreemde.

Indien zij niet heerschen over mij, dan zal ik onbesmet zijn, en rein zal ik wezen van groote overtreding.

En de woorden mijner lippen zullen U behagen, en do overweging mijns harten zal immer zijn voor uw aangezicht.

O Heer mijn helper, en mijn Verlosser !

Eere zij den Vader enz.


ocr page 142

122

Ant. Sicut myrrha electa ociorem dedisti suavitatis, cancta Dei Genitrix.

Arit. 1 L. Ante torum.

Ant. Als uitgelezen mirre hebt gij liefelijken geur verspreid, o Heilige Moeder Gods!

Ant. 1 L. Wordt niet moede.


Psalm 23.

1. A. Domini est terra et plenitudo ejus: * orbis ter-ramm, et universi qui habitant in eo.

Quia ipse super maria fundavit eum * et super Hu-mina praeparavit eum.

Quis ascendet in montem Domini? * aut (juis stabit in loco sancto ejus?

Innocens mauibus, etmun-do corde, * qui non accepit in vano animam suam, nec jura vit in dolo proximo suo.

Hie accipiet benedictio-nem a Domino * et mise-ricordiam ïi Deo salutari suo.

Haec est generatio tjuae-rentium eum, * quaerenti-um faeiem Dei Jacob.

Attollite portas, principes vestras; et elevamini, portae aeternales; ^ et introïbit Rex gloriae.

1. A. Den Heer behoort de aarde en hare volheid: de wereld en allen die daarin wonen.

Want hij heeft ze gegrond boven de zeeën; en ze gevestigd boven de watervloeden.

Wie zal opklimmen tot den berg des Heeren? of wie zal staan in zijne heilige plaats?

Die onschuldig van handen en zuiver van harte is, die niet roekeloos handelt met zijne ziel, en die niet bedriegelijk zweert zijnen naaste.

Deze zal zegening ontvangen van den Heer, en barmhartigheid van God, zijnen Redder.

Dat is het geslacht dergenen die Hem zoeken; dergenen die zoeken het aangezicht van der God van Jacob.

Heft op uwe poorten, o Vorsten! en verheft u, gij eeuwige poorten! en de Koning der heerlijkheid zal binnentreden.


ocr page 143

123

Quis est iste Rex gloriae ? * Dominus fortis et potens, JJominus potens in praclio.

Attollite portas, principes, vestras; et elevamini, por-tae aeternales; et introïbit Rex gloriae.

Quis est isle Rex gloriae? * Dominus virtutum ipse est Rex gloriae.

Gloria Patri, etc.

Ant. Ante torum hujus Virginis frequentate nobis dulcia cantica dramatis.

LL. Diffusa est gratia in labiis tuis. A. Propterea be-nedixit te Deus in acter-num. P. Pater noster, het oervoly in stilte.

Zie verder den IIIn Noe

Wie is de Koning der heerlijkheid? De sterke, de machtige Heer, de Heer machtig in den strijd.

Heft op uwe poorten, o Vorsten! en verheft u, gij eeuwige poorten, en de Koning der heerlijkheid zal binnentreden.

Wie is die Koning der heerlijkheid? De Heer der heirkrachten, die is de Koning der heerlijkheid.

Eere zii den Vader, enz.

Ant. Wordt niet moede liefelijk maatgezang te zingen voor de rustplaats dezer Maagd.

LL. Genade is uitgestort op uwe lippen; A. Daarom heeft God u gezegend in eeuwigheid. P. Onze Vader, het vervolg in stilte. irn vóór de lessen.


iie noctfun

Voor Dinsdag en Vrijdag. — Tn de Congregatie voor Februari, Mei, Augustus en November.

Ant. 1 L. Specie tua. Ant. 1 L. Streef voort.

Psalm

1 A. Eructavit cor me-um verbum bonum; * dieo ego opera mea Regi.

Lingua mea calamus scri-bae, * velociter scribentis.

1 A. Een goed woord welt op uit mijn hart ; ik spreek mijn dichtwerk ter eere des Konings.

Mijne tong is als de pen eens schrijvers, die snel schrijft.


ocr page 144

121.

Speciosus forma praefiliis hominum, diffusa est gratia in labiis tuis: * propterea benedixit te Deus in aeter-num.

Accingere gladio tuo super femur tuum, * potentis-sime!

Specie tua et pulchritu-dine tua * intende, prosperè precede, et regna.

Propter veritatem, et mansuetudinem, et justiti-am : * et deducet te mirabi-liter dextera tua.

Sagittae tuae acutae; po-puli sub te cadent; ^in corda inimicorum Regis.

Sedes tua, Deus, in sae-culum saeculi: * virga direc-tionis, virga regni tui.

Dilexisli justitiam et odisti iniquitatem: * propterea unxit te Deus, Deus tuus oleo laetitiae prae con-sortibus tuis.

Myrrha, et gutta, et ca-sia a vestimentis tuis, a domibus eburneis: ^ ex quibus delectaverunt te fi -liae Regum in honore tuo.

Schoon van gestalte zijt Gij boven de kinderen der menschen, lieftalligheid is uitgestort op uwe lippen: daarom heeft God u gezegend in eeuwigheid.

Omgord uwe zijde met uw zwaard. Gij, Hoogmach-tige!

Streef voort in uwen luister en in uwen tooi: treed gelukkig voorwaarts en heersch,

Door waarheid en zachtzinnigheid en gerechtigheid; en uwe rechterhand zal U wondervol geleiden.

Uwe pijlen zijn scherp; volken zullen vallen voor U; tot in de harten van des Konings vijanden zullen zij dringen.

Uw troon, o God, staat tot in de eeuwen der eeuwen; een staf van gerechtigheid is de scepter uvvs rijks.

Gij hubt de gerechtigheid lief en haat de goddeloosheid: daarom heeft U, o God, uw God gezalfd met vreugde-olie boven uwe meJegenooten.

Mirre, aloe ert kaneel geuren van uwe kleederen komende uit de ivoren kasten; met deze hebben U verblijd de doch teren der Koningen die bij U in eere zijn.


ocr page 145

125

Astitit Eegina a dextris tuis in vestitu deaurato; * circumdata varietate.

Audi, filia, et vide, et inclina aurem tuam: * et obliviscere populum tuum, et domutn patris tui.

Et concupiscet Eex de-corem tuum: * quouiain ipse est Dominus Deus tuus, et adorabunt eum.

Et filiae Tyri in mune-ribus * vultum tuum de-precabuntur omnes divites plebis.

Omnis gloria ejus filiae Regis ab intus: * in fim-briis aureis cireumamicta varietatibus.

Adduoentur Regi virgi-nes post earn: * proximae ejus affereutur tibi.

AiTerentur in laetitik et oxultatione: * adduoentur in templum Eegis.

Pro patribus tuis nati sunt tibi filii: * eonstitues eos principes super omnem terram.

Memores erunt nominis tui; * in omni generatione et generationem.

De Koningin staat aan uw? rechterhand in gulden gewaad: met veelvuldig sieraad getooid.

Eoor, o dochter, en zie en neig uw oor: en vergeet uw volk en uws vaders huis.

En de Koning zal behagen scheppen in uwe schoonheid: want Hij is de Heer uw God, en allen zullen Hem aanbidden.

En de dochteren van Ty-rus zullen uw aangezicht mot geschenken smeeken en alle de rijksten des volks.

Geheel de heerlijkheid der dochter des Konings is inwendig: en schittert te midden van gouden borduursels en veelkleurig gewaad.

Maagden zullen haar vo.'-gen on tot den Koning worden geleid: hars gezellinnon zullen tot u worden gebracht.

Zij zullen gebracht worden in blijdschap en in verheuging; zij zullen geleid worden tot den tempel des Konings.

In stede van uwe Vaderen zijn u kinderen geworden ; Gij zult hen zetten tot Vorsten over geheel de aarde.

Uwen naam zullen zij gedenken : van geslacht tot geslacht.


ocr page 146

126

Proptcrca populi confite-buntur tibi in aeternum, * et in saeculum saeculi.

Gloria patri, ctc.

Ant. Spccic tua et pul-chritudine tua, intende, pros-pere procede, et rcgna.

Ant. 2 L. Adjuvabit earn Deus.

Daaróm zullen u de volken loven in eeuwigheid; en in de eeuwen der eeuwen.

Eere zij den Vader enz.

Ant. Streef voort in uwen luister en in uwen tooi^ treed gelukkig voorwaarts en heersch.

Ant. 2 L. God zal haar helpen.


Psalm 45.

2 A. Deus noster refu-jiium et virtus: i;lt;: adjutor in tribulationibus, quae inve-nerunt nos nimis.

Propterea non timebimus dum turbabitur terra: * et transferentur montes in cor maris.

Sonuerunt et turbatae sunt aquae eorum: * con-turbati sunt montes in forti Ludine ejus.

Fluminis impetus laetifi-cat civitatem Dei: ^sanctifi-cavit tabernaculum suum Altissimus.

Deus in medio ejus, non eommovebitur: * adjuvabit eam Deus manè dilueuló.

Conturbatae sunt gentes et i'aclinata sunt regna: * dedi't vocem suam, raota est terra.

Dominus virtutum nobis-

2 A. God is onze toevlucht en sterkte : een Helper in de beproevingen, die boven mate losbarsten over ons.

Daarom zullen wij niet vreezen, al wordt de aarde bewogen, en al worden de bergen verzet tot in het hart der zee. *

Hare wateren bruisten en werden beroerd; de bergen daverden door zijne macht.

De stroomvloed der rivier verblijdt de stad Gods; de Allerhoogste heeft zijne woontent geheiligd.

God is in het raidden van haar, zij zal niet wankelen: God zal haar helpen in het aanbreken van den morgenstond.

De volken werden ontzet en koningrijken zonken neer: Hij verhief zijne stem en de aarde werd bewogen.

De lieer der heerscharen


ocr page 147

127

cum;* susceptor noster Dens Jacob.

Vcnite, et videte opera Donjini, quae posuit prodi-gia super terram, * auferens bella usque ad tinem terrae.

Arcum conteret et con-f'ringet arraa. * et scuta comburet igni.

Vacate et videte, quoniam ego sum Deus; * exaltabor iu gentibus, et exaltabor in terra.

Dominus virtutum nobis-cum; ^ susceptor noster Dcus Jacob.

Gloria Patri, etc.

Ant. Adjuvabit earn Deus vulto suo; Deus, in medio ejus non commovebitur.

Ant. 1 L. Sicut laetan-tium.

is met ons : de God van Jacob is oni'.e toevlucht.

Komt en aanschouwt de werken des Heeren, de wonderen die Hij wrochtte op aarde, wegnemende de oorlogen lot het einde der aarde.

Der boog zal hij verbreken,de wapenen verbrijzelen, en de schilden verbranden met vuur.

Laat af. en ziet dat ik God ben! Ik zal verhoogd worden onder de volken : Ik zal verhoogd worden op de aarde.

De Heer der heerscharen is met ons: de God van Jacob is onze toevlucht.

Eere zij den Vader enz.

A?ï£. God zal haar helpen met zijn aangezicht ; God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen.

Ant. 1 L Als van blijdschap jubelenden.


Psalm 86.

1 A. Fundamenta ejus in montibus sanctis: diligit Dominus portas Sion super omnia tabernacula Jacob.

Gloriosa dicta sunt de te, * civitas Dei.

Memor ero JÜahab et Ba-bylonis, * scientium me.

Ecce alienigenae, et Tv-

1 A. Hare grondzuilen staan op heilige bergen; de Heer bemint de poorten van Sion boven alle tabernakelen van Jacob.

Heerlijke dingen zijn van u gesproken, o stad Gods \ Ik zal Kahab en Baby-Ion gedenken onder degenen, die mij zullen kennen. Zie! de vreemdelingen


ocr page 148

128

rus et populus Aethiojmm :

* hi fuerunt illic.

Numquid Sion dieet: Homo et homo natus est in ea: *quot; et ipse fimdavit earn Altissimus ?

Dominus narrabit in scripturis populorum, et principum: quot; horum, qui fuerunt in ea.

Sient laetantium omnium habitatio est in te.

Gloria Patri ete.

Ant. Sicut laetantium omnium nostrum habitatio est in te, saneta Dei Geni-trix.

LL. Diffusa est gratia in labiis tuis.

A Propterea benedixit te Deus in aeternum.

P. Pater noster. het ver-vohj in stilte.

Zie verder den IIIquot;. Nocturn vóór de lessen.

Ulo. NOCTURN.

Voor Woensdag on Zaterdag. — In dc Congregatie voor Maart, Juni, September en December.

Ant. ] L. Gaude Maria Ant. 1 L. Verblijd u, virgo. o Maagd Maria.

Psalm 93.

1 A. Cantate Domino can- 1 A. Zingt den Heer ticum novum: * cantate een nieuw lied: zingt den Domino omnis terra. Heer gij gansoha aarde.

en Tyrus en het volk van Aethiopië, die zelfs zijn daar geweest.

Hoe? zal men van Sion niet zeggen: Die en die is daar geboren: en de Allerhoogste zelf heeft haar . gegrondvest?

De Heer zal vermelden in de opschrijving der volken en der vorsten, van hen die daar geweest zijn.

Als van blijdschap jubelenden zijn allen die wonen in u!

Eere zij den Vader enz.

Ant. Als van blijdschap jubelenden zijn wij allen, o H. Moeder Gods, die onder xiwe hoede wonen.

LL. Genade is uitgestort op uwe lippen.

A. Daarom heeft God u gezegend in eeuwigheid.

P. Onze Vader, het vervolg in stilte.

ocr page 149

129

Cantate Domino, et bene-dicite nomini ejus: * annun-tiate de die in diem salutare ejus.

Annuntiate inter gentes gloriam ejus, ^ in omnibus j populis mirabilia ejus.

Quoniam magnus Domi-nus et laudabilis nimis; * terribilis est super omnes deos.

Quoniam omnes dii gen-tui m daemonia: * Dominus autem eoelos fecit.

Confessio et pulchritudo in eonspeetu ejus: ^ sane-timonia et magnificentia in sanetificatione ejus.

Atferte Domino, patriae gentium, afferte Domino gloriam et honorem: * atferte Domino gloriam nomini ejus.

Tollite hoatias. et introïte in atria ejus; * adorate Do-minum in atrio saneto ejus.

Commoveatur a facie ejus universa terra: * dicite in gentibu.«, quia Dominus regnavit.

Etenim correxit orbem terrae qui non commovebi-tur: * judicabit populos in aequitate.

Laetentur coeli et exultet

Zingt den Heer en zegent zijnen naam: boodschapt zgn heil van den dag tot den dag.

Verkondigt onder de Heidenen zijne heerlijkheid; onder alle volken zijne wonderen.

Wart de Heer is groot en zeer te prijzen; Hij is vreeslijk boven alle goden,

Want alle goden der Heidenen zijn duivelen : maar de Heer heeft de hemelen gemaakt.

Bewonderenswaardigheid en schoonheid zijn voor zijn aangezicht; heiligheid en majesteit in zijn heiligdom.

Geeft den Heer, gij geslachten der heidenen, geeft den Heer glorie en eere: geeft heerlijkheid aan den naam des lieoren.

Neemt onbloedige offers en treedt in zijne voorhoven : aanbidt den lieer in zijn heiligen voorhof.

Dat voor zijn aangezicht siddere de gansehe aarde! Roept onder de Heidenen, dat de Heer als Koning heerscht!

Want Hij heeft de aarde hersteld, die niet meer zal beroerd worden; Hij zal de volken richten in gerech-tighaid.

Dat de hemelen zich ver-


ocr page 150

130

terra, comniovcatiir mare et plenitudo ejus; * gaudebunt eampi et omnia quae in eis sunt.

Tunc exultabunt omnia ligna silvarum a facie Domini, quia venit; * quoniam renit judicare terrain.

Judicabit orbem terrae in aequitate: * et populos in Teritatc sua.

Gloria Patri etc.

Ant. Gaude Maria Virgo; cunctas haereses sola intere-misti in universo mundo.

An/. 2 Ij. Diirnare me.

blijden en de aarde zich ver-heuge, dat de zee bruise met hare volheid; de velden zullen juichen en al wat er in is.

Dan zullen huppelen ran vreugde alle de boomen des wouds voor het aangezicht des Hceren; wam Hij komt om de aarde te richten.

Hij zal de wereld richten met gerechtigheid en de volken met zijne waarheid.

Eere zij den Vader enz.

Ant. Verblijd u, o Maagd Maria; Gij alleen hebt alle ketterijen te niet gedaan in de gansche wereld.

Ant. 2 L. Vergun mij genadiglijk.


Psalm 96.

3 A. Dominus regnavit, exultct terra: laetentur insulae multae.

Nnbes et caligo in eir-cuïtu ejus: * justitia et judicium correctio sedis ejus.

Ignis ante ipsum praece-det; * et inflammabit in eircuïtu inimicos ejus.

Illuxerunt fulguru ejus orbi terrae : * vidit et com-mota est terra.

Montes sicut cera fluxe-rant a facie Doro'ci * 'i

3 A. De lieer regeert, de aarde verheuge zich; dat vele eilanden zich verblijden.

Rondom Hem zijn wolken en donkerheid: gerechtigheid en gericht zijn de steun van zijn troon.

Een vuur zal heengaan voor zijn aangezicht: en zal zijne vijanden rondom in brand steken.

Zijne bliksems lichten over den aardbodem: het aardrijk ziet ze en beeft.

De bergen smelten als was voor het aanschijn des


ocr page 151

131

facic Domini omnis terra.

Annuntiaverunt coeli jus-titiam ejus: * et viderunt omnes populi gloriam ejus.

Confundantur omncs cjui adorant sculptilia, ^ et qui gloriantur in simulacris suis.

Adorate euin, omnes An-geli ejus: * andivit et lae-tata est Sion.

Et exultaverunt filiae Ju-dae, propter judicia tua, Domine.

Quoniam tu Dominus ai-tissimus super omnem ter-ram; * nimis exaltatus es super omnes deos.

Qui digilitis Dominum. odite malum: , * custodit Dominus animas sanctorum suorum: de manu peceato-ris liberabit cos.

Lux orta est j usto; * et rectis corde laetitia.

Laetamini, justi, in Domino : * et conlitemini memoriae sanctificationis ejus.

Gloria Patri etc.

Ant. Dignare me laudare te, Virgo sacrata; da mihi vir-tutem contra hostcs tuos.

Hecren: voor het aanschijn des Heeren smelt de gan-sche aarde.

De Hemelen verkondigden zijne gerechtigheid: en alle volken hebben zijne heerlijkheid gezien.

Dat allen beschaamd worden, die de beelden aanbidden: en die zich beroemen op hunne afgoden.

Aanbidt Hem alle zijne Engelen: Sion heeft gehoord, en het heeft zich verblijd.

En de dochteren van Juda hebben zich verheugd: van wege uwe oordeelen, o Heer!

Want Gij zijt de allerhoogste Heer over de gan-sehe aarde: Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden.

Gij, die den Heer lief-hebtj haat het kwaad: de Heer bewaart de zielen zijner heiligen: Hij zal hen redden uit de hand der goddeloozen.

Het licht is opgegaan voor den rechtvaardige: en blijdschap voor de oprechten van hart.

Gij rechtvaardigen, verheugt u in den Heer: en zingt lof ter gedachtenis zijner heiligheid.

Eere zij den Vader enz.

Ani.. Vergun mij genadiglijk, dat ik u prijze, o Heilige Maagd; geef mij


ocr page 152

132

Ant. 1 L. Post partam.

Psalm

i A. Cantate Domino can-liciim novum. * quia mi-rabilia fecit.

Salvavit sibi dextera ejus, 5 et brachium sanctum ejus.

No tuin fecit Dominus salutare suum: * in conspec-tu gentium revelavit jus-titiam suam.

Recordatus est misericor-diae suae, et veritatis suae domui Israël.

Viderunt omnes termini terrae * salutare Dei nostri.

Jubilate Deo, omnis terra:

* cantate, et exnltate, et psallite.

Psallite Domino in cithara, in cithara et voce psalmi;

* in tubis ductilibus et voce tubae eorneae.

Jubilate in conspectu regis Domini: * movcatur mare et plenitudo ejus, orbis terrarum et qui habitant in eo.

Flumina plaudent manu, simul montes exultabunt ii conspectu Domini; * quo-niam venit judicare terram.

kracht tegen uwe vijanden.

Ant. 1 L. Na uw baren

97.

1 A. Zingt den Heer een nieuw lied; want Hij heeft wonderen gedaan.

Zijne rechterhand en zijn heilige arm alleen heeft heil gewrocht.

De Heer heeft zijn heil bekend gemaakt; Hij heeft zijne gerechtigheid geopenbaard voor de oogen der Heidenen.

Hij is gedachtig geweest zijner goedertierenheid en zijner waarheid aan het huis van Israël.

Alle de einden der aarde hebben het heil gezien van onzen God.

Juich den Heer, gij gan-sche aarde : zingt en jubelt en heft psalmen aan.

Looft den Heer met de harpe, met de harp cn de stem desgezangs; met trompetten- en bazuinen-geschal.

Juicht voor het aangezicht des Konings, des Heeren: de zee bruise met hare volheid, de wereld met allen die daarin wonen.

Dat de rivieren met de handen klappen, tegelijk zullen de bergen opspringen van vreugde voor het aanschijn des Heeren; want Hij


ocr page 153

133

Judicabit orbcm terrarum in justitia; et populos in aequitate.

Gloria Patri etc.

Ant. Post partum, Virgo, inviolata permansisti; Dei Genitrixjintercetle pro nobis.

LL. Diffusa est gratia in labiis luis.

A. Propterea benedixit te Deus in aeternum.

P. Pater noster, het vervolg in stilte.

P. Et ne nos inducas in tentationem.

A. Sed libera nos a malo.

komt om de aarde te richten.

Hij zal de wereld richten in gerechtigheid, en de volken in billijkheid.

Eere zij den Vader enz.

Ant. Na uw baren, o Maagd, zijtgij ongeschonden gebleven; o Moeder Gods bid voor ons.

LL. Genade is uitgestort op uwe lippen.

A. Daarom heeft God u gezegend in eeuwigheid.

P. Onze Vader, het vervolg in stilte.

P. En leid ons niet in bekoring.

A. Maar verlos ons van den kwade.


ABSOLUTIE

P. Precibus et mentis P. Door de gebeden en beatae Marine semper Vir- de verdiensten van de ge-ginis et omnium Sanctorum, lukzalige Maria altijd perducat nos Dominus ad Maagd en van alle Heiligen regna coelorum. A. Amen. geleide ons de Heer tot het rijk der hemelen. A. Amen.

1 L. Jube Domne (:i:) be- 1 L. Gebied, o Heer, uwen nedicere. zegen.

P. Nos cum prole pia be- . P. Ons zegene met haar nedicat Virgo Maria. A. goddelijk Kind de reine Amen. Maagd Maria. A. Amen.

1°. les. Eccli. 24.

1 L. In omnibus requiem 1. L. Overal heb ik eene

ocr page 154

134

quaesivi, et in haereditate Domini morabor. Tuncprae-cepit et dixit mihi Creator omnium : et qui creavit me, requievit in tabernaculo meo, et dixit mihi; In Jacob in-habita et in Israël haeredi-tare et in eleetis meis mitte radices. Tu autem Domine, miserere nobis. A. Deogra-tias.

Responsorium, Sancta et

rustplaats gezocht en in het erfdeel des Heeren zal ik wonen. Toen heeft de Schepper van het heelal mij zijne bevelen gegeven en tot mij gesproken; en die mij geschapen had heeft in mijne tente gerust. En Hij zeide tot mij; Neem uwe woonplaats in Jacob; kies Israël ten erfdeel, en schiet uwe wortelen onder mijne uitverkorenen.— Doch Gij, o Heer, ontferm U onzer. A. Gode zij dank.

Responsorium. O heilige


Angelus, Gubriël a Deo iu civi-tatem Galilaeae, cui nomen Nazareth, ad Virginem desponsataiu viro, cui nomen erat Joseph, do domo David, et nomen Virginis Maria. Et ingressus Angelus ad eam, dixit: Ave gratia plena; Dominus tecum : henedicta tu in mulieribus. — Tu autem Domine miserere nobis. A. Deo gratias.

liespons. Missus est Gabriël Angelus ad Mariam Virginem desponsataiu Joseph, nuntians ei verbum; et expavescit Virgo de lumine. Ne timeas Maria; inve-nisti gratiam apud Dominum: * Ecce concipies et paries et vocabitur Altissimi Filius. A's. 1 L. Dat it ei Dominus Deus se-dem David patris ejus; et regna-bit in domo Jacob in aeternum. A. * Ecce etc. tot aan hit Fs.

Gabriël werd van God gezonden naar eene stad vau Galilaea, met name Nazareth, tot eene maagd, die ondertrouwd was aan eenen man, wiens naam was Joseph, uit het huis van David; en de naam der maagd was Maria. En de Engel kwam tot haar binnen en sprak: Weesgegroet, gij vol van genade; de Heer is met u! Gezegend zijt gij onder de vrouwen. — Doch Gij, o Heer. ontferm U onzer. A. üode zij dank.

Resp. De Engel Gabriël werd gezonden tot de Maagd Maria, die ondertrouwd was aan Joseph en hij boodschapte haar het woord; eu de Maagd werd ontsteld van het licht. Vrees niet Maria! Gij hebt genade gevonden bij den Heer. * Zie gij zult ontvangen en een zoon baren en Hij zal de Zoon des Aller-hoogsten genoemd worden. Vs. 1. L. De lieer God zal Hem den troon van zijn vader David geven en Hij zal over het huis van Jacob heerschen in eeuwigheid. A. Zie enz. tot aan let Vs. .

\


ocr page 155

135

imrnaculato, Virginitas, qui-bin te laudiljua efteram nescio: * Quia quem coeli capere non poterani tuo gremio contulisti. Vs. 1. L. Benedicta tu in mulieribus et benedictus fruotus ventris tui. * A. Quia quem coeli capere etc. tot aan hét Fs.

2 L. Jube Domne, bene-dicere.

P. Ipsa Virgo virginum intercedat pro nobis ad Do-minura. A. Amen.

(gt;) ii'

2 L. Et sie in Sion fir-mata sum, et in civilate

(1) In den IIe Les. 2 L. Quae cum audis-set, turbata est in sermone ejus, et cogitabat qualis esset ista salutatio. Et Ait Angelus ei: No timeas, Maria, invenisti enim gratiam apud Deum; ecce con-cipies in utero, et paries filimn, et vocabis nomen ejus Jesum, ïlic erit magnus, ot Filius Al-tissimi vocabitur. Et dabit illi Dominus Deus sedem David pa-tris ejus : et regnabit in domo Jacob in aoternum, et regni ejus non erit finis. — Tu autem Domine miserere nobis. A. Deo gratias.

Hesp. Ave Maria, gratia plena, Dominus tecum. 5-: Spiritus Sanc-tus superveniet in te, et virtua en onbevlekte Maagdom met welke lofprijzing ik u verheften zal, weet ik niet; Want dien do hemelen niet konden bevatten, dien hebt gij in uwen schoot besloten. Vs. 1 L. Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht uws lichaams. A. Want dien de hemelen niet konden bevatten etc. tot aan het Ks.

2 L. Gebied, o Heer, uwen zegen.

P. De Maagd der maagden zelve bidde voor ons tot den Heer. A. Amen

2 L. En aldus ben ik in Sion gevestigd, en ik heb

A d v e n t.

IIc Les. 2 L. Als Kij dit hoorde onstelde zij over zijne woorden en overwoog, wat dit voor een groet mocht zijn. En de Engel sprak tot haar: Vrees niet, Maria! want gij hebt genade gevonden bij God; zie gij zult in uwen schoot ontvangen, en oenen zoon baren, en zijn naam zult gij Jesus boeten. Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoog-sten genoemd worden; en de Heer God zal Hem den troon van zijnen vader David geven ; en Hij zal over het huis van Jacob heerschen in eeuwigheid, en zijn Kijk zal geen einde hebben. - Doch Gij, o lieer, ontferm U onzer. A.Godezij dank.

Ilfsp. Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is mot u. * De Heilige Geest zal over u


ocr page 156

136

mijne rust gevonden in de heilige stad, en mijne macht was binnen Jerusalem. En ik heb mijne wortelen geschoten onder een verheerlijkt volk, het deel en de erfenis mijns Gods: en mijn verblijf is in de volle vergadering der Heiligen. - Doch Gij, o Heer, ontferm U onzer. A. Gode zij dank.

Resp. A. Zalig zijtgij,o Maagd Maria, die den Heer hebt gedragen, den Schepper der wereld : Gij hebt gebaard Hem die u schiep, en in eeuwigheid blijft gij Maagd! Vs. 2 L. Weesgegroet Maria, vol van genade; de Heer is met u. A. Gij hebt gebaard enz. tot aan het Vs. Wanneer men den Nocturn sluit met den lofzang: Te Deum, dan voegt men hij dit licsponsorium:

2 L. Gloria Patri, et 2 L. Eere zij den Vader, Filio, et Spiritui Sancto. en den Zoon, en den H.Geest.

sanctificata similiter re-quievi, et in Jerusalem po-testas mea. Et radicavi in populo honorificato, et in parte Dei mei haereditas illius, et in plenitudine Sanctorum detentio mea. — Tu autem Domine, miserere nobis. A. Deo gratias.

Respons. A. Beata es, Virgo Maria, quae Domi-num portasti, Creatorem mundi: * Genuisti qui te fecit, et in aeternum per-manes Virgo. Vs. 2 L. Ave Maria, gratia plena; Do-minus tecum. A. * Genuisti qui te etc. tot aan het Vs.

komen, en de kracht des Aller-hoogsteu zal u overschaduwen; waut het Heilige uit u zal geboren worden zal de Zoon Gods genoemd worden. Vs. 2 L. Hoo zal dat geschieden, dewijl ik geenen man beken.' Ihi de Engel antwoordde en sprak tot haar; * De Heilige Geest enz. tot ücui het Vs.

NB. Op de Feestdagen der 11. Maagd wordt het volgende aan dit Rtsponsort am to(ge voegd:

2 L. Gloria Patri et Filio et Spiritui Sancto. A. * Spiritus Sanctus etc. tot aan het I's.

2 L. Eere zij den Vader en den Zoon en den 11. Geest. A. De Heilige Geest enz. tol aan het Vs.

Alsdan laat men het Responsorium achter de 111e Les weg en tidt den le/zang: Te Deum. blz. 82,

Altissimi obumbrabittibi: quod enira ex te nascetur Sanctun),

vocabitur Filius Dei. Vs. 2 L. Qaomodo liet istud, «[iioniam vi-rumnon cognosco? Et respondens Angelus dixit ei: * Spiritus iSanctus etc, tot aan het 1'v.

ocr page 157

137

A. * Gennisti qui etc. tot aan het Fs.

P. Jube Domne, benedi-cere.

1 A. Per Virginem Ma-trem concedat nobis Domi-nus salutem et pacem.

A. Amen.

{')

P Quasi cedrus exaltata sum in Libano, et c^uasi cypressus in monte Sion.

A. Gij hebt gebaard enz. tot aan het Vs.

P. Gebied, o Heer, uwen zegen.

1 A. Door de H. Moedermaagd verleene ons de Heer heil en vrede.

P. Ik ben hoog opgewassen als een ceder op den Libanon, en als een cypres


(1) In de li A d v e n t.

Ille Les. P Dixit autem Maria ad Angelum: Quo modo liet is-tud, quoniam virum non coguos-co? Et respondens Angelus dixit ei: Spiritus Sanctus superveniet in te, et virtus Altissimi obum-brabit tibi. Ideoque et quod nas-cetur ex te Sanctum, vocabitur Filius Dei. Et ecce Elisabeth cognata tua, et ipsa concepit Jilium in senectute sua. Et Ine niensis aextus est illi, quae vo-catur sterilis; quia non erit impossibile apud Deum omne verbum. Dixit autem Maria: Ecce ancilla Domini, fiat mihi secundum verbum tuum. — Tu autem Domine miserere nobis. A. Deo gratias.

litsponn. Suscipe verbum, Virgo Maria, quod tibi a Domino ])er Angelum transmissum est: Coucipies et paries Deum pariter et hominem * Ut benedicta di-caris inter omnes mulieres. V5, P. Paries quidem Filium, et vir-ginitatis nou patieris detrimen-tum: eflicieris gravida, et eris mater semper iutacta. - A. Ut benedicta dicaris etc. tol aan

IIIe Lies. P. Doch Maria zeide tot c.en Engel: Hoe zal dat geschieden, dewijl ik geenen man beken ? En de Engel antwoordde en sprak tot haar: De H. Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen. Daarom ook zal het Heilige, dat uit n zal geboren worden, Gods Zoon genoemd worden, En zie, Elisabeth, uwe bloedverwante, ook zij heel't eenen zoon ontvangen in haren ouderdom. En deze maand is voor haar, die onvruchtbaar heet, de zesde; want geen woord zal bij God onmogelijk zijn. En Maria zeide: Ziehier de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord. — Doch Gij. o Heer ontferm U onzer. A. Gode zij dank.

Re ftp. Aanvaard, o Maagd Maria, het woord, dat u van den Heer door den Engel is gebracht: Gij zult ontvangen en dengene baren die God is en tevens mensch ; ' Opdat gij heeten moogt de gezegende onder alle vrouwen. Vs. P, Gij zult eenen zoou'Caren en toch geen letsel lijden naar uwe maagdelijkheid; gij zult zwanger worden, en eene altijd on-8 *


ocr page 158

138

Quasi palma cxaltata sum in Cades ct quasi plantatio rosae in Jericho. Quasi oliva speciosa in campis, et quasi platanus exaltata sum juxta aquam in plateis; sicut cin-namomum et bal amum aro-matizans odorem dedi: quasi myrrha electa dedi suavita-tem odoris. Tu autem Do-mine miserere nobis. A. Deo gratias.

Responsorium. Felix nam-que es, sacra virgo Maria, et omni Uude dignissima *: Quia ex to ortus est sol justitiae, * Christus Deus noster. Vs. P. Ora pro populo, interveni pro clero, intercede pro devoto femineo sexu: sentiant omnes tuum juvamen. quicumque celebrant tuam sanctam comme-morationem. ^ Quia ex te or t us est sol justitiae, Christus Deus noster.

P. Gloria Patri et Filio et Spiritui Sancto.

op den berg Sion. Ik ben opgeschoten als een palmboom te Cades, en als een rozenstruik te Jericho. Ik ben opgewassen als een aanvallige olijfboom in de velden en als een plataan, die groeit langs het water in de vlakten. 3k heb geur verspreid als kaneelschors en welriekende balsem : ik heb liefelijken reuk gegeven als uitgelezene mirre.- Doch Gij, o Heer, ontferm U onzer. A. Gode zij dank.

Hesp. Want zalig zijt gij ook, o Heilige Maagd Maria, en allen lof overwaardig; Omdat uit u is voortgekomen de zon der gerechtigheid, Christus onze God Ys. P.Bid voor het Christenvolk, smeek voor de geesteliik-heid, treed tusschen beiden voor het godvruchtig vrouwelijk geslacht: dat allen uwe hulp ondervinden mogen, die uwe heilige gedachtenis vieren : — Omdat uit u is voortgekomen de zon der gerechtigheid, Christus onze God.

P. Eere zij den Vider en den Zoon en den H. Geest.


het Vs. P. Gloria Patri etc. A. * besmette Moeder zijn. A.* Opdat Ut etc. gij heeten moogt enz. tot aav,

het Ts. P. Eere zij ecz. A. ' Opdat enz.

NB. Op de feestdagen der H. Maagd wordt dit Responsorium weggelaten en bidt men den Lofzang; Te Deum. blz. 82,

ocr page 159

* A. Christus Deus etc. A. Christus enz. tot aan tot aan het Vs. het Fs.

Van Kerstmis tot Septuagesima en van Paschen tot den Advent kan men in plaats van dit Responsorium den Lofzang: Tc Deum bidden, blz. 82.

P. Deus in adjutorium meum in ten de.

A. Domine ad adjuvan-dum me festina.

P. Gloria Patri etc. A. Sicut etc.

Alleluia: of van Septuagesima tot Witten Donderdag: Laus tibi Domine Rex ae-ternae gloriae.

Ant. 1 L (') Assumpta est.

TER LAUDEN.

Leest men de Lauden onmiddellijk na, de Metten dan begint men aanstonds met: Deus in adjutorium; zoo niet. dan bidt men eerst een Wees Gegroet.

P. O God, kom mij te hulp.

A. Heer, haast U, om mij

te helpen.

P. Eere zij den Vader enz. A. Gelijk het was enz.

Alleluia, of Lof zij U, o Heer, Koning der ecu-wige glorie.

Ant. 1 L. (1) Maria is opgenomen.

Psalm 92.

1 A. Dominus regnavit, decorem indutus est: * in-dutus est Dominus fortitu-dinem, et praecinxit se.

Etenim firmavit orbem terrae, * qui non commo-vebitur.

Parata sedes tua ex tune: * a saeculo tu es.

1 A. Dc Heer regeert, Hij is met luister bekleed; de Heer ia bekleed met sterkte, en Hij heeft zich omgord.

Want Hij heeft de wereld bevestigd; en zij zal niet wankelen.

Van toen af is uw troon bereid; van eeuwigheid af zijt Gij.

(1) In den Advent. De Engel Gabriël.

In den Kersttijd, (d.i. Kerstmis tot Lichtmis): O wondervolle gebeurtenis.


1

In den Adcent. Missus est.

Jn den Kersttijd, (d.i. Kerstmis tot Lichtmis): O Admirabile.

ocr page 160

14U

Elevaverunt flumina, Do-mine; * elevaverunt flumina vocem suam.

Elevaverunt flumina lluc-tus suos, * a vocibus a(jua-ram multarum.

Mirabiles elationes maris; * mirabiles in altis Dominus.

Testimonia tua credibilia facta sunt nimis: ^ domum tuam decet sanctitudo, Do-mine, in longitudinem dierum.

Gloria Patri etc.

Ant. (*) Assumpta est Maria in coelum: gaudent Angeli, laudantes benedi-eunt Dominum.

Ant. 2 L. (-) Maria Virgo.

Psalm

2 A. Jubilate Deo, om-nis terra; * servite Domino in laetitia.

( ) Advent. Missus est Gabriel Angelus ad Mariam Virginem desponsatam Joseph.

Kersttijd. O admirabile conmier-cium! Creator generis liumani animatum corpus sumens, de Virgiue nasci dignatus est: et procedens homo sine semine, largitus est nobis suam Deïtatem.

De rivieren, o Heer, verhieven : de rivieren verhieven hare stem.

De rivieren verhieven hare golven; onder het bruisen van vele wateren.

Verwonderlijk zijn de vloeden der zee; verwonderlijk is de Heer in den hooge.

Uwe getuigenissen zijn bovenmate getrouw : uw huis, o Heer, betaamt heiligheid, in lengte van dagen.

Eere zij den Vader, enz. Ant. (l) Maria is opgenomen ten hemel: de Engelen zijn verheugd en lofprijzende zegenen zij den Heer.

Ant. 2 L. (1) De Maagd Maria.

99:

2 A. Juich den Heer, gij gansche aarde: dient den Heer met blijdschap.

(1) Advent. De Engel Gabriel werd gezonden tot de Maagd Maria, die ondertrouwd was aan Joseph.

Kersttijd. O wondervolle gebeurtenis! De Schepper van liet menschelijk geslacht hoeft zich gewaardigd een bezield lichaam aan te nemen en geboren te worden uit eene Maagd; en als mensch zonder tusschenkomst des mans te voorschijn tredende, heeft Hij aan ons zijne Godheid geschonken.

(2) Advent. Wees gegroet Maria. Kersttijd. Toen Gij.


1

Advent. Ave Maria. Kersttijd. Quando natua es.

ocr page 161

141

Komt voor zija aanschijn met vrolijk gezang.

Weet dat de Heer alleen God is ; Hij heeft ons gemaakt en niet wij

Gij, die zijn volk zijt en de schapen zijner weide, gaat in tot zijne poorten met lot', in zijne voorhoven met lofgezang: looft Hem.

Trijst zijnen naam. want de Heer is goedertieren ; zijne barmhartigheid is in eeuwigheid, en zijne getrouwheid van geslacht tot geslicht.

Eere zij den Vader e;az Ant. De Maagd Maria is opgenomen ter bruidzale des hemels, alwaar de Koning der koningen zetelt op den sterren-troon.

Ant. 1 L. (-) Wij snellen u na.

Psalm G2,

1 A. Deus. Deus meus, 1 A. 0 God, mijn God

Introïte in conspectu ejus; * in exultatione.

Scitote quoniam Dominus ipse est Deus: * ipse fecit nos, et non ipsi nos.

Populus ejus, et oves pascuae ejus :introïte portas ejus in confessione, atria ejus inhymnis: confitemini illi.

Laudate nomen ejus,quoniam suavis est Dominus: in aeternum misericordia ejus, * et usque in generati-onem et generationem Veritas ejus.

Gloria Patri, etc.

Ant. C) Maria Virgo as-sumpta est ad aethereum thalamum in quo Rex re-gum stellato sedet solio.

Ant. 1 L. (-) In odorem.

ad te de luce vigilo.

tot CJ waak dageraad.

ik van den

(1) Advent. Ave Maria, gratia plena; Dominus tecum, bene-dicta tu iu mulieribus, alleluia.

Kersttijd. Quando natiiH os in-eftabiliter ex Virgine, tune im-pletae sunt scripturae; sicut plu-via in vellus descendisti, ut sal-vum faceres genus humanum: te laudamus, Deus no ster.

(^) Advent. Ne timeas, Maria. Kersttijd. LLubum quem viderat.

Weesgegroet Maria, vol van genade, de Heer is met u, gezegend zijt gij ouder do vrouwen, alleluia.

Kerst lijd. Toen Gij op onuitsprekelijke wijze uit de Maagd geboren werdt, toen werd de Schrift vervuld; Gelijk de regen op de vacht, zoo zijt Gij nedergedaald op aarde, tot verlossing des menschdoms. Onze God, wij loven IJ!

(2) Advent. Vrees niet, Maria.

Kersttijd. Ij» het braambosch.


ocr page 162

142

Sitivit in te anima mea;

* quam multipliciter tibi caro mea.

In terra deserta, et invia et inaquosa: * sic in sancto apparui tibi, ut viderem virtutem tuam et gloriam tuam.

Quoniam nielior est mi-sericordia tua super vitas:

* labia mea laudabunt te

Sic benedicam te in vita mea; * et in nomine tuo levabo manus meas.

Sicut adipe et pinguedine replcatur anima mea, * et labiis exultationis laudabit os meum.

Si memor fui tui super stratum meum, in matuti-nis meditabor in te: ^ quia fuisti adjutor me us.

Et in velamento alarum tuarum exultabo; adhaesit anima mea post te: * me suseepit dexiera tua

Ipsi vero in vanum quae-sierunt animam meam, in-troïbunt in inferiora terrae;

* tradentur in manus gladii, partes vulpium erunt.

Mijne ziel heeft naar U verlangd; hoe menigwerf heeft mijn vleeseh gedorst naar U.

In een woest land, ongebaand en dor, ben ik verschenen voor U in het heiligdom, om uwe macht en heerlijkheid te aanschouwen.

Want uwe barmhartigheid is beter dan het leven ; mijne lippen zullen U prijzen.

Alzoo zal ik U loven in mijn leven, en in uwen naam zal ik mijne handen opheffen.

Mijne ziel zal als met eene zoete vettigheid verzadigd worden: en mijn mond zal uwen lof met vrolijke lippen zingen.

Als ik Uwer gedenk op mijne legerstede, zoo peins ik aan U nog in den morgenstond; omdat Gij mijn helper zijt geweest.

En in de schaduw uwer vleugelen zal ik juichen: mijne ziel kleeft U aan: uwe rechterhand heeft mij ondersteund.

Te vergeefs stonden zij naar mijn leven; zij zullen komen ia de onderste plaatsen der aarde: zij zullen overgeleverd worden in de macht des zwaards en den vossen ten buit worden.


ocr page 163

143

Kex vero laetabitur in Deo, laudabuntur omnes qui jurant in eo: * quia obstructum est os loquen-tium iniqua.

Haar de koning zal zich in God verblijden; allen die bij Hem zweren, zullen zich verheugen: want de mond der lasteraars is gestopt geworden.


Men Iaat hier Gloria Patri. etc. weg. Psalm 66.

Deus misercatur nostri, et benedicat nobis; * illuminet vultum suum super nos et misercatur nostri.

Ut cognoscamus in terra viam tuam: * in omnibus gentibus salutare tuum.

Confiteantur tibi populi, Deus; * confiteantur tibi populi omnes.

Laetentur et exultent gentes; * quoniam judicas populos in aequitate, et gentes in terra dirigis.

Confiteantur tibi populi, Deus, confiteantur tibi, populi omnes : * terra dedit i'ructum suum.

, Benedicat nos Deus, Deus noster, benedicat nos Deus: 0 et metuant eum omnes fines terrae.

Gloria Patri etc.

^««.(^In odorem unguen-

(1) Advent. Ne timeas Maria, invenisti gratiam apud Donii-nuiu: Ecce concipics et paries lilium. Alleluia.

Kersttijd. Rubum quem viderat Moyses iucombustum, conser-

God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe zijn aanschijn voor ons lichten en Hij ontferme zich onzer.

Opdat wij op aarde uwen weg kennen; en onder alle volken uw heil.

Dat de volken U loven, o God, dat alle volken U loven.

Dat de natiën zich verblijden en juichen, want Gij oordeelt de volken in rechtvaardigheid; en bestuurt de natiën op aarde.

Dat de volken U loven, o God, dat alle volken U loven; de aarde heeft haar gewas voortgebracht.

Dat God, onze God, ons zegene, dat God ons zegene, en dat alle grenzen der aarde Hem vreezen.

Eere zij den Vader enz.

Ant. (') Wij snellen u na

(1) Advent. Vrees niet, Maria gij hebt genade gevonden bij den Heer; zie, gij zult ontvangen en een zoon baren. Alleluia.

Kersttijd. In het braambosch door het vuur niet geschonden:


ocr page 164

14

tornm tuoruni curnmus: adolescentulae dilexerunt te nimis.

Ant. 2 Ij. (') Benedicta filia.

in den zoeten geur uwer reukzalven: de maagden hebben u bovenmate lief.

Ant. 2 L. (') Gezegend zijt gij, o Dochter.


LOFZANG DER DRIK JONGELINGEN.

2 A. Benedieite, omnia opera Domini, Domino, * laudate et superexaltate eum in saecula.

Benedicite Angeli Domini Domino; * benedicite coeli, Domino.

Benedicite, aquae omnes quae super coelos sunt, Domino: * benedicite omnes virtntes Domini Domino.

Benedicite, sol et luna, Domino: * benedicite stellae coeli. Domino.

Benedicite omnis imber et ros Domino: * benedicite omnes spiritus Dei Domino.

Benedicite ignis et aestus Domino: ^ benedicite frigus et aestus Domino.

Benedicite rores et pruina Domino' * benedicite gelu et frigus Domino.

Benedicite glacies et nives

2 A. Looft den Heer, gij alle werken des Heeren: looft en verheft Hem lioo-gelijk tot in eeuwigheid.

Looft den Heer, gij Engelen des Heeren; gij hemelen, looft den Heer.

Looft den Heer aile wateren, die boven de Hemelen zijt; alle krachten des Heeren looft den Heer.

Looft den Heer, gij zon en maan; gij sterren des Hemels looft den Heer.

Looft den Heer alle regen en dauw; alle stormwinden Gods, looft den Heer.

Looft den Heer, gij vuur en hitte: gij koude en warmte looft den Heer.

Looft den Heer, gij dauw en ryp: gij vorst en koude looft den Heer.

Looft den Heer, gij ijs en


vatam agnovimus tuam laudabi-lem Virginitatem: Dei Gonitrix intercede pro nobis.

(1) Advent. Dabit ei Doniinns. Kersttijd. Germinavit radix.

hetwelk Moses zag: daarin hebben wij het ongedeerd blijven uwer roemrijke maagdelijkheid erkend: O Moeder Gods, bid voor ons.

(1) Advent. Dlt;' Heer zal Hern den troon.

Kersttijd. De wortol van Jesse.

I


ocr page 165

145

Domino: * benedicite noctes et dies Domino.

Benedicat lux et tenebrae Domino: * benedicite ful-i;ura et nabes Domino.

Benedicat terra Domi-num; * laudet et superex-altet cum in saecula.

Benedicite montes et col-les. Domino: * benedicite universa germinantia in terra Domino.

Benedicite fontes Domino; * benedicite maria et flumina Domino.

Benedicite cete et omnia quae moventur in aquis, Domino; * benedicite, om-nes volucres coeli Domino.

Benedicite omnes bestiae et pecora. Domino; * benedicite, filii hominum, Domino.

Benedicat Israël Domi-num; * laudet et superex-altet eum in saecula.

Benedicite sacerdotes Domini Domino: * benedicite servi Domini Domino.

Benedicite spiritus et animae justorum Domino; * benedicite sancti et hu-railes corde Domino.

Benedicite Anania, Aza-ria, Misaël Domino :* lau-date et superexaltate eum in saecula.

Benedicamus Patrem et sneeuw; gij nachtenen dagen looft den Heer.

Looft den lieer, gij licht en duisternis: gij bliksem en wolken looft den Heer.

De aarde love den Heer; zij love en verheffe Hem hoogelijk in alle eenwen.

Looft den Heer, gij bergen en heuvelen; alle gewassen der aarde looft den Heer.

Looft den Heer, gij waterbronnen ; gij zeeën en stroomen looft den Heer.

Looft den lieer, gij zeegedrochten, en al wat zich in de wateren beweegt; alle vogelen des hemels looft den Heer.

Looft den Heer alle wilde dieren en gij kudden; kinderen der menschcn loof; den Heer.

Israel love den Heer; het love en verheit'e Hem hoogelijk tot in eeuwigheid.

Looft den Heer, gij priesters des Heeren; gij dienaren des Heeren looft don Heer.

Looft den Heer, gij geesten en zielen der rechtvaardigen ; heiligen en nederigen van harte, looft den Heer.

Looft den Heer, Ananias, Azarias en Misaël; looft en verheft Hem hoogelijk tot in eeuwigheid.

Zegenen wij den Vader 9


ocr page 166

146

Filium cum Sancto Spiritu: * laudemus et superexalte-mus eum in saecula.

Benedictus es, Dominc, in firmamento coeli: * et laudabilis, et gloriosus, et superexaltatus in saecula.

Zonder: Gloria Patri etc.

Ant. (^ Benedicta filia tu-a Domino; quia per te fruc-tum vitae communicavimus.

Ant. 1 L (1) Pulchra es.

en den zoon met den Heiligen Geest; loven en verheffen wg Hem hoogelijk tot in eeuwigheid.

Gezegend zijt Gij,o Heer,

in het uitspansel des hemels; en allen lof en heer- . lijkheid waardig en hoog ^ verheven zijt Gii in eeuwig- , heid.

Zonder: Eere zij den Vader enz.

Ant. i2) Gezegend zijt gij, o Dochter, door den Heer!

omdat wij door u deelachtig zyn geworden aan de vrucht des levens.

Ant. 1 L. (2) Gij zijt schoon.


Psalm 148.

1. A. Looft den Heer, gij die in de hemelen zijt; looft Hem in den hooge.

Looft Hem, al zijne Engelen ; looft Hem, al zijne heerkrachten.

Looft Hem. zon en maan;


C1) Advent. Diibit ei Dominus sfdem David, patris ejus, et reg-nabit in aeternum.

Kersttijd. Gcrminavit radix Jesse, orta est stella ex Jacob; Virgo peperit Salvatorein; te laudamus, Deus noster.

(2) Advent. Ecce ancilla Do-mini.

Kersttijd. Ecce, Maria.

0) Adieut. De Heer /.al Hem den troon van zijnen vc.der David geven, en Hij zal heerschen in eeuwigheid.

Kersttijd. De wortel van Jesse beeft een spruit geschoten; de ster is opgegaan uit Jacob; de Maagd heeft den Verlosser gebaard. Onze God, wij loven ü.

(-) Advent. Zie hier dp dienstmaagd des Heeren.

Kersttijd. Zie, Maria.

1


1

Laudate eum sol et luna; *

2

A. Laudate Dominum de coelis: * laudate eum in excclsis.

Laudate eum omnes An-geli ejus: ^ laudate eum omnes virtutes ejus.

ocr page 167

147

laudate eum omnes stellae et lumen.

Laudate eum coeli coe-lorum; * et aquae omnes, quae super coelos sunt, laudent nomen Domini.

Quia ipse dixit et facta sunt; * ipse mandavit et creata sunt.

Statuit ea in aeternuiu, et in saeculum saeculi; * praeceptum posuit, et non praetcribit.

Laudate Dominum de terra : * dracones et omnes abyssi.

Ignis, grando, nix, gla-cies, spiritus procellarum, * quae faciunt verbum ejus;

Montes et omnes colles, * ligna fructifera, et omnes cedri.

Bestiae et universa póco-ra, * serpentes, et volueres pennatae:

Eeges terrae, et omnes populi; * principes et omnes judices terrae.

Juvenes et virgines, sene; cum junioribus, laudent no-men Domini: * quia exalta-tum est nomen ejus solius.

Confessio ejus super coe-lum et terram; * et esal-tavit cornu populi sui.

looft Hem alle sterren en licht.

Looft Hem, gij hemelen der hemelen; en dat alle wateren, die boven de he-meien zgn, den naam des Heeren loven.

Want Hij sprak, en zij waren gemaakt; Hij beval en zij waren geschapen.

Hij heeft ze voor eeuwig en voor altijd bevestigd; Hij heeft hun een bevel gegeven, dat niet zal overtreden worden.

Looft den Heer, van de aards, gij draken en alle afgronden.

Vuur, hagel, sneeuw, gij stormwinden, die zijn bevel volbrengt.

Gij bergen en alle heuvelen, vruehtboomen en alle cederboomen.

Wild gedierte en alle vee, kruipende dieren en gevleugelde vogelen.

Gij koningen der aarde en alle volken, gij vorsten en alle rechters der aarde.

Jongelingen en maagden, ouden en jongen mogen den naam des Heeren loven; want zijn naam alleen is hoog verheven.

Zijn lof is over den hemel en de aarde, en Hij heeft den hoorn zijns volks verhoogd.


ocr page 168

148

Hymnus omnibus sanctis ejus: * filiis Israël, populo appropinquanti sibi.

Zonder: Gloria Patri etc.

Psalm

Cantate Domino canticum novum: * laus ejus in ecclesia sanctorum.

Laetetur Israël in eo qui fecit eum; * et filii Sion exultent in Rege suo.

Laudent nomen ejus in choro: in tympano et psal-tério psallant ei.

Quia beneplacitum est Domino in populo suo, * et exaltibit mansuetos in salutem.

Exultabunt sancti in gloria; :is lactabuntur in cubi-libus suis.

Exaltationes Dei in gut-ture eorum, * et gladii ancipites in manibus eorum :

Ad faciendam vindictam in natiombus, * increpati-ones in populis.

Ad alligandos reges eorum in compedibus, * et nobiles eorum in manicis ferreis.

Zijnen lof mogen zingen alle zijne Heiligen, de kinderen Israels, het volk dat Hem nabij is.

Zonder: Eere zij den enz.

149.

Zingt den Heer een nieuw lied, zijn lof zij in de vergadering der heiligen.

Dat Israël zich verheuge in Dengeno die hem gemaakt heeft, en dat de kinderen Sions zich verheugen over hunnen Koning.

Dat zij zijnen naam in koorzangen verheffen, dat zij Hem psalmzingen op de trommel en de harpe.

Want de Heer heeft welgevallen aan zijn volk, en Hij zal de zachtmoedigen verheffen tot heil.

De heiligen zullen opspringen van vreugde bij de eer die hun gewordt; zij zullen juichen op hunne legers.

De verheffingen Gods zullen in hunnen mond zijn; en tweesnijdende zwaarden, in hunne handen.

Om wrake te doen over de heidenen, en bestraffingen over de volken.

Om hunne koningen in boeien te slaan, en hunne edelen in ijzeren banden.


ocr page 169

149

Ut faciant in eis judici- Om het beschreven recht

um conscriptum; * gloria over hen te doen: dit is

haec est omnibus sanctis de heerlijkheid van alle zijne

ejus. heiligen.

Zonder■. Gloria Patri etc. Zonder. Eere zij den enz.

Psalm 150.

Laudate Dominum in sanctis ejus: * laudate eum in firmamento virtutis ejus.

Laudate eum in virtuti-bus ejus : * laudate eum secundum multitndinem mag-nitudinis ejus.

Laudate eum in sono tu-bae; * laudate eum in psalterio et cithara.

Laudate eum in tympano et choro; * laudate eum in chordis et organo.

Laudate eum in cymbalis benesonantibus; laudate eum in cymbalis jubilationis: * omnis spiritus laudet Dominum.

Gloria Patri etc.

Ant. (') Pulcbra es et decora, filia Jerusalem; terri-bilis uit tastrorum acies ordinaia.

(1) Advent'. Ecce ancilla Do-mini, fiat ujilii secundum ver-bum tuura.

Kersttijd: Ecce Maria genuit nobis Salvatorem, quem Joanues videns exclamavit dicens: Ecce Agnus Dei, ecce qui tollit pec-cata mundi. Alleluia.

Looft den Heer in zijn heiligdom, looft Hem in het uitspansel zijner kracht.

Looft Hem in zijne mogendheden, looft Hem naaide menigvuldigheid zijner grootheid.

Looft Hem met den klank der bazuin, looft Hem met de harp en met de luit.

Looft Hem met trommel en koor; looft Hem met snarenspel en orgel.

Looft Hem met helklinkende cimbalen, looft Hem met cimbalen van vreugdegeluid : alle geest love den Heer!

Eere zij den Vader enz.

Ant. (') Gij zijt schoon en liefelijk, o Dochter van Jerusalen: schrikverwekkend zijt gij als een leger in slagorde.

(1) Advent: Zie hier de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord.

Kersttijd: Zie, Maria heeft ons den Verlosser gebaard; Joannes zag Hem en riep: Ziet het Lam Gods, ziet, die wegneemt de zonden der wereld. Alleluia.


ocr page 170

150

CAPITULUM. Cant. 6 P. ('} Viderunt earn filiae Sion, et beatissimam praedicave-rnnt; et reginae laudaverunt earn. A, Deo gratias.

P. O gloriosa Virginum, Subiimis inter sidora, Qui te creavit parvulum, Lactente nutris ubere.

Quod Heva tristis abstulit, Tu reddis almo germine: Intrent ut astra flebiles, Coeli recludis cardines.

Tu Regis alti janua, Et aula lucis fulgida: Vitam datam per Virginem, Gentes redemptae plaudite.

Jesu, tibi sit gloria. Qui natus es de Virgine, Cum Patre et almo Spiritu, In sempiterna saecula. Amen.

capitüi.dm. Hoogl. 6, P. (') De dochters van Sion hebben haar gezien en welgelukzalig geroemd; en koninginnen hebben haar geprezen. A. Gode zij dank.

P. O hoogste roem der Maagdenrei, — Verheven boven 'tstarrenlicht! — Het god'lijk Kindje dat u schiep,

— Laaft gij aan milde moederborst.

Wat Eva bij haar val ontnam, — Hergeeft gij in uw eed'Ien spruit; — Opdat de balling opwaarts ga, ■— Heropent gij des Hemels poort.

Gij zijt des Hoogen Ko-nings deur, — Het voorportaal van 't Godlijk Licht!

— Geredde Volken! prijst de Maagd, — Door wie het Leven u verscheen!

U Jesus zij steeds lof en eer, -— Die uit de Maagd geboren zijt, — Dea Vader ook en Heil'gen Greest, — Tot in der eeuwen eeuwigheid. Amen.


{') Admit: Capita lum. (!) Advent: Capitulum*

Jsuias, 11. Egredietur Virga de Isaias, 11. Er zal eene rija voort-

radice Jesse, et rtoa de radice spruiten uit deu wortel Fan Jesse

ejus ascendet. Et requieacet en eene bloem opschieten uit

super eum Spiritus Domini. A. zijnen wortel. En op Hem zal

Deo gratias. de Geest des Heeren rusten. A.

Gode zij dank.

ocr page 171

151

Vs. LL. Benedicta tu in mulieribus;

A. Et benedictus fructus ventris tui.

Ant. 1 L. (') Beata Dei genitrix.

Vs. LL. Gezegend ziit gij onder de vrouwen;

A. En gezegend is de vrucht uws liehaams.

Ant. 1 - L. {') O gelukzalige Moeder Gods.


LOFZANG VAN ZACHARIAS. Lucas I.

P. Benedictus Dominus Deus Israël; * quia visitavit se fecit redemptionem plebis tuae:

Et erexit cornu salutis nobis, * in domo David pueri sui.

Sicut locutus est per os sanctorum, * qui a saeculo sunt, Prophetarum ejus.

Salutem ex inimicis nos-tris, * et de manu omnium qui oderunt nos.

Ad faciendam misericor-diam cum patribus nostris, * et memorari testaraenti sui sancti.

Jusjurandum, quod jura vit ad Abraham, patrem nostrum, * daturum se nobis:

Ut sine timore, de manu inimicorum nostrorum libe-rati; * serviamus illi;

In sanctitate et justitia coram ipso, * omnibus die-bus nostris.

(1) Advent: Spiritus Sanctus. Kersttijd: Mirabile mysterinm. faaschtijd: Kegiiui Cueli.

P. Gezegend zij de Heer de God van Israel, want Hij heeft zijn volk bezocht en verlossing teweeg gebracht.

En een hoorn der redding voor ons opgericht in het huis van David zijnen dienstknecht.

Gelijk Hij gesproken heeft door den mond zijner heilige Profeten, die van ouds af geweest zijn.

Redding van onze vijanden, en uit de hand van allen, die ons haten.

Opdat Hij barmhartigheid dede aan onze vaderen, en gedachtig ware aan zijn heilig verbond.

Aan den eed, dien Hij gezworen heeft, aan Abraham onzen vader, dat Hij ons zonde geven:

Dat wij bevrijd uit de hand onzer vijanden. Hem zonder vreeze dienen.

In heiligheid en gerechtigheid voor Hem, alle onze dagen.

(!) Ad cent: Do Heilige Geest. Kersttijd: Een wondervol geheim. Faaschtijd: Koningiu des Hemels.


ocr page 172

152

I

Et tu, piier, Propheta Al-tissimi vocaberis: *praeibis enim ante faciem Domini parare vias ejus:

Ad dandam scientiam sa-lutis plebi ejus, * in remis-sionem peccatorum eorum;

Per viscera miserieordiae Dei nostri, * in quibus visi-tavit nos oriens ex alto:

Illuminare his qui in tene-bris et in umbra mortis se-dent; ^ ad dirigendos pedes nostros in viam pacis.

Gloria Patri, etc.

Ant. f1) BeataDeigenitrix Maria, Virgo perpetua, tem-plum Domini, sacrarium Spiritus sancti: sola sine exem-plo placuisti Domino nostro

(') Advent: Spiritus Sanctus in te dcscendet Maria: ne timeas; habebis in utero Filium Dei, alleluia.

Kersttijd: Mirabile mysterium declaratur hodie: innovantur naturae. Deus homo factus est; id quod fuit permansit, et quod non erat assumpsit, non com-mixtionsm passus neque divi-sionem. •

Paaschtijd: Regina coeli lae-tare, alleluia:quiaquera meruisti portare, alleluia; resurrexitsicut dixit, alleluia: ora pro nobis Deum; alleluia.

En gij, o kind! zult een profeet des Aller h oogsten genoemd worden; want gij zult voor het aangezicht des Heeren voorafgaan, om zijne wegen te bereiden;

Om aan zijn volk kennis te geven van het heil ter vergeving hunner zonden,

Door de innigste barmhartigheid van onzen God, met welke ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte,

Om hen te verlichten, die in duisternis en in schaduwe des doods gezeten zijn. ten einde onze voeten te richten op den weg des vredes. Eere zij den Vader enz. -lt;4 O gelukzalige Moeder Gods Maria, altijd Maagd, tempel des Heeren, heiligdom des H. Geestes: gij alleen hebt zonder voor-

(') Advent: De Heilige Geest' zal over u nederdalen, o Maria! vrees niet, gij zult den Zoon Gods ontvangen, alleluia.

Kersttijd: Een wondervol geheim wordt ons heden geopenbaard : Naturen worden vernieuwd; God is mensch. geworden; wat Hij te voren was dat bleef Hij, en wat 'Hij niet was dat heeft Hij aangenomeri, zonder vermenging te ondergaan of verdeeling.

Paaschtijd: Koningin des He mels verheug u, alleluis,; want dien gij gedragen hebt, alleluia: is verrezen gelyk Hij gezegd heeft, alleluia! Bid God voor ons; Alleluia.


ocr page 173

153

Jesu Christo; ora pro populo, interveni pro clero; intercede pro devoto fe-raineo sexu.

P. Kyrie eleïson. A. Christe eleïson. P. Kyrie eleïson.

P. Domine exaudi ora-tionem meam; A. Et clamor meus ad te veniat.

P. (') Oremus. Deus, qui de beatae Mariae \ ir-ginis utero, Verbum tuum, Angelo nuntiante, carnem susciperc voluisti: praesta supplicibus tuis, ut qui ve.re cam Genitricem Dei credi-mus, ejus apud te interces-sionibus adjuvemur. Per eumdem Christum Dominum nostrum. A. Amen.

(l) Kersttijd; Oremus. Deus qui sahitis iieternae, beatae Mariae Virginitate foccunda, humano generi praenria prae-stitisti, tribue quaesumus; ut ip-sam pro[nobis intercedere sentia-mus, per quara meruimus ancto-rern vitae suscipere Dominum nostrum Jesum Christum Filium tuum. A. Amen.

beeld behaagd aan onzen Heer Jesus Christus; bid voor hol Christenvolk, smeek voor de geestelijkheid en wees de voorspreekster van het godvruchtig vrouwelijk geslacht.

P. Heer, ontferm U onzer. A. Christus, ontferm TJ onzer. P.Heer, ontferm Uonzer.

P. Heer, verhoor mijn gebed. A. En mijn geroep kome to U.

P.('jLaat ons bidden. O God, die gewild hebt, dat uw eeuwig Woord bij de boodschap des Engels uit den schoot der gelukzalige Maagd Maria het vleesch zoude aannemen; verleen, dat wij, die nederig tot U smeeken en waarlijk geloo-ven dat zij de moeder Gods is, door hare voorspraak bij U worden bijgestaan. Door denzelfden Christus onzen Heer. A. Amen.

O) Kersttijd: Laat ons bidden. O God, die door den vruchtbaren maagdom der gelukzalige Maria aan het menschelijk geslacht de belooningen des eeuwigen levens hebt geschonken; wij bidden U, verleen ons, dat wij hare voorbede mogen ontwaren, door wie wij verdiend hebben te ontvangen den oorsprong des levens, onzen Heer, Jesus Christus, uwen Zoon. A. Amen.


ocr page 174

154

Ani. Sancti Dei oinnes, intercedcre dignemini pro nostra omniumque salnte.

Vs. LL (2) Laetamini in Domino, et exultate, justi. A. Et gloriamini, omnes recti corde.

P. (3) Oremus. Protege, Domine populum tuum:quot; et Apostolorum tuorum Petri et Pauli, et aliorum Apostolorum patrocinio con-fidentem perpetua defen-sione conserva. — Omnes Sancti tui, quaesumus, Do-mine, nos ubique adjuvent; ut dum eorum merita reco-limus, patiocinia sentiamus; et pacem tuam nostris concede temporibus, et ab Ecclesia tua cunctam repelle nequitiamr iter, actus, et voluntates nostras, et om-

(}) Advent: Ant. Ecce Dominus veniet, et omnes Sancti ejus cum eo; et erit in die illa lux magna, alleluia.

(^) Advent: Vs. Ecce appa-rebit Dominus super nubem candidam. A. Et cum eo Sanctorum millia.

(3) Advent: Oremus. Con-scientias nostras quaesumus. Domine, visitando purifica; ut veniens Jesus Christus, Films tuus, Dominus noster, cum omnibus Sanctis, paratam sibi in nobis inveniat mansionem. Qui tecum vivit et regnat in unitate Spiritus Sancti Dens, per omnia saecula saeculorum. A. Amen.

Ant. A. Alle Heiligen Gods, gewaardigt u voor ons en aller heil te smeeken.

Vs. LL. (2) Verblijdt u in den Heer en juicht, gij rechtvaardigen. A. En roemt in Hem, alle oprechten van harte. ^

P. (3) Laat ons bidden. Bescherm, o Heer, en omring met eeuwige verdediging uw volk, dat ver-trouwvol steunt op de hoede van de Heilige Petrus en Paulus en der overige Apostelen. — Wij bidden U, o Heer, laat alle uwe Heiligen ons overal bijstaan, opdat wij hunne verdiensten gedenkende tevens hunne bescherming mogen ondervinden ; schenk uwen vrede aan onze tijden en weer alle onheil van uwe Kerk: richt

(') Advent: Ant. Zio de Heer zal komen, en alle zijne Heiligen met Hem, en ten dien dage zal er een j^root licht zijn, alleluia.

(-) Advent: Fs. Zie, de Heer zal verschijnen op eene heldere wolk. A. En duizenden Heiligen met Hem.

(3) Advent: Laat ons bidden. Wij bidden U, o Heer, bezoek ons, en reinig onze gewetens ; opdat Jesus Christus, uw Zoon, onze Heer, bij zijne komst met alle Heiligen, in ons eene welbereide woonplaats vinde. Die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God, in alle eeuwen der eeuwen.

A. Amen.


ocr page 175

155

nium famuloruiH tuonnu in salutis tuae prosperitate dispone: benefactoribus nos-tris sempiterna bona retri-bue: et omnibus fidelibus defunctis requiem aeternam concede. Per Dominum nostrum Jesnm Christum, Fi-lium tuam, qui tecum vivit et regnat in imitate Spiritus Sancti Deus, per omnia saecula saeculorum.

A. Amen

P. Domine exaudi ora-tionem meam. A. Et elamor mens ad te veniat.

P Benedicamus Domino.

A. Deo gratias.

P. Fidelium animae per misericordiam Dei requies-cant in pace.

A. Amen.

onze wegen, handelingen, en voornemens en die van alle uwe dienaren voorspoedig-lijk ter zaligheid; beloon onze weldoeners met de eeuwige goederen en verleen aan alle overledene geloo-vigen de eeuwige rust. Door or.zen Heer Jesus Christus uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des Heiligen Geestes, God, in alle eeuwen der eenwen.

A. Amen.

P. Heer, verhoor myn gebed. A. En mijn geroep kome tot U.

P. Zegenen wij den Heer.

A. Gode zij dank.

£*. Dat de zielen der Ge-loovigen door Gods barmhartigheid rusten in vrede. A. Amen.


Eindigt men hier de Getijden dan zegt men:

P. Pater noster, 't vervolg P, Onze Vader, het verin stilte. volg in stilte.

P. Dominus det nobis P. De Heer schenke ons

suam pacem; zijnen vrede;

A. Et vitaru aeternam. A. En het eeuwig leven.

Amen. Amen.

Men besluit met het bidden van eene Antiphoon der II. Maagd volgens den tijd desjaars. Dus in den Advent: Alma Redemptoris etc. p. 65; in den Kersttijd: Alma Redemptoris etc. met het vers Post partnm etc. p. 66 ; na den Kersttijd: Ave Regina Coelorum etc. p. 67 ; in den Paaschtijd: Regina coeli laetare etc. p. 68; door het jaar: Salve Regina p. 68. Daarna zegt men:

ocr page 176

P. Divinnm auxilium ma- P. De Goddelijke hulp neat semper nobiseum. blijve altijd met ons.

A. Amen. A. Amen.

Gaat men echter voort en bidt men er de volgende Kleine Uren bij, dan zegt men: Pater noster etc. en men leest dan de Antiphoon na het laatste. XJur. Op gelijke wijze eindigt of zet men de Kleine Uren voort.

TER PKIMEN.

P. Ave, Maria etc.

P. Deus in adjutorium meutn intende.

A. Domine ad adjuvan-dum mé festina.

P. Gloria Patri etc.

A. Sicuterat etc.Alleluia, of\ Laus tibi Domine, Rex aeternae gloriae.

P. Wees gegroet, Maria, enz.

P. O God, kom mii te hulp.

A. Heer! haast U om mij te helpen.

P. Eere zij den Vader, enz.

A. Gelijk het was, enz. Alleluia, of -. Lof zij U, o Heer, Koning der eeuwige glorie.


lofzang

P. Mementu rerum Condi tor,

Nostri quod olim corporis, Sacrato ab alvo Virginis, Nascendo, formam aump-seris.

Maria, maler gratiae, Dulcis parens clementiae, Tu nos ab hoste protege. Et mortis hora suscipe.

■Tesu tibi sit gloria, Qui natus es de Virgine,

P. Gedenk o Schepper van 't Heelal,— Hoe Ge uit den schoot van eene Maagd — Aan ons gelijk in knechts-gestalt, — Weleer, als mensch geboren zijt.

Maria, Moeder van ^ena,— Gij bron van zoete hemelgunst, — Bescherm ons tegen 's vijands macht — En neem ons op in 't uur des doods.

U Jesus zij steeds lof en eer, — Die uit de Maagd


ocr page 177

157

Cum Patre, et almo Spiritu, In sempiterna saecula. Amen.

Ant. 1 L. (') Assumpta est.

geboren zijt, — Den Vader ook en Heil'gen Geest, — Door aller eeuwen eeuwigheid. Amen.

Ant. 1 L. (') Maria is.


Psalm 53.

1 A. Deus, in nomine tuo salvum me fac; 1 et in virtute tua judiea me.

Deus, exaudi orationem meam; * auribus pereipe verba oris mei.

Quoniam alieniinsurrexe-runt adversum me, et fortes quaesierunt animam meam;

* et non proposuerunt Deum ante conspeetum suum.

Ecce enim Deus adjuvat me; * et Doniinus suseep-tor est animae meae. Averte mala inimicis meis,

* et in veritate tua disperde illos.

Voluntarie sacrificabo tibi,

* et confitebor nomini tuo, Domine; quoniam bonumest.

Quoniam ex omni tribu-latione eripuisti me: * et auper ipimicos meos despexit oeulus mens.

Gloria Patri etc.

1 A. O God verlos mij door uwen naam; en doe mij recht door uwe macht.

O God, verhoor mijn gebed; luister met uwe ooren naar de woorden mijns monds.

Want vreemden zijn tegen mij opgestaan en geweldigen hebben mijne ziel gezocht; en zij hebben God niet voor hunne oogen gesteld.

Doch zie, God helpt mij; en de Heer is de redder mijner ziel.

Keer het kwaad tegen mijne vijanden ; en richt hen ten verderve door uwe waarheid.

Met vrijwilligheid zal ik U offeren, en ik zal uwen naam loven, o Heer; want hij is goed.

Want Gij hebt mij uit alle benauwdheid gered; en mijn oog heeft neergezien op mijne vijanden.

Eere zij den Vader enz.


0) Advent: De Engel Gabriël. Kersttijd: O Wondervolle. •


1

Advtut: Miasus eat. Kersttijd: 0 Admirabile.

ocr page 178

158 Psalm 84.

Benedixisti Domine ter-ram tuam : * avertisti cap-tivitatem Jacob.

Remisisti iniquitatem, ple-bis tuae; * operuisti omnia peccata eorum.

Mitigasti omnem iram tn-am; * avertisti ab ira indig-nationis tuae.

Converte nos, Deus, öa-lutaris noster; * et averte iram tuam a nobis.

Numquid in aeternum irascêris nobis? * aut ex-tendes iram tuam a genera-tione in generationem ?

Deus, tu eonversus vivi-ficabis nos; * et plebs tua laetabitur in te.

Ostende nobis. Domine, misericordiam tuam; * et salutare tuum da nobis.

Audiam quid loquatur in me Dominus Deus; * quo-niam loquetur paeem in plebem suam.

Et super sanctos sues, * et in eos qui convertuntur ad cor.

Verumtamen propetimen-tes eum salutare ipsius * ut inhabitet gloria in terra nostra.

Misericordia et Veritas

Gij hebt uw land gezegend o Heer; en de gevangenschap afgewend van Jacob.

De ongerechtigheid uws volks hebt Gij weggenomen ; alle hunne zonden hebt gij bedekt.

Gij hebt uwe gramschap verzacht; Gij hebt U afgewend van den toorn uwer verbolgenheid.

Bekeer ons volkomen tot U.o God onzes heils; en wend uwen toorn af van ons.

Zult gij eeuwig tegen ons toornen ? of zult Gij uwen toorn uitstrekken van geslacht tot geslacht?

O God keer U tot ons, en gij zult ons levend maken ; en uw volk zal zich verblijden in U.

Toon ons uwe barmhartigheid, o Heer; en geef ons uw heil.

Ik zal hooren wat God de Heer tot mij zal spreken ; want Hij zal van vrede spreken voor zijn volk.

En voor zijne heiligen, en voor allen die weder-keeren tot hun hart.

Voorwaar! zijn heil is dengenen nabij, die Hem vreezen; opdat zijne heerlijkheid wone op onze aarde.

De barmhartigheid en 'de


ocr page 179

159

obviaverunt sibi; * justitia et pax osculatae sunt.

Veritas de terra orta est; * et justitia de coelo prospexit.

Etenira Dominus dabit benignitatem, * et terra nostra dabit fructum suum.

Justitia ante eura ambu-labit; * et ponet in via gres-sus suos.

Gloria Patri etc.

Psalm

Laudate Dominum, om-nes gentes ; * laudate enm, omnes populi.

Quoniam confirraata est super nos misericordia ejus; * et Veritas Domini manet in aeternum.

Gloria Patri etc.

Ant. (') Assumpta est

(!) Advent: Missus est Gabriül Angelus ad Mariam Virginem desponsatam Joseph.

Kersttijd: O admirabile com-mercium! Creator geueris Imma-ui, animatum corpus sumeus, de Virgine nasci dignatus est: et procedens homo sine semiue, largitus est nobis suaiu Deïtatem.

waarheid hebben elkander ontmoet; gerechtigheid en vrede hebben elkander den kus gegeven.

De waarheid is uit de aarde gesproten; en de gerechtigheid heeft neergezien van uit den hemel.

Ja, de Heer zal goedgunstigheid verleenen; en onze aarde zal hare vrucht voortbrengen.

De gerechtigheid zal wandelen voor zijn aanschijn; en Hij zal zijne schreden zetten op den weg.

Eere zij den Vader enz.

116.

Looft dsn Heer alle natiën, prijst hem alle volken.

Want zijne barmhartigheid is bevestigd over ons, en de waarheid des Hee-ren blijft in eeuwigheid.

Eere zij den Vader enz.

Ant. (') Maria is opgeno-

(!) Advent: De Engel Gabriël werd gezonden tot de maagd Maria, die ondertrouwd was aan Joseph.

Kersttijd: O wondervolle, gebeurtenis! De Schepper van het menschelijk geslacht heeft zich gewaardigd een bezield lichaam lan te nemen en geboren te worden uit eene Maagd; en alamp; mensch zonder tusschenkomst des mans, te voorschijn tredende, heeft Hij aan ons zijne Godheid geschonken.


ocr page 180

160

Maria in coelum, gaudont Angeli, laudantes benedi-curt Dominum.

Capitulum. Cant. 6. P. (') Quae est ista, quae progreditur quasi aurora consurgens, pulchra ut luna fll I electa ut sol, terribilis ut eastrorum acies ordinata? A- Deo gratias.

Vs. LL. Dignare me lau-dare te Virgo saerata: A. Da mihi virtutem contra hos-tes tnos.

P. Kyrie eleïson. A. Christe eleïson.

P. Kyrie eleïson. P. Domine, exaudi ora-tionem meam.

A. Et clamor raeus ad te veniat.

P. (2) Oremus. Deus,

{') Advent: Ca pi tul um Isai 7. Ecce virgo concipiet et pariet Filium, et voeabitur nomen ejus Emmanuel, butyrum et mel co-medet, ut sciat reprobare malum, et eligere bonum. A. Deo gratia-s.

(2) Advent: Oremus. Deus, -qui de beatae Mariae Virginis utero, Verbum tuum, Angelo uuntiante carnem snscipere vo-luisti; praesta supplicibus tuis, ut qui vere earn Genitricem Dei credimus, ejus apud te interces-sionibus adjuvemur. Per eum-dem Christum Dominum nostrum. A. Amen.

men ten hemel: de Engelen zijn verheugd; en lofprijzende zegenen zij den Heer.

Capitülum. lioorjl. 6. P. (') Wie is zij die te voorschijn treedt als de rijzende dageraad, schoon als de maan, schitterend als de zon en schrikverwekkend als een leger in slagorde ? A. Gode zij dank.

Vs. LL. Vergun mij genadiglijk dat ik u prijze o Heilige Maagd ! A. Geef mij kracht tegen uwe vijanden.

P. Heer, ontferm U onzer. A.Christus ontferm U onzer.

P. Il*eer ontferm ü onzer.

P. Heer, verhoor mijn gebed.

A. En mijn geroep kome tot U.

P. (2) Laat ons bid-

(') Advent: Capitulum: Zie de Maagd zal ontvangen en zij /al een zoon baren; en zijn naam zal Emmanuël genoemd worden: boter en honig zal bij' eten tot dat hij wete te verwerpen het kwade en te verkiezen het goede. A. Gode zij dank.

(2) Advent; Laat on? bidden. O God die gewild hebt, dat uw eeuwig Woord, bij de boodschap des Engels, uit den schoot der gelukzalige Maagd Maria het vleesch zoude aannemen; verleen dat wij, die nederig tot U smeeken en waarlijk gelooven, dat zij de Moeder Gods is, door hare voorspraak bij U worden bijgestaan. Door denzelfden Christus, onzen Heer. A. Amen.


ocr page 181

161

qui virginalem aulam bea-tae Mariae, in qua habi-tares, eligere dignatus es: da, quaesumus; ut sua nos defensione munitos, jucun-dos ' facias suae interesse commemorationi. Qui vivis et regnas cum Deo Patre, in imitate Spiritus Sancti Deus, per omnia saecula sae-culorum. A. Amen.

P. Domine exaudi ora-tionem meam.

A. Et clamor meus ad te veniat.

P. Benedicamus Domino. A. Deo gratias.

P. Fidelium animae ])er misericordiam Dei, requies-cant in Pace. A. Amen.

P. Pater noster etc.

P. Dominus det nobis su-am pacem.

A. Et vitam aeternam. Amen.

Kersttijd: Oremus. Deus qui salutis aeternae, beatae Mariae virginitate foecunda, humano generi praemia praestitisti, tri-bue quaesumus; ut ipsam pro nobis intercedere sentiamus per quam meruimus Auctorem vitae suscipere Dominum nostrum Jesum Christum, Fiiium tuum. Amen.

den. O God die U gewaar-digd hebt den maagdelijken schoot der gelukzalige Maria tot uwe woon te kiezen: wij bidden ü, geef, dat wij, be-veiligd door hare bescherming, met blijdschap hare gedachtenis mogen vieren Die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, God, in alle eeuwen der eeuwen. A. Amen.

P. Heer verhoor mijn gebed.

A. En mijn geroep kome tot U.

P. Zegenen wij den Heer. A. Gode zij dank.

P. Dat de zielen der ge-loovigen door Gods barmhartigheid rusten in vrede. A. Amen.

P. Onze Vader enz.

P. De Heer sehenke ons zijnen vrede.

A. En het eeuwig leven. Amen.

Kersttijd; Laat ons bidden. O God die door den vruchtbaren maagdom der gelukzalige Maria aan het menschelijk geslacht de belooningen des eeuwigen levens hebt geschonken; wij bidden U, verleen ons, dat wij hare voorbede mogen ontwaren, door wie wij verdiend hebben te ontvangen, den oorsprong des levens, onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon. Amen.


ocr page 182

162

De volgende Kleine Uren worden alle, met uitzondering der Completen, op dezelfde wijze gesloten. Zie verder daaromtrent de bemerkingen achter de gebeden der Lauden, p. lóö.

TER TERTIEN.

P. Ave Maria, etc. — Deus in adjutorium etc.

Lofzang. Memento, re-rum Conditor enz. als blz. 156.

Ant. 2L. (') Maria Virgo.

P. Wees gegroet enz. — P. O God kom mij enz.

Lofzang ; Gedenk, o Schepper van 't heelal enz. als blz. 156.

Ant. 2L. (') De Maagd Maria.


Psalm 119.

2. A. Ad Dominumcum tribnlarer clamavi: * et ex-audivit me.

Domine, libera animam meam a labiis iniquis * et a lingua dolosa.

Quid detur tibi aut quid apponatur tibi ad linguam dolosara ?

Sagittae potentis acutac,* cum catbonibus desolatoriis.

Heu mihi! quia incolatus meus prolongatus est: habi-tavi cum habitantibus Cedar; * multum incola fuit anima

Cum his qui oderunt pa-cem, eram paeifleus; * cum loquebar illis, impugnabant me gratis.

Gloria Patri etc.

(!) Advent: Ave Maria. Kersttijd: Quaudo natus es.

2. A. Toen ik in verdrukking was, heb ik tot den Heer geroepen, en Hij heeft mij verhoord.

Heer,verlos mijne ziel van de booze lippen, en van de bedriegelijke tong.

Wat zal u gegeven, of wat zal u worden toegevoegd \ an vvege de valsche tong?

Scherpe pijlen eens machtigen, met verwoestende kolen.

Wee mij, daar mijne ballingschap verlengd is: ik heb onder de inwoners van Cedar mijn verblijf gehouden, sedert lang was mijne ziel in ballingschap.

Ik was vreedzaam met degenen, die den vrede haatten, als ik hen aansprak, bestreden zij mij zonder reden.

Eere zij den Vac er enz.

(') Advent: Wees gegroet, Maria. Kersttijd: Toen Gij.


ocr page 183

163

psalm

Levavi oculos meos in monies, * unde veniet auxi-lium mihi.

Auxilium meum a Domino, * qui fecit coelum et terram.

Non det in commotionem pedem tuum; * neqne dor-mitet qui custodit te.

Ecce non dormitabit, neqne dormiet, * qui custodit Israël.

Dominus custodit te Do-minus protectio tuo, * super manum dextcram tuam.

Per diem sol non uret te,

* neque luna per noctem.

Dominus custodit te ab omni malo: * custodial ani-mam tuam Dominus.

Dominus custodial introi-tum tuum et exitum luum,

* ex hoc nunc, et usque in saeculum.

Gloria Patri etc.

Psalm

Laetatus sum in his quae dicta sunt mihi; * in domum Domini ibimus.

Slantes erant pedes nostri,

* in atriis tuis, Jerusalem.

Jerusalem, quae aedifica-tur ut civitas, * cujus parli-cipaiio ejus in idipsum.

120.

Ik hief mijne oogen op naar de bergen; van waar mij hulp komen zal.

Mijne hulp komt van den Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.

Hij zal uwen voet niet laten wankelen, en Hij die u bewaakt zal niet sluimeren.

Zie, Hij die Israël bewaakt, zal niet sluimeren, noch slapen.

De Heer bewaakt u, de Heer is uw beschermer; Hij is aan uwe rechterhand.

De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts.

De Heer bewaart u van alle kwaad; de Heer beware uwe ziel.

De Heer beware uwen ingang en uwen uilgang, van stonden aan; nu en tot in eeuwigheid.

Eere zij den Vader enz.

121.

Ik heb mij verblijd omdat tol mij gezegd is; Wij zullen ingaan tol hel huis des Heeren.

Onze voeten stonden stil in uwe voorhoven, o Jerusalem.

Jerusalem dat gebouwd is als eene stad, wier deelen wel zijn saamgevoegd.


ocr page 184

164.

Illuc enim ascendcrunt tribus, tribus Domini; 1 testimonium Israël ad confuen-dum nomini Domini.

Quia illic sederunt sedes in judieio, * sedes super do-mum David.

Rogate quae ad pacem sunt Jerusalem;* et abun-dantia diligentibus te.

Fiat pax in virtute tua, *et abundantia in turribus tuis.

Propter fratres meos, et proximos meos * loquebar paeem de te:

Propter domum Domini Dei nostri, * quaesiri bona tibi.

Gloria Patri etc.

Aitt. (') Maria Virgo as-sumpta est ad aethéreum tbalamum, in quo Rex Re-gum stellato sedet solio.

Capitulum. Eccli. 24.

Daarhenen gaan de stammen opwaart, de stammen des Heeren; volgens de wet van Israël, om den naam des Heeren te loven.

Want daar zijn de stoelen des gerichts gezet, de stoelen uit het huis van David.

Bidt om al wat Jerusalem ten vrede verstrekt: overvloed valle hun ten deel die U beminnen, o Jerusa lem.

Vrede zij in uwe sterkten en overvloed in uwe burchten.

Om mijner broederen en mijner vrienden wil, sprak ik vrede over u.

Om het huis van den Heer onzen God heb ik al wat goed is voor u gezoulu.

Eere zij den Vader enz.

Ant. C') De maagd Maria is opgenomen ter bruidzale des hemels, alwaar do Koning der koningen zetelt op den sterrentroon.

Oapitdlum. Eccli. 24.

O) Advent: Wees gegroet, Maria vol van genade, do Heer is met u, gezegend zijt gij onder de vrouwen. Alleluia.

Kersttijd: Toen Gij op onuitsprekelijke wijze uit de Maagd geboren werdt, toen werd de Schrift vervuld: Gelijk de regen op de vacht, zoo zijt Gi nedergedaald op aarde tot verlossing des menschdoms. Onze God, wij loven U.


1

Advent: Ave Maria, gratia plena Dominus tecum, benedicta tu in mulieribus. Alleluia.

Kersttijd: Quando natus es ineffabiliter ex Virgine, tune impletae sunt Scripturae; sicut pluvia in vellus descendisti, ut salvuin faceres genus huraanum; te laudanius, Deus noster.

ocr page 185

165

P. (^) Et sic in Sion firmata sum, et in civitate sanctifi-cata similiter requievi, et in Jerusalem potestas mea.

A. Deo gratias.

Vs. LL. Diffusa est gratia in labiis tuis.

A. Propterea benedixit te Deus in aeternum.

P. Kyrie eleïson.

A. Christe eleïson.

P. Kyrie eleïson.

P. Domine exaudi ora-tionem meain;

A. Et clamor mens ad te veniat.

P. (2) Ore m u s. Deus qui salutis aeternae beatae Ma-riae Virginitate foecunda humano generi praemia praestitisti: tribue quae.su-mus, ut ipsam pro nobis in-tercedere sentiamus, per quam meruimus auctorem vitae suscipere Dominum nostrum Jesum Christum, Filium tuum. Amen.

(') Ado. Capita lum. Isaias 11. Egredietur virga de radice Jesse, et flos de radice ejus asc?n-det. Et requiescet super eum Spiritus Domini.

A. Deo gratias.

(-) Advent: O r ern u 3. Deus qui de beatae. p. 161'.

P, (l) En aldus ben ik in Sion gevestigd; en ik heb mijne rust gevonden in de heilige stad en mijne macht was binnen Jerusalem.

A. Gode zij dank.

Vs. LL Genade is uitgestort op uwe lippen.

A. Daarom heeft God u gezegend in eeuwigheid.

P. Heer, ontferm U onzer.

A. Christus, ontferm U onzer.

P. Heer, ontferm U onzer.

P. Heer, verhoor mijn gebed ;

A. En mijn geroep kome tot U

P.(2)Laat ons bidden. O God die door den vruchtbaren maagdom der gelukzalige Maria, aan het men-schelijk geslacht de belooningen des eeuwigen levens hebt geschonken; wij bidden U, verleen ons, dat wij hare voorbede mogen ontwaren, door wie wij verdiend hebben te ontvangen den oorsprong des levens, onzen Heer, Jesus Christus, uwen Zoon. Amen.

(!) Adv, C a p i tuin m. Isaias 11. Er zal eeue rijs voortspruiten uil den wortel van Jesse, en eene bloem opschieten uit zijnen wortel. En op Hem zal de Geest des Heeren rusten.

A. Gode zij dank.

(2) Adv.; L a a t o n s bidden O God, die gewild hebt, blz. 160»


ocr page 186

16(5

P. Domine exaudi, etc. P. Heer, verhoor myn Zie p. 161. gebed, enz. Zie biz. 161.

TER SEXTEN.

P. Ave Maria etc. -in adjutorium. etc.

Deus P. Wees gegroet enz.— O God kom mij te hulp, enz.

Lofzang : Gedenk, o Schepper, blz. 156.

L.OWij snellen una.

Lofzang: Memento re-rum Conditor. als p. 156. Ant. l.L. (') In odorem.


Psalm 122.

1. A. Ad te levavi oculos meos, * qui habitas in coelis.

Ecce sicut oculi servorum * in manibus dominorum. suorum;

Sicut oculi ancillae in manibus dominae suae; * ita oculi nostris ad Dominum Deum nostrum, donee mise-reatur nostri.

Miserere nostri, Domine, miserere nostri: *quia mul-tum repleti sumus despec-tione.

Quia multum repleta est anima nostra: * opprobrium abundantibus, et despectio superbis

Gloria Patri, etc.

(') Advent: Ne timeas. Kersttijd: Bubum quem viderat.

1. A. Ik heb mijne oogen opgeheven tot U, die in de hemelen woont.

Zie, gelijk do oogen der dienstknechten zijn op de hand hunner heeren :

Gelijk de oogen der dienstmaagd op de hand harer vrouwe, alzoo zijn onze oogen op den Heer onzen God, tot dat Hij zich onzer ontferme.

Ontferm U onzer o Heer, ontferm U onzer: want bovenmate zijn we met verachting overladen.

Want overladen is onze ziel: den weelderige:! zijn wc ten spot geworden, en tot verachting voor defcoovaar-digen.

Eere zij den Vader, enz.

{') Advent: Vrees niet. Kersttijd: In hel braanboscii.


ocr page 187

167

Psalin

Nisi quia Dominus erat in nobis, dicat nunc Israel;*nisi quia Dominus erat in nobis.

Cum exurgerent homines in nos, * forte vivos deglu-tissent nos.

Cum irasceretur furor eo-rum in nos, * forsitan aqua absorbnisset nos.

Torrentem pertransivit anima nostra: * forsitan per-transisset anima nostra aquam intolerabilem.

Benedictus Dominus,* qui non (ledit nos in captionem dentibus eorum.

Anima nostra sicut passer erepta est *de laqueo venan-tium ;

Xaqueus contritus est,*et nos liberati sumus.

Adjutorium nostrum in nomine Domini, * qui fecit coelum et terram.

Gloria Patri, etc.

Psalm

Qui confidunt in Domino, sicut mons Sion: * non com-movebitur in aeternum, qui habitat iu Jerusalem.

Montes in circuitu ejus; * et Dominus in circuitu po-puli sui, ex hoc nunc et usque in saeculum.

123.

Tenzij de Heer bij ons geweest ware, zegge nu Israël; tenzij de Heer bij ons geweest ware:

Dan zouden de menscben, toen zij tegen ons opstonden, ons wellicht levend verslonden hebben.

Toen hun toorn tegen ons ontstak, zouden ons wellicht de wateren hebben verzwolgen.

Een stroom is onze ziel doorgegaan: wellicht ware onze ziel een ondoonvaad-baar water ingetreden.

Gezegend is de Heer. die ons niet aan hunne tanden ten roof heeft gegeven.

Onze ziel is als een vogel ontrukt aan den strik der jagers;

De strik is verbroken en wij zijn ontkomen.

Onze hulp is in den naam des Heeren, die hemel en aarde heeft gemaakt.

Eere zij den Vader, enz. 124.

Die op den Heer vertrouwen, die zijn als de berg Sion: Hij zal niet wankelen in eeuwigheid, die woont in Jerusalem.

liondom Jerusalem zijn bergen; alzoo is de Heer rondom zijn volk, van nu af tot in eeuwigheid.


ocr page 188

168

Quia non relinquet Domi-nus virgam peccatorum super sortem justorum; ut non extendant justi ad ini-quitatem manus suas.

Benefac Domine, bonis,* et rectis corde.

Declinantes autem in obli-gationes, adducet Dominus cum operantibus iniquiia-tem : 5:': pax super Israël.

Gloria Patri etc.

Ant. (1) In odorem un-guentorum tuorum curri-mus. adolescentulae dilexe-runt te nimis.

Capitulum. Eccli 24. P. (-) Et radicavi in populo honorificato, et in parte Dei mei haereditas illius.

Want de Heer zal de roede der goddeloozen niet laten rusten op het lot der rechtvaardigen, opdat de rechtvaardigen hunne handen niet uitstrekken tot ongerechtigheid.

Doe wel o Heer, den goeden, en den oprechten van harte.

Die zich neigen tot slink-sche wegen, die zal de Heer wegvoeren met de werkers der ongerechtigheid: vredo over Israël.

Kere zij den Vader, enz.

Ant. Wij snellen u na in den zoeten geur uwer reuk zalven: de maagden hebben u bovenmate lief.

Capitulum. Eccli 24. P. (2) En ik heb mijn wortelen geschoten onder een verheerlijkt volk, het deel

(') Advent: Vrees niet, Maria gij hebt genade gevonden bij den Heer; zie, gij zult ontvangen en een Zoon baren. Alleluia.

Kersttijd: In het braambosch, door het vuur niet geschonden, hetwelk Mozes zag, daarin hebben wij hei ongedeerd blijven uwer roemrijke maagdelijkheid erkend. O Moeder Gods, bid voor ons.

(quot;-) Ad cent: C a p i t u 1 u m. Ltic. I. De Heer God zal Kem den troon van zijnen vader David geven; en Hij zal over het hyis van Jacob heerschen in eeuwigheid en zijn rijk gt; al geen einde hebben.

A. Gode zij dank.


1

Dabit illi Dominus Deus sedem David, patris ejus, et regnabit in duniu Jacob in aeternum, et regni ejus non erit finis.

2

A. Deo gratias.

ocr page 189

169

et in plenitudine Sanctorum detentio mea.

A. Deo gratias.

Vs. LL. Benedicta tu in mulieribus.

A. Et benedictus fructus ventris tui.

P. Kyrie eleïson.

A. Christe eleïson.

i*. Kyrie eleïson.

P. Domine exaudi oiati-onem meam.

A. Et clamor raeus ad te veniat.

P. (') Oremus. Concede misericors Deus, fragili-tati nostrae praesidium, ut qui sanctae Dei genitrieis memoriam agimus, interces-sionis, ejus auxilio, a nostris iniquitatibus resurgamus. Per eumdem Dominum nostrum Jesum Christum, Filium tuum, qui tecum vivit et regnat in unitate Spiritus Saneti, Deus, per omnia saccula saeculorum.

A. Amen.

P. Domine exaudi, etc. als p. 161.

t1) Advent: Oremus. Deus qui de beatae p. 160.

Kersttijd: Oremus. Deus, qui aalutis aeternae. p. 101.

en de erfenis mijns Gods, en mijn verblijf is in de volle vergadering der heiligen.

A. Gode zij dank.

Vs. LL. Gezegend zijt gij onder de vrouwen.

A. En gezegend is de vrucht uws lichaams.

P. Heer ontferm U onzer.

A. Christus, ontferm U onzer.

P. Heer ontferm U onzer.

P. Heer, verhoor mijn gebed.

A. En mijn geroep kome tot U.

P. (') Laa t ons bidden. Barmhartige God, verleen onzer zwakheid uwen bijstand, opdat wij, die god-vruchtiglijk de H. Moeder Gods gedenken, door de hulp harer voorspraak uit onze ongerechtigheden mogen opstaan. Door denzelfden Jesus C. onzen Heer. uwen Zoon die met U leeft en heerscht in de eenheid des Heiligen Geestes, God, in alle eeuwen der eeuwen. A.Amen.

P. Heer, verhoor mijn gebed, enz. als blz. 101.

(l) L a a t ons bid

den. O God, die gewild hebt. blz. 101.

Kersttijd:Laat ons bidden. O God, die door den vruchtbaren maagdom, blz. 101.


10

ocr page 190

11.

170

P. Ave Maria, etc. — Deus in adjutorium, etc.

Lofzang: Memento re-lum Conditor, als p. 156.

Ant. 2 L. (') Pulchra es.

2 A. In convertendo Do-minus captivitatem Sion, * facti sumus sicut consolati.

Tunc repletum est gau-dio os nostrum, * et lingua nostra exultatione.

Tunc dicent inter gentes: ^Magnificavit Dominus face-re cum eis.

Magnificavit Dominus fa-cere nobiscum; * facti sumus laetantes.

Converte, Domine, captivitatem nostram, * sicut torrens in Austro.

Qui seminant in lacrymis, * in exultatione metent.

Euntes ibant etüebant, * mittentes semina sua.

Venientes autem venient

0) Adient: Ecce ancilla. Kersttijd : Ecce Maria.

P. Wees gegroet, enz. — O God kom mij te hulp. Lofzang: Gedenk o Schepper van 't heelal, enz. als blz. 156.

Ant. 2 L. (') Gij zijt schoon.

Psalm 125.

pot sor

1

des noi que pot

(

Dc in

2 A Toen de Heer de gevangenen Sions weder-bracht, toen waren wij getroost.

Toen is onze mond vervuld van blijdschap, en onze tong van gejuich.

Nu zal men zeggen onder de Heidenen: De Heer heeft groote dingen aan hen gedaan.

De Heer heeft groote dingen aan ons gedaan; wij zijn er over in blijdschap.

Laat onze gevangenen wederkeeren, o Heer; als waterstroomen voor den Zuiderwind.

Die met tranen zaaien, die zullen met gejuich maaien.

Heengaande gingen zij voort en weenden, hun zaad uitwerpende.

Wederkomende echter zul-

(') Advent.: Ziehier de dienstmaagd.

Kersttijd: Ant. Zie, Maria.

cum i mani

G1

TER NONEN.

N: rit d rave: N civit qui V luce post man

C

som Dor

tus


a

ocr page 191

471

cum exultatione, * portantes manipulos suos.

Gloria, Patri etc.

len zij komen mei gejuich, dragende hunne schoven. Eere zij den Vader enz.


Psalm 126.

Nisi Dominus aedificave-rit domum, * in vanum labo-raverunt qui aedificant eam.

Nisi Dominus custodierit civitatem, * frustra vigilat qui custodit eam.

Vanum est vobis ante lueem surgere; * surgite postquam sederitis, qui manducatis panem doloris.

Ciim dederit dilectis suis somnum ; * ecce hereditas Domini, filii: merees, fruc-tus ventris.

Sicut sagittae in manu potentis; * ita filii exeus-sorum.

Beatus vir qui implevit desiderium suum ex ipsis; * non confundetur ciim lo-quetur inimicis suis in porta.

Gloria Patri etc.

Indien de Heer het huis niet bouwt, dan werken de bouwlieden te vergeefs.

Indien de .Heer de stad niet bewaakt, dan waakt haar wachter te vergeefs.

IJdel is het dat gij opstaat voor het licht; staat op nadat gij gerust hebt, gij die het brood der smarten eet.

Wanneer Hij rust zal hebben gegeven aan zijne welbeminden, dan zullen u kinderen geworden ten erfdeel des Ileeren, en de vrucht des schools ter uwer belooning.

Gelijk de pijlen zijn in de hand eens helds, zoodanig znllen de kinderen zijn der beproefden.

Welgelukzalig de man die zijn verlangen in hen vervuld ziet, hij zal niet beschaamd worden, als hij met zijne vijanden spreken zal in de poort.

Eere zij den Vader enz.


Psalm 127.

Beati omnes qui timent Dominum, * qui ambulant in viis ejus.

Welgelukzalig allen, die den Heer vreezen, die wandelen in zijne wegen.


ocr page 192

172

Labores manaum tuarum ([uia manducabis: * beatus es, et bene tibi erit.

Uxor tua sicat vitis abun-dans, * in lateribus donuts tuae.

Filii tui «nut novellae olivarum, * in circuitu mensae tuae.

Ecce sic bencdicetur homo * qui timet Dominum.

Benedicat tibi Dominus ex Sion; * et videas bona Jerusalem omnibus diebus vitae tuae.

Et videas filios filiorum tuorum, * pacem super Israël.

Gloria Patri etc.

Ant. (') Pulchra es et decora, Mia Jerusalem: ter-ribilis ut castrorum acies ordinata.

(1) Capitulum. jBccft'24.

Want gij zult eten den arbeid uwer handen; welgelukzalig zijt gij, en het zal u wel gaan.

Uwe echtgenoote zal wezen als eene vruchtbare wijnstok aan de zijde van uw huis;

Uwe kinderen als jeugdige olijfplanten rondom uwe tafel.

Zie, alzoo zal de man gezegend worden, die den Heer vreest.

De Heer zegene u uit Sion, en het goede van Jerusalem moogt gij aanschouwen alle de dagen uws levens.

En gij moogt zien de kinderen uwer kinderen! Vrede over Israël.

Eere zij den Vader enz.

Ant. (') Gij zijt schoon en liefelijk,.o Dochter van Jerusalem; schrikverwekkend zijt gij, als een leger in slagorde.

(-) Capitulum. Eccli 24.


1

(■-) Capitul u m. isfl- (-) Advent: Capitulum. Isa-

ias 7. Ecce Virgo concipiet ias 7. Zie de Maagd zal ont-

ocr page 193

173

P. In plateis sicut cinna-momum et balsamum ora-matizans odorem dedi: quasi myrrha electa dedi suavita-tem odoris. A. Deo gratias.

Vs. LL. {l) Post partum, Virgo, inviolata permansisti.

A. Dei genitrix, intercede pro nobis.

P. Kyrie elA'son.

A. Christe ele'ison.

P. Kyrie eleïson.

P. Domine exaudioratio-nem meara.

A. Et clamor meus ad te veniat.

P. (2) Oremus. Famu-lorum tuorum, quaesumus Domine, delictis ignosce: ut quiftibi placere de ac-tibus nostris non valemus, Genitricis Filii tui Domini nostri intercessione salve-

et pariet filium, et vocabitur nomen ejus Emmanuel; bu-tyrum et mei comedet, ut sciat reprobare malum et eligere bonum. A. Deo gratias.

(!) Advent: Vs. LL. Angelus Domini nuntiavit Mariae. A. Et concepit de Spiritu Sancto.

(2) Advent: Oremus. Deus qui de beatae, p. 160.

Kersttijd: Oremus. Deus qui salutis, p. 161.

P. In de vlakten heb ik geur verspreid als kaneel-schors en welriekende balsem : ik heb liefelijken geur gegeven als uitgelezene mirre. A. Gode zij dank.

Vs. LL. t1) Na uw baren o Maagd, zijt gij ongeschonden gebleven.

A. O Moeder Gods, bid voor ons.

P. Heer, ontferm U onzer.

A. Christus, ontferm U onzer.

P. Heer, ontferm ü onzer.

P. Heer, verhoor mijn gebed.

A. En mijn geroep kome tot U.

P. (2) Laat ons bidden. Vergeef, o Heer, de zonden uwer dienaren: opdat wij, die U door onze werken niet kunnen behagen, de eeuwige zaligheid mogen verwerven, door de

vangen en zij zal een Zoon baren; en zijn nuam zal Emmanuel genoemd worden. Boter en honig zal hij eten, totdat hij wete te verwerpen het kwade, en te verkiez'en het goede. A. Gode zij dank.

(!) Advent: Vs. LL. De Engel des Hoeren heeft aan Maria geboodschapt. A. En zij heeft ontvangen van den H. Geest.

(!) Advent: Laat o n s b i d-d e n. O God, die gewild hebt. biz. 1G0

Kersttijd. Laat ons bidden. O God, die door den vruchtbaren maagdom, enz., blz. 101.


10*

ocr page 194

vrnir. Qui tecum vivit et regnat in imitate Spiritus Sancti Dcus, per omnia sae-cula saeculorum. A. Amen.

P. Domine exaudi, etc. als pag. 161.

voorbede der Moeder van uwen zoon, onzen Heer. Die met U leeft en heerscht in de eenheid des Heiligen Geestea, God, in alle eeuwen der eeuwen. A. Amen.

P. Heer, verhoor mijn gebed, enz., als blz. 161.


TER VESPER.

P. Ave Maria, etc.

P. Deus in adjutorinm meum intende.

A. Domine ad adjuvan-dum me festina.

p. Gloria Patri et Filio et Spiritui Sancto.

A. Sicut erat in principio et nunc et semper et in saecula saeculorum. Amen. Alleluia, of'. Laus tibi, Domine, Eex acternae glo-riae.

Ant, 1 L. (') Dum esset Hex.

P. Wees gegroet, Maria, enz.

P. O God kom mij te hulp.

A. Heer, haast U om mij te helpen.

P. Eere zij den Vader en den Zoon en den H. Geest.

A. Gelijk het was in den beginne en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen. Alleluia, of; Lof zij u o Heer, Koning der eeuwige glorie.

Ant. 1 L. (') Terwijl de Koning.


Psalm 109.

1 A. Dixit Dominus Domino meo; * Sede a dextris meis :

Donec ponam inimicos tuos, * scabellum pedum tuorum.

Virgam virtutis tuae emittet Dominus ex Sion;

1 A. De Heer heeft tot mijnen Heer gesproken; Zit aan mijne rechterhand.

Totdat ik uwe vijanden zal gezet hebben tot 3ene voetbank uwer voeten.

De Heer zal den scepter uwer sterkte zenden uit Si-


('j Advent: Hissua est Gabriël. (!) Advent; De Engel Gabriel. Kersttijd: O admirabile. Kersttijd: O wondervolle.

ocr page 195

175

* dominare in medio inimi-corum tuorum.

Tecum principium in die virtutis tuae in splendori-bus sanctorum: * ex utero ante luciferum genui te.

Juravit Dominus, et non poenitebit eum: * tu es sacerdos in aeternum secundum ordinem Melchi-Sedech.

Dominus a dextris tuis, * confregit in die irae suae reges.

Judicabit in nationibus implebit ruinas : * conquas-sabit capita in terra mul-torum.

De torrente in via bibet: * propterek exaltabit caput.

Gloria Patri, etc. Ant. (*) Dum esset Rex in

(!) Advent: Missus est Gabriël Angelus ad Mariam Virginem despousatam Joseph.

Kersttijd; O admirabile com-mercium! Creator generis quot;hu-mani animatum corpus sumens de Yirgine nasci dignatus est, et procedens homo sine semine largitus est nobis suam Dei-tatem.

on: heersch in het midden uwer vijanden.

Vorstendom is met U ten dage uwer kracht te midden van den luister des heilig-doms; uit mijnen schoot heb ik U voor de morgenster voortgebracht.

De Heer heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen: Gij zljt priester in eeuwigheid naar de orde van Melchisedech.

De Heer is aan uwe rechterhand; Hij heeft koningen verslagen ten dage zijns toorns.

Hij zal recht doen onder de heidenen, Hij zal alles met bouwvallen vervullen: Hij zal de trotsche hoofden verbrijzelen in het land van vele volken.

Hij zal op den weg uit de beek drinken; daarom zal Hij het hoofd omhoog heften.

Eere zij den Vader, enz.

Ant. ('). Terwijl de ko-

(!) Advent: De Engel Gabriël werd gezonden tot de Maagd Maria, die ondertrouwd was aan Joseph.quot;

Kersttijd: O wondervolle gebeurtenis ! De Schepper van het menschelijk geslacht heeft zich gewaardigd een bezield lichaam aan te nemen en geboren te worden uit eene maagd; en als mensch zonder tusschenkomst des mans te voorschijn tredende, heeft Hij aan ons zijue Godheid geschonken.


ocr page 196

176

accabitii sno, nardus mea dedit odorem snavitatis. Ant. 2 L. (') Laeva eju«.

ning aanzat aan tafel, gaf mijn nardns zijnen genr.

Ant. 2 Ij. (') Zijne linkerhand.


Psalm 112.

2 A. Laudate pueri, Do-minura: laudate nomen Do-mini.

Sit nomen Domini bene-dietum, * ex hoc nunc, et usque in saeculum.

A solis ortu usque ad occasum, * laudabile nomen Domini.

Excelsus super omnes gen les Dominus, * et super coelos gloria ejus.

Quis sicut Dominus Deus noster, qui in altis habitat, * et humilia respieit in eoelo et in terra?

Suscitans a terra ino-perr, * et de stercore erigens pauperem.

Ut colloeeteumcum prin-cipibus,. * cum principibus populi sui.

Qui habitare facit sterilem in domo, * matrem fiiiorum laetantem.

Gloria Patri, etc.

2 A. Looft gij dienaren Gods den Heer: looft den naam des Heeren.

De naam des Heeren zij geprezen van nu af tot in eeuwigheid.

Van den opgang der zon tot haren ondergang, zij de naam des Heeren geloofd.

De Heer is hoog boven alle volken en boven de hemelen is zijne heerlijkheid.

Wie is gelijk de Heer onze God, die woont in den hooge, en genadig neêrziet op het lage in den hemel en op de aarde?

Die den geringe opricht uit het stof, en den nooddruftige verheft uit het slijk.

Om hem ie doen zitten bij de prinsen, bij de prinsen zijns volks.

Die de onvruchtbare; doet wonen met een huisgezin, eene blijde moeder var vele kinderen.

Eere zij den Vader, enz.


(1) Advent-. Ave Miria. (I)Weesgegroet,Maria

Kersttijd: Quando natus es Kersttijd: Toen Gij.

ocr page 197

177

Ant. (') Laeva ejus sub capite meo : et dextera illius amplexabitur me.

Ant. 1. L. (-) Nigra sum.

Psalm

1. A. Lactatus sum in his quae dicta sunt mihi, * in domum Domini ibiinus, etc. pag. 163.

Ant. (3) Nigra sum sed formosa, filiae Jerusalem; ideo dilexit me Eex, et in-troduxit me in cubiculum suum.

(!) Advent: Ave Maria, gratia plena, Douiinus tecum : benedicta tu in mulieribus. Alleluia.

Kersttijd: Quando natus es ineffabiliter ex Virgine, tune irapletae sunt Scripturae: sicut pluvia in vellus descendisti, ut salvum faceres genus humanum; te laudamus, Deus noster.

(-) Advent: Ne timeas. Kersttijd: Rubum, quem, (3) Advent: Ne timeas Maria, invenisti gratiam apud Domi-num; ecce coucipies et paries tilium. Alleluia.

Kersttijd: Ilubum qtxem viderat Moyses incombustum, conserva-tam agnovimus tuam laudabilem virginitatem; Dei genitrix, intercede pro nobis.

Ant. (') Zijne linkerhand zal onder mijn hoofd zijn en zijne rechterhand zal mij omhelzen.

Ant. 1 L. ('-) Ik ben zwart.

121.

1. A. Ik heb mij verblijd, omdat tot mij gezegd is: VVij zullen ingaan tot het huis des Hoeren, enz. blz. 163.

Ant. {'3) Ik ben zwart doch liefelijk, o dochters van Jerusalem ! Daarom heeft de Koning mij bemind, en mij geleid in zijne binnenkamer.

(!) Advent: Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met u; gezegend zijt gij onder de vrouwen. Alleluia.

Kersttijd: Toen gij op onuitsprekelijke wijxe uit de Maagd geboren werdt, toen werd de Schrift vervuld: Gelijk de regen op de vacht, zoo zijt Gij neergedaald op aarde tot verlossing des menschdoms. Onze God, wij loven U.

(2) Advent: Vrees niet.

Kersttijd: In het braambosch.

(:{) Advent: Vrees niet, Maria, gij hebt genade gevonden bij den lieer; zie, gij zult ontvangen en een Zoon baren. Alleluia.

Kersttijd: In het braambosch door het vuur niet geschonden, hetwelk Mozes zag: daarin hebben wij het ongedeerd blijven uwer roemrijke maagdelijkheid erkend. O Moeder Gods, bid voor ons.


ocr page 198

178

Ant. 2. L. {}) Jam hiëms Ant. 2. L. (}) De winter transiit. is voorbij.

Psalm 126.

2. A. Nisi Dominus aedi-ficaverit domum,:I:in vamim laboraverunt qui aedificant cam. etc., pag. 171.

-4n^(2)Jam hicms transiit, imber abiit et recessit; surge, arnica mea ct veni.

Ant. 1. L. (3) Speciosa facta es.

Psalm

1. A. Lauda Jerusalem, Dorninum; ïi: lauda Deum tuum Sion.

Quoniam confortavitseras portarum tuarum; * bene-dixit tiliis tuis in te.

Qui posuit fines tuos pa-

(•) Advent: Dabit ei Dominus.

Kersttijd: Germinavit radix. (-) Advent: Dabit ei Dominus sedom David, patris ejus, etreg-nabit in aeternum.

Kersttijd: Germinavit radix Jesse, orta est stella ex Jacob; Virgo peporit Sal valorem; te

laudamus, Deus noster.

v ^

(3) Advent: Ecce ancilla. Kersttijd: Ecce Maria.

2, A. Indien de Heer her huis r iet bouwt, dan werken de bouwlieden te vergeefs, enz., blz 171.

Avt. (2) De winter is voorbij : de stortregen is over en voor goed geweken; sta op mijne vrieudinne, en kom.

Ant. 1. L. (3) Verrukkelijk toont gij u.

147.

1. A. O Jerusalem, roem den Heer: o Sion, loof uwen God.

Want Hij heeft de grendels uwer poorten sterk gemaakt: Hij heeft uwe kinderen gezegend binnen u.

Hij heeft uwe landpalen

0) Advént: De Heer zal Hem den troon.

Kersttijd: De wortel van Jesse.

(2) Advent: De Heer zal Hem den troon van zijnen vader David geven, en Hij zal heerscben in eeuwigheid.

Kersttijd: De wortel van Jesse heeft eene spruit geschoten, de Ster is opgegaan uit Jacob; de Maagd beeft den Verlosser gebaard: Onze God, wij loven U.

(3) Advent: Ziehier de dienstmaagd.

Kersttijd: Zie Maria.


ocr page 199

179

cem: * et adipe frumenti satiat te.

Qui emittet eloquium suum terrae: * velociter cur-rit sermo ejus.

Qui dat nivem sicut la-nam : * nebulam sicut cine-rem spargit.

Mil tit crystallum suam sicut bucccllas; * ante faciem frijzoris ejus quis sustinebit?

Emittet verbum suum, et liquefaciet ea;:i: flabit spiritus ejus, et fluent aquae.

Qui annuntiat verbum suum Jacob; * justitias et judicia sua Israël.

Non fecit taliter omni nationi; * et judicia sua non manifestavit eis.

Gloria Patri, etc.

Ant. Speciosa facta es et suavis in deliciis tuis, sancta Dei Genitrix.

Capitulum..£cc^24 P.

in vrede gesteld, en Hii verzadigt Ü met het vette der tarwe.

Hij zendt zijn bevel op aarde: zijn woord loopt snel.

Hij geeft sneeuw als wol; Hij strooit den nevel als asch.

Hij werpt zijn ijs bij brokken neer; wie zal bestaan voor zijne koude?

Hij zal zijn woord uitzenden en ze doen smelten; Hij zal zijn wind doen waaien, en de wateren zullen heen-vloeien.

Hij maakt zijn woord bekend aan Jacob; zijne gerechtigheden en oordeelen aan Israël.

Alzoo heeft Hij aan geen volk gedaan; en aan niemand zijne rechten getoond.

£ere zij den Vader, enz.

^nf.C) V errukkelijk toont gij u en liefelijk in de geneugten die gij biedt, o Heilige Moeder Gods.

Capitclum. Eccl. 21P.(1)

(!) Advent: Zie hier de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw woord.

Kersttijd: Zie, Maria heeft ons den Verlosser gebaard, Joannes zag Hem en riep: Ziet het Lam Gods; ziet, die wegneemt de zouden der wereld. Alleluia,

(2) Advent: Ü a p i t u 1 u in. Isaias 11. Er zal eene rijs voortspruiten uit den wortel van Jesse


1

^2) Advent: C a p i t u 1 u m. Isaias 11. Egredietur virga de radice Jesse, et flos de radice

2

Kersttijd: Ecce Maria genuit nobis Salvatorem, quem Joannes videns exclamavit, dicens : Ecce Agnus Üei, ecce qui tollit pec-cata ufundi. Alleluia.

ocr page 200

180

Ab initio et ante saecula creata sum, ct usque ad futurum saeculum non desinam, et in habitatione sancta co-ram ipso ministravi.

A. Deo gratias.

I'. Ave, maris Stella, Dei Mater alma,

Atque semper Virgo,

Felix coeli porta.

Sumcns illud Ave Gabriëlis ore,

i'unci a nos in pace, Mutans Hevae nomen.

Solve vincla reis,

Profer lumen caecis,

Mala nostra pelle.

Bona cuncta posce.

Monstra te esse Matrem; Sumat per te preces. Qui pro nobis natus,

ïulit esse tuus.

Virgo singularis^

Inter omnes miiis, Nos culpis solutos,

Mitas fae et eastos.

Van den beginne en vooralle eeuwen, ben ik geschapen, en ik zal niet ophouden te bestaan tot in de toekomstige eeuwe; en in heilige woonstede heb ik voor Hem dienst gedaan.

A. Gode zij dank.

P Wees gegroet, o ster der zee, — Eed'le Moeder van mijn God. •— Altijd maagd en lelierein, — Ons een zaal'ge hemeldeur.

Neem den groet genadig aan, — U door Gabriül gebracht; — Vestig ons in hemelvree — En verander Eva's naam.

Maak der zonde kluisters los, — Geef den blinden het gezicht, — O, wend onze rampen af — En verwerf ons alle goed.

Toon dat ge onze Moeder zijt; — Maak dat Hij ons smeeken hoort . — Die voor ons geboren werd — En uw Zoon heeft willen zijn.

Wondervolle Moedermaagd,— Boven allen liefdevol, — O slaak onzer schulden boei, — Maak zachtmoedig ons en rein.


pjus ascendet; et requiescetsuper eu eeue bloem opschieten uit eum .Spiritus Domini. A. Deo zijnen wortel. En op Hem zal gratias. de Geest des Heereu rusten.

A. Gode zij dank.

ocr page 201

181

Vitam praesta puram, Iter para tutnm, Ut videntes Jesam,

Semper collaetemur.

Sit laus Deo Patri, Summo Christo decus, Spiritui Sancto,

Tribus honor unus. Amen.

Vs. L.L. Difiüsa est gratia in labiis tuis.

A. Fropterea benedixit te Deus in aeternum.

Ant. 1 L. Beata Mater.

Geef een reinen levensloop, — Leid ons veilig hemelwaarts, — Maak dat wf.j in Jèsus' glans — Ons verblijden immermeer.

ü zij lof, o Vader, God, — Eer zij Christus op zijn troon. — Eer zij ook den Heil'gen Geest, — Allen Drie zij eene lof. Amen.

Vs. L. L. Genade is uitgestort op uwe lippen;

A. Daarom heeft God u gezegend in eeuwigheid.

Ant. 1 L. (') Gelukzalige Moeder.


LOFZANG DER H. MAAGD.

P. Magnificat * anima raea Dominum;

Et exultavit spiritus meus * in Deo salutari meo.

Quia respexit humilitatera aneillae suae: * ecce enim ex hoe beatam me dieent omnes generationes.

Quia fecit mihi magna qui potens est, * et sanctum nomen ejus.

Ei misericord ia ejus a progenie in progenies, *. timentibus eum.

(1) Advf.ni. Spiritus sanctus. Kersttijd Magnum hereditatis Pnaschtijd. Regina coeli.

P. M ijne ziel maakt groot den Heer.

En verheugd heeft zich mijn geest in God, mijnen zaligrraker I

Omdat hij nederzag op de geringheid zijner dienstmaagd : want zie van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen.

Dewijl groote dingen aan mij gedaan heeft Hij die machtig is : en heilig is zijn naam.

En zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht, over degenen die Hem vreezen.

(1) Advent. De Heilige Geest.

Kersttijd. O groot geheim.

Pauschiijd. Kouingui des hemels.

n


ocr page 202

182

E'ecit potentiariiin bracliio sno; * dispersit superbos mente cordis sui.

Deposuit potentes de sede

* et exaltavit humiles.

Ksurientes implevit bonis:

* et divites dimisit inanes.

Suscepit Israël puerum suum, * recordatns rniseri-cordiae suae.

Sicut locutns est ad patres nostros, * Abraham et se-mini ejus in saecula.

Gloria Patri etc. Ant. (') Reata Mater et intacta Virgo, gloriosa Re-gina mundi, intercede pro nobis ad Dorainum.

(I) Advent. Spiritus Sanctus iu te descendet, Maria; ne timeas, liabebis iu utero Filium Dei. Alleluia.

Kersttijd. Magnum haereditatis mysterium: templuni I)oi factus os' uterus nescieutis virum; nou est pollutus ex ea carnem assu-mens; omnes gentes venient, dicentes: Gloria tibi, Domiue.

/Viuschtijd. Regiua coeli, lae-tare, alleluia: quia quern meruisti portare. alleluia; resurrexit sicut dixit, alleluia; ora pro nobis Deum, alleluia.

Hij heeft kracht gedaan door zijnen arm; verstrooid heeft Hij die hoogmoedig zijn in den waan huns harten.

Machtigen heeft hij van den troon gestort, en ge-ringen verheven.

Hongerigen heeft hij met goederen vervuld, en rijken ledig weggezonden.

Hij heeft Israël zijnen dienstknecht aangenomen, zijner barmhartigheid indachtig.

Gelijk Hij aan onze Vaderen heeft toegezegd, aan Abraham en zijn zaad in eeuwigheid.

Eere zij den Vader enz.

Ant. (') Gelukzalige Moeder en onbevlekte Maagd, glorievolle Koningin der wereld, bid voor ons tot den Heer.

(1) Advent. De TI. Geest zal over u nederdalen, Maria; vrees niet, .i^ij zult den Zoon Gods ontvangen Alleluia.

Kersttijd. O groot geheim onzer zaligheid: de schoot eener mnagd is de tempel Gods geworden; onbesmet bleef Hij die uit haar het vléesch heeft aangenomen ; alle volken zullen komen en zeggen; Eere zij U, o Heer!

Paaschtijd. Koningin des hemels, verheug U, alleluia; wam dien gij gedragen hebt, alleluia ; is verrezen gelijk Hij gezegd heeft, alleluia. Bid God voor ons, alleluia.


ocr page 203

183

P. Kyrie eleïson. A, Christe, eleïson. P. Kyrie eleïson.

P. Domine exaudi orati-onem meam; A. Et clamor meus ad te venial.

P. (') Oremus. Concede nos famulos tuos, quaesu-mus, Domine Deus, perpetua mentis et corporis sanitate gaudere, et gloriosa beatae Mariae semper Virginis in-tercessione, a praesenti li-beruri tristitia, et aeterna pcrfrui laetitia. Per Domi-num nostrum Jesum Christum Filium tnnm, qui tecum vivit et regnat in imitate Spiritus sancti Deus per omnia saecula saecnlorum. A. Amen.

Avtiphoon en Aanroeping der Heiligen: Sancti Dei omnes etc. zoo als achter het gebed der Lauden ]gt;. 154.

Vs. P. Domine exaudi orationem meam, etc. zoo als p. 155.

( ) Advmt. O rem »is. Deus, qui de beatae. p. 153.

Kersttijd. Oremus, Deus, qui salutis. p. 153.

P. Heer. ontferm U onzer. A. Christus, ontferm U onzer. P. Heer, ontferm ü onzer.

P. Heer verhoor myn gebed; A. En mijn geroep kome tot U.

P. (') Laat ons bidden Wii bidden U, o Heer onze God, geef dat wij, uwe dienaren, eene altijddurende gezondheid naar ziel en naar lichaam mogen genieten, en door de glorierijke voorspraak der gelukzalige Maria, altijd Maagd, van den tegonwoordigen druk bevrijd tot de eeuwige zaligheid mogen geraken. Door onzen Heer .1, C. uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des Heiligen Geestes, God. in alle eeuwen der eeuwen. A. Amen.

Antiphoon en Aanroeping der Heiligen : Alle Heiligen Gods enz. als achter het gebed der Lauden, blz. 154.

Vs. P. Heer verhoor mijn gebed enz. zoo als blz. 155.

(I) Admit. Laat ona bidden. O God die gewild hebt, blz. 153.

Kersttijd. Laat ons bidden. O God die door den vruchtbaren maagdom, blz. 153.


ocr page 204

184

TER COM

P. Convene nos Deus galutaris noster,

A. Et averte iram tuam a nobis.

P. Deus in adjutorium meum intende. A. Domine ad adjuvandum me festina.

P. Gloria Patri etc. A. Sieut erat eta. Alleluia, of Laus tibi, Domine, Rex ae-ternae gloriae.

Psalm

1. A. Saepe expugnave-runt me a juventute mea, * dieat nunc Israel.

Saepe expugnaverunt me a juventute mea; * etenim non potuerunt mihi.

Supra dorsum meum f'a-brieaverunt peccatores; * prolongaverunt iniquitatem suam.

Dominus Justus concidit cervices peccatorum ; * con-fundantur et convertantur retrorsum omnes qui ode-runt Sion.

Plant sicut foenum tecto-ram, * quod priusquam evellatur, exaruit:

De quo non implevit ma-num suam qui metit, * et sinum suum qui manipulos colligit.

Et non dixerunt qui prae-

P. Bekeer ons volkomen tot U, o God onzes heils;

A. En wend uwen toorn af van ons.

P. O God kom mij te hulp. A. Heer haast ü om mij te helpen.

P. Eere zij den Vader enz. A. Gelijk het was enz. Alleluia of'. Lof zij U, o Heer, Koning der eeuwige glorie.

128.

1. A. Zij hebben mij dikwerf benauwd van mijne jeugd af. zegge nu Israël.

Zij hebben mij dikwerf benauwd van mijne jeugd af, doch zij hebben niet tegen mij vermocht.

Op mijnen rug hebben de zondaren gesmeed, langen tijd hebben zij hun onrecht voortgezet.

De Heer, die rechtvaardig is. heeft den nek der booswichten verbrijzeld: laat hen beschaamd en rug waart gedreven worden allen, die Sion haten.

Laat hen worden als het gras der daken, hetwelk verdort eer men het uittrekt;

Waarmede de maaier zijne hand niet vult, noch die garven verzamelt zijnen schoot

En die voorbijgaan zeg-


ocr page 205

1amp;5

teribant; Benedictio Domini super vos; * benediximus vobis in nomine Domini.

Gloria Patri etc.

Psalm

1. A. De pvofundis cla-mavi ad te Domine; * Do-mine, exaudi vocem meam.

Fiant aures tuae inten-deites, * in vocem depreca-tionis meae.

Si iniquitates observaveris Domine: * Domine, quis sustinébit?

Quia apud te propitiatio est; * et propter legem tuam sustinui te, Domine.

Sustinuit anima mea in verbo ejus, * speravit anima mea in Domino.

A eustodia matutina, usque ad noctem, * speret Israël in Domino.

Quia apud Dominum mise-ricordia: quot;:S et copiosa apud eum redemptio.

Et ipse redimet Israëlw ex omnibus iniquitatibus ejus.

Gloria Patri etc.

Psalm

1. A. Domine, non est exaltaium eor meum; * neque elati sunt oculi mei.

Neque ambulavi in ma-gnis, * neque in mirabilibus super me.

Si non humiliter sentie-gen niet: De zegen des Heeren over u ! Wij hebben u gezegend in den naam des Heeren.

Eere zij den Vader enz.

129.

1. A. Uit de diepte heb ik geroepen tot 11,0 Heer! Heer verhoor mijn gebed.

Wend goedgunstig uwe ooren tot de stera mijner smeeking.

Indien Gij, o Heer, de ongerechtigheden gadeslaat, Heer, wie zal bestaan ?

Maar bij U is ontferming, en om uwe wet, verlaat ik mij op U, o Heer.

Mijne ziel verlaat zich op zijn woord, mijne ziel hoopt op den Heer.

Van den ochtendstond tot aan den nacht, zal Israël op den Heer hopen.

Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem is overvloedige verlossing.

En Hij zal Israël verlossen van al zijne ongerechtigheden.

Eere zij den Vader enz.

130.

1. A. O Heer mijn hart is niet hoogmoedig; on mijn oogen zijn niet hoovaardig.

Ook heb ik niet gewandeld in het groote en wonderbare boven mij.

Voorwaar! zoo ik niet


ocr page 206

186

bam; * sed exaltavi ani-luam me am:

Sicut ablactatus est super matre sua, * ita retributio in anima mea.

Speret Israël in Domino, * ex hoc nunc et usque in saeculum.

Gloria Patri, etc.

Lofzang. Memento re-rum conditor, als p. 156.

Capitulum. Eccli. 24. P. 0) Ego mater pulchrae di-lectionis, et timoris, et ag-nitionis, et sanctae spei.

A. Deo gratias.

Vs. LL. (1) Ora pro nobis sancta Dei genitrix.

A. Ut digni efficiamur promissionibus Christi.

Ant. 1 L. (2) Sub tuum praesidium.

nederig dacht, maar mijne ziel verhief;

Dan moge de wedervergelding mijner ziel, gelijk zijn aan het lot eens kinds dat gespeend wordt van zijne moeder.

Israël hope op den Heer, van nu aan tot in eeuwigheid.

Eere zij den Yader, enz.

Lofzang. Gedenk o Schepper, blz. 156.

Capitulum. Eccli. 24. P. C3) Ik ben de moeder der schoone lielde, en der vree-ze, en der kennis, en der heilige hope.

A. Gode zij dank.

Vs. LL. (2) Bid voor ons o Heilige Moeder Gods.

A. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Ant. 1 L. (3) Onder uwe bescherming.

(1) Advent. Capitulum. Isa-ias 7. Zie de Maagd /.al ontvangen, en zij zal een Zoon baren; en zijn naam zal Emmanuel genoemd worden : boter en honing zal hij eten, totdat hij wete te verwerpen het kwade en te verkiezen het goede.

A. Gode zij dank.

(2) Advent. Vs. de Engel des Heeren heeft aan Maria gebood-schapt.

A.. En zij heeft ontvangen van den II. Geest.

(li) Advent. De Heilige Geest.

Kersttijd. 0 groot geheim.

Paaschtijd. Koningiü dea Hemels.


1

Advent. Vs. Angelus Domini uuntiavit Mariae.

A. Et coucepitdeSpiritusancto.

2

Advent. Spiritus sanctus.

Kersttijd. Magnum hereditatis.

Paaschtijd. Regina eoeli.

3

Advent. Capitulum, Isa-ias 1. Ecce Virgo concipiet, et pariet filiuin, et vocabitur uonien ejus Emmanuel, butyrum et mel coiuedet ut sciat reprobare malum et eligere bonum.

A. Deo gratias.

ocr page 207

187

LOFZANG VAN DES H. SIMEON. LiUC. II.

P. Nunc dimittis servum luum Domine, * secundum verbum tuum in pace.quot;

Quia viderunt oculi mei * salutare tuum.

Quod parastis: ante faciem omnium populorum:

Lumen ad revelationem Gentium * et gloriam plebis tuae Israël.

Gloria Patri, etc.

Anl.(1) Sub tuum prae-sidium confagimus, sancta Dei genitrix; nostras dcpre-cationes, ne despicias in ne-cessitatibus nostris, sed a pe-riculis cunctis libera nos semper, Virgo gloriosa et benedicta.

P. Kyrie eleïson.

A. Christe eleïson.

P. Kyrie eleïson.

P. Domine exaudi orati-onem meam.

A. Et clamor meus ad te veniat.

P. Laat nu, o Heer, volgens uw woord, uwen dienaar in vrede gaan.

Want mijne oogen hebben uw Heil gezien;

Hetwelk Gij bereid hebt voor bet aangezicht van alle volken.

Een licht tot verlichting der Heidenen en tot heerlijkheid van uw volk Israël.

Eere zij den Vader, enz.

Ant. (') Onder uwe be-s;chernnng nemen wij onze toevlucht, Heilige Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar bevrijd ons altijd van alle gevaren, glorierijke en gezegende Maagd

P. Heer ontferm U onzer.

A. Christus ontferm U onzer.

P. Heer ontferm ü onzer.

p. Heer verhoor mijn gebed.

A. En mijn geroep kome tot U.

(1) Advent. De II. Geest zal over u nederdalen, o Maria; vrees niet, gij zult den Zoon Gods ontvangen, alleluia.

Kersttijd. O groot geheim onzer zaligheid, de schoot eener maagd is de tempel Gods geworden; onbesmet bleef Hij, die uit haar bet vleesch heeft aangenomen. Alle volken zullen komen en zeggen: Eere zij ü, o Heer.


1

Advent. Spiritus sauetus iu te descendet, Maria; ne timeas, habebis in utero Filium Dei, alleluia.

Kersttijd. Magnum heveclitatis mysteriuui: tempi urn Dei factus est uterus nescientisvirum; non est pollutus ex ea caruem assu-mens; omnes gentes venient, di-centes; Gloria tibi Domine.

ocr page 208

188

P. (^Oremus, Beatac etgloriosae semper Virginis Mariae, quaesumus Domine, intercessio gloriosa nos protegat, et ad vitam perdu-cut aeternam. Per Dominum nostrum Jesum Christum Fi-lium tuum, qui tecum vivit et regnat ia unitate Spiritus Sancti, Deus, per omnia sae-cula saeculorum, A. Amen.

P. Divinum auxilium ma neat semper nobiscum.

A. Amen.

Man bidt eene. Antiphoon de des jaars. Zie p. 65.

Pater nos ter. Ave. Credo. in stilte.

GEBED NA

Sacro-sanctae et indivi-duae Trinitati, crucifixi Do-mini nostri Jesu Chrisii hu-manitati, beatissirnae et glo-riosissimae, semperque Vir-ginis Mariae tbecundae in-tegritati, et omnium Sanctorum universitati, sit sem-

P. (') L a a t ons bidden. Wij bidden U, o Heer, dat de glorierijke voorspraak der gelukzalige en roemvolle Maria Altijd-Maagd, ons be-scherme en ten eeuwige leven geleide. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des 11, Geestes, God, in alle eeuwen der eeuwen. A. Amen.

P. De goddelijke hulp blijve altijd met ons.

A. Amen.

• II. Maagd, volgens den tijd

Onze Vader. Wees gegroet. Ik geloof in God den

Vader, in stilte.

DE GETIJDEN.

Der hoog-heilige en ondeelbare Drievuldigheid, der Menschheid van onzen ge-kruisten HeerJesusChristus, der vruchtbare ongeschonden heid van de zeer gelukzalige en glorievolle Maria Altijd-Maagd, en der gansche ver-


(1) Mcent. Oremus •jui de beatae p. 100.

Kersttijd. Oremus. D salutis p. 161.

1'aascldijd; Koningin de.s hot mels verheug u, alleluia : wan-dien gij gedragen hebt, alleluia; is verrezen gelijk Hij gezegd heeft, alleluia. Bid God voor ons alleluia.

Deus (l) Advent, Laat ons hidden. O God, die gewild hebt, blz. 1(gt;0.

s q ui Kersttijd. L a a t o n s bidden. O God, die door don vruchtbaren maagdom, blz. 161.

Paaschtijd: llegina coeli, lactate, alleluia: quia quern meruis-ti portare, alleluia: resurrexit sicut dix.t, alleluia: ora pro nobis Deum, alleluia.


ocr page 209

IS

piterna laus, honor, virtus et gloria ab omni creatura, no-bisque remissio omnium peccatorum, per infinita saecula saeculorum.

A. Amen.

Beaia viscera Mariae Vir-ginis, quae portaverunt aeterni Patris Filium.

A. Et beata ubera, quae laetaverunt Christum Domi-num. Pater. Ave.

gadering van alle Heiligen zij eeuwige lof, eere, kracht en heerlijkheid van alle schepselen ; en ons geworde vergiffenis van alle zonden, in de eindelooze eeuwen der eeuwen. A. Amen.

Gelukzalig de schoot der Maagd Maria, die den Zoon des Eeuwigen Vaders heeft gedragen!

A. En gelukzalig de borsten. die Christus onzen Heer hebben gevoed. {Luc. AT/.27.) Onze Vader. Wees gegroet.


X. GETIJDEN DER OVERLEDENEN.

TER VESPER.

Ant. 1 L. Placebo Domi- Ant. 1 L. Ik zal beha-no. gen aan den Heer.

Psalm 114.

1. A. Dilexi, quoniam exaudiet Dominus * vocem orationis meae.

Quia inclinavit aurem su-am mihi: * et in diebus meis invocabo.

Circumdedérunt me dolo-res mortis: * et pericula inferni invenérunt me.

Tribulationem et dolorem invéni: * et nomen Domini invocavi.

1. A. Ik heb lief, omdat de Heer zal verhooren de stem mijner smeeking.

Want Hij neigt zijn oor tot mij, daarom zal ik Hem aanroepen in mijne dagen.

De smarten des doods hebben mij omgeven ; en de angsten der hel hebben mij getroffen.

Ik vond benauwdheid en droefenis, en ik heb aangeroepen den naam des Heeren.


11*

ocr page 210

190

O Domine, libera animam meam : * misericors Domi-nus et Justus; et Deus nos-ter miseretur.

Custodiens parvulos Do-minus : humiliatus sum et liberavit me.

Convertere, anima mea, in requiem tuam: * quia Dominus benefecit tibi.

Quia eripuit animam de morte, * oculos meos a la-crymis, pedes meos a lapsu.

Placebo Domino * in re-gione vivorum.

Requiem aeternam * dona eis, Domine.

Et lux perpetua ':ii luceat eis.

Ant. Placebo Domino in regione vivorum.

Anf, 2. L. Hei mihi, Domine.

O Heer, bevrijd mijne ziel! Genadig en rechtvaardig is de Heer; en ontfermend is onze God.

De Heer bewaart de een-voudigen: ik was vernederd en Hij heeft mij verlost.

Mijne ziel keer weder tot uwe rust, want de Heer heeft u welgedaan.

Want hij heeft mijne ziel gered van den dood; mijne oogen van tranen, mijnen voet van aanstoot.

Ik zal behagen aan den Heer in het land der levenden.

Heer, geef hun de eeuwige rust.

En het eeuwige licht verlichte hen.

Ant. Ik zal behagen aan den Heer in het land der levenden.

Ant. 2. L. Wee mij, o Heer.


Psalm 119.

2. A. Ad Dominum cum tribularer clamavi: * et ex-audivit me.

Domine libera animam meam a labiis iniquis * et a lingua dolosa.

Quid detur tibi aut quid apponatur tibi # ad linguam dolosam ?

2. A. Toen ik in verdrukking was, heb ik tot den Heer geroepen, en Hij heeft mij verhoord.

Heer, verlos mijne ziel van de booze lippen, en van de bedriegelijke tong.

Wat zal u gegeven, of wat zal u worden toegevoegd van wege de valsche tong?


ocr page 211

191

Sagitlae potentis acutae,

* cum carbonibus dcsolato-riis.

Heu mihi! quia incolatus meus prolongatus est: habi-lavi cuai habitantibus Cedar,

* multum incola fuit anima mea.

Cum his qui oderunt pa-cem, eram paci ficus: * cum loqucbar illis, impugnabant me gratis.

Requiem aetcrnam, etc.

Ant. Hei mihi, Domine, quia incolatus mens prolongatus est!

A/it. 1. L. Dominus cus-todit te.

Psalm

1. A. Levavi oculos meos in montes, * unde veniet auxilium mihi.

Auxilium meum a Domino, * qui fecit coelum et terram.

Non det in commotionem pedem tuum; ':iï neque dor-mitet qui custodit te.

Ecce non dormitabit, neque dormiet, * qui custodit Israël.

Dominus custodit te, Do-minus protcctio tua, * super manum dexteram tuam.

Scherpe pijlen eens machtigen, met verwoestende kolen.

Wee mij, daar mijne ballingschap verlengd is: ik heb onder de inwoners van Cedar mijn verblijf gehouden ; sedert lang was mijne ziel in ballingschap.

Ik was vreedzaam met degenen, die den vrede haatten, als ik hen aansprak, bestreden zij mij zonder reden.

Heer, geef hun de eeuwige rust, enz.

Ant. Wee mij, o Heer, daar mijne ballingschap verlengd is

Ant. 1. L. De Heer bewaart u.

12C.

1 A. Ik hief mijne oogen op naar de bergen, van waar mij hulp komen zal.

Mijne hulp komt van den Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.

Hij zal uwen voet niet laten wankelen, en Hij die u bewaakt zal niet sluime-meren.

Zie, Hij die Israël bewaakt, zal niet sluimeren noch slapen.

De Heer bewaakt u, de Heer is uw beschermer. Hij is aan uwe rechterhand.


ocr page 212

192

=

Per diem sol non uret te

* neque lima per noctem.

Dominus custodit te ab omni malo * cnstodiat ani-mam tuam Dominus.

Dominus custodial introï-tum tuum et exitum tuum,

* ex hoc, nunc, et usque in saeculum.

Requiem aetcrnam, etc.

Ant. Dominus custodit te ab omni malo: cnstodiat animam tuam Dominus. Ant. 2. L. Si iniquitates.

De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts.

De Heer bewaart u van alle kwaad, de Heer beware uwe ziel.

De Heer beware uwen ingang en^ uwen uitgang, van stonden aan nu en tot in eeuwigheid.

Heer, gesf hun de eeuwige rust, enz.

Ant. De Heer bewaart u van alle kwaad: de Heer beware uwe ziel.

Ant. 2. L. Indien Gij, o Heer.


Psalm 129.

2. A. De profundi's cla-mavi ad te Domine:* Do-mine, exaudi vocem meam.

Fiant aures tuae inten-dentes * in vocem depre-cationis meae.

Si iniquitates observaveris Domine, * Dornine, quis sustincbit?

Quia apud te propitiatio est; * et propter legem tuam sustinui te, Domine.

Sustinuit anima mea in verbo ejus, ':;ï speravit anima mea in Domino.

A custodia matutina, usque ad noctem,^speret Israël, in Domino.

Quia apud Dominum mi-sericordia, * er copiosa apud cuïu roitempao.

2. A. Uit de diepte heb ik tot ü geroepen, o Heer, Heer, verhoor mijn gebed.

Wend goedgunstig uwe ooren tot de stem mijner smeeking.

Indien Gij, o Heer, de ongerechtigheden gadeslaat, Heer, wie zal bestaan?

Maar bij U is ontferming, en om uwe wet, verlaat ik mij op U, o Heer.

Mijne ziel verlaat zich op zijn woord, mijne ziel hoopt op den Heer.

Van den ochtendstond tot aan den nacht, zal Israël op den Heer hopen.

Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem is overvloedige ver.o^sing.


ocr page 213

193

Et ipse redimet Israël * ex omnibus iniquitatibus ejus.

Requiem aeternam, etc.

Ant. Si iniquitates obser-vaveris, Domine, Domine, quis sustinébit ?

Ant. 1. L. Opera.

Psalm

1. A. Confitebor tibi, Domine, in toto corde meo; * quoniam audisti verba oris mei.

In conspeetu Angelorum psallam tibi; * adorabo ad templum sanctum tuum, et confitebor nomini tuo.

Super misericordia tua et veritate tua; * quoniam magnificasti super omne, nomen sanctum tuum.

In quacumque die invo-cavero te, exaudi me; * mul-tiplicabis in anima mea vir-tutem.

Confiteantur tibi,Domine, omnes Reges terrae; ^ quia audierunt omnia verba oris tui.

Et cantent in viis Domini; ^ quoniam magna est gloria Domini.

Quoniam excelsus Domi-nus et humilia respicit; *

En Hij zal Israël verlossen van al zijne ongerechtigheden.

Heer, geef, enz.

Ant. Indien Gij, o Heer, de ongerechtigheden gadeslaat, Heer, wie zal er bestaan ?

Aut. 1. L. Heer, Versmaad.

137.

\. A. Ik zal ü uit geheel mijn hart loven, o Heer; omdat Gij de woorden mijner lippen verhoord hebt.

Ik zal uwen lof zingen in de tegenwoordigheid der Engelen, ik zal mij aanbiddend heenbuigen naar uwen heiligen tempel en ik zal uwen naam loven.

Om uwe barmhartigheid en uwe waarheid: want Gij hebt uwen heiligen naam groot gemaakt boven alles.

Verhoor mij, ten dage dat ik ü zal aanroepen ; Gij zult de kracht van mijne ziel vermeerderen.

Dat al de Koningen der aarde U loven; want zy hebben al de woorden van uwen mond gehoord.

En dat zij zingen op de wegen des Heeren, want de heerlijkheid van den Heer is groot.

Want de Heer is hoog, nochtans ziet Hij de nede-


ocr page 214

194

et alta a longe cognoscit.

Si ambulavero in medio tribnlationis, vivificabis me; * et super iram inimicorum meorum extendisti manum tuam, et salvum me fecit dextera tua.

Dominus retribuet pro me ; * Domine, misericordia tua in saeculum; opera ma-nuum tuarum ne despieias.

Requiem aeternam * dona eis, etc

Ant. Opera manuum tuarum, Domine, ne despicias.

Vs. LL. Audivi vocem de coelo, dicentem mihi.

A. JBeati mortui qui in Domino moriuntur.

Ant. 1. L. Omne.

rigen aan; en de trotschen kent Hij van verre.

Al wandel ik in het midden der verdrukking, nog behoudt Gij mij in het leven ; uwe hand strekt Gij uit tegen den toorn mijner vijanden en uwe rechterhand bewaart mij.

De Heer zal voor mij wraak nemen; Heer, uwe barmhartigheid is in eeuwigheid ; versmaad de werken uwer handen niet.

Heer, geef hun de eeuwige rust. enz.

Ant. Heer, versmaad de werken uwer handen niet. Vs. LL. Ik hoorde eene stem uit den hemel, die tot mij zeide:

A. Zalig zijn de dooden die in den lieer sterven.

Ant. 1. L. Al wat de Vader my geelt.


MAGNIFICAT.

P. Magnificat * anima mea Dominum.

Et exultavit spiritus meus * in Deo saiutari meo.

Quia respexit humilitatem ancillae suae : * ecce enim ex hoc beatam me dicentomnes generationes.

Quia fecit mihi magna qui potens est, * et sanctum nomen ei us.

P. Mijne ziel maakt groot den Heer

En verheugd heeft zich mijn geest in God, mijnen zaligmaker!

Omdat Hij nederzag op de geringheid zijner dienstmaagd: want zie van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen.

Dewijl groote dingen aan mij gedaan heef tHij die machtig is: en heilig is zijn naam


ocr page 215

195

Kt misericordia ejus a progenie in progenies, * ti-mentibus cum.

Fecit potentiam in brachio suo; * dispersit superbos inente cordis sui.

Deposuit potentes de sede * et exaltavit humiles.

Esnrientcs implevit bonis, *et divites dimisit inanes.

Suscepit Israël puerum suum, * recordatus miseri-cordiae suae.

Sicut locates est ad patres nostras * Abraham, et se-niini ejus in saeoula.

Requiem, etc.

Ant. Omne quod dat mibi Pater ad mevenict: ct cum qui venit ad me, non ejiciam i'oras.

NB, Onder de volgende lt;;

P. Pater noster etc., in stilte,

P. Et ne nos inducas in tentationem.

A. Sed libera nos a malo.

Psalm

NB. Deze Psalm wordt weg ter gelegenheid eener Ü

P. Lauda, anima mea Do-minum, laudabo Dominum

En zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over degenen die Hem vreezen.

Hij heeft kracht gedaan door zijnen arm ; verstrooid heeft Hij die hoogmoedig zijn in den waan huns harten.

Machtigen heelt hij van den troon gestort, en ge-ringei. verheven.

liongerigen heeft Hij met goederen vervuld, en rijken ledig weggezonden.

Hij heeft Israël zijnen dienstknecht aangenomen, zijner barmhartigheid indachtig.

Gelijk Hij aan onze Vaderen heeft toegezegd, aan Abraham en zijn zaad in eeuwigheid.

Heer, geefhun de eeuwige rust, enz.

Ant. Al wat de Vader mij geeft zal tot mij komen, en dengene die tot mij komt, zal ik niet verwerpen, ebeden is men geknield.

P. Onze Vader enz., in stilte.

P. En leid ons niet in bekoring.

A. Maar verlos ons van den kwade. Amen.

145.

elaten op Allerzielendag en i t v a ar t.

P. O mijne ziel prijs den Heer. Ik zal den Heer pry-

ocr page 216

196

in vita mca; * psaliam Deo mco ijuamdiu fuero.

Nolite confidere in princi-pibus:*in filiis ho.ninum, in quibus non est salus.

Exibit spiritus ejus, et re-vertetur in terrara suam; 56 in ilia die peribunt omnes cogitationes eorum.

Beattis cujus Deus Jacob adjutor ejus, spes ejus in Domino Deo ipsius; * qui fecit coelam ot terram, mare St omnia, que in eis sunt.

Qui custodit veritatem in saeculum, facit judicium in-juriam patientibus; * dat es-cam esurientibus.

Dominus solvit compedi-tos; * Dominus illuminat eaecos.

Dominus erigit elisos; * Dominus diligit justos.

Dominus custodit adve-nas, pupillum ct viduam su-scipiet; * et vias peccatorum disperdet.

Regnabit Dominus in sae-cula, Deus tuus Sion; * in generationem et generatio-nem.

Requiem, etc.

1'. A porte inferi.

zen in mijn leven; ik zal mijnen God psalmzingen zoo lang ik ben.

Vertrouwt niet op Vorsten, op der mensehen kinderen bij wie geen heil is.

Hun geest gaat uit, zij kee-ren weer tot hunne aarde, en op dienzelfdcn dag vergaan al hunne aanslagen.

Welgelukziilig is hij die den God Jacobs tot zijn Helper heeft, wiens verwachting is op den Heer zijnen God; die den Hemel en aarde gemaakt heeft, de zee en al wat daarin is.

Die trouwe houdt in eeuwigheid, die den verdrukten recht doet; die den hongeri-gen spijze geeft.

De Heer maakt de gevangenen los: de Heer hergeeft den blinden het licht der oogen.

De Heer richt de geboge-nen op; de Heer heeft de rechtvaardigen lief.

Dolleer bewaart de vreemdelingen, Hij neemt den wees en de weduwe op, maar de wegen der goddeloozen richt hij ten verderve.

De Heer zal heersehen in eeuwigheid, uw God o Sion ; Hij is van geslacht lot geslacht.

Heer geef hun de eeuwige rust. enz.

P. Van de poorte der hel.


ocr page 217

197

A. Erue, Domine, ani-mas eorum.

P. Requiescant in pace.

A. Amen.

P. Dominc exaudi oratio-nem meam.

A. Et clamor meus ad te veniat.

P. Oreiuus.

1. DOOR

Deus. qui inter Apostolicos Sacerdotes, famulos tuos Pontificali, sen sacerdotali fecisti dignitate vigererpraes-ta, quaesumus; ut eorum quoque perpetuo aggregen-tur consortio.

Deus veniae largitor, et humanae salutis amator: quaesumus clementiam tu-am; ut nostrae congregationis fratres, propinquos et bene-factores, qui ex hoc saeculo transier unt, beata Maria semper Virgine intercedente cum omnibus Sanctis tuis, ad perpetuae beatitudinis consortium per venire concedas.

Fidelium, Deus, omnium Conditor et Redemptor, ani-mabus famulorum famula-rumque tuarum remissionem cunctorum tribue peecato-rum, ut indulgentiam quam

A.. Verlos o Heer hunne zielen.

P. Dat zij rusten in vrede.

A. Amen.

P. Heer verhoor mijn gebed,

A. En mijn geroep kome tot U.

P. Laat ons bidden.

HET JAAR.

O God, Gij die U gewaar-digd hebt onder de Apostolische Priesters uwe dienaren op te nemen en hen te bekleeden met de Hooge-priesterlijke en Priesterlijke waardigheid, geef, bidden wij U, dat zij tot dezer eeuwigdurend gezelschap in den Hemel worden toegelaten.

God schenker der vergiftenis en minnaar van 's men-schen heil, wij bidden uwe goedheid, dat Gij de broeders, aanverwanten en weldoeners van deze vereeni-ging, die uit deze wereld zijn gescheiden, door de voorbede der Allerheiligste Maria, altijd Maagd en van alle Heiligen aan de gemeenschap der eeuwige zaligheid deelachtig wilt maken.

O God! Schepper en Verlosser aller geloovigen, schenk aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiftenis van alle hunne zonden, opdat zij de genadige


ocr page 218

196

in vita mea; * psallam Deo meo quamdiu fuero.

Nolitc confidere in princi-pibus;*in filiis hooiinum, in quibus non est salus.

Exibit spiritus ejus, et re-vertctur in terram suam ; ^ in ilia die peribunt omnes cogitationes eorum.

Beat us cujus Deus Jacob adjutor ejus, spes ejus in Domino Deo ipsius; qui fecit coelum et terram, mare et omnia, que in eis sunt.

Qui custodit veritatem in saeeulum, facit judicium in-juriam patientibus ; * dat es-cam esurientibus.

Dominus solvit compedi-tos: * Dominus illuminat caecos.

Dominus erigit elisos; * Dominus diligit justos.

Dominus custodit adve-nas, pupillum et viduam su-scipiet; * et vias peccatorum disperdet.

Regnabit Dominus in sae-cula, Deus tuns Sion; * in generationem et generatio-nem.

Requiem, etc.

I*. A porte inferi.

zen in mijn ieven; ik zal mijnen God psalmzingen zoo lang ik ben.

Vertrouwt niet op Vorsten, op der menschen kinderen bij wie geen heil is.

Hun geest gaat uit, zij kee-ren weer toi hunne aarde, en op dienzelfdcn dag vergaan al hunne aanslagen.

Welgelukzalig is hij die den God Jacobs tot zijn Helper heeft, wiens verwachting is op den Heer zijnen God: die den Hemel en aarde ge-maaki heeft, de zee en al wat daarin is.

Die trouwe houdt in eeuwigheid, die den verdrukten recht doet; die den hongeri-gen spijze geeft.

De Heer maakt de gevangenen los: de Heer hergeeft den blinden het licht der oogen.

De Heer richt de geboge-nen op; de Heer heeft de rechtvaardigen lief.

DeHeer bewaart de vreemdelingen, Hij neemt den wees en de weduwe op, maar de wegen der goddeloozen richt hij ten verderve.

De Heer zal heerschen in eeuwigheid, uw God o Sion ; Hij is van geslacht lot geslacht.

Heer geef hun de eeuwige rust. enz.

P. Van de poorte der hel.


ocr page 219

197

A. Erue, Domine, ani-mas eorum.

P. Requiescant in pace.

A. Amen.

P. Domino exaudi oratio-nem meam.

A. Et clamor meus ad te veniat.

P. Oremus.

1. DOOR

Deus.qui inter Apostolicos Sacerdotes, famulos tuos Pontificali, sen sacerdotali fecisr.i di^nitate vigereipracs-ta, quaesumus; ut eorum quoque perpetuo aggregen-tur consortio.

Deus veniae largitor, et humanae salutis amator: quot;quaesumus clementiam tu-am; ut nostrae congregationis fratres, propinquos et bene-factores, qui ex hoc saeculo transierunt, beata Maria semper Virgine intercedente cum omnibus Sanctis tuis, ad perpetuae beatitudinis consortium pervenire concedas.

Fidelium, Deus, omnium Conditor et Redemptor, ani-mabus famulorum famula-rumque tuarum remissionem cunctorum tribue peccato-rum, ut indulgentiam quam

A.. Verlos o Heer hunne zielen.

P. Dat zij rusten in vrede.

A. Amen.

P. Heer verhoor mijn gebed,

A. En mijn geroep kome tot U.

P. Laat ons bidden.

HET JAAR.

O God, Gij die U gewaar-digd hebt onder dc Apostolische Priesters uwe dienaren op te nemen en hen te bekleeden met de Hooge-priesrerlijke en Priesterlijke waardigheid, geef, bidden wij U, dat zij tot dezer eeuwigdurend gezelschap in den Hemel worden toegelaten.

God schenker der vergiffenis en minnaar van'smen-schen heil, wij bidden uwe goedheid, dat Gij de broeders, aanverwanten en weldoeners van deze vereeni-ging, die uit deze wereld zijn gescheiden, door de voorbede der Allerheiligste Maria, altijd Maagd en van alle Heiligen aan de gemeenschap der eeuwige zaligheid deelachtig wilt maken.

O God! Schepper en Verlosser aller geloovigen, schenk aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van alle hunne zonden, opdat zij de genadige


ocr page 220

198

semper oplaverunt, pus sup-plieationibns consequantur. Qui vivis et regnas in sae-cula saeeulorum.

A. Amen.

P. Requiem aeternam dona eis, Domine.

A. Et lux perpetua lu-ceat eis.

P. Requiescant in pace. A. Amen.

kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door onze godvruchtige gebeden mogen verwerven. Gij die leeft en heerseht in de eeuwen der eeuwen.

A. Amen.

P. Heer, geef hun de eeuwige rust.

A. En het eeuwig licht verlichte hen.

P. Dat zij rusten in vrede.

A. Amen.


2. GEBED OF ALLERZIELENDAG. (')

Eidelimn, Deus, omnium Conditor et Redemptor, ani-raabus famulorum famula-rumque tuarum remissio-nem cunctorum tribue pec-catornm, ut indulgentiam quanx semper optaverunt; piis snpplicalionibus consequantur. Qui vivis et regnas cum Deo Patri, in imitate Spiritus Sancti Deus, per omnia saecula saeeulorum.

A. Amen.

P. Requiem aeternam etc.

3. Ol' DEN DAG

O God, Schepper en Verlosser aller geloovigen, schenk aan de zielen uwer dienaren en dienaressen ver-gitfenis van al hunne zonden, opdat zij de genadige kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door onze godvruchtige gebeden mogen verwerven. Gij die leeft en heerseht met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen.

A. Amen.

P. Heer, gee'hun de eeuwige rust, enz.

DER BEGRAFENIS

DES OVERLIJDEN», OF DIIVAAUT.


Absolve quaesumus. Do- Wij bidden U, o Heer, mine, animam famuli tui (oj ontsla de ziel van uwen die-

(lj Op Allerzielendag wurdt dit gebed alleen geleneu.

ocr page 221

199

famulae tuae) N.; ut de functus {of defuncta) saeculo, tibi vivat: et quae per fra-gilitateracarnis humanacon-versationecommisit, tu venia misericordissimae pietatis clementer absterge. Per Do-minurn nostrum, etc.

naar (of uwe dienaresse) N., opdu hij [of zij) voor de wereld gestorven bij ü moge leven; en neem genadiglijk weg van hem {of van haar), door de vergiffenis uwer al-lerbarmhartigste goedheid, al lietgene bij {of zij) door de broosheid des vleesches in zijnen (o/'haren) tijdelij-ken wandel heeft misdreven.


BIJ EEN JAARGETIJ VOOR VELEN.

Deus indulgentiarem Do-mine, da animabus famulo-rum famularumque tuarum, quorum anniversariuin depo-sitionis diem commemora-mus^ refrigerii sedem, quie-tis beatitudinem, et luminis claritatem. Per Dominum nostrum etc.

O Heer. God, aan wien het eigen is, kwijt te schelden en te vergeven, verleen aan de zielen van uwe dienaren en dienaressen wier aargetijde wij heden houden, de plaats van verkwikking, de zalige rust en ds klaarheid des eeuwigen lichts Door onzen Heer


VOOR EEN BISSCHOP, OF PRIESTER.

Deus qui inter Apostolicos Sacerdotes famulum tuumN. Pontificali [voor een Priester. sacerdotali) fecisti dignitate vigere: praesta quaesumus, ut eorum quoque perpetuo aggregetur consortio. Per Dominum nostrum etc.

O God, die U gewaardigd hebt onder de Apostolische Priesters uwen dienaar N. op te nemen en hem met de Hoogepriesterlijke [ooor een Friester: met de priesterlij ke) waardigheid te be-kleeden, geef, bidden wij U, dat hij tot dezer eeuwig gezelschap in den hemel worde toegelaten. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon. die met U leeft en heerscht


ocr page 222

198

semper optaverunt,pus sup-plicationibns consequantnr. Qai vivis et regnas in sae-cula saeculornm.

A. Amen.

P. Requiem aeternam dona eis, Domine.

A. Et lux perpetna la-ceat eis.

P. Requiescant in pace. A. Amen.

kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door onze godvruchtige gebeden mogen verwerven. Gij die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen.

A. Amen.

P. Heer, geef hun de eeuwige rust.

A. En het eeuwig licht verlichte hen.

P. Dat zij rusten in vrede.

A. Amen.


2. GEBED OI' ALLERZIELEN DAG. (')

Eidelium, Deus, omnium Conditor et Redemptor, ani-raabus famulorum famnla-rumque tuarum remissio-nem cunctorum tribue pec-oatorum, ut indulgentiam quam semper optaverunt; piis supplicaüonibus conse-quantur. Qui vivis et regnas cum Deo Patri, in unitate Spiritus Sancti Deus, per omnia saccula saeculorum.

A. Amen.

P Requiem aeternam etc.

3. Ol' DEN DAG

O God, Schepper eE Verlosser aller geloovigen, schenk aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van al hunne zonden, opdat zij de genadige kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door onze godvruchtige gebeden mogen verwerven, Gij die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, God in alle eeuwen der eenwen, A. Amen.

P. Heer, geef hun de eeuwige rust, enz.

DEK BEGRAFENIS

DES OVERLIJDENS, OF UITVAART,


Absolve quaesumus, Do- Wij bidden U, o lieer, mine, animam famuli tui (o/* ontsla de ziel van uwen die-

(Ij Op Allerzielendag wordt dit gebed alleen gelezeu.

ocr page 223

199

famulae tuae) N.; ut defunc-tus {of defuncta) saeculo, tibi vivat: et quae per fra-gilitatem earn is humana eon-versationeeommisit, tu venia miserieordissimae pietatis clementer absterge. Per Üo-minum nostrum, etc.

naar (of uwe dienaresse) N., opdat; hij (of zij) voor de wereld gestorven bij U moge leven: en neem genadiglijk weg van hem (0/ van haar), door de vergiffenis uwer al-lerbarmhartigste goedheid, al her,gene hij (of zij) door de broosheid des vleesches in zijnen {0/'haren) tijdelij-ken wandel heeft misdreven.


ÜIJ EEN JAARGETIJ VOOli VELEN.

Deus indulgentiarem Do-mine, da animabus fatnulo-runi famularumque tuarum, quorum anniversarium depo-sitionis diem eommeraora-iiius, refrigerii sedem. quie-tis beatitudiuem, et luminis elaritatem. Per Dominum nostrum ete.

O Heer, God, aan wier. het eigen is, kwijt te scheiden en te vergeven, verleen aan de zielen van uwe dienaren en dienaressen wier aargetijde wij heden houden, de plaats van verkwikking, de zalige rust en de klaarheid des eeuwigen-lichts. Door onzen Heer enz.


VOOR EEN BISSCHOP, OF l'KIESTEB.

Deus qui inter Apostolicos Sacerdotes famulum tuumN. PontiHcali (voor een Friester-. sacerdotali) fecisti dignitate vigere: praesta quaesumus, ut eorum quoque perpetuo aggregetur consortio. Per Dominum nostrum ete.

O God, die U gewaardigd hebt onder de Apostolische Priesters uwen dienaar N. op te nemen en hem met de Hoogepriesterlijke (voor een Priester: met de priesterlijke) waardigheid te be-kleeden, geef, bidden wij U, dat hij tot dezer eeuwig gezelschap in den hemel worde toegelaten. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon. die met U leeft en heerschl


ocr page 224

200

in de eenheid des H. Gees-tes, God in alle eeuwen der eeuwen. A. Amen.

VOOR EEN CONGREGANIST.

Inclina, Doraine, aurem tuam ad preces nostras, qui-• bus misericordiam tuam sup-pliees deprecamur; ut ani-mam famuli tui (famulae tuae) N quam de hoe saeeulo raigrare jussisti, in pacis ac lucis regione eonstituas. et Sanctorum tuorum- jubeas esse consortem. Per Domi-num etc.

Neig, Heer. uw oor tot onze gebeden, waarmede wij uwe barmhartigheid ootmoedig smeeken, opdat Gij de ziel van uwen dienaar (dienares) N., die Gij uit deze wereld geroepen hebt, in het Kijk des vredes en des lichts moogt plaatsen en de gemeenschap uwer Heiligen doen genieten. Door onzen Heer. enz.


VOOR JJE AFGESTORVENEN OONGREGANISXEN.

Deus veniae largitor, et humanae salutis amator. quaesumus clementiam tuam ut nostrac congregationis fratres, propinquos etbene-factores. qui cx hoe saeeulo lransierunt,beata Maria semper Virgine intercedente cum omnibus Sanctis tuis; ad perpetuae beatitudinis consortium pervenire concedas. Per Dominum nostrum etc.

O God, schenker der vergiffenis en minnaar van :s mcnschen heil, wij bidden uwe goedheid, dat Gij de broeders, aanverwanten en weldoeners van deze ver-eeniging^die uit deze wereld zijn gescheiden, door de voorbede der Allerheiligste Maria altijd Maagd en van alle Heiligen aan dc gemeenschap der eeuwige zaligheid deelachtig wilt maken. Door onzen Heer, enz.


VOOR ZIJNE OUDERS.

Deus, qui nos patrem et O God, die ons geboden

matrem honorare praece- hebt vader en moeder te

pisti; miserere clementer eeren, ontferm U genadig-

animabus patris ac matris lijk over de zielen van mij-meae, eorumque peccata di- nen vader en van mijne

i

i

ocr page 225

201

mitte, meque eos in aeter-nae claritatis gaudio fac videre. Per Dominum nostrum etc.

moeder, vergeef hun de zonden, en verleen mij dat ik hen in de vreugde der eeuwige heerlijkheid moge wederzien. Door onzen Heer, enz.


VOOR VADER OF MOEDER.

Deus, qui nos patrem et matrem honorare praece-pisti, miserere clementer animae (patris mei o/'matris meae), ej usque peccata di-mitte, meque (eumq/'eam) in aeiernae claritatis gaudio fac videre. Per Dominum nostrum, etc.

P. Requiem aeternam dona

eis Domine.

A. Et lux perpetua luceat eis.

P. Kequiescant in pace. A. Amen.

O God, die ons geboden hebt vader en moeder te eeren, ontferm ü genadiglijk over de ziel (van mijnen vader, of van mijne moeder) en vergeef (hem of haar) de zonden en verleen mij dat ik (hem of haar) in de vreugde der eeuwige heerlijkheid moge wederzien. Door onzen Heer Jesus Christus, enz.

P. Heer, geef hun de eeuwige rust.

A En het eeuwige licht.

verlichte hen.

P. Dat zij rusten in vrede. A. Amen.


TER METTEN.

INVITATORIDM.

NB. Het In v itatorium met den psalm Venite wordt slechtR gelezen op Allerzielendag en bij gelegenheden waarop drie Noo turnen gebeden worden, zoo als bij Uitvaarten, enz.

L.L. Regem cui omnia LL. Komt, aanbidden wij vivunt, venite, adoremus. den Koning voor wien alles leeft.

A. Regem cni omnia A. Komt, aanbidden wy

ocr page 226

202

vivunt, venite, adoremus.

L.L. Venite, exultemus Domino, jubilemus Deo sa-lutari nostro; praeoccupemus faciem ejus in confessione, et in psalmis jubilemus ei:

A. Regem cui omnia vi-vunt,- venite, adoremus.

LL. Quoniam Deus mag-nus Dominus,et Rex magnus super omnes deos, quoniam non repellet Dominus ple-bem suam, quia in manu ejus sunt omnes fines terrae et altitudines montium ipse conspicit.

A. Venite adoremus.

L.L. Quoniam ipsius est mare, et ipse fecit illud, et aridam fundaverunt ma-nus ejus. Venite, adoremus, et procidamus ante Deum, ploremus coram Domino qui fecit nos; quia ipse est Dominus Deus noster, nos au-tem populus ejus, et oves pascuae ejus.

A. Regem cui omnia vi-vunt. v^enite. adoremus.

L.L, Hodie si vocem ejus audieritis, nolite obdurare corda vestra, sicut in exa-cerbatione, secundum diem tentationes in deserto, ubi den Koning voor wien alles leeft.

L.L. Komt, laat ons vrolijk zingen den Heer, en laat ons juichen den God onzes heils; laat ons zijn aangezicht tegemoet gaan met lof; laat ons Hem juichen met psalmen.

A. Komt, aanbidden wij den Koning voor wien alles leeft.

L.L. Want de Heer is de groote God; en de groote Koning boven alle Goden; want de Heer stoot zijn volk niet van zich; in zijne hand zijn de uiteinden der aarde en de hoogste bergen aanziet Hij als zijn eigendom.

A. Komt aanbidden wij.

L.L. Hem behoort de zee, want Hij heeft ze gemaakt, en zijne handen hebben het droge gevormd. Komt laat ons aanbidden en neder-knielen voor God, weenen wij voor het aanschijn des Heeren die ons gemaakt heeft; want Hij is de Heer onze God,en wij zijn zijn volk, de schapen zijner weide.

A. Komt, aanbidden wij den Koning, voor wien alles leeft.

L.L. Heden, zoo gij zijne stem hoort, verhardt uwe harten niet gelijk ten tijde der verstoktheid, en ten dage der beproevinge in de woes-


ocr page 227

203

tentaveruntme patres vestn, probaverunt et viderunt opera mea.

A. Venite adoremus.

L.L. Quadraginta annis proximus fui generation! huic, et dixi; Semper hi errant corde; ipsi vero non cognoveruni vias meas : qui-bus juravi in ira mea, si in-troibunt in requiem meam.

A. Regem cui omnia vi-vunt, venite, adoremus.

L.L. Requiem aeternam dona eis Domine, et lux perpetua luceat eis.

A. Venite, adoremus, Regem cui omnia vivunt, venite, adoremus.

clamorem meum.

Intendevoci orationis me-ae, * Rex mens et Deus meus.

Quoniam ad te orabo; * Domine, mane exaudies vo-cem meam.

Mane adstabo tibi et vide-bo; * quoniam non Deus vo-lens iniquitatem tu es.

tijn, alwaar Mij uwe vaderen verzochten. Mij beproefden en ook mijne werken zagen.

A Komt aanbidden wij.

L.L. Veertig jaren was Ik dit geslacht nabij en Ik zeide: Altijd zijn zij dwalende van hart. en zij kennen mijne wegen niet: en Ik heb hun gezworen in mijnen toorn; Zoo waar; zij zullen niet ingaan in mijne ruste.

A. Komt aanbidden wij den Koning, voorwien alles leeft.

LL Heer geef hun de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte hen,

A. Komt aanbidden wij. Komt aanbidden wij den

Koning voorwien alles leeft. Ie NOCTURN.

In de Congregatie in Januari, April, Juli, October,

Ant, 1. L. Dirige. Ant. 1. L. O Heer.

Psalm 5.

1. A. Verba mea auribus percipe. Domine, * intcllige

1. A. Heer, verhoor mijne woorden, sla acht op mijn geroep.

Let op de stem van mijn gebed, mijn Koning en mijn God.

Want ik zal tot U bidden : des morgens, Heer, zult Gij mijne stem verhooren.

Des morgens zal ik mij voor U stellen en beschouwen ; want Gij zijt geen God die lust heeft aan goddeloosheid.


ocr page 228

204

Neqae habitabit juxta te malignus; * neque permane-bunt injusti ante oeulos tuos.

Odisti omnes qui operan-tur iniquitatem: * perdes omnes qui loquuntur men-dacium.

Virum sanguinum et do-losum abominabitur Domi-nus ; *ego autem in multitu-dine miscricordiae tuae.

Introibo in domum tuam;* adorabo ad templum sanctum tuum in timore tuo.

Domine, dedue meinjus-titia tua, * propter inimicos meos dirige in conspectu tuo viam meam.

Quoniam non est in ore eorum veritas; * cor eorum vanum est.

Sepulcrum patens est gut-tar eorum; * linguis suis dolose agebant: judica illos Deus.

Decidant a cogitationibus suis, secundum multitudi-nem impietatum eorum ex-pelle cos, * quoniam irrita-verunt te, Domine.

Et laetentur omnes qui sperant in te: * in aeternum exultabunt et habitabis in eis. *

Et gloriabuntur in te omnes qui diligunt nomen luum, * quoniam tu benedi-

De booze zal bij U niet wonen en de onrechtvaardi-gen zullen voor uwe oogen niet bestaan.

Gij haat allen, die ongerechtigheid bedrijven: Gij zult allen vernielen, die leugentaal spreken.

Van den man des bloeds en des bedrogs heeft de Heer een gruwel; maar ik steun op de grootheid uwer goedertierenheid.

Ik zal ingaan in uw huis. ik zal mij aanbiddend heenwenden naar uwen heiligen tempel in uwe vrees.

Heer, leid mij in uwe gerechtigheid ; en wegens mijne vijanden richt mijnen weg voor uw aanschijn.

Want er is in hunnen mond geene waarheid: hun hart is ij del.

Hunne keel is een open graf, met hunne tongen vleien zij listiglijk: o God, oordeel hen.

Laat hen vervallen van hunne raadslagen, drijf hen heen om de veelheid hunner boosheden, want zij hebben U getergd, o Heer.

Maar laat verblijd zijn allen die op U betr-juwen, zij zullen juichen in eeuwigheid en Gij zult wonen onder hen.

En allen die uv/en naam lief hebben zullen zich groo-telijks in U verblijden, want


ocr page 229

205

ces justo.

Domine, ut scuto bonae voluntatis tuae * coronasti nos.

P. Requiem aeternara etc.

Ant. Dirige, Domine Deus meus, in conspectu tuo viam meatn.

Ant. 2. L. Convertere.

Gij zult den rechtvaardige zegenen.

O Heer, Gij zult ons met uwe goedgunstigheid kronen als met een schild.

P. Heer, geef hun de eeuwige rust, enz.

Ant. O Heer, mijn God, richt mijnen weg voor uw aanschijn.

Ant. 2. Ij. Wend U tot mij, o Heer.


Psalm 6,

2. A. Domine, nein furore tuo arguas me,*neque in ira tua corripias me.

Miserere mei, Domine, quoniam infirmus sum ^ sa-na me, Domine, quoniam conturbata sunt ossa mea.

Et anima mea turbata est valde; * sed tu, Domine, usquequo?

Convertere, Domine. et eripe animam meam; sal-vum me fac propter miseri-cordiam tuam.

Quoniam non est in morte qui memor sit tui: * in inferno autem quis confitebitur tibi?

Laboravi in gemitu meo, lavabo per singulas noctes lectum meum; * lacrymis meis stratum meum rigabo.

Turbatui est a furore ocu-

9.A. Heer, strafn:ij niet in uwe verbolgenheid en kastijd mij niet in uwe gramschap.

Ontferm U mijner, o Heer, want ik ben krank, genees mij, o Heer, wam mijne beenderen zijn geheel ontsteld.

Mijne ziel is zeer verschrikt: hoe lang, o Heer, zult Gij nog vertoeven?

Wend U tot mij. o Heer, en red mijne ziel: verlos mij om uwe barmhartigheid.

Want er is niemand, die in den dood Uwer gedachtig is, en wie zal U loven in het graf?

Ik ben moede van mijn zuchten, ik zal alle nachten mijn bed wasschen en mijne rustplaats doorweken met mijne tranen.

Mijn oog is ontsteld van 12


ocr page 230

204

Neqae habitabit juxta te malignus; * neque permane-Imnt injusti ante oculostuus.

Odisti omnes qui operan-tur iniquitatem : * perdes omnes qui loquuntur men-dacium.

Virum sanguinum et do-losum abominabitur Domi-nus ; *ego autem in multitu-dine raisericordiae tuae.

Introibo in domuni tuam;* adorabo ad templum sanctum tuum in timore tuo.

Domine, deduc meinjus-titia tua, * propter inimicos mees dirige in conspectu tuo viam meam.

Quoniam non est in ore eorum Veritas; * eor eorum vanum est.

Sepulcrum patens est gut-tar eorum; * Unguis suis dolose agebant; judica illos Deus.

Decidant a eogitationibus suis, secundum multitudi-nem impietatum eorum ex-pelle eos, * quoniam irrita-verunt te, Domiiie.

Et laetentur omnes qui sperant in te: * in aeiernum exultabunt et babitabis in eis. •

Et gloriabun tnr in te omnes qui diligunt nomen tuum, * quoniam tu benedi-

De booze zal bij U niet wonen en de onrechtvaardi-gen zullen voor uwe oogen niet bestaan.

Gij haat allen, die ongerechtigheid bedrijven: Gij zult allen vernielen, die leugentaal spreken.

Van den man des bloeds en des bedrogs heeft de Heer een gruwel; maar ik steun op de grootheid uwer goedertierenheid.

Ik zal ingaan in uw huis, ik zal mij aanbiddend heenwenden naar uwen heiligen tempel in uwe vrees.

Heer, leid mij in uwe gerechtigheid ; en wegens mijne vijanden richt mijnen weg voor uw aanschijn.

Want er is in hun nen mond geene waarheid: hun hart is ijdel.

Hunne keel is een open graf, met hunne tongen vleien zij listiglijk; o God, oordeel hen.

Laat hen vervallen van hunne raadslagen, drijf hen heen om de veelheid hunner boosheden, want zij hebben U getergd, o Heer.

Maar laat verbli.d zijn allen die op U betrouwen, zij zullen juichen in eeuwigheid en Gij zult wonen onder hen.

En allen die unen naam lief hebben zullen zich groo-telijks in U verblijden, want


ocr page 231

205

cea justo.

Domine, ut scuto bonae voluntatis tuae * coronasti nos.

P. Requiem aeternam etc.

Ant. Dirige. Domine Deus meus, in conspectu tuo viatn meam.

Ant. 2. Tj. Convertere.

Gij «uit den rechtvaardige zegenen.

O Heer, Gij zult ons met uwe goedgunstigheid kronen als met een schild.

P. Heer, geef hun de eeuwige rust, enz.

Ant. O Heer, mijn God, richt mijnen weg voor uw aanschijn.

Ant. 2. L. Wend U tot mij, o Heer.


Psalm

2. A. Domine, nein furore tuo arguas me,*neque in ira tua corripias me.

Miserere mei, Domine, quoniam infirmus sum; * sa-na me, Domine, quoniam conturhata sunt ossa mea.

Et anima mea turhata est valde; * sed tu, Domine, usquequo?

Convertere, Domine, et eripe animam meam; sal-vum me fae propter miseri-cordiam tuam.

Quoniam non est in morte qui memor sit tui; * in inferno autem quis eonfitebitur tibi?

Lahoravi in gemitu meo, lavabo per singulas noctes lectum meum; * lacrvmis meis stratum meum rigabo.

Turbatua est a furore ocu-

2. A. Heer, strafn;ij nietin uwe verbolgenheid en kastijd mij niet in uwe gramschap .

Ontferm U mijner, o Heer, want ik ben krank, genees mij, o Heer, want mijne beenderen zijn geheel ontsteld.

Mijne ziel is zeer verschrikt: hoe lang, O Heer, zult Gij nog vertoeven?

Wend IJ tot mij. o Heer, en red mijne ziel: verlos mij om uwe barmhartigheid.

Want er is niemand, die in den dood Uwer gedachtig is, en wie zal U loven in het graf?

Ik ben moede van mijn zuchten, ik zal alle nachten mijn bed wasschen en mijne rustplaats doorweken met mijne tranen.

Mijn oog is ontsteld van 12


ocr page 232

206

lus meus, * inveteravi inter omnes inimicos meos.

Discedite a me, omnes qui operamini iniquitatem :*quo-niam exaudivit üominus vo-cem fletns mei.

Exaudivit Dominus de-precationem meam; * Dominus oraüonem meam susce-pit.

Erubescant et conturbcn-tur vehementer omnes ini-mici mei; * convertantur et erubescant valde velociter.

Kequiem aeternam, etc.

A?it. Convertere,Domine, et eripe animam meam; quo-niam non est in morte qui memor sit tui.

Anl. i. L. Neqnando.

verdriet, ik ben verouderd onder al mijne vijanden.

Wijkt van mij, gij allen, die ongerechtigheid bedrijtt, want de Heer heeft de stem mijner tranen gehoord.

De Heer heeft naar mijn smeeken geluisterd; de Heer heeft mijn gebed aangenomen.

Dat al mijne vijanden beschaamd en geheel verbaasd worden, dat zij haastig en met schaamte terugkeeren.

Heer, geef hun de eeuwige rust, enz.

Ant. Wend U tot mij, o Heer, en red mijne ziel, want er is niemand, die in den dood Uwer gedenkt.

Ant. 1. L. Dat hij mijnc-ziel.


Psalm 7.

1 A. Domine Deus meus, in te speravi:* salvumme fac ex omnibus persequenti-bus me, et libera me.

Nequando rapiat ut leo animam meam : * dum non est qui redimat; neque qui salvurn faciat.

Domine Deus meus. si feci istud; * si est iniquitas in manibus meis.

Si reddidi retribuenlibus mihi mala, * decidam merito ab inimicis meis inanis.

1. A. O Heer, mijn God, op U heb ik mijn vertrouwen gesteld ; verlos mij van al mijne vervolgers en red

mij-

Opdat hij mijne ziel niet roove als een leeuw, terwijl er niemand is om mij te verlossen noch om ra j te redden.

O Heer, mijn God, indien ik dat gedaan het, indien er onrecht is in mijne handen ;

Indien ik het kwaad waarmede zij mij belooiden, vergolden heb; dat ik dan terecht door mijne vijanden neder-


ocr page 233

207

Persequatur inimicus ani-mam meam ct comprehen-dat, et conculcet in terra vita m meam; * et gloriam meam in pulverem deducat.

Exurge. Domine, iri ira tua : * et exaltare in finibus inimicorum meorum.

Et exurge, Domine Deus mens, in praeeepto quod mandasti; * et synagoga populorum eircumdabit te.

Et propter banc in al-tum regredere; * Dominus judicat populos.

Judica me, Domine, secundum justitiam meam; * et secundum innocentiam meam super me.

Consumetur nequitia pec-catorum, et diriges jus-tum, * «crutans corda et renes Deus.

Justum adjutorium meum a Domino, * qui salvos facit rectos corde.

Deus judex Justus, fords et patiens; * numquid iras-citur per singulos dies.

Nisi conversi fueritis, gladiam suum vibrabit; * arcum suum tetendit, et paravit illum.

Et in eo paravit vasa mortis, * sagittas suas ar-dentibus effecit.

gestort en verijdeld worde.

Zoo vervolge de vijand mijne ziel en achterhale ze en vsrtrede mijn leven ter aarde en doe mijne eer in het stof wonen.

Sta op, o Heer, in uwe gramschap, en verhef U op de grenzen mijner vijanden.

En richt U op, o Heer, mijn God, volgens het gebod, hetwelk Gij gesproken hebt; en de vergadering der volken zal U omringen.

En keer weder in de hoogte om harent wil; de Heer oordeelt de volken.

Richt mij, o Heer, naar mijne rechtvaardigheid, en naar de onschuld, die bij mij is.

De boosheid der zondaren zal vernield worden, maar Gij zult den rechtvaardige geleiden, o God, Gij die de harten en nieren beproeft.

Mijne rechtvaardige hulp komt van den.Heer, die de oprechten van harte behoudt.

God is een rechtvaardige rechter, Hij is sterk en lang-moedig:toorntHij alle dagen?

Indien gij u niet bekeert, zal Hij zijn zwaard wetten. Hij heeft zijn boog gespannen en dien bereid.

Hij heeft er doodelijke schichten op gesteld, zijne pijlen heeft Hij vurig gemaakt.


ocr page 234

208

Ecce panuriit injustiti-am; * concepit dolorem, et peperit iniquitatem.

Lacum aperuit et effodit eum, * et incidit in fove-am quam fecit.

Convertetur dolor ejus in caput ejus ; * et in ver-tieein ipsins inquitas ejus descendet.

Confitebor Domino secundum justitiam ejus; * et psallam nomini Domini aitissimi.

P. Requiem aeternam, etc.

Ant. Nequando rapiat ut leo animam meam, dum non est qui redimat, neque qui salvam faciat

Vs. L.L. A porta inferi.

A. Erue, Domine, ani-mas eorum.

P. Pater noster, etc. (in sli!le).

Zie, hij is in arbeid van ongerechtigheid; van moeite is hij zwanger, en hij zal leugen baren.

Hij heeft een kuil gedolven en dien uitgegraven, maar hij is in de groeve gevallen, die hij gemaakt heeft.

Zijne moeite zal op zijn hoofd wederkeeren en zijne ongerechtigheid op zijn schedel nederdalen.

Ik zal den Heer loven naar zijne gerechtigheid, en den naam des Heeren des AUer-hoogsten psalmzingen.

P. Heer, geef hun de eeuwige rust, enz.

Ant. Dat hij mijn ziel niet roove als een leeuw, terwijl er niemand is om mij te verlossen,noch om mij te redden.

Vs. L.L. Van de poorte der hel.

A. Verlos, o Heer, hunne zielen,

P. Onze Vader, enz. (in

stilte).


ie. les. Job 7

1. L. Paree mihi, Domine, nihil enim sunt dies mei. Quid est homo, quia magnificas eum? aut quid apponis erga eum cor tuum ? Visitas eum diluculo, et snbito probas illnm. Us-qnequo non parcis mihi, nee dimittis me, ut gluti-am salivam meam? Peccavi,

1. L. Spaar mij, o Heer, want mijne dagen zijn gelijk een niet. Wat is toch de mensch, dat Gij hem groot acht, en dat Gij uw hart op hem zet ? Gij bezoekt hem in eiken morgenstond, en elk oogenblik beproeft Gij hem. Hoe lang spaart Gij mij niet V en laat Gij niet af van


ocr page 235

209

quid faciam tibi, o Custos hominum! Quare posuisti me contrarium tibi, et fac-tus sum mihimetipsi gravis? Cur non tollis pecca-tum meum. et quare non aufer.s iniquitatem meam ? Ecce nunc in pulvere dor-miam: et si mane me quae-sieris, non subsistam.

xiUen. Credo quod Re-demptor mens vivit, et in novissimo die de terra sur-recturus sum: * Et in carne mea videbo Deum, Salva-torem meum.

j. L. Quera visurus sum ego ipse et non alius; et oculi mei conspecturi sunt. *Et in carne mea videbo Deum, Salvatorem meum.

mij opdat ik mijn speeksel inzwelge? Ik heb gezondigd : wat zal ik U doen, o Menschenhoeder? Waarom hebt Gij mij U tot een aanstoot gesteld, en ben ik aan mij zeiven tot last geworden? Waarom vergeeft Gij mijne zonden niet. en waarom neemt Gij mijne boosheid niet weg ? Zie van nu af zal ik in het stof slapen, en indien Gij mij al vroeg zult zoeken, zal ik niet meer zijn.

Alhn. Ik geloof dat mijn Verlosser leeft, en dat Ik ten jongs ten dage uit het stof zal opstaan: En in mijn vleesch zal ik God mijn Zaligmaker aanschouwen.

1. L. Wien ik zelf, en niet een ander, aanschouwen zal; en mijne eigene oogen zullen Hem zien. En in mijn vleesch zal ik God mijnen Zaligmaker aanschouwen.


n0 les. Job 10.

2. L. Taedet animam meam vitae meae, dimittam adversum me eloquium meum, loquar in amaritu-dine animae meae. Dicam Deo: Noli me condemnare. Indica mihi, cur me itaju-dices? Numquid bonum tibi videtur, si calumniêris me, et opprimas me opus ma-nuum tuarum, et consilium

2. L. Het verdriet mij te leven, en ik zal mijne klacht tegen mij loslaten, ik zal in de bitterheid mijner ziel spreken. Ik zal tot God zeggen: Wil mij niet veroordee-len, geef mij te kennen, waarom Gij mij aldus oordeelt. Dunkt het U goed dat Gij mij verdrukt, dat Gij verwerpt het werk uwer 12*


ocr page 236

210

impiorum adjures? Num-quid oculi carnei tibi sunt, aut sicut videt homo, et tu videbis? Numquid sicut dies hominis dies tui; et anni tui sicut humana sunt tempora, ut quaeras iniqui-tatem mcam, et pcccatum meum scruteris? et scias quia nihil impium fccerim, cum sit nemo qui de manu tua possit eruere.

A. Qui Lazarum resus-citasii a monumento foeti-dum: Tu eis, Domine, dona requiem, et locum indul-gentiae.

2. L. Qui venturus es judicare vivos et mortuos, et saeculum per ignem. * Tu eis, Domine, dona requiem, et locum indulgen-tiae.

handen en den raad der god-deloozen begunstigt? Hebt Gij dan vleeschelijke oogen, en zult Gij de zaken aanzien gelijk de mensch. Zijn uwe dagen als de dagen van den mensch, en zijn uwe jaren als de tijden der menschen, datGij onderzoekt naar mijne ongerechtigheid, en naar mijne zonde verneemt ? Gij weet immers, dat ik geene goddeloosheid bedreven heb.Noch-tans is er niemand die mij uit uwe hand verlossen kan.

A. O Heer, die Lazarus, wanneer hij reeds bedierf, uit het graf hebt doen verrijzen : Verleen hun de rust en de plaats van verzoening.

2. L. Gij die zult komen om levenden en dooden te oordeelen en de wereld door het vuur. Verleen hun de rust en de plaats van verzoening.


iiie les. Job 10.

P. Manus tuae, fecerunt me, et plasmaverunt me totum in circuitu, et sic re-pente praecipitas me? Memento, quaeso, quod sicut lutum feceris me, et in pulverum reduces me. Non-ne sicut lac mulsisti me, et sicut caseum me coagulas-ti? Pelle et carnibus ves-tisti me: ossibus et nervis eompcgisti me. Vitam et

P. Uwe handen, o Heer, hebben mij gemaakt en mij geheel gevormd, en zult Gij mij zoo spoedig vernietigen? Gedenk toch dat Gij mij als leem bereid hebt en mij tot stof zult doen weder-keeren. Hebt gij mij niet als melk gegoten, en als eene kaas doen runnen ? Gij hebt mij met vel en vleesch bekleed, Gij hebt mijne been-


ocr page 237

211

misericordiam tribuisti mi-hi, et visitatio lua custodi-■vit spiritum meum.

A. Domine, quando veneris judicare terram, ubi me abscondam a vultu irae tuae ? Quia peccavi nimis in vita mca.

P. Commissa mea paves-co, et ante te erubesco: dum veneris judicare noli me condemnare.* Quia peccavi nimis in vita mea.

P. Requiem aeternam dona eis, Domine, et lux perpetua luceat eis. * Quia peccavi nimis in vita mea.

IIe N

deren en zenuwen te zamen-gebonden. Gij hebt mij genadig het leven gegeven, en uw toezicht heeft mijnen geest bewaard.

A. Waar zal ik mij verbergen, o Heer voor uw vertoornd gelaat, wanneer Gij zult komen om de aarde te oordeelen? Want te veel heb ik gezondigd in mijn leven.

P. Schrik bevangt mij bij het gezicht mijner misdaden; en schaamrood bedekt mij voor IL Verwijs mij niet als Gij komen zult om te oordeelen. Want te veel heb ik gezondigd in mijn leven.

P. Heer geefquot; hun de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte hen. Want te veel heb ik gezondigd in mijn leven.

■TURN.


Tm de Congregatie in Februari, Mei, Augustus en November.

Jn?. l.L. In loco pascuae. Ant. I. L. In eene grazige weide.

Psalm 22.

1. A. Dominus regit me et nihil mihi deërit, ^ in loco pascuae ibi me collocavit.

Super aquam refectionis educavit me: * animam meam convertit.

Deduxit me super semitas

1. A. De Heer bestuurt mij, mij zal niets ontbreken; Hij heeft mij in eene grazige weide gesteld.

Hij heeft mij opgevoed bij verkwikkende wateren : Hij heeft mijne ziel bekeerd.

Hij heeft mij geleid op


ocr page 238

212

justitiae: propter nomen snum.

Nam et si ambulavero in medio umbrae mortis, non timebo mala • * quoni-ara tu mecum es.

Virga tua et baculus tuus, ** ipsa me consolata sunt.

Parasti in conspectu meo mensam: * adversus eos qui tribulant me.

1 mpinguasti in oleo caput meum; * et calix meus inebrians quam praeclarus est.

Et misericordia tua sub-sequetur me: * omnibus diebus vitae meae.

Et ut inhabitem in domo Domini: * in longitudinem dierum.

P. Kequiemaeternam, etc.

Ant. In loco pascuae, ibi me collocavit.

Ant. 2. L. Delicta.

de wegen der gerechtioheid om zijns naams wil.

Al wandelde ik ook te midden der schaduwen des doods, ik zal geen kwaad vreezen, want Gij zijt met mij.

Uw stok en uw staf die vertroosten my.

Gij hebt eene tafel voor mijn aanschijn bereid, tegenover hen die mij verdrukken.

Gy hebt mijn hoofd met olie gezalfd, en de kelk, die mij verheugt, hoe kostbaar is hij niet!

En uwe barmhartigheid zal mij volgen, al de dagen mijns levens.

Opdat ik wone in het Huis des lieeren, in lengte van dagen.

P. Heer, geef hun de eeuwige rust, enz.

Ant. In 4 eene grazige weide hebt Gij mij gesteld»

Aiit. 2. L. Heer, gedenk.


Psalm 24.

2. A. Ad te, Domine, le-vavi animam meam: * Deus meus, in te confido, non erubescam.

Neque irrideant me ini-mici mei; * etenim universi, qui sustinent te, nonconfun-dentur.

Confundantur omnes ini-

2. A. Toe U, Heer, heb ik mijne ziel opgeheven; mijn God, ik betrouw op U, laat mij niet beschaamd worden.

En laat niet toe dat mijne vijanden mij bespotten : want allen die U verwachten, zullen nooit beschaamd worden.

Dat zij allen beschaamd


ocr page 239

21S

qna agentes; * supervacue.

Vias tuas, Domine, de-monstra mihi; * et seniitas tuas edoce me.

Dirige me in veritate tna et doce me; quia tu es Deus Salvator meus, et te snstinui tota die.

Reminiscere miseratio-num tuarum, Domine, * et miserioordiarum tuarum (juae a saeculo sunt.

Delicta juventutis meae; * et ignorantias meas nc memineris.

Secundum misericordiam tuam memento mei tu; * propter bonitatera tuam, Domine.

Duleis et rectus Domi-nus; * propter hoc legem da-bit delimjuontibus in via.

Dirigit mansuetos in judi-cio; * docebit mites vias suas.

Universae viae Domini, misericordia et Veritas, * requirentibus testamentum ejus, et testimonia ejus.

Propter nomen tuum, Domine, propitiaberis peccato meo; * multum est enim.

Quis est homo qui timet Dominum '? * Legem statuit worden die ongerechtigheid plegen; bovenmate.

Toon mij, o Heer, uwe wegen, en leer mij uwe paden kennen.

Le:d mij in uwe waarheid en leer mij: want Gij zijt de God, mijn Zaligmaker, en U heb ik verwacht den ganschen dag.

Gedenk, o lieer, uwer goedertierenheden en barmhartigheden, die zijn van eeuwicheid.

Gedenk niet de misdaden mijner jeugd, noch mijne onwetendheden.

Wees mijner gedachtig volgons uwe barmhartigheid, om uwer goedheids-wil, o Heer.

De Heer is zoet en gerecht; daarom zal hij den zondaren eene wet geven op den weg.

Hij zal de zachtmoedi-gen leiden in het recht. Hij zal de zachtzinnigen zijne wegen leeren.

Alle de wegen des Hee-ren zijn barmhartigheid en waarheid; dengenen, diezijn verbond en zijne getuigenissen zoeken.

Om uwen naam, o Heer, zult gij mij mijne zonde vergeven ; want die is menigvuldig.

Wie is de mensch. die den Heer vreest? Hij on-


ocr page 240

214

ei in via quam elegit.

Anima ejus in bonis de-morabitur; * et semen ejus haeredilabit terram.

Firmamentnm est Domi-nus timentibus Enm, et tes-tamentum ipsius, ut mani-festeiur illis.

Oculi mei semper ad Do-minum ; * quoniam ipse evel-let de laqueo pedes meos.

Respice in me, et miserere mei; * quia unicus et pauper sum ego.

Tribulationes cordis mei multiplicatae sunt, * de ne-cessitatibus meis erue me.

Vide humilitatem meam et laborem meum; * et di-mitte universa delicta mea.

Respice inimicos meos quoniam multiplicati sunt; * et odio iniquo oderunt me.

Custodi animam meam et erue me; * non erubes-cam quouiain speravi in te.

Innocemes et recti adhae-serunt mihi: * quia susti-nui te.

Libera,Deus, Israël; * ex omnibus tribulationibus suis.

P. Requiem aeternam, etc.

derwijst hem op den weg, dien hij gekozen heeft.

Zijne ziel zal in het goed verbiijven, en zijne nakomelingschap zal de aarde erven.

De Heer is een steun voor hen, die Hem vreezen; en zijn verbond is, om hen dien te doen kennen.

Mijne oogen zijn altijd op den Heer, want Hij zal mijne voeten uit den strik voeren.

Zie neer op mij, en ontferm U mijner, want ik ben eenzaam en ellendig.

De benauwdheden mijns harten zijn vermenigvuldigd : voer mij uit mijn nooden.

Aanzie mijne vernedering en mijne moeite, en neem weg alle mijne zonden.

Aanzie mijne vijanden, want zij zijn vermenigvuldigd, en zij haten mij met een wreveligen haat.

Bewaar mijne ziel en verlos mij: laat mij niet beschaamd worden, want ik betrouw op U.

De onschuldigen en rechtvaardigen hebben mij aangehangen, omdat ik ü verbeidde.

O God, verlos Israël uit al zijne benauwdheden.

P. Heer, geef hun de eeuwige rust, enz.


ocr page 241

215

Ant. Delicta juventutis meae et ignorantias meas ne memineris, Domine. Ant. 1. L. Credo videre.

Ant. Heer gedenk niet de misdaden mijner jeugd, noch mijne onwetendheden. Ant 1. L. Ik geloof.


Psalm 26.

1 A. Dominus illumina-tio mea et salus mea; * quem timebo?

Dominus, protector vitae meae; * a quo trepidabo ?

Dum appropiant super me nocentes; * utedant carnes meas.

Qui tribulant me inimici mei; * ipsi infirmati sunt, et ceciderunt.

Si consistant adversum me castra; * non timebit cor meum.

Si exurgat adversum me praelium; * in hoe ego spe-rabo.

Unam petii a Domino, hanc requiram ; * ut inhabi-tem in domo Domini omnibus diebus vitae meae.

Ut videam voluptatem Domini; * et visitem tem-plum ej-us.

Quoniam abscondit me in tabernaculo suo; * in die malorum protexit me in abscondito tabernaculi sui.

In petra exaltavit me *

1. A. De Heer is mijn licht en mijne zaligheid; wien zal ik vreezen ?

De Heer is de beschermer van mijn leven; voor wien zal ik vervaard zijn?

Als de boozen tot mij naderen, om mijn vleesch te eten.

Mijne vijanden, die mij verdrukken, zijn van zeiven bezweken en gevallen.

Al stond er ook een heerleger tegen mij, mijn hart zou niet vreezen.

Al rees er een oorlog tegen mij, ook dan nog zal ik hopen.

Een ding slechts heb ik van den Heer begeerd, dat zal ik zoeken: dar ik moge wonen in het huis des Heeren, al de dagen mijns levens.

Dat ik de liefelijkheid des Heeren aanschouwe, en zijnen tempel bezoeke.

Want Hij ' heeft mij in zijn tabernakel verborgen; ten dage des onheils heeft Hij mij in het binnenste van zijn tabernakel beschermd.

Op een rotssteen heeft


ocr page 242

215

et nunc axaltavit caput meum super inimicos meos.

Circuivi et immolavi in tabernaculo ejus hostiam vociferationis; * cantabo, et paalmum dicam Domino.

Exaudi, Domine. vocem meam qua clamavi ad te ;* miserere mei, et exaudi me.

Tibi dixit cor meum, ex-quisivit te facies mea ;* fa-ciem tuam, Domine requi-ram.

Ne avertas faciem tuam a me; * ne delines in ira a servo tuo.

Adjutor meus esto, ne derelinquas me ; * neque de-spicias me, Deus salutaris meus.

Quoniam pater meus et mater mea dereliquerunt me : * Dominus autem assumpsit me.

Legem pone mihi. Domine. in vita tua . *et dirijje me in semitam rectarn propter inimicos meos.

Ne tradideris me in ani-inas tribulantium me; * quoniam insurrexerunt in me testes iniqui, et mentita est iniquitas sibi

Hij mij gesteld, en mijn hoofd boven mijne vijanden verheven.

Ik ben rondgegaan, en ik heb in zijn tabernakel eene offerande des klanks geofferd; ik zal zingen, ja, psalmzingen den Heer.

Verhoor, o Heer, mijne stem, waarmede ik geroepen heb tot U: ontferm U mg-ner, en verhoor mij.

Mijn hart heeft gesproken tot U; mijn aangezicht heeft U gezocht; uw aanschijn, zal ik zoeken, o Heer!

Keer toch uw aanschijn niet af van mij; wijk niet van uwen dienaar in uwe gramschap.

Wees mijn helper, verlaat mij niet: noch versmaad mij, o God, mijn Heil!

Want mijn vader en mijne moeder hebben mij verlaten, maar de Heer heeft mij opgenomen.

Heer, leer mij uwen weg, en leid mij in het rechte pad om mijne vijanden.

Geef mij niet over aan den wil dergenen, die mij verdrukken; want er zijn valsche getuigen tegen mij opgestaan, en de boosheid heeft tegen zichzelven gelogen.


ocr page 243

217

Credo videre bona Domini; * in terra viven-tinm.

Expecta Dominnm, viri-liter alt;*e: * ct confortetur cor tuum, et sustine Do-minum.

Requiem aeternam, etc.

Ant. Credo videre bona Domini in terra viventium.

Vs. LL. Collocet eos Do-minns cum principibus.

A. Cum principibus po-puli sni.

P. Pater noster, etc. in stil'e.

ie LES.

1 L. Responde mihi: Quantas habeo iniquitates ei peccata: scelera me a et delicta ostende mihi. Cur faciem tuam abscondis; et arbitraris me inimicum tuum? Contra folium quod vento rapitur, ostendis potentiam tuam, et stipulam siccam perscqueris. Scribis enim contra me amaritudines, et con^umere me vis peccatis adolescentiae meae. Posuisti in nervo pedem meum, et observasti omnes semitas meas, et vestigia pedum me-orum considerasti. Qui quasi putredo consumendus sum, et quasi vestimentum quod

Ik geloof de goederen des Heeren te zullen zien in bet land der levenden.

Wacht op den Heer, gedraag u manhafiig; dat uw hart zich versterke, en wacht op den Heer.

Heer, geef hun de eeuwige rust, enz.

Ant. Ik geloof de goederen des Heeren te zullen zien in het land der levenden.

Vs. LL. Dat de Heer hen doe zitten met de vorsten.

A. Met de vorsten zijns volk^.

P. Onze Vader. erz. in stilte.

Job 13.

I L. Antwoord mij : hoe vele zonden en misdaden heb ik? maak mij mijne overtredingen en misdaden bekend. Waarom verbergt Gij uw aangezicht en houdt Gij mij voor uwen vijand9 Tegen een blad dat door den wind bewogen wordt, toont Gij uwe macht, en Gij vervolgt een dorren stoppel! want Gij schrijft tegen mij bittere dingen, en Gij wilt mij vernietigen om de zonden mijner jeugd. Gij hebt mijne voeten in boeien geklonken. Gij hebt al mijne paden beschouwd en al mijne voetstappen 1 8


ocr page 244

218

comeditur a tinea.

A. Memento mei. Deus, quia ventus est vitamea*: Nec aspicat me visas ho-minis.

1. L. Ue profundis clamavi ad te, Domine, Domine ex-audi vocem meam. * Nec a.spiuiut me visus hominis.

II1' LES.

2. L. Homo natus de muliere, brevi vivens tempore, repletur multis mise-riis. Qui quasi flos egreditur et conteritur, et fugit velut umbra, et numquam in eo -dem statu permanet. Et dig-num ducis, super hujusce-modi aperire oculos tuos, et adducere eum tecum in judicium ? Quis potest facere mundum de iintnundo con-ceptum semineV Nonne tu, qui solus es? Breves dies hominis sunt, numerus men-sium ejus apud te est: constituisti terminos ej us, qui praeterire non poterunt. Kecede paululum ab eo ut quiescat, donee optata veniat, sicnt mercenarii, dies ejus.

waargenomen. Ik zal weldra vergaan als iets, dat der verrotting prijs is, en als een kleed dat van de motten wordt verteerd.

A. Wees mijner gedachtig, o God, omdat mijn leven gelijk is aan den wind ; En het oog der menschen zal mij niet meer aanschouwen.

1. L. Uit de diepten heb ik tot U geroepen, o Heer. Heer, verhoor mijne stem. En het oog der menschen zal mij niet meer aanschouwen.

Job 14.

2. L. De mensch, van eene vrouw geboren, leeft slechts korten tijd en is van ellende vervuld. Hij komt voort als eene bloem en wordt vertreden; als eene schaduw vervliegt hij en blijft nooit in denzelfden staat. En gewaardigt Gij U op zulk eenen uwe oogen te vestigen, en met Hem in het gericht te treden? Wie kan rein maken dengene, die onrein ontvangen is; zijt Gij het niet alleen? De dagen des menschen zijn kort en hot getal zijner maanden staat bij U besloten: Gij hebt hen palen gesteld, die hij ir.et kan overschrijden. Wijk toch


ocr page 245

19

A. Heu raihi, Domine, quia peccavi nimis in vita mea.Quid faciammiser? Ubi fugiam, nisi ad te, Dens mens ? Miserere mei, dam veneris in novissimo die.

2. L. Anima mea turbata est valde, sed tu, Pomine, succurre ei. * Miserere mei, dum veneris in novissimo die.

Hie les.

P. Quis mihi hoc tribuet, ut in inferno protegas me, et abscondas me; donee per-transeat furor tnus, et eon-stituas mihi tempus, in quo reeorderis mei? Puta^e mortuus homo rursum vivat? Cunctis diebus, quibus nunc milito, expecto donee veniat immutatio mea. V oca bis me ; et ego repondebo tibi: operi manuum tuarum porriges dexteram. Tu quidem gres-sus meos dinumerasti, sed parce peccatis meis.

A. Ne recorder!*» peccata

#

een weinig van hem, opdat hij ruste, totdat voor hem, als voor eenen huurling, het gewenschte einde van zijnen dag kome.

A. Wee mij rampzalige, o Heer, want te veel heb ik gezondigd in mijn leven ; wat zal ik ellendige doen? Tot wien zal ik vluchten, als tot ü, o mijn God? Wees mij genadig, als Gij komen zult ten jongsten dage.

2. L. Mijne ziel is geheel ontsteld, maar Gij, o Keer, kom haar te hulp. Wees mij genadig, als Gij komen zult ten jongsten dage.

Job 14.

P. Wie zal mij dit vergunnen, dal Gij mij in het graf versteekt en verbergt, totdat uw toorn voorby is, en Gij mij eenen tijd stelt, waarop Gij mijner gedachtig zijt. Denkt Gij, dat een mensch die gestorven is, wederom zal leven ? Al de dagen waarin ik strijd, wacht ik: totdat mijne verandering kome. Gij zult mij roepen en ik zal Ü antwoorden; Gy zult aan het werk uwer handen, uwe rechterhand toereiken. Gij hebt, het is waar, mijne voetstappen geteld, maar spaar mijne zonden.

A. O Heer, wees mijne


ocr page 246

218

comeditur a tinea.

A. Memento mei. Deus, quia ventus est vitamea*: Nec aspicat me visus ho-minis.

l.L. Deprofundis clamavi ad te, Domine, Domine ex-audi vocem meam. * Nec aspiciiit me visus hominis.

II1quot; LES.

2. L. Homo natus de muliere, brevi vivens tem-]]ore, repletur multis mise-riis. Qui quasi flos egreditur et conleritur, et fugit velut umbra, et nnmquam in eo ■ dem statu permanet. Et dig-num ducis, super hujusce-modi aperire oculos tuos, et addueere cum tecum in judicium? Quis potestfacere mundum de immundo con-ceptum semineV Nonne tu, qui solus es? Breves dies hominis sunt, numerus men-sium ejus apud te est: constituisti terminos ej us, qui praeterire non poterunt. Kecede paululum ab eo ut quieseat, donee optata veniat, sicut mercenarii, dies ejus.

waargenomen. Ik zal weldra vergaan als iets, dat der verrotting prijs is, en als een kleed dat van de motten wordt verteerd.

A. Wees mijner gedachtig, o God, omdat mijn leven gelijk is aan den wind ; En het oog der menschen zal mij niet meer aanschouwen.

1. L. Uit de diepten heb ik tot U geroepen, o Heer, Heer, verhoor mijne stem. En het oog der menschen zal mij niet meer aanschouwen.

Job U.

2. L. De mensch, van eene vrouw geboren, leeft slechts korten tijd en is van ellende vervuld. Hij komt voort als eene bloem en wordt vertreden; als eene schaduw vervliegt hij en blijft nooit in denzelfden staat. En gewaardigt Gij U op zulk eenen uwe oogen te vestigen, en met Hem in het gericht te treden? Wie kan rein maken dengene, die onrein ontvangen is; zijt Gij het niet alleen? De dagen des menschen zijn kort en hot getal zijner maanden staat bij U besloten: Gij hebt hem palen gesteld, die hij niet kan overschrijden. Wijk toch


ocr page 247

219

A. Heu raihi, Domine, quia peccavi nimis in vita mea.Quid faciammiser? Ubi fugiam, nisi ad te, Deus mens ? Miserere mei, dum veneris in novissimo die.

2. L. Anima mea turbata est valde, sed tu, Domine, succurre ei. * Miserere mei, dum veneris in novissimo die.

een weinig van hem, opdat hij ruste, totdat voor hem, als voor eenen huurling, het gewenschte einde van zijnen dag kome.

A. Wee mij rampzalige, o Heer, want te veel heb ik gezondigd in mijn leven ; wat zal ik ellendige doen? Tot wien zal ik vluchten, als tot ü, o mijn God ? Wees mij genadig, als Gij komen zult ten jongsten dage.

2. L. Mijne ziel is geheel ontsteld; maar Gij, o Heer, kom haar te hulp. Wees mij genadig, als Gij komen zult ten jongsten dage.


Ille LES. Job 14.

P. Quis mihi hoe tribuet, ut in inferno protegas me, et abscondas me; donee per-transeat furor tuus, et con-stituas mihi tempus, in quo recorderis mei? Futa.^ne mortuus homo rursum vivat? Cunctis diebus, quibus nunc milito, expecto donec veniat immutatio mea. Vocabis me; et ego repondebo tibi: operi manuum tuarum porriges dexteram. Tu quidem gree-sus meos dinumerasti, sed paree peccatis meis.

A. Ne recorderis peccata

P. Wie zal mij dit vergunnen, dal Gij mij in het graf versteekt en verbergt, totdat uw toorn voorbij is, en Gij mij eenen tijd stelt, waarop Gij mijner gedachtig zijt. Denkt Gij, dat een mensch die gestorven is, wederom zal leven? Al de dagen waarin ik strijd, wacht ik; totdat mijne verandering kome. Gij zult mij roepen en ik zal U antwoorden; Gy zult aan het werk uwer handen, uwe rechterhand toereiken. Gij hebt, het in waar, mijne voetstappen geteld, maar spaar mijne zonden.

A. O Heer, wees mijne


ocr page 248

220

m%!, Domine. * Dnm veneris jii iicare saecnlnm perigneui.

P. Dirige, Domine Deus mens, in conspectu tuoviam meam. * Dum veneris judi-care saeculiim per ignera.

P. Requiem aeternam, do-na eis Domine, el lux perpe-tua luceat eis * Dum veneris jmUeare saeenlum perignem.

zonden niet gedaehtig. Wanneer Gij komen zult om de wereld te oordeelen door het vuur.

P. O Heer, maak dat mijn handel recht zij voor uwe oogen. Wanneer Gij komen zult om de wereld te oordeelen door het vtiur.

P. Heer, geefhun de eeuwige rust, en het eeuwig licht verlichte hen. Wan-neo1- Gij komen zult om de wereld te oordeelen door het vuur.


Hie NOCTURN.

In de «.'ongregatie in Maart, Juni, September en December. Ant. 1. h. Complaceat. Ant. 1. L. Heer. Psalm 39.

1. A. Expectans expee-tavi Dominum, * et intendit mihi.

Et exaudivit preees meas; * et eduxit me de lacu miseriae, et de luto faecis.

Et statuit super petram pedes meos, * et direxit gressus meos.

Et immisit in os meum canticum novum ; * carmen Deo noslro.

Videbnnt mnlti, et lime-bunt; * et sperabunt in Domino.

1. A. Ik heb den Meer lang verwacht, en Hij heeft zich tot mij geneigd.

Hij heeft mijne gebeden verhoord, en Hij heeft mij uit een poel van ellende, en uit modderig slijk opgehaald.

En hij heeft mijne voeten op eene steenrots gesteld ; en Hij heeft mijne gangen vastgemaakt.

Ook heeft hij een nieuw lied in mijnen mond gegeven, eenen lofzang onzen God.

Velen zullen het zien en vreezen; en op den Heer vertrouwen.


ocr page 249

221

Beatas vir, cujas est nomen Domini spes eju-!, *et non respexit in vanitates, et insanias falsas.

Multa fecisti Ui, Domine Deus meus, mirabilia tua; * et cogitationibus tuis non est qui similis sit tibi.

Annuutiavi, et locutus sum; * multiplicati sunt super numerum.

Sacrificium et oblationem noluisti; * aures autem per-fecisti mihi.

Holocaustum et pro pee-cato non postulasti; * tune dixi; Eece venio.

In capite libri seriptum est de me, ut faeerem vo-luntatem tuam; * Deus mens, volui, et legem tuam in medio eordis mei.

Annantiavijustitiam tuam in ecclesia magna, * eece labia mea non prohibobo; Domine tu scisti.

Justitiam tuam non abscond! in eurde meo: * ve-ritatem tuam et salutare tuum dixi.

Non abscondi misericor-diam tuam et veriiatem tuam * a concilio multo.

Wel gelukzalig is de man, die zijne hoop stelt op den naam des Pieeren, en niet omziet naar de ijdelheden en valsche dwaasheden.

Heer, mijn God, Gij hebt uwe wonderheden menigvuldig gemaakt; en in uwe gedachten is niemand aan U gelijk.

Ik heb ze verkondigd en daarvan gesproken; zij zijn bovenmate menigvuldig.

Gij hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer; maar Gij hebt mij de ooren doorboord, (mij voor altijd aan uwe dienst verbonden).

Brandoffer en Zondoffer hebt Gij niet geëischi! Toen zeide ik: Zie ik kom.

Aan het hoofd des boeks is van mij geschreven, dat ik uwen wil zal doen. Mijn God ik heb het gewild, en uwe wet is in het binnenste van mijn hart.

In de groote vergadering heb ik uwe rechtvaardigheid verkondigd; zie, mijne lippen zal ik niet bedwingen; Heer, Gij weet het.

U we gerechtigheid heb ik niet verborgen in mijn hart; uwe waarheid en uw heil heb ik verkondigd.

Ik heb uwe barmhartigheid en waarheid niet verborgen, voor de groote vergadering.


ocr page 250

222

To autem, Domine; ne Jonge facias miseraliones tuas a me; * raisericordia tua et Veritas tua semper sasceperunt mc.

Quoniam circumdederunt me mala, quorum non est numerus: * comprehende-runt me iniquitates meae, et non potui ut viderem.

Multiplicatae sunt super capillos capitis mei; * et cor meum dereliquit me.

Complaceat tibi, Domine, uf eruas me: * Domine, ad adjuvandum me respice.

Confundantur et revere-antur simul qui quaerunt an imam in earn, * ut aufe-rant cam.

Convertantur retrorsum et revereantur * qui volunt mibi mala.

Ferant confestim confusi-onem suam, * qui dicunt mihi: Euge, euge.

Exultent et laetentur super te omnes quaerentes te: * et dicant semper: Mag-nificetur Dominus; qui di-ligunt salutare tuum.

Ego autem mendicus sum et pauper : * Dominus sol-licitus est mei.

Adjutor meus et protector mens tu es: * Deus meus ue tardaveris.

Gij dan, o Heer, keer toch uwe barmhartigheid van mij niet af: uwe genade en uwe waarheid hebben mij altijd beschermd.

Want ellenden, tot zonder getal toe, hebben mij omgeven: mijne ongerechtigheden hebben mij zoo aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien.

Zij zijn menigvuldiger dan de haren van mijn hoofd: en mijn hart heeft mij verlaten.

Het behage U Heer; mij te verlossen : Heer, zie neer om mij te helpen.

Dat zij ontsteld en te gelijk met schande overdekt worden, die mijne ziel zoeken, om die te vernielen.

Dat zij terug wijken en beschaamd worden, die mij kwaad willen.

Dat zij spoedig met schaamte overladen worden, die mij bespotten.

Dat allen, die U zoeken, zich in U verheugen en verblijden. En dat degenen die uwe zaligheid beminnen steeds zeggen : De Heer zij groot el ij ks geprezen.

Wat mij betreft, ik ben arm en ellendig: mas.r de Heer is voor mij bezorgd.

Gij zijt mijn helper en mijn beschermer: o mijn God, toef niet.


ocr page 251

223

Requiem aeternam etc.

Ant. Complaceat libi, Do-mine, ut eripias me: Domi-ne ad adjuvandum me re-

spice.

Ant. 2. L. Sana, Domine.

Psali

2. A lieatus qui intelli-git super egenum et pau-perem: * in die mala libe-rabit eum Dominus.

Dominns conserve! eii'n et vivificet eum, et beatum faciat eum in terra * et non tradat eum in an imam inimicorum ejus.

Dominus opem ferat illi super lectum doloris ejus: * universum stratum ejus versasti in infirmitate ejus.

Ego dixi: Domine, miserere mei: * sana animam meam, quia peccavi tihi.

Inimici mei dixernnt mala mihi: * quando morielur, et peribit nomen ejus?

Et si ingrediebatnr ut videret, vana loquebatur: * cor ejus congregavit iniqui-tatem sibi.

Egrediebatur foras ^ et loquebatur in idipsum.

Heer, geef hun de eeuwige rust, enz.

Ant. Heer, dat IietU be-hage, mij te verlossen: Heer zie neer om mij te helpen.

Ant. 2. L. Heer, genees. 40.

2. A. Gelukkig hij die acht slaat op den behoeftige en arme; in den kwaden dag zal de Heer hem verlossen.

De Heer beware hem, en behcude hem in het leven en make hem gelukkig op aarde, en geve hem niet over aan den wil zijner vijanden.

De Heer kome hem te hulpe op het bed zijner smarten; zijn gansche leger hebt gij veranderd in zijne krankheid.

Ik heb gezeglt;i, Heer. ontferm U mijner: genees mijne ziel, want ik heb tegen U gezondigd.

Mijne vijanden hebben mij kwaad toegewenscht: wanneer zal hij sterven en wanneer zal zijn naam vergaan ?

En indien iemand mij kwam bezoeken, sprak hij met list tot mij; zijn hart verzamelde zich boosheid.

Hij ging uit naar buiten, en sprak er van.


ocr page 252

222

To autem, Domine; ne ionge facias miserationes tuas a me; * raisericordia tua et Veritas tua semper sasceperunt me.

Quoniam eircumdederunt me mala, quorum non est numerus: * comprehende-runt me iniquitates meae, et non potui ut viderem.

Multiplicatae sunt super capillos capitis mei; * et cor meum dereliquit me.

Complaceat tibi, Domine, uf eruas me : * Domine, ad adjuvandum me respice.

Confundantur et revere-antur simul qui quaerunt animam meam, * ut aufe-rant earn.

Convertantur retrorsum et revereantur * qui volunt mihi mala.

Ferant confestim confusi-onem suam, * qui dicunt mihi: Euge, euge.

Exultent et laetentur super te omnes quaerentes te: * et dicant semper: Mag-nificetur Dominus; qui di-ligunt salutare tuum.

Ego autem mendicus sum et pauper : * Dominus sol-liciius est mei.

Adjutor meus et protector meus tu es: * Deus meus ne tardaveris.

Gij dan, o Heer, keer toch uwe barmhartigheid van mij niet af: uwe genade en uwe waarheid hebben mij altijd beschermd.

Want ellenden, tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijne ongerechtigheden hebben mij zoo aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien.

Zij zijn menigvuldiger dan de haren van mijn hoofd: en mijn hart heeft mij verlaten.

Het behage U Heer; mij te verlossen : Heer, zie neer om mij te helpen.

Dat zij ontsteld en te gelijk met schande overdekt worden, die mijne ziel zoeken, om die te vernielen.

Dat zij terug wijken en beschaamd worden, die mij kwaad willen.

Dat zij spoedig met schaamte overladen worden, die mij bespotten.

Dat allen, die U zoeken, zich in U verheugen en verblijden. En dat degenen die uwe zaligheid beminnen steeds zeggen : De Heer zij grootelijks geprezen.

Wat mij betreft, ik ben arm en ellendig: maar de Heer is voor mij bezorgd.

Gij zijt mijn helper en mijn beschermer: o mijn God, toef niet.


ocr page 253

223

Requiem aeternam etc.

Ant. Complaceat tibi, Do-mine, ut eripias me : Domi-ne ad adjuvandum me re-spice.

Ant. 2. L. Sana, Domine.

Psaln

2. A Bealus qui intelli-git super egenum et pan-perem; * in die mala libe-rabit eum Dominus.

Dominus conservet eum el vivificet eum. et beatum faciat eum in terra * et non tradat eum in animam inimicorum ejus.

Dominus opem ferat illi super lectum doloris ejus: * universum stratum ejus versasti in infirinitate ejus.

Ego dixi: Domine, miserere mei: * sana animam meam, quia peccavi tihi.

Inimici mei dixernm mala mihi: * quando morietur, et peribit nomen ejus?

Et si ingrediebatur ut videret, vana loquebatur: * cor ejus congregavit iniqui-tatem sibi.

Egrediebatur foras * et loquebatur in idipsum.

Heer, geef bun de eeuwige rust, enz.

Ant. Heer, dat hetUbe-hage, mij te verlossen : Heer zie neer om mij te helpen.

Ant. 2. L. Heer, genees. 40.

2. A. Gelukkig hij die acht slaat op den behoeftige en arme; in den kwaden dag zal de Heer hem verlossen.

De Heer beware hem, en behcude hem in het leven en make hem gelukkig op aarde, en geve hem niet over aan den wil zijner vijanden.

De Heer koine hem te hulpe op het bed zijner smarten; zijn gansche leger hebt gij veranderd in zijne krankheid.

Ik heb gezegd, Heer. ontferm U mijner: genees mijne ziel, want ik heb tegen U gezondigd.

Mijne vijanden hebben mij kwaad toegewenscht: wanneer zal hij sterven en wanneer zal zijn naam vergaan ?

En indien iemand mij kwam bezoeken, sprak hij met list tot mij; zijn hart verzamelde zich boosheid.

Hij ging uit naar buiten, en sprak er van.


ocr page 254

Adversum me susurrabant omnes inimici mei ^adversum me cogitabant mala mihi.

Verbum iniquum consti-tuerunt adversum me;*num-quid qui dormit non adjiciet ut resurgal?

Etenim homo pacis meae, in quo speravi; * qui edebat panes meos, magnificavit super me supplantationem.

Tu autem, Domine, miserere mei, et resuscita me; * et retribuam eis.

In hoe cognovi quoniam voluisti me; * quoniam non gaudebit inimicus meus super me.

Me autem propter inno-centiam suscepisti; * et con-tii masti me in conspectu tuo in aeternum.

Benedicius Dominus Deus Israël a saeculo et usque in saeculum: * fiat, fiat.

Requiem aeternam, etc.

A71L Sana. Domine, ani-mam meam. quia peccavi libi.

Ant. 1. L. Sitivit.

Psal

Alle mijne vijanden mompelden tegen mij; zij beraamden tegen mij alle kwaad.

Zij bedachten een boos ontwerp tegen mij: zal hij die slaapt niet weder opslaan ?

Zelfs de man mijns vredes, op wien ik ven rouwde, die mijn brood at, heeft tegen mij den voet verheven, om mij ten onder te brengen.

Maar Gij, 0 Heer, ontferm U mijner, en richt mij weder op; en ik zal het hun vergelden.

Hierin heb ik erkend, dat Gy in mij uw behagen stelt; dat mijn vijand over mij niet zul juichen.

Maar Gij hebt mij om mij-nj onschuld opgenomen, en mij in alle eeuwigheid voor uw aanschijn bevestigd.

Geloofd zij de Heer, de God Israels, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid. Het zij zoo! Het zij zoo!

Heer, geef hun de eeuwige rust, enz

Ant. Heer, genees mijne ziel; want ik heb tegen U gezondigd.

Ant. 1. L. Mijne ziel ia dorstig geweest.

n 41.


1. A. Quemadmodum de- 1. A, Gelijk een hert siderat cervusadfontesaqua- smacht naar waterbronnen,

ocr page 255

226

ram; * ita desiderat anima mea ad te, Deus.

Sitivit anima mea ad Deum fortem, vivum; * quando veniam et apparebo ante faciem Dei.

Fuerunt mihi laerymae meae panes die ac noete; * dvim dicitur mihi quotidie; Übi est Deus tuus?

Haec recordatus sum, et effudi in meanimam meam;* quoniam transibo in locum tabernaeuli ad nii ra bi lis, usque ad domum Dei.

In voce exultationis, et confessionis ; * sonus epu-lantis.

Quare tristis es, anima mea; * et quare conturbas me?

Spera in Deo, quoniam adhue confitebor illi; * sa-lutare vultus mei, et Deus meus.

Ad meipsum anima mea conturbata est; * propterea memor ero lui de terra Jor-danis, et Hermoniim a mon-te modico.

Abyssus abyssum invo-eat; * in voce eataractarum tuaium.

Omnia excelsa tua, et flnetus tui * super me trans-ierum.

In die mandavit Dominus zoo smacht mijne ziel naar U, o God.

Mijne ziel dorst naar den machtigen en levenden God: wanneer zal ik komen, en voor Gods aangezicht verschijnen ?

Mijne tranen zijn mij tot spijs dag en nacht, omdat zij tot mij zeggen: Waar is uw God ?

Ik denk daaraan en stort mijne ziel in mij uit, omdat ik zal heengaan naar de plaats der wondervolle woon ten te, naar het huis van God.

Met eene stem van vreugdegezang en lof, met het geluid van hen. die blijden maaltijd houden.

Waarom zijt gij bedroefd, mijne ziel, en waarom ont-stelt gij mij?

Vertrouw op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is mijne zaligheid en mijn God.'

Mijne ziel is in mij ontsteld, daarom zal ik uwer gedenken uit het land dor Jordaan, uit Hermon, uit het klein geberg'e.

De afgrond roopt tot den afgrond, bij het gedruisoh uwer watervallen.

Alle uwe hooge vloeden en uwe golven zijn over mij heengegaan.

Maar des daags heeft de 13*


ocr page 256

226

misericordiam suam; * et nocte canticum ejus.

Apud me oratio Deo vitae meat* :* dicam Deo : Suscep-tor mens es.

Quare oblitus es mei? * et quare contristatus incedo, dum affligit me inimicus?

Dum confringnntur ossa mea * exprobraverunt mini qui tribulant me inimici mei.

Dum dicunt mihi per sin-gulos dies: ubi est Deus tuus? * Quare tristis es. anima mea, et quare con-turbas me ?

Spera in Deo. quoniam adhuc confitebor illi: * sa-lutare vult us mc^i, et Dens mens.

Heijuiem ar tern am, etc.

Ant. Sitivit anima mea ad Deum fortem, vivum : quan-de veniam, et apparebo ante faciem Domini?

Vs. LL. Ne tradas besliis animas confitentes tibi.

A. Ft animas pauperum tuorum ne obliviscaris in finem.

P. Pater noster, etc. in stilte.

Heer zijne barmhartigheid geboden en des nachts zijn lofgezang.

Hij mij zal het gebed zijn tot den God mijns levens; ik zal zeggen tot God: Gij zijt mijn beschermer.

Waarom hebt Gij mij vergeten ; en waarom treed ik bedroefd voort, terwijl de vijand mij kwelt ?

Terwijl mijne beenderen verbrijzeld werden, beschimpten mij de vijanden, die mij verdrukten.

Als zij dagelijks tot mij zeggen ; Waar is uw God ? Waarom zijt gij bedroefd, mijne ziel, en waarom ontstelt gij mij?

Vertrouw op God, want ik zal Hem loven: Hij is het heil mijns aangezichts en mijn God.

Heer, geef hun de eeuwige rust, enz

Ant. Mijne ziel dorst naar den machtigen en levenden God: wanneer zal ik komen, en voor Gods aangezicht verschijnen ?

Vs. LL. Lever toch de zielen van die U lover, niet aan de wilde dieren.

A. En vergeet niet voor altijd de zielen uwer armen.

P. Onze Vader, enz., in stilte.


ocr page 257

IK LES.

1. L. Spiritus mens atte-nuabitur, dies mei brevia-buntur et solum mihi super-est. sepulchmm. Non pec-cavi, et in amaritudinibus moratnr ocnlus mens. Libera me, Domine, et pone me jnxta te, et cujusvis man us pugnet conti a me. Dies mei transiérunt; cogitationes meae dissipatae sunt tor-quentes cor meum. Noctem verterunt in diem, et rursum post tenebras spero lucem. Si sustinuero. infernus domus mea est, et in tenebris stravi lectulum meum. Pu-tredini dixi: Pater meus es : mater mea. et scror mea vermibus. Ubi est ergo nunc pracstolatio mea, et patien-tiam meam quis considerat ?

A. Peccantem me quoti-die, et non me poenitentem, timor mortis conturbat me. Quia in inferno nulla est redemptio, miserere mei, Deus, et salva me.

1. L. Deus, in nomine tuo salvum me fac, et in virtute tua libera me. * Quia in inferno nulla est redemptio, miserere mei, Deus, et salva me.

Job 17.

1. L. Mijn geest zal verzwakken, mijne dagen zullen verkort worden, en voor mij is niets over dan het graf. Ik heb niets misdaan, en toch ziet mijn oog niets dan bitterheid. Verlos mij, o Heer, en stel mij nevens U; en die wil, hij strijde tegen mij. Mijne dagen zijn voorbij gegaan, mijne gedachten zijn vervlogen in de foltering n ijns harten. Zij hebbenden nacht veranderd in den dag en telkens na de duisternis hoop ik op het licht. Zoo ik waak, zal het graf mijn huis wezen en ik heb in de duisternis-en mijn bed gespreid. Tot de verrotting heb ik gezegd ; Gij zijt mijn vader: en tot het gewormte; Gij zi t mijne moeder en mijne zuster. Waar is dan nu mijne verwachting, en wie is er die mijn geduld beschouwt?

A. Daar ik dagelijks zon-• dig, en geene boetvaardigheid doe, beangstigt mij de vreeze voor den dood. Want in de hel is geene verlossing: ontferm U mijner, o God, en maak mij zalig.

1. L. Red mij, o God. om uwen naam, en verlos mij door uwe kracht. Want in de hel is geene verlossing; ontferm U mijner, o God. en maak mij zalig.


ocr page 258

228

IIP LES. Job 19.

2, L. Pelli meac, con-sumptis carnibus, adhaesit os Tïieum, et derelicia sunt tantummodo labia circa den-tes meos. Miseremimi mei, miseremini mei, saltern vos amici mei, quia manus Domini tctigir me. Quare per-sequimini me sicut IJeus. et carnibus mcissaturamini V Quis mihi tribuat, ut scri-bantur ser nones mei? Quis mihi det. ut exarentur in libro stylo ferreo et plumbi lamina, vel celte sculpantur in silicc? Scio cnim qnod Redemptor mens vivit et in novissimo die de terra surrecturus sum, et rursum circumdabor pelle mea; et in came mea videbo Deum meum, quem visurus sum ego ipse, et oculi mei con-specturi sunt, et non alius. Reposita est haec spes mea in sinu meo.

A. Domine, secundum actum meum noli mejudi-care: nihil dignutn in con-spectu tuo egi: ideo depre-

2. L. Mijn vleesch is verteerd en mijn gebeente kleeft aan mijne huid, en niets blijft mij over dan de lippen, rondom mijne tanden. Ontfermt u mijner, ontfermt u mijner, ten minste gi] mijne vrienden, want de hand des Heeren heeft mij geraakt. Waarom vervolgt gij mij als God, en verzadigt gij u met mijn vleesch? Wi zal mij vergunnen, dat mijne woorden geschreven worden ? Wie zal mij vergunnen dat zij opgetcekend worden in een boek, dat zij met ijzeren griffel op een looden plaat geschreven, of met het staal voor eeuwig in eene rots gehouwen worden? Want ik weet dat mijn Verlosser leeft, en dat ik ten jongsten dage uit het stof zal opstaan, dat ik wederom met mijne huid zal omkleed worden, en in mijn vleesch mijnen God zal aanschouwen. Ik zelf zal Ileui aanschouwen : mijne eigene en niet eens anders oogen, zul Ier Hem zien; deze hoop is neergelegd in mijn boezem!

A. O Heer, oordeel mij niet naar mijne werken; niets waardigs heb ik gedaan voor uwe oogen, daar-


ocr page 259

229

oor majestatem tuam, ut tu, Deus, deleas iniquitatcm meam.

2 L. Amplins lava me, Domine, ab injustitia mea. et a delicto ineo munda me. * Ut tu. Deus, deleas ini-qnuatem meam.

II ie LES.

P. Quare de vulva eduxi-sti me? Qui utmam con-sumptusessem, ne oculus me videret! Fuissem quasi non essem; de utero translatus ad tumuluin. Numquid non paucitas dierum meorum finietur brevi ? Dimitte ergo me, ut plangam paululum dolorem raeum, antequam vadam, et non revertar ad terrain tenebrosam, et oper-tam mortis caligine: terram miseriae et tenebrarum, ubi umbra mortis et nullus or-do, sed serapiternus horror inhabitat.

Indien or slechts één

A. Libera me, Domine, de viis inferni, qui portas aereas eonlregisti, et visitasti infernura, et dedisti eis lu-om smeek ik uwe Majesteit, dat Gij, o God, mijne ongerech tig heden uitwiseht.

2 L. Wasch mij nog meer van mijne ongerechtigheid, en reinig mij van mijne misdaden. Dat Gij, o God, mijne ongerechtigheden uitwiseht.

Job 10.

P. Waarom hebt Gij mij uit den schoot mijner moeder voortgebracht? Ach, dat ik gestorven ware, en geen oog mij gezien hadde ! Ik zou zijn als of ik niet geweest ware: van den schoot mijner moeder gedragen naar het graf. Zal de kortheid mijner dagen niet haast een einde nemen? Sta toe, dat ik over mijne smarten een weinig klage, voor dat ik henen ga, en niet weder-keere, naar het land der duisternissen, bedekt met de schaduwen des doods, dat land van ellende en duisternissen, waar de schaduw van den dood hare woning heeft, en alwaar geene orde maar een altijddurende ijzing heerscht.

Nocturn geboden i«.

A. Verlos mij, o Heer, van de wegen der hel. Gij die de metalen deuren verbrijzeld, die uwe dienaren


ocr page 260

'?30

men ut viderent te: * Qui erant in poenis tenebrarum.

P. riamantes et dicentes : Advenisti, Redemptor nos-ter. * Qui erant in poenis tenebrarum.

P. Requiem aeternam, etc. * Qui erant in poenis. etc.

in den onderaardschen kerker hebt bezocht : en die licht gegeven hebt, om U te aanschouwen. Aan hen, die in de pijnen der duisternissen waren.

P. Alwaar zij riepen en zeiden: Gij zijt eindelijk gekomen, o onze Verlosser! Aan hen die in de pijnen der duisternissen waren.

P. lieer, geef hun, en/.. Aan hen, die, enz.


Indien er drie Nocturnen gebeden zijn.

A. Libera me, Domine, de mortc aeterna. in die illa tremenda . * Quando coeli movendi sunt et teira : * Dum veneris judicare sae-culum per ignem.

P. Tremens factus sum ego, et timeo, dum discussio venerit, afque ventura ira. * Quando coeli movendi sunt et terra, dum veneris judicare «aeculum per ignem.

P. Dies illa. dies irae, calamitatis et miseriae dies magna et amara valde, dum veneris judicare saeeulum per ignem.

P. Requiem aeternam

A. Verlos mij, o Heer, van den eeuwigen dood op dien vreeselijken dag, wanneer de hemelen en de aarde zullen bewogen worden, Terwijl Gij komen zult om de wereld te oordeelen door het vuur,

P. Schrik heeft mij bevangen en ik sidder bij het naderen des gerichts en der toekomstige gramschap. * Wanneer de hemelen en de aarde zullen bewogen worden, Terwijl Gij komen zult om de wereld te oordcelen door het vuur.

P. Die dag zal wezen een dag van tor.rn, van rampspoed en ellende, een groote dag, een dag vol van bitterheid,Terwijl Gij komen •zult om de wereld te oordeelen door het vuur.

P. Heer geef iiem de


ocr page 261

231

üona eis, üomine: et lux perpetua luceat eis. * Libera me. Domine, de morte aeterna. in die illa tremen da; qnando coeli movendi simt et terra; dum veneris jndi-care saeculum per ignem.

eeuwige rust en het eeuwig licht verlichte hen. * Verlos mij, o Heer, van den eeuwigen dood, op dien vree-selijken dag, wanneer de hemelen en de aarde zullen bewogen worden: Terwijl Gij komen zult om de wereld te oordeelen door het vuur.


TER LAUDEN.

Ant. 1. L. Mijne vernederde beenderen.

Anf. I. L. Domine

Exultabunt

Psalm 50.

1. A. Miserere mei Deus,

* secundum magnam mise-ricordiam tuam.

Et secundum multitudi-nem miserationum tuarum,

* dele iniquitatem meam. Ampllus lava me ab ini-

quitate mea, * et a peccato meo munda me.

Quoniam iniquitatem meam ego cognosco; * et pec-catum meum contra me est semper.

Tibi soli peecavi, et malum coram te feci; * ut justificeris in sermonibus tuis. et vincas cum judicaris.

de

Ecce enim in iniquitaii-bns conccptus sum; * et in peccatis concepit me mater mea.

1. A. Ontferm U mijner o God, volgens uwe groote barmhartigheid.

En raar de menigte uwer ontfermingen delg mijne ongerechtigheid uit.

Wasch mij meer en meer van mijne ongerechtigheid,en reinig mij van mijne zonden.

Want ik ken mijne boosheid : en mijne zonde is aanhoudend voor mijne oogen.

Tegen U alleen heb ik gezondigd, en kwaad bedreven voor uw aanschijn; vergeef mij, opdat Gij gerechtvaardigd wordt in uwe beloften, en overwint, als Gij geoordeeld wordt.

Want zie, ik werd in ongerechtigheid ontvangen, en in zonde ontving mij mijne moeder.


ocr page 262

232

Ecce cnim veritatem di-lexisti: * incerta et occulta sapientiae tnae manifestasti mihi.

Asperges me hyssopo, et mundabor; * lavabis me, et super nivcm dealbabor.

Auditui meo dabis gau-dinm et lactitiam; * et ex-ultabunt ossa hnmiliata.

Averte faciem tuam a peccatis meis; * et omnes iniquitatcs meas dele.

Cor mundum crea in me, Deus; * et spiritum rectum inriova in visceribus meu.

Ne projicias me a facie tna: * et Spiritum Sanctum tuum ne anferas a me

Redde mihi laetiiiam sa-lutaris tui; * et Spiritu prin-cipali c.onfirma me.

Docebo iniquos vias tuas: * et impii ad te con-vertentur.

Libera mc de sanguini-nibus, Deus, Deus salutis meao; * et exultabit lingua mea justitiam tuam.

Uomine, labia mea aperies, * et os mcura annun-tiabit laudem tuam.

Quoniam si voluisses sa-

Doch «ie. Gij hebt de waarheid bemind; Gij hebt inü de onbekende en verborgene geheimen uwer wijsheid geopenbaard.

Besproei mij met hysop, en ik zal gereinigd worden ; wasch mij, en ik zal witter worden dan sneeuw.

Gij zult mij de stem van vreugd en troost doen hoo-ren, en mijne vernederde beenderen zullen juichen.

Keer u-a- aangezicht af van mijne zonden en delg uit al mijne ongerechtigheden.

Schep in mij, o God, een zuiver hart, en vernieuw den geest der gerechtigheid in mijn binnenste.

Verwerp mij niet van nw aanschijn, en neem uwen Heiligen Geest niet weg van mij.

Geef mij de vreugde uws heils weder, en bevestig mij met den vorstelijken Geest.

Dan zal ik de boozen uwe wegen leeren, en de goddeloozen zullen zich tol U bekeeren.

Verlos mij van mijne bloedschuld, o God, God mijns heilsen mijrie tong zal uwe rechtvaardigheid loven.

Heer, open mijne lippen, en mijn mond zal uwen lof verkondigen.

Want hadt Gij een zoen-


ocr page 263

233

crificium, dedissem utique; * holocaustis non delectaberis.

Sacrificium Deo spiritus contribulatus; * cor contri-tum et humiliatum, Deus non despicies.

Benigne f'ac Domine, in bona voluntate tua Sion; * ut aedificentur muri Jerusalem.

Tunc aecepiabis sacrifi-cium justitiae, oblationes et holocausta: * tune, imponent super altare tuum vitulos.

Requiem aeternam, etc

Ant. Exultabunt Domino ossa humiliata.

Ant. 2 L. Exaudi, Domine.

offer gewild, ik zou het U voorzeker gebra?ht hebben; maar Gij schept in brandoffers geen welbehagen.

Een boetvaardige geest is eene offerande voor God ; een vermorzeld en ootmoedig hart zult Gij, o God, niet versmaden.

Heer, handel genadig volgens uwe goedwilligheid met Sion: opdat de muren van Jerusalem worden opgetrokken.

Dan zult Gij een off^r van gerechtigheid, dank-en brandoffers ontvangen; dan zullen zij varren op uwen altaar leggen

Heer, geef hun de eeuwige rust, enz

Am. Mijne vernederde beenderen zullen juichen voor den Heer

Ant. 2. L. Verhoor, o Heer.


Psalm ö4.

2. A. Te decet hymn us, Deus, in Sion; * et tibi reddetur votum in Jerusalem.

Exaudi orationem me-am; * ad te omnis caro veniet.

Verba iniquorum praeva-luerunt super nos; * et im-pietatibus nostris tu propi-tiaberis

Beatus quem elegisti et

2. A. U, komt lot toe, o God, in Sion; en in Jerusalem zal U die gelofte betaald worden.

Verhoor mijn gebed; tot U zal alle • vleesch ko.aen.

De woorden der godde-loozen hadden de overhand over ons; maar Gij zult onze zonden vergeven.

Gelukkig hij, dien Gij


ocr page 264

234

assumpsist); * inhabitabit in atriis tuis.

Replebimur in bonis domus tuae; * sanctum est templum tuum. mirabile in aequitate.

Exaudi nos, Deus salu-laris noster, * spes omnium finium terrae, et in mari lou ge.

Praeparans montes in vir-lute tua, accinctus potentia: * qui conturbas profundum maris, sonum fluctuum ejus.

Turbabuntur gentes, et timebunt qui habitant tt;r-minos a signis tuis; * exitus matutine, et vespeve delec-tabis.

Visitasti terrain et ine-briasii eam: * multiplicasti locupletare eam.

Flumen Dei repletum est aquis, parasli cibum illorum; * quoniam ita est praepa-raiio ejus

Rivos ejus inebria, mul-liplica genimina ejus; in stillicidiis ejus laetabitur germinans.

Benedices eoronae anni benignitatis tuae, * et campi verkozen en opgenomen hebt, hij zal wonen in uwe voorhoven.

Wij zullen verzadigd worden met de goederen van uw huis: heilig is uw tempel, en wondervol in gerechtigheid.

Verhoor ons, o God onze Zaligmaker: hoop aller einden der aarde en der vérre gelegenen aan de zee.

Gij, die met kracht omgord, de bergen vastzet door uwe macht, de diepe zee beroert en hare golven doet bruisen.

De volken zullen verbaasd staan, en die de uiterste grenzen der aarde bewonen, zullen vreczen voor uwe teekenen : Gij doet de uitgangen des morgens en des avonds juichen.

Gij hebt de aarde bezocht en haar verzadigd; Gij hebt haar grootelijks verrijkt.

De waterstroom des Hee-ren is vol waters; Gij hebt hun spijs bereid; want alzoo moet de aarde vruchtbaar gemaakt.

Maak dronken hare voren, vermenigvuldig haar uitspruitsel; onder het vallen der regen droppelen zal zij ontluiken en jubelen.

Gij zult den kring des jaars met uwe goedertie-


ocr page 265

285

tui replebuDtur ubertate.

Pinguescent speciosa de-serti; * et exultatione col-les accingentur.

Induti sunt arietes ovium et valles abundabunt fra-mento, * clamabunt, etenim hymnum dicent.

Requiem aeternani, etc.

Ani. Exaudi, Domine, orationem meam: ad te omnis caro veniet.

Ant. 1 L. Me suscepit.

renheid zegenen, en uwe velden zullen met vruchtbaarheid overdekt worden.

De weiden der woestijnen zullen vet worden; en de heuvelen zullen omgord zijn met vreugde.

De kudden der schapen zijn met wol bekleed, en de dalen zullen overvloeien van graan; zij zullen juichen, ja lofzingen.

Heer, geef hun de eeuwige rust, enz.

Ant. Verhoor, o Heer, mijn gebed, alle vleesch zal tot U komen.

Ant. 1. L. Uwe rechterhand.


Psalm 62.

i. A. O .God, mijn God tot U waak ik van den dageraad.

Zie verder blz. 141. JMen bidt na dezen Psalm ook Ps. 66, en besluit dien met:

1. A. Deus, Deus meus, * ad te de luce vigilo.

Requiem aeternam, etc.

Ant, Ale suscepit dextera lua, Domine.

Ant. 2 L. A porta inferi.

Heer. geef hun de eeuwige rust. enz.

Ant. Uwe recliterhaud, o Heer, heeft mij ondersteund.

A7it. 2 L. Van de poorte der hel.


LOFZANG VAN EZECHIAS. Isaias 28.

2 A. Ego dixi: In dimidio Uierurn meorum; * vadam ad |portas inferi.

Quaesivi residuum anno-

2. A. Ik zeide: ik ga henen in het midden mijner dagen ; ik ga naar de poorten des grafs

Ik zocht naar het overige.


ocr page 266

236

rum meorum: * dixi: Non videbo Dominum Deum in terra viventium.

Non aspiciam hominem ultra, * et habitatorem quie-tis.

Generatio mea ablata est, et convoluta est a me: * quasi tabernaeulum pasto-rum

Praecisa est vel ut a te-xente vita mea, dum ad-huc ordircr, succidit me: * de mane usque ad vespe-ram fiuies me.

Sperabam usque ad mane, * quasi leo, sic cootrivit omnia ossa mea.

De mane usque ad vegt;pe-ram finies me ; * sicut pullus hirundinis sic clamabo, me-ditabor ut columba.

Attenuati sunt oculi mei,* suspicientes in excelsmn.

Domine vim patior, re-spocde pro me :*quid dicaro, aut quid respondebit milii, cum ipse fecerit?

Recogitabo tibi omnes an-nos meos, * in amaritudine animae meae.

Domine si sic vivitur: et in talibus viia spiritus mei, corripies me, et vivificabis mijner dagen ; en ik zeide: ik zal den Heer niet meer zien in het land der levenden.

Ik zal geen mensch meer aanschouwen, noch iemand die in ruste woont

Mijn levenstijd is weggetogen en van mij weggevoerd, gelijk eens herders tent.

De draad mijns levens is afgesneden als de webbe eens wevers; de Heer heeft mij afgesneden toen ik nauwelijks ontstond: van den morgen tot dan avond zult Gij een einde maken aan mij.

Ik hoopte tot den morgenstond toe: maar sedert heeft Hij, gelijk een leeuw, alle mijne beenderen verbrijzeld.

Van den morgen tot den avond, zult Gij een einde maken aan mij: ik zal als een jonge zwaluw roepen, ik zal zuchten als eene duif.

Mijne oogen zijn door het heenstaren ten hemel duister geworden.

O Heer, ik lijd geweld, antwoord voor mij : wat zal ik zeggen, of wat zal Hij mij antwoorden, daar Hij zelf het gedaan heeft?

Ik zal voor U, in de bitterheid mijner ziel, al mijne jaren overdenken.

O Heer, indien men zoo leeft, en het aldus met ons leven gaan moet, verbeter


ocr page 267

237

me,* ecce in pace amaritudo mea amarissima.

Tu antem eruisti animam meam ut non periret, proje -cisti post tergum tuum omnia peccata mea.

Quia non infernus confi-tebitur tibi, ncque mors lau-dabit te: * non exspectabum, qui descendunt in lacum, ve-ritatem tuam.

Vivens, vivens ipse con-fitebitur tibi, sicut et ego hodie; * pater filiis notam faeiet veritatem tuam.

Domine, salvum me fac; * et psalmos nostros canta-bimus cunctis diebus vitae nostrae in domo Domini.

Requiem aeternam, etc.

Ant. A porta inferi erue, Domine, animam meam.

Ant. 1 L. Omnis spiritus.

mij dan en doe mij leven; zie, in vrede is mij de bitterste bitterheid overkomen.

Maar Gij hebt mijne ziel gered dat zij niet te gronde ging, Gij hebt al mijne zonden achter uwen rug geworpen.

Want het graf zal U niet loven nocli de dood U prijzen: en die in den kuil nederdalen, zullen op uwe waarheid niet hopen.

Maar de leverde, de levende zal U loven zooals ik heden doe: de vader zal aan zijne kir deren uwe waarheid bekend maken.

Heer, red mij, en wij zullen onze psalmen zingen in het huis des Heeren; al de dagen van ons leven.

Heer.geef hun de eeuwig® rust, enz.

Ant. Van de po or te der hel, verlos, o Heer, mijne ziel.

Ant. 1 L. Alle geest.


Psalm 148.

1. A. Laudate Dominum 1. A. Looft den Heer, gij

de coelis • * laudate eum in die in de hemelen zijt; loof

excelsis, etc. Hem in den hooge, enz.

Zie verder blz. 146 en volgg. Nn dezen Psalm bidt men ook Ps. 149 en 150, en sluit met:

Requiem^ aeternam, etc. Heer, geef hun de eeuwige rust, enz.

Ant. Omnis spiritus lau Ant. Alle geest love den dei Dominum. Heer.

ocr page 268

238

Vs. LL. Audivi vocem de coelo dicentcm mihi.

A. Beati mortui qui in Domino moriuntur Anf. 1 I-. Ego sum.

Vs. LL. Ik hoorde eene stem nit den hemel, die tot mij zeidc:

A. Zalig zijn de dooden die in den Heer sterven Ant. \ L. Ik ben.


LOFZANG VAN ZACHARIAS.

P. Benedictus Dominus P. Gezegend zij de Heer Deus Israël; * quia visita- de God van Israël, want vit et fecit redemptionem Hij heeft zijn volk bezocht plebis suae. Etc en verlossing te weeg ge

bracht. Enz.

Zie. verder bh. 151. Op het einde zegt men:

Requiem aeternam. etc.

Heer, geef hun de eeuwige rust, enz.

Ant. Ik ben de verrijzenis en het leven; die in

Ant. Ego sum resurrectio et vita; qui credit in me.

etiamsi mortuns fuerit, vi- mij gelooft, al ware hij vet; et omnis qui vivit et reeds gestorven, zal leven, credit in me, non morietur en al die leeft en in mij in aeternnm. gelooft, zal in eeuwigheid

niet sterven.

Het volgende wordt gekniold gebeden.

P. Pater noster, etc., in P. Onze Vader, enz., in stille. stilte.

P. Et ne nos inducas in P. En leid ons niet in tentationem. bekoring.

A. Sed libera nos a malo. A. Maar verlos ons van den kwade.

liidipu er «lechts één Nocturn gebeden is, leest men den volgenden Psalm:

P. De profundis cla- P. Uit ds diepte heb

mavi ad te, Domine ; * Do- ik geroepen tot U, o Heer!

mine, exaudi vocem meam. Heer, verhoor mijn gebed.

Fiant anres tuae intenden- Wend goedgunstig uwe

ocr page 269

239

tes * in vocem deprecatio-nis meae.

Si iniquitates observave-ris, Domine; * Domine, quis sustinébit?

Quia apud te propitiatio est; * et propter legem tuam sustinui te, Domine.

Sustinuit anima mea in verbo ejus, * speravit anima mea in Domino.

A custodia matutina usque ad noctem, * speret Israël in Domino.

Quia apud Dominum mi-sericordia; * et copiosa apud eum redemptio.

Et ipso rediinet Israël * ex omnibus iniquitalibus ejus.

Requiem aeternam. etc.

P. A porta inferi.

A. Erue Domine, animas eorum.

P. Requiescant in pace.

A. Amen.

P. Domine exaudi oratio-nem meam.

A. Et clamor mens ad te veniat.

P. Oremus.

ooren tot de stem mijner smeeking.

Zoo Gij onze zonden wilt gedenken o Heer, wie zal dan voor U bestaan ?

Maar bij U is ontferming en om uwe belofte verlaat ik mij op U. o Heer.

Mijne ziel verlaat zich op zijn woord, mijne ziel hoopt op den Heer.

Van den ochtendstond tot aan den nacht zal Israël op den Heer hopen

Want bij den Heer is barmhartigheid en bij Hem is overvloedige verlossing.

En Hij zal Israël verlossen van al zijne ongerechtigheden.

Heer, geef hem de eeuwige rust, enz.

P. Van dc poorte der hel.

A. Verlos, o Heer, hunne zielen.

P. Dat zij rusten in vrede.

A. Amen.

P. Heer, verhoor mijn gebed.

A En mijn geroep kome tot U.

P. Laat ons bidden.


DOOR IIKT JAAK.

Deus qui inter Apostoli-cos Sacerdotes famulos tuos Pontifleali, sen Sacerdotali fecisti dignitate vigere: praesta qnaesumus.ut eorum

O God, Gij die U ge-waardigd hebt onder de Apostolische Priesters nwo dienaren op te nemen; en hen te bekleeden met de


ocr page 270

240

qnoqne perpeino aggregen-tnr consortio.

Deus venine largitor et hn-manae salmis amator: quae-sumus clementiam tuam; ut nosirae congregationis fra-tre^, propinqno*lt; et bcne-l'actores, qui ex hoe saeculo transierurt, Beata Maria semper Yirgine intercedente cum omnibus Sanctis tuis, ad perpetuae beatitudinis consortium pervenire con-cedas.

Fidelium, Deus. omnium Conditor en Redemptor, ani-mabus famulorum famula-rumque tuarum remissionem cunctorum tribue peccato-rnm, ut indulgentiam quam semper optaverunt piis sup-plicationibus consequantur. Qui viviset rrgnas in saecula saeculomm.

A. Amen.

P. Requiem aeternam dona eis, Domine.

A. Kt lux perpetua lu-ceat eis.

P. Requiescant in pace. A. Amen.

Hoo-*e-priesterlijke en Priesterlijke waardigheid, geef, bidden wij U, dat zij tot dezer eeuwigdurend gezelschap in den Hemel worden toegelaten.

God schenker der vergiffenis en minnaar van 's menschen heil, wij bidden uwe goedheid, dat Gij de broeders, aanverwanten en weldoeners van deze ver-eeniging die uit deze wereld zijn gescheiden, door de voorbede der Allerheiligste Maria, altijd Maagd en van alle Heiligen aan de gemeenschap der eeuwige zaligheid deelachtig wilt maken.

O God! Schepper en Verlosser aller Geloovigen, schenk aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van alle hunne zonden. opdat zij de genadige kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door onze godvruchtige gebeden mogen verwerven. Gij die leeft en heencht in de eeuwen der eeuwen.

A. Amen.

P. Heer. geef hun de eeuwige rust.

A. En het eeuwig licht verlichte hen.

P. Dat zij rusten in vrede.

A. Amen.


bijzondere gebedkn. Zit hlz. 198. hij de Vespers.

ocr page 271

241

XI. OVEE7.ICHT.

Ji'J wijze van onderzoek, hetwelk men van tijd tot tijd kan doen, om met meer nauwkeurigheid zijne, plichten van Christen en van lid der Congregntie te vervullen (*).

1. Oefening van Godsvrucht.

Doorloop (3e verscliillende oefeniugen van godsvrucht, welke gjj te doen hebt als Christen en als lid der Congregatie; onder-7,oek welke de oorzaken zijn van uwe verstrooidheden; of zij voortkomen uit glt; brek van voorbereiding, of uit uwe gewone lichtzinnigheid, of wel uit zekere kleine aangekleetdlieid, waarmede de geest en het hart ingenomen zijn. Houd n een weinig op bij de volgende punten.

Heb ik, slapen gaande en opstaande, eenige godvruchtige oefeningen verricht?

Hce heb ik, 's morgens en 's avonds: hoe voor en na het eten, mijn gebed gedaan?

Hoe ben ik in de heilige Misse tegenwoordig geweest?

Hoe heb ik mij tot de biecht voorbereid? Heb ik mij vooral ernstig en bijzonderlijk tot een waar berouw 0])gewekt?

Hoe heb ik mij tot de heilige Communie voorbereid? Welke vruchten heb ik uit mijne biechten en Communiën getrokken ?

Hoe heb ik mij in de tegenwoordigheid van het allerheiligste Sacrament gedragen?—Ben ik, gedurende de goddelijke diensten wel ingetogen en met het gebed bezig geweest? — Hoedanig is mijne godsvrucht jegens de heilige Maagd Maria?—Ben ik daarin niet verflauwd?

Hoe heb ik den Rozenkrans, den Angelus, de Litanie, enz., gebeden V — Hoedanig is mijne liefde en verkleefdheid jegens de Congregatie? Neem ik hare belangen en haren voorspoed ter harte? Ben ik getrouw geweest om de gebeden der Congregatie te bidden?

Heb ik niet verzuimd het woord Gods aan te hooren als ik zulks gemakkelijk doen kon?

(•) Deze oefening in niet voldoende om tot onderzoek voor d« biecht te dienen,

u

ocr page 272

242

Heb ik daarmede getracht voordeel te doen9.. .

Heb ik zorg gedragen alle dagen aan God de genade te vragen van mijnen roep te kennen?

Heb ik de lezing van godvruchtige boeken bemind? Heb ik getracht daaruit voordeel ie trekken ?

Heb ik de werken van barmhartigheid volgens mijnen leeftijd, staat en gesteltenis geoefend

2. Plichten van een lid der Congregatie.

De nauwkeurigheid of onachtzaamheid waarmede een lid der Congregatie deze plichten volbrengt, zal over zijnen ijver of zijne lauwheid doen oordeelen.

Heb ik de regelen der Congregatie geheel, stiptelijk, en met christelijke inzichten onderhouden?

3. Handelwijze met de oversten en met de naasten. Heb ik aan mijne oversten gehoorzaamd met eenvoudigheid, met vlijt, met eenen geest van geloof ? Heb ik mij gewacht iets te zeggen dat den eerbied, hun verschuldigd, kon benadeelen ? Heb ik niets voor mijnen geestelijken vader verzwegen?

Ben ik toegevend en liefdadig geweest jegens alle menschen? Heb ik niet somtijds kwaad van iemand gesproken: — door onbescheidenheid en uit onvoorzichtigheid met mijnen naaste den spot gedreven: of hem uitgelachen? — Heb ik getracht door mijne woorden, mijnen evenmensch van de zonde te weerhouden, en hem tot de deugd op te wekken ?

Een lid der Congregatie vermag veel goeds of veel kwaads te weeg te brengen, naarmate zijn uitwendig gedrag stichtend ot minder stichtend is.

4. Vooruitgang op den weg der deugd. Heb ik pogingen aangewend, om werkelijk godvruchtig te worden? — Heb ik de H. Sacramenten met meer ijver ontvangen ? — Heb 'ik mij meer vernederd en verstorven ?— Heb ik mijne heerschendc driften oestreden? — Heb ik getracht mijn inborst te verbeteren? — Waarin is het voornaamste beletsel tegen mijnen voortgang op den weg der deugd gelegen? — Waarvan komt het dat ik zoo weinig vorder?

ocr page 273

243

Op het einde van dit onderzoek zal men God om vergiffeuis vragen voor zijne overtred.ngen en nalatigheden, en ernstige en bepaalde besluiten maken voor de toekomst.

XII. KORTE SCHETS DER DEUGDEN VAN DE H. MAAGD. Getrokken uit den II. Ambrosiua.

Zij was;

1. Maagd naar ziel en

lichaam.

2. Nederig van harte.

3. Voorzichtiginbesluiten.

4. Bedachtzaam in ge

sprekken.

5. Matig in spijs en slaap.

Zij muntte uit:

10. In geloof. 12. In ingetogenheid.

11. In godsvrucht. 13. In stilzwijgendheid.

Nimmer heeft z ij :

14. Hare ouders beleedigd.- 17. De armen miskend

15. Hare minderen veracht. ]S. Haar vertrouwen

16. De zwakken bespot. rijkdom gesteld.

Haar stelregel was;

19. Niets dan God te zoeken.

20. Niemand te bedroeven.

21. Allen goed te doen.

22. Bejaarden te eeren.

23. Haars gelijken niet te

benijden.

Er was niets onzedigs:

28. In haren omgang. 30. In hare blikken.

29. In hare woorden. 31. In hare daden.

6. Vlijtig in het werk.

7. IJverig in het lezen van

goede boeken.

8. Oprecht van handel.

9. [Nauwgezet in hare

plichivervulling.

op

24. IJdclen roem te vluchten. 25 De deugd lief te hebben.

26. In alles volgens derede

te handelen.

27. De eenzaamheid te be-

beminnen.

ocr page 274

344

GODVRUCHTIGE GEBEDEN.

DIENSTIG VOOR ALLEN.

I. MORGENGEBED.

Zoodia gij ontwaakt, maak dau auustonds liet H. liruisteeke in en voeg daar eene of andere korte veraucliting bi], bijv.;

Mijn Heer en mijn Al! — Alles lot Gods moorJere glorie! — Geloofd en gezegend zij de allerheiligste Drie-Tuldigheid, van nu af tot in eeuwigheid! — Eere zij ifen Vader die mij geschapen heeft; eere zij den Zoon die mij verlost heeft: eere zij den [1. Geest die mij geheiligd heeft.

Bij liet aankleeden kun men aeggen:

God de Vader, geef en bewaar mij het kleed der onsehuid, hetwelk ik in het doopsel ontving, opdat ik niet gesloten worde buiten de zaligheid des Hemels. Amen. — Goddelijke Verlosser, Koning der heerlijkheid, trek mij aan het gewaad uwer deugden, namelijk: uwe-r nederigheid, lijdzaamheid, liefde en zuiverheid, opdat ik den zegen dos Hemelachen Vaders waardig moge wezen. — Versier mij, o H. Gee^t, met het veelkleurig gewaad uwer godielijke gaven, opdat i!c genade moge vinden in uwe oogen. Amen.

Onze Vader, Wees gegroet, en Ik geloof in Gou den Vader.

Akte van Geloof, Hoop en Liefile, blz. ^1.

Besproei u met wijwater en bid vervolgens geknield mot lt;1» meeste godsvrucht de volgende gebeden.

1. O mijn God, mijne hoop, mijn verlangen, mijne liefde! Verheerlijkt en bemind moogt Gij worden van alles, in alles en boven alles in eeuwigheid! Ik aanbid

ocr page 275

245

U, o allerheiligste Drieëenheid! Ik loof ü, ik prijs U, ik zegen U; en ik werp mij neder in den diepsten ootmoed voor den troon uwer Majesteit! Hoe goed waart Gi] tot dusverre jegens mij! Ik dank ü voor al uwe weldaden en vooral dat gij mij dezen nacht bewaard hebt; ach, hoevelen werden er de7en nacht van hunne legerstede voor uwe vierschaar geroepen en van daar ter helle gesleept!

2. Eeuwige Vader! U draag ik mij zeiven geheel en al op. met al de krachten mijner ziel en mijns lichaams, met al wat ik ben en wan ik heb. Neem o mijn God, dit eerste liefde vonkje mijns harten genadig aan, en vereenig het met de grenzenlooze liefde en de onmetelijke verdiensten van uwen goddel ij ken Zoon. //Wat toch is mij in den Hemel, en wat wil ik op aarde buiten U! Gij zijt de God mijns harten en mijn erfdeel in eeuwigheid.quot; Ps. 72.

3. Allerliefste Jesus! rnet uwe hulp neem ik mij vastelijk voor de wegen uwer geboden getrouw te bewandelen, de plichten van een deugdzamen Christen ijverig te volbrengen, de gewone gebeden vuriglijk te verrichten, de deugd en vooral de zuiverheid met zorg te beoefenen, en eindelijk alles in uwen naam te doen en te lijden.quot;' Mogen dan alle mijne wegen, o lieer, gericht worden tot de onderhouding uwer geboden.'7 Ps. 115.

4. O mijn God, dien ik lief l eb bo-'en al! ?eef mij. uwen dienaar een leerzaam hart, opdat ik he len in alles getrouw uwen heiligen wil volbrerge! Bescherm mij o liefderijke Vader, en behoed mij tegen alle zonde. Ik

wil liever sterven dan die zonde.....vooral, ooit weer

te bedriiven. Ik bid en smeek U, versterk mij te midden der velerhande gevaren, waarvan ik omgeven ben. Gij die gesproken hebt: //Gij zult wandelen over den adder en de koningslang; en den leeuw en den draak, zult gij verpletteren.1' Ps. 90.

5. Wij smeeken U, o Heer, voorkom en begin alle onze handelingen met uwe genade en voltrok ze met uwe hulp, opdat al ons bidden en werken steeds met U beginne en door U voleindigd worde,

14*

ocr page 276

246

O mijne Koningin, H. Maria, Moeder Gods en mijne Moeder, ik beveel in uwe bijzondere bescherming, en in den schoot uwer barmhartigheid, mijne ziel en mijn lichaam, nu en dagelijks, cn in de ure van mijnen dood. Al mijne hoop en mijnen troost, al mijne kwelling en ellende, geheel mijn leven en het einde mijns levens stel ik in uwe handen, opdat door uwe machtige voorbede en door uwe verdiensten alle mijne handelingen worden gericht eu geregeld volgens den wil van U en van uwen Goddelijken Zoon. Amen.

Engel Gods, mijn bewaarder verlicht en bewaak, leid en bestuur mij, die door Gods goedheid aan uwe zorg ben toevertrouwd.

Staat mij bij o reiën der Gelukzalige Geesten, en vooral Gij mijne Heilige Patronen N. N. behoedt mij door uwe godvruchtige gebeden en verdiensten legen alle kwaad en helpt mij tot beoefening van alle goed. Amen.

In den naam des Vaders f en des Zoons en des H. Geestes. Amen.

Indien de tijd liet toelaat kan men bij de bovenstaande gebeden ook de Litanie van den dag voegen. Men trachte zooveel mogelijk eene korte overweging te houden over eene der groote waarbedeu of mysteriën van ons geloof, al ware het slechts gedurende eeu kwartier nnrs; ten minste verrichte men eene kleine geestelijke lezing: kan zulks niet onmiddellijk na het morgengebed geschieden, men doe het dan in den loop van den dag.

II. AVONDGEBED.

1 O Allerheiligste Drievuldigheid, hoe groot wa» tot dusverre uwe goedheid en mildheid jegens mij 1 O Eeuwige Vader! onmetelijken dank breng ik U, omdat Gij mij naar uw beeld, en tot de eeuwige zaligheid geschapen eu tot op dit uur zoo vaderlijk bewaard hebt. Oneindige dank zij U, o Zoon Gods! omdat Gij mij met mv onschatbaar bloed verlost en zoo dikwerf hebt af-gewassehen. Allerhoogste dank ook U, o Heilige Geest! omdat Gij mij in het Doopsel geheiligd, en in de Heilige Katholieke Kerk hebt opgenomen.

ocr page 277

Lof en dank zij IJ, Allerheiligste Drieëenheid! omdat O ij mij heden en ieder oogenblik mijns levens tegen talloo/e onheilen hebt bewaard en met zoo vele weldaden overladen. Wut zal ik TJ wedergeven o mijn God, lot blijk, mijner erkentelijkheid? Wat heb ik, o God, om U aan te bieden? O Neem, bid ik U, al de verdiensten aan van Jesns en van Maria, en met deze mij zeiven en al het mijne, tot een eeuwig brandoffer van Lof en Dank.

2. O Vader des Lichts! Ik smeek U bij uwe eeuwige liefde jegens mij, vernieuw mijn geheugen, verlicht mijn Terstand, beweeg mijnen wil, en verleen mij overvloedige genade om te kennen, te verfoeien, te verbeteren en uit te wisselien alle mijne zonden, verzuimenissen en ondankbaarheden, waardoor ik heden Uwe Goddelijke Majesteit heb beleedigd; opdat ik U voortaan, als een gehoorzame zoon ten allen tijde en in alle mijne handelingen moge behagen.

3. Gewetensonderzoek.

Bijzonder onderzoek. Vraag u zelvcn af, de verschillende uren van den dag doorloopende, hoe gij u gedragen hebt ten opzichte eener bijzondere fout, zwakheid of neiging waarvan gij u wenscht te verbeteren. Vergelijk den dag van heden met den dag van gisteren, en zie of gij vooruit of achteruit gegaan zijt; dank God in het eerste, en wek u op tot leedwezen in het tweede geval: hoe het ook zij, vernieuw uwen moed en stel krachtige besluiten vast voor den volgenden dag. Allerdienstigst voor uw doel zal het wezen, indien gij u den volgenden morgen aanstonds herinnert: wat gij inzonderheid bestrijden, waarvoor gij u wachten moet. Herinner u dit alsdan in het kort en zeg tot u zeiven: Ziedaar de vijand, dien ik moet bestrijden! Ik wil, ik zal het, in den naam des Heeren!

Algemeen gewetensonderzoek. Vraag u zeiven af, wederom alle uren van den dag doorloopende, waarin en hoe gij misdaan hebt met gedachten, woorden, werken en verzuimenissen. Onderzoek, wanneer en hoe gij zijt opgestaan : of en hoe gij uwe morgen-orebeden hebt verricht; hoe gij u gedroegt bij de H. Mis-

ocr page 278

248

ofleratiiie, hij uwe bezigheden, in den omgang mei anderen, bij den maaltiid, te hnis, op straat, enz. Ga na of, en hoe gij gezondigd hebt tegen God, — tegen den evenmensch, — tegen u zeiven.

4. O Jesus, mijn Verlosser! hoe ondankbaar heb ik mij betoond voor zoo vele en zoo groote weldaden! Hoe vele kostbare uren heb ik kwalijk besteed; hoe vele gelegenheden van eeuwige verdiensten verzuimd; hoe vele zonden wederom bedreven, waarvan ik geene enkele had moeten plegen, al had ik daarmede geheel de wereld kunnen winnen! Ik verfoei en verzaak mijne nalatigheid en boosheid, en het smart mij dat ik mijne ziel met zoo vele smetten besmeurd en in uwe Goddelijke oogen zoo onaangenaam en afsehuwelijk heb gemaakt. Het smart mij ook, Lieve Jesus, dat ik door die zonden zware straffen heb verdiend, die ik van uwe rechtvaardigheid en gramschap moet verwachten! Maar boven al doen mij deze en al mijne zonden van gan-scher harte leed, omdat zij mishagen aan uwe oneindige Heiligheid, omdat zij uwe opperste Majesteit beleedigen, en uwe onuitsprekelijke Goedheid bedroeven. Ik neem mij vastelijk voor U voortaan getrouw en volmaakt te zullen dienen, en alles wat U mishagen kan uit geheel mijn vermogen te vermijden'? -— Lam Gods. dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U mijner, want het is mij waarlijk van ganscher harte leed dat ik U mijn God, mijn hoogste en p.enigste Goed heb be-leedigd.

5. Zal ik dan wederom zondigen, mijne ziel en mijn lichaam, Jesus' wonden en bloed, den hemel en alles prijsgeven en op het spel zetten voor de zonde? Neen! Neen, mijn God, ik zal het niet meer doen! Ik verfoei en verzaak voor uw aanschijn alle mijne zonden en in eeuwigheid zal ik niet meer doen wat ik gedaan heb! Vooral zal ik met alle zorg waken tegen deze zoude: N. waarmede ik U zwaarder beleedigd heb. Doch, van waar mij de kracht tot het volbrengen mijner voornemens? Ik ken mijne zwakheid, en de onstandvastigheid mijner bedorvene natuur. «Want het goede te willen is mij nabij, maar het goede ie werken, vind

ocr page 279

249

ik uiet.quot; Tot u dan, o Heilige Geest! vlucht ik, toi U mijne eenige hoop en de kracht mijner ziel. Alles kan ik, indien Gij mij versterkt. Ik besluit dan en neem mij voor, alle zonden en alle zondige gelegenheden met de hulp uwer genade te zullen vermijden! Versterk mij dan, o Geest van sterkte, en Gij die het willen geeft, geef mij ook het volbrengen, door Christus onzen Heer. •

Behoud ons o Heer, terwijl wij waken, bewaar ons terwijl wij slapen; opdat wij waken met Christus en met Hem in vrede rusten.

Bewaar ons o Heer, als den appel uwer oogen; En onder de schaduw uwer vleugelen bescherm onst Wij smeeken Q, bezoek o Heer deze woning, en weer verre van haar al de aanslagen des vijands; uwe heilige Engelen mogen hier huisvesten en ons in vrede bewaren; en uwe zegen ruste op ons ten allen tijde, door Christus onzen Heer. Amen.

O mijne Koningin, Heilige Maria enz. Zoo als '5 mor-ycvSj zip, hl. 24G.

O getrouwe Gezel, aan wiens zorg ik door God ben toevertrouwd, Beschermer en verdediger die nimmer wijkt van mijne zijde, hoe zal ik 1 mijnen dank betuigen voor uwe liefde en trouw, voor de tallooze weldaden die gij mij schenkt? Gij bewaakt mij in den slaap, troost mij in droefenis, beurt mij op in neerslachtigheid, weert de gevaren van mij, trekt mij terug van de zonden, spoort mij aan ten goede, vermaant mij na de zonde tot boetvaardigheid, en verzoent mij weer met God. O, sedert lang ware ik wellicht reeds in den eeuwigen jammerpoel neergestort, zoo gij niet met uwe gebeden de goddelijke gramschap hadt weerhouden; ik smeek u, verlaat mij toch nimmer. Zorg dat ik nooit in zonden valle, wek mij op tot deugd, troost mij in tegenspoed, matig mij in voorspoed, bescherm mij in gevaren, help mij in bekoringen, draag mijne gebeden en verzuchtingen en alle mijne goede werken op aan God; en maak dat ik in de liefde Gods uit dit leven moge scheiden en overgaan tot h,t Eeuwige Leven. Amen.

ocr page 280

250

Ik zal rusten en slapen, Lieve Jesus, om de krachten iiiijns lichaanis ie horstellen en mij met vernieuwden moed toe te rusten tot uwe heilige dienst. Lieve Jesus, iedere ademtocht mijner lippen, iedere klopping mijns hanen, zij gedurende den nacht een gebed, eene verzuchting tot TJ 1 Ook in den slaap wake mijn hart en zegene U met de Cherubijnen en Serafijnen die altijd van liefde vlammend rondom uwen troon staan. Lieve Jesus, in U geloof ik, op U hoop ik. Ü bemin ik boven al. Voor U waak ik, voor U slaap ik, voor U leef ik, voor U sterf ik, o allerminnclijkste Jesus!

Ons zegene met haar Goddelijk Kind f de reine Maagd Maria!

Bij het uitklceden: Onze V ader, W ces gegroet, en de Ps. de Frofundis voor de Overledenen. Zit blz. 59

W anneer gij ontwaakt in den nacht, verhef dan aanstonds uwen geest tot God, opdat gij met David inoogt zeggen: »In den nacht o Heer, was ik uwen naam gedachtig,en verwek godvruchtige gevoelens, bijv.:

1. Looft God gij zon en maan; looft hem gij sterren tn lichten des Hemels.

2. Zegent gij nachten en dagen den lieer; zegent hem, licht en duisternis.

3. iloe vele duizenden kloosterlingen slaan te middernacht op om God te loven: en ik geniet eene gemakilt;elijke rust! Ik verheug mij van ganscher harte, o God, dat Gij geloofd en ueprezen wordt, geef mij dat ik deel hebbe met allen, die U vreezen.

4. Hoevele menschen sterven er dezen nacht: ach mogen zi] een zaligen dood sterven. O God, geef den stervenden, dat zij in uwe liefde dit leven verlaten!

5. Als het reeds zoo lastig is een weinig tijds van den nacht slapeloos door te brengen, wat moet het dan zijn. gedurende geheel de eeuwigheid te waken in de vlammen der hel!

Bid vervolgens aan uwen Rozenkrans, of Z'?g andere gebeden die gij van buiten kent, en gij zult alzoo ivederom heiliglijk inslapen. Het is zeer goed en prijzenswaardig den Rozenkrans meé naar bed te nemen, zoowel om er aan te kunnen bidden, wanneer men niet slapen kan, als ook om tydeus de nachtrust feu gewgd voorwerp bij zich te hebben.

ocr page 281

251

III. HE DH1R WIJZFN VAN BIDDEN VOLGFNS DEN H. IGNATIUS.

Tracht it üe/e eigen te maken, en zij zullen n in staat stellen immer eeu nieuw voedsel voer uwe godsvrucht te vinden in de gebeden die gij gewoon zijt te verrichten. Niets is dienstiger dan de Tweede w.ize om u nuttig en tevens nangenaam bezig te honden tijdens de 11. Misofferande en andere godsdienstoefeningen. Wend haar aan bij de gewone gebeden der H. Mis, bij de lofzangen der H. Kerk. bij de psalmen, litaniën enz. en gij zult onuitputtelijke stof tot godvruchtige overdenking ea tot heilzame toepassing vinden. Een klein gebedenboekje zal u met deze van grootere dienst zijn dan het grootste boek zonder deze. Beproef het slechts gij zult er van overtuigd worden.

EERSTE WIJZE VAN BIDDEN.

Deze wijze is minder een gebed, dan wel eene geestelijke oefening, waardoor de ziel in haren voortgang geholpen en ha-ir gebed Godo des te aangenamer gemaakt wordt. Zij bestaat in het overwegen van de geboden Gods, van de zeven hoofdzonden, van de drie krachten der ziel, namelijk; verstand, geheugen en wil, en van de vijf zintuigen. Zij gcehiedt aldus:

1°. Voor dat gij begint moet gij eenige oogenblikken nadenken over hetgene gij gaat doen. De naaste voorbereiding toch tot alle gebed moet ïijn, zich te herinneren dat men gaat bidden.

2°. Vraag aan God de genade van de zonden te mogen kennen, die gij tegen zijne geboden bedreven hebt en van u in het vervolg daarvoor te mogen wachten.

3C'. Doorloop de geboden Gods een voor een, en zie of gij

Ize onderhouden hebt of niet; vraag vergifrenis voor de zonden die gij u herinnert en bid het;ze onderhouden hebt of niet; vraag vergifrenis voor de zonden die gij u herinnert en bid het; Ome Vat/er, He; is genoegzaam zich bij ieder gebod gedurende den tijd, die noodig is tot het bidden van drie Onze Fader's, op te houden; men verkorte of verlenge dien tijd, aaargelang men meer of minder tegen een gebod misdreven heeft.

4°. Wanneer gij alle geboden aldus doorloopen hebt, verneder u dan en vraag genade om ze in hot vervolg beter te onderhouden, en eindig met eene samenspraak of een vertrouwlijk en uit het harte geweld gebed tot God, overeenkomstig den staat uwer ziel en uwer gemoedsgesteltenis.

ocr page 282

252

Wat de hoofdzonden, de drie krachten der ziel, de vijf zintuigen enz. aangaat, trachte men op dezelfde wijze voort te gaan als boven.

Verlangt iemand den goddelijken Zaligmaker na te volgen in het gebruik zijner zintuigen, dan vrage hij daartoe de genade van God den Vader, doorloope ieder der zintuigen en onderzoeke in zich zei ven of hij gelijkt of niet gelijkt naar het goddelijk voorbeeld en in hoe verre. Alvorens van het eene zintuig over te gaan tot het andere bidde hij een Onze Vader.

Wenscht men de H. Maagd na te volgen, men smeeke dan om hare voorspraak bij haren goddelijken Zoon ; en wanneer men overgaat van het eene zintuig tot het andere bidde men een Wees gegroet.

Het doel dezer oefening is niet zoo zeer zijn geweten nauwkeurig te onderzoeken als wel in zijn binnenste gevoelens van berouw op te wekken en zich alzoo meer en meer te zuiveren van, en te wapenen tegen de zonde: en zijn hart aldus jdes te geschikter te maken tot het ruimer ontvangen van Gods genaden.

TWEEDE WIJZE VAN BIDDEN.

Zij beamp;taat in het beschouwen der beteekenis van een of ander mondgebed, terwijl men achtereenvolgens cenige oogenblikken verwijlt bij de woorden van dat gebed.

1°. Verzamel uwen geest en denk er aan dat gij gaat bidden.

2°. Spreek een kort gebed, zoo als uw hart u ingeeft, overeenkomstig den persoon tot wien gy uw gebed richten wilt.

3°. Beschouw en overdenk het gebed, waarop gij deze wijze van bidden wilt toepassen woord voor woord, volzin voor volzin. Nemen we duidelijkheidgt;halv lt;het Onze Vader tot voorbeeld. Blijf reeds aanstonds stilstaan bij deze twee eerste woorden; Onze Vader, overdenk ze, wik ze en weeg ze, zoolang gij daaruit goede gedachten, gevoelens, aandoeningen, verlangens en voornemens kunt putten; ga vervolgens over tot de volgerde woorden en verwijl daarbij evenals bij de vorige.

4°. Is de tijd van te eindigen daar; bid dan het ver-

ocr page 283

253

volg des gebeds op de gewone wijze; richt u daarna in een korte samenspraak of in een vertrouwlijk en har-telijk gebed tot den persoon tot wien gij u voorgenomen hadt te bidden, om hem ts vragen of door zijne voorspraak te verkrijgen de genade of de deugd die gij noodig hebt.

Aanmerking.

1°. Elk gebed, bv.: Ik gr.loof in God den Vader, Sal VP. liryina, Ziel van Christus, enz. kan op deze wijze worden gebeden.

2°. Is een enkel woord van een dergelijk gebed toereikend om n gedurende geheel den tijd, dien gij aan het gebed besteden kunt, bezig te houden, dan bepaalt men zich daarbij, en stelt het vervolg uit tot een anderen dag. Den volgenden keer bidt men op de gewone wijze datzelfde gebed tot zco verre als men al overwegende gekomen was en begint het nu van daar af volgens de tweede wijze van bidden voort te zetten.

DERDE WIJZE VAN BIDDEN.

Zij is niets anders als het achtereenvolgend uitspreken van één of meerdere mondgebeden, terwijl- men zich bij ieder woord gedurende den tijd eener ademhaling ophoudt, óm te denken aan den zin der woorden, of zich te herinneren; de waardigheid van den persoon tot wien men spreekt, of zijne eigene onwaardigheid of den afstand die er is tusschen zijne waardigheid en onze onwaardigheid. Nemen we het IVers gegroet tot voorbeeld.

1quot;. Denk er aan wat gij gaat doen.

2°. Denk een oogenblik bij de woorden; Wees gegroet. of aan de beteekenis dier woorden; öf aan de waardigheid van Maria; óf aan uwe ellende, die zulk een groot verschil veroorzaakt tusschen u en de allerheiligste Maagd.

3°. Spreek daarna de volgende woorden ait, u bij ieder woord slechts ophoudende gedurende den tijd eener ademhaling.

Het blijkt van zelf en de ondervinding bevestigt het, hoe geschikt deze wijze is om te voorkomen dat men niet uit enkele gewoonte en slechts gedachteloos voortbidde.

15

ocr page 284

254

IV. GEBEDEN ONDER DE H. MIS.

Gebed vóór de H. Mis.

Kom o Heilige Geest! vervul de harten uwergeloovigen, en ontsteek in hen het vuur uwer goddelijke liefde, Gij die in weerwil der verscheidenheid van alle talen de volken in de eenheid des geloofs vereenigd, en rondom de eene oti'crande der nieuwe wet, die wordt opgedragen van den opgang der zonne tot haren ondergang, vergaderd hehtl

Zend uit o Heer, uwen Geest en alles zal herschapen worden;

En (tij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.

O God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest onderwezen hebt, geef dat wij in dien zalfden Geest verstaan wat recht is, en ons altijd over zijne vertroosting mogen verblijden. Door Christus onzen Heer. Amen.

Akte van gelooi'.

Ik geloof vastelijk, o mijn God! dat de H. Mis de, onbloedige offerande is der Nieuwe Wet, waarin hel dierbaar Lichaam en Bloed van Jesus Christus onzen goddelijken Zaligmaker uwen Zoon, onder de gedaanten van brood en wijn aan U, o hemelsche Vader wordt opgeofferd. O geef mij, smeek ik U, dat ik daarbij heden tegenwoordig moge zijn, met die diepe aandacht, eerbied en vreeze, en met die teedere en hartelijke godsvrucht welke zulk een ontzaglijk en liefdevol Geheim van mij eischt.

M e e n i n g.

Ik vereenig mij, o God, met den priester en geheel uwe H. Kerk, om uwer goddelijke Majesteit dit heilig Oft'er op te dragen. 1. Tot meerdere eer en verheerlijking van uwen heiligen Naam, wien alleen dit offer mag worden opgedragen. 3. Ter gedachtenis van uw lijden en uwen dood, o minnelijke Verlosser, gelijk Gij zelf geboden hebt, dat zulks geschieden üoude bij dit H.

ocr page 285

255

Off'er. 3. Tot dankzegging voor alle weldaden die Gij mij bewezen hebt. 4. Tot voldoening der straffen, die ik voor mijne zonden verdiend heb, en die ik in dit Offer door uw heilig bloed hoop uit te wissehen. 5. Tot verkrijging van uwe genade en hulp in die zaak... 6. Voor mijne ouders, bloedverwanten, vrienden en weldoeners, bijzonder voor.... 7- Voor ie zielen der overledenen, voornamelijk voor.... Neem, o Heer! deze mijne meening genadig aan en verhoor mij. Door Jesus Christus onzen Heer. Amen.

De volgende Misgebeden ziju ontleend aan het Romeinsche Missaal en zijn dezelfde als die door den Priester aan het altaar gelezen worden. Wat in de Misse aan verandering onderhevig is naai gelang der verschillende feesten, werd hier genomen nit de Mis van do H. Drievuldigheid.

GEBEDEN AAN DEN

Priester. In nomine Patris et Filii et Spiritus Sancti. Amen i1).

Introïbo ad Altare Dei.

Dienaar. Ad Deum, qui laetificat juventutem meam.

VOET DES ALTAAK6.

P. In den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Amen (')

Ik zal ingaan tot het Altaar Gods.

D. Tot God, die mijne jeugd verblijdt.


PSALM 42. //JÜDICA MEquot;

Deze psalm, die door den Priester en den dienaar vers om vers gebeden wordt, moet ons inboezemen gevoelens; 1, van vre ezo, van namelijk de booze voorbeelden en beginselen der wereld t* zullen volgen; 2 van verlangen naar de kennis van al datgene, wat ons tijdens de heilige Misofferande tot ware godsvrucht kan stemmen; 3. van vertrouwen cp Gods bescherming, bijstand en barmhartigheid die ons reeds zoo dikwerf gebleken zijn, en ons nu wederom blijken daar w\j tot Hem mogen naderen als tut onzen Verlosser.

P. Judica me Deus et discerne causam meam de gente non sancta; ab homine

P Doe mij recht o God, en beslis mijne twistzaak tegenover een onheilig volk.


0) Telkens een aflaat van 50 dagen, ook toevoegbaar aan de [oloovige zielen. Pius IX, 28 Juli 1863.

ocr page 286

S56

iniquo et doloso erne me.

D. Quia tn es Deus fortitude) mea; quare me repu-listi et quare tristis incédo, dum afrtigit me inimi'cus V

P. Emitte lucem tuam et veritatem tuam: ipsa me deduxerunt et adduxerunt in montem sanctum tuum et in tahernacula tna.

D. Et introïbo ad altare Dei: ad Denm qui laetificat juventutem meam.

P. Confitebor tibi in ci-thara Deus, Deus meus; quare tristis es anima mea, et quare conturbas me?

D. Spera in Deo, quoni-am adhue confitêbor illi, salutare vultus mei et Deus meus.

P. Gloria Patri et Filio et Spiritui Sancto.

D. Sicut erat in princi-|iio et nunc et semper, et in saecula saecnlorum. Amen.

P. Introibo ad altare Dei,

D. Ad Deum qui laetificat juventutem meam,

P. Adjutorium nostrum in nomine Domini.

D. Qui fécit coelum et terrain.

en bevrijd mij van den man des bedrogs en des onrechts.

D. Want gij zijt de God, mijne sterkte; waarom hebt Gij mij verstooten en waarom ga ik droevi; voort, terwijl de vijand mij vervolgt?

P. Zend uw licht en uwe waarheid; zij zullen mij geleiden en mij brengen tot uwen heiligen berg, en tot uwe woningen.

D. En ik zal ingaan tot het altaar Gods: tot God die mijne jeugd verblijdt.

P. En ik zal U loven op de harpe o God, mijn God! — Waarom zijt gij bedroefd mijne ziel en waarom verontrust gij mij ?

D. Hoop op God, want ik zal Hem nog loven. Hij is de verlossing mijns aan-gezichts, en mijn God!

P. Eere zij den Vader en den Zoon en den Heiligen Geest.

D. Gelijk het was in den beginne en nu en altijd, en in de eenwen der eeuwen. Amen.

P. Ik zal ingaan tot het altaar Gods;;

D. Tot God die mijne jeugd verblijdt.

P. Onze hulp is in den naam des Heeren;

D. Die hemel en aarde heeft gemaakt.


ocr page 287

257

CONFITEOR OF SCHULDBELIJDENIS.

Het eerste offer dat aan God moet worden gebracht, is het offer van een vernederd en vermorzeld hart; daarom trachten dePriester en de geloovigen in zich het bewustzijn te verlevendigen dat zij zondaren zijn. Overdenk ook gij uwe zonden, en belijd ze voor God, en tracht uw hart te vervullen van een oprecht berouw. Bid voor den Priester en voor a len die de H. Mis bijwonen, opdat allen in de ruimste mate deel mogen verkrijgen aan de zegenrijke vruchten der H. Offerande.

P. Confiteor Deo Omni-potenti, beatae Mariae semper Virgini, beato Michaëli Archangelo, beato Joanni Baptistae, {Sanctis Apostolis Petro et Paulo, omnibus Sanctis et vobis, fratres, quia peccavi nimis cogita-tione, verbo et opere, mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. Ideo precor bea-tam Mariam semper Virgi-nem, beatum Michaelem Archangelum, beatum Jo-annem Baptistam, sanctos Apostolos Petrum et Pau-lum, omnes Sanctos et vos fratres orare pro me ad Dominum Deum nostrum.

D. Misereatur tui omm-potens Deus, et dimissis peccatis tuis perdücat té ad vitam aetérnam.

P. Amen.

D. Confiteor Deo omni-poténti, beatae Mariae semper Virgini, beato Michaëli

P. Ik belijde aan God Almachtig, aan de gelukzalige Maria altijd Maagd, aan den H. Michaël Aartsengel, aan den H. Joannes den Dooper, aan do Heilige Apostelen Petrus en Paulus, aan alle Heiligen en aan u, mijne broeders dat ik zeer gezondigd heb met gedachten, woorden, en werken door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld.Daarom bid ik de gelukzalige Maria altijd Maagd, den H. Michaël Aartsengel, den H. Joannes den Dooper, de Heilige Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en u mijne broeders, voor mij te willen bidden tot den Heer onzen God.

D. De Almachtige God ontferme zich uwer, en vergeve u de zonden, en geleide u ten eeuwigen leven.

V*. Amen.

D. Ik belijde aan God Almachtig, aan de gelukzalige Maria altijd Maagd,


ocr page 288

SiÖ

iniquo et doloso erne me.

D. Quia tn es Deus for-titüdo mea; qnare me repu-listi et quare tristis incédo, dnm afttigit me mimicus V

P. Emitte lucem tuam et veritatem tuam: ipsa me deduxerunt et adduxerunt in montem sanctum tuum et in tabernacula tua.

1). Et introibo ad altare Dei: ad Deum qui laetificat juventutem meam.

P. Confitebor tibi in ci-thara Deus, Deus mens; quare tristis es anima mea, et quare conturbas me?

D. Spera in Deo, quoni-ara adhuc confitêbor illi, salutare vultus mei et Deus meus.

P. Gloria Patri et Filio et Spiritui Sancto.

D. Sicut erat in princi-pio et nunc et semper, et in saecula saeculorum. Amen.

P. Introibo ad altare Dei,

D. Ad Deum qui laetificat juventutem meam.

P. Adjutorium nostrum in nomine Domini.

D. Qui fécit eoelum et terram.

en bevrijd mij van den man des bedrogs en des onrechts.

D. Want gij zijt de God, mijne sterkte; waarom hebt Gij mij verstooten en waarom ga ik droevig voort, terwijl de vijand mij vervolgt ?

P. Zend uw licht en uwe waarheid; zij zullen mij geleiden en mij brengen tot uwen heiligen berg, en tot uwe woningen.

D. En ik zal ingaan tot het altaar Gods: tot God die mijne jeugd verblijdt.

P. En ik zal U loven op de harpe o God, mijn God! — Waarom zijt gij bedroefd mijne ziel en waarom verontrust gij mij ?

D. Hoop op God, want ik zal Hem nog loven. Hij is de verlossing mijns aan-gezichts, en mijn God!

P. Eere zij den Vader en den Zoon en den Heiligen Geest.

D. Gelijk het was in den beginne en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

P. Ik zal ingaan tot het altaar Gods;

D. Tot God die mijne jeugd verblijdt.

P. Onze hulp is in den naam des Heeren;

D. Die hemel en aarde heeft gemaakt.


ocr page 289

257

CONFITEOR OF SCHULDBELIJDENIS.

Het eerste offer dat aan God moet worden gebracht, i« het offer van een vernederd en vermorze ld hart; daarom trachten do Priester *n de geloovigen in zich het bewustzijn te verlevendigen dat zij zondaren zijn. Overdenk ook gij uwe zonden, en belijd ze voor God, en tracht uw hart te vervullen van een oprecht berouw. Bid voor den Priester en voor allen die de H. Mis bijwonen, opdat allen in de ruimste mate deel mogen verkrijgen aan de zegenrijke vruchten der H. Offerande.

P. Confiteor Deo Omni-potenii, beatae Mariae semper Virgini, beato Michaëli Archangelo, beato Joanni Baptistae, Sanctis Apostolis Petio et Paulo, omnibus Sanctis et vobis, fratres, quia peccavi nimis cogita-tione, verbo et opere, mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. Ideo precor bea-tam Mariam semper Virgi-nem, beatum Michaelem Archangelum, beatum Jo-annem Baptistam, sanctos Apostolos Petrum et Pau-lum, omnes JSanctos et vos fratres orare pro me ad Dominum Deum nostrum.

D. Misereatur tui ornni-potens Deus, et dimissis peccatis tuis perdücat té ad vitam aetérnam.

P. Amen.

D. Confiteor Deo omni-poténti, beatae Mariae semper Virgini, beato Michaëli

P. Ik belijde aan God Almachtig, aan de gelukzalige Maria altijd Maagd, aan den H. Michaël Aartsengel, aan den H. Joannes den Dooper, aan de Heilige Apostelen Petrus en Paulus, aan alle Heiligen en aan u, mijne broeders dat ik zeer gezondigd heb met gedachten, woorden, en werken door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld.Daarom bid ik de gelukzalige Maria altijd Maagd, den H. Michaël Aartsengel, den H. Joannes den Dooper, de Heilige Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en u mijne broeders, voor mij te willen bidden tot den Heer onzen God.

D. De Almachtige God ontferme zich uwer, en vergeve u de zonden, en geleide u ten eeuwigen leven.

ï*. Amen.

D. Ik belijde aan God Almachtig, aan de gelukzalige Maria altijd Maagd,


ocr page 290

258

Archangelo, beato Joanni Baptistae; sanctis Apostolis Petro et Paulo, omnibas Sanctis et tibi, Pater, quia peccavi nimis cogitatione, verbo et u'pere, mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. Ideó precor beatam Mariam semper Virginem, beatum Michaèlem Archan-gelum, beatum Joannem liiip! istiini. sanctns Aposto-los Petrum et Paulum, om-nes Sanctos et té Pater orare pro mé ad Dominum Deum nostrum.

P. Misereatur vestri om-nipotens Deus, et dimissis peecatis vestris, perducat vos ad vitam aeternam.

D. Amen.

P. Indulgemiam, absolu-tionem et remissionem pec-catorum nostrorum tribuat nobis omnipotens et mise-ricors Dominus.

D. Amen.

P. Deus, Tu conversus vivificabis nos;

D. Et plebs tualaetabitur in Té.

P. Ostende nobis Domine misericordiam tuam,

D. Et salutare tuum da nobis.

aan den H. Michaël Aartsengel, aan den H. Joannes den Dooper, aan de Heilige Apostelen Petrus en Paulus, aan alle Heiligen en aan u, Vader, dat ik zeer gezondigd heb met gedachten, woorden en werken, door mijne schuld, door xnijne schuld, door mijne allergrootste schuld. Daarom bid ik de gelukzalige Maria, altijd Maagd, den H. Aartsengel Michaël, den H. Joannes den Dooper, de Heilige Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen, en u Vader, voor mij te willen bidden tot den Heer onzen God.

P. De almachtige God ontfermo zich uwer, en vergeve u de zonden, en geleide n ten eeuwigen leven.

D. Amen.

P. Vergiffenis, ontbinding en kwiitschelding van al onze zonden verleene ons de almachtige en barmhartige Heer.

D. Amen.

P. Heer, keer U tot ons en wij zullen leven.

D. En uw volk zal zich verblijden in U.

P. Toon oes, oHeeruwe barmhartigheid.

D. En geef ons uw heil.


ocr page 291

259

P. Domine exaudi orati- P. Heer verhoor mijn

onem meam. gebed.

D. Et clamor meus ad D. En mijn geroep koine

té veniat. tot U.

P. Dominus vobiscum. P. De Heer zij met u.

D. Et cum spiritu tuo. D. En met uwen geest.

P. Oremus. P. Laat ons bidden.

De Priester strekt ilo hauden uit om u te herinneren, dat uw geest zich moet verhellen tot God en dat zijne ziel naar God eu het heilige haakt. Hij zegt:

Wij smeeken U, o God, neem weg van ons onze ongerechtigheden, opdat wij met een zuiver hart mogen ingaan tot het Heilige der Heiligen. Door Christus onzen Heer. Amen.

De Priester kust het altaar: 1. uit liefde en eerbied jegens het :iltaar, dat is »de troon van Je-ms' goddelijk vleesch en bloedquot; (de H. Optatus van Milete). Het is heilig als de kribbe waarin het goddelijk Kind rustte; heilig als het kruis waaraan Jesus stierf. 2. Om de overblijfselen der Heiligen te vereeren. die in »len altaarsteen besloten zijn, en wier voorspraak hii inroept. Stel u zeiven in gemeenschap met de Heilige!), door hen ;»an te roepen. Hij gaat onmiddellijk voort:

Wy bidden U, o Heer, door de verdiensten van uwe Heiligen, wier overblijfselen hier rusten, en van alle Heiligen, dat Gy mij kwijtschelding gelievet te verleenen van alle mijne zonden. Amen.

introïtus of ingang.

De woorden van den Intróitus zijn meestal ontleend aan het O. Verbond, om ons te herinneren aan het verlangen der Aartsvaders naar den Messias; zij werden oudtijds altyd gezongen middelerwijl de Priester zich naar het altaar begaf, vandaai de naam Intróitus of Ingang.

Gezegend zij de Heilige Drievuldigheid en onverdeelde Eenheid, wy zullen haar loven omdat Zy ons bewezen heeft hare barmhartigheid (Ps. 8). Heer, onze Heer, hoe wondervol is uw naam over geheel de aarde! Eere zij den Vader en den Zoon en den H. Geest. Gelijk het was in den beginne en nu, en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 292

260

Gezegend zij de Heilige Drievuldigheid en onverdeelde Kenheid, wij zullen Haar loveu, omdat Zij ocs bewezen heeft hare barmhartigheid.

KYRIE ELEISON.

1). i. Heer ontferm L' onzer. Driemaal telkenn wordt dit smeekgebed herhaald ter eere der drie Goddelijke Personen. Nimmer kan dit gebed genoeg herhaald, wegens onze tallooze zonden en Gods veelvuldige ontfermingen over ons.

P. Kyrië eleïson, D. Kyrië eleïson, P. Kyrië eleïson, D. Christe eleïson, P. Christe eleïson, D. Christe eleïson, P. Kyrië eleïson, J). Kyrië eleïson, P. Kyrië eleïson.

P. Heer ontferm U onzer, D. Heer ontferm U onzer, P. Heer ontferm U onzer, D. Christus ontferm U onzer, P. Christus ontferm U onzer, D. Christus ontferm U onzer, P. Heer ontferm Ü onzer, D. Heer ontferm U onzer, P. Heer ontferm U onzer.


GLORIA IN EXCELSIÖ, OP LOFZANG DEK ENGELEN.

De Priester treedt in het midden van het altaar en strekt zijne handen uit tot teeken van zijn verlangen naar quot;God en de vreugde des Hemels. Na ontferming te hebben afgesmeekt, jubelt zijn hart bij de herinnering aan de groote barmhartigheid, die God den mensch heeft bewezen door zijnen Zoon te schenken aan de wereld. — Hoop, vertrouw, en verblijd u, on hef in den geest met don Priester het lotlied aan:

Glorie zij God in den Hooge, en vrede den men-schen op aarde die van goeden wille zLjn! Wij loven U, wij zegenen U, wij aanbidden U, wij verhelfen U. wij danken U voor uwe groote heerlijkheid! Heer onze God, hemelsehe Koning; God almachtige Vader, Heer Jesns Christus, eeniggeboren Zoon! Heer God! Lam Gods, Zoon des Vaders, die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer! Die wegneemt de zonden der wereld, ontvang onze smeekgebeden; die gezeten zijt aan de rechterhand des Vaders, ontferm U onzer! Want Gij alleen zijt heilig. Gij alleen zijt de Heer, Gij alleen zijt de Allerhoogste! O Jesus Christus met den Heiligen Geest in de Glorie van God den Vaier. Amen!

ocr page 293

261

De Priester kust het altaar als den troon van Christus, keert zich tot het volk en opett zijne handen om het den vurig-sten wensch zftns harten, de alle zegening bevattende en van do Apostelen afkomstige heilbede toe te spreken;

P. Dominus vobiscum. P. De Heer zij met u. D. Et cum spiritu tuo. D. En met uwen geest.

COLLECTE.

Dat is: 1. Gebed over de vergadering: waarom hot ook somtijds JBenedictio of Zegening genoemd wordt; of 2. Kort begrip, samenvatting der gebeden die men storten wil, — Vereenig n met den Priester en stel u levendig voor den geest wat gij bepaaldelijk in dit H. Misoffer van God wilt verkrijgen.

Laat ons bidden. Almachtige, eeuwige God. die uwen dienaren gegeven hebt, in de belijdenis des waren ge-loofs de heerlijkheid der eeuwige Drievuldigheid te erkennen, en in de oppermacht der goddelijke Majesteit de Eenheid te aanbidden: wij smeeken U, dat wij door de kracht van datzelfde geloof ten alle tijde, tegen alle onheilen mogen worden beschermd. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon die met U leeft en heerscht in de eenheid des Heiligen Geestes, God^

P. Per omnia saeculasae- P. In alle eeuwen der culorum. eeuwen.

Antwoord op dit gebed en op alle gebeden die verder volgen zullen met het kort doch zinrijk: Amen. Het drukt goedkeuring, toestemming, wensch en verlangen uit, naar gelang van den inhoud des gebeds; en beteekent; Zoo is het; Zoo zij het! Wij bevestigen daarmee al wat het gebed bevat, hetzij daarin iets te gelooven, te wenschen of te doen werd voorgesteld,

D. Amen. D, Amen.

EPISTEL.

Deze is een uittreksel, korte lezing uit de Profeten of uit de brieven der Apostelen. Christus, die u zal toespreken in hel Evangelie, bereidt u daartoe door de stem dor profeten en der Apostelen.

O diepte der rijkdommen van Gods wijsheid, en wetenschap; hoe ondoorgrondelijk zijn zijne oördeelen, en hoe onnaspoorlijk zijne wegen! Wie toch heeft den zin

15*

ocr page 294

262

des Heeren gekend? Of wie is zijn raadsman geweest? Of wie heeft Hem te voren gegeven, dien het zal weder vergolden worden? Want uit Hem en door Hem, en in Hem zijn alle dingen. Hem zij eere en heerlijkheid in eeuwigheid. Amen. {Rom. XI.)

D. Deo gratias. D. Gode zij dank.

GRADUALE

of Trapgezang, omdat het gezongen werd naast de trappen waarop de lessenaar van den Diaken oudtljdfl stond bij plechtige dienst. Het bevat eenige verzen uit de psalmen die de gevoelens verlevendigen welke reeds in den Introïtus werden opgewekt.

Gezegend zijt Gij o Heer, die de afgronden doorziet en zetelt op de Cherubijnen.

Gezegend zijt Gii o Heer! in het uitspansel des Hemels en lofwaardig zijt Gij in eeuwigheid. (Alleluia.)

Gezegend zijt Gij o Heer, God onzer vaderen en lofwaardig zijt Gij in eeuwigheid (Alleluia.)

VOORBEREIDING TOT HET EVANGELIE.

Vraag God dat Hij uwen geest verlichte, uw hart ontvlamme en uwe lippen reinige, opdat gij de goddelijke waarheid in het Evangelie neergelegd, moogt bevatten, beminnen en belijden. Het overdragen des boeks dat intusschen plaats grijpt beteekent. 1. verkondiging des Evange'lie's aan de zondaren; en 2. bestraffing en kastijding der helsche machten. Vraag bekeering van uwe zonden en beveiliging tegen den invloed des boozen.

Almachtig God, zuiver mijn hart en mijne lippen, die de lippen van den Profeet Isaïas met een vuriger, kool hebt gereinigd. Ge waardig U mij zoo te zuiveren door uwe genadevolle ontferming, dat ik waardiglijk uw heilig Evangelie moge verkondigen. Door Christus onzen Heer. Amen.

Gebied o Heer, uwen zegen!

De Heer zij in mijn hart en op mijne lippen, opdat ik waardig en betamelijk zijn Evangelie verkondige. Amen.

De Priester en het volk wenschen elkander, dat God met hen zij en spreken tot hunne harten, opdat de klanken der heilige woorden niet nutteloos mogen vervliegen:

ocr page 295

263

P. Doniinns vobiscum. P. De Heer zij met u.

D. Et cum spiritu tuo. D. En met uwen geest.

EVJlNOELIK.

P. SequentiaSancti Evan- P. Vervolg van het Hei-gelii secundum Matthaeum lig Evangelie volgens den (28, 18-20.) H. Matihaeus.

3Ien zegt Ve rvolg of Begin van het heilig Evangelie, naar gelang het Evangelie begint met hetgeen er gelezen wordt, uf daarmeê wordt voortgezet. Men maakt hier gewoonlijk drie kruisen: 1. op het voorhoofd, ten teeken dat wij ous niet schamen /.uilen over het Evangelie; 2. op den mond, ten blijke dat wij bereid zijn het te belijden; en 3. op de borst om te kennen te geven dat wij het diep bewaren zullen in ons hart.

D. Gloria tibi Domine. D. Eere zij U, o Heer!

F. In dien tijde sprak Jesus tot zijne discipelen: Mij is alle macht gegeven, in den Hemel en op aarde. Gaat dan n leert alle volken, hen doopende in den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes, hen leerende te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u alle de dagen tot de voleinding der eeuwen!

Wat al rijkdom en stof tot overdenking bevatten deze weinige volzinnen: 1. de Godheid van Jeans Christus onzen Zaligmaker, aan wien de Hemelsche Vaderjook als mensch na zijne verrijzenis ingevolge zijn lijden en dood «al 1 e macht heeft gegeven inden hemel en op aarde;quot; 2. de zending der apostelen. gt;»gaat dan,quot;' .lesus zendt hen met de macht omteleeren, »leert alle volken,quot; met de macht om op te nemen in de Kerk door het H. Doopsel «hen doo pende;quot; en met de macht om die in de Kerk zijn te besturen en te regeeren «hen leerende onderhouden, al wat ik u geboden heb.quot; Hij maakt hen dus tot Leeraren, Bedienaren der goddelijke geheimen, en tot Koningen in zijne Kerk in zijne plaats. li. Eu niet alleen den Apostelen, maar ook hun die de Apostelen zullen opvolgen, of die dezer opvolgers zullen be-hulpzaam zijn, verzekert liij 'deze drievoudige macht, want Hij zal «met de Apostelen zijn tot het einde der eeuwen.quot; Zekerlijk moesten de Apostelen niet blijven tot het einde der wereld, want: zij zouden sterven gelijk Jesus voorspold had. En toch zal Hij niet hen blijven tot het einde der eeuwen, dus met de Apostelen in hunne Opvolgers. 4. Vooral hebben wij hier te overwegen het grond-geheim van onze heilige Godsdienst waarop alles steunt hji waarmee alles samenhangt, het diep en zoo noodzakelijk geheim van de Allerheiligste Drievuldigheid hetwelk hierin bestaat dat er slechts één God is en drie goddelijke personen, te weten:

ocr page 296

264

(Jod de Vader, God de Zoon eu God de H. Geest, «hen doopendo in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen (t e e s te s.quot; — Wat vinden we in dit kort Evangelie buitendien uitgesproken en te kennen gegeven nopens de H. Kerk ? 1. Hare een heid; ééne macht: Jesus', der Apostelen en dezer Opvolgeren macht is dezelfde; één geloof; één doopsel: ée'ne wet. Wat Christus geleerd, ingesteld en geboden heeft, dat werd door de Apostelen, en wordt nog door hunne Opvolgers geleerd, onderhouden en geboden: 2. hare heiligheid; haar onzichtbaar Hoofd, hare leer. sacramenten, geboden en bestuur zijn heilig en strekken tot heiliging; 3. hare algemeenheid; zij is algemeen van plaats: »g aat tot alle v o 1 k e n;quot; algemeen van tijd: «totde voleinding der e e u w e n,-1' 4. hare Apostoliciteit, apostolische oorsprong. Jesus zendt de Apostelen, en de Kerk door hunne leer, bediening en bestuur ontstaan en geregeld moet altijd met hen in verbinding blijven. Waar is zij te vinden die immer voortdurende en altijd levende verbinding met de Apostelen? Nergens anders dan in de Roomsoh-Katholieke Kerk, wier zichtbaar Opperhoofd, de Paus, langs de onafgebrokene rij zijner voorzaten opklimt tot den H. Petrus! — Welk een onuitputtelijke bron dus van onderricht en van troost wordt ons hier niet geboden! — Dank er den verlosser voor die ze u schonk en zeg van ganscher harte.

D. Laus tibi Christe' D. Lof zij U, o Christus!

De Priester kust met eerbied het Evangelie zeggende:

P. Door de woorden des heiligen Evangelie's mogen uitgewischt worden onze zonden,*»

De woorden van het Evangelie hebben kracht om: 1. de dago-lijksche zonden weg te nemen, wijl zij de liefde Gods in ons ontvlammen; en 2. om heilzame indrukken te maken op de neigingen van ons hart; terwijl zij deze beteugelen, richten en regelen, nemen zij de oorzaken en de bronnen der zonde uit ons weg. Bid God dat zij alzoo van u weg mogen nemen: de bedre-vene dagelijksche zonden en de oorzaken der zonde.

CREDO

of Geloofsbelijdenis van het Algemeen Concilie ran Nicaea (aquot; 325 ii. C.). en van het He Algemeene Concilie van Constantinopel ('aO 391 n. C,) Bid het langzaam en met aandach;.

Jk geloof in eenen God Almachtigea Vader, schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. — En in éénen Hesr Jesus Christus, den eenig-geboren Zoon Gods, en uit den Vader vóór alle eeuwen geboren; God van God, licht van licht, waarachtigen God van waarachtigen God; geboren en niet gemaakt, medezelfstandig met den Vader, door wien alle dingen gemaakt zijn; die om ons menschenen om ons heil nedergedaald is uit

ocr page 297

265

den hemel: en het vleesch heeft aangenomen door den Heiligen Geest uit de Maagd Maria, kn die is mensoh gewordes. Die ook is gekruisigd voor ons onder Pontius Pilatus, die geleden heeft en is begraven. En die verrezen is ten derden dage, volgens de schriftuur; en opgeklommen ten hemel en zit ter rechterhand des Vaders: die met heerlijkheid zal wederkeeren om te oor-deelen levenden en dooden, wiens rijk geen einde zal hebben. — En in den Heiligen Geest, Heer en Levendmaker, die uit den Vader en den Zoon voortkomt; en met den Vader en den Zoon te zamen wordt aangebeden en verheerlijkt, die gesproken heeft door de Profeten. — En ééne, heilige, katholieke en apostolische Kerk. Ik belijde één doopsel tor, vergitt'enis der zonden, en verwacht de opstanding der dooden, en het leven der toekomstige Eeuwe. Amen.

De Priester groet het volk op nieuw om het steeds meer tot oplettendheid en godsvrucht op te wekken. — Geef gehoor aan zijne vermaning.

P. Dominus vobiscum. P. De Heer zij met u.

D. Et cum spiritu tuo. D. En met uwen geest.

offerande.

Aldus wordt het volgend gebed genoemd; men noemt ook zoo het gedeelte der Mis dat thans een aanvang neemt en zich uitstrekt tot de Praefatie of den Canon. Uier begint ook de van oudsher dusgenaamde Misse der geloovigen, waarbij slechts de gedoopten mochten tegenwoordig zijn; terwijl het voorafgaande genoemd werd Misse der Catechumenen en mocht worden bijgewoond door nog niet gedoopten en openbare boetelingen. Vernieuw dus uwe godsvrucht, en verneder u diep, vooral indien gij u zware zonden bewust zijt.

P. Oremus. P. Laat ons bidden.

Gezegend zij God de Vader, en Gods eeniggeboren Zoon, alsook de Heilige Geest, omdat Hij ons zijne barmhartigheid heeft bewezen.

De Priester neemt de Hostie dat is het Offer, namelijk het brood tot otfer bestemd, en draagt bet op aan God. Het brood is een der edelste schepselen omdat het dient tot gewoon voedsel voor den mensch, doch edeler nog, omdat zijn schijn en gedaante tot hulsel za'. verstrekken voor de heerlijkheid van den verboren Godmensch. De priester vervolgt:

ocr page 298

266

Heilige Vader, almachtige, eeuwige God, ontvang deze stnettelooze offerande, die ik onwaardige dienaar opdraag aan ü, den levenden en waren God, voor mijne ontelbare zonden, overtredingen en verzuimenissen, en voor allen die mij omringen en voor alle geloovige Christenen, zoo levenden als overledenen, opdat zij mij en hun moge verstrekken tot heil ten eeuwigen leven. Amen.

Hij maakt den kelk gereed en schenkt een weinig water in den wijn: 1. ter navolging des Zaligmakers, die volgens de traditie der Kerk in het laatste Avondmaal gemengden wijn geconsacreerd heeft; 2. tot teeken dat do Christenen die door het water worden verbeeld, vereenigd zijn met Christu die door tien wijn wordt voorgesteld. Aldus de H. Cyrillns van Jerusalem, en hierop wijst het volgende gebed; ?». tot herinnering aan het water en het bloed dat vloeide uit Jesus' zijde. Aldus het H. Concilie van Florence.

O God, die de waardigheid van het wezen des men-schen wondervol geschapen en nog wondervoller hebt hersteld, geef ons door het geheim van dit water en van dezen wijn, dat wij zijner Godheid deelachtig worden die zich gewaardigd heeft onze menschheid aan te nemen, Jesus Christus, uw Zoon, onze Heer. die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God in alle eenwen der eeuwen. Amen.

De Priester draagt vervolgens den kelk op aan God, en noemt dien reeds bij voorraad den kelk des heils, omdat deze weldra veranderd zal worden in het bloed van Christus.

Heer, wij offeren U den kelk des heils, en smeeken uwe goedertierenheid, dat hij tot onze zaligheid en der gansche wereld met liefelijken geur moge opstijgen voor het aanschijn uwer goddelijke Majesteit. Amen.

De Priester buigt zich diep; vernederen we ons met hem en /.eggen wij:

Wij bidden U, o Heer! neem ons aan in de nederigheid onzes geestes en in de vermorzeling onzes harten, en onze Offerande geschiede heden zóó in uwe tegenwoordigheid, dat zij aan U moge behagen. Heer, onze God.

Koepen wij den H, Geest aan, door wiens machtvolle werking de Zoon Gods zal tegenwoordig komen op het altaar.

ocr page 299

267

Kom, o Heiligmaker, almachtige, eeuwige God en zegen dit f Offer, voor uwen heiligen naam bereid!

HANDWASSCHING.

«Zij herinnert ons, dat wij zuiver moeten zijn van alle zonden; onze handen toch beteekenen onze werken, dun zijne handen te wasschen beteekent niets anders dan zijne werken te zuiveren.quot; H, Cyrillus van Jerus. Reinig uw hart meer en meer door gevoelens van berouw in uop te wekken, en bid met den Priester den XXVquot; PSALM. ^LAVABO.quot;

Ik zal mijne handen wasschen onder de onschuldi-gen, en uwen altaar omringen, o Heer ?

Om te hooren de stem des lofs, en te verhalen al uwe wonderheden.

Heer ik heb lief den luister van uw huis, en de plaats waar de woontente is uwer eere.

O God, richt mijne ziel niet ten verderve met de zondaren noch mijn leven met do mannen des bloeds.

In wier handen ongerechtigheden zijn, en wier rechterhand vol is van geschenken.

Maar ik wandel in mijne oprechtheid; verlos mij en ontferm U mijner!

Mijn voet staat op effen baan; in de vergaderingen zal ik U zegenen, o Heer!

Glorie zij den Vader enz.

SUSCIPE, SANCTA TRINITAS.

De Priester droeg reeds vroeger het brood en den wijn voor hem zeiven en de hein omringende geloovigen op tot erkentenis van Gods opperste Majesteit en zijne nietswaardigheid, doch hij wendde zich toen tot God den Vader alleen; in dit gebed echter richt hij zich tot de H. Drievuldigheid en biedt Haar dit offer aan tot gedachtenis van Jesns' groote mysteriën en tot vereering ook der Heiligen. Overweeg dit gebed met aandacht en gij zult opmerken: I. dat slechts geofferd wordt aan de H. Drievuldigheid, aan God; 2. dat dit geschiedt ter gedachtenis van Jesns' lijden volgens den Apostel Paulus: Zoo dikwerf gij dit doen zult, «zult gij den dood des Heeren verkondigen tot dat Hij komt;quot; van Jesns' verrijzenis, waarbij Hij zijn offer voortzette, het leven dat Hij wederom aannam opdragende; van Jesns' Hemelvaart waardoor Hij hot Heilige der Heiligen des Hemels binnentrad, om daar eeuwig Offeraar en Offerande te blijven altijd tusschen beiden tredende voor ons; -i. dat het H. Offer 'Ok geschiedt ter vereering der Heiligen, voor wie Jesns zich pdroeg aan het kruis, die de voortreffelijkste ledematen zijn

L

ocr page 300

268

vaD ziju geheimzinnig lichaam en aan wie uit hot Kruisoffer en uit het Misoffer de genaden toevloeiden die zij hebbeu aangewend ter hunner heiliging. In één woord, tot Christus keert hier alle vereering der Heiligen weêr, wij vereeren de Heiligen om hunne betrekking tot Christus; zij zijn zijne ledematen; wij vereeren Jesus' betrekking tot hen; Christus heeft hen geheiligd.

Ontvang o Heilige Drievuldigheid, deze offergave die wij U opdragen tot gedachtenis van het lijden, de verrijzenis en de hemelvaart van onzen Heer Jesus Christus en ter vereering van de heilige Maria altyd Maagd, van den H. Joannus den Dooper en van de H. H. Apostelen Petrus en Paulus, van deze (namelijk wier overblijfselen hier rusten) en van alle Heiligen, opdat zij hun tot eere en ons tot zaligheid moge verstrekken; en zij voor ons gelieven te bidden in den hemel, wier gedachtenis wij houden op aarde. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

OKATE FRATRES.

De Priester keert zich tut de aanwezigen hen vermanende tot gebed. Het is eene dringende en laatste vermaning; want de Priester /.al zijn gelaat niet meer tooncn aan hot volk dan eerst na de voltrekking des H. Offers, om onverdeeld bezig te zijn met het Hoogheilig Geheim. Zelfs, al spreekt hij ook nog den groet: Dominns vobiscum, dan blijft hij nochtans gekeerd naar het altaar, even alsof hij verre verwijderd ware van de geloovigen en binnengedrongen in liet Heilige der Heiligen, tot in het diepste en hot geheimzinnigste des Heiligdoins. Verdiep ook gij u zeiven gestadig meer van nu af in godvruchtige overdenking.

P. Orate fratres, ut meum ac vestrum sacrificium ac-ceptabile fiat apud Deum Patrem omnipotentem.

D. Suscipiat Dominus sacrificium de manibus tuis ad laudem et glóriam no-minis sui, ad utilitatem quoque nostram, totiusque ecclesiae suaesanctae. Amen.

P. Bidt broeders, dat mijne en uwe offerande aangenaam mag worden hij God den almachtigen Vader.

D. De Heer gelieve de offerande aan te nemen uit uwe handen tot lof en glorie van zijnen heiligen Naam, tot ons voordeel en van geheel zijne heilige Kerk. Amen

SECRETA

of geheim gebed, wij! het in stilte wordt gebeden. De inhoud

ocr page 301

vau dit gebed is bijna altijd eeue «meekiug, dat God de ofterandt» gelieve aan te nemen en ons door zijne genade tot «ane Hem aangename offerande te maken.

O Heer, onze God, wij smeeken U, heilig deze offerande door de aanroeping van uwen heiligen Naam; en maak ons zeiven door haar tot eene eeuwige U welbehagelyke offerande. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leefc en heerscht in de eenheid des Heiligen Geestes, God,

op het einde van dit gebed verheft de Priester zijne stom terwijl het vuur der goddelijke liefde zijn hart ontvlamd heeft en spreekt of zingt overluid, om hot volk te doen instemmen met zijne smeoking; en gaat daarop onmiddellijk over tot de:

PRAEFAT1E,

dat is: inleiding tot de gebeden van den Canon. Wij worden daarmede uitgenoodigd om onze harten hemelwaarts te verheffen, lt;iode dank te zeggen voor de weldaden die ons geworden zijn «•ii geworden zullen, en eindelijk om ons te vereenigen met deU. 'Engelen in de lofprijzing der Allerheiligste Drievuldigheid.

P. Per omnia saecula P. In alle eeuwen der saeculorum. eeuwen.

D. Amen. D. Amen.

P. Dominus vobiscum. P. De Heer zij met u.

D. Et cum spiritu tuo. D. En met uwen geest.

P. Sursum eorda. P. Heft omhoog uwe

harten.

D. Habémus ad Dominum. D. Wij hebben ze verheven tot den Heer!

P. Graiius agamus Do- P. Laat ons dank zeg-mino Deo nostro. gen aan den Heer onzen

God.

D. Dignum et justum D. Het is waardig en -est. rechtvaardig.

P. Waarlijk waardig en rechtvaardig, billijk en zalig is het, dat wij U altyd en overal dank zeggen, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, die met uwen eeniggeboren Zoon, en den Heiligen Geest één God zijt, één Heer, niet in de enkelvoudigheid van éénen persoon, maar in de drievuldigheid van één wezen.

ocr page 302

270

Want hetgene wij volgens uwe openbaring nopens uwe beerlykheid gelooven, datzelfde nemen wy aan zonder verschil van onderscheiding nopeos uwen Zoon, datzelfde nopens den Heiligen Geest. Zoodat wij de waarachtige en eeuwige Godheid belijdende én eigenheid in de personen, én eenheid in het wezen, én gelijkheid in de majesteit aanbidden. Welke de Engelen en Aartsengelen, de Cherubynen en ook de Serafijnen lofprijzen, terwijl zy dagelijks niet ophouden te roepen en met ééne stem ie spreken:

SANCTÜS.

Heilig, Heilig, Heilig de Heer, de God der Heerscharen! Hemel en aarde zijn vol van uwe glorie; Hosanna in den hooge \ Gezegend Hij die komt in den naam des Heeren; Hosanna in den hooge!

Geest «n hart vereenigd met de Engelen des hemels, en den lgt;rieëenigen God het driewerf heilig toegejuicht! maar ook heil-gebeden voor ons bij de komst van Jesus die in aantocht is! — Hosanna toch beteekent: Maak zalig! Red nu! lied ons! bidden wij!

CANON.

Dat is: Regel, en duidt op de onveranderlijkheid der volgende gebeden; wordt ook genoemd; de heilige handeling of het mysterie der H. handeling, omdat het II. Misoffer, waarvan het wezenlijkst gedeelte plaats vindt gedurende den Canon de Handeling bij uitnemendheid is, de uitstekendste, de verhevenste, de goddelijkste daad die op aarde wordt verricht. Van nu af eischen de verhevenheid der gebeden en de onwaardeerbare heiligheid der Geheimen al uw aandacht en eerbied.

Het eerste gebed dat de Priester in zijn geheimzinnig onderhoud met God stort, is voor de H. Kerk, zijne en onze moeder, Ue Priester zegent de offergaven met het Krui steek en omdat alle zegening en heiliging is door het kruis van Jesus. Hij noemt de offergaven heilig en onbevlekt, 1. omdat zij reeds bij de offerande, van het gewone brood en den gewonen wijn werden afgezonderd, en opgedragen en toegewijd aan God. En daarom zijn zij evenzeer heilig te noemen als de offergaven der Oude Wet. Vooral 2. omdat zij beschouwd worden als het toekomstig lichaam en bloed van Jesus Christus de eenige waarachtig heilige ^n onbesmette Offerande.

TE IGITUR.

Wy bidden U dan goedertierenste Vader, en ver-

ocr page 303

271

zoeken U ootmoediglijk door Jesus Christus uwen Zoon, onzen Heer, dat gij wilt aannemen en zegenen deze gaven 7, deze geschenken f, deze heilige en onbevlekte otférande t, die wij u vooral opdragen voor uwe heilige, katholieke Kerk: opdat het Ü behage haar den vrede tc geven, haar te bewaren, in eenheid te handhaven, en te bestieren over geheel de aarde, te zamen met uwen dienaar onzen Paus N. en onzen Bisschop N., en alle rechtgeloovigen, en volgelingen van het katholiek en apostoliek Geloof.

MEMENTO OP GEDACHTENIS DEK LEVENDEN.

Bid thans met den priester voor de personen die u op aarde bijzonder dierbaar zijn.

Gedenk o Heer, uwe dienaren en dienaressen N.N. en allen die hier tegenwoordig zijn, wier geloof en godsvrucht U bekend is, voor welke wij U ook offeren, of die U opofferen die Offer van lof voor zich en voor alle de hunnen, voor d3 verlossing hunner zielen, voor de hope van hun heil en van hunne behoudenis, en die hunne geloften vervullen aan U den eeuwigen, den levenden en waarachtigen God.

COMMUNÏCANTES.

Gedenk uok de Heiligen die' reeds deel uitmaken van Jesus' verheerlijkt en geheimzinnig lichaam, van de triumfeerendeKerk in den hemel.

Wij honden ook gemeenschap en vieren de herinnering in de allereerste plaats der glorierijke Maria altijd Maagd, der Moeder Gods en onzes Heeren Jesus Christus, doch ook der gelukzalige Apostelen en uwer Martelaren, Petrus en Paulus, Andreas, Jacobus, Joannes, Thomas, Jacobus, Philippus, Banholomaeus, Matthaeus, Simon en Thaddaeus, Linus, Cletus, Clemens, Xystus, Cornelius, Cyprianus, Laurentius, Chrysogonus, Joannes en Paulus, Cosmas en Damianus, en van alle uwe Heiligen: wil ons door hunne verdiensten en gebeden verleenen, dat wii 'n aquot;e dingen mogen verdedigd worden door de hulp uwer bescherming. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

ocr page 304

HANG IGITDR.

De Priester legt zijne handen op het brood en den wijn, in navolging van hetgene er weleer plaats vond bij de Offers des 0. Verbonds. Men legde de handen op het offer om te toon en dat men zelf de vernietiging, den dood had verdiend en dat men het offer in zijne plaats stelde. Verlang vurig dat in u wat zondig is vernietigd worde lt;'n heiligheid uwe zondigheid moge vervangen, gelijk de. zelfstandigheid van brood en wijn weldra plaats zal maken voor het goddelijk lichaam en bloed van Jesus Christus.

Wij bidden U, o Heer, neem dan deze offerande van onze sehuldioe dienst, als ook van geheel uw huisgezin genadig aan, beschik onze dagen in uwen vrede, en verleen ons, dat wij van de eeuwige verwerping bevrijd, en onder de kudde uwer uitverkorenen mogen gerekend worden. Door Christus onzen Heer. Amen.

Gewaardig U, o God, deze offerande in alles gezegend f, goedgekeurd f, geldig f, redelijk en aangenaam te maken, opdat zij voor ons moge worden het f Lichaam en het f Bloed van uwen allerliefsten Zoon onzen Heer Jesus Christus.

CONSECRATIE.

Het verheven tijdstip, waartoe al wat tot dusverre geschiedde slechts voorbereiding was, is daar. Het wonder van alle eeuwen gaat voltrokken worden door den Priester, die met het almachtig woord van den Zoon Gods toegerust, het brood en den wijn veranderen zal in het lichaam en bloed van Jesus Christus. O wonder van almacht en liefde! Het altaar wordt herschapen in den kruisberg. Dezelfde Verlosser die aan het kruis stierf, komt dien dood hernieuwen op onbloedige wijze. Werkelijke dood, dat is werkelijke scheiding van lichaam en bloed is niet mogelijk, dewijl de Verlosser eenmaal verheerlijkt zijnde niet meer sterft . Maar wat mogelijk is dat geschiedt hier; een dood, eene scheiding van lichaam en bloed in teekenen en in woorden. Immers onder de gedaante van brood komt krachtens de woorden die de Priester er over uitspreekt, het lichaam van Christus tegenwoordig, en onder de gedaante van wijn, komt krachtens de woorden, die de Priester spreekt, Jesus bloed tegenwoordig. Het woord dus door Jesus op de lippen des Priesters gelegd is het geheimzinnig offerzwaard dat Jesus een geheimzinnigen dood doei sterven. Herinner u dan levendig het kruisoffer, waarvan dit offer de onbloedige voortzetting is. De woorden der Consecratie

zijn gesproken. Het is volbracht!____Aanbid uwen Verlosser met

den diepsten eerbied, wedijver in vurigheid -.net de Engelen die Hem omringen! Hoor de vermaningen der 11H. Kerkvaders; i'Al» gij den Priester verdiept ziet bij het H. Ofler in godvruch-

ocr page 305

tige gebeden, terwijl het volk hem omgeeft, dat rein gewasscheu ie in het kostbaar bloed des Verlossers; en wanneer gij den goddelijken Zaligmaker ziet, die zich offert op het altaar, denkt gij dan nog dat gij op aarde djt? en waant gij u niet veeleer in den hemel verplaatstquot;.' O Wonder! O Ontferming! Hij die gezeten is aan de rechterhand des Vaders daalt in een oogwenk neer tusschen de handen des Priesters, en is bereid zich te geven aan allen die Hem willen ontvangenquot;... »In dit oogenblik staan Engelen den Priester op zijde, en geheel de orde der hemelsche Machten heft jubelzangen aan, en de omtrek des altaars is vervuld van de koren der Engelen die daar zijn tot eere van Hem die zich daar offert.'' (D» H. Chrysostomus). »Wie der geloovigen kan er aan twijfelen, of in de ure den Offers op de stem des priesters de hemel zich opent, en de Engelenkoren tegenwoordig komen om Jesus te dienen bij zijne Heilige Handeling! Wie kan het betwijfelen, dat alsdan het laagste met het hoogste vereenigd, de aardsche dingen met de hemelsche vermengd, en do zichtbare wereld met de onzichtbar»; tot een geheel verbonden wordt!quot; (De H, Gregorius de Groote).

BIJ DE OPHEFFING DER H. HOSTIE.

Klop eerbiedig op uwe borst volgens het gebruik der Geloovigen, herhaal zulks tot driemalen en verwek deze akten: Ik geloof in uwe tegenwoordigheid o Jesus waar achtig God! Ik hoop op U. oGodderH-eerkracb-ten! Ik bemin U, o Jesus de God mijns harten-Je s u s m ij n e liefde'

BIJ DE OPHEFFING VAN DEN KELK.

Goddel ij k zoenbloed mijns Verlossers reinig mij, heilig mij, en bewaar mijne ziel ten eeuwigen leven! — Amen.

UNDE ET MEMORES.

De Priester spreekt na de opheffing het volgend gebed. Hij maakt daarbij onderscheidene kruisen over de H. Hostie en over den Kelk, doch deze zijn niet meer gelijk vóór de Con-ïsecratie, zegeningen over de offerande, maar enkel teekenen die aanduiden dat hier hetzelfde lichaam en bloed van Jesus Christus tegenwoordig ia, dat voor ons aan het kruis op bloedige wijze werd geofferd. Zij dringen dus het innerlijk verband aan wat er bestaat tusschen het Misoffer en het Kruisoffer.

Wij, o Heer, uwe dienaren en uw heilig volk, die

het zalig lijden van onzen Heer Jesus Christus, uwen

Zoon, als ook zijne verrijzenis en heerlijke hemelvaart

gedenken; offeren aan uwe Opperste Majesteit van uwe

giften en gaven een zuivere t offerande, een heilige

ocr page 306

274

t offerande, cene onbevlekte f offerande, het heilig Brood des eeuwigen levens, en de Kelk der altijd-durende zaligheid.

Het offer van Jesusquot; lichaiim eu bloed moet Gode aangenaam y.ijn, liet kan uiet anders; maar zij die Gode dit altijd welgevallig offer opdragen kunnen aan God in meerdere of mindere mate behagen. Het volgend gebed bedoelt dus de welgevalligheid van den Priester en van de Geloovigen, dat deze aangenaam mogen zijn aan God als Abel, Abraham en Melchisedech. Wat al stof tot overdenking! Welke treffende herinneringen aan de vóórchristelijke offeranden, die alle op Christus doelden en Hem voorspelden, den hoogen Offeraar en de verhevene Offerande hier tegenwoordig. Abel offerde de eerstelingen zijner kudde, en hij werd zelf het offer van de wraak zijns broeders; sprekend beeld van den bloedigen offerdood des Verlossers! Abraham offerde zijn eenigen Isaac: deze stierf nochtans niet; geofferd zonder het leven te verliezen is hij het beeld vin den Verlosser, die stierf om een nieuw leven aan te nemen en ons het leven te hergeven. Melchisedech offerde brood en wijn, hij die genoemd wordt Priester des Aller-hoogsten! Het bloedig Offer zou door Jesus slechts eenmaal gebracht worden aan het kruis, maar het onbloedig offer zal Hij blijven voortzetten tot het einde der eeuwen. »De Heer heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid volgens de orde van Melchisedech!quot; (Ps. 109 : 4.) — Oneindig geheim! Verwonderlijk middelpunt van alle eeuwen' Ik aanbid ü mijn Jesus »Lam Gods geslachtofferd van degrond-legging der wereld afquot; (Apoc. lo : 8) en »Priester in eeuwigheid volgens de orde van Melchisedech!quot;

Gelieve ze aan te zien met een genadig en goedgunstig gelaat, opdat zij U welgevallig mogen zijn; gelykgij U gewaardigd hebt, goedgunstig aan te nemen de giften van uwen dienaar den rechtvaardigen Abel en de offerande van onzen aartsvader Abraham, en die U werd opgedragen door uwen Hoogepriester Melchisedech tot een heilig offer en eene onbevlekte offergave.

De Priester buigt zich, de houding van een smeekende aannemende; hij kust het altaar tot blijk van verlangen naar de H. Communie; hii maakt een kruis over de H. hostie en over den kelk tot tee ken dat hier hetzelfde lichaam en bloed is, dat aan het kruis werd geofferd; hij teekent zich zei ven met het kruis om te kennen te geven dat hij alle zegening van den Gekruiste verwacht. De zin van dit al I e rgeheimn i s-volst gebed, gelijk het door Heiligen wordt genoemd, is: de Priester bidt voor zich zeiven en voor allen die Jesus' lichaam en bloed zullen ontvangen, en vraagt dat Jesus zelf, dien hij den engel, den gezant Gods bij uitnemendheid noemt, zich gelieve op te dragen aan den Vader op het altaar des

ocr page 307

hemelfi en ons zegening doe geworden. Niemand dan Jesu^ zelf is volgens boven vermelde Heiligen waardig zulk een oneindig heilig Offer den hemels^hen Vader aan te bieden.

Wij smeeken ü ootmoediglgk, almachtig God, laat deze offerande door de kanden van uwen heiligen Engel gebracht worden op uw verbeven altaar, voor het aanschijn uwer goddelijke Majesteit, opdat wij allen, die. deelnemende aan dit H. altaar, het hoog-heilig Lichaam f en Bloed f van uwen goddelijken Zoon zullen hebben genuttigd met allen hemelschen zegen f en genade mogen worden vervuld. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

MEMENTO OF GEDACHTENIS DER OVERLEDENEN.

Herinner u aan de afgestorvenen die u bijzonder dierbaar zijn en voor wie gij verplicht zijt te bidden.

Wees ook, o Heer, gedachtig uwe dienaren en dienaressen N.N. die ons met het teeken des geloofs zijn voorgegaan en rusten in den slaap des vredes. Wij bidden U dat gij dezen en allen die in Christus rusten, de plaats der verkwikking, des lichts en des vredes wilt geven. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

NOBIS QüOQüE PECCATORIBÜS.

Deze woorden sprekende klopt do Priester op zijne borst en verheft hij eenigermate zijne stem om de aandacht der geloo-vigen te vernieuwen. Hij die zich op de borst kloppende openlijk als zondaar belijdt smeekt nochtans deel te mogen hebben met Gods Heiligen. Met name noemt hij eenige martelaren die onderscheidene waardigheden en levensstaten vertegenwoordigen. Hij noemt slechts martelaren met name, om hunne groote overeenkomst met Jesus, wiens lijden en dood wij herdenken en vieren in het H. Misoffer. Do overige Heiligen worden nochtans ook in het algemeen vermeld omdat zij. zoo al niet door den marteldood, dan toch op de innigste wijze tijdens hun leven met Jesus vereenigd waren, en nu mot Hem in den hemel heerschen.

Geef ook aan ons zondige menschen, uwe dienaren, die op de menigvuldigheid uwer ontfermingen vertrouwen, deel en gemeenschap met uwe heilige Apostelen en Martelaren, Joannes, Stephanus. Matthias, Barnabas, Ignatius, Alexander, Marcellinus, Petrus, Felicitas, Per-petua, Agatha, Lucia, Agnes, Caccilia, Anastasia en

ocr page 308

276

met alle awe Heiligen, en neem ons genadig op in dezer gezelschap, niet ziende op onze verdiensten maar ons Tergiffenis verleenende door Christus onzen Heer,

De Priester maakt eerst drie kruisen over ^de H. Hostie eu over den Kelk, daarmede te kennen gevende dat alles voor uns geheiligd, levend gemaakt en gezegend wordt door de verdiensten van Jesus den Gekruiste tot ons heil. Daarna maakt hij wederom drie kruisen, en wel met de H. Hostie boven den Kelk. Hij doet zulks tot belijdenis zijns geloofs in de waarachtige tegenwoordigheid onder beide gedaanten van dienzelfden Jesus dien hij met de woorden; »door Hem. en met Hem. en in Hem,quot; bedoelt. Hij maakt twee kruisen buiten den kelk terwijl hij God den Vader en den H. Geest noemt, om te beteekenen dat deze twee niet persoonlijk vereenigd zijn met het lichaam en bloed van Jesus Christus, maar dat dit goddelijk Lichaam en Bloed het heerlijkst en voortreft'e-lijkst offer is, dat wij kunnen opdragen tot hunne eer en glorie.

De Priester vervolgt dus:

Door wien Gij, o Heer, altijd deze goede gaven voort ■ brengt, heiligt f, levend maakt t, en zegent t, en aan ons schenkt. Door Hem t en met Hem f eninHemf gewordt U, almachtige Vader t, in de eenheid des Heiligen Geestes f, alle eer en glorie.

P. Per omnia saecula P. In alle eeuwen der saecnlorum. eenwen.

D. Amem. D. Amen.

PATER KOSTER.

Hier begint reeds de voorbereiding voor d? H. Communie. De korte inleiding die het »unze Vader'* voorafgaat herinnert ons aan zijn verheven oorsprong, Christus schreef het voor; »Zoo zult gij bidden.quot; JU ij gaf het ons buitendien zelf in den vorm waarin wij het bidden; hij leerde het ons. Wijl dit zoo is, daarom aarzelen wij niet God toe te spreken, met den naam van Vader! wij bidden als kinderen Gods, en als broeders van Jesus Christus. Overweeg elk der zeven gebeden van het »0nze Vaderquot;, en gij zult onuitputtelijk voedsel voor uwe godsvrucht vinden.

P. Laat ons bidden. Door heilzame voorschriften vermaand, en door goddelijke leering onderricht wagen wij het te zeggen:

Onze Vader, die in de hemelen zijt, (1) geheiligd zij aw naam. (2) Ons toekome nw rijk. (8) Uw wil ge-

ocr page 309

schiede gelijk in den hemel, alzoo ook op aarde. (4) Geef ons heden ons dagelijksch brood. (5) En vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven onze schuldenaren.

P. Et ne nos inducas in P. (6) En leid ons niet tentationem; in bekoring;

D. Sed libera nos a malo. D. (7) Maar verlos ons van den kwade.

D. Amen. D. Amen.

LIBERA KOS.

De Prieriter kust onder dit gebed de pateeu wanneer hij ■/egt: »Geef ons genadiglijk vredequot;; omdat de pateen gebruikt wordt tot het geven van den Pax, dat is: tot het rond brengen van den vredekus, liet van oudsher gebruikelijk zinnebeeld der christelijke liefde.

P. Wij bidden Uj o Heer, verlos ons van alle verleden, tegenwoordig en toekomstig kwaad, en verleen ons door de voorbede der gelukzaligeen roemrijke altyd Maagd en Moeder Gods Maria, en der heilige Apostelen Petrus en Paulus en Andreas, en aller Heiligen, genadiglijk vrede in onze dagen, opdat wij, door de hulp uwer barmhartigheid bijgestaan, ten allen tijde vrij mogen blijven van alle zonden, en veilig tegen alle kwelling. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer, uwen Zoon,

De Priester breekt de II. Hostie, in drie gedeelten omdat dit oudtijds alzoo geschiedde; men bewaarde een gedeelte voor de zieken, een tweede gedeelte werd in den kelk gedaan en een derde diende voor de communie van den Priester en van de geloovigen. De Priester vervolgt:

die met U leeft en heerscht in de eenheid des Heiligen Geestes, God,

P. Per omnia saecula P. In alle eeuwen der saeculorum. eeuwen.

D. Amen. D. Amen.

De Priester maakt drie kruisen met een gedeelte der H. Hostie over den Kelk terwijl hij den vrede wenscht. Hij doet dit, het allerheiligste Lichaam dos Hecren in de hand houdende, omdat Christus onze vrede is. Hij maakt kruisen over den Kelk omdat Jesus' bloed alles verzoend heeft; en wel drie kruisen, ter eere namelijk der H. Drievuldigheid, die ons den vrede geeft door de verdiensten des krui s es.

ocr page 310

278

P. Pax Domini f sit t P- De vrede des Heeren f semper vobiscum t- zij t altijd met u f.

D. Et cam spiritu tuo. D. En met uwen geest.

De Priester laat een gedeelte der H. Hostie iu den Kelk rallen 'tot herinnering aan Jesus heerlijke verrijzenis uit het graf; want de vereeniging van beide gedaanten is eene schoone zinnebeeldige voorstelling der hereeniging van Jesus' Lichaam en Bloed bij zijne verrijzenis Vraag met den Priester dat gij het eeuwige leven moogt verwerven, waarvan cle ver-rezene Verlosser het onderpand is.

t. Deze vermenging en heiliging van het Lichaam en Bloed onzes Heeren Jesus Christus moge ons, dié zulks nuttigen, strekken ten eeuwigen leven. Amen.

AGNUS DEI.

Vereenig u niet den Priester en smeek nederig om ontferming en vrede, opdat gij door dc werkelijke of geestelijke communie deel moogt hebben aan de verdiensten van het Lam Gods dat voor u geslachtofferd is. Klop rouwmoedig op uwe borst en zeg:

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef' ons den vrede.

De Priester buigt zich en bidt met saamgevouwen handen:

Heer Jesus Christus, die gezegd hebt tot uwe Apostelen ; Ik laat u den vrede, Ik geef u mijnen vrede, zie toch niet op mijne zonden, maar op het geloof uwer Kerk en gewaardig U haar volgens uw gosdvinden in vrede te behouden en in eenheid te bewaren ; die leeft en heerscht God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Heer Jesus Christus, Zoon van den levenden God, die uit den wil uws Vaders en de medewerking des ileiligen Geestes, de wereld door uwen dood hebt levend gemaakt, verlos mij door dit uw heilig Lichaam en Bloed van alle mijne /ondeo, en doe mij altijd getrouwelijk verkleefd zijn aan uwe geboden, en gedoog niet dat ik ooit van U gescheiden worde, die leeft en

ocr page 311

279

heerscht met denzelfden God den Vader, eu den H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Heer Jesus Christus, laat de nuttiging van uw Lichaam. dat ik onwaardige voornemens ben te ontvangen, niet strekken tot mijn oordeel en mijne verwerping, maar door uwe goedheid strekke het mij tot bescherming der ziele en des lichaams en tot mijne genezing; die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid des Heiligen Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

De Priester knielt ter aanbidding en hij zal de 11. Hostie nemen om haar te nuttigen. Het oogenblik nadert dan waarin het H. Otter zijn laatste voltrekking bereikt, en waarin wij al de verlangens moeten vernieuwen waarmede wij wenschen deel te kiemen aan dit allerheiligste Otter. Indien Jesus met groot verlangen verlangd heeft het laatste Pascha te vieren, waarbij Hij dit onuitsprekelijk geheim zijner liefde schonk, moeten wij dan niet verlangen dit goddelijk Pascha. Jesus, het leven onzer zielen te nuttigenquot;.' Spreek dan van ganscher harte: «Mijn hart en mijn vleesch hebben met ongeduld verlangd naar den levenden God.quot; (Ps, 83). Kunt gij geen werkelijke communie verrichten, doe dan eene geestelijke communie. Deze bestaat hierin dat men vuriglijk verlangt naar de II. Communie; zij is de communie dor begeerte. Verwek dan: 1. akte van geloof jegens het II. Sacrament ; overdenk Jesusquot; liefde i.i dit geheim, erken uwe onwaardigheid die u belet Jesus werkelijk te ontvangen; 2. verlang vurig naar Hem en vertrouw vastelijk dat gij deel verkrijgt aan de Communie des Priesters; stel u zelfs voor dat Jesus uw hart bezoekt, zoo niet met zijne tegenwoordigheid dan toch met zijne genade; 3. vraag bijzondere gunsten, die gij het meest noodig hebt, van den Verlosser; 4. verwek akten van liefde en van dankbaarheid.

De Priester neemt de H. Hostie, zeggende:

Ik zal het Hemelbrood nemen en den naam des Hee-ren aanroepen.

DOMINE, NON SUM DIGNUS.

Verneder u diep met den Priester die naarmate het zalig oogenblik der II. Communie meer nabij is, des te dieper zijne onwaardigheid erkent en belijdt. Hij zegt driemaal telkens op zijne borst kloppende:

Heer, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal genezen zijn.

ocr page 312

280

DE H. COMMUNIE.

Hij nuttigt de H. Hostie en zegt:

Het Lichaam van onzen Heer Jesus Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.

Den kelk ontdekkende en de pateen zuiverende zegt hij:

Wat zal ik den Heer wedergeven voor al hetgene Hij mij gegeven heeft? Ik zal den Kelk des heils nemen en don naam des Heeren aanroepen. Al lovende zal ik den Heer aanroepen en ik zal verlost zijn van mijne vijanden!

Den kelk nuttigende zegt hij:

Het Bloed onzes Heeren Jesus Christus beware mijn ziel ten eeuwigen leven. Amen.

Hij vervolgt :

Geef Heer, dat wij, hetgene wij met den mond hebben genuttigd, in een zuiver hart mogen ontvangen en dat het van een geschenk in den tijd moge worden voor ons tot een geneesmiddel voor de eeuwigheid.

Den kelk zuiverende zegt hij:

Heer, uw Lichaam, dat ik genuttigd, en uw Bloed dat ik gedronken heb, moge rusten in mijn binnenste; en verleen dat geen smet van zonde overblijve in mij, die gelaafd ben geworden met zoo reine ea heilige geheimen ; die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

GEBED COMMONIO GENAAMD.

Het is een antiphoon die oudtijds werd gezongen middelerwijl de H. Communie werd uitgereikt: en is tevens lofzang voor die hooge gunst des hemels.

Wij zegenen den God der hemelen, en wij zullen Hem belijden voor allen die leven, omdat Hij ons zijne barmhartigheid heeft bewezen. (To6. 12.)

P. Dominus vobiscum, P. De Heer zij met u.

D. Et cum spiritu tuo. D. En met uwen geest.

mi

1H|

li m.

I

1

i ■ i

HIJ

i

L

ocr page 313

281

POSTCOMWÜNIE,

of gebed om God na de H. Communie te bedanken.

P. Oremus. P. Laat ons bidden.

Heer onze God, de nuttiging van dit H. Sacrament, en de belijdenis der eeuwige en heilige Drievuldigheid en dezer onverdeelde Eenheid, mogen ons verstrekken tot behoudenis des lichaams en der ziele. Door onzen Heer Jesns Christus uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des Heiligen Geestes, God.

P. Per omnia saecula sae- P. In alle eeuwen der culorum, eeuwen,

D Amen.

P. Dominus vobiscum, D. Et cum spiritu tuo. P. Ite, missa est,

D. Deo gratiae

D. Amen.

P. De Heer zij met u, D. En met uwen Geest. P. Gaat, het Offer is gebracht,

D. Gotle zij dank.


In dit gebed herhaalt de Priester de verschillende meenin-gen, die hem bezielden bij het opdragen des H. Oflers. 15ereid ii inmiddels tot het ontvangen van den zegen des Priesters. Ontvang dien als van Christus zelf, wiens plaats de Priester bekleedt, en met wien hij zoo innig vereenigd werd in de H. Communie.

Laat o heilige Drievuldigheid, het werk van mijne dienst U aangenaam zijn, en geef dat deze Offerande» die ik onwaardige voor het aanschijn uwer goddelijke Maiesteit heb opgedragen, U welgevallig en aangenaam zi], en mij en allen, voor wie ik ze heb opgedragen, door uwe barmhartigheid tot verzoening moge verstrekken. Door Christus onzen Heer. Amen.

Do Priester kust het altaar en zegent de aanwezigen.

P. De almachtige God ze-gene u t de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. D. Amen.

P. Benedicat vos omnipo-tens Deus, Pater et Filius f et Spiritus Sanctus. D. Amen.

P. Dominus vobiscum, D. Et cum spiritu tuo.

P. De Heer zij met u, D. En met uwen geest.

ocr page 314

282

laatste evangelie.

Bid met aandacht en eerbied dit Evangelie, hetwelk door niets in verhevenheid wordt overtroffen en u herinnert aan de hooge waarde van liet H. Offer dat gii hebt bijgewoond. Het eeuwig Woord des Vaders toch, dat alles schiep, dat van uit den schoot des Vaders licht verspreidde over de wereld, dat in den tijd mensch werd en onder ons heeft gewoond, ditzelfde goddelijk Woord heeft zich geofferd op het altaar en wij heb-bon door het geloof zijne heerlijkheid gezien.

P. Tnitium S. Evangelii, P. Begin van het H. seeundum Joannem Evangelie volgens den H.

Joannes.

D. Gloria tibi Domine. D. Eere zij U, o Heer!

P. In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alles is door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is niets gemaakt, hetgeen gemaakt is. In Hetzelve was het leven en het leven was het licht der menschen. En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen. Er wierd een mensch van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis te geven van het licht, opdat allen door hem zouden gelooven. Hij was bet licht niet, maar om getuigenis te geven van het licht. Het waarachtig licht was. hetwelk iegelijken mensch verlicht die in deze wereld komt. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. In zijn eigendom is Hij gekomen, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. Maar zoo velen als Hem aangenomen hebben, aan hen heeft Hij macht gegeven, kinderen Gods te worden: aan hen die in zijnen naam gelooven; die niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil eens mans, maar uit God geboren zijn. En het Woord is vleesch geworden, en heeft onder ons gewoond, en wij hebben zijne heerlijkheid gezien, eene heerlijkheid als des Eeniggeborenen van den Vador, vol genade en waarheid.

D. Deo gratias ! D. Gode zij dank 1

Wel mogen wij zoo antwoorden, en Gode dank zeggen voor /-01» vele en too groote weldaden. Dank zij den Vader die ons

ocr page 315

283

zijn efuiiggoboren Zoon hoeft gegeven; dank zij den Zoon die onze natuur heeft aangenomen; dank zij den H. (Jeest die ons heiligt in Jesus Christus. Dark aan het Woord des Vaders dat Vleesch werd, aan het Lam Gods dat zich opdroeg voor ons, en zicli als geestelijke spijze aan ons heeft willen schenken. Dank den Drieëenigen God! voor alle zijne weldaden en ma-telooze ontfermingen, wien eere zij en heerlijkheid in de eeuwen der eeuwen. Amen.

V. gkbeden onder de h. mis. ier eere der ii. maagd.

Voorbereidend Gebed. Hoogheilige en onuitsprekelijke Drievuldigheid, neem genadig dit Offer aan, hetwelk ik heden, in den diepsten ootmoed voor U verschiinend, godvruchtig wil bijwonen. Ik draag U dit H. Offer op tot dankzegging voor de genade en de heerlijkheid, die Gij der uitverkorene Maagd, der Koningin aller schepselen en der Medewerkster onzer Zaligheid hebt geschonken; tot uitbreiding harer glorie op aarde; en tot vermeerdering dier liefde in ons jegens haar, welke Gij uitstort in de harten van alle degenen, aan wie Gij eeuwige ontferming wilt bewijzen. — Ik prijs en groet U, o Moeder der Zaligheid, en roep u aan door het allerheiligste Hart van Jesus uwen God-delijken Zoon, opdat gij met uwe machtige voorspraak ons eene hartelijke en standvastige liefde tot Hem en tot u gelieft te verwerven.

introïtus. Wees gegroet, o allerheiligste Moeder! Gij hebt den allerhoogsten Koning gebaard, die hemel en aarde bestuurt in eeuwigheid, Eere zij den Vader enz. Wees gegroet, gii lichtend gesternte, gij schitterend morgenrood, waaruit te voorschijn is getreden de Zon der gerechtigheid, de Koning der glorie, de Vriend en Verlosser onzer zielen! U, o allerzuiverste Maagd, u, o wondervolle Moeder van den God-mensch vereeren wij met de teederste godsvrucht! Verkwik onze harten met hemelsche -lichtstralen tot glorie uws Zoons. Amen. Blos i us.

Kyrie eleison. O Heer, ik ben uw dienstknecht; uw dienstknecht ben ik en de zoon uwer dienstmaagd! {Ps. 115). O genadige Heer, spaar den zoon uwer

ocr page 316

284

dienstmaagd! — O genadige Koningin bid voor den dienstknecht uws Heeren! O genadige, o machtige Maagd, wier goedheid en macht zich evenaren, en uit wie de Bron der barmhartigheid is voortgekomen, zie neer op onzen nood en schenk ons uw medelijden!

H. Ansel mus.

Gloria. Ik loof en verhef en prijs ü, o allerheiligste Drievuldigheid om uwe wiisheid, macht en liefde waarmede Gij de genadevolle Maagd tot eene medehelpster onzer zaligheid hebt geschapen! Door haar hebt Gij alles wat onder den hemel is met den zegenenden dauw eens nieuwen levens besproeid! — Eere, lof en dank zij U van alle schepselen, U den almachtigen, drieeenigen en éénen Heer en God, den Vader en den Zoon en den H Geest, van nu aan tot in eeuwigheid. Amen. H. Mechtildis.

Collecte. Wij bidden U, verleen ons o Heer, onze God, dat wij, uwe dienaren, eene altijddurende gezondheid naar ziel en lichaam mogen genieten en door de glorierijke voorspraak der allerzaligste en onbesmette Maagd Maria, van allen tegenwoordigen druk bevrijd, der eeuwige zaligheid deelachtig mogen worden. Door onzen Heer J. C. uwen Zoon, die enz.

Epistel. Eed. 24. Van den beginne en voor allo eeuwen ben ik voortgebracht, en ik zal niet ophouden te bestaan tot in de toekomstige eeuwen. En ik heb mijne dienst verricht voor Hem in eene heilige woonstede. En aldus ben ik in Sion gevestigd, en ik heb mijne rust gevonden in de heilige stad: en mijne macht was binnen Jerusalem. En ik heb mijne wortelen geschoten, onder een verheerlijkt volk, het deel en de erfenis mijns Gods: en mijn verblijf is in de volle vergadering der heiligen. Ik ben hoog opgewassen als een ceder op den Libanon en als een cypres op den berg Sion. Ik ben opgeschoten als een palmboom te Cades: en als een rozenstruik te Jericho. Als een wijngaard heb ik knoppen voortgebracht van liefelijken geur; en mijne bloemen geven vruchten van eere en heerlijkheid. Ik ben de moeder der schoone liefde, en der vrecze, en der kennis, en der heilige hope.

►

ocr page 317

285

Gradualk. Gezegend en hoog vereerenswaardig iijt gij, o Maagd Maria, gij die door uwe maagdelijke zuiverheid de Moeder des Verlossers zijt geworden. — Vs. O gelukzalige Moeder Gods en Maagd! Hij, dien de gansche wereld niet kan omvatten, heeft bij zijne menschwording willen rusten in uwen heiligen schoot. A. Na uw baren zijt gij eene onbesmette maagd gebleven ; o H. Moeder bid voor ons. Alleluia.

Evangelie. Luc. XI. In dien tijde als de Heer tot het volk sprak, verhief eene vrouw uit de schare hare stem en zeide tot Hem; Zalig is de schoot, die U gedragen heeft, en de borsten, die Gij hebt gezogen! Doch Hij sprak; Ja, zalig zijn degenen, die het woord Gods hooren en het bewaren!

Credo. Lkc. I. Zalig zijt gij. die geloofd hebt, omdat het vervuld zal worden, hetgeen u van den Heer gezegd is!

Ave Maria. Wees gegroet Maria.' Gegroet zijt gij, o Maria, door de almacht des Vaders, gegroet door de wijsheid des Zoons, gegroet door de liefde des H. Geestes. — Gij ster die hemel en aarde bestraalt, gij zijt zoo vervuld van de genade, dat zij van u neder-stroomt over allen, die u beminnen. — De Heer is met u, de Eeniggeborene des Vaders, de eenigo zoon van uw maagdelijk hart. ■— Gezegend zijt gij onder de vrouwen, want gij hebt den vloek weggenomen enden zegen gebracht. —- En gezegend is de vrucht uws liehaams, de Heer en het Woord, dat alles heeft gemaakt, onderhoudt en heiligt, Jesus Christds, de weerglans van de glorie des Vaders en het beeld zijner zelfstandigheid; door wien alle dingen geschapen zijn. — Heilige Maria, Moeder Gods, Moeder van den God-mensch, waarachtige Gods-moeder, Moeder des Almachtigen! —Bid voor ons, o machtige Maagd, nu en in de ure onzes doods. Amen, E. Joan Lansperg.

Offertorium. Door u, o Moeder des Levens, worde ons toegang verleend tot uwen Zoon, opdat Hij ons opneme door u, die ons door u gewerd. (H. Bernardus) Neem, o eeuwige Vader, deze gaven aan, welke wij met

ocr page 318

den priester tot heil aller geloovigen door de reine handen der roemrijke Maagd aan U opdragen, opdat zij in het Lichaam en bloed van haren maagdelijken Zoon, uwen Eeniggeborene, onzen eeuwigen Hooge-priester veranderd, ons heil op aarde en hare vreugd in den hemel mogen vermeerderen. Laat ons door de smettelooze reinheid, met welke Gij uwe uitverkorene Dochter hebt versierd, en die zij als eene lelie onder de doornen heeft bewaard, zuiver worden naar ziel en naar lichaam; en herschep door de kracht harer voorspraak, waarop weleer water in wijn werd veranderd, onze traagheid in vurige liefde en bereidvaardige gehoorzaamheid; opdat wij met haren bijstand alle onze gebreken mogen verbeteren, onze hartstochten bedwingen en in eeuwigheid uwe barmharügbeid lofprijzen.

Pkaefatie. Waarlijk waardig en rechtvaardig, billijk en zalig is het, dat wij U altijd en overal dank zeggen, heilige Heer, almachtige Vader; eeuwige God en U gezamenlijk loven, zegenen en prijzen, terwijl wij de gelukzalige Maria Altijd-maagd vereeren, die uwen Keniggeborene door de overschaduwing des H. Geestes heeft ontvangen en die in de glorie der maagdelijkheid volhardende aan de wereld het eeuwige Licht heeft geschonken, Jesus Christus, onzen Heer. Door wien de Engelen uwe Majesteit loven, de Heerschappijën U aanbidden, üe Machten U sidderend verheerlijken, de Hemelen, en de krachten der Hemelen, en de gelukzalige tSaratijnen U met eenparige jubelzangen verhetFen. Wij bidden U, dat Gij met hunne stemmen ook tevens de onze gelieft aan te nemen, terwijl wij, U nederig lofprijzende, spreken:

Sj*nctus. Heilig, Heilig, Heilig de Heer, de God der Heerscharen! Hemel en aarde zijn vol van uwe glorie; Hosanna in den hooge! Gezegend Hij die komt in den naam des Heeren, Christus Jesus de Zoon der Maagd, de Opgang uil den hooge! —

Memento uer Levenden. Koemrijke Maagd, door wier gehoorzaamheid het zondige mensct.dom den ingang ten leven heeft weder gevonden, voer ons gebed binnen in het heiligdom waar verhooring te vinden is, en breng

ocr page 319

287

van daar verzoening tot ons weder. Laat allen uwen bijstand ondervinden, die nwen naam eeren, uw medelijden ruste op alle bedrukten, uwe minzame liefde op allen die nog rondzwerven in ballingschap buiten het eeuwig vaderland; en gij die reeds woont in de vreugde des hemels, ach, breng onze tranen voor het aangezicht Gods, en beweeg Hem jegens ons tot barmhartigheid, die zich gewaardigd heeft uw Zoon te zijn I — Zie, Hij komt de getrouwe, de waarachtige! Zend ons, o Maria, een straal van uw geloof en uwe liefde, opdat wij Hem waardiglijk mogen aanbidden! H. August inns.

13ij de Consecratie. Wees gegroet gij Zoon van David. Gij hemelsche bloem van Jesse's stam, Woord des Vaders, Lam Gods, Zoon der Maagd, waarachtig God en waarachtig mensch, bloedige Bruidegom onzer zielen! — Wees gegroet, o Goddelijk Bloed des eeuwigen Hoogepriesters, bron der zuiverheid, losprijs der wereld! — Ik aanbid U in den diepsten ootmoed en met de teederste blijdschap des harten, zoo als Maria en Joseph U in den stal van Bethlehem hebben aangebeden ! — Ik aanbid U in vereeniging met die hulde rol van diepen weedom, welke Maria aan U en aan uwen hemelschen Vader heeft gebracht, toen zij U aan /iet Kruishout in de uiterste smarten, al uw goddelijk Bloed zag vergieten voor onze zaligheid.

Na de Gonsecratie. O Maria en Joannes, gij Hemelsche lichten, die glansrijk schittert voor den troon der genade, verdrijft met uwe stralen de nevelen mijner zonden! Want gij zijt de bevoorrechten; aan wie de Zoon Gods wegens uwe zuivere maagdelijkheid op uitstekende wijze zijne liefde heeft betoond, toen Hij van het Kruishout, waaraan Hij zoo bloedig leed, deze woorden tot u richtte: //Vrouwe, zie daar uw Zoon;quot; — nZoon, zie daar uwe moeder.quot; Ik smeek U bij den volzaligen troost der hoogheilige liefde welke u beiden van dien stond af heeft vereenigd, neemt mijn ellendig lichaam en mijne arme ziel onder uwe getrouwe hoede; opdat ik door uwe glorierijke voorspraak toeneme en volharde in de liefde Gods en des naasten en in de zuiverheid des harten.

H. Edmund.

ocr page 320

288

Pater Noster. i. Onze Vader, die in de hemelen zijI. reinig onze harten door de hemelsehe zuiverheid: waarmede Maria was toegerust, toen zij tot den Engel sprak; „Hoe zal dat geschieden, dewijl ik geenen man beken?'' op dat nw naam door ons geheiligd worde. — 2. Onze Vader, die in de Hemelen zijt, bevestig in ons de kracht des geloofs door het diepe geloof en de vol-komene gehoorzaamheid, welke Maria beoefende, toen zij tot heil van alle menschen zeidc: //Zie hier de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw woord;quot; opdat ons toekoine uw rijk. — 3. Onze Vader, die in de hemelen zijt, verleen ons vurigen ijver en bereidvaardigheid in uwe heilige dienst door den hemelschen groet, waarmede Maria hare nicht Elisabeth en den H. Joannes den Dooper verblijdde, toen zij met spoed over het gebergte toog om hen te bezoeken: opdat uw wil zoo door ons geschiede op aarde gelijk in den hemel. — 4. Onze Vader, die in de hemelen zijt, schenk ons honger en dorst naar uwe gerechtigheid en glorie door den hemelschen lofzang, waarmede Maria U verhief, toen zij sprak: i/Mijne ziel maakt groot den Heer!quot; en: „Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld:quot; opdat ons heden geworde het dagelijksch brood uwer werkende genade. — 5. Onze Vader, die in de hemelen zijt, noem alle afkeerigheid en bitterheid weg uit ons binnenste door de liefelijke en nederige zachtmoedigheid , welke Maria aan den dag legde, toen zij tot haren goddelijken Zoon, dien zij in den tempel wedervond, zeide: ,/Zoon. waarom hebt Gij ons zoo gedaan?quot; opdat Gij ons onze schulden vergeven moogt, gelijk ook wij uit vreeze en liefde jegens U, vergeven onzen schuldenaren. — 0. Onze Vader, die in de hemelen zijt, vervul ons hart met uwe heilige kracht en liefde, door de medelijdende milddadigheid, waarmede Muria zich wendde tot haren Goddelijken Zoon op de bruiloft te Cana en sprak; /Zij hebben geenen wijn;quot; opdat wij niet van uwe goddelijke genade beroofd worden en in zonde vallen; leid ons niet in bekoring. — 7. Onze Vader, die in de hemelen zijt, bevestig ons in de heilige verkleefdheid aan de geboden van uwen eenig-

ocr page 321

geboren Zoon, door de wijsheid en de getrouwheid waarmede Maria de dienaren te Cana gebood; „Al hetgeen Hij u zeggen moge, doet hetopdat wij in vreezen en beven ons heil bewerken, en wij door U verlost worden van den kwade. Amen.

Communie. Gelukzalig is de schoot der Maagd Maria, die den Zoon des eeuwigen Vaders heeft gedragen. — Gelukzalig de koninklijke Maagd, die het Goddelijk Woord eerder in haren geest en in haar hart heelt ontvangen dan in haren schoot. (H, Leo). — O allerheiligste Maagd, ik smeek u bij uwe onbegrijpeJiike, den vlammenden liefdegloed der Serafijnen onmetelijk verre overtreffende teederheid en godsvrucht, waarmede gij in de eerste Christen-kerk, het allerheiligst Sacrament des altaars, het dierbaar Lichaam en Pdoed van uwen goddelijken Zoon, uit de handen der Apostelen hebt ontvangen; verwerf mij d3 genade, dat ik altijd en vooral in de ure des doods, dit wondervol geheim van Jesus' liefde m een rein hart moge ontvangen en daardoor met Hem eu met u voor eeuwig worde ver-eenigd.

Laatste Coi.lectf,. Geef, o Heer, dat wij ten allen tijde bescherming mogen vinden onder de machtige hoede der gelukzalige Maagd en Moeder Gods Maria, ter wier eere wij dit heilig ofïer aan uwe goddelijke Majesteit hebben opgedragen. Door onzen lieer J. C. uwen Zoon enz.

Magnificat. Zie blz. 110.

VI. gkllkhkn onder de h. mis vooh ijk ovei1leigt;enenb

Voorbereidend Gebed. Goddelijke Zaligmaker, Jesus Christus, Gij hebt U uit oneindige liefde jegens ons aan het kruis geofferd, en Gij vernieuwt dagelijks datzelfde hoogheilig Offer op onbloedige wijze door de handen uwer priesters. Aanbiddend kniel ik neder voor uw heilig altaar, om dit goddelijk Offer met een diep berouw over mijnt zonden en met ware godsvrucht

17

ocr page 322

gt; 290

bij te wonen. In vereeniging met U wil ik deze offerande den hemelschen Vader aanbieden tot hoogste voreering en aanbidding zijner oneindige Majesteit, tot dankzegging voor alle ontvangene weldaden, tot ver-krijging van de genade die ik en alle menschen behoeven ter eeuwige zaligheid en tot voldoening mijner zonden. — Maar inzonderheid, wil ik U dit H. Misoffer opdragen tot troost en lafenis der arme zielen in het vagevuur, vooral voor de ziel van N. N. indien deze ■nog onze gebeden mocht noodig hebben: alsmede tot verkwikking der zielen van mijne bloedverwanten, vrienden en weldoeners en van allen, voor wie ik verplicht ben te bidden, of voor wie Gij wenscht dat ik mijne gebeden zal storten. Ook wil ik hunner gedenken. die op liet punt staan van de zuiveringsplaats te verlaten, opdat zij weldra in de eeuwige Glorie des hemels toegelaten, uit dankbaarheid mijne voorsprekers mogen wezen bij U; eindelijk wil ik ook diegenen indachtig zijn, aan wie niemand denkt, opdat ik eenmaal gelijke barmhartigheid moge ondervinden, Indien ook mij somtijds na mijnen dood allen mochten vergeten. Amen.

Gebeden aan den1 voet des altaars. In den

1

P. In noiniuo Patris, et Filii et ^Spiritus Sancti. Amen.

P. lutroibo ad Altare Dei.

I), Ad Deum, qui laetificat juventütem meam.

P. Adjutorium nostrum in nomine Domini.

D. Qui fécit coelum et terrain.

P. Confiteor Deo omnipotenti etc.

D. Misereatur tui omnipotens Deus, et dimissis peccatis tuis perdücat té ad vitam aeternam.

, P. Amen.

D. Confiteor Deo omnipotenti, beatae Mariae semper Vh-g ni, beato Michaêli Archangelo, beato Joanni liaptistae, sanc-tis Apóstolis Petro et Panlo, omnibus Sanctis, et tibi Pater; quia peccavi nimis cogitatione verbo et opere; mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. Ideo precor beatam Mariam semper Virginem, beatum Michaêlem Archangelum, beatum Joannem Baptistam, sanctos Apostolos Petrum et Panlum, omnes Sanc-tos et te Pater, orare pro me' ad Domimnn Deum nostrum.

P. Misereatur vestri etc! D. Amen.

P. Indulgentiam etc. D. Amen.

P. Deus tu conversus vivificabis jios.

D. Et plebs tua lactabitnr in te.

ocr page 323

291

naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen. V. Ik zal ingaan tot het altaar Gods. A. Tot God die mijne jeugd verblijdt. V. Onze hulp is in den naam des Heeren, A. d:e hemel en aarde heeft gemaakt.

confiteor en andere gebeden tot aan den Introïtus, blz. 257.

iNTROiTDs. Heer, geef hun de eeuwige rust; en het eeuwige licht verlichte hen. -— U, o God, betaamt lof in Sion, en gelofte moet U gebracht worden in Jern-salem. — Verhoor mijn gebed: alle vleesch zal tot U komen. — Heer, geef hun de eeuwige rust en het eeuwig licht verlichte hen.

kyrie kleison. (') Heer ontferm U onzer! (driemaal). Christus ontferm U onzer! (driemaal). Heer ontferm U onzer! (driemaal).

collecte. Voor een overledene. O God, wien het eigen is altijd te sparen en genadig te zijn, wij bidden U ootmoediglijk voor de ziel van uwen Dienaar (oj' Dienares) N. welke Gij uit deze wereld hebt geroepen ; dat Gij haar niet moogt overleveren in de handen des vijands, en niet voor immer vergeten; maar dat Gij uwe H. Engelen gebiedt haar op te nemen, en het Vaderland van het Hemelsch Paradijs binnen te geleiden; opdat zij, die in U geloofd en op IJ gehoopt heeft, de straffen der helle niet lijde, maar de eeuwige vreugde geniete. Door onzen Heer Jesus Christus uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes; God, in allo eeuwen der eeuwen. Amen.

Voor zijne Ouders. O God die ons geboden hebt Vader en Moeder te eeren, ontferm IJ genadiglijk over de zielen van mijnen Vader en van mijne Moeder:

P. Ogende nobis, Dominc, inisericordiam tuain.

I). Et salutare tuum da nobis.

P. Domine exaudi etc. D. Et clamor mens ad te veniat.

P. Dominus vobiscum. D. Et cum .spiritu tuo.

(') P. Kyrie eleïson. 1gt;. Kyrie eleïson. P. Kyrie eleïson. B. Cbriste eleïson. P. Christe eleïson. D. Christ»* eleïson. P. Kyrie eleïson. D. Kyrië eleïson. P. Kyrie eleïson.

P. Doininns vobiscum. D. Et cum spiritu tuo.

P. Per omnia saecula saeculorum. D. Amen.

ocr page 324

292

vergeef hnn de zonden, en verleen mij, dat ik hen in de vreugde der eeuwige heerlijkheid moge wederzien. Door onzen Heer J. C. enz.

Voor Bloedverwanten, Vrienden en Weldoeners. — O God, schenker der vergiffenis en minnaar van 's menschen heil, wij bidden uwe goedheid, dat Gij onze Bloedverwanten. Vrienden en Weldoeners, die uit deze wereld zijn gescheiden, door de voorbede der Allerheiligste Maria altijd Maagd en van alle Heiligen aan de gemeenschap der eeuwige zaligheid wilt deelachtig maken. Door onzen Heer J. C. enz.

Voor alle Overledenen. — O God, Schepper en Verlosser aller geloovigen, schenk aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van alle hunne zonden, opdat zij de genadige kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door onze godvruclaige gebeden mogen verwerven. Gij die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Epistel. I ThessaL IV. Broeders! wij willen niet dat gij onwetende zijt aangaande de ontslapenen, opdat gij niet bedroefd zoudt wezen zoo als de overigen (de heidenen), die geene hoop hebben. Want indien wij gelooven dat Jesus gestorven is en opgestaan, dan ook zal God alzoo degenen die in Jesus ontslapen zijn wederbrengen (ten leven) met Hem. Dit toch verkondigen wij u in de kracht van het woord des Heeren: dat wij, die leven en die overblijven tot de wederkomst des Heeren niet zullen voorkomen degenen die ontslapen zijn. Want de Heer zelf zal met macht en met de stemme des Aarts2ngels en met de bazuine Gods nederdalen van den hemel: en die in Chrisms gestorven zijn zullen dan éérst verrijzen. Daarna zullen wij die leven en die overgebleven zijn te zamen met Hem opwaart gevoerd worden in de wolken. Christus te gemoet in de lucht; en alzoo zullen wij altijd met den Heer wezen. Vertroost dan elkander met deze woorden. A, (') Gode zij dank.

i

(') D. Deu gratiae.

ocr page 325

293

Do Apostel Pauhis verkondigt ons in deze Epistelles het leerstuk der verrijzenis des vleesches*. Als wij gelooven in den ge-kruisten en verrezen Verlosser en leven volgens ons geloof, dan zullen wij eenmaal verrijzen zoo als nij, in verheerlijkten toestand. En mocht het wezen, dat wij de wederkomst des Ileeren zouden zien in ons sterflijk vleesch, dan zouden wij toch nog eerst moeten sterven, doch »iu een enkel tijdstipje, in een oogwenkquot; Cl Cor. XV), om daarna eeuwig met Christus en de vroeger gestorvene rechtvaardigen, in heerlijkheid naar ziel en lichaam te heerschen. — De hoop op de verrijzenis, die ons met de dierbare ontslapenen in beteren toestand zal hereenigen, trooste ons; maar tevens vervulle ons met eene heilzame vreeze en bekommering het woord deszelfden Apostels: »Wel zullen allen opstaan, maar niet allen zullen veraaderd worden (quot;tot heerlijkheid).'1 I Cor. XV. ,, lt;4

Graduale. Heer geef hun de eeuwige rust, en het eeuwig licht verlichte hen. De rechtvaardige zal in eeuwige gedachtenis zijn, en voor geen kwaad gerucht zal hij vreezen. Ontsla, o Heer de zielen der geloovigen, die overleden zijn van alle handen der zonde. Geef dat zij door uwe barmhartigheid het gericht der wrake mogen ontgaan en de zaligheid des eeuwigen lichts mogen genieten.

dies irae.

Dies irae, dies illa.

Solvet saeclurn in favilla, Teste David cum Sibylla.

Quantus tremor est futurus Quando judex est venturus, Cuncta siricte discussurus!

T uba mirmn spargens sonum. Per sepulchra regionum, Coget omnes ante thronum.

Mors stupebit et natura, Cum resurget creatura, Judicanti responsura.

Liber scriptus proferetur.

Dag van gramschap I Dag der dagen, — Die tot asch deez' aard zal blaken - Naar Sibyl cn David spelden.

Wat een sidd'ring zal er heerschen, — Als de Rechter zal verschijnen, — Om heel de aarde streng te richten.

Een bazuin met schrikb're klanken, — Zal door 's aard-rijks graven schallen, - Allen dagen voor de vierschaar.

Dood en aardrijk zullen stom staan, - Als zij,'tschep-sel op zien rijzen, — Om te treden voor den Rechter.

Dan wordt ?t schuldboek


ocr page 326

294

In quo tütum continetur, Unde raundus judicetur.

Judex ergo cum sedebit, Quidquid latet apparebit, Nil inultum remanebit.

Quid sum, miser, tuncdic-turus?

Cum patronum rogaturus? Cum vix Justus sit securus.

Bex tremendae majestatis, Qui salvandos salvas gratis, Salva me, fons pietatis.

Recordare, Jesu pie. Quod sum causa tuae viae: Ne rne perdas ilia die.

Quaerens me, sedisti lassus, Kedemisti, crucem passus; Tantus labor non sit cassus.

Juste Judex ultionis, Donum fac remissionis, Ante diem rationis.

Ingemisco, taraquamreus. Culpa rubet vultus meus, Supplicanti paree, Deus.

Qui Mariam absolvisti, Et latronem exaudisti,

Mihi quoque spem dedisti.

Preces meae non sunt dignae:

Sed tu bonus fac benigne, opgeslagen, — Waarin alles staat geschreven, — Wat de wereld eens moet richten.

Als de Rechter is gezeten, -Zal wat schuil bleef kenbaar worden: — Ongewroken zal niets blijven.

Wee dan mij! Hoe mij verdedigd ? — Wien zal ik om voorspraak smeeken ? — Heil'gen toch zijn daar nauw veilig!

Heer! ontzaglijk in uw glorie, —Uitgena al de uwen reddend, — Red mij, bron van mededoogen.

Lieve Jesus! wil ?t gedenken ; — Ik was de oorzaak van uw zwoegen; — Wil mij op dien dag niet doemen.

Afgemat heeft ü mijn zoeken, — Mijne redding kostte uw leven, — Zoo veel zwoegen zij niet vruchtloos!

Strenge Rechter, Heer der wrake, — Geef goedgunstig mij vergeving. — Eer de rechtsdag aan zal breken.

Weenendzuchtikom mijn snoodheid, — Schuldbesel kleurt mij het aanschijn; — Spaar, o God, verhoor mijn smeeken!

Magdalena hebt Ge ontbonden — En verhoord des Moorders bede; — Mij ook hebt Gij hoop gegeven.

Mijn gebed is wel nietswaardig, — Doch uw goedheid geev' genadig. — Dat


ocr page 327

ik 't eeuwig vuur ontgaan mag!

Geef mij plaats bij uwe schapen, — Van de bokken loud mij verre, — Stel mij aan uw rechterzijde.

Als de doem'ling wordt gevonnisd, — Aan de vlammen prijs gegeven» — Hoep inijdan metdeuitverkoornen.

Smeekend bid ik neergebogen, — Met een hart tot stof vermorzeld. - Draag toch zorge voor mijn eindlot. Dag wel waardig onze tranen! Die uit't vlammend puin der wereld — 't Zondig menschdom zendt ten oordeel!

Spaar ons toch, barmhartig Vader! - Goedertieren Jesus. Heere, - Geef hun de eeuwige rust en vree! Amen.

Vóór het Evangelie. Almachtige God, zuiver mijn hart en mijne lippen, die de lippen van den Profeet Isaias met een vurigen kool hebt gereinigd. Gewaardig U mij zoo te zuiveren door uwe genadevolle ontferming, dat ik waardiglijk uw heilig Evangelie mag verkondigen. Door Christus onzen Heer. Amen. V. De Heer zij met u. A. En met uwen geest.

Evangelie. Vervolg van het H. Evangelie volgens den H. Joannes (XI: 21—27). In dien tijde zeide Martha tot Jesus: Heer, zoo Gij hier waart geweest, mijn broeder ware niet gestorven: maar ook nu weet ik, dat alles wat Gij van God begeeren zult. God U geven zal. Jesus sprak tot haar: Uw broeder

0) P. Dumiuus vobiscum. D. Et curti spiritu tuo.

P. Sequentia Evangelii secnndum Joannem.

D. Gloria tU.i Domine. het eimlr: lgt;. Lans tibi Obriete.

Ne perenni cremer igne.

Inter oves locum praesta, Et ab hoedis me sequestra, Statuens in parte dextra.

Confutatis maledictis, Flammis acribus addictis, Voca me cum benedictis.

Oro, supplex et acclinis, Cor contritum quasi cinis, Gere curam mei finis!

Lacrymosa dies illa. Qua resurget ex favilla Judicandus homo reus.

Huic ergo paree. Deus. Pie Jesu, Domine,

Dona eis requiem. Amen.

ocr page 328

296

zal verrijzen. Martha zside tot Hem: Ik weet dat hij verrijzen zal in drf opstanding ten jongsten dage. Jesus sprak tot haar: Ik ben de opstanding en het leven: die in Mij gelooft, al ware hij gestorven, zal leven: en een iegelijk, die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid. Gelooft gij dit? Zij zeide tot Hum: Ja Heere, ik heb geloofd, dat Gij de Christus zijt, de Zoon des levenden Gods, die in deze wereld gekomen zijt. A. Lof zij U o Christus!

Offertorium. (') Heer Jesus Christus, Koning dei-glorie, verlos de zielen aller overledene Geloovigen van de pijnen der helle en van den diepen afgrond; verlos haar van den muil des leeuws opdat zij niet worden verslonden door de helle en niet nederstorten in de duisternis ; maar dat uw hemelsehe Aanvoerder de H. Michael ze brenge tot het heilig licht hetwelk Gij eertijds aan Abraham hebt beloofd en aan zijne kinderen. Vs. Wij dragen U, o.Heer, offers op en gebeden des lofs: neem ze aan voor de zielen, die we heden gedenken; doe deze overgaan, o Heer, van den dood tot het leven : hetwelk Gij eertijds aan Abraham hebt beloofd en aan zijne kinderen.

Bij de Offerande des broods, en hetgeen verder volgt; namelijk van het gebed: Heilige Vader, almachtige, eeuwige God enz. tot aan de Secreta, alles hetzelfde als op blz. 266—268. Men late slechts; Eere zij den Vader weg achter den Ps. Lavabo. (2)

SEcreta. Voor een overledene. Heer wees de ziel van uwen Dienaar {pf Dienares) N. genadig voor welke wij U een offer des lofs opdragen en uwe Majesteit ootmoedig smeeken, dat zij door dit H. Zoenoffer tot de eeuwige rust moge geraken. Door onzen Heer J. C. enz.

Voor zijne Ouders. Xeem, o Heer, genadig deze

t') P. Duminus vubiscum. 1). Et cum spiritu tuo. (

(~) P. Orate fnitres, etc.

D. Suscipiat Dómiuus Sacrifieium de mauibu.s tois ad laudem •'t gloriaiu nomiuis sui, alt;l ntilitatem quoque nostr un, totiunqne Ecclesiae suae Sanctae.

ocr page 329

297

offerande aan. welke ik voor cie zielen mijns Vaders en mijner Moeder aan U opdrage: verleen hun in het Rijk der levenden de eeuwige vreugde, en vereenig mij eenmaal met hen in de gelukzaligheid der Heiligen. Door onzen Heer enz.

Voor onze Bloedverwanten, Vrienden en Weldoeners. O God, wiens barmhartigheid oneindig is, neem ons ootmoedig gebed genadig aan en verleen der zielen van onze Broeders, Vrienden en Weldoeners, aan welke Gij gegeven hebt, dat zij uwen H. naam mochten belijden, door deze Geheimen onzes heils de vergiftenis (van alle zonden. Door onzen Heer J. C. enz.

Voor alle Overledenen. Wij bidden U, o Heer, zie genadig neder op de offerande, welke wij aan U opdragen voor de zielen van uwe Dienaren en Dienaressen; opdat Gij dengenen, aan wie Gij de verdienste des Christelijken Geloofs hebt verleend, ook de belooning daarvoor moogt schenken. Door onzen Heer J. C. uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God.

Pkaefatie. V. C) In alle eeuwen der eeuwen. Amen. V. De Heer zij met u. A. En met uwen geest. V. Heft omhoog uwe harten. A. Wij hebben ze verheven tot den Heer. V. Laat ons dankzeggen den Heer or;zen God. A. Het is waardig en rechtvaardig. — Waarlijk waardig en rechtvaardig, billijk en zalig is het, dat wij U altijd en overal dankzeggen, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God door Christus onzen Heer: door wien de Engelen uwe majesteit loven, de Heerschappijen U aanbidden, de Machten TJ sidderend verheerlijken, de Hemelen en de Krachten der hemelen en de gelukzalige Serafijnen U met eenparige jubelzangen verheffen; wij bidden U, dat Gij met hunne stemmen ook tevens de onze gelieft aan te nemen, terwijl wij IJ nederig lofprijzende spreken:

(^) P. Per omnia saecula saeculorum. D. Amen.

P. Dóminus vobiscum. 1). Et cum spiritn tuo.

P. Sursnm corda. D. Habèmus ad Dóminum.

P. Gratias agamus Domino Deo nostro. D. Dignum etjustum est.

P. Vere dignum etc.

17*

ocr page 330

298

Sanctus. Heilig, Heilig, Heilig de Heer, de God der Heerscharen! Hemel en aarde zijn vol van uwe glorie; Hosanna in den hooge! Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren ; Hosanna in den hooge!

Canon. Gebed: Te igitur, enz. (') tot; Agnus Dei, alles onveranderd als blz. 270 tot 278.

Agnus Dei. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef hun de rust. — Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef hun de rust. — Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld; geef hun de eeuwige rust.

Heer Jesus Christus, Zoon van den levenden God, die uit den wil uws Vaders en de medewerking des H. Geestes, de wereld door uwen dood hebt levend gemaakt, verlos mij door dit uw heilig Lichaam en Bloed van alle mijne zonden, en doe mij altijd getrouwelijk verkleefd zijn aan uwe geboden, en gedoog niet dat ik ooit van U gescheiden worde, die leeft en heerscht met denzelfden God den Vader en den H. Geest, God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen. — Heer Jesus Christus, laat de nuttiging van uw Lichaam, dat ik onwaardige voornemens ben te ontvangen, niet strekken tot mijn oordeel en tot mijne verwerping, maar door uwe goedheid strekke het mij tot bescherming der ziele en des lichaams, en tot mijne genezing; die leelc en heerscht met God den Vader in de eenheid des H. Geestes God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen. — Ik zal het Hemelbrood nemen en den naam des Heeren aanroepen.

Nadert gij niet ter IJ. Tafel, verricht dan ten minste eeue geestelijke Communie en draag deze met groote vurigheid up aan God, tot lafenis der geloovige zielen.

Domine non sum dignus. Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal genezen zijn. (Driemaal).

(') i'. Per omnia saecuia Baeculorum. D. Amen.

P. Et ne nos inducas in tentationem. D. Sed ML era nus u iua!o.

P. Per omnia saecuia saeculorum. D. Amen.

P. Pax Domini sit semper vobiscum. D. Et cum npiritu luo.

ocr page 331

299

Het Lichaam van onzen Heer Jesus Christus beware rnijne ziel ten eeuwigen leven. Amen. — Wat zal ik den Heer wedergeven voor al hetgene Hij mij gegeven heeft ? Ik zal den kelk des heils nemen en den naam des Heeren aanroepen. Al lovende zal ik den Heer aanroepen, en ik zal verlost zyn van mijne vijanden! — Het Bloed onzes Heeren Jesus Christus beware mrjne ziel ten eeuwigen leven. Amen. — Geef Heer, dat wy, hetgene wij met den mond hebben genuttigd, in een zuiver hart mogen ontvangen en dat het van een geschenk in den tijd, moge worden voor ons tot een geneesmiddel voor de eeuwigheid. — Heer, uw Lichaam, dat ik genuttigd, en uw Bloed dat ik gedronken heb, kleve aan mijn binnenste; en verleen, dat geen smet van zonde overblijve in mij, die verkwikt ben geworden met zoo reine en heilige geheimen; die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Communie. Het eeuwig licht verlichte hen. o Heer. met uwe Heiligen in eeuwigheid. Want Gij zijt goedertieren. Vs. Heer geef hun de eeuwige rust en het eeuwig licht verlichte hen: met uwe Heiligen in eeuwigheid ; want Gij zijt goedertieren.

Laatste gebeden (1) Voor een overledene. Wij bidden U, almachtige God. geef aan de ziel van uwen Dienaar (of Dienares) N. welke heden van deze wereld gescheiden is, dat zij door deze H. Offerande gereinigd, en van bare zonden ontslagen, verzoening en eeuwige rust moge erlangen. Door onzen Heer J. C. enz.

Voor zijne Ouders. Wij bidden ü, o Heer, geef dat de deelneming aan het hemelsche Sacrament der zielen mijns Vaders en mijner Moeder de eeuwige rust en het eeuwig licht verschatte, en dat ik eenmaal door uwe genade eeuwig met hen gekroond moge worden. Door onzen lieer J. C. enz.

Voor Bloedverwanten, Vrienden en Weldoeners. Wij bidden U almachtige en barmhartige God, dat de zielen van onze Broeders, Vrienden en

(!) P. Doloiuus vobiscuiu. Igt;. Et cum .-piritu tuo. 1gt;. Amen.

ocr page 332

300

quot;Weldoeners, voor welke wij deze Offerande des lofs aan uwe majesteit hebben opgedragen, door de kracht dezes Sacraments van alle zonden bevrijd mogen worden, en dat zij door uwe barmhartigheid ter zaligheid des eeuwigen lichts mogen geraken. Door onzen Heer J. C. enz.

Voor alle Overledenen. Wij bidden U, o Heer, laat ons ootmoedig smeeken der zielen van uwe Dienaren en Dienaressen ten voordeel verstrekken: ontsla hen van alle zonden en maak hen deelachtig aan uwe verlossing. Door onzen Heer J. C. enz.

V. ('j De Heer zij met u. A. En met uwen geest.

V. Dat zij rusten in vrede. A. Amen.

Laat, o heilige Drievuldigheid, hot werk van mijn dienst U aangenaam zijn, en geef dat deze Offerande, die ik onwaardige voor het aanschijn uwer goddelijke Majesteit heb opgedragen, U welgevallig en aangenaam zij, en mij en allen voor wie ik ze heb opgedragen, door hare barmhartigheid tot verzoening moge verstrekken. Door Christus onzen Heer. Amen.

\ . (2) De Heer zij met u. A. En met uwen geest.

Laatste Evangelik. Zie blz. 282.

Na de H. Mis kan men den Ps. Do profundi.quot; bidden: Zie blz. 59.

(•) P. Douiiuus vobiscum. D. Kt rum .spiritu tuo,

P. Requióscant in pace. D. Amen.

(3) P. Dominus vobiscum, D, Et cum spiritu tuo.

P. Initium S. Evangelii secundum Joannlt; in.

P. Gloria tibi Dómine. D. Deo gratias.

ocr page 333

VIII. VESPER-PSALMEN.

I. Eenige Psalmen die niet voorkomen in de Getijden der H. Maagd, noch ook in de Getijden der Overledenen.

Psalm }-10.

Confitebor tibi, Domine, in toto corde raeo; * in con-cilio justorum et congrega-tione.

Magna opera Domini; ^ex-quisita in omnes voluntates ejus.

Confessio etmagnificentia opus ejus; ï:: etjustitia ejus manet in saeculum saeculi.

Memoriam fecit mirabi-lium suorum, misericors et miseraior Dominus; * es-cam dedit timentibus se.

Memor erit in saeculum testamenti sui; * virtutem operum suorum annuntiabit populo suo.

Ut det illis haereditatem gentium: opera manuum ejus Veritas et judicium.

Fidelia omnia mandata ejus: confirmata in saeculum saeculi, * facta in veritate et aequitate.

Redemptionem misit po

lk zal U loven, o Heer, van ganscher harte: in den raad en in de vergadering der rechtvaardigen.

De werken des Heeren zijn groot: met zorge bereid tot alle zijne inzichten.

Zijn werk is majesteit en heerlijkheid; en zijne gerechtigheid blijft in de eeuwen der eeuwen.

• Hij heeft eene gedachtenis zijner wonderen gesticht, de genadige en barmhartige Heer; spijze heeft Hij geschonken dengenen, die Hem vreezen!

Hij zal in eeuwigheid zijn verbond gedenken; Hij zal de kracht zijner werken aan zijn volk bekend maken.

Zoodat Hij hun geven zal het erfdeel der Heidenen; de werken zijner handen zijn waarheid en oordeeL

Alle zijne bevelen zijn getrouw: zij zijn vastgesteld voor altoos in eeuwigheid; zij zijn gegeven in waarheid en in oprechtheid.

Hij heeft aan ziin volk


ocr page 334

pulo suo; * mandavit in ae-ternam tcstamentum suum.

Sanctum et terribile nomen ejus: * initium sapien-tiae timor Domini.

Intellectus bonns omnibus facientibus eum; * laudatio ejus manet in saeculum sae-culi. — Gloria Patri etc.

Psalm

Beatud vir qui timet Do-minum; * in mandatis ejus volet, nimis.

Potens in terra'erit semen ejus: * generatio rectorum benedicetur..

Gloria et divitiae in domo ejus: * et justitiaejus ma-»jet in saeculum yaeculi.

Exortum est in tenebris lumen rectis: * misericors, ei miserator et justus.

Jucundus homo qui mise-retur et commodat, disponet sermones suos in judicio; * quia in aeternum non com-movebitur.

In memoria acterna erit justus; * ab auditione mala non timebit.

Puratum cor ejus sperare verlossing gezonden; Hij heeft zijn verbond in eeuwigheid geboden.

Heilig en ontzaglijk is zijn naam; de vreeze des Heeren is het begin der wijsheid.

Allen die daarnaar handelen hebben een goed versland; hun lof blijft in eeuwigheid. — Eere zij den Vader, enz.

111.

Welgelukzalig de man die den Heer vreest: hij zal grooten lust hebben in zijne geboden.

Zijne nakomelingschap zai machtig zijn op aarde; het geslacht der rechtvaardigen zal gezegend worden.

In zijn huis zal eere en rijkdom wezen ; en zijne gerechtigheid blijft tot in eeuwigheid.

Den oprechten is een licht opgegaan in de duisternis; Hij, die genadig is en barmhartig en rechtvaardig!

Wél hem, die zich ontfermt en uitleent;, hij zal zijne gesprekken inrichten met oordeel; want hij zal niet wankelen in eeuwigheid.

De rechtvaardige zal iu eeuwige gedachtenis zijn; hij zal voor geen kwaad gerucht vreezen.

Zijn hart is bereid om te ver-


ocr page 335

3D8

in Domino, contirmatum est cor ejus: * non commove-bitur, donee despieiat ini-micos suos.

Dispersit, dedit pauperi-bus: juslitia ejus manet in saeeulum saeeuli; * eornu ejus exaltabitur in gloria.

Peeeator videbit et irasee-tur, dentibus suis fremet et tabeseet: * desiderium pec-catorium peribit. — Gloria Patri, etc.

trouwen op den Heer; zijn hart is wel bevestigd: hij zal niet wankelen, tot dat hij neerziet op zijne vijanden.

Hij heeft uitgestrooid en den nooddruftigen gegeven; zijne rechtvaardigheid blijft tot in eeuwigheid; zijn hoorn zal verhoogd worden ineere.

De goddelooze zal het zien en hij zal zich vertoornen; hij zal met zijne tanden knarsen en verkwijnen: de wensch der goddeloozen zal vergaan. — Eere zij den Vader, enz.


Psalm 113.

In exitu Israël de JEgyp-to, * domus Jacob de populo barbaro;

Facta est Judaea sanctiü-catio ejus, * Tsraël potestas ejus.

Mare vidit et fugit; * Jor-danis conversus est retror-sum.

Montes exultaverunt ut ariëtes: * et colles sicut agni ovium.

Quid est tibi mare quod fugisti, * et tu Jordanis quia conversus es retrorsum?

Montes exultastis sicut ariëtes, * et colics sicut agni ovium ?

A facie Domini mota est

Toen Israël uittoog uit JEgypte; het huis van Jacob uit een vreemd volk:

Toen werd Judaea tot zijn heiligdom, en Israël zijne heerschappij.

De zee zag het en vlood : de Jordaan snelde terug.

De bergen sprongen op als rammen, en de heuvelen als lammeren van schapen.

Wat was u, o zee, dat gij vloodt, en u, o Jordaan, dat gij terug sneldet?

Gij bergen, dat gij op-sprongt als rammen en gij heuvelen, als lammeren van schapen ?

Voor het aanschiju det


ocr page 336

304

terra, * a facie Dei Jacob:

Qui convertit petram in stagna aquarum, * et mpem in fontes aquarum.

Non nobis, Domine, non nobis; * sed nomini tuo da gloriam.

Super misericordia tua et veritate tua: * nequando di-cant gentes: Ubi est Deus eorum ?

Deus autem noster in coe-10: omnia quaecumque voluit fecit.

Simulacra gentium argentum et aumm: * opera manuum hominum.

Os habent, et non loquen-tur: * oculos habent, et non vide bunt.

Aures habent, et non au-dient; * nares habent et non odorabunt.

Manus habent, et non palpabunt: pedes habent et non ambulabunt*: non cla-mabunt in gutture suo.

Similes illis fiant qui faci-ant ea: * et omnes qui confi-dunt in eis.

Domns Israel speravit in Domino; * adjutor eorum et protector eorum est.

Domus Aiiron speravit in Domino:adjutor eorum et protector eorum est.

Qui tirnent Dominum,.spe-

Heeren beefde de aarde, voor het aanschijn van den God Jacobs:

Die den rots veranderde in eenen watervloed, en de keisteen in eene fontein.

Niet ons, o Heer, niet ons; maar uwen naam geef eere!

Om uwe goedertierenheid, om uwer waarheid wil: opdat de heidenen soms niet zeggen : Waar is hun God?

Onze God toch is in den hemel: Hij doet al wat Hem behaagt.

De afgoden der heidenen zijn zilver en goud, het werk van des menschen handen.

* Zij hebben eenen mond. maar spreken niet, zij hebben oogen, maar zien niet.

Ooren hebben zij, maar hooren niet: zij hebben een neus, maar zij ruiken niet.

Handen hebben zij, maar tasten niet; voeten hebben zij maar gaan niet: zij roepen niet met hunne keel.

Dat zij, die hen maken, hun gelijk worden: en alle degenen die op hen vertrou-.»en.

Het huis van Israël hoopt op den Heer: H:j is hun helper en beschermer.

Het huis van Aaron hoopt op den Heer: Hij is hun helper en beschermer.

Zij die den Heer vreezen


ocr page 337

305

raverunt in Domino; * ad-jutor eoruin et protector eorum est.

Dominus memor fuit nos-tri; * et benedixit nobis.

Benedixit domui Israël: :!: benedixit domui Aaron.

Benedixit omnibus, qui timent Dominum: * pusillis cum majoribus.

Adjiciat Dominus super vos: super vos et super filios vestros.

Benedicti vos a Domino : * qui fecit coelum et terrain.

Coelum coeli Domino: terram autem dedit filiis ho-minum.

Non mortui laudabunt tc Domine: * neque omnes, qui descendunt in infernum.

Sed nos qui vivimus be-nedicimus Domino. * ex hoe nunc et usque in saeculum. -Gloria Patri, etc.

Psalm

Credidi, propter quod lo-cutus sum: ego autem hu-miliatus sum nimis.

Ego dixi in excessu meo:* omnis homo mendax.

Quid retribuam Domino pro omnibus quae retribuit mihi ?

hopen op den Heer: Hij is hun helper en beschermer.

De Heer is onzer gedachtig geweest: en Hij heeft ons gezegend.

Hij heeft het huis van Israël gezegend: gezegend heeft Hij het huis van Aaron.

Allen heeft Hij gezegend, die den Heer vreezen:, de kleinen met de grooten.

De Heer venneerdere zijnen zegen over u; over u en over uwe kinderen.

* Gezegend zijt gij door den Heer; die hemel en aarde heeft gemaakt.

De hemel der hemelen behoort den Heer; maar de aarde heeft Hij den kinderen der menschen gegeven.

De dooden zullen U niet prijzen o Heer: noch allen die nederdalen ter helle.

Maar wij die leven, wij zullen den Heer loven; van nu aan tot in eeuwigheid. — Eere zij den Vader, enz.

1] 5.

Ik heb geloofd, daarom iprak ik; ik was echter bovenmate bedrukt.

Ik zeide in mijnen uitersten nood: Ieder mensch is bedriegelijk.

Wat zal ik den Heer wedergeven, voor alles wat Hij mij geschonken heeft?


ocr page 338

306

Calicem salutaris accipi-am, * et nomen Domini in-vocabo.

Vota mea Domino reddam coram omni popnlo ejns.* pretiosa in conspectu Do-mini mors sanctorum ejus.

O Domine! quia ego ser-v as tuus; * ego servus tuns et lilius ancillae tuae.

Dirupisti vincula mea; * iibi sacrificaho hostiam lau-dis, et nomen Domini invo-cabo.

Vota mea Domino reddam in conspectn omnis populi ejus; * in atriis domus Do-mini, in medio tui, Jerusalem. — Gloria Patri, etc.

Den kelk des heils zal ik opnemen, en den naam des Heeren aanroepen.

Mijne geloften zal ik den Heer betalen in de tegenwoordigheid van al zijn volk: kostbaar is voor het aanschijn des Heeren de dood zijner heiligen.

Ik toch, o Heer! ben uw dienstknecht; ja ik ben uw dienstknecht en de zoon uwer dienstmaagd.

Gij hebt mijne banden verbroken ; IJ zal ik opdragen een otter des lofs, en den naam des Heeren wil ik aanroepen .

Ik zal mijne gelofte betalen aan den Heer in de tegenwoordigheid van al zijn volk : in de voorhoven vau het huis des Heeren, in het midden van ü,o.Terusalem!-Eere zij den Vader, enz


Psalm 131.

Memento, Domine David, * et omnis mansuetudi-nis ejus.

Sieut juravit Domino;* votum vovit Deo Jacob;

Si introïero in tabernacu-lum domus meae, * si ascen-dero in lectum strati mei;

Si dedero somnum oculis meis. * et palpebris meis dor-

Gedenk. o Heer, aan David en aan al zijne zachtmoedigheid.

Hoe hij ook dan Heere heeft gezworen en den God van Jacob eene gelofte gedaan :

Zoo waar! Ik zal niet ingaan in de tent mijns huizes; ik zal niet klimmen op het bed voor mij gespreid;

Ik zal geen slaap geven aan mijne ocgen, en mijnen


ocr page 339

307

lijiiationem;

Et requiem temporibus in eis, donee inveniam loeam Domino, ':j labernaculuraDeo Jacob.

Kcce audivimus eam in Ephrata: * invenimus eam in campis silvae.

Introïbimus in taberna-culum ejus; adorabimus in loco ubi steterunt pedes ejus.

Surge, Domine, in requiem tuam, * tu et area sanctificationis tuae.

Sacerdotes tui induantur justitiam, * et sancti tui exultent.

Propter David servum tuum * non avertas faciem Christi tui.

Juravit Dominus David veritatem, et non frustra-bitur eam, * de fructu ventris tui ponam super sedem 'r tuam

Si custodierint lilii tui testamentum meum, * et testimonia mea haec quae docebo eos.

Et lilii eorum usque in saeculum * sedebunt super sedem tuam.

Quoniam elegit Dominus Sion: * elegit eam in ha-bitationem sibi.

oogleden geene sluimering :

Ik zal geen rust geven aan mijne slapen, totdat ik voor de:i Heer eene plaats zal gevonden hebben,een tabernakel voor den God van Jacob!

Zie, wij hebben (van de arke) gehoord in Ephrata; wij hebben haar gevonden in de velden des wouds.

Wij zullen ingaan tot zijn tabernakel; en aanbidden ter plaatse waar Hij zijne voeten heeft gezet.

S:a op, o Heer.' tot uwe ruste; Gij en de arke uwer heiligheid.

Dac uwe priesters bekleed worden met gerechtigheid; en dat uwe heiligen juichen.

Verwerp het aangezicht van uwen Gezalfde niet, om den wille van David uwen dienstknecht!

De Heer heeft aan David de waarheid gezworen, en Hij zal zijn woord niet breken: Van de vruchtuws schoots zal ik zetten op uwen troon;

Indien uwe zonen mijn verbond zullen houden, en mijne getuigenissen die ik hun leeren zal.

En de kinderen van deze zullen in eeuwigheid zitten op uwen troon!

Want de Heer heeft Sion verkoren; Hy heeft het verkoren tot zijne woonplaats.


ocr page 340

808

Haec requies men in sae-culum saeculi: * hic habi-tabo, quoniam elegi eam.

Viduara ejus benedicens bcnedicam: * pauperes ejus saturabo panibus.

Sacerdotcs ejus induam .salutari, * et sancti ejus exultatione exultabunt.

IIluc producam cornu David, * paravi lucernam Christo meo.

Inimicos ejus induam con-fusione; * super ipsum autem efflorebit sauctificaiio mea. — Gloria Patri, etc.

Dit is mijne rust tot in de eeuwen der eeuwen: hier zal ik wonen, want ik heb het verkoren.

Sion's weduwen zal ik met zegening bezoeken ; zijne armen zal ik met brood verzadigen.

Zijne priesters zal ik met heil bekleeden en zijne-heiligen zullen grootelijk.-» juichen.

Daar zal ik een hoorn der sterkte doen groeien voor David; daar heb ik een fakkel van glorie bereid voor mijnen Gezalfde.

Zijne vijanden zal ik met schaamte bedekken; doch op hem zal mijne heiligheid bloeien (als eene krans). — Eere zij den Vader, enz.


Psalm 138.

Domine, probasti me et cognovisti me: ^ tu cogno-visti sessionem meam et resurrectionem meam.

■Intellexisti cogitationes meas de longe; * semitam meam et funiculum meum investigasti.

Et omnes vias meas prae-vidisti, quia non est ser-mo in lingua mea.

Ecce. Domine, tu cognovisti omnia, novissima et antiqua: tu formasti me

Heer, Gij hebt mij doorgrond en Gij kent mij; Gij weet mijn zitten en mijn opstaan.

Gij verstaat mijne gedachten van verre; Gij doorschouwt mijne paden en mijn omgang.

Geheel mijn wandel ziet Gij te voren; geen woord is op mijne tong (of het is U bekend).

Zie, Heer, Gy weetalles, het nieuwe en het oude: Gij hebt mij gevormd en


ocr page 341

309

et posuisti super me man urn luam.

Mirabilis facta est scientia ma ex me: * confortata i est, et non potero ad eam.

Quo ibo a spiritutuo?* et quó a facie tua fugiam?

Si ascemlero in coelum, iu illic es: * si descendcro in infernum, ades.

Si sumpsero pennas meas diluculo, * et habitavero in extremis maris:

Etenim illuc manns tua deducet me, * et tenebit me dextera tua.

Et dixi; Forsitan tene-brae conculcabunt me: * et nox illuminatio mea in de-liciis meis.

Quia tenebrae non obscu-rabuntur a te, et nox sicut dies illuminabitur; sicut tenebrae ejus, ita et lumen ejus.

Quia tu possedisti renes meos, * suscepisti me de utero matris meae.

Contitebor tibi, quia terri-biliter magrificatus es; * mirabilia opera tua, etuuima inea cognoscit nimis

Gij hebt uwe hand aan mij gezet.

Verwonderlijk blijkt uwe wetenschap, als ik mij zel-veit beschouw: zij is hoog;! ik kan er niet bij!

Waar zal ik heengaan voor uwen Geest? en waar zal ik heenvlieden voor uw aangezicht?

Zoo ik opvaar ten hemel, Gij zijt daar: zoo ik daal in de helle, Gij zijt er.

Al schoot ik vleugelen aan met den dageraad, en al ging ik wonen op de laatste eilanden der zee:

Ook daar nog zou uwe hand mij geleiden, en uwe rechterhand mij vasthouden.

En ik sprak: Wellicht zullen de duisternissen mij verbergen: doch de nacht werd voor mij een licht ie midden der wellusten.

Want de duisternissen zulkn voor U niet duister zijn en de nacht zal voor U helder wezen als de dag: zoo als zijne duisternis, zoo is zijn licht.

Gij toch bezit mijne nieren, en Gij hebt mij opgenomen van af' den schooi mijner moeder.

Ik zal U loven omdat Gij U op ontzettende wijze verheerlijkt hebt; wonderbaar zijn uwe werken, en mijne ziel weet bet zeer wel.


ocr page 342

310

Non est occnltatum os meum a te, quod fecisti in occulto. * et substantia mea in inferioribus terrae.

Imperfectum meum vide-runt oculi tui, et in libro tuo omnes scribentur: * dies formabuntur et nemo in eis.

Mihi autem nimis hono-rificati sunt amici tui, Deus; * nimis confortntus est principatus eorum.

Dinumerabo eos, et super arenam multiplicabuntur: * exsurrexi7 et adhuc sum tecum.

Si occideris, Deus, pec-catores; * viri sanguinum, declinate a me.

Quia dicitis in cogitati-one : ^ Accipient in vani-tate civitates tuas.

Nonnc qui oderunt te, Domine, oderam; * et super inimicos tuos tabescebam?

Perfecte odio oderam il-los, * et inimici facti sunt mihi.

Mijn gebeente is voor U niet verholen, want Gij hebt het gemaakt in 't verborgene; noch mijne zelfstandigheid, want Gij vorm-det haar als in het binnenste der aarde.

Uwe oogen zagen mij reeds, toen ik nog ongevormd was: eveneens stonden allen reeds opgeteekend in uw boek (vóór dat zij waren): de dagen moesten nog gevormd worden, en niemand was er.

Doch o G^)d, (en dit schijnt mij nog verwonderlijker toe), al te hoog verheerlijkt zijn uwe vrienden: machtig boven mate is hunne heerschappij!

Zal ik hen tellen? maar talloozer zijn zij dan het zand! Ik sta op (en schaar mij bij hen) en altijd wil ik bij LT zijn!

Mocht Gij de zondaren dooden, o God ! — Mannen des bloeds wijkt van mij I

Want gij zegt in uwe gedachten : Het zal hun (den rechtvaardigen) niet baten dat zij uwe steden nemen.

Zou ik niet haten, o Heer, die U haten ? en van smart vergaan wegens uwe vijanden ?

Met volkomen haat wil ik hen haten! tot vijanden zijn zij mij!


ocr page 343

311

Proba me, Deus, et scito cor meum : * interroga me, et cognosce semitas meas.

Et vide si via iniquitatis in me est: * et deduc me in via aeterna. — Gloria Patrl, etc.

Doorgrond mij, o God. en ken mijn hart: beproef ■ mij en ken mijne gedachten.

J5n zie of de wegen der ongerechtigheid in mij zijn ; en geleid mij op den eeuwigen weg. — Eere zij den Vader enz.


II. Opgave der Psalmen voor de Zon- en F eestdagen.

1. Gewonk Zonuagen: Dixit Dominus, blz 174. Conti tebor tibi Domine,blz. 301. Beatus vir qui timet Dominant, blz. 302. Laudate pueri, blz 176. In exitu, blz, 303.

2. Gewone Feestdagen: Dixit Dominus, blz. 174. Con-litebor tibi Domine, blz. 801. Beitns vir qui timet Dominum, blz. 302. Laudate pueri, blz. 176. Laudate Dominum om-nes gentes, blz. 159.

3. Kerstmis: le Vespers, als op gewone Feestdagen, zie. 2. — II'' Vespers: Dixit Dominus, blz. 174. Confi-tebor, blz. 301. Beatus vir, blz. 302. De profundia, blz. 1S5. Memento. Domine, blz. 306.

4. Besnijdenis O. H. (Nieuw-jaar): als in de Vespers der II. Maagd, blz. 174 en volgg.

5. Verschijning O. H. (Drie-Koningen); lc Vespers, als op de gewone Feestdagen. — IIC V espers, als op de Zondagen.

6. Feest van den Zoeten Naam ; als op de gewone Feestdagen, doch de laatste Psalm: Credidi, blz. 305.

7. Paschen : als op de Zondagen.

8. O. H. Hemelvaart: als op de gewone Feestdagen.

9. Pinksteren: Iquot; Vespers, als op de gewone Feestdagen. — IIC Vespers, als op de Zondagen.

10. II. Sacramentsdag: Dixit Dominus, blz. 174. Con-fitebor, blz. 301. Credidi, blz. 305. Beati omnes, blz. 171. Lauda Jerusalem, blz. 176.

11. Feest van het Allerh. Hakt van Jesus: als H. Sacramentsdag.

ocr page 344

12. Feesten van het H. Kruis : als op de gewone Feestdagen.

13. Feesten uer H. Maagd: als in hare Getijden, blz. 174 en volgg.

14. Feesten der H. Engelen en Aartsengelen : T' Vespers, als op de gewone Feestdagen. — 11© V es-pers, laatste Psalm: Confitebor tibi, blz. 301.

15. Feesten der Apostelen en Evangelisten; 1« Vespers, als op de gewone Feesten.-— lle Vespers . Dixit Dominus, blz. 174. Laudate pueri, blz. 176. Credidi' blz. 305. In convertendo, blz. 170. Domine probasti me' blz. 30S.

16. Feesten der Martelaren: I,: Vespers, als op de gewone Feestdagen. —II«- Vesper s, laatste Psalm : Credidi, blz. 305.

17. Feesten der Bisschoppen en Belijders: Ie Vespers, als op de gewone Feestdagen.— 11«' Vespers, laatste Psalm: Meraenio Domine, blz. 306.

18. Feesten der Belijders, als op de gewone Feesten.

19. Feesten der H. Maagden en Weduwen : als op de Feesten van O. L. V. Zie blz. 174 en volgg.

20. Kerkwijding : als op de gewone Feesten, laatste Psalm; Lauda Jerusalem, blz. 178.

VIII. biecht-gebeden.

1. GEBEDEN VOOR DE BIECHT,

voorbereidend gebed.

Tot U, lieer Jesns, keer ik smeekend terug, ik die zoo dikwerf door de zonde van U ben afgeweken. Tot wien zal ik anders gaan dan tot U ? Indien Gij mij veroordeelt, van wien zal ik dan nog vergiffenis hopen? Ik had wel is waar vroeger vastelijk besloten, uwe geboden te onderhonden, en alle zonden te vermijden en wei voornamelijk deze Is....: doch helaas! ik ben on-

ocr page 345

313

verstandig geworden en door de aanlokselen der begeer-lij kheid verleid, heb ik U v/ederom verlaten. Ik heb gezondigd ! wat zal ik doen ? waal heen zal ik mij wenden, ik ellendige? tot wien anders dan totU? tot U in wien mijn heil, mijn leven en mijne verrijzenis is ? Gewaardig U dan, o Heere Jesus, mij aan te zien, gelijk Gij Petrus hebt aangezien en ontierm u mijner! Ach mocht ook mij de droefheid over de zonden zoo vele tranen doen storten als hij gestort heeft! Op uwe barmhartigheid, lieve Jesus, die grooter is dan mijne zonden, stel ik al mijn vertrouwen. Gij kunt meer vergeven dan ik kon bedrijven. Verwerp mij dan niet van uw aanschijn; maar spreek tot mijne ziel. //Zie hier mij, ik ben uw heil.quot; (Ps. Si, 4),

andkr gebed.

Wie geeft water aan mijn hoofd, en eene bron van tranen aan mijne oogen, opdat ik dag en nacht mijne zonden beweene, waarmede ik U, o allerliefste Jesus! zoo dikwijls tot gramschap heb getart! Ik werp mij met de rouwmoedige Magdalena néér aan uwe voeten en ik omhels en kus ze in den geest, terwijl ik uwe barmhartigheid smeekend inroep. Spaar Heer, spaar mijne zonden; ach, mocht ik ze met zulk een stortvloed van tranen uitwisschen als die boetvaardige zondaresse deed! Lieve Jesus, vergoed mij dezer gemis met het heilig Bloed, dat Gij zoo overvloedig voor mij vergoten hebt Ik zal niet heengaan van uwe voeten, ik zal ze blijven omhelzen, als waren zij het anker mijner zaligheid, en ik zal U niet loslaten tot dat Gij mij zult zegenen en ik dit troostvol woord van U mag hooren: //Uwe zonden zijn u vergeven.'' (Matth. 9; 2.)

gebed vóór het gewetensonderzoek.

Kom, o H. Geest, drijf de duisternissen weg van mijnen geest, verlicht mijn verstand, opdat ik moge weten wat ik misdaan heb met gedachten, begeerten, woorden, werken en verzuimenissen tegen U, tegen mijnen naaste en tegen mij zelven; beweeg, ontvlam en versterk mij-

18

ocr page 346

314

nen wil, opdat ik een oprecht leedwezen daarover gevoelen en een ernstig en werkdadig voornemen voor de toekomst* moge vormen.

GEWETENSONDERZOEK.

Hoe dikwijls heb ik vrijwillig toegestemd in: hoovaardige

ijdele j

nuttelooze i

verstrooide I

onzuivere f

afgunstige y gedachten?

gramstorige wraakgierige kwaaddenkende godlasterende met liet geloof strijdige wanhopende

Hoe dikwijls heb ik tot ergernis of toï schade van

sc j n klt; i. r

ijdele

grootsprekende trotsche onzuivere kwaad wenschende godslasterlijke kwaadsprekende lasterlijke honende smadelijke bespottende bitse

leugenachtige beclriegelijke vleiende verleidende Hoe dikwijls ^he^ ik dikwijls:

Ledig geweest?

Mijne plichten verzuimd, en welkeV

woorden'

ezondigd met werken? Hoe

1

ocr page 347

Geld nutteloos uitgegeven?

Gebeden achter gelaten?

De preek verzuimd V

De geboden feestdagen niet behoorlijk gevierd? De vaste geschonden?

Hoovaardig geweest? (in kleeding, enz.?)

Gierig en hard tegen de armon ?

Onzuiver geweest? (met mij zeiven of anderen ?) Onmatig ? (in spijs, drank, enz. ?)

Traag? (in de godsdienst?)

Onrechtvaardigheid gepleegd? (gestolen? hoeveel?)

Bedrogen en schade veroorzaakt?

Gekwetst naar het lichaam?

Geschonden in de eer?

Ongehoorzaam geweest?

Anderen verleid?

Ergernis gegeven, hoe grootelij ks, en aan hoevelen?

Op deze of op eene andere wijze kan men zijn geweten onderzoeken. Het in onverschillig welke wijze men volgt, als men slechts daarbij die zorg aanwendt, waarmede men gewoonlijk gewichtige zaken behandelt.

GEBED VAN DEN H. AUGDSTINCS.

Ik heb gezondigd o God, grootelijks gezondigd, en ik ben mij vele zonden bewust; doch ik wanhoop niet; want waar de zonden overvloedig zijn, daar is ook uwe barmhartigheid overvloedig! Hij die wanhoopt aan de vergifienis zijner zonden, hij looehent dat Gij. o God, barmhartig zijt! Hij, die dus niet vertrouwt op uwe barmhartigheid, pleegt grootelijks onrecht tegen ü. — De menigte mijner zonden is niet in,staat mij schrik aan te jagen, indien ik, o Heere Jesus, denk aan uwen dood! De nagelen en de lans roepen mij toe, dat ik verzoend ben geworden met U! Immers Longinus heeft voor mij met de lans uwe zijde geopend, en ik treed er binnen en rust er veilig 1 Daar is waarlijk geen krachtiger opwekking tot vertrouwen en liefde jegens U, dan de dood, o Jesus, waarmede Gij mij verlost hebt! Gij buigt stervend uw hoofd neder om mij, ofschoon ik een ellendige zondaar ben,

ocr page 348

316

den kns der liefde te geven: Gij strekt uwe armen uil aan het kruis. Gij strekt ze uit naar mij, om mij te omhelzen. In uwe armen dan, o Jesus! wensch ik te leven en verlang ik te sterven. Amen.

AKTE VAN BEEODW.

O mijn God, mocht ik U uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel en uit al mijne krachten boven alles beminnen! Mocht ik de liefde der Serafijnen kunnen bezitten en geheel mijn leven lang bewaren! Ach, mijn God, Gij weet dat ik ü ten minste lief wil hebben! dat ik U steeds meer beminnen wil! dat ik eerder duizendmaal den dood wil sterven dan U ooit door deze zonde N.... te beleedigen. O wat smart het mij dat ik U, het hoogste en opperste goed, dat ik U, die verdient boven alles bemind te worden, heb vergramd! Ach, dat ik U nooit meer met de minste zonde zelfs beleedige! Ik neem mij van nu af vaste-lijk voor alles te vermijden wat zondig is. Gij toch, zijt alle liefde, eer en hulde waardig. Gij mijn God, wiens allerheiligsten wil ik voortaan in alles hoop tc volbrengen. Amea.

VOORNEMEN.

Vergeef mij, o God; vergeef mij, Gij die den dood des zondaars niet wilt. Ik besluit thans vastelijk, van dezen oogenblik af; U nimmermeer te zullen beleedigen. Ik neem mij voor, standvastiglijk alle vrijwillige zonden en alle gelegenheden van doodzonde te zullen vermijden; met de meeste zorg zal ik waken en op mijne ho^de zijn tegen die..., zonden en tegen die.... gelegenheden. Ik zal dan mijne zonden biechten, boetvaardigheid plegen, de gelegenheden vluchten en middelen aanwenden. Ik zal U, mijn God, voortaan getrouw dienen. Ik van mijne zijde vergeef uit liefde tot U aan allen, die iets tegen mij misdeden, en ik smeek allen om vergiftènis die ik ooit beleedigd, bedroefd, veracht, beoordeeld en verergerd heb, en ik isal jegens hen trachten te vergoeden wat ik tegen hen misdeed. En daar dit niet toereikend is ter uitwissching

ocr page 349

317

mijner schuld, zoo draag ik tot voldoening aan U op, de verdiensten van Jesus Christus, van de Allerheiligste Maagd en van alle Heiligen, en alle mijne werken en geheel mijn leven. Vergeef dan, o Goedertierenste Vader, en neem uwen verloren zoon in genade aan en geef dat ik uwe liefde nimmer meer verlieze! O allerbeminnelijkste Vader! zend mij liever den dood, dan dat ik ooit terugvalle in de zonde! Ik wil liever sterven, dan ooit weer zondigen! Help o Heer, mijne zwakheid.

WIJZE VAN BIECHTEN.

Zoodra gij den biechtstoel zijt binnengetreden, vraag duu deu zo-gen aan den Priester niet deze woorden: »Vader geel'mij uwen zegenquot;, en het kruisteeken makende begint gij do voor-biecht: »Ik bel ij de aan God almachtig, do 11. Maagd Maria, alle Heiligen eniianu, Vader, datikgrootel ij kfc gezondigd heb met gedachten, woorden en werken, door mijne schuld, door mijne sc^hald, door mijne allergrootste schuldquot;

Vervolgens noemt gij den tijd uwer laatste biecht, eu gij begint dan uwe zonden te belijden. Doe dit:

1. Nederig, zonder u te verontschuldigen, maar u aanklagende naar waarheid. 2. Kort, geen overtollige zaken verhalende.

Openhartig, niets verzwijgende of bemantelende. 4. Vertrouwelijk, zonder vreeze, sprekende tot den Priester, als tol uwen vriend en vader, als tot den plaatsbekleeder van den barm-hartigen en liefdevollen Jesus. 5. Bet a m e 1 ijk en d u i d e 1 ij k, zoodat de Priester u behoorlijk kunne verstaan. G. Volledig, soort en getal vermeldende, voor zoo verre gij zulks kunt. 7. Waart gij zoo gelukkig van na uw laatste biecht geen doodzonde of merkelijke dagelijksche zonde bedreven te hebben, verzuim dan niet eene merkelijke zonde van uw voorgaand leven in de biecht in te sluiten, noem die zonde of ten minste het gebod waartegen zij strijdt; dit is dienstig om een berouw te kunnen verwekken, en om de H. Absolutie te ontvangen; want de II. Absolutie mag en kan slechts gegeven worden over eene zonde die men gedaan heeft en waarover men een waar berouw heeft Zeg dus bijv. ik sluit in deze biecht in, de zonden van ongehoorzaamheid tegen mijne ouders uit mijn vroeger leven; of ik beschuldig mij van de zonden die ik vroeger gedaan heb tegen het vierde gebod, enz. Zeg daarna:

Deze en alle m ij n e andere zo n d en do e n m ij 1 e e d uit den grond m ij n s harten, o m dat i k God, m ij n opperste goed, d a a r mede verg r a in d heb, ik verfoei en verzaak ze en neem m ij vas tel ijk v o or, mij n leven te verbeteren, en verzoeke n e d e r i g o m e e n e h e i 1-zame boete en de H. Absolutie, indien ik zulks waardig be n.':

Terwijl de Priester u de H. Absolutie geeft, herinner u dan

IS*

'

V

ocr page 350

318

dut gij rein gewasschen wordt van uwe zonden door het kostbaar Bloed van Jetms Christus, wiens verdiensten u door hetH. Sacrament der Biecht in dit oogenblik worden toegevoegd, en vernieuw kortelijk uw berouw in dezer voege; »0 God, wees mij zondaar genadig; o wat smart het m ij, d a t i k ü m ij n hoogste goed ooit beleed igd heb ; i k n ee m mij vaste 1 ij k voor met uwe genade nooit meer t e z on d i g en.quot;

Neem de penitentie, die de Priester u oplegt, bereidvaardig aan, alsof de Verlosser zelf ze n oplegde, en luister zoo aandachtig naar de vermaning des Biechtvaders, alsof Jesus zelf tot u sprak. Volbreng zoodra mogelijk de penitentie en bid daarna deze of dergelijke gebeden:

2. GEBEDEN NA DE BIECHT.

O mijn God, ik fineek U, mijne biecht moge U aangenaam en welgevallig zijn, door de verdiensten der gelukzalige Maagd en Moeder Gods Maria en van alle Heiligen; en wat na of ooit ontbroken hebbe aan de genoegzaamheid van mijn berouw, aan de oprechtheid en volledigheid mijner belijdenis moge aangevuld worden door uwe oneindige goedheid en barmhartigheid, en volgens deze moge ik volkomen ontslagen zijn- van mijne zonden, door U in den hemel, die leeft en heerscht. God in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Onmetelijken dank breng ik ü, o Heer, wijl Gij de banden verbroken hebt, waarmede ik in de slavernij des duivels gekluisterd lag, en omdat Gij mijne ziel aan het eeuwig verderf hebt ontrukt en haar met uw onschatbaar bloed gereinigd en hersteld hebt in uwe genade en liefde.

Tot U, o allerminzaamste Jesus, keer ik weder en ik dank U. dat Gij TJ gewaardigd hebt mij te zuiveren van de afschuwlijke melaatsehheid mijner zonden. [Jw naam. o Jesus, zij geprezen in eeuwigheid! Gij zijt waarlijk Jesus. dat is Verlosser! Gij, die niemand, hoe misdadig ook, van U verstoot en alle oprecht boet-vaardigen in genade aanneemt, en hun eene plaats verleent onder het getal uwer kinderen.

Ik huldig en vereer U mijn Jesus; ik omhels uwe voeten, mijn Verlosser! en wijd mij van nu af geheel en al aan uwe dienst. Ondersteun, bid ik U, mijne zwakheid, opdat ik. nimmer de weldaad vergetende, die Gij mij bewezen hebt, door niets meer van a' wat mijn

ocr page 351

S19

hart bekoren en mijne zinnen streelen kan, van U worde afgetrokken en teruggeworpen in mijne vroegere zonden. Verbind mijn hart en mijne ziel door de banden uwer liefde zoo innig aan U, dat ik spreken moge met den Apostel; //Wie zal mij scheiden van de liefde van Christus.quot; (Rom. 8 : 35.)

O allerliefste Jesus, ik bemin U uit geheel mijn hart en uit geheel mijne ziel, omdat Gij oneindig goed zijt! Het doet mij leed dat ik U ooit beleedigd heb. en ik neem mij vastelijk voor nooit meer te zondigen.

Geef o Heer, dat ik TJ voortaan blijve beminnen, en dat Ik U diene met standvastigen wil, dat ik uwe genade voortaan beware cn liever sterve dan ze ooit weer door de zonde te verliezen.

Geef mij genade, o God, om mijn voornemen te volbrengen; mijn leven ernstig te verbeteren en in uwe liefde tot den dood toe te volharden I Door Christus onzen Heer. Amen.

O God, Gij die dengenen, welke U beminnen, alles ten voordeel doet verstrekken; stort in onze harten de kracht uwer liefde uit, opdat nimmer eenige bekoring hoe geweldig en langdurig ook, in staat zij de thans genomene besluiten weer aan het wankelen te brengen. Door Christus onzen Heer. Amen.

IX. DE ZEVEN BOET-PSALMEN.

A n t i p h. Gedenk, o Heer !

I. — Psalm 6.

Smeekgebed eener boetvaardige ziel en uitboezeming van haar vast vertrouwen op God.

Heer, straf mij niet in uwe verbolgenheid, bl. 205. Men eindigt met: Eere zij den Vader enz.

Gebed tegen de hoovaardigheid. Onze Heer Jesus Christus heeft zich zeiven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja tot den dood des krui-ses, en ik nietswaardige aardworm, ik ellendig stof en asch, ik de doemwaardigste der zondaren, die duizend-

ocr page 352

320

maal de hel verdiend heb, vreeze niet, mij in ijdelen waan te verheffen! Ach, Heer! wees mij genadig; ik erken en verafschuw thans mijne verfoeielijke verwatenheid. Werp mij toch niet met den trotschen Lucifer en zijnen aanhang neder in den afgrond der helle; keer U tot mij, en red mijne ziel; help mij en maak mij zalig om uwe barmhartigheid. Ik heb mijne keuze gedaan voor de toekomst: Ik wil liever gering en verachtelijk zijn in het huis mijns Gods, dan wonen in de tenten der zondaren I

II. — Psalm 31.

Beschrijviug der gelukzaligheid van hen wier z»mleii vergeven zijn, en vermaning tot onverwijlde bekeering.

Welgelukzalig zij, wier ongerechtigheden vergeven, en wier zonden bedekt zijn.

Welgelukzalig is de mensch, dien de Heer zijn zonden niet toerekent en in wiens geest geen bedrog is.

Omdat ik zweeg (en mijne zonden niet beleed), daarom zijn mijne beenderen verouderd, terwijl ik riep den gan-schen dag !

Want uwe hand was dag en nacht zwaar op mij: ik wentelde mij heen en weer in mijne kwelling, terwijl de doornen der smart mij doorwondden.

Mijne zonde maakte ik aan U bekend, en mijne ongerechtigheid heb ik niet verborgen.

Ik zeide; Ik zal mijne ongerechtigheid belijden tegen mij voor den Heer: en Gij hebt de boosheid mijner zonde vergeven.

Hierom zal ieder heilige U aanbidden op het gunstig tydstip ?

En waarlijk, al dreige de vloed van vele wateren, zij zullen tot hem niet genaken!

Gij zijt mijn toevlucht in de benauwdheid, die mij omgeeft; Gij, mijne blijdschap! ontruk mij aan de vijanden, die mij omringen.

Ik zal U, (zoo spreekt Gij, o Heer!) verstand geven en u onderrichten op den weg, dien gij wandelen zult; en Ik zai mijne oogen op u gevestigd houden.

ocr page 353

Weest dan niet gelijk aan een paard en aan eenec muilezel, die geen verstand hebben;

Wier muil gij breidelt met gebit en toom, die u ander? niet gehoorzamen.

Veelvuldig zijn de geeselslagen des zondaars; dengene echter, die op den Heer hoopt, zal barmhartigheid omringen.

Verblijdt u in den Heet, eu verheugt u, gij rechtvaardigen; en zingt vrolijk a) gij, oprechten van harte!

Eere zij den Vader, enz.

Gebed tegen de gierigheid. Wat wil ik in den hemel, en wat verlang ik op aarde zonder U, o God mijns harten en mijn erfdeel, o God, in eeuwigheid: Het oog wordt niet verzadigd van het zien, en het oor nie: voldaan van het hooren; dan eerst zal ik verzadigd worden, als uwe glorie zal verschijnen.' Wee mij; dat ik tot dus verre met zoo grootcn ijver den Mammon heb gediend I Wat zal het mij baten, indien ik de geheele wereld winne, maar schade lijde aan mijne zielV Alle de mannen des rykdoms hebben hunnen shiap geslapen, en zij vonden niets in hunne handen. Ik zal myno ongerechtigheid tegen mij belijden voor den Heer: en Gij zult, dit hoop ik, de boosheid mijner zonde vergeven. In het vervolg zal ik mij ontfermen over den arme, het onrechtvaardig verkregen goed wedergeven, enquot; mij met vurigheid wijden aan uwe dienst. En Gij, o Heer! help mij , die mijn verlangen met onvergankelijke goederen zult verzadigen I

III. — Psalm .37.

Beschrijving der ellende des zoudanrs, en nederig gebed om vergiffenis.

O Heer! straf mij niet in uwen toorn, en kastijd mij niet in uwe gramschap.

Want uwe pijlen hebben mij doorwond; en Gij legt uwe hand met geweld op mij.

Daar is geene gezondheid in mijn vleesch, voor het aangezicht uwer gramschap; daar is geen vrede in mijne beenderen voor het aangezicht mijner zonde.

Want mijne ongerechtigheden zijn gestegen boven mijn

ocr page 354

hoofd, en als eene zware last, zijn zij mij te zwaar geworden.

Mijne wonden zijn overgegaan tot verrotting en bederf van wege mijne dwaasheid.

Ik bun ellendig geworden, en uitermate neergebogen; den gansehen dag treed ik treurend voort.

Want mijne lenden zijn vervuld van kwellingen, en daar is geene gezondheid in mijn licliaom.

Ik ben verbrijzeld en uitermate vernederd en ik jammer luide van wege den angst mijns harten.

Heer! Gij kent al mijne begeerte, en mijn zuchten is voor U niet verborgen.

Mijn hart is ontroerd, mijne kracht heeft mij begeven en het licht mijner oogen, ook dit zelfs is van mij geweken!

Mijne vrienden en mijne naasten traden toe, en stonden op tegen mij.

En die met mij waren, stonden van verre; en die mijne ziel zochten, pleegden geweld.

Zij die kwaad tegen mij zochten, spraken ijdele dingen en overdachten den gansehen dag listen.

Ik daarentegen was als een doove, die niet hoort; en als een stomme die zijnen mond niet opendoet.

En ik ben geworden als een man, die niet hoort en in wiens mond geen tegenreden zijn.

Want op U o HeerI heb ik gehoopt: Gij zult mij verhoeren. Heer mijn God!

Tot U heb ik gesproken: Dat mijne vijanden zich niet over mij verblijden ; want zoo mijne voeten wankelen, dan zullen zij zich tegen mij groot maken.

Ik ben tot geeselslagen bereid, en mijre smart is steeds voor mijne oogen. Ik zal mijne ongerechtigheid bekend maken, en ik zal denken aan mijne zonden.

Doch mijne vijanden leven en zij zijn machtig geworden boven mij; en die my wederrechtelijk haatten zijn menigvuldig geworden.

Die kwaad voor goed vergelden lasteren mij, omdat ik het goede najaag.

Verlaat mij niet, o Heer mijn God, wijk niet van mij!

Haast U tot mijne hulp o Heer, God mijns heils! — Eere zij den Vader enz.

ocr page 355

328

Gebed tegen de gramschap. ,/Hoe kan de mensch die gramschap in zijn hart draagt tegen zijnen evenrnensch, zich vleien met de hoop, dat hij genade zal vinden bij God? Hij heeft geen medelijden meteen mensch aan hem gelijk en toch verstout hij zich vergiffenis af te smeeken voor zijne eigene zonden. Wie zal voor hem vergiffenis venverven?quot; Alzoo spreekt Gij o Heer, door den mond van uwen dienaar, den zoon van Sirach. En zal ik het dan nog wagen eenige gramschap of haat te voeden in mijn binnenste tegen iemand? Spaar, o Heer! spaar de boosheid en de verhardheid des gemoeds waarin ik tot dusverre voortleefde. Van ganscher harte vergeef ik nu alles wat ooit door iemand tegen mij werd misdaan; en ik smeek U nederig, straf mij niet in uwen toorn, en kastijd mij niet in uwe gramschap. Dat ik voortaan zijn moge als een doove, die niet hoort, en als een stomme, die zijnen mond niet opendoet; wanneer mijne vijanden tegen mij opstaan, en zij geweld tegen mij plegen, die mijne ziel zoeken. Verlaat mij niet, o lieer, mijn God! en wijk niet van mij, want Gij zijt mijne verwachting en mijne hoop!

IV. — Psalm 50.

Smeekgebed van den rouwmoedigen zondaar.

Ontferm ü mijner, o God, enz. blz. 231.

Eere zij den Vader, enz.

Gebed tegen de onkuischheid. Vader! ik heb gezondigd tegen den hemel en tegen U! en ik ben niet meer waardig uw zoon genoemd te worden! Wal zal ik rampzalige doen ? Want uw Geest blijft niet in den mensch, omdat hij vleesch is. Ach ontferm H mijner, ontferm U mijner, volgens uwe groote barmhartigheid! — Dat ik met zoo vele duizenden verdoemden, die door de afschuwelijke pest der onzuiverheid ter helle worden gesleept, niet ben verloren gegaan, dit dank ik uwer oneindige goedheid! Zal ik dan wederom zondigen? Zal ik dan wederom, o Jesus! uw onschatbaar, tot delging mijner schuld vergoten Bloed, onder den voet tredeu door toe te geven aan dierlijke

ocr page 356

linten ? Neen, o Heer! duizendmaal neen! — Ik smeek ü, o Zoon der allerreinste Maagd Maria! verlos mij van den geesi der onzuiverheid. Wasch mij. waseh mij meer en meer van mijne ongerechtigheid: en reinig mij van mijne zonde! Verwerp mij niet van uw aanschijn, en neem nwen heiligen Geest niet weg van mii'

V. — Psalm 101.

Smeekgebed om afwering van de straften der zoiideu en uitboe-■/eming van gevoetens der levendigste smart en der diepste nederigheid.

lieer! verhoor mijn gebed, en mijn geroep kome tot U.

Wend uw aangezicht niet af van mij; neig uw oor tot mij, ten dage mijner benauwdheid.

Ten dage als ik U aanroepe, verhoor mij liaastelijk.

Want mijne dagen vergaan als rook, en mijne beenderen verdroegen als verdord hout.

Ik ben verzengd als hooi en mijn hart is verdord; omdat ik vergeten heb mijn brood te eten.

Mijn gebeente kleeft aan mijn vleesch, van wege de stem mijns znchtens.

Ik ben gelijk geworden aan den pelikaan der wildernis : ik ben geworden als een nachtuil in zijne woning.

Ik ben slapeloos en gelijk aan eene eenzame musch op het dak.

Den ganschen dag smaden mij mijne vijanden, en die mij prezen vloeken mij.

Asch eet ik als brood; en ik vermeng mijnen drank met tranen;

Van wege uwen toom en uwe verstoordheid; want Gij hebt mij verheven en weder neergeworpen.

Mijne dagen verzwinden als eene schaduw en ik verdor als hooi.

Maar Gij, Heer, blijft in eeuwigheid; en uwe gedachtenis van geslacht tot geslacht.

Gij zult opstaan en ü ontfermen over Sioa: de tijd toch om genadig te zijn, de tijd toch is daar!

ocr page 357

325

Want uwe dienaren hebben welgevallen aan Sion's steenen, en zij hebben medelijden met hare puinhoopen.

En de heidenen zullen uwen naam vreezen, o Heer! en alle koningen der aarde uwe heerlijkheid.

Want de Heer zal Sion herbouwen en Hij zal verschijnen in zijne glorie.

Hij heeft het gebed der nederigen aangezien, en hunne smeeking niet versmaad.

Dit moge beschreven worden voor het navolgende geslacht; en het volk dat geschapen zal worden, zal den Heer loven.

Want Hij heeft uit de hoogte zijns heiligdoms neergezien : de Heer heeft uit den hemel op de aarde geschouwd ;

Om het zuchten der gevangenen te hooren, om los te maken de kinderen der gedooden!

Opdat zij verkondigen den no,am des Heeren in Sion: en zijnen lof in Jerusalem.

Wanneer de volken te zamen zullen vergaderd worden ; en de koningen, om den Heer te dienen.

De arme sprak tot Hem op den weg zijner kracht: o Heer! leer mij kennen den korten duur mijner dagen.

Neem mij niet weg in het midden mijner dagen. Gij! wiens jaren zijn van geslacht tot geslacht.

In den beginne hebt Gij, o Heer! de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn het werk uwer handen.

Zij zullen vergaan, maar Gij blijft: en zij allen zullen als een kleed verouden.

En Gij zult ze veranderen als een gewaad en zij zullen veranderd worden. Maar Gij zijt immer dezelfde en uwe jaren nemen geen einde.

De kinderen uwer dienaren zullen wonen met U; en hunne nakomelingschap zal door U bestuurd worden in eeuwigheid!

Eere zij den Vader enz.

Gebed tegen de onmatigheid. Wee mij, rampzalige ! want ik heb U, o mijn Heer en mijn God, de bron des levenden waters verlaten en mij putten van aardsche genoegens gegraven, putten die geen water kunnen houden. — Waarlijk, ik heb vergeten mijn brood

19

ocr page 358

32«

tc eten, het brood des levens, dat alle verkwikking en de zoetheid van allen smaak in zich bevat; en ik heb mij trachten te verzadigen met het draf der onreine dieren! — De overblijf-elen der spijzen waren eertijds nog in den mond der kinderen Israels, toen uwe gramschap over hen losbarstte; en mij, mij hebt Gij zoo dikwerf gespaard, die door het onmatig gebruik van spijs en drank, niet zelden uw beeld en uwe gelijkenis, o God! aan de redelooze schepselen gelijk heb gemaakt. Ach, mocht ik in het vervolg, in asch en boete mijn brood eten, en ik mijnen drank vermengen met mijne tranen; en mocht het voortaan mijne spijze zijn, den allcrheiligsten wil te volbrengen van U, die ons eenmaal met den stroom uwer eeuwige wellusten zult drenken1

VI. — Psalm 129.

Nederig smeekgebed om bevrijding van schuld en straf.

Uit de diepte heb ik geroepen tot U, o Heer! blz. 23^.

Eere zij den Vader enz.

Gebed tegen den nijd. Zoo zeer, o God! hebt Gij de wereld liefgehad, dat Gij uwen eeniggeboren Zoon hebt gegeven, opdat al wie in U gelooft, niet verloren zonde gaan, maar het eeuwige leven bezitten! Gij laat uwe zon opgaan over goeden en kwaden, en zendt uwen regen neer over rechtvaardigen en onrecht-vaardigen; en ik %vord door afgunst gekweld, wanneer anderen wel slagen; ik verlang dat alles naar mijnen wensch ga, en de minste voorspoed mijner broeders veroorzaakt mij smart. O verfoeielijke boosaardigheid hclsch venijn des nijds! — Vergeef mg, genadige Vader! alles wat ik tot dusverre door dezen hartstocht misdeed! Gij zijt goedertieren en welwillend; geef, dat ook ik van dezen oogenblik af, als een uitverkorene Gods. goedertieren en welwillend gezind moge zij;a, en dat ik mij boven alles de liefde, welke de band is der volmaaktheid, trachte eigen te maken!

VII. — Psalm 142.

Gebed vau den zondaar, die wenscht terug t(* keeren van den weg der boosheid.

ocr page 359

327

O Heer! verhoor mijn gebed, neig nwe ooren tot mijne ameeking naar uwe nxarheid; verhoor mij naar uwe gerechtigheid.

Treed niet in het gericht met uwen dienaar; want niemand, die leeft zal voor uw aangezicht gerechtvaardigd zijn.

De vijand vervolgt mijne ziel, hij vertreedt mijn leven ter aarde. Hij legt mij in duisternissen als degenen, die voor eeuwen gestorven zijn.

Daarom is mijne ziel beangstigd over mijn lot; en mijn hart ontsteld in mij.

Ik gedenk aan de dagen van ouds; ik overleg al uwe daden; ik verdiep mij in de werken uwer handen.

Ik breid mijne handen uit tat U: mijne ziel is voor U als een dorstig land.

Verhoor mij haastelijk, o Heer! want mijn geest be-zwij kt.

Wend uw aangezicht niet af van mij, want ik zal gelijk worden aan degenen die nederdalen in de diepte.

Doe mij uwe goedertierenheid hooren in den morgenstond : want ik betrouw op U!

Maak mij den weg bekend dien ik bewandelen moet; want ik hef mijne ziel op tot IJ.

Eed mij, Heer 1 van mijne vijanden; tot U vlucht ik: leer mij uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God.

Uw goede Geest geleide mij in een effen veld, o Heer! Gij zult mij levend maken om uws naams wil, volgens uwe gerechtigheid.

Gij zult mijne ziel uit de benauwdheid voeren; en mijne vijanden verdelgen om uwe goedertierenheid.

En allen zult Gij te gronde richten, die mijne ziel beangstigen, want ik ben uw dienaar. — Eere zij den Vader, enz.

Ant. Gedenk, o Heer! noch onze misdaden, noch die onzer ouders; en neem gcene wraak over onze zonden.

Gebed tegen de traagheid. Wanneer, o God! zal ik toeh eindelijk beginnen, U uit geheel mijn hart en uit alle mijne krachten te beminnen en te loven, U, die mij met eeuwige liefde hebt lief gehad, en mij voor immer aan U hebt verbonden? Helaas! mijne ziel is

ocr page 360

828

ingesluimerd van wege hare loomheid! Wee mij! die tot dusverre zoo lauw ben geweest in uwe heilige dienst! Met recht moet ik vrepzen, dat Gij begonnen zijt mij uit uwen mond te werpen. Doch spaar mij, o Heer! treed niet in het gericht met uwen dienaar; want geen levende zal gerechtvaardigd worden voor uw aangezicht. Ik strek mijne handen uit tot IJ; mijne ziel is voor U als een dorstig land. Verhoor mij haastelijk, o Heer! want mijn geest begint te bezwijken! Uw goede Geest voere mij terug op den weg die ten hemel leidt. Ach, Heer! om uws naams wille maak mij wederom levend!

X. COMMUNIE-GEBEDEN.

1. EENIGE OEFENINGEN,

die men gevoegelijk kan verrichten op den dag vóór de H. Communie en op den dag der H. Communie, ten einde met des te meer vrucht te naderen tot dit Hoog-Heilig Sacrament.

DAAGS VOOR DE H. COMMUNIE.

1. Wek du en dan, gedurende den loop van den dag, een vurig verlangen in u op naar de H. Communie, en tracht 'a avonds mot deze gedachten in te slapen: Wie is Hij die tot mij komen zal? Wie ben ik die tot Hem zal gaanquot;.' Waarom zal Hij tot mij komen? Hij zal komen tot mijn heil; als de minzaamste vader, als mijn goede herder, mijn raadgever, mijn leermeester, mijn geneesheer, mijn voorsprdker, mijn vriend, mijn vertrooster, mijn verlosser! enz. Waarom zal ik tot Hem gaan? Opdat ik door Hem in genade aangenomen, onderricht, genezen, geholpen, behouden en verheerlijkt worde.

2. Le^s, indien gij slechts eenigszina daartoe den tijd hebt, iets over de H. Communie, b. v. een hoofdstuk uit het IVe boek van de niet genoegzaam aan te prijzen »Navolging van Christus.quot;

2. Doe een lichamelijk of geestelijk werk van barmhartigheid, b. v. door eene aalmoes te geven, of door te bidden voor de bekeering der ongeloovigen, dwalenden en-zondaren, of toot de overledenen.

4. Oefen, indien gij daartoe de gelegenheid hebt, eenige versterving, u onthoudende van wat overigens geoorloofd is, of bij

ocr page 361

326

voorkeur uit onverschillige zaken nu en dan iets kiezende wat a minder aangenaam toeschijnt;

f». Bid vuriger dan gewoonlijk uwe avondgebedeu.

6. Gedraag u met zedigheid in alles; doch vermijd vreesachtige bekrompenheid: wees eenvoudig als een kind, en verstandig, zoo als het den redelijken mensch betaamt.

OP DEN DAG DER H. COMMUNIE.

1. Sta vroeg op, uwe eerste geduchte zij heengericht naar Hem, dien uwe ziel bemint en dien gij heden wilt ontvangen. Denk bij u zelve: De Heer roept m\j, de Heer wacht mij.

2. Bid vuriger dan gewoonlijk uwe morgengebeden.

3. Overweeg een kwartier of een half uur het groot Geheim waartoe gij naderen zult, en denk er over na, wie Hij is die tot u komen zal, tot wien en waarom Hij komt. Beschouw Hem als uwen koning: Zie mijn koning kumt! als uwen vader ! als uwen geneesheer; en beschouw u zelven als een arme, een zieke, een ongelukkige, enz.

4. Kunt gij niet overwegen, lees dan gedurende een kwartier uurs iets uit een godvruchtig boek, over het Allerheiligste Sacrament des Altaars; lees langzaam en aandachtig, zonder u te haasten om veel te lezen, maar er u op toeleggende om goed en met vrucht te lezen. Uitmuntend ei aanbevelenswaardig is hier wederom de »N a v o 1 g i n g van C h r 1 s t u

5. Verlevendig in u een groot verlangen naar de goddelijke spijze, dikwerf verzuchtende: Kom Heer en wil niet toeven! of: Duizend malen heeft mijn hart naar U verlangd, o mijn Jesus, wanneer zult Gij komen! Wanneer zult Gij mij verblijden met uwe komst! Wanneer zult Gij mij verzadigen met uwe tegenwoordigheid?

6. Indien de tijd u ontbreken mocht, dan kunt gij al het genoemde verrichten onder bet eerste gedeelte der H. Mis, waarna gij voornemens zijt te communiceeren. Tracht u dan tot de otter-ande toe bezig te houden met de overweging. Draag u bij de offerande op aan God, terwijl gij u vereenigt met den Priester. Houd u vervolgens bezig met oefeningen van geloof, van nederigheid, vertrouwen, verlangen, enz. Is de Consecratie geschied, aanbid dan met het levendigst geloof, met de hoogste godsvrucht den Verlosser, die tegenwoordig gekomen is op het altaar. Leg Hem uwe ziel bloot, vraag Hem wat u ontbreekt, geloof, hoop, vertrouw, bemin, heb leedwezen over uwe zonden. En tracht u door eigen overdenking of met behulp der gebeden, die hier volgen, onmiddellijk voor te bereiden tot de H. Communie.

2. GEBEDEN VOOR DE H. COMMUNIE.

GEBED VAN DEN H. AMBROSIUS.

Bij de gedachte dat ik, zondig mensch, tot de tafel van uw allerzoetst gastmaal zai naderen, o goedertieren

ocr page 362

330

Jesus, niet krachtens eigene verdiensten, maar slechts vertrouwend op uwe barmhartigheid en goedheid, word ik met vreeze en siddering bevangen. Want mijn hart en mijn lichaam zijn met veelvuldige misdaden bezoedeld, en mijne ziel en mijne tong heb ik niet onbesmet bewaard. Ik ellendige, begeef mij dan, o aanbiddenswaardige Godheid, o ontzaglijke Majesteit, in de vreeze die mij benauwt, tot U, de bron der barmhartigheid; tot U snel ik om genezing te erlangen, onder uwe bescherming vlucht ik; en dien ik als mijnen Rechter ducht, dien verlang ik als mijnen Verlosser te bezitten! Aan ü, o Heer, toon ik mijne wonden; voor U leg ik geheel mijne verachtelijkheid bloot. Ik ken de veelheid en de grootte mijner zonden en zij jagen mij schrik aan. Maar ik hoop op uwe ontfermingen, wier getal onuitsprekelijk is. Zie dan neer op mij met de oogen uwer barmhartigheid, o Heere Jesus Christus, eeuwige Koning, God-mensch, Gekruiste voor den mensch! Verhoor mij, die hoop op U, en heb medelijden met mij, die vervuld ben van alle ellende en zonde; Gij, die de bron uwer ontfer-mingen altijd doet vloeien, neig een gunstig oor tot mijne smeekingen ! Wees gegroet, o Slachtoffer des heils, voor mij en geheel het menschelijk geslacht op het Altaar des kruises geofferd! Wees gegroet, o edel en kostbaar Bloed, dat stroomt uit de wonden van mijnen gekruis-ten Heer Jesus Christus, en afwascht de zonden der gansche wereld! Gedenk o Heer, uw schepsel, dat Gij hebt vrijgekocht met uw onschatbaar Bloed! O het smart mij gezondigd te hebben, ik verlang vurig alles te herstellen wat ik misdeed! Neem dan weg van mij, aller_'oedertierenste Vader alle mijne ongerechtigheden en zonden, opdat ik, gereinigd naar ziel en lichaam, waardiglijk moge nuttigen het Heilige der heiligen, en geef dat het genot van uw Lichaam en Bloed, hetwelk ik onwaardige voornemens ben te ontvanger, mij moge verstrekken tot vergiffenis mijner zonden, tot volmaakte zuivering van alle smet, tot verdrijving van alle schandelijke gedachten, tot verwekking van goede gevoelens, tot krachtdadige hulp ter oefening van U weleevalliee

ocr page 363

331

werken, tot onverwinnelijke verdediging van ziel en lichaam tegen al de aanslagen mijner vijanden. Amen.

GEBED VAN DEN H. BERNARDCS TOT DE H. MAAGD.

ÜOor u mogen wij geleid worden tot uwen Zoon, door u o Gezegende! die genade gevonden hebt bij God, die het leven hebt gebaard, en de moeder onzes Heils geworden zijt, opdat Hij ons aanneme door u, die door n aan ons gegeven is. — Uwe ongeschondenheid wissche uit bij Hem de vlek onzer bedorvenheid, en uwe nederigheid, zoo welgevallig aan God, verkrijge vergiffenis voor onze ijdelheid en hoovaardij. Uwe overvloedige liefde bedekke het groot getal onzer zonden, en uwe roemrijke vruchtbaarheid verschafi?e ons vruchtbaarheid aan verdiensten. O onze Meesteresse, onze Voorspreekster, beveel ons aan uwen Zoon, verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon. Verwerf, o Gezegende! door de genade die gij gevonden, door de waardigheid die gij verdiend en door du barmhartigheid die gij gebaard hebt, dat Hij, die zich gewaardigd heeft door uwe bemiddeling deelachtig te worden aan onze krankheid en ellende, ons ook door uwe tussehenkomst deelachtig make aan zijne zaligheid en zijne glorie. Jesus Christus, uw Zoon, onze Heer, boven alles verheven en gezegend. God in de eeuwen der eeuwen. Amen.

AKTE VAN GELOOF.

O mijn goddelijke Zaligmaker, ik geloof vastelijk, dat Gij het zelf zijt, dien ik zal ontvangen in het H. Sacrament des Altaars, met uw Lichaam, uwe Ziel en uwe Godheid; Gij zelf, die in een stal te Bethlehem geboren werdt, die voor mij hebt willen sterven aan het kruis, en die glorievol tronende in den hemel U gewaardigt door een wonder uwer almacht en liefde, onder de nederige gedaante van dit H. Sacrament waarlijk, werkelijk en wezenlijk tegenwoordig te zijn.

ocr page 364

832

Dit geloof ik, o mijn God! en uw woord verzekert mij meer van uwe tegenwoordigheid in dit Hoog-heilig Geheim, dan wanneer ik U met eigen oogen ontwaarde. Ja, ik geloof dat ik, onder den schijn van brood, zal ontvangen mijnen Zaligmaker, den waren Zoon Gods, den Meester en Heer van het heelal, den Rechter van levenden en dooden. Ik geloof het, o mgn God, en al moest ik duizendmaal den dood ondergaan tot verdediging dezer waarheid, ik zou liever willen sterven dan in dit punt mijne godsdienst en mijn geloof te verzaken.

AKTE VAN OOTMOEDIGHEID.

Wie ben ik. o God van glorie en majesteit, wie ben ik, dat Gij U gewaardigt tot mij te komen! Hoe! ik zondaar, ik ellendige aardworm, ik verachtelijker dan het niet, mag ik tot een zoo heiligen God naderen, het Brood der Engelen eten, mij spijzen met een goddelijk Vleesch! — — Ach! Heer, dit verdien ik niet; neen, nooit kan ik zulk eene eer waardig zijn. Ga van mij o Heer, want ik ben een zondig mensch I — Koning van hemel en aarde, voor wien gansch het heelal is alsof het niet ware, hoe waag ik het tot U te naderen, plaats te nemen aan uwe tafel, mij zoo inniglijk met U te vereenigen? Is het niet reeds veel voor my, het geluk te hebben, U in uwen heiligen tempel te mogen aanbidden, en ü mijne wenschen te mogen aanbieden ? Dit toch is al wat Gij aan de Engelen vergunt, en ik, stof en asch, ik vere-chtelijk en zondig schepsel, zal den God aller majesteit, den on-sterfelijken Koning der eeuwen, den oppersten Rechter van levenden en dooden, mogen ontvangen? Ach! hoe zou ik tot U durven naderen, indien Gij zelf het mij niet geboden hadt, en indien uw goddelijke Geest door de stem der H. Kerk, mij niet uitnoodigde, dikwerf tot het aanbiddelijk Sacrament van uw dierbaar quot;Vleesch en Bloed mijne toevlucht te nemen?

AKTE VAN BEROOW.

Hoe zou het mij mogelijk zijn, o God, bij het aan-

ocr page 365

333

zien der groote eer, die Gij mij bewijst, en der teedere liefde, die Gij mij betoont m het H. Altaar-Sacrament, geene oprechte droefheid r,e gevoelen over de zonden, waarmede ik U, dien God van goedheid en liefde, gedurende mijn leven zoo dikwijls vergramd heb.... Ach! het smart mij, het doet mij leed uit den grond mijns harten, dat ik U, mijn God en mijn Vader beleedigd heb! ik verzaak en verfoei de zonden die ik ooit bedreef met al den afkeer waarvoor mijn gemoed vatbaar is, en ik bid U ootmoediglijk om genadige vergiffenis. Vergeef mij de zonden, o mijn Vader, o allergoedertie-renste Vader, Gij die uwe liefde jegens mij ellendige en onwaardige zoo verre drijft, dat Gij mij heden uitnoo-digt om tot U te komen; ik smeek U, vergeef ze mij!

Ik ben reeds, gelijk ik noop, door het Sacrament van boetvaardigheid van mijne zonden gezuiverd; maar zuiver mij meer en meer, o mijn God; schep in mij een nieuw hart en vernieuw in mij dien geest van rechtvaardigheid, onschuld en heiligheid, die aan uwe goddelijke Majesteit zoo aangenaam is.

AKTE VAN HOOP.

Gij komt tot mij, o goddelijke Zaligmaker! Wat moet ik niet verwachten van Hem, die zich geheel aan mij geeft.

Ik verschijn dan voor U, o God! met al het vertrouwen, dat uwe oneindige almacht en goedheid mij inboezemen. Gij kent alle mijne noodwendigheden; Gij kunt en wilt er in voorzien; Gij noopt mij tot U te komen; Gij belooft mij te helpen. Welaan mijn God, zie hier mij; ik kom op uw woord. Ik verschijn voor U met al mijne krankheid, met mijne verblindheid en geheel mijne ellende: ik hoop dat Gij mij zult versterken, dat Gy mij geheel zult vernieuwen. Ik hoop het, zonder vrees van in 'die hoop bedrogen te worden! Want zijt Gij niet mijn God? Zijt Gij niet de Almachtige ? Zijt Gij niet een God vol liefde en goedheid ? Zijt Gij niet de meester van mijn hart? En wanneer zal mijn hart meer in uwe macht zijn, dan wanneer Gij in mij zult wezen ?

19*

ocr page 366

334

AKTE VAN TERLANGEN.

Is het dan mogelijk, o Go4 van goedheid, dat Gij tot mij komt, en dit met eene oneindige begeerte, om mij met U te vereenigen? Ach kom, welbeminde mijns harten, kom Lam Gods, aanbiddelijk Vleesch, dierbaar Bloed mijns Zaligmakers, kom en verstrek mijner ziel tot geestelijke spijze. Dat ik U bezitte, o God mijns harten, mijne vreugde, mijn wellust, mijne hoop en mijne liefde, mijn God, mijn Schepper en mijn al!

Wie zal mij vleugelen geven om tot U te vliegen ! Gij alleen zijt in staat om onze begeerte te voldoen : verre van U versmacht mijne ziel; gelijk de dorstende haakt naar verkwikkende waterbronnen, alzoo verlang ik naar U, o mijn God, mijn eenig goed, mijn troost en mijne hoop, mijn schat, mijn geluk en mijn leven, mijn God en mijn al!

Kom dan, minnelijke Zaligmaker, kom tot mij, niettegenstaande mijne onwaardigheid en mijne ellende. Sla geen acht op mijne verledene zonden, denk alleen aan uwe liefde. Mijn hart is bereid, goddelijke Jesus, en indien het niet bereid ware, door een enkelen oogopslag kunt Gij het bereiden, bewegen en ontsteken. • Kom, Heer Jesus, kom, vervul mij met uwe liefde! Amen.

3. GEBKDEN NA DE H. COMMUNIE.

Van de'heilige tafel komende, hond u in diepe :ngetogenheid, aanzie u als een levend tabernakel, waarin het Heilige der Heiligen rust. Be/ig dit onschatbaar oogenblik, om aan God uwen eerbied te bewijzen en Hem uwe noodwendigheden bloot te leggen.

AKTE VAN AANBIDDING.

list is dan waar, dat ik in dit oogenblik in mijn hart bezit Hem, dien het heelal niet bevatten kan. Aanbiddelijke Majesteit van mijn God! voor wien al wat groot is in den hemel en op aarde, zich onwaardig acht te verschijnen; wat anders kan ik in dit oogenblik doen, dan mij met eene diepe nederigheid verootmoedigen, bij hei beschouwen van he.4: wonier-

ocr page 367

baar geheim van almacht en liefde, dat in mij voltrokken is. Ik aanbid U. o God van Majesteit, met al den eerbied, waartoe ik in «laat ben; en, om mijn onvermogen te vergoeden, draag ik U de aanbidding op, die Gij onophoudelijk ontvang-, van de rechtvaardige zielen op aarde, en van de Engelen en Heiligen in den hemel. Aan ü alleen, o groote God, onsterflijke Koning der eeuwen, aan U alleen komt toe alle eer en glorie: eer, heil en zegen aan Hem, die komt in deu naam des Heeren. Gezegend zij de eeuwige Zoon vau den Allerhoogste, die heden tot mij kwam om zich met mij zoo innig te vereenigen en bezit te nemen van een hart, dat zijner geheel onwaardig is.

AKTE VAN LIEFDE.

Ik heb dan eindelijk het geluk U te bezitten, o God van liefde. Welk eere goedheid! O konde ik daaraan beantwoorden! Ware ik geheel hart om U te beminnen, om U te beminnen, zooveel als Gij beminnelijk zijt, en om U alleen te beminnen. Mijn' welbeminde behoort mij, ik bezit Jesns, den beminnelijken Jesus! Moeder van mijn God, Gelukzalige Engelen, Heiligen des hemels en der aarde, leent mij uwe harten, geeft mij uwe liefde, om Jesus, mijn beminlijken Jesu ; te beminnen.

Ja, ik bemin U. o God mijns harten! Ik bemin U uit geheel mijne ziei; ik bemin ü uit alle mijne krachten, en met een vast voornemen van nimmer iets. te'' beminnen buiten U. Bevestig Gij zelf mijn voornemen, o mijn God, en laat niet toe, dat ik U ooit een hare ontneme, dat in dit oogenblik geheel het uwe is.

AKTE VAN DANKZEGGING.

Welke dankzegging, o mijn God, zal uwe weldaden kunnen evenaren. Niet tevreden met mij tot den dood toe bemind te hebben, o God van goedheid, gewaardigc Gij ü n g mij met uw bezoek te vereeren, mij te voeden met uw heilig Lichaam, dat voor mijne zaligheid aan het kruis werd geklonken, met uw goddelijk bloed, dat op Golgotha vergoten werd. O mijne ziel, verheerlijk den

ocr page 368

336

Heer uwen God, erken zijne goedheid, verhef zijne heerlijkheid, verkondig zonder ophouden zijne barmhartigheid. O mgn lieve Zaligmaker, ik dank U met een hart vol liefde en erkentelijkheid, voor de onuitsprekelijke genade, die Gij U gewaardigt mij te bewijzen. Ik ben ongetrouw geweest, maar ondankbaar wil ik niet zijn. In eeuwigheid wil ik gedenken, dat Gij U heden aan mij gegeven hebt, en gedurende het overige mgns levens zal ik toonen, hoezeer ik besef, dat ik verplicht ben mij geheel aan U te geven.

AKTE VAN VERZOEK.

Gedoog nu, o goddelijke Jesus, dat ik ü mijne noodwendigheden blootlegge en tot U mijne gebeden richte. Ach, aanzie mijne krankheden en mijne ellenden. Liefdadige Samaritaan, genees de wonden mijner ziel; goede Herder, laat niet toe dat uw schaap zich nog van den schaapstal verwijdere; Jesus, mijn Zaligmaker, wees mijn Jesus!

Ach! ik vraag U hier op aarde noch eer, noch rijkdom, noch genoegens; ik vraag U, o mijn God, uwe vrees en uwe liefde. Maak, o Heer, dat mijne oogen, welke de H. Hostie zoo van nabij gezien hebben, zich nooit op onbetamelijke of gevaarlijke voorwerpen vestigen; dat mijne 'ong, welke U heeft aangeraakt, niets dan zuivere en slichtende woorden spreke; dat mijn hart hetwelk Gij zoo aanstonds in bezit genomen hebt, niets dan eerbare en zedelijke begeerten koestere. Zuiver mijn lichaam dror uw allerheiligst Vleesch, vervul mijne ziel met uwen goadelijken Geest; geef mij de zegepraal over mijne hartstochten; leef in mij, opdat ik leve in U, door ü en voor U in eeuwigheid.

O minnelijke Zaligmaker, verleen dezelfde genaden aan hen, voor wie ik verplicht ben te bidden. 2'oudt Gij mij iets kunnen weigeren, na de genade, die Gij mij heden doet, van U zeiven aan mij te geven?

AKTE VAN OPDRACHT.

Gij vervult mij met uwe gaven, o God van barmhartigheid, en U aan mij gevende, wilt Gij dat ik slechts leve voor U. Dit is ook mijn grootste begeerte, o mijn

T

ocr page 369

337

God! ik wil U geheel toebehooren ; ik wil dat alle mijnt gedachten, mijne voornemens én al mijn doen overeenkomen met de volmaakte onderwerping, welke ik aar U verschuldigd ben. Ik draag U onherroepelijk op al wat ik heb; gezondheid, kracht, verstand, begaafdheder en goeden naam. O Koning van mijn hart, onderwerp aan U al de vermogens mijner ziel; heersch volkomen over mijnen wil; ik zal niet gedoogen, dat er iets in mij zij, dat U niet onherroepelijk en geheel toebehoort.

AKTE VAN GOED VOORNEMEN.

O teederste en edelmoedigste aller vrienden! Wie zou mij voortaan van ü kunnen scheiden, nadat Gij mij zulk een treffend bewijs van uwe liefde gegeven hebt. Ach! ik verzaak uit geheel mijn hart, al wat mij ooit van U verwijderd heeft, en ik neem het vaste voornemen, met de hulp uwer genade, niet meer te hervallen in de zonden, die zoo menigwerf uw hart bedroefd hebben. Van nu af aan, o mijn God, geene gedachten meer, geene begeerten, geene woorden noch werken, strijdig met de zuiverheid of met de liefde; geene ongeduldigheden, geene vloeken, - leugens, twist, noch achterklap; geen menschelijk opzicht meer, geen gevaarlijke omgang, geene verzuimenissen mijner christelijke oefeningen, geene schuldige vergetelheid mijner plichten; liever sterven, o mijl God, liever op dit oogenblik den geest geven, dan üj ooit mishagen. I

Gij zijt in het binnenste van mijn hart, o goddelijki; Jesus; in uwe tegenwoordigheid, maak ik deze voornemens, opdat Gij ze zoudt bevestigen, en uw aanbiddelijk Sacrament, hetwelk ik zoo even ontvangen heb, er als het zegel van zij, dat ik nooit zal mogen verbreken ' Bevestig dan o God van goedheid, het verlangen wat ik heb, van U alleen toe te behooren, en niet meer te leven dan om U te verheerlijken en XJ te dienen. Amen.

GEEED TOT DE ALLERHEILIGSTE MAAGD.

Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht o heilige Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet iu

ocr page 370

338

onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o roemrijke en gezegende Maagd, onze Oppervorstin, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan nwen Zoon.

GEBED WAARVAN DE H. 1 DAT HIJ ANDE

Anima Christi sanctifica me.

Corpus Christi salva me.

Sanguis Christi inebria me.

Aqua lateris Christi lava rae.

1'assio Christi conforta me.

O bone Jesu exaudi me.

Intra tua vulnera absconde

1 me:

iNe permittas me separari a

UTo:

IAb hoste matigno defende me:Ab hoste matigno defende me:

In hora mortis meae voca me:

Et jube me venire ad Te;

Ut cum Sanctis tuis laudem Te

n saecula saeculorum.

Vmen.

iNATIDS ZICH BEDIENDE EN

!EN AANBEVAL.

Ziel van Christus heilig mij;

Lichaam van Christus maak mij zalig;

Bloed van Christus maak mij verheugd;

Water der zijde van Christus wasch m ij;

Lijden van Christus versterk

mij;

O goede Jesus! verhoor m\i;

In uwe wonden verberg mij;

Laat mij niet van U gescheiden worden.

Verdedig mij tegen den boezen vijand.

Roep mij in de ure des doods.

En beveel mij tot U te komen.

Om U met uwe Heiligen te loven,

In alle eeuwen der eeuwen.

Amen.


ocr page 371

L O F Z A. isr G

VOOR HET

H. SACRAMENT, i)

Kliuk nu, kliulv nu heilia: lied

Jesus wieu ons harte ziet ' oor (\n schijn van korenaren. Doet ons voor zijn troon vergaren: •'esns leof!

Jesus leel'!

Jesus eeuwige oer en roem

W Tr '.quot;W val1 tarwebloem!

Jesus. Vaders liefste Zoon er, als op den Hemeltroon.

i1*

Op nu, op nu Christensehaar'

Jesus wenkt ons van 't altaar-Als we biddend nederknielen, ' Stroomt zijn zegen in de zielen.

Jesus leef!

. Jesus leef!

Jesus, die ons balsem brengt-Jesus, die ons krachten scheukt-Jesus, die den liefdegloed ' ü 'larten vlammeu doet.

IT,e,k™

ocr page 372

O, wie Hem niet minnen zonp Wie blijft Jesus niet getrouwP Wie zou niet met zielsverblijden Zich gclieel aan Jcsus wijden? Jesus leef!

Jesus leef!

Jesus in liet Sacrament Is de blanke wondertent,

Jesus! die ons met zijn Bloed, Mot zijn eigen lichaam voedt.

Ciod wat is uw liefde groot!

Jesus kiest voor ons den dood • Jesus keert terug in 't leven Om zich weer aan ous te geven. Jesus leef!

Jcsus leef!

Jesus onze dierste schat,

Levend Brood van 't outervat, Jcsus ik verlang naar TJ!

Jesus, Jesus hoor mij uu.

Ruk mijn hart van 't aardsehe kaf Buk mij van mij zeiven af;

IVil mij zóó aan U verbinden. Dat ik Jesus slechts kan vinden. Jesus loef!

Jesus leef!

Eenmaal zult gij zonder schijn, Jesus, mij gegeven zijn.

annccr komt de blijde daquot;*,

Dat ik U mijn Jesus mag?0'

P. Koets S, J.

ocr page 373

339

GEBED MET VOLLEN AFLAAT.

En ego. o bone et dulcissirae Jesu,

ante conspectum tuum genibus me provolvo, ac maxi-mo animi ardore quot;e oroatqueobtesr or ut menm in oor vividos fidei, spei et charitatis sensus atque veram pecca-torum meorem poeniten-iam, eaque emendandi fir-nissimam vohiDtatem velis imprimere, dum magno animi effeetu et dolore tua qninque vulnera mecum ipse considero ac mente con-templor, illnd prae oculis habens, quod jam in ore ponebat sno David propheta de Te, o bone Jesa; Fode-runt manns mens et pedes meos; dimimeravertint omnia cusamea. (Ps. 2! ; !7, 18)

Pins VII, (lü April 1821) heeft aaü allen, die dit ^ebed god-ruchtig en met een rouwmoedig hart bidden, geknield voor eeu f beeldsel, hoedanig ook, van den gekruisigden Zaligmaker, telkens .der de gewone voorwaarden, — dat is na gebiecht en gecomimi-ceerd en eenige gebeden gestort te hebben volgens de intentie der H. Kerk,—ee.i vollen aflaat verleend; dien LeoXII(d. 17 April 1825) ook toepasselijk heeft gemaakt op de geloovige zielen-en die laatstelijk door Pins IX fd. 31 Juli 1808) is bekrachtigd geworden.

Zie mij hier o goede en zoetste Jesas, voor uwj aanschijn op mijne knieën neergebogen; met de grootste vurigheid bid en smeek ik U, dat Gij U gewaardigt levendige gevoelens van geloof, hoop, en liefde met een waar berouw over mijne zonden, en een vasten wil om die te verbeteren, in mijn hart te drukken, terwijl ik metgroo-te ontroering en droefenis des gemoeds uwe vijf wonden bij mij zeiven overweeg en in den geest aanschouw, mij herinnerende de woorden welke de nro-foet David reeds omtrent U, o goede .Tesus, zich in den mond legde: 'hij hebben mijne handen en mijne voeten doorboord; zij hebben alle mijne heenderen geteld. Hid daarna: .1 Onze Vaders en 5 Wees gegroeten, en ■ Kere zij den Vader, enz. volgens de intentie van Y,. H, deu raus.

ocr page 374

340

XI. MTANIEN VOOR ALLE DAGEN DEK WEEK.

LITANIE VAN DE ALLERH. DRIEVULDIGHEID.

Op Zondag.

Heer ontferm U onzer!

Christus ontferm U onzer!

Heer ontferm ü onzer!

God de Vader, uit wien alle dingen zijn, ontferm ü onzer!

God de Zoon, door wien alle dingen zijn.

God de heilige Geest, in wien alle dingen zijn,

Heilige en ondeelbare Drievuldigheid, één God, Onbegrijpelijke Majesteit,

Onbeperkte Macht,

Oneindige Wijsheid,

Onuitputbare Goedheid.

Heer der Heerschappijen,

Eeuwige wet,

Eeuwige waarheid.

God almachtige koning.

Die alleen God, en één God zijt,

In wien wij leven, ons bewegen en het aanzijn hebben.

Wiens Majesteit de aarde vervult,

Aan wien alleen de eere en de glorie toekomt.

Die ons troost in onze droefenissen.

Die alleen groote wonderen doet.

Die zijt, en waart en wezen zult,

Rechtvaardig en verschrikkelijk in uwe oordeelen, Heerlijk en wonderbaar in uw rijk.

Die alleen de onsterflijkheid bezit, en het ongenaakbare licht bewoont.

Eeuwige Vader,

Eeniggeboren Zoon,

Heilige Geest van beiden voortkomende.

ocr page 375

341

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Wees genadig, spaar ons, Heer!

Wees genadig, verlos ons, Heer!

Van alle kwaad.

Van alle zonden,

Van alle ongeloovigheid er. dwaling,

Van de overtreding uwer geboden.

Van het veronachtzamen en misbruiken uwer genaden.

Van de verwaarloozing der heilige dingen,

Van den eeuwigen dood.

Door uwe almacht.

Door uwe wijsheid.

Door uwe oneindige goedertierenheid.

Door uwe overgroote barmhartigheid.

Door uw geduld en uwe lankmoedigheid, Wij, zondaren, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij ons de genade wilt verleenen, om altijd en overal, te belijden, dat Gij de ware God zijt,,w!j bidden U, verhoor ons.

Dat Gij ons de genade wilt verleenen, om U te vereeren, éénen God in de Drievuldigheid van personen, en de Drievuldigheid in de eenheid van uw wezen, te aanbidden,

Dat Gij ons de genade wilt verleenen, om U uit

geheel ons hart lief te hebben,

Dat Gij het volk, hetwelk uwen heiligen Naam is toegeheiligd, wilt behouden en zaligmaken. Dat Gij de dwalenden op den weg der gerechtigheid wilt terug leiden,

Dat Gij U gewaardigt, ons te verhooren,

Heilige Drievuldigheid, verlos ons!

Heilige Drievuldigheid, maak ons zalig!

Heilige Drievuldigheid, maak ons levend!

Heer, ontferm U onzer!

Christus, ontferm U onzer!

Heer, ontferm U onzer!

Onze Vader, enz.

T. Laat ons zegenen den Vader, en den Zoon en den H. Geest.

ocr page 376

342

R. Loven en verheffen wij hen.

v. Geloofd zijt Gij, Heer God! in het uitspansel des Hemels.

r. En lofwaardig en glorievol en boven alles verheven in de eeuwen der eeuwen.

t. Dat God ons zegene; God, onze God, zegene ons! r. Dat de gansche aarde Hem vreeze.

v. Heer! verhoor mijn gebed.

r. En mijn geroep kome tot U.

laat ons bidden.

Almachtige, eeuwige God! die aan uwe dienaren de genade hebt verleend om, door het licht van het ware Geloof, de heerlijkheid uwer eeuwige Drievuldigheid te erkennen, en in uwe opperste Majesteit, hare Eenquot; heid te aanbidden; verleen ons, dat wij door de kracht van datzelfde geloof, ten allen tijde, voor alle kwaad mogen, bewaard worden. Door Jesus Christus uwen Zoon, onzen Heer, die met U leeft en hïerseht, in de eenheid des H. Geestes, God in eeuwigheid. Amen.

LITANIE VAN DEN HEILIGEN GEEST.

Op Maandag.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, O

God, Heilige Geest, i g»

Heilige Drievuldigheid, één God, i g

Heilige Geest, die van den Vader en den Zoon

voortkomt, I ^

Geest der waarheid, die alle waarheid leert, . j §

Geest van wijsheid en verstand, | g

Geest van raad en sterkte, ^

ocr page 377

343

Geest van wetenschap en godsvrucht,

Geest van de vreeze des Heeren,

Geest van liefde, blijdschap en vrede.

Geest van lankmoedigheid, weldadigheid en goedertierenheid,

Geest van zachtmoedigheid, trouw en matigheid. Geest van eerbaarheid en reinheid,

Geest des Heeren, die de gansche aarde vervult. Heilige Geest, die in ons woont.

Geest van genade,

Geest van heiligmaking.

Geest van kracht en wijze gematigdheid,

Heilige Geest, door wiens ingeving, de heilige

mannen Gods hebben gesproken,

Heilige Geest, die de dolende zondaren terechtbrengt.

Heilige Geest, die al uwe ware geloovigen, één

van hart en ziele maakt,

Heilige Geest, die de ware wijsheid verleent, Heilige Geest, die dubbelhartigen en geveinsden ontvlucht, en niet woont in een lichaam, dat aan de zonde is onderworpen.

Heilige Geest, die aan onzen Heer Jesus Christus

zonder mate gegeven zijt.

Heilige Geest, die het lichaam van Jesus' Kerk bezielt.

Heilige Geest, die ons de verborgenheden der Heilige Schriften, door de onfeilbare Kerk, verklaart,

Heilige Geest, die alleen ons Gods Wet kunt

doen volbrengen.

Heilige Geest, die zelf de Gever van het bidden zijt, Heilige Geest, die zelf voor ons en in ons met

onuitsprekelijke verzuchtingen bidt,

Heilige Geest die ons hart van droefheid en

kwellingen bevrijdt.

Heilige Geest, die de liefde Gods uitstort in onze harten.

Heilige Geest, die in uwe geloovigen als in uwe tempels woont,

ocr page 378

34t

Heilige Geest, die uit uwe geloovigen stroomen

van levend water doet voortvloeien,

Heilige Geest, door wien wij nu niet meer slaven

zijn, maar kinderen en erfgenamen Gods, Heilige Geest, door wien wij niet meer in gedurige vrees voor welverdiende straf leven, maar gelijk kinderen hun' vader, alzoo God uit liefde eeren en dienen,

Heilige Geest, die ons doet zuchten naar de volkomen bezitting van het voorrecht der aanneming tot kinderen Gods,

Heilige Geest, die, in ons wonende, onze sterfelijke lichamen zult levend maken.

Heilige Geest, die ons in onze zwakheid te hulp komt.

Heilige Geest, die onze harten door het geloof reinigt,

Heilige Geest, Trooster, die met ons blijft in

eeuwigheid,

Wees genadig, spaar ons, H. Geest!

Wees genadig, verhoor ons, H. Geest!

Wees genadig, verlos ons, H. Geest!

Van den geest der dwaling.

Van den geest der onkui.-chheid,

Van den geest der godslastering,

Van alle verhardheid in de boosheid en van vertwijfeling,

Van alle laatdunkendheid en van het bestrijden der geopenbaarde waarheden des Christendoms, Van alle boosaardigheid en van zondige gewoonten, Van het krenken der broederlijke liefde. Van onboetvaardigheid, vooral in ons sterfuur. Van allen kwaden geest.

Van allen geest, die maar eenigszins met ü strijdig is.

Door uwe eeuwige voortkomst van den Vader en

den Zoon,

Door uwe onzichtbare zalving.

Door de volheid der genade, waarmede Gij de Heilige Maagd Maria steeds hebt begiftigd.

ocr page 379

345

I Door den overvloed van heiligheid, waarmede Gi] de Moeder des Hoeren, bij de ontvangenis des Woords, als overstroomdet,

Door uwe heilige verschijning bij den Doop van Christus,

Door uwe heilrijke nederdaling over de Apostelen,

Door de onuitsprekelijke goedheid, waarmede Gij Gods Kerk bestuurt, de overheden eensgezind doet zijn, de martelaren versterkt, de leeraren verlicht, en de geestelijke orden instelt, gt;Vij, zondaren, wij bidden U, verhoor ons! Dat, gelijk wij in den geest leven, wij alzoo ook

naar den geest wandelen.

Dat wij de werken des vleesches door den geest dooden,

Dat wy U nimmer bedroeven,

Dat wij U, o Geest der genade, geene versmading aandoen.

Dat wij altijd trachten de eenheid des Geestes,

door den band van vrede, te onderhouden. Dat wij naar U leven, en de begeerlijkheid des

vleesches niet involgen,

Dat wij alle geesten niet gelooven, maar beproeven of zij uit God zijn,

Dat wij die uwe tempelen zijn, steeds vreezen

ons zeiven te schenden,

Dat wij degenen, die tot zonde zijn vervallen, met den geest van zachtmoedigheid, terechtbrengen,

Dat wij in U zaaien, en van U het eeuwige leven inoogsten.

Dat het U behage, ons een nederig gevoelen van ons zeiven in te boezemen en onze harten van den rijkdom los te maken.

Dat het U behage, ons zachtmoedig te doen worden,

Dat het U behage, ons de genade van eene zalige droefheid en boetende, heiligende tranen te ver-leenen.

ocr page 380

34fi

Dat het U behage, ons hongerig en dorstig naar

de gerechtigheid te doen worden,

Dat het U behage, ons ware gevoelens van liefde

en barmhartigheid in te boezemen.

Dat het U behage, in ons een zuiver hart te

scheppen en den geest te vernieuwen.

Dat wij vredelievend en waardig zijn den naam

van kinderen Gods te dragen,

Dat wij alle vervolgingen om de gerechtigheid,

kloekmoedig en standvastig verduren.

Dat wij vrij zijn van de zonden, welke noch in deze, noch in de toekomende wereld vergeven worden,

Dat Gij nimmer van ons wijkt,

Dat wij U nimmer wederstaan,

Dat Gij ons, tot het einde toe, in het goede leven

wilt bevestigen, j

Geest Gods,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, stort

uwen Heiligen Geest over ons uit!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, zend

over ons den beloofden Geest des Vaders'.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef

ons den goeden Geest!

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

v De genade des Heiligen Geestes verlichte onze zinnen en harten.

it. Amen

LAAT ONS ISIUDEN.

O God, die de harten der geloovigen, döor de verlichting des H. Geestes onderwezen hebt, verleen ons uwe genude ; opdat wij door dienzelfden Geest leeren verstaan wat goed is; en wij ons, ten allen tijde over zijne vertroosting mogen verblijden. Door onzen Heer Jesus Christus uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid van .denzelfden H. Geeat, God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 381

347

LITANIE VAN DEN ALLERHEILIGSÏEN NAAM JESUS.

Op Dinsdag.

Éénige door Z. II. den Paus goedgekeurde Litanie v a u den Zoeten X a a ni.

Kyrie eleïson.

Christe eleïson.

Kyrie eleïson.

Jesu, audi nos.

Jesu, exaudi nes.

Pater de coelis Deus, mii

rere nobis.

Fili, Redemptor mundi Deus,

Spiritus Sancte Deus, öancta Trinitas unus

Deus,

Jesu, Fili Dei vivi,

Jesu, splendor Patris, Jesu, candor lucis aeter-nae.

Jesu, Rex gloriao,

Jesu, sol justitiae.

Jesu, fili Mariae Vir-

ginis,

Jesu amabilis,

Jesu admirabilis,

Jesu, Deus fortis,

Jesu, pater futuri sae-culi,

Jesu, magni Consilii angels,

Jesu potentissime,

Jesu patientissime,

Jesu obedientissime,

Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Jesus, hoor ons.

Jesus, verhoor ons. God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon Verlosser |

der wereld,

God, Heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid,

één God,

Jesus, Zoon van den

levenden God.

Jesus, glans des Vaders, Jesus, klaarheid des

eeuwigen lichts, Jesus,Koning der glorie, Jesus, zon der gerechtigheid,

Jesus, zoon der Maagd

Maria,

Beminliike Jesus, Verwonderlijke Jesus, Jesus, sterke God,

Jesus, Vader der toekomstige eeuw,

Jesus, Engel des hoo-

gen Raads, Allermachtigste Jesus, Allergeduldigste Jesus, Allergehoorzaamste Jesus,


ocr page 382

348

Jesn, mitis et hurailis corde,

Jesu, amator castitatis,

Jesu, amator noster, Jesu, Deus pacis,

Jesu, auctor vitae,

Jesu, exemplar virtu-tum,

Jesu, zelator animarum,

Jesu, Deus noster, Jesu, refugium nostrum, Jesu, pater pauperum, Jesu, thesaurus fidelium,

Jesu, bone pastor,

Jesu, lux vera,

Jesu, sapientia aeterna,

Jesu, bonitas infinita,

Jesu, via et vita nostra,

Jesn, gaudium angelo-rnm,

Jesu, Eex Patriarcha-rnm,

Jesu, Magister Aposto-

lorum,

Jesu, Doctor Evangelis-

tarum,

Jesu, fortitudo Marty-rum,

Jesu, lumen Confesso-rum,

Jesu, puritas Virginum,

Jesus, zachtmoedig en . nederig van harte, Jesus. minnaar der zuiverheid,

Jesus, onze minnaar, Jesus, God des vredes, Jesus, oorsprong des

levens,

Jesus, toonbeeld der

deugden,

Jesus, ijveraar der zielen,

Jesus, onze God, Jesus, onze toevlucht, Jesus, vader der armen, Jesus, schat der geloo-g; vigen,

Squot; Jesns, goede herder, 5 Jesus, waarachtig licht, 3 Jesus, eeuwige wijs-a beid,

§- Jesus, oneindige goed-heid,

Jesus, onze weg en ons

leven,

Jesus, vreugde der Engelen,

Jesus, Koning der Patriarchen,

Jesus, Meester der

Apostelen,

Jesus, Leemar der

Evangelisten,

Jesus, sterkte der Martelaren,

Jesus, licht der Belijders,

Jesus, zuiverheid der Maagden,


ocr page 383

349

J ean, corona Sanctorum omnium, miserere nobis. Propitius esto, paree nobis, Jesu.

Propitius esto, exaudi nos Jesu.

Ab omni malo, libera nos,

Jesu.

Ab omni peccato,

Ab ira tua,

Ab insidiis diaboli,

A spiritu fornicationis,

A morte perpetua. A neglectu inspiratio-

num tuaruin. Per mysterium sanctae Incarnationis tuae,

Per nativitatem tuam, Per infantiam tuum, Per divinissimam vitam

tuam,

Per labores tuos. Per agoniam et passio-

nem tuam,

Per crucem et derelic-

tionem tuam. Per languores tuos, Per mortem et sepultu-

ram tuam, Perresurrectionem tuam, Per ascensionem tuam, Per gaudia tua.

Per gloriam tuam,

Agnus Dei, qai tollis pec-cata mundi, paree nobis, Jesu.

Agnus Dei, qui tollis pec-

Jesus, kroon van alle Heiligen, ontferm U onzer. Wees genadig, spaar ons, Jesus.

Wees genadig, verhoor ons, Jesus.

Van alle kwaad, verlos ons

Jesus.

Van alle zonde.

Van uwen toorn.

Van de lagen des duivels,

Van den geest van onzuiverheid.

Van den eeuwigen dood. Van de verwaarloozing

uwer ingevingen.

Door het geheim uwer Heilige Menschwor-ding.

Door uwe geboorte.

Door uwe kindschheid. Door uw allergodde-

lijkst leven.

Door uwen arbeid,

Door uw doodstrijd en

lijden.

Door uw kruis en

verlatenheid.

Door uwe krankheden.

Door uw dood en begrafenis.

Door uwe verrijzenis.

Door uwe hemelvaart,

Door uwe vreugden,

Door uwe glorie. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Jesus. Lam Gods, dat wegneemt 20


ocr page 384

350

(!

cata mandi, exaudi uoi, Jesu.

Agcus Dei, qai tollis pec-cata mundi, miserere nobis, Jesu.

Jesu, audi nos.

Jesu, exaudi nos.

OKEMDS.

1

Domine Jesu Christe, qui dixisti; Petite et accipie-tis, quaerite, et invenietis, pulsate et aperietur vobis; quaesumus, da nobis pe-tentibus divinissimi tui amo-ris affectum, ut Te toto corde, ore et opere diliga-mus et a tua nunquam laude cessemus.

1

Sancti Nominis tui Domine, timorem pariter et amorem fac nos habere perpetuum: quia nunquam tua gubernatione destituis, quos in soliditate tuae dileetionis instituis. Per Dominum nostrum Jesum Christum, Fili-um tuum, qui tecum vivit et regnat in unitatB Spiritus Sancti, Deus, per omnia saecula saeculorum. Amen.

de zonden der werelt; | verhoor ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt |

de zonden der wereld, i Hee

ontferm ü onzer, o Jesus. 1 Chr

Jesus, hoor ons. f Hee

Jesus, verhoor ons. ' Chr

Chr

LAAT ONS BIDDEN. Go(

Go(

Hesr Jesus Christus, die Goc

gezegd hebt: Vraagt en gij Hei

zult verkrijgen, zoekt en He

gij zult vinden, klopt en He

u zal geopend worden; wij He

bidden U, geef ons dat wij, He

die de waarachtige gene- He

genheid uwer goddelijke He

liefde vragen, ü van gan- He

seher harte met woorden He

en met werken mogen bemin- 1 He

nen, en nimmer mogen He

ophouden van U te loven. H(

Maak, o Heer, dat wij Hi

altijd uwen heiligen Naam Hi

mogen vreezen en tevens H

beminnen: want nimmer H

onttrekt Gij dengenen uwe H

leiding, die Gij bevestigt H in bestendige liefde jegens

U. Door onzen Heer Jesus D

Christus uwen Zoon, die •

met U leeft en heerscht r in de eenheid des H. Gees-

tes, God, in alle eeuwen I;

der eeuwen. Amen. I


ocr page 385

351

LITIKIE TER EERE DER HEILIGE ENGELEN. Op Woensdag.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer. ontferm U onzer,

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemelsehe Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, Heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

Heilige Maria, bid voor ons.

Heilige Moeder Gods,

Heilige Maagd der Maagden,

Heilige Koningin der Engelen,

Heilige Miehaël,

Heilige Gabriel,

Heilige Raphael,

Heilige Cherubijnen, bidt voor ons.

Heilige Serafijnen,

Heilige Tronen,

Heilige Heerschappijen,

Heilige Vorstendommen,

Heilige Machten,

Heilige Krachten,

Heilige Aartsengelen,

Heilige Engelen,

Heilige Engelen, die Gods verheven troon omringt,

Die ten allen tijde het aanscnfjn des Vaders aanschouwt.

Die onophoudelijk, Gode het driemaal heilig toezingt,-

Die 's Heeren bevelen volvoert,

Die aan ons menschen den goddelijken wil bekend maakt,

Die u over onze boetpleging verblijdt.

Die tot onze dienst wordt uitgezonden.

Die ons bewaakt en in bescherming neemt,

a

S3

ocr page 386

352

Die ons leert en onderricht,

Die ons vergezelt en leidt,

Die ons waarschuwt en vermaant,

Die onze gebeden aan God opdraagt,

Die voor ons bidt.

Die de geboorte des Zaligmakers aan de herders

bekend maaktet,

Die, bij de geboorte des Verlossers, den Allerhoogste met gejuich en gezang verheerlijktet.

Die den Heer in de woestijn diendet,

Die in sneeuwwitte kleeding, bij het graf van den

verrezen Verlosser waart neergezeten. Die onmiddellijk na de hemelvaart van den Zoon

Gods, aan de Apostelen verschonen zijt.

Die eenmaal, met schrikverwekkend bazuingeschal,

alle menschen zult dagen, om voor den rechterstoel van Christus te verschijnen.

Die den Zoon des menschen zult omgeven, bij

zijne plechtige komst ten garichte der wereld. Die bij de algemeene opstanding der dooden de

uitverkorenen zult verzamelen,

Die de kwaden van de goeden zult scheiden en

hen ten verderve zult richten,

Jesus, vreugde der Engelen, wij bidden U, verhoor ons

ootmoedig smeeken.

Van alle rampen en gevaren, verlos ons, Heer. Van alle listen en lagen des Satans, verlos ons, Heer. Van alle scheuring, ongeloof en ketterij, verlos ons. Heer. Voor eenen onvoorzienen dood, behoed oos, Heer. Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons!

Dat het U behage, ons door uwe heilige Engelen,

voor de lichaams- en zielsgevaren te behoeden, waaraan wij gedurig zijn blootgesteld.

Dat het U behage, door uwe heilige Engelen in al onze behoeften te voorzien en ons bijstand te verleenen.

Dat het U behage, ons door uwe heilige Engelen in de bekoringen te ondersteunen, opdat wij, in het goede volhardende mogen overwinnen.

ocr page 387

353

Dut het ü behage, ons door uwe heilige Engelen ;

tot ware boetpleging te geieiclen, ^

Dat het U behage, ons door uwe heilige Engelen , in onze droefenissen en rampspoeden, onderwer-ping, troost en bemoediging te verschaffen, S

Dat het U behage, door de veelvermogende voor- g bidding uwer heilige Engelen, uwe rechtmaüge verbolgenheid van ons af te wenden,

Dat het U behage, door uwe heilige Engelen, ons ^ op ons doodbed verkwikking en lafenis te doen JJ. erlangen, §

Dat het U behage, onze ziel na het verscheiden, ^ door uwe heilige Engelen ;e doen opnemen, en p tot U ten Hemel te doen voeren,

Jesus, vreugde der Engelen,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer 1

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer!

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

v. Looft den Heer, gij alle Engelen!

R. Gij, sterke helden! die zijn woord volbrengt, gehoorzaamt aan de stem van zijn gebod.

v. Looft den Heer, gij, al zijne heerscharen !

K. Gij, zijne Dienaren, die wat Hem behaagt, volvoert, v. God heeft zijne Engelen wegens U bevolen, dat ze u

bewaren in al uwe wegen.

K. De Engel des Heeren zal zich legeren rondom degsnen, die Hem vereeren, en Hij zal hen redden uit allen nood. v. In de tegenwoordigheid der Engelen, zal ik U, o

mijn God! lof zingen.

R. Ik zal, heen gekeerd naar uwen heiligen tempel, U

aanbidden, o Heer! en uwen naam verheerlijken, v. Heer, verhoor mijn gebed,

e. En mijn geroep kome tot U.

ocr page 388

354

LAAT ONS BIDDEN.

Almachtige God, onuitsprekelijk liefderijke Vader! die U gewaardigt uwe Engelen, ten dienste van ons zondige mensehen uit te zenden; geef dat wij ten allen tijde hunne bescherming en bijstand, en de kracht van hunne voorbidding ontwarende eenmaal door de verdiensten van Jesus Christus, in hunne zalige gemeenschap, U en uwen welbeminden Zoon altoos en eeuwig dankbaar mogen verheerlijken. Amen.

LITANIE VAN BET ALLERHEILIGSTE SACUAMENT. Op Donderdag.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons,

Christus, verhoor ons.

God, hemelschc Vader, ontferm ü onzer.

God, Zoon, verlosser der wereld.

God, Heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God,

Levend Brood, uit den Hemel nederdalende, Verborgen God, onder zichtbare gedaanten schuilende,

Tarwe der Uitverkorenen,

Wyn, die Maagden kweekt,

Voortreftelijk Brood, en wellust der Koningen, Gedurig offer,

Eeine Spijs-offerande,

Onbevlekt Lam,

Allerreinste Tafel,

Engelen-spijze,

Verborgen Manna,

Gedenkteeken van Gods wonderen,

* Bovennatuurlijk Brood,

Vleeschgeworden Woord, onder ons wonende.

Heilig O Her,

ocr page 389

355

Kelk der zegening.

Troostvolle Verborgenheid van ons geloof.

Hoogwaardig en uitmuntend Sacrament,

Allerheiligste offerande,

Zoenoffer voor levenden en dooden,

Hemelsch Behoedmiddel, 'vaardoor wij voor de

zonden behoed worden.

Wonder van Gods wonderen.

Allerheiligste Gedaehtenis van het lijden des Heeren,

Gesehenk, dat alle volheid te boven gaat,

Voortreffelijk Gedenkteeken der Goddelijke lieide. Overvloeiende Bron van Gods milddadigheid, Squot;

Doorluchtig, hoogheilig Geheim, 3

Krachtige Spijs ter onsterfelijkheid.

Levendmakend, aanbiddelijk Sacrament,

Brood, dat door de almogendheid des Woords zijt

Vleeseh geworden,

Onbloedig, rein Offer des Nieuwen Verbonds, Tafelgerecht en Gastheer,

Allerheiligste Maaltijd, waarbij Engelen tegenwoordig zijn en dienen,

Teeken van genade.

Band van liefde,

Hoogepriester, die zelf het Offer zijt.

Geestelijke Spijze en Verkwikking onzer zielen. Teerspijze dergenen, die in den Heer sterven. Onderpand der toekomende glorie.

Wees genadig, spaar ons. Heer!

Wees genadig, verhoor ons. Heer!

Van het onwaardig nuttigen uws Lichaams en Bloeds.

verlos ons, Heer!

Van de begeerlijkheid des vleesches.

Van de begeerlijkheid der oogen,

Van de hoovaardij des levens.

Van alle twijfeling, ongeloovigheid, verblindheid

des harten en ketterij.

Van alle oneerbiedigheid en misbruik met opzicht

tot dit Hoogheilig Sacrament,

Vau alle zwakheden en zonden, die de heerlijke uit-

ocr page 390

356

werkselen van dit aanbiddelijk Sacrament kannen verminderen en tegenhouden,

Van alle gelegenheid tot zondigen.

Door de groote begeerte, die Gg hadt, om dit

Pascha met uwe Leerlingen te eten,

Door den diepen ootmoed, waarmede Gij de voeten

van uwe Discipelen hebt gewasschen,

Door de onuitsprekelijke liefde, waarmede Gij dit

Hoogheilig Sacrament hebt ingesteld,

Door uw dierbaar Bloed, dat Gij voor ons op het

Altaar hebt nagelaten,

Door de vijf kruiswonden, welke gij in het allerheiligste Lichaam, dat Gij voor ons hadt aangenomen, hebt ontvangen.

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons!

Dat het U behage, in ons geloof, eerbied en godsdienstige gemoedsstemming jegens dit wonderbaar Sacrament, te onderhouden en te vermeerderen,

Dat het U behage, ons, doDr eene oprechte belijdenis onzer zonden, tot het dikwijls nuttigen dezer geestelijke spijze voor te bereiden,

Dat het U behage, de onschatbare hemelsche vruchten van dit Allerheiligste Sacrament, in ons overvloedig uit te storten.

Dat het U behage, ons in het uur van onzen dood met deze Ilemelspijze tot de reis naar de eeuwigheid te versterken.

Zoon van God,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer,

v. Heer, verhoor mijn gebed.

R. En mijn geroep kome tot U.

I

ocr page 391

357

LAAT ONS BIDDEN.

Heer Jesus, die ons in dit wonderbaar Sacrament eene altoosdnrende gedachtenis van uwe liefde, en van uw lijden en sterven hebt nagelaten; geef dat wij de heilige Geheimenissen van uw Lichaam en Bloed met zulk een ware godsvrucht vereeren, dat wij al de heilrijke gevolgen uwer verlossing onophoudelijk in ons mogen ontwaren. Gij, die met den Vader in de eenheid des Heiligen Gcestes leeft en heerscht, God, in de eeuwen der eeuwen. Amen.

a

LITANIE VAN HET LIJDEN ONZES HEEREN.

Op Vrij dag.

lieer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm ü onzer.

Heer, ontferm IJ onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld.

God, Heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God,

Jesus, die, na het H. Sacrament des Altaars, dat eeuwig gedenkteeken van uwe oneindige liefde p ingesteld en den lofzang gezegd te hebben, van Jeruzalem, over de beek Cedron, naar den Olyfberg uitgingt, om uw gebed te doen,

Jesus, die door het voorgevoel des smaads en der smarten, en ook der diepe vernedering, waarvan Gij het slachtotlfer wezen zoudt, bedroefd en zeer beangstigd werdt,

Jesus, die bereidvaardig het lijden aannemende U aan den wil van uwen hemelschen Vader onderworpen hebt,

Jesus, die hij uwen afmattenden doodstrijd door een Engel versterkt werdt.

ocr page 392

358

II 1

Jesus, die door Judas, één

twaalftal, werdt verraden,

Jesus, die door eene bende geboeid,

Jesus, die door al uwe Leerlingen werdt verlaten,

Jesus, die geboeid naar Annas en Caïphas werdt gebracht,

Jesus die van een dienaar een kaakslag ontvingt, Jesas, die door valsche getuigen werdt beschuldigd,

Jesus, die, getuigenis der waarheid gevende, als

een godslasteraar ter dood werdt veroordeeld, Jesus, die Petrus, nadat hij ü had verloochend, door een blik van medelijden en ontferming bekeerdet,

Jesus, die aan Pilatus, een heiden, werdt overgeleverd,

Jesus, die voor Herodes gebracht, door dezen en

door zijn hof werdt bespot,

Jesus, die gesteld werdt achter den oproerigen

moordenaar Barrabas,

Jesus, die wreedelijk werdt gegeeseld,

Jesus, die ter bespotting met een purperen mantel werdt omhangen,

Jesus, die ter bespotting met doornen werdt gekroond,

Jesus, wien men ter bespotting een riet tot scepter

in de hand gaf,

Jesus, wiens kruisdood door de Joden onder een

ontzettend geschreeuw geëischt werd,

Jesus, die door Pilatus tot den kruisdood veroordeeld en aan de woede der Joden overgeleverd werdt,

Jesus, die bij het dragen van den kruisbalk, onder

dezen zwaren last diep gebukt gingt,

Jesus, die als een schuldeloos lam ter slachting

geleid werdt,

Jesus, die van uwe kleederen beroofd werdt,

Jesus, die voor onze boosheden gewond werdt,

van uw geliefkoosd huurlingen werdt

ocr page 393

359

Jesus, die vol verschocmende liefde, uwen Vader om vergiffenis voor uwe vijanden en moordenaren gebeden hebt,

Jesus, die met de booswichten wordt gelijk geacht,

Jesus, die nog aan het kruis gelasterd en bespot werdt,

Jesus, die den geloovigen en rouwmoedigen moordenaar in genade aangenomen en hem het Paradijs beloofd hebt,

Jesus, die uwe Moeder aan den heiligen Joannes

hebt aanbevolen,

Jesus, die aan het kruis hangende, hebt uitgeroepen: Mijn God! mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten'?

Jesus, die in uwen dorst met gal en edik gelaafd werdt,

Jesue, die betuigdet dat alles volbracht was, wat

wegens ü geschreven stond,

Jesus, die stervende uwen geest in de handen uws

Vaders hebt bevolen,

Jcsus, die uw hoofd buigende, onder een luid geroep den geest gaaft,

Jesus, door wiens sterven de honderdman en velen

uit het volk bekeerd werden,

Jesus, wiens zijde met een speer doorstoken word,

Jesus, uit wiens doorstoken zijde, water en bloed vloeiden,

Jesus, wiens Lichaam door twee eerbiedwaardige mannen van het kruis afgenomen en begraven werd,

Jesus, die na uwen dood nederdaaldet ter helle, om de zielen der afgestorvene rechtvaardigen te troosten en te verlossen,

Jesus, die op den derden dag na uwen dood, vol

heerlijkheit- uit het graf zijt verrezen,

Jesus, die levenden en dooden zult komen oor-deelen.

Wees genadig, spaar ons, Jesus.

ocr page 394

360

Wees genadig, verhoor ons, Jesus.

Van alle kwaad, verlos ons, Jesus.

Van alle zonden,

Van een haastigen en onvoorzienen dood,

Van gramschap, haal en allen kwaden wil,

Van de listen des duivels,

Van het eeuwig verderf.

Van pest, hongersnood en oorlog,

Door uwen doodstrijd en uw bloedig zweeten,

Door uwe geeseling en ondergane mishandelingen,

Door uwe doornen kroon.

Door uw kruis en lijden.

Door uwen dorst, door uwe tranen en naaktheid, Door uwen dood en uwe begrafenis.

Door uwe opstanding.

Op den dag des oordeels.

Wij, zondaren, wij bidden U, verhoor ons.

Dat wij de dwaasheid van het Kruis hooger achten dan alle menschelijke wijsheid,

Dat wij er naar streven, U, o Jesus Christus! vooral als gekruist en gestorven voor onze zonden te leeren kennen,

Dat wij, ons het voorbeeld van uw lijden voorstellende, uwe voetstappen navolgen.

Dat wij dagelijks ons kruis opnemen en Ü volgen. Dat wij, daar Gij onze zonden op het kruishout in uw lichaam hebt gedragen, der zonde afgestorven zijnde, voor de gerechtigheid leven. Dat wij op ü, o Grondlegger en voltrekker van

ons geloof! steeds het oog gevestigd houden. Dat wij, naar uw voorbeeld, als wij gescholden ■worden niet weder schelden, als wij beleedigd worden, niet dreigen, maar het'aan U overlaten, die rechtvaardig oordeelt.

Dat het verre van ons zij, op iets anders te roemen

dan op uw Kruis, o Heer Jesus!

Dat, uit liefde tot U, de wereld voer ons gekruisigd zij en wij zulks voor de wereld zijn. Dat wij hetgeen ons tot gewin was, om uwent wil, voor schade achten,

||

1!

5|!

% i

K: m' ft

!|i

ocr page 395

361

Dat uw Bloed ons van alle doode werken reinige, | 23 om U, o levende God, te dienen, i ^

Dat wij, die zoo duur gekocht zijn, U in ons ! §: lichaam verheerlijken, i P*

Dat wij ons vleesch met zijne hartstochten en be- ; ^ geerlijkheden kruisigen, j ^

Dat, gelijk wij deelgenooten van uw lijden zijn, wij i g ook der vertroosting deelachtig worden, ! ^

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer, Jesus.

Jesus Christus, hoor ons.

Jesus Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

r. En mijn geroep kome tot U.

LAAT ONS BIDDEN.

Laat, o Heer Jesus Christus, al de zegeningen van uw lijden en sterven over ons komen. Verwek in ons den levendigsten afkeer tegen de zonde. Verleen ons uwe genade, om de zonden welke ons zoo diep verlagen, den Hemel ontrooven, en van U scheiden, geheel en al in ons uit te roeien. Stort in onze harten het vertrouwen, dat ons de zonden, om uwent wille, genadiglijk vergeven zijn. Schenk ons uwe hulp, opdat wij heilig worden; maak ons getrouw en standvastig in alle de beproevingen van dit vergankelijke leven; geef rust en verkwikking aan ons hart in de dagen van droefheid en lijden. — O! Gij die ons tegen den duren prijs van uw onschatbaar Bloed tot uw eigendom gekocht hebt, wees ons genadig; en daar Gij zelf, goddelijke, dierbare Verlosser! met den dood geworsteld hebt, zoo verlaat ons niet in bet uur van onzen dood. Laat, zoolang wij

21

ocr page 396

362 \

nog hier op aarde leven, ons steeds de gedachte verge zeilen, dat het onze zonden zijn, die U ter nedetvel-dun, verwondden en aan het kruis brachten. Doe ons in zalige hoop dit leven verlaten, en mogen wij in het laatste uur, het troostvol woord van uwe lippen vernemen: /.lieden zult gij met mij zijn in liet Paradijs.quot; Amen.

LITANIE VAN DE H. MAAGD.

Op Zaterdag.

7m bh. 70.

Ouder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, II. Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzeii nood, maar bevrijd ons altijd van alle gevaren, glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon. v. Bid voor ons H. Moeder Gods.

a. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

laat ONS bidden.

53

O

Wij hidden U, o Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de menschwording van Christus uwen Zoon gekend hebben, door zijn lijden en kruis tot de glorie der ver-rijzonis gebracht mogen worden, door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

XII. GEBEDEN TEE E E It E VAN HET A 1. L E B II. SACRAMENT DES ALTAARS.

LITANIE VAN HET H.H. SACRAMENT, Zie blz. 354,

ocr page 397

363

LITANJE VAN HET H. HART VAK JESUS.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm ü onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm L' onzer. Hart van Jesus, met het Woord Gods zelfstandig v eenigd, ontferm U onzer, o Jesus.

Heiligdom dor Godheid,

Tempel der H. Drievuldigheid,

Afgrond van wijsheid.

Oceaan van goedheid.

Troon der barmhartiglieid,

Onuh])utbare schat.

Wiens -overvloed ons allen verrijkt,

, Onze vrede en onze verzoening,

Toonbeeld van alle deugden, 1 . . f Oneindig beminnend en oneindig beminnens-« -vaardig,

g . Springader des eeuwigen levens,

^ : Waarin de Vader zijn welbehagen schept, g Verzoeningsaltaar voor onze zonden,

Voor ons met bitterheid gelaafd, S : In Gethsemane tot stervens toe benauwd, 2 I Met verguizingen verzadigd.

Van liefde gewond,

Dat al uw bloed aan het kruis vergoot, ^ Verbrijzeld om onze snoodheden,

j Nu nog door ondankbaren verscheurd,

Toevlucht der zondaren,

j Sterkte der zwakken,

Troost der bedrukten,

i Volharding der rechtvaardigen,

Heilbron voor die op U vertrouwen, : Plechtanker voor die in U sterven, j

ocr page 398

3G4

Hart van Jesus! troostvolle bescherming voor uwe vereerders, ontferm U onzer, o Jesus.

Hart van Jesus! geneugte van alle Heiligen, ontferm

U onzer, o Jesus.

Hart van Jesus! onze hulp in overstelpenden nood, ontferm U onzer, o Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm

ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

v. Hart van Jesus, brandende van liefde voor ons. • a. Ontvlam in ons eene brandende liefde voor U.

LAAT ONS r.IDDEN.

Almachtige God, wij bidden U, verleen ons, dat wij, die in het allerheiligste Hart uws geliefden Zoons al onzen roem stellen, en daaraan de voornaamste weldaden van zijn liefde danken, ook in de werking e/i de vruchten daarvan ons mogen verblijden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

AIvïE VAN TOEWIJDING AAN HET ALLERHEILIGSTE

HART VAN JESUS.

O aanbidlijk Hart van mijn Jesus! het teederste, het beminlijkste en het edelmoedigste van alle harten, doordrongen van dankbaarheid bij de overdenking uwer weldaden, kom ik mij geheel efi voor altijd aan U toewijden. Ik wil alle mijne krachten inspannen om uwe vereering uit te breiden en om, zoo zulks mogelijk is, alle harten voor ü te winnen. O Jesus, ontvang heden mijn hart, of liever neem Gij het zelf. verander het, zuiver hel, om het Uwer meer en meer waardig te doen worden, en maak mijn hart gelijk aan het uwe, ootmoedig, zachtzinnig, geduldig, vol van heilige en van edelmoedige liefde. Verberg mijn hart met al de harten die U beminnen in het uwe, en laat nimmer toe dat ik het terugneme. Ja, ik wil liever sterven, dan ooit uw be-

l

ocr page 399

minlijk Hart bedroeven. O Hart van Jesus! het verlangen mijns harten is, U altijd te beminnen, U altijd te oeren, U altijd te dienen, U altijd toe te behooren, in ieven, en in dood, en in alle eeuwigheid. Amen.

LIEFDE-VERZCCHTINGEN TOT HET ALLERHEILIGSTE HART VAN JESUS.

O Barmhartige Jesus verhoor mij! De genade van uw goddelijk Hart bekeere mij. De glans van uw Hart verlichte mij. De smart van uw Hart vermorzele mij. De wond van uw Hart doordringe mij. Het bloed van uw Hart verzoene mij. De verdienste van uw Hart heilige mij. Het kruis van uw Hart versterke mij. De doornenkroon van uw Hart versiere mij. De ontferming van uw Hart omhelze mij. De Geest van uw Hart beziele mij. De vuurgloed van uw Hart verwarme mij. De vlam van uw Mart ont-steke mij. De liefde van uw Hart verteere mij. De waardigheid van uw Hart verheffe mij. De glorie van uw Hart verheerlijke mij. De aanschouwing van uw Hart vernieuwe mij. De vreugde van uw hart zalige mij Het bezit van uw Hart verzadige mij. In uw Hart. o Jesus, wil ik leven en sterven. Ik schenk U mijn hart, opdat ik U alleen beminne. 0 liefelijk Hart van mijn Jesus, wees Gij al mijn troost op aarde en eenmaal mijn loon in den hemel! Amen.

OEFENING VAN LIEFDE JEGENS HET M. HART VAN JESUS.

O allerminlijkst Hart van Jesus! dat met de goddelijke volmaaktheden, die eigen zijn aan het Hart van den Zoon Gods, alle menschelijke volmaaktheden ver-eenigt van het Hart van den Zoon des menschen! Alleredelst Hart! het verhevenste, het ruimste, her mildste, het edelmoedigste, het weldadigste aller harten; en tevens het zachtaardigste, het nederigste, het zuiverste, het onschuldigste, het geduldigste en het liefderijkste dat er zijn kan! — Hart van onzen God, van onzen Verlosser, van onzen Weldoener! Hart van onzen Vriend, van onzen Broeder, van onzen Vader, van den Bruidegom onzer zielen! Hart dat door al deze titels onze hartelijkste liefde verdient I — Gij werdt gevormd uit het zuiverste bloed van de reinste der maagden, uwe Moeder.

ocr page 400

366

Gij waart het begin van het leven des Godmenschen, van dat goddelijk leven geheel ten beste gegeven voor ons heil. Gij waart de bron van het kostbaar bloed, waarmede wij werden vrijgekocht. Gij zijt de zetel der barmhartigheid. Gij zijt de ware en de bestendige minnaar ter mensehen; Gij omvat met uwe onmetelijke liefde alle rechtvaardigen en alle zondaren, (rij werdt met eene lans aan het kruis, uit liefde jegens ons doorboord. Gij werdt geopend om het toevluchtsoord te zijn der reine zielen, en de plaats barer zoetste rust. Gij waart het schuldeloos slao.htotl'er onzer zonden, dat der goddelijke rechtvaardigheid onder vreeslijke smarten werd aangeboden ter uitwissching onzer schuld. — O Heilig Hart, door alle deze hoedanigheden het waardigst voorwerp onzer liefde, dankbaarheid en teederheld! O gewaardig tT, de teedere en liefderijke gewaarwordingen, die mijn hart gevoelt en U aanbiedt, genadig aan te nemen. Ik dank U duizend en duizend malen voor de liefde waarvan Gij brandt jegens ons, en voor de tallooze weldaden, die Gij over mij hebt uitgestort. Ik vereenig mij zoo innig mogelijk met U. Ik omhelze U, en ik heb U lief met al de genegenheid mijner ziel. Ik wijd en offer mij voor immer aan U! O alleredelst, o allerzoetst, o aller-minlijkst Hart, U zij de glorie, de lof, de dank, en de liefde van alle harten en U zij de volkomen zegepraal en eeuwige heerschappij over alle harten! Amen.

P. Galliffet.

XIII. KRUISWEG-OEFENING,

met gebeden, ontleend aan het Hoek der Meditatiën, hetwelk gemeenlijk wordt toegeschreven aan den H. A ug u s t i n ns.

1. De oefening van den H. Kruisweg, welke oes den Zaligmaker in den Geest doet vergezellen op zijn bloedigen tocht naar Golgotha, alwaar Hrj voor ons den dood wilde ster\en. is een aller-nitstekendst middel, om de goddelijke liefde en daarmede ons geheel innerlijk bovennatuurlijk leven te vernieuwen, te bevestigen en te volmaken; tevens is zij voor ons eene bron van den zoetsten

ocr page 401

367

troost te midden der veelvuldige moeilijkheden en beproevingen waarmede wij in onze ballingschap op aarde te kampen hebben. De overdenking toch van Jesus' lijden verzoet alle bitterheid! — Van deze voortreflijke niet genoegzaam aan te bevelen oefening geldt het woord van den II. Augnstinus, of van den godvruchtigen schrijver der Meditatiën, die den grooten Bisschop van Hippo alleszins waardig zijn: «Daar bestaan, zoo spreekt hij, «velerhande »stoffen van overweging, waarin o God ! de ü minnende ziel een „verwonderlijk voedsel kan vinden voor hare godsvrucht: doch «nimmer vindt mijne ziel meer haar genoegen en hare rust, dan „wanneer zij zich onmiddellijk met U bezig houdt en zich in »ü alleen verdiept.quot; — Do gebeden aan vermelde Meditatiën ontleend kunnen met vrucht gebezigd worden, ook dan wanneer men den Kruisweg niet verricht, b. v. onder de H. Mis of onder het Lof; want zij bevatten de vurigste uitboezemingen van een door heilige liefde ontvlamd gemoed, die ten allen tijde geschikt zijn om onze vaak kille en ijskoude harten te verwarmen en te ontsteken. — 2. Den Kruisweg verrichtende kan men alle aflaten verdienen, welke door de Pausen verleend zijn aan hen die de heilige, met .Jesus' bloed besproeide plaatsen te Jerusalem werkelijk bezoeken, terwijl deze aflaten ook toevoeg-baar zijn aan de overledenen. —

Dewijl men zich in staat vim genade moet bevinden om een aflaat te kunnen verdienen, daarom trachte men bij het begin dezer oefening aanstonds een zooveel mogelijk volmaakt berouw te verwekken. — 4. Tot hot verdienen der aflaten van den Kruisweg wordt vereischt, dat men gedurende een oogenblik het Lij-dens-geheim overdenke, waaraan ons iedere statie herinnert. Het is nochtans zeer nuttig en loflijk telkens ook eenig mondgebed te storten; men pleegt dan ook bij iedere statie één Ouzr Vado'. één Weesgegroet en éénmaal Eere zg den Vader enz. te bidden.—

Het is niet noodzakelijk, dat men van de eene statie tot do andere ga; men kan hiermede volstaan dat men zich aiet eenig uitwendig teeken, b. v. met eene buiging des hoofds van de eene statie tot de andere richte. — •• Men trachte vóór deze oefening bij zich zeiven te bepalen, wat men daardoor van God wenscht te verkrijgen.

Akte vaii volmaakt berouw tot voorbereiding.

O mijn Jesus, Goddelijke Verlosser en Zaligmaker! Ik heb gezondigd, veel cn zwaar gezondigd en Gij ondergaat de straf voor mijne overtredingen! Ach Jesus, laat toch uw lijden voor mij niet verloren gaan! Ik bid U door nw kostbaar voor mij vergoten bloed, en door uwe heilige wonden; door uwen bitteren dood en vooral door de laatste woorden die Gij vóór uw sterven gesproken hebt: //liet is volbracht,quot; vergeef mij armen zondaar! Het doet mij van ganscher harte leed dat ik gezondigd heb; want ik heb U beleedigd, die mijn

ocr page 402

368

allerhoogst en allerbeminnenswaardigst goed zrjt. O, mijn Jesus! ik neem mij vast voor van in het vervolg met uwe genade mijn leven te zullen beteren. Ach Heer! wees mij ellendigen zondaar genadig en laat mij met de boetvaardige Magdalena de troostrijke woorden booren: yljwe zonden zijn n vergeven, omdat gij veel z/bebt liefgehad.quot; Amen. — O M a r i a! verwerf voor. mij de genade dat ik de bloedige voetstappen mijns lijdenden Verlossers met die teedere godsvrucht moge vereeren, waarmede gij ze zoo dikwerf in uw sterliijk loven vereerd hebt. — O Engel Gods! die mijn Behoeder zijt, aan wiens zorg ik door de opperste goedheid ben toevertrouwd, gewaardig u mij te verlichten, te bewaren en te besturen. (') Amen.

Ander voorbereidend Gebed.

Ik smeek ü o .1 csn:! door de heilaanbrengende wonden, welke Gij aan het kruis voor onze zaligheid hebt ontvangen, en waaruit het kostbaar Bloed is gevloeid, waardoor wij verlost zijn; ach, wond mijne zondige ziel, voor welke Gij den dood hebt willen ondergaan! Wond haar met den vurigen en machtigen schicht uwer overgroote liefde! Levend toch is het Woord Gods en krachtiger en doordringender dan een tweesnijdend zwaard! Gij uitgelezene pijl en allerseherpst zwaard, die het verhard gemoed des raenschen weet te doorboren, ach! tref mijn hart met da kracht uwer liefde, opdat mijne ziel tot TJ spreken moge: //Door uwe liefde ben ik gewond,quot; en uit de wonde door uwe liefde veroorzaakt overvloedige tranen mogen vloeien! — Tref o Heer T tref mijn verhard gemoed met den zoeten en sterken schicht uwer liefde; dring, o dring steeds dieper door met onweerstaanbaar gewald tot In mijn binnenste, en open daar eene bron van tranen voor mijne oogen, die nimmer ophoude te ''loeien. O doe

{') Die het Gebed: 0 Kugd Gods bidden, verd.enon telkens oen aflaat van 100 dagen; die het dagelijks bidden verdienen ée'n vollen aflaat in de maand op de gewone voorwaarden.

(Pius Vil),

ocr page 403

369

mij weenen dag en nacht, en mij zei ven allen troost ontzeggen, totdat ik in de brniloftszaal des hemels moge zien mijn beminden en allerschoonsten Bruidegom, mijn God en mijn Heer! en ik daar, uw glorierijk en wondervol, alle zaligheid uitstralend gelaat aanschouwende, met de uitverkorenen uwe Majesteit eeuwig aan bid de, en daar van hemelsche en onuitsprekelijke blijdschap vervuld, met allen, die U beminnen, moge aanheffen den zegezang der liefde: //Zie! wat ik wenschte, dat aanschouw ik; wat ik hoopte, dat bezit ik; wat ik verlangde, dat heb ik! Want met Hem ben ik in den hemel vereenigd, dien ik op aarde levende, uit alle kracht beminde, met alle liefde omhelsde, met alle genegenheid zocht! Hem loof ik thans in eeuwigheid. Hem zegen ik, Hem aanbid ik, die leeft en heerscht, God, in de eeuwen der eeuwen.quot; Amer. li. Aug. t. a. p.

Ie. Statie. Jesus wordt door Pilatus ter dood

veroordeeld.

v. Wij aanbidden U, o Jesus, en wij loven U. a. Omdat Gij door uw kruis de wereld verlost hebt.

Gebed.

O Jesus! ik dank ü voor de groote liefde, waarmede Gij het doodvonnis hebt aangenomen, en ik smeek U, neem het oordeel des eeuwigen doods, hetwelk ik voor mijne zonden heb verdiend, weg van mij, opdat ik waardig worde het eeuwig leven te bezitten. Onze Vader. — JVees gegroet. — Eere zij den Vaderf enz. -r-Ovtferm U onzer! Heer ontferm U onzer! 0 God wees ons zondaren genadig ! (^

Ander Gebed.

O Heer, God der Goden! ik weet het, eenmaal zult Gij komen in heerlijkheid om te oordeelen. En zie, in de tegenwoordigheid van zooveel duizende volken

(l) Na elke statie zingt men somtijds bij openbare Kruiswegoefening een gedeelte van de: Stahat Mater\ men vindt den la-tijnschen tekst en de vertaling dezer hymne onder de Gezangen.

ocr page 404

Â¥ 370

als er leefden zullen alle mijne ongerechtigheden worden blootgelegd; alle mijne misdaden zullen openbaar worden voor de legerscharen der engelen: en niet slechts mijne daden, maar ook mijne woorden en mijne gedachten. Eensklaps zal ik daar staan voor zoovele rechters, als mij deugdzamen voorgingen ten goede; zoo vele aanklagers zullen mij beschamen, als er waren die mij goede voorbeelden gaven; zoo vele getuigen zullen er tegen mij optreden als er geweest zijn, die mij met heilzame woorden vermaanden. O Heer, ik vind niets wat ik zeggen, ik heb niets wat ik antwoorden zal! En terwijl ik reeds in den geest sta voor dat vreeslijk gerecht, kwelt mij mijn geweten, folteren mij de geheimen mijns harten, benauwen mij mijne ongerechtigheden. Mijne hartstochten en driften staan tegen mij op en roepen mij toe: wij waren de vrienden .waarmede gij verkeerdet, de meesters die gij gehoorzaamdet, de heeren die gij diendet! — O mijn God, red mij van het oordeel! Voer mijne ziel uit den kerker dien zij verdient, ik bid het U door de liefde uws goddelijken Zoons! Breek mij los uit de boeien der zonden, ik smeek het U door uwen Eeniggeborene! O hernieuw mij, dien de eigen misdaden met het doemvonnis bedreigen, ten leven, door de gebeden van uwen aller-dierbaarsten Zoon ! Want wien kan ik beter kiezen tot voorspreker bij U, dan Hem, die de verzoening is onzer zonden? Zie daar dan, o Vader! mijn Voorspreker bij U! Zie daar mijn Hoogepriester, die niet noodig heeft gereinigd te worden met vreemd bloed; want Hij schittert van zijn eigen bloed, waarmede Hij bedekt is! Zie daar de heilige, welgevallige en volmaakte Ofterande, U aangeboden in den geur der lieflijkheid en door U welwillend aangenomen! Zie daar het smetlooze Lam? dai stom was voor het aanschijn zijner vervolgers, dat in 't aangezicht geslagen, bespogen en bespot, zijnen mond niet opendeed! — Zie daar dengene, die geene zonde deed en onze euveldaden droeg, die onze krankheden door zijne striemen heeft genezen!

.1

!

I

t

H. Aug. t. a. p.

■

ocr page 405

371

IIe Statie. Jesus neemt het kruis op zijne schouders.

v. Wij aanbidden U. enz.

Gebed.

O Jesus, geef mij de genade dat ik uw kruis niet zwaarder make door mijne zonden; en dat ik mijn krnis, alle de beproevingen en moeilijkheden die Gij mij zult overzenden, in den geest van oprechte boetvaardigheid, met liefde en met moed moge dragen. — Onze Vader. — Wees gegroet. — Eert zij den Vader. — Ontferm f] onzer, enz.

Ander Gebed.

Aanschouw o liefderijke Vader! uwen teederlieven-den Zoon. die voor mg zoo bitter heeft geleden! Aanschouw o genadige Koning! wie lijdt en herinner U welwillend voor wien Hij lijdt! Is Hij niet, mijn God! uw heilige Zoon, dien Gij hebt overgeleverd, opdat Gij den schuldigen slaaf zoudt vrijkoopen? Is Hij niet de Schepper des levens die als ?chaap ter slachting geleid, en aan U gehoorzaam geworden tot in den dood, niet geaarzeld heeft voor mij ellendige den smaüelijksten en smart vols ten dood te ondergaan ?

H. A u g. t. a. p.

lil* Statie. Jesus valt.de eerstemaal onder het kruis.

v. Wij aanbidden U, enz.

Gebed.

O Jesus! miine zonden zijn de oorzaak van uwen val. Verleen mij de genade, dat ik uwe smarten door mijnen herval in de zonde niet vernieuwe. — Onze Vader. — Wees gegroet. — Eere zij den Vader. — Ontferm U onzer.

ocr page 406

Ander Ge bed.

Wat hebt Gij bedreven, o allerzoetste Jesus! dat Gij zoo gestraft wordt? Wat hebt Gij misdaan, o allermin-lijkste Verlosser! dat men U zoo behandelt? Welke is uwe misdaad? Wat uw misdrijf? Welke de oorzaak van uwen dood? Ach! Gij zijt onschuldig; maar ik, ik ben de oorzaak van uw lijden! ik de schuld van uwen dood! — O verwonderlijke strafoefening! o onuitsprekelijk geheimnisvolle schikking! De onrechtvaardige zondigt en de rechtvaardige wordt veroordeeld, de schuldige misdoet en de onschuldige draagt de straf, de goddelooze beleedigt, en de godvreezende wordt gekastijd! — Wat de booze verdient, ondergaat de goede; wat de slaaf pleegt, betaalt de Heer; wat de rnensch bedrijft, boet God !

H. Aug. t. a. p.

IVo Statie. Jesus ontmoet zijne lieve Moeder.

v. Wij aanbidden U, enz.

Gebed.

O Jesus 1 verwek in mij door de voorspraak van Maria een levendig berouw over mijne zonden, opdat ik ze bevveene gedurende geheel mijn leven en in de ure des doods genade bij U vinde. Onze Vader. — Wees gegroet. — Eere zij den Vader, — Ontferm U onzer.

Ander Gebed.

Mij heeft de boom des verderfs tot ongeoorloofde begeerlijkheid verlokt, en U o Jesus! leidt de volmaaktste liefde tot het vloekhout des kruiscs; i k heb het ver-bodene gezocht en Gij ondergaat de straf; ik smaakte het genot der spijze en Gij lijdt de smart; ik genoot de wellusten en Gij verduurt de foltering; ik zwelgde de zoetheid van het ongeoorloofde en Gij wordt met bitterheden verzadigd; in zondige blijdschap verheugde zich de misdadige Eva met mij, en bitterlijk weenende lijdt de onschuldige Maria met U!

(H. Aug. t. a. p.)

ocr page 407

Ve Statie. Simon van Cvrene wordt gedwongen Jesds keuis te dragen.

v. Wij aanbidden TT, enz.

Gebed,

O Jesus! mij komt het kruis toe, omdat ik gezondigd heb. Maak dat ik ten minste U op den kruisweg moge vergezellen, en het kruis des tegenspoeds uit liefde jegens U gewillig drage. Onze Vader. — Wees gegroet. — Eere zij den Vader. —• Ontferm D onzer.

Ander Gebed,

Aanzie o Vader! de onbesmette voeten uws godde-lijken Zoons, die niet stenden op den weg der boosheid, maar altijd wandelden in uwe wet. Ach! vestig mijne schreden op uwe paden, en geef genadiglijk, dat ik alle wogen der ongerechtigheid hate; verwijder mij van den weg des kwaads en doe mij altijd kiezen den weg der waarheid. O Koning der Heiligen ! ik bid U door dezen Heilige der Heiligen, door dezen mijnen Verlosser, laat mij toch immer voortwandelen in de wegen uwer geboden, opdat ik vereenigd moge leven naar den geest, met Hem, die niet gevreesd heeft zich te beklec-den met mijn vleesch!

H, A u g. t. a. p.

Vie Statie. De H. Veronica reinigt Jesus gelaat met een zweetdoek.

v. Wij aanbidden U, enz.

Gebed.

O Jesus! geef mij de genade, dat mijne ziel gereinigd worde van alle zonden; prent uw heilig lijden zoo diep in mijnen geest en in mijn hart dat ik het nimmermeer vergete. Onze Vader. — Wees gegroet. — Eere zij den Vader. — Ontferm U onzer.

ocr page 408

374

Ander Gebed.

O Koning der glorie, mijne goddeloosheid blijkt en awe heiligheid schittert; mijne ongerechtigheid en uwe gerechtigheid beiden worden openbaar in uw lijden! O mijn Koning en mijn God! wat zal ik II wedergeven voor al hetgene Gij mij gegeven hebt? Wat toch vermag het hart des menschen uit te denken dat zou kunnen opwegen tegen de waarde van zulk eene liefde? En toch, o Zoon Gods! Volgens de verwonderlijke leiding uwer goedheid is er iets wat mijne zwakheid vermag! Mijne ziel immers, kan door uwe liefde bewogen, het vleesch kruisigen met zijne ondeugden en begeerlijkheden; en wanneer Gij haar deze genade verleent, dan begint zij als met U mede te lijden. En dit wil ik, o Jesus ! Niets moge mij voortaan zoet zijn, niets mij behagen; niets zij mij aangenaam en welkom meer zonder Ü! Zonder U moge mij voortaan alles verachtelijk en bitter worden! Wat ü mishaagt, dat ook mis-hage aan mij; en uw welbehagen zij mijn eenig verlangen ! Het walge mij blijdschap te smaken zonder U; het zij mijn wellust met droefenis bezocht te worden om U! Uw naam zij mijne verkwikking en uwe herinnering mijn troost! U te gehoorzamen zij mij een lust, U te weerstaan een gruwel!

H. A tig. t. a. p.

Vile Statie. Jesus valt ten tweedemale ondek het kruis.

v. Wij aanbidden U, enz.

Gebed.

O Jesus! schaamte bedekt mij omdat ik telkens op nieuw heb gezondigd! Ach geef mij de genade, dat ik zoo uit mijne zonden moge opstaan, dat ik nimmer meer hervalle. — Onze Vader. — Wees gegroet. — Eere zij den Vader. — Ontferm U onzer.

Ander Gebed.

Tot hoe diep, o Zoon Gods ! tot hoe diep daalt uwe

ocr page 409

375

nederigheid? Tot hoeverre gaat uwe liefde? Tot hoeverre strekt awe goedgunstigheid, streeft uwe genegen-kt en heid, reikt uw medelijden? Want ik misdeed en Gij uwe wordt gestraft; ik zondigde en Gij duldt; ik was hoo-

jden! vaardig en Gij wordt vernederd; ik verhief mij en Gij erge- wordt nedergeworpen; ik was ongehoorzaam en Gij vol-

toch | doet door uwe gehoorzaamheid de schuld mijner onge-

zoquot; hoorzaamheid!

ïfde? H. A u g. t. a. p. 5 lei-

ver- VUIe Statie. Jesus ontmoet de wennende vrouwen.

gt;gen, v wry aanbidden U, enz.

?eer-

2ent, Gebed,

wil O Jesus! geef mij tranen van een oprecht berouw,

nets opdat het medelijden hetwelk ik gevoel met uwe smar-

ten mij ten voordeel verstrekke. — Onze Vader. — ach- IVees gegroet. — Eere zij dan Vader. — Ontferm U

onzer, enz.

er—

U. A n d e r G e b e d.

den Genees mij, o Heer! en ik zal genezen worden; red

ier- niij en ik zal behouden zijn: Gij die het kranke ge-

cen neest en het genezene bewaart; Gij die met een wenk

alles herstelt wat zwak en ellendig was! — O allerzoetste, allerminlijkste, allerliefste, allerschoonste Jesus!

ik smeek U, stort den overvloed uwer zoetheid en ER liefde in mijn hart; opdat ik niets wat aardsch, niets

wat vleeschlijk is, verlange of denke, maar U alleen beminne, U alleen drage in mijn hart en op mijne lippen. Schrijf met uwen vinger in mijn binnenste de zoete herinnering van uwen honigvloeienden Naam, 3p die door geene vergetelheid meer in mij worde uitge-

ik wischt. Schrijf op de tafel mijns harten uwen wil en

er uwe wet: opdat ik U, o Heer van onmetelijke zoetig-

— heid ! en uwe geboden altijd en overal voor oogen hebbe.

Ontvlam mijn gemoed met dat vuur, hetwelk Gij op aarde hebt gebracht en dat allerwege den vurigsten brand der liefde moest veroorzaken; opdat ik aan U e y m'jne liefde! al weenende opdrage het offer van een

ocr page 410

376

rouwmoedigen geest, en van een vermorzeld hart. — Zoete Christus! goede Jesus ! geef mij toch, zoo als ik verlang, en met geheel mijne ziel smeek, uwe heilige en zuivere liefde; zij moge mij vervullen, innemen en geheel bezitten! Schenk mij, o lieve Jesus! tot onbetwijfelbaar blijk uwer liefde een immer vlietenden stroom van tranen: zij mogen uiten, zij mogen spreken, hoezeer mijne ziel, die overstelpt van de al te groote zoetheid uwer liefde, hare gevoelens niet kan uitdrukken en zich van weenen niet kan weerhouden, U liefheeft, U bemint.

H. Aug. t. a. p.

IXe Statie. Jesus valt ten derdemale onder het kruis.

v. Wij aanbidden U, enz.

Gebed.

O Jesus! nu heb ik vast besloten van voor immer een einde te zullen maken aan mijne zonden, opdat ik U althans eenigen troost verschafte in uw smartvol lijden. Bevestig mij in mijn voornemen, en maak het werkdadig door uwe genade. — Onze Vader. — Wees gegroet. ~ Eere zij den Vader. — Ontferm TJ onzer.

Ander Gebed

Zie hier mijne verzoening o Vader! en uwe voldoening! O let welwillend op den Zoon. dien Gij gewonnen en den slaaf dien Gij verlost hebt! Aanschouw den Schepper en versmaad het schepsel niet! Aanvaard den Herder en aanzie genadig het schaap door Hem op zijne schouderen gedragen. Zie hier de allergetrouwste Herder, die langen tijd dwalende langs c.e hellingen der bergen, en de diepten der dalen met velerhande vermoeienis heeft gezocht; die het reeds stervend en wegens langdurige afdoling bezwijkend schaapje eindelijk wedervond; die het met blijdschap op zich nam en met de verwonderlijkste inspanning zijner liefde van uit den diepen afgrond der ellende redde; en het met lief-

l

ocr page 411

devollc omhelzing vastknellende tot de negen en negentig terugbracht! Zie, o Heer, mijn Koning, almachtige God! de goede herder brengt U weer, wat Gij Hem hadt toevertrouwd; Hij nam op zich volgens uwen wensch om den mensch te redden, en dien brengt Hij tot U weer, vrij van alle smet. Zie, uw Zoon verzoent het maaksel uwer handen wederom met U; Hij brengt den slaaf tot U terug, dien zijn schuldig geweten tot een vluchteling had gemaakt; opdat hij die door zich zeiven straf verdiende, door Jesus' dood vergiffenis waardig zoude worden, en, die om zijne zonden ter helle moest verwezen, wederoni recht zou verkrijgen op den hemel!

PI. Aug. t. a. p.

Xe Statie. Jesus wordt van zijne kleederen beroofd en met gal en azi.jn gelaafd.

v. Wij aanbidden, enz.

Gebed.

O flesus! Ik ben van ganscher harte bedroefd over de zondige vreugde die ik mij veroorloofde en over de onmatigheid waaraan ik mij overgaf. Ik maak het vaste besluit van nimmer, met den bijstand uwer genade, den smaad en de smart die Gij geleden hebt, te vernieuwen. Ik zal den ouden mensch met zijne booze neigingen en begeerlijkheden afleggen, en mijn volgend leven in zedigheidenmatigheid doorbrengen.— Onze. Vader.— Wees gegroet, — Eere zij den Vader. — Ontjerm u onzer.

Ander Gebed.

Wat heeft de mensch misdaan, dat niet geboet werd door Gods Zoon, toen Hij, voor ons mensch geworden, zoo bitter leed? Welke hoovaardij kan zoo verwaten wezen, dat zij door zulk eene nederigheid niet wordt verwonnen? Welke heerschappij des doods kan zoo geweldig zijn, dat zij niet moet onderdoen voor de kruisstraf van Gods Eeniggeborenen ? O God, red ons toch van alle hoovaardigheid en van alle zonde door de verdiensten van uwen Zoon! — O mijn God, als Gij de zonden van den zondiirenden mensch en de lt;renade van den verlos-

ocr page 412

378

senden Schepper tegen elkander in de weegschaal werpt., dan is er grooter verschil tusschen beiden, dan er bestaat tusschen het Oosten en het Westen, tusschen het diepste der helle en het hoogste der hemelen! — O aller-barmhartigste Schepper' Vergeef mij mijne zonden door de onmetelijke smarten van uwen geliefden Zoon, Zijne goedheid voldoe voor mijne boosheid, zijne zedigheid voor mijne losbandigheid, zijne zachtmoedigheid voor mijne hardheid. Zijne nederigheid boete mijnen trots, zijn geduld mijn ongeduld, zijne gehoorzaamheid mijne ongehoorzaamheid, zijne zoetaardigheid mijne bitterheid, zijn lankmoedigheid mijne gramschap, zijne liefde mijne hardvochtigheid !

H. Aug. t. a p. Xle Statie. Jesus wordt aan het kruis gkheciit.

v. Wij aanbidden, enz.

Gebed.

O Jesus I Gij lijdt dit alles voor mij! Zal ik dan niets jijden voor U? Ach, klink mijn weerspannigen wil zoo vast aan uw kruis, dat ik ü nimmer meer verlate. Ik neem mij voor van nooit meer te zullen zondigen, en uit liefde jegens U voortaan alles geduldig te zullen verdragen. —■ Onze Vader. — Wees gegroet. — Eere zij den Vader, — Ontferm ü onzer.

Ander Gebed.

Helaas! dat ik den Koning der Engelen niet heb mogen zien in zijne vernederde gestalte als den Zoon des menschen, toen Hij verscheen om de menschen te brengen tot het gezelschap der Engelen! Ach, dat ik tegenwoordig geweest ware, toen de beleedigde God stierf, opdat de zondaar zou leven! Och of ik getuige had kunnen zijn van het verwonderlijk en onschatbaar schouwspel van zulk eene liefde! —Welaan m.jne ziel, doe wat gij kunt, neem deel in den geest aan het lijden van uw God! Waarom mijne ziel! zijt gij niet dronken van de bitterheden der tranen, terwijl Hij met bitteren gal wordt gedrenkt? Waarom mijne ziel! hebt gij geen medelijden

ocr page 413

met de allerzuiverste Maagd, de allerwaardigste Moeder des Heeren, uwe allerwaardigste Koningin?— O mijne allerbarmhartigste Koningin! welk een bron van tranen ontwelde er niet aan uwe allerreinste oogen toen gij zaagt hoe uw Zoon mishandeld werd. gefolterd en ge-slachtotTerd! Welk een vloed van tranen vloeide er niet langs uw allerminlijkst gelaat, toen gij uwen Zoon? tegelijkertijd uwen God en Heer, zonder schuld op het kruis zaagt uitstrekken; toen gij de goddeloozen het vleesch van uw vleesch zoo meedoogenloos zaagt verscheuren ? — Ach, welke smarten doorwondden uw allerzuiverst hart. toen gij hoordet://Vrouwe zie uw Zoonquot; en /Zie uwe Moeder,quot; en gij den leerling ontvingt voor den Meester, den dienaar voor den Hoer!

K. Aug. t. a. p.

Xlle Statie. Jesus sterft aan iif.t kruis, v. Wij aanbidden, enz.

Gebed.

O Jesus! nadat Gij uw leven voor mij ten beste hebt gegeven, is het billijk, dat ik mijn volgend leven geheel aan U toewijde! Dit is mijn onwrikbaar besluit,. Ik smeek U door de verdiensten van uwen allerkost-baarsten dood, geef mij de genade, dat ik mijn voornemen moge volbrengen.— Onze Vader.— Wees gegroet, — Eere zij den Vader. — Ontferm TJ onzer.

Ander Gebed.

O lieer Jesus Christus, Zoon van den levenden God t die met uitgestrekte armen aan het kruis stervende den kelk des lijdens hebt gedronken om de verlossing te bewerken van alle stervelingen. Gewaardig U, mij heden hulp te verleenen. Zie, arm kom ik tot U, die rijk zijt; ik ellendige tot U, den medelijdende. Ach, dat ik niet ]edig noch teleurgesteld wederkecre! Ach Jesus, heb medelijden met mij, ofschoon ik uw medelijden niet verdien! — In zonden ben ik ontvangen en geboren en Gij hebt mij afgewasschen en gereinigd; en ik, ik heb

ocr page 414

mij later op nieuw met zonden bezoedeld. In onvrijwillige zonden geboren, wentelde ik mij in vrijwillige. Ondankbaar was ik voor uwe weldaden; want na het doopsel heb ik veel ongeoorloofds verricht, veel schandelijks bedreven, en terwijl ik de gefleegde zonden had moeten boeten, heb ik telkens zonden bij zonden gevoegd! De boosheden waarmede ik U onteerde en mij zei ven besmette, dien Gij naar uw beeld en gelijkenis hebt gevormd, zijn mijne hoovaardigheid, ijdele glorie en vele andere ongeregeldheden, die de rampzalige ziel kwellen en bedroeven; verscheuren en vernielen. — Zie, Heer! mijne ongerechtigheden zijn gestegen tot boven mijn hoofd, en als een zware last drukken zij op mij; en zoo Gij, wien het eigen is altijd te ontfermen en te sparen, mij niet aangrijpt met de rechterhand uwer Majesteit, dan moet ik reddeloos neerzinken in de diepte! — Mijn God! ach, ik ster! reeds, ik verga! — en mijn Jesus is niet met mij! — Ach, beter is het niet te zijn, dan te zijn zonder Jesus! Beter is het niet te leven, dan te leven zonder het Leven. — Maar o goede, o lieve Jesus! waar zijn uwe aloude ontfermingen? Zult gij dan tegen mij toornen in eeuwigheid ? Ach, ik smeek ü, word verzoend en ontferm Ü mijner, en wend uw aanschijn niet af van mij! — Treur, mijne ziel! Treur als eene weduwe over den bruidegom harer jeugd. — Rampzalige! jammer en ween, omdat uw Bruidegom u verlaten heeft, Christus ! — O, toorn des Allerhoogsten, barst niet los over mij, want ik kan U toch niet verzadigen! — Ontferm U mijner, o Heer! opdat ik niet wanhope, maar hopende herademe. Heb ik bedreven waarom Gij mij met recht kunt doemen, overvloedig blijft de goedheid waarmede Gij pleegt te redden ! — O Heer, gij wilt den dood der zondaren niet. Gij schept goen behagen in den ondergang der stervenden. Neen! opdat de dooden zouden leven, daarom zijt Gij gestorven, en uw dood heeft den dood der zondaren te niet gedaan. En- als zij, terwijl Gij siierft, leefden, ik smeek U, o Heer! dat ik, terwijl Gij leeft, niet sterve!

H. Aug. t. a. p.

ocr page 415

381

Xllle Statie. Jesus lichaam wordt van het kruis

genomen.

v. Wij aanbidden U, ens.

Gebed.

O Maria ! welke smart moet uw teeder moederhart hebben verscheurd, toen gij het goddelijk Lichaam van uwen hartlijk geliefden Zoon in zulk een deerniswaar-digen toestand op uwen maagdelijken schoot naamt en het met de diepste deelneming beschouwdet! O Moeder van smarten! mijne zonden waren het zwaard, dat toen uwe ziel doorboorde. Ach, konde ik ze wegnemen en ongedaan maken ! Smeek, o barmhartige Maagd! bid voor mij, lieve Moeder! opdat ze mij vergeven worden; en verwerf voor mij de genade, dat ik mijn Goddelijken Verlosser in het vervolg ::iiet weer op nieuw door de zonde kruisige, maar dat ik Hem door oprechte boetvaardigheid en door een waarachtig Christeliiken levenswandel verheerlijke en verblijde!— Onze Vader. —• Wees yegroet. — Eere zij den Vader. — Ontjerm U onzer.

Ander Gebedj

Ach, had ik toch met den gelukkigen Joseph mijnen Heer van het kruis mogen afnemen, met kruiden zijn dierbaar Lichaam balsemen, en met overgroote zorg in het graf nederleggen! Ware het mij ten minste vergund, dat ik eenige dienst had mogen bewijzen bij zulk eene verhevene begrafenis! — o God! ik smeek U, door den dood uws Zoons, spaar mijne ziel! Bezoek mij die ziek ben; heel mij die gewond ben; genees mij die wegkwijn; roep mij die dood ben wederom in het leven! Geef mij Heer, een nieuw hart dat U vreeze; eene ziel die U beminne; een zin die U begrijpe ; ooren die U hooren; oogen die U zien ! Ontferm U mijner, ontferm U mijner o mijn God! en zie mij aan van den heiligen troon uwer Majesteit en verdrijf de duisternissen mijns harten met een lichtenden straal uwer glorie! —■ Heilige en onbevlekte Maagd en Moeder Godd Maria, en Moeder van

ocr page 416

onzen Heer Jesus Christus! ge waardig u voor mij te smeoken bij Hem, wiens tempel gij hebt mogen worden !

H. Aug. t. a. p,

XlVe Statie. Jesus lichaam wordt in het grae

gelegd.

v. ij aanbidden U, ent.

Gebed.

O Jesus ! ik dank U voor alles wat Gij geleden hebt. om mij te verlossen, en ik bid U, geef mij de genade, dat ik uw goddelijk Lichaam, hetwelk Gij voor mij in den dood hebt gegeven, altijd in de H. Communie waardig ontvange; en laat mij zoo leven, dat ik U eenmaal eeuwig bezitten en genieten moge. — Onze Vader.— Wees gegroet. — Eere zij den Vader.— Ontferm U onzer.

Ander Gebed.

Gedenk wijders niet, o allerzoetste Jesus ! uwer gerechtigheid tegen mij uwen zondaar, maar wees uwer barmhartigheid indachtig jegens mij uw schepsel! Gedenk uwen toorn niet langer tegen eenen schuldige, maar heb medelijden met een ongelukkige! Vergeet den vermetele die uwe gramschap tartte, en aanzie den ellendige, die U om ontferming smeekt! — AVat toch is Jesus dan Verlosser? Welaan dan. Heer! bij uwen Naam sta op tot mijne hulpe, en zeg tot mijne ziel: «Ik ben uw heil.quot; — Veel vertrouw ik, veel verwacht ik van uwe goedheid, o Heer! Want Gij zelf leert mij vragenboeken, kloppen; en daarom, door uwe leer onderricht, vrage ik, zoek ik, klop ik. En Gij, Heer! die mij gebiedt te vragen, doe mij ontvangen; Gij die mij vermaant te zoeken, laat mij vinden; Gij die mij leert kloppen, open mij! — Versterk mij zwakke, herstel mij ellendige, geef mij doode het leven weer. En gewaardig U, alle mijne zinnen, gedachten en handelingen te regelen en te be-sturen volgens uw welbehagen, opdat ik in het vervolg U diene, voor U leve, en mij geheel aan U wijde! — ]Joor U te volgen en door U te beminnen, moge ik voortaan geheel de uwe zijn, zoo als ik reeds de uwe

ocr page 417

ben door al hetgene Gij voor mij hebt gedaan, die leef: en heer.icht in eeuwigheid. Amen.

H. Aug. t. a. p.

Slotgebed.

Ontferm U onzer o Heer! ontferm U onzer! O God, die den standaard des kr .rises door het kostbaar Bloed nws eeniggeboren Zoons hebt willen heiligen, wij bidden U. geef ons, dat wij allen, die ons verblijden over de verheerlijking van zijn H. Kruis immer uwe machtige bescherming mogen genieten. Door onzen Heer Jesus Christus, enz. Amen.

Dat de zielen dar geloovigen door Gods barmhartigheid rusten in vrede. — Hierna bidt men zes malen het Onze Vader, het Wees gegroet en; Jiere zij den Vader. (De vijf eerste malen ter eere der H. Wonden, en een-maal volgens do meening van Z H. den Paus.)

Ander Slotgebed.

Geef o Jesus! dat ik TJ zoozeer moge beminnen als Gij het gebiedt. Ik dank U, en smeek U tevens; opdat de opwekking tot uwe meerdere liefde, die Gij mij thans uit vrije genade hebt verleend, voor mij niet vruchteloos zijn moge. Voltrek in mij wal Gij begonnen zijt en geef wat Ge mij zonder mijne verdienste door uwer. bijstand hebt doen wenschen! Verander goedgunstig mijne traagheid in eene allervurigste liefde jegens U! — Mijn Jesus, mijn Schepper, mijn liedder. mijn Behouder, mijn God en mijn al! naar U dorst ik, naar U honger ik, naar U verlang ik, naar U versmacht ik, U begeer ik! En zoo als een teeder minnend kind, dat het bijzijn zijns vaders moet missen, zonder ophouden weenend en-klagend met al de genegenheid zijns harten, zijn vurig geliefden vader vasthoudt en omhelst, zoo ook, niet zoo als ik moest, maar zooveel als ik kan, tracht ik het beeld van uw lijden, van uwe kaakslagen, uwe geeselstrie-men, uwe wonden, uwen dood, uwe begrafenis en tevens ook van uwe heerlijke opstanding en wondervolle hemelvaart, door een levendig geloof mij te vertegenwoordigen en als vast te houden; en beween ik

ocr page 418

384

de ellende mijner ballingschap, verhoop ik den troost uwer wederkomst, en versmacht ik vurig naar de blijde aanschouwing van uw gelaat! Mijne ziel wil geen iroost dan van U, mijne zoetheid, mijn wellust! Wat toch verlang ik in den hemel, en wat wil ik op aarde zonder U ? U wil ik, U hoop ik, U zoek ik! Tot U heeft mijn hart gesproken: «Ik heb uw aanschijn gezocht,quot; en uw aanschijn zal ik blijven zoeken o Heer! ach, wend toch uw gelaat niet af van mij ! — Liefdevolle minnaar der menschen ! U is de arme overgelaten en den weezen zult Gij ten helper zijn. O allerveiligste toevlucht! ontferm U dan over mij, want ik ben uw weeze; ik ben een kind geworden zondar vader; mijne ziel is als eene verlatene: ach, aanzie do tranen mijner verlatenheid, die ik U aanbied totdat Gij wederkeert. Welaan, o Heer! verschijn toch en ik zal getroost zijn; vertoon uwe tegenwoordigheid en mijn verlangen zal vervuld worden; openbaar uwe glorie en mijne blijdschap • zal volkomen wezen! Mijne ziel dorst naar U! Ach, hoe veelvuldig dorst mijn vleeseh naar ü? Mijne ziel dorst naar God, do fontein des levens! Wanneer toch zal ik komen en verschijnen voor het aangezicht des Heeren? Wanneer zult Gij komen, mijn

Trooster ?--O, wat zal het wezen, als ik eenmaal mijne

vreugde zal zien, waarnaar ik verlang! 0, als ik verzadigd zal worden, wanneer mijne glorie verschijnt, waarnaar ik dorst! O, als ik dronken zal worden van den overvloed van uw huis, waarnaar ik verzucht? O, als Gij mij zult drenken met den stroom uwer wellusten, waarnaar ik versmacht! — In afwachting, o Heer! mogen tranen en klachten mijn voedsel zijn dag en nacht, totdat mij worde geboodschapt: ;,Zie uw God!quot; totdat mijne ziel hoore: //Zie, uw Bruidegom!quot; — Troost mij inmiddels in mijne droefenis, en verkwik mij in mijne smart! — Doch komen zal Hij, mijn Verlosser, want Hij is goed; Hij zal niet toeven, want Hij is barmhartig! Hem zij eere en glorie in t!e eeuwen der eeuwen. Amen!

H. Aug. t.a.p.

ocr page 419

385

XIV. GEBEDEN TER EEEK DER H, MAAGD.

KLEINE GETIJDEN DER ONBEVLEKTE ONTVANGENIS. ter ;metten

Uwe Ontvangenis, o H. Maagd, Moeder Gods, heefc geheel de wereld verblijd.

Verkondigt, mijn' lippen, den lof van de Maagd. A. Uit wie voor deez' aard eeuwig heil is gedaagd Wees, Vrouwe, mijne hulp altijd.

A. En schutte uw arm mij in den strijd.

Eere zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest, A. Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd, en in alle eeuwen der eeuwen. Amen, Alleluia.

(Van Septuagesima tot Pasehen zegt men, in plaata van Alleluia:

Lof zij U, o Heer, Koning der eeuwige glorie.)

Lofzang:

U, Beheerseheres der aarde,

Die den Vorst des vredes baarde.

Maagd der Maagden, morgengloed,

Brengen wij den eerbiedgroet.

Vol genade en liefde tevens,

Glansde uit u het lieht des levens Heel de menschheid sehittrend aan?

Moeder, ach, wees toch begaan Met het lot der stervelingen,

Die uw glorietroon omringen,

En daar smeekend voor u staan.

Vóór nog zon- of maanlicht rezen.

Lang vóór de aard nog was gegrond.

Had u de Eeuwige uitgelezen,

Om de Moeder Gods te wezen,

Arke van zijn Nieuw Verbond:

U, wie de erfelijke zonde,

't Gif der slang, niet smetten kondc.

Antiphoon. De Allerhoogste heeft zijne woontcme geheiligd: God is in het midden van haar, en zij zal

22

ocr page 420

386

Diet wankelen: want God zal haar helpen in het aanbreken van den morgenstond.

Ps. XLV, 5, 6.

Hoe schoon zijt gij, mijne Vriendin, hoe schoon zijt gij.

A. Uwe oogen zijn als die eener duive, behalve nog hetpene inwendig in U verborgen is.

Iloogl. IV, 1.

Gebed.

Heilige Maria, Koninginne des Hemels, Moeder onzes Heeren Jesus Christus en meesteresse der wereld, die niemand verlaat en niemand versmaadt; o zie genadig met de oogen uwer barmhartigheid op mij neder, en verwerf mij bij uwen geliefden Zoon de vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik, hier op aarde, uwe heilige j Onbevlekte Ontvangenis ootmoedig en aandachtig ver-eerende, eenmaal het loon der eeuwige zaligheid erlange. Door onzen Heer Jesus Christus, dien Gij als Maagd hebt gebaard, en die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht, in de volmaakte Drieëenheid, God, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

O, Vrouwe, bescherm mijn gebed,

A. En doe mijne roepstem tot God doordringen.

- Laat ons den Heer loven,

A. En Gode dank zeggen.

Dat de zielen der geloovigen door Gods barmhartigheid rusten in vrede.

A. Amen.

TER PKIMEN.

Uwe Ontvangenis, o H. Maagd en Moeder Gods, heeft geheel de wereld verblijd.

Wees, Vrouwe mijne hulp altijd,

A. En schutte uw arm mij in den strijd.

Eere zij den Vader, en den Zoon en den H. Geest, A. Gelijk het was, enz. Alleluia.

ocr page 421

387

■ E=

Lofzang.

ü, o Maagd, n, wijsheids-ader,

Huis, den Heere toegewijd,

Treden wij in ootmoed nader,

U, die onze Moeder zijt!

Tempel Gods op zeven zuilen.

Waar de Hemeldiseh in praalt!

Reeds door hooger licht bestraald.

Als uw dag nog lag te schuilen Onder heilige Anna's hart;

Die de bitt're barenssmart Voor de hoogste vreugd mocht ruilen,

Toen ze in U de Dochter zag Waar Gods raadsbesluit op lag;

Uit wier kuischen schoot Hij 't leven Adams kroost zou wedergeven.

U, de star uit Jacobs stam,

U, der Eng'len Koninginne,

U, de zaal'ge Rijks vorstinne!

U? de reinste liefdevlam,

U, die 't hart den hemel opent.

Dat, geloovig, biddend, hopend,

U zich tot beschermster nam.

O gij, Moeder-Maagd, die krachtig,

In der Christ'uen aardschen strijd,

Hun tot steun en toevlucht zijt,

Maak ons steeds uw gunst deelachtig, En verhoor ons te aller tijd.

AntipJioon. Wie is zij, die daar optreedt als het rijzend morgenlicht, schoon als de maan, zuiver als de zon,, verschrikkelijk als een leger in slagorde?

Hoogl. VI, 10. Gij zijt geheel schoon, mijne vriendin.

A. En er is geen smet in ü. Hoogl. IV. 7.

Gebed.

Heilige Maria, Koninginne des Hemels, Moeder onzes Heeren Jesus Christus en Meesteresse der wereld, die niemand verlaat en niemand versmaadt: o, zie genadig

ocr page 422

met (ie oogen uwer barmhartigheid op mij neder, en verwerf mij bij uwen geliefden Zoon de vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik, hier op aarde, uwe heilige Onbevlekte Ontvangenis ootmoedig en aandachtig ver-eerende, eenmaal het loon der eeuwige zaligheid erlange. Door onzen Heer Jesus Christus, dien gij als Maagd hebt gebaard, en die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht. in de volmaakte Drieëenheid, God, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

TER TEKTIEN.

Uwe Ontvangenis, o H. Maagd, Moeder Gods, heeft geheel de wereld verblyd.

Wees, Vrouwe, mijne hulp altijd.

A. En schutte uw arm mij in den strijd.

Eere zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest ? A. Gelijk het was in den beginne enz. Alleluia.

Lofzang.

Heil'ge Bondsark der verzoening.

Troon, door Salomo beduid,

Aarons staf in eeuw'ge groening.

Deur, die 't Hemelrijk ontsluit,

Vredeboog aan 's hemels zalen,

Horebs doorn omvlammend vuur,

Dauw, dien in het morgenuur,

Gedeon op 't vlies zag dalen;

Samsons raadsel-honigraat'

Neen, het erfelijke kwaad Kon, voorzeker, u niet smetten,

U, die ?t monster zou verpletten.

Dat eens Eva bracht ten val:

Neen, de Schepper van 't heelal Wilde, naar zijn hoogerc orden,

Uit een' Maagd geboren worden.

Rein en vlekloos als het licht Voor zijn God'lijk aangezicht.

ocr page 423

389

Antiphoon. In de zon heeft hij zijne woontente gevestigd. en hij treedt daaruit te voorschijn als een bruidegom uit zijne binnenkameren. Ps. XVIII, 6.

In het hoogste der Hemelen woon ik,

A. En mijn troon is in een wolkkolom.

Eccl. XXIV, 7.

Gebed.

Heilige Maria. Koninginne des Hemels, Moeder onzes Heeren -lesus Christus en Meesteresse der wereld, die r:emand verlaat en niemand versmaadt; o, zie genadig met do oogen uwer barmhartigheid op mij neder, en verwerf mij bij uwen geliefden Zoon de vergiftènis van al mijne zonden, opdat ik, hier op aarde, uwe heilige Onbevlekte Ontvangenis ootmoedig en aandachtig ver-eerende eenmaal het loon cler eeuwige zaligheii erlange. Door onzen Heer Jesus Christus, dien gij als Maagd hebt gebaard, en die met den Vader en den heiligen Geest leeft en heerscht, in de volmaakte Drieëenheid, God, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

TER SEXTEN.

Uwe Ontvangenis, o H. Maagd, Moeder Gods, heeft geheel de wereld verblijd.

Wees, Vrouwe, mijn hulp altijd,

A. En schutte uw arm mij in den strijd,

Eere zij den Vader, cn den Zoon, en den II. Geest A. Gelijk het was in den beginne, enz. Alleluia.

Lofzang.

Maagd en Moeder, die wij groeten Neergebogen in het stof;

Eng'lenvreugde in 's hemelshof.

Zie, wij knielen aan uw' voeten ;

Kuischheids bronwel, tempel Gods,

Hecht gebouwd op de eeu»ge rots Der Drieëenheid; vreugde-kweekster,

T^ed're hemellicht-ontsteekster.

Palm van vrede en van geduld;

22*

ocr page 424

390

Lustwarand, die Adams schuld En zijn Eden doet vergeten;

Stad des Ileeren, vredepoort,

Heilig, driewerf heilig oord !

Gij wie allen zalig heeten,

Gij, die vorst'lijk ran geslacht, De opperpriesterlijke Macht,

't Eeuwig Woord, hebt voortgebracht;

Gij, Maria, vol genade,

Kom ons met uw gunst te stade.

Antiphoon. Zijne grondveste is op den heiligen berg; de Heer bemint de poorten Sions boven al de tabernakelen Jacobs. Vs. LXXXVI, 1 en 2,

Heerlijke dingen zijn er gezegd van u, o stad Gods ! | A. De Allerhoogste heeft haar zelf gegrondvest.

Dezelfde Ps. vs. 3 en 5.

Gebed.

Heilige Maria, Koninginno des Hemels, Moeder onzes j Heeren Jesus Christus en Meesteresse der wereld, die j niemand verlaat en niemand versmaadt; o, zie genadig j met de oogen uwer barmhartigheid op mij neder, en i verwerf mij bij uwen geliefden Zoon de vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik hier op aarde uwe heilige Onbevlekte Ontvangenis ootmoedig en aandachtig ver-eerende, eenmaal het loon der eeuwige zaligheid er-lange. Door onzen Heer Jesus Christus, dien gij als Maagd hebt gebaard, en die met den Vader en den H. Geest leeft en hcerscht, in de volmaakte Drieëen-heid, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen. k

TER NONEK.

Uwe Ontvangenis, o H. Maagd, Maeder Gods, heeft geheel de wereld verblijd.

Wees, Vrouwe, mijne hulp altijd.

A. En schutte uw arm mij in den strijd.

Eere zij don VadeT, en den Zoon, en den H. Geest. A, Gelijk het was in den beginne enz. Alleluia.

ocr page 425

£91

Lo fza ng.

Wees gegroet, o vestingwallen,

Davids toren op de rots,

Onvcrwinbre sterkte Gods,

Die des vijands hcir doet vallen Door onzichtbrc wapenkracht;

Gij, die door des Hemels macht,

d'Ouden draak in 't stof verpletten,

En voor altijd breid'len kondt;

En het slagzwaard wist te wetten,

Méér dan Judith 't onderstond:

Wees gegroet, sieraad der wareld.

Met des hemels glans bepareld;

Spruit van Davids vorstenbloed,

Afgespiegeld in den gloed.

Die Abisag eens omstraalde,

En waar Rachels hoofd meê praalde,

Als de glans van Jacobs huis :

Uw, uw glorie was het kruis.

Waar de Godmcnsch aan verbloedde; Hij, wiens jeugd uw liefde hoedde,

Hij, die voor het mcnschdom stierf,

En ons 't hemelrijk verwierf;

Hij, des Vaders welbehagen,

Dien uw kuische schoot gedragen

En gebaard heelt in den tijd;

Daarom worden onze beden,

Heil'ge Moeder, u. op heden En voor eeuwig, toegewijd.

Antiphoon. Gij zijt de eere van Jerusalem, gij zijt da vreugde van Israël, gij zijt de heerlijkheid van ons volk,

Judith XV, 10.

Gelijk eene lelie onder de doornen,

A. Zoo is mijne vriendin onder de dochteren.

Hooglied II, 2.

Gebed.

Heilige Maria, Koninginne des Hemels, Moeder on-zes Heeren Jesus Christus en Meesteresse der wereld,

ocr page 426

392

die niemand verlaat en niemand versmaadt, o, zie genadig met de oogen uwer barmhartigheid op mij neder, en verwerf mij bij uwen geliefden Zoon de vergiffénis van al mijne zonden, opdat ik, hier op aarde, uwe heilige en Onbevlekte Ontvangenis ootmoedig en aandachtig ver-eerende, eenmaal het loon der eeuwige zaligheid er-lange. Door onzen Heer Jesus Christus, dien gij als Maagd hebt gebaard, en die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht, in de volmaakte Drieeenbeid, God, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

TER TESPEREN.

Uwe Ontvangenis, o H Maagd, Moeder Gods, heeit geheel de wereld verblijd.

Wees, Vrouwe, mijne hulp altijd,

A. En schutte uw arm mij in den strijd,

Eere zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest, A. Gelijk het was in den beginne enz. Alleluia.

L o f z a n g.

'k Groet u, dienares des Heeren,

Die volhardend in 't gebed,

Met ootmoedig zielsvernêeren,

ü geschikt hebt naar Gods wet ' Om Emmanuel te ontvangen In uw maagdelijken schoot;

Hem, die over graf en dood, (De opperheerschappij erlangen

En het menschdom zaal'gen kwam. Als onschuldig offerlam.

Ja, dien God hebt gij gedragen,

Toen Hij 't eeuwig Glorie-Rijk Uittoog, om, in 't aardsehe slijk,

— Hij, de Vorst der Englenkoren, —

Zich voor ons te zien geboren;

En aan den verloren zoon,

Wien het doemlot was beschoren.

Weer te geven 's Hemels kroon.

ocr page 427

398

Ja, Maria, toen, toen straalde 't Licht, dat van den hooge daalde,

Uit dien Zoor de wereld rond;

En, bij 's aardrijks droevig duister.

Rees uit u de morgenstond,

Ezechias eens verkond;

Die verzuchtte in krankheids-kluister,

Toen, op Gods bevel, de luister Van de zonne rugwaarts schoot, 't Reddingsteeken uit den nood Van een onvermijdbren dood.

Wees gegroet dan slangvertreedster, Leliebloem in doornengaard,

Maanglans. flonk'rend over de aard ;

Hooge hemeltroon-bekleedster,

Die voor dwaling 't hart bewaart.

Dat zich u blijft toebetrouwen.

O gezegcr.dste albr Vrouwen,

Geef, dat we eenmaal u aanschouwen.

Waar, in stoorlooze eeuwigheid,

IT de kroon is toebereid.

Antiphoon, De Heer sprak tot de slang: Ilc zal vijandschap stellen tusschen u en de vrouw, tusschen uw zaad en haar zaad: en zij zal u den kop verpletten.

Genes. IIT, 15.

Gezegend zijt gij onder de vrouwen.

A. En gezegend is de vrucht uws lichaams.

Luc. I, 28.

Ge bed.

Heilige Maria, Koninginne des Hemels, Moeder onzes Heeren Jesus Christus en Meesteresse der wereld, die niemand verlaat en niemand versmaadt: o zie genadig met de oogen uwer barmhartigheid op mij neder, en verwerf mij bij uwen geliefden Zoon de vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik, hier op aarde, uwe heilige en Onbevlekte Ontvangenis ootmoedig en aandachtig vereerende, eenmaal het loon der eeuwige zaligheid er-lange. Door onzen Heer Jesus Christus, dien gij als

ocr page 428

394

Maagd hebt gebaard, en die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht in de volmaakte Drieëenheid, God. van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

TER COMPLETEN.

Uwe ontvangenis, o H. Maagd, Moeder Gods, heeft geheel de wereld verblijd.

Dat wij door uwe voorbidding, o H. Maagd, met uwen Goddelijken Zoon verzoend en tot Hem bekeerd worden : A. En wend zijn gramschap af van ons.

Wees, Vrouwe, mijne hulp altijd,

A. En schutte uw arm mij in den strijd.

Eere zij den Vader, en den Zoon, en den II. Geest. A. Gelijk liet was in den beginne enz. Alleluia.

L ofzan g.

Wees gegroet, o reinste Moeder,

Spruit van Jesse, hemelschoon!

Hoedster van den Albehoeder,

Neergezeten naast zijn troon,

Schittrend boven de Englenscharen,

In een gouden glansgewaad;

Poolstar op de onzeekre baren,

Waar uw oog de doodsgevaren,

Die rondom den scheepling waren.

Heil aanbrengend gade slaat:

Hoop der zondaars, zwakheids-sterkster,

Hemeldeur, genabewerkster,

Krankenhulp en toeverlaat;

O verleen ons, door uw voorspraak.

Lieve Moeder van Gods Zoon,

Hier op aard reeds 's Hemels voorsmaak,

En daarboven 't eeuwig loon. J

Antiphoov. Ik ben de moeder der schoone liefde, der vreeze, der kennisse en der heilige verwachting; in mij is alle hope des levens en der deugd.

Eccl. XXIV, 24—26.

Treedt allen tot mij, die naar mij verlangt, A. En verzadigt u aan mijne vruchten. (t. a. p.)

ocr page 429

395

Gebed.

Heilige Maria, Koninginne des Hemels, Moeder on-zes Heeren Jesus Cljristus en Meesteresse der wereld die niemand verlaat en niemand versmaadt; o, zie genadig met de oogen uwer barmhartigheid op mij neder, en verwerf' mij bij uwen geliefden Zoon de vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik, hier op aarde, uwe heilige en Onbevlekte Ontvangenis ootmoedig en aandachtig vereerende, eenmaal het loon der eeuwige zaligheid erlange. Door onzen Heer Jesus Christus, dien gij als Maagd hebt gebaard, en die met den Vader en den H. Geest leeft en heerseht in de volmaakte Drieeenheid, God, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

TOEWIJDING.

Vol van ootmoed. Moeder-maagd,

Zij deez' bede u opgedragen;

Laat de hulde u welbehagen,

Die ons hart u tegendraagt.

A. En wanneer, na 't aardsche zwerven,

Onze ziel naar ruste smacht.

Doe ons dan een plaats verwerven,

Waar uw. blik ons tegenlacht.

LITANIE DEK ONBEVLEKTE ONTVANGENIS.

Deze litanie is getrokken uit de Bulle der dogmaverklaring van de Onbevlekte Ontvangenis der H. Maagd Maria, gegeven door Z. II. Paus^Pius IX.

Heer, ontferm ü onzer.

Jesus Christus, ontferm ü onzer.

Heer; ontferm U onzer.

Jesus Christus, hoor ons.

Jesus Christus, verhoor ons.

Eeuwige Vader, die in do hemelen zijt, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. H. Geest, waarachtig God, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons.

ocr page 430

8'j6

Maria, van af het begin en voor alle eeuwen uilverkoren en voorbereid, om de Moeder van Gods eenigen Zoon te worden,

Maria, meer dan alle schepselen door God bemind, Maria, in wie God door eene geheel buitengewone voorliefde zijn grootste welbehagen vond, i Maria, onvergelijkelijk boven alle Engelen en

Heiligen verheven,

Maria, zoo wondervol begiftigd met den overvloed der hemelsehe gunsten, dat gij altijd geheel vrij bleeft van eiken zondevlek,

Maria, ganseh schoon en volmaakt, verrijkt met

de volheid van onschuld en heiligheid,

Maria, wier heiligheid do grootste is, die men j zich beneden God kan voorstellen, en welke niemand, behalve God, kan begrijpen,

Maria, zonder erfsmet ontvangen,

Maria, die de volslagenste overwinning op het

oud serpent hebt behaald,

Maria, aan wie God de Vader zijn eenigen Zoon, aan ilem gelijk en uit Hem zeiven voortgekomen, geschonken heeft,

Maria, door Gods Zoon zeiven uitgelezen om we- |

zenlijk zijne Moeder te zijn,

Maria, van wie de li. Geest gewild heeft dat door zijne medewerking ontvangen en geboren wierd Diegene van wien Hij zelf voortkomt, Maria, van af den eersten stond uwer Ontvange- i

nis onbevlekt,

Maria, door genade en een bijzonder voorrecht om den wille van de verdiensten van Jesus Christus, vrij bewaard van de smet der erfzonde.

Maria, van het eerste oogenblik uwer schepping { af met de genade van den H. Geest toegerust, , Maria, op eene meer wonderbare wijze vrijgekocht, dan alle andere mensehen,

Maria, die met uwen Goddelijken Zoon in diens onverzoenbare vijandschap tegen den duivel hebt gedeeld,

ocr page 431

897

Maria, die met uwen onbesmenrden voet den

kop der helleslang hebt verplet.

Gij, de arke van Noë, die zonder letsel aan het

algemeen bederf der wereld ontkomen zijt, Gij, het braambosch, dat Moses geheel vlammend zag en tegelijk met groen en bloesem bedekt. Gij, die gesloten tuin, waarin geen bederf kan ' binnensluipen,

Gij, het huis wat zich de eeuwige Wijsheid bouwde, versierd met zeven pilaren, het zinnebeeld dor zeven gaven van den H. Geest. Gij, dat onbederflijk hout, waar de worm der

zonde nooit aan knaagde.

Gij, die altijd heldere bron door de kracht van

den H. Geest verzegeld,

Gij, die volmaakter dan Judith of Esther uw geslacht hebt hersteld en een levensbron voor geheel het menschdom zijt,

Gij, die nooit duisternis gekend hebt,

Gg, het eigen kunstgewrocht der H. Drievuldigheid,

Gij, de onbevlekte onder alle opzichten, de onschuld zelve, de volkomene gaafheid, het beeld zelve van oorspronkelijke zuiverheid, de eenig Heilige, de woonstede van alle genaden des H. Geestes,

Gij, die God alleen boven u en alle schepselen

beneden u hebt.

Gij, wier lof door geen tong op aarde noch in den

hemel naar waarde kan verkondigd worden. Gij, de lofspraak van Profeten en Apostelen. Gij, de eer der Martelaren, de vreugde en kroon van alle Heiligen,

( Gij, de zekere schuilplaats en onverwonnen hulp van allen die in nood zijn,

O alvermogende middelares die de aarde met uwen

Zoon verzoent,

O roem, luister, bolwerk der H. Kerk, O uitdelgster van alle ketterijen.

Gij, die het geloovig volk, die alle natiën aan de

3S

ocr page 432

398

grootste ellenden, aan rampen van allen aard hebt onttrokken, bid voor ons.

O Maria, ruim door uwe machtige bescherming alle hinderpalen uit den weg, zegevier over alle dwalingen, maak dat onze Moeder de H. Kerk onder allo volken en op alle plaatsen dagelijks in kracht en bloei toeneme. Door uwe Onbevlekte Ontvangenis, verkrijg voor ons

een groot berouw over onze zonden.

Door uwe Onbevlekte Ontvangenis, verkrijg voor ons

eene ware bekeering.

Door uwe Onbevlekte Ontvangenis, verkrijg voor ons

de genade van altijd goede biechten te spreken.

Door uwe Onbevlekte Ontvangenis, verkrijg voor ons het geluk om in dit leven aan do goddelijke gerechtigheid voor alle onze zonden te voldoen.

Door uwe Onbevlekte Ontvangenis, verkrijg voor ons de uitstekende gunst van onze ziel zuiver en zonder smet te wasschen in het bloed van uwen Zoon Jesus Christus en in de werken eener heilige boetedoening. Door uwe Onbevlekte Ontvangenis, verkrijg voor ons eene heldhaftige liefde voor do zuiverheid, en een grooten afschrik voor de tegenovergestelde ondeugd. Door uwe onbevlekte Ontvangenis, verkrijg voor ons eene steeds toenemende liefde tot God en een onver-zoenbaren haat tegen de zonde.

Door uwe Onbevlekte Ontvangenis, help ons, troost ons

in al onze noodwendigheden en smarten.

Door uwe Onbevlekte Ontvangenis, verkrijg ons de

genade van in Gods liefde te mogen sterven. Lam Gods, dat wegneemt do zonden der wereld, ontferm U onzer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ont-. ferm U onzer

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons.

Jesus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

v. Het is (heden) de Onbevlekte Ontvangenis der allerheiligste Maagd Maria.

A. Van haar, wier glorievol leven alle kerken opluistert.

ocr page 433

aay

LAAT ONS BIDDEN.

O God, die door de Onbevlekte Ontvangenis der Allerheiligste Maagd Maria, voor Uwen Zoon eene waardige woonplaats hebt bereid: wij bidden U, die haar uit kracht van den toekomstigen dood uws Goddelijken Zoons tegen alle smet hebt behoed; verleen ons door hare voorspraak, dat ook wij rein en onbesmet tot U mogen komen. Door denzelf'den Jesus Christus, onzen Heer, Uwen Zoon, die met ü leeft en heerscht, enz.

SCHIETGEBEDEN,

Gezegend zij de Heilige en Onbevlekte Ontvangenis der H. Maagd Maria.

O Maria zonder smet ontvangen, bid voor ons die tot u onze toevlucht nemen.

LITANIE VAN HET H. HAKT VAN MAK1A.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, Heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Hart van Maria, zonder eenige smet ontvangen, bid voor ons.

Vol van genade, .

Waardig verblijf der aanbiddelijke Drievuldigheid,! Woontente van het vleeschgeworden Woord, | 0?_ Hart volgens het hart van God,

Luisterrijke troon van glorie.

Volmaakt brandoffer der goddelijke liefde,

Afgrond van nederigheid.

Met Jesus aan het kruis gehecht,

Zetel der barmhartigheid.

! Troost der bedrukten.

ocr page 434

Hart van Maria, toevlucht der zondaren, bid voor ons Hart van Maria, veilige woning der rechtvaardigen, bid voor ons.

Hart van Maria, voorspraak der H. Kerk, bid voor ons. Hart van Maria, Moeder van alle geloovigen, bid voor ons.

Hart van Maria, na Jesns de zekerste hoop der stervenden, bid voor ons.

Hart van Maria, Koningin dor Engelen en van alle

Heiligen, bid voor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm TT onzer.

Christus, hoor ons, Christus, verhoor ons.

v. O allerheiligst en beminlijkst Hart van Maria. Moeder van mijn God, bid voor ons.

A. Opdat onze harten ontstoken worden van de goddelijke liefde die u bezielt.

I AAT ONS BIDDEN.

God van goedheid, die het heilig en onbevlekte Hart van Maria vervuld hebt met dezelfde gevoelens van barmhartigheid en goedertierenheid voor ons, welke het Hart van Jesus, uwen en haren Zoon doorgloeiden; verleen aan allen, die dat maagdelijke Hart vereeren, dat zij tot den dood toe in gevoelens en genegenheid eene volmaakte gelijkvotmigheid behouden met het H. Hart van Jesus Christus, die met U en den H. Geest leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

OEFENING TE li VEREERINCi DEK ZEVEN WEEËK VAN .MARIA.

I.

O allerheiligste Moeder mijns Verlossers! met kinderlijke deelneming overweeg ik de bittere smart, die

ocr page 435

401

uw teedergevoelig moederhart heeft geleden, toen gij bij de opdracht van uw goddelyk kind in den tempel uit den mond van den eerbiedwaardigen grijsaard Simeon deze woorden hoordet; «-Deze is gesteld tot val, en tot /opstanding voor velen in Israël, en tot een teeken, «hetwelk tegengesproken zal worden; en u zelve zal een vzwaard door de ziel gaan...!quot; Ik smeek u, o gezegende Moeder neem mij door dit uw lijden, hetwelk ik thans ^odvruehüg overdenk, in alle gevaren en moeilijkheden dezes levens onder uwe moederlijke bescherming, opdat ik immer aan God en aan n getrouw blijve en ten einde toe in zijne dienst standvastig volharde. -IVees gegroet.

U.

O allerheiligste Moeder mijns verlossers! met kinderlijke deelneming overweeg ik den angst en de droefenis die uw teederminnend moederhart geleden beeft, toen een Engel aan den H. Joseph kwam bekend maken, dat Herodes het goddelijk Kind naar het leven stond, en hem beval met u en met het Goddelijk Kind naar Egypte te vluchten.... Ik smeek u, o allerliefderijk-ste Moeder, verwerf mij door die overgroote angst en bekommering, welke ik thans godvruchtig overdenk, en door al de ellende en het lijden, die gij op deze verre reize en in dit ongeloovig land jaren lang hebt doorgestaan, de genade, dat ik mij altijd beschouwe als een vreemdeling op aarde, en mij nimmer late meeslepen noch door den bedrieglijken glans der verganklijke goederen,^noch door het verleidelijke van de ijdelheden der wereld; maar dat ik immer van ganscher harte slechts verlange en streve naar de waarachtige goederen en reine geneugten van het hemelsch vaderland. — Wees gegroet.

III.

O allerheiligste Moeder mijns Verlossers! met kinderlijke deelneming overweeg ik de groote bekommering en droefenis welke uw teergevoelig moederhart heeft geleden, roen gij uwen goddelijken Zoon op de

ocr page 436

402

reize naar Jerusalem hebt verloren, en Hem drie dagen lang met smarte hebt gezocht... Ik smeek u, o Moeder der barmhartigheid, verwerf mij door deze nwe bittere smart, die ik thans godvruchtig overdenk, de genade, dat ik Jesus nimmer door eene doodzonde verlieze, en indien ik Jesus soms mocht verloren hebben, dat ik Hem dan door oprechte tranen van waarachtige boetvaardigheid spoedig wederrinde. — Wees gegroet.

IV.

O allerheiligste Moeder mijns Verlossers! met kinderlijke deelneming overweeg ik de bittere smart die aw teedergevoelig moederhart heeft van een gereten, toen gij uwen schuldeloozen en hartelijk geliefden Zoon als een misdadiger gevangen zaagt wegvoeren; toen gij Hem aan wreede beulen ter geeseling zaagt overgeleverd, met scherpe doornen gekroond, allergruwzaamst bespot, ter dood veroordeeld, en met het zware kruis beladen ter strafplaats gevoerd... Ik smeek u, o machtige Koningin, en eenige hoop der zondaren, weer genadiglijk door al die smarten uws Zoons en door uw hartelijk medelijden met Hem, welke ik thans godvruchtig overdenk, de straffen van mij, die ik voor mijne zonden verdiend heb; en verwerf mij de genade van steeds te mogen toenemen in de liefde tot mijnen Verlosser; opdat ik Hem eenmaal, wanneer Hij komen zal om de wereld met zijn kruis te oordeelen, zonder vreeze knnne te gemoet treden. — Wees gegroet.

V.

O allerheiligste Moeder mijns Verlossers! met kinderlijke deelneming beschouw ik het vlijmend zwaard dat uwe ziel doorboorde, toen gij Jesus den wellust uws harten, van allen verlaten in onnoemlijke smart aan het kruis zaagt hangen en onder den schamperen spot en het hoongelach zijns volks den geest zaagt geven.. Ik smeek u o reinste der maagden, en zoete troost der stervenden! verwerf mij door de zee van smarten die n toen heeft overstelpt en door da onverwinlljke zielskracht waarmede gij stand hieldt ondor het kruis, de

ocr page 437

403

genade, dat ik alle vleeschlijke lasten, die de oorzaak van zooveel lijden waren, van ganscher harte verfoeie; en mi} door een waarE.chtig berouw over alle mijne zonden waardig make, oai eenmaal onder uwe bescherming en met den bijstand uws goddelijken Zoons kalm en welgemoed uit dit leven te scheiden. — Wees gegroet.

VI.

O allerheiligste Moeder mijns Verlossers 1 met kinderlijke deelneming overweeg ik den diepen weedom waarvan uw teedergevoelig moederhart vervuld werd, toen gij het ontzielde Lichaam uws goddelijken Zoons na de afdoening van het kruis in uwen moederljiken schoot naanu en het, bij de beschouwing der Heilige Wonden met tranen der teederste Helde besproeidet... Ik smeek u, o liefderijke Voorspreekster! verwerf mij door dit uw maatloos lijden, hetwelk ik thans godvruchtig overdenk, bij uwen goddelijken Zoon de genade, dat ik mij immer in alles gewillig late leiden door de altijd goedertierene en wijze voorzienigheid Gods ec nooit in de overtuiging wankele, dat God alles voor mij ten beste regelt en beschikt. — Wees gegroet,

VII.

O allerheiligste Moeder mijns Verlossers: met kinderlijke deelneming overweeg ik de onbeschrijflijke troosteloosheid die uw teederlievcnd moederhart heeft geleden, toen het Lichaam van uwen eeniggeboren Zoon in het graf werd neergelegd, en uwe oogen voor den laatsten maal het voorwerp uwer hartlijkste genegenheid aanschouwden... Ik smeek u, o Moeder der barmhartigheid verwerf mij door dit uw peilloos ziele-lijden, hetwelk ik thans godvruchtig overdenk, dat mijn hart, waarin zoo dikwerf het verheerlijkt Lichaam van uwen geliefden Zoon bij de H. Communie wordt neergelegd, altijd eene Hem welgevallige rustplaats zij; en geef dat ik in dit Goddelijk Hemel-brood immer kracht en sterkte vinde om alle troostloosheid en kleinmoedigheid naar uw voorbeeld door een waar vertrouwen op God te overwinnen. — Wees gegroet.

ocr page 438

404

oefening ter vereering dek zeven vreugden

van maria.

I.

O Maria! welk eene blijdschap ondervond uwe ziel, toen gij van den Aartsengel Gabriel hoordet, dat God een bijzonder welgevallen in u vond, en gij door Hem tot Moeder zijns eenig geborenen Zoons waart uitverkoren. Ik smeek ii, verwerf mij door deze vreugde de genade, dat het welgevallen God» ook mijne grootste vreugde zij; dat ik dit boven al het overige stelle en ik in alles wat ik denk, spreek of doe, daarnaar alleen moge streven. — Wees gegroet.

ii.

O Maria! hoe jubeldet gij in den Heer, toen gij zonder letsel uwer maagdelijkheid den Schepper en den Verwachte der volken aan de wereld schonkt. Verwerf mij de genade, dat ik de zuiverheid iles harten altijd zorgvuldig beware, geene ongeregelde neiging in mijn binnenste dulde. en mij nimmer door onheilige bedoelingen in mijne handelingen lute leiden, opdat ik tot diegenen moge behooren van wie Jesus uw Zoon seegt: ,,Zalig zijn de zuiveren van harte; want zij zullen God zien.quot; — Wees gegroet.

Hl.

O Maria! hoe verblijd waart gij, toen de Wijzen uit bet Oosten kwamen, om uwen Zoon als den waren God te aanbidden; en zij Hem goud, wierook en mirre ten geschenke aanboden ! Verwerf mij de genade, dat ik God altijd erkenne als mijn hoogsten Heer, innig genoegen vinde in mijne afhanklijkheid van Hem en altijd een levendig geloof, eene vaste hoop en een hart

rol van werkdadige- liefde aan Hem ten offer brenge.__

Wees gegroet.

IV.

O Maria! welk eene vreugde verhief aven geest, toen gij uwen geliefden Zoon, die voor uwe ocgen zoo smar-

ocr page 439

405

telijk aan het kruis gele.len en den geest gegeven had, na drie dagen wederom verrezen mocht aanschouwen! Verwerf mij de genade, dat ik uit het graf der zonde tot een nieuw leven herrijze, en dat, gelijk de dood geene macht meer over Hem had, 200 ook de zonde voortaan nimmer meer heersche over mijn sterflijk lichaam; en ik van nu af naar waarheid met den H. Paulus kunne zeggen: »Ik leef; doch neen! niet ik, »raaar Christus leeft in mij!quot; — Wees gegroet..

y.

O Maria! wie kan de blijdschap beschrijven, die gij ondervondt. toen uw eeniggeboren Zoon in eene heldere wolk, van heerlijkheid omgeven, ten hemel voer! Ik bid n, verwerf mij door deze uwe vreugde een krachtig en werkdadig verlangen naar den Hemel; opdat ik daardoor in het gsnieten der aardsche vreugden gematigd, in het lijden geduldig en in het goede onvermoeibaar worde, en alzoo te midden der tijdelijke goederen voortwandelende de eeuwige niet verlieze. — Wees gegroet.

VI.

O Maria! met welk eene verkwikking en allerzoetsten troost vervulde u de H. Geest, toen Hij op het Pinksterfeest al de schatten zijner genade-gaven in uw allerzuiverst Hart uitstortte. Verwerf mij toch de genade, dat ik door reinheid des harten, door onthechting aan de ijdelheden der wereld, en door onophoudelijk vurig bidden en waardig naderen tot de H. Sacramenten, mij tot zijne komst in mijn hart voorbereide, en immer zoo leve dat ik altijd zijn tempel zijn en blijven mag. — Wees gegroet.

VII.

O Maria! onbegrijplijk is de zaligheid die u overstelpte, toen gij in zegepraal ten Hemel werdt opgenomen om de belooning uwer deugden te ontvangen. Mocht ik u toch altijd in uwen heiligen levenswandel navolgen, en in alles, zoo als gij, den wil des Hemei-

23*

ocr page 440

4.06

schen Vaders volbrencren: opdat ook ik eenmaal in den Hemel worde toegelaten en mij eeuwig met u in God verblijde! O lieve Moeder, verwerf mij daartoe de goddelijke hulp. — Wees yegroet.

MISREBEDEN TEK EERE «ER H. MAAGD.

Zie bh. 283.

GETIJDEN DER H. MAAGD.

Zie blz. 114.

LITANIE DER H. MAAGD.

Zie hlz. 362.

MEMORARE (').

den H, H. M

Memorare, o Piissima Vir-Maria, non esse auditum a saeculo, quemquam, ad tua currentem praesidia, tua im-plorantem auxilia, tua pe-tenteoi suffragia, esse de-relictnm. Ego tali animatus confidentia, ad te, Virgo Vir-ginum, Mater, curro, ad te venio, coram te gemens peccator assisto ; noli Mater Verbi, verba mea despicere, sed audi propitia et exaudi Amen.

Gebed van

Bernardus tot de a a g d.

Gedenk, o goedertierenste Maagd Maria, dat men nimmer gehoord heeft, dat iemand die zijn toevlucht nam tot uwe bescherming, die uwe hulp inriep, en om uwe voorspraak badT verlaten is geworden Van zulk een vertrouwen bezield, snel ik tot u, o Maagd der Maagden, o Moeder ! Tot u kom ik. voor u sta ik, zuchtende over mijne zonden; wil o Moeder des Woords, mijne woorden niet versmaden, maar hoor ze genadiglijk en verhoor mij. Amen.


(') Telkenf» 300 dagen aflaat. Pius IX.

ocr page 441

407

DE ROZENKRANS.

Men begint met het kruisteeken to maken, bidt Tervolgens he ^lk geloof in God den Vader''; Eere zij don Vader, en den Zoon en den II. Geest enz , het Onze Vader, en r.egt daarna:

Ik groet n, Dochter van God den Vader, Wees gegroet enz.

Ik groet u, Moeder van God den Zoon, Wees gegroet, enz.

Ik groet u, Bruid van God den H. Geest, Wees gegroet enz.

Eere zij den Vader, en den Zoon en den H. Geest, gelijk het was enz.

Vervolgens gaat men over tot bet eerste tientje en bidt dit in dezer voege; Onze Vader enz. Wees gegroet Maria....... en gezegend is de vrncht uws licbaams

Jesus, Dien gij Maagd bl ij ronde, ontvangen b ebt: na alzoo tienmaal het Wees gegroet geboden te hebben, besluit men niet: Eore zij den Vader enz., en begeeft zich dan tot bet tweede tientje, bidt dit op dezelfde wijze, er het tweede geheim bijvoegende, en zoo verder.

I. DE BLIJDE GEHEIMEN.

1. Dien gij, Maagd blijvende, ontvangen hebt.

2. Dien gij, bij uw bezoek naar Elisabeth gedragen hebt.

3. Dien gij, Maagd blijvende, ter wereld hebt gebracht.

4. Dien gij, in den tempel aan God hebt opgedragen.

5. Dien gij, in den tempel gevonden hebt.

II. DE DROEVIGE GEHEIMEN.

]. Die voor ons met bloedig zweet is overdekt geworden.

2. Die voor ons is gegeeseld.

3. Die voor ons met doornen is gekroond.

4. Die voor ons zijn kruis heeft gedragen.

5. Die voor ons is gekruisigd en gestorven.

III. DE GLORIEBIJ1CE GEHEIMEN.

1. Die van den dood is verrezen.

2 Die ten hemel is opgevaren.

ocr page 442

408

5

8. Die den H. Geest heeft gezonden.

4. Die a, o Maria, ten hemel heeft opgenomen.

5. Die n in den hemel heeft gekroond.

Heer, Chri» Heer,

Chris Chrii God, God God Heil

h. :

h. -

Bes* Mai Get Kei Ge' All Al Al Al Di

d

D

I I

O mijne Koningin, o mijne Moeder! Ik draag mijgeheei en al aan u op. en om te too-nen dat ik u toebehoor, wijd ik u heden mijne oogen, mijne ooren, mijnen mond, mijn hart, ja geheel mijn bestaan. Daar ik dan de uwe ben, o goede Moeder, zoo bewaai mij, bescherm mij als uw eigendom en nwe bezitting.

GEBEDEN VAN BEPROEFDE KRACHT

in bekoringen tegen de H. dengd van zniverheid.

Z. II. Pius IX heeft, (5 Aug. 1851) op verzoek van don Hoog-Eerw. Pater Generaal der Societeit van Jesus, aan allen, die bet volgend gebed 's morgens en quot;s avonds na de Groetenis des Engels met godsvrucht en rouwmoedigheid bidden, iederen dag een aflaat van 10 0 dagen, en aan hen, dio zulks daaglijks doen, elke maand één vollen aflaat verleend, te verdienen op een dag naar verkiezing behoudens de gewone voorwaarden.

O Domina mea! o Mater mea! Tibi me totum offero,

atque ut me tibi probem de-votnm, consecro tibi hodie ocalos meos, aures meas, os menm, cor meam, plane me totum! Quoniam itaque tuus sum o bona Mater, serva me,

defende me ut rem ac possessionem tuam.

O Domina mea! o Mater mea! memento me esse tnum; serva me, defende me, ut rem ao possessionem tuam.

/. H. heeft bovendien aun allen, die het volgend kort gebed rouwmoedig in eene bekoring uitspreken, telkens een aflaat van 40 dagen verleend.

O mijne Koningin ! o mijne Moeder! Gedenk dat ik u toebehoor! Bewaar mij, verdedig mij als uw eigendom en uwe bezitting!

Deze aflaten zrjü ook toevoegbaar aan de overledenen.

I

ocr page 443

409

XV. GBBEDEÏ TEK EEBE VAN DEN B. JOSEFH.

LITANIE VAN DEN H. JOSEPH.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Chrisma, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm 0 onzer.

God H. Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid één God, ontferm U onzer.

H. Maria, Josephs Bruid, bid voor ons.

H. Joseph, Maria's Bruidegom.

Beschermer en Voedstervader van Jesus,

Man naar Gods hart.

Getrouwe en vrome dientar.

Bewaarder der zuivere Maagd Maria,

Geleider en troost van Maria,

Allerzuiverste in maagdelijkheid,

Allerdiepste in ootmoedigheid, i

Allervurigste in liefde,

Allerverhevenste in beschouwing.

Die door de getuigenis van den H. Geest als een

rechtvaardig man zijt bevestigd,

Die in de H. Geheimen boven alle anderen waart ingewijd.

Die over het H. Geheim der Menschwording

door den Hemel zijt ingelicht.

Die met Maria uwe getrouwe Bruid naar Bethlehem zijt heengereisd.

Die, geene plaats in de herberg vindende, in een

stal zijt gaan vernachten,

Die bij Christus waart, toen Hij in de kribbe werd gelegd.

Die het goddelijk Kind, bij zijne besnijdenis, met

den naam Jesus hebt genoemd.

Die met Maria het Kind Jesus in den tempel des Heeren hebt opgeofferd.

ocr page 444

drlO

Die. door den Engel vermaand, Jesus in nwe armen hebt genomen, en met zijne Moedor naar Egypte zijt gevlucht.

Die, na Herodes dood, met, het Kind en zijne Moeder naar iiet land van Israël zijt wedergekeerd,

Die. toen het Kind Jesus in Jerusalem gebleven was, het met Maria, zijne Moeder, in droefheid hebt gezocht.

Die Hem na drie dagen, zittende in het midden

der leeraren, blijde hebt teruggevonden,

Wien de Heer der Heeren hier op aarde onderdanig was.

Wiens loftitel in het Evangelie is; Echtgenoot

van Maria, waaruit Jesns werd geboren,

Onze Voorspreker, hoor ons H. Joseph.

Onze Beschermer, verhoor ons H. Joseph.

In alle onze bekommeringen, help ons H. Joseph.

In al onze wederwaardigheden, help ons H. Joseph. In het uur van onzen dood, help ons H. Joseph.

Door uwe vaderlijke zorg en trouw, help ons H. Joseph. Door uwen allerzuiversten echt, help ons H. Joseph. Door uwen arbeid en door uw zweet, help ons H. Joseph. Door al uwe dsugden, help ons H. Joseph.

Door uwe hoogste eer en eeuwige gelukzaligheid, help

ons, H. Joseph.

Door uw liefderijke tusschenkomst, help ons, H. Joseph. Wij, uwe beschermelingen, wij bidden U, verhoor ons. Dat gij uwen beminden Voedsterzoon Jesns om

vergiffenis onzer zonden gelieft te bidden.

Dat gij ons altoos uwen goddelijken Pleegzoon

en uwer allerliefste Bruid wilt aanbevelen,

Dat gij voor alle maagden en gehuwden de hunnen

staat betamende zuiverheid wilt verwerven.

Dat gij alle gemeenten eene volmaakte liefde en

eendracht wilt doen erlangen,

Dat gij allo vorsten en overheden in het besturen

hunner onderhoorigen wilt bijstaan,

Dat gij alle huisvaders in hot Christelijk opvoeden hunner kinderen wilt behulpzaam wezen.

ocr page 445

411

Dat gij allen, die zich op uwe btecherming verlaten, gelieft te bewaren,

Dat gij alle vereenigingcn, die uwe dienst zijn

toegedaan, gelieft gunstig te zijn.

Dat gij met Jesus en Maria in de ure des doods

ons bijstand en hulp gelieft te verleenen,

Dat gij alle geloovige zielen door uw gebed en

voorspraak wilt helpen.

Reine Bruidegom van Maria,

Getrouwe Voedstervader van Jesus,

H. Joseph,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

v. Bid voor ons, H. Joseph.

K. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

O God, Gij die den H. Joseph tot Bruidegom der heilige, altijd onbevlekte Maagd Maria en tot Beschermer en Voedstervader van uwen beminden Zoon, onzen Heer Jesus Christus hebt uitverkoren; wij smeeken ü ootmoedig, verleen ons genadiglijk, onder zijne hoede, zuiverheid naar lichaam en naar ziel, opdat wij, vrij van alle smet en met het bruiloftskleed der onschuld getooid, tot den hcmclschen feestdiseh mogen worden toegelaten. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer, uwen welbeminden Zoon, die met U leeft en hoersoht van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

ocr page 446

412

m

GEBED OM DE VOORSPRAAK VAN DEN H. JOSEPH IN BIJZONDERE AANGELEGENHEDEN.

Ijl

O H. Joseph, wien Jesus hier op aarde onderdanig en gehoorzaam is geweest, en wien Hij de innigste liefde en eerbied betoonde, hoe zou Hij, in den Hemel, waar uwe verdiensten thans het loon erlangen, u iets kunnen weigeren op uwe bede? Bid dan voor mij, H. Joseph, en verwerf mij door uwe voorspraak de genade, dat ik voortaan alle zonden, maar hoofdzakelijk de zonde van......verl'oeie en vermijde, mijn

leven betere, en mij vlijtig op alle deugden toelegge. Doch moge dan ook alle verzoeking en gelegenheid tot zonde door mij ontgaan worden, opdat mijn eeuwig heil geen gevaar loope; en, kan het Gode behagen, o, wijke dan nu ook, op uwe voorbede, de bekommering, welke ik in dezen oogenblik ondervind. Nochtans hierin, gelijk in alles, onderwerp ik mij geheel en volkomen aan den wil en de beschikking Gods, die in alles wijs en goed is, terwijl ik mij tevens voor altijd berustend aederleg in uwen vaderlijken schoot. Amen.

GEBED OM EEN ZALIGEN DOOD.

O H. Joseph, gij, die- in de liefdevolle omhelzing ran nwen Voedsterzoon Jesus, en van uwe allerheiligste Brflid, de Moedermaagd Maria, dit aardsche leven verlaten hebt; kom mij, o heilige Vader, mot Jesus en Maria ter hulpe, voornamelijk wanneer de dood mijn leven eindigen zal; en verwerf mij dan, — dit smeek ik ootmoedig — de genade en den troost, dat ook ik, in de teedere omarming van Jesus en van Maria, mijne ziel aan God moge geven. In uwe handen beveoi ik, bij leven en sterven, mijnen geest, o Jesus, Maria, Joseph. Amen.

il'i

ocr page 447

GEBED

TOT DEN

HEILIGEN JOSEPH

Tot u, heilige Joseph, vluchten wij m onze beproeving, en na de hulp uwer allerheiligste Bruid te hebben ingeroejien, smeeken ; wij met betrouwen ook uwe bescherming af. ; Wij bidden U ootmoedig, bij die liefde, die : u met de onbevlekte Maagd en Moeder Gods vereenigd heeft, ea bij de vaderlijke teederheid, waarmede gij het kind Jesus hebt omhelsd, dat gij goedgunstig nederziet op het erfdeel, hetwelk Jesus Christus zich verworven heeft door zija bloed, en ons in den nood met uwe sterkte en bijstand te hulp komt.

O zorgvolle Bewaarder van het goddelijk Gezin, behoed het uitverkoren kroost van ,

Uitgave vaa Wed. J. R. van Kossum.

ocr page 448

Jesus Christus; o liefdevolle Vader, zie toe i dat seen dwalingen of zonden ons besmetten ; o onze maclvtige besclienner, sta ons nit den ; hemel genadig bij in dezen strijd met de ; heerschappij der duisternis ; en gelijk gij wel- ; eer het Kind Jesns aan het grootste levensge- ; vaar ontnikt hebt,bevrijd thans evenzoo de hei- : hge Kerk Gods van de vijandelijke lagen en ; allen rampspoed; en beschut ieder onzer met uwe ; altijddurende bescherming, opdat wij naar uw : voorbeeld en ondersteund door uwe hulp, ; heilig kunnen leven, zalig sterven en het eeu- : wig geluk in den hemel verkrijgen. Amen. ;

Jnn ieder die dit yehed, waarvan Wij bovenstaande -

vertaling lij deze r/oedkeuren, godvmchiig iidl, heeft ;

Z.II. Fans Leo XIII een ajtaat verleend telkenmale \ vau 7 jaren en 7 quadragenen.

Virecht, den iö September 1889.

-J- P. M. SNICKEKS

Aartsbisschop van Virecht. \

Druk v. i. St.-Giegurmshuis. Utrecht.

ocr page 449

413

XVI. GEBEDEN TER EEKE VAS DEN H. IGXirtUS VAN LOYOLA.

LITANIE VAN DEN H. IGNATIUS.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, ontferm C onzer.

Heer, ontferm IJ onzer,

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm ü onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, Heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Heilige Maria, zonder vlek ontvangen, bid voor ons-, H. Ignatius, Stichter der Sociëteit van Jesus,

Ijverige navolger van den Zoon Gods,

Vurige vereerder der Allerh. Maagd Maria,

Bestrijder der dwalingen.

Krachtige steun der strijdende Kerk,

IJveraar voor het veelvuldig gebruik der H. Sacramenten,

Moedige aanvoerder uwer voor het ware geloof

strijdeade medegezellen,

Beschermer der Jeugd, ^

Uitverkoren werktuig tot verheerlijking van Jesus' 1 ïT Naam, lt;

Standvastige verdediger der Katholieke Godsdienst, ; § Onvermoeide bestrijder der ondeugd,

Ijverige verkondiger van het ware Evangelie, , a Nimmer rustende bevorderaar van Gods meerdere ! quot; glorie,

Tempel des vredes en der waarheid,

Getrouwe navolger van Jesus werkdadig leven. Helderstralend licht der christenwereld.

Verstandige leidsman der zielen.

Van den hemel verlichte leeraar des geestelijken j levens,

Insteller der Geestelijke Oefeningen, die strekten 1 tot bekeering en volmaking van velen,

ocr page 450

414

Grootmoedige weldoener uwer vyanden,

Gestrenge rechter van alle uwe gedachten en handelingen,

Spiegel van ware godsvrucht,

Wonder van ootmoed,

Heil der zieken,

Opwekker van dooden,

Groote wonderdoener,

IJveraar voor het heil der zielen.

Toevlucht der bedrukten.

Troost der bedroefden,

Brandoffer der goddelijke liefdCj Toonbeeld der gehoorzaamheid,

Wondervolle minnaar en beschermer der zuiverheid,

Getrouwe vriend der armoede,

Geeseï der duivelen,

Voorbeeld aller deugden,

Die van God met hemelsche verlichtingen overvloedig begenadigd werdt,

Die bet Geheim der H. Drievuldigheid met den diepsten eerbied hebt beschouwd cn aangebeden,

Die do H. Engelen met innige godsvrucht hebt vereerd.

Die met den ijver der Apostelen aan het heil

der zielen hebt gewerkt,

Die vervuld waart van de genade en van den

Geest der Profeten,

Die door uwe gestrenge levenswijze de kroon der

Martelaren hebt verworven,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dor wereld, verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

v. Christus, hoor ons.

x. Christus, verhoor ons.

v. Heer, ontferm U onzer.

to

ocr page 451

*15

a. Christns. ontferm (J onxer.

Onze Vader, enz.

v. Bid voor ons. Heilige Ignatius,

R. Opdat wij waardig worden de beloften van Chnstns.

LAAT om BIDDEK.

O God, die tot uitbreiding der meerdere glorie van awen Naam. door den H. Ignatius uwe strijdende Kerk met nieuwe hulp hebt toegerust: geef dat wij, die onder zijnen bijstand en onder zijne leiding strijden op aarde, met hem gekroond mogen worden in den hemel. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

OPDRACHT AAN GOD VAN DEN H. IGNATIUS.

Neem, o Heer, en ontvang geheel mijne vrijheid, mijn geheugen, mijn verstand en geheel mijnen wil, alles wat ik heb en wat ik bezit! Gij hebt mij dat alles gegeven en ik geef het aan U, o Heer, terug. Dat alies is- het uwe, beschik er dus vrijlijk over nair aw welgevallen. Geef mij slechts dat ik U beminne en awe genade bezitte; want dit is mij genoeg!

GEBEDEN

voor hen, die gebruik maken van het water gewijd onder aanroeping van den H. Ignatius.

v. Onze hulp is in den naam des Heeren,

R. Die hemel en aarde heeft gemaakt.

v. De naam des Heeren zij gezegend R. Van nu af tot in eeuwigheid.

v. Heer verhoor mijn gebed,

R. En mijn geroep kome tot TJ.

LAAT ONS BIDDEN.

Heer. Gij hebt dit water, hetwelk Gij geschapen hebt, gezegend tot een geneesmiddel voor het menschdom ; geef,

ocr page 452

416

door uwe oneindige barmhartigheid, door het Bloed van Jeaus Christus, door de voorspraak van den H. Ignatius en van alle Heiligen, dat al wie van dit water gebruikt, moge verkrijgen de bevrijding van alle kwalen, de gezondheid des lichaams en de zaligheid der ziel. Door Christus onzen Heer. Amen.

v. God heeft den rechtvaardige langs rechte wegen geleiil. k. En Hi] heeft hem het rijk Gods getoond.

LAAT ONS BIDDEN.

Heer verhoor de smeekingen welke wij tot U richten, ter gedachtenis van uwen gelukzaligen Belijder Ignatius, en maak dat wij, die niet steunen op onze verdiensten, geholpen worden door de gebeden van hem, die het voorwerp is van uw welbehagen.

O God, die hen verheerlijkt die U verheerlijken, en geëerd wordt door de eer aan uwe Heiligen bewezen, wees ons genadig en geef dat wij, die de verdiensten van den H. Ignatius vereeren, zijne bescherming mogen ondervinden.

O God, die tot uitbreiding der meerdere glorie van uwen Naam, door. den 11. Ignatius, uwe strijdende Kerk met nieuwe hulp hebt toegerust; geef dat wij, die onder zijnen bijstand en onder zijne leiding strijden op aarde, met hem gekroond mogen worden in den hemel. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen» Amen.

Men herhale deze gebeden gedurende negen achtereenvolgend» dagen, en gebruike dagelijks eea weinig van bet gewijde water. Ook is bet wenscblrjk dat men op een dier negen dagen tot de £f. Sacramenten nadere.

XVli. GEBEDEN TER EERK VAN DES U. ALOYSIOS.

ÜEBED OM DE DEUGD YAN ZUIVERHEID.

H. Aloysius, toonbeeld van engelachtige zeden! hoe onwaardig ik ouk wezen moge om door u beschermd te worden, zoo 8tel ik nochtans de zuiverheid mijnor ziel er.

ocr page 453

417

mijns lichaams onder uwe hoede. Ik smsek u bij uwe engelachtige kuischheid, gewaardig u, mij bij Jesus Christus, het Lam zonder vlekken, alsook bij zijne Allerheiligste Moeder, de Maagd der Maagden aan te bevelen. Bewaar mij tegen alle doodelijke zonden; gedoog niet dat ik ooit door eenige onkuisehheid besmeurd worde. Als gij mij in bekoring of in gevaar van zonde znlt zien, verwijder dan van mij alle onreine gedachten en begeerten; verlevendig alsdan in mij de herinnering aan de eeuwigheid en aan Jesus, hangende aan het kruis; druk diep in mijn hart het gevoel van de vreeze des Heeren. Ontsteek in mij het vuur der goddelijke liefde, opdat ik u navolge op aarde, en verdienen moge God eenmaal met u in den hemel te genieten. Amen-Ome Vnde.r, Wees Gegroet.

AKTE VAN TOEWIJDING.

Zie bh, 114.

LITANIE VAN DEN H. ALOTSIUS (').

Kyrie, eleïson. Heer. ontferm ü onzer.

Christe, eleïson. Christus, ontferm ü onzer.

Kyrie, eleïson. Heer, ontferm ü onzer.

Christe, audi nos. Christus, hoor ons.

Christe, exaudi nos. Christus, verhoor ons.

Pater de eoelis Deus, mi- God, hemelsche Vader, ort-

serere nobis. feriji U onzer.

Fili Kedemptor mundi. Deus, God, Zoon, Verlosser der

miserere nobis. wereld, ontferm U onzer.

Spiritus sancte, Deus, mise- God Heilige Geest, ontferm

rere nobis. U onzer.

Sancta Trinitas, udus Deus, Heilige Drievuldigheid, één

miserere nobis. God, ontferm U onzer.

Sancta Maria, Aloysii Ma- H. Maria, Moeder en Be-

(l) Op den Feestdag van den H. Aloysius kuuneu alle Geloo-vigen een vollen afiaat verdienen op de gewone voorwaarden, mits zij eenigen tijd komen bidden in eene kerk alwaar hot Feest van dien Heilige gevierd wordt.

ocr page 454

418

ter ei Patrona, ora pro nobis.

Sancte Aloysi,

Sancte Aloysi, Dei bene-dictionibus dolate,

S. Aloysi, Spiritu Sancto replete,

S. Aloysi, Christi Confessor dignissime,

S. Aloysi, Eucharistiae adorator devotissime,

S, Aloysi, Beatae Virgi-nis cliens ardentissime, S. A loysi,deliciarum mnn-di generose contemptor,

S. Aloysi, esempiar hu-

militatis,

8. Aloysi, paupsrtatis a-mator,

S. Aloysi, in obedientir.

cohsummate,

S. Aloysi, palientia ad-

mirabilis,

S. Aloysi, in coelis po-

tontissime,

S. Aloysi, fugator daemo-nnm,

S. Aloysi, honor et gloria

juventutis,

S. Aloysi, patrone seho-lasticorum,

S. Aloysi, vitae evange-licae imitator,

schermster van den K. Aloysius, bid voor ons. H. Aloysius, H. Aloysius,verrijkt door de zegeningen des j Heeren,

H. Aloysius, vervuld met

den H. Geest, li. Aloysius, zeer waardige Belijdervan Jesus Christus,

H. Aloysius, zeer godvruchtige aanbidder van het allerheiligste Sacramentdes Altaars, H. Aloysius, zeer vurige dienaar derll. Maagd, H.Aloysius.edelmoedige verachter van de wellusten der wereld, H. Aloysius, voorbeeld

van ootmoedigheid, II. Aloysius, minnaar

der armoede, H. Aloysius. volmaakt

in gehoorzaamheid, H. Aloysius, wonderbaar

in verduldigheid, H. Aloysius. zeer machtig in den hemel, II. Aloysius, verdrijver der helsche geesten, H. Aloysius, eer en luister der jeugd, H. Aloysius, beschermheilige der studeeren-de jeugd,

H. Aloysius, navolger van het evangelische leven.


ocr page 455

419

S. Aloysi, speculum vir-ginnra.

S. Aloysi, consolator af-fliciorum dulcissime,

S. Aloysi, salus infirmo-rnm certissima,

S. Aloysi, Sociëtatis Jesu dccus et ornamentum,

S. Aloysi, praeclarum ecclesiae lumen,

S . Aloysi, plurimis insig-nite miraculis,

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, paree nobis Do-mine.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, exaudi nos Do-mine.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Christe audi nos.

Christe exaudi nos.

v. Ora pro nobis, Sancte Aloysi.

i R. Ut digni efficiamur pro-missionibus Christi.

oremus.

Coelestium donorum dis-Aributor, Deus, qui in an-gelico juvene Aloysio miram ïitae innocentiam pari cum poenitentia sociasti, ejus fcrecibns et meritis concede, fit innocentem non secuti poenitemem imitemur. Per

H. Aloysius, spiegel der

maagden,

H, Aloysius, zeer zoet-aardige vertrooster der bedrukten,

H. Aloysius, zeer zekere genezing der kranken, H. Aloysius, luister en sieraad der Sociëteit van Jesus,

H. Aloysius, klaarblin-kend licht der H. Kerk, H. Aloysius, vermaard door menigvuldige wonderen,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt do zonden der wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons. v. Bid voor ons, H. Aloysius.

r. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

laat ons bidden.

God, uitdeeler der he-melsche gaven, die in den engelachtigen jongeling Aloysius eene wonderbare onschuld des levens met eene gelijke boetvaardigheid gepaard hebt, verleen ons door zijne gebeden en ver-

CS


ocr page 456

420

diensten, dat wij, die hem in zijne onschuld niet gevolgd hebben, hem ten minste in zijne boetvaardigheid mogen navolgen. Door onzen Heer, enz.

Dominnni, etc.

AKDER GEBED.

Oremus. Tu Domino, «saudi preces nostras et per tntercessionem S. AJoysii famuli tui concede, ut, quod vocatio nostra desiderat, im-pleamus, et de virtute ad virtutem progredientes, reg-ni coelestis participes fieri mereamur. Per Christum Dominum nostrum. Amen.

Laat ons bidden. Verhoor, o Heer, onze gebeden en verleen ons door de voorspraak van den H. Aloysius, uwen Dienaar, dat wij ul datgene wat onze roep van ons eischt, getrouw mogen volbrengen en van deugd tot deugd voortgaande, het Hemelrijk mogen verwerven. Door Christus onzen Heer. Amen.


(tEBEDEN VOOR DE ZES ZONDAGEN VAN DEN H. ALOYSIUS.

Pan» Clemens XII heeft een vollen aflaat verleend aan hen, die op zes achtereenvolgende Zondagen ter eere van den H. Aloysiua waardig biechten en commnniceeren, alsdan eenigc godvruchtige oefening verrichten ter zijner eere en de gewone gebeden storten naar de meening der II. Kerk. Men verdient dus een vollen aflaat op eiken dier zes Zondagen, hetzy men doze houde vóór het feest of daarna, of op welken tjjd des jaars ook. Zou men door onvoorziene omstandigheden verhinderd worden op deze zes Zondagen achtereen te commnniceeren. dan belet zulks niet, dat men de volle aflaten verdiend hebbe. die, aan de tot dat tijdstip ter eere van den H. Aloysius ge-houdene Zondagen verbonden waren. Deze oefening heeft een tweevoudig doel: X. om door de voorspraak des Heiligen eene of andere deugd te verkrijgen en 2. om zynen roep te kennen en tot eenen zaligen levensstaat te geraken. — Dit laatste maakt haar tot een uitstekend middel ter bevordering van het algemeen welzijn; want waar ieder de plaats inneemt, welke God voor hem bestemd heeft en waarin hij dus voegt, daar 2al orde en rust en tevredenheid zgn, en geregeld gemeen-

ocr page 457

schaplijk streven van ieder in het bij/onder en van allen gezamenlijk, tot verheerlijking van God, in huisge/.in. Kerk en Staat mogelijk en gemaklijk worden. Ieder Christen dus, die prijs stelt op het algemeen welzijn, moest, als hij ten minste eenigszins kan, al heeft hij voor zich zelven geene keuze meer te doen, toch in don loop des jaars deze zes Zondagen trachten te houden, ten oinde door Aloysius' voorspraak van God te verkrijgen, dat zij die nog eenen staat moeten kiezen, eene goede, Gode welgevallige en hun zelven voordeelige keuze doen.

1.

Heilige Aloysius! gij Averdt door den Heer geheiligd, reeds voor dat gij het levenslicht aanschouwdet; en terstond bij het eerste ontwaken uwer rede zijt gij begonnen God te beminnen en Hem te dienen. Verwerf mij de genade dat ik nu ten minste beginne met mij geheel aan den Heer mijnen God toe te wijden, Hem ijverig te dienen en allerhartelijkst lief te hebben. Amen. — Onze Vader. — Wees gegroet. — Eere zij den Vader.

II.

Heilige Aloysius! gij hebt uwe engelachtige onschuld en uwe maagdelijke zuiverheid ten einde toe ongeschonden bewaard. Verwerf mij de genade dat ik nooit het allerminste tegen deze onschatbare deugd doe of toelate, dat ik aan alle vijanden dezer teedere deugd immer krachtigen weerstand biede en door de nauwlettendste bewaking mijner zintuigen aan alles, wat haar schade zou kunnen veroorzaken, den toegang tot mijn hart belette. Amen. Onze Vader. — Wees gegroet, — Eere zij den Vader.

III.

Heilige Aloysius! Gij hebt de zonde altijd meer geschuwd, dan eene vergiftige slang; de schaduw der zonde reeds vervulde uwe reine ziel met afgrijzen en vreeze; ook hebt gij de weinige en geringe misslagen die gij in uwe kindschheid bedreeft, uw geheel leven lang mei overvloedige tranen beweend en met allerstrengste lichaams-kastijdingen geboet. Verwerf mij de genade, dat ik mijne talrijke en zware zonden van ganscher harte

24

ocr page 458

422

beweenc en boete, en in het vervolg de zonde boves alles bate en verafsehuwe! Amen. Onze Vader. — Wees (jtgroet. — Eere zij den Vader.

IV.

Heilige Aloysius! Gij hebt van uwe eerste levensjaren af uw genoegen gezocht en uw zoetst genot gevonden in het gebed; vooral wanneer gij in de kerk met den grootsten eerbied en de diepste ingetogenheid uwe oefeningen van godsvrucht verriehtet, dan scheem gij een Kngel in inenschelijke gestalte! Verwerf mij de genade, dat ik niet slechts uitwendig met grooten eerbied, maar ook inwendig met vurige godsvrucht en heilige vreugde het gebed beoefene. Amen. Onze Vuiler. — Wees gegroet. — Eere zij den Vader.

V.

Heilige Aloysius! Gij hebt, om steeds meer en meer in de genade bevestigd en versterkt te worden, de H Sacramenten der Biecht en der II. Communie altijd met de meeste vurigheid en slechts na langdurige en zorgvuldige voorbereiding ontvangen. Verwerf mij de genade, dat ik mij immer tot het ontvangen dier H. Geheimen zorgvuldig voorbereide en ze dikwerf en zoo godvruchtig mogelijk ontvange, opdat zij mij niet ten verderve, maar ter eeuwige zaligheid verstrekken. Amen. Onze Vader. — Wees gegroet. — Eere zij den Vader.

VI.

Heilige Aloysius! Gij hebt gedurende uw geheel leven Jesus en Maria op de teederste wijze lief gehad: daarom ook viel u het geluk te beurt van te mogen sterven in de brandendste liefde tot Jesus en Maria en in de innigste vereeniging met beiden. Verwerf mij de genade, dat ik nimmer ophoude mijnen lieven Jesus van ganscher harte boven alles te beminnen en Maria, mijne lieve Moeder met kinderlijk vertrouwen te vereeren; opdat ook ik eenmaal in de genade -.an Jesus Christus, mijnen Verlosser en in de omhelzing van Maria, mijne Moeder uit dit leven moge scheiden. Amen Onze Vader, — Wees gegroet. — Eere zij den Vader.

ocr page 459

423

gebed om verlichting bij dk keuze van een

LEVENSSTAAT.

God heeft voor iederen inensch een bijzonderen staat bestemd, waarin hij leven moet om zijne zaligheid gemakkelijker en zekerder te bewerken. liequot; is dns niet om het even welken ütaat men kiest; slechts dan zal men vele moeilijkheden, tijdelijke kruisen on gevaren der ziel ontgaan on overvloedige hulpmiddelen ook tot tijdelijk welzijn, en bijzondere genaden ter gewisser en volkomener zaliging zijner ziel vinden, als men dien staat kiest, waartoe Gods liefdevolle en alles ten beste leidende Voorzienigheid n roept. De volgende regelen zullen n behulpzaam zijn in het doen dier gewichtige keuze en ii bewaren voor altijd bedenkelijke misslagen in zulk eene ernstige zaak. 1. Begeef n niet tnt de keuze, dan wanneer uw gemoed rustig en kalm is, want anders zijt gij niet in staat om het vóór en t e g e n van een te kiezen levensstaat met helderen en onbevangen blik te beschouwen. 2. Zijt gij in bedaarde stemming, smeek God dan eerst om verlichting; en doordring u van de overtuiging, dat gij geschapen zijt, enkel «•n alleen om God te dienen en uwe /.iel zalig te maken. Dit is uw laatste einde; dit i.s de hoofdbestemming die gij te vervullen, de hoofdtaak die gij op aarde te verrichten h^bt; al het overige, ook uw levensstaat moet daaraan ondergeschikt worden. ».\V at toch ba a t h e t d e n m e u s c h, indien h ij de g a n s c h e w e r e 1 d w i i n e, maar verlies I ij d t naar zijne ziel?M (Matth. XVI ; 20.) Beschouw vervolgens de verschillende staten die er zijn, en waartoe gij de noodige geschiktheid meent te bezitten — den geestelijken staat, den staat der Christenen die in de wereld leven; — overweeg rijpelijk welke hulpmiddelen gij in den eenen levensstaat zult vinden, ter bereiking van uw laatste einde, maar ook welke* gevaren en beletselen gij daarin ontmoeten zuil. Let daarbij ook op uwen aanleg, ontwikkeling, neigingen, talenten, bovennatuurlijke gaven, enz. Teeken zorgvuldig aan wat v tot een levensstaat genegen maakt en wat n daar tegen inneemt, en vergelijk daarna hetgene daar v o o r en hetgene daar t e g n pleit. Vervolgens gaat gij over tot de beschouwing van den tegenovergestelden staat, en behandelt, dien op dezelfde wijze, en alzoo gaat gij voort met de verdere staten, tusschen welke n nog eene keus te doen overblijft. B. v. Zoudt gij tot de beslissing gekomen zijn om den geestelijken staat te omhelzen, dan moet gij nog verder onderzoeken of gij ook soms, behalve tot het priesterschap, ook tot den religieusen staat geroepen zijt en eindelijk in welke orde gij God het best zoudt kunnen dienen. Zou het u blijken dat gij niet tot den geestelijken staat geroepen waart, dan blijft u nog te kiezen tusschen den gehuwden en den ongehuwden staat, en gij kunt uwe keuze verder uitstrekken tot de onderscheidene betrekkingen bedieningen en beroepen die er zijn. Dit wikken en wegen moet gij dikwerf en met zorg herhalen vóór dat gij een bepaald besluit neemt. :i. Vraag u /elven af wat gij iemand zoudt

ocr page 460

424

raden, die zich iu uwe plaats zou bbviuden eu dien gij zoo goed kent als u zei ven, zoo deze u om rsiad vroeg. 4. Over weeg wat gij eens op het sterfbed wenschen zult, gedaan hebben. 5. Bid God dikwerf om verlichting en nader meermalen met dit oogmerk tot de H. Sacramenten. 6. Nimmer moogt gij nalaten die personen om raad te vragen, die u ten beste kunnen en willen raden: uw biechtvader, uwe ouder». De ouders mogen hunne kinderen tot geenen staat dwingen, noch ook daartoe door onredelijk aanhouden overhalen; do kinderen echter moeten den raad hunner ouders inwinnen, en den ontvangen raad volgen, als deze niet in strijd is met hun welzijn en met den roep Gods. Deze regelen kunnen, gelijk boven reeds werd te kennen gegeven, ook van dienst zijn by beslissingen die genomen moeten worden, iu betrekking tot alle andere zaken van belang: b. v. bet al of niet aannemen van een ambt, eene bediening; het ondernemen van eene zaak, het kiezen van een beroep, enz.

v. De wijsheid des Heeren heeft den rechtvaardige langs rechte wegen geleid.

k. Zij heeft hem het rijk Gods getoond.

LAAT ONS HIDDEN.

O God! wie kan uwe inzichten en bedoelingen kennen? Wie vermag te doorgronden wat Gij wilt, als Gij ons uwe wijsheid niet mededeelt en ons uwen Heiligen Geest niet toezendt uit den hooge? Uw geest alleen weet, wat in uwe oogen welgevallig is, en waarheen Gij ons wilt geleiden! Zend Hem dan, o Heer, van den troon uwer heerlijkheid, opdat Hij met mij zij en ik moge inzien, wat U aangenaam is. Toon mij, o Heer, de wegen langs welke Gij verlangt, dat ik wandelen zal, leer mij uwe paden kennen! Want dan alleen kan ik mijn laatste einde, den Hemel te gemoet wandelen, wanneer ik vrij van aardsche bedoelingen, getrouwelijk leef, volgens mijnen roep en mij door uwe hand laat besturen.

Heilige Aloysius! de goddelijke Voorzienigheid heeft u langs den rechten weg geleid; Zij heeft u dien heldenmoed geschonken, die u zoo zeer boven alle aardsche bedoelingen verhief, dat gij de eer van een navolger des ootmoedigen Verlossers te zijn, hooger hebt geschat dan alle tijdelijke goederen, die de wereld u geschonken had en die ze u kon beloven. Verwerf ons de genade dat ook wij, onzen roep kennende, tol. dien staat mogen

ocr page 461

425

geraken, waartoe de goddelijke Voorzienigheid ons van eeuwigheid heeft bestemd, en wij daarin waardig wandelende den Hemel mogen bereiken. Amen. Onze Vader. — Wees gegroet, — Eere zij den Voder.

TIJDELIJKE BELOFTE VAN ZUIVERHEID.

De voortreflijkheid van den maagdelijken staat is door den Zaligmaker zeiven (Matth. XIX : 10 en 13) en door den H. Paulns (I Cor. VII : 7 enzj duidelijk en nadruklijk verklaard. Het H. Concilie van Trente verheft haar tot leerstuk des geloof» met de volgende woorden: «Indien iemand beweert dat de gehuwde staat boven den maagdelijken of ongehuwden moet gesteld worden, en dat het niet beter en zaliger is in den maag-delüken of on gehuwden staat te big ven, dan te huwen, die zi{ buiten de Kerkquot; (XXIVe Zitting). — De H. Kerkvaders waren ten allen tijde onuitputlijk in den lof der maagdelijkheid. «De maagden zijn de schoonste bloemen der Kerk zoo spreekt de H. Cyprianus, de uitgelezene schaapjes van Jesus' kudde, het volkomen evenbeeld zijner heerlijkheid, het sieraad zynor goddelijke genade en het volkome» meesterstuk der eere en des roemsquot; — De maagdelijkheid .s, zoo verheft haar de H. Atha-nasius, een onuitputlijke schat, oen kostbaar edelgesteente, de tempel Gods, de woning des H. Geestes: zij is de verwin-uaresse dos doods, het leven der Engelen en de kroon der uitverkorenen! — Beschouwen wij dus de maagdelijkheid met de oogen des geloofs, dan moeten wij van hoogachting en liefde jegens haar worden vervuld en gaarne ons leven in hare beoefening willen doorbrengen, indien God ons door de inwendige stem zijner genade, of door uitwendige omstandigheden te kennen geeft, dat Hij geenen anderen dan den maagdelijken staat voor ons heeft bestemd. Wij moeten ons alsdan gelukkig en bevoorrecht achten, dat wij tot grooter gelijkvormigheid met den Zaligmaker en zijne Allerheiligste Moeder en met den engel achtigen Aloysius, en zoovele andere uitstekende Heiligen geroepen zijnde, eenmaal het lied zullen aanheffen, dat slechts door maagden kan worden gezongen. (Apoc. XIV.) — De allervolmaaktste glans der zuiverheid schittert zekerlijk in die maagdelijkheid, waartoe men zich uit liefde tot Jesus, den Goddelijken Bruidegom der maagdelijke zielen, met eeuwigdurende belofte verbindt. Dan, het is niet licht raadzaam te achten, dat zij, die in de wereld ongehuwd leven, deze belofte doen, en toch is het wenschlijk, dat de dusdanigen niet geheel verstoken blijven van do bestendigheid welke een heilzaam gevolg is der belofte. Men kan zich deze eenigermate verschaffen door eene t y d e 1 y k e belofte te doen. welke hierin bestaat, dat men, indien onze Zielsbestuurder zulks goedvindt, aan God belooft van gedurende eenige maanden, een half of een geheel jaar den maagdelijken staat te zullen beleven; men voege er.voorzichtigheidshalve bij, dat iedere Biechtvader tot wien

ocr page 462

126

XV

wg ons zouden willen begeven. Indien hg xulka vvenschlijk oordeelt, onn van de belofte kunne ontslaan. Men bepale het tijdsverloop der belofte in dier voege dat hare vernieuwing telkens op een hoogen feestdag kan geschieden. En zoo zal men te midden der wereld levende, zonder gevaar, van schrede tot schrede, van feestdag tot feestdag kunnen voortwandelen op den onbesmetten weg der zuiverheid, etj eindelijk de blanke lelie zijner maagdelijkheid ongeschoii'1 den Hemel kunnen binnendragen. — Zie hier een formulier waarvan men zich tot het doen en vernieuwen dezer tijdelijke belofte kan bedienen.

FOHMULIER.

Ik wenschte, o mijn God! dat ik mij zeiven voor immer aan U konde toewijden, dat ik door de belofte van eeuwigdurende zuiverheid mijn hart onverdeeld en zonder voorbehoud mocht wegschenken, aan U, die mijn God en mijn alles zijt. In dezen oogenblik reeds zoude ik het doen, o Heer, hield mij hei bewustzijn mijner zwakheid niet terug. Helaas ! maar al te dikwerf heb ik ondervonden hoe ongestadig en wankelmoedig ik ben! Ik wil nochtans zoo veel doen als ik mag en de voorzichtigheid mij niet verbiedt — Ik N. N. beloof U dan van dezen dag af den maagdelijken staat te zullen bewaren. gedurende den tijd, dien ik met overleg en goedkeuring mijns Biechtvaders heb vastgesteld. — De ge-huorzaamheid, o Heer! is het eerste offer, hetwelk Gij vóór alle andere offers van mij eischt, daarom neem ik mij voor, stipt en nederig mijnen Biechtvader te zullen gehoorzamen in alles, wat hij mij tot mijne zaligheid en den geestelijken voortgang mijner ziel zal gebieden en voorschrijven; en ik onderwerp geheel en al aan zijn goedvinden de verkorting of verlenging van den tijd mijner belofte. — O God! mocht het U in uwe oneindige barmhartigheid behagen mij gedurende geheel mijn volgend leven te doen volharden in den maagde-lijker staat; opdat ik alzoo des te gelijkvormiger moge zijn aan uwen Goddelijken Zoon en aan zijne H. Moeder

M a r i a. Koningin der maagden neem mij heden aan als uw kind en bescherm mij!

H. Aloysius! gij die rein waart op aarde als de Engelen Gods in den Hemel, bid voor mij. Amen.

LI

Kyrie Chris' Kyrie Chris Chris Pater rei Fili I

mi Spiri

sei Sanc m: 8anc te nlt; 8an( S. S to

S. 5-ri

S.S c

^ S.t

ocr page 463

427

XVTII. GEBEDEN TER EERK VAN DRIE ROEMRIJKE DIENAREN EER H. MAAGD.

LITANIE VAN DEN H STANISLAUS KOSTKA.

Kyrie eleïson.

Christe eleïson.

Kyrië eleïson.

Christe audi nos.

Christe exoudi nos.

Pater de coelis, Deus, miserere nobis.

Fili Redemptor mundi, Deus miserere nobis.

Spiritus Sanete, Deus, miserere nobis.

Sancta Trinitas, unus Deus, miserere nobis.

Sancta Maria, Stanislai Mater et Patrona, ora pro nobis.

Sanete Stanislaë,

S. Stanislaë, vere imitator Christi,

8. Stanislaë, Virginis Ma-riae cliens assidue,

S. Stanislaë a Maria in Societatem J esu vocate,

S. Stanislaë, tidelis Dei vo-cationi et gratiae,

S. Stanislaë, Sanctilgnatii tili dignissime,

S. Stanislaë, Sociëtatis Jesu deeus eximium,

Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons. God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, Heilige Geest, ontferm

U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één

God, ontferm U onzer. Heilige Maria, Moeder en Beschermster van denH. Stanislaus, bid voor ons. Heilige Stanislaus, H Stanislaus, waarach- ! tige navolger van Christus,

H. Stanislaus, bestendige Dienaar der li. Maagd, i H. Stanislaus, door Ma- Cv ria geroepen tot de So-ciëteit van Jesus, § . H. Stanislaus, getrouw ® aan Gods roep en ge- , c nade, ' ««

H. Stanislaus, zeer waar-1 dige zoon van den H. | Ignatius,

H. Stanislaus, uitstekend' sieraad der Sociëteit' van Jesus.


ocr page 464

428

S. Stanislaë, novitiorum j exemplar et patrone,

S. Stanislaë, mundi et di-vitiarum contemptor,

S. Stanislaë. mundani honoris et cupiditatum omnium domitor,

S. Stanislaë, religiosae dis-eiplinae cultor assidue. ;

S. Stanislaë, latenti in ara Victimae devotissime.

S. Stanislaë, gratiae coc- ] p lestis thosaure, ''H

i 0

S. Stanislaë, obedientiae, o humilitatis et patlen- £■ tiae exemplar,

S. Stanislaë, paupertatis evangelicae sectator,

S. Stanislaë, candoris,mo-destiae, et pietatis spe- l Ctilum,

S. Stanislaë, vita et mo-ribus Angela,

S. Stanislaë, fide et desi-derio Martyr,

S. Stanislaë. pietate et constantia Confessor,

S. Stanislaë, mentc et corpora Virgo,

H. Stanislaus, voorbeeld en beschermer der Novicen,

H. Stanislaus, versmader der wereld en der rijkdommen, H. Stanislaus, vertreder der wereldsche glorie en aller begeerlijkheden,

H. Stanislaus, standvas- I tige beoefenaar der | kloosterlijke tucht, H. Stanislaus, zeer godvruchtige aanbidder van den verborgen God in het dierbaar Altaar-geheim. H. Stanislaus, schatkamer van de genade des hemels, H'. Stanislaus, toonbeeld van gehoorzaamheid, nederigheid en geduld. H. Stanislaus, navolger der evangelische armoede,

H. Stanislaus, spiegel van reinheid,zedigheid en godsvrucht, H. Stanislaus, Engel in

leven en zeden, H. Stanislaus. Martelaar door geloof en verlangen,

H. Stanislaus, Belijder door vroomheid en standvastigheid, H. Stanislaus. Maagd naar ziel en lichaam,


ocr page 465

429

S.Stanislaë, virtutibus omnibus in brevi con-summalc,

S.Stanislaë, avitae t;lo-riae decus et splendor,

S.Stanislaë,ad te claman-tium refugiumetsalus,

S.Stanislaë, praesidium et medela infirmorum, S.Stanislaë christianae juventutis exemplum, S.Stanislaë, in vita et post mortem inclyte miraculis,

S. Stanislaë, coelestis Jerusalem civis beate.

Agnus Dei, qui tollis pec-cata mundi, paree nobis Domine.

Agnus Dei, qui tollis pec-cata mundi, exaudi nos, Domine.

Agnus Dei, qui tollis pec-eata mundi, miserere nobis.

Christe audi nos.

Christe exaudi nos.

v. Ora pro nobis, Sanctc

Stanislaë.

r. Ut digni efficiamur pro-missionibus Christi.

OREMCS.

H.Stanislaus, binnen korten tijd volmaakt geworden in alle deugden H. Stanislaus, sieraad en luister van uw edel geslacht,

H. Stanislaus, toevlucht en heil van die u S aanroepen,

H. Stanislaus, hulp en o

genezing der kranken, H. Stanislaus, voorbeeld g der christen-jeugd, f H. Stanislaus, bij uw leven en na uwen dood beroemd door mirakelen,

li. Stanislaus.zalige burger van het Hemelsch Jerxisalem,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm ü onzer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons. v. Bid voor ons, H. Stanislaus.

R. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

LAAT ONS BIDDEN.

Deus, qui inter caetera O God, die onder de ove-sapientiae tuae miracula, rige wonderen uwer wijs-


ocr page 466

430

etiam in tenerü aetate, ma-turae sanctitatis gratiam nontnlisti; da, quaesumus at beati Stanislai exemplo, lerapus instanter operando redimentes, in aeternam in-irredi requiem festinemus. Per Dominnm nostrum etc.

heid ook op toederen leeftijd de genade eener volko-mene heiligheid hebt verleend ; wij smeeken ü, geef dat wij, naor het voorbeeld van den H. Stanislaus, ijverig werkende en den tijd wèl bestedende, ons bevlijtigen mogen om de eeuwige rust in te gaan. Door onzen Meer, enz.


LITANIE VAN DEN GELUKZALIGEN PETRUS CANISIUS.

Heer, ontferm lT onzer.

Christus, ontferm U onzer.

lieer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsehe Vader, ontferm U onzer.

Cod, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

Gelukzalige Petrus Canisius. bid voor ons.

Boem van Nijmegen, uwe geboortestad.

Luister van ons vaderland.

Waardige zoon van den H. Ignatius.

Apostel van Duitschland en Zwitserland,

Steunpilaar van Gods huis,

Moedige kampvechter voor ons H. Geloof,

Schrik der vijanden van de H. Kerk,

Verwinnaar der dwaling en ketterij,

Rijk in wetenschap, maar rijker in deugd.

Vader der armen,

Vriend der kinderen,

Leeraar en Beschermer van den H. Stoel,

Troost der Stedehouders van Christus,

1

ocr page 467

43 i

Schitterend licht van het H. Concilie van Trente, Onvermoeid in zielenijver.

Onverschrokken in vervolgingen,

Wonderbaar in gehoorzaamheid,

Versterver van uw vleesch en zinnen,

Engel van zuiverheid,

lieoefenaar der evangelische armoede,

Versmader der wereldsche eer en rijkdommen. ~

Minnaar van het gebed en de eenzaamheid,

Toonbeeld van ootmoedigheid,

Hersteller der christelijke godsvrucht,

Bevorderaar der devotie tot het Allerheiligste

Sacrament,

Kinderlijke vereerder der H. Maagd,

Wreker der eere van Gods Moeder en van zijne

Heiligen,

Wonderdoener der laatste tijden.

Genezing der kranken,

Hulp der ellendigen,

Ons door Paus Pins IX tot voorspreker gegeven. Wees genadig, spaar ons, Heer.

Wees genadig, verhoor ons, Heer.

Van alle ketterij en ongeloof, verlos ons, Heer. Van alle zonde en zedebederf,

Van alle lagen en listen des vijands,

Van alle weerspannigheid aan de genade,

Van alle menschelijk opzicht en vrees,

Van alle lafhartigheid in het belijden van ons H, Geloof,

Van alle traagheid in de dienst van God,

Van alle kleinmoedigheid in de beproeving, -Squot;

Van alle ongetrouwheid in de bekoring, : CE

Van alle oneerbiedigheid jegens het allerheiligste j re Sacrament,

Van het verzuim en misbruik uwer gaven.

Van alle ongehoorzaamheid jegens onze Moeder i

de H. Kerk,

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons.

Door de verdiensten van uwen grooten Dienaar Petrus, wij bidden, U, verhoor ons.

ocr page 468

432

Dai wij toi den dood toe in ons H. Geloof volharden. Dat wij daaglijks in christelijke deugd en godsvrucht toenemen.

Dat gij U gcwaardigt, de jeugd tegen alle bederf

en verleiding te behoeden,

Dat gij U gewaardigt aan de ouders in Je opvoeding hunner kinderen overvloedige hulp en genade te verlecnen.

Dal gij U gewaardigt aan de verzorgers dor jeugd

ds noodige wijsheid en sterkte te schenken,

Dat gij U gewaardigt aan de kinderen leerzaamheid en ijver in het opvolgen van uv/e leer en c geboden in te storten,

Dat gij U gewaardigt, onze afgedwaalde broeders

in den schoot der H. Kerk terug te voeren.

Dat Gij U gewaardigt, aan uwe Kerk overvloed van waardige en ijverige priesters en zendelingen te sehenkeü.

Dat de geheele wereld weldra één Herder en één

schaapstal zijn moge.

Dat Gij U gewaardigt, de vijanden der Kerk te vernederen,

Dat Gij U gewaardigt onzen Heiligen Vader en al onze geestelijke overheden te beschermen, te troosten en te versterken,

Zoon Gods,

Lam Gods. dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

v. Bid voor ons Gelukzalige Petrus.

k. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

LAAT ONS BIDDEN.

O God, die tot verdediging van het Katholieke Geloof den Gelukzaligen Petrus, uwen Be.ijder met kracht

waarhc

ocr page 469

en wetenschap hebt toegerust; verleen genadig, dat door zijne voorbeelden en vermaningen de harten der dwa-Icnden wederom betrachten, wat tot zaligheid verstrekt, en de gemoederen der geloovigen in de belijdenis der

waarheid volharden. Door onzen Heer enz.

GKBED VAN DEN GELUKZALIGEN PETRUS CANLSIÖS.

Eeuwige Vader der menschen, van wien alle goed afdaalt, ik stel onder de bescherming uwer almacht mijn geloof; geef, dat ik het al de dagen mijns levens onvervalseht en onverminderd beware en dat ik gesterkt door uwe goddelijke kracht tot in het uur van mijnen dood, nooit in het geringste van het ware geloof afwijke.

Heer J e s u s Christus, Zoon van den levenden God, ik stel onder de bescherming uwer ondoorgrondelijke wijsheid de gave des geloofs, waarvan Gij mij eenmaal rekenschap znlt vragen; geef, dat het licht der goddelijke kennis mij immer bestraio, en dat ik nooit in het geringste door den geest der dwaling misleid worde.

Heilige Geest, bron van alle goed, ik stel onder de bescherming van uwe onuitspreeklijke goedheid mijn geloof; geef, dat het altijd van liefde bezield en een in alles werkdadig en vruchtbaar geloof zijn moge, opdat ik in het uur van mijnen dood Uwer waardig bevonden worde. Amen.

LITANIE VAN DEN GELUKZALIGEN JOANNES BERCHMANS.

Heer ontferm U onzer.

Christus ontferm U onzer.

Heer ontferm U onzer

Christus hoor ons.

Christus verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon Verlosser der wereld, ontferm U onzer

God, Heilige Geest, ontferm U onzer.

25

ocr page 470

434

Heilige Drievuldigheid, één God. ontferm U onzer. H. Maria, Moeder en Beschermster van den gelukzaligen Joannes, bid voor ons.

Gelukzalige Joannes, bid voor ons.

Waarachtige navolger van Christus, i

Teedere vereerder der H. Maagd,

Waardige Zoon van den H. Ignatius.

Wederbeeld van den H. Aloysius,

Toonbeeld der jeugd,

Spiegel der evangelische volmaaktheid.

Getrouwe beoefenaar der armoede,

Minnaar der gehoorzaamheid,

Engel van zuiverheid,

Wonder van zedigheid.

Gestrenge bewaker uwer zinnen.

Volkomen heerscher over u zei ven.

Zeer getrouwe dienaar Gods,

Stipte volbrenger der geringste voorschriften, | £ Schatkamer aller deugden,

a : Lusthof van onopgemerkte verdiensten, : g

o Heiligdom van verborgene volmaaktheden, ! ^ ^ Beminlijk toonbeeld van Godsvrucht, g

Minzame uitnoodiger tot navolging, i S

quot;5 i Blijde gever, van God bemind, ' o

j Blijmoedige vervuiler uwer plichten, SE

Ü ! Troost en lust uwer medegezellen,

^ Sieraad der Sociëteit van Jesus,

Engel in leven en zeden.

Martelaar door uw brandend verlangen naar

het heil der zielen,

Belijder door het standvastig onderhouden der

Regelen van de Sociëteit,

Maagd naar ziel en lichaam,

Vurige aanbidder van den gekruisigden Verlosser, j Heldhaftige ijveraar voor de Onbevlekte Ontvangenis van Maria,

Onbezweken beoefenaar der kloosterlijke tucht, Wien Kruis, Rozenkrans en Regelboek boven alles dierbaar waren.

ocr page 471

135

Die bij uwen dood hebt gesproken: Met deze : driesterfikvolgaarne, i

Binnen korten tijd tot hooge volmauktheid gestegen.

Wiens deugd door mirakelen werd bevestigd. Voorbeeld der christeo-jeugd,

Nieuwe Bcachermcr, der jongelingschap in de

laatste tijden geschonken,

Verheerlijkte Inwoner van het Hemelsch Je-^ | rusalem,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons lieer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ver ■

hoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Christus hoor ons.

Christus verhoor ons.

v. Bid voor ons gelukzalige Joannes.

jï. Opdat wij waardig worden de beloften vau Christus.

LAAT ONS BIDDEN.

U God, die de verwonderlijke heiligheid van den Gelukzaligen Joannes, uwen Belijder, in de volmaakte onderhouding der kloosterlijke tucht en in de onschuld des levens hebt gesteld: geef ons door zijne verdiensten en gebeden, dat wij de geboden uwer wet getrouw volbrengende, zuiverheid naar ziel en naar lichaam mogen erlangen. Door onzen Heer Jesus Christus, enz.

XIX. GEBEDEN VOOR DE OVERLEDENKS

MIS-GEBEDEN VOOli J)K ÜVEKLEDENEN. Zie blz. 289.

GETIJ DEN DEK OVERLEDENEN. Zie blz. 189.

ocr page 472

43«

DIES IRAK.

Zk biz 293.

DE rROFl NDIS EN ANDERE GEBEDEN Zie hlz. 59.

Zij, die :lt;llo dagen quot;s avonds geknield, voor de geloovigezielen don Psalm do Pro fun dis en ëe'n Onze Vader met het Wees gegroet bidden, of, — dien Psalm niet van buiten kennende — bet: Onze Vader on bet Wees gegroet, met bet vers: Requiem aeternam eet. dat is: lieer geef bun de eeuwige rust, en bet eeuwige Ij ebt ver Heb te ben. Anion, kunnen elk jaar. één vollen aflaat verdienen op do gewone voorwaarden, en telkens een aflaat van 1 (»(• dagen.

XX. de completen.

•lube, Domine benedicere. Gebied, o Heer, uwen

Noetcm qnietam et finem zegen. - Een gerusten nacht

perfectum eoncedat nobis en een volmaakt einde ver-

Dominus omnipotens. leeneonsdealmachtigeHeer.

Les. — i, Petr. v.

Fratres, sobrii estote et vigilate; quia adversarius vester diabolus tamquam leo rugiens circuit, quaerens quem dévoret; eui resistite fortes in fide. Tu autem, Domine, miserere nobis.

A. Deo gratias.

Vs. Adjutorium nostrum in nomme Domini. A. Qui fecit coelum et terrain.

confiteor............

Misereatur, etc. p. 257.

Vs. Ccnverte nos, Deus salutaris noster. A. Et aver-tc iram tuam a nobis.

Les. - i Br. v d. H. Vetrns

Broedersl weest matig en waakt, want uw vijand de duivel gaat om als een brieschende leeuw, zoekende wien lui zal verslinden: wederstaat hem, vaststaande in het geloof. Doch Gij, o ITeer, ontferm U oneer.

A. Gode :iij dank.

Vs. Onze hulp is in den naam des Heeren. A. Die hemel en aarde heeft gemaakt.

ik delude...........

De almachtige enz. bh, 257.

Vs. Bekeer ons volkomen tot ü, o God onzes heils. A. En wend uwen toorn af van ons.


ocr page 473

■137

Vs. Deus in adjutorium ineum intende. A. Dominc ad adjuvandum me festina. Gloria Patri, etc. Ant. (') Miserere.

Psalm

Vs. O God, kom mij ie hulp. A. Heer haast U, om mij te helpen.

Eere zij den Vader, enz. Ant. Ontferm Umijner.

Cum invocarem, exaudivit me Deus justitiae meae, * in tribulatione dilatasti mihi.

Miserere mei, * et exaudi orationem mearn.

Filii hominum, usquequo gravi corde? * ut quid di-ligitis vanitatem et quaeritis mendaeium?

Et scitote quoniam miri-licavit Dominus sanctum suum; * Dominus exaudiet me, cum clamavero ad eum.

Irascimini et noli te pec-care, * quae dicitis in cor-dibus vestris, in cubilibus vestris compungimini.

Sacriücate sacrificium justitiae, et speratein Domino,* multi dicunt: Quis ostendit nobis bona?

Signatum est super nos lumen vultus tui, Domino;* dedisti laetitiam in corde meo.

A fructu frumenti, vini

Toen ik riep, verhoorde mij de God mijner gerechtigheid; in benauwdheid hebt Gij mij ruimte gemaakt.

Wees mij genadig, en verhoor mijn gebed.

Kinderen der menschen tot hoelang zult gij aardsch-gezind van harte zijn? Waarom bemint gij ijdelheid en zoekt gij leugen?

Weet toch dat de Heer zijnen heilige verwonderlijk heeft gemaakt. De Heer zal mij verhoeren. als ik tot Hem roep.

Wordt gramstorig maar wilt niet zondigen; wat gij spreekt in uwe harten, weent daarover op uwe legers.

Ottert otlèrande van gerechtigheid en vertrouwt op den Heer. Velen zeggen: Wie zal mij het goede doen zien?

Het licht uws aanschijn.-?, o Heer, heeft over ons geschenen: Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven.

Op den overvloed van


(') In den Paaschtyd Alleluia.

ocr page 474

438

multiplicati koorn, wijn en olie mogen

lt;9t olei sui

In pace in idipsum ^'dor-:niam et reqniescam;

Quoniara tu, Domine, sin-^nlariter in spe * constitu-me.

Gloria Patri, etc.

anderen roemen.

Hierom zal ik slapen en rusten in vrede;

Omdat Gij, o Heer: mij geheel bijzonderlijk in veilige hope hebt gesteld.

Eere zij den Vader, enz.


Psalm 30.

In te, Domine, speravi. non confundar, in aeter-num: * in jnstitia tua libera me.

Inclina ad me aurem tuam

aceelera ut eruas me.

Esto mihi in Deum pro-tectorem et in domum re-fugii, * ut salvum me faeias.

Quoniam fortitude mea et refugium mcum es tu: * et propter nomen tuum deduces me et enutries me.

Educes me de laqueo hoe, qnem absconderunt mihi; * quoniam tu es protector meus.

In manus tuas commendo ipiritum meum: * redemisti mc. Domine. Deus veritatis.

Gloria Patri, etc

Op U, o Heer, heb ik gehoopt, ik zal niet beschaamd worden in eeuwigheid; red mij door uwe gerechtigheid.

Neig uw oor tot mij; haast U om mij te helpen.

Wees Gij mij een beschermend God, en een huis van toevlucht, opdat Gij mij behouden doet zijn.

Want mijne sterkte en mijn toevlucht zijt Gij: en om uws naams wil zult G'j mij leiden en zult Gij mij voeden.

Gij zult mij voeren uit den strik, dien zij verborgen hebben voor my; wam Gij zijt mijn beschermer.

In uwe handen beveel ik mijnen geest: Gij hebt mij verlost, o Heer! God der waarheid!

Eere zij den Vader, enz


Psalm 90.

Qui habitat in adjutorio Die woont in de hulpe Altissimi, * in protectione des Allerhoogs ten, die zal Dei coeli commorabitur. veilig rusten onder de be-

ocr page 475

4:5

Dieet Domino; Sasceptor mens es tu et refnginm meum: * Dens mens, spe-rabo in enm.

Quoniam ipse liberavit me de laqueo venanlium, * et a verbo aspero.

Scapulis suis obumbrabit ;ibi: * etsubpennisejusspe-rabis.

Seuto eircumdabit te Veritas ejus: * non timebis a limore noeturno.

A sagitta volante in die. a negotio perambulanle in tenebris: * ab incursu et daemonic meridiano.

Cadent a latere tuo mille, et decern millia a dextris tuis : * ad te autem non appropinquabit.

Vernmtamen oculis tuis considerabis •. * et retribu-tionem peccatorum videbis.

Qaoniara tu es, Domine, spes mea: * altissimum po-suisti refugium tuum.

Non accedel ad te ma-scherming van den God des hemels.

Hij zal spreken tot den Heer; Gij zijt mijn helper en mijne toevlucht; Hij is mijn God, op Hem zal ik hopen'

Want Hij heeft mij gered uit den strik der jagers, en van alle bitterheid.

Met zijne wieken zal Hij u overschaduwen : en onder zijne vleugelen zult gij betrouwen.

Zijne waarheid zal u als met een schild omgeven: j;ij zult niet vreezen voor de verschrikkingen des nachts;

Noch voor den pijl die vliegt bij dag, noch voor wat rondwaart in de duisternissen ; noch voor openlijken aanval en het geweld des duivels op den vollen

'lag.

Aan uwe zijde zullen er duizend vallen, en tienduizenden aan uwe rechterhand: maar tot u zal het niet genaken.

Neen, veilig zult gij het aanschouwen met uwe oo-gen ; en gij zult de wedervergelding zien der zondaren.

Want Gij, o Heer, zijt. mijne hope! den Allerhoogste hebt gij tot uw toevlaohr, gesteld.

Het kwaad zal a niet


ocr page 476

440

luui; * et flagellum non ap-propinquabit tahernaculo tuo.

Quoniam Angelis suifj mandavit de te, * ut custo-iliant te in omnibus viis tnis.

In manibus portabunt te, * ne forte oft'endas ad lapidem pedem tuum.

. Super aspidem et basi-liücuni ambulabis, * et con-culcabis leonera ct draconem.

Quoniam in me speravit, liberabo eum, * protegam eum, (iiioniam cognovit nomen meum.

Ciamabit ad me, et ego oxaudiam eum; * cum ipso sum in tribulatione; eripiam eum, et glorificabo eum.

Longitudine dierum re-plebo eum, * et ostendam illi salutare meum.

Gloria Patri, etc.

bereiken, en de geesel zal uwe woontente niet genaken,

Wantzijnen .Engelen heeft Hij bevolen wegens u, dal zij u bewaren in alle uwe wegen.

Op hunne handen zullen zij u dragen, opdat gij uwen voet aan geen steen zoudt stooten.

Over de adder en de koningslang zult gg wandelen : en den leeuw en den draak zult gij vertreden.

Dewijl hij op Mij gehoopt heeft, daarom zal Ik hem redden: Ik z il hem beschermen, want hij kent mijn naam.

Hij zal tot Mij roepen, en Ik zal hom verhooren ; in de bezoeking zal Ik bij hem zijn ; Ik zal hem redden en verheerlijken.

Met lengte van dagen zal Ik hem verzadigen, en hem mijn heil doen aanschouwen

Eere zij den Vader, enz.


Psalm 133.

Ecce nunc benedicite Do-minum, * omnes servi Do-mini :

Qui statis in domo Dour:.), * in atriis domus Dei nostri.

In noctibus extollite ma-nus vestras in sancta : * et benediciu Dominum.

Ziet nu, looft den Heer, alle gij dienaren des Heeren;

Gij die staat in het huis des Heeren, in de voorhoven van het huis onzes Gods!

Heft uwe handen op in den nacht naar het heiligdom, en looft den Heer!


ocr page 477

441

Benedicat te Dominua ex Sion, * qui fecit coelum et terrain.

Gloria Patri, etc.

Ant, (^Miserere mei, Do-mine, et exaadi orationem raeaiu.

De Heer zegene u uit Sion, Hij die hemel en aarde heeft gemaakt.

Eere zij den Vader, enz.

Ant. Ontferm IJ mijner, o Heer, en verhoor mijn gebed.


lofzang.

Te lucis ante terminum, Uerum Creator, poscimus, Ut pro tua dementia Sis praesul el custodia.

Frocul recedant soinnia Et noctium phantasmata, Hostemque nostrum comprimé,

Ne polluantur corpora.

(2j Praesta, Pater piissime, Patrique compar Unice, Cum Spiritu Paraclito Regnans per omne saeculum.

A. Amen.

Capitulum. Jeremias 14. Tu autem in nobis es, Do-mine, et nomen sanctum tuiim invocatum est super

Voordat deez7 dag ziju eind bereikt, — O God en Schepper! bidden wij, — Dat Gij naar uw goedgunstigheid — Ten helper ons en wachter zijt.

Verdrijf van ons oneedTen droom,— En verontrustend nachtgezicht, — Tem ook den vijand die ons kwelt. — En hoed ons lichaam tegen smet.

Verhoor, o Vader onze beê, — En Gij des Vaders een'ge Zoon, — Die mes den Heirgen Geest regeert, In aller eeuwen eeuwigheid.

A. Amen.

Capitulum. Gij toch, o Heer zijt in het midden van ons, en uw heilige naam is over ons aangeroepen :


(!) In den Faasc/it/jd: Alleluia, alleluia, alleluia.

P) In den Faaschtyd: Deo Patri sit gloria, — Et Filio, qui a luortuis — Snrroxit, ao Paraclito, — In sempitema saecula. A. Amen.

Van O. U. Hemelvaart tot Pinkster: Jesu, tibi sit gloria, - Qui victor iu coelum redis, — Cuin Patre et almo Spiritu, - In sem-piterua Haecula. A. Amen.

ocr page 478

442

Tios: nc derelinquas nos. Do-mine Deus n os ter.

A. Deo gratias.

Responsorium. C1) In ma-nus tuas, Domino ::: corn-mendo spiritum meum. ::: in manus tuas, Domine/';: Com-mendo spiritum meum. Vs. Redemisti nos, Domine, Deus veritatis. Commendo spiritum meum. Gloria Patri er Filio et Spiritui Sancto. in manus tuas Domine, Commendo spiritum meum. Vs. Custodi nos Domine ut pupillam oculi. A. Sub umbra alarum tuarum ])rotege nos.

Ant. Sal va nos.

NUNC dimittis p. 187.

Ant. Sal va nos, Domine, vigilantes, custodi nos dor-mientes: ut vigilemus cum Christo et requiescamus in pace. (Alleluia.)

Vs. Domine exaudi orati-onem meam,

A. Et clamor meus ad te veniat.

Oremus. Visita, quae-sumns Domine habitationem istam, et omnes insidias ini-verlaat ons niet, Heer onze God!

A. Gode zij dank.

Responsorium. In uwe handen, o Heer, beveel ik mijnen geest. In uwe handen, o Heer, beveel ik mij nen geest. Vs. Gij hebt ons verlost o Heer, God van waarheid. Beveel ik mijnen geest. Eere zij den Vader, en den Zoon, en den H.Geest, ïn uwe handen, o Heer, beveel ik mijnen geest. Vgt;. Bewaar ons, o Heer, als den appel uwer oogen. A. En onder de schaduw uwer vleugelen bescherm ons I

Ant. Behoud ons.

laat nu, o heer. hh. 18?.

Ant. Behoud ons o Heer. terwijl wij waken, bewaar ons terwijl wij slapen, opdat wij waken met Christu-en met Hem in vrede rusten. (Alleluia.)

Vs. Heer verhoor mijn gebed.

A. En mijn geroep kome tot U.

Laat ons bidden. Wij smeeken U, o Heer, bezoek deze woning, en weer verre


(1) In de n Paaschtyd: Kesponsoriu m. In manus tuas Domin»» commeudo spiritum meum, * Alleluia, alleluia. — In manus. Vs. Redemisti nos Domine Deus veritatis. — Alleluia, alleluia. Gloria Patri. — In manus. — Vs. Custodi nos Domine ut pupillam oculi, alleluia. A. Sub umbra alarum tuarum protPï'' nos. alleluia.

ocr page 479

44.^

onze I raici ab ea longe repelle; van haar al de aanslagen ^ Angeli tui sancti habitent des vijands; uwe heilige En-in ea, qui nos in pace cus- gelen mogen hier huisvesten

,iwe II todiant: et benedietio tua en ons in vrede bewaren:

iel ik ' sjt super nos semper. Per en uw zegen ruste op ons

han- Dominum nostrum, etc. ten allen tijde. Door onzen

^ mij • I Heer enz.

)t ons I Vs. Domine exaudi, ora Vs. lieer verhoor mijn

l vang tionem meam. gebed.

lijnen |- A. Et clamor meus ad A. En mijn geroep kome

^ader. [ te veniat. tot U.

jeest. Vs. BenedicamusDomlno. Vs. Zegenen wij den

Heer. lieer,

t- ygt;. :| A. Deo gratias. A. Gode zy dank.

Is den ; Benedicat et custodiat nos Ons zegene en beware de

• En p omnipotens et misericors almachtige en barmhartige

vleu- Dominus, Pater, et Filius, Heer, de Vader, en de Zoon,

et Spiritus Sanctus. en de H. Geest.

A. Amen A. Amen.

Y^r- ^ Antiphoon der H. Maagd, volgens den tijd des jaars blz, 65.

Heer. Vs. Divinum auxilium Vs. De Goddelijke hulp

jwaar maneat semper nobiscum. blijve altijd met ons.

j op- A. Amen. A. Amen.

ristus [ Pater noster. Ave Maria. Onze Vader. Wees ge-

isten. Credo. gegroet. Ik geloof.

mijn

kome

• Wij izoek rerre

A

omin»

U.S.

ia. it p«-

OtPiT''

ocr page 480

444

GEZANGEN.

J. IN DEN ADVENT.

CREATOR ALMK.

if-s—

Ü

p

-*15=^=

Cre - a - tor al-me si-de-rum, Ae-ter-na lax O Schepper van het starrenheir, Der Christ'nen een-

zs±z

cre-den-ti- um, Je-su Re-demp-tor om-ni - am, wig hemellicht, O Jesus die ons al-len redt.

In-ten-de vo - tis sup - pli-cum. Leen onze beê een gun-stig oor.

Qui daemonis ne fraudibus Die satans macht en list

Periret orhis, impetu Amoris actus, languidi Mundi medéla factus es.

ten spijt, — Deze aarde reddet, en vervoerd — Door liefdegloed, den kranken mensch —- En heul en heil geworden zijt.


3.

Commune qui mundi nefas [Jt expiares, ad crucem. E virginis sacrario Intacta prodis victim».

Die om ons aller zonden-schuld — Te boeten, aan het kruishout stierft, —N» uit het Maagd'lijk heiligdom — Tot vlekloos Lam te zijn gebaard.


ocr page 481

445 4,

Cnjns potesia.' gloriae, Nomenqne cam primum

sonat.

Et coelites, et inferi Trementi curvantnr genu.

Te deprecamar ultimae Magnnm diei Judicem; Armis supernae gratiae Oefende nos ab hostibus.

Virtus, honor, laus, gloria, ( Deo Patri, cum Filio, Sancto simul Paraclito, In saeculornm saecnla. Amen.

Maar nu wordt nauw u» gloriemacht — Met uwerï heil'gen naam vermeld, — Of eng'lenheir en duiv'len-schaar — Valt bevend op de knieön neer.

U bidden wij geknield in 't stof, — Ontzaglijk Heer van 'tjongst gericht, — Kom ons met 't schild van uw gena — Ter hulpe tegen 's vijands macht.

Aan U zij kracht, zij lof, zij eer, — Aan U, o Vader met uw Zoon; — Ec aan den heil'gen Trooster ook — In aller eeuwen eeuwigheên.


R O K A T E.

SMEEK- EN KLAAGLIED DER Ot'DVADEES. Hel koor.

=4

Ro - ra - te. coe-li, de-su-per, et nu - bes

De voorzanger.

EË

* --

li

pln-ant jas-tum, Ne ir-as - ca - ris, Do-mi-ne,

ocr page 482

446

3^—»—{—ej—J-]1-»-j—gt; —lt;s —fquot;--»— « -,

ne ul-tra rae-mi-ne-ris i - ni-qui-ta-tis;

_________-i:=t::___

ec - ce ci - vi-tas Sane - ti fac-ta est

fac-ta est.

it

»le-ser-ta: Si - on de-ser - t«

fejE

~d=5z:q

J-iü-i z-\=z

Je - ru - sa-lem de - so - la - ta est. Do-mus

_—i—i--1—'——j--1—gt;—\—

:q—dziq—

- - - :?-2?E£ËE]

9 #—C^i—#—\—lt;^—0 -j—

sancti-fi - ca - ti - o - nis tu - ae et glo-ri-ae

_qq.—q_

É

zzzzt

tu - ae, u - bi lau-da vc-runt Te pa-tres liet kooiquot; De voorzanger.

nei kooi . jjv

nos-tri. Ro-ra-te coe-li etc. Pec-ca - vi-mus

rBSf

et fac-ti su-mus tam-quam im-mun-di nos, et ce - ci - di-mus qua - si fo - li - um u - ni-ver-

ocr page 483

447

si, et i - ni-qui - la - tes nos-trae qua-si

ven-tus al)3 - tu - le - runt nos : ab-scon-dis-ti

jr^zl-dz^dq—jz:3zJ

fa - ci-em tu-ain a no-bis. et al-li-iis-ci

^zzjzrpdzrzz^zzlzzp^

-gt;,---#--[ --#• •[—CZ^—^5—f—tf-^

ijizi;

:-]3

nos in ma-nu i - ni - qui-ta - tis nos-trae.

Hot koor.

De voorzanger.

gt;,:z^z;'izqiz_jz^pzz

rüzrz-jzrz;3-i=

Ho-ra-te, coe-!i. etc. Vi-de, Do - rai-ne,

af - flic - ti - o-nem po-])u - li

•;i:l2=z3— =z=t;iizrz^

mit-te, quem mis-sa-rus es ; e-mit-te Ag-numt

Do - mi - na - to-rem ter - rae, -^=4—|_ _dzrjzz:^rr^T

fxgt;e - £ra,

a^dzrzr^Tizrq


ad mon-tem fi - li-ae Si - on.

de-ser - ti

ocr page 484

448

raiiiCTinpq: '--'-i —

ut au-fe-rat lp-se ju-gum cap-ti - vi - ta - tis

De voorzauger.

Het koor.

ÉS

^ H- -

S-fl --—

nos-trae. Ro-ra-te coe-li, etc. Con so-la mi-ni,

EG

in-no - va-vit te

Con-so-la-rai - ni, po-pu-le rae-us; Ci-to

it:

ve - ni-et sa-lus tu - a, qua - re raoe ro-re

4=

^—-j--—£D-—quot;f—*—1

con - su - me - ris ? Qua-re

z=t:z

do - lor? Sal-va-bo te, no-li ti-me-re;

. -1—:---1—I—;-1—t—£5—-—— t—t—---1—|

tS~—3- -3—4-- | -I—t—0 — 0—1-—

e - go

e-nim sum Domi-nus De-us

tu-us, Sanc-tus Is - ra - el, Re-demp-tor

quot;•s=r—■

---1--1----j—f—O—0—j_

F_J cd lt;=gt;-^-t==r-0

to - us. Ro-ra-te, coe-li, etc.

ocr page 485

449

Dauwt gij hemelen van boven; en dac de wolkec nederregenen den Rechtvaardige!

Wees niet langer toornig o lieer, en gedenk verder niet der ongerechtigheid. Zie de stad des HeUigendoms is eene woestyn geworden, Sion is in woestenij gekeerd, Jerusalem ligt in rouw gedompeld; Jerusalem, de woonstee uwer heiligheid en uwer glorie, alwaar onze vaderen U plachten te loven!

Antw. Dauwt gij Hemelen van boven, enz.

Wij hebben gezondigd! en wij, wij zijn geworden als onreine heidenen; en afgevallen zijn wij allen, als verdorde bladeren; en onze misdaden hebben ons weggevoerd als een stormwind. Gij hebt uw aangezicht verborgen voor ons; en verbrijzeld hebt Gij ons door de kracht van onze eigene zonden.

Antw. Dauwt gij hemelen van boven, enz.

Aanschouw, o Heer, de verdrukking van uw volk ei) zend toch Dien Gij zenden zult; zend het Lam, den Beheerscher der wereld van de rots der woestijn tot den berg der dochter Sion's, opdat Hij zelf van ons weg-neme het juk dor gevangenschap.

Anlvj. Dauwt gij Hemelen van boven enz.

Troost u, troost u, mijn' volk! weldra zal komen uw Heil; waarom kwijnt gij weg van verdriet ? waarom heeft zich uwe smart vernieuwd? Ik zal u redden, wil niet vreezen; Ik toch, Ik ben de Heer uw God, de Heilige Israëls, uw Verlosser!

Antw. Dauwt gij Hemelen van boven, enz.

II. IN DEN KEilSTTIJJO.

iliESTK FIDBUBS.

Ad - es - te fi - de - les, lae-Komt Christ'nen. komt al - len nu

ocr page 486

4.50

iÉE

I

as

ti tri - um-phan-tes; Ve- ni - te, ve-jni-chcnd vol vreug-de; Komt her-waarts, en

ni - te in Beth-le - hem. Na - turn vi-spoedt u naar Beth-le - hem. Der En-g'len

:hh-

-JtZTÉZ.

j__-

de - te Re - gem an-ge - lo-rum, Ve-Ko-niüg is daar pas ge - bo-ren: Komt

.f gt; crcsc. Z------------^—I--

'' -«-d

ni - te a - do - re - mus Do - mi -laat ons aan - bid - den den Heer, on-zeu

=fc=t==

iamp;ri-gr v-— S—ë-

num, God.

i

Ve - ni - te a - do - re - mus Komt laat ons aan - bid-den den

. • rirard- a

E3EÖ

Do - mi - num.

Heer, on-zeu God 2.

Rn grege relicto ho.mtles De heraers verlaten tui b ad eunas, dierbare schapen.

ÉB

*

ocr page 487

451

Vocati pastores apprope-rant.

Et nos ovanti gradu feati-nemos;

Venite ad oremus Domi -num. (bis)

En zoeken de kribbe, op der Engelen stem.

Komt richten we derwaarts ook blijde de schreden ;

Komt laat ons aanbidden den Heer, onzen God.(6z*.9.)


3.

Aeterni parentis splendo- Daar zien we den eeuwigen

rem aeternum.

'Velatum sub carne, vide-bimus.

Deum infantem. pannis in-volutum.

Venite adoremus Domi-num. (dis.)

glans van den Vader, Verscholen in 't hulsel dat

mecschen omkleedt; God, spraakloos een wichtje,

gewonden in doeken. Komt laat ons aanbidden den Heer, onzen God. (ms.)


4,

Pro nobis egenum et foeno cnbantem,

Piis foveamus amplexibus

Sic nos amantem quis non

redamaret.

Venite adoremus Domi-imm. (bis.)

Voor ons daar behoeftig, strekt stroo Hem ten leger:

Komt Hem dan gekoesterd met liefdebetoon.

Wie toch moet niet minnen, die ons zoo beminde?

Komt, laat ons aanbidden den Heer, onzen God.(6«s.)


.JK8U IvEDKMPTOTi.

-lt;3—F=—

Pa - rem Had U

1. Je - sn Re - detrip - tor om-ni-um, Quem Ons al - Ier Eed - der Je-sus, Heer, Vóór

3-«

]u - cis an - te o - ri - gi - nem, nog liet licht ont - glom-men was,

ocr page 488

452

pa - ter - nae glo - ri - ae Pa - ter su-pre-in glo - rie zich ge-lijk, Heeds d'eeuw'ge Va-

E®

n

mus e - di - dit, 2. Tu lu - men et der voort-ge-bracht. Gij 's Va-ders glans

splen-dor Pa - tris, Tu spes pe - ren - nis om - ni-en heer-lijk-lieid, Gij, im-mer al - Ier troosten

3|=g

Ittz

de quas fun - dunt pre-de be - den gun - siig

:c~t^:c;r.Erzt:--s-

ces Tu - i per or - bem ser-vu-li. 'toor. Hier door uw die - naar-schaar ge-stort.

1^3

3. Me - men - to, re - ru;n Con - di - ter, Nos-Ge - denk toch Schep-per van't heel-al, Hoe

—i—iq—

tri tjuod o - lim eor - po - ris, Sa-cra - to Gij ons eens ten Broe-der werdt, Toen Ge in

-=5—,--t-

ab al - vo Vir - gi - nis Nas-ceu-do, lorden rei - nen Maagdensehoot. U met ons li-

li Cl dlt;

-t-:

=t-

In ■ ten Leen aan

-tt-

ék

ocr page 489

rs

mam sump-se - ris. 4. Tea - ta - tur hoe ehaam hebt omkleed. Ge - tuig hier - van

^—3^^=1=5=

^±=s=t

453

prae - sens dies, Cur-rensper an - ni cir-het hui dig feest. Dat el - ken jaar-kring we-

—Ij-—^—^17-

ZtZZtZZZ

:n=i^i=tzS_-=t:

-ür;

-pre-:e Va-

—3Z

CU - lum. der-keert.

-m-t en

Quod so - lus e Waar-op Gij uit si - nu des Va-


Pa - tris mun-di sa - lus ad - ve-ne-ris. ders schoot voor 's werelds heil zijt neergedaald.

itrzirzrt'

rqrt

q—tz

5. Hune as - tra; tel - lus ae-quo - ra, hunc om-Dien dag groet he - mei, aar-de en zee, en al-

EcEEEErE5EEiz3f!ÉE|^EÊEEEEÉE

ne. quod coe - lo sub - est, Sa - lu - tis les wat op aar-de leeft» Daar hij ons

J$n:_r_ -t T3 =H

auc - to - rem no - vac No-vo sa - lu nieu - we red-ding bracht: Hem zin-gen zij

tat can - ti - co. 6. Et nos be - a op nieu-wen toon. Ook wij die door

__

i

-tzriS

-t=

)re-

stisc

rt.

sir:

i OS—

loe

ocr page 490

464

-ï=Ü;

-t-

gai - ms, verd zijn,

ta qnos sa-cri Ri-ga-vil un-da san-uw kost-baar bloed In 't hei-lig bad ge - zui-

r-q-

Na-ta - lis ob di - em tu-Wij bren-gen U, deez' djg ter

iÜl;

i

tr^iEEitrz

i Hym - ni tri - bu - turn sol - vi - mus. eer. Den tol van on - ze dankbaarheid.

7- Je - su, ti - bi

U Je - sus, zij

sit glo - ri - a, Qui na^ dan lof en eer, Die uit


al - mo Spi - ri - tu, en Heil' - gen Geest,

In sem - pi - ter Door al - Ier eeu-


na sae - cu - la. wen eind-loos-heid.

A - -

ocr page 491

455

111. IN DEN PASSlETjJD.

VEXILLA EKG3S.

It=C=

rfe:

1. Ve - xil - la Re - gis pro - de - unt; Des Ko - nings vaan-del wordt ont - rold!

d=r!=i=1=gr]i^z:^zq

■ t—

K'ul - get era - cis mys-te - ri - um. Qua vi-Daar prijkt't geheimnis - vol - le kruis. Waaraan

I—S3-r-j-

i=1=

-0==

ta mor - tem het Le - ven per - tu lit. ster - ven wou.

Et mor-En door


-r~ ■- * ï:-

Si

te vi - tam pro - tu - lit. 2. Quae vul - ne-zijn dood ons 't le - ven won. Doorboord in 't

SE

i;

ra - ta lan - ee - ae hart door 't wree - de staal

Mu - cro - ne di-Der speer, om on-


SE

1=

ro, cri - mi - num Ut nos la - va - ret zer zon - den smet Te was-schen, vliet er

—--jm M--!---'-- ' ^

±-□-■ esPgg—^---j-

sor - di - bus, uit zijn zij

vit un-bron, die

Ma

Een

ocr page 492

456

da et san gui-ne. 3. Ira - pie - ta sunt bloed en wa - ter geeft. Toen werd ver - vuld

3--

__quot; cd-

—t—J-l—Lz±!g^:;

quae con - ci - nit Ua-vid fi - de - li wat Da - vid zong. Toen hij in trou - we

oar - mi-ne, Di - cen-do na - ti - o - - ni-pro - phe-ey En gansch verrukt den vol - ken

=r_r

• t

itC:

bus ; lieg - na zei: Van af

vil a lig - no het kruis-hout heerscht


De - ns. 4. Ar-bor de - co - ra et ful-uw God. O dier - baar hout, O eed - le

ü

^5^

gi - da, Or - na - ta re - gis pnr - pu ■ ra, boom, Met ko - nings-pur-per rood gekleurd,

E - lee - ta dig - no sti - pi - te Tam Gij kost-b're stam zijt waard ge-keurd Om

sane - ta mem - bra tan - ge - re! 5. Be-Je - sus leên tot steun te zijn! Ge-

ocr page 493

467

it—icil:

-fSZ^Z

=s=tó=::

a - ta, cu - jus bra - chi - is Pre - ti-luk - kig hout dat 's we - relds prijs. Aan u-

— . i--Tl

ft:

:-£--S˱£t

um pe-pen-dit sae - cu-li, Sta-te-ra fac we tak-ken dra - gen mocht: Toen ;s Heilands li-

—ij-H——F—ps#—■

la cor chaam aan

po - ris, ii hing.

zzyz-^-i

prae - dam tar - ta - ri. gij der hel haar prooi.

Tu - lit - que Ont - ruk - tet

O Crux! a - ve, O Kruis, heil u.


Hoc pas-si - o - uis In de-zen heil' - gen

m - ca. ge hoop.

spes u gij een'

=3=^5=1

1

Ö:££;r

tem - po - re Pi - is ad - au - ge gra -lij - dens-tijd, Geef meer ge-na aan 't vro -

Ü 1

■ tJ—

Re - is - - que de - le cri -En wisch der snoo-den schul-

ti - am, me hart,

rp4:=d:=

-I

r=

mi-na. 7. Te, fons sa - lu - tis. Tri - ni-den uit. U. bron des heils. Drie - ee - nig

26

ocr page 494

-*#—a—es-j-.

4-jS 7ZZ3Z

^r:

las. Col-lau - det om - nis spi - ri - tas; Qui-God. Prij-zc al-ler gees-ten hcir te zaam : Wien

1:1

bus cru - cis vie Gij des krui - ses

;trt—tr

to - ri - ani, Lar-zc - gen schenkt, Moog'

t,

I


gi - ris, ad - de prae - mi - um.

zich ver - blij - den in uw kroon.

A

--!---{■

zsL*

.....

- - - - men.

IN', IN Igt;BN PAASCHTIJD. Al) KEG I AS AGNT DA?KS.

=4-=1-

5^-

A 1

—

zsxjiz

Ad re - gi - as Ag - ui - da - pes, Sto - lis —rquot; i—'*quot;—c^' —-M—— Ij ——

a - mie - li can - di-dis. Post tran - si-

1-1-----\quot; ' 1 li' 1

t-

-----!----

----1---1 *• '-»—'l-■ —'

tuni ma - ris ru - liri Chris - to ca - na-

ocr page 495

mus prin-ci-pi. 2. Di - vi - na cu - Juk

ZpzC?-—_

=sl=t=

—

cha-ri - tas Sa-crum pro - pi - nat san-gui-

p—f1

ft—tD—t— --I—i--—-H

Ife-

♦t

♦r

^--pgt;-

-1--

'! i

nem. Al - mi - que mem-bra oor - po-

-t=

ris A - mor sa - eer - dos im - mo-lat.

'EÊE|:EE3E!Ez

3. Spar-sum cru - o - rem pos-ti-bus, Vas - ta-

-h—1—a—Ö-

itrznzz::

tor - hor-ret an-ge-lus, Fu - git - que

--1—i---

di - vi - sum ma - re, Mer - gun - tur

zdr:

-♦1=^^.—gt;-ZD—1-H—---^--i--1 —€3—

1- ■ gt;-^—(=3--|-CD——----^

hos - - tes Huc-ti-biis. 4. Jam Pa-seha nos-

=siz5Ê^

tram Chris-tus esi. Pa - scha - lis i - dem

ocr page 496

460

i—

il

Ê?t=i m

zS.c±

vic - ti - ma, Et pu - ra pu - ris

=zl=qii :«

-- s —, —

E

So-

ti - bus Sin - ce - ri - ta - tis a -zy-

a=l=i

ma. 5. O ve - ra coe - li vic - ti - ma.

zt=t

Sub - jee - ta eui sunt tar - ta - ra,

:=i:

i——es-—!r ■

^

'tz

rtzt:

-es»

i«w=g

Iti - ta mor - tis vin - cn - la,

Re-

:lzi—

'=~iq. _.cü_ti;

-C3--g-

tac prae-mi-a. 6. Vie-

cep - ta

-S—

itz

-T;

i

tor snb - ac - tis in - fe - ris,, ïro-phae - a

—^--1—

1--t-t;—(--'-1---

t c; c±--

Ciiris-tus ex - pli - cat, Coe - lo

que

:=-J:

per - to sub - di - turn Re - gem to - ne-

ocr page 497

«IR j

3;j=z4-—gz:

=1—^

bra - rum tra - hit. 7. Ut sis pe - ren - ne

-en»——czd ^--

_ _

en - mi-

men - ti - bus, Pa - scha - le Je - su gau-di

atEfz

mor - te di - ra

»=2^:

s

•i -; «:

num \7i - tae re - na - tos li - be - ra.

*

-Jrrzj:-3=r^^rrji

^-=5^--

Et

8. Pe - o Pa - tri sit glo - ri - a.

^iü

Fi - li - o. qni a mor - tu - is Snr-=]-

5=ijz;q—j^=;3=|=

T-- * --1—cj-

re - xit, ac Pa - ra - cli - to, In =z|rp=rr—sc^rirnd.

=Ör

---1—

sem - pi - ter - na sae - cu - la.

=E=

12=S t:F

mi

■0-^3= —t--—^z

A -

ocr page 498

62

1. Zingen wij een loflied ter eere van Christus unzen Koning, na zijn zegevierenden tocht door de Roode zee; wij, die met witte kleederen getooid mogen aanzitten aan den Vorstelijken Diseb des Lams!

S. Zijne goddelijke liefde plengt Heilig Bloed, zijn Hoo-gepriesterlijk Hart slachtoffert de ledematen van zijn dierbaar Lichaam.

3. Het Ueilbloed, dat onze deurstijlen verft, slaat den verdelgenden Engel met schrik; de zee verdeelt hare wateren en vlucht voor onze schreden, en onze vijanden liggen bedolven onder de baron.

4 Geen ander Pascha hebben wij dan Christus! Ons Paaschlam is Hij! En tevens het reine brood dat vrij van den zuurdeesem der onoprechtheid door reine zielen wordt genoten.

5. O waarachtig Otter van den Hemel gedaald, dat de macht der Helle heeft gebreideld, de boeien des doods verbroken, en de belooning des levens ons verworven !

i'.. Christus de overwinnaar klonk do Hel in kluisters, zijn krijgs-standaard heeft Hij ontrold! Den Hemel heeft Hij veroverd, en den vorst der duisternissen sleept Hij door het stof.

7. Verlos ons ten leven herboren van den wreeden dood der zonde, en wees aldus, o Jesus, de altijddurende Paaschvreugde onzer zielen!

8. Aan God den Vader zij eer! en den Zoon die van den dood is opgestaan, en den H. Geest in do eeuwen der eeuwen. Amen.

V. VOOR HET PINKSIEKKEEST.

VENI. CKEATOU SWKIÏUS.

CT—

: lt;.r -

4---

Spi Heil'

Ve - ni, Cre - a - tor Kou. Schep-per, kom o -------j Accei

—|---1 Infun

------1 Intirn

ri - tus, Virtu ge Geest,


ocr page 499

463

«zen I '________,

loode -?—P—~ iSquot;

ple su - per - na gra - li - a, Quae viïl met bo - ven - aard - sche kracht, De

Qui diceris Paruclitus, Kom,Gij dien elk zijn Trooster Altissimi donum Dei, noemt, — Een gaaf des Aller-Fons vivus, ignis, charitas, hoogsten Gods, — Een levend Et spiritalis unctio. water, liefdevuur, — Een ware zalving van den Geest.

3.

Tu septiformis munere. Gij in uw gaven zevenvoud,— Digitus paternaedexterae. Gij zijt de vinger ran Gods hand. Tu rite promissum Patris, — Gij, 's Vaders lang beloofd Sermone ditans guttura. geschenk, — Geef aan de tong der talen gaaf.

Accende lumen sensibus, Ontsteek in onze borst uw Jnfundeamorem cordibus, licht, — En stort uw liefde in Inlirma nostri corporis, onze ziel, — Versterk de zwakte Virtute firmans perpeti. van ons vleesch, — Met he-melkracht, die nimmer faalt.

ocr page 500

461

а.

llostem repellas lougius. Verdrijf den vijand verre Pacemque donesprotinus, weg, — En geef ons voortaan Ductore sic te praevio, zoeten vree,—O, dat wij, aan uw Vitemns omne noxium. leiding trouw, — Vermijden a) wat .schaden kan.

б.

Per tesciamus,da,Patrem, Maak Gij den Vader ons be-Noscamus atque Filium, kend, — Door U ook kennen wij Tequc utriusque Spiritum, den Zoon — En dat wij U als Credamns omni tempore, beider Geest, — Belijden mogen zonder eind.

Deo Patri sit gloria, Aan God den Vader zij steeds

Et Filio qui a mortuis, eer, — En aan den Zoon, die

Surrexit, ac Paraclito. uit den dood, — Is opgestaan,

In saeculorum saecula. den Trooster ook — In aller

Amen. eeuwen eeuwigheid. Amen.

VKM SANCTE S1»1KITUS.

Ve - ni, Sanc - te Spi - ri - tus. Et e-mit-Kom, o kom Gij Heil-ge Geest, Zend van uit

A quot; - — --1--1—

cj::

di - um. lijk licht.

rS=!3É

-lt;=lt;—Sz

te coe - li - tus Lu - cis tu - ;ie raden he - mei-trans, Stra-len van uw god-

:ste±=d

Ve - ni, Pa - ter pau - pe-rum. Kom, o Va - der in den nood ;

ocr page 501

465

==*—

----1— •-

---1--'—r^quot;

Ve - ni, da - tor mil - ne - rum; Ve - m Kom, o al - Ier ga - ven bron; Kom, o

-i=i^z=3^'

ESgï

lu-men cor-di-um. Con-so - la - tor op-hart-ver-kwikkend licbt. Bes-te troos-ter in

3^=

irizzi:

nrt:=:

2^az=j=d=:

ti - mc Dul-cis hos ver-driet. On - zer zie pes a - ni - mae, len zoe - te qrast.


-I- | . L-l-, Dal - ce re - fri Zoc - te zal - vinj

l=ê=@EE

—^---gs-I —

ge - ri - um. In in het leed. Als

—C=±=i:z


la - bo - re re - qui - es, In ae - stu wij zwoe-gen geeft Gij rust, Gij ver-kwikt

Zt=f:-JF

tem - pe - ri - es, In fle - tu so-

bij hee - ten strijd, Gij ver - troost bij

H—l—j—-j—

la - ti - um. droef ge-ween.

i

O O

EÊÉE

zt±z

lux be - a - tis-vol - za - lig he-


si - ma, Re - pie cor - dis in - ti - ma, mei-licht, Dring tot in de har-ten door.

ocr page 502

406

.--quot;3—l--j---r-

-|--1--1--f—--—i--1—

11

Tu - o Van die de - li - um. Si-toe - ge-daan. Zon-

rum li U zijn


=ï~~:-r-

±=:^

o nu - mi - ne, Ni-hil est we tus - schen - komst. O, ver-ma,^

ne der

I=?—g)—€

in ho - mi - ne, de sterf-ling niets,

ii

Ni

- hil

est in-hem niets

gaq==

nox - i - um. zon - der vlek.

La - va, quod est sor-Wat be - smeurd is waseh


- A-^-^3----^5---

di - dum; Ri - ga quod est a - ri - dum, het rein: Laaf het dor - re met uw dauw.

-C3---

l—CD—'

IHP-

Sa - na quod est sau - ei - um. Geef voor won - den art - se - nij.

eEESE------

-CD---

IÖ=t=

-1—*é—CD—

—\zz±z=tzt=.

Flee-te quod Maak den war-

est ri - gi - dum ; Fo - ve (juod est frisehen wil ge - dwee; Geef 't ver-kleum-de hart

IP=

i

gi - dum, Re - ge quod est de - vi-um. Da uw gloed, Voer te - rug wat is ver-dwaald. Stort

3:

ocr page 503

46;

--.^3-|—=3—12^

.. r

-tr-:

Si-

Zon-

amp;

ö:

est -niasr

m-

dets

tu - is ti - de - li - bus, In - te con - fi-in elk ge - loo - vig hart, Dat zijn lot aan -

i —' —-

-S

den - ti - bus, Sa-crum sep-ti - na • ri - um. Da U ver-trouwt, U - we ze - ven ga-ven uit. Schenk

t=ig=b=i

=|=r

vir - tu - tis me - ri - turn, Da «a - lu - tis aan ons der deug-den schat, Schenk een za - liij

-L—

——

ex - i - tum, ster-vens - uur.

r-

sch

Da per - en - ne gau - di-Schenk ons eeuw'-ge lie - mel-


E;fE=E$EE5^gE^5=ï==±cE5=5^:

Al - le

um. A vreugd.

hun. auw.

£=gt;c

ISzé

- - - lu - ia.

VI, XE It EERE TAN HET H. SACRAMENT.

IiAUDA SION.

g

quod war-

f=r^-tit—

fri-hart

—cn

-T-

1=P5Z t—

~ ■■ j ït.

Lau - da, bi - on, Sa! %'a - to- rem. Lau-da Loof, o Si - on, loof uw Rad - der. Loof uw

Da Stort

i

ocr page 504

468

ü

I i

V

1

tum au - de; Qui - a ma - jor om - ni lan-gij zin-gen; Al uw lof gaat lig te bo-

nzqzi;

v-

|3V

- - ^-r^-

de, Ncc lau - da - re suf - fi - cis. Lau-ven, Hem vol - prij - zen kunt gij niet. O,

—Jz

rt;

quot;t—

it—

És

dis the - ma spe - ei - a - lis; Pa - nis vi-een voor-werp nooit be - zon - gen, 't Brood dat leeft

i

É

it

vus et vi - ta - lis, Ho - di - e pro - poen ons doet le - ven; Wordt ons lie - den voor-

3=^-^—e

tzt;

ni - tur. Quem in sa - crae men - sa coe-ge-steld. Dat het bij den heil'-gen Nacht-

-h

---,—-—gt;--1--1--1---1_

_|---L-^,—3-

nae, Tnr-bae fra-trum du - o de - nae, Da-disch, Aan de broe - der-schaar der Twaal-ve, Werd

ocr page 505

463

^--—lt;=

rar^:l

turn non am - bi-gi-tar. gc-schon-ken lijdt ycen kijf.

Sit lans p!e - na, Vol en klin-kend


S=Èr;5=

-C5~-

—(— CD-

-r—quot;{:=

=t=:e=

sit so - no - ra, Sit ju - cun - da, sit rui - sche uw lof - lied, \ ol van \reug-de en

dc - co - ra, Men - lis jü - bi - Ja - li - o. licflijk-he-den. Zij de ju - bel van uw hart.

:rïzz::~^- j'-»—j

Jn hac men-Op dit maal

Di - es e - rim so - lom - nis a-gi-iur, Plefih-tig vie - ren wij den feest - dag,

ïn qua men - me pri - ma re - co - ii-tur. Die ver - kon - digt hoe n o maal - tijd, rW—- - J--1 , 1-tl---1——es—

—1=

Hu-jus in - sti - to-tl-o. Voorliet eerst werd aai'uericht.

SEES

-t-

-Jp—

sa no - vi Re - gis. No-vuin 1'a - scha cUs nieu-wen Ko - niiig.i, Sluit der Nieti-we

.l----C3—:

no - vae le - gis, Pha-se ve - tns ter-Wet nieuw Paasch-lim, 'tOu-de Paasch-fcest voor

ocr page 506

lt;•70

i-=^-

■1--

mi - nai. Ve - tus - ta - torn no - vi - tas, al - tijd. 't Oa - de vliedt daar voor het nieuwe,

^^r=5aS=3==t: ^---------1—

Um - bram fu - gat ve - ri - tas, Noc-'t Schaduwbeeld wijkt voor het we - zen. 't Nacht

3S

tem lux e - li - mi - nat. lijk don - kor voor den dag. - --—--—----—;-

Quod in coe-Wat bij 't Nacht-


na Chris-tus ges - sit, Fa - ci-en - dum maal Chris-tus wrocht-te, Wil Hij dat her-

■(3,--CT—CU—j—

- CD -t—

Z3~

hoe ex - pres - sit, In su - i me-mo-ri-haald zal wor-den, Hem tot een ge-dach-te-

S:

Itz

Doe - ti - sa - cris in - sti - tu-On - der - richt door 'tgod'-lijk voor-

am. nis.

~gt;pz

E3

tis, Pa - nem, vi - num, in sa - lu - tis, schrift, Heil'-gen wij en wijn en tar - we,

Z^TZ

T==i:

itz

Con - se - era - mus hos - ti - am. Dog-ma da-Tot sen of - fer ons ten heil. 't Is den Chris-

ocr page 507

r

471

5tEE

rc:

tur Chris-ti - a - nis. Quod in car-nem tran-sit ten een geloofs-punt. Dat het brood in vleeseh ver-

Ui

pa-nis, Et vi-num in San-gui-nem. Qaod an-dert, En de wijn in Je - sns' bloed. Wat

-V'— —1=1-f-2-^--r-»---

—!-~E—11—^ ' —tmË

non ca - pis, qnod non vi - des, A - ni - mo-gij niet kimt zien noch vat-ten, Staaft een krach-

iüi

sa fir - mat fi - des, Prae-ter re - rum tig waar ge - loo - ven, Of na - tuur hier

i

e - bus, Sig - nis tan - turn et non re - bus, daan-ten, Die slechts tee - ken zijn, geen we-zon.

3EE3EEÜE

^===:

5i:=iSr

-(-■

La - tent res ex - i - mi - ae. Ca - ro Scliuilt er iets voor-tref - fe-lijks. 't Vleeaoh

3==^==*=-

ci - bns, San-guis po - tus; Ma - net ta-is spij-ze; 't Bloed is laaf - nis; Maar ge - heel

ocr page 508

472

.fefessfe

CDj :t:=

men Chris - tns to - tus, Sub u - tra - que de Chris-tas blijft toeli, On-derd'een en d'an-

•t:

Cl - SUS,

schonden,

spe - ci - e. A su - men - te non con-d'ren schijn. Door die nut - tigt niet ge-

Non con - frac- tus, non di - vi - sus. Niet ver-bro-ken, niet ont-bon-den,

—U—:

^—i

-pt-

In - te-ger ac - ci - |)i-tur. Wordt Hij gansch eu al ge-nut.

Sn - mit u-Dat Hem een.


_C3—

nns, su-munt mil - le, Quan-tum is - ti, tandat dui-zend nut - ten, Ge - ne heeft niet meer

_

t=LZ=i^z\-\: tuin il - le,

■=

Nee aump-tns con - su-mi-tur. dan de - ze, En ge - nut ver-gaat Hij niet.

gt;t--ti=:t=c^=t:_t:=EEHEEö:=zp:

Sn-munt ho - ni, su-munt ma - li: Sor-lira-ven nut-ten, boo-zen nut - ten! Maar

— ei - «3 —— :--—Cl

-q—^

-Z2J1

te ta - men in - ae qua - li, Vi - tae vel ver-sehil-lend is hun eind-lot, Hun ten le-

ocr page 509

4.73

in - te - ri-tus. Mors est ma - lis, vi - ta ven, deez' ten dood. Gif is 't boo-zi/n, heil is

==d;—i-i

-(=-

tï—t—

bo - nis; Vi - de, pa - ris sump-ti - o - nis, 't bra-ven; Zie toch hoe een zelf-de spij - ze

Quam sit dis - par ex - i - tus. Frae-to de-Een ver-schil-len-de uit-komst baart. Als het brood

mum sa - cra-mcn-to, Ne va - cil - les, sed nu wordt ge - bro-ken, Wil niet wan-k'len, maar

5

me-men-to, Tan-turn es - se sub frag-ge - denk steeds: Elk der deel-tjes heeft niets

men - to, Quan-tura to - to te - gi - tnr. min - der, Dan 't ge-heel in zic'.i om-sluit.

5^—q -^——

Nul - la re - i fit seis - su - ra; Sig-ni In het we - zen komt geen scheuring; Hier is

tan - turn fit frae - tn - ra; Qua nee sta-niets dan sehynge- bro-ken, Waar-door toe-

ocr page 510

174

li

tus, nee sta - tu - ra, stand noch ge - stal - te.

Sig - na - ti mi-Van den in - houd


SiüS-l

:1-

nu - i - tur. Ec - cc pa - nis An - ge - )o-min-der wordt. Ziet, het Brood dat En-g'len spij-

=ilg

rum, Fac - tus ei - bns vi - a - to - mm, zigt, Wordt ons pel-grims tot een voed-sel;

—o-quot; —i--^—~——~

i---1----1--F —

Ve - re pa - nis fi - li - o - rum, Nou Waar-lijk! brood voor 's He-mels kin-d'ren. Werpt

iüüi

^1-

—q;

mit - ten - dus ca - ni-bus. In ft - gu-ris men nooit den hon - den toe. Beeld op beeld heeft

~tC

--1—

~Q—

zssrz

prae - sig - na - tur. Cum I - sa - ac im-mo-'t ons be - tee - kend; Zoo, toen Isaac werd ge-

roquot; -t—t

-t—

r—

_ —

la - tur, Ag - nas Pa-schae de - pu - ta-ot'-ferd, Toen men 'tLam voor'tPaasch-feestslacht

tur. Da - tur man - na pa - tri - bus. Bote, Toen den Va-d'ren 't man-na viel. Goe-

ocr page 511

ne Pas - tor, Pa - nis ve - re, Je - su de Her-der, waar-lijk spij - ze. Je-sus,

nos - tri mi - se - re - re, Tu nos pas-o ont - ferm ü on - zer, Wil ons voe-

ce, Ti os tue - re, Tu nos bo - na fac den, wil ons hoe-den, Ons het eeu - wig goed

vi - de - re, In ter - ra vi - ven-ti-um. doen sma-ken, In het land der le-ven-den

Tu, qui eunc - ta seis et va - les, Qui Gij, die al - les weet en doen kunt, Die

nos pas - cis hie mor - ta - les, Tu - os hier voedt ons ster - ve - lin - gen: Maak ons

i - bi eom-men - sa - les. Co - hae - re-des daar uw disch - ge - noo - ten, DnSr be - er-vers

ocr page 512

476

vi - um. A g'run--cliaar.

•o-le - -

Al

=«-Tr.

—I----

CD--

cz?~

-i--i-

~ C7 -Q-cr -

=.-=-k

lu

PANGE LINGUA.

3SE_r^z-/. --qsr-gt;di4--a-_*

1. I'an -} e, lin - gua, glo - ri - o - si Zingt, o lip-pen van 't ver - heer - lijkt Li-

—r -m—* —

Cor - po - ris mys - te - ri - um, San-gui-ehaam 't won - der - vol ge-heim; Zingt ook

te

t-jquot;

:_iO—c3:

—:--:C--=—

nis - que pre - ti - o - si, Quem in mun-di van het i51oed zoo kost-baar, Dat voor 's we~relds

=^=3=f , . .1—izlz^g ----^ t - :--

pre - ti - um, Fruc-tus ven - tris ge - ne-ziü - leu - heil, De eed'-le Zoon dor eed'-le

—d—1-3—

—f----

EE±=^z

ro - si, Ilcx ef' - fu - dit gen - ti - um. Moe-der, Uij, der vol - ken Vorst, ver-goot.

ocr page 513

477

Nobis datus, nobis nnlns, Ex inutacta Virlt;.'inc.

Et in mundo converHatus, Sparse vcrbi semine, Sui moras incolatus Miro clausit ordine.

In snpremae nocte coenao, Recumbens cum fratribus, Observata lejie plcno Cibis in legalibus,

Cibum uirbae duodenae, Se dat suis manibus.

Vorbnm caro, panem ve-rum

Verbo carnem efficit,

Fitque sanguis Chrisli me-rum;

Et si sensus deficit,

Ad firmandum cor since-rum,

Sola fides sufficit.

Tantum ergo sacramen-tum

Veneremur ccrnui: Et antiquum documcntum Novo cediit ritui:

Praestet fides supplemen-tum

Scnsuum defectui.

2.

Ons beschoren, ons geboren — Uit den reinen maag-der.schoot, — Kwam li ij met ons samenleven, — Hier verspreiden 't zaad des woords,-En besloot zijn pelgrimsleven

— Meteen wondere ordening.

3.

Aan den disch desjongsten nachtmaals, — Zittend in den Broederkring, — Volgt Hf) stipt eerst de oude paaschwet,

— Nut do voorgeschreven spijs, — Geeft daarop aan elk der twaalve — Zich tot spijs met eigen hand.

4.

7t Vleesch ge worden Woord maakt waarlijk — Doorzijn machtwoord brood totVleesch

— Christus' bloed wordt ons tot laatnis — En of de aard-sche zin hier zwicht, — Om 't rechtschapen hart te staven,-Geefc 't geloof genoegzaam kracht.

5.

Zulk een heilig wondertee-ken — Zij van ons dan diep vereerd; — Dat nu do oude beeldspraak wijke-Voor deez* nieuwe plechtigheid: — Hot geloof strekke ons ten waarborg — Daar, waar 't stoflijk zintuig zwicht.


27*

ocr page 514

478

Genitori Genitoque,

Lans et jubilatio:

Salas honor virms qaoqne, Sit ct benedictio: Procedenti ab ntroque, Compar sit, laudatio. Amen,

6.

Aan den Vader, aan den Zone, — Zij een lof- en jubelzang; Hun zij heil en kracht en eere, — Hun zij alle zegening, — Hem ook, die uit beiden voortkomt, — Zij gelijke lof gewijd. Amen.


TANTUM ERÜO.

iü

Tan - tum Ge - ni

er - go to - ri

Sa - era - men-tum, Ve-Ge - ni - to - que. Lans


mur eer - nu - i, bi - la - li - o,

ne - re et ju

Et an - ti - qunm Sa - lus, ho-nor.


-\z==JC-

E3

do - cu - men - tum, vir - tus quo - que, ee - dat ri-be - no - dic-

No - vo Sit et


4—3—^!?—!!

-0--C2D---L---

Prae-stet fi - des Pro - ee - den - ti sup - ple-men-tum, ab u - tro - que,

tu - i: ti - o:


• CD--F----i--

—ti

Sen - su - um de - fee - lu - i, Prae - stet Corn-par sit lau - da - li - o, Pro - ee-

ocr page 515

479

-U-u.

5E

i

fi - des sup - pie - mon tum. Sen - su - uni den - ti ab u - tro - que, Com - par sii

de - fee - ta - i, Sen-su-um de - fee - tu - i. lau - da - ti - o, Cora-par sit lau - da - ti - o.

-3

-r--

A - - - men.

zjLZ

quot;lien - tum, ta - que,

-j__N—xt:,

1 - ti - qaum ho - nor

--

II.

- gt;—^

Tan-tum er - go Sa Ge - ni - to - ri Go

-*-3—,—3—3.

Ve - ne - re-inur eer - nu - i, Luus et ju - bi - la - ti - 0

-Ufcöv----

do-ea -men-tum, No-vo ce - dat ri - tu - i: vir-ius quo-que, Sit et be-ne-die-ti - 0.

-----

Prae - i-tet ti - dcs Pro - ce - den - ti

-m

sup ab

-ïi-3

pie ■ men - turn ti - tro • que,


ocr page 516

■480

m

~J!==S-iT-

-tquot;

Sen - su - um de-fec-tu - i, Prae-stet fi - des Com-par sit lau-da - ti - o, Pro - ce - den-ti

i

-=l--*--

pie - men - tum, li - tro - que,

sup

ab

Sen - su - um de-Com - par sit lau-


^ ; . i

fee da

tu - i. ti - o.

in.

Üiiiü

=dz:.t-d

Z3=z==^-^==y-ti-d=^:-1

Tan-tum er Go - ni - to go Sa - era - men-tum, ri Ge - ni - to - quo,


—C3---j

* »

ztrnc;

re - mur ju - bi ■

Ve - no Laas et

eer - nu la - ti

é quot; quot;

VSZ

Et an - ti - quum do - cu - men-tum, Sa - lus, ho • nor, vir - tus: quo-que

Siüü

:=t:

ee - dat ri - tu - i'. bo - ne - die - ti - o:

No Sit

vo et

ocr page 517

481

Praes-tot

- - J__

4—0—

-(=2--

rjr-

fi -

des

den -

ti

J—

—o-

——-—s~

..5

sup - plo - men - turn ab u - tro - que

I

fee - tu da - ti

de -lau -

- i,

- o,

Sen - Bii - uni Com - par - sit

—d-

1

-I-

de - fee - tu - i. iau - da - ti - o.

Sen - su Com-par

urn sit

oaz

ADODO TB.

-F~

A - do - vo Te de - vo - te la - tons Do-

Ik aan-bid U need' - rig, o vcr - bor -—^--

r—j:—

i - tas, Quae sub gen God, Die hier his ti - gu - ris ve-on ,- der do - zen brood-


-£3-S -

v—

re la - ti - tas, schijn waar-lijk sebuilt.

Ti - bi se cor mé-Voor U zwicht ge - heel


- *-s

3quot;^

Qui - a Te Als ik TI

um to - tum eub - ji - cit; en al mijn hart en geest;

ocr page 518

■482

:—c=.p—•———-i----1---

=1—,

con - tem - plans to - turn de • li - cit. A-aan - schonw dan zijg ik zwij - mend ne6r. Ge-

-fÜ-C3-

ve. Je - su Pas - tor fi - de - li - um, A-groet, o Je - sus, on - ze lier-der zoet, Ver-

dau - ge ti - dem om ■ meer-der steeds de hoop ni - um in Te ere-en trouw van uw ge-


Z^lZZMSl

'k--

i

den - ti - nm. loo - vi - gen.

2.

fallitnr:

Sed auditu solo tuto ere-ditnr.

Credo quidquid dixit Dei Filins,

Nil hoe veritatis verbo ve-rius.

Ave, Jesu, etc.

In ernee latebat sola Deitas;

At Mc latet simul et huma-niias:

Ambo tarnen credens atque eonütens.

3

bezwijken hier: Op 't gehoor alleen wordt

veilig hier gebouwd. Ik geloof wat Godes Zoon

ons heeft, gezegd,

Niets is zoo onfeilbaar als

dit waarl ciUj woord. Gegroet, enz.

Aan het krais verborg de

Godheid i;ich alleen;

Uier is tevens ook demeasch-

heid meê omhuld:

Beiden breng ik toch da balde mijns gelooft,

Visns, taetus, gustus, in Te Ja, gezicht, gevoel en smaak


ocr page 519

«3

Felo quod peiivit lairo poe-

nitens.

Are, Jesu, etc.

I'lagas, sieut Thomas, non intueor,

Uenm tarnen meum Te confiteor,

Fac mo Tibi semper magis credere.

In Te spem habere, Te di-ligere.

Ave. Jesu, etc.

Beiden smeek ik als de moor

der om gena.

Gegroel enz.

Niet als Thomas mag ik

uwe wonden zien; Ik erken U evenwel als God

en Heer:

Geef dat mijn geloof in ü

steeds sterker wordt. Dat ik meer op U betrouvi,

U minnen moog Gegroet, enz.


0 memoriale mortis Uo-mini!

Panis vivus, vitam praestans faomini,

l'raesta meae menti de Te vivere.

Et Te illi semper dulce su-pere.

Ave, Jesu, etc.

ü pie Pelicane, Jesu Do-mine,

Mc immundum munda Tno sanguine,

tajus una stilla salvum fa-cere,

t'otninmundumquitab omni scelere.

Ave, Jesu, etc.

C.

O gedachtenis van 's Ueeren

ott'erdood!

Levend Brood dat ons een

godlijk leven schenkt. Geef steeds dat mijn ziel daar

immer leven put,

Geef dat zij daar 't immer

zoete manna vindt. Gegroet, enz.

Liefderijke Pelikaan, o Jesus, Heer,

Reinig mij, besmeurde, mes

uw kostelijk bloed;

Ecne drup daarvan is rijkelijk genoeg Om de wereld rein te was-

schen quot;'n haar smet. Gegroet, enz.


Jesu, quem velatnm nunc

aspicio,

Uro, fiat ülud quod tam sitio,

Jestis, dien ik oversluierii

hier aanschouw. Mij geworde, bid ik, waai ik zoo naar dorst.


ocr page 520

484

Ut, Tc revolata ccrnens facie.

Visa sim bcatus tnao glo-riae.

Ave. Jesu, etc. Amen.

Dat ik. eenmaal U onthuld

aanschouwen moog. En in 't zien van uwe glorie

zalig zij.

Gegroet, enz. Amen.


O SALUTARIS.

O O!

sa Hei

ns fer

lu - ta lig of

hos-ti - a, ons ton heit.

--- —h-. —•-^

-W--

Quae coe - li pan - dis Dat 's he - mels deu - ren ti - nm, ont - sluit f

os ons


——lt;=3——^--1-4

hos - ti - li - a,

ands woede ons praamt.

pre - munt

des vij

mi - no Sit nig God, Zij sem • pi - ter - na glo - ri-eeu - wige eer en heer-ljjk-


ocr page 521

485

a. Qui vi - tarn si - ne tcr-

hcid, Dio ons een le - ven zon-

mi - no No - bis do - net in

der eind Wilt schcn - ken in het

fE—^ -Q !| j-rrE

pa - tri - a. A - - -- -- men. va - der - land.

A -Wees

AVE VERUM.

vc ve - rum eor - pus, na - tum go - groet o Hei - lig li-ehaam,

—l:b:

?r~.

De Ma - ri - a Vrucht der rei • ne

Vir - gi - ne! Ve-Moe-tier-maalt;rd! Waar-


S=ï-tz=zzt:—^~z:

ÏÜ

re pas - sum, im - mo - la - tum In cru-lijk leedt Gij, werdt (ie een of - fer Aan het

ce pro ho - mi-ne! Cu - jus la-krnis voor 's men-schen heil! Uw voor ons

ocr page 522

48b

ins per - i'o - ra - tvim, Ve - re door boor - de zij - de, Guf ons

flux - it san - gul - ne. Es-to no-

waar ver - zoe-nings-bloed. O wees een-

-I---—--(--f-1-------:-1--

bis prae - gns - ta - tum, Mor - tis maal on - ze teer - spijs, In het

in ex - a - mi - ne. O

ban - ge doods-ge - vaar. Barm-

- - - Fi - li Ma - - - -- Zoon van Ma - - - -

^És^^^ii======:

ri - - oe!

ri - - a!

ocr page 523
ocr page 524

488

da - tur. A1 - le

-■h — GD ^—j-

rV-€3^ ^€3—O — gdj-

lu - ia.

O Heilig gastmaal, waarin Christus ontvangen, de gedachtenis zijns lijilens gevierd, het gemoed met genade vervuld, en ons een onderpand der toekomstige glorie gegeven wordt. Alleluia.

0 QUA?. SUA VIS.

' t-'S-

5EE5

—4-0-1-4

vis est

quam su - a

Dquot;--^----**lt;—-*-'S3—I-—'—|—'—|--

Do

mi • ne, öpi

- gsg—rz: j-:

■é-Q —f—p*» —r-!_3— -

—-Z=zfz±-trH=f^t7

n - fus

tu - us!

-t—s— —c

rt^Sz: Qui, nt dul-


-t---

- --»«--

t=

cc - di - nem

tu

kt-

fi - li - os do ■ mon - stra

ocr page 525

489

-tT— h--1--=.—

y—

^^rrrcrr-trt^Ei^tz:

-t--

si - rao -

Pa - no

^3=533'p^a5^n-~'=--325-

—^--es'---^----'* •-----

;f-

coe - lo prae-sti - to, e-

de

ege-ïnado ;Ioric

itt,--—1-.S21--£3-1—«S.1^2--ö----1

^E^EEÜEEEEtEEEEEHEEEEF^EÈE.'Z^SEj

su - n - en

=1-4-----

pies bo - lïs,

■ ^5—,----si

:-A

tt-

fas - ti

di - o

di

—!--- - ---CD- (ZZ -M

---.w_ fê

di - mit - tens H-

1:

v. Panem de coelo praestitigt;ti iis.

R, Omne delectamontuni in se habentem.

O Heer, hoe zuet is uw Geesi! Om uwe zoetmin-lijkheid jegens uwe kinderen te loonen, liebt Gij het verkwikkende Urood uit dun Hemel doen nederdalen; den hongerigen geeft Gij alle goed; maar hen die zich verzadigd en rijk wanen, wijst Gij onbegiiligd af. v. Hemelsei! Brood hebt Gij hun geschonken.

r. Een Brood dat alle verkwikking in zich bevat.

=J|

ZX-

fjr

'4-

ocr page 526

4.90

f

PS. XU. QUF.MAnMODOM. '

Quem - ad - mo - dnm de - si - de - rat eer - vas

gg—j:—t--1-

zt—'t

ad fon - tes a - qua-rum:

ta de - si-

9-

to— —

±-—.

-v---—3--

de - rat a - ni - ma me-a ad te, De-au. Zie. verder hlz. 224.

r=ti

PS. CXII. LAUÜATE PUERI DOMINUM.

5—»—es

.-r—n:

Lau - da - te pu - e - ri Do - mi-nura, * Looft gij die - na - ren Gods den Heer! *

SEgEEg

i

-C-—

Lau - da - te no - men Dc - mi - ni. Looft den naam des Hee - ren.

Zie verder blz. 176.

ocr page 527

m

PS. CXVI. LAUDATE DOMINÜM OMNES GENTES,

rt—t

Lau - da - te Looft den

Do - mi - num Heer

om al

nes Ie


gen ■ tes: * Lau - da - te e - um om - nes na - tiën; Prijst Hem al - le

po - pu - li. vol - - ken.

Qaoniam continnata est sapor nos misericordia ejus,* et Veritas Domini manet in üeternum.

Gloria Patri, etc.

Want zijne barmhartigheid is bevestigd over ons,* en do waarheid des tleeren blijft in eeuwigheid.

Eore zij den V ader, en*.


VU. VOOR DK H. MAAGD.

AVE MARIS STELLA.

1. A - ve ma - ris stel - la, De-

Wees ge - groet o ster der zee, Eed'-

ocr page 528

492

i ma - ter al - ma. Ie moe - der van mijn God,

■CD----1-^1---1 --| -

r---- -c=:^-4 -

-------**

i\ t - que fiem-A1 - tijd maagd

—--1----1—

-Z1


per vir - go,

En le - lie - rein,

Fe - lix coe - li Ons een zaal' - ge


por - ta. hemel-deur.

Snmens illud Ave, Gabriélis ore;

Fun da nos in pace, Mutans Evae nomen.

Solve vinela reis, Profer lumen caecis, Mala nostra pelle, Bona cuncta posce.

Monstra te esse matrem; Snmat per te preces. Qui pro nobis natus,

Tulit esse tuus.

Virgo singularis. Inter omnes mitis, Kos culpis solutos, Mite« iac et castos.

2.

Neem den groet genadig aan,— U door Gabnël gebracht; — Vestig ons in he-melvreê — En verander Eva's naam.

3.

Maak der zonden kluisters los,— Geef den blinden het gezicht, —O, wend onze ram pen af — En verwerf ons alle goi'd.

4.

Toon da: Ge onze moeder zijt; — Maak dat Hij ons smeeken hoort, — Die voor ons gchorer werd — En uw Zoon heeft willen zijn.

5.

WondervolleMoederrnaagd, -1- Boven allen liefdevol, — O slaak onzer schulden boei, — Maak zachtmoedig ons en reio.


ocr page 529

49S

Vitam pracsta puram, Itor para tutnm, üt videntos Jesam, yomper collaetemur.

6.

Geef een reinen levensloop, — Leid ons veilig hemelwaarts, — Maak dit wij in Jesos'glans — Ons verblijden immermeer.


Sit lans Deo Patri, Sumtno Christo decus. Spiritui Sancto,

Tribus honor unui. Amen.

U zij lof, o Vader, God, — Eer zij Christus op zijn troon — Eer zij ook den Heil'gen Geeft, — AUen Drie zij eene lof. Amen.


STATUT MATER.

r.

Zt-

1. Sta - bat Ma - ter do - lo - ro - sa. Jax-Je - sus' diep be - druk - te Mee - der Stond

ta cru - cem en ween - de cry - mo - sa, het kruis-hout.

z=rt=.

a

» •-

la -b!j

Dum Waar


pen - do - bat Fi - ü • us. Dum pen-de-haar dier-baar Kina aanhing. Waar haar dier

-0-

u

us. Dum

SS

E3i

bat Fi - li - us. baar Kind aan hing.

ocr page 530

466

Tarn dignati pro me pati doorwonde, — Zoo to! min Poenan mecum divide. voor mij wou lijden. — Deel die pijnen aan mij meê.

ia.

Geef dat ik mat u moog weenen, — Des Gekrnieten smarten voelen, — Zoo ïang als ik leven zal.

14.

Naast den krnisboom met a staande — Willig in nw lot te deelen, — In uw jam • mer, is mijn wensch.

15.

Maagd der Maagden nooit volprezen — Wil voor mij niet bitter wezen, — Geef dat ik steeds met n klaag.

16.

Laat mij Christns: krais-dood dragen, — Laat mij deelen in zijn lijden. — Grifzijc wonden in mijn geest.

17,

Laat die wonden mij verscheuren, — Make 't krui» mij vrengdedronken — En het zoenbloed van uw Zoon

18.

Dat mij 't hellevuur nooit blakc, — W ets, o Maagd, mij eens ten voorspraak — Op den «chrikbrea oordeelsdag.

Kac me tecum pie fiere. Crucifixo condolere. Donee ego vixero.

Jtixm crncem te«nm stare, Ët me tibi soeiare, In planctu desidero.

Virgo Virginum praeclara, Mihi jam non sis amara, Fac me tecum plangere.

Fac nt portem Christi

mortem,

Passionis fac consortem; Et plagas rccolero.

Fnc me plagis vulnerari. Fao me cruce inebriari Et craoro Filii.

Flammis ne nrar succen-sus

Per te, Virgo, sim dc-

fenaus In die jadicii.

ocr page 531

497 19.

Christc, qunm sit hinc Christus! als ik hior most

exire, scheiden — Doe mij door uw

Da per Matrem me renire Moeder komen — Tot der

Ad palmam victoriae. overwinning kroon.

20

Qnando corpus morietur, Als dit lichaam eens zal

Fac ut animae donetur sterven — Geef dan dat mijn

Paradiei gloria. ziel erlange — 's Hemels glo-

Amen. rierijke vreugd. Amen

É

Ky - ri - e

di - nos.

LITANIE VAN DE H. MAAUD. I.

JSZZ It—

e - leï-sim. Chris-te

-C

leï - son. Chris-te,

-.h—r

Chris-te, ex - au - di nos.

II.

Ky - ri

-ffc--o— •—----■—-o—

ocr page 532

491

•

Jl.

1. Sta - but Ma • ter do - lo-ro - sa, Jnx-ta Ju - sus' diep be - druk-to Moe-der Stonden

cm - cem la - cry - mo - sa. Dum pen - de-ween-de bij het kruis-hout, Waar haar dier-

I

bat Fi - li - us. baar Kind aan hing.

Cujns animam gementem Comristatam et dolentem, Pertransivit gladius.

O qnam tristis et afflict» Fnit illa benodicta Mater Unigeniti,

Quae moerebat et dolebat Pia Mater, dum videbat Nati poenas inclyti.

Quia est homo qui non fleret

Matrem Christi si videret In tanto Bupplicio?

2.

En haar boezem, zoo vol jammer, — Zoo bedroefd en zoo vol smarte — Word van 't bitter zwaard doorboord.

Hoe rol ronwo, hoe gebogen — Was die zegenrijke Moeder, — Van Gods eun-geboren Zoon.

4.

Ach! hoe trenrt en ach! hoe steent dit: — Goede Moeder bij 'taanschouwen —Wat haar lieveling daar lijdt.

6.

Welk een stsrflinpr moet niet schreien — Bij het zien van Jesus Moeder — In zoo groot een foltering?


ocr page 533

491

Qnis non posset contris-tari

Christi Matrem eontem-plari

Dolentem cum Filio?

Pro peccatis suae gentis Vidit Josum in tormontis Et flagellie subdituai.

Vidit suum dulcem Na-tum

Morientcm, desolatum Dum emisit spirhum.

Eia, Mater, fori a arnoris! Mo sentiro vim doloris Fae, ut tecum lugcam.

Fac ut ardeat oor meum In amando Christum Deum Ut sibi complaccam.

Sancta Mater! istud sgas; Crucifixi fige plagas Cordi meo valide.

6.

Wie zou niet nrioewarig worden — Bij het zien der lieve Moeder — Die daar met haar Zone lijdt?

7.

Voor de zonden van de zijnen — Zag zij Jesus iu de pijnen — Zag zij Hem den geesels prijs.

Zag zij haar geliefden Zone — Bij zijn sterven gansch verlaten — Toen Hij gaf den laatsten snik.

Geef dan, Moeder, bron der liefde! — Dat ik al mv smarten voele, — Geef mij dat ik met u ween.

10.

Geef mij, dat mijn harte blake — In 't beminnen van mijn Jesus — Opdat ik aan Hem behaag.

U.

Heil'ge Moeder, o verhoor mij; — Druk de wonden des Gekrnisten — Diep en dieper in mijn hart.


Wat uw Zoon, de gansch

Tui Nati vulneroti

12.

ocr page 534

496

Tam dignati pro me pati doorwonde, — Zoo vol min Poenas mecum divide. voor mij wou lijden. — Deel die pijnen aan mij mefi.

13.

Geef dat ik met u moog weenen, — Des Gekrnisten smarten voelen, —Zoolang als ik leven zal.

14.

Naast den kruisboom met a staande — Willig in nw lot te deelen, — In uw jam mer, is mijn weusch

15.

Maagd der Maagden nooit volpreïen — Wil voor mij niet bitter wezen, — Geef dat ik steeds met u klaag,

16.

Laat mij Christusquot; kruisdood dragen, — Laat mij deelen in zijn lijden. — Grifziju wonden in mijn geest,

17.

Laat die wonden mij verscheuren, — Make 't krui» mij vreugdedronken — Kn het zoenbloed van uw Zoon

18.

Dat mij t hellevuur nooit blake, — Wues, o Maagd, mij eens ten voorspraak — Op den schrikb'ea oordeelsdag.

ii'ac me tecum pie tien-. Crucifixo condolere. Donee ego vixero.

Jnxla cracern lecnm sture, Et me libi soeiare. In planctu deiidero.

Virgo Virginam praeclars, Mihi jam non sis amara, Kae me tecum placgere.

Fac ul portem Christi

mortem,

Passionis fac consortem; Et plagas recolere.

Pac me plagis vnlnerari, Fao me eruce inebriari Et cruore Filii.

Flammis ne urar succen-sus

Per te, Virgo, situ dc-

fensus In die jndicii.

ocr page 535

497 1«.

Christe, quam fit hine Christus! als ik hier modi exire, scheiden — Doe mij door uw

Da per Matrem me renire Moïder komen — Tot der Ad palmam victoriae. overwinning; kroon.

20

Qnando corpus morietur, Als dit lichaam eens zal Fae nt animae donetur sterven — Geef dan dat mijn Paradiei gloria. ziel erlange — 's Hemels glo

Amen. rierijke vreugd. Amen

LITANIE VAN DE H. MAAGD. I.

ffc

Ky - ri - e

o - leï-son.

Chris - to

lei - son. Chris-te,

au - di - nos.

—es i—f--H-------^—r

Chris-te, ex - au - di

II.

- - c3-'4:~

—r--quot;

It-I

e - leï - son. Chris-te

Ky - ri

ocr page 536

493

—------_t

: 0—='--4 Chris - te

4-

aa - di nos. Chris-

leï-son.

---——i-----'—i—

35—i—t- cs—-—i —t-—i--ö ■- -

te, cx - au - di

Zie verder bh. 70.

ANTIPHONEN VAN DE H. MAAGD.

Zie. vertaling blz. 6a.

1. In den Advent.

j j.=i—I-g3—63—

Al - - - - - ma Re - demp-

^Sgxzg^Li (gt; i jrif

to - ris Ma - ter, quae per -

vi - a coe - li Por - ta

ma - - nes et stel - la -t---H—-----------1----

jzt3^qrrr~zzzqnj=zrd=r=rJ —i—,

ma - ris, sae - enr - re ca - den - ti.

ocr page 537

499

Na - tu - ni mi - .-an - te tu - um

sane - turn Go - ni - to - rem;

Vir - go pri - - us ac pos -terrcr^^zi _ —j —d =m| tjquot;—^^=.~±zfc

te - ri - us, Ga - bri - c - lis ab o - re Su - mens il - lud

A - - ve, pec - ea - to - rum mi-

--::

±B^?—:j- -----

se - re - re.

v. Angelus Domini nuntiavit Mariae;

K. Et concepit de Spiritu Sancto.

ocr page 538

too

2. Vau Kerstarond tot Maria Lichtmi*.

v. Post partnm Virgo, inviolata pormansisti; r. Dei Genitrix, intercede pro nobis.

fci

3. Van Maria Lichtmis tol Paaschavond.

ÊEESEÏES

CS—

X~

----— t

Re - gi - na lo - rum, A - ve Do - mi-na

S±±=t==±-^Ept:-

r. I B. I

An - ge - lo - - mm

A - ve

Sal

Ex

ra - dix;

sal - ve

por - ta,

S:C-

EEE^EËEEESEiEr^^-11 ^

ve

J **- - f quot; c:lt;= - r---T--- -r-*=--

lus:

est

lt;jua

raun - do

^SÉEËzEII:

gt;EE

t—

Gau - de Yir - gfo

:lo^

ta:

t~A

-.es—

Su - por om - - ne»

ri - o - sa.

ocr page 539

501

r-2

'iFsp—

spc - Cl - O

Va

le,

- sa.

jgr^iË^zpEgp psE^-^—gsgpc:

.1/--I—I--1----1--- ---1---1--

rt—

3

val

rirpr

de

Ki

de - co —

bis Chris tum ex - o

pro

rjzl-T.

-t-

t=rz±-tz

t. Dignare me laudare te, Virgo saeraia; h. Da mihi virtulem contra hostes tuos.

-4. Van P a s c h e n tot a a u H. Drievuldigheid s-Z o n d a g.

mE^EEÉE=3E\EÉ.

Ro - gi - na coe - li lae - ta -

JVi.-—]----1—lt;—|—-

al - le - lu

-1-CS»--1--1=^;'------^c-n----

^—zr=zhztrtzz==E

Qui - a

quem mo - ru - is-

- i i

por -

rfnt-

iu - ro.

ocr page 540

502

■3Z

:ssih —

m

'«——SS—r

t=t-= Ee-

lu - ia.

--gj-jf

al

^Ë:f=Ef?=ë

zr11=^^3=

__zq—ï—c-^,,

-G3 —

xit ei - cut di - xit, al-

iu---CD —3-J-^_rq=tp^--

—lt;~Zi---1—l—H----(—-f—------1—4—j—JCB—|—gt;—-

— I--^---(^5—CD--—jp-l--GD — [—:gc--1—j---=--

ife

le - lu - ia. O - ra pro

lès

—**4lt;Z3--

rtcSn^i^Fzlrt

bis

De - urn, al - le -h-H--—1--

-nZli—tgZD--i—i—1

—---1—.—g — CD^i--*--CS-

t:

Ui -

v. Gande et laotare, Virgo Maria, alleluia. R. Quia surrexit Dominus vere, alleluia.

5. Van II. D r i e v u 1 d i g h e i d s-Z o n d a g tot den Advent.

Salve Regina. I.

--cl'--3—j-—C3- '----1--1

Sal ■ ve Re - gi - na, Ma - ter

ocr page 541

503

:ï=-:

dul - ce -

vi - ta.

Eo-

se - ri - cor- di - ae,

SEEFquot;—3------

et spes nos - tra, sal - ve.

do,

Ad

EE^E

-O-

cla - ma - mus ex - u - les

fi - li-

te

r^rdrzd—

p-t=jz

—!--1-—e^-

i E - vae. Ad te

su - spi - ra-

=ï:

mus ge - men - tes et flen - tos

-.j---I—^

—-F#—|— ^

1--CS— |--^--— |-p—I---CE3--

hac la - cry-ma-rum val - le.

E - ia

—^---— gz)—i-

^ CD -

tziirzz:

ad - vo-ca - ta

nos - tra,

er - go

EtEEr^'^r-

^ES55

r^—T;

mi - se - ri - cor - des o-

los

--;-t--•=-1--3-1--ftS--

—S_C-----r-|-r-—

-t-

ad

Et

CU - los

con • Ter - te.

ocr page 542

504

*—lt;=*—^-r~l-s-f-r—

*—t-

tns tn - i.

i - li - urn

Je - enm be • ne-die-turn frnc-tnin ven-

:tie

no - bis post hoe ex-

os - ten - de. O cle-

5?

--- !--lt; —t- ■■ -

--lt;3-—-I—I-

zt;

mm

mens. o pi - a.

dnl - eis Vir

—t:

Ma - ri - a.

Ora pro nobis, sancta Dei Genitrix; TJt digni efficiamur proraissionibus Christi.

Saltk Regina. 11.

-GS—t-

—t^TT-^TT——I

ve Re - gi - na, Ma - ter

Sa!

nik; z*t-

^{èei

mi - se - ri - cor - di - ac.

ocr page 543

505

-I—f-

dul - ce - do et spes nos - tra

nib-

Ifccit-

3=S

sal - ve.

- I —

.f

! ex-cle-

mus ex - ii

Ad te cla - ma

;-G3—t—

:=p=

les fi - li - i E-

|--P5--CD--^-1--

C—^------P--^s -


vae. Ad te su - spi - ra - mus, ge-

Vir

-—F-25-t-S-l-S/—;

EEÈEEEEzEEËÊ^

ai*

—;—t-

men - tes et flen - tes in hac la-

'Ei^EÊE

=ib—ï:

é

:tr-t:=

cry - ma-rum val - le.

E - - ja

3t:

amp;—Q-

go ad - vo - ca - ta

=i~

—ik:

tra, il - los tu - os mi - se - ri

m

cor - dea o - cu - los ad qo®

29

ter

=i==±;4

ocr page 544

S06

ifc

rit

itt±=t=±t:

Je - sum, be - ne-

Et

con - ver - te.

■si-

Z*i—

— I —

t±=tz tu - i,

bis post

EtEüËFe^

die - turn fruc - tum ven - tris

hoe ex - i -

4=

GD—t—CD^—

c—irtzrrs

iS

__ib----cd-1-;

ten - de.

li - um

^£1

;s=(=-

t:^c=±:Kr=r—:

cle - mens, o

pi - a.

n - a.

dal - cis vir-go Ma

v. Ora pro nobis etc.

Salve Eegina. III.

Ke - gi - na, Ma - ter

Öal - vc

ocr page 545

507

gpbf

zSü

-t-

mi - se - ri - cor - di - ao.

e - ne-

Ti - ta,

iB'z

..

dul - ce - do et spes nos - tra

sal-

SSE1

5S=

te cla

Ad

=r—

m

—ö

ex - u - les

fi -

==- :;t=ï

js:t7z

ttpt.

=S=l--Ji:=±=t=riz

su - spi - ra-

is—t——£3-

quot;T—^-Ï=P—

mus, ge - men - tes et tien - tes

- vac. Ad

te

5f=—f

^rr-1 r ri-t:zEzEt=

EEE3i5quot;iamp;:J

ï:

in hac la - cry - ma - rum val-•j^-^ ^--— r-.Q—_p^gS-—

le. E - ja

ca - ta

go ad - vo -

nos - tra, il - los tu -

ocr page 546

508

=B

Z$Z

mi - se - ri - cor - des

h-f^

t-t-l '

CU - los

ad

dos con - ver - ta

^=gpËE^

1.

Et,

Je - sum, be - ne - die

3

tnm fruc - turn ven - tris

tu - i.

— ------ . —j —

--~-— —-j--c

hoe ex - i -

no - bis

post

EtËfEËEE^^Ê

11 - um

cle

^Eï

Ée

:iH

Ccs^c-tr55=5~gl3

os - ten - de. O

P1 ~ ar

dul - cis vir - go Ma - ri - a.

v. Ora pro nobis etc.

(1 (2

ocr page 547

509

Vlll. VOOR DEN H. ALOrSIUS

en voor andere

BEL1JDEES.

ISTE CONFESSOR.

±!---

*—« ~—

is

=^=

1. Is - te Con-fos-sor Do - mi - ni, co-Viert, o Christ' - nen, 't feest van deez'

üliLlü

len - tes Quem pie lm - dant po - pu - li Be-lij-der, A\ - le vol - ken zin - gen zijn

-q=a

per or - bem; (1) Hac di - e lae - tas

ver-dien-sten; He - den steeg hij blij

(2) Hac di - e lae - tus

Uc, -

He - den mocht hij lof

V-

iq_;:

me - m - it be - a - tas ten glo - rie - ze - tel, me - ru - it sn - pre - mos bij lof ont - van - gen,

Scan - - de-In der

Lau - - dis Blij - - de in

cle-

EEl


re se - des. heem'-len zaal. ho - no - res. 's he-mels woon.

(1) Op deu dag van het al'sterveu e«ii8 Belijder».

(2) Als het ziju sterfdag uiet ia.

ocr page 548

510

2.

Qui pius, prudens, humi- Vroom en vol beleid, oot-

lis, pudicus, moedig, vlekloos,

Sobriam duxit sine labe Leidde hij een leven, rijk

vitain, aan deugden,

Donee hnmanos animavit Zoolang als de lucbtstroom

aurae in zijn aadVen

Spiritus artus. Hem bezielen mocht.

3.

Cujus ob praestans meri- Door de wonderkracht van

tum frequenter, zijne bede,

Aegra quae passim jacue- Werd zoo vaak in de aire membra, gematte leden Viribus morbi domitis, Ziekte en kwaal getemd en saluti de gezondheid

Restituuntur.

Weder ingestort.

4.

que palmas;

Ut piis ejus precibus ju-

vemur Omne per aevum.

Noster hinc illi chorus ob- Daarom zinge ons choor te

sequentem ziiner eere

Concinit laudem, celebres- Jub'lend lof- en dank- en

zegelied'ren.

Dat zijn voorspraak immer

ons versterke Op deez' pelgrimstocht.


Sit salus illi, rtecus atque Heil zij hem, en eer en

virtus, kracht cn glorie.

Qui super coeli solio co- Die op 't Hemels eeuw'-

ruscans, gen lichttroon zetelt,

Totius mundi seriem gu- Eu des werelds loop zoo

bernat, wijs verordent,

Trinus et unus. Amen. Hem, drieê.inig God.

Amen.

ocr page 549

511

v. Justum deduxit Domi-nas per vias rectas.

v. DeHeer heeft den rechtvaardige langs rechte wegen geleid.

r, Et ostendit illi reg- r. En Hij heeft hem het num Dei. Rijk Gods getoond.

gebed tot den h. aloysius.

Oremus. Coelestium donorum distributor Deus, qui in angelico juvene Aloysio miram vitae innocentiam pari cum poenitentia sociasti: ejus meritis et precibus concede: ut innocentem non secuti, poenitentem imite-mur. Per Dominum etc. Zie vert. hlz. 419.

ander gebed.

Oremus. Tu Dominc exaudi preces nostras et per intercesiionem S. Aloysii famuli tui concede ut quod vocatio nostra desiderat, impleamus, et de vinute ad virtutem progredicntes regni aoelestis participes fieri me-reamur. Per Christum etc. Zie vert hlz. 420,

gebed tot den h. stanislaus kostka.

Oremus. Deus, qui inter caeiera sapientiae tuae miracula, etiam in teneia aetate, maturae sanctitatis gratiam contulisti; da quaesumus, ut beati Stanislai exemplo, tempus insianter operando redimentes, in ae-ternam ingredi requiem festinemus. Per Dominum etc. Zie vert. blz. 429.

gebed tot den gelukzaligen petrus canisius.

r.

I nas

it-

Oremus. Deus qui ad tuendam Catholicam Fidein, Beatum Petrum Confessorem tuum, virtute et doctrina roborasti; concede propitius, ut ejus exemplis et moni-tis, errantium corda ad salutcm rcsipiscant, et fidelium meutes in veritatis confesMone perseverent. Per Dominum etc. Zie vert. blz. 432.

gebed tot den gelukzaligen joannes berchmans.

Oremus. Deus qui mirabilem Beati Joannis, Con-fessoris tui sanctitatem in perfecta regularis disciplinac

ocr page 550

512

custociia et vitae innocentia constitaisti; ejus meritis ei preeibas concede, ut legis tuae mandata fideliter exe-quentes puritatem mentis et corporis assequamur. Per Öorainnm etc. Zie vert. bh. -135.

LITANIE TAN DEN H. ALoysios blz. 417.

VAN DEN H. SrANISLAUS bh. 427.

Noten als bij de Litanie der H. Maagd Hz. 497.

IX. VOOR DE OVEKLEDKKEN.

PS. L. MISEREKE. I.

j;—(si-

Mi - se - re - re me - i De - us * se-cun-

nt=

dum mag-nam mi - se - ri - cor - di - ara tu-

---1-

It: —I—

ara. Et se - cun-dum mul - ti - tu - di-nem

3--«--P2-£3-fi-

rai - se - ra - ti - o ~ num tu - a - rum, * de-

ocr page 551

813

i=ti^=z ±=i:-—

z~s=)z

le i - ni - qui - ta - tem me

II.

-S3

—r=

De - us, *

■amp;.-CS-^

Mi - se - re - re me

i33=g-=r3'

se - cun - dum mag-nam mi - se - ri - eor - di-

-cs~

rpsr—p—i=——sr

i • i F i i—

am tii - am.

Et se - cun - dum mul - ti-

r*=t=tt=rtz

tu - di - nem mi - se - ra - ti - o - num tu-

B P-

=^c=

=P=

EE

a - rum, * de - le i - ni - qui - la - tem

^---?

me - am.

Zie verder blz. 231.

29*

ocr page 552

514

PS. CXXIX. DE PROFUNDIS.

-GZ3-£2---E?-

-—O-SS-# -£3-

------1--1----1--

De pro - fun - dis cla - ma - vi ad te

Zie verder blz. 192.

X. TOT DANKZEGGING.

TE DEUM.

Zie de vertaling blz. 82.

-3-- ——C3--es— —C3=—;-GD*—'I--—

=1-

r=^=R^--:

lau - da - mus: * Te

:«

t

Te

De - iiin

Do - mi-num

con - fi

te

t—1—

'r_z^cziz

rit:

-tzt:-,

ïe ae - ter - num Pa - trem * om-

ocr page 553

515

EBrP

I

Cf

nis ter - ra ve - ne - ra - tur.

—„jP--rSirJ _ p;—^

dj—pfzzr1:— -1——c——

is An - ge - li, * Ti-

S=^-s—«--ggt;—

Ti - bi

i--^-i---h—rt.-—i--^

bi

coe - li,

u - ni - ver - sae

GD—ö-'---S—

•-msteF*

Che-

Ti - bi

po - tes -i—• —

EFEE

-xi-P-CD—t—£=gt; t—---m-CD—:

ia - tes

ru - bim et Se - ra-phim * in - ces-

3--«-H--CD'

--Ö- -C.-

sa - bi - li

I-—-0--{^)—t—cz

pro - cla - mant;

5BEÉEEEEHI:

3gri

_C_

Sanc

Sanc

tus,

Sanc-

z\iz=ï:--tz

ttlz

Sa - ba-

De - us

tus * Do - mi -

-1--4--1--1

Pie - ni sunt coe - li

oth.

et

3^

ocr page 554

Te glo - ri

-♦! P

p_ fr

-?-Pf^—1—t—quot;

— 1---

— 1--1--1--p

M- | [~t - -4J

sus * A - po - sto ■ lo - rum cho - rus.

-tt:!

*t

-I-

3:E

Te

Pro - phe - ta - rum * lau - da - bi-

Te Mar - ty-

lis

nu - me - rus:

quot;e3—j—P-sP-

L«:EEËE

It—t—t

rum can - di - da - tus :

lau - dat

ÊS

«E

tt-

er - ci - tus.

Te

per

or - bem

-p-(=6=,—-Q—

---j-— —C3-a-GS—

.L L U p U

. ^ ^rl- 1 t U u

ter - ra - rum * sanc - ta

con - fi - te-

si:

Ec - cle - si - a.

Pa - trem *

tur

ocr page 555

517

50

-r^-

;t^=

Ve-

im - men-saa

ma - jes - ta - tis.

it—t:—

.! *

-Azztz

ne - ran - dam tu - um

vo - rum * et

EErtr

=^S=i=t=P

u - ni - cum

Fi - li - um.

Sane -

tzcz

t-

aS

ocr page 556

518

-9-

-i:=r|:i

de - vic-r^t-d-

gi - nis H-

u - to - rum. Tu

-«-S!—-i--Sgt;---.---quot;■-:-j— S

,^1—t—

ÈE5E

cu - lo - o * a-

to mor - tis

a=e

— It=

—:t:z

pe - ru - is - ti

ere - den - ti - bus reg-» -

::=i

coe - lo - rum. Tu

dex-te-

ad

na

-j-db—j

=t^E^EÊE

t—

in glo-

—f^o— rzt;t:;t=f=

ram De - i

se - des

Pa - tris. Ju - dex ere - de-

-é----CD,—,-c=)--1---—-=-

ven - tu - rus.

ris * es

se

Het volgende vers wordt knielende en langzaam gezongen. i i

-!---0-

-A--i--1-------GI5---1--_

=?|=iis^=r-pt==l='-=tz:t:'

-i-

Te er - go quae - su - mus, tn - is

-I -

ocr page 557

519

,-es-a--- GD-a--C3—

:=t:=f=|- r— -±zt—ï=X=^

sub - ve - ni, * quos pre-

fa - mu - lis

it—cz

=t:^=C-

itztz

ïtE£

san -gui - ne

re - de

tl - O - SO

Ae - ter - na fac cum Sanc-

mis - ti.

-t—f=—?=- — •-

-t-CD--J-

tis

:t:—|:=yr-=2it=Ö:—

tu - is * in glo-ri - a nu-me-ra

l^- ~J-4:

rj-

rusi

-C3-CD-0-

ri. Sal - vum fac po - pu-lum ta -

1--1--i—i—f--

at

-M--^

ga;{=.EEFa='=ag

um, Do - mi - ne, * et

be - ne - die

33E==FE3E

grrig—a—

b-P2!-----1—^—c

hae - re - di - ta - ti

Et

tu - ae.

J-

J—

et ex - tol-

re - ge

le

rt—

il - los us - que in ae - ter •

ocr page 558

520

wm

num. Per sin - gu - los di - es

be-

—-S3—

li

=t—:

ztzziz

ne - di - ci - mus Te. Et lau-da-mus

ifcrg?,

-I—(—1

t-

sae - cu - lum*

no - men tu - um

-S3--1----S—3-

1—T-T—

«ae - eu - li.

et

±:t_±_±-t_ sae - cu - lum


-4- o

zczt-

nos cus-

Dig - na - re, Do - mi - ne, di - c is -

IS-P5- ■ CD--

pec-ca - to

;:-C—C—trrrtr

Mi - se - re - re, nos-

to - di - re.

ipiti

rjl; X-~---»-^

4r

mi - se - re - re

Do - mi • ne

tn.

-t=t

nos - tri. Fi - at mi - se - ri - cor - di-

ocr page 559

tn - a, Do - mi - ne,

su - per

-t—S--£3,

rgcs^

zcf=

fsz

-lt;3—t—S-

nos: * quem-ad - mo-dam spe - ra - vi - mus

ïe, Do - mi - ne,

in Te.

In

vi: * non con - fun - dar

spe

=i—j=T

=1-1-l===lz

ter - num.

-f---j-——s - -

Ë \\

v. Benedictas es Doraine Deus patrum nostrorum.

e. Et laudabilis, et glo-riósus in saecula.

v. Benedicamus Patrem et Filium cum sancto Spi-ritu.

r Landémus, et super-exaltémus cum in saecula.

v. Benedictus es Domine in firmamcnto coeli.

k. Et laubabilis, et glo-ridsus, et siiperexaltiitua in saecula.

v. Gezegend zijt Gij, o Heer, God onzer vaderen.

K. En lofwaardig en glorievol in alie eeuwen.

v. Zegenen wij den Vader en den Zoon met den Heiligen Geest.

r. Loven en verheffen wg Hem in alle eeuwen.

v. Gezegend zijt Gg, o Heer, in het uitspansel des Hemels.

r. En lofwaardig en glorievol, en boven alles verheven in de eeuwender eeuwen.


ocr page 560

522

v. Benedic anima mea Domino.

K. Et noli oblivisci om-nes retributiones ejus.

v. Domine exaudi orati-onem meam.

R. Et clamor meus ad te vcniat.

v. Dominus vobiscum. r. Et cum spi'ritu tuo.

ore51d»,

Deus. cujus misericor-diae non est numerus, et bonitatis infinitus est thesaurus: piissimae majestati tuae pro collati? donis gra-tias agimus, tuam semper cleraentiain exorantes: ut qui petentibus postulata conc.edis, eosdem non dose-rens, ad praemia futura disponas.

Deus, qui corda fideli-am Sanc^i Spiritus illustra-tione docuisti: da nobis in eodem Spiritu recta sapere, et de ejus semper conso-latione gaudere.

Deus, qui neminem in Te sperantem nimium at-fligi permiuis, sed piura precibus praestas auditum: pro postulationibus nostris, votisque susceptis gralias agimus, Te piissime depre-

v. Loof den lieer mijne ziel.

r. En vergeet geene zijner weldaden.

v. Heer, rerhoor mijn gebed.

r. En mijn geroep kome tot U.

v. De Heer is met u. r. En met uwen geest.

laat ons bidden.

O God wiens barmhartigheden zonder tal, en wiens genadeschatten onuitputtelijk zijn, wij brengen dank aan uwe allcrmildste Majesteit voor de ontvangene weldaden; en wij smecken tevens uwe goedertierenheid zonder ophouden, dat Gij dio de biddenden verhoort, ons nimmer verlaten moogt, maar ons tot de eeuwige belooningen wilt voorbereiden.

O God, die do harten der geloovigen door de verlichting des H. Geestes onderwezen hebt, geef 01 s, dat wij in dien zelfden Geest de ware wijsheid erlangen en ons gedurig door zijne vertroosting verblijden.

O God, die niet duldt dat iemand, d.e op U zijn ver-trouwtn stolt, bovenmate ba-proefd werde, maar goedgunstig gehoor verleent aan onze smeekingen; wij zeggen U dank vcor de verhooring


ocr page 561

Ü23

cantes, ut a cunctis muni-amnr adversis. Per Domi-num nostram, etc.

R. Amen.

onzer gebeden en onzer wencellen, en smeeken U god-vruchtiglijkjdat wij voortaan tegen alle onheilen mogen beveiligd worden. Door onzen Heer enz.

r. Amen.


MAGNIFICAT.

Zie de vertaling blz 181. Eerste toon.

Map- - ni - fi - cat * a

ni - ma me-

i

t——o—•—o—

rp.

a 1 Do - mi-num. 2 Do - mi - num.

3 Do - mi - num.

Tweede toon.

—•—ei=|-

a - m - ma me

'-£3-»-

Mag - ni ^ fi - cat

a Do - mi-num.

ocr page 562

524

Derde toon.

2—•—o—1--1---1-- -

Mag - ni - fi - eat * a - ni - ma ine -

zfe:—s^—.-g:—r--rz

Do - mi - cum.

Vierde toou.

A----sas!^-

i^É

Mug - ni - fi - cat * a - ni - ma me - a

*1

Do - mi-num.

Vijfde toon.

Mag - ni - fi - cat * a - ni - ma me - a

T ^ ^ I

Do - mi - num.

Zesde toon.

(i-s—t-

■F-l:-

*

3-—i—i-

Mag - ni - fi - cat * a - - ni - ma me-

a Do-mi-num.

ocr page 563

525

i ' 1 1

: a _ -j d qj

n»--—5*^3—

I—S3—^^---

mi - num. 2 Do-mi - num. 3 Do - mi - num.

Achtste toon.

--i-4-B-•-SJ-

--S--•-S3-i O—|

==3--t |- t ...

Mag - ni - fi - cat * a - ui-ma 1 me-a

-, O T\

--\

2 me - a Do - mi - num. etc.

Et exultavit spiritus mens ^ in Deo salutari meo.

Quia respexit humilitatem ancillae suae; * ecce enim ex hoc beatam me dicent omnes generationes.

Quia fecit mihi magna qui potens est, * et sanctum nomen ejus.

Et misericordia ejus a progenie in progenies, * timen-tibus cum.

Fecit potentiam in brachio suo; * dispersit superbos mente cordis sui.

Deposuit potentes de sede, * et exaltavit humiles.

Esurientes implevit bonis: * et divites dimisit inanes.

Suscepit Israël puerum suum: * recordatus misericor-diae suae.

Sicut locutus est ad patres nostros. * Abraham, et semini ejus in saecnla.

Gloria Patri, etc.

m ^ jëtztczjzi:

Do - mi - num

ocr page 564

B IJ VOEGSEL.

EENIGE GODVRUCHTIGE I-TEDEREH

I. KOM HEIL'GE GEEST.

1. Kom Heil'ge Geest daal in dit uur, — In onze harten neêr, — In onze hanen , — Kom Heil'ge Geest daal in dit uur. — Ontsteek ons hart in liefdevuur. -Komt Gij onze oogen niet verlichten, — Dan dwalen wij van 't ware pad. — Geen mensch zoo wijs, die niet moest zwichten, — Wien Gij uw licht onttrokken hadt.— —- Kom Heil'ge Geest, enz.

2. De Hel alleen kon niet ons hart vermannen, — Zij riep om hulp de list der Wereld aan, — En, meer dan duizend strikken zijn gespannen, — Ach God, help ons opdat wij niet vergaan!--Kom Heil'ge Geest, en:

3. Verlicht ons hart door uwer wijsheid stralen, —' Dan missen wij den Weg des levens niet, — Dan in de jeugd behoedt Gij ons voor dwalen, — En redt eenmaal ons einde van verdriet--Kom Heil'ge Geest, enz.

II. HET H. HART VAN JESUS (*).

1. O Hart, zoo zoet, van eeuw'ge waarde, — 't Heelal ligt voor U neergeknield, — Nooit sterft uw lof, zelfs niet op aarde, —Zoolang Gods Geest de Kerk bezielt;— O dierbaar Hart, uw diepe wonde, — Waaruit het bloed met stroomen vloeit, — Doet ons, doet eiken zondaar

(t'J De melodien op het 2o, 3e, 7e, 8e en 9e dor volgende Liederen zijn te vinden in het werkje Gezangen ter eere van Jesus. Maria en Joseph verkrijgbaar bij den uitgever dezes.

ocr page 565

527

konde, — Welk liefdevuur daar binnen gloeit! — — 'tZij telkens, telkens weer gezeid, — Dat niets ons van nw liefde scheidt, — O Hart, fcntein der zaligheid, —Die de aard verkwikt, uw stralen spreidt, — Door de een-wigheid.

2. O Jesus zoet, van U daalt zegen, — En kracht op de arme pelgrims neêr, — Gij voert hen langs gebaande wegen, — En naar een veilig rustoord weêr! — Gij zoekt de zielen, heelt haar wonden. — Gij lispelt liefde, wekt ons lied, — Gij hebt in ons uw lust gevonden, — En duldt de minste sluim'ring niet;--- 't Zij

telkens, enz.

3. O God'lijk Hart, mijn vreugd, mijn leven, — o Balsem voor het ziek gemoed: — Wat zal ik Gode wedergeven — Voor 't geen Hij d' armen pelgrim doet? — o Jesus, 'k wil mijn hart U schenken, — Het mijne is 't Uwe, en 't Uwe mijn; — t Is bij den dood zoo zoet te denken, — Dat onze schatten boven zijn: — — 't Zij telkens, enz.

III. HET H. HART VAN MARIA.

1. Maria, zie wij wijden, — De vrnchten van ons lijden, — Den buit van al ons strijden, — Ons hart aan u alleen! his.

2. Wil ons het uwe geven, — Doe ons naar 't uwe leven — Steeds verder, verder streven — In liefde voor uw Hart.

3. Hut doet de pijn verdwijnen, — Een koest'rend zonlicht schijnen — Voor hen, die hooploos kwijnen, — En beven voor den dood.

4. Uw Hart, van elk vergeten, — Door smart vanéén gereten, — Heeft moedig zich gekweten — Van al wat God u vroeg.

5. Uw Hart, op God vertrouwend — Ziin wil alleen beschouwend, — Niet op de wereld bouwend, — Leert ons het waar geluk.

6. Moog 't onze er op gelijken, — Met alle deugden prijken, — Voor hel, noch wereldwijken;— Het zy een heilig Hart!

ocr page 566

52H

IV. LOFZANG OP DE ONBEVLEKTE ONTVANGENIS DER H. MAAGD,

door

Joannes von Geissel. Kardinaal-Aartsbisschop van Keulen

Virgo Virginum praeclara Praeter omnes Deo cara

Dominatrix coelitum, Fac nos pie te cantare Fraedicare et amare Audi vota supplicum.

1.

Nooit volprezen Maagd der

Maagdon,

Roem van wie den Heer behaagden.

Koningin der Hemelsteè Laat ons liefdevol ü prijzen U ter eer het lied doen rijzen, Hoor der smeekelingen beê

2.

Quis est dignus, lande dignd Wie vermag met waardig Collaudare te, benigna prijzen

Virgo, fons charismatum! U zijn hulde te bewijzen Gratiis es tota plena, Zoete Maagd, Genadebron:

Tota pulchra, lux serena. Vol genaden zien we u pra Dei tabernacn'um! len,

In der schoonheid rijkste stralen,

Virgo v Culpa m Carnis Sine lab Magno Sumn

Rust-tent Gods, smetlooze Zon!

3.

O quam magna tibi fecit, Qui potens est, et adjecit

Gratiam ad gratiam! Qui coelum terramque regit, Matrem sibi te selegit, Sponsam atque Filiam.

Wat al groots deed U bevatten

De Almacht, die genadeschatten

Op genade in u verspreidt!

Hij, die hemel en die aarde

Stuurt, heeft zich in u een waarde Dochter, Moeder, Bruid bereid.


é

ocr page 567

629

Carnis in exilio;

Sine labe tu eoncepta, Magno lapsni praerepta, Summo privilegio.

Contcride bat certatura Tunc cum gratia natura,

Gratia praevaluit; A peccato praeservatam, Immunein et illibatam Mire te constituit.

Eva nova novae legis Praeëlecta summi Kegis Censors ejus gloriae, Tu draconem domuisti. Forti pede contrivisti Victrix caput satanae.

Semper fulgens munda stola Inter mundas munda sola

Ascendisti sidera;

Super agmina Sanctorum,

In des vleesches ballingsoord!

Zonder erfsmet zijt ge ontvangen;

Vrijdom van den val te erlangen

Was uw voorrecht ongehoord.

5.

U van de erfsmet te bevrijden,

Mo«st gera natuur bestrijden, ïn gena behield het veld:

Zij heeft van de vlek der zonden

Vrij en smetloos, ongeschonden,

Wonderbaar u daargesteld.

6.

's Hoogsten Konings uitverkoren.

Moest zijn glorie u behooren. Eva van de nieuwe wet:

Gij, gij hebt den draak doen sneven.

Gij, den sterken voet geheven, Zeegrijk Satans kop verplet.

7.

Steeds met reinen glans omgeven,

Rein alleen, waar reinen zweven,

Tradt Gij 's hemels feestzaal in;

Hoven Heiligen en Eng'len,

'ïO

Virgo vere benedicta, Maagd, gezegend boyen alien,

Culpa numqnam es obstricta In geen zondeschuld gevallen,


ocr page 568

530

Super choros Angelorura Sceptra geris, Domina.

Die daar 't blijd triuraflied men^'len.

Zwaait ge uw scepter, Koningin!


Jugo sol vat ut peccati.

Quos redemit sanguine: Man us tuae stillam dor.a: Vitae fac coelestis bona Et in nos defluere.

Esto nobis maris Stella, Ne nos fluctuura procella

Navigantes obruat: Ex qua salus est exorta. Esto nobis coeli Porta. Quae sal vandis pat eat.

Virgo clemens, Virgo pia. Due salutis nos in via,

Vitae per exilium; Nos, o Mater, hie tuere, Olim istic fac videre, Te tuumque Filium.

Dat Hij hen van't juk bevrijde.

Die Hij loskocht door zijn bloed:

Van uw handen druipen gaven;

Laat de vreugd van 's Hemels haven

Stroomen ook in ons gemoed.

9.

Wees een Zeesterre ons bij 't varen.

Dat geen storm der woeste baren,

Ooit den schepeling verslindt;

Gij, de deur van 's Hemels Koning,

Wees de deur der hemelwoning,

Die uw smeekling open vindt.

10.

Maagd vol goedheid, rijk aan zegen,

Leid ons steeds op goede wegen

Door dit bullingsleven heen!

Sla op ons uw moederoogen,

Geef. dat we eens aanschouwen mogen

U en uwen Zoon met een

Oras nunc a dextris Nati, En nu bidt ge aan Jesus zijde,


A

ocr page 569

531

11.

Laat ons op uw voorbeeld

striiden,

Met u bidden, waken, lijden, Zeker van uw hulpbetoon; Stort op ons uw gaven neder, Wees der Kerk een Moeder teeder,

Een Beschermster, een Patroon !

12.

O versterk ons in 't gelooven. Minnen, 't hopen op hierboven.

Van der zonde smetten vrij! Moog dee// kudde uw beeld

vertoonen;

Zoo der Vaadren opdracht kroonen :

Sta in eeuwigheid haar bij!

Amen.

iac, te duce, nos orare, Vigilare et certare

Certos tuae gratiac; Fnnde nobis pia dona, Custos, Mater et lJatroua Kanctae sis Ecclesiae.

Fac nos stare fide vera, Charitate, spe sincera,

Absque cnlpae macula; Gregem tibi sic dicatum. Jam a Patribus sacratum Protegas in saecula.

quot;V. LOFZANG VAN DBN H. CAS1M1RÜS, KONING VAN POLEN, OP DE H. MAAGD.

Do vrome Vorst zong dien daaglijks en wilde dat er eon afschrift van in zijn lijkkist zou worden neergelegd en met hem begraven.

Omni die die Mariac, Mea laudes anima. Ejus festa, ejus gesta, Cole devotissima.

1.

Verkondig mijne ziel, lederen dag Maria's lof, vier hare feesten, roem hare daden, ten voedsel uwer godsvrucht.


ocr page 570

532

2,

Beschouw en bewonder hare verhevenheid: loof haar als de zaligste der Moeders prijs haar als de gelukzaligste der Maagden.

3.

Eer haar; opdat zij u bevrijde van den drukkenden last uwer zonden : roep haar aan opdat gij niet bezwijkt in den storm der bekoringen.

4.

Hemelsche gaven heeft zij ons geschonken; zij de goe-dertierene Koninginne heeft ons toegerust met goddelijke genaden.

5.

Verhef, mijne tong, de ze-geteekenen derMoedermaagd, die door haren goddelijken Zoon van ons wegneemt de vervloeking, die ons drukt. B.

Zing lofliederen zonder einde der Hemelkoninginne, vermeld altijd hare verhevenheden en verkondig immer haren roem.

7.

Da levanien, et juvamen Geef, o Maria! uwen troost, Tuum illia jngiter, snel hun, o Maagd, ter hulpe,

Tua fesla, tua gesta die uwe feesten, uwe daden

Qui colunt alacriter. steeds vuriglijk vereeren.

Amen.

Contemplare et mirare Ejus celsitadincm: Die felicem Genitricem, Die beatam Virginem.

Ipsara cole, et de molo Criminum te liberet/ Hanc appella, ne procella Vitiorum superet.

Haec persona nobis dona Contulit coelesüa;

Haec Begina nos divina Illustravit gratia.

Lingua mea, die trophaea Virginis puerperae,

Quae inflictum nialedictum Miro transfert germine.

Sine fine die Reginae Mundi laudum cantica, Ejus bona semper sona, Semper illam praediea.

ocr page 571

533

VI. MAGNIFICAT.

rrtj gevolgd door Joost van den Vohdel.

I i

wonder of haar oeders, lukza-

!■

Mijn ziel ontvouw nu 's hemels lof.

Mijn geest aan 't huppelen heeft stof, Om God, mijn heil, op 't hoogst to loven; Naardien mijn ootmoed Hem behaagt; En Hij zoo laag op eene maagd,

Zijn minste dienstmaagd zag van boven.

2.

Want alle tongen zullen mij Nu zalig noemen, even blij;

Naardien d'Almaehtige dit wonder,

Zijn grootste werk, in mij besloot;

Een lot uit zijnen rijken schoot, Mij toegevallen in 't bijzonder.

3.

De naam van Jesus aangebeên Daar boven, hier en hier beneên,

Is heilig, heilzaam, uitgelezen;

En zijn genade breidt zieh uit,

Van stam tot stam, van spruit tot spruit, In zoo veel zielen als Hem vreezen.

4.

Gods krachtige arm heeft al 't gewold Der trotsche koppen neergeveld,

Verstrooid, en uit den stoel gedreven; 't Ootmoedig hart un stof en slijk Der aarde, in top van 't hemelsch rijk. Door zijn ootmoedigheid, geheven.

5.

God heeft met volle en overmaat Van gaven, 't hong'rig volk verzaad:

u beenden p haar zwijkt ingen,

:eft zij i goe-heeft elijke

3e ze-aagd, ijken it de rukt.

mder inne, :ven-imer

50St,

ilpe, iden

30*

ocr page 572

534

De zatte rijken stout en krachtig,

Liet hij nooddruftig henen gaan; Nam Israël, zijn erfkind aan,

En was aan zijn gena gedachtig.

6.

Gelijk de nooit besmette mond, In 't zeeg'len van dat erfverbond, Zoo menige eenwen van te voren,

Dien troost, den Tader Abraham,

En alle telgen van dien stam.

Eeuw in, eeuw nit bad toegezworen.

GLORIA PATRI ET FILIO ET SPIRITUI SANCTO.

VII. MARIA!

1. Maria, bron van vreugden, — O maak ons blij van zin: — Maria bron van deugden, — Stort ons uw deugden in; — Zoodra wij troostloos kwijnen, — Maria, o Maria, — Moge ons uw licht beschijnen, — Maria!

2. Gij, Palm der schoonste zege, — Gij lialsem sterk en zoet, - Gij, Roos van Godes wege — In Jericho gevoed; — Wie kan genoeg n roemen, — Maria, o Maria! — En al uw deugden noemen; — Maria!

3. O Ed'le spruit van Jesse, — O Lusthof goed bewaakt, — O Ceder, o Cypresse, — Die nooit uw wasdom slaakt, — Geef schaduw en geef geuren, — Maria, o Maria! — Den planten, die hier treuren; — Maria!

4. O Koningin van smarten, — Die naast het kruishout stondt, — Genees zoo vele harten, — Door Satans list gewond: — Ons allen zult gij heelen, — Maria, o Maria! — In uw geluk doen deelen; — Maria!

5. O Moeder, hoog verheven, — Hoe heerlijk is uw kroon!... — Gij, glans van 't eeuwig leven, — Zoo machtig bij uw Zoon, — Wil opwaarts ons doen streven, — Maria, o Maria! — Ons 't eeuwig leven geven; — Maria!

ocr page 573

535

Vin. O GOEDE MOEDER!

1. O goede Moedor — Van onzen Broeder, — Van Jesng onzen troost! — Zie liefd'rijk, teeder, — Op

't menschdom neder, - Uw aangenomen kroost.--

Elk schepsel dat hier leeft op aarde, — Verblijv' hij in paleis of stnlp, — Vindt steeds bij haar, die Jesus baarde, — Naar ziel en lichaam troost en hulp.

2. Hem, die in druk en tegenheden — Door heel de wereld wordt -veracht, — Maar tot Maria heeft gebeden, — Heeft steeds haar liefde troost gebracht.

O goede Moeder, enz.

3. Die op een woeste zee moet varen — Blijft voor een wissen dood behoed, — Zoo hij bij 't zwalken op de baren — Maria als zijn heilstar groet.

O goede Moeder, enz.

i. Hij die, terwijl de wereld dartelt, — Zijn leven slijt in bangen nood, — En vaak door honger wordt gemarteld, — Vindt bij Maria laafnis, brood.

O goede Moeder, enz.

5. Hem, die met rood bekreten oogen — Zijn vriend ziet dalen in het graf, — Wischt vol van teeder mede-doogen — Maria's hand die tranen af.

O goede Moeder, enz.

6. De wees in 's levens lentedagen, — Die beider oudren dood betreurt, — Wordt op Maria's arm gedragen — En door die Moeder opgebeurd.

O goede Moeder, enz.

7. Die op een leger ligt van smarten, — Door felle pijnen overmand, — Kan vrij den ban^sten doodstrijd tarten, — Verdedigd door Maria's hand.

O goede Moeder, enz.

IX. DE NAAM VAN MARIA.

1. Uw naam is 't o Maria, — Die heden wordt gevierd, — Ons hart zy als een outer, — Ter eer van u versierd. — — Tot kroon strekt u Maria, — Een lichte sterrenkrans; Gij schitten boven de Eng'len — Met ongekenden glans.

ocr page 574

586

2. In spijt van hol en dwaling, — Maria, wordt uw naam, — Heel de aarde rondgedragen, — Op 't wiek-geklep der faam! — — Uw Naam is 't, enz.

3. Waar Jesus Naam mag klinken — In 't afgele-genst oord, — Wordt ook die van Maria — Tot aller vreugd gehoord, — — Uw Naam is 't, enz.

4. Uw Naam is groot en machtig, — Van boven neêr-gedaald; — Hij heeft steeds de overwinning—Op dood en hel behaald. — — Uw Naam is 't, enz.

5. Uw Naam is voor den zondaar ■— Die om vergeving vraagt, — Een spoorslag tot bekeering, — Hoo lang ook soms vertraagd. — — Uw Naam ia 't, enz.

6. Uw Naam is als de honing, — Die in de korven vloeit; — Een Naam zoo zoet en teeder, — Die 't hart in liefde ontgloeit. — Uw Naam is 't, enz.

7. Uw Naam is als een balsem, — In alle levenssmart; — Hij kalmt en zaift en lenigt — De diepste wond van 't hart. — — Uw Naam is 't, enz.

8. ;/Maria!quot; sprak Gods Engel, — Met een verrukt gemoed, — .Als afgezant des Heeren: — ,/Maria, wees gegroet!quot; — — Uw Naam is 't, enz.

9. Wij roepen, wij, uw kind'ren, — Met zuiv'ren liefdegloed, — Naar 't voorbeeld van Gods Engel: — „Maria, wees gegroet!quot; — Uw Naam is 't, enz.

X. MARIA LEVE.

1. Maria leev'! Wat glans en luister meng'len — Zich in dit Hart van alle vlekken vrij ! — Maria leev'! de Koningin der Eng'len, — De Moedermaagd aan 't

hoofd der Maagdenrij.--Maria leve! — Met 't God-

lyk kind! — Leve Maria! — Die ons Us Moeder mint!

2. Maria leev'! Komt laat ons voor haar knielen,— De Dochter Gods, Gods Moeder, Godes Bruid! — Maria leev'! Zij 't heilverbond der zielen! — Door hare hand stort God zijn gunsten uit.--Maria leve, enz.

3. Maria leev ! Zou 'k immer haar verlaten ? — Eer sleep' de dood^mij heen naar 't somber graf! — Want

ocr page 575

537

londer haar, wat zon mij 't leven baten ? — Neen, God! breek eer den draad mijns levens af!--Maria leve, enz.

4. Maria leev'! Laat me in haar liefde leven, — Met haar vereend vrees ik noch dood, noch pijn. — De laatste zucht die op mijn lippen zweve. — Moog' liefdezucht tot n, Maria zijn.--Maria leve, enz.

XI. AFSCHEID.

1. Weêr moet ik van uw outer scheiden, — Waar'k voor mijn ziel vertroosting vond, — Weêr lot het dragen mij bereiden, — Van 't kruis, dat God mij overzond, — — Ik ga, o Moedir wel te vreden, — Ik ga, Maria, welgemoed, — O wees, dus sluit ik mijn gebeden, — Wees hartelijk gegroet!

2. Ik kwam met tranen hier in de oogen, — Die rampspoed me af te persen pleegt. — Gij, Moeder, vol

van mededoogen, — Gij hebt die tranen afgeveegd,--

Ik ga, o Moeder! mz.

3. Ik voelde mij door bitterheden, — En hartegrievend leed verscheurd: — Eon wijl in 't heiligdom gebeden,— Heeft mij verkwikt en opgebeurd.--Ik ga, o Moedor! enz.

4. De hoop was uit mijn hart geweken, — Die hemeltroost was me als ontgaan; — Ik kwam u hierom bijstand smeeken : — Uw hand bood troosten blijdschap aan. — — Ik ga, o Moeder! enz.

5. Gij zeidet tot mijn droevig harte: — Ik wil in druk, in zorg en pijn, — Ik wil in ziel- en lichaamssmarte,— U steeds een teedre Moeder zijn.—• — Ik ga, o Moeder! enz.

6. En ik, zoo dacht ik met vertrouwen, — o Moeder, teederlijk bemind ! — Ik wil me op aarde altoos beschouwen — Als uw in God gewonnen kind. — Ik ga, o Moeder! enz.

7. Ik zal weêr me aan de plichten wijden, — Door 's Heeren wil mij opgelegd; — Ont me eens met de Englen te verblijden, — In 't Hemelrijk mij toegezegd. — gt;— Ik ga, o Moeder! enz.

ocr page 576

538

XII. LOFZANG TER EERE VAN DEN H. AL0YS1US,

1. Pronkjuweel der Hemelingen, — Sieraad van het Eng:lcnhof, — Gun dat we u ler eere zingen, — En ver melden uwen lof. — Duld ons zwak, maar liefd'rijk pogen, — Hoor ons nedrig, kunstloos lied, — Smeek voor ons Gods alvermogen. — En versmaad ons otter niet.

2. Vlekloos waart ge altoos op aarde, — Vlekloos van uw eerste jeugd. — Niets bezat voor u meer waarde Dan de reine Christendeugd. — God met hart en ziel en zinnen — Lief te hebben. Hem alleen, — Hoven alles God te minnen, — Was uw wellust hier beneên.

3. Wat ii 7t leven aan kon bieden, — Wat heel de aarde als vreugd u bood;-— Schijngeluk blecft gij ontvlieden, — Trouw aan God tot in den dood, — Jesus en Maria's namen — Vloeiden eerst uit uwen mond, — En gij droegt ze in 't hart te zamen, — Tot uw laat-sten levensstond.

4. Ootmoed, kuischheid, trouw en liefde — Sierden uw verheven stand ; — Wat u lokte, wat u griefde, — Gij blecft aan Gods dienst verpand. — Al de wellust van uw leven — Al uw roem en eer was God; — En tot loon werd u gegeven — Dat gij deelt der Englen lot.

5. Ja, gij roem der deugd-minnaren. — Voorbeeld van de reinste deugd, — Smaakt nu bij Gods Englen-scharen — Ongestoorde hemelvreugd. — 0 ! wij smeeken om uw leven, —r Om uw trouw aan Jesus leer, — Gij,- Beschermer ons gegeven — Bid voor ons bij on zen Heer.

XIII. LOFLIED OV DEN H. ALOÏSIUS.

1.

Salveto centies, Wees honderdmaal gegroet,

Salveto millies, wees duizendmaal gegroet, o

Flos paradisi. Bloem van Jt Paradijs; ver-

Confirma debiles, sterk ons zwakken, die tot

Nos tibi supplices, u smeeken, o Aloysius. O Aloysi.

ocr page 577

539

Salveto lilhim Candens convallium.

O Aloysi; Tu coeli gaudiam, Tcrrae delicium. Flos Paradisi.

Wees gegroet gij reine lelie der dalen, o Aloysina; gij vreugde des Hemels, en wellust der aarde, o Bloem van het Paradijs !


Tu princeps virginurn. Et honor juvenum,

Flos Paradisi: Candorem virgini, Pudorem juveni, Da, Aloysi.

Gij der maagden vorst, en der jongelingen eere. Bloem van het Paradijs, geef zedigheid der maagd, zuiverheid den jongeling, o Aloysius.


Inter terrigenas, Mentis integritas,

Flos Paradisi, Te facit angelura, Virtute coelitum, O Aloysi I

Fac ut sim angelus. Tibi simillimus.

O Aloysi:

Castum purissimum. Fac me parthenium. Flos Paradisi.

4.

Onder de kindereu der menschen maakt de vlekkeloosheid der ziel. o Bloem van het Paradijs, u tot een engel, met hemeldeugd getooid, o Aloysius.

5.

V er krijg mij dat ik wezen mag, een engel aan u gelijk, o Aloysius; mijn lichaam zij, een maagdelijk heiligdom, o Bloem van het Paradijs!


Deinde subditos Nos tibi servulos.

Flos Paradisi, Castos et integros Fac et angelicos. O Alovsi.

Maak ons allen, die u eeren, o Bloem van het Paradijs, kuisch en ongerept en engelachtig van zeden, o Aloysius.


ocr page 578

ALPHABETISCHE BLADWIJZEE.

Verklaring der teekens die daar in voorkomen: V. geeft te kennen vaar men de vertaling, N. waar men de noteu foor de gezangen vinden kan.

A.

Aanneming in de

Congregatie . . .

Gewoon for midi ervan Plechtige opdracht en

aanneming......

Formulier van . . . Beknoptere wijze van 111 Aanmerkingen over de Aflaten.... Advent. Ge zangen in

den..........

Aflaten, aan de Congregatie verleend . . Voorde Overledenen. Aan kruisen, medailles en rozenkransen door de Pauselijke wijding verbonden. . Akte van geloof, hoop

en liefde......

Van berouw..... 50

Van toevnjding aai • e /7. Maagd. w. aji. . 105

bh.

53 55

99 107

20

444

20 24

20

57

\

blz.

Van toewijding aan den tweeden Patreon der Congregatie, . . 113 Van toewijding aan den U. Aloysius . . 114

Alle heiligen. Lila-

nie van....... 88

Aloysius. Toewijding

aan den H......114

Gebed om de deugd van zuiverheid. . . . 416 Gebeden tot den H, 416 Litanie van den H. 417 Zes zondagen. Oefeningen voor den H. 420 Gebed (ot den H. om een zaligen levensstaat 423 Gezangen ter eere van den H. 509 en 538 Salveto centies {gezang).........588

Anima Christi of

Ziel van Christus {yt-bed).........838


ocr page 579

II

biz.

intiphonen der H. Maagd. Alma Re-demptoris . v. 65 n. 498 Ave Regina

Co (dor mti. , „ 67 // 500 Re'j in a coeli

ïaetare ../,6s n 501 Salve Seginau 68 /,• 502 Apostolische Breve van Pans Benedicts XJV, be.-treffende de Congre~ gatièn der Aller/i. Maagd.....0

Avondgebeden . . 24e 33.

I Berchmans. Litanie van den Z. 433 Bidden. De drie wijzen van, volgens '.en H Ignatius. . 251 Bieeht-gebeden . ,312 Boet-psalmen, met gebeden.....319

C-

Oanisins.

Litanie

van den

z. . .

430

Confirma

boe (ge-

hed) . .

69

Communie-

gebeden

328

Communie.

(Gezan-

ijf-r bij de

H

487

blz.

Completen met ver-toling.....436

Deugden van de Allerh. Maaerd.

Korte schets der. . 2 i3 Dies irae .... 293 Diploma, iraardoor de Hoog Eerw, Pater Generaal der Sociëteit van Jews eene congregatie oprich t en met de Hoofdc.on-gregatie verbindt. . KV

E.

En ego, o bone, met

Vollen aflaat . . ' . 339 Engelen. Litanie vati de H. H.....351

F.

Formulier. Voor de opene brieven . . . 48 Van opdracht (gewoon) 55 Van opdracht. . .105 Van aanneming. 107 Voor tijdelijke belofte van zuiverheid . 425

Gr

Gebeden voor de Leden van de Con-

erejTa .e.


ocr page 580

biz.

Dagelijksche. . . 57 Voor de Overledenen. 60 Voor zieken . . . 61 In de gewone vergaderingen der Congregatie......61

Vöör de onderrichting 61 Na de onderrichting . 69 Voor een overleden lid der Congregatie . 7 6 Bij de beraadslagingen. [Geivone) . . 80 ti // n {Andere) 81 Bij de verkiezingen . ,82 Bij de uitdeeling der maand-patronen . . 86 Bij de uitdeeling gebruikelijk . . . . 87 Bij plechtige opdracht en aanneming 99

Gebeden . dienstig voor allen

Des morgens . . .244 Des avonds . . .246 Onder de LI. Mis volgens het Romeinsche Missaal, met verklaring der plechtigheden en met de Latijnsche antwoorden voor de Misdienaars . . .254 Onder de II. Mis ter eerc der H. Maagd. 288 Onder de H. Mis voor de Overledenen . .289 Vóór en na de Biecht 312 Vóór en na de II. Communie .... 328 Gebed van den H.

Ignatius, {Anima Christi) .... 33S Gebed met vollen aflaat {En ego o

bone)......330

Ter eere van het H. Sacrament . . . .362 Tot het H. Hart van

Jesus.....363

Voor denH. Kruisweg 366 Ter eere der H.

Maagd.....385

Gebed van den H. Bernardus {Memorare)......406

Van beproefde kracht in bekoringen y met aflaten, (o Domino.

mea)......408

Ter eere van den H.

Joseph.....409

Om een zaligen dood. 412 Ter eere van den H. Ignatius . . . .413 Opdracht n ^415 Voor hen die gebruik maken van het water gewijd onder aanroeping van den II. Ignatius .....415

Ter eere. van den H. Aloysius , . . .416 Voor de zes zondagen van den II. Aloysius. 420 Gebed om een zaligen levensstaat.... 423 Ter eere van drie roemrijke Dienaren der H. Maagd . .427


ocr page 581

biz.

Tot den B. Stanislaus 427 Tot den Z. Petrus Canisius . . . .430 Gched van den Z. Petrus Canisius . .433 Tot den Z. Joatines JBerchmans. . . . 433 Voor de Overledenen. 435 ^Met aflatenj voor de Overledenen . . .436 (reest. Litanie van den

H.......342

Lofzangen ter eere van den H. . . .462 rreheimen van den

Itozenkrans. . .407 Geloofsbelijdenis voorgeschreven d. Paus Pius 1Y en Paus Pins IX . , . 102 Getijden der H. Maagd . ,114 Voorbereidend gebed. 115 Ter Metten . . .115 U Nocturn . . .118 IJt Nocturn . 123

III' Nocturn. . .128 Ter Lauden . . .139 // Primen. . . .156 // Ter tiën . . .102 quot; Sexten . . . IGö h Nonen. .170

y Vesper . . .174 •/ Completen . .184 der Onbevlekte Ontvangenis.

iv blz.

Ter Metten . . . ggg /• Primen . . . ggg // Tertïén . . . 388 ' // Sexten . . . 389 » Nonen . . . S90 » Vespers . . .392 n Completen . . 394 der Overledenen.

Ter Vesper' . . .189

,f Metten . . .201

Ir Nocturn . . .203

IIC Nocturn . . .211

111c Nocturn. : .220

Ter Lauden . . .231

Gewetens-onderzoek

Voor de Leden der Congregatie . . .241 // // v h 247 Bijzonder .... 24-7 Algemeen .... 247 Voor de biecht . . 314

Gezangen.

Adeste Jidelc.s. v n. 449 Adoro te devote v. n. isl Adregias Agni

dap es. . . v. N. 458 Alma Red.emp-

toris . . v. 65. n. 498 Ave maris stella. v. n. 491 Ave Heg. Coe-

lorum . v. 67. x. 500 Ave verum. . v. n. 485 Creator alme . V N. 444 De projundis Ps.

cxxfx. v. 192. n. 514 Dies irae . . v. 293 Jesu Jiedemptor. v. n. 451 Is te Confessor, v. n. 509


ocr page 582

biz.

Lauda Sion . . v.n. 467 Laudate Dominum omnes fjentes. Ps.

cxvi . . v.n. 491 Laudate pueri Dmn.

Ps. cxii. v. 176 n. 490 Litanie van den If.

Aloysius v. 4-17. n. 497 Litanie van de IL Maagd . v. 70. n. 497 Magnificat. . . v. 181 . . 8 tonen. n. 528 Miserere. Ps. l.

. . v. 231. n. 512 Omni die die Mariae.

......v. 531

O quam snavis v. n. 488 0 sacrum . . v. n. 487 O salutaris . v. n. 484 Pange lingua . v. n. 47fi Quetnadmodum. Ps.

xli . 224. n. 490 Regina coeli laetare.

. . . v. 68. n. 501 Rorate coeli. v. n. 445 Salve Regina v. 68 n. 502 Salveto centies {Aan

d. lr[.Aloysius)Y.n. 538 Stabat Mater, v. n. 493 Tantum ergo . . v. 477 Tantum ergo . I. n. 478 Tantum ergo. II. n. 479 Tantum ergo. III. n. 480 Te Deum. v. 82. n, 514 Veni Creator v. 63. n. 462 Veni Sancte Spiritus.

. . . v. 62. n. 464 Vexilla Regis, v. n. 455 Virgo Virginum , v. 5 28

biz.

Kom IleiVge Geest. 526 Maria, bron van

vreugde, {Maria!) 534 Maria leev' . . .536 Maria, zie wij wijden. (Aan het H.

Hart van Maria.) 527 Mijn ziel ontvouw.

( Vondels Magn if.) 5 'ó 3 Nooit volprezen. (Onbevlekte Ontvangenis) .....528

O goede Moeder. . 535 O hart zoo zoet. {Het

11. Hart v. Jesus). 526 Pronkjuweel der hemelingen {Aan den II. Aloysius) . .538 Uw Naam is 't o Maria. {De Naam van M'-iria) . . . .585 Weer moet ik van uw outer scheiden (Afscheid) . , . 5 H 7

H.

Hart. Litanie van het H. — van Jzsus. . 363 Litanie van het ƒƒ. — van Maria . . 399 Hymnen zie Gezan-gem.

r.

Invitatorium ooor de Metten der H. Maagd. 116 Voor de Metten der Overledenen ,201


ocr page 583

VI

Ignatius. De, drie wijzen van bidden volgens den H. . . . Gebed van den II. (Anima Christi) . Litanie van den II. Water gewijd onder aanroeping v. d. H.

.J

JeSUS. Litanie van den Zoeten Naam. Eénige door Z. II. den Paus (JPiusIXA 852) goedgekeurde .... Joseph. Gebeden ter eere van den H. Litanie van den IJ. Gebed in bijzondere aangelegenheden . . Gebed om een zaligen dood......

K.

Kerk-hymnen. Zie.

onder Gezangen. Kersttijd, Gezangen in den......

Keuze van een levensstaat. . . . Kruisweg-oefening

met gebeden ontleend aan de Meditatiën van den li. Augus-tinus-......

blz.

L,

Levensstaat. Gebed

om een zaligen . . 423 Liefde-verzuchtin-gen tot het. J/. Hart van Jesus . . . . SfiS Litanie van alle Heiligen .....88

Litaniën voor alle dagen der week. 340 Van de Allerh. Drie-vuldigheid {Zondag) 340 Van den H. Geest. {Maandag). . . . 342 Litanie van den Zoeten Naam.Eénige door Z. H. den Paus {Pius IX. 1852) goedgekeurde {Dinsdag) . 347 Van de II. Engelen. (Woensdag) . , .351 Van het Allerh. Sacrament.{Donderdag) 354 Van het Lijden O. H. {Vrijdag) . . . .357 Van de II. Maagd. {Zaterdag) . 70 en 362 Litanie van het II.

Hart van Jesus . ,363 Van de Onbevlekte Ontvangenis . . . 395 V an het H. Hart van

Maria.....399

Van den 11. Joseph. 409 Van den II. Ignatius. 413 Van den H. Aloysivs. 417


ocr page 584

Van den H. Stanislaus......

Van den Z. Petrus

Canisius.....

Van dan Z. Joannes Berchmans. Lofzangen zie Psalmen.

M.

Maagd. Litanie van de H. ... v.

Sub tuum praesidium. Getijden der 11. Mis-gebeden ter eere

der 11......

Gebeden ter eere der

H........

Getijden der Onhevl. Ontvangenis v d.J}. Litanie der Onhevl. Ontvangenis. . Litanie van het Onhevl. Hart der ld. . De Zeven Weeën der

H.......

De Zeven Vreugden

der U......

Memorare . . . . Gezangen ter eere der 11. . ... . Litanie der 11. . n. Virgo Virginum, v. Omni die . . . . Maand patronen. Bij het uitdeelen der......

blz-

Wijze van uitdeelen. 87 Gebed tot den Maand-

patroon.....87

Magnificat, v. ISI.n. 523 Maria zie Maagd. Memorare. .... 40C

Mis. Geleden onder de 11. — volgens het Bomeinsche Missaal, met verklaring der gewone ceremoniën en met de antwoorden voor de Misdienaren. 254 Onder de Mis der H. Maagd . - • 283 Onder de Mis dei Overledenen . . - 289

O.

O Domina mea. Gebed in bekoringen, met aflaat .... 408 Oefeningen. God-vruchtige, — dei-Congregatiën van de H. Maagd. Dagelijksche ... 57 Des morgens . . . 5 7 Des avonds . . 58 Bij de gewone vergaderingen. . . . 01 Bij de beraadslagingen ......80

geivone .... . 80 andere gebeden . . 81 Bij de verkieziMjen . 82


ocr page 585

biz.

Oefeningen.

Ter eere der zeven Weeën van Maria . 400 Ter eere der zeven . Vreugden van Maria 404

Oorkonden der Congregatiën van de H. Maagd. ... l Oorsprong en voordeelender Congregatiën.....1

Opdracht en aanneming.

Plechtige . . . . 99

Gewone.....55

Beknopte wijze van. 111 Overledenen.

Getijden der . . .189 Mis voor de . . .289 Gebeden v. de. 60 en 435 Gebeden met aflaten. 43C Gezangen voor de .512 Overzicht bij wijze van onderzoek voor de leden der Congregatiën . .241

i5.

Psalmen en Lofzangen.

Ps. 119. Ad Dominum

cum. v. 102 en 190 Adeste fideles. Lofzang, y. N. 449 Adoro ie.Lofz.v.N. 481

Ps.

, 24.

Ad te Domine

levavi . v.

212

//

122.

Ad te levavi. v.

1GG

Ad regias Ag-

ni. Lofz. v. K.

458

Ave maris stella

Lofz.v.lSO.N.

491

Ave verum

Lofzang, y. jj.

485

/,

127.

Beati omnesqui

timent . v.

171

40.

Beatus qui in-

telligit. v.

223

//

111.

Beatus vir v.

302

Benedicite.

Lofzang, y.

144

Benedictus.

Lofzang, y.

151

//

84.

Benedixisti

Domine . v.

158

Boetpsalmen.

De zeven v.

319

//

95.

CantateDomino

. . cantate v.

128

//

149.

CantateDomino

laus v.

148

//

97.

Cantate Domino

quia v.

132

V

18.

Coeli enarrant vl20

//

137.

Confitebor tihi

Domine . v.

193

!/

110.

Confitebor tihi

Domine in

toto corde v.

301

//

4.

Cum invocarem.

. . . V.

437

Creator alme.

Lofzang, y.

444

// 115 Credidi. . v. 305


ocr page 586

biz.

129.

Dc profundis.

V.59.192.N.

514

62.

Deus Deus me

ns , . v.

141

53.

Deus in nomine

tuo. . v.

157

66.

Deus miserea-

tur. . v.

143

45.

Deus nosier re-

fugium. v.

126

Dies irae. Lof

zang, . v.

293

114.

Dilexi quoni-

arn . . v.

189

109.

Dixit Dominus

. v.

174

7.

Domine Deus

mens , v.

206

8.

Domine Domi

nus nosterv.

119

6.

Domine ne in

furore . v.

205

130. Domine nonestv. 185

138.

Domine pro-

has ti me. v.

308

23.

Domini est

terra . v.

122

26.

Dominus illu-

minatio. v.

215

22,

Dominus regit

me . .v.

211

92.

Dominus regna-

vit, decor ejnv.

139

96.

Dominus regna-

vit,exultetv.

130

133.

Ecce nunc . v.

440

132

Ecce quam.v.

107

Eyodixi. Lof-

zang. . v.

235

biz.

44. Kructavit cor

meum . . v. 123 39. Expectans ex~

pectavi . v. 220 86. Pundamcnt.a ejus

. . . . v. 127 125. In convertendov 170 118. In exitu. . v. 303 30. /n te Domine

speravi . v. 438 Iste Confessor.

Lofzang, v. N. 509 Jesu Redeviptor Lofzang, v. n. 451 99. Jubilate Deo. v. 140 121. Laetaius sum v. 163 145. Lauda anima

mea . . v. 195

147. Lauda Jerusa

lem. . . v. 178 Lauda SionAioi-zang. . v.N. 467

148. Laudate Domi-

num de coel.x. 146 150. Laudate Dnm.

in Sanctis v, 149 116. Laudate Dnm. omnes gentes. . v. 111. N. 491 112. Laudate pueri

. v. 176. n. 490 25. Lavaho . v. 267 120. Levavioculos.v. 163 Magnificat Lof-zang.v 110. N* 523 131. Memento Dn-

mme . . v. 306 Memento rerum

Lofzang. .v. 156


ocr page 587

biz.

129. Dc profundi*.

V.59.192.N.

514

62.

Deus Dens me

ws . . v.

141

53.

Deus in nomine

tuo. . v.

157

66.

Deus miserea-

lur. . v.

143

45.

Deus noster re-

fugium. v.

126

Diesirae.ljof-

, v.

293

114.

Dilexi quoni-

am . . v.

189

109.

Dixit Dominus

. v.

174

7.

Domine Deus

meus , v.

206

8.

Domine Domi

nus nosterv.

119

6.

Domine ne in

furore . v.

205

130.Z)o»iine nanestv. 185

138.

Domine pro-

bastime. v.

308

23.

Domini e,st

terra . v.

123

26.

Dominus illu-

minatio. v.

215

22.

Dominus regit

me . . v.

211

92.

Dominus regna-

vitidecnremv. 139

96.

Dominus regna-

vit, exult et w

130

133.

Ecce nunc . v.

440

132

Ecce quain, v.

107

Ego dixi. Lof-

zang. . v.

235

biz.

44. Eructavit cor

meum . . v, 123 39. Expectans ex-

pectavi , v. 220 86. Fundament a ejus

. . . . v. 127 125. In convertendov 170 113. In exitu, . v. 303 SO. In te Domine

speravi . v. 438 Iste Confessor.

Lofzang, v. N. 509 Jesu Redemptor Lofzang, v. n. 45 1 99. Jubilate Deo.x. 140 121. Laetaius sum v. 163 145. Lauda anima

mea . . v, 195

147. Lauda Jerusa

lem. . . v. 178 Lauda Sion. Lofzang. . V.N. 467

148. Laudate Domi-

num de coel.Y. 146 150. Laudate Dnm.

in Sanctis y. 149 116, Laudate Dnm. onines gentes. . v. 111. N. 491 112. Laudate pueri

. v. 176. n. 490 25. Lav ah o . v. 267 120. Levavioculos.v. 163 Magnificat Lof-zang.y 110. N* 523 131. Memento Domme . . v. 306 Memento rerum

Lofzang . y. 156


ocr page 588

50.

Miserere mei

Zgt;ef/sv.23lN.

512

126.

NisiDo?uinusv

171

123.

Nisi quia Do-

minus. . v.

167

Nunc dimittis.

Lofzang. , V.

187

0 Gloriosa Vir-

ginumhofz.Y,

150

Omni die Lof

zang . . v.

531

0 quam suavis

Lofzang, y. n.

4S8

0 sacrum. Lof

zang . v. N.

437

0 salutaris.

Lofzang, v. n.

484

Panqe lingua

Lofzang, v. N.

476

41.

Queniadmodum

desiderut. v.

224

• . . N.

490

Quern terrapon-

tus. Lufz. v.

11s

124.

Qui confiduntv

167

90.

Qui habitat, v.

438

Rorate. Smeek-

zang. . v. n.

445

12/?.

Saepeexpugna-

verunt . v.

184

Saloeto centies

Lofzang. v.

538

Stabat Mater.

Lof/ang. v. N.

493

64.

Te decet hym-

nus . . v.

233

Te Dewn. Lof

zang, v. 82. n.

514

Te In cis ante

biz.

terminum. Lofzang . . . 4 4- i Veni Creator

Lofz. v. 63 k. 462 Veni S. Spiritus. Lfz. v.62n, 464 Ps. 94. Venite exulte-

mus. . v. Hfi /' 5. Verba inea. v. 20S Vexilla Regis.

Lofzang, v. N. 455 Virgo Virginum Lofzang. . v. 525 1 tiasclitijd. Qezo.ngen in den . 4 , . . 45S

Passie tijd. Gezangen

in den . . . . .455 Pinksterfeest. Gezangen voor het .

R-

Regels der Hoofd-Congregatie eu der overige ine1 haar vereenigde Congregatiën.

Algemeene... 30

Bijzondere.. ;J 9

Van den Pr eject 39

Van de Assistenten . 41

Van den Secretaris, *2

Van de Raadsleden. 43

Van den Trezorier . 44

Van den Koster . 44

Van den Portier. . 45

Van de Voorlezers . 45

Van de Zangers. 46


ocr page 589

biz.

Van den Onderrichter der Aspiranten . 4G Van den Bibliothecaris 46 Van de Ziekenbezoekers .....47

Van de overige lagere Bedienaren ... 48 Betreffende de Beraadslagingen ... 47 , „ Verkiezing. 50 „ ff Aanneming (I, Je Congregatie . 53

Roep tot een levensstaat. Gebed om dien te kennen . 423 Rozenkrans. . . . 407

s.

tuum praesi-

Snb

dium .... 72 Sacrament. Litanie van het Allerheiligste 354 Gezangen ter eere van het Allerheiligste . 407 Salveto centies.. v. 538 Stanislaus Kostka. Litanie aan den II. 427

T.

Te Deum. v. 82. n. 514 Toewijding. Akte van in de Congregatie. . 55 „ ■ 105

blz.

Aan den tweeden Patroon der Congregatie 118 Aan denJL. Aloysms 114

V.

Vesperpsalmen voor de Zon-en Feestdagen 301

W.

Water gewijd onder aanroeping van den H. Ignatius. Gebeden bij het (jebruik van het, 415

Z-

Zes Zondagen van den H. Aloysius. Gebeden vuur de. . 420 Zeven Vreugden van Maria. Oefening ter eere der . . . 404 Zeven Weeën van Ma .ria. Oefening ter eere der .... 400 Zieken. Gebed voor. 79 Ziel van Christus.

[Gebed).....33P

Zie mij hier, o goede en zoetste Jesus. Gebed met vol-hn aflaat . . . . 33V


ocr page 590
ocr page 591