ocr page 1

• % « * r i ] ( I i ini'i't'firf gt; 11 i r ; i H» ** * • * quot;quot;l

-»«tjfiii if it! I Will hi it

*m r i n t \ rittmiii n«i t »;;,V»V.Vn

i* v.-1 ^ ^ .«i*4!

f r IS to J,

t. » r « u.

. f i' tr n.

♦ 11jj«.t,fcVtu-V**k• •»VtVA*1quot;» ■ L

gt; i ï ï » 4»» « , n a t» k • » « f t . A *':« 1-« »r »_«

.» /.*«gt;• • i ï i 1.1'.

, 11) 111.11 • »»i UI t-J J * * » k *

* I ri n tnfïUüii nVAV.v .-'inuujjiniMMisntV-V,

/.Vn / • s \i V (lil] iriVAV-V«

A si-l I Mi f H Hi 11, V.k.4 ^VJ1

t 2 i t i! 1 I t 1' I • 1 *1 *'' '»J ^ s « 9 1 9 ti

f I! I! I ü Him iquot; n I n HH 11 ,.,,,i,1V7.

^ W M •-

_ i 8

• ^.quot;;;

nuini)

' ««.nm i.i11r.v.*.'i!»'-i

, I) 11; i m i jm . 'Jifti;»tiVk 1111 \ i ,v. »' '7*?^ * *

fittw WMnit pwwmh u i»»»n * wvw vu ,%\v»vv

•-» iV,.n'.HMli!»* t » »»• H : . i rV.Vv' .V.quot;; •

• i-'' ' •.n-»*.ui^i411 gt;■ ^ .

* ?ƒ i }H I V{1 if f 1 ^ H Tv*quot;* ^ * I k ^ t I 1 I I l « » k tt jr tj» .'

J *s iff/ItliHMIilri li'H! I* I» »* » »«11,««» • -.

« ■MIIIIIMlHtHMHMItnN AVquot;.'quot;' - ■ , ~ J

ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

i'

bibliotheek

r diergeneeskunde

utrecht

. ■ IL h

DE PAARDENRASSEN.

ocr page 6
ocr page 7

DOOR

E. A. L. QUADEKKER,

Kapitein-paardenarts.

II.

Russische paarden.

ERVEN B. VAN DER KAMP. — GRONINGEN. I8Q8.

RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT

2427 288 6

ocr page 8

Stoom-Handelsdrukkerij, Erven B. van der Kamp, Groningen.

ocr page 9

VOORWOORD.

Ofschoon de vraag naar Russische paarden in ons land wel niet bijzonder groot is, bestaat er toch, uit een oogpunt van fokkerij, voldoende belangstelling om over Rusland's paarden een afzonderlijke brochure uit te geven.

Daar er door Dr. L. de Snnonoff en J. de Moerder over l\ussische paarden een uitstekend werk geschreven is, heb ik gemeend niet eene vertaling van dit werk te knnnen volstaan, slechts hier en daar bijvoegende, wat na het verschijnen van bovengenoemd werk bekend is geworden.

Ik hoop, dat ook deze brochure welkom moge zijn aan Nederlandsche paardenfokkers.

De Schrijver.

Haarlem, Februari 1898.

ocr page 10
ocr page 11

RUSSISCHE PAARDEN. (*)

Algemeen overzicht.

Het keizerrijk Rusland beslaat meer dan de helft van geheel Europa- benevens een groot gedeelte van Azië. ïen noorden wordt het begrensd door de noordelijke ijszee, terwijl het daarentegen naar het zuiden zich uitstrekt tot aan de tropische gewesten. Het spreekt van zelf, dat over zoo'n uitgestrektheid het klimaat en de bodem belangrijke verschillen opleveren, gelijk ook de menschen, dieren en planten die in zoo'n groot Kijk leven, zeer varieeren.

In het koude noordelijk deel treft men slechts eskimos, ijsberen en rendieren aan, omdat zij alleen de strenge koude kunnen verdragen; daar levert de bodem niets als mos op.

In het zuidelijkste gedeelte daarentegen hebben de daar levende menschen in uiterlijk en in karakter het meest van de bewoners der tropen, en men treft er dan ook dieren en planten aan, eigen aan het warme klimaat.

Het klimaat van Rusland vertoont een sterke afwisseling van temperatuur tussehen het warme en koude jaargetijde, wat het gemeen heeft met het klimaat van alle vastelanden; ook is de lucht in Rusland betrekkelijk droog.

AVat den bodem betreft, bestaat Rusland, zoowel het gedeelte dat in Europa als dat in Azië ligt, uit groote vlakten, en het

(*) De beschrijving der Russische paarden is met toestemming van Dr. L. de Simonoff genomen uit zijn werk Les chevaux Russes.

ocr page 12

8

droge landklimaat heeft hier de zoogenaamds Steppen doen ontstaan.

Met uitzondering van een betrekkelijk klein deel, dat bebouwd is, is het overige nog een groote vlakte met maagdelijken bodem.

Het resultaat van dit klimaat en dezen bodem is een plantengroei in hoofdzaak uit éénjarige grassen. Wel bezit Rusland ook nog- uitgestrekte bosschen, doch deze vindt men alleen op de bergen of in vochtige en moerassige streken in het noorden.

Het grootste gedeelte van dit machtige Rijk is des winters met sneeuw bedekt, en des zomers begroeid met wilde kruiden, of daar, waar de mensch den bodem gecultiveerd heeft, bezaaid met graan.

De dieren die in Rusland leven, zijn geheel in overeenstemming met dezen plantengroei. In de uitgestrekte wouden treft men onder de afdeeling- zoogdieren de wilde dieren aan; op de vlakten, en deze beslaan de grootste oppervlakte, ontmoet men de graseters bij uitnemendheid, n.1. de runderen en de paarden.

Aan paarden is Rusland de rijkste staat van de wereld.

In Europeesch-Rusland zijn er niet minder dan 22 millioen, gemiddeld 26 paarden op 100 inwoners, een verhouding die men nergens ter wereld aantreft. ])e hoeveelheid paarden in Aziatisch-Rusland is eenvoudig niet te schatten, omdat de gegevens daartoe ontbreken, doch in 't algemeen neemt men aan, dat dit aantal even groot, zoo niet grooter is dan in Europeesch-lUisland.

In 1860 bedroeg het aantal Kibiikas of families van Kirg-hizen die de steppen van Siberië bewonen -JOOOOO, en daar de armste families geregeld ruim 15 a 20 paarden bezitten en de rijken er somtijds 10000 op na houden, zoo kan men ongeveer nagaan, dat alleen het aantal paarden der Kirghizen het cijfer

ocr page 13

9

van millioeneii bereikt. Bovendien zijn er in Siberië nog een groot aantal paarden van andere rassen, zonder nog te rekenen de aanzienlijke massa wilde paarden. Voegt men nu daaraan toe nog enkele lionderdduizende caucasisclie paarden, die niet begrepen zijn in bet getal opgegeven van Europeescb-Rusland, dan krijgt men een verbazend groot cijfer.

Zonder overdrijving kan men dan ook zeggen, dat Euro-peescb- en Aziatiscli-Rusland te zamen meer dan de belfL van bet geheel aantal paarden der ganscbe wereld bezitten.

Daar algemeen aangenomen wordt, dat bet tegenwoordige tamme buispaard afstamt van een oorspronkelijk wild paarden dit tebuis beboorde in de steppen van Centraal-Azië, waarvan een groot gedeelte tbans aan liusland toebeboort, zoo is Rusland dan ook de bakermat van alle paardenrassen in 't algemeen.

Tan uit Centraal-Azië zijn de paaiden verspreid geworden over Europeescb-Rusland en later over Westelijk Europa.

Op den buidigen dag beeft er nog steeds een verbuiziug van paaiden van uit Siberië naar bet Westen plaats, en wanneer binnen enkele jaren Siberië door een spoorweg aan Europa verbonden zal zijn, valt er niet aan te twijfelen of de toevloed van paarden van Siberië naar Europa zal zeer groot worden, en dit te meer omdat er werkelijk goede rassen onder zijn, zooals bet Kirgbizenpaard en de Kalmouk of Turkoman.

De paardenrassen van Rusland zijn,evenals zijn klimaat, bodem en bevolking zeer verscbillend, en bun aantal is bijzonder groot. Docb evenals men in bodem en klimaat van bet uitgestrekte rijk een algemeene overeenkomst kan aanwijzen, zoo neemt men deze ook waar bij de verscbillende paardenrassen.

Alle Russische paarden zijn inderdaad of steppenpaarden of stammen er van af, en alle bebooren tot bet licbte Oosterscbe type. Alleen de stoeterijpaarden maken bierop eene uitzondering.

ocr page 14

io

Men moet onder den naam van steppenpaarden verstaan die vrelke geboren worden in de steppen, er vrij rond leven in tahounes .(1) en Jcossiaks (2) en zich gedurende het geheele jaar, of het grootste gedeelte van het jaar voeden met het gras dat op de steppen groeit. Tot deze categorie behooren al die paarden welke men wilde paarden noemt, of die tot wilde geworden zijn door de zorgeloosheid van hun eigenaars; dan de halfwilde paarden van de nomadische stammen, zooals der Kirgiiijen, Kalmukken enz. en eindelijk de paaiden van den Don en den Caucasis.

Het meerendeel der Europeesch-Russische paarden, onder anderen de paarden der boeren, zijn paarden die niet meer tot de steppenpaarden gerekend worden, maar die er sedert korten of langen tijd van afstammen.

De paarden uit de stoeterijen vormen een afzonderlijke catégorie.

Voor verreweg het grootste meerendeel zijn dit kruisingsproducten van buitenlandsche rassen onder elkaar of met inlandsche paarden. Yele zijn een getrouw evenbeeld der buitenlandsche rassen waarvan zij afstammen, doch er zijn er ook, die ondanks hun buitenlandsche origine, door invloed van klimaat, bodem en opvoeding, een russisch cachet gekregen hebben, zoo bijvoorbeeld de Russische harddraver.

In het algemeen kan men de Russische paarden verdeelen in 5 afdeelingen, n.1. a. de wilde steppenpaarden, h. de halfwilde paarden der nomadische volksstammen, c. de steppenpaarden die niet geheel en al aan hun lot zijn overgelaten, maar eene geregelde opvoeding krijgen, cl. de koudbloedige paarden, e. de stoeterijpaarden.

(i) Een taboune is een kudde paarden, een (2) kossiak is de harem van een hengst, samengesteld uit 5 £l 20 merriën. De merriën worden door den hengst aangevoerd, beschermd en doorgaans door hem zelf gekozen.

ocr page 15

De wilde paarden.

De werkelijk wilde paarden bestaan uit den Tarpan, het ■paard van Przevalshi, en de Hémione.

Tegenwoordig komt de Tarpan alleen voor in de steppen van Siberië en van Centraal-Azië.

Tegen liet einde van de vorige eeuw echter leefden de Tar-pans niet alleen in Siberië, maar ook in de plantenrijke steppen van liet Zuid-Westen van Europeescli Rusland.

Een veertig jaar geleden kwamen er in de provincies Kherson en Tauride nog enkele exemplaren voor. Een der laatste Tarpans, die men in die streken vond, heeft men in 18G0 gevangen en deze leefde in 1884 nog.

Sedert deze steppen, eertijds ware woestenijen, meer bewoond en gecultiveerd geworden zijn, zijn de tarpans, door den menscli verjaagd, meer en meer verhuisd naar het diepste van Siberië, alwaar men ze thans nog aantreft. De Tarpan (plaat I) is klein, veel kleiner zelfs dan het meerendeel der gewone Kussische landbouwpaarden, maar hij heeft een zeer sterke constitutie.

Het hoofd is betrekkelijk groot en vleezig, met gewelfd voorhoofd, en ooren die puntig uitloopen,terwijl de oogen vol ondeugende uitdrukking zijn.

Zooals de meeste steppenpaarden heeft ook de Tarpan een hals, die, wat den vorm betreft, op een hertenhals gelijkt. Zijn overige kenmerken zijn: hooge schoft, rechte rug, een weinig

ocr page 16

12

afliellend kruis, goed ontwikkelde borst, tamelijk lange beenen, die droog, en goed gespierd, en van karde hoeven voorzien ziju.

De huidkleur is doorgaans muisvaal, onder den buik wat lichter van kleur en over den rug een aalstreep. Maant op. manen en staart, die doorgaans niet erg lang is, zijn veel donkerder van kleur en de voorbeenen zijn van af de knieën zelfs zwart. De haren zijn lang en iets golvend, in den winter langer dan des zomers.

De Tarpans leven in de steppen in „kossiaksquot;, bestaande uit meerdere meniën, die aangevoerd worden door een hengst. Zij zijn zeer wild en bij het minste gevaar nemen zij met een verbazende snelheid de vlucht. Indien men pasgeboren veulens kan vangen, gelukt het wel ze te temmen, ofschoon zij toch altijd ondeugend blijven; volwassen Tarpans echter worden niet tam.

Eigenaardig is het, dat de Tarpanhengsten een bijzondere voorliefde hebben voor gewone tamme meniën. Indien zij deze in de steppen ontmoeten, weten zij ze te bemachtigen en mede te nemen. Daar dit reeds gedurende eeuwen lang heeft plaats gehad, zoo heeft de kruising tusschen den Tarpan en het gewone tamme paard zoo menigvuldig plaats gevonden, dat het model van den thans levenden Tarpan zonder twijfel zeer veel verschilt van het oorspronkelijke type.

Het spreekt van zelf, dat de invloed van deze vermenging zich des te sterker deed gevoelen, hoe meer gewone tamme paarden er in den omtrek waren.

Vermoedelijk behooren tot deze categorie van Tarpan, zeer gewijzigd door de kruising met gewone tamme paarden, ook de laatste vertegenwoordigers van dit dier in Europeesch Rusland.

De Tarpan, die in 1866 in het Zuiden van Europeesch Rusland , in de steppen Zagradskaya, gelegen in de provincie

ocr page 17
ocr page 18

cy

yV

.

T

ocr page 19
ocr page 20

T

ocr page 21
ocr page 22
ocr page 23

Kherson, gevangen werd en beschreven is door J. X. Chatiloff, is afgebeeld op plaat II.

Deze Tarpan heeft zonder twijfel de ware trekken van den Siberische Tarpan, maar men kan toch ook niet ontkennen dat hij veel overeenkomst heeft met de Russische boerenpaarden, voornamelijk van die uit het zoogenaamde klein Rusland. Hij had een donker muisvale kleur, maar zijn linker voorbeen was van af de knie tot aan de koot lichtbruin, wat waarschijnlijk een bewijs is van afstamming van een gewoon tam paard. Deze Tarpan werd kort na zijn geboorte gevangen ; op 3-jarigen leeftijd werd hij gecastreerd eu in April 1884, op een leeftijd van .18 jaar, werd hij overgebracht naar den dierentuin te Hoscou, waar men hem photografeerde en er een gedetailleerde beschrijving van gaf. Hij werd gedresseerd als rij- en als trekpaard, maar toch bleef hij altijd kittelig en onaangenaam voor andere paarden.

Het -paard van Przevalslci/ (plaat III) is tot op heden weinig bekend. Volgens bewering der Mongolen komen groote troepen ervan voor in de steppen rondom het meer Lob-Xor, van waaruit zij zonder twijfel naar de aangrenzende gedeelten van Russisch Turkestan gaan. Dit paard is buitengewoon wild, liet is niet alleen hoogst moeilijk het levend te vangen, maar zelfs al om er dicht genoeg bij te komen om het te kunnen schieten.

De beschrijving die van dit paard bestaat is evenals de teeke-ning gemaakt naar een opgezet model, dat zich bevindt in het dierkundig museum te St. Petersburg. De kolonel Przevalsky heeft van zijn reizen in Centraal-Azië den kop en de huid van dit dier medegebracht. quot;Wat de beschrijving betreft, zal men dan ook alleen voor juist kunnen houden, wat door den persoon die het dier opzette, niet gewijzigd kon worden, zooals: het groote massieve hoofd, de lange maar wel geproportioneerde ooren, do Isabelle-kleur, op de schouders en ribben wat lichter vau kleur en ouder den buik bijna wit, maar donkerder aan

ocr page 24

14

liet onderste gedeelte der beenen. De aalstreep ontbreekt, de haren zijn lang en golvend, de maantop ontbreekt, de manen zijn kort, staan rechtop en zijn donkerbmin van kleur. De staart is sleclits aan de onderste lielft van haren voorzien, de hoeven zijn nauw. Ieder been bezit een zwilwrat.

Jsaar zijn zoölogische kenteekenen wordt hij tot de paarden gerekend, maar hij lijkt toch ook wel wat op den ezel en vooral op den hémione.

Op den laatste gelijkt hij zelfs zooveel, dat beide dieren wel beschouwd worden als te zijn variëteiten van dezelfde soort.

De hémione (plaat IV) door de Kirgliizen ei) Mongolen hhoa-lan of dgiguitai genoemd, is een dier dat staat tusschen het paard en den ezel in. Zijn extérieur herinnert geheel en al aan het paard van Przevalski, maar het heeft een aalstreep over den rug en dwarsche strepen over de beenen.

In de vorige eeuw leefden de hémionen nog in de steppen van het Zuid-Westelijk deel van Europeesch-Eusland, doch nu treft men ze slechts in Siberië en Centraal-Azië aan. In de Kirghizische steppen vindt men er vrij veel.

In de steppen van Siberië leven ook nog groote massa's wilde paarden die montzines genoemd worden. X/it zijn paarden, die, dank zij de zorgeloosheid der nomadische volken, van hun troepen wegloopen en verwilderen. Dit gebeurt dikwijls met de paarden der Kirgliizen.

De moutzines gelijken natuurlijk op gewone tamme paarden, waarvan zij dan ook afstammen. Zij onderscheiden zich daarentegen van de oorspronkelijke wilde paarden, de Tarpans, door hun extérieur en door de eigenschap van zich gemakkelijker te laten vangen.

ocr page 25
ocr page 26
ocr page 27

De halfwilde steppenpaarden der Nomadische volksstammen.

Troepen halfwilde paarden zou men, behalve jn Rusland, ook ■wel in het westen van Europa aantreffen, indien er overal maar genoeg maagdelijken grond, bedekt met gras en geschikt om te beweiden, aanwezig was.

In het begin van deze eeuw bestonden er nog in Polen, Pruisen en Hongarije. Het ware land van paarden, grootgebracht in halfwilde troepen, is altijd Rusland geweest, waarvan de onmetelijke steppen, sedert onheugelijke tijden, steeds als weide gediend hebben voor allerlei soort plantenetende dieren.

Ook in Eusland echter is deze primitieve manier van opvoeden van paarden meer en meer naar het Oosten verdrongen als een gevolg der vorderingen van den landbouw, en op dit oogenblik treft men deze wijze nog zuiver aan in de steppen der Ivirghizen en Kalniukken.

Ue paarden der Bachkirs, evenals die van den Caucasus en den Don, , behooren reeds tot de paarden der derde categorie, dat wil zeggen tot die steppen paarden, wier opvoeding reeds meer geregeld is. De Ealmukken zelf hebben tot op zekere hoogte door de nabijheid der Russen hun gewoonten veranderd, zoodat men op den huidigen dag de werkelijke primitieve wijze vaa opvoeding der paarden alleen nog aantreft bij de Xomadi-sthe Ivirghizen.

ocr page 28

i6

De halfwilde paarden der Xomadische Yolksstammen. leiden een leven, dat betrekkelijk weinig verschilt met dat der wilde paarden. Zij blijven het geheele jaar door in de open lucht, zij worden geboren en groeien op in volkomen vrijheid in de steppen, niets anders tot voedsel hebbende als het gras dat er groeit.

Zij zijn blootgesteld aan de meest grillige wisselingen der temperatuur, des zomers een verstikkende hitte, zelfs G2.5 C. bereikende in de zon, hevig warme winden, die vergezeld gaan ran een blindmakende stof, en des winters een intense koude, meermalen — 37.5 C., afgewisseld door hevige sneeuwstormen. Evenals de wilde paarden vormen zij kossiaks, samengesteld uit 15 a 20 meniën, die door éen hengst geleid en verdedigd worden.De jonge meniën, die nog geen veulen ter wereld gebracht hebben, en de ruinen weiden afzonderlijk. De ver-eeniging van eenige kossiaks geeft een taboune (troep) van meerdere honderden en zelfs meerdere duizenden stuks.

In de steppen der Kirghizen en Kalmukken is de winter doorgaans zeer streng, terwijl een massa sneeuw den grond bedekt. Gedurende dien wintertijd zijn die arme paarden, om de overblijfsels van het onder de sneeuw bedolven gras machtig te kunnen worden, genoodzaakt, met hun hoeven de sneeuw, die zij tegelijkertijd tot liet lesschen van hun dorst gebruiken, weg te krabben.

Indien er sneeuwstormen komen, dan lijden de ongelukkige dieren buitengewoon, maar hun ellende is het grootst als het wat gedooid heeft, daar de ijzel dan de sneeuw vervangt. De, natuurlijk onbeslagen, hoeven glijden op het ijs uit en kunnen het ook moeilijk stuk slaan. Is die ijsmassa dik, dan scheuren soms de hoeven. lu dien tijd begint de ware hongersnood.

In dergelijke gevallen bieden de luie Xoniadische volksstammen somtijds hulp, door het ijs stuk te slaan. Slechts weinig eigenaren hebben voldoende hooi in voorraad om hun troe-

ocr page 29

17

pen te onderhouden, liet meerendeel onder lieu Leeft in't geheel geen hooi.

Ouder zulke condities zijn de paarden aan 't eind van den winter ware geraamten geworden., en velen, vooral de jongeren, bezwijken. Zoodra de lente in 't land komt, en het eerste gras van onder de sneeuw zichtbaar is, wordt door den volksstam het kamp verlaten, en zet deze zich met paarden en vee in beweging. Men verwisselt nu van plaats naar gelang het gras verbruikt is, somtijds echter breekt men wat eerder op, zoo men betere weiden in uitzicht heeft. Het verblijf op dezelfde plaats duurt doorgaans niet langer dan drie weken, veelal minder laug.

Zulke zwerftochten duren tot de laatste dagen van den herfst. Paarden en vee bekomen dan met iederen dag. ofschoon met het ophouden van den winter hun lijden nog niet altijd geëin-digd is. Des zomers toch hebben zij dikwijls zeer te lijden van de plotselinge afwisseling van de dagwarmte met de koude van den nacht, van de heete stoffige winden, van gebrek aan drinkwater of van het slechte water, dat dikwijls zout en bitter is, van zwermen insecten en van heerschende ziekten. Het zijn vooral de veulens, die van deze moeielijke levensvoonvaarden het grootste deel krijgen. De veulenmeniën baren in de lente, in Maart, April en Mei; het grootste gedeelte van hun melk wordt gebruikt om er Kummisch *) van te maken, het voornaamste voedsel en de meest geliefkoosde drank der Xomaden.

Het quot;veulen wordt dadelijk na zijn geboorte van zijne moeder afgenomen, en alleen des nachts, na hot laatste avondmelken, wordt het er weer bijgelateu. Den geheelen dag door blijft liet veulen in de volle zon staan, zonder voedsel en vastgebonden aan een paal. Op die wijze brengt het ongelukkige dier den gan-schen zomer door. en met den herfst, als het gewoon is aan wei-

. *) Kummisch wordt bereid door paardenmelk te laten gisten Het is zeer voedzaam en geestrijk.

ocr page 30

18

den, brengt men het bij den troep en doorstaat dan ook daarmede al de ellende van den winter.

De copulatie gescliiedt gelieel en al vrij, dus zonder dat de liengst voor de menie uitgezocht wordt. Reeds lang voordat de volwassen leeftijd quot;bereikt is telen zij reeds voort; op 3-jarigen leeftijd voeren de hengsten reeds een kossiak aan en zijn demer-liën reeds moeder.

Het leven der paarden, toebehoorendei aan de Nomadische volksstammen verschilt dus weinig met dat der wilde paarden, ja feitelijk zijn de laatsten onder beter condities, althans hun veulens kunnen volop van de moedermelk genieten.

Het is geen wonder dat bij zoo'n leefwijze, als die der halfwilde paarden, menig veulen ten onder gaat, doch zij die overblijven krijgen een buitengewone taaie constitutie en weerstaan honger, vermoeienis en allerlei ontberingen. Zij krijgen een weerstandsvermogen dat zeldzaam is, maar dat dan ook hun voornaamste eigenschap is, want juist door al dat lijden zijn zij niet mooi en niet groot van stuk.

De ervaring heeft echter geleerd, dat, indien men hun levens-condities een weinig verbetert, dit reeds voldoende is om ze grooter te doen worden en ook de lichaamsvormen fraaier te krijgen, terwijl door bij de paving de keuze der hengsten wat te leiden, men zelfs zeer goede paarden er uit kan fokken, geschikt voor alle werk, maar vooral voor rijpaarden.

ocr page 31

De paarden der Kirghizen.

De Kirgliizische steppen strekken zicli uit ten Xoord-Oosteii' van de Caspiselie zee, tusschen den 55en en 4-3en graad noorderbreedte. Zij omvatten een deel van de provincie Orenburg, de provinciën Oeral, Turgai, Akmolin, Semipalatinsk en Semi-retchinsk. Op die enorme uitgestrektheid van 1.962.000 vierkante werst (2.232.75G vierk. Kilometer) wonen meer dan twee millioen Kirghizen.

Door gebrek aan water en aan bosschen, door de zanderigheid van den bodem, en de aanwezigheid van een groot aantal zout-poelen, zijn er op deze enorme uitgestrektheid van 218 millioen hectaren betrekkelijk weinig plaatsen die geschikt zijn voor een geregelde cultuur. De Kirgliizische steppen zijn, om zoo te zeggen, voorbeschikt voor de teelt van in het wild levende dieren. Er zijn ook maar weinig Kirghizen die vaste woningen hebben en zich met landbouw bezighouden, waarmede zij trouwens eerst sedert korten tijd begonnen zijn n.1. sedert Kozakken en Russische boeren zich in hunne omgeving gevestigd hebben. Het gros van het Kirghische volk is nomadisch gebleven, met halfwilde zeden. En ook zij die een vaste woonplaats gekozen hebben, zijn nog geen vaste bewoners, daar zij in hunne woningen (slechte hutten) slechts gedurende den winter verblijven, doch gedurende de rest van liet jaar met hunne kudden rondtrekken. Zij onderscheiden zich hierin van hun nomadische stamee-

ocr page 32

20

nooten, doordat zij niet zoo heel ver van hun woningen zich. verwijderen, doorgaans niet meer dan 30 a GO werst (32 a 04 Kilometer).

Van Russische kolonisten hebben zij geleerd wat meer zorg voor hun dieren te hebben, en ze gedurende den winter met wat hooi, ofschoon zelden in voldoende hoeveelheid aanwezig, te onderhouden, evenals om ze des winters een schuilplaats tegen het slechte weer te bezorgen.

])e gevestigde Kirghizen telen, behalve paarden en schapen, ook runderen, maar geen kameelen, daar zij deze voor hunne kleine tochten niet noodig hebben.

De nomadische Kirghizen houden zich uitsluitend bezig met het fokken van vee en vertegenwoordigen de meest karakteristieke type van zwervende halfwilde, nomaden, die in dezen tijd bestaan.

Al wat reeds is medegedeeld omtrent de teelt der dieren bij de nomadische volken, slaat bijzonder op deze Kirghizen. Zij tiekken door de steppen vanaf het begin van de lente tot laat in den herfst, en zelfs gedurende dei; winter blijven zij niet op dezelfde plaats.

Voor woning gebruiken zij een soort vilten tenten, door hen „kibitlcasquot; genoemd. Wanneer het noodig is, zijn deze tenten spoedig opgerold en op de „arhasquot; (wagens met massieve wielen uit één stuk hout vervaardigd) geladen, die door kameelen getrokken worden.

In den regel fokken de nomadische Kirghizen geen runderen, maar behalve paarden en schapen hebben zij kameelen die zij als lastdieren gebruiken, alsmede om hun ,,arhasquot; te transpor-teeren. Op de arhas worden de tenten geladen, benevens het huisraad en al de familieleden, welke niet te paard kunnen gaan.

Evenals de nomadische Kirghiz de representant is van de nomadische type, zoo is zijn paard het meest typisch product van de teelt van halfwilde paarden.

ocr page 33

21

Het Kirgliizisclie paard is gewoonlijk maar klein, doorgaans niet li enger dan 1.42 M., zeer sterk van constitutie, een goed geproportionneerd hoofd met oogen vol uitdruking en bewegelijke ooren, terwijl de, vorm van liet lioofd iets op dat van den kameel gelijkt.

De lials is niet lang en doordat de keelrand gewelfd is,

o o

lijkt hij op dien van het hert. De schoft is hoog, de horst niet breed maai- sterk, de rug is recht of een weinig opgebogen, de lenden breed en boog-, bet kruis een weinie- afbang-end, doch de

O' O O '

staart goed ingeplant. De beenen zijn kort, maar zeer goed ontwikkeld, droog, gespierd en zeer sterk. De hoeven zijn klein en ■vast. De baren zijn kort en fijn in den zomer, doch in den winter grof en lang; staart- en maan haren zijn dik, de robe is doorgaans licht,, isabel, roomkleurig, roodschimmel of lichte vos.

Het KirghiziVche paard is wel is waar geen fraaie verscliij-ning, maar bet kenmerkt zich door zijn kracht, vlugheid en door zijn buitengewoon weerstandsvermogen voor honger en vermoeienis. Meerdere dagen achtereen kan het zonder voedsel blijven, en legt gemakkelijk afstanden van 7Ü a 100 werst (75 a 100 Kilometer) in één dag af, per uur 8 a lü werst (8i a lOi Kilometer) tot 12 a 15 werst (13 a 16 Kilometer) makende.

Het verdraagt ieder klimaat, en kan dienst doen als rijpaard en als tuigpaard. De ontberingen en harde leefwijze, ilie het Kirghizische paard gedurende zijn gansche leven moet lijden, bezorgen het dat bewonderenswaardige weerstandsvermogen. Zijn kracht en snelheid worden ontwikkeld door de nomadische leefwijze en door de herhaalde oefeningen gedurende de strooptochten en de wedrennen.

De strooptochten worden ondernomen met een groot gezelschap en hebben ten doel, het stelen der paarden van de naburige stammen.

Het gebeurt, dat men in een dergelijk geval verplicht is een afstand van 100 werst (106 Kilometer) achtereen in galop af

ocr page 34

22

te leggen, soms zelfs nog meer, eu evenveel om weer terug te keeren met de gestolen paarden. Het meest opmerkelijk ziju echter hun wedrennen, die doorgaans bij gelegenheid van een of ander feest plaats hebben.

De afstanden die daarbij afgelegd moeten worden zijn voor Europeesche paarden buitengewoon, 25, ;quot;i0 tot 50 a GO werst (27, 32, 53 en 64 Kilometer) achtereen. Tóór het begin der cooirses kiest men de rechters, waarvan een gedeelte blijft ter plaatse waar afgereden wordt, en het andere gedeelte zich plaatst aan het einde van den af te leggen weg.

De concurreerende ruiters plaatsen zich op een rechte lijn en op een gegeven teeken rijden zij met de grootst mogelijke snelheid weg. De overwinnaars, zij die het eerst aankomen, krijgen ter belooning prijzen, waarvan de eersten dikwijls groote waarde hebben, zooals: een honderdtal paarden, een- of tweehonderd schapen, meerdere kameelen, kostbare wapenen enz. De tweede en volgende prijzen bestaan dikwijls slchts in één schaap.

Het aantal winners is niet groot, maar alle deelnemers moeten toch trachten aan het einddoel te komen of men is voor zijn geheele leven geschandvlekt. Om aan die schande te ontkomen, ziet men de familieleden der ruiters, wier paarden niet meer kunnen, die paarden aan een touw voorttrekken, totdat het einddoel bereikt is.

Mén kan het aantal Kirghizische paarden zelfs niet bij benadering schatten, maar er moeten er meerdere millioenen zijn, wat tengevolge heeft, dat de paarden der Kirghizen niet alleen om hun qualiteit, maar ook om hun quantiteit de aandacht trekken. De administratie der staatsstoeterijen begrijpt het belang er van en doei alle moeite om het ras te verbeteren, waardoor in de toekomst een rijke bron voor de paardenfokkerij niet alleen voor Rusland, maar voor geheel Europa zou kunnen ontstaan.

ocr page 35

23

Jaarlijks wordt een aanzienlijk aantal Kirghmsclie paarden voor de cavalerie-remonte gekocht, vooral voor de kozakken van ()renburg en Oeral; velen gaan ook naar de provincie Samara en Saratow. Men verkoopt ze ook op de markten in de provincie Simbirsk, en de zuidelijke districten der provinciën Wjatka en Perm, evenals te Ilostow a/d. Don en in de provincie Tauride.

ocr page 36

Het paard der Kalmukken.

De Kalmukken zijn evenals de Kirgliizeu van Mongoolsclie origine en leiden een zelfde nomadische leefwijze. Zij komen uit Mongolië, dat, zooals bekend is, gelegen is ten noorden vau liet keizerrijk China en grenzende aan Siberië. Hun voorvaderen zijn ongeveer in de ITe eeuw begonnen met naar Kusland te verhuizen. Zij zijn van af de Djoungarie naar het westen getrokken. De hoofdmassa dezer Kalmukken eindigde den tocht, toen zij in de steppen aangeland waren. Deze steppen zijn naar deze Mongolen genoemd en liggen ten noorden van de Kaspische zee tusschen de Wolga en de Oeral.

Een ander minder talrijk gedeelte van deze nomaden trok naar de dalen van het Altai-gebergte en heeft zich daar gevestigd.

Alleen die paarden, welke aangetroffen worden in de steppen tusschen de Wolga en de Oeral, noemt men Kalmuksche paarden. Wat de paarden betreft der Kalmukken van het Altai-gebergte, ofschoon van denzelfden oorsprong, zijn deze zoodanig veranderd, als gevolg van den bergachtigen bodem en de geheel andere leefwijze, dat zij thans een afzonderlijk ras vormen, n.1. het Alt ai-ras.

De Kalmuksche paarden, n.1. die welke de Kalmuksche steppen bewonen, leiden eenzelfde primitief leven als de paarden der Kirghizen en met deze vertegenwoordigen zij het ware type der nomadische steppenpaarden.

ocr page 37
ocr page 38
ocr page 39

quot;Dank zij echter de aanraking en meer intieme omgang der Kaïnrakken met de Russen, valt reeds eenige verbetering waar te nemen in de wijze van opvoeding der paarden, voornamelijk bestaande in bet toedienen van booi gedurende den winter, en in bet opricbten van scbuilplaatsen tegen de koude en bet slecbte weêr, ja zelfs ook reeds in de keuze der hengsten voor de copulatie. .Men meene echter niet dat zij hierin reeds groote veranderngen aangebracht hebben. () neen, alles is als 't ware nog in een ontwikkelings-stadium en wordt doorgaans alleen toegepast door de rijke eigenaren.

Het Kalmuksche paard ziet er even weinig fraai uit als het Kirghiziscbe. In den regel zijn zij grooier, 1.47 Al. tot 1.52 M. somtijds tot 1.56 M. Zij kenmerken zich door een lang hoofd, dat zelfs zwaarder en meer vleezig is dan dat der Kirghiziscbe paarden. De onderkaak is zeer sterk ontwikkeld. Het dier bezit overigens een paar oogen vol uitdrukking. De hals is evenals van alle steppenpaarden een zoogenaamde herteubals, dé rug is recht en het kruis wat minder schuin dan van het Kirghiziscbe paard, de staart goed ingeplant. De beenen zijn sterk, met buitengewoon goed ontwikkelde spieren en pezen, en harde vaste hoeven. De dekbaren zijn kort, de kleur meestal licht; dikwijls treft men lichte vossen aan, doch slechts zelden donkere.

Wat kracht, snelheid en volharding betreft, evenaren zij de Kirghiziscbe paarden; evenals deze kunnen zij achtereen 100 Werst (106 kilometer) en zelfs meer afleggen zonder voedsel te behoeven. Men treft onder de Kalmuksche paarden veel telgangers aan.

Een der nadeelen van het Kalmuksche paard is zijn laatrijp-heid; eerst op 5 a 6-jarigen leeftijd zijn zij volwassen.

De Kalmukken zijn excellente ruiters en de wedrennen over groote afstanden zijn bij hen evenzeer in aanzien als bij de Kirghizen.

ocr page 40

26

Het aantal bestaande Kalmuksclie paarden is zeker niet minder dan een half millioen.

Kalmuksclie paarden worden hoofdzakelijk verknclit m de provinciën Astrakan en Saratow, en op liet grondgebied van liet Donsche leger. Ook op de markten der provinciën Kherson, PoTtava, Podolie en van liet zuid-westen van Europeesch Rusland. ja soms op de Poolsclie markten (zooals op de markt te Jarki in de provincie Petrokow) worden ook Kalmuksclie paarden aangevoerd.

De paarden van het Altm-ras worden gefokt in de dalen van het gebergte Altai. In hun extérieur gelijken zij op de paarden der Kirghizen, maar zij wijken er van af door hun taille, daar zij grooter zijn; door hun geraamte, daar zij breeder en meer ontwikkeld zijn. en door hun buitengewoon ijzersterke hoeven.

De paarden, van dit ras zijn niet geschikt als rijpaarden evenmin als trekpaard, maar zij zijn bewonderenswaardig goed geschikt voor het werk waarvoor zij dienen moeten, n.1. het op den rug vervoeren van allerlei koopwaar, waarmede zij door het gebergte trekken. Geen enkel ras van paarden kan hen daarin evenaren. Gedurende het gansche jaar, ondanks het slechtste weêr, maken zij lange reizen over het gebergte, beladen met een gewicht van 8, 9 a 10 puds {\'è\ a\§A kilogram'). Zij voeden zich gedurende zoo'n reis uitsluitend met het weinige gras wat zij op hun weg ontmoeten en wat zij zelfs des winters nog onder de sneeuw moeten weghalen. Men vervoert op die ^ ij ze de koopwaren naar Yarkoutsk, naar Sredne-Kolynosk, Xye-Kolynosk, Okhotsk en Kamtchatka. Het is onmogelijk oin deze wegen met rijtuigen of sleden te passeeren. alleen lastdieren kunnen deze wegen volgen. Muildieren bestaan er niet en kameelen zijn voor dit werk in de bergen niet geschikt; een arbeid die door de Altai-paarden met geduld en makheid verricht wordt.

ocr page 41

De Steppenpaarden die op een meer regelmatige wijze gefokt worden.

De overgang naar een meer geregelde fokkerij bestaat hoofdzakelijk hierin, dat men de paarden niet meer geheel aan zich zelf overlaat. Men Ik3waakt ze, men maakt voor hen schuilplaatsen tegen koude en slecht weêr, men geeft ze des winters voedsel, men let meer op de copulaties, en gebruikt voor het dekken dikwijls hengsten uit de particuliere of staatsstoeterijem zoo deze althans in den omtrek aanwezig zijn.

Tot deze categorie van paarden rekent men de paarden der Bachkirs, de paarden der kozakken van de Oeral en den T)on, het grootste gedeelte der Kaukasischc paarden, het Xogaische paard en de paarden der Aziatische streken, die gedurende de laatste helft van deze eeuw met Rusland vereenigd zijn, n.1. Turkmenie, Boukharie en Khirwa.

ocr page 42

De paarden der Bachkirs.

De Bachkirs zijn van finsclie en mongoolsclie origine, liun Godsdienst is mohamedaanseli. Ten getale van 3Ö00Ü0 leven zij in de vijf aan elkander grenzende provincies van liet ^oord-Oosten van Europeescli Rusland, n.1. in de provincies A\ jatka,

Perm, Samara, Unfa en Orenburg.

De streek door ken. bewoond is ten deele bergacktig, ten deele vlak land. Over 't algemeen is liet land vruclitbaar, en men vindt er niet alleen zeer goede weiden, maar ook uitstekenden grond voor den landbouw. Dank zij dezen bodem zijn de Bachkirs, oorspronkelijk nomaden, gaandeweg getransformeerd in een volk met een vaste woonplaats ; het zijn landbouwers geworden.

Van hun oude gewoonten hebben zij slechts hun jaarlijksclie

reizen met huii paarden en vee overgehouden. Gedurende den zomer, van midden Juni tot September trekkeii zij uit, doch verwijderen zich niet ver meer van hun woonplaats.

Deze leefwijze heeft grooten invloed gehad op de paarden der Bachkirs. Zij hebben dientengevolge het karakter van halfwild steppenpaard verloren en naderen meer het type der land-bouwpaarden, meer geschikt om te trekken dan om te dragen, veel gelijkende op de paarden der Eussisch© boeren, die feitelijk

ook uit de steppen afkomstig zijn.

De paarden der Bachkirs zijn ook van finsche en mongool-

ocr page 43
ocr page 44
ocr page 45

29

sclie origine, meer of minder vermengd met liet bloed dei Ivirghizische paarden, die in Imn nabijheid wonen.

De baclikirpaarden zijn ecliter meer lymphatiscb, liebben grooter geraamte. Het boofd is grooter en rechter in zijn pro-fiellijn, de oogen minder levendig, de ooren zijn groot en waggelen met iedere beweging van liet boofd op en neer. De bals is lang en beter van model dan bij de Kirgbizen, de borst is breed, de rug een weinig lang, de beenen zeer sterk en de boeven vast. De baren en de kleur zijn gelijk aan die der Kirgbizisclie paarden. De grootte varieert tusscben 1.42 M. en 1.50 M. Zij zijn mak en flegmatisch van karakter.

Zij verdragen even goed als de Kirgbizen vermoeienissen en sterke wisselingen van temperatuur en klimaat. De baclikirpaarden, welke gefokt zijn in de bergachtige streek, zijn doorgaans kleiner en korter dan die, welke op de vlakten gefokt worden.

Men berekent, dat er ongeveer zeshonderdduizend bachkir-paarden bestaan.

De baclikirpaarden worden ook gebmikt om de kozakkeu van den Oeral en den Don te remonteeren. Zij worden te koop geboden op dezelfde markten als de Kirgbizisclie paarden.

ocr page 46

De paarden der Kozakken van den Oeral.

])e Kozakken van den Oeral wonen langs de rivier de Oeral, aan de eene zijde tot buren hebbende de Bachkirs aan de andere de Kirghizen, en als gevolg biervan zijn bun paarden een gemengd ras, bestaande uit bet bloed der Bacbkirs en der Kirgbi-zen. Zonder twijfel zijn bun paarden ontstaan door kruising dezer twee rassen, maar dank zij de betere zorgen, bebben zij fraaiere voren gekregen. Het boofd bunner paarden is dan ook fijner dan dat der Bacbkirs, zij bebben wel is waar een berten-bals, maar deze is tocb langer dan die der Kirgbizen. Het kruis is maar weinig scbuin, de borst en de gebeele romp is fraai geproportioneerd, de ledematen zijn droog, gespierd en voorzien van sterke boeven. De gemiddelde taille is 1.45 M. Zij bebben een groot weerstandsvermogen en zijn zeer snel.

ocr page 47

De paarden van den Don.

De vruchtbare steppen der Dousclie Kozakken strekken zich uit langs de oevers der rivier de Don en langs hare zijtakken. Sedert eeuwen hebben deze steppen tot weiden gediend voor zeer talrijke troepen paarden, waaronder, nog in het begin van deze eeuw, het geheel en al wilde paard, de tarpan, aangetroffen werd. Het Donsche paardenras is het product van een vennen-ging van verschillende soorten, even gevarieerd als de Donsche Kozak zelf.

Buiten beschouwing latende de lang verleden tijden der Sarmaten, Hunnen, Petchenégen, Avaren, Polowtzys enz. en alleen nagaande een minder ver verwijderd tijdstip, dan zien wij dat drie honderd jaar en zelfs minder nog vóór onze tijdrekening iiit alle hoeken van liusland en aangrenzende landen, avonturiers naar den Don stroomden. Er kwamen Russen, Kozakken uit Klein-liusland. Polen, Bohemers, Hongaren, Joden, Tartaren, Kalmukken enz. Al deze lieden kwamen er om te leven van oorlog en strooperij, en brachten paarden mede, die zij voor hunne strooptochten noodig hadden.

Ook vielen hun een groot aantal paarden, soms zelfs geheele kudden in handen als buit der oorlogen tegen de Turken en de volkeren van den Kaukasus. Zeer waarschijnlijk is het dus, dat tot vorming van het Donsche paardenras zeer verschillende elementen gediend hebben, maar toch moet het bloed der aim-grenzende rassen, n.1. der paarden van den Kaukasus en der

ocr page 48

32

Kalmukken predomineeren. Het Dousche paard is niet groot van taille, 1.47 a 1.56 M. Het lieeft een droog lioofd, zeer dikwijls ramslioofd, met bewegelijke ooren en kleine oogen. l)e lials is meestal een verkeerde, de sclioft is hoog en goed van lengte, de niet lange rug is recht ot' een weinig convex, sterke lenden, en een lang, breed en slechts weinig afhellend kruis, met een goed ingeplanten staart. De borst is niet breed, maar goed gevormd en diep, de ribben voldoende gewelfd, de buik meestal wat opgetrokken. De beenen zijn lang, droog en solied en zeer kenmerkend voor bet ras, daar de broek en de achter-beenen over bun geheel lang, de laatste ook rechter zijn dan bij de andere Oostersche paarden. De onderarmen der voorbeenen zijn eveneens lang, doch de voorknieën een weinig vlak, de hoeven klein en sterk. De gangen zijn ruim en vrij. Doorgaans zijn deze paarden in 't bezit van een langen dikken staart, en dikke maar korte manen. De meest voorkomende robe is licht of donker vos, lichtbruin, donkerbruin, schimmel en slechts zelden zwart.

Mooi is het Donsche paard niet, maar het is taai en snel. Wel is waar is bet op kleine afstanden minder snel dan hetEn-gelsche volbloedpaard (het kan den afstand van C.4 kilometer met een ruiter van 65.5 kilogram afleggen in 9 minuten, wat het Engelsche volbloedpaard in 8 minuten kan) maar op groote afstanden van 16 tot 32 kilometer loopt het Donsche paard met meer gemak en minder vermoeidheid dan het Engelsche volbloed. Zijn gewone snelheid in stap is 6-4 a 7-5 kilometer per uur.

Het Donsche paard galoppeert best, maar leent zich minder goed tot een regelmatigen draf. Hindernissen springt bet met e-emak en het kent s'een vrees. Het heeft een vast karakter,

O quot;

doch is prikkelbaar en wantrouwend.

Deze beschrijving geldt het oude Donsche paard, dat echter door de voortdurende kruisingen meer en meer zeldzaam wordt.

ocr page 49
ocr page 50

I

■

ocr page 51

33

In den laatsten tijd doemt een nieuw ras op, dat men liet „ver-het er de Dorische rasquot; noemt en dat ontstaan is uit de kruising van paarden van liet oude ras met de paarden uit de stoeterijen, in 't bijzonder van die van den Graaf -T. J. Platoll, van generaal Martinoff en van D. T. Hovaiski.

Dit verbeterde paard is grooter, fraaier en meer elegant dan liet oude Donsclie paard, maar het heeft misschien minder weerstandsvermogen.

In 1882 kwamen op het grondgebied van het Donsche leger 426342 paarden voor. Jaarlijks brengt men een zekere hoeveel-heidheid Donsche paarden op de markten der provincies Astrtb-kan, Sara tow, \ oronège, Koursk, Kharkow, Poltava, Tauride, Catlierinoslaw, Kherson, Bessarabie, der provincies in het Zuid-Westen van Europeesch Eusland en Kussisch Polen. Men exporteert ze ook naar het buitenland, naar Oostenrijk-Hon-garije, Pruissen en de Balkanstaten.

3

ocr page 52

De Nogaïsche paarden of de paarden der Tartaren van de Krim.

In de provincie Taunde vindt men op den huidigen dag nog representanten van dit ras, dat eertijds zoo beroemd was. De oorsprong van dit ras wordt gezocht in de vereeniging van liet Tartaarsclie paard met liet Abkhax-paard (Kaukasus) en later met de paarden uit de Ukraine en Polen.

Het zijn mooie paarden van een gemiddelde taille, 1.47 M., doch. er zijn er ook die veel kleiner zijn. Zij zijn fijn van vorm, maar goed geproportioneerd en sterk, niet een klein edel hoofd en wat hertenhals. De borst is goed ontwikkeld, de schoft hoog, het kruis bijna recht met een hoog ingeplanten staart. De beenen zijn fijn maar gespierd, de hoeven hard en zeer weerstandbiedend. Hun gangen zijn aangenaam en velen onder hen zijn excellente dravers, terwijl zij tegelijkertijd vlug en taai zijn.

ocr page 53

De Kaukasische paarden.

Alleen in het Xoor(lelijk gedeelte van Kankasie, grenzende aan het grondgebied van den Don en aan de Kalmuksche steppen, vindt men steppen. Al het overige gedeelte van den Kau-kasus is bedekt niet hergen. De meeste der Kaukasische paarden zijn bijgevolg bergpaarden. Zij worden gerangschikt onder de steppenpaarden, omdat de wijze waarop zij geteeld worden, dezelfde is, n.1. in tabounes of kudden, het grootste gedeelte van hun leven in de open lucht doorbrengende, en zich in hoofdzaak voedende met het gras dat zij onder hun hoeven vinden.

Het eenige verschil is, dat zij niet in de laagvlakten weiden, maar op de hoogvlakten der bergen, of in de valleien. Dit verschil is echter voldoende om in hun vormen en karakter eiffen-

o

aardigheden te doen ontstaan, die hen voldoende onderscheiden van de ware steppenpaarden, waarop zij toch eenigszins gelijken en waarvan zij in ieder geval afkomstig zijn.

Er is slechts één ras van Kaukasische paarden, dat door zijn uitwendige zoowel als inwendige eigenschappen een geheel afzonderlijk ras vormt, en dat is het „Karabayhe rasquot;.

Alle andere Kaukasische rassen gelijken zoo op elkaar, dat het zelfs voor een kenner moeielijk is om ze uit elkander te herkennen. De oorzaak hiervan is. dat, met uitzondering van

___ O

het Karabaghe ras, geen enkel Kaukasisch ras zuiver gebleven

is, als een gevolg van aanhoudende kruisingen met naburige

0 Ö

rassen.

ocr page 54

36

Het Karabaghe ras heeft groot© overeenkomst met het edele ras uit Arahië en l'erzië, waaruit het naar alle waarschijnlijkheid dan ook wel ontsproten is. Men meent algemeen dat het Karabaghe ras ontstaan is uit eene kruising van Arabische en Perzische met Turcomansche paarden. Het ras draagt den naam naar het khanaat Karabaghe, dat weleer gelegen was o]) de Zuidelijke helling der Kaukasische bergen, tuwchen de rivieren de Koura en de Arakse; thans maakt dit grondgebied deel uit van de provincie Bakou. De Khans hielden het ras in zijn oorspronkelijke reinheid zelfs na de annexatie door Rusland De inval der Perzen in de provincie Bakou in 1826 bracht er echter groote verwoestingen onder aan. Een groot aantal tabounes, waaronder ook tie beste fokhengsten, werden medegevoerd naar Perzië. \ a deze catastrophe heeft men met meer of minder succes getracht het Karabghe ras te herstellen,■ vooral in de stoeterijen van Prins Madatoff heeft men er veel moeite voor gedaan, maar ondanks dat heeft men het ras niet kunnen terugbrengen tot den staat waarin het verkeerde vóór dien oorlog. Xa den dood van Prins Madatoff werd een gedeelte der stoeterijen verwaarloosd, een ander gedeelte overgebracht naar de provincie Kharkow, en de rest werd in J So Li aan T\ . D. Hovaiski voor zijn stoeterij aan den Don verkocht.

Uit dit alles is het duidelijk, waarom men heden ten dage slechts zoo weinig paarden van het Karabaghe ras vindt.

Eenige jaren geleden zeide men dat de besten te vinden waren in de stoeterij van Djafor—Kouli—Khan.

De plaatselijke toestanden zijn anders zóó goed geschikt tot het fokken van paarden, dat een weinig goede wil voldoende zou zijn om dit uitstekende ras weer te herstellen, en dit zou des te gemakkelijker zijn, daar dit gedeelte van Kaukasie juist grenst aan de Perzische streken, die rijk zijn aan fraaie paarden.

Evenals de Perzische en Arabische paarden is het Karabaghe paard klein van taille, zelden meer dan ] .47 M. Het

f

ocr page 55

37

lijkt ook door zijn constitutie op de Perzische en Arabisclie paarden. Het lieeft evenals deze droge vormen, fijne maar sterke beenderen, goed ontwikkelde spieren, fijne en doorsoliij-nende liuid, en zacht, zijdeachtig haar. Schedel en voorhoofd zijn zeer ontwikkeld, raondspleet klein, de oogen zijn groot en. levendig, de ooien middelmatig lang en staan ver van elkaar af. De hals is goed gebogen, eer kort dan lang, het lichaam is niet lang, de schoft is hoog, de mg gewoonlijk recht en door zeer sterke lenden aan het kruis bevestigd. De beenen zijn droog en sterk als dat van liet Arabische paard, doch de stand is somtijds voor en achter wat bodemwijd. De hoeven zijn sterk met hooge, soms wat nauwe, drachten.

De typische kleur is licht-goud- of citroenvos, met kastanjebruine maan- en staartharen. Er zijn echter ook Isabellen, schimmels en witten. Het temperament van het Karabaghe paard is nerveus maar énergiek, de gangen zijn vrij en ruim, alle bewegingen zijn best en gracieus.

De paarden der andere Kaukasische rassen gelijken onderling veel op elkaar, evenals op hun buren, de steppeiipaarden. Hun. oorsprong is onbekend, doch er is reden om te gelooven, dat zij uit diverse kruisingen ontstaan zijn, ja er zijn zelfs eenige indices die er op wijzen, dat zij ook eenige verwantschap hel)-ben met de Arabische en Perzische paarden.

In den regel worden al deze rassen aangeduid met den naam van „Circassischequot; paarden. Hun gemiddelde taille is 1.42 M., eer minder dan meer. Zij hebben een droog hoofd, maar een weinig ramshoofd, geen langen maar veelal hertenhals, een korten rug, breede borst, recht of weinig schuin kruis, droge en gespierde beenen, zeer sterke hoeven, doch dikwijls klemhoeven. De robe varieert zeer, vos, kershruin, kastanjebruin, schimmel en wit.

De Circassische paarden zijn sterk, levendig, vol vuur, taai, sterk op de beenen en voorzichtig. Zonder ongelukken beklim-

ocr page 56

38

men zij bergen langs paden, onbegaanbaar voor andere paarden.

Hun instinct is zoo schrander, dat zij nooit verdwalen, zelfs niet in den donkersten naclit, indien de ruiter Imn slechts volkomen vrij laat gaan. Zij zijn even taai als de paarden der Kirsrhizen en Kalmukken en kunnen ook ieder klimaat ver-dragen.

Onder de Circassische paarden zijn die van Kabarda, de A'a-hardasche paarden, de beste ; zij zijn wat grooter van taille dan de andere Circassische rassen, gewoonlijk 1.44 M. Dan heeft men nog de rassen: Lezghine, Ahhhare en Georgische, die slechts weinig van de anderen verschillen.

De Xaukasische paarden zijn zeer gezocht door de Donsche kozakken die er jaarlijks groote hoeveelheden van koopen. Men koopt ze op de markten der provincies Tauride, Catheri-noslaw, Kherson, Poltava, Kiew en Podolie, en zeldzamer op de markten der provincies quot;Woronèsj en Saratow.

ocr page 57
ocr page 58
ocr page 59

Paarden der provincies, grenzende aan Siberië,

Hieronder verstaat men de Turcoinansclie paarden, de paarden van Bonkhara en van Ivhira, die over 't algemeen op elkander gelijken. Het land dat zij bewonen en de wijze van fokkerij herinneren onder veel opzichten aan Arabië en het fokken van Arabische paarden. Van den anderen kant is het zeker dat bun bloed dikwijls vermengd is niet dat van Arabische en Perzische paarden. Het is dus niet te verwonderen, dat zij veel gelijkenis hebben met. deze edele rassen, hetzelfde droge en hoekige lichaam, voorzien van spieren en pezen die sterk zijn. Het fraaie, goed gevormde, hoofd, in het voorhoofd een weinig gewelfd, beeft groote levendige oogen, maar doorgaans te lange ooren. ])e opgelichte, goed ingeplante hals, gaat over in een flinke schoft, waarachter een rechten, sterken nig. Het kruis is lang, soms wat hoekig, maar de staart goed ingeplant.

De boenen zijn droog en goed ontwikkeld, maar in vergelijking wat langer dan die der Arabische paarden, de kooten zijn dikwijls wat lang en voorzien van kleine vetlokken. De hoeven zijn klein maar sterk. Het geheel is wat grover en minder mooi dan dat der Arabische paarden, maar daar tegenover staat dat zij grooter zijn.

De kleuren zijn als die der Arabische paarden, doch men vindt er ook verscheidene tijgerkleurige onder. Plaat VIII geeft een beeld van een Turcomansch paard van ïeké, genomen naar een photografie. Men noemt het ook wel een-

ocr page 60

4°

voudig Téké-ras en lu't kenmerkt zicli door zijne korte manen en groote taille, gewoonlijk 1.G0 M.

Zelfs niet bij benadering is te schatten liet aantal paarden dat in deze streken gefokt wordt, want daaromtrent bestaan geen statistieke gegevens, doch vermoedelijk zijn er eenigehon-derdduizenden.

Ongetwijfeld leveren deze paarden een excellente bron voor de vorming en verbetering der rijpaardenrassen, te meer daar zij zich kenmerken door een qnaliteit, die aan de meeste andere steppenpaarden ontbreekt, n.1. de groote taille.

De kozakken-officier 1). Peclikoff heeft door zijn reis van eenige jaren geleden meer de aandacht doen vestigen op het ras, dat gefokt wordt door de Kozakken van den Amur.

Gezeten op een der paarden uit dit ras, heeft deze officier de reis van St. Petersburg naar 151 ago veste hen st in 193 dagen afgelegd, een afstand van 8838 kilometer.

Xa de reis is het paard volkomen gaaf gebleven. Volgens Pechkoff worden dergelijke paarden gefokt door de Kozakken van den Amur en grootgebracht in tabouues van 10 a 20 stuks. Vermoedelijk zijn zij na verwant aan de paarden der Mandchoun (de Mandchoun wonen in het noordelijk gedeelte van China, gescheiden van Siberië door de rivier de Amur) waarop zij door hun extérieur gelijken. Ook hebben zij veel overeenkomst met de paarden der Baclikirs, die in de bergachtige streken gefokt worden.

ocr page 61

De koudbloedigen.

Tot deze categorie beliooren alle paarden die gefokt worden voor de landhuislioudelijke behoeften. Zij onderscheiden zich Tan de drie voorgaande categorieën steppenpaarden, doordat zij meer liet type van trekpaarden hebben, terwijl He steppenpaarden in hoofdzaak rijpaarden zijn.

De paardenrassen, behoorende tot deze afdeeling, zijn ontstaan nit meer verscliillende elementen, terwijl zij ook onder meer afwijkende condities gefokt zijn dan de steppenrassen, redenen waarom zij veel meer verschillen toonen. Van de 22 mil-lioen paarden in Europeesch Rusland, behooren bijna 1!J mil-lioen tot deze koudbloedige. Doch ondanks dit groote getal zijn er slechts weinige die als gevolg van een bepaalde, lang genoeg volgehouden fokmethode afzonderlijke, kenmerkende rassen vormen. De rest, dat wil zeggen het grootste gedeelte, is bekend onder den algemeenen naam van : boerenpaarden, en geeft een gelieel zoo weinig overeenkomend eu zoo verschillend, dat bet bijna onmogelijk is zich er in te orienteeren.

De rassen die eenigszins een kenmerkend koudbloedig type hebben, zijn: de bitjoegs, de paarden van Wjatha en Ohva, de paarden van Mezen, de Estlandsche Meppers, de Finsche paarden en de Jmouds paarden.

ocr page 62

De Bitjoegs.

])e bitioegpaavclen dragen liun naam naar ilo liviov I^itjoeg, die liet district Bobrow doorstroomt, welk district gelegen is in de provincie Wbronesj. Zij zijn ontstaan, in het begin dei vorige eeuw, uit eene kruising van Xederlandsclie hengsten, die door Peter de Groote van uit ons land naar Eusland gezonden waren, en uit inlandsche merriën.

Later, na de stichting van de stoeterij Khrenovoyé, is dit ras verbeterd door het bloed van den Oiiowdraver. Sedert dien tijd is het bitjoeg ras niet alleen in particuliere en Staatsstoe-terijen gefokt geworden, maar ook hoofdzakelijk door de boeren dei' provinciën AVoronesj en Tambow. Zoolang deze provincies groote plantenrijke weiden bezaten, was het ras zeer voorspoedig, maar sedert het grootste gedeelte der weilanden omgevormd geworden is in bouwgrond, worden de bitjoegpaarden kleiner en kleiner, en verliezen zichtbaar hun karakteristiek type, wat dan ook de oorzaak is dat men op den huidigen dag de ware bitjoegpaarden alleen nog vinden kan in de stoeterijen of bij de rijke boeren.

Het dorp Choiivdska, in de provincie Worouesj, is onder anderen beroemd door zijn bitjoegs.

De bitjoeg is het eenige Russische paard voor zwaar trek-werk; zijn taille is 1.00 M. a 1.70 M., het heeft een sterk» constitutie en is goed geproportioneerd. De borst is breed, de geheele romp zwaar, de rug wat lang maar sterk, bet kruis

ocr page 63
ocr page 64

,

I

m a

§• s

co»p

^ w

lt; w »

sr,

c ^ 63

B ^ W

JC quot;C

=

2 g-i

•C 3 V-- • ft

O ?

ocr page 65

43

rond of een weinig afliellend, somtijds gespleten. Het hoofd is middelmatig groot, veelal ramskop en voorzien van groote oogen. De hals is massief, vleezig, niet te kort en wordt voldoende hoog gedragen. De manen, staart en vetlokken zijn lang. De sterke en gespierde beenen hebben korte kooten, de hoeven zijn zeer sterk. De kleur is : bont, roodschimmel, schimmel, bruin, vos of zwart. De bitjoegs zijn sterk, energiek in het werk en hebben een groot weerstandsvermogen, daarbij een zacht en gehoorzaam karakter. De gangen zijn ruim en regelmatig, velen hebben zelfs een excellenten draf, waardoor men ze dan ook niet alleen voor zwaar trekwerk gebruikt, maar ook voor lichtere trekdiensten, zooals bijvoorbeeld voor rijtuigpaard.

Ondanks zijn groote kracht (hij trekt 2500 a 3200 kilogr. en meer) is de bitjoe|g niet zoo zwaar als andere koudbloedige rassen, wat voor de niet bestrate wegen in Rusland een groot voordeel is. De bitjoeg heeft een opgewekt humeur en vluggen stap, wat maakt, dat al deze eigenschappen hem voor Rusland zeer geschikt doen zijn.

Bovendien zijn kruisingen met andere koudbloedige rassen niet meegevallen, althans met de Percherons en de Clydesda-lers. Men beproeft het nu weer met de Ardenner en de lioulon-nees.

Dr. de Simonoff zegt, dat men zicli in Rusland moest houden aan het spreekwoord, ,,het goede niet te verliezen door naar het betere te zoekenquot; en het daarom beter was het goed en deugdelijk bevonden eigen ras, dat door verwaarloozing aan het verdwijnen is, te trachten te verbeteren, dan vreemde rassen in Rusland te brengen, wat altijd een gewaagde en dure geschiedenis is.

De in 1891 te Petersburg gehouden tentoonstelling heeft aangetoond, dat de pogingen tot verbetering der bitjoegs, door kruising met Percherons en Clydesdaler, niet gelukkig geweest waren. De paardenkenners vonden zelfs de bekroonde

ocr page 66

44

kruisingsproducten te zwaar, met weinig harmonie en over liun geheel vrij leelijk.

Om tot een goed resultaat te komen, zegt Ur. de Simon off, dient men een ras te kiezen, dat meer gelijkt en ook meer verwant is aan liet bitjoegras. De afgetreden directeur der Staats-stoeterijen, de Graaf J. J. Yorontzow-Daclikow, was begonnen met te trachten de bitjoegs te verbeteren door kruising met Deensche paarden. Hij heeft uit Denemarken hengsten ingevoerd, die, wat bouw en vormen betreft, veel op de bitjoegs gelijken. Daar nu beweerd wordt dat er onder de voorouders der bitjoegs ook Deensche hengsten waren, en in de Orlowdravers ook nog Deensch bloed zit, zoo lijkt het niet zoo vreemd, dat Denen en Bitjoegs wel iets op elkaar gelijken.

De bitjoegs worden op dezelfde maakten verkocht als de dravers uit de stoeterijen.

ocr page 67

De paarden van Wjatka en Obva-

De naam Wjatha's geeft men aan die kleine, sterke, intelligente en volhardende paarden, die men fokt langs de oevers der rivieren Kama en Obva in de provinciën Wjatka, Perm en in liet noordelijk gedeelte der provincie Kazan.

Dit ras is het product van een kruising der inlandsche paarden met de Estlandsche kleppers, die onder de regeering van Alexis Mikhaïlowitch en Peter de Groote daarheen gebracht ■werden. Later is ook het bloed der Finsche paarden er bijgekomen.

De Wjatka's, een gemiddelde taille hebbende van 1.42 M., zijn sterk en goed geproportioneerd, hun beenen en hoeven zijn zeer solied, hun extérieur is tamelijk fraai, hun karakter zacht en gehoorzaam, hun gangen snel.

De TV jatka s die gefokt worden langs de oevers der rivier Obva, worden genoemd Ohvinka's en die uit de provincie Kazan KazanTca's. De beste zijn de Ohvinka's, die ook grooter zijn, daarentegen zijn de Kazanka's kleiner, n.1 1.25 M. a 1.35 M.

ocr page 68

De paarden van Mézen.

De prins Galitzine, die in 1711 naar Pinéga, een stad m de provincie Areliangel, verbannen werd, verplaatste daarheen zijn stoeterij uit de environs van Moseou. De hoeren die langs de rivieren Pinéga en M ózen woonden, maakten %oor limine in-landsclie nierriën gebruik van de hengsten uit die stoeterij, en daardoor ontstond een ras van paarden bekend onder den naam van het Mézensche ras.

Er zijn echter hippologen die beweren dat dit ras in hoofdzaak ontstaan is uit Deensclie hengsten, die in 1TG8 op last van Keizerin Catherina II naar de provincie Archangel gezonden werden.

De Mézensche paarden hadden een middelmatige taille (on-geveer 1.50 M.) en kenmerkten zich door hun robuste constitutie en goede gangen.

lu hun extérieur geleken zij op de h insche paarden of op die van AV jatka.

Jammer genoeg is dit ras geheel verdwenen. Men heeft de paarden geheel aan zich zelf overgelaten en door herhaalde kruising met gewone inlandsche boerenpaarden zijn zij niet alleen gaandeweg kleiner en kleiner geworden, maar zoo achteruit gesukkeld, dat zij alle karakteristieke kenmerken van liet oude ras verloren hebben. Te St. Petersburg komen, vooral gedurende den winter, veel paarden uit de provincie Archangel, doch het is bijna onmogelijk onder hen paarden te vinden met de typische kenmerken van het oude ras.

ocr page 69

rt w c ^ ^

V ri TD rt Ü

I ; i'l

vj t 1

i • VM

3-g

D — as

c w

ocr page 70
ocr page 71

De Estlandsche kleppers.

Deze worden gefokt in Estland en in dat gedeelte dat aan Lijfland grenst, alsmede op de eilanden Dago en Osei. i)e origine van dit excellente ras is niet juist bekend, doch men veronderstelt, dat zij ontstaan zijn uit kruising der inlandsclie meniën met Oostersclie hengsten, hoofdzakelijk met Arabische. Deze zouden in Duitschland geïmporteerd zijn gedurende de kruistochten en van daar ook verspreid zijn over de Baltische provincies.

En inderdaad, op den huidigen weg vindt men de kenmerken van den invloed van het Oostersclie bloed nog terug in het gracieuse hoofd en in de droge beenen van deze* paarden.

Doorgaans is het hoofd fraai, klein en droog, met breed voorhoofd en levendige oogen, de hals is grof, laag aangezet en vóór de schoft uitgesneden. De schoft is voldoende lang en hoog, de borst breed, rug kort bijna recht, sterke lenden, breed en wat afbellend kruis, met een grove staart die niet hooe1 is

0 o

ingeplant.

De beenen zijn droog, de spieren en pezen duidelijk gemarkeerd, de kooten kort, de hoeven sterk. De huid is fijn, de haren zijn des winters lang en dik, des zomers kort eu fijn.

De kleur is zeer verschillend, maar het meest komen voor licht gek leurden, zooals Isabellen, vossen en lichtbruinen.

Kaar de taille onderscheidt men kleppers en dubbele Tdep-pers. De laatsfen zijn grooter dan de eersten, zij meten meestal

ocr page 72

48

1.50 cM., terwijl de eersten slechts 1.33 a 1.38, zelden meer dan 1.42 M. lioog zijn. De kleins!© kleppers zijn in Rusland bekend onder den naam van Estlandsclie pony's.

De kleppers kenmerken ziek door hun goed karakter en intelligentie, hun geschiktheid tot het verdragen van elk klimaat en door hun groot weerstandsvermogen. Zij hebben zeer goede gangen, meerdere er van zijn echte dravers.

Het aantal echte kleppers is de laatste jaren aanzienlijk \ er-minderd, eensdeels door de talrijke exporten, anderdeels door den achteruitgang der boeren uit de Baltische provincies en door de kruising met slechte rassen uit den omtrek.

Tegenwoordig vindt men de besten op het eiland Osei en m de stoeterij van Parguel, gelegen dicht bij de stad Pemau. Op de markten te M i t uvu. l{iga, Dorpat en andere steden in de Baltische provincie worden kleppers aangevoerd.

ocr page 73
ocr page 74
ocr page 75

De Finsche paarden.

De oorsprong dezer paarden, in Rusland finha.t of choedkas genaamd, is nog minder bekend dan die der Estlandselie kleppers. De meeste paardenkenners beweren, dat de Finsche paarden slechts een varieteit zijn van de Estlandselie kleppers, doch er zijn er ook die gelooven dat zi] niets met elkaar gemeen hebben, maar dat zij afstammen van Zweedsche paarden, die naar Finland zijn overgebracht.

A olgens Dr. L. de Simonoff en J. de Moerder zouden de Finsche en Estlandselie paarden wel iets met elkaar gemeen hebben, althans evenveel als liet Estlander en AVjatkapaard, waar-tusschen de bloedverwantschap buiten twijfel is. Waarschijnlijk bestaat er dan ook wel eenige verwantschap tusschen de Finsche paarden en de kleppers, wat nog niet uitsluit, dat hun voorouders van Zweedschen oorsprong waren.

Evenals de kleppers en de Wjatka's zijn de Finsche paarden klein \an taille, 1.4^ tot 1.5.J M. /ij hebben een robuste constitutie en zijn zeer gespierd; hun hoofd is groot, ramskopach-tig, de hals kort, grof, laag aangezet en zeer geneigd tot vet-aanzetting.

De diepe borst is minder breed dan die der kleppers, de rug is recht, het kruis breed en minder afhangend, maantop en manen lang. De beenen zijn sterk, dikwijls niet lang, de stand in de voorbeenen is dikwijls wat nauw. De hoeven zijn middelmatig groot en zeer solied, de vetlokken lang en grof. Het haar

4

ocr page 76

So

is grof en lang, vooral des winters. l)e robe is meestal vos-liclitbruin of Isabelle, met een aalstreep over den mg. Hun gangen zijn vast, de draf dikwijls snel, maar met korte passen.

Van alle Finscbe paarden zijn die van Karélie de beste, temeer omdat bun taille dikwijls 1.55 ^1. overtreft; ook de paarden van Kuopio en ïavastgouse zijn zeer gezien.

Jaarlijks worden tal van paarden naar de provincie Sint-Petersburg gebracht en vooral naar de stad St-Petersburg zelf. Ook in de provincie Pokow en vooral op de markt te Petchori, treft men ze veel aan.

De meest bekende markten in Finland zelf zijn die van Wiborg, Kuopio en Sint-Michel.

ocr page 77

De Jmouds-paarden.

Dit oorspronkelijk en nuttig ras bestond eertijds in alle provincies van liet Xoord-Westen van Rusland, waar liet volgens de traditie ontstaan is door kruising van inlandsclie paarden met Estlandsclie kleppers. Reeds sedert lang is dat ras echter gaandeweg gaan verdwijnen en tlians bestaat liet alleen nog maar in de districten llossienni, Kovno, Cliavli en ïelclii der provincie Kovno.

De Jmouds-paarden hebben doorgaans een goed extérieur. Hun ineengedrongen, sterke romp rust op betrekkelijk korte, zware, droge beenen met goedgevormde soliede hoeven. Het hoofd is klein, in profiel recht, met vleezige kaken, de oogen niet groot, de ooren kort en zeer beweeglijk. De hals is grof maar goed aangezet, vooral bij de hengsten. De borst breed, de ribben voldoende rond, de rug recht, het kruis goed gevormd en de staart goed ingeplant. Manen en maantop lang.

De haren zijn des winters langer dan des zomers. De robe varieert zeer, vos, lichtbruin, muiskleur enz. De taille is van 1.33 tot 1.51 M. Het zijn sterke paarden met veel weerstandsvermogen en een zacht leerzaam karakter.

Eerst in den laatsten tijd begint men de goede eigenschappen van het Jmoud-paard te apprecieeren. De pogingen, aangewend door de prinsen Oguinskis, tot verbetering van dit ras, door met zorg gekozen dekhengsten te gebruiken xijn zeer gelukkig geweest en hebben beste resultaten in betrekkelijk korten

ocr page 78

52

tijd gegeven. Men heeft sterker paarden gekregen, fraaier van vorm en niet alleen geschikt voor het boerenwerk, maar ook voor rijtuigdiensten.

Men verkoopt de Jmouds op de markten der districten van de provincie Kovno en onder deze zijn de voornaamste die van Yanichki (district Chavli) Uossieui, Chkoudi, Pikeli en Chileli (alle drie in het district Rossieni).

ocr page 79
ocr page 80
ocr page 81
ocr page 82
ocr page 83
ocr page 84
ocr page 85
ocr page 86
ocr page 87
ocr page 88
ocr page 89
ocr page 90
ocr page 91

De paarden der landbouwers.

Het meerendeel der paarden, belioorende tot de zes koudbloedige rassen hierboven omsclireven, worden gerekend tot de landbouwpaarden, daar zij in hoofdzaak gefokt en gebruikt worden door de landbouwers. Deze paarden hebben echter karakteristieke kenmerken, waardoor zij zich van elkander en van andere paarden onderscheiden, kenmerken die liet mogelijk gemaakt hebben hen te groepeeren in meer of minder typische rassen.

AVat echter eigenlijk verstaan moet worden onder den collectieven naam van „boerenpaardenquot; is een mengelmoes van de ergste soort, die alleen dit onderling gemeen hebben, dat zij door boeren gefokt en gebruikt worden.

Onder de 19 millioen koudbloedige paarden, zijn er niet meer dan één millioen, vermoedelijk zelfs nog minder, die tot de bovengenoemde 6 rassen behooren. De rest, d. w. z. 18 millioen paarden van Europeesch Kusland, behooren tot dit mengelmoes, die wij boerenpaarden genoemd hebben.

Behalve het feit dat zij door boeren gefokt worden, hebben de meesten nog dat gemeen, dat zij allen, quot;t zij van vroegeren of lateren datum, afstammen van Steppenpaarden. Deze omvorming van Steppenpaarden in koudbloedigen bestaat in Uus-land sedert onheugelijke tijden, uitgaande altijd van het Oosten, dat is van den kant van Siberië.

In gewone tijden gaat dit langzaam, maar na heerschende

ocr page 92

54

ziekten of grooten hongersnood, waardoor de dieren bij duizenden omkomen, komen de Steppenpaarden bij groote troepen tegelijk in de Russische velden, om dadelijk trek- en kar-paarden te worden. Zoo is na den hongersnood van 18!)1 het Russische Gouvernement verplicht geweest om voor de boeren meerdere duizenden Kirghizische paarden aan te koopen.

De boerenpaarden hebben daarom dan ook menige overeenkomst met de Steppenpaarden. liven als deze zijn zij klein van taille en kenmerken zich door een groot weerstandsvermogen voor klimaat, honger en vermoeienis. Hun levenswijze verschilt niet zooveel van die hunner makkers in de Steppen. A oorzoo-verre er gras op de weide is, voeden zij zich in hoofdzaak met versch gras. Maar daar de boeren doorgaans veel minder weiden hebben dan de Xomadische volksstammen en hun weiden ook minder goed zijn, zoo is de voeding van hun paarden in den zomer ook minder overvloedig en slechter dan die der Steppenpaarden.

Wel is waar, dat de boerenpaarden gedurende den winter idet verplicht zijn om gras onder de sneeuw te zoeken, maar toch bestaat hun wintervoedsel dikwijls alleen uit stroo, vaak reeds verrot. In 't algemeen zijn de boerenpaarden van af bun jeugd gewend honger, koude en allerlei ellende te verdragen.

W ordt de boer rijker, dan worden tegelijkertijd zijn paarden ook fraaier; zij worden dikker, breeder en hooger alleen door den invloed van een betere voeding en een beetje meer zorg.

En indien de boeren voor hun fokkerij gebruik maken van grootere hengsten uit de dekstations of uit particuliere of Keizerlijke stoeterijen, produceeren zij verbeterde paarden, die bekend zijn onder den naam van ,,Lomoviksquot;.

Ondanks het verschil in vormen, en wellicht juist door dit verschil, zijn de boerenpaarden een belangrijk element, waarvan men door goede voeding, goede verpleging en zorgvuldige

ocr page 93

SS

teeltkeuze paarden kan verkrijgen, geschikt voor verscliillende doeleinden.

De Bitjoegs en al de koudbloedige hier beschreven, zijn van denzelfden oorsprong; ze zijn allen ontstaan door kruising van liet gewone boerenpaard met paarden van verbeterde rassen.

De boerenpaarden zijn niet te minachten, al was het alleen maar om hun aantal. Het bestuur der Staatsstoeterijen schenkt dan ook bijzondere aandacht aan de verbetering dezer paarden door middel van Staatshengsten.

ocr page 94

De paarden der Stoeterijen.

Geschiedkundig overzicht.

Het aan weiden zoo rijke Rusland heeft voor de paardenfokkerij altijd groote voordcelen aangeboden. Sedert onheugelijke tijden hebben de Russen, zelfs ten tijde toen zij nog Scythen genoemd werden, zich niet paardenteelt onledig gehouden. De toenmalige fokkerij was zonder twijfel geheel en al primitief, gelijk aan de tegenwoordige bij de nomadische Kirghizen van Siberië.

Toen de Slaven hun nomadische leefwijze vaarwel zegden en zich meer aan vaste woonplaatsen hielden, toen ook onderging de fokkerij van het paard veranderingen die in overeenstemming waren met de nieuwe leefwijze der fokkers. Tan af dien tijd is de fokkerij eigenlijk gelijk geworden aan die welke wij beschreven hebben als de categorie die een overgang uitmaakt tot de meer regelmatige fokwijze der stoeterijen.

Eerst na de stichting van het koninkrijk Moscou vindt men eigenlijk melding gemaakt van een regelmatige fokkerij in een stoeterij.

De eerste stoeterij in Rusland, die in de geschiedenis vermeld wordt, is die van Khorochew, gelegen in de omstreken van

ocr page 95

57

Moscou, en aan het einde van de lóe eeuw onder de regeering van Jan III gesticht.

Deze stoeterij behoorde aan de Kroon, doch waarschijnlijk zijn terzelfder tijd door de groote adellijke grondeigenaren en door de kloosters meerdere particuliere stoeterijen opgericht.

Onder de regeering der opvolgers van Jan III. maakte de fokkerij groote vorderingen en ten tijde van -fan de verschrikkelijke en zijn zoon Theodore bestonden er reeds, onder den naam van „Koniouchenii Slolodiquot; dorpen die uitsluitend voor liet fokken van paarden aangewezen waren.

Gredurende de regeering van Alexis Mikhailovitch, die zelf groot liefhebber van paarden was, waren er nret minder dan 50 duizend paarden in de Koninklijke stallen.

Hoe zeer echter de fokkerij ook vooruitgegaan was, toch bleef zij tot op Peter de Groote, d. i. tot aan het begin der achttiende eeuw, in eigenlijken zin beperkt, daar er in hoofdzaak gefokt werd voor het hof en ten deele voor het leger, en dan hoofdzakelijk nog rijpaarden.

De stoeterijen voorzagen zich gewoonlijk van paarden, gekocht of geroofd van de Tartaren, bijgevolg uitsluitend van Oostersch bloed.

Gedurende dezen ganschen tijd zijn slechts twee gevallen beken l dat voor de stoeterijen paarden uit Westelijk Europa zijn aangevoerd, n.1. een hengst door den Regent van Zweden aan Jan III aangeboden, en zes hengsten die de keizer van Oostenrijk ten geschenke zond aan Fedor Ivanovitch. Deze laatste hengsten waren echter ook van Oostersche origine.

Het is waar, dat reeds de vader van czaar Peter de Groote, de czaar Alexis Mikhailovitch, zich bezig hield met de verbetering der boerenpaarden, door in de provincies Wjatka en Perm Estlandsche kleppers te zenden.

De paardenfokkerij in Rusland kreeg echter eerst belangrijke beteekenis toen Peter de Groote den troon bestegen had, daar

ocr page 96

58

gezegd kan worden dat van dien tijd af de verbetering der Kus-sisclie paarden over 't algemeen dateert.

Het werk door zijn vader liegonnen, n.i. het zenden van Est-landsclio kleppers naar de drie noord-oostelijke provinciën, werd door liem voortgezet, en het is onder zijne regeering, dat het Wjatka-ras zich gevormd heeft. In Xederland kocht hij Xederlandsche hengsten van groote maat, die hij liet overbrengen naar de oevers der rivier Uitjoeg in de provincie AVoronesj. I)e kruising van deze hengsten met de inlandsche meniën deed het beste Russische trekras ontstaan, n.1. hot Bitjoeg-ras.

Peter de Groote stichtte bovendien vier staatsstoeterijen, n.1. een iu de provinciën Kazan, Azow en Iview en een in de stad Astrakan. In de laatste stoeterij kruiste men l'erzische Hengsten met Circassische meniën. De hoofdverdienste van Peter de Groote ten opzichte der paardenfokkerij bestaat echter niet alleen in de resultaten die hij wist te verkrijgen, maar vooral in de richting die hij aan de Russische paardenteelt heeft weten te geven, eene richting die door zijn opvolgers is gehandhaafd.

Xa Peter de Groote. was het de keizerin Anna Ivanovna, die gedurende de laatste eeuw het meeste gedaan heeft voor de fokkerij. In 1739 stichtte zij 10 staatsstoeterijen n.1. te Bronnitzy, te Khorochew, te Gavrilovo, te Danilovo, te Sidorovo, te Ysegod-nitchy, te Skopine, te Pavctine, te Bogoroditsk en te Cheksoro. Op 1 Januari 1740 waren er in deze tien stoeterijen niet minder dan 4414 paarden, waarvan er 3000 ten deele tot inlandsche, ten deele tot Kaukasische rassen behoorden. Be overigen behoorden tot de volgende nationaliteiten: GG8 waren Buitsche paarden, 535 Xapelsche, 70 Engelsche, 4() Perzische, 38 Irie-sche, 21 Turksche, 18 Beensche, II Arabische, 5 Barbanjsche en 3 uit Lombardije. ilen ziet hieruit dat onder de regeering van Anna Ivanovna de Russische stoeterijen meer westersche

ocr page 97

59

paarden ontvingen dan er ooit te voren in Rusland waren ingevoerd.

Het doel dat men voor oogen had was vooral liet verkrijgen van grootere paarden, van daar de kruising niet buitenlandsclie henesten van groote taille. Anna Ivanovna stichtte ook destoe-

o o

terijen in Estland en Lijfland en op liet eiland Oesel, alsmede de stoeterij der cavalerie-regimenten.

Onder de regeering van Catharina II werden de stoeterijen van Estland, Lijfland en Oesel opgeheven, maar de fokkerij in 't algemeen werd zeer aangemoedigd.

Voor het onderhoud der kroonstoeterijen werd de som van één millioen roebels toegestaan. Het waren vooral de particuliere fokkerijen die door deze keizerin begunstigd werden, wat dan ook tengevolge had. dat tegen 't einde der LSe eeuw (Oa-therina II stierf in 1796) het aantal particuliere stoeterijen het cijfer van 250 bereikt had. Onder deze 250 was de meest merkwaardige die van Graaf Orlow-Tschesmenski, een stoeterij die in de fokkerij van liussische paarden schitterend naam gemaakt heeft.

De Xapoleontische oorlogen lieten echter ook de Russische paardenfokkerij niet intact. Een groot aantal .stoeterijpaarden, en daaronder vele dekhengsten van booge waarde, werden bestemd voor de Cavalerie-regimenten en waren daarmede voor de fokkerij verloren.

In 1819 verdeelde czaar Alexander I de Stoeterijen in hof-en militaire stoeterijen. Tot de hofstoeterijen behoorden : Ora-nienbaum — Khorochew — Bronnitzy -— Gavrilovo en Alex-androvo. Tot de militaire: Skopine — Potchinky — Strélétsk — Lima re vo en Alexeévo (later stoeterij van X ovo-Alexan-drovo genaamd).

De militaire stoeterijen leverden tegen bepaalde prijzen paarden aan de cavalerie.

ocr page 98

6o

Keizer Xicolaas I veranderde al deze stoeterijen in staats-stoeterijen en hief die van Skopine geheel op.

0nd31' de regeering van Alexander II werd de stoeterij van Potchinky gesupprimeerd en de stoeterij van Yanovo (in Polen) toegevoegd aan den staat. De stoeterij van Baehkirpaarden in de provincie Orenburg onder dezelfde regeering gesticht werd later omgevormd in een dekstation.

ocr page 99

De thans bestaande Stoeterijen.

Er zijn thans (i Staats-stoeterijen: n.l. te Khienovoyé. te Xovoalexandrovo, te Strélétsk, te Liniarévo, te Derkoul en te Yanovo.

De Stoeterij te Khrenovoyc is gelegen in het dorp van den-zelfden naam, in liet district Bobrcnv, provincie Woronesj. Dit is de beroemde stoeterij, indertijd gesticht door Graaf Orlow-Tchesmenski en door zijn erfgename aan den staat verkocht. Oorspronkelijk was de stoeterij gevestigd in de environs van Moscou, n.1. in het dorp Ostrow, en liet was daarheen dat de Graaf de hengsten zond die hij uit het Oosten liet komen, waartoe ook de beroemde hengsten Smetanl-a en Saltan behoorden, die de stamvaders geworden zijn der harddravers en der rijpaarden van het Orlowras.

In 1778 werd de stoeterij door Graaf ()rlow van Ostrow naar Ivhrenovoyé overgebracht, en in 1845 kocht het Russische Gou-Yernement van zijn dochter de geheele stoeterij voor 8 millioen roebel.

Terzelfder tijd kocht het Gouvernement de saoeterij van rijpaarden van Graaf Eostoptchme en bracht de daartoe behoo-rende paarden ook over naar Ivhrenovoyé.

Op dit oogenblik worden er te Ivhrenovoyé drie soorten gefokt, n.1. harddravers, bitjoegs en koudbloedigen van vreemde rassen.

ocr page 100

62

De Stoeterij te Novoalexandrovo, gelegen in liet distiict Sta-robelsk, provincie Kharkow, fokt lialfbloed rijpaarden.

De Stoeterij te Strélétsh, ook gelegen in liet district Staro-belsk, provincie Kharkow, fokt volbloed Arabieren en andere Oostersclie rassen, docli ook halfbloed-rijpaarden.

De Stoeterij te Limarévo, in hetzelfde district eu dezelfde provincie, fokt halfbloed-rijpaarden.

De Stoeterij te Derhoul, eveneens in dezelfde provincie, fokt volbloed Engelsche en kruist steppenpaarden met Engelseh volbloed.

De Stoeterij te Yanova, in het district Constantinow, provincie Sedletz (koninkrijk l'olen) fokt halfbloed-rijpaarden.

In 1892 waren er in deze zes stoeterijen 920 meniën, verdeeld als volgt: 280 te Khrenovoyé, 084 in de stoeterijen te Novoalexandrovo, Strélétsk, Limarévo en Derkoul en ó(J te Yanovo.

Behalve deze stoeterijen bestaat er een stoeterij voor liet 1 Jou-sehe leger, (voor de rijpaarden ontstaande uit kruising van Donsche paarden niet Oostersclie rassen), en een groot aantal particuliere stoeterijen. In 1882 waren er van deze laatsten niet minder dan 39G4 met I0l8-quot;i7 merriën eu 11ÜTS hengsten. Het grootste gedeelte dezer stoeterijen vindt men in de Don-streek. waar er in 1882 zelfs 8G() waren met 40(iö4 merriën en o 148 hengsten. \a de Don was de bevolking der stoeterijen als volgt: in de provincie Kherson 6965 merriën, Tambow 5581, quot;Woronesj 5225, Tauride 4032, Poltava 493, Chateiinaslaw 3345, Koursk 2784, Podolie 2604, Toula 2398 en Samara 2232 merriën.

De stoeterijen in Kusland zijn alleen bestemd tot het repio-duceeren van het een of andere ras. Voor de verbetering der llussisehe paarden in t algemeen lieeft het bestuur der ^taats-stoeterijen op verschillende plaatsen dekstations of hengsten-depóts gevestigd. Van deze gestationeerde hengsten kan ieder-

ocr page 101

63

een voor zijn merrie gebruik maken tegen betaling van 1 tot 10 roebel, al naar gelang der qualiteit van den hengst. In 1892 waren er 27 depóts met 2-500 hengsten, zij zijn gevestigd te Wilna, Yanovo, Kamenetz-Podolsk, Kiew, Elisavethgrad. Steindorff (in het district Slavianoserbosk, provincie Cathe-rinaslaw) Poltava, Kharkow, Khrenovoyé, Tambow, Saratow, Potchinky, Yaroslaw, Moscou, Smolensk, Tver, Piasan, Koursk, ()ufa, AVjatka, Ga^ilovo, (in het district Souzdal, provincie \Vladiniir), in het distiict Salsk in het Dongebied, te Istai-Outkoul (district Itetsk in liet Targaigebied), te Kon-stanay (district icolaew) te Orenburg, Maikop en Elisavetpol. J)e twee laatsten zijn gelegen in den Caucasus.

De afgetreden hoofddirecteur der Staats-stoeterijen, Graaf A orontzow-Dachkow, overtuigd van het groote nut der deksta-tions voor de ver be teiing der paarden in Rusland, heeft zeer veel gedaan om het aantal stations te vermeerderen en ze te voorzien van goede hengsten. ])e resultaten daarvan zijn nu reeds merkbaar aan de zichtbare verbetering der paarden uit • Hf streken waar stations gevestig'd zijn.

ocr page 102

Rassen in de Russische Stoeterijen gefokt.

Zooal.s reeds gezegd is, worden iu de Staats-stoeterijen gefokt: harddravers (stoeterij Klirenevové), halfbloedpaardeii (Novoalexaudro, Limarevo, Yanovo en Strélétsk), Engelscli volliloed (Derkoul), Arabiscli volbloed (Strélétsk) en koud-bloedigen (Klirenevové).

In de particuliere stoeterijen fokt men alle Russisclvj en vreemde rassen, docli vooral harddravers daar dit in Rusland de meest gezochte paarden zijn, die men goed verkoopen kan en waarmede men dikwijls kans heeft op de harddraverijen iets te winnen.

Meer dan 40 procent der in particuliere stoeterijen gelokte paarden zijn harddravers. Het aantal rijpaarden daarentegen, dat door particidieren gefokt wordt, is betrekkelijk klein, een gevolg van het moeilijk verkoopen van rijpaarden, door de geringe vraag op de markt. He fokkerij van koudbloedigtn is door de eigenaren der stoeterijen altijd vrijwel verwaarloosd, en eerst sedert kort heeft men er de aandacht op gevestigd. Te verwonderen is het dan ook niet, dat het aantal koudbloedigen dat er in de stoeterijen gefokt wordt niet aanzienlijk is en lang i'iet vo'doet aan de behoeften der markt. A\ ellieht kiii1. als verzachtende omstandigheid aangevoerd worden, dat men nog niet juist weet welke type van koudbloed voor Ruslan 1 het meest geschikt is.

De (Tvdesdalers, Suffolkers. Percherons enz. maken een goed

ocr page 103

65

figuur op de coucours-liippiques, maar zijn slecht te verkoopen,

zijn duur bij aankoop, eten veel en passen niet genoeg' voor liet werk dat zij in liusland moeten doen.

Do eigenaren der stoeterijen hebben zich te veel laten mee-sleepen door de imposante verschijning der buitenlaiulsche koudbloedige rassen, en daardoor over het hoofd gezien dat het meest nuttige trekras voor liusland is, het ras, dat reeds door bewijzen heeft getoond wat het kan, n.1. het bitjoeg-ras.

IFet bestuur der S taatsstoeterij en is echter in deze fout niet vervallen en op last van Graaf Yorontzow-Daehkow heeft het maatregelen getroffen, die doen hopen dat liet bitjoeg-ras niet verloren zal gaan.

De harddravers en de Stoeterijpaarden in quot;t algemeen, worden hoofdzakelijk verkocht op de markten der dorpen Bekovo en Balanda, in de provincie Saratow, te Xijnidevitzk, Bobrow en in het dorp Orekovo, provincie Woronesj, te Tambow, te Efré-mow, provincie Toula, te Elitz en Livni, provincie Orel, te Mik-kailovo, provincie Koursk, te Riasan en te lakimetz, provincie Riasan.

De paarden die daar gekocht zijn, worden door kleine handelaren weer verkocht op de andere markten in Rusland, in de hoofdsteden en gedeeltelijk naar het buitenland gezonden, met name naar Berlijn, Dantzig, Weenen en Rumenië.

De rijpaarden, die in de stoeterij gefokt worden, dienen voor

de remonte der cavalerie en worden hoofdzakelijk verkocht op

de markten te l'oltava, \ bznessenk en Elisavethgrad, provincie

Rherson, te Berditchew en te Beïoi-Tzerkow, provincie Riew,

te Bala en te larmoliutzi in Podolie, te Koultchini in Voihynie,

te Beltzi in Bessarabie. Een gedeelte der rijpaarden wordt naar Itumenië en Oostenrijk uitgevoerd.

ocr page 104

De harddravers.

J)e I{ussisclie harddraver is een werkelijk Eussisclie scliep-ping en lieeft zijn ontstaan te danken aan liet genie van Graaf Orlow-Tcliesmenski.

Onder de paarden die de Graaf voor zijn stoeterij uit liet Oosten liet komen, onderscheidde zich door zijne bijzondere eigenschappen en prachtige zilverwitte robe een Arabische hengst, hoog 1.53 M. en genaamd Smetanlca. Slechts één jaar bleef hij in de stoeterij, nalatende een nakomelingschap van vier hengsten en éen merrie. De hengsten waren: l alherscnn, J/ioubimetz, Bovlea en Polhan. De drie eersten hadden tot moeder Engelsche meniën, de laatste een Deensche merrie met Isabelle robe.

Lioubimetz liet geen nakomelingen na, Bovka werd naar Engeland verkocht, Falkersam bracht 59 merriën en 7 hengsten voort, en Polkan 21 merriën en 7 hengsten.

De afstammelingen van Falkersam waren mooi en sterk, doch geen enkele er van bezat de door den Graaf gewenschte eigenschappen. Ken der zeven zonen van Polkan daarentegen beantwoordde aan de strengste eischen van den Graaf, het was Bars I, schimmelhengst, geboren uit een X e d e r 1 a n d .lt; c h e (Friesche) merrie.

Bars I vereenigde in zich de beste eigenschappen der drie rassen, n.1. de droge, edele, fraaie vormen, en het energieke, vurige temperament van het Arabische ras, de kracht, taille.

ocr page 105
ocr page 106
ocr page 107

6/

lengte en breedte van liet skelet van het Deenselie ras eu de veerkracht tier gewrichten van het Xederlandsche ras.

Deze Bars I is de stamvader der Russische harddravers. Hij hleef in de stoeterij gedurende niet minder dan 17 jaren en liet na elf hengsten, waarvan enkelen gehoren waren uit Engelsche eu vier uit onbekende merriën.

Later werd de kruising met Engelsch bloed meermalen herhaald, en dit niet alleen in de vrouwelijke, maar ook in de mannelijke linie. Van tijd tot tijd vernieuwde men ook het Xederlandsche en Oostersche bloed, door kruising met Xederlandsche en Oostersche hengsten.

Intusschen is liet buiten twijfel, dat alle Russische harddraver.-, van zuiver ras afstammen van Ears I, eu dat de type, gecreëerd door Graaf Orlow, zoo constant is geworden, dat men deze ook nu nog gemakkelijk herkent van andere harddravers, dat is meer dan honderd jaar na de geboorte van Ears I.

Men kan zelfs zeggen dat de besten uit het ras dit ras bewaard hebben.

De harddravers der Staatsstoeterij Klirenevoye stammen in lechte lijn af a an de drie zonen van Bars I die het meest op hem geleken, n.l. Lioubernv I, Lebed 'I en Dobrv I.

De karakteristieke kenmerken van de Orlowdravers zijn: hoogte 1.50 M. tot 1.70 .\L, fraai Arabisch hoofd, somtijds bij den neus wat gebogen, oogen vol uitdrukking, goed gebogen en goed geplaatste hals, voldoend schuine schouders en breede, sterke borst, rechte, voldoend lange, rug, machtige lenden, fraai afgerond, gewoonlijk een weinig hellend, kruis met een prach-tigen hoog ingeplanten staart, sterke beenen, met goede .hoge spieren en pezen. Onderarmen en schenkels zijn lang, de koo-ten betrekkelijk kort, voorzien van somtijds lange vetlokken, middelmatig groote en vaste hoeven.

Het zijn echter vooral de gangen die bewonderenswaardig zijn, daar zij vrij en ruim zijn. Gedurende den harddraversdraf

ocr page 108

68

worden de voorbeenen hoog opgelicht en zoo krachtig in de handwortel gebogen, dat zij somtijds de elleboog met den hoef verwonden. De achterhoeven stappen ver over den hoefslag der voorhoeven, wat des te sterker is naarmate de draf sneller en de qualiteit van het paard beter is. Een goede harddraver kenmerkt zich echter niet alleen door zijn snelheid, maar ook door zijn fraaiheid, correctheid en regelmaat 'san bewegingen. ïlj moet, zooals de amateurs zeggen, een vol glas \\atcr op zijn mg kunnen dragen zonder er een druppel uit te verliezen.

De robe is meestal blauw-schimmel (de vader en de moeder van Bars I en ook hij zelf waren blauwe schimmels), men vindt ook zwarten en dikwijls lichtbruinen, maar zeldzaam vossen.

Om als harddraver in aanmerking te kunnen komen, moet liet paard een werst (10GT Meter) afdraven binnen do 2 minuten. De gemiddelde snelheid van een harddraver eerste klasse is de kilometer in 1 minuut 82 seconden.

Tan af 1865 zijn alle harddravers van zuiver ras, en zij die niet van zuiver ras zijn maar hun snelheid op harddraverijen getoond hebben, ingeschreven in het stud-book. De letteis l_j j-j (de Kussische initialen voor de woorden zui ver en ras) worden toegevoegd aan de namen der harddravers van zuiver ras om ze te onderscheiden van de anderen.

Men verstaat onder zuiver ras:

1. Die paarden, welke zoowel in de mannelijke als in de vrouwelijke linie minstens vier generaties kunnen aantoonen afstammende van zuivere Orlowers (directe afstammelingen a an Bars I).

2. Die paarden, wier vader en grootvader met succes gedraafd hebben en waarvan moeder en grootmoeder tot bet zuivere Orlowras behooren.

ocr page 109

69

3. Die paarden, ■wier moeder en grootmoeder met succes gedraafd hebben en waarvan de vader en grootvader van zuiver Orlowras zijn.

De pbysieke eigenschappen waardoor de Russisclie liarddra-ver zicli kenmerkt, zijn zonder twijfel door overerving verkregen, maar de ontwikkeling dier eigenscliappen liangt ook wel af van de wijze van opvoeding en de dressuur. Zeer interessant is liet systeem dat indertijd door Graaf lt; )rlow voor zijn liarddra-dravers ingevoerd werd.

Hij begon van af liet tweede levensjaar, de paarden in te spannen, daarbij in bet bijzonder lettende op de juistheid en fraaiheid der gangen. Op lateien leeftijd trachtte hij dan in zijn paarden niet alleen de grootste snelheid, maar ook het grootste weerstandsvermogen te ontwikkelen. Hij onderwierp hen voor dat doel aan een tweetal oefeningen. Om de snelheid te ontwikkelen, liet bij ze kleine afstanden van 42T Meter afdraven. Hadden zij deze baan zoo snel zij konden afgedraafd, dan liet hij ze in stap terugkomen, om ze daarna opnieuw de baan zoo snel mogelijk te laten afdraven, en dit tot viermaal te herhalen, zoodat de paarden ten slotte 1708 Meter hadden afgelegd. De tijd waarin de baan telkens werd afgedraafd werd nauwkeurig genoteerd. Deze oefeningen werden dagelijks herhaald, des zomers voor een lichte droschki, des winters voor een lichte slede.

Ten einde aan de harddravers ook een meerder weerstandsvermogen te geven, werden van tijd tot tijd afstanden van 1Ü tot 21 kilometer afwisselend in draf eu in stap afgelegd.

Deze oefeningen op kleine afstanden, bet eerst door Graaf Orlow aangegeven, heeft men tot op den huldigen dag in Eus-land behouden, docli de oefeningen op grootere distanties past men slechts zelden meer toe, ja men kan wel zeggen dat zij in Iluslaud niet meer bestaan. Dat de harddravers van onze das-en

o

ocr page 110

70

niet meer dat weerstandsvermogen bezitten als in de dagen van Graaf Orlow, wordt toegesclireven aan het niet meer oefenen op groote afstanden.

Op den Imidigen dag toch fokt en voedt men de harddravers alleen op, om prijzen op de harddraverijen te winnen. Men verlangt niet zoozeer soliditeit als wel lichtere vormen, minder den weerstand voor groote afstanden dan wel grootere snelheid op kleine afstanden. Deze verandering van het systeem van dressuur en opvoeding is niet zonder invloed gebleven op de lichaamsvormen van onze moderne harddravers. \ an zeer velen is het extérieur niet zoo fraai meer en de constitutie minder sterk. Het lichaam is langer en smaller geworden, velen zelfs wat hoogheenig en van de meesten herinneren de lichaamsvormen meer aan die van het renpaard dan aan den harddraver van weleer. De invoer van Engelsch volbloed heeft voor een groot gedeelte schuld aan deze wijziging.

ocr page 111
ocr page 112
ocr page 113
ocr page 114
ocr page 115
ocr page 116
ocr page 117
ocr page 118
ocr page 119
ocr page 120
ocr page 121

De rijpaarden der Stoeterijen.

Dezelfde Graaf Orlow-Tcliesnienski is de schepper van. een fraai ras vau rijpaarden, dat dan ook naar hem genoemd is. Onder de hengsten die de Graaf uit het Oosten liet komen, onderscheidden zich, zooals reeds is medegedeeld, de witte Sme-tanka eu de vos Saltan I. Smetanka is de stamvader geworden van de harddravers, Saltan I daarentegen van de rijpaarden. Tau Saltan T en uit eene Arabische merrie werd geboren Saltan II, een lichtbruine hengst, vader van den beroemden Svi-répoi II, waarop de Graaf Orlow steeds reed als er harddraverijen te Moscou waren.

Tan Svirépoi II en eene Anglo-Arabische merrie ontstond Achonock, wiens zoon Yachna I met goudbruine robe (geboren in 1S1G) in de vorming van het rij slag dezelfde rol gespeeld heeft als Bars I voor de harddravers. Jaren achtereen was hij de voornaamste dekhengst in de stoeterij Khrenovoyé, nalatende een zeer talrijk nageslacht, allen met de karakteiistieke kenmerken van het Orlow-rij slag.

In hoofdzaak is dit ras ontstaan door kruising van Arabisch met Engelsch bloed, doch ook harddraversbloed is er ouder gemengd (dus ook een honderdste Deensch en Xederlandsch bloed), alsmede een weinig iulandsch Russisch bloed.

De paarden van het Orlow-rijslag waren middelmatig van taille, 1.60 M. en hadden een zeer fraai extérieur. Tolgens kenners representeerden zij het beste type van manégepaard. Zij

ocr page 122

72

hadden liet prachtige Arabische hoofd met kleine ooren en levendige oogen, een voldoend diepe horst, rechten rug, machtige lenden, goed ontwikkeld kruis, met sierlijk gedragen staart. De broek was zeer sterk ontwikkeld, de ledematen fijn maar droog en gespierd, de kooten sterk, de hoeven solied. De gangen waren gracieus en elegant, terwijl het temperament vurig, maar het karakter zacht was.

In 1802, eenigen tijd dus na de stichting der Orlowstoeterij, werd door Graaf Rostoptchine ook eene stoeterij voor rijpaarden opgericht.

Oorspronkelijk werd de stoeterij van Graaf Rostoptchine ook in de omstreken van .Moskou gevestigd, in het dorp Yoronovo, doch een weinig later werd zij overgebracht naar de provincie Orel en in 1815 in het dorp Annenkovo, in de provincie TVb-ronesj voor goed gevestigd.

Het rijpaardenras van Rostoptchine ontstond uit vier Arabische hengsten: Kadi, Dragoute, Kaï.mak en Richane, allen in de omstreken van Mekka aangekocht, en uit Engelsche vol-bloedmerriën, door kenners gekozen.

Later gebruikte men in de stoeterij ook Perzische, Turksche en Engelsche hengsten (onder de laatsten de beroemde Piker). De paarden van het rijslag Rostoptchine kenmerkten zich ook door hunne elegante vormen en door hunne sierlijke bewegingen, maar zij waren kleiner van taille dan het Orlowslag, daar zij zelden grootcr waren dan 1.50 AI. en de meesten niet meer dan 1.48 a 1.51 M. haalden.

De stoeterij van Graaf Orlow en Graaf Rostoptchine werden in 1845 door den Staat aangekocht en de paarden van de stoeterij Rostoptchine naar de stoeterij te Khreuovoyé overgebracht. A an af dien tijd werden zij gekruist met Orlowpaarden en als zijnde minder constant dan deze, waren zij al spoedig als quot;tware in Orlowers omgevormd.

Toen de afdeeling rijpaarden in de stoeterij te Khreuovoyé

ocr page 123

73

gesuppmneerd werd, braclit men dit slag over naar de stoeterij te Limarevo.

l'-docli het zuivere Orlow-rijslag wenschte men niet langer te behouden; men had thans andere idealen, en tegenwoordig vindt men zoo goed als geen paarden meer van dit typische ras. TJit de geschiedenis van deze paarden ziet men, dat in Rusland het Anglo-Arabische ras reeds bijna een eeuw geleden gecre-eeid quot; ei d en dat de in Frankrijk thans zoo geroemde methode tot het verkrijgen van rijpaarden, volgens de afwisselende methode met Engelsch en Arabisch volbloed of met Anglo-Arabi-sche hengsten, in Rusland niet nieuw is en Rusland werkelijk op succes kan bogen. Onze plaatjes Achonok en Fenelln zijn voorbeelden van Anglo-Arabische producten. Ten einde aan de moderne rijpaarden meer taille en meer type te geven, heeft men aan liet Anglo-Arabisehe bloed toegevoegd het bloed van rassen van meerder omvang, zoo ook dikwijls genoeg dat van de harddravers.

Plaat XXIII geeft het portret van een halfbloed-rijpaard uit de particuliere stoeterij van T. Th. Ofrossimoff.

ocr page 124

De volbloed-Arabische en Engelsche paarden.

Dc Staatsstoeterijeu fokken Engelsclie eu Aralnsclie volbloedpaarden enkel voor eigen behoeften, met het doel m de behoefte aan halfbloedpaarden te voorzien of er andere rassen mede te verbeteren. De volbloed-Arabische paarden bevinden zich in de stoeterij te, Strélètsk, en de volbloed-lïngelschc te

Derkoul en te Yanovo.

Met hetzelfde doel, dat wil zeggen, in hoofdzaak tot het fokken van halfbloedpaarden, fokt men volbloed-Arabische en Engelsche in eenige particuliere stoeterijen.

ocr page 125

De koudbloedigen.

De fokkerij van koudbloedige paarden is in Rusland nog in beproeving, daar de kwestie, welk type voor Rusland bet beste is, nog niet geheel is opgelost.

Hen beeft beproefd Percberons, Suffolk en Clydesdalers, terwijl men thans een proef neemt met Belgiscbe en met Boulo-neezer paarden. Men beeft ook een kruising geprobeerd van de inlandscbe koudbloedige, de bitjoegs en de lomoviks, met deze buitenlandsclie koudbloedigen.

De resultaten zijn ecbter niet gelukig geweest, niet alleen wat bun extérieur betreft, maar vooral wat bun gescbiktbeid aangaat voor bet werk in Rusland. De kruisingsproducten zijn bijna even duur als bun vaders en al te zwaar voor de Russi-scbe, niet bestrate, landwegen.

' O

De eenige logische conclusie die men bieruit trekken kan, is, dat men terug moet keeren tot bet zuivere bitjoeg-type eu dat men zicb biermede zal moeten baasten, daar dit ras aan bet verdwijnen is. ij bebben er reeds op gewezen, dat de afgetreden Hoofddirecteur der Staatsstoeterijen in dezen zin dan ook reeds maatregelen getroffen beeft, terwijl de tegenwoordige Hoofddirecteur Z. K. Hoogheid Grootvorst Demitri Constanti-novitsch daarmede voortgaat.

Onder de Staatsstoetsr ij en is het de stoeterij te Khrenovoyé die koudbloedigen fokt. Xog korten tijd geleden fokte men ze

ocr page 126

76

ook te Derkoul. In 1890 ecliter zijn alle koudbloecligen van Derkoul naar Klirenovoyé overgebraclit.

In de particuliere stoeterijen heeft men tot op lieden zich weinig gelegen laten liggen aan de kondbloedigen. en die liet deden gebruikten alleen nog maar buitenlandscli bloed, ])e fokkerij van bitjoegs is nog in handen der boeren en voornamelijk der boeren van de provincies Wbronesj en Tambow.

ocr page 127

INHOUD.

Blad

Algemeen overzicht.............7

De wilde paarden.............. j

De halfwilde steppenpaarden der Nomadische volksstammen 1

De paarden der Kirghizen..........ig

Het paard der Kalmukken............

De steppenpaarden die op een meer regelmatige wijze

gefokt worden..............27

De paarden der Bachkirs...........28

De paarden der Kozakken van den Oeral.....30

De paarden van den Don...........

De Nogaïsche paarden............3^

De Kaukasische paarden...........^

Paarden der provincies grenzende aan Siberië .... 39

De koudbloedigen............

De Bitjoegs...............42

De paarden van Wjatka en Obva........45

De paarden van Mezen...........46

De Estlandsche kleppers...........47

De Finsche paarden...........

De Jmoudspaarden......................j j

De paarden der landbouwers..................^3

De paarden der stoeterijen..........

Geschiedkundig overzicht................^5

De thans bestaande stoeterijen.........gj

Rassen in de Russische stoeterijen gefokt.....64

De harddravers..................gg

De rijpaarden der stoeterijen..........yl

De volbloed-Arabische en Engelsche paarden .... 74 De koudbloedigfen . .

0 ............ S

ocr page 128

ENGELSCHE PAARDEN.

INHOUD.

Bladz.

De Clevelandsche bruinen en Yorkshire koetspaarden . /• De Hunter...............22'

De Volbloed...............31-

aS

De hackney...............4 '

De hack................

Ponys .................

78

Shire-paarden...............

Het Suffolkpaard.............93'

Het Clydesdalerpaard................

Sleeperspaarden..............11 ^'

ocr page 129
ocr page 130
ocr page 131

HANDLEIDING

voor

:p a. ie^ :d ie ilt;r o k e :r. i cr,

ten dienste van den

Nederlandschen Landbouwer-Paardenfokker,

samengesteld door C. D. VAN DER WEG,

in leven Inspecteur v/h Paardenstamboek voor de 3 Noordelijke Provinciën,

uit de op een prijsvraag ingekomen drie bekroonde antwoorden van de heeren:

E. A. L. Ouadekker, kap.-paardenarts te Haarlem,

A. van Leeuwen te Leiderdorp,

M. \V. V. van Bijleveldt te Rilland-11 ath.

Wij laten hieronder volgen den tekst van het voorwoord van de hierboven geannonceerde „Handleiding voor paardenfokkerijquot;, door verschillende deskundigen, wier namen een uitstekenden klank hebben, samengesteld. De prijs van ƒ 1.25 voor particulieren is, dunkt ons, den omvang van het werk met de veelvuldige afbeeldingen in aanmerking genomen zoo laag, dat daaromtrent geene aanbeveling noo-dig is te geven en het debiet van het werkje zeker daarin geen beletsel zal vinden.

Daarbij komt nog dat de Uitgevers de vrijgevige bepaling hebben gemaakt, dat elke landbouwvereeniging of maatschappij of vereeniging tot bevordering van paardenfokkerij of vereeniging ter veredeling van het paardenras voor zijne leden dit werkje kan bekomen tegen den prijs van 80 cents.

Wij hebben alleen over den prijs van het werkje gesproken, omdat voor den landbouwer tegenwoordig en met recht elke uitgave gewikt en gewogen wordt en of de prijs van hetgeen hij zich aanschaft in overeenstemming is met het nut, hetwelk hij er van kan hebben.

Die prijs nu staat waarlijk in geen verhouding tot het nut, dat eene goede handleiding voor de paardenfokkerij hebben kan. Dat een dergelijk werkje noodig was en is, daaraan hebben de groote maatschappijen van landbouw in den lande zeker niet getwijfeld en ook wij zijn van oordeel dat het een dringende eisch is voor den landbouwer-paardenfokker, zich in zijn bedrijf te gedragen naar de wenken en raadgevingen die ervaren mannen hen wel in beknopten vorm hebben willen aanbieden.

De eer van het denkbeeld dezer samenwerking te hebben aangemoedigd komt toe aan de Drentsche Landbouw-Maatschappij.

Het denkbeeld door haar aan alle vereenigingen voor paardenfokkerij, paardenstamboeken en landbouwmaatschappijen aan de hand gedaan om gezamenlijk iets blijvends op dit gebied tot stand te brengen, komt thans tot uitvoering.

Wij hopen dat de vaders van het denkbeeld er zeer veel genoegen van mogen beleven en de uitgevers ten minste eenig voordeel.

Wij kennen de uitgevers van ons blad te goed en ook onze lezers , weten wat door hen geleverd wordt, om niet te verwachten dat het boekje een keurig uiterlijk zal hebben.

ocr page 132

VOORWOORD.

Een woord vooraf, bevattende de geschiedenis, op welke wijze deze Handleiding voor de paardenfokkerij ten dienste van den Nederlajidschen Landbouwer-Paardenfokker in de wereld is gekomen, zal zeker niet ongepast geacht worden.

Algemeen werd de behoefte gevoeld aan een populair handboek voorquot; paardenfokkerij, en het was het Hoofdbestuur van het Genootschap ter bevordering van den Landbouw in Drenthe, dat in December 1888 aan de Nederlandsche Maatschappijen en Vereeni-gingen ter bevordering van Landbouw, Veeteelt en Paardenfokkerij een circulaire, om gezamenlijk een prijsvraag uit te schrijven, ter verkrijging van een dergelijk handboek.

De pogingen, van Regeeringswege aangewend om onze nationale paardenfokkerij te verbeteren en te verheffen, zouden zeer zeker krachtig gesteund worden, wanneer de paardenfokker in het bezit werd gesteld van een degelijke populaire handleiding voor paardenfokkerij.

Bedoelde circulaire had het gevolg dat een genoegzaam aantal Maatschappijen en Vereenigingen, de bevordering van de Paardenfokkerij voorstaande, ' alsmede eenige particuliere belangstellenden, instemming betuigden met het geopperde denkbeeld.

Den 28 Juni 1889 werd te Utrecht de eerste vergadering gehouden van afgevaardigden der vereenigingen, welke sympathie hadden betuigd met het denkbeeld, ten einde van gedachten te wisselen over de beste wijze, waarop men het gestelde doel zou kunnen bereiken.

Het resultaat dezer besprekingen was, dat men het benoodigd bedrag der kosten raamde op ƒ900.—, waarvan ƒ600.— zou worden besteed aan prijzen voor de antwoorden, terwijl men meende, dat de jury dat bedrag al naarmate van de waarde der drie beste antwoorden moest verdeelen, omdat het zijn kon, dat de drie beste antwoorden elkander niet veel ontliepen en ook zeer konden verschillen. Bovendien werd bepaald, dat wanneer de jury in geen der antwoorden volledige bevrediging vond, op haar advies aan iemand zou kunnen worden opgedragen uit die drie antwoorden één geheel te maken tegen eene belooning van hoogstens ƒ 100.—.

Deze bepaling achtte men vooral wenschelijk, omdat het zeer wel mogelijk was dat de bewerking van een der in de prijsvraag genoemde vereischten voor het antwoord in het eene meer doeltreffend werd bevonden dan in een der beide anderen, waarin misschien aan andere onderdeden meer zorg was besteed. Voor verdere kosten van advertentiën, drukwerken enz. werd het overblijvende bedrag van ƒ200.— voldoende geacht. In deze vergadering werden de ondergeteekenden tot commissie van uitvoering gekozen.

Op de volgende vergadering, den 14 Februari 1890 te Amsterdam gehouden, werd, daar het benoodigde bedrag gevonden was, besloten tot het uitschrijven van de prijsvraag, hetgeen dan ook

ocr page 133

met I Maart d. a. v. plaats vond. Zie onder de bijlagen dei-Handleiding het programma van de prijsvraag.

De bijdragende vereenigingen en particulieren zijn:

Het Paardenstamboek gevestigd te Leeuwarden;

Het Genootschap ter bevordering van den Landbouw in Drenthe;

De Friesche Maatschappij van Landbouw;

Het Genootschap van Nijverheid in de provincie Groningen;

De Harddraverij-Vereeniging te Groningen;

De Provinciale Vereeniging tot bevordering van Paardenfokkerij in Groningen;

Het Nederlandsch Paardenstamboek;

De Hollandsche Maatschappij van Landbouw;

De Overijsselsche Vereeniging ter bevordering der Paardenfokkerij ;

Het Genootschap voor Landbouw en Kruidkunde in Utrecht;

De Maatschappij ter bevordering van Landbouw in Zeeland;

J. E. Scholten te Groningen.

Jhr. Mr. C. van Eijsinga te Leeuwarden;

Jhr. Mr. L. v. d. Berch van Heemstede te Doorn.

De jury voor de beantwoording der ingekomen antwoorden werd op de volgende wijze samengesteld.

Nadat elk der bijdragende vereenigingen eenige personen had opgegeven, geschikt voor het jury-lidmaatschap, werd uit een verza-mellijst dezer personen door alle bijdragende vereenigingen een tiental personen aangewezen, aan wie door hen als juryleden de voorkeur werd gegeven. Op deze wijze werd de jury bij meerderheid van stemmen, nadat de heeren W. Beker te Brummen, en E. A. L. Ouadekker te Breda voor het jury-lidmaatschap hadden bedankt, samengesteld als volgt: de heeren Herman F. Bultman te Haarlemmermeer, H. v. Wickevoort Crommelin te Heemstede, J. H. Ebels te Stadspolder, prov. Groningen, H. C. Reimers, leeraar aan de Rijkslandbouwschool te Wageningen en C. D. v. d. Weg, inspecteur van het Paardenstamboek te Dongjum, prov. Friesland.

Van de I2 ingekomen antwoorden werden, in de vergadering den 30 September 1891 te Utrecht gehouden, de antwoorden:

„Sz je fats naitrc de bonnes idéés a d' autres, je auraipas tont a fait perdu mon tempsquot;, van den heer E. A. L. Ouadekker, paardenarts te Breda,

^Hippophihisquot;, van den heer A. van Leeuwen, rijksveearts te Leiderdorp bij Leiden, en

■i-.Hij, die vele zaken in een klein bestek weet samen te vatten, zich onthondt van technische termen en het nuttige aan het aangename paart, schrijft voor iederquot;, van den heer M. W. V. van Bijlevelt te Rilland Bath, door de jury bekroond en wel ieder met f 200.—, daar de waarde dier 3 antwoorden gelijk werd geacht.

Daar geen der bekroonde antwoorden geacht werd aan alle eischen der prijsvraag te voldoen, werd besloten aan het jurylid C. D. van der Weg bovengenoemd, ingevolge het programma der prijsvraag op te dragen uit die drie antwoorden één geheel te maken,

ocr page 134

onder nadere goedkeuring van en vaststelling door de gelieele jury.

En het resultaat van die omwerking door den heer van der Weg is de handleiding, die hierbij aan de Nederlandsche landbouwers-paardenfokkers ter bestudeering wordt aangeboden.

Moge de bedoeling, met de prijsvraag beoogd, bereikt zijn en deze handleiding een vertrouwbare vraagbaak zijn voor den paardenfokker en hem nimmer het antwoord schuldig blijven!

Eenige waarborgen daarvoor levert zeker de wijze, waarop ze

tot stand is gekomen. _ 1 . .

De Erven B. van der Kamp, uitgevers te Groningen, hebben de uitgave voor hunne rekening genomen. Hun gevestigde naam als uitgevers is ons een waarborg voor een keurige uitvoering van het werk, dat ongeveer 200 bladzijden zal beslaan en een zeventigtal teekeningen, deels in houtsnee, deels in zincographie zal bevatten, terwijl de prijs voorzeker niet te hoog gesteld is.

Voor leden van landbouwmaatschappijen en vereenigingen, de bevordering van de paardenfokkerij voorstaande, zal het werk gedurende drie jaren na de uitgave' op aanvrage van de penningmeesters dier maatschappijen en vereenigingen verkrijgbaar zijn voor/0.80, terwijl de prijs voor particulieren op /1.25 gesteld is. De prijs is zoo laag gesteld kunnen worden, daar men gerekend heeft op een groot debiet. Moge deze verwachting niet ijdel zijn!

Alvorens dit voorwoord te eindigen, meent de Commissie van uitvoering, dat zij aan den plicht der dankbaarheid te kort zou doen, wanneer amp;ze niet met een enkel woord namens de bijdragende vereenigingen en particulieren grooten dank betuigde aan de juryleden, die Tn dezen zeker een zeer moeieiijke taak hebben volbracht.

De overtuiging door deze werkzaamheid te hebben medegewerkt tot verheffing onzer nationale paardenfokkerij, zal zeker voor hen eene aangename voldoening zijn.

Het jurylid C. D. van der Weg mocht helaas de vrucht van zijne omwerking der drie bekroonde antwoorden niet in het licht zien verschijnen. De onverbiddelijke dood rukte dien waardigen man in het noorden des lands als een autoriteit op het gebied der paardenfokkerij beschouwd, te midden zijner vele werkzaamheden

uit de rij der levenden weg.

De correctie, welke hij welwillend op zich had genomen, werd^.oen door de Commissie van uitvoering opgedragen aan den heer Qua-dekker te Breda, die belangeloos en met groote bereidvaardigheid die opdracht aanvaardde. Ook daarvoor zij den heer Quadekker

onze hartelijke dank gebracht. _ .

Met deze introductie meent de Commissie van uitvoering, dat dit werkje verder zijn weg zelve moet vinden, zich zelf aanbevelend als onmisbaar voor eiken Nederlandsehen paardenfokker.

J. E. Scholten.

Mr. Menno O. Gratama.

Groningen, ) Hoogeveen, $

Febr. 1S93.

ocr page 135

Oordeel van de pers over:

HANDLEIDING voor PAARDEEEOKKERTJ

ten dienste van den

Nodeiiandschen Laudbouwor-Paardenfokkor,

samengesteld door C. D. VAN DER WEG, in leven Inspecteur van het Paiirden-Stamboek voor de 3 Noordelijke Provinciën, uit de op een prijsvraag ingekomen drie bekroonde antwoorden van de heeren E. A. L. QUA DEKKER te Breda, A. VAN LEEUWEN te Leiderdorp en M. W. V- VAN RULE VELT te Rilland-Bath.

(Met pl.m- 70 afbeeldingen in den tekst en 1 titelplaat.)

quot;Wij hebben ter aankondiging een werk ontvangen, welks titel men slechts in zijn geheelen omvang behoelt te noemen om alle bespreking feitelijk overbodig te maken. Van slechts zeer enkele werken kan men «ulks zeggen, n.1. van die, welke voor dat zij in 't licht verschijnen reeds eene geschiedeuis en nog wel een belangrijk verleden achter den rug hebben. Sinds jaren werd de behoefte gevoeld aan een populair handboek voor paardenfokkerij. Wel hebben wij er, zooals het veeartsenij kundig werk van Sipperlen, dat reeds wat oud is, of het werk van den heer de Bruyn, dat zeer veel goeds bevat, maar dat het niet geven wat men wenscht blijkt hieruit, dat toen quot;t (Jenootschap van landbouw in Drente in 1SSS het voorstel aan verschillende landbouwmaatschappijen deed om gezamenlijk ecne prijsvraag ter verkrijging van een degelijk handboek uit te schrijven, een elftal {^roote of minder groote corporaties bijdragen daarvoor gaven, zoodat het geraamd bedrag van / 900 bijeenkwam, waarvan ƒ 000 zou worden geschonken aan de schrijvers der best gekeurde antwoorden. Bovendien werd bepaald, dat wanneer de jury in geen der antwoorden volledige bevrediging vond, op haar advies, aan iemand zou kunnen worden opgedragen uit do best gekeurde antwoorden e'e'n geheel te maken.

Dit laatste is gebeurd. Van de 12 ingekomen antwoorden werden aan drie ieder ƒ 200 toegekend en aan den beer van der Weg opgedragen daaruit één geheel te maken. Een en ander hebben wij ter gelegener tijd medegedeeld en de titel van het werk dat thans verschenen is geeft in 't kort die geheele geschiedenis terug. Hij luidt als volgt;

„Handleiding voor paardenfokkerij, ten dienste van den Nederlandschen landbouwer-paardenfokker, samengesteld door C. D. van der Weg, in leven inspecteur van het paardenstamboek voor de 3 Noordelijke provinciën, uit de op eeu prijsvraag ingekomen drie bekroonde antwoorden van de heeren E. A. L. (^uadekker te Haarlem, A. van Leeuwen te Leiderdorp en M. W. van Bijlevelt te ililland-Btith.quot;

Het werk, dat uitgegeven is bij de Erven van der Kamp te Groningen, is met 1 titelpiaat en een zeventigtal afbeeldingen in den tekst voorzien, liet kost ƒ 1.25.

Wij herhalen thans: bet noemen van den titel maakt do bespreking overbodig. De namen der mannen, die medegewerkt hebben tot de samenstelling van dit werk en vooral ook de wijze waarop het is ontstaan, leggen de welsprekendste bewijzen iif van de degelijkheid van dit handboek. Ter loops hebben wij het gelezen — 'tis pas verschenen — en aan de verwachting welke wij er van koesterden beantwoordt het, naar het ons voorkwam, ten volle. Wij zullen er dan cok den geheelen inhoud niet van nagaan, maar alleen onzen lezers dit werk ter lezing ten slerkste aanbevelen. Dat het zijnen weg bij het publiek zal vinden is aan geenen twijfel onderhevig.

Landbouw-Kroniek van do Nieuwe Gron, Courant van 10 Sept. 1893,

ocr page 136

JJe lang verbeide „TIandleiding voor paardenfokkerij, door C. D. van der Weo enz.quot; heeft in hut algemeen gesproken na lecture er van een gunsligen indruk bij ons achtergelaten. Tal van zeer wetenswaardige znken voor den landbouwer-paardenfokker zijn in dit boekske van 140 bladz. vervat. Het beknopte heeft geen afbreuk gedaan aan de degelijkheid van het werk In de volgende ailevering zullen wij deze handleiding min of meer per hoofdstuk behandelen en die zaken aanwijzen, waarin wij in meening verschillen met den hooggeachten auteur, wijlen den heer C. D. van der Weg. Het hoofdstuk „Opsomming der gebreken, welke een paard ongeschikt maken voor de voorttelingquot; heeft ons het miust goed voldaan.

Hippos 1893, no. 12.

De toenmalige Redacteur van Hippos, de heer A. W. Heidema, heeft noch in de op no. 12 van 1893 volgende aflevering noch daarna, ooit eene beoordeeling van dit werk gegeven. Waarom ?

„Handleiding voor paardenfokkerijquot; is de titel van een zeer practisch boek, Hit-gegeven door de Erven B. van der Kamp, te Groningen en samengesteld door den heer C. J). van der Weg, in leven Inspecteur van het Paardenstamboek voor de 8 noordelijke provinciën, naar aanleiding der drie bekroonde antwoorden, door de heeren E. A. L. Quadekker te Breda, A. van Leeuwen it Leiderdorp en M. \V. V. van Bijlevelt te Rilland—Bath.

De algemeene grondbeginselen waarop j)aardenfokkerij berust, bestaat uit een voornaam punt, namelijk; niet te mogen fokken dan met gezonde dieren, terwijl een juiste kennis van een goede voeding en doelmatige verpleging hoofdzaak zijn.

De uiterlijke vorm van een goed gebouwd paard; de beschrijving van paarden, bijzonder geschikt voor de voortteling; de opsomming der gebreken, die een paard ongeschikt maken voor die voortteling; de tijd van paring en verzorging van hengsten; verder de verzorging van het veulen en ten slotte de stalling, ittH; voedsel en de verzorging van den hoef, dit alles geeft deze Handleiding voor Paardenfokkerij ten dienste van den Nederlandschen landbouwer, in duidelijke woorden, in een klein bestek, zonder te schermen met technische termen en daarenboven alles nog verduidelijkt door goed uitgevoerde afbeeldingen.

De prijs van ƒ 1.25 zal o. i. geen beletsel zijn, dat vele landbouwers-paardenfokkers zich dit werkje zullen aanschaffen.

Beoordeeling van de Red. Sport.

We maakten dezer dagen kennis met een werk, uitgegeven bij de Erven B. van der Kamp, alhier, onder den titel „Handboek voor paardenfokkerij.quot; Het is samengesteld door wijlen den heer C. D. van der Weg, in leven inspecteur van het Paardenstamboek voor de drie noordelijke provinciën uit drie bekroonde antwoorden op eene prijsvraag, respectievelijk van de h.h. E. A. L. (^audekkkr te Breda, A. van Leeuwen, te Leiderdorp en M. W. V. van Bijlevelt te Rilland Bath.

Zonder ons in 't minst uit te willen geven voor deskundige op 't gebied der paardenfokkerij, meenen we toch te mogen verklaren, dat er uit boek voor liefhebbers van bet edele paard vrij wat te leeren valt. In een lOtal hoofdstukken wordt alles, wat een paardenfokker noodig heeft te weten, helder en duidelijk medegedeeld. Een 70tal afbeeldingen tusschen den tekst verhoo^en de waarde van het werk, dat er zeer goed uitziet.

Nieuwshlad van het Noorden, 10 Sept. '93.

De voorlang aangekondigde handleiding voor de paardenfokkerij is verschenen.

Zooals onze lezers zich zullen herinneren, is deze samengesteld door nu wijlen onzen verdienstelijken Inspecteur van het Paardenstamboek C. D. van der Weo, uit de drie bekroonde antwoorden der uitgeschreven prijsvraag.

Reeds deze wijze van samenstelling waarborgt wat goeds, aan welke verwachting het boekje, dat door figuren en afbeeldingen is toegelicht, volkomen beantwoordt.

ocr page 137

'tis een werkje dat ieder fokker niet alleen moet lezen, maar naast zich moet hebben, teneinde het bij herhaling te kunnen raadplegen.

De verschillende onderdeden der fokkerij worden in 10 hoofdstukken behandeld, als :

1. De algemeene grondregelen waarop paardenfokkerij berust, enz. enz.

Deze handleiding kost ƒ 1.25, doch is voor Leden onzer Vereeniging, ook voor Leden van Landbouw-Maatschappijen, echter voor f 0 80, f 0.90 fr. p. post verkrijgbaar bij de uitgevers, blijkens achterstaande advertentie.

Voor eene zeer geringe opoffering kan men zich dus een werkje aanschaffen dat voor ieder fokker zeer vele practische en nuttige wenken bevat.

Mogen er zeer velen van deze gelegenheid gebruik maken.

Meer doelmatige paardenfokkerij zal daardoor zeker worden bevorderd.

(Mededee lingen en Berichten der Friese/ie Maatschappij van Landbouw t 15 September 1893).

Voor eenige jaren werd door het „Genootschap ter bevordering van den landbouw in Drentequot; het initiatief genomen tot het uitschrijven van een prijsvraag ter verkrijging van een handboek ten dienste van de paardenfokkerij in Nederland. Aan verschillende vereenigingen ter bevordering van landbouw, veeteelt en paardenfokkerij werd namelijk door genoemd Genootschap een circulaire gezonden, waarin de wenschelijkheid van de uitvoering van bovenstaand denkbeeld werd betoogd.

De verschillende vereenigingen, die sympathie met deze circulaire betuigd hadden, zonden in 1889 hare afgevaardigden naar Utrecht, waar besloten werd ƒ 000 voor een prijsvraag beschikbaar te stellen, met dien verstande, dat de jury dit bedrag over de drie beste antwoorden mocht verdeden.

Twaalf antwoorden kwamen er in. Drie daarvan, en wel die der heeren E. A. L. Quadekker te Breda, A. van Leeuwen te Leiderdorp en M. W. V. van Bijlevelt te Rilland Bath, werden eene bekroning, elk van ƒ 200, waardig gekeurd. Geen dier antwoorden voldeed echter aan alle eischen en daarom werd besloten aan het jurylid C. J). van der Weg, inspecteur van het paardenstamboek te Dongjum, op te dragen uit het drietal één geheel te maken, onder nadere goedkeuring van en vaststelling door de geheele jury.

Het resultaat dier omwerking heeft thans het licht gezien. Jammer genoeg heeft de heer Va.v der Weg dit tijdstip niet mogen beleven, want voordat zijne handleiding van de pers kwam, werd hij door den dood aan zijne nuttige werkzaamheid ontrukt.

De beteekenis eener doeltreffende fokkerij van paarden behoeft zeker niet te worden uiteengezet. En dat op dit gebied door onkunde nog maar al te veel gezondigd wordt, is evenzeer boven twijfel verheven. Daarom begroeten wij de verschijning dezer handleiding met groote ingenomenheid. De prijs, voor leden van laudbouwmaatschappijen en maatschappijen ter bevordering van de paardenfokkerij f 0 80 en voor particulieren ƒ 1.25), brengt haar onder ieders bereik.

De landbouwers zullen daarin tal van behartigenswaardige wenken vinden omtrent de vereischten, waaraan een goed paard moet voldoen, omtrent de voortteling, de stalling, het voedsel, het hoefbeslag enz. Terecht wordt in het boekje gezegd: de paardenteelt behoort meer en meer een rijke nevenbron van bestaan te worden voor den landbouwer-paardenfokker.

De Telegraaf van 17 Seyt. *93.

Een Handleiding voor paardenfokkerij, die door de deugdelijke wijze waarop hare samenstelling is voorbereid, met recht als een vertrouwbare gids voor den Neder-landschen paardenfokker mag worden beschouwd, is onlangs uitgegeven door de Erven B. van der Kamp te Groningen. Het initiatief daartoe werd genomen door het hoofdbestuur van het Genootschap ter bevordering van den landbouw in Drente, dat in December 1888 aan de Nederlandsche maatschappijen en vereenigingen ter bevordering van landbouw, veeteelt en paardenfokkerij uitnoodigde tot samenwerking

ocr page 138

om een prijsvrang uit te aclirijven ter verkrijging van een populair handboek voor paardenfokkerij.

Dit denkbeeld vond sympathie bij een elftal vereenigingen en uit de bijdragen van dezen en van eenige belangstellende particulieren, de heeren J. B. Scholten te Groningen, Jhr. rar. C. van Eysinga te Leeuwarden en Jhr. rar. L. van der Berch van Heemstede te Doorn, zijn de voor het uitschrijven van eene prijsvraag benoodigde gelden bijeengebracht. Van de 12 ingekomen antwoorden werden drie, die van de heeren E. A. L, Qijadekker, militair paardenarts te Breda, A. van Leeuwen, rijksveearts te Leiderdorp en M. W. V. van Bijlevelt te Rilland-Bath, door de jury bekroond; de uitgeloofde prijs van / 600 werd tusschen de schrijvers gelykelijk verdeeld. De jury maakte daarop gebruik van de bevoegdheid, die zij zich voorbehouden had en droeg aan een deskundige, den heer C. 1). van der Weg, inspecteur van het Paardenstamboek te Dongjum, prov. Friesland, op, uit deze drie antwoorden ee'n geheel te maken, onder nadere goedkeuring van en vaststelling door de gehecle jury.

Het resultaat van die omwerking is deze handleiding, in een 140tal bladzijden voorzien van omstreeks 70 afbeeldingen in den tekst.

De prijs kan geen beletsel zijn om deze handleiding ingang te doen vinden. Voor particulieren is die / 1.25, voor leden van landbouwmaatschappijen en vereenigingen, die de bevordering van de paardenfokkerij voorstaan, f 0.80. Wij vestigen gaarne de aandacht op dit werkje, ons aansluitende bij de commissie van uitvoering, waar zij de hoop uitspreekt, dat haar arbeid, waarvan deze handleiding de vrucht is, moge bijdragen tot verheüing van onze nationale paardenfokkerij.

Utrechtsch Dagblad, 22 Sept. '93-

Bij de Erven B. van der Kamp te Groningen is verschenen eene: Handleiding voor de Paardenfokkerij ten dienste van den Ned. Landbouwer-Paardenfokker.

Dit boek, met een zeventigtal afbeeldingen toegelicht, is samengesteld door nu wijlen den inspecteur van het Paardenstamboek voor de drie Noordelijke Provinciën, met gebruikmaking van de bij eene prijsvraag bekroonde antwoorden der heeren E. A. L. Quadekker te Breda, A. van Leeuwen te Leiderdorp en M. W. V. van Bijlevelt te Rilland-Bath

Deze welverzorgde uitgave kan dus zeker als een vertrouwbare handleiding onder de aandacht van vakmannen en paardenliefhebbers worden gebracht.

Algem. Handelsblad, 26 Sept. '93.

Verder ontvingen we ter beoordeeling: Handleiding voor de paardenfokkerij ten dienste van den Nederlandschen landbouwer-paardenfokker. Dit werk is samengesteld door nu wijlen den heer C. ü. van der Weg, in leven inspecteur van het paardenstamboek voor de 3 noordelijke provinciën, uit drie bekroonde antwoorden op eene prijsvraag. Deze drie bekroonde antwoorden waren van de heeren E A. L. Quadekker te Breda, A. van Leeuwen te Leiderdorp en M W. V. Bijlevelt te Rilland-Bath.

Het werk bevat, behalve de titelplaat, nog 70 afbeeldingen in den tekst, is uitgegeven bij de Erven B. van der Kamp te Groningen en verkrijgbaar voor den prijs van f 1.25 voor particulieren ; voor leden van landbouw-maatschappijen en vereenigingen, de bevordering der paardenfokkerij voorstaande, zal het werk gedurende drie jaren na de uitgave (1893) op aanvrage der penningmeesters dier maatschappijen en vereenigingen verkrijgbaar zijn voor f 0.80.

In 10 hoofdstukken worden de onderdeden der fokkerij behandeld.

De wijze van samenstelling waarborgt reeds de degelijkheid van den inhoud. Nu de verbetering van onze paardenrassen zulk een hooge vlucht neemt, heett een handleiding, die tot richtsnoer kan dienen, zeer zeker alleszins recht van bestaan. Vooral eene handleiding als de onderhavige voorziet in een lang gevoelde behoefte. Wij maken ons sterk, dat de resultaten in de toekomst, die verkregen zullen worden door eene oordeelkundige raadpleging van dit werk, onze verwachtingen niet zullen beschamen. We hopen, dat het werk door iederen landbouwer-paardenfokker

ocr page 139

ter lezing zal worden genomen en twijfelen niet of het^zal hem ter leering strekken en hem brengen tot het doel, eene blijvende verbetering tot stand te brengen van onze paardenrassen. VEN IJS.

Nieuwe Landbouwcourant van 30 Sept. 1893.

Wij verzuimden reeds eenigen tijd melding te maken van een bij de Erven B. van der Kamp alhier verschenen ; „Handleiding voor de paardenfokkerijquot;. Het genootschap ter bevordering van den landbouw in Drente noodigde in 1888 de Nederlandsche maatschappijen en vereenigingen ter bevordering van landbouw, veeteelt en paardenfokkerij tot samenwerking uit om een prijsvraag uit te schrijven ter verkrijging van ecu populair handboek voor de paardenfokkerij. — Uit de bijdragen van een elftal dezer vereenigingen en van een aautal particulieren zijn de voor de prijsvraag benoodigde gelden verkregen. — Van de 12 ingekomen antwoorden werden drie, die van de heeren E. A. L. Quadekker, militair paardenarts te Breda, A. van Leeuwen , rijksveearts te Leiderdorp en M. W. V. van Bijlevelt te Rilland-Bath door de jury bekroond. De jury droeg aan den heer C D. van der Weg, inspecteur van het paardenstamboek, te Dongjum, op, uit deze drie antwoorden een geheel te maken. — Het thans verschenen werkje is het resultaat van die omwerking. In dit werk, dat van vele afbeeldingen voorzien is, worden achtereenvolgens behandeld: Hoofdstuk I. De algemeene grondregelen waarop paardenfokkerij berust. H. Uiterlijke vorm van een goed gebouwd paard. III. Beschrijving van paarden bijzonder geschikt voor de voortteling met mededeeling waar en op welke wijze kruising wenschelijk is. IV. Opsomming van gebreken, welke een paard ongeschikt maken voor de voortteling. V. Tijd van paring en verzorging van hengsten. VI. Verzorging van veulendragende merriën. VIT. Geboorte van en eerste zorg voor veulen en moeder. VIII. Behandeling van het veulen gedurende den eersten tijd. IX. Verdere opvoeding en africhting van het veulen. X. Stalling, voedsel en hoefbeslag.

Wij gelooven een werk dat op de boven geschetste wijze tot stand is gekomen , met gerustheid te durven aanbevelen als een vertrouwbaren gids voor iederen paardenfokker. De prijs is niet hoog, n.1. ƒ1.25, en voor leden van laudbouwmaat-echappijen en van vereenigingen voor paardenfokkerij slechts /0.80.

Vrov. Gron. Ct. d.d. 9 Oct. 'OS.

Met zeer veel genoegen maakten wij met het in de afgeloopen maand verschenen werkje kennis, getiteld: „Handleiding voor Paardenfokkerij ten dienste van den landbouwer-paardenfokker, samengesteld door C. D. van der Weg, in leven inspecteur van het paardenstamboek voor de drie noordelijke provinciën, uit de op een prijsvraag ingekomen drie bekroonde antwoorden van de h.h. E. A. L. Quadekker te Breda, A. van Leeuwen te Leiderdorp en M. W. V. van Bijlevelt te Rilland-Bath, met 70 afbeeldingen in den tekst, uitgave van de Erven B, van der Kamp te Groningenquot;.

Dat er een groote behoefte bestond aan een dergelijk niet te omvangrijk werk, dat voor weinig geld verkrijgbaar kon worden gesteld, hebben de verschillende Nederlandsche Landbouw-Maatschappijen en Vereenigingen, die de prijsvraag uitschreven, zeer goed begrepen.

Eene beredeneerde, populaire handleiding voor paardenfokkerij ten dienste van den Nederlandschen landbouwer bestond er in onze taal niet, en wij kunnen niet anders dan de bedoelde Mijen. gelukwenschen met het resultaat door hen verkregen.

Hadden wij ook in enkele hoofdstukken nog gaarne iets meer verlangd, bijv. in hoofdst. XT, omtrent de africhting en dressuur, wij kunnen niet anders getuigen dan dat het werkje ons uitstektnd bevallen is. Wij houden ons overtuigd dat het, voorziende in een ware behoefte, vele lezers zal vinden en spoedig een onmisbare handleiding zal blijken te zijn in de boekerij van iederen Nederlandschen Landbouwer-Paardenfokker.

Maandblad van de Vereeniging van Oud-Leerlingen der Uijkslandhouwschool, tevens orgaan, gewijd aan de belangen van den Landbouw, Oct '93.

ocr page 140

De paarJenfoldierij is in ons land in waarheid een nationaal belang bij uUne-mendheid. Reeds in vroege tijden droegen de paardenfokkerij en de [jaardenbandel veel bij tot de welvaart van ons land, en reeds in oude tijden — met zekerheid reeds in de 16e eeuw — bestond er een belangrijke uitvoer van paarden naar het buitenland.

Helaas was men gewoonlijk te zeer op oogenblikkelijk tastbaar voordeel gesteld en verloor men uit het oog, dat ook waarlijk goede paarden behouden moesten blijven, om voortdurend verzekerd te zijn van het bezit van het inheemsche paardenras, dat reeds gedurende lange tijden eene zoo ^roote mate van vermaardheid had verworven. Engeland's voorbeeld was toch navolgenswaard; immers in dat land stelde men steeds het behoud der goede paarden op den voorgrond, en trachtte men zich altijd van de minder goede te ontdoen. Nog heden ten da^e worden aldaar — tenzij zeer hooge prijzen kunnen worden bedongen — de tweede klasse paarden goed genoeg voor het Vasteland geacht. Hier Ie lande was men echter gewoon de goede paarden te verkoopen en behield men de minder goede. Onder tal van invloeden en oorzaken is dit wel de hoofdoorzaak geweest, waardoor het Nederlandsche paard is achteruit gegaan..

Eene andere oorzaak van den achteruitgang onzer paardenfokkerij is daarin gelegen, dat vele fokkers niet schijnen te begrijpen, — of te zuinig zijn om zulks te willen begrijpen — dat voor de fokkerij dieren noodig zijn^ door en door gezond, en zonder gebreken.

Door minder goede dieren te behouden, wordt ons paardenras in discrediet ge-bracht bij den buitenlander.

Het tijdelijke voordeel, door den fokker behaald bij een spoedigen verkoop van een daarvan verkregen veulen, weegt nimmer op tegen de schade, daarbij op den duur aan de fokkerij toegebracht.

Wij verheugen ons te kunnen constateeren, dat thans door particulier initiatief reeds veel moeite wordt gedaan onze paardenfokkerij weder op te hefl'en uit den eenigszins vervallen staat.

Reeds werden door particulieren en tal van Vereenigingen uitstekende buiten-landsche hengsten ingevoerd. Ook onze provincie telt hiervan de voorbeelden. Aan deze pogingen tot veredeling van het ras werd een krachtige steun geschonken door de geldelijke bijdragen, die door den Staat, door de Provincie en door enkele maatschappijen werden geschonken.

Maar welke pogingen ook worden in het werk gesteld, zij zouden ijdel blijken, indien niet van ervaren zijde goede voorlichting werd geschonken aan de vele landbouwers, die zich met de fokkerij ophouden, en de daartoe vereischte ondervinding missen.

In een nieuw uitgekomen Duitsch geschrift leest men o. m. :

In de natuur is het paard afhankelijk van den bodem, van het klimaat, van het voeder en van het water. Bij de fokkerij komt daarbij ook het verstand van den mensch, niet alleen met betrekking tot deze factoren, maar ook tot de hygiënische opvoeding van het veulen, en tot het verband, dat gebncht dient te worden tus-schen beweging en voeding. Door eene goede keuze kan de mensch met betrekking tot dit alles de verbetering van het ras in hooge mate bespoedigen Toch is men nooit zeker van den goeden uitslag, want dagelijks moet men zich zeiven bekennen, weder eene illusie armer, en eene ervaring rijker te zijn: de paardenfokkerij beslaat uit een aaneenschakeling van angstige verwachting en bedrogen hoop Geen wonder dan ook, dat vele practische paardenfokkers uitzien naar beteie regelen der paardenfokkerij, en, door ervaring geleerd, die reeds in beoefening weten te brengen ; geen wonder ook, dat landbouvvmaatschappijen en andere vereenigingen zoowel als bijzondere personen, er zich op toeleggen de wijze van fokken te verliet eren door doelti effende, op ervaring gegronde regelen te verbreiden, opdat de fokkerij meer en meer worde wat zij kan en zijn moet, eene rijke nevenbrou van bestaan voor de landbouwer-paardenfokker.

Aan die zucht om nuttig en werkzaam te zijn aan de maatschappelijke welvaart

ocr page 141

van velen, is het ontstaan te danken van een boek, waaraan de laatste regels zijn ontleend. Het is de „Handleiding voor paardenfokkerij, ten dienste van den Nederlandschen landbouwer-paardenfokkerquot;, samengesteld door C. T). van der Weg in leven inspecteur van het paardenstamboek voor de 3 noordelijke provinciën. (Groningen, Erven B. van der Kamp, 1893.)

Op initiatief van het hoofdbestuur van het genootschap ter bevordering van den landbouw in Drenthe werd door verschillende Nederlandsche maatschappijen ter bevordering van landbouw, veeteelt en paardenfokkerij, waaronder ook het geno it-schap voor landbouw en kruidkunde te Utrecht, een prijsvraag uitgeschreven, met het doel te verkrijgen een „bevredigende, populaire handleiding voor paardenfokkerij, ten dienste van den Nederlandschen landbouw, met een uittreksel daaruit.quot;

Door de jury werden drie van de twaalf ingekomen antwoorden bekroond, en wel die van de heeren E. A. L. Quadekker, militair paardenarts te Breda;' A. van Leeuwen, Kijks-vecarts te Leiderdorp en il. VV. V. van Bijlevelt te Killand-Bath.

Ingevolge het programma der prijsvraag werd besloten aan den heer C. D. van der Weg op te dragen uit die drie antwoorden een geheel te maken.

Het thans verschenen boek is het resultaat van die omwerking. Behalve de algemeene grondregelen waarop de paardenfokkerij berust, geeft het in populairen vorm beschouwingen over alles, wat van dienst kan zijn voor den practischen fokker.

Nader den inhoud te bespreken, achten wij overbodig; we slniten ons aan bij het gezegde van een bekend auteur, die, toen hem gezegd werd: Ik las uwe boekbespreking met veel genoegen, maar ik kan er niet in vinden, wat het eigenlijk te lezen geeft, antwoordde: „Ik heb in mijne bespreking slechts het genoegen geschilderd, dat ik bij het lezen van het boekwerk smaakte, teneinde ook bij u den lust te prikkelen, u hetzelfde genot te verschaffen. Alleen van boeken, die ik niet lezenswaard acht, geef ik den inhoud prijs.quot;

Het hier genoemde boek behoort te worden geraadpleegd door allen, die zich met de paardenfokkerij bezig houden.

Vtrechtsche Courant, dd. 16 October 1893.

Handleiding voor de Paardenfokkerij, ten dienste van den Nederlandschen Landbouwer-Paardenfokker, samengesteld door C. D. van der Weg, in leven Inspecteur van het Paardenstamboek voor de 3 Noordelijke Provinciën uit de op een prijsvraag ingekomen drie bekroonde antwoorden van de h.h. Quadekker, Van Leeuwen en Van Bulevelt. Uitgevers: Erven B. van der Kamp te Groningen Prijs f 1.25.

Deze handleiding voor paardenfokkerij voorziet zeer zeker in eene reeds lan» bestaande behoefte. Vooral met het oog op den kwijnenden toestand, waarin ge° noemd onderdeel van onzen landbouw jaren heeft verkeerd, „hoewel in de laatste jaren merkbare vooruitgang is te bespeuren,quot; is dit werk voor den landbouwer in 't algemeen, doch in 't bijzonder voor den paardenfokker van onschatbare waarde. De eerste vereischten aangaande de paardenfokkerij, die noodwendig ieder goed fokker dient te weten, worden hier geleidelijk, hoewel beknopt, doch duidelijk en alzoo op eene voor iedereen zeer begrijpelijke wijze, vooral door de noodige teeke-dingen, uiteengezet. Ik twijfel dan ook niet, of dit werk zal door heeren paardenfokkers en -houders met vreugde worden begroet en zal dientenn-evolfe onze nationale pairdenfokkerij zeer ten goede komen.

Baudets- en Landbouw-Courant van 16 Sept. '94.

ocr page 142

Oordeel van de pers over:

DE PAARDENRASSEN,

door

e. a. l. quadekker,

Kapitein-Paardenarts. — Redacteur van dHIPPOSo. te Haarlem.

I. ENGELSCHE PAARDEN.

Een kloek boekdeel met 13 platen.

Prijs fi.25, franco p. p. fi.35, tegen inzending van postwissel.

De heer E. A. L. QrAnEKKER. Kapt.-PaarJenavts, liecft als redacteur van niftios van tijd tot in zijn blad ecnige artikelen ten beste gegeven over de verschillende Earoicesche paardenrassen, die uitmunten door duidelijke omschrijving en aange-namen vorm. Haar de foldvcrij hier te lande zich ook begint te ontwikkelen, al is het dan ook voorloopig nog op bescheiden voet, zoo is het o. i. zeer juist fezien èn van den geaebten schrijver èn van de uitgevers, om die verschillende artikelen in een boekdeel te verecnigen,

Het le deel, de Engelsche paarden bevattende, is thans verschenen, en wij begroeten deze verschijning met genoegen. Op aangename wijze geeft de schrijver daarin een duidelijke omschrijving van de verschillende paardenrassen in Engeland aanweziquot;, aanschouwelijk gemaakt door platen. De uitgevers hebben voor een goeden duidelijken druk gezorgd, en daarbij den prijs niet hoog gesteld, ƒ l-2o is voor zulk een boekdeel waarlijk niet veel te noemen Wij twijfelen met of velen die in de paardenfokkerij belang stellen en zij die faarne iets meer van een paard willen welen dan men er gewoonlijk over hoort en leest, zullen zich dit werkje aan«chaffen, en door het succes aangemoedigd zal Kapt. Quadekkek in een niet al te ruim tijdsverloop de andere Europeesche rassen op gelijke wijze behandelen.

{N'jd, Sport 30 Oct. 1896.)

Bij Erven B. van der Kamp te Groningen, is verschenen • „De Paardenrassenquot;' bewerkt door den kapiiein-paardenarts E. A. L. Quadekker, te Haarlem.

De schrijver behandelt hierin de Engelsche paarden, en wel de Clevelanders en Yorkshire 'koetspaarden, de hunters, de volbloed, de hackney, de hack, de poney, de shire, het saffolk- en het clydesdaler-paard, om met de cart horses for street work, (sleeperspaarden) te besluiten. , , , f. ,,

Dit hoogst belangrijke werk, dat voor iedereen die belang heeft bij of belang stelt in een paard, groote waarde heeft, is het eerste deel van cene later te verschijnen serie, waarin de overige Europeesche rassen zullen worden behandeld, en waardoor men een zaakkundig overzicht zal krijgen van de verschillende rassen. Dertien zeer goede platen versieren dit eerste deel, dat ik in veler handen wensch. daar 't alles geeft wat men verlangen kan.

De nriis van ƒ1.25 is zeer billijk, in verhouding tot de waarde van het werk.

1 J (De Telegraaf 5 Sept. 1S96). Sik Visto.

De Paardenrassenquot;, door E. A. L. Quadekker. I. Engelsche paarden uitgave van Erven B. van oer Kamp, Groningen. Gelijk het voorwoord meaedeelt, zal de schrijver de verschillende Europeesche paardenrassen behandelen^ en is met het oog op de fokkerij in ons land Engeland het eerst behandeld. De bekwame schrijver aan wien dezen arbeid uitstekend is toevertrouwd behandelt in 10 verschillende hoofdstukken, van 13 platen buiten den tekst voorzien, 10 verschillende rassen, en deelt menige bijzonderheid mede, welke zelfs voor sporitnen nieuw zullen zijn. 't Is een nuttig en aangenaam geschreven boek, dat we in alle opzichten ^•quot;nen aanbevelen, goed uitgevoerd wat druk, enz. betreft en niet duur. Slecnts ƒ l.üo.

Met belangstelling zien wij het vervolg te gemoet. i ooc \

{Be Veldpost 14 October 1896.)

ocr page 143

Wij ontvingen een exemplaar van een werk onder bovenstaanden titel, door E. A. L. Qua dekker, Redacteur van het weekblad Hippos, kapitein-paardenarts te Haarlem; uitgave van Erven B. van der Kamp te Groningen. Men verzocht den heer Quadekker eene beschrijving te geven van de verschillende Europeesche paardenrassen en hij heeft gemeend aan dit verzoek te moeten voldoen.

Daar in Nederland thans uit het oogpunt van fokkerij meer dan ooit het oog op Engelund gevestigd is, kwam het den schrijver gewenscht voor met de Engelsche rassen een aanvang te maken. Als leiddraad hebben hem gediend, naast eigen ervaring, oudere en nieuwere Engelsche werken. Indien het den Nederlandschen paardenfokkers welkom kan zijn en iets konde bijdragen tot vermeerdering hunner kennis der paardenrassen, dan zou — zegt schrijver — hij daarin voldoende erkenning voor zijn arbeid vinden.

Dit is bescheiden, maar het werk zelf verdient naar ons oordeel hooge waardeering gt; daar het getuigt van groote studie en veelzijdig onderzoek.

Achtereenvolgend vindt men: de Clevelandsche bruinen en Yorkshire koetspaarden, de Hunter, de Volbloed, de Hackney, de Pony's, de Shire-paarden, het Suffolkpaard en het Clydesdalerpaard.

Afstamming, kruising, eigenschappen, geschiktheid enz. zijn zóó beschreven, dat het voor fokkers een lust moet zijn het werk te lezen, terwijl zij ook hun voordeel daarvan kunnen trekken.

De fraaie druk en de keurige afbeeldingen der verschillende paarden maken het werk zeer aantrekkelijk.

Wij twijfelen derhalve niet of het werk zal een gunstig onthaal vinden.

{De Landman 13 Oct. 1896.)

De Paardenrassen door E. A. L. Quadekker. I. Engelsche Paarden.

Wij vestigen de bijzondere aandacht op bovenstaand werk.

In het standaardwerk van G. J. Henqeveld „het rundveequot; hebben wij eene beschrijving van de veefokkerij, die voor ieder belanghebbende en belangstellende een vraagbaak is.

Onze bekende — en als volkomen bevoegde erkende — heer Quadekker zal onze litteratuur verrijken met soortgelijk werk over de Paardenrassen en daardoor voldoen aan eene stellig bestaande behoefte.

Bij uitzondering maken wij hiervan melding te dezer plaatse. Wij hopen en vertrouwen dat we daardoor iets bij kunnen dragen tot algemeene verspreiding van dit verdienstelijk werk. De prijs is laag, slechts ƒ1.25 voor de eerste atlevering, handelende over de Engelsche paarden.

Eene kennismaking met deze eerste atlevering zal de aanbeveling zijn voor de volgende; tal van platen verduidelijken den text.

üe Erven B. van der Kamp verrijken inderdaad onze landbouwlitteratuur met belangrijke werken en verdienen daarvoor niet alleen dank maar ook steun. Bij iederen boekhandelaar is het werk te verkrijgen. BULTMAN.

{Ned. Landbouwweekblad d.d. 7 Nov. *96).

ocr page 144

Oordeel van de pers over :

DE HOEF EN ZIJN BESLAG.

Leiddraad voor de praetij ken het examen in hoefbeslag. In hoofdzaak naar het werkje van Dr. H. MöLLER,

DOOR

E. A. L. QUADEKKER,

Kapitein-Paardenarts.

ly£@-b S5 ia. d-erx

PRIJS f 0.60; franco per post f 0.70.

Bij de Erven B. van der Kamp, alhier, is verschenen „De Hoef en zijn Beslag,quot; leiddraad voor de practijk en het examen in hoefbeslag, in hoofdzaak naar het werkje van dr. H. Möller. door E. A. L. Quadekker, kapt.-paardenarts. De schrijver, die zich verheugt over het feit, dat ook hier te lande het beslaan der paarden meer overeenkomstig de eischen der wetenschap begint te geschieden, heeft in dit werkje de hoofdzaken omtrent hoef en beslag willen geven vooral voor hen, die daarmee in betrekkelijk korten tijd bekend moeten worden. Daar hij zelf veel les aan dergelijke personen heeft gegeven, is het natuurlijk, dat in het boekje bovenal datgene voorkomt, waarop in de eerste plaats de aandacht moet vallen. Dat het op de juiste en bevat-telijkste manier wordt gegeven, daarvoor is de naam van den schrijver ons borg. Het werkje wint nog aan duidelijkheid door een 65-tal figuren, welke tusschen den tekst zijn geplaatst.

(„Nieuwsblad van het Noordenquot;, d.d. 3 Nov. '96.)

Van de hand van den heer E. A. L. Quadekker, kapitein-paarden-arts, is een werkje verschenen over „de Hoef en zijn beslagquot;, in hoofdzaak bewerkt naar het werkje van Dr. H. Möller.

Het boekje, dat zeer bevattelijk geschreven is, voorziet in eene werkelijke behoefte, daar de hoefsmeden meer en meer doordrongen worden van het feit dat de kennis van den hoef en van het beslag een wetenschappelijk iets is.

Men begrijpt met ieder jaar meer, dat ook in dit vak gestudeerd moet worden, wil men met vrucht het ambacht uitoefenen. Het jaren achtereen onderwijs geven aan burgerlieden, die in een betrekkelijk korten tijd zich de voornaamste zaken van den hoef en het beslag moesten eigen maken, gaf den schrijver de overtuiging, dat er hier te lande nog behoefte was aan een klein, beknopt werkje, waarin de hoofdzaken behandeld werden.

De détails toch moeten door den leeraar zelf aangebracht worden,

ocr page 145

daar deze doorgaans door leeken bij eenvoudige lezing uit een boek niet goed worden begrepen.

Het werkje, geïllustreerd met 65 figuren, is een 120 bladzijden groot, en een uitstekende leiddraad voor de praktijk en het examen in hoefbeslag.

(„Dagbl. en Kleine Crt. v. Rotterd.quot;, d.d. 6 Nov. 'gó)

De hoef en zijn beslag. Leiddraad voor de praktijk en het examen in hoefbeslag, in hoofdzaak naar het werkje van Dr. H. Möller, door E. A. L. Quadekker, kapitein-paardenarts. Met 65 figuren in den tektst. (Groningen, Erven B. van der Kamp.)

Zoo luidt de titel van 't boek, dat, naar wij meenen, zoowel voor mannen van de practijk als voor hen die examen in hoefbeslag willen afleggen, een vertrouwbare gids van groote waarde kan en moet zijn, niet alleen om het onderwerp, dat daarin behandeld wordt, maar ook, en daarom vooral, omdat het op zoo'n wetenschappelijk-leerzamewijze behandeld wordt.

Tot nog voor weinige jaren geleden werd er in bijna alle landen door de hoefsmeden in 't algemeen weinig waarde gehecht aan de theoretische wenken van de mannen der wetenschap en meenden de meeste mannen der practijk, dat zij evenals hunne voorgangers het zonder die theorieën best konden stellen. Gelukkig zag men echter eindelijk in, dat men door niet te luisteren naar de mannen der wetenschap, dwaas had gehandeld, dat er door 't eigenzinnig vasthouden aan den ouden sleur menige hoef was verwaarloosd, bedorven en menig paard waardeloos was gemaakt.

Zeer terecht zegt de schrijver dan ook in zijn voorwoord :

„Ook in ons vaderland doet zich het gelukkig verschijnsel voor, dat de hoefsmeden meer en meer doordrongen worden van het feit, dat de kennis van den hoef en van het paard een wetenschappelijk iets is. Men begrijpt met ieder jaar meer, dat ook in dit vak gestudeerd moet worden, wil men met vrucht het ambacht uitoefenen. Het jaren achtereen geven van onderwijs aan burgerlieden, die in een betrekkelijk korten tijd zich de voornaamste zaken van den hoef en het beslag eigen maken, gaf mij de overtuiging, dat er hier te lande nog behoefte was aan een klein beknopt werkje, waarin de hoofdzaken behandeld worden. De détails toch moeten door den leeraar zelf aangebracht worden, daar deze doorgaans bij leeken door eenvoudige lezing uit een boek niet worden begrepen.quot;

Nu, dat de schrijver door de lui, voor welke het boek in de eerste plaats geschreven is, wel zal worden begrepen, daaraan behoeft hij niet te twijfelen.

Hij verstaat de kunst, om zijn wetenschappelijke beschouwingen en mededeelingen in onverbeterlijk bevattelijken vorm terug te geven, en zegt in zijne verklaringen geen enkele maal een woord te veel. Juist de beknoptheid is mee een der uitmuntende eigenschappen van 't boekje, dat slechts 120 bladzijden beslaat en toch wordt daarin op grondige, afdoende wijze behandeld :

De bouw van den hoef. Het ophouden der beenen.

Bestemming van den hoef. Het beslaan.

Hoefvormen. Niet absoluut noodzakelijke be-

Voeding van den hoef. standdeelen van het beslag.

Het gevoel van den hoef. De opzet.

Hoefmechanisme. De kalkoenen.

Het hoefijzer. De stoot.

De hoefnagels. ; Het ijzer zonder rits.

ocr page 146

Het driekwartijzer. De losse wand.

Het halvemaanijzer. De holle wand.

Het gesloten- of balkijzer. De rotstraal.

Het ijzer met afhelling aan de De vernageling.

bodemvlakte. De nageltred.

Het strijkijzer. De steengallen.

Het klapijzer. De plathoef.

Ijzers voor jacht- en renpaarden. De volhoef.

Winterbeslag. De knolhoef.

IJsnagels. De klemhoef.

Het scherpe der vaste kalkoenen De hoorzuill.

en den stoot. Het zijbeen.

Scherpe schroef kalkoenen De verballing.

Insteekkalkoenen. De kroontrap.

Gutta-perchazolen. Gebrekkige gangen.

De hoefverpleging. Het strijken.

De hoefziekten. Het klappen in de ijzers.

Hoornscheuren. Kunsthoorn

De hoornkloof.

Niet minder dan de uitmuntende behandeling der genoemde onderwerpen dragen de talrijke figuren in den tekst (65) er tóe bij, het werkje tot een onmisbaren mentor op 't gebied van 't hoefbeslag te maken.

Er vak natuurlijk niet aan te denken, op den arbeid van mannen als Dr. Moller en Quadekker eenige critiek uit te oefenen, want alles, wat er in geschreven staat, draagt den stempel van geijkte wetenschap. Het eenige, waarover wij ons verwonderen, is, dat de schrijver zwijgt over aluminium-hoefbeslag, dat toch hier en daar wordt toegepast, 't Heeft wel is waar, volgens de redactie van ,,Der Hufschmiedquot;, niettegenstaande zijn lichtheid, een groote schaduwzijde, maar toch is nog niet bewezen, dat het na wijziging van 't een en ander niet eenmaal het zware ijzeren hoefbeslag zal verdringen. De schrijver zal misschien antwoorden : daarmee zou mijn boekje zijn objectief karakter verliezen, maar daar de schrijver betreffende de hoefbuffers van Hartmann zijn subjectieve meening heeft gegeven, meenden wij, dat ook die by behandeling van 't aluminiumbeslag niet te onpas zou zijn. Maar dit slechts in 't voorbijgaan.

Wij gel00ven, dat het boek in elk opzicht een onmisbare leiddraad is voor allen, waarvoor de schrijver het bestemd heeft, en twijfelen er niet aan, dat allen, die belang bij het hoefbeslag hebben, onze meening zijn toegedaan.

Met den schrijver hopen wij niet alleen, maar vertrouwen wij ook, dat het boekje ziin weg zal vinden en nut aanbrengen.

(,,De Vulkaanquot;, d.d. 7 Nov. '96.)

E. A. L. Quadekker. De hoef en zijn beslag. Groningen, Erven B. v. d. Kamp. — In onze advertentiekolommen van heden vindt men de aankondiging van 't verschijnen van bovengenoemd werkje, 't Is een leiddraad voor de practijk en het examen in hoefbeslag-. We weten dat de schrijver als autoriteit geldt op dit gebied en kunnen dus iets goeds verwachten. De inhoud stelt niet te leur en bevat alles wat ieder smid noodzakelijk moet weten die examen voor hoefsmid moet doen. Dit belet niet, dat ook elk paardenhouder verstandig handelt, zich den inhoud eigen te maken. Nog te veel schade wordt er geleden door totale onbekendheid met de eischen, die 't bezitten van paarden medebrengt. Wanneer èn eigenaar èn smid begrijpen, dat een verstandige behandeling van de boenen, en hoeven van t paard noodzakelijk is,

ocr page 147

houden ze hun dieren gezond en prijswaardig, kunnen er meer van eischen en besparen zich de kosten van den veearts, 't Helder en duidelijk geschreven boek wenschen we in veler handen.

(,,De Veldpostquot;, d.d. 7 Nov. '96.)

\\ at het werkje betreft omtrent het Hoefbeslag door den Kapiteinpaardenarts Quadekker, kunnen wij mededeelen, dat het goed geschreven is, bevattelijk en naar de laatste eischen des tijds, zoodat wij het iederen paardenliefhebber gerust kunnen aanbevelen om het zich aan te schaffen. Het is een aangenaam geheel, in een goed for-maat- (,,Ned. Sportquot;, d.d. 7 Nov. '96.)

ISij de Erven B. van der Kamp, te Groningen, is verschenen ,,De Hoef en zijn Beslagquot;, leiddraad voor de praktijk en het examen in hoefbeslag, in hoofdzaak naar het werkje van Dr. H. Möller, door E. A. L. Quadekker, kapt.-paardenarts te Haarlem^ van wiens hand ook is het nuttig en aangenaam geschreven boek ,,De paardenrassen.quot;

De schrijver wijst er op dat ook in ons vaderland zich het gelukkig \ erschijnsel voordoet, dat de hoefsmeden meer en meer doordrongen worden van het feit, dat de kennis van den hoef en van het beslag een wetenschappelijk iets is en heeft in dit nieuwe werk de hoofdzaken omtrent hoef en beslag behandeld, vooral voor hen, die daarmee in betrekkelijk korten tijd bekend moeten worden. Daar hij zelf veel les aan dergelijke personen heeft gegeven, is het natuurlijk, dat in het boek bovenal datgene voorkomt, waarop in de eerste plaats de aandacht moet vallen. Het werk wint nog aan duidelijkheid door een 65-tal figuren, welke tusschen den tekst zijn geplaatst. Het is op bevattelijke wijze geschreven en er valt veel uit te leeren. De uitvoering is fraai. (,,De Landmanquot;, d.d. 10 Nov. '96.)

Bij Erven B. v. d. Kamp, te Groningen is verschenen : ,,De Hoef en zijn Beslagquot;, leiddraad voor de practijk en het examen in hoefbe-slag.quot; Het werkje, dat 120 bladzijden telt en 65 figuren bevat ter verduidelijking van den tekst, is door den kapitein-paardenarts E. A. L. Quadekker bearbeid, in hoofdzaak naar het werkje van dr. h! Möller.

W ij zullen ons niet opwerken als specialiteiten op het gebied van hoefbeslag, en wij durven dat te minder na lezing van dit werkje. Er is aan t beslaan van paarden zooveel verbonden ; een hoefsmid dient op zooveel zaken te letten, dat wij in 't vervolg met nog meer belangstelling den arbeid in de travails zullen gadeslaan.

Maar om nu bij bovengenoemden leiddraad te blijven, 't boekje is met zorg bewerkt en bevattelijk geschreven. Ieder die met het hoefbeslag \ an doen heeft en vooral zij,die zich voor het examen voorbereiden, kunnen wij de kennismaking aanbevelen. De firma v. d. Kamp heeft trouwens met haar andere uitstekende uitgaven op 't gebied van paardenfokkerij enz. een zoo gunstigen naam verworven, dat men ook in dezen leiddraad, door zoo bevoegde hand samengesteld, vertrouwen kan koesteren.

(,,De Residentiebodequot;, d.d. 11 Nov. '96.)

Bij de Erven B. van der Kamp, te Groningen, is voor ecnige dagen verschenen: De hoef en zijn beslag, leiddraad voor de praktijken het examen in hoefbeslag, in hoofdzaak naar het werkje van dr. H. Möller, bewerkt door den kapitein-paardenarts E. A. L. Quadekker.

ocr page 148

De studie van dit werkje zal den leerling-hoefsmid en zelfs menig hoefsmid ongetwijfeld van groot nut zijn, welke vorm en bevestiging van een doelmatig beslag afhankelijk van de individueele eigenschappen en de bestemming van het paard, en houdt elke hoefsmid daar rekening mee, maar er bestaat in dat opzicht nog zooveel verschil van meening, voornamelijk haar oorzaak vindend in een onvoldoende kennis van den anatomischen bouw van hoef en koot, dat het stellig een goed werk mag heeten, juistere inzichten dienaangaande te verspreiden. Een goed beslag toch conserveert, een slecht ruïneert de beenen van een paard. In een 120-tal bladzijden bespreekt de schrijver bouw, bestemming, vorm, mechanisme, ziekten en verpleging van den hoef, de ijzers, het beslaan, enz.

Het boekje is zeer goedkoop en door 65 figuren wordt de tekst zeer duidelijk toegelicht. Niet alleen hoefsmeden, maar ook eigenaars en liefhebbers van paarden is het werkje zeer aan te bevelen.

(,,De Echoquot;, d.d. 11 Xov. '96.)

De heer E. A. L. Quadekker, kapt.-paardenarts te Haarlem en redacteur van HIPPOS,, heeft weder een zeer belangrijk werkje het licht doen zien, n.1. : ,,De hoef en zijn beslagquot;, een leiddraad voor de practijk en het examen in hoefbeslag, met niet minder dan 65 figuren in den tekst. De geachte schrijver heeft ook door dit boekje velen opnieuw aan zich verplicht, want op de hem eigen heldere, zaakkundige wijze is het voor iedereen begrijpelijk gemaakt.

Terecht zegt de heer Quadekker in zijn voorwoord, dat er hier te lande aan een dergelijk werkje behoefte bestond en ik twijfel niet of het zal een ruim debiet hebben.

Ook nu is de uitgave bezorgd door Erven B. van der Kamp te Gronincen, hetgeen een waarborg is dat er alle zorg aan is besteed.

Sir Visto.

(,,üe Telegraafquot; van 12 November 1896.)

De kapitein-paardenarts E. A. L. Quadekker heeft een boekje bewerkt, getiteld „de hoef en zijn beslagquot;, dat ongetwijfeld door eigenaars van paarden, evenzeer als door hoefsmeden, met belangstelling zal worden ontvangen. (Uitgaaf Erven van der Kamp te Groningen.)

(„Haagsche Courantquot;, d.d. 17 Nov. 'gó.)

„De Hoef en zijn Beslagquot;. Leiddraad voor de practijk en het examen in quot;hoefbeslag door E. A. L. Quadekker. Te Groningen bij de Erven B. van der Kamp. „ ,

Er is wellicht niets zoo moeilijk als een goed hoefbeslag. Hoeveel menschenvoeten bedorven worden door schoeisel van ondeugdelijk maaksel is niet te zeggen ; maar het aantal haalt me. bij dat der hoeven bedorven door een slecht beslag. Hamer er maar een ijzer onder, — en het arme dier, dat niet klagen kan, toont zijn lijden in een vermagerd aanzien, als gevolg van spoedige vermoeidheid. Een paard goed te beslaan is een kunst, eerst na veel oefening machtig te worden. De practijk kan hier niet gemist worden ; maar evenmin de theorie. En een practische, duidelijke volledige theorie, opgehelderd door 65 figuren, vindt men beschreven in bovengenoemd wekje.

(,,N.bl. voor Nederlandquot;, 14 Nov. '96.)

ocr page 149

HET :PAA.RD.

door

A. VAN LEEUWEN,

Rijksveearts te Leiderdorp.

(Schrijver van een der drie bekroonde prijsvragen inzake de „Handleiding voor paardenfokkerijquot;, samengesteld door wijlen Van der Wiso.)

Tweede, veel vermeerderde en herzien© druk. Met figuren in den tekst en 4 gekleurde platen.

Wij zijn in vertraging. Bij de Erven B. van der Kamp te Groningen verschijnt bovenstaand werk van den zeer bekwamen Rijksveearts te Leiderdorp, den heer A. van Leeuwen. „Wie Hippos leest kent hem als een uitstekend paardenkenner. Wie zijn boekje opslaat waardeert in hooge mate de zeer praktische wijze waarop hij den leeftijd van paarden in den bek aantoont.

Inderdaad wie leeren wil aan het gebit van een paard te zien hoe oud het is, schaffe zich dit goedkoope werk bij den uitgever dezer aan. Ik ben er zeker vam hij zal daardoor geld verdienen. Want hij behoeft zich geen oude knol meer voor „een die pa» zijn doopceel kwijt is'* in handen te laten stoppen. S.

Oordeel van de pers over:

Twentsch Zondagsblad, 29 Maart 1896.

Bij de Firma Erven B. van der Kamp te Groningen is verschenen: de tweede veel vermeerderde en herziene druk „De ouderdomskenmerken bij het paardquot;, door A. van Leeuwen, Rijksveearts te Leiderdorp, schrijver van een der drie bekroonde prijsvragen inzake, „de Handleiding voor Paardenfokkerij.quot; Het boekje is niet alleen opgeluisterd, maar vooral toegelicht en aanschouwelijk gemaakt door verschillende goed uitgevoerde platen en figuren, üe prijs van het boekje is ƒ 0.75.

De Post, 14 Maart 1896.

In beknopten stijl bevat het werkje: „Ue ouderdomskenmerken bij het paardquot;, door A. van Leeuwen, Rijksveearts te Leiderdorp, uitgave van de Erven B. van der Kamp te Groningen, nagenoeg alles wat er voor wetenswaardigs omtrent die ouderdomskenmerken valt mee te deelen. De schrijver heeft er blijkbaar naar gestreefd, om datgene, wat hij èn door eigene ervaring èn door nauwgezette studie der degelijke werken van bekende autoriteiten wist te verzamelen, weer te geven in een vorm. «ie het iederen lezer mogelijk maakt het te begrijpen niet alleen, maar tevens om het licht te kunnen onthouden en de bijzonderheden gemakkelijk in zijn geheugen te kunnen terugroepen. De keurige afbeeldingen der verschillende gebitten, welke

ocr page 150

«an duidelijkheid niets te wenschen overlaten, dragen niet weinig bij tot verbooging der waarde van dit werkje, hetwelk gerust door iedereen, die bij de paardenfokkerij geïnteresseerd is, geraadpleegd mag worden. De kennis der ouderdomskenmerken van het paard is bij het gros der paardenkenners, zelfs bij de meeste paardebande-laren, nog van zuiver empiristiscben aard. — Om zich een eenigszins wetenschappelijk oordeel te kunnen vormen over die kenmerken, om zich zeiven rekenschap te kunnen gevea van de verschijnselen en veranderingen, die men hierbij bespeurt en om dus ten slotte zoo nauwkeurig mogelijk den ouderdom van een paard te kunuen onderkennen, bestudcere men nauwgezet een werkje als dit. liet kan er veel toe bijdragen, om deze in zijne practische gevolgen zoo hoogst nuttige lenuis te vermeerderen. Prov. Gron, Cour., 25 April 1896.

„T)e ouderdomskenmerken bij bet paardquot;, door A. van Leeuwen, is een nit-«tekend boek, waarvan de 2e druk bij de Firma v. d. Kamp te Groningen bet licht zag, en in ons nummer van beden wordt geadverteerd Duidelijke en goed uitgevoerde pUten helderen op, wat in 't werkje wordt omschreven. Met is zoo volledig mogelijk, zoodat ieder die met paarden omgaat, eigenaar of ondergeschikte, door dit helder en voor elk begrijpelijk geschreven boek, volkomen op de hoogte kan komen van den ouderdom van een paard. Wij kunnen het werkje ten zeerste aanbevelen. De Veldpost, 7 Maart 1S96.

Voor paardenhouders. Bij de Ervin B. van tjek Kamp, te Groningen, is verschenen de tweede druk van: „De ouderdomskenmerken van het paardquot;, door A. van Leeuwen, Rijksveearts te Leiderdorp. Opgehelderd door zeer duidelijke figuren, geeft bet op eenvoudige wijze aan hoe de ouderdom van een paard zeer gemakkelijk is te bepalen. Dat het werkje in een behoefte voorziet, blijkt nit bet feit, dat thans een tweede druk verscheen. We raden alle paardenhouders en paar-dcnhandelaars aan zich genoemd werkje aan te schaffen.

Friesche Courant, 8 Maart IS 96.

Van den Uitgever, Erven B. v. d. Kamp te Groningen, ontvingen we dit nuttige boekje ter kennisneming. Het is geschreven door den hoer A. van Leeuwen, Kijksveearts te Leiderdorp. In weinige bladzijden wordt hier alles duidelijk en kort besprokfn, terwijl het besprokene met figuren in den tekst en 4 gekleurde platen duidelijk wordt opgehelderd.

Natuurlijk maken de kenmerken van het tandstelsel hier de hoofdzaak nit.

Telkens wordt ook op afwijkingen gewezen; in de eerste plaats op de afwijkingen door de natuur ontstaan en in de tweede plaats op de afwijkingen, die slechts een gevolg zijn van de handelingen der raenschen. Allerhande middelen toeh zijn er in gebruik, om een paard ouder of meestal jonger te doen schijuen dan het is.

Voor de paardenfokkers is het werkje van groot belang.

De schrijver heeft reeds vroeger, door de beantwoording van drie bekroonde prijsvragen in zake de paardenfokkerij, zijne sporen verdiend.

De ileeriode, 11 Maart 1896.

quot;Wij meenen de aandacht van onze lezers te moeten vestigen op de pas bij de En ven B. v. d. Kamp van de pers gekomene brochure van den heer A. van Leeuwen, Hijksveearts te Leiderdorp: „De ouderdomskenmerken bij het paardquot;. Voor landbouwers is dit werkje van het hoogste belang. Door 28 afbeeldingen van den bek van het dier op verschillenden leeftijd wordt duidelijk gemaakt, waarop men heeft te letten om den ouderdom vrij nauwkeurig te bepalen. Allen, die met den paardenhandel hebben uit te staan, bevelen wij het werkje ter lezing aan.

Leekster Blad, 11 Maart 1896.

Bij de Ekven B. van deb Kamp te Groningen verscheen de tweede, veel vermeerderde en herziene druk van „De ouderdomskenmerken bij het paardquot;, met

ocr page 151

afbeeldingen in den tekst en 4 gekleurde platen, door A. van Leeuwen, Rijks-veearts te Leiderdorp.

Pleit reeds het feit, dat daarvan een tweede druk verschenen is, voor de deugdelijkheid van dit boekje, de kennismaking ermee schonk ons de overtuiging dat het een bijzonder practische handleiding is voor allen, die zich in den paardenhandel bewegen en voor wie, in de meeste gevallen, bij aankoop de juiste ouderdoms-bepaling, met het oog op de geschiktheid voor arbeid en de koop waarde van het dier, van het hoogste gewicht is.

De eenvoudige heldere wijze, waarop daarin het onderwerp wordt behandeld, in hooge mate verduidelijkt als dat tevens wordt door de sprekende goed uitgevoerde afbeeldingen van monden op verschillenden leeftijd, maken het werkje, onzes inziens, in alle opzichten aanbevelenswaard.

Middelburgsche Courant, dd. 13 Maart 1896.

Wij ontvingen een werkje getiteld: „De ouderdomskenmerken bij het paard'*, door A. van Leeuwen, Rijksveearts te Leiderdorp, schrijver van een der drie bekroonde prijsvragen inzake de „Handleiding voor paardenfokkerijquot;, samengesteld door wijlen Van der Weg.

't Is de tweede, veelvermeerderde en herziene druk, met figuren in den tekst en 4 gekleurde platen; uitgever Erven B. van der Kamp — Groningen, 't Ziet er keurig uit.

Een handleiding als deze, op dit gebied, is veel waard. De schrijver maakte hei werkje meer volledig, hij raadpleegde hetgeen door anderen over dit onderwerp werd opgemerkt en medegedeeld en toetste het aan eigen ervaring. De beste bronnen stonden hem ten dienste.

Waar de ouderdom van het paard hoofdzakelijk wordt afgeleid uit den vorm en stand der tanden, is dat toch niet aan ieder bekend; men wordt vaak bedrogen, en daarom is het zoo nuttig daarover iets te lezen.

Met den schrijver hopen wij dat het werkje als vrucht van ernstige studie, een gunstig onthaal moge vinden. Be Landman, dd. 17 Maart 1896.

Een handig boekje voor allen die in het geval komen paarden te moeien koopen is eene uitgave van de Erven B. van der Kamp te Groningen, getiteld: „De ouderdomskenmerken bij het paard.quot;

De heer A. van Leeuwen, de bekwame Rijksveearts van Leiderdorp, heeft daarin op volledige en duidelijke wijze in woord en beeld den invloed op het gebit van het paard van periode tot periode weergegeven.

Wie dit boekje bestudeert en op zak heeft, zal niet licht, wat den leeftijd van een door hem te koopen paard betreft, het slachtoffer van bedriegerijen worden.

Utrechtsch Dagblad, 4 Maart 1896.

Bij de Erven van der Kamp, alhier, is verschenen de tweede druk van „De ouderdomskenmerken bij het paardquot;, door A. van Leeuwen, Rijksveearts te Leiderdorp. Dat het werkje een tweeden druk beleefde, bewijst reeds, dat het veel gebruikt wordt. Verwonderen doet ons het niet. De tekst is bevattelijk, de figuren tusschen den tekst en de gekleurde op de vier platen, die het werkje versieren, spreken zoo duidelijk mogelijk. We vertrouwen, dat het boekske ook verder zijn weg wel zal vinden. Niemosblad vjk. Noorden, 5 Maart 1896.

Bij de Erven van der Kamp te Groningen is de tweede druk verschenen van een werkje dat voor paardenliefhebbers en paardenhandelaars van belang moet woiden geacht. Het is getiteld; „De ouderdomskenmerken van het paardquot;, door den Rijksveearts te Leiderdorp A van Leeuwen.

Het boekje is voorzien van figuren in den tekst en 4 gekleurde platen.

Haarlem's Dagblad, 5 Maart 1896.

Bij de Erven B. van der Kamp te Groningen is de tweede, vermeerderde druk verschenen van: „De ouderdomskenmerken bij het paardquot;, door den Rijksveearts

ocr page 152

A. van Leeuwen, schrijver van een der bekroonde prijsvragen inzake de handleiding voor paardenfokkerij.

De tekst wordt toegelicht door eenige figuren en gekleurde platen.

Arnh. Cour gt; 6 Maart 1896.

Bij de Erven B. van der Kamp te Groningen verscheen dezer dagen de tweede druk van „De ouderdomskenmerken bij het pairdquot;, door a. van Leeuwen, Ryks-veearts te Leiderdorp.

Dit boekje heet te zijn een tweede, veel vermeerderde en herziene druk, maar zoo ooit het veel vermeerderd en herzien van toepassing geweest is, dan zeker hier. Zelden zag ik op dit gebied een zoo goed, zoo duidelijk bewerkt overzicht.

De platen zijn zeer mooi en geven, nu zij gekleurd zijn, den leek een veel heter denkbeeld van de ouderdomskennis. De afbeelding van de veulentand en van de paardensnijtand zijn zeer goed weergegeven even als de landen in den veulen-mond. In de figuren 8, 9, 10 en 11 is goed te zien welke paarden- en welke veulentanden zijn en iedere leek zal, als hij de«e figuren een paar malen met aandacht bekijkt, zich in den mond van het paard niet meer vergissen Hetzelfde is het geval met de Oguren, voorstellende het niet meer en het nog wel aanwezig zijn der kroonholten. Ook de vormverandering op hoogeren leeftijd is zeer goed weergegeven. Voor het onderkennen van den leeftijd van af 10 jaar is ook melding gemaakt van de overlangsche donker gekleurde groeve in de hoektanden der bovenkaak. Zeer juist zegt de schrijver dat deze groeve niet altijd aanwezig is en „dit kenteeken dus tamelijk onbetrouwbaar i%quot; (pag. 23).

De tekst is in een zeer duidelijke letten gedrukt en de beschrijving zoodanig, dat het zeer aangenaam leest, terwijl de omslag van stevig carton is.

Het boekje verdient alleszins aanbeveling en ieder eigenaar van paarden, jong of ond, behoort het in zijn bibliotheek te hebben, want bij den aankoop van jongere of oudere paarden kan het een practische leiddraad zijn. De prijs, 75 cents, is zeer zeker niet te hoog

De schrijver eindigt zijn voorwoord met te zeggen: „Moge dit werkje, als vrucht van ernstige studie, een gunstig onthaal vinden!quot; Dat het onthaal bij ieder die het in handen krijgt gunstig zal zijn durf ik den schrijver vooruit verzekeren, doch aan des schrijvers hoogst bescheiden hoop voeg ik deze toe: „Moge dit werkje, als een hoogst practische leiddraad, bij niemand ontbreken, die op eenigerlei wijze ooit met paarden in aanraking komt. Qua dekker.

Hippos, 7 Maart 1896.

Bij de Erven B. van der Kamp te Groningen is voor eenige dagen verschenen; „De ouderdomskenmerken bij het paardquot;, door A. van Leeuwen, Rijksveearts te Leiderdorp. Het werkje munt uit door duidelijken druk, maar wat meer zegt: door groote nauwkeurigheid in opgave van eigenschappen, om den ouderdom van het paard te kunnen constateeren, wat tot voor eenige jaren nog altijd groote moeielijkheden opleverde, vooral bij 'tonder worden. Zelden hebben we duidelyker afbeeldingen gezien van het gebit der paarden op verschillenden leeftijd (vooral een kenmerk des ouderdoms) als in dit boekje voorkomen. Voor paardenliefhebbers, paardenhandelaars is de aankoop van deze uitgave zeer zeker aan te bevelen. In paardenkennis is nog niemand uitgeleerd. De Esmsbode, 7 Maart 1896.

Een handig boekje voor allen die in het geval komen paarden te moeten koopen is eene uitgave van de Erven B. van der Kamp te Groningen getiteld „De ouderdomskenmerken van het paard.quot;

De heer A. van Leeuwen, de bekwame Rijksveearts te Leiderdorp, heeft daarin op volledige en duidelijke wijze in woord en beeld den invloed van den leeftijd op het gebit van het paard van periode tot periode weergegeven.

Wie dit boekje bestudeert en op zak heeft, zal niet licht, wat don leeftijd van een door hem te koopen paard betreft, het slachtoffer van bedriegerijen wordep.

Het Nieuws, 7 Maart IS90.

ocr page 153

Bij Erven B. van dek Kamp, te Groningen, is verschenen: rBe ouderdoms-ienmerkea bij het paardquot;, door A. van Leeuwen, Rijks-veearts te Leiderdorp, met figaren in den tekst en 4 gekleurde platen.

Op voor ieder (ook den niet-vakman) bevattelijke wijze, worden hierin de ouderdomskenmerken van den edelen viervoeter behandeld en aangetoond, terwijl de zeer duidelijke afbeeldingen alle mogelijke ophelderingen geven.

De schrijver verdient den dank van allen, die door dit boekje hun kennis hebben uitgebreid en hun aantal zal niet gering ziju.

Ook den leek verschaft het eene nuttige en aangename verpoozing.

Dat in korten tijd een tweede, geheel omgewerkte en vermeerderde druk noodig hleek te zijn, is het beste bewijs, dat het boekje in een groote behoefte voorziet.

Be uitgevers zorgden voor een handig formaat en Hinken druk, waardoor het zich gemakkelijk laat lezen. Sik Visto.

(De Telegraaf, 31 Augustus 1896.)

Verschenen bij ERVEN B. VAN DER KAMP, Groningen:

TOTAIMORBOEK,

ten dienste bij wedrennen en harddraverijen.

PRIJS ƒ0.50,

franco per post / 0.55 tegen postwissel.

Be heeren Erven B. van der Kamp te Groningen hebben een boekje uitgegeven, getiteld: „Totalisatorboekquot;, uitmuntend geschikt voor diengene, die bij den totalisator belast is met het berekenen, hoeveel er voor de eenheid uitbetaald moet worden. Voor den prijs van 50 cents krijgt men een administratieboek. zoo keurig ingericht, dat vergissen haast onmogelijk is.

Oordeel der Nedcrlandsche Sport van 27 Juli 1S95, no. 679.

ocr page 154

Oordeel van de pers over:

„HIPPOSquot;,

Weekblad gewijd aau de belangen van Paardenfokkerij en Paardensport,

onder redactie van

E. A. L. QUADEKKER,

Kapitein-paardenarts te Haarlem,

met medewerking van verschillende deskundigen op het gebied van paardenfokkerij en paardensport.

Onmisbaar voor eiken paardenfokker en paardenliefhebber.

Prijs per jaargang fr. p. p. ƒ5-—. Advertentiën i—6 regels /1.—, elke regel meer ƒ0.15.

Goedkoopste wijze van annonceeren. Afzonderlijk tarief voor de plaatsing van annonces voor Dekhengsten.

Alle boekhandelaren nemen bestellingen aan. Voor landbouwver-eenigingen is de prijs van het blad bij getallen veel goedkooper. De bevordering van de belangen van dit voor den landbouwer paardenfokker zoo uitnemend vakblad wordt onzen lezers beleefd aanbevolen.

Wij ontvingen de twee eerste nummers van het nieuwe weekblad „Hipposquot;, — een voortzetting van het vroegere maandblad van dien naam — gewijd aan de paardenfokkerij en de paardensport, en staande onder de redactie van den heer E. A. L. Quadekker, kapt.-paarden-arts te Haarlem.

De eerste nummers bevatten eenige flinke opstellen op het gebied van fokkerij, harddraverij en rennen. Deze laatste mbriek wordt behandeld door den welbekenden sportman, den luit. J. L. Mock.

Behalve de bespreking van hetgeen er in eigen land en in den vreemde gebeurt op hippisch gebied, zal het nieuwe blad ook in zijn kolommen opnemen een overzicht van de litteratuur op dit gebied.

De redacteur houdt zich voor de toezending van die werken aanbevolen. (,,Het Vaderlandquot;, 17 Januari 1895.)

Gisteren werd ons toegezonden het weekblad ,,Hipposquot; (vroeger maandblad) gewijd aan de belangen van paardenfokkerij en paardensport, onder redactie van den WelEdGestr. Heer E. A. L. Quadekker, kapitein-paardenarts te Haarlem, met welwillende medewerking van verschillende deskundigen op dit gebied.

We raden H.H. paardenliefhebbers en landbouwers aan, een abonnement te nemen op „Hipposquot;, daar de voordeelen, welke men uit dat blad zal trekken, zeker zullen opwegen tegen het bedrag van een abonnement.

„Hipposquot; verschijnt bij de Erven B. van der Kamp te Groningen en kost / 5 's jaars [„Maastrichtsche Courantquot;, 26 Jan. 1S95.)

ocr page 155

Het geschreven woord is ten allen tijde de afspiegeling van het volksleren geweest; in engeren zin was dat vroeger de letterkunde, in onzen tijd speciaal de journalistiek, die hare vleugels zoo ver mogelijk heeft uitgeslagen. Een bewijs daarvoor zien wij in de talrijke vakbladen, die wetenschap en practijk vereenigende, ons een blik doen slaan in de ontwikkeling en de belangstelling in de verschillende speciale takken van het bedrijvig leven. Wij zagen dat in de verschijning van het maandblad „Hippos.quot; Het was o. i. geene toevalligheid dat er een dergelijk blad verscheen, noch dat het te Groningen werd uitgegeven. In geen enkele provincie staat de paardenfokkerij op zulk een hoogen trap als in onze provincie, nergens te lande is de belangstelling in het paard zoo groot als hier. 't Gevolg was, dat velen gewis gaarne ook èn met de wetenschap, speciaal het paard betreffend, èn met andere belangrijke mededeelingen uit binnen- en buitenland wilden bekend worden, zoodat men succes van de uitgave van een blad, daaraan gewijd, kon verwachten, daar de „Sportquot; en andere bladen niet speciaal alleen aan het paard alleen zijn gewijd. Zoo verscheen dan het maandblad ,,Hipposquot;, onder redactie van den heer A. W. Heidema, bij Erven v. d. Kamp te Groningen. Drie jaren lang bleef het een maandblad en gaf wat het in zijn kleinen omvang geven kon, maar elk jaar mocht verwacht worden, dat het zich zou uitbreiden, want een klein maandblad mocht voor ons land te beperkt heeten. Bij de verschijning van den vierden jaargang is het eindelijk in een weekblad veranderd, waarbij als redacteur er van optrad de heer Quadek-ker, die ook in onze provincie wegens zijne uitmuntende lezingen over het paard welbekend is. De lezers zullen zich er ongetwijfeld over verheugen, dat het een weekblad werd. Dat de inhoud er van deeglijk is, behoeft zeker niet te worden gezegd.

(Landbouw-kroniek, ,,N. Gron. Ct.quot;, 27 Jan. '95.)

Een weekblad, gewijd aan de belangen der Paarden-houders, onder de bekwame redactie van den ons allen zoo gunstig bekenden heer Quadekker, kapitein-paardenarts te Haarlem.

Ziedaar voor iederen bewonderaar van het schoonste scheppings-dier reeds meer dan genoeg om naar de pen te grijpen en te melden aan den uitgever dezer Courant: Waarde Heer, onmiddellijk, hoor, onmiddellijk stuurt ge mij „Hipposquot;!

Maar er zijn zoovele lieden die de meeste bewondering voor het paard gevoelen wanneer er flink wat aan te verdienen valt.

Welnu, ook zij hebben „Hipposquot; noodig.

Als een boerin naar de stad gaat dan wascht zij zich immers de roode wangen zoolang met groene zeep dat men er zich in spiegelen kan? En zij zet zich toch de mooie witte muts op, een prachtig kleurrijk dasje doet zij zich om, de slippen breed naar de schouders uitgeplooid vastgespeld, enz. enz. (maar 't is misschien wat onbescheiden dat toilet op den voet te volgen)!

Welnu, dit willen wij maar zeggen : De kunst een paard opteknap-pen, hem zoo te knippen en te scheeren en te borstelen en te kammen dat hij het meest het oog bekoort, dat is ook een kunst. En voor zulke en vele andere zaken is het zoo nuttig „Hipposquot; bij de hand te hebben.

(„ Fwentsch Zondagsbladquot;, (Almelosche courant) van 24 Maart 1895.)

ocr page 156

Oordeel van de pers over:

FEESTNUMMER

van

HIPPOS.

Een feestnummer.

Het feestnummer van „Hipposquot;, weekblad gewijd aan de belangen van paardenfokkerij en paardensport, is bij de uitgevers. Erven B. van der Kamp, te Groningen, verschenen.

Reeds de omslag is „sport-likequot; ; een goed geteckend hoofd van een edelen viervoeter, gevat in zijn natuurlijk medaillon, een hoefijzer, maakt een aangenamen indruk, terwijl de naam „Hipposquot; in gouden letteren, zich passend daarbij aansluit.

Aan den inhoud zoowel als de uitvoering, is de meeste zorg besteed en de uitgave van dit feestnummer geeft een beslist démenti aan hen die steeds bewezen dat een dergelijk werk alleen in het buitenland zou kunnen worden uitgegeven. Paardenfokkerij en paardensport, aan de ontwikkeling waarvan „Hipposquot; zich wijdt, zijn in deze feestuitgave nauw verbonden en tal van met zorg uitgevoerde clichés versieren den in alle opzichten lezenswaardigen tekst.

De rijke inhoud opent met eene even nauwkeurige als aangename beschrijving van de Koninklijke stallen en het materiaal daarin aanwezig, te Den Haag, van de bekwame hand des heeren E. A. L. Qua-dekker, Kapitein-paardenarts te Haarlem en redacteur van „Hipposquot;, waarin o. a. eene uitmuntende afbeelding van H. M. de Koningin, gezeten op de Arabische merrie „Woyko.quot;

Een kort overzicht van de paardenfokkerij in Nederland, eveneens van denzelfden schrijver, waarin zijn opgenomen de portretten van de heeren H. F. Bultman en H. van Wickevoort Crommelin, beiden bekende voorstanders der Paardenfokkerij, zij het dan ook in verschillende richting, en afbeeldingen van ,,Pullawayquot;, „Allouezquot;, ,,St. Thomasquot; en „Garrison Batteryquot;, de drie eerstgenoemden vertegenwoordigende het beste materiaal voor onze inlandsche fokkerij ten opzichte van harddravers en renpaarden, de laatste een product van die fokkerij, geeft een getrouw beeld van de verkregen uitkomsten.

Volgen alsnu de Paardenfokkerij in Groningen en Gelderland en dan komt de paardensport, de monarchie der sport: Het Jachtpaard ; het rijden met vierspan, door jhr. mr. W. Alberda van Ekenstein; het damesrijden door den kapitein der veld-artillerie J. H. Knel; de harddra\erij op de korte baan, door den heer L. F. Britzei; eene afbeelding van Molly F., van den heer F. van Niekerken, te Utrecht, die het snelste record voor 3-jarige paarden heeft gemaakt, enz., enz.

Ik twijfel niet of elk horseman zal dit belangrijke werk waardeeren. Aan den geachten redacteur en aan de uitgevers breng ik bij deze eene welverdiende hulde voor de samenstelling en de uitvoering er van. Sir Visto.

Het bekende weekblad Hippos, gewijd aan de belangen der paardenfokkerij, hield zijne lezers eenigen tijd in spanning. In December van het vorige jaar had de redactie bekend gemaakt, dat met den

ocr page 157

aanvang van den zesden jaargang een feestnommer het licht zou zien. De verschijning werd evenwel enkele weken vertraagd, doch wij moeten erkennen dat onze verwachtingen werden overtroffen.

Het feestnommer Hippos, dat rijk geïllustreerd is, zal zeker, wat betreft den inhoud als de uitvoering menigeen verrast hebben en maakte op ons een hoogst gunstigen indruk. Een woord van lof aan de redactie en uitgever is dan ook zeker welverdiend.

(„Orgaan Landbouwschoolquot;, Januari.)

Het vakblad ,,Hipposquot;, (uitgave Erven B. van der Kamp te Groningen) gewijd aan de belangen van de paardenfokkerij, geeft een fraai uitgevoerd feestnummer uit.

't Bevat o. a. een geïllustreerd artikel over de Koninklijke stallen te 's Gravenhage en een korte, bijna dichterlijke beschrijving van de rijpaarden van H. M. de Koningin : Fairy Queen, Woyko, Dear en Zarif.

Voorts geeft het blad een kort overzicht van de paardenfokkerij in Nederland, met portretten van de meest bekende fokkers en van verscheidene bekende paarden, een artikel over het jachtpaard, over het rijden door dames, over den grand prix de Paris, een beschouwing over het draven op de korte en op de lange baan, een stukje over het huzarenpaard, enz.

Het feestnummer ziet er in zijn royaal formaat, met zijn mooi papier en zijn talrijke fraaie afbeeldingen en portretten, kranig uit, en menig paarden-liefhebber zal het gaarne in zijn bezit hebben.

(„N. v. d. D.quot;)

Het feestnummer van ,,Hipposquot;, dat we reeds aankondigden, begint met een aardige beschrijving van de Kon. stallen, door den heer Quadekker. Het artikel is geïllustreerd (voorgevel der Kon. stallen, hoofdingang, de Kon. manége, de Koningin te paard, Kon. stallen ter zijde gezien) en we leeren er uit, dat hier in de stallen zijn ruim 90 paarden, waaronder de 4 pony's. Wat de robe der paarden betreft, vindt men er met een enkele uitzondering slechts 2 kleuren; zwartbruin kopersnuit en zwart. Lichte robes zijn er onder de paarden niet.

De rijpaarden der Koningin zijn ,,Fairy Queenquot; (lichtbruin), een geschenk van den Keizer van Oostenrijk; „Woykoquot;, een Arabier; „Dearquot;, een Oost-Pruis, en „Zarifquot;, een zwarte Hongaar, een St. Nicolaas-geschenk van de Regentes.

Het stalpersoneel bestaat uit 65 personen.

Op de bovenverdieping is een museum. Men vindt er o. a. opgezet het paard „Vexyquot;, dat de Prins van Oranje (later Willem II) bereed bij Quatrebras, een antieke Friesche sjees met beschilderde paneelen en een antiek Friesch tuig. („Vaderlandquot;, 21 Januari '97.)

Bij de Erven van der Kamp verscheen een feestnummer van het welbekende blad „Hipposquot;. Met recht mag dit een feestnummer heeten. De inhoud, alle artikelen, die op paarden en paardensport betrekking hebben, is zeer rijk. De tekst wordt verduidelijkt door uitmuntende lichtdrukken, afbeeldingen van paarden, stallen, portretten van mannen uit onze provincie en van elders, die veel voor de paardenfokkerij hebben gedaan, enz. Ze zullen zeer terecht met groote waardeering worden bezien. De druk is eveneens uitstekend, en zoo is het feestnummer van „Hipposquot; voor den paardenliefhebber eene alleszins aanbevelenswaardige verzameling van lectuur, maar het zal ook een leek in 't vak stellig eenige oogenblikken aangenaam bezig kunnen houden. („Nieuwsblad v. h. Noorden.quot;)

ocr page 158

A., 17 Januari 1897.

Ontvangt mijn hartelijken dank voor de toezending van het Feestnummer van «Hippos.quot; 'tls keurig! v. D., veearts.

's-G., 18 Januari 1897.

Van harte geluk gewenscht met de geboorte van je eersteling. Het lijkt me zoo in zijn licht groen jurkje een waardig stamhouder toe, die je naam alle eer zal aandoen. Het is in één woord een Feestnummer dat in de bibliotheek van een goed paardenfokker of liefhebber niet mag ontbreken. Nu onder ons gezegd en gezwegen, geloof ik — dat je bevalling moeite heeft gekost; doch laat je dit voor het vervolg nu niet afschrikken, of je de lust doen bekruipen om den raad van onzen Minister optevolgen en het hierbij voorloopig maar te laten; want je weet in de fokkerij mag het bij één niet blijven. Daarbij geniet je de hulp en den steun van een knappen dokter; volg zijn raad maar op — want geloof mij — hij weet het wel! Want of nu bakers, schoonmoeder of buurvrouwen je komen vertellen over de verdere ontwikkeling of opvoeding van je kleine, stoor je daar dan asjeblieft niet aan; want kom je met die menschen daarover aan de praat, dan heelt je buurvrouw, die zelf geen kinderen heeft, altijd het hoogste woord. En nu, lieve kraamvrouw, het beste hoor! voorspoed en zegen zij je toegewenscht door je huisvriend B.

D., 19 Januari 1897.

Na het ontvangen van Uw uitgegeven Feestnummer kan ik niet mankesren UEd. daar zeer voor te bedanken. Voor eiken liefhebber van paarden had UEd geen geschikter cadeau kunnen bedenken, en stel ik denzelve ver boven de mooiste kalender dit jaar, als iets nieuws en interressants uitgegeven. G. R. B.

L., 20 Januari 1897.

Bij deze bericht ik U de ontvangst van het Feestnummer van »Hip-posquot;, waarvoor ik mijn dank betuig.

Het geheel ziet er fraai uit en hoewel ik den inhoud nog niet heb gelezen, zoo twijfel ik niet of deze zal even degelijk zijn als het blad zelf A. C. v. A.

L , 21 Januari 1897.

Ik kan niet nalaten U mijn eerbiedige gelukwenschen aan te bieden met de fraaie uitvoering van het Feestnummer. Het is boven mijn lof verheven. En ik moet mijn bewondering uitspreken voor den ontwerper en bewerker, want het zal een enorme hoeveelheid arbeid hebben opgeleverd. Ik zou zelfs zeggen, het had wel heel wat minder gekund, het is haast een boekdeel. Als ik het vergelijk met dergelijke nummers van andere werken, bijv. van de.......e. a., dan

staat hier heel wat meer in.

Inliggend, enz v. L.

K., 22 Januari 1897.

Ik heb de eer U mijn hartelijken dank te betuigen voor het mij gezonden Feestnummer van ïHipposquot;. 'tls inderdaad verrassend schoon.

G D.

ocr page 159

H., 23 Januari 1897.

Bij mijne thuiskomst nam ik met de meeste belangstelling kennis van het Feestnummer van sHipposquot;. Ik ben daarmede ingenomen; wat het Buitenland doet, kunnen we ook hier en in niet minder vorm noch wat inhoud, noch wat uitvoering betreft. Ik geloof in overtuiging dat «Hipposquot; voldoet in eene behoefte voor de Nederlandsche Paardenfokkerij. «Hipposquot; staat verre boven de andere geschriften, welke ons worden gegeven. Het geeft systematisch wat noodig is om te kennen of zich te herinneren en juist hierdoor onderscheid «Hipposquot; zich boven de andere vakbladen en voornamelijk boven het overigens

zeker niet onverdienstelijk maandblad.....dat zoo te hooi en te

gras lezenswaardige artikelen opneemt van hier en ginds.

Gij hebt enz. B.

Gr., 26 Januari 1897.

Mijnen dank voor het mij geworden Feestnummer van «Hippos.quot; Met zeer veel genoegen heb ik er kennis mede gemaakt, en breng Redactie en Uitgever gaarne hulde voor hun werk. G. R.

ocr page 160

Nederlandschen Landbouwer-Paardenfokker,

samengesteld door

C. D, VANquot; DEE WEG,

in leven Inspecteur van het Paarden-Stamboek voor de 3 Noordelijke Provinciën,

uit de op een prijsvraag ingekomen drie bekroonde antwoorden van de heeren: E. A. L. QUADEKKER te Breda, A. VAN LEEUWEN te Leiderdorp en M. W. V. VAN BIJLEVELT te Rilland-Bath.

(Met plm. 70 afbeeldingen in den tekst en I titelplaat.)

Prijs /1.25.

Voor landbouw-vereenigingen enz. a f 0.80.

ID IB

bij

HET PAARD,

door

.A.. quot;V-A-ItT XjIEJBTJWIEIES!:,

Bijles-veearts te Leiderdorp,

(Schrijver van een der drie bekroonde prijsvragen inzake de „Handleiding voor paardenfokkerijquot;, samengesteld door wijlen Van der Weg.)

ïweede, veel Term eerderde en herziene druk.

Met figuren in den tekst en 4 gekleurde platen.

Prijs /0.75.

Uitgaven van ERVEN B. VAN DER KAMP te Groningen:

ocr page 161

Uitgaven van ERVEN B. VAN DER KAMP, Groningen.

LANDBOUW, VEETEELT, PAAKÜENEOKKERIJ en SPORT.

Hippos. quot;Weekblad gewijd aan de belangen van paardenfokkerij en paardensport, benevens aan alles wat op het paard betrekking heeft voor den hoefsmid, rijtuig- en zadelmaker, enz. Verschijnt Zaterdags. Redacteur: E. A. L. Quadekker, Kapitein-Paardenarts te Haarlem, met medewerking van verschillende deskundigen op het gebied van paardenfokkerij, paardensport enz. Prijs per 48 nummers franco p. post ƒ 5.—. Advertentiën 1—6 regels ƒ 1.—; elke regel meer daarboven a /* 0.15.

E. A. L. Quadekker. De paardenrassen. I. Engelsche paarden ƒ 1.25.

r, „ II. Russische „ „ 1.50.

n „ III. Fransche „ ...... (zal nog

verschijnen).

De Hoef en zijn B es lag. Leiddraad voor de praktijk en het examen in hoefbeslag. In hoofdzaak naar het werkje van Dr. H. Möller, door E. A. L. Quadekker, kapitein-paardenarts. Met verschilleDde figuren in den tekst. Prijs ƒ 0.60.

Almanak voor den landbouw in zijn geheelen omvang 1877. Eerste jaargang. Onder redactie van den heer C. J. Geertsema te Zuidbroek. Prijs ƒ 0.40.

Idem. Tweede jaargang f 0.40.

Idem. Derde „ „ 0.40.

Jaarboekje voor den landbouw in zijn geheelen omvang voor het schrikkeljaar 1880, onder redactie van den heer 1). R. Mansholt te Meeden, 4e jaargang. Prijs ƒ 0.50.

Het groote voordeel van II andseparators voor kleine bedrijven, door H. Jalmar-Nathorst, Hoogleeraar aan de Rijks-landbouwschool te Alnarp. Prijs ƒ 0.15.

Totalisator-register. Prijs / 0.50.

ocr page 162

6*~pjNr ^n. ^ quot;h -r* ^ -r^ -T*quot; ^

■met l^aai qcfiiemdc vooxatcffingen vavv

Harddraverijen en Rennen.

«^toeven op aanvzaye- te -Ge^ontcn.

zonvuren.

ocr page 163
ocr page 164
ocr page 165
ocr page 166

-.quot;.quot;.V. 5 . gt; « I 1 1 » ? lt; I H } ] ! Ü I 1 H ï H ) I 1 I ! ! : i M i j V.-,«lt; • • ' » n ^1 » ' '»; g, gt; lt; JU |!M|!{t'i! ij 1 s I lt; U .......................» x . t i i 1 »11! t! ! 11 H f IM f! /11 • /« I i «1 ♦

'.v.v.v.'v•quot;•a-V.v.-.vV;;;/;;--• ■'V,;Mjiin': /ii:inn;

I w ,, • * to w % * 0 k , v- v v . , . . « S 4 ■lt; B ' ' ' • I ' « { 1 ' , - . ' W *.

■.•gt;v ,v.v k.\v - -v.v.: hi»:

■ ^ r,v'' «v. v *v' f ƒ//i'J I gt; • i ^ i::::: s!'! ''''

I quot; - • v • quot; -• . 5 V*. ' - -■ 6 gt;■*•! i -i Ti 5 fi-i i i h ! ' :: ■ 1 :1 i , M ,

• {-I'av.v *•'lt;V?/iW.^ur-a.i

l '.v, •'••{'Mm'.'lt;n i«

^ . e quot;t - - S W t*,'. ' * J J t i i f I f fI i 'r i' (5 M h ,. , ,

-vav;;«.vV-V• V\15'- quot;• Ï.VJ'J»■ ^ • ■.v:.•.;.vA'quot;*f*Min.-i-u.uiiiiV*V

■V-V--v,!r-1 '• ;:AV •-»•

I • ■ - v.. ..\\\\ « ^ V' V k % V

:''• '''av.\v:;;• '.v,-..,-■ ƒ;■*****;*,■,;•,•,11y-'»•»i•»ftv

quot;■ vvV;•,v,»»»iIJnIii^^VV.V.

..i*Y -.'.v.v. •*'-V.VvVw*»V.quot;w •-

I •• • - f quot; * W » - . . „ , f 1 4 » ^ lgt; « 4 ' * S i t t ' I I : ; •. ri ^ \ .

vamp;- * gt;yamp;

I • ■ ^ . * ï ■ * . c * «■ s ^ i* r» v v %' * * .- 4 = ^ i; a ^ '

I '•.v.rquot; */.• V^*:'• •»•»v»-«•«lt; J11 i511iti:'j1111, s,1.1■.• v

, : t k* • c - - - - 4 fc ^ : 1 ( , ; I ' ■ • ■ * . ; , t s

i u «•. ik e » ' t i * V {J jf' jr.»!' iH ' i i 1111 1 » ^ . I !

1 : / iquot; 1 f ? . t # ' ' ' . , . Iff»- .

.V.',1.1 quot;V; S t MUlUhU».

• ^ ^ -1 ï »f i ■; li i; 1 i i:;; ï 1!' : £'