ocr page 1
ocr page 2

■

PAARDEW KOPPER

: BOCKBINDERJ CN : I BROCHECRINRKHnriQ jfl

UTRECHTW TELEFOON 2716 Y

ocr page 3

/ 7

BIBL INST. VOOR SYST. PLANTKUNDE

Transitorium 2, De Uithof Heidelberglaan 2 3584 CS UTRECHT - Netherlands

ocr page 4
ocr page 5

Fé. 3^

Mededeelingen uit 's Lands Plantentuin N0. XII.

PLANTKUNDIG WOORDENBOEK

VOOR DE

BOO MEN VAN JAVA

MET KORTE AANTEEKENINGEN OVER DE BRUIKBAARHEID VAN HET HOUT

DOOR

«

*

S. H. RüO'RDERS,

Houtvester heiast met het onderzoek vau de hoschhoomflora van Java, chef van de 7« afd. van 's Lands Plantentuin,

BATAVIA — 'S GBAVENIIAQE

G. KOLFF amp; Co. 1894

BtBL. iNST. VOOR SYST. PLANTKUNDE

Transitorium 2, De Uithof Holrieiberglaan 2 3584 CS UTRECHT - NettierlandS

ocr page 6
ocr page 7

INLEIDING.

In de onderstaande opgave zijn door mij alleen die namen vermeld, welke door mij in loco f/enoteerd zijn en waarvan de bij behoor end e latijnsche ijeslaclitsnaarn door mij zelf na voorloopige determinatie, hetzij in loco naar levend, materiaal, hetzij te Buitenzorg naar mijn herbarium bepaald is.

Het hier gepubliceerde is dus niet de vrucht van compilatie, maar uitsluitend van eigen onderzoek.

De hier gegeven inlandsch-latijnsche namen zijn door mij ge-extraheerd uit de aanteekeningen, welke zich in mijn te Buitenzorg bewaard herbarium bevinden. Dat herbarium, voorloopig bijna uitsluitend de woudhoomen van Java betreffende, bestaat uit bijna 16000 specimina, waarvan elk mot een aanteekening betreffende inlandschen naam en groeiplaats, zoomede veelal van andere gegevens als gebruik enz. voorzien is.

Bovendien zijn hier bij nog talrijke losse reis-aanteekeningen, gebruikt, die door mij in loco gemaakt over inlandsch-latijnsche namen zijn gebruikt.

Ik hoop dus er in geslaagd te zijn om de meest belangrijke in-landsche boom-namen van Java hier in botanisch-systematische volgorde te hebben bijeengebracht.

Om de bestaande, algemeen erkende verwarring in de literatuur der inlandsch-latijnsche namen niet nog grooter te maken dan die thans reeds is, heb ik geen inlandsche namen uit Miquel, Filet van Eeden, enz. overgenomen.

Daardoor zullen naar ik mij vlei wel is waar nog vele aanvullingen, maar betrekkelijk weinig verbeteringen noodzakelijk zijn.

Want het zwaartepunt is hier gelegd op de juiste determinatie van bet geslacht, zoomede op do kennis van de botanische waarde (op den systematischen omvang) van eiken vermelden inlandschen naam.

In de hierachter afgedrukte „Nota over de waarde van inlandsche

ocr page 8

— II —

namen van javaiuische boonionquot; is dit standpunt betreffende de waarde van inlandsche boomnamen nader omschreven.

Niet alleen de op Java wildgroeiende, maar ook de meer algemeen op Java gecultiveerde boomsoorten zijn hier vermeld. Kruiden, lianen en heesters zijn echter niet door mij behandeld.

Aangezien bij al de vermelde namen herbarium is verzameld geworden, kunnen eventueel noodige verbeteringen gemakkelijk later aangebracht worden.

De soortnamen zijn hier met opzet niet vermeld, 1° omdat daarin in vele gevallen bjj nauwgezet onderzoek vele veranderingen zouden moeten komen en 2'quot; omdat ik niet wilde vooruitloopen op de hieronder geciteerde publicatie van mij met Ür. Th. Valeton. lijj de genus- en familie-namen is verandering zelden noodig

De soortnamen kunnen ten gevolge van de veelal onvolledige beschrijvingen in Miqüel, Hookhr, enz. alleen nauwkeurig bepaald worden waar men, zooals te Buitenzorg, een uitgebreide bibliotheek en een groot herbarium met vergelijkingsmateriaal te zijner beschikking heeft.

De namen der geslachten eu familiën kan men echter bijna altijd mot voldoende zekerheid bepalen zonder van andere hulpmiddelen gebruik te maken dan van Bentham et Hookek Genera plantarum of een dergelijk boek.

De geslachts- en familie-namen der boomsoorten konden daarom meestal in loco, op reis door mij bepaald worden en de juiste soortnamen alleen bjj uitzondering.

Waar eonige soorten van eenzelfde geslacht min of meer constant aan verschillende inlandsche namen beantwoorden, zijn in dit werk de verschillende soorten door de letters A, B, C, enz. aangeduid; bijv. Alhizzia spec. A; Alhizzia spec. B; Albizzia spec. C, enz.

Waar verschillende soorten van een geslacht door de inlanders meestal met elkander verward worden, vindt men achter den genus-naam; spec, div. (species diversae = verschillende soorten); bijv. „Ficus spec, div.quot; Hier wil dit „spec, div.quot; dan niet zeggen lt;die, maar „een zeker aantalquot; soorten. Zie vorder onder Ficus.

In de „Bijdragen tot de kennis der boomsoorten van Javaquot; door mij met Dr. Th. Valeton en andere botanici successievelijk uit te geven, waarvan het eerste doel, een tiental families omvattende in dit

ocr page 9

Jaar verschijnt, on waarvan het tweede deel in manuscript thans bijna gereed is, zijn de op een nauwgezet onderzoek berustende species-namen vermeld. Aangezien echter die species-bepaling veel tijd vordert en aangezien er dientengevolge nog een paar jaren zullen moeten verloopen voordat alle 75 families, waartoe de woud-boomen van Java behooren, in de „Bijdragenquot; soort voor soort behandeld zijn» heb ik hot dienstig geoordeeld reeds thans tot de publicatie van deze inlandsch-latijnsche-geslachts-namen to besluiten. En zulks, omdat ik van oordeel ben — en ieder zal dit wel met mij eens zijn — dat men in de meeste gevallen reeds voldoende dienst van een inlandschen boomnaam gehad heeft, wanneer men met behulp daarvan uit den chaos van javaansche woudboomen met oen groote mate van waarsclijjnlijkheid den naam heeft leereu kennen, van do familie of' het geslacht, waartoe de boom in kwestie behoort.

In de voornoemde, „Bijdragenquot; worden de inlandsche namen, die hier* slechts provisorisch behandeld worden, aan een meer gedetailleerde beschouwing onderworpen.

Zoowel voor details betreffende gebruik van hout, schors, enz. als voor de species-namen wordt de lezer dus naar deze „Bijdragenquot; verwezen. Slechts uiterst beknopt is hier de bruikbaarheid van het hout door mij besproken.

De volgorde, waarin de verschillende woudboomgeslachten hier behandeld worden is dezelfde als op blz. 51—100 in mijn „Sleutel tot de familiën en geslachten der woudboomen van Javaquot; (Separaat afdruk uit dl. 52 van het Natuurk. Tijdschrift van Nederlandsch Indië 1893).

Door onderzoek in loco, vooral in streken, welke door mij nog slechts zeer vluchtig onderzocht zijn, kan men door gebruikmaking van dezen Determinatie-sleutelquot; de hier gegeven inlandsche namen zonder veel moeite aanvullen en verbetereu.

De s achter den inlandschen naam beteekent soendaneesch; de j■ javaansch; nul. madoereesch; ml. inaleisch en hg. boegineesch.

Wanneer achter een inlandschen naam geen opgave staat van de residentie of streek, waar die naam in gebruik is, dan mag aangenomen worden, dat die naam niet locaal is, maar voor meer dan eene residentie geldt.

ocr page 10

— IV —

Bij namen, waarachter een s staat, beteekent het dan, dat in geheel of' in een groot deel van West-Java die namen in gebruik zijn. Bjj namen, waarachter md. staat, duidt dit aan, dat in bet vooral door madoerezen bewoonde deel van Bësoeki (Oost-Java) die namen geldig zijn, zonder dat daarin opgesloten ligt, dat zjj niet ook in enkele andere streken vau Oost-Java waarde zouden hebben. Indien evenwel een j. achter een inl. naam staat, zonder verdere vermelding van residentie of' afdeeling, dan mag zulks als een bewijs beschouwd worden, dat die naam in het grootste deel van Middenals van Oost-Java iu gebruik is voor één en dezelfde boomspecies.

De bekende indische taalkundige Dr. J. Buandes te Batavia heeft de door mij hooggewaardeerde welwillendheid gehad, de schrijfwijze van al de hiervermelde inland ache namen na te zien en waar dit noodig was te verbeteren.

In zijn schrijven d0. 22 Maart 1894 deelt mij Dr. J. L. A. Brandes o. m. het volgende mede betreffende do door hem hier gevolgde spelling en uitspraak der inlandsche namen.

„Met het oog op de uitspraak dient er op te worden gelet, dat ik in mijne transcriptie hier:

de e als in „dequot; weergaf met ë;

de e als in „welquot; mot è; en

de e als in de eerste lettergroep van „dezequot; met e (zonder accent); zoo

de o als in „potquot; niet b en

de o als in „potenquot; met o (zonder accent).

Tusschen i on ! en oe en oè maakte ik geen onderscheid, evenmin tusschen a eu «. Ik achtte dit minder noodzakelijk; trouwens het verschil tusschen oe en oè kunnen do meeste Hollanders zeker niet hooren.

De ew-klank van bot madoereesch, die iets anders is en ook anders klinkt dan de soendaneesche ew-klank, gaf' ik opzettelijk hier niet weer, omdat hij zoo het beste in onze spelling wordt uitgedrukt.

De beide t 's en d. 's van het javaansch en het madoereesch onderscheidde ik door ouder de lingualen, die men maakt door do tong tegen het verhemelte te brengen, een punt (1) te plaatsen.quot;

(1) In do «errata-lijstquot; on in latere «aanvullingenquot; zal met dit lijne onderscheid geen rekening meer gehouden worden. s. n. k.

ocr page 11

De h achter /■, tj, t, t en p in madoereesche woorden moet men laten hooren.

kh, tjh, th, th en ph zijn andere klanken dan /c, tj, t, t cn p\ zij beantwoorden aan dj, d, d en h in andere talen; bjjv.: Theumphoeh, md. in het javaansch Djamhoe. Slechts ten opzichte van de uitspraak van een oorspronkelijke a achter oen h en een dj (een oorspronkelijk w en een j.) ben ik onzeker. Ik weet niet ot' zij daar klinkt als javaansche a-klank, dan wel als eu. Tk schreef constant eu.

De h in het soendaasch moet duidelijk worden uitgesproken. Trouwens ik liet haar slechts daar staan (dit geldt ook de andere talen) waar men haar hoort.

Uit do door u uit het Banjoewangische dialect opgegeven woorden meen ik te moeten opmaken, dat men haar ook daar aan het begin van een woord uitspreekt; dat zou ouderwetsch zijn, want in het oud-javaansch vindt men haar ook in vele gevallen, daar waar zij etymologisch behoort en klinken moet; nooit of' zoo goed als nooit fungeert zjj er als stomme /«.quot;

Aldus Dr. Brandes.

Mijne boven geciteerde nota over de waarde van inlandsche namen van javaansche tvoudboomen luidt aldus;

Over de waarde van inlandsche namen van

javaansche woudboomen. (1)

Teder, die zich de moeite getroost eenige dor door Filet, van Eeden, Bischop-Grevelink, e. a. vermelde inlandsche plantennamen in loco aan een onderzoek te onderwerpen, wordt al spoedig getroffen door het groot aantal fouten. Nu eens ia de schrijfwjjze geheel verkeerd, dan weer wordt bijv. de naam als javaansch vermeld, terwijl die blijkbaar soendaneesch is en daardoor bjj navraag in door Javanen bewoonde streken aan geen enkel inlander bekend is. Dan weer zoekt men den iulandschen naam van eene plantensoort geheel te vergeefs.

(1) Teijsmannia dl. 4; 1894 blz. 52—64; korte berichten uit 's Lands Plantentuin, uitgaande van den Directeur der inrichting.

ocr page 12

— VI —

terwijl die soort toch op do plaats van onderzoek aan bjjna ieder inlander goed bij name bekend is. Dit geldt vooral javaansehe namen. Dan eens weer vindt men den inl. naam van de plantensoort, die men zoekt, in de literatuur vermeld en correct geschreven, doch komt door eenig onderzoek al spoedig tot de conclusie, dat de eigenschappen achter den naam vermeld onmogelijk betrekking kunnen hebben op de plant iu kwestie. En al is men dan ook veelal niet in staat te vinden, hoe de latijnsche naam wel moet zijn, zoo slaagt men er dan meestal reeds na een eenvoudig botanisch onderzoek in, met zekerheid uittemaken, dat de vermelde latijnsche naam onjnist is.

Dit geval komt bjj een veelvuldig critisch gebruik van Filet en andere boeken herhaaldelijk voor.

De vraag is nu, lioe liet komt, dat het aantal fouten en leemten in die standaardwerken voor inlandschc plantennamen van Ned.-Oost-Indië zoo buitengewoon groot is, waarop bij het aanvullen en verbeteren dier leemten en fouten vooral gelet moet worden, en voorts welke waarde dus in verschillende gevallen aan inlandsche plauten-namen van Ned.-Indië toegekend mag worden.

De beantwoording dier vraag is het doel van deze nota.

Wanneer iemand aan een inlander den naam van eene plant vraagt en daarna door determinatie mot de Flora van Miquel of een ander botanisch werk den latjjnschen naam bepaalt, dan kunnen zich daarbjj o. m. de volgende gevallen voordoen, waardoor fouten ontstaan:

le De inlander, die den naam opgeeft, geeft uit gebrek aan plantenkennis of uit onoplettendheid of uit boos opzet een onjuisten naam op;

2quot; Dc inlander geeft den juisten naam op, maar deze wordt door gebrek aan taalkennis door den europeeschen vrager geheel verkeerd verstaan of deze wordt goed genoteerd, maar bjj de determinatie wordt eene fout gemaakt;

3° Do inlander vermeldt een onjuisten naam, deze wordt door gebrek aan taalkennis geheel foutief genoteerd, terwijl tot overmaat van verwarring ook bij de determinatie van den latijnschen naam nog eene fout gemaakt wordt.

Het valt niet moeilijk om in Filet e. a. een groot aantal voorbeelden van deze soort van fouten te vinden,

ocr page 13

— VII —

Uit hel; bovonstaanclo blijkt volcloondo, hoc gemakkelijk het dikwijls is om de fouten in de inlandsch-latijnsche namen te vinden, doch hoe uiterst moeilijk het soms is om die fouten te verbeteren.

Immers hij, die hierin direct verbetering wil aanbrengen, moet 1° do inlandsche taal vrij goed verstaan; 2quot; moet good kunnen determineeren en 3e moet tevens geassisteerd worden door kundige inlanders. Op de laatste voorwaarde wordt hier nog speciaal do aandacht gevestigd, omdat niet zelden ten onrechte gemeend wordt, dat elk inlander tevens een goed plantenkenner is. Van do onjuistheid dezer hij velen gangbare meening heb ik mij herhaaldelijk kunnen overtuigen, zoowel op Java als op Sumatra.

Voor hem, die ook indirect wil bjjdragen om de kennis der inlandsche plantennamen te vermeerderen, zijn de moeilijkheden echter niet zoo groot.

Daartoe is het slechts noodig, dat hij geassisteerd wordt door een paar kundige inlandsche plantenkenners, de inlandsche taal vrjj goed machtig is en herbarium kan aanleggen. Wanneer dat herbarium voorzien van duidelijke etiketten, waarop de inlandsche naam (en zoo mogelijk ook eene beknopte aanteekening omtrent het gebruik) vermeld staat, opgezonden wordt aan een botanicus of aan eene botanische instelling (b. v. aan 's Lands Plantentuin te Buitenzorg), dan zal door dat herbarium de latijnsche naam met juistheid bepaald kunnen worden en dus de mogelijkheid geboren zijn om bestaande fouten in de literatuur te verbeteren.

Niet sterk genoeg kan deze methode aanbevolen worden, vooral aan hen, die zooals beheerders van cultuurondernemingen, ambtenaren bij het Bosch wezen en het Binnenlandsch Bestuur en anderen, die door hun werkkring in de binnenlanden bijzonder goed in de gelegenheid zijn om zulk herbarium te verzamelen.

De moeite en kosten zijn zeer gering en de resultaten in verhouding voor wetenschap en praktijk zeer belangrijk.

Het eenvoudig uoteeren van inlandsche namen zonder bewaren van herbarium heeft slechts weinig waarde, wanneer hot niet geschiedt door iemand, die goed op de hoogte is van determineeren, en die daarbij eene vrij groote bibliotheek te zijner beschikking heeft.

Lange lijsten van inlandsche plantennamen zonder door nieuwe

ocr page 14

— VIII —

determinatie gevonden of gecontroleerde latjjnsche namen, hebben dan ook meestal zeer weinig waarde.

Twee of drie gedroogde takken, elk met nauwkeurigen inland-schen naam voorzien en opgezonden aan eene botanische instelling, hebben oneindig meer waarde dan lange lijsten van honderden inlandsche namen, waarbij óf de latjjnsche namen geheel ontbroken óf waar die namen zonder critiek uit Filet e. a. overgenomen zijn.

Hierop kan niet sterk genoeg de aandacht gevestigd worden.

Over do waarde van inlandsche plantennamen, over de punten, waarop men bij noteeren er van moet letten, zoomede over de schrijfwijze is in de literatuur nogal een on ander te vinden. Men zie bijv. vooral Veth (P. J.) in „Sumatra-expcditie van 1877quot; en in zijn „Javaquot;; Scheffer (Dr.) in Natuurk. Tijdschr. v. Ned.-Indië; Berkhout (A. H.) in Tijdschr. v. Njjv. en Landb. van N. I.; Gresiioff (Dr. M.), de Wolff van Westerrode, de Clerq, e. a. in Teysmannia; Kurz (S.) in Preliminary Report of the Forest Flora of British Burma; Brandis (Dr. D.) in Forest Flora of Br. India; Gamble (I. S.) in Manual of Indian timbers; Filet (Gr. I.) in de inleiding van zijn Plantkundig woordenboek van N. I. en in het Natuurk. Tijdschr. van Ned.-Indië; Jungiiuiin in zijn „Javaquot;.

In geen dezer verhandelingen is echter dit onderwerp met die mate van uitvoerigheid behandeld, welke het alleszins verdient. Trouwens alleen in de geciteerde stukken van Veth en Soiiefper is het onderwerp gedetailleerd, in bijna al de andere publicaties werd de waarde der inlandsche namen meer terloops behandeld.

Daarom kan eene meer volledige bespreking der factoren, die de waarde van inlandsche plantennamen bepalen, eenig nut hebben; vooral voor hen, die in de gelegenheid zijn om de kennis er van door locale onderzoekingen te vermeerderen; zoomede voor hen, die door de praktijk gedwongen zijn, zich bij de aanduiding van planten alleen van de inlandsche namen te bedienen.

De inlandsche namen op Java zijn bijna uitsluitend hïHoendaneesch (s.) óf javaansch (ƒ.) óf madoereesch (md). De eerste in West-Java, de beide laatste in Midden- en Oost-Java. In zeer enkele streken, bijna alleen aan strandplaatsen, hebben sommige plaatsen ook nog

ocr page 15

— IX —

con maleischen (ml) of hoegineeschen (1) {hg.) naam, die verschillend is van den jav., soend. of mad. naam. Aangezien deze namen echter afkomstig zijn van eeno bevolking, die door haar werkkring meer in visschen dan in boomen belangstelt, hebben deze maleische en boegineesche namen op Java — niet buiten Java —meestal slechts weinig waarde.

De madocreesche namen zijn veelal ook slechts van geringe waarde, doordat de meeste Madoereezen op Java immigranten zijn, die van boomsoorten zeer slecht op de hoogte zijn. Dit gemis aan kennis komt vooral sterk uit in dc bergbosschon van Besocki, aangezien de flora daar voor een groot deel uit plantensoorten bestaat, die op Madocra ontbreken, en die dus uit den aard der zaak aan den Madoerecs onbekend zijn.

De javaanschc namen, inzonderheid die van weinig bewoonde streken van Midden-Java, zijn daarentegen niet zelden van zeer veel waarde, al doet ook volgens mijne ervaring de Javaan ten opzichte van den Soendanees in het algemeen onder in de kennis van plantennamen.

De Soendanees geeft niet zelden do bewijzen, dat hjj uitstekend weet te classificeeren.

In het algemeen kan dus de volgende schaal voor de waarde der inlandsche plantennamen op Java aangenomen worden: allereerst do soendaneesche, dan de javaansche, dan do madoercesclic en eindelijk de maleische en boegineesche namen.

Bij het notoeren der inlandsche namen moet men zeer scherp toeluisteren; anders zijn fouten onvermijdelijk. Dit moge uit de volgende voorbeelden blijken: Sogd, j. beantwoordt in do ros. Sa-marang aan Peltophorum ferrugineum Bth., terwijl in diezelfde residentie met den naam Saka, j. steeds Saraca indica L. aangeduid wordt en terwijl Saga, j. in Pëkalongan de naam is voor Ade-nanthera microsperma T. et B.

Waroe, j. s. ml, is de vaste inlandsche naam voor eenige Hihiscus-, soorten, (familie der Malvaceae^) terwijl do naam IVéroe, j. steeds aan

A Ibizzïa procera Benth. (familie Legunünosaé) beantwoordt.

(1) In enkele stranddorpen van Bësoe.ki bijv. Tratas en Poegër, waar bocgineesche nederzettingen zijn.

ocr page 16

Tjcmjpaga, j. hcot in Banjocwangi ecnc daar veelvuldig voor bruggenbouw gebezigde houtsoort, welke van oen Meliacaea afkomstig is (n.1. van een Dysoxylum soort); daarentegen dragen verschille'n-de Magnoliaceae van de geslachten Michclia en Talauma aldaar den naam Tjëmpaka, met of zonder achtervoegsels; bijv. Tjëm-pakd-djaj, j., Tjempdkd-këmbang, j., Tjëmpakd-ydndd, j. of ook Tjëmpdka, j. alleen.

Alvorens men den naam noteert is het voorzichtig zich dezen eenige malen duidelijk te doen zoggen en na het opschrijven is het aan-tebevelen om, indien daartoe gelegenheid bestaat, den geschreven naam aan een „geletterdenquot; inlander ter verbetering te geven.

Voorts moet men er op acht geven of het woord Kajoe, j. of Kadjëny, ; Kadjoe, md. of Ki, s.; dat door de inlanders niet zelden vóór een boomnaam genoemd wordt, er steeds bij genoemd of soms weggelaten wordt. Hierbij is nog met hot volgende rekening te houden.

Het woord Ki dat men vóór sommige soendaneesche boomnamen zal vinden, betcekent soms „Boomquot; of „Houtquot; on beantwoordt dan aan het javaansche woord Kajoe of Kadjëng aan het madoereesche Kadjoe soendaneesche Kuj. Soms heeft hot echter de bcteekenis van „gelijkende opquot;. Als voorbeeld voor de laatste beteekenis diene Ki-tjemara, s.; dat wil zeggen gelijkende op den Tjëmara, s. Met eerstgenoemden naam wordt in sommige'streken van de Preanger de veel op Tjëmara, s. (Casuarina) gelijkende Podocarpm cupressina IjIxn. aangeduid. In samenstellingen als Ki-óraj, s. (slaugen-boom); Ki-mërak, s.; Ki-f.ëmbaga; s. (koper-boom); Ki-endog, s, (eier-hoom), Ki-poèk, s. (duistere boom) Ki-bima, s. enz. heeft echter Ki min of meer de beteekenis „boom.quot;

Bij het al of niet vermelden van de woorden „Kiquot;, „Kadjoequot;, „Kajquot; „Kajoequot; en „Kadjëngquot; (hoog-javaansch van Kajoe) hebben wij ons zonder uitzondering eenvoudigheidshalve aan de spreekwijze van den inlander gehouden.

Het woord Pohon, dat men in Filet en andere boeken soms vóór z. g. javaansche namen vindt, is, zooals bekend is, het maleische woord voor boom, en kan nooit in echt javaansche, soendaneesche of madoereesche namen voorkomen. Namen in de literatuur, waarin het

ocr page 17

woord Pohon als voorvoegsel van ocht.-javaansclie plantennamen voorkomt, mogen daarom als minder juist gewantrouwd worden. Zulke foutieve namen vindt men o. a. in Filkt onder 110. 7015,7017 en 70211

Bij liet vragen der inlandscho namen kan het gebeuren, dat enkele der inlandscho gidsen het niet mot elkander eens zijn over don naam. Fn dat geval doet men wel öf door de versehillende opgegeven namen te noteeren en daarbij een vraagteeken to plaatsen of alleen één der inlandsche namen, die den vrager het meest juist voorkomt. In hot laatste geval plaatst men er echter ook een vraagteeken voor.

Blijkt het den vrager, dat dezelfde plantensoort door de/,elfde inlanders nu eens met dezen dan weder met genen naam wordt aun-geduid, dan is het raadzaam om die namen niet te noteeren, maar op de etikettc slechts to schrijven : „zonder vasten inlandschen naamquot;, „inlandsche naam onzekerquot; of iets dergelijks.

Waar men door herhaald vragen zekerheid gekregen hooit, dat dezelfde plantenspecios door bijna alle inlanders dor onderzochte streek constant met dezelfde namen aangeduid wordt, verdient het aanbeveling daarvan op de etikettc speciaal melding te maken; bjjv. „in/. naam zeer constantquot;.

Het is vooral deze categorie van inlandscho namen, die voor praktijk en wetenschap veel waarde heeft.

Sommige boomen zijn aan de inlanders van geheel Java, behoudens kleine dialect-verschillen, onder oen en denzelfdon naam bekend ; bijv. Djati, s. j. en Djatè. md. (Tectona grandis Lixn. r.), F Hang, s. j. en Pèlang, md. {Acacia lencophloea Wii.i.d); Plasa, s, md. en Pldm j. (Butea frondosa llxis.); Waroe, ml. s.j. en Baroe, md. (Hibiscus spec); Sempoe, j., Sëmpoer, s. en Sotnpor, md. {Dillenia pentagyna Rxb). Bij cultnurboomen komt deze gelijkheid in naam veelvuldiger voor dan bij woudboomen. Voor doze laatste is het bijna regel, dat de naam in verschillende streken van Java verschillend is. Een paar voorbeelden mogen hier nog een plaats vinden. Bischofia javanica Bl. heet in West-Java GWo/i;, s. en in Midden-en Üost-Java CréWoeK-gan, j. of Gintoengan, j.

Artocarpüs Blumei Tbéc. heet in West-Java Tenreup, s. in Midden-Ja va Bëndd j, of Benda, j. en in Oost-Java Kokap, md.

ocr page 18

— xn —

Rleinhovia hospita Korth. heet in West-Java Tanyleölb, s., in Midden-Java Këtimangd, j. of Këtimaha, j. of Timahdj. of Këtimcihti, j. in Oost-Java Mangar, md., terwijl liet gevlokte hout van dezen boom, omdat het gevlokt i.s, over gelicel Java evenals dat van andere soorten onder den naam Pèlèt, j. s. md. bekend is.

Er zijn echter ook gevallen, waarin hree tot geheel verschillende familiën behoorendc boomsoorten aan de inlanders van verschillende streken onder denzelfden naam hekend zijn. Dit blijkt o.a. uit de twee volgende voorbeelden:

lu Commersonia echinata Forst, is een kleine boom met zoo eigenaardig slangvormig gekromde takken, dat de inlanders van sommige stroken, o.a. bij Palaboohan in de Zuid-Preanger, dezen daarom don naam Ki-óraj, s. (= slangen-boom) geven. Die naam beantwoordt in de Zuid-Preanger voor zoover ons bekend is aan geen enkele andere boomsoort. Nu is in Z. W. Bantën de naam Ki-öraj, s. wèl aan do inlanders bekend, maar geldt daar voor eeno geheel andere boomsoort n.1. voor Hibiscus grewiaefolius IIassk., terwijl Commersonia aldaar onder een anderen naam bekend is.

2° Myrica javmica Bl is een boom, welke in sommige streken (o.a. op het Idjèn-plateau in Banjoewangi) aan do inlanders geheel bij name onbekend is, niettegenstaande die soort daar op de hooge bergtoppen voorkomt. In enkele streken werden mij echter namen opgegeven; b.v. op don G. Praoe-Dièng Woeroe-kêtèk, j.; op don Gr. Mërbaboe Mangköhan, j. en op den G. Séndara PifjisanJ. Onder den laatsten naam is de boom o.a. aan bijna elk inlander der bergdorpen van den Sendara goed bekend. Op hot Midangan-go-bergte bjj Pringamba in de afd. Bandjarnögara dor ros. Banjoemas groeit evenwel eene boomsoort, n.1. Nauclea lanceolata Blume, welke aldaar aan de inlanders algemeen bekend is onder denzelfden naam Pitjisan, j. terwijl diezelfde Nauclea-soovt in diezelfde afdeeling op den Gr. Kapal, zoomede bij SoerdjS op den Gr. Praoe constant Pitjis, j. geheeten wordt. Deze Nauclea draagt in bijna geheel West-Java den vasten naam Angrit, s., terwijl in eenige streken van Midden-Java door ons o.a. nog de volgende namen genoteerd werden: Poen-doengan ?Bandéngan, j. en Klépoe-pasir, j.

ocr page 19

De naam Pitjisan, j. beantwoordt dus in Banjoemas en Bagëlèn-Këdoe aan twee geheel verschillende boomsoorten, waarvan de eene tot de familie der Myricaceae, de andere tot die der Bubiaceae behoort.

Er is nog eene categorie van inlandsche namen, waarbij een groot aantal verschillende boomsoorten, van zeer verschillende familiën en geslachten een en denzelt'den inlandschen naam dragen, hetzij in verschillende, hetzij in dezelfde streken. Zulke namen hebben natuurlijk in do praktijk veelal slechts weinig waarde, omdat men meestal niet weten kan aan welken wetenschappelijken naam zulk een inl. naam beantwoordt. Tot dergelijke onzekere inl. namen behooren o. a. lirasan, j., Ki-mèong, s., Kidang, j., Sa pi. j.; enz.

Namen als deze kunnen echter locaal voor het opsporen van eene plantensoort soms toch nog eenig nut hebben. Het is dan echter vóór alles noodzakelijk, dat men nauwkeurig weet, dat de bewuste naam indertijd in dezelfde streek, waar men zelf onderzoekt, door een goed onderzoeker genoteerd is geworden.

Gevallen, waarin geen enkele, zelfs geen der „botanischquot; moest ontwikkelde inlanders der onderzochte streek een naam voor eene inheemsche plantensoort weet, zijn niet zoo zeldzaam als veelal gemeend wordt. Zelfs met enkele liooge woudboomen is dit op Java het geval. Hiervan heb ik mij op mijne verschillende reizen door dit eiland herhaaldelijk kunnen overtuigen. Als voorbeelden hiervan kunnen o. m. verschillende soorten van Sy tup locos, A (jape les (Vacciniuni), Eurya, Pittosporum, Diospyros en van andere woudboomen-geslachten genoemd worden.

Tot deze rubriek behooren vooral vele boomsoorten der hoog gelogen bosschen en dor bergtopwouden, zoomede eenigo meer zeldzame boomsoorten der lagere streken.

Hierbij moet echter vermeld worden, dat niet zelden dezelfde boomspecies, die in do eene streek van Java aan alle inlanders geheel bij name onbekend is, in eene andere streek onder een meer of minder vasten naam aan do meeste inlanders bekend is. Talrijke voorbeelden zou ik hiervoor kunnen aanvoeren. Slechts een paar mogen hier genoemd worden.

Gordonia excelsa Bl. is een fraaie, hooge boom, die aan de inlan-

ocr page 20

— XIV —

ders van de Preanger bij name vrjj algemeen bekend is onder den naam Ki-mandjël, s. Diezelfde boomsoort nu is door mij onlangs op het Raoeng-Idjèn-geborgte in Bésoeki in de wouden aangetroffen, terwijl ddar geen enkel der dour mij ondervraagde inlanders („boom-kundigequot; Madoereezen) een naam voor die boomsoort wist.

Pisonia excel sa Bi,., de z. g. „vogel vangende boomquot;, welke in vele streken van Java voorkomt, is op de meeste plaatsen aan de inlanders goed bij name bekend en draagt dan o. m. de volgende, wel verschillend klinkende, docii in betoekenis gelijkluidende namen; Kqjoe-gëdang, j.; Kadjeng-pisany, j.; Ki-fjaoe, s.; Kadjoe-kedeuny, md.; Arès, j. — En toch vond ik die boomsoort ook op plaatsen, waar zelfs geen enkele inlandsche plantenkenner mij daarvoor een naam kon opgeven. Dit was bjjv. liet geval bij Pantjoer in de bergbosschen van Bësoeki en bjj Karangasëm in de djatibosschen van ürobogan (Samarang).

Horsfieldia aculeata Miq. is een zeer gemakkelijk herkenbare boom, die door mij zoowel in West-als Oost-Java aangetroffen is. In West-Java is die boom aan bijna elk goed bij name bekend, terwijl geen der mjj op liet Idjèn-plateau in Bësoeki vergezellende inlanders den naam er voor kon opgeven; en dit niettegenstaande deze boomsoort aldaar zeer algemeen voorkomt.

Reevesia Wallichi II. Br. is eene door mij in de Preanger gevonden, zeer zeldzame boomsoort, die aldaar aan geen enkel inlander bij name bekend is.

In sommige gevallen beantwoordt een inlandsche naam op Java uitsluitend aan één enkele boomspecies bjjv. Ki-hiang, s.; of Wêroe,j. {Albizzia procera Bth.) Rasamala, s., of Mala, s. {Altingia excelsa Nouoniia), Djati, j. s. (Tectona grandis L. 1,\) In sommige gevallen geldt echter één enkele inlandsche naam voor 2 of meer soorten van een geslacht; ja er zijn gevallen, waarin zelfs één inlandsche naam aan een groot aantal (maar zelden aan alle) soorten van eene familie beantwoordt. Met andere woorden, soms zijn bet species-, soms geslacht- en soms min of meer familie-namen.

Zoo worden vele, maar niet alle, soorten van het geslacht Quercus door de inlanders aangeduid met deu naam Fasang, s. j. of Kasung,

ocr page 21

mcü., waarbij dan nog voor enkele bijzonder kenmerkende soorten soms nog een tweede naam, een soort-naam, geplaatst wordt, bijv. Fasang-kajanj, s., Pasang-bödas, s., Pamng-beuretim, s., enz. Daarbij zijn dan echter, de bijgevoegde „soort-namenquot; meestal zeer onzeker en slechts van locale waarde.

Waar de inlandsche namen aan een nog omvangrijker, een nog abstracter begrip dan een geslacht (genus), namelijk min ot' meer aan eene familie (ordo) beantwoordt, daar hebben in do meeste gevallen do bijgevoegde inlandsche „soortnamenquot; nog minder waarde voor de praktijk, terwijl er dan veelal ook een groot aantal boomsoorten van andere familiën door de inlanders nog onder denzelfden inlandschen „familiequot; naam worden samengevat. Het laatste is niet te verwonderen, wanneer men er slechts op let, dat de botanici voor de classificatie der planten bijna uitsluitend op den bouw van bloem, vrucht en zaad letten, terwijl de inlander in vele gevallen vooral ook op eigenschappen lot, welke voor de wetenschappelijke classificatie van geen belang zijn: o. a. al of' niet voorkomen van luchtwortels, oen blauwgrijsachtig waas op de onderzijde der bladeren, enz.

Tot toelichting noft' de volgende voorbeelden.

1quot; In de Preanger beantwoordt de naam Kiara, s, aan een groot aantal soorten van het geslacht Ficus en wel aan de meeste soorten van het ondergeslacht Urosligma ; bijna alle reusachtige boomen met luchtwortels en vijgvruchten. Do verschillende soorten worden door de inlanders aangeduid door achtervoegsels als Kiara-yëde, s., Kiara-djing-kang, s., enz. Nu heet echter de Ficus (Urostigma) elastica L., niet zooals men zou mogen verwachten Kiara-karèt, s., maar eenvoudig Karèt, lt;♦., terwijl bovendien een zeer groot aantal i'Vcws-soorten (o. a. alle zonder luchtwortels) niet door Kiara, s , maar door geheel andere namen, bjjv. Köndang, s., Bisdrö, s., Hamèrang, s., worden aangeduid.

2quot; Ren veelvuldig op Java gekweekte boomvormige Anonacaea (Anona squamosa L.) wordt dooi' de inlanders van sommige streken als eon Nangka, s. ml. of Nünylca, j., beschouwd en Nangka-hlanda, s., Nangka-landd, genoemd, terwijl eenige soorten van het tot de fnmilie der Urticaceae (onderfamilie Artocarpeae) behoorende geslacht Artocarpus eveneens met den inlandschen „geslachtsnaamquot; Ndngka, ƒ. s. of Nangka, s., ml. aangeduid worden.

ocr page 22

— XVI —

3C Terwijl een groot aantal Eugenia-sooviamp;n (vooral van de sectie Jambosa) door don inlander met den „geslachtsnaamquot; Djamboe, s.j. aangeduid worden, rekenen zij ook een tot een geheel andere planten-familie behoorende boomsoort n.1. niet een Myrtacaea maar een Anacar-diacaea: Anacardium occidentale L. evoncens tot het „geslachtquot; Djam-boe,j. s. en noemen die boomsoort Djamhoe-monjèt, s, of Djamhoe-mete,j.

4° In de Preanger groeien een zeer groot aantal boomsoorten, welke de inlanders met den gemeenschappelijken „familiequot;-naam Hoeroe, s., aanduiden; b. v. Hoeroe-jxijónf/, s., Hoeroe-tèitja, s., Hoeroe-mèntèlc, s., Hoeroe-kbnèng, s., Hoeroe-hiris, s., Hoeroe-djanitri, s.. Hoeroe, s., alleen, enz. Nu behooren wel de meeste Hoeroe, s., genoemde boomen tot eenzelfde familie, n. 1. tot de Lauraceae, maar enkele behooren tot geheel andere familiën. Zoo worden o. a. de volgende tot andere familiën behooren boomen door inlanders veelal onder den familie-naam „Hoeroequot; samengevat: Elaeocarpus ohtusus Bij., Elaeocarpus dentatm Eeinw., Acer iaurinum Hassk. enkele Myristica-aoovtGn, enz. En zulks vooral om de blauwgrijsachtige kleur der bladonderzijde en eenige verdere overeenkomst in habitus met sommige „echtequot; Hooroe-soorten. Omgekeerd zijn er „echtequot; Hoeroe-aoorten, Lauraceae, welke door de inlanders door namen worden aangeduid, waarin men het woord „Hoeroequot; te vergeefs zoekt; zoo o. a. de volgende Lauraceae: Ki-lèmok s., Ki-pèdés, s., Ki-sèréh, s., Ki-amis, s., alle soorten der familie Lauraceae.

Hier zij nog aangestipt, dat het Midden- en Oost-Java gebruikelijke woord Woeroe, j., eene nog ruimer beteekenis heeft dan Hoeroe, s., en wel in dien zin, dat door de Javanan een nog grootor aantal niet tot de Lauraceae behoorende boomsoorten daartoe gerekend worden; o. a. enkele Sapindaceae Mijristicaceae, Fittosporaceae, Elaeocarpaceae, enz.

Alhoewel in den regel voor de praktijk en voor don handel in het bijzonder de kennis der inlandsche namen boven die der la-tijnsche namen sneller en beter tot het doel voort dan gene.

Het volgende voorbeeld moge dit ophelderen.

Lagerstroemia speciosa Pers. {L. Flos-lieginae Koxii.) is een naam, die aan alle technische boschambtenaren zoowel in Britsch-Indië als op Java, bekend is. Mot behulp van dien naam zal het mogelijk zijn

ocr page 23

— XVII —

zicli bjj dio ambtenaren inlichtingen omtrent iioutprijzen, groeiplaats, enz. dier boomsoort te verschaffen, terwijl zulks bij gebruik fier inlandsche namen alleen, groote bezwaren zou opleveren; want do inlandsehe namen dezer soort verschillen niet alleen in Britsch-Indië en Java, maar ook zoodanig voor West-en Oost-Java, dat het allicht mogelijk zou zijn, dat ten onrechte op het ontbreken dor gevraagde boomsoort zou geconcludeerd worden. Immers de inlandsche namen voor deze soort zijn n.1. in West-Ja va Boenyoer, s.; in Midden- en een deel van Oost-Java Woengoe,]. en in Bösoeki in Oost-Java: Këtaw/i, md.; terwijl die van Britsch-Indië (volgens Gamble) zijn: Jarul, Ajhar, liolashari, Ghalla, Adamboe, Ta man, Mota-bondara, Kamaung, Pymma, Murute, enz. — alle inlandsche namen voor een en dczeltde boomsoort.

In het algemeen heeft echter eene nauwkeurige kennis dor inlandsche plantennamen niet alleen voor de praktijk, maar ook voor de wetenschap zeer hooge waarde. Want door de kennis daarvan is men in staat gesteld om zich oene bepaalde plantensoort in korten tijd door de tusschenkomst van inlanders te verschaffen; terwijl het opsporen dicrzelfde soort in tropische bosschen, die niet zelden uit 800—400 boomsoorten bestaan, zonder de kennis van den in-landschen naam in vele gevallen uiterst kostbaar en tijdroovend zou zijn; ja soms zelfs praktisch onuitvoerbaar zou blijken.

Uit ervaring, kan ik hiervoor hot volgende voorbeeld aanvoeren. Langen tijd had ik te vergeefs gezocht naar eene zeldzame boomsoort, welke door Blumé in West-Java gevonden was en daar volgens hom Hiroeng, s. zou heeten. Door nu in verschillende streken van de Preanger aan de inlanders te vragen of er daar ook een boom Hiroen/j, s. genaamd, aan hen bekend was, slaagde ik er eindelijk in door de voorlichting van de inlanders om van diezelfde boomsoort Nyssa sessiliflora Hook. k. eenige volwassen exemplaren te vinden. Zonder dien inlandschen naam was mij hoogstwaarschijnlijk die boom nog onbekend gebleven, aangezien hij in blad, stam, kroon, schors en takken opvallend op talrijke andere javaansehe boomen geljjkt en daarbij betrekkelijk zeldzaam is.

Een groot voordcel van de meeste inlandsche namen boven de

ocr page 24

— XVIII —

latijnsche ligf; daarin, dat zij niet veranderen, terwijl dit tengevolge van don voortgang der studie van de rangschikking der planten voor de wetenschappelijke namen dikwjjls wel het geval is. Welke houtsoort men bijv. bedoelt met Rasamala, s. kan in West-Java niet twijfelachtig zijn, aangezien daar (1) slechts écne enkele boomsoort is, die aan de inlanders steeds onder dien naam bekend is geweest en wel onder dienzelfden naam bekend zal blijven, terwijl in den loop der tijden de latijnsche naam veranderd is. Vroeger bijv. in de Flora van Miquel heette de boom Liquidambar Altingiana Blume, terwijl thans, o.a. in Hooker Flora of British India die soort Altingia excels» Noroniia heet.

De boomsoort, die aan bijna elk inlander in Midden-Java onder den on veranderlijken naam Pilang, j. bekend is, is door de botanici in den loop der tijden onder oen groot aantal namen beschreven bijv. als Mimosa alba Rottl.; Mimosa leucophloea Roxis.; Acacia arcuata Décaisne; Acacia alba Willd. En thans heet die boom bijv. in Hookeii Fl. Br. Ind.: Acacia leucophloea Willd.

Resumeerende blijkt dus:

1° de inlandsche plantennamen op Java hebben in vele gevallen zeer groote waarde; evenwel moet men om teleurstellingen en vergissingen in het gebruik te vermijden, daarbij de grootste voorzichtigheid (zie boven onder Pifjisan, j.) in acht nemen en er daarbij in de allereerste plaats op letten, voor welke streek van Java, zoomede door ivien de naam geldig verklaard is.

2° de niet-botanicus kan zeer veel bijdragen om orde te scheppen in de bestaande verwarring der inlandsche namen in Indië en wel door aan 's Lands Plantentuin te Buitenzorg of 's Rijks Herbarium te Leiden herbarium (vooral bloem- en vruchtdragende takken) op te zenden, waarbij zich eene etikette bevindt met den nauwkeurig (zoo mogelijk met javaansche letters) geschreven inland-schen naam.

(1) Door A. 6. Vorderman werd onlangs aan 's Lands Plantentuin ta Buitenzorg van Madoera herbarium van een plant toegezonden, die aldaar Rasamala, md. zou heeten en die mij bleek een Ficus soort te zijn.

ocr page 25

— XIX —

Aanvulmno en verbetering van het uier gepubliceerde over

inlandsciie namen en over het gebruik van het 1iout.

Ten dienste van de beheerders van landbouwondernemingen en van ambtenaren, die dikwijls in de gelegenheid zijn om door gebruik van locaal voorkomende houtsoorten vele uitgaven te besparen zijn hier gegevens vermeld betreffende do geschiktheid van het hout voor huishouw, meubels, enz.

Ook deze gegevens zijn niet vermengd met do daarover in andere werken gepubliceerde gegevens, zelfs niet met die van het in vele opzichten uitnemende werk over de „Houtsoorten van Nederlandscb Oost-Indiëquot; van den Directeur van het Koloniaal Museum te Haarlem, den lieer F. W. van Eeden.

Dit is doov mij gedaan, niet uit geringschatting van de waarde der daarin bevatte mededeelingen, maar uitsluitend om ook in dit opzicht mij in deze publicatie uitsluitend te houden aan datgene, wat mij persoonlijk in loco door kundige inlanders en ervaren europeanen is medegedeeld geworden of wat mij door eigen ervaring juist is gebleken betreffend do groote duurzaamheid van deze of de geringe duurzaamheid van gene soort.

Dit gedeelte van het werk vercischt de meeste verbeteringen en aanvullingen.

Toch heb ik gemeend do gegevens betreffende het gebruik van het hout, hoe beknopt ook, niet te mogen weglaten.

Uitvoeriger en naar ik hoop beter gegevens zal de lezer later vinden in de bovengeciteerde „Bijdragen tot de konnis der boomsoorten van Java.quot;

Het hier gepubliceerde draagt slechts een voorloopig karakter en moet als een handleiding beschouwd worden om te komen tot de kennis der inlandsche namen en het gebruik van de javaansche hoornen; zoomede als een gids om zich met of zonder de hulp van mijn „sleutel tot de familiën en geslachten der woudboomen van Javaquot; terecht te kunnen vindon in de Bijdragen tot de kennis der boomsoorten van Java van K. en V.; bij welk boek door het gemis van determinatie-sleutels het opzoeken van een boomsoort niet zelden moeilijkheden kan opleveren.

ocr page 26

— XX —

Do door voortgezet onderzoek en door kritiek noodig gebleken aanvullingen en verbeteringen zullen zoodanig gedrukt worden, dat men die „aanvullingenquot; telkens op de wit gelaten ruimte onder elk nummer of onder elke familie kan opplakken.

Hot papier dier „aanvullingenquot; zal daarom slechts aan ééne zijde en met zeer kleine letters gedrukt worden. Hierdoor wordt naar ik meen do bruikbaarheid van hot boek verhoogd. Zulks temeer, aangezien de uitgevers, de Heercn Kolff amp; Co., deze „aanvullingenquot; tegen zoor lagen prijs beschikbaar zullen stellen.

Nog zij hot mij vergund hier oen woord van harteljjken dank uittespreken aan allen, die mij bij mijn onderzoek hulp verleend hebben; inzonderheid aan velen mijner collega's, aan vele ambtenaren van Binnenlandsch Bestuur en aan talrijke beheerders van particuliere landbouwondernemingen in Java's binnenlanden.

En ten slotte zij hier de wensch geuit, dat de gebruiken van dit „Plantkundig woordenboekquot; evenveel nut moge hebben als ik er moeite en tijd aan besteed heb.

«

Buitenzorg, 20 April 1894. S. H. Koorduks.

ocr page 27

inhoud.

Eladz.

De boomen van Java geiianösciiikt volgens de natuurlijke familiën ... ................1

Index der familièn............139

Index dek latijnsche namen........ . 141

Index der inlandscue en iiollandsche namen . . . . 151

Errata ...............................

Addenda ..............................—

ocr page 28

.......Mii ■ • • •

ocr page 29

DE BOOMEN VAN JAVA GERANGSCHIKT VOLGENS ÜE NATUURLIJKE FAMILIËN.

ocr page 30
ocr page 31

(I )iTji/RN.—MAONOI,.)

(1-«)

— I -

1* DILIENI ACEAE. (1)

1. WOKUIA Roxb.

Wormia spec. _ Ki-sègèl, s. in geheel West-Java. — Drègèl, a. bij Tjilatjap in Banjoemas.— Beide vaste namen. Alleen in Midden- en West-Java.

Hout bruikbaar voor huisbouw.

2. niLLENlA Linn.

Dillenia spec. A. — Sëmpoe,].; Soinphr, md.; Sómpoer, s.

Dillenia spec. B. — Shnpoer-hatoe, s.; Sémpner-tjai, s. — In Pê-kalongan soms Sëmpoe, Tjandiroeboeh in Samarang Simp/)/, j. — 10e inadoereesche naam Sèmpbl, md. wordt aan een andere boomsoort gegeven.

Dillenia spec. C. — Djoenti, j. s. bij Tóiuo in Soemëdang (Prean-ger) en bij Margasari in Tëgal.

Hout van deze 3 soorten zeer hard; hoogst zelden voor huisbouw gebezigd. Wellicht bruikbaar voor pakkisten.

3* MA GNOL 1 ACEA E.

3. TALAUMA Juss.

Talauma spec. dlv. _ TjëmpSU-giïndF,, j. in Midden-lava.

'Ijempakd-kêmbany, j. in Banjoewangi. -—Nóna-feifweiou/,

(1) De vet gedrukte nummers vóór de namen der geslachten en familien z\jn gewone volgnummers.

ocr page 32

(Magnouackae) — 2 — (4 —♦»)

s. in Zuid-JJjampang (i'reanger). — lu sommige streken van Java de inl. naam onbekend.

Hout onbruikbaar.

4. 911(11 EM A LINN.

Michelia spec. div. — Manglit, s.; TJënipaka, s.; Tjémpnl'a-leuiceuny, 8.; Many li, j.; Tjëmpaka-djai, j.; TJmpö-kbh-manylèh, nul.; Kémpheuny, md.; Manylèh, md.; Kèmpheuny-tjheuèh, md.; Kajoe-këmbany, j.; Kadjoe-kempheuny, md.; Resiki, j.; Kaïitil-alas, j. (Kantil-wiïnd, j.) — Soms ook Baros, j.; bij voorbeeld op den Qoenoeng Wilis in Madioon.

Hout van al deze soorten bijzonder duurzaam sterk en iraai; en soms in zeer groote afmetingen te krijgen. Voor huishouw en meubels zeer gezocht.

ft. MANflUKTIA Br..

Manglietia spec. — Baros, s. j. — Dikwijls ook Manglit, s. — In Midden-Java niet zelden zonder inlandschen naam; daar soms tot Woeroe, j. gerekend.

Hout bijzonder duurzaam en li aai en in groote afmetingen te krijgen. In West-Java voor huishouw en meubels gezocht, In Midden-Java de deugdzame eigen-schappen weinig bekend.

«. CULTtlKBOOMEUl!

Michelia spec- A. — Tjénipamp;kd-poetih, ].; Tjëwpaicah-phtèh, md.;

Tjëmpaka-bödas, s. — In Banjoewangi Pëtjaripoetih,]. —

Hout als soort 13,

Michelia spec. B. — Tjëmpaka, s. ml.; Tjempaka-koening, s.; Pë-tjari-koening, j. of Lbtjari, J. in Baujoewangi; Kantil,]. in Samarang. Këmpheung-kheunhing, md. bij Soembêr-waroe in Bësoeki.

Hout voor pakkisten bruikbaar, doch zelden gekapt aangezien de bloemen zeer gezocht zijn.

ocr page 33

— 3 — (Anonachae)

7* A N ON A CE A E.

STELECIIOCARPUS J!l.

Stelechocarpus spec. — Boerahdl, s.; Kepél, j. in Midden-Java.

De naam Kcpel, j. beantwoordt in Zuid-Wcst.-Bësooki bij Poeger aan Cynometra ramiflora L. Hout misschien bruikbaar voor pakkisten.

CAMi\fa JJi,.

Cananga spec. — Kananga, s.; Kenangah, md.; KénangH, j. — Wdngna, j. in Banjoewangi. — Sëkra, j. of Khnhang, of bij Paré in Këdiri. — Bij Tjilatjap: Kadjeng-schar, j. Hout voor pakkisten.

IMMiYAI/nilA IU.. (Guattaria).

Polyalthia spec. div. _ Kalak, md. J. - Meestal nog met een „Hoorf-naam er achter; b. v.: Kalak-habal,j. ■ lialak-gëdang, j. in Banjoewangi; Kalak-prit, j. en Kalak-koenjit, J. bij Tjilatjap.

Hout van onkole soorten voor pakkisten inisscliien bruikbaar.

SACCOPETAUJiH Benn.

Saccopetalum spec. _ Djanglht, j. - Determinatie nog onzeker.

Hout voor lansstelen gezocht; niet in groote almetingen te krijgen.

A\0\A(i;\E spec. div. — öf geheel zonder inlandschen naam;

of Kalak, j. md. of door zeer locale en onvaste namen aangeduid ; b. v.; Ki-saoehoen, s. en ? Ki-pëdos, s. bjj Palaboehan in Zuid-Preanger; Noemt', md. bij Pantjoer in de bergstreken van Besoeki. — Die namen gelden nu eens voor één, dan weer voor meer soorten van dezelfde of verschillende geslachten.

C E ET UI I11 It 00M E .\ :

Anona L.

Hout van alle 3 soorten onbruikbaar.

ocr page 34

(Anon.—Capp.—Bixac.) — 4 — (13—15)

Anona spec. A. _ A anf/ka-lnnda, j.; Nlinykd-landi, j.; Nangka-blanda, s.; Swirstvnk, ml. (in enkele kustplaatsen); Zuurzak, holl.

Anona spec. B--Sirikaju, j.; Srikaja, j.; Sirikaja, ml. — In

N. O. Bësoeki Sarkadjeuh, nul.

Anona spec. C. — Mloewa j.; Nona, s.; Boewah-nöna, s.; Moelwd, j.

Cananga spec.— Waarschijnlijk slechts een variëteit met sterkriekende bloemen van de bovenvermelde Cananga-movt.

Hout voor pakkisten; maar bloemen zeer gezocht en daarom moeilijk to krijgen.

13* CA V PA Hl DA CEAE.

i:t. ('AIMMUIS liiNN. (Niehuhria).

Hout van beide soorten onbruikbaar.

Capparis spec. div. — Klèdoeng, J.; Klèthoeny md.

Capparis spec. — Kentjoeran, j. in Poegër (Bësoeki).

14. («ATA EVA Linn.

Crataeva spec. Baroendaj, s. in Zuid-Preanger bij Palaboehan. Hout misschien voor pakkisten bruikbaar.

15* BIX A CEAE.

15. SCmOPIA Schreb.

Scolopla spec. — iMeestal zonder inl. zonder naam; soms wel eens

ocr page 35

(15—1ft — 5 __ (Bixacbae)

? Roekem, j. s. genoemd. Bjj ïjilatjap: ? Kémandèn, j. Hout onbruikbaar.

1«. FLACOURTIA Comm.

Placouirta spec. 1 v. 2 — Roelcém, j. s. md; Koepa-landnk, s.

of Kbpb-landak, s. in enkele streken van don Preanger.

Hout veel voor rijststampers gebezigd; zeer hard; rnaar in kleine afmetingen.

Flacourtia spec.—■ Sar a dan, j. in Oost-Madioen; Bnghh, j. in Midden-Samartog. Locaal vaste uamen.

Hout onbruikbaar.

Bennetia Miq. ; Xylosma Porst en Bergsmia Bii.: Inlandsche namen onbekend.

17. PW Min Reinw. .

Pangium spec. — Pitjoeng,, s. de boom en Kloewak, s. de vruchten en zaden — Poefjoeng, j. in Midden-Java de boom en Kloewak, j, de zaden en vruchten. — Pak'êm, j. de boom en Klouwëg, j. de zaden en vruchten in Banjoewangi.

Hout voor pakkisten bruikbaar; doch niet uitgeloogd vergiftig.

18. TA RA K TOGEIV OS Hassk.

Taraktogenos spec. — Kandar-loetoeng, s. of Ki-loetoeng, s. in Zuid-Preanger en Zuid-Bantën.

Hout misschien voor pakkisten bruikbaar.

1«. CULTUURBOOMS:

Plaeourtia spec. — Lobi-lobi, ml. in de Kota-Batavia.

Hout onbruikbaar.

Bixa spec. — Kèsoemba-kling, j.; Ke-oentba, j.; Glinggèm, j.; Kesoemba-kling, ml. — In Banjoewangi Gëloegaj, of Gloega,]. Hout onbruikbaar.

2*

ocr page 36

(PiTTOSP.—POL.—HYP.)

(30—33)

— 6 —

20* PITTOSPORACEAK.

30. PITTOSPOItin Banks.

Fittosporum spec. — Ki-hondjè, s. — In Midden- en Oost-Java ot' zonder inl. naam óf'met zeer locale namen. Veelal door de inlanders met andere boomsoorten verward. Op den G. Sëndara in Bagëlèn en bij PringSmbS. in Banjoemas 'Jjómbranynn, j., een naam, die dezelfde beteokenis heeft als Ki-höndjè, s. daar Tjómhrang gelijk is aan Höndjè.

Hout misschien voor pakkisten biuikbaar

Fittosporum spec. — ? Kalang-manffkheuh, md. bij Pantjoer in de afd. Panaroekan van Bësoeki.

Hout onbruikbaar.

21* POLYfi ALACEAE.

31. XAXTIIOPHYlilillJI Rxii.

Xanthophyllum spec. 1 v. 2 — Ki-iïndby, s — In Midden- en Oost-Java de inl. namen zeer onzeker of zeer locaal.

Hout misschien voor pakkisten bruikbaar.

22* HYPER IC ACE AE.

33. CRATOXILON Bl. (Tridesmis).

Cratoxylon spec. A. — Marlt;'mg, j. of Marbn, j. in Banjoemas.

— In Samarang inl. naam onbekend. — Rëmoeng-boetoen, s. bjj Palaboelian in Zuid-Preanger. — Bij

ocr page 37

(33—24) _ 7 — (HYPERIO.—GrUTTiF.)

Tjilatjap in Zuid-Banjoemas Ampet, j.; deze naam zeer locaal.

Hout bruikbaar voor huishouw.

Cratoxylon spec. — Ki-reméng, s. of' Haremeng, s. In Midden-

Java echter meestal door de inlanders met andere boomsoorten verward; en de namen zeer locaal. — .Hij Pingitmba in Oost-Banjoemas evenals de vorige soort Maróng, j.

Hout rnisschion bruikbaar voor pakkisten.

23 * G U T TIF E R A E.

33. OARCLMA Lixn.

Mout, van de grootste dezer soorten misschien voor pakkisten of huishouw bruikbaar.

Garcinia spec. A. — Tjeuri, s.; soms ook? Ki-tjeuri, s.; constant in geheel quot;West-Java. In vele streken van Midden-Java (Samarang, Banjoemas) Kemëdjing, j. — In Ban-joewangi: Wadoeny, j. — In sommige deelen van Mid-den-Java zonder inl. naam.

Garcinia spec B. — Mavggoc, s.; Manggis, j.; Manggistan, ml.

Garcinia spec. C. — Moendoe, j. Moendoe s., in Midden- en West-Java. — Moender, j. in Banjoewangi. — GUdóg-panto, s. in Preanger en Banten.

Garcinia spec. div. — Manjgoe-leuweung, s.; Gleddg-panfó, s.

•gt;4, OCHROCAKPU8 ï hou ars (Cali/saccion).

Ochrocarpus spec.— Kapoer an tjak of Njamploeng-lalci, bg. (?j.) aan Zuid-kust Banjoewangi.

flout? duurzaam,

ocr page 38

(Güttifkrae)

(33-a«)

— 8 —

35. CALOFIIYLLUM Linn.

Calophyllum spec. A. — Njamploeny, s. j.; vasto aan de meeste inlanders bekende naam. — Kapoerantjak, j. bij Tjilatjap in Zuid-Banjoemas.

Hout bijzonder duurzaam; zeer fraai; voor huis-en scheeps-bouw en meubels; wel in zware, maar niet in lange afmetingen te krijgen.

Calophyllum spec, B, — Bij Tjilatjap Tjengal, j.; weinig verspreide en slechts aan enkele inlanders bekende soort. — Inl. naam locaal, elders voor andere boomsoorten geldend.

Hout locaal voor huishouw om duurzaamheid geroemd.

Calophyllum spec. C — Bij Tjilatjap Slalri, j. — Locaal vaste naam. Elders door mij niet gevonden.

Hout locaal om de duurzaamheid voor huishouw geroemd.

Calophyllum spec- D. — ? Sótri j. bjj Kedoengdjati in Samarang. Naam zeer locaal.

Hout ? duurzaam

Calophyllum spec. div. — Do berg bewonende soorten meestal zonder inl. naam ot' mot vaak wisseloude zeer locale namen. Een der het strand bewonende soorten bij Palaboehan in Zuid-Preanger: Kapoeranljang, s. Hout ? onbruikbaar,

3«. CULTUURBOOMEIV:

MESUA Linn.

Mesua spec. — Ndgasari, j.; Nagasari, s. ml. — In sommige stroken hebben een paar Eugenia- soorten ook dezen naam.

Hout onbruikbaar; byzonder hard.

ocr page 39

(Terxstroemiaceae)

21* T E11N S T R 0 E M IA C E A E.

TERXSTHOEMIA Linn.

Ternstroemia spec 2 v. ? 3. — Inl. namen óf weinig bekend en zeer locaal óf geheel onbekend; ecliter van één soort bij Pantjoer in Bcsoeki de inl. naam zeer vast, namelijk: Ncutgpënangan, nul.

Hout voor pakkisten bruikbaar.

ËURYA Tiiunü.

Hout van al do javaansche soorten onbruikbaar.

Eurya spec. div. — lid. namen óf alleen van zeer locale óf geheel zonder waarde. Deze soorten door de inlanders vaak met andere species verward. — Op G. SéndarPi in Ködoe en bij Pringtunba in Oost-Banjoemas: Sudan, j.

AIMNAMHIA Jack.

Adinandra spec. — lal. namen óf onbekend óf zeer locaal en onbetrouwbaar.

Hout voor pakkisten misschien bruikbaar.

SAURAUJA Willd.

Hout onbruikbaar.

Saurauja spec. div. — In West-Java worden alle soorten constant Ki-lèhó, s. genoemd; daarbij komt dan veelal een soorts-naara achter liet woord; bijv. Ki-lèhö-biulalc, s.; Ki-lèhó-heureum, s.; Ki-lèho-boeloe, s.—In bijna geheel Midden-Java zijn enkele dor meer algemeen voorkomende soorten aan de inlanders onder den naam Oemhël-oeinhëlan, j. bekend; terwijl de zeldzamere soorten daar meestal óf zeer locale of in het geheel geen inl. namen bobben.—-In enkele doelen van Midden-Javazijn voor één of meer SawraM/a-soorten o. m. een der volgende namen in gebruik: Tjoeivoet, j. in de bergstreken van Oost-Madioen. — In Oost-Java bij Pantjoer (in Bësoeki)

— 9 —

ocr page 40

(Ternstroemiaceae) — 10 — (.'{O—:{.))

licot eon der soorten Bualoe, md. terwijl daar een paar andere soorten aan de inlanders niet bij name bekend zijn.

tl. PYREMUIA lir,.

Pyrenaria spec. 2. — Zonder inl. naam; zoowel in West- als in Midden-Java.

Mout onbruikbaar.

Vi. SOIIMA Hein w.

Duurzaam bouwtiout.

Schima spec. {Schirna Nor on hue Reixw.) — Poespa, s. — Een paar variëteiten worden in enkele streken van de Preanger nog als volgt aangeduid: Poespa-beureum, s.; Poespa-bódas, s.; Poespa-mèrang, s.

t:i. (gt;()IMI(gt;.\IA Ellis (Polyspora).

Gordonia spec. (G. excelsa, Blüme et G. integerrima T. et li.)

— In Oost-Java bij Pantjoer (Bësoeki) aan de inlanders geheel onbekend. In West-Java soms mot Poespa, s. verward; soms door een afzonderlijken localen naam aangeduid; bijv.: Hoeroe-lcemamljrl, s, of Ki-mavdjel, s. bij Takóka in Djampang- wètan (Preanger).

Duurzaam? bouwhout.

Jl. €AM£MiIA Linn. (Calpandria)

Camellia spec. — Zonder inl. naam op de mij bekende standplaatsen in de Preanger.

Hout onbruikbaar.

»5. CULTUURBOOJIEK:

Camellia (Theo) spec. — Tèh, s j. — Do Assam-thee-boom.

Hout alleen voor wandelstokken bruikbaar.

ocr page 41

(:{«—rt(») — 11 — (Dip'l'eroc.—Malvao.)

30* DIFTEROCAR PA CE A E.

Al dnze soorten met hout, dat voor pukkiston en misschien ook voor huishouw bruikbaar is.

30. IHIMEIKM AIMM s ]Jr,.

Dipterocarpus spec. div. — Plctlar, j.; Klalar, j. Palahlar, s.in West- eji Midden-Java. — In Z. W. Banton soms Parahlar, s.; doch meestal Palahlar, s. — Op den G. Moeria in Djapaifi : ? Dennfilo, J.

3?. VATKA Linn.

Vatica spec. — 'Ijëngal, s. in Z. W. Bantën bij Tjëinara; zeer locale naam. Elders andere boomen zóó genoemd.

.•«8. DOOM Thw.

Doona spec. — Lil. naam en boom op Java mij nog niet bekend.

39* MALVACEAE.

»». HIBI8CUN Linn.

L)e Waroe, waarvan de schors bij voorkeur voor touwsla-gerij gebezigd wordt, heeft bijzonder deugdzaam hout dat o. a. voor geweerladen bruikbaar is, doch niet in groote afmetingen te krijgen; de soort A levert verder bruikbaar klein bouwhout; doch het hout van de beide andere soorten is onbruikbaar.

Hibiscus spec. div. (met uitzondering van 2 soorten) Waroe, j. s. o\' Beuroeh, ind., waarbij] dan voor twee der soorten een soortsnaam komt, die locaal nogal varieert. Voor de derde soort: de Waroe, waarvan vooral touw gemaakt wordt, is veelal alleen het woord Waroe in gebruik. Deze laatste soort heet in Midden-Java vaak Waroe-lenyis, j.; in Bösoeki Beuroe-köpé, md.; bij ïjilatjap Waroe-lenga j. en bij Pringamba in Oust-Java Waroe-

ocr page 42

(Malvaceae) — 12 — (.•{(gt;—43)

rangkang, j. — De andere soorten worden dikwijls met een der hieronder volgende namen aangeduid:

Hibiscus spec. A.— Warne-goenoeng, j.; Waroe-pajoeng, j. of Waroe-sdngsóng, j. in Samarang, Pëkalongan, enz. — Ti soek, j. of Tisnelc-tëmbaga, a. in do geheele Preanger, — Bij Pringamba in Oost-Java: Waroe-dëjmboet, j. In Bantgn Tèsnek, s.

Hibiscus spec. B. — Waroe-gömbóng, j. cn Waróe-kópèh, j. in Midden-,lava; soms ook wel eens? Waroe-lëngif, In Oost-Java Benroe-kheutjheu, md. — Misschien belioort liiertoe Waroe-rangkang, J. van Tjilatjap.

Hibiscus spec. C. — Ki-óroj, s. in Z. W. Bantën bij Tjëmara.

Met dozen naam in de Preanger een andere boomsoort aangeduid. — In Midden-Java meestal zonder inl. naam ; bij Pringamba in Oost -Banjoemas Waroe-gëii, j.

40. TIIESPESIA Corr.

Thespesia spec. — Waroe-lól, j. in Banjoewangi. — In Bantën nu eens met Hernandia sonora L verward, dan weer bij name geheel onbekend. — Soms bijv. bij Tjilatjap evenals oen der Hibiscus-soorten IP arne-laoet, a. genoemd.

41. ItOMBAX Link.

Bombax spec. 2—Dang deur, s.; Randoe-agoetig, j.; Randoe-leuweung, s.; Dangdeur-leuwemg, s.; l-tandoe-alas, j.; liandoe-wand, j. — Een dozer namen aan de meeste inlanders bekend en alle zeer constant.

Hout voor pakkisten; in reusachtige afmetingen tu krijger.

43. D1JBI0 Linn. ?

Durio spec. — Doerèn, j. s.; Kndoe, s. in de Preanger; Doerian, ml. in Batavia. — In Banjoewangi heet een geheel andere boomsoort constant Kadoe, j. of Kedoe, j. (zie hieronder Sideroxylon).

Hout bruikbaar voor huishouw, mits uitgeloogd.

ocr page 43

(43—45) — 13 — (Malvac.—Stercül.)

4;(. \EKS1A Bl.

Neesia spec, — Bënyang, s. — Zeei' constante naam.

Hout voor pakkisten.

U. (II/nil{IUMMIK.\;

Hibiscus spec. — Këmbang-spatoe, s. j. ml. — Meestal sleclits een lieester; zeidon een boomheester.

Hout onbruikbaar.

45* STEK CULT A CE A E.

45. smUTMA Bl.

Hout van al deze soorten voor pakkisten. Vaak in zeer grootc afmetingen te krijgen.

Sterculia spec. A. — Kepoelt, j.; Këpbh, j. s. in geheel Java aan bijna elk inlander bekend. — In Bösoeki: Kloempang, md.

Sterculia spec. B. _ Woenoeny, j.; Moenoeng, j.; Wining, j. Bijna geheel Midden- en Oost-Java; — Binèng, md. in Bësoeki. — bivóng, s. of Beurih, s. bij Palaboohan in Zuid-Preanger; — Töngtölbk, s. bij Soemëdang in Oost-Preanger. — De Namen Woenoeng^y, on Wining, j. zijn het meest algemeen. — De vruchten, soms ook de boom zelf, heeten in Midden-Java o. a. in Banjoemas en Sania-rang: Sriwil, j. of Sriwil-iwil-iwil, j. — Niet zelden met Winöng, j. (Tetmmeles) verward.

Sterculia speo. C. — Antap j.; II an tap, s.; Tjhëphoeh, md. — In Banjoewangi echter Tales, j. of Talesan, j. goheeten, even als elders in vele streken van Java een Colocasiu soort.

Sterculia spec. D— Hantap-heulang, s. in Preanger. — DMc, j.

bij Soebah in Pökalongan. — Kalong, j. of Kalongan,

ocr page 44

(Stercüliaceae)

(45-47)

— 14 —

j., evenals dc volfgt;-oii(lo soort, in bijna geheel Oost- en Midden-Java.

Sterculia spec. E. — lui. namen veelal als de vorige; niet zelden geheel onbekend ot' zeer locaal. In Banton op don 0. Poelasari: ïlantap-dapoeng, s. of alleen Hantap, s. genoemd. In Zuid Bësoeki evenals soort D constant Kalong j. geheeten.

Do meeste verschillende soorten van Sterculia zijn bij de inlanders onder geheel verschillende namen bekend. Een drietal soorten (C, D, E) worden met een gemeen-sohappelijken naam Hantap, s. aangeduid; daarbij komt dan een soortsnaam, die veelal locaal varieert b. v. Huntap-heulamj, s.; Jlantap-dapoeny, s. — Volgens Dr. Boorsma zijn de zaden van een ot'meer dezer Sterculia-soorten in den inlandschen medieijnluindel als zoete Pi ana-djiivd-[ntten bekend, terwijl do bittere (? echte) FrUna-djiivd, j. de vruchten van Euchresta Ilorsfieldii Benn. zijn.

4lt;gt;. TARRIETIA Bl.

Tarrietia spec. 1. v. 2.— Galoempit, s.; Ki-mèöny, s.; ot Ki-mafjan, s. bij Palaboehan aan Zuidkust Preanger. Namen zeer locaal en van weinig waarde. Elders op Java vooral een Terminal)a soort Galoempit, j. of Kloempif, j. geheeten. In Z. W. Bantën bij Tjömara: Ki-mèimg, s. of' Ki-pölèng, s.

Hout voor pakkisten.

47. HERITIEKA Au

Heritiera spec. — Balang-pasir, j. bij Poegër in Zuid-Bësoeki.

— Bij Tjilatjap in Baujoeiuas en in Z. W. Banton soms Doengoen, s. j. geheeten; daar echter evenals elders veelal aan de inlanders weinig bekend en met andere soorten verward. In Zuid-Preanger soms Tjerlang-laoet, s. geheeten.

Hout voor pakkisten.

ocr page 45

(Steuculiackae)

48. TiyrKAIHA Brown. — Inl. uaain en boom uan mij nog onbekend. Zeer zeldzame boom.

40. IM'UVKM A BROWN.

Reevesia speo. — Jul. naam op do eeuige mij bekende groeiplaats bjj Tjigènteng in het distr. Tjisondari (Pro-anger) onbekend.

00. Klil'ilMIOViA Linn.

Kleinhovia spec. — TimahH, J.; Ketimdhd, j.; KelitnuiigS, j.;

Timftngd, j.; — Kétimahu, s. j. in Preanger en Westelijk deel van Midden-Java. — Tanylculó, s.; of TangHlc, s. in Z. W. Bantöu en Zuid-Preanger, — Kelim a, j. bij l'oegër in Zuid-Bësoeki. — Manf/ar, md. in West-Besoeki. — I let gevlekte bout van dezen boom heet, evenals dat van enkele andere boomsoorten Peléf, j. s. md.

Hout voor pakkisten en wellicht ook voor snijwerk. Het gevlekte hout buitengewoon gezocht voor kris-scheden en lansstelen.

öl. PTEROSPKinim Schreb.

Pterospermum spec. A. en B. ? _ JJajoer, s. j. constant in geheel West-Java; zoomede in de residentiën Bë-soeki en PrSbalingga.— Badjoer, md. in Bösoeki. — Walavy, j.; of Wadang, j. in Madioeu, Dja-para en Samarang — Wajoe, j. in Zuid-Banjoe-mas en Pëkalongan. — O]) den G. Galoenggoeng in de Preanger Tjajoer, s.

Hout duurzaam en sterk, in lange afmetingen en in nogal groote hoeveelheden te krijgen.

(48-51)

Pterospermum spec. C. — Tjërlang, s. constant in geheel West-Java. — Baking, J. of Wnlang, in Samarang on

De in Natuurk. Tijdschr. v. Ned. Indië 1. c. genoemde Sterculiaceae-ga-slachten Helicteres en Ahroma zijn op .lava alleen door heesters of kleine boomheesters vertegenwoordigd.

ocr page 46

(51—55)

Tiliac.)

— 16 -

(Sterculiaceae —

Zuid-Bësoeki Ook wel eens Wadang, j. ge-liecten; b. v. in Samarang.

Hout duurxaam; doch zeldfin in voldoende afmetingen.

53. MEL0C11IA Linn. (Visenia).

Melochia spec. — Bintinoe, s. in geiieel West-Java constant.

— Sënoe, j. in geheel Midden-Java en Wisnoe, j. in geheel Besoeki. — Bisnuh, md. in Panaroekan (Besoeki). Hout onbruikbaar.

53. COMMEKSOMA Forst.

Commersonia spec. — Ki-óraj s. bij Takoka en Palaboean in de Preanger. — Ki-tjamüi, s. of Handèóny, s. in Z. W. Bantën bij Tjëmara. — In Banjoemas en Pë-kalongan aan de inlanders niet onder een vasten naam bekend. In de eerste residentie soms Blen-tjón;/, j. geheeten. Deze naam echter zeer locaal (bij Tjilatjap) on van weinig waarde.

Hout or,bruikbaar,

51. (ILTLIIHUKMII:\!

Guazuma spec. — Djati-blanda, ml. s.; Djati-landa, j.; Djatl-landi, j.

Hout voor pakkisten missehion bruikbaar; voor kruit-fabricatie gezocht.

55* TILIACEAE.

(excl. Elaeocarpaceae).

55. PENTACE Hassk.

Pentace spec. — Sigeung, s. in Z. W. Bantën en Zuid-Pre-anger. — Soms in do Preanger b.v. bij Palaboehan: ? Ki-sindoek, s. of Ki-mèöng, s. — Laatstgenoemde namen

ocr page 47

(Timaceae)

(55—57)

J 7

onzeker (zie boven) en locaal; de eerstgenoemde echter vrij constant.

Hout voor pakkisten,

5«. MilttVIA Linn.

Grewia spoc. div. — De verschillende soorten van dit geslacht worden door de inlanders veelal met elkander verward; slechts met een drietal soorten is dit minder het geval; n.1. Oeris-oerisan, j.; Ta lók. j.; en Dëloewak, j. of Drdwale, s.

Behalve ééne soort, do echte Taldk, j. van Saraarang, welke hout levert, dat vooral voor stelen van bijlen gezocht is, schijnen de javaansche Grewia-soorten slechts weinig bruikbaar hout te leveren. Misschien is het hout van soort B nog bruikbaar voor pakkisten.

Grewia spec. A.— Oeris-oerian, j. in geheel Midden-Java. — Namen in West-Java echter locaal of' onzeker.

Grewia spec. B. — Deloewak, j.; Dloewang, j.; Dloewak, J.; Dröwak, s — (Jeheel .lava. Ecliter heet Qroussonetia in Kediri ook Dloewany, j.

G-rewia spec. 3 iC, D on E ) — 'I'alók, s. j. md.; — Tanglök) md. Iliorlijj zijn in Noord-Hanjoewangi nog achtervoegsels in gebruik ter aanduiding van andere soorten; b. v. Talók-kapdr, md.; Talök-bengkóh, nul. De naam Talók,]. in Samarang geldt echter constant voor één enkele soort.

Grewia spoc. F, — Tangkendjoenyan, md. — Ook de voorgaande soorten soms aldus genoemd.

57. COLUMBIA Pers.

Columbia spec. — Sampdra, s. constant in de Zuid-Preanger. — In Z. W. Bantën Sampóra, s. of Djahepang, s. genoemd. Hout voor pakkisten.

Diplofraclum, Desf. (zie Nutuurk. T\jdscb'r. 1. c.) is op Java waarschijnlijk ■slechts door een heester, niet dooi' een boomsoort vertegenwoordigd.

ocr page 48

(Tiliaceae—Elakoc.)

— 18 —

(58—öo)

58. TUKHOüiPEltHIM El.

Trichospermum spec.— Dölog, s. j. in geheel West-Java en bjj Tjilatjap in Zuid-Banjoemas. — Inl. naam zeer constant.

Hout misschien voor pakkisten bruikbaar; schors zeer gezocht voor touw.

5». SCHOUTEN IA, Korïh.

Schoutenia spec. A. — Harikoekoen, s. en Walikoekoen, j. zeer vaste namen. — In West-Bêsoeki Kókón, md. — Een variëteit dezer soort heet in Samarang bij Kédoeng-djati Landji, j. — In Pökalongan bij Soebah heet do boom, zoowel Walikoekoen, j. als Landji, j.—In Bahjoewangi soms ook Likoelcoen, j.

Hout duurzaam; bijzonder gezocht voor karrenboomen, lansstelen en stelen van bijlen. Niet in groote afmetingen te krijgen.

Schoutenia spec. B. — Meestal Sindoek, j.; soms ook Walikoekoen, j. genaamd bij Tjilatjap in Zuid-Banjoemas.

, Door mij alleen op deze standplaats gevonden.

Hout locaal voor huishouw zeer geroemd.

60* ELAEOCARVACEAE.

««. ECH1INOCAKP1S Blume.

Echinocarpus spec. — Bèlëkëtèbèh, s. of Boeloe-noenyc/oel, s. in de Preanger een vaste naam; eveneens is voor Bósoeki Kësómphenh, md. of ? Kesompheuh-kling, md. een vaste naam. De laatste naam wordt echter elders op Java vooral aan Bixa Orellana L. gegeven.

Hout voor pakkisten.

ocr page 49

(Elaeocarpaceae)

ELAEOC'AKPDS Bl. (Acronodia, Monoceras),

Hout van al deze soorten, behalve van soort G, welke te klein is, voor pakkisten bruikbaar.

Elaeocarpus spec. div. — Slechts een viertal javaansche Elaeo-carpus- soorten worden op Java met vaste of nogal vaste inl. namen aangeduid; namelijk, liëdjasa, j.; DjanUri, of' Ganitri, j.; Katoelampak, s.; of Tali-lampak, j.; en Kemesoe, j. of Kêmèsóh, md. van Be-soeki. Van de overige ^.-soorten worden velen niet zelden door de inlanders met andere boomsoorten verward; terwijl sommigen nu eens Ganitri, j; of Djanitri, s. (soms ook P Glitri, md.) of Slètrèh, md. dan weer met de namen Katoelampak, s. of Tali-lampak, j. worden aangeduid. De soorten met aan do onderzijde blauwgrijs-gekleurde bladeren (zooals E. obtusus Bl., K. dentafus Reixwt), zoomede enkele anderen (zooals E. Acronodia Bl.) worden zoowel door de Soendaneezen als Javanen tot de soorten van Woeroe, j. of Hoeroe, s. gerekend. Namen als Hoeroe-djanitri, s; en Hoeroe-ködja, s. belmoren b. v. tot deze categorie. — De naam Hawoean, s. of Ha hawoean, s. wordt in enkele streken van de Preanger aan een paar Elaeocarpus-aoorten gegeven. — Er zijn verscheidene E.-soorten, vooral die der hoogere bergstreken, waarvoor de inlanders of geen naam weten óf alleen zeer locale en onzekere namen hebben.

Elaeocarpus spec. A. — Rëdjdsd, j.

Elaeocarpus spec. B. — Djanitri, s. j.; Ganitri, s. j.

Elaeocarpus spec. C. —Kemesoe, j.; Këmësoh, md. .in Bësoeki constant. — Jn Këdiri Mesoe, j.

— 19 —

Elaeocarpus spec. D. — Katoelampak, s.; Talilampak, j.

Elaeocarpus spec. E.— Anyknep-angkoep, j. bjj Tjilatjap. Deze soort heeft een stam, die op steltwortels staat.

ocr page 50

(Elaeocarp.—Gtekaniao.) — 20 — («!-«:{)

Elaeocarpus spec. F. — Ki-iiraj, j. Deze oorspronkelijk soen-daneesche naam wordt bij TJilatjap constant'aan een Elaeocarpus soort en niet zooals in de Preauger aan Commersonia spec, gegeven.

Elaeocarpus spec. G-. (A cronodia) — Meestal zonder inlandschen naam, zoo bijv. op den Gr. Oengaran en op de meeste bergen in West-Java. — Op don G. Gedó bij Tjibödas soms Djanitri, s, genoemd. — Soms tot Woeroe, j. of' Hoeroe, s. gerekend.

naam.

Elaeocarpus spec. H. — Handoel,']. in Banjoewangi; locaio

igt;'i * (I E K V .\ I A C !•; A E.

«Ü. AVEIMMIOA L.

Hout van beide soorten onbruikbaar.

Averrhoa spec. A. — Blimbincj, j.; Phlimphing, nu!.; Tjalintjiny, s. In Samarang bij Këdoeng-djati: Blimbing-alas, J.; Blimbing-lingir, j. hij l'oegör in liësoeki.

Averrhoa spec. B •— Blimbing-woeloeh, j. in Midden-Java. — In JV. O. liesoeki Phlimping-boeloe, ind. — In Pékalongan heet bij Pielen do soort A. steeds Blimgbing-alas, j. en deze soort 15: Blimbing-woeloeh, j. — In Djampang-koelon beet deze soort B.: Tjalintjing, s. en de soort A.: Blimbing, s. — Bij Tjemara in /. W. Banton beet soort B: Tjalintjitig-woelêl, s.

CULTUUR ltOlt;Mli:\:

Averrhoa spec. A. (var.) — Blimhing-manis, j. ml.; Phlimphing-manès, md.; Tjalintjing-manis, s.

Hout onbruikbaar.

ocr page 51

(Rutaceae)

(«4—««)

— 21 —

64* H UT A CE A E.

04. HVOUIA Forst. {Philayonia),

Hout dezer soorten misschien voor pakkisten bruikbaar.

Evodia spec. — Sampang, j. in Banjoewangi. — Ki-sampang, s. in Preanger. — Op (1. Slamat in Tëgal Tèmpajang, j. of Sëmpajang, ].■

Evodia spec. — Hawaï, j. of Aicu/, j. in Banjoewangi; Aheul, md. bij Sömpólan in Eësocki.

Evodia spec. — Soms Sampang, j. md. geheeten; soms zonder of met onzekeren inlandsohen naam; bijv. Loh-kheureuny md. bij Pantjoer in Bësocki; terwijl elders in Bësocki laatstgenoemde naam met een klein dialect-verschil vrij constant aan een -4/s£om'a-soort gegeven wordt.

Evodia. (Philac/onia) spec. — lii-hajawalc, s. in Zuid-Preanger; — Mënjawak, j. bij Pringamba in Banjoeraas;— Tjêm-bawak, j. in Banjoewangi.

(15, ZANTHOXVLUM L.

Zanthoxylum spec. — Kajoe-lêmah, j.; Kadjhuj-siti j.; Lemah, j. — Deze namen in geheel Midden-Java vrij constant. Slechts ook voor een zeldzame Linociera-soort werd mij op één plaats, n.1. bij Kedoeng-djati in Samarang deze naam in loco opgegeven. — In Zuid-Preanger: Ki-tanah, s. of Ki-taneuh, s. — Bij Plèlèn in Pëkalongan Kètjipiran, j.

Hout nogal duurzaam en fijn; echter niet in groote afmetingen.

««. IIIOROMELUIW Brgt;. (Cookia).

Micromelum spet'. — Inl. namen zeer locaal en onzeker. In vele streken van Java aan de inlanders bij name geheel onbekend, — Bij Ködoeng-djati in Samarang

ocr page 52

(07—70) — 22 — (rutaceae)

veelal Tlawas, j. of Laivas, j. gcheeten; bij Pving-iirabil in Oost-Banjoemas Sëntanhi, j.

Hout onbruikbaar.

«7. MURRAY A L.

Murraya spec. — Kemoenimj j. s.; Kemónèng, md. — Een variëteit heet in Samarang bij Këdoeng-djati en bij Pare in Këdiri Djenar, j. — In Banjoewangi en bij Soembër-waroe (Bësoeki) heet de- Kemoeninf/, j. veelal Tlt;joe-man, j. of Tadjoewan, j.

Hout duurzaam, zeer fijn en fraai; echter alleen in zeer kleine afmetingen te krijgen. Bijzonder gezocht voor ■wapengevesten.

«8. ACROmillA Forst.

Hout van beide soorten óf geheel onbruikbaar óf misschien voor pakkisten geschikt.

Aronyohia spec. A. — Ki-cljëroel', s. in vele streken van den Preanger. Niet zelden, vooral in Midden Java zonder inlandschen naam. — Soms b. v. bij Tjilatjap in Z.-Banjoemas: Djëvnehtn, j.; — Ki-mllm, s. in Z. \\ . Bantën bij Tjëmara; zeer locale naam

Acronychia spec. B. — Tjerinèh-cilcis, md. in Besoeki bij *Pan-tjoer in de bergstreken.

«1». FEROMA Correa.

Feronia spec. — Kawistii, j.; Katvista-lcrilcil, in Samarang bij Këdoeng-djati.

Hout als Aegle No. 70,

70. A KOLK Correa.

Aegle spec. — Mad ja, s. ml.; Madjd, j.; Bileu, md. in Bësoeki.

Hout fijn, fraai en duurzaam; voor wapengevesten nogal gezocht; niet in groote afmetingen te krijgen.

Noot. — IIe Kuiaceae-geslachten; Glycosmis Goiül. Limonia L, en Clausena Burm. zijn waarschijnlijk op Java niet door wildgroeiende boomvormige species vertegenwoordigd.

ocr page 53

(rutac.—slmar. —burser,) — 23 — (71—75)

71. CUI/rUURnOOïlEN:

CITRUS Linn.

Citrus spoc. div. — Djeroek, j. s. ml.; Tj he roek, md. mot achtervoeging' van inlandsclic soortsnamen.

Hout fijn, fraai on duurzaam; voor fijn schrijnwerk gezocht, echter niet in groote afmetingen te krqgen.

72* SIMARURACEAE.

73. IMCRASU V Br .

Piorasma spec. — Inl. namen zeer locaal en onzeker.

Hout voor pakkisten inisscliien bruikbaar.

73. SVMAIHUA Gae rtn. en Brncea Mill. — Inl. namen door mij niet genoteerd.

74* RURSERACEAE.

74. (ÜARUGA Kxn.

Garuga spec.— Wijoe, j.; Bidjoch, md. in geheel Midden- en Oost-Java een vaste naam. — In West-Java aan de inlanders niet bij name bekend. — Soms met Soerèn, j. s. (zie hieronder Meliaceae) verward.

Hout voor pakkisten,

75. PROTIUM Wight.

Protlum spec. — Trenggoeloeii, j.; Treng-khoeloen, md.; Tang-goeloeu, j. s,; Tanghoeloen, md.; Tcnygoeloen, j.; Tcng-khoeloen, md. constante, aan bijna elk inlander bekende namen. — In enkele doelen van Java bjjv. in Brëbës (Tegal) Katos, j. bij Tjilatjap Ketós, j, gelieeton. — Een

ocr page 54

(Burseraceae)

variëteit bij Pocgër in Bësoeki liect aldaar Trënggoeloen-bernang, j. of alleen Bërnang, j.

Hout zeer duurzaam fijn en zeer sterk; wel in zware, doch niet in lange afmetingen te krijgen.

CANARIUM L. (Canariopsis.)

Canarium spec. div. — Slechts op enkele plaatsen worden ook do wildgroeiende Canavimn-soovten door de inlanders Kenari of Kanari, j. ml. s.; Kënarèh of Kanaréh, md. of soms Ki-kanari, s. genoemd. — Eene soort, n.1. Canarium {Canariopsis) hispidum Bl. wordt door hen nooit tot de 7fn!»ar(-soorten gerekend, maar door locaal zeer verschillende cn onzekere namen aangeduid.

■ Hout van al doze en de ondorgenoemde soorten, weinig duurzaam; slechts van enkele cn dan alleen uitgeloogd bruikbaar voor huishouw; voor pakkisten aan te bevelen. Soort D. is alleen voor pakkisten geschikt.

Canarium spec. A. — Ki-kanari, s. bij l'alaboehan in Zuid-Preanger. — In Middcn-Java soms bijv. bij Tjilatjap Kanarèn, j., soms Kanari-alas, j. of Kanari-wiina, j. geheeten; niet zelden bij name geheel onbekend of met zeer locale namen. Soms alleon Kanari, j. In PÖkalongan bjj Soebah constant: Raoe-woelan, j.

Canarium spec. B. — Sacljëng, j. bij Tjilatjap in Banjoemas.

Locale naam voor een door mij alleen op deze standplaats gevonden soort.

Canarium spec. C. — Ki-kanari, s. of ? Ki-toewak, s. in Zuid-Preanger en Z. W. Banten.

Canarium spec. D. {Canariopsis). — Namen meestal zeer locaal cn onzeker. Veelal met andere boomsoorten o. a. met Dracontomelum Br,. (Daoe, s. of Raoe, j.) verward. — In vele streken aan do inlanders niet bij name bekend. — Bij Tjilatjap vaak Sa pi, j. genoemd.

— 24 -

ocr page 55

(77—80) — 25 — (Burser.—Meliaceae)

77, CULTUURBOOMEN:

CA\AIM UM L.

Canarium spec. — Kanari, s. j. ml.; Kanarèh, md.

Hout als boven onder Canarium spec, div,

78* MELIACEAE.

78. BIELIA L.

Molia spec. 2 — 3. — Mindi, j. ml.; Mènthih, md. in bijna geheel Java. — Eone soort: G ring ging ^ j. in Banjoemas bij Tji-latjap en in Ptëkalongan bij Soebah. — De naam Tjilcra-tjikri, ml. voor een vaak gecultiveerde, doch ook ■wildgroeiende soort is vrjj algemeen bekend.

Mout fijn en sterk; mits onder dak, bruikbaar voor huisbouw.

7lt;gt;. A/iI«ABACHTA A. Juss.

Azidarachta spec.— Mhnpheuh, md.; Mimbiï, j. in Bësoeki. Zeer vaste namen.

Hout voor huisbouw; duurzaam; alleen in korte afmetingen te krijgen.

80. DïSOXYLUJl Be. (Epicharis, Didymochiton, Hartighsia, Go-niochiton.)

Hout van enkele Uysca^tem-soorten duurzaam en voor huisbouw zeer geschikt; bijv.: Lo/o/»aw, j,en Tjëmpaga, j. van Banjoewangi, Pingkoe, s. en Kapinangn, s. van de Preanger; van enkele bruikbaar voor huisbouw byv-Kheuroek, rad, van Pantjoer in Bësoeki en Narap, j. in Banjoewangi; van andere soorten zeer weinig duurzaam en alleen tot pakkisten geschikt; bij Këdoja, j. van Midden- en Oost-Java {Dysoxylum amooroides Miq.) Bijna al de hier niet speciaal genoemde soorten voor pakkisten bruikbaar.

Dysoxylum spec. div. I'jon betrekkelijk groot aantal boomsoorten van Java behoort tot dit geslacht. De

ocr page 56

(Meliaceae)

nieosten komen in habitus en vooral in blad vorm nogal veel met elkander overeen, doch vertoonen verder niet zelden zeer nitloopende verschillen in houtqualiteit eu andere eigenschappen. — Hierdoor is liet niet to verwonderen, dat in sommige streken bepaalde soorten constante inl. namen hebben, terwijl die elders door do inlanders veelal met elkander verward en door hen met onzekere namen aangeduid worden. Slechts een paar der meest algemeen verspreide, der nuttigste en der meest karakteristieke soorten hebben inl. namen, die over een groot deel van Java constant zijn. Doch zelfs ook bij die laatste soorten gebeurt het niet zelden, dat zjj in enkele streken wederom met andere Di/noxi/lum-of met geheel andere boomsoorten verward worden.

De meeste hieronder vermelde namen moeten dus min of meer als genus-namen voor Di/soxylum, niet als namen voor één enkele soort beschouwd worden. Verwarring met soorten van andere Meliaceën-geslachten (vooral Chisocheton Ur,.; Amooru Rxb, én Aylaia Lour), zoomede met enkele geslachten van andere families; b.v. Pometia Forst.; Sap Indus L.: Dracontomehun 13l. ; Canarnwi L. eu Meliosma Bl.

De volgende namen zijn nogal constant voor één enkele Dysoxylmn soort: In Banjoewangi: Lolohan, j.; Tjëmpayd, j.; {met-Tjëmptïka, j.); in de Pre-anger: Pingkoe, s. en Kapinaiiyi), s.; alle goede timmerhoutsoorten. Voorts Kcdojd, of Dojd,].-, Kc-tlója, s. of Kethoedjeuh, md. vooral de naam Këdojd, j. in de lagere stroken van Midden- en Uost-Java. Ook Ki-hawuny, s. is in de Preanger een vrij vaste naam voor één enkele soort.

Tot de namen, die meestal minder scherp aan enkele bepaalde soorten beantwoorden en waarbij de eene met de andere soort vaak verwisseld wordt, mogen o.m. de volgende gerekend worden : Tanglar, s.; Ki-tjarirany, s.; Pisitan-inoHjèt, s.; Ki-hadji s.; Ki-yëyoela, s.; Troes-yoenoen;/, s.; Marang-ngimny, s.; Putrèn, md.; Kheuroeh, md.; Wony-lifioenöny, md.;

— 26 —

ocr page 57

80—83 — 27 — (Meuaceae)

Kapoti'èn, nul.; Khoelenh nul.; Ampheuloeh, nul.; Wëlahan, j. in Tëgal; Ldiiysat-loetoeiiy,']. cn Nu rap, j. bjj Pantjoer en Sëmpolan in Bdsooki in Banjoewangi.

81. CIIISOCIIElOiX Bi,.

Chisocheton spec. div. — Tnl, namen als Di/soxt/lnm Br,.

Hout voor pakkisten.

83. SAIVnOUICliM Core.

Sandoricum spec. — Sëntoel, s. j.; Krtjapi, s. — In Bësoeki Sëntól, md.

Hout voor pakkisten.

83. AG LA I A Lour.

Aglaia spec. div. — Sommige soorten niet zelden aangeduid met namen, die ook voor andere boomsoorten van andere families gelden bij v. Walilc-anyin, j.; ])oerènagt;i, j.; [Vanysoel, j.; Beungsol, md. enz.

Aglaia spec. A. — Lotóng, md. bjj Pantjoer in bergstreken van Bdsooki.

Hout buitengewoon duurzaam, byzonder hard en in zeer groote afmetingen te krijgen. Voorhuis-en brng-gen-bouw uitmuntend.

Aglaia spec. B. — Siloewar, s.; Silówar, s. in Zuid-Preanger. Bij Tjilatjap (Zuid-Banjoemas) Sèlang, j.

Hout duurzaam voor huishouw.

Aglaia spec. C. — Doerènan, j.; Pheungsöl, md.

Hout voor pakkisten.

Aglaia spec. E. — Pantjal-kidcMuj, j. bij Poeger in Zuid-Bgsoeki; Pilcopian, md. bij Pantjoer in Bësoeki. — Beide namen locaal en de eerste elders op Java ook aan andere boomsoorten gegeven. — In vele streken van Java aan de inlanders in het geheel niet bjj name bekend.

Hout voor pakkisten.

ocr page 58

(Meuaceae)

- 28 —

(84—88)

84. LANSIUM Rum ph.

Lansium spec. (cum. var.) — Doekoe j.; Doekoe mij.; Langsep, j. in Midden-Java; Langsat) j. in Banjoewangi.

Hout voor pakkisten.

85. A9IOORA RXB.

Amoora spec. div. — Inl. namen veelal alH Dyftoxylum; dikwijls locaal.

Hout voor pakkisten.

80. WAliSlllA Rxb. en Heynea Hxn. (1) — Inl. namen aan mij onbekend.

87. (JARAPA Amsi,. (Xylocarpus).

Carapa spec. 1 v. 2 iv? 3.) — Njirih, j. (ook Njirih-yoedik, j. en Njirih-ahang, j.) en Njoeroek, j. bjj Tjilatjap in Zuid-Banjoemas. — Nirih, j.; Nèrèh, md. en Manirèh, j. in Banjoewangi. — Djamhn, j. bjj Poegër in Zuid'Bösoeki. — Mirt, a. bij Balekambang aan Zuidkust-Preanger. In Këdiri heet bjj Pare ecbtei' Aleurites moluccana Forst. vaak Mirt, j. — In Z. ü. Preanger Ki-njirih, s.

Hout duurzaam; voor huishouw; alleen in korte afmetingen te krijgen.

88. CEDRELA Lrxx\.

Codrola spec. 1 - 3. - Hoer hi, j. s.; Sörèn, md.; zeoi- vaste op geheel Java uitsluitend aan soorten van dit geslacht gegeven namen. — Op het Pèngalèngan-plateau in de Preanger worden nog de volgende variëteiten (of ? soorten) van Cedrela onderscheiden: Soerèn-kapas, s.; Soerèn-tali, s. en Socrhi-tandoek, s. — Bij Ngeböl op den G. Wilis in Madioen wordt Soerèn, j. soms ook Redani, j. genoemd. - In Z. W. Bantën bjj Tjëraara wordt

(1) Het komt my waarschijnlijk voor, dat de opgave in de literatuur als zoude Heyvea op Java dour oen woudbooomsoort vertegenwoordigd zijn, onjuist is.

ocr page 59

(88—»2) — 29 — (Melia.0.—Olao.—JxiCAO.)

Soerèn, s.; niet zelden ook Ki-heureum, s. geheeten.

Hout duurzaam on in groote afmetingen ta krijgen echter niet sterk; niet voor balken, wel voor planken en meubels aan te bevelen.

89* OLACACEAE.

8». STROMBOSIA Bf,.

StromboBia spec. — Ki-katjang, s. in Preanger en Bantën een vrij vaste naam, die zelden ook aan andere boomsoorten gegeven wordt.

Hout duurzaam; voor huisbouw gezocht.

'JO. (iOMPHWDUA Wall. (Stemonurus, Lasianthera).

Gomphandra spec. div. — Inl. namen zeer locaal en meestal zeer onbetrouwbaar.

Hout onbruikbaar.

»1. PLATEA Bl. en Vülarezia iiuiz. et Pav. — Inl. namen aan mij onbekend.

92* ILICACEAE.

02. ILEX L. (Prinos).

Ilex spec. — Ki-sekel, s. bij Takoka in de Djarapangs (Preanger). — Determinatie van den latjjnschen naam nog onzeker.

Hout misschien voor pakkisten bruikbaar; is echter zeldzaam.

ocr page 60

(Cel.—Rhamn.—Ampel.)

(«3—»5)

— 30 —

93* CELASÏRACEAE.

«:]. K1IOMMI S L.; Lophopetalum quot;Wiöht en Siphonodon Gripf zijn de inl. namen zoowel in West- als in Midden-en Oost-Ja va zeer locaal en onbetrouwbaar, bijv. bij Pringambil in Oost-Banjoemas; ? Koekoe ran, j. — Van Gymnosporia W. et A, (Calha) en Microtropis Wall. (Paracelastrus) zjjn mij de inl. namen en hot voorkomen op Java nog niet bekend.

Het hout van geen enkele der javaansche Celastraceae wordt door de inlanders voor huishouw voldoende duurzaam geacht. Enkele soorten misschien voor pakkisten bruikbaar; evenwel zeldzaam.

94* RH A MN ACE A E.

«4. Z1ZVPHLS Juss.

Zizyphus spec. — Dara j.; WidHrd, j.; in bijna geheel Midden-en Oost-Java constant aldus genoemd. — Phoeköl, md. in Bësoeki. — Bidara, ml. in K6ta-Samarang. Deze laatste naam niet te v.erwarren anet Kajoe-bidara-laoet, ml. ot' Bidara-laoet, ral., welke naam volgens Vorderman en Boerlage voor een op Java misschien niet in wilden staat voorkomenden boom van een andere plantenfamilie geldt j n. 1. voor Eurycorm longifolia Jack, welke soort op Bnngka inheemsch is.

Hout onbruikbaar.

95* AMPELIDACEAE.

95. LEEA Linn.

Hout van beide soorten onbruikbaar.

ocr page 61

(Ampelid.—Sapinüac.)

Leoa spec. A. — Lenyki, j. vrjj constant in goheel Midden- en Oost-.Tava. — Bij Soembërwaroe in Bësoeki Langkmnpheu-djenh. md.; — Ki-hoaja, s. in Zuid-Preanger; deze naam editor niet constant. — In Tëg'al? Boeaja, j. of'? Kajoe-boeaja, j*

Looa spec. B. — Girany, j.; Khireung, md. —■ In Zuid-Banjoe-mas veelal Tim, j.; in Z. W. Banton, zoomede in enkele streken van de Preanger Soelangkar, s. genoemd. — Hiertoe behoort waarschijnlijk een in Zuid-Banjoemas bij ïji-latjap Kajoe-toeiva, j. genoemde soort.

96* SA P1 ND ACEA E.

»fi. DITTEliASMA Hook f. (Sapindus).

Dittelasma spec. — Lërëk, j.; Lërak, j. ml. — Zeepboom.

Hout voor pakkisten en mits uitgeloogd, misschien ook voor huisbouw bruikbaar.

ft?. KHIO(.LOSSI M Bl.

Erioglossum spec. — Ki-lalajoe, s.; Klajoe, j. Vaste namen.

Soms ook, bijv. in Banjoemas en in Zuid-Bösooki: Katilqjoe, j.

Hout onbruikbaar,

ft8. SCIOIIDKMA L. (Allophyllus).

Schmidelia spec. — Tjoekilan, j. of Tjoekilang, j.

Hout onbruikbaar. Bij uitzondering soms voor wapon-gevesten gebezigd.

ftft. CUPAN1A L.

Hout van al deze soorten voor pakkisten en der berg-bewonende soorten voor huisbouw,

Cupania spec, div, — Inl. namen meestal of onzeker of locaal of geheel onbekend. Het meest bruikbaar zijn nog de volgende namen: Ki-hó-è, s. voor de Preanger Pén-

— 31 —

ocr page 62

(Sapindaceae)

0»»—108)

— 32 —

djalinan, j. voor Zuid-Tégal cn Zuid-Banjoemas; Wa-likelar, j. voor Z. W. Bösoeki.—De soorten van dit geslacht worden door de inlanders niet zelden met soorten van andere geslachten verward ; b. v. met Crypteronia Bi,.

100. KATOXIA De., Anomasanthes Bl. en Lepisanthes Bl. (1) —

Inl. namen aan mij onbekend.

101. SCHLEICHER A Wilj Ü.

Schleichora spoc. — Késamhi, j. s.; Kêsamphilt, nul.; Kosambi, j. - Zeer vaste, aan bijna elk inlander bekende namen.

Hout duurzaam, maar /oer hard; alleen in korte aime-tingen te krygen; voor huishouw bruikbaar; voor houtskolen bijzonder geschikt (Arëng-kësambi, j.); ook voor meubels.

102. GAXOPHYLIiUM Bl. (2)

Ganophyllum spec. — Mancjir, j.; Mangér, md. — Zeer vaste naam in geheel Midden- en Oost-Java. — Bij uitzondering daarmede wel eens een Pithocolobium-soort door de inlanders verward. — In Z. W. Bantën bij Tjëmara: ?Ki-angir1 s.

Hout zeer duurzaam, voor huis- on bruggenbouw uitmuntend geschikt on in zeer grooto afmetingen en groote hoeveelheden te krijgen ; vooral in Banjoewangi.

103. SAPINDE'S L.

Sapindus spec, is synoniem met Dittelasma spec.

Hout zie boven onder Dittelasma speo,

(1)—Volgens de literatuur zou van Jagera Bl. (Natuurk. Tijdschr. v. N. i, l. c.) een boomvormige soort op .lava inhoemsch zijn. Mij komt dit echter zeer onwaarschijnlijk voor.

(2) — Dit geslacht is nieuw voor de flora van Java. In een der eerst volgende afleveringen van het Natuurk. Tydschr. v. N. I. zullen hierover van do hand van Dr. Boehlage en mij eenigo modedeolingon verschijnen. Hier zfj slechts aangestipt, dat het zoolang onbekend blijven van dit geslacht voor de boomtlora van Java daarom zoo opmerkelijk is, omdat de eenige soort, die daartoe behoort, in veel streken van Oost-Java zeer algemeen is en daarbij by do inlanders om zijn deugdzaam hout hoog in aunzien staat, — Junghuhn vermeldt ten onrechte den naam Mangir, j. bij Pithecolobium.

ocr page 63

(104—ion) — 33 — (Sapindaceae)

104. CAPURA Bl. — Inl. naam aan mij onbekend.

105 \I:KOSIM:Kgt;II }I BL.

Xerospermum spec. — ? Toendoeng, j. hij Tjilatjap in Zuid-Ban-joemas; cn? Toendoeng-sajbng, s. bjj Palaboehaa in Zuid-Preanger. — Deze namen onzeker en zeer locaal.

Hout onbruikbaar.

10». M PHKLII M L.

Nephelüim spec. div. — Ramhoetan^ j. s. ml.; Ramboetan-djawa,].

Hout bruikbaar voor pakkisten; maar zelden gekapt

om de eetbare vruchten,

107 POHKTIA Forst. (Irina).

Pometia spec. 1 (v. 2?i — Leungsir, s. in Preanger en Bantén. in Besoold bjj Pantjoer: Tjheukhir, md.; bij Sëmpè-lan (Djëmbër): Sapèh, md, — Bjj Tjilatjap en Pring-amba in Banjoemas: Sapi, j. of Kajoe-sapi, J. — De eerste naam zeer constant; de laatsten niet zelden minder zeker, — Deze soort wordt door de inlanders dikwijls mot Dysoxylum, Meliosma en Dvacontomelum-soorten verward. — Bjj Ngebel in Madioen heet Pometia constant Këtjapi, j. {niet soendaneesch), — Bjj Pringamp;mbS in Oost-Banjoemas: Léngsar, j.

Hout bruikbaar voor huishouw; zeer geschikt voor

pakkisten,

108, HAlM'IJLIilA Uxu, (Otonychium)

Harpullia spec. A. — Pëloes, ,j.; Pêlós, md. — In Oost-Java vaste namen.

Hout onbruikbaar.

Harpullia sped. B. — Op den Gr. Oengarang en in Banjoemas bjj PringSmba aan de inlanders niet bij name bekend.

Hout voor pakkisten misschien bruikbaar.

-

i

ocr page 64

(Sapindaceae) — 34 — (109—113)

10«. acer l.

Acer spec. — Inl. uanieu locaal zeor verscliilleiul en niet zelden weinig constant. In sommige streken o. a. in dc Preangei' bjj Pangèntjóngan (Limbangan) rekenen de Soen-daaezen dezen l)oom tof, de Hoeroe (s.)-soorten; ook in enkele streken van Midden-Java is zulks liet geval. Als locale namen verdienen alleen vermeld te worden; IVoeroe, j. en Hoeroe, s.; verder ? Tjulik-angin, s. voor Tjibodas ('s Lands Plantentuin) in do Preanger; — P Woeroe-kembang, j. op den G. Slamat in Tëgal, ? Woeroe-sdnd, in Samarang ? Walikèlar, j. op den G. Praoe in Pëkalongan; P Ki-badak, s. bij Takoka in de Djampangs (Preanger).

Hout bruikbaar voor huisbouw.

ito. i)»]gt;o.\ai:a l.

Dodonaea spec. — Inl. naam in Midden-Java constant en algemeen bekend; elders onzeker of weinig bekend. — Tèngsèk, j. in Samarang, Bagëlèn en Pëkalongan. — Krèsèk, j. op den G. Wilis in Madioen. —■ Krisig, j. ol' Krisik, j. bij Gradjagan in Zuid-Hanjoewangi. — P Tjantigi, s. bij Palaboean in Z.-Preanger. — Zonder inl. naam in Z. W. Bantën. — Soms ook wel eens liier en daar P Kajoe-besi, j. (ijzerhout) genoemd.

Hout buitengewoon bard en duurzaam, docb alleen voor wandelstokken bruikbaar; nooit in groote afmetingen te krijgen.

111. TI ufima Vent.

Turpinia spec. — In bijna geiicel West-Ja va constant Ki-bantjèt, s. geheeten. In Midden- en Oost-Java of door locale en zeer onzekere namen aangeduid; of aan dc inlanders geheel bij name onbekend. — Bij Pringiimba in Oost-Java Bantjèt, j.—In Z. W. Bantën bjj TJëmara P Ki-bangkbng, s. Hout voor pakkisten.

113. Cultuurboomen:

1VEPHEL1U91 L.

Nephelium spec. div. —- Rambóetan-atjèh, ml. ; Kapoelasan, s.

Hout voor pakkisten; echter worden alleen zeer oude, niet meer vruchtdragende boomen gekapt.

I

■

ocr page 65

(Sabuceae—Anacard.)

113* • SAEIACEAE.

lit. MELIOSJIA Bl.

Hout van al deze soorten voor pakkisten geschikt^ en soms in zeer grnote afmetingen te krijgen, vooral soort B.

Moliosma spec, A. — Ki-tiwoe, s. vrij constant in bijna geheel West-Java; dam- op enkele plaatsen echter aan de inlanders alleen onder locale en onzekere namen bekend. In Midden- en Oost-Java meestal bij name onbekend.

Moliosma spec. B. — Gómpöny, j. bjj Ngcbél op den ö. Wilis in Madioen; en Kadjoeh-ljheureun, ind. bij Pantjoer in Bësoeki. Deze namen locaal, doch zeer vast. Elders veelal zonder inl. naam. — Kajoe-djaran, j. en Kadjoeh-tjheureun, md. van andere streken is meestal de naam voor andere boomsoorten (zie o. a. onder Amcardiaceae).

MelioBma spec. C. — Zonder inl. naam.

*114 AK AC A Hl) TA CE A E.

114. nU€HAj\AIVIA, Rxn.

Buchanania spec. — Popohan, j. in geheel Jié.soeki; — Gëtasan, j. in geheel Samarang; — lléngas-mnnoeh, s. bij Pala-boehan in Z.-Preanger. — In Z. W. Bantën bjj Tjëmara Pöpóhan, s.

Hout voor pakkisten.

115. MANGIFERA L.

Hout van al deze soorten alleen voor pakkisten bruikbaar; daarbij zelden gekapt ora de eetbare vruchten.

cm—m)

ocr page 66

(Anacardiaceae)

(115—11«)

— 36 —

Mangifera spec. div. — Voor eenige soorten van het geslacht Mangif era hebben de inlanders van West- Oost- en Midden-Java elk één gemeenschappelijken „geslachtsquot;-naam. Elke dier namen beantwoordt dus bijna geheel aan liet genus Mangifera. Door achtervoegsels worden de soorten of variëteiten door hen onderscheiden. Bij deze laatste nomenclatuur bestaan echter veel locale verschillen en verwarring van namen; niet echter bij de geljjkwaardige geslachtsnamen: Manga, s. ml.; Pëlem, j.; Pao, md. en Póh, j. —Deze namen gelden vooral voor de variëteiten van Mangifera indien L.

De volgende namen dienen ook tot aanduiding van eenige Mangifera-soovten: Mamplëm, s.; Pakèl, j. s.; Kwèni, j. s.; Kemamj, s. j.; Bêmbëm, s.; Limoes, s.; Pari, s. en Pari-manoek, s. De laatste naam Pari niet te verwarren met Paré, s. en Pari, j. (rijst); evenmin met Ki-parè, s.; den naam van een Glochidion-soort in de Preanger. — In Zuid-Banjoemas: Bnwang j. = ? Limoes, s. — Elders worden gewone nien (Allium) meestal Bawany, ml. j. s. geheeten. Als voorbeelden van achtervoegsels mogen de volgende dienen: Pélem-madoe, j,; Felèm-santók, j.; Pelern-Jcöpjdr, j.; Pelèm-Icèjdng, j.; Pëlëm-sengir, j.; Pëlem-daging, j.; Pelëm-lalidjkoa, j.; Mangga-tjenghir, s.; Mangga-hapang, s. ml.; Mangga-lclapa, s.; Mangga-gèpèng, s.; Mangga-daging, ml. s.; Mangga-pari, s.; Mangga-sengir, s.; Paó-gblèlc, rnd.; Paó-kainèh, md.; Paó-Jcötjór, md.; Paó-köléh, md.; Paó-télór, md.; Mangga-oedang, ml.; Mangya-oebi, ml.; Mangga-wang i, ml.; Mangga-sëngir-gadoeng, ml.; M angga-h eng gala, ml.; Mangga-sanlën, ml.; Mangga-dbdól, ml.; Mangga-lcetjipèt, ml.; Mangya-kemhèmbem, ml.; Mangga-kwèni, ml.; Mangga-batjang, ml.

110. GLUTA L.

Gluta spec. — Rengas, s.; Ingas, j. — Ingas-telik,]. Pëkalongan en Ingas-ièmbaga, j. in Brëbes (Tëgal). — Deze namen niet zelden ook aan Semecarpus-soovten gegeven (zie

ocr page 67

(Anacardiaceae)

— 37 -

(llfi—120)

hieronder). — In Kcdiri (bij Pare) hoot Gluta spec.: Ingas-tëlik, j. on Semecarpus spec, steeds: Ligas, j.

Hout duurzaam, sterk en fraai; voor huishouw en meubels zeer geschikt. Het kappen levert eenige moeilyk-heiil op, omdat het sap van dezen boom op do huid meestal ontsteking veroorzaakt.

117. BOUEA Bl.

Bouea spec. — Gandarija, s.; GÜndarija, j.

Hout voor pakkisten; echter zeer zelden gekapt om de eetbare vruchten.

118. SPONDIAS L. (Evia)

Spondias spec. — Këdonydong, j.; Këdongdong, s. ml. — In Banjoewangi een variëteit (of ? soort) onderscheiden met den naam Klontjing, j.

Hout voor pakkisten; dikwijls in grooto afmetingen te krijgen.

11». DRACOiVTOMELUlI Bl. (1)

Dracontomelum spec. — Rcioe, j.; Theuoh, md. — Vasto naam in gelieel Midden- en Oost-Java. Zelden met andere boomen verward.

Hout voor pakkisten; dikwijls in grooto hoeveelheden en in zeer groote afmetingen te krygen.

130. SEMECARPUS L.

Semecarpus spec. 2 — Ingas, j.; Rëngas, s.; constante namen.

Hier en daar echter behalve voor dit geslacht ook voor Gluta (zie boven) gebezigd. Laatstgenoemd geslacht kenmerkt zich evenals Semecarpus door een scherpe, op de huid ontsteking veroorzakende hars. Deze is echter bij Semecarpus meer gevreesd. — In enkele streken wordt de naam Ingas-tëlik, j. voor

(1) — Het komt wij waarschijnlijk voor, dat de geslachten Melanochyla Hook f en Campnosperma Tnw. geen van beide op Java door wildgroeiende boomsoorten vertegenwoordigd zijn. Vergolyk het Natuurk. Tijdschr. v. N. I, 1. c.

ocr page 68

(Anacartuacrae)

— 38 —

(130—133)

Semecarpus gebezigd, terwijl dan Gluta alleen Ingas, j. heet. Meestal echter is het omgekeerd. — Een in do bergstreken thuis behoorende Setnecarvus-soovt heet bij Garoet (Preanger) Rëiujas-goenoeng, — Bij Tjilatjap worden 2 Semecarpus-movtan als volgt onderscheiden: Ingas-hapoer, j. en Ingas-këbo, j.

Hout voor pakkisten misschien bruikbaar; liet kappen levert echter moeilijklieden op doordat het scherpe sap van den schors bij aanraking bijna altijd zweren op de huid veroorzaakt. Deze soort is meer gevreesd dan Gluta spec.

131—133. Cultuurboomen:

MAXi IF ERA L.

Mangifera spec, dlv. — Inl. namen als boven. Van de bovengenoemde Manyifera-movtQU komen sommige alleen in gecultiveerden staat op Java voor.

Hout voor pakkisten: echter zelden gekapt om de eetbare vruchten.

ODIM Roxn.

Odina spec. — Koedu-koeda, m}.; Kajoe-djaran, j.; — in Banjoe-wangi Santen, j.; — in West-Bësoeki Kadjoeh-fjheureun, md. — Alleen de nialoische naam is zeer constant. De andere namen gelden veel meestal, maar niet altijd voor deze boomsoort, maar soms ook voor in blad daarop gelijkende boomsoorten zooals Dolichandrone spec, en Meliosma spec.

Hout voor pakkisten; meestal alleen in korte afmetingen te krijgen.

AXAtAltlHUM L.

Anacardium spec. — Djamboe-mónjet, ml.; Djamboe-mete, j.

Hout onbruikbaar,

Spondias spec, — Kedonydong, j. Kêdongdong, ml. s. — Is misschien- een variëteit (met minder zure vruchten) van de bovengenoemde wildgroeiende soort.

Hout voor pakkisten, echter zelden gekapt om de eetbare vruchten.

ocr page 69

(133—134) — 39 — (Anacakd.—Legumix.)

SORINDEIA Tiiouabs.

Sorindeia spec —Zoor weinig gecultiveerd; inl. naam aan mij onbekend.

123* LEGUMINOSAE. (l)

133. «ESitlOIHLM Desv. (Dendrolobium).

Dosmodinm spec. — Inl. namen of zeer locaal en onzeker of geheel onbekend. — lïjj Palaboehan in Zuid-Preanger en in Z. W. Banton bij Tjemara: Kanjèrè-laoet, s. Hout onbruikbaar.

134. IvHYTHinVA L.

Hout van al deze soorten /eer weinig duurzaam; alleen voor pakkisten bruikbaar, en dan nog alleen van oude boomen.

Erythrina spec, div, — Met uitzondering van één soort, n. 1. E.

ovalifolia Ux r,., die soms alleen Tjangkriny, j. genoemd wordt, worden alle op Java groeiende Erythrina-soorten door de inlanders tot één „geslachtquot; gebracht; n. 1. tot Dadup, j ; Dadaj), s. ml. of Theutheuk, md. Door achtervoegsels worden dan do verschillende soorten en variëteiten aangeduid. Hierbij wordt echter niet zelden de eene inl. soorts-naam voor den anderen gebezigd; zelfs in onderling nabij gelegen streken. Daarom is voorziclitigheid bij het trokken van conclusies omtrent de gelijkheid van twee dadap-soorten op grond der gelijkheid hunner inl. namen zeer noodzakelijk; en even noodzakelijk in liet omgekeerde geval. —

(■I) —Van de in Natuurk. Tydscbr. v. N. I. 1. c, genoemde woudboomen-geslachten zyn blijkens n si der onderzoek de volgende in de bestaande literatuur ten onrechte als voor Java inheemsch vermeld; Tephrosia Pers ; Kicsera Rwt en hwcarpns L. Üp .lava is het laatste geslacht alleen, door een niet inheeraschen en het eerste en tweede geslacht alleen door een 2 M. hoogen heester vertegenwoordigd.

ocr page 70

(Legumixosak)

— 40 —

(lÜ4-12fi)

Wanneer alleen van Dadap, j.; Dadap, ml. s. of Theuthaulc, md. zonder meer gesproken wordt, heeft dit bijna altijd alleen betrekking op Ertithrina lithosperma Blume (Boeklaöe).

Erythrina spoc. A, — Dadap-sërëp j.; Dadap-bbng, j.; Dadap-lënya, j.; I)adap-lisali: j.;? Dadap-tandoek, j.; Theu-theulc-dlèny, md.; Dadap-bënër, s.; Dadap-fjoefjoelc, s.; Dadup-ri, j.; Dadap-doeri, ml.; Dadap-rangramj, s.; alleen Dadap, j.; Dadap, ral. s. of Theutheuk, md. — Soms: Dadap-këhon-hopi, ml. — Zoowel do gedoomde stamvorm als de ongedoornde variëteit worden meestal met één dezer namen aangeduid. Verwisseling met andere soorten is daarbij echter niet zeldzaam. — Misschien behoort hiertoe ook de zoogenaamd Dadap-iula, ml.

Erythrina spec. B. — Blëndoeng, s.; Dadap-ujam, j.; Dadap-laoef, j. — Soras ook Dadap-ri, j.; ook Theuthenk-ólènc/, md.

Erythrina spoc. C.— Tjanjkring, j. s. ral.; Tjangkrèng, rad.;

Dadap-tjangkring, j.; Dadap-ijankring, s. — Behalve in Bosoeki, waar de gedoomde vorra van soort A soms ook zoo heet, zijn deze namen elders op Java zeer vast.

1^5. BUT KA Roxb.

Butea spoc. — I'Iflsa, j.; Plasa, s. ral.; Plasah, rad. — Zeer vaste naara, die aan bijna elk inlander in Midden- en Oost-Java bekend is.

Hout onbruikbaar.

13«. DALBERGIA L.

Dalbergia spec. — Sana-kling, j. — Soms, bjjv. in Madioen op enkele plaatsen ook Sand-soengoe, j. geheeten, integen-stelling met Pterocarpns indicus Willd., die daar dan

ocr page 71

(136—130) — 41 — (Leguminosae)

Samp;na-kapoer, j. heet. — Soms allecu Sdnd,j.; — Zivart-bruin zonnehout.

Hout prachtig, zeer duurzaam; wellicht het mooiste javaansche meubelhout.

\17, PTEROCARPUS L.

Ptorocarpus spec. — Anysana, s.; Sun u-Mm bang, j. — Soms alleen Stlnd, j. geliceten. — Geel zonnehout.

Hout duurzaam; fraai; voor huishouw en meubels uitstekend geschikt.

138. Igt; Milt IS I jOUR (Bruchypterum,)

Dorris spec. — Hekel, j. bij Këdoengdjati in Samarang. Daar vaste naam. Elders b. v. bij Bodja in Kendal en in Soerukërta inl. naam meestal onbekend of zeer onzeker.

Hout onbruikbaar of misschien voor pakkisten bruikbaar.

13«. PONGAMIA Vent.

Pongamia spec. A. — Inl. namen locaal verschillend cn veelal onzeker; niet zelden geheel onbekend. —

s. bij Palaboehan in Znid-Preanger, doch met die naam o. m. ook een Premna-soovt aangeduid. — Bij Tji-latjap ? Bangköng, j.; dadr en ook elders ook oen paar andere boomsoorten, b. v. een Pithecolobium en een Turpinia-soovt soms aldus genoemd. — In Zuid-Banjoewangi veelal ? Krandji, j. — Elders op Java o. a. in de Preanger heeft Dialum indam L. en in Kediri Pithecolobium dulce Bth. denzelfden naam

Hout voor pakkisten; dikwijls alleen in kurle afmetingen te krijgen.

Pongamia spec. B. — Alleen bij Ngëbel in Madioen gevonden; daar inl. naam zeer onbetrouwbaar.

Hout als soort A,

130. SOPH O KA L.

Sophora spec. — Namen zeer locaal, doch vast. In Zuid-Ban-

ocr page 72

(Legumixosae)

- 42 —

(180—132)

joewangi bij Gradjagan? P'Snawar, j.; mot dien naam elders op Java evenwol niet zelden oen boomvaren aangeduid. — In Z. W. Banton bij Tjëmara Muta-koetjing, s. genoemd. — Meestal een heester; zelden een boomheester.

Hout onbruikbaar.

131. PEI/rOPlIORUM Vog.

Poltophorum spec. — Sogiï, j. in geheel Midden- en Oost-Java een vaste naam. — Sökheuh, md. in Bësoeki. — Een paar variëteiten heeten op enkele handelsplaatsen: Sogd-djambal, j. ml. en Soga-Gradja-gan, j. —De naam Sogd-tingi, j. ml. van Midden-Java geldt veelal de bast van evenals Poltophorum voor verwen gebezigde boom-bast, welke van Ceriops {Uhizophoraceae) afkomstig is. — Bij Pantjoer op den Gr. Rahoeng-Idjèn in Bësoeki heet een variëteit van Pithecolobium montanum Bth. ook Sók-heuli-tèngèh, md.

Hout voor pakkisten bruikbaar; echter zelden gekapt om de kostbare, voor de inlandsche ververij, gebezigde schors.

133. CASSIA L.

Cassia spec. A. — Trënggoeli, j.; Tranggoeli, j.; Tanggoeli, j. s.; Tënggoeli,]. s.; Klóhoer, md. — In Banjoewangi Klohör, ,)• — Namen zeer constant; aan bijna elk inlander bekend.

Hout voor kleine meubels en landbouwwerktuigen bruikbaar; alleen in korte afmetingen te krijgen.

Cassia spec. B. — Boengboenëlan, s.; vaste naam in geheel West-Java. — In Midden- en Oost-Java de namen óf onzeker of onbekend of locaal. — Bij Këdoengdjati in Samarang Trënggoeli-wawang, j.; bij Pare in Këdiri Trenggoeli-klólèt Hout misschien voor pakkisten.

Cassia spec. C. — Nginging, j. en Hariiigin, s. (niet te verwarren mot Tjaringin, s.) in geheel Bantën en Preanger in geheel

ocr page 73

(1.13 —ltt5) — 43 — (Leguminosae)

Samarang nogal constant. Elders minder vast; bijv.; Ehing, j. of' Hing j. bij PringambS in Banjoemas. — In Këdiri Minging, j.

Hout onbruikbaar.

Cassia spec. D. — ? Antdbogd, j. rang. Naam zeer locaal.

Hout onbruikbaar.

op den G. ïoldnifija in Sama-Elders ? onbekend.


Cassia spec. E. — Inl. namen onbekend of' onbetrouwbaar. — Bijv. bij Klèdoeng op dor G. SöndSra ? Tajoeman, '\. zeer locale naam. — Meestal lieester; zelden boomheester.

Hout onbruikbaar.

( ) {. 1)1 A LUIM L.

Dialium spec. — Krandji, s. of' Parandji, s. bij Buitenzorg zeer vaste naam. — Elders meestal onbekend. — Andere ook KrandJi-g6iiocm.de soorten zijn boven onder Pongamia vermeld. — In Këdiri heet een Pithecolohium-soort Asem-krandji, j.

Hout voor huishouw ? bruikbaar.

m. nVI IIIMA L. (Piliostigma)

Bauhinia spec. — Kendajalcan, j.; vaste naam in geheel Midden- en bijna geheel Oost-Java. In Zuid-Banjoewangi echter Bentjoeloek, j. — Bij Soembënvaroe in N. O. Bësoeki Tjliempheuloek, md.

Hout onbruikbaar.

135. PAUDIA MIQ.

Pahudia spec. — Ki-djoelang, s.; in de geheele Preanger een vaste naam. — Inl. naam bij Soebah in Pëkalongan onbekend; soms daar abusievelijk Sand, j. genoemd.

Hout duurzaam; fijn en fraai; voor wapengevcsten in Wost-Java zeer gezocht; in voel streken uitgeroeid on moeilyk te krijgen.

ocr page 74

(Leguminosae) — 44 — (13ft—140)

13«. AFKELIA Sm.

Afzelia spec. — Merhó, ml. s. constante naam in Z. W. Bantën. Elders op Java de namen onbetrouwbaar en locaal; bijv. Taritih, s. of ? Tarisih, s. bij Palaboclian in Zuid-Pre-anger. — Elders beantwoordt aan den laatsten naam moestal een Alhizzia- en aan den voorlaatsten naam een Pari-nariuni- soort.

Hout zeer duurzaam; voor huishouw en raeuhels uitmuntend. In Bantdn hij na uitgeroeid.

137. SAK AC A L.

Saraca spec. 2 — So/ca, j. in geheel Samarang zeer vaste naam. — Kémbang-dèdès, s. ml. bij Buitenzorg. — Elders op Java de namen veelal onzeker. — Do naam So ga j. geldt voor een Peltophorum-soort (zie boven).

Hout onhruikhaar.

138. CRUDIA Sciirèb. (Pryona).

Crudia spec. — Dègèl, s. in Zuid-West Banten een vaste naam.

Hout misschien voor pakkisten bruikbaar; alleen in korte afmetingen,

13«. SINDORA Miq.

Sindora spec. — Inl. namen locaal en slechts aan weinigen bekend; in Z. W. Preanger o. a. bij Sanggrawa in de Djampangs: Samparantoe, s.; — in Z. O. Preanger; Oekoeaka, s. — Bij Tjilatjap: Djoelang, j. in de Preanger heet Pahudin spec, aldus.

Hout voor huishouw?; echter zelden gekapt om de olie, welke deze boom oplevert.

140. CYXOMETRA L.

Cynometra spec. — Inl. namen óf onbekend of locaal. — Bij Poe-gër in Zuid-Besooki constant Kepèl, j. gelieeten; elders op Java een Stelechocaiyus meestal aldus genoemd. — Bjj Tjilatjap in Zuid-Banjoemas Kepel, j. of Knteng, j. — In Zuid-Preanger bjj Balekambang: Kateng, s.

Hout onbruikbaar.

ocr page 75

(Legtimikorae)

(141 — 144)

— 45 —

141. PARKIA Brown.

Parkia spec. Kedatvomy, j.; Pbndenj, s.; Këtheuhoeng, md.

Bij Palaboehan in Zuid-Preanger heet een variëteit

dezer soort of een zeer naverwante species Petir, s._

Bij Pielen in Pëkalongan zoowel GMawoeng, j, als Pefe-alas, j. (Pëte-wSnamp;, j.) geheeten.

Hout voor pakkisten: in reusachtige afmetingen te krijgen.

148. AUEMNTHEKA L.

Beide soorten met duurzaam, voor huishouw geschikt hout; vooral soort A.

Adenanthera spec. A. — Sègawe, j. in Samarang, SoerSkiërta, Bësoeki en de meeste andere streken van Midden-en Oost-Java. — In Bësoeki ook Beuj, md. of ? Sekheuheuj, md. — Bjj Soebah in Pëkalongan constant Soga, j. genoemd, terwijl elders meestal Peltophorum zoo heet (zie boven).

Adenanthera spec. B, — Inl. namen of dezelfde als de voorgaande of geheel onbekend.

14«. DICROSTACHYS DC.

DicroBtachys spec. — Peueung, s. In Samarang en Soerlkörta: Kot, j. — In Banjoewangi Popng, j. — Dikwijls slechts een boomheester; zelden een boom.

Hout buitengewoon hard en zeer duurzaam; voor houten spijkers, kamraderen, enz. zeer gezocht; alleen in zeer kleine afmetingen te krijgen.

144. ACACIA WlLLD.

Acacia spec. A. — Pilang, j. s.; Pèlang, md. of Öpèlang, md. — Vaste naam.

Hout duurzaam; voor huishouw zeer geschikt; ook voor meubels bruikbaar, doch nogal grof.

Acacia spec. B. — Klampis, j. s. — Vaste algemeen bekende naam. — Bij Soembërwaroe in Bësoeki: Langaj, md.

Hout onbruikbaar.

ocr page 76

(Lequminosae)

(145)

— 46

145. ALBI2ZIA üurazzini.

De meeste dIbizsiu-aoovten zijn aan de inlanders goed bekend. Dit is vooral het geval met de volgende. J. procera Bth. (spec. A.) en A. stipulata Bth. (spec. B.); zoomede met A. lebekkoides Bth. (spec. C ) en A. montana Bth. (spec. P.) in sommige -streken; bijv. de laatste op den Gr. SendSrS en Dièng en de eerste bij Kédoengdjati in Samarang. Deze vier soorten worden zelden door de inlanders met andere boomsoorten verward. — J. littoralis T. et B. (spec. GL) is aan hen echter geheel onbekend. — Bij de overige soorten (D. en E.) wordt de inlandsche naam van de eene soort ook voor de andere gebezigd.

Albiaaia spec. A. — Ki-hiang, s. — Weroe, j. in geheel Midden-Java.—In Bësoeki soms Weroe,}.; soms Wangka/,}.

Hout zeer duurzaam en sterk-, voor huishouw en meubels geschikt.

Albizzia t-pec. B, — Sèngón, j. ml.; Djeundjing, s.; Sèngón-djftivS, j.; Sèngón-djawi, j.

Zie verder hieronder cultnurboomen.

Hout voor huishouw lruikbaar.

Albiaaia spec. C. — Këdhiding, j.; Jièvg, md. — Niet zelden ook Tèkik, j. — In Samarang is de naam Këdincling, j. zeer constant.

Hout misschien voor huishouw bruikbaar.

AlbiBzia spec. D. — Tarisi, s. bij Tómó in SoemC'dang (Pre-anger) en Ki-ibkè, s. bij Palaboehan in de Preanger. — In Samarang bij Kédoengdjati: Tëkik, j.

Hout ? onbruikbaar; misschien nog voor pakkisten te gebruiken.

Albiezia spec. E. — Inl. namen weinig bekend en locaal of ge-

ocr page 77

(Leguminosae)

(145-146)

— 47 —

heel onbekend. — In de Preanger Ki-tókè, s.; in Midden-Java TVkik, j.

Hout als soort Ü.

Albizzia spoo. F. — Kemlandingan, j. of Kémlandim/aii-goenoeng, j. in vele bergstreken van Midden-Java. — Sèlóng, j. op den G. Slamat in TÖgal. — Op Idjèn-platean in Bésoeki Poeloenyan, j. — la de Preanger bij Tjibódas Haroeman, s. — De twee eerste namen hebben de meeste waarde. De overige zijn meestal locaal en weinig bekend. — In sommige deelen van Java lieet Leucaena glauca L. ook Kemlandingan, j.; terwijl Haroeman, s. soms voor Pithecolobium montanum Bth. geldt.

Hout onbruikbaar.

Albizzia spec. Q-. — Inl. naam op de ecnige mij bekende vindplaats op Noesa-baroong in Zuid-Bésoeki geheel onbekend. Hout onbruikbaar.

146. PITHECOLOBIUM Makt.

Het hout van al de hierondergenoomde wildgroeiende

Pithecolvbium-soorten onbruikbaar.

Pithecolobium spoc. A. — Ki-pöèlc, s. in de Preanger. Elders inl. namen zeer onbetrouwbaar. In de bergstreken van Samaraag enkele malen bij vergissinquot;: (t)Mangir, j. geheeten.

Pithecolobium spec. B. — Ki-póèk, s. bij Taköka in de Preanger. — Deze soort ontbreekt elders op Java

Pithecolobium spec. C. — Lom, j. in Zuid-West Bësoeki bij Poegër en bij Soebah in Pëkalongan; Haram-hararn, j. in Banjoewangi; Lamaran, s. of Lam-baran, s. bij Tómo in Soemödang (Preanger). De eerste naam het meest bekend.

Pithecolobium spec. D. — Inl. namen zeer talrijk, meestal locaal;

soms geheel onbekend. — In Samarang op den

ocr page 78

(Lbguminosae)

— 48 —

(140 — 1418)

G. Oengaran: Sèngór, j. of Sèngön-wèwè, J. op den G. Shimat in Tëgal: Wèwè, j. — Op G. Wilis in Madioen inl. naam onbekend. — Op Idjon-plateau in Besoeki Sökheuh-tèngèh nul. of Ampè-nang, md. — Op G. Gëde bij Tjibödas in de Pre-anger ? Djeundjing, s. of Ki-haroeman, s, — Op G. Galoenggoeng in do Preanger Ki-haroeman, s. — Bij Takóka iji de Djampangs eu bij Pala-boehan in de Preanger : ? Ki-tbkè, s.

Pithecolobium spec. E, — Inl. namen meestal weinig bekend. — Bij PringSmba in Oost-Banjoemas ?Bangkongan, j. — In Z. W. Bantën bij Tjëmara Prèngkèt-djèngkdl, s.

147. ACR0CARPU8 Arn.

Acrooarpus spec. — Delimas, j. of Dlimas, j.; in Banjoemas en op den G. Oengaran in Samarang zeer vaste naam. De boom elders onbekend.

Hout duurzaam en sterk; voor huishouwj in zeergroote afmetingen te krijgen.

148. Cultuurboomen:

SESBAMA Pers.

Sesbania spec. — Toeri, j. ml. — De beide variëteiten heeten Toeri-abang, j. of Toeri-aprit, j. en Toeri-poetih, j. of Toeri*pëtak\ j. — In N. O. Bësoeki Tóreh, md.

Hout onbruikbaar.

ERYTHR1NA L.

Erythrina spec. — Do ongedoornde variëteit van E. lithosperma Bl. komt alleen gecnltiaeerd op Java voor. Voor do inlandsche namen zie boven onder Erythrina.

Hout van deze variëteit onbruikbaar; by na altijd te klein en te weinig duurzaam.

INOCARPUS Forst.

Inocarpus spec. — Ga jam, j. —zeer vaste naam.

Hout voor pakkisten.

ocr page 79

(148) — 49 — (Leguminosae)

CAESALPINIA L.

Caesalpinia spec. A. — Sëtjang, j. — Boomheester.

Hout voor de inl. ververij gebezigd; alleen in zeer kieine afmetingen.

Caesalpinia spec. B. — Divl-divi der europeanen.

Mout onbruikbaar.

HAEMATOXYLON L.

Haematoxylon spec. — In Hatijoeinas zonder inl. naam.

Hout voor ververij (Campuche-hout).

POINCIANA L.

Poinciana spec. — Flamme-boyant dor europeanen. — Geen inl. naam mij bekend.

Hout misschien voor pakkisten bruikbaar,

SCH1KOLOB1IJM Vogel.

Schizolobium spec. — inl. naam onbekend.

Hout voor pakkisten.

PARHINSONIA L.

Parkinsonla spec, — Maskémantën, md. in Panaroekan (Bêsoeki). Hout onbruikbaar. *

CASSIA L.

Cassia spec. —■ Djoewar, j. s. ml.; Dj hoe war, md.; Djohar, J. a. ml.; Tjhoear, md.— Naam zeer constant; aan elk inlander bekend.

Hout zeoi' sterk en zeer duurzaam; een der zoogenaamde ijzerhout-soorten. Voor huis- en bruggenbouw. Niet in zeer zware afmetingen.

BAUHI1V1A L; Brownea Jacq. en Amherstia WA.hh. — Inl. namen onbekend.

Hout onbruikbaar?

ocr page 80

(Leqüminosae) — 50 — (148)

T/UIAKIiVm S L.

Tamarindus spoc. — Asem, j. md. ml; Aseum, s.; Atjèm, mei.

— Zeer vaste naam. — Het kernhout heet Gale-asém, j. — Ook kernhout van andere boomsoorten Galè, j. of Galeuh, s. genaamd.

Kernhout zgt;ier sterk, bijzonder hard en zeer duurzaam ; voor kirrenassen en wandelstokken zeer gezocht. Zelden gekipt, a ng'izion de vruchten te veel waarde hebben.

IIYJIEXAEA L.; Copaifera L. en Trachylobium Hayne. — Inl. namen onbekend.

Hout in de literatuur als fijn en duurzaam geboekstaafd.

IXDICïOFEKA L.

Indigofera spec. — Dj anti, j. in Samarang bij Broemboeng. Hout onbruikbaar.

cwojietra L.

Cynometra spec. — Namnam, j. of Nanam, j.; Poeki-andjing, ml. s.

Hout onbruikbaar.

parkia R. Br.

Parkia spec. — Piteuj, s.; Ptéte, j.; Pétèh, md.

Hout voor pakkisten.

prosop1s L.

Prosopis spec. — Inl. naam onbekend.

leucaem Bth.

Leuoaena spec. — Ktimlandingan, ml. j.; Lamtdrd, j. -- Mélan-ding s, of Pëteuj-tjim, s. in Z. W Bantën.

Hout duurzaam, zeer hard en zeer sterk; voor wagen-boomen bijna even gezocht als Walikotkoen, j.

ocr page 81

(148—149) — 51 — (legum,—morinoac.)

ALBIZZ1A Durazzini.

Albizzia spec.— Djeungdjing-laoet) s.; Sènybn-laoet, j. ml.;

Sèngön-sabrany, j. ml.; Sènyoti-landd, j.; Sèngön-landi, j.

Hout uitmuntend geschikt vo( r theekisten; vooral wanneer het drogen kunstmatig geschiedt. In Buitenzorg zijn dan reeds 3—5-jarige loomen bruikbaar.

PITHECOLOBIUM Mart.

Pithecolobium spec. A. — I)jènglhl, s. j. ml.; Djingkól, s. j.

ml. — In DjapSrS Tjëléring, j. of Djering, j.

Hout voor pakkisten.

Pithecolobium spec. B. {P. Sam au Bth.) — Zonder inl. naam. Hout voor pakkisten.

Pithecolobium spec. C. (^. duke Bth.) — Aeëm-hrandji, j.

in Këdiri; — Asém-Iamp;ndS, j. oi Asem-landi, j. in Pékalóngan. — Tj an dj oer, ml. in K6ta-Batavia.

Hout misschien voor pakkisten bruikbaar.

149* MORINGAGEAE.

Hiertoe alleen een cultuurboom:

14». MORlMiA spec. — Kèlör, j. mi. heet de boom; de vruchten Klèntang, j. ml. — Bij Soembërwaroe lieet de boom Mrèngkhih, md. en de vruchten Klètang, md.

Hout onbruikbaar.

ocr page 82

(Rosaceae)

— 52 —

(löO—152)

150* ROSACEAE.

150. PARI BARIUM Juss.

Parinarium spec. A. — Woelóh, j. of Woeloeh, j. in Midden-Samarang zeer vaste naam. — Ghing, j. in Grobo-gan bij Karangasem (Oost-Samarang). — Sólöh, j. of Soeloeh, j. in Banjoewangi; met dezen naam wordt echter elders, en ook in Banjoewangi, soms een Oironiera-soovt aangeduid. — Namen in West-Java zeer onzeker en weinig bekend; ? Taritig, s. in de Djampangs bij Sanggrawa (Preanger). — Soeloeh, s. beteekent in de Preanger brandhout in het algemeen.

Hout duurzaam en sterk; maat' zeer hard; voor huis-bouw.

Parinarium spec. B. — Alleen bij Panoeinbahan in de Zuid-Preanger gevonden; daar inl. naam onbekend.

Hout als? bij soort A; maar uiterst zeldzame boom.

151. PRUNUS L.

Prunus spec. — Alleen bij Tjilatjap in Z. Banjoemas gevonden ; dadr zonder inl. naam.

Hout waarschijnlijk voor schrijnwerk bruikbaar ; echter zeer zeldzame boom.

152. PYGB1JM öaertn.

Pygeum spec. 2. — Kawójang, s.; in bijna de geheele Preanger een vaste algemeen bekende naam. — Bij ïjibodas ('s Lands Plantentuin) soms ook s. of i'-Satow!-

andjing, s. — Inl. namen in Midden- en Oost-Java meestal of geheel onbekend of' onbetrouwbaar; in sommige streken wordt deze soort daar soms tot de Woeroe (j)-soorten gerekend. — In Tëgal op den G. Slamat Mojany, j. — Bij Pantjoer in Bësoeki geheel onbekend.

Hout sterk, nogal duurzaam en nogal lijn ; voor huis-bouw en misschien ook voor meubels.

ocr page 83

(15;j—157) — 53 — (Rosac.—Saxikragac.)

153. PII0T1N1A Lindl.

Photinia spec. — Inl. namen onbekend. — Soms wel eens?2}'aM-tigi, s. gcliooten, evenals eenige andere boomen der alpine zone van Java.

Hout onbruikbaar.

154. Cnltuurboomen:

Prunus L. — Pruimen, Perzikken en Abrikozen op den Tëng-gör (Pasoeroean) veel geplant. — Zonder eigen inl. namen.

Pyrus L. — Appelen en Peren hier en daar in de bergen geplant. — Geen eigen inl. namen.

155* SAXTFRAGACEAE.

Het hout van al de hieronder genoemde 6 soorten onbruikbaar.

155. HYDRANGEA L.

Hydrangea spec. — In de Preanger en op den Dièng zonder inl. naam.

15«. ITEA L.

Itea spec. — In Madioen op den Gr. Wilis en in Bësoeki op het Idjèn-plateau zonder inl. naam.

157. POLYOPIA Bl

Polyosma spec. 2, — Inl. namen óf zeer locaal óf geheel onbekend; de locale namen meestal nog onbetrouwbaar; bijv. ? Ki-pbdólandalc, s. bij Takóka; — P Ki-tjahè, s, of ? Ki-palahlar, s. bij Tjibódas (Hort. Bogor). — In Bantën geheel onbekend. — Bij Pantjoer in Bësoeki Kadjoeh-lanany, md.

ocr page 84

(Saxif.—Hamam.—Ruiz.)

(158—1«0)

— 54 —

158. WEINMANMA L.

Weinmannia spec. 2, — Inl. namen óf zeer locaal óf (en dit ia meestal het geval) voor beide soorten onbekend. — Bij TJibódas (Hort. Bogor) in de Preanger: Ki-tjérmè, s. — Bij Pringamba in Oost-Banjoemaa ? Gringging, j. Aldus heet soms ook een Melia-soort.

159* 11 AM A MKL1 DACEAE.

15». ALTlNfilA Nok. (Liquidambar).

Altingia spec. — Mala, s.; Rasarnala, s. ml. — In enkele streken worden de volgende variëteiten naar de kleur en de geaardheid van het hout onderscheiden: Rasamala-hódas, s.; Rasamala-kapas, s.; Rusamala-gadbk, s.; Uammala-taritih, s.; — Bij Taköka: Rasamala-ki-oepi, s.; Rasa-mala-bódas, s. en Rasamala-beureum, s. of Rasamala-bënër, s. — De hars heet in de Preanger Kandaj, s.

[lont zeer duurzaam eu zeer sterk; voor huie- en bruggenbouw uitmuntend geschikt; in. reusachtige afmetingen en in greote hoeveelheden in de Proarger en bij Buitenzorg te krijgen.

100* Kil IZÜPHOK ACEAE.

De soorten van B mg uier a en Rhizophora worden in de meeste streken mot één en denzelfden geslachtsnaam aangeduid: Tan-djang, j. md. of Bako-bako; ml. boeg. — Eene soort: Bruguiera-parviflora Bl. heeft echter in Besoeki een afzonderlijken naam; n.1.: Lindór, j. boeg. — De eenige mij van Java bekende soort van het geslacht Ceriops, Akn. heet constant Tingi, j. in geheel Oost-Java. — De Cara^ia-soorten worden door de inlanders ook niet tot het geslacht „Tandjang''1 gebracht.

ocr page 85

(160—!«:{) — 55 — (Riiizopiiorackae)

160. ItIII/(MM 10KA L.

Rhizophora spec. 1 (v. 2). — Tancljang^ j. ml.; Bako-hako, ml.

boeg. — In Zuid-Bësoeki Tandjang-brangga, j.; in Zuid-Banjoemas Tandjang-rajap, j.

Hout onbruikbaar.

161. KBUCaJIERA Lam. (Kanilia).

Bruguiera spec. A. — Tandjang, j. md.; Bako-hako, ml. boeg;

in bijna geheel Java; echteï in Zuid-Preanger bij Balekambang ? Poetoet, s. genoemd.

Hout sterk en duurzaam; voor liiiisbouw; echter alleen in kleine afmetingen te krijgen.

Bruguiera spec. B. {Kanilia). — Lindor, J. boeg. bij Tratas in Banjoewangi. — Tandjang-ketèk, j. bij Tjilatjap in Zuid-Banjoemas.

Hout onbruikbaar.

163. CKRIOPS Arn.

Ceriops spec. — Tingi, j. in Banjoewangi. Zeer vaste naam. Ook bij Tjilatjap aldus genoemd.

. Hout duurzaam en in strand-dorpen voor staken bij de vischerij zeer gezocht. Alleen in zeer kleine afmetingen te krijgen.

163. CA KAL LI A Rxb. (1).

Carallin spec. 1—2. — Inl. uanien óf locaal en onzeker óf geheel onbekend. Ki-koekoeran, s. in Z. W. Banton; ?Koekoeran, j. in Zuid-Banjoemas; KMalen, j. bij Këdoengdjati in Samarang. — Ki-koekoeran, s. in Z. W. Bantën bij Tjëmara.

Hout ! onbruikbaar.

Noot Het komt mij hoogst waarschijnlijk voor, dat van de geslachten Gynotroches Bl. en Kandelia Wight, op Java geene wildgroeiende soorten voorkomen. Vergelijk Natuurk. Tijdschr. v. N. I. I. c., waarin die genera op grond der bestaande literatuur nog onder de geslachtslijst der javaansche woudboo-men opgenomen waren.

ocr page 86

(Combretaceae)

(1«4—Hifi)

— 56 —

164* COMBRETACEAE.

164. TËKJUlMlilA L.

Terminalia spec. A. — Ketapang, j. nid. ml. ; Kotupany-laoet, ml.

Hout voor pakkisten.

Terminalia spec. B. — Kloempit, of Klömprit, j. in Midden-Java, vooral in Samaraug, zeer vaste naam.

Hout uitgeloogd misschien voor huisbouw bruikbaar.

Terminalia spec. C. — DjaJta, s.; Djahd, j. in Midden-Java zeer vaste naam. — Volgens Vorderman, liceten in do afd. Djombang de oude vruchten: Djdlawe, j. en de jonge Djdkling-soekoen, j.

Hout voor pakkisten; vaak in reusachtige almetingen.

Terminalia spec. D. — Dj aha, s. bij Takóka in de Djampangs (Preanger. — Thjeueuh, nul. bij Pantjoer op den Gr. Raoeng-Idjèn in Uësoeld. JJeide aldaar vaste namen. — Bij Palaboehan in Zuid-Preanger soms? Ki-mèöng, s. gelioeten.

Hout vooi' pakkisten; vaak in reusachtige afmetingen.

165. «YROCARPIJüi Jacq.

Gyrocarpus spec. — Alleen in Banjoewangi gevonden; daar bij Gradjagan Gedrey, j. en bij Badjoelmati Ganggan-yan, j. — Laatstgenoemde naam elders o. a. in Z. W. Besooki niet zelden ook aan Tetrameles nudiftora R. Brown gegeven.

Hout voor pakkisten.

166. LUMiMT/jEUA WILLD.

Lumnitzera spec. 2. — In veel streken door de inlanders met denzelfden naam aangeduid als Rhizophora en Bru-f/Mi'errt-soorten (zie hieronder). — Bij Tjilatjap heeten deze 2 soorten : Doedoek-agoeng, j. en Doedoek-rajap, j.

ocr page 87

— 57 — (combretac. —myrïac.)

In Z. W. Bantön Troentoeng, s. — Elders soms Aegiceras spec, zóó genoemd.

Hout onbruikbaar.

167* MYRTACEA E.

167. LEPTOSPERMUM Forst.

Leptospermum spec. — Inl. namen meestal óf' onbekend óf onbetrouwbaar. Bij Tjibódas (Hort. Bogor) op den GL (iöde soms Kajoe-poelih-lëmboet, s. — Zie beneden onder Melaleuca.

Hout onbruikbaar.

108. RHODAMMA Jacq.

Rhodamnia spec. — Inl. namen meestal óf locaal en onzeker óf onbekend; het laatste in Midden-Java. — Bij Palaboehan in Zuid Preanger constant Ki-djambè, s. of Ki-beusi, s.; bij Takóka in de Djampangs (Preanger) ook Ki-bemi, s. Beide namen elders niet zelden ook aan andere boomsoorten gegeven.

Hout zeer hard; maar toch onbruikbaar?

16». DECASPERMUM Forst. {Nelitris)

DecaBpermum spec. — In Zuid-Preanger zonder vaste inl. naam.

Daar soim ?Ki-sireum, s. geheeten; bij Tjilatjap ? Angin-angimn, j.; bij Takóka (Preanger) soms ? Ipis-koelif, s. genoemd.

Hout onbruikbaar?

170. EUOEIVIA L. (Syzygium; Jambosa; Carynphyllus; Macromyr-tus; Jossinia; Eu-eugenia).

Enkele Mugmia-soottm hebben duurzaam en sterk, voor huishouw geschikt hout, bijv. Risip, j. in Banjoew»ngi, Ki-tèmbaga, i, in de Preanger.

(1««—170)

ocr page 88

(Myrtackae)

(170-171)

— 58 —

Er zijn een groot aantal inl. namen, welke elk meer of minder constant, soms zeer constant, aan een of meer soorten van het geslacht Eugenia L. beantwoorden. Elk dier inl. namen is dus ongeveer gelijkwaardig aan een der achter Eugenia Ij. genoemde synonyme ondergéslachten ; met dien verstande echter, dat de grenzen der inl, en latijnsche ondergeslachten meestal niet overeenkomen. Alleen met oen der subgenera, met Jamhom Bentii. is dit wel het geval. De meeste soorten van dit subgenus heeten Kópb, s. of Djatrthoe, j. mi.; Tjheumphoeh, md.

Als inl. namen, die in den regel voor meerdere Eugenia-soorten gelden, kunnen o. m. de volgende vermeld worden: Ki-sireum, s.; Pèfag, s.; Salam, s. j.; Manfing, j.; Ki-tëmbaga, (1) s. en Gëlnm, s. — Deze beide laatste namen voor Eugenin-soovten, met koper-rooden, papierdun-afschilferenden schors. — Verder: Djëmblnelc, j.; Djamhón Doew'éf, j. in Samarang; en Dlmwih, md.; Djnewët, j. of Djamblnvg, ml. — Klis, j. in Zuid-Bësoeki. — Gdwók, j. in Ban-joemas bij Pringfiniba; — Dómpjöng, j. in Banjoewangi. — Rèsék, md. in Bésoeki. — Bandje, j. in Zuid-Bësoeki. — Kisip, j. in Banjoewangi.— Nagasari, j. bij Pringamba in Banjoemas; elders heet Mesua ferrea L. aldus.

Ter aanduiding der soorten of variëteiten worden achter sommige dezer inl. namen achtervoegsels geplaatst; bijv. Salam-watoe,].; Kè-pö-lalaj, j. s.; Kampótc-wafoe, j.; Dhoewëh-heutóh, md.; Djembloek-hrihil, j.

Door de inlanders worden ook Anacardium en Fsidium tot het „geslachtquot; Djamboe, ml. gerekend. Zie hieronder voor Psidium en boven voor Anacardium.

In enkele streken bijv. in Banjoewangi heeft de schors van enkele Eugenia-soorten, dit; voor de ververij dienen, een naam, die verschilt van dien, welke de boom draagt, namelijk: Manting, j. de boom en Salam, j. de schors.

171. BARR1NGT0MA Forst.

Burringtonia spec. A. — Boetoen, j. s. in DjapRrS, Banjoewangi en Z. W. Bantën.

Hout voor pakkisten.

(1) By Junghutin (Java 1, c.) abusievelijk als Memecylov Hoovtm vermeld.

ocr page 89

(m—173) — 59 — (Myhtaceak)

Barringtonia spoc. B. — Poetut j. s. In Sauiarang zooi' vaste naaiu. Elders meestal aan deze soort of ook aan soort E. gegeven.

Hout voor pukkisten; uitgeloogd ook voor huisbouw bruikbaar.

Barringtonia spoo. C. — Leprctk, j. in Banjoewangi en Sainarang een vaste naam. J'llders namen veelal zeer locaal onbetrouwbaar of geheel onbekend. — In Samarang heeten bij Këdoengdjati vrachten Bësole, J.

Hout als soort B.

Barringtonia spec. D. — Sónc/góin, s. j. bij Margaaari in Tegal;

bij Pringamba in Banjoemas en in Z. W. Banten.

Hout onbruikbaar,

Ban-ingtonia spec. E. — Penygoeug, j.; in Samarang (in de djfiti-vvouden) een vaste naam; elders soms tevens voor soort. B cn P. geldende.

Hout ivls soort B.

Barringtonia spec. P. — Penggoeng, j. in Zuid-Besocki bij Poe-ger (in don zoom dor vloedbosschen) een vaste naam; elders deze naam soms ook voor soort E gebezigd.

Hout onbruikbaar.

\7Z. IM.WdlOMA Br,.

Planchonia spec, — Inl. naam en groeiplaats aan mij nog onbekend.

IJ'S. Cultuurboomen:

MEIiALËUCA L. en Eucalyptus LMIór. - De verschillende, vooral van het laatste geslacht, niet zelden gecultiveerde soorten worden soms Kajoc-poetih, ml. j. genoemd.

TRISTAN IA R. Bk. — Zonder inl. namen.

ocr page 90

(Myrt.—Melast.)

— GO —

(173—174)

PS1DIUM L.

Psidium spec.— Djamboe-kloetoek, ml. j.; Djamboe-bidji, s.; Tjheumphoeh-beutóh, rad,; Tjheumphoeh-bikhih, rad.

Hout onbruikbaar.

EUCALYPTUS L'Hér.

Eucalyptus spec. div. — Door de inlanders veelal, evenals eenige andere boomsoorten, Kajoe-poetih, ml. j. genoemd.

Hout van volwassen boomen in Australië geroemd voor huisbouw. Hout van op Java geplante jonge boomen weinig duurzaam gebleken.

EUGENIA L.

Eugenia spec. div. — Door achtervoegsels achter het woord Djamboe, j. ml. s. worden de gecultiveerde (Jambosa) J^M^m'a-soorten onderscheiden bijv. Djamboe-ajër, ml.; Djamboe-ból, ml. — In N. O. Besoeki: Tjheumphoeh-bhl md.; en Tjheumphoeh-kakët, md. — In Banjoewangi: Djamboe-përtókal, j.; Djamboe-wèr, j. en Djamboe-tër-sana, j.

Hout onbruikbaar; zeer zelden gekapt otn de eetbare vruchten.

174* MELASTOMACEAE.

174. ASTRONIA Bl.

Astronia spec. — Ki-hctrèndbng, s. zeer vaste naam in de Prean-ger en in Banton. Op den GK Slamat en Tëgal en op den G. Oengaran in Samarang meestal bij name geheel onbekend of zeer slecht bekend. Op laatst-genoemden berg werden mij voor één en dezelfde soort achtereenvolgens 6 verschillende inl. namen opgegeven, die allo slechts zeer locale waarde hebben.

Hout misschien voor pakkisten bruikbaar.

ocr page 91

(175—179) — 61 — (Melast,—Lythrac.)

175. KIBESSIA DC.

Kibessia speo. — In do Preangor bij Takóka ? Ipis-koelif, s. of' ? Ki-djëboek, s. in Z. W. Banton ? Ki-beusi, s. — Eldors inl. namon onbekend.

Hout zeer hard; voor pakkisten.

17«. MEMECYLON L. (Lyndenia).

Momeeylon spec. div. — lid. namon onzeker.

177. MELASTOMA Burm.

Melastoma spec. — Harèndöncj, s. in de Preanger vaste naam voor deze soms boomachtigo soorten ook voor de talrijke hees-terachtige soorten.—Op G. Wilis in Madioon Sènggani, j.—Kleine boomheestor; zeer zelden oen boom.

Hout onbruikbaar.

178* LYTHRACEAE.

178. PEMPHIS Forst.

Pemphis spec. — Séntir/i, j. in Zuid-Banjoewangi on op hot eiland Noesa-baroong in Z. W. Bësoeki.

Hout zeer duurzaam, sterk en zeer zwaar: voor inlandsche ankers gebezigd. Verder onbruikbaar. Alleen in zeer kleine afmetingen te krijgen.

179. liAGERSTROEIUIA L.

Lagerstroemia spec. A. — Boengoer, s.; Woengoe, j. Boengór, md.; in Bësoeki Ketangi, j.

Hout zeer duurzaam en sterk; uitmuntend voor huis-en bruggenbouw; zeer gezocht voor affuiten; ook uitstekend bruikbaar voor meubels. Soms in zeer grooto afmetingen te krijgen.

Lagerstroemia spec. B. — Bèngèr, s. — Zeer vaste naam. — Elders soms mot denzelfden inl. naam als soort A.

Als soort A, maar niet in zoo groote afmetingen te krijgen en veel minder algemeen voorkomend.

ocr page 92

(LYÏHRACEAE) — 62 — (180—1S3)

ISO. CRYPTEROiXIA Bl. (Henslovia).

Crypteronia speo. —- Ki-bioiè», s. in Zuid-Ppeanger zeer vaste naam. — Elders inl. namen onbetrouwbaar of zeer locaal.

Hout vuor pakkisten en iiiisbcliien ouk voor liuisbuuw

bruikbsmr.

181. lUIAIMVfii Hamii/j'.

Duabanga spoc. — I'akir, j.; Taker, m'd. in Besoeki vaste naam.

Hout voor pnkkisten.

183. SOWI WAIIA L.

Hout onbruikbaar.

Sonnoratia speo. A., en B. — Beide soorten nu eens met afzonderlijke, dan weer met dezelfde namen aan de inlanders bekend. — Bogëm, s. j. en Prapaf, j. md. ml. in Banjoewangi. Bei'ie namen in Besoeki constant en aan vele inlanders bekend. — In Zuid Prean-ger beet de boom Boyem, s. en de verschillende deelen als wortels, enz. Paso eng, s.; Tarbnlöng, s.; Kajoe-yaboes, s. en Ki-dada, s. - De boom heet in Z. W. Ban-ten bij Tjëmara: Bi du da, s. — Do mvdinKajoe-gaboes, ml. wordt elders, behalve voor de adem-wortels van Sonneratia, soms aan Aegiceras en soms aan een Al-stonia gegeven; terwijl in Bësoeki op het Idjèn-plateau Bogëm-goenoexg, j. de naam van een Wightia-soort is.

183. Cultuurboomen:

I VWSOMA L.

Lawsonia spec. — Pütjai'-koelcoe, ml. j. — Kleine boomiiecster.

Hout onbruikbaar.

IM \ K A TOURNEF.

Punica spec. — Dëlima, ml.; Dama,'].-, Dhêlimah, ind.—Granaa/-appel. — Boombeester.—Do IMima-poetih, ml. is een heester.

Hout onbruikbaar.

ocr page 93

(Samtdac.—Passiflorac.)

(184 -ISO)

— 63 —

184* SAMYDACEAE.

184. CASE AK14 J acq.

Hout. van alle soorten zoev weinig duurzaam gouclit. docli viM'seh gekapt van sommige snortin zeer hard. Voor pakkisten waarscliijnlijk bruik'iaar.

Casearia spec. div. — Een paar soorten, vooral die van de laagvlakte van Oost-Ja va zijn aan de inlanders onder den nogal vasten naam Baloevg, j.; Balèny, j. of Pheu-loeny, md. bekend. Eon dier soorten wordt editor in Zuid-Bfesoeki niet zelden inet een Greiria-soovt verward en dan ? DPloewak, j. genoemd. — Een soort op den O. Wilis in Madioen lieet Tjikal-haloeng^ j.; niet te verwarren met Tikël-bnloeng, j. (een Euphnrbia-soovt). — De in de bergen van West-Java groeiende Casearia-soorten zijn aan de inlanders meestal of geheel onbekend of onder onbetrouwbare locale namen; bijv. bjj Tjibodas (Hort. ISogor) op den G. Gedé soms ? Ki-hbntèng, s.; H Ki-tèröng, s. of ? Ki-pinang, s. voor één en dezelfde soort.

185. IKMIALII M Jacq. (Blackwellia)

Homalium spec. — iJelivgsëm, j.; Dlingsein, j.; Dlisem, j.;

Klingsëm, j.; zeer vaste aan bijna elk inlander bekende namen. — In de Preanger Ki-bódas, s.; in Besoeki Kadjoeh-ahneh md. of Aboeh, md.; in Banjoewangi bij Badjoelmati Esti, j.

Hout voor pakkisten zeer geschikt; in grooto afmetingen en groote hoeveelhedei te krijgen. Versch gekapt zeer h.rd; echter weinig duurzaam.

186* PASSIFLORACEAE.

180. Hiertoe alleen een cultuurboom:

ocr page 94

(Pass.—Dat.—Ca ct.)

{18«-1S8)

— 64 —

CARICA L.

Carica spec. — Papaja, ml. ;—Katès, j. in Samarang en lldmbang Katès-gampldk,j.; — Katès-gantoeng, j. en Ketela-gantoeng, j. in Noord-Soerakërta. — Gandoel, j. in Bagalèn en Ban-joemas. — Gëdang, s. bij Buitenzorg. In Midden- en Oost-Java is echter Gedang, j. de naam voor {Pisang) jV/wsa-soorten — Katès-kapoer, j. in Banjoewangi. — In Bësoeki Katès, md. — Bjj Tjëmara in Bantën constant Këtela, s.; elders (o. a. in Midden-Java) aldus een Manihot-soort (Cassave) aldus genoemd.

Hout onbruikbaar.

187* DATISCEAE.

187. TETRAMELKS R. Br.

Tetrameles spec.— Winong, j. in Midden-Java zeer vaste naam| in Oost-Java of ook zóó genoemd of Binoeng, md. of Gangangan, j. — Laatstgenoemde naam in Banjoewangi en Z. W. Bësoeki.

Hout voor pakkisten. Vaak in reusachtige afmetingen.

188* CACÏACEAE.

188. Hiertoe alleen een cultuurboom:

OPimTlA Mill.

Opuntia spec. — Bij • Panaroekan in Besoeki Ei-hdjd j.; Rih-pheudjeuh, md. geheeten.

ocr page 95

(Arauackak)

(tsft—too)

— 65

18»* ARA LI ACE AE.

Ilout van ul doze soorten onbniikbanr.

lerwijl in lt;)ost-Java, speciaal in Bësoeki, do meeste boomvor-mige Araliaceae aan do inlanders nief bjj namo bekend zijn, en doze iu Midden-.)ava slechts door oiilvolen met vaste namen aangeduid worden, w orden in de Preanger deze boomsoorten goed geclassificeerd. De aldaar in gebruik zjjnde namen als Djangkhrang, s.; Ki-djatigkd-runy, s.; Panggang, s. (met achtervoegsels als P anggang-poejoe, s.); Ramhgiling, s. worden uitsluitend aan de soorten dezer familie toegekend, on de moesten door Soendaneezen van de 1'reanger onder een dezer inl. geslachtsnamen gebracht. Slechts met de veel op een Dysoxylum gelijkende Poltjscias (zie hieronder) is dit niet hot geval.

In Midden-Ja va is een Ficus-sooft, die ook Panggang, y heet; oen soendaneosche naam Panggang, s. voor een Ficus bestaat echter zoover mij bekend niet.

De in Midden-Java voor boomvormige Araliaceae gebruik zijnde inl. namen hebben in den regel elk alleen betrekking op één soort. Algemeone „geslachtsquot;- namen worden zoover mij bekend daar gemist; tenzjj de namen Gbrang, J, en Tanganan, j. die soms aan meerdere Araliaceae gegeven wordt als zoodanig aangemerkt mogen worden.

I*W. PAiVAX Jj. {Nothopanax).

Panax spec. - Panggang-tjennè, s. bij Tjibodas (Hort. liogor)

in de Preanger. Die naam locaal en onzeker. Elders

de naam meestal geheel onbekend. — In Bagëlèn op den (t. Këmbang Tjöngkrang, j.; zeer locale naam.

•00. I10RSF1ELDIV BL.

Horsfleldia spec. — Djangkórang, s. in de Preanger. — Ga boet, bij Ngëbël op den Gr. Wilis in Madioen. Elders heet het stamhout van een Alstonia en het wortelhout (der aerotropische wortels) soms ook Gaboes, j. — Górang, j. bij Soerdja in Pekalongan. — Goeng-grang, j. op den U. Oengaran in Samarang. Tn enkele streken de inl. naam geheel onbekend.

ocr page 96

(Araluoeak) — 66 — (1«1—HM»)

MM, POLYSCIAS Forst. (Eupteron).

Polyscias spec. — Inl. namen veelal wel locaal, maar toch constant en aan vele inlanders bekend. — Dëleg, j. in Samarang en Banjoowangi. — Djëliroe,j. bij l'i'ingamba in Banjoemas. — Bij Tjilatjap ? Langif, j. ot' ? Kajoc-langit, j. of ? Poeljavyan, j.; ? Djangkörang, s. in de Preanger. — Bij i'are in Këdiri constant Dj ar an, j. geheeten. — Elders meestal een andere boomsoort hiermede bedoeld.

Htü. HEPTAPLEDKUM GrAKRTN. (Paratropia).

Heptapleiirum spec. div. — Panggang, — s.; Konjingal, md.;

Tanganav, j. s.; Ramö-giling, s. — Achter den naam Panggang wordt dikwijls nog een „soortsquot;-naam geplaatst bijv. Panggang-poejoe, s.; Pang-gang-sèrèm, s.; Panggang-boeloe, s. — In Bantön op den U. Poelasari: Ramó-gentjel, s. — In de Djampangs (Preanger) Tjèrèm, s. — Op (i. Këm-bang in Bagalèn ? Sahang, j. en ? Sarahan, j.; beide zeer locale namen.

198. TUB V ESI A Vis.

Trevesia spec. — Inl. namen als Horsfieldia; echter minder algemeen bekend. Vaak zonder inl. naam. — In Ban-joewangi bij HRgadjampi ? PlenclH, j.; zeer locale naam.

I»4. AUTHKOIMIYLU H Br,.

Arthrophyllum spec. — Del eg) j. in Banjoewangi. — Ki-djang-körang, s. of Djangkörang, s. in de Preanger. — In Bagëlèn en Oost-Banjoemas Poeijangan, j. -? Langit, j. in Zuid-Banjoemas. — Fn Z. quot;W. Bantën bij Tjëmara Gdmpöng, s.

105. 19«. BRASSAIOPSIS DC. et Planch, en MA€ROPAi\A\ Miq.

— Inl. namen dezelfde als Heptapleurum.

Mijn determinaties echter nog onzeker.

ocr page 97

(COKN. — CaF'RIFOL.)

(1»7—jJOI)

— 67 —

1^7 * c 0 K iN A 0 E A K.

II»?. ALAN(iiHJ1l Lam.

Alangium spee. — Inl. iiamon aan mjj onbekend.

IOS. MARLEA Uoxu.

Marlea spec. A. — Ki-tjareult, s. iu vele streken van de Pro-anger; o. a. in de Ujampangs, bjj Tjibódas (Hort. Bogor) op den (J. Géde; bij Tjigèntèng in Tjisondari. — In Bésoeki op het Idjèn-platean ? Opas-opasan, j. — Elders dikwijls zonder inl. naam.

Hout voor stelen van bijlen gezoclit; ail.'en in nogal

kleine afmetingen.

Marlea spec. B. — Bij fantjoer op den (i, liahoeug-Idjèn in Bésoeki zonder inl. naam. — Ju Baajocwangi Koeniran, j.

Hout onbruikbaar.

I»». MASTIXIA Bl.

Mastixia spec. — Ki-tèiidjó, s. bjj Talen ka in de Djampangs (Preanger) vaste naam.

Hout voor pakkisten.

300. WSSA L. (Ag athisanthes, Geratostachy*).

Nyssa spec. — Hiroeng, s. in de Preanger; o. a. bjj Takóka in de Djampangs. Zeer vaste naam.

Hout nogal duurzaam, voor huishouw bruikbaar.

5J01* CA 1' R 1 KOU AC KA E.

401. VlUURNUJ» L.

Hout van al deze soorten onbruikbaar.

Viburnum spec. div. — Inl. namen veelal onbekend of weinig betrouwbaar en locaal. — Ki-keujeup, s. en ? Ki-

ocr page 98

(CaPRIFOL. liUJliAC.)

— 68 —

(gt;oi -

pahang-goenoeng, s. in de Djampaugs; ? Ki-bèwdk, j. bij Paugöntjöugau op den O. Qaloeuggoeng in dc I'reanger. — ? Tendilan, j. op den G. Slamat in IVgal. — ? För-kapóran, ind bij Pantjoer op den (j . Raoeng Idjèn in Besoeki —Y Ki-koekoeran, s. bij Tjbodaw (Hort. Bogor) op den G. Gëde.

203* RUBIACEAE.

'i03. SARCOCËPHALUiÜ Afzkl ;

Sarcoeephalus spec. — Gênipól, j. In Midden Java constant. — Elders de naam soms als Nauclea L.

Hout voor pakkisten,

•i08. \AUlt;JUv\ L.; VM IKM Kl'IIALl fS iiicu. (Nauclea L. (pp));

AlUVA Salisb. [Nauclea L. (pp)); STKIMIIXVXK Kouth. (Nauclea T;. (pp)).

Alle boomvormige javaansche soorten dezer geslachten gelijken in habitus, inzonderheid in de bloei wij ze en in de plaatsing der bovenste steunblaadjes zeer op elkaar.

Zij zijn voor het grootste deel samengevat ouder een der namen: Klepoe, j.; Kblpöh, md.; Angrit, s.; Tèngèh-tja-ah, s.; Tjangtja-ratan, s.; Tjarafan, s.; Djahón, j ; Klëpoe-ketèlc, j.; Kdlpdh-kéték, md.; Klampejan, j.; Gëmpö'-kêtèk, s. Vooral worden de namen Klèpoe, j. en Kölpóh, md. voor meerdere soorten gebezigd. Herhaaldelijk worden de namen vooi de eene soort echter met die van een andere door de inlanders verward.

In sommige stroken bobben eenige A'^üc/ea-soorten meer of minder vaste inl. namen, die vooral op ééne soort betrekking hebben.

NAUCLEA L. (en aanverwante geslachten).

Nauclea spec. A. — Aug ril, s. in de i'reanger een vrij vaste, aan bijna elk inlander bekende naam. — In Banjoemas bij Pringamba FClttpoe-pasir, j. en op G. Kapal Pitjisaiu

ocr page 99

(«»;{—^«t») — tüi — (Kuiuadkae)

■s. Bij Paatjoer in Bö«oeki Bilis, md. tijj. Jigëbèl op (l(;ii G. Wilis in Madioea Poendoengan, ]. — Op den (i. Poelasari in Buutfiu Tènyèh-tjaah, s. — Som» in de Preauger ook Tjangijnralan, s. geheeten.

Hout duuizaani en sterk; voor huishouw geschikt.

Nauoloa speu. B. — Klampejaii, j.; D/uImjii, s. j.; Klópdjan, tad.;

Kólpójan, md. — ? ïjanytjaratm, s. of ? Tjangtjara-tan-laoet, s. in Zuid-l'reanger in de Djampangs. — Han-Jja, s. in Z. W. Bantën en bij Palaboohan in Zuid-Preangev.

Hout voer pakkisten.

Naucloa spec, div. - lui. namen als boven onder Nauclea i'ii aanverwante geslachten vermeld zijn.

Hout vaor pakkisten.

i04. iiym kjvoihlt; tvoiv Wall.

Hymenodictyon spec. — Klepoe-óUiJt, j. bij Tjandiroeboe in Mid-

den-Samarang. Elders inl. naam onbekend.

H(rut vour pakkisten, /.oer zeldzame boom.

5J05. WKMILAMMA liAUTi.,

Wendlandia spec. — lid. namen meestal of locaal óf geheel onbekend. — ? Lbtrbk, j. op don G. TeleinüjS in -Samarang; Sépat, j. in de bergstreken van Djaparft.

Hout voor pakkisten. Niet in groote afmetingen,

iO«. WEKi:U.4 Sohrkb. {Stylocofyne (pp)).

Webera spec. — Inl, namen meestal geheel onbekend; enkele malen hier en daar bekend.' Y tioengboelang-pe,uljany, s,, in Zuid Preanger, terwijl daar Boengboelmg, s, (zonder achtervoegsel) de naam voor Fremna tomentom Willü is. Hoins lieet Webera aldaar ook, zoomede in Z. AA'. Banton ? Ki-tandoek, s.

IJont voor pakkisten. Niet in groote afmetingen.

ocr page 100

(Rubiaceae)

- 70 —

{207-Hi)

'UK, ItAMMA L. {Stylocoryne Cav. (pp); Gardenia L. (pp); Gyno-pachys Bi,.). — Inl. namen aan rajj onbekend.

Hout oiibruikbaar.

308. (.AKI)i:\IA L.

Gardenia spec. — Bij l'alaboehan in /uid-Proanfjer zonder vasten inl. naam.

Hout ? onbruikbaar.

■iOtt. PETIJNCJA DO.

Petunga spec. — Apit, j. in bijna geheel Midden- en Üost-Java een vaste naam; Ki-hapit, s. in de Preanger en in Z. VV. Bantën. — Ook enkele andere boomsoorten elders met een dezer namen aangeduid. Meestal slechts een boom heester.

Hout onbruikbaar.

310. IHIMiOSFOltA Korth. ; Guettarda L. en Vangtiiem Juss. Inl.

namen en vindplaatsen mij nog onbekend.

311. IVORA ]j. [Pavetia \i. (pp).

Ixora spec, div, — Zonder vaste inl. namen. Boomheosters; meestal slechts heesters. - Sikatan, j. in Samarang locale naam.

Hout onbruikbaar.

313. PAVETTA I..

Pavetta spec. — Brasan, j. op den O. TelemSjS in Samarang. I )eze naam echter elders aan eenige andere boomsoorten gegeven. — Ki-tj any koedoe, s. bij Pangèntjongan op den G. Galoenggoeng in de Preanger. Elders op .lava de namen veelal geheel onbekend of zeer locaal en onzeker.

Hout voor geweerkolven geschikt bevonden door den Directeur van den Artillerie Constuctie-winkel te Soe-rabaja. — Dit bout echter niet in groote afmetingen en ook niet in groote hoeveelheden te krijgen.

ocr page 101

(jJl.i tilO) 71 — (li 1' Hl Af'K A K)

ilü. U O KIM) A L.

Morinda spec. A. — Koedoe-kras, J. in Madioen en Sainarang'. Dfirfr vaste naam.

Hout bruikbaar voor .stelen van bijlen. Niet in groote aftnctingen.

Morinda spec. B. — Ménykoedoe, ml.; Tjangkoedoe, s.; Patje, j. ml.; Këmoedoe, j. - Vaste namen.

Hout onbruikbaar.

iH. PNVCJIOTKIl Ij. (Grumitea);

'''•gt;• (quot;HASAIilA Comm. {Psychotria L. (ppj);

•iHi. IJ rONA.\TllKS Hl. eu

117. AMARACAIUMiS Hr.. — Inl. namen on vindplaatsen aan mij nog; onbekend. Wellicht beliooron enkele der in de Preanger Ki-kópi, s. genoemde boomsoorten hiertoe.

•■Jis. (A\THII M Lam.

Canthium spec. 2. — lui. namen wol locaal; maar niet zelden nogal vast. — Kópèn, J. en Këmëdjing, j. in Midden-Samarang. Ki-köpi, s. bij lak oka in de Preanger.

Bij I alaboehan in /uid-Preanger Ki-kaljauy-butoe, s.; tor wijl daar Ki-katjang, s. (zonder achtervoegsel) de naam van een S trombos ia is. Ki-kanqka, s. in Z. W. Bantën bij Tjëmara; locaio naam.

Hout fijn eu nogal dunrzaaiu; alleen in kleine afmetingen.

31», SAPKOSMA Bl. en LASIAM IH N Jacq. De verschillende soorten dezer stinkende Ruhiareae heoten meestal Entoet-ëntoetan, s. of Kasimboehan, s. — De determinatie is nog onzeker.

Hout onbruikbaar.

ocr page 102

(R ü B1A (IE A K — Co MPOHIT A n)

•WO, Cultuurboomen:

CINCHONA 1.

Cinchona spec, div. — Kina, ml. j. s. lioll.; Kènah, ind.

Hout nogal duur/aam.

COIIEA L.

Coffea spec. div. — Kèpi, ml. j. s. md.; Kawo, j.; Koffie.

Hout voor wandelstokken gezocht.

PAVEITA L.

Pavetta spec, div —? Sikatan, j. in Miildon-Java.

Hout onbruikbaar.

MOItl.MIA L.

Morinda spoc. Patje, j. ml.; Menyknedoe, ml. s.; Tjang-koedne, s. ml.; Këmoedoe, j.

Kont? onbruikbaar.

221* COMPOSITA E.

•iai. VKKiVOAiA SciüiBii.

Vernonia spec. — Hambiroeug, s.; Semboeng, j.; Sëmphoeng md.

; vaste aan do meeste inlanders bekende namen. — Aangezien ook eenige andere Ftfraowio-soorten, o. a. vele heester- en kruidachtige soorten SSmboeng, j. hoeten, wordt ter onderscheiding der boomvormige soort aan den naam Sëmboeng, j. soms een andere naam toegevoegd; bijv. Sèmhoeng-dëdïk, j. in Oost-Banjoemaa; Semhoeng-gede, j. in Madioon op den Gr. Wilis; Sem-boeny-goenoeng, j. op den G. Oengaran in Samarang. Een der variëteiten van de oenige boomvormige javaau-sche Vernonia-üoon heet in de Preanger: Hambiroeng-beureum, s. — Tn Znid-Banjoemas bij Tjilatjap heet de

(,^2«—33t)

ocr page 103

(Comp.—Vacc.)

(331- 33:1)

— 73 —

boom soms Sëmhoeng-dëd'êk, j.; soms alleen Dèdëk, j. — De laatste naam wordt elders vooral aan Ficus alba Reinw. en een paar naverwante /'V^ms-aoorten gegeven.

Hout voor pakkisten goschikt en in zeer hooge bergstreken; bijv. op 1500 Meter zeehoogte ook voor huis-bouw bruikbaar. — In groote afmetingen en in sommige streken in groote hoeveelheden te krijgen.

333, AMAI'IIAIJS DC. (Gnaphalium).

Anaphalis spec. 2. — lu Midden-Java veelal Sénddriï, j. of Sindaramp;j j. Vaste namen. — Soma door locale namen aangeduid, bijv. op don G. Slamat in Tëga\?Sarasati, j.; soms bijv. op het Idjèn-plateau zonder inl. naam. — Met andere Anaphalis-soorten wordt deze soort door de europeanen weleens )avaanscli, Edelweisz genoemd, ofschoon de gelijkenis bijna alleen in de dichte witachtige beharing der bladeren, niet in de botanische verwantschap bestaat.

Hout onbruikbaar.

223* VACCINIACEAE.

33!{. AGAPËTES Don. (Vaccinium Miq. (hand L.)

Hout van al deze soorten onbruikbaar.

Agapetes spec. div. — Inl. namen meestal óf geheel onbekend of zeer locaal en onzeker. I n sommige streken van de Preanger o. a. bij Tjibódas (Hort. Bogor.), evenals enkele andere alpino boomsoorten Tjantigi, s. genoemd. Op het Idjèn-plateau in Bësoeki ? P atjar-goenoeng, j. — Op den G. Mërbaboe en G. SëndM in Bagëlèn en Samarang constant Manhredjd j. geheeten.

ocr page 104

(Myrstkacear)

(224—237)

— 74 —

224* MYRSTNACEAE.

234. MAESA Forst.

Hout van al deze soorten onbruikbaar.

Maesa spec. div. — In de meeste streken zonder inl. naam. Enkele soorten aan de inlanders bij name bekend: — Ki-piït, a. bij Takóka in do Djampangs (Preanger); Ki-oernny, s. in Banton op den Gr. Poelasari en in do Preanger o]gt; den G. Gëde. — In Bësoeki gelieel zonder inl. naam.

225. MYRSIXE L. — Inl. namen aan mij onbekend.

220. ARDIS1A Swartz. (Climacandra).

Hout der grootste soorten misschien voor pakkisten te j^ebruikeD.

Ardisia. spoc. div. — lui. ncinicn dor m0Gst(3 soorten iTiGGstnl lt;gt;1 zeer locaal en onzeker of geheel onbekend. Slechts do naam Lempeni, j. s. of Pelempëni, j., welke in de laagvlakte van Samarang, in Bantön en in Zuid-West-Preanger aan één en dezelfde species beantwoordt, maakt hierop een uitzondering. Als zeer locale namen mogen genoemd worden: ? bareubeu-kakali, s.; ? Ki-damar, s.; Ki-rësëp, s. en Ki-haroepat, s. alle 4 nainon voor één enkele soort (met cenigo variëteiten) bij Tjibodas (Hort. Bogor.); v Ki-koekoemn, s. bij Pangëntjongan op den G. Galoeng-goeng; ? Djirëk, j. op den G. Oengaran in Samarang; ? Ki-adjay, s. bij Sanggrawa in de Djampangs (Preanger) — Samparantoe, j. op den G. Këmbang in Bagëlèn; zeer locale naam. In de Preanger heet Sindora spec, aldus.

227. AEGICERAS Gaertn.

Aegiceras spec. — Troentoeng, j. bij Tjilatjapin Zuid-Banjoemas en in Zuid-Wost-Bësoeki. — Boomachtige heester; nooit een boom.

Hout onbruikbaar.

ocr page 105

(Sapotaceae)

— 75 —

(338 - 33»)

328* SAPOTACEAE.

338. CHRYSOPHYLLUM.

Hout van beide soorten voor pakkisten.

Chrysophyllum spec. A. — Selaket, j. of Tjélakèt, md. in Banjoewangi. Elders nog niet gevonden boomsoort.

Chrysophyllum spec. B. — Ki-lakëtan, s.; in de Preanger vaste naam; in Midden- en Üost-Java of zonder naam óf slechts onder onzekere namen aan de inlanders bekend.

33». SIDEROYXLOjV BL.

Sideroxylon spec. A. — Kadoe, j. of Këdoe, j. in Banjoewangi.

— In West-Besoeki Kedoe, md. of Këthoeh, md. In Këdiri bij Pare Badoet, j. of Kadoet, j. In Pëkalóngan en Banjoemas Kemit, j. — Deze namen zijn alle meer of minder constant. — In Samarang is deze soort aan dc meeste inlanders bij name onbekend; wordt daar o. a. bij Kedoengdjati soms ? Dèlèr, j.; ? Kéfjilc, j. of ? Gémblak, j. genoemd. In de Preanger en Bantën ook veelal onbekend of weinig bekend. Daar o. a.: soms ? Baloen-in-djoek, s. of liènyas-gcdèpèr, s. geheeten. Van deze namen hebben bijna alleen Kedoe, j. en Remit, j. eenige waarde. In de Preanger is er een Dios-pyros-aoort, die soms ook ? Baloenindjoek, s. genoemd wordt; terwijl daar de naam R eng as, s. (zonder of met achtervoegsel) in het algemeen aan Semecarpus- en Cr/wto-soorten beantwoordt.

Hout voor pakkisten. In zeer groote afraetingen en in nogal groote hoeveelheden te krijgen.

Sideroxylon spec. B, —r Inl. namen dezelfde als Payena spec. A (zie hieronder).

Hout onbruikbaar.

ocr page 106

(Sapotaceae)

- 76 —

(339—231)

Sideroxylon spec. C. — Inl. namen of geheel onbekend óf zeer locaal. Op het Idjen-plateau in Bdsoeki en aan Zuidkust-Preanger aan de inlanders onbekend. In Zuid-Banjoemas bij Tjilatjap ? Antoe-laoet j.

Hout voor pakkisten.

330. PALAqiJIUffl Bi anco.

Palaquium spec. A. — In Banjoewangi constant Njatoe, j.; Nja-tóh, md. of Kawang, j. geheeten. In Samarang bij Karangasëm (Grobogan) Djcmpinu, j. en Grawang, j. Misschien is de laatste een andere soort. Deze beide namen zijn aldaar ook constant. In Zuid-West Besoeki bij name aan de inlanders onbekend.

Hout duurzaam; voor huishouw. In Banjoewungi voor

gamëlans gezocht.

Palaquium spec. B. — Bij Pringamba in Oost-Banjoemas Woeroe-santëu, j.; in Zuid-Preanger bij Palaboean Ki-Véngang, s. — Beide namen alleen locaal van waarde. Zeer zeldzame boom. In den laatsten naam beteekent Ki „alsquot; ;de boom gelijkt namelijk zeer op Béngang, s. {Neesia altissima Bl.).

Hout voor pakkisten. Zeldzame boom.

331. PAYENA DO. {Bassia)

Hout van deze soorten voor pakkisten.

Payena spec. A. — In Preanger en Bantën meestal Djëngkót, s. of Djënggöt, s.; soms ook 't Njatoe, s. of ? Kakadoean, s. In ïëgal ook Dj eng leut, j. In Besoeki alleen onder zeer onzekere en zeer locale namen bekend ; bij v. md.; Eeushreusan, md. en Njaföh, md. Deze namen gelden echter ook voor eenige andere boomsoorten. — In Samarang op den GK Oengaran ook zeer locale, onzekere namen; bjjv. Saoe-goenoeng j; en Nangkahan, j. — Alleen is de naam Djëngköt, s. nogal constant. Al de andere hebben weinig waarde.

ocr page 107

(Sapot.—Ebenaceae)

(331—334)

— 77 -

Payena spec. B. — Bij Tjómara in Zuid-West-Bantën vrjj constant Pasra, s. of Kasra, s. ^ehooten.

333. MIJHuSOlVS L.

Mimusops spec. — Sa wo, j. ml.; Satvoe, j.; Saoe, j.; Sawo-djdwd, j.; Sawo-djlt;iwi, j. — Zeer vaste naraen.

Hout zeer duurzaam en fraai; prachtig meubolhout. Met So ho kling, j (Dalberg ia. lat ifolia Ro\ li.) een der beste en meest gezocht ' meubelhoutsoorten v in Java.

333. Cultuurboomen:

MOIUSOPS L.

Mimusops spec. — Tandjoeng, j. ml.

Hout voor pakkisten, Zelden gekapt om de bloemen.

ACIIRAS L.

Achras spoc. — Saoe-manila, mi. j.

Hout onbruikbaar. Boom zeer zeldzaam.

PALAqLlLM.

Palaquium spec. div. — L)c gecultiveerde sumatraansche Pala-quium- soorten waren aan de door mij ondervraagde inlanders bij name onbekend.

233 * E R li N A C E A E.

334. M A BA Forst. (Rhipidostigma)

Maba spec, div, — Behalve liierondergonoemde ü species zijn de Maamp;a-soorten aan de inlanders bjj name meestal geheel onbekend.

Maba spec. A. — Bij Poegcr in Bésoeki Loetoeng, j. of Boe-dëng, j.

Hout voor pakkisten; zeer hard

ocr page 108

(Ebenaceae)

(m-335)

— 78 —

Maba spec, B. — lu Hamaraug bij Kédoengdjati constant Bibis, j. df Bibisaii, j. — Tjantigi, s. bij Panoembahau aan Zuidkust Preanger. — Mërakan, j. bij Tjilatjap in Zuid-Banjoe-mas. Laatstgenoemde naam ook voor Dmpyros spec. B.

Hout vuor pakkisten. Zeldun in grooto afmetingen.

IMOsrYKOS L. (Cargillia; Leucuxylon) — Terwijl enkele Diospyros-fioovttin, iictzij locaal, hetzij over groote uitgestrektheden aan de inlanders onder vaste namen bekend zjjn, ontbreken de inl. namen voor andere soorten of geheel en al óf zijn die namen zeer onzeker; hetzij doordat ook andere boomsoorten met diezelfde namen aangeduid worden, hetzij doordat de boomsoort aan de meeste inlanders geheel onbekend is.

Diospyros spec. A. — Kësemak, j. ot' tiéntuk, j. in Örobogau (Samarang); —Kleyci, j. bjj Tëlawa in Soerakërta; ? Baloeny, j. in Pékalöngan bij Soebah; - Kësemëy, j. of' Sëmëy, md. in geheel Bësoeki. — Hiervan zijn alle namen constant; behalve den naam in Pékalöngan. Deze geldt elders bijv. ook voor een Casearea-soort. — In Bantën is de soort aan de inlanders bij name onbekend.

Hout voor pakkisten; niet in groote afmetingen.

Diospyros spec, B. — Kolany-kaliny-dhnykol, j. bij liagadjampi in Banjoewangi en Tókbröl, s. bjj Palaboehan in Zuid-Preanger. — Beide namen zeer locaal. In Z. W. Bantën aan do inlanders niet bij name bekend.

Hout onbruikbaar.

Diospyros spec. C. — Bibis} j.; Bibisun, j. of Kèloran, j. in Banjoewangi. In Pékalöngan bij Soebah Mërakan, j. In Z. W. Bantën Ki-mërak, s. — Met laatstgenoemden naam in de Preanger een Porfocar^ws-soort aangeduid.— Deze Diospyros-soort wordt door de meeste inlanders verward met Maba spec. B. — De vermelde namen

ocr page 109

(335—33«) — 79 — (rbenackar)

alle locaal. In sommige «treken is de boom aan de inlanders bij namo geheel onbekend.

Hout voor pakkisten. Zelden in groote afmetingen.

Diospyros spec. D. — Géntèlan, s. bij Palaboehan in Z.-Prean-ger Ki-gëntel, s. in Z. quot;W. Bantën bij Tjëmara.

Hout soms voor stelen van bijlen. Niet in groote afmetingen. Zeldzame boom.

Diospyros spec. E. — Ki-tjaloeng, s.

Hout voor pakkisten ; echter zeer hard.

Diospyros spec. F. — Ki-tjëmara, s. bij Palaboehan in Zuid-PreanR-er. Naam alleen van locale waarde. — Elders heet in do Preanger een Podocarp(«s-soort meestal aldus.

Hout onbruikbaar — Zeer zeldzame boom.

Diospyros spec. Gr. Perèlèk, s. bij Sanggrawa in do Djampangs (Preanger).

Ho\it onbruikbaar. Zeldzaam.

Diospyros spec. H. Ki-tjaloeng-mas, s. bjj Palaboehan in Znid-Preanger.

Hout onbruikbaar. Zeldzaam.

Diospyros spec. I. — ? Brdma, j. bij Tjilatjap in Z.-Banjoemas.

Hout onbruikbaar.

Disopyros spec. J. — Kajoe-ar'ém/, s. bij Pasirpandjang in Djam-pang-koelón (Preanger). — Javaansch- of Onecht-indisch-ehhen-hout.

Kernhout zeer gezocht voor wandelstokkon en handvatten van wapens. Echter bijna uitgeroeid.

330. Cultuurboomen.

Diospyros spec. — Door de europeanon soms Kaki Diospyros Knki genoemd.

Hout onbruikbaar.

ocr page 110

237*

— 80 — (337 - VÏ40)

S T YRACACEA E.

i»7. SYMPL0C0S L.

Hout van de grootste soorten voor piikkisten; der kleinere onbruikbaar.

Symplocos spec. div. — Djirak, s.; Djirag, s.; Djirak-sasak, s.;

Sasak, a.; Sariawan, s.; Sasak-badak, s.; Dj ara k-hideung, s.; Djhëk-woeloeh, s.; Sasay-goenoeng, s.; Ki-djirak, s.; Ki-glëddg, s. in de Preanger of in Banton. — In Midden-Java; Djirek, j. zonder aohter-voegsels. — In Oost-Ja va zonder vaste inl. namen. — Hij Tjibódas ('s Lands Plantentuin) in de Preanger Ki-gledök, s.

238. BRUINSMEA Boerlage et Kookders.

Brviinsmea spec. — Ki-lwemng, s. op don (ï. Karang in liet district Tjimanoek van de afdeeling Pandeglang in Bantën. Deze naam geldt daar (locaal) uitsluitend voor deze zeldzame boomsoort. Elders worden op Java ook eenige andere boomsoorten met dezen naam aangeduid.

Hout niet ? duurzaam ; voor pakkisten. Znlflzame boom.

339. STVRAX L.

Sty rax spec. — Menjan, s. ml.; Minjan, s. — Bemoëboom.

Hout voor pakkisten. Zeldzame boom; en zelden gekapt om de benzoë, die de schors oplevert.

340 * 0 L E A C E A E.

240. LINOCIEUA Sw. (Chionanthus), OLEA Linn. ; {Sterenderma), en LIGUSTRUM, L. (Visiania). — De meeste soorten dezer geslachten zijn door hun zeldzaamheid aan de inlanders bij name onbekend, of

(StyR. -Or.eaceae)

ocr page 111

(Olkac.—Apocynac.)

(340—M2)

- 81 —

zij dragen alleen /eer locale en veelal onbetrouwbare namen. Voor één soort worden door mij op verschillende plaatsen in de Preanger alleen oen 10 tal dergerljjke namen genoteerd. Vele' dier namen golden in diezelfde streek vpor andere boomsoorten. — Een paar namen van soorten, die tot do bovenvermelde 3 geslachten behooren, mogen hier vermeld worden : ? Ki-haroepat, s. bij Pangentjóngan op den Q. Galoenggoeng; ? Lë-nmh, j. bij Tjandiroeboeh in Samarang; Ki-hölèt, s. in Djampang-koelón (Preanger); Hoeroe, s. in de Preanger en Woeroe, j. in enkele streken van Midden- en Oost-Java.

241. 1'KAM KIS L.

Fraxinus spec. — Inl. naam bij Pantjoer op het Raoeng-Idjèn-

gebergte in Hësoeki: Kèthenng, md. of Kadjoeh-kè-theung, md. — Ki-dang, j. en Kajoe-kidang, j. zijn onbestemde, aan verschillende boomsoorten gegeven namen. De naam Kèthenng, md. is op de bedoelde standplaats evenwel zocr constant op het .Tang-gebergte in Besoeki (distr. Banjoc-angët) ? Poetèn geheeten. — Jamansche esch.

Hout wellicht voor liuisbonw bruikbaar; in olk geval voor pakkisten.

243 * APOCYNACEAE.

Eenige Apocijnaceae, van verschillende geslachten, die in blad veel overeenkomst hebben met Ramcolfia-mortan of met Alstonia scholaris R. Br. worden door de inlanders niet zelden door een der volgende namen aangeduid: Poele, j.; Pólaj, rad. of Lamè, s. Daarbij wordt dan veelal een achtervoegsel achter den naam geplaatst. De Apocijnaceae met andere bladeren hebben echter alle geheel andere namen bijv. Binfaró, s. en Djêmbirit, s.

ocr page 112

(apocynaoeae) - «2 - iU2-U7)

■Ui. IIUNTBRIA Roxn.

Hunteria spec. — Groeiplaats on inl. naam aan mij onbekend.

gt;4;{. CERBKltA !-.

Cerbera spec. — Binfarö, j. ml.; Bintard, s. - Zeer vaste naam.-lu enkele streken worden nog twee variëteiten ouderscheiden onder de namen Bintaró-gede, s. Bin faró-leutik, s.

Hout onbruikbaar.

•gt; i, OCIIKOSIA Juss {Lactarid).

Oclirosia spec. 2, — Beide aan de inlanders bij name onbekend;

met uitzondering van Tjilatjap, waar mij voor een dei-soorten Sdnggci-langif, j. als naam opgegeven werd. — Zeer zeldzame boomen.

Hout onbruikbaar.

345. KOl'SlA Bl.

Kopsia spec, 2. — inl. namen óf geheel onbekend óf alleen zeer locaal en dan noo- onzeker; bijv. bij Takóka in Proanger Ki-kbpi, s.; op den Gr. Slamat in Tëgal ? Djambdn, j. Met beide namen worden ook andere boomsoorten aangeduid bjj v. een paar Rubiaceae en een paar Myrtaceae. — In i'oegor bij Bësoeki is de naam geheel onbekend.

Hout vau boide soorten onbruikbaar.

gt;4»;, itAI WOLFIA \j. (Cyrtosiphonia, Ophioxylon).

Rauwolfla spec. div. — Tot de inl. „geslachtsnamen / oele, j.;

Lamè, s. of Pólaj, md. gerekend of geheel bij name aan de inlanders onbekend. Het laatste is echter minder het geval dan hot eerste. — Hiertoe behoort Pnele-pandak, j.; Pdloj-parithlc, md. van Sëmpólan in DjëmbPr (Bfsoeki).

Hout van alle soorten onbruikbaar.

247. ALSTON IA Brown.

Alstonia spec. A en B. — Poele, j.; Lamè, s.; Pölaj, md. Indien deze namen zonder achtervoegsels gebezigd worden

ocr page 113

(•gt;4,_-gt;41») — s;3 — (Ai'OOYXACIUk)

gelden zij bijaa uitsluitencl en in alle streken van Java voor een dezer twee ^1/s/owia-suorten. Deze drie namen zijn zeer constant en een er van is aan bijna elk inlander bekend. — Het hout heet in enkele streken Kajoe-yahoes, j. terwijl het weeke hout der aerotropische wortels van 2 Son ?j era lt; ia-s oor te u eveneens soms Kajoe-yaboes, j. genoemd wordt.

Hout voor pakkisten. Bijzonder liclit on zeer week; maar

niet duurzaam In zeer grouto afmetingen te krijgen.

Alstonia spoc. C. — Legavuny, j. ot Loyarunyi j. in geheel Midden- en Üost-Java aan de meeste inlanders bekend, hi West-Java weinig bekend en dadr de namen veelal locaal en onzeker. In Zuid-Preanger bij Palabochan Lamè, s. gelieeteu. — in Pékalöngan t)ij Soebah lieet't deze soort een paar zeer locale namen: Ilat-ilatan, j. ot' Bctloeny, j. — Laatstgenoemde naam wordt elders o. m. aan een paar Ctoseanct-soorten, eerstgenoemde moer algemeen aan een Ficus-soort gegeven.

Hout nogal duurzaam; voor huishouw bruikbaar.

Alstonia spoc. D. — Aan het Danoe- „meer in de atdeeling Pandeglang (Banten) constant Gaboesan, s. gciieeten. Klders beantwoordt deze naam aan andere plantensoorten.

Hout onbruikbaar. Zeer zeldzame boom

348. Oltdlll'mv Hl..

Orehipeda spec, A. Atuproe, s. ot A mproe-ba da k, s. in Djain-pangkoelön (Preanger).

Hout onbruikbaar.

Orehipoda spec. B. — Lbh-lcumbiny^ j. ot Lèr-lMniphiny■, md. in Banjoewangi.

Hout onbruikbaar.

•gt;40 I VItKUXAIinOMWA L.

Tabernaemontana spoc. — Kêiubirit, j. in Zuid-Banjoemas en Banjoewangi; Tjëmbirit, j. — In PrSbSlingga,

ocr page 114

(Ai-ocynackae)

— 84 —

(34»—^)

bij Ngëbël in JMadiocn en bij Poogör iu Z. W. Bësocki Gëmbirit, j. in Pëkalongan en N. W. Samarang. — In Oost-Banjoomas: Djëmbirit, j. ot Gembirit, j. — Bij Sëmpèlan in Djëmbër (Bësoeki) ? Lèr-kamphing, nul. — Bij Pangën-tjóngan op den Gr. Galoenggoeng in de Pre-anger ?Amproe-badak, s. geheeten. — Behalve de laatste twee namen, die meer locaal zjjn, hebben de overigen veel waarde, omdat zeer zelden ook andere boomen met een dierzelfde namen aangeduid worden.

Hout onbruikbaar.

^rgt;o. WRIOIITIA Brown.

Wrightia spec. A. en B, — Mëntaos) s. j.; Jiintaos, s.; Jiëntaos, s-j- — Vaste namen. — In Zuid-Preanger bij Palaboohan soms: Bëntaleus, s.; in Soemödang (Prcanger) Djalitri, s. (niet Djanifri, s.). — Beide laatste namen zeer locaal.

Hout voor handvatton van wapens nogal gezocht. Niet in groote afmetingen te krijgen.

351. li IC KMA Bl.

Kickxia spec. — In Zuid-Banjoemas bij Tjilatjap en in Pëka-lóngan bij Soebali Santen, j. Daar geen andere, doch elders wèl, andere boomsoorten ook aldus genoemd. — In Z. W. Bantën bij Tjëmara Ki-bënteli, s.

Hout nogal duurzaam; voor huisbouw bruikbaar. Zelden gekapt, omdat de boom zeldzaam is en het sap uit de schors een zeer gezochte inlandsche medicijn is.

353. Cultuurboomen;

PLUMERIA L.

Plumeria spec. — Sémbodjd, j.; Sëmbodja, j. ml.; Kèmbodja, s. ,j. ml. — Algemeen bekende vaste namen. — In Djëmbër (Bësoeki) Tjëmpakah-moeldjêuh md.

Hout onbruikbaar.

ocr page 115

(3iw- ■'•gt;4) — 85 — (loganiacbae)

253* LOG A N 1 A C E A E. (1)

*Vi. ItUDUUUA L.

Buddloia spec.— lui. namen meestal zeer locaal en dikwijls onbetronwbaai'. — Op (i, Sendara en Dièng Goedehnn, j. of Goetihan, j.—-Op G. Wilis in Madioon P En dj it-endptan, j'.— Veelal heester; soms boom heester.

Hout onbruikbaar.

jm FKAORAEA Thunb.

Fragraoa spec. div. — Inl. uaiueii zeer locaal, onbetrouwbaar of geheel onbekend, lücii soort liect bij Palabochan in Zuid-Preanger en in /. W. Bantën Tjatjangkoe-doean, s. of Tjangkoedoe-hadak, s. — Een andere soort lieet bij i'aiitjoer in Gésoeki Kaïnng-mangkheuh, nul. Laatstgenoemde naam daar ook aan 2 Pittosporuni-soorten gegeven — .Niet zelden ook tot het „geslachtquot; Woeroe, j. gebracht; bjjv. in Madioen. In Bësoeki soms Kajoe-tèrdnj, j.

Huut van in liantön en Z. I'reanger Tjatjangkoedoea?i, s. genoemde soort bruikbaar voor buisbouw; van andere javaansche soorten geheel onbruikbaar.

5J54, Cultuurboomen.

Fragraoa 2 spec. — Témbesoe, ml.

Hout zeer duurzaam, fraai en zeer lijn; uitmuntend voor buisbouw en meubels. — Op Java zeer zeldzaam aangeplant en hoogst zelden gekapt.

(■l)~-Hot voortgezet onderzoek naar de boomsoorten van Java heeft ra\j geleerd, dat waarschijnlijk ten onrechte Strychnos L. en Geviostoma Forst. (Zie hot Natuurk. lijdschr, v. N. I. 1. c.) in de literatuur als woudboomen-ge-slachten vermeld zijn. Beide zijn op Java waarschijnlijk niet door boom-vormige -wildgroeiende soorten vertegenwoordigd.

ocr page 116

(Hokaounaceae) '

•gt;54 * UUR A (1 l'N A C EA K.

355. ( ORIUA L.

Cordia spoc. A. — Kendal, j.; Kendal, s. — Vaste ruuuu in iic-hcel Java, aan do meeste inlanders bekend.

Hout onbruikbaar.

Cordia spec. B. — I'oernamasada, j.; lJrdman(0td°i, j. of Klimisadd, j. in Banjoewaugi en bjj Poegër in Znid-Bésoeki. \asto naam.

Hout voor wapengevesten en klein schijrnwerk ge-/oclit.

Niet in groote afmetingen, /jeldzame boono.

Cordia spec. C. — Inl. namen of meestal onbekend of locaal en van weinig waarde. Bij Palaboehan in Zuid-i'rcangei Blëndoeng-tjui, s.; daar heet een Erythrina-mort lilendoemi s. — Bij Tjilatjap Bekak, j. en in Banjoewangi, zoomede aan de Zuidkust van Djampaug-koelón in de l'reangor aan do inlanders geheel onbekend.

Hout onbruikbaar-

gt;.»«. EIIUETIA li.

Ehretia spoc. div. — inl. namen meestal onbekend. Namen als Ki-bakb, s. (bjj Takoka in do Preanger) en Ki-tèróu;/-(jëde, s. (op den ü. Göde bjj Tjibodas) hebben alleen eenige locale waarde. Eigenaardig is, dat op den Dièng een dezer soorten ? Kindal, j. genoemd wordt, terwijl elders eene soort van het naverwante geslacht constant Cordia (zie boven) dezen naam draagt. — Op liet Idjèn-plateau in Bésoeki heet oen der soorten Këndal-banjoe, j. en bij Pringainba in Oost-Banjoemas een andere: Brabo, j. Beide namen zeer locaal.

Hout voor pakkisten.

357. TCM im rOIM IA L.

Tournefortia spec. — Inl. namen zeer locaal of geheel onbekend.

— Bij Tjömara in Z. W. Bantën. Ki-hakó,, s. of Habakóan, s.

Hout onbruikbaar.

ocr page 117

(258—2«3) — ST — (SOLAN.—SfROPTi.—ÖESN.)

358* SOL ANA CE A E.

•»58. SOLA M M L.

Solamim spec. — Bij 'i^jiliodfis op den G. (xodc in do Pi'GangGV 'Peter, s.

Hout onbruikbaar.

•i5!gt;—2lt;i0. Cultuurboomen:

SOI.AM II L.

Solanum spec. Tnkoka, j. in Sanmrang bjj SHlatigfi. Eiders meestal zonder inl. naam. — Bij Takoka in de Preanger iieeteii eenigo daar wildgroeiende lieesteraehtige Sohntmn-soorton Taköka, s.

Hout onbruikbaar.

4 VIMIOMAMMM Skndtn.

Cyphomandra spec. — Tèröng-hlnnda, ml. s. — Booinheostor.

Hout onbruikbaar.

261 * SC KOP II VILA 1M ACKA K.

2«1. Mrllt;«HTIA Walt.

WiRhtia spec. — Op liet Idjèn-plateau in liësoeki soms Bögem-yoenoeny, j. geheeten. Die naam zeer locaal en sleciits aan enkelen bekend. Buiten Besoeki is deze soort op Java nog niet waargenomen. lióyèm, j. is meestal de naam voor een Sonneratia-soovt Ho\it onbruikbaar.

262* ft ES NE 111 A CE A K.

( YIITAIVIHIA FORST.

Cyrtandra spec. — Inl. namen meestal onbekend.—Boomheester. Hout onbruikbaar.

ocr page 118

(bignoniaceae) _ 88 — (2«b—305)

368* BTGNONIACEAE.

OUOWIjCM Vknt. (Calosanthes)

Oroxylum spec. — Póngpöranff, s. in goliool West-Java. — Moengli, j. of Woengli, j. in Midden Java. - In Z. W. Bësoeki bjj Poegër on in Banjoowangi Lnnang, j. of Kajoelanang, j.

Hout onbruikbaar.

l)OM( IIA\l»l((gt;\i; Seem. {Spathodea Bkaüv. (|gt;p)).

Dollchandrone spec. — Kajoe-djaran, j. in bjj na geheel Midden-on Oost-Java. — Djaran-pèlök, j. in Pëkalongan bjj Soebali. — Ki-djaran, s. in Znid-Preanger on Z. W. Banten. — Do naam Dj ar an, j. ook aan Odi-na spec, en een paar andere boomsoorten gegeven. Hout onbruikbaar.

STIlltllOsmnil U Cham. (Spathodea Beauv. (pp)). Storeospermum spec. A. — Këdali, j.; Pèdali, j.; Gédali, j.;

JMli, j. en Bedali, j.; vaste namen in bijna geheel Midden- en Oost-Java. — In West Bësoeki bij Pantjoer en Sëmpolan Kar-pötè, md. of Pó-tèjan, md. Deze beide namen ook aan een paar andere boomsoorten gegeven. — In West-Java constant Ki-padali, s. geheeten.

Hout nogal duurzaam en sterk; voor huishouw geschikt. Tn groote afmetingen te krijgen.

Steveospermum spec. B. — Zonder iid. naam in de meeste streken van Java. Soms door locale, weinig betrouwbare namen aangeduid; bijv. ? Ki-hapit, s. bjj Palaboehan in Zuid-Preanger; en ?Ambal,j.\n Oost-Banjoomas bjj Pringamba. — Soms, bijv. op den G. Slamat in ïëgal en in Zuid-Preanger bij J alaboehan met denzelfden naam als de voorgaande soort benoemd; dus Këdali, j. of Ki-padali, s.

Hout nagenoeg onbruikbaar.

ocr page 119

(20(1—308) — 89 — (Bignon.—Verben.)

200. Cultuurboompn:

CRESCEiVÏIA L.

Crescentia spec.—In Z. W. 13antöii bij Tjëmai'a Bèrnoek, s.— Inl. naam van elders mij nog onbekend.

Hout onbniikbaar.

nililil\;lt;«TO\IA L. f.

Millingtonia spoc. — In Banjoewangi Sekar-pefak, j. — Deze naam alleen locaal van eenige waarde.

Hout ? onbruikbaar.

KIOKLIA DC.

Kigelia spec. — De algemeen bekende Worstenhnom. — Zonder inl. naam.

Hout ? onbruikbaar.

267* VER BEN A CE A E.

207. GEVNSIA Hl.

GGimsia spec. — Inl. namen weinig bekend; alleen constant in de Djampangs (Zuid-Preanger); daar Oempang, s. ge-beeten. — Elders meestal door de inlanders met dezelfde namen aangeduid als de boomvormige javaanscbe Ver-nonia (zie boven).

Hout voor pakkisten.

208. CAMilCARPA L.

Hout van al deze soorten onbruikbaar.

Callicarpa spec. div. — Inl. namen of geheel onbekend öf zeer locaal en weinig bekend; bijv. in Z. W. Bantën Kntoempany, s.; — op den G. Wilis in Madioen P Gambir an, j.; — in Banjoewangi ? Br anon, j. —- Met elk dezer namen elders soms andere plantensoorten aangeduid. — Kleine boomheesters.

ocr page 120

(Verbenaceae)

(2«»—371)

— 90 —

2««. TECTONA L.

Tectona spec. — Djati, j. s. ml.; Tjhentèh, md. — In Rëmbang worden do volgende variëteiten onderscheiden: Djati-weroet, j.; Djati-ri, j.; Djati-dórèng, j.; Djati-kemhang, j.; Djati-soengoe, j.; Djati-lènga, j. ot' Djati-lisah, j.; Djati-kéjuny, j. en Djati-kapoer, j. terwijl de groote knoestvonnige uitwassen, die soms aan djatiboomen voorkomen daar en ook elders in Midden-Java Djati-gèmból, j. genoemd worden; zonder dat met laatstgenoemden naam een bepaalde variëteit bedoeld wordt. — In do Preanger bij Tómö (Soemëdang) kennen do inlanders de volgende variëteiten : Djati-kapas, s.; Djati-leutik, s.; Djati-tjoetjoek, s. en Djati-minjalc, s. terwijl diiar een jonge djatiboom Dödólan, s. gebeeten wordt.

Hout bijzonder duurzaam, zeer fraai en zeer sterk; uitmuntend voor huishouw en meubels. liet teak-hout van den handel is van een in rSritse.h-Intiië gegroeide variëteit deze soort afkomstig. Djati wordt dikwijls ook Java-teak genoemd.

370. I'imi \.V L.

Premna spec. A. — Boengboelang) s. in de Zuid-Preanger; — Boe-long, j. of' Gëmboelang,]. in Tëgal; — Bolang,j.; Boelang, j. of Boenglang, j. in Samarang en Banjoemas. — In Z. W. Bësoeki bij Poeger en in Banjoewangi Gadoengan, j. — Deze naam niet te verwarren met Gadoeng, j., met welken naam meestal Zgt;«oscore«-soorten aangeduid worden.

Hout duurzaam en sterk; voor huishouw geschikt. Niet in groote afmetingen te krijgen.

Premna spec. B. — Sing kil, j. in Z. W. Bësooki bij Poogër en in Banjoewangi een vaste naam. — In de Preanger en Bantën weinig, en alleen onder zeer locale onzekere namen bekend; bijv. Ki-soengif, s.; Ki-pahang, s.; Ki-pahang-gëde, s. en ? Binar, s.

Hout onbruikbaar.

371. (.MHUW L. Gmelina spec. —

Warèng, j. s. in Samarang en in Z. W.

ocr page 121

(Verbenaceak)

(37l-3?a)

— 91 —

iiautön. — Niuneu elders door mij nog niet geuoteerd. — Boomheester.

Huut onbruikbaar.

gt;71 VITEX L.

Vitex spec. A. — Layoendi, s. j. of Lcyoendi, j. s. — Meestal iieester; soms eeu boom.

Hout onbruikbaar.

Vitox spoc. B. — Lahan j. s.; Heuras, s.; Heas, s. of' Lëpën, md. in geheel Java vaste namen, welke vooral voor de op ,)ava meest algemeen voorkomende Vitex-soovt (V. pubes-cens VaiiIj) geldt, doch ook soms aan Vitex spec. Con I) gegeven wordt. Als locale namen dienen nog de volgende vermeld te worden: Lahan-Kètilengof Kélileng, (soms) bij Poeger in Z. W. Besoeki en (soms) bij Kedoengdjati in Samarang; — Ki-laban-cjëde s. en Laban-tandoek, s. in de Preanger; — Lahan-bërnang, j. in Z. W. Besoeki; — Laban-soemjoe j.; Laban-kapoer, j. en Laban-koenjit, j.—De laatste 3 namen gelden bij Tjilatjap in Zuid-Banjoemas voor den stamvorm met twee variëteiten.

Hout neer duurzaam, l'raai sterk en fijn; uitmuntend voor huishouw en meubels. Zeiden in groote afmetingen (bij Tjilatjap).

Vitex spec. C. — Ki-bangbara. s. in Banten en de Preanger vrij constante naam. In Samarang meestal Tilëng, j. of Kë-tilêng, of' Gentilëng, j. — De laatste naam soms ook voor de vorige en volgende soort. — Soms zonder inl. naam.

Hout bruikbaar voor huishouw; zelden in voldoende afmetingen.

Vitex spec. D, — In Zuid-West-Bantën zonder inl. naam.

Hout voor ? huishouw.

Vitex spec. E. — Bigboel, s. in de Djampangs, bij Palaboehan en bij Soemedang in de Preanger een constante naam, die voor geen andere boomsoort geldt. — In Tëgai en in Zuid-Banjoemas bij Tjilatjap Këtilëng, j. — In Samarang bij

ocr page 122

(Myiust.—Monim.)

— 94 —

(378—381)

Myristica spec. B.—In Samarang bij Ktiduongdjiiti Kiringan, ].

in Soüi'Skèi'ta bjj Télawa Klapan,'],, — in Zuid-Proanger bij Palaboehan soms Klapatjoeny, j. s. — Ln vele streken zonder inl. naam.

Myristica spec. C. — Ki-mókla, s. in de I'reanger en Bantën.

Namen in Midden- en Oost-Java onzeker en locaal ot geheel onbekend. In West-Bësoeki Theureu, md. ot Theuren-pótèh, md.

Myristica spec. div. — Sommige soorten gelieel zonder inl. naam, anderen met locale namen, weer anderen met dezcltde namen als een der voorgaande soorten: Rah, j. ot' Ka-djeng-rah, j. in Znid- en Oost-Banjoomas; — Lnka, s. of Ki-laka, s. in Zuid-Preanger en Z. W. Bantën ; — Tjoe-likët, s. in Z. W. Bantën; — Ki-1jarenlang, s. in Zuid-Preanger ; ïKakadoean, s. bij Sanggrawa in de Djampnngs (Preanger). Voorts niet zelden ook tot Woeroe, j. of Hoeroe, s. gerekend. — In Banjoewangi soms Walilcangin, j.

370. Cnltuurboomen:

Myristica spec. — Fala, ml. s.; Pdld, j.; Notenmuskaat.

380* MONIMIACEAE.

Hout van al deze soorten onbruikbaar.

380. IAHBOLU1SSA Sonn.

■ Tambourissa spec. — Inl. naam en boom aan mij onbekend.

381. KIltARA Endl.

Kibara spec. — In de Djampangs (Preanger) en in Banton Ki-koeja, s. — Elders inl. namen onbekend of onbetrouwbaar.

ocr page 123

(Lauraceae)

382* LAURACEAE.

Terwijl enkele Lauraceae aan de inlanders bij name geheel onbekend zij a en enkelen door hen met zeer constante, onderling echter (jeheel verschillende namen (bijv. Ki-lèmólc, s.; Ki-sèrèh, s.; Tangkalak, s.) aangeduid worden, dragen een zeer groot aantal soorten samengestelde namen, waarvan het eerste lid hetzelfde is. In West-Java is die eerste, die algemeeno naam Hoeroe, s.; in bijna geheel Midden-en Oost-Javn Woeroe, j.; in do door Madoereezen bewoonde streken van Oost-Java Boeroeh, nul.; in Madioen op den G. Wilis en in Prabfilingga op den G. Smeroe Njampoe, j.

Wanneer in een inlandschen boom-naam het eerste lid uit een dezer 4 woorden bestaat, dan mag men in de moeste gevallen, vooral bjj west-javaansche-namen aannemen, dat de betreffende boomsoort tot de familie der Lauraceae behoort. Evenwel zijn de gevallen, waarin ook tot andere families behoorende boomsoorten door de inlanders tot een dezer inlandsche „geslachtenquot; gebracht worden niet zeldzaam. Dit is bijv. het geval met enkele Mi/risticaceae, Euphorbiaceae, Juylandaceae, Myricaceae; in het algemeen met boomsoorten, die in habitus, bloeiwijze of anderszins op eenige der meest algemeen voorkomende typische „//oe/W-soorten gelijken en daarbij, zooals Acer spec.; Myristica spec, en Daphniphyllum 'spec, bladeren bezitten, die aan de onderzijde (evenals bij vele Lauraceae) dof-blauwachtig-grijs van kleur zijn.

Terwijl de naam Hoeroe, s. bijna uitsluitend in West-Java ia gebruik is en in javaansche landen door Woeroe,]. vervangen is, wordt in Tegal ook het woord Hoeroe, j. door de Javanen gebezigd.

Terwijl de Soendaneezen als uitmuntende plantenkenners een zeer groot aantal /Zoeroe-soorten van elkander onderscheiden en betrekkelijk weinig boomsoorten van andere families tot Hoeroe, s. rekenen, kennen de Javanen, althans die in Samarang en Madioen, slechts weinige Lauraceae, terwijl zij daarbij een groot aantal soorten van andere families ook tot hunne geslachten Woeroe, j. of Njampoe. j. rekenen. De madoereesche naam Boeroeh, md. heeft nog minder waarde. In streken, waar ik zooals in West-Bësoeki een 15—20 tal boomvormige Lauraceae vond, brachten de bewoners (Madoereezen) aldaar er slechts een 5-tal tot hun „geslachtquot; Boeroeh, md. en onderscheidden die door bijzondere soortnamen, terwijl de overigen ol geheel bij name onbekend waren of door hen met andere boom-

- 95 —

ocr page 124

(Laüraceae)

soorten verward werden. De naam Boeroeh, rad. is bjjzonder onbestemd, de namen Woeroe, j. en Njampoe,]. zjjn iets scherper begrensd en de naam Hoeroe, s. is in veel gevallen gelijkwaardig met de familie der Laüraceae.

In de Preanger en Bantën worden de volgende soorten van Hoeroe, s. onderscheiden, welke tot de Laüraceae behooren:

Hoerne-crpoe, s.; H.-batoe, s.; H.-heès, s.; H.-hóilas, s.; H.-dapoenc/, s.; H.-djamoer, s.; H.-gading, s.; H.-gambir, s.; H.-hiris, s.; H.-ka-danfja, s.; H -kamplóng, s.; H.-lcatjang, s.; H.-kdvèng, s.; H.-lenenr, s.; H.-huksa, s.; H.-madang, s.; H.-mangga, s.; H -manglid, s.; H.-meuhmal, s; H.-mèntèk, s.; H.-mèrang, s.; H.-minjak, s.; H.-pnjoeng, s.; H.-sapoe, s.; H.-sintok, s.; H.-tales, s.; H-tavtoek, s ; H-tèdjó, s.; H-tjabè. s.; H.-toemhilan s.; H.-foendoeng, s.

In Midden- en Oost-Java worden de volgende soorten van Woeroe, j. onderscheiden, welke tot Laüraceae behooren:

Woeroe-dóhbs, j.; W.-dapoeng, j.; W.-djati, j.; W.-dëdak, j.; W-.dédek, j.; W.-gedang, j.; W.-gêdóhds, j.; W.-gédawd, j.; W -gëmplbng, j.; W.-ghmhbng, j.; W.-kapoer, j.; W.-kamplong, j.; W -kemhang, j.; W.-këmploeng, j.; W.-këtèk, j,; W.-kindjeng, J.; W konjit of W.-koenjit, j.; W.-lemah, j.; W.-loefoeng, j.; W.-mangir, j.; W.-medang, j.; W.-pajoeng of W.-sóngsbng, j.; W.-petjèl,; W.-prit of Emprit, j.; W.-pingfang, j.; W.-sepat, j; W.-sëpM,}.; W.-sëmoet, j.; W.-sinfbk., j.; W.-tjèlèng, j.; W.- ? fjêmpHkiï, j.; W.-tjilirang, j.; W.-iontoej j; W.-widjèn, j.; W.-wingkd, j.

In Madioen en PrRbRlinggfi behooren de volgende soorten van Njampoe, j. tot de Laüraceae: Njampoe-gagang, j.; Nj.-gómhór, j.; Nj.-tinggi, j.; Nj.-krikil, ,j.; Nj.-gbmbóng, j.

In Bësoeki worden de volgende (en nog weinige meer) soorten van Boeroeh, md. onderscheiden, welke tot de Laüraceae behooren :

Boeroeii-pbtèh, rad.; B.-bihis, md.; B.-kheutjheuh, mi.-,'B.-mèrah, md.; B.-kmèng, rad.

Hetzij in Midden- en Oost-, hetzij in West-.Tava worden de volgende namen, waarin de woorden Woeroe, j.; Hoeroe, j.; Boeroeh, md. en Njampoe, j. ontbreken, aan eenige Laüraceae gegeven, zonder dat daarbij altijd dezelfde naam constant voor dezelfde soort

— 96 —

ocr page 125

(~8^) — 97 — (Laukaceae)

gebezigd wordt: In West-Java: TedjS, j.; Tèdja, s.; Ki-pajoeng, a.; Ki-ialeus, s.; Ki-lèdja, s.; ? Meuhmal, s. — Lu Madioen: Tnlè-snn, j.; Slasih-fjMèng, j. en Tra was, j. — In Besooki: Praheus, md.; Padjomy, md.; Tjurtjina, md.

Terwijl op Sumatra veel Lauraceae met den naam Médang, ml. of Madainj, ml. aangeduid worden, lieoteu in Z. W. Banten bij Tjëmara 2 Lauraoeeön-species ook MMang, s. nameljjk Mhlang-knpas, s. en Mëdang-hatoe, s.

Van vele, maar op verre na niet van de meeste Lauraceae, echte /ioeroe-soorle?i, is het hemt duurzaam en voor huisbouw of meubels geschikt.

Ue volgende soorten van Lauraceae hebben zeer constante inland-sclie namen; die niet zelden over zeer groote uitgestrektheden aan één en dezelfde species gegeven worden:

Soort A. — Ki-lèmók, s.; Krangejan, j.

Hout onbruikbaar.

Soort B. — Tangkalak, s.; soms ook Hoeroe-tangkalak, s.

Hout ? onbruikbaar. — Zelden gekapt om de eetbare vruchten.

Soort C. — Slasèjau, md. in West-Besooki bjj Pantjoer op het Raoeng-Idjèn-gebergte; Tëlaüh, j. in Madioen op den GL Wilis.

Hout /eer duurzaam en zeer sterk ; bijzonder gescliikt voor huisbouw. Even deugdzaam als djati. In zeer groote afmetingen te krijgen.

Soort D. — Manis-djangan, j.; Manis-tjheungm, md.; Ki-amis, s.; Kaneelhnom.

Hout onbruikbaar.

Soort E. — Adëm-ati, j. in Samarang bij Kedoengdjati en in Z. VV. Besoeki bij Poegfer.

Hout onbruikbaar.

ocr page 126

(lal'kaceaio) — 98 — (382_3*4)

Soort F. — K i-sèfèh, s.; l{i-pêdës, s. — Misschien is de laatste eeu variëteit van de eerste soort.

Hunt duurzaam en sterk; voor huishouw gezocht. In de meeste streken zijn de volwassen hoornen uitgeroeid.

Soort G-. — Ki-kadnntja, s. in bijna de gelieele Preanger een vaste naam; vooral in do Djampangs.—Bij Tjibódas ('sLands Plantentuin) op den O. Gëde soms Hoeroe-tjènipuJca, s. genoemd.

Hout voor pakkisten gesclükt, In groote af'metingeri en in sommige streken; bijv. op den G.Slamat in Tögal in groote hoeveel lieden.

Soort H. — Gëmpoer, j. in Grobogan (Samarang). — In de Preanger bjj Pangëntjongan op den G. Galoenggoen^ Hoeroe-könèny, s.

Hout onhruikhaar.

Soort I. — Hoeroe-ka tj a ny, s. in de Djampangs en vele andere streken van de Preanger bijzonder vaste naam.

Hout buitengewoon duurzaam, In groote alinetingen. Echter bijna uitgeroeid.

ïf8«. HERVmUA L.

Hernandia spec. — In Z. W. Bantën bij Tjömara Kampak, s,;

in Zuid-Preanger bij Palaboehan Binóny-laoet, s.; in Zuid-Banjoemas bij Tjilatjap Këmirèn, j,; in Baujoe-wangi Bene/kak, j.; op bet Noord wachters-eiland en enkele strandplaatsen Kêmiri-fjina, ml.

Hout onbruikbaar.

38é. Cultnurboomen:

PKRSEA Gaertn.

Persea spec. — Apokcit, ml,; Advokaat-boom.

Hout? onbruikbaar. Boom hoogst zelden gekapt om de eetbare vruchten.

ocr page 127

(384—38?) — 99 — (Lack.- Prot.—Thym.)

C'imiMOJIIJlH Bi,.

Cinnamomum spec. — Ki-umis, s. ; Manis-djmyan, j.; Geylov-fche Kaneelbüom.

Hout onbruikbaar. Boom zeer zelden gekapt om de schors, welke als kaneel aan ieder bekend is.

385* PROTEA CEA E.

385. HEL1CIA Lour.

Helicia spec. div. — Kendoeny, s. — In Midden-Java: Ken-doeny, j. of Kendany, J. — in sommige streken bijv. in Madioen op den (i. Wilis zonder inl. naam.

Hout der groote soorten voor liuisbouw. der kleinste soort onbruikbaar.

m * T 11 Y M E L A E A C E A E.

38«. AQUILARIA liAM.

Aquilaria spec. — Kajoe-garue, s.; Ga toe, s. — In West Bèsoeki heeten een paar Dijsoxylum-soorteii ook Kheuroeh, md. — In /. W. Bantön onderscheiden de inlanders 2 variëteiten: Garoe-kapas, s. en Garoe-hideuny s.

Het oude hout als het kostbare Garoe- ol Wierook-hout algemeen bekend, /.eer zeldzame, reeds bijna uitgeroeide boom.

387. GOMSTVLtS Teysm. et J5ixn.

Gonystylus spec. — Bij Plèlèn in Pékalongan Sêndarèn, j'. Deze naam zeer locaal en slechts aan enkelen beleend.

Hout voor pakkisten, /eld/aiiie boom.

ocr page 128

Sant.—Euphorh.

(^88—391)

— 100 —

388* SA ETALAGE A E.

288. SAMAM M L.

Santalum spec.— Tjenflteunah, nul. bij Lavas in atd. Panaroekaii (Bësoeki); Ec'ht-smital-hout; Tjendiïtia, j. in Beaoeki. Veelal ook Sandelhout genoemd.

Hout wulriekend, duurzaam en zeer fijn; voor li.jn schrijnwerk en wapengevesten bijzonder gezocht, liijna uitgeroeid. Alleen in kleine afmetingen.

88«. EXOCAUPUS J jAhill.

Exocarpus spec, — Tjentlieunah-kastórèh, Tjëndttnd-shnoet, j.; beide namen bij Badjoelmati in Banjoewangi. — On echt-sant al-hout.

Hout als van Santalum, doch minder welriekend. Door mij alleen in N. O. Besoeki gevonden.

290* E UP II ORBIAEAE.

■»»0. itlMDKLIA Wii.i.i). (Briedelia)

Bridelia spec. div. — Kanjèrè, s.; Kanjèrè-leutik, s.; Kanjèrè-hadalc, s.; Ki-anjèrè, s. — Knndri, j. in Samarang en Banjoemas. — In Bësoeki aan de inlanders bij name onbekend; bij Pantjoer op het Raoeng-Idjen-gebergte ? Landak, nul. genoemd. Die naam echter locaal. — De naam Kanjèrè, s. algemeen bekend en vrij constant. — Soms wordt Dendrolnmn spec, ook KanjPrè-laoet, s. genoemd.

Hout van de grootste soort, (A'aTy'm' baduk, s.) voor pakkisten bruikbaar, der overige soorten onbruikbaar.

3»1. ('LKISTJIAMINIS Hook. (Nanopetalum)

Cleisthanthus spec. — Inl. namen onbekend of zeer locaal en onbetrouwbaar. Bjj Poegër in Z. W. Bësoeki werden mij achtereenvolgens voor één en dezelfde

ocr page 129

(3fh—208) — 101 — (Euphoubiaceae)

soort 4 namen opgegeven, welke in den regel voor • andere boomsoorten gelden.

Hout onbruikbaar. Zeldzame boom.

292. EUPHORBIA L.

Euphorbia spec. — Op de eenige mij bekende vindplaats heet deze boomvormige wildgroeiende Euphorbia constant Soeroeh-kebo, j. of Soeroeh-maisa, j.

Hout onbruikbaar.

203. ACTEPIIILA Muell. Arg.;

294, HEMICYCLIA W. et Arn.;

205. OALEARIA Zoll. et Mor. ;

29«. PARACROTOIV Miq. ;

207. COELODËPAS Hassk.

De groeiplaats op Java of de inl. namen van 293—296 aan mij onbekend; van 297 bij Palaboehan in Preanger is de locale naam Këmandèn, s.

298. PIIYIJjWTIII S L.

Emblica Gaektx.; lieidia Wight; Ceramanthus Hassk; Aniso-nema A. Juss; Scepasma Bl. ; Prosorus Dalz.

Phyllanthus spec. A. {Emblica). — Kêmtdka, j.; Meliïka,].; Kem-laka, j.; AJëlaka, s.—Zeer vaste namen; aan de meeste inlanders bekend. — Mlakah, md. in N. O. Bësoeki. Hout onbruikbaar,

Phyllanthus spec, B, (Prososus) — Inl, naam meestal geheel onbekend. Bij Tjëmara in Z, W, Bantën : ?Pmtjal-kidang, s, zeer locale naam. Elders andere boomsoorten aldus geheeten.

Hout zeer fijn; waarschijnlijk voor fijn schrijnwerk geschikt; niet in groote afmetingen.

ocr page 130

(Euphorbiaceae)

(^90—:J03)

— 102 —

3«!». FLUEOfiEA Willd.

FluGggea spec. — Ini6)\ j. in Zuid-liïinjoGiuiis. — In •

Bantën bij Tjëmara Semperëm, s. - Determinatie onzeker.

Hout onbruikbaar.

300. OLOCHIDIOX Forst. (Glochidionopsis).

Gloehidion spec, div.— Marèhmèh, s.; Dempoe!, j.; hierachter komen dan de soortsnaraen; bijv. Dëmpoel-watoe j.; Dempoel-lëlet, j. — De volgende, ten deole locale namen vau G lochidion ■ soorten, werden nog door mij genoteerd: Ki-pnrè s.; Lamèr, j. in Banjoewangi en Z. W. Bësoeld; Ki-hoe-oet, s. bij Tómo en Pangën-tjongan in de Preanger; Tjaboelc, j. in Banjoewangi; Kdlëmnènc/, md. in Z. W. Besoeki; Ki-lcertas, s. bij Tjibódas (Hort. Bogor.) in de Preanger; Rëmeme, j. en Tjèrmèn, j. in Oost- en Zuid-Banjoemas; Lëmpir, j. op den G. Pandan in Madioen; Kajoe-pari, j. in Tëgal op den G. Slamat. Enkele soorten soms Woeroe, j. gelieeten.

Hout der grootere soorten voor pakkisten; der overige soorten onbruikbaar.

;t01. IMJTKWJIVA Wall.

Putranjiva spec. — Op de weinige mij bekende vindplaatsen o.a.

bij Karangasëm in Grobogan (Samarang) en bij Pan-tjoer in Besoeki aan de inlanders bij name onbekend. — Soms door locale namen aangeduid; bijv. ? La (ras, j. bij Kédoengdjati in Samarang.

Hout voor pakkisten. Zeldzame boom.

:ioa. CVCLOSTEMON Bl. {Dodecastemon).

Cyclostemon spec. — In Banjoewangi Enddg-ëndögan, j.; elders meestal Xanthophjllum spec, aldus genoemd. — Inl. namen in andere streken of geheel onbekend of locaal en onbetrouwbaar; bijv. ? Poenvuka, j bij Pringamba in Oost-Banjoemas; ? Djirak-ëndog, j.

ocr page 131

(:10a—305) — 103 — (Euphorhiaceae)

Tëlawa in Soerukërta. — In Z. W. Banton gelicel zonder inl. naam.

Hout vour pakkisten.

ItlSCHOFIA Bl.

Bischofia spec. — Gadök, s.; Giiitoengan, j.; Glintoengan, j. rad.;

Oëntoengan, j.; Glintoeng, j. — Zeer constante, aan de meeste inlanders bekende namen. — In Z. W. Banten zoowel GaddJc, s, als Gintoeng, 8. gchoeten.

Hout duurzaam en sterk; voor huis- en bruggenbouw zeer geschikt. In zeer groote afmetingen te krijgen.

APOROSA Bl. (Leiocarpus, Tetractinostigma.)

Hout van beide soorten voor pakkisten.

Aporosa spec. A. — Peuris, s. in Z. W. Bantën en in de Zuid-Preanger. — Elders o. a. in Midden-Java bij Karangasëm in Samarang onbekend.

Aporosa spec. B, — Zonder inl. naam.

:J04. nAIMIMPIIYLU M Bl.

Hout van beide soorten onbruikbaar

Daphniphyllum spec. 2. — Soms Woeroe, j. of Hoeroo, s. genoemd. Dikwijls aan de inlanders geheel onbekend. — Bjj Tjibödas (IFort. Bogoz.) in de Prean-ger ? Ki-tédja-iniijal', s. geheeten. Deze naam zeer locaal.

305. AMIIM'SMA L.

Hout der grootere soorten voor pakkisten; der overige onbruikbaar.

Antidesma spec, div, — Een paar soorten hoeten Ilneni, s. j. ;

Boernèh, md. of Woeni, j.; hetzij zonder of met een tweeden naam er achter; bijv. Woeni-laoel,

ocr page 132

(Eupiiorbiaceae)

— 104 —

(805—308)

j.; Woeni-liris, j. — Enkele soorten hebben zeer vaste namen, waarin één der 3 eerstgenoemde woorden ontbreekt; bijv.: Ki-seueur, s. bij Takoka in Preanger; Avde-andean, j. en Ande-ande, j. in Midden-Java (Pëkalóngan, Samarang, Tëgal). — Sommige hebben zeer locale namen; bijv. ? Kónjam, j. en ? Dredjeg, j. bij Tjilatjap in Zuid-Banjoemas; Könjam-pasir, j. in Tëgal bij Margasari.

30«. ItACCAIJRKA Louu. {Pier ar dia, Adenocrepis, Hedycarpus)

Baccaurea spec. div. — Këpoendoeny, j.; Poendoeng, j.; Kemoen-doeng, j.; Mèntèng, s. in Bantën; Heutjip, s. in de Z.-Preanger. — ? Tjhirek, md. bij Simpölan in Z. W. Bësoeki is misschien een andere soort. — De laatste naam zeer locaal en daarbij onzeker. Soms tot Woeroe, j. gerekend. In West-Bësoeki Këmönthoeng, md.

Hout der grootste soort (Kepoendoeng j.) voor pakkisten bruikbaar, doch om de eetbare vruchten zelden gekapt. Hout van de overige soorten onbruikbaar.

307. ELATAEKIOSPKUNUM Bl.

Elataeriospermum spec. — Tókbraj, s. in de Djampangs (Preanger) een vaste naam, uitsluitend aan deze boomspecies gegeven. — In Z.-Preanger bij Palaboehan zonder inl. naam. — Ontbreekt waarschijnlijk in Midden- en Oost-Java.

Hout voor pakkisten. Zeldzame boom.

308. ALËIJ1UTËS Forst.

Aleurites spec. — Kèmiri, j.; Këmèrèh, Miri, j.; Moentjany, s.;

— Miri, j. in soms Samarang. — De 4 eerste namen zeer vast. — Kemirèn, j. worden sommige boomsoorten geheeten, die in blad aan Aleurites herinneren.

Hout voor pakkisten bruikbaar; en voor grof' weinig duurzaam snijwerk gebezigd. Om de olie leverende zaden zelden gekapt.

ocr page 133

(ElM'IIORIilACEAK)

:ni)

— 105 --

:m ('ROTOiN Linn.

Croton spec. A. — Djarak-brdmS, j. in Madioeu op lt;leii G. Wilis bij Ngöbf)! ecu zeer vaste naam — Groeiplaats mij elders niet bekend.

Hout voor pakkisten, Doordat het, sap van de schors en takken bij aanraking der oogen blindheid veroorzaakt, wordt deze boom zeer ongaarne door de inlanders gekapt; is daarbij nogal zelzaam.

Croton spec. B. — Fërkasa, j. bij Karangasëm in Samarang (Grobogaii); Ki-djnj, s. in Bantön en in de Djampangs (l'rcangor); ? Tapèn-kébo, j. bjj Tjilatjap in Z.-liaujoemas. — Al deze namen moer of' minder locaal. — Tn sommige streken aan do inlanders onbekend. — liij Pantjoer in Bë-soeki constant Lèprak, md. geheeten. — In Grobogan (Samarang) wordt Barvingtonia Vriesei T amp; B aldus genoemd.

Hout voor pakkisten ; om de lampolie leverende zaden nelden door de inlanders gekapt.

Croton spec. C. — Tjheureuk, md. bij Pantjoer (afd. I'ana,roekan) in Besoeki. — Elders in Bësoeki en ook daar iieeten behalve deze soorf (C. laevifolium Br,.) nok Curcas L. en Ricinus Ij. evenzoo.

Hout onbruikbaar.

;tio. os rohjis Bi..

Ostodes spec. — lui. namen ot onbekend of' zeer locaal; nier zelden echter locaal nog van waarde. — Kaliki-hantën, s. i)jgt; den G. Galoenggoeng in de Preanger; ? Katodró, s. Ijjj Tjibodas (Preanger); Kémiri-sëpef, J. of' ? Tjipir, j. bjj Pringamba in Oost-Banjoemas.

Hout misschien voor pakkisten onbruikbaar.

'»1 CLAOXYMW .luss.

Claoxylon spec. div. —■ Bléketoepoek, j.; Këtoepoek, j.; Berke-toepoek, j.; Talmykoep, s. — in Banjoewangi ? Soeroe-ajnm, j.; in West-Bësoeki Katërphi, md. — De beide laatste namen locaal.

Hout van al deze soorten onbruikbaar.

ocr page 134

(Euphobbiaoeae) — 106 — (:il3—314)

■IVi. ACAliYPHA L.

Acalypha spec. — Koejam, j. of Ko/am, j, in Oost- en Zuid-Banjoemas, Madioen, Pëkalongan on Tëgal. — In Ban-joemas soms Toe toep, j. goliooten. lijj KarangasSm in Samarang: Gedrey-idjo, j. — Bij Pantjoov op liot Raoeng-Idjèn-geborgte in Besooki meestal Tötóp, aid., ,soms ? Klanglcóngan, nul. — Bij Palaboehan in Zuid-Preanger en in Bantën weinig bekende locale namen: ? Ki-tjamoen, s. ? Handjawar, s.; en ? Ki-rawaj, s. — In Banjocwangi zonder inl. naam. — In Oost-Sama-rang bij Karangasöm iieet Piptnrus spec. G'édréy, j. of Gëdrcg-poetih, j.

Hout voor pakkisten; «iet in groote afmetingen; docli

soms in groote hoeveelheden te krijgen.

.'tl3, lilllAVIA L.

Trewia spec. — Inl. namen in Zuid-Preanger, Midden-Samarang en West-Bësoeki, en waarschijnlijk ook elders geheel onbekend of zeer onbetrouwbaar en locaal. — Soms wel eens Tnetoep, j.; Tapèn, j.; Tótóp md. of Mara, s. genoemd.

Hout voor pakkisten. In zeer groote afmetingen.'

314. MA li LOT IJS {Rottier a; Plagianthera, Melanolepis.)

Mallotus spec. A, Tjalik-angin, s. in Bantën en Preanger een nogal vaste naam. — Inl. namen in Midden- en Oost-,Tava weinig zeker en slechts aan enkelen bekend; op Gr. Wilis in Madioen Toe toep, j.; op G. Oengaran in Samarang Toetoep- ? Kantjil, j.; bij Soerdjfi in Pëkalongan Walikangin, j.; bij Pringamba in Oost-Ban-joema» P Walang, j.; bij Sëmpolan in West-Bësoeki Phalikatifièn, rad. — Elders worden ïnet deze namen nog andere boomsoorten aangeduid; vooral boomen met aan do onderzijde grijs of wit gekleurde en min of meer hartvormige bladeren.

Hout onbruikbaar.

Mallotus spec, B. — Deze om zjjne, in gedroogdeu toestand, welriekende bladeren aan de meeste inlanders welbe-

ocr page 135

( F; U P1101! HF AO K iVi ;)

kende boom licet in gelieel Midden- en Ooat-Java constant: Tapèn, j md. — Soms, doch zelden worden ook nog' een paar andere Euphorbiaceae aldus genoemd. — Bjj Sanggrawa in de Djampangs (Proanger) ook Tapèn, s. geiieeten. (Mallotus fiorihundus Mukll Arg.)

Hout onbruikbaar.

Mallotus spec. C. — Toe toep, J.; Töfóp, md; beide namen meestal meteen achtervoegsel; bijv. Toetoep-awoe,].-, Tötóp-binèlc, md. — Dit achtervoegsel is echter weinig constant. — in Biintén Mara, s.—(Mallotus macrostnchyus Mi:igt;:r,i,, Aug.)

Hout onbruikbaar.

Mallotus spec. D. — Meestal als soort C genoemd; hij Poegër in Z. W. Bcsoeki onder den localen naam Padang, j. of' Padjang, j. bekend.

Hout onbruikbaar.

Mallotus spec. E. — Inl. naam in Bantën, bijna geheele Preangor en Banjoewangi geheel onbekend. — In Oost-Banjoemas met localen onbetronwbaren naam ?Katimoeroe, j. aangeduid.

Ho\it onbruikbaar.

Mallotus spec, F. — Inl. naam op de eenige mij bekende groeiplaats boven Simpar in Tögal op den G. Slamat constant Séroet, j. — In de laagvlakte van Tegal en elders in Midden- en Oost-Java beet Streblm spec, constant Sêroet, j. waarop deze Mallotus door de bladeren be-driegelijk gelijkt.

Hout voor pakkisten; in zeer groote afmetingen. Echter zeldzaam ; bijna alleen in Tögal,

Mallotus spec. G. — Inl. naam op de eenige vindplaats bij Poegër in 'A., W. Bësoeki onbekend.

Hout onbruikbaar.

Mallotus spec, H. — Inl. namen talrijk en zeer locaal, doch veelal toch bruikbaar. — Bjj Tomö in Soemödang Ki-

— 107 —

ocr page 136

JPlIORlil ACK AK)

(:H4—:Uö)

108 —

mèöny, s. on bij l'alaboehan in Zuid-Preanger zonder inl. naam. — J5ij Karangasëm in do afd. Grobogan zonder inl. naam; bij Këdoengdjati en Tjandi-roeboeh in Samarang veelal Palan, j. of' Flalan,'].; soms ook zonder inl. naam, of met namen aangeduid die meestal voor andere boomsoorten golden; bijv. Parang-dewS, j.; Ta-pèu, j.; Pendjalinan, j. ol' ? Apèn-apèn, j. bij Soe-bah in Pëkalongan; — Bij Poeger in Z. W. Bësoeki veelal mot andere boomsoorten verward; soms daar Kapasan, j.; ? Poskapusan, j. of !J Woeloeh, j. of Pa-pusan, j. gebeeten. — In Banjoewangi inl. namen zeer onzeker; daar o. a. de volgende namen genoteerd: ? Waliklar, j.; Walikangin, J.; ? Woeloeh an ^ j. en ?Tapèn, j; niet zelden aan de inlanders geheel onbekend. — {Mallatus Philippensis .Muei,i,. Ami.)

Hout voor geweerkolven bruikbaar gel leken volgens den Directeur der (reweermakerir-scliool te Meester-Cornelis. Niet in groote afmetingen te krijgen. Door de inlanders nooit gebezigd.

Mallotns spec. I. — Inl. namen óf geheel onbekend ót zeer locaal en onbetrouwbaar; bijv. ? Ki-hetripang, s. bij 'l'aknka in de Djampangs (Preanger); ? Djirak-woelan, j. bij Soebah in Pëkalongan; Djirak-tjèlèng, s. bij Karangasëm in (xrobogau (Samarang). — Determinatie onzeker; misscliien zijn onder deze letter l twee soorten door mij vereenigd. — (? Mnllotus acuminatus MrKr.i,. Ami.) Mout onbruikbaar.

M V( V 15 V \(. V Tkouaus (Mappa, Pac/rystemon).

Maearanga spec. A. — Bij Palaboeban in Zuid-Preanger: l'a-réngpèng, s.; bjj Tjëmara in Z. W. Banton Marèng-pèng, s.; deze beido namen constant. — In Oost-Banjoemas bij Pringamba; ? Toetoep-rama, j.; en bij Pandan-aroem op den GK Kapal: ? Pasoengan, j.— [Maearanga javanica Muei,!/. Arg.)

Hout onbruikbaar.

Maearanga spec. B. — In do Preanger meestal Mara, s. Soms

ocr page 137

(Eüphorbiaoeae)

-ill 7)

— 10!) —

Miira-beureum, s.; Mara-leutik, s. of Marn-lmweuni/, s. — In Midden-Java meestal Tonfoep, j.; soms Toe-toep-antjoer, j. — {Macaranya triloba Muei.l. Ai»gt;.)

Hou! onbruikbaar.

Macaranga spec. C.— Toe toep, j.; Tótóp, nul.; Mara,*. — Hot is vooral doze, en de volgende bijna even veelvuldig voorkomende Ma cara n qa-aoort, welke bedoeld wordt, wanneer van een dezer drie inl. namen sprake is. — Locaal heet vooral deze soort Toetoep-antjoer, j. (o. a. in Samarang en Pëkalongan) en Tdtóp-lakèh, nul. in West-13ësoeki. — Deze soort is aan bijna elk inlander onder een der drie vermelde namen bekend. — {Macamnya Tanarim MuEt.r.. Ar«.)

Macaranga spec. D. — Inl. niimeu als de voorgaande soort; evenwel niet zóó algemeen bekend; inzoudorhoid niet in Midden-Java. In Oost-Java bjj Pantjoer (Bësoeki), waar deze soort zeldzaam is, is zij aan de meeste onbekend, doch wordt door enkelen ook tot Tötöp, nul. gerekend. Ujj dozo soort wordt veelal achter de woorden Toe toep, j.; Tótóp, nul. of Mara, s. nog een tweede naam gevoegd om aan te duiden, dat deze soort van do voorgaande verschilt. — {Macaranga denticulala Muem.. Akg.)

(|j]illgt;10gt; Be.

ClGidion spoc. — Bij Soebah in l'ékalongan ? Dj Irak- këho, j.; bij Karangasëm in Grrobogan (Sainarang) ? Djirak-djawa, j.; bij Këdoengdjati (Samarang) zonder inl. naam.— Bij Poegër in Z. W. Bësoeki ? Tjakarajam, j.; bjj Rngadjampi in Banjoewangi ? Rrasan, j. — Al deze namen alleen locaal van eenige waarde; aangezien zjj onzeker en slechts aan enkele inlanders bekend zijn.

Hout onbruikbaar.

C11Ë1L08A BE.

Cheilosa spec. — Inl. naam bij Pringamba in Oost-Banjoemas, bjj Palaboehan (Preanger) op den G. Poelasari in Bantën en

ocr page 138

(EuPHOR Ti i ace ae)

(31?—»30)

— no -

bij Ngëböl iu Madioen aan de inlanders geheel onbekend. — Bij Pantjoer op het Raoen-Idjèn-gebcrgte in Bësoeki constant Kölèk-lapheung nid. geheeten en dadr aan de meeste inlanders bekend. De laatste naam locaal zeer bruikbaar. — Determinatie door hot ontbreken der mannelijke bloemen onzeker.

Hout onbruikbaar.

»18. «ELOmiM lioXB.

Hout van beide soorten onbruikbaar.

Gelonium spec. A. — Ki-djëroek-luoet, s. bij Palaboehan in Zuid-Preanger. — Zeer locale en onzekere naam. — Zeldzame boom.

Gelonium spec. B. — Butóran, j. op den O. Kapal in Oost-Ban-Joemas. Locale onzekere naam. Zeldzame boom.

»11gt;. IIOMAI.AMil I S A. .1 uss. (Carumbimn).

Homalanthus spec. A. — In geheel West- en Midden-Java zeer algemeen en daar constant, met uitsluiting van allo andere boomsoorten Krcmbi, s. j. of Kareumbi, s. genoemd. — In Oost-Java in Bësoeki o. a. bij Pantjoer zeldzaam en slechts aan weinige inlanders goed bij name bekend. Daar in Bësoeki meestal Tótóp, md.; Toetoeb, j. of' Toetoep, j. geheeten. —■ Bij Pantjoer (Bësoeki) soms Tótóp-lapheung, md.; ook Djarak-pati, j.

Hout voor pakkisten misseiiien bruikbaar.

Homalanthus spec. B. — In Madioen bij Ngebel zonder inl.

naam of soms ? Toetoep, J. geheeten; bij Pantjoer in Bësoeki ?Tbtop-pötèh, md. of Totop-lapheung, md. en op het Idjèn-plateau (Bësoeki): Djarak-pati-gedc j.

Hout onbruikbaar.

»30. SAPIUM R. Brown.

Sapium spec. — Tn Bantën en de Preanger constant Dawolany,

ocr page 139

(Eupuuhhiaceak)

(;i20—1133)

— Ill —

s. gehectcn; on daar aan de meeste inlanders gued bekend. —- In Midden-Java weinig, en bijna alleen under zeer locale namen bekend; bjjv. Dënvüla, j. bij Soebali in Pekalongau; ? Sembirit, j. en iüaiww, j. bij Kedoeng-djati en ? Areng-arencjnn, j. lgt;ij Karangasöm in Grobo-gan (Samarang). — In Tegal coustiint Dawolanr/, j.

Hout voor pakkisten. Niet i» gmote afmetingon.

331. KAOECARIA L.

Exoecaria spec. — Menengan, j. bij Poegër in Z. W. IJësocki en in Banjoewangi een vaste, algemeen bekende uitsluitend aan deze soort gegeven inl. naam. — Namen in Midden- en Oost-Java veelal zeer locaal: Getdh, j. bjj ïjilatjap (Znid-Banjoemas); ï Bètah, j. oi' f Bé-tahan, j. in Noord-Pèkalongan; ? Bintaos-laoet, s. bij Bale-kambang in de Djampangs (Preanger); Boeta-Jweta, ml. of Kiijoe-boeta-hoeta, ml. in sommige groote kustplaatsen. — Bjj Soembörwaroo in ÏST. O. Bësoeki Mü '(fan, nul.

Het kernhout ilieut som.s als wierookhout. Het sap veroorzaakt, wanneer het in de oogen geraukt, blindheid en de boom wordt daarom ongaarne gekapt. — Niet in groote afmetingen,

»33. SAUUülMJS,

Sauropus spec. — Imër, j. bij Ngöbël in Madioen. — Zelden een kleine boom ; meestal een lieester. — Determinatie nog onzeker.

Hout onbruikbaar.

Behalve de hierboven opgesomde species bevinden zich nog in mijne herbarium een 10-tal soorten, welke hoogst waarschijnlijk tot de Euphorbiaceae beboeren, doch waarvan door de onvolledigheid van het herbarium het geslacht door mij nog niet bepaald kon worden, De meeste dier soorten hebben geen inl. namen. Slechts bij de volgende was dit wel bet geval l'Jndóg-Êndógcw, j. bjj Tjilatjap (Banjoemas) en Heufjip, s. bjj Palaboehan in Zuid-Preanger, De laatste naam beantwoordt misschien aan Adenocrepis (= Beccaurea).

ocr page 140

(EUI'HOIUUACEAE)

Cultuurboomen:

PIIYLLAM'IIUS L.

Phyllanthus spec. — Tjërme, j. ml.; Tjënnè, s.

Hout onbruikbaar.

ltAlt;'€AIJRIiA Lour.

Baecauroa spec.— Kepocndoeny, j.; Kapoencloeny^ s.; Kepoen-doeng, ml.; Mèntèng, s.

Hout voor pakkisten. Om de eetbare vrucliten zelden gekapt.

ANTIDKSNA L.

Antidesma spec —• Woeni, j. ml. s.; Hoeni^ s.; IJoegt;')ièli, md.

Hout voor pakkisten. Om de eetbare vruchten zelden gekapt

IIEVKA Au hl.

Hevea spec. — Zondev inl. uaam.

Hout voor pakkisten? bruikbaar. Om het caoutchouc leverende sap zelden gekapt. Daarbij nog zeer weinig geplant.

JATROPHA L. (Curcas)

Jatropha spec. — Djarak, j. ml.; Djarak-payër, j. Djarak-tjim, ml. J. — De inlandschc namen van deze soort veelal verwisseld mot die van don Wonderolie-hoom (Ricinus).

Hout onbruikbaar,

( ROTOV L.

Croton spec. — Ki-mtdakiav., s. in de Zuid-Preanger. Van deze soort komt de bekende Crnton-olie. — Misschien is deze soort dezelfde als boven Croton spec. C. genoemd word.

Hout onbruikbaar; om de vruchten, die als vischvergift zeer gezocht zijn, zelden gekapt.

('OlUAKi M Rumph.

Codiaeum spec. — Kroton, hollandsch, ml.; — Poering, j. in Banjoewangi. Meestal een heester.

Hout onbruikbaar.

- 112 —

ocr page 141

(il'JH—:{3f) — 113 — (Eupii.—Urticaceak)

MAMIIOT Adans,

Manihot spec. — Op Java door dc Europeanen Caoutchouc-Ma-nihnt, genoemd. — De Cassave-Manihot blijft op Java heesterachtig on is daarom liicr niet opgenomen.

Iloui onbruikbaar. Om liet, caoutchouc leverende sap zelden gekapt.

UICINUS L.

Ricinus spec. — Dj arak, j. ml.; [Vonderolieboom of Eicinus-oliebonm. — Van deze soort wordt do Castor- of Ricinus-olie verkregen (vergelijk boven onder Jafropha).

Hout onbruikbaar.

Ill KA L.

Hura spoc. — Boeta-hoeta, ml. in Batavia.

Hout voor pakkisten wellicht bruikbaar. Aangezien het sap in de oogen geraakt blindheid veroorzaakt, wordt deze boom ongaarne gekapt. — Zeldzaam geplant.

ElIPHOltltl V L.

Euphorbia spec. — Tikèl-haloeny, J.; Kajoe-ocrip, j.; TIMisöh, md.

Mout onbruikbaar.

334* URTICACEAE.

334. CELTIS L. (Solenostigma).

Coltis spec. A. — Ki-tamiang, s. in bijna do geheele Preangcr constant. Bij Pangèntjóngan op den G. Galoenggoeng soms Ki-djeunyhil, s. — Bij Tjibodas (Hort. Bogor.) op den G, Gëde wordt beweerd, dat deze soort een soort van Kajoe-tai, s. zou opleveren; dit komt mij zeer twijfelachtig voor. Jlet eclito Kajoe-tai, ml. {Stinkhout) is door mij in Atjeli op Pocloe Bras gevonden en is wel van Celtis afkomstig, docli niet van een op Java wild-

ocr page 142

(Urticaceak)

(334—337)

— 114 —

groeiende species. — Inl. namen in Oost-Java constant: Telitig, j. op den G. Wilis in Madioen en Taritig, j.; Tarètèg, md. in Bësoeki (o. a. bij Pantjoer en Sempolan). — In Midden-Java o, a. op den ö. Oengaran aan do meeste inlanders bij name onbekend of door locale onzekere namen aangeduid.

Hout voor pakkisten. Soms in zeer groote afmetingen en in groote hoeveelheden.

Coltis spec. B. — Inl. namen zoowel in West- als in Midden-en Oost-Java of geheel onbekend of zeer locaal en onbetrouwbaar. — Vaak met andere boomsoorten verward.

Hout misschien voor pakkisten bruikbaar; niet iu groote afmetingen,

335. THEMA Br., {Sponia).

Trema spec. 2-3. — Anggroeng, j.; Anghhroeng, md.; Koeraj, s. — Vaste namen. - Bij uitzondering een dezer namen ook aan de volgende soort, doch aan geen andere boomsoorten gegeven.

Hout der (beide) grootste soorten voor pakkisten geschikt; der kleine soort onbruikbaar.

33«. PAKASPOIVIA Bl.

Parasponia spec. — Anggt iug, j. in Midden-Java. — Soms ook ? Anggroeng, j. geheoten.

Hout onbruikbaar.

337. OIRONIVIËRA Gaüdich. {Gahmpita).

Gironniera spec. A. — In Zuid-Preanger en Bantën constant Ki-boeloe, s. — In Midden- en Oost-Java door mij nog niet gevonden.

Hout bruikbaar voor pakkisten.

Gironniera spec. B. — In Z. W. IJësoeki bij Poegër en in Ban-joewangi Woeloeh, j.; Woelóh, j. of Söló, j.; in Pëkalongan bjj Socbah meestal Woelóh, j.; Woeloeh, j. of Woeloehan, j. — Met den naam Woelóh, j. wordt

ocr page 143

(Uhïicaceae)

(na?—33»)

— 115 —

in Samarang bij Kédoeng-djati dikwijls Parimrium scahrum Hassk. aangeduid, deze gelijkt in blad veel up deze Gironniem-aoort.

Hout misschien bruikbaar voor luüsbouw. Voor puk-kisten geschikt.

338. 8TltE»LU8 1 jOUU.

Streblus spec. — Sërnet, j. — In de laagvlakte van geheel Midden* on Oost-Java een zeer vaste, aan de meeste inlanders bekende naam. — Op één standplaats echter, n. 1. in de. bergstreken van Tëgal wordt een Mallotus, welke in blad bedriegelijk op deze Sreblus gelijkt, ook Séroef, j. genoemd. — In West-Bösoeki constant J'elèh, md.

Hout onbruikbaar.

330. FICUS L. [Covellia; Urosligma; Sjnoecia; Pogonotrophe).

Het aantal wildgroeiende vijgenboomen bedraagt op Java volgens mijne schatting een 00—70-tal. Bijna al die soorten hebben inland-ache namen.

Sommige dier inl. namen beantwoorden uitsluitend aan één enkele species, andere namen hebben op ecu groep van op elkaar gelijkende soorten betrekking. Het laatste is het geval mot de meeste, echter niet met alle soorten van het ondergeslacht Urostic/mn King.

In het onderstaande overzicht zal tot beter verstand van den omvang der inl. namen de rangschikking der soorten zooveel mogelijk naar die namen zelf plaats hebben. Soorten die door de inlanders veelvuldig met elkander verward en dikwijls met slechts één naam aangeduid worden, zullen daarom hier tot één groep gebracht worden.

Door hot voortgezet onderzoek der javaansche bosschen komt liet mij waarschijnlijk voor, dat de in de literatuur vermelde, on ook in hot Natuurk. Tijdschr. v. N. I. !.c. genoemde geslachten Pseudostreblus BuRM. ; Taxotrophis Bi.., Phyllo-chlyatnys Burm.; Stoet ia T. et B., Pouzolzia Gaud.; en Boehmeria .Iacq. op Java óf in het geheel niet of niet door wildgroeiende boomachtige soorten vertegenwoordigd zijn.

Door King (Ji.) worden in zijn Species of Ficus ongeveer 55 boomvormige inheemsche soorten reeds voor Java vermeld.

ocr page 144

(Urticaceae)

bijv. Boeloeh, j.; Kiara, j.; Djëralca, j.; torwjjl sommige soorten als Göndami, j.; Lóh, j.; Rëmplas,]. on/,., wolko door de inlanders slechts zelden mot andere species verward worden, hier afzonderlijk behandeld zullen worden.

Ficus spec, A. — LóJi, j.; Lo, j.; Arak, nul.; Elo, j.; Lowa, s. — Inl. naam aan bijna alle inlanders bekend en uitsluitend voor deze species gebezigd.

Hout voor pakkisten. Rechte stammen echter zeer zeldzaam. Om de eetbare vruchten zelden gekapt.

Ficus spoc. B. — Gondany, j. s ; Khoentjieueny, md ; Kbiidauy, s,; G oen (lang, j. s.; Koendany, n, — In enkele streken worden nog een paar variëteiten (of ? soorten) onderscheiden Gondang-idjo, j.; Gondang-poetih, j. en Kdndang-lèlès, s. De laatste soms alleen Lèlès, s. genoemd. — De eerstgenoemde 5 namen zijn zoor algemeen bekend en gelden bijna altijd voor ééne soort. — Door do eetbare vruchten on de uit het melksap verkregen was {Lilin-gondany, s. j.) is deze Groote was-vijgehoom aan do meeste inlanders goed bekend, Bjj ïjilatjap worden 3 variëteiten onderscheiden ; Gondang-ijarat j.; Gondang-idjo, en Gondatig-kasèh, j.

Hout voor pakkisten. In zeer groote afmetingen en in groote hoeveelheden. Om de eetbare vruchten en het was opleverende melksap in enkele streken ongaarne gekapt.

Ficus spec. C. — Ki-tjiat, s,; Awar-awar, j. — Vaste aan de moeste inlanders bekende namen. Geen andere soorten aldus genoemd. — In de Zuid-Preangcr heet een Naudea-soort Ki-tjaüf, s. — In N. O. Eösoeki Lambileung, md. of Kalang-bibavg, md.

Hout onbruikbaar.

Ficus spec. D, — IValèii, s. in geheel West-Java een aan de meeste inlanders bekende en uitsluitend aan deze soort, gegeven naam. — In Oost- eu Midden-Java of alleen onder locale onzekere namen óf geheel onbekend. — Bjj Simpar in ïëgal Köpèng, j.; bjj Ngebcl in Madioon onbekend; op

— 116 —

ocr page 145

(339) — 117 — (Urïicaceae)

den fx, Oengaran Ampelas-haivanu, j.; bij l'aiitjoer inBë-soeki Atiiphr, md. De drie laatste namen gelden ook voor iindore boomsoorten. — liij Buitenzorg soms Gamhir-oelcui, ml. gehoeten. Deze naam echter ook aan ecnige andere plantensoorten gegeven.

Hout onbruikbaar.

Ficus spec. E, - ■ ■ Rem plas, j.; in Jlidden-en Oost-Java zoo goed als nitsluiteiul aan deze soort gegeven naam. — Ampelas, s. md. meestal en indien zonder tweeden naam er achter, bijna uitsluitend voor deze bekende soort gebezigd. — Soms „Schuurhladerenquot; genoemd om de op Java voor polijsten en schuren gebruikte bladeren.

Hout onbruikbaar.

Ficus spoc. F.— Gambiran, j. bij Tjandiroeboeh in Samarang; een locaio, doch vaste naam voor deze soort, die in do Preanger bij Palaboehan Kinra-gambir, s. beet. — In sommige streken van Midden-Java tot Boeloe, j.

gerekend.

Hout onbruikbaar.

Ficus spec. G. — Lesëd, ]. in Madioen bij Ngëbel, bjj Pare in Këdiri en in Banjoewangi bij Ragudjampi Letjes, j. — Beide vaste, doch locale nanicii. Nogal zeldzame boom.

Hout voor pakkisten. In reusachtige afmetingen.

Ficus spcc. H. — Loewing, j.; Bisdrö, s. — Beide zeer vaste, aan do meeste inlanders bekende, uitsluitend aan deze soort gegeven namen. — Bjj Soombërwaroe in N. ü. Besoeki Króngröng, md.

Hout onbruikbaar.

Ficus spcc. I.— Wiladli, j.; Liïda, j.; Beunjing, s. — Sémjiól, md. of Simpöl, md. bij Pantjoer in West-Bësoeki. — De drie eerste namen zeer vast en aan de meeste inlanders bekend. Zelden met andere boomsoorten verward.

Houl onbruikbaar.

ocr page 146

(Uuticaceae)

(33«)

- 118 —

Ficus spec. J. — Karèt, s. — I!ij Palaboclum in Zuid-Preanger en in Zuid-Bantën. — Zeer vaste naam.

De boom bijmi nooit gekapt om het gomelastiek leverende melksop.

Ficus spec. K. — Ilat-ilat, j.; Lat-ildtan, j,; Jlat-ilatan, j.; vaste, doch niet uitzondering van Banjoewangi, slechts aan weinige inlanders bekende namen. — Tjhileu-kërphoej, md. in West-Bësoeki. — Pangsör, s. bij Sanggrawa on Palaboehan in de Preanger. — Deze soort soms met andere boomsoorten verward; soms tot ? TFos/w, j. of ? Boeloe, j. gerekend.

Hout voor pakkisten. In zeer groote afmetingen.

Ficus spec. L, — Sampejan, j. in Banjoewangi bij Ragadjampi; locale, doch ze or vaste naam. — Andere groeiplaats mij niet bekend.

Hout zeer geschikt voor pakkisten.

Ficus spoc. M. — Ki-kbnèny, s. bjj Pangèntjongan op den Gr. Graloenggoeng cn Ki-kantèh, s. bij Takoka in de Djam-pangs (Preanger). — Bjj PringSmbS in Banjoemas Tjëli-lhilt;j, j. — Bjj Ngöbël in Madioen en bjj Pantjoer in Besocki aan de inlanders bij name geheel onbekend. — Bij Palaboehan in Zuid-Proanger ? Kërtaoe, s. — Van alle andere javaansche i'VcHs-soortun is deze soort dadelijk te herkennen aan het zeer bittersmakende, citroengele melksap.

Hout voor pakkisten. Nogal zeldzame boom.

Ficus spec. Nquot;.— Warinyhi, j. ml. Wring in, j.; Ringin, j.; Bringèn, md.; Tjaringin, s. — Enkele malen geldt een dezer namen ook voor een paar naverwante species.

Hout onbruikbaar.

Ficus spec. O. — Hamèrang, s. of Hambèrang, s.; — Bjj Pring-amba in Banjoemas Kebek-poetih, j. — Een naverwante Ficus heet in Banjoemas Kebck, j. — Indien achter den naam Hamèrang, s. geen tweede naam staat, geldt deze bijna altijd alleen voor deze soort, welke door mij niet

ocr page 147

(Urticaceae)

(320)

— 119

oostwaarts van Satnarang is waargenomen. Door de uit liet sap gemaakte was {Lilin-hamèrnng, s.) is deze Kleine tvas-vijgeboom, aan do meeste inlanders goed bekend (Ficus fulva Reinwï.)

Hout onbruikbaar.

Ficus spec. P. — Hamèrany-minjak, s. of' Hamèrang-leutik, s.; in de Preanger. Door sommige inlanders veelal ook alleen Jiambèrang, s. genoemd. In Z. W. Banton bjj Tjëmara Ki-sohang, s. of ? Koejang, s.; bjj Palaboelian in /. Proanger Seuhang, s. — De laatste 3 namen locaal; do drie eerste algemeen in gebruik in bijna do gelieele Preanger. — In Midden-Java Kébèk, j. of Kebak, j. echter in Tëgal Kehek-bèrang, j. of ? Bèrang, j. — Beide laatste namen locaal, de twee vóórlaatste algemeen in gebruik. — In BÖsooki bjj Pantjoer Kcilóng, md.; elders heet een Sterculia aldus. In Oost-Java weinig hekend. (Firus alha Reinwt.)

Hout onbrnikbaai'.

Ficus spec. Q. — J nl. namen als de voorgaande soort Ficus spec. P. — Doze soort is in Oost-Java zeer weinig bekend. — (Ficus hiria Reinwt.)

Hout onbruikbaar.

Ficus spec, div. — Een groot aantal /^'cus-soorten van liet onder-geslaclit Urostigma Kinu worden door de Soendaneczen tot liet inl. „geslachtquot; Kiara, s. gebracht on de onderscheidene soorten door het daarachter plaatsen van een tweeden naam aangeduid; bijv. Kiara-gede, s.; Kiara-djiny-kanfi, s.; Kiara-bèas, s.; Kiara-boenoet, s.; Kicira-rambaj, s.; Kiara-tapok, s. enz. — Aan dit ondergeslacht Kiara, s. beantwoorden min of meer de javaansche namen Boeloe, j.; Amboeloe, j.; Djeraka, j.; Oëdat,].] Bêrgedat,]. (in Sa-marang); Brekat, j.; Kowaug, j.; Woenoet, j.; Seprch. j.; Prèh, j.; Iprèh, j.; Jpe, j.; Panggang, s.; Krasak, j.md.; Amphoeloeh, md. — Door het achtervoegen van een tweeden naam worden ook hier do soorten onderscheiden. Doch evenals in West-Java, worden ook in Oost- en Midden-Java sommige soorten herhaaldelijk door de in-

ocr page 148

(ürticackae)

(ittft-WI)

— 120 —

landers met elkander verwisseld en heeft daarom dikwijls alleen de eerste naam waarde.

De volgende namen werden nog' door mij vun Ficus-soorten genoteerd: Bij Këdoengdjati in Samarang; Oejnh-oejahan, j. cu Bibis, j.; de laatste naam wordt soms ook aan een Diospyros gegeven. — In de Preanger: bij Palaboe-han: Pè-èr, s. en Dmndang, s.; bij Pangèntjöngan Pèrèm/, s.; bij Sanggrawa Köpèng, s. — In Banton aan het Danoe-„moerquot; Djawaj, of Ki-dj a dj a i vnj, s. — In Bësoeki bij bëm-polan Anjang, md. en Lmujpancjhhemuj, md. — InMadioen bij Slahoeng (Panaraga) lieet ééne Ficus-soovt constant Apah-apah, j. (niet Ajxl-apu, j.), terwijl Adiï-dpd, j. in Samarang on Djapara de naam is van een kleine heester uit de familie der Leguminosae.

Niet zelden worden twee der bovengenoemde namen vereenigd; bijv. Löh-gondang, j. (Banjoewangi); Kiara-kówang, s. (Bantën) Brèkat-ipèh, j. (Djapara).

Van geen enkele der onder Ficus spec. div. genoemde soorten is het hont voldoende duurzaam om voor huis-bouw of meubels te kunnen dienen. Van sommige is het hout misschien voor pakkisten te gebruiken.

330. AVriARIS Lescuex.

Antiaris spec. A. — Autjci)'^ j• in Z. A\ . Besooki en Banjoewangi. — De gifthoom van Oost-Java.

Hout voor pakkisten bruikbaar. Sap zeer gevreesd en daarom bijna nooit gekapt. Daarbij zeer zeldzaam.

Antiaris spec, B. — Antjav^ j. in Samarang en Banjoewangi. Deze soort is niet giftig.

Hout voor pakkisten.

Antiaris spec. C. — ? Bocloc-h(tlocng; j. bij ijandi-roehoeh in Samarang. Onzekere zeer locale naam. Deze soort is niet giftig.

Hout als soort li.

331. (IhKWIV TRÉCUL.

Cudrania spoc. — Têgcrotig^ j. in Besooki. Zeer vaste uit-

ocr page 149

(ÜRTICACKAE)

(331—332)

- 121 -

sluitend aan deze soort gegeven naam. Meer klimmende heester dan boom.

Hout in de inlandsche ververij veel gebezigd. Alleen in kleine afmetingen. In veel streken de volwassen planten uitgeroeid.

333. ARTOCARPUS FORST.

Artocarpus spec. A. — Teureup, s.; Treup, s.; Terep, s.; Bend'd, j.; Kökap, md. — Alle zeer vaste, aan de meeste inlanders bekende, uitsluitend aan deze soort gegeven namen. — In Banjoewangi worden soms 2 variëteiten onderscheiden: Bënda-winykd, j. en Bendiï-loeloep,j.

Mout bruikbaar voor huisbouw; maar niet bijzonder duurzaam; uitmuntend voor pakkisten.» In zeergroote afmetingen.

Artocarpus spec. B. — Kërtaoe, s. of Kérló, s, bij Takóka in de Djampangs (Preanger). — Zeer zeldzame boom.

Hout voor 'f huisbouw. Zeldzame boom.

Artocarpus spoc. C. — Tiwoe-landak, s. bij Tjëmara in Zuidwest Bantön. Locale, vaste naam voor deze zeer zeklzame soort.

Hout voor huisbouw. Zeldzame boom.

Artocarpus spec. D. — Zonder vaste inl. naam bij Poegër en Bësoeki. Zeer zeldzame boom.

Hout voor huisbouw op Sumatra; op .lava zeer zelden gebruikt.

Artocarpus spec. P. — Sëmbir, j. bij Pringamba in Oost-Ban-joemas; onzekere zeer locale naam van deze zeer zeldzame soort (misschien dezelfde als soort D.) Hout misschien voor huisbouw bruikbaar.

Artocarpus spec. E. — Nancjlca, s.; Nanglcah, md.; Maiu/ka-lemveunc/, s.; NtinyJcd, j.

Hout duurzaam; voor huisbouw uitmuntend; voor meubels bruikbaar. Om do eetbare vruchten zelden gekapt.

ocr page 150

( Urticaceak)

Artocarpus spec. G. — Boeloe-angk8,j. in Banjoewangi bjj Litjin. — Vaste locaio naam.

Hout misschien voor huishouw bruikbaar. Zeer zeldzame boom.

Artocarpus spec. H. — l'oesar, h. of Peusar, s. bij Palaboehan in Zuid-Preangor. Locaal vaste naam.

Hout voor pakkisten.

Artocarpus spec. T, — Poeroet, s. j. bij Palaboehan in Zuid-Prcanger, bjj Tjiiatjap in Zuid-Banjoemas on bij Tjëmara in Z. W. Bantën.

Hout voor pakkisten.

333. LAPORTEA Gaudicu.

Laportea spec. div. — Brüiuluetelhoom ] Poeloes, s.; Keniadoe, j.; Këmafhoeh, md.; Lutèng, j. — Ter aanduiding der soorten wordt dan daarachter nog oen andere naam gevoegd. Deze tweede naam is veelal locaal. In enkele streken wordt één der Laportea-soovten met eon afzonderlijken naam aangeduid, waarin de eerstgenoemde 3 „geslachtsquot;-namen ontbreken.

Hout van soort A bruikbaar voor pakkisten; der overige soorten onbruikbaar.- Deze boomen worden ongaarne gekapt, doordat de bladeren even erg als ot nog erger dan brandnetels branden.

Laportea spec. A. — Pëugd, j. bjj Ngebel op don GL Wilis in Madioen. — Djingkat, j. bjj Pare iuKediri; — In Ban-joewangi Latëng-lceho, j.; bij Sfimpolan in Besoeki soms alleen Kewathoe, md. soms Kemathoe-kerboej, md. — In West-Java door mij niet gevonden. — lu Tegal zeer zeldzaam; daar weinig bekend aan de inlanders en om do gelijkenis der bladeren met Tetrameles spec. soms Winony, j. genoemd. — {Laportea peltata Gaud).

Laportea spec. B. — In Midden-Java meestal Kémadoe-kêrho, j.

of Kemadoe-maisiï, j. — In Tëgal, Banjoemas bij Prin-

— 122 —

ocr page 151

(!{:{;{—;W4) — 121! — (Uuticaceae)

gfimba Broenja, j. of Këmudoe-broenja, j. — In Tegul Kemadoe-kerbo, j. of Kemadoe-hroenpi, j. — In ücsocki bij Sëmpölan Këmathoe-kerboej, nid. of'allooii Kemathoe, md. — {Laporfea nmplissima Miq).

Laportea spec. C. — Këmadoe, j. in Samaraug, Pckalougau on Tögal. — Bij Kóflociigdjati in Saraarang Kêmadoe-këho, j.

Laportea spec. D, — Door mjj alleou in Bisoeki gevonden.

Daar lijj Sempolan constant Këmadoe-kèdang, md.; bij Ragadjampi in Banjoowangi Luténg-sapi, j. of Lat eng-(joenoeny, j. bij Poegër in /. W. Bësoeki Latëng, j. of fjateng-kidaiu/, j. — {Laportea stiinulans JIiq).

Laportea spec. E, — Bjj SomjxMau in /. W. Bösoeki Këmathoeh, md. of Kern a thoeh-kèth eu ng, md. — In Banjoemas bjj 1'ringiimbii Kctnadoe, j. — {Laportea costata Miq.)

Laportea spec. F. Poeloes, ». vaste naam in geheel Bantën en do l'reanger. — Bij Palaboehan cn Tjibódas (Hort. Bogor.) 1'oeloes-djlatrang, s. — In Midden-Java Këmadoe, j.; Kemadoe-sapi, j.; Kemadoe-kidang, j. ofil/wrfoe,j.— Bij Sempolan in Z. W. Bësoeki Këmadoeh-kódök, md. (?) j. — {Laportea oblongata Miq.)

8:J4. 1»11»TUUIIS Weijd.

Pipturus spec. A. - Ki-tjamoen, s. bjj I'alaboclian in Znid-Preanger. — Laice, j. in Banjoowangi. — Wèlatvèan, md. bij Sempolan in Z. W. Bësoeki. — Jn Samaraug bij KMoong-djati ? Trëmbësi, j. — Bjj Kaï'angasëm in Gro-bagan Gëdrëg, j. — In Madioon bij iSTgëbel Toetoep-icësi, j. — In Tcgal tot Toetoep, j. gerekend om de groote gelijkenis der bladoren op do echte Toetoep, j.-soorten.

Hout onbruikbaar.

ocr page 152

(Ukticaceae)

(:m—:W8)

— 124 —

Pipturus spec. Br — Ki-hciiyxtGHV) 8* in OGndjoon^-koclon in /, \V. Ban ten. Zeer zeldzame boomheester. Naam alleen locaal van waarde. (Zio verder Leucosyke). — Determinatie onzeker.

Hout onbruikbaar.

33;). VlM l ltKlM V Gaud.

Villobriinea spec. — Nany si, s.; Djoeruny, in West- en Midden-Java. — Vaste alg-emceu bekende namen. — Bij Pan-tjoer in Besoeki Pëlangkóngan, md.; locale naam.— Bij Sëmpölan in Z. W. Besoeki ; Markalmaran, md. Eveneens locale naam. — Niet zelden, vooral in de lagere streken, inlandsche naam onbekend.

llont onbruikbaar.

.m. JIAOUTLi AVedd.

Maontia spec. — In Midden-Java meestal Walik-citijifii ]• (evenals eenige andere boomsoorten). — Op sommige plaatsen daar echter onder locaio namen bekend: Prèngpèng, j. in Oost-Banjoemas en Znid-Pekalongan; KSbenfër, j. bij Simpar in Tègal — Ki-beunteur, s. in de Preanger; evenals Leucosyke spec.

Hout onbruikbaar.

337. UKBREfiBASIA Gaud.

Dobregeasia spec. — Ki-lónydh, s. in de Preanger bij Pangon-tjongan. — Tóngóh, j. in Tegal op den G. Slamat.— In Madioen bij Ngöböl ? Mentjoegan, j. — Bij Pan-tjoer op bet Raoeng-Idjèn geb. in Besoeki Tentjógan, in(l. — At deze namen zijn weinig bekend en locaal.— In Midden-.Iava soms ? Oerang-oerangan, j. Aldus cchter ook andere boomsoorten soms genoemd.

Hout onbruikbaar.

338. liEUCOSVKK Z. et M.

Leircosyke spec. 2.— Ki-heunieur, s. in de Preanger; bij Pala-boehan echter ? Ki-paraj, s. De eerste naam nogal

ocr page 153

138) — 125 — (Urticaceae)

constant en iilgemeen, do laatste onzeker on weinig . bekend. — Bij Nogbel in Madioon Walilcangin,].— Bij Tjilatjap in Banjoemas: Prèngpèng^. — Bij Pring-Punba in Banjoemas Mlanfjoyan, j. — Bij Soerdja in Pëkalongan Parèngpèng-këbo, j.

Hout van beide soorten onbruikbaar.

Cultuurboomen:

Artocarpus spec. A. — Kloewih, j. en Soekoen, j. Du laatste is een variëteit van de eerste zonder zaden. — in West-Busoeki heet Kloewih, j. steeds Kblór, nul. — In de Preanger lieet Kloewih, j. steeds Kaleuwih, s. of Timhoel, terwijl Soekoen, j. dadr eveneens Soekoen, s. genoemd wordt. — {Artocarpus incisa Linn. f.)

Hout voor pakkisten; om de eetbare vruchten zelden gekapt.

Artocarpus spec, B. — Verschillende variëteiten, bjjv. Nangka, s. en Nangka-boehoer, s.; Nangka, j. en Nangkiï-fjèlèng, j.; Ndngkü-hoeboer, j. — In Z. W. Bantën: Nangka-salak, s.; Nangka-boeboer, s. en Nanyka-tjangkoewang, s. — {Artocarpus integrifolia L.)

Hout als Artocarpus spec. E.

Artocarpus spec. C. — Tjëmpëdak, s. ml. Uitsluitend in West-.lavn. {Artocarpus polyphema Pers.)

Hout voor pakkisten; om de eetbare vruchten zelden gekapt.

Morus spec. — Bahasaran, j. ml. s. — Javaansche Moerbei-boom.

Hout onbruikbaar; om ile eetbare vruchten zelden gekapt.

Broussonotiji spec. — In Madioen bij Piinaraga; Kajoe-gloegoe, j. Locale vaste naam. — Elders heet do stam van sommige palmsoorten Gloeyoe, j.

Hout onbruikbaar. Om de schors, welke bij I'anaraga in Madioen tot fabricatie van »javaanschquot; papier dient, zelden gekapt. Alleen in Madioen veel aangeplant.

ocr page 154

(JUOLAXDAC.—MYRICAC.)

(!{!19—.140)

— 12G —

JiSO* JUGLANDACEAE.

ENGEIJIARDTIA L.

Hout van al deze soorten voor pakkisten. Soms in

groote afmetingen en groote hoeveelheden te krijgen.

Engelhardtia spoc. div. — Ki-hoedjnn, s,; Ki-keper, s.; beide iu de Preanger nogal algemeen bekende en nogal vaste namen. Soms met locale namen bijv. bij Tjibódas op den G. Gcde Ki-soerèn, s. — ; met andere woorden gelijkend op Soerèn, s. {Cedrela spec.) — In Midden-Java meestal met een der volgende namen aangeduid ; Mdrdsuwd, j. in Madioen bij *Ngebel. — Klimnsau'H, j. of Mcsïiwa, j. in üost-Banjoemas. — Mcsawa, j. in Madioen, Banjoemas en Zuid-Pekalongan. — Sawft, j. op den Dièng in Bagalèn. — Gringging, j. in Tegal op den GK Slamat.

— In Bësoeki aan de inlanders meestal bij name onbekend; soms met loealen, aan weinigen bekenden naam Kalipapa, j. op het Idjèn-plateau. — In Samarang op den G. Oengaran: Worroe-sawa, j.

— De bovenstaande namen beantwoorden in Oosten Midden-,Java alle aan één soort; in West-Java aan 2 of 3 soorten. Op Takóka (Preanger) heet do eeno soort Ki-lcëper, s. en de andere Ki-hoedjan, s. — Elders worden in do Preanger een dezer beide namen voor dezelfde soort gebezigd.

B40* MY1UCACEAE.

t

340. 1»IYRI(;A L.

Myrica spec. — Inl. namen in de meeste streken of geheel onbekend of zeer locaal en weinig bekend. Slechts op den G. Sëndara heeft do soort een aan de meeste inlanders bekenden vasten naam, nl: Pitjisan, j. Echter

ocr page 155

— 127 — (Mvuro.—Satjc.—Curm,.)

wordt in Üost-ISanjocmas soms ook Nauclea lanceolata Bi:, aldus genoemd. Locaio namen: Woeroe-hontU, j. op don G. Praoe in Pëkalongan; Manglcoan, j. op den GK Mörbaboe in Samarang.

Hout onbruikbaar.

341* SALTCACEAE.

.'{41. Iliortoo alleen een cultuurboom:

SALIX L.

Salix spoo. — Op den O. Dièng Kajoe-tjoemeti, j. op den G. Galoenggoeng Ki-rölan, s. — Javaansche wilg of Jnvaanschc. treurwilg.

Hout onbruikbaar. Zeidon geplant.

342* C1J1MJLT KEU AE.

(lUERCUS L. (Lithocarpus).

Hout van do moesto javaansche eiksoortcn voor liuis-bouw uitmuntend geschikt.

Quercus spoc. div. — Bijna alle Hoorton worden constant Pasnng, j. s. (in Midden-Oost- en West-Java) Kasang, md. ol' Masang md. (in Oost-Java) genoemd. Die naam beantwoordt dus vrij wol aan hot geslacht Quercus, L. — Door het daarachter plaatsen van oen tweeden naam warden do soorten door do inlanders onderscheidon; bijv. Pasang-kajang, s.; Pasang-bódas s.; Pasang-djambè, s.; Pasang-tjèlèng, s.; Pasang-parèngpèng, s.; Pasang-batoe, s.; Pasang-lawe, j.; Pasang-tangdga, j.; Pasang-haloeng, j.; Masang-hinèlc, md., enz. — Bij liet bezigen dezer inl. „soortsnamenquot; bobben echter meestal zooveel vergissingen plaats en bestaan zoovele locale verschillen,

(:{40 -«48)

ocr page 156

(Cu^ulu'erae) — 128 — .'{quot;ÜJ)

dat het raadzaam is als regel aan te nemen op deze namen niet voor de determinatie der speciesnamen te vertrouwen. In het gebruik van den „geslachtsnaam'

vergist de inlander zich echter zóó zelden, dat do namen

Fasancj, j.; Kasany, md. en Masanc/, md. zoo goed als ^

altijd alleen aan ^werews-soorten beantwoorden.

Er zijn echter een jjaar Qwercws-soorten, welke namen dragen, waarin die geslachtsnamen steeds of meestal ontbreken; bijv. do volgende: Boetaroewa, s.; Kajari;/,

s. en Tangóf/ó, s. in de Preanger; Mranak,]. of Pranak,

j. op den Gr. Praoo in Pëkalongan en don G. Moeria in DjaparR; W ra kas, j. bjj Ngeböl in Madioen.

34». CASTANOPSIIS Spach. {Castanea).

Hout van al de javaansche kastanje-boom voor huis-bouw meer of minder geschikt; van Ki-hioer, s. en Toenggeureuk, s. zelfs zeer geschikt. — Sanintën, s.

wordt ongaarne gekapt, omdat de zaden eetbaar zijn.

Castanopsis spec. div. — Voor elk dor 4 — 5 soorten, welke van ^

dit geslacht op Java wilgroeiend voorkomen hebben de inlanders geen gemeenschappcljjken naam; maar alle worden met afzonderlijke namen aangeduid,

waarbij dikwijls de oene soort met de andere verward wordt. Inzonderheid is dit het geval met de in de Preanger Toenggeureuk, s. en Kalimbröt, s.

genoemd soorten. Het minst komen vergissingen voor mot Ki-hioer, s.; Rioeng-anak, s. of Ki-rioeng,

s. en Sanintën, s. of Sarangan, j. — De laatste naam kan in Midden-Java slechts aan één soort beantwoorden n.1. aan Castanea argentea 13l.,

omdat zoover mij bekend is, dit aldaar de eenige Castanea-soovt is. In de Preanger -en in Banten wordt wel is waar deze soort bijna altjjd Sanintën,

s. genoemd en vergissen de inlanders zich zelden in den naam van dezen boom, wanneer hij vruchten draagt (doordat dit op Java de eenige eetbare kastanjes zijn) maar in het tijdperk, dat de boom alleen bladeren draagt, wordt deze species door hen

ocr page 157

(Cüpul.—Onetaceak)

— 129 —

(!M3—344)

niet zelden met een der andere CWawea-soorten verward. Bij het geven van den naam Ki-rioeny, s. of Rioeng-anak, s. (soms ook op het Pèngalèngan-piateau JJjara-anak, s.) vergissen de inlanders zich zelden, doordat deze soort o. m. zich nogal gemakkelijk laat herkennen aan het groot aantal jonge loten, welke den stam voet meestal omgeven (en waarnaar de boom ook door de inlanders zóó benoemd is).

Tn het algemeen hebben de hierboven vermelde namen toch veel waarde, aangezien men bijna altijd zeker kan zjjn, dat het soorten zijn van het geslacht Cantanea. Het zijn dus min of moer geslachtsnamen.

De in Midden-Java op don G. Praoe Mranak, j. genoemde boomsoort, welke door Miquel in zijn Flora Ind. Bat. nog tot Castanea Gakbtn. gerekend wordt is door King in zijne laatste werk over Cupuli-ferae tot het geslacht Qnercus gebracht (zie boven).

Bij Sanggrawa (Preanger) vond ik nog een eigenaardige Castanopsis-soovt, welke aldaar onder den localcn onzekeren naam Tjèngal, s. bekend is. Die naam beantwoordt elders ook aan een paar andere boomsoorten.

344* GNETACEAE.

344. «\ETUM L.

Gnetum spec. — Tang kil, s. j.; Ki-tang kil, s.; Mlindjo, j. Mc-linjo, ml. — In Banjoewangi heet de boom, Bagoe, j. of soms ook Bagör, j. (? md.). De eerste naam geldt echter meestal voor do schors (Loe/oep-6flyoe, j.) Do vruchten heeten daar Mlindjo, j.; de bloemen Tjengkarang, j.; dc bladeren Söh, j.—In DjaparS. hc(it do boom Trang-kil, j. — De naam Ki-tankil, s. geldt soms ook voor een paar andore boomsoorten.

Hout onbruikbaar; zeer zelden gekapt om dc voortouw gebezigde schors en de eetbare vruchten en bladeren.

ocr page 158

(CONrFERAE)

345* CONIFER AE.

345. POnOCARPIJS L'. HÉR.

Podooarpus spoc. A. — In de Prcangcr mccstiil Ki-tjêmara, s.

(l)jjv. bij Tjibodas op den G. Gödo) of Djamoedjoe, s. (bijv. in do Djampangs). lijj Pangontjongan in do afd. Limbangan Ki-hadès, s. I )o boido oorste namen goldon uitsluitend voor dozo npocios. (Podocarpus cupressina R. Bit.) — Op don G. Slamat in ïëgal Tjemara, j.; elders heetou Casmrina-soovten aldus. — In Madioen bjj Ngdbël Tjëmdrd-tikoeng, j. locaio naam. — In Samarang op den (■. ()ongaran Tjëmdrd-rante, j.; — in Bösooki bij Pantjoer op het Raoorr-Idjen-geborgte Tjemarah-hinèlc md.; do beide laatste locale namen.

Hout duurzaam fijn en zeer fraai; voor huishouw en meubels uitmuntend geschikt. In reusachtige afmetingen en groote hoeveelheden te krijgen.

Podooarpus spec. B, — Bij Takoka in de Djampangs (Prcangcr) Ki-malèlct, s. — In Banton bij name geheel onbekend.

Hout fijn en duurzaam; voor huishouw en meubels* Zeldzame boom. Niet in ^roote afmetingen.

Podooarpus spoc, C, D. (on E ?). — Inl. namen voor deze soorten vaak do oen voor don anderen gebezigd. In enkele streken worden twoe soorten echter goed uit elkander gehouden; bijv. bjj Pangontjongan op den Gr. Galoonggoeng in do Proanger Ki-merak, a on Ki-bima, s. — Do overige namen zijn : Ki-poetri, in do afd. Tjandjoer (Proanger); Bima, j. bjj SocrdjS in Pókalongan; Ki-lilin, j. bjj Tjibodas in do Proanger; Mttrakan, j. bjj Tjilatjap in Z.-lianjocmas; Melela, j. op don Cr. Slamat in Tëgal on den G. Praoc in Pdkalongan; ? Kajoe-lëc/èn, j. op don G. Oengaran in Samarang; Ki-pantjar, s. — Op den G. Galoonggoeng in do Proanger; Radin, j. bij Pantjoer in Bë-soeki; Kajoe-faoen, j. in Tcgal op don G. Slamat; Ki-sè-èl, s. bjj Sanggrawa in do Djampangs (Proan-

— 130

ocr page 159

(Conifer.—Cycadac.)

(345—.147)

— 131 —

ger). — Do u.iani Kajoe-taoen. j. geldt elders meestal voor allerlei soorten van hout behalve Djati, j. (zoogenaamd wildhout). — Do inl. namen in Midden-en Oost-Java zijn voor deze soorten dikwijls geheel onbekend en evenzoo do uitmuntende eigenschappen van het hout van sommige dezer soorten. — Velo der genoemde namen gelden ook voor andere boomsoorten.

Hout van de ^rootsto dezer soorten voor huisbouw geschikt; van de kleinste soort (Ki-hima, s.; Ki-merak, s.: Radin, rad. van Pangèntjongan) voor hnisbouw bruikbaar,

;M0. Cultuurboomen.

\(gt; V I II In Salisb. (Dammarn).

Agathis spoc. — Dammar, ml.

Hout voor ? huisbouw. Zelden gekapte sierboom.

AKAI CJAUIA J'uss.; CIJIMMlSSliN L. en een paar andere uitlieemsche Coniferengeslachten komen op Java in tuinen van Europeanen of in aanplantingen van het Bosch wezen gecultiveerd voor. Daarvan hebben de meeste geen inl. naam ot' worden Tjïmara, ml. genoemd, evenals Casuarina-soovten.

B47* CYCADACEAE.

347. CYCAS Linn.

Cycas spec. — Pakis-adji, j. in Banjoewangi. In het algemeen worden verschillende varens Palcis, j. genoemd.

Hout onbruikbaar.

ocr page 160

(Liliac.—Palmac.) — 132 —

348* LI LI AC E A E.

348. (OltnVLIVi: Comm.

Covdyline spec. div. — Lu do Preauger: Hmjoewang-kasintök, s. bij Sanggrawa; Hanjoewany, s. bij Palaboebau. — Soewanykoeng, s. in Z. W. Eantén. —• Locale on weinig bekemlo uameii. Inl. naam dikwijls onbekend.

Hout onbruikbaar.

349* PALMACEAE.

349. VIM.CA L.

Aroca spec. div. — Pinctny, s.; Djamhe, j.; Pènang, nul.

Hout nagenoeg onbruikbaar.

350. PT1 CIlOSl'Ell JIA, La hill.

Ptychosporma spec. div. — Bimbing, j. ; Bidji, j.; Lembidji, j.;

Anjaivar, j.; Menjawar, j.; Pènang-rantèh, ind. — Elk dezer namen geldt voor meerdere soorten van dit geslacht. — Op liet Pèngalèngan-plateau Bingbing, s.

Hout onbruikbaar.

351. OIVCOSPEIÖIA Blüme.

Oncosporma spoc. — Gendiwoeng, j. bjj rjilatjap in /. Ban-joemas een vaste naam; — Jiirang, s. aan Zuidkust van Djampang-koelón (Preauger).

Hout zeer duurzaam; voorj huisbou w gescliikt.

353. CARYOTA L.

Caryota spec. A. — Soewctnghang, s. op hot Pcugalengan-pla-teau in de Prcanger, — Soewangkoeng^. of Sëmangkèng, j. in Tegal on Banjoemas.

Hout misschien voor huisbouw bruikbaar. Zeer zeldzame boom.

(348—353)

ocr page 161

(Palmaceab)

(352—356)

— 133 —

Caryota spec. B. — Géndoeroe, j.; Khënthoeroeh, md. — In Zuid-Banjoemas soms ook Soe wang koene/, j. — De eerstgenoemde vrij algemeen bekend en bijna alleen voor deze soort geldend.

Hout onbruikbaar.

358. CORYPHA L.

Corypha spec. — Gehang, j. — De jonge bladeren (waaruit touw gemaakt wordt) heeten in Banjoewangi Hojjel, j. of Hagël-gUang, j. — Tarigan-gebang, j. of Tank-gehang, j. heet in Banjoewangi een uit een jong blad vervaar-vaardigd regenscherm.

Hout onbruikbaar.

354. LIVISTOM R. Brown.

Livistona spec. 2 - (Pi 3. — Sadang, j. s.; Sadèng,].; Sading, j.;

— zeer vaste, uitsluitenrl voor soorten van dit geslacht geldende namen.

Hout in Z. W. Bësoeki veelvuldig voor huishouw gebezigd; duurzaam onsterk. Van de in Buntën groeiende soort schijnt mij het hout minder deugdzaam toe.

355. HOR A (SS I S L.

Borassus spec. — Siwalan, j. in Midden-Java; Tal, j. iu Üost-Java (Bësoeki) en Thriboeng, md. in Bésoeki. — Tjaoe-tal, j. heet in Poegër (Z. W. Bësoeki) een drank uit het sap van deze boomsoort vervaardigd; Angga-tal, j. of Angga, j. heet ddar de uit den stam van Borassus verkregen Hago.

Hout alleen voor goten bruikbaar.

356. COCOS L.

Cocos spec — Klapa-sara, j.; Klapa-sara, s. in Z. W. Bantën en in Banjoewangi aan de Zuidkust van liet schiereiland PoerwPi; is de eenige inbeemsche CVos-Hoort van Java; wellicht de stamvorm van C. nucifera L. (zie hieronder cnltuurboomen).

Hout onbruikbaar.

ocr page 162

(Palmaceae)

(357—358)

— 134 —

357. ARBNGA Labill.

Arenga spec. A. — Arèn, j. — lu Banjoewangi Lirang, j. — In Zuid-Preanger Arèn, s. of Kawoeng, s. (1)

Voor sommige deelen van dezen boom bestaan bij de JaYanen en Soondaneezen eigenaardige uitdrukkingen. Bekapte stam: Roejoeng, j. s.; — blad met bladsteel, in zijn geheel: Papah, j. of Palapali, s.; middenneif der bladslippen: Süda, j. of Njèrè, s.; de stamvezels: Doek, j. of Indjoelc, s.; — schrijfstiften uit de dikke vezels vervaardigd: Soeivd, j. of Havoepat, s.; tondel uit de jonge bastvezels gemaakt: Kawoel, j. of Locnglueng^s.', stamtop met de nog niet ontloken bladeren Pbndöh-arèn, j. of Oemhoet-kawoeng, s.; — de gemeenschappelijke bloemsteel Lengen, s.; — bloemen: Dangoe, j. rijpe vruchten: Tjaroeloek, s. of Kolang-kaling, j.; het sap dat uit den afgesneden bloemsteel vloeit: I/egen, j. oi Lahang,

8. j_touw uit arèn-vezels gemaakt: Tali-doek,; Tam-

hang-indjoek, s.; Tcili-indjoek, s. of Genwetoe, ml.

Hout voor goten zeer geschikt; blijkens voorwerpen op de tentoonstelling van 1893 te Batavia voor meubels bruikbaar; echter niet fraai. Voor wandelstokken nogal veel gebezigd.

Arenga spec. B. — Lang kap, j. s. — Zeer vaste naam.

Hout voor lansstelen gezocht.

358. Cultuurboomen.

ARECA L.

Areca spec. - Pinang, a. j. ml.; Thjeumphèh, md.; Djamhe, j. Hout bruikbaar voor goten (vtalangquot;).

METROX1LON ROXB.

Metroxylon spec. - Kiraj, s.; Sago-palm, - In Bantën ook verwilderd.

Hout nagenoeg onbruikbaar.

(1) Arëng, j. is de javaansche naam voor houtskool.

ocr page 163

(Pai-m.—Pandanaceae)

— 135 —

(358—350)

COCOS L.

Cocos spec. — Klapa, s. ml.; Kramhil, j.; h'/apa, j.; Njör,ind. zijn do vaste namen voor deze soort. Om do verschillende doelen van deze boomsoort aanteduiden bezigen de Soendaneezcn en Javanen de volgende termen:

De stam Gloeyoe, j. of Tangkal-klapa, s. — Groen blad met den bladsteel (in zijn geheel): Papah, o( Falapah, s.; — oud verdord blad met den steel (in zijn geheel): Blarak, of' Baralal', s.; — stengeltop met de nog niet ontloken bladeren: Pëndóh, j. of Oemoet, s.; — bladsteel, waarvan de bladeren afgenomen zjjn: Bloengkany, j. — middennerf vau de bladslippen: Sada, j.; Lirli, j. of Njèrè, s.; — groene bladslippen: Djanoer, j. en de halfontwikkeldo, nog gele (jonge bladeren: Djanoer-koeninc/, j.; ■— bloem, j.: Mangy ar, j.; — bloembekleedselen : Munijoeng, j.; Angkoep-sekar, j'. of Sintjoeng, s.; —Stamper: Bloeloek, j. ■,—zeer jonge vrucht Tjèngkèr, j. of Tj eng kir, s.;—bijna rijpe vrucht Degan, j. of Dawëgan, s.; —geheel rijpe vrucht Klapa, \.; Krambil, j. of Kalapa, s.; — Klapperdop (binnen-vrucht-wand) Ba tok, s. of Batok, j.; — vezelige bast van de Klapa-noot (midden- en buiten-vruchtwand): Se pet, j. of Tepes, j. Tapas, of Tjangkang-klapa, s.

Hout zeer weinig duurzaam; voor zeer tijdclijken huis-en bruggenbouw en ook voor ruwe meubels bruikbaar.

359* PANDANACEAE.

359. PANDANUS L.

Pandanus spec. div.— Pandan, j.; Pandan, s.; hierachter een inl. soortnaam; bijv. Pandan-laul s. — Badoer, s. in Z. quot;W. Bantën in Oedjoengkoelon bij den Tjiboenar; is de grootste javaansche Pandanus. — Tjangkoewang, s. nogal vaste naam in de Preanger voor een in de bergstreken groeiende soort Hout onbruikbaar.

ocr page 164

(gramineak)

— 136 —

(360—365)

360* GRAMINEAE.

Do javaanschc /Jflrwiioe-soorten behooren tot de geslachten:

360. KAMKUSA Schreb. ;

361. «IGANTOCHLOA Kuuz;

363. OXYVAIVTIIKRA Munro. ;

363. DËNDROCALAIHUS Nees. en

364. SC1I1/0STAC11YUJ» Mees.

Alle öamioe-soorten worden door de inlanders op Java constant tot een der volgende „geslachtenquot; gebracht: Bamboe, ml.; Awi, s.; Pring, j.; Dëling, j. en in Hanjoewangi soms ook Djadjang, j.

Bij Buitenzorg worden o. m. de volgende soorten onderscheiden Awi-koening, s.; Awi-fali, s.; Awi-awoer, s.; Aivi-andóng-gömbóng, s.; Awi-andöng-lea, s.; Awi-tamiang, s.; Awi-aler, s.; Awi-bitneng, s.; Atvi-hideung, s.; Awi-tjina, s.

In Z. W. Bantën bij Tjomara: Awi-hiloeng, s.; Awi-hidemg, s.; Awi-majang, s.; Awi-fjnngkètèk, a.; Awi-boeloe, s.; Awi-boenar, s.; Awi-ajêr, s.; Awi-toetoel, s.; Awi-haoer, s.; Awi-bavgkónöl, s.; Atvi-lèngka, s.; Awi-tamiang, s.; Awi-kapas, s.; Awi-ater, s. en Awi-haoer-geulis, s.

In Banjoewangi: Djadjang-pring, j. (de Pring-tali, j. of Pring-apoes, j. van Midden-Java); Djadjang-hètoeng, j.; Djadjang-öri, j.; Djadjang-bènèl, j.; Djadjang-serit, j.; Djadjang-woeloeh, j.; Djadjang-gading, j.; Djadjang-ampèl, j. Behalve Djadjang-gading, j. {Gele bamboe) groeien al deze soorten iu Banjoewangi in het wild.

Mits langdurig uitgeloogd zijn vele der grootere bamboesoorten niet alleen voor tijdelijk, maar ook voor meer blijvend imteriaal bij huisbouw geschikt.

365. Gecultiveerde soorten.

De meeste der in 364 genoemde soorten worden op Java algemeen door de inlanders aangeplant. Op de talrijke nog zeldzaam of niet op Java gecultiveerde prachtige japansche /iamèoe-soorten (zie L. van de Polder in het Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem van Maart 1894 en zie verder het Tjjdschr. Nijv. en Landb. Ned. Indië 1894) is sedert kort de aandacht gevestigd.

ocr page 165

(360-368) — 137 — (Filices)

366* FILICES.

De boomvarens van Java behooren tot een der volgende geslachten: 866. ALSOP11ILA Brown.

367. CYATHEA Smith, en

368. BALAimUM Kaulf.

Zij worden in Midden-Java Pakis-galar, j. of Galar,j.-, — in West-Java Pakoe-tihang) s. en in Bësoeki (Oost-Java) veelal evenals de vele kruidachtige en heesterachtige varen-soorten, alleen Paleis, j.

Hout voor huishouw. Alleen in kleine afmetingen. Sommige soorten zijn, mits in het gebergte gebezigd, zeer duurzaam.

ocr page 166
ocr page 167

1 N D E 'X

DER

F A M I L I É N. (l)

Ampelidaceae 05 *. Anacardiaoeae ll-t*. Anonacoao 7 *. Apocynaceae 'ii'i*. Araliaceae 189*. Bignoniaceao 263*. Bixaceae 15*. Boragiuacoae 25-1*. Burseraceao 74*. Cactaceae 188*. Capparidaceao 13*. Caprifoliaceac 201*. Casuarinaceac 3-13*. Celastraceao 93*. Combrotacüae 164*. Compositao 221 *. Coniforao 345*. Cornacoae 197*. Cupuliferae 342*. Cycadaceae 347 *. Datiseaceao 187 *. Dilleuiaceao 1 *. Dipterocarpaeeao 36 *. Ebenaceao 233*. Elaoocarpaccae 60 *. Euphorbiaceao 290 *. Filices 366 *, Geraniacoao 62 *.

Gesnoriaceae 262 *. Gnetaceao 344 *. Gramineae 360*. Guttiforao 23*. Haraamelidafieao 150*, Hypericaceae 22 *. Ilicaceae 92 *. Juglandaceae 339*. Lauraceao 282 *. Leguminosae 123*. Liliaccae 348 *. Loganiaceae 252*. Lythraceao 178. Magnoliaceae 3 *. Malvaceae 30 *. Mclastomaceao 174*. Meliacoao 78*. Monimiaooae 280 *. Moringaceao 149*. iMyricacoae 340*. Myristicaceae 278*. Myrsinaceae 224 *. Myrtacoae 167*. Nyctaginaceao 276*. Olacaeeae 89.

Olcaceao 240*.

Palmao 349*. l'andauaceao 359 *.

Passifloraceao 186 *. l'lttosporacoae 20 *. Polygalaeeaö 21*. Proteaceao 285*. Rhatnnaceae 74*. Rhizophoraceae 160*. Kosaceae 150*. Rubiaceae 202*. Rutaceao 64 *. Sabiaceae 113*. Salicacoao 341*. Samydaceao 184 *. Santalaeeae 288 *. Sapiudaceao 96. Sapotaceae 228 *. Saxifragaceae 155*. Scrophulariacoao 261 *. Simarubaceae 72*. Solanaceao 258*. Sterculia'ceae 45 *. Styracaceao 237 *. Ternstroemiaceae 27 *. Tliymelacaceao 286*. Tiliaceae 55 *. Urticaoao 324 *. Vacciniaceao 223 *. Verbenaceae 267 *. Violaceae 14*.


(1) De nummers achter do op blz. 138—147 genoemde familie-namen geven niet de bladzijde, maar het vet gedrukte volgnummer van den tekst aan.

ocr page 168

-.....Hi

.

- I

ocr page 169

T

T

■

1

INDEX

DER

LATIJNSCHE NAMEN.

Acacia Willd. 144.

Araaracarpus Bl. 217.

Acalypha L. 312.

Amherstia Wall. 148.

Acer L. 109.

Araoora Rxb. 80; 85.

Acer spec. 282 1.

Ampelidaceae 95*.

Achras L. 233.

Anacardi aceae 113; 114*

Acrouodia Br,. 61.

Anacardium 121; 170.

Acronychia Forst. 68.

Anaphalis Schultz. Biigt;. 222.

Actephila Muell. Ana. 293.

Atiisouema A. Juss. 298.

Adenanthera L. 142.

Anomasanthos Bl. ^0.

Adina Salisb. 203.

Anoua 12.

Adinandra Jack. 29.

A ii o ii a c e a e 7; 11 *.

Aegiceras Gaertn. 227.

Anthocephalus Rich. 203.

Aeglo Correa. 70.

Antidesma L. 323 305.

Afzelia Sm. 136.

Antiaris Leschen. 330.

Agapetes GK Dos. 223.

Apocynaceae 242*.

Agathis Salisb. 346.

Aporosa Bl. 303.

Agathisanthes Bl. 200.

Aquilaria Lmm. 286.

Aglaia Lour. 80, 83.

Araliaceae 189*.

Ailanthus Desf. 73 a.

Araucaria Juss. 346.

Alangium Lam. 197.

Ardisia Swartz 226.

Albizzia Durazzini 136.

Areca L. 349.

Aleurites Forst. 308.

Areca spec. 358.

Aleurites moluccana Forst. 87.

Arenga Laiiill. 357.

Allium 115,

Arthrophyllum Bl. 194.

Allophyllus 98.

Artocarpus Forst. 332.

Alsodeia Thouars 14 «.

Astronia Bl. 174.

Alsophila Brown. 365.

Averrhoa L. 62.

Alstonia 64; 190; 182.

Averrhoa spec. 63.

Alstonia 11. Brqwn, 247.

Avicennia L. 274.

Alstonia scholaris 1{. Br. 242*.

Azadirachta A. Juss. 79.

Altingia Noronua 159.

Baccaurea Lour. 306; 323.

1

ocr page 170

- 142 —

Baccaurea spec. 323.

Balantiura Klf. 367.

Bambusa Scureu. 360. Barriiigtonia Vriesei T. ot B. 309. Barringtonia Fokst. 171.

Borassus L. 355.

Bassia L. 231.

Bauhiuia L. 134, 148.

Bennotia Miq. 16.

Bergsmia Br,. 16.

Itig'iioniaceue

Bischofia Bl. 303.

Bixa spec. 19.

Bixaceae 15*.

Bixa Orellana L. 60.

Blackwellia Jüss. 185.

Bombax Linn. 41.

Ito rag'i na ccac 254 ♦.

Borassus L. 355.

Bouea Br,. 117.

Brachypterum Bentu. 128.

Brassaiopsis D.C. ot Plancii. 195.

Bridolia Wn.ld. 290.

Brovissonetia 338 *.

Browtiea Jacq. 148.

Brucea Mill. 73.

Bruguiera 166, 161, 160.

Bruinsmea Boekl. et Koout). 238.

Buchanania Rxn 114.

Buddleia L. 252.

B u r s e r a c c a e, 74 *.

Butea Rxb. 125.

Caesalpinia L. 148.

Cactaceac 188*.

Callicarpa L. 268.

Calpandria 34.

Calophyllum Linn. 25.

Calosanthes Bl. 263.

Calysaccion 24.

Camellia spec. 35.

Camellia LrxN. 34.

Campnospertna 119.

Canauga Bl. 8.

Canariopsis 76.

Canarium L. 76.; 80. Canthium Lam. 218. C a )i a r i (I a c e a e 13*. Capparis Linn. 14; 13.

Caprifoliaceae 201*.

Capura Bl. 104.

Carica L. 186.

Carallra Roxti. 163; 160*. Carapa Auisl. 87.

Cargillia 285.

Carumbium Reinwt 319. Caryophyllus 170.

Caryota L. 352.

Casearia Jacq. 184.

Casearia spec. 184; 235. Cassia L. 148, 132. Castauoa Gakrtn. 343. Castanea argentea Bl. 343. Castanopsis Scach. 943. (Jasua rinaceae 343*. Casuarina Fokst. 343 «. Casuarina spec. 346. Cedrela Linx. 88. Celastraceae 93*. Celtis L. 324.

Coramanthus IIassk. 298. Ceratostachys Bl. 200. Cerbera L. 243.

Ceriops Arn. 162; 160. Chasalia Comm. 215. Cheilosa Br,. 317. Chionanthus L. 240. Chisocheton Br,. 80; 81. Chrysophyllum 228. Cinchona L. 220.

Citrus spec. div. 71. Claoxylon Juss. 311. Clausena 67.


ocr page 171

143 —

Cloidion Bl. 31G Cleisthanthus Hook. 291. Cliraacandra Miq. 226.

Cocos L. 356; 258. Codiaeum Rumpii, 323. Coolodepas Hassk. 297. Coftba L. 220.

Colocasia 45.

Columbia Pehs. 57. Combretaceae 1G4*. Commersonia Forst. 53. Commersonia spoc.'Gl.

Compos if. ae 221 *. C'onifenie 345*.

Coakia 66.

Copaifera L. 148.

Cordia L. 256, 254. Cordyline Comm. 348. Coniaceae 197*. Corypha L. 353.

Covellia Miq. 329,

Crataeva 14.

Cratoxylon Bl. 22; 25. Crescentia L. 266.

Croton Linn. 323, 309. Crudia ScitREn. 138. Crypteronia Br,. 99; 180. Cudrania Tréoul. 331. Cupania L. 99.

Cupressus L. 346.

Cu pul i ferae 342*. Curcas L. 309.

Curcas Griseb. 323.

Cyathea Smith. 367.

Cycas Linn, 347. Cycadaceae 347*. Cyclostemon Bl. 302. Cynometra ramiflora Miq. 7 Cyuomotra L. 140; 148. Cyphomandra Sendtn. 260. Cyrtandra Forst. 262. Cyrtosiphonia 246.

Dalborgia L. 126.

Dammara Link. 346. Daphniphyllum Bi.. 304. Daphniphyllum spec. 282. Datisceae 187*.

Debregeasia Gaud. 337. Decaspermum Forst. 169. Dendrocalaraus Nees.

Dendrolobium 123; 291.

Dorris Lour. 128.

Dosraodiuin Desv. 123.

Dialium L. 133.

Dialium indum L. 129. Dicrostachys Dc. 143. Didyraochiton 80.

Bill«! ii i a c e a e 1 *

Dillenia Linn. 2.

Diospyros 236; 235; 229. Diplospora Korth. 210.

H1 p f c r o c a r p a c e a e 3 G *. Dipterocavpus Bl. 36.

Discostigma 23.

Dittolasma Hook f. 96. Dodecastemon Hassk. 302. Dodonaea L. 110.

Dolichandrone Seem. 121; 264. Doona Thw. 38.

Dracontomclum Bl. 76; 80; 107; 119. Duabanga Hmlt 181.

Durauta L. 275.

Durio Linn. 42.

Dysoxylum 189; 286.

Dysoxylum Bl. 80, 81; 85; 107. EI» e ii a c e a e 233 *. Echinocarpus Blume 60.

Ehretia L. 256.

E1 a e o c a r jt a c e a e GO *. Elaeocarpus Bl. 61.

Elaeocarpus dentatus Eeinwt. 61. Elaeocarpus obtusus Bl. 61. Elaeocarpus spec. div. 71. Elataeriospermum Bl. 307.


ocr page 172

— 144 —

Emblica Gaertn. 298.

Engelhardtia L. 339.

Epicharis 80.

Erioglossum Bi.. 97.

Erythrina L. 148, 124.

Erythrina spec. 255.

Eucalyptus L' Héu. 173.

Eugenia spec. 20.

Eugenia L.

Euonymus L. 93.

Euphorbia 184.

Euphorbia L. 323, 292.

Euphorbiac. 282; 290 ; 322.*

Eupteron Miq. 191.

Eurya Thunb. 28.

Eurycoma longifolia Jack. 94.

EviaCoMM. 118; 122.

Evodia Forst. 64.

Exocarpus Labill. 289.

Exoecaria L. 321.

Fagraea Teiünb. 253.

Fagraea spec. 255.

Feronia Coerea. 69.

Ficus L. 189; 329.

Ficus alba Rwt. 221.

Filiccs 365*.

Flacourtia Comm. 16.

Flacourtia spec. 19.

Flueggea Willd. 299.

Fraxinus L. 241.

Galearia zoll. et Mor. 295.

Galumpita Bi,. 327.

Ganophyllum Bi.. 102.

Gardenia L. (pp) 206, 207.

Garcinia Linn. 23.

Garuga Rxb. 74.

Gelonium Rxb. 318.

Geniostoma Forst. 255.

Oeraniaeeae 62*.

Oesneriaceae 262*.

Geunsia Bl. 267.

Gigantochloa Kurz. 361.

Gironniera 150.

Gironniera Gaud. 327.

Glochidion Forst. 115; 300. Glochidionopsis Bl. 300.

Gluta L. 229; 116.

Glycosmis Corr. 67.

Gmclina L. 271.

Gnaphalium 222.

fiiiietaceae 344*.

Gnetum L. 344.

Gomphandra .Wall, 90. Goniochiton 80.

Gonystylus Teysm et Binn. 287. Gordonia Eli.ts 33. (liramiiieae 360*.

Grewia 184.

Grewia Linn. 56.

Grumilea 214.

Guatteria 9.

Guazuma spec. 54.

Guettarda L. 210,

Guttiferae 23*.

Gymnosporia W. et A. 93. Gynopachys Bl. 207.

Gynotroches Bl. 164.

Gyrocarpus Jacq. 165. Haematoxylon L. 148. Hamamelidaceae 159*. Harpullia Rxb. 108.

Hartighsia 80.

Hedycarpus Jacq. 306.

Helicia Lour. 285.

Hemicyclia W. et Arn. 294. Henslovia Wall. 180. Heptapleurum Gaertn. 195, 192. Heritiera Ait. 47.

Hernandia L. 40.

Hernandia sonora L. 40.

Hevea Aubl. 323.

Heynea Rxb. 86.

Hibiscus Linn. 39.

Hibiscus spec. 40; 44.


ocr page 173

— 145 —

lloraalanthus A. Juss. 319,

Homalium Jacq. 185.

Horsfioklia Bl. 193; 190; 193.

Hunteria Rxb. 24:2.

Hura L. 323.

Hydrangea L. 155.

Hymeuaea L. 148.

Hymenodictyon Wall. 204.

Hy 1»ericaceae 22*.

Ilex L. 92.

llicaceae 02*.

Indigof'era 148

Inocarpus L. 124.

Irina 107.

Itea L. 156.

Ixora L. 211.

Jambosa 170.

Jatropha L. 323.

Jossinia I 70.

Jug-laiMlaceae 282, 339* Kandelia Wight. 164.

Kibara Endl. 281.

Kibessia DO. 175.

Kickxia Bl. 251.

Kiesera Keixwt. 124.

Kigelia DG. 266.

Kleinhovia Link. 50.

Kopsia Bl. 245.

Lactaria Rumph. 244. Lagorstroomia L. 179.

Lansium Rumph. 84.

Laportoa Gaüdich. 333. Lasianthera 90.

Lasianthus Jacq. 219. Lauraceae 280*.

Lawsouia L. 183.

Leea Linn. 95. Leg'uiiiiiiosae 123*. Leiocai-pus Bl. 303.

Lopisanthes 100.

Leptospermum Forst. 167. Leucaena glauca L. 145.

Leucosyko /. ot M. 338. liiliaceae 348*.

Limonia L. 67.

Linociera spec. 65.

Linociera Sw. 240.

Ligustrum L. 240.

Liquidambar L. 159.

Lithocarpus Br,.

Litosanthes Bl. 216.

Livistona R. Brown. 354.

liOg an iaccac 252*. Lophopetalum Wight. 93. Lumnitzera 166.

Lyndenia /. et M. 176. Lythraceae 178*.

Maba Forst. 234; 235. Macaranga Thouars. 315. Madura 331.

Macromyrtus 170.

Macropanax Miq. 196.

Maesa Forst. 224,

M a noli a c e a e 3*.

Mallotus floribundus Muell. Arq. 314.

Mallotus Lour. 314; 238.

Malvaceae 39*.

Mangifera L. 121; 115.

Manglietia 5.

Manihot Adans. 323.

Maoutia Wedd. 336.

Stappa Juss. 315.

Marlea Rxh. 198.

Mastixia Bl. 199.

Melaleuca 173, 167.

Melanoehyla Hook. F. 119.

Molandlepis Z. et JNf. 314.

Melastomaeeae 174*.

Melastoma Bubm. 177.

Melia L. 78.

Molia spec, 158.

Meliaceae 78*.

Meliosma Bl. 110; 107; 80; 121.


ocr page 174

- 146 —

Melochia Linn. 52.

Memecylon 176, 170.

Mesua Linn, 26.

Mesua ferrea L. 170. Metroxylou Kxb. 358.

Michelia Linn. 4.

Micromelum Bl. 66.

Microtropis Wall, 93. Millingtouia 266.

Mimusops L. 232; 233.

Moiii miacene 282; 280*. Monoeeras 61.

Morinda L. 283; 200.

Moringa spec. 149.

Moriiig'a etMK' 149*. Murraya L. 67.

Musa spec. 186.

Myrica L. 340.

Myricaceae 340*. Myristica L. 279; 278. Myristicaceae 278*. fflyrsinaceae 224*. Myrsine L. 225.

Myrtaccae 1C7 ; 245. Nauopetalum Hassk. 291. Nauclea L. 203.

Nauclea lancoolata Bl. 340. Neesia Bl. 43.

Neosia altissima Bl. 230. Nelitris Gaeiitk. 169. Nephelium L. 106.

Nephelium spec. 112. Nothopanax Miy. 189. i\yctftg'iiiaceftc 276 *. Nyssa L. 200. #

Ochrocarpus Thouaks 24. Ochrosia Juss. 244.

Odina 121.

Olftcaceae 89* Oleaceae 240*

Olea Linn. 240.

Onoosperma Blumk. 351.

Ophioxylon 246.

Opuntia Mill. 188.

Orchipeda Bl. 248.

Oreoenide 335.

Oroxylum Vent. 263.

Ostodes Bl. 3 10.

Otonychium Bl. 108. Oxynanthera Munro. 362. Pachystemou Bl. 315.

Pahudia spec. 139.

Palaquium Blanco 230; 233. P ft 1 III ft C 346 *.

Panax L. 189.

Pandanus L. 359. Pandaiiftceac 359*. Pangium Keinw. 17.

Pahudia Mm. 13quot;.

Paracelastrus 93.

Paraoroton Miq. 296. Parasponia Bl. 326.

Paratropia DC. 95; 192. Parinarium Juss. 136; 150. Parinarium scabrum Hssk. 327. Parlda Buown. 148, Itl. Parkinsonia L. 148. Passifloraceae 186* Pavetta L. 212.

Payena A. DO. 231. Peltophorum 142.

Peltophoruni Voo. 137; 131. Pemphis Forst. 178.

Pentaco Hassk. 55.

Peronema Jack. 273.

Persoa Gaertn. 284.

Petunga DC. 209.

Philagouia 64.

Photinia Lindl. 153. Phyllanthus L. 323; 298. Phyllochlamys Bürm. 329. Picrasma Bl. 72.

Piorardia Bl.

Piliostigma Hoch. 134; 148.


ocr page 175

- 147 -

Pipturus quot;Wkdd. 334.

Pisonia L. 277, 276. Pithecolobium 131; 129; 102. Pithecolobium Makt. 146; 148. Pithecolobium montanum Bth. 145 P i 11 o s i» o i' a c e a c 20 *. Pittosporum Banks. 20. Pittosporum spec. 253. Plagianthera Z. et M. 314 Planchonia Bl. 172.

Platea Bl. 91.

Plumoria L. 252.

Podocarpus 235.

Podocarpus L.' Hér. 345. Pogonotropho 329.

Poinciana L. 148.

Polyalthia Bl. 9. Polyg'alaceae 21*. Polyosma Bl, 157.

Polyscias Fokst. 189.

Polyspora 33.

Poraetia Forst. 107; 80. Pongamia Vent. 133.

Pootia 248.

Pouzolzia Gaud. 329.

Prorana L. 270.

Prorana tomentosa Will». 206. Prinos 92.

Prosopis li. 148.

Protcaceae 285*.

Protium Wight. 75.

Prunus L. 151; 154.

Pryona Miq. 138.

Pseudostreblus Buum. 329. Psidium 173; 170.

Psychotria L. 214.

Pterocarpus L. 127.

Pterocarpus iudicus Willd. 126. Pterocymbium 45.

Pterospermum Schkeb. 51. Ptyehosporma Labill, 350. Punica Tournee. 183.

Putranjiva Wall. 301.

Pygeum Gaertk. 152.

Pyrenaria Bl. 31.

Quercus L.

Kandia L.

Ratonia DC. 100.

Rauwolfia 245; 242.

Reevesia R. Brown. 49.

Rcidia Wioirr. 298.

R h a iii ii a c a e 94 *.

Rhipidostigraa Hassk, 234; 235.

Rhodamnia J acq. 168.

Rhizophora L. 166;, 160.

Ithixopli oraceae 131; 160*.

Ricinus L. 323.

Rosaceae 150*.

Rottlera Roxb. 314.

Rubiaceae 202, 245*.

Rutaceae 64*.

Sabiaceae 113*.

Saccopetalum 10.

Salicaceae 341*.

Salix L. 341.

Salmalia 41.

Samadera L. 73.

Samydaceae 184*.

Sandoricum 82.

S a ii f, a 1 a lt;• v a e 288 *.

Santalum L. 288.

8 a ]) i ii (I a c (! a e 96*.

Sapindus L. 80; 96; 108.

Sapiuin R. Brown. 320.

Sapota 233.

Sapotaceae 228.

Saprosma Bi,. 219.

Saraca L 137.

Sarcocephalus Aezel. 202.

Saurauja Willd. 30.

Sauropus 322.

Saxifrag'aceae 155*.

Scepasma Bl. 298.

Schima Reinw. 32.


ocr page 176

— 148 —

Schizostachyum Neks. 364. Schizolobium Vooel. 148. Schleichora Willd. 101. Schmidelia L. 98.

Schoutouia Koutu. 59.

Scolopia Schbeb. 15. Scrophulaiiaceae 261 *. Seraecarpus L. 120; 229. Sesbauia Peks. 148.

Sideroxylon 42.

Sideroxylon Bl. 229.

üi i m a r u 1» a c c a e 72 *. Sindora Miq. 139.

Sindora spec. 22G.

Siphonodon Griff. 93.

Sloetia T. et B. 329. Solanaccac 258*.

Solanum L. 259, 258. Solenostigma Endl. 324. Sonneratia L. 182; 2G1. Sophora L. 130.

Sorindeia Thouaus. 122. Spathodea 204.

Spouilias L. 121; 118.

Sponia Comm. 325.

Stalagmites 23.

Stelechocarpus 140. Stelechocarpus Bl. 7. Stemonurus 90.

Stephegyno Kobth. 203. Sterculia Bl. 45. Sterculiaceae 45*. Stereoderraa Bl. 240. Stereospormum Cham.

Streblus spec. 328; 314. Strombosia 218.

Strombosia Bl. 89.

Strychuos L. 255.

Stylocoryne Cav. 206; 207. Styracaceae 237.

Styrax L. 239.

Symplocos L. 237.

Synoecia 329.

Syzygium 170.

Tabernaemontaua L.

Talauma Juss. 3.

Tamarindus 148.

Tambourrissa Sonn. 280. Taraktogenos Hassk. 18.

Tarriotia Bl. 46.

Taxotrophis Bl. 329.

Toctona L. 269.

Tephrosia Pees. 124.

Tcrminalia 46.

Terminalia L. 164.

T e rii stroem i «lt;•« ac 27*. Ternstroemia Linn. 27. Totractinostigma Hassk. 303. Tetradia Brown. 48.

Tetrameles 45.

Tetramclcs R. Br. 187. Tetrameles nudittora 11. Bb. 165. Thespesia Cobb. 40.

T li y in e 1 a c a c e a e 286 *. Tili a c c a e 55 *. oxcl. Elaeoc. Tournefortia L. 257. Trachylobium Haynk. 148. Trema Bl. 325.

Trewia L. 318.

Trevesia Vis. 193. Trichosperraum Bl, 58.

Tridesmis 22; 25.

Tristania R. Br. 173.

Turpinia Vent. 111.

Urostigma 329.

Urticaceac 324*. Vacciniaceae 223*. Vaccinium Miq. 223.

Vanguiera Juss. 210.

Vatica Linn. 37. Verbcuaceae 267 *. Vernonia Sciibeu. 221.

Viburnum L. 201.

Villarezia Ruiz et Pavon. 91.


ocr page 177

— 149 —

Villebrunoa Gaud. 335. Violaceae 14*. Visonia Houtt 52. Visiania DC. 240.

Vitex L. 272.

Walsura Rxb 86. Webera ScnitEB. 206. Weinmaiinia L. 158. Weudlandia Bartl. 205. Wightia 182.

Wormia Roxu. 1.

Wrightia Brown. 250, 261. Xanthophyllum Koxb. 21. Xanthophyllura spec. 302. Xerospormum Bl. 105. Xylocarpus A. Jüss. 87. Xylosma 16.

Zanthoxylura L. 65; 94. Zizyplius Ju88. 94.


ocr page 178

..... tmffiifr-l—- - --------- ftjfr- - ■ -- - • -......Lquot;

. _ ■ . ■■ ;#ST ■ ■ .■• ■•.-

■

-. - - - ......

. ,

■ ^

- ■'

. JjRtó

■ , ., ■■■ gt; ■

ocr page 179

1 N 1) E X

DER

INLANDSCHE EN LiOLLANDSCHE NAMEN, (i)

Abeul, md. 64.

Aboeh, md. 185.

Abrikozen, holl. 154. Advokaatboom, holl. 284. Ambal, j. 2G5.

Ambooloe, j. 329. Ampbouloeh, md. 80. AinpÖlas-bawang, j. 329. Ampèrè, md. 329.

Ampöt, j. 22.

Amproe, s. 248. Amproo-badak, s. 248, 249. Ande-ande, j. 305. Ande-andean, j. 305. Angga, j. 355.

O

Angga-tal, j. 355. Angin-angin, j. 169. Anggring, j. 326.

Angrit, s. 203.

Anggroeng. j. 325. Angkoep-angkoop, j. 61. Angkoep-sëkar, j. 358. Angkbroeng, md. 325, Angsaua, s. 127.

Anjawar,-j. 350. F Antaboga, j. 132.

Antap, j. 45.

Antjar, j. 330.

Antoo-laoot, j. 229. Apah-apah, j. 329. Apèh-apèh, md. 274. Apèn-apèn, j. 314.

Api-api, j. ml. 274.

Apit, j. 209.

Apokat, ml. 284.

Appelen, holl. 154.

Arab, md. 329.

Arou, j. s. 357, Arëng-aröngan, j. 320.

Arcs, j. 276.

Asëm, j. md. ml. 148. Asëm-krandji, j. 148, 133. Asëm-landa, j. 148. Asëm-Iandi, j. 148.

Aseum, s. 148. Assam-theo-boom, holl. 35. Atjem, md. 148.

Awal, j. 64.

Awar-awar, j. 329.

Awi, s. 364.

Awi-andong-gombóng, s. 364. Awi-ajèr, s. 364. Awi-andöng-lèa, s. 364. Awi-atër, s. 364.

Awi-awoer, s. 364. Awi-bangkönól, s. 364.


(1) md. — mndooroesoh ; holl. — hollandsch ; j. = javaansoli; s. soendiiueosoh maloisoh j boeg. = boeginccoch.

ocr page 180

Awi-bitoong, s. 364. Awi-booloo, s. 3(54. Awi-boenar, s. 364. Awi-haoer, s. 364. Awi-haoor-geulis, s. 364. Awi-hideung, s. 364. Awi-kasap, ». 364. Awi-koening, s. 364. Awi-longka, s. 364. Awi-majang, s. 364. Awi-tali, s. 364. Awi-tamiang, s. 364. Awi-tjaugkètok, s. 364. Awi-tjina, s. 364. Awi-tootool, s. 364. Babaköan, s. 257. Babasaran, j, ml. s. 338. Badjoer, md. 51.

Badoer, s. 358.

Badoet, j. 229.

Bagoe, j. 344 Bagör, j. 344,

Bajoer, s. j. 51.

Bako-bako, ml. 160. Balang, j. 51.

Balang-pasir, j. 47. Baloeu-indjock, s. 229. Baloeng, j. 235; 184; 247. Balong, j. 184.

Bamboe, ml. 364.

Bandje, j. 170.

Bangköng, j. 129.

Bangsool md. 83.

Bantjèt, j. 111.

Baralak, s. 858. Bareubeu-kakali s. 226. Baroendaj, s. 14.

Baros, j. s. 5; 4.

Batok, j. 358.

Batök, s. 358.

Bawang, j. ml. s. 115. B6kak, j. 255.

Bököl, j. 128.

Bèlè-këtèbèh, s. 60. Bömbem, s. 115.

Bënda, j. 332. BondR-looloep, j. 332. Bönda-wingka, j. 332. Bdngaug, s. 43, 230. Bongèr, s. 179.

BSngkak, s. 283.

BÖntaus, s. j. 250. BSntalous, s. 250. Bëntjooloek, j. 134. Benzoëboom, holl. 239. Bërgödat, j. 329. Bërkötoepook, j. 311. Bërnang, s. 75.

Bërnook, s. 260.

Bësole, j. 171.

Bëtah, j. 321.

Betahan, j. 321.

Beunjing, s. 329.

Beurih, s. 45.

Beuroeh, md. 39. Beuroeh-köpè, md. 39. Bourooh-khoutjheu, md. 39. Bibis, j. 329; 234.

Bibisan, j. 234.

Bidara, ml. 182; 94. Bidara-laoet, ml. 94.

Bidji, j. 350.

Bidjoeh, md. 74.

Bigboel, s. 272.

Bileu, md. 70.

Bilis, md. 203,

Bimbing, j. 350.

Biuar, s. 270,

Biueng, md. 45. Binong-laoet, s. 283. Bintaos, s. 250. Bintaos-laoot, s. 321. Bintaro, s. 242.

Bintaro, j. ml. 242.


ocr page 181

153 —

Bintoro-gëde, s. 242. Bintaro-leutik, s. 242.

Bintinoe, s. 52.

Binoeng, md. 187.

Bisoro, s. 329.

Bisnoh, md. 52.

BlRnda, j- 276.

Blarak, j. 358.

Blökëtoepoek, j. 311. Blëndoeng, s. 255. Blöndoeng-tjai, s. 255. Bléntjöng, j. 53.

Blitnbing, j. s. 62. Blimbiug-alas, j. 62. Blimbing-lingir, j. 62. Blimbing-manis, j. 63. Blimbing-woeloch, j. 62. Bloeloek, j. 358.

Bloengkang, j. 358.

Boeaja, j. 95.

Boedëng, j. 234,

Boelang, j. 270.

Boeloe, j. 329.

Booloe, md. 30.

Boeloe-angkS, j. 332. Boeloe-baloeng, j. 330. Boeloe-noeuggoel, s. 60. Boengboelang, s. 270; 206. Boengboelang-peutjang, s. 206. Boengboenélan, s. 132. Boenglang, j. 270.

Boougoei', s. 179.

Boengör, md. 179.

Boerahol, s. 7.

Boernoh, md. 323.

Boeroe, md. 282.

BoerooMjibis, md. 282. Boeroeh-kheutjheuh, rad. 282. Boeroeh-konèng, md. 282. Boeroc-mèra, md. 282. Boeroe-pötèh, md. 282. Boeta-boeta, ral. 321.

Boetoen, j. s. 171.

Boewah-nona, s. 12.

Bogpra, j. s. 182, 261.

Bogdra-goenoeng, j. 262; 182.

Bogöb, j. 16.

Bolang, j. 270.

Botorau, j. 318.

Brabo, j. 256.

Brama, j. 235.

Brandnetelboom, holl. 333.

Brasan, j. 268; 212; 316.

BrÖkat-ipèh, j. 329.

Bringèn, md. 329.

Dadap, s. ral. 124; Dadap, j. 124.

Dadap-ajam, j. 124.

Dadap-bënÖr, s. 124.

Dadap-doeri, ml. 124,

Dadap-kfibon, kopi, ml. 124.

Dadap-laoet, j. 124.

Dadap-lënga, j. 124.

Dadap-lisa, j. 124.

Dadap-rangrang, s. 124.

Dadap-ri, j. 124.

Dadap-sërèp, j. 124.

Dadap-solo, ml. 124.

Dadap-tandoek, j. 124.

Dadap-tjangkring, j. s. 124.

Dadap-tjangkring, s. 124.

Dadap-tjoetjoek, s. 124.

Dali, j. 265.

Dammar, ml. 346.

Dammara, holl. 346.

Damarau, j. 158.

Dangdeur, s. 41.

Dangdeur-lemveung, s. 41

Daugoe, j. 357.

Daoe, s. 76.

DM, j. 94.

Dawëgan, j. 358.

Dawolang, s, 320.

Dawolang, j. 320.

Dëdëk, j. 221.


ocr page 182

— 154 —

Dëgan, j. 358.

Dègèl, s. 138.

Dëlgg, j. 194; 191.

Dölèr, j. 229.

Dclima, ml. 183.

Dëliug, j. 364. Dëling-apoes, j. 304. Delingsëra, j. 185. Dëloewak, j. 56; 184. Dëmpoel, j. 300. Dëmpoel-watoo, j. 300. Dëmpoel-Iëlöt, j. 300. ? DërmalS, j. 30.

Der wal u, j. 320.

Dèwi, ml. 148.

Divi-divi, holl. 148.

Djabön, j. 203.

Djadjang, j. 364. Djatljang-ampol, j. 364. Djadjang-bënël, j. 364. Djadjang-bÖtoeng, j, 364. Djadjang-gading, j. 364. Djadjang-öri, j. 364. Djadjang-pring, j. 364. Djadjang-sërit, j. 364. Djadjang-woeloeh, j. 364. DjaliS, j. 164.

Djaha, s. 164. Djakliug-sookoen, j. 164. DjSlawé, j. 164.

Djalitri, s. 250.

Djaloepang, s. 57.

Djamba, j. 87.

Djambe, j. 349.

Djamblang, j. 170.

Djamboe, j. ml. s. 170; 173. Djamboe-ajër, ml. 173. Djamboe-bidji, s. 173. Djamboe-böl, ml. 173. Djamboe-kloetoek, j. 173. Djamboo-kloetook, ml. 173. Djamboe-mete, j. 121.

Djamboe-mónjèt, ml. 121. Djamboe-përtokal, j. 173. Dj am boo-tërsSnS, j. 173. Djamboe-wor, j. 173.

Dj am bon, j. 170; 244. Djaniocdjoe, s. 345. Djangkorang, s. 189; 190. Djanglöt, j. 10.

Djauitri, j, s. 61.

Djanocr, j. 358. Djauoer-koeuing, j. 358. Djanti, j. 148.

Djarak, j. ml. 323. Djarak-brfimg, j, 309. Djarak-hideung, s. 237. Djarak-pagër, j. 323. Djarak-pati, j. 319. Djarak-pati-gSde, j. 319. Djarak-tjina, j. 323. Djarak-tjina, ml. j. 323. Djaran, j. 201, 191. Djaran-polok, j. 264.

Djati, j. s. ml. 269. Djati-blanda, ml, s. 54. Djati-dorèng, j. 269. Djati-gèmböl, j. 269. Djati-kapas, s. 269. Djati-kapoor, j. 269. Djati-kèjöng, j. 269. Djati-kömbang, j. 269. Djati-lauda, j. 54. Djatos-landi, j. 54. Djati-lënga, j. 219. Djati-leutik, s. 269. Djati-lisah, j. 269. Djati-minjak, s. 269.

Djati-ri j. 269.

Djati-soengoe, j. 269. Djati-tjoetjoek, s. 269. Djati-wëroet, j. 269.

Djawaj, s. 329.

Djöliroo, j. 191.


ocr page 183

— 155 —

Djëmbirit, j. 249.

Doekoe, j. 84.

Djembloek, j. 170.

Doekoe, nil. 84.

Djëmbloek-krildl, j. 170.

Doengoen, s. j. 47.

DjëmpinS, j. 230.

Doerèn, j. 42.

Djonar, j. G7.

Docrènan, j. 83.

Djönggot, s. 231.

Doerian, ml. 42.

Djèngköl, s. j. mi. 148.

Doe wet, j. 170

Djengkot, s. j. 231.

Dok, j. 45.

Djëraka, j. 329.

Dolog, s. j. 58.

DjSring, j. 148.

Dompjong, j. 170.

Djöroek, j. s. 71.

Dredjeg, j. 305.

Djörookan, j. (58.

Drègèl, j. 1.

Djeundjing, s. 145.

Dröwak, s. 56.

Djeundjing-laoet, s. 148.

Echt-santai-hout, hoii. 288.

Djingkat, j. 333.

Èhing, j. 132.

Djingkol, s. j. ml. 148.

Endjit-endjitan, j. 252.

Djirag, s. 237.

Endóg-ëndógan, j. 302, 322.

Djirak, s. 237.

Entoet-ëntoetan, s. 219.

Djirak-ëmlog, j. 302.

Erang, s. 351.

Djirak-djawa, j. 310.

Esti, j. 185.

Djirak-kcbo, j. 316.

Piamrao-boyant, lioil. 148.

Djirak-sasak, s. 237.

Gaboes, j. 190.

Djirak-tjèlèng, s. 314.

Gaboesan, s. 247.

Djirak-woelan, j. 314.

Gadoeng, j. 270.

Djirëk, j. 287.

Gadoengan, j. 270.

Djirèk, j. 22G.

Gadok, s. 303.

Djirëk-wooloeli, s. 237.

Gajam, j. 148.

Djoolang, j. 139,

Galar, j. 368.

Djoonti, s. j. 2.

Galih-asöm, j. 148.

Djoerang, j. 335.

Galeuli, s. 148.

Djoewar, j. s. ml. 148.

Gaioom])it, s. j. 46.

Djoowët, j. 170.

Gambiran, j. 268, 329.

Djohar, j. s. ml. 148.

Gambir oetan, ml. 320.

Dlima, j. 183.

GSndarija, j. 117.

Dlingsem, j. 185.

Gandarija, s. 117.

Dlisoni, j. 185.

Gandoel, j. 186.

Dloewak, j. 5G.

Gauggaugan, j. 187.

Dloowang, j. 56.

Ganitri, j. 61.

Dódölan, s. 269.

Garoe, s. 286.

Doedoek-agoeng, j. 166.

Garoe-hideung, s. 286.

Doedoek-rajap, j. 106.

Garoe-kapas, s. 286.

Doek, j. 357.

Gcbaug, j. 353.

ocr page 184

150 —

Gëdali, j. 265.

Gëdang, s. 276, 186. Gëdang, j. 186, 276.

Gëdat, j. 329.

GSdawoeng, j. 141.

Gëdrëg, j. 165. GSdreg-idjo, j. 312. GfSdrëg-pootih, j. 312. Gëlam, s. 170. Gëlam-boe-oet, s. 170. Gëloogfi, j. 19.

Gërabirit, j. 249.

Gëmblak, j. 229. Gëraboelang, j. 270. Gëmoetoe, ml. 357. Qömpoei', j. 282.

Gëmpöl, j. 202. Gërapöl-këtok, s. 203. Gëndiwoeng, j. 351. Gëndoeroe, j. 352. Gëntëlau, s. 235. Gëntilëng, j. 272. Gëntoengan, j. 303. Gësing, j. 150.

Gëtah, j. 321.

Gëtasan, j. 114. Gintoengan, j. 303. Girang, j. 95, GlÖdog-panto, s. 23. Glinggöm, j. 19. Glintoeng, j. s. 303. Gintoongan, j. md. 303. Glitri, md. 61.

GloogS, j. 19.

Gloogoe, j. 358, 338. Goedehan, j. 252. Gocnggrang, j. 190. Gootihan, j. 252. Gorapöng, j. s, 194, 113, Gondang, j. 329. Gondang-idjo, j. 329. Gondang-kasMi, j. 329.

Gondang-tjarat, j. 329.

Gorang, j. 189; 190.

Göwok, j. 170.

Grawang, s. 230.

Gringging, j. 78.

Hagël, j. 353.

Hagël-gëbang, j. 353.

Hahawoean, s. 61.

Ilambiroeng, s. 221. Hambiroeng-beureun, s. 221. Hamèraug, s. 329. Hamèrang-leutik, s. 329. Hamèrang-minjak, s. 329. Handcong, s. 53.

Handja, s. 203.

Handoel, j. 61.

Handjoewang, s. 348. Handjoewang-kasintök, s. 348. liantap, s. 45.

Hantap-dapoeng, s. 45. Hantap-heulang, s. 45.

Hapit, s. 209.

Haromëng, s. 22.

Harèndong, s. 177.

llarikoekoen, s. 59.

Haringin, s. 132.

llaroeman, s. 145.

Haroepat, s. 357.

Hawaï, j. 64.

Hawoean, s. 61.

Hèas, s. 272.

Ileuras, s. 272.

Heutjip, s. 322; 306.

Hing, j. 132.

Hiroeng, s. 200.

Hoeni, j, s. 323; 305.

Hoeroe, s. 304, 240, 61, 278, 109, 282.

Hoeroo batoe, s. 282. Hoeroe-bèas, s. 282. Hocroe-bodas, s. 282. Hoeroe-dapoeng, s. 282.


ocr page 185

157 —

Hocroe-djamoer, s. 28v2. lioeroe-gading, s, 282 Hoeroe-garabir, s. 282. Hoeroc-hiris, s. 282. Hoeroe-kadantja, s. 282. Hoeroe-kamploug, s. 282. Hoeroe-katjang, s. 282. Hoeroe-kÖmandjël, s. 33. lloeroe-künèng, s. 282. Hoeroe-leuksa s. 282. Hoeroe-leueur 282. lloeroe-madang, s. 282. Hoeroe-mangga, s. 282. Hoeroe-manglit, s. 282. Hoeroe-mëumal, s. 282. Hoeroe-mèntèk, s. 282. Hoeroe-mèrang, s. 282. Hoeroe-minjak, s. 282. Iloeroe-pajoeng, s. 282. 1 loeroe-sapoo, s. 282. Hoeroe-sintok, s. 282. Hoeroe-tales, s. 282. Hoeroe-tandoek, s. 282. Hoeroe-tangkalak, s. 282. Hoeroe-tèdjo, s. 282. Iloeroe-tjabe s. 282. lloeroe-tjëmpaka, s. 282. Hoeroe-toembilan, s. 282. Hoeroe-toendoeng, s. 282. Höndjè, j. 20.

Jlat-ilat, j. 329.

Itat-ilatan, j. 247, 329.

Imër, j. 299, 322.

Indjoek, s. 357.

Ingas, j. 120, 116. Ingas-kapoer, j. 120. Ingas-këbo, j. 120.

Ipis-koelit, s. 175, 169. Ingas-tembfiga, j. 116. Ingas-telik, j. 120, 116. Javaansch Edolweis, holl. 222. Kadjöng-pisang, j. 276.

Kadjëng-rah, j. 278. Kadjeng-sëkar, j. 8.

Kadjëng-siti j. 65.

Kadjoeh-aboeh, md. 185. Kadjoe-këmpheung, md. 4. Kadjoe-khëtheung, md. 241; 276. Kadjoeh-lanang, md. 157. Kadjoeh-tjheureun, md. 113; 121. Kadoe, j, s. 229, 42.

Kadoot, j. 229.

Kajoe-arëng, s. 235.

Kajoe-besi j. 110. Kajoe-bidara-laoet, ml. 94. Kajoe-booaja j. 95. Kajoe-boeta-boeta, ml. 321. Kajoe-djarau, j. 121, 113, 264. Kajoe-gaboos, s. 182.

Kajoo-garoo, s. 285. Kajoe-gëdang, j. 276. Kajoe-gloegoe, j. 338. Kajoe-këmbang, j, 4. Kajoc-kidang, j. 241. Kajoe-lanang, j. 263. Kajoe-langit, j. 191.

Kajoc-lëgcn, j. 345.

Kajoo-lëmah, j. 65.

Kajoe-oerip, j. 323.

Kajoe-pari, j. 300.

Kajoe-poetih, ml. j. 173. Kajoo-poetih-lömboet, s. 167. Kajoo-sapi, j. 107.

Kajoo-tai, ml, s. 324.

Kajoo-taoen, j. 345,

Kajoo-teröng, j. 253. Kajoo-tjoemëti, j. 340. Kajoo-toowa, j. 95.

Kakadoean, s. 278, 231.

Kaki, holl. 236.

Kalak, md. j. 11, 9.

Kalak-babal, j. 9.

Kalah-gëdang, j. 9.

Kalak-koenjit, j. 9.


ocr page 186

— 158 —

Kalak-prit, j. 9.

Kalang-bibing, md. 329.

Kalang-mangkheuh, md. 20, 253.

Kalapa, s. 358.

Kalömaong, md. 300.

Kaliki-bautëu, s. 310.

Kalimorot, s. 343.

Kalipapa, j. 339.

Kalong, j. 45.

Kalongan, j. 45.

Kampak, s. 283.

Kandaj, s. 159.

Kandar-loetoeng, s. 18.

Kananga, s. 8.

Kanarèh, md. 77, 70.

Kanari, j. ml, s. 77, 7G.

Kanari alas, j. 70.

Kanari-wfuia, j. 70.

Kandri, j. 290.

Kanjèrè, s. 290.

Kanjèrè-badak, s. 290.

Kanjèrè-laoet, s. 290, 123.

Kanjèrè-leutik, s. 290.

Kantil, j. G.

Kantil-alas, j. 4.

Kaïitil-waua, j. 4.

Kapasan, j. 314.

Kapinangö, s. 80.

Kapoelasan, s. 112.

Kapoendoong, s. 323.

Kapoerantjak, j. 25, 24.

Kapoorantjang, s. 25.

Kapotrèn, md. 80.

Karot, s. 329.

Kar-pötè, md. 205.

Kareumbi, s. 319.

Kasang, md. 342.

Kasimboean, s. 219.

Kasra, s. 231.

Katëng, j. s. 140.

Katès, j. md. 186.

Katès-gamplök, j. 186.

Katès-gantoeug, j. 186. Katès-kapoor, j. 180. Katilajoo, j. 97.

Katimoeroe, j. 314. Katoelampak, s. 01. Katoempang, s. 268.

Katos, j. 75.

Kawang, j. 230.

Kawista, j. 09.

Kawista-krikil, j. 69.

Kawo, j. 220.

Kawoel, j. 357.

Kawoeng, s. 357.

Kawojang, s. 152.

Kaworo, s. 310.

Köbak, j. 329.

Këbëk, j. 329.

Këbëk-bèrang, j. 329. Këbëk-poetih, j. 329. Këbëntèr, j. 330.

KSdalèn, j. 163.

Këdaü, j. 265.

Këdinding, j. 145.

Këdoe, j. md. 229, 42. Këdoja, j. 80.

Ködöja, s. 80.

Këdöndöng, j. 118. Këdóndöng, s. ml. 121, 118. Kèlör, j. ml. 149.

Kèloran, j. 235.

Këmadoo, j. 333. Këmadoe-këbo, j. 333. Këniadoo-këdang, md. 333. Këmadoe-kidang, j. 333. Këmadoe-ködók, md. 333. Këmadoe-sapi, j. 333. Këmathoek, rad. 333. Këraathoek-kètheug, md. 333. Këmbang, j. 8. Kërabang-dèdès, s. ral. 137. Këmbang spatoo, s. j. ml. 44. Kembirit, j. 249.


ocr page 187

— 159 —

Kërabodja, s. j. ral. 252. Kfimanclcn, j. 15.

Këmang, s. j. 115.

KÖmëdjing, j. 218; 23.

Kömoruh, rad. 308.

Këraësoo, j. 61.

Kërnësoh, rad. 61.

Këmii'èn, j. 283; 308.

Këmiri, j. 308.

Kemiri-sëpöt, s. 310. Komiri-tjina, ml. 283.

Këmit, j. 229.

KëmlSka, j. 298.

KÖtnlaka, j. 298.

Kërnlandingan, j. ml. 118; 145. Këmlandingan-goenoeng, j. 145. Këmoedoe, j. 220, 213. Këraoeudoeng, j. 306. Këraooning, j. s. 07.

Këraönèug, rad. 67. Këmonthoung, md. 306. Kërapheung, md. 4. Kömplieung-kheuuhing, rad. 6. Këmphoung-tjlieuèh, md. 4. Kèaah, rad. 220.

Kënanga, j. 8.

Köuangah, md. 8.

Kënarèh, md. 76.

Kënaron, j. 76.

Kënari, j, s, ml. 76.

Këndal, j. 256; 255.

Këndal, s. 255.

Köndal-banjoe, j. 256, Këndajakan, j. 134.

Köndang, j. 285.

Këndoeng, j. 285.

Këndoong, s. 285.

Këntjoeran, j. 13.

Këpël, j. 7; 140.

Këpoeh, j. 45.

Këpoendoong, j. 306; 323. Kcpoendoeng, s. ml. 323.

Këpöh, j. s. 45.

Kërtaoe, s. 329; 332.

Körto, s. 332.

Kësarabi, j. s. 101. Kësaraphih, rad. 101. Kësëmak, j. 235.

Kësömëg, j. 235.

KësoombE, j. 19, Kësoemba-kling, j. 19. Kësocmba-kling, ml. 19. Kësömpbeuh, md. 60. Kësorapheuh-kling, md. 60. Kötangi, j. 179.

Këtapang, j. md. ral. 164. Këtapang-laoet, ml. 164. Këtela-gautociig, j. 186. Këtheuboeng, rad. 141. Këthoedjeub, md. 80. Këthoeh, md. 229. Këtheung, rad. 241. Këtileng, j. 272.

Këtiinu, j. 50.

Këtimaba, j. 50.

Këtimalia, s. 50. Këtirnunga, j. 50.

Këtjapi, i. 82, 107.

Këtjik, j. 229.

Këtjipiran, j. 65.

Këtoepook, j. 311.

Ketós, j. 75.

Khonthoeroeh, md. 352. Khëtah, md. 231. Khëtheung, rad. 276. Kboureung, md. 64. Khëuroeh, md. 80. Khireung, md. 95. Khoeleuh, rad. 80. Khloempang, md. 45. Khoentheung, md. 329. Ki-adjag, s. 226.

Ki-amis, s. ^82,

Ki-anjèrè, s, 290.


ocr page 188

— 160 —

Ki-augir, s. 102.

Kiara, j. 329.

Kiara-bèas, s. 329. Kiara-boenoot, s. 329. Kiara-djingkang, s. 329. Kiara-gambir, s. 329. Kiava-gëde, s. 329. Kiara-rambaj, s. 329. Kiara-tapok, s. 329.

Ki-badak, s. 109; 152. Ki-bajawak, s. 61.

Ki-bakö, s. 257; 250.

Ki-banèn, s. 180.

Ki-bangbara, s. 272. Ki-bangkong, s. 111. Ki-bantjot, s. 111.

Ki-bawang, s. 80.

Ki-bSngang, s. 230.

Ki-bëntöli, s. 251.

? Ki-bèwök, s. 201. Ki-beunteur, s. 336; 338; 334. Ki-beureum, s. 88.

Ki-beusi, s. 175; 168.

Ki-bima, s. 345.

Ki-boaja, s. 95.

Ki-boeloe, s. 327.

Ki-bodas, s. 185.

Ki-bölët, s. 240.

Ki-bontèng, s. 184.

Ki dada, s. 182.

Ki-damar, 226.

Kidang, j. 241.

Ki-djadjawaj, s. 329.

Kl-djaj, s. 309.

Ki-djambc, s. 168. Ki-djangkorang, s. 189; 194. Ki-djaran, s. 264.

Ki-djëboek, s. 175. Ki-djeroek, s. 68. Ki djöroek-laoet, s. 318. Ki-djeunghil, s. 324. Ki-djirak, s. 237.

Ki-djoelang, s. 135.

Ki-ëndog, s. 21.

Ki-gëgoola, s. 80.

Ki-gëntël, s. 235.

Ki-glëdog, s. 237.

Ki-hadès, s. 345.

Ki-hadji, s. 80.

Ki-bapit, s. 209.

Ki-harèndöng, s. 174. Ki-barëpang, s. 314.

Ki-haroepat, s. 226; 240. Ki-hiang, s. 145.

Ki-hioer, s. 343.

Ki-hoè, s. 99.

Ki-hoedjan, s. 339.

Ki-hoeöet, s. 300.

Ki-hoerang, s. 238.

Ki-hóndjè, s. 20.

Ki-kadantja, s. 282.

Ki-kanari, s. 76.

Ki-kangka, s. 218,

Ki-kantèh, s. 329.

Ki-katjang, s. 89; 218. Ki-katjang-batoe, s. 218. Ki-këpër, s. 339.

Ki-kërtas, s. 300.

Ki-keujeup, s. 201. Ki-koekoeran, b. 201; 168; 226. Ki-köncng, s. 329.

Ki-kopi, s. 245; 218; 217. Ki-laban-gede, s. 272.

Ki-laka, s. 278.

Ki-laketan, s. 228.

Ki-lalajoo, s. 97.

Ki-lèho, s. 30.

Ki-lèho-badak, s. 30. Ki-lèhö-beureum, s. 30. Ki-lèhü-boeloe, s. 30.

Ki-lènaoh, s. 282.

Ki-lilin, j. 345.

Ki-loetoeng, s. 18.

Ki-malakian, s. 323.


ocr page 189

— 161 —

Ki-malèla, s. 345.

Ki-mandjël, s. 38.

Ki-matjan s. 46.

Ki-mërak, s. 235; 345.

Ki-mèóng, s. 4G; 55; 164; 314.

Ki-mokla, s. 278.

Kina, ml. j. s. holl. 220.

Ki-njirih, s. 87.

Ki-oerang, s. 224.

Ki-óraj, s. 53; 61; 39.

Ki-padali, s. 265.

Ki-pahang, s. 270.

Ki-pahang-gëde, s. 270.

Ki-pahang-goenoeng, s. 201.

Ki-pajoeng, s. 282.

Ki-palalilar, s. 157.

Ki-pangsör, s. 329.

Ki-pantjar, s. 345.

Ki-parè, s. 115; 300.

Ki-paraj, s. 338.

Ki-pëdos, s. 11; 282.

Ki-piït, s. 224.

Ki-pinang, s. 184.

Ki-pódó-landak, s. 157.

Ki-poèk, s. 146,

Ki-poetri, s. 345.

Ki-polèng, s. 46.

Kiraj, s. 357.

Ki-rawaj, s. 312.

Ki-rëmëng, s. 22.

Ki-rësëp, s. 226.

Kiringan, j. 278.

Kl-rioeng, s. 343.

Ki-rötau, s. 341.

Ki-sabrang, s. 273.

Ki-salira, s. 68.

Ki-sampang, s. 64.

Ki-saoohoen, s. 11.

Ki-sè-èl, s. 345.

Ki-sègèl, s. 1.

Ki-sëkël, s. 92.

Ki-sèrèh, s. 282.

Ki -seu-eur, s. 305. Ki-sindoek, s. 55. Ki-sireum, s. 170; 169. Ki-soeugit, s. 270. Ki-soercn, s. 839. Ki-sohang, s. 829. Ki-talous, s. 282. Ki-tamiang, s. 324. Ki-tanah, s. 65. Ki-tandoek, 8. 206. Ki-tangkil, s. 344. Ki-taneuh, s. 65. Ki-tèdja, s. 282. Ki-tèdja tninjak, s. 304. Ki-tëmbaga, s. 170. Ki-tèndjö, s. 199. Ki-tèröng, s. 184. Ki-tèrong-gëdé, s. 256. Ki-tiwoe, s. 118. Ki-tjaat, s. 329.

Ki-tjabo, s. 157. Ki-tjaloeng, s. 235. Ki-tjaloeng-mas, s. 285. Ki-tjömara, s. 345. Ki-tjarnoen, s. 312. Ki-tjangkoedoe, s. 212. Ki-tjaoe, s. 276. Ki-tjareuh, s. 53; 198. Ki-tjareulang, s. 278. Ki-tjarirang, 8. 80. Ki-tjörmè, s. 158. Ki-tjeuri, 8. 23.

Ki-tjiat, s. 829. Ki-toowak, s. 76. Ki-tókè, s. 145. Ki-töngóh, s. 337. Klajoo, j. 97.

Klalar, j. 36.

Klarapejan, j. 203. Klampis, j. 144. Klarapök-watoe, j. 170. Klapa, j. 358.


ocr page 190

— 162 —

Klapa, s. ml. 858.

Klapan, j. 278.

Klapa-sara, j. 356.

Klapa-sara, s. 356.

Klapa-tjoeng-, s. j. 278. Klodoeng, j. 13.

Klega, j. 235.

Klöpoo, j. 203.

Klöpoo-këtèk, j. 203. Klëpoe-pasir, j. 203. Klëpoe-sopi, j. 204.

Klethoeng, nul. 13.

KlimasSdS, j. 255.

Kaneolboom, lioll. 284. Klimasuwa, j, 339.

Klingsëm, j. 185.

Klis, j. 170.

Klóboer, nul. 132.

Khloempang, md. 45.

Kloempit, j. 46; 164.

Kloewak, s, j. 17.

Kloewih, j. 338.

Klohor, j. 132.

Klómprit, j. 164.

Klontjing, j. 118.

Klópojan, nul. 203. Kooda-koeda, ml. 121. Koedoe-kras, j. 213.

Koejam, j. 312.

Koejang, s. 32!).

Koekoeran, j. 163.

Koendang, s. 329.

Koeniran, j. 198.

Koepa-landak, s. 16.

Koeraj, s. 325.

Kottiej holl. 220.

Kojam, j. 312.

Kókap, md. 332.

Kokön, md. 59.

Kolang-kaling, j. 357. Kolang-kaling-dongköl, j. 235. Kolèk-labeung, md. 317.

Kólör, md. 338. Kölpöjan, md. 203. Kólpök, md. 203. Kolpoh-këtèk, md. 203. Kondang, s. 329. Kondang-lèlès, s. 329. Konjam, j. 305. Konjam-pasir, j. 305. Konjingal, md. 192. Kool-banda, ml. 277. Kool-blanda, ml. 277. Kopou, j. 218.

Kópèng, j. 329.

Kopi, ml. j. s. md. 220. Köpö, s. 170. Kopo-landak, s. 16. Kopo-lalaj, s. 170. Kot, j. 143.

Kowang, j. 329. Krambil, j. 358. Krandji, j. s. 129. Krangèjan, j. 282. Krasak, j. md. 329. Krëmbi, s, j. 319. Krèsèk, j. 110.

Krisig, j. 110.

Krisik, j. 110. Kröngröng, md. 329. Krotou, holl. ml. 323. Kwèni, j. s. 115. Laban, j. s. 272. Laban-bernang, j. 272. Laban-kapoer, j. 272. Labau-këtilëng, j. 272. Labau-koonjit, j. 272. Laban-soongoe, j. 272. Laban-tandoek, j. 272. LSdil, j. 329.

Lagoendi, s. j. 272. Lahang, s. 357.

Lamè, s. 242. Lambileung, md. 329.


ocr page 191

163 —

Lamer, j. 300.

LamtRra, j. 148.

Lanang, j. 263.

Landak, ind. 290.

Landji, j. 59.

Langaj, md. 144.

Langit, j. 194. Langkanpliendjeuli, md. 95. Langkap, j, s. 357.

Langsat, j. 84. Laugsat-loetoeng, j. 80. Laugsëp, j. 84.

Lat-ilatan, j. 329.

Latëng, j. 333. Latëng-goenoeng, j. 333. liateng-kSbo, J. 333. Latëng-kidang, j. 333. Latëng-sapi, j. 333.

La was, j. 301.

Lawe, j. 334.

Legarang, j. 247.

Legon, j. 357.

LSgoondi, s. j. 272 Lolès, s. 329.

Lëmbidji, J. 350.

Lépön, md. 272.

Lömpöni, j, s. 22li.

Lëmpir, j. 300.

Lëngën, s. 357.

Löugki, j. 95.

Lëngsar, j. 107.

Lepën, md. 272.

Leprak, j. 171.

Lopvak, md. 309. Ler-kambiug, j. 248. Lèr-kamphing, md. 249. Lerak, j. ml. 96.

Lörök, j. 96.

Lötjös, j. 329.

Leungsir s. 107.

Lidi, ml. 358.

Likookoen, j. 59.

Lilin-góndang, s, j, 329. Lilin-hamèrang, s. 329. Limoos, s. 115.

Liudor, j. 161; 160.

Lining, j. 357.

Lo, j. 329.

Lobi-lobi, ml. 19. Looloep-bagoe, j. 344. Loeng-loong, s. 357.

Lootoeng, j. 234.

Loowing, j. 329.

Logarang, j. 247.

Luh, j. 329.

Loh-garabing, j. 248. Lob-kheuroung, md. 64. Lolohan, j. 80.

Lotjari, j. 6.

Lotfmg, md. 83.

Lötrók, j. 205.

Lowa, s. 329.

Madang, ml, 282.

Madja, j. 70.

Madja, s. ml. 70.

Mala, s. 159.

MalCngaii, md. 321.

MamplSm, s. 115. Matios-tjlieungau, md. 282. Mangar, md. 50.

Maugèr, md. 102.

Mangga, s. ml. 115. Mangga-bapang, s, ml. 115. Mangga-batjang, ml. 115. Mangga-bëngala, ml. 115. Mangga-daging, s. ml. 115. Mangga-dódól, ml. 115. Mangga-gopèng, s. 115. Mangga-këmbömböm, ml. 115. Maugga-këtjipèt, ml. 115, Mangga-klapa, s. 115. Mangga-kwèni, ml. 115. Mangga-oebi, ml. 115. Mangga-oedang, ml. 115.


ocr page 192

- 164 —

Mangga-pari, s. 115. Mangga-santën, ml. 115. Mangga-scngir, s. 115. Mangga-sëngir-gadoong, ml. 115. Mangga-tjëngkir, s. 115. Mangga-wangi, ml. 115. Manggar, j. B58.

Manggis, j. 23.

Manggistan, ml. 23.

Manggoo, s. 23. Manggoe-leuweung, s. 23. Mangir, j. 140; 102.

Manirèh, j. 87.

Manis-djangan, s. 282. Manis-rödjS, j. 223.

Mangkoan, j. 340.

Mangloh, md. 4.

Mangli, j. 4.

Manglit, s. 5; 4.

Manting, j. 170.

Mantjoeng, j. 358.

Mara, s. 315; 313. Ma'ra-beureiim, s. 315. Mara-leutik, s. 315. Mara-leuweung, s. 315. Marang-nginang. 80.

MarSsuwS, j. 339.

Marohmch, s. 300.

Marèngpcng, s. 315. Markalëmaran, md. 335.

Marón, j. 22.

Maröng, j. 22.

Masang, md. 342.

Masang-binèh, md. 342. Maskömantèn, md. 148. Mata-koetjing, s. 130.

Mëdang, ml. s. 282. Mddang-batoe, s. 282. Mödang-kapas, s. 282.

MëlRka, j. 298.

Mëlaka, s. 298.

Mëlandingan, s. 148.

MölelS, j. 345.

Mëlindjo, ml. 344.

Mcndih, md. 78.

Mèmpheuh, md. 79. Mënëagan, j. 321. Jlöngkoodoo, ml. s. 220; 213. Mënjan, s. ml, 239. Mënjawak, j. 64.

Mënjawar, j. 349.

Mèmpheuh, md. 79.

Möntaos, s. j. 250.

Mèntèng, s. 306; 323. Mëntjoegan, j 337.

Merakan, j. 234; 345.

Mërbo, ml. s. 136.

MësawS, j. 339.

? Mësoe, j. 61.

Mimba, j. 79.

Hindi, j. ml. 78.

Minging, j. 132.

Minjan, s. 239.

Miri, j. s. 87; 308.

Mlakah, md. 298.

Mlantjogan, j. 338.

Mlindjo, ,j. 344.

Mloowa, j. 12.

MoehvE, j. lïJ.

Moendër, j. 23.

Moendoe, j. 23.

Jloendoo, s. 23.

Moengli, j. 263.

Moenoeng, j. 45.

Moentjang, s. 308.

Mojang, j. 152.

Mranak, j. 342.

Nagasari, j. 26; 170. Nagasari, s. ml. 26.

Namnam, j. 148.

Nanam, j. 148.

MngkR, j. 332.

Nangka, s. ml. 332; 338. Nungka-boeboer, j. 338.


ocr page 193

165 —

Nangka-booboor, s. 338. Nangka-blanda, s. 12. Nangkah, md. 332. Nangkahan, j. 278; 231. NangkS-landS, j. 12. Nangka-landi, j. 12. Nangka-leuweung, s. 332. Nangka-salali, s. 338. Nangka-tjangkoewang, s. 338. NangkR-tjèlèng, j. 338. Nangsi, s, 835.

Naugpënangan, md. 27. Narap, j. 80.

Nèro, md. 87.

Nginging, j. 132.

Njirih, j. 87.

Njainploeng, s. j. 25, Njamploong-laki, boog. 24. Njampoe, j. 282. Njampoe-gagang, j. 282. Njampoe-gotnboug, j. 282. Njampoe-gombór, 282. Njampoe-krikil, j. 282. Njampoe-tiuggi, j. 282.

Njatoe, j. s. 230.

Njatöh, md. 230; 231.

Njèrè, s. 357; 35'i.

Njirih, j. 87.

Njirih-abang, j. 87. Njirih-goedik, j. 87.

Njoeroeh, j. 87.

NJor, md. 358.

Noemi, md. 11.

Nona, s. 12.

Nona-leuweuug, s. 3. Notenmuskaat, lioll. 279. Oojah-oejahan, j. 329. Ookoe-aka, s, 139. Oenbël-oembëlan, j. 30. Oomoot, s. 358. Oemboet-kawoeng, s. 357. Ocmpang, j. 267.

Oerang-oerangan, j. 337. Oeris-oorisan, j. 56. Onecht-santal-hout, holl. 289. Opas-opasan, j. 198.

Opèlan, md. 144.

Padang, j. 314.

Padjang, j. 314.

Padjoeug, md. 282.

Pakèl, j. 115.

Paköm, j. 17.

Pakis, j. 368; 347.

Pakis-adji, j. 347.

Pakis-galar, j. 368. Pakoe-tihang, s. 368. PM, j. 279.

Pala, ml. s. 279.

Palahlar, s. 36.

Palan, j. 314.

Palapah, s. 357; 358. Pandaan, holl. 359.

Pandan, j. 359.

Paudau, s. 359.

Pandan-laoet, s. 359. Panggang, s. j. 192; 189. Fanggang-boeloe, s. 192. Panggang-poejoo, s. 192; 189. Panggang-sèrèm, s. 192. l'anggang-tjermè, s. 189. Pangsör, s. 329. Pautjal-kidang, j. s. 298; 83. Pao, md. 115.

Paö-gólèk, md. 115. Pao-kainèh, md. 115. Pao-kölèh, md. 115. Pao-kötjor, md. 115.

Pao-tëlör, md. 115.

Papah, j. 357; 358.

Papaja, ml. s. 186.

Papasan, j. 314,

Parahlar, s. 36.

Parandji, s. 133.

Parang-dowa, j. 314.


ocr page 194

— 166

Pare, s. 115.

Parèngpèng, s. 336; 315. Parèngpcng-këbo, j. 338. Pari, j. 115.

Pari-koerang, s. 115. Pari-manook, ». 115. Pasang, s. j. 342. Pasaug-baloeng, j. 342. Pasang-batoo, s. 342. Pasang-bödas, s. 342. Pasang-djambe, s. 342. Pasang-kajang, s, 342. Pasang-lawe, j. s. 342. Pasang-parèngpong, s. 342. Pasang-tangRgPi, j. 342. Pasang-tjolong, s. 342. Paskapasau, j. 314. Pasoeng, s. 182.

Pasoeugan j. 315.

Pasra, s. 231. Patjar-goonoeng, j. 223. Patjar-koekoe, ml. j. 183. Patje, j. ml. 220; 213. Pedali, j. 265.

Pe-er, s. 329.

Pelëh, mil. 328.

PSlang, md. 144. PÖlangkóngau, md. 335. Pëlëm, j. 115. Pölëm-dagiug, j. 115. Pelëm-kojoug, j. 115. Pëlëm-kopjor, j, 115. Pelem-lalidjiwa, j. 115. Pëlëm-madoe, j. 115. Pëlëmpëni, j. 226. Pêlëm-santök, 115. Pëlëm-sengir, j. 115.

Pèlèt, j. s. md. 50.

Pëloes, j. 108.

Pëlos, md. 108.

Pènang, md. 349. Pëndjalinan, j. 99; 314.

Pënawar, j. 130.

Penggoeng, s. j. 171. Pëngah, j. 333.

Perèlèk, s. 235.

Peren, hell. 154.

Pèrèng, s. 329.

Përkamp;sS, j. 309.

Perzikken, holl. 154.

Pëtag, s. 170.

Pëte-alas, j. 141.

Pëte-wanS, j. 141. Pëteuj-tjina, s. 148.

Pëtir, s. 141. Pëtjari-koening, j. 6. Pëtjari-poetih, j. 6. Peu-eung, s. 143.

Peuris, s. 303.

Peusar, s. 332. Pheulik-angèn, md. 314. Pheuloeng, md, 184. Pheungsol, md. 83. Phlimphing, md. 62. Phlimphing-boeloe, md. 62. Phlimphing-mauès, md. 63. Phoekol, md. 94.

Pikopijan, md. 83.

Pilang, j. s. 144.

Pinang, s. ml. 349; 358. Pingkoe, s. 80.

Pisang, j. ml. 186; 276. Pisitan-monjèt, s. 80. Pitjisan, j. 203; 340. Pitjoeng, s, 17.

Plalan, j. 314.

Plalar, j. 36.

P]M, j. 125.

Plasa, ml. s. 125.

Plasah, md. 125.

Plëndo, j. 193. Poeki-andjing, ml. s. 148. Poele, j. 242; 246. Poele-pandak, j. md, 246.


ocr page 195

— 107 —

Poeloengan, j. 145.

Poeloos, s. 333. Pooloes-djlatrang, s. 333. Poelootim, j. 27G. Poendoeug, j. 306. Poendoengan, j. 203. Poeng, j. 143. PoornSmRsRdR, j. 255. Poering, j. 323.

Pooroet, s. j. 332. Pocrwaka, j. 302.

Poesar, s. 332.

Poespa, s. 33; 32. Poespa-beureum, s. 32. Poespa-bodas, s. 32. Poespa-merang, s. 32. Pootat, s. j. 171.

Poetan, 241.

Pootjangan, j. 194; 191. Pootjoeng, j. 17.

Poetoet, s. 161. P6h, j. 115.

Polaj, ind. 242; 246; 247. Polaj-pandak, md, 246. Póndeuj, s. 141.

Pöndóh, j. 358. Pondoh-arèu, j. 357. Pongporaug, s. 263. Popohan, j. 114.

Popöhan, s. 114. Pör-kapöran, md, 201. Pötojan, md. 265.

Potrèn, s. 80.

PrabeuB, md. 282. Prana-djiwa, j. 45. Pranak, j. 342. Prauamflsadu, j. 255. Prapat, j. md. ml. 182. Pring, j. 360,

Pruimen, holl. 154.

Kali, j. 278.

Kamboetan, j. s. ml. 106.

Ramboetan-atjèh, ml. 112. Ramboetan- djSwa, j. 106. Ramö-gëntjël, s. 192. Eamo-giling, s, 192; 189. Randoe-agoeng, j. 41. Randoe-alas, j. 41. Eandoe-leuweung, s. 41. Randoo-wamp;na, j. 41.

Raoo, j. 76; 119. Eaoe-woelan, j. 76. Rasamala, s. 159. Rasamala-bënër. 159. Rasaraala-beureum, s. 159. Rasamala-bodns, s. 159. llasamala-gadok, s. 159. Rasamala-kapas, s. 159. Rasamala-ki-oepi, s. 159. Rasamala-taritih, 159. Hawaii, j. 320.

Këdani, j. 88.

Ködjasa, j. 61.

Regenboom, holl. 148. Rëmeme, j. 300. Rëmoeng-boetoen, s. 22. Reniplas, j. 329.

Rong, md. 145.

Rëngas, s. 116; 120. Rëngas-gëdèpor, s. 229. Uëngas-goenoeng, j. 120. Rësëk, md. 170.

Rësiki, j. 4.

Reusbreusan, md. 231. Ribajii, j. 188. Rihpheudjeuh, md. 188. Ringiu, j. 329. Rioeng-anak, s. 343.

Risip, j. 170.

Roejoeng, j. s. 357. Rookëm, j. s. md. 16; 15. Sada, j. 358, 357.

Sadan, j. 28.

Sadang, j. s, 354.


ocr page 196

— 168

Sadèng, j. 354.

Satling, j. 354.

Sadjëng, j. 76.

Sago, 355.

Sagopalm, holl. 358.

Sahang, j. 192.

Salam, s. j. 170.

Salam-andjing, s. 152. Salam-watoo, j. 170.

Sampang, j. 64.

Samparantoe, s. j. 139; 226. Sampöra, s. 57.

SSnS, j. 127.

SanR-kfimbang, j. 127. SRna-kapoer, j. 126.

Sfuifi-kling, j. 232; 126. Sana-soengoo, j. 126. Sandel-hout, holl. 288. Sanintën, «. 343.

Santal-hont (oelito) holl. 28-;. Santal-hout (onechte) holl. 289. Santen, s. j. 251.

Saoo, j. 232.

Sapèh, md. 107.

Sapi, j. 76; 107.

Saoe-manila, ml. j. 233. Saradan, j. 16.

Sarahan, j. 192.

Sarangan, j. 343.

Sarasati, j. 222.

Sariawan, s. 237.

Sarkadjeuk, md. 12. Sasag-goeuoeng, j. 237.

Sasalv, s. 237.

Sasak badak, s. 237.

sawa, j. 339.

Sawoe, ,j. 232.

Sawo, j. ml. 282.

Sawo-djawa, j. 232.

Sawo-djawi, j. 232. Sawo-goenoong, j. 231. Sawo-manila, ml. j. 233.

Hëgawe, j. 142.

Sökalët, j. 228.

Sëkar, j. 8.

Sëkar potak 266. Sëkheubeuj, md. 142, Sëlang, j. 83.

Sèlóng, j. 145.

Sëmak, j. 235.

Seraaugköng, j. 352.

Sëmbir, j. 332.

SSmbirit, j. 320.

Sëmbodja, j. 252.

Sëmbodja, ml. 252. Sëmboeng, j. 221. Sëmboeng-dëdëk, j. 221. Somboeng, gode, j. 221. Sömboeng-goenoeng, j. 221. Sëraeg, md. 235.

Sëmpajang, j. 64.

Sëmpërëm, s. 299. Sëmphoeng, md. 221. Sömpoe, j. 2.

Sëmpoer, s. 2. Sëmpoer-batoe, s. 2. Sëmpoer-tjai, 2.

Sompol, md. 2.

Sëndara, j. 222.

Sendaron, j. 287.

Sënggani, j. 177.

Sèngön, j. ind. 145. Sèngon-djavva, j. 145. Sèngöu-djawi, j. 145. Songfrn-landS, j. 148. Sèngön-laoet, j. ml. 148. Sèngón-sabrang, j. ml. 148. Sënoo, j. 52.

Sëntanèn, j. 66.

Sëntigi, j. 178.

Sëntoel, s. j. 82.

Sëntöl, md. 82.

Sëntolong, j. 276.

Sëpat, j. 205.


ocr page 197

169 —

Sfilangke, j. 73 «.

Sópet, j. 358.

Sëpi'öh. j. 329.

Söroet, j. 314; 328.

Sëtjang, j. 148.

Sötri, j. 25.

Sigeung, s. 55.

Sikatan, j. 211; 220.

Siloewar, s. 83.

Silöwar, s. 83.

Sirnpol, j. md. 2.

SindarS, j. 222.

Sindoek, j. 59.

Singkil, j. 270.

Sintjoeng, s. 358.

SirikfijR, j. 12.

Sirikaja „holl.quot; 12.

Siwalan, j. 355.

Slasèjan, md. 282. Slasih-tjSlong, j. 282.

Slatri, j. 25.

Slètrèh, md. 61.

Soekoen, j. s. 338.

Soelangkar, s. 95.

Soelooh, j. 150.

Soeron, j. s. 74; 88; 339. Soerèn-kapas, s. 88.

Soerèn-tali, s. 88. Soerèn-tandoek, s. 88. Soeroe-ajam, j. 311. Soei'oo-köbo, j. 292. Soeroo-inaisa, j. 292.

SoowS, j. 357.

Soewangkoeng, s. j. 348; 352. Soga, j. 131; 137. SogS-djambal, j. ml. 131. Soga-gradjagan, j. 131. Soga-tingi, j. ml. 131.

Soka, j. 137.

Sökheuh, md. 131.

Solóh, j. 150.

Sómpór, md. 2.

Sanggalaugit, j, 244. Songgom, s. 171.

Sorou, md. 88.

SrikSjS, j. 12.

Sriwil, j. 45. Sriwil-iwil-iwil, j. 45. Swirswak, ml. 12. Tadjoeman, j. md. G7. Tajoeman, j. 07 ; 132. Taker, md. 181.

Takii', j. 181.

Taköka, j. 259.

Taköka, s. 259.

Tal, j. 355.

Tali-dook, j. 357. Tali-indjoek, s. 357. Tali-lampak j. Gl. Talingkoep, s. 311 Talës, j. 45.

Talësan, j. 45; 282.

Talök, j. s. md. 5(5. Talók-bèugkóh, md. 56. Talok-kapor, md. 56. Tambang-indjoek, s. 357. Tandjang, j. md. 161; 160. Tandjang-brangga, j. 160. Tandjang-kotok, j. 161. Tandjang-rajap, j. 160. Tandjoeng, j. ml. 233. Tanganan, j. s. 192. Tanggooli, j. s. 132. Tanggoeloen, j. s. 75. Tangkal-klapa, s. 358. Tangkalak, s. 282.

Tangkèlè, s. 50.

Tangkil. s. j. 344. Tangkeudjoeugan, md. 56. Tanghoeloon, md. 75. Tangkólo, s. 50.

Tanglar, s. 80.

Tanglok, rad. 56.

Tapas, s. 358.


ocr page 198

— 170 —

Tapen, j. 313.

Tapon-këbo, j. 309. Tarètèg, md. 324. Tarigan-gëbang, j. 353. Tarik-gbang, j. 353. ïarisi, s. 145.

Tarisih, s. 136.

Taritig, j. s. 150; 324. Taritih, s, 136. Tarongtöng, s. 182.

Todja, j. 282.

Tèdja, s. 282.

Tëgörang, j. 331.

TMi, s. j. 35.

Tëkih, j. 145.

Tölasik, j. 282.

TÖlitig, j. 324.

Tëmpajang, j, G4. Tömbësoo, ml. 254. Tëndilan, j. 201. Tëngchtjaah, s. 203. Tenggooli, j. s. 132. Tönggoeloon, j. 75. Tëngkhooloen, j. 75. Tèngsok, j. 110. Tëntjögan, md. 337.

Tapas, j. 358.

TÖrëp, s. 332. ïèrong-blauda, ml. s. 260, Tèsoek, s, 39.

Tëtör, s. 258.

Toureup, s. 332.

Thëlimah, md. 183. Thëlisoh, nul. 323.

Thouöh, md. 119. Theurou-morah, md. 278. Theureu-potèh, md. 278. Theutheuk, md. 124. Thjoueuh, md. 164. Thoerih, md. 42.

Thoewëh, md. 170. Thoewëh-beutok, md. 170.

Thriboeng, rad. 355.

Tikël-baloeug, j. 184; 323,

Tileng, j. 272.

Timaha, j. 50.

Timangk, j. 50.

Tingi, ,j. 162; 160.

Tira, j. 95.

Tisoek, s. 39.

Tisoek-tömbaga, s. 39.

Tiwoo-landak, s. 332.

Tjaboek, j. 300.

Tjajoer, s. 51.

Tjakar-ajam, j. 316.

Tjalik-angin, s. 109; 314.

Tjalintjing, s. 62.

Tjalintjing-manis, 63.

ïjalintjing-woelët, s. 62.

Tjandjoer, ml. 148.

ïjangkang-klapa, s. 358.

Tjangkrèng, md. 124.

Tjangkring, j. 124.

Tjangkoedoe, ml. s. 213; 220.

Tjangkoedoe-badak, s. 253.

Tjangkoewang, s. 359.

Tjaugtjaratan, 203.

Tjantigi, s. 153; 110; 223; 234.

Tjaoo-tal, j. 355.

Tjaratan, s. 203.

Tjaringin, s. 329.

Tjaroeloek, s. 357.

Tjartjina, md. 282.

Tjatjaugkoedoean, s. 253.

Tjëlakët, j. 228.

Tjëlëi'ing, j. 148.

Tjëliling, j. 329.

TjÖmara, s. ml. 343 a.

Tjëmara-laoet, s. ml, 343 «.

Tjömamp;ra, j. 343 a; 345

Tjëmara-goonoeng, j. 343 a.

TjémSrE-laoet, s. ml. 343 a.

Tjëmamis-reti, j. 343 «.

ïjëmarah-binok, md. 345.


ocr page 199

171 —

TjernSrsl-ranto, j. 345. l'jömiirRtikoeng 345. ïjÖmbawah, j. fi t,

TjÖrabirit, j. 249,

Tjëmpaga, j. 80.

TjömphkPi, j. 80.

Tjëmpaka, s. rul. 6. Tjëmpaka-bödas, s. (i. Tjëmpfika-djai, j. 4. TjëmpSkS-gSndS, J. 3. TjÖmpamp;kE-këmbang, j. 3. Tjëmpaka-koening, s. (gt;. Tjëmpaka-leuweung, s. 6. Tjömpakali-nioeltljouli, md. 252. Tjënipaka-pootih, j. (i. Tjëmpakah-potèh, md, (i. TJëmpëdak, s. ml. 338. Tjëmpoköh-manglch, md. 4. TjendRna, j. 288. TjëndSna-sömoet, j. 28!).

ïjëngal, j. s. 25; 37; 343. Tjèngkèr, j. 358.

Tjëugkir, s. 358.

Tjentheuneuh, md. 288. Tjëntheuneuh-kastóreli, md. 28!». Tjèrèm, s. 1!)2.

Tjërlang, s. 51.

Tjërlang-laoet, s. 47.

Tjërme, j. ml. 323.

Tjermoh-alas, rad. 08.

ïjërmèn, j. 300.

Tjeuri, s. 23.

ïjhëmpliouloek, md. 134. Tjhëphook, md. 45.

Tjhëroek, md. 71.

ïjlieukhir, md. 107. Tjheumphoeh-böl, md. 173. Tjheumphoeh-bikhih, md. 173. Tjbeumphook-boutoli, md. 173. Tjheumphoeh-kaket, 173. Tjhcureuk, md. 309.

Tjhirëk, md. 300.

Tjhooar, md. 148.

Tjhoewar, rad. 148.

Tjikal-baloeng, j. 184,

Tjikra-tjikri, ml. 78.

Tjipi'quot;, j- 310.

Tjookilan, j. 98.

Tjoekilang, j. 98.

Tjoewoet, j. 30.

TJörabrang, 20.

Tjómbrangan, j. 20.

Tjóngki-aiig, j. 189.

Tlawas, j. 66,

Toendoong, j. 105.

Tooudoong-sajong, s. 105.

ïoeuggourGuk, s. 343.

ïoeri, j. ml. 148.

Toeri-abrit, j. 148.

Toeri-pëtak, j. 148.

Toer-poetih, j. 148.

Toetoeb, j, 319; 315; 314; 812; 313

Tootoeb-antjoer, J, 315.

Toetoeb-awoe, j. 314.

Toetoeb-kantjil, j. 314.

Toetoep-raraa, j. 315.

ïoetoep-wësi, j. 334.

Tokbraj, s. 307.

Tökbröl, s. 235.

Tongtölok, s. 45.

Töroh, rad. 148.

Tütop, md. 319; 313; 315; 312. ïótöp-biuèk, nul. 314. Totöp-laplicinig, md, 319. Tótop-lakoh, md. 315.

Totop-potèh, md. 319.

Tranggooli, j. 132. Tranggoeloen-bërnang, j. 75. Trangkil, j. 344.

Trawas, j. 282.

Trömbësi, j, 334.

Trënggoeli, j, 132, Trenggoeli-kiolot-, j. 132. Trënggoeli-wawaug, j, 132.


ocr page 200

— 172 —

Trënggoeloon, j. 75, Trëngkhoèloen, md. 75.

Troup, s. 332.

Troontoeng, j. s. KJO; 227. Troosgoenoeng s. 80.

Wadaug, j. 51.

Wadoong, j. 23.

WajoG, j. 51.

Walang', j. 51; 314 AValcn, s. 329.

Walik-angin, j. 83 ; 278 ; 33(5; 314 Walikëlar, j. 99; 109.

Walildar, j. 314.

Walikoekoen, j. 59.

Wangkal, j. 145.

WSngsS, j. 8.

AVangsool, j. 83.

Warong, j. s. 271.

Waringin, j. ml, 329,

Waroe, j. s. 39.

Waroe-djÖmboet, j. 39. Waroe-gëli, j. 39. quot;Waroe-gómbong, j. 39. Waroo-goonoeng, j 39. Waroe-rangkang, j. 89. Waroe-köpèh, j. 39.

Waroe-laoet, s. 40.

Waroo-lënga, j. 39.

Waroo-lëngis, j. 39.

Waroo-lèt, j. 40.

Waroo-pajoeng, j. 39. AVaroo-rangkang, j. 39. Waroe-songsöng, j. 39.

Wëlahan, j. 80.

quot;Wolawèan, md. 334.

AVëroo, j. 145.

WidPirS, j. 94. WidSjaifikoesocsmH, j. 270. Wierook-hout, holl. 28G.

Wijoe, j. 73 «; 74.

AYilada, j. 329.

Wining, J, 45.

Winëng, j. 187.

Wisnoo, j. 52.

Woelooh, j. 150; 327.

Woeloehan, j. 314; 327.

Woeloh, j. 150; 327.

Woeni, j. 111). s. 323.

Woeni-laoet, j. 305.

Woeni-liris, j. 305.

Woengli, j. 263.

Woengoo, j. 179.

Woenoeng, j. 45.

Woeroe, j. 5; 61; 109; 132; 240;

304; 253; 282; 278. Woeroe-dapoeng, j. 282. Woeroe-dedak, j. 282. Woeroe-dëdêk, j. 282. Woeroe-dobös, j. 282. Woeroe-djati, j. 282. Woeroo-gëdang, j. 282. Woeroe-gëdawa, j. 282. Woeroe-gëmplong j. 282. Woeroe-gombong, j. 282. Woeroo-kamplong, j. 282. Woeroe-kapoer, j. 282. Woeroe-këmbang, ,j. 109; 282. Woeroe-këmploeng, j. 282. Woeroe-këtèk, j. 282. Woeroe-kindjèng, j. 282. Woeroe-koenjit, j. 282. Woeroe-konjit, j. 282. Woeroe-kontet, j. 340. Woeroe-lëraali, j. 282. Woeroc-loetoeng, j. 282. Woeroe-tnangir, j. 282. Woeroe-mödang, j. 282. Woeroe-pajoeng, s. 282. Woeroe-pëtjël, s. 282. Woeroe-pinggang, j. 282. Woeroo-prit of ömprit, j. 282. Woeroe-sfina, j. 109. Woeroo-santën, j. 230. Woeroo-sawa, j. 339.


ocr page 201

— 173 —

Woeroe-sëmoet, j. 282. Woeroo-sëpët, j. 282. Woeroe-sintök, j. 282. Woeroe-söngsóng, j. 282. Wooroe-tjèlèng, j. 282. Woeroe-tjëmpÜkS, j. 282, Wooroe-tjilirang, j. 282. Wooroo-wfitoe, j. 282. Wooroe-widjèn, j. 282. Wooroo-wingkii, j. 282.

VVoudorolie-boom, holl. (Ricinus) 323.

Wamp;ngkhoenöng, md. 80. Worstenboom, holl. 2()fi.

Wrakas, j. 342.

Wringin, j. 329.

Ijzerhout, holl. 343 a.

Zoepboom, holl. 90.

Zuurzak, holl. 12.


ocr page 202

• •

■

• ■

• quot;

ww ■ fflwftM

■

. . gt;■ - • • ■ . :•

ocr page 203

ERRATA.

LEES;

wordt boloofd uitgonoodigil do ondorstaando vorboteringon in ngon. — In dozo lijst zjjn do vorsohillon tusschon cl en lt;1, t on langozien voor do mooato ouropoanon, dio niot langon tyd do , id hobben, hot ondersohoid tusscbon doze klanken niot hoorbaai

STAAT;

Sekra, j.

Guattaria.

Flaoourtia. Woeroo-lnegSi j.

Bl.

Waroo-dojinboot, j. Bonroo-kheutjhuu, rad. ïangkólö, s.

Bluntjong, j. Djati-landi, j. Komoaoh, md. Tadjooraan, j. Azidaraohta.

Doorönan, j.

Pikopian, rad.

Doekoe, ml. j. Kedondng, j. Klontjing, j.

Dauhinia.

Paudia.

Prèngkot-djèngköl, s. Toeri-aprit, j. Djhoowar, md. Gale-asem, j.

Plenda, j.

Pitjisan, s. Kusimboehan, s. Myrsin.

Sono-kling, j.

Sekar, j.

Guatteria.

Flaoourtia. Wooroe-Ionga, j.

h.

AVoroo-djomboet, j. Bourooh-khoutjhou, md. Tiingkolu, s.

Blentuug, j. Djatos-landi, j. Kcmosoh, md. Tadjooman, md. Azadlraohta.

Doerenan, j.

Pikopian, md.

Doekoe, ml.

Kedimdong, j. Klontjing, j.

Bauhinia.

Pahudia.

Parftngkct-djamp;ugkol, s. Toori-abrit, j.

Tjhoewar, md, Galih-asem, j.

Piondo, j.

Pitjisan, j.

Knsimbooiln, s.

Myrsino.

Sana-kling, j.


ocr page 204

Bladzijde.

S T A A T:

LEES:

Op wolkon rogol van boven.

82

Polaj-panthk, md.

Polaj-pandak, md.

27

83

Lüh-kambing, j.

Loh-gambing, j.

28

85

Fragraca.

Fngraoa.

8; 9; 22.

91

Iloas, 8,

Hua#, h.

8

90

II. beiis, b.

H. boaB, s.

8

n

Emprit, j.

Emprit, j.

22

n

V. bibis, md.

15. biliB, md.

31

104

KemèrM'.

Kömoroh, md.

29

10G

Arak, md.

Arak, md.

5

HG

Elo, j.

Elo, j.

5

,

Goendang, j.

Goendang, j.

1 1

119

fulva Eoinwt.

toxicaria Linn

4

D

hirta Roinwt.

fulva Roinwt.

20

120

.000 Apa-apa, j.

O 0 (1 0 Apa-apa, j.

12

122

Latnëg, j.

Latong, j.

14

124

ïjèntjogan, md.

Tjontjogan, md.

2G

134

Soow, j.

Soowa, j.

10

n

Logen, j.

Logïin, j.

16

r»

Trambil, j.

Krambil, j.

29

135

Pondoh, j.

Pöndoli, j.

5

n

Lidi.

Lidi, ml.

7

n

Njnro, B.

Njorö, j.

7

n

Bloom, j.

bloom.

9

»

Klapa, j.

Klapa, j.

13

Sop'dt, j.

Sepot,

10

»

TopcB,

Topos, j.

10

»

Pandan-laut, s.

Pandan-laoot, b.

21

130

Djadjng, j.

Djadjang, j.

10

ocr page 205

A T) D E N1) A.

De lozor wordfc boleofd vorzocht elk dezor aanvullingen1' by het bijbehooremlo nummer op te plakken.

onder 73:

73 a. Ailanthus Desf.

Ailanthus spoc, —liü Poogor in licsooki Harlin, j. Zoor locale onzekere naiim.

Elders in Beaooki licet oen Podocarpus-aoort constant Bctdin, md. lïij Plclin in Pokalongan constant Sc/noflrfe, j. guliccten; die naam eehtcr aan weinige inlanders bekend on zeer locaal. Dc boom in Pokalongan en ook in Samarang niet zelden om de gelijkenis der bladeren met Garuga spec. abusievelijk Wijoe, j. genoemd. — Determinatie tan J. G. Boerlaqe.

oiiclcr 14:

14*, VIOLACEAE,

14 a. Alsodeia Tiioüars. — Inl. namen en

Alsodoia spec. — Inl. namen en boom nan my van Java nog onbekend.

achter 280:

Tambourissa Sonn. bijvoegen (Amhora),

onder 343:

343*. C ASUARINACE AE.

343 h. Casuarina fobpt.

Casuarina spec, — TJênilira, j.; Tjêmaru-goenoeug, j. (= Tjhnuwis-riti, j.);

Tj^mara) md. — Zeer vaste namen. Geen andere op Java wildgroeiende boomen aldus genoemd) behalve bij uitzondering soms Podocarpus cupressina R. Brown.

Casuarina spec, — Tjemara, 9. ml.; Tjeniara laoet, s. ml. of eenvoudig Tjeinara, j.

Hout buitengewoon hard, zeer inoeilijlc te bewerken en zeor zwaar; doch zocr duurzaam. In do bergstreken van Oost-Javu niet zelden met succes by huishouw gebezigd. Is een der IJzefhon'.-sootten van den Maleijchcn Archipel.

. achter 331:

Cudrania Trkcul. bijvoegen (Madura).

achter 335:

Villebrunea Gaud, bijvoegen (Oreocnide).

achter 248:

Orchipeda Br,, bijvoegen (Pootia).

achter 45:

Sterculia L. bijvoegen (Pterocyiiibitiin ■, Finniania).

achter 41 :

Bombax Linn, by voegen (Salmalia).

achter 23:

GarcillUl I.In\. bijvoegen (Stalagmites ; Discostigma),

ocr page 206

,.,... .^. . , .,, -!;.•gt; vji- - ;', . -.^v. ,J . ', ■ . •■ . .

• i ■ ...... —

• ..... •' ■

riwüwji

■■■■■'■

. , . ,. .. .. ..

■ -

■ ..... ....... • ■■ •■ ...........■:quot;• ' ~ .....■..... ■ .■• ■ - • .. ........

■ m

■

• '

-.. /gt;!'2MB!üil!uj ■'JWlail.'l-i ,;-i,)

, .

h i

■

m*. ■ -

.....

■■ ■ ■......■ ■■ - ■

*lt;?•amp;'•■ -■• - • ■'■- *• ■■•■■■■ '■■■.■- ••• ...... • -» !=• ^ f gt;

..... . ■ . . ....

■ ,l^:c^'^'

■'^ ....

................... , **!h-

- ■gt;*! W' 'lt;quot; ■ f-k gt«

S . . ,

gt;*■

■

. ■. ..., - :. ..

..........

1 )|iiiplwl|p|lw|pi^ '; 1...... ■ ....... j.....■

- vvy^lMh^iraiiW^ --------

ocr page 207

mËWmM

■■ ■- , gt;

acc

.

••

■

ocr page 208
ocr page 209
ocr page 210