Vak 87
501
Vak 87
$DI
amp;d fliïerficifigstc Sacrament
ES
k;iJNE QVEREERING
Permittitur typis excudi et in lucem edi. Ruraemundae 12 Martii 1S85.
P. J. H. RUSSEL, Can. et Prof.., ad hoe deputatus.
Eerwaarde Heer.
Tt heb het yenoegen, bij deze namens zijne \ doorluchtige Hoogwaardigheid, Mgr. Paredis, ; de goedkeuring te verleenen aan het boekje | over het Allerheiligste Sacrament en zijne j vereering te Meersen : ik ivensch u geluk met de keurige bewerking, en hooji dat God zijn \ zegen er aan zal verleenen, en het vervolgens \ moge strekken tot uitbreiding en bevestiging \ van geloof en godsvrucht onder onze overigens ! kristelijke bevolking.
lioermond 23 3Ioi 1885.
j
P. J. H. Uussel, Kan. en Prof.
--*
EERSTE AFDEELJNG.
HOOFDSTUK I.
Ãet Jflitalct nun Rei Ã. Socrnmcni ic Jflcccgcn.
In het Zuideu der provincie Limburg, een der schoonste gewesten van Nederland, ligt op den rechteroever der Maas het bekoorlijke Geul-dal. Sinds eeuwen is het vermaard wegens de schoonheid en liefelijkheid, die de natuur hier ten toon spreidt; hier zien wij eene dier streken, waar de Almachtige zelf Zijne gaven met rijke vaderhand geschonken heeft. Het heele dal wordt ingevat en is omzoomd van eene heuvelenrij, van wier donkergroene kruinen men het heerlijkste natuurtafereel aanschouwt.
Met honderd kronkelingen baant de Geul zich haren zekeren weg langs schaduwrijke bosschen, welke gedurende den zomer van het liefelijk gezang der vogelen weergalmen, langs beemden en landouwen, die telken jare met elkander schijnen te wedijveren, wie hunner zich, ter eere van den goeden Schepper, in het schoonste feestgewaad tooie. Te midden van dit Sf-^
4
schilderachtig landschap ontwaart men het aloude, fraaie dorp Meersen of Meersheim, oudtijds Marsna of Marsana geheeten.
Om meer dan ééne reden, is dit Meersen inden loop des tijds eene beroemde plaats geworden.
Het is den beoefenaar der geschiedenis niet onbekend, dat hier ter stede de vorstelijke telgen van het huis der Karolingers: Keizer Lotharius I; Lodewijk, Koning van Duitschland en Karei de Kale, Koning van Frankrijk in het jaar 847 vergaderden, om vrede met elkander te sluiten en zich tegen de Noormannen te vereenigen. Hoe in het jaar 870, na den dood van Lotharius I, de beide laatst genoemde vorsten alhier, op de koninklijke hofstede, diens rijk onder elkander verdeelden. Deze vorstelijke villa nu ontving later Gerberga, eene dochter van Hendrik den Vogelaar en gemalin van Lodewijk van Overzee, Koning van Frankrijk, van haren eersten gemaal, Giselbert, Hertog van Lotharingen, tot huwelijksgift, enzij schonkzemet al hare aanhoorigheden in het jaar 958 aan de abdij van Sint Remigius te Reims.
Deze gift aan de Benedictijner-monniken werd in het jaar 986 door Keizer Otto III bevestigd, hetgeen insgelijks de Keizers Hendrik II en KoenraadlII deden. Dienvolgens
5
stichtten er de Benedictijnen eene Proostdij en bouwden er eerst eene romaansche kerk, waarvan nog enkele sporen aanwezig zijn, en ruim drie eeuwen later eene groote, fraaie kruiskerk, heden nog een der zuiverste gedenkstukken der Gothische architectuur en welke thans in haren ouden luister hersteld wordt. In deXVII^e eeuw gaven de Benedictijnen de Proostdij over aan de Re-guliereKanunniken van de abdij Eaucourt bij de stad Besangon, aan de zuidelijke grens der provincie Artois gelegen.
Moge de naam van Meersen nu ook ter oorzake van deze historische feiten vermaard zijn, grootere beroemdheid evenwel heeft deze plaats verkregen door het groote Mirakel, dat de Almachtige te dezer plaatse gewrocht heeft. Voorwaar, men kan Meersen geluk wenschen, dat binnen zijne muren eene gebeurtenis plaats greep, die zoo veel ter verheerlijking van het H. Sacrament heeft bijgedragen. Ziehier, wat ons de legende over dit wonder vermeldt.
Eens was in de schoone kruiskerk door eene onbekende oorzaak â volgens eeni-gen door het vuur des hemels â een hevige brand ontstaan. Het juiste jaartal dier gebeurtenis kent men niet, maar het was in het begin der eeuw. In *-----------5S
%-*
6
weinige oogenblikken stond het eerwaardige gebouw in lichterlaaie vlam. Dikke rookwolken stegen omhoog, en de vernielende vlammen sloegen uit deuren en vensters. â Nog heden ziet men in de verkoolde muren en gewelven, nadat bij de restauratie de kalklagen weggenomen zijn, de sporen van dezen brand. â
Het geheele dorp geraakte in opschudding, en ieder snelde naar de plaats der ramp, naar het dierbaar heiligdom. Aan blusschen' viel niet te denken ; het binnenste der kerk geleek op ée'n laaien vuurklomp. In den hoogsten nood herinnerde men zich, dat het H. Sacrament nog in het Tabernakel rustte en dus gevaar liep eene prooi van het vernielende element te worden. Met ontzetting staarden de dorpelingen op het verschrikkelijk tooneel, machteloos stonden allen tegenover het woedende element. »O, waren toch slechts de H. Hostiën gered !quot; Dat was de wensch van velen, ja, van allen. Maar wie zal zulk een koen waagstuk ondernemen, wie zijn leven aan zulk een klaarblijkelijk gevaar blootstellen? Mog stonden allen radeloos, toen plotseling een landman, een frissche, jonge knaap, zich eenen weg door de menigte baande en met een enkelen oogopslag de plaats des onheils overzag. Hij sff--amp;
7
had in de verte, van zijnen akker uit, waar hij juist met ploegen bezig was, de rookkolom zien opstijgen en was herwaarts gesneld, om te zien, waar brand was ontstaan. Nauwelijks had hij vernomen, dat het H. Sacrament nog niet gered was, of hij nam een kloek besluit. Hij vraagde namelijk aan de geestelijkheid verlof, de H. Vaten met hunnen kostbaren inhoud te mogen halen. Dit verzoek werd hem toegestaan; hij knielde voor den Priester neer, ontving diens zegen, beval zijne ziel aan God en verdween te midden van rook en vlammen. Allen waren in gespannen verwachting, al biddende stonden zij te staren naar de plek, waar de brave jongeling was verdwenen. Tien minuten, zelfs een kwartier uurs ging voorbij, en aller harten klopten van schrik en angstvol ongeduld. Reeds begon de menigte aan zijne terugkomst te twijfelen, loen de jongeling eensklaps de kerkdeur naderde in zijne, met een witten doek overdekte handen de H. Ciborie houdende. Hij overhandigde den kostbaren schat aan den Priester onder het luide gejubel van het neerknielende volk.
Zoo had dus de Heer, die zich volgens zijne beloften in de H. Schrift gegeven,
onder de gedaante van een nietig stukje --------«
8
brood verbergt, een jongeling gered. Hij, die eens eenen Engel den drie jongelingen in den gloeienden oven ter redding zond, had den wakkeren landbouwer beschermd, zoodat hij geen letsel bekomen had. De vlammen hadden zich voor hem gescheiden, zoodat hij zonder hinderpaal het Altaar kon naderen.
Aan den voet van het Tabernakel, zag hij twee Engelen, in menschelijke gestalte met gevouwen handen in aanbidding neergeknield. Een hunner spreidde boven-gemelden doek over zijne handen, opende eerbiedig het Tabernakel en reikte hem de H. Vaten over.
Nadat de brave landman dus eenen duren plicht volbracht had, onttrok hij zich aan de menigte en keerde terug naar zijnen akker, om zijnen arbeid te hervatten. Maar zie 1 een tweede wonder heeft plaats gehad. Toen hij zijn veld bereikt had, zag hij, hoe een schoon jongeling zijnen ploeg bestuurde, die echter verdween, toen hij naderde. Gedurende zijne afwezigheid had deze den ganschen akker omgeploegd. De legende voegt er nog bij, dat deze landman, die trouw het heilige misoffer bijwoonde en een vurig vereerder van het Altaargeheim was, steeds een voorbeeld bleef van deugd en godsvrucht en in geur van heiligheid is overleden, sg---
9
HOOFDSTUK II.
iet labctnnlct in ilc ScrU tc JUcci'Scn.
Ter herinnering aan dit wonder werd in de herbouwde kerk eene kunstig bewerkte Theoteca of ïabernakeltorentje geplaatst dat nog heden als een heerlijke kunstschat der middeleeuwen gewaardeerd wordt.
Opmerkelijk en zeer passend zijn de zinnebeeldige voorstellingen van het H. Sacrament, welke de kunstenaar boven het Tabernakel van het torentje in drie gekleurde groepen heeft weten aan te brengen.
De middengroep stelt het laatste avondmaal voor, zoo als dat de Evangelisten, ons in zeer korte hoogst eenvoudige, maar toch volkomen volledige en duidelijke woorden hebben beschreven. Zij verhalen ons dat Jesus, terwijl Hij met zijne Apostelen het avondmaal hield, brood nam, dit zegende en brak en aan zijne leerlingen gaf, zeggende: »Neemt en eet! dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. Doet dit ter mijner gedachtenis.quot; En dat Hij vervolgens den kelk nam, dien insgelijks zegende en aan zijne leerlingen gaf, zeggende: «Drinkt allen hieruit! Dit is mijn bloed des nieuwen Testaments, dat voor
10
velen zal vergoten worden tot vergiffenis der zonden.quot; Ziedaar de heilige woorden der instelling van het Altaarsacrament, zegt Mure, de ontzaggelijke woorden, welke alléén, door Hem, die God is, konden worden uitgesproken, omdat goddelijke Almacht en goddelijke liefde alleen in staat waren het wonder te werken, dat krachtens die woorden geschiedde.
De tweede groep aan de rechterzijde stelt het offer van Melchisedech voor.
Melchisedech bracht tot verkwikking van Abraham 's strijders en tot huldebewijs aan den overwinnaar brood en wijn aan en droeg een offer aan God op, bestaande insgelijks uit brood en wijn. Het is de eenstemmige leer der heilige vaders en ook der kerk zelve, die onder het heiligste gedeelte der Mis dagelijks het offer herdenkt, wat de verheven priester Melchisedech aan God heeft opgedragen.
Verder was de PriesterâKoning Melchisedech, gelijk de apostel Paulus, uitvoerig aantoont, eene heerlijke afbeelding van onzen Heer Jesus-Christus. Hij was Koning; zijn naam beteekent: Koning der gerechtigheid ; hij was Koning van Salem, d. i. Koning des vredes; â Christus getuigde zelf; ik ben Koning ; en zijne namen zijn: Onze rechtvaardige, Vredevorst. â- Melchi-
m------
11
sedech was Koning en Priester tevens ; â Christus is Priester en eeuwigheid! Van Melchisedech weten wij alleen, dat hij geofferd en gezegend heeft; âChristus' offer â wa.s de samenvatting van zijne geheele werkzaamheid op aarde, en door Hem alléén daalt de zegen Gods over de wereld af. â Melchisedech's offer bestond uit brood en wijn, en hij verdeelde die spijs en dien drank onder Abrahams's knechten, om hen te verkwikken na den strijd en te versterken op hunne verdere reis naar hun land. Onze Heer Jesus-Christus heeft in het laatste avondmaal zichzelven, onder de gedaante van brood en wijn, geofferd, en aan zijne apostelen gegeven tot voedsel hunner ziel; en aan de priesters der nieuwe wet verleende Hij de macht om te zijner gedachtenis hetzelfde te doen, wat hij had gedaan ; Zijn waarachtig vleesch en bloed dagelijks aan God op te dragen in deH. Mis, en met die goddelijke Offerspijze hunne eigen zielen en die van het geloovige volk te verkwikken in den grooten strijd des heils en te versterken op de reis naar het hemelsch Vaderland. En ofschoon de priesters zijne dienaren zijn aan het heilig altaar. Hij toch Jesus-Christus zelf, is de eigenlijke Offeraar, de ware priester, in vvien de voorspelling vervuld is:» Gij zijtpriester in jK-----%
12
eeuwigheid volgens de orde van Melchisedech.'' De derde groep eindelijk ter linkerzijde stelt de inzameling van het manna door de Joden voor; Het manna was eene heerlijke afbeelding van het oneindig verhevener hemelbrood, dat onze Heer Jesus-Christus ons in het H. Sacrament des Altaars heeft gegeven.
Gelijk het manna, dat tegelijk met den damv uit den hemel nederviel, den Joden geschonken werd, opdat zij niet van honger zouden sterven, zoo heeft Hij, naar wien Oudvaders en Profeten hadden verzucht: igt;dauwt hemelen, van boven, wolken regent den Rechtvaardige af, quot; eene spijs gegeven aan zijne kinderen, opdat hunne zielen niet van honger bezwijken zouden.
Zoolang de Israelieten in de woestijn rondzwierven, aten zij het hemelsch brood ; Christus blijft in zijn heilig Sacrament de spijs der zielen, zoolang er menschen de woestijn dezer wereld doortrekken : want daar vooral vervult Hij zijne belofte. )gt;Ik ben met u alle dagen tot aan het einde der eeuwen.quot;
Toen de Joden in het beloofde land kwamen, hield de manna-regen op ; aan allen, die den beloofden hemel binnentreden, geeft God een nu nog ïverborgen manna,quot; want Hij, die nu zich zeiven, W.-----«
13
verborgen onder de heilige gedaanten, welke zijne glorie omsluieren, aan ons geeft, is voor de zaligen des hemels, in den onbedekten glans zijner oneindige Majesteit, de volle en oneindige verzadiging.
Rein en wit was het manna ; rein en wit is de broodgedaante, waaronder de Zoon Gods tegenwoordig is. â Zoet was deszelfs smaak, alle aangenaamheid ver-eenigend en zich naar ieders nog onbedorven smaak schikkend ; in de H. Communie wordt gesmaakt en ondervonden, hoe zoet de Heer is ; want daar ontvangen wij den Gever der genade met al de volheid zijner gaven, daar wordt ieder heilig verlangen voldaan, elke wensch der rechtvaardige ziel bevredigd. De Joden i ontvingen het manna eerst nadat zij door ! de roode zee getrokken waren; alléén â voor den Christen, die in de wateren des doopsels is gewasschen, heeft onze Verlosser zijn heiligen maaltijd aangericht. Het manna onderhield het lichamelijk leven der Israelieten, maar toch stierven bijna allen, die er van gegeten hadden; het H. Sacrament des Altaars onderhoudt het leven onzer ziel, dat voortduurt in eeuwigheid, dat op den dag der opstanding zijne rijke vruchten voortbrengt; voor ziel en
lichaam beide is dit aanbiddelijk Sacra- [ «-----------
5S-3*
14
ment het onderpand der toekomstige heerlijkheid. Dit heeft Christus zelf aan de Joden gezegd: »lk ben het brood des levens. Uwe Vaders hebben in de woestijn het manna gegeten, en zijn gestorven. Dit is het brood, dat neerdaalt uit den hemel, opdat wie daarvan gegeten heeft, niet sterve. Ik ben het levend brood, die uit den hemei ben neergedaald. Zoo iemand van dit brood gegeten heeft, hij zal leven in eeuwigheid, en het brood, dat ik geven zal, is mijn vleesch voor het leven der wereld. Die mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, heeft het eeuwige leven, en ik zal hem opwekken op den jongsten dag. Dit is het brood, dat uit den hemel is neêr-gedaald. Niet gelijk uwe Vaders het manna gegeten hebben en gestorven zijn; die dit brood eet, zal leven in eeuwigheid.''
De drie beeldengroepen, die wij beschreven hebben, bevinden zich nog in goeden staat ofschoon de Theoteca zelve in den loop des tijds veel heeft geleden.
Ook de schilderkunst wilde deze wondervolle gebeurtenis vereeuwigen, en zoo prijkt boven het hoogaltaar in Meersens kerk een heerlijk tafereel, dat de wondermare voor het nageslacht bewaart en ze van ouder tot kind tot op den huidigen
dag voortgeplant heeft. »-*
15
HOOFDSTUK III.
©ptlomst cn toodgaiig rlcc pdsDcucHt tot Het Ã. Sacrament ic JUccrscn.
Met dien onheilvollen brand nam de godsvrucht tot het heilig Sacrament van Meersen, voor goed een aanvang.
De inwoners beijverden zich, eene buitengewone devotie jegens dit goddelijk liefdegeheim aan den dag te leggen. Telken jare weid ter dankbare herinnering aan het groote wonder de Sacramentsdag met Octaaf plechtig gevierd, en eiken Donderdag hadden bijzondere devotieoefeningen ter eerevanhetH. Sacrament plaats. Ook uit de omliggende dorpen en steden, ja van heinde en verre, waar slechts het wonderfeit was kond geworden, kwam men in talrijke scharen en in processiën herwaarts hulde brengen aan Jesus-Christus, tegenwoordig en hoog-geloofd in Zijn H. Sacrament. Voor een paar eeuwen was op den Octaafdag van 't Sacramentsfeest de toeloop van volk zoo groot, dat het getal op vele duizenden geschat werd en het noodig was op 't kerkhof biechtstoelen te plaatsen om den vurigen wensch der saamgestroomde menigte te voldoen. Hier kwam men Gods »--«
barmhartigheid alsmeeken zoowel in alge-meene rampen, alsook in persoonlijke ziels- en lichaamsellende. En wie zal ze tellen, de ongelukkigen, welke hier heil gevonden hebben ; de zieken, welke genezen; de kreupelen, die aan den voet van het H. Altaar het gebruik hunner ledematen terug ontvingen en dan hunne krukken aldaar neerlegden, welke ons heden nog een bewijs zijn van de barmhartigheid des Heeren, welke hun om hun geloof en vertrouwen ten deele is geworden. En konden de koude muren spreken, zij zouden getuigenis afleggen, hoeveel grooter nog het getal dergenen is, wier bedrukt hart hier leniging in zijn smart gevonden, en in hoe menig rusteloos gemoed de zoete vrede zijn intrek genomen heeft.
Maar gelijk de meeste vrome werken vele tegenkantingen ondervinden, en juist daardoor met het merk der echtheid geijkt worden, zoo kreeg ook de devotie jegens het H. Sacrament te Meersen hare schaduwzijde. Oorlogen en omwentelingen zetten haar somwijlen groote hinderpalen in den weg. Politieke beroerten en protes-tantsche overheersching dreigden alle katholieke instellingen met een wissen I ondergang. Uiterst hinderlijk voorwaar was 1 voor de Katholieken, sedert 1661 de bepa-rKâ-----------------^
17
ling der Staten Generaal dat de Protestanten, hoe klein ook in getal, in dit eerwaardig heiligdom te gelijk met de Katholieken hunne godsdienstoefeningen mochten houden. Deze noodlottige toestand bleef voortduren tot na de Belgische revolutie van 1830, toen de Protestanten zich een eigen tempel bouwden. Doch ondanks alle tegen-strevingen bleef de godsvrucht jegens het H. Sacrament voortbestaan. Eeuwen bij eeuwen zijn verloopen, geslachten op geslachten gevolgd, maar zij heeft de generatiën doorleefd en kan in de harten der godvreezenden niet uitgebluscht worden. Ja, ook van onzen tijd mag gezegd worden, dat deze devotie diep in het volk geworteld is. Ook heden ten dage nog zijn menigvuldig de genaden, welke door de devotie tot het heilig Sacrament verkregen worden, zoodat zelfs vele zieken, die te vergeefs de natuurlijke geneesmiddelen beproefd hebben, hier hun vertrouwen op de goddelijke hulp door eene volkomene genezing beloond zien. Met innige vreugde zien wij, hoe talrijk eiken Donderdag de godvruchtigen de Hoogmis ter eere van het H. Sacrament bijwonen; hoe men in scharen op de zoogenaamde Aflaats-Donderdagen herwaarts stroomt, om de H. Sacramenten te ontvangen; en
18
hoe elk jaar in deOctaaf vanH. Sacramentsdag uit de omstreken processiën komen, wier leden hun hart hier voor het H. Tabernakel komen ontboezemen.
Moge de God van ons Tabernakel allen rijkelijk zegenen om de trouw aan het geloof der Voorvaderen, en moge hun voorbeeld en hunne standvastigheid ook anderen ter navolging opwekken ! Moge dan deze godsvrucht gedurig meer en meer in de harten der geloovigen ontstoken worden; moge de Goddelijke Zaligmaker altijd meer gekend, bemind en geprezen worden in Zijn aanbiddelijk Sacrament 1 En zoude dit boekje eenigszins daartoe bijdragen, dan zal onze vurigste hartewensch vervuld zijn.
58----â3K
19
HOOFDSTUK IV.
Broederschap tmu 't Itiïcc^cifigsle Sacmment tc JRcctscn.
De kerk van Meersen werd door Paus Benedictus XIV met vele voorrechten en aflaten begunstigd, die in dit hoofdstuk vermeld worden.
Wij geven hier het woord aan den Hoog-Eerwaarden Petrus Proiiart, Proost van Meersen, die in het jaar 1746 aldus over den oorsprong van dit broederschap schreef;
g» ,r'lt; o-,. g).
» Vier «
»Van 't I^offelijk Broederschap van 't Alderheijlighste Sacrament in deeseHoofd-kereke van Meerssen A0. IT-IG opgericht, bevestight door sijne Heijligheijt den Paus Benedictus den XIV, en door den selven met veele gratiën, privilegiën en aflaeten verrijkt, met uijtdruckinge der naemen van de Broeders en Susters, die in dit Broederschap hun Successivelijk hebben doen inschrijven :
Alles tot meerder eere, lof en glorie Godts, en verheffinge van 't voorseijt Alderheilighste Sacramenten zaligheijt der zielen. Amen. amp;--:
Voorreden.
De menighvuldige mirakelen, die in de oude voorige tijden ten aansien van ver-scheijde en ontallijke gebreekige en ellendige persoonen, die tot het Alderheilighste Sacrament in dese kereke van Meerssen berustende hunnen toevlucht genocmen hebben, door de Almogende Handt Gots seer dickvvils en onophoudelijk uijtgewerkt zijn, hebben dese plaatsen wijdt en breedt beroemt gemakt en oorsaake gegeven, dat niet alleenlijk van de omliggënde, maar ook van verre afgelege oorten en Landen verscheijde Processien en Beedevaarten in groot en merckelijk getal van volck dagelijks alhier aencoomen en altoos met grooten troost, en Godtdanckende stemmen t' hunnen woonplaatse zijn wederge-keert; Dat dese overgroote Devotie tot het voors: Alderheilighste Sacrament noyt en heeft opgehouden, maar van dagh tot dagh meer en meer heeft toegenoomen en door ontallijke en gedurige mirakelen altoos is worden aengewaeckert en ver-sterekt geweest, dusdanigh dat bijnae alle daegen door menighte van hulp - soeckende
21
menschen dese kercke besoght en de Bermhertigheit Godts door hun aldaar aengeroepen wordt: ahvelken toeloop bij menschen gedenken noyt grooter noch menighvuldiger alhier gesien is geweest, als nu in 't eijnde van 't jaar 1745 en in 't begin van dit jaar 1746; als wanneer tot straffe onser sonden het aan den Al-mogenden behaagt heeft bienaer door heel Europa de menschen te besoecken met eene ongeneeselijke en seer aanstekende sieckte onder de hoornebeesten, welcke alle lauden en dorpen 't een naer 't ander doordringende de stallen overal, sonder bienae iets te sparen, tenemael heeft doen uijtsterven, niet zonder groot verderf en ruïne van alle inwoonderen, in welcken tijt menighvuldighe Processiën van tien, jae twintigh en meer uuren verre comende, ten eijnde van de Goddelijke gramschap te versoenen, tot dit Alderheilighste Sacrament hunnen toevlucht genoonien hebben, bestaende dickwils in vijf a ses duijsent luijde-op-biddende persoonen met alsulcke gestightigheijt, geween en gekerm, dat niemant sonder meedelijden te hebben deselve conden aenhooren of aanschouwen.
Alle de voorschrevene onuitspreekelijke devotien en dagelijxsen toeloep, en besonder de gedurige mirakelen, troost en
«--9*
22
verlichtingen welcke alle op Godts Berm-hertigheijt vertrouwende menschen in dese plaatse zijn vindende, hebben eene mee-nighte soo van Ingezetenen als uitlandige beweeght, om sijne hooghweerde den Heere Petrus Proijart modernen Proost, beneffens den Eerweerden Heere Pastoor van alhier seer ernstelijk en demoedelijk te versoecken, om aen dese kercke van Meerssen te willen besorgen oprechtinge van een Broederschap van het alderheiligh-ste Sacrament, dewelke tot meerdere aen-groeijinghe van dese loffelijke devotie dit billigh en godtvruchtigh werck seer gerne hebben aengenoomen en van zijne Heijligheijtden modernen Paus dese Erectie gratieuselijck vercregen, sooals 't blijkt bij sijne Bulle en apostelijke Brieven, welkers inhoud in nederduijtsch overgeset van woort tot woort hier naer is volgende.
Volght de apostolijke Bulle in Duijtsch overgeset.
Benedictus den XIV Paus tot Eeuwige gedachtenisse der saecke : Naedemael, soo als wij vernomen hebben, dat in de Parochiale kercke onder den tijtel van de Hemelvaert onser Heere Jesu Christi ter plaetse genaemt Meerssen Bisdom van
*
Ruremonde een gcdtvruchtigh en devotich Broederschap van beijde in Christo gelovige sexen: (dogh niet voor menschen van een besonder ambacht:) Canonykelijk is opgerecht of opgerecht staat te worden onder den tijtel van 't Alderheijlighste Sacrament, wiens meedebroeders en mee-desusteis verscheijde wercken van Litfde en de Bermhertigheijt gewoon zijn of voor-genoomen hebben te oeffenen, soo is 't dat wij, teneinde dat dit Broederschap meer en meer dagelijxs aenneeme en de aengroeije, betrouwende op de goedertie-rentheijt Godts en op de autoriteijt van sijne Heijlige Apostelen Petri en Pauli, hebben aan alle van beijde in C.hristo gelovige sexen, welcke dit Broederschap sullen intreeden, op den dagh van hunne aencomste en intreede, volcomen Leetwee-sen over hunne sonden, deselve gebicht en 't alderheijlighste Sacrament genut hebbende, vergunt vollen aflaat; Wij hebben ook aan alle de reets ingeschrevenen of namaals inteschrijvene Broeders ende Sustersin den Artikel hunner doot insgelijxs leetweezen hebbende, gebicht en met de heijlighe Communie versterkt zijnde, of f indien zij dit niet conden doen tenminsten een waar berouw verweckende, en met den mondt den soeten naeme Jesü, of indien
« «-m
d
24
sulxs oock niet doenlijk, metter herten devotelijk aengeroepen hebbende, vergunt vollen aflaat: Verders aan deselve Broeders en deSusters tegenwoordige entoeckomen-de, die oock volcomen leetweesen, gebicht en gecommuniceert hebbende, op den principaelen feestdagh van dit Broederschap door de Broeders maar alleenlijk eens te verkiesen en door den ordinairen als voor te approbeeren, dese kercke, Capelle of Bidtplaetse van de eerste vespe-ren af tot sonnenondergank van den selven dagh door 't jaar devotelijk sullen coomen te besoecken, ende aldaar voor de vereeninghe der Christene Princen uijt-roeijinge der Ketterijen en verheffinge van onse Moeder de heylige Kercke godtvruchtige gebeeden tot den Almogen-den sullen hebben gestort, hebben wij goedertierlijk in den Heere vergunt vollen aflaat: Daarenboven aan alle deselve Broeders en Susters, die ook berouw, gebicht en gecommuniceert hebbende in de vier andere soo werckelijke, Heilige of Sondagen in 't jaar, insgelijxs maar eens door de geseijde Broeders te verkiesen, en ook door den Ordinairen te Approbeeren, gemelte Kercke, Capelle of Bid-plaatse sullen Coomen te besoecken, en
aldaar, als voor, gebeden hebbende, op *----
25
welken van dese Daegen sij sulks sullen hebben gedaen, hebben wij vergunt seven jaeren en soo veel quarantainen aflaet: Noch wijders aan deselve Broeders en Susters, soo dikwils als sij in de heilige missen en andere Godtsdiensten in dese Kercke, Capelle of Bidplaatse bij tyden te doen, of bij de algemeene ofbesondere vergaederingen deser Broederschappe, waar deselve ook souden mogen gehouden worden, tegenwoordigh en bij sullen wesen, of arme menschen 't hunnen huyse sullen hebben geherberght, of eenige vianden tot versoeninge gebrocht, of om dit te doen sullen hebben meedegewerckt, of de doode Lichaemen hunner medebroeders ende medesusters, ook van anderen ter begraef-fenisse sullen hebben verselt, of wel eenige door den Ordinairen toegelatene Processien sullen hebben bygewoont, of 't Alderheilig-ste Sacrament soo in processien als tot de Siecken of elders, bij wat voorval ende waar 't oock weesen moghte, gedragen wordende vergeselschapt sullen hebben, of indien sij om dit te doen belet sijnde en het teeken met de Kloeke daer toe gegeven eens den Vaeder onser met de Engelsche groetenisse, oft wel vijf onse Vaeders en soo veele desgelijke groetenis-
sen tot Laefïenisse der sielen van de afge-amp;--m
26
-a*
storve Broeders en Susters sullen hebben gebeeden, of jemant van den wegh sijner Zaligheid afgeweeken tot denselven sullen hebben wedergebrocht, of de onweetende de gebooden Godts en hetgeene tot hunne Zaligheid is streckende onderweesen, soo dickwils als sij een der vootseijde berm-hertige wercken gepleeght sullen hebban voor jeder van deselve hebben wij op de gewoonelijke forme der heijlige Kercke van de aan hun opgeleijde en verschulde poe-nitentien vergunt sestigh daagen aflaat, sullende alle dese altoos en eeuvvelijk due-ren. Dogh willen wij, indien aan de geseijde Broeders en Susters de voorgeschrevene wercken oeffenende eenigen anderen aflaat, hetzij eeuwigh duerende ofte voor seekeren noch niet vervlooten tijt moghte hier voorens vergunt zijn, dat dese tegenwoordige van geener weerde sullen weesen, of indien dit Broederschap mochte zijn of bij loop van tijde ingelijft of den eenigh ander Aartsbroederschap vervoeght moghte worden, door wat oorzake of op wat wijse dit geschieden of ingestelt soude connen worden, dat dese onze hiervoorige en alle andere apostolyke brieven in geener maniere aan deselve behulpsamigh sullen weesen, maar aenstons oock nul cn van geener weerde weesen.
27
Gegeven tot Roomen bij de Heylighe Maria de Meerdere onder den Rinck van den Visscher der: tweeden Martij M.D.C.C. X. L. V. I.: van ons Pausdom het zesde jaar : (: ende was getekent:)
A : Cardlis Passioneus:
'Xyjeamp;ie cïivllet
Waar bij door Sijne heiligheit den Paus Benedictus den XIV aan 't Broederschap van 't alderheilighste Sacrament opgerecht in de Kercke vc.n Meerssen vergunt is eenen gepriviligieerden Autaer voor den tijt van Seven jaaren beginnende met 174G.
Benedictus den XIV Paus tot de toeco-mende gedachtenisse der Saake; altoos met eene vaederlijcke Liefde voor een jeders Zaligheijt besorght wesende vercie-ren wij nu ende dan de gewijde plaatsen met besondere giften van aflaaten, opdat door desen middel de zielen van de afge-storve Christegelovige de verdiensten van onsen Heere Jesü Christi en de hulpe van Sijne Heiligen gewinnen en door desselfs bijstandt en door de Bermhertigheijt Godts uijt de pijnen van 't Vaegevier tot hare
^ ^
28
Zaligheijt moghen worden gebrocht: Willende dan de Parochiale Kercke onder den tijtel van de Hemelvaert onser Heere Jesu Christi ter plaatse genaemt Meerssen Bisdjm van Ruremonde, en den in deselve gelegen Autaar van 't Broederschap ondei den tijtel van 't Allerheijlighste Sacrament met desgelijke privilegie tot noch toe niet verciert door dese besondere gifte verheffen.
Betrouwende op de Bermhertigheijt van den Almogenden Godt en op de macht en Autoriteijt van Sijne heijlige Apostelen Petrus ende Paulus, hebben wij toegelaeten ende vergunt, soo dickwils als eenen 't zij weerelthjken of regulieren Priester op Allerzielendagh en gedurende desselfs Octave, meede oock op seekeren dagh van jeder weeke door den Ordinairen te designeeren voor de ziele van eenigen afgestorve meedebroeder of medesuster van dit Broederschap, welcke in de Liefde met Godt vereenight uijt dese wereldt is gescheiden, aen desen Autaer Misse sal coomen te lesen, dat dese Siele door de verdiensten Jesu Christi van de Alder-heijlighste Maget Maria en van alle Heijli-gen uijt den schat van de heijlige Kercke bij forme van Suffragie aflaat sal gewinnen, soo daenigh dat de selve door de voorseijde verdiensten ons Heere Tesu m---:â^
29
Christi, van de heijlighste Maget Maria en van alle Heijlighen uit de pijnen van 'tVaegevier geholpen en verlost sal worden, niettegenstaende allerhande andere aen desen tegenloopende en strijdigh en welcke maar alleen sullen dueren voor den tijt van Seven jaeren.
Gegeven te Roomen bij de Heijlige Maria de Meerdere onder den Rinck van den Visscher den tweeden dagh Martii: M. C. C. X. L. V. I.; van ons Pausdom 't Sesde (: was getekent): A. Cardinaal Passioneus (: onderstondt;) gratis pro Deo et Sera.
djiaaiin Qiaïiiu cn Siiviicyicn van wamp;tbc- uijtwijsamp;ns vcih dc -twee vootochtcvo cBu-Kch a tic 9e cBtoeSeto en in dit eBtoeSe-tDcfva-p
i-nge-tcA^eveiv Sullen deelachiigh vueesen en zijn de naevolghende ;
Eerstelijk op den dagh van hunne aan-comste en intreede in dit Broederschap volcoome Leetweesen hebbende over hunne Sonden, gebicht zijnde, en 't Alder-heijlighste Sacrament des Autaars genut hebbende, sullen als soo de aireets inge-
30
schreve als namaels in te schrijvene Broeders en Susters verdienen vollen aflaat.
Ten Tweede Sullen de Selve in den Artijkel hunner doot oock Leetweesen hebbende, gebicht en gecommuniceert zijnde, of indien sij dit niet mochten connen doen, ten minsten een waarachtigh berouw verweckkende en met den mont den soeten naam Jesu, of indien sulxs oock niet doenlijk, teminsten met ter herten Godtvruch-telijck aangeroepen hebbende, verdienen vollen aflaat.
Ten Derden Sullen de selve Broeders en Susters tegenwoordige en toecoomen-de, die oock volcome Leetweesen, gebicht en gecommuniceert hebbende op den dagh van het Alderheijlighste Sacrament, we-sende den Principalen feestdagh van dit Broederschap, dese Kercke beginnende met de eerste Vesperen en eijndigende met den Sonnen onderganck van den selven dagh, door het jaar devotelijck sullen coomen te besoeken en aldaar voor de vereeninghe der Christene Princen, uit-roeinge der Ketterijen en verheffinge van onse Moeder de heijlige Kercke godvruchtige gebeeden tot den Almogenden sullen hebben gestort, verdienen vollen aflaat.
Ten Fïm/f? Sullen de Broeders en Susters die dese Kercke op de vier andere daartoe
r----------*
31
in 't jaar voor altoos vastgestelde daegen, te weeten op de vier donderdagen imme-diatelijk volgende de vier quatertemperdagen Leetwesen en gecommuniceert hebbende, dese Kercke sullen hebben besoght, en aldaar als voor gebeden, op welcke van dsse d egen sij sulxs sullen hebben gedaan, verdienen seven jaaren ende oock soo vele quarantainen aflaat.
Ten Vijfde Soo dickwils als sij in de heijlige missen en andere Godtsdiensten in dese Kercke b;j tijden te doen, of bij de algemeene of besondere vergaederingen deser Broederschap, alwaar ook deselve mochten gehouden worden, tegenwoordigh sullen zijn, of arme menschen t' hunnen huijse sullen hebben ingenoomen ende geherberght, of eenige vianden tot ver-soeninghe gebrocht, of om dit uijtte werken hun sullen hebben geëmploijeert, of de doode Lichaemen hunner medebroeders ende Susters, alsmeede van anderen ter begraeffenise sullen hebben verselt, ofte wel eenige door den Ordinairen toe-gelaate processien sullen hebben bijge-woont, of het Alderheijlighste Sacrament soo in de processien, als tot de Siecken of elders bij wat geval of ter wat plaatse het oock zijn mochte, gedragen wordende
sullen vergeselschapt hebben, of indien %--«-
*-«
32
zij om dit te doen belet wesende en het téeken met de clocke daartoe gegeven zijnde eens den Vaeder onser met de Engelsche Groetenisse, of wel vijf onse Vaeders en soovele desgelijke Groetenissen tot Laeffenisse der zielen van de afgestor-ve Broeders en Susters sullen hebben gebeeden, of jemant van den wegh sijner Saligheijt afgeweeken tot denselven sullen hebben wedergebrocht, of de onweetende de gebooden Godts sullen hebben geleert, en 't geene tot hunne Zaligheijt is sireck-kende onderweesen, sullen de geseijde Broeders en Susters, soo dickwils als bij een der voorverhaalde werken vaa Berm-hertigheijt sullen hebben geoefïent, voor jeder van deselve verdienen sestigh dagen aflaat, alwelcke tot hiertoe uitgedruckte aflaaten voor altoos en eeuwelijck duerende aan dit Broederschap vergunt sijn.
Ten Laatsten is noch aan de voórs: Broeders ende Susters van dit Broederschap uijt kraghte van gemelte tweede apostolijcke Bulle besonderlijck vergunt eenen geprivilegieerden Autaar,aan wekken soo dickwils als eenen soo weereltlijcke als Regulieren Priester op Allerzielendagh en geduerende des selfs Octave ende oock op donderdagh van jeder weecke voor de | siele van eenigen afgestorven Broeder ofte Sf----
Suster, welcke in de Liefde met Godt vereenight nijt dese weerelt is gescheijden, missen sal coomen te leesen, dat dese ziele door de verdiensten Jesu-Christi van de Allerheilighste inaget Maria en van alle heijligen uijt de pijnen des Vaegeviers sal worden verlost; dewelcken laatsten aflaat maar alleenlijk vergunt is voor seven achtereenvolgende jaeren, en die voorbij en geijndight zijnde moet men sorge drae-ghen desselfs verniewinghe voor seven andere jaeren.quot;
HOOFDSTUK V
Jflcfidctc |)nii3cl'i,jiif J'iwufii imu ilf iinii i'üii .ffloctscn.
Behalve de twee Bullen van den grooten en geleerden Paus Benedictus XIV, die wij, zoowel omwille van de belangrijkheid van haar inhoud, als omwille van de eigenaardigheid der vertaling, woordelijk hebben overgenomen, werden meerdere Pauselijke Breven aan de Kerk van Meersen verleend, met het doel, zooals daarin luidt, om de godsvrucht der geloovigen op te wekken en hun zielenheil te bevorderen.
Alle deze authentieke stukken, in hunnen oorsponkelijken Latijnschen tekst, berusten i in de archieven der Kerk van Meersen. |
»----------------*
34
Wij ^even hier den hoofdinhoud dezer verschillende Breven in het kort aan.
Z. H. PAUS BENEDICTUS XIV verleende, op den 30 Juli van het jaar 1757, aan alle geloovigen van beider kunne, die na waardig gebiecht en gecommuniceerd te hebben op den feestdag van het allerheiligste Sacrament, of op eenen der zeven daaropvolgende dagen, de Kerk van Meersen bezoeken en aldaar bidden voor de eendracht der christen vorsten, voor de uitroeiing der ketterijen en voor de verheffing onzer Moeder de H. Kerk, een vollen aflaat, slechts geldig voor éénmaal.
; PAUS CLEMENS XIV verleende op 'den 10 Januari van het jaar 1771, op dezelfde voorwaarden, een vollen aflaat op den dag van het heilig Sacramentsfeest; en een aflaat van zeven jaren en evenzoo-vele quadragenen op iederen dag der octaaf van het H. Sacramentsfeest, geldig voor 7 jaren.
PAUS CLEMENS XIV verleende op den 5 Januari var, het jaar 1771, op dezelfde voorwaarden, een vollen aflaat op . den feestdag van 's Heeren Hemelvaart, te verdienen van af de eerste Vespers van den vooravond tot zonsondergang van dien dag-,
*-----------------------------«
i £---------- ------------------------:â$
35
PAUS PIUS VI verleende op den 28 Mei van het jaar 1777, op dezelfde voorwaarden, voor eeuwigdurend, een vollen aflaat op den dag van 's Heeren Hemelvaart, op H. Sacramentsdag en de zeven daaropvolgende dagen.
PAUS PIUS VI verleende op den 13 Maart van het jaar 1780, voor eeuwigdurend den bevoorrechtten A ut aar, eerst door Be-nedictus XIV voor zeven jaren toegekend.
PAUS PIUS VI verleende in een derde Breve, op den 13 Maart van het jaar 1780, op dezelfde voorwaarden, een vollen aflaat op den feestdag van den H. Bar-tholomeus en op den daaropvolgenden Zondag, voor eeuwigdurend.
PAUS PIUS VII verleende op den 6 December, van het jaar 1816, een vollen .aflaat, op dezelfde voorwaarden en voor eeuwigdurend, op den feestdag van de H. Barbara.
PAUS PIUS VII verleende op den 9 Februari van het jaar 1821,voor eeu vigdurend, op de bovenomschreven voorwaarden, een vollen aflaat op den dag van 's Heeren Hemelvaart; op H. Sacramentsdag en al de dagen van t octaaf, en op de vier don-
derdagen, volgende op de quatertemperdagen. * *----------ââ-*
i
* ^
3(;
Een allaat van 7 jaren up de eerste donderdagen van iedere maand,
Een aflaat van 200 dagen op lederen donderdag van elke week.
Om deze laatste aflaten, op de gewone donderdagen door het jaar te verdienen, wordt niets anders vereischt, dan dat men, met een berouwvol hart, eenigen tijd bidde, tot intentie van Zijne Heiligheid, in de Kerk van Meersen.
«Slfqe-meeiuagaten oetfccnS aait 2c o8««gt;cgt;e I: c w van ^ e t (51W etli c i C t ^ 0 leSac ta-
ment, pfccfvti^ nitgcitcfS op tyViiicn ®o-n3eamp;3acj. en
Paus Pius VII, bij rescript van de H. Congregatie der Aflaten, 7 Maart 1815, stond aan alle geloovigen, die op Witten Donderdag en Goeden Vrijdag Jesus in 't Allerheiligste Sacrament, uitgesteld in het zoogenaamde If. Graf godvruchtig bezoe ken, en zich daar eenigen tijd bezighouden met te bidden overeenkomstig de meening van Z. H. dezelfde aflaten toe, vergund voor het bezoek van het Allerheiligste Sacrament, plechtig uitgesteld tijdens het veertiguren-gebed ! Deze aflaten zijn : 9K-----------------------------a
ft--------------------------------------K
37
Een volk aflaat voor wie, na een waarlijk rouwmoedige biecht, tot de H. Communie nadert op Witten Donderdag of wel op Paaschdag.
Een aflaat van 10 jaar en so Qiiadragenen iederen anderen keer, dat het bezoek op bovenvermelde wijze plaats heeft, met het vaste voornemen van te willen biechten.
Deze aflaat werd bevestigd door Paus Pius IX bij rescript van den 26en Novem-| ber 187(5.
liij Rescripten van den 24.^» Februari 1815, en van den tJei) April 1816, vergunde Paus Pius VII;
Een vollen aflaat voor hen, die op Witten i Donderdag, in het openbaar, of in het j bijzonder gedurende één uur eenige godvruchtige oefening verrichten, ter gedach-; tenis van de instelling van het Allerh. i Sacrament, mits zij waarlijk rouwmoedig \ zijn, en op gameiden dag of op een der volgende week tot de biecht en de H. Communie naderen.
Een vollen aflaat, volgens de opgenoemde voorwaarden, op het feest van Sacramentsdag.
Een aflaat van joo dagen o\) overige Donderdagen van het jaar.
Al deze aflaten werden bevestigd door
38
Paus Pius IX, bij rescript van den ISen Juni 187().
Z. H. Paus Pius IX vergunde, bij Breve van den 15en September 187G, aan alle geloovigen, die ten minste met rouwmoedig harten godvruchtig het AllerheiligsteSacra-ment bezoeken en daarvoor 5 Onze Vaders S Wees gegroeten en J Eere zij den Vader enz. bidden, met nog één Onze Vader, één Wees gegroet en één Eere zij den Vader enz. voor de eendracht onder de Christenvorsten, de uitroeipg der ketterijen, de bekeering der zondaren en de verheffing van onze Moeder de H. Kerk, voor iederen keer :
Een atlaat van 300 dagen.
HOOFDSTUK VI.
3)i' Jiotfiofiele feei' odci (ie üftaltii.
De aflaat is eene kwijtschelding niet van de zonde ; maar van overgeblevene tijdelijke straffen der zonden, voor welke wij nog moesten voldoen.
De aflaat is tweeërlei: de volle en de gedeeltelijke aflaat; een volle aflaat geeft volle, een gedeeltelijke aflaat gedeeltelijke kwijtschelding.
Door een vollen artaat wordt ons de gansche tijdelijke straf kwijtgescholden, die wij voor onze zonden, hoewel ze vergeven zijn, aan God nog te betalen hebben; zoodat, wanneer de dood ons trof, onmid-delijk nadat wij waardig een vollen aflaat hadden verdiend, wij volgens de verzekering der godgeleerden, recht naar den hemel zouden gaan.
Door een gedeeltelijken aflaat van dagen, quadragenen, jaren enz. wordt aan hem, die ze ontvangt, van die tijdelijke straf, waarvoor hij, of in dit, of in het ander leven zou moeten voldoen, zooveel kwijtschelding verleend, als hij zou verkrijgen door de goede Werken, die de oude Canons der Kerk, Poenitentiales genoemd, hadden voorgeschreven voor zooveel dagen, quadragenen, jaren enz.
De aflaten worden verleend door Zijne Heiligheid den Paus en somtijds door de Bisschoppen.
Om een aflaat te verdienen wordt ver-eischt, dat men: ten eerste in staat van genade zij.
TVn tweede, tenminste eene algemeene meening hebbe om de aflaten te verdienen.
Ten derde, dat men wel volbrenge wat voor zulk een aflaat is voorgeschreven.
Het meestal voorgeschrevene om een
Paus Pius IX, bij rescript van den ISen Juni 1876.
Z. H. Paus Pius IX vergunde, bij Ureve van den 15en September I87G, aan alle geloovigen, die ten minste met rouwmoedig harten godvruchtig het Allerheiligste Sacrament bezoeken en daarvoor j Onze Vaders j Wees gegroeten en j Eere zij den Vader enz. bidden, met nog één Onze Vader, één Wees gegroet en één Eere zij den Vader enz. voor de eendracht onder de Christenvorsten, de uitroeiing der ketterijen, de bekeering der zondaren en de verheffing van onze Moeder de H. Kerk, voor iederen keer ;
Een aflaat van 30') dagen.
HOOFDSTUK VI.
3)i' Jiolfiofidc Fm- ODcr de Jlffalcn.
De aflaat is eene kwijtschelding niet van de zonde ; maar van overgeblevene tijdelijke straffen der zonden, voor welke wij nog moesten voldoen.
De aflaat is tweeërlei; de volle en de gedeeltelijke aflaat; een volle aflaat geeft volle, een gedeeltelijke aflaat gedeeltelijke
kwijtscheldins.
*----- - ââ â - *
8:
39
Door een vollen aflaat wordt ons de gansche tijdelijke straf kwijtgescholden, die wij voor onze zonden, hoewel ze vergeven zijn, aan God nog ts betalen hebben; zoodat, wanneer de dood ons trof, onmid-delijk nadat wij waardig een vollen aflaat hadden verdiend, wij volgens de verzekering der godgeleerden, recht naar den hemel zouden gaan.
Door een gedeeltelijken aflaat van dagen, quadragenen, jaren enz. wordt aan hem, die ze ontvangt, van die tijdelijke straf, waarvoor hij, of in dit, of in het ander leven zou moeten voldoen, zooveel kwijtschelding verleend, als hij zou verkrijgen door de goede Werken, die de oude Canons der Kerk, Poenitentiales genoemd, hadden voorgeschreven voor zooveel dagen, quadragenen, jaren enz.
De aflaten worden verleend door Zijne Heiligheid den Paus en somtijds door de Bisschoppen.
Om een aflaat te verdienen wordt ver-eischt, dat men: ten eerste in staat van genade zij.
Ten tweede, tenminste eene algemeene meening hebbe om de aflaten te verdienen.
Ten derde, dat men wel volbrenge wat voor zulk een aflaat is voorgeschreven.
Het meestal voorgeschrevene om een
m........-------------------------3
â -3s
I
40
vollen aflaat te verdienen is, dat men waardig biechte, communiceere en eenigen tijd bidde tot intentie der H. Kerk.
Zij die de godvruchtige gewoonte hebben, eens in de week te naderen tot het H. Sacrament van boetvaardigheid, en niet niet zware schuld beladen zijn sinds de laatste biecht, kunnen alle aflaten verdienen, ook zonder eene nieuwe biecht te spreken, met uitzondering nochtans van den aflaat van een jubilé.
Sommigeaflaten, van welke zulks bepaald is, kunnen worden toegevoegd aan de zielen in het vagevuur.
De Kerk heeft de macht, om aflaten te verleenen, ontvangen van Jesus-Christus, I die haar de onbeperkte macht heeft verleend om zoowel de zonden te vergeven, i als de straffen der zonden kwijt te schelden, i De Kerk scheldt bij aflatende tijdelijke straffen kwijt door de toepassing van de overvloedige verdiensten van Jesus-Christus en zijne Heiligen. De Kerk verricht dus bij het verleenen van aflaten twee zaken. Ten eerste gebruikt zij de haar verleende macht van ontbinding, en ten tweede beschikt zij over den schat der overvloedige verdiensten van Jesus-Christus en zijne Heiligen
Wij moeten eene groote zorg aan den
dag leggen, ten einde ons de aflaten ten nutte te maken, want zij schelden de tijdelijke straffen onzer zonden kwijt, zetten ons aan tot boetvaardigheid en verbetering des levens, alsmede tot het meermaal ontvangen der H. H. Sacramenten.
Het verdienen van aflaten is voor het christen volk ten /eerste heilzaam, zegt het Concilie van Trente ; ieder christen behoort derhalve al zijne krachten in te spannen, om er zooveel mogelijk te verdienen, zoowel tot zijn eigen geestelijk voordeel, als tot hulp der geloovige afge-i storvenen.
! Men moet God danken, zegt de Pastoor 1 van Ars, voor al die aflaten, welke ons van de tijdelijke straffen onzer zonden zuiveren. . . . Maar daar let men niet op. ; Men loopt over de aflaten, zou men kunnen i zeggen, gelijk men na een oogst over de korenschoven loopt. . . . Kortom de goede (rod vermenigvuldigt ons zijne genaden : wij zullen dan ook zeer groote spijt hebben op het einde van ons leven, dat wij daarmede ons voordeel niet hebben gedaan !. . .
De gewone intentie der H. Kerk, tot het verdienen van aflaten is, dat men bidde :
I voor de verheffing onzer Moeder de H. Kerk.
* ----
42
2. voor de uitroeing der ketterijen.
3. voor de eendracht der christen Vorsten.
Er is geen bepaald gebed voorgeschreven; gewoonlijk bidt men vijfmaal het Onze Vader en vijfmaal het Wees Gegroet; of dit
Gebed.
Jesus die in deze wereld gekomen zijt, opdat wij het leven zouden hebben, ja in overvloed hebben zouden; ik geloof, dat gij de sleutels van het rijk der hemelen met dit inzicht aan uwe kerk hebt toevertrouwd, onder de verzekering, dat al het-gene zij op aarde zoude binden of ontbinden ook in den hemel zal ontbonden zijn.
Ik geloof ook, ojesus, dat Gij aan uwe Kerk de macht gegeven hebt, om aflaten te verleenen, en dat het sebruik, der aflaten voor het christenvolk heilzaam is.
Deze liefderijke Moeder de haar toevertrouwde schatkamer van genade heden openende, biedt daaruit eenen vollen aflaat aan, aan al degenen, die na waardig gebiecht en gecommuniceerd te hebben, boetvaardig en met een verootmoedigd hart, als dankbare kinderen, voor hare uitbreiding op aarde, voor de uitroeiing der ketterij en voor de eendracht onder *------------------â--------a
43
de christen Vorsten zullen gebeden hebben.
Een gedeelte dezer voorwaarden heb ik vervuld. Ik heb mijne zonden en ongerechtigheden aan den priester, uwen plaatsbe-kleeder, beleden. Ik ben aan uwe Tafel verschenen, en ik heb uw allerheiligst Lichaam en Bloed genuttigd. Moge ik het op eene waardige wijze gedaan hebben !
Moge ik tot het getal dier boetvaardige, en met U verzoende zondaren behooren, op welke gij met welgevallen nederziet, en welke gij met de gaven uwer genade begunstigt!
Dit hoop ik mijn Verlosser! en met dit vertrouwen verschijn ik voor U, om ook deze voorwaarde, ons door de Kerk voorgeschreven te vervuilen, en zoowel voor haar heil, als voor dat van alle christenen te bidden.
, ' I.
O God! opperste Herder en Vader van alle geloovigen! die door uwen H. Geest het gansche lichaam der Kerk bestiert en heiligt, die door Jesus-Christus de heerlijkheid van uwen Naam aan alle volken bekend gemaakt hebt, behoud het werk uwer barmhartigheid, opdat uwe H. Kerk in alle goed moge bloeien, over den geheelen aardbodem zich meer en meer uitbreiden
*-----â-------â---*
44
en in de belijdenis van uwen naam standvastig moge volharden.
Dat gij uwe H. Kerk wilt bestieren en beschermen, wij bidden U, verhoor ons !
Driemaal het Onze Vader, en driemaal het Wees gegroet.
ir.
O God, die den vrede geeft en de eendracht bemint, verleen aan alle christen Vorsten, uwe dienaren, eene volmaakte eendracht; verwijder alle oorlogen en i tweespalt, opdat uwe geloovigen met eene volkomen grootheid des gemoeds U dienen mogen.
Dat gij den christen koningen en Vorsten vrede en ware eendracht wilt vcrleenen, wij bidden U, verhoor ons !
Driemaal het Onze Vader en driemaal het Wees gegoet.
III.
Almachtige, eeuwige God! die alle men-schen verlangt zalig te maken, en niet wilt, dat iemand verloren ga, zie genadiglijk neder op de zielen, welke dooide arglistigheid des vijands bedrogen zijn geworden ; geef, dat de scheurmakers de scheuring verlatende tot den schoot uwer
m ------ *
4;')
*
s*
Kerk, en de ketters de dwaling afzwerende, tot de eenheid der waarheid terugkeeren.
Dat gij de vijanden uwer H. Kerk wilt vernederen en bekeeren, wij hidden U, verhoor ons.
Driemaal het Onze Vader, en driemaal het Wees gegroet.
m
êiCoop? «.ij in fwt
Saoiarnenl' £lflciat^!
*------â---------------5K
44
en in de belijdenis van uwen naam standvastig moge volharden.
Dat gij uwe H. Kerk wilt bestieren en beschermen, wij bidden U, verhoor ons !
Driemaal het Onze Vader, en driemaal het Wees gegroet.
II.
O God, die den vrede geeft en de eendracht bemint, verleen aan alle christen Vorsten, uwe dienaren, eene volmaakte eendracht; verwijder alle oorlogen en! tweespalt, opdat uwe geloovigen met eene volkomen grootheid des gemoeds U dienen mogen.
Dat gij den christen koningen en Vorsten vrede en ware eendracht wilt vcrleenen, wij bidden U, verhoor ons!
Driemaal het Onze Vader en driemaal het Wees gegoet.
III.
Almachtige, eeuwige God! die alle nien-schen verlangt zalig te maken, en niet wilt, dat iemand verloren ga, zie genadiglijk neder op de zielen, welke dooide arglistigheid des vijands bedrogen zijn geworden ; geef, dat de scheurmakers de
scheuring verlatende tot den schoot uwer
*
Kerk, en de ketters de dwaling afzwerende, tot de eenheid der waarheid terugkeeren.
Dat gij de vijanden uwer H. Kerk wilt vernederen en bekeeren, wij bidden U, verhoor ons.
Driemaal het Onze Vader, en driemaal het Wees gegroet.
ês-Coc|3 «ij cifamp;MO-Gamp;Mstus in fut Saciarmitl-
APUllLINEK
ifroonc nnntincliis-ocffningen.
ü I Het heilig Sacrament des Altaars EN HET GEBED.
Welke moet onze eerste zorg zijn, vraagt â Monseigneur de la Bouillerie, indien wij willen, dat de godsvrucht al onze hande-1 lingen richte en bezieler De Verlosser 1 zelve, zegt hij, wijst het ons aan in de i woorden van zijn Evangelie: »Men moet' bidden en niet ophouden met bidden.quot; Hij die goed bidt, zegt de H. Bonaventura, weet ook goed te leven.
Wat toch is het gebed ?
Hel gebed is eene verheffing der ziel tot God. Bidden is aan God de gevoelens en begeerten van ons hart te kennen geven, ons gemoed tot God verheffen om Hem te loven, te danken, gunsten te vragen.
Bidden in den geest en naar de voorschriften van Jesus-Christus, zegtHauber, is, zich met den geest verheffen boven de zinnelijke wereld, tot het goddelijke en eeuwnge; in gemeenschap treden met God, ten einde licht, raad, troost en alle goede gaven te ontvangen, die slechts van boven, van den Vader des lichts, kunnen komen.
De biddende mensch spreekt met zijnen j kâ -----------
Schepper en Zaligmaker uit de diepte van ; zijn niet, van zijn onvermogen en zijne ellende en zucht tot Hem aanbiddend, dankend of smeekend ; alsdan spreekt de Schepper en Zaligmaker tot den mensch en doet den stroom zijner genade over ! hem nedervloeien volgens de maat zijner behoefte en gesteldheid.
De mensch verzucht tot tien Schepper, de Schepper deelt zich aan den mensch ; mede, stort zijnen Geest over hem uit, die â dan zelf weder met hem bidt door onuit-; sprekelijke verzuchtingen.
Wie zal kunnen twijfelen aan de verhooring des gebeds, lt;I;Uir waar de Geest van God zelf bidt ? |
Zal de Vader, zal de Zoon iets kunnen ; weigeren aan den Geest, die bidt in 's men- : schen ziel, die de geheiligde tempel van : God is, in de ziel van den mensch, welke i , de Vader tot zijne verheerlijking heeft ge- { i schapen, en voor welke de Zoon zijn j ! leven gaf om haar te redden.
O, indien dat bidden is, wie zal niet j gaarne bidden; wie zal zich niet gelukkig j achten te kunnen bidden, ja zelfs de oogen-! blikken des gebeds niet beschouwen als i de heerlijkste en zaligste cogenblikken des levens !
i üegrijp dan, dat als uw eerste plicht
49
is te bidden, gij er het meeste belang in moet stellen om goed te bidden. Goddelijke wetenschap van het gebed, gij zijt meer waard dan alle menschelijke wetenschappen ; gelukkig hij, die U weet te verkrijgen !
Maar hoe dikwijls hebt gij niet gevoeld, hoe moeilijk het is goed te bidden !
Juist omdat onze ziel zich in het gebed tot God moet verheften, belemmert al wat haar naar den kant der aarde doet hellen, hare vlucht en houdt die tegen. Onze hartstochten, die ons verlagen, onze vermaken, die ons verstrooien, onze bezigheden, die ons tot zich trekken, onze arbeid, die al onze aandacht vraagt, zijn zoovele aard-sche banden, die onze ziel verhinderen op te stijgen. Helaas ! onze natuur zelve maakt het gebed moeilijk.
Zeg mij, is het niet tot uw bitterste verdriet, dat gij niet kunt bidden ? â Ja, wanneer gij verschijnt in de heilige plaats, en uw hart is koud gelijk een woeste, waterlooze grond, wanneer gij den God gt;dien gij overal zoekt, nergens vindt, dan zijt gij immers bedroefd en verontrust.quot; Hoe zal ik den Heer zegenen, indien ik U, mijn geheim ontsluierende, beter leerde bidden. Mijn geheim is besloten, in één j woord, het heilig Sacrament des Altaars,
50
,*
de goddelijke Eucharistieâ Zij maakt u het gebed gemakkelijker.
Bij het Tabernakel is het gemakkelijk zich in Gods tegenwoordigheid testellen, daar helpt ons Jesus-Christus, daar krijgt ons gebed eene onvergelijkelijke macht.
Beschouw Jesus-Christus in het Tabernakel en op het Altaar tegenwoordig. Men zou zeggen, dat Hij in een toestand van dood verkeert, en Hij leeft; men zou zeggen, dat Hij het stilzwijgen bewaart, en Hij spreekt. »Altijd levend, zegt de H. 1 Paulus, om onze voorspraak te zijn.quot; (Heb. VII; 25) Zijn Eucharistisch leven j is een nooit afgebroken gebed.
In het Tabernakel, waar Hij woont, zoo
gaat de a; ostel voort, doet Hij tot zijnen Vader opstijgen die dringende kreten, welke altijd verhoord worden, door den eerbied, die Hem verschuldigd is, (Heb. XII 7.)
Op het Altaar, waar Hij zich slachtoffert, bidt Hij nog »Ik heb het heelal door-loopen, en op alle plaatsen, in al de Ta-, bernakelen, heb ik het offer van mijn loflied gebracht.quot;
Hoort, welk een verheven gebed Hij tot zijnen Vader richt, wanneer H;j, in de H. Communie in ons nederdaalt, sik ben in hen, gelijk gij in mij zijt, opdat allen in j éénheid volkomen zijn'quot; (Joan. XV11 â 23). |
Ã1
O gebed der Eucharistie, \ve!k eene oneindige macht geeft gij aan het mijne ! Zoete en verheven leer! Wanneer ik de knieën buig in tegenwoordigheid van het H. Tabernakel, dan bid ik niet alléén. Een God bidt met mij, en Hij vervormt mijn gebed. Ik vrees niet meer voor mijne onwaardigheid ; ik ben niet meer verschrikt over mijne gebreken. Hoe onwaardiger ik mij acht, hoe meer ik de waardigheid der Eucharistie ter hulp roep; hoe ellendiger mijn gebed is, hoe meer dat der Eucharistie mij geruststelt. V/at doet het er toe, of ik slechts een mensch ben, wanneer God met mij is r Wat doet het ertoe, of mijn hart kwijnt, wanneer ik het in den vuuroven dompel, die in het tabernakel brandt: Wat doet het er eindelijk toe, of ik mijn gebed stamel, dewijl het zich vereenigt met het gebed, dat zich in zulke goddelijke bewoordingen uitdrukt r
Behoef ik daarbij te voegen, dat, wanneer ons gebed machtiger is geworden door zijne vereeniging met de Eucharistie, het ook werkdadiger zal zijn? Het Tabernakel is de troon der genade, voor welken de H. Apostel Paulus wil, dat wij zullen komen, om daar barmhartigheid te verwerven en er de goddelijke hulp te putten, welke wij noodig hebben. (Heb. IV, 16).
»----------- -â¢*
ö'i
Inderdaad de God van het Tabernakel, die met en voor ons bidt, is ook de God, die ons verhoort; eenige middelaar tusschen zijn Vader en ons, vat Hij in zijn persoon al de hemelsche genaden samen. Maar Hij ontvangt ze alleen met volheid, om ze ons in ruimen overvloed mede te deelen.
Eene zoete ondervinding heeft dan ook de krachtdadigheid bewezen van de gebeden, welke door de Eucharistie worden ingegeven,en die met haar vereenigd worden.
Wie zal ons de beminnelijke deugden, de heilige weiken, de edele offervaardigheid opsommen, waarvan, sedert den dag, dat de Verlosser der wereld zich in het Tabernakel verborgen heeft, een gebed in tegenwoordigheid der Eucharistie de oorsprong is geweest:
Wilt gij, dat ik U met mij tot de bronnen der heiligheid doe opklimmen ? Niemand op aarde is heilig, als hij de wet Gods niet vervult; niemand vervuilde wet zonder de hulp der genade ; niemand ontvangt de genade zonder gebed; en niemand bidt beter dan aan den voet van het Tabernakel. â Het Tabernakel met zijn Eucharistisch heiligdom is het uitgangspunt ! van al de Heiligen. â Het is het altijd | vruchtbaar veld van de tarwe der uitver-' korenen, het is de altijd van wijn druipende
53
pers, de wijn, die de maagden voortbrengt.
De Pastoor van Ars, wiens levensverhaal getuigt, gt;dat zijne geheele wetenschap bestond in het geloof ; dat zijn boek Jesus-Christus was ; dat hij de wijsheid nergens zocht dan in Diens dood en kruis ; dat hij alles had geleerd niet in het stof der boekerijen, niet in de school der geleerden, maar in het gebed, geknield aan de voeten des Meesters, in tegenwoordigheid der heilige Tabernakelen, waar hij nacht en dag doorbracht,quot; zegt sprekende over het gebed: «Ziet, kinderen, de schat eens christen is niet op aarde, maar in den hemel. Welnu ! onzegedachte moet gar.n, waar onze schat is.
De mensch heeft eene schoone bediening te vervullen, die van te bidden en te beminnen. Gij bidt, gij bemint; ziet daar 's menschen geluk op aarde.
Het gebed is niets anders dan eene vereeniging met God. Als ons hart zuiver en met God vereenigd is, gevoelen wij in ons een balsem, eene zoetheid, die bedwelmt ; een licht, dat verblindt. In die innige vereeniging zijn God en de ziel als twee stukken was,, die te samen gesmolten zijn; men kan ze niet meer scheiden. Die vereeniging van God met zijn klein schepsel is iets schoons ; een geluk, dat men niet kan begrijpen.
54
*
Wij hadden verdiend, niet te mogen bidden, God heeft ons in zijne goedheid veroorloofd tot Hem te spreken. Ons gebed is een wierook, dien hij met een bizonder genoegen ontvangt.
Kinderen, gij hebt een klein hart, maar het gebed maakt het runner en stelt het in staat om God lief te hebben. . .
Het gebed is een voorsmaak des hemels ; een uitvloeisel van het paradijs. Het laat ons nimmer zonder zoetheid. Het is een honig, die in de ziel nederdaalt en alles verzoet. Evenals de sneeuw voor de zon, I smelten de tranen voor een gebed, met [ godsvrucht verricht.
Het gebed doet den tijd met groote' snelheid voorbijgaan, en zoo aangenaam, 1 dat men niet bemerkt, dat hij duurt. | Soms bid ik den goeden God onderweg;! ik verzeker u, dat de tijd niet lang duurt.
Men ziet er, die zich in het gebed ver- [ liezen, als de visch in het water, omdat zij geheel aan den goeden God toebehoo-ren. Hun hart hangt niet naar twee kanten. O! hoe heb ik die edelmoedige zielen lief!...
De heilige Franciscus van Assisië en de heilige Colletta zagen onzen Heer en spraken tot Hem, gelijk wij met elkander spreken'
Hoe dikwijls komen wij daarentegen ter
55
kerke zonder te weten, wat wij gaan doen en wat wij willen vragen.
En toch als men tot iemand gaat, weet men wel waarom men gaat, ... Er zijn er, die het doen voorkomen, alsof zij tot God zeiden: jlk wil U een paar woorden zeggen om van à af te zijiv'. . . . »Ik denk dikwijls, dat als wij onzen Heer komen aanbidden, wij alles zouden verkrijgen, wat wij vragen, indien wij het met een levendig geloof en een zuiver hart vroegen. Maar dat is het! . . Wij zijn zonder geloof, zonder hoop,zonder verlangen en zonder liefde.. . .
In den mensch openbaren zich twee stemmen: de stem van den Engel en de stem van het dier. De stem van den Engel is het gebed; de stem van liet dier is de zonde. . . .
Die niet bidt, neigt zich ter aarde gelijk een rnol, die een gat zoekt te maken om zich te verbergen. Hij is geheel aardsch-gezind, geheel verdierlijkt, en denkt alleen aan de zaken van den tijd. . . . zooals die gierigaard, welke bij het aannemen van een zilveren kruisbeeld om het te kussen, toen men hem de laatste genademiddelen der Kerk toediende,zeide: »Dat Kruisbeeld weegt wel tien onsquot;..â
Indien er in den hemel een dag zonder aanbiddins; was, zou het de hemel niet 9^-------------------:
meer zijn ; en indien de arme verdoemden, ondanks hun lijden, konden aanbidden, dan zou er geen hel meer zijn. Helaas! zij hadden een hart, om God lief te hebben, eene tong, om Hem te zegenen, deze was hunne bestemming. .. . En nu, zij hebben | zich zeiven veroordeeld, om Hem gedurende de gansche eeutvigheid te vervloeken. ! Konden zij hopen, dat zij slechts eenmaal gedurende eene minuut zouden kunnen bidden, zij zouden die minuut met zulk een ongeduld wachten, dat dit hunne kwellingen zou verzachten. ..
| Onze Vader die in de hemelen zijt. . . . o ! hoe schoon is het, kinderen, een vader in 1 den hemel te hebben!. . . Ons toekomeuw | rijk.. . . Indien ik den goeden God in mijn ! hart doe heerschen, zal Hij mij met zich | in de glorie doen heerschen.. . . Uw wil geschiede. .. . Niets is zoo zoet, als Gods wil te volbrengen, en niets zoo volmaakt... Om de dingen goed te doen, moet men ze doen gelijk God wil, in geheele gelijkvormigheid met zijne inzichten. â Geef ons heden ons dagelijksch brood. . . . Wij hebben twee gedeelten, ziel en lichaam. Wij vragen den goeden God, dat Hij ons arm lijk voede, en Hij antwoordt ons, door de aarde alles te laten voortbrengen, wat
noodig is voor ons onderhoud. Maar wij »---â--------------*
vragen Hem ook onze ziel te voeden, die het schoonste deel van ons wezen is; en de aarde is te klein om aan onze ziel zoo veelte geven, dat zij kan verzadigd worden; zij heeft honger naar God, God alleen kan haar vervullen.
Daarom meende de goede God niet te veel te doen door op de aarde te blijven en een lichaam aantenemen, opdat dit lichaam het voedsel onzer ziel zoude , worden.quot;
»Mijn vleesch,quot; zeide Jesusâ Christus, sis waarlijk spijs.. .. Het brood, dat ik u zal geven is mijn vleesch voor het leven der wereld.quot; Het brood der zielen is in het Tabernakel.
Het Tabernakel is de spijskamer der christenen. ... O ! hoe schoon is dit, kinderen! Als de priester de Hostie toont, dan kan uwe ziel zeggen: Ziedaar mijn voedsel! O mijne kinderen, wij zijn te gelukkig! .... wij zullen het eerst in den hemel begrijpen. Hoe jammer!!!quot;
MORGENGEBED.
Hij verdient den naam van Christen niet, die ten minste niet tweemaal daags ('s morgens en 's avonds) zijn hart tot God verheft.
Kardinaal Bona.
In den naam des Vaders en des Zoons en des heiligen Geestes. Amen.
(Pius IX, üS Juli 1S63, 50 dagen aflaa t.)
Laten wij Gods majesteit aanbidden en danken.
Mijn Heer en mijn God, ik geloof dat gij hier waarachtig tegenwoordig zijt. Gij ziet en hoort mij ; Gij kent al de gedachten van mijn geest, al de verlangens van mijn hart. Ik erken U als mijnen Schepper en mijnen Weldoener. Ik aanbid U uit den grond mijns harten, en dank U voor al de weldaden, die Gij mij verleend hebt. en bijzonderlijk dat Gij mij dezen nacht bewaard hebt.
Laten wij onze werken aan God opdragen.
Mijn Heer en mij 1 God, ik offer à op mijne ziel, mijn lichaam, en allts wat ik bezit. Ik draag U op al de werken, die
»( ââ
59
ik dezen dag verrichten zal, en wil die doen tot Uwe meerdere glorie en tot zaligheid mijner ziel.
[k maak het vast voornemen, dezen dag christelijk door te brengen : liever wil ik duizendmaal sterver, dan U vergrammen. Geef mij hiertoe Uwe genade, want zonder haar, o barmhartige Vader, vermag ik ja niets ter zaligheid. Ook neem ik mij voor, alle aflaten te willen verdienen, die verbonden zijn aan alle oefeningen, welke ik heden zal verrichten.
Jesus, Maria, Jozef, ik geef 11 mijn hart, mijn geest en mijn leven.
Jesus, Maria, Jozef,staat mij bij in mijnen doodstrijd.
Jesus, Maria, Jozef, geeft dat ik in Uw heilig gezelschap zacht sterve.
(PiusVII, 28 April IS07, 300 dagen af laat.)
Heilig, Heilig, Heilig, Heer God der legerscharen: de aarde is \ ol van Uwe glorie. Eere zij den Vader, den Zoon tn den H. Geest. (3 maal.)
(Paus Clemens XIV, 6 Juni. 1769, 100 dagen aflaat.) v. De Engel des Heeren heeft aan Maria
geboodschapt.
i! En zij heeft ontvangen van den H. (leest. Wees gegroet enz.
v. Zie de dienstmaagd des Heeren. »------ -------------*
5g_------------------Jjt
MQRGENGEBEO.
Hij verdient den naam van Christen niet, die ten minste niet tweemaal daags ('s morgens en 's. avonds) zijn hart tot God verheft.
Kardinaal Bona.
In den naam des Vaders en des Zoons en des heiligen Geestes. Amen.
(Pius IX,/S Juli 1S63, 50 dagen aflaa t.)
Laten wij Gods majesteit aanbidden en danken.
Mijn Heer en mijn God, ik geloof dat gij hier waarachtig tegenwoordig zijt. Gij ziet en hoort mij ; Gij kent al de gedachten van mijn geest, al de verlangens van mijn hart. Ik erken U als mijnen Schepper en mijnen Weldoener. Ik aanbid LI uit den grond mijns harten, en dank U voor al de weldaden, die Gij mij verleend hebt. en bijzonderlijk dat Gij mij dezen nacht bewaard hebt.
Laten wij onze werken aan Go d opdragen.
Mijn Heer en mij 1 God, ik offer U op mijne ziel, mijn lichaam, en allts wat ik
bezit. Ik draaa; U op al de werken, die
$--------------------------------
â ---:M
59
ik dezen dag verrichten zal, en wil die doen tot Uwe meerdere glorie en tot zaligheid mijner ziel.
fk maak het vast voornemen, dezen dag-christelijk door te brengen : liever wil ik duizendmaal sterven, dan U vergrammen. Geef mij hiertoe Uwe genade, want zonder haar, o barmhartige Vader, vermag ik ja niets ter zaligheid. Ook neem ik mij voor, alle aflaten te willen verdienen, die verbonden zijn aan alle oefeningen, welke ik heden zal verrichten.
Jesus, Maria, Jozef, ik geef U mijn hart, mijn geest en mijn leven.
Jesus, Maria, Jozef,staat mij bij in mijnen doodstrijd.
Jesus, Maria, Jozef, geeft dat ik in Uw heilig gezelschap zacht sterve.
(PiusVII, 28 April I807, 300 dagen af k at.)
Heilig, Heilig, Heilig, Heer God der legerscharen; de aarde is \ ol van Uwe glorie. Eere zij den Vader, den Zoon en den H. Geest. (3 maal.)
(Paus Clemens XIV, (3 juni. 1769, 100 dagen aflaat.) v. De Engel des Heeren heeft aan Maria
geboodschapt.
i! En zij heeft ontvangen van den H. (leest.
Wees gegroet enz.
v. Zie de dienstmaagd des Heeren.
--------------------------m
K. Mij geschiede naar uw woord.
Wees gegroet enz.
v. En het Woord is vleesch geworden, ii. En heeft onder ons gewoond.
Wees gegroet enz.
v. Bid voor ons, H. Moeder Gods. r. Opdat wij de beloften van Christus
waardig worden.
Laten wij bidden.
Wij bidden U, Heer, stort Uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de menschwording van Christus, Uwen zoon, leerden kennen, door zijn lijden en kruis tot de glorie der verrijzenis mogen gebracht worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
l'aus Benedictus, bij breve van 14 September 1724 100 dagen aflaat,als men het met rouwmoedig hart bidt. Een vollen aflaat eens in de maand, op de gewone voorwaarden, voor allen die hel dagelijks bidden op het tei-Uen der klok â
Hymne.
Kom, H. Geest, en zend van uit den hemel een straal van uw licht.
Kom, Vader der armen, kom. Schenker der gaven. Licht der harten.
Beste der troosters, zoete gast dei ziel, genotvolle verkwikking.
*......â -----------------X
Rust in den arbeid, verkoeling in hitte, troost in droefenis.
O, allerzaligst licht, vervul tot in het binnenste de harten uwer geloovigen.
Zonder uwe leiding is er niets in den mensch, niets, dat vrij is van schuld.
Zuiver gij, wat besmeurd ; bevochtig, wat verdord ; genees, wat gewond is.
Buig het verstijfde; verwarm het koude ; richt het afgewekene.
Schenk den heiligen schat uv/er zeven gaven aan uwe geloovigen, die op u vertrouwen.
Schenk hun de belooning der deugd, het zalig uiteinde, en de eindelooze blijdschap. Amen.
loo dagen allaiU Paus l'ius \ 1, 26 Mei 179^'
Een vollen aflaal eens in de maand op de gewone voorwaarden.
Geloofd en gedankt zij ten allen t'.jde het allerheiligste en allergoddelijkste Sacrament.
loo dagen aflaat l'aus l'ius VI 24 Mei 177^-
Aanbiddelijke Godmensch, Jesus Christus, Gij, het verhevenste voorbeeld der volmaaktheid, dat wij moeten navolgen. Ik wil mij steeds beijveren, U gelijkvormig te worden; zachtmoedig, ootmoedig, kuisch, ijverig, geduldig, liefderijk en overgegeven
62
te zijn in den wil des Hemelschen Vaders, gelijk Gij, inzonderheid echter wil ik mij heden beijveren, mij aan de zonde, welke ik zoo dikwerf bedreven heb en waarvan ik mij zoo gaarne wensch te beteren, niet meer schuldig te maken.
Gij kent, o God van 't Tabernakel, mijne zwakheid, en zonder de hulp Uwer genade kan ik niets ter zaligheid, onttrek mij die dan niet. Schenk mij de noodige sterkte, om de zonde, welke Gij verbiedt, te vermijden, het goede, dat Gij gebiedt, te beoefenen en het lijden, dat Uwe vaderhand mij zal toezenden, geduldig te verdragen.
O mijn beminnelijke Jesus, ik wil U mijne dankbaarheid betuigen en mijne ongetrouwheden herstellen ; ik geef U mijn hart, ik wijd mij geheel en al aan U toe en ik neem mij voor, met de hulp Uwer genade, nooit meer te zondigen.
Akte van Geloof. (®)
Ik geloof in eenen God, één in wezen en drievuldig in Personen, God den Vader, God dm Zoon, en God den Heiligen Geest,
63
looneiquot; van het goed en straffer van het i kwaad; ik geloof, dat God de Zoon, dei tweede Persoon der allerheiligste Drievul- i digheid, voor ons is mensch geworden, 1 gekruist, gestorven en verrezen ; deze mysteriën en al het geen de heilige Kerk mij voorstelt te gelooven, geloof ik vastelijk, omdat Gij, mijn God, de opperste waarheid en wijsheid zijt, die dit alles zelf geopenbaard hebt.
In en voor dit geloof wil ik leven en | sterven.
Akte van Hoop.
Mijn Heer en mijn God, ik hoop en vertrouw vastelijk, door het bitter lijden en de verdiensten van Jesus Christus te bekomen I hierin dit leven uwe genade en vergiffenis 1 van mijne zonden ; en hierna U eeuwig te 1 aanschouwen, te beminnen en te bezitten 1 in den hemel: dit hoop ik, omdat Gij, mijn I God, oneindig goed zijt tot ons, almachtig en getrouw in Uwe beloften.
In deze hoop wil ik leven en sterven.
Akte van Liefde-
Mijn Heer en mijn God, ik bemin U boven al en uit geheel mijn hart, omdat Gij
oneindig goed zijt, en alle liefde waardig ;
----
G4
ik bemin mijn evennaaste gelijk mij zeiven uit liefde tot U: dat U alle menschen beminnen en dienen, dat U alle schepsels loven in eeuwigheid.
In deze liefde wil ik leven en sterven.
Akte van Berouw.
!
Mijn Heer en mijn God, mijne zonden zijn mij leed uit den grond mijns harten, niet alleen omdat ik daardoor Uwe rechtvaardige straffen verdiend heb; maar vooral i omdat ik daardoor Uwe goddelijke Majesteit! en goedheid, die ik boven al bemin, vergramd heb; ik haat en verzaak die j j zonden uit liefde tot ü ; en ik maak het \ ' vaste voornemen voortaan nooit meer te 1 zondigen, alle gelegenheid van zonden te schuwen, eene rechtzinnige biecht te spreken, en liever te sterven dan U nog ooit te vergrammen.
Wees gegroet, o Koningin, moeder der barmhartigheid, ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet.
Tot U roepen wij, ballingen, Eva 's kinderen, tot U verzuchten wij, klagend en weenend in dit ons tranendal. Welaan dan onze voorspraak, keer toch uwe oogen, I zoo vol goedertierenheid, lot ons, en vertoon
3^ 3S;
*------------------------ -----«
G»
ons, na deze onze ballingschap, Jesus, de gezegende vrucht van uwen schoot, o goe-dertierene, o liefdevolle, o zoete maagd Maria.
v. Sta mij toe u te prijzen. Heilige Maagd. k. Geef mij kracht tegen uwe vijanden, v. Gezegend zij God in zijne Heiligen, it. Amen.
I'aus 1'ius VII 5 April 17S6; 100 dagen, eens per dag.
7 jaren en 7 quadrageneu op eiken Zondag.
Een vollen aflaat, tweemaal in de maand.
Een vollen aflaat in 't stervensuur.
Engel Gods, mijn bewaarder, verlicht, bewaak, geleid en bestuur mij, die door Gods liefde aan uwe zorg ben toevertrouwd.
Paus l'ius VI, 2 Octoner 1795 100 dagen aflaat.
Onze Vader â Wees gegroet, â Ik geloof in God den Vader.
Zoet hart van mijn Jesus, maak dat ik U immer meer beminne.
300 dr.ge.n l'iusIX. 2G XovemWer,TS76.
5
*------------a
6ö
OVER HET UILIG MIS0FF1R.
Gedachten van den Pastoor van Ars :
Al de goede werken vereenigd wegen niet op tegen het H. Misoffer, dewijl het menschelijke werken zijn, en de heilige Mis het werk van God is.
De marteldood is niets in vergelijking : hij is het offer, dat de mensch aan God doet van zijn leven ; de Mis is het offer dat God biedt aan den mensch van zijn lichaam en zijn bloed. O ! de priester is iets groots!....
God gehoorzaamt hem: hij zegt twee woorden en onze Heer daalt op zijne stem uit den hemel, en sluit zich op in eene kleine hostie. God vestigt zijne blikken op het aliaar; sDeze is mijn welbeminde Zoon, zegt Hij, in wien Ik mijn welbehagen genomen heb.quot; Om de verdiensten van de offerande van dat slachtoffer kan God ! niets weigeren.....
i Hoe schoon! Na de Consecratie, is de goede God op het altaar als in den hemel!.... Indien men ons zeide ; op dat uur, zal men een doode opwekken, zouden wij spoedig toeloopen om het te zien. Maar is de Consecratie, die het brood en den wijn in het Lichaam en het Bloed van een God verandert, niet vee! wondervoller .... O! indien --------------------------------------------
men de waarde van het heilig Misoffer kende, of liever indien men geloof had, zou men het met veel ;iieer ijver bijwonen.
Als wij iets van den goeden God willen verkrijgen, moeten wij Hem in de H. Mis zijnen welbeminden Zoon opofferen, met al de verdiensten van zijn lijden en dood;
dan zal Hij ons niets kunnen weigeren.....
Ach! indien wij de oogen der Engelen, hadden, bij het zien van onzen Heer Jesus-Christus, die daar tegenwoordig is op het altaar, en die ons aanschouwt, hoe zeer zouden wij Hem beminnen! Maar dat is juist de zaak!.... het geloof ontbreekt. |
Wij zijn arme blinden ; wij hebben een mist voor de oogen. Het geloof alleen zou dien mist kunnen verdrijven. Zoo even, als ik bij de Consecratie onzen Heer in de handen zal houden, als de goede God U zal zegenen, vraagt Hem dat Hij u de oogen opene; zegt Hem gelijk de blinde van Jericho; »Heer, maak mij ziende.quot; Indien gij Hem oprechtelijk zeide : »Maak mij ziende,quot; dan zoudt gij zeker verwerven wat gij begeert, omdat Hij niets wil als uw geluk ; zijne handen zijn vol genaden en Hij zoekt wien Hij ze zal uitdeelen; helaas! en niemand wil ze ontvangen.... Onver schilligheid ! Ondankbaarheid ! Wij zijn al zeer ongelukkig, dat wij die dins-cn niet *----------------------------------3*
*--------------------- ------------1
63
begrijpen. Wij zullen ze eenmaal begrijpen ; maar dan zal het geen tijd meer zijn ....
In het oude Verbond onderscheidde men aanbiddingsoffers, dankofters, zoenoffers en smeekoffers. Al deze offers zijn vereenigd in het H. Misoffer.
Dit wordt dus opgedragen; 1. als aanbiddingsoffer, om God als onzen Opperheer té vereeren, en te aanbidden; 2. als dankoffer, om God voor de ontvangene weldaden te bedanken; 3. als zoenoffer, om God met ons te verzoenen; 4. als smeekoffer, om voor ons en voor anderen in alle noodwendigheden naar ziel en lichaam, Gods hulp af te smeeken.
sik heb geen behagen in U, zegt de Heer der Heerscharen, en ik zal geen offer uit uwe hand aannemen. Want van den opgang der zon tot haren ondergang zal mijn naam groot zijn onder de volken, en op alle plaatsen zal geofferd en mijnen naam eene onbevlekte offerande worden opgedragen.quot; Mal. 1: 10 11.
1
----
â*
nis ^ocn- ilntili- nnnamp;iddings- en smfrKofpu.
VOORBEREIDING.
Almachtige, eeuwige God ! Eerbiedig en vol ootmoed nader ik tot uw heilig Altaar, om het offer van Jesus-Christus, uwen Zoon, hetwelk op alle plaatsen, van den opgang der z.on tot haren ondergang, uw naam ter eere wordt opgedragen, met de meest mogelijke aandacht des harten bij te wonen. Het zij U een volledig zoenoffer voor al onze zonden en nalatigheden ; â een liefelijk dankoffer voor alle ontvangene weldaden en genaden â een heerlijk aan-biddingsoffcr, zoo als het U, den levenden en waarachtigen God, toekomt,â en een krachtig smeekoffer ter bekoming van al datgene, wat wij, arme menschen, naar lichaam en ziel noodig hebben.
Uwe goddelijke majesteit worde door dit allerheiligste offer verheerlijkt, de zegevierende Kerk in den hemel daardoor verrukt, de lijdende zielen in het vagevuur
verkwikt, en de strijdende Kerk hier op
»...........................â*
70
aarde met alle zegeningen in geestelijke en stotteiijke goederen vervuld, â door denzelfden Jesus-Christus, mven Zoon. onzen Heer. Amen.
{
I
ZOENOFFER.
(Van het begin der Mis tot aan de opoffering.)
^Hebben wij gezondigd, dan bezitten wij een middelaar bij den Vader, Jesus-Christus, den Rechtvaardige ; en deze is de verzoening voor onze zonden ; niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden . der gansche wereld.quot; (I Joan. XI. 1â2.)
O eeuwige en rechtvaardige God! als ik de heiligheid uwer wetten en de plichten, | i welke ik dienovereenkomstig te vervullen heb. met mijnen levenswandel vergelijk, dan vind ik afwijkingen en zonden in menigte ; trouwens, eiken dag doe ik veel wat ik vermijden, en verzuim ik veel, wat ik doen moest.
Waarlijk, ik ben een zondaar en mis die gerechtigheid, welke ik voor U diende te hebben. Daarom klop ik rouwmoedig op mijne borst en beken voor IJ, den Almachtige, en voor het gansche hemel-koor, dat ik dikwijls en veelvuldig gezon-
71
digd heb, in gedachten, woorden ea werken, alsmede door een gedurig verzuim van het goede, hetwelk ik had kunnen en moeten doen. Het is mijne schuld, o God! â mijne allergrootste schuld!
O rechtvaardige en heiligste God! Als Gij de zonden gedenken en met mij handelen wilt naar recht en gerechtigheid, hoe : zal ik dan voor U bestaan ? Daarom smeekik | met David:» Heer! treed niet in het gerecht met mij, want voor U zal geen enkel sterfelijk wezen zonder zonden bevonden worden! »Van den troon uwer gerechtigheid beroep | ik mij steeds vooraf op den troon uwer on- { begrensde barmhartigheid, en neem mijne | toevlucht tot de open wonden van Jesus-: Christus, mijnen eenigen Middelaar en Voorspreker. Hij is het Lam, dat wegneemt de zonden der gansche wereld. Hij is de
Onschuld, die onze schulden sedrasren ' ~ |
en ze afgeboet heeft aan het schandhout des kruisen. In zijn bloed bezitten wij den prijs onzer verzoening, en in het heilig Sakrament van boetvaardigheid vloeit de onuitputtelijke genadebron, welke aan het kruis voor ons ontsprong. Tot deze bron wil ik mij dikwijls begeven, om mijne ziel in het bloed des Lams af te wasschen. Daar wil ik mijne zonden belijden en
mijne misdaden niet verheelen. »Want, *---- ------------------
72
indien wij onze zonden belijden, â zegt de heilige Schrift, â dan is God getrouw aan zijne beloften, dat Hij ze ons vergeeft en ons van alle ongerechtigheid zuivert.quot; (1 Joan. I. !).)
Ontferm U dan mijner, o God! en laat mij genade vinden voor uw aanschijn. Ik draag U op en offer in deze heilige Mis jesus-Christus, den eenigen Rechtvaardige, die de verzoening is geworden voor onze zonden, en niet alleen voor de onze, maar voor de zonden der gansche wereld.
Hoe bovenmate gelukkig, gezegend en begenadigd zijn wij, o God, ontfermende Vader! dat wij dit verheven, heilig en goddelijk zoenoffer bezitten, en dagelijks, op ontelbare altaren, aan uwe eeuwige Majesteit kunnen opdragen. Hoe vele kwellingen, kwaad en straffen worden ter Tiille van dit offer dagelijks van ons afgewend; hoe veel bedorvenheid uitgeroeid, hoe vele zielen aan de hel ontnomen en ten hemel heengevoerd! â Wee echter die ongelukkige tijd, ais de goddeloosheid de overhand neemt, en het rijk van den Antichrist zich met geweld zal uitbreiden ; dan zal de gruwel der verwoesting als een stortvloed losbreken,en de zondige wereld met reuzenschreden hare verschrikkelijke verdelging te gemoetgaan.
amp;------------------------%
73
O, ga dan voort, gij priester des Heeren, ga vooit met dagelijks, ja onophoudelijk der beleedigde Majesteit Gods dit heiligste zoenoffer op te dragen, en daardoor het vonnis af te wenden, dat wij om onze menigvuldige zonden verdienen.
Neem integendeel, o rechtvaardige maar barmhartige God! neem dit U zoo welgevallig offer in genade aan tot onze verzoening. Gedenk het kostbaar bloed uws Zoon?, hetwelk tot vergeving der zonden vloeide, en niet gelijk het bloed van Abel om wraak, maar als het bloed des Verlossers, om vergiffenis en ontferming van onze altaren tot U in den hemel roept. Vergeef mij alzoo, Vader! vergeef mij en ! der geheele zondige menschheid. Sla uwen I blik op het onbevlekte Lam, hetwelk, zon-i der zijnen mond tot een' klaagtoon te j openen, zich voor ons naar de bloedige j slachtbank liet voeren. Aanschouw Hem, i ; die geen zonde beging, onze zonden op 1 â zich nam en er oneindige voldoening : voor gaf.
' Laat, o God! laat het offer en'tgebed ; van dezen onzen goddelijken Middelaar, j met de voorspraak van alle Heiligen, en bijzonderlijk van de altijd reine en onbe-| vlekte maagd Maria, tot den troon uwer
: barmhartigheden opklimmen, en ons allen *- ------------*
74
genade en barmhartigheid bewerken in dit les'en en in den dood.
Zie, o God! met dit heiligste zoenoffer, draag ik U tegelijk mijn rouwmoedig en vermorzeld harte, en met dit hart ook het vaste voornemen op, U nooit weder door eene vrijwillige zonde te beleedigen, maar voortaan in onwankelbare trouw den weg uwer geboden te wandelen, en CJ van ganscher harte lief te hebben, tot in den dood.
Heer! wees mij en alle arme zondaars genadig. Amen.
En nu, christen-ziel, zoo gij waarlijk verzoening van God wilt verkrijgen, dan möet gij zelve ook verzoenend zijn, en ieder die u beleedigd heeft van harte vergeven. Geen vijandschap, afgunst, haat, of afgekeerdheid tegen iemand mag uw hart bevlekken, als gij aan de dierbare vruchten van dit offer wilt deel hebben. Want Jesus-Christus, de eeuwige verzoening, zegt:
»Als gij voor het altaar staat om uwe gaven te offeren, en gij herinnert u, dat uw broeder iets tegen u heeft, ga u dan eerst met hem verzoenen, en kom dan terug om uwe gaven te offeren.quot; (Math. V. 23.)
«..........................a*
75
BiJ DE OPOFFERING.
U, Vader, zweer ik nieuwe trouwe En nieuwe vlijt in 't Christendom,
Opdat ik oft'rend U behouwe, U leev'ten eeuwig eigendom.
Door uwen goeden geest geleid, Zoek ik naar heil voor de eeuwigheid.
Met ieder wil ik vreedzaam leven. En wandlen op het liefdepad.
Van harte gaarne hem vergeven. Dien ik vooraf ten vijand had.
Verzoening blijft mij waar genot; Vergeef ook Gij mij, goede God!
Bestuur, o Tesus, heel mijn leven. Maak mijn hart van zonden vrij;
Geef dat het gansch aan U gegeven Naar uw hart gelijkend zij.
Geef die genade. God, Uw kind : En dat ik, stervend, eens U vind!
*--- «
*--------------------------------*
Tf]
II
DANKOFFER.
(Van de Opoffering tot aan de Consecratie.
«'Dankt altijd voor alles Gult;l de» Vader, in den naam van onzen Heer Jesns-Christus.quot; (Ephes. V. 20.)
O Heer, mijn God! Gij grootste weldoener mijns levens! Diep getroffen door de vele bewijzen van barmhartigheid en liefde jegens mij, kniel ik voor U neder en bied U, met het oifer uws altaars, tegelijk mijn hartelijk dankgebed aan voor all,- genaden en weldaden, waarmede (Jij mij tot deze ure zoo milddadig hebt begiftigd.
Gij hebt mij het bestaan als mensch gegeven, en mij diensvolgens ver boven de meeste uwer andere schepselen verheven. Gij liet mij uit christelijke ouders geboren worden, en naamt mij, reeds bij mijne intrede in de wereld, in den schoot uwer heilige Kerk op. Ik heb dus aandeel in alle genaden en zegeningen van Christus' verlossingswerk, en geniet niet slechts het onschatbare geluk, mij hier op aarde in uwe vaderlijke liefde en zorg te mogen verheugen, maai- heb bovendien de vreugdevolle hoop, eenmaal in den hemel eene zaligheid te verwerven, welke geen oóg
m------------------------------
77
gezien, geen oor gehoord heeft en die nooit in het hart eens menschen is opgekomen .
O God! hoe zal ik U behoorlijk voor deze eerste en voortreffelijkste aller genaden danken ? En hoe zal ik vergelden de andere ontelbare weldaden, waarmede Uwe vrijgevige hand mij dagelijks, ja elk oogen-blik mijns levens, begiftigt:
Elke ademtochtmijns levens, elkepolsslag van mijn hart, elke opwekking en beweging mijner ledematen is een geschenk van Uwe liefde, en wel zoo belangrijk, dat mijn leven zoude ophouden te bestaan, zoodra Gij een enkel oogenblik ophieldl mijne levenskrachten te bewaren.
Van U, o Vader des lidits en milde Gever van alle gaven, komt de spijze, die mij voedt, de drank, die mij verkwikt, de kleeding die mij bedekt, het dak, waaronder ik rustig kan wonen.
Gij zijt het, Algoede, die mijn verstand verlicht, mijn hart deugdlievende gezindheid inboezemt, en tot beoefening van het goede, mij het willen en 't volbrengen geeft.
Gij zijt het, die mijnen arbeid zegent, mijne goede ondernemingen bevordert, en mij steeds de middelen geeft en den weg bereidt lot een eerlijk levensonderhoud.
».------------------------fc'
-----------------------»
Gij verheugt mijn leven door zoo menige vreugde, geeft troost in lijden,hulp in nood, bescherming tegen gevaren en vervolgingen van zichtbare en onzichtbare vijanden.
Ja, gelijk een vader zich ontfermt over zijn kind, zoo ontfermt Gij U over mij, i o God ! en bekroont mijn leven met tallooze ; bewijzen van Uw milde goedheid.
Wilde ik alle genaden en weldaden optellen, die mij voortdurend van Uwe Voor-: zienigheid toevloeien, â waar, mijn Heer en mijn God, zoude ik aanvangen ca waar een einde vinden ? Zij zijn even talloos, als de oogenblikken mijns levens, en vele, ' misschien de voornaamste, zijn mij zelfs ; nog verborgen.
O, waarlijk, uwe goedheid en ontferming jegens mij is oneindig; â van oneindige i waarde moet daarom ook het offer zijn, i wat ik U hier tot dank wil opdragen. Het i is Jesus-Christus, Uw geliefde Zoon, die zich op dit altaar ter uwer verheerlijking opoffert. Het zijn zijne oneindige verdiensten, welke Hij U opdraagt, en waarmede Hij U overvloedig vergeldt, wat Gij zoo rijkelijk aan ons, arme menschel), uitdeelt.
Neem alzoo dit liefdevol dankoffer aan, o God! aanvaard dezen Uwen geliefden Zoon, met al de ontboezemingen van
*â-----------------»
79
kinderlijke liefde en dankbaarheid, waarvan zijn allerheiligst hart gedurende zijne omwandeling op aarde voor U overvloeide. Boven alles echter gelieve die heilige, eerwaardige en beteekenisvolle akte van dankbetuiging te aanvaarden, welke Hij U opdroeg, toen Hij, bij het laatste avondmaal, op den vooravond van zijn lijden, dit heiliffste offer en Sakrament des Altaars instelde. Toen nam Hij brood in zijne heilige handen, verhief zijne oogen tot U, j i zijn Vader in den hemel,
dankte U,
zegende en brak het brood, en gaf het! zijnen Leerlingen, zeggende :
»Neemt en eet, want dit is mijn ' Lichaam !quot;
Zaligen des hemels, gij allen, heilige kooren der zalige geesten ! daalt neder en omzweeft dit heilig geheim. Helpt ons de eeuwige liefde danken, die bij alle genaden en weldaden Zich-Zelven nog aan ons ten beste geeft. Looft den Heer, want Hij is algoedig, en zijne barmhartigheid is zonder einde.
ONDER DE OPHEFFING DER H. HOSTIE.
U, Heer, wil ik een danklied zingen, U, wien het weldoen blijdschap is, U loven met de stervelingen,
*-------â58
$----------------------------------3*
80
U, Vader van behoudenis,
Hoe veel hebt Gij voor mij gedaan, Neem, God, mijn dankend offer aan.
Evenzoo nam onze goddelijke Verlosser, bij het laatste avondmaal den kelk in zijne heilige handen, dankte wederom, zegende den kelk, en reikte hem aan zijne Leerlingen, zeggende;
))Neemt. en drinkt allen hieruit; want dit is mijn Bloed des nieuwen Verbonds, dat voor velen zal vergoten worden tot vergeving der zonden. Doet dit te mijner; gedachtenis.quot;
ONDER DE OPHEFFING VAN DEN H. KELK.
1 . .
O heilig Bloed ! voor mij vergoten,
Zegenbron, aan het kruis ontvloten !
Hoe dank ik best Uw almacht. Heer !
Gij hebt geheel Uw dierbaar leven
Voer mij ten offer eens gegeven; â
Neem 't mijne nu. Uw naam ter eer ;
Uit reine liefde en dankbaarheid.
Zij 't U, Heer, gansch U toegewijd.
Jesus ! voor U leef ik.
Jesus ! voor U sterf ik.
Jesus ! Uw genade is groot.
Ik blijf Uw kind tot in den dood.
i Amen.
SI
m.
AANBIDDINGSOFFER.
(Van de opheffing tot aan de Communie.)
«Heilig, heilig, heiügis de God, de Meer der heerscharen ! Hemel en aarde zijn vol van zijne glorie en heerlijkheid!quot;
(Is. VI. 3.
Almachtige Goden Heer, wiens heerlijkheid de hemelen vervult en wiens roem I de aarde verkondigt; neergeknield aan den voet des altaars, waarop zich Jesus-i Christus, Uw geliefde Zoon, ter Uwer aanbidding en verheerlijking opoffert, wenschte ik, arm schepsel, U waardiglijk te kunnen aanbidden en U die eer te kunnen be - ' wijzen, welke ik U, mijn Schepper, Heer j en Gebieder, schuldig ben. Maar, o mijn God en Heer, hoe zal ik dat kunnen? Ik erken mijne onmacht, en gevoel mij niet in staat, dezen verschuldigden dienst der aanbidding op waardigewijze te verrichten.
Daarom neem ik nogmaals mijne toevlucht tot het offer van Jesus-Christus, waarin wij alles bezitten en alles vermogen, waarmede wij U behooren te dienen. Terwijl Hij ons voldoenend zoen-cn liefe-1 lijk dankoffer is, hebben wij ook in Hem
^------------ig
ü
82
het waardigste offer van aanbidding Uwer goddelijke Majesteit. Want, door Hem aanbidden de engelen Uwe Majesteit; door Hem loven U de cherubijnen ; door Hem prijzen U de serafijnen; door Hem verheerlijken U alle koren der zalige geesten in den hemel. Door Hem zijn ook hier op aarde de afgodische altaren des heiden-doms vernietigd met al hunne booze gruwelen ; terwijl op hunne overblijfselen zich de liefelijke altaren des Christendoms verheffen, waar Gij, de alleen ware God, in geest en waarheid aangebeden wordt. Ja, door en in Jesus-Christus zijn hemel en aarde vereenigd ter Uwer verheerlijking, o God ! en als in eeiveenig koor, dragen zij aan U hunne aanbidding op, terwijl wij vol eerbied en vreugdegevoel uitroepen :
sHeilig, heilig, heilig is God, de Heei der heerscharen! Hemelen aarde zijn vol van Uwe glorie en heerlijkheid !quot;
O almachtige, en eeuwige God ! Zie dan met welbehagen neder op dit altaar, op Uwen Gezalfden, op Jesus-Christus onzen Heer, Hij is immers Uw beminde Zoon, in wien Gij Uw welbehagen hebt. Hij is het volkomen evenbeeld van Uw goddelijk wezen, de glans van Uwe eeuwige heerlijkheid. Hij is het, die zich ter Uwer ^---------------------Sc
verheerlijking tot het knechtschap vernederde ; die, om Uwe eer onder de volken weder te herstellen en ons den hemel te heropenen, de schande des kruises op zich nam, U het bloedig offer opdroeg, en nu nog dage lijks datzelfde offer, onbloediger wijze, op de ontelbare altaren van heel de aarde vernieuwt ; hierdoor vervullende wat Gij, o God, door den mond der profeten vooraf liet verkondigen, met de woorden:
«Van ileu opgang der zou lot haven ondergang, is mijn naam groot onder de volken, en oj. alle plaatsen wordt mijnen naam een rein offer opgedragen; want groot is mijn naam onder de volken,'' (Mal. I. u.)
Zoo stijge dan dit offer, o God, in de liefelijkheid zijner aa.igename geuren, tot den troon Uwer heerlijkheid omhoog ; het worde U, op Uw hemelsch hoogaltaar, voor het aanschijn Uwer goddelijke Majesteit, door Uwe engelen aangeboden, opdat zijne liefelijkheid Uw vaderhart verheuge, en wij allen, die aan deze offerande deel nemen, met Uwe genade en alle hemelsche zegeningen vervuld mogen worden, â door denzelfden Christus, onzen Heer. Door en met, en in Hem zij U, almachtige God en Vader, alle eer, aanbidding en verheer-
*
I
lijking, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Alsnu bidde men aandachtig het Onze Vader en Wees gegroet, en daarna oefene men de geesteliike Communie op de volgende wijze.
GEESTtLIJKE COMMUNIE
Onwaardig ben ik, Heer,
U heden hier te ontvangen ;
En toch, ik wensch die eer
Met innicr zielsverlangen. I ö 0
Mijn ziel raoog' U omarmen ;
Betoon mij Uw erbarmen.
Woon in mijn zuchtend hart,
Heer, God, mijn boezemsmart!
In U heb ik het leven,
j In II des harten vreugd,
i 'k Wil aan U mij geven,
i Voor tijd en eeuwigheid:
Niets zal mij van U scheiden, Kom, Jesus, kom tot mij!
In vreugde en heilzaam lijden 1 Ik steeds de Uwe zij !
$8--------------------------------
85
Wek een levendig verlangen In u om de H. Communie te onrvangen, en zeg :
Het lichaam mijns Heeren Jesus-Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Zijn bloed zuivere mij van alle zondenvlekken, en het vuur zijner heilige liefde vertere in mij alles, wat boos en Gode onaangenaam is. Amen.
SMEEKOFFER.
«Vounraar. voorwaar, ik zl'j; het u. â spreekt Jesus â als gij den Vader in mijnen naam om iets vraagt, dan zal Hij het u gevenquot; (Joan. XVI, ^3.)
O God! Vader der ontfermingen, en 1 Gever van alle gaven ! Neem in genade ! aan en verhoor naar Uwe wijze goedertie- ' renheid de wenschen en smeekingen, welke ik, vertrouwend op de beloften Uws Zooms, | en op de alvermogende kracht van zijn heilig ofier, U voor mij en voor de gan- : sche menscheid aanbied.
Ontferm U over allen, die Gij naar Uw evenbeeld hebt geschapen, en voor wie ; Uw Zoon zijn dierbaar bloed vergoten heeft. Heilig allen door de waarheid van Uw heilig Evangelie, en help hen, U, en i
dten Gij gezonden hebt, Christus onzen i ^ *
86
Heer, erkennen. Verlicht de ongeloovigen, breng de verdwaalden terecht, bekeer de zondaren, en vermeerder en behoud de
' rechtvaardigen.
j Zegen, o God, onze Moeder, de heilige : Kerk, en laat haar steeds zich meer uit-i breiden over de gansche wereld, en als i de eenig ware weg des heils erkend worden. Stort de volheid Uwer genade uit over haar opperhoofd, onzen beminden heiligen Vader, alsmede over alle Aartsbisschoppen, Bisschoppen, prelaten, en bestuurders, en over geheel de Geestelijkheid. Versterk bemoedig en spoor hen krachtig aan, dat zij de hun toevertrouwde kudde gelukkig weiden, en voor haar : zoo wel, als voor zich zeiven, rijke vruchten I van zaligheid mogen voortbrengen ; door getrouwe uitdeeling der heilige Sacramenten, door zorgvuldige bewaring Uwer heilige leer, door ijverige verkondiging van het goddelijk woord, door de menigte van goede werken, en bovenal door het schitteiend voorbeeld van eenen heiligen levenswandel.
Zegen, o God en Koning des hemels, de vorsten der aarde. Geef hun vaderlijke zorg voor hunne onderdanen, liefde voor den vrede, eerbied voor Uwe heilige Kerk en gehoorzaamheid aan Uwe heilige seboden.
----------------------
Wend Uwe ontfermende blikken, o God, op dt n nood en de verdrukking van zoo vele bedroefde en ellendige Christenen. Verzorg de armen, vertroost de treurenden, red de bekommerden, bescherm hen, die vervolging lijden, verkwik de zieken, begenadig de stervenden, en schenk aan allen, die in Uwe genade gestorven zijn, de eeuwige gelukzalige rust.
Beteugel dan ook, o God, en bedwing de boosheid en verdorvenheid van onzen tijd, sluit den mond der lasteraars en boosaardige bespotters va i den godsdienst; laat hen overal de welverdiende verachting ontmoeten, en brer.g hen langs den weg der vernedering tot het ware geloof terug. Aanschouw den ijver, de godsvrucht en de deugden der rechtvaardigen, die nog onder ons leven; wend ter wille van hunne gebeden en goede werken de welverdiende straffen van ons af, en laat ons spoedig, onder Uwe bescherming, wederom vreedzame en gelukkige dagen beleven.
Ontferm U eindelijk, o God, nog bijzonderlijk over ons, die hier in aandacht voor Uw altaar liggen neergeknield. Geef dat wij, die dikwijls aan dit heilig offer deel nemen, ook heilig leven en eerbaar wandelen in deze booze wereld, niet in gulzigheid en brasserij, in wellust en ontucht, --------------------------m
*
I
lijking, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Aisnu biddc men aandachüg het Onze Vader en Wees gegroet, en daarna oefene men de geestelijke Communie op de volgende wijze.
GEESTELIJKE COMMUNIE
Onwaardig ben ik, Heer,
U heden hier te ontvangen ;
En toch, ik wensch die eer Met innig zielsverlangen.
Mijn ziel moog' U omarmen ; Betoon mij Uw erbarmen.
Woon in mijn zuchtend hart.
Heer, God, mijn boezemsmart!
In U heb ik het leven,
In II des harten vreugd,
j 'k Wil aan U mij geven,
| Voor tijd en eeuwigheid:
Niets zal mij van U scheiden. Kom, Jesus, kom tot mij!
In vreugde en heilzaam lijden Ik steeds de Uwe zij !
*---------------------------- ---
85
Wek een levendig verlangen in u om de H. Communie te ontvangen, en zeg:
Het lichaam mijns Heeren Jesus-Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Zijn bloed zuivere mij van alle zondenvlekken, en het vuur zijner heilige liefde vertere in mij alles, wat boos en Qode onaangenaam is. Amen.
SMEEKOFFER.
«Voorwaar, voorwaar, ik 2cg het u, â spreekt jesus â als gij den Vader in mijnen naam om iets vraagt, dan zal liij het u gevenquot; (Joan. XVi, /3.)
O God! Vader der ontfermingen, en Gever van alle gaven ! Neem in genade aan en verhoor naar Uwe wijze goedertierenheid de wenschen en smeekingen, welke j ik, vertrouwend op de beloften Uws Zoo'ts, en op de alvermogende kracht van zijn heilig offer, U voor mij en voor de gan-sche menscheid aanbied.
Ontferm Li over allen, die Gij naar Uw evenbeeld hebt geschapen, en vooi wie Uw Zoon zijn dierbaar bloed vergoten heeft. Heilig allen door de waarheid van j Uw heilig Evangelie, en help hen, Ã, en j dien Gij gezonden hebt, Christus onzen j
Heer, erkennen. Verlicht de ongeloovigen, breng de verdwaalden terecht, bekeer de zondaren, en vermeerder en behoud de rechtvaardigen.
i Zegen, o God, onze Moeder, de heilige 1 Kerk, en laat haar steeds zich meer uit-i breiden over de gansche wereld, en als j de eenig ware weg des heils erkend worden. Stort de volheid Uwer genade uit j over haar opperhoofd, onzen beminden heiligen Vader, alsmede over alle Aartsbisschoppen, Bisschoppen, prelaten, en bestuurders, en over geheel de Geestelijkheid. Versterk bemoedig en spoor hen krachtig aan, dat zij de hun toevertrouwde kudde gelukkig weiden, en voor haar | zoo wel, als voor zich zeiven, rijke vruchten ! van zaligheid mogen voortbrengen ; door getrouwe uitdeeling der heilige Sacramenten, door zorgvuldige bewaring Uwer heilige leer, door ijverige verkondiging van het goddelijk woord, door de menigte van goede werken, en bovenal door het schitteiend voorbeeld van eenen heiligen levenswandel.
Zegen, o God en Koning des hemels, de vorsten der aarde. Geef hun vaderlijke zorg voor hunne onderdanen, liefde voor den vrede, eerbied voor Uwe heilige Kerk en gehoorzaamheid aan Uwe heilige geboden.
87
Wond Uwe ontfermende blikken, o God, op dtn nood en de verdrukking van zoo vele bedroefde en ellendige Christenen. Verzorg de armen, vertroost de treurenden, red de bekommerden, bescherm hen, die vervolging lijden, verkwik de zieken, begenadig' de stervenden, en schenk aan allen, die in Uwe genade gestorven zijn, de eeuwige gelukzalige rust.
Beteugel dan ook, o God, en bedwing de boosheid en verdorvenheid van onzen : tijd, sluit den mond der lasteraars en | boosaardige bespotters va i den godsdienst; 'laat hen overal de welverdiende verachting ontmoeten, en breng hen langs den weg der vernedering tot het ware geloof terug. Aanschouw den ijver, de godsvrucht en de deugden der rechtvaardigen, die nog onder ons leven; wend ter wille van hunne gebeden en goede werken de welverdiende straffen van ons af, en laat ons spoedig, onder Uwe bescherming, wederom vreedzame en gelukkige dagen beleven.
Ontferm U eindelijk, o God, nog bijzonderlijk over ons, die hier in aandacht voor Uw altaar liggen neêrgeknield. Geef dat wij, die dikwijls aan dit heilig offer deel nemen, ook heilig leven en eerbaar wandelen in deze booze wereld, niet in gulzigheid en brasserij, in wellust en ontucht,
niet in heidensche feesten, dans en spel, i maar in christelijke ingetogenheid, matig-! heid, zedigheid en kuischheid, in den vrede j cn in de zuivere vreugde des heiligen
Geestes. i i o i '
O God van z- gening en genade . Strek j
Uwe hand over ons uit en geef ons j
Uwen zegen. Zegen ons allen overvloe-:
dig in geestelrk opzicht, en voeg er alles, i
wat wij van hét stoffelijke noodig hebben, j
volgens de gunstige belofte Uws Zoons, |
als'eene mi'.dadige toegift bij. Ik sluit nu
â a] mijne hartewenschen, in de onuitputbare [
Genadebron van dit allerheiligste offer, en
verwacht vol kinderlijk vertrouwen, met 1
den zegen des priesters, in alles ook Uuej
zegenende hulp.
i
ZEGEN.
! De Heer, onze God, ontferme zich over 1 ons allen, Hij blikke met welgevallen op { ons neer, en geve ons Zijnen zegen. I Ons zegene tie almachtige en barmhar-1 tige God, f de Vader, f de Zoon, -f en j f de heilige Geest. Amen.
De liefde van God, den hemelschen V ader, â de genade en vrede van onzen Heer en Heiland Jesus-Ghristus, â en de troost van den heiligen Geest zijn met mij ;
en ons allen, nu en altijd, tot m de eeuwigheid. Amen.
NA DE 'H. MiS.
Driemaal het Wees gegroet enz. Dan eenmaal: Wees gegroet. Koningin, Moeder der barmhartigheid, ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees ge âr.oet â Tot U roepen wij ballingen, kinderen van Eva,â Tot U verzuchten wij klagende en weenende in dit tranendal. Welaan dan, onze Voorspreekster, sla uwe barmhartige blikken op ons neder âtn vertoon ons na deze ballingschap de gezegende vrucht uws lichaams Jesus. â
0 goedertierene, o godvruchtige, o zoete
Maagd Maria. , r , r, ,
v Bid voor ons, heilige Moeder Gods, li. Opdat wij de beloften van Jesus-Christus waardig worden.
Laat ons bidden-
1 o God, onze toevlucht en sterkte, zie genadig neer op de vrome gebeden l;v.ei Kerk en geef, dat hetgeen wij op de voor-bede der roemrijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den tljoset, van uwe H. H. Apostelen Petrus en Paulus
en van al de Heiligen, in de tegenwoordige Ws--------
noodwendigheden ootmoedig vragen, werkelijk verkrijgen mogen. Door denzelfden Jesus-Christus onzen Heer. Amen.
OVIR BI BIECHT.
Gedachten van Pastoor van Ars.
Kinderen, zoodra men eene kleine vlek op de ziel heeft, moet men doen als iemand, die een schoonen kristallen bol bezit, dien hij met zorg bewaart. Indien die bol een weinig stot aanneemt, gaat men er, zoodra men het bemerkt, met de spons over. Dan is de bol weder helder en schitterend. !
Neemt eveneens, als gij een vlekje op uwe ziel bemerkt, met eerbied wijwater, doet een dier goede werken waaraan de vergiffenis der dagelijksche zonden verbonden is, eene aalmoes, eene kniebuiging voor het heilig Sacrament, of woon eene heilige Mis bij.
Kinderen, stelt u iemand voor, die eene geringe ziekte heeft opgedaan; hij heeft geen behoefte aan den geneesheer, hij kan zich geheel alleen genezen. Hij heeft hoofdpijn, en behoeft zich slechts te bed te begeven . . . Hij heeft honger, en behoeft slechts te eten.
Maar is het eene ernstige ziekte, is het eene gevaarlijke wond, dan moet men den geneesheer roepen, en op den geneesheer volgen de geneesmiddelen .... Zelfs vele keeren wordt zulks herhaald. Indien men in eene zware zonde gevallen is, moet men zijn toevlucht nemen tof den geneesheer in de biecht.
I Kinderen, men kan de goedheid niet I begrijpen, die God voor ons gehad heeit, toen hij dat groote Sacrament van boet-; vaardigheid instelde. Indien wij eene ge-: nade aan onzen Heer hadden kunnen I vragen, zouden wij er nooit aan gedacht i hebben, deze te vragen. Maar hij heeft i onze boosheid voorzien, en onze onstandvastigheid in het goede, en zijne lielde j brachten hem er toe te doen, om hetgeen 'wij Hem niet zouden durven vragen.
Indien men tot die arme verdoemden, die i sedert zoolangen tijd in de hel zijn, zeide : i »Wij zullen een priester aan de poort der hei ; «plaatsen, ieder, die wil, n.ag er uitkomen; i «Kinderen gelooft gij, dat er een enkele | in de hel zou blijven r De schuldigsten I zouden niet vreezen, de hel zou spoedig ledig en de hemel spoedig bevolkt wezen !
Welnu! wij hebben den tijd en de middelen, welke die arme verdoemden niet
bezitten. Ik weet dan ook zeer zeker, dat j
*------- --------------------- ------»
*-----------------a
92
! die ongelukkigen in de hel zeggen; »Ver-1 j vloekte priester ! indien ik U nimmer ge-! | kend had, zou ik niet zoo schuldig zijn.quot; !
Het is zoet, mijne kinderen, te denken, dat wij een Sacrament hebben, dat de I j wonden onzer ziel geneest !
Maar men moet het in goec'e gesteldheid i ontvangen. '
Anders voegen wij nieuwe wonden bij | : de ouden. at zoudt gij zeggen van een man die met wonden bedekt iy. Men raadt' hem aan naar het gasthuis te gaan, om ' zijne kwaal aan den geneesheer te vertoo !
,nen. De geneesheer maakt hem beter door | i hem geneesmiddelen te geven. Maar ziet, de ! man, neemt zijn mes en brengt zich groote | | sneden toe en doet zich meer kwaad dan te i j voren. Welnu ! dat doet gij ais gij slecht : biecht. . . .
Kinderen, wij moeten een goed berouw ï verwekken.
Men moet na de biecht, een doorn in 1 .zijn hart planten, of vijf pijlen, gelijk de | Engel met den H. Franciscus van Assisië ; i handelde, opdat men zijne zonden nooit j uit het oog verlieze
aiisat-SErttiM.
«Als gij gezondigd hebt, verzuim dan niet j u tot den Heer te belceeren, en stel uici uit van den eenen dag tot den iindeicii . want zijn toorn komt plotseling, en ten | daffe der wraak gaat gij ten gronde.quot; j (Sir. V, 8â9.) i i
GEBED VOOR DE BIECHT.
O Allerheiligste, rechtvaardigste enbarm-1 ' hartigste God! die door de zonde beleedigd, j ! door de boetvaardigheid weder verzoend wordt, en altijd bereid zijt, om den zon-i daar in genade aan te nemen, zoodra j hij zich rouwmoedig tot U bekeert; zie | ontfermend op mij neder, terwijl ik bij U troost en geruststelling zoek voor mijn door ' zonden beanstigd hart. Gij, die den dood ' des zondaars niet wilt, maar dat hij zich 1 ; bekeere en leve, en die gezegd hebt, dat : op den dag als de zondaar zich rouwmoedig tot U wendt. Gij U ook wederom tot hem { zult keeren en zijne zonden niet meer ge-1 denkenâwend U dan ook genadiglijk. 1 weder tot mij. Barmhartige God en Vader . I neem mij in genade aan, en laat mij Q001^
*---------------
«4
J
j ware boetvaardigheid met U verzoend i worden. Verlicht mijn verstand doorliet I licht van Uwen Heiligen Geest, opdat ikmij-| ne zonden erkenne; ontroer mijn hart, opdat het dezelve waarlijk berouwe, en bestuur mijne tong, opdat ik ze oprechtelijk belijde, in den geest van ootmoed en met een bereidvaardig, volgzaam hart. Trouwens, i a.ls wlj onzt zonden zoodanig belijden, dan 1 z'jt Gij getrouw in Uwe beloften, dat Gij ; ze ons vergeeft en ons zuivert van alle on-I deugden. Door Jesus-Christus, onzen Heer, j Amen.
TOT DEN H. GEEST.
j lt;gt; Heilige Geest' (iij, die de harten der 1 menschen doorgrondt en ook mijn bin- ' nenste doorziet en alle vergrijpen kent i naar getal, grootte en omstandigheden,' j alsmede naar de mate der schulden, welke j 1 ik daardoor op mij geladen heb ; verlicht; mijn verduisterd verstand, opdat ik er-kenne, hoe zwaar ik gezondigd, en be-' weene, wat ik misdaan heb. Ontsluit mijn ' hart, en toon mij den toestand mijner ziel zoo klaar, als die voor Uw alziend oog open ligt. Laat mij erkennen hoe dikwijls en hoe zwaar ik mij verzondigd heb door gedachten, woorden, werken, en door ver zuim, van hetgeen ik verplicht was te doen,
95
Laat mij nu even zoo klaar verlicht zijn ter mijner verzoening met God, als ik vooraf blind was, met Hem te beleedigen en te vergrammen. Help mij, o Heilige Geest, getrouw alles vervullen, wat van een boet-vaardigen zondaar gevorderd wordt; opdat aan mijne boete niets ontbreke, wat tot verkrijging der vergiftenis van mijn zonden en tot verbetering mijns levens noodig is. Door Jesus-Christus, onzen Heer. Amen.
Hier onderzoeke men zijn geweten, ten einde de zonden te ontdekken, waarin men gevallenis.
Voor personen, die dikwijls te biechten, gaan, zegt de H. Alphonsus kan dit on-j derzoek kort zijn. Het is voldoende een | vluggen blik te werpen op de fouten, waarin zij de gewoonte hebben te vallen. Zij moeten zich meer beijveren, bij het H. Sacrament van boetvaardigheid akten van godsvrucht en liefde te voegen, waarvan zij zich te dikwijls laten afhouden door ongegronde vrees of nuttelooze angstvalligheid bij het gewetensonderzoek.
Voor personen echter, die zelden biechten, moet het gewetensonderzoek zooda nig zijn, dat zij zich de soort en het getal hunner zonden, genoegzaam in hetgeheu-
gen terugroepen. Deze laatsten doen het beste, te dien einde de geboden Gods en der II. Kerk, de zeven hoofdzonden, de vreemde zonden en de plichten van hunnen staat te doorloopen en te zien, hoe zij daartegen in gedachten, woorden of werken hebben gezondigd.
NA HET GEWETENSONDERZOEK.
Berouw en goed Voornemen.
Alwetende God, voor wiens oog niets verborgen, maar alles open en bloot ligt! \ oor Uw alziend oog ben ik nu met mij zeiven in het gerecht gegaan, en bevind mij, helaas ! weder aan menige overtreding Uwer geboden en beleedigingen tegen ' Uwebeminnenswaardigemajesteit schuldig, j Wee mij, ondankbare!â Terwijl Gij, o God 1 niet ophoudt mij te zegenen en met weldaden te verheugen, houd ik, helaas, niet op Uw liefdevol vaderhart telkenmale door zonden te bedroeven 1
Maar zie, o God I het doet mij van ganscher harte leed, dat ik U, hoogste en beminnenswaardigste goed â U mijn grootsten weldoener, mijn God en mijn alles, beleedigd en Uwe ontelbare weldaden
met ondank vergolden heb. * â*
Goedertierenste God en Vader, van dit I oogenblik af wil ik Uwe heilige geboden i niet meer overtreden, niet meer in eenige zonde bewilligen. Alle verleidingen en i gelegenheden tot zonde wil ik zorgvuldig ontwijken, en mij vooral voor die fouten trachten te bewaren, waaraan ik mij heden en zoo dikwijls heb schuldig gemaakt. Ik wil mij geweld aandoen en alles aanwenden, om mijne hartstochten te beteu-| gelen, en door goede gewoonten mijne kwade gewoonten trachten te verdringen. Niels zal mij meer ter harte gaan dan het vervullen van Uwen allerligheisten wil, en ! al mijn streven zal zijn, U, o God, van harte en boven alles lief te hebben, en U voortaan door even zoo vele goede handelingen te verheugen, als ik tot nu toe door zondige werken U bedroefde. Dit beloof ik hier voor U, Alwetende ! en voor geheel het hemelkoor. Gij lieve Heiligen Gods, zijt getuigen van deze mijne belofte 1 Smeekt Gods overvloedige genaden over mij af, opdat ik ze getrouwelijk vervulle.
En nu, o mijn Heer en mijn God ! smeek ik U uit het binnenste mijner ziel; wees mij, armen zondaar, genadig 1 Ontferm U mijner, naar de grootte Uwer barmhartigheid, en verdelg al mijne boosheden naar de menigte en volheid Uwer ontfermingen.
Vergeef mij alles waarover mijn gesveten mij voor U, o eeuwige Rechter, aanklaagt. Ook mijne onbekende zonden gelieve mij te vergeven, om den wille van Jesus-Christus Uwen Zoon, die voor mijne zonden en die van de gansche wereld oneindig voldaan heeft.
Ja, Heere Jesus-Christus! Gij hebt voor mijne zonden en die der geheele wereld overvlocdiglijk voldaan, en ons met Uw hartebloed genade en vergeving verworven; en ten einde wij ons hierin, bij oprechte boetvaardigheid en berouw, volkomen zouden kunnen gerust stellen, hebt Gij het heilig Sacrament van boetvaardigheid ingesteld, eu den priester Uwer Kerk de macht j verleend, allen rouwmoedigen in Uwen naam ontbinding en vergiffenis van alle zonden mede te deelen.
Verleen, genadige Verlosser! dat ik nu in den geest van ware boetvaardigheid dit heilig Sacrament onb ange, en alzoo op nieuw door U gerechtvaardigd en begenadigd worde. Schenk mij Uwen goddelijken bijstand,opdat ik eene rouwmoedige belijde-nismijner zonden spreke, mij bereidvaardig en ootmoedig aan 's priesters vaderlijke leiding overgeve, een volgzaam hart voor zijne welgemeende vermaningen opene,
en dan uit zijnen mond Uw woord van fc------------------
begenadiging verneme; »wees getroost, uw zonden zijn u vergeven; ga heen in vrede!quot; Amen.
O heilige Maria, Moeder Gods ! en gij alle, Gods lieve Heiligen! bidt voor mij, armen zondaar,ânu, terwijl ik den rechterstoel van barmhartigheid binnentreed, en eenmaal in mijn doodsuur, als ik voor den troon der eeuwige gerechtigheid verschijnen moet. Moge dan mijne tegenwoordige biecht mij niet doen veroordeelen, maar, overeenkomstig Gods heilige bedoelingen, ter volledige begenadiging en zaligheid verstrekken. Amen.
Onmiddelijk nadat men zijne zonden in den biechtstoel beleden heeft, kan men nog eenmaal korteiijk de volgende akte van berouw verwekken.
O God! uit de diepte mijner ziel betreur ik hier nogmaals, uit zuivere liefde tot U al de zonden mijns levens, in het bijzonder die ik nu gebiecht heb. Ik heb vast besloten behoorlijk boete te doen en mijn leven geheel te verbeteren. Ontferm U dan mijner, o God! en laat mij door den mond Uws priesters genadige vergiffenis vernemen. Door Jesus-Christus, Uwen Zoon, onzen Heer. Amen.
- -fc'
100
ONDER DE ABSOLUTIE.
Door de oneindige verdiensten van Jesus Christus, â door de kracht van zijn bitter lijden en sterven, â alsmede door de verdiensten en de voorspraak van Maria en alle lieve Heiligen, ge waardige zich, mij van zonden te ontslaan; de almachtige en barmhartige God â f Vader, f Zoon en f heilige Geest. Amen.
NA DE BIECHT.
Eeuwige Ontferming, God en Vader ! Ik zeg U van ganscher harte dank, dat Gij mij, armen zondaar, niet van Uw aanschijn verstooten, maar wederom in genade aangenomen en met barmhartigheid bekroond hebt. Trouwens, hiermede getroost ik mij met een volkomen vertrouwen, door het ontvangen van het heilig Sacrament der boete, krachtens hetwelk ik nu vrijspreking van mijne zonden ontving, vermits ik het bewustzijn heb, met alle oprechtheid en redelijkheid mijn geweten onderzocht en alzoo gebiecht te hebben, en mijn vaste voornemen is, voortaan, onder den bijstand Uwer genade, mij voor alle zonden te wachten, en godvruchtig en rechtschapen voor U te wandelen.
*
101
Neem, algoede Vader, voorloopig den zwakken dank mijns getroffen harten in genade aan, tot dat mijn volgende godsdienstige wandel U toone, dat ik geheel van Uwe goedheid doordrongen ben. Trouwens, niet te vergeefs zult Gij mij heden wederom barmhartigheid bewezen hebben; neen, zij zal nu een blijvenden indruk in mijn gemoed achterlaten, mijne neigingen beheerschen en geheel mijn doen en hiten naar Uw welgevallen besturen.
Zegen olzoo, liefdevolle Goden Vader, het ontvangen van dit heilig Sacrament zóó in mijne ziel, dat ik mij krachtdadig aangedreven gevoele, hart en zin overal en altijd voor de zonde te sluiten, en mij met allen i|ver in de deugd te bevlijtigen. Laat Uwe genade krachtdadig in mij werkzaam zijn, ten einde ik nakome, wat ik in , dit genadenrijk uurzoo plechtig beloofd heb: dat ik U nooit meer door eenige zonde bedroeve, maar U van ganscher harte en boven alles beminne. Help mij, o God ! den goeden strijd strijden, mijn geloof en de zuiverheid des gewetens in alle trouw bewaren, door onvermoeid goed te doen, mij verdiensten voor den hemel te verzamelen en alzoo mijne aardsche loopbaan recht christelijk te voleinden, en vervolgens in den hemel bij U te worden
102
ïi'
opgenomen, en de kroon des levens te ontvangen, welke Gij, goedertieren God, aan allen hebt beloofd, die U beminnen. Verhoor mij, hemelsche Vader: door Jesus Christus, Uwen Zoon, onzen Heer. Amen. .V. B. Vergeet de u opgelegde hoete niet.
OVER DE H. COMMUNIE.
Gedachten van den Pastoor van Ars.
*
Onze Heer heeft gezegd; »A1 wat gij mijn vader in mijn naam zult vragen, zal Hij u toestaan.quot; Nimmer zouden wij er aan gedacht hebben, om aan God zijn eigen Zoon te vragen. Maar hetgeen de mensch niet zou hebben kunnen uitdenken, heeft God gedaan. Hetgeen de mensch niet kan zeggen of begrijpen, en hetgeen hij nooit zou hebben durven begeeren, heeft God in zijne liefde gezegd, ontworpen en uitgevoerd. Zouden wij immer aan God hebben durven zeggen, dat Hij zijn Zoon voor ons moest laten sterven, ons zijn vleesch te eten en zijn bloed te drinken geven. Indien dat alles niet waar was, zou de mensch zich dan dingen hebben kunnen verbeelden, die God niet kan doen: zou hij verder gegaan zijn dan God in de uitvindingen der liefde? Dat is niet mogelijk.
«-
En het Woord is vleesc/i geworJen! Hij is vleesch geworden om onze spijs te zijn. Och, konden wij de taal van onzen Heer verstaan: »Niettegenstaande uwe ellende, wil ik van dichtbij die schoone ziel zien, die ik voor mij geschapen heb. ... Ik heb haar zoo groot gemaakt, dat haar niets kan vervullen dan Ik. Ik heb haar zoo zuiver gemaakt, dat mijn Hart alleen haar tot spijs kan dienen. ..Mijn God, is 't mogelijk, dat Gij zoozeer onze zielen bemint? i Ja, als God een voedsel aan onze ziel wilde geven, om zoo het pelgrimschap des levens te ondersteunen, overzag Hij gansch de schepping en vond niets, dat haar waardig was. Dan tot zich zeiven terug-keereade, besloot Hij zichzelven te geven.
Het voedsel der ziel is het lichaam en bloed van een God! O mijne ziel! hoe groot zijt gij toch, vermits God alleen U kan tevreden stellen.
Jesus wilde binnen U leven, door het Sacrament zijner liefde, en Hij heeft in uwe ziel zulk eene groote, uitgestrekte begeerte geplaatst, die Hij alleen kan voldoen.quot;
Zonder dit allerheiligste Sacrament zou er geen geluk op aarde zijn, zou het leven ondragelijk zijn. De heilige Communie is onze vreugde ; de zuivere ziel zwemt daar
in de liefde Gods, en verzaadt zich als ^ ----------------------$
104
eene bij in de bloemen. Een buitengewoon welzijn stort zich over ons uit; 't is onze Heer, die zich aan de lichaamskrachten mededeelt, die ons doet opspringen en uitroepen met den H. Joannes: »7 is de Heer. . . . Dan zijn wij Goddragers.quot; Wij bezitten den hemel. . . . maar wij hebben gien genoegzaam geloof, wij begrijpen ons geluk niet....
Gelukkig zijn de zuivere zielen, die de weldaad genieten van zich met onzen, Heer te vereenigen door de H. Communie!....
In den hemel zal God in haar gezien worden, en wij zullen Jesus'vleesch door het lichaam zien blinken van degenen,
O ' (
die hem waardiglijk op aarde zullen ont- i vangen hebben.
Blijft in mij, zegt de goede Meester... . ' Ja, leven wij in God. ... j Alles onder zijne oogen, alles om Hem | te behagen. . . alles met Hem . . . Welaan ' mijne ziel, gij gaat met den goeden God ; verkeeren, met Hem strijden en lijden, j Gij zult arbeiden, en Hij zal uwen arbeid ; zegenen; gij zult gaan. Hij za! uwe slappen \ zegenen; gij zult lijden, Hij zal mve tranen | zegenen. . . . Wat is het grootsch en troos-1 telijk, alles onder de oogen van den goeden , God te doen..,, te denken dat Hij alles i ziet, alles opteekent. . .. Zegen mij dan ! 5*---m
«----SK
105
iederen morgen; alles om l!quot; te behagen mijn God. . . . Hebben wij dan slechts ééne eenige maar altijd vurige, edelmoedige, â¢werkzame, onvermoeide gedachte; God beminnen en Hem doen beminnen. . . God en niets anders dan God, God altijd, God op alle plaatsen. God in alles.. ..
Wie kan zeggen wat de Heer uitwerkt door de Communie in eene zuivere ziel ? God alleen weet het, de ziel zelve in wie deze wonderheden worden uitgewerkt, kent het niet; eene welgeschapen ziel ontvangt in de H. Communie eene gunst, onvergelijkelijk grooter dan alle visioenen en veropenbaringen, die ooit al de heiligen genoten hebben.
Na dit alles, hoe kan het geschieden dat wij zoo luttel geraakt zijn over dit wonderbare Sacrament? Hoe kunnen wij iets anders op aarde liefhebben: Hoe kunnen wij dikwijler aan iets anders denken dan aan Hem? Nochtans zijn wij zonder godsvrucht, lauw en koud ten opzichte van Hem; zoodat Hij somtijdsnietmeeruitwerkt door zijne tegenwoordigheid in onze zielen dan in de muren der kerk waar Hij verblijft, omdat Hij in öns de gesteltenis niet vindt tot de uitwerksels zijner gratie.... En van waar komt dat? Wat is er in ons, dat de werking van dit geheim van liefde belet?
£--1-----------------fr
Kleinigheden, nietigheden, die ons bezig houden, nochtans vervullen wij er onzen geest mede, wij hechten er ons hart aan, en vinden er ons vermaak in. Eene ellendige kleine aangckleefdheid zal ons van de wonderbare uitwerksels berooven, die dat allerheiligste Sacrament in ons zou uitwerken, indien wij wel gesteld waren. . ..
*------------ ------ ------- ----------*
cbfbn1nc3
vooi; de
â¢a ttium
Waardigheid en doel van het H. Sacrament des Altaars.
God, die in grootheid, in macht, in glorie, in schoonheid, in zoetheid alle i grootheid dezer aarde, alle koningrijken, | alle waardigheden, alle geschapen schoon-i heden en zoetigheden oneindig overtreft, ' die God komt zich wegschenken aan mij, | een reeds zoo nietig schepsel door mijnen ; oorsprong, maar nog lager en verachtelijker ! door mijne persoonlijke overtredingen en zonden.
{ Hij komt door liefde geleid, om mij met zijne genade te vervullen; Hij komt i verborgen onder de nederige gedaante ; van brood, om mij door den glans zijner i Majesteit niet te verblinden; Hij komt tot mij, nietige aardworm, en ofschoon Hij | i alwijs is, kan Hij niets groote rs uitdenken, i ofschoon Hij alles bezit, kan Hij mij niets J beters geven, ofschoon Hij almachtig is.
kan Hij te mijner gunste niets grooters uitwerken (H. Augustinus).
O allerbeminnelijkste God! Kom dan in mijn hart. Ik verlang naar U, ik bemin ; U, die mij van alle eeuwigheid hebt lief gehad, die nooit zult ophouden mij te; beminnen, indien ik U, door mijne ondankbaarheid daartoe niet dwing.
Oefening van Ootmoed.
O God, hoe groot is mijne dwaasheid, j mijne boosheid! Ik heb Uwe Majesteit veracht. Uwe goedheid niet geteld. Zoo: dikwijls heb ik aan de schande en de' i knagingen, welke de zonde met zich brengt, boven U de voorkeur gegeven.
Verblind door de schepselen heb ik; vergeten mijne oogen naar de oneindige ! schoonheid van den Schepper op te slaan. :
Ach ! zoo ik thans voor Uw rechtvaardig oordeel verschijnen moest, waar zou dan mijne plaats zijn : Hoe vele zielen branden misschien in de hel, die nog minder ge-1 zondigd hebben dan ikr En ik, ik brand ; niet met die ongelukkigen !
O mijn God, toen ik door mijne zonden ^ het bloed, dat Gij voor mij vergoten heb, 1 met voeten trad, toen Uw gerechte haat j mij vervolgde in mijne ongerechtigheid,!
109
wie heeft toen de bliksems Uwer rechtvaardigheid weerhouden? Mijne zonden riepen om wraak tegen mij, en Gij bleeft j doof voor dat geroep; die van zoovele' andere zondaren roepen insgelijks om wraak, en Gij hebt ze op die ongelukkigen met strengheid gewroken. De duivel eischte mij op als zijn slaaf, en hem, die voor mij zijn bloed niet vergoten had, hem heb | ik gediend, en U, U heb ik veracht.
Kunt Gij, o God van eeuwige Majesteit, i wien de Serafijnen zeiven niet waardig zijn te aanschouwen, kunt Gij na zulke ondankbaarheid nog behagen hebben in mij a hart, die vergaderplaats van ongerechtigheden, afschuwelijker voor Uwe oogen dan de mesthoop van Job, dan een roovershol, dan de leeuwenkuil van Daniel T
Kom dan, allerbeminnelijkste Jesus! neem dan het vergift mijner misdaden weg, zuiver mijne ziel door Uw heilig bloed, verlicht haar door Uwe goddelijke tegenwoordigheid, versterk haar door Uwe goddelijke genade, verrijk haar door Uwe ; verdiensten, ontsteek en ontvlam haar door I Uwe liefde. Ach, daal dan van de hoogte van Uwen troon in den afgrond mijner laagheid neder, blijf daar en verander dien | poel van misdaden in een hemel van deugden.
«-------------8
110
Berouw.
O allerminnelijkste God! neen niet zoozeer de schrik voor de hel, de vrees van Uwen schoonen hemel te verliezen; maar Uwe liefde is het, die mijn berouw, mijn leedwezen gaande maakt. Helaas! door mijne zonden heb ik dan Uwe beminnelijke Majesteit beleedigd, Uwe goddelijke goedheid veracht.!
O allerzachtmoedigste Jesus! vergeef mij ! ! Ach, vergiffenis en ontferming ! Ik bezweer 1 het U door Uwe heilige wonden, door | Uw goddelijk bloed, dat ik tot eene af-! boeting mijner zonden U opdraag, i O mijn God, ik verfoei de zonden, die ik begaan heb. meer dan de hel; ik verfoei ze allen in 't algemeen en elke daarvan in 't bijzonder.
Ach, schraag en ondersteun mij door Uwe goddelijke kracht, dan za! ik voortaan die zonden, die U mishagen, niet meer bedrijven ; dan zal ik verrijzen tot het leven Uw er genade, en deze nooit meer verliezen.
Geloof.
In ootmoed, o mijn God, voor Uwe Majesteit neergezonken, geloof ik vastelijk
alle waarheden, die in de geloofsbelijdenis der Apostelen vervat zijn, en alles wat Gij mij door Uwe H. Kerk te gelooven voorstelt. Neen, nimmer zal ik mijne zwakke rede als rechter huldigen voor waarheden, die mijn beperkt licht verre te boven gaan. Ja, lieve Jesus, ik geloof veel zekerder, dat Gij in dit H. Sacrament tegenwoordig zijt, dan wanneer ik U met mijne eigen oogen daar kon aanschouwen.
Ik draag U de folteringen der Martelaren, hunne heldhaftige standvastigheid ei} liet volmaakte geloof van Uwe Allerheiligste Moeder op. Ach, maak dan, ik smeek het U door Uw heilig bloed, dat geheel de ' wereld U door het geloof en de goede ' werken verheerlijke, zooals zij dit verplicht is; dat alle volken U loven, dat de geheele aarde U aanbidde en Uwe grootheid prijze! |
Hoop.
O milddadige en almachtige God! ik zal dan indringen in die eindelooze zee Uwer goedheden en vastelijk hopen en vertrouwen door de verdiensten van Jesus-Christus, Uw Zoon en mijn Verlosser, de vergiffenis mijner zonden, de kracht om alle bekoringen te overwinnen en eindelijk
de genade, om in het hemelsch vaderland «---- --------*
112
*
Uw goddelijk aanschijn te mogen aanschouwen. En wat zoudt Gij mij toch kunnen weigeren, nadat Gij à zeiven, o bron van alle goed! eens in de mensch-wording en zoo dikwerf in het H. Altaar-Sacrament geheel en al hebtweggeschonken.
Liefde.
God is liefde! wat kan kostbaarder zijn ? Die in de liefde blijft, blijft in God! wat kan zekerder en veiliger zijn ? En God blijft in hem ! wat kan men meer verlangen.
God beminnen! welk eene heerlijke bezigheid, zoo heerlijk, dat zelfs de Zaligen in den hemel er geen edelere hebben kunnen, dat zij die geen oogenblik kunnen onderbreken!
In U, o mijn God ! Ja, in U alleen zip al de genoegens der liefde, al de voldoening der verlangens, de volheid van alle vreugde. Ach ! ik verlang dan mijn hart in dien Oceaan van goedheid te dompelen; ik kom tot U, omU meer te kunnen beminnen.
O ! trek dan mijne ziel tot U, o oneindig goed, en bind haar, door den onver-breekbaren band der heiligste liefde, aan U vast.
O groote God! ik bemin U, uit geheel
mijn hart , ik wenschte U vuriger, harte-*---------*
113
lijker nog te beminnen ! o Vader, Zoon en H. Geest! ik bemin en loof Uwe onmetelijke volmaaktheid, Uwe diepe wijsheid, Uwe oneindige macht. Uwe goddelijke goedheid.
Ik draag U, o allerbeminnelijkste God, als een offer van liefde alle harten op, die ooit bestaan hebben, met alle mogelijke genegenheden, al de vurigheid der Serafijnen en van Maria zelve, o! Mocht ik deze oefeningen even dikwerf herhalen, als er oogenblikken zijn in mijn leven, ja, gedurende de gansche eeuwigheid !
O God, die verdient met eene matelooze liefde bemind te worden, ik offer U de liefde op, waarmede Gij U zeiven bemint, om de zwakheid mijner liefde en die al Uwer schepselen, die U niet of te weinig beminnen, aan te vullen.
Verlangeii
Jesus-Christus is ons alles, zegt de H. Ambrosius ; zoo wij gewond zijn, is Hij onze genezing ; zoo de brandende koorts der hartstochten ons verteert, is Hij eene verfrisschende bron; zoo wij onder het gewicht onzer ongerechtigheden gedrukt gaan, is Hij onze rechtvaardigmaking; zoo wij hulp behoeven, is Hij de kracht zelve; 1
Ãt-----------------â--------------------amp;
8
114
zoo wij den dood vreezen, is Hij het leven.
o Jesus! zeg dus aan mijne ziel; ik ben uw heil; want het heil, dat ik begeer, hebt Gij ook aan Zacheus gegeven, toen Gij bij hem Uw intrek naamt. Ja, dat ik leve ! of liever, dat niet meer ik, maar Gij in mij levet!
Ontsteek dus in mij het vuur van een brandend verlangen naar U, lieve Jesus! ik smeek het U door het heiligste verlangen hetwelk het hart Uwer lieve Moeder verteerde, toen zij U drie dagen lang met zooveel geestdrift gezocht heeft; door het hevige verlangen, dat haar zoo vurig naar Uwe verrijzenis deed verzuchten; door het verlangen, dat haar geheel en al verslond na Uwe Hemelvaart, toen zij zoo dikwerf de hemelsche zoetigheden van dit aanbiddelijk Geheim genoot.
O oneindige beminnelijke Jesus! waardig voorwerp al mijner verlangens, kom in mijn hart, bezit het geheel en al, en maak het gelijkvormig aan het Uwe.
Kom, o zon, die geheel de wereld verlicht, kom en verlicht ook mijn geest. Kom, o allerzoetste Jesus, ach ! duld, dat ik U omhelze, U, van wien eene kracht; uitging, die alle ziekten genas. Ik vereer Uw hoofd met doornen gekroond. Uw aangezicht niet speeksel bezwalkt. Uwe oo£;en met â *----------------H(
115
tranen bevochtigd, Uwe wangen (ioor slagen gekneusd, Uwe schouderen door de zwaarte van het kruis verwond ; met eene heilige godsvrucht vereer en kus ik al de wonden, waarmede Uw heilig lichaam uit liefde voor mij overdekt is. Ik vereer en kus Uwe handen, Uwe voeten, Uwe zijde, die veel meer door Uwe liefde voor mij, dan door de nagelen en de lans doorboord zijn.
Gedoog, o goedertierendste Jesus, dat ik mij verlierge in Uwe heilige wonden, in deze wonden, die een veilig toevluchtsoord zijn tegen alle lis;en van werelden hel; een bad ter afwassching van mijne zonden ; een geneesmiddel voor alle kwalen mijner ziel die voor mij zijn eene fakkel des geloofs, de grondslag mijner hoop en een gloeioven ter ontsteking mijner liefde. Ja laat mij rusten in deze bron van alle genaden, hier vind ik voedsel voor alle deugden ; hier aanschouw ik de tropeeën Uwer zegepraal, die ook mij zullen helpen, zonder schipbreuk aan te landen in de haven der zaligheid, om deel te nemen aan het hemelsch gastmaal, dat Gij voor ons van alle eeuwigheid bereid helt.
*
*
*â¢
OEFEN I NG-NA DE
}L
Geloof, Hoop. Lieföe.
O mijn hart, zoek nu niet meer buiten U het voorwerp Uwer liefde, want gij hebt in u alle genoegens des hemels, allerbeminnelijkste God!
Ja, ik bemin U, goddelijke Gastheer ! maar ontsteek nog feller in mij het vuur Uwer liefde ; geef, dat het nooit uitdoove, nooil zelfs verflauwe.
O mijne ziel! geef u geheel en al over aan Dengene, die in u tegenwoordig is ; verberg u in de wonde Zijner zijde, dien troon van liefde, die haven van zekerheid, dat paradijs van volmaaktheid, dienOceaan van genaden, en vraag door de verdiensten en het bloed van Uwen Heer, alles, wat gij noodig hebt of verlangen kunt.
Dankzegging.
O allerheiligste Drieëenheid ! o oneindige Godheid ! o goddelijke meischheid, slachtoffer voor mijn heil, o ziel van Jesus,
1Ã7
die het leven mijner liefde zijt, ik werp mij in het stof neder, en aanbid Uwe goddelijke Majesteit in het binnenste van mijn hart; gaarne zou ik de gevoelens van liefde en toegenegenheid van al Uwe Heiligen bezitten,. om U te huldigen en te vereeren.
De Heer is gekomen tot zijn knecht, de Bruidegom tot zijne ontrouwe bruid, de Vader tot zijn verloren zoon, de Schepper tot zijn ondankbaar schepsel. Hij, die alle goederen bevat, tot het niet,; de oneindige Heiligheid en Majesteit tot de eindelooze ellende en het eindeloos bederf, God tot het verachtelijk slijk
Mijne ziel, zegen den Heer, en al wat in mij is, prijs Zijn heiligen Naam. O eeuwige God, dat Uw eeuwige Zoon, die in mij is, U love en zegene ; dat door Hem de Engelen Uwe Majesteit verheerlijken; Ja, door Zijn lof, door zijne oneindige liefde loof en bemin ik U. Ik verheug mij over de glorie van Uwe Majesteit door de vieug-de, die Hij er over gevoelt; ik verfoei mijne zonden en alles, wat U mishaagt, door den haat en afkeer, dien Hij ze toedraagt. Ik after U de dankzegging op, welke Hij zelf aan Uwen Naam bracht, toen Hij, op het oogenblik, dat Hij dit H. Geheim instelde, zijne oogen ten hemel verhief. Eindelijk draag ik U al de inwendige
*---------------------as
118
en uitwendige oefeningen van zijn sterfelijk leven als een wierook van aangenaraen geur op.
Neem ook, o mijn God, den lof en dank aan, welke U weleer de allerheiligste i Maagd op het oogenblik Uwer mensch-wording bracht. Met deze eindelooze hulde wil ik, o mijn God en mijn al, mijne zwakke dankbaarheid vereenigen.
] )at mijn Engelbewaarder en alle koren der Engelen, die onophoudelijk voor Uw troonhet driewerf heilig zingen, U ook duizendmaal in mijnen naam loven en danken. Dat alle Heiligen door den lof, dien zij U brachten bij de deelneming aan dit H. Geheim, en dien zij nog voortdurend U brengen in den hemel, mijne onmacht te hulp komen en aanvullen. Dat alle schepselen, welke door de drie jongelingen in den brandenden vuuroven totUwen lof opgeroepen werden, eene eeuwige hulde aanbrengen, o God, die in het binnenste van mijn hart verborgen, mij van de eeuwige vlammen verlost hebt! Ja Heer! Gij zijt groot en allen lof waardig. Ik wenschte, dat al mijne verzuchtingen even zoo vele lof- en dankzeggingen waren, als U voor eeuwig door de zalige bewoners worden aangeboden,
119
Opdracht.
O 1 milddadige God, die U-zelve,i voor mij aan het kruis opgeofferd, en in het H. Altaar-Sacrament aan mij hebt weggeschonken, ik draag mij zeiven ook geheel en al aan U op.
Ik hernieuw en bevestig de beloften van j mijn doopsel, en alle voornemens en be-1 sluiten, die ik ooit gemaakt heb, om U gehee! en onverdeeld toe te behooren.
En om deze goddelijke spijs niet te ontvangen, zonder U eenig bewijs van mijnen goeden wil te geven, neem ik mij vast voor, heden in eene of andere zaak mijne zinnelijkheid te versterven en mijne eigenliefde te overwinnen.
Dat dit hart, waarin Gij, o mijn God, thans woont, voortaan geen enkele ijdele, of wereldsche genegenheid meer koestere ! Wie toch zou God uit zijn hart kunnen verbannen, om er plaats te maken voor het slijk der aarde r En toch zou ik dat doen, o mijn Jesus ! wanneer ik nog ooit weer zondigde.
Alle toegenegenheid, welke de schepselen ooit voor mij mochten hebben opgevat, draag ik op U alleen, o mijn God! over. Neem Gij daarom den sleutel van mijn
hart, sluit IJ zeiven daarin op, en beschik
------------------â*
naar welgevallen over al zijne bewegingen.
Ik onderwerp mij en geef mij volgens Uwen wil aan het leven en den dood over. Of is er wel iets groots, iets heldhaftigs in gelegen, om mij in de handen testellen van mijn beminnelijken Verlosser, wanneer Hij zelf zich gewaardigd heeft, zich voor mij overtegeven in de handen zijner beulen, en te sterven, om mij het leven te schenken ! Voorwaar is dit niet een meer onbegrijpelijk wonder, dan wanneer ik een koning der aarde den dood zag ondergaan, om er een verachtelijk insekt van te bevrijden !
Welk een ruiling ! de Heer levert zich over voor zijn knecht, en de knecht, de zondige mensch, geeft zich ten dank daarvoor aan zijn God.
Eindelijk, hemelsche Vader! offer ik U Uwen goddelijken Zoon op, den Zoon der allerlie'iigste Maagd Maria, dien schat des hemels, die thans met mij op aarde zoo innig verbonden is. Ik offer Hem U op als mijn eigen goed, opdat Gij door Hem in mij Uw welgevallen moogt vinden.
Smeekgebed.
O allerzachtmoedigste en goedertierend-ste Jesus, verwerp niet van Uw aanschijn dit zwakke schepsel, voor welks heil Gij ^ -ft
121
U zeiven vernederd, ja vernietigd hebt en waaraan Gij U-zelven tot spijs hebt willen geven.
Spaar, o teedere Vader, spaar Uw- verloren kind. Vergeef mij al mijne zonden, ik smeek het U doorliet kostbaar bloed, door de wonden en door al de verdiensten van Uwen beminden Zoon. O mocht ik dan voortaan, uit kracht van Uwe Sacra-menteele tegenwoordigheid, van alle zonden bevrijd en met al Uwe genadegaven vervuld te worden.
Geef, dat ik, zooveel mogelijk, zelfs mijne kleinste onvolmaaktheden verbetere en vooral mijne hoofdfout uitroeie. Ach, mijn God, ik ben zoo zwak; ik neem mij voor, om niet meer te zondigen, en telkens val ik weer. Reik mij dan, o Heer! Uwe hand als ik val, die hand, de uit liefde voor mij doorboord is, die Gij in nood en gevaren lot mij uitsteekt, maar die ik zoo dikwerf vergeet aan te grijpen en te | kussen met dat vertrouwen, hetwelk mij onverwinlijk zou maken.
Bevrijd mij van alle louter aardsche vooringenomenheid en stel perk en paal aan mijne ongeregelde neigingen. Geef, dat ik mij zeiven afsterve, om slechts voor U alleen te leven. Verlos mij van de vijanden mijner ziel, o mijn God ! Gij. die mij ter
3-------------«
US
en uitwendige oefeningen van zijn sterfelijk leven als een wierook van aangenamen geur op.
Neem ook, o mijn God, den lof en dank aan, welke U weleer de allerheiligste ; Maagd op het oogenblik Uwer mensch-wording bracht. Met deze eindelooze hulde wil ik, omijn God en mijn al, mijne zwakke dankbaarheid vereenigen.
Dat mijn Engelbewaarder en alle koren der Engelen, die onophoudelijk voor Uw troon het driewerf heilig zingen, U ook duizendmaal in mijnen naam loven en danken. Dat alle Heiligen door den lof, dien zij U brachten bij de deelneming aan dit H. Geheim, en dien zij nog voortdurend U brengen in den hemel, mijne onmacht te hulp komen en aanvullen. Dat alle schepselen, welke door de drie jongelingen in den brandenden vuuroven tot Uwen lof opgeroepen werden, eene eeuwige hulde aanbrengen, o God. die in het binnenste van mijn hart verborgen, mij van de eeuwige vlammen verlost hebt! Ja Heer! Gij zijt groot en allen lof waardig. Ik wenschte, dat al mijne verzuchtingen even zoo vele Jof- en dankzeggingen waren, als U voor eeuwig door de zalige bewoners worden aangeboden,
---------L-------£
119
Opdracht.
O ! milddadige God, die U-zelve,i voor mij aan het kruis opgeofferd, en in het H. Altaar-Sacrament aan mij hebt weggeschonken, ik draag mij zeiven ook geheel en al aan U op.
Ik hernieuw en bevestig de beloften van mijn doopsel, en alle voornemens en besluiten, die ik ooit gemaakt heb, om U geheel en onverdeeld toe te behooren.
En om deze goddelijke spijs niet te ontvangen, zonder U eenig bewijs van mijnen goeden wil te geven, neem ik mij vast voor, heden in eene of anderezaak mijne zinnelijkheid te versterven en mijne eigenliefde te overwinnen.
Dat dit hart, waarin Gij, o mijn God, thans woont, voortaan geen enkele ijdele, of wereldsche genegenheid meer koestere ! Wie toch zou God uit zijn hart kunnen verbannen, om er plaats te maken voor het slijk der aarde r En toch zou ik dat doen, o mijn Jesus ! wanneer ik nog ooit weer zondigde.
Alle toegenegenheid, welke de schepselen ooit voor mij mochten hebben opgevat, draag ik op U alleen, o mijn God! over. Neem Gij daarom den sleutel van mijn
hart, sluit U zeiven daarin op, en beschik
*--------------------:
naar welgevallen over al zijne bewegingen.
Ik onderwerp mij en geef mij volgens Uwen wil aan het leven en den dood over. Of is er wel iets groots, iets heldhaftigs in gelegen, om mij in de handen te stellen van mijn beminnelijken Verlosser, wanneer Hij zelf zich gewaardigd heeft, zich voor mij overtegeven in de handen zijner beulen, en te sterven, om mij het leven teschenken ! Voorwaar is dit niet een meer onbegrijpelijk wonder, dan wanneer ik een koning der aarde den dood zag ondergaan, om er een verachtelijk insekt van te bevrijden !
elk een ruiling! de Heer levert zich over voor zijn knecht, en de knecht, de; zondige mensch, geeft zich ten dank daar-! voor aan zijn God.
Eindelijk, hemelsche Vader! offer ik U Uwen goddelijken Zoon op, den Zoon der allerhevigste Maagd Maria, dien schat des hemels, die thans met mij op aarde zoo innig verbonden is. Ik offer Hem U op als mijn eigen goed, opdat Gij door Hem in mij Uw welgevallen moogt vinden.
Smeekgebed.
O allerzachtmoedigste en goedertierend-ste Jesus, verwerp niet van Uw aanschijn dit zwakke schepsel, voor welks heil Gij
121
U zeiven vernederd, ja vernietigd hebt en waaraan Gij U-zelven tot spijs hebt willen geven.
Spaar, o teedere Vader, spaar Uw verloren kind. Vergeef mij al mijne zonden, ik smeek het U door het kostbaar bloed, door de wonden en door al de verdiensten van Uwen beminden Zoon. O mocht ik dan voortaan, uit kracht van Uwe Sacra-menteele tegenwoordigheid, van alle zonden bevrijd en met al Uwe genadegaven vervuld te worden.
Geef, dat ik, zooveel mogelijk, zelfs mijne kleinste onvolmaaktheden verbetere en vooral mijne hoofdfout uitroeie. Ach, mijn God, ik ben zoo zwak; ik neem mij voor, om niet meer te zondigen, en telkens val ik weer. Reik mij dan, oHeerl Uwe hand als ik val, die hand, de uit liefde voor mij doorboord is, die Gij in nood en gevaren tot mij uitsteekt, maar die ik zoo dikwerf vergeet aan te grijpen en te kussen met dat vertrouwen, hetwelk mij onverwinlijk zou maken.
Bevrijd mij van alle louter aardsche vooringenomenheid en stel perk en paal aan mijne ongeregelde neigingen. Geef, dat ik mij zeiven afsterve, oin slechts voor U alleen te leven. Verlos mij van de vijanden mijner ziel, o mijn God ! Gij. die mij ter
122
versterking tegen hen eene zoo kostelijke tafel bereid hebt. Ik wenschte. U al die glorie te verschaffen, welke de booze geesten, die mij den oorlog aandoen, U in eeuwigheid zouden hebben kunnen aanbrengen.
Geef mij de genade, om mijne gewone handelingen met meer volmaaktheid te verrichten, want ik verlang, U voortaan in heiligheid en garechtigheid te dienen.
Versterk mijn geheugen, verlicht mijn verstand en ontvlam mijn hart door eene goddelijke liefde.
Schep in mij, o God! een zuiver hart, vernieuw den geest der gerechtigheid in mijn binnenste en onderdruk in mij alle kwade begeerlijkheid.
O allerootmoedigste Jesus, die onder de gedaanten van brood en wijn U zeiven als vernietigd hebt, die U door zoovele ellendige schepselen laat aanraken en ontvangen, o Jesus, die U zelfs gewaar-digd hebt in mijn onwaardig hart neer te dalen, door al Uwe vernederingen bid en smeek ik U, maak mij toch nederig van harte. ^
O beminnelijke Verlosser, die met zooveel vurigheid in den hof van olijven hebt geleden, dat Gij zelfs bloed zweetet, geef dat ik U ook uit geheel mijn hart love, en mijne ziel in Uwen dienst nimmer inslape.
â Dt
123
O, allergeduldigste Jesus! door de zweep-, en kaakslagen, door alle beleedigingen en verguizingen, die men U aandeed, bid ik U, geef mij geduld en zachtmoedigheid. Ja, Heer! verleen mij alles, wat mij ont-! breekt om zalig te sterven, want eiken dag, ' van daag nog, kan ik sterven.
Door Uw doodstrijd, door de drie pijnlijke uren, die Gij stervend aan het kruis hebt doorgebracht, smeek ik U, ontferm U mijner op het verschrikkelijk oogenblik van den dood, waarvan mijne gansche eeuwigheid afhangt.
En wanneer ik dan voor Uwe vierschaar | moet verschijnen, o, plaats dan den prijs i van Uw allerkostbaarste bloed tusschen Uwe rechtvaardigheid en mijnezondige ziel.
Eindelijk, wees mij alles in alle dingen : mijn raad in twijfel, mijn meester in de | wetenschappen, mijne sterkte in bekoringen, mijn geneesheer in ziekten, mijn troost in lijden, mijn schild en mijn heil in tegenspoed en strijd. Hc-b, door diezeltd e liefde, waarmede Gij de wereld bemind hebt, dan ook medelijden met allen, omdat Gij voor allen gestorven zijt.
Pas de overvloedige verdiensten van Uw lijden op diegenen toe, voor wie ik verplicht ben te bidden. Geef den overledenen de eeuwige rust, opdat zij, in $-----------------------
mijne plaats, U veel volmaakter loven en beminnen, en schenk uwe genade aan de levenden, opdat zij, door de verdiensten van uwe allerheiligste Moeder en van alle uwe Heiligen geholpen, U dagelijks meer en meer mogen behagen.
O, allerverhevenste Maagd Maria, die Dengene, welken ik thans heb ontvangen, zoo vlekkeloos in uwen kuischen schoot gedragen hebt, verwerf mij al datgene, wat Gij en uw Zoon weet, dat \oor mij en voor al diegenen, die ik bemin, het beste is; en wel in het bijzonder vraag Hem om vergiftenis voorde koude onverschilligheid, 1 waarmede ik zelis Hem van daag nog in l de H. Communie heb ontvangen.
O, H. Engelbewaarder, mijn getrouwe j leidsman, H. Jozef, H. Joannes de Evan-; gelist, dien Jesus zoo teeder lief had, H. Petrus, voorbeeld van boetvaardigheid, H.Paulus,uitverkoren vatdesHeeren, mijne H. Patronen en Gij allen. Heiligen des Hemels, die, van uw lot verzekerd, in de haven des heils zijt aangeland, o smeekt voor ons, die op de stormachtige zee dezes levens nog door alle gevaren geslingerd worden.
Verwerft mij door uwe gebeden, dat dit i H. Sacrament in alle ziekten, in alle ge-] varen van ziel en lichaam mijne sterkte
*â -------------- âMe
12ó
zij, opdat ik, door dit hemelsch brood verkwikt en gesterkt, eindelijk op den heiligen berg Gods aankorae; daar waar het goed niet met kwaad vermengd, waar verzadiging zonder walging, waar glorie zonder nijd, veiligheid zonder gevaar, het leven zonder dood en het geluk zonder einde is.
O zoete Jesus! ik bezweer U door de kracht van Uw heilig lichaam en bloed, onttrek mijn hart geheel en al aan de liefde van de aardsche goederen, aan de genegenheid der schepselen, die de meerdere volmaaktheid Uwer liefde en de overvloe dige vruchten van dit H. Sacrament in \ mij verhinderen.
Vereenig mij zoo innig met U, dat ik als één met U worde, opdat ik in U, en Gij in mij levende, ik eens voor alle eeuwigheid mag vereenigd worden met U, o God, die het leven mijner ziel, mijn God en mijn al zijt.
Zie mij hier, o got de en allerzoetste Jesus; voor Uw heilig aanschijn werp ik mij op mijne knieën neder en smeek U . met den grootsten aandrang mijner ziel, j levendige gevoelens van Geloot, Hoop en ; Liefde, van waarachtig berouw over mijne | 1 zonden met een vast voornemen mij daar-; van te beteren, in mijn hart te willen drukken, terwijl ik met groote liefde en ; â droefheid, Uwe H.H. vijf Wonden in den ⢠j geest beschouw, en mij voor oogen stel, wat de Profeet David reeds van U, o goede Jesus, voorzegde: zij hebben mijne handen en voeten doorboord: zij hebben al rnijne beenderen geteld.
Paus Pius IX 31 Juli 1858.
Vollen aflaat, mits men, na waardig gebiecht en gecommuniceerd te hebben, dit gebed uitspreke voor een Kruisbeeld en eenigen tijd bidde volgens ds meeuing van H.'
--------*
127
GEBED TE ROME IN GEBRUIK tot intentie van den Paus om een vollen aflaat te verdienen.
O Jesus, mijn Heer en mijn üod! doordrongen van het levendigste berouw over mijne zonden, draag ik U deze zwakke en ootmoedige gebeden op tot Uwe eer en verheerlijking en voor het welzijn der H. Kerk.
Heilig dit gebed, geef dat het door Uwe genade eenige waarde erlange.
Ik verlang mij geheel en al in overeenstemming te brengen melde inzichten van Zijne Heiligheid den Paus, die dezen aflaat voor het heil der geloovigen heeft toegestaan. Op Uwe oneindige goedheid mij beroepende, durf ik U smeeken, dat Gij de ketterijen van de aarde gelieft weg te nemen, een duurzamen vrede en ware eendracht tusschen de christen vorsten te onderhouden, opdat èn vorst èn volk U dienen in zuiverheid des harten, in onderlinge liefdeen heilige eensgezindheid.
Vervul Z. H. den Paus met Uwen geest, wend van hem alle lagen en listen af, bewaar hem lange jaren.
Gewaardig U, minnelijke Heiland, door de verdiensten der allerheiligste Maagd
128
Maria, en van alle Heiligen des hemels, mij deel te geven in den schat, waarmede Gij Uwe Kerk .verrijkt hebt, door voor haar Uw dierbaar Bloed te vergieten; verleen mij heden de vrucht van den heiligen aflaat.
Geef, o mijn God, dat de straffen, die ik voor mijne zonden verdiend heb. en in dit of in het andere leven moet boeten, mij door Uwe eindelooze barmhartigheid worden kwijtgescholden.
Ik maak een vast voornemen, om van dit oogenblik af, met de hulp Uwer genade, een boetvaardig en verstorven leven te leiden.
Ik neem het besluit, om zooveel in mijn vermogen ligt, aan Uwe rechtvaardigheid te voldoen, de zonde met afschrik te vermijden, en boven alles, als de grootste der rampen, te verafschuwen, daar zij een God beleedigt, die oneindig beminnelijk is, en dien ik nu ook hartelijk liefheb en immer boven alles zal beminnen. Amen,
TWEBOB OBFBN1NG
VOO It DE
jL
(Naar den schrijver der Xavohjimj.)
Heer, wanneer ik uwe waardigheid, en mijne geringheid overdenk, word ik zeer | bevreesd en beschaamd.
Want als ik niet nader, dan vlucht ik het leven, en als ik onwaardig tot U ga, I dan bega ik een misdaad.
Wat zal ik dus doen, o mijn God, mijn helper en raadgever in al mijn noodwendigheid ?
Leer Gij mij den rechten weg, leer mij eene korte oefening, die voor de H. Communie passend is.
Want het is nuttig te weten, hoe ik namelijk mijn hart godvruchtig en eerbiedig voor U moet bereiden, om met vrucht uw Sacrament te ontvangen, of ook om zulk een groot en goddelijk offer op te dragen.
Overdenking.
Als het noodig is zijne ziel voortebereiden tot het eebed, hoe veel te meer dan vöór het
^1-m
9
ontvangen van dit Liefdegeheim! En daarom zegt de apostel; De mensch beprocve 'â zich :clven, en ete van dit brood en drinke van dezen kelk: want wie onwaardig eet en drinkt, eet en drinkt zijii ooi deel, daar hij het lichaam des Heer en niet onderscheidt.
Maar, helaas, mijn God, hoe meer ik mij beproef, des te meer vind ik mij onwaardig, om mij met U te vereenigen in het aanbiddelijk Sacrament van Uw Lichaam en Bloed : nochtans, ah ik Uw ' vleesch niet eet en Uw bloed niet drink, zal \ ik het leven niet in mij hebben : zoodat ik geplaatst ben tusschen het verlangen, om j aan te zitten aan het heilig gastmaal, waar-; toe Gij Uwe geloovigen uitnoodigt, en den angst, deze vreeselijke woorden te hooren: Hoe zijt gij hier binnengekomen zonder een bruiloftskleed ie hebben ? Bindt hem handen en voeten, en werpt hem in de uiterste duisternis, waar geween en geknars der tanden zal wezen.
Wat zal ik dan doen : Ach, ik weet, wat i ik doen zal.
Ik zal mij, gelijk ik ben, beroofd, naakt, ellendig voor mijnen Heer en God vertoo-nen en Hem zeggen ; Heer heb medelijden met mij, engewaardigUmij zelfte bekleeden met het zuiver kleed, dat mij waardig
1 maakt om in Uwe feestzaal te worden
«------ -------â«
131
toegelaten. Als Cl ij mij niet ter hulp komt, als Gij mijne ongenoegzaamheid niet aanvult, clan, o Goddelijke Meester, zal ik voor altijd uitgesloten zijn van Uwe heilige tafel: maar Gij zult op dien arme een blik van medelijden laten vallen; Gij zult tot hem komen in Uwe goedheid, in Uwe 1 onmetelijke barmhartigheid, en Uwe hand zal zich uitstrekken, om mijne ongenoegzaamheid te verhelpen. Ja, Heer, in Uheb ! ik gehoopt, ik sal in eeuwigheid niet beschaamd worden I
Geloof.
()renve(n)u/.
. .
Gij moet u wachten voor een nieuwsgierig 1 en nutteloos onderzoek van dit alleronbe-grijpelijkst Sacrament, zoo gij niet in een afgiond van twijfel wilt geraken. Die de Ma- \ jesteit navorscht, zal onder de glorie bezwijken.
God vermag meer uit te werken, dan de mensch kan begrijpen. Een godvruchtig en nederig onderzoek naar de waarheid, dat altijd bereid is te leeren, en zich beijvert, om naar de wijze uitspraken des Vaders te t wandelen, kan toegelaten worden.
Zalig de eenvoudigheid, die de moeilijke wegen der vraagstukken verlaat, en de effen en zekere paden van Gods geboden bewandelt.
m-----------------â----«
192
Velen hebben de godsvrucht verloren, terwijl zij wilden doorgronden, wat boven hen was.
Van u wordt geloof en oprecht leven geeischt en niet de verhevenheid van begrip, noch de doorgronding van Gods geheimen. Als gij niet verstaat en niet vat, : wat beneden u is, boe zult gij dan begrijpen, wat boven u is r
Geef u ten onder voor God, verneder uwe rede onder het geloof, en u zal het licht der wetenschap worden geschonken ; naarmate u dit nuttig of noodzakelijk is.
Eenigen worden zwaar bekoord tegen het geloof in dit Sacrament; maar dit is minder aan hen te wijten dan aan den vijand.
Wil tl niet bekommeren, en wil niet redetwisten met uwe gedachten en antwoord niet op de twijfelingen, die de duivel u inblaast; maar geloof aan de woorden van God, geloof aan Zijne Heiligen en Profeten, en de booze vijand zal van u vluchten.
Het is dikwijls zeer nuttig,dat een dienaar Gods op deze wijze beproefd wordt.
Want ongeloovigen en zondaars bekoort de duivel niet, omdat hij van dezer bezit reeds verzekerdis; maar de geloovigen en godvruchtigen bekoort en kwelt hij op
verschillende wijzen. ^---------------^
l;53
Volhard dan in een eenvoudig en vast geloof, en nader niet eenvoudigen eerbied tot het H. Sacrament. En al, wat gij n:et begrijpen kunt, laat dat vrij aan den almachtigen God over.
God bedriegt u niet; bedrogen wordt hij. die al te veelaan zich zeiven gelooft.
God is met de eenvoudigen. Hij openbaart Zich aan de nederigen, aan dc kleinen geeft Hij begrip, voor zuivere geesten opent Hij den zin, en Hij vei bergt Zijne genade voor de nieuwsgierigen en hoogmoedigen.
De menschelijke rede is zwak, en kan falen.
Alle rede en natuurlijk onderzoek moet het geloof volgen, niet voorafgaan of bestrijden.
Want het geloof en de liefde blinken vooral uit en werken op verborgen wijze in dit allerheiligste en allerhevenste Sacrament.
De eeuwige en onmetelijke God, de God van oneindige macht, verricht groote en onnaspoorbare dingen in hemel en aarde, en er is niemand, die Zijne wonderbare werken kan navorschen.
Als de werken Gods zóó waren, dat zij gemakkelijk door de menschelijke rede konden begrepen worden, dan zonden zij niet wonderbaar en onuitsprekelijk te noemen zijn.
JK--------»
134
Christen, vergeet het niet. l)c rechtvaardige leeft door het geloof . Leef dan doorliet geloof, door te leven door het aanbiddelijk Altaar Sacrament, dat het geloof sterkt en er het zoetste bewijs van is.
Hij, die de weg, de waarheid en het leven is, Jesus-Christus heeft gezegd: Dit is mijn Lichaam, dit is mijn Bloed. Geloof tgij dit r ja. Heer, ik geloof het. Hemel en aarde zulkn voorbijgaan, maar Uwe ivoorden zullen niet â¢' voorbijgaan.
Zoozeer heeft God den mensch bemind, dat ///y voor hem Zijn eenigen zoon heeft gegeven. ' Ik geloof aan de liefde, die God voor ons \ heeft gehad. Mijn geluk, o Heer, is te ! gelooven, mij blindelings te werpen en mij : te verliezen in den onbegrijpelijken afgrond van (Jwe liefde
Kn tot wien zouden wij gaan, Heer ? tot de wijzen dezer wereld ? tot de oproerlingen, tot de ongeloovigen, tot hen die dagelijks vragen ; Hoe kan Hij ons Zijn vleesch te eten geven : Hoe is Hij in den Hemel, als Hij tegelijk gegeten wordt op aarder Neen, Heer, niet tot hen willen wij gaan, nog hen volgen, die U verlaten.
Wij zullen den H, Petrus volgen en met hem zeggen :
Meester, tot wien zouden wij gaan: Gij hebt de woorden van het eeuwige leven
--T-----------------
135
Hoop
Heer, wat is mijn vertrouwen, dat ik in dit leven bezit r
Wat mijn grootste vertroosting van alles. 1 wat zich onder de zon aan mij voordoet r Zijt Gij het niet, Heer en God, wiens barmhartigheden zonder getal zijn ?
Waar was het mij ooit goed zonder U ? : of wanneer kon het mij slecht gaan, als l Gij tegenwoordig waart ?
Liever wil ik arm zijn met' ü, dan rijk i zonder U.
Liever verkies ik, met U op aarde in ballingschap te zijn, dan zonder U den hemel te bezitten. Waar Gij zilt, daar is de hemel, en waar (jij niet zijt, daar is de hel.
Gij vervult geheel mijn verlangen ; en daarom is het mij noodzakelijk, naar U te zuchten, te roepen en te smeeken.
In niemand kan ik overigens ten volle vertrouwen, dat hij mij tijdig genoeg zal helpen in mijne noodwendigheden, tenzij in U alleen, o mijn God.
Gij zijt mijne hoop. Gij mijn vertrouwen, Gij zijt mijn Trooster, en allergetrouwst - in alles.
A//c/t. zoeken hun eigenbelang. Gij bedoelt slechts mijne zaligheid en mijn vooruitgang, I en alles keert Gij voor mij ten goede.
St ⢠' .........â -------â
136
I En al stelt Gij mij ook aan verschillende i bekoringen en tegenspoeden bloot, Gij, j die gewoon zijt, hen, die Gij liefhebt, op ! duizenderlei wijzen te beproeven, regelt ; dit geheel tot mijn welzijn.
| In deze beproeving moet Gij dus niet ; minder bemind en geprezen worden, dan i wanneer Gij mij met hemelsche vertroos-i tingen zoudt vervullen.
: In U, derhalve. Heer God, stel ik al mijn vertrouwen en toeverlaat; aan U beveel ik at mijne kwelling en benauwdheid, omdat ik alles zwak en onverstandig be- j vind, wat ik buiten U aanschouw.
Want vele vrienden zullen mij niet baten ; noch sterke helpers kunnen mij bijstaan, wijze raadslieden mij een nuttig antwoord geyen, noch de boeken der geleerden mij vertroosten, noch eenige geheime plaats mij in veiligheid stellen, zoo Gij zelf mij niet bijstaat, helpt, versterkt, vertroost, onderricht en bewaart.
Want alles, wat schijnt te dienen, om vrede en geluk te bezitten, is zonder U niets, en geeft in waarheid niets, wat ons gelukkig kan maken
De bron derhalve van alle goed, en de hoogte des levens en de diepte van alle woord zijt Gij, en in U boven alles te hop;n, is de krachtigste troost Uwer dienaren.
38------ ----------------------£
*â-----------â--amp;
187
Tot ü zijn mijne oogen opgeheven ; in U vertrouw ik, o mijn God, Vader der barmhartigheden.
Zegen en heilig mijne ziel met Uwen hemelschen zegen, opdat zij Uwe heilige woning worde en de zetel Uwer eeuwige glorie, en dat er niets in den tempel van Uwe goddelijkheid gevonden worde, wat de oogen van Uwe Majesteit beleedigt.
Volgens de grootheid van Uwe goedheid en de menigte Uwer ontfermingen, zie op vüj neder, en verhoor het gebed van Uwen armen dienaar, die verre van U in ballin schap zucht in het land van de schaduw des doods.
Bescherm en bewaar de ziel van Uwen i dienaar, te midden van zoovele gevaren van het vergankelijke leven, en voer haar onder het geleide van Uwe genade op i den weg van vrede, tot het vaderland van 1 eeuwige glorie.
Liefde.
Wanneer zal dan het zalig uur slaan, 1 wanneer zal mij de genade ten deel worden, dat ik U eindelijk vind, geheel mijn hart voor U uitstort, naar hartelust bezit, en ongenaakbaar voor de schepselen, ver van de mij versmadende blikken der menschen,
met U alleen kan spreken, en Gij met *----------------------------------«
138
mij, gelijk een vriend met zijnen vriend, gelijk een geliefde met haren geliefder Het is thans mijne bede, de vurige wensch mijns harten, dat ik geheel met U moge vereenigd worden,, en gescheiden van al het aardsche, van al het vleeschelijke, door de heilige Communie, door de herhaalde viering van het groote offer des kruises op nieuw bezield, het hemelsche en eeuwige leven smaken, beminnen en 1 genieten.
Mijn God en mijn Heer ! wanneer zal ik mij zeiven geheel vergeten, en eenmaal vereenigd zijn met U, geheel vereenigd, en als verslonden in de diepte van Uw heilig wezen. Gij in mij en ik in Uâdit i is mijn wensch. Laat mij een met U morden cn met U blijven, dit is mijn gebed.
Verlangen.
Wie geeft mij, o Heer, dat ik U geheel alleen vinde, om geheel mijn hart voor U te openen, en U te genieten, gelijk mijne ziel verlangt, dat mij niemand meer binde en geen schepsel mij meer ontroere of zich over mij bekommere, maar dat Gij alleen tot mij spreekt en ik tot U, gelijk een beminde gewoonlijk spreekt met zijn beminde, en een vriend met zijn vriend maaltijd houdt.
139
iü
I
Al wat ik smeek, al wat ik verlang is; ' mij geheel met U te vereenigen en mijn hart van al het geschapene los te maken, 1 j en door de H. Communie en het dikwijls 1 vieren Uwer geheimen, meer en meer het hemelsche te leeren smaken.
I Ach, Heer God, wanneer zal ik met U, i geheel vereenigd en in U als verslonden, 1 ! mij zeiven geheel vergeten ;
Gij in mij en ik in ü, o laat ons beiden zoo vereenigd blijver
Waarlijk, Gij zijt mijn Welbeminde uit ' duizenden uitverkoren, in wien mijne ziel: | wenscht te wonen alle dagen haars levens, i Waarlijk, Gij zijt mijn Vredevorst, in wien de hoogste vrede en waarachtige rust is, | buiten wien niets is dan arbeid en smart en ellende zonder eind.
Waarlijk, Gij zijt een verborgen God: cn : | Uw raad is niet met de goddeloozen, maar j i met de nederige/! cn ccnvoudigen spreekt Gij. | »0 Heer, hoe zoet is Uw geest, om Uwe | zoetheid voor Uwe kinderen te toonen, gewaardigt Gij U, hen met een allerzoetst brood, dat van den hemel daalt, te spijzen!quot;
Waarlijk, daar is geen ander volk, dat Goden heeft, hun zoo nabij, gelijk Gij, onze God, tegenwoordig zijt bij al Uwe geloovi-gen; aan wie Gij U zeiven dagelijks te eten
en te senieten geeft, om hen te vertroosten «-;------â^
14lt;»
en hun hart ten hemel te verheften.
Welk ander volk is inderdaad zoo edel gelijk dat der Christenen ?
Of welk schepsel onder den hemel zoo bemind, gelijk eene godvruchtige ziel, bij wien God Zijn intrek neemt, om haar te voeden met Zijn glorievol vleesch ?
O onuitsprekelijke genade! o wonderbare gunst!
O onmetelijke liefde, alleen aan den mensch bewezen! Maar wat zal ik den Heer wedergeven voor deze genade en voor zulk eene uitnemende liefder
Ik kan aan mijn God niets geven, wat Hem aangenaam is, dan dat ik Hem geheel mijn hart schenke en innig met Hem vereenige.
Wanneer mijne ziel volmaakt met God vereenigd is, dan zal geheel mijn binnenste juichen.
Dan zal Hij tot mij zeggen: Zoo gij met Mij wilt zijn, wil Ik met u zijn. En | ik zal Hem antwoorden; Gewaardig U, Heer, met mij te blijven, ik wil gaarne met U zijn.
1
Mijn verlangen is, dat mijn hart met U vereenigd zij.
------*
I
M----------^--------at
quot;TWEEDE OEFENING-NA DE
IJ. iiiiiilUl.
Dankzegging.
Vertrouwende op Uwe liefde en barmhartigheid, die zno groot is, als Gij God en Heer! ben ik tot Uwe heilige tafel genaderd : ik â een zieke tot zijn Verlosser, een j dorstige tot de bron des levens, een ; behoeftige tot den koning des hemels, een : knecht tot zijn Heer, een schepsel tot zijn j Schepper, een troostelooze tot zijn liefderijken Trooster.
Doch hoe ben ik zoo gelukkig, dat Gij tot mij komt ? Wie ben ik, dat Gij à aan mij geeft? Ik ben een zondaar, hoe i durfde ik het wagen voor U te verschijnen, en hoe kunt Gij, allerheiligste, zoo goed zijn, tot eenen zondaar te komen ? â Gij immers kent Uwen knecht, en Gij weet het best, dat hij van zich zeiven niets goeds heeft, waardoor hij zich zulk eene gunst zou kunnen waardig maken.
Waarlijk ik erken mijne nietigheid, en
ik belijd Uwe goedheid, ik prijs Uwe *----------------fö
af------------*
142
i grenzelooze liefde. Want hetgeen Gij hierin en in alles tot mijn welzijn doet, dit doet Gij niet om mijne verdiensten, maar uit zuivere liefde; dit doet Gij, om Uwe genade i nog heerlijker aan mij te toonen en mij nog meer tot liefde en ootmoed op te wekken.
AVelke vereering, welken dank ben ik aan U, die de liefde zelve zijt, schuldig, wijl Gij mij met Uw heilig lichaam gespijsd , hebt: Geen menschenverstand is in staat, de onbegrijpelijke waarde van deze Uwe liefde te bevatten, van eene liefde, die slechts heil en zegen voor mij is ! Hierom : kan ik niets beters doen, dan mij voor U : te ootmoedigen en Uwe grenzelooze liefde in stille dankzegging te verheffen.
Aanbid dan in den diepsten ootmoed, en verheug u mijne ziel! dank den Heer voor dit levend brood des hemels, en voor den verkwikkenden troost, dien Hij ons in dit tranendal heeft achtergelaten. Want, zoo dikwijls Gij over dit geheim dankbaar | nadenkt en het lichaam van Christus ontvangt, wordt Gij aan de verdiensten van Christus deelachtig, wordt het verlossings-, werk opnieuw in u volbracht.
Trouwens Hij is gisteren, heden en in eeuwigheid de liefde, onze Verlosser van den eeuwigen ondergang, onze Zaligmaker j in het huis des Vaders. Amen.
JK----------------
143
Liefde en Opdracht.
Heer! alles, wat in den hemel en ojj aarde is behoort, U toe. Ik wensch, mij zeiven als eene vrijwillige offerande aan à op te dragen, en U eeuwig toe te be- i hooren. In de eenvoudigheid mijns harten breng ik ü mij zeiven ten offer, en wijd ik mij heden toe aan Uwen dienst en ter lofprijzing van Uwen Naam.
Neem mij dan aan met het heilig offer1 van Uw dierbaar lichaam en bloed, dat ik U heden in de tegenwoordigheid der. Engelen, die onzichtbaar hetzelve aanbidden, opdraag, opdat het mij en het geheele christenvolk strekke ten eeuwigen leven.
AI mijne zonden en misdaden, die ik sedert het oogenblik, dat ik heb kunnen zondigen, tot nu toe bedreven heb, leg ik hier voor Uwen genadetroon, in de tegenwoordigheid der heilige Engelen, op Uw zoenaltaar neder, opdat Gij dezelve alle verbrandt door het vuur Uwer liefde ; alle vlekken mijner zonden uitwisrht; mijn geweten van alle zonden zuivert; mij de genade, die ik door de zonde verloren heb, wedergeeft, en tot bevestiging eener volkomen vergeving mij den kus des vredes schenkt.
Wat kan ik voor mijne zonden doen,
*5------------------------------«
144
clan dezelve ootmoedig en rouwmoedig belijden, en Uwe barmhartigheid onophoudelijk inroepen ?
Daarom roep ik tot U en smeek ik : verhoor mij toch genadiglijk,terwijl ikvoor | U nederkniel en ween.
j AI mijne zonden zijn thans een gruwel ] in mijne oogen, ik wil ze niet meer be-! drijven ; ik wil dezelve beweenen en boete doen, zoolang ik leef, ten einde zooveel j mogelijk aan Uwe goddelijke rechtvaardigheid te voldoen.
i Vergeef mij, o God! al mijne zonden ' om Uwen Naam ; maak mijne ziel zalig, die Gij door Uw dierbaar bloed verlost hebt.
Zie ! ik beveel mij aan Uwe barmhartig-! heid ; ik geef mij over in Uwe handen. Handel met mij naar Uwe goedheid, en I nietnaarmijneboosheid enongerechtigheid.
Al mijne goede werken; hoe gering en onvolmaakt zij ook zijn mogen, leg ik als offergaven op Uw altaar neder, opdat Gij dezelve verbetert en heiligt, opdac Gij ze voor U aangenaam maakt, het gebrekkige aanvult, en mij tragen, onnuttigen knecht geleidt tot een heerlijk, zalig einde van mijne loopbaan.
Ook leg ik voor Uwen genadetroon neder de heilige wenschen van allen, die
38--------
145
*
*
dezelfde goddelijke spijs met mij genoten hebben; al de godvruchtige gebeden der géloovigen, en den geheimen nood mijner ouders en vrienden, broeders en zusters en van al degenen, die aan mij of aan anderen, uit liefde tot U, weldaden bewezen hebben, die zichzelven en de hunnen in mijne godsvrucht bij de heilige Communie en in mijne gebeden hebben aanbevolen, hetzij dat zij nog leven, of reeds overleden zijn; voor deze allen bid ik, dat zij Uwe genade eo troostende hulp, bescherming tegen allegevaren, bevrijding van straffen ondervinden, en van alle rampen verlost zijnde, U een heilig dank-lied zingen mogen.
Ten laatste offer ik U ook deze heilige Communie en mijn onwaardig gebed op voor al degenen, die mij beleedigd, bedroefd, gelasterd, benadeeld of in mijne eer gekrenkt hebben; ook voor hen, die ik bedroefd, benadeeld, door woorden of werken, wetend of onwetend geeërgerd heb; vergeef ons al de zonden en belee-digingen, waardoor wij elkander bedroefd hebben. Neem van ons weg alles, wat argwaan, toorn, verbittering of twist heet, en daardoor de teedere band der broederlijke liefde kan verbroken of verzwakt hebben. Ontferm U, o Heer, over allen
146
die Uwe barmharligheid inroepen; schenk genide aan allen, die dezelve noodig hebben, en geef. dat wij waardig worden, vermeerdering Uwer genade te erlangen, en eenmaal het eeuwige leven te genieten, door Jesus-Christus, onzen Heer. Amen.
Gebed van den heiligen Ignatius.
Ziel van Christus, heilig mij.
Lichaam van Christus, maak mij zalig.
Bloed van Christus, maak mij dronken.
Water der zijde van Christus, wasch mij.
Lijden van Christus, versterk mij.
O goede Jesus, verhoor mij.
Verberg mij in Uwe Heilige wonden.
Laat niet toe, dat ik van U gescheiden worde.
Tegen den boozen vijand bescherm mij.
In het uur van mijnen dood, roep mij.
En doe mij dan tot U komen,
Opdat ik met Uwe heiligen U love,
In alle eeuwen der eeuwen. Amen.
(300 dagen aflaat. Na de Communie 7 jaren aflaat, Pius IX 9 Januari 1854.
Gebed van den H. Thomas van Aquinen.
Ik dank U, heilige Heer, almachtige
Vader, eeuwige God, dat Gij mij zondaar, *-------------
-*-mâ--*
Uwen onwaardigen dienaar, zonder eenige verdiensten van mijnen kant, alleen door de overmaat Uwer barmhartigheid met het kostbaar Lichaam en Bloed van Uwen Zoon, onzen Heer, Jesus Christus hebt willen voeden ; ik smeek U, laat deze heilige Communie mij niet eene oorzaak van straf, maar een heilzaam middel ter vergiffenis zijn. Laat zij mij strekken tot een wapen des geloofs, tot een schild van goeden wil, tot uitroeiing mijner gebreken, tot onderdrukking mijner kwade lusten en begeerten, tot vermeerdering van liefde en geduld, van ootmoed en gehoorzaamheid en van alle deugden, tot eene sterke bescherming tegen alle hinderlag. n mijner zichtbare en onzichtbare vijanden, tot volmaakte rust van alle mijne vleeschelijke en lichamelijke bewegingen, tot onwrikbare trouw aan U, den eenen en waren God en tot een gelukkig en zalig uiteinde mijns levens.
Verder bid ik U, dat Gij mij zondaar, eenmaal daarboven tot dien onuitspreke-lijken maaltijd gelievet toe te laten, waar Gij met Uwen Zoon en den H. Geest, voor Uwe Heiligen het ware licht, de volledige bevrediging, de eeuwige vreugde, het voltooide geluk en de volmaakte zaligheid zijt. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
-*-:
148
Gebed van den heiligen Bonaventura.
Doorgloei, allerzoetste Heer Jesus, het binnenste mijner ziel met het vuur der teederste en heilzaamste genegenheid en met eene ware, oprechte en krachtdadige liefde tot U; opdat mijne ziel alleen uit smachtend verlangen naar U als verteere, en van bovenaardsche begeerten ontvlamd, in Uwe voorhoven als wegkwijne van vurige begeerte om ontbonden te worden en met U te zijn.
Geef, dat mijne ziel slechts hongere naar U, die het brood der Engelen, de verkwikking der heilige zielen, ons dagelijks geestelijk brood zijt, dat alle zoetheid van geur en smaak en alle liefelijkheid in zich bevat; dat mijn hart steeds naar Uhake, en U, wien de Engelen zoo vurig wenschen te aanschouwen, geniete en mijn binnenste door Uwen zoeten geur vervuld worde; laat mijne ziel steeds dorsten naar U, de bron des levens, de bron van wijsheid en wetenschap, de bron van 't eeuwig licht, den stroom van het hemelsch genot, den overvloed van het Huis Gods ; laat zij naar U steeds verlangen, U zoeken, U vinden, naar U streven, totU komen, aan U denken, van U spreken en alles verrichten i:otlof en
glorie van Uwen naam, met ootmoed en *---*
149
bescheidenheid, met liefde en behagen, met opgeruimdheid en ijver, met volharding ten einde toe ; en wees Gij en Gij alleen altijd mijne hoop, mijn heil, al mijn vertrouwen, mijn rijkdom, mijn genot, mijn vermaak, mijne vreugde, mijne kalmte en rust, mijn vrede, mijne zoetheid, mijn behagen, mijne wijsheid, mijn erfdeel, mijne bezitting en mijn schat, waarin mijn hart en mijne ziel immer vast en onwrikbaar geworteld en bevestigd blijven. Amen.
issiiii iy fin m
Mijn Heer en mijn God, ik geloof, dat Gij hier waarachtig tegenwoordig zijt in het H. Sacrament; ik aanbid U,ik dank U voor de mij bewezene weldaden, vooral, dat Gij mij niet hebt laten sterven in mijne zonden. â Mijne zonden zijn mij leed uit den grond van mijn hart, omdat ik U daardoor beleedigd heb, die mijn opperste Goed, en om U zeiven alle liefde waardig zijt. Ik haat en verzaak de zonden uit liefde totU, en neem mij vastelijk voor, met de hulp uwer genade mijne zonden te biechten, mijn leven te beteren en liever te sterven dan U ooit met eene doodzonde te beleedigen. Amen.
Gebed.
Zie neder, o Heer en Heilige Vader, van uit Uw Heiligdom en van uit de verheven woonplaats der hemelen, en aanschouw deze hoogheilige Offerande, die onze Hoo-gepriester. Uw heilige Zoon, onze Heer Jesus, U opdraagt voor de zonden Zijner broeders; stil uwe gramschap voor onze M------*
veelvuldige boosheden. Zie de stem van het Bloed, van onzen broeder Jesus, roept tot U van af het Kruis. Verhoor die stem, o Heer, laat U verzoenen, o Heer, wees aandachtig en doe ons barmhartigheid; toef toch niet, mijn God; Uwe eigen glorie is er mede gemoeid, want Uw Naam is aangeroepen over deze plaats en over Uw volk : doe met ons overeenkomstig Uwe barmhartigheid. Amen.
Dat Gij U gewaardiget deze plaats te verdedigen, haar den vrede te schenken, haar te bewaken, te behouden en te zegenen.
Wij bidden U, verhoor ons.
Z. H. Paus Pius IX, bij Rescript van den 4Februan 1877, vergunde voor het bidden van dit gebed:
Een aflaat van 100 dagen eens per dag.
Aanbidding.
Wij bidden en loven U, Christus, omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld vorlost | hebt.
Ik aanbid U, Hemelsche Vader, en bedank U voor de eindelooze liefde, waarmede Gij U hebt gewaardigd Uwen eengeboren Zoon af te vaardigen, om mij vrij te koopen en Zich zeiven te geven tot spijs mijner ziel.
Ik draag U alle akten van aanbidding en »-----------------------------------------«
152
dankzegging op, die de Engelen en Heiligen in den Hemel en de rechtvaardige zielen op aarde U aanbieden.
Ik loof, bemin en dank U met al den lof, de liefde en de dankzegging, waarmede Gij geloofd, bemind en gedankt wordt door Uwen goddelijken Zoon zeiven in dit H. Sacrament, en ik smeek U te maken, dat Hij door allen worde erkend, bemind, vereerd, gedankt en waardig ontvangen in dit allergoddelijkst Sacrament.
Onze Vader â Wees gegroet â Eere zij den Vader enz.
Ik aanbid U, eeuwige Zoon Gods, en ik dank U om de eindelooze liefde, waarmede Gij voor mij zijt mensch geworden, geboren in een stal, en opgevoed in eene werkplaats, waarmede Gij honger, dorst, koude, hitte, pijnen,vermoeienis, versmading, vervolging, geeselslagen, doornen, nagels en eindelijk den dood op het harde Kruishout hebt verduurd. Ik dank U met geheel de strijdende en zegevierende Kerk voor de eindelooze liefde, waarmede Gij het allerh. Altaar-Sacrament tot spijs mijner ziel hebt ingesteld. Ik aanbid U in alle de geconsecreerde hostiën der geheele wereld, en ik breng U dank ook voor hen, die U niet kennen en niet danken. Ik zou wenschen, mijn leven te kunnen geven, om te bewerken.
153
dat Gij door allen werd gekend, beminden vereerd in dit Sacrament van liefde en om de oneerbiedigheden en heiligschennissen, die gepleegd worden, te verhinderen. Ik bemin U, mijn Jesus en wensch U te beminnen en te ontvangen met de liefde, de reinheid en de heilige gevoelens uwer allerh. Moeder, met de liefde en volmaaktheid van uw allerzuiverst Hart zelf. O! beminnelijke Bruidegom mijner ziel, verricht, waanneer Gij in dit H. Sacrament tot mij komt, in mij die uitwerkselen, waarvoor Gij tot haar komt, en laat mij eer sterven, dan dat ik U onwaardig zou ontvangen.
Onze Vader â Wees gegroetâ- Eere zij enz.
Ik aanbid U, eeuwige H. Geest, en ik. bedank U voor de eindelooze liefde, waarmede Gij het onuitsprekelijk geheim der menschvvording hebt gewrocht, en voor de oneindige liefde, waarmede Gij uit het allerreinste bloed der maagd Maria het allerh. Lichaam van Jesus hebt gevormd, om het later in het H. altaar-Sacrament tot spijze mijner ziel te geven.Ik smeek U, mijn verstand te verlichten en mijn hart, tegelijk met dat van alle andere menschen, te zuiveren, om deze groote liefdegift te kennen en het allerh. Sacrament waardig te ontvangen.
154
Onze â Vader Wees gegroet â Eere zij enz.
Hij, het vleeschgeworden Woord, verandert waarachtig brood door Zijn woord in Zijn eigen vleesch, en wijn wordt het Bloed van Christus : wel zijn onze zintuigen niet bij machte, dit te vatten, maar om het oprechte hart in diens overtuiging te sterken, is het Geloof alleen' voldoende.
Aanbidden wij dan smeekend neergebogen, dit zoo verheven Sacrament: de eeredienst der oude Wet wijke voor dien der nieuwe ; het geloof vuile de onmacht der zintuigen aan.
Lof en jubelzang, zaligheid, eer, kracht en zegening zij den Vader en den Zoon, en gelijke hulde aan den H. Geest, die van beiden voortkomt. Amen.
v. Gij hebt hun een brood uit den hemel gegeven.
r. Dat alle verkwikking in zich bevat.
Laat ons bidden.
O God, die ons in dit wondervol Sacrament de gedachtenis van Uw Lijden hebt achtergelaten ; geef, bidden wij U, dat wij de heilige Geheimen van Uw Lichaam en Bloed zóó mogen vereeren, dat wij de
vrucht Uwer Verlossing voortdurend in ons «--*
155
ondervinden. Die leeft en heerscht door de eeuwen der eeuwen. Amen.
Paus Pius VI, bij rescript van de Secretarie der Mermorialen, 17 Ochtober 1796, vergunde voor wie dit gebed met rouwmoedig hart bidt een aflaat van 100 dagen op iederen dag des jaars.
Een vollen aflaat op den eersten Donderdag van iedere Maand, mits biecht, Communie en gebed, overeenkomstig de meening van Z. H.
Een aflaat van quot;jaren en 7 quadragenen op alle Donderdagen van 'tjaar.
Eerherstelling.
Ik aanbid U met den diepsten eerbied, o mijn Jesus, verborgen in het H. Sacrament; ik erken U voor waarachtig God en waarachtig mensch, en met deze akten van aanbidding stel ik mij voor, te voldoen voor de koelheid van zoovele Christenen, die, wanneer zij Uwe H. Tempels, en soms zelfs de H. Ciborie voorbijgaan, waarin Gij U gewaardigt al den tijd te verblijven, met een liefderijk ongeduld U aan Uwe geloovigen mede te deelen, U zelfs niet groeten, en zich door hunne onverschilligheid gelijk de Joden in de woestijn, van het hemelsch manna afkeerig toonen, en ik bied U het allerkostbaarst bloed, dat Gij vergoten hebt uit de *---------K
156
wonde van Uwen linkervoet, tot eerherstelling van eene zoo verregaande lauwheid, en met mijn geest binnen die wonde verscholen, herhaal ik duizende en duizende malen :
Ieder oogenblik zij het allerh. en aller-goddelijkste Sacrament geprezen en gedankt.
Onze Vaderâ Wees gegroet âEere zij enz.
Ik aanbid U met diepen eerbied, o mijn Jesus ; ik erken Uwe waarachtige tegenwoordigheid in het allerh. Sacrament, en met deze akte van aanbidding stel ik mij voor, te voldoen voor de miskenning van zoovele Christenen, die, wanneer zij U naar de arme zieken zien dragen, om hun steun uit temaken op de groote reis naar de eeuwigheid, U zonder begeleiding laten, en U ternauwernood eene akte van uitwendige aanbidding waardig keuren ; ik bied U het allerkostbaarst Bloed, dat Gij hebt vergoten uit de wonde van Uwen rechtervoet, tot eerherstelling van eene zoo verregaande koelheid en met mijn geest binnen die wonde verscholen, herhaal ik duizende en duizende malen:
Ieder oogenblik zij het allerh. en aller-goddelijkste Sacrament geprezen en gedankt.
*---%
157
Onze Vader â Wees gegroet â Eere zij enz.
Ik aanbid U met diepen eerbied, o mijn Jesus, waarachtig brood des eeuwigen levens en met deze aanbidding stel ik mij voor, de zoo talrijke wonden te verzachten, die, uw hart dagelijks lijdt door de ontheiliging der kerken, waar Gij U gewaardigt onder de Sacramenteele gedaanten te verblijven, om door Uwe geloovigen te worden aanbeden en bemind : tot eerherstelling van zooveel oneerbiedigheid bied ik U aan het allerkostbaarst Bloed, dat Gij hebt vergoten uit de wonde vanUwe linkerhand en met mijn geest daarbinnen verscholen herhaal ik ;
Ieder oogenblik zij het allerh. en aller-goddelijkst Sacrament geprezen en gedankt.
Onze Vader â Wees gegroet â Eere zij enz
Ik aanbid U met diepen eerbied, o mijn Jesus, levend Brood uit den hemel nedergedaald en met deze akte van aanbidding stel ik mij voor, te voldoen voor zoo talrijke en zoo groote oneerbiedigheden, die door Uwe geloovigen dagelijks worden gepleegd bij het bijw onen der H. Mis, waarin Gij door overmaat van liefde op onbloedige wijze hetzelfde offer hernieuwt, dat Gij voor onze zaligheid weleer op den Calva-
j rieberg hebt voltrokken : tot eerherstel van
*--â¢Â«
158
zooveel ondankbaarheid bied ik U aan het allerkostbaarst Bloed, dat Gij hebt vergoten uit de wonde van Uwe rechterhand, en daarbinnen verscholen, vereenig ik mijne stem met die der Engelen, welke U eerbiedig omringen, en tegelijk met hen zeg ik : Ieder oogenblik zij het allerh. enallergod-delijkste Sacrament geprezen en gedankt.
Onze Vader â Wees gegroet â Eere zij enz.
Ik aanbid U met diepen eerbied, o mijn Jesus, waarachtig zoenoffer onzer zonden, en ik bied U deze akte van aanbidding aan ter vergoeding voor de smadelijkste heiligschennissen, die Gij ontvangt van zoovele ondankbare Christenen, die de vermetelheid hebben aan de H. tafel te gaan aanzitten, om met doodzonde in het hart U daar te ontvangen. Tot eerherstel van deze zoo afschwelijke heiligschennissen, bied ik U aan de laatste druppels van Uw allerkostbaarst Bloed, die Gij hebt vergoten uit de wonde Uwer zijde, en daarin verscholen, aanbid, zegen en bemin ik U, en herhaal tegelijk met alle zielen,die het H. Sacrament met godsvrucht vereeren:
Ieder oogenblik zij het allerh. enallergod-delijkste Sacrament geprezen en gedankt.
Onze Vader, â Wees gegroet, âEer zij enz.
*----K
159
Hij het vleesch geworden woord enz. pag. 152 en 153.
Paus Pius VII bij Rescript van de Congregatie der Riten, 26 Aug. 1814, vergunde aan alle geloovigen, iederen keer, dat zij de vermelde akten van aanbidding godvruchtig bidden : Een aflaat van 300 dagen.
Dankzegging.
Wees altijd en voor eeuwig gedankt en gezegend, mijn dierbare Jesus, verborgen ; 111 het H. Sacrament; van liefde, alle hemel-sche en aardsche liefde overwaardig. Die j U door overmaat van liefde voor mij, 011-{ dankbaren zondaar, bekleed hebt met onze j menschelijke natuur, bij de smartelijke geeseling Uw allerkostbaarst Bloed hebt vergoten en voor ons aller zaligheid zijt gestorven op het schandelijk Kruis.
Door een levendig geloof voorgelicht, smeek ik U thans met al den aandrang mijner ziel, met al den gloed van mijn hart allernederigst door de oneindige verdiensten van Uw smartelijk lijden, mij kracht en moed te schenken, om alle booze driften, die mijnhartbeheerschen ten onder te brengen, omUte zegenen in mijne bitterste kwelling, om U te verheerlijken door de volmaakte
«--SS
160
vervulling van al mijne plichten, om elke zonde met den grootsten afschuw te haten en mij ten slotte te heiligen.
Onze Vader â Wees gegroet â Eere zij enz.
Z. H. Paus Pius IX vergunde bij eigenhandig Rebcript t Januari 1866 : Een aflaat van too dagen aan alle ge-loovigen, die ten minste met rouwmoedig hart en godvruchtig, vermeld gebed tot Jesus in het allerh. Sacrament bidden.
Gebed.
Mijn Heer Jesus-Christus, die door de liefde, welke Gij ons menschen toedraagt, nacht en dag in dit heilig Sacrament verblijf houdt, en vol goedheid en liefde afwacht, tot U roept en ontvangt allen die naderen om U te bezoeken, ik geloof Uwe goddelijke tegenwoordigheid in het heilig Altaar-Sacrament, ik aanbid U uit den afgrond van mijn niet, ik dank U voor alle genaden, van U ontvangen, en weL in het bijzonder, dat Gij U zeiven aan mij hebt geschonken in dit Sacrament, dat Gij mij Uwe allerheiligste Moeder Maria tot voorspreekster hebt gegeven, en dat Gij mij hebt geroepen, om U in deze Kerk te bezoeken. Ik groet op dit oogenblik Uw
*-
liefdevol Hart, en ik stel mij voor, het te groeten met een drievoudig doel: op de eerste plaats tot dankzegging voor dit groote geschenk ; op de tweede plaats, om U schadeloos te stellen voor, alle belee-digingen. die Gij van alle vijanden in dit Sacrament hebt ontvangen , op de derde plaats stel ik mij met dit bezoek voor, U te aanbidden op alle plaatsen der aarde, waar Gij in het H. Sacrament minder vereeringen meer verlatenheid ondervindt. Mijn Jesus, ik bemin U uit geheel mijn hart. Het smart mij, aan Uwe oneindige Goedheid in het verleden zoo dikwijls te hebben mishaagd. Met de hulp Uwer genade neem ik mij voor, U in de toekomst niet meer te beleedigen; en voor het oogenblik, hoe ellendig ik ook zij, wijd ik mij geheel aan U toe; ik schenk U de volle beschikking over mijn wil, mijne gevoelens, mijne verlangens en alles, wat het mijne is. Doe van dit oogenblik af met mij en het mijne, al wat à behaagt. Ik vraag en verlang van U alleen Uwe heilige liefde, de eindvolharding en de volmaakste vervulling van Uwen 11. wil. Ik beveel U aan de zielen in het Vagevuur, in het bijzonner die, welke meer godsvrucht hebben gehad tot het Allerh. Sacrament en de allerh. Maagd Maria. Nog beveel ik U
162
alle arme zondaars aan. Ten slotte, mijn dierbare Zaligmaker, vereenig ik al mijne gevoelens met de gevoelens van Uw liefdevol Hart, en ik bied ze, aldus vereenigd, aan Uwen hemelschen Vader aan, wien ik in Uwen naam smeek, dat Hij ze ter Uwer liefde aanvaarde en verhoore. Amen.
Z. H. Paus Pius IX vergunde bij eigenhandig Rescript 7 September 1854, aan alle geloo-vigen, die ten minste godvruchtig en met een rouwmoedig hart, genoemd gebed voor het Allerh. Sacrament bidden:
Een aflaat van 300 dagen voor iederen keer. Een vollen aflaat eens per maand aan allen, die het, gedurende het verloop eener maand dagelijks op de vermelde wijze hebben gebeden, op een dag,waarop zij, na waarlijk rouwmoedig te hebben gebiecht en gecommuniceerd, bidden voor de behoeften der H. Kerk en overeenkomstig de meening van Z. H.
5K-
38
Mijn Heer en mijn God, ik stel mij een oogenblik in Uwe allerheiligste tegenwoordigheid, ik aanbid U uit het diepste van mijn niet, ik geloof in U, omdat Gij de opperste waarheid zijt; ik hoop op U, omdat Gij oneindig goed zijt; ik bemin U van ganscher harte, omdat Gij oneindig beminnenswaardig zijt, en ik bemin mijnen naasten uit reine liefde tot U.
Laten ivij God voor alle Zijne weldaden bedanken.
Mijn Heer en mijn 'iodl Gij hebt mij geschapen, Gij hebt mij met het kostbaar Bloed van Uwen dierbaren Zoon verlost, en nu hebt Gij mij gedurende dezen dag opnieuw bewaard naar ziel en lichaam. Voor al die weldaden dank ik U uit den grond mijns harten, en draag U uit dankbaarheid de nachtrust op, die ik nu ter uwer eere ga nemen.
Kom, o Heilige Geest, verlicht mijn verstand om mijne zonden te kennen, en geef mij de genade er een oprecht berouw over te verwekken.
m--se
164
Overdenk hier, icelke zonden gij dezen dag bedreven hebt, en verwek daarover een akte van berouw.
Ach, Vader der barmhartigheid ! ontferm U mijner naar de menigte Uwer barmhartigheid. Beschaamd en met een rouwmoedig hart lig ik hier voor U nedargeknield, en beken ik, dat ik U mijnen besten Vader beleedigd heb. Van dit oogenblik beloof ik U, mijn leven te zullen beteren, en ik neem mij vast voor. Uwen wil getrouwer te volbrengen, de zonde, en alle gelegenheden tot dezelfde te zullen vermijden en voor de bedreven zonden, naar mijn vermogen boete te zullen plegen.
Daar echter onze wil en ons voornemen zoo zwak zijn neem ik mijne toevlucht tot onzen Verlosser, Jesus-Christus, en smeek Hem: ach, verzoen mij met God! Zuiver' mij van de zonde, geef mij den geest der heiligmaking, en versterk mij door Uwe genade fen eeuwigen leven.
O Jesus ! vermeerder ons geloof, versterk i onze hoop, ontvlam in onze harten het: vuur Uwer goddelijke liefde ; ach, blijf bij ons, want het is avond; zonder Uwe genade kunnen wij niets ter zaligheid, geef, dat wij heilig leven en zalig sterven. Nu, o Vader! begeef ik mij ter rust laat SÃ---1-3*
165
mijn slaap zacht en versterkend zijn. Sluit Gij mijne oogen, en blijf gedurende mijne | rust mij beschermen, opdat de duivel geene macht over mij uitoefene. Want Gij zijt immers de hoeder en wachter Israels. Bewaar dan mijne ziel en mijn lichaam, en alles, wat Gij mij gegeven hebt; ontferm U over alle menschen, over mijne bloedverwanten, vrienden, vijanden, levendenen overledenen, opdat zij aan de vruchten van mijn gebed mogen deelachtig worden.
Open morgen mijne oogen weder toteen nieuw leven, en vervul mijnen mond opnieuw weder tot Uwen lof, opdat ik U zoolang prijze; en tot Uwe eeie leve, tot dat de avond komt van mijn aardsch leven, wanneer Gij mijn lichaam zult doen rusten i in het graf, om hetzelve weder op te wekken op den grooten dag, en in eeuwige waarheid en klaarheid voor U, o Allerheiligste, te doen leven.
Heilige Maria, Moeder van genade. Moeder van barmhartigheid, bescherm mij tegen den vijand, en sta mij bij in het uur des doods.
Heilige Engel-bewaarder, kom mij ter hulp, waak en strijd voor mij, H. Jozef, bid voor mij.
Heer, geef den overledenen de eeuwige
rust, en het eeuwige licht verlichte hen. «----------------«
166
De almachtige en barmhartige God, de Vader, de Zoon en de H. Geest zegene, behoede en beware mij. Amen.
Onze Vader â Wees gegroet â Ik geloof enz.
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht. Heilige Moeder Gods; versmaad onze smeekingen niet in onzen nood, maar bevrijd ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouw, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon.
Bid voor ons, o H. Moeder Gods.
Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
DERDE AFDEEUING.
^cjotlcn, üiianicn, gcamp;edcn cii tofjangcn tij Jesns in jijn HtfEramp;cifigslc Snccamcut.
»Het is een zonderling gevolg van onzen val,quot; zegt de diepdenkende Bossuet,quot; »dat, sedert de vloek tegen ons werd uitgesproken na de zonde, er in den menschelijken geest zekere schrik voor de goddelijke zaken gebleven is, welke niet slechts niet toelaat om met vertrouwen tot God, die opperste Majesteit, te naderen, maar welke zelts met angst vervult tegenover al, wat bovennatuurlijk schijnt.. . . Vraag ik naar de oorzaken van een zoo wonderbaar quot;iit-werksel, waarom de menschen voor God schrikken; dan vertoonen zich aan mijn geest twee redenen.
De eerste oorzaak is de verwijdering, de tweede de gramschap.
Laten wij dit verklaren. God is oneindig van ons verwijderd, God is tegen ons vertoornd. Hij is oneindig van ons verwijderd door de grootheid Zijner natuur; Hij is | tegen ons vertoornd door de strengheid
*
168
Zijner rechtvaardigheid, omdat wij zondaren zijn.
Dit veroorzaakt tweeërlei soort van vrees: de eerste komt van de verwondering, zij ontstaat uit den glans der majesteit, de andere uit bedreigingen. Daarom doet de Zoon Gods, als Hij zich met onze natuur bekleedt, twee zaken; vooreerst. Hij bedekt de majesteit: Hij beneemt de vrees van verwondering; ten tweede. Hij doet door het verlangen om op ons te gelijken, ons zien, dat Hij ons bemint, en Hij doet de bedreigingen ophouden.quot;
Die twee zaken nu, waarop de diepdenkende Bisschop onze aandacht vestigt in den mensch geworden Zoon van God; dat verborgen houden der goddelijke Majesteit en de wijze, waarop Hij Zijne liefde aan ons toont, komen nog veel sterker uit, spreken reet nog verhoogde kracht van waarheid in den God van het tabernakel. In zijne menschwording, immers, werd Hij in alles am ons gelijk, behalve de zonde; Hij nam de gedaante van een slaaf aan; maar in het aanbiddelijk geheim Zijner liefde en almacht, in het allerheiligste Altaar-Sacrament schijnt Hij zich zelfs be neden den mensch te stellen door, zooals de H. Augustinus opmerkt, zelfs zijne spijs en zijn voedsel te worden. ^------------se
«------------3K
169
Neen, voorzeker neen, in het goddelijk i Altaargeheim is niets, hetgeen ons van God I zou kunnen verwijderd houden; de schit ! terende glans Zijner goddelijke Majesteit I is er verborgen onder den mysterieusen schijn van brood en wijn, en van Zijne gestrenge rechtvaardigheid is daar geen spoor meer te vinden; het is daar alles | goedheid, liefde barmhartigheid; het is ' daarenboven eene onuitputtelijke bron van hemelsche schatten en rijkdommen, waarmede het arme menschelijke hart in t zijne veelsoortige behoeften wordt rijk gemaakt. Van het goddelijk Liefde-geheim onzer altaren zou men kunnen zeggen, 1 hetgeen Salomon getuigde van de hemelsche wijsheid. (Sap, VII, 2 en 14) itAlle goed \ is mij met haar geworden en ontelbare | schatten heeft ze mij aangebracht, want zij \ is een onuitputtelijke schat voor de inenschcn, en zij, die daarvan gebruik maken, zijn deelachtig geworden aan de vriendschap Gods en maken zich aanbevelenswaardig om de gaven van wijsheid.quot;
Gave God, dat te midd.n eener booze en ongeloovige wereld, die zich, hoe langer i hoe verder, van haren Christus, van haren 1 ecnigen Middelaar en Verlosser verwijdert, I ja, Hem ondankbaar van zich afsloot, en
1 in alle opzichten met Hem zoekt te breken, jg---â»
«â
170
dat de geloovigen zich in grooten getale rondom dat goddelijk Middenpunt schaarden, dat ze zich door dien goddelijken Magneet, zooals een eerbiedwaardig schrijver het aanbiddelijk Sacrament onzer altaren noemt, meer aangetrokken gevoelden, en zich met meer ijver en edelmoedige zelfopoffering aan dat Plechtanker onzer hoop vastklemden.
Wij kunnen hier op aarde, zegt de H. Alphonsus, geen edeler en beminnelijker schat vinden dan Jesus in het H. Altaargeheim ; en zonder twijfel is, na het gebruik der H. Sacramenten, onder al de godvruchtige oefeningen, de oelening van Jesus-Christus in het Heilig Sacrament te bezoeken de eerste in rang, de aangenaamste aan God, en voor onze zielen de voor deeligste. Daarom, zoo vervolgt hij, laat het u ook welgevallen deze godvruchtige oefening te doen; neem dagelijks van uwen tijd een half uur of een kwartiertje af, om Jesus-Christus in het Allerheiligste te bezoeken. Neem er eens de proef van, en gij zult ondervinden, hoe groot een voordeel gij uit die heilige oefening trekken zult. Wees verzekerd, dat de tijd, dien gij daaraan besteden zult, allernuttigst zal zijn, om het leven van
uwe ziel te onderhouden, en dat de oogen-
jg----jg.
«
171
blikken, doorgebracht in de tegenwoordigheid van Jesus in het Allerheiligste Sacrament, nog eens uwen troost zullen uitmaken op uw sterfbed, en in de eeuwigheid. Weet ook dit, dat een kwartier uurs te bidden in de tegenwoordigheid van Jesus misschien nuttiger voor uwe ziel zal wezen, dan de overige geestelijke oefeningen, die gij dagelijks verricht. Het is waar, dat God, zonder onderscheid van plaats, overal de gebeden verhoort van hen, die Hem aanroepen, want Zijne belofte staat vast: Vraagt en gij verkrijgt. Maar het is ook waar, dat Jesus Zijne genaden in ruime mate uitdeelt aan hen, die Hem in Zijn heilig Sacrament bezoeken.
Een half uurtje voor 't Allerheiligste Altaar-Sacrament.
Eene stem uit het tabernakel:
j 1. Mijn kind! wat ben ik blijde,dat gij hier zijt gekomen. Ik had u verwacht. Groet 1 mij en vraag om mijn zegen. Kniel neer I en bid; »Ik groet U, lieve Jesus, inllwheilig Altaar Sacrament.quot; Strek Uwe hand uit en zegen mij.
Maak het teeken van het heilig Kruis, zoek een geschikte plaats, kniel, of zoo gij vermoeid zijt, zet u neer. Zoig slechts, dat gij zeer aandachtig blijft.
$--S
172
Luister nu, wat u te doen staat. â
Ik ben uw God, bijgevolg moet gij Mij aanbidden.
Gij hebt dikwijls gezondigd, bijgevolg moet gij mij om vergeving smeeken. Vele genaden hebt gij van mij ontvangen, gij moet mij derhalve dankbaar zijn. Gil hebt in de toekomst nog veel genaden noodig, gij moet ze bijgevolg vragen. Niet slechts voor u, maar ook voor anderen moet gij bidden. Ik zal u daarvoor beloonen.
2. Teneinde nu godvruchtig te bidden, moet gij u aanbevelen aan die schare van Engelen, die hier rondom het tabernakel geknield liggen, aan uwen Engelbewaarder, die u ter zijde staat, aan 't hart mijner ' moeder Maria, die ook uwe moeder is. Bid alzoo;
O, Gij heilige Engelen, die hier bij Jesus de wacht houdt, heilige Engelbewaarder, die met den diepsten eerbied mijnen Verlosser aanbidt, verkrijg voor mij de genade van waarlijk godvruchtig te blijven, met uwe bede vereenig ik mijn zwak gebed.
O Maria, mijne lieve moeder! ontvlam toch in mijn hart de liefde tot uwen god-delijken Zoon, laat mij 1 ezield worden met die godsvrucht, waarmede Gij het goddelijk kindje Jesus in de kribbe en te Nazareth en later, na 't Pinksterfeest, in «---:-jk
«----------'amp;
173
't tabernakel aanbeden hebt. Heilige Engelen. zegent mij! o Maria, geef ook gij mij uw zegen !
8. Gelief mij nu eerst te aanbidden.
AANBIDDING.
O Jesus, mijn Schepper, mijn Verlosser! mijn Heer en mijn God, die hier in dit hoogheilig Sacrament met godheid en menschheid, met ziel en lichaam, met vleesch en bloed waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt, ik aanbid U met den diepsten eerbied; ik loof en prijs Uwe goddelijke Majesteit, ik verheerlijk Uwe oneindige grootheid en schoonheid. Gij zijt mijn grootste en hoogste goed, Gij, de Heer van hemel en aarde, wien alle eer en lof en aanbidding toekomt van alle schepselen. Ik zink neder in den afgrond van mijn niet in Uwe heilige eerbiedwekkende tegenwoordigheid. Geene i tong is in staat, U naar behooren te prijzen ; slechts Uwe eigene aanbidding is Uwer oneindige Godheid waardig. Ik aanbid U in den naam van alle schepselen: ik aanbid U in den naam van degenen, die U in hunne verregaande verblindheid hunne hulde weigeren, hnn hart den schepselen wijden, terwijl zij U vergeten; ik aanbid ⢠U in naam van allen, wier hart ver-*-----J.f-
174
deeld is tusschen U en de wereld, en wier liefde tot U zoo koud en onverschillig is.
Ten einde de zwakke hulde mijner aanbidding te versterken, offer ik U al de akten van aanbidding op, welke de vrome zielen op deze aarde U hebben gebracht en U nog zullen brengen tot de voleinding der eeuwen. Ik draag U op de aanbidding der HH. Apostelen en Belijders, der HH. martelaren, en maagden, en van alle H. Kluisenaars en Kloosterlingen.
Ik offer U op de aanbidding der H. Engelen, die op dit oogenblik voor Uw heilig tabernakel liggen neergeknield, de aanbidding van mijnen Engelbewaarder en der Engelbewaarders van allen, die hier tegenwoordig zijn. Ik offer U op alle gebeden, welke U in deze en alle kerken zijn opgedragen geworden. Ik offer U de aanbidding op van alle Engelen en uitverkorenen des hemels, en in 't bijzonder van Uwe heilige Moeder, Maria, van Uw voedstervader Jozef, van den H. Joannes, den geliefden leerling. Eindelijk offer ik U de aanbidding op, welke Uw eigen Hart U hier in het aanbiddelijk altaar-Sacrament ten allen tijde brengt.
O mijn Jesus! neem deze aanbidding genadig aan en sta mij bij, opdat ik U altijd moge naderen met den gepasten
amp;----3Ã
175
eerbied, de vereischte aandacht, en dat ik eindelijk het geluk moge hebben, deel te nemen aan de eeuwige aanbidding, waarin de uitverkorenen in den hemel hunne zaligheid vinden. Amen.
4. Denk nu een oogenblik ernstig na over uwe zonden, herinner u tevens de talrijke zonden, waardoor Ik iederen dag op de wereld ben beleedigd geworden en nog steeds beleedigd word. Geef mij voldoening voor die ontelbare zonden. â
EERHERSTELLING.
O, mijn Jesus, hoe dikwijls heb ik U beleedigd I hoe talrijk zijn de zonden der menschen ! â al mijne zonden zijn mij van ganscher harte leed niet alleen, omdat ik daardoor Uwe rechtvaardige straffen heb verdiend, maar vooral, omdat ik daardoor Uwe goddelijke majesteit en goedheid, die ik bovenal bemin, vergramd heb ; ik neem mij vastelijk voor met den bijstand Uwer genade mijn leven te beteren en voortaan niet meer te zondigen. â O Jesus, verleen mij daartoe Uwe genade. Ontsteek in mijn hart steeds meer en meer het vuur eener ware boetvaardigheid
Ter versterking van mijn al te zwak berouw, offer ik U het berouw op van de M-*
17(5
Heilige Magdalena, van den H. Petrus, vandenboetvaardigen moordenaar,van den H. Augustinus, van alle boetelingen, die thans in het vagevuur of in den Hemel verblijven. Ik ofter U op, al de akten van berouw, die ooit op de wereld zijn verwekt geworden en in het bijzonder, die hier voor Uw Tabernakel zijn uitgesproken. Ik offer | U den levendigen afschuw op, welke de j H. Engelen voor de zonden der menschen gi-voelen. Ik offer U de smarten op, welke ; Uwe heilige moeder verdragen heeft in dei deelneming in Uw lijden, âIk offer Ui gansch Uw heilig leven op, Uw lijden en i sterven, iederen voetstap, iedere ademha-: linj', iederen zucht, iederen zweetdruppel, t iedere moeite, iederen arbeid, ieder woord, i iedere gedachte, geheel Uw kostbaar bloed , en in het bijzonder Uwe droefheid in den hof van Olijven, Uwe verlatenheid en troosteloosheid aan het kruis.
Eindelijk draag ik U al de opofferingen en ontberingen op,welke Gij onophoudelijk hebt verdragen in al de tabernakelen der katholieke Kerk en gansch bijzonder in dit tabernakel, waarvoor ik thans lig neergeknield.
Aanvaard al deze offers, o lieve Jesus, tot troost van de arme zielen in het vagevuur bijzonderlijk die mijnerbloedverwan-
-----sjj
M--
177
ten, alsook voor hen, die Maria het meeste liefheeft, en voor degene, die heden in den lijdenskerker zijn afgedaald.
Ik draag U deze offers op voor allen, die heden zullen sterven, bijzonderlijk voor hen, die in dit oogenblik in doodsangst liggen.
Ik draag ze U op voor alle zondaars, in 't bijzonder voor mijne bloedverwanten en bekenden, voor diegenen, welke ik ooit in mijn leven heb ergernis gegeven en voor allen, die heden deze kerk hebben bezocht.
O Jesus! wees ons allen genadig en barmhartig, giet Uw heilig Bloed in onze ziel, heilig en reinig ons en voer ons ten eeuwigen leven. Amen.
5.Roep thans al de weldaden in uw geheu gen terug, welke gij en alle andere schepselen ooit van Mij hebt ontvangen.
Dank Mij daar recht hartelijk voor.
DANKZEGGING.
O, mijn lieve Jesus! hoe talrijk en onbegrijpelijk zijn de genaden, waarmede Gij mij, arm menschenkind, hebt overladen. Ik dank U, dat Gij mij uit het niet hebt getrokken en mij het leven hebt geschonken,
ik dank U voor al het geschapene, dat amp;--amp;â¢
12
St-m
178
Gij mij ter vreugde en mij tot genoegen hebt gemaakt. Ik dank U, dat Gij voor mij zijt mensch geworden en aan het kruis voor mij gestorven zijt. Ik dank U, dat Gij de heilige Roomsch-katholieke Kerk hebt gesticht en de zeven heilige Sacramenten hebt ingesteld. Ik dank U, dat Gij mij hebt geroepen tot het licht van het katholieke geloof en mij daarin hebt behouden. Ik dank U, dat Gij mij niet in mijne zonden hebt laten sterven, maar mij den tijd hebt verleend, om mij te bekeeren en boetvaardigheid te doen.
Ik dank U voor al de inwendige genaden, waardoor Gij mij hebt verlicht en geheiligd. Ik dank U ook voor al de genaden, welke Gij bereid waart mij te schenken, indien ik de reeds ontvangene beter hadde benuttigd. Ik dank U gansch bijzonderlijk, lieve Jesus, dat Gij hier in het heilig Altaar-Sacrament bij mij woont, de spijs voor mijne ziel zijt en mij een zoo rijke-iijken troost aanbrengt. Ik dank U ook voor de genade, dat ik in dit oogenblik hier bij U verblijven en met U spreken mag.
Ter volmaking van mijnen al te geringen dank, offer ik U alle dankzeggingen op, die U ooit op deze aarde werden gebracht, of' U nog gebracht zullen worden tot aan
de voleinding der tijden. Ik offer IJ al de £--
âm
179
dankzeggingen op van mijnen Engelbewaarder en van alle Engelen, die hier bij het tabernakel tegenwoordig zijn. Ik offer U op de dankzeggingen van alle koren der Engelen en bewoners des Hemels, in het bijzonder van uwe heilige Moeder en van de zielen, die heden de eeuwigheid zijn ingegaan.
Ik offer U de dankzeggingen op, welke Gij zelf hebt uitgesproken, toen Gij op aarde hetwerk der verlossinghebtvolbracht. Eindelijk offer ik U al de dankzeggingen op, welke Uw heilig Hart in alle Tabernakelen en bijzonder in dit Tabernakel, waarvoor ik hier lig neergeknield aan den hemelschen Vader aanbiedt en de dankzeggingen, welke Gij zonder ophouden uitspreekt aan de rechterhand des,Vaders in den hemel.
Al deze dankzeggingen bied ik U aan voor al de genaden, welke op aarde ooit zijn uitgedeeld of nog zullen uitgedeeld worden; bijzonderlijk breng ikUdeze offers van dankzegging voor de genaden, welke de heilige Maagd Maria, de H. Jozef, de H. Barbara, de H. Apostelen, mijn patroonheilige, de Heilige, aan wien deze Kerk is toegewijd, hebben ontvangen.
Dezelfde offers breng ik U voor al de
genaden, die mijn Bewaarengel en alle. amp;------«
»-----------se
176
Heilige Magdalena, van den H. Petrus, vandenboetvaardigen moordenaar,van den H. Augustinus, van alle boetelingen, die thans in het vagevuur of in den Hemel verblijven. Ik offer U op, al de akten van beroir.v, die ooit op de wereld zijn verwekt geworden en in het bijzonder, die hier voor ; Uw Tabernakel zijn uitgesproken. Ik offer | U den levendigen afschuw op, welke de i H. Engelen voor de zonden der menschen : gi-.voelen. Ik offer U de smarten op, welke i Uwe heilige moeder verdragen heeft in de ! deelneming in Uw lijden, âIk offer Ui gansch Uw heilig leven op, Uw lijden en j sterven, iederen voetstap, iedere ademha-1 linr, iederen zucht, iederen zweetdruppel, j iedere moeite, iederen arbeid,ieder woord, i iedere gedachte, geheel Uw kostbaar bloed en in het bijzonder Uwe droefheid in den hof van Olijven, Uwe verlatenheid en troosteloosheid aan het kruis.
Eindelijk draag ik U al de opofferingen en ontberingen op,welke Gij onophoudelijk hebt verdragen in al de tabernakelen der katholieke Kerk en gansch bijzonder in dit tabernakel, waarvoor ik thans lig neergeknield.
Aanvaard al deze offers, o lieve Jesus, tot troost van de arme zielen in het vagevuur bijzonderlijk die mijner bloedverwan-%-----*
M--------â )
177
ten, alsook voor hen, die Maria het meeste liefheeft, en voor degene, die heden in den lijdenskerker zijn afgedaald.
Ik draag U deze offers op voor allen, die heden zullen sterven, bijzonderlijk voor hen, die in dit oogenblik in doodsangst liggen.
Ik draag ze U op voor alle zondaars, in 't bijzonder voor mijne bloedverwanten en bekenden, voor diegenen, welke ik ooit in mijn leven heb ergernis gegeven en voor allen, die heden deze kerk hebben bezocht.
O Jesus! wees ons allen genadig en barmhartig, giet Uw heilig Bloed in onze ziel, heilig en reinig ons en voer ons ten eeuwigen leven. Amen.
ö.Roep thans al de weldaden in uw geheugen terug, welke gij en alle andere schepselen ooit van Mij hebt ontvangen.
Dank Mij daar recht hartelijk voor.
DANKZEGGING.
O, mijn lieve Jesus! hoe talrijk en onbegrijpelijk zijn de genaden, waarmede Gij mij, armmenschenkind, hebt overladen. Ik dank U, dat Gij mij uit het niet hebt getrokken en mij het leven hebt geschonken, ; ik dank U voor al het geschapene, dat
*-m
12
178
Gij mij ter vreugde en mij tot genoegen hebt gemaakt. Ik dank U, dat Gij voor mij zijt mensch geworden en aan het kruis voor mij gestorven zijt. Ik dank U, dat Gij de heilige Roomsch-katholieke Kerk hebt gesticht en de zeven heilige Sacramenten hebt ingesteld. Ik dank U, dat Gij mij hebt geroepen tot het licht van het katholieke geloof en mij daarin hebt behouden. Ik dank U, dat Gij mij niet in mijne zonden hebt laten sterven, maar mij den tijd hebt verleend, om mij te bekeeren en boetvaardigheid te doen.
Ik dank U voor al de inwendige genaden, waardoor Gij mij hebt verlicht en geheiligd. Ik dank U ook voor al de genaden, welke Gij bereid waart mij te schenken, indien ik de reeds ontvangene beter hadde benuttigd. Ik dank U gansch bijzonderlijk, lieve Jesus, dat Gij hier in het heilig Altaar-Sacrament bij mij woont, de spijs voor mijne ziel zijt en mij een zoo rijkelijken troost aanbrengt. Ik dank U ook voor de genade, dat ik in dit oogenblik hier bij U verblijven en met U spreken mag.
Ter volmaking van mijnen al te geringen dank, offer ik U alle dankzeggingen op, die U ooit op deze aarde werden gebracht, of U nog gebracht zullen worden tot aan de voleinding der tijden. Ik offer U al de
*---------------Sf
dankzeggingen op van mijnen Engelbewaarder en van alle Engelen, die hier bij het tabernakel tegenwoordig zijn. Ik offer U op de dankzeggingen van alle koren der Engelen en bewoners des Hemels, in het bijzonder van uwe heilige Moeder en van de zielen, die heden de eeuwigheid zijn ingegaan.
Ik offer U de dankzeggingen op, welke Gij zelf hebt uitgesproken, toen Gij op aarde het werk der verlossinghebt volbracht. Eindelijk offer ik U al de dankzeggingen op, welke Uw heilig Kart in alle Tabernakelen en bijzonder in dit Tabernakel, waarvoor ik hier lig neergeknield aan den hemelschen Vader aanbiedt en de dankzeggingen, welke Gij zonder ophouden uitspreekt aan de rechterhand des. Vaders in den hemel.
Al deze dankzeggingen bied ik U aan voor al de genaden, welke op aarde ooit zijn uitgedeeld of nog zullen uitgedeeld worden; bijzonderlijk breng ikUdeze offers van dankzegging voor de genaden, welke de heilige Maagd Maria, de H. Jozef, de H. Barbara, de H. Apostelen, mijn patroonheilige, de Heilige, aan wien deze Kerk is toegewijd, hebben ontvangen.
Dezelfde offers breng ik U voor al de
genaden, die mijn Bewaarengel en alle. «--«
178
Gij mij ter vreugde en mij tot genoegen hebt gemaakt. Ik dank U, dat Gij voor mij zijt mensch geworden en aan het kruis voor mij gestorven zijt. Ik dank U, dat Gij de heilige Roomsch-katholieke Kerk hebt gesticht en de zeven heilige Sacramenten hebt ingesteld. Ik dank U, dat Gij mij hebt geroepen tot het licht van het katholieke geloof en mij daarin hebt behouden. Ik dank U, dat Gij mij niet in mijne zonden hebt laten sterven, maar mij den tijd hebt verleend, om mij te bekeeren en boetvaardigheid te doen.
Ik dank U voor al de inwendige genaden, waardoor Gij mij hebt verlicht en geheiligd. Ik dank U ook voor al de genaden, welke Gij bereid waart mij te schenken, indien ik de reeds ontvangene beter hadde benuttigd. Ik dank U gansch bijzonderlijk, lieve Jesus, dat Gij hier in het heilig Altaar-Sacrament bij mij woont, de spijs voor mijne ziel zijt en mij een zoo rijkelijken troost aanbrengt. Ik dank U ook voor de genade, dat ik in dit oogenblik hier bij U verblijven en met U spreken mag.
Ter volmaking van mijnen al te geringen ! dank, offer ik U alle dankzeggingen op, I die U ooit op deze aarde werden gebracht, of U nog gebracht zullen worden tot aan de voleinding der tijden. Ik offer U al de
*-------------------jk
179
dankzeggingen op van mijnen Engelbewaarder en van alle Engelen, die hier bij het tabernakel tegenwoordig zijn. Ik offer U op de dankzeggingen van alle koren der Engelen en bewoners des Hemels, in het bijzonder van uwe heilige Moeder en van de zielen, die heden de eeuwigheid zijn ingegaan.
Ik offer U de dankzeggingen op, welke Gij zelf hebt uitgesproken, toen Gij op aarde hetwerk der verlossinghebtvolbracht. Eindelijk offer ik U al de dankzeggingen op, welke Uw heilig Hart in alle Tabernakelen en bijzonder in dit Tabernakel, waarvoor ik hier lig neergeknield aan den hemelschen Vader aanbiedt en de dankzeggingen, welke Gij zonder ophouden uitspreekt aan de rechterhand des. Vaders in den hemel.
Al deze dankzeggingen bied ik U aan voor al de genaden, welke op aarde ooit zijn uitgedeeld of nog zullen uitgedeeld worden; bijzonderlijk breng ikUdeze offers van dankzegging voor de genaden, welke de heilige Maagd Maria, de H. Jozef, de H. Barbara, de H. Apostelen, mijn patroonheilige, de Heilige, aan wkn deze Kerk is toegewijd, hebben ontvangen.
Dezelfde offers breng ik U voor al de genaden, die mijn Bewaarengel en alle
»----m
180
koren der Engelen, alsook al de uitverkorenen des hemels hebben ontvangen.
Dezelfde offers breng ik U voor al de genaden, welke de zielen uit het vagevuur hebben ontvangen, alsook voor die, welke de verworpelingen hebben misbruikt.
Eindelijk breng ik U dezelfde offers van dankzegging vooral de genaden, waarmede Uwe heilige menschheid door Uwe Godheid is versierd,geworden.
O, mijn lieve Jesus! mocht toch mijn gansch leven eene voortdurende dankzegging zijn voor alles, wat Gij voor mij hebt gedaan en mocht ik U eens voor Uwe grenzenlooze liefde de gansche eeuwigheid door met de uitverkorenen des hemels beminnen, loven en prijzen. Amen.
G. Nu moogt gij mij al uwe wenschen, al uwe verlangens blootleggen. Vraag mij alles, het moge groot of klein zijn, gaarne hoor ik u aan, en zal u ook helpen.
GEBED.
O, mijn Jesus, ik smeek U om een waar berouw over al mijne zonden en eene warme liefde tot U. Sta mij bij, opdat ik U nooit meer beleedige en dikwerf akten van liefde tot U verwekke. Help
mij, opdat ik godvruchtig, gaarne en dik-»--ââ--
werf bidde, dat ik-met aandacht en met liefde de heilige Mis bijwone, dat ik altijd met eene zuivere en heilige meening moge handelen en mijn werk dagelijks tot Uwe meerdere eer en glorie moge verrichten. Vermeerder mijn geloof, mijne hoop en mijne liefde. Geef, dat ik altijd waardiglijk de heilige Sacramenten moge ontvangen, en dat ik gaarne bij Uw heilig Tabernakel verblijve.
Sta mij bij, opdat ik de plichten van mijnen staat getrouw vervulle, verleen mij een ware naastenliefde, opdat ik gaarne anderen in hunnen nood bijsta, hen met vriendelijkheid en innige deelneming trooste, niemand bedroeve en voor allen gaarne en dikwijls bidde bijzonderlijk voor de stervenden en de arme zielen in het vagevuur.
Schenk mij eene waregodsvrucht en eene innige liefde tot Uwe heilige Moeder, versterk ook in mij het vertrouwen tot Uwen heiligen voedstervader Jozef, ver-meerder'in mij de godsvrucht tot mijnen Engelbewaarder en herinner mij steeds aan zijne tegenwoordigheid.
Bevrijd mij van het kruis, waaronder ik zucht; help mij in mijne zaken, verlicht mij in mijne aangelegenheden, beschut mij op reis en op al mijne wegen; zegen *--------------M
*
182
mijnen arbeid, sterk mijne gezondheid, troost mij in al mijne wederwaardigheden.
Ontferm U over de arme zielen in het vagevuur, bijzonderlijk over die mijner bloedverwanten, en die, welke Maria het meeste liefheeft.
Vertroost, en sterk de stervenden; verleen hun den tijd, om waardiglijk de H, Sacramenten te ontvangen of ten minste een waar en volmaakt berouw te verwekken.
Bekeer de harten der zondaars, verlicht, de ketters en andere ongeloovigen.
Sta de kranken, bedroefden en armen bij.
Zegen de gansche Kerk, den H. Vader den Paus, den bisschop en de priesters van ons diocees, de bisschoppen en priesters der gansche wereld, inzonderheid de priesters, welke in deze kerk werkzaam zijn.
Zegen mijne ouders, broeders, zusters, weldoeners, vrienden en bekenden. Zegen vooral de kinderen.
O, mijn lieve Jesus, al mijne aangelegenheden leg ik in Uw goddelijk Hart I geleid mij aan Uwe hand gelukkig door dit aardsche leven , zegen mij nu reeds voor liet oogenblik van mijnen dood, wees mij eens een genadige rechter en verleen mij de kroon des eeuwigen levens. Amen.
7. Wilt gij nog langer bij mij verblijven, dan is mij dit zeer aangenaam. Gij kunt dan nog andere gebeden spreken, b. v. de Litanie van het Allerheiligste Sacrament, van den zoeten naam van Jesus, van alle Heiligen. Kent gij de drie kransen verrijkt met zoovele aflaten ?â Ook deze hoor ik gaarne aan.â
Ook is het Mij zeer lief, wanneer gij U, tijdens uwe bezoeken bij het H. Sacrament tot mijne Moeder Maria wendt.
Vooraleergij thans heengaat nog eene zaak :
Vergeet Mij niet geheel en al, wanneer gij de Kerk hebt verlaten. Groet Mij 's morgens en 's avonds in al de Tabernakelen der gansche wereld, bijzonder in het Tabernakel der naastbijgelegen Kerk en vraag om Mijnen zegen: dan beveelu aan in al de heilige Missen. Komt gij eene Kerk voorbij, en kunt gij niet een oogen-blik binnentreden, groet mij dan in het voorbijgaan. Zend mij ook door den dag eenen groet uit de verte, waar gij u ook mocht bevinden. Ik denk altijd aan u. Verricht dikwijls de geestelijke Communie.
Hebt gij ook wijwater op uwe kamer ? Bid gij ook geregeld den Engel des Heeren?
Ga nu in vrede naar uwe bezigheid â maar vraag vooraf nog mijnen zegen, ook
184
den zegen mijner Moeder, eindelijk den zegen der Engelen, die hier tegenwoordig zijn. Uw bezoek heeft mij zeer verheugd. Ik bid aanhoudend voor u, bid ook veel voor mij, opdat namelijk de menschen Mij niet zoo dikwerf beleedigen en de geloovigen Mij meer bezoeken. â Kom ook zelfs weldra terug. â
mmm
tictn fiei tllffei'ficifigste Sncrnmcni.
Heer, ontferm U onzer,
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer,
Christus, hr-or ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld.
God, H. Geest,
H. Drievuldigheid één God,
Levend Brood, dat uit den hemel gedaald zijt,
Verborgen God en Zaligmaker, 2
Tarwe der uitverkorenen, S,
Wijn, die maagden kweekt, S
Voedzaam brood en lust der Koningen, ^ Altijddurende offerande, c]
Zuivere opdracht, o
Lam zonder vlekken, S
Allerzuiverste maaltijd, 5
Spijs der Engelen,
Verborgen hemelsch brood,
Gedachtenis van Gods wonderen.
Bovennatuurlijk Brood,
--*
186
Woord, dat Vleesch geworden, onder
ons woont, ontferm U onzer.
Heilige Hostie,
Kelk van zegening,
Geheim des geloofs.
Verheven en hoogwaardig Sacrament, Allerheiligste offerande.
Zoenoffer voor levenden en dooden, Hemelsch behoedmiddel tegen de zonden,
Wonder boven alle wonderen.
Allerheiligste gedachtenis van het lijden
des Heeren, g
Glans, die alle volheid te boven gaat, 3, Voortreffelijk gedenkteeken der god- g delijke liefde, ^
I Overvloeiende bron van Gods mild- C dadigheid, o
Overheilig en wonderbaar Geheim, S Geneesmiddel der onsterfelijkheid, Aanbiddelijk en levendmakend Sacrament,
Brood, dat door de almogendheid des
Woords vleesch zijt geworden, Onbloedige offerande,
Spijs en medegast.
Allerzoetste maaltijd, waarbij de Engelen tegenwoordig zijn en dienen, Merkteeken van genade,
Band van liefde, «â---:--*
187
Offeraar en offerande, ontferm U onzer. Geestelijke zoetheid, die in haren oorsprong gesmaakt wordt, ontferm U onzer. Verkwikking der heilige zielen, ontferm U onzer.
Versterking dergenen, die in den Heer
sterven, ontferm U onzer.
Pand der toekomende glorie, ontferm U onzer.
Wees genadig, spaar ons, Heer.
Wees genadig, verhoor ons. Heer.
Van het onwaardig nuttigen Uws Lichaams
en Bloeds, verlos ons Heer.
Van de begeerlijkheid des vleèsches. Van de begeerlijkheid der oogen,
Van de hoovaardij des levens.
Van alle gevaren der zonde,
Door de groote begeerte, welke Gij gehad hebt, om dit Paaschlam met ^ Uwe leerlingen te eten, g-
Door de diepe ootmoedigheid, waar-mede Gij de voeten Uwer leerlingen g gewasschen hebt, ^
Door de onschatbare liefde, waarmede K Gij dit H. Sacrament hebt ingesteld, S Door Uw dierbaar Bloed, hetwelk Gij ^
ons op het altaar hebt nagelaten.
Door de vijf wonden, welke Gij in Uw allerheiligst Lichaam voor ons ontvangen hebt, JH----amp;
188
Wij zondaren, wij bidden U. verhoor ons. Dat het U behage, het geloof, den eerbied en de begeerte tot dit wonderbaar Sacrament in ons te vermeerderen en te bewaren, g Dat het U behage, ons, door eene quot;quot;quot; ware belijdenis onzer zonden, tot het *-â dikwijls nuttigen dezer geestelijke S spijs voor te bereiden, 3 Dat Gij ons van alle ketterij, ongeloo- cj vigheid en verblindheid des harten % wilt bevrijden, £5 Dat het U behage, ons aan de kost-bare en hemelsche vruchten van dit S H. Sacrament deelachtig te maken, o Dat het U behage, ons in de ure des S doods, met deze hemelsche spijs te versterken en te beschermen.
Zoon Gods,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer. Jesus-Christus, hoor ons.
Jesus-Christus, verhoor ons'
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
189
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer,
Onze Vader enz.
v. Gij hebt hun brood van den Hemel
toebedeeld:
k. Dat alle lieflijkheid in zich bevat. Heer, verhoor mijn gebed.
En mijn geroep kome tot U.
Laat ons bidden.
O God I die ons in het wonderbaar Sacrament de gedachtenis van Uw lijden hebt nagelaten, wij bidden U, verleen ons, dat wij de H. Geheimen van Uw Lichaam en Bloed zóó vereeren, dat wij de vrucht Uwer verlossing bestendig in ons gewaar worden, Gij, die leeft en regeert met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
mmm
oan den soeicii ntraui lesus.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
190
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, God, heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God,
Jcsus, Zoon van den levendenGod,
Jesus, glans des Vaders,
Jesns, klaarheid van het eeuwige licht,
Jesus, Koning der glorie,
Jesus, Zoon van de Maagd Maria, Allerbeminnelijkste Jesus,
Wondervolle Jesus,
Allermachtigste Jesus,
Allergeduldigste Jesus, g
Allergehoorzaamste Jesus, y
Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van 3 harte,
Jesus, minnaai der kuischheid, ^
Jesus, onze liefde, o
Jesus, God des vredes, S
Jesus, bron des levens, 3
Jesus, voorbeeld aller deugden,
Jesus, ijveraar der zielen,
Jesus, onze toevlucht,
Jesus, Vader der armen,
Jesus, hoop der geloovigen,
Jesus, goede Herder,
Jesus, waar licht der wereld,
Jesus, eeuwige wijsheid,
Jesus, oneindige goedheid,
Jesus, onze weg en ons leven,
ig--aj.
191
Jesus, blijdschap der Engelen, ontf. U onzer. Jesus, koning der oudvaders,
Jesus, ingever der profeten, o
Jesus, meester der apostelen S
Jesus, leeraar der evangelisten, 5
Jesus, sterkte der martelaren 3
Jesus, licht der belijders Jesus, zuiverheid der maagden, , © Jesus, kroon van alle heiligen, g
Wees ons genadig, spaar ons Jesus. gt;? Wees genadig, verhoor ons Jesus. Van alle kwaad, verlos ons Jesus. Van alle zonden.
Van uwe gramschap.
Van de listen des duivels.
Van den onreinen geest,
Van het verzuim uwer goddelijke inspraken, ngt; Van den eeuwigen dood, cT Door het geheim Uwer H. Menschwor- ^ ding, § Door uwe geboorte, ^ Door uwe kindsheid, n Door uw goddelijk leven, =⢠Door uwen arbeid.
Door uwe benauwdheden en lijden.
Door uw kruis en uwe verlatenheid. Door uwe smarten,
Door uwen dood en uwe begrafenis. Door uwe verrijzenis.
Door Uwe hemelvaart, verlos ons Jesus. Door Uwe vreugde, verlos ons Jesus.
Door Uwe heerlijkheid, verlos ons Jesus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer, Jesus.
Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer Christus, ontferm U onzer Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader enz.
Laat ons bidden.
O God, die den glorievollen Naam van onzen Heer Jesus-Christus, uwen eenigge-boren Zoon, zoo zoet en beminnelijk hebt gemaakt voor Uive geloovigen, maar vree-selijk en schrikwekkend voor de booze geesten ; geef door uwe genade, dat allen, die dezen Naam van Jesus eerbiedig vereeren op aarde, voor het tegenwoordige de zoetheid der heilige vertroosting en in de toekomst de zalige heerlijkheid en het eindeloos geluk des hemels mogen verwerven. Door denzelfden Jesus-Christus onzen
Heer. Amen. »----^
LITANIE
YM ALU t]Ã]L\Ã?{\,
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemulsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoonverlosser der wereld,ontf U onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid één God, ontf. ü onzer.
H. Maria, bid voor ons. ïT.
H. Moeder Gods, ~
H. Maagd der Maagden, c
H. Michael, ^
H. Gabriel, §
H. Raphael,
Alle H. Engelen en Aarts-Engelen, b. v. o. Alle H. Koren der zalige Geesten, b. v. o. H. Johannes de Dooper, b. v. o.
H. Jozef, b. v. o.
Alle K. Patriarchen en Profeten, b. v. o. H. Petrus, -
H. Paulus, -
H. Andreas, c
H. Jacobus, 2
H. Johannes, o
H. Thomas, S
1'.gt;4
H. Jacobus, bid voor ons. H. Philippus,
H. Bartholon-eus,
H. Mattheus,
H. Simon,
H. Thaddeus,
H. Matthias,
H. Barnabas,
H. Lucas,
H. Marcus,
Alle H. Apostelen en Evangelisten, b Alle H. Discipelen des Heeren, b. v Alle H. onschuldige Kinderen, b. v. H. Stephanus,
H. Laurentius,
H. Vincentius,
H. Fabiantis en Sebastianus, H. Johannes en Paulus,
H. Cosmas en Damianus, H, Gervasius en Protasius,
Alle H. Martelaars,
H. Silvester,
H. Gregorius,
H. Ambrosius,
H. Augustinus,
H. Hieronimus,
H. Martinus,
H. Nicolaüs,
H Willebrordus,
Alle H. Bisschoppen en Belijders, b
----â-------
I:gt;
Alle H. Leeraars, hid voor ons.
H. Anlonius,
H. Benedictus,
H. Bernardus,
H. Dominicus,
H. Franciscus,
Alle H. Priesters en Levieten.
Alle H. Monniken en Eremieten, H. Maria Magdalena,
H. Agatha,
i H. Lucia,
H. Agnes,
H. Cecilia,
H. Catharina,
H. Anastasia,
Alle H. Maagden en Weduwen,
Alle Gods lieve Heilicen,
Wees genadig, spaar ons. Heer.
Wrees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle kwaad, verlos ons Heer. Van alle zonden.
Van Uwe gramschap.
Van een haastigen enonvoorzienendood. Van de listen des duivels, Van gramschap, haat en kwaden wil, Van den geest der onkuischheid. Van bliksem en onweder,
Van den eeuwigen dood.
Door het geheim van UweH. Mensch-wording.
196
Door Uwe komst, verlos ons H;er.
Door Uwe geboorte,
Door Uw doopsel en H. vasten, ó
Door Uw kruis en lijden, _ 5-
Door Uw dood en begrafenis, ^
Door Uwe H. verrijzenis, 3
Door Uwe wonderbare hemelvaart, jl Door de komst van den H. Geest den jT1 Vertrooster. rlt;
I In den dag des oordeels,
! Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons. ! Dat Gij ons wilt sparen,
i Dat Gij onze zonden kwijtscheldt,
j Dat Gij U gewaardigt ons te brengen } tot eene ware boetvaardigheid, J. ! Dat Gij U gewaardigt Uwe H. Kerkte _ regeeren en te bewaren,
Dat Gij U gewaardigt den Roomschen c-Paus en alle geestelijken in den H. = godsdienst te bewaren, C
Dat Gij U gewaardigt de vijanden der ^ H. Kerk te vernederen, _ ^
Dat Gij U gewaardigt aan alle christe- g lijke koningen en prinsen vrede en ° ware eendracht te verleenen, g
â Dat Gij U gewaardigt aan alle christe- S lelijke volkeren vrede en eendracht
te verleenen, ⢠t tt
Dat Gij U gewaardigt ons in Uwen H. dienst te versterken en te bewaren.
Dat Gij onze harten tot heraelsrhe begeerten wiltopwekken,wij bidden U,verhoor ons.
Dat Gij al onzen weldoeners de eeuwige goederen wilt geven, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij onze zielen, de zielen van onze broeders, vrienden en weldoeners, voor de eeuwige verdoemenis wilt behoeden, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij de vruchten der aarde wilt geven en bewaren, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij U gewaardigt aan alle geloovige afgestorvenen de eeuwige rust te verkenen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij U gewaardigt ons te veihooren.
Zoon Gods,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Clods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer,
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
198 Psalm 69.
O God! zie op tot mijne hulp, Heer, haast U, om mij te helpen.
Laten /.ij beschaamd en bevreesd worden, die mijne ziel zoeken.
Laten zij achterwaarts afgekeerd worden, en zich schamen, die mij kwaad willen.
Laten zij terstond met schaamte terug gekeerd worden, die mij zeggen ; vrij zoo ! vrij zoo !
Laten zij verheugd worden en blijde zijn in Ã, die U zoeken: en dat zij, die Uwe zaligheid beminnen, altijd zeggen : groot, geacht zij de Heer.
Maar ik ben behoeftig en arm ; o God, help mij.
Mijn Helperen mijn Verlosser zijt Gij; Heer ! vertoef niet.
Glorie zij den Vader, den Zoon en den H. Geest.
Gelijk het was in het begin, nu en altijd, in alle eeuwen der eeuwen. Amen. v. Maak zalig uwe dienaars.
a. Mijn God, die in U hopen!
v. Wees ons, Heer! een toren van sterkte. a. Voor des vijands aangezicht.
v. Laat de vijand geen voorspoed over
ons hebben.
â ------- *
a. En laat de zoon der boosheid niets ondernemen om ons te beschadigen.
v. Heer, naar onze zonden doe ons niet. a. En loon ons niet naar onze boosheden, v. Laat ons bidden voor den Paus N. a. De Heer beware hem, bemoedige hem en make hem zalig op aarde, en levere hem niet aan den wil zijner vijanden. | v. Laat ons bidden voor onze weldoeners.
a. Gewaardig U, Heer, aan allen, die ons i weldoen, om Uwen naam, te vergelden met het eeuwige leven. Amen.
v. Laat ons bidden voor de geloovige
zielen der overledenen.
a. Heer, geef haar de eeuwige rust, en
het eeuwige licht verlichte haar.
v. Dat zij rusten in vrede !
a. Amen.
v. Voor onze broeders, die afwezig zijn. a. Maak zalig Uwe dienaars, mijn God !
die in U hopen.
v. Zend hun hulp, Heer 1 uit uwe heilige plaats.
a. En uit Sion bescherm hen.
v. Heer, verhoor mijn gebed.
a. En laat mijn geroep tot U komen.
Laat ons bidden.
O God! wien het eigen is, altijd barmhartig te zijn. en te sparen, ontvang ons
------- ---- ----*
*- -ââ^ â 200
gebed, opdat Uwe goedertieren barmhartigheid ons en alle Uwe dienaren, die met de ketenen der zonden gebonden zijn, | genadiglijk ontbinde.
Wij bidden U, Heer, verhoor onze oot-| moedige gebeden, en spaar degene, die U ' hunne zonden belijden, opdat Gij ons I welwillend vergiffenis en daarbij vrede | verleent.
Heer! toon ons mildelijk Uwe onuitsprekelijke barmhartigheid) opdat Gij ons vrij maakt van alle zonden entevens ook verlost van de straffen, die wij door dezelve verdiend hebben.
O God, die door de zonden vertoornd, en door de boetvaardigheid weder verzoend wordt, aanzie barmhartiglijk het gebed Uws volks, hetwelk U ootmoedig bidt, en keer van ons de geeselen Uwer gramschap, welke wij door onze zonden verdiend hebben.
Almachtige, eeuwige God! ontferm U over Uwen dienaar onzen Paus N., en bestier hem door Uwe goedertierenheid in den weg der eeuwige zaligheid, opdat hij door Uwe gunst begeere, hetgene U behagelijk is, en hetzelve met alle kracht volbrenge,
O God! van wien de heilige begeerten,
de goede raadgevingen en de rechtvaardige
*---- -----------------«
wei ken voortkomen, geef üwen dienaren dien vrede, welken de wereld niet geven kan, opdat onze harten Uwe geboden toegedaan en de vreeze voor de vijanden weggenomen zijnde, de tijden door Uwe bescherming rustig mogen wezen.
Ontsteek, Heer ! door het vuur des Heiligen Geestes, onze nieren en onze harten, opdat wij U met een zuiver lichaam mogen dienen, en met een rein hart behagen.
God, Schepper en Verlosser aller ge-loovigen ! verleen aan Uwe dienaren en dienaressen vergiffenis van al hunne zonden, opdat zij de kwijtschelding, daar zij altijd naar verlangd hebben, door godvruchtige gebeden mogen verkrijgen.
Wij bidden U, Heer! voorkom onze werken door den invloed Uwer genade, en voltrek die door Uwe medewerking, opdat al onze gebeden en werken altijd van U beginnen, en door U begonnen zijnde, voleindigd worden.
Almachtige, eeuwige God! die heerschappij hebt over levenden en doodcn, en U aller ontfermt, welke Gij voorziet, dat de Uwen door het geloot en de werken zullen worden; wij bidden U ootmoedig-lijk, dat al degenen, voor y/elke wij voorgenomen hebben te bidden, hetzij dat zij
in het leven of alreeds overleden zijn, door *â *
202
de voorspraak van al Uwe Heiligen, door Uwe goedertierene genade vergiffenis van al hunne zonden mogen verkrijgen, door onzen Heer JesJs-Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in eenheid des H. Geestes in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
v. Heer ! verhoor mijn gebed.
a. Laat mijn geroep tot U komen.
v. De almachtige en barmhartige Heer
verhoore ons.
a. Amen.
v. 1 )at de zielen der geloovigen door Gods
barmhartigheid rus.en in vrede. a. Amen,
'AMm
VAN LIEFDEAKTEN TOT GOD
1. Mijn God, mijn hoogste Goed, ik zou wenschen U altijd te hebben bemind.
2. Mijn God, ik verfoei den tijd, waarop ik U niet beminde.
a. Hoe heli ik zoo langen tijd kunnen
leven zonder Uwe heilige liefde ? 4. En Gij, mijl God, hoe hebt Gij mij
kunnen verdragen ? *------------------------£
5. Mijn God, ik bedank U voor zooveel geduld.
«. Thans wil ik U zonder ophouden beminnen.
7. Ik zou liever willen sterven, dan U niet beminnen.
8. Ontneem mij, mijn God, het leven, wanneer ik zou ophouden U te beminnen.
9. De genade, die ik U vraag, is U altijd te beminnen.
i 10. Met Uwe liefde zal ik gelukkig zijn.
Eere zij den Vader enz.
1. Ik verlang, mijn God, U door allen bemind te zien.
2. Wat zou ik gelukkig zijn, zoo ik mijn bloed mocht geven, opdat alle menschen U beminden.
Wie U niet bemint, is waarlijk blind.
4. Gij, o mijn God, verlicht hem.
.r). Dat is waarlijk ongelukkig zijn, U, het' hoogste Goed, niet te beminnen.
6. Mijn God, ik wil niet behooren tot het getal dier ongelukkige blinden, die U niet beminnen.
7. Gij, mijn God, zijt mijne vreugde en al mijn goed!
8. Ik wil voor immer geheel de Uwe zijn.
!t. En wie zal mij ooit kunnen scheiden
van Uwe Heilige Liefde? h).;-------------9K
10. Komt alle, gij schepselen, om mijn God te beminnen.
Eere zij den Vader, en~.
1. Mijn God, ik wenschte duizend harten te bezitten, om U te beminnen.
1. Hezat ik toch de harten aller menschen, om er U mede te beminnen.
â¢'!. Ik zou mij verheugen, zoo er meer werelden bestonden, opdat zij U allen mochten beminnen.
4. Gelukkig, die L zou kunnen beminnen ; met de harten aller mogelijke schepselen. 1
5. Gij, o mijn God, verdient het.
ij. Mijn hart is al te arm en te koud in Uwe liefde.
T. O noodlottige koudheid der menschen in de liefde tot het hoogste goed!
8. O beklagenswaardige blindheid der wereldlingen, die de ware liefde niet kennen!
;t. Wat zijt gij gelukkig, hemelbewoners, ; die Haar kent en bemint!
10. O gelukkige noodzakelijkheid van God te beminnen!
Eere zij den Vdder. enz.
1. Wanneer, mijn God, zal ik branden van Uwe liefde:
205
I 2. O welk een gelukkig en begeerlijk lol
zal dat voor mij zijn!
i iï. Maar wijl ik U niet weet te beminnei:, | vei heug ik mij ten minste, dat er zooveel i anderen zijn, die U zeker van ganscher harte beminnen.
! 4. In het bijzonder verheug ik er mij over, | ! dat Gij bemint wordt door alle Engelen 1 : en Zaligen des hemels.
lö. Ik vereenig mijn arm hart met het hart
van deze allen.
1 G. In het bijzonder het ik de meening !_â te beminnen met die liefde, waarmede de Heiligen, die he t meest van liefde j tot U brandden, U hebben bemind.
7. Ik maak het voornemen, U te beminnen met dezelfde liefde, waarmede U beminden de H. Maria Magdalena, dt; H. ! Catharina en de H. Theresia.
i 8. Met die, waarmede à beminden de H. 1 Augustinus, de H. Dominicus, de H. Franciscus Xaverius, de H. Hiilippus Neri en de H._Aloysius van Gonzaga. j 9. Met die, waarmede U beminden de H. Apostelen, bijzonder de H. Petrus, de H. Paulus en de beminde Leerling.
10. Met dezelfde liefde, waarmede de groote Patriarch, de H. Jozef, U beminde.
Ecrc zij den. 1 'ader, enz.
20«
m-
I
1. Ik neem mij verder voor, U te beminnen met de liefde, waarmede de allerheiligste Maagd Maria U op aarde beminde, j
2. Met die liefde in het bijzonder, waarmede zij U beminde, toen zij Uwen goddelijken Zoon in haren maagdelijken schoot ont\ ing, toen zij Hem zag sterven.
3. Xog maak ik het voornemen, U te be minnen met die liefde, waarmede Zij U in den hemel beminten altijd zal beminnen.
4. Maar om U naar waarde te beminnen, o God van eindelooze goedheid, is zelfs-dit niet genoeg.
5. En daarom zou ik wenschen U te beminnen, gelijk het goddelijk mensch-geworden Woord U beminde.
fi. Gelijk Het U beminde in zijne geboorte.
7. Gelijk Het U beminde, toen Het op het Kruis stierf.
8, Gelijk Het ü voortdurend bemint in onze H. Tabernakelen, waar het verborgen rust.
!â¢. Met dezelfde liefde, waarmede Het U in den hemel bemint en geheel de eeuwigheid '.al beminnen.
10. Ten slotte neem ik mij voor U te beminnen met de liefde, waarmede Gij IJ zeiven bemint; maarwijl ditniet mogelijk is, bewerk Gij, mijn God, uit barmhar-tigheid, dat ik U beminne,zooveel ik kan I
207
en vermag, en het aan U behaagt; zoo geschiede het. Amen.
Eerc zij den Vader, enz.
Laat ons bidden.
O God, die onzichtbare goederen hebt weggelegd voor hen die U beminnen, stort in onze harten liet gevoelen Uwer liefde, opdat wij, door U in alles en boven alles te beminnen.uwe beloften,die alle begeerte overtreffen, mogen verwerven. Door Christus onzen Heer. Amen.
Paus I'ius VU vergunde, bij Decreet vim lt;le H. Congregatie der Aflaten, u Augustus 1S1S. aan alle geloovigen. die ten minste met rouwmoedig hart en godvruchtig dezen krans, bestaande uit 5 Tientjes, 5 Gloria en Oremus, bidden : Een Aflaat van 300 Jagen, eens per dag. Een vollen Aflaat, op een dag van het jaar naar verkiezing, aan allen, die dikwijls, of minstens tienmaal iedere maand, deze godvruchtige Oefening hebben verricht, zoo zij namelijk, na waarlijk rouwmoedig gebiecht en gecommuniceerd te hebben. eenigen tijd godvruchtig bidden vo'gens de meening van Zijne Heiligheid.
»----------------------------Sc
208
K M HZ
VAN HET KOSTBAAR BLOED VAN JESUS.
v. O God, kom mij ter hulp.
k. Heer haast U mij te helpen.
v. Glon'e zij den Vader enz.
K. Gelijk het was, enz.
I «ÃEHEIJI.
Onze allerminnelijkste Verlosser vergoot voor de eerste maal Zijn kostbaar Bloed op den achtsten dag na Zijne geboorte, toen Hij om de wet van Mozes te vervullen, Zich liet besnijden; bij de overweging, dat Jesus dit deed om aan de goddelijke rechtvaardigheid te voldoen voor onze ongebondenheden, ach! laten wij ons tot oprechte droefheid daartoe opwekken, en beloven wij Hem, met Zijne vermogende genade in het vervolg waarlijk rein van lichaam en geest te leven.
5 maa/ Onze Vader en eén Glorie zij enz.
v. Wij bidden U dan, kom uwe dienaren ter hulp, die Gij door Uw kostbaar Bloed hebt vrijgekocht.
H lt;; Kil
Jesus vergoot zijn Bloed in den hof van Olijven, en wel zoo overvloedig, dat zelfs
*â--------m
209
de grond rondom er dcor bevochtigd werd: het was met het oog op den ondank, waarmede Hij door de menschen zou worden vergolden. Ach! betreuren wij het dan, in het verledene zoo slecht te hebben beantwoord aan de tallooze weldaden van onzen God, en maken wij het besluit, gebruik te maken van Zijne genaden en heilige ingevingen.
5 maal Onze Vader en één Glorie zij enz.
v. Wij bidden U enz.
III GEHEIM.
Onze goddelijke Meester stortte zijn Bloed bij de wreede geeseling, toen uit de doorkorven huid en het verscheurde vleesch van alle kanten het kostbaar Bloed bij stroomen vloeide, dat Hij aan zijnen hemelschen Vader opdroeg tot uitboeting van ons ongeduld en onze zinnelijkheid. En waarom beteugelen wij onzen toorn en onze eigenliefde dan toch niet? Achl beijveren wij ons in het vervolg geduldiger te zijn in de kwellingen, ons zeiven te verachten, en in vrede de beleedigingen aan te nemen, die men ons aandoet.
5 maal Onze Vader en één Glorie zij enz.
v. Wij bidden U enz.
JS---«
14
«---
310
IV GEHEIM.
Uit het allerheiligst Hoofd van Jesus stroomde Bloed, toen het met doornen werd gekroond, tot straf voor onzen hoogmoed en onze booze gedachten. En wij zouden nog voortgaan ons te voeden met hoovaardij, slechte beelden en verkeerde gedachten in onzen geest te koesteren ? Ach! houden wij voor het vervolg steeds ons waarachtig niet voor onze oogen, onze ellenden en onze broosheid, en wederstaan wij edelmoedig aan alle booze inblazingen des duivels.
ij maal Onze Vader en één Glorie zij enz. v. Wij bidden U enz.
V GEHEIM.
O, hoeveel Bloed stroomde er uit de aderen van onzen bcminnelijken Jesus op den smartvollen weg, dien Hij, met het zware kruishout beladen, naar den Calvarieberg aflegde, zoodat Zijn kostbaar Bloed de straten van Jeruzalem en de overige plaatsen, waarlangs Hij ging, bevochtigde: het was tot uitboeting der ergernissen en slechte voorbeelden,waarmede Zijne schepselen anderen op den weg des verderfs zouden voeren. Ach! wie weet, of ook wij niet behooren tot het getal dier ongelukki-
«-------------------^
[ 211
igeii? Wie weet hoe velen door ons slecht | voorbeeld tot de hel zullen worden ver-| wezen ? En wij zouden daartegen geen middel aaiiwenden? Ach! bevlijtigen wij ! ons voor het vervolg tot het eeuwig heil i der zielen bij te dragen, door ze te verraa-; nen en te stichten, door haar een voorbeeld \ te zijn van goede en heilige werken. 5 maal Onze Vader en één Glorie zij enz.
j v. Wij bidden U enz.
VI GE li KIM.
Nog meer stortte onze Verlosser Zijn Bloed bij de barbaarsche kruisiging, toen Zijne aderen en bloedvaten braken, en er uit Zijne handen en voeten als een stroom van heilzamen balsem des eeuwigen levens i opwelde, om te voldoen voor de misdaden ; en boosheden van geheel de wereld. En zal er dan nog iemand gevonden worden, die in de zonde wil volharden, en op die wijze de wreede Kruisiging hernieuwen van den Zoon Gods: Achl Iaat ons de bedreven misslagen bitter beweenen, verfoeien wij ze aan de voeten des Priesters, verbeteren wij onze zeden, beginnen wij | van nu af aan een christelijk leven, en I bedenken wij steeds, hoeveel Bloed onze *-------B
212
eeuwige zaligheid aan Jesus heeft gekost. 5 maal Onze Vader en één Glorie zij enz. v. Wij bidden U enz.
VII GEHEIM.
Eindelijk vergoot Jesus Zijn Bloed na Zihien dood, toen door een lanssteek zijne zijde werd doorboord en zijn allerbeminnelijkst Hart gewond; meer nog; tegelijk met het Bloed stroomde daaruit ook water, om ons te overtuigen, dat al het Bloed was vergoten, daar ook de laatste druppel er van om onze zaligheid was geplengd. O oneindige goedheid van onzen Verlosser 1 En wie zou U dan niet beminnen? Wie zou zich niet uitputten in liefde tot U, die zooveel hebt gedaan, om ons vrij te koopen ? Ach, daar de woorden ons reeds ontbreken, noodigen wij alle schepselen dezer aarde, alle Engelen en Heiligen des hemels, en in het bijzonder onze lieve Moeder Maria uit, om Uw allerkostbaarst Bloed te zegenen, te prijzen en telofzingen. Ja, leve Jesus' Bloed nu, altijd en door alle eeuwen der eeuwen 1 Amen.
Bij dit laatste Geheim bidt men enkel drie onze Vader, om daarmede het geial van 33 vol te viaken, en één glorie zij enz.
v. Wij bidden U enz., en daarna het volgende.
»-*
GEBED.
O allerkostbaarst Bloed des eeuwigen levens, prijs en losprijs der geheele wereld, drank en bad voor onze zielen, Bloed dat onafgebroken de belangen der menschen voor den troon der opperste Barmhartigheid bepleit, ik aanbid U met den diepsten eerbied, en ik zou U, zooveel het mij gegeven is, schadeloos willen stellen voor de beleedigingen en den hoon, die Gij zonder ophouden van den kant der menschen verduurt, in het bijzonder van hen, die U vermetel durven lasteren. En wie dan zou dat Bloed van oneindige waarde niet zegenen? Wie zou zich niet ontvlamd gevoelen van liefde tot Jesus, die het ver goot? Wat zou ik zijn, zoo dat goddelijk Bloed mij niet had vrijgekocht? Wie heeft U tot den laatsten druppel geperst uit de aderen van mijnen Jesus ! O, voorzeker het is de liefde geweest. O matelooze liefde, die ons dien allerheilzaamsten balsem heeft geschonken! O onschatbare balsem, ontsprongen aan de bron eener eindelooze liefde, maak, ach! maak dat alle harten, dat alle tongen U kunnen prijzen, lofzingen en danken, nu en altijd en tot aan den dag der eeuwigheid. Amen.
214
v. Gij hebt ons door Uw Bloed vrijgekocht, o Heer.
v. En ons tot een rijk gemaakt voor onzen God.
Laat ons bidden.
I
Almachtige, eeuwige God, die Uwen Eengeboren Zoon tot Verlosser der wereld j hebt aangest; ld, en door Zijn Bloed hebt I willen verzoend worden, verleen ons, bid-i den wij U, den prijs onzer zaligheid zóó | te vereeren, en door de kracht ervan op ' aarde tegen de rampen van dit tegenwoordig leven aldus te worden beveiligd, dat | wij ons in den hemel voor eeuwig over ! de vrucht er van mogen verblijden. Die met U leeft en heerscht in de eenheid enz. Amen.
Paus Pius VII, bij Rescript van den iSen October iS 15. vergunde:
Een Aflaat van 7 jaar en cve?i zoovele quadra-genen^ eens per dag aan hen, die ten minste met rouwmoedig hart en met godsvrucht dezen Krans tot het dierbaar Bloed van J. C. bidden.
Een vollen Aflaat eens in de maand aan hen, die gedurende eene geheele maand dagelijks dien hebben gebeden, op den dag vaar zij, na te hebben gebiecht en gecommuniceerd, voor de
H. Kerk enz. bidden. -â--*
amp;
215
Paus GregoriusXVT, bij Rescript van de H. Con-1 gregatie der Aflaten. 5 Juli 1143, vergunde gemelde I Aflaten aan allen, die enkel de 33 Cnze Vader bidden, daarbij de geheimen overwegende, die j bij het bidden van dezen krans ter overweging I worden voorgesteld.
1 Hij verklaarde nog bovendien, dat ongeleerden, j tot zulke overwegingen niet in staat, de/elfde Aflaten kunnen verdienen met enkel die 33 Onze Vader te bidden.
mmM
TER EERE VAN HET ALLERH. HART VAN JESUS.
v. O God kom mij te hulp.
it. Heer, haast U om mij te helpen, v. Eere zij den Vader enz.
h. Gelijk het was enz.
Mijn liefdevolle Jesus, wanneer ik Uw goedig Hart beschouw, en het geheel liefde en teederheid zie voor de zondaren, voel ik het mijne vervuld van vreugde en vertrouwen, van gunstig door U te worden ontvangen. Ach! hoevele zonden heb ik bedreven! maar thans, op het voorbeeld van Petrus en van de boetvaardige Mag-dalena, beween en verfoei ik ze, omdat ik daardoor U, mijn hoogste Goed, beleedigd
heb. Ja schenk mij de vergiffenis er van; j *------------*
en o, moge ik eer sterven, ik smeek het U, bij Uw liefdevol Hart, moge ik eer sterven, dan U te beleedigen, en moge ik ten minste eenig en alleen leven, om U wederliefde te bewijzen.
Men bidt 1 Onzc Vider cn 5 Glorie zij enz. ter cere van het goddelijk Hirt, e?izegtdaarna:
Zoet Hart van mijn Jesus maak dat ik U altijd beminne.
II. Ik zegen, mijn Jesus, Uw allernederigst Hart, en bedank U, dat Gij het mij tot toonbeeld hebt gegeven, niet enkel met de krachtigste aansporingen om het na te volgen, maar dat Gij mij ook ten koste Uwer zoo diepe vernederingen den weg daartoe aanwijst en gemakkelijk maakt. Dwaze en ondankbare, die ik was! Ach, hoe vei ben ik afgeweken! Vergeef mij. Geen hoogmoed meer; maar met een nederig hart wil ik U te midden van vernederingen volgen, en zoo vrede en zaligheid vinden. Geef mij de kracht daartoe, en ik zal in eeuwigheid Uw Hart zegenen.
1 Onze Vader cn 5 Glorie zij enz.
Zoet Hart enz.
III. Ik bewonder, o mijn Jetus, Uw
;------:--£
allergeduldigst Hart, en ik bedank U voor zoo vele bewonderenswaardige voorbeelden van onverwinnelijk geduld, ons door U nagelaten. Ik betreur het, dat zij zonder vrucht, tegen mii het verwijt inbrengen mijner dwaze prikkelbaarheid, die den geringsten last niet weet te verdragen. Ach I mijn dierbare Jesus, stort in mijn hart eene vurige en duurzame liefde tot kwellingen, kruisen, versterving en boetvaardigheid, opdat ik door U te velgen op den Calvarieberg, met U kome tot de glorie en de vreugde des hemels.
'1 Onze Vader en 5 Glorie zij enz^
Zoet Hart enz.
IV. Bij het beschouwen van Uw aller-zachtmoedigst Hart, dierbare Jesus, heb ik een afschrik van het mijne, zoo geheel verschillend van het Uwe. Al te dikwijls is een lichte schijn, een teeken, een tegenstrijdig woord genoeg, om mij te verontrusten en tot bittere klachten te brengen. Ach! vergeef mij mijne opvliegendheid, en geef mij de genade, voor het vervolg in eiken tegenspoed Uwe onverstoorbare zachtmoedigheid na te volgen, en aldus een voort-durenden heiligen vrede te smaken.
1 Onze Vader en 5 Glorie zij enz.
Zoet Hart enz.
V. Dat menlofzinge, o Jesus aan Uw aller- 1 moedig it Hart, overwinnaar van dood en | hel, dat al onze lofprijzingen overwaardig is. Meer dan ooit sta ik beschaamd, wanneer ik de kleinmoedigheid van het mijne zie, dat, vol van menschelijk opzicht, voor het geringste woord bevreesd is Maar dit zal anders worden. Ik smeek U om zoo grooten moed en kracht, dat ik hier op aarde met U strijde en overwinne, en hier na vol vreugde met U zegeviere in den hemel.
1 Onze Vader en 5 Glorie zij enz.
Zoet Hart enz.
VI. Wenden wij ons tot Maria, wijden wij ons steeds inniger aan haar toe, en zeggen ^ wij vol vertrouwen op haar moederhart:
Door de verhevene voorrechten van uw allerzoetst Hart, o groote Moeder Gods en mijne Moeder Maria, verkrijg mij eene vurige en standvastige godsvrucht tot het H. Hart van uwen Zoon Jesus, opdat ik, met mijne gedachten en gevoelens daarin opgesloten, al mijne plichten vervulle, en steeds met opgeruimdheid des harten, maar bijzonder op dezen dag mijnen Jesus diene. v. Hart van Jesus, brandend van liefde
tot ons.
R. Ontvlam ons hart van liefde tot U! *------------- «
219
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden U, o Heer, dat de H. Geest ons ontvlamme door het vuur, hetwelk onzen Heer Jesus Christus uit het binnenste Zijns Harten over de aarde heeft afgezonden, en dat Hij krachtig ontstoken wenscht te zien. Die met U leeft en heerscht in de eenheid van denzelfden Geest, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Paus Pius VIT, bij Rescript van de H. Con-i gregatie der Aflaten. 20 Maart 1815, vergunde j aan alle geloovigen, tel -eens als zij ten minste 1 met rouwmoedig hart en godvruchtig dezen Krans bidden :
Een Aflaat van 300 dagen.
Een vollen Aflaat^ eens in de maand aan allen, die het op bovenvermelde wijze eene maand lang ten minste eens per dag hebben gebeden, te verdienen, na waarlijk rouwmoedig te hebben gebiecht en gecommuniceerd, eenigen tijd met godsvrucht bidt den volgens de meening van Z. H
£---------- ----------^
if IE ui siisfimii coiifiii.
De geestelijke Communie, bestaat volgens de Kerkvergadering van Trente, in een vurig verlangen, om dit hemelsbrood te nuttigen, met een levendig geloof, dat door de liefde werkt en ons aan de vruchten en genade van dit heilig Sacrament deelachtig maakt.
Houden wij ons wel overtuigd, dat de geestelijke Communie, welke van onze hedendaagsche Christenen helaas ! zoo verwaarloosd wordt, evenwel eene ware schat is, die de ziel met oneindige geestelijke goederen vervult; en volgens verscheidene schrijvers, onder anderen Pater Rodriguez, is zij zoo nuttig, dat zij dezelfde genaden als de Sacramenteele Communie, en zelfs grootere kan voortbrengen ; want al is de Sacramenteele Communie uit hare natuur zeer vruchtbaar, omdat zij, een Sacrament zijnde, door hare eigene kracht werkt, zoc kan nochtans eene ziel, die naar volmaaktheid verlangt, met zooveel ootmoedigheid, liefde en godsvrucht geestelijk communi-ceeren, dat zij eene grootere genade verdient, dan die, welke zich eene ziel verschaft, 5*---«
221
die op eene Sacramenteele wijze communiceert, maar die dit met minder vurigheid en voorbereiding doet.
Nemen wij ons voor, de geestelijke Communie dikwijls te verrichten: zij kan gebeuren 's morgens of 's avonds, door den dag of in den nacht, in de kerk of op onze kamer.
Velen zijn door deze vrijwillige oefening, dikwijls herhaald, tot verhevene heiligheid gekomen.
Indien wij beroofd zijn van de Sacramenteele Communie, zegt de Pastoor van Ars, moeien wij haar zooveel mogelijk, door de geestelijke Communie vervangen, die wij elk oogenblik kunnen doen ; want wij moeten altijd brandende zijn van ver langen, om den goeden God te ontvangen. Kunnen wij niet in de kerk komen, keeren wij ons dan naar de zijde van hel Tabernakel; de goede God wordt niet teruggehouden door een muur. 01 welk een zoet leven is dat leven van vereeniging met den goeden God! het is de hemel op aarde! er bestaan dan geen smarten, geen kruisen meer 1
---*--*
â¢MÃ------------------»g
222
BE S53STELIJK1 G011TOIi.
VERWIJDERDE VOORBEREIDING.
Geestelijke biecht. Ik belijd voor U, o Jesus, in het heilig Altaar sacrament mijne zonden, die ik sinds de laatste biecht heb bedreven.
(Men belijdt zijne zonden voor God, alle of tenminste eenige, men herhaalt, de eene of andere zonde uit het vroegere leven.
Men bidt daarover een akte van berouw, en men vraagt kwijtschelding daarvoor.) Aldus;
De almachtige God ontfermezich mijner, vergeve mij mijne zonden en voere mij ten eeuwigen leven.
De almachtige en barmhartige God ver-leene mij vergiffenis mijner zonden.
Onze Heer Jesus-Christus spreke mij vrij, giete Zijn goddelijk Bloed in mijne zielen heilige mij.
Het lijden van onzen Heer Jesus-Christus, de verdiensten der allerzaligste Maagd Maria en van alle Heiligen, mijne goede werken en al mijn lijden verwerven mij vergiffenis mijner zonden en vermeerdering van genade, en brengen mij tot de kroon des eeuwigen levens. Amen.
NADERE VOORBEREIDING.
Geloof: O Jesus, ik geloof vastelijk alles, wat Gij door Uwe heilige Kerk leert, in 't bijzonder geloof ik, dat Gij in dit heilig i Altaar-sacrament waarlijk en wezenlijk | tegenwoordig zijt. Versterk mijn geloof, i Hoop: O Jesus! ik hoop van U de ver-; giffenis mijner zonden. Uwe genade en het; eeuwige leven, in 't bijzonder hoop ik door , dit heilig Altaar-sacrament troost en bijstand in het leven en in het sterven, een glorierijke verrijzenis en de eeuwige zaligheid te verkrijgen.
Liefde: O Jesus, ik bemin U van ganscher harte, in 't bijzonder bemin ik U in dit heilig Sacrament, waar Gij uit liefde voor mij tegenwoordig zijt. Ontvlam mijne liefde.
Berouw: O Jesus, mijne zonden zijn mij leed van ganscher harte. Vermeerder mijn berouw.
Ootmcedighcid en vertrouwen: O Heer, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts een woord | en mijne ziel zal gezond worden. Ik kom, i wijl Gij verlangt, dat ik kome.
i
AKTE DER GEESTELIJKE COMMUNIE.
I O Jesus, ik verlang vurig naar U. Gelijk | een dorstend hert naar eene waterbron.
224
zoo verlangt mijne ziel naar U. Ik vereenig mijn verlangen met het verlangen, dat de Oudvaders en rechtvaardigen van 't oude verbond hadden naar Uwe komst in 't vleesch, ik vereenig mijn verlangen met het verlangen, waarmede Uwe heilige Moeder U gedurende drie dagen zocht; met het verlangen, waarmede zij bij Uwe nederdaling in het graf en na Uwe hemelvaart tot aan haren dood toe smachtte naar de wedervereeniging met U, met het verlangen, waarmede zij na de zending des H. Geestes naar de H. Communie verlangde, met het verlangen der Apostelen, Heiligen en alle brave zielen naar U in het heilig Sacrament, met het verlangen der arme zielen van het vagevuur naar de gemeenschap in den Hemel, met het verlangen eindelijk, waarmede Gij het heilig Altaar-sacrament hebt ingesteld, en waardoor Gij bij middel van dit heilig Sacrament in alle harten en ook in mijn hart verlangt binnen te treden. Kom dan, Beminde mijns harten, en laat mij geheel en al met U vereenigd worden.
NA DE GEESTELIJKE COMMUNIE.
Aanbidding: O Jesus, Gij woont in mijn hart; ik aanbid U en groet U met innige
^
«---;----------------------*
22b
liefde. Dat alle schepselen ia den hemel en op aarde U prijzen en loven.
Dankzegging: O Jesus,ik dank U voor Uw bezoek. Dat alle koren der Engelen en Heiligen Umet mij en voor mij dank zeggen.
Opoffering: O Jesus, Gij hebt U aan mij gegeven, ik geef mij aan U met alles, wat ik ben en alles, wat ik heb; Gij alleen zult mij bezitten en over mij heerschen.
Verzuchting: O Jesus, toef bij mij, sterk, zegen, troost, heilig mij, help mij in mijnen nood; zegen ook mijne bloedverwanten, zegen alle menschen, zegen de stervenden zegen de zielen in het vagevuur.
GEESTELIJKE COMMUNIE IN KORTEREN VORM.
Almachtige God, liefdevolle Jesus! ik geloof, dat Gij in dit aanbiddelijk Sacrament waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt. Ik aanbid U ; ik bemin U met geheel mijne ziel. Ik wenschte zoo vurig U in mijn hart te ontvaTngen, maar daar ik dit thans niet kan, o kom dan ten minste geestelijker wijze met Uwe liefde, met Uwe genade, met al Uwe hemelsche zegeningen in mijn binnenste; zuiver mijn hart van alles, wat U mishaagt, doe het dagelijks â in Uwe liefde toenemen, opdat ik in leven
en dood immer met U vereenigd blijve. *----*
15
226
O Jesus! ik geloof in U. ik hoop op U, ik bemin U, het berouwt mij gezondigd te hebben. O Jesus kom in mijn hart, ik bind mij aan U, scheid U nooit van mij af, O Jesus Gij zijt bij mij, ik aanbid U, ik dank U, ik geef mij aan U, help mij, in alle aangelegenheden, zegen mij en alle menschen.
OVER DE SCHIETGEBEDEN.
Het is zeker, zegt de schrijver der liefdevlammen van Jesus, dat er weinig oefeningen bestaan, die zoo nuttig zijn, om eene ziel met God vereenigd te houden en haar gedurig op Hem te doen denken, als de schietgebeden.
Begin met u te gewennen. God altijd voor uwe oogen te houden, en met Hem gemeenzaam in gesprek te zijn. Open Hem uw hart, spreek over al uwe kleine moeie-lijkheden, over uwe blijdschap en vrees. Gij moet Hem daarvoor niet ver gaan zoeken; dewijl r, ij altijd bij u tegenwoordig is, als gij gaat, als gij zit; Hij verlaat u geen oogenblik, als gij werkt, als gij slaapt, zit Hij naast u. Hij is aan uw hoofdeinde neergezeten, om u beter te kunnen bewaken.
Neem alle gelegenheden waar, om uw
*------6----*
227
hart tot dien goeden God uwen, Vader, te verheffen, en u tot zijne liefde op te wekken; indien gij Jesus bemint, zal het niet noodig zijn, u in te geven, wat gij Hem zeggen moet, uw hart z;d het u weten in le boezemen:
Zeg dikwijls tot Hem; O mijn GodI ik bemin U uit geheel mijn hart. Wanneer gij een heerlijk veld, een aangenaam landschap ziet zeg: Mijn God, hoe schoon en prachtig zijn Uwe iverken â Heer, zijn Uwe werken zoo schoon, hoe schoon moet Gij zelf dan niet zijn. Als gij een paleis of een prachtig kasteel ontwaart, zeg tot u zeiven; Helaas! het is doorgaans in de paleizen niet, dat het ware geluk heerscht; het is slechts in de harten van hen, die Ubeminnen, o mijn God', dat geluk te vinden is.
Wanneer gij hoort spreken van schatten, roem, ot eer zeg; O mijn God! Gij alleen zijt mij genoeg, Gij zijt al mijn goed en al mijn roem. Ziet gij een en armen zondaar, die God vergramt, spreek aldus; O Jesus! heb medelijden mei dien mensch I daarna tot u zeiven wederkeerende; Helaas! mogelijk zou ik nog erger dan hij te 'werk gaan, zoo Gij mij aan mijne zwakheid Overliet; dank zij in alle eeuwigheid aan uwe genade! Wanneer u eenig ongeluk of verdriet overkomt zeg; Mijn lieve jesus! gelief in
5K-^-----------' ' ^
228
mijne pijn deel te nemen en mij te verlichten, Gij ziet, wat ik verdraag. Evenzoo als gij in blijdschap zijt, verheug u in den Heer.
Schietgebeden, verrijkt met vele aflaten.
Geloofd en gezegend zij ten allen tijde het allerheiligst en goddelijk Sacrament!
Hemelsche Vader, ik bied U aan het allerkostbaarst Bloed van Jesus-Christus tot voldoening voor mijne zonden, en voor de behoefton der H. Kerk!
Jesus mijn God, ik bemin U boven al. Mijn Jesus barmhartigheid!
Zoetste Jesus, wil mij geen Rechter maar een Zaligmaker zijn!
Geloofd zij Jesus-Christus-âin eeuwig-i heid. Amen.
Dat de allerrechtvaardigsle, allerhoogste | en beminnelijkste wil van God in alles ge-| schiede, geprezen en verheerlijkt worde i in eeuwigheid!
I Bemind zij overal het H. Hart van Jesus!
Zoet Hart van mijn Jesus, maak dat ik U meer beminne!
Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte, maak mijn hart gelijk aan het uwe!
Geloofd, aangebeden en met gevoel van dankbaarheid zij bemind Jesus' Hart in het
allerh. Sacrament des Altaars, op ieder *-----------â--%
229
oogenblik en in alle tabernakelen der gansche wereld, tot aan de voleinding der wereld. Amen.
â pEN KWART UUR VOOR HET
Allerheiligste Sacrament des ALTAARS.
Mijn kind, gij hebt geene groote talenten noodig om aan Mij te behagen, als gij Mij maar veel bemint, dit is Mij genoeg. Spreek tot Mij met een kinderlijk hart, gelijk gij u met uwen besten en vertrouwdsten vriend onderhoudt. â
Hebt gij Mij niemand aan te bevelen ? zeg Mij den naam uwer ouders, broeders, zusters, vrienden ; voeg achter eiken naam, wat gij voor hen wenscht. .. Vraag veel, zeer veel; ik houd veel van die edelmoedige zielen, welke zich zeiven om anderen vergeten.
Spreek Mij van de armen, welke gij wilt ondersteunen â van de zieken, die gij hebt zien lijden â van de boozen, die gij wenscht te bekeeren ââ van de personen, die zich van u afgekeerd hebben, en die gij gaarne weder in uwe vriendschap zaagt opgenomen. â
*
«-
230
Doe voor allen een vurig gebed. Herinner Mij aan de belofte van elk gebed te zullen verhooren, dat uit het hart voortkomt. De gebeden, welke men verricht voor hen, die men bemint en door wie men bemind wordt, is dat geene bede des harten ?
Hebt gij Mij geene gunsten te vragen voor u zeiven ? â Schrijf, als gij wilt eene lange lijst van al de behoeften uwer ziel en lees Mij die voor. Beken Mij openhartig, hoe zinnelijk, hoovaardig, driftig, baatzuchtig, lauw, traag gij zijt en vraag Mij, 1 u te helpen in de pogingen, welke gij aanwendt om u daarvan te beteren.
Arm kind ! Schaam u daarover niet: want in den hemel zijn vele uitverkorenen, vele Heiligen, die uwe gebreken hadden ; doch zij hebben Mij gesmeekt en zich j langzamerhand verbeterd.
Vraag Mij ook gerust om verstand en aardsche goederen: gezondheid, geheugen,
voorspoed.....Ik kan alles geven en doe
dit altijd als hetzelve strekt tot meerdere heiliging der ziel. Wat wilt gij vandaag, mijn kind r.....
O ! kendet gij de begeerte, welke Ik heb om u gelukkig te maken !
Hebt gij geene plannen, die u bezighouden : Maak ze Mij omstandig bekend. . . .
Wat wenscht, wat begeert gij r Wil; gij uwen *--------*
231
broeder, uwe zuster, of diegenen aan wie gij eenige verplichting hebt, eenen dienst bewijzen? Watwenscht gij voorhen te doen?
Hebt gij jegens Mij niet eenige verzuchtingen ? wenscht gij niet een weinig goed te doen voor de ziel uwer vrienden, of voor diegenen, welke gij bemint en die Mij wellicht vergeten ?
Zeg Mij, in wie gij belang stelt; welke reden u aanspoort; welke middelen gij wilt aanwenden. Openbaar Mij uwe teleurstellingen en Ik zal er u de oorzaak van aantoonen. Wie wilt gij in uw liefdewerk aanbevelen ?
Ik ben meester der harten,, mijn kind, en leid ze ongemerkt waarheen Ik wil.. . D-iegenen, welke gij noodig hebt zal Ik bij u brengen ; twijfel daai-aan niet.
Draagt gij geen haat? Ach, mijn kind, verhaal Mij omstandig uwe kwellingen: Wie is daarvan de oorzaak ? Wie heeft uwe eigenliefde gekwetst ? Wie heeft u met minachting behandeld ? Verhaal Mij alles ; ten slotte zult gij alles vergeven en vergeten en Ik zal u met zegen overladen.
Kwelt u eenig verdriet ? Zetelt in uw hart eenige ongegronde afkeer,dieu kwelt? Verlaat u geheel op Mijne Voorzienigheid. Ik ben er, zie alles en zal u niet aan uw lot overlaten. â Ã---------------*
232
Zijn er in uwe omgeving personen, die u minder genegen toeschijnen dan eertijds en wier onverschilligheid of achteloosheid hen van u afkeerig maakt, zonder dat gij weet hen ergens in gehinderd te hebben r Bid Mij voor hen; Ik zal ze weder met u verzornen, althans als zij nuttig zijn ter uwer zaligheid.
Hebt gij Mij geene genoegens mede te deelen ? Waarom zoudt gij uwe vreugde niet doen kennen? Zeg Mij alles wat u sedert gisteren troostte, opbeurde en verheugde.
Is het een onverwacht bezoek, dat u genoegen gedaan heeft, â eene plotseling verdwenen vrees â een bewijs van genegenheid â een brief â een ontvangen geschenk â eene beproeving, welke gij beter doorstondt dan gij gedacht hadr^.. Dat alles, mijn kind, heb Ik bewerkt. Waai-om zoudt gij u niet erkentelijk toonen en Mij daarvoor dank zeggen ?
De dankbaarheid wekt tot weldoen op en de weldoener ziet gaarne, dat men zich voor zijne weldaden gevoelig toont.
Hebt gij Mij geene beloften te doen ? Gij weet dat Ik in het binnenste van uw hart zie; de menschen kan men gemakkelijk bedriegen, doch God niet; wees dus oprecht.
Hebt gij het voornemen gemaalct, om
I-------------.5*
233
u niet meer aan deze of die gelegenheid tot zonden bloot te stellen r U aan het gevaar van het kwaad te onttrekken ? Die boeken niet meer te lezen, die uwe verbeelding opwekken ? Uwe vriendschap niet meer te schenken aan dien persoon, wiens omgang den vrede en de rust uwer ziel beneemt ?
Kunt gij terstond vriendelijk en voorkomend zijn jegens dengenen die u be-leedigd heeft ?
Zeer goed, mijn kind..... Ga nu en
begin weder aan uw dagelijksch werk; wees bedaard, ingetogen, onderworpen en voorkomend. Bemin de H. Maagd Maria innig. â
Kom Mij morgen een meer toegewijd en liefdevoller hart aanbieden, dan ook zal Ik u nieuwe gunsten en genademiddelen schenken. â Amen.
234
BEZOEK AAN DE BEELTENIS VAN HET ALLERH. HART VAN JESUS-
Om de godsvrucht tot het allerh. Hart van Jesus altijd meer te doen aangroeien, vergunde Paus Pius VI. bij rescript van 2 januari 1799:
Een aflaat van 7 jaren en even zoovele qua dra-gene 71 aan alle geloovigen, die ten minste met rouwmoedig hart en met godsvrucht de beeltenis van het allerh. Hart vanjesusbezoeken.terpublieke vereering uitgesteld in welke kerk, bedeplaats, of op welk altaar ook, en eenigen tijd bidden volgens de meening van Z. H.
Opdracht.
Ik N.N. om U mijne erkentelijkheid te toonen, en alle mijne ongetrouwheden te herstellen, schenk U mijn hart en wijd i mij geheel aan U toe, o mijn beminnelijke Jesus; en met Uwe hulp neem ik mij voor, niet meer te zondigen.
Paus Tins VII, bij rescript van ile Secretarie der Memorialen, 9 Juni 1807, vergunde aan alle geloovigen, die gedurende eene geheele maand ten minste met rouwmoedig hart en met godsvrucht genoemde Opdracht voor de beeltenis van het allerh. Hart van Jesus bidden:
Een volkfi aflaat, op een dag naar verkiezing derzelfde maand,mits men, na waarlijk rouwmoedig te hebben gebiecht en gecommuniceerd, godvruchtig bidt voor het welzijn van onze Moeder de H. Kerk. en volgens de meening van Z. H. *---1----------------------*
235
Een aflaat van 300 dagen eens per dag, voor wie haar ten minste met rouwmoedig hart en met godsvrucht bidt voor de gemelde H. Beeltenis.
Gebeden.
Het Woord is vleesch geworden en heeft onder ons gewoond.
Eeuwig Woord, uit liefde voor ons mensch geworden, nederig aan Uwe voeten nedergeworpen, aanbidden wij U met den diepsten eerbied onzer ziel, en om onze ondankbaarheid jegens eene zoo groote weldaad te herstellen, vereenigen wij ons met het hart van allen, die U beminnen, en offeren wij U onzen nederigsten en tee-dersten dank. Getroffen door die overmaat van ootmoed, goedheid en teederheid, die wij in Uw goddelijk Hart erkennen, smeeken wij Uwe genade af, om die aan U zoo dierbare deugden te mogen navolgen.
Onze Vader, Wees gegroet. Glorie sij enz.
Hij is ook voor ons gekruist, heef t geleden onder Pontius Pilatus en is hegraven.
Jesus, onze beminnelijke Verlosser, nederig aan Uwe voeten neergeworpen, aanbidden wij U met den diepsten eerbied onzer ziel; en om U een oprecht blijk te
5R-----------: â---
236
geven van de smart, die wij gevoelen over onze ongevoeligheid voor alle versmadingen en smarten, die Uw liefdevol Hart U voor onze zaligheid deed verduren in Uw smartelijk Lijdenen Dood, vereenigen wij ons met het hart van allen, die U beminnen, om U uit geheel onze ziel dank te brengen. Wij bewonderen de eindelooze lijdzaamheid en edelmoedigheidvan Uw goddelijk Hart, en wij smeekenU, het onze te vervullen van den geest van christelijke versterving, waardoor wij het lijden met moed omhelzen en onzen grootsten troost en al onze glorie stellen in Uw Kruis.
Onze Vader, Wees gegroet. Glorie zij enz.
Gij hebt hun een brood uit den hemel gegeven, dat alle smakelijkheid in zich bevat,
Jesus, vol oneindige liefde tot ons, nederig aan Uwe voeten neergeworpen, aanbidden wij U met den diepsten eerbied onzer ziel, en om U eenigszins schadeloos te stellen voor de versmadingen, die Uw goddelijk Hart dagelijks ontvangt in het allerh. Altaar-Sacrament, vereenigen wij ons met het hart van allen, die U beminnen en U den hartelijksten dank brengen. Wij beminnen in Uw goddelijk Hart dat onbegrijpelijk liefdevuur, jegens Uwen hemel-schen Vader, en smeeken U, onze harten
237
te ontsteken van eene brandende liefde jegens U en onze naasten.
Onze Vader, Wees gegroet. Glorie zij enz.
Ten slotte, o allerbeminnelijkste Jesus, smeeken wij U bij de teederheid van Uw 1 goddelijk Hart de zondaren te willen be-keeren, de bedroefden te vertroosten, de stervenden bij te staan, en lafenis te schenken aan de geloovigen zielen in het vagevuur. Verbind onze harten met den band van waren vrede en liefde, behoed | ons voor een onvoorzienen dood, en geef dat wij heilig en in vrede sterven. Amen.
v. Hart van Jesus brandend van liefde tot ons.
k. Ontvlam ons hart van liefde tot U.
Laat ons bidden.
i Geef, bidden wij U, almachtige God, dat wij, die in het allerheiligste Hart van ^ Uwen geliefden Zoon onzen roem stellen, en de voornaamste weldaden Zijner liefde jegens ons herdenken, ons over de verrichting dier weldaden en over hare vruch-: ten mogen verblijden. Door denzelfden : Christus onzen Heer. Amen.
O goddelijk Hart van mijn Jesus ! ik aanbid U met al de krachten mijner ziel; ik wijd ze U voor immer toe, tegelijk
I
238
met mijne gedachten, woorden en werken en met geheel mij zeiven. Ik neem mij voor, U akten van aanbidding, van liefde en verheerlijking te brengen, voor zoover het mij mogelijk is, gelijk aan die, welke Gij brengt aan Uwen hemelschen Vader. AVees, smeek ik U, de hersteller mijner misslagen, de beschermer van mijn leven, mijn loe- [ vluchtsoord en schuilplaats in het uur van | mijnen dood. Verleen mij, door de zuchten en bitterheden, waarin Gij, geheel den' loop van Uw sterfelijk leven door, om mijnentwille gedompeld waart, een waar berouw over mijne zonden, de verachting 1 der wereldsche zaken, een vurige begeerte ! naar de eeuwige glorie, het vertrouwen I op Uwe oneindige verdiensten, en eindelijk de volharding in Uwe genade.
O Hart van Jesus, geheel liefde ! Ik draag U deze nederige gebeden op voor mij zeiven, en voor allen, die zich in den geest met mij vereenigen om U te aanbidden ; gewaardig U wegens Uwe eindelooze goedheid ze te aanvaarden en te verhooren, vooral voor dengene onder ons, die het eerst dit sterfelijk leven zal afleggen. Allerzoetst Hart van mijn Zaligmaker, stort in hem te midden van zijnen doodstrijd Uwe inwendige vertroostingen uit, neem hem
op in I we H. Wonden, reinig hem van
â------------£
239
elke smet in dat fornuis van liefde, om hem zoo de glorie toe te staan, waar hij bij U de voorspeker worde voor allen, die nog in dit oord van ballingschap achterblijven.
AllerheiligstHart van mijn beminnelijken Jesus, ik neem mij voor, deze akten van aanbidding en deze gebeden voor mij ellen-digen zondaar, en voor allen, die in de aanbidding van U vereenigd zijn, te hernieuwen en U op te dragen gedurende alle oogenblikken dat ik adem haal tot op het oogenblik van mijnen dood. Ik beveel U aan, o mijn Jesus, de H. Kerk, Uwe beminde Bruid en onze ware Moeder, de rechtvaardige zielen, alle arme zondaars, de bedroefden, de stervenden en eindelijk alle menschen; laat toch niet toe, dat het voor hen vergoten Bloed hun onvruchtbaar worde. Gewaardig U eindelijk ze toe te passen tot lafenis der zielen in het vagevuur, in het bijzonder van die, welke tijdens haar leven de heilige godsvrucht beoefenden van U te aanbidden.
Allerbeminnelijkst Hart van Maria, dat onder de harten van alle schepselen het reinste zijt, het meest van liefde ontstoken tot dat van Jesus, en tegelijkertijd het meest medelijdend jegens ons arme zondaren, verkrijg ons van hel Hart van Jesus, *---------------------i
240
onzen Verlosser, de genaden, die wij van U vragen. Moeder van barmhartigheid, eene enkele streving, eene enkele beweging van Uw brandend Hart naar dat van Jesus, Uwen goddelijken Zoon, kan ons ten volle vertroosten. Sta ons dan die genade toe, en het goddelijk Hart van Jesus, door die kinderlijke liefde, welke het U toedroeg en U altijd zal blijven toedragen, zal gewis niet nalaten ons te verhooren. Amen.
Ee?i aflaat van 300 dagen, eens per dag, aan alle geloovigen, die ten minste met rouwmoedig hart en met godsvrucht genoemde gebeden bidden met nog 3 Onze Vader, Glorie enz.
Een volleti aflaat, eens in de maand aan hen, die ze op bovenvermelde wijze eene maand lang hebben gebeden, op een dag naar verkiezing, waarop men. na waarlijk rouwmoedig te hebben gebiecht en gecommuniceerd, bidt voor de behoeften der H. Kerk.
Deze aflaten, de volle en gedeeltelijke, werden door Z. H Paus Pius IX voor altijd bevestigd bij de Audiëntie van 18 Jnni 1S76.
*----«
3K----=-«
LOFZANG: PANGE LINGUA. (®)
1
Zing, mijne tong, 't geheim des Lichaams
In zijn glorie rein en groot!
Zing des Bloeds onschatbre waarde,
Dat der volken Vorst vergoot,
Tot een losprijs voor de waereld.
Hij, een telg uit rnilden schoot.
2
Ons gegeven, ons ge' oren.
Uit een onbevlekte Maagd,
Zaait Hij, in zijn aardsche omwandling,
't Woord, dat hemelvruchten draagt. En voltrekt het heerlijkst wonder.
Nu het eind der loopbaan daagt.
3
Te Avondmaal voor 't laatst gezeten.
Als Hij, naar der Vaadren wijs,
Trouw 't gebod der wet betracht heeft,
In 't gebruik der Paaschlamspijs,
' Jeeft Hij zich, met eigen hnnden, Tot der Twaalven voeding spijs.
242
4
't Vleesch geworden Woord met woorden
Waarlijk brood verkeeren doet In het heilig Vleesch van Christus;
Waarlijk wijn in Christus'Bloed; 't Zielsgeloof, wen 't zintuig zwijmelt. Stenigt elk oprecht gemoed.
5
Laat ons, laat ons, diep gebogen,
Dan vereeren 't Sacrament!
't Oude voorschrift zij vervangen!
't Nieuwe kerkgebruik erkend! En 't geloof verleen'zijn hulpe,
Waar de kracht van 't zintuig endt.
6
Aan den Vader lof en glorie,
Lof en glorie aan den Zoon,
Eeuwige eer, en groet, en zegen,
Dankgebed en jubeltoon !
En die voortkomt uit Hun-beiden D'eigen lofzang aangeboon!
v. Gij hebt hun brood van den Hemel
toebedeeld ;
k. Dat alle lieflijkheid in zich bevat.
Heer verhoor mijn gebed En mijn geroep kome tot U.
%--3*
243
Laat onn bidden.
O Godl die ons in dit wonderbaar Sacrament de gedachtenis van Uw lijden hebt nagelaten, wij bidden U, verleen ons, dat wij de H. Geheimen van Uw Lichaam en Bloed zóó vereeren, dat wij de vrucht Uwer verlossing Ijestendig in ons gewaar worden. Gij die leeft en legeert met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
LOFZANG: LAUDA SION 1
Sion, loof uw Zaligmaker!
Loof uw leidsman en bewaker Met gezang en eergedicht!
Poog Hem vrij op 't hoogst te loven Hij gaat allen lof tt boven,
Alle lof valt hier te licht!
2
Hooger zangstof hebt ge ontvangen,
Dan ooit uitblonk in gezangen:
Leven gevend, levend Brood;
Brood, dat Jesus, eer Hij scheidde. Aan den Heiligen Disch bereidde
En den twalef Broedren bood. amp;-«
$-----------------Jg-
244
3
Klinke uw zang dan vol en vreugdig,
Vloeie en bruise blij en jeugdig Onzer zielen jubeltaai;
Want de dag straalt plechtig neder. Als wij vieren, telkens weder,
't Eens gevestigd Avondmaal.
4
't Paaschlam onzer nieuwe wette l
Zal des ouden plaats bezetten Op des nieuwen Konings disch ;
't Nieuwe doet reeds 't oude wijken; Waarheid doet den schijn bezwijken; ! 't Licht verdelgt de duisternis.
5
Wat de Heer deed bij Zijn leven,
Heeft Zijn woord ons voorgeschreven Nog te doen te Zijner eer;
Wijn en brood ten offer heilgend,
't Heil van onze zielen veilgend,
Doen wij naar zijn dierbre leer.
G
Aller- Christenen ziele leerde
Dat het biood in Vleesch verkeerde, Dat de wijn in Bloed verging:
Waar èn geest èn zintuig zwichten.
Zal 't geloofsvuur ons verlichten
In een hooger ordening. »------»
24:5
7
In gedaanten hoe verscheiden,
Eén in wezen, onder beiden.
Rust hec Heilige hier ter stee
Bloed is drank en Vleesch is spijze; Maar de Heer leeft, beiderwijze Met Zijn volheid in dees twee.
8
Niet gebroken, niet doorbeten.
Maar aan die Zijn Lichaam eten Heel en deelloos toegekend,
Of één ziel Hem komt ontvangen. Of Hem duizenden erlangen.
Geeft Zich Christus zonder end.
9
Hem ontvangen goede, snoode;
Die ten leven, dees ten doode.
Breed verscheiden gaan ze uit-een: De eigen tafel, die hen voedde.
Doodt den booze, redt den goede;
Ramp of heilstaat volgt hun schreên.
10
Ziet ge dan dat brood ook breken.
Blijft geloovig onbezweken,
Christus is in ieder deel;
't Wezen zelf blijft ongeschonden,
«-----------------------------------«
246
Geener breuken, geener wonden
Meer ontvankelijk bevonden,
Blijft het in zijn grootsch geheel.
11
Ziet het brood der Englenscharen,
Onze spijs in 't Pelgrimvaren;
Voor de kinderen te bewaren,
Niet den honden vrij gesteld;
Zinbeeld reeds voor eeuwen sprekend;
't Zij 't in Izaak werd beteekend,
't Zij men 't in Paaschlam rekent,
't Zij 't in het manna werd voorspeld.
12
Goed Herder, Brood der armen!
Jesus, wil U ons erbarmen,
Wil ons weiden, onz' beschermen, Doe uit onverdiend ontfermen; Ons het Land des Levens zien;
In uw grootheid, niet te omvaamen, In uw wijsheid, niet te zamen,
Voerdet Ge aan Uw disch ons samen: Maak ons burgers, erfgenamen Van dc stad der Hemelliên.I
LOFZANG: ADORO TE.
Verborgen Godheid, onder schijn van spijs en drank
Waarachtig schuilende OiD de Altaren,
neem den dank,
De hulde en d'eerbied van een hart, in
U verslonden.
Dat U in 't stof aanbidt, maar vruchtloos
zou doorgronden;
Gezicht, gevoel en smaak, 't schiet alles
toch te kort;
Alleen 't gehoor, dat door het Woord
getroffen wordt,
Strekt veilig hier 't geloof ten gids, dat
woord des Heeren Gedoogt geen twijfel, maar eischt needrig
zielsvermeêren.
Geloof 'k aan Uw Godheid, die éénmaal
zich alleen Op 't kruis verborg, terwijl de menschheid
hier meteen Omhuld is, en belijd ze beiden, maar
rouwmoedig.
Roep ook, als aan 't kruis de moorder,
overvloedig Genade in; en, ofschoon ik niet als Thomas deed.
Wiens oog de wond moest zien, aleer hij U beleed,
*----*
248
Zoo breng ik toch hier hulde aan God- en
menschheid beiden Met bede, dat Geloof en Liefde en Hoop
nooit scheiden In mijn vermorzeld hart, gevoed door 't
hemclbrood.
Dat levend teeken van des Heeren offerdood.
Barmhartig Pelicaan! o! moog mijn ziel
U smaken.
Wiens Bloed met éénen drup een wereld
rein kon maken.
Die onder zondeschuld gebukt, ging! â
Jesus, Heer Hier voor mijn oog bedekt, o schouw
genadig neêr,
En geef, dat ik, na zooveel smachtend
zielsverlangen,
Dat glorielicht door Uw verdiensten eens ontvangen
Dat van Uw aanschijn straalt, daar, waar
Gij, onverlv ld De heemlen met geluk en heerlijkheid vervult!
249
LOFZANG: JESU DULCIS MEMORIA-
Jesus gedachtnis naamloos zoet,
Stort ware vreugde in ons gemoed. Waar Zijn nabijheid spreidt een goed Als nergens iets ter wereld doet.
Zoo lieflijk klinkt op aard geen lied, Zoo vroolijk schallen klanken niet. Geen zoeter woord de zie) geniet.
Als Jesus Naam, Gcds Zoon, ons biedt.
O Hoop van wie in tranen zit!
Hoe gped zijt Gij voor wie daar bidt, Hoe goed voor wie U zoekt als wit;
Maar die U vindt â wat heilbezitl
Geen taal der aard getuigt het luid.
Geen letterschrift drukt ooit het uit, Slechts wie U mint, weet wat beduidt. Te minnen Jesus als Zijn bruid.
Blijf Heere, blijf ons eeuwig bij.
Maak met Uw licht ons rein en vrij. Dat Uwe glans den nacht verblij.
Dat de aarde vol van zoetheid zij!
Gij, Hemelburgers, snelt thans aan!
Der Heemlen poort Hem opgedaan! Spreekt vrij den overwinnaar aan:
U, Koaing Jezus, lof voortaan!
3*-
V 111 Bi AFDEULINamp;, Jet ficifig Sacrament ties Hftttprs
EN
ie christelijke deugden.
^--â»
«----«
iiet fieifig Sacrament des üftnars.
EN
d:?, christelijks deugden. (1)
1 loe liefelijk zijn Uwe tabernakelen, O Heer der deugden! (Fs. LXXX1I, 2)
I
Wat is er liefelijker ter wereld dan de christelijke deugden? Indien wij het voorrecht hebben eenen mer.sch te ontmoeten die zoo gelukkig is ze te beoefenen, ondervinden wij in zijne tegenwoordigheid een gevoel van onuitsprekelijk welzijn. Gelijk eene verschijning des hemels, doet hij ons den christelijken godsdienst in zijne zuiverste waarheid, met zijn uitstekendste bekoorlijkheid zien. Wij erkennen, dat Jesus-Christus alleen aldus den mensch heeft kunnen verrijken, en in elke dier deugden, waarvan Hij de meester en het toonbeeld is geweest, aanbidden wij Zijne oneindige goedheid.
Maar zijn het woord en het voorbeeld des Verlossers voldoende geweest, om den mensch tot dien graad te verheffen, waarop
1
Gedachten van Mgr. de la Bouillerie,
â
»-
252
de hoogste christelijke deugden hem gemeenzaam en zoet zijn geworden ?. , . . O, indien wij hem vragen, hoe dit wonder is gebeurd, zal hij ons altijd antwoorden; gt;Ik heb het Sacrament des Altaars lief gehad en al de hemelsche goederen zijn mij daarmede geworden.quot;
Is er dan een verborgen band tusschen het Sacrament des Altaars en de christelijke deugden? Ja ongetwijfeld. Ik zal eerst trachten u te zeggen, wat de deugden zijn met betrekking tot 's menschen zie! en met betrekking tot het heilig Altaar Sacrament. En vervolgens zal ik doen zien, wat op zijne beurt het H. Altaar-Sacrament is niet betrekking tot de christelijke deugden.
II
Wat zijn de deugden met betrekking tot de ziel ?
Zij zijn haar sieraad en hare kracht.
Haar sieraad. â Immers de deugd is in ons die wonderbare gesteltenis, die onzen wil neigt om gewoonlijk het goede te willen.
-Sf
De mensch alleen, dewijl hij redelijk en vrij is, bezit het voorrecht deugdzaam te zijn. De voorwerpen van de stoffelijke orde, welke ons allerwege omgeven, gehoorzamen aan onveranderlijke wetten.
-S*
i
253
en voor hen is die gehoorzaamheid geen deugd. Men spreekt niet vai de deugd eener ster, omdat zij niet van haar as afwijkt. Men spreekt niet van de deugd van een steen, dewijl hij, van den berg geworpen, tot in de vallei voortrolt. Men spreekt niet van de deugd eener plant, de vijl zij op haar tijd bladeren, bloemen en vruchten voortbrengt. Maar men zegt, dat de inensch deugdzaam is, dewijl de deugd den wil en zijne werking volmaakt, en in dien zin is de deugd het schoonste sieraad der menschelijke ziel.
Toen Jesus Christus op aarde is gekomen, heeft hij onze ziel arm en naakt gevonden ; de zonde had haar beroofd en besmet. Maar door haar met al de christelijke deugden te versieren, heeft Hij de kwalen der zonde hersteld.
O hoe schoon is de christen ziel geworden! Indien zij kuisch is, dan is de zuiverheid eene lelie, die in haar bloeit en haar versiert. Indien zij nederig is, verheft en veradelt de nederigheid, welke haar schijnt te verkleinen, haar in Gods oog. Indien zij zachtmoedig en goed is, zijn hare zachtmoedigheid en goedheid een geur, die uit haar voortkomt en dien men gaarne in ademt Indien zij liefdadig is, is hare liefdadigheid een goddelijk goud, dat zijn glans over
St
254
haar verspreidt. En aldus versiert elke deugd haar meer en meer.
Elke deugd vermeerdert ook hare kracht.
Als de ziel aan zich zelve is overgelaten, is zij zwak. In haar en rondom haar doen vele vijanden haarden oorlog aan! Hare begeerlijkheden en hare hartstochten slepen haar tot eene schandelijke verlaging mede. Het lichaam dat met haar vereenigd 1 is, drukt haar neder als een last. Elke ; gebeurtenis des levens kan voor haar een gevaar zijn; ieder schepsel is voor haar een valstrik Wat zal zij tegenover zooveel belaging stellen? De deugd!... Zij is haar kracht.Geen kwade neiging,welke dechriste-lijke deugden niet bestrijden. Geen plicht, dien ze niet gemakkelijk maken. Geen moeielijkheid, die ze niet uit den weg ruimen. Geen last dien ze niet lichter maken. Een heidensche mond heeft wel kunnen zeggen; »De deugd is maar een woord;quot; dat is geen christelijke taal. De deugd is voor eene christene ziel, eene goddelijke kracht.
Ill
Maar waarom heeft God d.'.t sieraad en die kracht, welke de deugden haar mede-deelen, in zoo ruime mate aan de ziel geschonken ?
3K----«
255
Hij zelf verklaart het ons vooreerst in deze woorden welke Hij tot ons richt; »Zijt heilig, dewijl Ik heilig ben. De heiligheid is niets anders dan de verzameling der christelijke deugden; maar God alleen, die de Heilige der Heiligen is, kan ons de heiligheid mededeelen, en daarom in de eerste plaats stort Zijne genade met zoo grooten overvloed het goede zaad van al de deugden over ons uit.
Eene tweede beweegreden is de vurige liefde die God voor de menschen gevoelt, en zijn verlangen om hen allen gelukkig te zien. Dit nu is een van de schoonste teekenen van de waardigheid des christen, dat de beoefening der deugd noodzakelijk wordt voor zijn geluk. Indien de wereld aan al de schanddaden der ondeugd hecht wat zij het genoegen noemt, is de ziel, door Christus opgebeurd, alleen gelukkig door de heilige vreugde, welke zij in de deugd vindt. O wereld, gij weet niet hoe zoet het is zuiver te zijn, nederig te zijn, geduldig te zijn en liefderijk] Maar de ware Christen begrijpt die innige geneugten der ziel; hij gevoelt, dat hoe deugdzamer hij zal wezen hoe meer hij het eeuwig wezenlijk geluk zal smaken.
En toch, o christen ziel, zal ik het u
zeggen, die beiden beweegredenen zijn mij *â--«
256
niet genoeg, en wanneer ik naga met welk eene teedere zorg het Christus behaagd heeft, i'ni het hart van den mensch te versieren en te versterken, dan verbeeld ik mij dat het daarbij Zijne gedachte is geweest om Zich-zelven een tabernakel en een heiligdom te bereiden. Het christelijk hart heeft zijne versieringen en zijn krach ten alleen gekregen, om het H. Sacrament des Altaars te ontvangen.
IV
Toen God den mensch wilde scheppen, droegHij zorg hem vooraf een overheerlijken schoonen tuin als woning in te richten. Eene menigte boomen van een bekoorlijk voorkomen en beladen met zeer smakelijke vruchten overlommerden die gelukkige aarde, en een stroom in vier takken verdeeld bracht haar vruchtbaarheid. Die schoone tuin was als een troon, waarop God den koning der schepping ging plaatsen.
Zoo heeft het Christus, toen Hij wilde dat het hart van den geloovige Zijn troon werd, behaagd, dat te versieren. Al de christelijke deugden zijn bewonderenswaardige planten, die op den grond onzer ziel bloeien, en door de wateren der genade besproeid, brengen zij hernelsche vruchten voort.
â J.H
' Ziedaar de woning,die aan Christus behaagt.
Geen goud en geen diamanten vervangen in Zijn oog de heilige sieraden der deugd. O Hoe liefheeft de God van het Tabernakel de zuivere ziel! Aan haar doet Hij zich zien door de schaduwen van het geheim heen.
O hoe lief heeft de God van het Tabernakel de eenvoudige ziel! Hij onderhoudt zich gemeenzaam met haar. O hoe liefheeft de God van het Tabernakel de nederige en de zachtmoedige ziel ! Hij gelijkt haar het meest. O hoe lief heeft de God van het Tabernakel de liefderijke ziel, dewijl Hij zelf geheel liefde is ! I )aar is geene deugd, die de God van het Tabernakel niet in ons zoekt, om in ons met meer aanlokkelijkheid te rusten. Hij richt tot de getrouwe ziel deze woorden van het heilig lied: gt;Ondersteun mij op uwe bloemen en doe mij leven op uwe vruchtenquot; op de bloemen uwer deugden en op de vruchten uwer werken.
gt;Ondersteun mij.... Doe mij lusten.. gt;Ik heb gezegd, dat de deugd niet slechts een sieraad, maar eene kracht is, De ziel moet zeer sterk zijn, indien zij o;j gepaste wijze Jesus-C.hristus wil ontvangen. Begrijp goed, bid ik u, deze gedachten.
De God van het Tabernakel is de naijverige God, van wien onze heilige boeken *- ------------ â.........*
17
258
gewagen. Indien Hij ons hart heeft gekozen, om daarin Zijn troon op te richten, dan is het onder voorwaarde dat Hij daarin alleen zal heerschen. Zijn koningschap duldt geen mededinging. Nu is de zonde Zijn wreedste vijand, die elk oogenblik er op uit is om zich zijne rechten aan te matigen. Derhalve zullen de christelijke deugden niet slechts ten doel hebben, om de woning van den Koning der hemelen te versieren. Zij zullen die ook moeten verdedigen tegen al de smetten der zonde, zij zullen den toegang voor den vijand afsluiten, zij zullen als eene heg wezen om den Sacramenteelen wijngaard af te sluiten. Maar is dat niet, wat de de degelijke deugden in ons doen?
De kuischheid waakt over onze zintuigen; de nederigheid bewaart onzen geest; de liefde, de zachtmoedigheid, het geduld
houden de wacht rondom ons hart____ Het
is eene onverbreekbare heg, het is eene onverwinbare borstwering ! . . . o mensch, die Jesus-Christus ontvangt, bevestig Zijn troon met uwe bloemen, handhaaf Zijne rechten met uwe vruchten.
V
Zoo zijn dan de christelijke deugden noodzakelijk voor de ziel, die tot het heilig
209
Sacrament des Altaars nadert, en hare nauwkeurige beoefening zal altijd de beste voorbereiding zijn tot de H. Communie.
Men bereidt zich voor, om goed te Communiceeren door oefeningen van liefde, van lof, van aanbidding, van verlangen. Maar zoudt gij niet meenen,dat dikwijls hernieuwde oefeningen van deze of gene deugd nog dierbaarder zouden zijn aan den God van het Tabernakel ?
»Morgen moet ik ter Communie gaan, heden zal ik nederig zijn, zal ik mijn lijden en mijn verdriet liever dragen, zal ik niet gedoogen, dat een enkelwoord,dat de liefde zou kwetsen, over mijne lippen kome.quot;
Ziedaar de oefeningen, welke ik u voor de H. Communie aanraad! Het zijn oefeningen van oprechte liefde, want hij alleen heeft zijn God waarlijk lief, die zijne geboden vervult. â Uitmuntende lofliederen, want wij kunnen God niet beter lofprijzen dan door onze werkenâonwedersprekelijke getuigen van onze vurige verlangens, want elk verlangen om beter te worden, bewijst aan Jesus-Christus, dat wij naar Hem verzuchten.
Dit is dan eene zeer nauwe betrekking tusschen de deugden en het heilig Sacrament des Altaars : de God van het Tabernakel eischt van ons de beoefening van al
-m
2 ij O
de deugden. Maar ik voeg daarbij, dat deze, op hare beurt den God van het Tabernakel zeer noodig hebhen. Hij alleen toch kan haar bewaren en in ons vermeerderen.
VI
Het heilig Sacrament des Altaars in de eerste plaats bewaart in ons de christelijke deugden.
Ik zal mij bedienen van een beeld, om u mijne gedachten beterte doen begrijpen.
Ik stel mij het verblijf van een vorst, een paleis voor, waarin de bewoner al de pracht der weelde met kwistige hand heeft ten toon gespreid. Zijne tegenwoordigheid, | zijne zorgen, de gehoorzaamheid, welke iedereenhem betoond, al de eerbewijzingen, waarmede men hem omringt, zijn voldoende om zijne woning de frischheid van hare oorspronkelijke pracht te doen behouden.
Maar de vorst verwijdert zich en verlaat de plaats waar hij zijn hof hield: en het paleis dat hij ledig laat, is weldra een eenzaam oord. 11 jlaas! dc afwezigheid des meesters zal alL-ngs, en van jaar tot jaar, ontzettender verwoestingen ten gevolge hebben.
Eerst wordt het verguldsel dof: vervolgens verliezen de schoone meubelen hun glans; dan wankelen de balken: daarna i----------- â *
: stort het dak in; eindelijk vallen de muren omver, en het paleis is niet meer dan een puinhoop.
O Christen, het hart van den mensch zonder hel Sacrament des Altaars is een verlaten paleis en een ledig huis. Hoe groot was uw ijver om den hemelschen Gast te ontvangen op den eersten dag, dat de God van het Tabernakel in u kwam, op den dag uwer eerste H. Communie. Met den bijstand der genade, hadt gij Hem in u een huis gesticht, steunende op zeven zuilen, die niets anders waren dan de christelijke deugden. Zoolang uwe getrouwheid aan den (iod van het Tabernakel geduurd heeft, zijn de zuilen onwrikbaar blijven staan en heeft uw huis al zijn glans behouden. Maar op zekeren dag hebben uwe schuldige hartstochten God uit uw hart verwijderd en gij hebt spoedig bemerkt dat uwe deugden zich met Hem verwijderden. Hij alleen kan ze in u bewaren. Inderdaad, eene christelijke, zells verkregene deugd, is niet uitsluitend ons werk. De gelukkigste natuur kan eene ziel niet kuisch of nederig maken: daartoe is de hulp der genade noodig. Het bezoek nu van den God van het Tabernakel is in ons de uitstekendste aller genaden, en nooit bezoekt Hij ons, zonder onzen wil |
26-2 ]
in het goede te bevestigen. Wanneer Chris- i tus ons in de H Communie bezoekt, I wenscht Hij voornamelijk in ons de deugd i te vinden. Zijn goddelijk oog doorvorscht onze ziel, Hij zoekt daar de kuischheid, de nederigheid,de zachtmoedigheid, de liefde, het geduld. Indien Hij die deugden in ons vindt, rust Hij daar en schept Zijn behagen om daar te wonen. Indien eene dier deugden schijnt te wankelen, leent Hij haar Zijn goddelijken steun. Het is het oog des Meesters, dat, in het binnenste der woning, de minste vlekken doet verdwijnen, en dat, door Zijne tegenwoordigheid, overal de evenredigheid en de orde weet te handhaven.
VII
Intusschen stelt de God van ons Tabernakel zich niet tevreden met. in ons de christelijke deugden te bewaren. Hij vermeerdert, versterkt die, en drukt er den stempel der volmaaktheid op.
Wanneer wij de H. Communie ontvangen, dan zijn wij het niet meer die leven, maar dan leeft Christus in ons.
Maar met Zijn leven deelt Hij ons Zijne deugden mede!... Ach, hoeveel meer vertrouwen heb ik in de deugden van
263
Christus dan in de mijne! Deze dragen de kenmerken mijner gebrekkige natuur; zij zijn wankelbaar gelijk mijn wil, bloode gelijk mijn geest, broos gelijk mijn hart, menschelijken vleeschelijk gelijk ik zelfben.
Maar o JesusIUwe deugden zijn onafscheidelijk van Uw goddelijken persoon. Ik ontv ang met de H. Hostie Uwe zuiverheid, Uwe nederigheid. Uwe liefde, Uwe zachtmoedigheid. Ik word, volgens de uitdrukking van den H. Petrus, »deelge-noot van Uwe eigen natuur !quot; Kom in mij. Heer Jesus, en dat Uwe deugden voortaan even als Uw leven, de mijne mogen zijn !
Intusschen ik erken het, het leven van Christus vernietigt ons leven niet, en Zijne deugden helaas! verbeteren niet aan stonds geheel onze gebleken. Eiken dag nemen onze begeerlijkheden de plaats van de goddelijke zuiverheid des Verlossers in, onze hoogmoed die zijner nederigheid, ons ongeduld die zijner zachtmoedigheid.
Daar bestaat echter een hulpmiddel voor; het is ons geoorloofd met de veelvuldige Communie tegen de veelvuldigheid onzer fouten te strijden. Iedere Communie vermeerdert op hare ueurt het zuivere goud van Christus in onze ziel !.. Weldra
----------------------a-
heefr het goud de bovenhand, en durft zelfs de onzuivere adem der zonde het zijn glans niet meer doen verliezen.
Maar hoe logenstraft eene zeer treurige ondervinding mijne woorden hier niet:
Sedert lang communiceer ik, zult gij mij zeggen : helaas ! ik ben tot heden noch beter, noch deugdzamer.
Hoeveel antwoorden zou ik op deze zoo dikwijls voorkomende tegenwerping niet kunnen maken, welke de zielen zoo dikwerf bedroeft!
In de eerste plaats zou ik niet aarzelen aan velen te antwoorden : gij communiceert en gij zijt misschien van gevoelen, dat gij geene vorderingen hebt gemaakt.
Dit zoo nederig oordeel, hetwelk gij over u zeiven uitspreekt, is in mijne oogen de zekerste getuigenis van uwen geestelijken voortgang. Ik verzeker u dat gij u vergist. Gij hebt veel aan het H. Sacrament des Altaars te danken, wees niet ondankbaar jegens hetzelve. Ik prijs u over uwe nederigheid, maar ik raad u aan om even ais tot nog toe met uwe Communiën voort te gaan.
Aan anderen kon ik iets anders zeggen; Gij communiceert en gij blijft dezelfde. Maar waarom: Moet de Communie daarvan de schuld dragen, of gij zelf? »----------- ---------$
205
Houdt de God van het Tabernakel op voor u alleen de oorsprong en het model der verhevenste deugden te zijn ?
En is het heilig Sacrament, dat gij ontvangt, niet hetzelfde als wat de Heiligen ontvangen r
Gij wilt niet meer communiceeren: ik ! raad u aan om beter te communiceeren. H-elaas! de erfzonde heeft ons slechts ééne kracht laten behouden, die om de genade te weerstaan
Wij gebruiken die tegen het heilig Sacra- ⢠ment des Altaars.
1 Neem het beletsel weg en uwe snelle! ' vorderingen zullen u zelt getuigen, dat het, 1 in u even als in de Heiligen machtig is. ^ 1 Eindelijk zal ik aan ai de Christenen, die | zich beklagen, dat zij de volmaaktheid naar i welke zij streven, te vergeets in het veel- j ' vuldig naderen tot het H. Sacrament des i Altaars zoeken, deze beide zekere beginselen herinneren.
Van den eencn kant is het ontegenzeggelijk waar, dat zij, door zich van de Heilige tafel te verwijderen onvermijdelijk van dag tot dag zullen achteruitgaan. Hunne waakzaamheid zal minder levendig, de genaden van God zullen minder over-i vloedig zijn, hunne kwade neigingen vrijer j spel hebben. i
Van den anderen kant leert het geloof zelf, dat eene goede Communie altijd in ons wonderbare uitwerkselen te weeg brengt. Hoe meer wij dus zullen deelnemen aan het heilig Sacrament, hoe meer wij verzekerd zijn dat het in ons het goddelijk werk, 't welk het daarin wrocht, zal doen vooruitgaan.
En ik bid het u, vrees in dit opzicht niet misbruik te maken van de genaden. Men weerstaat haar veeleer, dan dat men haar misbruikt. De dienstknecht die slechts een talent ontvangen heeft, gaat het begraven en maakt het onvruchtbaar.
Die door zijn meester rijkelijker begiftigd is en vijf talenten in handen heeft, weet daarbij aanstonds vijf nieuwe te winnen. Hoe talrijker Gods genaden zijn, hoe gemakkelijker men daaraan getrouw is. Hoevelen begraven het kostbaar talent eener Paaschcommunie. Hoe velen weten uit de veelvuldige Communie voordeel te trekken om bewonderenswaardige deugden te oefenen!
VIII
Welke is onder de schepselen de ziel, die zich aan ons voorstelt als het model
der heiligheid r Die welke het meeste
-------------_____-jg
genaden heeft gekregen en die het meest vereenigd is met den aanbiddeiijken persoon des Verlossers
Maria is vol van genade, zegt de Engel, en met één woord verklaart hij hare heiligheid. »De Heer is met haar.quot;
Inderdaad de Heer bedekt Maria van alle eeuwigheid met Zijne schaduw, en op het oogenblik harer ontvangenis bewaart Hij haar van alle smet. In het geheim der Menschwording, wordt het Woord in haar vleesch, en het woont eerst gedurende maanden in haren kuischen schoot. Te Bethlehem, te Nazareth, op al de wegen van Judea, is zij altijd bij haren Zoon. Op den Kalvarieberg. slaat zij bij het kruis. Eindelijk na Zijne hemelvaart, begeeft zij zich in de eenzaamheid met den Apostel Joannes om alleen van het heilig Altaar-Sacrament te leven. »De Heer is altijd met haar!quot; Ja, ongetwijfeld, en om die reden vloeien aide deugden in Maria's hart over.
IX
O Christen, volg de Koningin der Hemelen na.
Dat de Heer altijd met u zij! In het heilig Altaar-Sacrament zal Hij voor u tegenwoordig zijn.
Ontvang Hem, cn al de deugden zullen Hem volgen, en Hij zal Zijne volmaakste gaven in u uitstorten.
Ik raad u aan, om dikwijls deze zoo zc ete woorden van tien koninklijken pro-! feet te overwegen. »Hoe liefelijk zijn Uwe tabernakelen, o Heer der krachten.quot; Zij zijn de korte inhoud van dit onderhoud.
De Heer der deugden is ook de God der tabernakelen. Heb de Tabernakelen hef, en de Heer, die daarin woont, zal u den schat uitdeelen, dien Hij altijd in voor-laad heeft, â- den schat der christelijke deugden.
O fesus, dU zachtmoedig en nedet ig van harte zijl, maak mijn hart gelijkvormig aan het Uwe.
I
Zalig zijn de zachtnwedigen, icunt zij zullen de aarde bezitten.
De zachtmoedigheid heeft dit bijzonders, dat zij niet slechts behaaglijk is in de oogen van God, maar daarenboven ook zeer gc-vallig is aan de menschen.
Daarom is het voor de zachtmoedigen zoo gemakkelijk de harten te winnen er te i leiden. Het was door de zachtmoedigheid, j dat de groote Apostel zich alles voor allen j maakte, om allen voor Jesus-Christus te . winnen.
De driftigen maken anderen des te meer afkeerig van zich, hoe meer deze bemerken, dat zij zich door hevigheid laten trekken en drijven, en dat de heilige liefde hen niet beweegt.
De zachtmoedigen zullen in dit leven eene macht bezitten, waaraan niets vermag
te weerstaan, zij zullen naar wensch slagen * s
in hunne bedieningen en liefdewerken; maar vooral, zij zullen na den dood de aarde der levenden, den Hemel, bezitten welke beloofd is aan al de navolgers van het zachtmoedige en nederige Hart van Jesus.
O hoe wenschelijk is deze kostbare deugd. Met welk een ijver moet ik trachten dezelve te verkrijgen,
II
Om zooverre te komen, dat wij in ons die goddelijke zachtmoedigheid doen uitschijnen, welke ons overal als de leerlingen van onzen goddelijken Meester moet doen kennen, is het noodig, dat wij getrouw zijn aan de-ontelbare genaden, met welke Hij ons aanhoudend overlaadt, en dat wij ons zeiven ernstig beijveren, om, naar het voorbeeld, en het gebod des Heeren, zachtmoedig van harte, dat is : van een zacht gemoed te worden, en derhalve moeten wij ons zeiven niet alleen zorgvuldig wachten van het uitdrukken van gramschap en voor uitdrukkingen van drift, maar ons naarstig toeleggen, om elke innerlijke gramschap, elke innerlijke drift en neiging tot hevigheid te bestrijden en met de wortel uit te roeien.
De ware zachtmoedigheid blijft zich zelve -----*
in alle omstandigheden gelijk. Versmading, slechte behandeling, ondankbaarheid, niets 'is in staat haar te onts'ellen ; zij verschrikt | ook niet over de moeilijkheden welke haar in den weg komen, en volhardt in het ondernomen goed, met eene standvastige ; langmoedigheid, want de ware zachtmoedigheid is gegrond op de nederigheid, op de liefde, op het geduld en op den ijver | voor de glorie van God, voor de eer van Jesus en voorde zaligheid der zielen.
Waar zullen wij eene zoo volmaakte | zachtmoedigheid putten ? In datzelfde Hart, dat voor ons altijd, als eene onuitputbare bron in het H. Sacarment openstaat. Het is door aanhoudend op de zachtmoedigheid van dat aanbiddelijk Hart te mediteeren â door ons met hetzelve te vereenigen in een heilig en vurig verkeer, â door edelmoedig i aan Zijne genade te beantwoorden, dat wij zooverre komen, dat wij Zijne oneindige zachtmoedigheid in ons zullen kunnen doen uitschijnen.
Gebed.
O Jesus, geef ons de genade, dat wij, door onze zachtmoedigheid steeds tonnen, dat wij waarlijk christenen. Uwe leerlingen zijn. Prent Uwe goddelijke lessen diep in ons
hart en verleen ons de genade van ons gedrag daarnaar te regelen.
Met nederigheid en betrouwen, beklaag ik mij voor U van al de ellenden en gebrek-ken, die in mij de beoefening der zacht- i moedigheid weerstreven. Verleen mij de genade om over mijne gebreken en ellen-; den, hoe talrijk ook, te zegevieren en hier aan uwe voeten de edelmoedigste voornemens te maken voor de toekomst, en die voornemens ook ten uitvoer te brengen.
O Jesus, die zachtmoedig en nederig van ! Harte /ijt, maak mijn hart gelijk aan het Uwe.
iJimj£)£DJ£3}J£JU,
Jlar/ ran fesus, doe mij Uw iliepe out-inociliglu-id kennen: geef mij de genade, dat . ik l jee nederigheid navol ge.
Jesus wascht de voeten Zijner Apostelen.
_-Beschouw den goddelijken Zaligmaker ; Zijn aanbiddelijke Persoon heeft iets ver-heveners en schooners dan naar gewoonte.. ^
Zie hoe de Apostelen oplettend zijn; een heilige eerbied is op hun eelaat te lezen. , . . â
*
Jesus, de Opperheer van hemel en aarde, buigt zich neer om de voeten Zijner Apostelen te wasschen. Volgen wij eens de bijzonderheden dezer handeling, die zoozeer geschikt is, om onzen hoogmoed te beschamen. Zie, hoe Hij water over de voeten van den eersten giet .... hoe Hij ze afdroogt.... hoe Hij bij allen hetzelfde doet, zonder den verraderlijken Judas uit te zonderen .... J'. sus aan de voeten van Judas, welk eene les!.... Zoodra Petrus ziet, dat zijn goddelijke Meester Zich voor hem nederbuigt, roept hij uit: Wel hoe. Heer ! wascht Gij mij de voeten ?.. .. Jesus antwoordt: Gij weet niet, wat ik doe ; maar gij zult het later weten .... Petrus houdt nog tegen; Neen, zegt hij; nimmer zult Gij mij de voeten wasschen. Jesus antwoordt hem met gezag; Indien Ik u niet wasch, zult gij met Mij geen deel hebben .... Petrus wordt verschrikt door die bedreiging; hij onderwerpt zich en roept in het vuur zijner liefde uil; Heer wasch mij niet slechts de voeten, maar I ook de handen en het hoofd.. .. Hij, die | rein is, zegt Jesus, behoeft alleenlijk zijne 1 voeten te wasschen ;. ... gij zijt rein, maar j niet allen. Dat laatste woord betrof Judas; ' maar zijn hart was te zeer versteend, om | er door getroffen te worden.... Ik heb
274
u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudet doen gelijk Ik gedaan heb. . .. De knecht is niet beter dan zijn Meester. . . . Zoo gij deze dingen weet en beoefent zult Gij gelukkig zijn.....Ja wij zullen waarlijk gelukkig zijn, indien wij steeds gedenken : dat de knecht idet beter is dan zijn Meester; â dat Hij, de Schipper, de Heer en Meester van hemel en aarde. Zich diep verne derd heeft; â dat het dus billijk is, dat wij zondige schepsels, nietige aardwormen, ons zeiven nog meer dan Jesus, onze Meester, vernederen ; gelukkig, indien wij deze dingen weten en beoefenen, gelukkig, indien wij het voorbeeld van jesus volgen.
Zoo dierbaar de ootmoedigheid is in het oog van Jesus, zoo verachtelijk ook is in Zijn oog de hoogmoed. Zie, Lucifer, de vorst der Engelen, wordt overwonnen door den hoogmoed en van uit de hoogte der hemelen is hij neergestort in de diepte dei hel. Jesus weerstaat altoos den hoog-moedigen mensch en dennederigen schenkt Hij Zijne genade. Hij is gewoon door den zwakken den sterken te verpletten ; door arme visschers heeft Hij de wereld bekeerd en tot Zich getrokken. Mogen wij altoos nederig zijn, en de voorbeelden van nederigheid ons door Jesus gegeven, in beoefening
( brengen. Bid Hem met de H. Theresia; »--«
«--â-â¢
275 Gebed.
I Allerootmoedigste Heer, die nog ^erin-j ger geacht zijt, dan de moordenaar Barra-' bas; Gij vermaant ons, dat wij van U leeren ; zouden, ootmoedig van harte te zijn ; o geef 1 mij dan eene zoo diepe erkenning van mijn eigen nietigheid en een zoo vurig verlangen om in waarheid zoo gering geschat te worden en zoo te leven als het mij, overeenkomstig deze ware erkenning van mij zelve, betaamt, dat voortaan noch mijn weten, mijn verstand of andere eigenschappen, welker bedriegelijke waarde mij tot ijdele inbeelding zou kunnen verleiden, noch de ongeregelde liefde jegens mijn afgod, de eigen eer en glorie, mij ver-hindere, om U na te volgen en te beminnen; maar dat ik, van het juk van dezen tyran bevrijd, al mijne eer in U alleen stelle, en met trouwe, kinderlijke liefde slechts naar Uwe verheerlijking streve, wijl Gij alleen die waardig zijt, daar toch alles, wat ik of anderen ooit goeds verrichten kunnen, slechts door U tot stand komt en bijgevolg aan U alleen roem en eer en dank toekomt voor alles, wat er ooit goeds op aarde geschiedt.
Daarom wil ik mij dan ook van nu af aan vast voornemen, om met Uwe hulp
276
de verachting, die ik verdien, niet alleen te begeeren, maar er mij ook over te verheugen, waar en hoe rlie mij ooit mag worden aangedaan.
O /esus, die gehoorzaam rAjt geworden tot den dood, ja tot den dood des kruises, laat niet toe, dat ik ooit weigere te gehoorzamen.
I
Wees gehoorzaam en zonder morren, aan al de personen, die over U eenig gezag hebben, en gewen u, hunne geboden aan te zien, alsof het die van Jesus zeiven waren. De ware gehoorzaamheid bestaat in te doen, niet wat ons behaagt, maar wat aan onze inborst en aan onze neiging het meest tegenstrijdig is. Hoor, wat de H. Bernardus daaromtrent zegt; Een mensch, die waarlijk ootmoedig is, kent geen uiistel tot 's anderendaags; hij is vijand van de traagheid, hij voorkomt de bevelen, welke men hem geven wil, en hij heeft eerder gehoorzaamd dan men hem geboden heeft; hij is altijd bereid om te zien, te zeggen, te doen al, wat men
m-----jfe
277
wil, en overal te gaan, waar men hem zal zenden. Kent gij daarin uw afbeeldsel ?
Neem dan heden het goed en edelmoe dig besluit van de heilige ootmoedigheid in hare volmaaktheid, volgens den staat waarin Gods voorzienigheid ugesteld heeft, : uit te oefenen. Gehoorzaam aan uwe bestuurders als aan God zeiven.
Dienaren, gehoorzaamt aan diegenen, wel- \ ke uwe meesters zijn volgens het vleesch met \ vrees, met eerbied en in de eenvoudigheid van uw hart, alsof gij aan Je sus-Christus gehoor-zaamdet; gehoorzaamt niet alleen aan mees-\ ters, die goedertieren en goedaardig, maar ook aan diegenen, die moeilijk en lastig zijn. .
II
Ik weet wel, hoeveel moeite het kost, om zijnen wil te breken; ik weet hoe moeilijk het is, denzelven te bedwingen, hem te boeien, hem aan den wil van een ander te onderwerpen; ik weet, dat men bij het aanschouwen der moeielijkheden, soms aangespoord wordt, om zijne onderneming te verlaten en in de onafhankelijkheid te leven. Maar, verlies den moed niet, sla uwe oogen naar den schoonen hemel, naar dat eeuwig glorierijk hof; het is daar, dat God u verwa cht om uwe pogingen waardig te beloonen , het is daar,
278
dat Hij u in het midden van den strijd aanmoedigt en zegt: Mijn kind, herinner u, dat mijn Zoon en uw Zaligmaker, Jesus-Chrislus, gedurende dertig jaren, aan twee schepselen onderdanig is geweest, uit liefde tot u en om u een schoon voorbeeld ter navolging achter te laten; vergeet nooit, dat Hij de gehoorzaamheid volmaakt heeft uitgeoefend tot zoo verre, dat Hij op het schandelijk hout des kruises heeft willen sterven; vergeet eindelijk niet, dat de leerling boven zijnen Meester niet moet zijn, indien uw Zaligmaker geheel zijn leven lang zijnen wil onderworpen heeft, zoo is het dan ook billijk, dat gij den uwen onderwerpt. Welaan dan, de hemel zal uw loon zijn.â
Bid met de H. Theresia:
Gebed.
O! allergehoorzaamste Zoon Uws hemel-schen Vaders, die U tot aan den dood, ja tot den dood des kruises aan Zijn god-delijken wil hebt onderworpen, verleen ook mij, naar Uw voorbeeld, eene volmaakte gehoorzaamheid zoowel aan alle door U geopenbaarde geboden, voorschriften, vermaningen en de inwendige
inspraken des Heiligen Geestes, als aan *-------------*
--ig
â y.ld
eiken raad en bevel mijner oversten, die Uwe plaats, o God! bij mij bekleeden.
Bemerk, o Heer! dat ik mijn eigen verstand aan die hooge geheimen en zekere wijsheid en omzichtigheid des geestes onderwerpe, die in de ware gehoorzaamheid ligt opgesloten, en dat ik in groote als in kleine zaken op de volmaakste wijze alles ijverig trachte te vervullen, wat ik ooit als Uw allerheiligsten wil zal leeren kennen. Met Uwe hulp wil ik er mij op toeleggen, om dien immer te erkennen en te volbrengen. Amen.
*
O Jesus, mijn hemelschc Bruidegom, geef, dat ik gansch zuiver van harte zij, opdat ik U zien moge.
I
Jesus, die de Heilige der Heiligen is, heeft, volgens de uitdrukking der heilige Schrift, Zijn welbehagen onder de leliën; Hij deelt zich aan de zuivere harten mede, doel hun Zijne goddelijke beminnelijkheden kernen, ontdekt hun Zijne geheimen, en behandelt hen met eene onbesefbare gemeenzaamheid; dat beteekenen de woor-
280
den: Zalig zijn zij, die zuiver van harte zijn, want zij zullen God zien. Geroepen tot eene zoo zoete en innige vereeniging van ons hart met dat van onzen goddelijken Meester, raoet:n wij derhalve onze gedachten en neigingen meer en meer zuiveren; wij moeten, door een gedurige waakzaamheid en door de zuiverheid van onzen geest en van ons hart, ons zeiven beijveren, om de zuiverheid der Engelen na te volgen, ja zelfs de zuiverheid van het hart van Jesus, voor zooverre zulks, met de hulp der genade, voor sterfelijke schepselen mogelijk is.
Het is aldus, dat wij behagelijk kunnen worden aan het aanbiddelijke Hart, dat, uit liefde voor de zuiverheid, uit eene Maagd heeft willen geboren worden, en stervende haar tot Moeder heeft gegeven aan den maagdelijken leerling, wien de heilige deugd van zuiverheid reeds bijzondere gunsten van zijnen goddelijken Meester had doen verwelven.. . .
ir
De deugd der zuiverheid is zoo schoon, dat hare vijanden zelfs niet kunnen nalaten haar te bewonderen. Jesus heeft deze deugd
altijd groot geacht; en hoe zuiverder en *---«
281
kuischer eene ziel is, des te meer neemt Hij behagen er in, haar met Zijne uitstekendste gaven en gunsten te overladen. Maar hoe kostbarer deze deugd is, des te moeielijker is het haar te bewaren. Het vleesch,en de duivel spannen al hunne krachten in, om ze ons te doen verliezen en het is niet gemakkelijk, om in de schrikkelijke worsteling de zegepraal te behalen. Nochtans stel al uw vertrouwen op God, Hij kent onze zwakheid en liet slijk, waaruit wij zijn gemaakt, en Hij wacht zich wel Zijne kinderen in het midden van het gevaar te verlaten.
Vraag dikwijls aan Jesus en aan Zijne vlekkelooze Moeder de deugd van kuisch-heid, vermijd trouw de gelegenheden, waak voortdurend over uwe zinnen, vlucht den lediggang, versterf u, blijf ootmoedig, en bid met de H. Theresia:
Gebed.
O allerreinste Bruidegom der zielen, bron en oorsprong van alle reinheid en kuischheid! verdelg, o Heer! uit het binnenste van mijn hart en uit al mijne ledematen elke vleeschelijke genegenheid; en dsar onze ziel van eene hoogere onstoffelijke natuur en tot zoodanige reinheid in ^--------------------------------------^
282
staat is, als die waarover de Heiligen in den Hemel zich verheugen, zoo help en ondersteun mij door Uwe goddelijke genade, opdat ik hen meer bijzonder hierin navolge, en door middel van deze kostbare deugd, hun en U zeiven als een waar kind gelijkvormig worde.
Wanneer echter tegenovergestelde, deze reinheid storende bewegingen zich in mij verheffen, o laten deze mij dan tot folteraars en beulen verstrekken, de gerechtigheid aan mij uitoefenen, mij tuchtigen en mijne ziel als in een vuuroven en een smeltkroes van alle smetten van verleden en tegenwoordige afdwalingen zuiveren.
Laten zoodanige bewegingen daartoe dienen, om mij uit mijn zondenslaap op te wekken, opdat ik des te voorzichtiger wandele, mij zelve mistrouwe en mij afkee-rend van allen boozen lust, in Uwe armen slechts redding zoeke. Laten zij evenzoo ook tot verlevendiging van alle goede voornemens en van het vurigst verlangen naar volmaakte reinheid bijdragen; en terwijl ik ze U telkens met een verootmoedigd hart verlang op te offeren, wil ik mij, onder Uwen goddelijken bijstand, ook tevens van alle middelen bedienen, die mij tot verwerving dezer hemelsche deugd het meest kunnen bevordelijk '.ijn.
3*-------jj
283
mm*
Verleen mij de genade, o mijn Jesus, dat ik mij zelve verachte, en in alles ?iiets zoeke dan Uwe glorie.
II
De leerlingen van Joannes den Dooper, die groot gingen op den roem huns Meesters, zagen eenigszins met afgunstige oogen, dat Joannes het doopsel toediende en den eerbied en het betrouwen des volks won. Zij zeiden; Meester, Hij die aan gene zijde der Jordaan bij U was, en wien Gij getuigenis gegeven hebt, doopt nu, en allen gaan naar Hem.
Dat gevoel van afgunstigheid is maar al te natuurlijk aan den bedorven mensch ; ja, het wordt zelfs bij de godvruchtigen gevonden, wanneer hunne deugd niet genoegzaam zuiver is.
Zij hebben geen behagen in het goede, dat zij zeiven niet hebben vet richt, zij worden er zelfs ontevreden over, en gaan somtijds zoover, dat zij dat goede onder schoonschijnende voorwendselen zoeken te verhinderen. Eene dusdanige oniechtvaar-digheid komt voort uit de bedriegerijen
der eigenliefde. Men denkt lichtelijk, dat
--^
284
men niets dan de glorie des Heeren zoekt; maur men zoekt zijn eigen glorie.
De ware ijver is eenvoudig, belangeloos en nederig. Degene dus, die eenen waren ijver heeft, verlangt alleenlijk, dat het goede worde verricht; het is hem onverschillig, door wien het geschiede; ja zelfs heeft hij liever, dat het door anderen geschiede, dan door hem zeiven. Wij vinden daarvan een volmaakt voorbeeld in Joannes den Dooper. Toen hij van zijne leerlingen hoorde, dat Jesus begon te prediken en te doopen, en dat al het volk naar Hem ging, riep hij in vervoeiing van blijdschap uit: De vriend van den bruidegom is opgetogen van vreugde, omdat hij de stem van den bruidegom hoort; ik zie nu de vervulling van die blijdschap: Hij moet toenemen, ik moet afnemen. Daarna keert Johannes tot zijne vorige onbekendheid terug, weltevreden en verheugd, dat hij de glorie des Heeren door andere middelen dan door zijne bediening, bevorderd ziet. Zie daar, hoedanig ook de gesteltenis van ons hart moet zijn, indien wij ware christenen, waarachtige leerlingen van der, zoo nede-rigen Jesus willen wezen.
11
Hij moet toenemen, ik moet af nemen. God
285
heeft niemand noodig, om Zijn werk te doen; maar Hij bedient Zich gewoonlijk van de nederigen, van degenen die volkomen hun eigen krachten mistrouwen, en Hem getrouwelijk de glorie wedergeven van hetgeen Hij door hen doet. Wil ik nuttig zijn in mijne omgeving, dan moet ik mij bovenal beijveren, om mij te vestigen in eene diepe en oprechte nederigheid. Hij, die van de aarde is, spreekt van de aarde; ben ik dus vol van mij zeiven, laat ik mij leiden door mijn eigen geest, dan kan ik nimmer iets anders dan een oppervlakkig en gansch menschelijk goed doen, dewijl mijne werken en mijne woorden niet bezield zijn met dien geest van leven, die alleen derzelver vruchten kan verzekeren; maar hij, die van God is gezonden, spreekt Gods ïüoorden; God det It zich ten volle mede aan de ziel, wier ijver nederig en zuiver is; Hij vervult haar met Zijnen geest. Hij spreekt en werkt in haar en door haar; het goed, dat zij uitwerkt is onbeschrijfelijk.
Gebed.
O mijn Jesus, geefquot; mij het volmaakt begrip van deze woorden: Hij moet toenemen, ik moet ajnemen,* maak, dat ik mij
*
286
door eene oprechte en diepe ootmoedigheid voorbereide op al de werken van ijver, tot welke Gij mij roept.
U, o Jesus, aanbid ik als de bron van i alle goed, U bied ik al de glorie aan, die | ware dienaren U geven Voor U verneder : | ik mij over de herhaalde f juten van eigen-1 liefde en over alle gebreken, die tot nu | j toe zijn ingeslopen in het goede dat ik gedaan heb. Ik smeek U; goddelijke Mees- l ter, ontneem mij mijn eigen geest, om mij 1 te vervullen met den Uwen. Ja ! Jesus moet: toenemen, ik moet afnemen.
iims.
Goddelijke Jesus, geef mij de genade, dat Uw licht en Uwe waarheid mij geleiden, en mij de waarde van het Kruis en van het lijden doen kennen.
I
Wij kennen niet genoeg de waarde der kruisen.
Sedert ons aanbiddelijk Voorbeeld ons door Zijn kruis heeft vrijgekocht, zijn al het lijden, al de vernederingen, al de wederwaardigheden van dit leven oneindig kostbaar geworden voor hen, die met Zijnen geest bezield zijn en Zijne voetstappen
287
willen volgen. Het is waarlijk door het kruis alleen, dat wij aan ons zelven kunnen sterven, en het is niet dan door het sterven ; aan ons zelven, dat wij het leven van Jesus i kunnen navolgen. Het kruis is dus de kost I baarste schat, welken die aanbiddelijke i Meester in dit leven aan Zijne leerlingen | en Zijne vrienden kan geven ; ik moet j derhalve de kwellingen, de tegenkantingen, i de moeilijkheden, die Hij mij overzendt, beschouwen als zoovele bijzondere blijken Zijner liefde, en mij dezelve met getrouwheid ten nutte maken om mij met Hem des te nauwer te vereenigen. Ach 1 hoevele verdiensten verlies ik toch, als ik, in plaats van de kruisen door het geloof te beschouwen en uit liefde tot Jesus te omhelzen, naar het geschreeuw der natuur luister en mij zelve tracht te onttrekken aan de wederwaardigheden en beproevingen, welke God, tot boeting mijner zonden en tot verzekering en vermeerdering van mijne eeuwige kroon, mij overzendt! . .
II
Wij beminnen de kruisen niet genoeg met de daad, omdat wij dezelve niet beschouwen, gelijk zij wezenlijk zijn.
Onze goddelijke Zaligmaker, wiens goedheid oneindig is, geeft aan een ieder «-----Ht
288
de kruisen, die hem moeten heiligen; Hij schikt ze naar onze behoeften en naar onze krachten, en legt ze ons nimmer op, of Hij geeft ons te gelijk de noodige genade, om dezelve met vrucht te dragen.
Bij sommigen van ons komt Hij met inwendige kwellingen, met mistroostigheden en dorheden, met scrupulen, met twijfelingen, met duisterheden ; aan anderen laat Hij vernederingen gevoelen, die voortkomen uit natuurlijke gebreken, of uit omstandigheden, die de goddelijke Voorzienigheid tot dat einde doet plaats hebben.
Eenigen bezoekt Hij door lange en smartelijke ziekten; anderen wederom door opofferingen van plaatsen, van personen, of bedieningen, welke zij moeten verlaten ; somtijds maakt Hij ons gelijkvormig aan Zijn nederig en lijdend Hart, door zeer kleine vernederingen en kwellingen van ziel en lichaam, die dikwijls moeilijker te dragen zijn dan grootere beproevingen, omdat derzelver aanhoudendheid ons vermoeit en onze eigenliefde er geen voedsel in vindt. O, wat zijn al die gelegenheden kostbaar in de oogen van een levendig geloof! Met een goed hart aannemen al het moeilijke, dat God ons overzendt, daarin smaak vinden en er zich mede
58â â
voeden, dat is het kruis van Jesus dragen ; dat is den Koninklijken weg van Calvarie volgen; dat is zich vereenigen met den gekruisten Jesns, en zich in staat stellen, om de heilige mededeelingen en vertroostingen van Zijn Hart te kunnen ontvangen. Heb ik dit genoegzaam begrepen?
Gebed.
O Jesus! bron van alle genade, versterk mijn hart door de alvermogende kracht van Uw heilig kruis, en geel', dat ik, U kloekmoedig volgende naar den berg Uwer Offerande, inwendig aan mij zelve sterve,; om voortaan enkel voor U te leven.
O lijdende Godmensch, ik aanbid U in : den staat van vernedering en smart, waartoe Uwe liefde U gebracht heeft. Ik smeek U om vergiffenis, omdat ik zoo dikwijls aan de inzichten Uwer liefde heb weerstaan, door de kruisen, die Gij mij aanboodt, af te werpen en met ongeduld te dragen; verleen mij de genade voortaan grootmoediger en getrouwer te zijn, en al de inwendige en uitwendige moeilijkheden aan te nemen, die Gij voor mijne heiliging zult noodig oordeelen. Voortaan wil ik, in ver-eeniging met U, alles lijden, wat mij moeilijk zal voorkomen. O Jesus, geef mij achting en liefde voor de kruisen.
â¢Sr............â %.
U»
fêüü uit IIJDÃÃU
(Naar Pastoor van Ars.)
Of men wil of niet, men moet lijden, Daar zijn er die lijden gelijk de goede moordenaar, en anderen gelijk de kwade. Beiden leden eveneens. Maar de een wist zijn lijden verdienstelijk te maken; hij nam het aan in een geest van herstelling; en ^ich naar den kant van den gekruisten Testis wendende, vernam hij van Zijne | lippen deze schoone woorden: »Heden zult gij met mij zijn in het Paradijs.quot;
De andere daarentegen huilde, schold : en lasterde, en stierf in de afgrijselijkste wanhoop.
Er zijn twee wijzen om te lijden; lijden met en zonder liefde. De Heiligen leden alles met geduld, vreugde en volharding, omdat zij beminden. Wij lijden met toorn, spijt en afgematheid, omdat wij niet beminnen.
Indien wij God beminden, zouden wij de kruisen beminnen, wij zouden ze verlangen, wij zouden er behagen in scheppen, .. . AVij zouden gelukkig zijn te kunnen lijden ter liefde van Hem, die wel voor ons heeft willen lijden.
Waarover klagen wij: Helaas! de arme |
*-â Ht
â 2iil
ongeloovigen, die het geluk niet hebben van God te kennen en Zijne oneindige beminnelijkheid, hebben dezelfde kruisen als wij, maar zij bezitten niet dezelfde ver troostingen.
Gij vindt dat hard? Neen, het is zacht, het is troostvol, het is zoet; het is geluk! Maar, men moet beminnen als men lijdt, men moet lijden als men bemint. Ja, op den kruisweg kost de eerste stap alleen moeite. De vrees vaor kruisen is ons grootste kruis. . . â
Men heeft den moed niet om zijn kruis te dragen, men heeft ongelijk; want, wat wij doen of niet, het kruis houdt ons vast, wij kunnen daaraan niet ontsnappen.
Wat hebben wij dan toch te verliezen: Waarom hebben wij onze kruisen niet lief en waarom bedienen wij ons daarvan niet om naar den hemel te gaan Maar
het tegendeel geschiedt, de meeste men-schen keeren het kruis den rug toe en ontvluchten het. Hoe verder zij loopen, hoe meer het kruis hen vervolgt, hoe meer het hen treft en onder lasten verplettert. ..
Indien gij wijs wilt zijn, dan moet gij het kruis te gemoet gaan gelijk de heilige Andreas, die toen hij het kruis voor zich in de lucht zag, zeide : »Wees gegroet, o zoet kruis! o bewonderenswaardig kruis!^
292
o wenschelijk kruis!,., ontvang mij in uwe armen, neem mij weg van onder de nienschen, en geef mij aan mijn Meester terug die mij door U heeft vrijgekocht.quot;'
Hij, die het kruis tegemoet gaat, wandelt in de tegenovergestelde richting van de kruisen; hij ontmoet ze misschien, maar hij is tevreden van ze te ontmoeten; hij bemint ze, hij draagt ze met moed, zij vereenigen hem met onzen Heer; zij zuiveren hem; zij maken hem los van de wereld; zij nemen uit zijn hart alle hinderpalen weg, zij helpen hem het leven doortrekken, zoo als een brug helpt om over het water te gaan.
Ziet de Heiligen; als men hen niet vervolgde, vervolgden zij zich zeiven. . . . Iemand beklaagde zich eens bij onzen Heer, dat men hem vervolgde. Hijzeide: »Keer, wat heb ik toch gedaan om aldus behandeld te worden ?quot; Onze Heer antwoordde hem: »En ik, wat had ik dan toch gedaan, toen men mij naar den Kal-varieberg heeft gebracht ?.. . Dit begreep hij, hij weende, vroeg vergiffenis en durfde niet meer klagen.
De wereldlingen zijn zeer bedroefd, als zij kruisen hebben en de goede Christenen zijn bedroefd, als zij er geen hebben. De Christen leeft te midden der kruisen.
als de visch in het water. Zie de heilige Katharina, die twee kroonen heeft, die van de zuiverheid en die van het martelaarschap; hoe tevreden is zij, dat zij liever heeft willen lijden dan in de zonde
toestemmen......
Het kruis geleidt ons naar den hemel. De ziekten, de bekoringen, de smarten zijn zooveel kruisen, die ons ten hemel verheften. Dat alles is slechts van korten duur... . Ziet de Heiligen, die ons zijn : voorafgegaan.
i De goede God vordert niet, dat wij ons | lichaam zullen martelen, maar dat wij ons hart en onzen wil geweld zullen aandoen. . .
Onze Heer is ons toonbeeld; nemen wij ons kruis op en volgen wij Hem. . . .
Het kruis is de ladder des hemels. ... Hoe troostvol is het onder Gods oogen te lijden, en des avonds in zijn onderzoek te kunnen zeggen: »Komaan! mijne ziel, gij hebt twee of drie uren gelijkenis met Jesus-Christus gehad. Gij zijt gegeeseld, met doornen gekroond met Hem gekruisigd ! .. .. O welk een schat voor den dood!... Hoe aangenaam is het te sterven, als men op het kruis geleefd heeft! . . . . De kruisen alleen zullen ons in den dag des oordeels geruststellen. Als die dag zal
komen, zullen wij gelukkig zijn over onze *- â *
ongelukken, fier op onze vernederingen en rijk door onze opofferingen.
Om in den hemel te komen, moet men lijden. Onze Heer toont ons den weg in den persoon van Simon van Cyrene; hij roept zijne vrienden om Zijn kruis achter Hem te dragen.
De goede God wil, dat wij het kruis nimmer uit het oog verliezen, daarom plaatst men het overal, langs de wegen, op de hoogten, in de openbare plaatsen, opdat wij het ziende zouden kunnen zeggen; sZie hce Ood ons heeft lief gehad.quot;
Het kruis omvat de wereld; het is aan de vier hoeken des heelals geplant: een ieder ontvangt zijn deel.
De kruisen zijn op den weg des hemels, als een schoone steenen brug over een rivier, om die over te trekken.
De Christenen, die niet lijden, gaan die rivier over op eene brooze brug, eene brug van ijzerdraad, die altijd dreigt onder de voeten in te storten.
Die het kruis niet liefheeft, moge mis-| schien zijne zaligheid bewerken, maar met g. oote moeite; hij zal eene kleine ster 'aan het uitspansel zijn.
Die voor zijn God zal geleden en ge-i streden hebben, zal schitteren als eene
[schoone zon.....
----------- â â ^
iâ - - â âquot;â amp; â¢20;')
Zonder kruisen zijn wij dor; dragen wij ze echter met onderwerping, dan gevoelen wij ons verkwikt, gelukkig en getroost, dan ontwaren wij in ons reeds een voorsmaak der hemelsche vreugde. De goede God, de heilige Maagd, de Engelen en Heiligen omringen ons; zij zijn aan onze zijde en zien ons. De overtocht van een | goed Christen door de droefheid gelouterd, i is, als die van iemand, dien men op een rozenbed overbrengt. .. De tegenspraak brengt ons aan den voet des kruises, en i het kruis aan de deur des hemels. Om; ; daar te komen moet men daarop wandelen, j moet men versmaad, veracht, verguisd â
; worden..........^ 1
j .... In deze wereld zijn alleen zij geluk- | i kig, die de kalmte der ziel te midden der | wederwaardigheden des levens bewaren;! zij smaken de vreugde der kinderen Gods... j i Al de smarten zijn gering, als men lijdt; : in vceeniging met onzen Heer. . . . Lijden, i 'wat is daaraan gelegen? Het duurt slechts | 1 een tijd, een oogenblik. . . . Indien wij acht gt; i dagen in den hemel mochten doorbrengen, j â zouden wij de waarde van dat oogenblik | | lijdens begrijpen. Wij zouden geen kruis i zwaar genoeg vinden, geen beproeving ' bitter genoeg. . . . Het kruis is de gave, j die God aan Zijne vrienden schenkt.
Hoe schoon is het, wanneer men zich iederen morgen als een offer aan God op-; draagt en als men het voornemen maakt, | om alles aan te nemen tot voldoening voor | zijne zonden!... Men moet de liefdevoor de kruisen vragen, dan zullen zij zoet worden. Men moet nooit vragen vanwaar de kruisen komen; zij komen van God. Het is altoos God, die ons dit middel geeft om Hem onze liefde te bewijzen.
LJÃfUl;.
Aanbiddelijk Hart van Jesus, verleen mij de genade, dat ik het groote gebod van liefde] volmaakielijk vervulle.
I
Toen Jesus op het punt stond van Zijne dierbare leerlingen te verlaten, sprak Hij hen met de teederste hartelijkheid toe ; \ Mijne lieve Kinderen, Ik ben nog ecu weinig tijds hij u; gij zult Mij zoeken, en even gelijk Ik tot de Joden gezegd heb, dat zij niet konden komen waarheen Ik ga, zoo zeg Ik j het ook tot U. Na dietref'ende waarschuwing t verklaart Hij Zijn uitersten wil.
Ik geef U, zegt Hij, een nieuw gebod, te
weten ; Dat gij elkander beminnet, zooals
---------jfc
Ik u btniuidheb. Gewichtige woorden ! Hoe weinigen zijn er, die dezelve begrijpen! Hoe weinigen, die hunnen evenmensch, wie het ook zij, beminnen, gelijk Jesus hen bemint! De liefde van Jesus-Christus voor ons is zoo zuiver en zoo edelmoedig, dat Hij ons met weldaden heeft overladen, toen wij Zijne vijanden waren. Zij is zoo sterk, dat de smarten en de kruisdood derzelver vurigheid niet hebben kunnen verzwakken. Zij is zoo standvastig, dat zij tot het einde der eeuwen, en zelfs gedurende de gansche eeuwigheid, zal voortduren. Zij is zoo teeder, dat Hij onze Vriend, onze Trooster, onze Geneesheer, ons T,even en ons Voedsel in het aanbiddelijk Sacrament des Altaars heeft willen worden.
Staan wij hier een weinig stil en vragen wij eens aan ons zeiven ; Bemin ik mijnen evennaaste, wie hij ook zij, gelijk Jesus mij bemind geeft, met eene zuivere, ei/chiwei/ige, sterke, standvastige en teedere liefde r. . .
Vermijden wij met de grootste zorg de afkeerigheid. Niets doet ons meer stilstaan en achteruitgaan op den weg der volmaaktheid, dan eene vrijwillige en langdurige afgekeerdheid van den evennaaste: zij doet ons duizende genaden verliezen, duizende andere fouten begaan, en brengt ons in eevaar van onzen roep en onze zaligheid t... .................................*
; te verliezen. Vermijden wij derhalve met | eene heilige vrees deze gevaarlijke klip,, waarop onze volmaaktheid, en wellicht . onze eeuwige zaligheid, schipbreuk zoude lijden. Trachten wij ons te vervullen met, eene oprechte en bovennatuurlijke liefde ; | jegens alle menschen ; beminnen wij hen , 1 alleen in God en om God ; voorkomen wij [ elkander, volgens de leer van den H.Paulus, â door bewijzen van achting, van eerbied \ en van welwillendheid ; voldoen wij aan ' alle billijke verlangens onzer medemen- . schen ; hebben wij medelijden met hen ; j verdragen wij met geduld hunne ge- , breken, hunne zwakheden, hunne nalatigheden : laten wij onze liefde ook niet verkoelen door eenige ondankbaarheid of i harde behandeling, welke onze evennaaste ! ons mocht aandoen ; maar beminnen wij met eene zuivere, belanglooze en standvastige liefde : met eene liefde, die alle middelen zoekt om zijn tijdelijk, en vooral zijn eeuwig welzijn te bevorderen. O mijn Jesus, hoe verre is mijn hart van deze volmaakte liefde verwijderd i En nochtans kan 1 men nimmer Uw leerling wezen, zonder 1 i deze liefde ; wij hebben geen ander middel, j ⢠om U onze liefde te betuigen, dan de liefde [ tot den evenmensch. Ach Jesus, ik ver-: lang niets méér dan U in deze liefde tot!
# -⢠- - -4:
â¢2 ;gt;'.â )
den evennaaste op eene volmaakte wijze na te volgen : help mij door Uwe genade.
Gebed.
O mijn God, die de liefde zelve zijt, geef, dat deze heilige liefde mij geheel en ai overmeestere, en dat haar gloed iedere vonk van eigenliefde in mij uitdoove; geef, dat ik U, mijn eenigste, allerhoogste goed, boven alle geschapenen dingen beminne; mij zelve en mijn naaste, dien ik dienen wil zooals ik zou wenschen dat hij mij diende, in U en om Uwentwille liefhebbe.
Geef, dat ik alles buiten U «lechts in zooverre beminne, als het mij dienstig is, om tot U te geraken, en dat ik mij innig verheuge â zooals ik het dan ook in waarheid wilâ dat Gij U zeiven op eene zoo volmaakte wijze bemint, en dat Gij niet alleen door al Uwe Engelen en Heiligen, die U in de eeuwige glorie van aanschijn tot aanschijn in duidelijke erkenning aanschouwen, onophoudelijk bemind en verheerlijkt wordt, maar ook door de rechtvaardigen op aarde, die U door het licht des geloofs erkennen, U voor hun eenigste, allerhoogste goed, voor het doel en einde, het middenpunt van al hunne vreugde en
liefde houden, O mochten toch alle onvol-
------------- -------- *
300
maakten en zondaren der ganse he wereld datzelfde doen; mocht ik, door Uwe genade, er iets toe kunnen bijdragen, dat dit overal en altijd geschiede !
omimtapms
AAN GODS K. WIL.
Gewaaniig U, o mijn God, mij te vervullen met eene volmaakte on de neer ping en vurige liefde jegens U, opdat tie vervulling van Uwen goddelijken wil geheel mijne blijdschap en de regel van al mijne handelingen zij.
I
Wij moeten den wil van God met onderwerping en betrouwen aanbidden. Het geloof leert ons, dat er niets in de wereld geschiedt zonder bevel of toelating des Heeren. Hij is de Opperheer van alles; Hij bestiert alles naar Zijn goddelijk welbehagen. Hij weet zelfs voordeel te trekken uit de boosheid der menschen, heteenige dat zich tegen Hem verzet. Het is alzoo, dat Hij zich bediende van den haat der Farizeers, van de wreedaardigheid der beulen en van de woede der duivelen, die geenszins Zijn werk waren, ten einde het grootste mysterie der Verlossing te
301
*-
oltrekken, door Jesus-Christus ten dood te laten overleveren.
Het is alzoo, dat Hij de vervolging, de ketterijen en de scheuringen van alle eeuwen gebruikt heelt, om aan Zijne Kerk grootmoedige Martelaren en doorluchtige Leeraren te geven, die haren roem en hare kroon uitmaken. Het is alzoo, dat die woddelijke wil nog alle dagen de slechtheid der menschen gebruikt, om de rechtvaardigen te volmaken en met verdiensten te verrijken.
Al wat ons overkomt, wordt dus geleid en bestuurd door dien goddelijken wil: Hij omringt ons als een groote muur, welk geene ramp, geene bekoring, geene kwelling vermag te doordringen zonder eene uitdrukkelijke toelating des Heeren. Welk eene krachtige beweegreden van betrouwen, als wij overtuigd zijn, gelijk wij moeten zijn, dat die wil, de wil van eenen God is, die ons bemint, en die volmaaktelijk kent, al wat voor ons bet voordeeligste is.
Is het niet billijk, dat wij denzelven met eene liefdevolle onderwerping aanbidden in al hetgeen Hij goedvindt te bevelen of toe te laten :
Ja, o mijn God, ik erken het; men doet U smaad aan, als men de kruisen van dit leven niet beschouwt als zoovele middelen,
*
302
lt;ioor Uwe goddelijke Voorzienigheid toe-geschikt, om onze zaligheid te verzekeren ; ik neem dus alles aan, wat Gij U gewaar-digen zult mij toe te zenden; leer mij ten alien tijde, en in alles, wat mij overkomt, U loven en danken.
II
Wij moeten den wil van God met getrouwheid en liefde volbrengen. Indien de liefde, die wij aan God verschuldigd zijn, ons verplicht Zijnen heiligen wil in alles, wat niet van ons afhangt, te aanbidden, zij verplicht ons nog dringender om aan Zijne inzichten te beantwoorden, met Hem onze vrijheid door eene algeheele en voortdurende gehoorzaamheid op te offeren. Wij zouden ons zeiven misleiden, met te denken, dat men de goddelijke liefde in het hart kan hebben, als men, den wil des Heeren kennende, denzelven niet volbrengt. Nu dan, dien aanbiddelijken wil kennen wij door de geboden der goddelijke wet, door de plichten onzer roeping, door den wil onzer Oversten, door de inwendige ingevingen der genade, door de verschillende omstandigheden en al de voorvallen des levens, dewijl deze alle ons door eene Voorzienigheid, vol wijsheid eu goedheid
worden toegereikt.
*---------------------
i Wij moeten ons dus beijveren, om in I zulk eene volmaakte gesteltenis te komen, ' dat wij onophoudelijk gereed zijn, om door ! onze gehoorzaamheid en onderwerping
â aan alle wetten en geboden, aan onze j Oversten, aan de inspraken der genade,
onze liefde te toonen. Die gesteltenis wordt ons geleerd door de verheven woorden; i Uw wil geschiede op aarde, als in den he mei. \ Wij moeten op de aarde den goddeliiken
â wil volbrengen, gelijk die in den hemel i door de Engelen en Heiligen volbracht i wordt, dat is; met vaardigheid, blijdschap, ' liefde 'en getrouwheid.
Gebed.
à mijn God en mijn Vader help mij; i doordring mij van die heilige gesteltenis : 1 geef, dat ik, naar het voorbeeld van Jesus-i Christus Uwen aanbiddelijken Zoon, van ' Uwen wil mijne spijze en den onverander-lijken regel van mijn gedrag make. 1 U, o lieve Jesus, bied ik mijnen wil aan ' en smeek U, quot;dat Gij zelf dien, in vereeni-i eing met den Uwen, aan Uwen Vader moget aanbieden.
Ik vraag U de genade, van mij steeds ! met getrouwheid te schikken naar het wel-
i behagen van dien aanbiddelijken Vader, *ââ-----â------
*â â *
304
die om zoovele redenen mijne onderwerping en liefde verdient. Vader, Uw wil geschiede op de aarde, als in den hemel. 1
£3ürry^\fii)j£3}j£jiL
/ 'erken mij, o mijn God, den geest van j | boetvaardigheici, om volkomen aan Uwe heilige ' i inzichten te kunnen beantwoorden.
j 1 - I
j De boetvaardigheid, die door tien H. | ! Voorlooper vanjesus is gepredikt, is voor i ons allen noodzakelijk; beijveren wij ons i i dus, om te kennen, waarin die boetvaar-1 digheid bestaat. De H. Johannes de Dooper i zelf beduidt het ons, zeggende: Alle vallei] . sal gen/ld worden, alle berg en heuvel zal i j vcrncderil worden, de kronkelige wegen zullen I I recht, en dc hobbelige ejfen gemaakt worden, j Wij moeten dus de valleien, die het i zinnebeeld van de diepte onzer ellende zijn, vullen door eene oprechte verachting van ons zeiven, een onbegrensd betrouwen op dc goddelijke goedheid en een standvas-tigen ijver in de betrachting onzer plichten.
Wij moeten derhalve allen bergen heuvel van hoogmoed vernederen, en de
schuinsche wegen, de kronkelige paden * ' ' *
â^
.'iOf)
van eeneniet zuivere meening, recht maken.
Wij moeten dus ons zeiven ontdoen van al die opwellingen van ons karakter en humeur, die, als zoovele scherpe steenen en doornen, ons voor anderen moeilijk en lastig maken; wij moeten in één woord, ons zeiven geheel vernieuwen. Die onderneming is groot; zij vraagt moed, want zij veronderstelt eenen langen en moeilijken arbeid; maar die moeilijkheden moeten ons niet afschrikken, omdat wij zeker zijn, dat wij bij Jesus overvloedige kracht, genade en troost kunnen vinden; omdat Jesus ons zich zeiven met Zijne deugden en verdiensten gege. en heeft, om onze zwakheid te gemoet te komen; omdat wij altijd met den Apostel moeten zeggen: Ik ve.nnag alles in Hem. die mij versterkt.
\l
De H. Joamïes de Dooper, die gezonden was om de paden van Jesus-Christus te bereiden, leert ons door zijn voorbeeld, in welke gesteltenis wij moeten trachten te komen, indien wij willen, dat God onzen arbeid zegene.
Al wat hij predikt, heeft hij zelf eerst gedaan, en wel op eene volmaakte wijze Men kan van hem zeggen, gelijk de H'
%
20
30ti
*
*
Lucas van Jesus zegt; Eerst deed Hij en vervrlgens begon Hij te leer en.
Zoo verheven als zijne roeping is, zoo diep is zijne nederigheid; vraagt men hem, wat hij over zich zeiven denkt, dan antwoordt hij, dat hij niets is dan eene stem, dan een geluid, dat zich in de woestijn verliest; spreekt hij van Jesus, dan geeft hij door zijne woorden duidelijk te kennen, hoe klein en nietig hij zich zeiven in Diens heilige tegenwoordigheid acht. Ik ben niet waardig, zegt hij, de riemen van Zijn schoeisel te ontbinden.
Zijn ijver is edelmoedig: hij vreest niet aan de hoogmoedige Farizeërs, aan de machtigen der natie, de boetvaardigheid en de nederigheid te prediken. Zijn ijver is vurig en vernuftig; in den kerker vindt hij nog het middel, om Jesus Christus te verkondigen en leerlingen voor Hem te winnen. Zijn ijver is belangeloos; als hij verneemt, dat de goddelijke Meester meer leerlingen dan hij krijgt, dan is hij blijde en roept uit; Hij moet toenemen, ik moet afnemen. Eindelijk hij volhardt tot het einde toe in zijne edelmoedige zellopol-fering voor de eer van God, en verkiest den dood boven eene laffe toegenegenheid. O, hoevele vruchten zoude ik teweegbrengen, indien ik, gelijk de H. Joannes,
itt
5R
den geest van boetvaardigheid en ootmoedigheid, en met eenen edelmoediger, vu-rigen en belangeloozen ijvei bezield
Gebtd
O allerwijste bestierder der menschen! houd Gij toch mijne zoo licht beweeglijke neigingen in toom, opdat zij door hare tucht- en teugelooze begeerlijkheid geene wanorde en verwarring in mijne ziel brengen, en haar met zich voortslepende, niet in een wis verderf storten. Strek, o God, Uwen machtigen arm uit ter mijner hulpe en red eenen zondaar, die U aanroept, uit de slavernij der trouwelooze begeerlijkheid; beteugel deze en regel haar door Uwe kracht, opdat er voortaan in mij geene liefde en verlangens, geene vreugde ot smart, geene droefheid of vreeze, geen toorn meer zij, waarvan mijne ziel zich niet bediene, om U te behagen en het goede op te wekken, te bevorderen en te voltooien. Versterk mij, o Heerl opdat ik in de beheersching dezer immer bewogene, even listige als sterke hartstochten mij zeiven steeds op de volmaakste wijze ver-loochene. Help mij daartoe door Uwe goddelijke genade. Amen.
OEFENING
VAN DSN HEILIGEN ROZENKRANS.
Geheimen, te overwegen onder het bidden van den Rozenkrans.
Jgt;K BLI.IUK (ÃKHEIMEN.
1 Zij boodschap des Engels aan Maria : Men overweegt, hoe de Aartsengel Gabiiel aan de Allerh. Maagd aankondigde, dat zij Moeder van onzen Heer Jesus-Christus zou worden.
2 De bezoeking van Maria aan hare nicht Elisabeth : Men overweegt, hoe de Allerh. Maagd,toen zij vernomen had,dat Elizabeth ging moeder worden, schielijk op weg ging, om haar in haar huis te bezoeken, en daar drie maanden bij haar bleef.
3 De geboorte van fesus-Christus: Men overweegt, hoe onze Verlosser Jesus-Christus te middernacht, in cle stad Bethlehem geboren werd en door Maria tusschen twee redelooze dieren in de kribbe werd neergelegd.
4. De Opdracht van fesns-Christtts inden tempel: Men overweegt, hoe de Allerh.
*
*
Maagd Maria, op den dag barer zuivering, Christus onzen Heer in den tempel opdroeg en Hem in de armen legde van den H. grijsaard Simeon.
5 /)c wedervinding van het verloren Kind Je sus: Men overweegt, hoe de Allerh. Maagd Maria, na haren Zoon verloren en gedurende drie dagen te hebben gezocht, Hem aan het einde van den derden dag in den Tempel terugvond in het midden der Leeraars, met wie Hij, toen twaalf jaren oud. redetwistte.
UKOKVKU-: (IKirKIMUX.
1 De benauwdheid van [esus-Christus in
Iden hof van Olijven:den hof van Olijven:Men overweegt, hoe onze Heer Jesus-Christus, toen Hij bad in den hof van Olijven, bloed zweette.
ü Dc geeseling van Jesus Christus : Men overweegt, hoe onze Heer Jesus Christus in het huis van Pilatus wreed gegeeseld werd en tallooze slagen ontving.
ii De Kroning van Jesus-Christus met
I doornen: doornen: Men overweegt, hoe onze Heer Jesus-Christus met allerpuntigste doornen werd gekroond.
4 De Kruisdraging van fesus-Christus : Men overweegt, hoe aan Jesus Christus, toen Hij ter dood was veroordeeld,tot Zijne
3 to
grootere beschaming en smart, het zware kruishout op de schouders werd gelegd.
5 De Kruisiging van Jesus-Christus : Men overweegt, hoe Jesus-Christus, op den Kaivarieberg gekomen, van Zijne kleederen beroofd en met uiterst scherpe nagels aan het Kruis werd gehecht, waarop Hij stierf in tegenwoordigheid Zijner diepbedroefde Moeder.
lt;; I.OK I KUI.I K K lt;: KIIKIMI.N.
I
1 De verrijzenis van Jesus-Christus : Men j overweegt, hoe oii/.e Heer Jesus-Christus i den derden dag na Zijn lijden en dood, i glorierijk en zegevierend verrees, om nooit t meer te sterven.
2 Dc hemehaart van Jesus-Christus : Men overweegt, hoe Jesus-Christus, veertig dagen na Zijne verrijzenis, met grooten luister en zegepraal ten hemel opklom, onder de oogen van Zijne Allerheil. Moeder en van al Zijne leerlingen.
3 De zending van den 7/. Geest: Men overweegt, hoe Jesus Cristus, zittende aan de rechterhand Zijns Vaders, den H Geest afzond in de zaal van het laatste avondmaal, waar de Apostelen met de Allerheil.Maagd vergaderd waren.
4 De ten-kemel-opneming van Maria: Men
*
overweegt, hoe de Allerh. Maagd Maria, uit dit leven scheidde endoor de Engelen ten hemel werd opge voerd.
5 De kroning van Maria ut thn kemel: Men overweegt, hoe de allerh. MaagdMaiia in den hemel werd gekroond door haren goddelijken Zoon Jesus-Christus, alsmede de glorie van alle Heiligen.
Andere wijze om de geheimen bij den Rozenkrans te bidden :
DK m.l.lDi; (iEHKIMKN.
1 Dien gij,Maagd blijvende,ontvangen hebt.
2 Dien gij, Elizabeth bezoekende, gedragen hebt.
Dien gij. Maagd blijvende gebaard hebt.
4 Dien gij in den tempel opgeofferd hebt.
5 Dien gij in den tempel wedergevonden hebt.
Igt;K IMIOKVIGK ÃBIIKIMKN.
1 Die voor ons bloed gezweet heeft.
2 Die voor ons gegeeseld is.
.*5 Die voor ons met doornen gekroond is. 4 Die voor ons zijn kruis gedragen heeft.
.rgt; Die voor ons gekruist is.
*------------------------ -----------------*
312
l»K lïLOIilEKIJKE OKIlKUir.N.
1 Die van den dood verrezen is.
2 Die ten hemel opgeklommen is.
3 Die den H. Geest gezonden heeft.
4 Die u in den hemel opgenomen heeft.
5 Die u in den hemel gekroond heeft.
ROZENKRANS-GEBED.
v In den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Amen.
â Ik geloof in God, den Vader...
â Onze Vader. . .
â Ik groet u, dochter van God, den Vader.
W ees gegroet.. .
â Ik groet u, moeder van God, den Zoon.
Wees gegroet. ..
â Ik groet u, bruid van God, den Heiligen
Geest. Wees gegroet. ..
â Kere zij den Vader, en den Zoon en
den Heiligen Geest.
; Gelijk het was in den beginne en nu, en ^ altijd en in alle eeuwigheid. Amen. } â De namen van Jesus en Maria zijn ; gezegend.
i Van nu af tot in eeuwigheid.
I
i
amp;
*----------------------------M
313
r.l.MDK, (IKHEIMKN.
Oe boodschap des Engels
Onze Vader. . .
1. De Heilige Drievuldigheid heeft toegestemd in de raenschwording van Christus, Wees gegroet...
2. Maria werd tot moeder van Christus verkozen.
3. De aartsengel Gabriel bracht Maria de blijde boodschap.
4. Maria was in de eenzaamheid in haar gebed.
5. De engel zeide: wees gegroet, vol van genade; de Heer is met u. ^
6. Maria was verbaasd, toen zij den S engel hoorde.
7. De engel zeide; Maria wil niet vree-zen; want gij zult ontvangen van den J4 H. Geest. ra
S.Maria antwoordde; Zie de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw woord.
9. Maria is door den H. Geest overlommerd geworden.
10.En het Woord is vleesch geworden, en Het heeft onder ons gewoond.
Eert. zij den Vader. . . De namen. ..
*5â
:n4
üe bezoeking van Maria.
Onze Vader. . .
1. Maria ging haar nicht Elizabeth bezoeken. Wees gegroet.. .
2. Maria ging met haast over het gebergte.
.'5. Maria werd met veel liefde door hare nicht ontvangen.
4. Elizabeth werd verlicht door den H. (ieest
5. Elisabeth zeide: Gezegend zijt gij boven alle vrouwen.
C. Elizabeth riep uit: wat geluk geschiedt S mij,dat de moeder des Heeren tot mij ^ komt. rjj
7. Maria in heilige verrukking dankte 3 en verheerlijkte God. Z
H. Het huis van Zacharias is door de komst van Jesus en Maria gezegend.
9 Joannes is van de erfzonde gezuiverd. 10. Maria diende hare nicht drie maanden met veel liefde.
Eere zij den l 'ader. .. J)c luimen. . â¢
De geboorte van Christus.
Onze Vader.
I. Jesus wordt te Betlehem geboren. Wees gegroet.
2. Jesus werd in een stal geboren in het midden van den nacht. Wees gegroet.
3. Ken engel verkondigt deze gelukkige tijding.
4. Maria legde Jesus in eene kribbe.
5. Jesus lag op hooi en stroo tusschen os en ezel.
6. Maria en Jozef aanschouwden jesus met groote verwondering lt;
7. De engelen zongen; Kere zij God in S het allerhoogste; en op aarde â vrede ^ aan de menschen, die van goeden wil zijn o
| 8. De herders kwamen het kind Jesus bezoeken.
: 9. Drie wijzen uit het lt; )osten kwamen
[ Jesus aanbidden.
10.Zij brachten Hem tut geschenken goud, wierook en mirre.
F.ere zij den Vader. . . De. namen. . .
Oe opdracht van het Kind Jesus.
Onze Vader.
1. Maria ging naar Jerusalem om haar heilig Kind te offeren. Wees gegroet. . .
2. Jesus en Maria onderwierpen zich in alles aan de wet.
I 3. Maria droeg op hare armen het zoen-
i offer der wereld.
â¢TH!
4. Maria offerde Jesus in den tempel. Wees gegroet.
5. Maria kocht Jesus terug voor den losprijs van vijf sikkels.
6. Maria bracht tot offergifte twee jonge duiven. quot; ^
7. De oude Simeon nam Jesus op zijne armen. '
8. Simeon zeide: Deze is gesteld tot val ^ j en opstanding van velen in Israël. 3 Anna, de profetes, loofde God voor S de verlossing des volks.
li'. Maria en Jozef waren verwonderd over hetgeen vanjesus gezegd werd.
jEerc sij den Vader. . . De namen. ..
De wedervinding van Jesus.
Onze I 'ader . . .
1. Jesus, twaalf jaren oud, ging met Maria en Jozef om het paaschfeest te vieren. i Wees gegroet.
[ 2. Jesus werd te Jerusalem onder de menigte vermist. ;£ i 3. Maria en Jozef zochten Jesus met p veel droefheid. ^
4. Zij zochten Hem te vergeefs bij de £ bloedverwanten en bekenden. 3
5. Zij vonden Jesus na drie dagen zoe- S-
kens.
317
6. Zij vonden Jesus in den tempel tusschen de leeraars. Wees gegroet.
7. Maria zeide : Zoon, waarom hebt gij ons bedroefd.
8. Jesus antwoordde : Wist gij dan niet, lt; dat ik moest zijn bij de zaken van mijnen Vader. ^
;i. Jesus keerde met Maria en Jozef terug jg en was hun onderdanig. 3
: 10. Jesus wies oj), en nam toe in wijsheid S j en genade bij God en tij de men- i schen.
Ecrc zij den Vader. . . De namen. . . jgt;ivoi;vigjc r.kiikimi;n*. De benauwdheid van Christus.
Onze 1 'ader.. .
1. Jesus ging in het hofken der Olijven.
Wees gegroet.
'2. Jesus viel daar op Zijn aangezicht ter aarde neder.
3. Jesus werd beangst en bedroefd tot lt; den dood toe. c
4. Jesus met doodangstbevangenzweet- ^ te water en bloed. JS
5. Jesus bad vurig en volhardde in het g gebed. 壉
6. Jesus werd gesterkt door eenen engel
des hemels. *â â*
7. Jesus stelde Zijnen wil in den wil van Zijnen hemelschen Vader. Weesgegroet.
8. Jesus werd door Judas met eenen kus verraden. W ees gegroet.
Jesus werd door Zijn eigen volk ge-; gevangen. Wees gegroet.
10. Jesus werd gesleurd van den eenen rechter tot den anderen. Wees gegroet. here, zij Jen Vader.. . .
Hoe liet heeft God den mensch gehad, dat Hij Zijn'eenigen Zoon niet heeft ge-1 spaard, maar heeft geleverd tot den dood.
1 â |a tot den dood des kruiscs.
|
Dt geeseling van Christus.
Onze l 'ailer. . .
! â¢â¢ Jesus werd door de Joden aan de Hei-| denen overgeleverd. Wees gegroet. I 2. Jesus werd bij Pilatus valsch beschuldigd.
;J. Pilatus vond geene schuld in Jesus. ^ 4. Jesus, alhoewel onschuldig werd ver- g' we/en om gegeeseld te worden. ^ | Jesus kleederen werden uitgerukt. Jï | Jesus werd aan eene kolom geboji- 3 I
den. quot; «
; 7. Jesus werd wreedelijk gegeeseld. j 8. Jesus, gewond van het hoofd tot den voet.
f). lesus bloed vloeide op de aarde neder.
Wees gegroet.
10. Jesus, geslagen en verwond om onze zonden. Wees gegroet.
Kere zij den J 'ader----Hoe lief. . . .
De kroning van Christus.
On se V\iiier. . .
1. De soldaten vlochten eene kroon van doornen. Wees gegroet.
2. Zij drukten die doornen kroon in Jesus hoofd.
3. Jesus hoofd aan alle kanten doorwond.
4. Jesus hoofd druipende van het bloed.
5. quot;jesus met een' purperen mantel bespot. ==
(gt;. De soldaten gaven Jesus een net n voor schepter in de hand. rf-
7. Zij sloegen op het gekroonde hoofd ^ van Jesus. 5
8. Zij spuwden in Jesus goddelijk aan- 5. gezicht.
9. Pilatus toonde Jesus aan het volk zeggende: Ziet den mensch.
10. De Joden schreeuwden: Weg met Hem, kruisig Hem.
l'.ere zij den Wider. . . . Hoe lief. . . .
#. -
320
De kruisdraging van Christus.
Ome Vader.. .
1. Pilatus gaf Jesus over om gekruist te worden. Wees gegroet.
2. Jesus omhelsde met liefde het kruis.
3. Jesus droeg zelf het kruis op Zijne doorwonde schouders.
4. Jesus beladen met het kruis ontmoette Zijne bedroefde moeder.
5. Jesus drukte Zijn aangezicht in den doek van Veronica.
6. Jesus werd beweend door de godvruchtige vrouwen van Jerusalem.
7. Jesus zeide: Handelt men zóó met het groene hout, wat zal er met het dorre geschieden :
8. Jesus bezweek onder het kruis tot driemaal toe.
ft. Simon van Cyrene werd gedwongen
Jesus het kruis te helpen dragen. 10. Jesus bereikte met veel moeite den berg van Calvarie.
Ecre zij den Vader. .. Hoe hej. .. .
De kruisiging van Christus.
Onze Vader. . .
1. Jesus werd wreedaardig op het kruis uitgerekt. Wees gegroet.
321
2. Jesus handen en voeten worden door» nageld. Wees gegroet.
3. Jesus werd gekruist tusschen twee moordenaars.
4. Jesus hangende aan het kruis bad I voor Zijne vijanden.
1!). Jesus beloofde den rouwmoedigen
moordenaar het Paradijs. ^
! 6. Jesus beval den H. Joannes aan Zijne S moeder. ^
! 7. Jesus riep uit: Mijn God, Mijn God £ waarom hebt Gij Mij verlaten ! 3
8. Jesus dorst hebbende is met gal en quot;
azijn gelaafd.
! 9. Jesus zeide: Het is volbracht.
110. Jesus gaf Zijnen geest, en liet Zijn hart voor ons openen.
Eere zij den Vader. . . . Hoe lief. . . .
KOEMKI.I K K CEHEIMKN.
De verrijzenis van Christug.
Onze Vader. ..
1. Jesus is den derden dag na Zijnen dood, verrezen. Wees gegroet
2. Jesus verblijdde Zijne heilige moeder. Wees gegroet.
3. Jesus verscheen aan Maria Magdalena.
Wees gegroet. *-------»
21
*...................â-
325
4. Jesus vertoonde Zich aan Petrus. Wees gegroet.
5. Jesus wandelde met de leerlingen van Emmaüs.
lt;). De leerlingen zeiden : brandden onze harten niet van liefde, als Hij tot ons sprak. ^
lt;. Jesus stond in het midden Zijner 3 Apostelen en wenschtehun den vrede. 0quot; 8. Jesus zeide hun; Wilt niet vreezen, ^ Ik ben het. g
| !â¢. Jesus toonde Zijne wonden aan £ Thomas.
10. Thomas riep uit; Mijn Heer en mijn i God.
Eere zij den Vader. . .
Geloofd en gedankt zij Jesus in het allerheiligste Sacrament des Altaars. â I Met zoovele lofzangen als Hij waardig is. I
Dt hemelvaart van Christus.
Ome Vader.. .
1. Jesus vergaderde Zijne Apostelen op den Olijfberg. Wees gegroet.
2. Jesus beloofde hun den Heiligen lt; Geest. o
3. Jesus zegende hen voor de laatste maal.
4. Jesus klom in hunne tegenwoordig- 3 heid ten hemel op. quot;
K---------- - â*
32;!
5. Jesus klom op door Zijne eigen macht.
Wees gegroet.
(J. Jesus heeft toen den hemel voor ons geopend. lt;
7. Jesus heeft ons in den hemel eene quot; plaats voorbereid. ^
8. Jesus zit nu aan de rechterhand van ^ God den Vader. c
'.t. Jesus is onze middelaar in den hemel. £ 10. Jesus toont Zijne H. wonden voor ons aan den hemelschen Vader.
Ecre zij dm I 'aiter.. Geloofd en gedankt. .
De zending van den H. Geest.
Onze Wider. . .
1. De Apostelen waren te Jerusalem met Maria in het gebed vereenigd. V\ ess gegroet.
2. Jesus zond hun den Heiligen Geest. De H. Geest daalde neder in de gedaante van vurige tongen. lt;
4. De H. Geest heeft het verstand £ verlicht. 3,
5. De H, Geest heeft de harten met ^ liefde ontstoken. c
t$. De H. Geest heeft de gemoederen S versterkt.
7. De H. Geest heeft Zijne /-c\ en gaven
medegedeeld. *----------- ------- *
324
8. De H. Geest heeft verschillende talen doen spreken. Wees qegroet.
9. Kom, H. Geest, kom, bezoek de harten Uwer geloovigen. Wees gegroet.
10. Kom, H. Geest, ontsteek in ons het vuur Uwer H. liefde. Wees gegroet. Een- zij iicn Vader. . . Geloofd en gedankt. .
De ten-hemel opneming van Maria.
Onze Vader. . .
1. Maria is na haren dood ten hemel opgenomen. Wees gegroet.
2. De hemelsche Vader ontving Zijne beminde dochter.
3. Jesus omhelsde Zijne lieve moeder.
4. De H. Geest verwelkomde Zijne heilige bruid. ^
5. De Serafijnen en Cherubijnen be- quot; groetten Maria. ^
6. De engelen diendenen loofden Maria. ^
7. Geheel de hemel was verblijd wegens 3 Maria. %
8. Maria zit nu het naast bij Jesus.
9. Maria is onze moeder in den hemel.
10. Maria is onze voorspreekster bij haren lieven Zoon.
Eerc zij den Vader. . . Geloofd en gedankt..
i------------------*
;{2.rgt;
De kroning van Maria
Onze. I 'ader. . .
1. Maria is heerlijk gekroond inden hemel. Wees gegroet.
2. Maria gekroond boven alle Heiligen en Engelen.
3. Maria gekroond om hare diepe ootmoedigheid.
4. Maria gekroond om hare volmaakte gehoorzaamheid.
5. Maria gekroond om hare Serafijn- lt;⢠sche liefde. o
6. Maria gekroond om hare engelach- ^ tige zuiverheid. ^
7. Maria gekroond om hare heilige 3 voorzichtigheid. ~
8. Maria gekroond om hare groote verduldigheid.
9. Maria gekroond om hare ijverige dankbaarheid.
10. Maria gekroond om hare volharding in alle deugden.
Eere zij den lader. . . Geloofd en gedankt. . GEBED.
Ik otter U, onbevlekte Maagd en allerzaligste Moeder Gods Maria, dezen geestelijken krans van gebeden en groetenissen; gewaardig u denzelven goedgunstig aan
9t
te nemen met al de vereeringen, die u op de aarde en in den hemel worden gebracht, en verkrijg voor mij en voor diegenen, voor welke ik gehouden ben te bidden, van uwen lieven Zoon de genade om deugdzaam te leven en zalig te sterven. Amen.
t.ITAVIK
VAN I iK
ii. .ffln tin luin ivordif.
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm ü onzer!
Heer ontferm U onzer.'
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
God hemelsche Vader, ontferm ü onzer!
God Zoon, verlosser der wereld, ontferm
U onzer!
(iod H. Geest, ontferm ü onzer! H. Drievuldigheid een God, ontferm U onzer!
H. Maria, bid voor ons.
II. Maria, zonder vlek ontvangen, bid
voor ons.
H. Moeder Gods, bid voor ons. * -------------------------âj»f
H. Maagd der maagden, bid Moeder van Christus,
Moeder der goddelijke genade, Allerreinste Moeder, Allerzuiverste Moeder, Ongeschondene Moeder, Onbevlekte Moeder,
Minnelijke Moeder, Wonderlijke Moeder,
Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers, i Allervoorzichtigste Maagd, Eerwaardige Maagd, j Lofwaardige Maagd,
i Machtige Maagd, rtoedertierene Maagd, Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid. Stoel der wijsheid.
Oorzaak onzer blijdschap. Geestelijk vat.
Eerwaardig vat.
Schoon vat van godsvrucht. Geestelijke roos.
Toren van David,
Ivoren toren.
Gulden huis.
Ark des verbonds,
Deur des hemels.
Morgenster,
*
328
Behoudenis der kranken, hid voor ons. j Toevluclit der zondaren.
Troosteres der bedrnkten.
Hulp der christenen,
Koningin der Engelen,
Koningin der Patriarchen,
Koningin der Profeten, ^
Koningin der Apostelen, c
Koningin der Martelaren, S
Koningin der Belijders, c
Koningin der Maagden, Z.
Koningin van alle Heiligen,
Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans,
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons, Heer! Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm If onzer.
Onze Vader . . . Wees gegroet. ..
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder Gods ! wil onze gebeden in onzen nood niet versmaden ; maar verlos ons altijd van a/lle gevaren, o gezegende en glorierijke Maagd ; K--------------------------------------------K
onze Vrouw, onze middelares, onze voorspreekster. verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon I
v. Bid voor ons, heilige Moeder Gods! a. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
Laat ons bidden.
Wij bidden ü, o Heer, stort Uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de Menschwording van Christus uwen Zoon hebben leeren kennen door Zijn Lijden en Kruis tot de glorie der verrijzenis mogen geraken. Door denzelfden Christus onzen Heer. u. Amen.
Gebed tot de heilige Maagd Maria.
Memo rare.
Gedenk, o genadigste Maagd Maria! dat men nooit gehoord heeft, dat iemand, die tot u vluchtte, uwen bijstand verzocht, of uwe voorspraak inriep, verlaten isgeweest. Aangemoedigd door dit vertrouwen, o o Maagd der maagden! snel ik tot u, en zuchtende onder het gewicht mijner zonden, werp ik mij voor uwe voeten neder. O Moeder des eeuwigen Wooids! versmaad mijne gebeden niet, maar neem ze genadig aan en gewaardig ze te verhooren. Amen.
K--- ---------- ------------------- â â*
f)fffiling pnn deii i\. Ãniisroeg.
Men verwekke vooraf een nkte van berouw en make de intentie om de aflaten te verdienen welke aan deze oefening zijn verbonden.
JJi/idihij. Treurzang.
Stabat Mater dolorosa Naast het kruis, met
schreiende oogen Juxla Crueem laciymosa Stond de Moeder diep
bewogen,
Dum pendebat Filius: Daar de /0011 te sterven
hing 5
t
Jesus wordt ter dood veroordeeld.
v. Wij aanbidden U, Christus en loven U. k. Omdat Gij door Uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg hoe Jesus-Christus, nadat Hij gegeeseld en mei doornen gekroond was, door Pilatus onrechtvaardig werd veroordeeld, om den dood des kruises te sterven. ** *
331
Aanbiddenswaardige Jesus, het was Pilatus niet, neen, het waren mijne zouden, die U ter dood hebben veroordeeld. Ik bid U door de verdiensten van deze smartvolle reize, sta mijne ziel bij op hare reis naar de eeuwigheid. â
OJesus, mijne liefde, ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed dat ik gezondigd heb. Laat niet toe dat ik ooit weêr van U gescheiden worde. Geef, dat ik U altijd beminne en beschik vervolgens over mij volgens Uwen H. wil. Ik aanvaard alles, wat U behagelijk is.
Onze Vader enz. Wees gegroet enz. Ontferm U onzer o Heer, ontferm U onzer 1
Cuiusaniniamgementeni. j Kn hilar lt;iuor hel zuch- [
tc-ml harte, i
ContrislaUm. el dolen-, Over.slelpl van wee en j tem. | smarte |
1'elransivit gladius. 'l Zevenvoudig gt;lag-1
/.waard ging.! ' j
Jesus neemt het kruis op Zijne schouders.
v. Wij aanbidden U, Christus en loven U. i h. Omdat Gij, door Uw heilig kruis de wereld verlost hebt. |
» ⢠-w
Overweeg, hoc de Zaligmaker, terwijl | Hij met Zijn kruis op de schouders dezen weg aflegde, aan u dacht, en voor u den dood opdroeg, dien Hij ging onderstaan.
Allerliefste Jesus! ik omhels alle wederwaardigheden die Gij mij, tot mijnen dood toe. zult overzenden; ik bid U door de verdiensten der smarten, welke Gij bij het dragen van het kruis hebt uitgestaan, mij den noodigen bijstand te schenken, om mijn i kruis met volmaakt geduld en algeheele ! onderwerping te dragen.
O Jesus, mijne liefde, ik bemin U meer I dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb.; Laat niet toe dat ik ooit weer van U | gescheiden worden. Geef, dat ik U altijd i beminne en beschik vervolgens over mij volgens Uwen H. wil. Ik aanvaard alles, wat U behagelijk is.
Onze Vader enz. Wees gegroet enz.
Ontferm U onzer o Heer, ontferm Uonzer
!
| ü 'jiiam trislis cl afflicta ' O hoe droef, hoe vol van j j rouwe,
lt; ï uit ill a henedicta j \\ ;is die zegenrijke
vrouwe,
Mater Uni^enili ! Om (iods Eéngeboren
j Zoon.
*- *
T
' i
â â¢erdc
Jesus valt de eerste maal onder Zijn kruis.
v. Wij aanbidden U, Christus en loven U. ü. Omdat Gij door Uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg den eersten val van jesus onder Zijn kruis. Zijn vleesch was geheel en al verscheurd door de geeselslagen, Zijn hoofd was niet doornen gekroond, en Hij had veel bloed vergoten ; daardoor was Hij ; zoo verzwakt, dat Hij nauwelijks kon voortgaan; daarenboven droeg Hij nog dien drukkenden last van het kruis op Zijne schouders; de soldaten brachten Hem wreede slagen toe, en daarom viel Hij verscheidene malen op dezen weg ter aarde neêr.
Mijn beminde Jesus! het is niet het gewicht van Uw kruis, maar dat mijner zonden, dat U zooveel pijnen deed uitstaan. Ach, ik bid U, door de verdiensten van dezen Uwen eersten val onder het kruis, behoed mij van het ongeluk van in doodzonde te hervallen.
O Jesus, mijne liefde, ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. j â-----------------------K
Laat niet toe, dat ik ooit weêr van U | i gescheiden worde. Geef, dat ik L altijd j | beniinne en beschik vervolgens over mij
⢠volgens Uwen H. wil. Ik aanvaard alles,; . wat à behagelijk is.
! Onze Vader enz. Wees geroet enz.
OntfermUonzer o H.er,ontfermUonzer.
| Quae moerebal. rt tlu- ! Ach! hoe streed zij! ach, |
lebat, hoe kreel zij.
I l'ia Mater, (lum videbat i En wat folteringen leed j
z.i I
: Nali noenaS incivti. â lïij t aanschouwen van
dii-n Zoon '.
T
* ierde WtMtif.
Jesus ontmoet Zijne lieve Moeder
i v. Wij aanbidden U, C hristus en loven U. k. Omdat C.ij door Uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg, hoe de Zoon Zijne Moeder op i dezen weg ontmoette. Jesus en Maria zagen , elkander te gelijkertijdquot; aan, en die blikken : vvaren als zoovele pijlen, welke hunne hal ten, die elkaar zoo teer beminden, door-j boorden.
Lieve Jesus, door de smart, die Gij hebt i ondervonden bij deze ontmoeting, verleen
j mij de genade een waar vereerder van Uwe
* *
allerzaligste Moeder te worden. En Gij, mijne smartvolle Koningin, verwerf voor mij, door uwe voorspraak de genade, steeds inet liefde het lijden van uwen Zoon indachtig te blijven.
O Jesus, mijne liefde, ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe, dat ik ooit weer van U gescheiden worde. Geef, dat ik ü altijd bemin ne en beschik vervolgens over mij volgens Uwen H. wil. Ik aanvaard alles, wat U be-hagelijk is.
Onze Vader enz. Wees gegroet enz. Ontferm U onzer o Heer, ontferm Uonzer.
Quis est homo. (jui mm j Wie. die hier niet schreien tl ere t, zoude
Matrem Christi si videret ' Die het grievend leed
aanschouwde,
lu tiuito supplicio ? 1 Dat Maria's ziel ver
scheurt?
r
Vijfde Mtntit-*
Simon wordt gedwongen, het kruis achter Jesus te dragen.
v. Wij aanbidden U, Christus en loven U. k. Omdat Gij door Uw heilig Kruis de
wereld verlost hebt. * «
336
Overweeg, hoe de Joden, toen zij zagen, dat Jesus op het punt was, van uit zwakheid te bezwijken en vreesden, dat Hij onderweg zou sterven, Simon van Cyrene noodzaakten, het Kruis achter Hem te dragen.
Allerliefste Jesus, ik wil het kruis niet weigeren gelijk de Cyrener; ik neem het aan en omhels het; ik aanvaard in het bijzonder den dood, die voor mij bestemd is, met alle smarten, waarmede die zal vergezeld gaan. Ik vereenig denzelven met Uwen dood, en offer U dien op; Gij zijt gestorven uit liefde voor mij; ik wil sterven uit liefde tot U en om U te behagen.
O Jesus, mijne liefde, ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe, dat ik ooit weer van U gescheiden worde. Geef, dat ik U altijd beminne en beschik vervolgens over mij volgens Uwen H, wil. Ik aanvaard alles, wat U behagelijk is.
Onze Vader enz. Wees gegroet en/,.
Ontferm U onzer o Heer, ontferm U onzer.
Quis non posset contrisquot; Wie kon zonder mee te
|
tan: Clu isti Matrem conteni-plari Dolentem cum Filio? |
weenen Christus.' Moeder hoeren stenen, Daar zij met haar Zoon hier sterft ? |
Veronica droogt hei aangezicht van Jesus af.
v. Wij aanbidden U, Christus, en loven U. K. Omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg, hoe deze vrouw Veronica, toen zij Jesus mishandeld en Zijn aangezicht met zweet en bloed overdekt zag. Hem eenen doek aanbood, waarmede de Zaligmaker Zijn heilig aangezicht afdroogde, en waarin Hij het beeld van Zi;n aanbiddelijk gelaat afgedrukt liet.
Mijn beminde Jesus, Uw aangezicht was eerst schoon : ma:ir op dezen weg heett het al Zijn schoonheid verloren, en werd door de wonden en het bloed geheel misvormd. Helaas 1 mijne ziel was ook schoon, toen zij door het doopsel in Uwe genade was aangenomen ; maar ik heb haar misvormd door mijne zonden. Gij alleen, o mijn Verlosser, kunt haar de vorige schoonheid wedergeven ; doe het door Uw bitter lijden.
O Jesus, mijne liefde, ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe,dat ik ooit weer van U gescheiden worde. Geef, dat ik U altijd beminne
en beschik vervolgens over mij volgens Uwen H. wil. Ik aanvaard alles, wat U behagelijk is.
Onze Vader enz. Wees gegroet enz. Ontferm U onzer o Heer, ontferm U oner.
|
Pro pcccatis suae genlis Vidit Jesum in torment(s Et tlagellis subditum. |
Voor de zonden van de zijnen Zag zij Jesus zooinpijnen En in vreede geeselstraf. |
f
SKevenite Wtntie.
Jesus valt ten tweede male onder Zijn Kruis-
v. AVij aanbidden U, Christus, en loven U. e. Omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg, hoe Jesus ten tweede male onder Zijn Kruis nedervalt, en hoe door dezen val de pijnen der wonden hernieuwd worden van het heilig hoofd en van al de andere ledematen van onzen Zaligmaker, die reeds met zoovele smarten was overladen.
Allerzoetste Jesus, hoe menigmaal hebt Gij mij vergeven ; en ik, hoe menigmaal ben ik hervallen in de zonden en weer begonnen U op nieuw te beleedigen ! ach ik bid U, door de verdiensten van dezen
tweeden val, schenk mij de noodige hulp
s_----------- ------------£
330
*
om tot mijnen dood toe, in Uwe genade te volharden. Geef dat ik, in alle bekoringen, die mij mogen overvallen, altijd tot U mijn toevlucht neme.
O Jesus, mijne liefde, ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe, dat ik ooit weer van U gescheiden worde. Geef, dat ik U alijd beminne en beschik vervolgens over mij volgens Uwen H. wil. Ik aanvaard alles, wat U behagelijk is.
Onze Vader enz. Wees gegroet enz.
OntfermUonzer,o Heer, ontferm U onzer.
|
Vidit suum dulcem na-tum. Morlemlo desolatum. Dum emislt spiritum. |
Zag haar lieven Zoon zoo lijden Heel alleen den dood. kamp strijden Tot Hij Zijnen geest, hergaf |
f
Aelitsfe Statie.
Jêsus vermaant de weenende vrouwen van Jerusalem.
v. Wij aanbidden U, Christus, en loven U. e. Omdat Gij door Uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg, hoe deze vrouwen uit medelijden weenden, toen zij Jesus zagen voor-
bij trekken in zoo een erbarmelijken toestand, en Hem Zijn bloed langs den weg zagen storten ; doch Jesus zeide haar : Weent niet over Mij, maar weent over u en over uwe kinderen.
O Je?us,overladen met smarten, ik beween mijne bedreven zonden, niet slechts om de straffen, die ik daardoor heb verdiend, maar veel meer om het verdriet, dat ik U daardoor heb veroorzaakt, die mij zoo zeer hebt lief gehad. Het is niet zoozeer de hel dan wel Uwe liefde, die mij mijn zonden doet beweenen.
O Jesus, mijne liefde, ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe,dat ik ooit weer van U gescheiden worde. Geef, dat ik U altijd beminne en beschik vervolgens over mij volgens Uwen H. wil, Ik aanvaard alles wat U be-hagelijk is.
Onze Vader enz. Wees gegroet enz.
Ontferm U onzer,o Heer, onferm U onzer.
Ejr. Mater funs amoris, | Geef, o Moedei ! bron
van liefde
Me sentire vim döloris j Dat ik voele wat u griefde. Fac. ut tecum lugenm. | Dat ikniet umedeklage:
^----------------------------------*
*
341
: t
Xegemle Statie.
Jesus valt ten derae male onder Zijn kruis.
v. Wij aanbidden U, Christus, en loven ü. e. Omdat Gij door Uw heilig kruis de
wereld verlost hebt.
Overweeg dezen derden val van uwen Zaligmaker. Zijne krachten waren zeer uitgeput, en onmenschelijk was de wreedheid der beulen, die Hem Zijne schreden wilden doen verhaasten, terwijl Hij nauwelijks den eenen voet voor den anderen kon zetten.
O mijn versmade Jesus, door de verdienstender zwakheid,die Gij hebt ondervonden op den weg naar den Kalvarieberg, verleen mij de noodige kracht, om alle menschelijk opzicht en de kwade driften te overwinnen, die mij eertijds tot het verachten Uwer geboden hebben verleid.
O Jesus, mijne liefde, ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe,dat ik ooit weer van U gescheiden worde. Geef, dat ik U altijd beminne en beschik vervolgens over mij volgens Uwen H. wil. Ik aanvaard alles, wat U behagelijk is.
Onze Vader enz. Wees gegroet enz.
*
*
342
Ontferm U onzer, o Heer, ontferm U onzer.
tac ut ardeat cor meum Dat mijn hart ongloei
van binnen
In amando Christum In mijn God en Heer te 13eum minnen
Ct sibi complaceam. Dal illt; Hem alleen
behaag.
Tilt;gt;iidtgt; Sitntie.
Jesus wordt ontkleed en met ga! gelaafd-
v. Wij aanbidden U, Christus, en loven U-li. Omdat Gij door Uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg, hoe geweldig Jesus van Zijn kleederen werd beroofd,hoe Zijn onderkleed was vastgehecht aan Zijn door de geesel-slagen verscheurd vleesch, hoe de beulen, | met Hem hetzelve uit te trekken. Zijne wonden weder openden en het vel afscheurden. Deel in de smarten, van uwen Heer en zeg Hem ;
Onschuldige Jesus ! ik aanbid U ; door de smart, welke Gij toen hebt ondervonden, help mij, om mij van alle aardsche genegenheid te ontdoen, ten einde ik op U, die zoo waardig zijt bemind te worden, mijne geheele 'liefde moge, vestigen.
O Jesus, mijne liefde, ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond
van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe,dat ik ooit weêr van U gescheiden worde. Geef dat ik U altijd beminne en beschik vervolgens over mij volgens Uwen H. wil. Ik aanvaard alles, wat U behagelijk is.
Onze Vader enz. Wees gegroet enz.
Ontferm U onzer,oHeer, ontfermU onzer.
|
Sancta Mater istult;l agas Crucifixi llge plaga-Cordi meo valide; |
Heilige Moeder ! wil mij hooien Met de wonden mij doorboren, Die Hij aan liet kruishout leed ⢠|
f
Je sus wordt aan het kruis genageld.
v. Wij aanbidden U, Christus, en loven U. k. Omdat Gij door Uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg, hoe Jezus, na op het kruis te zijn geworpen, Zijne handen uitstrekt, en Zijn leven voor onze zaligheid aan den hemelschen Vader opoffert. Die wreedaards nagelen Hem op hetzelve vast, en daarna het kruis oprichtende, laten zij Hem van smart aan het schandelijk kruishout sterven. O ]esus, met verachting overladen, ik X -------------- ---------quot;--------------------*
bid U, nagel mijn hart aan Uwe voeten vast, opdat het altijd aan dezelve moge gehecht blijven om U te beminnen en U nimmer te veriaten.
O Jesus, mijne liefde, ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe, dat ik ooit weêr van U gescheiden worde. Geef dat ik U altijd beminne en beschik vervolgens over mij volgens Uwen H. wil. Ik aanvaard alles, wat U behagelijk is.
On^e Vader enz. Wees gegroet enz. Ontferm Uonzer,o Heer,ontferm U onzer.
Tui Nati vulnerati Ach. dat ik de pijn gevoelde.
Tam diguati pro me Die uw lieven Zoon pali, doorwoelde.
Poenas mecum divide. Toen Hij stervend voor
mij streed !
t
TwHwlrde ütAtie.
Jesus sterft aan het kruis.
v. Wij aanbidden U, Christus, en loven U. K. Omdat Gij door Uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg, hoe Jesus, nadat Hij drie uren
in doodstrijd aan het kruis had gehangen, *-- ------------^
345
eindelijk van foltering bezwijkt, Zijn hoofd buigt en sterft.
O gestorven Jesus, metteederheid omhels ik het kruis, waaraan Gij voor mij zijt gestorven. Door mijne zonden heb ik een rampzaligen dood verdiend; maar Uw dood is mijne hoop. Ach, ik bid U, schenk mij door de verdiensten van Uwen dood de genade, dat ik onder het omhelzen Uwer voeten en brandende van liefde tot U, moge sterven. Ik stel mijne ziel in Uwe handen.
O Jesus, mijre liefde, ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe, dat ik ooit weer van U gescheiden worde. Cieef, dat ik U altijd beminne en beschik vervolgens over mij volgens Uwen H. wil. Ik aanvaard alles, wat U behagelijk is.
Onze Vader enz. U'ees gegroet enz.
OntfermU onzer,o Heer,ontferm U onzer.
|
Fac me veie tecum tl ere Crucifixo condulere Donec egt» vixero. |
Mocht ik klagen al mijn dagen En Zijn plagen waarlijk dragen Tot mijn jongste stervens smart. |
a4(gt;
t
UerHenrte Mtntic.
Jesus wordt van het kruis afgedaan.
v. Wij aanbidden U, Christus, en loven U. e. Omdat Gij, door Uw heilig kruis de
wereld verlost heb.
Overweeg, hoe de Heer gestorven zijnde, door twee Zijner leerlingen, Nicodemus en Jozef van Arimathea, van het kruis afgelaten, in den schoot Zijner bedroefde Moeder werd neergelegd, die Hem met teederheid aannam en aan haar hart drukte.
O Moeder van smarten, ter liefde van dezen Zoon, bid ik U, neem mij voor Uwen dienaar aan en bid Hem voor mij. En Gij, mijn Verlosser, daar Gij voor mij zijt gestorven, zoo sta mij toe, dat ik U moge beminnen, want ik verlang U alleen en niets dan U.
O Jesus, mijne liefde, ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe, dat ik ooit weer van U gescheiden worde. Geef, dat ik U altijd beminne en beschik vervolgens over mij volgens Uwen H. wil. Ik aanvaard alies. wat U behagelijk is.
Onze Vader enz. Wees gegroet enz.
Ontferm U onzer.o Heer, ontferm U onzer.
*- ----------------------------*
347
Juxta crucem tccum stare I Met u onder 't kruiste
\veenen,
Te libeuter sociare | Met uw rouwen mij
vereenen
In plauctu desiclero. Dat verlangt miiii wee-
nend hart.
t I
Veertiemle «««tie.
Jtsus wordtin een nieuw graf begraven.
j v. Wij aanbidden ü, Christus, en loven U I it. Omdat Gij, door uw heilig kruis de
wereld verlost hebt.
I Overweeg, hoe de leerlingen het lichaam j van Jesus medenamen, om het te begraven; j het werd ook vergezeld door Zijne heilige i Moeder, die Hem met hare eigen handen ! in het graf nederlegde. Vervolgens sloten 1 zij het graf dicht en allen verwijderden ' zich.
Ach, begraven Jesus, ik omhels dien steen, waarmede Uw graf gesloten werd. Maar Gij zijt ten derden dage verrezen; - door deze opstanding laat mij, bid ik U, ten jongsten dage heerlijk met U verrijzen, | om altijd met ü vereenigd te blijven in den hemel, en U in alle eeuwigheid te danken en te beminnen.
O Jesus, mijne liefde, ik bemin l' meer j 1 dan mij zeiven. Het is mij uit den grond |
m------------------------------*
348
âm
van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe, dat ik ooit weer van U gescheiden worde. Geef dat ik U altijd beminne en beschik vervolgens over mij volgens UwenH. wil. Ik aanvaard alles, wal j U behagelijk is.
1 Onze Vader enz. Wees gegroet enz. Ontferm U onzer,o Heer,ontferm U onzer
i Qusndo corpus iviorietuv. j 1'.n als 't lichaam ecus | zal sterven,j
l-ac ut animae dimetur. i Doe mij dan de glorie |
erven i
Faradisi gloria. Van liet hemelsch Pa-
Amen. j radijs.
LAAT ONS BIDDEN.
i O God,die de banier vanhet levendmakend [Kruis door het kostbaar Bloed van Uwen Eengeboren Zonn hebt willen heiligen; geet, bidden wij U, dat zij, die hunne vreugde stellen in de verheerlijking van datzelfde H. Kruis, zich ook overal in Uwe bescher-ming mogen verheugen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
.quot;i Onze Vader 5 Wees gegroet.
n. Men kan sluiten met één onze Vader ' en één Wees gegroet volgens de meening van Z. H. don Paus. 1
5K -----*
SIBIDIN DER H, KERK Vaor d;f Stervenden,
â iivAmie.
Spaar,Heer Jesus, spaar uwen dienaar,(*) ; dien Gij door Uw dierbaar bloed hebt vrij-i gekocht, wees niet eeuwig ophem vergramd. : Heer, ontferm U onzer !
j Christus, ontferm U onzer !
! Heer, ontferm U onzer i ; Heilige Maria, bid voor hem Alle heilige Engelen en Aartsengelen, bidt voor hem
Heilige Abel, â
Alle Koren der rechtvaardigen, E!
Heilige Abraham, -p-
Heilige Johannes de Dooper, ^
Heilige Jozef, |
Alle heilige Aartsvaders en Profeten. -Heilige Petrus, c
Heiige Paulus, r
'Heilige Andreas,
1----JL_, i
| (') Voor de stervenden van het vrouwelijk ge'i slnclit. verandere men de woorden: dienaar in i
j dienares, hem in haar. hij in %ij. $-------------
*
350
Heilige Johannes,
Alle heilige Apostelen en Evangelisten, Alle heilige Leerlingen des Heeren, Alle heilige Onnoozele kinderen, Heilige Stephanus,
Heilige Laurentius,
Heilige Bonifacius,
Alle heilige Martelaren,
Heilige Silvester,
Heilige (ïregorius,
Heilige Willibrordus,
Alle heilige Bisschoppen en Belijders, Heilige Benedictus,
Heilige Odulphus,
Heilige Franciscus,
Alle heilige Monniken en Kluizenaars, 1 Heilige Maria Magdalena,
j Heilige Lucia,
Heilige Agnes,
Alle heilige Maagden en Weduwen, Alle Heiligen Gods,
i Wees genadig, spaar hem, Heer !
Wees genadig, verlos hem, Heer ! Van Uwe gramschap.
Van het gevaar des doods, : Van eenen kwaden dood,
Van de pijnen der hel,
Van alle kwaad.
Van het geweld des duivels, quot;)oor Uwe geboorte.
z-
n
3
351
Duor Uw kruis en lijden, verlos hem Heer Door Uwen dood en begrafenis,
Door Uwe heerlijke verrijzenis.
Door de genade van den H, Geest den
Vertrooster,
Op den dag des oordeels,
Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij hem wilt sparen, wij bidden U,
verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Terwijl de zieke ligt te zieltogen.
Verlaat deze wereld, Christelijke ziel in den naam van God den Almachtigen Vader, die U geschapen heeft; in den naam van Jesus-Christus, den Zoon van den levenden God, die voor U geleden heeft, in den naam van den H. Geest, die over U is uitgestort geworden ; in den naam der Engelen en Aartsengelen; in den naam der Tronen en Heerschappijen; in den naam der Vorstendommen en Machten ; in den den naam der Cherubijnen en Serafijnen ; in den naam der Aartsvaders en Profeten ; in den naam der heilige Martelaren en Belijders; in den naam der heilige Monniken en Kluizenaars; in den naam der
â¢K
*â â-------------------*
352
heilige Maagden en van alle Heiligen Gods; heden zi] uwe plaats in vrede, en uwe woning in het heilige Sion, door Jesus-Christus, onzen Heer. Amen.
Gebed.
God van barmhartigheid en ontferming! God! die naar de menigte Uwer barmhartigheden de zonden der boetvaardigen uitwischt, en door vergiffenis te schenken de schulden der bedreven zonden vernietigt, zie genadig neer op Uwen dienaar N. en verhoor hem, daar hij van ganscher harte de vergiffenis zijner zonden afsmeekt. Vernieuw in hem, goedertieren Vader, al hetgeen door aardsche zwakheid bedorven, of door het bedrog des duivels geschonden is, en vereenig dit lidmaat der verlossing met het lichaam Uwer kerk. Heb medelijden, Heer! met mijne zuchten, heb medelijden met mijne tranen, en neem hem, die zijn vertrouwen alleen stelt op Uwe barmhartigheid, tot het verbond Uwer verzoening aan, door Jesus-Ghristus onzen Heer. Amen.
Ik beveel u aan den Almachtigen God, geliefde broeder; en ik geel u over aan hem, wiens schepsel gij zijt; opdat gij, na de algemeene schuld der menschen
door den dood betaald te hebben, moogt *--------- -*
ö')S
wederkeeren naar uwen Schepper, die u uit het siijk der aarde gevormd heeft.
Wanneer dan uwe ziel het lichaam verlaat,dan ontmoete u eene lui ster rij ke'schare van Engelen ; de raad der Apostelen kome u te gernoet; het zegepralend heir der Martelaren kome u tegen, de met leliën versierde menigte der kiaarblinkende Be-iiiders omringe u ; het koor der juichende Maagden ontvange u; en de Aartsvaders omhelzen u in den schoot eener zalige rust; het liefelijk en minzaam aanschijn van lesus-Christus verschijne u, en Hij plaatse u onder het getal Zijner uitverkorenen.
Verre zij van u de schrik der duisternissen, de akeligheid der vlammen en de smart der folteringen. De vervaarlijke satan mei geheel zijnen aanhang wijke van u af; hij siddere voor u, wanneer gij, door de Engelen begeleid, zult aankomen, en hij vluchte weg in de ijselijke, eeuwige nacht. Dat God opsta en Zijne vijanden zich verstrooien, en dat zij allen, die Hem haten, vluchten voor zijn aanschijn. Mogen zij verdwijnen gelijk rook; gelijk het was wegsmelt voor het vuur, zoo mogen de zondaren verg:ian voor het aanschijn van God, maar dat de rechtvaardigen gaan aanzitten en zich verheugen in de tegenwoordigheid des Heeren.
*--------------------------*
354
Moge dan het gansche heir verslagen worden, en de dienaar van satan zich niet verstouten uwen weg te belemmeren. Christus, die voor u gekruist is, bevrijde u van de pijniging; Christus, die zich gewaardigd heeft voor u te sterven, verlosse u van den eeuwigen dood; Christus, de Zoon van den levenden God, stelle u in de altiid bloeiende lusthoven van Zijn Paradijs, en die ware Herder erkenne u als een Zijner schapen. Hij ontbinde u van al uwe zon den, en stelle u aan Zijne rechterhand in het erfdeel Zijner uitverkorenen. Moogt | gij zoo uwen Verlosser van aanschijn tot aanschijn zien, en altijd tegenwoordig zijnde, met zalige oogen de klaarblinkende waarheid aanschouwen.
Moogt gij onder het getal der zaligen geplaatst, het aanschouwen van Gods aanschijn genieten in alle eeuwen der eeuwen. [ Amen.
Gebed.
Heer, ontvang Uwen dienaar in de plaats der behouding, welke hij van uwe barm- i hartigheid hoopt. Amen.
Verlos, Heer, de ziel van Uwen dienaar | van alle gevaren der hel, van de strikken i
des verderfs en van alle kwellingen. Amen. |
«---------------
Verlos, Heer, de ziel van Uwen dienaar, gelijk gij Enoch en Elïas verlost hebt van den algemeenen dood der wereld. Amen.
Verlos, Heer, de ziel van Uwen dienaar, gelijk Gij Noë verlost hebt van den zondvloed. Amen.
Verlos, Heer, de ziel van Uwen dienaar, gelijk Gij Abraham verlost hebt uit het land der Chaldeërs, Amen.
Verlos, Heer, de ziel van Uwen dienaar, gelijk Gij Job verlost hebt van zijn lijden. Amen.
Verlos, Heer, de ziel van Uwen dienaar, , gelijk Gij Izaak verlost hebt uit de hand van zijnen Vader Abraham, die hem voor U wilde offeren. Amen.
Verlos, Heer, de ziel van Uwen dienaar, gelijk Gij Loth verlost hebt uit Sodoma en uit de vlammen. Amen.
Verlos, Heer, de ziel van Uwen dienaar, gelijk Gij Moses verlost hebt uit de handen van Pharao, den koning van Egypte. Amen.
Verlos, Heer. de ziel van Uwen dienaar, gelijk Gij Daniël verlost hebt uit den leeuwenkuil. Amen.
Verlos, Heer, de ziel van Uwen dienaar, gelijk Gij de drie jongelingen bevrijd hebt uit den brandenden oven en uit de handen van den onrechtvaardigen koning. Amen.
Verlos, Heer, de ziel van Uwen dienaar, sg------------------------------------3tf
gelijk Gij Susanna gered hebt uit de handen, van hare valsche beschuldigers. Amen.
Verlos, Heer, de ziel van Uwen dienaar, gelijk Gij David verlost hebt uit de handen van den koning Saül en uit de handen van Goliad. Amen.
Verlos, Heer, de ziel van Uwen dienaar, gelijk Gij Petrus en Paulus bevrijd hebt uit de gevangenis. Amen.
En gelijk Gij de heilige Tecla, maagd en martelares van drie folteringen verlost hebt, gewaardig U ook zoo de ziel van Uwen dienaar te verlossen en haai met U in de hemelsche vreugde te doen deelen. Amen.
Gebed.
Wij bevelen aan U, o Heer, de ziel van Uwen dienaar N. en wij bidden U, o Heer, Jesus-Christus, Zaligmaker der wereld, dat Gij niet weigert, haar, voor welke Gij genadig op aarde zijt neergedaald, in den schoot der aartsvaders op te nemen. Erken, o Heer, Uw schepsel, dat niet door vreemde goden, maar door U, den eenigen, levenden en waren God geschapen is; want er is geen God buiten U, en niemand kan U evenaren in Uwe werken.
Verblijd, Heer, zijne ziel in Uwe tegen-*---------- -----*
a--------------------------------«
357
woordigheid, en gedenk zijne oude ongerechtigheid niet, noch de overtredingen, waartoe de hevigheid der zondige neigingen hem gebracht heeft. iV'ant ofschoon hij gezondigd heeft, hij heeft echter den Vader, den Zoon en den H. Geest niet verloochend, maar geloofd, voor de eer Gods geijverd, en den God, die alles geschapen heeft, getrouw aangebeden. Amen.
Onmiddelijk na het overlijden.
Heiligen Gods! komt deze zie! tc hulp Engelen des Heeren ! gaat haar tc gemoet. Neemt haar aan, en brengt haar voor het aanschijn des Allerhoogsten.
v. Moge, Christus, die u geroepen heeft, u aannemen, en de Engelen u brengen in Abraham's schoot.
a. Uwe ziel aannemende en brengende voor het aanschijn des Allerhoogsten. v. Heer, geef haar de eeuwige rust, en het
eeuwige licht verschijne haar.
A.. Haar brengende voor het aanschijn des
Allerhoogsten.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader enz.
v. En leid ons niet in bekoring, jf.---------------
«â
.'358
a. Maar verlos ons van den kwade, v. Heer, geef haar de eeuwige rust, a. En het eeuwige licht verlichte haar. v. Van de poort der hel a. Behoed zijne ziel.
v. Zij ruste in vrede,
a. Amen.
v. Heer, verhoor mijn gebed, a. En mijn geioep kome tot U.
Laat ons bidden.
Aan U, o Heer bevelen wij de ziel van Uwen dienaar, opdat hij dood voor de wereld, voor U leve, en van Uwe goedheid en oneindige b irmhartigheid vergiffenis erlange voor de zonden, waaraan hij zich door menschelijke zwakheid heeft schuldig gemaakt. Dit bidden wij U, door Christus, onzen Heer. Amen.
â -m
wmwmiuKi iiifiidii, |
«Komt. gij kinderen, en luistert naar mij: de vrceze des Heeren wil ik à leeren.quot; Ps 33, 12.
i VOOR 1EDEREN DAG.
1. Bepaal een vast uur om op te staan; sta dan spoedig, uit liefde tot God op : i dit eerste offer zal Hem aangenaam wezen. | Voor het overige denk, dat één oogenl;lik 1 van traagheid u de verdiensten van den | geheelen dag grootendeels kan ontroovenj want de gansche dag behoort gewoonlijk aan dengenen, die er het begin van heeft gehad.
'J. Bij 't ontwaken draag uwe eerste gedachten, uw eerste woord, uwe eerste handeling aan God op. Uwe eerste gedachte moet zijn, uw hart geheel en al aan Hem toe te wijden ; uwe eerste woorden : Jesus, Maria, en Jozef; uwe eerste handeling: het maken van het heilig Kruis.
o. Nadat ge u zedig gekleed hebt, kniel voor het kruisbeeld neder en bid aandachtig en eerbiedig, in de tegenwoordigheid van God, uw morgengebed; vergeet ook niet, é------------- - -
300
; al uw doen en laten van geheel den dag laan God op te dragen, u aan de alierhei-j ligste Maagd Maria en aan uwen H. Engel-i bewaarder aan te bevelen. Bid ook drie-! maal daags; De Engel des Heeren. | 4. N i het morgengebed, besteed eeni-} gen tijd om over de een of andere waarheid , van ons H. geloot' na te denken. Deze is I eene tier gewichtigste oefeningen van de | godsvrucht; zonder haar is het haast niet j mogelijk, deugdzaam te blijven, veel min-j der vorderingen in de deugd te maken.
Hebt ge vroeg geen tijd voor deze over-, weging, zoek ze dan in lt;!e eerste vrije i oogenbiikken, of ook onder uwen arbeid | te houden.
5. Kunt ge het mogelijk maken, zonder j nochtans de plichten van uwen staat te j veronachtzamen, woon dan dagelijks de | H. Mis bij, of ten minste eenige keeren I per week. Beroof u toch niet vrijwillig van ! zulk een groot geluk. Kunt ge echter de ! H. Mis niet hooren, wil dan voor God j uw leedwezen daarover betuigen en Hem 1 i zeggen, hoezeer ge daarnaar verlangt; ; vereenig u met Jesus, die Zich offert en met alle geloovigen, die zoo gelukkig zijn, | bij de H. Mis tegenwoordig te wezen. . li. Arbeid volgens uwen staat en wees
i nooit ledis; denk er aan, dat ledigheid
^----------------------------------
3«1
het oorkussen van den duivel is. Leg er u op toe, de gehoorzaamheid en onderdanigheid te oefenen naar het voorbeeld van onzen Goddelijkea Zaligmakei, die dertig jaren lang aan Maria en Jozef is onderdanig geweest. Alvorens den arbeid te beginnen, draag hem aan God op, door het H. Kruisteeken te maken en Zijnen zegen af te smeeken. Ook onder den arbeid denk dikwijls aan .ie tegenwoordigheid van God, verhef uw hart tot Hem door korte schietgebeden, en hoort ge de klok slaan, dan denk aan de eeuwigheid.
7. Koud uwe maaltijden op het bepaalde uur, vergeet niet, voor en na het eten te bidden. Dat het menschelijk opzicht u nooit van dit vroom gebruik weerhoude!
lt;S. Hebt ge tijd, dan lees in den namiddag of tegen den avond een hoofdstuk uit de Navolging van Christus, of uit een ander geestelijk boek.
9. Is het u mogelijk, dan bezoek tegen den avond Jesus in Zijn H. Sacrament; aanbid Hem, dank Hem en smeek Hem om nieuwe genaden.
10. Vereer op eene bijzondere wijze geheel uw leven lang de H, Maagd Maria; iaat geen dag voorbijgaan, zonder althans een kort gebed te harer eer te doen, den rozenkrans, of een gedeelte er van. te
362
bidden, de J ,it.iuie van Lorette, het Memo-rare, drie Wees gegroetjes ter eere barer zuiverheid.
11. Eindig den dag, zooals ge hem hebt 1 begonnen met gebed en onderzoek uws gewetens, door dat ge u alle handelingen van den dag in 't geheugen terugroept, ten einde te erkennen, of gij er bij gefaald hebt en u dan voor God erover te vernederen.
1^'. Bepaal het uur van slapen gaan ; ontkleed umetgroote zedigheid als onder de oogen van God, maak met wijwater het Kruisteeken. Zijt ge reeds in het bed, dan beveel uwe ziel in de handen van God. Tracht in te slapen onder dc een of ander ⢠goede gedachte; beschouw uw bed als uw graf, den slaap als het zinnebeeld des doods en overweeg bij n zeiven: V/anneer ik gedurende dezen nacht moest sterven, en voor de vierschaar Gods verschijnen, zou ik bereid zijn r. . . . In welken staat bevindt zich mijne ziel r. . . . Waarheen zou het met mij gaan r. . ..
II VOOR IEDERE WEEK
1. Dewijl de Zondag bijzonder aan dén dienst des Heeren is toegewijd, zoo wees gedachig dat ge hem heiligt, doordat ge werken van godsvrucht er liefdadigheid
363
! uitoefent, de H. M;s en het sermoon bijwoont, eenigen tijd aan geestelijke lectuur besteedt enz.
2. Wil u op Zon- en feestdagen toch nooit gedragen volgens de rampzalige gewoonten der wereldschgezinden; vlucht derhalve alle slechte gezelschappen, vergaderingen en vermaken, die de bron zijn van de meeste misstappen en de oorzaak van den ondergang veler zielen.
3. lederen Zondag onderzoek uw geweten over de zonden, die ge in den loop der ^ week hebt begaan; vraag God om vergif-; fenis en maak het voornemen, de volgende week beter door te brengen.
ill VOOR IEDERE MAAND.
1. Biecht geregeld elke maand, ja nog dikwijler, als uw biechtvader het goed vindt en bereid u telkens zorgvuldig voor. Hoe gevaarlijk is het, zulk eene gewichtige zaak slechts uit gewoonte te verrichten.
2. Tracht zoo te leven, dat men u moge veroorlooven, dikwijls te communiceeren. Bereid u ten minste den dag vóór de H. Communie goed voor door verscheidene goede werken en vooral door een vurig verlangen naar uwen Heiland.
I
3(i4
0. Bejjaal maandelijks eenen dag, waar ge dezen leefregel gaat overlezen. Hebt ge door eigen schuld of uit nalatigheid er tegen gefaald, dan verneder u voor God en maak het vaste besluit ia het vervolg' getrouwer te wezen.
4. Bepaal ook bij het begin van de maand eene deugd, die gc bijzonder wilt oefenen en maak het voornemen, die fout bijzonder te bestrijden, welke u tot gewoonte is i geworden.
»V VOOR IEDER JAAR.
1. Vier jaarlijks den dag van uw H. Doopsel, van de Eerste H. Communie en
[ van 't H. Vormsel en ontvang, zoo veel mogelijk op deze dagen of op den Zondag 1 daarop volgende de H. Sacramenten.
â J. Op het einde van het jaar houd onder-! zoek, hoe het met heil uwer ziel uitziet, hoe ge 't verloopen jaar hebt doorgebracht en maak het besluit, in het nieuwe jaar een deugdzamer leven te leiden.
sVrede en barmhartigheid over allen, welke dezen regel volgen.quot; Gal. 1(5.
I
Lofzang: TE DEUM LAUDAMoS.
U, o God! loven wij: U Heer prijzen wij. U,eeuwige Vader! vereert de gansche aarde ; U, roepen alle Engelen, ü de Hemelen en
alle machten,
U de Cherubijnen en Serafijnen Met eenparige stemmen onophoudelijk toe:
Heilig, heilig, heilig i:s de Heer, God der
heirscharen.
Hemel en aarde zijn vol van de majesteit
Uwer glorie.
U looft het glorierijke koor der Apostelen, U de lofwaardige schaar der Profeten, U het schitterende heir der Martelaren ! U belijdt op de gansche aarde de heilige i Kerk,
Als den Vader van onmetelijke majesteit ! Uwen aanbiddelijken, waarachtigen en
eenigen Zoon,
Ook den Heiligen Geest, den Vertrooster. Gij zijt des Vaders eeuwige Zoon.
Gij hebt, toen Gij, om den mensch te
verlossen.
De menschheid zoudt aanemen.
Den schoot eener maagd niet geschroomd. Gij hebt den prikkel des doods overwonnen En den geloovigen het rijk der hemelen geopend.
Si;
*---
ohb
1 Gij zit aan de rechterhand Godsin de glorie
des Vaders.
Wijgelooven, dat Gij als Rechter zult komen. Daarom bidden wij U, kom Uwe dienaren ter hulp,
Die Gij door Uw dierbaar bloed hebt vrijgekocht,
Geef, dat zij in de eeuwige glorie Onder Uwe Heiligen geteld worden.
Heer 1 maak Uw volk zalig, en zegen Uw j erfdeel.
Heersch over hen, en verhef hen tot in
eeuwigheid !
Dag aan dag zegenen wij U,
En wij prijzen Uwen Naam in eeuwigheid, En in eeuwigheid der eeuwigheden 1 Gewaardig U, Heer ! ons dezen dag voor
alle zonden le bewaren ;
Ontferm U onzer. Heer ontferm U onzer ! Dat Uwe barmhartigheid. Heer! over ons i kome.
Gelijk wij op U gehoopt hebben ;
Op U, o Heer ! heb ik g hoopt; In eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden. Amen.
Dit is het eeuwige Leven, dat zij U kennen, en dien Gij gezonden hebt ]esus-Ghristus, Joan. XVII 3.
Einde.
â¢amp;------ *
*r
b!_ad w i j;
LR.
EERSTE AFDEELING.
Bi. auz.
Huoi-dstuk 1. Het Mirakel van het I!
Sacrament te Meersen............
IIüoFDSTüiv 11. liet Tabernakel in de
te Meersen................
Hooi-dstl'K UI. Opkomst en voortgang dei godsvrucht tot het H. Sacrament te Meersen Hoofdstuk IV. Broederschap van 't Allerhel
ligste Sacrament te Meersen. . . Hoofdstuk V. Vele Pauselijke Brieven aai
de kerk van Meersen.......
Hoofdstuk VI. De Katholieke leer over de Aflaten:...............
TWEEDE AFDEELING
Gewcnc ati})(lacJi1s-oefeinii(i( n.
!. Het heilig Sacrament des Altaars en het gebed....................
Morgengebed...................
Over het Heilig Misoffer.............
De Heilige Mis. . :...............
Over de Biecht..................
Biecht-Oefening..................
Over de H. Communie.............
Oefening voor de H. Communie........
Oefening na de H. Communie.........
Tweede Oefcnincr voor de H. Communie. . .
kerl
9 | 15
*9
33
47
i
66 69 90
93
io2 107 116 129
*
Tweede Oefening na »lc H. Communie.
Gebeden bij het Luf............
Avondgebed.................
DERDE AFDEELING.
Bezoeken, Litanien, gebeden en lofzangen bij Jesus in Zijn Allerheiligste Sacrament. . . .
Ken half uur je veer ' t Allerheiligste Altaar-
Sac ramen'....................
Litanie van het Allerheiligste Sacrament. . .
Litanie van den zoeten naam Jesus......
Litanie van alle Heiligen............
Krans van liefde-akten tot God........
Krans van hel kostbaar bloed van Jesus. . . Krans ter eere van het Allerheiligste Hart van Jesus...........:........
Over de geestelijke Communie..........
De geestelijke Communie............
Geestelijke Communie in korteren vorm. . .
Over de Schietgebeden...............
Schietgebeden, verrijkt met vele aflaten. . . . Een kïvart uur voor het Allerheiligste Sacrament
des Altaars...................
Bezoek aan de Beeltenis van het. Allerheiligste
Hart van Jesus................
Lofzang: Pan ge lingua.............
« : Laiula Si on..............
⦠; Adoro Te...............
*' : Jesu dulcis mernoria.........
VIERDE AFDEELIN6.
Het heilig Sacrament des Altaars en de Christelijke deugden..............
141
I50
107
171 1S5 189 193 202 2C8
211 220 222 22$ 220 22$
22()
224 24I '43 241
249
log
Zachtmoedigheid.................
*-
* ^
Bladz.
Ootmoedigheid. , Gehoorzaamheid.
Zuiverheid.....................
IJver.........................
Geduld.......................
Liefde voor het lijden, (naar Pastoor van Ars.)
Liefde........................
Onderwerping aan Gods wil..........
Boetvaardigheid..................
Oefening van den H. Rczenkrans.......
Andere wijze om de Geheimen bij den Rozenkrans te bidden................
Rozenkransgebed.................
Litanie van de H. Maagd Maria van Lorette.
Memorare.....................
Oefening van den H. Kruisweg.........
Gebeden der li. Kerk voor de stervenden. .
Christelijke leefregel...............
Lofzang: Te Deum Laud am us.........
27 276 279
283 286 290 296 1 300 j
3'! :
312
326 ;
329
33°
349
359
365