ji si*- ^ y ^ ^
s7s-0syt/ â 'S'^
-**amp;! , ' ..JLâ 'Mr.' 'iL. ,
quot;tquot;
'M£t-s
:i, J. H.S
cJ t
j . J.'
HET
JEZMINDJE JAN PRAAG.
Geschiedenis van het Wonderdadige Beeld te Praag,
tevens volledig' Handboekje tér vereering van liet Goddelijk Kind.
Naar het Duitsch,
van een Priester uit het Bisdom van Munster, cn het Franschc werk van (J .VBRIELLE 10 N TA 1 XE.
Vermeerderd met verschillende oefeningen, gebeden en gezangen, enz.,
door een R. K. Pr.
Tweede Druk.
KKUKKI.ilK (iOEÃ^KKKl KI».
0. G. MALMBEEG. Nijmegen.
1899.
t fff
BeUOTHECi: L1KR RUK8UNJVERS' PétT UTREChT
OOU-THOMMMM
L
Gehoorzaam aan de dekreten van Paus l'rbanus VII. verklaart de schrijver Iiier-medquot; plechtig en nadrukkelijk, dat alle in dit hoekje aangehaalde feiten slechts aanspraak maken op een zuiver menschelijk geloof, en dat hij in alles zich aan het oordeel der katholieke Kerk ondencerpf.
i
TER INLEIDING.
^P|eleii van Neerland's Katholieken zal %: ï' liet âKindje van Praagquot; geen vreemdeling meer zijn.
Tot voor enkele jaren nog slechts in Oostenrijk en Hongarije bekend, heeft de vereering van het Goddelijk Kind in Zijn wonderdadige beeltenis te Praag zich met ongemeene snelheid over andere landen uitgebreid. Vooral in Duitschland. Frankrijk en België was zij weldra tot hoogen bloei geraakt, 't Leed niet lang, of zij deed ook ten onzent haar intrede. Pat deze plant uit den vreemde in ons vaderland een vruchtbaren bodem vond, blijkt wel het duidelijkst uit de bekende beeldjes, prentjes en medailles van het âJezukind van Praagquot;, in korten tijd bij honderdtallen ouder ons volk verspreid. Het âKindje van Praagquot; is de Lieveling geworden van groot en klein, van armen en rijken, de Lieveling des Volks. Dit laatste alleen kan men 't best als bewijs ^
1
f
êBUOTHEni; r^n RUKSUNiVERS: fY)T UTRECHT
OOU, THOMMâ«
L
Gehoorzaam aan de dekreten van Fans Urbamis VIL verklaart de schrijver hiermede plechtig en nadrukkelijk, dat alle in dit hoekje aangehaalde feiten- slechts aanspraak maken op een zuiver menschelijk geloof, en dat hij in alles zich aan het oordeel der katholieke Kerk onderwerpt.
l
2£*S^ â
TER INLEIDING.
^P^-eleu Vim Neerlaud's Katlioliekeu zal %-:f het ..Kindje vau Praagquot; geen vreemdeling' meer zijn.
Tot voor enkele jarer nog slechts in Oostenrijk en Hongarije bekend, heeft de vereering van het Goddelijk Kind in Zijn wonderdadige beeltenis te Praag zich met ongemeene snelheid over andere landen uitgebreid. Vooral in Duitschlaud. Frankrijk en België was zij weldra tot hoogeu bloei geraakt, 't Leed niet lang, ot' zij deed ook ten onzent haar intrede. Dat deze plant uit den vreemde in ons vaderland een vruchtbaren bodem vond, blijkt wel het duidelijkst uit de bekende beeldjes, prentjes en medailles van het âJezukind van Praagquot;, in korten tijd bij honderdtallen ouder ons volk verspreid. Het âKindje van Praagquot; is de Lieveling geworden van groot en klein, van armen en rijken, de Lieveling des Volks. Dit laatste alleen kan men 't best als bewijs
5®
I
IV TER INLEIDING.
laten gelden, dat deze in haar uiting' nieuwe, doch in haar voorwerp oude devotie, niet alleen tot do meest aantrekkelijke behoort, maar ook tof de degelijkste: het oordeel van heel een volk, ja van verscheiden volken, legt hier meer gewicht in de schaal dan menig diepzinnig betoog.
Het wortelschieten van deze godsvrucht ouder de groote menigte mag een verblijdend teeken des tijds heeten. Do zoogenaamde volksverlichters hebben gepoogd den Koning van Bethlehem zijn krone van het hoofd te rukken,... maar het volk zelf drukt ze Hem weder om de slapen ; en Dien enkelen zochten te bannen uit het hart van duizenden, leiden tienduizenden in zegetocht zijn rijk weder binnen, Hem toejuichend, den kleinen zachtmoedigeu Koning; ..Hosanna, David's Zoon, gezegend, die daar komt in den naam des Heeren !quot;
Het hart der kleinen moest worden losgescheurd van den goddelijken Kindervriend ; â ijdel pogen ! Het aanminnig Jezukiudje trekt ze heden aan zijn hart
TER IKLBIDCNG,
vaster dan ooit, en Let recliterhandje, zegenend geheven boven de hoofden der onschuld, herinnert haar aan zijn eens gesproken woord: âLaat de kleinen tot Mij komen.quot;
Dat de wereld, haar waanwijze profeten verwerpend, weder kome tot den kleinen hemelschen Leeraar, en als eenmaal in .Ternsalem's tempel de wetgeleerden, zich nederig Imige aan de voeten van dat goddelijk Knaapje, en zij zal het St. Petrus nazeggen : Heer, tot wien anders zullen wij gaan, de woorden des eeuwigen Levens hebt Gij!quot;
lieu enkele woord slechts over ons boekje zelf.
Indien wij niet gemeend hadden aan de vele vereerders van het âKindje van Praagquot; hier te lande iets aan te bieden, waarnaar zij tot heden, hoe dringend ook, telkens en telkens vergeefs gevraagd hadden, ware dit werkje nooit ter perse gegaan, quot;t Wil niets anders zijn dan een tegemoetkomen naar best vermogen aan een door honderden reeds lang ge-koesterden wensch.
I
SSSp-quot;'
___
VI TER INLEIDING.
Voor het grootst gedeelte is liet een trouwe vertaling van liet in Dnitscliland welbekende; Prager-Jesukind-Büclilein, door een Friester uit het Bisdom van Munster. Vim de geestelijke oefeningen werden enkele overgenomen uit: Histoire de VEnfant Jéstts, par Gahrielle Fontaine. Schrijver en schrijfster zeggen wij hier dank voor de welwillendheid, waarmede zij hun werken ter vertaling ons afstonden.
Ten slotte nog de wensch, dat ons nederig boekje, onder den zegen van den kleinen Koning van Praagquot; bij vele vromen, en vooral bij onze jeugd een gunstig onthaal vinde, en de gods-vrncht tot het goddelijk Kind in steeds meerdere harten groeie en bloeie.
Wij hebben aan deze nieuwe uitgave geen woord toe te voegen. Het boekje heeft blijk gegeven voor zich zelf te kunnen spreken, 't Moge dit nog langer en luider doen.
â-»-«-,.lt;3â
f
1
Ovor do YeiTcring' lt;lcr Beelden in hot iilgreinoon.
»e katholieke Kerk heeft van den beginne af geleerd, en haar aloude leer in het Concilie van Trente plechtig en duidelijk herhaald, dat het geoorloofd en nuttig is, de heelden van Jezus en der heiligen te vereeren, daar wij in de beelden Christus en de heiligen zeiven vereeren en door de beelden tot liefde en navolging van Christus en zijne heiligen worden opgewekt.
I. De eer, die wij een beeld bewijzen, heeft niet het heeld ten doel, maar altijd hem, dien het beeld voorstelt, derhalve of Christus óf de heiligen.
âWij aanbiddenquot;, zegt de H. Am-brosius, ..bij quot;t aanschouwen des kruises Hom, die voor ons aan het kruis gestorven is.quot; Wij eeren das geenszins do stof, waaruit dn gelijkenis of het boeld gemaakt is, maar wel dongene, dien het
SjTigl ' 'ZlsJf '
!
beeld voorstelt (2de Concilie van Xlcea). *) Hot beeld op zich zelf alléén is niets : het is een stuk Iiont of steen of linnen; quot;t is enkel maar de zaak : wat door het beeld wordt aangeduid. Wie het beeld des keizers eert, eert toch alléén den keizer; en wanneer iemand 's keizers beeld onteert, dan wordt dit als eene beleediging van den persoon-zelven des keizers aangezien.
Wij kussen het Evangelieboek; deze vereering bedoelt geenszins het papier en de letters, maar de woorden des Heeren, in het boek vervat. Wanneer wij derhalve beelden maken van Christus, van de li. Maagd en andere heiligen, ze in de kerken op de altaren, in 't openbaar of in onze woningen plaatsen, wanneer wij die in eere honden, er voor bidden, het hoofd onrblooten, ze versieren, of in bedevaart naar hen optrekken, dan valt die eer lam te beurt, die er door vertegenwoordigd worden.
De beeldeuvereering is in katholieken zin (jeen aanhidclhig; âWij geven slechts onze liefde en genegenheid te kennen
*) 25ste Zitting.
8
f
9
jegens lien, die door het beeld worden voorgesteld.quot; Zoo merkt zeer juist de H. Nilns aan. Wel knielen wij voor een Kruisbeeld, doch geenszins om dat beeld van hout te aanbidden, maar Christus, dien het voorstelt. Eveneens knielen wij voor de beeltenissen van Maria of de heiligen, niet alsof wij die aanbaden, maar om onze hemelschc Moeder en de heiligen zeiven te vereeren en hen nederig om hunne voorspraak aan te roepen
Dat wij. Katholieken, de beelden aanbidden, is een kwaadwillige laster, dooide vijanden van den godsdienst zonder ophouden herhaald en verbreid.
Een Katholiek schrijft ook aan beelden op zich zeiven niet de geringste hoogere kracht toe, hij verwacht hulp. niet van de heelden, maar van God door Diens macht, van de heiligen door hun voorspraak. Alleen de heidenen meenden, dat er eene zekere kracht school in de beelden zelf, en daarom stelden zij hun vertrouwen op de beelden. Zóó echter denken Katholieken niet. Ook verwachtte Mozes geen hulp van den staf.
J
1
waarmede hij zoo groote woudereu werkte, maar veeleer van God.
11. De ware vereeriug der beelden is niet alleen niet verboden, maar zelfs heilzaam, natuurlijk en redelijk.
Zij is niet verhoden in het Oude Ver-.hond, dat alleen verbood het maken van beelden met het doel om ze in stede van den waren God, als goden te aan-hidden: zoo deden juist de heidenen, en doen het nog; en juist om de afgoderij der heidensche naburen achtte God het noodzakelijk, zijn uitverkoren volk voorde aanbidding der gesneden beelden te waarschuwen.
10
In het Christendom is de beeldenver-eering zoo oud als het zelf is. Eeeds in de katakomben bevonden zich beelden van Christus, der Moeder Gods met het Kind, verder bijbelsche voorstellingen uit het Oude en Nieuwe Testament, die vooral, welke de christenen tijdens de vervolgingen aan Gods macht en de toekomstige verrijzenis moesten herinneren. Met de uitbreiding van het christendom nam de beeldenvereering toe. Heiligen-
1
V -öv^.
1
beelden en kruisen trof men niet alleen in godshuizen, maar ook aan openbare wegen, zooals Eusebins ons mêedeelt. Wel hebben in de 8ste eenvv Grieksche keizers de vereering der beelden verboden, haar als afgodendienst bestempeld en een verdelgingsoorlog tegen haar gevoerd; maar het Concillie van Nicea (787) verklaarde, dat de, beeldenrer-eering geoorloofd was, hecMe.naanhülding alleen verboden.
Daarin ligt inderdaad ook niets, met het Christendom in strijd. Christus zelf verbond immers de uitdeeling der genade aan zinnelijk waarneembare teekenen, werd zelfs mensch, om als zoodanig het onzichtbare zichtbaar voor oogen te stellen.
De vereeriug der beelden is verder den geloovigen christen heilzaam. Door de beelden worden eeuwige waarheden, het leven en de daden van Jezus, het Verlossingswerk, de uitwerkselen der verlossing iedereen levendig voor oogen gesteld. Door het beeld wordtmen aan de verbeeldezaakzelve, aan de christelijke waarheden en deugden
11
12
herinnerd; men wordt tot navolging aangespoord, tot vertrouwen opgewekt; het doet het smachtend verlangen opwaken naar de verheerlijking, die de heiligen genieten, men haakt vuriger er naar, met hen zonder beeld te aanschouwen den Heilige der Heiligen in eeuwigheid; het is een middel om de zinnelijkheid te bestrijden en de wereld te overwinnen.
Wie heeft dit niet ondervonden, zoo dikwerf hij het beeld van den Zaligmaker of van Maria of zijn patroonheilige met aandacht beschouwde?
Ten slotte is de vereering der beelden natuurlijk en redelijk, ja eene behoefte der menschelijke natuur. De mensch is niet alleen geest, hij heeft ook een lichaam, waarvan hij zelf met betrekking tot het geestelijke afhankelijk is. Voorstellingen in beeld zijn voor hem iets natuurlijks en alleszins een behoefte. Daarom houdt een kind de beeltenis zijner ouders in eere en een onderdaan het beeld van zijn vorst. Waarom zou de Kerk niet eveneens de beelden des Heeren en zijner heiligen in eere houden?
®S*Ã~
f
13
Ziedaar de vereering der beelden naar den geest der katholieke Kerk. Er bestaat evenwel ook eene hijgeloovige ver-eering, die hier en daar door Katholieken wordt uitgeoefend, zeker minder uit kwaden wil dan wel uit eenvoud en onwetendheid. Een dusdanige hijgeloovige vereering zou het zijn (zooals vroeger reeds is aangemerkt) aan een af ander beeld op zichzelf een goddelijke, bovennatuurlijke kracht toe te schrijven. Voorts is het bijgeloof, van de vereering eener beeltenis of reliqui met ontwijfelbare zekerheid een uitkomst te verwachten, die zij niet geven kunnen, noch krachtens instelling Gods, noch krachtens den zegen der Kerk. Het is een verderfelijk bijgeloof, alleen van de vereering van een beeld, of het dragen eener medaille enz. een zaligen dood te verwachten. Dien verzekert men zich door een christelijken levenswandel, door het nakomen dei-geboden Gods en der Kerk, door de trouwe vervulling der plichten van zijnen staat en door het vermijden der zware zonde. Wie deze middelen niet aanwendt,
14
liij mogo alle lieilig'en-beelden en reli-quiën bezitten, zij zullen hem niet bewaren voor een slechten dood en de eeuwige verdoemenis.
Boteekcnis en verceriiijf der zooüt'iiaaiüde âGenadebeeldenquot; eti linuiie a rbeeldiiiï'Cii.
!|P vele plaatsen bestaan er beelden ègrsj des Heeren, der heilige Maagd of van een anderen heilige, die men, wijl hij of met hen wonderen geschied zijn, ..fjenadeheeldenquot; of wonderdadige heeldenquot; noemt. Deze mirakelen, deze op onloochenbare feiten steunende, wonderbare bede-verhooringen liet God voornamelijk geschieden met het doel, de katholieke Kerk als de ware te kenmerken. Dusdanige wonderen worden in den regel door de Kerk streng getoetst, daarna eerst wordt
....... .â ^
15
het genadebeeld gekroond. Ook in deze genadebeelden schuilt geen goddelijke, wonderhare kracht; niet zij werken de wonderbare genezingen uit, maar Christus door zijne almacht, de heiligen door hunne voorspraak. En wanneer men zulk een beeld wonderdadig, genaderijk noemt, geschiedt dit op dezelfde wijze als wanneer men van het zwaard eens veldheers zegt, dat het zegevierde, hoewel toch niet het zwaard, maar het belijd en de dapperheid van den veldheer-zelven de zege behaalde. Waarom echter God of de Moeder Gods of een heilige des hemels hun bijzonderen bijstand aan een bepaalde plaats of aan de vereering van een beeld verbinden, dit behoort tot die dingen, waarin ons klein meuschen-verstand berusten moet, met de nederige bekentenis : âIk weet het niet.quot; Het is een geheim, gelijk zoo menig ander in het bestuur der goddelijke Almacht eu Voorzienigheid.
Van vele âgenadebeeldenquot;, zooals van de beeltenis âvan O. L. Vr. van Altijd-durenden Bijstandquot; of van het âgenade-
r
16
rijke Jezuldnd v;in Praagquot; werden en worden nog- lieden talrijke afbeeldsels gemaakt en onder de geloovigen verspreid. Xa hetgeen over de vereering der beelden in het algemeen en die der zoogenaamde âgenadebeeldenquot; in 't bizonder gezegd is, zal de katholieke christen, ook na meermalen genade verkregen te hebben door een gebed, dat hij voor deze afbeeldsels stortte, die toch nooit aan liet beeld zelf toeschrijven. Geen verstandig mensch zal zoo denken, niemand zal bidden : âVerleen mij, o beeld, wat ik verlang! U, o hout of was of marmer, dank ik voor de verkregen genezing!quot;
Zoo schrijft zelfs een protestantscli geleerde (Leibnitz), die de katholieke leerstukken en gebruiken zeer goed kende. Wanneer derhalve iemand aandachtig bidt voor een beeld van 't genaderijke Jezuldnd van Praag, en om een gunst aanhoudt, en hij bemerkt daarna, dat hij verhoord is, dan heeft niet dat beeld van was of hout hem verhoord, miar enkel en alleen Christus, onze Eedder
J
r
17
en Verlosser, die uit liefde en bai'm-hartiglieid voor dn gevallen menscliheid het Yleescli heeft aangenomen i4n een klein Kindeke willen worden.
ââ¢gt; T ^
EERSTE DEEL.
1
(Jose hi (Ml lt;mi is van hot ..Womlcrdjidin'C Hocld.quot;
l^te Goddelijke Verlosser is van den Hemel neergedaald, en een arm, zwak kind geworden, om ons mensclien-kinderen door de genade der verlossing weder tot kinderen Gods te maken. Het licht der waarheid en den verloren schat der genade ons terug te brengen ziedaar de verheven zending van den Verlosser der wereld, die Hij reeds in de dagen zijner kindsheid begon te. vervullen jegens allen, die geloovig tot Hem kwamen. Met onuitsprekelijken wellust vervulde het goddelijk Kind de ziel zijner heiligste Moeder en van den H. Jozef. Met wonderbare zoetheid vergold hij den vromen herders en den H. Drie Koningen hun trouw eu liefde. Met welke jubelende blijdschap vervulde hij de heilige Engelenscharen ! En wat liet goddelijk Kindeke in den eersten heiligen Kersttijd gedaan
®S5^a
19
heoft, dfed liet tloor alle eenwen heen, overal waar de gedachtenis aan zijne geboorte gevierd werd. aan alle menschen op aarde, die van goeden wille zijn. üitdeeler der genaden toont zich het aanminnig .Tezukind ook nog hierdoor, dat Het, evenals zijne H. Moeder in hare ..(jenadeoovdenquot; Zich gewaardigd heeft, in sommige plaatsen op bizondere wijze zijn genndetroon op te richten en van daar nit Zich den armen menschen kinderen te doen kennen als overvloedig mild in genaden.
Tot de meest beroemde dezer ..genadeoordenquot; behoort ongetwijfeld de voormalige karmelietenkerk Maria ter Zege in Bohemens hoofdstad, het eerbiedwaar-dig-onde Praag.
Daar wordt sinds eenwen hoog vereerd een klein, aanminnig wassen beeldje van het goddelijk Kind, algemeen slechts: ..Het Kindje van Praag'' genoemd. Van meer dan 300 jaren herwaarts dagteekent de vermaardheid van dit âgenadebeeld,quot; waarmede ik in de volgende regelen den vromen lezer wensch bekend te maken.
, V
1
\'an eenw tot eeuw slingert zich de keten der wonderbare genezingen, voor het âgenadebeeldquot; verkregen, in gevallen, waar alle menschelijke hulp machteloos was, van genadevolle bekeeringen, van wonderbare bedeverhooringen in geestelijke en lichamelijke aangelegenheden. Om het jaar 1740 beweegt zich het tijdperk, dat zich als den bloeitijd der vereering van 't ..Genaderijke Jezu-kindquot; kenmerkte.
Anderhalve eeuw is sedert vervlogen en wel te geenen tijde werden voorstellingen en beelden van âhet genadebeeldquot; zoo menigvuldig verspreid als juist in onze dagen. In alle landen der wereld worden zij verzonden, overal staat ..het Jeznkind van Praagquot; in hooge eere en vergeldt Jezus met vele bewijzen zijner goddelijke liefde de eer, Hem in het genadebeeld bewezen.
Moge ook dit boekje een weinig er toe bijdragen, om de vereering van het goddelijk Kind in zijn ..genadebeeldquot; steeds meer en meer te verbreiden en wel bizonder onder de katholieke Jeugd.
20
è
21
I. De Karmelieten in Praag ontvan-(jen het heeld van het Kindeke Jezus.
gescldeclenis van liet âgeuade-agi beeldquot; begint in een voor IMtsch-land zeev droeven tijd: den dertigjarigen oorlog.
Den 8sten November 1630, in liet tweede jaar van den krijg, greep de slag plaats aan den Witten berg voor Praag. Keizer Ferdinand gerugsteund door den keurvorst Maximiliaan van Beieren, zegepraalde over de protestautsche vorsten. Deze schitterende overwinning was voor het Habsburgsclie Huis, voor keizer Ferdinand en de katholieke, zaak in Bohemen van beslissende beteekenis. Een welverdiend deel in deze gedenkwaardige overwinning komt toe aan den generaal der ongeschoeide Karmelieten, Pater Domini-cus van Jezus Maria, een eerbiedwaardigen grijsaard, vermaard door buitengenieeue geestesgaven en diepe godsvrucht.
Keizer en keurvorst smeekten hem, van Rome, waar hij verbleef, toch naar Duitschland over te komen en de katho-
... 22 â
lieke soldaten door zijn gebed en welsprekend woord aan te moedigen. Paus Paul us V vaardigde dezen nian Gods naar Duitschland af. Daar maakte liij den veldtocht mede eu geleide het leger als een ware engel Gods. Onvermoeid diende hij de H. Sacramenten toe, wakkerde de strijders tot volharding aan en stond hen bij in de pestziekte, die zeer velen ten grave sleepte. Midden in 't gevecht vuurde de door Gods adem bezielde grijsaard de soldaten aan, âMaria! Maria!quot; was hun wachtwoord; zij behaalden een schitterende zege en nu weerklonk dekreet: ..Victorie! Victorie!quot; Tot dank daarvoor en uit erkentelijkheid jegens Dominicus, stichtte keizer Ferdi-mand verscheiden Karmelietenkloosters, in l(i22 te Weenen, in 1U24 te Praag, later te Graz. Te Praag gaf hij een protestantsch bedehuis ten geschenke ter eere der Allerheiligste Drieëenlield, benevens een kapel en huis. L)eri Iden September werd de kerk ingewijd onder den juist gekozen titil: Maria ter Overwinning. Deze aloude Karmelietenkerk
1
fö 7
23
is heden iu Praag parochiekerk. Een der zijaltaren straalt altoos van brandende kaarsen, en aller oog-eu zijn gericht op een klein, aanminnig beeld, dat daar troont. Het is van was vervaardigd, 4lt;S cm hoog, en stelt het minnelijk Jezukind voor. Het is omhangen met een rijken koningsmantel, op zijn hoofd praalt een heerlijke kroon, versierd met kostbare edelsteenen. 't Heeft ten zeer bekoorlijk aangezichtje, omspeeld van dichte, blonde lokken. Zijn mond glimlacht met zoete betoovering. Zijn oogen stralen van hemel-sche goedheid. Het rechterhandje is ten zegen opgeheven, het andere toont, dat hij een machtig heerscher is: liet draagt den vergulden rijksappel. Dit genadebeeld nn is het âJezukind van Praag.quot; Onder de offergeschenken, door dankbare liefde Hem gebracht, behooren 20 kleedjes met mantel, alle rijk geborduurd, eenige zelfs met kostbare edelgesteenten bezet. Maar, hoe kwam toch het ..Kindje van Praagquot; in deze kerk, en van waar is het afkomstig 'r1 Zoolang keizer Ferdinand in Ij Praag verblijf hield, voorzag hij zelf
ïit.--' â¢
liefdevolle wijze in het onderhoud der Karmelieten.
Zonder twijfel hadden zij, getrouw aan de vermaning hunner hervormster, de 11. Moeder Theresia: de armoede der apostelen te beoefenen, geweigerd een rijke schenking aan te nemen, door den keizerlijken weldoener met vrijgevigheid hun aangeboden. En zoo geraakten de bewoners van 't nieuwe klooster, toen Ferdinand zijn hof naar Beieren verlegd had, aldra in den nijpendsten nood. Het ontbrak hun vaak aan het noodzakelijkste. Eindelijk, toen de nood der armen monniken het hoogst gestegen was, bracht de vrome vorstin l'olyxena van Lobko-witz in het jaar 1628 genoemd beeld naar het klooster met de woorden:
Eerwaarde vaders: ziedaar, ik reik u over, wat mij het naast aan 't harte ligt. Vereert deze beeltenis, en niets zal in de toekomst meer ontbreken.'1'' De edele vrouw had dit kleine beeld als een dierbaar familiestuk op haren huwelijksdag van hare vrome moeder ouwangen en het van Spanje, haar geboortegrond,
if
medegenomen naar haar nieuw vaderland.*) A1 zeer spoedig bleek het, dat de edele schenkster als in prot'etischen geest zich had uitgesproken. 3let het beeld kwam Gods zegen zichtbaar het arme klooster binnen.
Zoolang het goddelijk Kind in dit beeld vereerd werd, was het een zorgzame Voedstervader, een machtige Beschermer en een steeds vaardige Redder in den nood.
Geestelijke en tijdelijke gunsten vloeiden het klooster toe. Hield de vereering op. dan week ook de zegen, zooals de kronijk des kloosters op verschillende plaatsen bewijst.
Nog in 't zelfde jaar (1(328), eer het beeld in het klooster kwam, wees keizer Ferdinand, die van de nijpende armoede gehoord had, het klooster f 2000 toe. Ook zorgde hij voor een maandelijksche tegemoetkoming aan levensmiddelen.
Nog een anderen tijdelijken zegen schreven de kloosterlingen hunnen Gast
Daar de moedor stamde uit liet vorstelijk ge-slaelit der Pignatelli's, kan men niet met zekerheid beslissen, of genoemd beeld uit Italië dan wel Spanje afkomstig is.
I
I j
:
i
j
-
2
26
toe. Het klooster had eeu wijnberg- in pacht, die wegens geldelijken nood niet naar behooren kon bebouwd worden, en bijna niets opbracht. In deze eerste jaren der vereering van het genadebeeld leverde hij echter eeu overvloed van den nit-nemendsten wijn op, als men te voren nooit gekend had. Men plaatste het dierbaar geschenk in de kloosterkapel, twee malen daags hielden de kloosterbroeders er de voorgeschreven oefening. Hier klaagden zij hun bitteren nood aan Hem, die uit liefde tot ons vrijwillig arm geworden is. Het meest muntten de novicen uit in godsvrucht tot het Kindeke Jezus, en onder hen zeer bizonder jwfer CyrilLm van de Moeder God*. Deze was geboren te Luxemburg en heette in de wereld Nicolaas Schokweiler. Hij stierf te Praag in geur van heiligheid, den 4deu Febr. 1675, in den ouderdom van 85 jaren. Langen tijd werd hij door geestssdorheid gefolterd, tot ver'twijfelens toe, doch door de godsvrucht tot dit beeld werd hij op eenmaal en voor altoos van zijn drukkend kruis bevrijd.
if
27
II.
Jaren laag vergeten.
2 jaren liad de devotie tot het genaderijke Jezukind geduurd, toen reeds in 1630 het noviciaat van de Karmelieten wegens de oorlogstroebelen van Praag naar Munster werd verplaatst, waar inmiddels een nieuw klooster der orde was opgericht. Met de novicen waren evenwel de vurigste vereerders van het Jezukind heengegaan; de eenmaal zoo buitengewone devotie begon te verslappen en tegelijk met haar week ook zichtbaar de zegen van het klooster.
Opnieuw traden nood en onspoed er binnen, 't quot;Was een alleruoodlottigste tijd. Door landverraders uitgelokt, was de protestantsche koning van Zweden, Gus-taaf Adolf, naar Duitschland komen afzakken, waar hij met zijn zegevierende drommen, angst en ontzetting voor zich uitjoeg; rookende puinhoopen en duizenden lijken teekenden zijn tocht. Na den beslissenden slag bij Dreitenfeld (den 17den September UiiSl), waar hij het keizerlijk leger verwon, rukte hij
onweerstaanbaar voorwaarts; het rijk scheen voor de katholieke Kerk geheel verloren. Terwijl Gustaaf Adolf het westen van Dnitschland veroverde, maakte zijn bondgenoot Jan (jeorg van Arnhem zich meester van Praag. Na de overgave (15 Nov. 1631) drongen de protestanten de stad binnen en plunderden kerken en kloosters. Ook het Karmelietenklooster bleef niet gespaard. De kloosterkerk werd aan een protestantsch predikant in bezit gegeven en twee achtergebleven kloosterlingen hield men in strenge hechtenis. In hun overhaaste vlucht hadden de paters het beeld geheel vergeten. Toen de plunderaars het vonden wierpen zij âhet paapsche afgodsbeeldquot; (zooals zij het noemden) met verachting achter het altaar in het stof, waardoor beide handen werden gebroken. Overigens bekwam het genadebeeld, schoon van was, geen letsel.
Intusschen werd Praag in 1()31 door Ferdinand hernomen, en kouden de Kar-
I
melieten in hun klooster terugkeeren; doch niemand herinnerde zich bij de
iglgfcâ,
r
29
1
groote verwarring liet genadebeeld meer. De armoede van het klooster was tot nood geklommen, toen in liet jaar 16.'S4 de Zweden voor Praag verschenen, de stad belegerden en heel den omtrek uitplunderden en brandschatten. Ten tweeden male zochten de kloosterlingen hun heil in de vlucht. Ten gevolge van den vrede in 1635 konden zij weder naar Praag terugkeeren; maar welke ellende, welke armoede troffen zij daar! En welke ontbering moesten zij zich bij voortduring getroosten! Het stond op verre na niet zoo goed met hen geschapen als in het jaar 1()2H, toen de âkleine Koningquot; hun te hulp gekomen was; ongelukkigerwijze dacht niemand meer aan Hem; en toch was Hij nog op dezelfde plek. Eens voud de novice, die met de zorg voor de kapel belast was, het beeld achter het altaar, bestoven en in een staat Zijner onwaardig; toch bekommerde hij zich weinig om dat armzalig beeld en wierp het weder bij het daar opgetaste puin. De straf bleef niet uit; korten tijd daarna gaf hij zulke
â -'sa'S)
KCap--
\ ®S ~t f
30
doorslaande bewijzen van ongeschiktheid voor het kloosterleven, dat men genoodzaakt was hem heen te zenden. In het klooster zelf verslimmerde de toestand van dag tot dag. Oversten, novicen-meester, eenvoudige religieuzen, allen zonder uitzondering koesterden, al waren zij ook nog kort geleden naar Praag gekomen, slechts één vvensch: zoo spoedig mogelijk een ander huis der orde te mogen betrekken. De Provinciaal der orde kon niet begrijpen, zelfs niet vermoeden, waarom Gods zegen van het Praagsche klooster geweken en zóóveel onrust en harde onspoed er over neergekomen was.
|
Wederf/evondeii; van hef |
11L. (Je vurigste vereerder âGenadebeeld.''' |
lieven jaren waren er voorbijgegaan, toen tegen Pinksteren van hetjaar 1637 Pater Cyrillus van de Moeder
(SS^sL
31
r IT
Gods weder naar Praag werd verplaatst, waar lüj vroeger gedeeltelijk zijn noviciaat had doorgebracht, en dank der vereering van âliet Genadebeeldquot; van de foltering der geestelijke dorheid was bevrijd. In hetzelfde jaar rukte de beruchte aanvoerder der Zweden, Banner, nogmaals tegen Praag op, en hield er met zulk een woede huis, dat in ééuen nacht honderd dorpen en burchten in vlammen opgingen, 't Was een ellende zonder naam. In deze benarde omstandigheden gebood de toenmalige Prior zijn onderhoorigen door gemeenschappelijk, ootmoedig gebed den toorn Gods te verzachten. Pater Cyrillus herinnerde zich het genadebeeld, en doorzocht alle hoeken des kloosters, tot hij het eindelijk vond, van alle smet zuiverde en met tranen en kussen overdekte. Dan verhaalde hij den Prior van de vroeger verkregen gunsten, en smeekte dat hij het toch in de bidkapel mocht plaatsen. De Prior stond het toe. Nu troonde de Voedstervader na een zevenjarige vergetelheid weder op de oude plek. Vóór
_____
Hem verrichten de ordebroeders wêer him-ne gebeden en overwegingen, hier stortten zij hunne bedrukte harten uit en klaagden hun leed, hier zochten zij troost in de droefheid. De vijand trok zich uit de stad terug, en het ongedeerd gebleven klooster werd ruimschoots van levensmiddelen voorzien. Dat was de eerste zegen, waarmede het Jezukind zijn ver-eering loonde. De vurigste vereerder was en bleef de pater, die het teruggevonden en aan stof en vergetelheid ontrukt had. Uren lang lag hij voor het aanminnig beeld neergeknield, als reeds lang zijne ordebroeders de bidkapel verlaten hadden. Eeus meende hij zeer duidelijk de woorden te vernemen: â Ontfermt ü mijner, âDan zal Ik Mij ook uwer ontfermen. âGeeft Mij mijne handen weder,
âEu Ik zal u den vrede geven. âHoe meer gij Mij vereert,
..Des te meer zal Ik u zegenen.quot;
Dadelijk neemt de vrome kloosterling het beeld van zijne plaats, doet het den blauw zijden mantel af, onderzoekt het, en ziet dat inderdaad de goddeloozen er
___
de handen hadden afgeslagen, wat hij eerst niet bemerkt had. Hij spoed zich naar den Prior en bidt hem liet heilige beeld toch te laten herstellen.
âMijn waarde broeder,quot; antwoordde deze. âwij zijn te arm om deze, naar't mij voorkomt, uoodelooze onkosten te maken.quot; Pater Cyrillus, hierover diep bedroefd, liet echter den moed niet zinken. Hij bad, en drie dagen later werd hij bij een stervenden grijsaard geroepen, die hem /100 schonk als offer voor het .Tezukind. Op de blijdschap volgde dra teleurstelling. In stede van het beeld te laten herstellen, kocht de Prior een nieuw, in zijn oog fraaier en kostbaarder dan het oude. Op den dag echter, dat het geplaatst werd, viel er een zware luchter van den wand op en wierp het in duizend stukken. Daarop werd de Prior ziek en moest, voor zijn tijd daar was, zijn waardigheid neerleggen. Zeer gaarne had zijn opvolger het oude beeld laten herstellen.
âMaar hoe moeten wij er werk van maken,quot; dacht hij, âdaar wij geen rooden penning- rijk zijn?quot;
;]4
l'ater Cyrilles bad weder. En zie, op zekeren dag- liet eeno onbekende dame hem in de kapel roepen, en reikte liem eene ruime aalmoes toe. âDitmaal,quot; zeide liij. ..zal liet Jezukiud zijne handen terugkrijgen.quot; Doch weder zon het niet geschieden; men betaalde van het geld zijn schulden en Pater Cyrillus ontving voor zijn doel slechts een halven gulden, en daarvoor wilde niemand zijn beeld herstellen. Dientengevolge braken nieuwe rampen over hot huis uit.
Keel de veestapel werd door den vijand geroofd. De stad werd door een pestziekte bezocht, waarvan meerdere religieuzen het slachtoffer werden; ook de Prior werd ziek. Hij had zijn genezing enkel en alleen te danken aan de belofte, alles in het werk te zullen stellen, om do godsvrucht tot het aanvallig Jezukind te verspreiden.
Intusschen was het beeldje nog' niet hersteld; vaak toog P. Cyrillus er neen en drukte hierover het goddelijk Kind zijn leedwezen uit. Eens hoorde hij zeer duidelijk eene stem, die hem toesprak:
f______
35
,,Plaats Mij aau den ingang uwer sacristy pu er zal iemand komen, die zich over Mij ontfermt.quot; De Pater gehoorzaamde terstond. Kort daarop kwam er een vreemdeling in de kapel, zag het wonderdadige beeld en bood van zelf aan, de gebroken armen te laten herstellen. Juist kwam de Prior ter plaatse, die het voorstel zeer gretig aannam. De vreemdeling liet de gebroken armen maken en bracht het genadebeeld in het klooster terug, waar het nu voor een tijd lang ter openbare vereering in de kerk geplaatst werd.
Sinds dien tijd werd het Jezuskind in geheel Praag met den grootsten ijver vereerd.
TV.
De Vereering neemt toe.
ISgsinds het jaar 1630 draagt het beeld een gouden kroon, 't Is een geschenk vtm baronesse Elisabeth Kolowrat, die
^_______
3()
in 2:fiioonid jaar zwaar ziek werd. Zij verloor het gehoor en de spraak en was den dood nabij. Toen liet de baron door Pater Cyril lus het genadebeeld aan het sterfbed brengen. De doodelijk kranke vereerde het, overlaadde het met kussen en beloofde, zich dankbaar te ;;iillen betoenen, als zij hulp verkreeg. De pater gaf de stervende zijn zegen en keerde in zijn klooster terug, maar liet het beeld in de ziekenkamer. Zie! Plotseling leefde de stervende weder op, kreeg de spraak en het gehoor terug en was weldra volkomen gezond. Dat was eene in 't oog loopende, wonderbare hulp; de geredde vrouw vervulde dan ook haar gelofte: zij liet een kroon maken van zuiver goud. Nog heden siert deze het beeld.
Haar gemaal schonk den Karmelieten zoolang hij leefde rijke aalmoezen en vermaakte hun bij testament, onder meer, een zilveren lamp en een kostbaar reliekschrijn. Toen in het jaar 1641 het hoofdaltaar ter eere der Allerheiligste Drievuldigheid werd opgericht, plaatste :
.^5)®
37
men het beeld van het goddelijk Kind ter openbare vereering op het prachtig vergulde tabernakel. Zoo bleef het dan niet meer binnen de kloostermuren verborgen, maar werd in de ruime kerk op het hoogaltaar geplaatst. Deze omstandigheid gal aan de devotie tot het goddelijk Kind niet weinig wasdom. Hoezeer zij toenam, zien wij uit de vele geschenken en offergaven, die in korten tijd het genaderijk Kind vereerd werden. Zoo liet omstreeks dien tijd de adelijke jonkvrouwe Febronia van Pernstein uit dankbaarheid voor verkregen gunsten âhet nieuwe huis van het Jezukiud,quot; het priesterkoor der kerk namelijk, met de schoonste witte en roode marmerplaten inleggen, een werk dat heden, na 250 jaren, om zijn zeldzame schoonheid nog bewonderd wordt. Dezelfde jonkvrouw gaf voor het hoogaltaar een groot kruisbeeld ten geschenke. Een adelijke weduwe vermaakte de kerk haar kostbaar bruidskleed en een zilveren lamp; een andere zorgde bij stichting, dat er ten eeuwigen dage voor het genadebeeld een licht zou
1
?
branden. Doch korf slechts zou het aanminnig- genadebeeld ter openbare vereering boven het, tabernakel van het hoogaltaar blijven staan, daar men met medewerking van Baronnesse Benigna Catharina van Lobkowitz reeds in 1642 aanving er een eigen kapel voor te bouwen achter de kerk in het oude klooster. Deze ..dekluis van het Jezukindquot; geheeten, werd op liet leest van den Zoeten Naam Jezus ingezegend. Sedert dien tijd bleef deze dag het hoofdfeest van het âPraagsche Jezukindquot;. Velen, en ouder hen mannen van aanzien, kwamen dit goddelijk Kind in zijn wonderdadig beeld vereeren en voor ontvangen gunstig dankzeggen o, a. Baron Wratislav van Mitrowitz, Baron Jan Kafka, Philips Graaf van Mans-feld. Den 15den October 1044 treffen wij in de kapel van het Jezukind zelfs Keizer Ferdinand III in gebed verzonken; kort daarna zond hij een geschenk van Venetiaansche waskaarsen voor het genade-altaar. Den 3den Mei 1 (348 wijdde de beroemde Aartsbisschop van Praag Kardinaal Ernst Albrecht von Harrach
la
ê
___
3«
in eigen persoon plechtig deze kapel in. Dit jaar. het laatste van den 30 jarigen oorlog, bracht nog schrikbarende jammeren over het zwaar geteisterde Praag. Door ecu trouweloos verrader binnengeleid, hadden de Zweden de stadshelft aan den linker Moldan-oever bemeesterd, en alleen aan de bescherming van het genadebeeld schreef men het toe, dat in die bange dagen aan het Karmelietenklooster een zeker recht van asyl verleend werd, zoodat velen die daarheen de wijk namen, goed en bloed nog redden.
Terwijl nn de vijand de oude en nieuwe stad 15 weken lang uit allo macht belegerde, stond de genadekapel dag en nacht nooit ledig. Aldra geleek het klooster een lazaret, tot dat eindelijk Allerzielendag de blijde boodschap bracht van den Westfaalschen vrede.
Ook in de Karmelietenkerk vierde men den 14den Januari 1G49 het feest van den Heiligen Naam Jezus allerplechtigst als vredefeest. Sedert dien gaat er bijna geen jaar voorbij, dat zich door verkregen gunsten niet kenmerkt, en onder
..........I V
40
do bizondere vereerders van liet ..Gena-denrijke Jezukindquot; ontmoeten wij de dooi-luclitigstepersonen; zoowel geestelijken als leeken, zelfs leden der regeerende Imizen van Oostenrijk, Portugal, Saksen en Toskane. Zoo ging de katholieke adel het geloovige volk met heerlijke voorbeelden van godsvrucht voor. Om het goddelijk Kind voor weldaden in zijn genade-oord zoo talloos geschonken, openlijk dank te betuigen en een passende hulde te brengen, werd het Genadebeeld op Beloken Paschen 1655 onder de pontificale Mis plechtig gekroond.
Bloeitijd «lor Vercering-.
V.
De Kapel van Tahnherg.
Mot aan het jaar 1656 was het heilige amp;pigt; beeld van het genaderijke Kind een heiligdom des kloosters geweest;
giCs^-
? 7
(yyg^.......
41
slechts eukele malen was het voor korten tijd ter openbaarc vereering in de kerk geplaatst.
Dit bedroefde eenige vrome vrouwen zeer, daar zij wegens het strenge slot de kapel niet bezoeken mochten. Daarom ontwaakte in haar de vurigste wenscli, die dikwijls ook luide werd uitgesproken, dat het goddelijk Kind toch in de kerk zou geplaatst worden en zóó voor al het volk ieder oogenblik toegankelijk zijn. Deze wenscli werd zeer spoedig vervuld. De twee broeders Ernst en Frans, baronnen van Talmberg, bouwden eene kapel waarheen het genadebeeld op St. Jozefdag 165(i in plech-tigen optocht werd overgedragen. Heel de kloostergemeente verscheen in de witte mantels ; vele priesters en adelijken en een groote menigte volks nam aan de processie deel.
In deze kapel bleef het beeld omstreeks 85 jaren, door duizenden van heinde en verre bezocht en hoog vereerd. Het meest werd de godsvrucht tot het Jezukind van Praag verspreid in
___®'
42
r !
de jaren 1737 â1741. Twee Karmelieteu-paters droegen door voorbeeld, woord en geschrift hiertoe zeer veel bij, Pater Emmerich v. d. H. Stephanus en Pater Ildephonsus van de opoffering van Maria. Pater Emmerich verzamelde als Prior van Praag alles, wat P. Cyril lus en anderen hadden opgeteekend en gaf het in 1757 met goedkeuring zijner oversten in het licht onder den titel : âGroot en Klein uit Praag.quot; Pater Emmerich werd in deze zaak gesteund door den persoon en den invloed van Pater Ildephonsus, die van 1737â1741 Generaal der orde was. Ook in verre landen maakte hij op zijn reizen ..den kleinen Jezus van Praagquot; bekend. Op deze, reizen droeg hij altijd eene afbeelding er van bij zich. Door de aanroeping van Jezus weid hij en al de opvarenden eens op wonderbare wijze van een schipbreuk gered. Ofschoon zijn koffer langen tijd in zee had. gelegen, werd toch zijn misboek in het minst niet beschadigd ; zelfs het vloeipapier, waarin het gewikkeld was, was
quot; niet vochtig. Men hield dit voor een ^
w'sie-â'
15),gfcâ.
43
wonder. Daarom gaf de Generaal der Karmelieten dit misboek aan den âkleinen Jezus van Praagquot; ten geschenke.
Vóór liet titelblad staat een Latijnsclie opdracht van het jaar 17.'59. De Karmelietessen van St. Jozef in Praag, die een heilig leven leidden ontvingen het eerst een Jezukind van was, naar het genadebeeld vervaardigd en daarmede aangeraakt. Met onbeschrijfelijke vreugde ontvingen de dochters der H. Tlieresia den 25ston November 1757 de aanvallige, kleine beeltenis en hielden haar in hooge eere. Van toen af zochten zij deze devotie zoo wijd mogelijk te verspreiden. Hare meest geliefkoosde bezigheid buiten de kerk bestond hierin: het Jezukind van Praag met kleuren en zijde uit te dossen ; en talloos zijn de beelden, door deze vrome vrouwen vervaardigd. Getrouwe afbeeldingen van het Jezukind vonden ook spoedig in andere kloosters van Praag ingang en blijde ontvangst, en nog lieden vindt men in de meeste kloosters dergelijke beelden.
In liet jaar 1738â1741 werd de
44
kerk St. Maria de Victoria en de kapel van Talmberg- van den vroegen morgen tot den laten avond door geloovigen bezocht, die allen tot het lieve Jeznkind kwamen. Van 5 tot 12 nur werd bijna onafgebroken het H. Misoffer aan het genade-altaar opgedragen; zoo werden b.v. in het jaar 1739 meer dan 2560 in het jaar van den oorlog, 1741. zelfs 35olt;S heilige Missen ter eere van het goddelijk Kind gelezen. Bisschoppen en Prelaten rekenden het zich een gnnst, in deze kapel voor het genadebeeld het H. Misoffer te mogen opdragen en vele klooster- en wereldgeestelijken vroegen om 't voorrecht. Het heiligdom van liet âgenaderijke Jeznkindquot; was het drukst bezochte in Praag. Op alle feestdagen des jaars had de genadekapel een buitengewonen toeloop.
Daar werd ten 7 ure het Allerheiligste uitgesteld en de litanie van den Zoeten Naam Jezus gebeden. De dag van den Zoeten Naam Jezus, die met octaaf gevierd werd, bleef voor altoos het hoogfeest. Velen wenschten een getrouwe
___
45
afbeelding vim het genadebeeld te bezitten. lu grooteu getale werden deze afbeeldingen, uit hout gesneden of wel van was gegoten, verzonden, na ze eerst niet 't genadebeeld te hebben aangeraakt. Behalve beelden werden ook nog vele schilderijen in olieverf en tallooze koperen houtsneegravures en medailles verspreid.
Toen de groote keizerin Maria Theresia naar Praag kwam om zich als koningin van Bohenien te laten kronen, bezocht zij ook âhet genaderijke Kindje,quot; waarvoor zij een bizondere godsvrucht had. Tot groote stichting der aanwezigen bad zij voor de beeltenis, en om van hare ver-eering een blijvend getuigenis te geven stichtte zij een jaarlijksche Hoogmis cn zond ..den kleinen Jezusquot; een groen fluweelen, met goud doorstikt kleed, waaraan zij eigenhandig gewerkt had, benevens een groen prachtgewaad van dezelfde slof en bewerking. Van oudere beroemde vereerders van âhet Jezukind van Praagquot; mogen nog worden vermeld: de zalige Electa van Jezus, en de zalige
1
(S1
4fi
Crescentia vau Kaufbeueru. Ook de zalige ('lemeus Maria Hofbaner had een beeldje van ..bet Jezukind van Praagquot; in zijne kamer en vereerde het kinderlijk.
Spoedig bleek de kapel van Talinberg voor zulk een buitengewonen volkstoe loop veel te klein, zoodat men er aan denken moest het beeld ter vereering in het schip der kerk zelve te plaatsen. Dit geschiedde ook den 13(lel1 Januari 1741, sedert welken tijd ..de kleine Jezusquot; staat op de tegenwoordige plaats. Uen 10dlt;!', Juni 1761 werdt dit altaar door Paus Clemens XIII geprivilegieerd en in het jaar 177(j door het schoone marmeren altaar van heden vervangen.
De lijd der Verllciiliii!!-.
VI.
Vernieuwde vereering in onze. dtiejen.
iadat de vereering van liet genade-rgM beeld van het âminnelijk Jezu-kiudje van Praagquot; omstreeks het wadden
~ fa
47
der vorige eeuw haar toppunt had bereikt, nam ze door den rampzaligen zevenjarigen oorlog weder af. Onder keizer Jozef II werden in Praag alleen 70 kloosters, kerken en kapellen opgeheven en gesloten, ook het klooster der ongeschoeide Karmelieten bij St. llaria de Victoria. Den oden Juli ontvingen zijn 44 vreedzame bewoners hun banvonnis. Slechts een geringe som gelds ontvingen zij als schadeloosstelling. De âlieve kleine Jezusquot; had zijn trouwe wachters eu vurigste vereerders verloren. De rijke geschenken eu gedenktafelen, deze zwijgende getuigen der dankbaarheid, moesten als âkerk-rommelquot;- uit den weg geruimd worden. Alle oefeningen van godsvrucht, alle warme uitingen van het kerkelijk leven waren eu zijn nog bij de nieuwe verlichting gebaat: vooral werd de vereering der genadebeelden en .,aaugekleede beeldenquot; op strenge straffe verboden. Gelukkig werd echter de âverbodenquot; beeltenis niet uit den weg geruimd eu de kerk niet ontheiligd, maar den 21sten September 1784 tot parochiekerk bestemd
(jgCgteâ. â¢-^5® 'vïiTJfc-
48
woning van den het genadebeeld vroegere tooi en den, de en zijn
en de orde van Malta hare bediening opgedragen. Het voormalige kloostergebouw dient lieden tot gymnasium de vroegere klnisquot; (het oude klooster) tot saeristein. Al was uu ook beroofd van zijn zijn dierbaarste vrien-harten van liet geloovige volk teedere vereeriim- kon men het
niet ontweldigen. Toen in 1878 tot Dec. 18711 de kerk en het genade-altaar vernieuwd werden, vierde âde kleine Jezusquot; een ware triomftocht. Twaalf kloosters van Praag wedijverden om âdenkleinen Jezusquot; te vereeren, en achtereenvolgens het beeld een tijd lang te mogen herbergen. Van dien triomftocht dagteekent de hooge vlucht dier devotie in onze dagen. Nooit worden beelden, platen, rozenkransen en medailles in zoo grooten getale verspreid: want naar alle wereld-deelen, in alle lauden worden ze verzonden. Wel het meest heeft zich de vereering van âhet genaderijke Jezu-kindquot; uitgebreid in Frankrijk, België, Nederland en Duitschland.
| --
49
Het Fransclic maandschrift: Chrotiiqiies dit Garmel uit Aalst, in België, vermeldt sinds jaren talrijke, hoogst belangwekkende feiten der wonderbare hulp van het ,,1'raagsche Tezukindquot;. In genoemd maandschrift verscheen in den laatsten tijd een opstel onder den titel; Reis van het ..Jezukiud van Praagquot; om de wereld. Daarin worden de plaatsen opgesomd, waar de openbare vereering van het heilige beeld in den laatsten tijd haar intree deed. In een oud boek, door gravin Katharina van Fngger-Boos geschreven, en van 17t)l 17iil in het sticht Kempten in druk gegeven, heet het: ,,Allen die tot deze genaderijke beeltenis naderen en met vertrouwen bidden, verkrijgen redding in gevaar, troost in droefheid, hulp in armoede, verkwikking in angst, verlichting in duisternis des geestes, genadebeekjes in geestelijke dorheid, gezondheid in ziekte en hoop in de vertwijfeling. Geen koorts is zoo hevig, geen gevaar zoo groot, geen macht van Satan zoo geweldig, geen gezwel zoo kwaadaardig, of 't is door de gods-
f
50
vrucht tot het âCTenadekiutlquot; verdreven en geuezen. Tweedracht üissclieu echtelieden werd bijgelegd, gevangenen werden bevrijd, verstokte zondaars tot boete gebracht, ouders ontvingen den kinderzegen ; kortom; Het is alles voor allen geworden.quot;
TWEEDE DEEL.
T e r h o o r (l e (r e 1gt; e d e n.
1.
De Kindervriend.
jaïjiezns is do teederste Kindervriend. yf: Hoe liefdevol ontving Hij ze eenmaal. die tot Hem werden gebracht om ze te zegenen. Hij beschermt hen, daar Hij zoo nadrukkelijk waarschuwt ze niet te verleiden, Hij beveelt ze aan, terwijl Hij de zorg, li nu bewezen, beschouwt als aan Hem-zelven bewezen.
âLaat de kleinen tot Mij komen, want hunner is het Kijk der Hemelen !quot; Als toen reeds de Zaligmaker zoo vriendelijk tot de kinderen Zich neeg, hoeveel te meer zal Hij zulks doen als Jezukind, d. w. z. wanneer wij Hem in de geheimen zijner H. Kindsheid vereeren! Buitengewoon talrijk en wonderbaar zijn de gevallen, dat Jezus in zijn genadebeeld de lieve kleinen heeft geholpen, die Hem door hunne christelijke moeders
I;v
werden aanbevolen en toegewijd. Mogen slechts enkele voorbeelden hier volgen : f. In Praag was een kindje van 2 Jaren, Johannes Weldner, aan de kinderpokken blind geworden. Vele maanden lang wendde de bedroefde moeder alle middelen aan, die do geneesheeren voorschreven, doch zonder vrucht. Eindelijk kwam zij op de gedachte, hare toevlucht te nemen tot het Jezukind van Praag. Eens toen de kleine Joannes juist in de wieg lag en van een druiventros at, begeeft zich de moeder naar eeue H. Mis, die, naar zij meende, in de kapel van het Karmelietenklooster aan het altaar van den âKleinen Grootequot; gelezen werd. Het kleine zusje, dat thuis gebleven was bij het zieke kind, meende onder de H. Mis te bemerken, dat zijn oogen zich openden voor het licht; al haar twijfel verdween, toen de kleine de schillen zijner druiven de eene na de andere juist op het zelfde plekje wierp. Zij ijlde de moeder, als deze terugkeerde, te gemoet en riep haar reeds van verre toe: ,, Moeder, Johan is niet blind meer !quot; De gelukkige
( ©Csp^-'
[jjxgw,_____
moeder overtuigde zich van de waarheid dezer tijding eu keerde terstond naar het klooster terug, om het Jezukind haren dank uit te storten.
2. Een klein meisje van 4 jaren, aldus schrijft men uit Oudenaarden, werd door waterzucht aangetast. De geneesheeren gaven de hoop op, het kind te kunnen redden, wat de ouders der kleine bewoog zich tot den Hemel te wenden, om daar te verkrijgen wat hun Ie aarde weigerde: het leven hunner lieve, kleine Martha. Doch al hun bidden eu smeeken scheen vruchteloos. De toestand van het kind werd zoo ernstig, dat de arme moeder, knielend bij het bed der kranke, en haren laatsten snik afwachtend, uitriep: âArme, kleine Martha, morgen zal ik uwe oogjes niet meer zien!quot; Daar komt Martha's tante, die de bedroefde moeder den raad geeft, tot het wonderbaar ..Jezukind van Praagquot; hare toevlucht te nemen. Een plaat van dit wonderdadige beeld werd bij de zieke gebracht en te gelijker tijd een negendaagsche oefening begonuen. De uitslag ging de verwachting
.54
te boven : want reeds in de eerste dagen der novene werd de toestand van Martha buitengewoon veel beter, en bij liet einde der oefening was het kind volkomen hersteld.
ii. Een knaapje uit Eisendorf (Sileziën) was aan het linkerbeen verlamd; hij kou reeds do behandeling der geneesheeren niet meer verdragen. Nn beloofden de ouders eene H. Mis bij te wonen, die zij voor hem bij de Paters Franciskanen te Ulatz voor het Reeld van Praagquot; zouden laten lezen. Toen men nu gereed stond om te vertrekken, sprak de grootmoeder tot den kleinen lamme: ,.Nu Felix, gaat gij met ons mee, wij gaan naar het ..Jezukindquot;. Op hetzelfde oogen-blik staat het kind, dat zich sinds lang reeds volstrekt niet meer bewegen kon, op. en loopt de kamer rond, geheel buiten zich zelf van vreugde. Het was werkelijk genezen !
4. Ken kind van elf jaren verkeerde in hopeloozeu toestand. Zijn arme moeder, die haar eersteling bijna onder dezelfde omstandigheden verloor, had alle
Iiooij opgegeven, liet kiud in liet leven te behouden. In hare smart wendde zij zicli tot eene kloosterzuster, en verzocht haar gebed, niet om de genezing van haar zoon, alléén slechts om verlichting in zijn laatste lijden. De zuster trachtte het vertrouwen der smeekelinge te verlevendigen en ried haar, terstond met volkomen overgeving aan Gods wil eene novene te beginnen tot don âkleinen Jezus van Praagquot;. Daarna gaf zij haar eene medaille, het gebedje en een kleinen rozenkrans. Tlinis gekomen, hangt de moeder de medaille van het Jezukind den kleinen stervenden om den hals, laat haar kiud het gebedje lezen en toont hem den kleinen rozenkrans. Terstond begint het kind te glimlachen, bemachtigt met zijn kleine handen hetgeen men hem voorhield, gaat er mede aan het spelen en voelt van stonde af aan geen pijn meer. Xa eenige dagen is het kind volkomen genezen, en de overgelukkige moeder brengt haren lieveling in de kerk om het ..Jezukindquot; te bedanken en hare gaven aan zijne voeten neerteleggen.
quot;ill-
5()
l
5. Uit liet klooster der zusters van liet Kruis te Djakovar in Slavonië meldt men onder andere verkregen gunsten; Een zesjarig kind in ons pensionaat werd ernstig ziek aan longontsteking; het kon nauwelijks adem lialen en was den dood nabij. Toen bracht de overste een beeld van het Jezukiud van Praag aan het bed en alle zusters baden zonder ophouden het gebed van Pater Cyril lus. En zoodra het stervende kind zich iets beter gevoelde, sprak het dikwerf de woorden na: âO lief Jeznken, help mij Iquot; En Het had geholpen, het kind was spoedig gezond.
Lieve kinderen, die deze verkregen gunsten leest, vereert vurig het Jezu-kind, wijdt Hem uw jeugdig hart, legt Hem met vertrouwen uwe belangen bloot, en bidt Hem voor oudere broeders en zusters.
De goddelijke Kindervriend heeft ook u lief.
Nog een woord aan ouders en oversten.
Uwe lieve kleinen staan juist in onze dagen aan zoo vele gevaren bloot.
â*
wat betreft het geloof en de onschuld. Zelfs weldenkende en verstandige ouders hebben menigwerf geea vermoeden van de grootheid dezer gevaren.
O, mochten toch allen, wien bet zielenheil der kinderen ter harte gaat, ze stellen onder de bizondere bescherming van het Jezukind! En als het genaderijke Kind het lichaam en het aardsclie leven zoo gaarne te hulp komt, zal het dan nog niet eerder de ziel van nut willen zijn en het leven der genade, de onschuld, helpen bewaren? Hoe zeer is derhalve in dit opzicht de devotie tot het Jezukind aan te bevelen voor de kinderen en het huisgezin, voor scholen, weeshuizen en opvoedingsgestichten!
II.
Dc barmhartige Redder der zondaren.
IjPot redding der zondaren is de Ver-Ija losser in de wereld gekomen. Naar hen trok ziju liefdevol hart Hem zoo onweerstaanbaar heen. âDe zondaren neemt Hij op,quot; zoo staat in het H. Evangelie
58
van Hem geschreven. Ook in zijn genadebeeld van Praag heeft Jezus getoond, dat Hij een Vriend eu barmhartige Redder is zelfs van de armste zondaren.
Mogen de volgende voorbeelden er toe leiden, vol vertrouwen tot het Genade-kind te komen, om voor zich of voor andere verdwaalden den terugkeer tot den goeden Herder te verkrijgen.
1. Een zondaar, die jaren lang ineen onverbeterlijke zonde van gewoonte leefde, was de wanhoop nabij.
âHet is mij niet mogelijk, mij te beteren, ik heb geen wil en voornemcu meer,quot; zeide hij tot zijn biechtvader. Deze zond hem naar de genadekapel en legde hem op te zeggen: âO genaderijk Jezukiiid ontferm u mijner! Verlicht en help mij, opdat ik ten uitvoer brengen kan, wat de biechtvader van mij verlangt.'' Dit herhaalde de arme zondaar meermalen in de genadekapel en kwam geheel veranderd bij den biechtvader terug. Hij was gered.
2. Een vrouw, die jaren lang zware zonden verzwegen had, kwam uit nieuws-
59
gierigheid in de genadekapel, wijl zij van het âJezukind van Praagquot; reeds zooveel gehoord had. Zij ziet op naar het beeld, maar bemerkt tot hare verwondering wel het kleedje en de kroon van het Kind, doch niet zijn aangezicht. Vrees en angst grijpt haar aan, zij begint over het geheele lichaam te sidderen, alle zware zonden, ook haar onwaardige biechten nn communiën schieten haar te binnen. Nadat zij eene rouwmoedige en oprechte biecht had gesproken, zag zij het beminnelijk aangezicht van het wonderdadige Kind en verheugde zich buitenmate.
3. In het jaar 1889 leefde in Bergen (België) een huisvader, die zijn godsdienstplichten geheel verwaarloosde. Sinds ongeveer 41 jaren wilde hij van het gebed, de H. Mis en de Paaschcommunie niets meer weten. Zijn vrouw en kinderen waren ijverige christenen, doch al hun pogingen, den innig geliefden vader tot God terug te voeren, waren tot heden zonder vrucht gebleven. Hij wordt gevaarlijk ziek, men dringt nog
__
(iO
meer aau, maar vergeefs. De huisgenooten beginnen eeiie eerste, eene tweede, ja, een derde novene tot het Jeznkind van Praag.
Op den derden dag der negendaagsche oefening is het verzet des zondaars gebroken. Haal mij dadelijk een priester, roept hij op eenmaal uit. Rouwmoedig belijdt hij nu zijne zouden, ontvangt de laatste heilige Sacramenten en sterft een genisten dood.
IIT.
De hcmelscJie Geneesheer.
(Opok bij lichamelijke ziekten heeft zich cfesl het vertrouwen op Jezus in zijn (ienadebeeld zeer dikwijls bewaarheid. Mogen, behalve de reeds meegedeelde, de volgende feiten uit onze dagen hier nog een plaats vinden.
1. Eduard Jozef Schmidt te Boden-stadt werd in 't begin van September 1893 stokdoof, zoodat hij zijn eigen woorden niet liooren en met niemand spreken kon. Hij hoorde geen klok luiden, geen orgel spelen, leed daarbij zeer
61
hevige hoofdpijnen en verkeerde bovendien nog in zeer ongelukkige omstandigheden. Op liet ...Tezukind van Praag'' opmerkzaam gemaakt, vereerde hij Het recht ijverig en beloofde, mocht hij genezen, het feit openbaar te zullen maken. Op eens nam alles een keer. Hij kreeg het gehoor terug, zijn levensomstandigheden werden, eveneens beter, en heden gaat het hem zeer goed; hij heeft geluk in zijn zaken en is gezond en frisch, waarvoor hij het genaderijke .Tezukind den verschuldigden dank brengt.
2. Een priester uit Slesen-Darmstadt brak op Sylvester-avond 1894 het been en beide knokkels. Hij nam zijn toevlucht tot het âJezukind van Praagquot;, hield een novene, beloofde een H. Mis te Zijner eere voor de arme zielen en openbaarmaking, als het leggen van het gipsverband goed afliep. Ook legde hij een prentje van het Jezukind van Praag op het gebroken been.
Bij het aanleggen van het verband had hij niet de minste pijn. âBuitendien, zoo schrijft zijn Eerwaarde, had ik
62
nauwelijks een uur pijn, van het oogen-blik af dat ik het been brak, gedurende al de weken der genezing, en nu kom ik door openbaarmaking mijne belofte vervullen.quot;
3. In October 1884 werd een heer te Oudenaarden, die kanker aan de lip had, door de geneesheeren beduid, dat een operatie het eenige middel was, om het voortwoekeren der kwaal te stuiten. Dit bericht verschrikte den zieke nog te meer, wijl een zijner vrienden ten gevolge eener dergelijke operatie gestorven was.
Xu werd zijne zuster de godsvrucht tot het âJezukind van Praagquot; aanbevolen. De negendaagsche oefening, die op den dag der operatie zou eindigen, werd door meerdere personen met ijver gehouden. Die allen vereenigden hun gebeden met die van het bedrukte huisgezin.
De uitslag was wonderbaar, zoodat de geneesheer zelf zeide: âAls hier geen wonder in 't spel is, begrijp ik er niets vanquot;.
63
Na aclit dagen kon de zieke, volkomen genezen, in de kerk zijn goddelijken Eedder dank gaan zeggen.
â i Jozef de Vignet, een vermaard geneesheer te Praag, had een eenigen zoon, Joannes Nepomucenus, die, jaren lang reeds, aan de oogen leed. 't Was een overblijfsel der kinderpokken. De vader was, evenmin als zijn vakgenooten, die hem ter zijde stonden, bij machte, om liet lijden van het kind, dat het gezicht geheel verloren had. te verzachten.
âToenquot; â dit is het eigen getuigenis van den vader â ..namen wij, daar alle âmenschelijke hulp ijdel bleek, onze toevlucht tot deu wonderdadigen kleinen âJezus en begaven ons met onzen âkleinen jongen naar Zijn altaar. Het âkind, dat vroeger geen licht dulden kou, âverdroeg het in de kerk zeer gemakkelijk, en na de H. Mis riep het uit: âMama, ik zie, ik zie reeds den kleinen âJezus! Sedert dat uur begonnen de âoogen, gelijk iedereen opmerkte, niet âalleen er gezonder uit te zien, maar âook de kleine gezwellen verdwenen
1
âgeheel. Mijn zoou kreeg zijn heldere, âklare oogen van voorheen weder terug âen gevoelde er niet de minste pijn âmeer aan.quot;
âIk heb dit eigenhandig geschreven, âom der waarheid hulde te brengen en âter verbreiding der godsvrucht tot liet âwonderdadig Kindeken Jezus ; en ik laat ,.het vergezeld gaan van mijn gewoon âzegel. Ik ben overigens bereid het âonder eede te bevestigen.
âPraag, den 10lt;len Mei 1735.
âL. S. JOZEF DE VIGNET,
âMedicus. Pract. Pr agens. y van het âIconiuldjk hof van Pol. en Khursaclis.quot;
5. In een Trappistenklooster werd een leekebroeder, een van de sterkste, ten gevolge eener bloedspuwing zwaar ziek. Zijn abt, juist afwezig, werd terstond hiervan in kennis gesteld. Vol vertrouwen op het Kindje Jezus, nam hij tot Hem zijn toevlucht. Hem bezwerend, het klooster toch voor zulk een dreigend ongeluk te bewaren.
Het was zes uur in den avond, te a
I
S^®K)
(15
laat, om nog te vertrekken; den volgenden morgen keerde hij in zijn klooster terug en vernam, dat het den zieke aanmerkelijk beter ging. Des morgens had men hem adergelaten, zonder dat hij er zich iets beters op bevond, ten minste 's middags nog niet: maar tegen den avond, tusschen zes en zeven nnr, kwam er zichtbaar beverschap. Het Kindje Jezns begon zijn werk, maar Hij wilde er nog meer luister aan geven.
's Avonds voelde de zieke zich zeer afgemat; de nacht was niet gunstig, en in den morgen, tegen half zeven, ijlde de ziekenoppasser naar den abt met de tijding, dat de broeder sterven ging.
De teekenen des doods waren inderdaad aanwezig. Men gat' hem in allerijl het H. Oliesel, en wel met weglating der voorafgaande gebeden, daar men vreesde geen tijd meer te hebben, om alles te voleinden.
Men begint de gebeden der stervenden; de zieke blijft in denzelfden toestand.
De abt werd bedroefd. â Wilde het Kind Jezns den broeder dan niet ge-
©Cafâ* .......
Vf
66
nezen â Maar de broeder leefde nog, en het Kindje Jezus was maclitig en goed genoeg, om hem te redden.
De abt wendt zich tot den zieke en maant hem aan, om, ter eere der twaalf jaren van Jezus' heilige Kindsheid Hem nog twaalf jaren levens te vragen. Tevens voegde de abt de belofte er aan toe, dat hij, ingeval de broeder genezen mocht, zich zeiven en al de zijnen zon laten inschrijven in do Broederschap der H. Kindsheid. Daarna begonnen allen voor een kribbe, waarin men het goddelijk Kindje had neergelegd, do litanie van den Zoeten Naam te bidden. En zie ! dien men reeds dood waande, begon langzamerhand te herleven, en toen 's middags de arts verscheen aan zijn ziekbed, herkende hij dezen terstond. Drie dagen nog, en de broeder stond van zijn ziekbed op, en na acht dagen zag men hem weder zijn gewone werkzaamheden hervatten.
fSKgfeâ____
07 IV.
De Redder in tijdel ijken nood.
Hie goddelijke Heiland, die voor ons een arm Kindeken geworden is en, Zoolang Hij rondwandelde op aarde, nood en ontbering ten volle heeft gedragen, heeft zich ook door zijn âGenadebeeldquot; te Praag zeer dikwerf doen kennen als den liefdevollen Redder in tijdelijken nood en verlegenheid.
1. Mathias Adam Hoger, een boekdrukker, verkeerde tengevolge van verschillende ongelukken in groote geldverlegenheid en daarbij hij had geen werk. De man bad vol vertrouwen tot den ..kleinen Jezus van Praag.^ ontving te zijner eere de H. Communie en gaf vooraf de genadekapel een Misboek ten geschenke, dat hij zelf gedrukt had. De goddelijke Verlosser hielp hem spoedig uit zijn groote verlegenheid: men gelastte hem, een werk te, drukken, dat hein 3000 mark opbracht.
2. Een beeldhouwer uit Praag werd opgedragen, een beeld te maken, dat â
de stof uitgenomen â volkomen moest gelijken op dat in de Karraelietenkerk. Om het zoo getrouw mogelijk na te bootsen, begaf hij zich meermalen naar de kloosterkerk, om het aandachtig te beschouwen. Telken male bad hij vertrouwvol tot het goddelijk Kind, hem toch altijd van werk te voorzien, om zijn huisgezin eerlijk te kunnen onderhouden. Het beeld was nog niet voltooid, of men vroeg van alle zijden naar eeu zelfde. Op die wijze had de man voor langen tijd werk genoeg.
3. Een werkman uit Munster, (West-phalen) die een zeer laag loon verdiende, bevond zich tegenover zijn schuldeischers in een zeer moeilijken toestand. Hij begon een negendaagsche oefening ter eere van het âJezukind van Praag.quot; Op het einde hiervan schonk hem iemand 100 mark. Door dezen gelukkigen uitslag bemoedigd, hield hij een tweede novene. Aan het einde daarvan werd hem door den president eener loterij meegedeeld, dat hij 212 mark had getrokken. Nog een derde bewijs j van de krachtdadige hulp van den min- ^
r
i?
nelijken, kleinen Jezus zou hij ondervinden. Een schuldeischer, die liypotheek op diens huis liad. verklaarde rondweg-, dat liij liet in veiling wilde brengen. De man hield een derde novene tot den kleinen Koning en â wonder â de schuldeischer schonk hem de geheele som kwijt, daarenboven stelde iemand nog dienzelfden dag hem 40 mark ter hand.
â¢i. Een Karmelietesse uit Frankrijk meldt:
De sedert 15 jaren in onze kapel begonnen werkrn moesten wegens geldgebrek gestaakt worden, en wij hadden niet het minste vooruitzicht, den bouw, hoe dringend noodig ook, zoo spoedig mogelijk te kunnen voltooien. Terwijl wij al onze hoop stelden op het .,Jezu-kind van Praag,quot; plaatsten wij zijn beeld in ons nederig heiligdom en lieten het goddelijk Kind zeiven de zorg over, deze kerk, die wij Hem toewijdden, te voltooien. Zijn bijstand liet zich niet wachten. Een edelmoedige weldoenster stond voor de geheele voltooiing van quot;1it bouwwerken in, en achtte zich ge-
i
___
Inkkig zoo doende eeu blijk te kunnen geven van hare godsvrucht tot het ,, Jezu-kind van Praag.quot;
5. Uit de missie der E.E. Paters van den H. Geest in de binnenlauden van Africa, waar âliet Jezuskind van Praagquot; ook reeds zijn intocht hield, deelt de eerw. Pater Schmidt ons mede:
âToen in September 1894 onze buren, de Bambanbes, naar hun gewoonte, het dorre gras der kampine verbrandden, liep onze groote Loango-hut gevaar, eeu prooi der vlammen te worden. Tn plaats van krachtig tegen het vernielend element te strijden, sloegen de luie, trouwelooze negers op de vlucht. De leekebroeders en ik spanden al onze krachten in, om de bedreigde woning 'en meteen alle andere hutten te redden. Doch te vergeefs ! De hoog opstijgende, alles ver-teerende vlammen waren reeds te nabij. Binnen eenige minuten zou onze onmisbare woning in de asch liggen. Natuurlijkerwijze viel op geen hulp meer te rekenen. Wij riepen nu 'net
lieve âJezukind van Praagquot; aan, en zie!
^___-
(SJ'BWi
F
\
71
do, wind keerde terstond en dreef de vlammen den anderen weg nit. Onze met zooveel moeite en zorg gebouwde woning was behouden.quot; â
âEenige weken later bewaarde het goddelijk Kind ons voor nog grooter ongeluk. Ngoma, een vorst in onze nabuurschap, een heethoofd en daarbij een woestaard, stond een onzer missionarissen naar het leven. Als een wild dier zette hij den armen Pater na en slechts met moeite konden wij den vervolgde in veiligheid brengen. In dezen nood wendde ik mij schriftelijk tot den be-schermpost van Londina, vier dagreizen van ons verwijderd. Zeker zou de vorst zijn misdrijf zwaar moeten boeten, doch eer nog van Londina hulp kwam opdagen, kon de woestaard misschien de missie uitplunderen en brandschatten, en de missionarissen om 't leven brengen.
In dezen nood zochten en vonden wij hulp door de devotie tot het ..Jezukind van Praag.quot; Nauwelijks waren wij met een novene te zijner eer begonnen, of reeds kwam Ngoma tot andere gedach-
r
r
ten. }[ij kwam uit eigen beweging tot ons, vroeg 0111 vergiifenis en beloofde zijn onrecht weder goed te maken.
Zoo had de almachtige Jezus op eenmaal den bloeddorstigen tijger iu een zachtmoedig lam veranderd. In al onze aangelegenheden â zoo eindigt Pater Schmidt, - - nemen wij onze toevlucht tot den ,,kleinen Jezus van Praagquot; eu nooit vruchteloos.quot;
CI'Sp--''
T~
f
DERDE DEEL.
(Jobeden tot liet irotldclijk Kind.
Gebed van Tater Cyrillus van de H. Moeder Gods.
m Jezus, tot U neem ik mijne toe-vlucht; ik bid U door uwe Hoeder, dat Gij mij toch redt uit dezen nood. Dan geloof ik oprecht in U, wetend, o (.-rod, dat Gij mij beschermen kunt. Dan hoop ik vaï-t op U en vertrouw, dat ik aan uwe genaden deelachtig worden zal. Dau bemin ik U van ganscher harte. Dan wil ik berouw hebben over mijne zonden en smeek U, dat Gij er mij van bevrijdt. Dan maak ik het voornemen mij te beteren en U niet meer te bedroeven. Ik geef mij geheel aan U over en wil voor U met gelatenheid lijden en U eeuwig dienen. Ik wil den naaste als mij zeiven liefhebben om U.
O Jezuken, ik smeek U, dat Gij mij toch redt uit dezen nood en geeft, dat
I
-1
(gt;? ^
74
ik eenmaal U bezitten moge met Maria en Jozef en alle engelen in eeuwigheid. Amen, Amen. Amen.
(Duizenden bidden dit gebed dagelijks ; â doe liet eveneens.)
MORGENGEBED.
Bij het opstaan; Ik sta op in den naam f des Vaders, die mij gescliapen heeft, in den naam j des Zoons, die mij verlost heeft, in den naam 7 des heiligen Geestes, die mij geheiligd heeft.
O Jezus, goddelijk Kind, zegen mij en bewaar mij voor alle kwaad naar lichaam en ziel; bescherm mij tegen alle zichtbare en onzichtbare vijanden.
O Jezus, in U geloof ik, op U hoop ik, U bemin ik van ganscher harte.
(Na het aankleeden knielt men neder en bidt):
O Jezus, mijn Heer en Verlosser, voor U ontwaak ik in den vroegen morgen en wijd TJ het begin van dezen dag toe. Tk aanbid U als mijn Heer en
mijn God en dank U voor alle weldaden, die Gij mij bewezen liebt, vooral dat Gij mij dezen nacht bescliernul hebt en voor een onvoorzieneu dood bewaard. Ik bemin U uit geheel mijn hart in ver-eeniging' met uwe maagdelijke Moeder eu den H. Jozef. Ik offer mij aan ü op, voor dezen dag en voor geheel mijn leven. Ik schenk U mijn lichaam en mijne ziel en vereenig met uwe oneindige verdiensten alles wat ik vandaag zal deuken, spreken, doen, laten eu lijden. Alles tot uwe meerdere eer en glorie, o be-minuelijk, genaderijk Jezukind. Laat niet toe, dat ik U heden door een vrijwillige zonde beleedige.
O Jezus, uw heiligen Naam wil ik schrijven op mijne oogeu, opdat zij niets aanschouwen wat ijdel en zondig is eu U kan mishagen; op mijnen mond, opdat hij niet anders spreke dan hetgeen U welgevallig is; in mijn hart, opdat het vrij blijve van alle slechte begeerten en gereinigd worde van alle kwade-neigingen.
Ik maak de goede meening, alle heilige aflaten te verdienen, aan welke ik
f
!
deelachtig kau worden eu leg ze iu de handen uwer allerheiligste Moeder neder, i ook vereenig ik mij met alle H.H. Missen, I die heden op heel de wereld worden opgedragen en breng dat alles ten offer voor de geloovige zielen in het vagevuur.
(Kid 3 Weesgegroeten tot de onbevlekte Moeder Gods):
O Moeder, eer deez' dag begint,
Geef mij den zegen met uw Kind.
O heiligste Maagd, Gij Moeder van het goddelijk Kind en mijn liefste Moeder Maria, ik verberg mij onder uwe schuts-mantel. Daar wil ik leven, daar wil ik sterven; bewaar mij voor de zonde en geef mij uwen heiligen zegen.
Engel Gods, mijn beschermer, wieu ik door de opperste Vaderliefde ben toevertrouwd, wil mij verlichten, bewaren geleiden en bestieren. Amen.
H. Jozef, gij voedstervader van het goddelijk Kind en gij mijn heilige Patroon staat mij bij: alle heiligen Gods J bid voor mij. Onze Vader.... Wees ge- r
k
groet.... Ik geloof in God den Vader.... Glorie zij den Vader, enz.
(Maak nog het vaste voornemen, lieden uit liefde tot liet goddelijk Kind deze font.... te vermijden, die deugd.... te beoefenen, dit goed werk.... te verrichten.)
Morgengroet der kliideien aan liet Kindje Jezus,
ü mijn morgengroet, o Jezus,
Voor d' aan mij geschonken dag; Ach, een stroobed was het leger. Waar mijn Hemelvorst op lag! Jezukeu, wat zijt Gij goed,
Heel mijn harte staat in gloed!
f), wat mocht ik vredig sluim'ren. Wijl uw liefde hield de wacht, En uw Eng'len mij omzweefden,
Trouwe wakers heel don nacht. Jezuken, wat zijt Gij goed, l Heel mijn harte staat in gloed!
I_:_:__
1
ff
78
Weer den duivel, lieve Jezus,
Met zijn listen van mijn zij, Laat me willig zijn en need'rig,
Zacht en zedig, zooals Gij, Dan staat mij, o Jezus zoet, quot;t Harte nog in feller gloed!
Seltielgebeden gedurende den dair te
é
verrichten.
Heilig Kind Jezus, zegen ons!
Zoet Kindje Jezus, alles uit liefde tot U ! Mijn Jezus, barmhartigheid!
(Telkenmaal 100 dag. afi.) Jezus, mijn God, boven alles bemin ikU.
(Telkens 500 dag. afl.) Zoet Hart van Maria, wees mijn redding!
(Telkens 800 dag. afl.)
füftgfcâ.
79
1
AVOMXJEBED.
(Bid eerst het gebed vau Pater Cyrillus, bl. 73; daarna:)
O goddelijk Kind, aan het einde van dezen dag kniel ik voor TJ neder en dank U met geheel mijn hart voor de vele genaden en weldaden die Gij mij weder geschonken hebt.
Jezus goddelijk Kind, hoe goed zijt Gij voor mij geweest, doch hoe heb ik aan uwe liefde beantwoord? â
Heb ik U niet beleedigd met gedachten? â¢â woorden ? â werken ? door ver-zuimenis? â door vreemde zouden? ⢠-hoe heb ik mijn voornemen gehouden ? â de plichten van mijnen staat volbracht? -(Geivetensondeyzoek.)
O Jezus, Gij Koning van hemel en aarde, Gij, die eens mijn Rechter zijn zult, al mijn zonden van dezen dag en van mijn vorig leven zijn mij leed uit liefde tot U, O Jezus, vergeef mij. Ter wille van uwe verdiensten, van uw kostbaar Bloed, van uwen bitteren dood, ontferm ü mijner. Help mij, opdat ik in toekomst getrouw blijve en U r;quot;f
80
meer beleedige. fu uwe liefde wil ik leven en sterven. Tn uw liefdevol hart beveel ik mijn lichaam en mijne ziel.
Ik wil gaan slapen met dezelfde meening- waarmede Gij. o Jezus, in den stal op liet harde stroo geslapen hebt, om uwen hemelschen Vader te behagen.
Zoet Jezuskind, geef mij uwen zegen.
Dat God de Vader, God de Zoon, en God de H. Geest mij zegenen, wien lof en dank worde gebracht in eeuwigheid.
Jezus van Nazareth, Koning dei' Joden, moge deze zegerijke titel, o goddelijk Kind mij beschutten tegen cpii haastigen dood en tegen alle kwaad.
O Maria, Moeder der barmhartigheid en genade, bescherm en bewaar mij in dezen nacht en in mijn laatsten strijd.
Maria, liefste Moeder mijn,
Kom mij te hulp in stervenspijn.
Heilige Engel Gods, blijf aau mijne zijde.
H. Jozef, gij voedstervader van he.L goddelijk Kind en gij mijn H. Patroon staat mij bij.
^ ___
8 L
Jezus, Maria en Jozef! U geef ik mijn hart en mijn ziel.
Jezus, Maria en Jozef! staat mij bij in mijn laatsten doodstrijd.
Jezus, Maria en Jozef! moge mijn ziel met TJ in vrede scheiden.
300 dagen aflaat telkenmale.
(Bid nog de litanie van den Zoeten Naam of de litanie van Jezus1 Kindsheid.
Vergeet ook de zielen des vagevuurs niet.)
Avondgroet der kinderen aan liet Kindje Jezus.
Neen, uw kind, o Jezus zoet,
Kan zicli niet ter ruste leggen. Eer liet IJ zijn avondgroet
Eu zijn laatste beê mag zeggen. Liefste Jezuken, goê-naclit,
Zegen mij, en 'k slaap zoo zacht.
Jezuken, U zeg ik dank,
Die mij dezen dag deedt gloren, 'k Wil ü heel mijn leven lank,
Kleene Koning, toebehooren. Liefste Jezuken, goê-nacht.
Neem mijn dank, en 'k slaap zoo zacht.
If
82
Maar vergeef mij, god'lijk Kind,
Eer ik slapen ga, mijn zonden, Heel, mijn kleine Boezemvrind,
Heel, ach heel mijns harten wonden; Liefste Jezuken, goe-nacht, Ach vergeef, en 'k slaap zoo zacht.
Wees mijn Wachter, god'lijk Wicht, quot;k Smeek het knielend aan uw voeten. Kn als weer de morgen licht,
Zal ik 't eerst mijn Jezus groeten. Liefste Jezuken goê-nacht,
In uw hoede slaap ik zacht.
MISGEBEDEN
TRR EERE
van Kg! g oddclijk Hind.
iJcbod tcr Vdorberoidiui;'.
0 goddelijke Heiland, Jezus Christus, Gij, die uit liefde tot ons mensehen een Kind zijt geworden, ter dankbare vereering uwer heilige Kindsheid wil ik deze H. Mis bijwonen. Mocht ik toch zoo eerbiedig en aandachtig daarbij tegenwoordig zijn als uwe heilige Moeder Maria en uw heilige Voedstervader Jozef met de lieve Engelen en de vrome herders stonden bij uwe kribbe.
Ik wil door dit heilig Misoffer uwen hemelschen Vader de hoogste eer be-
1
wijzen, en Hem danken voor de oneindige liefde waarmede Hij ü, o goddelijk Kind, zijn ééngeboren Zoon, ons go-sclionken heeft.
Tevens wil ik door dit heilig Offer voldoening geven voor alle zonden, waardoor ik uwen hemelschen Vader beleedigd heb, en Hem smeeken om de genade, U, mijn .Tezns, altijd van ganscher harte te mogen liefhebben.
Evenals voor mij zeiven bid ik ook voor alle menschen, zoo levende als afgestorvene. Alle zonden zijn mij van ganscher harte leed en ik maak het vaste voornemen, II niet meer te beleedigen. Heb toch deernis met mij, o goddelijk Kind, en vergeef mij in uwe barmhartigheid mijne zonden. Ontferm TI mijner, o goddelijk Kind, ontferm IT mijner! Amen.
Bij het Gloria.
Eei e zij Ood in den hooge! Wij loven U, wij prijzen U, wij danken U van ganscher harte, o goddelijke
84
85
Heiland, dat Gij uit liefde tot ons een menschenkind geworden zijt, om ons te maken tot kinderen Gods.
Geloofd en geprezen zijt Gij, o God de Vader, die nit oneindige liefde tot ons menseheu, uw eengeboren Zoon in deze wereld hebt gezonden. Geloofd zij de H. Geest door wiens almaclit de Zoon Gods de H. Mensclilieid uit de zuiverste maagd Maria heeft aangenomen. Amen.
1 è
Bij de Gebeden.
O Jezus, goddelijk, aanbiddenswaardig Kind, evenbeeld en afstraling des hemel-schen Vaders, Gij hebt TJ gewaardigd, uit liefde tot ons den glans uwer Godheid en Menschheid te verbergen onder de gedaante van eeu arm kiud. Wij belijden en aanbidden de goddelijke Wijsheid in uwe kindsheid, de onuitputtelijke Almacht in uwe zwakheid, de oneindige Majesteit in uwe geringheid en smeeken U, verleen ons in uwe goedheid, dat wij eenmaal als uwe kinderen in den hemel U bezitten mogen
86
Rn daar aanschouwen, lioe groot en verheven Gij zijt en waart vóór alle tijden, Gij, die leeft en regeert met God den Vader in de eenheid des heiligen Geestes, God van alle eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Bij het Epistel en het Evangelie.
Sla uw oogen op mij. Kindje Jezus, Uitdeeler der genaden, opdat door dien genadevollen blik mijn verstand worde verlicht, om uwe goddelijke waarheden te begrijpen en mijn wil worde aangevuurd, om uwe geboden en uitspraken op te volgen; waardoor ik mij zonder ophouden uwe beloften en weldaden herinnere, opdat van het altaar mijns harten een drievoudig offer van geloof, hoop en liefde tot den troon uwer Majesteit opstijge, nieuwe genaden en zegeningen nederdalen op mij en allen, die zich in mijn gebed hebben aanbevolen, als ook op hen, voor wie het licht des Evangelies nog niet is opgegaan en opdat wij zoodoende ons ze.lven tot uitverkoren vaten uwer liefde maken, die
y 1
K7
uwe goedertierenlipid lofzingen in neuvvig-heid. Amen.
Bij het Credo.
Ik geloof in God den Vader almachtig, Schepper van Hemel en aarde en in Jezus Christus, zijn eenigen Zoon, onzen Heer, die ontvangen is van den H. Geest, geboren uit de Maagd Maria ; die geleden heeft onder Pontius Pilatus, die gekruisigd is, gestorven en begraven ; die is nedergedaald ter helle, ten derden dage verrezen van de dooden; die is opgeklommen ten hemel; zit aan den rechterhand van God den Vader almachtig; vandaar zal Hij komen oordeelen de levenden en de dooden. Ik geloof in den H. Geest, de H. kath. Kerk, gemeenschap der Heiligen, vergiffenis der zonden, verrijzenis des vleesches en het eeuwig leven. Amen.
Bij de Offerande.
O J ezu.s, klein Kind en groote God! .C
____
88
Gij, die op den 40sten dag in den tempel door de engelreine handen van Maria, uwe maagdelijke Moeder, U zeiven aan uwen hemelsclien \rader hebt opgedragen, zie, ik, arme zondaar, ben om mijne zonden, die mij uit den grond mijns harten leed zijn, niet waardig mijne oogen tot U op te heffen. Ik offer lieden door de handen des priesters uw goddelijk en tegelijk mijn zondig hart aan uwen en mijnen hemelsclien Vader op.
Dit arme hart leg ik in de opgeheven handen des priesters neder, opdat alle gebed en zegen ook over mij worde uitgesproken.
Evenals het brood op de pateen, en de wijn in den kelk, door de woorden des priesters waarachtig in uw Vleescli en Bloed veranderd worden, zóó, o liefste Jezus, moet ook mijn hart geheel en al in uw hart worden veranderd, opdat het niet langer mijn hart zij, maar het uwe worde en blijve. Tegelijk met mijn hart offer ik U ook mijn verstand, mijn geheugen, mijn wil, al mijne zinnen, mijn lichaam en mijne ziel, mijn kruisen,
1
mijn lijden, mijn leven en sterven. Laat dit heden voor uw Aanschijn een welgevallig offer zijn, opdat ik daardoor verkrijge wat ik verlang en noodig heb. Amen.
Bij de Prefatie.
Tot U, o God, heffen wij onze harten omhoog en zeggen U. onzen Heer, dank. Ja, het is waarlijk passend en rechtvaardig, billijk en heilzaam, dat wij U danken altoos en overal, wijl Gij door het geheim der inenschwording ons het ware Licht der wereld hebt doen opgaan; daarom zingen wij met de heilige Engelen en Aartsengelen en heel het hemelsch heir: Heilig, Heilig, Heilig zijt Gij, Heer God der heerscharen: hemel en aarde zijn vol van uwe. heerlijkheid; Hosanna in den Hooge! Gezegend, die daar komt in den naam des Heeren. Hosanna in den Hooge!
Bij de stille Mis.
Weldra is het heilig oogenblik der quot;
89
!
rj
90
Consecratie aangebroken, waardoor Jezus Christus hier op het altaar nederdaalt. O liefdevolle Heiland, liet was u niet genoeg, dat Gij voor ons in de armen stal van Bethlehem geboren werdt en stierft aan het Kruishout; Gij wildet uwe genadevolle geboorte en uwen zoendood in iedere H. Mis geestelijkerwijze vernieuwen. Hoezeer hebt gij ons toch liefgehad! O goddelijk Kind, liefste Jezus, hadde ik U in de kribbe met mijne lichamelijke oogen mogen aanschouwen! Gij laagt daar, o zoetste Jezus, in de armzalige kribbe op een weinig stroo! Gij kwaamt als een arm, zwak, lieftallig kindeken en werdt door de menschen niet erkend. Van den hemel kwaamt Gij op de aarde, uit de eeuwige vreugde in deze armoede en ellende. (5 liefst Jezukind, dat allen zoo rijk maakt, hoe zijt Gij zoo arm! De harde kribbe is uw gouden wieg, het harde stroo uw donzig leger, de donkere stal uw koninklijk paleis!
O allerrijkste God, hoe zijt Gij toch 'j zoo arm geworden! Hier ligt Gij als
91
een arm kind en lijdt koude; Gij bezit niets van de goederen dezer wereld dan uw armoedige windselen. O verlaten Jezus, wil 11 dan niemand aannemen? Wat heb ik deernis met U, lioe smart en pijnigt liet mij, te moeten zien. hoe de eeniggeboren Zoon des hemelsclien Vaders door de ondankbare wereld ontvangen wordt. Zie, als niemand dan U opneemt, zoo wil ik ü als mijn besten Vriend de beste woonplaats inruimen. O Jezus, kom in mijn hart: daar zult (lij rusten op een zachte legerstede. Mijn hart behoort U toe, geheel ea alléén, aan U, o allerliefst Kindeken Jezus, dat uit liefde tot ons arm geworden zijt.
Bij de H. Consecratie.
(Aauhid vol geloof en liefde uwen Heiland.. Zie optvaarfs tot de H. Hostie en zeg aandachtig:)
O Jezus, wees mij genadig, o Jezus, wees mij barmhartig, o goedertierenste Jezus, vergeef mij mijne zonden. O Jezus, voor TI wil ik leven; o Jezus
voor U wil ik] sterven; o Jezus, U behoor ik in leven en dood! U aanbid ik mijn liefste Jezus. Evenals Gij eenmaal een klein Kindeken geworden zijt, zoo hebt Gij U thans verborgen onder de nietige gedaante van brood. Hemelsche Vader, ik offer U op uwen welbeminden Zoon; ter wille van zijne liefde en verdiensten, ontferm U mijner! Eeuwige Vader, geef geen acht op mijne zonden, maar des te meer op het kostbaar Bloed van uwen goddelijken Zoon. O Zoete Jezus, om uw heilig Bloed, reinig mij van mijne zonden, ontferm u mijner en heb deernis met de arme zielen in het vagevuur.
Bijzonder beveel ik aan uw goddelijk
Hart de zielen der afgestorvenen.......
........ alsmede a! degenen, voor wie ik
verplicht ben te bidden en voor wie niemand anders bidt.
{Stel u voor, dat gij wet de vrome herders hij de krihhe v/in het goddelijk Kind vederknielt en verricht aandachtig het (jebed van den eerw. Pater Cyrillns, U. 73.)
!
Vóór cïp H. Communie.
O heiligste Jezus! Gij, brood des Hemels en Spijze der Engelen, hoe smacht mijne ziel naar U! Mocht ik U toch werkelijk in de H. Communie ontvangen! Maar ik moet het bekennen, o Heer, ik beu niet waardig, dat Gij komt ouder mijn dak; doch spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden 1
{Bereid u thans tot de geestelijke Communie.)
Ik geloof, o miju Jezus, dat Gij in het H. Sacrament des Altaars waarachtig tegenwoordig zijt en aanbid U met deu diepsten ootmoed en met iunig berouw over mijne zonden. Kom, o Jezus, ten-minste geestelijkerwijze iu mijn onwaardig, maar toch rouwmoedig hart. Hlijf in mij met uwe genade, dat ik niets denke, spreke of doe, wat uwen H. wil mishaagt: opdat ik altijd, maar bizonder op het eiude mijns levens, ü waardig ontvange en eenmaal in den hemel eeuwig aauschouwe. Amen.
93
J
92
voor U wil ik'sterven; o Jezus, U behoor ik in leven en dood ! U aanbid ik mijn liefste Jezus. Evenals Gij eenmaal een klein Kindeken geworden zijt, zoo hebt Gij U thans verborgen onder de nietige gedaante van brood. Hemelsche Vader, ik offer U op uwen welbeminden Zoon; ter wille van zijne liefde en verdiensten, ontferm U mijner! Eeuwige Vader, geef geen acht op mijne zonden, maar des te meer op het kostbaar Bloed van uwen goddelijken Zoon. O Zoete Jezus, om uw heilig Bloed, reinig mij van mijne zonden, ontferm u mijner en heb deernis met de arme zielen in het vagevuur.
Bijzonder beveel ik aan uw goddelijk
Hart de zielen der afgestorvenen.......
........ alsmede al degenen, voor wie ik
verplicht ben te bidden en voor wie niemand anders bidt.
{Stel u voor, dat gij met de vrome herders hij de krihhe v{in het goddelijk Kind vederknieli en verricht aandachtig het gehed van den eenr. Pater Cyrillns, hl. 73.)
f
Vóór de H. Communie.
O heiligste Jezus! Gij, brood des Hemels en Spijze der Engelen, hoe smacht mijne ziel naar U! Mocht ik U toch werkelijk in de H. Communie ontvangen! Maar ik moet het bekennen, o Heer, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak; doch spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden!
(Bereid u thans tot de geestelijke Communie.)
Ik geloof, o mijn Jezus, dat Gij iu het H. Sacrament des Altaars waarachtig tegenwoordig zijt en aanbid U met den diepsten ootmoed en met innig berouw over mijne zonden. Kom, o Jezus, tenminste geestelijkerwijze in mijn onwaardig, maar toch rouwmoedig hart. Blijf in mij met uwe genade, dat ik niets denki', spreke of doe, wat uwen H. wil mishaagt: opdat ik altijd, maar bizonder op het einde mijns levens, U waardig ontvange en eenmaal in den hemel eeuwig aanschouwe. Amen.
i
Bij de laatste Gebeden.
âKomt alleu tot Jlij. die belast zijt en beladen, Ik wil u verkwikkenquot;, zoo roept Gij, o goddelijk Kind, uit het tabernakel ons toe. Ik gaf gehoor aan deze uitnoo-diging door het bijwonen der H. Mis en door de geestelijke Communie. Laat nu mij eu alle geloovigen, zoo levende als overledene, aan de vruchten van dit H. Misoffer deelachtig worden! Help mij, o God, om uwe geboden te onderhouden, de zonden te mijden, de bekoringen te overwinnen, de deugd te beoefenen, en steeds volmaakter te worden. U dankend voor alle genaden en weldaden, bid ik U, zegen ook mijn handel eu wandel opdat ik heden ieder werk ter eere uwer H. Kindsheid eu tot mijne zaligheid verrichte, alle lijden in den geest van boetvaardigheid geduldig verdrage, en zoo als waar christen deugdzaam leve en eenmaal zalig sterve. Geef mij daartoe uwen niilden zegen.
Zegene mij f God de Vader, j God
^ de Zoon, f en God de H. Geest.
95
Deze hemelsche zegen sterke mij tot alle goed eu zij mij in 't stervensuur ter eeuwige zaligheid.
pjL_
â¢--ssalg)
BIECHTOEFENING.
(Bereid u steeds met (dien ernst voor tot het ontvaiigen van het H. Sacrament der Boetvaardigheid, alsof het de laatste maal uws levens ware.
Bid God om eene oprechte belijdenis, een hartelijk berouw en vergeving uwer zonden.)
Goddelijke Heiland, Gij zijt in deze wereld gekomen om te zoeken en zalig te maken, wat verloren was. (rij wilt den dood des zondaars niet, maar dat hij zich bekeere enj leve.
(jij zijt de goede Herder, die het verloren schaapje zoekt totdat Gij het vindt. Dat troost mij iu mijn zielenood en geeft mij moed
r
1
»7
Gij hebt den berouwvolleu Apostel Petrus in genade aangenomen en de boetvaardige Magdaleua niet verstoeten, erbarm n ook over mij ! (reef dat ik al mijne zoude uit liefde tot U hartelijk beweene, oprecht belijde en mij waarachtig betere. O heilige Geest, ter liefde van Jezus en Maria, sta mij bij en help mij tot deze heilige Biecht. 0 Maria, gij Moeder van het goddelijk Kind en toevlucht der zondaren, help mij, opdat ik het H. Sacrament van Boetvaardigheid waardig ontvange tot heil mijner ziel. (Geicefeiisonderzoek.)
Berouw.
O Jezus, mijn Heer en mijn God, Gij zijt uit liefde tot mij Mensch geworden, hebt als een klein, beminnelijk Kind in de kribbe gerust. Gij zijt ook voor mij aan 't kruis gestorven; zóó zeer hebt Gij mij liefgehad. Gij hebt mijne zonden op U genomen, mij aan de eeuwige straften dor hel onttrokken en door uw 1\ kostbaar Bloed en mateloos lijden den jf
IJl__-_=3
o
hemel heroverd. Liefste, zoetste Jezus! zooveel opoffering hebt Gij U voor mij getroost, zoozeer hebt Gij mij bemind, en ik zon U geen liefde schenken? Ja ik bemin U boven alles; daarom zijn mijne zonden mij van harte leed en verafschuw ik ze, het vaste voornemen makend, met uwe genade mijn leven te beteren en ü door geen enkele zonde meer te beleedigen. Wees mij armen zondaar genadig, en zegen mij, dien Gij door uw kostbaar Bloed hebt vrijgekocht! Jezus, voor ü leef ik! Jezus voor ü sterf ik ! Jezus, ü behoor ik in leven en dood! Mijn Jezus, barmhartigheid! (300 dagen aflaat.)
U Jezus, zoekt mijn minnend hart.
Mijn Heiland, 't kent slechts ééne smart;
De zonde..... Gij mijn hoogste goed.
Ach, was mij in uw Hartebloed.
O mijn liefdevolle Verlosser, ik beloof het ü, dat ik met allen ernst en ijver wil beginnen U getrouw te dienen. Van } heden af aan wil ik U niet vrijwillig
f
99
meer beleedigen. Liever zou ik sterven dan nog een zware zonde bedrijven.
Vooral mijne hoofdfout............... wil ik
ernstig bestrijden eu allo gevaar en gelegenheid tot zonde uit liefde tot U zorgvuldig vermijden. Gaarne wil ik U elk offer brengen, dat Gij tot heil mijner ziel verlangt. Mijn Jezus, barmhartigheid! 0 Maria, gij Moeder der barmhartigheid eu toevlucht der zondaren, help mij, opdat ik goed biechte en vergiffenis mijner zonden verkrijge. Zoet Hart van Maria, wees mijne redding! Mijn heilige Engelbewaarder, mijne heilige Patronen, staat mij bij! Amen.
Na de Biecht.
O goddelijk Kind, hoe barmhartig hebt Gij U jegens mij betoond! Voor mijne menigvuldige zonden eu fouten heb ik reeds dikwijls uwe straffen, de onthouding uwer genade, ja, de eeuwige verdoemenis verdiend. Gij echter hebt mijne ziel gereinigd in uw kostbaar Bloed. O goede Jezus, hoe dank ik U voor uwe
1
__
100
groote barmhartigheid! Zie, al de zonden van geheel mijn leven zijn mij nogmaals van harte leed, ik beloof U, beminnelijk Kindje, van nu af aan U trouw te dienen en in de toekomst niet meer te belee-digen. Sta mij bij met uwe genade, opdat ik mijn voornemen getrouw blijve, de zonde mijde, het gevaar en de naaste gelegenheid tot zonde ernstig vlnchte.
O Maria, gij Moeder der Barmhartigheid, help mij, opdat ik trouw blijve aan uwen goddelijken Zoon.
Mijn heilige Beschermengel, sta mij altijd bij, mijn heilige Patroon, bid voor mij en help mij, dat ik nooit meer in de oude zonde terugvalle. â O mijn Jezus, geen zonde meer! Ik vereenig nu mijne geringe voldoening met uwe oneindige verdiensten, o neem deze boete genadig aan.
(Volbreng nu met cjroote godsvrucht de h opgelegde boete.)
Vernieuwing der Doopbeloften.
Ik geloof in God den alinachtigen Vader, Schepper van hemel en aarde.
W®'â* ..........
1 \
101
Ik geloof in Jezus Christus, zijn eenge-boreu Zoon, ouzeu Heer, die ons door zijn lijden en sterven verlost heeft. Ik geloof in den H. Geest, in ééne heilige, katholieke Kerk, gemeenschap der Heiligen, vergiffenis der zonden, verrijzenis des vleesches en liet eeuwig leven. Ik verzaak van ganscher harte den boezen vijand, al zijne ijdelheid en al zijn werken. Ik beu besloten, een christelijk leven te leiden. O goddelijk Kind, sterk mij in mijn voornemen door uwe genade. Amen.
»-
t
\
102
,0 Jezus, wees mij g-een Rechter.quot;
Uw rechterschap belijd ik Met sidderend gemoed,
Maar toch â mijn Wreker wijd ik Vol liefde eu hoop mijn groet.
O Knaapjen, dat 'k nog teeder Mijn Broeder noemen mag,
Als Rechter zie 'k U weder Ten jongsten oordeelsdag.
Maar 'k blijf U met vertrouwen Zoo innig on zoo lang
In 't kinderoogjen schonweu, Dan slaat mij ?t hart niet bang.
Geen wrake, neen 't is goedheid En liefde, die daar gloort.
r
Wat vrees ik ? . . . . Louter zoetheid Is 't menschgeworden Woord.
(Vrij naar hot Duitsch van gravin Ida Hahn-Hahn.)
COMMUNIEOEFENINGEN.
*) LolV.iing- van den II. Ucrnaidus tot Jezus.
(Jem dulcis ntemoria.)
Aan Jezus denken is geneucht,
Die 't hart vervult van zuiv're vreugd; Doch meer dan honingzoetlieid heeft Hij, die in Jezus' hijziju leeft.
Daar ruischt geen reiner zangakkoord, Nooit werd er blijder klank gehoord. Geen denkbeeld baart zoo zoet genot Als Jezus, waarlijk Zoon van God.
*) Deze keurige vertolking van liet aangrijpend teedere âJesn dnleisquot; danken wij der welwillendheid van den weleerw. heer Vorkotter en des heoren Bekker, uitgever te Amsterdam. Beiden, dichter en uitgever, zijn wij erkentelijk voor de bereidwilligheid, waarmede zij hun eigendom ons afstonden
I.
104
0 Hoop van 't hart, dat rouwvol schreit, Voor hem, die bidt, vol teederheid.
Zoo vadergoed voor quot;t zoekend kind. Maar wat voor die U, Jezus, vindt?
O Jezus, zalving voor 't gemoed.
Des geestes bronaar. licht en gloed,
Gij streeft de hoogste vreugd voorbij, Hoe hoog gestemd 't verlangen zij.
Nooit geeft een menschentong het wêer. Geen gouden letter schrijft het nêer,
Slechts hij die 't ondervond, ontwaart. Wat zoetheid Hem te minnen baart,
'k Zoek Jezus op mijn legersteê.
Draag Hem alleen in 't hart daar mêe,
In de eenzaamheid en 't vol gewoel. Hem zoekt mijn liefde als eenig doel.
'k Zal zoeken in den morgenstond. Of 'k met Maria in 't graf Hem vond
Weeklagend dan van liefdesmart.
Zoekt, waar het oog Hem mist, mijn hart.
'k Besproei den grafzerk met geween, Mijn zucht klaagt door de lijkgrot heen ;
Dan val ik aan uw voeten. Heer! In vaste omhelzing blijvend, neer.
f
105
O Jezus, Koning' wonderbaar,
Roemruchtig Eijksvoroveraar, O zoetheid, omüt.spreek'lijk rijk, 't Is al in ü beminnelijk.
k 'si.
(jebed ter voorbereiding.
O Jezus, genaderijk Kind, mijn God en Zaligmaker, Gij wilt heden tot mij komen, â dezelfde, Jezus, die als een beminnelijk Kindeken neerlag in de kribbe, â dezelfde, die voor mij stierf aan het Kruis en heden zetelt aan de rechterhand des Vaders, â Jezus, waarachtig God en meuscli te zanien, hoog geprezen in eeuwigheid.
En waarom wilt Gij, o mijn Jezus, tot mij komen? â om U met mij op het nauwst te vereenigen en mij met uwe genadeschatten te overladen. O eindelooze goedheid! God, hoe groot is uwe barmhartigheid jegens mij! Gij weet echter, o God, dat ik zonder uwen god-delijken bijstand niets vermag; daarom bid ik U door de liefde, welke U be-
wogeu lieeft, dit heilig Sacrament in te stellen, verleen mij uwe vermogende genade, om het waardig te ontvangen.
lt;Jel)ed tot Maria.
O .Moeder der Barmhartigheid, toon heden dat gij eene Moeder zijt, versier mijn hart met uwe reinheid, met uwen diepen ootmoed, met uwe standvastigheid in lijden en strijden, met uwe vurige godsvrucht en liefde, opdat ik met alle aandacht, reinheid en liefde waardig in mijne ziel ontvange uw goddelijk Kind, voor wiens eer uw moederlijk hart zoo gloeit en tot wien wij naderen door u, o Deur des Hemels, Toevlucht der Zondaren en Koningin van alle Uitverkorenen. Amen.
Gebed tot den II. Jozef.
txij, o goede, heilige Jozef hebt liet onwaardeerbaar geluk gehad, het lieve Jezukind te geleiden en te dragen op 'h uwe armen. Zie, in deze heilige stor-1quot;
(JJJ ,
I
107
wil de liefdevolle Heiland in mijn hart komen; o laat mij daarom, o heilige Voedstervader van Jezus, door uwe verdiensten toegang: vinden tot uw goddelijk Voedsterkind en genade in zijaoogen : smeek voor mij de groote gunst af, het heilig Lichaam van Jezus Christus in een rein hart en met alle godsvrucht te ontvangen, opdat deze heilige Communie mij waarlijk tot heil en zaligheid ver-strekke. Amen.
Oeleningen van (leuifd.
Geloof. O mijn God, ik geloof vastelijk alles, wat Gij geopenbaard hebt, vooral dat Gij waarlijk tegenwoordig zijt in het heiligst Sacrament des Altaars, wijl Gij, de eeuwige en onfeilbare quot;Waarheid, zulks gezegd hebt.
Aanbidding. O mijn Jezus, in ver-eeniging met alle engelen en heiligen aanbid ik II in het H. Sacrament, waarin Gij uit liefde tot mij verborgen zijt; ik aanbid U als mijn Heer eu mijn God, mijn Schepper en Verlosser.
108
Berouir. 0 iniju Jezus, al mijne zonden zijn mij van gansclier liarte leed, wijl ik daardoor U, o goede God, dien ik boven alles bemin, beleedigd heb.
Ootmoed. Mijn Heer en mijn God, boe durf ik U na zoovele zouden nog naderen? Waarlijk, ik beu niet waardig, U in mijn hart te ontvangen, doch spreek slechts één woord, eu mijne ziel zal gezond worden.
Hoop. Ja, liefdevolste Jezus, uwe erbarming is zonder grenzen. Gij komt tot mij en wilt wonen iu mijn hart. Daarom zult Gij ook, zooals ik vast vertrouw, mij heiligen en mij met uwe geuaden vervullen.
Liefde. O mijn Jezus! Gij hebt mij liefgehad tot den dood des Kruises en uit liefde tot mij wilt Gij nu weder het voedsel mijner ziele worden, ü, hoe kan ik uwe liefde vergelden ? U ter liefde wil ik leven en sterven.
Verlangen. Kom, o Jezus, ueem bezit van mijn hart: het zal geheel het uwe zijn; kom, bezoek eu versterk mij met uwe genaden; kom, o zoet, genaderijk Jezukind, kom in mijn hart. Amen.
!
_____________________________________
109
Na do H. ( ommimnie.
Begroeting. Wees duizendmaal gegroet, Gij liefste Gast mijner ziele, mijn vurig verlangde Jezus! ik heet U welkom met dezelfde gevoelens van vreugde en liefde en met denzelfden groet, als uwe lieve Moeder, toen zij U in de kribbe legde. Ook vereenig ik mij met de gevoelens der heiligen, toen zij het geluk smaakten, U voor de eerste maal in den hemel van aanschijn tot aanschijn te aanschouwen, en met die, waarmede uw heraelsche Vader ü te gemoet trad, toen Gij bij uw hemelvaart uw glorievollen intocht deedt in het huis uws Vaders.
Evenzoo begroet en ontvang ik U met eerbied en dankbaarheid, liefde en vreugde.
Gelijk uwe maagdelijke Moeder U in windselen gewikkeld heeft, zoo wil ik U met lichaam en ziel omvatten en nooit meer laten heengaan. O, hoe gelukkig gevoel ik mij, dat Gij tot mij kwaamt.
Aanbidding. O beminnelijke Jezus, hoe wonderbaar is uwe goedheid en
110
r
1
barmhartigheid, dat Gij, o Heer van liemel en aarde, ü gevvaardigd liebt te komen tot mij, armen zondaar, ja, U op zoo innige wijze met mij te vereenigen. Met den diepsten ootmoed aanbid ik U.
Dankzegging. Hoe zal ik U, o Jezus, de weldaad van uw barmhartig bezoek vergelden ?
Al zonden alle schepselen zich met mij vereenigen, dit dankoffer ware nog te gering. Ik weet het, welk geschenk Gij van mij verlangt, en waardoor ik U, welgevalligen dank brengen kan.
Opoffering. Gij verlangt mijn hart ! Gij hebt het voor ü geschapen. Gij hebt het aan het Kruis met uw eigen Bloed teruggekocht, Gij hebt het heden opnieuw in bezit genomen; het behoort dus niet aan mij, maar het zal, als een geschenk van mij uw eigendom zijn. Zie ik offer mij zeiven geheel aan U op; mijn lichaam en mijne ziel, mijn hart en mijn wil zijn U voortaan geheel en al toegewijd. Moge dit offer U welgevallig zijn en ik als uw eigendom worden aangenomen.
r !
â,
f
111
Smeekbede. Ik bezit IJ thans, o Jezus, in liet binnenste van mijn hart, eu daar (jij gekomen zijt, om mij slechts liefde en goedheid te bewijzen en zelfs verlangt, dat ik alles van ü vraag wat ik noodig heb, zoo wil ik met vreugde en het vaste vertrouwen, door U verhoord te worden, U, goedertierensten Heiland, mijne verlangens openbaren.
Het ontbreekt mij aan ootmoed: ik kan mij niet aan mijne ouders eu overheden onderwerpen, ik kan niet gehoorzamen. O, Gij hebt ootmoed in overvloed ; deel mij iets van dien ootmoed mede, waarmede Gij, de Almachtige, als een zwak Kind in de kribbe laagt; iets van uwe gehoorzaamheid, waardoor Gij, de Allerhoogste, tot uw dertigste jaar aan arme ouders onderdanig waart. Ik ben niet geduldig, niet zachtmoedig, ik mor bij ieder kruisje, ofschoon ik toch weet, dat Gij het mij oplegt; o, geef mij iets van uw geduld, waarmede Gij het zware Kruis tot op den Calvarieberg gedragen hebt. Laat niet toe, dat ik mijn geest
i
1
n door onzuivere gedachten bezoedele, *
___
112
mijn hart door oukuisclie lusten bevlekke, of mijn lichaam, dat toch uw tempel is en heden opnieuw geheiligd, ooit door ééne zonde van onzuiverheid ontwijde, maar geef, dat ik U steeds met een zuiver lichaam diene en met een rein hart behage. Bescherm en sterk mij in mijn strijd en bekoringen, sta mij bij, en bewaar mij voor de hinderlagen van den boozen vijand, opdat ik U aanhange en bemiune tot in den dood. Zegen ook, goede Jezus, mijne ouders, mijn zielzorger, mijne broeders en zusters, vrienden en vijanden, rechtvaardigen en zondaars. Allen, voor wie ik verplicht beu te bidden, beveel ik ü aan. Erbarm U over allen, laat allen deel hebben aan uwe genaden en zegeningen. Laat ook de arme zielen in het vagevuur door uwe barmhartigheid in vrede rusten. Amen.
Gebed met aflaat, dat de H. Ignatius placht te bidden.
Ziel van Christus, heilig mij!
Lichaam van Christus, verlos mij! a ___j|
113
Bloed van Christus, verzadig mij !
Water uit de zijde vau Christus, vvasch mij!
Lijden van Christus, sterk mij !
O goede Jezus, verhoor mij!
In uwe wonden verberg mij!
Laat mij nooit van uw liefde gescheiden worden!
Voor den boozen vijand bewaar mij!
In mijn stervensuur help mij !
Tot uwen hemel noodig mij!
Opdat ik IJ moge loven
Met uwe heiligen in eeuwigheid!
SOU dagen aflaat telkenmale. Daarenboven nog een afl. van 7 jaren na iedere H. Communie: een volle afl. eens in de maand op een dag naar keuze voor hen, die eene maand lang, minstens eensdaags, dit gebed verrichten, mits op den gekozen dag romemoedig gebiecht en gecommuniceerd zij, en men bidde tot intentie van Z. H. den Paus. (Pius IX., 9 Jan. 1854.)
Ook toevoegelijk aan de zielen, in het vagevuur.
r
i
i
I â
Gebed met vollen aflaat.
li
114
Zie, o goede en zoetste Jezus, ik werp mij voor het aangezicht uwer goddelijke Majesteit op de knieën neder, en bid en bezweer U met den grootsten drang : prent in mijn hart de levendigste gevoelens van geloof, hoop en liefde en een waarachtig leedwezen over mijne zonden met deu vasten wil. mij daarvan te beteren, terwijl ik met innig medelijden en diepe smart uwe vijf Wouden beschouw en daarbij overweeg, wat reeds de profeet Davit voorspellend U in deu mond legde :
®(spâ'
1L5
,.Zij liebben mijn handen eu voeten doorboord ; al mijne beenderen hebben zij geteld.quot; (Ps. XXL, 17, 18.)
Aflaat : Allen geloovigen, die na roinc-â moedifi gebiecht te hehhen en gecommuniceerd, houenstaand gebed voor een of ander kruisbeeld zullen verrichten en daarenboven nog bidden voor de belangen der heilige Kerk, wordt voor altoos een volle aflaat geschonken.
(Pius IX., dekreet van 1^1 Juli, 1858.)
Deze aflaat is ook toevoegelijk aan de zielen in het vagevuur. Pius VIT., 10 April, 1821.
\$
116 l
Lolzaiiif van den H. Bernard lis.
(Vervolg.)
Aau Jezus denkeu is genencht,
Die 't hart vervult van zuiv're vreugd; Doch meer dan houing'zoetheid heeft, Hij, die in Jezus' bijzijn leeft.
Blijf met ons Heer, o Jezus geef,
Dat ons uw stralend licht omzweev', Verdrijf den nacht, die ons omhult. Dat de aard van zoetheid word' vervuld.
Als üe in de ziel uw woontent sticht,
Rijst haar der waarheid heerlijk licht, Vervliegt al 's werelds ijdel goed, Eu brandt in ons de liefdegloed.
Die allerzoetste liefde ze is Een artsenij vol lafenis, En duizendwerf meer dankenswaard, Dan 's menschen diepste woord verklaart.
iviygfeâ.
117
Hiervan getuigt zijn bitt're dood,
En !t Bloed, dat Hij voor ons vergoot, Dat eerst verlost van zondeschuld.
Dan 't heerlijk aanschijn Gods onthult.
O, kent dan allen Jezus zoet!
Vraagt biddend Hem zijn liefdegloed; Zoekt Hem â en nogmaals, onvermoeid, Tot zoekend nog uw hart ontgloeit.
Mint Jezus, die u zoo bemint;
Dat liefde wederliefde vindquot;!
Kiest 't geurend voetspoor van uw Heer, Geeft offer Hem voor offer wêer.
Uit Hem kwam milde ontferming voort. Hij, hoop der blijdschap, nooit gestoord ; De bron van kracht en zaal'ge rust, Der ziele reinste levenslust.
Vervul, o Jezus, mijn gemoed
Van uwer zoetheid overvloed ;
Laat door uw tegenwoordigheid, } Mij toch uw glorie zijn bereid 1 f
I___|
r
^^5®
118
Sclioou Jezns, U mijn woord en lied
Xiet waardig prijz', toch zwijg ik niet; De liefde dwingt mij tot den strijd,
Wijl Gij alleen mijn wellust zijt.
Want Jezus ! U te minnen is
Mijn geest een dierb're vreugdedisch, Die spijzend zonder walging voedt, En immer meer verlangen doet.
Zij, die U smaken, iiong'ren wêer. Zij drinken ü. en dorsten meer:
Geen wensch, geen zucht hun hart ontschiet, Is 't Jezus en zijn liefde niet!
O, wien die liefde dronken maakt,
Hij weet, hoe lieflijk Jezns smaakt, Hoe zalig, die van Hem vervuld,
Geen hooger heilgenot meer duldt.
Gij Jezus zijt der eng'lenkroon,
In 't oor een blijde jubeltoon,
Den mond een spijs, die honing tart, Een hemeldronk voor 't dorstend hart.
119
Mijne ziel zucht duizeucLnalen : Och!
Mijn Jezus! wanneer komt Gij toch'? Wanneer rijst mij de vreugdedag.
Dat 'k U geheel genieten mag ?
Uw altijd brandend liefdevuur
Doet mij verkwijnen uur aan uur, En toch, o vrucht van eed'le gaard. Die duurzaam 't leven mij bewaart!
De rijkdom uwer teoderheid
Een wond're vreugd door't hart verspreidt; O Goedheid, nooit gelu'el doorgrond, Uw liefde heeft mijn ziel gewond.
't Is mij dan goed, dat 'k Jezus minnquot;
Geen and're lust mijn ziel verwinn'. Dat al het mijne mij begeev'
En ik alleen in Jezus leef !
O Jezus, zoete hoop en vrucht.
Naar wien mijn ziel verlangend zucht, U zoeken liefdeklacht en traan,
'f Uit 't diepst des harten opgegaan. C
P' _____l^g
f
__
120
Waar ik ter wereld ook mocht zijn,
'k Verlang slechts U, o Jezus mijn ! Wen ik U vind, wat vrengdeschat, Wat zaligheid, als quot;k ü omvat'1
Omhelzing dan en kussen zoet,
Waar honigzeem voor wijken moet. Dan Christus' zaal'gend zielsverbond, Een weile slechts, een lutt'le stondquot; !
Dan zie ik, wat ik heh gezocht,
'k Omarm wat 'k slechts verlangenmocht, l!ez wij mend in dien zoeten-band, Ontgloeit mijn hart in liefdebrand.
Waar zóó de ziel zich Hem verlooft.
Wordt liefdes vuur nooit uitgedoofd, ⢠Het kwijnt noch sterft! neen, steeds gevoed, Vlamt 't op met immer feller gloed.
Bestendig blaakt die liefde voort.
Baart zoetheid boven alle woord. En deelt, gesmaakt in heil'geu vrêe. Een reinen hemelwellust mee.
121
Die liefde, van omhoog verleend,
Dringt mij tot in het diepst gebeent. Ontsteekt miju hart in laaien gloed, Verrukt den geest in overvloed !
O heilig vuur, o zaal'ge brand,
O hartezucht naar 't Vaderland, O zielvertroostend heilgenot,
Te minnen Jezus, Zoon van God!
O Jezus, bloem der Moeder-Maagd,
Wien onze liefde in 't harte draagt, U is en lof en eer bereid
En heerschappij ter zaligheid!
O kom, mijn dier'bre Koning néér;
(jij gloriebrou in 's Hemels sfeer. Bestraal, zoo lang door de aard verwacht. Met helder licht des geestes nacht.
Uw glans beschaamt den zonneschijn.
Uw geur èn balsem èn jasmijn. Gij boven alle zoetheid zoet,
Berain'üjk, boven alle goed.
Die eens gesmaakt, de zielen trekt, Wiens geur ten nieuwen leven wekt,
En wiens beschouwing ik bezwijk, Hij maakt het minuend harte rijk.
(rij zijt des geestes hoogste lust, In U vindt alle liefde rust;
Mijn held, mijn roem, dien quot;k luid verkond. Verlosser van het wereldrond.
ü keer tot mij. Geliefde 1 Heer,
Genoot in de Oppermacht en eer.
Uw roemrijk zegevierend Kruis,
Schonk TJ de kroon in 't Vaderhuis.
En waar Gij gaat, 'k blijf U nabij, Geen macht op aard ontrukt U mij;
Wijl Jezus Gij, dien 't menschdom looft. Geheel mijn hart hebt weggeroofd.
Snelt gij, 0 Hemelburgers, aan.
Laat wijd uw poorten opengaan.
Juicht den Verwinnaar te gemoet: ^1 O Jezus, Koning, wees gegroet!
123
0 Heer der kracliten, Glorievorst, Die de overwinuings kronen torscht,
Uit wien gena ten leven vliet,
Wiens luister 't Hemelhof geniet.
Erbarmings bron en onderpand,
Gij, Zon van 't éénig Vaderland!
Dat alle droeve nevel zwicht.
Voor 't koest'reu van uw glorielicht.
Uw lof ruischt uit der Eng'len koor, Weerkaatsend deeeuw'geI^eem'lendoor,
En de aard door U met God in vrêe. Stemt juichend in dat loflied mêe.
Hij heersclit in vrêe, die alle maat
En elk begriii 'fe boven gaat:
Dien vrede heeft mijn ziel bemind. Tot zij haar rust in Jezus vind.
Hij keerde tot deu Vader weer.
Naar 's Hemels kroon en Rijksbeheer: Mijn hart vervoerd van hooger min Toog Jezus ua, den Hemel in.
f
Sj(ga^,
124
Weerklink door alle tijden heen
Zijn lof in feestzang en gebêen: Opdat Hij ons een plaats bereid
Met Hem in 't Rijk der Eeuwigheid.
I
rvv-t' ^-i*/' v;v'i'' â¢V*£?v'*iiquot;,\ïV
Verscheiden Gebeden.
Aaiivangsyebcd.
O goede Jezus, ik loof en prijs uwe oneindige goedheid, waarmede Gij zoo ontelbaren menschen, die U aandachtig in uw genadebeeld aanroepen en vereeren, in de verschillende nooden naar lichaam en ziel troostend ter hulp komt. Ofschoon uwe genade geheel en al onwaardig, bid ik TJ vurig, ook mij in al mijne wederwaardigheden, bizonder in deze.... uwe machtige hulp te toonen, opdat uw goddelijke Almacht door mij en alle menschen ten allen tijde geprezen worde. Amen.
liniig-e Smeekbede.
O goddelijk Kindje Jezus, Gij, oorsprong van alle goed, oneindig is de goedheid van uw liefderijk hart, en overvloedig zijn de genaden, die uwe handen voortdurend uitdeelen. Erbarm
___________
126
U ook mijner, o lief Kindje Jezus, en verhoor mijn bede iu dezen nood. Wel heb ik door mijn vele zonden, al deze ellende en straffen, waarmede Gij mij bezoekt, en nog duizendmaal grootere straffen verdiend: ik erken het oprecht en bid U voor uw aanschijn neergeknield: Vergeef, o Heer, vergeef mij al mijne zonden, gedenk uwe groote barmhartigheid, en dat mijn goede wil, om U van heden af aan niet meer te beleedigen, TT welgevallig zij. Lief Kindeken, Gij zult niet eeuwig op mij vertoornd zijn; zie dan weer liefdevol op mij neder, en leen een gunstig oor aan alle beden, die ik U opdraag. Gij, o groote God, in de nederige gedaante van een kind. Gij draagt het heelal in in uwe handen en wijst met uwen vinger aan de sterren hare baan. Wie kan ons redden en beschermen in alle gevaren van ons onbestendig leven, tenzij Gij, o sterke God. en waar zijn degenen, die hun vertrouwen op ü iu dit genadebeeld gesteld hebben en gebrek leden, of in hunnen nood omkwamen ? O lief, won-
derdadig', goddelijk Kind, in deze beproeving' en grooten nood kom ik tot U en stel U tot Huisvader aan over al mijne bezittingen, over al mijne zorgen, over alle leden van mijn huisgezin. O alvermogend Kind Jezus, wend genadig alle rampen en schade van uwen dienaar af, behoed hem voor alle kwaad naar lichaam en ziel, trek nooit uwe hand van hem af, doch houd die steeds tot zegen en bescherming uitgestrekt over ons allen. ,,Wcrp al uwe bekommernissen op deu Heer'', hebt Gij nadrukkelijk gezegd â j,201»' eerst voor het Eijk Gods en zijne gerechtigheid en al het overige zal u worden toegeworpen.quot; Dit wil ik getrouw nakomen en U, o Kindje Jezus, al mijne huiselijke zorgen eu de belangen van mijnen staat opdragen en de sleutelen tegelijk met het bestuur geheel in uwe handen leggen. Bestuur mij, en handel met mij en de mijnen geheel volgens uw wil, want ik weet, dat Gij o Kindje, in uwe goddelijke wijsheid en liefde alles ten beste keert.
0 Moeder van Jezus, moge het u
P
behagen, onze beden bij het goddelijk Kind te ondersteunen, en onze wenschen in zijn liefdevol Hart neer te leggen.
O heilige Jozef, gij die het geluk hadt, dit goddelijk Kind te mogen voeden en verplegen, eu de macht, Hem op aarde te bevelen, wil ook in mijn belang uw vaderlijke macht doen gelden. Aan uw voorspraak, o Maria eu Jozef, en de oneindige barmhartigheid van uw lief Kind zal ik het toeschrijven, indien mijne bede wordt verhoord. Amen.
Gebed in grootc Moeilijkheid.
O beminnelijk Kindje Jezus, dat ous van ganscher harte lief hebt, het is uw grootste vreugde onder ons men-schen te wonen, en ous uwe genade overvloedig mee te deelen. Ik ben wel niet waardig, dat uw goddelijk oog met liefde op mij nederziet, maar toch voel ik mij tot U getrokken, wijl Gij, o lief Jezukind, mij gaarne vergaeft en TTâe machtige hulp verleent. Eeeds zoo-
! I'
129
velen werdeu verhoord, die zich met vertrouwen tot ü wendden.
Zie, ook ik kniel in den geest bij uw genadebeeld te Praag, voor uw altaar neder en leg mijn hart met al zijn bede, wenschen en verwachtingen aan uwe voeten neder. Bijzonder sluit ik
deze zaak..... in uw liefderijk Hart, en
bid ü om datgene, wat ik zoo vurig verlang; Gij hebt gezegd: ..Komt allen tot Mij, die belast zijt en beladen, en Ik zal u verkwikken.quot; Dat goddelijk woord wekt mijn vertrouwen op in U, almachtig, goed Jezukind; trek nooit uwe hand van mij af. maar zegen en bescherm mij ten allen tijde. Ik bid U, allerliefste Kind, in den naam van nwe gezegende Moeder, die LT vol teederheid heeft verzorgd, en ter wille van den eerbied, waarmede I! de H. Jozef op zijne armen heeft gedragen, laat mij getroost en verblijd worden, opdat ik U steeds love en prijze en van gansclier harte danke. Amen.
130
Dajreli.jksclie srebcd jfcdurcndcn een Novene.
O groote God, in de gedaante, van eeu kindeken, gun mij, voor uw heilig genadebeeld te overwegen uwe Grootheid en Almacht uwe Goedheid en Barmhartigheid en geheel de majesteit van uwe godmenschelijke gedaante.
O Goddelijk Kind, met den diepsten eerbied aanschouw ik uw Goddelijk aangezicht, dat als de zou zoo mild en verzoenend, uw licht over goeden en kwaden laat schijnen. Gewaardigt u, liefdevolle oogen van mijnen Jezus, genadig op mij neer te zien, en aan mijne oogen tranen van oprecht berouw te schenken, opdat zij op den dag des oordeels uwe vertoornde blikken niet behoeven te vreezen.
O zoetste Jezus! ik prijs vol bewondering uwen heiligen mond, die overvloeit van wijsheid, en woorden van genade spreekt tot vergiffenis der zonden. Opdat echter die goddelijke mond niet eenmaal een verschrikkelijk oordeel uitspreke over mijne woorden, zoo bid
V
lai
ik U Heer, lieclit een zegel op nüjue lippen, opdat zij zich nooit openen tot een zondig' woord of een liefdeloos oordeel, maar ik alleeu uwe waarheid en liefde in het hart en op de tong hebbe.
O genaderijk Jezukind, met vurige liefde kus ik uwe heiligste handjes, die Gij uitsteekt om geheel de wereld in liefde te omvatten. Ik vereer nwe machtige hand, waarmede Gij liet heelal bestuurt eu regeert, en ik bid U, regel al mijne werken ter uwer eere, en houd uwe rechter uitgestrekt, om steeds uwe vereerders te zegeuen, die zich met vertrouwen tot U wenden.
Weest gegroet, gij heilige voeten mijns Verlossers, waardoor Gij de wereld den vrede bracht! O hoevele harde en moeilijke schreden hebt Gij gezet, gedurende die 33 jaren, waarin Gij U ter mijner liefde heb vermoeid eu pijn geleden.
Ik dank U duizendmaal, o Kindje Jezus, en bid U, leid ook mijne schreden op den rechten weg, voer mij tot U want Gij zijt de Weg, de Waarheid en
h
__â .-^Q'gl
132
het Leveu. O liefdevol Hart van mijnen Jezus! Ik groet U zooveel duizeudmalen als er een hartslag in uw boezem heeft weerklonken. Ik offer aan uwen hemel-schen Vader alle liefdevlammen die in uw H. Hart branden. Wat moet ik mij toch schamen over mijn ongevoelig hart, dat zich zoo moeilijk eu zoo zelden tot innige wederliefde kan opwekken. Ontneem mij, o Hoer, dit koude hart, en schenk mij een hart, gelijkvormig aan het uwe, opdat ik U voortaan beminne met zulk een vurige liefde als Gij verlangt.
O, mijn allerliefste Jesus, die voor mij een Kind zijt geworden, maak mij zoo rein, ootmoedig en zachtmoedig van harte, als die eenvoudige zielen, welke Gij hebt uitgenoodigd met de woorden; Laat de kleinen tot Mij komen, want hun behoort het Rijk der hemelen. Amen.
Eeu andere novene.
Men bidt dagelijks :
1° De Litanie van den Zoeten Naam Jezus, of 2n vijf Onze Vaders en Wees-
15)'^-'_
133
gegroeten met de aanroeping : âDe naam des Heeren zij gezegend van nn af tot in eeuwigheid!quot;
(iodvniditiir Ave tot liet Kind Jezus.
(Volgens Pater Elias Avrillon.)
Wees gegroet, o goddelijk Kind Jezus, Gij, leven der rouwmoedigste zondaars; Gij, ondoorgrondelijke Oceaan van goddelijke zoetheid, Gij, eenige hoop onzer zaligheid, wees gegroet! Tot u roepen wij, arme kinderen van Eva, tot U verzuchten wij treurend en weenend in dit dal der tranen ! Gij onze Menschgeworden Liefde, sla uwe barmhartige oogen op ons, en toon U aan onze oogen in uwe goedheid en beminnelijkheid, en laat ons na dit ellendig leven U in uwe heerlijkheid aanschouwen, o goed, o mild, o zoet Kindeken Jezus ! Amen.
Tocwijdiug- van het liuisg-ezin aan liet goddelijk Kind.
O liefdevol Jezukind, dat door uw onuitsprekelijke deugden en het voorbeeld
134
1
f
van uw huiselijk leven de door U uitverkoren familie op aarde geheiligd hebt, zie genadig neder op ons huisgezin, dat zich aan uwe voeten nederwerpt, en ü om genade smeekt. quot;Wij wijden ons geheel aan uwen bijzonderen dienst toe en schenken U ons hart. Gedenk dus, dat dit huisgezin uw eigendom is. Bescherm het in uwe goedheid, red het uit alle gevaren, help het in allen nood en verleen het de kracht, in de navolging uwer heilige Familie te volharden, opdat het tijdens zijn aardsche leven in gehoorzaamheid en liefde ü trouw blijve en eens in den Hemel eeuwig uwen lof moge zingen. Amen.
Toewijding: van een kind.
U goddelijk Kind Jezus! Gij bemint op geheel bizondere wijze de goede, brave, gehoorzame en vlijtige kinderen! Zie, om U steeds welgevallig te worden wijd ik: N. N. mij geheel en voor altijd aan U toe: ik neem mij vast voor, U van ganscher harte te beminnen en al uwe
185
deugden getrouw na te volgen. Geef, dat ik steeds toeneme in wijsheid, vroomheid en deugd. Maar vooral bid ik U, mijn Jezns, mijn goddelijk Voorbeeld, help mij de onschuld en reinheid des harten onbesmet bewaren. Amen.
Groet aan het goddelijk Kind.
O allermin'lijkst Jezukiné,
Mijn Heiland, laat me U groeten; Mijns harten hemelwellust vind Ik hier slechts aau uw voeten.
Daar leg ik alles, alles ueêr:
Mijn liefde en lust en leven, Eu 'k vraag geen ander loon, o Heer, Dan me ééne gunst te geven.
Die gunst ? 't is goud noch edelsteen,
't I's roem, noch lust der zinnen,
Zoet Jezuken, ik wenschte alléén, U vuriger te minnen!
(Naar het Duitsch van A. Schupp, S. J.)
136
Oebed van den H. Aug-ustlnus.
Verblijden wij ons allen in den Heer, onzen God, die voor ons een Kind geworden is, opdat wij, arme zondaars, kinderen des lichts en des eeuwigen levens zonden worden.
1
Jezus Christus, de Godmensch, het pasgeboren Kind, werd in de kribbe te Bethlehem neergelegd, en de Bestierder van Hemel en aarde achtte het niet beneden Zich, af te dalen tot de gedaante van een kind en Zich in zulk een kleine ruimte te laten opsluiten, om ons de poorten des Hemels te openen. Zij geprezen, o wonderbare liefde van Jezus! Gij, o eeuwige Schepper aller dingen, werdt Mensch voor ons; Gij, de Onmetelijke, liet ü besluiten in de gedaante van een mensch en in een kribbe! Gij, die alle rijkdommen uitdeelt, werdt voor ons hoogst noodlijdend! Gij, de volmaakte Geest bekleedet U met ons vleesch. O mijn Jezus, laten wij U geheel ons leven vurig liefhebben. Amen.
I
Onze Vader â Wees gegroet.
137
Gebed van den H. Bernardus.
Jezus, Gij eeugeboren Zoon Gods, God van oneindige majesteit werdt een Kind, en daaldet van den troon uwer heerlijkheid uit den hemel in Bethlehem's kribbe neder. Jezus, hoe gelukkig is uwe Kindsheid, die wijzer en machtiger is, dan alle wijsheid en kracht der menschen, daar Gods Kracht en Wijsheid in IJ woont.
Uwe zwakheid overwint de vorsten dezer wereld, en bevrijdt alle menschen uit de gevangenschap.
Uw stille, sprakelooze eenvoud opent den mond der menschen, zoodat zij de taal der engelen spreken.
O, hoe grootsch en wonderbaar is uwe zoete Kindsheid, want Gij scheukt ons die godgevallige onschuld weder, en maakt den mensch aan U gelijkvormig.
O Jezus, Gij die de beminnelijkheid, de zachtmoedigheid en de goedheid zelve zijt, geef ons hot kiudschap Gods weder, opdat wij U welgevallig zijn, nu en in alle eeuwigheid. Amen. Onze Vader â Wees gegroet.
!
Oebed van don eerw. Pater â¢lolianiics Kiides.
Wij aanbidden U, Heer Jezus in Uwe Kindsheid, wij prijzen, wij beminnen U uit geheel ons hart, uit geheel onze ziel, en uit al onze krachten. Ons hart brengen we U ten offer, en wijden het U toe. Neem het aan, bewaar, reinig, verlicht en heilig het, opdat Gij daarin heerscht nu en in alle eeuwigheid. Amen.
(Johed voor de lieideiische Kinderen.
O Jezus, die gezegd hebt: âLaat de kleinen tot Mij komen, en weer ze niet af.quot;' Gij weet hoeveel heidensche kinderen zonder doopsel sterven, en het Kijk uwer glorie niet deelachtig worden. Zie, vele christenkinderen hebben zich ver-eenigd in het gebed, en geven gaarne aalmoezen, om zooveel mogelijk die on-gelukkigen te redden. Zegen die alle en vermeerder hun aantal van dag- tot dag. Verwek ijverige missionarissen voor
138
139
1
1
dit heilig werk eu zegen al hun moeite en arbeid, opdat zij in grooteu getale de kleinen tot U voeren, wien Gij liet Hemelrijk beloofd hebt. Amen.
Onze Vader â Wees gegroet.
iu zicldo.
Jezus. Gij barmhartige Samaritaan, ik ken de wonderen uwer liefde en goedheid jegens zieken van allerlei aard. Hoevelen hebt Gij gedurende uwe zegenrijke omwandeling op aarde niet genezen? En hoevele vereerders van uw genadebeeld te Praag schrijven ü hunne genezing en redding uit de langdurigste en meest hopelooze ziekten toe? Ik weet echter wel, dat een zondaar, zooals ik ben, met recht lijdt; ach, als ik bedenk de tallooze verhooringen en wonderbare genezingen, die zelfs de grootste zondaars door de vereering uwer heilige Kindsheid, bizonder in uw genadebeeld te Praag of zelfs in afbeeldingen daarvan, van U ontvingen, dan roep ik volkomen getroost U toe: ü beminnelijk, mede-
r
lijdend Kiadje Jezus, Gij kunt mij genezen, indien Gij het slechts wilt. O aarzel niet, goddelijke Geneesheer, als het uw heilige wil is, dat ik van deze ziekte weer herstel; bevrijd mij dan van mijne pijnen, door uwe Goddelijke Almacht, opdat ik mijne gezondheid niet slechts aan de natuurlijke geneesmiddelen te danken hebbe, maar die geheel alléén aan ü toeschrijve. Mocht Gij echter in uwe ondoorgrondelijke Wijsheid anders besloten hebben, zoo genees toch ten minste mijne ziel, vervul mij met hemelschen troost en zegen, opdat ik U, o Jezus, gelijkvormig worde in het lijden, en zoodoende uwe Voorzienigheid verheerlijke, tot dat Gij mij met den lichamelijken dood tevens het eeuwige leven schenken wilt. Amen.
(Jeliod om een zalig: stervensuur.
Genadevol Jezukind! Ik kom heden tot U met de dringende bede, mij eenmaal een gelukzalig stervensuur te schenken. Als mijn laatste stonde eenmaal
141
r
1
nadert, komt dan tot mij in de H. Communie, blijf bij mij, breng uwe maagdelijke Moeder en den H. Jozef mede. Verzacht mijne smarten, verminder mijn angst, laat mij alle bekoringen manmoedig overwinnen en geef mij de genade om tot voldoening mijner zonden mijn aardsche leven gaarne te geven, in de hoop op een eeuwig leven. Amen.
(k'bed om vrede en ecndraclit.
U goddelijk Kind, door den mond der Engelen hebt Gij der wereld den vrede verkondigd; Gij laat U zoo gaarne den Vredevorst noemen. Gij kent de tweedracht en den twist in mijn huisgezin, onder mijne familieleden, ook bij N. N. Gij weet in hoeveel ongenoegen en liefdeloosheid wij met elkander leven, hoezeer haat en gramschap, vijandschap en afgekeerdheid heerschen, hoevele zonden er geschieden tegen de naastenliefde. Waarlijk, een treurig leven! Tot wien zal ik mij beter wenden dan tot IT o 71 goddelijk Kind, dat den vrede zoozeer lief el
!igt;
142
hebt. Gij liebt velen, die in oneenigheicl leefden, den vrede weergegeven, vijanden verzoend en de gemoederen tot kalmte gebracht.
Geef, bid ik U, ook ons dat kostbare goed; ik smeek ü hierom ter wille van de liefde en eendracht, waarin Gij met Jozef en Maria leefdet. Amen.
Om bolioml van liave eu goed.
O Goddelijk Kind! Gij, oorsprong van alle goed, oneindig groot is de goedheid mvs Harten, en boven alles groot de mildheid uwer hand. Gij opent die, en vervult ons met tijdelijken eu eeuwigen zegen. Als Gij ous goed niet beschermt, is al onze zorg vergeefsch. O alvermogend Kind, hef uwe heilige hand op en zegen onze tijdelijke bezittingen, neem ze in uwe machtige hoede en bewaar ons voor ongeluk en schade. Geef mij de noodige genade, opdat ik de tijdelijke goederen tot mijn voordeel gebruike, mijne naasten verblijde uit liefde tot ü en zoodoende mij schatten voor den hemel verzamele^
\
T
I
143
die geen dief kau ontrooven, of mot verteren. Amen.
Gebed om de genade van navolgiiiü
O zoete Jezus! Gij hebt uit oneindige liefde jegens ons mensclien, de gedaante van een kind aangenomen en als een kind willen oiigroeieu, opdat wij, uwe kinderen, U tot voorbeeld zouden nenieu van alle deugd. Ik dank ü daarvoor van ganselier harte en bid U ootmoedig: geef mij de genade, mijn leven naar uw voorbeeld in te richten. Gij zijt iu uwe teederste levensjaren niet vreugde naar den tempel opgegaan om uwen hemel-schén Vader te loven en te aanbidden. Gij hebt daar den diepsten eerbied betoond en aandachtig naar de goddelijke leer geluisterd, die U werd verkondigd. Ofschoon waarachtig' God, zijt Gij aan uwe ouders steeds onderdanig geweest.
Goddelijk Kind, geef ook mij een waar verlangen U en uwen hemelscheu Vader nu en ten allen tijde te dienen
nocli roest
I
_____
144
en mijnen overheden, ouders en onderwijzers gehoorzaam te zijn. Het is mijn vaste wil, zulks te doen. Daarom zal het mijn grootste vreugde zijn, mij naar Gods tempel te begeven, om U daar te loven en te aanbidden.
Ik wil mij beijveren, U daar altijd den meesten eerbied te bewijzen en alles te vermijden, wat TJ mishaagt; ik wil de goddelijke Diensten met alle ingetogenheid bijwonen, ze nooit verwaarloozen, noch mij daarvan laten afhouden. Aan mijne ouders en andere overheden wil ik naar uw voorbeeld volkomen gehoorzamen, nooit wil ik hen willens en wetens bedroeven of vertoornen, noch mij ooit jegens hen wederspannig toonen.
Dit neem ik mij vast voor, o mijn Jezus. Verleen mij uwe krachtige genade, opdat ik het ook werkelijk volbrenge, geef, dat ik zorgvuldig alle zonden vermijde, waarin de jeugd gewoonlijk valt en mij met allen ijver op die deugden toelegge, waardoor zij bizonder uitblinken moet.
Hierom bid ik U, o Jezus, door uwe oneindige verdiensten. Amen.
-sfrc- *ffamp;ï *Wamp;
Aflaatgebtiden
TOT HET
goddelijk Kind Jezus
Aauljevcliiiï aan Jezus met de zeven Kruiswoorden.
Goddelijke Jezus, menschgeworden Zoon Gods, die IJ gewaardigd liebt, voor onze zaligheid in een stal geboren te worden, in armoede, kommer en ellende uw leven te slijten en den smartelijken dood des Kruises te sterven, ik bid ü, zeg in mijn stervensure tot uwen hemelschen Vader: âVader, vergeef hem!quot;
Zeg tot uwe geliefde Moeder: ..Ziedaar uw zoon!quot; en tot mijne ziel: âHedeu zult gij met Mij zijn in het Paradijs!quot; O mijn God, mijn God, verlaat mij niet in die ure!
âIk heb dorst:quot; ja, mijne ziel dorst
1
7
144
eu mijnen overheden, ouders en onderwijzers gehoorzaam te zijn. Het is mijn vaste wil, zulks te doen. Daarom zal het mijn grootste vreugde zijn, mij naar Gods tempel te begeven, om U daar te loven en te aanbidden.
Ik wil mij beijveren, U daar altijd den meesten eerbied te bewijzen en alles te vermijden, wat U mishaagt: ik wil de goddelijke Diensten met alle ingetogenheid bijwonen, ze nooit verwaarloozeu, noch mij daarvan laten afhouden. Aan mijne ouders eu andere overheden wil ik naar uw voorbeeld volkomen gehoorzamen, nooit wil ik hen willens eu wetens bedroeven of vertoornen, noch mij ooit jegens hen wederspanuig toonen.
Dit neem ik mij vast voor, o mijn Jezus. Verleen mij uwe krachtige genade, opdat ik het ook werkelijk volbrenge, geef, dat ik zorgvuldig alle zonden vermijde, waarin de jeugd gewoonlijk valt en mij met allen ijver op die deugden toelegge, waardoor zij bizonder uitblinken moet.
Hierom bid ik U, o Jezus, door uwe oneindige verdiensten. Amen.
â.
-I
Aflaatgebeden
TOT HET
goddelijk Kind Jezus
Aiinbeveling aan Jezus mei lt;le zeven Kruiswoorden.
Goddelijke Jezus, menschgeworden Zoon Gods, die U gewaardigd hebt, voor onze zaligheid in een stal geboren te worden, in armoede, kommer en ellende uw leven te slijten en den smartelijken dood des Kruises te sterven, ik bid ü, zeg in mijn stervensure tot uwen heinelscheu Vader: âVader, vergeef hem!quot;
Zeg tot uwe geliefde Moeder; ..Ziedaar uw zoon!quot;' en tot mijne ziel: âHeden zult gij met Mij zijn in het Paradijs!quot; O mijn God, mijn God, verlaat mij niet in die ure !
,.Ik heb dorstja, mijne ziel dorst
7
____
lis
uaar ü, o mijn God, die de brou des levenden waters zijt. Mijn leven gaat als een schaduw voorbij, nog eene wijle en alles zal volbracht zijn. Daarom, o mijn aanbiddenswaardige Heiland, âbeveel ik mijn geest in uwe handenquot; van dit oogenblik af en voor heel de eeuwigheid. Heer Jezus, neem mijne ziel bij U op. Amen.
Aflaat (Raccolto, bl. 59): 300 dagen telkenmale als men dit gebed rouwmoedig en aandachtig uitspreekt. Bevestigd door Paus Pius IX, bij dekreet van de Congregatie der Aflaten van 10 Juni 1856.
Allermildste Jezus, onze Redding, ons Leven, onze Verrijzenis zijt Gij alleen. Daarom bidden wij U, verlaat ons niet in onze nooden en angsten, maar om den doodstrijd van uw heilig Hart en de smarten uwer onbevlekte Moeder, kom uwen dienaar te hulp, dien Gij door uw dierbaar Bloed hebt vrijgekocht.
(Afl. Racc., bi. 60): 100 dagen eenmaal daags, als men dit gebedrouwmocdigengodvruchtiguitspreekt.
Pius IX.. bij dekreet van de. Congr. der Afl., 6 Oct., 1870.
â.___
147
(gt;el)e(l tot liet goddelijk Kind Jezus iii de kribbe.
Ik aanbid U, o Vleescli geworden Woord, waarachtigen Zoon Gods, van eeuwigheid, en waarachtigen zoon dei-Maagd Maria in de volheid der tijden.
Als ik uw goddelijken Persoon en de daarmee vereenigde Menschheid aanbid, gevoel ik mij gedrongen, ook de arme kribbe te vereeren, die ü als Kind heeft opgenomen, en in waarheid de eerste troon uwer liefde was. O, mocht ik mij toch voor deze kribbe neder-werpen met den eenvoud der herders, met het geloof van den heiligen Jozef, met de liefde der allerzaligste Maagd Maria! Ja, kon ik daarbij nederknielen om dit zoo kostbaar gedenkteeken onzer zaligheid met dien geest van versterving, van armoede en nederigheid te vereeren, waarmede Gij, ofschoon Heer van Hemel en aarde, U een kribbe uitkoost, om uwe teedere ledematen op te nemen.
Gij, o Heer, hebt U gewaardigd, als een klein Kind in de kribbe te rusten; gewaardig ü dan ook, in mijn hart een
148
druppel dier vreugde te storteu, welke de beschonwiug uwer beminnelijke Kindsheid en de wonderen die uwe Geboorte vergezelden, moesten opwekken. Door die vreugde bezweer ik [T eindelijk, de gelieele wereld met den goeden wil tevens uwen vrede te schenken, en in naam van heel het menschelijk geslacht allen dank en alle eer te bewijzen aan den Vader en den H. Geest, die met U leeft en regeert, een eenig God, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
(Aflaat van 10) dagen, eenmaal daags.)
Pins IX., 1 Oct., 18lt;51.
Ander irebert tot liet goddelijk Kind Jezus.
Beminnelijke Heer Jezus Christus, die voor ons een Kind werdt, in een grot wildet geboren worden, om ons aan de duisternis der zonde te ontrukken, ons tot U te trekken en door uw heilige liefde te ontsteken, wij aanbidden U a's onzen Schepper en Verlosser; wij erkennen en kiezen U, als onzen
149
KoniDg en Heer, eu brengen U als hulde al de bewegingen van ons hart ten oft'er. Dierbaarste Jezus, onze Heer en God, gewaardig U, dit offer te aanvaarden, en opdat het II welgevallig zij, vergeef ons onze schulden, verlicht en ontgloei ons door dat heilig vuur, dat Gij op aarde kwaamt brengen en ontsteken in onze harten.
Moge zoo onze ziel een voortdurend offer Uwer liefde worden. Geef, dat zij altijd op aarde uwe grootere eer zoeke, opdat zij eenmaal tot de aanschouwing uwer oneindige schoonheid in den hemel gerake. Amen.
(100 dagen aflaat, eenmaal daags, indien men dit gebed rouwmoedig en aandachtig uitspreekt. 18 Jan. 1894.)
Gebed tot daukzeirariiia' voor ontvangren weldaden.
Ik werp mij voor uw heilige beeltenis op de knieën neder, o allermilddadigst Kindeken Jezus, en ik zeg U eeuwig dank voor de ontvangen weldaden en genaden. !k Zal zonder ophouden uwe
150
1
F
onuitsprekelijke barmhartigheid lofzingen en verkondigen, dat Gij alleen mijn God, mijn Helper eu Besclierraer zijt. Op U wil ik voortaan mijn vertrouwen stellen en overal uwe liefde en mildheid luide verkondigen, opdat uwe groote goedheid eu de groote wonderen, die Gij in dit genadebeeld openbaart, bij allen bekend worden en zoo de vereering van uw genadevolle Kindsheid in de harten der christenen meer en meer moge bloeien en allen, die uwe hulp ondervonden, met mij volharden in bestendige dankbaarheid jegens uw allerheiligste Kindsheid, die geloofd zij en luid geprezen in alle eeuwigheid. Amen.
I
___
De Geheimen der heilige Kindsheid.
Bewerkt naar den Italiaauschen tekst van den II. Alphonsiis de Lijruori.
v. 0 God, kom mij te hulp! e. Heer, haast U mij te helpen! v. Glorie zij den Vader en den Zoon en den H. Geest
r. Gelijk het was in den beginne en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Onze Vader, enz.
I. O Jezus, alleraanminnigst Kind, Gij, die om onze zaligheid nit den schoot des Vaders van den hemel neergedaald en van don heiligen Geest ontvangen zijt. Gij, die den schoot eener maagd niet geschroomd hebt, die Vleesch zijt geworden en de gedaante van een slaaf hebt aangenomen. ontferm U onzer!
e. Ontferm U onzer, o Kind Jezus,
152
r
1
ontferm U oiizer! Wees gegroet Maria enz.
II. O Jezus, alleraanminuigst Kind, Gij, die in den sdioot uwer maagdelijke Moeder de H. Elizabeth bezocht, uw voorlooper, don H. Johannes den Dooper met den heiligen Geest vervuld en reeds in den schoot zijner moeder geheiligd hebt, ontferm ü onzer!
r. Ontferm U onzer, o Kind Jezus, ontferm U onzer! Wees gegroet, enz.
III. O Jezus, alleraanminnigst Kind, Gij, die negen maanden in den schoot uwer maagdelijke Moeder verborgen, door haar en den H. Jozef met de vurigste verlangens verbeid en aan God den Vader voor de zaligheid der wereld zijt opgedragen, ontferm U onzer!
e. Ontferm II onzer, o Kind Jezus, ontferm U onzer 1 Wees gegroet, enz.
IV. O Jezus, alleraanminnigst Kind, Gij, die in Bethlehem uit de Maagd Maria geboren, in doeken gewonden, in een kribbe gelegd, door de Engelen aangekondigd en door de herders bezocht zijt geworden, ontferm U onzer!
r. Ontferm U onzer, o Kind Jezus, ^
153
ontferm U onzer! Wees gegroet, enz.
Glorie zij U, o Jezus, die uit eene Maagd zijt geboren, glorie zij den Vader en den H. Geest in de eeuwen der eeuwen. Amen.
v. Christus is in onze nabijheid.
u Komt, aanbidden wij Hem.
Onze Vader, enz.
V. O Jezus, alleraaaminnigst Kind, Gij, die den achtsten dag na uwe geboorte bij de besnijdenis gewond, door uw Naam en door uw Bloed uw Verlossersambt vooraf hebt bekend gemaakt, ontferm II onzer!
r. Ontferm U onzer, o Kind Jezus, ontferm ü onzer! Wees gegroet, enz.
VI. O Jezus, alleraanminnigst Kind, Gij, die door eene ster den Drie Koningen aangewezen, door hen op den schoot uwer Moeder aanbeden en door goud, wierook en mirre vereerd zijt geworden, ontferm U onzer!
b. Ontferm U onzer, o Kind Jezus, ontferm U onzer: Wees gegroet, enz.
VII. O Jezus, alleraanminnigst Kind, Gij, die door uwe Moeder in den tempel
154
opgedragen, door Simeon in de armen genomen en omhelsd, door Anna de profetes aan Israël geopenbaard zijt geworden, ontferm U onzer!
K. Ontferm U onzer, o Kind Jezus, ontferm ü onzer! Wees gegroet, enz.
VIII. O .Tezns, alleraanminnigst Kind, Gij, die door deu goddeloozen Herodes ter dood gezocht, door den H. Jozef met uwe Moeder naar Egypte gevoerd, aan een wreêden dood ontrukt en dooiden marteldood der Onnoozele Kinderen verheerlijkt werdt, ontferm U onzer!
k. Ontferm U onzer, o Kind Jezus, ontferm U onzer! Wees gegroet, enz.
Glorie zij ü, o Jezus, die uit een Maagd zijt geboren, glorie zij den Vader en den H. Geest in de eeuwen der eeuwen. Amen.
v. Christus is in onze nabijheid.
r. Komt, aanbidden wij Hem.
Onze Vader enz.
IX. O Jezus, alleraanminnigst Kind, Gij, die met Maria, uwe allerheiligste Moeder en met den H. Aartsvader Jozef
1
1 1 l
f
tot aan den dood van Herodes in Egypte gebleven zijt, ontferm U onzer!
k. Ontferm U onzer, o Kind Jezus, ontferm ü onzer! Wees gegroet, enz.
X. O Jezus, alleraanminnigst Kind, Gij, die met uwe ouders in het land van Israël zijt wedergekeerd, op reis veel vermoeienis doorgestaan en de stad Nazareth tot verblijfplaats gekozen hebt, ontferm U onzer!
r. Ontferm U onzer, o Kind Jezus, ontferm U onzer! Wees gegroet, enz.
XI. O Jezus, alleraanminnigst Kind, Gij die in het huis van Nazareth aan uwe ouders onderdanig waart en een allerheiligst leven leiddet; Gij die in uw armoedig en werkzaam leven zooveel geleden hebt en met de jaren steeds aan-groeidet in wijsheid en genade ontferm ü onzer!
r. Ontferm U onzer, o Kind Jezus, ontferm U onzer! Wees gegroet, enz,
XII. O Jezus, alleraanminnigst Kind, Gij, die twaalf jaren oud zijnde, naar Jeruzalem geleid, door uwe ouders met droefheid gezocht en na drie dagen in
(5fóx^-
156
het midden der leeraren met blijdschap gevonden zijt, ontferm U Onzer !
Gloiie zij U, o Jezns. die nit eene Maagd zijt geboren, glorie zij den Vader en den H. Geest in de eeuwen dei-eeuwen. Amen.
Op Kerstdag eu onder het Octaaf.
v. Het Woord is Vleesch geworden. Alleluja.
ii. En heeft ouder ons gewoond. Alleluja.
(â¢lgt; Driekoninjreii-dag: en onder het Octaaf.
v. Christus heeft zich aan ons vertoond. Alleluja.
r Komt, aanbidden wij Hern. Alleluja.
{Op andere tijden ivordthet ..Alleluja'' weggelaten.)
GEBED.
Almachtige eeuwige God, Heer van Hemel en aarde. Gij die U aan de kleinen openbaart, geef, bidden wij U, dat wij de allerheiligste geheimen van het Kind Jezus, uwen Zoon, op eene waardige wijze vereeren en op eene waardige wijze trachten na te volgen, quot;
157
om zoo het ïgt;ijk der Hemelen, dat aan de kleinen beloofd is, te beërven.
Door denzelfden Heer Jezus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des heiligen Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Zij, die met een waar herumc over hunne zonden en, va gebiecht en de H. Communie ontvangen te hebben, in eene kerk of openbare kapel bij de c/od-vrnchtige oefening ter eere van het Kind Jezus, op den 25n van elke maand, tegenwoordig zijn en daarbij de 12 Mysteriën der H. Kindsheid vereeren, verdienen een vollen aflaat. Men moet de bovenstaande gebeden, die door de H. Congregatie der Riten zijn goedgekeurd, met aandacht lezen en tevens bidden volgens de intentie van zijne Heiligheid.
Zij, die afzonderlijk met godsvrucht en een rouwmoedig hart deze heilige oefening houden, verdienen eenmaal daags een aflaat van 300 dagen.
(Verleend door zijne Heiligheid Paus Pius VII, bij een dekreet van de H. Congregatie der Aflaten, 23 November 1819.)
1
i
r
KORTE GETIJDEN.
Van het Kindje Jezus.
{Naar een oude wijze.)
0 Heer, open mijuen mond, om uwe H. Kindsheid te loven; zuiver ook mijn hart van alle ijdele, slechte en verstrooide gedachten, verlicht mijn verstand, ontvlam mijn wil. opdat ik waardig-, godvruchtig en aandachtig deze heilige getijden ter eere uwer H. Kindsheid bidden moge en verdiene, door U verhoord te worden.
O goddelijk Kindeken Jezus, in ver-eeniging met de goddelijke meening, waarmede Gij zelf op aarde aan God uwen lof hebt gebracht, wil ik deze gebeden verrichten.
Bij de Metten.
Onze Vader â Wees gegroet, enz.
Ik geloof in God den Vader, enz.
150
V. Heer open mijne lippen! E. En mijn mond zal uwen lof verkondigen !
V. God, geef acht op mijne hulp I E. Heer, haast U, mij te helpen! Glorie zij den Vader enz.
Mijn Jezuken, aanvallig Kind,
Ik blijf U minnend groeten.
Die, als ik nergens vrede vind,
Mijn lijden komt verzoeten.
Daar 'k in uw liefde als in een vloed
Van zielsgeneucht mag baden Eu aan uw Min mijn harte, in gloed,
Al minnend zich verzaden. O springfontein van zaligheên.
Mijn Koning en mijn Broeder kleen! V. Mijn God, zoo machtig en zoo rijk, B. Werd ons terwille een knecht gelijk.
GEBED.
O God, wiens liefde zoo sterk is, dat zij U dwong een klein Kindeken te worden, geef ons een diep besef van deze, uwe zuo groote liefde, opdat wij, tot wederliefde opgewekt, U eeuwig loven, beminnen en verheerlijken mogen. Amen.
â
1quot;
___
^I
160
Bij de Prime.
Wees gegroet, enz.
V. God, geef acht op mijne hnlp! R. Hoer, haast U mij te helpen 1 Glorie zij den Vader enz.
Almachtig Koning Gij wordt Kind,
Gij Sterke buigt U neder;
Mijn Jezukeu, mijns harten Vrind,
Waar vinde ik Min, zoo teeder.
Daar Gij, als Kind, uw kind'ren trekt?
't Is Knaapjen uit den Hoogen, AI hope en liefde, dat Gij wekt
En tranen in onze oogen.
Ach dat geen zondaar nog weerstreev', Maar hopend tot U kome, en leev'! V. Al zijt ge in 't zondenet verward, R. Komt, Jezus trekt U aan zijn hart.
GEBED.
O God, wiens liefde zoo sterk is, dat zij U dwong een klein Kindeken te worden, geef ons een diep besef van deze, uwe zoo groote liefde, opdat wij tot wederliefde opgewekt, U eeuwig loven, beminnen en verheerlijken mogen Amen.
___
161
Bij de Terts.
Wees gegroet, enz.
V. O God, geef acht op mijne hulp! R. Heer, haast U mij te helpen! Glorie zij den Vader, enz.
Al houdt Ge, o Kindje, uw majesteit
Voor 't menschenoog verborgen, Zij breekt door 't kleed der sterflijkheid
Als door een wolk de morgen; Uw oogjes, Edens's zonnelicht,
Doen U met hun gewemel De Godheid stralen van 't gezicht
En in mijn harte uw hemel !
O, dat aan Jesus' schoon gelaat Voor eeuwig- zich mijn ziel verzaad'!
V, Bemint Hem, Adam's zondig kroost: E, Bij Hem is liefde, licht en troost GEBED,
O God, wiens liefde zoo sterk is, dat zij U gedwongen heeft een klein Kindeken te worden, geef ons een diep besef van deze, uwe zoo groote liefde, opdat wij, tot wederliefde opgewekt, U eeuwig loven, beminnen en verheerlijken mogen, Amen, r
__
162
15ij de sect.
Wees gegroet, euz.
V. 0 God, geef acht op mijne liulp! K. Heer, haast ü, mij te helpen 1 Glorie zij den Yader, enz.
O Kind, wat felle liefdedrang
Komt me in de ziel gevaren,
Als ik zoo innig en zoo lang Op uw gelaat mag staren;
O teeder aanschijn, waar zoo zacht
Der liefde rozen bloeien !
O lippen, waar genade op lacht
En zegen van komt vloeien ! â
Neig mij ten kus uw kuischen mond : Met U sluit ik den liefdebond 1
V. Gij zijt mijn Bruigom, Gij alleen! K. rk Heb U verkoren, anders geen!
GEBED.
O God, wiens liefde zoo sterk is, dat zij U gedwongen heeft een klein Kindeken te worden, geef ons een diep besef van deze, uwe zoo groote liefde, opdat wij, tot wederliefde opgewekt, U eeuwig loven, beminnen en verheerlijken mogen. Amen.
I
163
Bij lt;le Xono.
Wees gegroet, enz.
V. God, geef acht op mijne hulp! E. Heer, haast (J, mij te helpen! Glorie zij den Vader, enz.
Gij schreit ? â Lief Kindeken, wat smart
Bewolkt die stralende oogen ?____
Ach, om mijn dor eu zondig hart
Schreit Gij vau mededoogen,
O ween niet langer, Jezus, neen,...
Mijn tranen zullen leken En door uw liefde, al waar' 't van steen,
Mij 't hart van weedom breken. Droog, Kindjen, droog uw tranen af! 'k Wil opstaan uit der zonden graf! V. Zachtmoedig Lam, heb medelij: E. Eed me uit des duivels slavernij!
GEBED.
O God, wiens liefde zoo sterk is, dat zij ü gedwongen heeft, een klein Kindeken te worden, geef ons een diep besef van deze, uwe zoo groote liefde, opdat wij, tot wederliefde opgewekt, ü eeuwig loven, beminnen en verheerlijken mogen. Amen.
164
1
:F
Bij de Vespers.
A\'f'Ps gegroet, enz.
V. God, geef acht op mijne hulp! E. Heer, haast U, mij te helpen! Glorie zij den Vader, enz.
Wanneer 'k in hangen lijdensnood
Naar een vertrooster zuclite,
Als 'k om mijn zoddensclmld, zoo groot,
De wrekende Almacht duchte,......
Als !t iu mijn boezem bruist en brandt
Van ongestuime lusten,
Dan grijp ik naar uw kleene hand.
Of 'k aan uw hart mag rusten;
Daar, afgejaagd en strijdensmoê.
Stroomt lafenis en kracht mij toe.
V. 't Is vreugde en leven, dat Hij biedt! E. Hij wil den dood des zondaars niet.
GEBED.
O God, wiens liefde zoo sterk is, dat zij TI gedwongen heeft, een klein Kindeken te worden, geef ons een diep besef van deze, uwe zoo groote liefde, opdat wij, tot wederliefde opgewekt, U eeuwig loven, beminnen en verheerlijken mogen. Amen.
165
Bij de Completen.
Wees gegroet, enz.
\T. God, geef aclit op mijne Imlp ! E. Heer, haast U, mij te helpen! Glorie zij den Vader, enz.
Wat is uw Lente kil en kond,
Teer bloempjen, nauw ontloken !
Laat 'k aan mijn hart U warmen: 'k houd
Beeds de armen uitgestoken ; â Arm Kind, quot;k zal U de koude zacht
Van 't aangezichtjen streelen,
Rust aan mijn boezem dag en nacht.
Geen zal uw wiegjen deelen ;
Rust vredig, Jezukeu, rust warm ; Ik houd U stervend nog in d'arm.
V. Op aarde, was uw zoetst verkeer. E. Te midden van uw kind'ren. Heer.
GEBED.
O God, wiens liefde zoo sterk is,, dat zij TJ gedwongen heeft een klein Kindeken te worden, geef ons een diep besef van deze, uwe zoo groote liefde, opdat wij, tot wederliefde opgewekt, U eeuwig loven, beminnen en verheerlijken gt;en. Amen.
Het Kroontje van het Kindje Jezus.
Dit gebed is afkomstig vau de eer-biedw. Margaretha van liet H. Sacrament, Karmelietesse, te Beaune in geur van heiligheid gestorven, den 26sten Hei 1C48.
Het bestaat uit drie Onze Vader* eu twaalf Weesgegroeten.
Men begint dit Kroontje met de aanroeping; âHeilig Kind Jezus, zegen o»s/quot; Vervolgens bidt men vóór elk Onze Vader: âEn het woord is Vleesch geworden.quot; Daarna alleen vóór het eerste der twaalf volgende Wees gegroeten de woorden ; ,,Eh het woord is Vleesch geworden en heefl onder ons gewoond.quot;
(300 dag. afl., Pius IX., 9 Ang. 1855.)
(Om den aflaat te verdienen, is het voldoende, dat men de drie Onzevaders bidt ter eere der H. Familie en de twaalf
-f ^
F
167
Weesgegroeten ter eere der twaalf jaren van Jezus' H. Kindsheid.
Aan deze korte aanroeping: ..Heilig Kind Jezus zegen ons!quot; zijn, wanneer men ze driemalen des morgens en des avonds herhaalt, nog afzonderlijk 40 dagen atl. verbonden.)
t, n i.
u
i-
If i
n
:t
s
'1 l
rvjYo^.
f
Novene vóór Kerstmis
Ter eere van het Jezukind.
Geheel [ontleend aan de werken van den H. Alphonsus de liouoei.
EERSTE DAG.
Jezus in de wereld arekomen lt;»in den wil te volbrenjren van zijnen henielsclien Vader.
âIk hen van den hemel nedergedaald, niet om mijnen ivil te doen, maar den ivil des Vaders, die Mij gezonden heeft.quot;
Joau. VI., 38.
Teer geliefd Kinci, mijn goddelijke Verlosser, daar Gij van den hemel zijt nedergedaald, oin ü geheel aan mij te schenken, wat moet ik dan verlangen en zoeken op aarde en in den hemel dan
f
â 169 â
U, miju opperste goed, mijn eenigen sc]iat eu het pai-adijs der zieleu ?
Wees dan de eenige, die mijn hart bezitten zal, eigen liet U geheel toe: dat mijn hart slechts gehoorzame aan U, en zoeke te behagen alléén aan ü; dat mijn ziele niet zuchte dan naar U en geen ander erfdeel verlange dan U ! Laat anderen de goederen eu het gewin dezer wereld najagen, laat zij er van genieten, indien er buiten U eerig waar genot mogelijk is; wat mij aanbelangt, ik wil, dat Gij, en Gij alléén zijt heel mijn bezitting, mijn rijkdom, mijn vrede en mijn hoop in dit leven en in eeuwigheid !
Hier is mijn hart, ik geef het U geheel : het behoort mij niet meer. het behoort U! Toen Gij ter wereld uw intrede deedt, toen hebt Gij uwen eeuwigen Vader heel uw eigen wil aangeboden eu weggeschonken, zooals Gij ons zegt door den mond van uw profeet: âHeel den inhoud van het hoek getuiyt van Mij, dat ik uwen wil zal doen.quot; (1) Ik breng U
(1) Ps. XXXIX,. 8.
170 â
lieden eveneens, U, die mijn Zaligmaker zijt, heel mijn wil ten offer; eenmaal was hij in opstand tegen U, door hem heb ik ü beleedigd ; maar heden, van ganscher harte het slecht gebruik ervan betreurend, wijd ik hem zonder voorbehoud ü toe. Heer, zeg mij, wat Gij van mij vraagt; ik ben bereid, om alles te doen wat Gij wilt. Beschik over mij en al wat mij toebehoort, zooals Gij het goedvindt; ik aanvaard alles, ik onderwerp mij aan alles. Ik weet, gij verlangt niets anders dan mijn hoogste goed; ik leg dus heel mijn ziel in uwe handen. Help haar door uwe barmhartigheid, bewaar ze, geef dat zij de uwe zij voor altoos en zonder voorbehoud, daar Gij haar hebt vrijgekocht voor den prijs van uw Bloed. 0 Maria, help mij den wil Gods volbrengen!
Jliju Jezus, wordt geboren in mijn hart 1
1
L
â 171 â TWEEDE DAG.
Jezus, frehocl de onze.
Willen wij, dat God zich geheel schenkt aan ons, dan moeten ivij ons geheel schenken aan God.
Mijn Jezus, indien liet waar is, wat de wet ons zegt: dat men eigendom verkrijgt door schenking, dan behoort Gij mij toe, daar uw Vader U aan mij geschonken heeft: voor mij zijt Gij geboren, aan mij zijt Gij gegeven: âEen kind is ons geboren.quot; â zegt de profeet â âeen Zoon is ons geschonken.quot; (I) Ik kau dus zeggen: Mijn Jezus en mijn al! Ja, omdat Gij mij toebehoort, hooren ook uwe goederen mij toe. Uw Apostel verzekert het mij: ,, Waarom zou Hij, terwijl Hij Jezus gaf, tegelijk met Hem ons niet alles hebben gegeven?quot; (2) Uw Bloed behoort derhalve mij, uw verdiensten mij, uwe genade mij, uw Paradijs
(1) Is., IX.. 6. (2) Rom. VIII. 32.
acafc-w___
â 172 â
mij. En iudien Gij mijn eigendom zijt, wie zal U ooit van mij kunnen scheideu ? âNiemand kan mij mijn God ontvoovenquot; zoo zal ik U toespreken met do liemel-sc.lie verrukking van St. Antonius, abt.
1 k dank U, o eeuwige Vader, dat Gij mij uw Zoon gesclionkeu hebt; en omdat Gij Hem geheel gegeven hebt aan mij, zoo vol ellende, wil ik mij geheel geven, aan U. Ter liefde van dien aanbiddens-waardigen Zoon, neem mij aan, o God, en hecht mij aan mijn Verlosser met liefdebanden vast, maar hecht mij vast zóó nauw, dat ik mag uitroepen met den Apostel: Wat goed ter wereld zal mij nog scheiden van mijn Jezus? En Gij, mijn Verlosser, weet. dat, indien Gij geheel de mijne zijt, ik geheel de uwe ben; beschik over mij en over al het mijne naar uw goedvinden. Ach! hoe zoude ik iets kunnen weigeren aan God. die niet weigerde, voor mij bloed en leven ten offer te brengen ?
O Maria, mijne Moeder, ik wil mijzel-ven niet meer toebehooren, neen ik wil toebehooren aan mijn goddelijken Meester;
â 173
maar het staat aan U te zorgeo, dat ik Hem trouw blijf: op U stel ik mijn vertrouwen!
Mijn Jezus, word geboren in mijn hart!
DERDE DAG.
Jezus, bedroefd hi j het zien onzer l'outen.
Van het eerste oogenhlik van zijn bestaan, zag Jezus voortdurend eiken misslag van ieder onzer en elk dezer misslagen deed Hem nameloos wee.
Mijn welbeminde Jezus, ik ben uwe genaden niet waardig, daar ik U be-leedigd heb; maar door de verdienste van het lijden, dat Gij bij het zien mijner zonden en bij het voldoen daarvoor hebt doorstaan en God opgedragen, geef mij slechts een straaltje van het licht, dat toen de boosheid ervan ü kennen deed, en slechts een weinig van den afschuw, die er LI toen voor bezield heeft. O mijn Verlosser, het is dan waar, dat ik ieder
â 174 â
oogenblik van uw leven vóór uwe geboorte zelfs, de beul geweest beu van uw Hart, een wreeder beul dan al degenen, die u gekruisigd hebben! En dat lijden lieb ik vernieuwd en verzwaard, zoo dikwerf als ik U lieb beleedigd! Heer, Gij zijt gestorven om mij te redden ; maar uw dood is voor mijne zaligheid nog niet voldoende, als ik mijnerzijds geen waarachtig leedwezen heb over de beleedigingen, die ik U heb aangedaan en als ik ze niet meer dan alles verfoei.
Maar ook di\t is een genade, die ik van TJ te wachten heb: ik vraag ze U om al het lijden, dat Gij op aarde hebt doorgestaan; geef mij droefheid over mijne zonden, en een droefheid, die maat houdt met mijne boosheid. Mijn Jezus help mij bij de akte van berouw, die ik heden ga stellen: o eeuwige Vader, opperst en oneindig Goed, aardworm, die ik ben. ik heb de vermetelheid gehad, om U te beleedigen en uwe genade te verachten; ik haat en verzaak meer dan alles den smaad, waaraan ik mij jegens ^
'Wr-
] 75
U heb schuldig gemaakt; ik heb ev be-rouw over uit het diepst mijns harten, niet zoozeer om de hel, die ik er door verdiend heb, als wel om de beleediging, die ik U heb aangedaan. Eindelooze Goedheid, ik vertrouw door de verdiensten van Jezus Christus, dat Gfij mij zult vergeven en tegelijk met de vergiffenis de genade van ü te beminnen. Ik heb U lief, o oneindige beminnenswaardige God en ik wil het zonder ophouden herhalen: ik heb U lief, ik heb U lief, ik heb U lief! En met de H. Catharina van Genua, uw beminde dienaresse, zal ik U zeggen; âNeen, Heer, geen zonden meer, neen, geen zonden meer!quot;
O mijne goede Moeder Maria, geef mij, de dagen die nog resten, te leven in de liefde Gods!
r
O mijn Jezus, word geboren in mijn hart!
! i
____
â 176 --
VIERDE DAG.
Jezus, kind srewordcn uit liefde lot ons.
O menseh. zie met ivat liefde uw teedere Verlosser van den heemel is nedergedaald om U te zoeken. Hoort gij zijn kinderkreten niet? Nauwelijks geboren, wendt Hij Zich reeds tot u ; luister, want Hij roept u toe door zijn schreien: ziel, ziel, o mijn ziel â- schijnt Hij te spreken -wat heb Ik u lief, wat zoek Ik naar u; voor u, om uire liefde te verwerven, ben Ik uil den hemel op aarde gekomen.
0 mijn Jezus, mijn Opperheer en waarachtige God, wie heeft U er toe gebracht om van den Hemel neder te dalen en geboren te worden in een grot, wie anders dan uwe liefde voor de men-schen? wie heeft ü weggerukt uit den schoot van uw eeuwigen Vader en U neergelegd in een kribbe? Wie heeft U bewogen, uw troon, boven alle andere verheven, te verlaten om een stroobed
te kiozen tot leger ? Wie lieeft ü midden uit de engelenkoren gevoerd, om U een plaats te geven tusschen twee dieren?
Gij doet de Serafs gloeien van een heilig vuur, en zie, Gij-zelf quot;beeft van koude in dezen stal! Gij geeft aan de hemelen en de zon hun beweging, en Gij zelf kunt niet van uwe plaats, zonder dat men ü draagt op de armen! Gij scliaft voedsel aan menscnen en dieren, en Gij hebt, om het leven te beliouden, behoefte aan een weinig melk! Gij zijt de jubel des hemels, en ik hoor U schreien en kermen! Zeg mij: wie heeft U tot zoo groote ellende gebracht? Ach de liefde voor de menschen! â O beminnelijk Kind, wat kwaamt Gij doen op deze aarde? Wat kwaamt Gij er zoeken? O, ik versta II: Gij kwaamt sterven voor mij, om mij te verlossen van de hel; Gij kwaamt mij zoeken, mij, verloren schaap, opdat ik in de toekomst mij nooit meer van U verwijderen en U liefhebben zou.
O Jezus, mijn schat, mijn leven, mijn liefde, mijn al, als ik ü niet liefheb.
1
-- 178 â
wien zal ik dan liefhebben? Waar zal ik een Vader vinden, een vriend een bruidegom, beminnelijker als Gij, eu die meer mijn geluk liecft gezocht dan Gij? ik bemin IT, o mijn God, ik bemin U, mijn eenig goed! Het doet mij leed. dat ik zooveel jaren lang geleefd heb, niet alleen zonder U te beminnen, maar U nog beleedigend en verachtend. Vergeef mij, mijn welbeminde Zaligmaker: het berouwt mij ü zoo te hebben behandeld en het berouwt mij van ganscher harte. Vergeef mij en schenk mij de genade, mij niet meer van ü te scheiden.
O teedere Moeder Maria, mijne voorspreekster, smeek uw goddelijk Kind voor mij om vergeving en een heilige volharding tot den dood !
O mijn Jezus, word geboren in mijn hart!
VIJFDE DAG.
Het Kiudekeu Jezus vraagt ons hart.
Daar zijn menschen die als de heilige grijsaard Simeon het goddelijk Kind
17;»
1
f
zouden willen dragen op hmne armen; welnu, het geloof leert ons, dat ivij in de 11. Communie niet alleen op onze armen maar zelfs in ons hart ontvangen denzelfden Jezus, die nederlay in de kribbe van Bethlehem.
Heer, wat staat mij te vreezen? Moet ik niet al mijn vertrouwen stellen op IJ, die geboren zijt, alleen om mij te redden? Ja, op U stel ik alle vertrouwen, mijn God en Zaligmaker. En wat sterker bewijs uwer barmhartigheid kondt Gij mij geven, mijn beminnelijke Verlosser, om mij maar te verplichte op U mijn vertrouwen te stellen, dan ü zeiven te geven aan mij ? O teeder Kind, wat berouwt het mij, ü beleedigd te hebben! Ik heb U doen schreien in Bethlehem's stal, maar, wijl ik weet, dat Gij daar kwaamt om mij te zoeken, werp ik mij neder aan uwe voeten ; en al zie ik U zoo vernederd in deze kribbe liggen op een handvol stroo, ik erken U als mijn Koning en mijn Opperheer. Ik begrijp dat Gij door uw kinderlijke kreten mij noodigt,
__
â 180
!
om U te beminnen: âGij zult den Heer, nnxn God liefhebben uit heel uw hart.quot; (1) En ik, ik antwoord; Ach! mijn Jezus, als ik II niet liefheb, ü, die mijn Heer zijt en mijn God, vvien zal ik dan liefhebben'? Gij verklaart, geheel aan mij te behooren, wijl Gij geboren zijt, om IJ geheel aan mij te schenken. En ik zou weigeren geheel te behooren aan U ? Neen, mijn teer beminde Heer, ik scheuk mij geheel aan U en heb II van ganscber harte lief. Ja, ik heb U lief, ik heb U lief, ik heb ü lief, o mijn opperste goed, mijns harten eenige liefde ! Neem mij heden aan, ik smeek er U om, en laat niet toe, dat ik ooit ophoude U te beminnen.
O Maria, mijn zoete Koningin, ik bezweer II bij de vreugde, die gij smaaktet, toen uwe oogen bij zijne geboorte voor het eerst uw goddelijke Zoon aanschouwden, toen gij in uw armen Hem mocht drukken aan uw moederhart, bid Hem, dat Hij het offer, dat ik van mij zeiven
(1) Matth., XXIL, 37.
181
maak, toch aanvaarde en mij voor altoos aan Zicli verbinde door de gave zijner heilige liefde.
O mijn Jezus, word geboren in mijn hart! ZESDE DAG.
Opdracht van Jezus' verdiousicu aan (Joil.
Wij hebben God beleedicjd; tv ij verdienen veroordeeld te worden ten eeuwigen dood; de cjoddelijke Rechtvaardigheid eischt met recht voldoening. Wat te doen ? Wanhopen? O neen, laten wij aan God, dit teeder Kind opdragen, dat zijn Zoon is, en Hein met vertrouwen zeggen:
Hemelsche Vader, ik beu een ellendige zoudaar, de hel waardig; helaas! ik kan U niets aanbieden tot voldoening voor mijne zonden ; maar ik offer U de tranen, de smarten, het Bloed, den dood van den onschuldigen Jezus, uwen Zoon, ik vraag U door zijne verdiensten om barmhartigheid. Had ik dit goddelijk Kind niet, om
al___ _ .
182 â
r
U te offeren, dan was ik verloren, dan was er voor mij geen lioop meer; maar Gij hebt Hem aan mij gegeven, opdat ik door Hem aan U op te dragen, weer hopen mocht op zaligheld. Hoer, mijn ondankbaarheid is wel groot geweest, maar nwe barmhartigheid is nog grooter. En wat grooter barmhartigheid kon ik van U verwachten, dan die Gij mij bewezen hebt, door mij uw goddelijken Zoon als Verlosser te geven en als zoenoffer voor mijne zonden? Om de liefde dan van Jezus Christus, vergeef mij; het doet mij leed uit geheel mijn hart, dat ik (J mishaagd heb, o einde-loozo Goedheid! Om de liefde ook van Jezus Christus verleen mij de heilige volharding. Ach mijn God, indien ik TT nog beleedigde, nadat Gij met zooveel geduld op mij gewacht hebt, nadat Gij mijn verstand zoo hebt verlicht en mij met zooveel liefde vergeven, verdiende ik dan geen hel, voor mij alléén geschapen? Genade mijn Vader! Laat niet toe, dat ik mij ooit van U scheide! Ik herhaal dit gebed en wil het herhalen tot den
__
â 183 -
laatsten snik van mijn leven: Laat niet toe, dat ik mij ooit van U scheide! Mijn Jezus, o zoet Kindeken, hecht mij aan U door de banden van uwe liefde ; ik heb U lief en wil U eeuwig blijven liefhebben. Laat niet toe, dat ik mij ooit van U scheide!
Ook U bemin ik mijn goode Moeder Maria, bemin mij eveneens en verkijg-mij als onderpand uwer liefde, de genade, dat ik nooit ophoude mijn God te beminnen
O mijn Jezus, word geboren in mijn hart!
ZEVENDE DAG.
Jezus, te weinig' bemind.
Om ons te verplichten Hem te he-minnen, heeft God de belangen onzer zaligheid niet aan een ander willen toevertrouwen, maar Hij heeft door mensch te roerden Zich geivaardigd, zelf ons te komen vrijkoopen.
âO altoos hrandend vuur,quot; zoo wil ik
- 184 -
spreken niet den H. Augnstiuns. ..zet onze harten in gloed!quot; O Yleesch geworden Woord, Gij zijt menscli geworden, om in ons het vuur te ontsteken der goddelijke liefde; hoe liebt Gij toch zooveel ondankbaarheid kunnen aantreffen in de harten der menschen? Niets hebt Gij gespaard om U bij hen bemind te maken; Gij zijt zoover gegaan, dat Gij leven en bloed voor hen hebt opgeofferd; waarom dan weerstaan zij aan zooveel liefde? Weten zij 't niet, wat gij ten hunnen voordeele gedaan hebt? O zeker, zij weten 't zoo goed en gelooven: het geschiede ter liefde van hen, dat Gij kwaamt nederdalen van den hemel, ü omkleeden met het menschelijk lichaam en U zeiven belasten met hunne ellenden, dat Gij een leven hebt willen leiden, vol smarten, en een dood sterven, vol smaad; hoe is het dan mogelijk, dat zij na dit alles, nog leven zonder zelfs aan IJ te denken ? Zij beminnen hun verwanten, zij beminnen hun vrienden zij beminnen zelfs hun dieren; als zij van een dier eenig teeken van gehechtheid
185 â
t
\
ontvangen, blijven zij niet in gebreke het te beloonen ; zij zijn dan alleen jegens U zoo verstoken van alle gevoel en erkentelijkheid? Helaas! terwijl ik klaag over de ondankbaarheid der menschen, beschuldig ik mij zeiven. Maar uwe liefde geeft mij moed; ik weet, dat zij mij zoo lang verdragen heeft, om mij te vergeven, en te vervullen van uwe liefde indien ik slechts berouw wil toonen en U liefhebben. Ja, mijn God. ik wil berouw toonen, ik wil U liefhebben. Ik wijd U mijn hart, ik geef het U met al de kracht van mijnen wil. Ontvlam het door uw heilige liefde en geef dat het voortaan niets meer beminne dan U, oneindige goedheid, een oneindige liefde waardig. Ik bemin U, mijn Jezus, ik bemin U, mijn opperste Goed, ik bemin U, eenige liefde mijner ziel!
O Maria, Moeder der schoone liefde, verwerf mij de genade, mijn God te beminnen ; van U alleen hoop ik dit.
O mijn Jezus, word geboren in mijn
1 hart!
â 18G â
ACHTSTE DAG.
Jezus jraal geboren worden.
Vereenigen wij ons met Maria en Jozef, en vergezellen icij met hen den Koning des hemels, die gaat géboren worden in een grot, en zijn eerste intrede zal doen in de wereld als het armste en meest verlaten kind, dat ooit onder de vienschen gehoren werd.
Ik weet, o mijn beminnelijke Zaligmaker, dat de Engelen des liemel U op dezen tocht iu grooten getale vergezellen; maar wie onder de bewoners dei-aarden begeleiden U? Xiorr.aiid dan Maria en Jozef zie ik. Mijn Jezus, vergun, dat ik mij bij hen aansinite, om U te volgen. Ach, ik ben zeer ondankbaar jegens ü geweest! Nu zie ik in, hoe groot mijn beleedigingen waren: Gij zijt van den hemel nedergedaald om mij op aaide gezelschap te honden, en ik heb zoo dikwerf de ondankbaarheid gehad, om U te verlaten door mijn zonden! O mijn
187 -
f
J £/
P
r a t i.
J n u e o u
goddelijke Meester, als ik bedenk, dat, ik, om aan mijne zondige neigingen te voldoen zoo dikwijls mij van U heb afgescheiden, vaarwel-zeggend aan uwe vriendschap, dan zou ik daar van smart om willen sterven. Maar Gij zijt gekomen, om mij te vergeven; vergeef mij dan, nu ik het van ganscher harte betreur, dat ik U zoo dikwerf veracht heb en verlaten; ik ben vast besloten en hoop, met uwe genade, mij nooit meer van U te scheiden, o mijn eenige liefde! Ja, mijne ziel is gewond van liefde tot U, o minnelijk Jezukind! Ik bemin ü, mijn goede Verlosser, en wijl Gij op de wereld gekomen zijt, om mij te redden en uwe genaden mij mee te deelen, ziehier dan de eenige genade die ik U vraag: geef dat ik mij nooit meer losscheure van U; houd mij gevangen, houd mij vast-gekluisterd aan TJ door de zoete ketenen uwer heilige liefde. Ach, mijn Verlosser en mijn God, wie zou IT nog kunnen verlaten en leven zonder U, beroofd van uwe genade!
O Maria, ik kom U gezelschap houden
â*
S8 â
op uwe reis naar Bethelehem ; houd dan uwerzijds, o mijne moeder, niet op, mij te ondersteunen op de reis die ik maak naar de eeuwigheid; sta mij altoos bij, maar bijzonder op liet einde van mijn leven, als ik zal komen aan dat laatste oogenblik dat zal beslissen, of ik zijn zal altijd bij U, om Jezus in den hemel te bemminnen, óf altijd verre van U, om Jezus te haten in de hel. O mijn Koningin, red mij door uwe tusschen-komst. Gij zijt mijne hoop, van U verwacht ik alles.
O mijn Jezus, word geboren in mijn
hart!
NEGENDE DAG.
Jezus' Geboorte.
Sta op, getrouwe ziel: Jezus noodir/t U dezen nacht, om zijne voeten te komen kussen. De herders, die Hem kwamen hezoeken in Bethlehem's stal brachten Hem hun geschenken: gij moet Hem ook de uwe brengen. â Wat dan zult gij
â â
189
Hem aanbieden? â Luister: het aan-genaamst yescheiik, dat gij Jezus kunt aanhiecleti, is een berouwvol en beminnend hart. Dit zijn derhalve de gevoelens, die gij Hem moet uitdrukken:
Heer, ik zou, daar ik mij met zonden zie bezoedeld, den moed niet hebben, tot U te komen; maar, mijn Jezus, omdat Gij mij met zooveel goedheid uitnoodigt en mij roept met zooveel liefie, wil ik aan de zoete nitnoodiging niet weerstaan, die Gij U gewaardigt te doen.
Maar ik beu uiterst arm, ik heb niets om U aan te bieden dau mijn ellendig hart, en dat hart breng ik U. Het is waar, het heeft U vroeger beleedigd, maar nu is liet van droefheid doordrongen eu ik offer het U van leedwezen vol. Ja, aanbiddelijk Kind, het berouwt mij, dat ik U beleedigd heb. Ik beken het. ik ben die wreedaard, die verrader, die ondankbare, die ü zooveel lijden veroorzaakte, die U zooveel tranen schreien deed in Bethlehem's stal, maar 3 tranen zijn mijne hoop, Ik beu een
f
ii
ii
t
'i i t
7
190
zondaar, vergiffenis niet waardig; maar ik kom tot U, die, God, een kind geworden zijt, om mij te vergeven. O eeuwige Vader, indien ik de hel verdien, geef dan acht op de tranen van uw onschuldigen Zoon, die U voor mij om vergiffenis vraagt. Gij weigert niets aan de heden van Jezus Christus; verhoor Hem dan, wijl Hij U voor mij om vergiffenis smeekt, en wel in dezen nacht, nacht van blijdschap, nacht, van zaligheid, nacht van vergeving. O mijn Jezu-kind, van U hoop ik de vergiffenis mijner zouden; maar die vergiffenis is mij niet voldoende; dezen nacht schenkt Gij aan de zielen groote genaden, ook ik verlang een groote genade, de genade van U te beminnen. Heden, nu ik kom knielen aan uwe voeten, doorgloei mij nu geheel en al van uwe heilige liefde, en hecht mij aan U; maar hecht mij zc'ió aan U, dat ik mij van U niet meer losscheuren kan. Ik bemin TJ, o mijn God, Kind geworden voor mij maar ik bemin U zoo weinig; ik wil U vurig beminnen en Gij moet zorgen, dat het zoo zij. Ik kom
â 191 â
ü de voeten kussen en mijn hart brengen, ik laat het bij II en wil niet, dat het nog: langer mijn eigendom zij. Verander het, en houd het voor altijd. Geef het mij niet weder: want, als Gij het mij teruggeeft, dan vrees ik, dat het ü op nieuw beleedigeu zal.
O Maria, gij zijt de Moeder van dit goddelijk Kind: ik leg dus mijn arm hart in uwe handen; bied het Jezus aan. Als gij zelve het Hem aanbiedt, dan zal Hij het niet weigeren. Bied dan mijn hart aan Jezus, o mijne Moeder, en bid Hem, dat Hij het aanvaarde!
O mijn Jezus, word geboren in mijn hart!
I
Aflaat aan de novene vóór Kerstmis verliomlen.
Zij die vóór het feest van Kerstmis door het verrichten van goede werken, gebeden, of oefeningen van deugden, met een rouwmoedig hart, een novene houden, verdienen 1° eiken day der novene een aflaat van 300 dagen. 2° voor de geheele novene een vollen aflaat op Kerstdag of
192
onder het octaaf, mits men rouwmoedig biechte eu daarna commuuiceere eu bidde tot intentie van Z. H. den Paus.
(Pius VII., 12 Aug. 1815.)
Men kan, op welken dag der novene ook, biechten en commnniceeren en tècli den vollen aflaat verdienen, mits men de novene ten einde brenge.
(Verklaring gegeven door Pius VIII., uitgevaardigd door de Congregatie der Aflaten, i» Juli 1830.)
Men kan dezelfde aflaten ook nog verdienen op een anderen tijd, eenmaal 'sjaars, wanneer men op boven gemelde wijze een novene houdt ter eere van het Kindeke Jezus.
Ofschoon voor deze novene geen bi-zondere oefeningen zijn voorgeschreven, bevelen wij toch daarvoor bovenstaaude gebeden van den H. Alphonsus ten warmste aan.
f
I
Gebeden onder het Lof.
Bij het uitstellen van het Allerheiligste.
Lol'zana: ADOUO TE. (van St. Thom. v. Aq.)
'k Bid, verborgen Godheid, U deêmoedig aan,
Onder deez' gedaanten waarl\jk schuilgegaan, 'kGeef voor U my fonder mee verstand en al.
Daar ik, U aanschouwend, macht'loos nederval.
In U worden oogen, smaak en tast misleid,
Maar ook 't enkel hooren biedt geloofbaarheid, Wat Gods Zoon verkondde, neem ik willig aan, Boven 't woord der Waarheid kan geen waarheid
[gaan.
Ging aan 't Kruis de Godheid voor den blik teloor, Hier toont van de Menschheid mede zich geen spoor. Beiden tóch geloovend, en belijdend mee,
Slaak ik met den Moorder rouwvol de eigen beê.
'k Mag geen blik als Thomas - in uw wonden
fslaan,
Maar roep tóch geloovig als mijn God U aan;
Plant m\j dat gelooven altoos vaster in.
Strecv' naar U mijn hope, naar U 'sharten min.
9
â 194 â
O liorin'ringsteekcn v;»n dos 'sHeeren dood, Levend, en het mensclidom leven schattend Brood, Geef toch, dat ik leve van nw levenskracht, En steeds on verzadigd, naar nw zoetheid smacht'.
Pelikaan vol liefde, (!ij Heer Jezus goed. Was mij, zoo vul smetten, smct'loos in uw Bloed, Dat, waar' 't ook één druppel, 't gansche wereld-
[rond
Van zijn zondeschulden tot de laatste onthoud.
Jezus, die 'k omhuld, slechts, hier aanschouwen mag, O moog 't eens'geschieden 'k reikhals naar dien
[dag! â
Dat ik U, ontsluierd, blikke in 't Aangezicht, En mij zalig staroog' aan uw glorielicht. Amen.
V. Hij heeft lam het Brood des Hemels gegeven.
R. De mensch hoeft het Brood der
LATEN WIJ BIDDEN.
Geef, o Heer, dat wij altijd ontzag en tevens liefde hebben voor uwen heiligen Naam, omdat gij nooit ophoudt te bestieren, die Gij in de dunrzaam-heid uwer liefde bevestigt. Door Christus, onzen Heer. Amen.
195
Aanbidding. (Naar den H. Alphonsus.)
O minnelijke Jezus, als ik ü hier aanschouw in het Geheim uwer liefde, dan is het mij, of ik met de H.H. Driekoningen lig neergeknield voor uwe kribbe, waar Gij als eeu schreiend Kindeken neerlaagt op een handvol stroo. Maar, lieve Jezus, ik heb voor U goud, wierook, noch mirre, zooals de H.H. Wijzen uit het Oosten. Ja, ik ben arm aan het goud der liefde, want ik heb tot heden de schepsdeu vaak meer liefgehad dan U oneindig- Beminnenswaardige; ik ben arm aan den wierook des gebeds, daar ik zoo zelden tot U kom, om met U, mijn hemelschen Vriend, te spreken over de belangen mijner ziel; ik ben arm aan de mirre der versterving, want in plaats van mijne lusten te dooden in mijn binnenste, heb ik zoo dikwerf door het toegeven aan mijne hartstochten uwe eindelooze goedheid beleedigd. Ach Jezus, Koning der liefde, hier zoowel als in Bethlehem's stal een Koning, die niemand verblinden zult door uw luister, maar X
__tâ
196
allen tot uw trekken door uwe liefde en vernedering, wat zal ik, arme, U aanbieden ? Maar ik weet wat Gij verlangt: âKind, geef Mij uw hart,quot; zoo lioor ik U spreken van liet heilig altaar. Ik wil het U wel geven, liefderijke Jezus, maar verrijk het eerst met het goud der heiligste, vurigste, krachtdadigste liefde; verrijk het met den wierook der vurigste gebeden, verrijk het eindelijk met de mirre der christelijke versterving, die het lichaam doodt, om de ziel te doen leven voor U. Dan, Jezus, zal ik het U geven, hoe nietswaardig het dan ook nog zij in uwe oogen.
O Jezus, die de H.H. Koningen niet ongetroost hebt laten heengaan, maar ze gezegend hebt om hunne gaven, zegen ook mij, daar ik U mijn arm hart met zijn goeden wil geheel en al opdraag. quot;Wel is het geen waardige gave, maar, rekenend op iiwe liefde, zal ik U toch niet laten heengaan voor Gij mij gezegend hebt als de Driekoningen.
Heilige Maagd Maria, die aan de H.H. Wijzen met zooveel liefde uw god-
__._
197
del ijk Kindeken getoond heb, toon Hem ook aan mij, zooals Hij is, hier in het H. Tabernakel, waar ik lig neergeknield als voor zijne kribbe, ja, toon Hem als het zachtmoedig Lam, dat wegneemt de zonden der wereld, als den goddelijken Vriend, die allen verhoort, die tot Hem komen. Amen.
De Knael des Heeren.
V. De Engel des Heeren heeft Maria geboodschapt.
R. Eu zij heeft ontvangen van den H. Geest.
Wees gegroet, enz.
V. Zie de dienstmaagd des Heeren. B. Mij geschiede naar uw woord. , Wees gegroet, enz.
V. En het Woord is Vleesch geworden. R. En het heeft onder ons gewoond. Wees gegroet, enz.
V. Bid voor ons, H. Moeder Gods. B. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
SCop-quot;
LATEN WIJ BIDDEN.
Wij bidden U Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij die door de boodschap des Engels de Menschwording van Christus, uwen Zoon, hebben leeren kennen, door zijn lijden en Kruis mogen gebracht worden tot de glorie der verrijzenis. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Salve Rcginii.
Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid, ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet! Tot U roepen wij, verbannen kinderen van Eva, tot U verzuchten wij, treurende en weenende in dit dal van tranen. Welaan dan, onze voorspreekster, sla op ons uwe, zoo barmhartige oogeu en toon ons na deze ballingschap Jezus, de gezegende Vrucht uws lichaams.
O goedertieren e, o meêdoogende, o zoete Maagd Maria!
199
Verzucliting-en tot Jezus.
(Van den gelukzalige Henhicus Suso.)
0 mijn Jezus, mijne zoete liefde, zie mijne ziel kwijnt van verlangen naar U !
0 mijn Jezus, laat mij toch van liefde sterven, opdat ik mij nimmer lossclieure van U, mijn eenigste en opperste goed !
Duizend maal gelukkig liij, die U, allerzoetste Jezus, weet te dienen zooals Gij het verdient.
Allerbeminnelijkste Jezus, verander mijn arm hart in uw heilig Hart; dat de smarten, die Gij leedt, uw Hart vereenigen met het mijne, opdat ik uw Hart altoos beminnelijk vinde.
Bij liet g-evcn van den zeg-eu mei het Allerheiligste.
(Hier kloppe men driemalen rouwmoedig op de borst, zeggende:)
Spaar ons, o Jezus!
Verhoor ons, o Jezus!
Wees ons genadig, o Jezus!
200
Tot dankzeg'iiiiiï na liet Lol'.
Fsalm 116.
Looft deu Heer, alle geslacliteu looft Hem alle volkereu.
Want zijue barmhartigheid is over ons bevestigd en de waarheid des Heeren blijft in eeuwigheid.
Glorie zij deu Vader en den Zoon en deu H. Geest.
Gelijk het was iu den beginne en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Söü»ââ¢
1
GEMEEISCHAPPELIJRE HEBEDEK.
Dankgebed.
O goddelijk Kind, geef, dat wij in waarheid ü dankbaar zijn. Laat ons rijpelijk overwegen alle weldaden, die Gij ons bewezen hebt, en geef, dat wij al het goede naar waarheid aan uwe almachtige hand toeschrijven. Verleen ons een diep besef onzer nietigheid, die ons al uwe weldaden onwaardig maakt, opdat wij erkennen, dat wij ze alleen danken aan uwe genade en vrijgevigheid. Geef, dat wij IT prijzen als den Oorsprong vau alle goed en U daarvoor wederliefde schenken. Verleen ons voornamelijk de genade, uwe gaven zoo te gebruiken, als het C behaagt en ons tot zaligheid strekt, opdat wij U hier op aarde door ware deugd dienen, en daarboven door eeuwige lofprijzing voor uwe weldaden danken. Amen.
y Onze Vader, Wees gegroet.
ctSp-quot;'
202
l. Ocbcd lot het goddelijk Kind, als
onzen Verlosser.
V. Goddelijk Kind van Nazarfitli, met den diepsten ootmoed aanbidden wij ü, wij danken U voor uwe oneindige liefde, waardoor Gij onze Redder en Verzoener geworden zijt. Hoe ongelukkig zouden wij arme zondaars zijn, indien Gij U niet onzer erbarmd hadt en U-zelven als zoenoffer voor onze schuld gegeven! Geen dag in liet leven zou ons meer verkwikken, geen hoop in de ure des doods, geen Hemel aan gene zijde des grafs! Gij zijt echter vol ontferming als Redder neergedaald in liet dal van tranen, hebt willen liggen in een kribbe op wat stroo, om door uw heilige Menschwor-ding ons het geluk te schenken, weder kinderen Gods te worden.
R. Wij danken U, o- Jezus!
V. Gij werdt in het Vleesch onze Broeder, onze Vriend en Verzoener. Gij leerdet ons den waren weg kennen, om tot God te gaan, en gaaft zelf het voorbeeld, opdat wij in uwe voetstappen treden en ü navolgen zouden.
f
i
203
It. Wij daukeii U, o Jezus !
V. Aau het Kruis bracht Gij uw loven voor ons ten offer, en houdt niet op, nog dagelijks in de H. Mis U voor ons te slachtofferen tot Gij zult wederkomen.
E. Wij danken U, o Jezus!
Gij naamt onze schuld op U, en wischtet ze uit door uw liloed: Gij over-wont den dood, verbrijzeldet den scepter der hel, opendet ous den hemel, gaaft ons allen de macht, wederom Gods geliefde kinderen en erfgenamen des Hemels te worden.
E. Wij danken ü, o Jezus!
V. Ja, lof, roem en dank zij (J in alle eeuwigheid voor uwe liefde! Dat eerder duizendmaal ons hart breke dooiden dood, dan dat wij II, o goddelijk Kind, nog ooit door den ondank eener doodzonde, ja, ook maar van een enkele vrijwillige, dagelijksche zonde zouden beleedigen.
E. Zegen, o Jezus, onze goede voornemens !
V. ü alleen, willen wij beminnen.
k
204
U alleen toebeliooren in eeuwigheid; U willen wij navolgen in uwe hoogste deugd eu heiligheid: in uwe kinderlijke gehoorzaamheid, in uwen eerbied jegens uwe ouders, in uwe waren ijver en liefde voor Gods huis, in uw vlijt en arbeidzaamheid, in uw beminnelijkheid en goedheid, in uwen ijver voor de eer van God en het welzijn der medemenschen.
E. Zegen, o Jezus, onze vrome voornemens. Amen.
2. (icbed tot liet goddelijk Kind. als den fSlichter van het cliristelijk huisg-eziii.
V. Goddelijke Heiland, Gij zijt van den Hemel neergedaald, om ons, kinderen der menschen, door de genade dei-verlossing wederom tot kinderen Gods te maken. Gij hebt ons het licht dei-waarheid en den verloren schat der genade teruggeschonken. Gij hebt onzen vloek in den mildsten zegen veranderd.
E. Dank zij U voor uwe liefde.
V. Gij hebt bizonder het christelijk huisgezin geheiligd eu het weder tot de
205
waardigheid, waartoe God liet bestemde, opgelieveu: want Gij hebt het met den rijkdom uwer genade opgeluisterd, en U zeiven, uwe heiligste Moeder Maria en uwen Voedstervader Jozef als voorbeeld gesteld van het godgevallig huiselijk leven.
R. Dank en lof voor uwe liefde!
V. Zegen, o goddelijk üitdeeler dei-genaden, zegen onze huisgezinnen en laat in hen het beeld van uw H. Huisgezin te Nazareth steeds meer en meer zich afspiegelen.
R. Goddelijk Kind, door de voorspraak van Maria en Jozef, verhoor ons !
V. Laat in alle huizen ware godsvrucht en vroomheid, ootmoed en zachtmoedigheid, kuischheid en reinheid des harten wonen; geef dat ouders en kinderen dienstboden eu huisgeuooten als leden van één trouw Godsgezin in liefde en eendracht met elkander verbonden zijn en samenwerken tot wat edel is en goed.
R. Goddelijk Kind, door de vooraak van Maria en Jozef, verhoor ons !
206
V. Houd ver van onze gezinnen ergernis eu verleiding' van goddelooze men-sclien, slechte boeken ; en geschriften, slechte voorbeelden van de wereld en alle valstrikken van Satan. Laat alle hnisgenooten in ware onschuld eu godsvrucht U alleen dienen en met vrome zorg arbeiden aan het heil hunner zielen.
E. Goddelijk Kind, door do voorspraak van Maria eu Jozef, verhoor ons ! Amen.
3. (â cbed tot liet g-oddelijk Kind, als onzeu Gezel bij den arbeid.
Goddelijke Verlosser, slechts drie jaren wildet Gij het Evangelie prediken, daarentegen arbeiddet Gij tot uw dertigste levensjaar met uw H. Voedstervader in het stille huisje van Nazareth. Gij wildet in het zweet uws aanschijns door het werk uwer handen onzen arbeid verzachten, heiligen en zegenen en eene hoogere weiding en waarde er aan ver-leenen. O, waarom zouden wij, uw goddelijk voorbeeld volgend, niet gaarne Gods gebod, in het Paradijs gegeven.
I
207
vervullen. Waarom zou het ons geen vreugde zijn, in onzen stand te werken tot uwe eer, tot welzijn onzer dierbaren en tot ons eigen zielenheil! O ja, wij dragen U al onze vermoeienissen en lasten, al onze zweetdroppelen als een zoenoffer op. Neem dit alles als zoodanig genadig aan. Laat het tot aanbidding en lofprijzing uwer goddelijke Majesteit dagelijks tot uwen troon opstijgen.
R. Goddelijk Kind, door de voorbede van Maria en Jozef, verhoor ons!
V. Zegen onzen arbeid en onze zaken en geef ons daardoor een eerlijk verkregen bestaan.
R. Wij bidden U niet om rijkdom en overvloed, doch om het noodige levensonderhoud.
R. Goddelijk Kind, door de voorspraak van Maria en Jozef, verhoor ons!
V. Wend ziekte en ongeluk, rampen en onspoed genadig van ons huisgezin af. Bewaar en versterk onze lichamelijke krachten en geef ons sterkte van ziel, om trouw de plichten van onzen staat te vervullen.
(5^-'
__
208
R. Goddelijk Kind, door de voorspraak van Maria en Jozef, verhoor ons!
V. Ontferm U ook over onze verdwaalde medearbeiders, die door bedrie-gelijke beloften van de valsclie profeten verblind, in den arbeid niet meer Gods gebod, noch een weermiddel tegen de zonde en een bron van hemelsche verdiensten erkennen, doch er slechts een schande en slavernij in willen vinden. Verlicht hun verduisterd verstand, opdat zij de valstrikken hunner verleiders ontdekken en vluchten ; breng hen terug tot kinderlijk geloof en vertrouwen in God en tot boete en bekeering, opdat zij in hun zinneloos streven: zich hier reeds een hemel zoeken te scheppen, eenmaal het rijk uwer glorie niet in rui) behoeven te geven voor de hel. Amen.
(Jebed tot Maria, Moeder Gods en Kouiiigiii der Engelen.
Allerheiligste Maagd Maria, gedoog dat wij ons aan uwe voeten nederwerpen en hulde brengen, als aan de Moeder
__
209
van onzeu God. Ziedaar de glorierijkste en zoetste van alle titels. O, zoete Moeder van Jezus, wij wenschen u geluk met de vreugde, die gij ondervondt gedurende de negen maanden, dat Hij verborgen was in uwen schoot. O gelukkige Moeder, hoe groot was uwe blijdschap, toen gij Hem aanschouwdet bij zijue geboorte. Hem nioclit dragen in uwe armen. Hem drukken aan uw moederhart! Maar welke heerlijke vertroosting mocht gij ook genieten, onvergelijkelijke Moeder, toen de Engelen, de vorsten van het Hemelhof Hem met zulk een diepen eerbied en vurige liefde in de kribbe aanbaden! Gij overtreft hen in verdiensten voor God, want gij zijt de Koningin van alle heinelsche geesten, gij zijt de troon bij uitnemendheid van den Koning der Koningen; uw hart brandde altijd van liefde, zuiverder dan die der Serafs. Nochtans vermeerderde die hulde van de geesten des lichts de glorie van uwen Zoon en dit was genoeg om uwe dankbare liefde op te wekken. De heilige Engelen gevoelden zich toen gedwongf
1^5)®
If
ook uwe grootlieid tegelijk met die van Jezus te verheerlijken. Zij prezen als om strijd den verheven titel van Moeder Gods, en hot hart van Jezus juichte het loflied toe, dat zij eenparig u zongen.
à Moeder des Verlossers, ook onze Moeder, in naam van al deze heilige geneuchten, van al die onbeschrijfelijke verrukkingen, smeken wij u, verlos ons van alle smetten der zonde. Verkrijg ons de onschuld en vorm ons hart tot deugd. Wij vereenigen ons met de heilige Engelen, om n te zegenen. Verzeker gij ons dan hunne bescherming: dat zij door u aangemoedigd, ons helpen, de bekoringen van de geesten der duisternis af te slaan, dat zij ons leeren op aarde een heilig leven te leiden, dat wij door n en hen worden bijgestaan in de ure des doods, en verdienen met dezelfde glorie te worden gekroond in den hemel. Amen.
1
NOVENE VOOR HET FEEST VAN DEN ZOETEN NAAM JEZUS.
(Ontleend aan de werken der eerhiedw Margaeetha vau liet H. Sacrament.)
0|gt; den vooravond vau liet leest.
âGij zult Hem Jezus uoemeu,quot; zeide een hemelsche stem. O eerbiedwaardige Naam, vooi' wien alle knieën zidi buigen, in den Hemel en op aarde! Door dien Naam zal de wereld verlost worden, in Hem zullen alle volken ziek verhengen.
Dat op den vooravond van dit feest al onze gebeden en werken er opgericht zijn om den vrede en het geluk te zoeken in de aanbidding van den goddelijken Naam Jezus.
GEBED.
O heiligste en zoetste aller namen, C
__^2®
212
U zoekt mijn hart te verheerlijken, IJ, Naam van mijn Jezus, Naam van mijn Heer en mijn God! O Jezus, wellust des Hemels en glorie der aarde, Gij, zoo machtig en zoo barmhartig, Gij, wiens hart van de zuiverste en vurigste liefde voor ons brandt. Gij zult mijne stem hooren, Gij zult uw oor leenen aan mijn smeeken, Gij zult mij verhooren, hoe zondig ik ook ben. Gezegend zij dan uw heilige Naam, o Jezus, Naam, die mij versterkt iu het leven, en die mijn geluk zal zijn in het uur des doods. Amen.
I)c Zondag- van het feest.
De Verlosser nauwelijks te Bethlehem geboren.
Ik sla mijne oogen op de kribbe: daar rust de Verlosser der wereld, daar onderwerpt Zicli het goddelijk Kind aan de armoede! Een engel verkondigt Hem aan de herders: Gaat naar Bethlehem, zegt hij, want het uur der verlossing heeft geslagen; gaat er een kind aanschouwen,
213
rustend in een kribbe en in armelijke doeken gewikkeld; gaat: Israels Koning verblindt u niet door zijn majesteit; zooals gij Hem daar liggen ziet, is Hij werkelijk de zachtmoedige Vredevorst.
GEBED.
O Jezus, dat de stralen uwer goddelijke genade mij verlichten, om met de herders mij te spoeden naar den stal, waar Gij voor mij lijdt, liggend op een handvol stroo. Geef, dat ik met vreugde en een hart vol van liefde, U in dit nederig verblijf de weinige vruchten aanbiede, die ik tot heden van mijn goede werken heb kunnen plukken: van dezen dag af hoop ik ze te zien aangroeien onder de werking uwer heilige liefde. Amen.
Maandag.
Jezus' eerste tranen. Gij weent, o mijn Jezus.....Gezegend
214
die heilige traneu, het eerste liefdeblijk van dat hart, dat eenmaal ook deu laatsten druppel bloed zal geven voor onze zondige zielen. Kostbare tranen, vliet neder op mij, armen zondaar, en wascht mij rein van alle smetten.
GEBED.
O mijn Verlosser, mogen die tranen, zoo warm, het ijs doen smelten rondom mijn hart opdat het, gezuiverd door dat heilige vuur, 't welk de hemelgeesten verteert, eindelijk eens een waardige woonplaats voor U worde. Treed er binnen, o Jezus, verlaat uw kribbe en breng voor mij mede een ware godsvrucht, opdat ik een echt christelijk leven leide. (jij zijt nog niet de schrikbarende Rechter, die eens de menschen zal komen oordeelen, neen. Gij zijt nog een beminnelijk en liefdevol Kind! Daarom neem ik met vertrouwen mijne toevlucht tot ü, om uwe heilige genade te verkrijgen, al ben ik die nog zoo onwaardig. Amen.
SlOteâ.
215
Dinsdai
üe Besnijdenis van Jezus.
God heeft gewild, dat de zoon des Menschen Zich aan de wet der Besnijdenis onderwierp, om ons het voorbeeld der gehoorzaamheid te geven en te bewijzen, hoezeer Hij deze deugd op prijs stelt.
Nauwelijks acht dagen zijn er ver-loopen sinds de geboorte van het goddelijk Kind, en reeds vergiet Hij zijn onschuldig Bloed.
GEBED.
Gij noodigt mij tot ü, o zoete Jezus, mij toesprekend: Kom nader. Ik wil u zegenen, bij de hand heenleiden door alle moeilijkheden en smarten van dit korte leven tot aan de poorten der Eeuwige Stad, waar het geluk der uitverkorenen eeuwig duren zal.
Ik kom o mijn Jezus: ik vernam uwe uitnoodiging en wil er gaarne gehoor aan geven. Goddelijk Kind, gewaardig U,
.1
_____
216
mij bij de hand te nemen en al mijne schreden te besturen. Wanneer zij geleid worden door U, zal ik geen gevaar loopen te verdwalen, in uw gezelschap, zal ik den weg vinden naar het verblijf der gelukzaligen, waar ik uwen heiligen Naam zal zegenen in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
AVoensdaff.
Jezus door de Wijzen aai/heden.
O beminnelijk Kind, zoo arm en toch zoo rijk! Eerst komen arme herders Het aanbidden, daarna machtige koningen Hem vorstelijke hulde bieden. De,, ster, die hen geleidt, verkondigt den vrede aan de menschen, die van goeden wil zijn. O, mooht zij ons ook aan de voeten van Jezus voeren ! Onderwerpen wij Hem ons Hart, opdat Hij het gewaardige te versterken door zijne heilige genade. Dan zal noch armoede, noch rijkdom ons ooit van Hem verwijderen.
217
if U
r
GEBED.
O mijn Jezus, ik vereeiiig mij met de heilige Kouiugen, die de grootheid dei-wereld versmaden voor de armoede der kribbe. Evenals zij offer ik U op het goud der liefde, deu wierook van het gebed, de mirre van het lijden. O Koning van Hemel en aarde, ongeschapen Wijsheid, gewaardig U goedgunstig op mij neer te zien, mij bij te staan en te versterken in de gevaren en mij te geleiden tot het eeuwige leven. Amen.
De Opoffering van Jezus in den Tempel.
O Jezus, mijne liefde, in den Tempel draagt uwe heilige Moeder U aan den hemelschen Vader op voor mijne zaligheid.
De twee tortelduiven door uwen Voedstervader, den H. Jozef, bij deze treffende plechtigheid geofferd, zijn het sprekend beeld uwer onschuld en liefde.
li
it
Q gt;
e ii u ti
e
s
i
è,
10
'Vuv^,___
218
GEBED. '
Ontvang, o zoete Jezus ontvang op dezen dag het offer van mijn hart. Naar uw voorbeeld onderwerp ik mij van heden af aan al de plannen uwer H. Voorzienigheid; ik neem met dezelfde liefde zoowel de vreugde als de smart, de verstoostingen als de droefheid uit uwe handen aan.
Alleen bid ik U, o lieve Jezus, wend uwe oogen niet vau mij af, die oogen, wier hemelsche glans mij schijnt te zeggen; âBij ^lij zult gij ruste vinden!quot;
Wijs mij met uw kleiue handjes, altijd ten zegen bereid, don weg, die leidt tot de Waarheid en het Leven. Geef dat ik U nimmer uit het oog verliezende op deze aarde, mij eens voor eeuwig in uwe tegenwoordigheid verheuge in den hemel. Amen.
V rijd a ir.
Be Vlucht naar Egypte. O goddelijk Kind, uw leven wordt be-
|i
219
dreigd, Gij zijt genoodzaakt naar Egypte te vluchten.
Maar de Engelen des Allerlioogsten zijn aangesteld, om U te behoeden. Zij zullen uw kostbaar leven beschermen, zij staan overal aan uwe zijde, U met hunne vleugelen overschaduwend heel den langen weg.
GEBED.
O mijn Jezus, hoeveel kwaad en gevaren bedreigen mij, en het grootste is de zonde. Tot wien zal ik mijne toevlucht nemen, dan tot ü, die altijd bereid zijt mij te helpen, wiens almachtige arm al mijn vijanden kan verslaan? Ik vertrouw vastelijk, dat uw Engel mij zal beschutten onder zijn vleugelen; op uw bevel, hij zal mij de klippen en afgronden langs den weg des levens voorbij leiden; hij zal de vergiftige slangen onder zijn voeten te pletter treden. Ja, Jezus zoet, Gij zult mij beschermen, Gij zult mij van alle gevaren verlossen, want die zich op U verlaat, zal geluk vinden op aarde zoowel als in den Hemel. Amen.
220
?
I
sa
Zaterdas'.
Terugkeer uit Egypte.
De Engel kwam Maria eu Jozef vertroosten. Keert terug, zeide hij hun, keert terug naar Nazareth: want die het Kind zoekt te dooden, de wreeds Herodes, is gestorven. En den hoer zegenende, keerden zij in vrede naar hun land terug.
GEBED.
Zóó ook, mijn Jezus, zullen mijne smarten worden gelenigd en zal ik vrede bij TJ vinden. Indien ik ooit het ongeluk moge hebben, U te verlaten dooide zonde, roep mij dan terug, opdat ik mij haaste, te vluchten in uwe armen, aan uw hart, waar ik mijne woonplaats heb uitgezocht. O geef, dat ik eenmaal in de eeuwige heerlijkheid de kroon ont-vange, die voor de vereerders uwer H. Kindsheid is weggelegd. Amen.
jt
221
De Zoiulag- van het Ocljiaf.
Pasclieu is aangebroken! Uit alle streken komen de geloovigen van Jndea naar Jeruzalem, ter viering van liet groote feest. Allen zijn blij gestemd, maar niemand is zóó gelukkig als de kleine Jezus. Nu zal Hij in de gelegenheid zijn, den naam van zi jn hemelschen Vader te verheerlijken. Geleid door den H. Geest, nadert Hij de heilige stad.
Het hart van heilige geestdrift vol, zong elk den lof des Heeren, den Uit-deeler van al wat er goed is en vreugdevol. Ook Maria en Jozef hadden in Jeruzalem's tempel den Heer de gaven van hun hart gebracht.
Maar, als zij huiswaarts togen, werden zij gewaar, dat Jezus, hun Welbeminde, niet meer bij hen was. Dadelijk zochten zij Hem onder hun vrienden en verwanten. Maar helaas! niemand kon hun zeggen, waar Hij was. Vol diepe droefheid keerden zij naar Jeruzalem terug en zochten Hem drie dagen lang in grooten angst. Er blijft voor de onge-
i^së)ig
222
lukkige, bedroefde ouders niets over dan tot God hun toevlucht te nemen en zich voor Hem neder te werpen in zijnen tempel.
Met wat onuitsprekelijke vreugde werd hun hart vervuld, toen zij, het heiligdom binnentredend, hunnen kleinen Jezus vonden zitten te, midden der leeraren en hun de H. Schriften uitleggen ! âMijn Zoon,quot; spreekt zijn zorgzame Moeder Hem toe, âwaarom hebt Gij zoo met ons gehandeld? Zie, uw Vader en ik zochten U met smart!quot; En Jezus antwoordde; âWaarom zocht gij Mij? Moet ik niet zijn in het huis mijns Vaders?quot; Doch niemand begreep Hem, dan zijne Moeder, die al zijne woorden in haar hart bewaarde, deu hemelschen zin er van overwoog en zich er over verheugde in den heiligen Geest. Jezus keerde met heu terug naar Nazareth; en Hij was hun onderdanig en nam toe in wijsheid en behagelijkheid bij God en de menschen.
GEBED.
ü beminnelijk en heilig Kind, ver-
wijder U uooit uit mijn hart. opdat ik deu hemel op aarde niet verlieze. Laat mij als uwe heilige ouders U zoekeu in den tempel, waar Gij mij door de stem van uwe priesters onderricht en ik met de oogen des geloofs ü aanschouwen mag in liet H. Sacrament des Altaars. Dan, lieve Jezus, als ik evenais Maria en Jozef U mijne smarten klaag, zal ik ook door U getroost worden zooals zij. Wanneer ik ü daar gevonden heb, zult Gij alles van mij verwijderen, wat den vrede van mijn hart verstoort. Gij zult door uwen zegen mij doen toenemen in jaren niet alleen, maar ook in wijsheid en behagelijkheid bij God en de menschen. Geef, goede Jezus, dat ik U, dien ik zocht en vond, nooit verlieze, dat ik U drage in het hart, als ik van de wereld en alles zal moeten scheiden en dat ik ü in den tempel uwer heerlijkheid daarboven moge. bezitten, om U uooit meer te verliezen. Amen.
â â
is
NOVENE VOOR DEN zssten VAN ELKE MAAND.
OiKlracht. *
1. Eeuwige Vader, ik offer U tot uwe eer, tot uwe glorie, voor mijne zaligheid en die van heel de wereld het geheim der geboorte van onzen goddelijkeu Zaligmaker.
Glorie zij den Vader, enz.
2. Eeuwige Vader, ik offer U tot uwe eer, tot uwe glorie en voor mijne eeuwige zaligheid het lijden dat de allerheiligste Maagd en de H. Jozef hebben doorgestaan op die lange en moeilijke reis van Nazareth naar Bethlehem, evenals de benauwdheid, die hun hart beklemde, toen zij geene schuilplaats kouden vin-
. * Deze opdracht is bewerkt naar den It iliaansclien / tekst van den H. Alplionsus de Lignori.
235
1
?
den, op het oogenblik. dat de Zaligmaker der wereld ging' geboren worden.
Glorie zij den Vader, enz.
3. Eeuwige Vader, ik offer U tot uwe eer, tot uwe glorie en voor mijne eeuwige zaligheid, de kribbe, waarin Jezus geboren werd, het stroo, dat Hem tot rustbed moest strekken, de koude, die Hij geleden heeft, de doeken waarin Hij gewonden werd, de tranen die Hij gestort en de verteederende zuchten, die Hij geslaakt heeft.
Glorie zij den Vader, enz.
4. Eeuwige Vader, ik offer ü tot uwe eer, tot uwe glorie en voor mijne eeuwige zaligheid de smart, die het goddelijk Kind in zijn teeder lichaam gevoelde, als Het Zich overleverde ter pijnlijke Besnijdenis; ik offer ü het kostbaar Bloed, dat Jezus toen voor de eerste maal vergoten heeft tot zaligheid van geheel het menschdom.
Glorie zij den Vader, enz.
5. Eeuwige Vader, ik offer U tot uwe eer, tot uwe glorie en voor mijne
J eeuwige zaligheid den ootmoed, de verster- f
226
viug', liet geduld, de liefde en al de dengdeu, die het goddelijk Kind Jezus beoefend heeft. Ik dank, prijs en loof ü duizendmaal voor liet onuitsprekelijk geheim der Menschwording van het Woord. Glorie zij den Vader, enz.
v. Het Woord is Vleesch geworden. r. En heeft onder ons gewoond.
é
GEBED.
God, wiens eengeboren Zoon in de zelfstandigheid van ons vleesch verschenen is, geef, wij bidden het U, dat wij inwendig geheel vernieuwd mogen worden door Hem, die, naar het geloof ons leert, in het Vleesch aan ons gelijkvormig werd. Amen.
Wanneer men op de 9 dagen, die den 25sten dei- maand voorafgaan, deze opdracht verricht met een romemoedig hart, verdient men eiken dag een aflaat van één jaar.
Verleend door Z. H. Pius IX, lij rescript van de H. Congregatie der Aflaten, 23 Sept., 1846.
?
Aartsbroederschap van Jezus H. Kindsheid.
De eerbiedvv. Zuster Margaretlia van het H. Sacrament werd evenals Pater Cyrillus uitverkoren, om de apostel te worden van het goddelijk Kindje Jezus.
Te Beaune (Frankrijk) in 1619 geboren, trad zij op nog jeugdigen leeftijd in het klooster der Karmelitessen.
De goede God begunstigde haar met veel visioenen en riep haar bi jzonder tot het beoefenen der deugden zijner heilige Kindsheid. Gods plannen waren alle slechts barmhartigheid : de heiliging van Margaretlia moest vruchtbaar worden voor haar vaderland.
Men stond aan het einde der regeering van Lodewijk XIII. Oorlog, pest en hongersnood ontvolkten Frankrijk; onder de aanvallen der ketterij en een schrik-
___^aClikl
228
barend zedebederf sclieen het geloof bij na te bezwijken. De Zaligmaker spoorde de nederige Karmelitesse aan, de devotie tot zijn H. Kindsheid te doen kennen eu te verspreiden, als geneesmiddel voor de kwalen, waaraan Frankrijk leed. âHaast u, mijne dochterquot;, zeide Hij haar, âhaast u, voor dit schuldige volk te bidden, put ten spoedigste uit de schatten mijner Kindsheid; door mijne verdiensten zult gij genade voor uw vaderland verkrijgen.quot;
God leerde haar de wijze, om Hem van zijne menscliwording af tot zijn twaalfde jaar te vereeren door eene bijzondere godsvrucht tot zijn H. Kindsheid. Men moest zijn feestdagen met ijver vieren, den 25sten van iedere maand, ter herinnering aan zijne geboorte, in eere houden en de gebeden verrichten, die Margaretha noemde: het Kroontje van het Heilig Kind. Zij vond godvruchtige personen, die in Gods inzichten wilden treden, en den 27sten Maart 1636 kwam de Vereeniging van de H. Kindsheid van Jezus in het Karmelitessen-klooster te
(3)2^»
Beaune tot stand. Zij werd weldra tot broederschap verheven door Z. D. H. den bisschop van Autun, daarna goedgekeurd door Alexander VIL, 24 Januari 1601. Pius IX heeft ze den 4den Dec. 1855 tot den rang van Aartsbroederschap verheven en haar het recht geschonken, ook andere broederschappen van denzelfden titel op te nemen en in hare voorrechten te doen deelen.
Het doel dezer broederschappen is: de kinderen en de christelijke gezinnen te stellen onder de bijzondere bescherming van het Kind Jezus;
de H. Kindsheid van onzen Heer te vereeren;
de dengden na tè volgen, die Hij in dien leeftijd beoefend heeft;
de wereld te vernieuwen door de genade der Kindsheid van den Zaligmaker;
?
het Eijk van Jezus Christus te herstellen door de onschuld en den eenvoud, die de hel tracht te verbannen uit de wereld.
4
y 230
Allatou aan de broederschap verzonden.
De Pausen Alexander VII. en Pius IX. hebben ten eeuwigen dage de volgende aflaten verleend:
Volle aflaten: op den dag der intrede en op het Kerstfeest;
op het feest van de geboorte der H. Maagd, (8 Sept.);
op het feest der geboorte van den H. Johannes den Dooper, (24 Juni); o]^het feest van den H. Jozef, (19Maart); op het feest van de H. Anna, (26 Juli); Zondag onder het octaaf van de Ten Hemelopneming van Maria en in het uur des doods.
Aflaten van 7 jaren en 7 quadragenen :
Op het feest der Besnijdenis onzes Heeren, (1 Jan.);
op het feest 'van O. L. V. Lichtmis, (2 Februari);
op het feest der Vinding van den H. Stephanus, (3 Aug.);
op het feest der H. Aartsvaders, (13 Nov.);
^ en voor elk godvruchtig- en liefdewerk, ÃjCoe- â¢
231
Om de volle aflaten te verdienen, moet men de gewone voorwaarden vervullen en buitendien eene kerk of kapel bezoeken, waar het broederscliap is opgericht en bidden tot intentie van Z. H. den Paus.
Het goddelijk kind Jezus gewaard]gde Zich, Margaretha te openbaren, hoezeer deze godvruchtige oefening Hem beviel: Hij deelde haar mede, dat Hij bizondere genaden, vooral van zuiverheid en onschuld, zou schenken aan hen, die dit Kroontje met godsvrucht bij zich dragen en het zouden bidden om de Geheimen zijner Kindsheid te vereeren, nl. de Menschwording, het Bezoek aan Elisabeth, de Geboorte, de Aaubidding der Wijzen, de Besnijdenis, de Opoffering in den Tempel, de Vlucht naar Egypte, het ' Verblijf in Egypte, het Verblijf van Jezus te Nazareth, Jezus te midden der Leeraren.
Ten teeken van Zijn bizonder welbehagen liet Hij haar het Kroontje zien, geheel schitterend van een bovennatuurlijk licht.
r
Godvruchtige ouders, wilt gij, dat
232
uwe kinderen de onschuld des doopsels bewaren, boezemt hun dan eene teedere godsvrucht in tot het goddelijk Kind Jezus, laat hen dat Kroontje godvruchtig bidden en bij zich dragen, wat hun zoo levendig het goddelijk Voorbeeld in herinnering zal brengen, dat zij moeten beminnen en navolgen.
Laatste reeks van gebeden.
Toenijdinjr aan het Kindje Jezus op den 2-quot;)sten van iedere maand.
0 zeer beminnelijk Kindje Jezns, dat U zelf door uwe geboorte geheel en al aan mij hebt geschonken ik werp mij aan uwe voeten neder, onder di^ bescherming van de H. Maagd en van den H. Jozef; ik wijd U toe mijn hart, mijne ziel en geheel mij zeiven, om U zonder eenig voorbehoud te dienen. Ach, mijn Verlosser, waarom is mijn hart niet groot genoeg, om ü nog meer te beminnen? Ach, ik zal mij met andere harten vereenigen; ik wil dat andere U evenzeer beminnen als ik, dat ook zij U dienen en vereeren.
Koude ik toch aan allen de godsvrucht
_ â âlt;*!/amp;,
284
instorten tot uw aanMddelijke Kindsheid! Gewaardig U, o heilig Kind Jezus, aan al de leden van liet Aartsbroederschap de almaclit uwer zwakheid te doen ondervinden, en dat uw goddelijke zuiverheid, uw eenvoud en onschuld aan al degenen geschonken worden, die TJ zullen vereeren. Amen.
De bijzondere viering van den 2osten van iedere maand geschiedt als een vrome herinnering aan Jezus1 gehoorfe-dag. Zij dankt haren oorsprong aan den H. Alphonsus de Liguori.
Over de voorrechten, aan deze viering verhonden, zie dekreet van de Congregatie der Aflaten, hl. 145.
Litanie van den Zoeten Naam Jezus.
Heer. ontferm IJ onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Jezus lioor ons! Jezus, verhoor ons! God hemelsche Vader,
God Zoon, Verlosser der wereld, God H. Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God, Jezus, Zoon van den levenden God, Jezus, Afstraling des Vaders.
Jezus, Glans v. li. Eeuwige licht, Jezus, Koning der Heerlijkheid, Jezus, Zon der Gerechtigheid,
Jezus, Zoon van de Maagd Maria, Beminnelijke Jezus,
Wonderbare Jezus,
Jezus, sterke God,
Jezus, Verkondiger van Gods, raadsbesluiten.
|
â 236 -- | ||
|
Allervennogendste Jezns, | ||
|
Allergeduldigste Jezus, | ||
|
Allerg |
ehoorzaamste Jezus, | |
|
Jezus, |
zachtmoedig en ootmoedig | |
|
vau |
harte, | |
|
Jezus, |
Minnaar der Kuischheid, | |
|
Jezus, |
onze Minnaar, | |
|
J ezus, |
God des Vredes, | |
|
Jezus, Oorsprong der Levens, | ||
|
Jezus, |
Voorbeeld der Deugden, |
Q |
|
Jezus, |
IJveraar der Zielen, |
cT |
|
Jezus, |
onze God, |
o |
|
Jezus, |
onze Toevlucht, \ | |
|
Jezus, |
Vader der Armen, / | |
|
Jezus, |
Schat der Geloovigen, |
O p |
|
Jezus, |
goede Herder, 1 |
N Cf |
|
Jezus, |
waarachtig Licht, |
â |
|
Jezus. |
eeuwige Wijsheid, | |
|
Jezus, |
oneindige Goedheid, | |
|
Jezus, |
onze Weg en ons Leven, 1 | |
|
Jezus, |
Vreugde der Engelen, | |
|
Jezus, |
Koning der Aartsvaders, | |
|
Jezus, |
Meester der Apostelen, | |
|
Jezus, |
Leeraar der Evangelisten, | |
|
Jezus, |
Sterkte der Martelaren,. / | |
|
Jezus, |
Licht der Belijders, | |
_____â
â 237 --
Jezus, Reinheid der Maagden, ontferm TJ onzer!
Jezus, Kroon van alle Heiligen, ontferm U onzer!
Wees ons genadig! âSpaar ons, Jezus! Wees ons genadig! â Verhoor ons, Jezus! Van alle kwaad, â verlos ons, Jezus! Van alle zonden, n
Van uwe gramschap, 1
Van de bekoringen des duivels.
Van den geest van onkuischheid, Van den eeuwigen dood.
Van de verwaarloozing uwer uitspraken.
Door het geheim uwer heilige
Menschwording,
Door uwe Geboorte,
Door uw Kindsheid,
Door uw goddelijk leven.
Door uwe moeizamen arbeid.
Door uw doodsangst en lijden,
Door uw kruis en verlatenheid.
Door uw uitputting,
Door uw dood en begrafenis.
Door uwe verrijzenis.
Door uwe Hemelvaart, verlos ons, Jezus !
___.
238
Door uwe vreugde, verlos ous, J ezus! Door uwe heerlijkheid, verlos ons, Jezus! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, Jezus!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons, Jezus! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer, Jezus! Jezus, hoor ons ! Jezus, verhoor ons!
LATEN WIJ BIDDEN.
Heer Jezus Christus, die gezegd hebt: âVraagt, en gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden, klopt on u zal worden opengedaan,quot; verleen ons toch op onze sraeekingen het vuur uwer heilige liefde, opdat wij ü van ganscher harte in woord en werk beminnen en nooit ophouden uwen lof te verkondigen.
Verleen ous, o Heer, dat wij uwen heiligen Naam voortdurend zoo vreezen als beminnen, daar Gij nooit uwe hulp onttrekt aan hen, die Gij in trouw en liefde tot U hebt bevestigd, die leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen. Amen, (300 dagen aflaat.)
Mf.
....
Litanie van Jezus' H. Kindsheid.
Pleer, ontferm TJ onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
God hémelsche Vader, ontferm U onzer! God Zoon, Verlosser der wereld, God H. Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God,
Jezus, goddelijk Kind, Zoon van
den levenden God,
Jezus, goddelijk Kind, voor onze zaligheid van den Hemel gezonden,
Jezus, goddelijk Kind, te Bethlehem uit de Maagd Maria geboren,
Jezus, goddelijk Kind, door uwe
heilige Moeder aanbeden,
Jezus, goddelijk Kind in de harde kribbe gelegd.
i
2-tO
Jezus, goddelijk Kind, door de
Eugelen verheerlijkt,
Jezus, goddelijk Kind, door de herders aaubeden,
Jezus, goddelijk Kind, dat U aau do wet der Besuijdeuis hebt onderworpen,
Jezus, goddelijk Kind, door uw aan-biddelijken Naam als Heiland aangeduid,
Jezus, goddelijk Kind, door eene ster aan de Wijzen geopenbaard, Jezus, goddelijk Kind, door de Wijzen met beteekenisvolle geschenken vereerd,
Jezus, goddelijk Kind, door koning
Herodes vervolgd,
Jezus, goddelijk Kind, Loon der
Onnoozele Kinderen,
Jezus, goddelijk Kind, door Maria
in den tempel opgedragen. Jezus, goddelijk Kind, door den grijzen Simeon met vreugde in zijn armen gedragen,
Jezus goddelijk Kind, door Anna,
1
1
fsvofc^-.___
241
de Profetes als verwachte Verlosser geprezen,
Jezus, goddelijk Kind, in Nazareth door Maria en Jozef opgevoed,
Jezus, goddelijk Kind, als twaalfjarig Knaapje naar den Tempel geleid.
Jezus, goddelijk Kind, drie dagen \ quot; lang met droefheid gezocht, ' ^ Jezus, goddelijk Kind, te midden
der leeraren wedergevonden,
Jezus, goddelijk Kind, Voorbeeld van kinderlijke gehoorzaamheid,
Jezus, goddelijk Kind, toenemend in wijsheid en ouderdom en ge- . nade bij God en de menschen, / Wees ons genadig! Spaar ons, o Heer! Wees ons genadig! Verhoor ons, o Heer ! Van alle kwaad, verlos ons, o Heer! Van alle zouden,
Van alle lichtzinnigheid.
Van alle misstappen der jeugd.
Van alle verleiding,
Van alle gevaren der jeugd.
Van het verlies der onschuld des Doopsels,
Siüsâ1
11
|
242 | |
|
Door liet g-elieini uwer Mensch- N | |
|
wording-, | |
|
Door uwe wonderbare Geboorte, | |
|
Door uw bittere armoede in de | |
|
kribbe, j | |
|
Door uwe Opoffering in den Tempel, 1 | |
|
Door uw lijden op de vlucht naar 1 | |
|
Egypte, j |
rz |
|
Door uwe gehoorzaamheid in Xa- j |
o- UI |
|
zareth, \ |
O |
|
Door uw verborgen, godgevallig |
Jc |
|
leven, |
a |
|
Door de voorbede uwer maagdelijke |
agt; |
|
Moeder, |
â |
|
Door de voorspraak van uw heiligen | |
|
Voedstervader, | |
|
Door de voorspraak der Onnoozele | |
|
Kinderen, | |
|
Door de voorspraak aller Engelen | |
|
en Heiligen, | |
|
Wij arme zondaren, wij bidden U, |
ver- |
|
hoor ons! | |
|
Dat wij. evenals Gij den Vader bemin | |
|
nen, die in den Hemel is. wij bidden | |
|
U, verhoor ons! | |
|
Dat wij evenals Gij den wil des hemel- | |
v(5^=j_
243
f11
sohen Vaders volbrengen,
Dat wij, zooals Gij ons geheel eu al aau den wil des hemelscheu Vaders overgeven,
Dat wij evenals Gij de kinderen tot het Hemelrijk zoeken te brengen,
Dat wij evenals Gij toenemen in wijsheid en ouderdom en genade hij God en de mensehen,
Dat wij als onderdanige kinderen uwer heilige Kerk leven en sterven,
Dat wij het erfdeel Gods, het eeuwige leven, verkrijgen,
Zoon van God, onzen bemelschen Vader,
Lam Gods, dat wegneemt de zouden wereld, spaar ons, Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden wereld, verhoor ons. Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden wereld, ontferm U onzer, Heer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
Cj amp;
/
dei-der der
Heer, ontferm U onzer!
â*
244
Christus, ontferm U onzpr!
Heer, ontferm U onzer!
Onze Vader, Wees gegroet.
V. Een Kindje is ons geboren,
R. Gods Zoon, is ons gegeven.
GEBED.
O Jezus, aanbiddelijk Kind, Gij licbt II gewaardigd, uit liefde tot ons de Menschheid aan te nemen en den glans uwer Godheid onder de gedaante van een arm zwak kindje te verbergen; o, hoe groot en beminnenswaardig zijt Gij in uwe vernedering! Met het diepst vertrouwen kniel ik hier neder en bid U, zie van uw genaderijken troon met goddelijke goedheid op mij neder; bewaar en sterk mij in het goede, wees mijn Raadsman, mijn beschermer en Zaligmaker. Geef mij de genade, U, dien ik nu als arm kind op aarde aanbid, eens in uwe majesteit en heerlijkheid in den Hemel te aanschouwen. Gij, die leeft en regeert. God var. eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
-^lt;1
.'.ï.-.i^%
De Litanie van Lorette.
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
God hemelsche Vader, ontferm U onzer! God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer!
God heilige Geest, ontferm U onzer! Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm
U onzer!
Heilige Maria, bid voor ons!
Heilige Moeder Gods, \
Heilige Maagd der maagden, J w
Moeder van Christus,
Moeder der goddelijke genade. Allerreinste Moeder,
Allerzuiverste Moeder,
Onbevlekte Moeder,
Beminnelijke Moeder,
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
â' â¢^c)® | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1
i=^S)K)
247
Koningin der Engelen,
Koningin der Aartsvaders,
Koningin der Profeten, . ^
Koningin der Apostelen, I ^
Koningin der Martelaren,
Koningin der belijders.
Koningin der Maagden,
Koningin van alle Heiligen,
Koningin, zonder erfsmet ontvangen. Koningin van den allerheiligsten
Rozenkrans.
Lam Gods, dat wegneemt de zouden
der wereld, spaar ons, Heer! Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons, Heer! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm IT onzer. Heer! Christus, hoor ons!
Christus verhoor ons!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm IJ onzer!
Heer, ontferm ü onzer!
Onze Vader, â Wees gegroet,
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder Gods,
quot;if
248
verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke, gezegende Maagd, onze Schntsvrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster ! Verzoen ons met uvveu Zoon, beveel ons aan uwen Zoou, vertoon ons aan nwen Zoon.
V. Bid voor ons, K. Moeder Gods, K. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LATEN WIJ BIDDEN.
Wij bidden U, Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels do Mensch-wording van Christus, uwen Zoon, hebben leeren kennen, door zijn lijden en Kruis, tot de glorie der verrijzenis mogen gebracht worden. Door den zelfden Christus, onzen Heer. Amen.
V. Bid voor ons, allerzaligste Jozef, R. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LATEN WIJ BIDDEN. Wij bidden U, Heer, dat wij door T
^ «--cseji)
â â
y-i:)
de verdiensten van d-;n Bruidftgora uwer heiligste bloeder mogen geholpen worden, opdat ons, wat wij uit ons zeiven niet kunnen verkrijgen, door zijn voorspraak gesclionken worde. Die leeft en lieersclit in de eeuwen der eeuwen. Amen.
I
Sis:
«
r
Jezus' lessen aan de Kinderen.
Ebrsth Les. Spreekt naar het voorbeeld der kinderen, die Mij vurig beminnen, mijn Naam uit met eerbiedige liefde.
Tweede Les. Vergeet nooit, dat gij voor den Hemel bestemd zijt; herinner n alle dagen de verbintenissen, die gij bij het H. Doopsel hebt aangegaan.
Derde Les. âLeert van Mij, dat Ik zachtmoedig en ootmoedig van harte benquot;.
Vierde Les. Bewondert de stilte, de liefde, den vrede en de eendracht, die er heerschen rondom mijne kribbe, en volgt dit na.
Vijfde Les. Onderwerpt u gewillig uit liefde voor Mij aan 'degenen, die, mijne plaats bij u bekleeden; het offer van uwen wil is in mijne oogen een
é-
sy^ â¢
aangeuainer offer dan alle slaclitofters.
Zesde Les. De eenvoud en de zedig-heid is het kenmerk der kinderen Gods; legt u dagelijks er op toe, die deugden te verkrijgen. Maakt u los van den geest der ijdellieid, der huichelarij eu der verkwisting, ten einde eens den troon te kunnen innemen, dien Ik U bestem in de eeuwige glorie.
Zevende Les. Weest getrouw aan de inspraken der genade, en gij zult een grooten schat voor den hemel verwerven.
Achtste Les. quot;Weent met Mij over de zonden, die men in de wereld bedrijft, weent ook over uw eigen ongetrouwheden.
Negende Les. Ik geef n Maria tot Moeder; het is haar geluk mijne genaden over de kinderen uit te storten; hare teederheid voor u kent geen grenzen; stel dus op haar nw vertrouwen en vereer haar bijzonder door een groote onschuld.
Tiende Les. Vraagt alle dagen den H. Jozef en uw H. Engelbewaarder, dat zij U de genade verkrijgen, bevrijd te blijven van de minste smet der onreinheid.
r
@(v-- '
__
252
Elfde Les. Beoefent eenige liefdewerken, ter herinnering aan de ontberingen, waaraan Ik Mij blootstel, om u met de goederen des Hemels te verrijken.
Twaalfde Les. Mijn kind, geef Mij lederen dag uw hart, bewaar het zuiver en zonder vlek, en Ik zal in uwe ziel wonen tot aan de voleindig der eeuwen.
Eereboete aan liet goddelijk Hart van hel Kindje Jezus.
Ik kom mij voor U nederwerpen, o lieve Jezus, om U eerherstel te geven voor mijne ondankbaarheid jegens U, ik moet het bekennen, de wonden die uw Hart het smartelijkst pijnigen, komen van het mijne, waarvoor Gij ai uwe liefde en barmhartigheid hebt uitgeput.
Voor mij zie ik U, van uw eerste jeugd af, aan allerlei ellende prijsgegeven, rustend op een hand vol stroo en tranen schreiend van liefde; voor mij brengt Gij uw leven door in gebrek.
Ãsp-quot;
WOte-w___
25 o
arbeid en wederwaardigheden; voor mij sterft Gij in veraclitiijg en smarten op liet bed des Kruises. Uwe liefde, o goede Jezus, is sterker geweest dan de dood: zij heeft U het middel ingegeven, om met mij te blijven in dit dal van tranen, ten einde mij te ondersteunen in mijne ellenden, te versterken in mijne zwakheden, te troosten in mijne ballingschap. En hoeveel heeft het U niet gekost, mij dit bewijs uwer liefde te schenken ? O God! Gij hebt uwe Majesteit als moeten vernietigen, gehoorzamen aan uw schepsel, U bloot stellen aan beleedigingen, aan godslasteringen, aan onverschilligheid en vergetelheid van den kant uwer eigen kinderen.
Wat heb ik gedaan, om voor zóóveel liefde erkentelijk te zijn ? Helaas! ik heb U niet bemind; ik heb uwe belangen niet voorgestaan, ik heb U niet ijverig bezocht, niet met vurigheid ontvangen, niet geluisterd naar uwe stem, ik heb nauwelijks aan ü gedacht. Hoe menigmaal hebben de vermaken, de schepselen, de ijdelheid en beuzelingen mijn
254
geest bezig- gehouden, ja, tot aan den voet van uw Tabernakel? Hoe dikwerf, als ik U bezat in mijn hart,____
heb ik U alleen gelaten, en mij met U niet ouderhouden ? . .. Wat zal ik U zeggen, om mij te verontschuldigen? Ach Heer, er blijft mij niets over, dan mij voor U te vernederen tot in het stof. Vergeef den schuldige, die zijn ondank erkent, verstoot toch een rouwmoedig en vermorzeld hart niet. Gij hebt mij uitgenoodigd, tot TI te komen, als ik gebukt zou gaan onder het gewicht mijner ellende; gewaardig U dan mij bij te staan, mij te genezen, en sta mij toe, U voortaan nog te beminnen. Wat zou ik ook beminnen, o (rod van liefde! als ik U niet beminde, U, die alle volmaaktheid en alle beminnelijkheid bezit?
Ach ! dat voortaan mijn hart slechts zuchte naar U dat het smelte, dat het verteerd worde bij het hooren alleen van dit enkel woord: kribbe, Kruis, H. Sacrament. U te beminnen, o mijn Jezus, en alleen te leven voor uwe liefde, dat
......, _ â
is alles, wat ik verlang voor tijd en eeuwigheid. Amen.
Gebed tot Jezus in de armen van Maria. 1)
Goddelijke Jezus, ik aanbid U iu de armen vau uwe heilige Moeder. O heilig Kind, de vreugde en wellust uwer Moeder! o Zoon van God! o Zoon van Maria! Hoe gaarne zie ik U in hare armen, terwijl Gij de teederste liefkozingen haar schenkt en als Gij U dan wendt tot ons, om ons door hare handen te overladen met genade en zegening. Ach maak ons waardig, uwe weldaden te verdienen, neem van ons weg al wat U mishaagt. Kom in ons hart door uwe liefde, heersch er altijd door uwe genade, maak er uwe rustplaats van, goddelijke Verlosser, blijf altijd met ons en laat ons altijd met U blijven; wees ons een Jezus, nu en in de ure van onzen dood. Amen.
i
1
De drie eerst volgende gebeden z\jn goeddeels , ontleend aan de werken van de eerbiedw. Margaretha / van liet H. Sacrament.
2 5 ü
Godvniclitig'e olïerande iian hel Kind Jezus.
Liefde van het Kindje Jezus, ontvlam mijn hart,
Goedheid vau het Kindje Jezus, trek mijn hart tot U.
Liefde van het Kindje Jezus, stort U uit in mijn hart.
Barmhartigheid van het Kindje Jezus, vergeef aan mijn hart,
Geduld van het Kindje Jezus, verdraag' mijn hart,
Voorzienigheid van liet Kindje Jezus, waak over mijn hart,
Eijk van het Kindje Jezus, vestig1 U in mijn hart,
Heiligheid van het Kindje Jezus, zuiver mijn hart,
Almacht van het Kindje Jezus, werk steeds krachtig in mijn hart.
Wil van het Kindje Jezus, heersch over mijn hart,
IJver van het Kindje Jezus, verslind mijn hart ! Amen.
____v-g^j4;
ToewijUin? aan het Kindje Jezus.
U miju gedachten, U mijn hulde, II mijn aanbidding in uwe H. Kindsheid. O Jezus, miju Zaligmaker! In stomme bewondering staar ik dat wonder van uwe nederigheid aan. Ik neem dit tot begiusel en tot voorbeeld van wat ik schijnen wil in het oog der menschen. Daar zal ik mij op toeleggen, ja mijn leven er aan wijden, om er voor mij op geheel bijzondere wijze geuade, heil en voordeel uit te trekken. Ik getuig voor U, dat het dierbaarst verlangen mijner ziel is, te leven in nederigheid, onbekendheid en vergetelheid voor de wereld, want ik weet, dat ik slechts voor dien prijs mijn deel zal ontvangen in de eeuwige geneuchten, die gij voorbehoudt aan de kindereu en aan allen, die hun gelijk worden. Amen.
(Jolted voor den troon van den kleinen, aanbiddeli,jkeu Jezus.
Goddelijk Kindje Jezus, zie ons hier
y 25e
neergeknield voor uwe heilige beeltenis, om ü onze hulde te brengen en ons voor altijd aan LT toe te wijden.
Waarachtige Zoon van God en van Maria, wees gezegend, duizendmaal gezegend voor uwe H. Geboorte, voor ons de bron van al uwe weldaden! Verlicht onzen geest, leer ons kinderen worden, om uw heerlijk Rijk te kunnen binnengaan.
Sterk onzen wil, vereenig 'die onafscheidelijk met den uwen, help ons al onze meeningen heiligen door de lierin-nering aan de voorbeelden, die Gij ons gegeven hebt.
Goddelijk Kind, strek uwe handen ten zegen uit over onze Moeder de H. Kei-k, over onzen H. Vader den Paus, over de bisschoppen, priesters, en religieuzen.
Bescherm onze huisgezinnen, onze weldoeners, vrienden en vijanden. Wij bidden U voor heel de wereld: bevaar de pasgeborenen, de studeerende jeugd, wees de Vader der arme weeskinderen, bekeer de zondaren en laat alle
öa'' *
259
leden uwer Aartsbroederschap de Almacht ondervinden, die in uwe zwakheid .verscholen ligt.
Goddelijk Kind, wil de zielen uit het vagevuur verlossen en ons de genade schenken, U eeuwig te genieten en te bezitten in uw Rijk. Amen.
Eeuwige Vader, wij offeren aan uwe goddelijke Gerechtigheid de oneindige verdiensten der Kindsheid van onzen dierbaren Verlosser op, tot uitboeting van onze zonden, en die der geheele wereld. O Jezus, door de verdiensten uwer H. Kindsheid, vergeef ons en maak ons zalig. Amen.
Formulier voor de wijding der Kroontjes van het Kind Jezus.
{Elke priester kan. ze wijden.)
V. Acljutorium nostrum in nomine Domini.
R. Qui fecit coelum et terrain.
V. Dominus vobiscum,
R. Et . cum spiritn tuo.
OREMUS.
Deus, qui in aetate infantiae quaeqne generi humano tuae potentia ac benig-nitatis argumenta tribuisti, qui nou solum a sanctissimis parentibus, verum et ab angelis, pastoribus, magis, prophetis ac justis adorari voluisti, quique praecipua nobis eo tempore humilitatis, obedien-tiae ac paupertatis exempla proposuisti: has coronnlas in lionorem duodecim
ineuentis vitae annorum una cum glori-osissimis parentibus tuis actae, religiose. Tibi oblatas, quaesumus, ut accipere, beuedicere 7, ac sauctifficare f, tiiis(ine donis ac muueribus augere atque ampli-licare digueris; da, ut qui eas in honorem tuae infantiae, earumque omnium virtutum, orationum, studiorum, operum ac meritorum, quae duodecim illis aunis exercere, atque in Teexistere volnisti, gestaturi ac devote recitaturi sunt, singularem tuae protectionis fruc-tum sentiant. Sint malitia parvuli, sensibus prudeutos, humilitate cordis abjecti, castitate puri, obediential' subjecti, patientia tranquilli, paupertate spiritus a terrenorum amore obstracti, poenitentiae operibus intenti, orationibus dediti, erga Te puerum ac sanctissimos parentes singulari dilectione affecti. Minue in eis, propter tuam in infantia exinanitionem ac sanctitatem, tumorem superbiae, cupiditatum libidinem, tentationum illc-cebras: arce ab eis malos daemones, pelle omnes tam corporis quam animae 'j hostes, ab omni eos temporum atque ^
1quot;
â¢262
homiuum injariis periculisque custodi: ut veri tuae simplicitatis, humilitatis et iimocentiae cultores ei imitatores eftecti, gratiae pleuitudiuem accipiaut atque aeteruae gloriae mereantur esse nonsortes.
Aspergantur aqua henedicta.
*)Een viertal dichtbloemen voor het Kindeken jezus.
üc Socte Xaeni Jezu.
0 Naem ! voor wien de grootheit beeft, Hel, Hemel en al wat er leeft!
0 sclioouder Xaem als dageraet,
0 soeter Xaem als honing-raet!
0 gToender Xaem als quot;t Levens-hout,
0 rljcker Xaem als 't fijnste gout!
O sacliter Xaem als tortol-duyf,
O versclier Xaem als wijugaerts-druyf!
O klaerder Xaem als sonne-strael,
O stercker Xaem als louter stael!
O grooter Xaem als Keyser-rijck,
O Xaem, die noyt hadd' sijus gelijck!
I
*) De drie eerste van liet viertal gedichtjes, dat wij als toegift hier laten volgen, zijn ontleend aan de werken van twee in onze letterkunde welbekende, katholieke priesters: Pater Adriaen Poirters, (160Hâ1675), en Joannes Stalpaert van der Wielen, (1579â1630/ Aan deze eenvoudig sehoone, oude liedekens en vooral aan het kinderlijk, echt-zaugerig âJesus en Sint Jannekenquot; mocht in ons werkje wel een plaatsje worden toegekend. Zouden in dit laatste gedachte en uitdrukking in sommiger ooren bij wijlen wat vreemd klinken, men geve daarvan de groote schuld aan onzen, dien ouden, eenvoudigen liedertoon sinds lang ontwenden smaak.
--* c-
^ â¢-
2(34
Duyckt bloemkeus, wie gy ook mengt zijn. Want gy verliest hier uwen schijn:
Eu gy revierkeu loopt van my,
Geen silv're nat en haelt hier by: Gij trotse kruytkens buigt u neer,
Gh'en rieckt soo soet niet als den Hoer. Sluyt vogelkens uw bekskens toe,
lek ben u singen nu al moe;
Al wat ick sagh of heb gehoort.
Dat is vergeten door één Woort:
O .Tesu, .Jesu, Jesu soet!
O Xaem. gedruckt in mijn gemoet!
Ick beu bevvaert en ook vereert!
Hij heeft voor my getriumpheert!
Laet vry de Werelt nu voortaeu Eeus komen met haer Masker aeu; En d'Ydelhheit met soet gevley:
Ick hou den spot met alle bey.
Al komt Geuucht gelijck sy plagh,
Ick beu gewapent tot deu slagh.
Weet, als ick dees Hoog-Nameu draegh, Dat ick naer Doodt nog Duyvel vraegh.,
A. Poietebs. {Het Masker van de Werelt.)
I f
Op het feest van den Xiinie Jezus.
Suyv're Maegd van üodt bemindt,
Zegt ons toch, hoe hiet uw kind?
üeeft ons dese hlyde maer Maget voor een Nieuwe Jaer!
âWeest verheugt dan, soo 't betaenit,
âJesus is mijn kind genaemt.
,..Jesiis hiet mijn eenigh kind,
âWaerdigh om te zijn hemindt;
âJesus hiet mijn lieven Soon,
âBoven Adams kind'ren schoon.quot;
âJesus? dat du yd saligheid ;
Hoe komt hy dan soo beschreyd?
Jesus is het hooghste goed:
Hoe komt hy dan soo bebloed?
â't Is tot 's werelds saligheid,
âDat mijn kleyne kind dus schreyd; â't Is tot 's werelds hooghste goed, âDat mijn lieve kind dus bloed.
âZiet hier aen dit monsterkijn, (1)
âVan wat stof uw' prijs zal zijn.
âWant voor Adams droeve val âAl sijn bloed hy storten sal.
âSoo dat door de zwaerste pijn âJ e s u s ii zal Jesus zijn.
âNeemt dan menschen allegaer âJ e s u m tot een Nieuwe J a c r.quot;
J. Stalpaert van der Wielen. (Guide-Jacrs Feest-daghen.)
71 (1) monsterlifln staaltje.
35^^ ⢠Sa.®)
12
2(i6
Jcsus en Sint Jannekcn.
Lestmael op eeneu soinerscheii dagh, Hoort, wat ick bevallijk sagh Van Jezus en Sint Janneken, Die speelden met een lamraekeu Al in dat groen geklavert lant,
Met oen pap-schotel ken in de, bant.
Do witte, vette voetjens die waren bloot, Haer iipjens als eorael soo root; De soete vette paterkens (1)
Die saten by de waterkeus: Het sonneken scheen daer al so heit, Sy deden malkand'ren met melck bescheid.
D'een troetelde dat lammekeii zijn hoot (2) En d'ander kittelde het ouder sijn poot: Het lammekeu ging springen.
Sint Janneken ging singen En hippelde en trippelde door de weij; En dese krollebollekens die dansten alle bey.
(1) Paterken - in den volksmond een welgedaan persoon.
(2) hoot = hoofd.
na
F
2G7
En als het dauseu was gedaen Soo moest dat lammeken eten gaen ; En Jesus gaf wat brooyken.
Sint Janneken gaf wat hooyken; Ter wereld en was er nooit meerder vreugd Als dees twee cosijntjes (1) waren verheugt. Joannes zijn klein ueefken nam Eu sette hem boven op het lam;
âSchoon manneken, gy moet ryden âIk sal ii naar huys gaen leyden,
âWant Moederken die sal sijn in pijn âWaar dat wy soo lange bleven siju!quot; Sy saten en reden al over liant En rolden en tuymelden iu het sant, En dees twee kleyne jongskens Die deden sulke sprongskens!
Eu al de kinderkeus sagen hen aeu. Tot dat sy ten lesten zijn thuys gegaeu. De Moeder, die maekte op staende voet Van snyker en melck een pappeken soet; Daar saten toen die papbaerdekens,
Daar aten die twee slabbaerdekens, Eu waren zoo vroolijk en zoo bly:
Geen Kouiucxbanquet en hadder by.
268
Nae tafel soo dankten sy ouseu Heer En vielen op hare kniekens neer.
Maria gaf se een kruyseken,
Daartoe (I) een suyker huyseken, En songse stillekens in den slaep; Eu naer het stalleken soo ging dat schaep.
J
A. Potetees. (Yclelheidt des wereldts.)
(I) Daartoe = daarenboven.
25
269
âMaap Jezus wil de oogjes niet sluiten.quot;
Zij wiegt Hem, henr scliaapken zoo zacht
[en zoo blank, Zij wiegt Hem op de, armen, zij wiegt [Hern zoo lank,
Hij weent; 'tis zoo koud ook daarbuiten, -Zij kust en zij koost En zij sust en zij troost, â
Maar Jezus wil de oogjes niet sluiten.
Zij klemt Hem nog teerder nog vaster
[in d'arm:
Aau 't hart eener moeder, daar blijft [het zoo warm,
Al snerpen de sneeuwstormen buiten : -
Zij koestert en vleit,
Wijl haar Kindeken schreit, --
Maar Jezus wil de oogjes niet sluiten.
5)5^ â¢
frBte-- ._
270
Al doet liaar Zijn klagen den boezem zoo
[wee,
Zij zingt vau Gods glorie, zij zingt van
[Gods vrêe:
Daar hoort Hij 't niet loeien daarbuiten Zij jubelt eu kweelt En zij speelt en zij streelt.
Maar Jezus wil de oogjes niet sluiten.
âZoet Jeznkenquot;, zingt zij. 'k wil wannen
[uw leên,
âKom sluimer dan, schaapken, mijn [scliaapken zoo kleen, âDan slaapt ook de stormwind daarbuiten;quot;
Zij jubelt aldoor Hem baar liedeken voor, â
Maar Jezus wil de oogjes niet. sluiten.
quot;^sêiS)
âZoet Jezuken,quot; zingt zij, moet sluimeren
gaan:
â'tls middernaclit knaapjen, de sterre-
[kens staan
âZoo lang reeds te glinsteren buiten: ,,Zij fluisteren zacht Van den trans U goê-nacht;quot; â
Maar Jezus wil de oogjes niet sluiten
âLaat woeden de winden, zij deren U niet: âStraks daalt er een Engel en zingt met
[zijn lied
âDe stormen in sluimer daarbuiten, âEn wiegelt U zacht âOp zijn schacht heel den nacht;quot; Maar Jezus wil de oogjes niet sluiten.
272
Haar tonen verstommen: â zo is moe, [acli zoo moe, â âOch, engeltjesquot;, snikt zij ik bid n.
[snelt toe,
âVerwarmt Hem: het stormt zoo daar-
[buiten'.
Een traan dauwde er nêer Op haar Kindeken têer, â
Hij wilde ook zijn oogjes niet sluiten.
Zij schreien, zijn Moeder'? Hij klimt
[naar omhoog
En streelt, och, en kust haar de tranen
[van 't oog.... Geen stormwinden loeien meer buiten, En Jezus slaapt zoet
Aan haar boezem, in gloed,.....
Voor Haar wil Hij de oogjes wel sluiten.
INHOUD.
Bladz.
TER INLEIDING......III
Over m; vf.rekrixo der Bf.kldkn
ix het alfiemeex..... 7
Beteekenis ex veree uxh der /00-(rexaamde ,.Gexai:ehkhi.i)exquot; EX iniXXE AFHUELDlXdEX ... 14 EERSTE DEEL.
Gescliiedenis van het âWonderdadige Beeldquot;.......18
Bloeitijd der Vereeriug .... 40 De tijd der Verlichting' .... 46 TWEEDE DEEL.
Verhoorde gebeden......51
DERDE DEEL.
Gebedex tot hrt (tOddeli.tk Kixd 78 Gebed van Pater Cyrillns van de]
H. Moeder Gods......73
Morgengebed........74
Morgengroet der kinderen aan het
Kindje Jezus.......77
Schietgebeden gedurende den dag te
L verrichten........ verrichten........78
274 â
Avondgebed.......
AvoudgToet der kinderen aan he
Kindje Jezns.....
MISGEBEDEN TER EERE VAX
HET GODDELIJK KIND . BIECHTOEFENINGEN . . . âO Jezns, wees mij geen Rechter COMMÃNIEOEFENINGEN . . Gebed met vollen aflaat.
Lofzang van den H. Bernardus VERSCHEIDEN GEBEDEN
Aanvangsgebed......
Innige Smeekbede.....
Gebed in groote Moeilijkheid . Dagelijksche gebed gedurenden een
Novene .......
Een andere Novene .... Godvruchtig Ave tot het Kind
Jezus.........
Toewijding van het huisgezin aan
het goddelijk Kind . Toewijding van oen kind .
Groet aan het goddelijk Kind. Gebed van den H. Augustinus. ,, van den H. Bernardus .
â¢â
Bladz.
'â ^scöKl
Hliidz.
Gebed vau den Eerwaai'den Pater
Johannes Endes......138
Gebed voor de lieidensclie kinderen 138
â in ziekte......139
,, om een zalig- stervensuur . 140 â om vrede en eendracht. . 141 om behoud van have en goed. 142 ,, om de genade van navolging. 143 AFLAATGEBEDEN TOT HET
GODDELIJK KIND JESUS. Aanbeveling van Jezus met de
zeven Kruiswoorden . . . . 145 Gebed tot het goddelijk Kind
Jezus in de kribbe .... 146
Ander gebed tot het goddelijk
Kind Jezus ....... 148
Gebed tot dankzegging voor ontvangen weldaden......149
DE GEHEIMEN DEK HEILIGE
KINDSHEID.......151
KORTE GETIJDEN,.....158
HET KROONTJE VAN HET
KINDJE JEZUS.....166
NOVENE VOOR KERSTMIS . . 168 Eerste dag........168
27 6
B1 adz.
Tweede dag........171
Derde dag-........17;}
Vierde dag........17lt;)
Vijfde dag........178
Zesde dag........181
Zevende dag.......183
Achtste dag........186
Negende dag.......188
GEBEDEN ONDER HET LOF . 193 GEMEENSCHAPPEL. GEBEDEN.
Dankgebed........201
Gebed tol het goddelijk Kind. als
onzen Verlosser......202
Gebed tot het goddelijk Kind, als den Stichter van het christelijk
hnisgezin.........204
Gebed tot het goddelijk Kind, als
onzen Gezel bij den arbeid . 206 Gebed tot Maria, Moeder Gods en
Koningin der Engelen . . . 208 NOVENE VOOR .HET FEEST VAN DEN ZOETEN NAAM
JEZUS........211
Op den vooravond van het feest. 211
De Zondag van het feest . . . 212 ^
ieâ ⢠~
277
Bladz.
Maandag........213
Dinsdag.........215
Woensdag ... .... 216
Donderdag........217
Vrijdag.........218
Zaterdag........220
De Zondag van liet octaaf. . , 221 NOVENE VOOR DEX 25ston VAN
ELKE MAAND.....224
Opdracht.........221
AARTSBROEDERSCHAP VAN
JEZUS' H. KINDSHEID . . 227 Aflaten aan de broederschap verbonden. . .......230
LAATSTE REEKS v. GEBEDEN 233 Toewijding aan liet Kindje Jezns
op den 25sten van iedere maand. 233
Litantie van den Zoeten Naam .Jezus 235
Litanie van Jezns H, Kindsheid. 239
De Litanie van Lorette. . . . 245
Jezus' lessen aan de Kinderen . 250 Eereboete aan het goddelijk Hart
van het Kindje Jezus. . . . 252 Gebed tot Jezus iu de armen van
Maria.........255
!
â 278
â¢^9.$
f
Bladz.
Godvruchtige offerande aan liet
Kind Jezus.......256
Toewijding aan het Kindje Jezus. 257 Gebed voor deu troon van den
kleinen, aanbiddelijken Jezus . 257 FORMULIER VOOR DE WIJDING DER KROONTJES VAN HET KIND JEZUS .... 260 EEN VIERTAL DICHTBLOEMEN VOOR HET KINDEKEN
JEZUS........263
De Soete Naem Jesn.....263
Op het feest van den Name Jezus. 265 Jesus en Sint Janneken. . . . 266 âMaar Jezus wil de oogjes niet sluitenquot;........269
.v 1
â¢â=41») ij*..
If
1 M P R I M I
Posse censuit.
J. ti. II. (J. ESSLXK. Lib. Censor.
......^a)'l§
-g. '3 'S 'â ^
,