ocr page 1
ocr page 2

BÖ5!1

ocr page 3

7^

^ ifc1

gt;

SEXUEELE HYGIËNE

ocr page 4
ocr page 5

Peof. Dr. SEVED KIBBING

SBXUEELE HYGIËNE

OF

GEZONDHEIDSLEER VAN HET GESLACHTSLEVEN

Verkorte nityaaf

MET EEN NASCHRIFT VAN IJ. PlERSON.

i»/./o

LlilliEN gt; , • ,

A, II. ADRIANI 1897

ocr page 6
ocr page 7

EERSTE L E Z I X G.

Inleiding. — De literatuur over het geslachtsleven. — Do soorc en indeeling daarvan. — Het nut van sexueele kennis. — De indeeling der lezingen. — De sexueele hygiëne eene natuurwetenschap. — Zwartgallige opvatting van het geslachtsleven. — De beteekenis van het geslachtsleven. — Beschrijving der mannelijke geslachtsorganen. — De vrouwelijke geslachtsorganen en hunne werking. — Geslachtsrijpheid. — Sexueele vroegrijpheid. — Bronst en maandzuivering. — Yroege huwelijken. — De paring der dieren en teeltverhoudingen. — De sterkte der geslachtsdrift. — Het bedwingen daarvan bü de dieren, — Het geslachtsleven en het genot van geslachtsgemeenschap b\j de menschen. — Leeftijd voor het huwelijk. — Statistieke gegevens daarover. — De leeftijd waarop de huwelijken in de verschillende standen der maatschappij worden gesloten. — De ontwikkeling van de instelling des huwelijks. — De verhouding der geslachten in getalsterkte. — De oorzaak van storingen in die verhouding.

M. H. Het zal u niet verwonderen wanneer ik u zeg, dat ik niet dan na langdurige aarzeling heden voor u optreed. Het onderwerp dat ik zal behandelen wordt namelijk zoo zelden tot eene openlijke en tevens waardige bespreking gekozen, dat menig-

ocr page 8

2

ecti een beslisten tegenzin voor elke poging dienaangaande heeft. Enkele voortbrengselen der moderne letterkunde noodzaken evenwel om zulk eene zwijgende houding te laten varen.

De literatuur die den jongelieden over dit onderwerp wordt aangeboden, voert in menig opzicht op een dwaalweg. Ik zou die literatuur willen verdeelen in 1 etterlnind ifi-herr or mende en iiiedisrlt-irinsthejcii/eiicle. Onder de eerste versta ik hoofdzakelijk de uitgaven in den vorm van verhalen of tooneelstukken waarin de schrijvers een bijzonder punt van het lichamelijk of zielkundio- g-ebied van liet geslachtsleven behan-

o o ~

delen en. in den regel hartstochtelijk ijveren voor verandering van alle daarmee in verband staande wetten en zeden.

Zulk soort van literatuur is op zich zelf genomen niet te veroordeelen, maar de ervaring leert, dat zij dikwijls van schadelijken invloed is: dit is in de eerste plaats hieraan te wijten, dat de schrijvers of schrijfsters vervallen in de fout der halfbeschaafder), om uitgaande van alleenstaande feiten, de geheele orde der maatschappij, die zich regelde naar het groote aantal gewone gevallen en verschijnselen, te willen omverwerpen.

De tweede soort van literatuur over sexueele onderwerpen noem ik de inecliscli-irinstbejac/eiule. \ an welken aard deze is, begrijpt gij het best wanneer ik u de titels dier boeken noem: Zelfbeirariny. — Amor en Humeri. — RaadgenT voor jonyijehtiirden, enz. Deze literatuur bloeit enkel en alleen omdat zij aast op de zinnelijkheid der jongelieden en op hunne misstappen. Onder belofte van de geheimen van het geslachtsgenot te ontsluieren, geeft zij eenige armzalige schilderingen en raadgevingen voor geslachtsziekten, die gewoonlijk uitloopen op den raad; zich tegen hoogen prijs bij een buitenlandsch geneesheer een geneesmiddel aan te schaffen.

ocr page 9

3

i- Wanneer er een enkele maal een werk van anderen

e aard het licht ziet, gebeurt het licht dat het krach-

j- tige tegenspraak en eene vernietigende critiek vindt

bij een schrijversbent. die gevoed werd door lectuur p van de eerst door mij genoemde soort,

n De denkbeelden door deze betere schrijvers geuit,

n zijn ongetwijfeld ten volle geldig, al valt er misschien

iets af te dingen op den tijd en de wijze waarop n de kennis van het geslachtsleven aan de jeugd moet

n worden medegedeeld.

k Die kennis, zooals ik haar zou willen mededeelen,

i- is niet nieuw. Zij is sinds eeuwen verspreid door

ir protestantsche geestelijken, die op grond hunner

e eigene ervaring raad geven aan hun gemeenteleden.

Hoe goed hunne raadgevingen ook mogen zijn, n ze worden zelden gevraagd door de studeerende

ij jongelingschap. Ook kan de geestelijkheid onmoge-

e lijk de ontwikkeling der wetenschap volgen, en men

)f zal dus gereedelijk willen toegeven dat wij als doc-

i, toren onze stem behooren te verheften,

e De aangenaamste, meest bevredigende zijde van

;t de positie eens medicus is zeker deze, dat zijn

:e wetenschap het geslachtsleven, dien hoofdfactor van

het familieleven, beheerscht.

r- Aan de practische uitoefening der geneeskunst

n mogen vele moeiten en bezwaren verbonden zijn, de

;r kennis der levenswetten schenkt voldoening en ver-

— trouwen.

•i. Gaarne zou ik door deze lezingen iets willen

ij schenken van die kennis, en naar mijne meening

ie moet dit onderwerp onder beschaafde mannen wor

st den behandeld met ernst en waardigheid, zonder

i- onzuivere beweegredenen.

Met zou niet moeielijk wezen om aan dit onder-li werp een half jaar te wijden, maar ik mag niet zoo-

;r veel van uwen tijd in beslag nemen : ik zal mij tot

drie lezingen bepalen: waarvan in

ocr page 10

4

de eerste da geslachtsorganen, de aard en de werking van het geslachtsleven behandeld worden ; de tweede het huwelijk ten onderwerp heeft, en de derde de ziekten, die uit geslachtsgemeenschap ontstaan.

Bij voorbaat moet ik voor één ding waarschuwen. Ik zal geheel zonder voorbehoud en ronduit over alle bijzonderheden van mijn onderwerp spreken, liet is best mogelijk dat zulk eene behandeling bij den een of ander onwelzijn opwekt; zij dus die zich niet sterk genoeg gevoelen doen het best zich te verwijderen.

Nog iets anders wil ik u in vertrouwen meedeelen, I Iet zal mijn streven zijn in deze lezingen alleen van de ervaring uit te gaan. De levensbeschouwing, die wij uit de vele bronnen der wetenschap hebben geput, kan zeer goed hier en daar eens om een hoekje komen kijken, en zij kan er bijgevolg geene aanspraak op maken om door ieder te worden erkend ; maar de ervaring, de wetten en de kennis van de natuur zullen wel door ieder worden aangenomen.

De sexueele hygirnc is immers eene zuivere natuurwetenschap : de zedelijke gevolgtrekkingen door mij gemaakt, zullen tegenspraak vinden bij doctoren die op een ander standpunt staan.

Misschien komt het menigeen als eene nuttelooze onderneming voor zich in zulke onderzoekingen te verdiepen, daar er goede handleidingen bestaan voor de zedenleer van het geslachtsleven. Ik ben van gevoelen dat wij voor alles, eene Ethica naturalis sexualis (natuurlijke zedenleer van het geslachtsleven) noodig hebben.

Zulk eene wetenschap moet zich in de eerste plaats kunnen beroepen op ervaringen door de natuurkunde en de kennis der ziekten aan de hand gedaan. Alles wat onnatuurlijk is, wat lichamelijk en geestelijk lijden veroorzaakt, moet als verwerpelijk worden

ocr page 11

beschouwd en zoo mogelijk worden uitgeroeid. Maar omdat de sexueele quaestie niet alleen de bijzondere personen raakt, maar ook rekening heeft te houden met de geheele maatschappij, heeft men ook de Sociologie te raadplegen, waaraan men de grondstelling dankt: niemand heeft het recht zich genot te verschaffen dat aan anderen verdriet en smart veroorzaakt; ja, het is zelfs een der eerste maatschappelijke plichten om op dit gebied het grootst mogelijke geluk voor het grootst mogelijk aantal menschen te bewerken.

Het is meer dan eens gebeurd dat ernstige menschen, die over de veelvuldige afdwalingen van het geslachtsleven hadden gepeinsd, deze levensuiting als iets ongelukkigs, verleidelijks, vernederends beschouwden; zij hebben, wel wat overijld, den wensch uitgesproken dat de menschelijke voortplanting niet gebonden ware aan sexueele paring.

Wanneer men een oogenblik nadenkt, zal men terstond de beteekenis van geslachtelijke voortplanting inzien, flet ,,elkaar zoeken'quot; der beide geslachten ontwikkelt gaven en aanleg, die anders misschien zouden blijven sluimeren en ongebruikt te loor gaan.

Een blik op het leven der natuur zal ons dit doen zien.

Alleen daarom en daardoor bloeien de leliën op het veld. geuren de rozen: alleen daarom zingen de merels en nachtegalen: uitsluitend daarvoor beijvert zich de dieren- en plantenwereld om zich steeds mooier kleuren en vormen toe te eigenen: daardoor ontwikkelen mannen en vrouwen zich in lichamelijk en geestelijk opzicht tot volmaking: geven sterkte en schoonheid zich wederkeerig ten prijs. Zonder het geslachtsleven zou het leven eene akelige, doodsche woestenij zijn : kunsten en wetenschappen, staatsleven en beschaving, ja zelfs een deel van den godsdienst zou dan niet kunnen bestaan.

ocr page 12

()

flet is onmogelijk zich eene meening te vormen en inzicht te krijgen in het wezen van het geslachtsleven, zonder kennis te bezitten van den aard en de werking der geslachtsdeelen, en ik moet dus daarvan eene korte beschrijving geven.

Ik ben genoodzaakt om alle stelsels over het ontstaan van het menschelijk geslacht met stilzwijgen voorbij te gaan, alsmede de sexueele ontwikkeling van lagere vormen tot hoogere, en begin terstond met eene schildering der iiianndijke geslachtsdeelen.

Vooreerst zij opgemerkt, dat deze in tegenstelling met de vrouwelijke, zich hoofdzakelijk bevinden aan de buitenzij der groote lichaamsholten, dat zij zichtbare aanhangsels vormen aan het benedenste gedeelte van den romp.

Naar hunne werkzaamheid worden zij in drie deelen verdeeld, al naar het hunne roeping is Ik t zaad te bereiden, dit in hnisconnige onjancii roort te leiden otquot; als kopjtekeerktuiy te dienen.

liet mannelijk zaad wordt in de testikels oï bedien bereid. Dit zijn twee in grootte, vorm en ligging met elkaar overeenkomende, uit fijne buisjes saam-gestelde klieren, welker eigenaardige werkzaamheid in het tijdvak der manbaarwording begint en in den regel met den ouderdom ophoudt.

Een normaal gevormde testikel (bal) bestaat uit twee deelen, de ngetdijke testikel, die den vorm heeft van een eenigszins platgedrukt ei en het 3/4 gedeelte van de geheele testikelmassa uitmaakt, en de kleine of bijbal, een langwerpig, bijna cvlindervormig aanhangsel. dat aan de lange zijde van den eigenlijken testikel ligt. De beide testikels en hunne bijorganen loopen uit in den zoogenaamden zak of het een huidzak die elk der beide testikels in een afzonderlijke ruimte herbergt. Door dezen huidzak bedekt, loopt van eiken bal de zoogenaamde zaadstreng naar het lieskanaal, waardoor het in de bekkenholte

ocr page 13

7

treedt. De zaadstreng bestaat uit den buisvormigen zaadleider, uit slagaderen, aderen, Ivmphvaten en zenuwen, welke onderling door bindweefsel worden verbonden.

Het zou te veel tijd vergen, indien ik u alle hoi-tetjes, vliesjes en wandjes, enz. wilde beschrijven: ik bepaal mij tot dir deelen welke tot de gewichtigste verrichtingen zijn geroepen.

De testikel bestaat voornamelijk uit eene massa op verschillende manieren in elkaar loopende, uiterst fijne kanaaltjes, de zoogenaamde zaadlMnaalfjcs, welker gezamenlijke lengte in een volkomen ontwikkeld orgaan niet minder dan 1200 coct uitmaakt. In deze kanalen worden, als producten en veranderingen der daarin bevatte cellen, de zoogenaamde zaadlicJiaampjcs of zd'tddi.crfjvs (spermatozoon) gevormd. Deze kunnen worden beschreven als bijzonder kleine 0.004 m.M. lange en half zoo breede amandelvormige lichaampjes met een staart: deze laatste is draadachtig en overtreft de grootte van het lichaam van 7 tot 11 maal. Die lichaampjes zijn zoo klein, dat elke cicrltUidi' knbirke nrilliiiirtcr '/.aad-vocht vele honderd, iniliorncih daarvan bevat.

Bij microscopisch onderzoek ziet men, dat zij bestaan uit eene paarlemoerachtige zelfstandigheid, die waarschijnlijk uit eiwit, vet en phosphorzure kalk bestaat. Eene bijzondere eigenschap der pas uitgestorte zaaddiertjes is. dat zij steeds in levendig trillende, draaiende beweging zijn, die veroorzaakt wordt door de golvingen van den staart. Door deze bewegingen wordt het zaadlichaampje gewoonlijk in rechte lijn voorwaarts gedreven, en wel in de richting waarnaar het spitse eind van het lichaampje wijst.

De snelheid wordt geschat op 4 m.M. in de minuut.

In de vrouwelijke geslachtsdeelen kunnen de zaaddiertjes hun bewegingsvermogen S -10 dagen be-

ocr page 14

8

houden: daar buiten verliezen zij dit binnen eenige uren na de uitstorting.

Zeer zeker maken de zaaddiertjes het eenige levenwekkende bestanddeel van het mannelijk zaadvocht uit, dat door de afscheiding van vele kliertjes zeer vloeibaar gemaakt wordt en daardoor gemakkelijk in de vrouwelijke organen over te brengen is. Wanneer er in het zaadvocht van den man nooit zaaddiertjes gevonden worden, kan men met zekerheid zeggen, dat hij onmachtig is kinderen te verwekken, wat evenwel niet altijd onvermogen tot bijslaap insluit.

De gevormde zaadjes hebben een voertuig noodig om hun doel te bereiken en dit bestaat uit den zoo-genaamden zaadrjang, eene ongeveer 33 c.M. lange en zeer gekronkelde buis, die uit eiken testikel door het lieskanaal naar het bekken oploopt en uitmondt in het bovenste gedeelte van de pisbuis.

De wanden van deze buis bestaan uit bijzonder dikke en krachtige spierwanden, die in staat zijn om sterke bewegingen te ontwikkelen. Dicht bij de plaats waar de zaadgang uitmondt in de pisbuis, is aan de eerste een blaasje gehecht, het zoogenaamde zaadzakje, dat als bewaarplaats dient voor de gereed zijnde zaaddiertjes en mogelijk ook als afscheidingskliertje voor eene vloeistof die er mee wordt vermengd.

Het mannelijke koppelorgaan (penis) dient tot ongelijke doeleinden: in gewone omstandigheden tot het loozen der pis, als geslachtsorgaan om in de vrouwelijke scheede te worden gebracht en tot het loozen der zaadjes. Ten gevolge daarvan is zijn toestand en voorkomen zeer afwisselend: onder gewone omstandigheden is het zacht, slap, als saamgetrokken; onder de paring en bij sexueele prikkeling daarentegen vast en stijf. De manier, waarop de natuur deze laatstgenoemde verandering bewerkstelligt, is

ocr page 15

9

zeer opmerkelijk. Behalve het buisvormige leidingskanaal voor de pis, bestaat het mannelijk lid uit drie langwerpige, sponsachtige deelen, die uit eene menigte holtetjes en mazen bestaan, welke gevuld kunnen worden met bloed en op die manier dat lid snel van een pisleidend orgaan veranderen tot een krachtig paringswerktuig.

Dit heeft op de volgende wijze plaats:

liet is u bekend, dat zielsaandoeningen van invloed zijn op de bloedverdeeling in het lichaam, waarvoor het verbleeken en blozen der wangen een bewijs is. Door het zien. het aanraken of het denken aan eene vrouw, wordt bij den man de begeerte gewekt. Deze drang verbreidt zich van uit de hersenen door het ruggemerg naar de zenuwen van de geslachtswerktuigen; hij begint dezen bloed toe te voeren en tevens de wegvloeiing uit het mannelijke lichaamsdeel te verhinderen; de holtetjes en mazen worden meer en meer met bloed gevuld dat niet kan wegvloeien: de gevulde mazen nemen eene grootere ruimte in dan de ledige, en zijn in de algemeene holte zoo geplaatst, dat zij om zich volkomen te kunnen uitbreiden, het mannelijk lid moeten oprichten en den omvang er van naar alle kanten vergrooten. Wanneer nu dit lid voldoende kracht heeft gekregen, om den meer of minderen tegenstand van de vrouwelijke scheede te overwinnen, benevens den omvang om deze te vullen, wordt er door het wrijven tegen de scheede eene reflexbeweging opgewekt, die den zaadleider en de zaadblaasjes in zulk eene beweging brengt dat zij hun inhoud in het piskanaal uitstorten: daardoor plant zich weder eene reflexbeweging in de spieren voort, die de sponsachtige lichamen van het mannelijke orgaan bekleeden en het zaadvocht wordt door een opeenvolging van regelmatige stooten of samenpersingen van de met zaden gevulde pisbuis uitgespoten. Onder deze handeling is het loopen der

ocr page 16

10

pis naar de buis en het inloopen van de zaadvloei-stotquot; in de blaas verhinderd door de werkzaamheid van een klein orgaan, dat de gemeenschap tusschen die beide deelen afsluit. Het geslachtswerktuig heelt nu zijne roeping vervuld, de prikkeling houdt op, het bloed stroomt terug in de gewone banen, het mannelijk lid verslapt en herkrijgt zijn gewoon voorkomen.

De vrouwelijke geslachtsdeelen onderscheiden zich o.a. hierdoor van de mannelijke, dat hunne meeste en belangrijkste deelen liggen in het lichaam en hierdoor op de werking van ziel en lichaam der vrouw een zeer grooten invloed uitoefenen. Het vrouwelijke geslachtsleven is daardoor van niet zoo voorbijgaande beteekenis als dat van denman. Terwijl dit zich bij hem bepaalt tot de paring, blijft het bij haar zeer lang werkzaam tot het vormen van een nieuw wezen.

De vrouwelijke geslachtsdeelen bestaan in de eerste plaats uit de eierstokken, twee in het bekken en wel in de nabijheid van de baarmoeder gelegen, welker bestemming is de vrouwelijke geslachtsstof te rijpen en af te zonderen, die bevrucht, d. w. z. vereenigd met de mannelijke, eene reeks van ontwikkelingen kan doorloopen. waaruit een nieuw wezen ontstaat.

De eierstok zelf bestaat ten deele uit balkwerk dat het orgaan steunt en bijeenhoudt, deels uit eene uit meer dan duizend kleine blaasjes samengestelde massa, de zoogenaamde (ïraafschi' blaasjes. In deze laatsten kan men door middel van het vergrootglas het iiienschelijk ei ontdekken, een klein, helder, wit. kogelvormig lichaampje, 1/7 m.M. in doorsnede. Xiettegenstaande zijne kleinheid bestaat het uit meerdere deelen, een dunne, zachte holte, eene vloeiende, fijnkorrelige massa, die overeenkomt met een dooier en daarin het rruchthlaasje. Ook dit laatste is op zijne beurt niet enkelvoudig, want in

ocr page 17

11

het binnenste ziet men de zoogenaamde rrnclitcleklcm, eene soort van celkern 0.003quot; m.M. in doorsnede. Bij de maandstonden barst een Graafsch blaasje; het daaruit komende ei wordt opgevangen door den buisvormigen rilHiuh r of de moecleiiroiirpet en naar de baarmoeder geleid, waar het tot zijne volle ontwikkeling kan komen.

De baarmoedn' of uterus maakt het centrale deel uit van de vrouwelijke geslachtsdeelen; daar zij niet alleen gedurende het ontwikkelingsproces de vrucht omsluit, maar ook voor hare voeding en groei zorg draagt en haar als zij rijp is uitdrijft. De baarmoeder, die in ledigen toestand den vorm heeft van eene eenigszins platte peer. kan onder de zwangerschap zich zoo vergrooten. dat zij een of meer rijpe vruchten, met haren aanhang van vruchtwater en moederkoek bergt. In dien toestand verdringt zij de overige buikorganen, waardoor de vrouwelijke buikwanden worden uitgezet, zoodat de gedaante der vrouw verandert tot den vorm. dien iedereen kent.

Tusschen de baarmoeder en de buitenste geslachtsdeelen loopt de iiKirdersclieedc (rdf/ina), een buisvormig orgaan, bestemd om onder de paring het mannelijke geslachtsdeel in zich op te nemen en bij de geboorte van het kind dit tot uitgang te dienen. De uiterste monding der scheede is bij jonkvrouwelijke personen ten deeie gesloten door een ventielachtige slijmhuid-duplicatuur van verschillenden vorm. Deze huid. het jonkvrouwelijke huidje ot Itfimeu barst gewoonlijk bij de eerste volkomene paring, onder eene lichte verbloeding. De aanwezigheid en het onbeschadigd zijn van dit huidje gold voorheen als onomstootelijk bewijs van jonkvrouwelijkheid; nu weten wij dat het soms bij maagden ontbreekt en soms nog aanwezig kan zijn na de paring.

Tot de vrouwelijke organen behooren nog de kittelaar of clitoris, een klein bijna op een mannelijk

ocr page 18

12

lid gelijkend orgaan, hetwelk onder den bijslaap het uitgangspunt is voor de wellustige gewaarwordingen der vrouw, en ten deele de binnenste en buitenste schaamlippen, die de scheede afsluiten.

Hiermede meen ik u voldoende te hebben ingelicht om de werking van het geslachtsleven te begrijpen.

Ik voeg er alleen nog bij dat de vruchten in het moederlijfin den beginne volkomen aan elkaar gelijk zijn: eerst in de 6e—7e week bespeurt men verschil tusschen de geslachten, dat zich door ongelijke ontwikkeling van gelijksoortige organen vormt. Men kan daarom in de voortplantingswerktuigen van man en vrouw zeer veel overeenkomst vinden, hoe verschillend zij ook uiterlijk mogen zijn.

* *

amp;

Voor bevruchting is eene vereenifjing vandevoort-teelende stoffen noodzakelijk. Deze heeft plaats doordien een of meer zaaddiertjes door eene vooraf gevormde opening, in het ei dringen: het hoofd- of kernbestanddeel vereenigt zich met de kern der vrucht, smelt daarmee samen en de op die wijze saamgesmolten kern kan nu aanvangen zich in een of meer kernen te verdeelen; er worden cellen gevormd, deze schikken zich op eene bepaalde wijze, verdeelen zich in ongelijksoortige weefsels, enz.,... en de vruchtvorming is in vollen gang.

Om de tot de voortplanting van het geslacht vereischte rijpheid en ontwikkeling te bereiken is er bij de hoogere diersoorten en den mensch eene zekere tijdruimte noodig. Deze rijpheid treedt niet eensklaps in. maar is het gevolg van een jarenlang voortgezette ontwikkeling, liet tijdvak der puberteit of der manbaarheid. Deze begint voor alle menschen-rassen en personen niet op denzelfden leeftijd ; eerder voor stedelingen dan voor buitenmenschen; eerder

ocr page 19

13

voor studeerenden dan voor arbeiders. Bij den jongeling kenmerkt zij zich door stemverandering, het ontstaan van een baard en haargroei op de geslachts-en andere iichaamsdeelen, benevens afscheiding van snacl. Deze ontwikkeling begint tusschen 17 en 21 jaar.

Sommige schrijvers stellen deze periode voor als veel vroeger beginnend. Strindberg schildert een jongeling die reeds op 13-, 14-jarigen leeftijd geslachtsdrift heert en 16 jaar oud ziek wordt door zijn strijd daartegen.

Gustaf af Geyerstam's held in Erik Gratie toont eveneens zulk eene sexueeie vroegrijpheid. Vóór zijn twaalfde jaar reeds heeft deze liefde-phantasieën.

Deze beide schrijvers willen gaarne der wereld doen gelooven, dat zij schilders der werkelijkheid zijn. Bij een medisch gevormd man komt daarbij de gedachte boven, dat zij hunne in lateren tijd gewonnen levensbeschouwing met geweld persen in de lijst van eene soort schildering der werkelijkheid, of dat zij toevallig geheel buitengewone gevallen hebben waargenomen. 1 let was dan hun plicht geweest de natuur en het wezen dier bijzondere afwijking te onderzoeken, deze te vergelijken met de gewone gevallen en eerst daarna met hunne voorstellen tot sociale veranderingen voor den dag te komen.

De uitzonderingen moeten gewaardeerd en behandeld worden als eene soort van ziekte, zij mogen nooit tot punt van uitgang worden genomen voor wetten ten behoeve der gezonde meerderheid. En het is ongewoon, dat een jongen van 12—14 jaar bezocht wordt door zinnelijke driften.

Ervarene medici kennen voorbeelden van vroegrijpheid zoowel bij jongens als bij meisjes, en ouders of opvoeders moesten bij die — eene uitzondering makende — kinderen, den raad inroepen van een geneesheer, in plaats van hen tot mikpunt te maken van scherts, zooals nu dikwijls gebeurt.

ocr page 20

12

lid gelijkend orgaan, hetwelk onder den bijslaap het uitgangspunt is voor de wellustige gewaarwordingen der vrouw, en ten deele de binnenste en buitenste schaamlippen, die de scheede afsluiten.

Hiermede meen ik u voldoende te hebben ingelicht om de werking van het geslachtsleven te begrijpen.

Ik voeg er alleen nog bij dat de vruchten in het moederlijfin den beginne volkomen aan elkaar gelijk zijn; eerst in de 6e—7quot; week bespeurt men verschil tusschen de geslachten, dat zich door ongelijke ontwikkeling van gelijksoortige organen vormt. Men kan daarom in de voortplantingswerktuigen van man en vrouw zeer veel overeenkomst vinden, hoe verschillend zij ook uiterlijk mogen zijn.

* •»

Voor bevruchting is eene vereenü/ing van de voort-teeleilde stoffen noodzakelijk. Deze heeft plaats doordien een of meer zaaddiertjes door eene vooraf gevormde opening, in het ei dringen; het hoofd- of kernbestanddeel vereenigt zich met de kern der vrucht, smelt daarmee samen en de op die wijze saamgesmolten kern kan nu aanvangen zich in een of meer kernen te verdeelen; er worden cellen gevormd, deze schikken zich op eene bepaalde wijze, verdeelen zich in ongelijksoortige weefsels, enz.,... en de vruchtvorming is in vollen gang.

Om de tot de voortplanting van het geslacht vereischte rijpheid en ontwikkeling te bereiken is er bij de hoogere diersoorten en den mensch eene zekere tijdruimte noodig. Deze rijpheid treedt niet eensklaps in. maar is het gevolg van een jarenlang voortgezette ontwikkeling, het tijdvak der puberteit of der manbaarheid. Deze begint voor alle menschen-rassen en personen niet op denzelfden leeftijd; eerder voor stedelingen dan voor buitenmenschen; eerder

ocr page 21

13

voor studeerenden dan voor arbeiders. Bij den jongeling kenmerkt zij zich door stemverandering, het ontstaan van een baard en haargroei op de geslachts-en andere lichaamsdeelen, benevens afscheiding van zaad. Deze ontwikkeling begint tusschen 17 en 21 jaar.

Sommige schrijvers stellen deze periode voor als veel vroeger beginnend. Strindberg schildert een jongeling die reeds op 13-, 14-jarigen leeftijd geslachtsdrift heeft: en 16 jaar oud ziek wordt door zijn strijd daartegen.

Gust af af Geyerstam's held in Erik Gram toont eveneens zulk eene sexueele vroegrijpheid. Vóór zijn twaalfde jaar reeds heeft deze liefde-phantasieC'n.

Deze beide schrijvers willen gaarne der wereld doen gelooven, dat zij schilders der werkelijkheid zijn. Bij een medisch gevormd man komt daarbij de gedachte boven, dat zij hunne in lateren tijd gewonnen levensbeschouwing met geweld persen in de lijst van eene soort schildering der werkelijkheid, of dat zij toevallig geheel buitengewone gevallen hebben waargenomen. liet was dan hun plicht geweest de natuur en het wezen dier bijzondere afwijking te onderzoeken, deze te vergelijken met de gewone gevallen en eerst daarna met hunne voorstellen tot sociale veranderingen voor den dag te komen.

De uitzonderingen moeten gewaardeerd en behandeld worden als eene soort van ziekte, zij mogen nooit tot punt van uitgang worden genomen voor wetten ten behoeve der gezonde meerderheid. En het is ongewoon, dat een jongen van 12—14 jaar bezocht wordt door zinnelijke driften.

Ervarene medici kennen voorbeelden van vroegrijpheid zoowel bij jongens als bij meisjes, en ouders of opvoeders moesten bij die — eene uitzondering makende — kinderen, den raad inroepen van een geneesheer, in plaats van hen tot mikpunt te maken van scherts, zooals nu dikwijls gebeurt.

ocr page 22

14

De vrouwelijke rijpheid kenmerkt zich eveneens door verandering van de stem. door het ontwikkelen van het figuur van het kinderlijke tot het vrouwelijke tvpe, en eindelijk door het intreden der maandstonden. Dit laatstgenoemde verschijnsel is zeer eigenaardig en karakteristiek bij den mensch; bij geen enkele diersoort komt iets dergelijks voor, en zij heeft bestaan sinds de vroegste oudheid.

Men heeft de vrouwelijke maandzuivering willen vergelijken bij de bronst van het dier, maar eene volkomene gelijkheid tusschen deze beide verschijnselen bestaat niet. Onder bronst behoort men te verstaan een voor verschillende diersoorten op ongelijke, maar voor dezelfde diersoort op bepaalde tijden intredenden toestand van sexueele prikkeling. Dit tijdstip valt steeds op een oogenblik dat er bij de geboorte der jongen, voor dezen zoowel als voor de ouders, ruimschoots voedsel is te vinden. Zulk een bronsttijd bestaat voor de menschen niet. In den bronsttijd ontstaat er bij de dieren behalve sexueele prikkeling, congestie naar de uitwendige geslachts-deelen en onilatAi- (rijpheid en het loslaten van het ei van den eierstok) en daarom valt met deze tijden een duidelijk uitgedrukt bevruchtingsvermogen samen.

Het is daarentegen volstrekt niet noodzakelijk, dat hetgeen men maandzuivering noemt (congestie naar en bloeding van de baarmoeder) samenvalt met een bronstproces. Eene gelijkstelling van bronst en maandzuivering is wetenschappelijk onhoudbaar, hetzij men de zuiver lichamelijke verschijnselen beschouwt of acht geeft op de daarmee samengaande zielsstemming.

De maandzuivering of de regel der vrouw, bestaat in eene op gezette tijden terugkomende eierafstoo-ting gevolgd door eene bloeding der baarmoeder.

Ten gevolge dezer veelvuldige eierafstooting kan de vrouw ten allen tijde ontvangen en de geboorten der menschen zijn dan ook vrij gelijk over alle

ocr page 23

15

maanden verdeeld. De bloeding der baarmoeder wordt veroorzaakt door eene aanzwelling en bersting harer slijmhuid, waardoor het blijven en groeien van het bevruchte ei in het moederlichaam wordt bevorderd. De bloeding kan worden beschouwd als een gevolg eener natuurlijke entsnede op het organisme van den moederlijken stam. Wordt het ei niet bevrucht, dan wordt het gebroken en verdwijnt het spoorloos. De maandzuivering blijft onder de zwangerschap en zelfs in de meeste gevallen onder het zoogen weg. In tegenstelling met de bronstige wijfjes der dieren, hebben de vrouwen in den tijd der maandstonden een tegenzin in sexueelen omgang; een tegenzin die bij de vrouwen aller volken, zelfs bij die welke op den laagsten trap der beschaving staan, voorkomt.

Ik zeide zooeven, dat de geslachtsrijpheid bij alle personen en rassen niet op denzelfden leeftijd wordt bereikt.

Wat het tijdstip betreft van den aanvang der maandzuivering bij de vrouw is dit gemeenlijk in Europa op 15 a 16 jarigen leeftijd, soms daar beneden, soms daar boven. Te Calcutta gemiddeld op 121/.) en in Egvpte op 10 jarigen leeftijd.

In hetzelfde land wordt ook nog verschil aangetroffen; Israëlietische meisjes beginnen in den regel vroeger dan andere kinderen; die in de stad opgroeien eerder dan de dorpskinderen, de dochters uit de rijkere standen eerder dan die uit den arbeidersstand.

Ik loop misschien gevaar u te vervelen, maar ik moet het nog eens herhalen dat: het begin ran Iwt ontn'ikkc/iiujh-t'ijdrfik niet hetzelfde is als het einde. Tiet meisje is na hare eerste maandstonden nog niet huwbaar, l it een stoffelijk oogpunt alleen reeds wordt geëischt, dat zij de regels minstens twee jaar heelt gehad en dat het groeien in lengte bij haar heeft opgehouden.

ocr page 24

14

De vrouwelijke rijpheid kenmerkt zich eveneens door verandering van de stem. door het ontwikkelen van het figuur van liet kinderlijke tot het vrouwelijke type, en eindelijk door het intreden der maandstonden. Dit laatstgenoemde verschijnsel is zeer eigenaardig en karakteristiek bij den mensch; bij geen enkele diersoort komt iets dergelijks voor, en zij heeft bestaan sinds de vroegste oudheid.

Men heeft de vrouwelijke maandzuivering willen vergelijken bij de bronst van het dier, maar eene volkomene gelijkheid tusschen deze beide verschijnselen bestaat niet. Onder bronst behoort men te verstaan een voor verschillende diersoorten op ongelijke, maar voor dezelfde diersoort op bepaalde tijden intredenden toestand van sexueele prikkeling. Dit tijdstip valt steeds op een oogenblik dat er bij de geboorte der jongen, voor dezen zoowel als voor de ouders, ruimschoots voedsel is te vinden. Zulk een bronsttijd bestaat voor de menschen niet. In den bronsttijd ontstaat er bij de dieren behalve sexueele prikkeling, congestie naar de uitwendige geslachts-deelen en ocuJatic (rijpheid en het loslaten van het ei van den eierstok) en daarom valt met deze tijden een duidelijk uitgedrukt bevruchtingsvermogen samen.

Het is daarentegen volstrekt niet noodzakelijk, dat hetgeen men maandzuivering noemt (congestie naar en bloeding van de baarmoeder) samenvalt met een bronstproces. Eene gelijkstelling van bronst en maandzuivering is wetenschappelijk onhoudbaar, hetzij men de zuiver lichamelijke verschijnselen beschouwt of acht geeft op de daarmee samengaande zielsstemming.

De maandzuivering of de regel der vrouw, bestaat in eene op gezette tijden terugkomende eierafstoo-ting gevolgd door eene bloeding der baarmoeder.

Ten gevolge dezer veelvuldige eierafstooting kan de vrouw ten allen tijde ontvangen en de geboorten der menschen zijn dan ook vrij gelijk over alle

ocr page 25

15

maanden verdeeld. De bloeding der baarmoeder wordt veroorzaakt door eene aanzwellincr en bersting-harer slljmhuid. waardoor het blijven en groeien vau het bevruchte ei in het moederlichaam wordt bevorderd. De bloeding' kan worden beschouwd als een gevolg eener natuurlijke entsnede op het organisme van den moederlijken stam. Wordt het ei niet bevrucht, dan wordt het gebroken en verdwijnt het spoorloos. De maandzuivering blijft onder de zwangerschap en zelfs in de meeste gevallen onder het zoogen weg. In tegenstelling met de bronstige wijfjes der dieren, hebben de vrouwen in den tijd der maandstonden een tegenzin in sexueelen omgang: een tegenzin die bij de vrouwen aller volken, zelfs bij die welke op den laagsten trap der beschaving staan, voorkomt.

Ik zeide zooever', dat de geslachtsrijpheid bij alle personen en rassen niet op denzelfden leeftijd wordt bereikt.

Wat het tijdstip betreft van den aanvang der maandzuivering bij de vrouw is dit gemeenlijk in Europa op 15 ii 16 jarigen leeftijd, soms daar beneden, soms daar boven. Te Calcutta gemiddeld op 121/.) en in Egvpte op 10 jarigen leeftijd.

In hetzelfde land wordt ook nog verschil aangetroffen; Israëlietische meisjes beginnen in den regel vroeger dan andere kinderen ; die in de stad opgroeien eerder dan de dorpskinderen, de dochters uit de rijkere standen eerder dan die uit den arbeidersstand.

Ik loop misschien gevaar u te vervelen, maar ik moet het nog eens herhalen dat: hei begin van het ovUrikkelincjNfijclrak niet hetzelfde is als het einde. Het meisje is na hare eerste maandstonden nog niet huwbaar, l it een stoffelijk oogpunt alleen reeds wordt geëischt, dat zij de regels minstens twee jaar heeft gehad en dat het groeien in lengte bij haar heeft opgehouden.

ocr page 26

16

Met deze kennis van de levenswetten en de natuur rrjmt slecht de volgende voorstelling van Strindberg : i)Zij was eene veertienjarige vrouw: hare borsten stonden zwellend hoog. alsof zij wachtten op kleine begeerige neusjes en kleine pakkende handjes; zij liep zeer veerkrachtig, met wiegende heupen alsof zij, heden even goed als morgen, een paar kleintjes onder heur hart zou kunnen dragen.quot;

Wij hebben hier met eene uitzondering te doen, die wij doctoren beter kennen dan ieder ander. Dichters hebben echter eene andere roeping dan uitzonderingen te schilderen, vooral ook wijl zij niet als zoodanig worden beschouwd: het publiek vat hunne schilderingen altijd op als hadden zij een doel, een zedenkundige strekking.

Een huwelijk gesloten vóór de man of de vrouw volkomen ontwikkeld is, is schadelijk zoowel voor de echtgenooten zelve als voor de uit hun huwelijk geboren kinderen.

Het is een feit, dat het weerstandsvermogen van gehuwde lieden grooter is dan van ongehuwde: maar bij hen die zeer jong trouwen is dit juist andersom.

Van de 1000 mannen, tusschen de 14 en 20 jaar gehuwd, stierven gedurende een zeker tijdvak ; van 1000 ongehuwden slechts 6,7 procent.

In datzelfde tijdvak was de sterfte onder de vrouwen in Frankrijk de volgende:

van 1000 gehuwde van 1000 ongehuwde

stierven 15—20 jaar oud 14,0 S,0

» 20—25 » » 9,8 6,5

10.3

13,8 23,5 42,S

» 30—40 » » 9,1

» 40—50 » » 10,0

» 40—60 » » 16,3

» 60—70 » » 35,4

Uit de onderzoekingen van een anderen Fransch-man blijkt dat de sterfte onder mannen, gehuwd

ocr page 27

17

tusschen 15 en 20 jaar, achtmaal zoo groot is als onder ongehuwde mannen van dien leettiid. De ouderdoms-klasse van 20—25 geeft voor gehuwde mannen eene veel voordeeliger verhouding, die bestendigd wordt in al de volgende leeftijden. De tabel over het vrouwelijk geslacht wijst eene groote sterfte aan voor vrouwen die vóór haar 25ste jaar huwen; maar het cijfer daalt voor de gehuwde vrouwen van 25 jaar en daarboven.

Het menschelijk geslacht staat in dit opzicht niet alleen; de dierenfokkers in alle landen hebben opgemerkt. dat het moeder-dier volkomen ontwikkeld en krachtig moet zijn, zullen de jongen flink wezen. Ondervinding heeft de fokkers geleerd, dat ongeduld op schade uitloopt.

In de vrije natuur ook kan men opmerken, dat er vele oorzaken zijn die eene al te vroegtijdige paring voorkomen: ten deele openbaart zich onder het bezige zoeken naar voedsel en de verdediging tegen vijanden de sexueele aandrift bij de vrijlevende dieren niet zoo vlug als in de broeikasachtige stallen ; en dan moeten de mannetjes in den strijd om het bezit der wijfjes de kracht aan den dag leggen, die hen tot overwinnaars maakt.

Maar de geslachtsdrift is sterk, zegt men, en om dat te bewijzen worden er duizenden waarnemingen opgesomd, om aan te toonen dat het leven van het individu gering wordt geschat in vergelijking van de instandhouding van het geslacht, en hoe de onbedwingbare natuur de organische wezens drijft om hunne roeping te vervullen, zelfs op gevaar af van eigen ondergang. Men haalt Schiller aan:

Zoolang nog niet de wijsbegeert'

De wereld ordent en regeert,

Houdt z\j haar door den band Van Honger en van Liefde in stand,

ocr page 28

18

en ik kan daartegen niets inbrengen, dan dat deze geslachtsdrift, hoe sterk ook, toch niet onoverwinnelijk is zelfs niet bij onze huisdieren.

Ik noem in het bijzonder de dieren, waarvan ik het meeste weet, namelijk de paarden, en ik kan u verzekeren, dat men bij een hengst zoowel als merrie gedurende het geheele leven de bevrediging van geslachtsdrift kan verhinderen, zelfs bij paarden welke als weeldeartikel in de stallen der rijken worden onderhouden.

Het middel daartoe is: behoorlijke voeding, betamelijke arbeid en bestendig bezig zijn, zoodat de aandacht van het dier (als ik het zoo eens mag noemen) niet te veel wordt gevestigd op de gewaarwordingen der geslachtsdrift. Eenige onrust, eenige prikkelbaarheid worden overwonnen door vastheid en goedheid of eene kleine tuchtiging, doch het resultaat is bijna altijd het gewenschte.

De natuur is tegenover den mensch bijzonder onbekrompen geweest. Zij heeft zijn geslachtsdrilt niet gebonden aan een jaargetijde. Man en vrouw kunnen ten allen tijde geslachtelijken omgang genieten. Dat de statistiek op twee hooge getallen van geboorten kan wijzen, waardoor een grooter bevruchtingsvermogen in de lente en in den laatsten tijd van het jaar wordt aangetoond, is niet het gevolg van eene verhoogde geslachtsdrift en meer omgang der geslachten in die jaargetijden maar veeleer hiervan dat de vrouw onder de mindere bezigheid, die voor haar op het kerstfeest volgt, en onder het ontwakende leven der natuur het gemakkelijkst ontvangt.

De natuur heeft echter het geslachtsleven niet gegeven als een op zich zelf staanden vorm van genot; neen, bij het dier zoowel als bij den mensch

ocr page 29

I')

is het geslachtsgenot innig verbonden met de voort-planting en de zorg voor het nageslacht.

De ontwikkeling en beschaving hebben, wat den mensch betreft, hiermee rekening gehouden; met den verhooÉfden eisch naar alle gemakken des levens zijn er nieuwe machten ingetreden, waardoor de huwelijken over het algemeen later worden aangegaan. De kerkelijke en wettelijke bepalingen bij het sluiten van een huwelijk, de plechtige viering der bruiloft, de bruidsschat, het streven om de toestemming der ouders te verwerven enz. hebben daartoe zeker het hunne bijgedragen. Worden zij niet al te lang opgeschort, zoo valt er tegen late huwelijken niets te zeggen.

Den meesten menschen ontbreekt, helaas, alle kennis omtrent den leeftijd, waarop de huwelijken werkelijk worden gesloten, en ik moet daarom eenige dorre getallen opsommen, omdat wij anders een bepaald uitgangspunt voor onze redeneering zouden missen. Menigeen verkeert in den waan dat de leeftijd, waarop de huwelijken bij ons worden gesloten, van jaar tot jaar stijgt: dit is echter niet het geval. Wel zijn de huwelijken van mannen en vrouwen onder de vijf en twintig jaar sedert 1830 verminderd, maar deze vroege huwelijken maken bij ons nog 36 pet. van het geheele aantal uit, terwijl zij in Engeland en Sardinië meer dan 50 pet. uitmaken. Beieren daarentegen kan slechts op 21 pet. wijzen.

De gemiddelde leeftijd bij het aangaan van de huwelijken is in het laatste vierendeel der eeuw geweest als volgt:

voor mannen

28,49 jaar 28,48 quot; „ 28,43 „

voor vrouwen

1S61 30,91 jaar

1862 30,92 ' „

1863 30,93 „

ocr page 30

20

voor mannen

voor vrouwen

1S64

30,81

jaar

28,26

jaar

1865

30,87

n

28.47

77

1866

30,86

n

28,32

77

1867

30,73

7?

28.07

77

1868

30.78

n

28,20

77

1869

30,80

V

28,23

77

1870

31,15

V

28.47

77

1871

31,15

n

28.53

77

1872

31,22

V

28,56

77

1873

31,11

V

28,41

77

1874

31.17

V

28.40

77

1875

31,14

28.38

77

1876

31.15

V

28.34

77

1877

30,89

V

28.20

77

1878

30,80

V

28.02

77

187()

30,72

V

27,85

77

1880

30.33

75

27,58

77

1881

30.19

?5

27,47

77

1882

30,30

7)

27,60

77

1883

30.23

77

27.47

77

1884

30.22

77

27.57

77

1885

30,03

77

27.40

77

1886

30,12

77

27,45

77

liet zou

te ver

voeren

indien ik hier uitw

over de oorzaken voor het stijgen ot dalen van de aangevoerde cijfers, ik wijs er slechts op dat uit deze tabel blijkt hoe. ondanks eene verhooging in het midden, de leeftijd voor het sluiten van de huwelijken in een kwart eeuw voor de mannen is gedaald met bijna een jaar, en voor de vrouwen met meer dan een jaar.

Men moet bij deze cijfers wel in het oog houden,, dat zij slaan op alle echtverbintenissen, ook op de tweede en derde, en dat het er vooral op aankomt om den leeftijd te weten, waarop de eerste huwelijken

ocr page 31

werden gesloten. De cijfers hiervoor zijn in ons land niet nauwkeurig berekend, maar vakmannen nemen aan, dat de gemiddelde leeftijd twee jaar lager is dan die der algemeene lijst. Bij het sluiten van een eerste huwelijk zou dus een Zweedsche man gemiddeld pl. m. 28, eene Zweedsche vrouw pl. m. 251/'2 jaar zijn, wat niet ongunstig kan heeten.

Ter vergelijking eenige cijfers van andere landen :

I luwelijksleeftijd:

in het algemeen. b h sl. v h le huwelijk.

Mannen Vrouwen Mannen Vrouwen

Frankrijk 30,17 26.07 28,40 25,30

Engeland 28,01 24,42 26,00 24.07

Denemarken 31,50 28,50 26,00 23,10 (De cijfers beteekenen natuurlijk de jaren.)

In Denemarken daalde sedert 18S5 de gemiddelde leeftijd.

Het is zeker niet onmogelijk dat voor ons volk de Engelsche en Deensche cijfers bereikt /Allien kunnen worden; en wanneer later elke jonkman eene huishouding kan opzetten op 26-jarigen leeftijd, en ieder jongmeisje met 23 ii 24 jaar. dan zijn er geen groote veranderingen te wenschen.

Maar, zegt men, wanneer er sprake is van de zoogenaamde beschaafde klassen, wanneer de gemiddelde leeftijd eens uitgerekend werd voor de studeerenden, en de met hen gelijkgestelden, dan zou men zien dat het huwelijk niet wordt aangegaan dan tusschen het dertigste tot en met het veertigste jaar.

Ofiïcieele statistieke opgaven bestaan er dienaangaande niet, ik heb mij daarom van een ander middel bediend, om op deze en soortgelijke vragen een antwoord te geven. Men kan zich namelijk uit par-

ocr page 32

22

ticuliere historische aanteekeningen en uit geslachts-boeken van verschillende families, uitgebreide statistische gegevens verschaffen en die op verschillende wijzen bewerken. Ik zelf heb ten dien einde enkel de kerkboeken van het stift Lund, ))De geschiedenis der Zweedsche doctoren'' en den kalender van den adel van 1888 bestudeerd.

Voor het personeel van den geestelijken stand, van het stift Lund. dat zich niet in de gunstigste omstandigheden bevindt tot het aangaan van vroegtijdige huwelijken, heb ik bevonden, dat van 244 gevallen de gemiddelde leeftijd waarop het eerste huwelijk werd gesloten, op jaar viel.

Van de meegedeelde huwelijken zijn er 32 vóór het 30ste jaar, 143 vóór het 40ste. 38 vóór het 50ste en 9 later dan het 50ste jaar aangegaan.

Van de 576 Zweedsche geneesheeren traden er 102 vóór het 30ste jaar. 395 vóór het 40ste, 67 vóór het 50ste en 9 na het 50ste jaar in het huwelijk.

De gemiddelde leeftijd bij het sluiten van het huwelijk was 34,2 jaar.

In den kalender van den adel wordt de ouderdom opgegeven van 2073 mannen, die voor de eerste maal huwden.

847 deden dit vóór het 30ste. 1001 tusschen de 30 en 40, 201 tusschen 40 en 50, en 24 op of na de 50 jaar. De gemiddelde leeftijd was 31,5 jaar.

Als wij nu de hierboven meegedeelde cijfers eens wat nauwkeuriger nagaan, vinden wij, dat de gemiddelde leeftijd bij het aangaan van het eerste huwelijk, voor al de berekende bevolkingsgroepen hooger is dan voor de bevolking in het geheel. Dit is trouwens zeer natuurlijk. De mannen, die tot grondslag hebben gediend voor de gegevene berekeningen, moesten zich door eene meer of minder langdurige studie voorbereiden tot het ambt, den dienst, het beroep dat zij zich uit neiging of met

ocr page 33

23

het oog op familie ot' geslacht hadden gekozen. Daarbij komt nog dat de in staatsdienst tredende jongelieden, langer of korter, zich in afhankelijke omstandigheden bevinden, die het aangaan van een huwelijk beletten.

Eene vergelijking van de ongelijke groepen brengt aan het licht, dat de leeraarsstand (althans in het stift Lund) zich in de ongunstigste positie bevindt. Met de Zvveedsche doctoren is het iets beter gesteld.

De jonge adellijke lieden huwen nog eerder. Mogen al sommigen daartoe in staat gesteld worden door het vermogen dat de familie nog bezit, zeer zeker geldt dit niet voor het meerendeel; door eene nauwkeurige bestudeering van genoemden kalender zal men zien, dat de huwelijken even goed worden aangegaan door jonge mannen, die in zeer bescheidene omstandigheden leefden, als door de rijke erfgenamen.

Op grond van de gegevens, die ik in sommige kringen heb verzameld, vind ik vrijheid om te zeggen, dat de jongelieden van den tegenwoordigen tijd eerder huwen dan die van het vorig geslacht. Ik heb zelfs voor de beschaafde standen geene verhooging

van den gemiddelden leeftijd kunnen opmerken.

* *

*

Hij die vragen behandelt der sexueele hvgiene, moet natuurlijk bereid zijn om op eene duidelijke wijze zijne meening te zeggen over huwelijk met één vrouw of veelwijverij.

Vele schrijvers hebben getracht te bewijzen, dat de natuur van de geslachtsverbintenissen zich uit de vermenging van geslachten of algemeene paring tot wettelijke veelwijverij en eindelijk tot het huwelijk met één vrouw heeft ontwikkeld. In betrekking tot de algemeene geldigheid van dezen regel, blijven zij ons echter het bewijs schuldig.

ocr page 34

De vergelijkende Volkenkunde is zoowel in betrekking tot het geslachtsleven als tot andere vragen een nog zoo weinig bewerkt veld. dat men daaruit nu nog niet den stamboom van het huwelijk mag opmaken.

Uit reeds nu toegankelijke gegevens wordt bewezen, dat de geschiedenis van het huwelijk zich bij verschillende, menigmaal zelfs bij verwante en op denzelfden graad van beschaving staande stammen, zeer ongelijk heeft ontwikkeld; dat bij den een de huwelijken zeer goed geregeld zijn en de trouw gehouden wordt, terwijl bij den ander de grootste lichtzinnigheid heerscht.

In een onlangs uitgegeven werk van y. Starrkc wordt op grond van veelomvattende gegevens beweerd. dat slechts uit onbekendheid met de levenswijze en aard der wilden de leer kan worden ver-kondio-d. dat deze voortdurend aan quot;eslachtsharts-

O O

tocht lijden, om dan daarop de leer der onbelemmerde vermenging der geslachten als de oorspronkelijke verhouding te bouwen. Xaar de meening van dienzelfden schrijver kwamen huwelijken met één vrouw reeds voor ondenkbare tijden veelvuldig voor, en deze regelmatige verbintenissen waren een natuur-lijk gevolg der noodzakelijkheid om als man en vrouw den arbeid te deelen. en uit de behoefte; ééne huishouding te vormen. De vermenging der geslachten blijkt een later bijkomende toestand te zijn, eene uiting van de meer ontwikkelde fami ie of chui-geest, die nu en dan in het huwelijk het eigendomsrecht der contractanten op elkanders persoon betwist.

Als wij de natuur naar hare meening vragen, dan antwoordt zij in de eerste plaats, dat zij onder bijna alle gewone verhoudingen er naar streeft het evenwicht tusschen de geslachten te bewaren. Dit doet zij niet zóó, dat zij van beide geslachten evenveel

ocr page 35

leden schept, maar dat zij met het oog op de groo-tere sterliijkheid der jongens, eerst een groot aantal mannelijke vruchten teelt; het overwicht is zoo be-teekenend, dat ondanks het meerdere gevaar voor de jongetjes om tijdens de verlossing te sterven, de levend-geborene toch in alle landen en bij alle bekende volken het aantal kinderen van het vrouwelijk geslacht overtrelfen. Dit geldt in het algemeen, en voor zoover betrouwbare opgaven strekken, voor alle lanclm, idle klimaten, alle rasSj^i.

De verhouding der levend-geborenen staat van 105,(S3 jongens tot 100 meisjes, van de dood- en levend-geborenen van 106,30 jongens tot 100 meisjes. Gaat men de getallen der dood-geborenen na. dan vindt men in Frankrijk: 145 jongens tegen 100 meisjes, in Holland 12') jongens tegen 1Ö0 meisjes. In Zweden is de verhouding 131 tegen 100. Men heeft tevens opgemerkt, dat het hoogere jongenscijfer der levend-geborenen geenszins standvastig is op verschillende plaatsen. Zoo staat b.v. in Zweden Jemtlands-leen ver boven aan. met 10f)4 jongens tegen 1000 meisjes, in Stokholm is het verschil het kleinst: 1014 tot 1000. In den regel is het jongenscijfer boven dat der meisjes in de dorpen het grootst, in de groote steden het kleinst.

Daarop is onder meer in de steden ook het groote aantal onechte geboorten van invloed, want daaronder zijn betrekkelijk zeer weinig jongens.

Op die eigenaardige verschijnselen zijn natuurlijk eene menigte stelsels gebouwd. Het is misschien niet raadzaam van de vele verklaringen, die men heeft trachten te geven, er meer dan een aan te halen. Ik kies daartoe de Hofacker-Sadlersche onderstelling volgens welke de oudste der echtgenooten aan het kind zijn geslacht zou geven, zoodat waar de vader het oudst is. de jongens, waar de moeder de meerdere in jaren is, de meisjes de overhand zouden hebben.

ocr page 36

26

Deze opvatting is evenwel niet bevestigd.

Noirot, Legoyt en Breslaa zijn door hunne onderzoekingen tot een juist tegenovergestelde slotsom gekomen.

Mij komt het op grond van overwegingen, aan dierkunde en andere gegevens ontleend, zeer waarschijnlijk voor, dat door den sexueel sterkste der echtgenooten het geslacht van het kind wordt bepaald, met dien verstande dat er. wanneer de man het sterkt is, een meisje wordt geboren en omgekeerd bij eene sterkere vrouw een jongen.

Zeer eigenaardig is het streven der natuur om het verbroken evenwicht in de getalsterkte der geslachten te herstellen. De grootste invloed wordt hierop natuurlijk door den oorlog uitgeoefend. Nooit was in Zweden de wanverhouding grooter dan na den oorlog onder Karei XII, toen er naar men meent, 1250 vrouwen op 1000 mannen werden gevonden.

Het evenwicht werd weer hersteld door een veel grooter aantal geboorten van het mannelijk geslacht, zoodat er gevonden werden in

Mannen

Vrouwen

het jaar

1760

1000

1120

» »

1770

1000

'10()7

» »

■17lt;S0

1000

1081

» »

17()0

1000

1090

» »

IcSOO

1000

1084

» »

1810

1000

1097

» »

1S20

1000

1085

)) »

1830

1000

1076

o »

1840

1000

1070

» »

1850

1000

1064

ft »

1860

1000

1059

» »

1870

1000

1067 O

3) Oorlog tusschenbeide gekomen.

ocr page 37

27

Hetzelfde verschijnsel wordt door statistieke opgaven van andere landen geconstateerd.

Zoo waren er in Frankrijk na de Napoleontische oorlogen:

Mannen

1059 1037 1010 1001

Vrouwen

1000

1836 1000 In de jaren 1859 1000 1801 1000

De in 1872 gehouden volkstelling gaf weer 1000—1008.

Duidschland had in

het jaar 1S64 1000 mannen tegen 1018 vrouwen » » 1lt;S67 1000 » » 1026 » » » 1871 1000 » » \0M »

Vele soortgelijke voorbeelden zou men kunnen aanvoeren.

* * *

Ik heb gezegd, dat van de geboorten het aantal jongens het grootst is; maar wij zien bij de volkstelling steeds dat de vrouwen de mannen in getalsterkte overtreffen. Er moeten dus meer mannen sterven of uit het land worden verwijderd. Behalve den oorlog werken daartoe deels de gevaarlijker beroepen mee, die de man uitoefent (visschen, zeevaart, mijnwerk), deels de landverhuizing, waaraan het meest door jongelingen wordt deelgenomen.

Toch is de verhouding in Zweden zóó, dat het mannelijke geslacht in de jaren van 15—20 een klein overwicht heeft: 1000 tegen 997. Eerst in het volgende tijdvak tusschen de 20—23 jaar zijn er 104.9 vrouwen tegen 100 mannen, en dit overwicht wordt vervolgens steeds grooter.

ocr page 38

28

Zweden is een der landen waar de verhouding der getalsterkte tusschen de geslachten het ongunstigst is.

Gerekend naar de laatste volkstellingen werden gevonden in:

Mannen

V r o u w e n

De Encjelsche Monarchie

. 1000

1046

Het Dnitschc Ti ijk . . .

. 1000

1037

Noorwegen......

1000

1026

Denemarken.....

1000

1026

Frankrijk......

1000

1008

Belcjië........

1000

OW

Italië........

1000

998

Noord-Amerika ....

. 1000

078

Daar dit verschil in getalsterkte der geslachten niet standvastig is, en het kleinst in plaatsen waar men eenvoudiger en zedelijker leeft dan in de groote steden, mogen wij veilig aannemen dat wij hier, evenmin als bij de cijfers voor de sterfte van groote kinderen, niet te doen hebben met ccm orde der natuur maar met een uiaatsrliappeHjl-e oorzaak.

De oorzaak van dit verschijnsel is deels te zoeken in de ziekten van de geslachtsdeelen. waarover ik in mijne tweede lezing zal spreken, deels ook in de verwoestingen door den alcohol veroorzaakt, die wij thans laten rusten.

Dat deze twee plagen van de beschaving de eigenlijke oorzaak zijn der stoornis in de natuurlijke getallen-verhouding der geslachten, is geen los vermoeden maar een door de statistiek bewezen feit.

ocr page 39

TWEEDE LEZING.

De beweerde neigingen tot veelwijverij bij den man. — Onderzoek daaromtrent. - De verhouding in Islamietische landen. — Typen van sexueelen hartstocht. — De gevolgen van veelwijverij. — Het bedwingen der geslachtsdrift eene cultuurkracht. — Shakespeare's beschouwing daarover. — De positie der vrouw als jonggehuwde. — Natuurlijke onderbreking. — Echtelyke omgang. — Onderbreking door ziekte.— Echtelijke trouw. — Kegelen voor jonggehuwden. — De verkeerde opvatting der vrouw over hare positie als echtge-noote. — Echtelijke levensregelen. — Het meer of minder intensief vermogen om geslachtsgenot te smaken. — Verschillende vrouwentypen. — De leefwijze van ongehuwde mannen. — Aanhalingen uit de tegenwoordige letterkunde. — Ziekten door onthouding. — De invloed van boeken op de zeden. — Een bewijs voor die stelling. — Onzedelijke invloeden van andere soort. — Verlovingen. — Voorbehoedmiddelen. — Onderzoek van die middelen. — Vermeerdering der bevolking.

Wij zagen in de vorige lezing, hoe de natuur er naar streelt het evenwicht in getalsterkte tusschen de geslachten te herstellen en een voorkeur toont voor het huwelijk met één vrouw. Ik wil daarmee niet zeggen, dat het noodzakelijk was hiervoor uit de ervaring het bewijs te leveren. Ik zal andere

ocr page 40

32

daarom behoorde een man meerdere vrouwen te hebben.

Is dit waar, dan behoort de man zich een harem aan te schaffen, zoo groot, dat ten minste ééne zijner sultanes niet aan bovengenoemde beletselen lijdt, wat misschien niet zoo gemakkelijk te verkrijgen zou zijn.

Onder de Mohammedanen heerscht veelwijverij; de Mormonen hebben een poging gedaan haar te doen herleven; maar bij de eersten is het bijna uitsluitend een voorrecht van stand en rijkdom; bij de laatsten slechts voor de hoogste geestelijke waar-digheidsbekleeders

In de Turksche maatschappij, waar een groot deel der bevolking in veelwijverij leeft, merkt men vele stoornissen op in de getallen-verhouding der geslachten. Er wordm veel meer jongens geboren dan in andere beschaafde landen, en aan den door de zeden gebillijkten huwelijkseisch kan niet worden voldaan zonder rootquot; of koop van vrouwen, of het ontmannen van mannen.

Zij, die zooveel praten over veelwijverij en de driften van den man, behoorden toch in dat opzicht ook rekening te houden met de wenschen der vrouw, niet met den drang der vrouw naar trouw, maar met den zuiver, zinnelijken, sexueelen eisch, n.1. ol zij zich wil en kan vergenoegen met een deel van den man in plaats van een geheelen man, en gaat men dan te rade met de ervaring, zoo ziet men. dat voor verreweg het meerendeel één man en ééne vrouw* het best met de wenschen der heide echtge-nooten overeenkomt.

Het verdient opgemerkt te worden, dat het huwelijk eene soort van eigendomsrecht insluit, dat nimmer tot volle ontwikkeling kan komen bij huwelijken met meer dan één, 't zij deze zich voordeden onder den vorm van veelmannerij of veelwijverij.

ocr page 41

33

Er bestaat eene zeer natuurlijke en g-erechtvaardigde ijverzucht, d. w. z. een drang naar het uitsluitend echtelijk recht op den persoon met wien men huwde.

De sterkte der menschelijke geslachtsdrift vertoont in bijzondere gevallen groot verschil.

In de geschiedenis vinden wij gewag gemaakt van personen die met eene buitengewone geslachtsdrift waren begiftigd. Als ik onder hen eenige vertegenwoordigers moest noemen, zou ik onder de mannen keizer Nero kunnen kiezen en onder de vrouwen keizerin Messalina. In hoeverre deze beiden normaal waren kan ik hier met stilzwijgen voorbijgaan. De maatlooze begeerte is zelfs opgenomen en tot onderwerp gemaakt niet alleen in de godenleer der verschillende landen, maar ook in allerlei volksverhalen.

^ vr ■sr

Ik heb straks gezegd dat de menschelijke geslachtsdrift niet aan jaargetijden en omstandigheden is gebonden, dat de natuur den mensch in staat heeft gesteld om haar ten allen tijde te bevredigen. Maar daaruit volgt geenszins, dat de mensch steeds bereid moet zijn om zich dat genot te verschaffen. Integendeel is een voortdurend voldoen aan de geslachtsdrift nadeelig voor lichamelijke en geestelijke gezondheid.

Dit wordt b.v. opgemerkt bij de vermogende heeren in Turkije. Zij onderscheiden zich in dit opzicht in hoogen graad van de massa der bevolking; de mannen van het volk dragen den stempel van gezondheid en kracht, maar men ziet hetdenTurk-schen effendïs aan dat zij ontzenuwd en bloedarm zijn.

Van het private leven wordt die zwakheid in het openbare ov ergebracht, en het is zeker dat de zieke mannen »minder zwak zouden zijn, indien de zonen

3

ocr page 42

34

van het land iets van de onuitputtelijke manbaarheid bezaten, die Tacitus roemt als een der uitstekendste trekken bij de oude Germanen.quot;

Ook in andere landen worden dezelfde verschijnselen waargenomen. In de vroegere slaven-staten van Noord-Amerika was de kracht der mannelijke jeugd door geslachtsomgang verteerd. In Brazilië merkt men eveneens eene soortgelijke verbastering van het mannelijke geslacht op, terwijl het vrouwelijke geslacht, dat ten gevolge der gewone levensbeschouwing zijne lusten moest beheerschen, naar lichaam en ziel eene oneindig betere gezondheid geniet.

De Europeesche schrijvers, die zoo vurig ijveren voor vroegtijdigen geslachtsomgang, zullen zich wel geen beteren staat van zaken kunnen denken dan dat eene tVissche slavin tot genotvoorwerp wordt gegeven aan een jongen man. De ervaring echter spreekt in een anderen toon. De natuur wil, dat de man de gunst eener vrouw zal winnen en 'verdienen. Wanneer de maatschappelijke verhoudingen haar hem schenken zonder eenigen strijd, wordt er gezondigd tegen de natuur, en de eigenaar der slavin lijdt daarbij misschien meer schade dan de slavin.

Aangaande veelwijverij dient verder nog te worden opgemerkt, dat indien het eigendomsrecht, het opvoeden der kinderen, enz. in het vervolg ook aan de familie gebonden zouden zijn. de veelwijverij enkel een voorrecht der rijken en der hoogere standen zou kunnen wezen, terwijl liet toch ondenkbaar is dat de lusten en driften van een man steeds in eene bepaalde verhouding tot zijn geld zouden staan.

Dit is door de meest besliste socialisten reeds duidelijk ingezien. Zij ijveren daarom, zeerconsequent, voor de opheffing der huwelijken; zij willen dat de verbintenis der geslachten alleen zal worden geregeld naar min of meer vluchtige grillen, en alle kinderen worden opgevoed in publieke gestichten.

ocr page 43

.15

Een schrijver van anderen rang en school dan de zooeven genoemde volksleiders, Georg Brandes, aarzelde niet den volgenden v ensch uit te spreken : dat de echtelijke verhouding een geheel private aangelegenheid mocht worden en nochtans niemand zijn eigen kind in den steek liet.

Door zulk een ohrase toont de schrijver, dat hij den ontwikkelingsgang der beschaving geheel verkeerd opvat, dat hij in deze speciale quaestie duizenden van jaren bij zijn tijd ten achter is, ja ten achter bij de kindsheid der menschelijke samenleving.

Dit vloeit voort uit de valsche opvatting, dat geslachtsgenot behoort tot de algemeen menschelijke rechten.

In tegenstelling daarmede leg ik klem op de volgende stelling die door de ervaring niet wordt gelogenstraft :

Evengoed als It et bestaan der geslachtsdrift eene groote natuurlijke kracht tot ontwikkeling is, is de tijdelijk (ja. zelfs de volstrekt) bedwongen geslachtsdrift eene zedelijke cultuurkracht van buitengewone beteekenis.

Om mij in dit opzicht op een gezaghebbende te beroepen, kan ik niemand beter aanhalen dan Sha-

kespeare.

In «Cymbeline,quot; een zijner beste tooneelstukken, komt misschien de mooiste vrouwentype voor, die hij heeft geteekend, Imogen, de koningsdochter, gehuwd met Leonatus Posthumus. Van haar geeft de echtgenoot de volgende verklaring:

— Mij weerde zij liet wettige genot,

— En bad vaak haar te sparen: deed dit met

— Een schaamteblos zoo lieflijk, dat zelfs de oude

— Saturnus waar' verwarmd.

(2e Bedrijf 5e Tooneel).

ocr page 44

36

Ik hecht een groot gewicht aan die regels en de daarin vervatte levensbeschouwing.

Shakespeare, die meer dan ooit eenig ander dichter zich ten tolk maakte van der liefde eisch en drang, wijst er hier op. dat een onbepaald bezit gevaar kan meebrengen voor het karakter; dat het genieten van hetgeen men zijn eigen noemt, moet worden beheerscht en beteugeld door een fijngevoeligheid, die het eerst ontspruit bij de vrouw, maar waaraan de edele, begaafde man zijne gehoorzaamheid niet weigert. Hij, de dichter, toont zelfs aan, dat enkel de zóó behandelde vrouw kracht bezit om in den tijd van beproeving staande te blijven, en waard is de zege te behalen.

De moderne, hervorming-eischende letterkunde begaat in dit opzicht eene groote fout. Zij spreekt over de noodzakelijkheid van vroegtijdige huwelijken, opdat de man zijnen hartstocht zal kunnen beheer-schen en beperken, maar zij vergeet, dat het huwelijk niet hetzelfde is als eene onafgebroken gelegenheid tot geslachtelijke gemeenschap. Wie het huwelijk zoo opvat kan zeker zijn, dat het juist daardoor ongelukkig wordt.

Eene fijngevoelige voorzichtigheid en beperking is noodzakelijk, in de allereerste plaats in den aanvang van het huwelijk. De reine maagd die een huwelijk sluit, is niet zoo voorbereid op hetgeen komen zal als haar echtvriend. In elk geval boezemen de nieuwe verhoudingen, in welke zij zich bevindt, haar vrees in; de geslachtsomgang wekt bij haar door het bersten van het maagdenvlies en het verwijden der scheede pijn en dit niet enkel onder de paring, zij houdt soms dagen aan en kan ontaarden in een ziekte, die verdere paring volkomen verhindert.

Zelfs onder gewone omstandigheden kan het zenuwgestel der vrouw worden aangetast en kramp-

ocr page 45

37

aanvallen van verschillenden aard en karakter het gevolg er van worden.

Alen bedenke dat deze verandering van leven het zieleleven der vrouw op het innigst treft; zij heeft kalmte en rust noodig om er zich aan te gewennen, om haar in overeenstemminp' te brengen met hare zedelijke en godsdienstige beschouwingen, om tot het inzicht te komen dat:

»Der trouwe liefde vreugd is louter onschuld.quot;

Tallooze mannen bebben door onkunde en onoplettendheid in de wittebroodsweken hun echtelijk geluk verstoord.

Is men de zooeven genoemde bezwaren gelukkig te boven, en verheugt men zich in het volle en onverdeelde bezit van elkander, dan pleegt in de meeste gevallen voor de vrouw zwangerschap in te treden. Opnieuw is voorzichtigheid en terughouding noodig. want alhoewel geslachtsomgang bij de menschen tijdens de zwangerschap der vrouw niet als onnatuurlijk behoeft te worden beschouwd, is toch, vooral in den eersten tijd groote behoedzaamheid, plicht. Het is eene bekende zaak dat vele jonge vrouwtjes, vooral uit de hoogere standen, wier opvoeding vertroeteld was, grooten aanleg hebben tot miskramen (abortus) en deze worden niet zelden bewerkt door voortgezette geslachtsgemeenschap gedurende de zwangerschap.

De zwangerschap vindt natuurlijk haar einde in de geboorte van het kind: maar ook dan volgt er een tijdvak, waarin de vrouw zich van geslachtsomgang moet onthouden. Oudtijds rekende men dat tijdperk op zes weken, waarna de kerkgang plaats heeft en de vrouw hare echtelijke plichten hervat; deze rust is zeker beter dan geene, maar zij is geheel ontoereikend.

Onder het zoogen is bevruchting bij de vrouw in den regel uitgesloten, maar zekerheid dat zij niet

ocr page 46

38

bevrucht zal worden, bestaat er niet. Het is algemeen opgemerkt, dat eene nieuwe zwangerschap onder het zoogen schadelijk is voor de moeder, het zoogkindje of de nieuwe vrucht. In een tijdschrift over vrouwenziekten zag ik onlangs eene berekening van den tijd dien eene vrouw tijdens hare zwangerschap en na hare bevalling behoorde vrij te zijn van geslachtsomgang.

Eerst de 9 maanden zwangerschap, dan de 12—14 maanden van het zoogen en eindelijk nog 3—6 maanden om de organen tot den natuurlijken toestand terug te brengen, dus te zamen een tijd van 2—2'/2 jaar.

Alhoewel zulk een rusttijd niet dikwijls wordt geschonken en misschien zelfs niet geëischt wordt, is hij toch altijd nuttig en in vele gevallen volstrekt noodzakelijk.

Het is zeer gewoon, dat de jonge man den dokter verklaart, dat zijne vrouw te zwak is om haar kind te zoogen, maar vaak ziet hij er geen bezwaar in haar een paar maanden na de eerste bevalling weer in zwangeren toestand te brengen.

Daar de vrouw uit de hoogere standen hiertoe in den regel de kracht mist, begint zij na hare tweede bevalling te sukkelen, zij heeft een badkuur noodig of eene andere langdurige, kostbare medische behandeling, de huishouding lijdt hieronder en het huwelijksgeluk is verstoord.

Maar al zou de moeder gezond en krachtig blijven, men bedenke dat kinderen, die vlug op elkaar volgen, minder weerstandsvermogen tegen ziekten bezitten dan zij, die met langere tusschenruimten ter wereld kwamen.

Voor hen, die zich voorstellen dat het huwelijk eene aaneenschakeling zal worden van geslachtsgenot, is dit eene harde uitspraak, en nu heb ik nog geen woord gerept van ongewone hinderpalen, die de geslachtsgemeenschap kunnen storen.

ocr page 47

39

Daartoe behooren in de eerste plaats chronische ziekten, waarvan zelden iemand, die niet tot den medischen stand behoort, eenig begrip heeft.

Wanneer men bedenkt, dat misschien een vierde deel der vrouwen in den geslachtsrijpen leeftijd lijdt aan tuberculose in den een ot' anderen vorm, onderbuikskwalen. zenuwziekten en m. a.. dat zielsziekten in aantal toenemen, zoo ziet men gemakkelijk in, dat het sluiten van een huwelijk groote gevaren meebrengt, die alleen de zich zelf beheerschende man in staat is het hoofd te bieden. Wanneer men zich herinnert, dat de dood vele huwelijken verbreekt, dat wet en zeden het aangaan van een nieuw, niet dan na eenigen tijd toestaan, en dat persoonlijke overwegingen vaak een tweede huwelijk verhinderen, moet men toegeven, dat het geslachtsleven geen recht heeft een voortdurende bevrediging te eischen.

Xu zal misschien iemand zeggen, dat de wettelijke grenzen in zulke gevallen altijd of ten minste veelal worden overschreden, dat zulk eene gedwongene onthouding zelden voorkomt, en dat men al heel onnoozel moet zijn, om aan haar bestaan te gelooven. Ik verklaar hier echter met nadruk, dat alhoewel ik de wegen en vormen der sexueele buitensporigheden en de echtelijke ontrouw ken, ik toch zoo ongunstig niet oordeel.

Xiet alleen de man, die kuisch in het huwelijk trad, maar zelfs zij, die vóór hun huwelijk geen aanspraak konden maken op die deugd, toonen dikwijls als echtgenoot of weduwnaar eene bewonderenswaardige trouw en zelfbeheersching.

Dit bewijst o.a.. dat wanneer eene werkelijke liefde, ))een hooge hartstochtquot;, zooals de Franschen het noemen, bezit heeft genomen van een mensche-lijk wezen, deze het vermogen heeft hem te louteren, en het onreine te verwijderen.

Met dit hoogere motief gaan andere van lagere

ocr page 48

40

orde samen, die toch naar hetzelfde doel streven, zooals de maatschappelijke positie, de vrees voor de ijverzucht der echtgenoote, de angst de familie te besmetten door venerische ziekten enz.

Men kan in gesprekken over de sexueele verhoudingen, menigmaal zeer verschillende beschouwingen en voorstellingen hooren. Zoo meenen sommigen, dat de gewoonte van den echtgenoot, geslachtsgemeenschap te genieten, hem bijzonder ongeschikt maakt zich te onthouden. Ik kan dit niet toestemmen. Wanneer de echtgenooten elkaar waarachtig liefhebben, en de vrouw in gezonde dagen zonder nukken en zelfzucht aan de wenschen van den man voldoet, zal deze zich zonder bezwaar schikken in alles wat door den toestand zijner vrouw gebiedend wordt geëischt.

Onthouding is dus mogelijk en somwijlen noodzakelijk: maar zelfs waar man en vrouw zeer gezond zijn blijven voorzichtigheid en fijngevoeligheid eerste vereischten. Zoo behoort de man in dit opzicht nooit iets van de vrouw te eisclien, maar steeds te vragen. Hij moet haar ontzien, niet enkel in bovengenoemde omstandigheden, maar ook wanneer zij smartelijke ondervindingen heeft of haar gemoed ontstemd is. Hijzonder moeten wij onzen landslieden op het hart drukken er voor te zorgen, dat zij nimmer in een meer of minder volkomen roes zich in de armen werpen van hunne vrouwen. De toegenegenheid der vrouw wordt in den diepsten grond aangetast, omdat de handeling die moest zijn:

Een onderpand van harte's neiging,

De bloem der liefde, zaalge droom,

Het beeld van 't huwelijk der zielen,...

omdat de handeling, die in liefde en schoonheid haar beweegkracht moest vinden, hare driften haalt uit

ocr page 49

41

het glas. uit eene soort van vergiftiging, uit een vernederenden prikkel.

Hier eene uitvoerige gedragslijn voor de vrouw te geven, is minder noodzakelijk. Alleen zij opgemerkt dat, daar er met de echtelijke verhouding twee personen gemoeid zijn, de gemeenschappelijke aangelegenheden niet kunnen worden uitgemaakt door één der beiden. Dat de vrouw onder gewone omstandigheden haar echtgenoot het huwelijksbed ontzegt, kan men noch verstandig noch rechtvaardig noemen.

Een Engelsch geneesheer, TF. Acton, die bijzonder de medische zijde van het geslachtsleven heeft bestudeerd, verhaalt in een wetenschappelijk werk, dat sedert er zoo veel sprake is «van de rechten der vrouw,quot; vele gehuwde mannen zich bij hem hebben beklaagd, dat hunne vrouwen zich zelve beschouwen als martelaressen, zoodra de man van haar de vervulling begeert barer echtelijke plichten.

Hij haalt ten bewijze het volgende voorbeeld aan:

))lk had onlangs een gesprek met eene dame, die zóó op hare rechten als vrouw stond, dat zij haren man elke stem ontzegde in de beslissing dei-vraag: of zij echtelijke gemeenschap zouden oefenen. Zij verklaarde beslist, dat «daar de vrouw de gevolgen, den last der negen maanden zwangerschap moest dragen, en al hare genoegens en maatschappelijke verbintenissen moest opgeven, en zij tevens al het gevaar en de pijn bij de geboorte van het kind moest lijden, de gehuwde vrouw volkomen in haar recht was. om echtelijke gemeenschap te weigeren aan haren man.quot; Ik waagde de opmerking, dat ik zulk eene weigering van een medisch standpunt beschouwd, hoogst schadelijk vond voor de gezondheid van haren echtvriend, vooral daar hij een bijzonder zinnelijk gestel had. Zij verkoos de geldigheid van mijn argument niet te erkennen en

ocr page 50

42

antwoordde: »dat een man, die zijne driften niet kon beheerschen, had moeten trouwen met een straatslet en niet met eene ontwikkelde vrouw, die haren tijd kon noch wilde wijden aan bezigheden passend voor een min of kindermeid.quot;

Dezelfde schrijver zegt ook, dat hij dikwijls het huwelijksgeluk door diezelfde oorzaak heeft zien bederven, ja, dat zij dikwijls reden is geweest tot aanvrage om scheiding.

Op eene andere plaats in zijn boek deelt hij mee:

»Als tegenhanger voor zulke leeringen zou ik het vrouwelijk geslacht liever raden het voorbeeld te volgen van de frissche, vroolijke, gelukkige huismoeders, die in plaats van ingebeelde bezwaren te overdrijven — — — het haar grootsten lust en geluk achten den man te behagen, en die inzien dat de vrouw geschapen is om de hulpe van den man te zijn.quot;

Ongetwijfeld kan menig medicus, in zijne herinnering vele zelfbeschuldigingen terugroepen van gehuwde vrouwen, die in berouwvolle oogenblikken hebben erkend, dat gemis aan liefde van haren kant het eerst heelt geleid tot eene koele verhouding en eindelijk tot eene volkomene verwijdering van den man, wiens verdiensten zij te laat leerden waar-deeren.

Ik hoop, dat niemand tegenspraak zal vinden in hetgeen ik aanhaalde van Arton en wat ik zelf heb gezegd. Juist omdat ik zeer vee! vrijheid eisch voor de vrouw en zoo veel zelfbeheersching van den man, juist daarom mag ik eischen, dat de vrouw niet uit een nuk de zwarigheden vermeerdere. die elk gehuwd paar in dit opzicht wachten.

Alles in aanmerking genomen zou ik elke vrouw, die van plan is te gaan huwen, gaarne de waarschuwing willen toeroepen, die Soncleregger in betrekking tot het intreden in den doktersstand geeft: »Als gij van iemand hoort, die dokter wil worden, waarschuw

ocr page 51

43

hem zeer ernstig; volhardt hij dan toch in zijn voornemen. zoo geef hem uw zegen, want hij zal er behoefte aan hebben.quot;

Menigeen zal misschien zulk eene opvatting zeer zwartgallig vinden en zich er over verwonderen, dat misverstand en ongeluk zoo gemakkelijk kunnen ontstaan in zulk eene natuurlijke verbintenis als het huwelijk.

Een der oorzaken van het misverstand ligt hierin, dat in vele standen de beide geslachten gedurende eene lange reeks van jaren niet vertrouwelijk met elkander omgaan. Studenten, handwerkslieden, stads-arbeiders en vele anderen, brengen dikwijls een groot gedeelte van hun leertijd in een volkomen jonggezellenleven door, en de vrouwen uit diezelfde klassen blijven thuis zonder iets van de voorwaarden te kennen, waaronder hare mannelijke standgenooten leven. Bij het aangaan van een huwelijk zijn zulke personen in veel ongunstiger omstandigheden dan boeren en arbeiders, wijl bij de laatsten het gemeenschappelijke leven en werken in staat stelt elkaar beter te leeren kennen, dan ergens elders het geval is. In dien stand vindt men ook de minste ongelukkige huwelijken.

* *

Doctoren en zedenleeraars hebben ten alle tijde er over nagedacht, hoe dikwrjls man en vrouw onder volkomene gezondheid echtelijken omgang met elkander kunnen hebben. In oude godsdienstige en zedenkundige boeken, alsmede in wetten kan men voorschriften vinden, nu eens om de vrouw te vrijwaren tegen te groote vorderingen van den man, dan weer om haar te bevredigen door een minimum te bepalen.

Zoroaster eischte van den man slechts ééne omhelzing

ocr page 52

44

in negen dagen. Solon driemaal in de maand, Mohammed eenmaal in de week; indien dit niet werd nagekomen, had de vrouw het recht scheiding te vragen. In oude Rabbijnsche voorschriften werd er in dit opzicht onderscheid gemaakt tusschen mannen van verschillende starden; jonge, krachtige mannen zonder bepaalde bezigheid, waren hunnen vrouwen dagelijk-schen geslachtsomgang schuldig, handwerkslieden eens in de week, mannen die zich bijzonder moesten inspannen, na één of meer maanden tusschentijd.

Van de voorschriften, die het meest bij ons bekend zijn, verdient Luthers raad. om twee malen in de week zijn echtelijke plichten te vervullen, te worden genoemd.

Luther heeft door dit voorschrift en door hetgeen hij over het huwelijk heeft geschreven zich zeer verdienstelijk gemaakt ten opzichte van dit vraagstuk. De sterke hartstochten der middeleeuwen en van zijn tijd werden door zijne leer en zijn machtig voorbeeld getemperd.

liet zou voor menig huwelijk beter zijn, indien men Luthers voorschrift opvolgde. In volkomen gezonde omstandigheden behoeft men echter zulk eene beperking niet te eischen ; men kan gerust in de tijdperken, waarin echtelijke omgang niet door redenen van zedelijken of stoffelijken aard wordt verboden, 3 of 4 malen in de week geslachtsgemeenschap oefenen. Een algemeen geldende regel is echter niet te geven. De gestellen der mannen en vrouwen wisselen tot in het oneindige.

De omgang der geslachten is eene natuurlijke zaak, en hij die zijn gemoed zuiver heeft bewaard, die tevens geleerd heeft de gevoelens zijner vrouw te ontzien, loopt het minst gevaar op een dwaalweg te geraken. Ik houd het voor volkomen gerechtigd en juist, dat de echtgenooten echtelijken omgang hebben wanneer lichamelijke of geestelijke neigingen hen

ocr page 53

45

daartoe aansporen. Ik zou geen enkele reden weten, waarom men in de korte, dikwijls onderbroken tijdperken, waarin men van de geneugten des geslachtelijken omgangs kan genieten, zich zou laten binden door iets anders dan den eisch van lichamelijk en zedelijk welzijn.

De proefsteen voor echtelijke hygiëne is. dat beide echtgenooten zich den dag na de huwelijksgemeenschap volkomen frisch, krachtig, opgewekt naar lichaam en ziel gevoelen, zoo mogelijk meer nog dan na andere nachten. Wanneer dat bewijs ontbreekt, zijn er buitensporigheden begaan. Misschien vindt men het hard om daarvan te spreken in betrekking tot de huwelijkssponde, maar deze worden dikwijls begaan zelfs na een veeljarig huwelijk.

De zielstoestand of de lichaamskwalen van een der echtgenooten kunnen dikwijls tot zulk een oorzaak worden teruggebracht en veelal vergeet de arts bij zijn onderzoek, om zich op dit punt te vergewissen. In onzen zenuwachtigen tijd mag daarop wel met nadruk worden gewezen. Acton heeft dunkt mij wel zeer te recht er aan herinnerd, dat in het bijzonder gehuwde mannen, die moeilijken geestesarbeid hebben te verrichten en daarbij in groote steden wonen, met hunne krachten moeten te rade gaan, en hij staat denzulken niet vaker dan eens om de 7—10 dagen echtelijken omgang toe.

* *

*

In mijn studententijd praatte de jeugd dikwijls over echtelijke verhoudingen en wierp o. a. de vraag op wie der echtgenooten bij de geslachtsgemeenschap het meest genoot.

Eene gevolgtrekking die algemeen bijval vond, luidde; als de man zooveel te lijden had als de vrouw door het baren, zou hij na het eenmaal te hebben

ocr page 54

46

ondervonden liever van het echtelijk verkeer afstand doen dan zich opnieuw aan zulk eene pijn bloot te stellen. De vrouw trotseert herhaalde malen de barens-smart, ergo geniet zij meer dan de man.

Er spreekt niet veel kennis der vrouw uit deze on-noozele kwajongenspraatjes; ik zou dit, zoowel als heel deze bijzondere quaestie onbesproken hebben kunnen laten, indien zij niet ware opgewekt door schilderingen in romans en publieke discussies, die naar aanleiding der moderne letterkunde worden gevoerd tusschen voor vrije liefde pleitende mannen en voor de zedelijkheid ijverende vrouwen. Men hoort daar beweren, dat de vrouw weinig neiging heeft tot zinnelijk genot, dat uit dit gebrek huwelijksver-driet voor den man voortvloeit, en dat de opvoeding der vrouw zoo behoorde geleid te worden, dat hare begeerten levendiger werden.

Het zal wel niemand ontgaan, dat uit deze klacht de wrok der wellustelingen spreekt, omdat niet elke vrouw, met even sterken hartstocht als de man zich hem in de armen werpt.

Geslachtsdrift en geslachtsgenot wisselen bij de vrouw zeer af. Ik veroorloof mij voor die bewering een bewijs bij te brengen. Als proef van krachtige ontwikkeling kies ik een uittreksel uit I leloïse's brief aan Abelard ; dit luidt;

„Zoo aangenaam waren mij de liefdesomarmingen, die wij samen genoten, dat zij mij ook nu niet mishagen en zij uit mijn geheugen niet verdwijnen. Waarheen ik mij ook wend, steeds dringen zij zich aan mijn oogen op met hunne begeerlijkheden.... Waarover ik zou moeten zuchten als begaan, daar naar smacht ik veeleer als vergaan. En niet slechts wat wij deden, maar ook de plaatsen en de gelegenheden, waar wij het deden, zijn zoo eng met U in mijn gemoed verbonden, dat ik daarbij altijd met u bezig ben en zelfs slapende daarvan geen rust heb. Vaak

ocr page 55

47

neemt een beweging van het lichaam de gedachten mijner ziel in beslag en uiten deze zich in onvoorziene woorden.''

Bij het lezen van zulk een eigenaardige ontboezeming moet men wel indachtig zijn. dat Ileloïse geen wufte vrouw was. integendeel, dat zij uitblonk door trouw jegens haren minnaar, en dat zij zeer begaafd was en ontwikkeld. Ware Ileloïse in plaats van gescheiden te worden van Abelard met hem gehuwd, en had zij hem eene schare kinderen geschonken, dan had nooit zulk een brief het licht gezien.

Laat mij als tegenhanger daarvan een modern geval aanhalen.

In lcS31 werd ik om raad gevraagd door een advocaat, ongeveer jaar oud; hij wilde weten of hij sexueel zwak was. Bij het onderzoek kwam ik te weten, dat hij een jaar gehuwd was, dat er in dat jaar éóne poging tot paring had plaats gehad, maar dat het twijfelachtig was of die poging gelukt mocht heeten.

Hij had zijne echtgenoote meegebracht omdat deze, naar hij zei, met mij wenschte te spreken.

Het vrouwtje bleek een fijn beschaafd, bijzonder gevoelig persoontje te wezen. Zij sprak met eene vrijheid, die even ver van brutaliteit als van preutsch-heid was verwijderd. Zij bloosde noch stamelde terwijl zij haar verhaal deed, en ik vind het jammer, dat mijne woorden niet de liefheid weten te schilderen, waarmee zij hare bekentenis deed.

Haar man en zij waren samen opgegroeid, hadden zich wederzijds aan elkaar gehecht en waren gehuwd. Zij had reden te veronderstellen, dat hij zwak was, maar, zij was er van overtuigd, niet ten gevolge van uitspattingen. Zij was innig aan hem gehecht en zou er nimmer toe gekomen zijn mij om raad te vragen, indien zij niet voor Jièm naar een kind ver-

ocr page 56

4lt;S

langde. Zij verzekerde mij, dat zij niet de geringste geslachtsdrift kende. Hare liefde voor haren echtgenoot was van koelen aard; zij waservervanaf.dat zij zijne gevoelens wilde aanvuren; zij twijfelde of dit wel goed was. Zij beminde hem zooals hij was. zij zou hem nooit anders wenschen, indien niet de hoop haar had bezield een kindje te krijgen.

Tusschen deze beide uitersten in beweegt zich het gevoelsleven der gewone vrouw. Daar buiten treft men enkel de meer of minder buitengewone. Voor ons doel hebben wij ons het meest bezig te houden met de negatieve zijde, met het gemis aan geslachtsdrift bij de vrouw.

Onder de zoogenaamde koude naturen vindt men vrouwen, in elk opzicht toonbeelden van echtgenoo-ten en moeders, maar die dikwijls zich niet kunnen onthouden van tegenzin voor hare echtelijke verplichtingen aan den dag te leggen. Deze gevallen gaan altijd gepaard met eene soort van ziekte, die veelal kan worden genezen.

Wanneer wij de uitersten daarlaten zullen wij ontdekken, dat de man, die uur en tijd kiest naar zijn welgevallen, in den regel veel meer geniet dan de vrouw, die door herhaalde bevallingen, storingen in den onderbuik, gewoonlijk hoe langer hoe onverschilliger wordt voor geslachtsgemeenschap.

Voor het overige komt het grootendeels op den man zelf aan, hoe zijne vrouw hem in het huwelijksbed zal ontvangen.

Indien de eerste het gemeenschappelijk samenleven verbindt en omgeeft met al wat Hei en teeder is, zal hij stellig andere ervaring opdoen dan wanneer grove zelfzucht zijne handelingen bestuurt.

ocr page 57

49

Wij komen nu tot de gewichtigste vraag van alle die wij hebben behandeld: Wat zal een man doen in de tijdperken waarin ecJitelrjke onajancj hem ia ontzegd? Zat hij zich omgang met anderen verschaffen, of niet?

Eenige schrijvers van den tegenwoordigen tijd hebben hunne meening over dit punt gezegd, en ik wil eerst hunne uitspraken onderzoeken.

Ma.c Xordait, door sommigen als een leider vereerd, stelt wel niet direct den eisch van menigvuldige verbintenissen, maar zijne bewijsvoering loopt toch menigmaal daarop uit.

„De mensch is feitelijk geen monogamisch dier', „volstrekte trouw ligt niet in de menschheid, deze is geen natuurlijk uitvloeisel der lietde.quot;' „De jonge mannen hebben van de maatschappij stilzwijgend verlof gekregen om zich omgang met vrouwen te verschaffen, hoe en waar zij dit kunnen; zij betitelt zijne zelfzuchtige genietingen als „succesquot; en omgeeft hem met eene soort van dichterlijken glans.quot; „Onder de honderdduizend mannen is er ternauwernood één, die op zijn doodsbed er op kan zweren, dat hij zijn gansche leven niet meer dan ééne vrouw heeft gehad.quot;quot;

Gustaf af Geverstam heeft in meer dan een boek verklaard, dat sexueele omgang in den jongelingstijd ecne noodzakelijkheid kan zijn. De heldin in „Erik Granequot;' heeft zich vertrouwd gemaakt met de gedachte, er niet de minste aanspraak op te mogen maken, dat haar man zedelijk rein zij; zij is niet jaloersch op het verleden.

Strindherg komt in zijne laatste werken zeer onstuimig tegen den eisch van onthouding op. en tracht te bewijzen dat gezondheid, welbehagen en levenslust van den jongen man worden bevorderd door geslachtelijken omgang.

Een andere schrijver van minder naam heeft, pas

ocr page 58

50

aan de schoolbanken ontgroeid, een werk uitgegeven, waarin de held aan zijne geliefde o. a. het volgende schrijft:

„Ik zal nu niet uitweiden over de vraag of een man tusschen de twintig en dertig jaar kan en mag leven zooals een jong meisje nu eenmaal moet doen om eene eerbare vrouw te worden genoemd; ik zeg alleen maar, dat bijna niemand het doet. niemand ten minste die geestelijk en lichamelijk normaal is.quot;

Zoo gaat het!

Een jongeling, die al zijn kennis op school opdeed, treedt hier met de zeer besliste verklaring op, dat alle mannen onzedelijk leven. Indien zij het al konden laten, zou het de vraag zijn of zij het behoorden te laten. Daar de ervaring evenwel leert, dat er wel degelijk jongelingen gevonden worden, die zich van genoemden omgang onthouden, maakt men zich van hen at door te zeggen, dat zij naar lichaam of geest ongewoon zijn.

De geringste kennis van de geschiedenis der beschaving en der volkenkunde zou hem hebben geleerd. dat er verschillende godsdienstvormen, voorschriften, volkseigenaardigheden bestaan hebben en nog bestaan, die alle in den een of anderen vorm onthouding eischen, en dat de geschiedenis met geen enkelen regel een volk aanwijst, 't welk aan kuisch-heid is ten onder gegaan, maar in vele leerzame hoofdstukken het tegendeel verkondigt.

Laat ons nu eens naar de ervaring der medici luisteren.

Kraff't-Ehing, Iloogleeraar in de Zielkunde zegt:. „Tallooze gewoon gevormde menschen zijn in staat afstand te doen van hunne begeerten, zonder dat die onthouding van schadelijken invloed is op hunne gezondheid.quot;

Ac to li geeft als zijne meening te kennen, dat volstrekte onthouding kan en moet uitgeoefend worden

ocr page 59

51

door jonge mannen, en dit zonder eenig nadeel is voor hunne gezondheid.

De hygiënist Oesterlen verklaart:

„Alleen zelfbeheersching kan menig ongeluk voorkomen, als zij gegrond is op zedelijke fijngevoeligheid, op kuischen zin, op kennis, beschaving, behoorlijke levenswijs, op een zedelijk reine omgeving en voorbeeld.quot;

«Alles zou veel gemakkelijker gaan, indien de jongelieden er levendig van werden overtuigd, dat hun geluk in de toekomst, in het bijzonder hun huwelijksgeluk, afhangt van hun gedrag in dat gevaarlijk tijdvak en dat ieder, door het behoud zijner gezondheid en het groote genot van frissche levenskracht zoowel als door een goed geweten, ruimschoots wordt schadeloosgesteld voor zijne zelfbe-heerschingquot;. En hij voegt er aan toe: „Kuischheid is evenwel slechts mogelijk bij eene redelijke, matige levenswijze. Zij bloeit daarom zelden in paleizen en op andere plaatsen, waar men van jongs af zich gewent in dit opzicht alles te doen wat men wil. Maar die heerlijke deugd gedijt evenmin, waar gebrek aan beschaving, ruwheid en armoede heerschen.quot;

Lionel S. Bealr. professor te Londen schrijft:

))De tegenwerping dat wanneer er geen huwelijk kan worden aangegaan, het om gezondheidsredenen noodzakelijk is zich schadeloos te stellen, is geheel ongegrond.quot;

))Het kan niet nadrukkelijk genoeg worden verklaard, dat de strengste onthouding en reinheid evenzeer in overeenstemming zijn met de natuurkundige als met de zedenwetten, en dat een toegeven aan wenschen, begeerten en hartstochten op natuurkundige gronden evenmin gerechtvaardigd kan worden als op zedelijke en godsdienstige.quot;— — —• — — —

«Duizenden worden geboren, leven en sterven zon-

ocr page 60

der door het kwaad, dat zich steeds in hunne nabijheid bevond, meer te worden besmet dan indien het niet had bestaan.quot;

«Kan dit bij menigeen het geval zijn, waarom dan niet bij velen of allen? Is het als noodsakdijk bestempelde kwaad slechts noodzakelijk voor een gering deel der bevolking? Zoo ja, dan moesten wij trachten te ontdekken, in welk opzicht die kleine-minderheid zich zoozeer van de meerderheid onderscheidt. dat voor haar het voortbestaan van een vloek, voor de meerderheid zonder kracht, noodwendig is.quot;quot;

«Durft de ergste noodlots-aanbidder beweren, dat het kwaad onveranderlijk bestendigd wordt door eene geheimzinnige kracht, die hij »wet'' noemt?quot;

))Hij moet erkennen dat het erger kan zijn dan het is, maar, als zijn verstand niet geheel faalt, moet hij óók toestemmen, dat het heter kon wezen.quot;

In zedenkundige en godsdienstige boeken over dit onderwerp leest men dikwijls, dat doctoren den jongelieden geslachtsomgang aanraden vóór het huwelijk; nog vaker hoort men in gesprekken deze bewering op gezag van doctoren van naam.

Wanneer in een afzonderlijk gesprek geuite woorden door steeds meer personen worden herhaald, valt het moeilijk ze te bevestigen of te weerleggen. Zoo heb ik b. v. eens door een patiënt hooren vertellen, dat een beroemd dokter in Stockholm hem buiten-echtelijke geslachtsgemeenschap had aanbevolen. Wijl ik den dokter zeer (roed kende, moest ik wel denken, dat mijn patiënt met of zonder opzet den dokter verkeerd had begrepen. Ook mag men het geen doktersraad noemen, wanneer een of ander medisch student lichtzinnig beweert, dat geslachtsgemeenschap goed is voor de gezondheid.

Ik heb reeds eenige verklaringen van de besre vertegenwoordigers mijner speciale wetenschap aan-

ocr page 61

53

gehaald. Ik. wil enkel nog meedeelen, dat ik een groot deel der wetenschappelijke lectuur over dit punt heb bestudeerd, maar nergens een directe aansporing van den een of anderen geneesheer heb gelezen tot onwettigen geslachtsomgang, behalve de volgende passage uit een artikel over onanie (zelfbevlekking:)

„Bij vele jongelieden houden de onanistische gewoonten op zoodra zij omgang krijgen met eene vrouw. — Zonder beslist in al die gevallen de geslachtsgemeenschap aan te raden, zal men dezen misschien moeten aanraden in gevallen, waarin het geldt een jongmensch te ontrukken aan een kwaad dat hem de eenzaamheid doet zoeken. Doch de meesten vinden uit zich zelf dit geneesmiddel; zelden komt het voor dat men het moet aanbevelen.quot;

I loe ik over deze bepaalde vraag denk. deel ik later mee ; nu wil ik er nog aan toevoegen, hoe ik uit de tweede hand heb gehoord, dat er schrijvers bestaan, wier namen men evenwel niet noemt, die zwakke en onrustige jonge mannen aanmoedigen, om zich door liederlijke vrouwen in de geheimen van het geslachtsverkeer te laten onderrichten.

Verder heb ik in geen enkel medisch werk iets soortgelijks gevonden, maar wèl krachtige betoogen voor het tegendeel. Laat mij nog eenmaal Acton citeeren : „Ik ben volkomen overtuigd, dat een dokter op geen natuurkundigen of anderen grond gerechtigd is om een onbeperkten of stelselmatigen omgang met vrouwen aan te raden.quot;

Hij voegt er bij. „dat professor iW»quot;///'7/;, Emeritus aan het l niversitv College, die den doctoren in een pas uitgegeven vlugschrift verwijt, dat zij de ontucht aanbevelen, uit onwetenschappelijke boeken zijne beschuldiging heeft geput, — eene beschuldiging waartegen ik ten krachtigste opkom.quot; Verder vestigt hij de aandacht op het onbeschaamde spel dat in Londen door de kwakzalvers wordt gedreven.

t ■

ocr page 62

54

Lionel S. Beale deelt het volgende mee;

De bisschop van Truro verklaarde in de Stifts-vergadering van Truro: ^Ik zou voorbeeld op voorbeeld kunnen noemen, waarin een dokter een jong-mensch heeft aangemoedigd om te zondigen — schande over hem! — ten einde zijne gezondheid te bewaren.quot; Het is bedroevend, dat mannen als de bisschop van Truro zich zulke krenkende oordeelvellingen durven veroorlooven — „voorbeeld op voorbeeld!quot; Is het geoorloofd te vragen: hoe vele ? Gedurende vijf en dertig jaar heb ik er misschien twee ot drie ontmoet; maar niet één van zoo dui-delijken aard. dat ik recht zou gehad hebben aan den dokter te schrijven: „Daar u X. N. hebt aangemoedigd eene onzedelijkheid te begaan, zult gij wel zoo goed willen zijn mij de gronden mede te deelen, waarop gij zulk eenen raad kunt verantwoorden ? '

Misschien zal men mij tegenwerpen, dat ik geen genoeg aandacht heb geschonken aan een werk, getiteld: „De elementen der sociale wetenschap.quot; dat door een dokter heet geschreven te zijn. Ik moet echter verklaren, dat ik het boek zeer goed ken. maar dat ik zelden eene rijker verzameling van fouten en valsche opgaven onder de oogen heb gehad. Ik laat de zedeleer van het boek onbesproken. ik zal mij straks uitsluitend tot het medische gedeelte bepalen ; indien men in dat boek alle fouten wilde aan teekenen, zou men eene lijst krijgen langer dan deze voorlezingen in druk beslaan.

Een deel der fouten moet ongetwijfeld hieraan worden toegeschreven dat het oorspronkelijke is geschreven in 1854, en bij volgende uitgaven niet behoorlijk rekening is gehouden met de vorderingen door de medische wetenschap sedert dien tijd gemaakt: sommige opgaven van feiten in het boek zijn slechts lichtzinnige gevolgtrekkingen. Voorts

ocr page 63

5a

veroorloof ik mij eene opmerking. De schrijver is onbekend en hij verdedigt liet verbergen van zijn naam op grond, dat hij door het noemen daarvan een bloedverwant diep zou bedroeven. Het is den schrijver zelfs gelukt een ongenoemden vertaler te vinden, ja ook een eveneens onbekend persoon, die verklaart de Zweedsche uitgave te hebben gelezen en de vertaling, voor zoo verre hij er over kan oordeelen. voortreffelijk te hebben bevonden. Toch heeft de onbekende beoordeelaar vooral in het medisch gedeelte vele verbeteringen aangebracht.

Met dat al. het werk. als geheel genomen, kan beschouwd worden als een voorbeeld van onbetrouwbaarheid. Nog een enkel woord: het is waar, dat de geschiedenis der letterkunde uitstekende werken aanwijst, waarvan de schrijvers bij hunne tijdgenoo-ten en bij het nageslacht niet bekend waren, maar anoniem uitgegeven wetenschappelijke werken ken ik niet.

De ongenoemde personen, die hier als wetenschappelijke leeraren en maatschappelijke hervormers optreden, hebben geen recht om vertrouwd en geloofd te worden.

Nu wij de positie kennen, die de medische letterkunde tegenover de vraag „onthouding of niet?quot; inneemt, zij het mij veroorloofd nog ééne tegenwerping te weerleggen, nl. deze. dat zoolang de meeningen der doctoren uiteenloopen - „het beantwoorden der vraag aan de toekomst moest worden ' overgelaten.quot;

Ik meen bewezen te hebben, dat de werkelijke j doctoren het over dit punt vrij wel eens zijn.

Trouwens, met uitzondering van de grondstellingen der wiskunde en logica, is er geen leer. die door

ocr page 64

36

iedereen als juist wordt beschouwd. In de medische wereld bestaat de homoeopathie naast de wetenschappelijke geneeskunst. Afaar naar ik meen heeft de echte wetenschap hare positie zoo genomen, dat het publiek best kan weten, waar zij gevonden wordt.

Zonder maatschappelijk succes aan te hangen, meen ik toch dat men reden heeft zich te scharen aan die zijde, waar men in deze zaak de knapste mannen van vroeger en later tijd vindt, niet bij de tegenovergestelde, waar eene groep standhoudt, die zich door zonderlingheden, gebrek aan kennis en vijandschap tegen de beschaving kenmerkt.

In bovengenoemd werk wordt eene heele groep van nieuwe kwalen en ziekten genoemd, aan welke men den naam gegeven heeft: ziekten door onthon-ding, een naam in de medische wereld geheel onbekend. Wat de mannen betreft, zouden deze ziekten bestaan in een verzwakt voortplantingsvermogen, zaadvloeiing en zwaarmoedigheid; voor vrouwen in hysterie, bleekzucht en storingen in de maandzuivering.

Vele moderne schrijvers zijn. in overeenstemming met dat boek, van gevoelen, dat de vrouw behoort ontheven te worden van den druk die haar verhindert te genieten van buiten-echtelijk geslachtsgenot. Nordau wil haar „heur natuurlijk aandeel in het menschelijk liefdeleven toedeelenquot;; Georcj Brandes verklaart, dat „de zelfkastijding, door het grootste deel der ongehuwde vrouwen in de hoogere standen beoetend, een ongeluk is. een tegennatuurlijk iets.quot;

Op eene andere plaats zegt dezelfde schrijver:

„Worden geestelijke voorrechten soms te duur gekocht door een offer van reinheid en onschuld, ook de werkelijke zoowel als de bloot schijnbare reinheid kan te duur worden gekocht voor den prijs van een verteerend verlangen en de dwaasheid var onvruchtbaar te willen blijven en zijn begeerten te onderdrukken.quot;

ocr page 65

Het is zeer belangwekkend op te merken dat Brandes steeds het verteerend verlangen en de bekrompenheid der ongehuwde vrouw geeselt.

Xu mag men vragen, of het 7,ulk een groot ongeluk is dat de vrouw, om dit verwijt te ontgaan, moet opofferen niet hare gemoedsrust en maatschappelijke positie, want deze hebben geene waarde voor den schrijver maar haar veilig, bijna eenzaam bestaan, hare kalmte en rust ? Eene vrouw die hare gunst schenkt aan een vluchtig haar het hof makenden sultan, wint zelfs in eene goede maatschappelijke positie geen enkele van de stoffelijke en geestelijke voorrechten der gehuwde vrouw.

Doch laat ons al die ingebeelde ziekten door onthouding van naderbij bezien. Wat de voor de mannen eigenaardige vormen betreft: verzwakt voortplantingsvermogen, zaadvioeiing en zwaarmoedigheid — wel, deze komen zelden of nooit voor als gevolgen van onthouding, maar worden juist veroorzaakt door tegennatuurlijke ondeugden en erfelijke neiging. In mijne laatste lezing kom ik daarop terug. —

Wat de ziekten der vrouwen aangaat, die uit soortgelijke oorzaken zouden voortvloeien, roep ik het oordeel in van beroemde wetenschappelijke mannen.

Krcifft-Ehincj zegt over de hysterie'.

.De in de niet medisch ontwikkelde kringen bestaande opvatting, dat deze ziekte zou ontstaan, omdat de vrouw niet kan voldoen aan hare natuurlijke neigingen, is een geheel ongegrond vooroordeel. Als oude jongejuffrouwen dikwijls hysterisch zijn, bestaat daarvoor geene lichamelijke, maar eene zedelijke reden. Ongehuwde vrouwen, die ernstige bezigheden hebben, b. v. liefdezusters en opvoedsters, worden hoogst zelden hysterisch.quot;

P'n op eene andere plaats:

rIIet getuigt van een bedroevend gebrek aan hygiënische beschaving, dat soms zelfs doctoren in

ocr page 66

iedereen als juist wordt beschouwd. In de medische wereld bestaat de homoeopathie naast de wetenschappelijke geneeskunst. Maar naar ik meen heeft de echte wetenschap hare positie zoo genomen, dat het publiek best kan weten, waar zij gevonden wordt.

Zonder maatschappelijk succes aan te hangen, meen ik toch dat men reden heeft zich te scharen aan die zijde, waar men in deze zaak de knapste mannen van vroeger en later tijd vindt, niet bij de tegenovergestelde, waar eene groep standhoudt, die zich door zonderlingheden, gebrek aan kennis en vijandschap tegen de beschaving kenmerkt.

In bovengenoemd werk wordt eene heele groep van nieuwe kwalen en ziekten genoemd, aan welke men den naam gegeven heeft: ziekten door onthouding, een naam in de medische wereld geheel onbekend. \\ at de mannen betreft, zouden deze ziekten bestaan in een verzwakt voortplantingsvermogen, zaadvloeiing en zwaarmoedigheid; voor vrouwen in hysterie, bleekzucht en storingen in de maandzuivering.

\ ele moderne schrijvers zijn. in overeenstemming met dat boek, van gevoelen, dat de vrouw behoort ontheven te worden van den druk die haar verhindert te genieten van buiten-echtelijk geslachtsgenot. Nordotl wil haar „heur natuurlijk aandeel in het menschelijk liefdeleven toedeelenquot;; Georg Brandei verklaart, dat „de zeil kastijding, door het grootste deel der ongehuwde vrouwen in de hoogere standen beoefend, een ongeluk is, een tegennatuurlijk iets. ' Op eene andere plaats zegt dezelfde schrijver: „Worden geestelijke voorrechten soms te duur gekocht door een olfer van reinheid en onschuld, ook de werkelijke zoowel als de bloot schijnbare reinheid kan te duur worden gekocht voor den prijs van een verteerend verlangen en de dwaasheid van onvruchtbaar te willen blijven en zijn begeerten te onderdrukken.quot;

ocr page 67

Het is zeer belangwekkend op te merken dat Brandes steeds het verteerend verlangen en de bekrompenheid der ongehuwde vrouw geeselt.

Xu mag men vragen, of het zulk een groot ongeluk is dat de vrouw, om dit verwijt te ontgaan, moet opofferen - niet hare gemoedsrust en maatschappelijke positie, want deze hebben geene waarde voor den schrijver — maar haar veilig, bijna eenzaam bestaan, hare kalmte en rust? Eene vrouw die hare gunst schenkt aan een vluchtig haar het hof makenden sultan, wint zelfs in eene goede maatschappelijke positie geen enkele van de stoffelijke en geestelijke voorrechten der gehuwde vrouw.

Doch laat ons al die ingebeelde ziekten door onthouding van naderbij bezien. Wat de voor de mannen eigenaardige vormen betreft: verzwakt voortplantingsvermogen, zaadvloeiing en zwaarmoedigheid — wel, deze komen zelden of nooit voor als gevolgen van onthouding, maar worden juist veroorzaakt door tegennatuurlijke ondeugden en erfelijke neiging. In mijne laatste lezing kom ik daarop terug. —

Wat de ziekten der vrouwen aangaat, die uit soortgelijke oorzaken zouden voortvloeien, roep ik het oordeel in van beroemde wetenschappelijke mannen. Krafft-Ehimj zegt over de hijster ie:

rI)e in de niet medisch ontwikkelde kringen bestaande opvatting, dat deze ziekte zou ontstaan, omdat de vrouw niet kan voldoen aan hare natuurlijke neigingen, is een geheel ongegrond vooroordeel. Als oude jongejuffrouwen dikwijls hvsterisch zijn. bestaat daarvoor geene lichamelijke, maar eene zedelijke reden. Ongehuwde vrouwen, die ernstige bezigheden hebben, b. v. liefdezusters en opvoedsters, worden hoogst zelden hysterisch.quot;

En op eene andere plaats:

rIlet getuigt van een bedroevend gebrek aan hvsriënische beschavins?, dat soms zelfs doctoren in

ocr page 68

58

het huwelijk een geneesmiddel tegen zenuwziekten, vooral tegen hysterie zien.quot;

De Amerikaansche beoefenaar van zenuwziekten HammouO laat zich als volgt over dit punt uit:

„Xaar mijne meening is de grootere aanleg voor hvsterie van de ongehuwde vrouwen niet te zoeken in onbevredigde geslachtsdrift, maar eerder in het gemis van een levensdoel, in het steeds denken aan en acht geven op zich zelve. De ongehuwde vrouwen, die zich zelve door de wereld helpen, zijn naar mijne ervaring niet meer onderhevig aan hysterie dan de gehuwde.quot;

In een bepaald over hvsterie handelend werk verklaart professor Jo//// het volgende:

Scamoiii vond, dat van een groot aantal hvste-rische patiënten 75 pet. kinderen hadden gehad en 65 pet. zelfs meer dan drie. Dat de ziekte aan maagden en weduwen eigen zou zijn, wordt daardoor weerlegd. Geslachtelijke onthouding kan een enkele maai bij jonge vrouwen de oorzaak van hysterie zijn, evenals bij vrouwen met onmachtige mannen, maar veel vaker dan onthouding is overprikkeling de oorzaak dezer ziekte.

Slaan wij nu een blik op de bleekzucht, dan leert de wetenschap ons, dat zij aangeboren kan zijn. en verder, dat zij bij beide geslachten en op alle leeftijden voorkomt.

Stoornissen in de maandzuivering komen zoowel bij gehuwde als ongehuwde vrouwen voor; dikwijls staan deze in verband met bloedarmoede of met ziekten der baarmoeder, onafhankelijk van hare natuurlijke werking of rust; zij staan met geslachtsdrift of onthouding in geenerlei verband.

Ik ontken het feit niet. dat eene vrouw, die met een gezonden man is gehuwd, betere gezondheid kan genieten dan zij als meisje had, beter ook dan ongehuwde vrouwen; evenmin, dat er minder ge-

ocr page 69

5«)

huwde dan ongehuwde vrouwen sterven, maar hieruit volgt geenszins dat er ziekten zijn, die door onthouding ontstaan, of dat de lichamelijke en geestelijke toestand der vrouw zou verbeteren, indien zij in een Kordaii'sche of Brancles'sche maatschappij bevrijd werd van alle onthouding.

Doch keeren wij tot de mannen terug. Bestaan er voor den ongehuwden, geslachtsrijpen man geen nadeelen ? Ja, zeer zeker. Ik laat hier wederom het woord aan Acton:

»Er heerscht op dit punt een bijna oneindig verschil van meeningen, waarvan de uitersten zijn. dat een jongmensch geen geslachtsverlangen kan hebben — ten minste niet in een lastigen graad — en dat hij dus geen voorzichtigheidsmaatregelen behoeft te nemen of tegen het opwekken van geslachtsdrift gewaarschuwd behoeft te worden; en de leer dat de bezwaren aan de kuischheid verbonden zoo groot zijn, dat zij onkuischheid rechtvaardigen ot althans verontschuldigen.quot;

Mijn idee is, dat wanneer er zorg is gedragen voor de opvoeding van den jongen man. en zijne ziel niet vernederd is door onnatuurlijke gewoonten, het in den regel eene betrekkelijk gemakkelijke zaak is kuisch te zijn. dat daarvoor geene buitengewone inspanning noodig is en dat met elk jaar van vrijwillige kuischheid het hem door gewoonte gemakkelijker zal vallen.

Toch ontken ik niet. dat een groot getal van de meer of minder reinen soms niet geringen last ondervinden. — — — — — - — — — — — —

Mannen, die ten deele zich onthouden, die den beteren weg toejuichen, maar den slechteren soms volgen, die de koelbloedigheid van den verstokten wellusteling en de sterkte van den kuischen man

ocr page 70

60

missen, verduren cn de kwelling van onthouding en het berouw over hunnen val.

Het komt dagelijks voor patiënten te hooren klagen dat onthouding na verloop van zekeren tijd een prikkelbaren toestand van het zenuwgestel veroorzaakt, dat zij onbekwaam zijn hunne gedachten bij iets te bepalen; studeeren is onmogelijk, stil blijven zitten wordt onverdraaglijk, en de gedach-tengang van den patiënt wordt telkens door voorstellingen van geslachtsdrift onderbroken.

Als ik naar zulk eene klacht luister, weet ik in den regel wat er volgen zal: eene bekentenis die tevens het verschijnsel verklaart. Ik ben er natuurlijk op voorbereid te hooren. dat het middel zeer goed heelt geholpen, dat geslachtsomgang den student in staat stelde zijne studies te hervatten; de dichter kan weer dichten: de phantasie van den schilder heeft hare kracht en gloed hernomen, terwijl de schrijver, die vele dagen geen twee zinnen kon schrijven, weer tot alle werkzaamheid in staat was.

Bij zulk soort van personen brengt onthouding zeer zeker den prikkelbaren toestand mee. Toch mag geen enkel zoodanig verschijnsel een dokter er toe verleiden, om zelfs schijnbaar het voortdurend gebruik maken van het schadelijke middel, dat de ziekte slechts bestendigt, goed te keuren.

De volstrekt onthouders hebben weinig of in het geheel niet van die prikkelbaarheid te lijden, terwijl het zeker is. dat de onkuische op de eene of andere bovengenoemde wijze stoornis zal ondervinden zoodra er zaadvolheid intreedt, en dat de bevrediging der lusten, in plaats van een werkzaam geneesmiddel te zijn, herhaling eischt. — — — — — — — — —

De waarheid is, dat vele lieden, in het bijzonder jonge lieden, dikwijls maar al te blij zijn een ver-

ocr page 71

()1

ontschuldiging te vinden voor het toegeven aan hunne driften.

Er is geen twijfel aan, of dit geslachtslijden wordt zeer overdreven, zoo niet voorgewend om een zeker

Wanneer een jongmensch zich het zwaarste geslachtslijden op den hals wenschte te halen, zou hij niet beter kunnen doen dan onkuisch te worden, met het plan zich weer te onthouden, zoodra hij, „zijn wilde haverquot; had gezaaid. De moeite om te breken met eene gewoonte, die zoo spoedig zich verbindt met eiken vezel van ons lichaam, is zóó groot, dat het onze roeping kan zijn een jongeling, die de eerste schrede wil zetten op het pad der ondeugd, toe te roepen; „Gij slaat een weg in, waar\ an gij nooit zult terugkeeren.quot;

De zuiver lichamelijke bezwaren, die de onthouding zoowel bij den jongeling als bij de volwassene, gehuwde mannen en weduwnaars meebrengt, uiten zich bij gezonde individu's enkel door een gevoel van volbloedigheid, spanning in het onderlijf, zoowel als in andere lichaamsdeelen ; zij zouden niet zoo lastig wezen, indien de gevoelens, vooral bij de eerstge-noemden, niet zoo dikwijls werden verhit door boeken, beelden, phantasieen, enz. Ik heb verklaringen gehoord van naar lichaam en ziel gezonde studenten, en zij hebben mij gezegd, dat ik nog niet sterk genoeg de klem had gelegd op de gemakkelijkheid, waarmee de driften konden worden bcJiccrsclit en overwonnen.

Ik heb in mijn twintigjarige doktersloopbaan vele, vooral zeer vele jongelingen uit de meest verschillende standen, ten opzichte van geslachtsvragen geleid en behandeld: daaronder waren er van wijd uiteenloopende beschouwingen wat zedelijkheid en godsdienst betrof, mannen met en zonder schuldeloos

ocr page 72

62

verleden; maar nog nooit heb ik er een aangetroffen die, mits de wil aanwezig was, zelfbeheersching onmogelijk vond.

Ik heb gezegd, dat de geslachtsdrift wordt geprikkeld door boeken; dit is werkelijk in hoogen graad het geval.

Vóór ik mijne eigene ervaring in dit opzicht schilder, geef ik het woord aan een Franschman, die — let wel — geen clericaal of streng moralist is. Zijn naam is lt;'Indies Marine, schrijver over Svphi-litische ziekten en van een artikel, waaruit ik reeds den raad aan onanisten heb aangehaald om te trachten door onwettigen geslachtsomgang herstel te vinden. Hij zegt :

„Gedurende de achttiende eeuw werden de gemoederen meer dan door iets anders beziggehouden door de gedachte aan de liefde, vooral in haar zinnelijk karakter. Alen had den moed niet alleen alles te denken maar ook uit te spreken.quot;

Dit was trouwens niets dan eene afspiegeling van een zedenbederf, grooter dan in eenig ander verleden tijdperk.

Aan dat bederf had ongetwijfeld de natuuraanleg een groot aandeel, alhoewel het minder geweldig, minder veeleischend schijnt geweest te zijn dan in de 14de eeuw en in den tijd der Romeinsche keizers.

Maar al waren de uitspattingen niet zoo brutaal, zij waren meer planmatig, om zoo te zeggen wetenschappelijk. De ondeugd gaf zich geen moeite meer om zich te verbergen: zij toonde zich in het volle licht. Men heeft daarenboven gezegd, dat zij behoefte had met zich zelve in het reine te komen en school te maken. Is dit niet kenmerkend? Behoort men niet aan de schaamtelooze pedanterie — waarvan men

ocr page 73

63

zelfs bij de voornaamste auteurs meer of minder sprekende trekken vindt — de opkomst toe te schrijven van eene vuile letterkunde, waarin de onnatuurlijkste dwalingen der zinnen werden beschreven, meegedeeld met eene mengeling van krankzinnigheid en verstand, waarvan men tot dien tijd toe nog geen voorbeeld had beleefd?

Deze geschriften overstroomden de wereld. Nu zijn er slechts enkele exemplaren van over. Deze voortbrengselen van het zedenbederf in de afkeurenswaardigste vormen verspreidde men met den ijver van proselietenmakers. Zij gaven echter tevens geboorte aan eene medische en wetenschappelijke letterkunde, die zich ten doel stelde ze te bestrijden.

Wat ik over de Fransche letterkunde der ISde eeuw zei, is in menig opzicht toepasselijk op die van de laatste 25 jaren. Wij willen hopen met minder succes.

Heb ik daarover slechts beknopt gesproken, nu wil ik het iets uitvoeriger doen.

liet is mij niet onbekend dat er in alle tijden werken bestonden, die de lusten prikkelden. Mijn tijdge-nooten. die hunne verbeelding bezoedelden, lazen als gymnasiasten en studenten: Boccacio, Casanova, Faahlas. Paul de Koe!;, e. a.

Tegenwoordig behoeft men de studeerende jongelingschap niet meer tegen de producten dier heeren te waarschuwen. De studeerende jongelingschap gaat met haren tijd mee en houdt zich bij Zola, Strindbci'g, Krohg. Garborg en anderen. Hoe gevaarlijk de eerstgenoemde letterkunde ook was, ik houd de laatste voor nog gevaarlijker, omdat hunne aanhangers zich van een groot deel der letterkundige critiek hebben meester gemaakt in de dagelijksche pers. en hunne voortbrengselen en levensbeschouwingen daarin worden uitgebazuind als uitstekend en navolgenswaard. In mijne jeugd sprak over eerst-

ocr page 74

(gt;4

genoemde werken de pers een veroordeelend vonnis uit. Waagt men het op te komen tegen de schrijvers van onzen tijd. dan wordt men allicht op krachtige wijze tegengesproken. Vooral Gnstdf' af Geyerstunt neemt dien tak der letterkunde, welke de «zinnenquot; heeft gewekt in bescherming, «want lokennis, wetenquot;, is de eerste voorwaarde tot vooruitgang, 't zij dan dat er sprake is van zedelijkheid of van iets andersquot;.

Oskar Levertin treedt zoo pas op voor de mannen van het Fransche modernisme en verklaart dat Zala's ))Nanaquot;, »La fille Elisequot; van de (loncoiirts, en Man-pasmnt's ))Bel-Amiquot; groote kunststukken zijn, trillend van vurig leven, bevend van levenswarmte, zoo volkomen op de hoogte van meesterschap in de kunst, dat geen lezer met eenig oordeel ooit deze werken als strijdend met de zedelijkheid zal beschouwen.

Ik wil niet beweren, dat één dier schrijvers zijne werken schreef direct in het belang- der ondeugd,

cl O '

maar zij toonen zeer weinig menschenkennis, als zij niet inzien dat zij verleiders der jeugd worden.

Bij Levertin heet het verder, dat hij, die zich om Garborc/'s vJcugdquot; ot Strindbercfs ..Een poppenhuisquot; bekruist, óf een Parizeer is^ óf — een zeer te beklagen persoon. — — — — _ _ _ —. .— — quot;

ik beken ronduit dat deze beide werken mij stuiten, stuiten vooral a/s omvaar.

Tot welke soort Levertin mij nu zal rekenen, laat mij volkomen koel. Dat deze beide schrijvers in den laatsten tijd te ver zijn gegaan, zoodat vele vroegere aanhangers hun afvallig zijn geworden, is algemeen bekend, ten minste wat Strindbercj betreft.

Van Garhorg behoef ik maar een klein citaat aan te halen:

„Donnerwetter, wat een meisje! Ik wil er om wedden niet ver over de zestien. Kon ik vat op haar krijgen, dan zou ik mij niet langer ergeren aan mijn

ocr page 75

vriend Sullich — — — Hm, als ik het eens ir;et het meisje beproefde ? Ik zou de fabriek lastig vallen om mijn salaris te verhoogen, want rovaal moet men wezen. . . Als Rasmus zich maar niet reeds op haar geabonneerd heeft. Dat varken doet zich zoo heilig voor; ik sta hem geen duit. Nu. ik geloof dat ik het inaar eens zal probeeren... zestien jaar! Als 't wat meeloopt, kan zij nog maagd zijn!''

Ik wil nog een woord aanhalen van een schrijver, die ook tot het «jonge Zwedenquot; behoort, en waaruit ieder den geest kan kennen, die hem bezielt. OJa Hunsson schrijft onder anderen in zijn Seiisitiva Amorosa;

))Ik heb nog één ding slechts, waarin ik belangstel, het geslachtsleven te bestudeeren en te genie-

sik heb die studie en dat genot gemaakt tot eene lekkere kunst, en heb geen ander doel dan deze kunst tot volmaaktheid te brengen. Ik leg haar op de ontleedtafel voor mij en dring vorschend met mijne gedachte in haar door.quot; — —■ — — — -

»Wat helpt het. of wij beproeven ons leven als op te bouwen, daar wij beheerscht worden door machten, die wij niet kennen, en wij niets meer weten van ons inwendig gevoelsleven dan de kiemen en knoppen, die om ons heen ontbotten, weten hoe hunne cellen worden gevormd.quot;

))En toen trouwde ik met haar zonder meer van haar te houden dan van andere vrouwen, die mijn weg hadden gekruist, enkel omdat ik medelijden met haar had en mijne jonggezellen-avontuurtjes mij begonnen te vervelen.'' — — — — — — — ))Ik stond dikwijls in betrekking tot vrouwen, meest van »de goedkoope soort''; soms uit werkelijke toegenegenheid: steeds was het doel hetzelfde en het einde ook. Had ik haar gebracht waar ik

ocr page 76

66

wilde, dan was het uit: — lust, een brutale handeling-, verslapping, gewoonlijk walging, in de beste gevallen een flauwe weemoed bij de herinnering, dat was alles!quot;

In deze regels spreekt de heer Ola Hausson zoo duidelijk over zich zeiven. dat eene ontleding of wederlegging mij noodoloos voorkomt. Ik wijs er slechts op. dat het oude, zielkundig ware voorschrift: geen vrouw aan te zien om haar te begeeren, geheel wordt vergeten, ja, dat hij het tegenovergestelde tot zijn levensdoel maakt. Ik vraag aan ouders en voogden der jeugd, of zulk een persoon niet ten bate van zich zeiven en de maatschappij behoorde opgesloten te worden in een verbeterhuis.

Xu zal men zeggen dat niemand, die eenig oordeel bezit, zich door dergelijke pogingen laat misleiden; maar de onervaren jeugd weet in den beginne niet waaraan zich te houden.

Wel beweert men soms, dat de letterkunde weinig invloed uitoefent, dat niet zij de zeden schept, maar de zeden de boeken, doch die dit meent onderschat de beteekenis van een der machtigste werktuigen tot goed en kwaad in de wereld.

Ieder ervaren geneesheer kent dien invloed maar al te wel; op grond van eigen ervaring kan ik mee-deelen dat elk opzienbarend boek van die soort, den dokter het bezoek van een grooter of kleiner aantal jonge mannen verschaft, die hem ongeveer de volgende bekentenis doen :

»I)okter, ik heb tot hiertoe een onthoudend leven geleid, of, ik heb gedurende geruimen tijd uwen raad opgevolgd en mij van geslachtelijken omgang onthouden, doch nu heb ik gelezen, dat het zeer

ocr page 77

67

schadelijk is voor de gezondheid, en wanneer ik nauwkeurig acht geef op mij zelf, dan voel ik, enz. enz.''

In zulke gevallen moeten dokter en patiënt dik-wijls weer van voren af aan den langen wee van

J O O

overreding alleggen, wat overbodig zou geweest zijn, indien zulk een boek niet tot een nieuwen val aanleiding had gegeven.

Beale teekent den invloed der letterkunde aldus:

«Van al het kwade waartegen het goede te kampen heeft, is zij (de onzedelijke literatuur) het grootste en het moeilijkste om uit te roeien. Er bestaat geene maatschappelijke klasse, geen beroep, geen bedrijf wier leden niet overstroomd worden door het kwaad, dat uitgaat van de drukpers. Het is maar al te duidelijk, dat een slecht boek het geduldige en zorpfvuldijre werk van vele rechtgeaarde men-

O Ö O

schen kan te niet doen.

Dezelfde schrijver cloet het voorstel om de letterkunde uit een oogpunt van zedelijkheid te laten onderzoeken door een comité van een half dozijn personen.

Inmiddels schijnt de schrijver zelf niet aan de mogelijkheid van zulk eene instelling te gelooven, en daarin heeft hij voor als nog gelijk. I)es te beter kan men instemmen met hetgeen hij laat volgen: «dezen overstroomenden, gevaarlijken vloed af te leiden door directe inspanning is, naar wij vreezen, even onmogelijk als de zee te dammen of het eeuwig voortschrijden der gletschers te verhinderen. De eenige weg om het kwaad te stuiten bestaat in het langzame proces: tot een tegenovergestelden smaak op te wekken. Op de hulp te hopen van de kerk, de wet, den staat, schijnt tevergeefs. De smaken moeten bevredigd worden, zoolang deze niet veranderen moet men aan hunne begeerten voldoen.quot;

Niemand moet echter gelooven, dat hij die ijvert

ocr page 78

()S

voor sexueele hygiëne en zedelijkheid, zich bepaalt tot een aanval op de tegenwoordige letterkunde. Hij weet maar al te goed, dat er nog andere verleidingen bestaan, b.v. de dubbelzinnige operettes, de café-chantantwereld, enz. Tegen haar zijn wel dikwijls stemmen opgegaan, maar zij zijn overstemd door de bijvalsbetuigingen van hare begunstigers: de dagelijksche pers schijnt zich er bij neergelegd te hebben en haar te beschouwen als een onvermijdelijk bestanddeel van het leven eener groote stad.

VV ij behooren hier ook te wijzen op de zinnelijkheid prikkelende beelden. 1 let maakt een droevigen indruk, wanneer men bij een bezoek op een studentenkamer of bij een anderen jongeling de wanden bedekt vindt met naakte vrouwenbeelden. Ik spreek niet van werken als de «Venusquot; van Milo. Hasscl-l) r(fs „Sneeuwdropquot;', ik heb het oog op de photo-graphieën van mademoiselle X en Y, kunstrijderessen ot caté-chantantzangeressen, gekleed en ongekleed. in de ongeloofelijkste houdingen. Denkt men daarbij aan alle andere ontuchtige beelden, die in sigarenkokers, snuisterijen, stokken enz. worden binnengesmokkeld, of in de couranten worden geadverteerd, dan vindt men dat het kwaad voortwoekert. Ik kan mij nooit genoeg verbazen, dat menschen hun geld voor zulke prullen willen opofferen, die toch niets anders vertoonen dan naakte vrouwen, een aanblik, dien men zich in elke anatomie-zaal kan verschaffen.

Wij stappen nu van de letterkunde en de beeldende kunst af, om onze aandacht te vestigen op eene andere gewichtige oorzaak tot verleiding- en val - op vergiftiging door alcohol. Deze heeft groote schuld aan de slavernij der jeugd onder

ocr page 79

f)(.)

onwettigen geslachtsomgang. Ik kan niet met cijfers aantoonen, welk aandeel haar moet toeeemeten worden. maar zeker is het dat men op zijne vragen het onveranderlijke antwoord krijgt: »Ik was natuurlijk dronken.1' De gevallen, waarin de jongeling zich met onbenevelde hersenen moedwillig in de armen der prostitutie wierp, zijn weinig talrijk in vergelijking van de keeren dat dit gebeurt in een roes.

Een Engelsch militair dokter heeft door cijfers aangetoond, dat geslachtsziekten veel zeldzamer zijn bij geheelonthouders dan onder de overige manschappen.

Ik heb in het bovenstaande vele getuigen en voorbeelden aangehaald van de mogelijkheid der onthouding. en van haar werkelijk bestaan. Ik kan nu heel gemakkelijk overgaan tot het bespreken der verhouding in den verlovingstijd uit een hygiënisch oogpunt. Over verlovingen is reeds zooveel gezegd, dat het onderwerp uitgeput zou zijn. ingeval mijn gezichtspunt het gewone ware. Laat mij eerst zeggen, dat de verloving zooals zij onder de Germaansche volken in den regel bestaat, de bewondering heeft gewekt van Romeinsche zedeleeraars en dat zij van groote beteekenis is voor het huwelijksgeluk. Waar zij werd opgevat als eene bepaalde huwelijksbelofte of als een wederzijdsche proeftijd, heeft zij zeer veel goeds uitgewerkt.

In betrekking tot de sexueel hvgienische zijde van het huwelijk moet ik er nu op wijzen, dat wanneer een jongeling, die niet door en door bedorven is, zich voor de eerste maal aan een meisje hecht, en zich met haar verlooft, de geslachtsdrift in den beginne geheel uitgesloten blijft. Wanneer de verloving een tijd heeft geduurd en er hoop bestaat

ocr page 80

70

zich eerlang met het meisje zijner keuze te vereenigen, worden er bij den man voorstellingen gewekt van het bruidsbed en liet genot dat hem daar wacht.

Het gevoelsleven van het meisje beweegt zich niet in dezelfde richting, maar zij gewent zich aan de persoonlijke nabijheid en de inniger rechten van haren bruidegom, zoodat hij. wanneer het huwelijk is gesloten, haar niet voorkomt als een vreemde man, die met geweld haar in bezit neemt.

De voordeelen. die dus uit eene verloving voortvloeien, kunnen niet genoeg worden gewaardeerd, maar — zij dure niet te lang. Eene bepaalde grens te stellen, uitgerekend in maanden en jaren, is natuurlijk onmogelijk. Over het geheel kan men evenwel zeggen dat verlovingen, die vier of vijf jaren duren, niet raadzaam zijn.

Onder zekere omstandigheden kunnen geheime verlovingen nuttig wezen. Ik bedoel hiermee zulke, met toestemming der ouders gemaakte afspraken, dat twee jongelieden na verloop van een proeftijd officieel verloofd zullen worden. Zulk eene repfelino-brengt voor den jongen man het voordeel mee, dat hij aan een geliefd meisje zijne gevoelens mag verklaren en zich van haar antwoord mag vergewissen; dan werkt hij om eene huishouding te kunnen opzetten, en de geheime verloving is een sterke spoorslag om vooruit te komen. Ik durf wel zeggen, dat verreweg de meeste mannen zich gedurende hunne verloving van allen onwettigen geslachtsomgang onthouden. Ik kan dus AV/V'Aquot;Sr//'.s meening, dat „zulk eene verbintenis voor den man slechts een geringe waarborg is tegen de verleidingquot; niet deelen.

Ik sprak onlangs met een collega, die zwartgalliger is dan ik, over dit onderwerp; hij gaf als zijne meening te kennen, dat de verloofde jonge mannen, die vóór hunne verloving geslachtsomgang hadden gehad maar van syphilis waren verschoond gebleven.

ocr page 81

71

zich in den regel van geslachtelijken omgang speenden. uit vrees van later de familie te besmetten, maar dat zij, wanneer zij reeds besmet waren, dikwijls met hunne gewoonten niet braken. Er ligt stellig veel waarheid in die uitspraak, zij het dan ook dat zij wat te veel als regel beschouwd is. Ik herhaal haar hier, omdat zij althans bewijst, dat beteugeling van geslachtsdrift in hoogen graad at hangt van den wil des mans.

* *

Door geslachtsomgang worden er nieuwe wezens geboren, die het menschelijk geslacht vermeerderen. De kracht en snelheid der vermeerdering heeft menig denker angst aangejaagd; overbevolking was hem een schrikbeeld; door gebrek aan voedsel zou een aantal menschen den hongerdood moeten sterven.

De beroemde onderzoeker, de predikant Mali lui*, gaf reeds eene eeuw geleden aan die vrees een wetenschappelijken vorm, en hij verdedigde met kracht de stelling, dat het aantal menschen veel sterker aanlt;gt;Toeide dan er levensmiddelen konden

O

worden voortgebracht. Afgescheiden van de natuurlijke oorzaken, die de volksvermeerdering kunnen stuiten, wenschte hij den menschen deze grondstellingen in te prenten : late huwelijken en strenge unt-Jiouclinr/.

In de laatste jaren is er eene school ontstaan, in hoofdzaak van staathuishoudkundigen, die Maltlius meening aangaande het gevaar van overbevolking deelen.

Deze Xietiw-Maltkasimen, zooals zij zich noemen, meenen echter, dat de eisch om laat in het huwelijk te treden en strenge onthouding te zwaar zijn voor gewone stervelingen, maar dat er toch aan de vermeerdering der bevolking paal en perk moet worden

ocr page 82

72

gesteld door zoogenaamde roorhelwedmiddelen. Wat dit laatste punt betreft, sluiten vele andere schrijvers zich bij de Nienw-Malthusianen aan, die er voor ijveren de wettige vormen voor geslachtsomgang te vermeerderen en natuurlijk hebben ook de aanhangers van onwettigen geslachtsomgang met vreugde deze meeningen begroet,

\ an een dier beide gezichtspunten gingen de mannen en vrouwen uit. die in de laatste jaren door populaire geschriften de kennis der voorbehoedmiddelen hebben verbreid.

Onder hen moeten in de eerste plaats worden genoemd wijlen het bekende parlementslid Charles BradlaUgh, mevr. Annie Besant. de door mevr. A.

Lef fier fgeb. Edgren) warm aanbevolene Engelsche predikantsvrouw, benevens de phil. cand. Kmitt Wicksell, die door geschriften en voorlezingen heeft beproeld propaganda te maken voor zijn lievelingsdenkbeeld.

Tot hen behooren verder de onbekende schrijver en vertaler van de „Elementen der Sociale Wetenschapquot;, verder een Zweedsch schrijver, die zoo zorgvuldig zijn naam heeft trachten te verbergen, dat hij op den titel een valsch beroep schijnt aangegeven te hebben, en een Engelschman, Henry Arthur Albutt, die in Londen door een onbekenden persoon een boek heeft laten vertalen en drukken, getiteld: „Handboek der vrouwen.quot; De schrijver is evenwel naïef genoeg om te verklaren, dat zijn boek enkel is voor de gehuwde vrouw en niet voor onzedelijke vrouwen.

In mijne bespreking van de voorbehoedmiddelen zal ik eerst nagaan, wat het Zweedsche boek ons daarover vertelt, voornamelijk wijl er uit blijkt, dat de voorschriften gegeven in „de Elementen der Soc. Wetenschapquot; zoowel als in Annie Besant's „Wet voor de volksvermeerdering,quot; verouderd zijn.

ocr page 83

/ •■gt;

Het eerste van deze middelen is de tijdelijl'e ont-lioudinf/ van geslachtsomgang. Sommige schrijvers meenen namelijk, dat er tusschen twee maandzuiveringen een tijdpunt gevonden wordt waarin de vrouw niet kan worden bevrucht. Vele schrijvers, die op een zeer verschillend zedelijk standpunt staan, hebben

toecepreven. dat zulk een middel niet zoo stuitend .

zou zijn als allerhande kunstmiddeltjes. Inmiddels blijken de waarnemingen ten aanzien van dat punt foutief te zijn.

De meeste vrouwen kunnen ten allen tijde tusschen twee maandzuiveringen in bevrucht worden. Daarom heeft men eene onderbreking van den bijslaap aanbevolen; de man zou zich moeten verwijderen vóór het zaad werd uitgestort. Zal dit middel niet falen, dan dient de man niet te lang te wachten en er voor te zorgen, dat hij geene reeds uitgestorte zaaddiertjes in de scheede brengt, met andere woorden, dat hij niet te dikwijls eene paring beproeft. Als maar één van de milliarden zaadlichaampjes het vrouwelijk ei bereikt, is de bevruchting daar.

Een ander voorgesteld middel is, dat de vrouw terstond na de paring zich zal uitspuiten, waardoor het zaad zou worden verwijderd en de levensvatbaarheid der zaadjes vernietigd. Dat middel is niet te vertrouwen, omdat een deel van het zaad wel te ver kan zijn binnengedrongen, om te worden weggespoeld. en daarenboven soms het zenuwgestel der vrouw door den bijslaap zoo wordt aangegrepen, dat zij niet terstond dit middel kan toepassen.

Verder heeft men nog eene soort van capsules, d. w. z. groote pillen, die kinazout bevatten en in de vrouwelijke scheede worden aangebracht. Deze zouden door de lichaamswarmte worden opgelost en door de kinine de zaadlichaampjes worden gedood. Om dat doel te bereiken moeten deze pillen of capsules van uiterst teer maaksel zijn. anders kan het

ocr page 84

74

gebeuren, dat zij niet op het juiste oogenblik smelten ; verder moeten zij zoo goed geplaatst worden, dat zij gedurende den bijslaap niet breken of verschuiven, eischen waaraan niet heel gemakkelijk is te voldoen.

Men gebruikt zelfs condoms, een veilig omhulsel voor het mannelijk geslachtsdeel — tegen het breken waarvan men niet kan instaan — en sponsjes die in de vrouwelijke scheede worden aangebracht om de baarmoeder af te sluiten. Dit middel, in de aangehaalde werken als het beste geroemd, heeft toch vaak gefaald, hetzij dan dat het sponsje niet goed werd geplaatst of gedurende den bijslaap werd verschoven.

Eindelijk heelt de kenner van vrouwenziekten Di'. Mensinga te Flensburg een zoogenaamd pessarium ocdusmnii vervaardigd, een elastieken ring overspannen met een fijn velletje dat eveneens het moederkanaal moet versperren en het voordeel heeft eenigen tijd op dezelfde plaats te kunnen blijven.

Het onderzoek der voorbehoedmiddelen uit een maatschappelijk en zedelijk oogpunt, laat ik aan vakmannen over, maar behoud mij zeiven het medisch oordeel voor.

Mijn waarschuwing tegen deze middelen rust op tweeörlei grond: Zij zijn onhdrouwhaar en srJtach-lij}; voo/' de gezondheid.

Onbetrouwbaar omdat de natuur, die de levende wezens heeft begiftigd met een sterke paringsdrift, aan het bevruchtingsleven eveneens innerlijke, zij het dan ook onmerkbare krachten heeft geschonken. In vele gevallen van misvormingen en ziekten der vrouwelijke geslachtsdeelen verbaast de dokter zich over de zonderlinge wegen, waarlangs de zaaddiertjes hun doel, het vrouwelijk ei, bereiken.

Het schijnt bijna, alsof zij met verstand begaafd zijn, zij dringen door de nauwste gangetjes, de boch-

ocr page 85

73

tigste kanaaltjes en de eigenaardigste omwegen, dikwijls slechts om de vrouw in levensgevaar te brengen of haren dood te veroorzaken.

Ook weet elke dokter van gevallen te spreken, waarin zulke voorbehoedmiddelen, op eigen hand ot naar aanwijzing van boeken gebruikt, nutteloos waren. Diezelfde kennis kan men opdoen door de prostitutie-statistiek. Ofschoon de omgang der prostituees met verschillende mannen de bevruchting tegenwerkt en svphilitische ziekten hiervoor een hinderpaal zijn, ofschoon zij allen zeer geoefend zijn in het gebruik van voorbehoedmiddelen, wordt er jaarlijks toch een meer of minder groot aantal zwanger.

De middelen zijn dikwijls schadelijk voor de gezondheid.

Zij zijn het ten deele. omdat zij de natuurlijke werking storen, en grof en plomp zijn, maar vooral omdat vrouwen, die hiervan gebruik maken, niet den noodigen rusttijd genieten, die uit zwangerschap, baring en maandzuivering voortvloeit.

Zij zijn vaak oorzaak van vrouwelijke geslachtsziekten, zooals de Amerikaansche dokter Gaillanl Thomas mededeelt.

Een deskundige iu een onzer naburige landen zeide mij, dat hij vaak door Zweedsche vrouwen werd opgezocht die aan de genoemde kwalen leden, waaruit hij opmaakte, dat deze en de oorzaken er van in Zweden zeer algemeen waren.

Door de schrijvers over staathuishoudkunde worden de voorbehoedmiddelen aangeprezen om het krijgen eener groote familie te voorkomen: door Mensinga, b. v. om ziekelijke en verzwakte moeders eenige rust te schenken in het kinderen krijgen: JVicksell legt de klein op de behoefte van den jongen man aan geslachtsomgang en op het wenschelijke, dat jongelieden van beiderlei kunne als echtgenooten leven, maar door voorbehoedmiddelen bevruchting voorko-

ocr page 86

gesteld door zoogenaamde voorhelioedmiddelen. Wat dit laatste punt betreft, sluiten vele andere schrijvers zich bij de Niemo-Mcdtliusianen aan, die er voor ijveren de wettige vormen voor geslachtsomgang te vermeerderen en natuurlijk hebben ook de aanhangers van onwettigen geslachtsomgang met vreugde deze meeningen begroet.

\ an een dier beide gezichtspunten gingen de mannen en vrouwen uit, die in de laatste jaren door populaire geschriften de kennis der voorbehoedmiddelen hebben verbreid.

Onder hen moeten in de eerste plaats worden genoemd wijlen het bekende parlementslid Charles Bradlaiigh, mevr. Annie Besant, de door mevr. A. ('. Lefflev (geb. warm aanbevolene Engelsche

predikantsvrouw, benevens de phil. cand. Knutt Wicksell, die door geschriften en voorlezingen heeft beproefd propaganda te maken voor zijn lievelingsdenkbeeld.

Tot hen behooren verder de onbekende schrijver en vertaler van de „Elementen der Sociale Wetenschapquot;, verder een Zweedsch schrijver, die zoo zorgvuldig zijn naam heeft trachten te verbergen, dat hij op den titel een valsch beroep schijnt aangegeven te hebben, en een Engelschman, Henry Arthur Albntt, die in Londen door een onbekenden persoon een boek heeft laten vertalen en drukken, getiteld: „Handboek der vrouwen.quot; De schrijver is evenwel naïef genoeg om te verklaren, dat zijn boek enkel is voor de gehuwde vrouw en niet voor onzedelijke vrouwen.

In mijne bespreking van de voorbehoedmiddelen zal ik eerst nagaan, wat het Zweedsche boek ons daarover vertelt, voornamelijk wijl er uit blijkt, dat de voorschriften gegeven in „de Elementen der Soc. Wetenschapquot; zoowel als in Annie Besant's „Wet voor de volksvermeerdering,quot; verouderd zijn.

ocr page 87

/•■gt;

liet eerste van deze middelen is de tijdelijl'c ont-Itoudinfj van geslachtsomgang. Sommige schrijvers meenen namelijk, dat er tusschen twee maandzuiveringen een tijdpunt gevonden wordt waarin de vrouw niet kan worden bevrucht. Vele schrijvers, die op een zeer verschillend zedelijk standpunt staan, hebben toegegeven, dat zulk een middel niet zoo stuitend zou zijn als allerhande kunstmiddeltjes. Inmiddels blijken de waarnemingen ten aanzien van dat punt foutief te zijn.

De meeste vrouwen kunnen ten allen tijde tusschen twee maandzuiveringen in bevrucht worden. Daarom heeft men eene onderbreking van den bijslaap aanbevolen; de man zou zich moeten verwijderen vóór het zaad werd uitgestort. Zal dit middel niet falen, dan dient de man niet te lang te wachten en er voor te zorgen, dat hij geene reeds uitgestorte zaaddiertjes in de scheede brengt, met andere woorden, dat hij niet te dikwijls eene paring beproeft. Als maar één van de milliarden zaadlichaampjes het vrouwelijk ei bereikt, is de bevruchting daar.

Een ander voorgesteld middel is, dat de vrouw terstond na de paring zich zal uitspuiten, waardoor het zaad zou worden verwijderd en de levensvatbaarheid der zaadjes vernietigd. Dat middel is niet te vertrouwen, omdat een deel van het zaad wel te ver kan zijn binnengedrongen, om te worden weggespoeld, en daarenboven soms het zenuwgestel der vrouw door den bijslaap zoo wordt aangegrepen, dat zij niet terstond dit middel kan toepassen.

Verder heeft men nog eene soort van capsules, d. w. z. groote pillen, die kinazout bevatten en in de vrouwelijke scheede worden aangebracht. Deze zouden door de lichaamswarmte worden opgelost en door de kinine de zaadlichaampjes worden gedood. Om dat doel te bereiken moeten deze pillen of capsules van uiterst teer maaksel zijn. anders kan het

ocr page 88

74

gebeuren, dat zij niet op het juiste oogenblik smelten ; verder moeten zij zoo goed geplaatst worden, dat zij gedurende den bijslaap niet breken of verschuiven, eischen waaraan niet heel gemakkelijk is te voldoen.

Men gebruikt zelfs condoms, een veilig omhulsel voor het mannelijk geslachtsdeel — tegen het breken waarvan men niet kan instaan — en sponsjes die in de vrouwelijke scheede worden aangebracht om de baarmoeder af te sluiten. Dit middel, in de aangehaalde werken als het beste geroemd, heeft toch vaak gefaald, hetzij dan dat het sponsje niet goed werd geplaatst of gedurende den bijslaap werd verschoven.

Eindelijk heeft de kenner van vrouwenziekten Dj'. Mensiiuja te Flensburg een zoogenaamd jwssa-rium oerlusivnui vervaardigd, een elastieken ring' overspannen met een fijn velletje dat eveneens het moederkanaal moet versperren en het voordeel heeft eenigen tijd op dezelfde plaats te kunnen blijven.

liet onderzoek der voorbehoedmiddelen uit een maatschappelijk en zedelijk oogpunt, laat ik aan vakmannen over, maar behoud mij zeiven het medisch oordeel voor.

Mijn waarschuwing tegen deze middelen rust op tweeërlei grond: Zij zijn onbetj'omvbaar en tsrhade-lijk vooj' de gezondheid.

Onbetrouwbaar omdat de natuur, die de levende wezens heeft begiftigd met een sterke paringsdrift, aan het bevruchtingsleven eveneens innerlijke, zij het dan ook onmerkbare krachten heeft geschonken, In vele efevallen van misvormingen en ziekten der vrouwelijke geslachtsdeelen verbaast de dokter zich over de zonderlinge wegen, waarlangs de zaaddiertjes hun doel, het vrouwelijk ei, bereiken.

Het schijnt bijna, alsof zij met verstand begaafd zijn, zij dringen door de nauwste gangetjes, de boch-

ocr page 89

tigste kanaaltjes en de eigenaardigste omwegen, dikwijls slechts om de vrouw in levensgevaar te brengen of haren dood te veroorzaken.

Ook weet elke dokter van gevallen te spreken, waarin zulke voorbehoedmiddelen, op eigen hand of naar aanwijzing van boeken gebruikt, nutteloos waren. Diezelfde kennis kan men opdoen door de prostitutie-statistiek. Ofschoon de omgang der prostituees met verschillende mannen de bevruchting tegenwerkt en svphilitische ziekten hiervoor een hinderpaal zijn, ofschoon zij allen zeer geoefend zijn in het gebruik van voorbehoedmiddelen, wordt er jaarlijks toch een meer of minder groot aantal zwanger.

De middelen zijn dikwijls schadelijk voor de gezondheid.

Zij zijn liet ten deele. omdat zij de natuurlijke werking storen, en grof en plomp zijn, maar vooral omdat vrouwen, die hiervan gebruik maken, niet den noodigen rusttijd genieten, die uit zwangerschap, baring en maandzuivering voortvloeit.

Zij zijn vaak oorzaak van vrouwelijke geslachtsziekten, zooals de Amerikaansche dokter GaiUard Thomas mededeelt.

Een deskundige in een onzer naburige landen zeide mij. dat hij vaak door Zweedsche vrouwen werd opgezocht die aan de genoemde kwalen leden, waaruit hij opmaakte, dat deze en de oorzaken er van in Zweden zeer algemeen waren.

Door de schrijvers over staathuishoudkunde worden de voorbehoedmiddelen aangeprezen om het krijgen eener groote familie te voorkomen: door Mmsimja, b. v. om ziekelijke en verzwakte moeders eenige rust te schenken in het kinderen krijgen: Wiclisell legt de klem op de behoefte van den jongen man aan geslachtsomgang en op het wenschelijke, dat jongelieden van beiderlei kunne als echtgenooten leven, maar door voorbehoedmiddelen bevruchting voorko-

ocr page 90

76

men, totdat hunne maatschappelijke verhoudingen toelaten kinderen te verwekken.

Is het reeds moeilijk de genoemde middelen aan te wenden bij vrouwen, die reeds aan een of meer kinderen het leven schonken, de moeilijkheden stijgen bijna tot onmogelijkheid, zoodra er sprake is van maagdelijke personen. Men haalt gevallen aan van X. Y en Z, waarin de zaak schijnt gelukt: deze gevallen beteekenen in elk geval weinig in vergelijking van de vele malen dat zij mislukte. Ieder die het onderscheid kent tusschen maagdelijke en vrouwelijke geslachtsdeelen moet toestemmen, dat elk werktuigelijk middel in de eerste niet dan zeer moeilijk aan te brengen is. en ternauwernood gelukt aan een geoefend persoon.

Indien Wick sell in eene ontvangkamer van een geneesheer eenige jonge zwangere vrouwen kon onderzoeken, en hare wanhopige uitroepingen kon hooren, na den uitslag van het onderzoek; „Neen dokter! Dat is onmogelijk, hij heeft mij zoo verzekerd, dat er nooit iets van komen zou,quot; - hij zou niet zoo zeker zijn van zijn zaak.

In publieke .voorlezingen en debatten heeft hij gezegd, dat een leven zooals hij voorstelt, op Malaga voorkomt, en hij noemde als getuige een geschrift van H. Waclitmclster. Het eenige wat ik omtrent dit punt bij dien schrijver heb kunnen vinden, luidt als volgt:

„De jonge meisjes trouwen hier dikwijls op twaalfjarigen leeftijd met jongens van veertien ii vijftien jaar; daar dezen in den regel niet in staat zijn hunne vrouwen te verzorgen, brengt het gebruik mee. dat het jonge echtpaar een of twee kamers huurt, maar voor 't overige beiden naar het huis hunner ouders terugkeeren om hunne maaltijden te gebruiken, in afwachting van den tijd dat zij zich zeiven redden.quot;

Meer heb ik in dat boek niet kunnen vinden. Het

ocr page 91

/ /

is jammer, dat er geen nauwkeuriger onderzoek bestaat over dit eigenaardig gebruik: maar voor de

bruikbaarheid der ir/c/rW/'sche leer levert het g-een

i»

zweem van bewijs.

Het is evenwel niet genoeg de natuurkundige bezwaren tegen zulk eene zaak aan te voeren. Ik wil nu spreken over de zielkundige. Deze gelden zoowel mannen als vrouwen. De meeste welopgevoede Euro-peesche huisvrouwen voelen er zich in haar hart door gekrenkt, wanneer zij meer als een middel tot genot worden beschouwd dan als personen. Ik stem direct toe, dat die gedachte het allereerst zal opkomen bij de vrouw die keer op keer. zonder rust of tusschen-poos, tot moeder wordt gemaakt, ja, zelfs niet zooveel wordt ontzien als een goed teeldier. Geldt dit voor alle vrouwen, zeer zeker in liet bijzonder voor de echtgenooten van arbeiders, wien het in zulke moeilijke tijden veelal aan hulp ontbreekt. A'oor zulk een kruisdraagster zou het heerlijk wezen, indien haar man zedelijk en verstandelijk zóó ontwikkeld was, dat hij een onophoudelijken geslachtelijken omgang niet zijne vrouw niet noodzakelijk vond.

De schijnbare | hilanthropie, door de Nieuw-Mal-thusianen uitgeoefend, treft bijna nooit doel. De vrouwen lijden zeer door alle tegennatuurlijke middelen. terwijl zij, ook al ten gevolge van overgeërfde beschouwingen, liever al de toestanden van het geslachtsleven doorloopen dan ze te voorkomen.

Voor den man is de zaak gevaarlijk, omdat hij gemakkelijk tegenzin opvat voor eene vrouw, die op zijn eigen aanraden zich bezighoudt met de behandeling van het geslachtsleven, op eene wijze, die voor zijn gevoel strijdt tegen het onmiddelbare, tegen de reinheid, die elke man eischt in zijne echtgenoote.

Indien ik door een beslist oordeel de geheele Nieuw-Malthusiaansche leer wilde afmaken, dan kon ik eenvoudig het woord geven aan Max Xordan en

T

ocr page 92

78

instemmen met een zijner verklaringen, die niet alleen bewijst dat de vijanden der tegenwoordige maatschappij het verre van eens zijn, maar ook dat deze schrijver, waarschijnlijk ten gevolge zijner Israëlieti-sche afstamming, bij al zijne afdwalingen een open oog behouden heeft voor de gezonde geslachtsdrift, die steeds de kracht heeft uitgemaakt van zijn volk.

Zijne woorden luiden aldus:

Wanneer een ras of natie tot dit punt van verval is genaderd, verliezen hare leden den lust om gezond en natuurlijk lief te hebben. Het gevoel voor de familie gaat te loor. De mannen willen niet huwen, om niet voor nog een ander te moeten zorgen dan voor zich zelve. De vrouwen zien tegen de pijn en de ongemakken van het moederschap op. en streven zelfs in het huwelijk door de onzedelijkste middelen naar kinderloosheid. Het voortplantings-instinct dat niet langer de voortplanting ten doel heeft, verdwijnt bij sommigen en ontaardt bij anderen tot de zonderlingste afdwalingen. De geslachtsomgang, de voornaamste. wordt vernederd tot een onwaardig genot en niet langer uitgeoefend in het belang van het geslacht, maar alleen uit het oogpunt van een voor de maatschappij nut- en waardeloos persoonlijk genoegen.quot;

Ik heb vroeger als mijne meening te kennen gegeven, dat de middelen om zwangerschap te voorkomen, onzeker, onvertrouwbaar zijn, en men om zeker te wezen, een ander middel aangrijpt, dat zelfs door de Xieuw-Malthusianen als ongeoorloofd wordt beschouwd, namelijk vrnchtafdrijving. Ik geef hierover het woord aan twee ervaren schrijvers, de een is een Engelsch staathuishoudkundige, de ander een Amerikaansch geneesheer voor vrouwen.

De uitspraak van den eersten. William H.Di.VOn, luidt:

„Wat ik bij mijn verblijf in Amerika heb gehoord

ocr page 93

79

en gezien, doet mij vermoeden, dat er eene zonderlinge, wijdvertakte samenzwering bestaat onder de vrouwen der hoogere standen — eene samenzwering zonder aanvoerders, leiders, secretarissen en hoofdkwartier, die nergens vergadert, — — — — — — en die toch eene samenzwering is onder de vele koninginnen der mode — eene samenzwering waarvan het eindresultaat — indien het werd bereikt — in waarheid dit treurige wezen zou, dat er van tentoonstellingen van kleine kinderen in dit land nooit meer sprake kon zijn.quot;

Di.ron vermeldt daarbij het woord eener Ameri-kaansche dame:

.,De eerste plicht eener vrouw is: in de oogen van den man aangenaam te zijn. maar volstrekt niet om zich af te tobben door het bestuur der huishouding, in de kinderkanker, keuken of leerkamer. Aan alles wat hare schoonheid kan schaden en dus strijdig is met haar waarachtig belang, mag zij zich onttrekken, even als een man protesteert tegen een onwettige belasting. 1 )e eerste zorg der huisvrouw zij, het haren echtgenoot gezellig te maken en tevens zich zelve als zijne levensgezellin.quot;quot;

rI)e kinderen nemen den tijd der moeder in beslag, benadeelen hare gezondheid en maken haar oud vóór den tijd. Als gij de straten doorloopt, ziet gij honderden mooie, jonge meisjes, pas de kinderschoenen ontwassen. Binnen een jaar zijn zij waarschijnlijk gehuwd; over tien jaar zijn zij verwelkt. Geen man bekommert zich meer om haar ter wille barer schoonheid. Zij hebben reeds dan haar leven opgeofferd voor hare kinderen.quot;

IHxon voegt er bij, dat de moeders in het Westen er over het algemeen trotsch op zijn eene talrijke familie te bezitten. Maar hier in Xew-England, in

Xew-York zijn de verhoudingen geheel anders.

* * '

•X1

ocr page 94

80

De Amerikaansche vrouw kent even goed als hare Fransche zuster liet gebruik der vooyhehoechnidddcn en maakt er zoo dikwijls gebruik van. dat hare gezondheid er onder leidt; doch zij stelt zich enkel daarmee niet tevreden maar neemt, wanneer zij toch zwanger is geworden, hare toevlucht tot een der welbekende mannelijke of vrouwelijke vruchtafdrij-vers. in de groote steden van Amerika bij menigte te vinden.

De Amerikaansche vrouwendokter Gaillarcl Thomas deelt over deze zaak het volgende mede:

„Een statistiek, die het bewijs kan leveren van den omvang der strafbare vruchtafdrijving is nog niet geschreven en zal ook wel niet geschreven worden, want dit misdrijf onttrekt zich aan de controle der maatschappij en zelfs aan den arm der rechterlijke macht. Ik weet dat het hard klinkt, wanneer ik er op wijs, dat de wet met onverbiddelijke gestrengheid dengene vervolgt, die zijn medemensch vermoordt, maar dat zij volle vrijheid laat aan hen. die het kind in het moederlijf dooden; toch is het waar. Ik zal de waarheid mijner bewering staven en daarenboven aantoonen, dat deze misdaad schrikbarend veel voorkomt. Op mijne tafel ligt een der populairste, meest geachte en best geschreven bladen van New-Vork, dat zeker zijnen weg vindt en door alle meisjes en vrouwen van het gansche land gelezen wordt.

In zijne kolommen tel ik rij ff Int advertenties, zonder eenigen twijfel ingezonden door vruchtafdrij-vers, — mannen en vrouwen die kindermoord tot hun beroep maken.

Het is morjelijk, dat deze zaak onbekend is aan de uitgevers, die als achtenswaardige mannen bekend staan, evenals aan de politie, maar aannemelijk is dit bijna niet. daar vele advertenties in vrij onverbloemde taal spreken.

Het Amerikaansche medische congres loofde bij

ocr page 95

SI

zijne laatste samenkomst in Ne\v-\ ork een prijs uit voor eene korte en eenvoudige verhandeling over de strafbaarheid en schadelijkheid der vruchtafdrijving, om die onder het vrouwelijk geslacht te verspreiden.

De uitgeloofde prijs werd toegekend aan prof. li. B. Storer. uit Boston, voor een uitstekende verhandeling, getiteld: 117/// not? (Wauroru nicf?)

Th. A. Enunct laat zich over deze zaak aldus uit:

Wij kunnen hier enkel spreken over de voorbehoedmiddelen en de schandelijke menigvuldigheid van misdadige vruchtafdrijving. Kan iemand, die als wij gewoon is vrouwenziekten te behandelen, in waarheid getuigen dat wij overdrijven, wanneer wij zeggen dat wij op één dag meer leed en ellende zien voortvloeien uit dat schandelijk misbruik van het huwelijk, dan ons in een maand onder de oogen komt ten gevolge va i gezonde, ongestoorde bevallingen ?quot;

Dr. H. S. Ponicro)/ uit zich als volgt:

))Ik geloof dat het dooden van ongeboren leven eene bij uitnemendheid Amerikaansche zonde is en dat dit vroeg of laat ons ongeluk zal bewerken.quot;

Ik wend mij tot de middelklasse omdat zij de alge-meene opinie schept en het grootst aantal schuldigen telt.

Men zou moeilijk een plek je heide op het land of eene straat in eene stad vinden, waar geen ongeboren kinderen zijn gedood door lieden, die in de eerste plaats geroepen waren hen te beschermen. Maar wanneer de wet eene doode letter blijkt, wanneer het slechtste deel van den medischen stand staat aan de zijde van het kwaad, en het betere deel meestal zwijgt, wanneer pers en kerk het voorbeeld van den Leviet volgen en voorbijgaan — — wat kan er dan gedaan worden ?

Indien de voortplanting als schoon, geoorloofd, eervol werd beschouwd, zouden waarachtige deugd en kuischheid zich ontwikkelen, de maatschappij zou

ocr page 96

bevrrjd worden van vele verderfelijke zonden, die uit onwetendheid voortkomen en zedelijke en lichamelijke verbetering zou er het gevolg van zijn. De Schepper heeft tot zekere doeleinden elk lid van het menschelijk geslacht instincten en hartstochten ingeplant. - — — Deze zijn onwaardeerbare bedienden, maar slechte hceren. Zij moeten zorgvuldig worden bewaakt en geleid, anders kunnen schade en val niet uitblijven.

En toch verklaren onze maatschappelijke zeden dat deze instincten en begeerten gedurende hun ge-heelen ontwikkelingstijd moeten worden doodgezwegen !

»\Vij treffen in ons beroep vrouwen aan, die aarzelen een vlieg te dooden, maar die erkennen een halt dozijn van hare ongeboren kinderen te hebben gedood, en daarover spreken als gold het 't verdrinken van jonge katjes.quot;

Ik laat aan de staathuishoudkundigen over. de vraag van overbevolking uit te maken; ik wil op enkele middelen wijzen, waardoor de natuur zorgt tegen te sterken aanwas der bevolking. Vooreerst wijs ik dan op do oigemardigi.' grens, die er bestaat voor het vrouwelijk voortplantingsvermogen.

Dit duurt niet zoo lang als haar leven, gezondheid en kracht; zij wordt afgesloten door wat men de eliniarterisclic periode noemt, die in den regel tusschen de 43 en 50 jaren valt. Haar tijd tot voortbrenging bepaalt zich dus ongeveer tot oO jaren, ondanks voortgezetten geslachtsomgang. Door deze in de dierenwereld geheel onbekende, voor het menschelijk geslacht eigenaardige regeling, heeft de natuur een schotje willen steken tegen al te snelle vermeerde-rinsf. Deze eigenaardiidieid der vrouw kan lan^s

~ O I-» O

ocr page 97

natuurlijken weg bij de toekomstige geslachten, zeer zeker ontwikkeld worden door de climacterische veranderingen geleidelijk op jeugdiger leeftijd der vrouw te doen intreden.

De kennis aangaande de vruchtbaarheid der huwelijken is zelfs bij personen, die werken schrijven over sociale quaesties, uiterst gering. Zoo schat bij voorbeeld de schrijver van het reeds dikwijls aangevoerde boek «Elementen der sociale Wetenschap''het getal door elk paar verwekte kinderen op 10 12, daaronder begrepen de misgeboorten en doodgeborenen.

Dit is eene grove fout. Want dit getal — gemiddeld 10 — kan slechts als vruchtbaarheids-HiO^/é/j)'/.'-heid genomen worden voor paren, waarvan de vrouw bij het aangaan van het huwelijk 20 jaar is, en het huwelijk 2ö jaar duurt. Zulk een hoog getal is nog nooit gevonden, in geen enkel land. Ongeveer 18 — 20 procent der huwelijken zijn onvruchtbaar: vele worden door ziekte of dood gestoord, zoodat het vruchtbaarheidscijfer van de landen van Noord-Europa op elk paar tusschen 4.88 en 4.18 bedraagt; in Frankrijk slechts o.4().

Xeemt men andere, het Helst nieuwere en kortere tijden van waarneming of onderzoek, dan krijgt men cijfers, die van de bovenstaande verschillen en gewoonlijk lager zijn. Zoo wordt b. v. van Pruisen de echtelijke vruchtbaarheid in den laatsten tijd geschat op 4,114 pet., waarvan 3.957 levend-en 0,137 doodgeborenen: voor Engeland in de laatste 25 jaar op 4,10, voor België op 4,12, voor Frankrijk op 2,9 en voor vele Oostelijke Staten van Xoord-Amerika op cijfers die wisselen tusschen 2,5 en 3,0.

Sadler heeft door eene berekening van de verhouding bij Engelsche paren gevonden, dat wanneer de huwelijken vroegtijdig worden gesloten, de vruchtbaarheid niet onder maar boven het gemiddelde cijfer der natie staat. Was de moeder jonger dan 26

ocr page 98

iS4

iaar, dan was het gemiddeld aantal kinderen 5,13; was zij 26- oó jaar, dan bedroeg dit .róO; was zij over ue 36 jaar, dan 2,S(). \'oorts dat mannen die vóór hun 2(gt;ste jaar huwen, gemiddeld 5,11 kinderen verwekken: zij die trouwen tusschen 26 -35 jaar 4,43 en boven de 36 jaar 2,84.

In zijn straks door mij aangehaald werk beweert Dri/sdah', dat de vermogende klassen haar uiterste best doen om het aantal kinderen te beperken, terwijl de arme families zich gewoonlijk verheugen in eene talrijke kinderschare.

De eerste bewering wordt onbarmhartig door de statistiek der meeste landen weerlegd: de tweede is veelal, o. a. in ons land niet geldig. Men kan hier vaak bij de welgestelde klassen de zucht opmerken om vroegtijdige huwelijken onder de arbeiders tegen te gaan, omdat vermeerdering van armoede groote geldelijke offers eischt.

Dezelfde schrijver hoopt, dat in de toekomst elke familie, die meer dan een zeker aantal kinderen verwekt (b. v. 4) door den smaad en de verachting harer medeburgers zal worden getroffen, ja. hij meent dat dit van rechtswege moest worden verboden. De schrijver zegt niet. hoe er gehandeld zou moeten worden wanneer in het vierde kraambed twee- of drielingen werden geboren. Maar dat daargelaten veroorloof ik mij op het bespottelijke van zulk een verbod te wijzen.

Eene welgestelde familie, die de maatschappij kon verrijken met vele gezonde, zedelijke, welopgevoede nakomelingen, zou dan het mikpunt worden van aanmerkingen, die niet de paren zouden treffen, welke een geringer aantal ziekelijke, naar lichaam en ziel bedorven kinderen verwekten.

1 Iet zal wel onmogelijk blijken, de publieke opinie en de wet te mengen in zulke teedere persoonlijke aangelegenheden. quot;

ocr page 99

85

Bij de bevolkingsquaestie mag men niet uit het oog verliezen, dat vele dingen op haar van invloed zijn, zooals het aantal huwelijken, vruchtbaarheid, de sterfte der kinderen, de algemeene levensduur, benevens landverhuizingen.

De Fransche maatschappij zou ten gevolge der geringere vruchtbaarheid der vrouwen en de groote kindersterfte. aan bevolking verliezen, indien niet vreemdelingen het evenw icht herstelden, een feit dat. tus-schen twee haakjes gezegd, de meeste zedenmeesters, politici en doctoren met ernstige gedachten vervult, en wel van een geheel anderen aard dan die over de vraag, hoe met Duitschland afterekenen wegens den oorlog van 1870.

Ten slotte eene anecdote.

Ongeveer een kwart eeuw geleden waren eenige jonge studenten bijeen, en voerden een gesprek over het huwelijk.

In die zaak hebben wij een woordje mee te spreken. meende een theoloog (thans bisschop). Niemand weersprak hem.

Er is ook eene zijde die 0)ts uitsluitend aangaat, voegde een jurist (thans rechter) er bij. Eveneens algemeene bijval.

Maar ook wij hebben hierbij eene zekere roeping te vervullen, opperde ik, de eenig aanwezende medicus.

„Ja, doch de laagste van alle,quot; riep men in koor.

Ik kwam hier niet tegen op. Geschillen over rang zijn nooit mijne liefhebberij geweest — maar ik zeg, dat wanneer het huwelijksgeluk ten gevolge van eene algemeene nalatigheid ten opzichte zijner natuurkundige en zielkundige zijde, — ons domein — is verspeeld, het dan noch door den kerkelijken zegen, noch door het familierecht of de eigendomsgemeenschap kan worden hersteld.

ocr page 100

D E R D E L E Z I X G.

Sexueele ziekten. — Onanie. — Hare scliadeiykheid. — Zaadvloeiing. — Tegennatuurlijke omgang. — De geschiedenis der Komeinsche keizers, — De meeningen van moderne schrijvers. — Medische huwelijken. — Venerische ziekten. — Middelen tegen hare verspreiding. — Prostitutie. — De federatie. — Een critiek op de agitatie tegen de reglementeering van de ontucht. — De meening van den medicus over de ziekte en haar verband met zonde tegen de zedelyklieid. — Noodzakelijke maatschappelijke hervormingen. — Slotwoord.

M. II. Ik heb u tot nog toe slechts de grondtrekken van het sexueele leven geschilderd, benevens de voorwaarden voor zrine normale werking in het huwelijk. Thans ga ik over tot de ziekten van het geslachtsleven. Deze zijn reeds eeuwen lang bekend en beschreven niet alleen door medici maar ook door zedeleeraars en hekeldichters.

Hoort men tegenwoordig altijd spreken over de schade, die rust der geslachtsdeelen zou meebrengen, in vroegeren tijd had men meer oog voor de scha-lijke gevolgen van overspanning. Reeds Hipjxicrati'* schildert de kwalen, die daaruit kunnen ontstaan; de moderne werken leveren daartoe steeds nieuwe bijdragen. De kenteekenen der ziekte zijn van zeer

ocr page 101

87

verschillenden aard, maar enkele trekken hebben toch de geslachtsziekten sfemeen. Daartoe behooren

o o

o. a. zwakheid, bleeke gelaatskleur, lusteloosheid, slecht humeur, trillingen en pijnlijke trekkingen in de benedenste lichaamsdeelen. slapheid der organen voor pisloozing. plotseling uitbrekend zweet, sexueele zwakheid of onvermogen.

De reden van het een zoowel als van het ander kan in een der allergewoonste ziekteverschijnselen gelegen zijn. in de zoogenaamde se.fnn'le eene ziekte, die een nauwgezet geneesheer niet gaarne ziet. maar die voor kwakzalvers eene welkome zaak is. om den lijders aan die kwaal mooi wat geld uit den zak te kloppen.

In de eerste plaats behoort te worden gewezen op de oorzaken der ziekte, minder op hare bijzondere verschijnselen en behandeling, en ik begin u daarom onmiddellijk met één daarvan, omdat zij van algemeene beteekenis is, en niet behoort gekend te worden door doctoren alleen.

liet geldt de onaiiic (zelfbevlekking.)

Over haar zijn zeer vele artikelen en verhandelingen geschreven, maar vele dezer geschriften zijn in het een of ander opzicht foutief, zoodat zij de lezers meer op een dwaalweg brengen dan hen voorlichten.

Onder onanie verstaat men een handeling, waarbij een persoon door middel van betastingen, door werktuiglijke verrichtingen, of enkel door de phan-tasie, zijn geslachtsorganen prikkelt, zoodat de zenuwtrekking die op geslachtsomgang volgt, daaruit ontstaat.

De bepaling is op beide geslachten en op alle leeftijden van toepassing: bij de mannelijke individu's wordt zenuwtrekking natuurlijk door uitstorting van zaad gevolgd.

Er is veel geschreven over de vraag, of zij veel of weinig voorkomt: ik zal niet beproeven daarvan

ocr page 102

statistieke opgaven te doen. ik stem toe, dat zij in de beschaafde landen zeer gewoon is, ofschoon niet zóó algemeen als sommige liederlijke schrijvers gelieven te beweren.

Hij jongelieden kan men de aanleiding in den regel vinden in verleiding door kameraden of andere personen. die ouder zijn dan zij. Daarbij kan zij als opgeroepen worden door eigenaardige, toevallige gedachten en gevoelscombinaties. door zekere lichaamsoefeningen, b. v. door klauteren, rijden, door het rijden op schokkende voertuigen, enz., enz. Bij kinderen, die het gevaar dier zaak niet kennen, bij karakterzwakke lieden ontwikkelt zich uit de toevallige. dikwijls zedelijk onschuldige aanleiding eene slechte gewoonte.

De gevolgen blijven niet uit. Hoewel een geoefend oog den onanist bij den eersten oogopslag niet altijd herkent, draagt toch de lijder dier gewoonte den stempel er van op zijn voorkomen. Ingezonken oogen, neergeslagen blik. bleeke gelaatskleur, koude vochtige handen, verslapt geheugen, prikkelbaarheid, luiheid en dagdroomerij zijn veelal de teekenen.

Ingeval men niet voorzichtig is, kunnen daaruit ernstisrer stoornissen van het zenuwstelsel ontstaan, sexuecle neurasthenie, onmacht, verval van krachten, tering, hartziekten en m. a. Wat krankzinnigheid als gevolg van onanie betreft, hierover loopen de meeningen onder de vakgeleerden zeer uiteen.

Zoo zegt b. v. Esquirol:

,,De onanie, die geeselroede der menschheid is vaak de oorzaak van krankzinnigheid, vooral bij de ^rijken.quot;

Een ander zielkundige, Gnislain, meent:

.,De quaestie van het onanisme in haar verbard met krankzinnigheid is zeer moeilijk uit te maken.

Wij onderstellen die oorzaak slechts bij drie of vier

ocr page 103

so

patiënten in liet laatste jaar in het gesticht opgenomen.

Toch is die ondeugd onder de verpleegden zeer algemeen, maar men dient niet te vergeten, dat velen van hen zich er niet aan schuldig maakten vóór hunne opsluiting.quot; — — — -

In die laatste opmerking hebben wij een leiddraad voor de juiste opvatting der zaak. Vrij algemeen heerscht het geloof, dat vele gevallen van krankzinnigheid en idiotisme worden veroorzaakt door onanie, terwijl de oorzaak ligt in een of ander overgeërfd letsel aan de hersenen.

1 )e kansen, om een onanist weer tot een gezond leven terug te brengen, zijn over het geheel niet ongunstig. De lijders zelve zijn echter door slechte, onwetenschappelijke, soms met goede bedoelingen Êfeschreven boeken zoo onthutst, dat het dikwijls de moeilijkste taak van den dokter is om alles te wederleggen wat de patiënt heelt gelezen.

Ik vind het passend om dit oordeel te staven door een citaat van een bevoegd beoordeelaar. Prof. W. Erh in Heidelberg:

„Gewoonlijk wordt onanie als veel gevaarlijker beschouwd dan de natuurlijke prikkeling door geslachtsomgang. Dit komt ons niet waarschijnlijk voor. De uitwerking op het zenuwstelsel moet toch in hoofdzaak dezelfde zijn, hetzij de prikkeling op het orgaan wordt uitgeoefend door de vrouwelijke scheede ot door iets anders: de zenuwachtige schokken bij de uitstorting blijven dezelfde; eerder zou men nog kunnen aannemen, dat deze grooter moest zijn bij den geslachtsomgang. Toch ligt in de prikkeling der onanie een groot gevaar, en het lijdt geen twijfel, dat het bij de onanisten heerschend en juist gevoel: eene laagheid te begaan, en de voortdurende strijd tusschen bovenmatige drift en zedelijken plicht verzwakkend is voor het zenuwgestel; daardoor worden de schadelijke gevolgen van onanie verergerd.quot;

ocr page 104

')0

Ik heb steeds er voor g-ewaarschuwd en ik waarschuw ook nu met den grootsten nadruk, dat men niet moet meenen, dat ik de onanie verontschuldig* of verdedig. Ik wil geenszins verhelen dat andere, zeer eerbiedwaardige schrijvers, een veel ongunstiger oordeel in deze zaak vellen, maar ik stel naast de hunne mijne eigene veelomvattende ervaring op dit punt. die mij heeft geleerd dat de meeste onanisten werkelijk hun treurig lijden kunnen overwinnen, zonder daarvoor in onwettig of wettig geslachtsverkeer genezing te zoeken. Ten bewijze, dat de onanie zelden de in populaire geschriften zoo dikwijls geschilderde zielsziekten veroorzaakt, veroorloof ik mij uit de officieele statistieke rapporten van Zweden en Engeland de volgende cijfers aan te voeren.

In de Zweedsche hospitalen werden opgenomen in :

ziekten ten gev.

v. onanie.

1SS3

een

getal

van

643

patienten

25

1884

»

»

»

704

»

1()

1885

»

»

»

744

))

22

1886

»

»

»

741

35

1887

)gt;

»

»

7lM

»

35

Totaal 3.623 patienten 136

wat aan lijders door onanie 3.7% geeft. In deze berekening zijn al de gevallen opgenomen, waar de onanie wel als bijkomende omstandigheid was, maar niet als de eenige oorzaak van krankzinnigheid mocht worden beschouwd.

De cijfers, die over de laatste drie jaren omtrent Engeland openbaar werden gemaakt, zijn;

ocr page 105

'M

opgenomen m het hospit.

ziekten waarvan de onanie als oorzaak wordt beschouwd.


1.^.158 pat 13.624 » 14.336 »

160 163 203

1SSÖ 1886 1887

en hier is het procentgetal voor het jaar 1885 1,2 pet. van het geheel (2,2 bij mannen, 0,3 bij vrouwen); voor 1886 1,1 pet. van het geheel (2.0 bij mannen, 0,3 bij vrouwen); voor 1887 1,4 pet. van het geheel (2,6 bij mannen, 0,2 bij vrouwen).

Daar ik weet, dat er eene groote schare van mannen bestaat, voor het meerendeel niet medisch ontwikkelde personei, die uit alle macht de onnatuurlijkheid en schadelijkheid der onanie op den voorgrond plaatsen en haar willen genezen door on-wettigen geslachtsomgang, vind ik het mijn plicht tegen dergelijke avereehtsche voorstellingen op te komen.

Deze beschouwingen hebben eene bepaalde uitdrukking gevonden in het strijdschrift van den heer Criisfaf' af' Ge/jerstdDi tegen Lector Personnc. De eerste verklaart, dat wanneer iemand tot onanie is vervallen, liet iioochakelijk voor hem is de werkelijkheid aan te grijpen om aan de begoochelingen der verbeelding te ontkomen Ilij keert zich daarom scherp tegen Pcrsoiuic en zegt:

»lk voor mij vind zelfbevlekking het walgelijkste van alles, en als men hare uitwerking kende op het karakter en de zielshoedanigheden, zou men niet geneigd wezen om eene rangregeling te maken als de groote zedelijkheids-cijferaar P. zich veroorlooft. Opvoeders en zielkundigen hebben juist hunne ge-heele opmerkzaamheid te richten op het uitroeien van de onanie. Eerst wanneer zij ophoudt regel te zijn. is het denkbaar, dat de mannelijke natuur kracht

ocr page 106

lt;)2

genoeg zal krijgen om onregelmatige driften te beteugelen.

Wil men een strekking in mijn boek zoeken, dat enkel eene vertelling uit het leven is, dan mag men haar hierin zoeken.

Eene andere strekking heeft het niet.quot;'

Door phrasen als bovenstaande wordt er jaarlijks vrij wat kwaad gesticht onder de jeugd. Men versterkt haar in de dwaling, dat zij tegen elke kleine stoornis der gezondheid, die een raadgevende lichtmis aan onanie toeschrijft, in onwettigen geslachtsomgang genezing moet zoeken.

Ik voeg hier nog bij. dat uiterst zelden een onanist na zich aan een samenleven met prostituees te hebben gewend, tot een zedelijk leven terugkeert. Is hij eens zoo dwaas daartoe zijn toevlucht te nemen, dan verbeeldt hij zich, dat zijn toestand een voortdurend gebruik er van eischt.

In bovenstaande regelen heb ik een half toestemmend oordeel aangehaald van een Franschgeneesheer, maar ik ben verplicht te zeggen, dat men overigens in heel de medische letterkunde niets van zoodanigen aard vindt. Ik kan daar een citaat van -lames Paget tegenoverstellen:

„Velen van uwe patiënten zullen u vragen doen in de hoop dat gij hun ontucht zult voorschrijven.quot;

„Kuischheid schaadt ziel noch lichaam ; hare tucht is uitstekend; men kan gerust met het huwelijk wachten ; en onder de zenuwachtige patiënten, die mij over ontucht spraken, heb ik niet één hooren bewerer, dat hij door geslachtsomgang frisscher of gezonder was geworden.quot;

Mijn ervaring stemt volkomen met die van Paget overeen. Evenmin als ik een wellusteling raad onanie te plegen, evenmin geef ik een onanist den raad in ontucht genezing te zoeken.

ocr page 107

93

De heer (jciicrstuin is op dit punt «/ t(' unirctend, om eenigen raad aan opvoeders te mogen geven. Tlij vervalt in dezelfde fout, die hij Pemoline verwijt, n. 1. eene rangregeling te geven van het kwaad, maar hij doet het in tegengestelde richting. Als men de maatschappelijke en persoonlijke schade vergelijkt, die óf door onanie, óf door ontucht wordt veroorzaakt. dan daal; de weegschaal oneindig lager voor de laatste.

Dat de opvoeders in dit opzicht eene hooge roeping hebben te vervullen, begrijpt de heer Frrsonne vrij wat beter dan de heer (rei/erstdii', want de eerste komt met de grondbeginselen van godsdienst en zedeleer; de laatste alleen met de leer; over het nut van de natuurlijke genietingen.

Alle ondeugden en dwalingen, die op dit punt bestaan, moesten ter behandeling worden overgelaten aan doctoren en opvoeders. Ik overschat de roeping der zielenherders niet: ik weet dat er geen grooter drijfkracht bestaat dan het godsdienstig zedelijk streven «zich rein te bewaren voor het oog van G od en dat het oprecht gebed ontegenzeggelijk de beste waarborg is voor de zedelijkheidquot;; maar hiermede heb ik de grenzen der inmenging van de geestelijkheid in deze zaak bepaald. Ten gevolge van het onderwijs en de opvoeding, die hare leden tegenwoordig ontvangen, waarin van practische zielkunde geen sprake is, die hun niet leert eene menigte, ongewone zielstoestanden, waarvan de oorzaken op natuur- en zielkundig terrein zijn te zoeken, te begrijpen, is het den geestelijken stand onmogelijk, alzijdig eene quaestie als deze te beoordeelen. liet zou daarom kunnen gebeuren, dat een om raad gevraagde zielenherder iets als eene zware zonde beschouwde, waaraan de patiënt niet de geringste schuld had.

Indien de geestelijken in het algemeen, zooals enkele

ocr page 108

')4

onder hen doen, inzagen dat de dokter in /Ailk soort van zaken een woord heeft mee te spreken, en dan daarenboven invloed wilden uitoefenen door zedelijke middelen, dan zou door zulk eene samenwerking het heil der jeugd worden bevorderd. Een uitvoerige beschrijving te geven van al de middelen en raadgevingen. waardoor men de jeugd van zelfbevlekking zoekt te redden, zou mij te ver voeren en ik moet mij daarom bepalen tot de verzekering, dat ieder tot dit doel meewerkt, die zijne zorg wijdt aan de llcha-iiielijkc cu zedelijke gezondheid der jeugd. Een frisch en gezond leven, voldoende lichaamsbeweging, niet veel stilzitten, een voedend maar niet prikkelend dieet, matigheid in het gebruik van genotmiddelen, tamelijk harde bedden (nooit veeren), licht dek, vroeg opstaan, koude wasschingen enz. maken de hoofdzaak uit zoowel om te voorkomen als om te genezen.

Voorts is vertrouwelijkheid tegenover de ouders het voornaamste, en van de zijde der ouders: een verstandige verklaring der geslachtsdeelen, van hun doel en de zorg er voor.

De manbare jongeling en de volwassen man, die geen geslachtelijken omgang genieten, ontkomen zelden geheel aan nachtelijke zaadvloeiingen. Komen deze niet al te dikwijls voor, zoo beschouwe men ze niet als schadelijk, maar veeleer als een middel der natuur om het orgaan te bevrijden van het onaangenaam gevoel, dat met te groote gevuldheid samengaat.

Hoe dikwijls zulke vloeiingen kunnen plaats hebben zonder schade voor het lichaam, is niet te bepalen. Komen ze niet vaker voor dan om de 10, 14 nachten, dan verontruste men zich niet, zelfs al voelt men zich een paar dagen daarna eenigszins minder opgewekt dan gewoonlijk. De natuur brengt alles wel weer in evenwicht. Deze vloeiingen kunnen geheel vanzelf komen als eene onwillekeurige beweging, zonder dat het voorstellingsvermogen of de wil er iets

ocr page 109

95

mee te maken hebben. Tot zoo ver kunnen zij dus onafhankelijk, ja zelfs tegen den zin van den persoon in quaestie ontstaan. Toch dient er aan herinnerd, dat alleen hij die zijne wilskracht tracht te stalen, in dezen onschuldig is. \Vie zich over dag verdiept in wellustige voorstellingen, heeft het zich zeiven te wijten, dat deze zaadvloeiingen dikwijls komen en gezondheid en kracht in gevaar brengen.

De studeerende jongelingschap staat in dit opzicht aan grooter verleiding bloot dan hij. die met zijn lichaam werkt. Bij de eersten kan men in den regel de zaadvloeiingen niet tot zulk een gering aantal beperken als bij de laatsten.

Bijzondere stoornissen behooren natuurlijk aan het oordeel van een geneesheer te worden onderworpen.

Ik kan dit onderwerp niet laten varen zonder de afdwalingen van de geslachtsdrift te bespreken, alhoewel het noemen en beschrijven daarvan stuitend is voor het gevoel. Ik meen de tegennatuurlijke (j(-xlacldsdrlft, die zich in vervlogen tijden vrij sterk heett geuit in pederastie of sodomie.

Deze laatstgenoemde uiting van onnatuurlijke drift, wordt verdeeld in aetiece en passieve: in de eerste tracht de man in plaats van eene vrouw, een man ot jongeling te gebruiken, die hem ter vervanging van de vrouwelijke scheede zijn endeldarm aanbiedt, liet is een in de geschiedenis bekend feit, dat de Grieken, zelfs vele van hunne grootste mannen, zich aan deze walgelijkheid bezondigden. liet is zeer leerzaam een deel dier geschiedenis te zien, verlicht door de fakkel der medische wetenschap en ik kies daartoe den Romeinschen keizertijd.

Ik wil u geen in marmer gehouwen Romeinsche keizers voorstellen, gebeiteld door hof-artisten, het

ocr page 110

96

zijn inenschen ^^an vleesch en bloed en daarenboven van zeer bedorven vleesch en bloed, die ik zal teekenen.

I lier vindt men de meest samengestelde vormen van sexueele afwijkingen. Aangeboren neiging, verkeerde opvoeding, onzedelijke omgeving, in één woord alles wat het ontstaan van de akeligste meest verschillende vormen van afwijking der geslachtswerkzaamheid begunstigde.

Julius Caesar tot en niet Diocletianus leveren ons eene reeks van ziektegevallen, die met het oog op de geslachtswerkzaamheid zeer leerrijk zijn.

Julius Caesar was verwant aan Marius, den overwinnaar der Kimbren en Teutonen, die aan de gevolgen van dronkenschap bezweek. Caesar zelf leed aan vallende ziekte en had eene zeer sterk ontwikkelde geslachtsdrift.

I lij was in dat opzicht zóó bekend, dat zijne soldaten spotliedjes op hem zongen en Cicero epigrammen schreef, die overal werden verspreid. Toen hij oud geworden, onmachtig was, werd hij een passieve pederast, waarom „Curio hem in zekeren zin den man van alle vrouwen en de vrouw van alle mannen noemt.'quot;

Augustus brak gedurende geruimen tijd de huwelijkstrouw, wat verontschuldigd werd door de bewering, dat hij geen ontrouw beging uit hartstocht, maar om aan vrouwen het gemakkelijkst de plannen van zijne tegenstanders te ontlokken. Toch had hij de brutaliteit op zijn sterfbed tot zijne vrouw te zeggen: «Denk aan ons gelukkig huwelijk!quot;

Tiberius was een drinker, wat hem den bijnaam van Biherius bezorgde: zijn leven is een kennelijk tvpe van een zedelijk verlaagd persoon, die zijn leven eindigt in sufheid.

Tijdens zijn verblijf op Capri kwamen duidelijk de akelige trekken aan het licht, die in vele gevallen door tegennatuurlijke geslachtsdrift ontstaan.

ocr page 111

(gt;7

Bij menigten werden de lijken van doodgemartelde jongens en meisjes uit de woning van den krankzinnigen tiran verwijderd en weggeruimd.

Caligula is een soortgelijk wezen, met zieke zenuwen, vol sexueele buitensporigheden; huwelijken en scheidingen wisselen in zijn leven af tot ook hij ten slotte pederast wordt.

Claudius was een drinker en kon zich zeker voor zijne buitensporigheden op zijn ongelukkig huwelijk beroepen; toch merkt men in de afschuwelijke straffen, die hij voor misdadigers uitdacht een zieke-lijken trek, die aan zijn geslacht en voorgangers herinnert.

Nero had eene hartstochtelijke, zinnelijke natuur. Zijn jeugd getuigt van liederlijkheid en toch had hij eene zekere mate van beschaving. - - Eerst verkracht hij eene Vestaalsche maagd, later laat hij Sporus ontmannen, zich plechtig met hem in den echt verbinden en geeft daardoor aanleiding tot het bekende gezegde: ,,het zou met de menschelijke zaken goed zijn gegaan als Xero's Vader zulk een vrouw had gehad.quot; 1 lij mishandelt zijne minnaressen met de meestverfijnde wreedheid en geeft zich als passief pederast aan een vrijgelaten slaaf.

Galba en Vitellius zijn eveneens pederasten. Ves-pasianus drinkt en leidt een loszinnig leven. Titus heeft twee kenmerkende karakterfouten : onmatigheid en wreedheid. Om ons niet op te houden met de geheele volgende keizersschaar, wil ik hier alleen nog meedeelen dat Hadrianus' neiging voor Anto-nius volstrekt niet van koelen aard was, waarom hij zelfs door een zijner tijdgenooten als volgt wordt geteekend:

„liet goede wisselt bij hem af met het kwade: nu eens is hij zacht dan weer onmenschelijk ; hij is goedaardig maar prikkelbaar en wraakzuchtig; de ondeugd wordt gevolgd door berouw, nederigheid

ocr page 112

98

door uitingen van ziekelijke ijdelheid, rechtvaardigheid door beestelijkheid.quot;

„Zulke tegenstellingen in het karakter, zóó sterk uitkomend dat zij werden opgemerkt, beantwoorden volkomen aan de ziekelijke gevolgen van zielsver-bastering.quot; — — — — — — — — — - — —

„In dezen afgrond van alle denkbare zinnelijke buitensporigheden vertoonen de ziekelijke tvpen zich onverholen en zijn merkwaardig door hun gelijkvormigheid. De Romeinsche keizers leggen bij hun geslachtsverkeer dezelfde onnatuurlijkheden aan den dag als een persoon in onze dagen, die nooit van Romeinen of van se.iwi Ie jwrersitcit heeft gehoord.quot;

Bij de behandeling van onderwerpen als het onderhavige moeten de menschen van de negentiende eeuw bedenken, dat de akelige verschijnselen als 't ware komen als teekenen van reeds ontwikkelde of zich ontwikkelende zielsziekten: ik verdiep mij hier niet in bijzonderheden: ik wil alleen maar er op wijzen, dat pederastie en andere sexueele afdwalingen somwijlen hare oorzaak vinden in aangeboren zielsziekte, in vallende ziekte, in ouderdomswaanzin en andere. Voor het groote publiek echter hebben de niet erfelijke pederastie en daarmee verwante vormen de grootste beteekenis.

Schrijvers als Strindlcirj trachten hunnen tijdge-nooten diets te maken, dat deze vormen voortspruiten uit het beletsel van natuurlijken geslachtsomgang. Zoo iets is in onze vrije maatschappij hoogst zeldzaam : er zijn geheele andere redenen, die ik met woorden van vakmannen zal toelichten.

Tdrnoicsh'!/ zegt: „Bij zinnelijke personen maakt niet zelden het geslachtsleven gedurende een zeker tijdvak het hoofdmoment van het leven uit. - -Alaar wanneer bij zulk een persoon, die het grootste deel van zijn leven in veelvuldige geslachtsgemeen-

ocr page 113

HHHR

lt;)()

scliap met vrouwen doorbrengt, ten gevolge van -voortgezette uitsoattingen en andere oorzaken, de geslachtsdrift vermindert, griipt hij naar steeds meer prikkelende middelen, — — — hij grijpt soms de passieve pederastie als een nieuwen prikkel aan.quot;

Een ander wetenschappelijk man schrijft over deze zaak :

„Een tweede soort maken de oude wellustelingen uit, die oververzadigd door gewoon geslachtsgenot, in de pederastie een middel vinden om hunne begeerten te prikkelen.

Daarmee herstellen zij voor een tijd hun naar lichaam en ziel zeer verminderd voorttelingsver-mogen.

Deze pederasten zijn het gevaarlijkst omdat zij jacht maken op jongens en ze naar lichaam en ziel bederven.quot;

Tot dezelfde meening komt, op grond van zijne ambtservaringen, een politie-beambte van hoogen rang in Parijs.

Men zou zeggen, dat elk gezond menschenkind zich met afschuw en smart zou afwenden van deze donkere zijden des levens. Dit is echter niet het geval. De wijsgeer Schopinihauer, die vóór een der anderen van zijne wijsgeerige kameraden de pederastie bestudeerde, kon het niet over zich verkrijgen dit zedenbederf te laten gelden voor wat het is. Ilij meent dat, daar de natuur meer werkt voor het behoud der soort dan voor dat van het individu, deze zelve de pederastie heeft gekozen als een uitweg, om een schotje te steken voor den invloed van te oude vaders op de bevolking.

De werkelijkheid wederlegt deze opvatting van den zonderlingen filosoof. In de eerste plaats heeft hij slechts ééne zijde der zaak, n. 1. bij hoogbejaarden, zijne aandacht geschonken, en ten tweede heeft hij voorbijgezien, dat ook deze vorm van pederastie

t

ocr page 114

100

het menschengeslacht groote schade toebrengt door het bederven van jongelingen, en dit juist wat hun gezondheid en voorttelingsvermogen betreft.

Onze letterkundigen der nieuwe school hebben natuurlijk dit onderwerp niet kunnen laten rusten.

Strindbe/'fl heeft ook nog eene beschrijving gegeven van de pederastie in de moderne maatschappij, en hoewel hij zich in onduidelijke woorden uitdrukt, schijnt hij toch geene gezonde opvatting te hebben van de natuur- en zielkundige zijden der afdwalingen.

De heer Olhi Hansson geeft ook eene proeve ten beste.

Hij erkent, o zeker, dat zulk een verbintenis tusschen twee personen van hetzelfde geslacht iets akeligs, zwijnachtigs is, maar later komt hij met de bewering voor den dag, dat een man zeer intiem kan worden met iemand van zijn eigen geslacht door een gevoel dat niet grofzinnelijk is, maar iets veel diepers dan gewone vriendschap. Als men hoort, dat het voorwerp dier warme gevoelens een jonge kellner is, wordt de zaakkundige noy wantrouwender en voelt den lust bij zich opkomen, den held van Ola Hansson aan te raden dit gevoel niet te vertroetelen als een zielkundig feit, maar er tegen te strijden als tegen eene zielsziekte.

* *

Vele schrijvers van verschillende richting hebben zich voor 't overige zeer verontwaardigd getoond over de steeds toenemende aanvallen op meisjes, liet is merkwaardig, dat het meerendeel van die misdaden wordt begaan tegen minderjarigen. TardU it kon in Frankrijk tegen 4.360 aanslagen op vrouwelijke personen boven de 14 jaar niet minder dan 17,657 stellen, begaan op kinderen onder dien leeftijd; de rechtsmedische schrijvers Casper en Liman in Bar-

ocr page 115

101

lijn. vonden, dat in hun land 84 pet. van de verkrachte meisjes nauwelijks den kinderschoenen was ontwassen.

Bij het beoordeelen van dit stuitend feit moet men niet vergeten, dat de oorzaak er van dikwijls dient gezocht te worden in een ziekelijken toestand. Idioten, halve gekken en ouden van dagen begaan dikwijls dergelijke handelingen : verder, oververzadigde wel-lustigen: dikwijls hebben aanrandingen plaats, omdat de ellendelingen in de overgeleverde meening leven, dat zij eene venerische ziekte kwijt zullen raken, als zij haar overbrengen op eene maagd. Voor de zekerheid kiest men dan een kind. De onbeteugelde maar natuurlijke geslachtsdrift kiest zelden kinderen voor haar doel.

Tot goed begrip van al deze dingen zijn misschien de volgende woorden van Kraff't-Ehlng van toepassing :

„De crimineele statistiek toont steeds aan. dat sexueele misdaden in ons moderne leven toenemen.

De zedekundige ziet in deze droevige feiten niets dan een verval der algemeene zedelijkheid en komt eindelijk tot de gevolgtreking, dat al te zachte straften in vergelijking met die, welke in vorige eeuwen werden toegepast, daarvan ten deele de schuld hebben.

De medische onderzoeker meent, dat dit verschijnsel in het moderne leven in verband staat met de toegenomen zenuwachtigheid der laatste geslachten.

De rechterlijke en wetgevende macht blijken nog geringe kennis te bezitten van deze door de studie der zielsziekten ondekte feiten.

— — — 1 Iet gebeurt daarom dikwijls, dat een misdadiger, voor de maatschappij gevaarlijker dan een moordenaar, tot eene lichte gevangenisstraf wordt

ocr page 116

102

veroordeeld, en daarna in de maatschappij terugkeert, terwijl wetenschappelijke onderzoekingen zouden hebben geleerd, dat de bedrijver een krankzinnige, een ontaard mensch was, dien men onschadelijk moest maken, maar niet moest straften.

Uit de geschiedenis blijkt keer op keer dat tegennatuurlijk sexueel leven leidt tot ondergang van een volksstam. Het zoo hooaheyaafde Grieksche ras verloor zijne macht na verloop van slechts eemge geslachten; het Romeinsche volk ging eveneens te gronde, nadat het ontrouw was geworden aan zijne eenvoudige zeden. Toen Paulus zijne geloofsgenoo-ten wilde bewijzen, dat het heidendom had afgedaan, koos hij, met recht, de ontaarding van het geslachtsleven.....«want de vrouwen hebben het natuurlijk

gebruik veranderd in het (jihrnik tegen nature.quot;

))En insgelijks ook de mannen — nalatende het natuurlijk gebruik der vrouw. — zijn verhit geworden in hunnen lust tegen elkander, mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende, en de vergelding van hunne dwaling, die daartoe behoorde in zich zelf ontvangende.quot; (Romeinen 1 : 26, 27)

Meer dan eens heb ik de sexueele zenuwachtigheid genoemd. Vóór ik van dit onderwerp afstap, acht ik het mijn plicht, er aan te herinneren dat het publiek, evenals sommige doctoren, meent, dat voor dit lijden hulp is te vinden in het huwelijk Dit is eene gevaarlijke dwaling, ik weet zeer goed, dat vele zenuwachtige lieden onder een natuurlijk echtelijk samenleven een vroeger gestoorde gezondheid herwinnen, maar ik weet óók, dat zeer velen daardoor nog erger worden. Behalve aan de stoffelijk hvgië-nische zijde, heeft men ook aan de geestelijke te denken. Deze eischt dat een huwelijk gesloten worde

ocr page 117

103

in volkomen sympathie en bij overeenstemming van karakters. Wanneer nu een zenuwachtig man van een geneesheer den raad krijgt: te gaan trouwen, haast hij zich allicht om dien raad op te volgen, en huwt de eerste die hij krijgen kan. Voor een tijd gaat het dan beter, maar vroeg otquot; laat wordt door gebrek aan overeenstemming, door onrust en verdriet over gestoorde familiebetrekkingen, iinancieelen druk, enz., de oude kwaal weer opgewekt. Ik voor mij raad geen huwelijk aan: ik tracht enkel de hoop levendig te houden, dat zij eens in staat zullen zijn echtelijk geluk te genieten, maar laat hun tevens voelen, dat dit van veel strengere voorwaarden afhangt, dan men gewoonlijk meent.

Spreken wij thans over vcnrrischc ziekten.

Ik wandelde eens te Lundagiird met twee jonge studenten. Tiet gesprek viel op dit onderwerp.

))Zou men,quot; zei een van hen, ))deze ziekten niet als zóó gevaarlijk kunnen voorstellen, dat de jeugd daardoor werd afgeschrikt, zich daaraan bloot te stellen ?quot;

»Dit zou misschien mogelijk zijn,quot; was mijn antwoord, «maar het is niet zeker of het goed zou zijn, want doctoren hebben ook te strijden met de wanhoop, die zich somwijlen van de patiënten meester maakt. Daarom is het goed, dat wij de gevolgen niet met al te sterke kleuren malen. liet beste i.s eenvoudig de waarheid te geven.quot;

Ik wensch mij stipt aan dat grondbeginsel te houden.

Van de venerische ziekten noem ik het eerst: het druipen (gonorrhoe.)

Dit is eene door bacteriën veroorzaakte ontsteking in de pisbuis (of in de scheede der vrouw) die zich openbaart door uitvloeiing, pijn, scherpte bij het wateren enz.

ocr page 118

104

Hoewel dit door lichtmissen als een kleinigheid wordt beschouwd, kunnen de gevolgen erg genoeg zijn. Zij kan in de eerste plaats zeer hardnekkig worden en van langen duur zijn. Ten tweede kan zij aanleiding geven tot ontsteking in de bijballen, tot het zoogenaamde druiper-rheumatisme, een hevig, dikwijls jarenlang lijden, dat gevaarlijke vernauwingen der pisbuis ten gevolge kan hebben; zij kan door het oog te besmetten dit geheel verstoren; zij kan in het huwelijk, wanneer de ziekte bij den man bijna overwonnen schijnt, bij de vrouw den grond leggen voor een hevig dikwijls levenslang onderbuikslijden (ontsteking der eierstokken); het druipen kan zich zelfs op den ouden dag nog weer openbaren in den vorm van ziekten en storingen in de piswegen ; zij kan verder door voortdurende ontstekingen de geslachtsdeelen van den man verzwakken, en een punt van aanval bieden voor de overal aanwezige tuberkel-bacil. Menigeen is als man ten offer gevallen aan tuberculose der geslachtsdeelen, waaraan hij stellig niet zou bezweken zijn, indien niet de kiem daarvoor was gelegd door vroegere ontstekingen in de pisbuis en bijballen.

Wijden wij nu eenige aandacht aan den eenvou-digen sjanker. Deze is op zich zelf niet moeilijk te genezen, maar er komen lastige verwikkelingen bij voor, hardnekkige, etterige klierontstekingen, welke soms uiterst moeilijk genezen, ja eene pijnlijke operatie noodzakelijk maken.

Als tegenstelling van de tot nu toe genoemde ziektevormen kan de syphilis worden genoemd. Deze is nooit plaatselijk, maar altijd constitutioneel, dat \s: al openbaart zij zich meer bijzonder in het eene of andere orgaan, toch doordringt zij het geheele lichaam. Men acht het waarschijnlijk, dat ook de syphilis door een bacil of microbe wordt veroorzaakt, maar weten doet men dit nog niet. In dat geval zou men te doen

ocr page 119

hebben met een bacil van buitengemeene taaiheid, die gedurende het geheele leven in het aangetaste lichaam blijft, en wel verzwakt en verlamd kan worden, maar niet gedood door de middelen, die de medische wetenschap tegen haar aanwendt. Ofschoon er vele lichte syphilisgevallen voorkomen, geldt als regel het woord van een Engelsch geneesheer; ..en?.s Hliphilis, altijd syphilisquot;, want zelfs hij, die gedurende vele tientallen van jaren frisch en gezond was en geen enkel verschijnsel meer bespeurde, kan op zijn ouden dag door een of andere ziekte er aan worden herinnerd, dat de smetstof niet geheel was verdreven.

Wenscht men te weten, hoe syphilis zich openbaart, ik kan dit slechts zeer kort doen, want de geringste uitweiding zou te veel tijd kosten. Zij vertoont eerst een zweer met hardachtigen bodem, de eigenlijke ingangspoort der ziek te, verder huiduitslag van verschillenden vorm. ontsteking van de slijmvliezen, het uitvallen van het haar, beeneter, opzetting van de lever, uitzettingen en andere veranderingen in de hersenen en het ruggemerg, dikten in de ballen, enz.

Men kan er nog bijvoegen, dat bijna elk orgaan van het lichaam door syphilis kan worden aangetast. Dit zijn echter slechts de middellijke gevolgen der ziekte. Maar svphilis heeft eene menigte onmiddellijke gevolgen. dat wil zeggen, zij kan het lichaam voorbeschikt maken tot andere groote storingen, en daaronder noem ik in de eerste plaats ruggemergslijden en algemeene verzwakking der zinnen.

Het schuldenregister der svphilis ten opzichte van daaruit ontstane ziekten, is nog niet vol. Hoe meer de medische wetenschap zich ontwikkelt, hoe langer dat register wordt, maar de graad, de uitgebreidheid van het gevaar is niet aan te geven. De sterftecijfers der hospitaalstatistiek zijn veel te laag, omdat de patiënten daar gewoonlijk tijdelijk herstellen en dan het ziekenhuis verlaten; ook de alge-

ocr page 120

106

meene statistiek der sterfgevallen deugt niet. omdat de dood dikwijls veroorzaakt wordt door eene van de genoemde kwalen, die ook wel uit andere oorzaken voortkomen. Ik deel daarom eenige cijfers mede van de Zweedsche levensverzekering-maat-schappij. Deze heeft steeds verliezen geleden door lijders aan syphilis, die den levensduur der deelne-menden verkortte ; daarom nam zij het besluit, dat ieder, die aan syphilis lijdt, moet worden ingeschreven drie jaren ouder dan hij is. En ook moet de ziekte in de laatste tien jaren een goedaardig karakter hebben gehad en in de laatste twee jaren zich niet hebben vertoond; men eischt. dat zij voortdurend worde behandeld en de verzekerde een verstandig leven leide.

Zij, bij wie de ziekte steeds terugkeert of die zich niet laten binden door deze voorwaarden, worden of niet of slechts met ccnige jaren stoegift'quot; op hun leeftijd aangenomen.

[)e maatschappij der levensverzekering, die de feiten enkel uit een oogpunt van «zakenquot; beschouwt, meent dus, dat de zachtste vorm van syphilis het leven met drie jaar verkort: de ergere vormen niet yele jaren meer.

Maar de syphilis bepaalt zich niet tot den besmette, zij gaat raai; orcr oj) de khidemt ran dot ziel'c.

Er bestaat dus een erfelijke sgphilis, van den yader of van de moeder overgeërfd. De wijze, waarop deze syphilis zich openbaart, verschilt niet veel van die der oorspronkelijke; maar behalve dat syphilitische ouders hunne kinderen door die ziek'e soms besmetten, kan hunne ziekte bij de kinderen ook oorzaak worden van andere kwalen, zooals b.v. klieren, Engelsche ziekte, oog- en oorlijden, enz. De zwakheid en gebrekkigheid, door syphilis ontstaan, worden dikwijls eerst in het derde of vierde geslacht opgeheven.

ocr page 121

in;

Met dat al schijnt de statistiek te leeren, dat de syphilis over het geheel genomen, ondanks tijdelijke vermeerdering van het aantal lijders, eene neiging heeft om af te nemen. Deze afname ziet men het regelmatigst bij de ziekte door overerving, zoogen. of op andere bijkomstige wijze ontstaan. Al die vormen, welke van het geheele getal slechts een weinig meer dan 1/5 of 20 pet. uitmaken, kunnen worden beschouwd als zoogenaamde onachnldigc xi/plüli* (syphilis insons), waarmee evenwel niet de aard wordt aangeduid, maar alleen dat zij niet is ontstaan door onwettigen geslachtsomgang.

De syphilis heeft eene eigenaardige geschiedenis. Waar zij vandaan is gekomen? Niemand die het weet. Dat zij reeds in den ouden tnd bestond is niet zeker; maar dat zij sedert 1493 in Europa heerscht wel. De vrees voor hare besmetting heett van lieverlede de vormen van het maatschappelijke leven veranderd, maar vóór dien tijd kon de ziekte op groote schaal haar verstorenden invloed uitoefenen. Zonder dit te bedenken zou men de bijzondere maatregelen ter voorkoming en ter genezing der ziekte in de wetten der landen voorgeschreven, niet verstaan.

Wanneer de ziekte een land naderde en meer in het bijzonder eene onbeschaafde bevolking, breidde zij zich zeer snel uit. In verschillende landen droeg zij verschillende namen ; in Noorwegen heette zij b. v. racle$!igfiij, in Zweden saltflus, in Nederland rromem-siekte, spaanschr pokken.

Hoe die ziekte zich kan uitbreiden, kan ik niet beter aantoonen dan door te vertellen, dat men in eenige dorpen van Zuid-Europa, op een bevolking van 39.000 personen 14.000 ziektegevallen vond, waarvan 6000 van ernstigen aard.

Ofschoon Zweden nooit in die mate besmet is geweest, heeft die ziekte er toch wel zóó geheerscht, dat zij de aandacht trok van den Staat. Wij kunnen

ocr page 122

106

nieeiie statistiek der stertVevallen deugt niet, omdat • • •

de dood dikwijls veroorzaakt wordt door eene van de genoemde kwalen, die ook wel uit andere oorzaken voortkomen. Ik deel daarom eenige cijfers mede van de Zweedsche levensverzekering-maatschappij. Deze heeft steeds verliezen geleden door lijders aan svphilis, die den levensduur der deelne-menden verkortte; daarom nam zij het besluit, dat ieder, die aan svphilis lijdt, moet worden ingeschreven drie jaren ouder dan hij is. En ook moet de ziekte in de laatste tien jaren een goedaardig karakter hebben gehad en in de laatste twee jaren zich niet hebben vertoond; men eischt. dat zij voortdurend worde behandeld en de verzekerde een verstandig leven leide.

Zij, bij wie de ziekte steeds terugkeert of die zich niet laten binden door deze voorwaarden, worden óf niet óf slechts met ccnige jaren ^toegiftquot; op hun leeftijd aangenomen.

De maatschappij der levensverzekering, die de feiten enkel uit een oogpunt van «zakenquot; beschouwt, meent dus, dat de zachtste vorm van svphilis het leven met drie jaar verkort: de ergere vormen met vele jaren meer.

Maar de svphilis bepaalt zich niet tot den besmette, zij gaat cact-k orc-r ojgt; de kinderen eau den ziekquot;.

Er bestaat dus een erfelijke sppliifi-s, van den vader of van de moeder overgeërfd. De wijze, waarop deze svphilis zich openbaart, verschilt niet veel van die der oorspronkelijke: maar behalve dat syphilitische ouders hunne kinderen door die ziekte soms besmetten, kan hunne ziekte bij de kinderen ook oorzaak worden van andere kwalen, zooals b.v. klieren, Engelsche ziekte, oog- en oorlijden, enz. De zwakheid en gebrekkigheid, door svphilis ontstaan, worden dikwijls eerst in het derde of vierde geslacht opgeheven.

ocr page 123

107

Met dat al schijnt de statistiek te leeren, dat de svphiüs over het geheel genomen, ondanks tijdelijke vermeerdering van het aantal lijders, eene neiging heeft om af te nemen. Deze afname ziet men het regelmatigst bij de ziekte door overerving, zoogen, of op andere bijkomstige wijze ontstaan. Al die vormen, welke van het geheele getal slechts een weinig meer dan 1;,b of 20 pet. uitmaken, kunnen worden beschouwd als zoogenaamde on^chitltlifjc syphilid (svphiüs insons), waarmee evenwel niet de aard wordt aangeduid, maar alleen dat zij niet is ontstaan door onwettigen geslachtsomgang.

De svphilis heeft eene eigenaardige geschiedenis. Waar zij vandaan is gekomen? Niemand die het weet. Dat zij reeds in den ouden tijd bestond is niet zeker; maar dat zij sedert 1493 in Europa heerscht wel. De vrees voor hare besmetting-heeft van liever-lede de vormen van het maatschappelijke leven veranderd, maar vóór dien tijd kon de ziekte op groote schaal haar verstorenden invloed uitoefenen. Zonder dit te bedenken zou men de bijzondere maatregelen ter voorkoming en ter genezing der ziekte in de wetten der landen voorgeschreven, niet verstaan.

Wanneer de ziekte een land naderde en meer in het bijzonder eene onbeschaafde bevolking, breidde zij zich zeer snel uit. In verschillende landen droeg zij verschillende namen ; in Noorwegen heette zij b. v. raclcsygc/e. in 7,\veden sriltflus, in Nederland rrouwm-sielde, spaanschc pokken.

Hoe die ziekte zich kan uitbreiden, kan ik niet beter aantoonen dan door te vertellen, dat men in eenige dorpen van Zuid-Europa, op een bevolking van 39.000 personen 14.000 ziektegevallen vond, waarvan 6001) van ernstigen aard.

Ofschoon Zweden nooit in die mate besmet is geweest, heeft die ziekte er toch wel zóó geheerscht, dat zij de aandacht trok van den Staat. Wij kunnen

ocr page 124

108

sedert het begin dezer eeuw op vele voorzorgsmaatregelen wijzen. O. a. heeft het Zweedsche volk voor het uitroeien dezer smetstof zich eene persoonlijke belasting opgelegd, de zoogenaamde kuurhuisbelas-ting, die o. a. wordt gebruikt voor kostelooze behandeling van svphilis-paticnten.

Vele bekendmakingen, circulaires, enz., zijn ook al naar aanleiding hiervan door de regeering des lands en de stedelijke besturen in het licht gegeven. Ik vind het evenwel beter voor mijne mededeelingen, hare paragrafen niet woordelijk maar zakelijk mee te deelen.

I 'oorzorycn tcc/cn rcneriscJic besnieftinff.

Dit zijn in de eerste plaats de alcjnnccnv voorzorgsmaatregelen, die de autoriteiten, zoodra zich besmetting ergens openbaart, aan de provinciale doctoren kunnen gelasten. Xa zulk een bevel behoort de dokter -- — — — aan den voorzitter van den gemeenteraad eene lijst te geven van aangetaste personen, die dan ter behandeling worden gezonden naar het naastbijzijnde kuttrluds. De voorzitter van den gemeenteraad is, nadat de zieke is ontslagen, verplicht zich op de hoogte te houden van zijn gezondheidstoestand, opdat, zoo de ziekte zich weer openbaarde, zij zorgvuldig behandeld worde. Komt in eene private praktijk een geval van venerische ziekte voor, zoo moet de dokter trachten uit te vinden, waar de besmetting werd opgedaan, en dit ter kennis brengen van den gemeente- of gezondheidsraad, op het land bij de kroonbeambten, in de steden bij de politie, opdat hem, wien men verdenkt de oorzaak te zijn, verzocht kan worden zich te laten onderzoeken. Weigert de verdachte, dan wordt de zaak in den gemeenteraad gebracht, die het recht heeft een algemeen onderzoek uit te schrijven, wat het recht schijnt in te sluiten, om ook één persoon te dwingen zich te laten onderzoeken.

ocr page 125

10')

Voorts heeft men bevolen, dat wanneer troepen zich vereenigen om uit te rukken, of wanneer zij in veldlegers of kazernen bijeen zijn, er een onderzoek naar de gezondheid der manschappen op dit punt plaats moet hebben. Landloopers mogen zich niet naar markten en kermissen begeven zonder na een gedaan onderzoek een gezondheidspas te hebben gekregen, een maatregel die, nu de verplichting van een pas te hebben niet meer bestaat, ook niet meer kan worden toegepast.

Andere verordeningen be treilen het onderzoek van minnen en van kinderen, die uit kinderhuizen en openbare inrichtingen tot verzorging aan particulieren worden toevertrouwd. De havenbesturen hebben toe te zien, dat de ziekte niet door zeelieden worde overgebracht.

Aan al deze voorzorgsmaatregelen heeft ons volk veel te danken. De svphilitische ziekten zijn veel minder talrijk dan voorheen, ofschoon zij nog genoeg heerschen, om een groote uitbreiding te erlangen, als men niet toezag.

Nog steeds ondernemen de dorps- en provinciedoctoren jaarlijks reizen, ten einde bevolkingsgroepen, waaronder de besmetting zich heeft uitgebreid, te onderzoeken, en ik heb nooit gehoord, dat het volk zoo iets in strijd vond met het gevoel van vrijheid of er door beleedigd was. De personen, die op onschuldige wijze door de ziekte werden besmet, zijn integendeel dankbaar voor deze maatregelen.

Nu kan men de beteekenis dezer maatregelen verkleinen door te beweren, dat zij wel op armen maar niet op rijken worden toegepast. Maar zulke beweringen zijn slechts in schijn juist. In het rijkshospitaal (kuurhuis) worden jaarlijks eene menigte jonge mannen, ja zelfs vrouwen uit de welgestelde klassen verpleegd. De maatregelen, waardoor men de verspreiding wil voorkomen, zijn geen straf voor begane

ocr page 126

no

zonden, zij worden eenvoudig genomen ter algemeene beveiliging.

Een gegoed burger behoeft niet naar het hospitaal te worden gezonden, maar wèl een soldaat. Een teer kind met overgeërfde syphilis evenals eene eerbare vrouw kunnen in den regel thuis worden opgepast, eene prostituee niet. Bekwame svphilis-doctoren meenen veelal, dat in huis enkel zulke patiënten mogen behandeld worden, die een vertrouwbaar karakter hebben en den wil en de kracht bezitten, om verspreiding der ziekte te voorkomen. In dit opzicht maakt de syphilis geene uitzondering. Een dokter mag met toestemming van het bestuur een lijder aan typhus of pokken te zijnen huize behandelen, maar geen dokter zou een poklijder in eene kleermakerswerkplaats, of een tvphus-zieke in eene melkinrichting laten. Ik geloof niet, dat men met recht iets kan inbrengen tegen het bevel, om zulke patiënten naar hospitalen te zenden.

Eenigen mijner collega's zeggen, dat alle moeilijkheden ten opzichte van syphilitische ziekten spoedig zouden verdwijnen, indien men ze behandelde als andere besmettelijke ziekten.

Ongelukkig leggen de natuurlijke verhoudingen ten deze hinderpalen in den weg. Andere besmettelijke ziekten, zooals typhus, cholera, enz. hebben sterk sprekende kenteekenen; de lijders daaraan zijn niet in staat om te w erken; zij w orden op hun eigen verzoek verpleegd en na herstelling en desinfectie, wanneer zij eins de besmetting niet verder kun-v.en brengen, naar huis gezonden.

Tot op zekere hoogte geschiedt dit met lijders aan druiper en sjanker. Wanneer dezen het »kuurhuisquot; verlaten, kan de dokter er voor instaan, dat zij onschadelijk zijn voor de maatschappij. Met syphilis is het geheel anders Zij kan besmettelijk zijn gedurende perioden van 2 3 jaar, maar zij is het nooit

ocr page 127

Ill

al dien tijd. Xa tijden van betrekkelijke gezondheid komen er weer tijden, die een paar maanden duren, waarin zulk een patiënt zeer gevaarlijk is voor zijne omgeving. Deze tijdvakken kenmerken zich evenwel niet altijd door lichamelijk onwelzijn, en dus haalt men eerst een dokter, wanneer men vermoedt zulk een ziekte te hebben.

De onschuldige heeft geen reden om zoo iets te vermoeden en de lichtzinnige minacht de ziekte en houdt zich op een grooten afstand van doctoren, omdat hij weet, dat hij dan een tijdlang in een ziekenhuis wordt opgesloten. Voor de praktijk is dus de overeenkomst tusschen svphilis en andere ziekten zeer gering.

In een vroeger aangehaald werk verwijt de heer WiclxScU den doctoren, dat dezen somwijlen zich bijna verplicht achten, personen die aan geslachtsziekten lijden met onverholen tegenzin te behandelen.

Deze tegenzin betreft niet de ziekte, maar wel het karakter van den patiënt. Ik heb nooit gehoord, dat svphilitische kindert jes minder lief behandeld werden dan andere, of dat onschuldig besmette vrouwen het innig medelijden van haren arts niet opwekten; als de heer Wichsell een oogenblik nadacht over de schaamteloosheid en de onvertrouwbaarheid, die de aanhangers der zoogenaamde vrije liefde kenmerken dan zou hij wel anders over de opvatting der doctoren gaan denken.

■Jr vr ja.

Tot dusverre heb ik, bij het behandelen der gekozen onderwerpen geen ernstig protest gevonden. Ik ontveins mij evenwel de groote moeilijkheid niet, die eene behandeling van de bijzondere quaestie der prostitutie — waartoe wij nu genaderd zijn — voor mij medebrengt.

ocr page 128

112

Hij die in vrede en rust wil leven doet het best dat vraagstuk niet aan te roeren. Ik mag haar evenwel niet voorbijgaan in eene serie van lezingen over sexueele hygiëne en hare zedelijke gevolgen.

De doctoren stellen in de eerste plaats belang in het vraagstuk der prostitutie, omdat venerische ziekten onafscheidelijk aan haar zijn verbonden. Ik zeg niet, dat die ziekten het natuurlijk gevolg zijn van onwet-tigen geslachtsomgang, maar wel, dat door het lichtzinnige leven, 't welk zich aan onwettigen geslachtsomgang gewoonlijk paart, zulke ziekten het gemakkelijkst worden opgedaan en het hardnekkigst blijven bestaan.

Indien de geheele wereld door een tooverslag veranderd kon worden in behoorlijke families, dan zou het denkbaar zijn de syphilis in 4, 5 geslachten geheel uit te roeien, maar thans heeft de ziekte een toevlucht in de prostitutie, ja, deze kan als eene broeikas voor haar worden beschouwd.

Onder vrouwelijke prostitutie verstaat men, dat eene vrouw voor geld hare gunst schenkt aan allerlei mannen. De maitresse en de bijzit kunnen daarom in den strengsten zin van het woord niet tot de klasse der prostituees worden gerekend. Ik behoef niet te vertellen, dat prostitutie reeds bestond in de vroegste tijden, evenwel niet bij elke natie, in elke maatschappij. Integendeel kon men en kan men nog heden ten dage op kleine maatschappijen wijzen, wier leden zeer eenvoudig leven en bij wie dit kwaad geheel en al onbekend is.

Hoe men de prostitutie moet opvatten is eene andere vraag.

Godsdienstleeraars zeggen: ))I)e prostitutie is eene zonde, eene zware zonde.quot; ))Zij is de kanker, het bederf der maatschappij,'quot; leeraren de zedekundigen en staathuishoudkundigen.

Wicksdl vereenigt zich in hoofdzaak met delaatsten;

ocr page 129

! M

ook een ander jeugdig schrijver, AjcI Luirlrf/ftrd, stemt dit toe in de volgende uitdrukking;

„liet kan niet worden ontkend, dat onze maatschappij vaart met een lijk tot ballast; dat lijk is de prostitutie. Maar onder de tegenwoordige omstandigheden kan het lijk niet overboord worden geworpen. Dit bewijst ten duidelijkste, dat de verhoudingen onnatuurlijk zijn.quot;

In bijna volkomen overeenstemming zegt Alicuujnt nr: ,,r)e prostitutie is het doorgaande bewijs, dat onze wetten en de eischea der natuur niet in overeenstemming zijn.quot;

1 Iet werk «Elementen der Samenlevingquot;, dat in vele opzichten een handboek is geweest voor licht-zinnigen en voor de onrijpe ij veraars voor hervorming, zegt van de prostitutie:

»Zij behoort beschouwd te worden als een be-hulpsel bij gebrek aan een beteren toestand. Zij is verre te verkiezen boven volstrekte onthouding, want zonder haar zou elke man en elke vrouw een zeer onnatuurlijk leven leiden.quot;

Ik wil een nog gunstiger meening over de prostitutie laten hooren nl. van den Engelschen historicus Lechj;

,,I)e hoogste tvpe der ondeugd, de prostituee is tevens het zekerste behoedmiddel der deugd. Zonder haar zou de reinheid van vele huisgezinnen worden bevlekt. — — -- — — - - — — — — — I Iet is dit diep gezonken en verbasterde schepsel, dat alle hartstochten bevredigt, die anders de wereld met schande en ellende zouden vervullen. Terwijl geloofsleeren en beschavingsvormen elkaar opvolgen en verdwijnen, blijft deze eeuwige priesteres der menschheid als zoenoffer voor de zonden der volken.quot; Eene schrijfster uit onzen tijd uit zich aldus: „Ons tegenwoordig tweeling-systeem van huwelijk en prostitutie moet van verschillende kanten worden

8

ocr page 130

114

aangevallen: de aanvallen moeten aanhoudend zijn, de slagen hard en snel op elkaar volgen. De prostitutie is van de tegenwoordige huwelijksvormen even onafscheidelijk als de schaduw van het lichaam. Zij zijn twee zijden van hetzelfde schild, maar de diepste kloof, die ooit menschelijke wezens scheidde, kan niet verhinderen dat de gloeiende, onzuivere dampen uit die hel der vrouw, opstijgen tot hoogere kringen -waar nog eerbaarheid woont, — of beletten dat zij den geheelen dampkring verpesten.

Practische lieden houden die hel voor noodzakelijk en beweren, dat gelukkige huwelijken droombeelden zijn. Zij meenen, dat dit tweeling-svsteem noodzakelijk is en in alle eeuwigheid zal blijven bestaan.quot;

Vóór ik die uiteenloopende meeningen aan een nauwkeuriger onderzoek onderwerp, herinner ik er aan, 'dat er in onzen tijd eene beweging op touw is gezet tegen de prostitutie. Dat streven vond zijne uitdrukking in het stichten van het Engelach-Europeescli verhoud tot oijlieffinn dei- (iiiwetticicle en (jediddeprostitutiequot;, den QJeii Maart Ilt;S75. Dit gezelschap heeft eene buitengewone werkzaamheidontwikkeld.Pfeschrif-

O ' O

ten uitgegeven, vergaderingen gehouden enz. Mannen en vrouwen van zeer uiteenloopende levensbeschouwing. christenen en vrijdenkers zijn tot den bond toegetreden, ]Vicl;seU beweert, dat het geringe resultaat en de tot hiertoe aan den dag gelegde zwakheid te wijten zijn aan het christelijk element en dat de eenige zegepraal, waarop men kan bogen, in Engeland werd behaald onder krachtigen bijstand vooral van de vrijdenkers.quot;

Naar mijne meening moet de godsdienstige meerderheid in dit gezelschap zich onaangenaam getroffen gevoelen door deze bewering van eene zijde, die duidelijk getoond heeft van het geslachtsleven eene ongezonde opvatting te hebben. De rnedewer-

ocr page 131

king van lieeren als Wlcl'srU, en anderen van zijn soort geeft geen kracht.

De vereeniging heeft ook eene fout begaan. In plaats van voor de uitroeiing in het algemeen te werken, heeft zij een al te groot gewicht gelegd op de woorden; (jvicdtiijdc of (jedaldc, en heeft goede hulp gekregen van de zoo pas genoemde heeren, die ach en wee roepen over de prostitutie, terwijl zij van verkrachting, verleiding, kindermoord, concubinaat, trouwbreuk, onnatuurlijke ondeugden enz. zwijgen.

Laat mij een oogenblik de woorden geicdtiyd of ifdidd. eens wat nader bezien. Om niet al te wijd-loopig te worden bepaal ik mij bij de Zweedsche wetten.

Op vergrijpen tegen de zedelijkheid, die op het gebied der prostitutie behooren. bestaan er in onze wetgeving slechts twee paragrafen, n.1. Kap. ISg 11 ten deele:

«Wanneer iemand ontuchtig leven bevordert door koppelarij, of een huis houdt, waarin ontucht wordt gedreven, wordt hij van 6 maanden tot en met 4 jaren dwangarbeid veroordeeld. Vrouwen, die zich in zulke huizen laten gebruiken, worden met eene gevangenschap van ten hoogste 2 jaar gestraft;quot; Kap. 18 § 13 ten deele:

«Iemand die geschriften, schilderijen, teekeningen of beelden verspreidt, kwetsend voor de zedelijkheid. wordt gestraft met boeten of eene gevangenschap van hoogstens zes maanden. Diezelfde straf wordt toegepast, wanneer men op andere wijze de tucht en de zedelijkheid kwetst, zoo dat ieder er zich over ergert of dat er gevaar bestaat, dat anderen er door verleid zullen worden.quot;

Vergelijkt men deze paragrafen met g lt;» van hetzelfde I lootdstuk. dan ziet men, dat in den regel de ontucht van een ongehuwd man met eene ongehuwde

ocr page 132

116

vrouw gestraft wordt door boeten, maar toch enkel dan, als den man na eene aanklacht der vrouw wordt opgelegd: onderstand te geven aan de kinderen bij haar verwekt. Men ziet dus, dat vele vergrijpen tegen de zedelijkheid begaan worden, zonder dat de staat straffend optreedt. Dit stemt overeen met de alge-meene rechtsgeleerde grondstelling, dat de wet enkel moet straffen, waar het recht is gekrenkt, maar niet de zonde als zoodanig. Ten opzichte van liet onderhavige vraagstuk, is het evenwel dikwijls uiterst moeilijk de twee soorten van elkaar te scheiden, en dat is ook de reden, dat er op dit punt in de wetten der moderne staten, verschil wordt gevonden.

Zooals ik zooeven heb gezegd, zijn vele vergrijpen tegen de zedelijkheid in Zweden niet strafbaar. Als een prostituee b.v. haar beroep uitoefent in hare woning, als zij geen publiek schandaal maakt, als zij is ingeschreven op het bevolkingsregister en daar officieel als lid eener familie of als arbeidster leett, zou ik niet weten wat men, met onze wet in de hand, tegen haar zou kunnen uitrichten.

Naar de Deensche en Xoorsche wetten kan eene vrouw, die tegen betaling een ontuchtig leven leidt, gedurende een zekeren tijd worden gestraft met gevangenis of dwangarbeid. Xaar de Zweedsche wet treft zulk eene straf enkel de vrouw, die in een bordeel zich laat gebruiken. De apart levende vrouwen van dat soort kunnen enkel tot verantwoording worden geroepen wegens het veroorzaken van ergernis, of omdat zij, zouder erkende middelen vun be.iitaun, eene levenswijze voeren, die gevaar kan opleveren voor de algemeene veiligheid, orde en zedelijkheid.

De Italiaansche verordeningen van 29 Maart 1 SS-i, door de vrienden der Federatie geprezen als eene schrede vooruit op den weg der humaniteit, zijn dit misschien in betrekking tot de verhouding

ocr page 133

117

van het land zelve, maar een Zweedsche wetgever otquot; menschenvriend zal er niet op roemen. Daarin wordt aan de burgerlijke autoriteiten aanbevolen, toezicht te houden op de bordeelen. die zich wel niet door uiterlijke teekenen kenbaar mogen maken, of in de nabijheid van scholen en kazernen mogen worden opgericht, maar die toch van de gemeente vergunning krijgen om te bestaan. liet verzoek, om een bordeel te mogen houden, moet tot liet hootd der politie worden gericht. De politie heett altijd het recht, zulk een huis binnen te gaan en den gezondheidstoestand der vrouwen te laten onderzoeken.

Ik kan (ji 'i'iiiitj geen gelijk geven als hij zegt. dat deze wet onvoorwaardelijk de inschrijving van ot'lïcieele prostituées verwerpt: de inschrijving geschiedt nu in plaats van op de politie-lijsten op die van den bordeelhouder.

De vraag in hoeverre de prostitutie (de ontucht als bedrijt) als ondeugd moet worden beschouwd, heeft steeds de meest bevoegde beoordeelaars van dit onderwerp in alle landen beziggehouden. De medische academie van Frankrijk heett daarover rapport aan hare regeering uitgebracht. Zij gaat uit van het beginsel, dat de prostitutie gevaar oplevert voor de maatschappij en dat het opwekken van geslachtsdrift in het publiek behoort te worden bestreden en gefnuikt. Atujac/iirnr zegt:

„Om de prostitutie consequent tot .,misdrijf7' te kunnen stempelen, moeten eerst onze wetten luide verkondigen, dat elke geslachtsverbintenis buiten die van liet wettelijk huwelijk, als zoodanig zal worden beschouwd. Xu goed! \Vij herhalen het. dat enkel eene wet gegrond op eene godsdienstige levensbeschouwing, ons zulk eene bepaling kan brengen. W ie zou haar echter in onzen tijd kunnen voorstellen ?quot;

ocr page 134

1 IS

Misschien dat dit in de toekomst niet onmogelijk blijkt. Er kan een tijd komen, waarin de kennis aangaande de wetten, die het maatschappelijk leven beheerschen. meer is verspreid en men hare leer beter zal waardeeren. Dan zal men op grond van de ervaring en de kennis van den mensch wetten kunnen voorstellen, die men thans zeer zonderling zou vinden: dan zal het geslachtsleven, waarom alles zich draait, beschermd worden door betere bevelen dan de strenge strafparagrafen van tegenwoordig, maar dan zal de wetgeving ook alzijdiger aan den eisch der rechtvaardigheid voldoen.

Xa deze uitweiding keer ik tot mijn onderwerp terug. Wij herinneren ons de bekende uitdrukking der Federatie: (jeicdtigd en getolereerd ot' geduld.

Zou die eerste uitdrukking juist wezen, dan moest de prostitutie door een wetsartikel erkend zijn als een bedrijt. iets wat in Zweden althans niet het geval is. liet woord getolereerd kan verschillend worden opgevat; beteekent het dat de wet de prostitutie wel zou mogen stralTen. maar haar door de vingers ziet, dat past dit evenmin, want in de Zweedsche wet komt geen enkel wetsartikel voor. waarin onwettige geslachtsomgang met straf wordt bedreigd. Het is dus veel nauwkeuriger, wanneer men voor die beide bijvoegelijke naamwoorden het woord g, ■'egh -mlt;jiiteerd gebruikt; dan heeft men ten minste een bestaand iets om tegen te strijden en behoeft men dit niet te doen tegen denkbeeldige zaken.

Dat er een reglement op de prostitutie bestaat, is ontegenzeggelijk waar. En ik meen, dat dit moet blijven bestaan, zoolang de prostitutie bestaat. Ik zie evenwel geen kans. zulk een reglement zóó te ontwerpen, dat het aan alle eischen der zedelijkheid, hygiëne, der maatschappelijke orde en der mensch-lievendheid zou voldoen: ik wil niet alle middelen verdedigen, die te Stockholm. Kopenhagen en Parijs

ocr page 135

11')

zijn voorgeschreven, maar op iets wil ik toch de aandacht vestigen. Komen er proote menschenmassa's

O jO

op eene plaats samen, dan vindt men dat de naleving der wetten en verordeningen niet wordt verzekerd enkel door rechtbanken, maar dan schept men eene politiemacht. Aan haar worden zekere dingen opgedragen, om de orde te bewaren op publieke plaatsen, en een der eerste middelen daartoe is zorg te dragen, dat lichte vrouwen die orde niet storen. Tot dat doel moeten de hoofden der politie aan hunne onderhoo-rigen voorschriften geven, d. w. z. een reglement, eene handleiding- b. v. wat als ergerniswekkend moet

O O

worden beschouwd, welke gevolgen zulk eene zaak behoort te hebben, enz. Hoe kan men tegen zulk een reglement iets inbrengen?

Maar nu gaat men verder: het publiek meent, dat de ontucht als bedrijf door de ziekten, die er het gevolg van zijn, gevaarlijk kan worden voor de maatschappij, en daarom verordent de gemeente, dat vrouwen, die bekend staan zulk een leven te leiden, op geregelde tijden door de zorg der politie zich bij een geneesheer vervoegen om zich te laten onderzoeken. Daarin ligt het zwaartepunt van het geheele reglement. Ten opzichte hiervan heeft de Federatie in het Engelsche parlement eene overwinning behaald; eene overwinning waarover Wickscll zich verheugt; eene overwinning-, die ten gevolge heeft, dat de arme gevallen vrouwen met niemand in aanraking behoeven te komen dan met hare meesters en toevallige bezoekers; eene zegepraal, die haar steeds gevangenhoudt binnen de muren van het bordeel; eene zegepraal, die maakt dat voor ziekten zoo laat mogelijk genezing wordt gezocht.

Hem die meent, dat door de opheffing van dat onderzoek in Engeland de humaniteit winst heeft behaald, mag wel even worden herinnerd aan de bekende artikelen der „Pall-Mall-Gazettequot;. Deze leveren de

ocr page 136

120

beste commentaar, want in Londen is de prostitutie steeds geheel vrij geweest, zelfs in den tijd toen dit in andere garnizoensplaatsen niet het geval was. Tiet is voor mij onbetwistbaar ^eker. dat wanneer doctoren en politie in naam der maatschappij eischen. dat de bordeelen al hunne geheimen openbaren, en alle bewoners geregeld worden onderzocht, dan ten minste de vrouwen, die met geweld en door bedrog in zulk een huis worden vastgehouden, kunnen worden gered en bevrijd.

De doctoren, zelfs zij die geheel anders denken dan ik, zouden gaarne aan hunne zijde vertegenwoordigers van een philanthropisch gezelschap hebben, die door raadgevingen en vermaningen aan de onge-lukkigen een kans schonken, tot een eerbaar leven terug te keeren.

Personen minstens even warm van hart, even philanthropisch, even vrijzinnig en met oneindig veel meer ervaring dan de leden der Federatie, hebben zich tegen het streven verzet, om het kwaad aan zich zelf over te laten.

Scunnd S. Bealc schrijft:

»I)e wet op besmettelijke ziekten verlichtte en verhaastte niet alleen de behandeling der zieken, zij verzekerde niet enkel den ongelukkigen patiënten behoorlijke zorg en humane behandeling gedurende hare ziekte, maar zij deed indirect ook zeer veel tot verbetering der zeden. Door hare weldadige tus-schenkomst zijn er niet weinigen uit haren vernederenden staat opgeheven, van dood en verderf gered; hoop en werk werden spoedig gevonden, daar waar voorheen slechts wanhoop en het uitzicht op dieper ellende hadden geheerscht.quot;

Men kan niet ontkennen, dat de gedwongen behandeling van venerische patiënten, zelfs van de prosti-tuées, een eisch der humaniteit is jegens de armen zelve. Wanneer men weet, welke stoornissen zulke

ocr page 137

ziekten kunnen veroorzaken, dat zij een vroegtijdigen dood ten gevolge kunnen hebben of invaliditeit, ongeschiktheid tot arbeid, afschuwelijke kwalen, enz., enz., dan schijnt het onmogelijk zulk een humanen maatregel gering te achten.

Ten opzichte van dit punt staan deleden der Federatie en de doctoren naar het schijnt onverzoenlijk tegenover elkaar. De leus der eersten is:

Het is ongeoorloofd kwaad te doen, opdat er iets c/oeds uit motje voorthowien.

De laatsten juichen meest allen toe wat er in het Maartnummer 1886 van „The J.ancetquot; stond:

Het is geoorloofd goed te doen (n.1. door onderzoeking en behandeling de voorrechten der geneeskunst te verzekeren aan haar. die daarop misschien het minst van allen recht hebben) zelfs indien daaruit iet-s kwaads kon voortspruiten. (Een geruster en daardoor misschien meniquot;vuldicer pebruik van de feleefen-

O O O

heden door de heeren der schepping.)

Die meening deelt o.a. ook J'urkes. Hij oordeelt, dat de Engelsche wet in vele andere opzichten dan het zuiver medische veel goed deed. De mogeliikheid bestond, dat verdwaalde vrouwen naar hare familie werden teruggebracht, de kinder-prostitutie hield bijna op, en in ziekenhuizen werd bij de vrouwen vaak de zin tot eene betrekkelijke fatsoenlijkheid gewekt.

De zoo dikwijls besproken Engelsche wet werd eerst in I8()4 uitgevaardigd, maar werd herzien in de jaren ISöO. 1869 en 1872. Men kan dus niet aannemen, dat zij door list of bij verrassing het licht zag.

Bij de behandeling, die hare aanneming voorafging, schatte lord Holland het getal der jaarlijks door de syphilis in Groot-Britannië besmetten op 1.652.500. Hoewel dit getal misschien overdreven is, blijkt toch, dat het parlement die ziekten als een groot maatschappelijk kwaad beschouwde.

De verbindende artikelen dier wet werden door

ocr page 138

het parlement in Mei ISiSo afgeschaft met 1S2 tegen 110 stemmen; de grootste helft der parlementsleden stelde geen belang in de zaak. De geheele wet werd in 18lt;S6 afgeschaft.

In bovengenoemd boek van Purh'i:* wordt het aantal der svphilis-paticnten op gereglementeerde stations op 62,8 geschat en op niet-gereglementeerde op 103 per 1000.

Op de eerste lijden 115 p. 1000 aan gonon'hob en op de laatste 211,9. Hierbij moet worden opgemerkt, dat de door quot;-onorrhoe besmette vrouwen uit cebrek aan plaats in geen ziekenhuis werden opgenomen. Ik zal mij wel wachten het voor en tegen van verplicht onderzoek op statistische gegevens te behandelen, ik wil alleen maar de laatste cijfers aanhalen van het Engelsche leger.

Volgens de officieele rapporten, die niet best weerlegd kunnen worden, werden er in 18S8 in de militaire hospitalen van elke 1000 man behandeld wegens:

primaire svphilis secundaire „ gonorrhoe......

40.2

91.1

Te zamen 224.5

Van de Engelsche troepenmacht lagen dus meer dan IS pet. ongeschikt voor den dienst in de ziekenhuizen.

Volgens sommigen zou ik hebben beweerd, dat de venerische ziekten in Engeland op dezelfde wijze werden behandeld als andere besmettelijke ziekten . . Zoo iets kon ik niet zeggen, want de wet op de behandeling van besmettelijke ziekten in Engeland is nog op lange na niet tot stand gekomen. Eene

ocr page 139

120

soort van afzondering voor besmettelijke koortsziekten (tvphus, pokken, enz.) bestaat reeds, maar zoover ik weet, bestaat zoo iets wat syphilis betreft, niet.

Ik zelf heb gezien dat patiënten, lijdende aan een zeer besmettelijke vorm van syphilis, buiten het hospitaal werden behandeld, zonder dat de dokter eene enkele vraag deed over hun familie-aangelegenheden of hen opmerkzaam maakte op de middelen, die verspreiding konden voorkomen, ja. zonder hen in te lichten over den aard hunner ziekte.

Ik voeg hier bij, dat er in Londen groote behoefte bestaat aan ziekenhuizen en afdeelingen voor venerische ziekten.

Ik schat de Engelsche natie zeer hoog; ik verdiep mij niet in de vraag, of Londen meer of minder onzedelijk is dan andere steden: ik weet echter, dat de vrienden der Engelschen dikwijls luide hebben verklaard, dat er op het vasteland niet ééne stad is, waar de jeugd aan zoovele verleiding is blootgesteld als in Londen; en hem die in Londen is geweest, herinner ik aan de ontelbare schare van gevallen vrouwen, die des avonds door de straten zwerven.

In Londen zijn daarenboven tal van bordeelen; in een officieel rapport werd hun aantal in 18()4 op 1.332 vastgesteld. Wel is later een wet uitgevaardigd, waarbij het houden van een bordeel strafbaar werd gesteld, maar er moet zeer veel gebeuren vóór de Engelsche politie tot huiszoeking overgaat. Voor het overige wordt er niets gedaan, om schandalen te verhinderen: alleen kan een man, die op de openbare straat door eene vrouw wordt aangehouden, haar laten arresteeren, en voor den politierechter brengen.

ocr page 140

124

!k wil ook de woorden mijner tegenstanders vermelden.

In de Sedliglt' t^rnmu n. (De vriend der zedelijkheid) kan men b. v. lezen; het is bewezen dat de regle-menteering der prostitutie een groot beletsel is voor elke poging tot redding, omdat het inschrijven bij de politie en het onderzoek der doctoren strijden tegen a'le vrouwelijke schaamte, die nooit bij eene vrouw, hoe laag ook gezonken, geheel is uitgewischt.

Mrs. ]. Butler, een van de leidende personen der Federatie, koestert zulk eenen afschuw voor elk soort van onderzoek omtrent den gezondheidstoestand eener vrouw, dat zij dit voor tvranniek, onbehoorlijk. ja, voor schandelijk verklaart.

Mrs. Butler is zoo consequent, dat zij geen onderscheid maakt tusschen de beide geslachten.

rElke wet. iedere bepaling,' zegt zij, „die der politie en den doctoren recht geeft tot een onbehoor-lijken aanval op mannen ol vrouwen, welke tegen de kuischheid hebben gezondigd, moet als verwerpelijk worden beschouwd, en de man. al is hij dan ook een door den staat officieel aangesteld persoon, die op deze wijze eene vrouw krenkt, krenkt ot belee-digt daardoor zijne moeder.quot;

Ik moet bekennen, dat ik niet £foed de bedoelinor van Mrs. Butler vat. Indien zij elk gedwongen onderzoek van een persoon „een onbehoorlijken aanvalquot; op zulk een persoon noemt, dan spreekt zij daarmee een dwaasheid uit, wier overdrijving zich zelve veroordeelt. Ik kan den gedachtengang der „zedelijkheids-vriendenquot;' die het onderzoek van lichtzinnige vrouwen verafschuwen, volgen, maar dezen tegenzin ook toe te passen op een verplicht onderzoek van den gezondheidstoestand, met het oog op de geslachtsziekten, komt mij èn onrechtvaardig èn in elke maatschappij onuitvoerbaar voor.

Wanneer een als onzedelijk bekend staande man

ocr page 141

125

of vrouw veroordeeld wordt tot gevangenisstraf, dan licht het toch voor de hand, dat de geneesheer der gevangenis onderzoekt om uit te maken, of hem eene plaats toekomt in de ziekenatdeeling van de gevangenis dan wel in de gewone werk- en slaapzalen, ïk heb zoowel hier als buitenslands vrouwen zien onderzoeken ; soms met blijkbaren tegenzin van haren kant. maar nog nooit heeft iemand mij verklaard, dat het onderzoek een beletsel was om op den goeden weg terug te keeren.

Ik meen hier nog te moeten bijvoegen, dat elke heer of dame, die tracht te bewerken, dat de prostituees niet aan een onderzoek behoeven onderworpen te worden, bedenken moet of hij het niet zeer verkeerd zou achten eene min in dienst te nemen zonder van haar een attest van een geneesheer te vragen, waaruit blijkt, dat zij juist hetzelfde onderzoek heett ondergaan, 't welk men zoo vernederend vindt voor de arme prostituees.

Het is tegenover die hartstochtelijke, van weinig zaakkennis getuigende bespreking, aangenaam te zien, dat vele philanthropische schrijvers de noodzakelijkheid toegeven van een onderzoek der onzedelijke vrouwen.

Wanneer nu in Zweden geregeld onderzoek der geprostitueerde vrouwen werd verboden, zou men voor de volgende eigenaardigheid geplaatst worden.

De wet meent, dat eene schare ongehuwde mannen, van wie het meerendeel onschuldig is, toch door de geslachtsziekten onder hen gevaar oplevert voor de maatschappij, en zij beveelt, dat de manschappen quot;■eregeld worden onderzocht.

ö O m

Zij beveelt dit wel niet. opdat de vele vrouwen in garnizoensplaatsen, tijdelijk met militairen verbintenissen kunnen sluiten met het minst mogelijk gevaar, maar het kan niet worden ontkend, dat de zeker-

ocr page 142

120

heid, welke het onderzoek der manschappen geeft, het ,verkeerquot;1 bevordert.

liet onderzoek als voorbehoedmiddel wordt nu niet meer zoo ver uitgestrekt als vroeger, alhoewel militairen, minnen, landloopers en meisjes van pleizier er aan onderworpen zijn.

Indien het nu der Federatie gelukte haren wensch door te drijven, dan werd de laatstgenoemde klasse van dit onderzoek vrijgesteld; maar het kan toch niet de bedoeling wezen van de Federatie, dat de prostituees een voorrecht zullen genieten boven alle andere inwoners. Wordt aan de bevoegde macht gerapporteerd, dat iemand verdacht wordt venerische ziekten te verspreiden, dan kan hij of zij gedwongen worden zich te laten onderzoeken en te behandelen, en die wet zal zeker in hare algemeene strekking blijven bestaan.

H. Westeryuard, hoogleeraar in de staathuishoudkunde, die wel door niemand zal verdacht worden van zich in medische dogma's gevangen te geven, geeft eenige wenken, waarmee het meerendeel der doctoren wel zal instemmen.

Hij toont aan. dat de al of niet noodzakelijkheid van het onderzoek moet worden uitgemaakt van een hygiënisch standpunt, dat het in beginsel voor vrouwen niet vernederender is dan voor soldaten en anderen, dat het in stand blijven of afschaffen er van niets afdoet aan de houding, die de maatschappij voor het overige tegen de prostitutie aanneemt.

Men kan de ontucht als bedrijf straffen en de meisjes onderzoeken. Het ideaal in een zedelijken staat schijnt hem te wezen, dat ontucht tegen betaling worde gestraft, en dat het toezicht der politie op lichtzinnige vrouwen hetzelfde blijve als voor andere verdachte personen. Deze meening stemt bijna geheel overeen met die der Fransche medische academie.

Xa verloop van eenigen tijd wordt dikwijls aan

ocr page 143

127

de onderzochte vrouw een attest gegeven, waarin zij voor het oogenblik gezond wordt verklaard. Deze attesten worden door menigen „zedelijkheids-vriendquot; beschouwd als eene verzekering aan de mannen, dat zij zonder gevaar kunnen zondigen. Maar daarvan is geen sprake, het kan nooit worden beloofd. liet attest is enkel een bewijs voor de politie, dat de onderzochte niet naar een „kuurhuisquot; behoeft gebracht te worden, eene mededeeling dus, die echter naar mijne wijze van zien op eene andere manier behoorde te geschieden.

Bij de bespreking van dit onderwerp hoort men van sommige zijden beweren, dat de lichtzinnige man verdiende nog meer gevaar te loopen. dat hij de ziekte dubbel verdient.

Men vergeet de besmetting van onschuldigen.

De Fransche academie der geneeskunst vraagt:

Kan men b. v. de - dikwijls voorkomende — syphilis als verdiend beschouwen bij eerlijke en gehuwde vrouwen, die besmet werden door hunne echt-genooten — —.'

Kan men het „verdiendquot; noemen, wanneer wat zeer dikwijls gebeurt de minnen besmet worden door hare voedsterlingen. om op hare beurt haar eigen man en kinderen of andere zuigelingen te besmetten ?

Is het „verdiendquot;, wanneer zuigelingen — wat veel minder dikwijls voorkomt — besmet worden door hunne minnen ?

Mag men van „verdiendquot; spreken in het oneindig aantal gevallen, dat de kinderen besmet ter wereld komen ?

En eindelijk, mag men dat woord gebruiken, wanneer er sprake is van besmetting langs anderen weg dan dien van geslachtsgemeenschap, b. v. als gevolg van inenting? of wanneer doctoren en vroedvrouwen er door worden getrolfen in de uitoefening van hun beroep ?

ocr page 144

12S

Ik weet wel, dat men soms uit vrees van besmet te worden zicli wacht voor onwettigen sfeslachtsom-

c5 O

gang, maar ik geloof niet dat zelfs grooter gevaar velen er van zou afhouden, vooral geen jeugdige, door drank benevelde personen.

Het is van bijzonder gewicht de oorzaken van de prostitutie en haar uitbreiding op te sporen. Dat zij in zekeren zin berust op onze beschaving, hare wetten en zeden, is ontegenzeggelijk. Wij hebben ons ver van de natuur verwijderd en nog geen andere manier van leven gevonden, die voor onzen toestand en zijne eischen past. De strijd om het bestaan is moeilijker en ingewikkelder geworden, de gelegenheden tot pleizier zijn vermeerderd, de jeugd is ijverig in de weer om te genieten van de voorrechten, die aan rijperen leeftijd toekomen: een ziekelijk zenuwleven heerscht onder alle klassen der maatschappij — ziedaar eenige der oorzaken.

Ik kom er tegen op. dat de prostitutie gemaakt worde tot een sociale quaestie, zooals Wirksell doet. liet is bepaald onwaar, dat de prostitutie het gevolg is van overmacht van de eene klasse der maatschappij op eene andere.

De heer IVicksdl voert als bewijs daarvoor aan. dat de Parijsche commune de prostitutie had afgeschaft en dat deze met de burgerlijke maatschappij binnen Parijs terugkeerde.

Wegens zijne tegen mij gerichte aanmerkingen moet ik hier mededeelen, dat ik bronnen van ongelijke kleur en van verschillenden aard heb geraadpleegd: dat ik na den val der commune te Parijs ben geweest en dat ik daar het geluk had bijzonder goede inlichtingen te verkrijgen aangaande de Parijsche hospitalen. Door zulke ervaring gesteund, waag ik het de sexueele deugden der communemannen te betwijtelen.

ocr page 145

129

Maar Wicksell gaat nog verder: hij beweert, dat mijne opvatting van de verhouding, waarin de prostitutie tot de maatschappij staat, getuigt van eene bij een hoogleeraar in de medicijnen bijzonder verrassende onwetendheid: dat ik blijk geef: niet op de hoogte te zijn van hare statistiek en alles wat daartoe behoort, o. a. de onderzoekingen van Parent-Duchatelet, die naar hij meent, door latere onderzoekingen niet zijn wederlegd.

Nu behooren zulke kenmerken als de bovenstaande, niet tot de zaken, die men gaarne wil behouden : daarom waag ik een poging mij van die „verrassende onwetendheidquot; te bevrijden.

Allereerst, ik heb Parent-Duchatelet vóór ruim 20 jaar gelezen. Tot algemeene voorlichting laat ik zijn tabel van de oorzaken der prostitutie volgen.

Armoede, ten ^evoltre van lichtzinnigheid

7 O ö O

en andere oorzaken.................. 1.441

Verlaten maitresses.................... 1.425

Verlies van ouders, wegjaging uit het ouderlijk huis, volkomen verlatenheid....... 1.235

Naar Parijs gelokt en daar door hare minnaars verlaten....................... 404

Door hare meesters verleide en daarna

afgedankte dienstboden............... 289

Uit de provincies aangekomen om zich te

Parijs te verschuilen................. 280

Om oude of ziekelijke ouders te ondersteunen (allen te Parijs geboren)...... 37

Als oudsten der familie om broeders, zusters

of andere verwanten te onderhouden... 29 Weduwen om hare familie te onderhouden 23

Te zamen 5.183

Diezelfde schrijver deelt aangaande het beroep der prostituées bij hare inschrijving het volgende mee.

ocr page 146

130

1.359 waren naaisters in mode- of andere winkels.

849 vruchten- en bloemenverkoopsters.

285 weefsters.

283 hoedennaaisters.

98 koopvrouwen in snuisterijen.

23 artistes.

7 winkelmeisjes.

3 vroedvrouwen.

3 vrouwen die van hare renten leefden.

„Uit deze tabel blijkt,quot; zegt Parent-Duchatelet, „dat het grootste aantal prostituees uit de werkplaatsen komt, broeiplaatsen van zedenbederf, welker schadelijken invloed men moet betreuren, al mag men hare producten bewonderen.quot;

Men heeft voorts getracht zich door een onderzoek naar den graad der beschaving der prostituees, eene voorstelling te vormen van hare opvoeding, en gevonden dat van de 4.470 in Parijs geborene en opgevoede vrouwen, die zich aan de prostitutie overgaven. 233.2 niet kondm schrijven; 1780 schreven zeer slecht en 110 schreven mooi.

Tot opheldering van de zooeven meegedeelde cijfers diene echter, dat Parent-Duchatelet's onderzoek dateert uit het eerste derde gedeelte dezer eeuw. De ontwikkeling der vrouwen stond toen op veel lageren trap, zoodat men uit het al of niet kunnen schrijven zich geen oordeel kan vormen over den maatschappe-lijken toestand der gezinnen, waarin zij opgroeiden.

De schrijver zegt trouwens, dat uit vrees voor de politie velen zich onbeschaafder voordeden dan zij waren.

De tabel der beroepen bewijst ook niet veel: zij geeft het beroep aan dat het meisje bij de inschrijving had. maar dit is in vele gevallen niet hetzelfde als waartoe zij werd opgeleid.

Parent-Duchatelet zegt zelf, dat het zedenbederf

ocr page 147

uitgaat van de werkplaatsen en in dat geval zijn de kameraden de schuldigen.

Van de tabel der oorzaken zou men vele rubrieken moeten verwijderen, zooals b. v. die der lichtzinnige armen, de verlaten maitresses, de uit huis gejaagden, de naar Parijs gelokten en veriatenen, de uit dorpen in de stad gekomenen en anderen. Waar staat geschreven, dat die vrouwen allen behoorden tot de laagste klassen, dat hare verleiders tot de zoogenaamd betere standen behoorden ?

Er is nog eene andere manier van de statistiek te misbruiken.

Een jong meisje van welgestelde familie ontvlucht het ouderlijk huis met een man, die haar beloofd heeft te trouwen: hij laat haar aan haar lot over, zij vindt met moeite werk, zij neemt een anderen minnaar aan, die eveneens beweert goede plannen te hebben, en komt eindelijk op de lijst der gepros-titueerden. Wordt zulk een schepseltje naar haar bedrijf gevraagd, dan geeft zij natuurlijk op, wat zij het laatst bij de hand heeft gehad, en op de vraag naar de reden waarom zij ingeschreven wenscht te worden: armoede.

Mag men zulk een zeer gewoon geval toeschrijven aan het overheerschen van den eenen stand boven den anderen ?

Een ander schrijver zegt aangaande dit punt het volgende:

„Eindelijk dient men er op te wijzen, dat er onder de ingeschreven vrouwen een zeker aantal onjje-lukkigen is, wier opvoeding en beschaving haar voor zulk een einde had moeten vrijwaren. Daaronder zijn onderwijzeressen, leeraressen in muziek en teekenen, wier geschiedenis, wier afdwalingen men gemakkelijk begrijpt; verder actrices en geëmployeerden aan de Parijsche en provinciale schouwburgen, die door verlies van hare stem, een faillissement van een directeur

ocr page 148

132

otquot; de behoefte aan een zekere welvaart, in de armen der prostitutie worden gedreven.quot;

Raadplegen wij op dit punt onze inheemsche statistiek.

Den 31 Dec. 1871 bedroeg het getal ingeschreven vrouwen in Stockholm 322. De stand en het beroep harer ouders blijkt uit de volgende tabel.

Gehuwde arbeiders..................................64

„ handwerkers............................102

boeren en huisbezitters..........23

„ keuterboertjes..........................-2

fabrikanten..............................11

„ kooplieden................................13

„ zeelieden..................................15

„ dienstboden..............................4

„ ambtenaren en dienstmannen 5

r officieren..................................1

„ onderwijzers............................2

„ onderofficieren........................5

„ soldaten....................................13

„ wachters....................................14

Ongeh. vrouwen........................................4

Onbekende ouders....................................22

quot;Fe zamen 322

Een soortgelijke statistiek betreffende Gotchorg, slaande op denzelfden tijd, ziet er als volgt uit:

Gehuwde arbeiders..................................71

„ handwerkers............................38

„ boeren en huisbezitters..........11

„ fabrikanten..............................1

„ kooplieden................................1

„ huiseigenaren............................1

„ onderofficieren........................3

, soldaten..................................'18

ocr page 149

133

Gehuwde zeelieden . .

„ dienstboden „ opzichters..

Ongehuwde vrouwen.

Onbekende ouders...

Te zamen 173

Kullberg meent, dat werkelijke nood zelden de eenige oorzaak is. Als bewijs voor zijne meening voert hij aan. dat in het politiebureau te Göteborg zeer dikwijls jonge meisjes worden geroepen van tusschen de IS cu 14 jaar. De meesten dier meisjes woonden bij hare ouders, eenigen in zeer welvarende omstandigheden.

Zie hier ook de meening van vele buitenlandsche schrijvers.

„IJdelheid, groote zinnelijkheid, pronkzucht, ongeluk en honger maken vrouwen tot prostituées,quot; zegt Acton; „soms ook is nood. ruwheid, hulpeloosheid een hoofdoorzaak van prostitutie, en menige in zonde en schande verworven penning diende om familie te ondersteunen. Doch van meer gewicht zijn de wisselende karakterfouten en zwakheden, lichtzinnigheid, gebrek aan zelfbeheersching en zedelijke kracht; — niet de flinke bescheidene. maar de veel-eischende, genot- en pronklievende armoede.quot;

Ik kan nog uitvoeriger opgaven meedeelen van een geneesheer, die jarenlang in de gelegenheid was om van zeer nabij het prostitutiewezen te bestudeeren. Deze schrijver wijst er op dat de vorm van de prostitutie in de laatste tientallen van jaren geheel is veranderd. Zoo zegt hij o. a. „dat de eigenlijke „grisettequot; niet meer bestaat, zij is opgegaan in het niet ingeschreven meisje van pleizier.''

„De „onderhoudene vrouwquot; bestaat niet meer. De koppelarij is een bijna erkend en een publiek uitgeoefend bedrijf.quot;

12 l 1

13 4

ocr page 150

134

Over den val der meisjes zegt de schrijver het volgende:

„De bals der voorsteden en die in de groote binnen-wijken van Parijs zijn beide schadelijk voor de algemeene zedelijkheid, maar de gevaren die zij meebrengen zijn niet van dezelfde soort. De jonge arbeidster begint steeds op de bals in de voorsteden. In den beginne wordt zij daarheen getrokken door het genot van te dansen; zij bezoekt die plaatsen van haar vijftiende jaar af. zonder dat hare ouders of meesters dit weten. Daar ontmoet zij haren eersten minnaar. Wanneer zij na herhaalden val met haar ouderlijk huis, met familiegevvoonten en geregel-den arbeid breekt, om zich te wijden aan het schandelijk beroep, is het dansen voor haar geen zaak meer van genoegen maar eene quaestie van bestaan.

Dan verlaat zij de bals in de voorsteden, bezoekt die binnen Parijs, die niets anders zijn dan tentoonstellingen van levende koopwaar, publieke prostitutie-markten. En deze markten zijn veel beter voorzien, want de jonge heeren der betere standen bezoeken ze dikwijls.

Het is eene algemeen verbreide meening, dat rijke mannen arme meisjes verleiden. Deze meening is echter ten eenen male valsch.— — — — — - —

Onder de regeering van Lodewijk Philips stelde eens iemand voor, dat men eene conscriptie zou houden voor de prostitutie, als het eenige middel om te voorkomen, dat de dochters der armen eene prooi zouden worden der lusten van de rijken. Een ander kwam tegen dit voorstel op en gaf den grond aan voor zijne meening in de volgende woorden:

,,De rijken krijgen onze restantjes zooals ieder weet.quot;

Van de 100 aanslagen op de eerbaarheid worden, blijkens de verslagen der rechtbanken, cSO pet gepleegd door arbeiders.

ocr page 151

133

Nog een ander Fransch schrijver zegt over dit punt;

De „rijke mijnheerquot; door de legende als de oorzaak beschouwd van den val van het arme meisje, bestaat niet of ten minste zelden, zooals Maxime dn Camp te recht aanmerkt. „De dochters van het volk vallen door het volk. Het zijn hare gelijken, die het geschenk van hare eer aanvaarden.quot;

Hooren wij echter ook een mijner tegenstanders.

Augayneur neemt aan, dat ()5070 der geprostitueer-den voortkomen uit de laagste standen, maar hij gaat ook de zedelijke oorzaken na. Tlij zegt;

„De ellende, de zedelijke zoowel als de materieele, mondt in de prostitutie uit. Het meerendeel der prostituées is als voor de prostitutie opgeleid, sinds het oogenblik der huwbaarheid. Er is nooit gewerkt

op haar zedelijkheidsgevoel —---zij prostitueeren

zich zonder berouw, zonder schaamte. Zij konden geen eerlijke vrouwen worden door gemis aan zedelijk onderwijs, aan goede voorbeelden en de waakzame zorg harer moeders.quot;

De heer Wicksell tracht een groot onderscheid te maken tusschen verleide meisjes en geprostitueerden, en wil den lezer in den waan brengen, dat armoede den verleider en de verleide uit den arbeidersstand verhindert om te huwen.

Indien dit soms waar kan zijn. de eenige oorzaak is zij niet.

Kene verleide en verlatene vrouw wordt gemakkelijk eene prostituée; dikwijls wil de verleider niet trouwen, maar haar liever tot een gewoon meisje van pleizier maken en genieten van het geld dat zij op die wijze verdient.

De heer Wicksell ziet de maatschappelijke klasse voorbij, die men „Alphonsesquot; noemt; hij vergeet de door romanschrijvers, reisbeschrijvers en moralisten geschilderde talrijke klasse, die veel liever als woeker-

ocr page 152

134

Over den val der meisjes zegt de schrijver liet volgende:

„De bals der voorsteden en die in de groote binnen-wijken van Parijs zijn beide schadelijk voor de algemeene zedelijkheid, maar de gevaren die zij meebrengen zijn niet van dezelfde soort. De jonge arbeidster begint steeds op de bals in de voorsteden. In den beginne wordt zij daarheen getrokken door het genot van te dansen; zij bezoekt die plaatsen van haar vijftiende jaar af. zonder dat hare ouders of meesters dit weten. Daar ontmoet zij haren eersten minnaar. Wanneer zij na herhaalden val met haar ouderlijk huis, met familiegevvoonten en geregel-den arbeid breekt, om zich te wijden aan het schandelijk beroep, is het dansen voor haar geen zaak meer van genoegen maar eene quaestie van bestaan.

Dan verlaat zij de bals in de voorsteden, bezoekt die binnen Parijs, die niets anders zijn dan tentoonstellingen van levende koopwaar, publieke prostitutie-markten. En deze markten zijn veel beter voorzien, want de jonge heeren der betere standen bezoeken ze dikwijls.

liet is eene algemeen verbreide meening, dat rijke mannen arme meisjes verleiden. Deze meening is echter ten eenen male valse]i.— — — •— — - —

Onder de regeering van Lodewijk Philips stelde eens iemand voor, dat men eene conscriptie zou houden voor de prostitutie, als het eenige middel om te voorkomen, dat de dochters der armen eene prooi zouden worden der lusten van de rijken. Een ander kwam tegen dit voorstel op en gaf den grond aan voor zijne meening in de volgende woorden :

„De rijken krijgen onze restantjes zooals ieder weet.quot;

Van de 100 aanslagen op de eerbaarheid worden, blijkens de verslagen der rechtbanken, SO pet gepleegd door arbeiders.

ocr page 153

Nog een ander Fransch schrijver zegt over dit punt;

De „rijke mijnheerquot; door de legende als de oorzaak beschouwd van den val van het arme meisje, bestaat niet of ten minste zelden, zooals Ma.rime (Ju Cam}) te recht aanmerkt. „De dochters van het volk vallen door het volk. Het zijn hare gelijken, die het geschenk van hare eer aanvaarden.'quot;

Tlooren wij echter ook een mijner tegenstanders.

Augagneur neemt aan, dat 950/0 der geprostitueer-den voortkomen uit de laagste standen, maar hij gaat ook de zedelijke oorzaken na. Tlij zegt:

„De ellende, de zedelijke zoowel als de materieele, mondt in de prostitutie uit. Het meerendeel der prostituées is als voor de prostitutie opgeleid, sinds liet oogenblik der huwbaarheid. Er is nooit gewerkt

op haar zedelijkheidsgevoel —---zij prostitueeren

zich zonder berouw, zonder schaamte. Zij konden geen eerlijke vrouwen worden door gemis aan zedelijk onderwijs, aan goede voorbeelden en de waakzame zorg harer moeders.quot;

De heer Wicksell tracht een groot onderscheid te maken tusschen verleide meisjes en geprostitueerden, en wil den lezer in den waan brengen, dat armoede den verleider en de verleide uit den arbeidersstand verhindert om te huwen.

Indien dit soms waar kan zijn, de eenige oorzaak is zij niet.

Eene verleide en verlatene vrouw wordt gemakkelijk eene prostituee; dikwijls wil de verleider niet trouwen, maar haar liever tot een gewoon meisje van pleizier maken en genieten van het geld dat zij op die wijze verdient.

De heer Wichsell ziet de maatschappelijke klasse voorbij, die men „Alphonsesquot; noemt; hij vergeet de door romanschrijvers, reisbeschrijvers en moralisten geschilderde talrijke klasse, die veel liever als woeker-

ocr page 154

136

planten der prostitutie hun lui leven leiden, dan eerlijken arbeid ter hand te nemen.

Ook dochters uit den gegoeden burgerstand vervallen tot de prostitutie.

Ik heb behalve de jaarboeken der statistiek van de ingeschreven prostitutie, de jaarverslagen en notulen van «Reddingsmaatschappijenquot;', philanthropische ver-eenigingen, enz. bestudeerd. In hare verslagen vindt men niet zelden opgegeven, dat hare beschermelingen dochters waren van dominees, dokters, officieren, kooplieden e. a. De weg tot den val voor een meisje uit die klasse, is: in den beginne te luisteren naar een minnaar van de WickselCsch.e school. Wanneer deze haar heeft verlaten, zinkt zij al dieper.

De heer 11 'ickvc/l dwaalt, als hij meent dat vrouwen uit de zoogenaamd betere standen slechts bij uitzondering vallen, en men dwaalt evenzeer met dien val toe te schrijven aan sexueele verdorvenheid en armoede. Deze kunnen de oorzaak zijn, maar meestal is de val een gevolg van het minachten der wetten en zeden.

Ik ontken niet. dat het meerendeel der ingeschreven prostituees leden zijn der laagste standen, maar dat is niet noodzakelijk het geval met de groote schare van geheime prostituees, waarmee de philan-thropen in aanraking komen.

Het schuldenregister der gegoede klassen is in betrekking tot die da' arme klassen groot genoeg-: men behoeft het niet te vergrooten dooi' ongegronde verwijten. Dit is opruiing.

Ilij die de tegenwoordige verhoudingen der men-schelijke maatschappij bestudeert, komt gemakkelijk tot het inzicht, dat, hoe innig men dit ook moge ivenscJien, het kwaad niet door een tooverslag is uit

ocr page 155

137

te roeien, niet door het toevoegen of weglaten van een paar loetsartik'ilen.

Maar ik kan er met den besten wil niets onzedelijks in zien, dat men het kwaad zoekt te verminderen. Verzoeking en verleiding te voorkomen, het geven van aanstoot te verhinderen is een bekend doel der wetgeving. De politie zorge, dat die artikelen worden nageleefd, onder het toezicht der rechtbanken. Natuurlijk moeten de agenten bij het beoordee-len van hetgeen als «aanstootgevendquot;' wordt beschouwd, zich laten leiden door inzicht en ervaring. Zij moeten het oogenblik van ingrijpen juist kiezen, doch een zekere vrijheid van handelen moet ten bate van de openbare orde worden toegestaan.

Zeer ervaren zaakkundigen meenen, dat er naast de gewone politie eene zedelijkheidspolitie moest bestaan. Hare roeping moest zijn: publieke schandalen verhinderen; zorgdragen voor de algemeene gezondheid; zekerheid van lijf en leven waarborgen aan hen, die in een beneveld oogenblik of uit plichtverzuim een slecht befaamd huis hadden gezocht; de families verdedigen tegen de afpersingen der ontucht-speculaties; de jongelieden vrijwaren voor de verleiding van hunne eigene hartstochten; de kinderen naar huis terugbrengen, die. door hunne vroegrijpe hartstochten gedreven, het hadden verlaten ; onzedelijke beelden vernietigen, of het verkoo-pen en verspreiden daarvan beletten, de pederastie en onnatuurlijke geslachtsgenietingen uitroeien.

De meeste leden van genoemde Federatie zullen wel niet tegen zulke maatregelen zijn.

Ik kan niet inzien, dat het bestaan van eene zedelijkheidspolitie hetzelfde zou beteekenen als: den man de noodzakelijkheid te prediken van het bevredigen zijner zinnelijke lusten.

Alen kan worden gedwongen tot de erkenning van het bestaan der sexueele buitensporigheden, en hoe-

ocr page 156

138

wel onmachtig haar uit te roeien, de schade trachten te verminderen.

Al heeft de zoogenaamde zedelrjkheidspolitie tot hiertoe dikwijls hare plichten niet op bevredigende wijze vervuld, het komt mij toch gewaagd voor haar met Yres Git/lot als volkomen ongeschikt burgerlijk dood te verklaren. Het principe door Carlier aangegeven, komt mij juist voor. n.1. dat de ervaring heeft geleerd, hoe het zedelijkheids-politietoezicht niet kan worden opgedragen aan gewone politie-agen-ten en nog minder aan de grove misdadigers opsporende rechercheurs.

Ook Westergaard hoopt, dat voor dit doel een met zorg gekozen en goed bezoldigd personeel zal worden aangesteld.

liet meermalen genoemde Fransche comité, dat zijne goedkeuring niet hecht aan de tegenwoordige controle der prostitutie, erkent dat de slapheid der controle, die een gevolg was van de herhaalde aanvallen op het gezag der politie, de prostitutie tot een ongekende hoogte heeft doen stijgen. Datzelfde comité wil de opwekking tot ontucht zelfs als strafbaar beschouwd hebben. Welke straf de schuldige moet treilen, beslisse de rechter; maar de dokter moet het recht eischen haar te onderzoeken en te behandelen. De meeste leden van het comité willen niets weten van het recht der onderzochte vrouwen, om in het openbaar haar bedrijf of hare bedoelingen kenbaar te maken.

Bij schrijvers, die de prostitutie als noodzakelijk en afzonderlijke wetten daarop als volkomen billijk beschouwen, kan men evenwel humane denkbeelden vinden, die de zoogenaamde zedelijkheidsvrienden moeten bevredigen.

Zoo heeft b.v. Augagmur een wetsartikel voorgesteld. waarbij aan een minderjarig meisje verboden werd zich aan de prostitutie over te geven; zij die

ocr page 157

13')

tegen dit artikel zondigden, moesten voor twee iaren in een verbeterhuis worden geplaatst, en bij herhaling totdat zij meerderjarig zijn. De heer Au;lag-neur meent, dat de prostitutie door dien maatregel zeer zou verminde-en — als een vrouw zich niet heeft geprostitueerd voor haar 21ste jaar. zal zij het later ook niet meer doen - en vooral een harer akeligste vormen, — het zich verkoopen van wezentjes die pas den kinderschoenen zijn ontwassen, een vorm die nu afschuwelijk veel voorkomt.

Vele schrijvers, ontegenzeggelijk door philanthro-pische redenen gedreven, ijveren er voor. dat de prostitutie begrensd worde binnen bepaalde lokalen, n.1 bordeelen.

Ik wil hier nog eene meening van een dier heeren aanhalen:

„Zij (de bordeelen n.1.) benadeelen zoo min mogelijk de openbare veiligheid en zedelijkheid doordien de straatprostitutie. het zondigen tegen de welvoeglijk-lijkheid en de verleiding van mannen en onschuldige meisjes zoo al niet verhinderd dan toch verminderd wordt. De vrouwen, in zulke bordeelen als opgesloten, zullen minder vaak haar leven ais boosdoensters, koppelaarsters of met een zelfmoord eindigen dan dit het geval is met de in veel ongelukkiger omstandigheden verkeerende, alleenwonende prostituees, omdat zij betrekkelijk beter verzorgd zijn. De ervaring leert, dat juist de meisjes uit een bordeel soms tot een ordentelijk leven terugkeeren en weer in de maatschappij worden opgenomen.quot;

«Misdadigers, die bij de geheime prostitutie de beste wijk- en schuilplaatsen vinden, zouden wanneer er enkel bordeelen bestonden gemakkelijker worden ontdekt. Door het bordeel-svsteem wordt de svphilis betrekkelijkerwijze beperkt, daar het geneeskundig onderzoek hier het best kan plaats hebben.quot;

))Dit is onmogelijk voor de veel ongelukkifjer.

ocr page 158

140

onkundige, alleenwonende straatmeisjes, die door den nood worden gedwongen, om zich aan den eerste den beste over te geven.quot;

1 Vetstergaard heeft in zijn boven aangehaald werk gezegd, dat, nu men moet kiezen tusschen twee kwaden, het beter is bordeelen te hebben, dan alleenwonende prostituees, ook omdat deze eene veel gevaarlijker verzoeking zijn voor in hare nabijheid wonende families.

Dit is in zekeren zin juist, maar prof. Wcstenjaard moet toch inzien, dat ook waar bordeelen zijn altijd nog zoogenaamde geheime prostituees worden gevonden. Daarom komt het mij niet wenschelijk voor der ontucht eene meer f/i'iri'ffii/dv positie te geven, die zij door publieke bordeelen zou krijgen.

Gedurende mijn geheele loopbaan als dokter ben ik een tegenstander geweest van zulke inrichtingen, zelfs toen zij nog meer dan nu onder het toezicht stonden van geneesheeren.

liet oordeel van het Finsche geneeskundige genootschap dient in wijder kring te worden verbreid. Dit luidt aldus:

sliet kan toch aan geen twijfel onderhevig zijn, dat zelfs enkel administratieve middelen tot een beteren toestand kunnen medewerken, terwijl in geval van ondoelmatige regeling de vrije geslachtsomgang kan worden bevorderd. Dit gezichtspunt mag derhalve bij het nemen en beoordeelen der maatregelen niet uit het oog worden verloren. Het is op grond hiervan, dat de inrichting van streng onder toezicht staande bordeelen zelfs niet uit een hygiënisch oogpunt wordt verdedigd, terwijl allerlei andere bedenkingen zich op den voorgrond dringen. Men kan er van verzekerd zijn, dat zulke inrichtingen de lichtzinnigheid en eene meer algemeene uitoete-ning van buitenechtelijken geslachtsomgang bevorderen.quot;

ocr page 159

141

»En dit weegt mijns inziens meer dan op tegen de voordeelen. die zouden voortvloeien uit een door deze regeling mogelijk gemaakt strenger toezicht op een deel der prostituees.quot;

Het schijnt mij veel raadzamer de Zweedsche wetten uit te werken en te verbeteren, dan de artikelen te schrappen, die de bordeelen verbieden.

Het is bij eenige maatschappelijke hervormers mode geworden om de prostitutie voor te stellen als eene noodzakelijke aanvulling van helquot; huwelijk.

Zulk eene opvatting is enkel mogelijk bij hem. die de vraag niet in den grond heeft bestudeerd, of die de instelling van het huwelijk wil bestrijden.

Wanneer men ziet, dat in menig dorp de prostitutie onbekend is en het huwelijk heilig wordt gehouden, hoe is het dan mogelijk de prostitutie te beschouwen als een veiligheidsklep voor het huwelijk, wanneer men weet, dat de buitenechtelijke geslachtsom-gang op alle denkbare manieren lokt en in het bijzonder de mannelijke leden van het huisgezin ten verderve voert.

Op dit punt heeft eene vrouw met gewoon gezond verstand helderder opvatting dan de zoogenaamde geniale moderne vrouwen.

De eerste ziet in. dat zij ten gevolge der prostitutie in het huwelijk kan treden met een man. wiens zedelijke reinheid is bezoedeld, wiens gezondheid is ondermijnd, wiens gewoonten zijn verstoord, wiens trouw onbetrouwbaar is, wiens schoonheidszin besmet, wiens echtelijke liefde is beroofd van alle jeugdige frischheid; zij ziet in dat hare kinderen gevaar loopen reeds vóór de geboorte aangetast te zijn door overgeërfde ziekten en de kiemen van slechte geslachtsdriften mee ter wereld brengen, — ik kan niet inzien, dat zij aan de prostitutie iets te danken heeft.

Wanneer geslachtsgenot als een op zich zelf staand

ocr page 160

142

dod irui'dt n(i(lcjcuiyd, en in geen verband meer staat met liefde, huiselijk leven enz., dan ontstaat er behoefte aan kunstmatige prikkeling en de afgeleefde, oververzadigde wellustigen verlangen naar afwisseling en vinden vermaak in het onteeren van jeugdige schepseltjes.

Mijne opvatting strookt met die van Parkes, als hij zegt:

«Ik deel geenszins de meening van hen. die in de prostitutie niet alleen iets noodzakelijks maar iets goeds zien — een voorbehoedmiddel tegen ergere ondeugden, eene zekerheid tegen aanvallen op huwelijkstrouw. - — —- Hoe meer de prostitutie zich ontwikkelt, hoe meer nadeel er wordt toegebracht aan het huwelijk.quot;

Het is daarom volkomen juist, dat de tegenwoordige tijd haar ook door associatie tracht te bestrijden. Toch heb ik tegen zekere associatie bedenkingen te opperen ; over den onrechtvaardigen strijd tegen den arbeid der doctoren heb ik reeds gesproken, — moge men inzien dat zedelijke verbetering der maatschappij een langdurig, geduldeischend, moeilijk werk is, niet tot een goed einde te brengen door gepraat, en zelden door het wekken van agitatie.

Mogen de leiders ook een helderder inzicht verkrijgen, wie hunne vrienden, wie hunne vijanden zijn. Indien zij eerlijk van ons willen leeren — profiteeren van de ervaring door de medici opgedaan, dan zullen zij in ons veel betere bondgenooten vinden dan bij de voorstanders der vrije liefde.

Niemand wordt een vriend der zedelijkheid, door te roej^en: Weg met de zedenpolitie!

Ik weet wel, dat men in het laatstgenoemde legei% onder de Sadducecn der revolutie, evengoed als onder de Farizeën der reactie, mannen aantreft, voor wie elke vrouw vogelvrij is, altijd voor zooverre

ocr page 161

143

zulke kerels de tuchtiging van haren mannelijker! beschermer niet vreezen.

Door de inmenging van zulke personen wint de zaak der zedelijkheid nóch aan sterkte, nóch in aanzien.

Ik heb volstrekt niet tegen het bestaan en het doel der Federatie, maar ik vind dat zij door hare oppositie tegen het gebruikelijk onderzoek, krachten verspilt, die beter tot positieven verbeteringsarbeid konden gebruikt worden; dat zij. althans wat Zweden betreft, de afdwalingen van het geslachtsleven te eenzijdig heeft opgevat als een onrecht van den man tegenover de vrouw; dat een beter onderzoek naar en critiek van de hoedanigheden hunner medearbeiders de zaak zeer ten goede zouden komen. Wanneer men meent, dat mijn boekje niet gelezen behoort te worden door vrouwen onder de vijf en twintig jaar, dan zal men het zeker billijk vinden, dat ik personen van dien leeftijd — ja, vele oudere ook — niet geschikt acht, om strooptochten te ondernemen in de holen van ontucht, ten einde pogingen tot redding te ondernemen. Voor zulk een zende-lingswerk wordt een bijzonder talent vereischt. dat slechts zelden aangetroffen wordt.

Wanneer ik verklaar, niet aan eene plotselinge en geheeie bekeering van sexueele zonden te gelooven, vind ik dit eerlijk en meer waar, dan zijne hoop te vestigen op redding door eenige — hervormingen op papier.

I Heruit volgt volstrekt niet. dat ik de prostitutie in stand wil houden. JJ; rerdedig het systeem niet,. ik wil niets tceten ran verlof-attesten, ik houd enkel vast aan het recht der maatschappij, om zich tegen ziekten te beschermen.

Het groote publiek heeft moeite, om de roeping van de medici in deze quaestie zoowel als in andere te begrijpen. Wij moeten menschen genezen en

ocr page 162

144

ziekten uitroeien zonder te vragen, of zonde en misslagen de oorzaken zijn.

Wij willen gaarne iets bijdragen tot de zedelijke verbetering van de menschheid. maar ziekten ongehinderd te laten voortwoeden, is een verkeerd middel.

Konden wij een middel vinden, waardoor alle geslachtsomgang volkomen onschadelijk werd, wij zouden niet aarzelen dit te doen. Maar zoo iets bestaat er niet.

Een arts aangesteld, om ten behoeve van het va-derland te waken over den gezondheidstoestand van leger en vloot, kan, bij gebrek aan reinheid der zeden, weinig anders doen dan op reinheid van lichaam aandringen.

Wat wil ik? Wil ik meewerken tot het verkrijgen van een hoogere geslachtsmoraalliet antwoord daarop hangt af van het standpunt van den vrager.

Indien ik voor de rechtbank der zedelijkheid word gedaagd, waar personen rechtspreken als G-cyerstani, Strindberg en anderen, dan kan ik niets anders dan een veroordeelend vonnis verwachten.

Ik heb misschien de minste tegenspraak te vreezen. wanneer ik zeg. dat het mijne bedoeling was: te wijzen op de gezondheid bevorderende kracht, die er voor de menschen naar lichaam en ziel voortvloeit uit een werkelijk en eerlijk huwelijk met één persoon.

Nu, niets dan dat! roept misschien menigeen uit; dit hooren wij meer dan genoeg; tevreden te zijn met de bestaande wanverhoudingen is gemakkelijk; waf ie ij behoeven is hcrrunning.

Dat wil ik niet ontkennen. Ik wensch vuriger dan een van u allen misschien: hervorming, maar geen reactionnaire hervormingen, geen terugval naar vroegere toestanden maar werkelijken vooruitgang. Onze opvoeding moet er op aangelegd worden om ons lichaam gezondheid te geven en het

ocr page 163

145

in overeenstemming te brengen met de eischen van de tegenwoordige beschaving; wij moeten meer kracht en minder last van onze zenuwen hebben; wij moeten vooral ons toekomstige geslacht in een dampkring van grootere geestelijke reinheid opvoeden.

Ik kan slechts eenige van de middelen daartoe aanwijzen.

Ik mag den eisch niet stellen, dat ieder zich geheel onthoude van alle gegiste dranken, maar wèl dat men nooit zooveel alcohol drinke. dat daaruit eenige verandering naar lichaam of geest voortvloeit.

Wij moeten al wat op den geest werkt, literatuur, beelden, tooneelspelen, enz die de zinnelijkheid prikkelen, vermijden.

Wij moeten eene grootere natuurlijkheid in den omgang bevorderen. Laat mannen en vrouwen elkaar meer ontmoeten onder gewone omstandigheden dan tegenwoordig, nu de jeugd enkel samenkomt om de genoegens van een bal te smaken, waarbij al te veel sommige grenzen worden overschreden. Ik wijs slechts op het verderfelijke van te laag uitgesneden japonnen.

Ik voor mij hoop op verbetering van zeden door goed geleide opvoeding der massa, die zoowel mannen als vrouwen ten goede komt. De kennis daarvan zal, wanneer zij door onderwijs tot de jeugd komt, goeddoen, terwijl zij tegenwoordig, door de geheime manier waarop zij verkregen wordt, verderfelijk werkt.

Aan het onderwijs moest een cursus in ontleedkunde verbonden zijn. met lijken van menschen tot verklaring, eene methode, die naar mijn idee de nieuwsgierigheid zou fnuiken, welke nu dikwijls zulk een schadelijken invloed uitoefent.

Verder moeten wij in ons dagelijksch leven grooter zuinigheid aan den dag leggen. Ik weet bijna geen klasse, die op dit punt meer zondigt dan de Zweed-sche zoogenaamd beschaafde jongelingschap. »Ik

10

,

ocr page 164

146

ontzeg' mij natuurlijk niets,'' zei mij onlangs een student, die leefde op kosten van zijn vader. Studieschulden. dikwijls verbazend hoog. zijn een specifiek Zweedsch (?) maatschappelijk ongeluk, waarvan de druk zich van geslacht op geslacht overplant. Schulden hebben is dikwijls een beletsel om een huwelijk aan te gaan, het belet vele huwelijken van elkaar passende personen en vernietigt de gezelligheid van menigen huiselijken haard.

Om eene vrouw uit de beschaafde klassen geschikter te maken voor een goed huwelijk wordt in de eerste plaats eene betere gezondheid vereischt, groo-ter arbeidsvermogen en minder aanspraak op de gemakken des levens.

Voor mij is de sexueele quaestie zoowel de wortel als de bloem, het begin en het einde van alle moraal.

Al werkt men dag en nacht voor het heil der menschheid. al ollert men zijn leven en vermogen, het is nutteloos indien men het geslachtsleven, de zich eeuwig verjongende school der natuur voor waarachtige naastenliefde onteert.

Men kent de oude spreuk ; Bewaar uw harte boven alles wat te bewaren is. want daarin zijn de uitgangen des levens. Ik zou deze uitspraak willen toepassen op de behandelde quaestie. Daar alle men-schelijk leven zijn oorsprong vindt in geslachtsomgang, kan zij beschouwd worden als het hart des menschdoms. Wordt zijne werkzaamheid verstoord, dan lijden alle deelen der menschheid.

Er bestaat een Fransch spreekwoord van veel beteekenis: ..Waar schuilt de vrouic? Waar is zij, dat in den regel zoo demonisch, sireneachtig wezen, waaraan geen mannelijke kracht, geen mannelijk karakter weerstand kan bieden, het geheimzinnig onbegrepen natuurmedium. dat onweerstaanbaar eiken man benevelt, verwart, verlaagt, vernietigt?

Dit spreekwoord is aangevuld en luidt:

ocr page 165

147

..Doodt haar, vóór zij u zelf heeft ten onder gebracht.quot;

Kiezen wij liever bij elke schrede, die wij voorwaarts gaan, bij elke moeilijkheid, die wij moeten overwinnen, bij elke veredeling die wij wenschen, de ware leus der ervaring: „Het eeuwig vromuelijkc trekt ons tot zich.

ocr page 166

N A S C il R I F T

VAN

II. PIERSON.

Dr. Ribbings werk hebben wij ietwat verkort weergegeven en zeker is liet met belangstelling gelezen.

In alle opzichten behalve één is het werk aan te bevelen en omtrent dit ééne punt moeten wij ons oordeel zeggen. liet betreft zijn beschouwingen over de Federatie, het verbond door Mevr. Hutier in Engeland opgericht en dat in Nederland bekend staat onder den naam van Xederlandsche Vereeniging tegen de prostitutie.

De schrijver heeft omtrent dien bond zeer verkeerde voorstellingen en dit is tot zekere hoogte te vergeven, omdat zijn lezingen reeds 10 jaren oud zijn en destijds vele doktoren eveneens oordeelden als hij, daar die bond hun nog weinig bekend was. Sommigen, die toen lijnrecht tegenover de Federatie stonden, zijn sedert geheel van gedachten veranderd.

Zoo noemt Ribbing fel. I08, l.-i()Dr. Augagneur als een voorstander van zijn denkbeelden en toont aan, dat deze zeer beroemde medicus te Lyon, al was hij vóór de reglementeering. toch een man is, die de zedelijkheid streng wil handhaven. Dit is zeer juist, maar wat in 1886 en zelfs in 1889 bij het verschijnen van den derden druk niet bekend kon zijn, is dat Augagneur sedert geheel van denkwijs veranderde

ocr page 167

149

en in llS()4 op een medisch congres zoo beslist mogelijk uitsprak met ons eens te zijn. Zijn voorbeeld staat niet op zich zelf. In 1896, dus nog pas geleden, schreef een andere medicus, Dr. Mauriac te Parijs, die ook met Ribbing eens was, een lijvig boekdeel van 830 bladzijden over de genezing van Syphilis en sprak zich daarin ook uit over zijn bekeering tot de denkbeelden der Federatie: hij vindt het stelsel, waar hij zich vroeger ook aan hechtte, eenvoudig onmogelijk en zegt dat het kraakt als een oud huis, dat op het invallen staat.

In Nederland hebben wij hetzelfde gezien bij mannen als de lieer Menno Tluizinga, Inspecteur van den geneeskundigen dienst van Zuid Holland, die in vroeger jaren medewerkte om de reglementeering te handhaven en sedert, niet eens maar herhaaldelijk, uitsprak, dat hij geheel en al van zijn vorige gedachten was teruggekomen.

Wil men nog een getuigenis van groote waarde, zoo noem ik dat van den hoogsten geneeskundigen dienst bij het leger in Engeland en de Engelsche koloniën Dit collegie gaf in 1895 een verklaring uit, aan de Engelsche regeering gericht, waarin uitdrukkelijk gezegd werd, dat het reglementeeren en het onderzoek van publieke vrouwen niets hoegenaamd gaf en dat om de soldaten vrij te houden van Venerische ziekten het veel beter was hun uitspanningen en inspanningen, een gezonde leefwijze, een aangenaam verblijf en ilinke lichaamsoefeningen te bezorgen, dan hun gezonde vrouwen te willen leveren. Bedenkt men nu, dat dit collegie de volle verantwoording draagt van de gezondheidsmaatregelen voor het leger; dat het welzijn van 200.000 man in Indië, behalve die in andere koloniën en in Engeland zelf. van hen al hangt, dan begrijpt toch ieder, dat hun getuigenis nog al wat beteekent. Hun advies is zoo beslist mogelijk: schaf die nuttelooze maatregelen af.

ocr page 168

150

Wat beweegt Dr. Ribbing dan om de Federatie aan te vallen?

Ilij begrijpt haar streven niet, dat is op iedere bladzijde duidelijk. Zijn geheele boek is voortreffelijk, behalve juist daar, waar hij de Federatie bespreekt: maar duidelijk is het. dat hij een fout maakt in de toepassing van hetgeen hij zelf als hoogste beginsel heeft gepredikt.

W ie zijn boek leest, krijgt aanvankelijk geen anderen indruk dan deze: houd u rein, wees kuisch, blijf van alle aanraking met vrouwen af. totdat gij een eerlijk huwelijk kunt sluiten. De ontucht is gevaarlijk, zij kan u in een oogwenk voor uw leven ongelukkig maken en uw vrouw en kinderen in later tijd niet minder.

Welnu, als men die denkbeelden in zich heeft opgenomen, als men wezenlijk gelooft wat Dr. Ribbing zegt, dan moet daaruit immers volgen, dat alle pogingen om de ontucht minder gevaarlijk te maken lijnrecht daar tegen ingaan. BI. 144 zegt hij zelf: „Konden wij (doktoren) een middel vinden, waardoor alle geslachtsomgang volkomen onschadelijk werd, wij zouden niet aarzelen dit te doen. Maar zoo iets bestaat niet.quot;

Zeer goed gezegd; wij zouden de doktoren dankbaar zijn, als zij zulk een middel konden vinden, maar nu zij zeiven verklaren dat het niet bestaat, zoo eischen wij van hen, dat zij ook niet den schijn aannemen. alsof zoo iets wel bestond. Als een dokter weet. dat er geen middel hestunt tegen een of andere ziekte en hij toch overal middelen daartegen aankondigt, dan noemt men hem een kwakzalver. Zou Dr. Ribbing dien naam willen dragen ?

1 let is nu eenmaal niet te veranderen: het middel bestaat niet. Dr. Ribbing zelf getuigt liet. Maar als hij de reglementeering en het keuren van publiake vrouwen verdedigt, dan zegt hij als 't ware : „ik heb wel geen middel maar ik zal toch probeeren, of ik

ocr page 169

niet iets kan bedenken, waardoor het gevaar vermindert.quot; Dit zou te begrijpen zijn, indien de mensch verplicht was zich aan dat gevaar bloot te stellen.

Men kan een brandweerman geen afdoend middel geven tegen het gevaar van te verbranden, maar men mag hem natuurlijk zooveel middelen geven, als mogelijk zijn, om het gevaar te matigen. Een brandweerman echter moet het gevaar trotseeren, maar als iemand uit louter moedwil, zonder eenig doel zich in de vlammen wilde begeven en een brandvrij pakje zou willen aantrekken, zal elk verstandig man hem zeggen : zulk een brandvrij pakje bestaat niet. en ik geef het u niet. Ik wil de verantwoording niet dragen en als gij lust hebt, om uit zucht naar avonturen dat brandend huis in te gaan, moet gij zelf het weten.

Vele echte voorstanders der reglementeering hebben dit goed gevoeld en zij zeggen daarom ook: outiicJit is noodzakelijk vo^r den niun — dus moet men hem zooveel te gemoet komen als men kan. Maar Ribbing die zijn geheele boek door leert: ontucht is niet noodzakelijk - behoorde heel anders te redeneeren.

Met Ribbings beginselen voor ons zeggen wij: iedereen, die zich aan de vlammen der liederlijke ontucht wil wagen, moet weten wat hij doet; wij waarschuwen hem, dat er geen middel bestaat, om hem voor verbranding te vrijwaren en, als hij dan toch doorgaat, zoo zullen wij hem geen brandweerpakje bezorgen, maar één van beide : öf hem laten begaan, of hem met geweld ervan at houden, als wij bij machte zijn dit te doen.

Deze laatste opmerking brengt ons van zeil waar wij wezen moeten. Er zijn 3 stelsels mogelijk; 1 Of iemand aan zijn lot overlaten, 2 of hem tegenhouden, 3 of hem zulk een brandweerpak bezorgen. Het laatste nu noem ik grofweg onzedelijk, als ik weet. dat met zulk een pak aan ik hem als het ware uitlok, om zich nog meer te wagen dan hij anders doen

ocr page 170

zou. Als hij er geen krijgt, zal hij altijd nog wat voorzichtiger zijn, dan wanneer ik het hem geef. Van de .■? manieren is dus de derde door en door slecht en moet hoe eer hoe beter afgewezen worden. De twee andere stelsels blijven dus over en nu zegt de vereeniging tegen de prostitutie: het tweede is het beste en als dat niet kan, dan is het eerste toch nog beter dan het derde.

Dit begrijpt Ribbing niet en hij legt de Federatie allerlei zonderlinge beweringen in den mond. Jrlij denkt blz. 12/, dat wij de besmetting der onschul-digen vergeten. Voorwaar niet, wij weten zeer goed, dat niemand onzer gevrijwaard kan worden voor besmetting met de vreeselijkste ziekten, maar nu zeggen wij: aan wie de schuld ? Aan de mannen, die niet verkiezen te gelooven, wat ]Jr. Ribbing zegt, en aan wie Dr. R. nu, omdat zij hem niet gelooven, een hulpmiddel aan de hand doet door hun vrouwen te leveren, die onderzocht worden, en dus gezond heeten te zijn. Wat is dit voor manier van doen ? Zeg aan de mannen, dat zij de schuld zijn van het gevaar, waaraan onschuldigen blootstaan en maak het hun zooveel gij kunt onmogelijk, om kwaad te stichten, maar ga hun niet wijs maken, dat zij vrij mogen voortgaan en de verantwoording op ons schuiven, als zij ziek worden. Straf hen, zoo er reden is, belet hun uitspattingen, sluit niet alleen bordeelen (zooals Ribbing ook wil) maar handhaaf de publieke orde en de eerbaarheid, bescherm minderjarigen door ze buiten de verleiding te houden, de ouderlijke macht te versterken of bij verwaarloozing door iets beters te vervangen; leg aan ontuchtige mannen de verplichting op, om hun kinderen buiten huwelijk geboren te onderhouden; predik bovenal van de daken, dat Dr. Ribbing en alle ernstige doktoren verklaren: er bestaat geen middel tegen het (jr-caar dun dat gij er buitenblijft. Zoo alleen is er kans

ocr page 171

153

van verbetering voor de maatschappij, voor de on-schukligen en voor een iegelijk onzer. Wij, die kuisch leven in of buiten huwelijk, kunnen toch waarlijk ons niet aansprakelijk stellen voor hetgeen anderen gelieven te misdoen. Het is alsof men aan een bevolking den plicht zou opleggen, dijken te onderhouden, terwijl men een aantal booze lieden, die 's nachts stil de dijken ondermijnden, hun gang liet gaan, onder belofte, dat wij dubbel hard zouden werken, om voor iederen schop aarde, dien zij wegnamen een anderen in de plaats te brengen. Dit heeft veel van het Danaïdenvat, waarvan gezegd werd, dat eenige booze vrouwen veroordeeld waren het te vullen, hoewel het aan alle kanten lek was.

Ribbing en zijn medestanders verlangen het onmogelijke. 't Is erg, dat wij onschuldig blootgesteld zijn aan zulk een gevaar, maar het is bespottelijk, om te verlangen, dat wij het zullen verminderen en den kwaaddoeners alle verantwoordinsf te ontne-men. Zij zijn de schuldigen, die de onschuldigen besmetten, die zieke kinderen ter wereld brengen, die hun besmetting van de eene vrouw op de andere overbrengen en in plaats van hen met vermaningen of met straffen tegen te komen, zal men hun de verantwoording afnemen ? Zij moeten het voelen, dat zij de bedervers, de moedwillige bedervers zijn der maatschappij en niet wij, die het niet gebeteren kunnen en die al onze maatregelen eenvoudig krachteloos zien worden door hun onzedelijk gedrag. Straf den dief, opdat hij het stelen late, maar verwijt den bestolene niet, dat hij geen dure brandkast aanschafte. Straf den moordenaar, opdat hij het moorden late, maar eisch niet, dat de geheele burgerij een harnas onder de kleeren drage, om zich voor moord te vrijwaren. Feitelijk verlangt Ribbing dat. 't Is onze schuld zegt hij als 't ware, wanneer onschuldigen besmet worden, omdat onze maatregelen niet

ocr page 172

154

voldoende zijn. Neen en duizendmaal neen, het is de schuld der onzedelijke mannen. Ook de schuld der ontuchtige vrouwen, maar veel meer van de mannen, want die brengen de smetstof over op eerbare vrouwen en op onnoozele kinderen en er zijn veel, oneindig veel meer ontuchtige mannen dan vrouwen, die zich prijs geven.

Ribbing evenwel ziet deze eenvoudige waarheden niet in, omdat hij zich nog altijd verbeeldt dat, al bestaat er geen middel tegen de gevaren der ontucht, er toch altijd wel eenige hulpmiddelen zijn te vinden en onder die hulpmiddelen rekent hij ook: het verplicht onderzoek van publieke vrouwen.

Laat ons zien wat daarvan is. Hij begint met bl. 107 en vervolgens te beschrijven, hoe men in Zweden de geheele bevolking aan onderzoek onderwerpt, om na te gaan of er ook syphilis gevonden wordt. Daar nu niemand hier bezwaar tegen heeft, zoo kan er ook geen bezwaar zijn, om publieke vrouwen te onderzoeken.

Hier verwart de schrijver twee dingen, die niets met elkaar te maken hebben.

Ik laat daar of het wenschelijk is zulke maatregelen te nemen als in Zweden bestaan. Dat die maatregelen niet veel beduiden, blijkt duidelijk uit hetgeen de schrijver zelf vertelt op bl. 109 en bl. 126. Op laatstgenoemde bladzijde zegt hij, dat het onderzoek als voorbehoedmiddel alleen nog toegepast wordt op militairen, minnen, landloopers en meisjes van plezier, maar op de eerstgenoemde bladzijde zegt hij, dat de landloopers geen pas meer noodig hebben en zich dus niet meer laten onderzoeken.

Waar komt dus alles op neer? Op de militairen, minnen en prostituees. De rest der bevolking is daarvan vrijgesteld en hetgeen er dus overblijft is, dat als men gevallen van syphilis bemerkt men daarvan kennis geeft, doch dan is het nog alles behalve zeker.

ocr page 173

155

of de verdachte gedwongen kan worden zich te laten onderzoeken, (zie bl. 108) want hij verklaart: ))wat het recht schijnt in te sluiten om ook één persoon te dwingen zich te laten onderzoeken.quot; 1 let is dus al heel onzeker: als het zeker was en vaak gebeurde, zou Dr. Ribbing het toch wel weten en niet zoo twijfelachtig spreken.

Daar die maatregelen dus op militairen en minnen worden toegepast gelijk op publieke vrouwen, begrijpt Ribbing niet, wat men er tegen kan hebben.

Voelt men dan het onderscheid niet? Militairen en minnen worden onderzocht in hun eigen belang en dat der maatschappij. Wij laten nu eens daar of dit billijk is; hier te lande althans heeft men liet niet durven volhouden militairen te onderzoeken, te meer omdat het bitter weinig gaf, want zooals Ribbing zelf zegt (bl. 111): de onschuldige laat zich wel onderzoeken, maar juist de lichtzinnige houdt zich op een afstand van de doctoren, uit vrees van in een hospitaal opgesloten te worden. Wat minnen aangaat, die laat men bij ons geheel vrij, ieder die een min in dienst neemt, moet zelf weten wat hij doet.

Maar al verdedigt men dit stelsel, dan zelfs is het verschil groot tusschen het onderzoek van militairen en publieke vrouwen. Men onderzoekt publieke vrouwen niet in haar belang alleen, maar zoo het heet ook in het belang der maatschappij en dit laatste is niet waar, want de maatschappij zou daar weinig belang bij hebben als er geen ontuchtige mannen waren. Dezen dus zijn de belanghebbenden. Er is geen ander doel denkbaar, want zij — die publieke vrouwen — hebben geen ander doel dan zich op nieuw met allerlei personen af te geven. Of nu al Ribbing (bl. 127) zegt: »het attest is alleen een bewijs voor de politie, dat de onderzochte niet naar een kuurhuis behoeft lt;jebracht te wordenquot; — ieder,

O '

die zijn oogen blieft te gebruiken, weet wel beter

ocr page 174

154

voldoende zijn. Neen en duizendmaal neen, het is de schuld der onzedelijke mannen. Ook de schuld der ontuchtige vrouwen, maar veel meer van de mannen, want die brengen de smetstof over op eerbare vrouwen en op onnoozele kinderen en er zijn veel, oneindig veel meer ontuchtige mannen dan vrouwen, die zich prijs geven.

Ribbing evenwel ziet deze eenvoudige waarheden niet in, omdat hij zich nog altijd verbeeldt dat, al bestaat er geen middel tegen de gevaren der ontucht, er toch altijd wel eenige hulpmiddelen zijn te vinden en onder die hulpmiddelen rekent hij ook: het verplicht onderzoek van publieke vrouwen.

Laat ons zien wat daarvan is. Hij begint met bl. 107 en vervolgens te beschrijven, hoe men in Zweden de geheele bevolking aan onderzoek onderwerpt, om na te gaan of er ook syphilis gevonden wordt. Daar nu niemand hier bezwaar tegen heeft, zoo kan er ook geen bezwaar zijn, om publieke vrouwen te onderzoeken.

Hier verwart de schrijver twee dingen, die niets met elkaar te maken hebben.

Ik laat daar of het wenschelijk is zulke maatregelen te nemen als in Zweden bestaan. Dat die maatregelen niet veel beduiden, blijkt duidelijk uit hetgeen de schrijver zelf vertelt op bl. 109 en bl. 126. Op laatstgenoemde bladzijde zegt hij, dat het onderzoek als voorbehoedmiddel alleen nog toegepast wordt op militairen, minnen, landloopers en meisjes van plezier, maar op de eerstgenoemde bladzijde zegt hij, dat de landloopers geen pas meer noodig hebben en zich dus niet meer laten onderzoeken.

Waar komt dus alles op neer? Op de militairen, minnen en prostituees. De rest der bevolking is daarvan vrijgesteld en hetgeen er dus overblijft is, dat als men gevallen van syphilis bemerkt men daarvan kennis geeft, doch dan is het nog alles behalve zeker.

ocr page 175

155

of de verdachte gedwongen kan worden zich te laten onderzoeken, (zie bl. 108) want hij verklaart: ))wat het recht schijnt in te sluiten om ook één persoon te dwingen zich te laten onderzoeken.quot; 1 let is dus al heel onzeker: als het zeker was en vaak gebeurde, zou Dr. Ribbing het toch wel weten en niet zoo twijfelachtig spreken.

Daar die maatregelen dus op militairen en minnen worden toegepast gelijk op publieke vrouwen, begrijpt Ribbing niet, wat men er tegen kan hebben.

Voelt men dan het onderscheid niet? Militairen en minnen worden onderzocht in hun eigen belang en dat der maatschappij. Wij laten nu eens daar of dit billijk is; hier te lande althans heeft men liet niet durven volhouden militairen te onderzoeken, te meer omdat het bitter weinig gaf, want zooals Ribbing zelf zegt (bl. 111): de onschuldige laat zich wel onderzoeken, maar juist de lichtzinnige houdt zich op een afstand van de doctoren, uit vrees van in een hospitaal opgesloten te worden. Wat minnen aangaat, die laat men bij ons geheel vrij, ieder die een min in dienst neemt, moet zelf weten wat hij doet.

Maar al verdedigt men dit stelsel, dan zelfs is het verschil groot tusschen het onderzoek van militairen en publieke vrouwen. Men onderzoekt publieke vrouwen niet in haar belang alleen, maar zoo het heet ook in het belang der maatschappij en dit laatste is niet waar, want de maatschappij zou daar weinig belang bij hebben als er geen ontuchtige mannen waren. Dezen dus zijn de belanghebbenden. Er is geen ander doel denkbaar, want zij — die publieke vrouwen — hebben geen ander doel dan zich op nieuw met allerlei personen af te geven. Of nu al Ribbing (bl. 127) zegt: »het attest is alleen een bewijs voor de politie, dat de onderzochte niet naar een kuurhuis behoeft lt;jebracht te wordenquot; — ieder,

O '

die zijn oogen blieft te gebruiken, weet wel beter

ocr page 176

nog het een en ander aan. BI. 114. 115 zegt de schrijver dat de Federatie veel te veel zich ingelaten heeft met voorstanders van de vrije liefde. Dit is niet zoo. Toen zij optrad, waren er zonder twijfel velen van dat soort, die meegingen, maar zij zijn o zoo spoedig afgezakt, toen zij bespeurden, dat er voor hen niets te behalen viel.

BI. 116 zegt hij, dat wij met de Italiaansche wetten van 1888 dweepten. Wij zagen er destijds een beter begin in, meer niet, maar waren er niet bijster mee ingenomen.

BI. 120 zegt de schrijver, dat de Engelsche wetten zooveel goed deden en een paar bladzijden verder herhaalt hij dit nog eens. Daardoor kon geen vrouw tegen haar wil gevangen blijven binnen een bordeel, verdoolde vrouwen werden teruggebracht naar haar familie enz. Ieder die de zaken heeft nagegaan, weet dat het precies andersom is en allerlei willekeur en verkeerde behandeling uit die wetten voortsproot. Maar hoe beneveld dit goddelooze stelsel allen maakt, die er mee dweepen. blijkt zonneklaar uit het feit, dat een zoo scherpzinnig man als Ribbing. die anders zoo helder ziet. klakkeloos durft naschrijven wat Lord Holland brutaal weg verzekerde (bl. 121) dat er jaarlijks in Groot-Brittannië 1.652.500 menschen door syphilis besmet werden. R. noemt dit „misschien overdrevenquot;; hij had gerust kunnen zeggen, dat het een onbeschaamde of een domme leugen moet zijn, want een kind zou kunnen begrijpen, dat als het waar was het geheele Engelsche volk reeds lang van den aardbodem zou verdwenen zijn. of in plaats van door de heele wereld den baas te spelen, een geslacht van uitgemergelde mannekens zou vertoonen.

Dezer dagen gaf Dr. Nevins, die reeds oO jaren lang al zulke cijfers onderzocht heeft, zijn slotsommen uit. Hij had 8(10 rapporten uit heel Engeland vergaderd van allerlei hospitalen en zijn slotsom was,

ocr page 177

dat sedert de afschaffing der reglementeering de toestand verbeterd is. Stierven in Engeland op 1000,000 inwoners vroeger 122 aan svphilis, thans was dat cijfer 109. Terwijl vroeger het getal wegens venerische ziekten afgewezen recruten per tien duizend man 11 1 was haalde het nu geen 55. —• Omtrent 1SOOOO kinderen in kinderhospitalen had hij bericht ingewonnen en gezien, dat in 1875. toen de keuring nog in Engeland bestond, van de 1000 kinderen er 14 aan erfelijke svphilis leden en in 1895 na de afschaffing ruim 8.

Zoo zouden wij kunnen voortgaan, maar het bovenstaande is voldoende, om ons te doen zien. hoe jammer het moet heeten, dat een zoo voortreffelijk boek wordt ontsierd door zulke verwarde voorstellingen. Wat R. op blz. 121 zegt is volkomen juist. Hij beweert dat wij de leer prediken:

Het is ongeoorloofd kwaad te doen, opdat er iets goeds uit moge voortkomen.

Nu dit zeggen wij ook.

Maar daarop laat hij een aanhaling uit de. Lancet volgen van dezen inhoud;

..Het is geoorloofd goed te doen (n.1. door onderzoeking en behandeling de voorrechten der geneeskunst te verzekeren aan haar die daarop misschien het minst van allen recht hebben) zrifs indien daaruit iets kwaads kon voortspraiten (een geruster en daardoor misschien menigvuldiger gebruik van de gelegenheden voor de heeren der schepping).quot;'

Die tegenstelling nemen wij niet aan, wij zeggen ook: «het is geoorloofd goed te doen. zelfs indien daaruit iets kwaads zou voortspruiten.quot; De vraag is maar welk goed gij doet. Genezen vinden wij uitstekend. maar keuren om te zien of een vrouw onschadelijk is, is geen genezen, dat is uitlokken tot meer kwaad doen. Redden, helpen, in het belang van den persoon zeiven, niets beter dan dat; laat ons

ocr page 178

160

alles doen, wat wij kunnen om dat te bereiken — maar inschrijven, een vrouw tot hoer stempelen, haar te leeren, dat zij wel kwaad mag doen. mits zij zich aan de verordening- houdt, dat is geen redden en helpen, dat is geen goed doen maar bederven naar ziel en lichaam.

Daarom nog eens.

Laat Ribbings beginselen doorwerken en gij kunt de keuring van publieke vrouwen, de wettiging der ontucht niet goedkeuren.

Laat ons toch ophouden met deze maatregelen. Een zoo streng, degelijk, krachtig, onweerlegbaar betoog als Ribbing ons geeft om te doen voelen; er is geen ander redmiddel dan kuischheid — duldt geen ander stelsel naast zich. Is er geen ander redmiddel, weg dan met alle valsche bedriegelijke voorstellingen, als zou de oude waarheid afgeschaft zijn: Dwaalt niet, God laat zich niet bespotten. Wat een mensch zaait, dat zal hij maaien.

Zetten, Maart '97.

ocr page 179

X 2gt;T ZEI O XJquot; ID

Blz.

EERSTE LEZING ............. !

De literatuur over het geslachtsleven......2

De soort en indeeling daarvan.........2

Het nut van sexueele kennis......S

De indeeling der lezingen.........'4

De sexueele hygiëne eene natuurwetenschap . 4

Zwartgallige opvatting van het geslachtsleven. ... 5

De beteekenis van het geslachtsleven......6

Beschrijving der mannelijke geslachtsorganen .... 6

De vrouwelijke geslachtsorganen en hunne werking . . 10

Geslachtsrijpheid...............

Sexueele vroegrijpheid...........13

Bronst en maandzuivering..........14

Vroege huwelijken............10

De paring der dieren en teeltverhoudingen. . . . . n

De sterkte der geslachtsdrift.........17

Het bedwingen daarvan bij de dieren ....!! 18 Het geslachtsleven en het genot van geslachtsgemeenschap

bjj de menschen............18

Leeftijd voor het huwelijk .........19

Statistieke gegevens daarover.......! 19

De leeftijd, waarop de huwelijken in de verschillende standen der maatschappij worden gesloten......22

De ontwikkeling van de instelling des huwelijks. . . 23

De verhouding der geslachten in getalsterkte .... 24

De oorzaak van storingen in die verhoudingen . 26

TWEEDE LEZING........ .... 29

De beweerde neigingen tot veelwijverij by den man. . 30

Onderzoek daaromtrent...........31

De verhouding in Islamietische landen 32

Typen van sexueelen hartstocht........33

De gevolgen van veelwijverij.........34

Het bedwingen der geslachtsdrift eene cultuurkracht 1 35

Shakespeare's beschouwing daarover......35

De positie der vrouw als jonggehuwde......'36

Natuurlijke onderbreking..........SV

Echtelijke omgang...........] 33

ocr page 180

Biz.

Onderbreking door ziekte..........39

Echtelijke trouw.............39

Kegelen voor jonggehuwden .... .... 40 De verkeerde opvatting der vrouw over hare positie als

echtgenoote..............41

Eohtelyke levensregelen...........43

Het meer of minder intensieve vermogen om geslachtsgenot te smaken............44

Verschillende vrouwen-typen.........46

De leefwijze van ongehuwde mannen......49

Aanhalingen uit de tegenwoordige lutterkun le . . .49

Ziekten door onthouding..........56

De invloed van boeken op do zeden.......62

Een bewys voor die stelling ........64

Onzedelijke invloeden van andere soort......68

Verlovingen..............69

Voorbehoedmiddelen............72

Onderzoek van die middelen.........73

Vermeerdering der bevolking.........82

DERDE LEZING.............86

Sexueele ziekten.............86

Onanie................87

Hare schadelykheid............BS

Zaadvloeiing..............94

Tegennatuurlijke omgang..........95

De geschiedenis der Romeinsche keizers.....96

De meeningen van moderne schrijvers......98

Medische huwelijken..........192

Venerische ziekten...........103

Middelen tegen hare verspreiding.......irs

Prostitutie..............112

De Federatie..................114

Critiek op de agitatie tegen de reglementeering van de

ontucht..............118

De meening van den medicus over de ziekte en haar

verband met zonde tegen de zedelijkheid . . . 124 Noodzakelijke maatschappelijke hervormingen. . . 186

Slotwoord..............144

NASCHRIFT van H. Pierson.........148

ocr page 181

Bij A. H. A DlilANI te Leiden rerschijnt wede:

Prof. Dr. Seved Ribbing

Sexueele Hygiëne

EX EKNIGK HA HER

e t h1s c h k c o n s e q u e n ties compleete uitgaaf

Zesde Druk Prijs: f 1.50

ALSOOK VAN DENZELFDEN :

Met wie mag men trouwen

NAAR DE WETTEN DER

gezondheidsleer?

Vierde druk \ Prijs: 'gt;U cent

ocr page 182

BEOORDEELINGEN

„Die Prof. Ribbing is ten onzent geen vreemdeling meer. Zijn „Sexueele Hygiene en eenige harer ethische consequentiesquot; werd door de pers zeer gunstig beoordeeld en in menigen kring met vriendeluke belangstelling ontvangen. Dat gelukkig lot wacht zeker ook het gulden boekske waarover ik uthandseen woord of wat schrijf. Ribtüsg leidt zijn onderwerp in door even de geschiedenis van het huwelijk in enkele hoofdlijnen te schetsen. Dan spreekt hij over den leeftyd, vervolgens over de verwantschap der partijen, enz. enz.

Ik hoop dat dit werkje in bezit kome van onderwijzers, kate-cheten, predikanten en van alle huisvaders.quot;

Dr. F. E. Daubanton. (Theolog. Studiën)

„Men weet niet bij lezing dezer hoog belangrijke werkjes wat het meest te roemen: de grondige kennis van het onderwerp waarvan elke bladzijde getuigt, of den fijnen tact om te zeggen, wat niet verzwegen mocht, te verzwijgen wat niet gezegd behoefde.

In deze boeken is niet enkel een geleerde maar ook een menschenkenner aan het woord; niet slechts een verstandige maar ook een edele geest heeft op hunne bladzijden zijn merk-teeken gedrukt.

Daarom verdienen ze de belangstelling, de overdenking, de behartiging van allen, die mes willen werken aan de bevordering van de lichamelijke en zedelijke gezondheid van het tegenwoordig en toekomend geslacht. Bn elk onderwijzer be-schouwe kennisneming ervan als een belangrijk stuk van zijne studie der paedagocjiek.quot;

De Christel School.

ocr page 183
ocr page 184
ocr page 185
ocr page 186
ocr page 187