ocr page 1

y ✓ if

a^n \J lt;.- -*rr-

ot-0~Cr

^ 7 n .

NATUUR- EN STERRENKUNDE RU UTRECHT

4A30

|

ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

GESCHENK ||

VAN P |

Prof. J. A. C. OUDEMANS. i|

AUGUSTUS 1900. !

SIXTUS VAN HtMMINGA.

(Een vergeten grootheid.)

agt;

LO 00 CD

h-r^ agt;

Te midden van den feilen worstelstrijd, dien ook Friesland te voeren had, om het juk van Spanjes somberen vorst Filips II van zich te werpen, leefde op Frieslands bodem een man, wien men met het volste recht een vergeten grootheid kan noemen.

Zeker is het, dat hij niet naar verdienste door het nageslacht is gewaardeerd.

Eekhoff maakt in zijne Geschiedenis van Friesland , 1 bij de vermelding van merkwaardige personen , welke Friesland in de 16de eeuw heeft opgeleverd, van hem gewag met deze sobere bewoordingen; „Sixtus Hemmema, Doctor in de Wis- en Geneeskunde te Leuven, bestreed de Astrologen dier dagen.quot;

De bekwame schrijvers van den Tegemvoorcligen Staat, 2 deelen ons mede, dat ten opzichte van Sixtus Hemmema eene overlevering bestond, volgens welke hij den dood van vele voorname per-sonagiën zou hebben voorspeld en onder anderen den moord van Prins Willem I; zij voegen er echter de leuke opmerking aan toe: „doch deze overlevering strookt kwalijk met zijn werk: de Vanitate Astrologiae.quot;

Hoe is het mogelijk, zoo vragen we, dat zulk eene overlevering is kunnen ontstaan en blijven

3

C/D *

^/13

ocr page 6

2

voortbestaan ten opzichte van een man, die — voor zijn tijd althans — zulk een hoog wetenschappelijk standpunt heeft ingenomen, en die wars van alle bijgeloof, dergelijke voorzeggingen met de meest krasse bewoordingen en deugdelijke argumenten heeft bestreden?

Dan heeft de eerzame schooldienaar en voor zijne eeuw niet onverdienstelijke geschiedschrijver, Foehe Sjoerds, 3 hem eene meer waardige hulde gebracht. „Onze Sixtus — zoo schrijft hij — bemerkte welhaast de ongegrondheid der voorzegkunde uit de sterren , en den weinigen staat welken men kan maken op hen, die deselve oeffenen , hatwelk hem het boek „ Astaologia ratione experientiaque refutata'r deed maken , om de nietigheid dier waan wetenschap te weerleggen. In 't zelve tastte hij de befaamste voorstanders dier konst van zijn tijd aan, als Car-danus , Gaurice en Leovitius, en deed daarin zien uit de geboortestonden van vele vorsten, als Paus Paulus III, Keizer Karei V, Hendrik II en Francois II, Koningen vad Frankrijk en veele anderen , den weinigen staat welken men kan maken op dat soort van voorzeggingen.quot;

Halbertsma heeft de beteekenis van Hemminga beter gewaardeerd. Sprekende in zijn geschrift : Het geslacht der van Haren's4 over de Hemminga's als met de van Haren's verwant, zegt hij ten opzichte van Sixtus het navolgende. „Sicke verwierf grooten roem in de geleerde wereld als Geneesheer en Astrologist, vooral door het werk: Astrologia ratione et experientien refutata liber: Auctore Sixto ab Hemminga, Frisio, Patritio Bellocomensi. Ant. verpiae, 1583.quot; 0

Op eene volgende bladzijde zegt Halbertsma, na eenige zinsneden uit het vermelde werk te hebben

ocr page 7

3

medegedeeld: „Het komt mij zeer opmerkenswaardig voor, dat een eenvoudig edelman te Ber-licmn reeds in 1583 deze alles afdoende wederlegging schreef van een bijgeloof, hetwelk in 1802 nog zoo verre niet onder ons was uitgestorven , of de maatschappij tot Nut 't Algemeen achtte 't noodig om hare dwaasheid door' de luimige pen van Willem de Vos te laten ten ïoon stellen. Hoe verre Hem-mema zijne tijdgenooten vooruit was , behoeft geen betoog.quot; Ziedaar het eenigste wat ik bij Friesche Schrijvers over Sixtus van Hemminga opgeteekend vond. 6 .

Merkwaardig genoeg, terwijl de naam van Balthazar Bekker aan iederen Fries bekend is, ja, zelfs in het buitenland door de mannen der wetenschap met eere wordt genoemd, is de naam van Sixtus van Hemminga, een vroeger en niet minder krachtig béstrijder van het bijgeloof als Bekker, in Friesland zoo goed als onbekend. Doch, laat mij dadelijk uit de voorrede van het reeds vermelde geschrift „de Astrologiaquot; iets mededeelen, teneinde het hooge standpunt aan te duiden, 't welk die schrandere denker heeft ingenomen.

Hemminga draagt zijn geschrift op aan Bernard de Merode, plaatsvervanger van Willem van Oranje en Kapitein-Generaal van Friesland in de jaren 1580 —1583. In die opdracht kenschetst hij de Merode als iemand, die zich van der jeugd af met letterkunde en wetenschap had bezig gehouden, en die, wars van alle bijgeloof, al die dwaze meeningen, welke Hemminga bestrijden wilde, geringschatte. In zijn strijd tegen de Astrologie roept hij dan diens hooge bescherming in.

Hij erkent, dat er geweest zijn, en onderhen

ocr page 8

4

vooral Picus Mirandula, die den strijd tegen het bijgeloof hadden aangebonden; maar hoe hadden zij gestreden ? Argumenten hadden zij tegenover argumenten, redeneeringen tegenover redeneeringen, woorden tegenover woorden gesteld. Wel had men met algemeenheden geschermd , maar voor zoo ver hij wist, had nog niemand de pen ter hand genomen om op grond der ervarimj de voorzeggingen der Astrologen te bestrijden.

Het is opmerkelijk, dat Hemminga vroeger met de Astrologie was ingenomen, Hoogstwaarschijnlijk is hij door voortgezette studie en nadenken van meening veranderd en werd zijne ingenomenheid vervangen door hevigen afkeer.

Het beeld waaronder hij de Astrologie voorstelt, is alles behalve vleiend. Hij vergelijkt haar met eene opgeschikte en geblankette vrouw van verdachte zeden, welke aan ieder die haar tegemoet komt een vergulden en smaakvol versierden beker toereikt, geen goddelijken nektar of profetischen geest bevattende. Wie daaruit drinkt wordt door een roes bevangen en spreekt als in geestvervoering orakeltaal.

Die vrouw had ook Hemminga toegelonkt, en nadat hij uit dien beker gedronken had, was hij op haar verliefd geworden ; maar toen hij den roes voelde opkomen, had hij onraad bespeurd. Uit de apotheek der echte ervaring had hij tegengif gehaald, en nu als uit den slaap ontwakend, zag hij haar geheel anders dan hij zich haar had voorgesteld ; in plaats van sieraad zag hij vuil, in plaats Tan licht en waarheid, duisternis en leugen.

Hij geeft dan ook aan de jongelingschap , aan allen die zich aan de wetenschap wijden, den raad om niet uit dien beker te drinken, niet naar dat Sirenengezang te luisteren.

ocr page 9

Kennis echter moet er zijn. Wie het tegendeel beweert is van zijne rede beroofd. Men zie slechts op de Amerikanen. ' Zij leven als de dieren des velds, zonder wetten, orde en wetenschap. Eene geordende maatschappij bestaat bij hen niet. Zeker is het, dat door den Schepper geen grooter geschenk aan de menschheid is gegeven, behalve het gebruik der rede en de kennis van Hem , dan de wetenschap zelve.

De lichtgeloovige nieuwsgierigheid der menschen was echter met zoo groote gaven Gods niet tevreden. Zij heeft valsche wetenschap verdicht, waai--door zij meent in fctaat te zijn, niet alleen de geheimen die op aarde zijn te verklaren, maar ook naar het voorbeeld der reuzen den hemel bestormende , wil doordringen in de raadsbesluiten der hemelsche machten.

Tot de valsche wetenschappen behooren Geoman-tia, 0 Hydromantia, Pyromantia, Aruspicia, Chiro-mantia , Metroposcopia , Goetia , Teurgia , Necyo-mantia, Praestigiae, Alchimia, en vele anderen.

De voornaamste van allen is de Astrologie , die wel een roemrijken naam en groot gezag beeft verworven, voornamelijk de machtigen in een fuik lokt, maar inderdaad geenerlei vrucht of troost aanbrengt. Hare beoefenaars stort zij in een hol van onwetendheid en duisternis , in een afgrond van ellende en wanhoop. Met al die andere vormen van het bijgeloof zal Hemminga zich niet bezighouden ; slechts de Astrologie zal hij bespreken , daar zij in de schatting van hare bewonderaars boven alle andere wetenschappen zich verheft. De Astroloog bestudeert niet het zwakke, need'rige en aardsche, neen, hij vermeit zich in de beschouwing van het grootsche en goddelijke. Aan de prachtige

ocr page 10

6

hemellichamen en hunne beweging wijdt hij zijne aandacht om hun invloed op het ondermaansche aan te toonen. Zij die de Astrologie beoefenen , ontvangen geene gewone, maar de voortreffelijkste gaven; door die wetenschap worden zij in staat gesteld de bedoelingen des Hemels te doorgronden en goddelijke voorzeggingen te doen.

Gardanus , een beroemd Astroloog, beweert dan ook, dat die wetenschap niet alleen aangenaam , maar ook echt menschelijk en verheven is. Wat kan er toch voortreffelijkers en verheveners worden bedacht, dan de geheimen der natuur te doorgronden en Gods groote werken te beschouwen. Daalde Astrologie zoowel de kennis der Hemellichamen als het verborgene der toekomst omvat: daarom moet zij dan ook worden beschouwd als de voortreffelijkste der wetenschappen , want zij sluit in zich het volkomene geluk van het menschelijke leven. Oogenschijnlijk gezond geredeneerd , zegt Hemminga, maar wanneer ge de zaak nauwkeuriger beziet, dan zult ge bespeuren . dat deze leer zijn oorsprong heeft in het bijgeloof en de afgodendienst van het menschelijk geslacht en daarna in den loop der tijden ter wille van het geld en van ijdelen roem door bedriegers met duizenderlei verdichtsels saamgeweven , zoo tot aan onzen tijd is overgeleverd.

Tegenover al die loftuitingen en ophemelingen stelt Hemminga slechts dit ééne: die wetenschap is valsch, want zij is onmogelijk en dat zal hij met de duidelijkste bewijzen door middel van de onbe-driegelijke ervaring staven. Uit de ijdelheid van al die voorzeggingen volgt, dat die wetenschap volslagen nutteloos is en van de geheele Astrologie blijft niet anders over dan de beschouwing der

ocr page 11

hemellichamen, en dat..... kan elk sterveling

doen.

Zóó schreef Hemminga anno 1583 Mij dunkt, in die taal zil pit. Zij noodigt uit tot nadere kennismaking. Doch laat mij , voor dat ik zijne bestrijding van de sterrewichelarij en de voorzeggingen door midddel van de kometen mededeel , iets verhalen van het geslacht der Hemminga s.

Het geslacht der Hemminga's of Hemmema's bezat aan de oostzijde van Berlikum eene stins. welke ten noorden van den dijk gelegen , op Biklts grond was gebouwd. Hette Hemmema, die omstreeks 't jaar 1400 leefde , wordt als de vermoedelijke stichter beschouwd. Deze stins is omstreeks 1750 afgebroken; in 1780 was hare standplaats nog zichtbaar. 'J

Over het voorgeslacht van Sixtus van Hemminga zal ik niet veel mededeelen. Wie daarvan in 't bijzonder weten wil , sla het Stamboek van den Prieschen Adel op. Een zijner voorzaten is Older-man te Berlikum geweest, wélke plaats in vroegere tijden stadsrechten heeft gehad.

U orp van Thabor 10 verhaalt ons ten opzichte van de grootouders van Sixtus , nl. Doeke van Hemmema en Bauk Poppema of Poppinga , eene bijzonderheid , welke ik hier wil mededeelen.

De edelen, nl. Vetkoopers , uit Ferwerderadeel en de beide Dongeradeelen, geholpen door de Groningers , belegerden Hemmema-stins , wier bewoners tot de partij der Schieringers behoorden. Doeke was te Praneker, maar zijne vrouw en haar mans broeder Alef verdedigden met 25 manschappen de Stins. Het beleg kostte den Groningers verscheidene dooden, want vooral op hen hadden de belegerden het gemunt. Men voerde wagens vol hooi aan om

ocr page 12

8

de gracht t-e dempen, maar het werd door de belegerden in brand geschoten. Daernae, zegt Worp van Thabor, beten Groningers maeken een groot hooch holten instrument, dat sy hietten een catte, daer solders in waeren, dat brochten sy aen den grave ende volck daerinne op de solders, ende schoeten daernae van boven neder in 't huys , datter niemant in 't huys aen den walle mocht staen, maer ook dit mocht niet baten.

Eindelijk begon men, geholpen door nog eenige Vetkoopers de Stins te bestormen. De manschappen uitgeput door vermoeienis konden zich niet langer verdedigen. Daarenboven had Alef vergezeld van drie manschappen in 't holle van den nacht de Stins verlaten om volk tot ontzet te halen.

De belegerden moesten zich overgeven. Behalve één van dezen, die door een zijde spek om den hals te hangen, zich voordeed als een plunderaar, werden al de manschappen omgebracht.

Bauck, de dappere verdedigster, werd gevankelijk naer Groningen gevoerd, waar zij in de gevangenis een dood kind ter wereld bracht: , daer Groningers groote schande aff hadden, zegt Worp, datse solcken edelen earlicken vrouw alsoo solden handelen, die wel wisten dat se swaer was.

Volgens Nota 11 werd eene reeks van jaren geleden te Berlikum in een misboek, deze aanteeke-ning gevonden :

Castrum Doronnis ab Hemminga

Post magnam tormentoruin concussionem diripta a Groningensibus.

Bauc, uxor gravida, Groningam deducitor et in ipsis vinuclis gemellos parit.

De ouders van Sixtus van Hemminga waren

ocr page 13

9

Hector van Hcmminga en Barbara van Gratinga. Zij hadden vier zonen, Doco, Eegnerus, Dominicas, Sixtus (Sicke), benevens ééne dochter Gerlanda, gehuwd met Frans van Dekama.

De kinderen genoten eene wetenschappelijke opleiding. Van Dominicus en Eegnerus is ons verder niets bekend geworden ; over Doeke of Doco heeft Sixtus zelf eenige berichten nagelaten.

Aandoenlijk zijn de woorden welke Sicke aan de nagedachtenis van Doeke wijdt. Wij stemden overéén •— zoo schrijft hij — in zienswijze en neiging, onze overleggingen liepen altijd uit op hetzelfde punt; zijn wil kwam overeen met den mijnen; als bij van iets een afkeer had, dan wekte dat ook mijn tegenzin op ; het was of een en dezelfde geest woonde in twee verschillende lichamen. Nimmer had ik gedacht dat Doeke ons zoo spoedig door den dood zou worden ontrukt. Gedurende een tijdruimte van 22 jaren was hij geen enkele maal ernstig ziek geweest. Hij bezat eene krachtige gezondheid: bovendien was hij uiterst matig in zijne levenswijze, gematigd in al zijne handelingen. Hij bezat zulk eene kalme gemoedstemming, dat ik nooit iemand heb ontmoet, die zoo bezadigd was. Met de openbare aangelegenheden liet hij zich niet in; huiselijke zorgen kende hij niet, want hij was ongehuwd. Hij had zulk een afkeer van twist en vijandschap , dat ik nooit iemand heb gekend, die hem of wien hij haatte.

In de eerste plaats legde hij zich toe op het lezen der gewijde Schriften, vervolgens op geschiedenis en tijdrekenkunde , en eindelijk op de dichtkunst. Een hevigen afkeer echter had hij van de verzenmakerij van de prulpoëten dier dagen. In zijne snipperuren hield hij zich bezig met wiskunde

ocr page 14

10

optiek, schilderkunst, plastiek en muntte daarin uit, zoowel wat navolging als vinding betreft. Hij heeft tijdrekenkundige tafels vervaardigd , maar de dood belette hem ze te voltooien. Vele gedichten heeft hij nagelaten , maar hij wilde ze niet in het licht geven. Eene groote en sierlijke wereldkaart, benevens vele andere gedenkstukken van zijn vlijt werden in zijne nalatenschap gevonden.

Doeke stierf aan eene hersenontsteking, na eene ziekte van weinige dagen. Hij bereikte den ouderdom van ruim 42 jaren. Zijne nagelaten geschriften schijnen spoorloos verdwenen te zijn.

Hoe smartte het mij , zoo schrijft Sicke , dat ik niet bij het ziek- en sterfbed van hem tegenwoordig ben geweest. 1S Veel tegenspoed heb ik ondervonden , 's werelds rampen en onheilen, zorg en droefheid zijn mijn deel geweest, maar het grie-vendste leed heb ik ervaren door den dood van mijnen zoozeer geliefden broeder.

Maar wat is het dan , mijn broeder, 't welk mij beweegt uw lof te verkondigen of mijne klaagtoo-nen aan te heifen ?

Hoe , zoo het leven niets anders is dan een droom of een schaduw !

Zoo wij echter den dood beschouwen als den ingang tot het leven , en wij hopen immers op de onsterfelijkheid der ziel, wat lilagen wij dan als dwazen over liet leven , terwijl de dood cns overal bedreigt. Zullen ook wij, die overgebleven zijn, niet te eeniger tijd worden ontbonden en ons mogen verheugen over gelukzalige onsterfelijkheid? Daarom dan, de grievendste smart, die ons hart doorpriemt, ontstaan doordat een trouwe vriend ons plotseling is ontrukt, worde gelenigd door de heiinnering

ocr page 15

11

aan den dood, en beurtelings verzachte /.ij de vrees voor den dood.

Mij dunkt, hebben wij Sixtus reeds leeren kennen als een man van helderen geest: de woorden , gewijd aan de nagedachtenis zijns broeders , kenschetsen hem tevens als een man , wier diepte van gevoel niet vreemd is geweest.

Sixtus van Hemminga werd geboren te Berlikum f! l'ebr, 1533. Reeds op ISjarigen leeftijd treffen wij hem te Groningen aan, waar hij het onderwijs genoot van Regnerus Praedinius. Hij roemt dezen Praedinius als een man, die wat de beoefening der letterkunde betrof, zijns gelijke niet had, en de beroemdste schrijver was van dien tijd.

Later bezocht hij de Universiteiten te Keulen en Leuven. In laatstgenoemde stad genoot hij den omgang van den wiskundige Gemma Frisius. Ook met Tiara, Geneesheer te Workum , schijnt hij kennis gemaakt te hebben ; want in zijn geschrift „de Astrologiaquot; zegt hij ; Tiara steekt even zoo goed als ik den draak met dat bijgeloof.

In 156-) huwde hij met Asse Bootsma, die toen nog niet den vollen ouderdom van 17 jaren had bereikt. Uit dit huwelijk werden (i dochters en 4 zonen geboren. Van al deze kinderen waren in 1583 slechts drie zoons in leven.

Op de voorvaderlijke stins leidde Sixtus in den schoot van zijn gezin een kalm en gelukkig leven. Evenals zijn broeder Doeke afkeerig van alle twist en tweedracht, wilde hij zich met de openbare aangelegenheden niet bemoeien, geen staatsambt bekleeden.

In de letter- en natuurkunde geen vreemdeling, waren toch de wis- en geneeskunde zijne lievelingsstudiën.

ocr page 16

12

Dit rustige leven duarde tot aan het jaar 1572. De zeeschuimers — Hemminga noemt hen „piratenquot; — maakten de kusten zeer onveilig. Vergezeld van zijn ouden vader Hector van Hemminga — een grijsaard van 80 jaren — verlieten zij de stins en vestigden zich tijdelijk metterwoon te Franeker.

Hemminga moest wegens familieomstandigheden (Ironingerland bezoeken. Hoe nauwkeurig de stad ook bewaakt werd; hij wist echter middelen te vinden Franeker teverlaten. Tot zijne familie terug-keerende, werd hij te Leeuwarden naar het schijnt op last van Caspar de Kobles in hechtenis genomen.

Zonder dat er eenige beschuldiging tegen hem werd ingebracht, zonder eenig verhoor ondergaan te hebben , werd hij, na zes weken in de gevangenis te hebben doorgebracht, ontslagen. Niet zonder ironie schrijft hij : dat alzoo de afloop zou zijn, wist ik ook zonder de astrologie, want 't was mij bekend, dat vele groote en uitstekende mannen ten gevolge van laster in hechtenis zijn genomen , maar later toen hunne onschuld gebleken was, met eer en goederen overladen zijn.

Had hij niet bij liet sterfbed van zijn broeder Doeke aanwezig kunnen zijn; evenmin mocht hij tegenwoordig zijn bij het uiteinde zijns vaders. Deze was gestorven , twee dagen nadat Sicke te Leeuwarden gevangen was genomen. Zijne beide jongere broeders en éénige zuster waren tegenwoordig geweest, toen de oude Hector zijne laatste beschikkingen maakte, en deze hadden niet de strekking gehad zijn erfdeel te vergrooten. Van daar allerlei twist en groote onkosten, Sicke van Hemminga overleed 15 April 1584.

Doch laat mij thans iets mededeelen uit het reeds

ocr page 17

13

vermelde gesclirift van Hemminga „de Astrologia.quot;

Hij bestreed o. a. met alle kracht het bijgeloof , dat de verschijning eener komeet de voorbode zou zijn van de een of andere ramp.

Hoezeer was Hemminga hierin zijn tijd vooruit!

Volgens den liocgleeraar Kuiser 13 is het de wijsgeer Aristoteles geweest, die de stelling heeft uitgesproken, dat de. kometen niet anders zijn dan verhevelingen in den dampkring, die gelijk de kringen om de zon en de maan en de dwaallichten toevalliger wijze ontstaan en vernietigd worden.

Ofschoon hij geen do minste gronden aanvoerde, om de waarschijnlijkheid van zijn gevoelen eenigzin.s-te staven, toch werd het algemeen blindelings aangenomen , en hechtte men er zoo groote waarde aan, dat zelfs nog op het einde der 17de eeuw in vele landen van Europa geen hoogleeraar tot de uitoefening van zijn ambt werd toegelaten, dan nadat hij openlijk en plechtig de verklaring had afgelegd, dat hij behalve de overige grondstellingen van Aristoteles, ook zijne meening ten opzichte van de kometen was toegedaan. De hoogleeraar Kaiser deelt or.s vervolgens mede, dat een Poolsch edelman, Stanislaus de Lubienitz genaamd, in het jaar 1666 te Amsterdam heeft uitgegeven een werk getiteld: Theatrum Cometicum, waarin hij aantoonde, dat dc verschijningen van kometen door even vele goede als kwade gebeurtenissen werden opgevolgd.

Tengevolge van deze opmerkingen legde Leibnitz dan ook de verklaring af, dat de verschijning eener komeet met onverschilligheid kon worden aangezien. Hoewel Leibnitz zich er nergens stellig over uitlaat, zoo schijnt hij echter niet vrij geweest te zijn van dc meening, dat die gebeurtenissen zoowel

ocr page 18

14

goede als kwade werkelijk door de kometen waren aangebracht. Het geschrift van Leibnitz heeft dan ook de meening omtrent de kometen niet verbeterd, /.ooals gebleken is uit den haat, dien on/,e Balthazar Bekker zich op den hals haalde, toen hij kort daarna allen invloed der kometen op de aarde en de lotgevallen harer bewoners geheel ontkende. Men hield niet op de kometen als kwade voortee kens te beschouwen, totdat de sterrekunde , door het eigenlijk wezen dier lichamen te doen kennen, het gevoelen, 't welk men omtrent hen koesterde , als eene ongerijmdheid had voorgesteld. Tot zoo ver de Hoogleeraar Kaiser.

Laat mij thans eenige datums vaststellen.

1'. BaijJe schreef zijn beroemd werk : Pensées di-verses sur la comète in het jaar 1682. Het geschrift van Balthazar Bekker: „ Ondersoek van de betekeninge der kometenquot; is uitgegeven in 1692 ; Leibnitz schreef ook in het laatst der 17de eeuw en Hemminga eene eeuw vroeger; zijn geschrift toch is gedrukt- anno 1583. Wat zegt echter Hemminga over de kometen en hare voorbeduidingen V

De Astrologen — zoo schrijft hij — beweren , dat de komeet eene brandbare stof is, ontstaan door eene sterke verdamping op aarde. Door de kracht der hemellichamen bij een bepaalden stand der sterren wordt deze stof van de aarde opgevoerd naar de hoogere luchtlagen. Door den invloed van de een of andere planeet wordt er deze of gene stof aan toegevoegd ; zij ontbrandt, doch wanneer er geen toevoer meer is, dan verdwijnt zij.

Hemminga vordert nu van de Astrologen, dat zij hem aantoonen, op welk gedeelte van den aardbol die verdamping plaats vindt, van waar die toegevoegde stof wordt weggehaald; zij moeten aanwij-

ocr page 19

ir,

zen den stand der sterren, door wier kracht dc stof wordt, aangetrokken.

Wie heeft echter ooit de verschijning van eene komeet voorspeld ? Dikwerf vinden we van hare verschijningen melding gemaaakt, nergens echter wordt ons verhaald, dat hare komst is aangekondigd.

Indien inderdaad de invloed der kometen van dien aard is, dat zij hitte, droogte, onvruchtbaarheid, honger, pest, oorlogen en storm kunnen verwekken ; zoo zij als de oorzaken beschouwd moeten worden van aardbevingen, overstroomingen,. revoluties, veranderingen in wetten en godsdienst, of ook wel dat zij den dood teweeg brengen van voorname mannen, koningen, monarchen en dergelijke groote rampen doen ontstaan ; laten de Astrologen mij dan aantoonen of de kometen de voorboden zijn van al dis groote rampen, of van eenige en van welke dan ?

Zoo al die onheilen niet plaats znllen grijpen over de geheele aarde. in welke gedeelte dan , in welke provincie, republiek of monarchie ? Wie heeft er ooit geleefd, die na de verschijning van eene komeet bepaalde onheilen heeft voorspeld. Er wordt niets voorspeld, 't welk als zeker, waar en geloofwaardig kan worden beschouwd. Als in den geest der stervelingen zit het vast geworteld, dat de kometen groote onheilen aankondigen , maar met geen enkele bewijsgrond wordt dit aangetoond. Iedereen kan gemakkelijk begrijpen, dat het meer dan belachelijk is, de kometen als de oorzaken van dergelijke verschijnselen te beschouwen.

De Astrologen beweren echter, dat oerlogen, opstand , regeeringsveranderingen, wijzigingen van wetten en godsdienst plaats vinden na de verschijning van eene komeet.

ocr page 20

16

Op welke gronden beweren ze dat ?

Omdat er , naar hun zeggen , als een komeet aan den hemel verschenen is, vele drooge en heete dampen in de lucht zijn ; dientengevolge worden ook de menschen verhit, daarom dan ook geneigd tot toorn. Zoo ontstaan dan allerhande twisten , gevechten, lotswisselingen; daardoor sterven dan ook de vorsten , omdat zij verwijfder leven , fijner voedsel gebruiken, dientengevolhe gemakkelijker bezwijken.

Omdat zij nog al prikkelbaar zijn , daarom doen zij dan ook gemakkelijker oorlogen ontstaan : geneigd tot toorn werpen zij zich in de hitte van den strijd en vinden dan ook spoedig den dood.

De Astrologen vinden dat alles zoo natuurlijk mogelijk, ik, zegt Hemminga, beschouw dergelijke redeneeringen eenvoudig als bewijzen van de onkunde en onbekwaamheid der menschen.

Hemminga toont vervolgens met eenige voorbeelden aan, dat men nog nimmer heeft bewezen dat er eenig verband bestond susschen de verschijning van een komeet en den dood van den een of anderen vorst of van eene groote ramp.

In het jaar 1528 ontvlamde 14 er een komeet in het sterrebeeld de Visschen. In hetzelfde jaar stierf George, de hertog van Saxen, na al zijne zonen verloren te hebben. In het volgende jaar verscheen er een komeet in de Stier, terwijl er tevens eene zonsverduistering plaats greep. I)e keizerin is toen gestorven. Hier is geen sprake van eenige voorzegging , integendeel, men heeft op een kinderachtige wijze verband gezocht tusschen dergelijke gebeurtenis en de verschijnselen aan den hemel.

In het jaar 1540 was er een groote zonsverduistering in de Ram. Ze had ten gevolge groote

ocr page 21

liitte, hevige branden; ook werd toen de opstand te Gent onderdrukt.

Mijn waarde Astroloog, zegt Hemimnga, indien inderdaad eene zonsverduistering in den Bam groote hitte ten gevolge heeft, dan had men ze kunnen voorspellen. Wat hadt ge echter uit die zonsverduistering ten opzichte van het oproer te Gent kunnen voorspellen, zoo de naam van Gent u onbekend ware geweest.

In het 1558 verscheen in het begin van Augustus een komeet , die einde September weer verdween. Te dier tijde stierf keizer Karei en Maria, de koningin van Engeland , benevens verscheidene andere vorsten. Ei lieve , stond de dood van al die vorsten, van één , van twee of van meerderen met die komeet in verband ? Indien de Astrologie op vaste grondslagen rustte, dan moest aangetoond zijn , wie er sterven zou, dan moest het dreigende gevaar aangekondigd zijn ; maar dit heeft nog niemand gedaan , of hij heeft .... gelogen.

Laat mij thans iets mededeelen uit zijne bestrijding van de Astrologie in 't algemeen.

Hemminga zegt: Zij, die de dwaasheid der Astrologie erkennen, beweren wel, dat die leer niet op vaste gronden steunt, onvolmaakt is en meestal uit gissingen bestaat, en derhalve onzeker is in vergelijking van die wetenschap welke de bewegingen der hemellichamen nagaat en den naam van Astronomie draagt; immers zoo wordt deze wetenschap in den laatsten tijd door de Mathematici genoemd; maar toch beweren ze dat de Astrologie ten gevolge van herhaalde ondervinding vele zekerheid geeft.

Het is duidelijk dat de zon ten gevolge van hare beweging in het hemelruim . de vier jaargetijden

ocr page 22

doet ontstaan, die ieder op zicli zelve hare verschillende verschijnselen opleveren.

Ook de maan, zoo nabij de aarde zich bevindende, oefent een grooten invloed uit, zoowel op de bezielde als onbezielde schepping en niet minder de sterren, zons- cn maansverduisteringen , alsmede de kometen.

Vandaar al die groote veranderingen hier op aarde, ondergang en opkomst van rijken en steden, oproer, brand , ziekte, hongersnood ; alles wordt hier op aarde door die hemellichamen veroorzaakt, zoo ook wordt door den stand der hemelbollen op het oogenblik van 's menschen geboorte alles beslist, wat op zijn lichaam en geest betrekking heeft, vandaar die groote verscheidenheid, naar lichaam zoowel als naar geest , dat groote verschil in aanleg, neigingen , handelingen , fortuin , zoo laat het zich verklaren, dat sommigen verstandig, zachtmoedig, rechtvaardig , vroom en vroolijk zijn ; anderen daarentegen dom , wreed, onbillijk, goddeloos en gemelijk.

Of men sterk, vlug, gezond, dan wel zwak, ziekelijk of mismaakt; of men rijk, geëerd, een edelman , vorst of keizer ; dan wel of men arm , een bedelaar, een misdadiger, een verworpeling is, 't wordt alles beslist door den stand der hemellichamen.

Waarde lezer , zegt Hemminga, ik denk er geheel anders over. Wel erken ik, dat de zon de vier jaargetijden doet ontstaan ; ook oefent de maan wel degelijk eenigen invloed uit, maar do kracht en de aard der planeten en vaste sterren wier aantal oneindig mag worden genoemd , is niet bekend.

Den Astrologen worde toegestemd, dat Satunms koud en droog, Jupiter heet en vochtig is, en meer dergelijke : toch meen ik , dat ten opzichte van bet voorzeggen der toekomst zulk eeno vage

ocr page 23

1!»

kennis van de hemellichamen onvolcloende , maar eene meer volledige en nauwkeurige, een volstrekt vereischte is. Niet alleen , dat zij bekend moeten zijn met die sterren , welker namen zij uitspreken, maar in één woord , van allen, terwijl zij zelfs met hun aantal onbekend zijn. Wie is zoo aartsdom van niet te begrijpen , dat het zoo goed als onmogelijk is , hun grootte , de plaats in het hemelruim , onderlinge afstand, aard en knchten te weten. Het aantal sterren op welker kennis de Astrologen roem dragen is van geen beteekenis in vergelijking van allen, die er bestaan: maar al was het dan ook , dat men eene volledige kennis van de sterren bezat, toch zon dat niet het allergeringste beteekenen ten opzichte van de wetenschapder toekomst. Vergeten we niet, zegtHemminga, dat de stand der sterren aan den hemel aan onophoudelijke veranderingen onderworpen is , zoodat ze dan eens van elkander zich verwijderen, en dan weer tot elkander naderen ; hoe is dan mogelijk om met juistheid te bepalen wat zij te kennen willen geven.

Doch al was het ook dat de hemellichamen naar vaste regelen invloed op dit ondermaansche uitoefenen : men vergete niet dat die invloeden groote wijzigingen ondergaan ten gevolge van de veranderingen, welke op aarde plaats grijpen. Het verstand, de overleggingen , de vrije keuze van de menschen kunnen alles onderste boven werpen, wat naar de meening der Astrologen uit den stand der sterren bij het uur der geboorte voorspeld kan worden.

De vraag beweegt zich om dit punt, of het voldoende is uit den invloed der hemellichamen op aarde eenige onbestemde gissingen te maken , dan wel of men dien invloed op de zekerste gronden

ocr page 24

20

kau aantoonen en het toekomende kan voorspellen.

Derhalve , zal de wetenschap op vaste grondslagen rusten , dan is het niet voldoende te zeggen , dat na eene zons- of maansverduistering of ander belangrijk verschijnsel aan den hemel meestal het een of ander volgt; maar men moet duidelijk aantoonen , wat, wanneer, hoe en waar. Indien er, nadat eene komeet aan den hemel verschenen is , de een of andere vorst sterft , dan moet men zijn naam ook van te voren genoemd hebben ; volgt er een groot onheil, dan moest men aangetoond hebben van welken aard het zou zijn , hoe groot en waar het plaats zou grijpen. Hoogstwaarschijnlijk gaat er geen jaar voorbij , waarin niet de een of andere vorst sterft, niet de een of andere groote ramp plaats grijpt, terwijl die belangrijke hemelverschijnselen niet zoo dikwerf voorkomen, en al is het dan ook dat ze zich vertoonen, toch is men onkundig ten opzichte van hunne beteekenis, en in geen geval kan men aanwijzen het verband van oorzaak en gevolg tussehen die verschijnselen en belangrijke gebeurtenissen.

De stand der sterren kan geen invloed uitoefenen op den lichamelijken en geestelijken toestand van een mensch. Wij kennen immers niet het oogen-blik, waarop de mensch zijn bestaan aanvangt in den moederschoot; hoe zou het dan mogelijk zijn , den juisten stand der sterren op dat oogen-blik te leeren kennen.

Daar zijn andere oorzaken, welke de toekomst van den mensch bepalen, en daartoe behoort in de eerste plaats de afstamming. Welke ouders heeft het kind gehad , en welke invloeden hebben ingewerkt op de nog ongeboren vrucht. Vervolgens de opvoeding. Bij Franschen, Duitschers en Ita-

ocr page 25

21

lianen is zoowel de voeding ais opvoeding zeer verschillend; maar ook ieder Duitscher of Italiaan voedt zijne kinderen niet op dezelfde wijze op, en evenmin ontvangen zij hetzelfde voedsel. Daarbij komt nog het onderwijs de geheele opleiding. Hoeveel is in dezen niet afhankelijk van uiterlijke omstandigheden van rijkdom van de betrekking, welke de ouders bekleeden. Van den onderwijzer zoowel als van de geaardheid der leerlingen. De hemelbollen bepalen niet, welk eene betrekking men zal waarnemen ; neen, een koningszoon zal eene opleiding ontvangen in overeenstemming met zijn rang; zoo hij een zoon is van een soldaat, van een werkman , van een visscher, dan zal hij allicht dezelfde betrekking kiezen , of ook wrel eene die hem sterk door ouders of voogden wordt aangeraden.

De geheele toestand van de samenleving met hare verschillende wetten, zeden en gewoonten, de omgang met goede of slechte menschen juist dat alles oefent zulk een grooten invloed op de menschen uit. Geene enkele ster is in staat de menschen tot visschers of jagers te vormen , waar de gelegenheid om te visschen of te jagen ontbreekt: maar omgekeerd zullen de menschen visschen of op de jagt gaan, waar de gelegenheid zich voordoet, onverschillig, welke ster zich aan den hemel moge bevinden.

Hemminga wijst ook op het wisselvallige ten opzichte van het geld en goed der wereld De onophoudelijke veranderingen in het vermogen der menschen, zoodat het nu eens vermeerderd wordt, dan wederom vermindering ondergaat, bewerken , dat de Astrologen nimmer met zekerheid kunnen zeggen of iemand rijk dan wel arm zal worden.

Tevens herinnert hij aan den vrijen wil van den

ocr page 26

mensch. Wèl stemt hij toe, dat de Astrologen niet de leer der volstrekte noodwendigheid huldigen , maar toch zegt hij : omdat de mensch in staat is door oefening moeielijkheden, welke de natuur hem in den weg heeft gelegd, te overwinnen — en dit heldert hij dan op met voorbeelden, o. a. van De-mosthrenes, — juist dat de mensch een vrijen wil bezit om te kiezen tusschen goed en kwaad; juist dat alles moet noodwendig hunne voorzeggingen in de war sturen.

*

Uit het medegedeelde zal zeker voldoende de denkwijze van Hemminga gebleken zijn. De aard eener bijdrage voor de Volksalmanak gedoogt echter niet uitvoeriger te worden.

Slechts dit slotwoord uit zijn geschrift „de As-trologiaquot; wil ik hieraan toevoegen: Deze kunst n.1. de sterrewichelarij is, om de woorden van den zeer geleerden Cornelius Agrippa 15 te gebruiken, niets dan eene bedriegelijke gissing van bijgeloovige men-schen , die in den. loop der tijden uit het onzekere eene wetenschap ■ hebben gevormd, door welke zij ter wille van het geld onwetenden hebben bedrogen,

doch tegelijk ook zelve bedrogen werden.

* *

*

Op een der schutbladen van het exemplaar, „de Astrologiaquot;, 't welk ik gebruikt heb , staat eene aanteekening — denkelijk van Dr. J. H. Halbertsma afkomstig —• waarbij eene zinsnede wordt aangehaald uit Baco's geschrift: de Dignitate et Aug-mentis Scientiarum. Uit die woorden blijkt duidelijk , dat Baco nog de kometen beschouwd heeft als voorboden van verschillende rampen. Maar ook uit andere gedeelten van genoemd geschrift is het mij gebleken , dat de beroemde wijsgeer aan nog

ocr page 27

meerdere vormen van het bijgeloof heeft vastgehouden. 18

Keeds heb ik er op gewezen, dat Hemminga eene eeuw vóór Balthazar Bekker 17 en Bayle de ijdelheid der voorzeggingen door middel van de kometen heeft aangetoond. In dit opzicht was Hemminga zelfs een Baco van Verulam vooruit; immers Baco werd geboren in 1561, overleed in 1620 ; zijn eerste geschrift verscheen in 1597 ; Hemminga schreef in 1583.

Hoeveel hooger staat dan de eenvoudige Friesche edelman, die door tijdgenoot noch nageslacht naar waarde geschat, op zijne eenzame Stins het leven van een denker heeft geleid.

Het is te betreuren dat Sicke van Hemminga op betrekkelijk jeugdigen leeftijd gestorven is. De weg om tot wetenschap te geraken, door hem bewandeld, moest hem wel brengen tot uitkomsten van nog hoogere beteekenis. Hij zou zich gedrongen hebben gevoeld de pen op te nëmen, om in zijn soberen doch pittigen stijl nog an lere vormen van het bijgeloof, nog meerdere dwalingen te bestrijden. En hoogstwaarschijnlijk zou dan niet enkel een Suifridus Petri hem gerangschikt hebben onder Frieslands beroemde mannen, maar Europa zou hem een eereplaats hebben aangewezen onder de mannen van naam , de baanbrekers der wetenschap, welke dit werelddeel in de 16de eeuw heeft opgeleverd.

P. J. IJ. van SLOOTEN.

Heerenveen— Aeiujwirden.

ocr page 28

AAÏiTEEKEXINGrEN.

Pag. 158.

Deel 14, pag. 41G.

Deel II, pag. 495.

Het geslacht der van Harens. Fragmenton pag. ;i9 en volg.

Het boek is gedrukt bij Plantijn. Het exemplaar 't welk ik gebruikt heb, berust op de Prov. Bibliotheek te Leeuwarden. Denkelijk is het afkomstig uit de bibliotheek van Halbertsma.

Van der Aa. Biogr. Woordenboek, vermeldt sub Vore Hemminga, ook nog Poggendorf. Handbuch zur Geschirhte der exacten Wissenschaften. Poggendorf geeft evenwel niets anders op dan den titel van het boek.

Men vergete niet: Hemminga schreef in 1583.

Balthazar Bekker, De betooverde wereld geeft

pag. 18 en volg. ... 1692....... eene verklaring

van verscheidene dezer woorden. Geomant'.e, voorzegging uit de scheuren in de aarde door aardbeving ontstaan. Hydromantie en Pyroman-tie, voorzeggingen uit water, vuur. Men zie hiervoor B. Bekker t a. p.

Nasporingen van de voormalige Middelzee, door P. Brouwer en W. Eekhoft, Leeuw. 1831.

Worp van Thabor 1490 , pag. 257.

P. Nota. Tweetal van Kerkelijke Leerredenen. Praneker 1781.

ocr page 29

Sixtus ab Hemminga. lie vunitatie Astrologiae pag. 215. Suffridus Petri, edit. 1599. Dec. 13 cap. 9.

Kaiser, de sterrenhemel, 2de deel 1845, 1ste dl. pag. 206 en wig.

Hemminga gebruikt het woord: exarsit. De sterrenkunde was toen nog niet zoo ver gevorderd, dat zij ons met zekerheid iets over de kometen kon mededeelen : maar Hemminga houdt zich ook niet bezig met gissingen. Ziedaar ook een kenmerk van den echt wetenschappelijken man, die zich bewust is van de grenzen zijner wetenschap en zich niet bezig houdt met allerhande gissingen die toch geen vasten grond onder de voeten hebben.

Ik vermoed, dat Hemminga bedoelt: Hendrik Cornelis Agrippa van Netterheim. geb. in 1486, overl. 1555. Ook hij was een vijand van de Astrologie, maar niet vreemd aan andere vormen van het bijgeloof.

Fr. Baco de Verulam. Do Dignitate et Augmen-tis Scientarum. Lugd Batav. 1645, pag. 242.

Praedictiones fieri possint de cometis futuris, qui ■— ut nostrafert conjectura — praemmciare possunt et de omni genere meteororum, de dilu-viis, siccitatilns. Derhalve. Baco geloofde nog, dat de kometen iets voorspelden.

Pag. 234.

At Astrologia multa superstitione reperta est vix aliquid sanum in ex reperiatur. Attamencum potius expurgandum, quam prorsus abjiciendam censemus. Derhalve. Baco erkent wel, dat de Astrologie vol van bijgeloof is, maar geheel en al wil hij ze niet verwerpen; neen zij moet ge zuiverd worden, Hemminga zegt: weg met alle Astrologie. Baco, hoog gevierd nug in onzen tijd als de man der inductie, en Hemminga .... vergeten. En toch. hoeveel hooger staat hier niet Hemminga dan Baco.

Pag. 238.

Nobis pro certo constat, coelestica in se habere

ocr page 30

//rTo^/

26

alios influxus quam culorem et lunam. Welke invloeden de hemellichamen bovendien nog uitoefenen. zegt Baco niet, en hij heeft gelijk, want hij wist het niet.

Pag. 50.

Artes ipsae, quae plus hubent ex phantasia et fide, quam ex ratione et demonstrationibus simt praecipuae: Astiologia, Katuralis Magia, et Chimica, quarum tarnen fines non sunt ignobiles. Derhalve, Baco acht de As-trologie, Magie en Alchymie nog niet zoo geheel verwerpelijk. Hem-minge echter zegt: weg met al dat bijgeloof.

'■ Ik heb niet kunnen bespeuren, dat B. Bekker het geschrift van Hemminga „De Astrologiequot; heeft gekend. Mij heeft echter de moed ontbroken om al dien brijpap van geleerdheid te slikken. B. Bekker had van Hemminga kunnen leeren: eenvoud van stijl.

ocr page 31
ocr page 32
ocr page 33

f

ocr page 34
ocr page 35
ocr page 36