ocr page 1

u v3

n.

HET AIJAIR DES BBHBOFFEK. |

\w

IIOOR

OTTO STOCKMAYE

NEERBOSCH' BOEKHANDEL, NEERBOSCH.

ocr page 2
ocr page 3

Ik bid a dan. broeders, door de ontfermingen Gods, dat gy uwe lichamen stelt tot eene levende, heilige en Gode welbehagelyke offerande, welke is uw redelijke godsdienst....

rom. 12 : l, 2.

In den tabernakel, dien God door Mozes had laten oprichten, stond aan den ingang van het Ffeilige, een altaar waarop de offerdieren geheel verbrand werden, en dat om die reden het Altaar des Brandoffers genoemd werd, wat beteekent; Altaar van wat geheel verbrand wordt (Exod. 40:6, 29; Lev. 1). Het brandoffer wijst ons in de eerste plaats op Jezus Christus, „liet onbe-straffelijk en onbevlekt Lamquot;, die „zelf onze zonden in zijn lichaam gedragen heeft op het houtquot; (1 Petr. 1:19; 2:24). Doch het altaar des brandoffers is ook een beeld van de bekeering. omdat deze bestaat in het teu offer brengen van ons leven en van ons ganschezijn aan den Heere, en in de overgave aan Hem van onze lichamen als levende offeranden. Het symbool is nog treffender als men bedenkt dat het

ocr page 4

4

altaar op den weg naar het Heilige stond, en dat in het Heilige de zinnebeelden waren van de tegenwoordigheid Gods en de vereeniging met Hem, en daaronder was het reukaltaar, het altaar des gebeds (Ex. 30).

Het Brandoffer-altaar, of het offeren dat het voorstelt, is alzoo de weg om tot het heiligdom Gods en tot God zelf te komen; het is de weg waarop men zeker kan zijn dat men Hem zal ontmoeten, en derhalve de weg des levens, der overwinning en des lichts. Aldaar moet men het middel tegen kwijning en afmatting, tegen elke zedelijke verlamming zoeken; en daar is de oplossing van onze uiterlijke en innerlijke raoeie-lijkheden te vinden.

Wellicht hebt ook gij ervaren wat den profeet Jeremia overkomen is (Jerem. 14:8—10). ,Uw God, de God van uw verwachting, uw Verlosser in tijd van benauwdheid, is geworden als een versaagd man, als een held, die niet meer kan verlossen. Na in uw midden gewoond te hebben, is hij geworden als een vreemdeling in uw land. en als een reiziger slechts inkeert om te vernachten,quot;

Maar weet gij waarom God doof is geworden voor uw roepen, waarom Hij u in uw verzoekingen laat bezwijken, waarom Hij niet meer met u gaat? — Het is omdat gij zoo liefhebt te zwerven, en gij uwe voeten niet bedwingt,quot; evenmin als uwe harten. Hij is het niet, maar gij zyt ver-

ocr page 5

5

anderd, en gij hebt bij Hem niet willen blijven. O, wel staakt gij nu en dan uw zwerven om een kort bezoek aan uwen God te brengen: doch verder wilt gij gaarne in liet gebied van deze wereld rondwandelen. Vandaar uwe zwakheid en uwe onrust. Keer terug tot uzelven door weer te keeren tot uwen (iod. Offer op het Brandoffer-altaar die menigte van bezwaren en bekommernissen die uw hart vervullen, van herinneringen en wenschen, van sympathieën en antipathieën. Maak niet langer van uw hart een plaats van koophandel en een roovershol; laat het weder een heiligdom worden, waar God met zijnen vrede woont. Begeer slechts „één dingquot;, om nabij uwen God te leven, en de liefelijkheid des Heeren te aanschouwen; en weldra zult ook gij met David kunnen zeggen: „De Heere is mijn licht en mijn heil, voor wien zou ik vreezen? De Heere is mijns levenskracht, voor wien zou ik vervaard zijn?quot; (Ps. 27 : 1 en 4). De Heere zal dan niet meer voor u zijn een gast die slechts tijdelijk inkeert, of een held die niet kan verlossen.

Op het Brandoffer-altaar zal de Heere u doen vinden wat wel het hoogst noodige voor uwe verlossing is: de overtuiging van zoude.

Gij beklaagt u over gebrek aan gevoel van uwe zonde en uwe ellende: dat gij niet genoeg droefheid en berouw er over gevoelt: hoed u dat gij niet zelf zoekt voort te brengen wat u

ocr page 6

6

ontbreekt; want dan zoudt gij uw gevoel onwaar maken en verstompen. Gij hebt niet zelf rechtstreeks op uw hart te v erken, noch zijne bewegingen te regelen, gij hebt uzelve niet den pols te voelen. Uw hart is een hof waarin God alleen het recht heeft van te wandelen; Hij zelf wil dien bewerken door er in te planten en uit te roeien naar zijn goedvinden. Alle plant die gijzelf er in zoudt planten, zou zeker uitgeroeid worden (Matth. 15 : 13).

Het is waar dat gij geen blij venden vrede zult hebben alvorens die overtuiging van uwe zonde doorgemaakt te hebben. Doch het is noodig dat God u die geve; en wanneer gij Hem daarom vraagt, zorg dan dat gij den weg volgt dien Hij u daarbij aanwijst. Wat gij te doen hebt, is op het Brandoffer-altaar te gaan, en ernst te maken met uwe bekeering. Terwijl gij uwen wil en uw leven ten offer brengt, zal God uw hart bewerken, en u de oogen openen: en wanneer gij u in het licht zult zien waarin God u ziet, zult gij er niet meer aan denken om zelf de overtuiging van zonde in u tot stand te brengen: gij zult er zelfs niet meer om vragen; gij zult u voelen bezwijken onder het oordeel waar God u doorheen laat gaan, en uitroepen: Houd op. houd op!

En evenmin is het iu uwe macht om de innerlijke beweging der liefde in uw hart te wekken.

ocr page 7

Het is weder op liet altaar des brandoffers dat gij moet leeren God lief te hebben; liet is op dien weg dat God u Zijn hart, Zijne liefde en Zijne teederheid zal openbaren. Dengenen die Hem gehoorzaam zijn geeft Hij de genade van Hem te kennen; en gij zult zien dat het onmogelijk is om Hem te kennen zonder Hem lief te hebben. „Bekeert u eu gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangenquot;, en met den Heiligen Geest zal „de liefde Gods in uwe harten uitgestort wordenquot;. (Hom. 5 : 5).

Als Jezus Christus de geheele wet van God in dit eene woord samenvat: „Gij zult den Heere uwen God liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uwe ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uwe kracht; en gij zult uwen naaste liefhebben als uzelvenquot; (Mark. 12 : 30, 31), vraagt Hij niet ons gevoel, doch doet Hij een beroep op onzen wil, en vraagt ons om ons geheel aan God over te geven, en Hem ons leven op te offeren, gelijk Hij ons alzoo liefgehad heeft dat Hij zijnen Zoon aan ons gegeven heeft. „Want dit is de liefde Godsquot;, zegt de Apostel Johannes, „dat wij zijne geboden bewarenquot; (1 Joh. 5 : 3) en als hij daarbij voegt: „Zijne geboden zijn niet zwaarquot; (of moeielijk), wees verzekerd dat die ervaring ook de uwe zal worden, — op ééne voorwaarde echter : dat gij niet wacht met gehoorzamen tot de geboden van God ugemakkelijk

ocr page 8

8

toeschijnen, en tot gij uit liefde kunt gehoorzamen. Alvorens uwe ervaringen in overeenstemming zijn met Gods Woord, moet gij dit Woord door het geloof aannemen, en door de gehoorzaamheid in beoefening brengen. Alvorens te ondervinden dat de wil van God liefelijk is, moet gij dien doen, al lijkt hij u nog zoo hard. — Ditzelfde geldt ook voor het Heilig Avondmaal; beeldt u toch niet in dat gij daar een zekere mate van gevoel moet aanbrengen, een zekere mate van liefde tot God en van droefheid over uwe zonde. En tracht vooral niet om, met het oog op het Avondmaal, uwe vroomheid kunstmatig tot een hooger standpunt op te voeren; niets is zoo onwaar als eene vroomheid die zich naar de gelegenheden voegt. Wees wat gij zijt; men komt tot Jezus en tot zijne tafel juist zooals men is: en men wordt ontvangen, gevoed en gezegend, wanneer men er komt langs den weg van het Brandoffer-altaar, wanneer men Hem niets meer verbergt, en niets terughoudt, wanneer men daarbij bereid is om te vergeven en te verdragen.

Zoo de Apostel zegt: „Bekeert u en wordt gedooptquot;, mogen wij ook wel zeggen: „Bekeert u en komt tot het Avondmaal!quot; Komt, welke ook de mate van uwe kennis zij, van uw licht en van uwe ervaringen; om tot de heilige tafel te naderen zijn er geen andere voorwaarden dan

ocr page 9

9

om over liet Altaar des Brandoffers te komen.

Kom, gij doet onrecht met u op een afstand te houden. Gij behoort den Heere toe. en gij moet dat erkennen en betuigen door het aanzitten aan zijne tafel. U er van te onthouden dat is zijne offerande en zijne genade terugstooten; daardoor onttrekt gij u aan de. gemeenschap zijns doods, en derhalve ook van zijn leven en zijne heerlijkheid. Kom zoo dan. koud en dood als gij u gevoelt; de Heere zal u verwarmen en levend maken.

Het Brandoffer-altaar bevat ook de oplossing van een der groote moeielijkheden van het leven : namelijk om steeds den wil van (iod te onderscheiden en ook den weg, dien men te volgen heeft. Door den val is ons geestelijk oog verzwakt; want de zonde verduistert en verblindt. Door onze ongehoorzaamheid hebben wij het licht verloren, omdat wij ons van God, Bron van alle licht, verwijderd hebben. Daardoor is het nacht rondom ons geworden, en heelt de duisternis onze ziel bevangen. Indien wij weder in het licht willen wandelen, moeten wij op het pad der gehoorzaamheid terugkeeren, moeten wij onzen wil ten offer brengen.

Er zijn vragen en er zijn oogenblikken waarin wij den wil van God wel onderscheiden; want God, in zijn geduld en lankmoedigheid, heeft ons niet alle licht ontnomen. Alles hangt van

ocr page 10

10

onze getrouwheid af. Indien wij ons bereid toonen om ons aan het licht te onderwerpen naar de mate waarin het ons verschijnt, dan zal het toenemen; in zijne volheid zal het over ons opgaan. Indien wij in de duisternis waarin wij zijn, nog aarzelen om de lichtstraal die tot ons komt, op te vangen en te volgen; indien wij „met vleesch en bloed te rade gaanquot; dan zal „ook dat wat wij hebben, van ons genomen worden.quot;

Kan het rondtasten in het duister dat gij heden doet ook de straf voor uwe aarzelingen van gisteren zijn? Op een gegeven oogenblik hebt gij volkomen klaar gezien; doch deze lichtstraal heeft u nog pijnlijker aangedaan dan de duisternis ; gij hebt de oogen toegedaan en de duisternis is nog dikker geworden. Een anderen keer hebt gij als Saulus van Tarsen, het licht dat voor u uit scheen oogenblikkelijk gehoorzaamd; en op den aangewezen weg voortgaande hebt gij weldra de schellen van uwe oogen voelen vallen. — Niets scherpt den blik zoozeer als gehoorzaamheid. Door haar worden de geestelijke zintuigen geschikt gemaakt om goed en kwaad in de teerste vragen te onderscheiden en om Gods wil in de ingewikkeldste toestanden te erkennen.

Steunende op Jacobus 1 : 5—8, mogen wij zelfs beweren dat, wanneer wij leeren, als levende brandoffers, zonder aarzelen te gehoorzamen, en wij in eenvoudigheid aan onzen God vragen om

ocr page 11

11

ons te besturen, Hij ons nooit zonder antwoord zal laten op het oogenblik waarop wij eene beslissing nemen moeten. Evenwel ligt het aan Hem om dit oogenblik te bepalen, en wij moeten Zijnen tijd kunnen afwachten. Alle ongeduld zoude opstand zijn.

Misschien zal men ons van besluiteloosheid beschuldigen; maar als ons hart oprecht is, zullen wij naar de goedkeuring Gods vragen en ons daaraan houden, en aan eiken drang weerstand bieden. Toen Saul in slagorde tegen de Filistijnen stond, toen de vijanden naderden en zijn volk zich van hem verstrooide,was er inderdaad alles te vreezen. In dergelijke toestanden kan het ons zelfs toeschijnen dat de eere Gods er mede gemoeid is'; doch laat ons verzekerd zijn dat wij God niet beter kunnen verheerlijken dan door „in stilheid en vertrouwenquot; op Hem te wachten, indien Hij ons daartoe roept. Wanneer God het is die vertoeft, kan, ja, de toestand bezwaarlijk worden, alles kan in gevaar komen of in de war loopen: — laat ons niet tusschen beide komen! dat ons hart niet bezwijke! op het oogenblik dat alles verloren schijnt, zal alles behouden worden. Laat ons op de knieën en tot het einde toe dien beproevingstijd van wachten cn onzekerheid doorstaan, en wij zullen er een rijke winst uit trekken. Het geduldig wachten zal ons zedelijk sterken en harden, terwijl wij

ocr page 12

12

door tussclieu beide te treden de verzoeking onvruchtbaar maken en onszelven verzwakken. Sanl heelt zijn koninkrijk zelfs verloren, omdat hij niet op Samuel heeft kunnen wachten. Zonder twijfel zou een kind in het geloof in menige moeielijkheid des levens zich/elven verliezen, en voor menige geduldsbeproeving bezwijken, waarin een vader iu het geloof zich staande houdt en standvastig blijft. Maar van de pijnlijke beproeving der onzekerheid geldt het, zoowel als van de verzoekingen in het algemeen: de Heere weegt ze en meet ze af naar onze krachten, naar onzen aanleg, naar onzen geestelijken ouderdom (1 Cor. 10 : 13).

De tijden van onzekerheid zijn de gezegendste en vruchtbaarste van ons leven, wanneer wij er geduldig doorheen gaan. Door middel der bezwaren die de Heere ons in den weg legt, opent Hij ons nieuwe blikken op de menschen en dingen, op het leven en op onszelven, op de bedoelingen en gedachten Gods ten onzen opzichte.

Eerst geheel ingenomen door de stoffelijke moeielijkheden die ons belemmeren, bemerken wij weldra dat zij het gevolg zijn van een verkeerden zedelijken toestand. Onze blik wordt op onszelven teruggeleid en, ons onder het oog Gods stellende, ontdekken wij afwijkingen waarvan wij ons niet bewust waren, stemmingen waarvan wij ons geen rekenschap hadden ge-

ocr page 13

13

geven, geheime neigingen en onreine drijfveeren. Misschien betrappen wij er ons op dat wij onzen eigen wil gevolgd hebben daar wij meenden voor de eere Gods te werken. Ons dan te laten verlichten en oordeelen, dat is de zandkorrel die ons gezicht belemmerde uit ons oog wegdoen ; en is eenmaal ons innerlijk oog verhelderd, zijn ons geweten en ons hart eenvoudig geworden, dan zien wij tegelijkertijd den uitwendigen toestand opklaren; wij onderscheiden er onzen weg, omdat ons oordeel vrij gemaakt is. Zoo Jezus, gedurende zijn aardsche loopbaan, nimmer in verlegenheid is kunnen gebracht worden; zoo Hij, menschelijkerwijs gesproken, in de meest onware toestanden gekomen is, zonder dat zijn rust verstoord werd. zonder te weifelen ol' te aarzelen, is dit doordat zijn oog eenvoudig was; wat Hem geheel innam en bestuurde, was de wil zijns Vaders. Hij zocht niet zijn eigen leven noch zijne eere: zijn leven was een bestendig brandoffer.

Zijn wij eenmaal op het Brandoffer-altaar aan onzen God overgeleverd, dan is er geen beletsel meer om de stem van den Herder die ons leidt, te vernemen. God kan ons dan door zijnen Geest besturen in bijzonderheden waarover GodsWoord geen bepaalde aanduiding geeft. God kan ons leven dan in handen nemen, evenals Hij den tocht der Israëlieten door de woestijn bestuurd

ocr page 14

14

heeft, bepalende wanneer zij moesten stilhouden en wanneer zij moesten voorttrekken.

Hebt gij in het altaar des Brandoffers het geheim ontdekt van de zedelijke verheffing van uw persoonlijk leven, de uitredding uit eiken nood en uit alle onzekerheid, zoo is het ook weder daar dat men de vernieuwing van het leven der Kerk moet zoeken. Gij klaagt er over dat het element der aanbidding in uwe bijeenkomsten ontbreekt. Ga bij Abraham ter schole, als hij, aan den voet des bergs van Moria, tot zijne jongeren zegt: „blijft gij hier, ik en mijn zoon zullen opgaan en zullen daar aanbidden.'quot; Luister naar den ouden aartsvader en hij zal u leeren dat aanbidden is; het liefste dat men heeft ten offer brengen (Gen. 22). Wanneer gij dat gedaan hebt, wanneer gij door Moria zijt gegaan om tot Sion te komen, wanneer gij de afgoden van uw hart op het Hrandoffer-altaar gebracht zult hebben, dan kan de Heilige Geest in dat hart de vlam der aanbidding in geest en in waarheid ontsteken. In ootmoed en in de liefde blijvende zult gij uwen Vader verheerlijken, en Hij zal u zegenen. En als gij zult „gesmaakt hebben hoe goed Hij isquot;, zult gij niet van den berg afkomen om de heerlijke dingen die gij aanschouwd en de genadegaven die gij ontvangen hebt, dadelijk met het stof te gaau bedekken. Neen; gedurende de week zult gij er van gaan

ocr page 15

15

getuigen, van wat gij gezien en gehoord hebt. Na op den Sabbathdag uwen Heiland verheerlijkt te hebben in een dienst „in geest en in waarheidquot;, zult gij Hem gaan verheerlijken door de aanbidding in praktijk te brengen in een leven van ootmoed, liefde en gehoorzaamheid en uw voorbeeld zal aan degenen die zich over gebrek aan broederlijke liefde in de Kerk beklagen, toonen dat ieder moet beginnen met zijn eigenliefde, zijne zelfzucht en lichtgeraaktheid op te offeren.

Indien alzoo het pad van het altaar des brandoffers het pad des levens is, verwonder u dan niet dat Satan, de moordenaar, alle machten van de hel aanwendt om u dit altaar als een voorwerp van angst en afgrijzen voor te stellen. Wantrouw uw hart en uwe verbeelding, luister niet naar hen! De moordenaar is ook de leugenaar. Vertrouw op uwen God ; ga met Hem voort, en gij zult bekennen en ervaren dat al zijne paden liefde en leven zijn.

ocr page 16

Nreubosch. Bnelpkrsdruk der Weksinrichttng.

xS-' -#■

H.

• . »

ocr page 17
ocr page 18
ocr page 19