ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

Thomas a Kkmpis

ocr page 6

Ka

$ ro

^gg.giBgpg

I NAVOLGING

pi O v_

lüj » Oi

'-! Clf S-^STUS.

THOMAS VAN KEMPEN.

~k :

«SS DK

:? R-

f— /rgt; / rA N- H

J 7 51 V \

N^/iO^

GULPEN, T8fgt;9.

DRUIv VAN M. ALBERTS EN ZOXEN.

b H. PETERS ,

VEUl3Ar.ll DOOR

O

-S-

B urrOjfcr ©èRsi^oNKKLUK latijn

I

E a i i I

I §

i p

§ §

I

I §

I

3

m

I §

E

0?

I i

CO

cü

^SPOT

I I 1

OT

W ffi s:

Ü

oo cc

a.

a

o.

ii

I I

3

i

m 1 1 I

i

ocr page 7

IMPRIMATUR.

Rurcvmundai, 20 Martii 1899.

Dr. P. Mannens,

Librorum Censor,

ocr page 8

VOORWOORD.

PHfi ïxfTiff T^r lïfTjf vamp;Tifr vfir wïxf'o.

VOORWOORD.

|e sclirijver van het klein maar gulden boekske der Navol-

_ ging werd geboren in de

laatste helft van 1379 of in de eerste van 4380 te Kempen (vandaar zijn bijnaam) in het Aartsbisdom Keulen. Zijn familienaam was eigenlijk He-merken (Hamertje, Malleolus).

Destijds behoorde het tegenwoordige Nederland nog lot het Uuitsche Rijk en was daarmede door denzelfden godsdienst, dezefde taal en zeden nauw verbonden. Vooral was dat het geval met de aangrenzende provinciën Gelderland en Overijsel. Deventer en Zwolle overtroffen de naburige steden niet alleen in grootte, macht en rijkdom, maar ook door hunne voortreffelijke scholen. Geen wondei' dat vrome en

ocr page 9

VOORWOORD.

!--g3

leergrage jongelingen uit Duitscliland daar hunne geestelijke en wetenschappelijke opleiding gingen zoeken.

Op dertienjarigen leeftijd verliet ook i Thomas Hemerken zijne geboortestad, : om te Deventer te gaan studeeren.

Hij hegaf zich tot den beroemden i priester Florens Rodewijns, die hem j liefderijk opnam en in zijne studiën ondersteunde. In het jaar 1399 werd i hem door zijnen vriendelijken beschermer de toegang bezorgd tot het Win-; desheirnsche klooster op den St. Agnie-| tenberg bij Zwolle, waar zijn eenige, 15 jaren oudere broeder, Joannes van Kempen genaamd, Prior was. Door dezen werd Thomas ingekleed en na zesjarigen proeftijd tot het alleggen der Geloften toegelaten. Thomas werd priester gewijd in 1414, en in 1425 en ten tweeden maal in 1441 tot Onderprior verkozen. Hij bereikte den hoogen ouderdom van 92 jaren en stierf op St. Jacobsdag, den 25 Juli, 1471.

Zeer groot is het aantal stichtelijke boeken, door Thomas geschreven. S____^

IV

ocr page 10

VOORWOORD.

i« amp; Eenige zijn in den loop der eeuwen verloren gegaan; maar vele andere ook zijn thans nog voorhanden, zooals: het Rozenhofken; — het Leliëndal; — de Alleensprake der ziel; — de drie Tabernakelen: der armoede, der nederigheid on der lijdzaamheid ; — godvruchtige Overwegingen over het Leven en Lijden van O. H. Jezus Christus; (een vierde rijker in omvang dan de Navolging en, naar den inhoud, haar niet onwaardig) — heilzame Overdenkingen van den Advent tot Pinksteren; — vele Verhandelingen en Sermoenen bestemd voor kloosterlingen; — de levensbeschrijving van de II. Lid-wina van Schiedam en van verscheiden voorname leden zijner Orde; —-geestelijke Gezangen en vele andere werken.

Doch de Navolging van Christus, de schoonste en kostbaarste parel der heele christelijke ascetische literatuur, spant de kroon van alle. Geen boek ter wereld, de H. Schrift uitgenomen, is meer verspreid onder de beschaafde volkeren, dan het eenvoudig, nederig boekske van Thomas van Kempen. Gedurende vijf eeuwen lang

m__w

v

ocr page 11

VOORWOORD.

hebben duizenden en duizenden van zielen ware wijsheid, onrechte vroomheid, levenslust en stervensmoed daaruit geput.

liet oorspronkelijk bandschrift van de vier boeken dei' Navolging wordt thans nog bewaard in de koninklijke bibliotheek le Brussel; een fac-simile daarvan in lichtdruk werd in 1879 door den bibliothecaris Cli. Kuelens bezorgd. Reeds in 1873 gaf Karl llirscbe uit Hamburg van het autograaf oene nauwkeurige uitgave, de eenige goede, die ooit het licht zag. De verdeeling der hoofdstukken in paragrafen of numero's is daarin geheel verschillend van die men gewoonlijk in alle andere uitgaven vindt; maar zij strookt meer met den inhoud, alsook met do aanwijzingen, die Thomas zelf gedaan heeft, zoódat het rechte begrip van het onvergelijkelijk boekje, alsmede het nut dat 't kan stichten, daardoor wezenlijk bevorderd wordt. Hirsche's indeeling is natuurlijk ook in deze vertaling gevolgd.

ocr page 12

VOORWOORD.

®----m

Men moet de boeken der Navolging beschouwen als vier van elkander onafhankelijke tractaten, waarvan elk op zich een geheel vormt. Zij zijn op verschillenden tijd geschreven en in de oude handschriften vindt men dikwijls éen boek zonder de drie andere. De gemeenschappelijke titel van de «Navolgingquot; is eerst later aan de vier boeken gegeven, en ontleend aan de eerste woorden van het eerste boek »wie Hij volgt.quot;

Om veel voordeel uit het gebruik van 't gulden boekske te trekken is het raadzaam dagelijks daarin een klein hoofdstuk of' een gedeelte van een grooter te lezen en, zoo mogelijk , op vastgesteld uur. I.ees niet vluchtig maar langzaam en met aandacht; vraag God om verlichting vóór ! en om genade tot voortgang in het goede r.a de lezing. Daartoe kunnen de volgende gebeden dienen. (3 Boek 2 Hoofdst.)

a

VII

ocr page 13

VOORWOORD.

Ss...............Si

GEBED VOOR DE LEZING.

Spreek , Heer , uw dienaar lioort. Uw dienaar ben ik; geef mij verstand , opdat ik uwe getuigenissen kenne. Spreek Gij tot mij, opdat mijne ziel getroost en mijn geheele levenswandel verbeterd, uw Naam echter geëerd, geprezen en verheerlijkt worde in eeuwigheid. Amen.

GEBED NA DE LEZING.

Neig mijn hart tot de woorden uws monds, Heere mijn God, die de eeuwige Waarheid zelve zijt, opdat ik niet sterve en zonder vrucht blijve, wanneer ik slechts uitwendig vermaand en niet inwendig ontvlamd worde; en opdat het niet tot mijne veroordeeling strekke, het woord gehoord en niet volbracht, gekend en niet bemind, geloofd en niet onderhouden te hebben. Amen.

VIII

ocr page 14

EERSTE BOEK.

IIKILZAMIO VKRMAXINGI-X TOT EEN

GEESTELIJK LEVEN.

1 HOOFDSTCK.

Over da navolgimj van Christus en de vemchüncj van alle wereldsche ijdelheden.

ie Mij volgt, zegt de Heer, wandelt niet in de duisternis. Dat zijn woorden van Christus, waarmede Hij ons vermaant zijn leven en wandel na te volgen, indien wij waarlijk verlicht en van alle verblinding des harten bevrijd willen worden. Het leven van Jezus Christus te overwegen, zij daarom ons hoogste streven.

ocr page 15

1 BOEK. 1 HOOFDSTUK.

De leer van Jezus Christus overtreft al de leeringen der Heiligen ; en wie den rechten geest bezit, vindt daarin een verborgen manna. Maar velen hebben dezen geest van Christus niet; vandaar komt het, dat zij het woord Gods wel dikwijls aanhooren, maar er weinig smaak in vinden. Wie de woorden van Christus ten volle wil verstaan en smaken, die moet trachten zijn geheel leven aan hot leven van Jezus gelijkvormig te maken.

2. Wat baat het u, of gij diepzinnig over de H. Drievuldigheid weet te redekavelen, wanneer gij de nederigheid mist, zonder welke gij de H. Drievuldigheid niet behagen kunt. Waarlijk, verheven woorden maken niemand heilig en rechtvaardig; maar een deugdzaam leven maakt ons Code behagelijk. Liever wensch ik de vermorzeling des harten te gevoelen, dan ervan de juiste beschrijving te kunnen | geven. Al kendet gij ook den heelen Bijbel en al de gezegden der wijsgeeren van buiten, wat zou het u alles baten, ; zonder de liefde en genade van God?

o IJdelheid der ijdelheden! Alles

5__S

2

ocr page 16

1 ROEK. 1 HOOFDSTUK.

------quot;--g]

is ijdelheid. belvah c God tc beminnen en Hem alleen te dienen. Dit is de hoogste wijsheid: met verachting der wereld naar het rijk der hemelen te streven.

Zoo is het dan ijdelheid, vergankelijke rijkdommen te zoeken en daarop zijne hoop te stellen. Ook is het ijdelheid, naar eerambten te staan en zich tot eenen hoogen staat te verhellen. IJdelheid, de lusten des vleesches in te volgen en te haken mar hetgeen hiernamaals zwaar zal worden gestraft. IJdelheid, te wenschen naar een lang leven, en zich weinig te bekommeren om een goed leven. IJdelheid, alleen te denken om het tegenwoordige leven, en niet bedacht te zijn op hetgeen er op volgen zal. IJdelheid is het, zijn hart te hechten aan hetgeen ras voorbijgaat, en niet derwaarts te spoeden, waar do vreugde eeuwig duurt.

Denk dikwijls aan deze spreuk: het oog wordt niet verzadigd van hetgeen het ziet, noch het oor vervuld van hetgeen het hoort. Tracht daarom uw hart van do zichtbare dingen af' te : trekken, en tot de onzichtbare te ver-

t2_________S3

3

ocr page 17

i I30EK. Ü HOOFDSTUK.

S---------------------g]

heffen: want allen, ilio hunne zinne- | : lijkheiil involgen, bevlekken hnn ge-welen en verliezen de genade Gods.

2 HOOFDSTUK.

Over een nederig gevoelen van zichzelven.

1. Ieder mensclt is van nature be-geerig om veel te weten ; maar wat baat wetenscbap zonder de vreeze Gods? Beter voorzeker is de nederige landman, die God dient, dan do hoogmoedige wijsgeer die, onbekommerd om God, don loop der hemellichamen naspoort. Wie zichzelven recht kent, wordt gering in zijn eigen oog en heeft geen behagen in den lof der menschen. Al wist ik ook alles, wat er in de wereld is, en ik had de liefde niet, wat zal het mij helpen voor God, die mij oordeelen zal naar mijne werken 1

Bedwing uwen al te groeten weet-lust; want daarin schuilt veel verstrooiing en bedrog. Die veel weten, willen gaarne wijs schijnen en heeten.

(2_______ '________________'Si

4

ocr page 18

1 BOEK. 2 HOOFDSTUK.

ES---------g

Er zijn veel dingen, waarvan de kennis voor de ziel weinig ot' geen nut heeft; en zeer dwaas is hij, die zich ■meer op iets anders toelegt, dan op hetgeen dienstig is voor zijne zaligheid. Vele woorden toch verzadigen de ziel niet; maar een deugdzaam leven verkwikt den geest en een rein geweten geeft een groot vertrouwen op God.

IJoe uitgebreider en volkomener uwe wetenschap is, des te strenger zal uw oordeel zijn, voor zoover gij niet heiliger geleefd hebt. Verhef u dus niet op eenige kunst of wetenschap; wees eerder beducht wegens de u geschon-| ken kennis.

2. Meent ge, dat gij vele dingen weet en tamelijk goed verstaat, bedenk echter, dat er nog veel meer is, waarvan gij niets begrijpt. Heb derhalve geen hoog gevoelen van uwe wetenschap; maar erken liever uwe onwetendheid. Hoe kunt gij u ook boven een ander verhellen, daar er velen gevonden worden, die geleerder en in de wet Gods ervarener zijn, B3____S

ocr page 19

1 DOEK. ;l HOOFDSTUK.

s 7quot; a

dan gij? Wilt pij iets leeren en kennen, dat wezenlijk nuttig is, verlang dan onbekend te blijven en voor niets geacht te worden'.

De iioogste en nuttigste wetenschap is deze: zichzelven goed kennen en geringachten; en groote wijsheid en volmaaktheid is; van zichzelven niets houden, maar van anderen steeds goed en hoog denken. En al zaagt gij ook een anderen openlijk zondigen of een zwaar misdrijf begaan, moest gij u daarom toch niet voor beter achten : want gij weet niet, hoelang gij-zelf in het goede kunt staande blijven. Zwak zijn wij allen; maar gij, houd niemand voor zwakker dan uzelven!

3 HOOFDSTUK.

Over dn leer dar Waarheid.

•1. Gelukkig is hij, dien de Waarheid door zichzelve onderwijst, niet door beelden en voorbijvliegende woor- j den, maai' wien zij zich openbaart,

gelijk zij is. Onze meening en ons ge- j fg quot; -

ocr page 20

'1 HOEK. o HOOFDSTUK.

®----S

voelen bedriegen ons dikwijls: want zij zien niet verre.

Wat baat liet, veel te twisten over verborgen en duistere zaken, die ons in liet oordeel tot geen verwijt zullen strekken, omdat wij ze niet geweten hebben, liet is eene groote dwaasheid, het nuttige en noodzakelijke te verwaarloozon en zich vrijwillig bezig te houden met dingen, die slechts de nieuwsgierigheid opwekken, of' zelfs schadelijk zijn. Wij hebben oogen en zien niet! Wat toch bekommeren wij ons om de geslachten en soorten der dingen

Hij, tot wien het eeuwige Woord spreekt, ven nooit zich niet meer met vele twistredenen. Lit dat eenig Woord komen alle dingen voort en alle dingen verkondigen dat Woord; en 't is dit begin van alles, dat ook tot ons spreekt. Zonder dat Woord kan niemand iets recht verstaan of be-oordeelen; voor wien echter dit eene alles is, en die alles tot dit eene terugbrengt en alles in dit eene ziet, ilie zal de rust des harten vinden en den vrede in God steeds bewaren j kunnen.

E3_______S

7

ocr page 21

1 BOEK, 3 HOOFDSTUK.

es---;--

O God, o waarheid, niaak mij in , eeuwige liefde órii met U ! Dikwijls verdriet bet mij, zoovelerlei dingen te zien en te hooren; in U is immers alles, wat ik verlangen en wensclien kan. Dat dan alle leeraars zwijgen, dat alle scliepselen verstommen voor uw aangezicht, en niemand spreke tot mij, dan Gij alleen!

2. Hoe meer iemand in zichzelven gekeerd en onthecht is van alle nit-wendige zaken, des te meer, des te verhevener dingen zal hij zonder moeite verstaan, omdat hij van Boven het licht des verstands ontvangt. Ken reine, eenvoudige en standvastige geest zal zelfs in veel arbeids niet verstrooid raken, omdat hij alles doet ter eere Gods en, vrij van alle eigenliefde, in niets zichzelven zoekt. Wat | toch hindert en kwelt u meer, dan ! de onverstorven neigingen van uw j hart? Een goed en innig menscli ordent daarom eerst hij zichzelven | alle handelingen , die hij uitwendig | i verrichten moet. Hij laat zich daarbij 1 niet meesleepcn door de lusten eener

; zondige neiging, maar hij richt ze naar ____©

8

ocr page 22

'1 BOEK, 3 HOOFDSTUK.

S----S3

liet oordeel der gezonde rede. Wie lieeft zwaarder strijd dan liij, die ziclizelven zoekt te overwinnen .' En toch moest juist dit ons voornaamste werk zijn: onszelven te belieerschen, dagelijks onszelven meer meester te worden en ten minste eenige vordering te maken in het goede.

3. Alle volmaaktheid in dit leven gaat met eenige onvolmaaktheid gepaard en geen enkele onzer hescliou-wingen is van alle duisterheid vrij. Nederige zelfkennis is een zekerder weg tot God, dan de diepste wetenschappelijke nasporing. Niet dat de wetenschap zelve of elke eenvoudige kennis eener zaak afkeuring verdient; neen, zij is, op zichzelve beschouwd, goed en door God verordend; maar een goed geweten en een deugdzaam leven verdienen toch altoos den voorrang. En juist daarom dwalen zoo-velen en brengen weinig of geene vruchten voort, omdat zij zich meer toeleggen om veel te weten, dan om goed te leven.

Och! of zij evenveel ijver hadden om ondeugden uit te roeien en deug-

m____________- S

!)

ocr page 23

1 BOEK. O HOOFDSTUK.

S----®

den aan te kweeken, als om twistvragen op te werpen, dan zou er niet zooveel kwaad en ergernis onder liet volk, niet zooveel verslapping in de kloosters lieerschen.

Waarlijk, als de dag des oordeels komt, zal ons niet gevraagd worden, wat wij gelezen, maar wel wat wij gedaan; niet hoe schoon wij gesproken, maar wel hoe godsdienstig wij geleefd hebben.

En zeg mij, waar zijn nu al die heeren en meesters, die gij goed gekend hebt, toen zij nog leefden en door hun studieijver uitmuntten ? Anderen genieten reeds hunne inkomsten en of zij nog wol eens aan hen denken, ik weet het niet. In hun leven schenen zij iets te zijn, en nu zwijgt men van hen. O, hoe ras gaat de heerlijkheid der wereld voorbij! Had toch' hun leven aan hunne kennis beantwoord, dan zouden zij goed gestudeerd en geleeraard hebben. Uoevelen gaan cr in de weroh. door hunne ijdele wetenschap niet verloren, omdat zij zich zoo weinig bekommeren om den dienst van God. j En omdat zij liever groot dan nede-

10

ocr page 24

1 BOEK. -4 HOOFDSTUK. --------^

rig willen zijn , vergaan zij in limine gedachten.

Waarlijk groot is liij, ilio eene groote liefde heeft. Waarlijk groot hij, die klein is in zijne eigene oogen en alle eer en roem voor niets rekent. Waarlijk wijs is hij, die al 't aardsehn als vuilnis acht, opdat hij Christus moge gewinnen. En hij alleen is waarlijk geleerd, die zijn eigen wil verzaakt en slechts den wil van God volbrengt.

4 HOOFDSTUK.

Over een voorzichiicj gedrag.

1. Men mag niet ieder woord ge-looven, noch iedere ingeving volgen; maar alles moet ernstig en rijpelijk voor God overwogen worden. Ach, helaas! men gelooft van een ander eerder het kwade, dan het goede : zoo zwak zijn wij. Maar volmaakte men-schen gelooven niet dadelijk alles, wat verteld wordt, omdat zij de mensche-lijke zwakheid kennen, die tot het kwade geneigd is en zeer licht struikelt in woorden.

m______ — m

11

ocr page 25

'1 BOEK. 5 HOOFDSTUK. ........- — S5

2. liet is firoote wijsheid, niet overijld te zijn in zijne liandelingen , en niet hardnekkig zijn eigen oordeel te volgen. Tot deze wijsheid behoort ook, dat men geen geloof sla aan al het geklap der menschen, en hetgeen men hoort en gelooft, niet terstond aan anderen inlluistere. Beraad u met een man van verstand en van geweten, en wil liever u door een beteren laten onderrichten , dan rnv eigen inzicht volgen.

Een deugdzaam leven maakt den monsch wijs voor God en ervaren in vele opzichten. Hoe meer iemand bij zichzelven ootmoedig en God onderworpen is, des te verstandiger en geruster zal liij in alles wezen.

5 HOOFDSTUK.

Over het lezen van heilige hoeken.

i. In heilige boeken moet men geen welsprekendheid, maar waarheid zoeken. De geheele heilige Schrift moet gelezen worden in denzelfden j geest, waarin zij gesteld is. Wij moeten bij 't lezen van boeken meer acht

tS_____

12

ocr page 26

1 BOEK. 5 HOOFDSTUK.

Ss-------------£i

geven op geestelijk voordeel, dan op sierlijkheid van taal.

'2. Daarom moeten \vij even gaarne stichtelijke cn eenvoudige, als verhevene en diepzinnige boeken lezen. Stoor u ook niet aan het gezag des schrijvers, of hij minder of meer geleerd is; maar zet u tot lezen, alleen uit liefde tot do zuivere waarheid. Vraag daarom niet, wie iets zegt, maar let op hetgeen gezegd wordt. De menschen gaan voorbij, maar de waarheid des Heeren blijft in eeuwigheid. God spreekt tot ons op velerlei wijze, zonder aanzien van personen.

ISij het lezen van boeken hindert ons dikwijls onze nieuwsgierigheid : wij willen verstaan en beredeneeren, hetgeen wij eenvoudig moesten voorbijgaan. Wilt gij niet voordeel lezen, lees dan met ootmoed, eenvoudigheid en geloof, zonder ooit den naam van geleerde te willen hebben. | Ondervraag gaarne, en luister in stilte naar de woorden dei' heiligen; behartig ook de spreuken der ouderlin- I gen; zonder reden toch worden zij niet aangehaald.

E2_I_________ÉS

13

ocr page 27

'1 BOEK. Ü HOOFDSTUK.

--------S3

6 HOOFDSTUK.

Over de. onrjerejdde begeerte?!.

1. Zoo dikwijls de menscli iets ongeregeld begeert, wordt hij aanstonds onrustig in zijn binnenste. De hoo-vaardige en de gierige hebben nooit rust; maar die arm en nederig van geest is, geniet de volheid des vredes.

2. Wie zichzelf nog niet volkomen is afgestorven, wordt lichtelijk bekoord en in kleine en geringe zaken overwonnen. Wie zwak is naar den geest en nog eenigszins tot het vlee-schelijke en zinnelijke geneigd, heeft groote moeite om zich van de aard-sche begeerlijkheden heelemaal los te maken. Daarom is hij dikwijls treurig, als hij zich iets moet ontzeggen, en lichtgeraakt, als men hem weerstaat. Heeft hij echter verkregen, wat hij

j begeert, terstond knelt hem het verwijt van zijn geweten: dat hij eene drift heeft ingevolgd , die hem niet helpen kan tot den vrede, dien hij j zocht.

E2______Si

l-l

ocr page 28

1 nOEK. 7 HOOFDSTUK.

s ---•--s

3. Daarom, niot in de voldoening, maar in de bestrijding zijner driften is de ware vrede des harten te vinden. Er is alzoo geen vrede in het hart van den mensch, die nog vleesche-lijk gezind is of zich aan uitwendige dingen overgeeft; dien vindt alleen hij, die met ijver naar het geestelijke streeft.

7 HOOFDSTUK.

Vlucht de ijdele hoop en de zelfver-heffinj.

4. Dwaas is hij, die zijne hoop op den mensch of eenig ander schepsel stelt. Schaam u nooit ter liefde van ■lezus Christus anderen te dienen en in deze wereld voor arm gehouden te worden.

Sta niet op uzelven , maar vestig uwe hoop op God. Doe gij, wat in u is, en God zal uwen goeden wil ondersteunen.

Vertrouw niet op uwe wetenschap noch op do behendigheid van eenig sterveling, maar alleen op de genade van God, die de nederigen helpt, maar de vermetelen vernedert,

É___-_Q

15

ocr page 29

1 BOEK. 7 HOOFDSTUK,

S S3

2. Roem niet op uwe rijkdommen, j zoo gij er hebt, evenmin als op uwe ! vrienden, wijl zij machtig zijn; maar op God, die alles verleent, en boven alles nog zichzelven geven wil.

Verhef u niet op de grootte of schoonheid van uw lichaam ; eene kleine ongesteldheid kan het verminken of misvormen.

Schep geen zelfbehagen in uwe bekwaamheid en vernuf t, opdat jjij niet mishagen moogt aan God. wien gij alles, wat gij van nature goeds bezit, te danken hebt.

Acht u niet voor beter dan anderen, opdat God, die 's menschen hart kent, u misschien niet quot;voor slechter houde. Wees ook niet trotsch op uwe goede werken: want anders zijn de oor-deelen van God , en anders de oor-deelen van de menschen, aan wie dikwijls behaagt, hetgeen God mishagen moet.

llebt gij iets goeds, denk dat anderen nog beter zijn: zoo zult gij den ootmoed bewaren. Het zal u niet schaden, zoo gij u beneden allen stelt: maar zeer schadelijk is het voor u, zoo gij u slechts boven een

2_____ga

10

ocr page 30

i IJOEK. 8 HOOFDSTUK.

®--------;-

enkelen stolt. Bij den ootmoedige woont duurzame vrede, maar in het hart van den hoovaardige heerscht ijverzuchten gestadige misnoegdheid.

8 HOOFDSTUK.

Vermijd eene te groote gemeenzaamheid.

1. Leg uw hart niet voor iedereen bloot, maar verhandel uwe aangelegenheden met een verstandig en god-Treezend man. Verkeer niet veel met jongelieden en vreemdelingen. Vlei de rijken niet en verlang niet naar den omgang met aanzienlijken. Houd liever verkeering met nederigen en eenvou-digen , met innigen en welgemanier-den, en spreek over hetgeen stichten kan. Wees met geene vrouw gemeenzaam , maar beveel Gode alle deugdzame vrouwen gezamenlijk aan.

2. Wensch met niemand dan met God en zijne Engelen vertrouwelijk om te gaan en ontwijk daarom de

i aandacht der menschen. Liefde moet men tot alk'n hebben , maar gets_______

17

2

ocr page 31

'1 1!ÜKK. 9 HOOFDSTUK.

s----_ ; 7 s-

meenzaamheid is niet raadzaam. Het gebeurt wel eens, dat een onbekende door zijnen naam in de verte scbittert, wiens tegenwoordigheid nocli-tans de oogen doraanscliouwerskwetst. Ook meenen w ij somtijds, dat wij door ons gezelschap aan anderen behagen, terwijl wij Imn eer beginnen te mishagen door al de gebreken, die ze in ons waarnemen.

!) HOOFDSTUK.

Over de gehoorzaamheid en onder-loerpiny.

I. 'I Is een zeer groot voorrecht onder de gehoorzaamheid te staan , onder liet gezag van een overste te leven, en niet zijn eigen heer en meester te zijn. Veel veiliger is het . onderhoorige, dan overste te wezen. | Velen echter gehoorzamen meer uit dwang, dan nit liefde ; dezen hebben | allerlei kwelling en zijn /.eer geneigd tot morren. Ook zullen zij de vrijheid des geest es niet verkrijgen, vooraleer zij zich, ter liefde üods, van ganscher harte onderwerpen. Loop hier of daar:

m... _____________s

18

ocr page 32

1 BOEK. 9 HOOFDSTUK.

Squot;---—-1

nergens zult gij rust vinden, tenzij in eene nederige umlerverjiing aan het bestuur van uwen overste. De verbeelding, dat het hun op andere plaatsen beter zou gaan, heeft er reeds i velen bedrogen.

2. 't Is wel waar, dat iedereen I gaarne naar zijn eigen gevoelen han-! delt en meer overhelt tot hen, die | met hem van hetzelfde gevoelen zijn. Maar als God onder ons woont, moeten wij toch ook wel eens , om des lieven vredes wille, onze eigen rnee-ning opgeven.

Wie is er zoo verlicht, dat hij alles volkomen weten kan ? Vertrouw daar-j om niet te zeer op uw eigen inzicht, maar hoor ook gaarne het gevoelen van anderen.

Is uw gevoelen goed , en laat gij het evenwel ter eere Gods varen, om een ander te volgen , dan zult gij daaruit ties te groot er voordeel trekken. Want dikwijls heb ik gehoord, dat het veiliger is raad te hopren en aan te nemen, dan raad te geven.

Het kan ook gebeuren, dat het eerie i gevoelen even goed is als het andere; |

m____________®

19

ocr page 33

1 BOEK. 10 HOOFDSTUK.

S-------g]

maar in hot gevoelen van anderen niet te willen berusten, als de rede of de zaak liet vordert, is een toeken van hoogmoed en hardnekkigheid.

10 HOOFDSTUK.

Over het vermijden van nuttelooze gesprekken.

1. Mijd zoo veel mogelijk liet gewoel der mensehen : want het verhandelen van vvereldsche zaken is zeer hinderlijk , al geschiedt het met een zuiver doel. Zeer spoedig toch wordt ons hart door ijdelheid besmet en verstrikt. Al dikwijls wenschte ik gezwegen en niet onder de mensehen verkeerd te hebben.

2. Hoe komt het toch, dat wij zoo gaarne spreken en elkander onder-

I houden, daar wij toch zelden zonder

I kwetsing des gewetens tot stilzwijgen

| terugkeeren ? i)e reden daarvan is, j

j omdat wij door die onderlinge ge-

, sprekken elkander zoeken te troosten, •

I en ons hart, dat door allerlei gedach- i

j ten terneergedrukt wordt, wenschen

m------s

20

ocr page 34

i ROEK. 11 HOOFDSTUK.

S - - S

1 te verlichten. Daarom oollt; denken en I spreken wij zoo gaarne over hetgeen wij beminnen en begeeren, evenals over hetgeen ons tegenstaat. Dan ach, doorgaans vruchteloos en te vergeefs! Want die uitwendige vertroosting hindert niet weinig den inwendigen en goddel ij ken troost.

3. Daarom moeten wij waken en bidden, opdat ons de tijd niet in ledigheid voorbijga. Als het geoorloofd en dienstig is te spreken, spreek dan van hetgeen stichten kan. De kwade gewoonten en de verwaarloozing van onzen voortgang in het goede, zijn veelal oorzaak, dat wij zoo slecht wacht houden over onze tong. Een innig gesprek echter over geestelijke onderwerpen helpt zeer veel tot onzen geestelijken voortgang, vooral wanneer zij, die éen van hart en geest zijn , zich in God daartoe vereenigen.

11 HOOFDSTUK.

Over de middelen tot vrede en den ijver tot voortgang.

ocr page 35

1 BOEK. H IIOOl'DSTUIC.

-quot;7--;-;—i

nieten, als wij ons minder bemoeiden met lietgeen anderen zeggen en doen, en met dingen, die ons niet aangaan. Hoe kan iemand toch lang in vrede blijven, die zicli gaarne in de zaken i van anderen steekt, die uitwendige verstrooiingen zoekt en slechts weinig of zelden tot zichzelven inkeert?

Zalig de eenvoudigen, want zij zullen overvloedigen vrede hebben.

Waarom hebben sommige heiligen zoo'n volmaakt en bespiegelend leven geleid ? Omdat zi j er steeds naar streefden alle aardsche begeerlijkheden af' te sterven. Daarom konden zij zich met hart en ziel aan God hechten en zich ongestoord met Hem bezighouden.

Wij echter zijn te voel ingenomen door onze eigene driften en te zeer bekommerd om vergankelijke dingen. Slechts zelden gebeurt het, dat wij eenige ondeugd geheel overwinnen, en wij hebben geen ijver om dagelijks in het goede te vorderen; daarom blijven wij zoo lauw en koud. Waren : wij onszelven volkomen afgestorven i en inwendig vrij van al het aardsche,

ES---------M

22

ocr page 36

1 BOEK. 11 HOOFDSTUK,

E3 --7quot;®

dan zouden ook wij de goddelijke ! 1 dingen kunnen smaken en van de hemelsche beschomv:ng iets ondervinden.

Het grootste en ook eenige beletsel bestaat hierin, dat wij nog niet vrij zijn van onze driften en begeerlijk lieden en ons zoo weinig beijveren om den weg der volmaaktheid in te slaan, dien de Heiligen bewandeld hebben. Ook laten wij ons te spoedig door den geringsten tegenspoed ontmoedigen en keeren ons dan tot den troost der mensehen.

2. Indien wij ons best deden, om als kloeke mannen pal te staan in den strijd . voorwaar wij zouden de hulp des Heeren over ons zien nederdalen. Hij toch is steeds bereid hen te helpen, die den goeden strijd strijden en op zijne genade hopen; ook geeft Hij ons slechts gelegenheid om te strijden, opdat wij zouden overwinnen.

Stellen wij echter onzen voortgang in het goede enkel en alleen in eenige j uitwendige oefeningen , dan zal onze j innigheid niet lang stand houden, i

________-_______S

23

ocr page 37

1 ROEK. 11 HOOFDSTUK.

P ~ I-

Laten wij daarom de bijl aan den i wortel leggen, opdat wij, bevrijd van onze ongeregelde driften, den waren zielevrede mogen vinden.

Als wij ieder jaar slechts eene | enkele ondeugd uitroeiden, dan zouden wij spoedig volmaakt zijn. Nu echter ondervinden wij integendeel, dat wij, bij den aanvang onzer intrede in 't ! klooster, veel beter en reiner waren, dan nu, nadat wij reeds zoovele jaren de geloften hebben afgelegd.

Met eiken dag moest onze ijver en onze betering toenemen, en men houdt het reeds voor iets groots, als men een gedeelte van zijnen eersten ijver heeft mogen behouden.

Indien wij bij 't begin ons maar een weinig meer geweld aandeden, dan zouden wij naderhand alles met gemak en vreugde kunnen volbrengen. Zwaar is het, oude gewoonten af te leggen, maar nog zwaarder, zijn eigen wil tegen te gaan. Maar indien gij nu het geringere en lichtere niet overwint, wanneer zult gij dan het zwaardere tebovenkomen ? Weersta in den beginne uwe ongeregelde neiging en leg de kwade gewoonte af,

12-----S]

24

ocr page 38

1 nOICK. '12 HOOFDSTUK.

--f-

eer zij u allengskens misschien in nog grooter nioeilijkliciil wikkele.

O ! zoo gij eens bedacht, wolkon vrede gij uzelven, hoeveel vreugde gij aan anderen, door een goeden levenswandel, verschaHen kunt; ik geloof, gij zoudt moer bezorgd zijn om in het geestelijk leven vooruit te

12 HOOFDSTUK.

Over het nut der tegenspoeden.

i. Het is goed voor ons, dat wij soms eenige zwarigheden en wederwaardigheden hebben: want zij roepen dikwijls den mensch tot zichzel-ven terug, en herinneren hem, dat hij hier in ballingschap leeft en zijne hoop op niets in deze wereld vestigen moet.

Ook is het goed, dat wij soms tegenspraak ontmoeten en slecht en ongunstig beoordeeld worden, ofschoon onze handelingen en bedoelingen goed waren. Dat bevordert in ons de nederigheid en bewaart ons voor ijdele

m______i

25

ocr page 39

1 BOEK. 11 HOOFDSTUK.

is --------------7---------;-------;—a

nieten, als wij ons minder bemoeiden met hetgeen anderen zeggen en doen, | en met dingen, die ons niet aangaan. Hoe kan iemand toch lang in vrede | blijven, die zich gaarne in de zaken i van anderen steekt, die uitwendige verstrooiingen zoekt en slechts weinig of zelden tot zichzelven inkeert?

Zalig de eenvoudigen, want zij zullen overvloedigen vrede hebben.

Waarom hebben sommige heiligen zoo'n volmaakt en bespiegelend leven geleidOmdat zi j er steeds naar streefden alle aardsche begeerlijkheden af te sterven. Daarom konden zij zich met hart en ziel aan God hechten en zich ongestoord met Hem bezighouden.

Wij echter zijn te veel ingenomen door onze eigene driften en te zeer bekommerd om vergankelijke dingen. Slechts zelden gebeurt het, dat wij eenige ondeugd geheel overwinnen, en wij hebben geen ijver om dagelijks in het goede te vorderen; daarom blijven wij zoo lauw en koud. Waren wij onszelven volkomen afgestorven en inwendig vrij van al het aardsche.

ocr page 40

'1 BOEK, 11 HOOFDSTUK.

ts ------0

dan zouden ook wij de goddelijke dingen kunnen smaken en van de hemelsclie beschouwing iets ondervinden.

liet grootste en ook eenige beletsel bestaat hierin, dat wij nog niet vrij zijn van onze driften en begeerlijkheden en ons zoo weinig beijveren om den weg der volmaaktheid in te slaan, dien de Heiligen bewandeld hebben. Ook laten wij ons te spoedig door den geringsten tegenspoed ont-| moedigen en keeren ons dan tot den ! troost der menschen.

2. Indien wij ons best deden, om [ als kloeke mannen pal te staan in den strijd . voorwaar wij zouden de hulp des Heeren over ons zien neder-j dalen. Hij toch is steeds bereid ben te helpen, die den goeden strijd strijden en op zijne genade hopen; ook geeft Hij ons slechts gelegenheid om te strijden, opdat wij zouden overwinnen.

Stellen wij echter onzen voortgang j in het goede enkel en alleen in eenige j | uitwendige oefeningen , dan zal onze j } innigheid niet lang stand houden.

È2________S

23

ocr page 41

1 HOEK. 11 HOOFDSTUK. S §3

Laten wij daarom de bijl aan den i wortel leggen, opdat wij, bevrijd van onze ongeregelde driften, den waren zielevrede mogen vinden.

Als wij ieder jaar slechts eene enkele ondeugd uitroeiden, dan zouden wij spoedig volmaakt zijn. Nu echter ondervinden wij integendeel, dat wij, bij den aanvang onzer intrede in 't klooster, veel beter en reiner waren, dan nu, nadat wij reeds zoovele jaren de geloften hebben afgelegd.

Met eiken dag moest onze ijver en onze betering toenemen, en men houdt het reeds voor iets groots, als men een gedeelte van zijnen eersten ijver heeft mogen behouden.

Indien wij bij 't begin ons maar een weinig meer geweld aandeden, dan zouden wij naderhand alles met gemak en vreugde kunnen volbrengen. Zwaar is het, oude gewoonten af te leggen, maar nog zwaarder, zijn eigen wil tegen te gaan. Maar indien gij nu het geringere en lichtere niet overwint, wanneer zult gij dan het zwaardere tebovenkomen ? Weersta in den beginne uwe ongeregelde neiging en leg de kwade gewoonte af,

12------É

24

ocr page 42

1 BOr.K. *12 HOOFDSTUK.

ES --a

eer zij n allengskens misschien in nog grooter moeilijkheid wlkkele.

O ! zoo gij eens bedacht, welken vrede gij nzelven , hoeveel vreugde I gij aan anderen, door een goeden levenswandel, verschallcri kunt; ik geloof, gij zoudt meer bezorgd zijn om in het geestelijk leven vooruit te gaan.

12 HOOFDSTUK.

Over het nut der tegenspoeden.

i. liet is goed voor ons, dat wij soms eenige zwarigheden en wederwaardigheden hebben: want zij roepen dikwijls den mensch tot zichzel-von terug, en herinneren hem, dat hij hier in ballingschap leeft en zijne hoop op niets in deze wereld vestigen moet.

(Jok is het goed, dat wij soms tegenspraak ontmoeten en slecht en ongunstig beoordeeld worden, ofschoon onze handelingen en bedoelingen goed waren. Dat bevordert in ons de nederigheid en bewaart ons voor ijdele

ES_____________S

25

ocr page 43

1 BOEK. '13 HOOFDSTUK.

m----------®

glorie. Want lioe meer wij van buiten door de menschen versmaad en met mistrouwen behandeld worden, des te meer zoeken wij slechts God, die ons binnenste kent. JJe mensch moet zich daarom zoo vast aan God houden, dat hij allen menschelijken troost ontberen kan.

2. Wanneer een mensch, die van goeden wil is, verdrukt, bekoord of met kwade gedachten geplaagd wordt, dan erkent hij, hoe noodig God hern is, en hoe hij zonder Hem niets goeds volbrengen kan. Dan ook treurt, zucht en bidt hij om de ellenden, waaronder hij lijdt; dan verdriet het hem zelfs langer te leven, en verlangt hij naar den dood , opdat hij moge ontbonden worden, om bij Christus te zijn. Dan ziet hij ook duidelijk in, dat er in dit leven geen volkomen veiligheid , geen duurzame vrede bestaan kan.

13 HOOFDSTUK.

Over het weerstaan der bekoringen.

'1. Zoolang wij in deze wereld le-

f2---------s

20

ocr page 44

1 HOEK. 13 HOOFDSTUK.

1-;—----—S

ven, kunnen wij niet zonder kwelling en bekoring zijn. Daarom staat er geschreven in het hoek Job: liet leven van den mensch op aarde is een voortdurende strijd, leder moet dus zorgvuldig acht geven op zijne bekoringen, en waakzaam zijn in het gebed, opdat de duivel geen gelegenheid vinde om hem te misleiden: want deze vijand sluimert nooit, maar gaat steeds rond , zoekende wien hij zal kunnen verslinden. Niemand is er zoo volmaakt en heilig, dat hij niet soms bekoord wordt; ja, wij kunnen zelfs de bekoringen niet geheel en al missen.

2. Deze bekoringen echter, hoe lastig en zwaar zij ook vallen, zijn den mensch dikwijls zeer nuttig, omdat bij er door vernederd, gereinigd en geleerd wordt.

Al de Heiligen hebben vele kwellingen en bekoringen doorgestaan en daardoor voortgang gemaakt in hei-righeid; zij daarentegen, die de beko-ling niet konden doorstaan , zijn bezweken en verworpen geworden.

:3. Er is gceu stand zoo heilig en

___1

ocr page 45

'1 HOEK. 13 HOOFDSTUK.

P quot; ---®

fiüene (iluats zoo verborgen, of er zijn bekoringen en wederwaardigheden. Geen menscli is gansch ontslagen van bekoringen, zoolang hij leeft; want wij dragen de kiem der bekoring in j onszelven, daar wij in de begeerlijkheid geboren zijn. Nauwelijks is de | eene bekoring of kwelling geweken, j of de andere ia daar; en altijd zullen wij iels te lijden hebben , omdat wij den schat van ons oorspronkelijk ! geluk verloren hebben.

4. Velen zoeken de bekoringen te 1 | ontvluchten en vallen er slechts te | dieper in. Door do vlucht alleen kun- | ! nen wij niet overwinnen, maar door j geduld en waren ootmoed worden wij } sterker dan al onze vijanden.

Wie slechts uitwendig ontwijkt en niet den wortel uitroeit, zal weinig 1 vorderen; integendeel de bekoringen zullen des te eer tot hem terugkee-ren en hem des te heviger aanvallen.

Allengskens en door geduld en volharding zult gij, onder Gods bijstand, beter overwinnen, dan door een hardnekkig en lastig verzet. Zoek gaarne raad, als gijzelf bekoord wordt;

§-----m

28

ocr page 46

'1 BOEK. 13 HOOFDSTUK.

s------g

en wordt een ander bekoord, val hem niet hard, maar vertioost hem, gelijk gij wenschen zomlt, dat men u deed.

Het begin van alle kwade bekoringen ligt in de onstandvastigheid van ons gemoed en in ons gering vertrouwen op God. Want evenals een schip zonder roer door de golven heen en weer geslingerd wordt, evenzoo wordt een kleinmoedige en aan zijne voornemens ontrouwe mensch van vele zijden bevochten.

5. Het vuur beproeft het ijzer, de bekoring den rechtvaardigen mensch. Dikwijls weten wijzelf niet, waartoe wij in staat zijn; maar de bekoring toont ons, wat wij zijn.

Wij moeten echter waken, vooral in het begin der bekoring : want de vijand wordt lichter overwonnen, wanneer wij hem in 't geheel niet door de deur des harten laten binnendringen , maar hem buiten den drempel, zoodra hij aanklopt, tegen-treden. Daarom heeft iemand gezegd : weersta het begin, want als artsenij noodig wordt, is het te laat. Eerst is

E2___Si

29

ocr page 47

1 BOEK. 1!3 HOOFDSTUK. ®---®

het maar eene eenvoudige gedachte, die bij ons opkomt; daarna volgt eene levendige voorstelling; deze wekt het welbehagen en de kwade beweging en eindelijk volgt de toestemming. En zoo sluipt de booze vijand allengs-kens geheel binnen, als wij hom niet van 't begin af te keer gaan. En hoe langer iemand wacht met te weerstaan, hoe zwakker hij dagelijks in zichzelven wordt en hoe sterker tegen hem de vijand.

0. Sommigen worden zwaarder bekoord bij het begin hunner bekeering, anderen bij het einde huns levens; sommigen hebben bijna hun geheele leven lang te strijden, terwijl anderen slechts weinig en licht bekoord worden : dit alles naar de wijze en liefdevolle verordening van God, die den staat en de verdiensten der menscheu weegt en alles voorbeschikt tot zaligheid zijner uitverkorenen.

Daarom moeten wij niet wanhopen, als wij bekoord worden, maar God des te vuriger aanroepen, dat Hij zich gewaardige ons in alle kwellingen bij te staan ; Hij toch zal, naar het woord

-----------------m

'60

ocr page 48

1 BOEK. 14 HOOFDSTUK.

es----i

van den Apostel Paulus, ons met de bekoring zulken bijstand verleenen, dat wij ze verdragen kunnen.

Vernederen wij dan bij alle bekoring en kwelling onze zielen onder de hand van God, die de nederigen van geest opricht en behoudt. Bekoringen en kwellingen wijzen in den mensch aan, hoever hij vooruitgegaan is in het goede; ook vorhoogen zij zijne verdiensten en doen zijne deugd beter uitschijnen. Het betcekent weinig of iemand innig en vurig is, als hij geene zwarigheid gevoelt; maar als hij, ten tijde van tegenspoed, zich lijdzaam gedraagt, dan is er grooten voortgang van hem te verwachten. Daar zijn er, die voor groote bekoringen bewaard blijven, en bijna dagelijks in kleinere bezwijken , opdat zij , aldus vernederd, in de groote aanvallen niet op zich zeiven zouden vertrouwen, daar zij reeds zoo zwak zijn in de geringe.

l i HOOFDSIMK.

Vermijd het liclUvaarditj oordeel.

1. Vestig uwe aandacht op uzel-

m______g

ocr page 49

1 BOEK. '14 HOOFDSTUK.

1----S3

ven en oordeel do daden van anderen niet. Hij, die anderen oordeelt, doet ; een nutteloos werk, dwaalt dikwijls j en zondigt licht; die zichzelven on- i derzoekt en oordeelt, werkt altoos met vrucht.

1. Zooals eene zaak ons ter harte I gaat, zoo oordeelen wij er dikwijls over: want wegens onze voorliefde wijkt ons oordeel dikwijls van de waarheid af. Ware God altoos het eenige doel van onze verlangens, dan zouden wij zoo licht niet ontroerd worden, als men onzen zin weerstaat. Maar dikwijls schuilt er iets van binnen of komt er iets van buiten bij, dat ons op gelijke wijze medesleept.

Velen zoeken, in hetgeen zij doen, heimelijk zichzelven, en weten het niet. Zoo lang alles naar hun wil en | Avensch gaat, schijnen zij volmaakten vrede te genieten; maar valt iets tegen hun verlangen uit, terstond worden ze ontsteld en terneergeslagen.

3. Wegens verschil van meoning en inzicht ontstaat dikwijls tweedracht onder vrienden, onder medeburgers,

ocr page 50

'1 ROEK. 15 HOOFDSTÜK.

-3---SS

ja, zelfs onder geestelijken en andere devote personen. Eene oude gewoonte is moeilijk af te leggen, en niemand laat zich gaarne verdei brengen, dan hijzelf wil. 1'ln toch, als gij meer steunt op uw eigen verstand en doorzicht, dan op de ootmoedige onderwerping i uwszelfs aan Jezus Christus, dan zult j gij moeilijk en eerst laat een verlicht | mensch worden: want (lod wil, dat wij onszelven geheel en al aan Hem onderwerpen en ons door eene gloeiende liefde boven onze rede verhellen.

15 J100FDS1TK'.

Over de werken uit liefde verricht.

1. Om niets ter wereld en om nie-mands liefde mag men ooit eenig kwaad doen; maar men mag wel, om iemand in den nood een dienst te bewijzen, een goed werk somtijds uitstellen of liever door een beter vervangen; op deze wijze toch gaat het goede werk niet verloren maar in een | beter over.

Zonder liefde heeft eeti uitwendig

m______-S

ocr page 51

1 BOEK. 15 HOOFDSTUK.

P-----S

werk geene waarde; maar alles wat uit lieiile geschiedt, al is het in zichzelf nog zoo klein en nietig, brengt rijke vruchten voort. Want God weegt meer den ijver waarmede iemand handelt, dan de daad, die hij verricht. Veel doet, die veel liefde heeft; veel doet, die iets op de rechte wijze doet; hij nu doet iets op do rechte wijze, die daarbij meer het algemeen welzijn dan zijn eigen wil dient.

2. Dikwijls schijnt iets liefde te zijn en is eerder zinlijkheid : want natuurlijke neiging, eigen wil, hoop op vergelding', baatzucht laten zich zelden buitensluiten.

Wie de ware en volmaakte liefde bezit, zoekt in niets zichzelven, maar heeft geen ander verlangen, dan dat God in alles verheerlijkt worde.

Ook benijdt hij niemand, omdat geene vreugde hern smaakt, die hij alleen geniet; ook zoekt hij zijne vreugde niet in zichzelven, maar wenscht alleen in God, boven alle goederen, zijn geluk te vinden.

:ï4

ocr page 52

1 ROEK. 16 HOOFDSTUK.

Squot; —gj

Aan niemand sclirijft liij iets goeds toe, maai' brengt alles geheel en al terug tot God, uit wieu als de bronader alles voortvloeit en in wien, als het laatste einde, alle Heiligen eene zalige rust genieten.

O! wie maar een vonksken van deze ware liefde bezat, hij zou in waarheid gevoelen, dat al het aard-sche vol is van ijdelheid.

16 HOOFDSTriv.

Over het vt'.rdrcujc.n der rjehreken van anderen.

1. Wat de mensch in zichzelvenof anderen niet verbeteren kan, moet hij geduldig verdragen, totdat God het anders beschikt. Bedenk, dat het zoo wellicht beter is oin u te beproeven en in lijdzaamheid te oefenen, zonder welke al onze verdiensten niet veel beteekeneu. Nochtans moet gij voor zulllt;e beletselen ootmoedig bidden, dat God u ter hulpe kome, om zo bereidwillig te kunnen verdragen.

Als iemand, eens of tweemaal ver-______Ê3

ocr page 53

1 BOEK. 'iG HOOFDSTUK.

Ei--0

maand zijnde , er niet naar luistert, twist niet met hem; maar geef het alles aan God over, opdat zijn wil geschiede en Hij in alle zijne dienaren geëerd worde : Hij toch kan wel het kwade ten goede keeren.

2. Beijver u, om geduldig te zijn in het verdragen der gebreken en zwakheden van anderen; want ook gij hebt veel, dat de anderen van n verdragen moeten. Indien gij uzelven niet zoodanig kunt maken, als gij zoudt willen zijn, hoe zult gij dan een anderen naar uwen zin kunnen hebben?

Gaarne hebben wij anderen volmaakt,en intusschenverbeteren wij onze eigene gebreken niet. Wij willen dat anderen streng bestraft worden, en wij dulden niet dat men ons bestrafl'e. Veel toegevendheid voor anderen mishaagt ons, en wij willen niet, dat men ons weigere, hetgeen wij verlangen. Wij willen dat de regel anderen in bedwang boude, maar zeiven willen wij aan geen wet gebonden zijn.

Daaruit blijkt het dan, hoe zelden wij onzen naaste gelijk onszelven achten.

B3________S3

36

ocr page 54

1 BOEK. 17 HOOFDSTUK.

SS 'ël

3. Waren alle mensclien volmaakt, wat zouden wij dan nog van anderen om Godswil te verdragen hebben? Maar nu heeft God het zoo beschikt, dat wij elkanders lasten leeren dragen: want niemand is er, die niet eenig gebrek heeft, niemand die zijn eigen last niet draagt, niemand is zichzelven genoegzaam, niemand wijs genoeg voor zichzelven; zoo moeten wij dan elkander wederzijds verdragen, vertroosten, helpen, onderwijzen en vermanen.

Hoe groot dan de deugd van iemand is, blijkt hot best bij gelegenheid van tegenspoed ; want zulke gelegenheden maken den mensch niet zwak, maar toonen slechts, wat liij is.

17 HOOFDSTUK.

Otw hel kloosterleven.

4. Wilt gij met anderen vrede en | eendracht houden , dan moet gij u-

zelven in vele dingen leeren overwinnen. Het is geen kleinigheid in kloosters of vergaderingen te wonen, I aldaar zonder klachten te leven en ! i getrouw te volharden tot aan den !

ocr page 55

1 BOKK. 17 HOOFDSTUK.

E 7quot; quot; ; quot; si

dood. Zalig bij, die cr goed geleefd en zijnen loop gelukkig volbracht heeft!

Wilt gij, gelijk het behoort, in 't goede volharden en voortgang maken, beschouw u als een ballingen vreemdeling op aarde, .la, om Christus' wil moet gij als een dwaas willen aangezien worden , zoo gij een religieus leven leiden wilt. Kap en kruin doen er weinig tue, maar verandering van gedrag en volkomen versterving der driften maken den waren kloosterling.

2. Wie iets anders zoekt, dan God alleen en het heil zijner ziel, zal niets dan kwelling en smart vinden. Ook kan hij er niet lang in vrede blijven, die niet tracht de minste te wezen en onderworpen aan allen.

Gij zijt hier gekomen om te dienen, niet om te gebieden; gij zijt geroepen om te lijden en te werken , niet om ledig te loopen en te klappen. Hier worden dus de rnenschen beproefd als I het goud in den oven. Hier kan nie- i mand het uithouden , die zich niet van ganscher harte, ter liefde Gods, i wil vernederen.

ocr page 56

1 BOEK. 18 HOOFDSTUK.

®--------'-0

18 HOOFDSTUK.

Overliet voorbeeld der heilige Vaders.

i. Vestig liet oog op de levendige voorbeelden der heilige Vaders, die uitblonken in den dienst van God en in de ware volmaaktheid, en gij zult zien, hoe weinig het is, ja bijna niets, wat wij doen. Ach, wat is ons leven, bij het hunne vergeleken?

De Heiligen en vrienden van Christus hebben den Heer gediend in honger en dorst, in koude en naaktheid , in arbeid en vermoeienis, in waken en vasten, in gebeden en heilige overdenkingen , in vervolgingen en velerlei smaad. O! hoevele en zware verdrukkingen hebben niet ondergaan de Apostelen, de Martelaars , de Belijders, de Maagden , en al de overigen, die de voetstappen van Christus hebben willen volgen! Want zij hebben hunne ziel in deze wereld gehaat, om ze voor het eeuwige leven te behouden.

Welk een hard en verstorven leven hebben de heilige Vaders in de woes-

ta_-___a

:!lt;)

ocr page 57

1 BOEK. 18 HOOFDSTUK.

-----------------S

| tijn geleid 1 Wat langdurige en zware : bekoringen hebben zij doorgestaan ! Hoe menigmaal werden zij door den boozen vijand gekweld! Wat menigvuldige en vurige gebeden hebben zij Gode opgedragen, welke strenge onthoudingen uitgeoefend! I Joe groot was bun ijver en vurigheid tot geestelijken voortgang! Welk een dapperen strijd bestonden zij om hunne gebreken uit te roeien! Hoe zuiver en oprecht was hunne bedoeling tot God gericht!

Over dag arbeidden zij en des nachts hielden zij zich langen tijd bezig met bidden,quot; ofschoon ze onder den arbeid het inwendig gebed nooit 5 nalieten. Al hun tijd besteedden zij nuttig; ieder uur, in den omgang met God doorgebracht, scheen hun kort; ja, de groote zoetheid dier bespiegeling deed hen de behoefte der lichamelijke verkwikking vergeten.

Zij verzaakten aan alle rijkdommen, waardigheden en eeibewijzingen, aan alle vrienden cn verwanten, en begeerden van de heele wereld niets te ! bezitten; nauwelijks namen zij 'slovens nooddruft, ja, de onvermijdelijke j

®_____________S

40

ocr page 58

'1 BOEK. 18 HOOFDSTUK. -------gj

verzoi'ging des licliaams viel hun zelfs lastig'. Zij waren dus ar m in aardsche goederen . maar zeer rijk in genade i en deugden; uitwendig leden zij ge-brek, maar inwendig werden zij door ■ de goddelijke genade en vertroosting verkwikt.

Der wereld vreemd, waren zij innig verbonden met (lod en zijne meest vertrouwde vrienden. In bun eigen oogen waren zij nietswaardig en door deze wereld veracht, maar in het oog van God waren zij kostelijk en dierbaar. Zij volhardden n waren ootmoed , leefden in kinderlijke onderwerping en wandelden in liefde en lijdzaamheid : daarom vorderden zij dagelijks in hot geestelijk leven en verwierven zich groote genaden bij God.

Zij zijn aan alle kloosterlingen tot voorbeeld gegeven en moeten ons sterker aansporen tut gestadigen voortgang dan de menigte der lauwen tot verslapping.

2. O, hoe groot was de ijver aller kloosterlingen bij den aanvang hun- |

®________S

41

ocr page 59

1 BOEK. 18 HOOFDSTUK. fS S3

ner heilige instelling! Welke innigheid bij liet gebed. welke wedijver in de deugd ! Welke strenge tucht onderhielden zij I lloe bloeide , bij allen , eerbied voor en onderwerping aan de voorschriften huns meesters! Nog heden getuigen de nagelaten sporen, dat zij inderdaad heilige en volmaakte mannen waren, zij, die zoo dapper strijdende, de wereld onder de voet gebracht hebben.

En nu houdt men het reeds voor iets groots, als iemand den regel niet overtreedt, en met geduld draagt, wat hij op zich genomen heeft. Schande over de lauwheid en nalatigheid van onzen stand! dat wij van den eersten ijver zoo spoedig afwijken en dat liet leven zelfs ons tot last wordt wegens vermoeiing en lauwheid.

O! mocht toch de zucht naar vol-making niet geheel in u insluimeren, 1 gij, die zoo vele voorbeelden van de- | vote personen onder het oog hebt.

ES

ocr page 60

i BOEK. 19 HOOFDSTUK.

m-----Si

-J9 HOOFDSTUK.

Over hel leven van een joed kloosterling.

1. Het leven van een goed kloosterling moet rijk zijn aan alle deugden, opdat hij inwendig werkelijk zoo zij, als hij uitwendig den menschen voorkomt. .Ta, met reden moet hij inwendig iiog veel meer zijn, dan men uitwendig aan hem bespeurt: want God doorschouwt ons binnenste. Voor Hem moeten wij overal den hoogsten eerbied hebben en voor zijn aangezicht rein als Engelen wandelen.

Eiken dag moeten wij ons voornemen vernieuwen , en ons tot ijver opwekken, alsof' wij heden voor 't eerst bekeerd waren, en bidden; Help mij, Heere God, in mijn goed voornemen en in uwen heiligen dienst, en geet | dat ik heden eens recht beginne: want ! wat ik tot dusverre deed, is niets.

Onze voortgang hangt heelemaal af

m--------IS

48

ocr page 61

1 BOEK. 49 HOOFDSTUK.

fö — m

van ons voornemen, en wie goed wil vorderen, moet groote vlijt aanwenden.

AVant als hi j, die een vast voornemen had opgevat, dikwijls verflauwt, hoe zal het met hem gaan, die zelden ofminder ernstig iets goeds voorneemt Op velerlei wijs toch worden wij van ons voornemen afgetrokken ; ja, zelfs het minste verzuim van onze oefeningen heeft nauwelijks zonder eenig nadeel plaats. Der rechtvaardigen voornemen hangt meer af van | Gods genade, dan van hunne eigene wijsheid ; wat zij ook ondernemen, op j Hem vertrouwen zij steeds. Want de j mensch wikt, maar God beschikt, en | de mensch heeft zijn eigene wegen | niet in zijne macht.

Indien iemand uit gedienstigheid of om het nut eens broeders somtijds eene gewone oefening nalaat, zoo kan dit naderhand gemakkelijk hersteld worden. Maar indien hij ze te licht verzuimt uit tegenzin of onachlzaam-heid, zoo is dat zeer te berispen, en hij zal het schadelijke ervan ontwaren.

ocr page 62

•1 HOEK. 19 HOOFDSTUK.

® --S3

gen te kort schieten. Maai' wij moeten altoos iets bepaalds voornemen, en wel vooral tegen hetgeen ons 't meest hindert.

2. Wij moeten het uitwendige en inwendige evenzeer onderzoeken en regelen: want beide helpen tot onzen voortgang.

Kunt gij niet aanhoudend tot uzelven inkeeren, doo het dan toch somwijlen, ten minste eens 's daags, 's morgens of 's avonds. Maak 's morgens uwe voornemens; onderzoek 's avonds uw gedrag en zie hoedien dag uwe woorden, werken en gedachten gesteld waren; misschien hebt gij daardoor God en den naaste menigmaal beleedigd.

Omgord u als een man tegen de listen des duivels; bedwing de onmatigheid, eti gij zult al de lusten des vieesches te lichter beteugelen. Wees nooit geheel ledig, maar altoos bezig ! met lezen of schrijven, met bidden of ' overwegen , of met iets nuttigs voor | het algemeen welzijn te verrichten. ; Lichamelijke oefeningen moeten echter met omzie!itigheid geschieden: zij zijn niet voor allen even dienstig.

m____i

45

ocr page 63

1 BOEK. 19 HOOFDSTUK.

Eg-

Oefeningen, die niet gemeenzaam zijn, moet men niet in liet openbaai' ten toon liangen; want hetgeen voor enkelen in 't bijzonder is , geschiedt veiligst verborgen. Wacht u intusschen van traag te zijn voor de gemeenschappelijke en vaardiger voor de bijzondere oefeningen. Volbreng eerst trouw en volkomen hetgeen u opgelegd is; en als gij dan nog tijd hebt, geef u aan uzelven over, volgens het verlangen van uwe devotie.

Niet allen kunnen dezelfde oefening hebben, maar de eene is dienstiger voor dezen, de andere voor genen. Ook behaagt verschil van oefeningen, naar de gelegenheid des tijds: deze zullen meer bevallen op de feestdagen, andere op de werkdagen. Sommige hebben wij noodig ten tijde der bekoring, andere ten tijde van rust en vrede. Deze overdenkingen behagen, als wij droevig zijn, gene, als wij ons in den Heer verheugen.

Tegen de voorname feestdagen be-hooren wij de vrome oefeningen te vernieuwen en de voorspraak der Heiligen te vuriger af te smeeken. Van

J___S3

4fi

»

A

ocr page 64

1 BOEK. 19 HOOFDSTUK.

§----------g

het eene feest tot het andere moeten wij zulke vaste voornemens maken, alsof wij op het eerstkomende deze wereld verlaten en tot de eeuwige feestviering komen zouden. Daarom moeten wij ons voor die heilige tijden zorgvuldig voorbereiden, inniger leven en geheel onzen regel stipter onderhouden, alsof wij in 't kort het loon voor onzen arbeid van God zouden ontvangen.

En wordt dit uitgesteld, denken wij dan, dat wij nog minder goed voor-bereid, en nog onwaardig zijn, om tot die groote heerlijkheid ts geraken, welke te bestemder tijd aan ons zal worden geopenbaard, en dan zullen wij des te meer bezorgd zijn om ons op dien overgang voor te bereiden. Zulig is de dienstknecht, zegt de Evangelist Lucas, dien zijn heer, als hij komt, wakende zal vinden! Waarlijk, ik zeg u, dat hij hem over al zijne goederen stellen zal.

47

ocr page 65

'1 IIOKK. 'iü HOOFDSTUK.

20 HOOFDSTUK.

Ocnr de liefde tot eenzaamheid en stilzwijgendheid.

1. Kies een geschikteu tij(] uit om met uzelven iilloen bezig te zijn en overdenk dikwijls de weldaden Gods. Laat dan alles daar, wat enkel voor de nieuwsgierigheid is; maar lees zulke hoeken, die eerder tot ingekeerdheid dos harten opwekken, dan ijdel tijd-verdrijt' geven.

/no gij u onttrekt aan overtollig praten en ledig rondloopen, aan liet luisteren naar nieuwigheden en ge-rucliten, zult gij voldoenden en ge-schikten tijd vinden, om u aan heilzame overdenkingen over te geven.

De grootste Heiligen hebben zooveel mogelijk den omgang met menschen vermeden, en verkozen God in de eenzaamheid to dienen.

Iemand heeft gezegd: zoo dikwijls ik mij onder de menschen hegeven heb, ben ik altijd minder goed teruggekeerd. Dat ondervinden wij dikwijls,

S__§

48

ocr page 66

1 BOEK. 20 HOOFDSTUK.

amp; ; SI

als wij lang samenpraten. Het is gemakkelijker heel en al te zwijgen, clan niet te veel te zeggen; gemakkelijker ook in huis verborgen te blijven, dan zich daarbuiten genoegzaam in acht te nemen. Wie derhalve tot het inwendige en geestelijke leven komen wil, die moet zich, met Jezus, van de schare afzonderen.

2. Niemand verschijnt veilig in het openbaar,- dan die zich gaarne schuilhoudt. Niemand spreekt veilig, dan die gaarne zwijgt. Niemand is veilig overste, dan die gaarne onderdaan is. Niemand gebiedt veilig, dan die geleerd heeft goed te gehoorzamen. Niemand verheugt zich veilig, dan die het getuigenis van een goed geweten heeft.

Nochtans ging deze gerustheid bij de Heiligen altoos gepaard met de vreeze üods, en al muntten zij ook uit door groote genaden en deugden, ■ nochtans bleven zij niet minder be- j zorgd en ootmoedig. De gerustheid | daarentegen der boozen ontspruit uit hoogmoed en vermetelheid en gaat eindelijk in zelfbedrog over.

ES______«

49

4

ocr page 67

1 HOEK, 20 HOOFDSTUK.

Belcof uzelveii nimmer volkomen i veiligheid in dit leven, al scliijnt gij ocik oen goed kloosterling of' innig kluizenaar te zijn. Zij, die naar liet oordeel der menschen de besten waren, liepen dikwijls des te meer ge-gevaar wegens hun te groot zelfvertrouwen. Daarom is liet voor velen beter, dat zij niet heelemaal zonder bekoringen zijn, maai' dikwijls bevochten worden, opdat zij niet al te genist mogen wezen, zich misschien niet tot hoogmoed laten vervoeren, ol' ook niet te licht tot uitwendigen troost bun toevlucht nemen.

3. O ! welk een rustig geweten zou bij behouden, die nooit vergankelijke vreugden zocht en zich nooit met de w ereld ophield ! Welken grooten vrede, welke zoete rust zou hij genieten, die allo ijdele zorgen uit zijn hart verdreef, om aan niets te denken, dan aan God en zijne zaligheid en zijne hoop Ie vestigen op God alleen.

Niemand is den goddelijken troost waardig dan hij, die zich vlijtig geoefend heeft in eene heilige ingetogenheid des harten. Wilt gij waar-

E2----------23

50

ocr page 68

4 BOEK. 20 HOOFDSTUK.

®--—S3

lijk ingetogen zijn, treed in uwe binnenkamer en sluit liet gewoel der we-| relit buiten, gelijk er geschreven staat: keert in tot uzelven op uwe legerstede.

In uwe cel zult gij vinden, wat gij daarbuiten zoo dikwijls verliest. De cel wordt u aangenaam, als gij ze zelden verlaat, maar vervelend, als gij er zelden vertoeft. Bewoont en bewaart gij ze goed in liet begin van uw kloosterlevfn, dan zal zij u later tot eene geliefde vriendin en verkwikkende troosteres verstrekken. In de stilte en rust maakt eene innige ziel de meeste vordering en leert do verborgenheden der Schriften kennen; daar ook vindt zij de bron der tranen, waarin zij zich alle nachten was-schen en reinigen kan, opdat zij met haren Schepper des te gemeenzamer worde, naarmate zij zich van al het aardsche gewoel verder verwijdert. Zoo dan, wie zich aan het verkeer mot bekenden en vrienden onttrekt, dien zal God met zijne heilige Enge- i. len naderbij komen.

4. Beter is het verborgen te blij- j

E§_________ - ___Si

51

ocr page 69

1 BOEK. 20 HOOFDSTUK.

ES ®

ven en voor zijne zid te zorgen, dan wonderen te verrichten en daarbij zich zeiven te verwaarlozen. Het is loO'elijk in een kloosterling zelden uit te gaan, vermijden gezien te worden en ook niemand te willen zien. Waarom zoudt gij begeeren te zien. hetgeen gij toch niet moogt bezitten'/ De wereld gaat voorbij met al hare begeerlijkheid. De trok der zinnelijkheid lokt u tot omwandelen; maar wanneer het uur voorbij is, wat brengt gij naar huis terug, tenzij een bezwaard geweten I en verstrooid hart? Een vroolijk uit- [ gaan geeft dikwijls een treurig thuis- : komen en een vroolijke avond maakt een droeven morgen. Zoo komen alle zinnelijke vermaken streelend totons;n'iaar bij het einde kwetsen en dooden zij.

j Wat kunt gij eiders zien , dat gij hier niet ziet? Ziehier den hemel en de aarde en al de grondstoll'en: daaruit is toch alles samengesteld.

Wat kunt gij ergens ook zien, dat bestendig is onder de zon? Gij denkt misschien u te verzadigen; maar dat zal li niet gelukken. En al zaagt gij ook alles voor uwe oogen , wat zou 't anders zijn dan een ijdel gezicht ?

E2__________S

ocr page 70

1 BOEK. 21 HOOFDSTUK.

s--—:-----; S3

Verhef uwo oogen tot Goil in don hemel en hid voor uwe zonden en nalatigheden. Laat den ijdelen liet | ijdele over eu let gij slechts op hetgeen God ii geboden heeft. Sluit uwe deur achter u en roep jeziis , uwen Geliefde, tot u; blijf met Hem in uwe cel, want nergens zult gij zoo groeten vrede vinden. Waart gij niet uitgegaan en hadt gij niet naar allerlei geruchten geluisterd, dan zoudt gij dien zoeten vrede beter bewaard hebben. Maar sedert gij gaarne naar nieuwigheden hoort, moet gij u ook de onrust des harten getroosten.

21 HOOFDSTUK.

Over du ingekeerdheid des harten.

1. Wilt gij voortgang maken in het goede , bewaar uzelven in de vreeze Gods, en verlang niet al te vrij te zijn, maar houd al uwe zinnen onder tucht en geef u niet aan eene dwaze vreugde over. Schik u tot de ingekeerdheid des harten en gij zult de innigheid vinden. De ingekeerdheid des harten geeft toegang tot veel

m______a

53

ocr page 71

'I BOEK. 21 HOOFDSTUK.

is-----—--; S3

goeds, dat door uitgelatenheid doorgaans spoedig verloren gaat.

Het is wonder, dat een raenscli in dit leven ooit recht vroolijk kan zijn, als hij zijne ballingschap gedenkt en de vele gevaren zijner ziel overweegt. Maar de lichtzinnigheid van ons hart en de onoplettendheid op onze gebreken zijn oorzaak, dat wij de ellenden onzer ziel niet gevoelen en dikwijls in dwaas gelach losbarsten, als wij met meer recht moesten weenen. Er is geene ware vrijheid noch oprechte vreugde, dan in de vreeze Gods en in een goed geweten.

Gelukkig is hij, die alle verstrooiende hindernis van zich afwerpen en de krachten zijner ziel tot eene heilige ingekeerdheid verzamelen kan. Gelukkig hij. die alles van zich verwijdert, wat zijn geweten bevlekken of bezwaren kan.

2. Strijd als een man: de eene gewoonte wordt door do andere over

ig____________ S3

54

ocr page 72

-| BOEK. 21 HOOFDSTUK.

fS - ®

Indien gij ilc menschen kunt laten begaan, zuilen zij u ook wel in uwen handel met rust laten. Trek n de zaken van anderen niet aan en meng u niet in de aangelegenheden uwer meerderen. Houd altijd on vooral het oog op uzelven gevestigd, en vermaan uzelven bijzonder boven alle geliefden.

Hebt gij de gunst der menschen niet, wil daarom niet treuren ; maar wees hierover bedroefd, dat gij u niet zoo goed en omzichtig gedraagt, als een dienaar Gods en devoot religieus betaamt. Het is dikwijls nuttiger en veiliger voor den mensch, dut hij in dit leven n;et vele vertroostingen hebbe, vooral naar het vleesch. Maar dat wij den goddelijken troost missen of maar zelden genieten, dat is onszelven te wijten, omdat wij de ingekeerdheid des harten niet zoeken, en de ijdele, uitwendige vertroostingen niet teenemaal verwerpen.

Erken, dat gij den goddelijken troost niet waardig zijt, maar daarentegen velerlei kwellingen verdiend hebt. i Wanneer de mensch waarlijk inge-

Eg ___________S3

55

ocr page 73

1 BOEK. 21 HOOFDSTUK.

s— S3

keerd is, dan wordt hem de gelieele wereld lastig en bitter.

3. Een deugdzaam mensch vindt stof genoeg om bedroefd te zijn en te weenen. Immers hetzij hij zich-zelven beschouwt, hetzij hij over zijnen naaste nadenkt, hij merkt duidelijk , dat hier niemand zonder kwelling leeft. En hoe nauwkeuriger hij zichzelven gadeslaat, des te meer moet hij treuren.

Redenen van billijke droefheid en inwendige vermorzeling zijn onze zonden en ondeugden, waaronder wij zoo diep bedolven liggen, dat wij maar zelden het oog tot de hemelsche dingen kunnen verheden.

Indien gij meer aan uwen dood, dan aan een lang leven dacht, zoudt gij ongetwijfeld met meer ijver trachten u te verbeteren. Zoo gij ook de toekomstige straffen van hel of vagevuur ernstig overwoogt, dan zoudt gij wel gaarne alle moeiten en smarten verdragen en voor geene strenge boete terugdeinzen. Maar omdat deze waarheden niet tot het hart doordringen en wij nog altijd beminnen

ta_____.'s

56

ocr page 74

1 BOEK. 22 ItOOFDSTUIv.

f3---;------§3

hetgeen onze zinnen streelt, daarom Llijven wij zoo kond en traag.

Het is dikwijls gebrek aan geesteskracht , wanneer 't ellendig lichaam zoo licht klaagt en kreunt. Bid dan | ootmoedig tot den Heer, dat Hij u den geest der ingekeerdheid geve en zeg met den Profeet: Spijs mij, o Heer, met tranenbrood en drenk mij in overvloed met tranen.

22 HOOFDSTUK.

Beschouwing der menschelijkeellende.

1. Waar gij u ook bevindt, wer-waarts gij u wendt, gij zult ellendig zijn, zoolang gij u niet keert tot God.

Waarom wordt gij zoo onrustig, wanneer u iets niet naar wil en wensch gaat? Wie is er toch, die alles naar zijn zin heeft? Noch ik, noch gij, nog eenig mensch op aarde. Niemand ter wereld leeft zonder eenige kwelling ol' benauwdheid , al ware hij koning of paus. Wie heeft het nog het best? Voorwaar hij alleen, die uit liefde tot God gaarne iets lijden wil.

_____£3

57

ocr page 75

1 BOEK. 2li HOOFDSTUK.

S------------§3

Vele onverstandige en zwakke men-sclien zeggen: Zie eens, welk een goed leven heeft die man ! Uoe rijk is hij ! hoe groot 1 hoe machtig! hoe hoog in aanzien ! Maar zie gij eens op naar de hemelsche goederen , en gij zult erkennen, dat al die tijdelijke dingen geene ware goederen zijn; dat zij onzeker en eer tot last zijn, omdat men ze nooit zonder zorg en vrees bezit. Niet daarin bestaat het geluk van den mensch, dat hij tijdelijke goederen in overvloed bezit, maar daarin, dat hij met weinig tevreden is.

Waarlijk, 't is eene groote ellende, op aarde te leven; en hoe meer een mensch naar den geest wil wandelen, des te bitterder wordt hem het tegenwoordige leven, omdat hij dan de verdorvenheid der menschelijke natuur des te duidelijker inziet en des te meer gevoelt. Eten en drinken toch, waken en slapen , arbeiden en rusten, en aan de overige behoeften der natuur te voldoen, is waarlijk eene groote ellende en valt zeer zwaar aan een innigen mensch , die gaarne van dat alles ontheven en vrij van

iS — -_________Si

58

ocr page 76

'1 BOEK. 2'2 HOOFDSTUK.

S--^-----quot;§

alle zonilon wezen zou. Inrleniaad voor den inwendigen mensch zijn de lichamelijke behoeften ean drukkende last in dit leven. Daarom ook smeekt de Profeet om bevrijding van dat alles, zeggende: lied mij, o Heer, uit mijne nooden!

Wee dengenen, die hunne eigene ellende niet kennen! en dubbel wee dengenen, die dit ellendige en vergankelijke leven nog liefhebben ! Want sommigen zijn er zoo aan gehecht , ofschoon zij nauwelijks door handarbeid en bedelen aan den kost kunnen komen, dat zij zich weinig om het koninkrijk der hemelen zouden bekommeren, indien zij hier 0[) aarde maar altijd mochten leven.

O! die onzinnige en zwakgeloovige monschen , die zoo diep in het aard-sc'ne verzonken liggen, dat zij alleen vau zinnelijke dingen nog kennis hebben 1 Kens, als hun levenseinde nadert, dan zullen die ongelukkiger! nog tot hun smart ondervinden, iioe gering en nietig het was, wat zij bemind hebben.

De Heiligen Gods daarentegen en

S--------------'

59

ocr page 77

i BOEK. 22 HOOFDSTUK.

g---------J

alle (ie iniiigo vrienden van Christus gaven geen acht op hetgeen de zinnen streelde of' in de wereld hooggeschat werd ; maar al hun hopen en streven was op de eeuwige goederen gericht. Geheel hun verlangen verhief zich naar de onvergankelijke en onzichtbare goederen, opdat zij niet, door de liefde der zichtbare dingen, naar beneden zouden getrokken worden.

o Mijn broeder! laat de hoop niet i zinken, dat ook gij nog in het geeste- j lijk leven zidt vorderen: want gij | hebt er nog tijd en gelegenheid toe. I Waarom wilt gij echter uw voorne- j men tot morgen uitstellen? Sta op , begin oogenblikkelijk en zeg : nu is het tijd om te werken, nu is het tijd om ! te strijden, nu is het de geschikte tijd om mijn leven te verbeteren.

Wanneer gij het kwalijk hebt en i [ door kwellingen bezocht wordt, dan j j is het de tijd om u verdiensten te | verzamelen. Door vuur en water moet j gij henengaan, eer gij in het land der eeuwige rust komen kunt. Als | gij uzelven geen geweld aandoet, znlt

ta------S3

00

ocr page 78

1 HOEK. 22 HOOFDSTUK.

s---------•-s

gij de onfleugfl niot meester worden.

Zoolang wij dit broze lichaam omdragen, kunnen wij even weinig zonder zonde zijn. als leven zonder smart en kommer. Weliswaar zouden wij gaarne van alle ellende bevrijd zijn; maar dewijl wij onze onschuld door de zonde verloren hebben, daarom hebben wij ook het ware geluk verbeurd. Wij moeten alzoo geduld hebben en op Gods barmhartigheid wachten , totdat de boosheid voorbijga en deze sterflijkheid verslonden worde door het leven.

2. Ach ! hoe groot is de mensche-li jke zwakheid, die altijd tot het kwade geneigd is! Heden belijdt gij zonden en morgen doet gij opnieuw, wat gij vandaag gebiecht hebt. Nu neemt gij u voor op uwe hoede te zijn, en na j een uur gedraagt gij u , alsof gij u | niets voorgenomen hadt. Wij hebben ( dan wel reden om ons te vernederen en nooit een hoog gevoelen van ons-| zeiven te koesteren, daar wij zoo zwak j en onstandvastig zijn. Zeer spoedig | kunnen wij ook door nalatigheid weer | verliezen, hetgeen wij ternauwernood

m_____s

61

ocr page 79

1 BOEK. 23 HOOFDSTUK.

ua veel arbeid? door de genade Gods gewonnen hadden.

Wat zal er dan op liet einde nog van ons worden, daar wij reeds zoo vroeg beginnen te verflamven ? Wee ons ! wanneer wij nu reeds zoeken te rusten, alsof er reeds vrede en veiligheid ware, terwijl zelfs nog geen spoor van ware heiligheid zich in onzen wandel vertoont. Het ware wel noodig, dat wij ons nog eens, als ijverige nieuwelingen, tot een deugdzaam leven lieten opleiden ; misschien was er dan nog hoop op toekomstige beterschap en grooteren voortgang in het geestelijk leven.

23 HOOFDSTUK.

Overdenking van den dood.

i. Zeer spoedig zal het hier met u gedaan zijn; zie althans, hoe het met den mensch gesteld is: vandaag leeft hij nog, en morgen is hij niet meer; is hij echter eens uit het oog, dan is hij ook spoedig uit het hart.

o Kortzichtigheid en verharding van het menschelijk hart! alleen op liet

(32

ocr page 80

1 BOEK. 23 HOOFDSTUK.

S--;---;--5

tegenwoordige te zien , en aan liet-geen er op volgen moet in 't geheel niet te denken. Liever jnoest gij bij alles, wat gij denkt- en doet, u zoo gedragen, alsof gij heden sterven zoudt. Zoo gij een gerust geweten liadt, zoudt gij den dood niet erg vrcezen. Het is dus beter de zonde te mijden, dan den dood te willen ontvluchten, /ijt gij heden niet be-bereid om te sterven , hoe zult gij het dan morgen wezen ? De dag van morgen is onzeker, en gij weet niet of gij hem zien zult.

Wat baat ons een lang leven, als wij ons zoo weinig beteren? Ach ! een lang leven maakt ons niet altijd beter, maar vermeerdert dikwijls onze schuld. God gave dat wij maar een enkelen dag op deze wereld recht goed geleefd hadden 1 Velen lellen reeds jaren sedert hunne bekeering, maar dikwijls is de vrucht van verbetering nog gering, [s het verschrikkelijk te sterven, het is misschien nog gevaarlijker langer te leven.

Zalig hij, die zijn sterfuur steeds m____'_____________________5

ocr page 81

1 BOEK. 23 HOOFDSTUK.

Sü §3

voor oogen houdt on zicli dagelijks tot den dood voorbereidt. Hebt gij ooit een rnenscli zien sterven, bedenk dan, dat gij ook eens denzelfden weg zult opgaan. Rijst de morgenstond , denk dat gij den avond niet halen zidt; valt de avond, beloof u den dag van morgen niet. Wees dus altoos ! bereid en leef zóo, dat de dood u nooit onbereid vinde. Velen sterven schielijk en onverwacht: want op een uur, dat men het niet vermoedt, zal de Zoon des menschen komen. En als dat uur gekomen is , zult gij over geheel uw vorig leven gansch anders beginnen te denken, en gij zult het zeer betreuren , dat gij zoo nalatig en traag geweest zijt.

2, Hoe gelukkig en wijs is hij, die bij zijn leven zoodanig tracht te zijn, als hij wenscht bevonden te worden bij zijnen dood. Want de volkomen verachting der wereld, de vurige begeerte om in de deugd te vorderen , liefde tot tucht, strenge boetvaardigheid, stipte gehoorzaamheid , zelfverloochening en 't geduldig verdragen van alle wederwaardigheden ter liefde

E2 _______________S3

04

ocr page 82

1 BOEK. 23 HOOFDSTUK, gg 5

van Christus, geven een groot vertrouwen van eens zalig te sterven.

Veel goeds kunt gij doen, terwijl gij gezond zijt; ik weet echter niet, wat gij zult kunnen, als gij ziek zijt. Weinigen worden door kiekte verbeterd, gelijk ook door veel te-beevaartgaan weinigen heilig worden. Vertrouw niet op vrienden en verwanten en stel bet werk uwer zaligheid niet tot in de toekomst uit: want do menschen zullen u spoediger vergeten, dan gij denkt. Daarom is het beter intijds zelf te voorzien en eenig goed vooruit te zenden , dan op de hulp van anderen te hopen. Indien gij nu niet voor uzelven bezorgd zijt, wie zal dan in de toekomst voor u bezorgd wezen '?

Nu is de tijd zeer kostbaar; nu is liet de dag des heils, nu de genadevolle tijd. Maar ach! dat gij dezen tijd, waarin gij hot eeuwige leven kunt verdienen, niet nuttiger aanwendt. Eens komt de tijd , dat gij u i een enkelen dag, ja zelts een enkel ' uur tot uwe verbetering toewenscht, en ik weet niet, of gij liet verkrijgen 13___————_—_l

ocr page 83

i boek. 23 hoofdstuk.

zult. Bedenk toch, mijn geliefde, uit welk een groot gevaar gij u redden, voor welke kwellende vrees gij n bewaren kunt, zoo gij nu altoos bevreesd en den dood indachtig zijt.

Beijver u nu zoo te leven , dat gij in de ure des doods meer reden hebt om ii te verheugen , dan om te vreezen. Leer nu der wereld afsterven, opdat gij dan beginnen moogt mot Christus te leven; leer nu alles verachten , om dan vrij en ongehinderd tot Christus te kunnen gaan. Kastijd nu uw lichaam door boetedoeningen, opdat gij dan een vast vertrouwen hebben moogt.

3. Ach, dwaze mensch! hoe kunt gij op een lang leven rekenen, terwijl gij van geen enkelen dag zeker zijt ? Hoevelen hebben zich op deze wijze niet bedrogen en zijn onverwacht uit het loven weggerukt! Hoe dikwijls hebt gij hooren zeggen: deze viel onder het zwaard; die is verdronken; deze stortte uit de hoogte en brak den nek ; die bleef onder 't eten dood; een ander vond onder 't spelen zijn einde. Zoo kwam de eene

Gd

ocr page 84

'1 liOKK. 23 HOOFDSTUK.

is -—a

om door het viuir, een amlere door het istaal , een derde door eene besmettelijke ziekte, een vierde door struikroovers; en zoo is liet einde van allen — de dood; en het leven dos menschen snelt als eene schaduw voorbij. Wie zal uwer na den dood gedenken, wie voor u bidden ?

Doe dan, mijn geliefde, doe alles, wat gij maar doen kunt: want evenmin als gij weet, wanneer gij sterven znlt, evenmin weet gij, wat er na den dood voor u volgen zai. Nu, terwijl gij nog tijil liobt , verzamel u onvergankelijke goederen; denk aan niets, dan aan het heil uwer ziel en zorg voor niets, dan voor de dingen Gods. Maak n nu vrienden door de Heiligen Gods te vereeren en hun voorbeelden na te volgen, opdat, wanneer gij uit dit leven scheiden moet, zij | u opnemen in de eeuwige taberna- ! kelen. Beschouw u als een reiziger en vreemdeling op aarde, wien de dingen der wereld niet aangaan. Bewaar uw hart vrij en opwaarts gericht tot God: want gij hebt hier geene blijvende stad. Riclit daarhenen uwe da-@____®

07

ocr page 85

'1 BOEK. 24 HOOFDSTUK.

SS------S

gelijksclie gebeden, verzuchtingen en tranen, opdat uwe ziel verdienen moge, na den dood gelukkig tot den Uoere over te gaan. Amen.

24 HOOFDSTUK.

Over het oordeel en de straffen der zondaren.

1. In alle dingen denk op uw einde en hoe gij staan zult voor den ge-strengen Rechter, wien niets verborgen is, die zich met geen geschenken laat verzoenen en geene verontschul-dingen aanneemt, maar die oordeelen zal naar recht en rechtvaardigheid.

o Ellendige , dwaze zondaar 1 wat zult gij antwoorden aan God, die al uwe zonden kent, gij, die menigmaal siddert voor het aanschijn van een grammoedig mensch. Waarom voorziet gij u niet beter tegen dien dag des oordeels, wanneer niemand door een ander kan worden verontschul-; digd of' verdedigd, maar waar ieder i genoeg heeft met zijn eigen lust. Nu kan uw arbeid nog vrucht dragen ; 1 nu worden uwe tranen nog aange-

m---

68

ocr page 86

'1 BOEK. 24 HOOFDSTUK. ÊS §3

nomen, uwe zucliten verhoord; nu strekt uwe droefheid nog tot voldoening en reiniging.

Een geduldig menscli heeft een groot en heilzaam vagevuur, wanneer hij namelijk, bij 't onrecht, dat hem I geschiedt, meer treurt over de boos-j lieid van den anderen , dan over het ! ongelijk, hem aangedaan; wanneer hij gaarne voor zijne tegenstrevers i bidt; wanneer hij iedere beleediging van liarte vergeeft, en niet aarzelt | ook anderen om vergiU'enis te vragen; j wanneer hij lichter tot medelijden | dan tot gramschap genegen is , en [ zichzelven geweld aandoet en het vleesch aan den geest geheel tracht te onderwerpen.

Betei' is het zich nu van alle zonden te reinigen en de ondeugden uit j te roeien, dan dit voor de toekomstige reiniging uit te stellen. Waarlijk door de ongeregelde liefde tot het vleesch bedriegen wij onszelven. Wat anders zal dat vuur verslinden , dan uwe zonden ? Uoe meer dus gij uzelven nu ontziet en uwe zinlijkheid involgt, des te zwaarder zult gij later boeten

m------------1-.....- -S

09

ocr page 87

1 HOEK. '24 HOOFDSTUK.

m - g

en des te meer stof bewaren voor dat verslindend vuur.

2. ^ aarin de mensch meer gezondigd heeft, daarin zal hij ook zwaarder gestraft worden. Daar toch zullen de tragen met gloeiende prikkels worden voortgedreven, en de gulzigaards met een vreeselijken honger en dorst gekweld worden. Daar zullen de losbandigen en wellustigen met ziedend pik en stinkend solfer overgoten worden, en de nijdigaards, als dolle honden, huilen van smart. Kr is geene zonde, die daar niet hare eigene foltering vindt. Daar zullen de trotschaards met allerlei smaad overladen en de gierigaards door den bittersten nood benauwd worden.

Daar zal éen uur in de pijn zwaarder vallen , dan hier honderd jaar in , de strengste boetedoening. Uier toch rust men soms uit van zijnen arbeid en geniet den troost zijner vrienden; maar tiaar is geen rust en geen troost voor de verdoemden.

Wees daarom nu bezorgd en be- ! droefd om uwe zonden, opdat gij ten

--—--------S

70

ocr page 88

'1 BOEK. 24 HOOFDSTUK.

®—------:—SI

oordeelsdage gerust moogt zijn en u verlieugen met (ie gelukzaligen.

Want dan zullen de rechtvaardigen met groote vrijmoedigheu.' staan tegenover degenen, die hen beangstigd en onderdrukt helition in dit leven. Dan zal hij, die zich hier aan het oordeel der menschen nederig onderwierp, zelf' opstaan om anderen te oordeelen. Dan zal de arme en nederige vol vertrouwen zijn, terwijl de hoogmoedige van alle zijden beangstigd wordt. Dan zal het blijken, dat hij wijs was in deze wereld, die geleerd heeft om Christus' wil dwaas en veracht te wezen. Dan zal iedere met geduld verdragen wederwaardigheid ons vreugde brengen, en alle ongerechtigheid verstommen. Dan zal elke godvreezende juichen, en elke ongodsdienstige treu-ren. Dan zal het gekruisigde vleesch zich meer verheugen, dan wanneer het steeds in weelde gekoesterd ware geweest. Dan zal het grove kleed (des deugdzamen) blinken, maar het fijne gewaad (des zondaars) zijnen glans verliezen. Dan zal de armoedige stulp meer geprezen worden, dan het vergulde paleis. Dan zal standvastige lijd-

amp;-----S)

71

ocr page 89

1 liOEK. 2-i HOOFDSTUK.

s ------ s

zaamlicid ons meer lielpen dan alle aardsche macht.

Dan zal de eenvoudige gelioorzaam-lieid verheven worden boven alle we-reldsche sluwheid. Dan zal een rein en goed geweten meer vreugde geven, clan eene groote geleerdheid, en de verachting van de rijkdommen zwaarder wegen, dan al de schatten der menschen. Dan zult gij meer troost ondervinden over een innig gebed, dan over den kostelijksten maaltijd, en u meer verheugen over het bewaarde stilzwijgen , dan over de langste gesprekken. Dan zullen de i goede werken meer gelden, dan vele I schoone woorden en een streng leven en zware boetepleging meer behagen, ! dan alle aardsche verlustigingen.

Leer derhalve u nu in kleine dingen schikken, om eens voor grootere bewaard te blijven. Neem hier eerst eene proef, wat gij hiernamaals zult kunnen uitstaan. Kunt gij echter nu zoo weinig verdragen, hoe zult gij de eeuwige pijnen doorstaan ! En wanneer een kortstondig lijden u nu reeds ongeduldig maakt, wat zal dan later

ES---------S

72

ocr page 90

1 ISOEK. 24 HOOFDSTUK.

® T §3

de hel doen? Waarlijk beide kunt gij niet genieten: gij kunt niet liior u verlustigen in de wereld en naderlmnd ook met Christus heerschen. Wanneer gij tot op den huidigen dag steeds in aanzien en geneugte geleefd had, wat zon dat alles u baten, zoo gij op het oogenhlik sterven moest!

Zoo is dan alles ijdelheid , behalve God Ie beminnen en Hem alleen te dienen. Hij toch, die God van gan-scher harte bemint, vreest dood noch straffen , oordeel noch hel; want de volmaakte liefde geeft een veiligen toegang tot God. Maar geen wonder, dat hij, die nog vermaak in de zonde vindt, voor den dood en het oordeel bevreesd is. Ondertusschen is het goed , dat ten minste de vrees voor de hel u afschrikke, zoo de liefde tot God ii nog niet van de zonde terughoudt. Wie echter ook de vreeze Gods terzijdestelt, zal niet lang in het goede staande blijven , maar weldra in de strikken des duivels vallen.

ocr page 91

'1 BOEK. 25 HOOFDSTUK. IS a

25 HOOFDSTUK.

Over do ernstige verbetering van geheel onzen levenswandel.

']. Wees waakzaam en ijverig in den dienst van God, en denk dikwijls: waartoe kwaamt gij hier en waarom hebt gij de wereld verlaten Was het niet, om voor God te leven en een geestelijk rnensch te worden ? Streef daarom ijverig naar de volmaaktheid: want in 't kort reeds zult gij het loon van nwen arbeid ontvangen, en dan zal n vrees noch smart meer naderen. Werk nog een korten tijd en gij zult groote rust, ja, eeuwige vreugde vinden. Zoo gij slechts getrouw en ijverig blijft in het goede te doen, dan zal God zonder twijfel getrouw en rijk zijn in het vergelden. Gij moogt altijd een goede hoop koesteren, dat gij den zegepalm verkrijgen zult, maar gij moet u daarvan niet verzekerd houden, om niet traag en hoogmoedig tc worden.

2. Iemand, die dikwijls angstig tus-

9-------a

74

ocr page 92

1 BOEK. 25 HOOFDSTUK.

53 quot; §3

schon lioop en vrees dobberde, knielde eens, door weemoed verteerd, in eene kerk voor 't altaar in gebed neer, en sprak bij zichzelven : O ! wist ik toch, dat ik tot liet einde zon volharden! Kn terstond hoorde hij in zijn binnenste het goddelijk antwoord: En als gij het wist, wat zoudt gij dan doen ? Doe nu, hetgeen gij dan doen zoudt, en gij kimt volkomen gerust zijn. En terstond gevoelde hij zich getroost en versterkt, gaf zich geheel over aan den goddelijken wil, en — zijn angstig dobberen had een einde. Voortaan wilde hij niet meer nieuwsgierig onderzoeken, om te weten wat hem in de toekomst tc wachten stond, maar hij was er te meer op bedacht, om den welbehagelijken en volmaakten wil (iods tc leeren kennen en daarnaar ieder goed werk te beginnen en te voleindigen.

Vertrouw op den lieer en doe het goede, zegt de Profeet, zoo zult gij de aarde in vrede bewonen en gevoed worden van haren rijkdom.

Kcne zaak is er, die velpn weer- 1 houdt om in het goede Ie vorderen ] en zich ernstig te verbeteren: de af-

m

ocr page 93

1 BOEK. 25 HOOFDSTUK.

S---'—s

j keer van bezwaren of de moeile van : den strijd. En toch maken juist zij de grootste vorderingen in de deugd, 1 die kloekmoedig trachten te overvvin-i nen, hetgeen hun 't zwaarste valt en | 't meest tegenstrijdt. Want de mensch zal altijd meer toenemen in het goede en overvloediger genaden verkrijgen, naarmate hij meer zichzelven overwint en inwendig versterft. Nu lieb-ben wel niet allen evenveel te overwinnen en af te sterven; maar toch zal hij, die dapper strijdt, al heeft hij ook vele kwade driften te overwinnen, hot verder brengen in de deugd, dan eèn andere, die weliswaar minder kwade driften, maar ook minder ijver heeft tot do deugd, Twee dingen vooral helpen tot de ware verbetering namelijk, zich met geweld te onttrekken aan datgene, waartoe de bedorven natuur overhelt, en ijverig te streven naar dat goede, hetwelk ons het meest ontbreekt.

Zoek ook datgene voornamelijk te vermijden en te overwinnen, wat u in anderen het meest mishaagt.

Benuttig alles tot uw voordeel. Ziet of hoort gij goede voorbeelden, laat

----'------------S

ocr page 94

1 doek. '25 hoofdstuk.

s-----g

ze u opwekken ter navolging; mei'kt gij daarentegen iets berispelijks op, wacht u, iietzeif'de te doen; of hebt gij liet misschien reeds gedaan, tracht u ten spoedigste ervan te verbeteren. Zooals uw oog anderen -.lanziet, zoo wordt gij wederkeerig door anderen aangezien.

Hoe opwekkend en zoet is het, medebroeders te zien, alle ijverig en innig , cn even rein van zeden als gehoorzaam aan de tucht! Hoc bedroevend en pijnlijk is het, anderen te zien, die een ongeregeld leven leiden en datgene niet volbrengen, waartoe zij geroepen zijn. Ü! hoe verderfelijk is het de verplichtingen van zijnen roep te verwaarloozen en zich bezig te houden met dingen, die ons niet opgelegd zijn.

Wees de goede voornemens indachtig , die gij gemaakt hebt en stel u het beeld des Gekruisigden vooroogen. Gij moogt u wel schamen, als gij het leven van Jezus Christus overweegt, dat gij u nog niet meer beijverd hebt, om Hem gelijkvormig te worden, ofschoon gij reeds lang op den weg

77

ocr page 95

'1 BOEK. '25 HOOFDSTUK.

S ------------------gg

tot God ge\vaiiclcllt;l licht. l'Jcn kloosterling, tlio auiHlaclitig en innig liet allevlieiligste leven en lijilen des llee-ren overweegt, zal daar alles in overvloed vinden , wat hem nuttig en noodig is; huiten Jezus behoeft hij niets beters te zoeken. U I moclitJezus, de Gekruisigde, in ons hart zijn intrek nemen, hoe spoedig zouden wij voMoende geleerd zijn!

Een ijverig kloosterling neemt alles, wat hem opgelegd wordt, gewillig aan en draagt het gaarne. Een nalatig en lauw kloosterling lijdt kwelling op kwelling, en wordt aan alle kanten benauwd, omdat hij den in-wendigen troost mist, terwijl hem belet wordt den uitwendigen te zoeken. Een kloosterling, die zich aan de regelen der tucht onttrekt, stelt zich bloot aan zwaren val; en die een zacht en gemakkelijk leven zoekt, zal altijd in onrust zijn : want of het eene of het andere zal hem mishagen.

1 loe maken het daarentegen zoovele andere kloosterlingen , die dooi' de regelen hunner Orde zeer stieng | gebonden zijn? Zij gaan zelden uit,

m____S

78

ocr page 96

'1 ROEK. 25 HOOFDSTUK.

ts-------®

leven teruggetrokken, hebben scbralen kost en grove kleeding; zij arbeiden veel en sproken weinig, waken tot laat in den nacht en staar, weer vroeg op; zij bidden lang, lezen veel en onderhouden in alles eene goede orde. Zie eens op de Karthuizers, de Ber-nardijnen en andere mannen- en vrouwenorden, hoe zij alle nachten opstaan om den Heere lof te zingen. Het ware dus schandelijk, dat gij zulk een heilig werk traag verrichten zoudt, terwijl zoovele kloosterlingen beginnen met God te prijzen.

O ! dat wij toch niets anders te doen hadden, dan den lieer, onzen God onophoudelijk met hart en mond te loven! 01 dat gij in 't geheel niet behoefdet te eten , te drinken en te slapen, maar voortdurend God kondt loven en u alleen aan geestelijke oefeningen toewijden: gij zoudt veel gelukkiger zijn dan thans, nu gij, uit welke noodzakelijkheid dan ook, het lichaam dienen moet. Gave God dat ! die behoeften niet bestonden , maar alleen geestelijke verkwikkingen der ziel, ilie wij, helaas! al te zelden smaken.

ocr page 97

d BOEK. 25 HOOFDSTUK.

13 S

Wanneer de menscli eenmaal zoo ver gekomen is, dat hij zijnen troost bij geenerlei schepsel meer zoekt, dan eerst begint hij God volkomen te l smaken; dan ook zal hij gansch te- | vreden zijn met alles, wat hem over- | komt. Dan zal hij zich niet verheugen over het groote, noch zich bedroeven over het kleine, maar met vertrouwen zal hij zich heel en gansch overgeven aan God, die hem alles in alles is; God, voor wien , ja, niets vergaat of sterft, maar voor wien alles leeft en aan wiens wenk alles onverwijld gehoorzaamt.

Denk altoos aan uw einde, en dat de verloren tijd niet wederkeert. Zonder zorg en ijver zult gij nooit deugden verwerven. Zoodra gij begint lauw te worden, zult gij beginnen het kwalijk te hebben; maar wanneer gij ijverig blijft in het goede, dan zult gij grooten vrede vinden en den last van den arbeid minder gevoelen, wegens de genade Gods en de liefde tot j de deugd. Een ■ ijverig en naarstig I mensch is tot alles bereid.

Het kost echter meer moeite, zijn | ondeugden en driften weerstand te

ES__________S

80

ocr page 98

§3

1 BOEK. quot;25 HOOFDSTUK,

bieden , clan onder lichamelijk werk | te zweeten en te zwoegen. Wie kleine gebreken niet vermijdt, ;;ü1 allengs-kens in grootere vallen. Altoos zult gij * i ii 's avonds verlicugen, als gij den dag i nuttig besteed hebt. Houd wacht over uzelven, wek uzelven op, vermaan u-zelven, en wat ei' ook van anderen } zij, verwaarloos gij uzelven niet. Naarmate gij uzelven geweld aandoet, zult } gij ook voortgang maken in het goede. Amen.

(i

ocr page 99

TWEEDE BOEK.

VERMANINGEN ÏOT HET INWENDIGE I.EVEN.

J HOOFDSTUK.

Over het inweiidiye leuen.

■t rijk Gods is in uw binnenste , zegt de Heer.

___Wend ii dus van ganscher

harte tot den Heer; laat deze ellendige wereld varen en uwe ziel zal rust vinden. Leer liet uitwendige ver- j smaden en het inwendige zoeken, eu j gij zult hot rijk van God in u zien komen. Want liet rijk Gods is vrede en blijdschap in den Heiligen Geest, en wordt den goddeloozen niet ge-8_________ KJ

I.

ocr page 100

2 HOEK. 1 HOOFDSTUK.

schonken. Christus zal tot u komen en li zijnen troost doen smaken, zoo gij Hem in uw binnenste eene waardige woonstede bereidt. Alle heerlijkquot; held en schoonheid komt van binnen, en daar alleen vindt Hij zijn welbehagen. Den inwendigen mensch verheugt Hij dikwijls met zijn bezoek, zijn aangenaam onderhoud, zijn ver-kwikkenden troost; hij schenkt hem rijken vrede en acht hem eener wonderbare ve trouwe I ij kheid waardig.

Welaan dan, getrouwe ziel, bereid uw hart voor dezen Bruidegom, opdat Hij zich gewaardige tot u te komen en bij u te wonen. Want Hij zegt zelf: „zoo iemand .Mij liefheeft, hij zal mijn woord bewaren, en wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.quot;

Maak dan plaats voor Christus, en weiger toegang aan al het overige. Wanneer gij Christus bezit, zijt gij rijk en Hij is u genoeg. Hij zal voor u zorgen en in alles uwe getrouwe helper zijn, zoodat gij niet noodig hebt op menschen te hopen. Want de menschen veranderen dikwijls en

ocr page 101

2 BOEK. '1 HOOFDSTUK.

S ---§3

ontvallen ons spoedig ; maar Ciiristus blijft in eeuwigheid en etaat ons trouw | ter zijde ten einde toe. Gij moet geen groot vertrouwen stellen op een zwakken en sterfelijken mensch, al is hij ii nog zoo nuttig en dierbaar; ook moet gij u niet te zeer bedroeven, als iemand u soms tegenspreekt of tegenwerkt. L)ie heden met u zijn, kunnen morgen tegen u wezen, en omgekeerd: want evenals de wind veranderen zij dikwijls.

2 Vestig uw geheel vertrouwen op God : Hij alleen zij het voorwerp van uwe vrees, zoowel als van uwe liefde. Hij zal voor u verantwoorden en alles | zoo beschikken, als voor u het beste is. Hier hebt gij geen duurzaam ver- j blijf, en waar gij ook zijn moogt, gij ! zijt een vreemdeling en pelgrim ; ; nergens zult gij rust vinden, zoolang | gij nicl inwendig met Christus vereen igd zijt. Waarom zweeft uw blik | bier naar alle kanten rond, daar het 1 ; hier toch de plaats uwer ruste niet [ is? In den hemel moet uwe woning i zijn, en al het aardsehe moet gij slechts ' als in het voorbijgaan beschouwen, i ®--------------1_________S

84

ocr page 102

2 I30EK. i HOOFDSTUK.

® 7 — sa

Alle dingen op aarde gaan voorbij , en gij tevens met lien. Zorg daarom | dat gij ii daaraan niet hecht, opdat ! zij u niet meesleepen en in het verderf storten. Bij den Allerhoogste zij uwe gedachte , en uw gebed zonder ophouden tot Christus gericht.

Kunt gij geen hooge en hemclsche dingen beschouwen, houd u dan bij het lijden van Christus en woon gaarne in zijne heilige wonden. Als gij tot de wonden en kostbare littee-kenen van Jezus inniglijk uwe toevlucht neemt, zult gij groote verster-■king in de kwelling ondervinden; gij zult u weinig aan do vera.-hting der menschen storen , en al hunne lasteringen gemakkelijk verdragen. Ook Christus werd in deze wereld door de menschen veracht en, in den 'noog-sten nood, door vrienden en bekenden, te midden der verguizing, verlaten. Christus wilde wel lijden en veracht worden, en gij, durft gij over iets klagen? Christus had vijanden en tegensprekers en gij wilt iedereen tot vriend en weldoener hebben? Hoe zal uwe lijdzaamheid bekroond wor-E3-----É

ocr page 103

2 BOEK. 1 HOOFDSTUK.

S ^ -------g]

den, indien gij hier geen wederwaardigheid ontmoet? I£n iioe kunt gij een vriend van Christus zijn, indien gij geen tegenstand dulden wilt? Verdraag met Christus en voor Christus, zoo gij met Christus heerschen wilt. Zoo gij eens geheel tot liet hart van Jezus waart doorgedrongen en maar iets van zijne brandende liefde gevoeld hadt, dan zoudt gij u om eigen voordeel ot' nadeel niet hekommeren , maar u veeleer verheugen over den geleden smaad; want de liefde tot Jezus maakt, dat de mensch zichzelven veracht.

Wie Jezus en de waarheid liefheeft, en waarlijk inwendig en vrij van alle ongeregelde neigingen is, die kan zich onbelemmerd tot God heenwenden , kan zich in den geest boven zichzelven verhellen en eene zalige | rust genieten.

llij, die alle dingen waardeert naar hetgeen zij werkelijk zijn, en niet naar hetgeen men ervan zegt of denkt, die is waarlijk wijs en meer door i God, dan door de menschen om er-wezen. Wie zijnen inwendigen wan- i ------S

ocr page 104

2 BOEK. 1 HOOFDSTUK.

del weel te bewaren en weinig waarde hecht aan uitwendige dingen , zoekt geene bijzondere plaats, noch wacht j op bijzondere lijden om geestelijke oefeningen te volhrengon. Want eon ^ inwendig menscb is ras tot zichzel-! ven teruggekeerd, omdat l ij zich in uitwendige dingen nooit geheel uitstort. Uitwendige arbeid . noch van tijd tot tijd noodzakelijke bezigheden kunnen hem hinderen : hij schikt zich naar alles, zooals het valt. \\ io inwendig goed gesteld en geregeld is, } bekommert zich niet om de zonderlinge en verkeerde handelingen der menschen. Iemand wordt slechts zoo- i ver door de uitwendige dingen ge-1 hinden! en verstrooid, als hij ze zich | aantrekt.

Waart gij goed gesteld en goed i gezuiverd, dan zou alles u ten goede en ter verbetering strekken. Vele dingen toch misbaffen en ontroeren n

o

vaak , omdat gij uzelven nog niet 1 volkomen afgestorven en aan al bet aardsche onthecht zijt. Niets bevlekt en verstrikt 's menschen hart zoozeer, ; als de onreine liefde tot de schepselen. Ziet gij echter van uitwendige

12________m

87

ocr page 105

2 BOEK. 2 HOOFDSTUK.

ES —0

vertroostingen af, dan zult fgt;ij he-melsche dingen beschouwen en dikwerf inwendig juichen kunnen.

'2 HOOFDSTUK.

Oca' de ootmoedige onderwerping.

1. Hecht ei' geen groot gewicht aan, wie voor of tegen u is; maar maak en zorg dat God met u zij in alles, wat gij doet. Heb een goed geweten, en God zal n wel beschermen. Want wien God wil bijstaan, dien kan liemands boosheid schaden, j Zoo gij weet te lijden en te zwijgen, zult gij ongetwijfeld 's Hoeren bijstand ontwaren. Hij kent den tijden de wijze om u te redden; daarom moet gij u geheel aan Hem overgeven. Hot komt God toe. ons te helpen eu van alle schande te bevrijden.

Dikwijls is het zeer nuttig, om ons in te grooteren ootmoed te bewaren, dat anderen onze gebreken kennen en berispen. Als de mensch zich vernedert wegens zijne gebrekoti, dan bevredigt hij gemakkelijk de ande-

------S

88

ocr page 106

'2 BOEK. '2 HOOFDSTUK.

®------------; 0

j ren, en geeft liclitelijk voldcening aiin | die op hem vertoord zijn.

j 2. God bescliennt en bevi-ijdt den i ootmoedige ; den ootmoedige bemint en vertroost Hij; tot den ootmoedige buigt Ilij zich neder schenkt hem groote genade, en verheft hem nu zijne verdrukking wederom tot eere. Aan den ootmoedige openbaart Hij : zijne geheimen, noodigt hem uit en i trekt hem zachtelijk tot zich.

De ootmoedige, al wordt hij versmaad, bewaart den zoeten vrede: : want hij steunt niet op de wereld , maar op God.

Meen dan niet, dat gij in het goede j eenigszins gevorderd zijt, zoolang gij u niet voor den geringste van allen houdt.

3 HOOFDSTUK.

De cjoaJe vreedzame mensch.

i. Houdt gij eerst uzelven in vrede, dan kunt gij ook bij anderen vrede stichten. Ken vreedzaam mensch is nutliser dan een hoom'eleerde. Een ES ' —S3

89

ocr page 107

'i HOEK. 3 HOOFDSTUK.

E-----S

liartstoclitelijk menscli verkeert zelfs goed in kwaad on gelooft licht het kwade ; maai' een goed en vreedzaam mensch wendt alles ten goede. Die met zichzelven in vrede is, heeft van niemand kwaad vermoeden; die echter ontevreden en lichtgeraakt is, wordt door allerlei argwaan gekweld : hijzelf heeft geen rust en laat ook anderen niet in rust. Dikwijls zegt hij, wat hij niet moest zeggen , en laat na , wat hem voordeeliger ware te doen. Hij gaat na, wat anderen moeten doen, en verzuimt datgene , waartoe hijzelf verplicht is.

IJver dan eerst voor uzelven, en dan moogt lt;;ij met recht voor uwen naaste ijveren. Uwe eigene handelingen weet gij wel te verontschuldigen en te verbloemen; maar de verontschuldigingen van anderen neemt gij niet aan. En toch ware het billijker I uzelven te beschuldigen en uwen broe-I der te verschoonen. Wilt gij dat anderen u verdragen, verdraag zelf ook j de anderen.

2. Zie, hoever gij nog van de ware [ liefde en nederigheid verwijderd zijt: [

S-----S

9U

ocr page 108

BOKK. 3 HOOFDSTUK.

Si®--------®

zij immers ergert en verontwaardigt zich over niemand, dan over zichzelve. [Jet beteekent niet veel, niet goede ■ en zachtmoedige menschen te ver-* keeren: dat behaagt ons allen van zei ven ; ook heelt ieder den vrede lief', en de meeste liefde voor hen, die van zijn gevoelen zijn. Maar met stunr-sche en verkeerde, of met ongeregelde en ons vijandige menschen in vrede te leven. dat is eene groote genade, eene zeer lofwaardige en mannelijke daad.

3. Daar zijn menschen, die zich-zelven in vrede bewaren en ooi; met anderen in vrede leven. Daar zijn er echter ook, die zelf geen vrede hebben , noch anderen in vrede laten; zij zijn lastig voor anderen, maar altoos nog lastiger voor zichzelven. Dan zijn er nog, die zichzelven in vrede bewaren en bij anderen don vrede trachten te herstellen.

Echter moeten wij in dit ellendige *** | leven onzen vrede meer zoeken in het | 1 nederig verdragen, dan in het niet i gt; ontmoeten van tegenstand. Die liet j best weet te lijden, zal ook den j

m-----®

i 91

i

ocr page 109

2 BOEK. 4 HOOFDSTUK.

® :-gj

meesten vrede hebben; hij is over- 1 winnaar van zichzeiven en heer der • wereld ; hij is vriend van Christus en , erfganaam des hemels.

4 HOOFDSTUK.

Over de reinheid des harten cn de oprechtheid van bedoeling.

1. Oj) twee vleugelen wordt de j rnensch boven liet a-ardsche opgeheven : door oprechtheid en reinheid.

| Oprechtheid moet in onze bedoeling. 1 reinheid in onze neigingen zijn. De oprechtheid streeft naar God, de reinheid vindt en geniet Hem.

2. Geene goede daad zal n zwaar vallen, als gij inwendig vrij zijt van alle ongeregelde neiging. Indien gij [ niets anders wilt en zoellt;t, dan het 1 welgevallen Gods en het welzijn van den naaste, zult gij de inwendige | vrijheid smaken.

Was uw hart goed en oprecht, clan zou ieder schepsel u een levensspiegel en een boek van heilige leering

ocr page 110

2 HOEK. 4 HOOFDSTUK. K SS

zijn. Geen schepsel is er zoo klein ol gering, flat liet u Gods goedheid niet | ' vertoont. Indien gij inwendig goed en rein waart, zoudt gij alles zonder hindernis inzien en goed begrijpen: want een rein hart doordringt he-i mei en hel.

Zooals eenieder inwendig gesteld is, zoo beoordeelt hij de uitwendige dingen. Is er in deze wereld eenige vreugde, dan zeker geniet hij ze, die i rein van harte is. Kn is er kwelling en angst, dan kent hij ze het best, die een kwaad geweten heeft.

Gelijk het ijzer, in het vuur ge- | legd, zijnen roest verliest en gansch gloeiend wordt, zoo wordt de mensch, j die zich geheel tot God keert, van : zijne traagheid bevrijd en in een nieu- j wen mensch veranderd. Zoodra de mensch begint te verllauwen, schuwt j hij zelfs de geringste moeite en ver- i langt naar uitwendigen troost. Maar wanneer hij begint zichzelven te overwinnen en manmoedig op den weg ! Gods te wandelen , dan acht iiij dat-| gene, wat hem vroeger zoo zwaar viel, voor gering.

ES___£3

93

ocr page 111

2 liOEK. 5 HOOFDSTUK.

5 HOOFDSTUK.

Over de beschouwimj van zichzelven.

1. Wij mogen onszelven niet al te zeer verti'ouwen, dewijl iiet ons dikwijls aan genade en doorzicht ontbreekt.

Er is slechts een zwak licht in ons, en dat verliezen wij spoedig door on-achtzaamheid. Ook merken wij veeltijds niet, dat wij inwendig zoo blind zijn. Dikwijls doen wij kwaad, en, wat nog erger is . trachten ons dan ; te verontschuldigen. Somtijds doen wij iets uit drift, en noemen het ijver. In anderen berispen wij kleine gebreken en onze eigene giootere gebreken zien wij voorbij. Wat wij van anderen lijden, gevoelen wij terstond en houden het voor zwaar; maar hoeveel anderen van ons te verdragen hebben , dat merken wij niet eens op. j Wie eerst zijne eigene handelingen I goed en juist onderzocht, zou geen reden vinden , om anderen zoo scherp te beoordeelen.

S------

SU

ocr page 112

2 BOEK. 5 HOOFDSTUK.

Si quot; 0

'2. Een inwendig incn.scli stelt de zorg over zichzelven boven alle an-| dere zorgen, en wie nauwkeurigaciit geeft op ziclizelven, zal niet liclit van anderen spreken. Nooit zult gij een | inwendig en innig rnensch worden , als gij niet van anderen zwijgt en voornamelijk op uzelven ziet. Als gij | u geheel met uzelven en God bezig-i houdt, zal alles wat gij daarbuiten ziet, u weinig treffen. Waar zijt gij, als gij niet bij uzelven zijt ? En als gij alles doorloopeu en daarbij uzelven I voorbijgezien hebt, wat hebt gij dan j gewonnen? Zoo gij den vrede des j harten en de oprechte vereeniging } met God verkrijgen wilt, moet gij j ook nog alle andere dingen ter zijde stellen , en uzelven alleen voor oogen j hebben. Gij zult derhalve groeten ; voortgang maken in het goede, zoo | gij u vrij houdt van alle tijdelijke j zorgen ; maar gij zult zeer achteruit-| gaan, zoo gij waarde hecht aan tij-i (lelijke dingen.

3. Niets zij u groot, niets verhe-i ven, niets genoeglijk, niets aange-| naam, dan God alleen en wat van

m___s

95

ocr page 113

2 HOEK. 0 HOOFDSTUK.

s- --

God liouit. Houd allen troost, die u van eenig schepsel komt, voor ijdel-heid. Eene godminnende ziel versmaadt alles, dat beneden God is. God alleen, de eeuwige , oneindige en alles vervullende God , is de troost der ziel en de ware vreugde des harten.

(i HOOFDSTUK.

Over de hl jdschap van een (joed geweten.

| 1. De roem van een goed mensch | ligt in hot getuigenis van een goed j geweten.

Heb een goed geweten, en gij zult altijd blijdschap hebben. Een goed geweten kan zeer veel verdrauen en

• C I

I is zeer blijde zelfs onder tegenspoed; [ maar een kwaad geweten is altijd j vreesachtig en ongerust.

Zoet zal uwe rust zijn, zoo uw geweten u niets verwijt. Verheug u slechts dan, als gij iets goeds gediian hebt. De boozen hebben nooit ware i vreugde en geniéten den inwendigen vrede niet: „wantquot; zoo spreekt do Heer, „de goddeloozen hebben geen

es-----------m

96

ocr page 114

2 BOEK. 6 HOOFDSTUK.

s----- - —g

vrede.quot; En zeggen zij ook; wij zijn in vrede, geen kwaad zul ons overkomen , wie zou ons durven pchaden? — geloof hen niet: want onverwachts zal de toorn Gods zich tegen hen verheffen , hunne werken te niet doen , en hunne overleggingen verijdelen.

Hem, die liefheeft, valt het niet zwaar, te midden der wederwaar-| digheden, te jubelen: want zoo te I jubelen, is jubelen in het kruis des Heeren. Kortstondig is de roem, die van menschen gegeven en ontvangen wordt, en de eer der wereld gaat altijd met droefheid gepaard.

2. De roem der braven ligt in hun j geweten, en niet in den mond der j menschen. De vreugde der rechtvaardigen is uit God en in God . en hun-

O . .

ne blijdschap ontspringt uit de waarheid. Wie den waren en eenigen roem najaagt, bekommert zich niet om den tijdelijken, en omgekeerd wie don tijdelijken roem zoekt ot hem niet van harte versmaadt, bewijst daardoor, dat hij den hemelschen weinig bemint.

Groote rust des harten geniet hij,

E2_________S

97

7

ocr page 115

2 BOEK. 0 HOOFDSTUK.

;—--s

die zich om der mensclten lof noch blaam bekommert. Wie een rein geweten heeft, is licht tevreden cn genist. Gij zijt er niet heiliger om, als men u prijst, en niet slechter, als men u laakt. Wat gij zijt, dat zijt gij , en gij wordt door het zeggen van anderen niets grooter , dan gij zijt in het oog van God.

Als gij acht geeft op hetgeen gij inwendig werkelijk zijt, dan zult gij u er niet aan storen , wat de men-sclien van u zeggen. De mensch ziet slechts het uitwendige, maar God doorschouwt hot hart. Ue mensch ziet o]-) de daden, maar God weegt de bedoelingen.

Altijd het goede te doen en daarbij weinig van zichzelven te houden, dat is het teeken van eene nederige ziel. Geen troost bij eenig schepsel te zoeken , is het kenmerk van groote reinheid en van inwendig vertrouwen. Wie geen getuigenis van j buiten voor zich zoekt, toont, dat i hij zich geheel aan God heeft over- j gegeven. Want, gelijk de Apostel j Paulus zegt, niet wie zichzelven 1

fcS--------S

•J8

ocr page 116

'2 nOEK. 7 HOOFDSTUK.

ES Si

prijst, maar dien do lieer prijst, is goedgekeurd.

Inwendig mot God te verkeeren , en uitwendig zich door geenerlei begeerte te laten binden, dat is de staat van den inwendigen mensch.

7 HOOFDSTUK.

Over de liefde lot Jezus boven alles.

1. Zalig hij, die begrijpt, wat het is Jezus te beminnen en om Jezus' wil zichzelven te versmaden. Ter wille van dezen Geliefde , moet men alles, wat men liefheeft, verlaten: want Jezus wil alleen boven alles bemind worden. De liefde der schepselen is bedriegelijk en onbestendig, de liefde van Jezus getrouw en standvastig. Wie zich aan een schepsel hecht, valt, als het schepsel valt; wie zich aan Jezus vasthoudt, staat eeuwig onwankelbaar.

2. Bemin Hem en houd Hem tot j uwen vriend, die u niet verlaten zal, als u alles begeeft, en niet dulden zal, dat gij op hot einde verloren

a-------sa

09

ocr page 117

'2 BOEK. 7 HOOFDSTUK.

s----—0

gaat. Eenmaal tocli moet gij van alles scheiden, het/.ij gij wilt of niet. Bij leven en bij sterven houd u aan Jezus, en geef u over aan zijne trouw: want Hij alleen kan ook dan u helpen, als allen u verlaten.

Uw Geliefde is zoo gezind, dat Hij geen anderen naast zich duldt: maar Hij wil uw hart alleen bezitten en daarin zetelen als een koning op zijnen troon. Als gij uw hart van alle schepsel ontledigen kondt, dan zou Jezus gaarne bij u wonen.

3. Gij zult bevinden, dat bijna alles verloren is, wat gij, buiten Jezus, bij de rnenschen zoekt. Vertrouw en steun niet op een riet, dat door den wind been en weer bewogen wordt; want alle vleesch verdort als gras , en als eene veldbloem vergaat alle zijne heerlijkheid.

Spoedig zult gij bedrogen worden, zoo gij alleen óp het uitwendig voorkomen der rnenschen ziet. En als gij bij anderen uwen troost en voordeel zoekt, zult gij dikwijls schade lijden. Wanneer gij in alles Jezus zoekt, zult gij Jezus ook overal vinden; wanneer

m----S5

100

ocr page 118

2 BOEK. lt;S HOOFDSTUK.

^-------S3

gij echter uzeiven zoekt, zult gij ook ii zei ven vinden, doch tot uw verderf. De mensch, die Jezus niet zoekt, schaadt zichzelven meer, dan de ge-lieele wereld en al zijne vijanden hem schaden kunnen.

8 1100FDSTI 'K.

Over den verlronweljkan omgang met Jezus.

1. Als Jezus hij ons is. dan is alles li-oed en niets valt ons zwaar ; maar is Jezus verre van ons, dan valt alles

Als Jezus niet van binnen tot ons spreekt , dan is allo troost zonder waarde; maar als Jezus slechts een woord spreekt, dan voelt men groeten troost. Rees niet Maria terstond op • van do plaats, waar zij weende, toen Martha tot haar zeide : »de Meester is daar en roept U ?quot; Zalig oogenblik, als .lezus ons roept van de droefheid | tot de vreugde des geestes.

Hoe dor en ongevoelig zijt gij toch ; zonder Jezus 1 hoe dwaas en ijdel, als ü'ij iets buiten Jezus zoekt! Is dit

ES-------------------S

101

ocr page 119

2 BOEK. 8 HOOFDSTUK, ü j voor u geene grootei'e schade, dan i of' gij de liecle wereld verloort ? Wat kan (Ie lieele wereld n baten zonder Jezus? Zonder Jezus te zijn is eene akelige hel, mei Jezus te wezen , is een genoeglijk paradijs. Geen vijand kan u schaden, als Jezus hij u is. W ie Jezus vindt, die vindt een kost-haren schat, ja, een goed hoven alle goederen. Wie echter Jezus verliest, verliest huitenmate veel, ja, meer dan de heele wereld. Wie zonder Jezus leeft, verkeert in volslagen armoede : wie het echter wél staat met Jezus, bezit allen rijkdom.

2. Het is eene groote kunst met Jezus weten orn te gaan en eene groote wijsheid, Jezus bij zich te kunnen houden. Wees nederig en vreedzaam, en Jezus zal met n zijn ; wees innig en rustig, en Jezus zal hij u blijven.

Zeer licht kunt gij Jezus van u verwijderen en zijne genade verliezen, zoo gij u tot uitwendige dingen keert. Uebt gij Hem echter verdreven en verloren , tot wien zult gij dan uwe toevlucht nemen en wien zult gij u

ocr page 120

1 BOEK. 8 HOOFDSTUK.

tot vriend kiezen. Zonder vriend toch kunt gij niet goed leven: wanneer echter Jezus niet mv vriend boven allen is, dan zult gij uiterst treurig en troosteloos wezen. Gij handelt dan dwaas, zoo gij in iemand'anders uw vertrouwen of vreugde stelt. Liever j moet gij verkiezen do gansche wereld tegen te hebben, dan Jezus te | vergrammen. En van allen, die u lief zijn , moet Jezus alleen uw uitver-| koren geliefde zijn.

3. Bemin ze allen om Jezus' wil , maar Jezus om Hemzelven. Jezus Christus alleen verdient met eene bij-I zondere liefde bemind te worden, omdat Hij alleen onder alle vrienden goed en getrouw bevonden wordt. Om ! Hem en in Hem moeten vrienden j zoowel als vijanden u dierbaar zijn , [ en voor hen allen moet gij Hem bidden, opdat allen Hem mogen kennen ! en beminnen.

Begeer nooit uitsluitend geprezen i of bemind te worden: want dat komt alleen aan God toe, die zijns gelijke niet heeft. Verlang ook niet, dat iemand in zijn hart zich niet n bezighoude,

m______S

103

ocr page 121

2 ROEK. 8 HOOFDSTUK.

3 - -----g

en gij, IioihI u ook niet bezig met de liefde voor eenig mensch ; maar Jezus zij in ii en in allo goede menschen.

Wees rein en vrij in mv binnenste, zonder u door eenig schepsel te laten boeien. Gij moet van alles ontbloot zijn, en een zuiver hart voor God bewaren, zoo gij rust wilt vinden, en smaken, hoe zoet de Heer is. Doch inderdaad, daartoe zult gij niet geraken , tenzij zijne genade u voor-kome en trekke, zoodat gij met verwijdering on terzijdestelling van alles, eenig met Mem alleen vereenigd woi'dl. Want als de genade Gods tot den mensch komt, vermag hij alles ; maar wanneer zij van hem wijkt, dan is j bij arm en zwak, en als geheel aan j geeselslagen prijsgegeven. In dezen | toestand echter moet hij niet moedeloos noch wanhopig worden, maar gelijkmoedig zich steeds naar den wil i van God schikken, en, alles wat hem I overkomt, ter eere van Jezus Christus j verdragen; want op den winter volgt de zomer, na den nacht komt de dag en na bet onweer liefelijke zonneschijn.

IS

•104

ocr page 122

2 BOEK. 9 HOOFDSTUK. ®-----

9 HOOFDSTUK.

Orec het missen van allen troost.

1. liet valt niet zwaar ilcn troost der menschen te versmaden, wanneer i men den troost van God ondervindt, j Maar het is iets groots, iets hij uit- i stek groots zoowel den menschelij- } ken als den goddelijken troost te kunnen ontheren, de geheele verlatenheid des harten ter eere Gods gewillig te dragen, zonder in iets zichzelven [ te zoeken, of zijne eigene verdiensten ! te achten.

Wat heteekent het, dat gij opge- | ruimd en devoot zijt, als de genade u bezoekt? Dat uur is wenschelijk j voor iedereen: want hij rijdt zeer ; zacht, dien (iods genade draagt. Wat wonder, indien hij geenen last gevoelt, die gedragen wordt door den Almachtige en geleid door den oppersten Leidsman?

Gaarne hebben wij iets tot onzen | troost, en niet dan met moeite legt j de mensch zijti eigen Ik af'. De hei-

_____S!

lüó

ocr page 123

1 BOEK. 9 HOOFDSTUK.

s— —S3

lige martelaar Laurentius evenwel heeft te zatnen niet zijnen herder de wereld overwonnen, wijl hij alles,, wat in de wereld genoeglijk scheen, versmaadde; uit liefde tot Christus heeft hij liet gelaten gedragen, dat Paus Sixtus, dien hij hartelijk liefhad, hem ontrukt werd. Door de liefde tot zijnen Schepper overwon hij de liefde tot den mensch, en boven allen menschelijken troost verkoos hij liever het welbehagen Gods. Leer gij ook zoo een geliefden vriend, dien gij noode mist, ter liefde Gods verlaten; ook mag het u niet zwaar vallen, als gij van een vriend verlaten wordt, wetende, dat wij eindelijk allen van elkander moeten scheiden.

Veel en lang moet de mensch met zichzelven strijden, eer hij leert zicli-zelven volkomen te overwinnen en zijne genegenheid geheel en al over te brengen op God. Zoolang de mensch op zichzelven staat, vervalt hij lichi, j tot menschelijke vertroostingen. Wie | echter Christus waarlijk liefheeft en | ijverig de deugd betracht, valt niet op die vertroostingen en zoekt zulke j zinnelijke genoegens niet; veelmeer

------Si

lOfi

ocr page 124

2 BOEK. !) HOOFDSTUK.

Ei-----—S

wensclit hij, om Christus' wil, moeie-lijke oefeningen en zwaren arbeid op zich te nemen.

'i. Als God li dan geestelijke vertroostingen verleent, neem ze met dankzegging aan; maar bedenk ook , dat ze een geschenk van God, niet uwe verdienste zijn. Verhef u er niet op, wees er niet al te blijde over; word niet ijdel en vermetel, maar wees veeleer wegens die genade des te ootmoediger en in al uwe handelingen des te behoedzamer en omzichtiger: want die ure zal voorbijgaan en ile bekoring er op volgen. W anneer u de troost onttrokken is, word niet aanstonds moedeloos; maar wacht nederig en geduldig op het hemelsche bezoek : want God is machtig genoeg om u nog rijkeren troost terug te geven.

Voor wie in Gods wegen ervaren . zijn , is dit niets nieuws en niets vreemds: want ook groote Heiligen j en de aloude Profeten hebben zulke [ afwisseling ondervonden. Vandaar dat | een hunner, toen hij door de genade bezocht werd, deze woorden sprak: |

E2 ----

-107

ocr page 125

2 BOEK. 0 HOOFDSTUK.

fs— -i

\ „Ik zeide in mijnen overvloed : in ' eemviglieid zal ik niet wankelen.quot; | W at liij echter ondervond , toen de ; genade van hem geweken was , dat drukt hij uit met de woorden, die hij er hij voegt: „Gij wendde uw aangezicht van mij at', eu ik werd ontroerd. Intusschen verliest hij geenszins den moed, maar smeekt den Heer te vuriger en zegt: „Tot U, oITeer! zal ik roepen, en tot mijnen God zal ik bidden.quot; Ten laatste draagt hij de vrucht weg van zijn gebed en getuigt, dat hij verhoord werd, zeggende : „Do Heer heeft mij verhoord, en zich mijner erbarmd; de Hoer is mijn helper geworden.quot; En waarin? „Gij hebt,quot; zegt hij, „mijn gekerm in gejuich veranderd en mij omgeven met vreugde.quot;

Indien het aldus gegaan is met groote Heiligen, dan moeten wij , arme en zwakke menschen, den moed niet laten zinken, als wij nu eens vurig, dan weer zoo kond zijn ; want de Geest komt en gaat, volgens het welbehagen van zijnen wil. Daarom zegt de vrome Job : „Gij bezoekt hem in den vroegen morgen en aanstonds beproeft Gij hem.quot;

ES____g

1Ü8

ocr page 126

'i HOEK. 9 HOOFDSTUK.

t3 a

3. Waarop zal ik dus mijne lioop | stellen, of' op wien moet ik vertrou-i wen, dan alleen op Gods groote barm- j ; hartigheid en op het uitzicht der he- [ i melsche genade ? Deugdzame men-j schen, innige medebroe(lers of trouwe vrienden, heilige boeken ofquot; schoone verhandelingen, liefelijke liederen of godgewijde lofgezangen : dat alles helpt mij weinig en smaakt mij weinig, zoolang ik door de genade verlaten en aan mijne eigene armoede overgelaten ben. Alsdan is er geen beter middel dan geduld en zelfver-loochende onderwerping aan den wil van God.

No»- nooit heb ik iemand gevonden, die zoo vroom en innig was, dat hij niet somwijlen eene onttrekking der genade of' vermindering van ijver ondervonden heelt. Geen Heilige was ooit zoo hoog opgetogen of verlicht, dat hij vroeger of later niet beproefd werd. Immers hij is die hooge beschouwing van God niet waardig, die niet door eenige kwelling ter eere Gods geoefend is geworden. Ook is gewoonlijk de beproeving, die voorafgaat, het teuken van do vertroos-

________23

lü'J

ocr page 127

2 HOEK. 10 HOOFDSTUK. [3 ' I

ting, die volgen zal. Want dengene i.s hemelsche troost beloofd, die in de bekoring prooi' hoeft gehouden. „Wie overwint,quot; zegt Christus, „hem zal ilc te eten geven van den boom des levens.quot; Be goddelijke troost wordt den mensch verleend, om hem meer kracht to geven tot het dragen van alle wederwaardigheden. Dan volgt weer de beproeving, opdat hij zich niet verhelle, wegens de gunst, (lie hij genoot.

l)c duivel slaapt niot en ook het vleesch is nog niet verstorven ; daarom houd u tot bet strijden altijd gereed ; want aan uwe rechter- en linkerhand staan vijanden, die nimmer rusten.

10 HOOFDSTUK.

Over de dankbaarheid voor de genade Gods.

i. Waarom zoekt gij rust, daar gij geboren zijt om te arbeiden ? Wees meer gesteld op het oefenen van geduld, dan op het genieten van troost; meer op het dragen van uw kruis,

3_______gj

110

ocr page 128

2 BOEK. 10 HOOFDSTUK.. S Si

dan op liet smaken van ijdele vreugde.

Welk aardschgezinde mensch zou niet gaarne vertroostingen en geestelijke blijdschap aannemen, als hij die altoos verkrijgen kon? Want oe geestelijke vertroostingen gaan alle genoegens der wereld en alle lusten des vleesches verre te boven. Al de we-reldsche genoegens toch zijn of ijdel of' schandelijk; maar de geneugten des geestes alleen zijn verkwikkend en eerlijk, als voortkomende uit de deugd en door God den reinen harten ingestort.

Maar geen mensch kan deze goddelijke vertroostingen altijd naar wil en wensch genieten: want de uur van bekoring blijft niet lang uit.

Hetgeen echter bet hemelsche bezoek vooral hindert, dat is; de val-scbe vrijheid des harten en een te groot zelfvertrouwen.

God bewijst den mensch eene weldaad, door hem de genade der vertroosting te schenken ; maar de mensch handelt kwalijk, als hij niet alles met dankbaarheid tot God terugbrengt. En daarom kunnen de gaven der genade in ons niet vloeien, omdat wij

£g_______' S

111

ocr page 129

'i BOIOK. lU llüOI'DSTUK.

S--------®

jegens den Gever ondankbaar zijn, en j niet alles tot de oorspronkelijke Bron j 1 terugvoeren. Want de genade wordt

altoos geschonken aan hem, die er j i waardiglijk dankbaar voor is ; en aan den hoogmoedige wordt ontnomen, j hetgeen aan den nederige gewoonlijk gegeven wordt.

Ik verlang geen troost, die mij de ingekeerdheid ties harten benemen zon, en begeer die tiooge beschouwing niet, welke mij tot zelt'verhef- i fing zou vervoeren. Want niet alles is heilig, wat verheven is ; niet alles goed, wat genoeglijk , niet alles rein, wat begeerlijk, en niet alles Gode welbehagelijk, wat den mensch dierbaar schijnt. Gaarne echter ontvang ik zulk eene genade, waardoor ik ootmoediger en godvreezender word, en die mij bereidwilliger maakt om mij-zelven te verlaten.

2. Wie bij ervaring weet, hoe zoet het is de genade te bezitten en hoe pijnlijk haai' te missen, die zal zich-zelven niets goeds toeschrijven, maar liever bekennen, dat hij arm is en ontbloot van alles. Geef aan God, wat

E2____S

112

ocr page 130

2 BOEK. 10 HOOFDSTUK.

God toekomt, en schrijf u alleen toe, wat het uwe is; dat wil zeggen: dank God voor zijne genade, en erken, dat u niets anders, toekomt, dan de schuld en de straf, die zij verdient.

Zet n altijd op de laagste plaats en de hoogste zal n gegeven worden: want het hoogste heeft. zonder het laagste, geen vasten grond. De Heiligen, die de grootste zijn voor God, zijn de geringsten in hun eigen oogen; ja, hoe meer zij verheven zijn door do genade, des te nederiger zijn zij in zichzelven. Zij. die vervuld zijn van de waarheid en hemelsche glorie, verlangen niet naar do ijdele glorie der wereld. Zij, die in God gegrond en bevestigd zijn, kunnen nooit hoogmoedig wezen. En die al het goede, dat zij ontvangen hebben, aan God toeschrijven, zoeken geen eer van elkander, maar willen slechts de eer, die van God komt; en al hun verlangen en streven gaat daarheen, dat God in hen en in alle zijne Heiligen moge geprezen worden.

Wees dus dankbaar voor het kleinste, en gij zult waardig zijn grootere gunsten te ontvangen. De kleinste gave g--—!

113

ocr page 131

2 BOEK. 11 HOOFDSTUK.

gg-----^

j ook gelde u zooveel als de grootste, j en liet nietigste als een uitnemend geschenk. Als gij op de waardigheid van den Gever ziet, zal geene gift u klein of gemeen voorkomen: want klein is het niet, dat door den aller-hoogsten tiod gegeven wordt. Al zendt Hij zelfs strall'en en plagen, moeten wij toch dankbaar zijn, omdat Hij [ altijd ons welzijn heoogt in alles, wat I Hij mis doet overkomen.

AVie de genade Gods wil behouden, I zij dankbaar, als zij hem gegeven, en j geduldig, als zij hom weer onttrokken | wordt. Hij bidde, dat zij wederkeere, | en zij voorzichtig en ootmoedig, opdat hij ze niet verlieze.

11 HüOKDSTUK.

Over de weinije vrienden van Jezus1 kruis.

1. .lezus heeft wel vele beminnaars I van zijn hemolsch koningrijk, maar weinige dragers van zijn kruis: velen, die naar zijne vertroostingen, maar weinigen, die naar zijne beproevingen

mi-----------------£?

-114

ocr page 132

1 BOEK. 11 HOOFDSTUK.

verlangen; velen, die aan zijne tafel, weinigen ilie aan zijn vasten willen deelnemen. Allen willen zich niet Hem verblijden, maar weinigen voor Hem iets lijden; velen volgen Jezus tot aan het breken des broods, maar weinigen tot aan het drinken uit den lijdenskelk. Velen vereeren zijne wonderwerken, maar weinigen den smaad van zijn kruis. Velen hebben Jezus lief, zoolang hun geen tegenheid ontmoet; velen loven en zegenen Hem, zoolang zij van Hem eenigo ver-1 troosting ontvangen; maar als Jezus [ zich voor hen verbergt en hen slechts | voor een oogenblik verlaat, dan vallen j ze terstond aan 't klagen, of worden i geheel moedeloos.

Maar die .leziu liefhebben om Jezus zeiven en niet om hun eigenen troost, die prijzen Hem in allerlei kwelling en zielsangst, zoowel als bij den rijksten troost. Ja, al wilde Hij hun ook nooit eenigen troost verleenen, dan zouden zij Hem toch voortdurend willen loven en danken. O , hoeveel vermag de reine liefde tot Jezus, die met geen eigenbaat of eigenliefde vermengd is! i_________!

115

ocr page 133

2 BOEK. I 1 HOOFDSTUK.

f 0

Moot men y.c allen niet loondienaars [ noemen, die altijd vertroostingen zoe-| ken? Kn tonnen niet zij, die altoos sleclils op eigen gemak en eigen voordeel bedaclit zijn, dat zij meer zichzelven, dan Christus liefhebben?

2. Waar vindt men iemand , die God om niet dienen wil ? Zelden ontmoet men een mensch, zoo geestelijk gezind, dat hij van alles ontbloot is. Want waai' zal men iemand vinden, die waarlijk arm van geest en vrij van alle liefde tot de schepselen is? Verre, ja, aan het einde dei' aarde is die schat te zoeken.

Wanneer de mensch, alles wat hij bezit, weggaf, dan ware het nog niets. Kn al pleegde hij strenge bnetvaar- i digheid, dan is het nog weinig. En j al was hij ervaren in alle wetenschappen, zoo blijft hij nog ver van zijn doel. Wanneer hij ook groote deugden en eene allervurigste devotie had. dan I ontbrak hem nog voel, namelijk dat ! i eene, dat hem boven alles noodig -is. | : Ln wat is dat? Dat de mensch, na | i alles verlaten te hebben , ook zichzelven verlate, en geheel uit zichzelven !

ocr page 134

'■l HOEK. 1'2 HOOFDSTUK.

-------■--- --^

I uitga, en niets van de liefde tot zich- 1 ! zeiven terughoude. Wanneer hij ech-; ter alles gedaan heeft, waartoe hij j zich verplicht rekenI , dat hij dan | ineene niets gedaan te hebben. Hij achte het weinig, hetgeen men voor iets groots zon kannen aanzien, maar bekenne in de oprechtheid zijns harten, dat hij een onnutte dienstknecht is, gelijk het woord der Waarheid zegt: «Wanneer gij gedaan lubt al wat u bevolen is. zoo spreekt: wij zijn onnutte dienstknechten.quot;

Dan zal de mensch waarlijk ontbloot en arm van geest zijn en met den profeet mogen zeggen: )iik ben eenzaam en behoeftig.quot; En toch is | niemand rijker, niemand machtiger, i niemand vrijer dan hij, die zichzelven en alles verlaten, en zich het diepst vernederen kan.

12 IIOORDSTriv.

Ouei- den l;oninldijken wpjj van. het heilige kruis.

1. Voor velen schijnt liet een bard woord te wezen : «verloochen nzelven,

S_____S

117

ocr page 135

'2 boek. 12 hoofdstuk.

es-- -m

neem uw kruis op en volg Jezus.quot; Maar het zul veel harder zijn, dat andere woord te hooren: »gaat van mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur.quot; Zij echter, die nu gaarne het woord des kruises uanhooren en volgen, zullen dan het woord, der eeuwige verwerping niet te duchten hebben. Het teeken van het kruis zal aan den hemel verschijnen, wanneer de Heer ten oordeel komt. Dan zullen alle dienaren van het kruis, die zich in hun leven aan den Gekruisigde gelijkvormig gemaakt hebben, met groot vertrouwen tot Christus, den Rechter, durven naderen. Wat zijt gij dan bevreesd, liet kruis op te nemen, waardoor men tot het hemelrijk gelangt?

In het kruis is zaligheid, in het kruis is leven, in het kruis bescherming tegen de vijanden ; in het kruis ligt eene bron van hemelschen troost; in het kruis is sterkte der ziel en vreugde des geestes; in het kruis is de kern aller deugd en de volmaking der heiligheid. Er is geen heil voor de ziel, geene hoop des eeuwigen levens, dan in het kruis. Neem derhalve uw kruis op en volg Jezus, en

[2______l!_S

118

ocr page 136

2 BOEK. 'lii HOOFDSTUK.

iS _ _ Si

| gij zult liet eeuwige leven ingaan. Hij is, zijn kruis dragende, voorgegaan en aan 't kruis voor u gestorven, 1 opdat gij ook uw kruis zoiuit dragen ! en wenschen aan liet kruis to sterven.

Want zoo gij met Jezus sterft, zidt | gij ook met Hem leven ; en zoo gij | deelgenoot zijner smarten zijl, zult gij ook deelgenoot ziji.er glorie wezen.

Zie, zoo bestaat alles in het kruis, 1 en in liet sterven ligt het al. Er is geen andere weg tot het leven en tot j den waren inwendigen vrede, dan de [ quot;weg des heiligen kruises en der da-j gelijksche versterving. Wend u, waar j gij wilt, zoek al wat gij verlangt, gij { zult geen hoogeren weg boven u, ■ geen veiligeren weg beneden u vinden, i dan den weg van het heilige kruis.

Beschikt en regelt gij ook alles naar uwen wil en zin, dan zult gij ! nog altijd iets te lijden hebben, hetzij 1 willens of onwillens; ja, overal zult j gij een kruis vinden. Ofwel zult gij lichamelijke smart gevoelen, ofwel j naar de ziel geesteskwelling te dragen | hebben. Somtijds zult gij van God j verlaten, somtijds door uwen naaste j

S______

■119

ocr page 137

2 BOEK. 42 HOOFDSTUK.

fg S

geplaagd worden, en, wat nog meer is_, dikwijls zidt gij nzeiveri tot last zijn. En toch zult gij door geen middel bevrijd, door geen troost verlicht kunnen worden; maar gij moet het uithouden , zoolang het (lod behagen zal. A\ iint God wil, dat gij leert de kwellingen ook zonder vertroosting te dragen, dat gij u geheel aan Hem onderwerpt en door kwellingen steeds nederiger wordt. Er is niemand, die het lijden van Christus zoo diep voelt, dan hij, wien het gelukt iets dergelijks te lijden.

Het kruis is dus altoos voor u reed en verwacht u overal. Ga heen waar gij wilt, gij kunt het niet ontvluchten : want waar gij u ook keert, uzelven neemt gij met n en overal zult gij uzelven vinden. Wend n naar boven o( wend u naar beneden, wend u naar binnen of wend u naar buiten ; overal zult gij een kruis vinden, en overal moet gij het geduld bewaren, zoo gij den inwendigen vrede genieten en de eeuwige- zegekroon verwerven wilt.

2. Wanneer gij uw kruis gaarne draagt, dan zal het ook u dragen en

ge-is ,

ge-

120

ocr page 138

2 BOEK. 1L2 HOOFDSTUK.

u leiden tot dat gewensclite einde, | waar alle lijden ophoudt; maar dat zal liier niet zijn. Draagt gij liet ongaarne, dan maakt gij het u tot een last, die u nog meer bezwaart, en I toch moet gij het dragen. Werpt gij het eene kruis af, zonder twijfel zult gij een ander, en misschien nog wel een zwaarder, vinden.

Meent gij te ontsnappen aan hetgeen nog geen sterveling heeft kunnen ontwijken? Welke Heilige is in deze 1 wereld zonder kruis en kwelling ge-; weest? Zelfs onze Heer, Jezus Christus, j was, zoolang Hij leefde, geen uur zonder lijdenssmart. ))De Christus,quot; zoo sprak Hijzelf, smoest lijden en van de dooden opstaan, en alzoo zijne heerlijkheid ingaan.quot; Hoe zoekt gij dan een anderen weg, dan dezen koninklijken weg des heiligen kruises? liet gansche leven van Christus was een kruis, een marteling, en gij, gij wilt voor u slechts rust en vrede j zoeken. Gij dwaalt, ja, gij dwaalt, als 1 j gij iets anders zoekt dan kwelling te lijden: want geheel dit sterfelijk leven is vol van ellenden en allerwegen met kruisen geteekend. Kn hoe hooger

m______S

121

ocr page 139

'2 HOEK. 12 HOOl'DSTUK.

ES;---------—--'g]

iemand in het geestelijk leven gestegen is, dos te zwaanier wordt ook liet kruis, dat hij dragen moet: want naar de mate zijner liefde, groeit ook liet verdriet over zijne verbanning uit liet hemelsche vaderland.

n. Maar al wordt liij op veelvuldige wijze gekweld, nochtans blijft hij niet zonder opbeurenden troost, omdat hij weet, dat het dragen van zijn kruis hem een zeer groot voordeel verschaft. Want terwijl hij zich daar- * aan vrijwillig onderwerpt, verandert zich de gansche last zijns lijdens in een zoet vertrouwen op den godde-lijken troost. En hoe meer het vleesch door kwellingen verdrukt wordt, des te meer wordt de geest door de inwendige genade versterkt. Ja. somwijlen wordt hij door zijn verlangen naar kwelling en wederwaardigheid zoodanig versterkt, dat hij, uit zucht om den gekruisigden Christus gelijkvormig te zijn, niet zonder smart cn pijn zon willen leven, daar hij weet, dat hij des te aangenamer is aan God, naarmate hij meer en zwaarder lijden voor Hem verdragen kan.

(3_______________ ________________

ocr page 140

2 BOEK. 12 HOOFDSTUK.

t3--------gj

liet is echter niet de deugd des menschen , maar de genade van Christus, die in hot zwakke lichaam zooveel vermagen uitwerkt, dat de mensch met vurigen ijver omhelst en liefheeft, hetgeen hij anders van nature schuwt en vliedt, 't Is zeker geen menschelijk werk het kruis te dragen en lief te hebben, het lichaam te kastijden en tot dienstbaarheid te brengen ; de eer te vlieden en den smaad gewillig te verdragen ; zichzelven gering te achten en gaarne te zien, dat men gering geacht wordt; allerlei tegenspoed en nadeel te lijden in deze wereld en naar geenerlü voorspoed te verlangen. Neen, gij zidt tot niets van dat alles door uzelven in staat zijn, als gij slechts op eigen krachten ziet; maar als gij op den Heer vertrouwt, zal u kracht van den hemel gegeven, en wereld en vleesch zullen aan uwe heerschappij onderworpen worden. Zelfs uw vijand, den ! duivel, zult gij niet te vreezen heb- i ben, als gij met het geloof gewapend i en met het kruis van Christus ge-teekend zijt.

Wees dan, als een goed en getrouw

^__-__S

123

ocr page 141

■2 liUEK. 12 HOOFDSTUK,

S7-------------------------------a

| dienstknecht van Christus, steeds bereid, het kruis uws Ueeren, die uit liefde tot u gekruisigd werd, kloek-| moedig te dragen. Maak u gereed , j om in dit ellendige leven, velerlei wederwaardigheden en allerhande moeielijkheden te doorstaan ; want, waar gij ook wezen moogt, het zal j zoo met u gaan, en, waar gij ook ! schuilen rnoogt, gij zidt het werkelijk ' j zoo bevinden. Zoo moiH het wezen, j j en er is geen beter middel, om den j | druk en de smart der kwellingen te | ontgaan, dan door erin te berusten.

Drink met liefde den kelk des Hee-| ren, zoo gij zijn vriend wilt wezen en deel aan Hem hebben. Laat de be-[ schikkingen van den troost aan God over: Hij doe daarmee, zooals het | Hem behaagt. Wat u betreft, schikt ; gij 11 tot het verdragen van weder- |

waardigheden: want het lijden van 1 dezen tijd, al moest gij 't ook alles 1 : alleen verdragen, is niet te vergelij- I ken met de toekomstige heerlijkheid, I die gij daardoor verdienen kimt.

4. Als gij eenmaal zoover gekomen j { zijt, dat u de wederwaardigheden om |

124

ocr page 142

2 HOEK. 12 HOOFDSTUK.

S------E

Christus' wil zoet en aangenaam zijn, weet dan. dat het goed met a staat: want gij hebt den hemel op aarde gevonden. Zoolang echter liet lijden u bitter valt en gij het zoekt te ont-wijken, zoolang zal het slecht met u gesteld zijn; want de kwelling, die gij ontvluchten wilt, zal u overal volgen. Maar zet gij n , gelijk het behoort, tot lijden en sterven, dan zal het spoedig beter worden en gij zult vrede vinden. Al werdt gij ook met Paulus tot in den derden hemel opgevoerd, dan waart gij nog niet verzekerd dat gij niets tegenstrijdigs te lijden hadt. ,,lk zal hem toonen,quot; zoo spreekt .lezus, „hoeveel hij voor mijnen naam lijden moet.quot; Aldus blijft ii niets anders over dan te lijden, zoo gij Jezus liefhebben en Hem bestendig dienen wilt. O, mocht gij waardig zijn iets voor den naam van Jezus te lijden! Welke groote eer zou dat voor u zijn , wat een vreugde voor alle Gods Heiligen, welk een stichtend voorbeeld voor den naaste! Allen weliswaar prijzen de lijdzaamheid aan, maar slechts weinigen willen iets lijden. Terecht moest gij gaarne een

§___I_S

ocr page 143

2 BOEK. 12 HOOFDSTUK.

fS .............. S3

1 weinig voor Christus willen lijtien, I daar men veel mensclien vindt, die veel meer lijden voor de wereld.

5. Houd er n vast van overtuigd, dat uw leven een bestendig sterven moet wezen, en dat een mensch des te meer voor God begint te leven, naarmate bij zich meer afsterft. Niemand is in staat bemelsche dingen te begrijpen, tenzij hij de wederwaardigheden om Christus' wil met onderwerping draagt. Niets is aangenamer aan God, niets is heilzamer voor ons-zelven op deze wereld, dan gewillig te lijden voor Christus. En als gij kiezen mocht, dan moest gij liever wen-schen, voor Christus wederwaardigheden te lijden, dan door vele vertroostingen te worden verkwikt: immers op deze wijze zoudt gij aan God en al de Heiligen meer gelijkvormig zijn. Want onze verdienste en onze voortgang in de volmaaktheid bestaan niet in het genieten van vele genoegens en vertroostingen, maar in het geduldig verdragen van vele zwarigheden en groote kwellingen.

Was er iets beters , iets nuttigers

E2-----S5

120

ocr page 144

2 BOEK. 12 HOOFDSTUK.

S--------g]

I voor de zaligheid der menschen, dan lijden, gewis, Christus zou het ons door zijn woord en voorbeeld geleerd hebben. Nu echter vermaant Hij uitdrukkelijk zijne leerlingen, die Hem volgden en allen, die Hem wenschen te volgen, het kruis te dragen, zeggende ; „Indien iemand mijn volgeling wil wezen, hij verloochene /.ichzelven neme zijn kruis op en volge Mij.quot; Wanneer wij dan alles doorlezen en doorvorscht hebben, blijft dit ten laatste het besluit; wij moeten door vele verdrukkingen heen ingaan in het rijk Gods.

ocr page 145

DEI! DE BOEK.

OVER DEN INWEND1GEN TKOOST.

1 IJOOI'DSTUlv.

Ooer hel inioenditje onderhoud van

Christus met de gelooviye ziel.

jgMik wil liooren, wat God ^de

ikSamp;gM Hg is de ziel, die den lieer in zicli hoort .«preken en uit zijnen mond het woord der vertroosting verneemt. Zalig zijn de ooren, die naar de zachte stem der goddelijke inspraak luisteren en geen acht geven op de influisteringen dezer wereld. Ja, zalig de ooren, die niet hooren. naar de . stem, die van buiten klinkt, maar

^---S

-128

ocr page 146

13 BOEK. 1 HOOFDSTUK.

U--;—;---; §S

naar do waarlieid, die ons var., binnen onderricht. Zalig' zijn dc oogen, die voor liet uitwendige gesloten, maar op het inwendige gevestigd zijn. Zalig de oogen, die doordringen tot het binnenste, en die, door dage-lijksche oefeningen, zich meer en meer zoeken te bekwamen tot liet vatten van hemelsche geheimen. Zalig zij, die vurig verlangen met God om te gaan, en zich aan alle beslommeringen der wereld trachten te onttrekken.

'i. Neem dit ter harte, mijne ziel, en sluit de deuren uwer zinnen, opdat gij hoeren moogt, hetgeen de lieer, uw God, in u spreekt.

Zoo spreekt uw Geliefde: Tk ben uw heil, uw vrede en uw leven. Houd ii bij mij, en gij zult ruste vinden. Laat al het vergankelijke varen , en zoek het eeuwige. Wat zijn alle tijdelijke dingen anders dan bedrog en verleiding? En wat baten u allo schepselen, als gij van den Schepper verlaten zijt.'

Verzaak dan alles en toon u beha-gelijk en trouw aan uwen Schepper,

2----S

■129

ocr page 147

2 BOEK. 12 HOOFDSTUK.

FS-------------------------------------S

i weinig voor Chi'istus willen lijden, ^ daar men veel mensclien vindt, die

l veel meer lijden voor de wereld.

'

5. Houd er u vast van overtuigd, dat uw leven een bestendig sterven moet wezen, en dat een mensch des te meer voor God begint te leven, naarmate hij zicli meer afsterft. Niemand is in staat liemelsche dingen te begrijpen, tenzij liij de wederwaardigheden om Christus' wil met onderwerping draagt. Niets is aangenamer aan God, niets Is heilzamer voor ons-zelven op deze wereld, dan gewillig te lijden voor Christus. En als gij kiezen mocht, dan moest gij liever wen-schen, voor Christus wederwaardigheden te lijden, dan door vele vertroostingen te worden verkwikt: immers op deze wijze zoudt gij aan God en al de Heiligen meer gelijkvormig zijn. Want onze verdienste en onze voortgang in de volmaaktheid bestaan niet in het genieten van vele genoegens cn vertroostingen, maar in het geduldig verdragen van vele zwarigheden en groote kwellingen.

Was er iets beters, iets imttigers

ocr page 148

2 BOEK. 12 HOOFDSTUK.

IS---;-------S3

| voor de zaligheid der mensclien, dan lijden, gewis, Christus zou jet ons door zijn woord en voorbeeld geleerd hehben. Nu echter vermaant Hij uitdrukkelijk zijne leerlingen, die Hom volgden en allen, die Hem wenschen te volgen, het kruis te dragen, zeggende : „Indien iemand mijn volgeling wil wezen, hij verloochene zichzelven neme zijn kruis op en volge Mij.quot; Wanneer wij dan alles doorlezen en doorvorscht hebben, blijft dit ten laatste het besluit: wij moeten door vele verdrukkingen heen ingaan in het rijk Gods.

I

S-

-127

ocr page 149

DERDE BOEK.

OVER DEX INWENDIGEN TROOST.

1 HOOFDSTUK.

Oüp.v hel imvendige onderhoud van

Christus met de geloovige ziel. ' W'' '•00requot;' Wat ^01' , f'e

lig is do ziel, die den Heer in zich hoort spreken en uit zijnen mond liet woord der vertroosting verneemt. Zalig zijn de ooi-en, die naar j de zachte slem der goddelijke inspraak j luisteren en geen acht geven op de influisteringen dezer wereld. Ja, zalig de ooren, die niet hooren naar de \ stem, die van buiten klinkt, maar |

^---§3

•128

ocr page 150

;] HOEK. 1 HOOFDSTUK.

g?--;—;---; gs

naar do waarheid, dio ons vari binnen onderricht. Zalig' zijn do oogen, die voor liet uitwendige gesloten, maar op liet inwendige gevestigd zijn. Zalig de oogen, die doordringen tot hot binnenste, en die, door dage-lijksche oefeningen, zich meer en meer zoeken te bekwamen tot het vatten van hemelsche geheimen. Zalig zij, die vurig verlangen met God om te gaan, cn zich aan alle beslommeringen der wereld trachten te ont-trekken.

2. Neem dit ter harte, mijne ziel, en sluit de deuren uwer zinnen, opdat gij hoorcn moogt, hetgeen do Heer, uw God, in u spreekt.

Zoo spreekt uw Geliefde: Ik ben uw heil, uw vrede cn uw leven. Houd u bij mij, en gij zult ruste vinden. Laat al het vergankelijke varen , en zoek het eeuwige. Wat zijn alle tijdelijke dingen anders dan bedrog en verleiding? En wat baten u alle schepselen, als gij van den Schepper verlaten zijt.'

Verzaak dan alles en toon u beha-gelijk en trouw aan uwen Schepper,

§------i

129

ocr page 151

3 BOEK. 2 HOOFDSTUK.

m---gj

opdat gij het ware geluk verwerven moogt.

2 HOOFDSTUK.

De Waarheid spreekt in ons zonder gedruisch van ivoorden.

1. Spreek, Heer, uw dienaar hoort. Uw dienaar ben ik; geef mij verstand, opdat ik uwe getuigenissen kenne. Neig mijn hart tot de woorden uws monds, en als de morgendauw vloeie uwe rede.

Weleer spraken de kinderen Israels tot Mozes: „Spreekt gij tot ons, en wij zullen hoeren; maar niet de Heer spreke tot ons: wij mochten anders sterven.quot; Niet alzoo, Heere, ■ niet alzno is mijn verzoek, maar veeleer smeek ik met den Profeet Samuel, ootmoedig en verlangend: spreek, Heer, uw dienaar hoort.

2. Niet ilozes, niet een der Profeten, spreke tot mij; maar spreek Gijzelf liever, mijn Heer en rnijn God, | door wiens ingeving en verlichting al de Profeten gesproken hebben: !

m-----------gi

130

ocr page 152

3 BOEK. 2 HOOFDSTUK.

! Sa

immers Gij alleen kunt mij volkomen ondeirichten, terwijl zij niets vermogen zonder U.

Hunne woorden kunnen wel geluid ! voortbrengen, maar den geest geven zij niet. Zij spreken voortreflelijk; i maar als Gij zwijgt, dan wordt het , hart daardoor niet ontstoken. Zij lee-ren ons do letter, maar Gij ontvouwt den zin. Zij dragen geheimen voor. Gij echter ontdekt den zin van hetgeen deze beteekenen. Zij verkondigen de geboden, Gij echter iclpt ze vervullen. Zij toonen ons den weg, maar Gij geeft sterkte om hem te kunnen bewandelen. Zij werken slechts van buiten, maar Gij onderricht en verlicht de harten van binnen. Zij besproeien slechts uitwendig. Gij echter geeft de vruchtbaarheid. Zij roepen ons slechts woorden toe, maar i Gij maakt, dat wij hot gehoorde ook j verstaan.

Dat dan Mozes niet tot mij spreke, i maar spreekt Gij, lleere mijn God, j die do eeuwige Waarheid zelve zijt!

opdat ik niet sterve en zonder vrucht j blijve, wanneer ik slechts uitwendig | vermaand en niet inwendig ontvlamd k-------g!

131

ocr page 153

1) HOKK. 3 HOOFDSTUK.

s--- -----------7---®

worde; en opdat liet niet tot mijne veroord cel ing strekke, het woord gehoord en niet volbracht, gekend en niet bemind, geloofd en niet onderhouden te hebben. sSpreek dan, o Heer, uw dienaar hoort; Gij hebt immers de woorden des eeuwigen levens.quot; Spreekt Gij tot mij, opdat mijne ziel getroost en mijn geheele levenswandel verbeterd, uw Xaam echter geëerd, geprezen cn verheerlijkt worde in eeuwigheid.

3 HOOFDSTl'K'.

De rwoorden van God moeien met ootmoed gehoord worden; maar velen nemen ze niet ter harte.

i. Hoor naar mijne woorden, rnijn zoon ! liefelijke woorden, die do wijs-i heid van allo geleerden cn wijzen ! dezer wereld te boven gaan. Mijne ^ woorden zijn geest en leven en niet I | te schatten naar het gevoelen der menschen. Men moet daarin geen ijdel i genoegen zoeken, maar ze in stilte j aanhooren en ze opnemen in alle nederigheid en met groote liefde.

S_____

132

ocr page 154

1

3 HOEK. J HOOFDSTUK.

En ik sprak ; Gelukkig de inenScli, dien Gij, o Heer. onderricht en door uwe Wet onderwijst, om hem te verlichten in de dagen der kwelling en niet troosteloos te laten op deze aarde.

2. Ik, spreekt de Heer, heb van den beginne af de Profeten onderwezen , en tot nu toe houd ik niet op tot alle menschen te spreken; maar velen zijn doof en ongevoelig voor mijne woorden. Velen hooreu de wereld liever, dan God, en volgen lichter limine zinnelijke lusten, dan het welbehagen Gods.

De wereld belooft vergankelijke en nietige dingen, en men dient ze met grooten ijver; Ik echter beloof de hoogste en eeuwige goederen, en de harten der'stervelingen blijven koud. Wie dient en volgt Mij in alles met die bezorgdheid, waarmede men de wereld en hare meesters dient? Bloos van schaamte, o Sidon! En vraagt gij: waarom? zoo luister. Om eenig klein ambt te verkrijgen, doet men verre reizen ; voor het eeuwige leven verzet men nauwelijks den voet. Men streeft naar een nietig gewin; om een enkel

i

-m

j

133

ocr page 155

3 nOEK. 3 HOOFDSTUK.

S—-----8

stiillt; geld wordt soms sdiandelijk getwist; men schuwt niet zich dag en nacht af te matten voor eene heuzel-aclitige zaak, voor eene ijdele belofte.

Maar, o schande! voor een onvergankelijk goed, voor eene onschatbare belooning, voor de hoogste eer en eeuwige heerlijkheid zich ook maar eenige moeite te geven, daartoe is men te traag. Bloos dan, gij luie en ontevreden dienstknecht, dat zoovelen ijveriger gevonden worden tot hun verderf, dan gij tot uwe zaligheid. Zij hebben moer genoegen in de ijdelheid, dan gij in de waarheid.

Eu toch worden zij niet zelden in hunne hoop teleurgesteld, terwijl mijne belofte nimmer bedriegt en niemand, die op Mij vertrouwt, ledig wegzendt. Wat ik beloofd heb, dat geef ik; wat ik gezegd heb, dat volbreng ik, mits de inensch in mijne liefde getrouw volharde ten einde toe. Ik ben het, die alle deugdzame menschen | beloon, en alle devote zielen door j krachtige middelen beproef'.

Schrijf mijne woorden iu uw hart 1 en overdenk ze ernstig : want ten tijde j der beproeving zullen zij u zeer noodig

m_______

134

ocr page 156

3 BOEK. 3 HOOFDSTUK.

sê------------m

zijn. AVfit gij bij liet lezen niet verstaat, zult gij begrijpen op den dag van mijn bezoek, üp tweevoudige wijze pleeg ik mijne uitverkorenen te bezoeken, door beproeving namelijk en door vertroosting. Twee lessen ook lees ik hun dagelijks: in de eene bestraf ik hunne gebreken, in de andere •ii

wek ik hen op tot voortgang m de deugd.

Wie mijne woorden boort, maar ze versmaadt, heeft een, die hem oor-deelen zal ten jongsten dage.

3. Geheel om de genade der devotie te vragen.

Mijn lieer en mijn God, al mijn goed zijt Gij alleen ! Kn wie ben ik, dat ik tot U durf spreken? Ik ben de geringste uwer dienaren, een nietige aardworm, veel geringer en verachtelijker dan ik zelf weet of zeggen kan.

Gedenk nochtans mijner, o Heer, want werkelijk ik ben niets, ik heb niets, ik kan niets. Gij alleen zijt goed, rechtvaardig en heilig; Gij vermoogt alles. Gij geeft alles. Gij ver-

ocr page 157

3 BOEK. 4 HOOFDSTUK, --------s

i vult alles; den zondaar alleen laat j Gij ledig. Gedenk uwer barmhartigheid en vervul miju hart met uwe genade, Gij, die niet wilt, dat uwe schepselen ledig blijven. Hoe zal ik het toch kunnen uithouden in dit ellendige leven, als uwe barmhartigheid en genade mij niet versterkt?

Wend uw aanschijn niet van mij af en stel uwe bezoeking niet langer uit; onttrek mij uwen troost niet, opdat mijne ziel voor U niet worde, als een land zonder water. Leer mij, o lieer, uwen wil doen ; leer mij waardig en ootmoedig voor U wandelen; want gij zijt mijne wijsheid. Gij, die mij naar waarheid kent en mij reeds gekend hebt, eer de wereld was, en ik in de wereld geboren werd.

4 HOOFDSTUK.

Wij moeten voor God wandelen in waarheid en ootmoed.

4. Wandel voor Mij in de waarheid, en zoek mij altijd in de eenvoudigheid uws harten. \\ ie voor Mij in de waarheid wandelt, wordt beveiligd

_______S

136

ocr page 158

3 BOEK. 4 HOOFDSTUK.

Ss----------------- Z.\

tegen kwade aanveclitingen, cti de waarheid zal hem bevrijden van de verleiding en lastering der boozen. Indien de waarheid u vrijgemaakt heeft, zult gij waarlijk vrij zijn en u aan het geklap der menschen niet storen.

Heer, het is, gelijk Gij zegt; mocht het, bid ik U, aldus met mij geschieden ! Uwe waarheid onderrichte mij, behoede mij cn beware mij tot aan een zalig einde. Zij bevrijde mij van alle zondige neiging en ongeregelde liefde, opdat ik met U wanoele in volle vrijheid des harten.

2. Ik zal u loeren, spreekt de Waarheid, wat recht is en Mij wel beha-gelijk. Denk met afkeer en droefheid aan uwe zonden en verbeeld u nooit iets te zijn wegens uwe goede werken.

Waarlijk, gij zijt een zondaar, onderhevig aan vele hartstochten en daarin verstrikt. Aan uzelven overgelaten, komt gij nooit tot iets; hoe licht toch valt gij! hoe spoedig wordt | gij overwonnen ! hoe ras inwendig ontsteld en uitwendig verstrooid! tiij hebt niets, waarop gij roemen moogt, maar veel, waarover gij u vernederen

@____S

137

ocr page 159

3 BOEK. -4 HOOFDSTUK.

moet: want i;-ij zijt veel zwakker dan gijzelf begrijpen kunt.

Dat u dan niets groot toeschijne van al hetgeen gij verricht. Houd niets voor verheven, niets voor kostbaar, niets voor bewonderens- ot' roemenswaardig, niets voor aanzienlijk, niets voor waarlijk loll'elijk en wenschelijk, dan — hetgeen eeuwig is. De eeuwige Waarheid behage u bovenal; maar steeds mishage u uwe eigene groote onwaardigheid. Niets moet gij zoozeer vreezen, niets zoozeer verafschuwen en vluchten als uwe ondeugden en zonden, waarover gij u moer moet bedroeven, dan over elk verlies van geld en goed.

Vele menschen wandelen niet in oprechtheid voor Mij; door eene zekere nieuwsgierigheid en aanmatiging gedreven , willen zij mijne geheimen weten en de diepten der Godheid peilen, terwijl zij intusschen zichzelven en hunne eigene zaligheid verwaarloozen. Dezen vallen, wegens hun hoogmoed en ijieuwsgierigheid, dikwijls in zware bekoringen en zonden: want ik weersta zulke menschen. Vreest, gij, de

i;!8

ocr page 160

3 BOEK. 4 HOOFDSTUK.

oordeelen Goik en sidder voor den toorn des Almachtigen. Waclit u de werken des Allerlioogsten te doorgronden ; doorzoek liever mven onge-rechten wandel: hoeveel kwaad gij gedaan, hoeveel goed gij verzuimd hebt.

Eenigen stellen hunne devotie alleen in boeken, anderen in beelden, nog anderen in uiterlijke teekenen en vormen ; velen hebben Mij wel in den mond, maar weinig in het hart.

Daarentegen zijn er anderen, die, verlicht in den geest en gereinigd van harte, altijd smachten naar het eeuwige, slechts ongaarne van aardsche dingen willen hooren en met weerzin aan de nooddruft der natuur voldoen: dezen verstaan, wat de Geest der waarheid in hen spreekt: want Hij is het, die ze leert aldus het aardsche te versmaden en het hemelsche lief te hebben, de wereld te verachten, en dag en nacht te verlangen naar den hemel.

3__

139

ocr page 161

3 BOEK. 5 HOOFDSTUK. B-----gJ

5 UOOFDSTUK.

Over de icomlerhare iverldncj der goddelijke liefde.

i. Ik loof U, liemelsclie Vader, Vader van mijnen Heer Jezus Cliris-tus! omdat Gij U vervaardigd hebt mij arme te gedenken, o Vader der barmhartigheden, God vanallen troost! ik dank U, dat Gij mij, die alien troost onwaardig ben, somtijds toch met uwen troost verkwikt. Ik prijs en verheerlijk U ten allen tijde met uwen eengeboren Zoon en den Heiligen Geest van eeuwigheid tot eeuwigheid, o Mijn Heer en God, mijne heilige Liefde! wanneer Gij komt in mijn hart, dan zal geheel mijn binnenste opspringen van vreugde. Gij zijt mijne glorie en de verlustiging mijns harten; Gij zijt mijne hoop en mijne toevlucht in den dag der benauwdheid.

Omdat ik echter r.og zwak ben in de liefde en nog onvolmaakt in de deugd, daarom heb ik noodig door U te worden versterkt en vertroost. He-zoek mij dau dikwijls en onderricht

BS-----—...............f

140

ocr page 162

3 ROEK. Ö I1ÓOFDSTÜK.

ES quot; ------------$

mij in uwe heilige loei'. Ueviijd mij van alle kwade driften, opdat ik, inwendig genezen en ganscli gereinigd, bekwaam worde om U te beminnen, sterk om te lijden, standvastig om te volharden.

2. ])c liefde is iets groots; zij is inderdaad een onwaardeerbaar goed ; zij alleen maakt licht, al dat zwaar is en draagt gelijkelijk, dat ongelijk is. Zij draagt iederen last zonder last, en maakt al het bittere zoet en smakelijk. De edelmoedige liefde tot Jezus beweegt den mensch tot groote daden en wakkert hem aan tot steeds hoogere volmaaktheid. De liefde streeft naar boven en laat zich door niets, wat op aarde is, weerhouden. De liefde wil vrij zijn en los van alle gehechtheid aan 't wereldsche, opdat niets haar inwendigen blik belemmere; opdat geen lijdelijk voordeel haar verstrikke, geen nadeel haar doe bezwijken.

Niets is zoeter dan de liefde, niets sterkei', niets verhevener, niets grooter, nietsgeuoegelijker, niets volkomener en beter in lieinel en op aarde : want de

©___88

141

ocr page 163

3 ISOEK. 5 HOOFDSTUK.

^-----------,----s

liefde is uit God geboren, en kan niet dan in God, boven al het geschapene, hare rust vinden. I lie liefheeft, loopt en vliegt en is blijde; hij is vrij en laat zich door niets weerhouden, 11 ij geeft alles voor alles, en heeft alles in alles dewijl hij, boven alles, zijne rust zoekt in het eenige hoogste goed, uit hetwelk alle good voortvloeit en afdaalt. Hij ziet niet op de gaven, maar wendt zich boven alle goederen, tot den gever heen.

Do liefde kent dikwijls geene maat, maar is brandende boven alle mate. Ue liefde gevoelt geenen last, zij acht geene moeite, en streeft naar meer, dan hare kracht toelaat; zij spreekt nooit van onmogelijkheid, omdat zij meent dat zij alles kan en vermag. Daarom is zij geschikt tot alles, en volbrengt veel en voert veel uit, waar hij die niet liefheeft, te kort schiet en bezwijkt.

De liefde waakt en in don slaap zelfs sluimert zij niet; afgemat, wordt zij niet moede; geprangd, wordt zij niet gedrukt, verschrikt, wordt zij niet verontrust; maar, als eene leven-

3-___________S

142

ocr page 164

3 BOEK. 5 HOOFDSTUK.

s__ ----^

dige vlam en eene brandende fakkel, breekt zij uit naar boven en dringt ongehinderd door. Wie bemint, weet wat. dit woord zeggen wil. Een luid geroep in de ooren van God is liet vurig verlangen eener minnende ziel, die spreekt: Mijn God en mijne liefde. Gij zijt geheel de mijne, en ik geheel de uwe!

Breid mijn binnenste uit in de liefde, opdat ik met den mond mijns harten leere smaken, hoe zoet het is te beminnen en in liefde te versmelten en te baden. Mocht uwe liefde mij zoodanig bevangen, dat ik, door haar gloetl en hevige ontroering, boven mij-zelven weggerukt werd! Mocht ik het lied der liefde zingen en U, mijn Geliefde, in de hoogte volgen; mocht mijne van liefde juichende ziel bij uwen lof bezwijken! Mocht ik U meer beminnen dan rnijzelven, mijzelven alleen om U, en allen, die U waarlijk liefhebben, in U, gelijk de wet dei-liefde, die Gij ons gegeven hebt, het gebiedt.

ocr page 165

3 BOEK. 5 HOOFDSTUK.

{3-------a

zij is sterk, geduldig, getrouw, voor- | ziclitig, lankmoedig en manhaftig, en zoekt nooit zichzelve: want zoodra j iemand zichzelyen zoekt, verliest- hij de liefde.

.

De liefde is omzichtig, nederig en rechtzinnig; zij is niet week noch lichtzinnig, noch op ijdelheden gesteld; zij is matig, kuisch, standvastig en rustig, en houdt wacht over alle zinnen. De liefde is onderworpen en gehoorzaam aan de oversten, gering en verachtelijk in hare eigene oogen, dankbaar en geheel toegewijd aan God, altijd vertrouwende en hopende op Hem, zelfs dan, als zij zich van God verlaten gevoelt: want zonder smart leeft men in de liefde niet. Wie niet bereid is om zich naar den wil zijns ; Geliefden te schikken en voor Hem ! alles te lijden, verdient den naam i niet van iemand, die waarlijk liefheeft: want wie waarlijk liefheeft, moet zich voor zijnen Geliefde alles, hoe hard en bitter ook, gaarne getroosten en zich door geene weder-waardigheden van Hem laten scheiden.

S__________Si

141

ocr page 166

3 BOEK. G HOOFDSTUK.

es----m

6 HOOFDSTUK.

Over den loetssteen der ware liefde.

i. Mijn zoon! gij zijt nog niet sterk cn welberaden in de liefde. Waarom, o Heer!

Omdat gij, bij bet geringste bezwaar, uw opzet laat varen en al te gretig naar troost verlangt. Wie sterk is in de liefde, staat pal in de bekoringen en slaat geen geloof aan de listige ingevingen van den duivel. Gelijk Ik hem behaag in voorspoed, zoo mishaag Ik hem ook niet in tegenspoed. Wie welberaden is in de liefde, ziet minder op de gaven des geliefden, dan op de liefde des gevers; hij hecht meer aan het goede hart, dan aan de waarde van het geschenk en, boven alle giften, geldt hem do geliefde. Wie eene edelmoedige liefde bezit, vindt zijne bevrediging niet in de gave, maar rust, ver boven alle gaven, alleen in Mij.

Alles is daarom nog niet verloren, al gevoelt gij jegens Mij of mijne Hei-

a___:__Sï

10

145

ocr page 167

3 BOEK. 6 HOOFDSTUK.

-;-;—;—;-a

ligen minder innigheid, dan gij wel wenschen zoudt. Die weldadige en aangename gewaarwording, welke gij somwijlen ondervindt, is een uitwerksel der in u aanwezige genade, cn een voorsmaak van het hemelsche vaderland ; gij moet echter daarop niet te veel bouwen, want zij komt en gaat. Maar te strijden tegen de kwade bewegingen des gemoeds en de ingevingen des duivels te verachten, — dat is een kenmerk der deugd en een ■werk van groote verdienste.

Laat U daarom door vreemde voorstellingen, omtrent welke zaak ook opgedrongen, niet verontrusten. Volhard bij uw voornemen en houd uwe meening tot God gericht. Ook is het geen misleiding, als gij soms plotseling in verrukking wordt opgevoerd, en aanstonds tot de gewone dwaasheden uws harten wederkeert: want { deze lijdt gij meer tegen uwen zin, j dan dat gij ze bewerkt. En zoolang j zij mishagen, en gij er u tegen verzet, strekken zij u niet tot schade, maar tot voordeel.

Gij moet weten, dat de oude vijand

E2------S3

146

ocr page 168

3 BOEK. 6 HOOFDSTUK.

uit alle macht uw streven naar het i goede zoekt tegen te werken en u van iedere devote oefening af te trek- j ken: namelijk van de vereering der j Heiligen, van de vrome overweging mijns lijdens, van liet heilzame lier-denken uwer zonden, van do waak- | zaamheid over uw eigen hart en van het vaste voornemen om vorderingen te maken in de deugd. Hij dringt tt zoovele kwade gedachten op, om verdriet en afkeer in u te verwekken en u van het gebed en de geestelijke lezing af te trekken. Hem mishaagt eene ootmoedige schuldbelijdenis en, als hij 't kon, zou hij u ook van de heilige Communie afhouden.

Geloof hem niet, en stoor u niet aan hem, hoe dikwijls hij ook zijne bedriegelijke strikken voor u spanne. En wanneer hij u kwade en onreine gedachten ingeeft, wijt ze aan zijne boosheid en zeg hem : wijk van mij, onreine geest! bedek u met schaamte, ellendige! gij zijt geheel onrein, die mij zulke dingen kunt inlluisteren, Wijk van mij, allersnoodste verleider! gij zult nooit deel aan mij hebben; | maar Jezus zal, als een machtige strij- j

§-;____m

147

ocr page 169

3 COEK. 0 HOOFDSTUK.

®-------g

der, mij ter zijde staan, en gij zult te schande gemaakt worden. Liever wil ik sterven en de hevigste smarten lijden, dan met u instemmen. Zwijg en verstom! ik wil niet langer naar ii hooren, hoezeer gij mij ook plagen en kwellen moogt. De Heer is mijn licht en mijn heil! wien zoude ik vreezen? Al stond er een heirleger tegen mij op, mijn hart zou niet vreezen; want do Heer is mijn helper eu verlosser.

2. Strijd dan als een moedig krijgsman ; en mocht gij soms uit zwakheid vallen, verzamel u nieuwe krachten, nog sterker dan te voren, door te vertrouwen, dat Ik u nog overvloediger genade geven zal, en door u vooral te wachten voor ijdel zelfbehagen en hoogmoed; daardoor toch worden velen op den dwaalweg gebracht en dikwijls met eene bijna ongeneeslijke blindheid geslagen. Moge de val dier hoogmoedigen, die dwaselijk op zichzelven vertrouwen, u loeren altijd nederig en behoedzaam te wezen.

ts----:_m

148

ocr page 170

3 BOEK. 7 HOOFDSTUK.

es sa

7 HOOFDSTUK.

Men moet de genade Gods onder de hoede van de nederigheid cer-borijen houden.

1. Mijn zoon! het is nuttiger en veiliger voor u, dat gij de genade der devotie verborgen houdt, u daarop niet te veel verheft, noch te veel ervan spreekt, of' er te veel gowiclit aan hecht; maar veelmeer meiven veracht, en vreest, dat gij ze niet verdiend hebt.

Men mag niet te veel staat maken op eene gemoedsgesteltenis, die zoo spoedig tot het omgekeerde kan overslaan. Bedenk bij het genot der genade, hoe ellendig en hulploos gij zonder haar zijl.

De voortgang in het geestelijk leven bestaat niet hierin, dat gij de genade der vertroosting geniet; maar eerder hierin, dat gij met ootmoed, zelfverloochening en geduld haar gemis verdraagt ; zoo, dat gij dan niet in uwen ijver tot het gebed verkoelt, en uwe overige gewone oefeningen in het

ES_____^

149

ocr page 171

3 HOEK. 7 HOOFDSTUK.

minste niet verzuimt; maar integendeel dat gij, naar uw best vermogen en doorzicht, gewillig doet, zooveel in u is, en, wegens de dorheid en be-nauwdheid van geest, uzelven niet geheel verwaarloost. Velen toch zijn er die, zoodra niet alles naar hun wensch gaat, terstond ongeduldig worden of traag. Maar de weg des mcnschen ligt niet altoos in zijne macht: immers liet komt God toe te geven en te troosten, wanneer Hij wil, zooveel Hij wil en wien Hij wil, juist gelijk het Hem behaagt, en niet anders.

2. Voor vele onbehoedzamen was de genade der devotie de oorzaak van hun verderf, wijl zij meer doen wilden, dan zij vermochten: zij gaven geen acht op de geringe mate hunner krachten, maar volgden liever de neiging huns harten, dan het oordeel der gezonde rede. Kn omdat zij zich vermaten grooter dingen te volbrengen dan Gode behaaglijk was, daarom hebben zij de genade spoedig verloren. Zij wilden zich tot in den hemel verhellen, en ziet, zij zijn arm en ellendig geworden, opdat zij, verno-

150

ocr page 172

3 BOEK. 7 HOOFDSTUK.

(lord cn verarmd, Iceron zoudon, niet op eigen wieken te di'ijven, maar te hopen onder de bescherming mijner vleugelen.

Die nog nieuwelingen en in den weg des Hoeren nog onervaren zijn, kunnen zich gemakkelijk misleiden en struikelen, als zij zich niet richten naar den raad van verstandige lieden. Als zij liever hun eigen gevoelen willen volgen, dan aan meer ervaren mannen geloof geven, dan staat hun een gevaarvol einde te wachten, indien zij ten minste hunne eigenzinnigheid niet bijtijds laten varen. Die wijs zijn in hunne eigene oogen, laten zich zelden in ootmoed door anderen bestieren. 13eter is hot weinig te weten en nederig te zijn bij die geringe ervarenheid, dan groote schatten van geleerdheid te bezitten en daarbij ijdel en zelf-behagelijk te wezen. Zoo ia het ook beter voor u wat minder te hebben, dan veel te bezitten en u daarover te ver-hoo vaardigen.

3. Het is cene groote onvoorzichtigheid zich zoodanig aan de inwendige vreugde over te geven, dat men

151

ocr page 173

3 HOEK. 7 HOOFDSTUK. Ei i

zijne vroegere armoede vergeet en de heilige vrees des Heeren terzijdestelt, die altijd bezorgd is, de ontvangen genade wederom tc verliezen. Omgekeerd is het ook een groot gebrek, dat men, ten tijde van tegenspoed en bezwaren, al te zeer den moed laat zinken, en, in zijn denken en gevoelen omtrent Mij, geen genoegzaam vertrouwen koestert. AVie ten tijde van vrede al te gerust wil wezen, wordt dikwijls ten tijde van den strijd al te moedeloos en vreesachtig bevonden. Wist gij altoos nederig te blijven en klein in uwe eigene oogen en daarbij uwe goede genegenheden met voorzichtigheid te besturen, dan zoudt gij niet zoo licht in gevaar geraken en in zonde vallen.

Een goede raad dan is deze: zijt gij bezield met den geest van heiligen ijver, bedenk, hoe het met u zal wezen, als dat licht u onttrokken wordt. En gebeurt dat werkelijk, bedenk dan, dat hetzelfde licht weder kan terugkeeren, dat ik u slechts voor een tijd lang, u ter waarschuwing en Mij ter eere, onttrok. Eene dergelijke beproeving is dikwijls nuttiger voor

12________________i

ocr page 174

3 BOEK. 8 HOOFDSTUK.

f3---------------------------a

u, dan dat gij altijd naar uw wensch in voorspoed waart. Want niei daarnaar moet men iemands verdiensten schatten, of' hij vele verlichtingen en vertroostingen ontvangt, of hij bedreven is in de Schrift, of hij tot cene hooge waardigheid verheven is; — maar wel, of hij in de ware nederigheid gegrondvest is en vervuld van de goddelijke liefde, of hij altijd uitsluitend en zuiver de eere Gods beoogt; of hij zichzelven voor niets houdt en waarlijk geringacht, en zich meer verheugt ook van anderen gering geacht en vernedert, dan van hen geëerd en verheven te worden.

8 HOOFDSTUK.

Oyer de cjeringachling van zich-zelven vuor de ooijen van God.

i. Ik zal tot mijnen Heer spreken, hoewel ik maar stof en asch hen.

Houd ik mij voor meer, zie. Gij staat tegen mij op, en ook mijne ongerechtigheden getuigen die waarheid, en ik kan zo niet weerspreken. Maar

S___sa

153

ocr page 175

3 BOEK. 8 HOOFDSTUK.

s—-—---------—S

zoo ik mij zei ven vernederen voor niets acht, alle zelfverheffing uilegge en mij voor stof houd, gelijk ik werkelijk ben, dan zal uwe genade mij gunstig en uw licht mijn hart nabij zijn, en iedere, ook de geringste, zelfverbeelding in de diepte mijner nietigheid verzinken en voor eeuwig verdwijnen, Daar toont Gij mij aan mijzelven, wie ik ben, wie ik was en waartoe ik gekomen ben; want ik ben niets, en ik wist het niet. Word ik aan mijzelven overgelaten, zie, dan ben ik niets dan louter zwakheid; maar nauwelijks wendt Gij uw aangezicht naar mij , of ik word aanstonds sterk en met nieuwe blijdschap vervuld. Het is waarlijk wonderbaar, dat ik zoo spoedig weer word opgebeurd en zoo liefderijk door U omhelsd, ik, die door mijne eigene zwaarte steeds naar beneden word getrokken.

Dat is het uitwerksel uwer liefde , die mij onverdiend voorkomt, en in zoo vele noodwendigheden bijstaat, die mij voor groote gevaren behoedt, en, om de waarheid te zeggen , aan ontelbare rampen ontrukt. Want door mijzelven ongeregeld te beminnen, heb

154

ocr page 176

3 BOEK. 9 HOOFDSTUK.

s-------g

ik mijzelven verloren; maar door TJ alleen te zoeken, door U alleen te beminnen, heb ik mijzelven en tevens U gevonden, en mij, uit liefde tot U, nog meer in de diepte mijner nietigheid gedompeld. Want Gij , o Allerbeminnelijkste, behandelt mij boven alle mijne verdiensten en boven alles, wat ik zou durven hopen en vragen.

2. Wees dan gezegend, o mijn God! Want, ofschoon ik alle uwe weldaden onwaardig ben, houdt toch uwe ge-nadenrijke, onbegrensde goedheid niet op, wél te doen ook aan hen , die ondankbaar en verre van U afgeweken zijn.

9 IIOOFDSTÜK.

Alles moet tot God, als het laatste einde, teruggebracht worden.

1. Mijn zoon ! Ik moet uw hoogste en laatste einde wezen, zoo gij waarlijk gelukkig wilt worden. Door die bedoelingzal uw hart gezuiverd worden, dat zich anders maar al te dikwijls verkeerdelijk tot zichzelf en tot de

155

ocr page 177

'.i BOEK. !) IIOOFDSTUIv. ® —j

schepselen neigt. Want zoodra gij in eenige zaak uzelven zoekt, wordt gij aanstonds inwendig zwak en dor van geest. Breng daarom hoofdzakelijk alles tot .Mij terug, daar Ik het ben, die alles gegeven heb. Bedenk, hoe alle goed uit het hoogste goed voortvloeit , en dat daarom ook alles tot Mij, als zijnen oorsprong, moet teruggebracht worden.

Ü. Uit Mij, als de levende bron, putten klein en groot, arm en rijk levend water, en zij. die Mij gaarne en vrijwillig dienen, ontvangen genade voor genade. Maar wie buiten Mij zijnen roem of iu eenig ander goed zijn behagen zoekt, die zal de ware vreugde niet duurzaam vinden; zijn hart zal zich niet verruimen, maar door veelvuldige belommerino1 verengen.

Niets goeds moet gij dus aan uzelven toeschrijven, noch aan eenigen rnensch zijne deugd toeeigenen; maar de eer van alles aan God geven, zonder wien geen mensch iets bezit.

Ik heb alles gegeven, ik wil alles ^-—--^

150

ocr page 178

3 BOEK. 10 HOOFDSTUK.

terughebben en vorder ten strengste dankbaarheid voor alles. Dat is eene ■waarheid, die alle ijdeie roemzucht verdrijft. Kn hebben eens de tiemel-sche genade en de ware liefde uw hart vervuld, dan zal liet zich niet meer verengen, dan zal er geen plaats meer wezen voor eigenbaatzucht en afgunst. Want do goddelijke liefde overwint alles, en zet al de krachten der ziel uit.

Wilt gij dan wijselijk doen, verheugen alleen in Mij, vertrouw alleen op Mij : want niemand is goed, dan God alleen, die boven allen te prijzen en in alles te verheerlijken is.

-10 HOOFDSTUK.

liet is zoet de wereld to verachten , om God te dienen.

1. Ik wil nogmaals spreken, o Heer, en niet zwijgen: spreken wil ik voor mijnen God, mijnen Ueer en Koning, die in de hoogte woont.

O, hoe groot, o Hoer, is de overvloed uwer zoetigheid, die Gij hebt weggelegd voor die L' vreezen. Maar

157

ocr page 179

3 BOEK. '10 HOOFDSTUK.

®-------m

wat zult Gij dan zijn, voor die U liefhebben en van ganscher harte dienen? Waarlijk onuitsprekelijk is de zoetigheid mver aanschouwing, die Gij verleent aan dien beminnen. Hierin vooral hebt Gij mij detcederheid uwer liefde getoond, dat Gij mij geschapen hebt, toen ik niet was, en mij , toen ik ver van U was afgedwaald, teruggevoerd hebt om U te dienen, en mij bevolen hebt U te beminnen.

o Fontein der eeuwige liefde ! wat zal ik van u zeggen ? Hoe zou, ik u kunnen vergeten, Gij, die U gewaar-digd hebt mijner te gedenken, zelfs nadat ik door de zonde wegkwijnde en verging. Boven alle verwachting hebt Gij uwen dienstknecht barmhartigheid bewezen, en hem boven alle verdienste genade en vriendschap betoond.

Hoe zal ik u deze genade vergelden? Aan allen toch is het niet gegeven, om alles te verzaken, de wereld te verlaten en het kloosterleven te omhelzen. Is het dan iets groots dat ik U diene, daar alle schepsel verplicht is U te dienen? Neen, het mag mij niets groots toeschijnen, dat ik U dien;

E2---S

158

ocr page 180

3 BOEK. '10 HOOFDSTUK.

gs--;---@

maar veeleer is 't groot cn vonder-baar, dat Gij u gewaardigd hebt mij arme en onwaardige in uwen dienst op te nemen cn onder liet getal uwer geliefde dienstknechten te rekenen. Zie, al wat ik heb en waarmede ik U dien, behoort U toe. Doch eigenlijk is het omgekeerd: want veel meer dient Gij mij, dan ik U. Zie, hemel en aarde, die Gij tot den dienst des menschen geschapen hebt, staan gereed om dagelijks voor mij te doen, hetgeen Gij hun bevolen hebt. En dat is nog weinig: zelfs de Engelen hebt Gij tot den dienst des menschen bestemd. Maar wat dat alles nog overtreft: Gijzelt' hebt U gewaardigd den mensch te dienen en beloofd U-zelven aan hem te schenken.

Wat zal ik U wedergeven voor al die duizendvoudige weldaden? Och, of ik U dienen mocht al de dagen mijns levens! Och, of ik slechts éen dag in staat ware U waardig te dienen ! Gij zijt w|aarlijk allerlei dienst, allerlei eer en eeuwigen lof waardig. Gij zijt in waarheid mijn lieer en ik uw arme dienstknecht, die verplicht is U te dienen met alle krachten en

m___s

15'J

ocr page 181

3 BOEK. 'JO HOOFDSTUK.

§-;---g

nooit in uwen lof tc verflauwen. Dat is ook mijn wil en verlangen; verwaardig Gij U slechts aan te vullen, wat mij ontbreekt.

2. Een overgroote eer en glorie is het U te mogen dienen en ter liefde van IJ alles te verzaken. Want zij , die zich aan uwen heiligen dienst gewillig onderwerpen, ontvangen groote genade. Zij, die uit liefde tot U, alle vleeschelijke lusten verzaken, zullen den zoetsten troost van den Heiligen Geest genieten. En zij, die ter wille van uwen naam den engen weg bewandelen en alle aardsche zorgen laten varen, zullen eenc groote vrijheid van geest erlangen.

o Aangename en zoete dienst van God, die den mensch waarlijk vrij en heilig maakt! o Heilige stand der religieuze dienstbaarheid, die den mensch den Engelen gelijk en Gode behaaglijk, voor de duivelen geducht en bij alle geloovigen achtenswaardig maakt! o Beminnenswaardige en altoos wen-schenswaardige dienst, waardoor hot hoogste goed verdiend en eene vreugde verkregen wordt, die zonder einde is!

100

ocr page 182

Ö BOEK. '11 HOOFDSTUK.

s------ga

11 HOOFDSTUK.

De hegeevlm des harten moet men toetsen en matigen.

1. Mijn zoon, gij rnoet nog vele dingen leeren. die gij tot nog toe niet quot;wel geleerd hebt.

Welke zyn die dingen, o Heer?

Hat gij uw verlangen heel en al regelt naar mijn welbehagen, niet nzelven zoekt, maar er ijverig naar streeft mijnen wil te volbrengen.

Dikwijls wordt gij door begeerten ontstoken en heftig voortgedreven; maar onderzoek wèl, of het mijne eer dan wel uw eigen voordeel is, dat u aanspoort. Als Ik de beweeggrond ben, dan zult gij tevreden zijn, hoe Ik 't ook beschikke ; zoekt gij echter heimelijk uzelven, zie, dat is het, wat u hindert en bezwaart. Zorg daarom, dat gij niet te veel toegeeft aan eene begeerte, bij u opgekomen , zonder Mij vooraf te raadplegen, opdat u naderhand niet berouwe of mishage,

161 11

ocr page 183

3 BOEK. 11 HOOFDSTUK.

hetgeen u ie voren beviel, en dat nij. als het beste, zoo ijverig zocht. Want men moet niet elke neiging, die goed schijnt, dadelijk involgen, evenmin als men iedere neiging, die ons tegenstaat, terstond moet bestrijden.

2. Ook bij goede inzichten en begeerten is het soms heilzaam n te beteugelen, om door overhaasting niet in verstrooidheid van geest te vallen, om door mv ongeregeld gedrag aan anderen geen aanstoot te geven, of ook om door den weerstand van anderen niet onverwachts ontsteld of moedeloos te worden.

Somtijds moet men echter ook geweld gebruiken en de zinnelijke neiging kloekmoedig weerstaan, zonder te letten op hetgeen 't vleesch al of niet wil, alleen daarvoor zorgende, dat het ook zijns ondanks den geest onderworpen zij. Ja, zoolang moet men het kastijden en tot onderwerping dwingen, totdat het tot alles bereidwillig is en geleerd heeft, zich met weinig te vergenoegen, in het eenvoudige vermaak te vinden en bij ■wederwaardigheden niet te morren.

162

ocr page 184

3 rtOEK. 12 HOOFDSTUK.

S---S

12 HOOFDSTUK.

Leer geduldig zijn en beslrjd de kwade lusLen.

1. Ilcere, mijn God! gelijk ik zie, is hot geilukl mij zeer noodzakelijk: in dit leven toch ontmoeten ons vele wederwaardigheden. Hoe ik het ook aanlegge om den vrede te bewaren, zoo blijft toch mijn leven niet zonder strijd en smart.

Zoo is liet, mijn zoon. Maar Ik wil ook niet, dat gij een vrede zoekt, die vrij is van bekoringen en tegenspoed ; maar wees verzekerd ook dan den waren vrede gevonden te hebben, als gij in velerlei kwelling geoefend en door vele wederwaardigheden beproefd zult zijn.

i Als gij zegt, dat gij niet veel kunt lijden, hoe zult gij dan de pijnen van I het vagevuur verdragen kunnen? Van twee kwaden moet men altoos het kleinste kiezen. Tracht dus het tegen-I woordige lijden, om Godswil, met geduld te verdragen, om hiernamaals de eeuwige straffen te ontgaan.

m_________-________________1___i

16!

ocr page 185

i! BOEK. 12 HOOFDSTUK.

®---g3

| Of meent gij, dat de kinderen dezer ; wereld niets ot' slechts weinig te lijden hebben ? Dat zult gij niet bevinden, zelfs al vraagt gij hen, die het weelderigste leven voeren.

Maar zuil gij zeggen, zij genieten toch vele genoegens en volgen in alles hun eigen wil; daarom voelen zij hun kwellingen minder.

Veronderstel, dat zij werkelijk alles hebben , wat zij wenschen , hoelang meent gij wel, dat het duren zal? Zie, als de rook zullen ze vergaan, die hier in overvloed leven, en zelfs niet de herinnering aan do vroegere vreugden zal hun bijblijven. Maar ook reeds in dit leven kunnen zij die niet zonder bitterheid, verdriet en kommer genieten. Want in dezelfde zaak, waarin zij hun genot zoeken, vinden zij dikwijls eene gevoelige straf. Hun geschiedt recht: omdat zij de genoegens zoo ongeregeld zoeken en nastreven, daarom' kunnen zij die niet zonder schaamte en smart genieten. I

O , hoe kortstondig, hoe bedrieglijk hoe ongeregeld en schandelijk zijn i toch al die geneugten! Maar bedwelmd en verblind als zij zijn, erkennen zij

12--S

104

ocr page 186

3 BOEK. 12 HOOFDSTUK.

hot niet; rloch, het redeloos rlier gelijk, ! storten zij zich om een weinig genots in dit vergankelijk leven, in den dood 1 der ziel.

zal u geven, wat uw hart verlangt. Wilt j;ij ware geneugte smaken en overvloedigen troost van Mij ontvangen: welnu het versmaden van al liet wereldsche, en het verwerpen van alle lage genoegens zal u tot zegen en lijken troost verstrekken. En hoe meer gij u aan den troost der schepselen onttrekt, des te zoeter en grooter vertroostingen znlt gij in Mij vinden. Maar in het begin zult gij, zonder eenige droefheid en een moeitevollen strijd, daartoe niet geraken. De oude, ingewortelde gewoonte zal u weerstand bieden; maar door eene betere gewoonte zal zij overwonnen worden, ilet vleesch zal zich verzetten, maar door den ijver des geestes zal het tenondergebracht worden. De duivel, dat oud serpent, zal u bekoren en kwellen; maar door het gebed zult

m_________s

165

ocr page 187

3 BOEK. 13 HOOFDSTUK.

ES -

gij hem verjagen en bovendien door nuttigen arbeid den hoofdingang afsluiten.

13 HOOFDSTUK.

Over de gehoorzaamheid van een nederig onderhoorige, naar het voorbeeld van Jezus Chrinlus.

1. Afijn zoon, wie zich aan de gehoorzaamheid tracht te onttrekken, onttrekt zich aan de genade, en wie zijn eigen voordeel zoekt, verliest de gemeenschappelijke goederen.

Wie zich aan zijnen overste niet gaarne en willig onderwerpt , toont dat zijne zinnelijke natuur hem nog niet volkomen gehoorzaamt, maar dikwijls mort en tegenstreeft. Leer daarom u vaardig aan uwen overste onderwerpen, als gij uw eigen vleesch wenscht te bedwingen. Want de uitwendige vijand wordt lichter overwonnen, als de inwendige mensch nog onverdeeld is. Immers uwe ziel heeft geen erger en lastiger vijand dan uw eigen zeiven, als gij van binnen met i

den geest in tweedracht zijt. Wilt

________£lt;

166

ocr page 188

3 HOEK. '13 HOOFDSTUK,

--------m

njj zegevieren over vleesch en bloed, dan moet gij uzelven lieel en gansch versmaden. Maar omdat gij uzelven nog zoo ongeregeld bemint, daarom aarzelt gij aan den wil van anderen u volkomen te onderwerpen.

2. Maar is liet dan zoo'n groote zaak, dat gij, die maar stof zijt on nietigheid, u om Gods quot;wil aan een mensch onderwerpt, daar Ik, de Almachtige en Allerhoogste, Ik, die alles uit het niet heb voorgebracht, Mij om uwentwil ootmoedig aan den mensch heb onderworpen? Ik ben do nederigste en geringste van allen geworden, opdat gij door mijnen ootmoed leeren mocht uwen hoogmoed te overwinnen. Leer onderdanig zijn, o nietig stof! Leer u vernederen, o slijk der aarde, en u buigen onder de voeten van allen ! Leer uwen wil breken en u tot alle onderwerping schikken. IJver tegen uzelven en laat geen opgeblazenheid in u leven ; maar maak u integendeel zoo onderworpen en klein, dat allen, als 't ware, over u kunnen heenwandelen en u, als het slijk dei-straten, vertreden.

ocr page 189

3 BOEK. 14 HOOFDSTUK.

P* ~ I--TTquot;S

Wat hebt gij te klagen. nietige ! j mensch ? Wat kunt gij, snoode zon-j daar, inbrengen tegen hen, die u be-I straffen, gij, die God zoo vaak belee-i digd en zoo menigmaal de bel verdiend I hebt? Maar toch heeft mijn oog 11 verschoond, wijl uwe ziel nog kostbaar lt; was voor mijn aangezicht; opdat gij mijne liefde zoudt erkennen en steeds dankbaar zijn voor mijne weldaden; opdat gij in ware nederigheid en onderwerping volharden en iedere gering-achting geduldig verdragen zoudt.

l i HOOFDSTUK.

De ovenveyaKj van de verborgen oordeelen Gods is een middel tegen zelfverheffing.

I 1. Met donderende stem, 0 lieer, j spreekt gij uwe oordeelen over mij

{ uit; üij doordringt met vrees en angst

j al mijne beenderen en vervult mijne

! ziel met groeten schrik. Ik sta ont-

I roerd, als ik bedenk, dat ook de he-

i melen niet zuiver zijn voor uw aan-

j schijn. Hebt Gij zelfs in de Engelen

j boosheid gevonden en hen niet ge-

ocr page 190

3 BOEK. 14 HOOFDSTUK.

S-----S

spaard, wat zal er dan van mij geworden? Sterren zijn van den hemel gevallen, en ik, nietig slof', wat laat ik mij voorstaan? Menschen, wier werken lofwaardig schenen, zijn zeer diep gevallen, en velen, die liet brood dor Engelen aten, zag ik lust vinden in zwijnendraf.

Er is dan geene heiligheid, als Gij o Heer, uwe hand terugtrekt; geene wijsheid baat, als Gij ophoudt ze te bestieren, en geene sterkte helpt, als Gij ze niet onderhoudt. Geene kuisch-heid is veilig, zoo Gij ze niet beschermt, en geene eigene waakzaamheid is voldoende, zoo uwe heilige hoede ons niet bijstaat. Want aan onszelven overgelaten, zinken wij en vergaan: maar door U bezocht, rich-| ten wij ons weder op en leven; uit ! onszelven zijn wij wankelbaar, maar | door U worden wij bevestigd; wij I zijn lauw, maar door U wordt onze | ijver ontstoken.

■■

2. O, wat moet ik een klein en [ nederig gevoelen van mijzelven hebben! j hoe luttel het achten, als er iets goeds j in mij schijnt te wezen! 1 loo diep, E§-------f3

too

ocr page 191

3 BOEK. '14 HOOFDSTUK.

ES--;—-—;---®

o Heer, moet ik mij buigen voor uwe ondoorgrondelijke oordeelen, daar ik in mijzelven niets anders vinde, dan nietigheid, louter nietigheid! o Ontzettende last! o grens- en grondlooze zee ! waarin ik van mijzelven niets terugvind, dan in 't geheel niets. Waar blijft er dan nog een schuilhoek voor ijdele glorie, waar het vertrouwen op eigene deugd? Verzwolgen is allo ijdele roemzucht in do diepte uwer oordeelen over mij I Wat is alle vleesch voor uw aangezicht? Mag het leem zich wel verheffen tegen den pottebakker? Hoe kan hij zich door ijdelen klap verhell'en, wiens hart in waarheid onderworpen is aan God.' IJe gansche wereld zal dengene niet hoogmoedig maken, dien do waarheid zich onderworpen heeft en do lof van allo men-schen zal hem niet bewegen, die zijno gansche hoop op God heeft gevestigd. Immers ook zij, die aldus spreken, zijn allen niets: want zij vergaan met den klank hunner woorden ; maar de waarheid des I loeren blijft in eeuwigheid.

ES---------------------------ê3

•170

ocr page 192

3 BOEK. 15 HOOFDSTUK.

'J5 HOOFDSTUK.

Hoe wij in alle ivenschelijke voorvallen moeien spreken en handelen.

1. Mijn zoon, in alle voorvallen moet gij aldus spreken: als het U. o lieer, welbeliaagiijk is, dat het aldus geschiede; als het, o Heer, lot uwe eer strekt, dan geschiede het in uwen naam. Heer, als Gij ziet, dat het mij nuttig en heilzaam is, geef', dat ik het te uwer eer aanwende. Maar ziet Gij, dat het mij schadelijk en tot de zaligheid mijner ziel niet dienstig is, neem dan zulk eenen wensch van mij weg.

Want niet elk verlangen komt van den Heiligen Geest, al schijnt het den menscli goed en rechtmatig. Het is moeielijk met zekerheid te onderscheiden of de goede ot' een kwade geest u aanzet, om deze otquot; gene zaak te begeeren, of dat gij door uw eigenen geest bewogen wordt. Velen zijn op liet einde bedrogen geworden, die in den beginne meenden door den goeden Geest gedreven te zijn.

S__-_____^

171

ocr page 193

n TiOKK. 15 HOOFDSTUK.

s :-m

Daarom moet gij alles, wat 11 wen-schenswaardig voorkomt, sleclits in de vi'ee/o Gods en in ootmoed des har- : ten verlangen en vragen, en, met i verzaking van uwen eigenen wil, alles aan Mij overlaten en zeggen: Heer, Gij weet, wat liet beste is: laat daarom dit of dat geschieden, gelijk Gij wilt. Geef wat Gij wilt, zooveel Gij wilt en wanneer Gij wilt. Handel met mij naar uwe inzichten, zooals het U behaagt en uwe eer 't meest bevordert. Plaats mij, waar Gij wilt, en beschik vrijelijk over mij in alle dingen. lllt; ben in uwe hand : keer en wend mij om en om. Zie, ik lien uw dienstknecht en tot alles bereid : want niet voor mij, maar voor U wensch ik te leven. Och, mocht het slechts op eene waardige en volmaakte wijze geschie- } den!

2. Gebed om den wil van God te mogen volbrengen.

Goedertierenste Jezus, verleen mij uwe genade; laat ze met mij zijn, | met mij medewerken en bij mij blijven ten einde toe.

ia---;_§3

172

ocr page 194

ï] BOEK. 10 HOOFDSTUÊ.

®-----i

Geef, dat ik altoos wensche en ver-lange, heigeen U het aangenaamst on welgevalligst is. Uw wil zij ook lt;le mijne en mijn wil richte zich .steeds naar den uwen en stemme daarmee volkomen overeen. Geef, dat mijn willen en niet willen éen zij met het uwe en dat ik niets kunne willen of niet willen, dan hetgeen Gij wilt of' niet wilt. Geef mij alles af te sterven wat in de wereld is, en om uwentwil gaarne onbekend en veracht te zijn in dit leven. Geef dat ik hoven al wat ik wenschen kan, in U moge rusten, en dat in U alleen mijn hart den vrede vinde. Want Gij alleen zijt de ware vrede des harten. Gij alleen de ware rust, buiten U is alles moeite en onrust. In dezen vrede dan, dat is in U, het eenige, hoogste, eeuwige goed zal ik mij ncdcrleggen en rusten. Amen.

10 HOOFDSTUK.

Ware troost is slechts in God te zoelcen.

1. Alles wat ik tot mijnen troost

m______\

ocr page 195

3 HOEK. IC HOOFDSTÜK.

I-------§

verlangen of bedenken kan, verwacht ik niet hier, maar hiernamaals. Want iil kon ik alleen alle vertroostingen en al de genoegens der wereld genieten, zeker is liet, dat zulks niet lang zon duren.

Daarom, mijne ziel, kunt gij geen volkomen troost, geen volmaakte verkwikking genieten, dan in Uod alleen, den trooster der armen, den beschermer der ootmoedigen. Wacht slechts een weinig, mijne ziel, verbeid de goddelijke belofte , en gij zult overvloed van alle goederen hebben in den hemel.

Zoo gij te ongeregeld streeft naar de tegenwoordige goederen, zult gij de eeuwige en hemelsche goederen verliezen. Neem bet tijdelijk goed voor uw gebruik, maar houd uw verlangen op het eeuwige goed gevestigd. Geen tijdelijk goed kan u verzadigen: want om dat te genieten zijt gij niet geschapen. Al bezat gij ook alle geschapen goederen, dan zoudt gij toch nist gelukkig en zalig kunnen wezen; maar in God alleen, die alles geschapen heeft, bestaat al uw geluk, al j uwe zaligheid. Dit geluk is geen ge-

É2____s

174

ocr page 196

3 BOEK. 1(5 HOOFDSTUK.

m----------;-g

luk, gelijk do dwaze wereldminners het zich verbeelden en malkander aanprijzen ; maar een geluk, dat de oprechte geloovigen van Christus verwachten, en waarvan de geesteiijkge-zinden en reinen van harte, wier wandel in do hemelen is , somwijlen een voorsmaak genieten.

Allo menscholijko troost is ijdel en van korten duur; oprechte en hoogst-zalige troost is die, wolken men in zijn binnenste door de waarheid ontvangt.

2. Een innig monsch draagt zijnen Vertrooster, Jezus Christus, overal met zich en spreekt tot Hem: blijf bij mij, llooro Jezus, ten allon tijde en op allo plaatsen. Dit zij mijn troost, dat ik allen monschelijken troost gaarne ontberen wil. Wanneer ik echter ook uwe vertroosting moet derven, dan strekke mij uw wil en uwe billijke beproeving tot hoogsten troost. Want uwe gramschap en bedreiging zullen niet immer en eeuwig duren.

17 j

ocr page 197

3 BOEK. 17 HOOFDSTUK. B------Si

17 HOOFDSTUK.

! Dat men alle zijne zorgen op God moet werpen.

1. Mijn zoon, laat Mij met ii doen, zooals Ik wü. Ik weet wal ti dienstig is. Gij denkt zooals de menschen denken en gij oordeelt van vele dingen naar menschelijke neigingen.

lieer, liet is, zooals Gij zegt. Uwe bezorgheid voor mij is grooter dan alle zorg, die ik zelf voor mij dragen kan. De mensch, die niet al zijne zoi'gen op U werpt, staat zeer wankelbaar.

Daarom, o Heer, doe met mij, al wat U belieft, als slechts mijn wil oprecht en vast aan U verkleefd blijft: want hoe Gij ook over mij rnoogt beschikken, het kan niet anders dan wél gedaan zijn. Wilt Gij, dat duisternis mij omgeeft, wees daarvoor gezegend, en wilt Gij, dat ik in het licht wandel, wees andermaal gezegend. Verwaardigt Gij U mij te troos-

_____m

170

ocr page 198

3 JiOEK. 17 HOOFDSTUK.

.3-------—-g

ten, wees gezegend, en wilt Gij, dat ik kwelling lijde, wees altoos evenzeer gezegend.

2. .Mijn zoon, datiraan moet gij vasthouden, als gij met Mij wandelen wilt. Gij moet even vaardig zijn tot lijden, als tot verblijden; gij moet even gaarne in armoede en behoefte, als in rijkdom en overvloed leven.

lieer, gaarne wil ik voor U lijden, al wat Gij mij overkomen doet. Onverschillig wil ik uit uwe hand aannemen het goede en het kwade, het zoete en het bittere, het blijde en het treurige en U voor alles, wat mij wedervaart, dankbaar wezen.

Bewaar mij slechts voor alle zonde, dan vrees ik dood noch hel. Als Gij I mij slechts niet voor eeuwig verwerpt en mij niet uit het boek des levens schrapt, dan kan al het lijden, dat me treft, mij niet deren.

ocr page 199

3 BOEK. 18 HOOFDSTUK.

---------------- ®

48 HOOFDSTUK.

Dat men de ellenden des levens,

naar hel voorbeeld van Christus, geduldiij verdragen moet.

1. Mijn zoon, ter wille uwer zaligheid ben ik van den hemel neergedaald; Ik heb uwe ellenden op Siij genomen, niet door nood, maar door liefde gedrongen, opdat gij zoudt leeren geduldig te zijn en de ellenden des levens zonder morren te verdragen. Want, van mijne geboorte af tot aan den dood aan 't kruis, was Ik nooit zonder lijdenssmart. Ik had groot gebrek aan tijdlijke dingen; Ik hoorde dikwijls allerlei klachten tegen i\]ij opgaan; Ik verdroeg met zachtmoedigheid schimp en smaad; Ik zag mijne weldaden met ondank, mijne wonderwerken met laster en mijne leer met terechtwijzing vergolden.

2. o IJeere, omdat Gij in uw leven geduldig geweest zijt, en daardoor vooral het bevel uws Vaders volbracht hebt, zoo is het billijk, dat ik, ellendige zondaar, om uwentwil mij ook

I________S

178

ocr page 200

3 ROEK. 18 HOOFDSTUK.

©----g3

in lijdzaamheid oefoue en den last ; ! van dit verderfelijk leven tot mijne zaligheid drage, zoolang liet U behaagt. Want hoe zwaar en lastig het tegenwoordige leven ons ook valt, zoo wordt het toch door uwe genade zeer verdienstelijk; en uw voorbeeld en dat uwer Heiligen maakt liet voor ons, zwakke mensehen, draaglijker en lichter. Ook is het nu veel troostrijker dan weleer onder de Oude AYet, toen de deur des hemels nog gesloten bleef en de weg ten hemel nog zooveel donkerder was en zoo weinigen bezorgd waren, om het rijk der he^ melen te zoeken. Zelfs de rechtvaardigen en uitverkorenen konden ju | vóór uw heilig lijden en uw verzoenenden dood het hemelsche rijk niet binnengaan.

O, hoeveel dank hen ik U niet schuldig, dat Gij U verwaardigd hebt mij en allen geloovigen den rechten en zekeren weg naar uw eeuwig koninkrijk aan te toonen: want uw leven is onze weg, en door heilige lijdzaamheid gelangen wij tot U, die onze kroon zijt. Waart Gij ons niet voorgegaan en hadt Gij ons niet den weg

S_i___S

17!)

ocr page 201

3 BOEK. 1!) HOOFDSTUK.

es-;-0

getoond, wie zou bezorgd zijn U na te volgen? Acli ja, lioevelen zouden niet veiTC achtei'blijven, zoo zij niet op uw scliitterend voorbeeld staren konden! Zie, nu zijn wij nog lauw, oi'schoou wij zooveel van uwe leer en wonderen gehoord hebben; wat zou liet dan zijn, indien zoo'n helder licht ons niet verlichtte om U te volgen?

1!) IIÜOF1ISTI K.

Over het verdragen van onrecht, de proefsteen van den (rttren gediihlige.

1. Wat zegt gij, mijn zoon? Houd op met klagen en overweeg mijn lijden en de smarten mijner Heiligen. Gij hebt nog niet tot bloedvergietens toe geleden. AVat gij lijdt, is nog weinig, in vergelijking met hen, die zooveel hebben geleden, die zoo hevige bekoringen en zware verdruk- | kingen hebben doorgestaan en op j zoo velerlei wijze beproefd en geoefend zijn geworden. Gij moet u dus liet zwaarder lijden van anderen voorstellen, opdat gij uwe geringe kwel- |

es________m

180

ocr page 202

:j BOEK. 10 IIOOFDSTÜIC. S - g

liiigcn tc lichter dragen moogt. Of ! komen zij u zoo gering niet voor, zie wel toe, of dat niet uit uw ongeduld voortspruit. Doch zij mogen klein of groot zijn, beijver u zo alle geduldig le verdragen. Hoe beter gij bereid zijt om te lijden, des tc verstandiger handelt gij en des te grootcr verdiensten verwerft gij u. Ook zult gij alles veel lichter verdragen, a's gij u kloekmoedig en door onverdroten oefening daartoe voorbereidt.

Zeg niet; ik kan dat van zulk oen mensch niet verdragen; ook behoef ik het niet te lijden: want hij heeft mij groote schade toegebracht, en verwijt mij dingen, waaraan ik nooit heb gedacht; maar van een anderen zou ik het gaarne verdragen, althans voor zoover mij dunkt, dat ik het verdragen moet. Dwaas zijn zulke gedachten, waarbij men geen acht geeft op de deugd der lijdzaamheid, noch op Hem, die ze zal beloonen, maar alleen ziet op de personen en op de beleedigingen, die zij ons aandoen. Hij is niet waarlijk geduldig, die slechts wil lijden, wat hein goed-

ta--g

181

ocr page 203

3 BOEK. 19 HOOFDSTUK.

ES gg

dunkt, en van wien hot liem belieft. Neen, een oprecht geduldig mensch let er niet op, door wien hij in 't geduld geoefend wordt, of door zijnen overste, of door zijnsgelijke of door iemand, die minder is; of door een goeden en deugd/amen, dan wel door een verkeerden en nietswaardigen mensch. Integendeel, onverschillig dooi' wien, hoeveel en hoe dikwijls hem onrecht wordt aangedaan, ontvangt hij het alles even dankbaar uit de hand van God, en houdt het voor een groot gewin, wetende dat God niets, zelfs het kleinste niet, dat men voor Hem geleden heeft, onvergolden laten zal.

Wees daarom altijd uitgerust tot den strijd, zoo gij de zege behalen wilt. Zonder strijd kunt gij de. kroon der lijdzaamheid niet verwerven. Wilt gij niet lijden, dan zult gij niet gekroond worden. Wenscht gij echter gekroond te worden, dan moet gij kloekmoedig strijden en geduldig lijden. Zonder arbeid komt men niet j tot de rust, zonder strijd niet tot de overwinning.

2. Geef, o Heer, dat mij door uwe |

•2______________________è

182

ocr page 204

3 BOEK. 20 HOOFDSTUK.

(S-------®

genade mogelijk worde, hetgeen ik door eigene kracht niet vermag. Gij weet, dat ik weinig lijden kan, en ook bij eene geringe wederwaardigheid ras den moed verlies. Laat iedere beproeving en kwelling om uwen naam mij lief' en wenschelijk wezen: want om U te lijden en gekweld te worden, is zeer heilzaam voor mijne ziel.

20 HOOFDSTUK.

Over de bekentenis onzer eigene zwakheid en over de ellenden des levens.

1. Bekennen wil ik tegen mij mijne ongerechtigheid, bekennen voor U, o Heer, mijne zwakheid. Dikwijls is het maar eene kleinigheid, die mij moedeloos en treurig maakt. Ik neem mij wel voor mij sterkmoedig te gedragen ; maar reeds bij eene lichte bekoring word ik zeer benauwd. De onbeduidendste zaak veroorzaakt mij dikwijls zware bekoringen, en als ik soms meen buiten gevaar te zijn, word ik, zonder het te merken, door een lichten ademtocht overwonnen.

--------S

183

ocr page 205

3 BOEK. 20 HOOFDSTUK.

£3 ' g

Zie dan neder, o Heer, op mijne kleinmoedigheid en broosheid, die U volkomen bekend is. Ontferm Q mijner, en lief mij op uit het slijk, opdat ik erin niet verzinke en voor altijd moedeloos blijve. Dit is het, wat mij zoo dikwijls ternederslaat en voor U beschaamt, dat ik zoo licht struikel en in het weerstaan mijner driften zoo zwak ben. En als ik ook niet volledig toestem, is mij echter hunne aanvechting lastig en pijnlijk, zoodat het mij zeer verdriet dagelijks in zulken strijd te moeten leven. Hieruit wordt me mijne zwakheid recht duidelijk, dat de afschuwelijkste verbeeldingen zich altoos lichter bij mij opdringen, dan zich wederom verwijderen.

o Allersterkste Clod van Israël, vurige minnaar der getrouwe zielen! aanzie den arbeid en de smarten van uwen dienstknecht en sta hem bij op al zijne wegen. Sterk mij met he-melsche kracht, opdat niet de oude mensch, opdat niet dit ellendige vleesch, dat den geest nog niet volkomen onderworpen is, de opperheerschappij

§--------S

■184

ocr page 206

3 HOEK. 2U HOOFDSTUK.

gg sa

gewinne; dat vleescli, -.vaartegen wij in dit ellendige leven vechten moeten tot aan den laatsten ademtocht.

2. Ach, welk een leven is dit, waar kwellingen en ellenden nooit ontbreken, waar alles vol is van strikken en vijanden! Want nauwelijks wijkt de eene kwelling of bekoring, ot' eene andere is reeds in aantocht; ja, terwijl men met de eerste nog in strijd is, komen er onverhoeds nog andere bij.

Hoe kan men een leven beminnen, dat zooveel bitters bevat en onderhevig is aan zoo vele rampen en ellenden? Ja, hoe kan men het nog een leven noemen, daar het zoo velerlei doodelijke ziekten en verderf voortbrengt/ Kn toch bemint men het en velen zoeken daarin hun eenig genoegen. Dikwijls verwijt men de wereld, dat zij ijdel is en bedrieglijk, en toch kan men zich moeilijk van haar losmaken, omdat de begeerlijkheden des vleesches te zeer de overhand hebben. Van den eenen kant worden wij aangezet tot het beminnen, van den anderen tot het verachten der

ia______________________a

185

ocr page 207

3 BOEK. 20 HOOFDSTUK.

s------------- j.?

wereld: tot do liefde der wereld trekken ons de begeerlijkheid des vleesches, de begeerlijkheid der oogen en de hoogmoed des levens; maar de strall'en en ellenden, die met recht daarop volgen, doen ons de wereld ' haten en moede worden. Maai-, helaas! , de kwade lusten overwinnen een hart, dat aan de wereld overgegeven is: omdat hot de zoetheid van God en de innerlijke bekoorlijkheden der deugd niet ziet noch gesmaakt heeft, meent het, dat er ware genoegens te vinden zijn onder de doornen.

Zij echter, die de wereld volkomen versmaden en in eene heilige tncht slechts voor God zoeken te loven, kennen do homelsche geneugten, toegezegd aan allen, die waarlijk zich-zelven verloochenen; zij zien het duidelijk in, hoe jammerlijk de wereld dwaalt en hoe deerlijk zij zichzelve bedriegt.

18C

ocr page 208

3 ROEK. 21 HOOFDSTUK.

S----S

|

21 HOOFDSTUK.

Dat men hoven alle goederen en gaven in God zijne rust moet zoeken.

1. o Mijne ziel, zoek boven alles en in alles altijd uwe rust in den Heer: want Ilij is de eeuwige rust der Heiligen.

Verleen mij, o allerzoetste en liefderijkste Jezus, dat ik slechts in U mijne rust zoeke, meer dan in eenig schepsel, meer dan in gezondheid en schoonheid, in roem en eer, in macht en waardigheid, in wetenschap en vernuft; meer dan in alle rijkdommen en 'kunsten, in vroolijkheid en blijdschap; meer dan in vermaardheid en lofspraak, in genoegens en vertroostingen, in verwachtingen en beloften ; meer dan in eenige verdienste en verlangen; meer dan in alle gaven en geschenken, die Gij mij kunt geven en mededeelen; meer dan in alle vreugde en verrukking, die de ziel kan bevatten en voelen; eindelijk

ocr page 209

'3 BOEK. 21 HOOFDSTUK.

Cï gt;j'

meer dan in allo Engelen en Aartsengelen en liet gansclie lieir des hemels; meer dan in allo zichtbare en onzichtbare dingen on in alles, wat Gij zelf, mijn God, niet zijt.

Want Gij, mijn fleer cn mijn God, zijt boter dan alles; Gij alleen zijt de allerhoogste; Gij alleen de almachtige; Gij alleen de genoegzaamsto en rijkste; Gij alleen de zoetste en troostrijkste; Gij alleen do schoonste en beminnelijkste; Gij alleen de edelste en heerlijkste, in wien allo goed ver-eenigd en volkomen is, gelijk het altijd was en zijn zal. Daarom is al-los te gering en ongenoegzaam, wat Gij, buiten Uzelven, mij schenken, openbaren en beloven kunt, zoolang ik U niet aanschouwen en volkomen bezitten mag. Want mijn hart kan geeno ware rust, geene volkomeno tevredenheid vindon , tenzij hot zich boven alle gaven en schepselen ver- ! holle, om te rusten in U.

o Mijn allerdierbaarste Bruidegom, Jezus Christus, allerzuiverste Minnaar, Opperheer van al het geschapene 1 wie zal mij de vleugelen warer vrijheid geven, om op te vliegen en te

ia----m

188

ocr page 210

3 BOEK. 21 HOOFDSTUK.

-;--------; m

| rusten in U? O, wanneer zal ik vol- I ; komen vrij zijn van 't aardsclie en | smaken, hoe zoet Gij zijt, Heere mijn I God? Dan, als illt; al do kracliten mijner ziel zoozeer In U verzamel, dat ik uit loutere liefde tot U mij-zelven niet meer gevoele, maar U alleen, boven alle mate en besef, en op eene wijze, die slechts weinigen bekend is. ISn echter moet ik dikwijls zuchten en mijn ongeluk met smarte dragen: want In dit 'dal der ellenden bejegenen mij vele kwalen, die mij dikwijls ontstellen, bedroeven en ontmoedigen; die mij tegenliouden en aftrekken, aanlokken en boelen, zoodat ik tot IJ geen vrijen toegang i heb en beroofd word van die zoete omhelzingen , welke de hemelsche i geesten altijd genieten.

o Jezus, lichtglans der eeuwige i heerlijkheid , troost mijner ziel in | hare vreemdelingschap! laat U be-j wegen door mijne verzuchtingen en groote verlatenheid op aarde. Voor uw aanschijn verstomt mijn mond en mijn zwijgen alleen spreekt tot U. Hoe lang wacht mijn Heer met zijne komst? Ach ! dat lllj kome lot mij,

£2________Q

189

ocr page 211

3 BOEK. 21 HOOFDSTUK.

-------®

zijnen armzaligen dienstknecht, dat Hij kome en mij verblijde, dat Hij zijne hand uitstrekke en mij ellendige verlosse van alle benauwheid! Kom, o kom, want zonder ü heb ik geen blijden dag en geen blijde uur, omdat Gij alleen mijne blijdscha|) zijt en zonder U mijne tafel ledig staat. Ellendig ben ik en als een gevangene met kluisters beladen, totdat Gij mij verkwikt door liet licht uwer tegenwoordigheid, mij der vrijheid wedergeeft en door uw vriendelijk aanschijn vertroost. Anderen mogen, in plaats van U, zoeken wat hun belieft: mij behaagt niets en zal nooit iets behagen dan Gij alleen, mijn God, mijne hoop, mijn eeuwig heil. En ik zal niet zwijgen, ik zal niet ophouden met smeeken, totdat uwe genade wederkeert, en Gij wederom spreekt tot mijn hart.

2. Zie, hier ben Ik. Zie, Ik kom tot u, omdat gij Mij geroepen hebt. Uwe tranen en de verzuchtingen uwer ziel, uwe vernedering en uw gebroken hart hebben Mij bewogen en tot u doen wederkeeren,

m—------s

190

ocr page 212

3 BOEK. 21 HOOFDSTUK,

®-*--®

3. En ik sprak: Heere, ik heb U geroepen en gesmacht mij in uwe ■ tegenwoordigheid te verblijden, en : ben bereid om alles te versmaden om uwentwil. Gij hebt mij het eerst opgewekt, om U te zoeken. Wees dan gezegend, o Heer, Gij die, naar den overvloed uwer barmhartigheid, deze gunst aan uwen dienstknecht verleend hebt. Wat kan uw dienaar anders zeggen, wat kan hij doen in uwe tegenwoordigheid, dan zich diep voor U te vernederen eu zijne nietigheid en ongerechtigheid steeds indachtig te zijn. Want onder alles, wat er wonderbaar is in den hemel en op de aarde, vindt men Uwsge-lijke niet. Uwe werken zijn heel volmaakt, uwe oordeelen zijn rechtvaardig en uwe voorzienigheid bestiert alles. U zij dan lot' en eere, o Wijsheid des Vaders! U prijze en verheerlijke mijn mond en mijne ziel en alles, wat Gij geschapen hebt!

Si

191

ocr page 213

3 BOEK. 22 HOOFDSTUK.

SS

22 HOOFDSTUK.

O oer het gedcnhen rem Gods menigvuldifjc weldaden.

1. Open, o Heer, mijn liart voor uwe wet en leer mij wandelen naar uwe geboden. Geef, dat ik uwen wil erkenne en met groeten eerbied en ernstige overweging al uwe weldaden gedenke, zoowel in liet algemeen, als iu liet bijzonder, opdat ik U waardig daarvoor danken kunne. Ik weet en beken het, dat ik niet in staat ben, U voor do geringste uwer gaven den schuldigen dank te betuigen. Ik ben al de weldaden, die Gij mij geschonken hebt, onwaardig, en als ik acht geef op uwe verhevenheid, dan bezwijkt mijn geest voor uwe grootheid.

2. Alles wat wij naar ziel en lichaam bezitten, alle uitwendige en inwendige, natuurlijke en bovennatuurlijke gaven, liet zijn al uwe weldaden; zij verkondigen ons uwe mildheid. goedertierenheid en goedheid, waaraan wij dat alles te danken hebben.

®.-----ga

192

ocr page 214

f} DOEK. 25 HOOFDSTUK.

S-------------------gj

Al heeft ook de eer,e meer, de andere minder ontvangen, alles is toch liet uwe, en zonder U kan men niets bezitten. Hij, die meer ontvangen heeft, kan niet roemen op verdienste, hij kan zieli niet boven anderen verheflen, noch op hem, die minder ontvangen heeft, laag neder-zien: want de grootste en beste is hij, die zichzelven het minst toeschrijft en liet nederigst en innigst is in het bedanken. En wie zich voor den geringste en onwaardigste van allen houdt, is het best geschikt om grootere gaven te ontvangen,

quot;Wie echter minder ontvangen heeft, moet daarom niet bedroefd of ontevreden zijn, noch hem, die rijker in gaven is, benijden; veeleer moet hij zijn hart tut LI verhellen en uwe goedheid verheerlijken, dat Gij zoo overvloedig, zoo vrijgevig en gaarne, zonder aanzien van personen, uwe geschenken verleent.

Alles komt van U, en daarom moet Gij in .alles geprezen worden.

3. Gij weet aan eenieder te schenken, ES__.-Si

ocr page 215

3 hoek. 22 hoofdstuk.

wat hem dient; en waarom deze meer, gene minder ontvangen heeft, staat niet aan ons te beoordeelen, maar aan U alleen, die de maat kent van eenieders verdiensten.

Daarom, mijn Heer en God, beschouw ik het als eene groote weldaad, niet veel te bezitten, dat uitwendig en in het oog der menschen tot lot' en eer verstrekt. Ja zeker, als iemand zijne geringheid en armoede beschouwt, verre van over dat gemis misnoegd, bedroefd en moedeloos te worden, moet hij daarin eerder troost en groote blijdschap vinden, omdat Gij, o God, do armen en nederigen, en allen, die door de wereld veracht worden, tot uwe vertrouwelijke vrienden en huisgenooten hebt uitverkoren.

Getuigen daarvan zijn uwe Apostelen, die Gij tot vorston over de gansche aarde gesteld hebt. /ij hebben hun leven doorgebracht zonder klagen, zoo nederig en eenvoudig, zoo geheel zonder arglist en bedrog, dat zij zich zelfs verheugden voor uwen naam 1 versmading te lijden, en datgene met : de grootste liefde omhelsden, waarvan i de menschen een natuurlijken afkeer

tr*'

S____,_______________S3

ocr page 216

;gt; BOEK. 2.1 HOOFDSTUK.

ES — - — - gg

hebben. jSiets derhalve moet hem , die U liefheeft en uwe weldaden erkent. zoozeer verheugen, als uw heilige wil en het welbehagen uwer eeuwige beschikking over hem. Daarin moet hij zoozeer zijn genoegen en troost vinden, dat hij even gaarne de minste wil wezen, als een ander zou wenschen de grootste te zijn, dat hij zoo gerust en tevreden is op de laagste plaats als op de eerste; en dat hij even gaarne ongekend en ongeacht, versmaad en verstoeten wil zijn, als boven de anderen geëerd en verheven worden. Want uw wil en de ijver voor uwe eer moeten hem boven alles gaan en hem meer behagen en troosten, dan alle weldaden, die Gij hem geschonken hebt of ooit schenken zult.

211 HOOFDSTUK.

O oer vier dingen, die grooten vrede aanbrengen.

'1. Mijn zoon, nu zal ik u den weg tot den vrede en tot de ware wijsheid leeren kennen.

Doe, o lieer, gelijk Gij zegt: want dat te hoeren is mij zeer aangenaam.

{2________Si

1'Jó

ocr page 217

hoek. 23 hoofdstuk.

Squot; quot; ;- 0

Tracht, mijn zoon, liever den wil van een ander, dan den uwen te doen. Verkies altijd eerder minder, dan meer te hebben. Zoek altoos de laagste plaats uit, en wees gaarne onderdanig aan allen. \\ ensch en bid steeds, dat Gods wil volkomen over u geschiede. Zie, een inensch, die zoo gezind is, treedt binnen in het land van vrede en i'ust.

lieer, deze uwe rede is kort, maar zij leert de ware volmaaktheid; zij is arm aan woorden, maar rijk aan zin en overvloedig in vruchten. Kon ik ze slechts getrouw nakomen, dan zou ik inwendig zoo licht niet ontrust worden: want zoo dikwijls ik mij ontevreden en bezwaard gevoel, bevind ik ook, dat ik van deze leer ben afgeweken. Maar Gij, die alles vermoogt en altijd behagen schept in mijnen geestelijken voortgang, vermeerdei' uwe genade in mij, opdat ik uw voorschrift vervullen en mijne zaligheid bewerken moge.

'2. Geheel tegen kwade gedachten.

lleere, mijn God, verwijder u niet

S______Q

190

ocr page 218

quot;52

.3 BOEK. 23 HOOFDSTUK.

van mij; o mijn God, zie op mij neer om mij le helpen ! Want allerlei gedachten zijn bij mij opgekomen en groote angsten, benauwen mijne ziel. Hoe zal ik ze ongedeerd ontkomen, hoe er doorheen breken?

Ili, spreekt de Heer, zal voor u uitgaan en de trotschen der aarde vernederen. Jk zal de denren mvs kerkers ontsluiten en u dc heimelijkste uitwegen ontdekken.

Doe, Heere, naar uw woord, en alle kwade gedachten moeten vluchten voor uw aanschijn. Want mijne hoop en eenige troost in alle kwellingen is mijne toevlucht te nemen lot U, op U te vertrouwen, uit het binnenste van mijn hart U aan te roepen en uwe vertroosting at' te wachten met ffednld.

3. Gehad om verlichting des gcesles.

Verlicht mij, goede Jezus, met de stralen van uw inwendig licht en vei-drijf alle duisternis uit de woning mijns harten. Beteugel de veelvuldige verstrooiingen en verijdel de bekoringen , die mij geweld aandoen. Strijd

197

ocr page 219

3 BOEK. 22 HOOFDSTUK.

fg' FS

wat hem dient; en waarom deze meer, : gene minder ontvangen lieeft, staat niet aan ons te beoordeelen, maar aan U alleen, dio de maat kent van eenieders verdiensten.

Daarom, mijn Heer en God, bc-schouw ik het als eene groote weldaad, niet veel te bezitten, dat uitwendig en in het oog der menschen tot lof en eer verstrekt. Ja zeker, als iemand zijne geringheid en armoede beschouwt, verre van over dat gemis misnoegd, bedroefd en moedeloos te worden, moet hij daarin eerder troost en groote blijdschap vinden, omdat Gij, o God, de armen en nederigen, en allen, die door de wereld veracht worden, tot uwe vertrouwelijke vrienden en huisgenooten hebt uitverkoren.

Getuigen daarvan zijn uwe Apostelen, die Gij tot vorsten over do gansche aarde gesteld hebt. Zij hebben hun leven doorgebracht zonder klagen, zoo nederig en eenvoudig, zoo geiieel zonder arglist en bedrog, dat zij zich zelfs verheugden voor uwen naam versmading te lijden, en datgene met de grootste liefde omhelsden, waarvan de menschen een natuurlijken afkeer

k__________S

191

ocr page 220

n ROEK. 23 HOOFDSTUK.

hebben. Niets derhalve moet hem , die U liefheeft en uwe weldaden erkent, zoozeer verheugen, als uw heilige wil en hot welbehagen uwer eeuwige beschikking over hem. Daarin moet hij zoozeer zijn genoegen en troost vinden, dat hij even gaarne de minste wil wezen, als een ander zou wenschen de grootste te zijn, dat hij zoo gerust en tevreden is op de laagste plaats als op de eerste; en dat hij even gaarne ongekend en ongeacht, versmaad en verstoeten wil / ijn, als boven de anderen geëerd en verheven worden. Want uw wil en de ijver voor uwe eer moeten hem boven alles gaan en hem meer behagen en troosten, dan alle weldaden, die (lij hem geschonken hebt of ooit schenken zult.

23 HOOFDSTUK.

Over vier climjen, die jrooten vrede aanbrengen.

1. Mijn zoon, nu zal ik u den weg tot den vrede en tot de ware wijsheid leeren kennen.

Doe, o Heer, gelijk Gij zegt: want dat te hooren is mij zeer aangenaam.

©---------si

195

ocr page 221

3 DOEK. 23 HOOFDSTUK. S i

Tracht, mijn zoon, liever den wil van een ander, dan den uwen te doen. A erkies altijd eerder minder, dan meer te hebben. Zoek altoos de laagste

I •

plaats uit, en wees gaarne onderdanig aan allen. Wensch en bid steeds, dat Gods wil volkomen over u geschiede. Zie, een mensch, die zoo gezind is, treedt binnen in het land van vrede en rust.

Heer, deze uwe rede is kort, maar zij leert de ware volmaaktheid; zij is arm aan woorden, maar rijk aan zin en overvloedig in vruchten. Kon ik ze slechts getrouw nakomen, dan zou ik inwendig zoo licht niet ontrust worden: want zoo dikwijls ik mij ontevreden en bezwaard gevoel, bevind ik ook, dat ik van deze leer ben afgeweken. Maar (Jij , die alles vermoogt en altijd behagen schept in mijnen geestelijken voortgang, vermeerde)' uwe genade in mij, opdat ik uw voorschrift vervullen en mijne zaligheid bewerken moge.

2. Gebed tegen Invade gedachten.

Heere, mijn God, verwijder u niet

a_______9

190

ocr page 222

3 BOEK. 23 HOOFDSTUK.

S----------------s

van mij; o mijn God, zie op mij neer om mij tc helpen ! Want allerlei gedachten zijn bij mij opgekomen en groote angsten benauwen mijne ziel. Hoe zal ik ze ongedeerd ontkomen, hoe er doorheen breken?

Ik, spreekt de Heer, zal voor u uitgaan en de trotschen der aarde vernederen, ik zal de denren nws kerkers ontsluiten en u de heimclijkste uitwegen ontdekken.

Doe, Heere, naar uw woord , en alle kwade gedachten moeten vluchten voor uw aanschijn. Want mijne hoop en eenige troost in alle kwellingen is mijne toevlucht te nemen tot U, op U te vertrouwen, uit het binnenste van mijn hart U aan te roepen en uwe vertroosting at' te wachten met geduld.

3. Gebed om verlichling des geestes.

Verlicht mij, goede Jezus, met de j stralen van uw inwendig licht en ver- j drijf allo duisternis uit de woning ; mijns harten. Beteugel de veelvuldige verstrooiingen en verijdel de bekorin-j gen, die mij geveld aandoen. Strijd

________a

197

ocr page 223

3 BOEK. 23 HOOFDSTUK.

es-7------S3

krachtig voor mij en bedwing die wilde dieren, ik bedoel de verlokkende begeerlijk lieden, opdat de vrede te-rugkeere door uwe kracht, en opdat uw lol' onophoudelijk weergalme in uw heiligdom, dat is, in het zuivere geweten. Gebied den winden en stormen; spreek tot de zee: bedaar! en tot den wind; zwijg! en er zal groote kalmte wezen.

Zend uw licht uit en uwe waarheid, dat zij den aardbodem verlichten: want zoolang (üj mij niet verlicht, ben ik als eene woeste en ledige aarde. Stort uwe genade over mij uit en verkwik mijn hart met hemelschen dauw; laat de wateren der devotie het aardrijk besproeien, opdat het goede, ja, de beste vruchten voort-brenge. Beur mijne ziel op , die door den last der zonden terneergedrukt is, en verhef mijn geheel verlangen tot de hemelsche goederen, opdat ik het zoete van bovenaardsche zaligheid moge smaken en niet langer aan aardsche dingen denken.

Onttrek en ontruk mij aan allen | vergankelijken troost der schepselen; i want niets, dat geschapen is, kan mijn

E2_________S

198

ocr page 224

3 BOEK. 24 HOOFDSTUK.

®--:-- gi

. hart volkomen bevredigen en troosten. ' Verbind mij aan U, door den onverbreekbaren band der liefde: want Gij alleen zijt gcnoegzaan voor die U liefheeft, en buiten U is alles — niets.

'24 11()OFDSTUK.

Naar het gedrag van een ander moet men niet nieuwsgierig onderzoeken.

1. Mijn zoon, wees niet nieuwsgierig en maak u geene ijdele zorg. Wat gaat u dit of dat aan t Yolg gij Mij. Wat is er u aan gelegen of deze dus. of zoo gesteld is, of gene zus of zoo handelt en spreekt ? Voor anderen zijt gij niet verantwoordelijk, maar voor uzelven moet gij rekenschap geven. Waarom dan u daarover bekommerd? Zie, Ik ken allen en zie alles, wat er onder de zon geschiedt; Ik weet, hoe liet met eenieder gesteld is, wat hij denkt, wat hij wil, wat hij bedoelt. Daarom moet gij alles aan Mij overlaten. Hond gij slechts uzelven in rust en laat den woelige woelen, zooveel hij goedvindt. Alles, wat hij gedaan of gezegd heeft, zal op hem

Eg____S

199

ocr page 225

3 BOEK. 25 HOOFDSTUK.

a

neerkomen: want Mij kan liij niet bedriegen.

2, Bekommer ii niet om de schaduw | van eenen grooten naam , noch om | do vertrouwelijke vriendschap of bijzondere liefde der mensclien: want daaruit ontspruiten vele verstrooiingen en groote duislernis des harten. Gaarne zou Ik tot u spreken en u mijne geheimen openbaren, zoo gij mijne komst zorgvuldig waarnemen en Mij de deur uws harten openen wildot. Wees dus omzichtig, waak en bid, en verneder u in alles.

25 HOOFDSTUK.

Waarin de duurzame vrede des harten en de ware voortgang in het goede bestaat.

i. Mijn zoon. Ik heb gezegd: den vrede laat Ik u, mijnen vrede geef j Ik u, niet gelijk de wereld hem geeft, j geef Ik hem n. Allen verlangen wel j naar vrede , maar niet allen nemen I ter harte, wat tot den waren vrede j leidt. Mijn vrede is met hen, die ne-

E2-------S3

200

ocr page 226

3 BOEK. 25 HOOFDSTUK. ® ®

derig en zaclitmoedig vf ii harte zijn. Uw vrede zal wezen in groote lijil-zaamheid. Indien gij naar Mij luistert i en mijne stem volgt, dan zult gij | groeten vrede genieten.

Wat, o lieer, lieb ik dan te doen?

j

In alle dingen let op uzelven, wat gij doet en wat gij zegt; riclit al uw bedoelingen daarheen, dat gij Mij al-| leen behaagt en niets wenscht of zoekt buiten Mij. Oordeel ook niet ! lichtvaardig over tic woorden en handelingen van anderen en meng u niet in dingen, die n niet aangaan; dan kan het gebeuren, dat gij weinig of zelden verontrust wordt. Maar nooit eenige onrust (e ontwaren, nooit eenige ziels- ot lichaamskwelling te lijden, dat is een toestand, dien gij niet vindt in dit tegenwoordige leven, maar slechts in het land der eeuwige rust.

'i. Meen daarom niet, dat gij den waren vrede gevonden hebt, als gij in het geheel geen kwelling gevoelt; of dat dan alles goed gaat, als nie-

m--------S3

201.

ocr page 227

3 BOEK. 25 HOOFDSTUK.

®—-----—---7®

mand u tcgonstreeft; of dat daarin de volmaaktheid bestaat, dat alles naar uw wenscli geschiedt. Houd u i dan ook niet voor iets groots, of voor i een bijzonder lieveling van God , als gij veel innigheid en zoete zielsaandoeningen gevoelt; want niet daaraan kan men don waren vriend der deugd kennen; niet daarin bestaat de voortgang in liet goede en de volmaaktheid des menschen.

Waarin dan, o Heer?

Hierin, dat gij ü van ganscher harte aan Gods wil overgeeft, dat gij in niets uw eigeu voordeel zoekt, noch in het kleine, noch in het groole, noch in den tijd, noch in de eeuwigheid; zoodat gij, alles op de juiste schaal wegende, met hetzelfde blij gelaat Mij blijft danken, hetzij u goed of kwaad bejegene. Indien gij zoo kloek en volhardende in de hoop zijt, dat gij, bij 't gemis van allen inwendigen troost , uw hart voorbereidt om nog meer te lijden; i idien gij uzelven niet rechtvaardigt, alsof

gij niet verdiend hadt dit of zooveel te ®--

202

ocr page 228

3 BOEK. 20 HOOFDSTUK.

Eg 0

lijden, maar veelmeer in alle beschikkingen over ii mijne gerechtigheid erkent en mijne lieiliglicid prijst, dan ■wandelt gij op den waren en rechten weg des vredes ; dan kiriit gij zeker verwachten, dat gij mijn aanschijn weer aanschouwen zult met grootc blijdschap. En zijt gij zoover gekomen, dat gij nzelven heel en gansch veracht , weet dan, dat gij de volheid des vredes genieten zult, voor zoover dat met uwe vreemdelingschap hierbeneden bestaanbaar is.

20 HOOFDSTUK.

Over de hoorje waarde van een vrij gemoed , dat men eerder verkrijgt door nederig hidden, dan door veel lezen.

1. Heer, dit is het werk van een volmaakten mensch: zijnen geest nooit van de beschouwing der he-melsche dingen af te trekken, te midden van velerlei zorgen als zonder zorg te leven, en dat niet uit traagheid en ongevoeligheid, maar krachtens een zeker voorrecht eener vrije

ocr page 229

2 HOEK. 20 HOOFDSTUK.

m

ziol, doordat hij £gt;'ef'n enkel scliepsel j met ongeregelde liefde aanhangt.

2. Ik smeek U, mijn allergenadigste God, behoed mij voor de zorgen dezes levens, opdat ik daarin niet te diep verward rake; voor de vele lichamelijke behoeften, opdat de wellust mij niet overmeestere; voor alles wat mijner ziel hinderlijk is, opdat ik, als moeilijkheden mij terneer-drnkken , niet moedeloos worde. Ik zeg niet: voor zulke dingen, die de ijdelheid der wereld met alle drift najaagt, maar voor die ellenden, welke ten gevolge van den algemeenen vloek over alle stervelingen uitgesproken, de ziel van uwen dienstkecht bezwaren en haar verhinderen, om, naar haren wensch, tot de vrijheid dos j geestes te geraken.

3. o Mijn God, fontein van ornut- { sprekelijke zoetigheid, verkeer vóór mij in bitterhnid allen zinnelijken troost, die mij van de liefde tot de ( hemelsche dingen mocht aftrekken en door den aanblik van eenig aardsch , genot tot zonde verlokken. Duld niet,

o God, dat vleesch en bloed mij over-

S------SI

204

ocr page 230

• i DOEK. 2(i HOOFDSTUK.

winnen, en ile wereld nu.'t hare kortstondige heerlijkheid mij misleide; laat niet toe, dat de duivel met zijne arglistigheid mij ten val hrenge. Geef mij kracht om te wederstaan, geduld om te verdragen, standvastigheid om te volharden. Geef mij, in plaats van alle vertroostingen der wereld, de liefelijke zalving van uwen Geest, en voor alle zinnelijke liefde stort in mij de liefde tot uwen naam.

Zie, spijs en drank, kleeding en wat wij verder tot het onderhoud des levens nog noodig hebben, zijn een last voor de ziel, die naar het eeuwige streeft. Geef dat ik die middelen van verkwikking matig gehruike en er niet te zeer naar verlange. Geheel mag men ze niet verwerpen, omdat het lichaam ondersteund moet worden; maar uwe heilige wet verbiedt het overtollige en wat meerde zinnen streelt, te zoeken, omdat anders het vleesch zich tegen den geest zou verzetten. In alle deze dingen, bid ik u , geleid mij door uwe hand en leer mij het overtollige te mijden.

ocr page 231

3 HOEK. 27 TIOOFDSTÜK. ®----^

27 HOOFDSTUK.

De eigenliefde houdt ons het meest van het hoogste goed terug.

1. Mijn zoon, gij inoct alles voor alles geven en in niets uzelven toe-behooren. Weet, dat uwe eigenliefde ii meer nadeel doet, dan iets ter wereld. Iedere zaak gaat u ter harte, naarmate gij zo bemint en aankleeft. Is uwe liefde rein, eenvoudig en wèl geregeld, dan zult gij u door geen schepsel laten boeien.

Begeer niet, wat gij niet moogt bezitten, en wil niet bezitten, wat u hinderen en van de inwendige vrijheid berooven kan.

Het is zonderling, dut gij uzelven niet, met al wat gij wenscht en hebt, uit den grond van uw hart aan Mij overgeeft. Waarom laat gij u door nutteloozen kommer verteren? Waarom kwelt gij u met ij.'Iele zorgen? Zoek in alles slechts mijn welbeht.gen, en niets zal u kunnen deren.

es____________a

20G

ocr page 232

3 ROEK. 27 nOOFDSTUR. ®--------s

Indien gij deze of gene zaak verlangt, indien gij hier of daar wilt wezen, enkel uit eigenbelang of om meer naar uwen zin te leven, dan zult gij nooit rust vinden, noch vrij van kommer zijn: want iedere zaak heeft haar gebrek, en overal zult gij iemand ontmoeten, die u tegenstreeft. Het helpt u dan niet allerlei tijdelijk goed uitwendig te verkrijgen of te vermeerderen; 't is veel beter het te versmaden en de begeeite ernaar inwendig tot den wortel uit te roeien.

En versta dat niet alleen van het bezit van geld en rijkdommen, maar ook van de zucht naar eer en ijde-len lof: want dat alles vergaat met de wereld.

Geene plaats geeft veiligheid, zoo de geest des ijvers ontbreekt. Ook zal de vrede, dien gij in het uitwendige zoekt, niet lang bestaan, zoolang uw hart den vasten grondslag mist. Dat wil zeggen: .zoolang gij op Mij niet gegrondvest zijt, kunt gij u wel verplaatsen, maar niet verbeteren: want, zoodra de gelegenheid zich | opdoet en gij ze aangrijpt, zult gij | ^__-_________S

ocr page 233

0

3 BOEK. 27 HOOFDSTUK.

vinden, hetgeen gij ontvlucht zijt, en nog veel meer.

2. Gebed om de reiniging dos harten en om hamelsche wijsheid.

Bevestig mij, o God, door de ge-genade van den Heiligen Geest! Geef mij kracht, opdat ik naar den inwen-digen mcnsch gesterkt en mijn hart van allen nntteloozen angst en kommer bevi'ijd worde en zich niet door allerlei begeerten naar aardsche goederen , ze mogen gering of kostbaar zijn, late meesleepen; maar dat ik liever alle dingen moge beschouwen als voorbijgaande, en mijzelven als voorbijgaande met hen ; want niets is bestendig onder de zon, maar alles is ijdelheid en kwelling des geestes. O, hoe wijs is hij, die liet dus mag inzien !

Geet mij , o Heer, de hemelsche wijsheid, opdat ik leere U boven alles te zoeken en te vinden, boven alles te kennen en te beminnen, en alle andere dingen zoo te beschouwen, als zij , naar de verordening uwer wijsheid, werkelijk zijn. Geef mij, dat ik

!----;--S

203

ocr page 234

3 HOEK. 28 HOOFDSTUK.

voorzichtig afwijze, lt;lie mij vleit, en geduldig verdrage, die rnij tegenkant: want liet is grootc wijsheid, dat men zich niet late bewegen door eiken wind van woorden, en liet oor niet leene aan het gevaarlijk gevlei van valsche vrienden: zóo slechts kan men den ingeslagen weg veilig voortzetten.

'28 HOOFDSTUK.

Tiujen kwaadsprekende tongen.

1. iMijn zoon, bedroef u niet, als anderen kwaad van u denken, of iets zeggen, dat gij niet gaarne hoort. Gij moet nog erger van u denken en niemand voor zwakker houden dan uzelven. Als gij een inwendig leven leidt, zult gij aan voorbijvliegende woorden weinig gewicht hechten. Het is groote wijsheid ten tijde van moeilijkheden te zwijgen en zich dan inwendig tot Mij te koeren, zonder zich door het oordeel der menschen te laten ontstelfen.

2. Uw vrede hange niet af van het zeggen der menschen : want of zij u

209 14

ocr page 235

-§3

3 BOEK, 29 HOOFDSTUK.

goed of kwaad beoordoelen, gij daarom geen ander menscli.

Waar is do ware vrede, de ware eer te vinden, tenzij Lij Mij? Daarom zal hij grooten vrede genieten, die niet zcekt den rnensclien te behagen en niet vreest hen Ic mishagen. Alle onrust des harten en alle verstrooiing der zinnen ontstaan uit ongeregelde liefde en ijdelo vrees.

29 HOOFDSTUK.

Hoe men in wedenmardigheden

God aanroepen en prijzen moet,

1. Uw naam zij geprezen in een-wigheid, o Heer, wien het behaagd heeft, dat deze bekoring en kwelling mij overkwam. Ik kan ze niet ontvluchten. maar ik moet totU vluchten, opdat Gij mij moogt helpen en alles ten goede keeren.

2. Heere , nu ben ik in benauwdheid en ik heb geen rust in mijn hart, maar word geweldig geplaagd door dit aanwezige lijden. Ach, welbeminde Vader, wat zal ik zeggen? Ik zit beklemd tusschen angsten ; ver-

zijt

210

ocr page 236

3 BOEK. 29 HOOFDSTUK.

S---------$

los mij uit deze ure! Miiar daarom ben illt; in deze nre gekomen, opdat Gij verheerlijkt wordet, wanneer ik i dicji, zoer diep vernede rd en door U bevrijd zal wezen. Heere, dat liet U toch | beliage mij te redden: want, arm schepsel als ik ben, v\at zal ik doen en vvaarlieen zal ik gaan zonder U? Geef mij geduld, o lleei'o , ook deze maal. Help Cüj iiiij. o mijn God, dan zal ik niet vreezen, hoezeer mij deze kwelling ook bezware.

Wat anders zal ik zeggen in dezen nood, dan: Heere, nw wil geschiede! Wel heb ik verdiend gekweld en bezwaard te worden. Ik moet het dus wel verdragen; och! mocht het zijn met geduld, totdat de storm voorbijga en het wederom beter worde. Uwe almachtige hand overigens is machtig genoeg om ook deze bekoring van mij weg te nemen of haar geweld te matigen, opdat ik niet heelemaal be-zwijke, zooals Gij, mijn barmhartige God, reeds meermalen aan mij gedaan hebt. Hoe zwaarder mij deze beproeving valt, des te lichter vervnag de rechterhand des Allerhoogsten daarin eene verandering te brengen.

E2___Ë

211

ocr page 237

HOEK. 1)0 HOOFDSTUK.

30 IJOOFDSTUK.

Bul men den (jodrJelijken bijstand afsmeeken en op de wederkomst der cjenade vertrouwen moet.

I. ÏMijn zoon, Ik ben do Heer, die n versterkt ten dage der verdrukking. Kom tot .Mij . quot;wanneer liet u niet wèl gaat.

Wat wel het meest den liemelschen troost verhindert, is, dat gij u zoo laat tot het gebed begeeft. Want alvorens gij vnrig tot Mij bidt, ziet gij intiisschen tot veel anderen troost om en zoekt gij verkwikking in uitwendige dingen. Vandaar komt het, dut li alles ■weinig baat, totdat gij inziet, dat Ik de Redder ben van die op .Mij vertrouwen, en dat er buiten Mij geen krachtige hulp, geen nuttige raad noch duurzaam redmidde' te vinden is.

Nu echter de storm voorbij is, schep nu nieuwen moed en heradem in het licht mijner ontfermingen: want Ik ben nabij , zegt de Heer, om alles te herstellen, niet alleen volkomen,

ocr page 238

S BOEK. 30 HOOFDSTUK.

S--------;----i

zooals het vroeger was, maar in overvloed en vollen rijkdom. Of is er Mij wel iets inoeielijk t Of' ben 11; als iemand, die belooft en niet volbrengt? Waar is uw geloof.' Sta vast en volhard; wees dapper en geduldig; dan zal mijn troost u geworden te zijner tijd. Wacht op Mij, wacht maar: Ik zal komen en u helpen.

2. Wat ii ontstelt, is maar eene geringe beproeving. Wat u verschrikt, is slechts eene ijdele vrees. Waartoe dient uwe bezorgdheid voor hetgeen in de toekomst gebeuren kan. dan om u droefheid op droefheid te berokkenen? Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.

Het is even nutteloos als dwaas zich te bedroeven of te verheugen over iets, dat nog komen zal. Dan, het is menschelijk door zulke inbeeldingen misleid te worden; maar het verraadt luttel zielssterkte, als men zich zoo licht door de ingevingen des vijands laat vervoeren. Hem toch is 't om 't even of hij door ware dan door valsche voorstellingen ons begoochelt en misleidt, of hij door liefde tol het tegen-

ocr page 239

ROEK. 30 HOOFDSTUK.

®;----§3

woonlige ot' door vrees voor liet toekomstige ons ten val brenge. Laat dan uw hart niet ontroerd worden noch vreezen. Geloof in Mij en heb vertrouwen op mijne barmhartigheid. Dikwijls, als gij meent van Mij verlaten te zijn. ben Ik u hot dichtst nabij; en wanneer gij bijna alles voor verloren acht. kimt gij dikwijls de rijkste verdiensten verzamelen. Alles is nog niet verloren, als eene zaak anders voor u uitvalt, dan gij wel wenschte. Ook moet gij niet oordelen naar het gevoel van het oogenblik, noch aan ecnig bezwaar, vanwaar het ook komen mag, zooveel hechten en 't zoo opvatten, alsof er geene hoop meer was ervan bevrijd te worden. Denk niet, dat gij heelemaal door Mij verlaten zijt, als Ik U voor een tijd eenige kwelling toezend of u den ge-wenschten troost onttrek : want dat is de weg, die ten hemel leidt.

Het is ongetwijfeld voor u en voor allen, die Mij dienen, heilzamer door tegenspoed geoefend te worden, dan alles naar wensch te hebben, ik ken i de verborgen gedachten; Ik weet dat

iS_S

214

ocr page 240

3 BOEK. 30 HOOFDSTUK.

S----------;---7-®

het voor uwe zaligheid zeer voordeelig is, als gij somwijlen zonder inwendi-gen troost gelaten wordt; anders mocht gij misschien te overmoedig worden door den voorspoed, en zelfbehagen zoeken in hetgeen gij niet zijt. Wat ik gaf, kan Ik afnemen, en kan het ook wedergeven, als het Mij behaagt. Wat Ik geef, blijft het mijne; als Ik hot terugneem, ontneem ik liet uwe niet: want alle goede gave en alle volmaakte gifte komt van Mij. Zend Ik u eenige kwelling of wederwaardigheid toe, wordt daarover niet misnoegd en laat den moed niet zinken: j want spoedig kan Ik u verlichten en j allen last in lust verkeeren. Intus-schen ben Ik rechtvaardig en zeer te prijzen, wanneer Ik aldus met u handel.

Indien gij verstandig handelt en naar waarheid oordeelt, dan zult gij bij wederwaardigheden nooit neerslachtig en treurig zijn, maar veelmeer u verheugen en daarvoor danken. Ja, dit alleen moet uwe vreugde zijn, ! dat Illt; u met smarten verdruk zonder u te sparen. «Gelijk de Vader Mij heeft liefgehad, alzoo heb Ik ook u lief.quot; Aldus sprak Illt; tot mijne ge-

[3___- - SI

215

ocr page 241

3 COEK. 31 hoofdstuk.

K quot; ■---rs

liefde leerlingen, ilio Ik voorwaar niet uitzond tot tijdelijke vreugde, maar tot zwaren strijd, niet om geëerd, maar om versmaad te worden; niet tot lediggang, maar tot arbeid, niet tot rust, maar tot liet dragen van vele vruchten in lijdzaamheid. Wees, mijn zoon, wees deze woorden steeds indachtig.

31 HOOFDSTUK.

Om den Schepper Ic hunnen vinden moet men alle schepsel lalen varen.

1. Ileere, wel heb ik nog grooterc genade noodig, indien ik daar zal komen, waai' geen mensch noch eenig ander schepsel mij hinderen kan.

Want zoolang mij nog iets ■weerhoudt, kan ik mij niet vrij tct U verheffen. Eene zoodanige vrije vlucht tot U begeerde hij, die sprak; Ach, had ik vleugelen als die eener duif, ik zou henenvliegen en gaan uitrusten ! Wat is er rustiger dan een eenvoudig oog en wat is vrijer dan een hart, dat op aarde niets meer

tS_____g

210

ocr page 242

FiOEK. 31 HOOFDSTUK.

begeert? Men moet zie i dan boven allo schepselen vorlieU'en, ziclizelven volkomen verlaten, en in opgetogenheid van geest zien en erkennen, dat met U, den Schepper van alles, geen enkel der schepselen te vergelijken is. En al wie zich nog niet van al liet geschapene heeft losgemaakt, kan zijnen geest niet ongehinderd op de goddelijke dingen vestigen. Daarom vindt men weinige menschen, die een beschouwend leven leiden, omdat er zoo weinigen zijn, die zich van de schepselen en van alle vergankelijke dingen geheel weten te ontdoen.

Daartoe wordt eene groote genade vercischt, die de ziel verheft en ze boven haarzelve vervoert.

Zoolang de menseh niet in den geest naar boven opgeheven, van alle schepselen vrij en met God geheel vereenigd is, zoolang heeft alles, wat hij ook weten en bezitten mag, geene groote waarde. Hij , die iets anders hoogacht, behalve het eenige, het onmetelijke, eeuwige goed, zal altoos klein en onbeduidend zijn. Want alles wat God niet is, dat is

E2

217

ocr page 243

3 ROEK. 31 HOOFDSTUK.

S~

niets en moet nis niets worden geacht. Er is munelijk gcoot onderscheid tusschen do wijsheid van een verlichten en innigen menscli, en de wetenschap van een geleerden en leergierigen geestelijke. Oneindig edeler is de wijsheid, die van boven door goddelijke ingeving nederdaalt, dan die welke door menschelijke na-vorsching met veel moeite verkregen wordt.

2. .Men vindt er velen, die naar een beschouwend leven verlangen; maar zij trachten niet, ook datgene te beoefenen , wat daartoe noodig is. De groote hinderpaal is, dat zij te veel aan de uitwendige en zinnelijke dingen blijven hangen en daarbij de volkomene versterving des harten verwaarloozen.

Ik weet niet, hoe hot komt en welke geest ons drijft, en wat wij, die toch geestelijke menschen willen i schijnen, eigenlijk voorhebben , wanneer wij zoovele moeite en zoo groote zorg besteden aan nietig; en vergankelijke dingen, terwijl wij

m____S

218

ocr page 244

3 I30EK. 31 HOOFDSTUK. [§ S3

onze inwendige gesteltenis bijna nooit met volkomene ingekeerdheid des harten overdenken. Ach I nauwelijks hebben wij onze zinnen even verzameld, of wij keeren ons straks weer tot het uitwendige, zonder onze handelingen aan een streng onderzoek te onderwerpen. Wij letten er niet op, waarheen onze neigingen gaan; wij betreuren niet, dat wij nog zoo onrein zijn in alles. Alle vleesch bad zijnen weg verdorven, daarom volgde de groote zondvloed. Baar nu onze inwendige neiging zeer verdorven is, zoo moeten ook al onze handelingen, die daaruit voortkomen, noodzakelijk bet gemis van inwendig loven ver-toonen, en verdorven zijn. Alleen uit een rein bart kan de vrucht van een goed leven voortkomen.

Men vraagt wel, boeveel iemand gedaan beeft; maar uit welk deugd-j zaam beginsel hij handelt, daarop wordt zoo nauw niet gelet. Of hij i sterk, rijk, schoon, bekwaam, of hij ; een goed schrijver, zanger of arbei- | der is, dat wordt onderzocht; maar i boe arm bij is van geest, hoe gedul-

219

ocr page 245

3 nOEK. 32 HOOFDSTUK.

p T r s

| dig en zachtmoedig, iioe innig en in- |

gekeerd van harte, daarvan wordt 1 weinig gesproken. De natuur ziet op | het uitwendige van den mensch ; de genade keert zich tot liet inwendige. De eerste bedriegt zich dikwijls; de laatste echter vertrouwt op God, om niet bedrogen te worden.

32 HOOFDSTUK,

Over de verloochenimj van zichzelven i eü de verzahinrj van alle ■ | begeerl ijkheid.

1. Mijn zoon, do volkomeno vrijheid knnt gij niet genieten, wanneer gij uzelven niet geheel verloochent.

Al degenen, die zichzelven ongeregeld beminnen en slechts hun eigen voordeel zoeken, zijn als met ketenen geboeid; zij zijn begeerlijk, nieuwsgierig, ongestadig; zij zoeken altijd, hun gemak en niet wat Jezus Christus aangaat; zij ontwerpen en ondernemen vaak dingen, die geen stand houden: want alles wat van God niet komt, zal vergaan.

Onthoud dit korte maar alles be-

220

ocr page 246

3 BOEK. 32 HOOFDSTUK. ES £

i vattende woord; verlaat alles en gij zult alles vinden; verzaak do begeer-! lijldieid en gij zult de rust erlangen. Overweeg dit bij uzolvon, en wanneer gij hot zult volbracht hebben, zult gij alles verstaan.

'J. Heer, dal is geen kinderspel noch het werk van óeneii dag; want in die weinige woorden is al de volmaaktheid van het geestelijk leven opgesloten.

3. Mijn zoon, gij moogt li zoo aanstonds niet laten afschrikken en ontmoedigen, wanneer gij van don weg der volmaaktheid hoort ; maar gij moet des te meer aangespoord woi -j den om naar hot hoogere te streven of ten minste vurig daarnaar te verlangen.

Och! of het zoo met n gesteld ware! en gij zoo ver gekomen waart, dat gij uzelven niet meer liefhadt, maar bereid waart om n, naar mijnen wenk en den wenk van uwen overste in alles te schikken, dan zoudt gij ilij zeer behagen en mv geheel leven zon in blijdschap en E2____1

ocr page 247

3 BOEK. 32 HOOFDSTUK.

S---------g3

vrede voorbijgaan. Gij hebt nog veel, dat gij verlaten moet en als gij 't niet geheel aan .Mij afslaat, zult gij nooit vinden, hetgeen gij zoekt.

Ik rade u goud van Mij te koopen, door het vuur beproefd, opdat gij rijk wordt; Ik bedoel de hemelsche wijsheid, die alles, wat hier beneden is, met de voeten treedt. Deze moet gij hooger schatten dan alle aardsche wijsheid, dan alle behagen in de menschen en in nzelven.

Ik zeide: koop hetgeen gering is bij de menschen voor hetgeen groot en kostbaar is in hunne achting: want de ware hemelsche wijsheid, bestaande in een klein gevoelen van zichzelven en in de versmading van allen we-reldschen lof, wordt door de menschen voor gering en slecht gehouden en schijnt bijna gansch vergeten. Velen prijzen ze weliswaar met den mond, maar wijken er verre van af in hun gedrag. En nochtans is zij die kostbare parel, die voor velen verborgen blijft.

m------s

ocr page 248

3 BOEK. 33 HOOFDSTUK. tS— S3

33 HOOFDSTUK.

Over de onslandvasligheid das harten, en de noodzahclijliheid ons einddoel op God la richten.

J. ^lijn zoon, vertrouw niet op uwe oogenblik kelij ke gemoedsstem-I ming: want die kan spoedig veranderen. Zoolang gij leeft, /.ijt gij, ook tegen uwen wil, der veranderlijkheid onderworpen, zoodat gij u nu eens blijde, dan treurig; nu gerust, dan beangstigd; nu eens devoot, dan | zonder devotie ; nu ijverig, dun traag; j nu eens ernstig, dan weer lichtzinnig

! bevinden zult.

...

2. \\ ie echter de ware wijsheid 1 bezit en in 1.et geestelijk levenervaren is, staat verheven boven al die afwisselingen; hij vraagt er niet om, hoe hij zich oogenblikkelijk gestemd voelt, noch van welken kant de wind der ongestadigheid waait; hij zorgt slechts, dat de meening zijns harten heel en al op 't eeno ware en gewenschte j doel gericht blijft. Wanneer hij bij

ts----m

223

ocr page 249

3 BOEK. ■li HOOFDSTUK.

E§-gl

zoo velerlei voorvallen liet oog zijner bedoeling in eenvoud onafgewend op ÏNlij gevestigd houdt, dan zal hij onwrikbaar in een en denzclfden staat kunnen volharden.

Hoe reiner het oog van iemands bedoeling is, des te standvastiger wandelt hij door alle stormen henen. Maar het oog der reine bedoeling wordt veelvuldig verduisterd, daar het zich spoedig vestigt op de eene of' andere zaak, die genoeglijk voorkomt: want zelden vindt men iemand, die geheel vrij is van do vlek der zeHzucht. Zoo kwamen weleer de .loden te Belhanië tot Martha en Maria, niet om Jezus alleen, maar ook om Lazarus te zien.

liet oog der bedoeling moet dus gereinigd worden, en over al liet aardsche heen, eenvoudig en oprecht, steeds dj) Mij gericht blijven.

34 HOOFDSTUK.

W ie God liefheeft vindt bij alles en boven idles in Uem zijn (jenoegen.

4. Zie, God is mijn, en mijn al!

®________S

224

ocr page 250

3 HOEK. .rH HOOFDSTUK.

S $3

Wat wil ik meer, cti wat grooter geluk kan ik verlangen? o Zoet en liefelijk woord, inaar alleen voor hem, die het eeuwige Woord liefheeft, en niet de wereld, noch hetgeen in de wereld is.

God is mijn en mijn al! Voor hem, die dat woord verstaat, is daarmee genoeg gezegd, en het veelvuldig te herhalen is genoeglijk voor hem, die liefheeft. Want zijt Gij mij nabij, dan is alles aangenaam; zijt Gij verre van mij, dan is alles walgelijk. Gij maakt mijn hart gerust, (lij schenkt mij grooten vrede. Gij doet mij juichen van blijdschap. Gij maakt, dat wij van allen een goed gevoelen hebben, en dat wij U in alles prijzen. Zonder U kan niets ons lang behagen; maar zal ons iets aangenaam en smakelijk zijn, dan moet uwe genade erbij komen en de kruiderij uwer wijsheid het toebereiden. Als iemand smaak in U vindt, wat zal hem dan niet goed smaken? En als iemand in U geeuen smaak heeft, wat zal hem dan tot genoegen kunnen strekken?

Voor uwe wijsheid bezwijken de wijzen dezer wereld en allen, die

iÉ____a

ocr page 251

HOEK. 34 HOOFDSTUK.

£3 , ----^

vleesclielijkgfizind zijn: want liij de eersten heerscht groote ijdelhekl en bij de anderen de dood. Zij echter, die door de versmading der wereld en afsterving des vleesclies U navolgen, dat zijn de ware wijzen: want zij gaan van de ijdelheid tot de waarheid over en van het vleesch tot den : geest. Dezen vinden smaak in God, en van al het goede, dat zij bij de schepselen vinden, geven zij al do eer aan hunnen Schepper. Evenwel is er een zeer groot onderscheid tus-schen den smaak van den Schepper en van hot schepsel, van do eeuwigheid en van den tijd, van hot ongeschapen licht en van het meegedeelde licht.

2. o Eeuwig Licht, al de geschapen lichten overtreffende! schiet uit de hoogte eonen straal als van den bliksem , dat hij doordringe tot in het binnenste mijns harten! Reinig en verblijd, verlicht en verkwik mijnen geest met alle zijne krachten, opdat ik mij aan IJ moge hechten in jui-chende verrukking. O, wanneer zal het zalige en vurig verlangde uur

f2______S

22G

ocr page 252

3 noeiv. 35 hoofdstuk.

fS--S

komen, dat uwe tegenwoordigheid mij verzadigen en üij mij alles in alles wezen zult! Zoo lang mij dat nog ontbreekt, kan mijne vreugde niet volkomen zijn.

Maar ach, nog leeft in mij do oude mensch, nog is hij niet geheel gekruisigd, niet volkomen verstorven; nog begeert hij machtig tegen den geest, nog verwekt hij inwendige ooi-logen en laat in het rijk der ziel geen ruste heerschen.

Maar (iij , die heerschappij voert over het geweld dor zee en liet op-bruisen barer golven stilt, sta op, help mij, verstrooi de volkeren, (lie oorlog zoeken en verpletter ze door uwe macht. Betoon, bid ik U, uwe kracht en grootheid en uwe rechterhand zal verheerlijkt worden; want Gij alleen, mijn lieer en mijn God, zijt mijne hoop en toevlucht.

35 HOOFDSTUK,

In dit leven zijn wij nooit beveiligd tc(jen bekoringen.

'1. Mijn zoon, in dit leven zijt gij ES-----------S

ocr page 253

:! BOEK. 35 IIOOPDSTUIv.

®—- quot;S

nooit veilig, maar zoolang gij loeft hebt gij altoos do geestelijke wapenen van nooile. Gij verkeert onder vijanden, die n van alle zijden bevechten.

VVaimeer gij u dus niet van alle kanten met het schild der verduldigheid dekt, zult gij spoedig gewond worden. Wanneer jiij daarenboven uw hart niet vast op Mij gericht houdt, met den vasten wil alles voor Mij te lijden, dan zult gij de .hitte van den strijd niet doorstaan, en den zegepalm der gelukzaligen niet verwerven kunnen. Gij moet dus met mannelijken moed door alles heendringen en een krachtigen arm gebruiken tegen alles, wat weerstand biedt.

Hem, die overwint, wordt het brood des levens geschonken; maar groote ellende zal het deel zijn van den lafhartige.

2. Zoo gij rust zoekt in dit leven, hoe zult gij dan tot de eeuwige rust geraken? Wees bereid, niet tot vele rust, maar tot groote lijdzaamheid. Zoek den waren vrede niet op aarde maar in den hemel, niet bij de men-

fïï---------------------------1 S3

228

ocr page 254

3 BOEK. 35 HOOFDSTUK.

fö----------- -..... s

| sdicn of liij do overigo sclicjiselen, maar Ijij üod alleen.

Tor liefde van God moot uij alles gaarne verdragon: arbeid en smart, bekoringen en 1;wellingen; benauwd-lieid. ai rnoedo en ziekte; beleedigingen en tegenspraak; berisping, vernedering, bescbaming, bestiafling en versmading. Dat alles bevordert de deugd, beproeft den waren leerling van Christus en vlecbt bem de bemelsclie kroon. Ik zal voor kortstondige i arbeid eeuwig loon geven en voor tijdelijke versmading eindelooze beerlijkheid.

3, Meent gij, dat gij altijd naar wil en wensch met geestelijke vertroostingen verkwikt zult worden? Mijne Heiligen genoten die niet altijd: integendeel zij zijn door vele moeilijkbeden, allerlei bekoringen en groote verlatenheid beproefd geworden. Maar in alles hebben zij zich geduldig geschikt en meer op God dan op zicb-zelven vertrouwd, wel wetende, dat al bet lijden van dezen tijd niet te vergelijken is met di» toekomstige heerlijkheid, die daardoor verdiend kan worden. Kn gij zoudt dadelijk willen

®._;___S

229

ocr page 255

3 BOEK. 3G HOOFDSTUK.

j ----g

bezitten, lietgeen zoo vel en na zwaren arbeid en bittere tranen nauwelijks verkregen hebben.

Wacht op den Heer, gedraag n mannelijk en vvees sterk. Vertwijfel niet. wankel niet; maar geef lichaam en ziel standvastig ten beste voor de glorie Gods. Ik zal het u rijkelijkst vergelden, lllt; zal met u wezen in al uw lijden.

3G HOOFDSTUK.

Tegen de ijdele heoordeelincjen der mennchcn.

1. Mijn zoon, vestig uw hart on-verwrikt op den Heer en vrees het oordeel der menschen niet, wanneer uw geweten n rein en onschuldig verklaart.

Zoo iets te lijden is goed en heilzaam, en voor een nederig hart, dat meer op God dan op zichzelf verti ouwt, valt dat ook niet zwaar. Velen spreken veel en daarom verdienen zij weinig geloof; ook is liet onmogelijk een iegelijk te voldoen.

De Apostel Paulus, ofschoon hij

ocr page 256

3 BOEK. UÜ HOOFDSTUK.

m-----;-®

zoclit aan allen to behagen in den Heer, en allen alles werd, achtte het toch voor het minste van menschen te worden geoordeelii. Ilij deed wel zijn best, om, waar hij kon en mocht, de menschen te stichten en tot zaligheid te brengen; maar hij kon niet beletten, dat hij niet somtijds door anderen geoordeeld en veracht werd, Daarom gaf hij alles over aan God, die alles weet, en verdedigde zich in ootmoed en geduld tegen kwaadsprekende tongen, als ook tegen do ijdele en leugenachtige vermoedens dorge-nen , die alles naar willekeur tegen hem uitstrooiden. Somtijds echter antwoordde hij, om den zwakken dooi' zijn stilzwijgen geen ergernis te geven.

2. Wat zoudt gij ook bevreesd zijn voor een mensch, die sterven zal ? Vandaag leeft hij nog, en morgen is hij niet meer. Wees God, en gij zult de bedreigingen der menschen niet duchten. Wat kunnen iemands woorden of schimpredenen u schaden? Zich-zelven benadeelt hij meer dan u, en wie hij ook zij, Gods oordeel zal hij niet ontkomen. Houd gij slechts God

ts____e

231

ocr page 257

3 ÜOKK. 37 HOOFDSTUK.

Jg----^

voor oopeii, zonder ergons over te (wisten ot' te klagen. Al schijnt gij ook voor liet oogenblik tenonder te liggen en onverdienden smaad te lijden, word daarom niet verstoord en verminder uwe kroon niet door ongeduld ; maar wend liever uwe oogen naar Mij in den hemel, Ik, die maclitig ben u van allen smaad en onreclit te bevrijden, en die eenieder vergelden zal naar zijne werken.

37 HOOFDSTUK.

Over de volkomene en reine zelf-verzahimj, om de vrijheid des harten te verkrijgen.

1. Mijn zoon, verlaat nzelven en gij zult Mij vinden. Doe afstand van alle eigen keus en allen eigendom, en gij zult altijd gewinnen. Want zoodra gij nzelven zonder terugname aan Mij overgeeft, wordt u grootere genade verleend.

2. lieer, boe dikwijls moet ik mij overgeven en waarin moet ik mij-zelven verzaken?

Ten allen tijde en te eikei' ure, en ®---g]

2;32

ocr page 258

3 rsoicK. 37 hoofdstuk.

m-------7--;----;-----------;— se

zoo wel in kleine als in groote dingen. Ik zonder niets uit; Ik wil u ontbloot vinden van alles. Hoe kunt gij anders de mijne en lllt; de uwe wezen, zoo gij allen eigenwil, zoo inwendig als uitwendig, niet l.ebt afgelegd? Hoe eerder gij dat doet, des te beter zult gij liet hebben, en boe volkoniener i en oprecliter, des te meer zult gij Mij behagen, des te meer voordeel zult gij uzelvcn doen.

Sommigen geven zich wel aan .Mij over, doch met zeker voorbehoud : want zij hebben geen volkomen vertrouwen op Clod en willen daarom voor zicbzelven zorgen. Daar zijn er ook, die zich in het begin wel aan Mij ton ofl'or brengen , maar naderhand , als de bekoring hen dringt, keeren zij tot zicbzelven terug en maken daarom weinig vorderingen in de deugd. Dezulken zullen lot de ware vrijheid van een rein hart en tot het genot mijner zoete gemeenzaamheid niet geraken, voordat zij alles verzaken en zicbzelven dagelijks aan Mij ten oll'er brengen: want zonder deze ojioflering kan do zaligende veree-niging met Mij niet bestaan.

Ë3------8

233

ocr page 259

3 HOEK. 38 HOOFDSTUK.

s g,

3. Jk licb Let n reeds meermalen gezegd cn ik herhaal het nogmaals: verzaak uzelven, geef uzelven over, en gij zuil, inwendig grooten vrede genieten. Geef liet al voor het al, zonder niets nil, vorder niets terng; hond u trouw en vast aan .Mij, en gij zidt Mij bezitten; uw hart zal vrij wezen en geen macht der duisternis zal ii overweldigen. Streef hiernaar, bid hierom, richt hierheen nw verlangen: dat gij, van alles ontbloot, arm den armen Jezus navolgen, n-zelven afsterven en eenwig voor .Mij leven moogt. Dan zullen alle ijdele voorstellingen, schadelijke verontrus-tingeu en overtollige zorgen verdwijnen; dan zal ook idle onmatige vrees van ii wijkeu en de ongeregelde liefde in u sterven.

3lt;S IJOOFDSTUK.

Men mooi zichzelven meester blijven \ in uitwendige dingen, en in (je-vaar zijne toevlucht nemen lol God.

I. Mijn zoon, hierheen moet gij

m-•_____________

ocr page 260

3 BOEK. 38 HOOFDSTUK.

S--S

met allen ijver streven , dat gij op alle plaatsen en hij alle uitwendige daden en bezigheden, inwendig vrij en meester van uzelven blijft; dat alles aan u, en gij aan niets onderworpen zijt; dat gij de lieer en meester, en niet do slaaf van uwe liandelingen zijt. Gij moet veeleer een vrij en oprecht Jsraeliet wezen, die deel heeft aan het lot en de vrijheid der kinderen Gods; van hen , die zich boven het tegenwoordige verhellen, en alleen zien op het eeuwige; die het vergankelijke met het linker oog bescliouwen, en liet rechter op het hemelsche gevestigd honden; die zich door lijdelijke dingen niet laten verleiden en boeien, maar deze veelmeer tot hunne zaligheid weten te benuttigen, gelijk zij ook daartoe bestemd en verordend zijn door God, den oppersten Werkmeester, die niets in zijne schepping ongeordend liet.

2. Wanneer gij in ieder voorval u niet ophoudt bij den uiterlijken schijn en al hetgeen gij ziet of hoort niet volgens menschelijke inzichten beschouwt, maar terstond met Mozes

a_____sa

2:-{5

ocr page 261

3 HOEK. 39 HOOFDSTUK.

ES-----^

don tiibernakel binnentreedt om rlen Heere te raadplegen, dan zult gij niet zelden een goddelijk antwoord vernemen , en daarvan terugkeeren, wèl onderwezen over vele tegenwoordige en toekomstige dingen. Mozes immers nam altijd, ter oplossing van twijfels en vragen, zijne toevlucht lot den tabernakel en zoclit, luj alle gevaren en listen der menschen, hulp en hijstand in het gebed. Welnu, zoo moet ook gij vluchten in liet binnenste uws harten en daar den goddelijken hijstand met vurigheid afsmeeken.

Want wij lezen in de 11. Schrift dat Jozue cn de kinderen Isiaels juist daarom door de Gabaonieten bedrogen zijn geworden, omdat zij het orakel des Hoeren to voren niet hadden ondervraagd , maar, te veel geloof slaande aan vleiende woorden, zich [ door gehuichelde vroomheid lieten misleiden.

39 HOOFDSTUK.

De mc.nsch viae/ zich aan ijeene overdreven hezorydheid overgeven.

1. Mijn zoon, vertrouw mij altoos

E2______m

280

ocr page 262

3 BOEK. !!!) HOOFDSTUK.

Ë3 S

uwe aangelegenlicdeu (oc on Ik zal to rechter tijd alles ten beste schikken. Wacht slechts op mijne beschikking en gij zult hot voordeel daarvan ondervinden.

Volgaarne, o Heer, vertrouw ik alles aan u toe: want mijne eigene overleggingen kunnen mij weinig baten. Mocht ik slechts aan toekomstige gebeurtenissen niet te veel hechten, maar zonder dralen mij heel en al aan uw welbehagen overgeven.

2. Mijn zoon, het gebeurt dikwijls, dat de menscli mot vuur eene zaak najaagt, die hij gaarne had; lieef't hij ze echter verkregen , dan veran-i dert hij van zin : want onze neigingen zijn niet bestendig, maar drijven ons j van het eene voorwerp tot het andere. Het is daarom geene kleine zaak zich ook in de kleinste zaken te verloochenen.

's Menschen ware voortgang bestaat in zelt'verloochening ; en wie zichzelven ; verloochent, is waarlijk vrij en veilig. Maar de oude vijand , do bestrijder van alle goed, houdt nooit op ons te

amp;______É

2:i7

ocr page 263

3 boek. ao hoofdstuk. ÉS quot; i

bekoren ; ilag en nacht is hij bozig hinrlerlagon te leggen, of hij misschien den onvoorzichtigen mensch in zijnen bedriegelijken valstrik vangen mocht. »Waakt dan en bidt,quot; zegt de Heer, »opdat gij niet in bekoring valt.quot;

40 HOOFDSTUK.

De mensch heeft niels goeds uit zichzelven en mag zich op niels beroemen.

\. llocre, wat is do mensch, dat Gij zijnor gedenkt, ot' des monschen zoon, dat Gij hem bezoekt? Waardoor heeft de mensch verdiend, dat Gij hem uwe genade schenkt ? Heere, hoe durf ik klagen, als Gij mij verlaat? Of wat kan ik met recht inbrengen, als Gij niet doet, wat ik vraag. Dit alleen kan ik mot waarheid denkon en zoggen : Hoer, ik ben niets on ik kan niets; ik bezit niots goeds uit mijzelven; maar in alles schiot ik to kort eti zelfs datgene, waarnaar ik onophoudelijk stroef, is niets. Als Gij mij niet ondersteunt en inwendig verlicht, dan word ik geheel lauw en krachteloos. f2---------------?

ocr page 264

ROEK. AO HOOFDSTUK.

er

Docli Gij, o Heer, yijt altoos dezelfde en blijft dezelfde in alle eeuwigheid; altoos goed, rechtvaardig en heilig; alles doende in liefde, rechtvaardigheid en heiligheid, en alles beschikkende inet wijsheid. Maar ik , die meer geneigd ben tot teruggang dan tot voortgang in het goede, ik blijf niet altijd in denzelfden staat volharden: want ik ben veelvuldige verandering onderhevig. Doch zoodra het U behaagt en Gij mij uwe helpende hand toereikt, zal het spoedig beter worden. Gij alleen kunt zonder menschelijken bijstand mij helpen en zoo versterken, dat mijn aangezicht zich niet meer naar alle kanten heen-wondt, maar dat mijn hart zich alleen op U richt en in U rust.

Indien ik dus slechts recht goed geleerd had allen menschelijken troost te verwerpen, hetzij om de gave der devotie te verkrijgen, hetzij uit nood, die mij praamt om U te; zoeken, vermits geen mensch ter wereld mij waarlijk troosten kan, dan zou ik met reden uwe genade verwachten en in het geschenk van nieuwe vertroosting mij verblijden mogen.

2.'!(J

ocr page 265

:i HORK. 40 HOOFDSTUK.

es a

2. IJ zij (liiiik, o Hoer, van wicn liet alles komt, zoo dikwijls mij iets #06(1 gelukt. Ik eclitcr ben slechts ijdelheid en geheel niets voor U, een zwakke en onstandvastige mensch. Waarom zou ik dan roemen of wen-schen geroemd te worden? Misschien wegens mijne nietigheid ? Maar dat ware het toppunt der ijdelheid. Waarlijk de zucht naar ijdele glorie is eene verderfelijke pest en eene zeer groote ijdelheid, omdat zij van de ware glorie verwijdert en ons van de hemclsche genade berooft. Want zoo lang de mensch zichzelven behaagt, mishaagt hij aan U; en zoolang hij den lof der menschen najaagt, blijft hij van de ware deugd beroofd.

De ware roem en heilige blijdschap bestaat: in zich te beroemen op U en niet op zich zeiven; in zich te verheugen in uwen naam, niet in eigene deugd, en in geen schepsel genoegen te vinden dan alleen om uwentwil.

Uw naam dan worde geprezen, niet de mijne; uw werk worde verheerlijkt, niet het mijne; uw heilige naam

S______SJ

240

ocr page 266

3 HOEK. 41 HOOFDSTUK.

tSquot;..........§

worde gezegend, maar verre zij van mij alle mensclienlof. Gij zijt mijn roem en de vemikking mijns harten. In U wil ik roemen en jubelen den ganschen dag; doch voor mijzei ven zal ik niet roemen dan in niijno zwakheden.

Laat de .loden eer van elkander zoeken; ik wil slechts de eer, die van God alleen komt. Alle inensche-lijke roem, alle tijdelijke eer, alle aardsche grootheid, vergeleken bij uwe eeuwige heerlijkheid, is dwaasheid en 1 ijdelheid. o Mijn God! rnijno waarheid i en mijne barmhartigheid, heilige Urie-[ vuldigheid! U alleen zij lof en eer en macht en heerlijkheid van eeuwigheid tot eeuwigheid!

41 HOOFDSTUK.

Over het versmaden van alle ire-reldsche eer.

1. Mijn zoon, trek het u niet aan, als gij ziet, dat anderen geëerd en ' verheven worden, en gij veracht en vernederd. Verhef uw hart tot Mij in j den hemel en de versmading der

m___?

ocr page 267

3 DOEK. 42 HOOFDSTUK.

B------§3

mensclien op aarde zal u niet bedroeven.

'2. Heere, wij zijn zeer verblind en laten ons liebt door de ijdelbeid misleiden.

Indien ik mij goed beschouw, dan is mij nog nooit door eenig schepsel onrecht gedaan, zoodat ik geen reden heb mij l ij U te beklagen. Integendeel omdat ik U dikwijls en zwaar belecdigd heb, verheffen zich met recht alle schepselen tegen mij. Ja, mij komt terecht beschaming en verachting, U echter lof, eer en heerlijkheid toe.

En als illt; er mij niet op voorbereid houd om van alle schepselen veracht en verlaten en volstrekt voor niets gehouden te worden, dan .kan mijn hart niet bevredigd en bevestigd, noch mijn geest verlicht en volkomen met U vereenigd worden.

42 HOOFDSTUK.

Men moet zijnen vrede hij de men-schen niet zoeken.

1. Mijn zoon, wanneer gij awen j S-----S3

242

ocr page 268

3 BOEK. 42 HOOFDSTUK.

EST ~ ' S

vrede liij eenig menscli zoekt, omdat hij evenals gij gezind is en met u samenleeft, dan zult gij onrustig en onbestendig wezen. Neemt gij cchtel' uwe toevlucht altijd tot de levende en bestendige waarheid, dan zult gij u niet bedroeven , als een vriend u verlaat of sterft. Op Mij moet de liefde tot uwe vrienden gegrondvest zijn, en al wie u goed schijnt en u in dit leven dierbaar is, moet gij slechts beminnen om inijnentwil. Zonder Mij kan geene vriendschap deugen of duren, en alle liefde, waarvan Ik den band niet vorm, is geene ware , zuivere liefde.

2. Daarom moet gij alle verkleefdheid voor geliefde personen zoodanig afgestorven zijn, dat gij , wat u betreft, allen omgang met menschen zoudt willen derven. Hoe meer de mensch zich van allen aardschen troost verwijdert, des te meer komt hij Gude nabij, en hoe dieper hij zich vernedert en hoe geringer hij wordt in ziin, eigen oog, des te hooger stijgt hij op tot God. Maar wie zichzelven iets. goeds toeschrijft, verhindert het be^

243

ocr page 269

3 HOEK. 43 HOOFDSTUK.

ES _ S

zoellt; der goddelijke quot;genade : want de genade (les Heiligen Geestes zoekt altijd een nederig hart. AVist gij u volkomen als tot niets te maken en van alle aardsclie liefde te ontdoen, dan zou Ik ds volheid der genade in ii uitstorten. Wanneer gij echter op de schepselen neerblikt, dan onttrekt zich aan lï de aanblik des Scheppers.' Leer uzelven, om mv Scheppers wil, in alles overwinnen, dan zult gij tot de kennis van God geraken. I loe gering eene zaak ook is, als ze ongeregeld bemind en begeerd wordt, dan besmeurt zij de ziel en verhindert onze vereeniging met het hoogste goed.

IS HOOFDSTUK.

♦

Tegen de ijiJch' en weréldscho wetenschap.

1. Mijn zoon, laat u niet vervoeren door de schoone en spitsvondige woorden der menschen: want het rijk Gods bestaat niet in woorden, maar in een deugdzamen levenswandel. Geef acht op mijne woorden: die verlichter, den geest en ontsteken het hart; die

£2------S

244

ocr page 270

:gt; BOEK. 41} HOOFDSTUK.

ES ~ S

vemiui'wcn liet gemoed on brengen der /.ic.'le veelvuldigen troost aan.

Begeef u nooit tot lezen met het doel om geleerder en wijzer te kunnen schijnen, maar tracht veelmeer uwe gebreken to versterven: want dat zal u meer nut doen, dan de kennis van allerlei moeielijke vraagstukken.

Als gij werkelijk veel gelezen en geleerd hebt, moet gij liet toch alles tot de eeue bron der waarheid terugbrengen. Ik ben het, die irn mensch de ware wetenschap leer en aan de ootmoedigen helderder doe rzii ht geefquot;, dan zij ooit van eenigen J;iensch ontvangen kunnen. Hij, tot wien Ik spreek, zal spoedig geleerd wezen en grooten voortgang maken in het geestelijk leven. Maar wee hun, die allerlei vreemde dingen van de menschen willen leeren, en weinig vragen naar den weg, om Mij te dienen. Er zal een tijd komen, wanneer de Meester aller meesters, Christus, de lieer der Engelen, verschijnen zal om ieders les te overhooren, dat is om ieders geweten te onderzoeken. Dan zal Hij Jerusalem met lantaarnen doorzoeken; dan zal Hij al hetgeen verborgen was,

12-----ffl

245

ocr page 271

3 HOEK. 43 HOOFDSTUK.

®---------------®

aan liet liclit brengen, en alle tegenspraak der menschen zal verstommen.

2. Ik ben hot, die den geest van den ootmoedigen in een stip tijds zoozeer verlicht, dat hij dieper inzicht van de eeuwige waarheid verkrijgt, dan iemand, die tien jaren lang de scholen bezoekt.

Ik leer zonder gedruisch van woorden, zonder verwarring van gevoelens, zonder eerzucht, zonder geleerden woordenstrijd.

Ik ben het, die de menschen leer het aardsche te verachten, van het tegenwoordige te walgen; het eeuwige te zoeken en daaraan smaak te vinden; do eerbewijzingen te vlieden, de ergernissen te verdragen; alle hoop op Mij te stellen, buiten Mij niets te begeeren en Mij boven alles vurig te beminnen. Iemand, die Mij innig liefhad, leerde daardoor goddelijke dingen kennen en ervan spreken tot eenieders verwondering, en doordat hij alles verliet, bracht hij het verder, dan door de diepzinnigste studie.

Maar tot sommigen spreek ik slechts van algemeene, tot anderen van meer

®---S

240

ocr page 272

3 ROEK. 44 HOOFDSTUK. S Si

bijzondere dingen; aan eenigen openbaar Ik mij in liellijke teekenen en beelden, aan anderen echter ontsluier Ik mijne geheimen in het volle licht. ])e spraak der boeken is wel altijd dezelfde, maar zij onderricht niet allen gelijkelijk, omdat Ik alleen de waarheid inwendig mededeel, Ik, die de harten doorvorsch, do gedachten doorschouw, tot al het goede ver-sterk, en aan een iegelijk toedeel, wat Ik billijk acht.

U HOOFDSTUK.

Men moet zich de uiiwenduje dinrjen niet aantrekken.

i. Mijn zoon, omtrent vele dingen moet gij onwetend blijven en uzelven beschouwen als een doodo op aarde, voor wien de geheele wereld gekruisigd is. Veel ook moet gij ongemerkt laten voorbijgaan, en liever denken aan hetgeen uwen vrede bevordert. Het is beter van hetgeen ons ergert de oogen af te wenden en ieder in zijn eigen gevoelen te laten, dan zich af te geven met twistredenen. Zoo 3-------—S

247

ocr page 273

3 CORK. .45 ItOOFDSTüK.

'--a

gij liet maar goed staat met God, en alleen op zijn oordeel ziet, zult gij het gemakkelijk verdragen kunnen, dat gij aan anderen moet toegeven.

2. Ach Iloere, waartoe zijn wij gekomen? Zie, men treurt om tijdelijke schade, men slaaft en draaft om eene geringe winst, maar de schade, aan de ziel geleden, wordt spoedig vergeten en na langen tijd ternauwernood hersteld. Men is bezorgd omtrent hetgeen weinig of geen nut doet, en men verwaarloost hetgeen hoogst { noodzakelijk is; omdat de mensch zich heel en al in het uitwendige verliest en, als hij niet spoedig tot bezinning komt, zal hij met vermaak in de uitwendige dingen blijven liggen.

45 HOOFDSTUK.

Hoe men niet iedereen mag geloo-ven , en hoe licht men struikelt in woorden.

1. Help (iij mij, 0 Heer, in mijne verdrukking; want ijdel is do hulp der menschen. Hoe dikwijls toch vond

S----S

2i8

ocr page 274

a HOEK. 45 HOOFDSTUK.

----------m

illt; geene trouw, waur illt; zo meende te vinden! Hoc dikwijls ook heb ik ze gevonden, waar ik ze niet vermoedde! IJdel is dus de hoop, die men op mensehen bouwt, maar Gij alleen, o God, zijt het behoud der rechtvaardigen. Wees Gij dan gezegend, Ileere mijn God, in alles, wat ons overkomen mag.

Wij zijn zwak en onstandvastig; spoedig worden wij bedrogen en an-dersgezind. Wie is de mensch, die zich in alles zoo behoedzaam en omzichtig weet te gedragen, dat hij niet somtijds in eenige dwaling of verlegenheid valt. Wie op U, o lieer, zijn vertrouwen stelt, en U in eenvoud des harten zoekt, zal zoo licht niet struikelen. Wanneer hem ook soms eenig lijden treft, wanneer hij ook op de eene of andere wijze in verwikkeling geraakt, zeer spoedig zal hij door U bevrijd en getroost worden: want Gij verlaat dengene niet, die ten einde toe op U vertrouwt.

Een trouwe vriend, die bij al de rampen zijns vriend standvastig blijft, is eene zeldzaamheid. Gij, o Heer, zijt in alles de gotrouwste, en bui-

ia__S

24lJ

ocr page 275

;i noF.K. 45 nooFnsTuR.

p-------------------g]

• ten U is er zoo geen andere te vinden.

'i. O, lioe diep gevoelde dat de i H. Agatha, toen zij uitriep; jiinijn | hart is bevestigd en in Christus gegrondvest.quot; Ware ik ook zoo gesteld, dan zou geen menschenvrees mij zoo licht ontrusten, en geen bitse woorden mij ontroeren.

Wie is in staat om alles te voorzien en de toekomstige rampen te ontwijken? Indien het kwaad, dat men voorzag, ons dikwijls grieft, hoeveel zwaarder moet ons dan het onvoorziene leed treffen? Maar waarom was ik , ongelukkige , niet voorzichtiger? Waarom heb ik anderen zoo lichtvaardig geloofdMaar wij zijn men-schen, niets anders dan zwakke, brooze menschen, schoon velen ons engelen noemen en als zoodanig beschouwen. Wien dan, o Heer, zal ik geloot geven? Wien anders dan U? üij zijt de waarheid, die nooit bedriegt, noch bedrogen worden kan. En wederom, alle menschen zijn leugenachtig, zwak, ongestadig en l'cht struikelende, vooral in woorden, zoo-dat men zelfs datgene niet terstond

-----S

250

ocr page 276

.3 BOEK. 45 HOOFDSTUK.

_ quot; Si

gelooven moet, wat uiterlijk als waarheid klinkt. Hoe wijse.ijk hebt Gij ons gewaarschuwd, dat wij ons moeten wachten voor de manschen; dat iemands ciyen huisgenooten dikwijls zijne vijanden zijn en dat men terstond geen geloot' moet geven aan die zeggen: »Zic Christus is hier of i lij is daar.quot;

Door mijne eigene schade ben ik onderwezen geworden; ware het slechts om mij voorzichtiger te doen zijn en niet om tot nieuwe dwaasheid te vervallen. Wees voorzichtig, zal mij iemand zeggen, wees heel voorzichtig en houd voor u. wat ik u vertel. En terwijl ik nu zwijg en meen, dat het verborgen is, kan hij zelf niet stii houden, wat ik naar zijn verlangen verzwijgen moest; maar terstond verraadt hij zichzelven en mij en — gaat heen.

Bewaar mij, o lieer voor het gesnap van zulke onvoorzichtige men-schen, en geef dat illt; niet in hunne handen valle, noch ooit iets dergelijks bedrijve. Leg slechts ware en vertrouwbare woorden in mijnen mond en geef mij een grooten afkeer van

251

ocr page 277

IIÖEK. 45 HOOFDSTUK.

©

L'etio booze tong. Wal ik in anderen niet verdragen kan, moet ik zelf zorgvuldig mijden.

.1. O, hoe goed on vredestichtend is het van anderen te zwijgen, niet alles zonder onderscheid te gelooven en haastig verder te vertellen; zich aan weinigen te openbaren, en U, den Kenner der harten , altijd te zoeken; zich niet door eiken wind van woorden te laten omvoeren; maar daarop alleen bedacht to zijn, dat alles in ons en buiten ons naar het welbehagen van uwen wil steeds geschieden moge.

O, wat een zeker middel om de heinelsche genade te bewaren, is het, wanneer wij alles, wat opzien baart onder de menschen, vermijden en niets najagen, wat op het oog bewondering verwekt; maar met allen ijver streven naar alles, wat dienen kan tot verbetering van onzen levenswandel en tot verhooging van onzen ijver in het goede. Jloevelea heeft liet tot nadeel gestrekt, dat hunne deugd bekend en te haastig geprezen

!----1--g

252

ocr page 278

3 BOEK. 46 HOOFDSTUK.

1—------

werd! Zeer heilzaam daarentegen is 1 liet voor velen geweest, dat zij de genade verborgen hielden in dit ge- j brelikelijke leven, dat terecht eene I gestadige bekoring en een strijd genoemd wordt.

/jfi HOOFDSTUK.

Wij moeien op God vcrlrouwen, wanneer de pijlen der laaler-taal ons treffen.

]. Mijn zoon, stavast en vertrouw op Mij ! Want wat zijn woorden anders, dan woordenZij vliegen door de lucht , maar deren geenen steen. Zijt gij schuldig, wees gaarne bereid om ii te verbeteren; zijt gij u niets bewust, tracht dit ongelijk gewillig t(! verdragen ter liefde van God. Het is toch zeer weinig, «lat gij soms eenige woorden verdraagt, gij die nog geene zware slagen kunt verduren.

En waarom treden u zulke kleinigheden tot in het hart, dan omdat gij nog zinnelijk zijt en, meer dan betaamt, u bekommert om de men-

ocr page 279

3 BOEK. 40 HOOFDSTUK. i S

schen? Want omdat gij vreest door ben veracht te worden, daarom wilt gij over uwe gebreken niet berispt worden, en tracht gij ze door verontschuldigingen te verbergen. Maar beschouw uzelven eens meer van nabij, en gij zult erkennen, dat de wereld en de ijdele zucht om den menschen te beliagen nog in u leven. Want daar gij schrikt om voor uwe gebreken vernedering en beschaming te lijden, zoo is liet duidelijk dat gij nog niet waarlijk ootmoedig zijt. noch der wereld gebeel afgestorven, en dat de wereld voor u nog niet gekruisigd is.

Maar luister naar mijn woord, en gij zult u aan al het gepraat der rnenschen niet meer storen. Zie slechts, al weid ook tegen u gezegd alles, wat de boosheid verzinnen kan, wat zou 't u schaden, indien gij het stil liet voorbijgaan en het niet meer telde dan een grashalm ? Zou het u wel een enkel haartje van uw hoofd kunnen rooven.'

Maar wie niet ingekeerd van harte is, en God niet voor oogen houdt, ;

wordt lichtelijk door een woord van |

--—---gj

2Öi

ocr page 280

3 BOEK. 46 HOOFDSTUK.

ES----------S

berisping bewogen. Hij echter, die op ^lij vertrouwt en niet op zijn eigen oordeel steunen wil, zal de rnensciien niet vreezen; want Ik ben de rechter, die alle geheimen ken ; Jk weet, hoe de zaak geschied is; Ik ken den be-leediger, zoowel als hein, die de be-leediging verdraagt. Van ilij is ieder woord uitgegaan en door mijne toelating is het geschied, opdat do gedachten veler harten geopenbaard zouden worden. Ik zal den schuldige en den onschuldige oordeelen; maar vooraf heb ik beide door een verborgen oordeel willen beproeven. De | getuigenis der mensclien bedriegt dikwijls; mijn oordeel is waarachtig; het staat onwrikbaar vast en zal nooit omgestooten worden. Meestal is liet verborgen en aan weinigen slechts in alles bekend; het faalt nochtans nimmer en kan nimmer falen, al schijnt het in dor dwazen oog niet billijk te zijn.

Daarom moet men bij iedere oordeelvelling zijne toevlucht nemen tot Mij, zonder op eigen goeddunken te steunen. De rechtvaardige toch zal zich niet ontrusten bij alles, wat hem

S____S

255

ocr page 281

3 BOEK. 46 HOOFDSTUK.

S------------------^

vitn mijnentwege overkomt. En al wordt iets ten onreclite legen hem ingebracht, hij zal zich daar weinig aan storen, evenals hij er ook geen ijdele vreugde aan zal hebben, als hij door anderen met recht verontschuldigd wordt. Want hij bedenkt, j dat Ik harten en nieren doorgrond en | niet oordeel naar den uilerlijken schijn en het aanzien der menschen. Van-I daar dat dikwijls in mijne oogen be-| rispelijk voorkomt, wat in der men-

| schen schatting voor loffelijk doorgaat.

j

2. Heere mijn God, rechtvaardige, machtige, lankmoedige Rechtei', (üj, j die de boosheid der menschen kent, wees dij mijne sterkte en mijn eenig I vertrouwen: want de getuigenis van mijn geweten is mij niet voldoende. Gij ziet in mij , hetgeen ik niet erkennen kan ; daarom moet ik mij bij ' elke berisping vernederen en ze zachtmoedig verdragen. Vergeef mij barm-! hartig, zoo dikwijls ik aldus niet gehandeld mag hebben en verleen mij | de genade van grootere lijdzaamheid. ^ ant heilzamer is mij uwe overvloedige barmhartigheid ter verkrijging ®_____S

ocr page 282

3 BOEK. Al irOOFÏ)STÜK.

®— ' 5

van vergillenis mijticr zenden, dan mijne gewaande gerechtigheid ter verdediging van hetgeen in mijn geweten verborgen is. En ai ben ik mij ook geene schuld bewust, toch kan ik mij daarom niet rechtvaardigen: want zonder uwe barmhartigheid zal niemand, die leeft, voor uw aanschijn gerechtvaardigd worden.

47 HOOFDSTUK.

l'oor het eeuwhje leven moeL men alle lijdelijke zwarijheden verdragen.

1. Mijn zoon, de arbeid en last, die gij om mijnentwil op u genomen hebt, moeten u niet ontmoedigen en de voorvallende kwellingen u niet ter-nederslaan; maar in alles moet mijne belofte; uw troost en sterkte wezen. Ik ben rijk genoeg om u in overvloed en boven alle mate te vergelden.

Niet lang zult gij hier arbeiden, niet altijd door smarten terneergedrukt worden. Wacht slechts een weinig en gij zult welhaast het einde uwer rampen zien. Een uur zal komen.

257 17

ocr page 283

'? ROEK. Al HOOFDSTUK.

dat alle arheid en onrust een einde neemt. Alles echter, wat mot den tijd voorbijgaat, is gering en van korten duur.

Doe ijverig hetgeen gij te doen hebt; werk getrouw in mijnen wijngaarden Ik zal uw loon wezen. Schrijf, lees, zing, zucht, zwijg, bid en verdraag manmoedig alle wederwaardigheden: het eeuwige leven is dit alles en nog grooteren strijd waardig. Do vrede zal komen op een dag, die den Heere bekend is. Dan zal er, zooals nu, geen afwisseling meer wezen van dag en nacht, maar een eeuwig licht, eene eindelooze klaarheid, onverstoorbare vrede en veilige rust. Dan zult gij niet meer spreken: »\Vie zal mij verlossen van dit sterfelijk lichaam?quot; Ook zult gij niet uitroepen: »Wee mij, dat mijne vreemdelingschap verlengd is geworden!quot; Want dan zal do dood vernietigd en de zaligheid eeuwigdurend zijn: geen beangstiging meer, maar enkel zalig genoegen en een aangenaam, schitterend gezelschap.

'2. Och, of gij de onverwelkbare kronen der Heiligen in den hemel

ocr page 284

3 BOEK. 47 HOOFDSTUK.

iS ; --SB

gezien hadt en de heerlijkheid waarin nu degenen zicii verblijden, die eens in het oog der wereld verachtelijk en nauwelijks het leven waardig schenen — voorzeker gij zoudt u terstond tot in het stof' vernederen en liever wen-schen aan allen onderworpen te zijn, dan boven slechts een enkelen gesteld te worden. Ook zoudt gij in dit leven naar geen blijde dagen verlangen, maar veelmeer u verheugen om Godswil te lijden en 't als 'iet grootste gewin aanzien bij de menschen voor niets geacht te worden. O, indien gij deze waarheden begreept, indien zij in 't diepste van uw hart doordrongen, hoe zoudt gij ook maar eene enkele maal durven klagen? Moet men voor 't eeuwige leven niet de grootste moeilijkheden verdragen? liet is geen kleinigheid het rijk Gods te verliezen of te winnen.

Hef dan uw blik ten hemel. Zie, Ik ben hier en alle Heiligen met •Mij, die in dit leven veel te strijden hadden; nu zijn zij verblijd en worden getroost; nu genieten zij veiligheid en rust en zonder einde zullen zij bij Mij blijven in het rijk mijns Vaders.

®________________________________m

259

ocr page 285

3 BOEK. 48 HOOFDSTUK.

48 HOOFDSTUK.

Over den dag der eeuwigheid en de ellenden van dit leven.

1. o Gelukzalig verblijf in de Stad daarboven, o Helderliclitende dag der eeuwigheid 1 dien geen nacht verduistert, maar de hoogste Waarheid steeds doorstraalt; dag der eeuwige vreugde en der eeuwige veiligheid, die nooit aan verandering onderhevig is. O, ware die dag reeds aangebroken en al het tijdelijke reeds voorbij 1 Voor de Heiligen schittert hij reeds in den vollen glans zijner eeuwige klaarheid: maar wij, pelgrims dezer aarde, zien hem slechts van verre en als in eenen spiegel. De burgers des hemels weten, hoe vreugdevol die dag is ; maar wij, kinderen Eva's zuchten nog ver van het vaderland, dat dit leven zoo vol is van bitterheid on verdriet.

De dagen van dit tijdelijk leven zijn kort en slecht, vervuld met smarten en angsten. De mensch wordt er I door vele zonden besmet, door vele i driften verstrikt, door velerlei vives I

E2------a

2C0

ocr page 286

3 BOEK. 48 HOOFDSTUK.

S------------S£l

geprangd, door velerlei zorgen vermoeid ; door velerlei nieuwsgierigheid verstrooid, in vele ijdellieden gewikkeld, door vele dwalingen omringd; door den arbeid geknakt, door bekoringen bezwaard, door den wellust ontzenuwd en door gebrek gekweld.

O, wanneer zullen alle deze kwalen een einde nemen? Wanneer zal ik bevrijd worden van de ellendige slavernij mijner zonden? Wanneer zal ik, o Heer, Uwer alleen gedenken en mij volkomen verblijden in I!Wanneer zal ik zonder eenigen binder in ware vrijheid leven, zonder ('enig bezwaar van ziel en lichaam? Wanneer zal hij komen, die bestendige, onverstoorbare, veilige vrede, vrede van binnen en van buiten, een van alle zijden bevestigde vrede? Goede Jezus, wanneer zal ik tot U komen om IJ te zien ! Wanneer zal ik U aanschouwen in de heerlijkheid uws rijks? Wanneer zult Gij mij alles in alles zijn? ü, wanneer zal ik met U wezen iti uw rijk. dat Gij van alle eeuwigheid hereid hebt voor die U liet-hebben?

Ik ben hier gelaten als een arme

©__-_______É

ocr page 287

3 BOEK. 48 HOOFDSTUK, ® ; ; g

balling' in een vijandig land, waar dagelijksche oorlogen en zeer zware rampen voorkomen.

2. Vertroost mij in mijne ballingschap en verzacht mijne smart: want al mijn verlangen- hijgt slcchts naar I U, daar alles, wat de wereld tot troost aanbiedt, mij lastig valt. Ik verlang U innerlijk te genieten, maar ik kan U niet bereiken. Ik wensch mij vast te hechten aan het liemelsche; maar het aardschc en de onverstorven driften trekken mij nederwaarts. .Mijn geest zon zich wel boven alle dingen i willen verhellen, maar het vleesch | houdt mij tegen wil en dank eraan j onderworpen. Zoo ben ik, ongelukkige j mcr.sch, met mijzelven in strijd en I mijzelven lot last geworden, daar de geest wel naar boven, maar het vleesch steeds naar beneden streeft. Ach, wat heb ik inwendig niet te lijden, als ik mij in den geest met hemelsche dingen bezighoud en onder 't bi lden straks weer dooi' een drom van zinnelijke gedachten bestormd word !

o Mijn God, verwijder LI niet van mij en verlaat uwen dienaar niet in

ES- ------,-S

262

ocr page 288

15 BOEK. 48 HOOFDSTUK.

§---— S3

uwe gramschap. Laat uwe bliksemen ilikkeren en verstrooi alle ben;ooclie-lingen des boozen vijanos; zend uwe pijlen af en zij zuilen verdreven worden. Verzamel en verbef al mijne zinnen weer tot U ; geef, dat ik alle we-reldsche dingenquot; vergete en alle zondige voorstellingen terstond met verachting afwijze. Snel mij Ier hulp, o eeuwige Waarheid, opdat geene ijdul-heid mij verblinde. Daal neder, o he-melsche zoetigheid, opdat voor uw aanschijn alle onreinheid vliede.

Vergeef mij ook en verschoon mij genadig, zoo dikwijls ik in het gebed aan iets anders denke, dan aan U.

Want ik moet in waarheid bekennen, dat ik gewoonlijk zeer verstrooid ben. Zeer dikwijls toch ben ik niet daar, waar ik met het lichaam zit of sla; maar veeleer ben ik daar, waar-j heen mijne gedachten mij vervoeren, j Ik ben daar, Waar mijne gedachte is en mijne gedachte is gewoonlijk daar, waar zich bevindt, hetgeen ik liefheb; wat mijne zinnelijke natuur behaagt of door gewoonte bevalt, dat komt mij ook zeer spoedig voor den geest.

tg________S

263

ocr page 289

.'1 BOEK. 48 HOOFDSTUK.

®-—-S3

Daarom ook liebt Gij , o opperste Waarlieid uitdrulikelijk gezegd:» \V:iar uw scliat is, daar zal ook uw liai't zijn.quot; liemin ik den hemel, dan (k;iiilt; ik gaarne aan de hemelsclie dingen; maar bemin ik de wereld, dan verblijd ik mij in 's werelds voorspoed , dan bedroef ik mij in 's werelds tegenspoed. Bemin ik bet vleescb, dan denk ik dikwijls aan hetgeen 't vleescb aangaat; bemin Ik echter den geest, dan zal ik insgelijk, over betgeen geestelijk is, gaarne nadenken. Wane al-wat illt; liefheb, daarvan spreek en hoor illt; gaarne; daarvan draag ik ook de voorstellingen met mij naar huis.

Zalig do mensch, die om uwentwil, o Heer, aan alle schepselen vaarwel zegt, de natuur geweld aandoet en door den ijver des geestes de begeerlijkheden des vleescbes kruisigt, opdat hij met een rustig geweten U reine gebeden kunne opdragen en. naar ziel en lichaam van al bet aardscbe bevrijd, waardig zij tot de koren dei-Engelen toegelaten te wordep.

2(34

ocr page 290

3 HOEK. 49 HOOFDSTUK.

s----ÉS

49 HOOFDSTUK.

Over het verlangen naar hel eeuwige leven en de groote goederen, die den strijders beloofd zijn.

I. Mijn zoon, als gij voelt, dat hot verlangen naar de eeuwige gelukzaligheid ii van boven wordt ingestort, en dat gij de tente uws lichaams wenscht te verlaten, om mijne heerlijkheid zonder schaduw en verandering te kunnen aanschouwen: verwijd dan uw hart, en neem deze heilige ingeving met groote begeerte in u op. Betuig uwen vurigsten dank aan de hoogste Goedheid, die zoo goedgunstig met u handelt, die u zoo genadig bezoekt, zoo levendig opwekt, zoo krachtig ondersteunt, dat gij door eigen zwaarte niet weer tot de liefde van het aardsche afdaalt. Want die begeerte erlangt gij niet door eigen denken en streven, maar alleen dooide gunst der genade Gods, die welwillend op u neerziet, opdat gij u tot nieuwe worstelingen toerusten, en

§—--S-

2(15

ocr page 291

:j liOKK. 49 HOOFDSTUK.

® —®

ernaar streven zoudt om Mij, met al de genegenlieden uws harten, aan te hangen en met ijver te dienen.

2. Mijn zoon, een vuur kan dikwijls gloeien en toch stijgt de vlam niet opwaarts zonder rook. Zoo gloeit ook in vele menschen het verlangen naar het hemelsche, en nochtans zijn zij niet vrij van bekoringen eener zinnelijke begeerlijkheid. Daarom handelen zij ook niet met een geheel zuiver inzicht ter eere Gods, ten aiin-zien van hetgeen zij zoo vurig van Mem vragen. Van dien aard is ook dikwijls uw verlangen, hetwelk gij zoo ongestinmig tracht te bereiken. Want niets is zuiver en volmaakt, als het besmet is met eigenbaatzucht. Bid dan niet om hetgeen u genoegen en voordeel verschaft, maar om hetgeen Mij behaagt en te mijner eere strekt: want als gij verstandig oordeelt, dan znlt gij steeds mijne beschikkingen verkiezen en volgen hoven uwe eigene begeerten en boven al hetgeen gij begeeren kunt.

Uwe begeerte is mij bekend en uwe verzuchtingen heb Ik dikwijls

ES--

ami

ocr page 292

3 BOEK. 49 HOOI'llSTUK.

®------S

gelioord. Gij zoudt wensclien, om nu I reeds in de heerlijke vrijheid der kinderen Gods te doelen; gij hebt reeds lust in de eeuwige woning, in het vreugdevolle vaderland des hemels; j die ure echter is nog niet gekomen: ! maar het is voor u nog een andere tijd, een tijd namelijk van strijd, beproeving en arbeid. Gij wenscht met het opperste Goed verzadigd te worden; maar daartoe knnt sij nog niet komen. Jk ben dat Goed; verbeid Mij, zegt de Heer, tot dat het rijk j Gods zal gekomen zijn.

Nog moet gij op aarde beproefd | en in vele dingen geoefend worden. i Somwijlen zal n troost verleend, maar volkomen verzadiging kun u nog niet [ worden toegestaan. Daarom schep moed en houd u sterk , zoo in het 1 doen als in het lijden van hetgeen de natuur tegenstrijdt.

Een nieuwen mensch moet gij aantrekken en een gansch ander man worden. Dikwijls moet gij doen, wat gij niet wilt, en nalaten, wat gij wilt. Wat anderen wenschen zal hun ge-i lukken; wat gij wenscht, zal niet tot

m_____S

207

ocr page 293

3 BOEK. -49 HOOFDSTUK.

s---- sa

stand komen. Hetgeen anderen zeggen, zal gehoor vinden; hetgeen gij zegt,

i zal voor niets geteld worden. Anderen zullen vragen en verkrijgen ; gij zult vragen en niets verwerven. Anderen zullen bij de mensehen geroemd worden; docli van u zal men zwijgen. Aan anderen zal men dit ofquot; dat toevertrouwen; u zal men tot niets nuttig achten. Daarover zal de natuur zich somtijds bedroeven, en het is veel, zoo gij hot stilzwijgend verdraagt. In deze en vele andere dergelijke dingen wordt een dienaar Gods doorgaans beproefd, in hoeverre hij zichzelven verloochenen en in alles overwinnen kan. Er is bijna niets, waarin gij u-zelven zoozeer moet afsterven als in het zien en dulden van dingen, die met uwen wil strijden, vooral wanneer u iets bevolen wordt, dat u minder voegzaam of nuttig toeschijnt. En daar gij onder eenen overste staat, wiens hoogere macht gij niet durft weerstreven , daarom schijnt het n hard te wezen , dat gij naar don wil van een ander leven en uwe eigene zienswijze in alles verzaken moet.

ocr page 294

^ liOEK. 49 HOOFDSTUK.

Maar, mijn zoon, overweeg wel de sclioone vruchten van dezen arbeid , liet spoedige einde en liet overgroote loon; dan zult gij in alles geen last rneer vinden, maar veelmeer een krachtige troost, die u tot lijdzaamheid aanmoedigt. Want daarvoor, dat gij nu in kleine dingen uwen wil verzaakt , zult gij in den hemel altijd alles naar uwen wil hebben. Daar toch zult gij vinden alles wat gij wilt, alles wat gij slechts weuschen kunt; daar zult gij in het hezit zijn van alle goed, zonder vrees het ooit te verliezen. Daar zal uw wil altijd met den mijnen overeenkomen en buiten Mij niets voor zichzelven verlangen kunnen. Daar zal niemand u weerstaan, niemand over u klagen, niemand u hinderen en niets u in den weg liggen; maar alles, wat gij weuschen moogt, zal terstond aanwezig zijn, al uwe verlangens stillen en ten volle vervullen. Daar zal ik den geleden smaad met roem vergelden; de treurigheid met het feestgewaad der eer; de laagste plaats op aarde met een zetel in het eeuwige rijk. Daar komt de vrucht der lijdzaamheid aan het licht;

§_______ê

2ü9

ocr page 295

3 DOEK. 4-9 HOOFDSTUK.

daar wordt de smart der boetvaardigheid in vreugde veranderd en de nederige onderwerping met heerlijkheid gekroond.

Daarom buig u thans ootmoedig onder de hand van anderen; vraag er niet naar, wie u iets gezegd of bevolen heeft; maar dit zij uwe voornaamste zorg, dat gij alles voor goed aanneemt cn bereidwillig tracht te volbrengen; hetzij uw overste, uws-gelijkc of zelfs een mindere het vraagt of verzoekt. Laat de eene dit, de andere iets anders zoeken; laat deze zich op dit, gene zich op dat verheffen en hondderdduizend keeren worden geprezen ; gij echter, verheug u niet hier- of daarin, maar alleen in de geringachting van uzelven, en in mijne eer en welbehagen. Dit alleen moet uw wensch zijn: dat God ten allen tijde, zoo dooi- uw leven als door uw sterven, in u verheerlijkt worde.

270

ocr page 296

3 BOEK. 50 HOOFDSTUK.

50 HOOFDSTUK.

Hoe de troostdooze mensch -ich in Gods handen moet overgeven.

i. Ueere God, lioiligo Vader, wees gezegend nu cn iti eeuwigheid: want gelijk Gij wilt, zoo is het geschied eti wat Gij doet, is goed. JJat uw dienaar zich verblijde in U, niet in zichzelven noch in iernand anders: want Gij alleen, o Heer, zijt de ware hlijdschap. Gij mijne hooji en mijne kroon. Gij rnijne vreugde en mijne eer. Wat heeft toch uw dienaar anders, dan wat hij, zelfs onverdiend, van uwe mildheid ontvangen heeft ! Al wat gij hem gegeven hebt, al wat Gij voor hem gedaan hebt, het is alles het uwe.

Voor mij, ik hen arm en van mijne jeugd af onderworpen aan vele kwellingen ; mijne ziel wordt somwijlen tot tranen toe bedroefd en dikwijls verontrust wegens het lijden, dat haar dreigt. Ik verlang naar de vreugde i des vredes; illt; smeek om den vrede | uwer kinderen, die in het licht uwer

ocr page 297

.) HOEK. 50 HOOFDSTUK.

1----------------§2

vertroosting door U verkwikt worden. Schenkt Gij mij dien vrede, stort Gij mij die heilige blijdschap in, dan zal de ziel van uwen dienaar jubelen en U iuniglijk prijzen. Maar wanneer Gij U aan hem onttrekt, gelijk Gij meermalen doet, dan zal hij den weg uwer geboden niet bewandelen kunnen; integendeel dan kan hij niets anders dan de knieën buigen en op zijne borst kloppen: want het is hem niet meer gelijk gisteren en eergisteren , toen uw licht nog straalde over zijn hoofd, en hij, onder de schaduw uwer vleugelen. beschut werd tegen de aanvallen der bekoring.

2. Rechtvaardige, eeuwig prijzenswaardige Vader, de ure is gekomen, dat uw dienaar beproefd zal worden. Liefderijke Vader, het is billijk, dat uw dienaar in deze ure iets voor U lijde. immer aanbiddelijke Vader, de ure is gekomen, door U van eeuwigheid voorzien, dat uw dienaar voor een oogenblik naar het uitwendige bezwijkt, naar den geest echter voortdurend bij U leeft. Laat hem dan een weinig voor 't aanschijn der

2—-______________§3

212

ocr page 298

3 HOEK. 50 HOOFDSTUK.

S-----s

menscheiiversmaad, vernederd en vertrapt worden; laat lijden en smarten hem vermorzelen, opdat hij in liet morgenrood van een nieuw licht weder met U verrijze en eenmaal in den hemel verheerlijkt worde.

Heilige Vader, zoo hebt Gij het bepaald en gewild, en gelijk (iijzelf het bevolen hebt, zoo is het geschied. Dit is toch eene gunst voor uwen vriend, dat hij in de wereld om uwentwil lijde en verdrukt worde, zoo dikwijls en door wien (üj dat ook laat geschieden. Zonder uwen raad en uwe voorzienigheid en zonder doel geschiedt er niets in deze wereld. Heer, hot is goed voor mij, dat Gij mij vernederd hebt, opdat ik uwe rechtvaardige beschikkingen erkennc en alle zeltVerheffing en aanr, Ttiging allegge. Het is nuttig voor mij, dat beschaming mijn aangezicht bedekt, opdat ik meer bij U mijnen troost zoeke, dan bij menschen. Ook leer ik daaruit uwe ondoorgrondelijke oordee-len te vreezen: want gij tuchtigt den goede als den kwade, doch beide naar recht en billijkheid.

Ik dank U, dat Gij mij geeue rampen

@_____8

. 273 18

ocr page 299

.! HOEK. 50 HOOFDSTUK.

i------------gg

vertroosting door U verkwikt worden. Schenkt üij mij dien vrede, stort Gij mij die heilige blijdschap in, dan zal de ziel van uwen dienaar jubelen en U inniglijk prijzen. Maar wanneer Gij (J aan hem onttrekt, gelijk Gij meermalen doet, dan zal hij den weg uwer geboden niet bewandelen kunnen; integendeel dan kan hij niets anders dan de knieën buigen en op zijne borst kloppen : want het is hem niet meer gelijk gisteren en eergisteren , toen uw licht nog straalde over zijn hoofd, en hij, onder de schaduw uwer vleugelen. beschut werd tegen de aanvallen der bekoring.

2. Rechtvaardige, eeuwig prijzenswaardige Vader, de ure is gekomen, dat uw dienaar beproefd zal worden. Liefderijke Vader, het is billijk , dat uw dienaar in deze ure iets voor U lijde. Immer aanbiddelijke Vader, de ure is gekomen, door U van eeuwigheid voorzien, dat uw dienaar voor een oogenblik naar het uitwendige bezwijkt, naar den geest echter voortdurend hij U leeft. Laat hem dan een weinig voor 't aanschijn der

272

ocr page 300

3 HOEK. 50 HOOFDSTUK.

iS-----g

menschenversmaad, vernederd en vertrapt worden; laat lijden en smarten liein vermorzelen, opdat liij in het morgenrood van een nieuw licht weder met U verrijze en eenmaal in den hemel verheerlijkt worde.

Heilige Vader, zoo hebt Gij het bepaald en gewild, en gelijk (rij ze IC het bevolen hebt, zoo is het geschied. Dit is toch eene gunst voor uwen vriend, dat hij in de wereld om uwentwil lijde en verdrukt worde, zoo dikwijls en door wien Gij dat ook laat geschieden. Zonder uwen raad en uwe voorzienigheid en zonder doel geschiedt er niets in deze wereld. Heer, het is goed voor mij, dat Gij mij vernederd hebt, opdat ik uwe rechtvaardige beschikkingen erkenne en alle zelfverhefling en aanr. atiging allegge. Het is nuttig voor luij, dat beschaming mijn aangezicht bedekt, opdat ik meer bij U mijnen troost zoeke, dan bij menschen. Ook leer ik daaruit uwe ondoorgrondelijke oordee-len te vreezen: want gij tuchtigt den goede als den kwade, doch beide naar recht en billijkheid.

Ik dank U, 'dat Gij mij geene rampen

273 18

ocr page 301

3 BOEK. 50 HOOFDSTUK.

ES §3

gespaard, maar mij met harde slagen getuchtigd hebt, doordat Gij mij met vele smarten en in- en uitwendige benauwdheden bezocht hebt. Er is niets op aarde, dat mij troosten kan; Gij alleen vermoogt dat, Heere mijn God, hemelsche zielenarts. Gij, die wondt en geneest, diep vernedert en wederom hoog verheft. Uw tuchtigende arm is over mij en uwe tuchtroede zal mij onderrichten.

Zie, geliefde Vader, ik ben in uwe hand en ik buig mij onder de roede uwer kastijding. Sla mijnen rug en mijnen nok, opdat mijn weerspannige | zin zich buige naar uwen wil. Maak i mij tut een vromen en nederigen | leerling, gelijk gij zoo gaarne pleegt j te doen, opdat ik in alles wandele naar uwen wenk. Aan U beveel ik | mijzelven, en al wat in mij is, ter verbetering aan: want het is beter hier getuchtigd te worden dan in de eeuwigheid.

Gij weet alles tot het geringste toe en niets is voor U verborgen, wat in 's menschen geweten schuilt. Gij weet de toekomstige dhiü'en, eer zij ye-

m______S

274

ocr page 302

3 BOEK. 50 HOOFDSTUK.

jg-----------s

schieden, en Cüj hebt niet noodig, dat iemand U leere of U herinnere aan hetgeen op aarde gebeurt. Gij weet ook, wat tot mijnen voortgang nuttig is, en hoe heilzaam de kwellingen zijn om mij te zuiveren van den roest der zonden. Handel met mij naar uwen wil en uw welbehagen, en verwerp mij niet om inijii zondig leven , dat niemand beter en vollediger kent dan Gij.

Geef mij, o Ileere, te weten, wat ik weten moet en te beminnen, wat ik moet beminnen; te prijzen, wat U welgevallig is en hoog te schatten, wat voor U kostbaar is; en te verachten, hetgeen verachtelijk is in uw oog.

Laat mij niet oordeelen en vonnissen naar den uiterlijken schijn, noch naar het zeggen van onervaren men-schen; maar leer mij ziiinelijke en geestelijke dingen naar de waarheid onderscheiden en boven alles altijd uw goddelijk welbehagen zoeken. Do i menschen laten zich in hun oordeel : dikwijls door de zinnen misleiden; ook bedriegen zich de wereldminners door alleen het zichtbare aan te hangen. Is de mensch daarom beter, omdat

ES_____S

275

ocr page 303

3 BOEK. 51 HOOFDSTUK.

S-----------gï

hij van anderen liooger geacht wordt? De bedrieger misleidl den bedrieger, de ijdeie den ijdele, de Idinde den blinde, de zwakke den zwakke, wanneer liij hem dns verheft; en al dat ijdel prijzen strekt hem waarlijk tot schande. Want, gelijk de ootmoedige heilige Franciscns zegt: »Zoo veel iemand in uwe oogen geldt, zoo veel is hij slechts en niets meer.quot;

51 HOOFDSTUK.

Man moet zich toelerj^Kn op gerincjer oefeningen, als men tol meer verheven niet in slaat is.

1. Mijn zoon, gij kunt niet altoos in hetzelfde gloeiende verlangen naar deugd volharden , noch u op den hoogen trap der beschouwing staande houden; de oorspronkelijke verdorvenheid dwingt u somwijlen tot lagere dingen af te dalen en den last van dit gebrekkelijk leven ook tegen uwen dank en met verdriet te dragen. Zoolang gij dit sterfelijk lichaam met u omdraagt, zult gij onlust gevoelen en bezwaring des harten. Dikwijls znlt ES____S

270

ocr page 304

3 BOEK. 51 HOOFDStUK.

s TT . ' 7 quot;~S

gij m liet licliaam om den last des

licliaams moeten zucliten, omdat het

u verhindert, u voortdurend met

geestelijke oefeningen en hemelsche

bescliouwingen bezig te liourlen.

2. Dan is liet goed, uwe toevluclit te nemen tot gei'inge en uitwendige oefeningen en n te verkwikken door goede werken; mijne komst en de hemelsche bezoeking met vast vertrouwen af te wachten en uwe ellende en dorheid des geestes met geduld te verdragen, totdat gij wederom door mij bezocht wordt en bevrijd van alle benauwdheid. Want Ik zal u uwe pijnlijkheid vergeten en inwendig rust doen genieten. De liefelijke velden der Schrift zal Ik voor u ontsluiten, opdat gij den weg mijner geboden met een blijmoedig hart moogt bewandelen. Dan zult gij uitroepen met den Apostel: voorwaar, het lijden van dezen tijd heeft niets te beduiden, als het vergeleken wordt bij de heerlijkheid, die hiernamaals

in ons zal worden geopenbaard.

tg__

277

ocr page 305

3 BOEK. 52 HOOFDSTUK.

s---s

52 HOOFDSTUK.

De mensch aclde zich geen verlroos-ting, maar eerder kastijding waardig.

i. fleei-, illt; hou uwer vertroosting en geestelijke bezoeking onwaardig; daarom handelt (iij naar reclit, wanneer gij mij arm en troosteloos laat; en al kon ik ook eene zee van tranen vergieten, nog zou ik uwen troost niet waardig zijn. Ik verdien niets anders dan getuchtigd en gestraft te worden, omdat ik U zoo dikwijls en zwaar beleedigd en in vele dingen zeer gezondigd heb. Als ik dat alles goed overweeg, dan verdien ik de minste vertroosting niet.

Maar (lij, o goedertieren en barmhartige God, die niet wilt dat de i werken uwer handen ten gronde gaan, : | Gij verwaardigt LI, om den rijkdom i uwer goedheid in de vaten uwer ; barmhartigheid ten toon te stellen, uwen dienaar, hoewel geheel onver-| diend, boven alle menschelijk begrip i te vertroosten: want uwe vertroos-

ocr page 306

3 BOEK. 52 HOOFDSTUK.

s --------------

tingen overtrelTen alle tn ostende gesprekken der menschen.

Wat deed ik, o Meer, dat Gij mij eenigen henielschen troost schenken zoudt? Ik weet niet, dat ik iets goeds gedaan heb, maar wel, dat ik altijd tot het kwade geneigd on traag ter verbetering was. Zoo is het inderdaad en ik kan het niet ontkennen. Als ik anders zeide, zoudt Gij (J tegen mij stellen, en er zou niemand zijn, die mij verdedigen kon. Wat heb ik verdiend voor mijne zonden, dan de hel en het eeuwige vuur? Ik beken in waarheid, dat ik allen smaad en verachting verdien en niet waardig ben onder uwe devote dienaren geteld te worden. En ofschoon ik dat niet gaarne hoor, zal ik toch tegen mij voor de waarheid getuigen en mijne zonden belijden, opdat ik te eerder uwe barmhartigheid moge verwerven. Wat zal ik zeggen, ik. die vol van schuld en beschaming ben.' Ik heb geen mond om iets te spreken, dan dit enkele woord: ik heb gezondigd, o Heer, ik heb gezondigd, ontferm LI mijner en vergeef mij ! Vergun mij nog een weinig tijds om met droefheid mijne

ocr page 307

3 BOEK. 52 HOOFDSTUK.

zonden te bewcenen, oer ik heenga naar liet duistere land, dat overdekt is met de schaduwen des doods.

2. Wat vordert Gij zoo zeer van eenen ellendigen en met .schuld beladen zondaar, als dat hij berouw toone en zich vernedere om zijne misdaden. Oprechte vermorzeling en verootmoediging des harten kweekt de hoop der vergillenis, bevredigt het ontrust geweten, herstelt de verloren genade en dekt den mensch tegen den toekomstigen toorn, en als met eenen heiligen kus ontmoeten elkander God en de berouwhebbende ziel. Men ootmoedig berouw over de zonden is U, o lieer, een welgevallig oll'er, dat voor uw aangezicht aangenamer geur verspreidt, dan brandende wierook, liet is ook die heilige balsem, dien gij over uwe voeten liet uitstorten : want een vermorzeld en verootmoedigd hart hebt Gij nimmer versmaad. Daarin is een toevluchtsoord te vinden, als de booze vijand ons begrimt; daardoor wordt alles, wat te voren gekrenkt en besmeurd was, hersteld en gereinigd.

:-----m

280

ocr page 308

3 noEK. 53 hoofdstuk. S--83

53 HOOFDSTUK.

Dc goddelijke (jeitnde iroont niel in een aardsctujezind hart.

•J. Mijn zoon, kostbaar is mijne genade; maar met nitwcnrlige dingen en aardsclie vertroostingen laat zij zicli niet voreenigen. Daarom moet pj alle hinderpalen der genade verwijderen, indien gij wilt, dat zij n ingestort worde.

Begeef n in de eenzaamheid, wees gaarne met nzelven alleen, zoek geen onderhond met anderen; maar verhef u liever in vurige gebeden tot God, opdat gij de ingekeerdheid des harten en de reinheid des gewetens behouden moogt. Acht de geheele wereld voor niets; verkies den omgang met God boven alle uitwendige dingen. | AWint gij kunt niet met Mij verkee-ren en te gelijk u overgeven aan vergankelijke genoegens. Gij moet u van bekenden en vrienden terugtrekken , en uw gemoed van allen tijdelijken troost vrijlionden. Zoo vermaant de heilige Apostel Petrus de geloovige

©_-______S

281

ocr page 309

3 BOEK. 53 HOOFDSTUK.

s-----------=——a

1 christenen, dat zij zicii als pelgrims cn vreemdelingen op deze wereld zouden gedragen.

O, welk een vertrouwen zal den rnensch op zijn sterfbed bezielen, wanneer bij door geenerlei gebecht-beid aan eenig voorwerp in de wereld teniggeboudén wordt! Maar een krank gemoed begrijpt nog niet, wat bet is, zijn bart aldus van alles los te bonden, cn de zinnelijke menscb kent de vrijbeid niet van den geestelijken menscb. Kn tocb, indien iemand een geestelijk leven leiden wil, dan moet bij aan allen, aan vreemden zoowel als aan nabestaanden, vaarwel zeggen, en zicb voor niemand meer in acbt-nemen dan voor zicbzelven. Hebt gij uzelven volkomen overwonnen, dan zult gij al bet andere des te lichter tenonderbrengen. Zicbzelven bebeer-scben, dat is een volkomen zegepraal. Want wie zicbzelven in zulke onderwerping weet te houden, dat de zinnelijkheid aan de rede, en de rede in alles aan Mij gehoorzaamt, die is waarlijk overwinnaar van zicbzelven en meester van de wereld.

282

ocr page 310

3 ROEK. 54 HOOFDSTUK.

2. Indien gij vurig verlangt dat toppunt te bereiken, dan moet gij kloekmoedig beginnen en de bijl aan den wortel leggen, om de verborgen en ongeregelde neiging tot nzelven en tot alle eigen en zinnelijk goed uit te roeien en te vernietigen. Aan dit eene gebrek, dat de mensch zich-zelven te ongeregeld bemint, hangt bijna al bet andere, dat tot den wortel moet uitgeroeid worden. Zoodra dat kwaad overwonnen is en tenon-dergebracht, zal er groote vrede en duurzame rust heersohen. Maar omdat slechts weinigen zich volkomen trachten at' te sterven en te verlaten, daarom blijven zij in zich/elven verwikkeld en kunnen zij zich in den geest niet boven zichzelven verhellen.

54 HOOFDSTUK.

Over de tegenstrijdige bewegingen der naluur en der genade.

4. Mijn zoon, geef nauwkeurig acht op de bewegingen der natuur en der genade; want ofschoon zij regelrecht aan elkaar zijn tegenovergesteld, noch-Eg------------1

ocr page 311

S BOEK. 54 HOOFDSTUK.

® ----—-gj

tans werken zij zoo bedektelijk in ons, dat zij nauwelijks door een geestelijken en inwendig verlichten menscli onderscheiden worden. Alle mensclien streven wel naar liet goede, en wenden bij hunne woorden en daden iets goeds voor; maar onder den schijn van het goede worden velen bedrogen.

2. De natuur is listig, en verleidt en verstrikt en bedriegt er velen en heeft altoos zichzelve ten doel. He genade daarentegen wandelt in eenvoudigheid en vermijdt zelfs den schijn van kwaad; zij zoekt niemand te bedriegen en doet alles uit loutere liefde tot God, in wien zij ook, als in het hoogste doel van ailes, rust.

De natuur wil zich niet gaarne versterven ; zij wil niet gedrukt of overwonnen worden, noch onderdanig of gewillig onderworpen zijn. De genade integendeel legt zich toe op zelfver-sterving , weerstaat de zinnelijkheid , i zoekt de onderwerping, wil gaarne i overwonnen zijn, en doet afstand van 1 hare eigene vrijheid ; zij staat gaarne onder tucht en begeert over niémand te heerschen, maar altijd onder God

284

ocr page 312

3 BOEK. 54 HOOFDSTUK.

i---gj

to leven, 1c staan on te zijn, en uit liefde tot God is zij bereid zich aan iederen mensch in ootmoed te onderwerpen.

De natuur wrikt voor liaar eigen voordeel, en vraagt altijd, welk gewin zij van anderen lialon kan. Maar de genade vraagt niet naar hetgeen liaar nuttig en voordeelig is, maai' veelmeer naar hetgeen heilzaam is voor velen.

De natuur neemt gaarne eer en hulde aan; de genade echter schrijft getrouw allo eer en roem aan üod toe.

De natuur is bevreesd voor bescha-j ming en verachting; de genade verheugt zich, als zij voor don naam van j Jezus versmading mag lijden.

De natuur houdt van ledigheid en i lichaamsrust; de genade kan niet werkeloos zijn, maar noemt gaarne I eiken arbeid op zich.

De natuur zoekt het zeldzame en fraaie en hoeft oen alkeer van het-| geen grof en gering is ; maar de genade schept genoegen in hot eenvou-j diye en geringe, schuwt zelfs het

k____________S

2üo

ocr page 313

3 BOEK. 54 HOOFDSTUK.

i Sa

ruwe niet, ja weigert niet versleten kleeren te dragen.

De natuur ziet op liet tijdelijke, verheugt zich over aardsclie winst, treurt over geleden schade en maakt zich boos bij de geringste beleediging. j Maar de genade let op het eeuwige i en is niet gehecht aan het tijdelijke; i zij laat zich door geen verlies van [ aardsclie goederen ontroeren, noch door harde woorden verbitteren, om-j dat zij haren schat en hare vreugd in den hemel heeft, waar niets ver-| loren gaat.

De natuur is hebzuchtig, wil liever [ ontvangen dan geven en houdt van bijzonderen eigendom; de genade daarentegen is milddadig, houdt van 't gemeenschappelijke, vlucht allen bijzonderen eigendom en is met wei-j nig tevreden; zij oordeelt, dat het j zaliger is te geven, dan te ontvangen, j De natuur is geneigd tot de schep-! solen, tot haar eigen vleesch, lot ijdelheden en tot rondloopen; maar de genade haakt naar God en naar j de deugd, verzaakt het schepsel , | vlucht de wereld, haat de lusten des

i vleesches , beperkt het rondzwerven £-----£

280

ocr page 314

3 BOEK. 54 HOOFDSTUK. IS §s

en schroomt zelfs in het openbaar te verschijnen.

De natuur heeft gaarne uitwendi-gen troost, om daarin /innelijk genoegen te vinden; maar de genade zoekt haren troost in God alleen en wil, boven alle zichtbare goederen, zich slechts verlustigen in het opperste Goed.

De natuur doet alles enkel en alleen om haar eigen winst eti voordeel; zij kan niets voor niet doen, maar hoopt altijd voor hare weldaden iels evenredigs of nog iets beters, of lof of [ gunst terug te ontvangen, en ver-| langt, dat men hare handelingen en j geschenken op hoogen prijs stelle. De genade integendeel zoekt niets tijdelijks en vraagt tot loon geen anderen prijs dan God alleen ; en van de noodzakelijke aardsche dingen begeert zij slechts zooveel, als haar dienen 1 kan, om de eeuwige goederen te ver-I werven.

De natuur schept er genoegen in, I vele vrienden en verwanten te hebben; [ zij draagt roem op haar hoogen rang | en voorname afkomst; zij zoekt de vermogenden te behagen, zij vleit de

m______a

287

ocr page 315

3 BOEK. 54 HOOFDSTUK. S ®

rijken en prijst die haarsgelijken zijn. Maar ile genaile heeft ook liare vijanden lief'; zij verheft zich niet op 1 de menigte harer vrienden en lieclit geen waarde aan rang en afkomst, dan zoover die met grootere deugd gepaard gaan ; zij is den arme meer genegen dan den rijke, zij heeft meer medelijden mot den onschuldige dan met den machtige, zij verheugt zich met den vriend der waar heid en niet met den bedrieger ; zij vermaant altijd de goeden naar betere gaven de streven en door hunne deugden zich den Zoon Gods gelijkvormig te maken.

J)e natuur valt terstond aan't klagen, als haar iets ontbreekt of bezwaar! ; de genade draagt de behoefte met standvastigheid.

De natuur brengt alles tot zich terug; zij strijdt en twist altoos voor haar eigen gevoelen. Maar de genade brengt alles terug tot God, van wien het oorspronkelijk voortkomt; niets goeds schrijft zij zichzelve toe en is verre van alle aanmatiging; zij twist niet en stelt haar gevoelen niet boven dat van anderen, maar in alles, wat zij I denkt of weet, onderwerpt zij zich

ES____:___m

288

ocr page 316

f) BOEK. 54 HOOFDSTUK.

©---;

aan het oot'deel der eeuwige Wijsheid.

De natuur is begeerig om geheimen te leeren kennen en nieuws te hoeren; zij verschijnt gaarne in' liet openbaar en zoekt veel met de zinnen waar te nemen; zij wenscht aanerkend te worden en datgene te doen, wat lof en bewondering wekt. Maar de genade zoekt geen nieuwe of zeldzame dingen to vernemen, wel wetende dat de zucht daarnaar slechts uit de oude verdorvenheid ontspruit, daar er toch niets nieuws en bestendigs in deze wereld te vinden is. Zij leert daarom de zinnen te beteugelen, het ijdel zelfbehagen en vertoon te mijden, al wat loffelijk en bewonderenswaardig is, nederig te verbergen; in alle dingen en in alle wetenschappen niets anders te zoeken, dan het ware nut en den lof en de eere van God. De genade wil niet, dat men haarzelve of het hare roeme, maar wensebt slechts, dat God, die liet alles uit loutere liefde schenkt, in alles geprezen worde.

3. Deze genade is een bovennatuur-

S_________$

289 1(J .

ocr page 317

3 BOEK. 55 HOOFDSTUK. § S3

lijk licht en eene bijzondere gave Gods cn eigenlijk liet kenmerk der uitverkorenen en liet onderpand der eeuwige zaligheid; zij verheft den mensch boven de aardsche goederen tot de liefde voor de hemelsche en maakt hem van een vleeschlijk tot een geestelijk wezen.

Hoe meer men dus de natuur onderdrukt cn overwint, des te overvloediger wordt de genade in ons uitgestort, des te meer wordt de inwendige mensch dagelijks door nieuwe bezoekingen iiïiar het beeld van God hervormd.

55 HOOFDSTUK.

Over de verdorvenheid dor natuur en de kracht der goddelijke genade.

J. Heere mijn God, die mij naar uw beeld en gelijkenis geschapen hebt, verleen mij uwe genade, die Gij mij als zoo kostbaar en ter zaligheid onmisbaar hebt leeren kennen, opdat ik mijne uiterst booze natuur overwinne, die mij tot zonden en in

het verderf wegsleept. Want ik ge-§---------g

290

ocr page 318

I! BOEK. 55 HOOFDSTUK.

BS — --%

voel in mijn vleesch de wet der zonde, die de wet van mijnen geest weder- | streeft en mij in vele dingen onder de gelioorzaamlieid der zinnelijkheid gevangen houdt, en ik ben niet machtig de hartstochten te weerstaan, indien uwe genade mij niet bijstaat en mijn hart in gloed ontsteekt.

Uwe genade, ja, uwe g^iote genade heb ik van doen, om de atuur te | overwinnen, die altijd tot het kwade j geneigd is, van der jonkheid aan. j Want nadat zij door Adam, den eersten inensch, gevallen en door de zonde verdorven was, ging de straf van die smet op alle menschen over; zoodat l de natuur, die door U toch goed en recht geschapen was, thans genomen ; wordt voor de gebreken en zwakheden der verdorven natuur, vermits | hare neigingen, aan zichzelven over- | gelaten, slechts tot liet kwade en tot | de dingen dezer wereld neertrekken. | Want de luttele kracht, die haar nog overbleef, is als eene vonk, die onder de asch verborgen ligt. Dat is de natuurlijke rede, die, met dikke duisternis omhuld, weliswaar het goede E2_____a

291

ocr page 319

3 boek. 55 iioorbsïuR.

S------®

van )iot kwade en het ware van het valsche nog weet te onderscheitlen, maar onmaclitig is om te volbrengen, alwat zij als goed erkent, en zoowel het volle licht der waarheid, als de reinheid harer neigingen, verloren heeft.

Vandaar komt het, o mijn God, dat ik naar den inwendigen mensch wel vermaak vind in uwe wet, omdat ik weet dat. .w gebod goed, heilig en rechtvaardig is, dat het alle kwaad verbiedt en iedere zonde leert vluchten. Maar naar het vleescli dien ik de wet der zonde, daar ik meer do zinnelijkheid involg, dan de rede.

Vandaar is het, dat ik wel den wil heb, om het goede te doen, maar de kracht om het te volbrengen vind ik niet.

Zoo maak ik dikwijls vele goede voornemens ; daar echter de genade ontbreekt, om mijne zwakheid te ondersteunen, word ik bij den gering-sten tegenstand moedeloos en laat ze varen.

Vandaar gebeurt het, dat ik den weg der volmaaktheid wel erken, en duidelijk inzie, boe ik bandelen moet;

S-----S

292

ocr page 320

3 BOEK. 55 HOOFDSTUK.

es----------S

maar, tloor het gewiolit mijner eigene verdorvenlield terneergedrukt, ben ik niet in staat, om mij tot liet meer volmaakte op te hellen.

2. O, hoe zeer is mij dan uwe genade noodig, o Heer, om iets goeds te beginnen, voort te zetten en te voleindigen! Zonder haar vermag ik niets; maar alles kan ik in U, zoo uwe genade mij versterkt.

o Waarlijk hemclsche genade, zonder welke alle eigene verdiensten, ook alle gaven der natuur niet de minste waarde bezitten.

Kunsten ol' rijkdommen, sterkte ot' schoonheid, vernuft of welsprekendheid, dat alles geldt niets bij IJ, o lieer, zonder de genade. Immers de gaven der natuur zijn aan goeden en kwaden gemeen ; maar een, den uitverkorenen alleen eigen, geschenk is de genade of de liefde: want daarmede gesierd, worden zij het eeuwige leven waardig geacht. Deze genade is zoo verheven, dat noch de gave van voorzegging, noch het verrichten van wonderen, noch eenige hooge bespiegeling, zonder haar eenige waarde

293

ocr page 321

3 boek. 55 hoofdstuk.

m ^ m

lieel't. Ja, iiocli het geloof, docii de hoop, noch eenige andere deugd is U behaaglijk, zonder de liefde en de genade.

3. o Zegenrijke genade, die den arme van geest rijk aan deugden, en den rijke aan vele goederen nederig van harte maakt! Kom, daal in mij neder, en vervul mij spoedig met uwen troost, opdat mijne ziel van vermoeiing en geestesdorheid niet versmachte.

Ik smeek U, o Heer, laat mij genade vinden in uwe oogen : want uwe genade is mij genoeg, al verkrijg ik ook al het overige niet, waarnaar de natuur verlangt. Ai word ik ook bekoord en door vele wederwaardigheden gekweld, zoo vrees ik toch geen kwaad, wanneer uwe genade met mij is. Zij is mijne kracht en geeft mij raad en hulp; zij is machtiger dan ulle vijanden en wijzer dan alle wijzen; zij is de leermeesteres der waarheid en der tucht, liet licht des harten en de troost in verdrukking; zij verbant do droefheid, verjaagt de vrees, voedt | de devotie en ontlokt tranen van be-

294

ocr page 322

3 BOEK. 50 HOOFDSTUK.

rouw en liefde. Wat hen ik zonder liaar? Niets anders dan een dor hout en een onnutte boom, die verdient uitgeroeid te worden.

Moge dan, o Heer, uwe genade mij altijd voorkomen en geleiden, en voortdurend aanzetten tot goede werken, door Jezus Christus, uwen Zoon. Amen.

56 HOOFDSTUK.

U y moeten onszélven verloochenen en Christus door het kruis navolgen.

1. Mijn zoon, voor zooverre gij u kunt verlaten, voor zoover zult gij tot Mij kunnen ingaan. Evenals liet inwendigen vrede hreugt, wanneer men niets uitwendigs begeert, eveneens vereenigt men zich met God, als men zich inwendig verlaat.

Ik wil, dat gij leert u naar mijnen wil volkomen te verloochenen, zonder morren of klagen.

Volg Mij na: Ik ben de weg, de waarheid en het leven.

Zonder weg kan men niet gaan, zonder waarheid niet kennen, zonder leven niet leven. Ik ben de weg, dien

2_______S

295

ocr page 323

3 IIOKK. 56 HOOFDSTUK. S 83

gij volgen, de waarheid die gij ge-looven, liet leven waarop gij hopen moet. Ik hen de veilige weg, de on-bedriegelijke waarheid, het leven zonder einde. Jllt; ben de rechtste weg, de hoogste waarheid, het ware leven, het zalige leven, liet ongeschapen leven. Indien gij op mijnen weg blijft voort-wandelen, dan zult gij de waarheid kennen; de waarheid zalu vrijmaken en gij zuil het eeuwige leven verwerven.

Indien gij tot het leven wilt ingaan, onderhoud de geboden. Wilt gij de waarheid kennen, geloof in Mij. Wilt gij volmaakt zijn, verkoop alles. Wilt gij mijn leerling wezen, verloochen uzelven. Wilt gij het eeuwige leven bezitten, veracht liet tegenwoordige leven. W ilt gij in den hemel verhoogd worden, verneder u op deze aarde. Wilt gij met Mij heerschen, draag ook het kruis met Mij. Want alleen de dienaars van het kruis vinden den weg der zaligheid en des waren lichts.

2. Heere Jezus, dewijl uw weg zoo eng is en veracht bij de wereld, geef mij, met verachting der wereld, 1' na te volgen: want de knecht is liet

E2-----%

296

ocr page 324

3 liOEK. 5(3 HOOFDSTUK.

ES---amp;)

grooter dan zijn heer, en ilc leerling niet boven zijn meester.

O. dat dan uw knecl.t zich oefene in de navolging van uw loven: want daarin bestaat mijne zaligheid en de ware heiligheid. Wat ik daarbuiten lees en hooi', kan mij niet verkwikken, noch volkomen behagen.

3. Mijn zoon, daar gij dat alles weet en geleerd hebt, zal het u tot heil strekken, zoo gij het volbrengt. Wie mijne geboden heeft en ze onderhoudt, hij is het, die Mij liefheeft; ook Ik zal hem liefhebben en Mijzelven aan hem openbaren. En Ik zal hem niet Mij doen aanzitten in het lijk mijns Vaders.

Heer .lezus Christus, gelijk Gij ge-| zegd en beloofd hebt, zoo moge liet geschieden en ook aan mij vervuld worden! Van uwe hand heb ik het I kruis ontvangen en aangenomen en ik zal het dragen, ja, dragen tot aan mijnen dood, gelijk Gij het mij hebt opgelegd. Waarlijk, liet leven van een goed kloosterling is een kruis, maar de weg tot het paradijs. Met begin

E2____— . S

2Ü7

ocr page 325

3 HOEK. 57 HOOFDSTUK.

g-------------s

is gemaakt; omkeeren is niet geoorloofd, en stilstaan mag ik niet.

4. Welaan dan, broeders, laten wij samen voorwaarts quot;wandelen: Jezns zal met ons wezen. Om Jezus' wil hebben wij dit kruis op ons genomen om Jezus' wil willen wij ook bij liet kruis volharden. Hij, die onze voorganger en leidsman is, zal ook onze helper zijn. /iet, onze koning treedt voor ons uit en liij zal voor ons strijden. Laten wij Hem kloekmoedig volgen, zonder te vreezen of te schrikken. Honden wij ons bereid om in den strijd heldhaftig te sterven, en bevlekken wij daardoor onzen roem niet, dat wij voor het kruis vluchten.

57 IIOOFDSTUK.

Dn mensch zij niet al te neerslach-ticj, als hem eenige kwelling overkomt.

1. Mijn zoon, het geduld en de ootmoed eener ziel bij tegenspoed be-; hagen Mij meer, dan veel troost en | devotie bij voorspoed. Waarorn be-E3—__quot;__g

298

ocr page 326

3 ROEK. 57 HOOFDSTUK.

3----g

droeft gij u over eene kleinigheid, die tegen u gezegd wordt.' Al ware het iets veel grooters geweest, moest het u toch niet ontroeren. Nu, laat het dan voorbijgaan; het is 't eerste niet, noch iets nieuws, en zal oollt; niet liet laatste zijn, wanneer gij nog langer leeft.

Gij zijt kloekmoedig genoeg, zoo lang u geen tegenspoed ontmoet; ook weet gij goed te raden en anderen met woorden aan te wakkeren; maar klopt onverhoeds eenige kwelling ook aan uwe deur, dan mangelt het u aan raad en sterkte. Beschouw toch uwe groote zwakheid, die «jij dikwijls bij de geringste voorvallen ondervindt. Intusschen geschiedt het alleen tot uw heil, wanneer dit of soortgelijk leed u overkomt.

Zet het u uit den zin, zoo goed gij kunt; heeft het u reeds getroffen, laat er u niet door ontmoedigen of al te zeer ontstellen. Kunt gij het niet blijmoedig dragen, draag het ten minste met geduld. Ook indien gij iets niet gaarne hoort, en daardoor ongeduldig begint te worden, bedwing

_____i

299

ocr page 327

3 BOEK. 57 HOOFDSTUK.

amp; — ----------gl

is gemaakt; omkeeren is niet geoorloofd, en stilstaan mag ik niet.

4. Welaan dan, broeders, laten wij samen voorwaarts wandelen: Jezus zal met ons wezen. Om Jezus' wil • hebben wij dit kruis op ons genomen om Jezus' wil willen wij ook bij liet kruis volharden. Hij, die onze voorganger en leidsman is, zal ook onze j helper zijn. /iet, onze koning treedt : voor ons uit en Hij züI voor ons strijden. Laten wij Hem kloekmoedig volgen, zonder te vreezen of te schrikken. Houden wij ons bereid om in den strijd heldhaftig te sterven, en bevlekken wij daardoor onzen roem niet, dat wij voor het kruis vluchten.

57 HOOFDSTUK.

De rnensch zij niet al te neerslachtig, als hem eenige kwelling overkomt.

i. Mijn zoon, het geduld en de oot- | moed eener ziel bij tegenspoed behagen Mij meer, dan veel troost en devotie bij voorspoed. Waarom be-

E2---------------------- -________________________________S

298

ocr page 328

3 BOEK. 57 HOOFDSTUK. S - - S3

droeft gij ii over eene kleinigheid, die tegen u gezegd wordt? Al ware het iets veel grooters geweest, moest het ii toch niet ontroeren. Nu, laat het dan voorbijgaan; het is 't eerste niet, noch iets nieuws, en zal ook niet het laatste zijn, wanneer gij nog langer leefl.

Gij zijt kloekmoedig genoeg, zoo lang ii geen tegenspoed ontmoet ; ook weet gij goed te raden en anderen met woorden aan te wakkeren; maar klopt onverhoeds eenige kwelling ook aan uwe deur, dan mangelt het u aan raad en sterkte. Beschouw toch uwe groote zwakheid, die pij dikwijls bij de geringste voorvallen ondervindt. Intusschen geschiedt het alleen tot uw heil, wanneer dit of soortgelijk leed u overkomt.

Zet het ii uit den zin, zoo goed gij kunt; heelt het u reeds getroffen, laat ei1 u niet door ontmoedigen of al te zeer ontstellen. Kunt gij het niet blijmoedig dragen, draag het ten minste met geduld. Ook indien gij iets niet gaarne hoort, en daardoor ongeduldig begint te worden, bedwing

F?__-____S

299

ocr page 329

3 BOEK. 57 HOOFDSTUK.

® - - SI

u en laat geen onpassend woord over uwe lippen komen, waardoor gij de zwakken mocht ergeren. Zoodoende zal de opgerezen ontroering spoedig bedaren en dc inwendige smart door de wederkeerende genade verzacht worden. Nog leef Ik, spreekt de Heer, en ben bereid n te helpen en n buitengewonen troost te verleenen , zoo gij slechts met vertrouwen en innigheid tot Mij wilt roepen.

Wees welgemoed en bereid, om nog meer te verdragen. Alles is nog niet verloren, al voelt gij u ook dikwijls gekweld of hevig bekoord. Mensch zijt gij — niet God; vleescb en bloed — geen Kngel. Jloe zoudt gij voortdurend in denzelf'den staat der deugd kunnen volharden, daar de Kngclen in de hemelen en de eerste mensch in 't paradijs dat niet vermochten? Ik ben het, die do neerslachtigen opricht en troost, en al degenen, die I hunne zwakheid erkennen , tot Mij j opwaarts voer.

2. Gebenedijd zij uw heilig woord, i o IJeer, dat mij zoeter is, dan honig j en honigzeem in den mond.

®----S

300

ocr page 330

Ö BOEK. 5X .IIOOFDSTÜIt. 5?r - g]

Wat zou ik doen in ai mijne kwellingen en benauwdheden, indien (lij mij niet versterkte door uwe woorden ? Och, als ik eindelijk slechts de haven der eeuwige zaligheid mag binnenzeilen, wat is er dan aan gelegen, wat en hoeveel ik geleden heb ? Geef mij slechts een goed einde, een zalig verscheiden uit deze wereld. Gedenk mijner, o mijn God, en geleid mij langs den rechten weg naar uw hemelsch rijk. Amen.

58 HOOFDSTUK'.

y\l te verheven dingen en de verhor-gen oordeelen Gods moet men niet doorvorschen willen.

1. Mijn zoon, wacht u van te redetwisten over te verheven dingen en de verborgen oordeelen Gods: waarom deze zoo verlaten, gene zoo rijk begenadigd is; waarom deze zoo diep vernederd, gene zoo hoog verheven wordt. Dat alles gaat 's menschen verstand te boven, en geen vernuft, geene geleerde onderzoeking vermag ' de goddelijke oordeelen te doorgronden.

É2___S

301

ocr page 331

3 BOEK. 58 . HOOFDSTUK.

® - Ü Wanneer dan de booze vijand u zoo iets influistert, of nieuwsgierige men-sclien ii daarnaar vragen, antwoord hun met liet woord van den Profeet; «Rechtvaardig zijt Gij, o Heer, en gerechtig is uw oordeel.quot; en met dit ander woord: «de oordeelen desHeeren zijn waarachtig, en gerechtvaardigd in ziclizelvequot;. Mijne oordeelen rnoet men vreezen, niet onderzoeken willen: want voor het menschelijk verstand zijn ze onbegrijpelijk.

Vermoei u ook niet met natoden-ken en te redekavelen over de verdiensten der Heiligen: wie hunner wel heiliger of in 't hemelrijk grooter is. Zoo iets baart dikwijls geschillen en nutteloozen twist, voedt ook den hoogmoed en do ijdele eerzucht. Daaruit ontstaat nijd en oneenigheid, doordien de eene dezen, de andere genen Heilige hardnekkig zoekt te verheffen. Zulke dingen te willen weten en door-vorschen brengt geen voordeel aan, maar mishaagt veelmeer aan de Heiligen zeiven. Ik toch ben geen God van oneenigheid maar van vrede; en deze vrede bestaat meer in

!----S

302

ocr page 332

3 BOEK. 58 HOOFDSTUK.

waren ootmoed, dan in zelfverheffing.

Sommigen voelen zich meer tot dezen, dan tot dien Heilige aangetrokken ; maar deze voorliefde komt meer van den mensch, dan van God. Ik ben het, die alle Heiligen geschapen heb; Ik heb hun de genade geschonken cn hun de eeuwige heerlijkheid verleend. Ik ken do verdiensten van eenieder; Ik voorkwam hen met de zegeningen mijner genade; Ik kende mijne geliefden voor den aanvang der eeuwen; Ik heb ze van de wereld uitverkoren, niet zij hebben Mij eerst verkoren. Ik hei) ze uit genade geroepen en uit barmhartigheid tot Mij getrokken; Ik heb ze door velerlei bekoringen heengevoerd en met zoete vertroostingen verkwikt; Ik heb ze de volharding verleend en hunne lijdzaamheid bekroond.

Ik ken den eerste onder hen en den laatste en omvat ze allen met oneindige liefde. Mij moet men loven in al mijne Heiligen; Mij moet men boven alles gebenedijden en in elk van hen vereeren: want Ik ben het, die ze tot het toppunt van glorie vereg____i

303

ocr page 333

i! BOEK. 58 HOOFDSTUK.

--------gj

heven heb en daartoe voorbeschikt, zonder eenige voorafgaande verdienste in lienzeiven. Wie dus een der kleinsten mijner Heiligen versmaadt, eert ook den grootsten niet: want Ik lieb beide, den kleinsten zoowel als den grootsten geschapen. En wat men aan eenen der Heiligen ontneemt, ont-neemt men aan Mij en aan al de overigen in hot hemelrijk. Allen zijn zij een door den band der liefde; allen hebben slechts een gevoelen en éen wil, allen beminnen elkander met gelijke liefde. Maar wat meer en verhevener is: Mij beminnen zij meer dan ziclizelven en linmie verdiensten. Want verheven boven ziclizelven en vrij van alle eigenliefde, verliezen zij zich gansch in liefde tot Mij en rusten daarin met zalig genoegen. En ei' is niets, dat ben daarvan kan aftrekken of terughouden, daar zij van de eeuwige Waarheid vervuld, door-gloeid worden van hot vuur eener liefde, die onuitblusschelijk is.

Zwijgen moeten daarom de zinnelijke en vleeschelijke menschen en niet spreken over den staat der Heiligen, zij, die niets weten lief te heb-

©------.S

:i(U

ocr page 334

3 BOEK. 58 HOOFDSTUK.

ben, dan wat hunzelven vreugde verschaft. Zij verhoogen of verlagen de Heiligen volgens hunne eigene neiging, niet volgens hetgeen do eeuwige Waarheid behaagt. ]gt;ij velen is het onwetendheid, vooral bij hen. die weinig verlicht zijn, en daarom zelden iemand met eene volkomcne geestelijke liefde weten te beminnen. Zij worden veelal nog door natuurlijke nelgingen en menschelijke vriendschap tot dezen of genen aangetrokken, en gelijk zij over het aardsche denken, zoo oor-fleelen zij ook over het hemelsche. Maar er is een onmetelijke afstand tusschen hetgeen onvolmaakte men-schen zich voorstellen, en hetgeen verlichte mannen, door hoogere ingeving, beschouwen mogen.

'2. Wacht u dus, mijn zoon, nieuwsgierig te onderzoeken naar die dingen, welke uw begrip te boven gaan; maar beijver u liever, en leg er u op toe, dat gij eens, al was het ook maar als de geringste, In het rijk Gods moogt bevonden worden. P^n al wist iemand ook, wie in 't hemelrijk heiliger is of voor grooter gehouden wordt, wat

ocr page 335

3 BOEK. 58 HOOFDSTUK.

zou hem die kennis baten, als hij zich daardoor niet te meer voor mijn aangezicht vernederde, en mijnen naam daarover te hooger roemde. Een Gode veel behaaglijker werk doet hij, die de grootheid zijner zonden en de geringheid zijner deugden bedenkt, en hoe ver hij nog van de volmaaktheid der Heiligen verwijderd is, dan hij, die er over twist, wie van hen grooter of kleiner is. Beter is het, de Heiligen mot innige gebeden en tranen aan te roepen en hunne machtige voorspraak nederig af te smeeken, dan metijdele nieuwsgierigheid hunne geheimen te onderzoeken, /ij zijn goed, ja, volmaakt tevreden ; wisten do menschen zich ook maar tevreden le houden en hun nutteloos geklap te bedwingen. Zij roemen niet in hunne eigene verdiensten, daar zij zichzelven niets goeds toeschrijven, maar alles aan Mij, die hun alles uit onbegrensde liefde geschonken heb. /ij zijn van zulk eene groote liefde tot God en van zulk eene overvloeiende blijdschap vervuld, dat er aan hunne heerlijkheid eu gelukzaligheid niets ontbreekt en niets ontbreken

----------1

306

ocr page 336

3 ROEK. 58 HOOFDSTUK.

;---------------5S

kan. Alle Heiligen, hoe hooger zij in glorie verheven worden, des te nederiger zijn zij in zichzelven en Mij des te natier en dierbaarder. Daarom staat er ook geschreven: «zij legden hunne kronen neder voor God en i vielen op hun aangezicht voor het Lam ; en aanbaden Hein, die leeft in alle eeuwigheid.quot;

3. Velen vragen, Avie de grootste is in liet rijk Gods cn zij weten niet, 1 of zij waardig zijn onder de kleinsten gerekend te worden. Het is iets groots zelfs de kleinste te zijn in den hemel, waar allen groot zijn, omdat allen kinderen Gods genoemd zullen worden en waarlijk zijn. De kleinste zal er zooveel gelden als duizend, en de zondaar, al had hij honderd jaar in voorspoed geleefd, zal verworpen worden. Want toen de leerlingen vroegen, wie de grootste is in het hemelrijk , vernamen zij dit antwoord: ^wanneer gij ii niet bekeert en wordt gelijk de kinderen, zoo zult gij niet ingaan in het rijk der hemelen. Wie echter zichzelven vernedert gelijk dit kind , die is de srootste in het hemelriik,

m_1____s

307

ocr page 337

3 BOEK. r)9 HOOFDSTUK.

Wee dengenen, die 't versmaden zicli vrijwillig met de kleinen te vernederen: want de lage poort des hemels zal lion niet toelaten binnen te gaan. Wee ooi; den rijken, die hunnen troost reeds hier beneden bobben: want, terwijl do armen hot ri jk Gods binnengaan, zullen zij weeklagend buiten staan.

Verblijdt u, gij ootmoedigen, en juicht, gij armen : want uwer is bet rijk Gods, zoo gij maar wandelt in de waarheid!

5!) HOOFDSTUK.

Op God alleen moet men al zijne hoop en vertrouwen stellen.

1. Hoor, wat is in dit leven mijn vertrouwen, of wat is mijn grootste troost van alles, wat er onder de zon bestaat? Zijt Gij het niet. mijn Heer en God, wiens barmhartigheid oneindig is? Waar is het mij ooit goed geweest zonder U.' 01' waar kon het mij kwalijk gaan, als Gij bij mij waart? Liever wil ik om uwentwil arm zijn, dan rijk zonder U. Liever

m______S

aos

ocr page 338

3 BOEK. 59 HOOFDSTUK. B_ 8a

wil ik met IJ rond/.woiven op aarde dan zonder LI den hemel bezitten. Waar Gij zijt, daar is de hemel en waar Gij niet zijt, daar is dood en hel. Gij zijt al mijn verlangen; daarom kan ik niet ophouden naar ü te verzuchten, tot U te roepen en te smeeken. Op nismand ook kan ik vast vertrouwen. dat hij mij in mijne noodwendigheden bekwame hulp zal verleenen, dan op U alleen, o mijn God. Gij zijt mijne hoop. Gij mijn toeverlaat. Gij mijn trooster. Gij onder allen mijn getrouwste vriend.

De menschen zoeken allen hun eigen voordeel; Gij echter zoekt mijne zaligheid en mijne volmaking, en doet alles tot mijn welzijn dienen. Wanneer Gij mij ook menigvuldige bekoringen en wederwaardigheden laat overkomen, dan schikt Gij dat alles tot mijn nut, Gij. die gewoon zijt op duizenderlei wijze uwe geliefden te beproeven. Daarom moet ik U bij die beproevingen niet minder prijzen en beminnen, dan indien Gij mij met hemelsche vertroostingen vervulde. Op U dan, Heere God, stel ik mijn @---a

309

ocr page 339

3 BOEK. 59 HOOFDSTUK.

m----------r®

ganscli vertrouwen; tot U neem ik mijne toevlucht; in uwe handen beveel ik al mijn kommer en angsten , omdat ik bevind, dat buiten U alles even zwak en ongestadig is.

Vele vrienden kunnen niets baten en machtige beschermers niet helpen ; verstandige raadslieden kunnen geen goeden raad geven, noch de boeken der geleerden mij troosten; geen kostbaar goed kan mij redden, noch eenige verborgen en aangename plaats mij beveiligen; wanneer (jijzelf mij niet bijstaat, helpt en versterkt, vertroost, onderwijst ei, bewaart. Want alles, wat tot den vrede en het geluk schijnt bij te dragen, is niets zonder U en brengt geene ware zaligheid. In ü is het toppunt van alle goederen, in U de volheid des levens, in U de diepte der geleerdheid, en op U, boven alles, te vertrouwen, is de machtigste troost uwer dienaren. Tot U zijn mijne oogen verheven, en op U vertrouw ik, o mijn God en barmhartige Vader!

1. Zegen en heilig mijne ziel met ] j hemelschen zegen, opdat zij uwe 1

ö________________________m

310

ocr page 340

3 BOEK. 5!) HOOFDSTUK.

--------ra

heilige woning worde en de zetel uwer eeuwige heerlijkheid, en dat er in dezen tempel uwe.? heerlijkheid niets gevonden worde, dat aan de oogen uwer majesteit zou kunnen mishagen. Naar de grootheid uwer goedheid en den rijkdom uwer ontfermingen zie op mij neder en verhoor liet gebed van uwen armen dienaar, die verre van U als balling omzwerft in liet duistere land des doods. Bescherm en bewaar de ziel van uwen dienaar onder zoo vele gevaren van dit vergankelijke leven, en voer ze, onder het geleide uwer genade, langs den weg des vredes, naar het Vaderland der eeuwige heerlijkheid. Amen.

311

ocr page 341

VIERDE BOEK.

OVKR HET ALLERHEILIGSTE SACRA-JtENT DES ALTAARS.

Innige opwekking tot de JJ. Communie.

DE HEER.

omt tot Mij, gij allen, die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken, spreekt de lieer, liet brood, dat Ik geven zal, is mijn vleesch voor liet leven der wereld. Neemt en eet; dit is mijn lichaam, dat voor u (ter dood) geleverd zal worden; doet dit tot mijne gedachtenis. Die mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij, en

-----s

312

ocr page 342

4- BOEK. 4 HOOFDSTUK.

Ik in hem. J)e woorden, die Ik tot ii gesproken lieli, zijn geest en leven.

1 HOOFDSTUK.

Mei welken eerbied men Christus ontvangen moet.

DE GELOOV1GE ZIEL.

1. Dat zijn uwe woorlen, o Jezus, eeuwige Waarheid , ofschoon zij niet op denzelfden tijd gesproken, nog op dezeltde plaats geschreven zijn. \\ ijl zij dan de uwe en daarom waarachtig zijn, zoo moet ik ze aile dankbaar en geloovig aannemen, (let zijn de uwe, want Gij heht zo uitgesproken ; het zijn ook de mijne, daar Gij ze tot mijne zaligheid gesproken hebt. Met blijdschap ontvang ik zo uit uwen mond, opdat zij des te dieper in mijn hart mogen geprent worden, /ij lokken mij aan, die woorden, zoo vol van goedheid, zoetheid en liefde; maar mijne eigene zonden schrikken mij af, en mijn onrein geweten houdt mij van het ontvangen zulker groote geheimen terug. De liefelijkheid uwer

313

ocr page 343

A DOEK. '1 HOOFDSTUK.

woorden trekt mij aan, maar de menigte mijner zonden drukt mij neder.

Gij eischt, dat ik met vertrouwen tot U naderen zal, indien ik deel aan U wil hebben, en dat ik de spijs der onsterfelijkheid moet ontvangen, indien ik het eeuwige leven en de eeuwige heerlijkheid wensch te verwerven. sKomt,quot; zegt Gij, »tot .Mij. gij alien die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal n verkwikken.quot; O, hoe zoet en vriendelijk is dat woord in het oor des zondaars, waardoor Gij, Meere mijn God, den arme en behoeftige tot de nnltio-ing van uw allerheiligste Lichaam

O o n

uitnoodigt.

Maar wie ben ik, o lieer, dat ik het wagen durf tot U te naderen? Zie, de hemel der hemelen kan U niet bevatten, en Gij spreekt; »Komt allen tot Mij?quot; Wat beteekent die allerminzaamste nederbuiging en vriendelijke uitnoodiging? Hoe zal ik durven naderen, ik, die mij niets goeds bewust ben, dat mij daartoe den moed verleent? lioe zal ik U in mijn huis binnenleiden, ik. die uw goedertieren aanschijn zoo dikwerf beleedigd

814

ocr page 344

4 HOEK. 1 HOOFDSTUK.

FS....................S3

licb. De l'Jngelen en Aartsengelen 1 staan vol eerbied voor U, de Heiligen en rechtvaardigen vreezen IJ, en Gij zegt: ))Komt allen tot Mij.quot; Zoo Gij-zelf, o Heer, het niet zeide, wie zou 1 gelooven, dat het waar is? En zoo (iij het niet geboodt, wie zou het wagen tot U te naderen ?

Zie, de rechtvaardige Noë besteedde honderd jaren aan het bouwen der arke, om met weinigen behouden te worden; en ik, hoe zal ik mij in een uur. tijds kunnen voorbereiden, om den Bouwheer der wereld met eerbied te ontvangen?

Mozes, uw voortrelïelijke dienaar en bijzondere vriend, vervaardigde de Ark des Verbonds van onbederltijk hout en bekleedde ze met het zuiverste goud, om de Tafelen der Wet erin te leggen; en zal ik, bedorven schepsel, het wagon, U, den Wetgever zeiven, den Schenker des levens, zoo lichtvaardig in mij op te nemen.'

Salomon, de wijste der koningen Israels, bouwde zeven jaar aan den prachtigen tempel ter verheerlijking van uwen naam, en vierde acht dagen lang het feest zijner inwijding; hij

315

ocr page 345

4 ROEK. 1 HOOFDSTUK.

s-;■---------S3

droeg (Inizoiiil (lankollers op en stelde onder bazuingesclial en jubelgezang de Arke des Verbonds plechtig op de haar bereide plaats; en ik ellendige en armste der menschen, hoe durf ik U in mijn huis binnenleiden, ik, die nauwelijks een lialf uur in devotie doorbrengen kan? En och ! ot'ik slechts een enkele maal een klein half uur zoo recht innig konde besteden !

'2. o Mijn God, hoeveel hebben genen al niet gedaan, om (J te behagen, — en ach, hoe gering is alles, wat ik doe! Hoe luttel tijds gebruik ik, om mij tot de 11. Communie voor te bereiden! Zelden ben ik geheel in mij-zelven gekeerd, allerzeldzaamst vrij van alle verstrooiing. En toch moest in de zaligende tegenwoordigheid uwer Godheid geene enkele onbetamelijke gedachte bij mij opkomen, ook geen enkel schepsel mij bezighouden, daar ik niet een Engel, maar den Ueer dei- Engelen in de woning mijns harten zal opnemen.

En toch is er een zeer groote afstand tusschen de Arke des Verbonds met hetgeen erin rustte, en uw allerzuiverste Lichaam met zijne onuit-^-------

310

ocr page 346

4 DOEK. 1 HOOFDSTUK.

S--—^

sprekelijke volmaaktheden; tusschen die offers der Wet, welke alleen al-beeldsels van het toelvomstige zijn moesten, en de ware offerande uws Lichaams, die de vervulling is van alle onde od'ers. Waarom wordt dan mijn hart in uwe eerbiedwekkende tegenwoordigheid niet meer ontstoken? Waarom bereid ik mij niet zorgvuldiger voor tot het ontvangen van uwe heilige Geheimen, daar die oude heilige Patriarchen en Profeten, Koningen ook en Vorsten met geheel het volk zoo'n ijver en devotie in den goddelijken dienst betoond hebben?

3. üe vrome koning David danste voor de Arke (iods uit al zijne kracht, terwijl hij de weldaden herdacht, die God zijnen vaderen bewezen had; hij liet velerlei speeltuigen vervaardigen, dichtte de psalmen en wilde, dat ze met vroolijkheid gezongen werden; en hijzelf zong dikwijls bij de harp, aangeblazen door de genade van den Heiligen Geest. Hij leerde het volk Israels van ganscher harte God te loven en Hem dagelijks te prijzen en te verheerlijken meteenstemniigen mond.

317

ocr page 347

4 BOEK. 1 HOOFDSTUK.

® I ~ S

Indien er destijds reeds zoo'n groote devotie betoond en do lof Gods voor de Arke des Verlionds zoo plechtig verkondigd werd, welk een eerbied en devotie moet dan nn. in de tegenwoordigheid van het H. Sacrament en bij het nuttigen van hot aanbiddelijk Lichaam van Christus, mij en ! het gansche christenvolk bezielen!

4. Velen leizen naar verscheiden oor-| den, om de relikwieen van Heiligen te i bezoeken; na hnn daden vernomen te | hebben, beschouwen ze met verba-i zing de grootsche tempelgebouwen en bezichtigen en kussen de in goud en zijde gevatte heilige beenderen. En zie, hier zijt Gij bij mij tegenwoordig op het altaar. Gij, mijn God, de Heilige der Heiligen, de Schepper der menschen en de Heer der Engelen.

Dikwijls steekt er in die bedevaarten enkel menschelijke nieuvvsgieri»- I beid en lust om wat vreemds te zien ; en daarom draagt men er weinig vrucht van weg, vooral als men zoo licht- ; zinnig en zonder ware boetvaa 'dig-heid heen- en weerloopt. Maar hier in het M. Sacrament des Altaars, zijt I

es---—___

318

ocr page 348

4 BOEK. 1 HOOFDSTUK.

s—;-;---s

Gij, Christus Jezus, als God en als mensch geheel tegenwoordig, en zoo dikwijls men U waardig en met devotie ontvangt, verkrijgt men overvloedige vruchten der eeuwige zaligheid. En hierheen lokt ons geenerlei lichtvaardigheid of nieuwsgierigheid, noch eenig zinnelijk genoegen, maar een vast geloof, innige hoop en oprechte liefde.

5. o God, onzichtbare Schepper der wereld, hoe wonderbaar handelt Gij met ons, hoe minzaam en genadig bejegent Gij uwe uitverkorenen, aan wie Gij uzelven in het Sacrament tot spijs aanbiedt. Dat gaat alle begrip te boven ; dat trekt voornamelijk de devote harten aan en ontvlamt hunne liefde. Immers uwe ware geloovigen, die geheel hun leven aan hunne verbetering besteden, putten dikwerf uit dit hoogwaardige Sacrament groote genade van devotie en liefde tot de deugd.

ü. o Wonderbare en verborgen genade van dit Sacrament, die alleen de geloovigen van Christus kennen, de ongeloovigen echter en de dienaars

g____S

319

ocr page 349

4 BOEK. 1 HOOFDSTUK.

.3--——----S

der zonde niet kunnen ondervinden. In dit Sacrament wordt de geestelijke genade medegedeeld, de verloren zielskracht hernieuwd en hare schoonheid, door de zonde misvormd, hersteld. Ja, zoo groot is somtijds die genade, dat door de volheid der verworven devotie, niet alleen de ziel, maar ook het lichaam zijne krachten voelt vermeerderen.

7. Maar het is zeer te betreuren en te bejammeren, dat wij zoo lauw en onachtzaam zijn en niet door grooter verlangen gedreven worden, om Christus te ontvangen, in wien alle hoop en verdienste rust dergenen, die eens zalig worden. Hij toch is onze heiliging en verlossing, Hij de troost der pelgrims op aarde en het eeuwig genot der Heiligen in den hemel. Daarom is het zeer te betreuren, dat velen op dit heilbrengende Geheim, dat de vreugde is des hemels en het behoud der gansche wereld, zoo weinig acht geven.

o Verblinding en verharding des menschelijken harten,, dat wij zulk een onuitsprekelijk geschenk niet

----lt;t

320

ocr page 350

4 DOEK. I HOOFDSTUK, jg----------------g

liooger scliatten cn ;:olfs door liet dagelijksch gebruik tot onverschillig-lieid vervallen! Indien lit allerheiligste Sacrament slechts op eene enkele plaats ter wereld gevierd en door een enkelen Priester geconsacreerd werd, met welk een verlangen zouden de menschen tot die plaats en dien Priester henensnellen, om de goddelijke Geheimen te kunnen bijwonen! Nu echter zijn er velen tot Priester gewijd en op vele plaatsen wordt Christus opgeofferd, opdat (iods genade en liefde zich tot den mensch des te luisterrijker zouden vertoonen, naarmate de lï. Communie meer verbreid is over don aardbol.

Dank zij U, goede Jezus, eeuwige Herder, die U verwaardigd hebt, ons, arme ballingen, met uw kostbaarVleesch en Bloed te verkwikken, en tot hot ontvangen van deze geheimen zoll's door de woorden van uw eigenen mond uit te noodigen : »Komt tot Mij, gij allen, die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken.quot;

E2________—^

321 21

ocr page 351

4 hoek. 2 hoofdstuk.

S---* • — m

2 HOOFDSTUK.

In dit Sacrament openbaart zich

Gods groote goedheid en liefde jegens ons menschen.

I

j)e geloov1ge ziel.

1. o Heer, in vertrouwen op uwe goedheid en groote barmhartigheid, kom ik als kranke tot mijnen Heiland, als hongerende en dorstende tot de Bron des levens, als een behoeftige tot den Koning des hemels, als een dienstknecht tot mijnen Heer, als een schepsel tot mijnen Schepper, als een verlatene tot mijnen liefdevollen Trooster.

Maar vanwaar gebeurt het mij, dat Gij tot mij komt? Wie ben ik, dat Gij Uzelven aan mij ten beste geeft? Hoe durft een zondaar voor U verschijnen? En Gij, hoe kunt Gij U verwaardigen bij eenen zondaar in te keeren? Gij kent uwen dienstknecht en weet, dat hij niets goeds aan zich heeft, waarom Gij hem deze gunst bewijzen zoudt.

________S

ocr page 352

4 BOEK. 2 IIOOrDSTUK.

Ik belijd dim mijne onwaardigheid en erken uwe goedheid; ik prijs uwe barmhartigheid en ik dank U voor uwe overgroote liefde. Oir uwszelfs wil doet Gij dit, niet om mijne verdiensten, opdat uwe goedheid mij des te klaarblijkelijker, eene grootere liefde mij ingestort en de ootmoed mij des te volkomener aanbevolen worde. Dewijl het U dan aldus behaagt, en Gij mij geboden hebt het te doen, zoo behaagt mij ook uwe nederbuigende liefde; o, mocht slechts mijne ongerechtigheid mij niet verhinderen !

o Allerzoetste en liefderijkste Jezus, welken eerbied, welke dankbetuiging, welken lof zijn wij U verschuldigd voor liet ontvangen van uw heilig Lichaam, welks hoogwaardigheid geen sterfelijk mensch verklaren kan ! Maar wat zal ik denken bij deze Communie, bij het naderen tot mijnen Heer, dien ik niet naar waarde vereeren kan, en toch met devotie wensch te ontvangen? Wat zou ik beters en heilzamers kunnen denken, dan dal ik mijzelven geheel voor U vernedere en uwe oneindige goedheid jegens mij veraeer-

S____amp;

323

ocr page 353

4 BOEK. 2 IIOOFDSTÜK.

®---------

lijke ? .la, ik loof U, o mijn God, en verheerlijk U in eeuwigheid; mijzeiven echter versmaad ik, en ik onderwerp mij aan U in den afgrond mijner nietigheid. .

Zie, Gij zijt de Heiligste der Heiligen en ik de onreinste der zondaren. Zie, Gij buigt U neder tot mij, die niet waardig ben tot U opwaarts te zien. Zie, Gij komt tot mij. Gij wilt bij mij zijn. Gij noodigt rnij uit tot nw gastmaal; Gij wilt mij de lie-melsche spijs en het brood der Engelen te eten geven, geen ander voorwaar dan Uzelven, bet levende brood dat van den hemel is nedergedaald en het leven aan de wereld geeft.

Zie, hoe ver de liefde gaat en welke r.ederbuiging erin doorstraalt! Welken grooten dank en lof zijn wij U daarvoor verschuldigd! Ü, hoe heilzaam en zegenrijk was uw raadsbesluit, toen Gij dit Geheim hebt ingesteld! Hoe zoet en aangenaam is het gastmaal, waarin Gij Uzelven tot spijze geeft! Hoe wonderbaar, o Heer, zijn uwe werken; boe alvermogend uwe kracht; hoe onfeilbaar uwe waarheid! Want Gij spraakt, en alles is ge-

Eg____

324

ocr page 354

4 BOEK. 2 HOOFDSTUK.

ts-------------------Zi

worden, en ook dit is geschied, gelijk Gij het gewild helit. AVonderbaar is liet en geloofwaardig en 's menschen verstand te boven gaande, dat Gij, mijn Heer en mijn God, als waarachtig God en mensch, onder de geringe gedaante van brood en wijn geheel tegenwoordig zijt, cn dat Gij van hem, die U ontvangt, genuttigd j wordt, zonder verteerd te worden.

Gij, o Heer van hot heelal, die niets behoeft. Gij wilde door uw heilig Sacrament in ons midden wonen. Bewaar mijg hart cn lichaam onbevlekt, opdat ik met een opgeruimd en rein geweten meermalen uwe heilige Geheimen vieren en tot mijne eeuwige zaligheid ontvangen kunne, die Gij voornamelijk te uwer eere en eeuwige gedachtenis verordend en ingesteld hebt.

2. Verheug u, mijne ziel, en dank God voor zulk eene edele gave en den uitnemenden troost, dien Hij u in dit tranendal heeft nagelaten. Want zoo menigmaal gij dit geheim viert en het Lichaam van Christus nuttigt, zoo menigmaal vernieuwt gij het werk

ocr page 355

4 BOEK. 3 HOOFDSTUK.

i--

uwer verlossing en wordt deelachtig aan al de verdiensten van Christus. Immers de liefde van Christus neemt nooit af en de schat zijner verzoening wordt nooit uitgeput. Daarom moet gij li ten allen tijde met nieuwen ijver daartoe voorbereiden en het groote Geheim der zaligheid ernstig overwegen. En wanneer gij de II. Mis opdraagt of bijwoont, moet het u zoo groot, zoo nieuw en zoo verblijdend zijn, alsof Christus voor 't eerst op dezen dag in den schoot der H. Maagd nederdaalde eu mensch werd, of aan hot kruis hangende voor het heil der menschen leed en stierf.

3 HOOFDSTUK.

Het is heilzaam dikwijls te com-municeeren.

DË GELOOVIGE ZIEL.

1. Zie, ik kom tot U, o Heer, opdat ik welvare door uwe gave en verblijd worde bij uw heilig gastmaal, dat Gij in uwe goedheid voor ons armen bereid heht. Zie, in U is alles,

a_________si

326

ocr page 356

4 BOEK. 3 HOOFDSTUK.

wat ik verlangen kan en moet: Gij zijt mijne verlossing en mijne zaligheid, mijne hoop en mijne kracht, mijne eer en mijne glorie.

Verblijd dan heden de ziel van uwen dienstknecht: want tot U, Heer Jezus, verhef ik mijn hart. Ik wensch U nu inet eerbied en devotie te ontvangen; ik begeer U in mijn huis binnen te leiden, opdat ik, evenals Zachaeus, verdienen moge, door U gezegend en onder de kinderen Abrahams geteld te worden. Mijne ziel verlangt naar uw Lichaam en mijn hart hijgt naar vereeniging met U. Geef U aan mij en ik heb genoeg: want buiten ü bestaat geen ware troost.

Zonder U kan ik niet wezen, en zonder uw bezoek kan ik niet leven. Daarom is het noodig, dat ik dikwijls tot U nadere en U tot heil mijner ziel ontvange; want, als dit hernelsche voedsel mij ontbrak, zou ik op den weg bezwijken. Gij, barmhartigste Jezus, spraakt ja eens, toen Gij den volke gepredikt en vele krankheden genezen hadt: sik wil hen niet onge-spijzigd van Mij wegzenden, opdat

lg___g

mi

ocr page 357

■4 HO EK.-1! HOOFDSTUK. E§ - ®

zij niet bi.v.wijken oji den weg.quot; Handel dan ook zoo met mij, o Jezus, Gij, die U tot troost der geloovigen in dit Sacrament hebt nagelaten: want Gij zijt do zoete verkwikking der ziel en die U waardiglijk nuttigt, wordt deelgenoot en erfgenaam der eeuwige heerlijkheid.

Daar ik zoo dikwijls in zonden val [ en zoo spoedig loom en moedeloos j word , is liet hoogst noodzakelijk voor { mij, dat ik door veelvuldig bidden, door herhaald biechten en cornmuni-j ceeren, mij hernieuwe, reinige en ! opwekke, opdat ik misschien, door er mij langer van te onthouden, niet | van mijne heilige voornemens afwijke.

Want 's menschen hart is van zijne I jeugd af tot hot kwaad geneigd, en | komt hem de goddelijke artsenij niet 1 te hulp, dan valt hij al spoedig van ! kwaad tot erger. De H. Communie [ dan trekt van het kwade af en geeft ! krachten tot liet goede. Indien ik reeds nu, terwijl ik communiceer of celebreer, dikwijls zoo onachtzaam en i lauw hen, wat zou er van mij gewor- | den, als ik deze artsenij niet nam en | een zoo krachtig hulpmiddel niet aan-

328

ocr page 358

4 BOEK. 3 HOOFDSTUK.

Eg )

wondde? En ofschoon ik ook niet | iederen dag waardig en goed voorbereid ben. om het H. Offer op te dragen, zoo zal ik mij ten minste beijveren, om op behoorlijke tijden de goddelijke Geheimen te ontvangen I en eener zoo groote genade deelachtig I te worden. Want dit is eene voorname troost voor de geloovige ziel, zoolang zij verre van U in het sterfelijk lichaam hier nog omzwerft, dat zij dikwijls haren God gedenken en haar geliefden Jezus met een innig gemoed ontvangen kan.

O, hoe wonderbaar is uwe ne-derbuigende goedertierenheid jegens ons, dat Gij, onze Heer en God, de Schepper en levensbron aller geesten, U verwaardigt bij eene armzalige ziel in te keeren en met geheel uwe Godheid en menschheid haren honger te verzadigen!

O, gelukkig het hart, zalig de ziel, wie het vergund is, U, haren God en Heer, met innigheid te ontvangen en bij die nuttiging met heilige vreugde vervuld te worden! O, hoe groot is de

Heer, dien zij ontvangt; hoe bemin-®____f

ocr page 359

4 BOEK. 4 HOOFDSTUK.

i—--------g

nelijk de gastvriend, dien zij herbergt; hoe aangenaam de metgezel, dien zij opneemt; hoe trouw de vriend, dien zij onthaalt; hoe bovenmate schoon en edel, en beminnenswaardig boven al wat men minnen en wenschen kan, is de Bruidegom, dien zij omhelst!

Voor uw aanschijn, o allerzoetste Jezus, moeten hemel en aarde verstommen met al hunne pracht: want alles, wat zij uitmuntends en lofwaardigs hebben, is een geschenk uwer mildheid en zal nimmer de heerlijkheid uws naams bereiken, wiens wijsheid onuitsprekelijk is.

4 HOOFDSTUK,

De devote Communie verleent ons vele genaden.

DE GELOOVIGE ZIEL.

i. Heere, mijn God, voorkom uwen dienaar met de zegeningen uwer liefde, opdat ik waardig en devoot tot uw hoogverheven Sacrament kunne naderen. Verhef mijn hart tot U en bevrijd mij van mijne groote rraag-

BS-----S

830

ocr page 360

4 BOEK. 4 HOOFDSTUK.

s_- gg

heid. Bezoek mij mei uwe heilrijke genade, opdat ik inwendig uwe zoetheid smake, die in dit Sacrament, als in hare bron, in rijken overvloed verborgen ligt.

Verlicht mijne oogen, om dit verheven Geheim te aanschouwen en versterk mij om het te gelooven met een onwankelbaar geloof. Immers hier is uw werk, niet het werk van men-schelijk vermogen; uwe heilige instelling, geen uitvinding van den mensch. Uit zichzelven is niemand in staat om dit Geheim te vatten en te begrijpen, daar het zelfs het verstand der Engelen te boven gaat. Wat zal ik dan, onwaardige zondaar, stof cn asch, van een zoo hoog en heilig geheim navorschen en begrijpen kunnen? Heer, in de eenvoudigheid mijns harten, met een oprecht en vast geloof en op uw bevel nader ik met vertrouwen en eerbied tot U, en geloof waarlijk, dat Gij in dit Sacrament, als God en mensch, tegenwoordig zijt.

Gij wilt, dat ik U ontvange en mij in liefde met U vereenige; daarom roep ik uwe goedertierenheid iti en

ocr page 361

4 BOEK. 4 HOOFDSTUK.

®----m

1 smeek U, mij deze bijzondere genade te vorleenen; dat ik geheel wegsmelte in U, mij in uwe liefde verlieze en mij in de toekomst met geen anderen truost meer inlate. Want dit lioogver-lieven en hoogwaardige Sacrament is het heil der ziel en des lichaams, de artsenij van iedere geestelijke krankheid ; daarin worden mijne gebreken verbeterd, mijne driften beteugeld en de bekoringen overwonnen of verminderd ; grootere genade wordt daardoor ingestort, de nog zwakke deugd vermeerderd, het geloof versterkt, de hoo]) bevestigd en de liefde ontvlamd en uitgebreid.

2. Vele genaden hebt Gij verleend en verleent Gij nog dikwerf aan uwe geliefden, die U met innigheid ontvangen, o mijn God, Gij, de steun mijner ziel, de hersteller der mon-schelyke zwakheid en de fontein van allen inwendigen troost. Want Gij verleent hun bij de veelvuldige kwellingen, overvloedigen troost en heft hen uit de diepte hunner moedeloosheid tot de hope uwer bescherming op ; Gij verkwikt en verlicht hen in- ;

tS------a

832

ocr page 362

4 BOEK. 4 HOOFDSTUK.

s _ — g

wendig met nieuwe genaden, zoodat zij, die vóór de Communie zich koud en beangstigd gevoelden, daarna door die liemelsche spijze z.Vh in betere menschen veranderd zien.

Hierom ecliter zijt Gij zoo vrijgevig jegens uwe uitverkorenen, opdat zij in waarheid erkennen en duidelijk ondervinden, hoe zwak zij uit zich-zelven zijn en hoevele genaden en weldaden zij van U ontvangen. Want uit ziciizelven zijn zij koud, ongevoelig en zonder innigheid; maar door U worden zij vurig, ijverig en innig.

Wie zou ook tot de bron van zoetheid ootmoedig kunnen naderen, zonder van die zoetheid iets mee te nemen ? Wie kan bij een groot vuur staan, zonder er een weinig door verwarmd te worden? Gij , o lieer, zijt nu die altijd rijke en overvloeiende bron, Uij, dat altijd brandend en nimmer uitdoovend vuur. Daar het mij echter nog niet vergund is uit j de volle bron te scheppen en daaruit tot verzadigens toe te drinken, zal ik toch mijnen mond aan de I opening der liemelsche ader leggen, ■ opdat ik ten minste door eenige drup-

|

I ♦

333

ocr page 363

■4 BOEK. 4 HOOFDSTÜKi

pelen mijnen dorst moge stillen en niet heelemaal versmachte. Want al kan ik ook nog niet, gelijk de Cherubs en Serafs, geheel hemelsch en gloeiende van liefde zijn, zal ik mij toch beijveren om in oprechte devotie mijn hart voor te bereiden, opdat door het ontvangen van het levenwekkend Sacrament eene kleine vlam van dien goddelijken gloed in mij ontstoken worde.

Wat mij echter nog ontbreekt, goedigste Jezus, heiligste Verlosser, vul (Jij het genadig en goedertieren in mij aan, Gij, die U gewaardigt ons allen toe te roepen met deze woorden: «Komt tot Mij, Gij allen, die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken.quot; Ja, ik arbeid in het zweet mijns aanschijns; ik word gefolterd door zielesmart, door zonden neergedrukt, door bekoringen ontrust, door vele driften verstrikt en benauwd ; en er is niemand, die mij helpen, bevrijden en redden kan, dan Gij, Heere mijn God, mijn Verlosser! Zoo geef ik dan mijzelven en al het mijne aan U over, opdat gij mij moogt bewaren en geleiden tot het

334

ocr page 364

4 BOEK. 5 HOOFDSTÜk.

E3 | - 5

eeuwige leven. Neem mij op tot lof en verheerlijking van uwen naam, Gij, die mij uw Lichaam en Bloed tot spijs en drank bereid hebt.

o Heere God, mijn Heiland, geef, dat met het dikwijls ontvangen van uw Sacrament, ook de gevoelens mijner devotie mogen toenemen!

5 HOOFDSTUK'.

Over de waardigheid van dit Sacrament en over den ■priesterlijken slaat.

DE HEER.

1. Al bezat gij de reinheid der Engelen en de heiligheid van Joannes den Dooper, nog zoudt gij niet waardig zijn om dit Sacrament te ontvangen of uit te reiken; want het is niet de verdienste eens nienschen, dat iemand het Sacrament van Christus consacreert en uitdeelt en zich met het Brood der Engelen voedt. Verheven voorwaar is het ambt en hoog de waardigheid des Priesters, wien vergund is, hetgeen den Enge-

S____f

8:5:)

ocr page 365

■i HOEK. 5 HOOFDSTUK.

®------S

Ion niet werd toegestaan ! Want alleen | de geldig gewijde Priesters der Kerk hebben de macht om het Misofler op te dragen en het Lichaam van Christus te consacreeren.

De Priester weliswaar is de dienaar Gods: hij bezigt het woord van God, volgens Gods bevel en instelling; maar God zelf is het, die daar eigenlijk handelt en onzichtbaar werkt, Ilij, wien alles onderworpen is, wat Hij wil en wien alles gehoorzaamt, als Hij gebiedt. Gij moet dus in dit hoogverheven Sacrament den almach-tigen God meer gelooven, dan uwe zinnen of eenig zichtbaar teeken, en daarom moet gij n met vrees en eerbied tot deze heilige handeling begeven.

2. Geef' dan acia up uzelveu en bedenk, welke uitnemende bediening u door de handoplegging van den bisschop is toevertrouwd.

Zie, gij zijt Priester geworden en gewijd om den goddelijken dienst te verrichten. Zorg daarom, dat gij het heilige Sacrificie op zijn tijd met geloof en devotie aan God opdraagt en

E2------S

;-i36

ocr page 366

4 BOEK. 5 HOOFDSTUK.

!S — S!

dat gij u onberispelijk toont in uwen levenswandel. Gij liebt uwen last niet | verlicht, maar zijt veeleer door engere banden der tucht gebonden en I lot grootere volmaaktheid en heiligheid verplicht. Een Priester moet met alle deugden versierd zijn en aan alle anderen tot voorbeeld strekken van een goed leven. Hij moet niet ver-keeren met de wereld lingen, noch de gewone wegen der menschen bewandelen: zijn omgang zij met de Kogelen in den Hemel of met deugdzame mannen op aarde.

De Priester, met de heilige gewaden gekleed, vervangt de plaats van Christus, om vurig en nederig voor zich en voor het gansche volk tot God te smeeken.

Op de borst e., op den rug draagt hij het kruisteeken des Heeren, opdat hij Christus' lijden voortdurend ge-denke. Vóór zich draagt hij het kruis op de kazuifel, opdat hij de voetstappen van Christus vlijtig gadesla en ijverig trachte te volgen ; op den rug is hij met het kruis geteekend, opdat hij iedere beleediging, hem dooi1 anderen aangedaan, om Gods wille zacht-

ocr page 367

4 BOEK. 6 HOOFDSTUK.

S-----------®

moedig ven)rage. Van voren draagt hij het kruis, opdat hij zijne eigene zonden beweene ; van achteren, opdat hij ook de misslagen van anderen uit mededoogen betreure en zich her-innere, dat hij als middelaar tusschen God cn den zondaar gesteld is en niet ophouden moet met bidden en ofleren, totdat iiij genade en barmhartigheid heeft verworven.

Wanneer de Priester het H. Mis-oflbr opdraagt, dan vei'eert liij God, verblijdt hij de Engelen, sticht de ge-loovigen, helpt de levenden, brengt rust aan de afgestorvenen en maakt zichzelven alle goederen deelachtig.

G HOOFDSTUK.

Be geloovige ziel vraagt naar eene voorbereiding lol ile 11. Communie.

Wanneer ik, o Heer, uwe vvaar-

I digheid cn daarbij mijne nietigheid overweeg, dan overvalt mij cene siddering en ik word beschaamd voor mijzelven. Want kom ik niet tot ü , dan vlied ik het leven ; zou ik echter onwaardig naderen, dan val ik in ou-

m----s

3138

ocr page 368

4 BOEK. 7 HOOFDSTUK.

®--7---—®

genade. Wat zal ik rlan doen, o mijn God, mijn helper en raadgever in iederen nood?

Toon Gij mij den rechten weg, stel mij eenige korte oefening voor, bij de H. Communie passende. Want het is mij zeer nuttig te welen, met welke innigheid en eerbied ik mijn hart moet voorbereiden, om uw H. Sacrament lot heil mijner ziel te ontvangen of' een zoo verneven, goddelijk Offer op te dragen.

7 HOOFDSTUK'.

Over het gewetensonderzoek en het. voornemen van verbetering.

DE HEER.

1. Eerst en vooral moet de Priester Gods met diepen ootmoed des harten en smeekenden eerbied, met een vol geloof en hot zuivere oog-merk. God te eeren, lot liet ouler toetreden, wanneer hij dit Geheim vieren, uitreiken of ontvangen wil.

Onderzoek daarom naarstig uw ge- |

......- - - - S

839

ocr page 369

4 BOEK. 7 HOOFDSTUK.

ES------------------------------©

weten, reinig en zuiver het, zooveel gij vermoogt, door een oprecht berouw en eene ootmoedige biecht, zoodat gij niets hebt, dat u bezwaart, of niets weet. wat u zou kunnen beangstigen en den vrijen toegang verhinderen. Verafschuw al uwe zonden in 't algemeen en bedroef u en zucht in t bijzonder over uwe dagelijlische overtredingen, en. als de tijd het lijdt, beken dan in het binnenste uws harten al de ellenden uwer driften.

Zucht en treur, dat gij nog zoo zinnelijk en wereldsch, zoo weinig de driften afgestorven, zoo vol van be-j wegingen der begeerlijkheid zijt; dat | gij /00 nalatig zijt in 't bewaken uwer zinnen en zoo dikwijls door allerlei ijdele. voorstellingen verward; zoo geneigd tot het uiterlijke, zoo onachtzaam omtrent het innerlijke; zoo licht vervoerd tot lachen en uitgelatenheid, maar zoo verhard totwee-nen en ingekeerdheid; zoo vaardig | tot verslapping en lichamelijk gemak, maar zoo traag tot strengheid en ijver; zoo verlangend om iets nieuws te zien en iets schoonste hooren, zoo afkeerig om het lage en verachte te

340

ocr page 370

-4 GOEK. 7 HOOFDSTUK.

® - - •-^

omhelzen ; zoo begeerig om veel te | ; bezitten, maar zoo karig in het ge-1 ven en zoo taai in het behouden; zoo j onbedachtzaam in het spreken, maar ] zoo weinig in staat om to zwijgen; i zoo ongeregeld van zeden, zoo onstui-i mig in uwe handelingen; zoo gulzig I bij het eten, zoo dooi' voor het woord Gods ; zoo gretig naar rust, maar zoo langzaam tot den arbeid; zoo oplettend bij beuzelachtige gesprekken, zoo slaperig bij den heiligen dienst; zoo reikhalzend naar het einde, zoo onbestendig in aandacht; zoo onachtzaam in het breviergebed, zoo lauw bij het Mislezen, zoo dor bij het coui-municeeren; zoo licht verstrooid, zoo zelden volkomen in uzelven ingekeerd, zoo spoedig in toorn ontstoken, zoo geneigd om anderen misnoegen te geven ; zoo overhaastig in het oordeelen, zoo streng in het bestraften; zoo verheugd in voorspoed, zoo terneergeslagen in tegenspoed, zoo rijk aan goede voornemens en zoo arm aan goede werken.

Wanneer gij deze en uwe andere gebreken met smart en groote droefheid over uwe zwakheid beleden en

S3____S

341

ocr page 371

A BOEK. 7 HOOFDSTUK.

t3 quot; *

beweend hebt, maak dan het vaste voornemen uw leven voortaan te verbeteren en gedurig toe te nemen in de deugd.

Draag u vervolgens aan Mij op met volkomen afstand van uzelven en met onverdeelden wil; ontsteek ter eere mijns Naams een immerdurend brandoffer op het outer uws harten, door namelijk uw lichaam en ziel geheel aan Mij over te geven. Op deze wijze zult gij ii waardig voorbereiden, om God het H. Offer op te dragen en het Sacrament mijns Lichaams tot uwe zaligheid te ontvangen.

2. Er is geen waardiger offer en geene grootere voldoening tot uitdel-ging der zonden, dan wanneer men zichzelven rein en onverdeeld, met het Offer van Christus' Lichaam in de II. Mis en bij de Communie aan üod opdraagt. Wanneer de mensch doet, wat hij vermag, en een oprecht berouw toont over zijne zonden, zoo dikwijls hij dan om vergeving en genade smeekend tot Mij komt, zal Ik, de Heer, tot hom spreken: »'/oo waar Ik leef', Ik wil niet den dood des zon-

342

ocr page 372

■i BOEK. ^ HOOFDSTUK.

S S3

(laars, maar veelmeer dat hij zich bekeerd en leve; zijner zonden zal Ik niet meer gedenken, maar alle zullen liem vergeven zijn.quot;

8 HOOFDSTUK.

Over de opoffering van Christus aan hel kruis en onze eigene opoffering.

DE HEER.

1. Gelijk Ik Mijzelven naakt en met aan 't kruis uitgespannen armen bereidwillig voor uwe zonden aan God den Vader opdroeg — zoodat er in Mij niets overbleef, dat niet geheel overging in een oll'er ter verzoening met God — zoo moet ook gij dagelijks in de 11. Mis uzelven vrijwillig aan Mij opdragen, met al uwe ver-mngens en genegenheden en zoo hartelijk, als gij maar kunt.

Wat vorder Ik meer van u, dan dat gij u beijvert uzelven geheel en al aan Mij over te geven? Alles wat gij buiten uzelven geeft, acht Ik voor niets: want Ik zoek niet uwe gaven, tg___\

ocr page 373

■4 BOEK. 8 HOOFDSTUK.

S-----g

maar u. Evenals liet u niet baten zou. als gij alles, slechts Mij niet, bezat, zoo kan ook mij niets behagen van alles, wat gij geven moogt, indien gij uzelven niet geeft. Draag uzelven aan Mij op, geef u geheel aan God, en uw oO'er zal aangenaam wezen. Zie, Ik heb Mij geheel aan den Vader op-geoflerd voor u; Ik heb ook geheel mijn Lichaam en JMoed tot spijze gegeven, opdat Ik geheel de uwe zij en gij de mijne blijven moogt. Indien gij daarom aan uzelven blijft vasthouden en u niet gewillig aan mijn welbehagen overgeeft, dan is uw offer niet volkomen eu de vereeniging tusschen ons kan niet volmaakt wezen. Alle uwe handelingen moet dus eene vrijwillige opoffering van uzelven in de handen Gods voorafgaan, indien gij vrijheid en genade verwelven wilt. Want daarom worden er zoo weinigen verlicht en inwendig vrij, omdat zij zichzelvcn niet geheel weten te verloochenen.

Deze mijne uitspraak blijft onveranderlijk: xwie niet alles verzaakt, kan mijn leerling niet wezen.quot; Wenscht gij dus mijn leerling te worden, offer

t2-----g

344

ocr page 374

4 hoek. ü hoofdstuk.

dan uzelven geheel en al aan Mij op, met alle de genegenheden uws haften.

9 HOOFDSTUK.

WIJ moeien onszdven en al het \ onze aan God opo/feren en voor allen bidden.

ije geloovige ziel.

■J. Heer, alles wat er in den hemel en op de aarde bestaai., behoort aan l . Ik verlang mijzelven tot een vrijwillig ofl'er aan U op ie dragen en voor eenwig de uwe te zijn. lieer, in de eenvoudigheid mijns harten oller 11; mijzelven lieden aan U op, om U voor altoos te dienen, U te gehoorzamen en een oller van eeuwigdu-renden lot' te worden. Neem mij aan, te gelijk met dit heilige Oller van uw kostbaar Lichaam, dat ik Ü heden in de onzichtbare tegenwoordigheid der Engelen opdraag, opdat het mij en geheel uw volk tot heil verstrekke.

'2. Heer, al mijne zonden en over's_________m

345

ocr page 375

4- boek. 9 hoofdstuk.

tredingen, die ik voor u en uwe heilige Engelen van den dag af, dat ik liet eerst zondigde tot op dit uur, begaan heb, leg ik op uw zoenaltaar i neder. Ontsteek ze alle en verbrand j ze door het vuur uwer liefde; verdelg al de smetten mijner zonden, reinig mijn geweten van alle schuld en schenk mij uwe genade, die ik door de zonden verloren heb, terug, dooi' mij alles volkomen te vergeven en mij in uwe barmhartigheid weer op te riemen tot den kus des vredes.

Wat kan ik doen tot boeting mijner zonden, dan ze ootmoedig belijden en beweenen en U onophoudelijk om erbarming smeeken? Ik bid TJ, o mijn God, verhoor mij genadig, nu ik voor U sta. Ik verafschuw alle mijne zonden en wil ze nimmer meer begaan; ik heb er berouw over en zal er berouw over hebben, zoolang ik leef; en ik ben bereid om boete te plegen en voldoening te geven, zooveel ik vermag. Vergeef mij, o God, vergeef mij mijne zonden om uws heiligen Naams wille; red mijne ziel, die Gij door uw kostbaar Hloed hebt vrijgekocht. Zie, ik geef mij over aan uwe bannhar-

a__________________s

34 G

ocr page 376

4 DOEK. 9 HOOFDSTUK.

;-----a

tigheid en stel mij in uwe lianden. Handel met mij naar uwe goedheid, niet naar mijne boosheid en ongerechtigheid.

3. Ik on'or U ook alles op, wat er goeds aan mij is, hoe weinig en onvolmaakt het ook wezen mag. Zuiver en heilig het, opdat het U aangenaam en welgevallig worde. Breng Gij het alles tot eene hoogere volmaaktheid en mij, tragen en nuttcloozen dienstknecht, tot een goed en zalig einde.

4. Ook draag ik U op al de vrome verlangens van devote zielen, de aangelegenheden mijner ouders, vrienden, broeders, zusters en van allen, die mij dierbaar zijn, alsook van degenen die, uit liefde tot U, aan mij of aan anderen eenig goed bewezen hebben; desgelijks ook van hen, die verlangd en verzocht hebben, dat ik voor hen en al de hunnen zou bidden en de H. Mis opdragen, mogen zij nog op aarde leven of reeds gestorven zijn: opdat zij allen verwerven de hulp uwer genade, den steun uwer vertroosting, bescherming in gevaren

m____s

347

ocr page 377

4 BOEK. 9 IIOOFOSTÜK.

©

en bevrijding van de straffen, en opdat zij, aan alle onheilen ontrukt, U blijmoedig danken en verheerlijken mogen!

5. Eindelijk draag ik U ook inijne gebeden en deze fl. OH'erande op in liet bijzonder voor degenen, die mij in eenig opzicht beleedigd, bedroefd en gesmaad, of eenige schade of verdriet veroorzaakt hebben ; alsmede voor hen allen, die ik ooit door woord of daad, wetende of onwetende, bedroefd, ontrust, verongelijkt of geer- j gerd heb, opdat Gij ons allen gelijkerwijze onze zonden en wederzijdsche beieedigingen vergeven moogt.

Neem weg, o Heer, uit onze harten alle achterdocht, verbittering, toorn ( en tweedracht, en alles, wat de liefde i krenken en de broederlijke eendracht verzwakken kan.

Ontferm U, o lieer, ontferm U over \ allen, die uwe barmhartigheid afsmee-ken, en schenk uwe genade aan allen, die ze behoeven; doe ons zoodanig leven, dat wij waardig worden hier uwe genade te genieten en eens tot het eeuwige leven te geraken. Amen.

S-—-----S

348

ocr page 378

4 BOEK. '10 HOOFDSTUK.

10 HOOFDSTUK.

Men moei de II. Communie niel licht achlerlaten.

J)E HEER.

J. Gij moet dikwerf uwe toevluclit nemen tot de bron der genade en der goddelijke barmliartiglieid, tot de bron van alle goedheid en reinheid, om van uwe driften en zonden genezen te worden en grootere stei kte en waakzaamheid tegen de listen des duivels te verkrijen.

J)e booze vijand weet zeer goed, dat in de H. Communie liet grootste voordeel en allerkrachtigste heilmiddel gelegen is; daarom tracht hij op elke wijze en bij iedere gelegenheid de geloovigen en de devote zielen, zooveel hij kan, ervan terug te houden en ze te hinderen bij 't ontvangen van het II. Sacrament. Daarom lijden velen juist dan de ergste ingevingen van den Satan, als zij zich tot de 11. Communie voorbereiden: want de booze geest, zooals er in het

ocr page 379

4 DOEK. IC) HOOFDSTUK.

i—-—-Si

bock Job geschreven staat, mengt zich onder de kinderen Gods, om ze door zijne gewone arglistigheid te verontrusten, te verwarren en bevreesd te maken; daardoor zoekt hij hunnen ijver te verminderen of' door zijne aanvallen zelfs het geloof aan 't wankelen te brengen, zoodat zij de If. Communie of geheel achterlaten of ten minste met lauwheid ontvangen.

Aan deze zijne listen en ingevingen, hoe schandelijk en afschuwelijk zij ook zijn mogen, moet men zich in 't minst niet storen, maar hem alle die inblazingen iti het aangezicht terugwerpen. Verachten en belachen moet men den rampzalige en om zijne aanvallen en deontsteltenissen die hij verwekt, de H. Communie nooit achterlaten.

Dikwijls ook laat men zich weerhouden door eene overdreven bezorgdheid wegens de gevorderde levotie of door eenen zekeren angst wegens de voorafgaande biecht. Handel naar den raad van wijze mannen en leg allen angst en alle onrust ter zijde, omdat daardoor de genade Gods verhinderd en de innigheid des gemoeds gestoord wordt.

350

ocr page 380

4 BOEK. 10 HOOFDSTUK.

Wegens eene geringe entrusting of zwarigheid moet gij de 11. Communie niet verzuimen: ga liever te eerder ter biecht. Vergeef gaarne' alle he-leedigingen ; maar hebt gijzelf iemand beleedigd, vraag ootmoedig vergille-nis en God zal ook u gaarne vergeven.

2. Welk nut doet het, met biechten lang te wachten of de II. Communie te verschuiven? Reinig u zonder dralen, werp spoedig liet vergift uit, haast u het geneesmiddel te gebruiken ; dan zult gij er u beter bij bevinden, dan wanneer gij lang uitstelt. Wanneer gij de 11. Communie vandaag om de eene of andere reden nalaat, dan zal er zich misschien morgen nog een grooter bezwaar opdoen, en zoo kont gij langen tijd van de Communie afgeliouden en er altijd meer (ingeschikt toe worden. Schud daarom deze zwarigheid en traagheid zoodra mogelijk van u af: want er niets bij te winnen, of gij al langen tijd in gewetensangst en onrust voortleeft en u door dagelijksche hindernissen van de Tafel des Heeren verwijderd houdt. Integendeel het is zeer

E2_____________ - .......'_________ . S

351

ocr page 381

4 DOEK. iO HOOFDSTUK.

£S------ S

schadelijk lt;le Communie Inng uit te stellen, omdat dit gewoonlijk groote onversciiilliglieid ten gevolge heeft.

't Is helaas, Ie betreuren, dat zoo vele lauwe en lichtzinnige menschen gaarne de biecht verschuiven en daarom de H. Communie wcnschen uit te stellen, opdat zij niet verplicht zouden zijn tot strenger waakzaamheid over zichzelven. Ach, welke geringe liefde en zwakke devotie hebben zij, die de 11. Communie zoo licht verschuiven !

Hoe gelukkig en Gode behagelijk is hij, die zoo leeft en zijn leven zoo zuiver bewaart, dat hij alle dagen bereid en geneigd zou zijn, om de H. Communie te ontvangen, indien het hem vergund werd en hij liet zonder opspraak doen kon.

Zoo iemand er zich somtijds van onthoudt uit ware nederigheid of om * eene andere goede reden, dan is liij | wegens deze eerbiedigheid te prijzen. | Sluipt er echter lauwheid bij hem in dan moet hij zichzelven opwekken en doen alwat hij vermag: dan zal God,

die vooral op den goeden wil ziet, ®_____®

352

ocr page 382

h' BOEK. 10 HOOFDSTUK. IS — S3

zijn verlangen te gemoet komen. Is iemand wettig verhinderd, dan moet hij tocli steeds den goeden wil en de vrome meening hebben om te com-mimiceercn, en hij zal de vruchten van het Sacrament deelachtig worden. Want ieder kloosterling kan eiken dag en elk uur met vrucht en zonder beletsel de geestelijke Communie verrichten ; op bepaalde dagen echter en vastgestelden tijd moet hij het Lichaam zijns Verlossers met lic tde en eerbied op sacramenteele wijze ontvangen, en daarbij meer Gods lof en eer, dan zijn eigen troost beoogen. Zoo dikwijls wij het geheim der menseh-wording van Christus en zijn lijden inniglijk overwegen, en in liefde tot Jezus ontstoken worden, zoo dikwijls communicearen wij op geestelijke wijze en worden wij onzichtbaar verkwikt.

Wie zich slechts dan voorbereid, als er juist een feestdag aanstaande is of de gewoonte het vordert, zal dikwijls onvoorbereid wezen.

Zalig is hij, die zich den Heere ten ofl'er aanbiedt, zoo dikwijls hij I celebreert of communiceert. 12________S

ocr page 383

■4 ROEK. 41 HOOFDSTUK.

®—--;■-:—;-------------- -----®

Wees in liet Mislezen niet te lang-zaam noch te haastig, maar volg daarin de goede gewoonte van hen, met wie gij leeft. Gij moet anderen geen last en verveling baren, rnaar den gewonen weg houden, naar de instelling dor voorvaderen, en meer het voordeel van anderen dan uwe eigene devotie en neiging behartigen.

'11 HOOFDSTUK.

Hel Lichaam van Christus en de

heilige Schrift zijn voor de ge-loovige ziel hoogst noodzakelijk.

DE ÜELOOVIGE V.W.h.

i. o Liefderijkste lieer Jezus, hoe | zoet is de verrukking eener devote ziel, die met U aan uw gastmaal deelneemt, waar haar geen andere spijs te genieten wordt aangeboden, dan Gijzelf, haar eenige Geliefde, het meest géwenschte voorwerp van al de verlangens baars harten.

Hoe zoet zou het mij wezen, in uwe tegenwoordigheid, van hartelijke aandoening te weenen en evenals de

12.-----a

354

ocr page 384

4 HOEK. 11 HOOFDSTUK.

E3 --——0

vrome Magdalena met mijne tranen uwe voeten te besproeien. Maar waar is die innigheid? Waar is die rijke vloed van lieilige tranen?

Waarlijk voor uw aanschijn en voor uwe heilige Engelen, moest geheel mijn hart ontgloeien en van blijdschap weenen: immers hier in het Sacrament zijt Gij waarachtig tegenwoordig, ofschoon ook verborgen onder eene vreemde gedaante. Want U in uwe eigene goddelijke klaarheid te aanschouwen, dat zouden mijne oogen niet kunnen Verdragen; ja, de geheele wereld zou voor den glans uwer glorie en majesteit niet bestaan. Om mijner zwakheid wille dan verbergt Gij U onder hot Sacrament. Ik heb U waarlijk voor mij, en aanbid U, dien de Engelen aanbidden in den hemel; ik intusscben nog in geloof', zij in aanschouwing en zonder sluier.

Nog moot ik tevreden wezen met liet licht des waren geloofs en daarin voortwandelen, totdat de dag des eeuwigen lichts verschijnt en de schaduwen der beelden verdwijnen. Doch wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan houdt het gebruik der Sa-

S____

355

ocr page 385

4- DOEK. 'I I HOOFDSTUK. B--------- ^

cratnentcn op; want de gelukzaligen in den hemel hebben de heilmiddelen der Sacramenten niet meer noodig. Zij toch verblijden zich zonder einde in de tegenwoordigheid Gods en aanschouwen zijne heerlijkheid van aanschijn tot aanschijn; opgevoerd van de klaarheid desgeloofstot de klaarheid der ondoorgrondelijke Godheid, genieten zij het Woord Gods, in den tijd mensch geworden, gelijk het was van den beginne en in alle eeuwigheid blijft.

Wanneer ik deze wonderen gedenk, [ dan verdriet mij zelfs iedere geestelijke vertroosting: want zoolang ik mijnen Heer niet ongesluierd in zijne glorie aanschouw, houd ik alles voor niets, wat ik in de wereld zie of hoore. Gij zijt mijn getuige, o God, dat geene zaak mij troosten en geen schepsel mij bevredigen kan; dit kunt alleen Gij, mijn God, dien ik eeuwiglijk wensch te aanschouwen. Maar dat is niet mogelijk, zoolang ik in dit sterfelijk lichaam vertoef; daarom moet ik mij zetten tot groote verduldigheid eti mij in ieiler verlangen aan U onderwerpen. Ook uwe Heiligen, o Heer, die nu reeds met U juichen in uw

®-----«vt

356

ocr page 386

4 liOEK. H HOOFDSTUK.

koninkrijk , hebben, zoolang zij op aarde leefden, de verschijning uwer lieerlijkheid in geloof en taai geduld moeten afwachten. Hel geen zij geloofd hebben, dat geloof ook ik; hetgeen zij gehoopt hebben, dat hoop ook ik ; en waar zij gekomen zijn, daar vertrouw ook il; door uwe genade eens te komen. Middelerwijl zal ik, gesterkt door het voorbeeld uwer Heiligen in het geloof voortwandelen; ook zullen mij de heifge boeken tot troost en tot een spiegel des levens verstrekken; meer echter dan alles zal uw allerheiligste Lichaam mijne hulp en toevlucht wezen.

'2. Twee dingen zijn mij in dit leven hoogst noodzakelijk, zonder welke dit ellendig bestaan mij onverdragelijk zou wezen. Teruggehouden in den kerker des lichaams, heb ik voedsel van doen en licht. Daarom hebt (iij mij in mijne zwakheid uw allerheiligste Lichaam ter versterking van ziel en lichaam gegeven, en uw Woord tot eenc lamp voor mijne voeten gestold. Zonder deze beide zou ik niet goed kunnen leven: want hot Woord

ocr page 387

1 BOEK. II HOOFDSTUK.

ES-----------^

Gods is het licht mijner ziel, en uw i Sacrament is liet Brood des levens. Men kan ze de twee tafels noemen, die, tegenover elkander geplaatst, in de schatkamer der heilige Kerk zijn opgesteld: de eene is de tafel des heiligen altaars, en daarop ligt het heilige Brood d. i. het kostbare Lichaam van Christus; de andere is do tafel der goddelijke wet, en daarop ligt do heilige leer, die ons in het ware geloof onderricht en ons veilig henenleidt tot binnen het voorhangsel — tot het Allerheiligste.

3. Dank zij U, o Jezus, Licht van het eeuwige Licht, voor deze tafel der heilige leer, die Gij ons door uwe dienaren, de Profeten, Apostelen en andere leeraars, hebt aangericht; dank zij U, o Schepper en Verlosser der menschen. Gij, die, om uwe liefde aan de geheele wereld te bewijzen, dit heerlijk Avondmaal hebt toebereid, waarin Gij ons geen zinnebeeldig Paaschlam, maar uw allerheiligste Lichaam en Bloed tot spijze aanbiedt; door dat heilige gastmaal verblijdt Gij alle uwe geloovigen en verkwikt hen

ES----^

358

ocr page 388

4 BOEK. 11 HOOFDSTUK.

®-----83

i met den beker des lieils, die al de geneugten van het Paradijs bevat; terwijl ook de heilige Engelen met ons gastmaal houden, ofschoon met zaliger genoegen.

4. O, hoe verheven en eerwaardig is het ambt der Priesters, wien het vergund is den Heer der heerlijkheid door de heilige woorden te consa-creeren, met hunne lippen te zegenen, met hunne handen aa i te raken, met hunnen mond te nuttigen en aan de geloovigen ter nuttiging toe te reiken ! .

O, hoe rein moeten de handen, hoe zuiver de mond, hoe heilig het lichaam, hoe vlekkeloos het hart des priesters wezen, bij wien de Bewerker aller reinheid zoo dikwijls binnenkeert. Uit den mond des Priesters, die zoo dikwerf het Sacrament van Christus ontvangt, mogen slechts heilige, eerbare en stichtende woorden voortkomen. Ue oogen des Priesters, die het Lichaam van Christus herhaaldelijk aanschouwen, moeten eenvoudig en eer-baar, en zijne handen, die den Schepper van hemel en aarde zoo dikwijls aanraken, zuiver en hemelwaarts geheven

is_____!__m

m

ocr page 389

4 BOEK. 12 HOOFDSTUK. E§quot; ~ SE

zijn. Voor de Priesters vooral geldt liet woord der Wet: »Weest heilig, omdat li; lieilig ben, de Heer, mv God.quot;

Almachtige God, llt;om ons door uwe genade te hulp, opdat wij, die het priesterlijk ambt aanvaard hebben, met ware reinheid en een goed geweten U waardig en innig mogen dienen. En indien wij niet in zulke onschuld des levens wandelen kunnen, als wij moeten, zoo verleen ons toch de genade , om de bedreven zonden in oprechtheid te beweenen en in den geest der nederigheid en met vastbesloten wil voortaan U ijveriger te dienen.

12 HOOFDSTUK.

Tot dc H. Communie moet men zich met groote zorgvuldigheid voor-hereiden.

DK IIKER.

1. Ik ben een minnaar der rein-: beid en de bron aller heiligheid. Ik zoek een rein hart en slechts daar is

B-----:___®

90(1

ocr page 390

4 HOEK. i2 IIOOI'DSTUK.

7—7-;— 5?

mijne rustplaats. Bereid mij oene ruime, welversierde zaal, en Ik zal bij u met mijne leerlingen hetPaasclmiaal vieren. Wilt gij, dat Ik tot n kome en bij u blijve, verwijder dan den ouden zuurdeesem en reinig i!e woning uws harten. Verdrijf daaruit de heele wereld en iedere zondige opwelling. Zit eenzaam, als eene muscb op het dak en overdenk uwe overtredingen in de bitterheid uwer ziel. Want ieder, die liefheeft, bereidt voor zijnen geliefden de beste en st hoonste woonstede, en hieraan ei kent men de genegenheid var. hem, die den beminden opneemt.

Weet echter, dat gij door eigen inspanning u nooit waardig genoeg kunt voorbereiden, al zondt gij ook een gansch jaar aan deze voorbereiding besteden en op niets anders bedacht zijn. Neen, slechts door mijne goedheid en genade wordt u de toegang tot mijne Tafel verleend, evenals een bedelaar tot den maaltijd eens rijken genoodigd wordt, die niets anders heeft om. deze weldaad te vergelden, dan ootmoedige dankzegging.

J)oo dan, wat aij kunt. en doe het

!_______amp;

:-Uil

ocr page 391

4 HOEK. 12 HOOFDSTUK.

met vlijt en zorg; ontvang het Lichaam van uwen lieven lieer en God niet uit dwang of gewoonte, maar met vrees, met eerbied en liefde, zoo dikwijls Hij zicli verwaardigt tot u te komen. Ik ben bet, die u geroepen en u dit gebod gegeven beeft, en Ik zal ook aanvullen, wat u ontbreekt; kom slecbts en ontvang Mij.

2. Wanneer Ik u de genade der devotie verleen , dan moet gij uwen God danken, niet alsof gij ze verdiend badt, maar omdat Ik Mij over u ontfermd beb.

Wanneer gij echter geen devotie, maar veeleer geestelijke dorheid gevoelt, volhard dan in bet gebed; blijf zuchten ei\ aankloppen, en boud niet op, totdat gij verwaardigd wordt eenige kruimelen of een druppeltje mijner heilzame genade te ontvangen. Gij hebt Mij noodig, niet Ik heb u noodig; ook komt gij niet, om Mij te heiligen, maar Ik kom, om u te heiligen en te verbeteren. Gij komt, om door Mij geheiligd en met Mij ver-eenigd te worden, om steeds nieuwe genaden te ontvangen en oonieuw

- c3

;ifgt;2

ocr page 392

4 BOEK. 12 HOOFDSTUK.

tei1 verbetering ontstoken te worden. Verwaarloos deze genade niet, maar bereid uw hart met alle naarstigheid en leid uwen Geliefden bij u binnen.

3. Gij moet n echter niet alleen voor de Communie tot devotie opwekken, maar ook zorgen, dat gij u daarin bewaart na het ontvangen van het heilige Sacrament. Waakzaamheid na de II. Communie is evenzeer noodzakelijk, als innige voorbereiding te voren : want de zorgvuldige waakzaamheid na de Communie is wederom de beste voorbereiding, om grootere genade te ontvangen; daartoe echter wordt men zeer ongeschikt, wanneer men zich terstond aan uit-wendigen troost overgeeft.

Vermijd dus, na de Communie, het veelvuldig gepraat, blijt in de eenzaamheid en geniet daar uwen God; want gij bezit Hem, dien de gansche wereld u niet ontnemen kan. Ik ben het, aan wien gij u geheel moet overgeven, zoodat gij voortaan niet meer in u, maar in Mij, zonder eenige bekommering, leven rnoogt.

m____gj

363

ocr page 393

4 BOEK. 13 HOOFDSTUK. ES ■ §3

13 HOOFDSTUK.

Be devote ziel moet naar de ver-

eeniging met Christus in het U.

Sacrament ran (janscher harte verlangen.

DE GELOOVIGE ZIEL.

i. Wanneer zal ik liet geluk hebben, o Heer, dat ik U alleen vinde , U mijn geheel hart opene en U geniete, gelijk mijne ziel het verlangt; dat voortaan niemand meer op mij neerzie, noch eenig schepsel mij aan-trekke of zich om mij bekreune; maar dat Gij alleen met mij spreekt en ik met U, gelijk een geliefde spreekt met zijnen geliefden en een vriend met zijnen vriend bij 't gemeenschappelijk maal.

Hierom bid ik, dit wensch ik, dat ik geheel mot U vereenigd mag worden en mijn hart van alle geschapene dingen aftrekken, en dat ik, door de H. Communie en het opdragen van do H. Mis, meer en meer leere smaak te vinden aan do hemel-ES----gg

ocr page 394

-4 DOEK. 13 HOOFDSTUK.

13----------s

sclie en eeuwige goederen. Ach, mijn Heer en God, wanneer zal ik aldus met U vereenigd en in U verslonden en mij/elven ganscli vergeten zijn ? Gij in mij en ik in U; o, laat ons alcliis ééns blijven! Gij zijt waarlijk ; mijn geliefde, uitverkoren boven dui-! zenden, bij wien mijne ziel verlangt te wonen al de dagen baars levens. Gij zijt waarlijk mijn vredevorst, in wien de hoogste vrede en de ware rust te vinden is, en buiten wien alles moeite is en smart en eindelooze ellende. Gij zijt waarlijk een verborgen God en Gij houdt geen gemeenschap met de boozen, maar met de eenvoudigen en ootmoedigen is uw onderhoud.

2. O, hoe liefderijk is mv geest, o lieer, daar Gij, om uwen kinderen uwe teedere liefde te toonen, U verwaardigt hen te verkwikken met liet kostelijke brood, dat van den hemel komt.

Waarlijk er is geen ander volk, dat God zoo nabij is, gelijk Gij, onze God, nabij zijt al uwe geloovigen, doordat Gij hun, om ze dagelijks te troosten

ï---S

3fgt;5

ocr page 395

4 BOEK, 13 HOOFDSTUK.

®----—g5

en hun hart ten hemel te verheden, Uzelven te eten en te genieten geeft. Welk ander volk is zoo bevoorrecht als het christenvolk ? Of welk schepsel onder den hemel ondervindt zulke liefde als de devote ziel, bij welke God inkeert, om haar te voeden met zijn verheerlijkt Vleesch?

o Onuitsprekelijke genade, o wonderbare nederbuiging, o onmetelijke liefde, die hier den mensch op zoo'n uitnemende wijze betoond wordt!

Wat zal ik den lieer vergelden voor deze genade, voor deze uitstekende liefde? Niets is er, dat Hem aangenamer zal wezen, dan dat ik mijn hart geheel en al aan mijnen God schenke en op het nauwste met Hem verbinde.

Dan zal geheel mijn binnenste juichen, als mijne ziel volkomen met God vereenigd is. Dan zal liij tot mij spreken: wanneer gij bij Mij wilt zijn, dan wil ook Ik bij u wezen. En ik zal Hem antwoorden: o Heer, verwaardig IJ bij mij te blijven, gaarne wil ik bij U zijn ; want dit is al mijn verlan gen, dat mijn hart met U vereenigd zij. ________^

366

V,

ocr page 396

■i doek. 44 hoofdstuk. S -S3

U HOOFDSTUK.

Over het gloeiende verlangen van sommige devote zielen naar de 11. Communie.

de geloov1ge ziel.

J. O, hor! groot is de rijkdom der geneugten, die Gij, o Heer, hebt weggelegd voor hen die U vreezen !

Wanneer ik bedenk, o Heer, met welke groote innigheid en liefde sommige devote zielen tot uw Sacrament naderen, dan word ik dikwijls schaamrood voor rnijzelven, dat ik zoo lauw eu koud tot uw altaar en de Tafel der H. Communie toetrede; dat ik zoo dor en zonder aandoening des harten blijve; dat ik voor ü, mijn God, niet ganscli ontgloeie, en niet zoo machtig aangetrokken en inwendig aangedaan worde, als zoovele devote zielen, die wegens het overgroot verlangen naar de II. Communie en de sterke liel'dêontroering van hun hart, hunne tranen niet konden weerhouden; maar met mond en hart naar

12___S

ae?

ocr page 397

K BOEK. '14 HOOFDSTUK.

s-----7©

U, o God, de bron des levens, vurig haakten, en die liun honger op geene andere wijze verminderen ol' stillen mochten, dan door uw allerheiligste Lichaam met heilige vreugde cn smachtend verlangen te nuttigen.

O, hun oprecht, brandend geloof is een overtuigend bewijs van uwe heilige tegenwoordigheid Zij erkennen hunnen lieer waarlijk aan het breken des broods, zij, wier hart zoo zeer ontgloeit, als Jezus met hen wandelt. Maar ach, zulk een verlangen en innigheid, zulke liefde en ijver zijn dikwijls verre van mij.

2. Wees mij genadig, o goede, liefderijke en meedoogende Jezus, en vergun mij, uw armen bedelaar, dat ik toch somwijlen bij de II. Communie iets van die gloeiende liefde on-dervinde, opdat mijn geloof zich ver-sterke, mijne hoop op uwe goedheid toeneme, eu mijne liefde, wanneer zij eenmaal volkomen ontvlamd en met het hernelsch manna gevoed is, nooit meer afneme.

Uwe barmhartigheid toch is machtig genoeg, om ook mij deze ge-

Eg__________S

3(18

ocr page 398

A BOEK. 15 HOOFDSTUK.

ES------------59

wensclifc genade te verleenon, en mij op den dag uws welbeliagens met den geest der vurigheid wehvillend te bezoeken. En al brand ik ook niet van zulk een groot verlangen, als zoovele bij uitstek devote zielen, dan heb ik toch door uwe genade de begeerte naar dat groote, gloeiende verlangen ; en ik bid en wensch, dat ik aan den liefdegloed van alle deze ijverige minnaars deel moge hebben en onder hun heilig gezelschap meegerekend worden.

15 HOOFDSTUK.

De. rjenade der devotie verkrijgt men door ootmoed en zelfverloochening.

DE HEER.

1. He genade der devotie moet gij zonder ophouden zoeken, vurig af-smeeken, geduldig en met vertrouwen afwachten, dankbaar aannemen, in ootmoed bewaren, ijverig met haar medewerken, maar den tijd en de wijze van het hemelsche bezoek geheel aan (lod overlaten.

m___S

ocr page 399

4 130I£K. 13 HOOFDSTUK.

m----------—g

j en hun hart ten hemel te verheffen, Uzelven te eten en te genieten geeft. Welk ander volk Is zoo bevoorrecht als het christenvolk ? Of welk schepsel onder den liemel ondervindt zulke liefde als de devote ziel, bij welke God inkeert, om haar te voeden met zijn verheerlijkt Vleesch?

o Onuitsprekelijke genade, o wonderbare nederbuiging, o onmetelijke liefde, die hier den mensch op zoo'n uitnemende wijze betoond wordt!

Wat zal ik den Heer vergelden voor deze genade, voor deze uitstekende liefde? Niets is er, dat Hem aangenamer zal wezen, dan dat ik mijn hart geheel en al aan mijnen God schenke en op het nauwste met Hem verbinde.

Dan zal geheel mijn binnenste juichen, als mijne ziel volkomen met God vereenigd is. Dan zal Hij tot mij spreken: wanneer gij bij Mij wilt zijn, dan wil ook Ik bij u wezen. En ik zal Hem antwoorden: o Heer, verwaardig U bij mij te blijven, gaarne wil ik bij IJ zijn : want dit is al mijn verlangen, dat mijn hart met U vereenigd zij.

ocr page 400

-4 BOEK. 14 HOOFDSTUK.

U HOOFDSTUK.

Over het gloeiende, verlangen van sommige devote zielen naar de H. Communie.

DR GELOOV1GE ZIEL.

'1. O, hoG groot is lt;le rijkdom der geneugten, die Gij, o lieer, hebt weggelegd voor hen die U vreezen!

Wanneer ik bedenk, o Heer, met welke groote innigheid en liefde sommige devote zielen tot uw Sacrament naderen, dan word ik dikwijls schaamrood voor mijzelven, dat ik zoo lauw en koud tot uw altaar en de Tafel der H. Communie toetrede; dat ik zoo dor en zonder aandoening des harten blijve; dat ik voor ü, mijn God, niet gansch ontgloeie, en niet zoo machtig aangetrokken en inwendig aangedaan worde, als zoovele devote zielen, die wegens het overgroot verlangen naar de H. Communie en de sterke lieldeontroering van hun hart, hunne tranen niet konden weerhouden; maar met mond en hart naar

12___S

367

ocr page 401

4 BOEK. '14 HOOFDSTUK.

S---

U, o God, de bron des levens, vurig haakten, en die luin honger op geene andere wijze verminderen ol' stillen mocliten, dan door uw allerheiligste Lichaam met heilige vreugde en smachtend verlangen te nuttigen.

O, hun oprecht, brandend geloof' is een overtuigend bewijs van uwe heilige tegenwoordigheid! Zij erkennen hunnen lieer waarlijk aan liet breken des broods, zij, wier hart zoo zeer ontgloeit, als Jezus met hen wandelt. Maar ach, zulk een verlangen en innigheid, zulke liefde en ijver zijn dikwijls verre van mij.

2. Wees mij genadig, o goede, liefderijke en meedoogende Jezus, en vergun mij, uw armen bedelaar, dat ik toch somwijlen bij de 11. Communie iets van die gloeiende liefde on-dervinde, opdat mijn geloof zich ver- : sterke, mijne hoop op uwe goedheid toeneme, en mijne liefde, wanneer zij eenmaal volkomen ontvlamd en met het hemelsch manna gevoed is, nooit j meer afneme.

ocr page 402

A nOEK. 45 HOOFDSTUK.

Td 55

wensclitc genade te verleenen, en mij op den dag mvs welbeliagens met den geest der vui'iglieid welwillend te bezoeken. En ai brand ik ook niet van zulk een groot verlangen, als zoovele bij uitstek devote zielen, dan lieb ik toch door uwe genade de begeerte naar dat groote, gloeiende verlangen ; en ik bid en wenscli, dat ik aan den liefdegloed van allo deze ijverige minnaars deel moge hebben en onder hun heilig gezelschap meegerekend worden.

15 HOOFDSTUK.

Di'. (fcnadu der devotie verkrijjt men door oolmoed en zelfverloochening.

DE HEER.

1. De genade der devotie moet gij zonder ophouden zoeken, vurig af-smeeken, geduldig en met vertrouwen afwachten, dankbaar aannemen, in ootmoed bewaren, ijverig met haar medewerken, maar den tijd en de wijze van het hemelsche bezoek geheel aan God overlaten. ®______S

ocr page 403

4 BOEK. '15 HOOFDSTUK.

Vooral moet gij 11 vernederen, quot;wanneer gij inwendig weinig of geene devotie gevoelt, maar deswege niet al te neerslachtig of bovenmate bedroefd worden. Dikwijls geeft God in een kort oogenblik, hetgeen Hij langen tijd geweigerd heeft, en somtijds geeft Hij op het einde van het gebed, hetgeen Hij in het begin daarvan uitgesteld heeft te geven. Werd de genade altijd aanstonds verleend en steeds naar onzen wensch gegeven, dan zou de zwakke mensch zulks niet goed verdragen kunnen. Daarom moet men in vast vertrouwen en nederig geduld de genade der devotie afwachten.

Wordt zij u niet verleend of ook ongemerkt weer onttrokken, dan wijt het uzelven en uwe zonden. Dikwijls is het slechts eene geringe zaak, die de genade verhindert of ontneemt, wanneer men gering mag noemen en niet eerder groot moet heeten, hetgeen ons van zulk een goed berooven kan. Hebt gij dat beletsel, hetzij groot of klein, uit den weg geruimd en geheel overwonnen, dan wordt u gegeven, hetgeen gij verlangt. Want zoodra gij

B5-— -___li®

370

ocr page 404

4 ROEK. 15 IIOOFDSTUK. S-------$3

li van gansclier harte aan God overgeeft en noch liet een noch liet ander naar uw eigenen wil en wensch zoekt, maar onverdeeld in Hein berust, dan zult gij met Hem vereenigd worden en den inwendigen vrede vinden, omdat niets u liever en aangenamer zal zijn, dan het welbehagen van den goddelijken wil.

Wie dus zijne bedoeling in eenvoudigheid des harten op God gericht houdt, en zich van alle ongeregelde liefde of afkeer van de schepselen zoekt vrij to maken, die zal 't geschiktst wezen om de genade te ontvangen en de gave der devotie waardig zijn. Want de Heer stort zijnen zegen en zijne genade in het hart, dat Hij van al het aardsche ledig vindt; en hoe volkomener iemand de aardsche dingen verzaakt en zichzelven door zelfversmading afsterft, des te spoediger komt ile genade, des te rijkelijker vloeit zij in hein, en des te hooger verheft zij zijn bevrijd hart.

2. Dan zal hij zien, dat hij overvloed heeft; zijn hart zal zich verwonderen en zich uitbreiden in

(3_____É

371

ocr page 405

4 BOEK. 16 HOOFDSTUK.

ES-------©

zijnen boezem : want de hand des Ueeren is niet hem, en liij lieeft zich geheel en voor eeuwig in 's Hoeren hand gesteld. Zie, zoo wordt de menscli gezegend, die God van ganscher harte zoekt en zijne ziel aan al liet ijdele ontlieclit. Zulk een verdient bij bet ontvangen van liet beilige Sacrament de groote genade der nauwste ver-eenlging met God, omdat hij niet zoo zeer op eigene devotie en vertroosting ziel, maar boven dat alles voornamelijk de eer en verheerlijking Gods behartigt.

16 HOOFDSTUK.

Wij moeten onza aanyelerjenheden voor den Heer openleggen en zijne genade afsmecken.

IJ 10 GELOOVIGE ZIEL.

1. o Allerzoetste en liefderijkste Heer, dien ik nu inniglijk wensch te ontvangen: Gij kent mijne, zwakheid en mijnen nood. mijne vele zonden en ondeugden; Gij weet, hoe dikwijls ik bezwaard, bekoord, ontroerd en

tS-------amp;

372

ocr page 406

A IIÖEK. If) HOOFDSTUK.

----§3

besmeurd word. Ik kom tot U om hulp en bid H om troost on verlichting. Ik spreek tot U. den Alwetende, die geheel mijn hart doorschouwt on die alleen mij volkomen troosten en helpen kan. Gij weet, welke gaven ik vooral noodig heb en hoe arm ik ben aan deugden. Zie, arm en ontbloot van alles sta ik voor uw aanschijn en smeek U om genade en barmhartigheid.

2. Verkwik den hongerenden bedelaar; verwarm mijne koudheid door het vuur uwer liefde; verlicht mijne blindheid door het licht uwer tegenwoordigheid. Geef, dat alle aardsche genoegens mij bitter worden, dat alle zwarigheden en wederwaardigheden mij in 't geduld oefenen en dat ik al het lage en geschapene vergete en verachte. Verhef mijn hart tot U ten hemel en laat mij niet langer omzwerven op de aarde. Gij alleen zult van nu af tot in der eeuwigheid mijn grootst genoegen zijn: want Gij alleen zijt mijne spijs en mijn drank, mijne liefde en mijne vreugde, mijn geneugte en al mijn goed.

S____S

373

ocr page 407

4 ROEK. 17 HOOFDSTUK.

S--- 7quot;!

0, moclit uwe tegenwoordigheid mij geheel ontsteken, verteren en in U veranderen, opdat ik éen van geest met U worde dooi' de genade der inwendige vereeniging en door den gloed van vurige liefde. Laat mij niet hongerende en dorstende van U weggaan, maar handel met mij naar uwe barm-hartiglieid, gelijk Gij zoo dikwijls met uwe Heiligen wonderbaar gehandeld hebt. Wat wonder, dat ook ik door U geheel ontstoken en in mijzelven verteerd werd ? Gij zijt immers een vuur, dat altijd brandt en nimmer uitdooft; eene liefde, die de harten reinigt en het verstand verlicht.

17 HOOFDSTUK.

Van de gloeiende liefde en het vurig verlangen, Christus te ontvangen.

J)E GELOOVIGE ZIEL.

1. Met ware devotie en vurige liefde met al den ijver en al de verlangens mijns harten, wensch ik, o Heer, U te ontvangen, evenals zoo vele Heili-

m---i

374

ocr page 408

■4 ROEK. 17 HOOFDSTUK.

S ~ ~ ' §

| gen en devote zielen bij de H, Communie naar U verlangd liel)ben; zij, die IJ iloor linn heiligen levenswandel bijzonder behaagden en van de gloei-endste devotie doordrongen waren.

o Mijn God, Gij, eeuwige liefde, mijn eenigste goed en oneindige zaligheid ! i: wensch ik te ontvangen met het allervurigste verlangen en den diepsten eerbied, die ooit een der Heiligen ondervonden heelt en ondervinden kan. En ofschoon ik onwaardig ben al die gevoelens van devotie te hebben, zoo draag ik U echter al de aandoeningen mijns harten op, alsof ik alleen alle die vurige en U beha-gelijke verlangens werkelijk bezat. Maar ook alles, wat eene innige ziel bedenken en verlangen kan, dat alles breng ik U ten offer met den diepsten eerbied en de oprechtste liefde. Niets wil ik mijzelven voorbehouden, maar mij en al het mijne U vrijwillig en gaarne opofferen.

Mijn 1 leer en mijn God, mijn Schepper en mijn Verlosser : heden wensch ik U te ontvangen met zoodanige gevoelens van vurig verlangen, eerbied, verheerlijking en vereering, van dank-

375

ocr page 409

4 HOEK. 17 HOOFDSTUK.

U-;----g;

baarheid, -waardigheid eu liefde, van geloof', hoop en reinheid, als waarmede naar IJ verlangd en U ontvangen heeft uwe allerheiligste Moeder, de glorierijke Maagd Maria, toen zij den Engel, die haar het geheim der mensch-wording verkondigde, innig en nederig antwoordde: ))Zie ik ben eene dienst-, maagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord.quot; Kn evenzoo als uw gelukzalige Voorlooper, Joannes de JJooper, die uitstekendste Heilige, in uwe tegenwoordigheid, vol van de vreugde des.heiligen Geestes, juichend opsprong, toen hij nog in den moederlijken schoot besloten was; en evenzoo als hij later, toen hij Jezus onder de menschen zag wandelen, in diepen ootmoed en in innige aandoening uitriep: »de vriend des bruidegoms, die daar staat en hem hoort, verblijdt zich zeer om de stem des bruidegoms:quot; zoo wensch ook ik door hevige en heilige verlangens ontvlamd te worden cn mij van ganscher harte aan U op te dragen. Daarom offer ik U op en hied U aan het gejubel van alle devote harten, hunne vurige aandoeningen en geestverrukkingen, hunne

876

ocr page 410

\ HOEK. \1 HOOFDSTUK.

---S

bovennatmirlijke verliclitingen en he-melsclie vizioenen, te gelijk met al de deugden en loftuig'mgen, waarmede ooit eenig schepsel in den hemel of op de aarde U vereerde of'in de toekomst vereeren zal; ik draag ze U op zoo voor mij, als voor allen, die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen, opdat üij door ons allen naar waarde geprezen en verheerlijkt moogt worden in alle eeuwigheid.

2. Ik bid ü, mijn Heer en mijn God, deze mijne wenschen en verlangens genadig te aanvaarden: want eeuwigdurende lol'tuigingen en einde-looze dankzeggingen komen U, naar den rijkdom uwer onuitsprekelijke grootheid, met alle recht toe. Daarom bied ik ze U aan en wensch ze U aan te bieden al de dagen en oogenblikken mijns levens; en alle hemelsche geesten en al uwe geloovigen noodig ik met bidden en smeeken dringend uit, om gezamenlijk met mij U te danken en te verheerlijken. Mogen alle volkeren, stammen en talen U prijzen en uwen heiligen en liemelzoeten naam

met gejubel en vurige devotie ver-^___*

377

ocr page 411

i BOEK. 'IS HOOFDSTUK.

®---S3

hellen ! Mogen allen, die met eerbied en devotie uwe hoogwaardige Geheimen vieren en met vol geloof' ontvangen, genade en ontferming bij U vinden en voor mij, armen zondaar, nederig bidden! En wanneer zij de gewenschte devotie en 't zalige genot der vereeniging met U verworven hebben, en wonderbaar getroost en verkwikt van uwe heilige en hemel-sche Tafel wed( rkeeren, mogen zij zich dan verwaardigen ook m/J behoef tigen te (jedenken!

18 HOOFDSTUK.

De mensch moet naar dit Sacrament niet nieuwsgierig onderzoeken, maar als een nederig navoljer van Christus, zijne zinnen aan het heilige geloof onderwerpen.

DE HEER.

i. Gij moet n wachten voor alle nieuwsgierig en nutteloos onderzoek naar dit ondoorgrondelijk Sacrament, indien gij niet in den afgrond des

EB-----S

378

ocr page 412

4 BOEK. 18 HOOFDSTUK.

i-S---------------------------^

twijfels verzinken wilt. »Die de Majesteit uitvoi'schen wil, zal overmand worden door haren luister.quot; God vermag meer uit te werken, dan de menscli in staat is te begrijpen. Maar een vroom en nederig onderzoek naar de waarheid is wel geoorloofd, als men daarbij steeds bereid is, zich te laten onderrichten en niet voort te gaan , dan volgens de gezonde leer der Vaderen. Zalig de eenvoudigen, die de gevaarvolle wegen der strijd-vragen verlaten en op het ellen en veilige pad van Gods geboden wandelen!

Velen hebben daardoor hunne devotie verloren, dat zij te verheven dingen wilden doorgronden. Geloof en een deugdzaam leven wordt van u verlangd, maar geen diep inzicht of na-vorsching va;1. Gods verborgenheden. Indien gij niet verstaan en begrijpen kunt, hetgeen beneden u is, hoe zult gij dan doorgronden kunnen, hetgeen boven u is? Verneder u voor God, onderwerp uwe zinnen aan het geloof, en er zal u zooveel licht en kennis gegeven worden, als u nuttig en noodig is.

m_____^

379

ocr page 413

-4 HOEK. 18 HOOFDSTUK.

®--------®

2. Viilcn worden togen liet geloof en liet Sacrament hevig bekoord; doch dit is niet hunzeiven, maar eerder den vijand te wijten. Gij moet u om zulke gedachten niet bekommeren, noch ermee redetwisten, en ook geen antwoord geven op de twijfels, die de duivel u inblaast; maar gij moet geloof hechten aan het woord van God, aan zijne Heiligen en Profeten, en de booze vijand zal van u henenvlieden.

Dikwijls is het zeer heilzaam, dat een dienaar Gods zoo iets lijden moet: want de ongeloovigeu en zondaars, die hij reeds zeker bezit, bekoort de vijand niet; maar de innige geloovigen bekoort en kwelt hij op velerlei wijze. Volhard dan in een eenvoudig en onwankelbaar geloof en nader met ootmoed en eerbied tot dit H. Sacrament. Wat gij niet begrijpen kunt, laat dat gerust over aan den almachtigen God.

God kan u niet bedriegen; wie echter zichzelven te veel vertrouwt en gelooft, die wordt bedrogen. God wandelt met de eenvoudigen en openbaart zich aan de ootmoedigen ; den kleinen geeft Uij verstand en verklaart den zin aan reine zielen, terwijl

fS------sg

380

ocr page 414

-4 BOEK. '18 HOOFDSTUK.

Hij zijne genaile verbergt voor de nieuwsgierigen en hoovaardigen. De menschelijke rede is zwak en kan zicli licht bedi'iegen; maar liet ware geloof kan niet dwalen en niet bedriegen.

Alle rede, allo natuurlijk onderzoek rnoet het geloof volgen, niet voorgaan nocli bestri jden. Want geloof en liefde lieerschen hier bovenal en werken in dit allerheiligste, hoogstverheven Sacrament op verborgen wijze. God, de eeuwige en onmetelijke, wiens maclit oneindig is, doet groote en ondoorgrondelijke dingen in den hemel en op de aarde, en zijne wonderbare werken zijn niet te achterhalen. Waren Gods weiken zoodanig, dat zij door 's menschen rede gemakkelijk begrepen konden worden, dan moest men ze niet wonderbaar en onuitsprekelijk noemen.

381

ocr page 415
ocr page 416

INHOUDSTAFEL.

J)ïï JJtl X«l.J3ïl JÜ JÜ.

Bra®S^,fc=^®6==i

•üf ^quot;ïsTT^T T^TT^T DffXff Vff XlfF'^3tfquot;7it(r

INHOUDSTAFEL.

EERSTE BOEK.

Heilzame vermaningen lol een yceslelijk leven.

Hoofdst. Bladz.

1. Over do navolging van Christus en de verachting; van alle we-reldsche ijdelheden ... 1

2. Over eon nederig gevoelen van zichzelven ..... 4

3. Over do leer dor Waarheid , (5

4. Over een voorzichtig gedrag . 11

5. Over het lezen van heilige hoeken 12

(i. Over do ongeregelde begeerten . 14

7. Vlucht de ijdele hoop en do zelt-vorheffing . . . . .15

8. Vermijd eene to groote geineon-zaamhoid . . . .17

9. Over de gehoorzaamheid en on-derwerping . . . .18

10. Over het vermijden van nutte-looze gesprekken . . .20 ! 11. Over de middelen tot vrede en

den ijver tot voortgang . . 21

ik_;---S

383

ocr page 417

INHOUDSTAFEL.

- SS

Hootdst. Bladz.

12. Over het nut der tegenspoeden 25

13. Over liet weerstaan der bekoringen . . • .26

14. Vermijd liet lichtvaardig oordeel .'51

15. Over do werken uit liefde verricht ....•• 33

16. Over liet verdragon dor gebroken van anderen . . . 35

17. Over hot kloosterleven . . 37

18. Over het voorbeeld der heilige Vaders . . . . .39

19. Over liet leven van een goed kloosterling . . . .43

20. Over de liefde tot eenzaamheid

en stilzwijgendheid . . .48

21. Over do ingekeerdheid des harten 53

22. Beschouwing der monscholijke ellende . . . . .57

23. Overdenking van don dood . 62

24. Over hot oordeel en do straffen

der zondaren . . . .68

25. Over de ernstige verbetering van geheel onzen levenswandel . 74

TWEEDE BOEK.

Vermaningen lol hel imvendige leven. lloofüst. Bladz.

1. Over het inwendige loven . 82

2. Over do ootmoedige onderwerping 88

3. Do goede vreedzame mensch. . 89 S_____g

384

ocr page 418

INHOUDSTAFEL.

§3

Hoofdst. Bladz.

4.

Over do reinheid des harten en

de oprechtheid van bedoeling .

!)2

5.

Over de besehouwitg van zich-

zclven .....

94

G.

Over do blijdschap van een goed

geweten . . . . .

97

7.

Over de liefde tot Jezus boven

alles ......

99

8.

Over den vertrouwelijken om

gang met Jezus

101

!).

Over het missen van allen troost

105

10.

Over de dankbaarheid voor de

genade Gods ....

110

11.

Over de weinige vrienden van

Jezus' kruis. . . . .

114

12.

Over den koninklijken weg van

het heilige kruis

117

DERDE BOEK.

Over den imveiulijeii troosl.

Hoofdst. Bladz. 1. Over liet inwendige onderhoud van Christus met de geloovige ziel . . . .1^8 De waarheid spreekt in ons zonder gedruisch van woorden . 130 3. De woorden van God moeten met ootmoed gehoord worden: maar velen nemen ze niet ter harte . 132 12____S

ocr page 419

INItOUDSTAF

Hoofdst. Bladz.

4. Wij moeten voor God wandelen

in waarheid en ootmoed . . 1H6

5. Over de wonderbare werking dei-goddelijke liefde . . . 140

(i. Over den toetssteen der ware liefde ..... 145

7. Men moet de genade Gods onder de hoede van de nederigheid verbergen ..... 149

8. Over de geringachting van zich-zelven voor de oogen van God 153

9. Alles moet tot God, als het laatste einde , teruggebracht worden . 155

10. liet is zoet de wereld te verachten, om God te dienen . . 157

11. De begeerten des harten moet men toetsen en matigen . . 161

12. Leer geduldig zijn en bestrijd

de kwade lusten . . . IfiiS lii. Over de gehoorzaamheid van een nederig onderhoorige . . 16()

14. De overweging van de verborgen oordeelen Gods is een middel tegen zelfverheffing . . . 168

15. Hoe wjj in allo wenscheljjke voorvallen moeten spreken en handelen ...... 171

16. Ware troost is slechts in God

te zoeken . . . .173

17. Dat men alle zijne zorgen op

God moet werpen . . . 176 §—---g

386

ocr page 420

INHOUDSTAFEL.

Hoofdst. Bladz,

18. Dat men de ellenden dezes levens,

naar het voorbeeld van Christus, verdragen moet . . . .178

19. Over het verdragen van onrecht, de proefsteen van don ware geduldige ..... 180

20. Over de bekentenis onzer eigene zwakheid en over de ellenden

des levens ..... 183

21. Dat men boven alle goederen en gaven in God zijne rust moet zoeken ..... 187

22. Over het gedenken van Gods menigvuldige weldaden . . 192

23. Over vier dingen, die grooten vrede aanbrengen . .195

24. Naar het gedrag van een ander moet men niet nieuwsgierig onderzoeken ..... 199

25. Waarin de duurzame vrede des harten en de ware voortgang in

liet goede bestaat. . . . 200

26. Over de hooge waarde van een vrij gemoed, dat men eerder verkrijgt door nederig bidden, dan door veel lezen . . . 203

27. De eigenliefde houdt ons het meest van het hoogste goed terug 206

28. Tegen kwaadsprekende tongen . 209

29. Hoe men in wederwaardigheden God aanroepen en prijzen moet. 210

387

ocr page 421

INHOUDSTAFEL,

Hoofdst. Bladz.

30. Dat men den goddelijken bijstand afsmeoken en op de wederkomst

der genade vertrouwen moet . 212

31. Om den Schepper te kunnen vinden moet men alle schepsel laten varen . . . . 21G

32. Over de verloochening van zich-zelven en de verzaking van alle begeerlijkheid .... 220

33. Over de onstandvastigheid des harten en do noodzakelijkheid ons einddoel op God te richten . 223

34. Wie God liefheeft, vindt bij alles en boven alles in Hem zijn genoegen ..... 224

35. In dit leven zijn wij nooit beveiligd tegen bekoringen . . 227

3(1. Tegen de ijdele beoordeelingen

der menschen. .... 230

37. Over de volkomene en reine zelfverzaking om de vrijheid des harten te verkrjjgen . . . 232

38. Men moet ziehzelven meester blijven in uitwendige dingen, en in gevaar zijne toevlucht nemen

tot God ..... 234

3!). De mensch mag zich aan geene

overdreven bezorgdheid overgeven 23(1

40. De mensch heeft niets goeds; uit ziehzelven en mag zich op niets beroemen ..... 238

388

ocr page 422

INHOUDSTAFEL.

Hoofdst. Bladz.

41. Over liet versmaden van alle we-reldsohe eer .... 241

42. Men moet zjjnen vrede bij de mensclien niet zoeken . . 242

43. Tegen de ijdele en wereldsche wetenschap .... 244

44. Men moet zicli de uitwendige dingen niet aantrekken . 247

45. Hoe men niet iedereen mag ge-looven, en hoe licht men struikelt

in woorden .... 248

40. Wij moeten op God vertrouwen, wanneer de pijlen der lastertaal ons treffen ..... 253

47. Voor het eeuwige leven moet men alle tijdelijke zwarigheden verdragen ..... 2o7

48. Over den dag dor eeuwigheid en

de ellenden van dit loven . . 260

49. Over het verlangen naar het eeuwige leven en de groote goederen , die den strijders beloofd zijn ...... 205

50. Hoe de troostelooze inonsch zich

in Gods handen moet overgeven 271

51. Men moet zich toeleggen op geringer oefeningen, als men tot meer verheven niet in staat is . 270

52. De mensch achte zich geene vertroosting maar eerder kastijding waardig . . . . .278

38!)

ocr page 423

INHOUDSTAFEL.

Hoofdst. Bladz.

58. Do goddelijke genade woont niet

in een aardscligezind hart . 281

54. Over de tegenstrijdige bewegingen der natuur en der genade . 283

55. Over de verdorvenheid der natuur en de kracht der goddelijke genade ..... 290

56. Wij moeten onszelven verloochenen en Christus door liet kruis navolgen ..... 295

57. De raensch zij niet al te neerslachtig , als hem eenige kwelling overkomt .... 298

58. Al te verheven dingen en de verborgen oordeelen Gods moet men niet doorvorschen willen . HOI

59. Op God alleen moet men zijne hoop en vertrouwen stellen . 808

VIERDE BOEK.

Over hel allerheiligsle Sacrament des Altaars.

Ilooldst. Bladz.

Innige opwekking tot de H. Communie ..... 812

1. Met welken eerbied men Christus ontvangen moet . . . 818

2. In dit Sacrament openbaart zich Gods groote goedheid en liefde jegens ons menschen . . 820

§____S

890

ocr page 424

INHOUDSTAFEL.

Hoofdst. Bladz.

3. Het is heilzaam dikwijls te com-municeeren .... 326

4. De devote Communie verleent ons vele genaden .... 330

5. Over de waardigheid van dit Sacrament en over den priesterlijken staat .... 335

6. De geloovige ziel vraagt naar eene voorbereiding tot de 11. Communie .....338

7. Over liet gewetensonderzoek en

hot voornemen van verbetering . 339

8. Over de opoffering van Christus aan het kruis en onze eigene op-oftering.....343

!). Wij moeten onszolven en al het onze aan God opofferen en voor allen bidden .... 344

10. Men moet de H. Communie niet licht achterlaten . . . 349

11. liet Lichaam van Christus en de heilige Schrift zijn voor de geloovige ziel hoogst noodzakelijk 354

12. Tot de 11. Communie moet men zich met groote zorgvuldigheid voorbereiden .... 360

13. De devote ziel moet naar de ver-eeniging met Christus in het II. Sacrament van ganscher harte verlangen ..... 364

14. Over het gloeiende verlangen van

391

ocr page 425

INHOUDSTAFEL.

Hoofdst. Bladz.

sommige devote zielen naar de de H. Communie • • 367

15. De genade der devotie verkrijgt men door ootmoed on zeltverloo-chening . . . • • 369

16. Wij moeten onze aangelegenlie-den voor den Heer openleggen

en zijne genade afsmeeken ■ 372

17. Van do gloeiende liefde en liet vurig verlangen, Christus te ont-

' -57-1.

vangen . . • • . oirt

18. De menscli moet naar dit Sacrament niet nieuwsgierig onderzoeken, maar als een nederig navolger van Christus, zijne zinnen aan het heilige geloof onderwerpen ...••• 378

•n-

392